Skip to main content

AI assistant

Sign in to chat with this filing

The assistant answers questions, extracts KPIs, and summarises risk factors directly from the filing text.

Elia Group NV/SA Annual Report 2018

Apr 12, 2019

3945_rns_2019-04-12_379b5841-547b-4a70-8e5c-b673744ff7b0.pdf

Annual Report

Open in viewer

Opens in your device viewer

9 1
EUR
NAT. Datum neerlegging Nr.0476.388.378 Blz. E. " D. .
NAAM VAN DE CONSOLIDERENDE VENNOOTSCHAP OF VAN HET CONSORTIUM (1) (2) :
ELIA SYSTEM OPERATOR
Rechtsvorm: NV
Adres: Keizerslaan
Postnummer: 1000
Land: België
Rechtspersonenregister (RPR) - Rechtbank van Brussel, franstalige
Internetadres (3): http://www.elia.be
Ondernemingsnummer 0476.388.378
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING IN DUIZENDEN EURO(4)
Voorgelegd aan de algemene vergadering van 21/05/2019
met betrekking tot het boekjaar dat de periode dekt van 01/01/2018 tot 31/12/2018
Vorig boekjaar van 01/01/2017 tot 31/12/2017
De bedragen van het vorige boekjaar zijn / zijn niet (1) identiek met die welke eerder openbaar werden gemaakt.
Zijn gevoegd bij deze geconsolideerde jaarrekening: - het geconsolideerde jaarverslag
- het controleverslag over de geconsolideerde jaarrekening
ZO DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING VAN EEN BUITENLANDSE VENNOOTSCHAP DOOR EEN BELGISCHE DOCHTER
WORDT NEERGELEGD
Naam van de Belgische dochter die de neerlegging verricht (artikel 113, § 2, 4°a van het Wetboek van vennootschappen)
Ondernemingsnummer van de Belgische dochter die de neerlegging verricht
Totaal aantal neergelegde bladen: 1 Secties van het standaardformulier die niet werden neergelegd ondat ze niet
dienstig zijn:
Handtekening
Handtekening
(naam en hoedanigheid)
(naam en hoedanigheid)
OFFERGELD DOMINIQUE
GUSTIN BERNARD
Bestuurder
Voorzitter van de Raad van Bestuur
(1) Schrappen wat niet van toepassing is.

GECONSOLIDEERDE JAARREKENING

VERKLARING VAN DE VERANTWOORDELIJKE PERSONEN

De ondergetekenden, Chris Peeters, voorzitter van het directiecomité en Chief Executive Officer, en Catherine Vandenborre, Chief Financial Officer, verklaren, voor zover hen bekend, dat:

  • a. de jaarrekeningen, die zijn opgesteld overeenkomstig de toepasselijke standaarden voor jaarrekeningen, een getrouw beeld geven van het vermogen, van de financiële toestand en van de resultaten van Elia en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen;
  • b. het jaarverslag een getrouw overzicht geeft van de ontwikkeling en de resultaten van het bedrijf en van de positie van Elia en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, alsmede een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden.

Brussel, 21 maart 2019

Catherine Vandenborre Chief Financial Officer

  • 2.3. Waarderingsbasis 38
  • 2.4. Gebruik van ramingen en oordelen 38
  • 2.5. Goedkeuring door de Raad van Bestuur 39
    1. Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving 40
  • 3.1. Grondslagen voor consolidatie 40
  • 3.2. Omrekening in vreemde valuta 41
  • 3.3. Balansposten 41
  • 3.3.1. Materiële vaste activa 41
  • 3.3.2. Immateriële activa 42
  • 3.3.3. Handels- en overige vorderingen 43
  • 3.3.4. Voorraden 43 3.3.5. Geldmiddelen en kasequivalenten 43
  • 3.3.6. Niet-financiële activa 43
  • 3.3.7. Financiële activa 44
  • 3.3.8. Afgeleide financiële instrumenten
  • en hedge accounting 44
  • 3.3.9. Eigen vermogen 45
  • 3.3.10. Financiële verplichtingen 45
    -
  • 3.3.13. Handelsschulden en overige schulden 46
  • 3.3.14. Overheidssubsidies 46
  • 3.4. Posten in de resultatenrekening 47
  • 3.5. Overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en mutatieoverzicht van het eigen vermogen 48
    1. Rapportering per segment 48
  • 4.1. Basis voor segmentrapportering 48
  • 4.2. Elia Transmission (België) 49
  • 4.3. 50Hertz Transmission (Duitsland) 51
  • 4.4. Niet-gereguleerde activiteiten (incl. Nemo Link) 53
  • 4.5. Aansluiting van de informatie over te rapporteren segmenten met IFRS-bedragen 54
    1. Elementen van de geconsolideerde winst- en verliesrekening en niet-gerealiseerde resultaten 55 5.1. Bedrijfsopbrengsten en overige inkomsten 55
      -
  • 5.3. Nettofinancieringslasten 56
  • 5.4. Inkomstenbelastingen 57
  • 5.5. Winst per aandeel (WPA) 58
  • 5.6. Niet-gerealiseerde resultaten 58
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 26 6. Elementen van de geconsolideerde balans 59
Geconsolideerde winst- of verliesrekening 26 6.1. Materiële vaste activa 59
Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en 6.2. Immateriële activa en goodwill 60
niet-gerealiseerde resultaten 27 6.3. Langlopende handels- en overige vorderingen 61
Geconsolideerde balans 28 6.4. Investeringen opgenomen volgens de
vermogensmutatiemethode 62
Geconsolideerd overzicht van mutaties 6.4.1 Joint ventures 62
in het eigen vermogen 29 6.4.2 Geassocieerde deelnemingen
6.5. Overige financiële activa
62
63
Geconsolideerd kasstroomoverzicht 30 6.6. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen63
TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 31 6.7. Voorraden 64
1. Verslaggevende entiteit 31 6.8. Kortlopende handels- en overige vorderingen,
over te dragen kosten en verkregen opbrengsten 64
2. Basis voor presentatie
2.1. Conformiteitsverklaring
31
31
6.9. Actuele belastingvorderingen & -verplichtingen 65
2.2. Functionele en presentatievaluta 38 6.10.
Geldmiddelen en kasequivalenten
65
2.3. Waarderingsbasis 38 6.11.Eigen vermogen 66
2.4. Gebruik van ramingen en oordelen 38 6.11.1 Eigen vermogen toe te rekenen aan
2.5. Goedkeuring door de Raad van Bestuur 39 de eigenaar van de vennootschap 66
6.11.2 Hybride effecten 66
3. Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving 40 6.12. Rentedragende leningen en
3.1. Grondslagen voor consolidatie 40 financieringsverplichtingen 67
3.2. Omrekening in vreemde valuta 41 6.13. Personeelsbeloningen 68
3.3. Balansposten 41 6.14. Voorzieningen 74
3.3.1. Materiële vaste activa 41 6.15. Overige langlopende verplichtingen 75
3.3.2. Immateriële activa 42 6.16. Handelsschulden en overige schulden 75
3.3.3. Handels- en overige vorderingen
3.3.4. Voorraden
43
43
6.17. Over te dragen opbrengsten en toe
3.3.5. Geldmiddelen en kasequivalenten 43 te rekenen kosten 76
3.3.6. Niet-financiële activa 43 6.18. Financiële instrumenten – reële waarden 77
3.3.7. Financiële activa 44 7. Groepsstructuur 78
3.3.8. Afgeleide financiële instrumenten 7.1. Bedrijfscombinaties en verwerving
en hedge accounting 44 van minderheidsbelangen 78
3.3.9. Eigen vermogen 45 7.2. Dochterondernemingen, joint ventures en
3.3.10. Financiële verplichtingen 45 geassocieerde deelnemingen 81
3.3.11.Personeelsbeloningen 45 8. Andere toelichtingen 82
3.3.12. Voorzieningen 46 8.1. Beheer van financiële risico's en derivaten 82
3.3.13. Handelsschulden en overige schulden 46 8.2. Toezegging en voorwaardelijke verplichtingen 85
3.3.14. Overheidssubsidies 46 8.3. Verbonden partijen 86
3.4. Posten in de resultatenrekening 47 8.4. Gebeurtenissen na balansdatum 88
3.5. Overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde 8.5. Varia 88
resultaten en mutatieoverzicht van het eigen 8.6. Diensten verleend door de commissarissen 88
vermogen 48
4. Rapportering per segment 48 9. REGELGEVEND KADER EN TARIEVEN 89
4.1. Basis voor segmentrapportering 48 9.1 Regelgevend kader in België 89
4.2. Elia Transmission (België) 49 9.1.1 Federale wetgeving
9.1.2 Gewestelijke wetgeving
89
89
4.3. 50Hertz Transmission (Duitsland) 51 9.1.3 Regelgevende instanties 89
4.4. Niet-gereguleerde activiteiten (incl. Nemo Link) 53 9.1.4 Tariefbepaling 89
4.5. Aansluiting van de informatie over te 9.2 Regelgevend kader in Duitsland 92
rapporteren segmenten met IFRS-bedragen 54 9.2.1 Relevante wetgeving 92
5. Elementen van de geconsolideerde winst- en 9.2.2 Regelgevende instanties in Duitsland 92
verliesrekening en niet-gerealiseerde resultaten 55 9.2.3 Tarieven in Duitsland 92
5.1. Bedrijfsopbrengsten en overige inkomsten 55 9.3 Regelgevend kader voor NemoLink Interconnector 94
5.2. Bedrijfskosten 55
5.3. Nettofinancieringslasten 56 VERSLAG VAN HET COLLEGE VAN COMMISSARISSEN
5.4. Inkomstenbelastingen 57 OVER DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 95
5.5. Winst per aandeel (WPA) 58 INFORMATIE MET BETREKKING TOT DE
MOEDERVENNOOTSCHAP 99
5.6. Niet-gerealiseerde resultaten 58 Balans na winstverdeling 101
Resultatenrekening 102

Inhoudstafel

GECONSOLIDEERDE JAARREKENING

Geconsolideerde winst- of verliesrekening

GRI 201-1 (Revenues, Operating costs, Employees wages and benefits)

(in miljoen EUR) - Periode eindigend per 31 december Toelichting 2018 2017
(herwerkt *)
Voortgezette bedrijfsactiviteiten
Opbrengsten (5.1) 1.822,8 808,2
Grond- en hulpstoffen (5.2) (41,5) (9,6)
Overige bedrijfsopbrengsten (5.1) 109,0 59,0
Diensten en diverse goederen (5.2) (945,7) (344,4)
Personeelskosten (5.2) (229,3) (147,2)
Afschrijvingen en waardeverminderingen (5.2) (252,3) (131,2)
Wijziging in voorzieningen (5.2) 4,4 0,4
Overige bedrijfskosten (5.2) (30,4) (19,6)
Resultaat uit bedrijfsactiviteiten 437,0 215,5
Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens
vermogensmutatiemethode (na belastingen)
(6.3) 65,6 109,1
Resultaten voor intrest en belastingen (EBIT) ** 502,6 324,6
Nettofinancieringslasten (5.3) (93,3) (76,5)
Financieringsbaten 21,9 5,5
Financieringslasten (115,2) (81,9)
Winst vóór winstbelastingen 409,3 248,1
Winstbelastingen (5.4) (102,2) (39,5)
Winst op voorgezette bedrijfsactiviteiten 307,1 208,6
Winst over de verslagperiode 307,1 208,6
Winst toe te rekenen aan
Eigenaars van gewone aandelen 275,2 208,6
Houders van hybride effecten 6,2 0,0
Minderheidsbelang 25,7 0,0
Winst over de verslagperiode 307,1 208,6
Winst per aandeel (in EUR)
Gewone winst per aandeel (5.5) 4,52 3,42
Verwaterde winst per aandeel (5.5) 4,52 3,42

* Zie Toelichting 2.1 voor details over de aanpassing als gevolg van een wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving.

**EBIT (Earnings Before Interest and Taxes) = resultaat uit bedrijfsactiviteiten en aandeel in de winst uit investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode (na winstbelastingen)

De toelichting maakt integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.

Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten

(in miljoen EUR) - Periode eindigend per 31 december Toelichting 2018 2017
(herwerkt *)
Winst over de verslagperiode 307,1 208,6
Niet-gerealiseerde resultaten
Elementen die zijn of kunnen overgeboekt worden naar de winst- en
verliesrekening:
Effectief deel van aanpassingen in de reële waarde van kasstroomafdekkingen (5.6) (8,4) 9,4
Belastingimpact op deze elementen 2,2 (3,2)
Elementen die nooit naar de winst- en verliesrekening worden
overgeboekt:
Herwaarderingen van verplichtingen voor personeelsvergoedingen na
uitdiensttreding
(6.13) 0,8 (13,7)
Investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode - deel van niet
gerealiseerde resultaten
0,0 1,1
Effectief deel van de aanpassingen in de reële waarde van investeringen (5.6) 2,7 0,0
Belastingimpact op deze elementen (6.13) (0,2) 2,3
Niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar, na belastingen (2,9) (4,1)
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar 304,2 204,5
Winst toe te rekenen aan:
Eigenaars van de Vennootschap 271,9 204.5
Hybride effecten 6,2 0.0
Minderheidsbelang 26,1 0.0
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar 304,2 204,5
(in miljoen EUR) - Periode eindigend per 31 december Toelichting 2018 2017
(herwerkt *)
Winst over de verslagperiode 307,1 208,6
Niet-gerealiseerde resultaten
Elementen die zijn of kunnen overgeboekt worden naar de winst- en
verliesrekening:
Effectief deel van aanpassingen in de reële waarde van kasstroomafdekkingen (5.6) (8,4) 9,4
Belastingimpact op deze elementen 2,2 (3,2)
Elementen die nooit naar de winst- en verliesrekening worden
overgeboekt:
Herwaarderingen van verplichtingen voor personeelsvergoedingen na
uitdiensttreding
(6.13) 0,8 (13,7)
Investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode - deel van niet
gerealiseerde resultaten
0,0 1,1
Effectief deel van de aanpassingen in de reële waarde van investeringen (5.6) 2,7 0,0
Belastingimpact op deze elementen (6.13) (0,2) 2,3
Niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar, na belastingen (2,9) (4,1)
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar 304,2 204,5
Winst toe te rekenen aan:
Eigenaars van de Vennootschap 271,9 204.5
Hybride effecten 6,2 0.0
Minderheidsbelang 26,1 0.0
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar 304,2 204,5
(in miljoen EUR) - Periode eindigend per 31 december Toelichting 2018 2017
(herwerkt *)
Winst over de verslagperiode 307,1 208,6
Niet-gerealiseerde resultaten
Elementen die zijn of kunnen overgeboekt worden naar de winst- en
verliesrekening:
Effectief deel van aanpassingen in de reële waarde van kasstroomafdekkingen (5.6) (8,4) 9,4
Belastingimpact op deze elementen 2,2 (3,2)
Elementen die nooit naar de winst- en verliesrekening worden
overgeboekt:
Herwaarderingen van verplichtingen voor personeelsvergoedingen na
uitdiensttreding
(6.13) 0,8 (13,7)
Investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode - deel van niet
gerealiseerde resultaten
0,0 1,1
Effectief deel van de aanpassingen in de reële waarde van investeringen (5.6) 2,7 0,0
Belastingimpact op deze elementen (6.13) (0,2) 2,3
Niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar, na belastingen (2,9) (4,1)
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar 304,2 204,5
Winst toe te rekenen aan:
Eigenaars van de Vennootschap 271,9 204.5
Hybride effecten 6,2 0.0
Minderheidsbelang 26,1 0.0
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar 304,2 204,5

* Zie Toelichting 2.1 voor details over de aanpassing als gevolg van een wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving.

De toelichting maakt integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.

Geconsolideerde balans

(in miljoen EUR) Toelichting 31 december
2018
31 december
2017
(herwerkt *)
ACTIVA
VASTE ACTIVA 11.362,8 6.079,1
Materiële vaste activa (6.1) 8.456,2 3.202,4
Immateriële activa en goodwill (6.2) 2.502,3 1.738,6
Handels- en overige vorderingen (6.3) 177,0 147,8
Investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode (6.4) 135,4 928,6
Overige financiële vaste activa (incl. derivaten) (6.5) 86,9 60,9
Uitgestelde belastingvorderingen (6.6) 5,0 1,0
VLOTTENDE ACTIVA 2.391,5 503,2
Voorraden (6.7) 19,2 13,6
Handels- en overige vorderingen (6.8) 558,9 281,1
Actuele belastingvorderingen (6.9) 3,6 3,8
Geldmiddelen en kasequivalenten (6.10) 1.789,3 195,2
Over te dragen kosten en verkregen opbrengsten (6.8) 20,5 9,6

EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN

EIGEN VERMOGEN 3.748,9 2.564,4
Eigen vermogen toe te rekenen aan de eigenaars van de Vennootschap (6.11) 3.447,5 2.563,3
Eigen vermogen toe te rekenen aan de aandeelhouders 2.741,3 2.563,3
Aandelenkapitaal 1.521,5 1.517,6
Uitgiftepremie 14,3 11,9
Reserves 173,0 173,0
Afdekkingsreserves (6,2) 0,0
Ingehouden winsten 1.038,7 860,8
Hybride effecten (6.11) 706,2 0,0
Minderheidsbelang 301,4 1,1
LANGLOPENDE VERPLICHTINGEN 6.289,0 3.047,9
Leningen en overige langlopende financieringsverplichtingen (6.12) 5.773,8 2.834,7
Personeelsbeloningen (6.13) 104,0 84,3
Derivaten (8.1) 2,9 0,0
Voorzieningen (6.14) 96,9 20,8
Uitgestelde belastingverplichtingen (6.6) 95,2 19,5
Overige verplichtingen (6.15) 216,2 88,5
KORTLOPENDE VERPLICHTINGEN 3.716,4 970,0
Leningen en overige financieringsverplichtingen (6.12) 621,1 49,5
Voorzieningen (6.14) 16,5 4,5
Handelsschulden en overige schulden (6.16) 1.989,1 378,5
Actuele belastingverplichtingen (6.9) 93,1 2,9
Over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten (6.17) 996,6 534,6
Totaal Eigen vermogen en verplichtingen 13.754,3 6.582,3

* Zie Toelichting 2.1 voor details over de aanpassing als gevolg van een wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving.

De toelichting maakt integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.

Geconsolideerd overzicht van mutaties in het eigen vermogen

GRI 201-1 (Economic value retained)
------------------------------------- -- -- -- -- --
(in miljoen €) te rekenen aan
eigenaars van
te rekenen aan
vermogen toe
Uitgiftepremie Afdekkings Omrekenings Ingehouden Nettowinst to vennootschap
de eigenaars
Minderheids Totaal eigen
Aandelen
kapitaal
reserves verschillen Reserves gewone aandelen
Hybride
effecten
van de
Eigen
belang vermogen
winst
Stand per 1 januari 2017, zoals
gerapporteerd
1.517,2 11,8 (6,1) 0,0 173,0 815,5 2.511,4 0,0 2.511,4 1,2 2.512,6
Wijziging in grondslag voor financiële
verslaggeving IFRS 15
(56,9) (56,9) (56,9) (56,9)
Stand herwerkt per 1 januari 2017 1.517,2 11,8 (6,1) 0,0 173,0 758,6 2.454,5 0,0 2.454,5 1,2 2.455,7
Winst over de verslagperiode 208,6 208,6 208,6 0,0 208,6
Niet-gerealiseerde resultaten 6,2 (10,3) (4,1) (4,1) (4,1)
Totaal gerealiseerde en niet
gerealiseerde resultaten
Transacties met eigenaars, rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen 6,2 198,3 204,5 204,5 0,0 204,5
Bijdragen van en uitkeringen aan eigenaars
Uitgifte gewone aandelen 0,2 0,1 0,3 0,3 0,3
Kosten mbt op aandelen gebaseerde
betalingen
0,1 0,1 0,1 0,1
Dividenden (96,2) (96,2) (96,2) (96,2)
Totaal bijdragen en uitkeringen 0,3 0,1 (96,2) (95,8) (95,8) (95,8)
Totaal bijdragen van en uitkeringen
aan eigenaars
0,3 0,1 (96,2) (95,8) (95,8) (95,8)
Stand per 31 december 2017 1.517,6 11,9 0,0 0,0 173,0 860,8 2.563,3 0,0 2.563,3 1,1 2.564,4
Stand per 1 januari 2017, zoals
gerapporteerd
1.517,6 11,9 0,0 0,0 173,0 938,2 2.640,7 0,0 2.640,7 1,1 2.641,8
Wijziging in grondslag voor financiële
verslaggeving IFRS 15
(77,4) (77,4) (77,4) (77,4)
Stand herwerkt per 31 december 2017 1.517,6 11,9 0,0 0,0 173,0 860,8 2.563,3 0,0 2.563,3 1,1 2.564,4
Wijziging in grondslag voor financiële
verslaggeving IFRS 9
2,9 2,9 2,9 2,9
Stand herwerkt per 1 januari 2018 1.517,6 11,9 0,0 0,0 173,0 863,7 2.566,2 0,0 2.566,2 1,1 2.567,3
Winst over de verslagperiode 281,6 281,6 281,6 25,7 307,3
Niet-gerealiseerde resultaten (6,2) 0,0 2,8 (3,5) (3,5) 0,5 (3,1)
Totaal gerealiseerde en niet
gerealiseerde resultaten
(6,2) 0,0 284,4 278,2 278,2 26,1 304,2
Transacties met eigenaars, rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen
Bijdragen van en uitkeringen aan
eigenaars
Uitgifte gewone aandelen 2,8 2,5 5,3 5,3 5,3
Kosten mbt op aandelen gebaseerde 1,0 1,0 1,0 1,0
betalingen
Uitgifte van hybride effecten
(3,2) (3,2) 700,0 696,8 696,8
Verdeling aan hybride effecten (6,2) (6,2) 6,2 0,0 0,0
Belastingen op verdeling hybride (1,8) (1,8) (1,8) (1,8)
effecten
Dividenden
(98,7) (98,7) (98,7) (20,0) (118,7)
Totaal bijdragen en uitkeringen 3,8 2,5 (109,9) (103,6) 706,2 602,6 (20,0) 582,6
Veranderingen in zeggenschap
Aanpassing minderheidsbelang EGI,
tengevolge acquisitie
0,5 0,5 0,5 (0,5) 0,0
Acquisitie 0,0 0,0 0,1 0,1 294,6 294,7
Totaal veranderingen in zeggenschap 0,0 0,5 0,5 0,5 294,1 294,7
Totaal bijdragen van en uitkeringen aan
eigenaars
3,8 2,5 0,0 (109,4) (103,1) 706,2 603,1 274,1 877,3
Stand per 31 december 2018 1.521,4 14,4 (6,2) 0,0 173,0 1.038,7 2.741,3 706,2 3.447,5 301,4 3.748,9
* Zie Toelichting 2.1 voor details over de aanpassing als gevolg van een wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving.

De toelichting maakt integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.

Geconsolideerd kasstroomoverzicht

(in miljoen EUR) - Periode eindigend per 31 december Toelichting 2018 2017
(herwerkt *)
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten
Winst over de verslagperiode 307,1 208,6
Aanpassing voor:
Netto financieringslasten (5.3) 93,3 76,5
Overige niet-kaskosten 1,1 0,1
Winstbelastingen (5.4) 105,9 29,2
Aandeel in resultaat van investeringen verwerkt volgens de
vermogensmutatiemethode, na belasting
(65,6) (109,1)
Afschrijvingen materiële en amortisatie immateriële activa 249,5 131,4
Boekwinst op verkoop van materiële en immateriële activa 12,6 6,5
Bijzondere waardeverminderingen op vlottende activa 3,8 0,0
Mutatie voorzieningen (9,2) (5,3)
Mutatie aanpassing naar reële waarde van derivaten 1,3 1,1
Mutatie uitgestelde belastingen (3,6) 10,4
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten 696,1 349,3
Mutatie voorraden (1,8) 9,3
Mutatie handels- en overige vorderingen (50,5) 98,2
Mutatie overige vlottende activa 7,8 4,8
Mutatie handelsschulden en overige schulden (12,9) (12,3)
Mutatie overige kortlopende verplichtingen 117,9 95,3
Wijzigingen in werkkapitaal 60,5 195,3
Betaalde rente (141,8) (88,4)
Ontvangen rente 5,7 1,7
Betaalde winstbelastingen (103,8) (27,6)
Nettokasstroom uit bedrijfsactiviteiten 516,7 430,3
Kasstroom uit investeringsactiviteiten
Verwerving van immateriële activa (23,2) (10,6)
Verwerving van materiële activa (991,1) (369,1)
Verwerving van investeringen opgenomen volgens de
vermogensmutatiemethode
(23,8) (57,2)
Verwerving van dochteronderneming (7.1) (988,7) 0,0
Verworven geldmiddelen bij verwerving van dochteronderneming (7.1) 1.902,7 0,0
Opbrengst uit de verkoop van materiële vaste activa 2,4 1,5
Opbrengst uit de verkoop van investeringen 0,2 0,0
Opbrengst uit kapitaalvermindering van onderneming opgenomen
volgens vermogensmutatiemethode
0,0 0,1
Ontvangen dividend van onderneming opgenomen
volgens vermogensmutatiemethode
2,0 56,8
Leningen en lange termijn vorderingen aan joint ventures (35,7) (84,6)
Nettokasstroom gebruikt bij investeringsactiviteiten (155,2) (463,1)
Kasstroom uit financieringsactiviteiten
Opbrengst uit de uitgiften van aandelenkapitaal (6.11) 5,3 0,4
Kosten verbonden aan uitgifte van aandelenkapitaal (6.11) (0,1) 0,0
Betaald dividend (-) (6.11) (98,7) (96,2)
Aflossing van opgenomen leningen (-) (6.12) 0,0 (100,0)
Uitgifte hybride effecten (6.11) 696,8 0,0
Ontvangsten van opgenomen leningen (+) (6.12) 656,9 247,2
Minderheidsbelangen (20,0) 0,0
Overige kasstromen uit financieringsactiviteiten (7,6) 0,0
Nettokasstroom uit (gebruikt bij) financieringsactiviteiten 1.232,6 51,4
Netto-toename (afname) van geldmiddelen en kasequivalenten 1.594,1 18,6
Geldmiddelen en kasequivalenten per 1 januari 195,2 176,6
Geldmiddelen en kasequivalenten per 31 december 1.789,3 195,2
Netto-toename (afname) van geldmiddelen en kasequivalenten 1.594,1 18,6
* Zie Toelichting 2.1 voor details over de aanpassing als gevolg van een wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving.

De toelichting maakt integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.

TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING

1. Verslaggevende entiteit

Elia System Operator nv (hierna 'de Vennootschap' of 'Elia') is gevestigd in België, met maatschappelijke zetel gelegen aan de Keizerslaan 20, B-1000 Brussel. De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap voor het boekjaar 2018 omvat de jaarrekening van de Vennootschap en haar dochterondernemingen (hierna aangeduid als de 'Groep' of 'Elia groep') en het belang van de Groep in joint ventures en geassocieerde deelnemingen.

De Vennootschap is een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met aandelen genoteerd op Euronext Brussels, onder het symbool ELI.

De Elia groep is opgebouwd rond twee transmissienetbeheerders voor elektriciteit: Elia Transmission in België en 50Hertz Transmission, een van de vier Duitse transmissienetbeheerders (actief in het noorden en het oosten van Duitsland). Door de acquisitie van een bijkomende participatie van 20% in 50Hertz Transmission (Duitsland) in april 2018 (zie Toelichting 7.1) verwierf de Groep de zeggenschap over het segment 50Hertz Transmission (Duitsland). Vanaf de acquisitiedatum wordt 50Hertz Transmission (Duitsland) beschouwd als een dochteronderneming en worden haar resultaten en balans volledig geconsolideerd. De grondslagen voor financiële verslaggeving van Elia Transmission (België) en 50Hertz Transmission (Duitsland) werden al vóór de acquisitie in overeenstemming gebracht.

De Groep heeft ook een participatie van 50% in NemoLink Ltd, de entiteit die een elektrische interconnector heeft gebouwd en uitbaat tussen het Verenigd Koninkrijk en België. Nemo Link is een joint venture met National Grid Ventures (VK) en is operationeel sinds 30 januari 2019 met een transfercapaciteit van 1000 MW.

Met ongeveer 2.300 medewerkers en een netwerk van zo'n 18.600 km hoogspanningsverbindingen ten dienste van 30 miljoen eindconsumenten behoort de Elia groep tot de top 5 van de Europese TNB's. Ze staat in voor de efficiënte, betrouwbare en zekere transmissie van elektriciteit van producenten naar distributienetbeheerders en grote industriële gebruikers, alsook voor de import en export van elektriciteit van en naar de buurlanden. De Groep is een drijvende kracht in de ontwikkeling van de Europese elektriciteitsmarkt en de integratie van hernieuwbare energie. Naast haar activiteiten als netbeheerder in België en Duitsland biedt de Elia groep aan bedrijven een waaier van consultancy- en engineeringactiviteiten aan. De Groep treedt op onder de wettelijke entiteit Elia System Operator, een beursgenoteerd bedrijf met Publi-T, een gemeentelijke holding, als referentieaandeelhouder.

2. Basis voor presentatie

2.1. Conformiteitsverklaring

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS), zoals aangenomen voor gebruik in de Europese Unie. De Groep heeft alle door de IASB gepubliceerde nieuwe en herziene standaarden en interpretaties toegepast die toepasselijk zijn voor de activiteiten van de Groep en die gelden voor boekjaren die beginnen op 1 januari 2018.

Nieuwe en herziene standaarden en interpretaties

Indien een standaard of aanpassing een invloed heeft voor de Groep, is deze uitgelegd hieronder, samen met de impact:

IFRS 9: Financiële instrumenten weerspiegelt alle fasen van het project met betrekking tot financiële instrumenten en vervangt IAS 39: Financiële instrumenten: Opname en Waardering en alle vorige versies van IFRS 9. In de standaard worden nieuwe vereisten ingevoerd voor classificatie en waardering, bijzondere waardevermindering en hedge accounting.

De Groep heeft ervoor gekozen om de vrijstelling in IFRS 9 met betrekking tot de overgang voor classificatie, waardering en bijzondere waardevermindering toe te passen en heeft bijgevolg de vergelijkende perioden in het jaar van eerste toepassing niet aangepast. Daarnaast heeft de Groep ervoor gekozen om, in overeenstemming met IFRS 9, veranderingen in de reële waarde van een deelneming die niet wordt aangehouden voor handelsdoeleinden op te nemen in de niet-gerealiseerde resultaten.

De Groep heeft ook de impact van de drie aspecten van IFRS 9 in detail onderzocht.

(i) Classificatie en waardering

Handelsvorderingen worden aangehouden om contractuele kasstromen te innen, en zullen naar verwachting leiden tot kasstromen die uitsluitend kapitaalaflossingen en rentebetalingen betreffen. De Groep heeft de kenmerken van de contractuele kasstroom van die instrumenten geanalyseerd en heeft besloten dat ze voldoen aan de criteria voor waardering tegen geamortiseerde kostprijs volgens IFRS 9.

Het is de bedoeling om deelnemingen in niet-beursgenoteerde ondernemingen aan te houden tot in de nabije toekomst. In voorgaande perioden zijn voor die investeringen geen bijzondere waardeverminderingsverliezen opgenomen in de winst-enverliesrekening. De Groep heeft besloten om gebruik te maken van de optie om veranderingen in de reële waarde op te nemen onder de niet-gerealiseerde resultaten.

De impact van de wijziging voor de Groep wat betreft deelnemingen in niet-beursgenoteerde ondernemingen wordt hieronder uiteengezet:

De impact van deze wijziging op het eigen vermogen van de Groep is als volgt:

* Niet-verhandelbare aandelen aangehouden binnen 50Hertz Transmission (Duitsland) werden per 1 januari 2018 geherwaardeerd voor een bedrag van € 5,4 miljoen (tegen 100%).

Er is geen impact op de verslaggeving van financiële verplichtingen door de Groep, aangezien de nieuwe voorschriften alleen betrekking hebben op de verslaggeving van financiële verplichtingen die zijn aangewezen als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in winst of verlies. De Groep beschikt niet over dergelijke verplichtingen. IFRS 9 heeft geen invloed op de grondslagen voor financiële verslaggeving voor de verwijdering van financiële activa en verplichtingen uit de balans.

(ii) Bijzondere waardevermindering

Volgens IFRS 9 moet de Groep verwachte kredietverliezen boeken op al haar obligaties, leningen en handelsvorderingen, of op jaarbasis, of op levensduurbasis.

De beoordeling voor het Belgische segment gaf aan dat door de toepassing van de methode op basis van verwachte kredietverliezen op 1 januari 2018 de voorziening voor verliezen op handelsvorderingen op die datum moet toenemen met € 0,3 miljoen ten opzichte van de voorziening voor handelsvorderingen die is opgenomen volgens IAS 39. De uitgestelde belastingvorderingen zouden stijgen met € 0,1 miljoen en de nettowinst voor de periode zou dalen met € 0,2 miljoen.

Een gelijkaardige beoordeling voor het Duitse segment gaf aan dat door de toepassing van de methode op basis van verwachte kredietverliezen per 1 januari 2018 de voorziening voor verliezen op handelsvorderingen op die datum moest toenemen met € 0,2 miljoen ten opzichte van de voorziening voor handelsvorderingen die is opgenomen volgens IAS 39. De uitgestelde belastingvorderingen zouden stijgen met minder dan € 0,1 miljoen en de nettowinst voor de periode zou dalen met € 0,2 miljoen.

(iii) Hedge accounting

Volgens de gewijzigde voorschriften voor hedge accounting kunnen meer afdekkingsrelaties in aanmerking komen voor hedge accounting, aangezien de nieuwe standaard een benadering introduceert die meer op beginselen is gebaseerd. Op 1 januari 2018 konden er echter geen nieuwe afdekkingsrelaties worden aangewezen.

IFRS 15: Opbrengsten uit contracten met klanten (van kracht vanaf 1 januari 2018) voorziet in een nieuw, uitgebreid kader om te bepalen of, hoeveel en wanneer opbrengsten moeten worden opgenomen. De standaard vervangt de bestaande richtsnoeren voor de opname van opbrengsten, waaronder IAS 18: Opbrengsten, IAS 11: Onderhanden projecten in opdracht van derden, IFRIC 18: Overdracht van activa van klanten en IFRIC 13: Loyaliteitsprogramma's.

De Groep heeft de beoordeling van de impact van de toepassing van IFRS 15 voor de geconsolideerde jaarrekening afgerond en voorziet enkel een impact als gevolg van de toepassing van IFRIC 18. De Groep heeft gekozen voor de volledige retroactieve toepassing van IFRS 15. Dat betekent dat de vergelijkende cijfers werden herwerkt om rekening te houden met de gevolgen van IFRS 15. De Groep heeft ook gebruikgemaakt van de praktische hulpmiddelen voor voltooide contracten, wat betekent dat er geen aanpassing was van voltooide contracten die in dezelfde vergelijkende periode begonnen en eindigden, of van contracten die aan het begin van de vroegste voorgestelde periode werden voltooid.

De Groep heeft een aantal standaardcontracten voor haar klanten waaronder het grootste deel van haar opbrengsten valt. Die contracten zijn specifiek voor elk segment. De analyse van de mogelijke impact van IFRS 15 gebeurde bijgevolg door middel van een doorlichting van die standaardcontracten. De onderstaande tabel biedt een overzicht van de verschillende opbrengstklassen met verwijzing naar de bijbehorende contracten en het resultaat van de mogelijke impact van IFRS 15.

(in miljoen EUR) –
Deelnemingen in niet-beursgenoteerde bedrijven
Voor verkoop
beschikbare activa
Reële waarde via
Niet-gerealiseerde
resultaten
Balans op 31 december 2017 – IAS 39 0,2 0,0
Herclassificatie van niet-verhandelde aandelen van Voor verkoop
beschikbare activa naar Reële Waarde via Niet-gerealiseerde resultaten
(0,2) 0,2
Balans op 1 januari 2018 – IFRS 9 0,0 0,2
(in miljoen EUR) – Deelnemingen in niet-beursgenoteerde bedrijven Impact op Eigen
vermogen van de Groep
Herwaardering van niet-verhandelde aandelen van 'Voor verkoop beschikbare activa' naar
'Reële Waarde via Niet-gerealiseerde resultaten' - Elia Transmissie (België)
0,0
Herwaardering van niet-verhandelde aandelen van 'Voor verkoop beschikbare activa' naar
'Reële Waarde via Niet-gerealiseerde resultaten' - 50Hertz Transmissie (Duitsland) (*)
3,2
Impact op overgedragen resultaten van de Groep 3,2
Klasse van
opbrengsten
(per segment)
Klasse van
opbrengsten
(Groep)
Contracten Status analyse Toepassing IFRS 15 Verandering boekhoudregel Verandering bedrag
opbrengsten
Verandering moment van
opbrengst
Impact op eigen vermogen bij
heropening 01/01/2018 (voor
belastingen) (*)
Opbrengsten Elia Transmission (België)
Aansluitingen Opbrengsten Aansluitingscontract compleet ja nee nee nee 0,0
Beheer en ontwikkeling van
de netwerkinfrastructuur
Opbrengsten Toegangscontract compleet ja nee nee nee 0,0
Beheer van het elektrisch
systeem
Opbrengsten Toegangscontract compleet ja nee nee nee 0,0
Compensatie van
onevenwichten
Opbrengsten ARP contract compleet ja nee nee nee 0,0
Marktintegratie Opbrengsten ARP contract compleet ja nee nee nee 0,0
Internationale inkomsten Opbrengsten Congestie opbrengsten compleet ja nee nee nee 0,0
Overige bedrijfsopbrengsten Overdracht van activa van klanten Tussenkomst klanten compleet ja ja nee ja (63,3)
Overige bedrijfsopbrengsten Opbrengsten EGI contracten compleet ja nee nee nee 0,0
Overige bedrijfsopbrengsten Optimaal gebruik van activa Telecom contracten compleet ja nee nee nee 0,0
Opbrengsten 50Hertz Transmission (Duitsland) (aan 100%)
Verticale netwerktarieven n/a Contract gebruik netwerk compleet ja nee nee nee 0,0
Ondersteunende diensten n/a Contract voor
balancingsgroepen
compleet ja nee nee nee 0,0
Overige bedrijfsopbrengsten n/a Tussenkomst klanten compleet ja ja nee ja (23,5)
DC
Overige bedrijfsopbrengsten n/a

(*) De aanpassingen van het eigen vermogen van 50Hertz Transmission (Duitsland) zijn weergegeven aan 100%. Die aanpassingen hebben een impact van 60% op het geconsolideerde eigen vermogen van de Groep. Bijgevolg bedraagt de totale impact op het eigen vermogen van de Groep € 77,4 miljoen.

Volgens IFRIC 18 werden tussenkomsten van klanten volledig opgenomen als opbrengsten, terwijl volgens IFRS 15 dergelijke vergoedingen moeten worden opgenomen als uitgestelde opbrengsten en gespreid over de levensduur van het onderliggende actief.

Onderstaande tabellen tonen de impact van de omschakeling naar IFRS 15 op de opbrengsten van de segmenten Elia Transmission (België) en 50Hertz Transmission (Duitsland):

Opbrengsten Elia Transmission (België) 31 december
2017
zoals gerapporteerd
31 december
2017
herwerkt
31 december
2017
verschil
Aansluitingen 42,2 42,2 0,0
Beheer en ontwikkeling van de netwerkinfrastructuur 479,2 479,2 0,0
Beheer van het elektrisch systeem 118,5 118,5 0,0
Compensatie van onevenwichten 170,7 170,7 0,0
Marktintegratie 24,3 24,3 0,0
Internationale inkomsten 47,3 47,3 0,0
Overige bedrijfsopbrengsten 81,7 61,4 (20,4)
Subtotaal opbrengsten & overige bedrijfsopbrengsten 963,9 943,6 (20,4)
Afrekeningsmechanisme: afwijkingen goedgekeurd budget (92,3) (92,3) 0,0
Totaal opbrengsten & overige bedrijfsopbrengsten 871,7 851,3 (20,4)
Opbrengsten 50Hertz Transmission (Duitsland) 31 december
2017
zoals gerapporteerd
31 december
2017
herwerkt
31 december
2017
verschil
Verticale netwerktarieven 1.241,4 1.241,4 0,0
Horizontale netwerktarieven 210,2 210,2 0,0
Ondersteunende diensten 94,0 94,0 0,0
Overige bedrijfsopbrengsten 72,7 73,5 0,8
Subtotaal opbrengsten & overige bedrijfsopbrengsten 1.618,3 1.619,1 0,8
Afrekeningsmechanisme: terug te geven in huidige tarifaire (288,9) (288,9) 0,0
periode
Totaal opbrengsten & overige bedrijfsopbrengsten
1.329,4 1.330,2 0,8

De samengevatte impact op de opbrengsten van de Groep is als volgt:

(in miljoen EUR) - Periode eindigend per 31 december
2017
31 december
2017
31 december
2017
Opbrengsten zoals gerapporteerd herwerkt verschil
Opbrengsten 806,4 806,4 0,0
Overdracht van activa van klanten 22,1 1,7 (20,4)
Totaal opbrengsten 828,5 808,2 (20,4)
Overige bedrijfsopbrengsten
Diensten en technische expertise (0,3) (0,3) 0,0
Intern geproduceerde vaste activa 25,5 25,5 0,0
Optimaal gebruik van activa 14,3 14,3 0,0
Andere 18,5 18,5 0,0
Meerwaarde op realisatie MVA 1,0 1,0 0,0
Totaal overige bedrijfsopbrengsten 59,0 59,0 0,0

De ondernemingen die zijn opgenomen in het segment 50Hertz Transmission Duitsland zijn per 31 december 2017 verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode (tegen 60%). De impact van IFRS 15 op de opname van hun opbrengsten wordt daarom weergegeven onder de post 'Aandeel in de winst uit investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode (na winstbelastingen)' in de resultaten van de Groep.

De samengevatte impact op de opbrengsten van de Groep is als volgt:

Kerncijfers (in miljoen EUR) 31 december
2017
zoals gerapporteerd
31 december
2017
herwerkt
31 december
2017
verschil
Totaal opbrengsten 887,5 867,1 (20,4)
Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens
vermogensmutatiemethode (na winstbelastingen)
108,7 109,1 0,4
Winstbelastingen (39,1) (39,6) (0,5)
Nettowinst 229,1 208,6 (20,6)
Balanstotaal 6.596,5 6.582,3 (14,2)
Eigen vermogen 2.640,7 2.563,3 (77,4)
Kerncijfers per aandeel
Gewone winst per aandeel (EUR) 3,76 3,42 (0,34)
Eigen vermogen per aandeel (EUR) 43,36 42,09 (1,27)

De inkomstenbelastingen, zoals weergegeven in bovenstaande tabel, omvatten het gecombineerde effect van bijkomende tijdelijke verschillen die gedurende het boekjaar 2017 zijn opgebouwd en die hebben geleid tot een verhoogde uitgestelde belastingverplichting van € 6,9 miljoen, evenals een compenserend effect als gevolg van de herwaardering van de gecumuleerde tijdelijke verschillen tegen de lagere belastingtarieven, zoals vastgesteld in het kader van de belastinghervorming, met een effect van € 7,4 miljoen.

Algemeen effect van nieuwe, herziene of gewijzigde IASB-standaarden: Als gevolg van de wijzigingen in de grondslagen voor financiële verslaggeving van de entiteit voor IFRS 15 en IFRS 9, moesten de vergelijkende cijfers en de openingsbalansen worden herwerkt. Zoals hierboven aangegeven, werd IFRS 9 in het algemeen toegepast zonder vergelijkende informatie te herwerken. De herclassificaties en de aanpassingen die voortvloeien uit de nieuwe regels voor bijzondere waardevermindering zijn bijgevolg niet verwerkt in de herwerkte balans per 31 december 2017, maar zijn wel opgenomen in de openingsbalans per 1 januari 2018.

In de volgende tabellen wordt per afzonderlijke post aangegeven welke aanpassingen zijn verwerkt.

Verkorte geconsolideerde balans
(in miljoen EUR) 31 december
2017 zoals
gerapporteerd
IFRS 15 31 december
2017
herwerkt
IFRS 9 1 januari
2018
herwerkt
ACTIVA
VASTE ACTIVA 6.093,2 (14,1) 6.079,1 3,2 6.082,3
Materiële vaste activa 3.202,4 0,0 3.202,4 0,0 3.202,4
Immateriële activa en goodwill 1.738,6 0,0 1.738,6 0,0 1.738,6
Handels- en overige vorderingen 147,8 0,0 147,8 0,0 147,8
Investeringen opgenomen volgens de 942,7 (14,1) 928,6 3,1 931,7
vermogensmutatiemethode
Overige financiële vaste activa (incl. derivaten)
60,9 0,0 60,9 0,0 60,9
Uitgestelde belastingvorderingen 1,0 0,0 1,0 0,1 1,0
VLOTTENDE ACTIVA 503,2 0,0 503,2 (0,3) 502,9
Voorraden 13,6 0,0 13,6 0,0 13,6
Handels- en overige vorderingen 281,1 0,0 281,1 (0,3) 280,8
Actuele belastingvorderingen 3,8 0,0 3,8 0,0 3,8
Geldmiddelen en kasequivalenten 195,2 0,0 195,2 0,0 195,2
Over te dragen kosten en verkregen opbrengsten 9,6 0,0 9,6 0,0 9,6
Totaal activa 6.596,5 (14,1) 6.582,3 2,9 6.585,2
EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN
EIGEN VERMOGEN 2.641,8 (77,4) 2.564,4 2,9 2.567,3
Eigen vermogen toe te rekenen aan de eigenaars
van de Vennootschap
2.640,7 (77,4) 2.563,3 2,9 2.566,2
Aandelenkapitaal 1.517,6 0,0 1.517,6 0,0 1.517,6
Uitgiftepremie 11,9 0,0 11,9 0,0 11,9
Reserves 173,0 0,0 173,0 0,0 173,0
Ingehouden winsten 938,2 (77,4) 860,8 2,9 863,7
Minderheidsbelang 1,1 0,0 1,1 0,0 1,1
LANGLOPENDE VERPLICHTINGEN 2.984,6 63,3 3.047,9 0,0 3.047,9
Leningen en overige langlopende
financieringsverplichtingen
2.834,7 0,0 2.834,7 0,0 2.834,7
Personeelsbeloningen 84,3 0,0 84,3 0,0 84,3
Voorzieningen 20,8 0,0 20,8 0,0 20,8
Uitgestelde belastingverplichtingen 40,9 (21,4) 19,5 0,0 19,5
Overige verplichtingen 3,8 84,6 88,5 0,0 88,5
KORTLOPENDE VERPLICHTINGEN 970,0 0,0 970,0 0,0 970,0
Leningen en overige financieringsverplichtingen 49,5 0,0 49,5 0,0 49,5
Voorzieningen 4,5 0,0 4,5 0,0 4,5
Handelsschulden en overige schulden 378,5 0,0 378,5 0,0 378,5
Actuele belastingverplichtingen 2,9 0,0 2,9 0,0 2,9
Over te dragen opbrengsten en toe te rekenen 534,6 0,0 534,6 0,0 534,6
kosten
Totaal Eigen vermogen en verplichtingen
6.596,5 (14,1) 6.582,3 2,9 6.585,2

Verkorte geconsolideerde winst- en verliesrekening

(in miljoen EUR) – 31 december 2017 2017 zoals gerapporteerd IFRS 15 2017
herwerkt
Voortgezette bedrijfsactiviteiten
Opbrengsten 828,5 (20,4) 808,2
Grond- en hulpstoffen (9,6) 0,0 (9,6)
Overige bedrijfsopbrengsten 59,0 0,0 59,0
Diensten en overige goederen (344,4) 0,0 (344,4)
Personeelskosten (147,2) 0,0 (147,2)
Afschrijvingen en waardeverminderingen (131,2) 0,0 (131,2)
Wijziging in voorzieningen 0,4 0,0 0,4
Overige bedrijfskosten (19,6) 0,0 (19,6)
Resultaat uit bedrijfsactiviteiten 235,9 (20,4) 215,5
Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen
volgens vermogensmutatiemethode (na belastingen)
108,7 0,3 109,1
Resultaten voor intrest en belastingen (EBIT) 344,6 (20,1) 324,6
Nettofinancieringslasten (76,5) 0,0 (76,5)
Financieringsbaten 5,5 0,0 5,5
Financieringslasten (81,9) 0,0 (81,9)
Winst vóór winstbelastingen 268,2 (20,1) 248,1
Winstbelastingen (39,1) (0,5) (39,5)
Winst op voorgezette bedrijfsactiviteiten 229,1 (20,5) 208,6
Winst over de verslagperiode 229,1 (20,5) 208,6
Winst toe te rekenen aan
Eigenaars van de Vennootschap 229,1 (20,5) 208,6
Minderheidsbelang 0,0 0,0 0,0
Winst over de verslagperiode 229,1 (20,5) 208,6

Verkorte geconsolideerde winst-en-verliesrekening en niet-gerealiseerde resultaten

(in miljoen EUR) – 31 december 2017 2017 zoals
gerapporteerd
IFRS 15 2017
herwerkt
Winst over de verslagperiode 229,1 (20,5) 208,6
Niet-gerealiseerde resultaten
Elementen die zijn of kunnen overgeboekt worden naar de winst- en verliesrekening:
Effectief deel van aanpassingen in de reële waarde van
kasstroomafdekkingen
9,4 0,0 9,4
Belastingimpact op deze elementen (3,2) 0,0 (3,2)
Elementen die nooit naar de winst- en verliesrekening worden
overgeboekt:
Herwaarderingen van verplichtingen voor vergoedingen na uitdiensttreding (13,7) 0,0 (13,7)
Investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode - deel van
niet-gerealiseerde resultaten
1,1 0,0 1,1
Belastingimpact op deze elementen 2,3 0,0 2,3
Niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar, na belastingen: (4,1) 0,0 (4,1)
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar 225,0 (20,5) 204,5
Winst toe te rekenen aan:
Eigenaars van de Vennootschap 225,0 (20,5) 204,5
Minderheidsbelang 0,0 0,0 0,0
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar 225,0 (20,5) 204,5

Naast IFRS 9 en IFRS 15 werden in 2018 een aantal andere standaarden, amendementen en interpretaties van kracht met beperkte of geen impact voor de Groep:

  • Verduidelijking van de classificatie en waardering van op aandelen gebaseerde betalingstransacties (wijzigingen in IFRS 2 – van kracht vanaf 1 januari 2018). De IASB heeft wijzigingen in IFRS 2 'Op aandelen gebaseerde betalingen' gepubliceerd die betrekking hebben op drie belangrijke gebieden: de effecten van voorwaarden voor onvoorwaardelijke toezegging op de waardering van een op aandelen gebaseerde betalingstransactie die wordt afgewikkeld in geldmiddelen; de classificatie van een op aandelen gebaseerde betalingstransactie die netto wordt afgewikkeld na inhouding van bronbelasting; en de verwerking van een op aandelen gebaseerde betalingstransactie wanneer door een wijziging van de voorwaarden de afwikkeling in eigenvermogensinstrumenten zal plaatsvinden in plaats van in geldmiddelen. Deze wijziging had geen impact op de Groep.
  • Transacties in vreemde valuta en vooruitbetalingen (IFRIC 22 van kracht vanaf 1 januari 2018) De interpretatie verduidelijkt

hoe de transactiedatum moet worden bepaald voor de wisselkoers die moet worden gebruikt bij de eerste opname van gerelateerde activa, uitgaven of inkomsten wanneer een entiteit vooraf een vergoeding betaalt of ontvangt voor contracten in vreemde valuta. Deze wijziging had geen impact op de Groep.

Overdrachten van vastgoedbeleggingen (wijzigingen in IAS 40 – van kracht vanaf 1 januari 2018) De wijzigingen verduidelijken dat overdrachten naar of van vastgoedbeleggingen enkel mogelijk zijn als er een verandering in het gebruik heeft plaatsgevonden die door bewijzen wordt gestaafd. Een verandering in gebruik vindt plaats wanneer het vastgoed beantwoordt of niet langer beantwoordt aan de definitie van vastgoedbelegging. Een verandering in intentie alleen is niet voldoende om een overdracht te

Toepassing van IFRS 9 Financiële instrumenten met IFRS 4 Verzekeringscontracten (wijzigingen in IFRS 4 – van kracht vanaf 1 januari 2018). De wijzigingen hebben tot doel de gevolgen enigszins te beperken van het niet gelijktijdig invoeren van de nieuwe standaard voor financiële instrumenten, IFRS 9 en IFRS 17 Verzekeringscontracten, die IFRS 4 vervangt. De wijzigingen bieden entiteiten die verzekeringscontracten uitgeven twee keuzemogelijkheden: tijdelijke vrijstelling van de toepassing van IFRS 9

  • ondersteunen. De Groep werd niet beïnvloed door deze nieuwe behandeling.
  • en de 'overlay'-benadering. Deze wijzigingen zijn niet van toepassing op de Groep.
  • jaarrekening van de Groep.

Investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures – Verduidelijking dat de waardering van investeringen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening een keuze is per investering (wijzigingen in IAS 28 – van kracht vanaf 1 januari 2018). Deze wijzigingen hebben geen effect op de geconsolideerde

Standaarden, wijzigingen en interpretaties die nog niet van kracht waren in 2018.

De Groep paste onderstaande standaarden, interpretaties of wijzigingen, die op de datum van de bekrachtiging van deze geconsolideerde jaarrekening gepubliceerd maar nog niet van kracht waren, niet voortijdig toe:

IFRS 16 werd gepubliceerd in januari 2016 en vervangt IAS 17: Leaseovereenkomsten, IFRIC 4: Vaststelling of een overeenkomst een leaseovereenkomst bevat, SIC-15: Operationele leases – Stimulansen en SIC 27: Evaluatie van de economische realiteit van transacties, rekening houdend met de juridische vorm van een leaseovereenkomst. In IFRS 16 worden de beginselen omschreven voor de opname, waardering, presentatie en toelichting van leaseovereenkomsten en verplicht leasenemers om alle leaseovereenkomsten op eenzelfde wijze op de balans te rapporteren, gelijkaardig aan de opname van financiële leases volgens IAS 17. De standaard omvat twee vrijstellingen voor de opname voor leasenemers; leaseovereenkomsten van activa met lage waarde (bijvoorbeeld pc's) en kortlopende leaseovereenkomsten (d.w.z. leaseovereenkomsten met een leaseperiode van 12 maanden of minder). Op de aanvangsdatum van een leaseovereenkomst neemt een leasenemer een verplichting op om leasebetalingen te verrichten (d.w.z. de leaseverplichting) en een actief dat het recht vertegenwoordigt om het onderliggende actief gedurende de leaseperiode te gebruiken (d.w.z. het actief met gebruiksrecht). Leasenemers moeten de rentelasten op de

leaseverplichting en de afschrijvingskosten op het actief afzonderlijk erkennen.

Leasenemers zijn ook verplicht om de leaseverplichting te herwaarderen wanneer zich bepaalde gebeurtenissen voordoen (bijvoorbeeld een wijziging in de leaseperiode of een wijziging in toekomstige leasebetalingen als gevolg van een wijziging aan een index of rentevoet die wordt gebruikt om de betalingen te bepalen). De leasenemer zal in het algemeen het bedrag van de herwaardering van de leaseverplichting opnemen alsook een aanpassing doorvoeren ten opzichte van het actief dat het gebruiksrecht vertegenwoordigt.

Voor de leasegever blijft de financiële verslaggeving volgens IFRS 16 in wezen ongewijzigd ten opzichte van de huidige financiële verslaggeving volgens IAS 17. Leasegevers blijven alle leaseovereenkomsten classificeren volgens hetzelfde classificatieprincipe als in IAS 17 en maken een onderscheid tussen twee soorten leaseovereenkomsten: operationele en financiële leases.

Volgens IFRS 16 moeten leasenemers en leasegevers uitgebreidere informatie verstrekken dan op grond van IAS 17 vereist is.

IFRS 16 is van toepassing op boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2019. Vervroegde toepassing is toegestaan, maar niet vooraleer een entiteit IFRS 15 toepast. Een leasenemer kan ervoor kiezen de standaard toe te passen volgens een volledige retroactieve of een gewijzigde retroactieve benadering. De overgangsbepalingen van de standaard staan bepaalde vrijstellingen toe.

Overgang naar IFRS 16

De Groep is van plan om IFRS 16 toe te passen op basis van de gewijzigde retroactieve benadering, d.w.z. dat zij de standaard zal toepassen op haar leaseovereenkomsten met een cumulatief effect op de datum dat de standaard eerst van toepassing is.

In overeenstemming met de standaard voor leaseovereenkomsten kiest de Groep ervoor om de volgende vrijstellingen te gebruiken bij de toepassing van IFRS 16:

• Korte termijn-leaseovereenkomsten, d.w.z. duur van de overeenkomst van minder dan een jaar;

    • leaseovereenkomsten waarvoor het onderliggende actief van lage waarde is;
    • immateriële activa.

De belangrijkste oordelen en veronderstellingen in het bepalen van het leaseactief en de verplichting zijn de volgende: • We hebben gebruikgemaakt van de praktische hulpmiddelen, d.w.z. één disconteringsvoet per groep contracten, gebundeld per looptijd. Er werd verondersteld dat deze leaseovereenkomsten gelijkaardige kenmerken hebben. Er werd geen gebruik gemaakt van achteraf verkregen kennis. De gebruikte disconteringsvoet is de beste raming van de Groep voor de gewogen gemiddelde marginale rentevoet.

-

• De Groep heeft de niet-opzegbare periode van elk van de contracten beoordeeld in het kader van IFRS 16. Dit omvat de periode die wordt gedekt door een optie om de leaseovereenkomst te verlengen, indien de leasenemer redelijk zeker is dat hij die optie kan uitoefenen. Zeker wanneer het gaat om kantoorhuurcontracten heeft de Groep haar beste raming gemaakt van de niet-opzegbare periode op basis van alle informatie waarover de Groep beschikt.

In 2018 heeft de Groep een gedetailleerde impactanalyse voor IFRS 16 uitgevoerd en voltooid. Samengevat is de verwachte impact van de toepassing van IFRS 16 op de balans als volgt:

(in miljoen EUR) Impact van IFRS16
op 1 january 2019
Materiële vaste activa (gebruiksrecht activum) 95,8
Leaseverplichting 95,8

Aangezien de activa van de Groep op de overgangsdatum gelijk zijn aan verplichtingen, heeft dit geen impact op de winst- en verliesrekening op de toepassingsdatum.

De operationele leaseverplichtingen van de Groep volgens IAS 17, zoals vermeld in toelichting 8.2, en de leaseverplichting van de Groep volgens IFRS 16, zoals hierboven aangegeven, kunnen als volgt worden gecombineerd:

(in miljoen EUR) Reconciliatie IAS
17 naar IFRS 16
Minimale leasebetalingen volgens IAS 17 per 31 december 2018 53,7
Contracten buiten beschouwing voor IFRS 16 (5,6)
Effect van verdiscontering (21,8)
Effect van leasetermijn assumpties 69,5
Leaseverplichting erkend bij eerste toepassing van IFRS16 per 1 januari 2019 95,8

Contracten die buiten het toepassingsgebied van IFRS 16 vallen, zijn meestal contracten waarbij (i) geen specifieke activa werden geïdentificeerd, of waarbij (ii) wanneer activa werden geïdentificeerd in het contract, de Groep er geen controle over kan uitoefenen.

Het effect van veronderstellingen over de leasetermijn komt voort uit de schatting van de meest waarschijnlijke einddatum van het contract volgens IFRS 16, die in bepaalde gevallen verschilt van de einddatum die in het contract is bepaald. Dat is vaak het geval voor contracten waar het waarschijnlijk is dat het contract zal worden verlengd.

  • De volgende standaarden, wijzigingen en interpretaties zijn nog niet van kracht in 2018. De wijzigingen in de onderstaande standaarden, wijzigingen en interpretaties zullen naar verwachting geen significante impact hebben op de jaarrekening, en worden daarom niet verder beschreven:
    • o Wijzigingen aan IFRS 10 en IAS 28: Verkoop of inbreng van activa tussen een investeerder en zijn geassocieerde deelneming of joint venture;
    • o IFRS 17: Verzekeringscontracten;
    • o Jaarlijkse verbeteringen van IFRS-standaarden van Cyclus 2015-2017; vooral gericht op IFRS 3, IFRS 11, IAS12 en IAS 23;
    • o Wijzigingen aan IFRS 9: Vooruitbetalingseigenschappen met negatieve vergoeding;
    • o Wijzigingen aan IAS 28: Langetermijnbelangen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures;
    • o IFRIC Interpretatie 23: Onzekerheid over de behandeling van inkomstenbelasting.
    • o Wijzigingen aan IAS 19: Wijziging, inperking of afwikkeling van een plan;
    • o Wijzigingen aan IAS 1 en IAS 8 met betrekking tot de definitie van materialiteit;
    • o Wijzigingen aan de Verwijzingen naar het conceptueel kader in IFRS-standaarden: Wijzigingen aan het conceptueel kader.

2.2. Functionele en presentatievaluta

De geconsolideerde jaarrekening wordt gepresenteerd in miljoenen euro (de functionele valuta van de Vennootschap), afgerond op het dichtstbijzijnde honderdduizendtal, tenzij anders vermeld.

2.3. Waarderingsbasis

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld op basis van historische kosten, uitgezonderd de afgeleide financiële instrumenten, die tegen reële waarde worden gewaardeerd. Vaste activa worden gewaardeerd tegen de laagste boekwaarde en de realiseerbare waarde van de te verkopen activa. Personeelsbeloningen worden gewaardeerd tegen de huidige waarde van de beloofde personeelsverplichtingen, minus de reële waarde van de fondsbeleggingen. Wijzigingen in de reële waarde van financiële activa worden in de niet-gerealiseerde resultaten verwerkt.

2.4. Gebruik van ramingen en oordelen

De opstelling van de geconsolideerde jaarrekening in overeenstemming met IFRS vereist dat het management beoordelingen, schattingen en veronderstellingen maakt die een impact kunnen hebben op de gerapporteerde bedragen van activa en passiva en baten en lasten. De schattingen en onderliggende veronderstellingen zijn gebaseerd op ervaringen uit het verleden en diverse andere factoren die gezien de omstandigheden redelijk geacht worden en waarvan de resultaten de basis vormen voor de beoordeling van de boekwaarde van activa en passiva. De uiteindelijke resultaten kunnen verschillen van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend herzien. Herzieningen van boekhoudkundige schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien indien de herziening enkel die periode beïnvloedt, of in de periode van de herziening en toekomstige periodes indien de herziening zowel huidige als toekomstige periodes beïnvloedt.

De volgende rubrieken bevatten informatie over belangrijke punten van schattingsonzekerheden en kritische oordelen bij de toepassing van de grondslagen die het meest van invloed zijn op de bedragen opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening:

• Het nettoresultaat van het Belgische en het Duitse segment wordt vooral bepaald door berekeningsmethodes die zijn vastgesteld door respectievelijk de Belgische federale regulator, m.n. de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas ("CREG"), en de Duitse federale regulator, m.n. het Bundesnetzagentur ("BNetzA"). Voor bepaalde berekeningen is

• Consolidatie van entiteiten waarin de Groep minder dan 20% van de stemrechten bezit, maar een invloed van betekenis heeft: volgens IFRS 10 beoordeelt de Groep of zij aanzienlijke invloed heeft op haar geassocieerde deelnemingen en moet zij deze bijgevolg consolideren. Dit wordt opnieuw beoordeeld bij elke verslagperiode (zie ook Toelichting 6.4);

• In de loop van het jaar werd een bijkomende participatie verworven in Eurogrid International cvba, de holdingmaatschappij van 50Hertz Transmission (Duitsland). In overeenstemming met IFRS 3 en de richtlijnen voor stapsgewijze overnames, moest de bestaande participatie worden geherwaardeerd naar de reële waarde op de datum van de transactie. Daarvoor was een

• Uitgestelde belastingvorderingen worden slechts opgenomen voor het overdragen van ongebruikte fiscale verliezen en ongebruikte belastingvoordelen in de mate dat het waarschijnlijk is dat toekomstige belastbare winsten beschikbaar zullen zijn waartegen deze ongebruikte fiscale verliezen en ongebruikte belastingvoordelen kunnen worden aangewend. Bij de beoordeling houdt het management rekening met elementen zoals de bedrijfsstrategie op lange termijn en mogelijkheden van

• Kredietrisico ten opzichte van klanten: het management controleert nauwgezet de uitstaande handelsvorderingen en houdt hierbij ook rekening met de ouderdom van de vordering, de betalingshistoriek en de dekking van kredietrisico's (zie

o De Groep beschikt over toegezegde pensioenregelingen en bijdrageregelingen, die behandeld worden in Toelichting 6.13. De berekening van de activa en verplichtingen met betrekking tot deze regelingen is gebaseerd op actuariële en statistische veronderstellingen. Dat is bijvoorbeeld het geval voor de huidige waarde van toekomstige pensioenverplichtingen. De huidige waarde wordt onder andere beïnvloed door veranderingen in disconteringsvoeten en financiële veronderstellingen zoals toekomstige loonstijgingen. Daarnaast wordt de huidige waarde van toekomstige pensioenverplichtingen ook beïnvloed door demografische veronderstellingen, zoals de

o Bij het bepalen van de gepaste disconteringsvoet gebruikt het management de rentevoeten van bedrijfsobligaties in dezelfde valuta, d.w.z. de euro, met een minimale rating AA, zoals bepaald door minstens één groot ratingbureau, en geëxtrapoleerd volgens de rendementscurve om in lijn te zijn met de verwachte termijn van de brutoverplichting. Obligaties met een hogere en lagere rentevoet worden uitgesloten bij het bepalen van de gepaste

- een oordeel nodig. Meer informatie hierover is te vinden in Toelichtingen 6.17, 9.1.4 en 9.2.3.

  • belangrijk oordeel nodig. Meer details daarover zijn opgenomen in Toelichting 7.1.
  • belastingplanning op lange termijn (zie Toelichting 6.6);
  • Toelichting 8.1);
  • Personeelsbeloningen inclusief restitutierechten zie Toelichting 6.13:
    • gemiddelde veronderstelde pensioenleeftijd.
    • rendementscurve;
    • specifieke kenmerken van de verplichtingen.
  • 6.14).
  • van de bijbehorende processen of procedures (zie Toelichting 6.14).
  • vlak van economisch gebruik.

o Om de overeenkomstige huidige waarde te berekenen, worden de rentevoeten van de rendementscurve toegepast op de geraamde kasstroom van elke regeling. Vervolgens wordt één disconteringsvoet vastgesteld die dezelfde huidige waarde oplevert. De uiteindelijke disconteringsvoet weerspiegelt dus zowel het huidige renteklimaat als de

• Voorzieningen voor milieusaneringskosten: op het einde van elk jaar wordt een schatting gemaakt van de toekomstige kosten met betrekking tot bodemsanering op basis van het advies van een deskundige. De omvang van deze saneringskosten hangt af van een beperkt aantal onzekerheden, met inbegrip van de identificatie van nieuwe bodemverontreinigingen (zie Toelichting

• Overige voorzieningen zijn bepaald op basis van de waarde van de ingestelde vorderingen of het geschatte bedrag van de risicoblootstelling. De verwachte timing van de bijbehorende uitgaande kasstromen is afhankelijk van de voortgang en de duur

• Onderzoek op waardevermindering op goodwill: de Groep analyseert de waardevermindering op goodwill en kasstroomgenererende eenheden (KGE) op de verslagdatum, en wanneer er indicaties zijn dat de boekwaarde mogelijk hoger is dan de realiseerbare waarde. Deze analyse is gebaseerd op veronderstellingen over onder andere de evolutie van de markt, het marktaandeel, de evolutie van de marge en disconteringvoeten (zie Toelichting 6.2).

• Waardering tegen reële waarde van financiële instrumenten: wanneer de reële waarde van financiële activa en financiële passiva in de balans niet kan worden bepaald op basis van genoteerde prijzen op actieve markten, wordt hun reële waarde bepaald met behulp van waarderingstechnieken. Voor deze waarderingstechnieken wordt, waar mogelijk, gebruikgemaakt van gegevens uit waarneembare markten. Wanneer dit niet mogelijk is, is enige mate van oordeelsvorming noodzakelijk om de reële waarde te bepalen. Veranderingen in de reële waarde van een afgeleid afdekkingsinstrument dat is aangemerkt als een kasstroomafdekking, worden rechtstreeks opgenomen als niet-gerealiseerde resultaten, voor zover de afdekking effectief is. Het niet-effectieve deel wordt in de winst- en verliesrekening opgenomen (zie Toelichting 6.18).

• De gebruiksduur van de vaste activa wordt bepaald op basis van de werkelijke afschrijving van elk actief. De afschrijvingen voor materiële vaste activa worden voornamelijk berekend op basis van de gebruiksduur bepaald door het regelgevende kader in België en Duitsland, wat wordt beschouwd als de best mogelijke benadering van de werkelijke gebeurtenissen op het

2.5. Goedkeuring door de Raad van Bestuur

Op 21 maart 2019 heeft de Raad van Bestuur deze geconsolideerde jaarrekening goedgekeurd voor publicatie.

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving

3.1. Grondslagen voor consolidatie

DOCHTERONDERNEMINGEN

Een dochteronderneming is een entiteit die door de Vennootschap wordt gecontroleerd. De Groep controleert een entiteit wanneer zij blootgesteld is aan, of rechten heeft op variabele winsten omwille van haar betrokkenheid bij de entiteit en zij de bevoegdheid heeft om via haar zeggenschap over de entiteit die opbrengsten te beïnvloeden. De jaarrekening van dochterondernemingen is opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening vanaf de datum dat de zeggenschap aanvangt tot de datum dat de zeggenschap ophoudt. De grondslagen voor financiële verslaggeving van dochterondernemingen worden, waar nodig, gewijzigd om ze overeen te laten komen met de grondslagen die de Groep toepast. Verliezen die toepasbaar zijn op de minderheidsbelangen in een dochteronderneming worden aan de minderheidsbelangen toegeschreven, zelfs als de minderheidsbelangen hierdoor een negatief saldo op de balans krijgen.

GEASSOCIEERDE DEELNEMINGEN

Een geassocieerde deelneming is een entiteit waarin de Vennootschap een invloed van betekenis maar geen zeggenschap uitoefent over de financiële en operationele beleidslijnen. De geconsolideerde jaarrekening omvat het aandeel van de Groep in de totale opgenomen winsten en verliezen van geassocieerde deelnemingen volgens de vermogensmutatiemethode, vanaf de datum dat de invloed van betekenis aanvangt tot de datum waarop de invloed van betekenis ophoudt. Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen haar participatie in een geassocieerde deelneming overschrijdt, wordt de boekwaarde verminderd tot nul en worden verdere verliezen niet langer opgenomen, behalve in de mate dat de Groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting is aangegaan of betalingen heeft verricht in naam van een geassocieerde deelneming.

BELANGEN IN JOINT VENTURES

Een joint venture is een overeenkomst waarbij de Groep gezamenlijke zeggenschap uitoefent en rechten heeft op de nettoactiva van de overeenkomst, dit in tegenstelling tot gezamenlijke activiteiten waarbij de Groep rechten heeft op de activa en verplichtingen voor de passiva. Belangen in joint ventures worden geboekt volgens de vermogensmutatiemethode. Ze worden initieel verwerkt tegen kostprijs. Na de eerste opname wordt het aandeel van de Groep in de totale opgenomen winsten en verliezen van joint ventures volgens de vermogensmutatiemethode geboekt in de geconsolideerde jaarrekening, vanaf de datum dat de gezamenlijke zeggenschap aanvangt tot de datum waarop de gezamenlijke zeggenschap ophoudt. Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen haar participatie in een joint venture overschrijdt, wordt de boekwaarde verminderd tot nul en worden verdere verliezen niet langer opgenomen, behalve in de mate dat de Groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting is aangegaan of betalingen heeft verricht in naam van een joint venture.

MINDERHEIDSBELANGEN

Minderheidsbelangen worden gewaardeerd tegen hun evenredige deel van de identificeerbare nettoactiva van de overgenomen partij op de aankoopdatum. Wijzigingen in het belang van de Groep in een niet 100%-dochteronderneming die niet leiden tot een verlies van zeggenschap, worden geboekt als transacties van eigen vermogen.

VERLIES VAN ZEGGENSCHAP

Bij het verlies van zeggenschap verwijdert de Groep de activa en passiva van de dochteronderneming, alle minderheidsbelangen en andere componenten van de niet-gerealiseerde resultaten van de dochteronderneming uit de balans. Een eventuele meer- of minwaarde die voortvloeit uit het verlies van zeggenschap wordt opgenomen als winst of verlies. Als de Groep een belang behoudt in de vorige dochteronderneming, dan wordt dit belang aan de reële waarde gewaardeerd op de dag waarop de Groep de zeggenschap verliest. Vervolgens wordt het geboekt als een investering opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode of als een reële waarde via niet-gerealiseerde resultaten, afhankelijk van de invloed die de Groep behoudt.

ELIMINATIE VAN INTRAGROEPSTRANSACTIES

Intragroepssaldi en niet-gerealiseerde winsten en verliezen of baten en lasten die voortvloeien uit intragroepstransacties, worden geëlimineerd bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening.

Niet-gerealiseerde winsten die voortvloeien uit transacties met geassocieerde deelnemingen, worden geëlimineerd in overeenstemming met het belang dat de Groep in de entiteit heeft. Niet-gerealiseerde verliezen worden geëlimineerd op dezelfde wijze als nietgerealiseerde winsten, maar enkel in de mate dat er geen bewijs voorhanden is van een bijzondere waardevermindering.

BEDRIJFSCOMBINATIES EN GOODWILL

Goodwill ontstaat bij de overname van dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde deelnemingen, en vertegenwoordigt het positieve verschil tussen de overgedragen vergoeding en het belang van de Groep in de netto reële waarde van de netto identificeerbare activa, verplichtingen en de voorwaardelijke verplichtingen van de overgenomen partij.

De Groep waardeert goodwill op de aankoopdatum als:

  • de reële waarde van de overgedragen vergoeding; plus
  • het opgenomen bedrag van een minderheidsbelang in de overgenomen partij; plus
  • als de bedrijfscombinatie in fasen verloopt, de reële waarde van het vooraf bestaande vermogensbelang in de overgenomen partij; minus
  • de reële waarde van de identificeerbare overgenomen activa en de aangegane verplichtingen op de aankoopdatum.

Wanneer het verschil negatief is, wordt onmiddellijk een winst op voordelige acquisitie opgenomen in de resultatenrekening.

De overgedragen vergoeding is exclusief bedragen voor de afwikkeling van eerder bestaande relaties. Deze bedragen worden in het algemeen in de winst- en verliesrekening opgenomen.

Transactiekosten die door de Groep worden gemaakt in verband met een bedrijfscombinatie, met uitzondering van de kosten die verband houden met de uitgifte van schuldbewijzen of aandelen, worden als last opgenomen wanneer ze worden gemaakt.

Eventuele voorwaardelijke vergoedingen die moeten worden betaald, worden gewaardeerd tegen de reële waarde op de aankoopdatum. Als de voorwaardelijke vergoeding als eigen vermogen wordt geklasseerd, dan wordt deze niet opnieuw gewaardeerd en wordt de afwikkeling in het eigen vermogen opgenomen. In andere gevallen worden wijzigingen in de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding in de winst- en verliesrekening opgenomen.

3.2. Omrekening in vreemde valuta

TRANSACTIES EN SALDI IN VREEMDE VALUTA

Transacties in vreemde valuta worden omgerekend naar de functionele valuta van de Vennootschap tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Monetaire activa en passiva aangeduid in vreemde valuta op balansdatum worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op die datum. Verschillen die ontstaan bij de omrekening van vreemde valuta worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.

Niet-monetaire activa en passiva die in vreemde valuta op basis van historische kosten worden gewaardeerd, worden omgerekend tegen de wisselkoers op datum van de transactie.

BUITENLANDSE BEDRIJFSACTIVITEITEN

Een buitenlandse activiteit is een entiteit die een dochteronderneming, geassocieerde deelneming, een belang in een joint venture of filiaal van de verslaggevende entiteit is en waarvan de activiteiten zijn gebaseerd of worden uitgevoerd in een ander land dan het land van de verslaggevende entiteit of in een andere valuta dan de valuta van de verslaggevende entiteit.

De financiële verslaggeving van alle entiteiten van de Groep met een functionele valuta die verschilt van de presentatievaluta van de Groep wordt als volgt omgerekend naar de presentatievaluta:

  • activa en passiva worden omgerekend tegen de wisselkoers op de verslagdatum;
  • inkomsten en uitgaven worden omgerekend tegen de gemiddelde wisselkoers van het jaar.

Verschillen die ontstaan bij de omrekening van de netto-investering in buitenlandse dochterondernemingen, belangen in joint ventures en geassocieerde deelnemingen tegen de wisselkoersen bij de sluiting van het boekjaar, worden opgenomen in het eigen vermogen onder Niet-gerealiseerde resultaten. Bij de (gedeeltelijke) verkoop van buitenlandse dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde deelnemingen worden de gecumuleerde omrekeningsverschillen (gedeeltelijk) opgenomen in de winst of het verlies als onderdeel van winst/verlies uit de verkoop.

3.3. Balansposten

3.3.1. Materiële vaste activa

Activa in eigendom

Materiële vaste activa worden uitgedrukt aan kostprijs (met inbegrip van rechtstreeks toerekenbare kosten, waaronder de financieringskosten), verminderd met cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen (zie het hoofdstuk 'Waardevermindering'). De kosten van zelf vervaardigde activa omvatten de kosten van materialen, van direct toewijsbare personeelskosten en, waar relevant, van de initiële schatting van de kosten van het ontmantelen en verwijderen van de activa en het herstellen van de site waarop zij gelegen zijn. Wanneer onderdelen van materiële vaste activa een verschillende gebruiksduur hebben, worden zij geboekt als afzonderlijke materiële vaste activa.

Kosten na eerste opname

De Groep neemt in de boekwaarde van een materieel vast actief de kosten op van het vervangen van een deel van dat actief wanneer die kosten worden gemaakt, enkel wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen met betrekking tot het actief aan de Groep zullen toekomen, en indien de kosten van het actief betrouwbaar kunnen worden gewaardeerd. Alle overige kosten, zoals herstellings- en onderhoudskosten, worden als een uitgave opgenomen in de winst- en verliesrekening zodra zij worden gemaakt.

Afschrijvingen

Afschrijvingen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen volgens de lineaire methode over de geschatte gebruiksduur van elk bestanddeel van een materieel vast actief. De terreinen worden niet afgeschreven. De gebruikte afschrijvingspercentages zijn opgenomen in de tabel hierna.

De afschrijvingsmethoden, de resterende levensduur, alsook de eventuele restwaarde van de materiële vaste activa worden op het einde van elk boekjaar geëvalueerd en, in voorkomend geval, prospectief aangepast.

Administratieve gebouwen 1,67% – 2,00%
Industriële gebouwen 2,00 – 4,00%
Luchtlijnen 2,00 – 4,00%
Ondergrondse kabels 2,00 – 5,00%
Onderstations (faciliteiten en machines) 2,50 – 6,67%
Afstandsbediening 3,00 – 12,50%
Dispatching 4,00 – 10,00%
Andere TGU (uitrusting van gehuurde gebouwen) contractuele periode
Voertuigen 6,67 – 20,00%
Gereedschap en kantoormeubilair 6,67 – 20,00%
Hardware-apparatuur 25,00 – 33,00%

- Administratieve gebouwen 1,67% 2,00%

  • Ondergrondse kabels 2,00 5,00%
  • Onderstations (faciliteiten en machines) 2,50 6,67%
    -
    -

    - Andere TGU (uitrusting van gehuurde gebouwen) contractuele periode

    • Gereedschap en kantoormeubilair 6,67 20,00%
    • Hardware-apparatuur 25,00 33,00%

Bijzondere waardevermindering

De boekwaarde van de materiële activa van de Groep wordt op elke balansdatum herzien om vast te stellen of er enige aanwijzing is voor een bijzondere waardevermindering. Indien zulke aanwijzing bestaat, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat.

Een bijzondere waardevermindering wordt opgenomen telkens als de boekwaarde van een actief of kasstroomgenererende eenheid de realiseerbare waarde ervan overschrijdt. Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening. Opgenomen bijzondere waardeverminderingen met betrekking tot kasstroomgenererende eenheden worden eerst toegerekend om de

boekwaarde te verminderen van aan kasstroomgenererende eenheden toegewezen goodwill en dan om de boekwaarde te verminderen van de andere activa in de eenheden op een pro-ratabasis.

Na de opname van een bijzondere waardevermindering, zullen de afschrijvingskosten voor het actief aangepast worden voor toekomstige periodes.

Verplichting tot ontmanteling

Er wordt een provisie aangelegd voor buitendienststellings- en milieukosten op basis van de geschatte toekomstige uitgaven, verdisconteerd tot hun actuele waarde. Een initiële schatting voor de buitendienststellings- en milieukosten van materiële vaste activa is verwerkt in de oorspronkelijke kosten van de materiële vaste activa in kwestie.

Wijzigingen in de voorzieningen als gevolg van herziene schattingen of disconteringsvoeten of wijzigingen in de verwachte timing van uitgaven voor materiële vaste activa worden verwerkt als wijzigingen in hun boekwaarde en worden prospectief afgeschreven over hun resterende geschatte economische levensduur; in andere gevallen worden deze wijzigingen in de winst- en verliesrekening opgenomen.

De toename in de voorzieningen als gevolg van de discontering is als financieringskost opgenomen in de winst- en verliesrekening.

Verwijdering van de balans

Een actief wordt niet meer op de balans opgenomen in geval van verkoop of indien er geen toekomstige economische voordelen van het gebruik of van de verkoop worden verwacht. Een eventuele opbrengst of verlies voortvloeiend uit de verwijdering van het actief (hetgeen wordt berekend als het verschil tussen de netto-opbrengst bij verkoop of buitendienststelling en de boekwaarde van het actief) wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening onder overige bedrijfsopbrengsten/overige bedrijfskosten, gedurende het jaar waarin het actief wordt verwijderd van de balans.

3.3.2. Immateriële activa

Goodwill

Goodwill wordt opgenomen aan kost, minus gecumuleerde waardeverminderingen. Goodwill is toegewezen aan kasstroomgenererende eenheden en wordt niet afgeschreven, maar jaarlijks getest op bijzondere waardeverminderingen (zie het hoofdstuk 'Waardevermindering'). In geval van geassocieerde deelnemingen wordt de boekwaarde van de goodwill inbegrepen in de boekwaarde van de investering in de geassocieerde deelneming.

Computersoftware

Softwarelicenties die verworven worden door de Groep worden uitgedrukt aan kostprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen (zie verder) en bijzondere waardeverminderingen (zie het hoofdstuk 'Waardevermindering').

Uitgaven in verband met onderzoeksactiviteiten ondernomen om intern software te ontwikkelen, worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als een uitgave zodra zij gedaan worden. Uitgaven met betrekking tot de ontwikkelingsfase van intern ontwikkelde software worden gekapitaliseerd indien:

  • de ontwikkelingskosten betrouwbaar kunnen worden bepaald;
  • de software technisch en commercieel haalbaar is en de toekomstige economische voordelen waarschijnlijk zijn;
  • de Groep van plan is en over voldoende middelen beschikt om de ontwikkeling te voltooien;
  • de Groep van plan is om de software actief te gebruiken.

De geactiveerde uitgaven omvatten materiaalkosten, de directe personeelskosten en de indirecte kosten die direct toerekenbaar zijn aan het gebruiksklaar maken van de software. De overige kosten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen op het moment dat deze zich voordoen.

Licenties, patenten en vergelijkbare rechten

Uitgaven voor aangekochte licenties, patenten, handelsmerken of vergelijkbare rechten worden geactiveerd en lineair afgeschreven over de eventuele contractperiode of over de geschatte gebruiksduur.

Kosten na eerste opname

Uitgaven na eerste opname voor geactiveerde immateriële activa worden slechts geactiveerd wanneer hierdoor de toekomstige economische voordelen toenemen. Alle andere uitgaven worden in de winst- en verliesrekening opgenomen op het moment dat zij zich voordoen.

Afschrijvingen

Afschrijvingen gebeuren lineair ten laste van de winst- en verliesrekening over de geschatte gebruiksduur van immateriële activa, tenzij deze onbepaald is. Voor goodwill en immateriële activa met onbepaalde gebruiksduur wordt systematisch op elke balansdatum nagegaan of er sprake is van bijzondere waardevermindering. Software wordt afgeschreven vanaf de datum waarop hij beschikbaar is voor gebruik. De geschatte gebruiksduur is als volgt:

Licenties 20,00%
Concessies contractuele periode
Computersoftware 20,00 - 25,00%

De afschrijvingsmethoden, de resterende levensduur, alsook de eventuele restwaarde van de immateriële activa worden jaarlijks geëvalueerd en in voorkomend geval prospectief aangepast.

Bijzondere waardevermindering

De boekwaarde van de immateriële activa van de Groep, wordt op elke balansdatum herzien om vast te stellen of er enige aanwijzing is voor een bijzondere waardevermindering. Indien zulke aanwijzing bestaat, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat.

Voor goodwill en immateriële activa met onbepaalde gebruiksduur en immateriële activa die nog niet gebruiksklaar zijn, wordt de realiseerbare waarde geschat aan het einde van elke verslagperiode.

Een bijzondere waardevermindering wordt opgenomen telkens als de boekwaarde van een actief of kasstroomgenererende eenheid de realiseerbare waarde ervan overschrijdt. Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening. Opgenomen bijzondere waardeverminderingen met betrekking tot kasstroomgenererende eenheden worden eerst toegerekend om de boekwaarde te verminderen van aan kasstroomgenererende eenheden toegewezen goodwill en dan om de boekwaarde te verminderen van de andere activa in de eenheden op een pro-ratabasis.

Na de opname van een bijzondere waardevermindering, zullen de afschrijvingskosten voor het actief aangepast worden voor toekomstige periodes.

3.3.3. Handels- en overige vorderingen

Onderhanden projecten in opdracht van derden

Onderhanden projecten in opdracht van derden worden uitgedrukt aan kostprijs, vermeerderd met winst naar rato van de voortgang van de werken, verminderd met een voorziening voor voorzienbare verliezen en verminderd met gefactureerde voorschotten naar rato van de voortgang van het project. De kostprijs omvat alle uitgaven die rechtstreeks verband houden met specifieke projecten, alsook, de toerekening van de gemaakte vaste en variabele indirecte kosten in verband met de contractuele activiteiten van de Groep gebaseerd op normale operationele capaciteit.

Handels- en overige vorderingen

Handelsvorderingen en overige vorderingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, minus de nodige voorzieningen voor bedragen die als niet-invorderbaar worden beschouwd.

Bijzondere waardevermindering

Voor handelsvorderingen en contractactiva past de Groep een vereenvoudigde benadering toe in de berekening van de verwachte kredietverliezen (ECL's). De Groep spoort daarom geen veranderingen op in het kredietrisico, maar neemt in de plaats daarvan op elke verslagdatum een voorziening op voor verliezen op basis van levenslange ECL's. De Groep heeft een voorzieningsmatrix opgesteld die gebaseerd is op haar historische ervaring met kredietverliezen, als beste indicatie voor toekomstige kredietverliezen.

Zie Toelichting 8.1, 'Kredietrisico', voor een gedetailleerde beschrijving van het model.

3.3.4. Voorraden

Voorraden (reserveonderdelen) worden uitgedrukt aan hun kost, of hun netto-opbrengstwaarde indien deze lager is. De nettoopbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs, verminderd met de geschatte kosten van voltooiing en verkoopkosten. De kostprijs van voorraden is gebaseerd op de waarderingsregel van de gewogen gemiddelde kostprijs. De kostprijs van voorraden omvat de initiële aankoopprijs vermeerderd met andere directe aanschaffingskosten gerelateerd aan de levering en het operationeel maken.

Waardeverminderingen van voorraden aan netto-opbrengstwaarde worden geboekt in de periode waarin de waardevermindering zich voordoet.

3.3.5. Geldmiddelen en kasequivalenten

Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten kassaldi, banksaldi, handelspapieren en direct opvraagbare deposito's. Kaskredieten die direct opeisbaar zijn en die een integraal deel uitmaken van het thesauriebeheer van de Groep, maken in het kasstroomoverzicht deel uit van kasequivalenten en geldmiddelen.

3.3.6. Niet-financiële activa

De boekwaarde van de activa van de Groep, met uitzondering van voorraden en uitgestelde belastingen, worden op elke balansdatum herzien om vast te stellen of er enige aanwijzing is voor een bijzondere waardevermindering. Indien zulke aanwijzing bestaat, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat.

Voor goodwill en immateriële activa met onbepaalde gebruiksduur en immateriële activa die nog niet gebruiksklaar zijn, wordt de realiseerbare waarde geschat aan het einde van elke verslagperiode.

Een bijzondere waardevermindering wordt opgenomen telkens als de boekwaarde van een actief of kasstroomgenererende eenheid de realiseerbare waarde ervan overschrijdt. Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening. Opgenomen bijzondere waardeverminderingen met betrekking tot kasstroomgenererende eenheden worden eerst toegerekend om de boekwaarde te verminderen van aan kasstroomgenererende eenheden toegewezen goodwill en dan om de boekwaarde te verminderen van de andere activa in de eenheden op een pro-ratabasis.

Na de opname van een bijzondere waardevermindering, zullen de afschrijvingskosten voor het actief aangepast worden voor toekomstige periodes.

Berekening van de realiseerbare waarde

De realiseerbare waarde van immateriële activa en materiële vaste activa is gelijk aan de reële waarde verminderd met de verkoopkosten, of hun bedrijfswaarde indien deze hoger is. Bij het beoordelen van de bedrijfswaarde worden de verwachte toekomstige kasstromen verdisconteerd tot hun actuele waarde aan de hand van een disconteringvoet vóór belasting die een weerspiegeling is van de huidige marktbeoordeling van de tijdswaarde van geld en de risico's eigen aan het actief.

De activa van de Groep genereren geen kasstromen die onafhankelijk zijn van andere activa. De realiseerbare waarde is bijgevolg bepaald voor de kasstroomgenererende eenheid (d.w.z. het gehele hoogspanningsnet) waartoe de activa behoren. Dit is tevens het niveau waarop de Groep zijn goodwill beheert en economische voordelen bekomt van de verworven goodwill.

Terugnemingen van bijzondere waardeverminderingen

Er gebeuren geen terugnemingen van bijzondere waardeverminderingen met betrekking tot goodwill. Met betrekking tot andere activa wordt een bijzondere waardevermindering teruggenomen indien er een wijziging is geweest in de schattingen die gebruikt worden om de realiseerbare waarde vast te stellen.

Een bijzondere waardevermindering wordt slechts teruggenomen in de mate dat de boekwaarde van het actief niet hoger is dan de boekwaarde, na aftrek van afschrijvingen of waardevermindering, die zou zijn vastgesteld indien geen bijzondere waardevermindering was opgenomen.

3.3.7. Financiële activa

Eerste opname en waardering

De classificatie van financiële activa bij de eerste opname hangt af van de kenmerken van de contractuele kasstroom van de financiële activa en het bedrijfsmodel van de Groep voor het beheer ervan. De Groep waardeert een financieel actief aanvankelijk tegen reële waarde plus transactiekosten.

Financiële activa worden beheerd met als doel ze aan te houden tot het einde van de looptijd en contractuele kasstromen te innen. De financiële activa die leiden tot kasstromen zijn uitsluitend betalingen van de hoofdsom en rente op de uitstaande hoofdsom.

Latere waardering

Voor de latere waardering worden financiële activa onderverdeeld in twee categorieën:

  • financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs (schuldinstrumenten)
  • financiële activa aangewezen als gewaardeerd tegen reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten (eigenvermogensinstrumenten)

Financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs

Financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs worden gewaardeerd aan de hand van de methode van de effectieve rentevoet en zijn onderhevig aan bijzondere waardeverminderingen. Winst en verlies worden opgenomen in de winst- en verliesrekening wanneer het actief uit de balans wordt verwijderd, wordt gewijzigd of een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan.

De financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs van de Groep omvatten leningen aan derden.

Financiële activa aangewezen als gewaardeerd tegen reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten (eigenvermogensinstrumenten)

Bij de eerste opname classificeert de Groep haar beleggingen in eigen vermogen onherroepelijk als eigenvermogensinstrumenten gewaardeerd tegen reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten wanneer de Groep geen belangrijke invloed heeft en de activa niet worden aangehouden voor handelsdoeleinden. De classificatie wordt per instrument bepaald.

Winsten en verliezen op deze financiële activa komen nooit terecht in de winst- en verliesrekening. Dividenden worden opgenomen als overige opbrengsten in de winst- en verliesrekening wanneer het recht op betaling is vastgesteld, behalve wanneer de Groep voordeel haalt uit dergelijke opbrengsten als compensatie voor een deel van de kosten van het financieel actief. In dat geval worden dergelijke winsten opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten. Eigenvermogensinstrumenten, die worden aangewezen als gewaardeerd tegen reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten, zijn niet onderworpen aan een beoordeling op bijzondere waardevermindering.

De Groep heeft ervoor gekozen om niet-beursgenoteerde deelnemingen waarvoor de Groep geen significante invloed heeft in deze categorie, onherroepelijk te classificeren.

Bijzondere waardevermindering van financiële activa

De Groep neemt een vergoeding op voor verwachte kredietverliezen (ECL's) voor zijn schuldinstrumenten. Zie Toelichting 8.1, 'Kredietrisico', voor een gedetailleerde beschrijving van de benadering.

3.3.8. Afgeleide financiële instrumenten en hedge accounting

Afgeleide financiële instrumenten

De Groep maakt soms gebruik van afgeleide financiële instrumenten om de valuta- en renterisico's af te dekken die voortvloeien uit bedrijfs-, financierings- en investeringsactiviteiten. In overeenstemming met het thesauriebeleid houdt de Groep geen derivaten aan voor handelsdoeleinden en geeft de Groep deze ook niet uit. Derivaten die echter niet in aanmerking komen voor hedge accounting worden verwerkt als instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden.

Afgeleide financiële instrumenten worden bij de eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde. De winst of het verlies uit fluctuaties van de reële waarde wordt onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen. Indien derivaten voor hedge accounting in aanmerking komen, is de opname van een resulterende winst of een resulterend verlies afhankelijk van de aard van de post die wordt afgedekt.

De reële waarde van renteswaps is het geschatte bedrag dat de Groep zou ontvangen of betalen om de swap per balansdatum te beëindigen, waarbij rekening wordt gehouden met de actuele rente en met de kredietwaardigheid van de tegenpartijen en van de Groep. De reële waarde van valutatermijncontracten is de contante waarde van de genoteerde termijnkoers per balansdatum.

Voor afdekking gebruikte derivaten

Kasstroomafdekkingen

Veranderingen in de reële waarde van een afgeleid afdekkingsinstrument dat is aangemerkt als een kasstroomafdekking worden rechtstreeks opgenomen als niet-gerealiseerde resultaten, voor zover de afdekking effectief is. Het niet-effectieve deel wordt als last in

de winst- en verliesrekening opgenomen.

Vóór 1 januari 2018 wees de Groep alle termijncontracten aan als afdekkingsinstrumenten. Alle winsten of verliezen die voortvloeien uit wijzigingen in de reële waarde van derivaten werden rechtstreeks in de winst-en-verliesrekening opgenomen, met uitzondering van het effectieve deel van de kasstroomafdekkingen, die in de niet-gerealiseerde resultaten werden opgenomen en later naar de winst-enverliesrekening werden geherclassificeerd wanneer de afdekkingspost de winst-en-verliesrekening beïnvloedde.

Vanaf 1 januari 2018 wijst de Groep enkel het contante element van termijncontracten aan als afdekkingsinstrumenten. Het termijnelement wordt geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten en geaccumuleerd als een afzonderlijke eigenvermogenscomponent onder afdekkingsreserves.

Indien een afdekkingsinstrument niet langer voldoet aan de voorwaarden voor 'hedge accounting', afloopt of wordt verkocht, beëindigd of uitgeoefend, wordt de afdekking prospectief beëindigd. De cumulatieve winst (of het cumulatieve verlies) dat eerder in de nietgerealiseerde resultaten was opgenomen, blijft daar onderdeel van uitmaken tot de verwachte transactie heeft plaatsgevonden. Als het afgedekte element een niet-financieel actief betreft, wordt het onder de niet-gerealiseerde resultaten opgenomen bedrag overgeboekt naar de boekwaarde van het actief wanneer dit verantwoord is. In andere gevallen wordt het onder de niet-gerealiseerde resultaten opgenomen bedrag overgeboekt naar de winst- en verliesrekening in dezelfde periode waarin het afgedekte element van invloed is op de winst- en verliesrekening.

Cumulatieve winsten en verliezen met betrekking tot reeds afgelopen derivaten of beëindigde afdekkingsrelaties blijven verwerkt als onderdeel van de niet-gerealiseerde resultaten zolang het waarschijnlijk is dat de afgedekte transactie zich zal voordoen. Indien de afgedekte transactie niet langer waarschijnlijk is, worden de gecumuleerde winsten of verliezen onmiddellijk vanuit de niet-gerealiseerde resultaten naar de winst- en verliesrekening overgebracht.

Afdekking van monetaire activa en passiva

Hedge accounting wordt niet toegepast op afgeleide instrumenten die in economische zin worden gebruikt als afdekking van in vreemde valuta's luidende activa en verplichtingen. Veranderingen in de reële waarde van dergelijke derivaten worden als onderdeel van de valutakoerswinsten en –verliezen, in de winst- en verliesrekening opgenomen.

3.3.9. Eigen vermogen

Aandelenkapitaal – transactiekosten

Transactiekosten met betrekking tot de uitgifte van kapitaal worden afgetrokken van ontvangen kapitalen.

Dividenden

Dividenden worden opgenomen als een schuld in de periode waarin zij vastgesteld zijn.

Hybride effecten

Hybride effecten zijn sterk achtergestelde effecten. Met uitzondering van gewone aandelen zijn hybride effecten de meest achtergestelde instrumenten in de kapitaalstructuur van de Groep in een insolventiehiërarchie. Houders van hybride effecten hebben beperkte mogelijkheden om het resultaat van een faillissementsprocedure of een herstructurering los van een faillissement te beïnvloeden. Hybride effecten zijn eeuwigdurende instrumenten; de voorwaarden voorzien niet in gevallen van wanbetaling en geven houders niet het recht om terugbetaling of aflossing te eisen.

Behoudens enkele uitzonderingen waarbij de opgebouwde rente verplicht betaalbaar is (bijv. wanneer een dividend wordt uitgekeerd op gewone aandelen), kan de Groep ervoor kiezen om de betaling van alle rente die anders zou worden uitgekeerd op een rentebetalingsdatum, uit te stellen. Dergelijk verzuim van betaling zou voor geen enkel doel een wanbetaling vormen. Op basis van hun kenmerken worden hybride effecten volgens IFRS geclassificeerd als eigenvermogensinstrument. De bijbehorende uitgiftekosten worden rechtstreeks in overgedragen resultaten opgenomen.

3.3.10. Financiële verplichtingen

Financiële verplichtingen bestaan uit rentedragende leningen en financieringsverplichtingen in de Groep. Ze worden initieel verwerkt tegen reële waarde verminderd met toerekenbare transactiekosten. Na de eerste opname worden rentedragende leningen en financieringsverplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, waarbij een verschil tussen de kostprijs en het aflossingsbedrag op basis van de effectieve-rentemethode in de winst- en verliesrekening wordt opgenomen over de looptijd van de leningen.

3.3.11. Personeelsbeloningen

Toegezegde-bijdrageregelingen

In België worden op bijdragen gebaseerde pensioenvoorzieningen, die in de Belgische pensioenwetgeving als toegezegdebijdrageregelingen worden aangeduid, voor boekhoudkundige doeleinden geclassificeerd als toegezegd-pensioenregelingen vanwege het minimumrendement dat de werkgever wettelijk moet waarborgen.

De brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten (DBO) werd bepaald volgens de Projected Unit Credit (PUC)-methode. De reële waarde van de activa komt voor elke regeling overeen met de som van de (eventuele) opgebouwde individuele reserves en de waarde van de (eventuele) collectieve fondsen.

In Duitsland omvat de toegezegd-pensioenregeling een vast pensioen dat bij pensionering moet worden betaald aan een werknemer en gewoonlijk gebaseerd is op een of meer factoren zoals de leeftijd, anciënniteit en het loon van de werknemer. De fondsbeleggingen en verplichtingen zijn bepaald door een actuaris.

Toegezegd-pensioenregelingen

Voor toegezegd-pensioenregelingen, die zowel in België als in Duitsland bestaan, worden de pensioenuitgaven voor elke regeling afzonderlijk beoordeeld op jaarbasis door erkende actuarissen die gebruik maken van de 'projected unit credit'-methode. Er wordt een schatting gemaakt van de pensioenrechten die werknemers hebben opgebouwd in ruil voor hun diensten in het boekjaar en voorafgaande periodes; deze pensioenrechten worden verdisconteerd om de huidige waarde ervan vast te stellen en de reële waarde van de fondsbeleggingen wordt hiervan afgetrokken. De disconteringvoet is de rentevoet op balansdatum op hoogwaardige obligaties met vervaldata die de termijnen van de verplichtingen van de Groep benaderen en die uitgedrukt zijn in de valuta waarin de beloningen naar verwachting zullen worden betaald.

Wanneer de pensioenrechten van een regeling verbeterd worden, wordt het gedeelte van de verbeterde pensioenrechten dat betrekking heeft op diensten door werknemers verricht in het verleden, als een uitgave opgenomen in de winst- en verliesrekening op de vroegste van deze twee data:

  • wanneer de aanpassing of beperking van de regeling gebeurt; of
  • wanneer de entiteit de gerelateerde herstructureringskosten onder IAS 37 of de ontslagvergoedingen opneemt.

Waar de berekening in een voordeel voor de Groep resulteert, wordt het opgenomen actief beperkt tot de huidige waarde van toekomstige terugbetalingen van de regeling of kortingen in toekomstige bijdragen tot de regeling.

Herwaarderingen - bestaande uit actuariële winsten en verliezen, het effect van het activaplafond (met uitsluiting van bedragen die opgenomen zijn in de nettorentekosten op de netto toegezegd-pensioenverplichting), en de opbrengst van fondsbeleggingen (met uitsluiting van bedragen die opgenomen zijn in de nettorentekosten op de netto toegezegd-pensioenverplichting) - worden onmiddellijk opgenomen in de balans met een overeenkomend debet of credit op de ingehouden winsten via de niet-gerealiseerde resultaten in de periode waarin ze verschijnen. Herwaarderingen worden niet geherklasseerd als winst of verlies in latere periodes.

Restitutierechten (België)

Restitutierechten worden opgenomen als aparte activa als en alleen als het bijna absoluut zeker is dat een andere partij (een deel van) de uitgaven zal betalen om de betreffende brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten te vereffenen. De restitutierechten worden voorgesteld als vast actief, onder andere financiële activa en worden gewaardeerd tegen verwachte waarde. De restitutierechten volgen dezelfde behandeling als de daarmee overeenstemmende brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten. Wanneer de wijzigingen in de periode het gevolg zijn van wijzigingen in de financiële veronderstellingen, of van ervaringsaanpassingen of wijzigingen in de demografische veronderstellingen, dan wordt het actief aangepast via de niet-gerealiseerde resultaten. De componenten van de kosten uit hoofde van de toegezegd-pensioenregeling worden opgenomen zonder de bedragen die verband houden met veranderingen in de boekwaarde van de restitutierechten.

Andere lange termijn personeelsbeloningen

De nettoverplichting van de Groep met betrekking tot andere personeelsbeloningen op lange termijn dan pensioenregelingen wordt jaarlijks berekend door erkende actuarissen. De nettoverplichting wordt berekend via de 'Projected Unit Credit'-methode en is het bedrag van de toekomstige beloning dat werknemers verdiend hebben in ruil voor hun diensten in de verslagperiode en voorafgaande periodes. De verplichting wordt verdisconteerd tot de huidige waarde ervan en de reële waarde van eventuele daarop betrekking hebbende activa wordt in mindering gebracht. De disconteringvoet is het rendement op balansdatum op hoogwaardige obligaties die vervaldata hebben die de termijnen van de verplichtingen van de Groep benaderen en die uitgedrukt zijn in de valuta waarin de beloningen naar verwachting zullen worden betaald.

Korte termijn personeelsbeloningen

Korte termijn personeelsbeloningen worden op een niet-verdisconteerde basis gewaardeerd en opgenomen wanneer de daarmee verband houdende dienst wordt verricht. Er wordt een verplichting in de balans opgenomen voor het bedrag dat naar verwachting ten gevolge van een korte termijn bonus in contanten of een winstdelingsregeling zal worden uitbetaald indien de Groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg van verstreken diensttijd van werknemers en indien deze verplichting betrouwbaar kan worden bepaald.

3.3.12. Voorzieningen

Een voorziening wordt in de balans opgenomen wanneer de Groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg van een gebeurtenis uit het verleden en het waarschijnlijk is dat een uitstroom van economische voordelen – waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt – vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen. Indien het effect wezenlijk is, worden voorzieningen vastgesteld door de verwachte toekomstige kasstromen te verdisconteren aan een disconteringvoet vóór belasting die een afspiegeling is van de huidige marktbeoordeling van de tijdswaarde van geld en, waar aangewezen, de risico's eigen aan de verplichting.

Indien de Groep verwacht dat een (deel van de) voorziening kan worden verhaald op een derde, wordt deze vergoeding alleen opgenomen als een afzonderlijk actief indien deze vergoeding vrijwel zeker is. De last die met een voorziening samenhangt, wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening na aftrek van een eventuele vergoeding.

De totale geraamde kosten vereist voor de ontmanteling en de verwijdering van het actief worden, indien relevant, opgenomen als materiële activa en afgeschreven over de volledige gebruiksduur van het actief. De totale geraamde kosten vereist voor de ontmanteling en de verwijdering van het actief, verdisconteerd tot de huidige waarde ervan, worden geboekt als voorzieningen. Indien het bedrag verdisconteerd wordt, wordt de toename in de voorziening wegens het verstrijken van de tijd verantwoord als financieringslasten.

3.3.13. Handelsschulden en overige schulden

Handels- en overige schulden worden uitgedrukt tegen geamortiseerde kostprijs.

3.3.14. Overheidssubsidies

Overheidssubsidies worden opgenomen wanneer het redelijkerwijs zeker is dat de Groep de subsidie zal ontvangen en dat aan alle onderliggende voorwaarden is voldaan. Subsidies die aan een actief zijn verbonden, worden onder overige verplichtingen opgenomen en worden systematisch in de resultatenrekening opgenomen tijdens de verwachte gebruiksduur van het bijbehorend actief. Subsidies die aan uitgavenposten zijn verbonden, worden in de resultatenrekening opgenomen in dezelfde periode als de uitgave waarvoor de subsidie werd ontvangen. Overheidssubsidies worden als overige bedrijfsopbrengsten opgenomen in de resultatenrekening.

3.4. Posten in de resultatenrekening

INKOMSTEN

Opbrengsten

IFRS 15 stelt een vijfstappenmodel op voor de verwerking van opbrengsten uit contracten met klanten en vereist dat opbrengst wordt opgenomen tegen een bedrag dat de vergoeding weerspiegelt waarop een entiteit verwacht recht te hebben in ruil voor de overdracht van goederen of diensten aan een klant. Dit zijn de vijf stappen die voor elk contract met een klant in acht moeten worden genomen:

    1. Het contract (de contracten) met een klant identificeren;
    1. De prestatieverplichtingen in het contract (de contracten) identificeren;
    1. De transactieprijs bepalen;
    1. De transactieprijs toewijzen aan de prestatieverplichtingen;
  • diensten is overgedragen aan de klant.

  • De opbrengsten opnemen wanneer de prestatieverplichtingen zijn vervuld, of wanneer de zeggenschap over de goederen of

De opbrengsten omvatten de wijzigingen aan het afrekeningsmechanisme (zie Toelichting 6.17).

De standaard vereist dat entiteiten een oordeel vellen, rekening houdend met alle relevante feiten en omstandigheden bij de toepassing van elke stap van het model op contracten met hun klanten. De standaard specificeert ook de verwerking van de bijkomende kosten voor het verkrijgen van een contract en de kosten die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van een contract. Bovendien vereist de standaard uitgebreide toelichtingen.

De Groep heeft IFRS 15 toegepast volgens de volledig retroactieve methode. De Groep heeft de praktische hulpmiddelen voor voltooide contracten gebruikt.

Meer details over het effect van de overgang naar IFRS 15 zijn te vinden in Toelichting 2.1.

Verkochte goederen, verleende diensten en onderhanden projecten in opdracht van derden

Opbrengsten uit diensten en de verkoop van goederen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening wanneer de prestatieverplichtingen zijn nagekomen, of wanneer de zeggenschap over de goederen of diensten is overgedragen aan de klant.

Onderhanden projecten in opdracht van derden worden opgenomen volgens dezelfde methode als hierboven beschreven. Een verwacht verlies op een project wordt onmiddellijk opgenomen in de winst- en verliesrekening.

Overdracht van activa van klanten

Overdracht van activa van klanten wordt opgenomen wanneer de zeggenschap over de goederen of diensten wordt overgedragen aan de klant voor een bedrag dat de vergoeding weergeeft waarop de Groep verwacht recht te hebben in ruil voor die goederen of diensten.

Overige bedrijfsopbrengsten

Overige bedrijfsopbrengsten worden opgenomen wanneer ze verdiend zijn of wanneer de relevante dienst gepresteerd werd.

UITGAVEN

Betalingen van operationele leasing

Betalingen uit hoofde van operationele leasing worden lineair opgenomen in de winst- en verliesrekening over de leaseperiode. Ontvangen vergoedingen als stimulering voor het sluiten van leaseovereenkomsten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als een integraal deel van de totale leasinguitgaven.

Overige bedrijfskosten

Eigendomsbelastingen worden onmiddellijk volledig opgenomen zodra het eigendomsrecht vaststaat (gewoonlijk op 1 januari van het betrokken jaar). Deze kosten, die worden gekwalificeerd als niet-beheersbare kosten binnen het regelgevende kader, worden evenwel opgenomen als opbrengsten door het afrekeningsmechanisme voor hetzelfde bedrag, wat resulteert in een nulimpact op de winst- en verliesrekening.

FINANCIERINGSBATEN EN -LASTEN

De financieringslasten omvatten interesten op leningen, berekend volgens de effectieve rentevoetmethode, wisselkoersverliezen, winsten uit muntafdekkingen die wisselkoersverliezen compenseren, resultaten uit de afdekkingen van renterisico's, verliezen op afdekkingsinstrumenten die niet worden gebruikt in het kader van een afdekkingstransactie, verliezen op voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa en waardeverminderingen op financiële activa, alsook verliezen uit afdekkingsineffectiviteit.

Financieringsbaten omvatten rentebaten op bankdeposito's, die in de winst- en verliesrekening worden opgenomen aan de hand van de methode van de effectieve rente naarmate ze oplopen.

Financieringslasten die niet direct toewijsbaar zijn aan de aankoop, bouw of productie van een in aanmerking komend actief worden in de winst- en verliesrekening opgenomen aan de hand van de methode van de effectieve rente.

WINSTBELASTINGEN

De winstbelastingen omvatten de over de verslagperiode verschuldigde en uitgestelde belasting. De winstbelasting wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening behalve wanneer zij betrekking heeft op posten die rechtstreeks worden opgenomen in het eigen vermogen.

De over de verslagperiode verschuldigde belasting is de verwachte te betalen belasting op de belastbare winst voor het jaar, met toepassing van belastingtarieven die zijn vastgesteld of grotendeels zijn vastgesteld aan het einde van de verslagperiode en alle aanpassingen aan de te betalen belasting met betrekking tot vroegere jaren.

Uitgestelde belastingverplichtingen worden verwerkt op basis van de balansmethode op tijdelijke verschillen die ontstaan tussen de boekwaarde van activa en verplichtingen ten behoeve van de financiële verslaggeving en de fiscale boekwaarde van die posten. Uitgestelde belastingen worden niet verwerkt voor de volgende tijdelijke verschillen: de eerste opname van activa of verplichtingen in een transactie die geen bedrijfscombinatie betreft en noch de commerciële noch de fiscale winst in de voorzienbare toekomst zullen beïnvloeden, en verschillen die verband houden met investeringen in dochterondernemingen en joint ventures terwijl het waarschijnlijk is dat deze in de voorzienbare toekomst niet zullen worden afgewikkeld. Voor tijdelijke verschillen die voortvloeien uit de eerste opname van goodwill worden geen uitgestelde belastingverplichtingen opgenomen. Uitgestelde belastingverplichtingen worden gewaardeerd met behulp van de belastingtarieven die naar verwachting van toepassing zullen zijn bij terugname van de tijdelijke verschillen, op basis van de wetten die per verslagdatum zijn vastgesteld of materieel zijn vastgesteld. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd indien er een wettelijk afdwingbaar recht bestaat om de verschuldigde belastingvorderingen en -verplichtingen te salderen en de uitgestelde posten samenhangen met door dezelfde belastingautoriteit opgelegde winstbelasting aan dezelfde belastingplichtige entiteit, dan wel aan verschillende belastingplichtige entiteiten die de bedoeling hebben om de verschuldigde belastingvorderingen en -verplichtingen te salderen of waarvan de belastingvorderingen en -verplichtingen gelijktijdig worden gerealiseerd.

Een uitgestelde belastingvordering wordt slechts opgenomen in de mate dat het waarschijnlijk is dat toekomstige belastbare winsten beschikbaar zullen zijn waartegen de actiefpost kan worden aangewend. Uitgestelde belastingvorderingen worden verminderd in de mate waarin het niet langer waarschijnlijk is dat het daarmee samenhangende belastingvoordeel gerealiseerd zal worden.

Bijkomende winstbelastingen die voortvloeien uit de uitkering van dividenden worden tezelfdertijd opgenomen als de verplichting om het betrokken dividend te betalen.

3.5. Overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en mutatieoverzicht van het eigen vermogen

Het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten geeft een beeld van alle in de geconsolideerde winst- en verliesrekening en het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen opgenomen opbrengsten en lasten. De Groep heeft ervoor gekozen de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten weer te geven met behulp van de tweeledige methode: de winst- en verliesrekening onmiddellijk gevolgd door het overzicht van de niet-gerealiseerde resultaten. Daardoor bevat het mutatieoverzicht van het eigen vermogen alleen wijzigingen die betrekking hebben op de aandeelhouders.

4. Rapportering per segment

4.1. Basis voor segmentrapportering

De Groep heeft beslist om zijn segmentstructuur te herzien ten opzichte van vorig jaar. Door het groter belang in 50Hertz Transmission (Duitsland) werd het interne rapporteringsproces van de Groep herzien, wat uiteindelijk heeft geleid tot een gewijzigde segmentrapportering. De Groep is van mening dat deze verandering leidt tot een segmentstructuur die de operationele activiteiten en de huidige interne rapportering van de Groep beter weergeeft.

De Groep heeft haar segmentrapportering in overeenstemming gebracht met de verschillende regelgevende kaders die momenteel bestaan in de Groep. Deze rapporteringsbenadering is ook in overeenstemming met de interne rapportering van de Groep aan de Chief Operating Decision Maker (CODM) waardoor de CODM de prestaties en activiteiten beter en op een transparante manier kan evalueren en beoordelen.

Krachtens IFRS 8 heeft de Groep de volgende bedrijfssegmenten geïdentificeerd op basis van de bovenvermelde criteria:

  • Elia Transmission (België), dat de activiteiten omvat die gebaseerd zijn op het Belgische regelgevende kader: de gereguleerde activiteiten van Elia System Operator nv, Elia Asset nv, Elia Engineering nv, Elia Re nv, HGRT SAS, Coreso nv, Ampacimon nv en Enervalis nv, waarvan de activiteiten rechtstreeks verbonden zijn met de rol van Belgisch transmissienetbeheerder en onderworpen zijn aan het regelgevende kader van toepassing in België – zie Rubriek 9.1.3.
  • 50Hertz Transmission (Duitsland), dat de activiteiten omvat die gebaseerd zijn op het Duitse regelgevende kader: Eurogrid GmbH, 50Hertz Transmission GmbH en 50Hertz Offshore GmbH, waarvan de activiteiten rechtstreeks verbonden zijn met de rol van transmissienetbeheerder in Duitsland – zie Rubriek 9.2.3.
  • Niet-gereguleerde activiteiten (incl. Nemo Link), met inbegrip van:
    • o Eurogrid International CVBA;
    • o de niet-gereguleerde activiteiten van Elia System Operator nv, Elia Asset nv en Elia Engineering nv; 'Niet-gereguleerde activiteiten' verwijst naar activiteiten die niet rechtstreeks verband houden met de rol van TNB (zie Rubriek 9.1). De belangrijkste zijn:
      • de holdingactiviteiten in het segment van 50Hertz Transmission (Duitsland); en
      • de holdingactiviteiten in Nemo Link Ltd. Deze vennootschap omvat en beheert het Nemo-project, dat het VK en België verbindt met behulp van hoogspanningselektriciteitskabels, waardoor elektriciteit kan worden uitgewisseld tussen de twee landen en waarvoor een specifiek regelgevend kader werd opgezet. Zie Rubriek 9.3 voor meer details.
    • o Atlantic Grid, daarin begrepen E-Offshore A LLC en Atlantic Grid Investment A Inc. Beide zijn verbonden met het Atlantic Wind Connection-project dat bedoeld is om het eerste hoogspanningsgelijkstroomnet te ontwikkelen voor de oostkust van de Verenigde Staten;
    • o EGI (Elia Grid International nv, Elia Grid International GmbH en Elia Grid International LLC), bedrijven die specialisten leveren op het vlak van advies, diensten, engineering en aankoop en die waarde creëren door oplossingen te leveren die gebaseerd zijn op internationale best practices, terwijl ze de gereguleerde bedrijfsomgevingen volledig in acht nemen;

De drie bedrijfssegmenten zijn ook geïdentificeerd als de drie kasstroomgenererende eenheden van de Groep, aangezien de groep activa die door de segmenten worden beheerd, afzonderlijk kasstromen genereren.

De CODM werd door de Groep geïdentificeerd als de raad van bestuur, CEO's en bestuurscomités van elk segment. De CODM beoordeelt periodiek de prestatie van de segmenten van de Groep aan de hand van verschillende indicatoren zoals opbrengst, EBITDA en bedrijfswinst.

De informatie die aan de CODM wordt voorgelegd, volgen de IFRS-grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep, dus hoeven er geen reconciliatieposten te worden vermeld.

4.2. Elia Transmission (België)

GRI 201-1 (TSO Belgium)

De tabel hieronder geeft de geconsolideerde resultaten over 2018 van Elia Transmission (België) weer.

Resultaten Elia Transmission (in miljoen EUR) - Periode eindigend per 31 december

Resultaten Elia Transmission (in miljoen EUR) - Periode
eindigend per 31 december
2018 2017
(herwerkt *)
Verschil (%)
Totaal opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten 959,4 851,3 12,7%
Afschrijvingen en waardeverminderingen,
wijziging in voorzieningen
(140,2) (130,8) 7,2%
Resultaat uit bedrijfsactiviteiten 227,1 217,0 4,7%
Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens 1,8 2,0 (10,0%)
vermogensmutatiemethode (na winstbelastingen)
Resultaten voor intrest en belastingen (EBIT)
228,9 218,9 4,5%
Resultaten voor afschrijvingen, waardeverminderingen,
intresten en belastingen (EBITDA)
369,1 349,7 5,5%
Financieringsbaten 0,6 1,9 (68,4%)
Financieringslasten (66,0) (79,0) (16,5%)
Winstbelastingen (48,6) (38,8) 25,3%
Nettowinst toe te rekenen aan de Eigenaars
van de Vennootschap
114,9 103,0 11,6%
Geconsolideerde balans (in miljoen EUR) 2018 2017
(herwerkt *)
Verschil (%)
Balanstotaal 5.909,2 5.449,0 8,4%
Investeringsuitgaven 600,7 388,1 54,8%
Netto financiële schuld 2.825,1 2.511,9 12,5%

EBITDA (Earnings Before Interest and Taxes, Depreciations and Amortisations) = EBIT + afschrijvingen + veranderingen in voorzieningen EBIT = resultaat uit bedrijfsactiviteiten en aandeel in het resultaat van investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode (na winstbelasting) Netto financiële schuld = langlopende en kortlopende leningen en overige financieringsverplichtingen verminderd met geldmiddelen en kasequivalenten * Zie Toelichting 2.1 voor details over de aanpassing als gevolg van een wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving.

De tariefmethodologie die op 26 november 2015 door de regulator CREG werd goedgekeurd, werd begin 2016 van kracht. De methodologie is van toepassing voor een periode van vier jaar (2016 - 2019). Zie Toelichting 9.1 voor meer informatie over het nieuwe regelgevende kader.

Financieel

De opbrengsten van Elia Transmission zijn gestegen tot € 959,4 miljoen (+ 12,7 %) vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. De stijging van de opbrengsten is het gevolg van een hogere toegestane gereguleerde nettowinst en van hogere afschrijvingen en belastingen, die worden doorgerekend in de opbrengsten. Die hogere opbrengsten werden gedeeltelijk geneutraliseerd door lagere kosten, voornamelijk voor ondersteunende diensten en financiering, die in het voordeel van de consument in de opbrengsten worden doorgerekend.

Onderstaande tabel geeft een gedetailleerder beeld van de evolutie van de verschillende componenten van de bedrijfsopbrengsten:

(in miljoen EUR)
------------------ -- --
(in miljoen EUR) 2018 2017
(herwerkt *)
Verschil (%)
Netwerktarieven: 904,3 882,2 2,5%
Aansluitingen 42,6 42,2 0,9%
Beheer en ontwikkeling van de netwerkinfrastructuur 472,7 479,2 (1,4%)
Beheer van het elektrisch systeem 116,2 118,5 (1,9%)
Compensatie van onevenwichten 189,5 170,7 11,0%
Marktintegratie 25,5 24,3 4,9%
Internationale inkomsten 57,8 47,3 22,1%
Overige bedrijfsopbrengsten 61,0 61,4 (0,6%)
Subtotaal opbrengsten & overige bedrijfsopbrengsten 965,3 943,6 2,3%
Afrekeningsmechanisme: afwijkingen goedgekeurd budget (5,9) (92,3) (93,6%)
Totaal opbrengsten & overige bedrijfsopbrengsten 959,4 851,3 12,7%
* Zie Toelichting 2.1 voor details over de aanpassing als gevolg van een wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving.

De opbrengsten uit aansluitingen stegen licht tot € 42,6 miljoen (+ 0,9%), hoofdzakelijk door hogere opbrengsten uit verbindingsstudies.

De opbrengsten uit het beheer en de ontwikkeling van de netwerkinfrastructuur (gedaald met 1,4%) en uit het beheer van het elektriciteitssysteem (gedaald met 1,9%) daalden licht, voornamelijk door een tariefverlaging.

Diensten verleend in het kader van energiebeheer en individuele balancing van balancinggroepen worden betaald binnen de opbrengsten uit de compensatie voor onevenwichten. Deze opbrengsten zijn met € 18,8 miljoen gestegen naar € 189,5 miljoen, hoofdzakelijk door de tariefverhoging voor het beheer van energiereserves en 'black-start' gebaseerd op afname (+ € 15,0 miljoen), een volumedaling voor het beheer van energiereserves en 'black-starts' gebaseerd op injectie (- € 11,8 miljoen) en door hogere opbrengsten uit de compensatie van onevenwichten (+ € 15,6 miljoen). De stijging in de opbrengsten uit onevenwichten is te wijten aan hogere onevenwichtsprijzen in 2018 in het algemeen en voor de maand maart in het bijzonder als gevolg van een onverwachte koudegolf en hoge pieken in de onevenwichtsprijzen in de tweede helft van 2018.

De laatste rubriek van de tarifaire opbrengsten omvat de diensten die Elia Transmission verleent in het kader van de marktintegratie. Daarvoor stegen de opbrengsten met 4,9% tot € 25,5 miljoen, voornamelijk als gevolg van een tariefverhoging.

De internationale opbrengsten stegen met € 10,5 miljoen (gestegen met 22,1%) door hogere inkomsten uit congestie aan de zuidgrens door een combinatie van een grotere nucleaire beschikbaarheid in Frankrijk en een lagere nucleaire beschikbaarheid in België in heel 2018.

Andere inkomsten bleven in de lijn van vorig jaar met een bedrag van € 61,0 miljoen en vertegenwoordigt vooral klantenbijdragen en inkomsten uit geactiveerde eigen productie.

Het afrekeningsmechanisme (€ 5,9 miljoen) omvat de afwijkingen in het huidige jaar van de door de regulator goedgekeurde budget (€ 52,9 miljoen) en de vereffening van netto-overschotten uit de vorige tariefperiode (- € 47,0 miljoen). Het operationele surplus van de door de regulator toegestane kosten en opbrengsten ten opzichte van het budget moet worden terugbetaald aan de consumenten en maakt daarom geen deel uit van de opbrengsten. Het operationele surplus ten opzichte van het budget is voornamelijk het resultaat van hogere tarifaire verkopen (€ 5,1 miljoen), hogere internationale opbrengsten (€ 15,7 miljoen), lagere kosten voor ondersteunende diensten (€ 24,6 miljoen) en lagere financiële lasten (€ 28,8 miljoen). Die werden deels gecompenseerd door een hogere gereguleerde nettowinst (€ 7,3 miljoen) en hogere belastingen dan geraamd in het budget (€ 18,6 miljoen).

De EBITDA (gestegen met 5,5%) en EBIT (gestegen met 4,5%) werden vooral beïnvloed door de hogere gereguleerde nettowinst, de hogere afschrijvingen, de lagere financieringslasten en hogere lopende belastingen die moeten worden doorgerekend in de tarieven, die deels gecompenseerd werden door het lagere resultaat uit investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode.

De nettofinancieringskosten (gedaald met 15,2%) daalden ten opzichte van vorig jaar met € 11,7 miljoen. In 2018 zijn de renteswapcontracten die eind 2017 afliepen, verlengd tegen lagere rentetarieven als gevolg van de context van lage rentevoeten. De daling van de rentelasten die daaruit voortvloeit komt, conform het regelgevende kader, integraal ten goede aan de verbruikers.

De nettowinst steeg met 11,5% tot € 114,9 miljoen, voornamelijk door de volgende factoren:

    1. Stijging van de billijke vergoeding (toename met € 2,9 miljoen): De hogere gemiddelde OLO-rente in vergelijking met 2017 (+ 0,07%) en de toename van het eigen vermogen door de reservering van een deel (€ 45 miljoen) van de winst over 2017, mondden uit in een billijke vergoeding van € 44 miljoen.
    1. Daling van de gerealiseerde incentives (daling met € 1,8 miljoen):
    1. Sterke operationele prestatie, vooral met betrekking tot de incentive in verband met de invoercapaciteit (stijging met € 3,4 miljoen), welvaart (stijging met € 1,1 miljoen) en continuïteit in de stroomvoorziening (stijging met € 0,6 miljoen), werd geneutraliseerd door de lagere prestaties op de beïnvloedbare incentive (daling met € 2,1 miljoen), lagere incentive bij tijdige voltooiing van het investeringsprogramma aangezien geen enkel project in 2018 in bedrijf zou worden gesteld (daling met € 1,0 miljoen) en lagere efficiëntie (daling met € 1,7 miljoen). Bovendien had het hogere gemiddelde belastingpercentage een negatieve impact op de nettobijdrage van incentives (daling met € 2,2 miljoen)
    1. Hogere mark-up voor strategische investeringen (toename met € 11,1 miljoen) die was goed voor € 42,2 miljoen.
    1. De beperktere schade aan de elektrische installaties in vergelijking met 2017 (toename met € 2,5 miljoen).
    1. Regulatoire afrekening voor vorig jaar (stijging van € 1,7 miljoen).
    1. Andere (+ € 0,2 miljoen): betreft voornamelijk een hogere voorziening voor dubieuze debiteuren met de toepassing van de IFRS 9 en uitgestelde belastingen.

Het balanstotaal steeg met € 460,2 miljoen naar € 5.909,2 miljoen, voornamelijk als gevolg van het investeringsprogramma. De gereguleerde netto financiële schuld steeg naar € 2.825,1 miljoen (toename met 12,5%) aangezien het CAPEX-programma van Elia hoofdzakelijk werd gefinancierd door cashflows gegenereerd door bedrijfsactiviteiten, de opname van een EIB-lening van € 100 miljoen die in 2017 werd aangegaan en handelspapier voor een bedrag van € 50 miljoen.

Het eigen vermogen steeg vooral als gevolg van de reservatie van de winst van 2018 en de kapitaalverhoging van € 5,3 miljoen voorbehouden voor personeel, min de bijdrage van de gereguleerde activiteiten aan de dividenduitkering van 2017.

4.3. 50Hertz Transmission (Duitsland)

GRI 201-1 (TSO Germany)

Onderstaande tabel geeft meer inzicht in de geconsolideerde resultaten van 2018 van 50Hertz Transmission (Duitsland) system operator in Duitsland:

50Hertz Transmission kerncijfers
(in miljoen EUR) – Periode eindigend per 31 december
2018 2017
(herwerkt *)
Verschil (%)
Totaal opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten 1.364,9 1.330,2 2,6%
Afschrijvingen en waardeverminderingen, wijziging in voorzieningen (89,6) (149,9) (40,2%)
Resultaten voor intrest en belastingen (EBIT) 385,4 322,6 19,5%
Resultaten voor afschrijvingen, waardeverminderingen, intresten en
belastingen (EBITDA)
475,0 472,4 0,5%
Financieringsbaten 2,5 1,9 31,6%
Financieringslasten (48,1) (56,2) (14,4%)
Winstbelastingen (101,9) (85,6) 19,1%
Nettowinst toe te rekenen aan de Eigenaars van de
Vennootschap
169,2 109,6 54,4%
Geconsolideerde balans
(in miljoen EUR)
31 december 2018 31 december 2017
(herwerkt *)
Verschil (%)
Balanstotaal 6.752,1 6.188,1 9,1%
Investeringsuitgaven 511,0 478,1 6,9%
Netto financiële schuld 1.272,9 1.442,3 (11,7%)

EBITDA (Earnings Before Interest and Taxes, Depreciations and Amortisations) = EBIT + afschrijvingen + veranderingen in voorzieningen EBIT = resultaat uit bedrijfsactiviteiten en aandeel in het resultaat van investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode (na winstbelasting) Netto financiële schuld = langlopende en kortlopende leningen en overige financieringsverplichtingen verminderd met geldmiddelen en kasequivalenten * Zie Toelichting 2.1 voor details over de aanpassing als gevolg van een wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving.

De opbrengsten van 50Hertz Transmission stegen met 2,6% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Dat was het gevolg van hogere opbrengsten door het lopende CAPEX-programma, deels gecompenseerd door lagere doorrekening van niet-beheersbare kosten voor energie en een lagere vergoeding voor offshore bedrijfskosten.

De totale opbrengsten worden gedetailleerder weergegeven in onderstaande tabel:

(in miljoen EUR)
(in miljoen EUR) 2018 2017
(herwerkt *)
Verschil (%)
Netwerktarieven: 1.402,6 1.545,6 (9,3%)
Verticale netwerktarieven 1.047,3 1.241,4 (15,6%)
Horizontale netwerktarieven 233,8 210,2 11,2%
Ondersteunende diensten 121,5 94,0 29,3%
Overige bedrijfsopbrengsten 68,4 73,5 (6,9%)
Subtotaal opbrengsten en overige inkomsten 1.471,0 1.619,1 (9,1%)
Afrekeningsmechanisme: afwijkingen van het goedgekeurde budget (106,1) (288,9) n.r.
Totaal opbrengsten en overige inkomsten 1.364,9 1.330,2 2,6%

* Zie Toelichting 2.1 voor details over de aanpassing als gevolg van een wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving.

De opbrengsten uit verticale nettarieven (tarieven voor eindverbruikers) daalden met € 194,1 miljoen (afname met 15,6%) ten opzichte van 2017, voornamelijk als gevolg van een afname van de totale door het regelgevende kader toegestane inkomsten. De vergoeding voor niet-beheersbare energiekosten daalde met € 272,6 miljoen, voornamelijk als gevolg van de afwikkeling van vorige jaren. In 2017 werd een tarifair tekort gerecupereerd (veroorzaakt door hoge energiekosten in 2015), terwijl in 2018 een tarifair surplus wordt terugbetaald aan de consument (veroorzaakt door lage energiekosten in 2016). Daarnaast is de regulatoire vergoeding op activa gestegen als gevolg van onshore en offshore investeringen (+ € 11,9 miljoen). Tot slot werden de opbrengsten positief beïnvloed door hogere offshore kosten van derden die worden doorgegeven aan de klanten (+ € 40,9 miljoen).

De opbrengsten uit horizontale nettarieven (tarieven aan andere TNB's) stegen met € 23,6 miljoen (toename met 11,2%) vooral als gevolg van een hogere voorziening voor offshore kosten (+ € 21,2 miljoen). In Duitsland worden alle kosten voor de aansluiting van offshore installaties verdeeld over de vier Duitse transmissienetbeheerders. Dat betekent dat 50Hertz ongeveer 20% van die kosten draagt en 80% van zijn eigen aansluitingskosten doorrekent aan de drie andere TNB's. Door de toegenomen offshore investeringen, die in 2018 vooral betrekking hadden op de aansluiting van de offshore installatie Ostwind 1 en Ostwind 2 op het net, stegen de kosten die horizontaal worden doorgerekend aan de andere TNB's, wat een impact had op de horizontale opbrengsten.

De opbrengsten uit ondersteunende diensten stegen met € 27,5 miljoen (stijging met 29,3%) ten opzichte van 2017. Door een nieuwe kostendelingsovereenkomst tussen de Duitse TNB's kunnen meer redispatchkosten worden aangerekend aan andere TNB's. De redispatchkosten zijn dus gestegen (+ € 10,2 miljoen), hoewel de totale redispatchmaatregelen verminderde dankzij de uitbreiding van het net (zuidwestelijke interconnector) en een efficiënt beheer. Bovendien heeft het nieuwe kostendelingsmechanisme voor

reservecentrales in 2018 voor het eerst inkomsten gegenereerd (+ € 13,7 miljoen).

Het afrekeningsmechanisme omvat zowel de jaarlijkse verrekening van tekorten en surplussen ontstaan vóór 2018 (toename met € 120,8 miljoen) als het in 2018 gerealiseerde nettosurplus door het verschil tussen de kosten die in de tarieven mogen doorgerekend worden en de werkelijke kosten (afname met € 226,9 miljoen). De verplichting voor 2018 wordt sterk bepaald door de werkelijke redispatchkosten die ver onder de toegestane vergoeding van dit jaar liggen (- € 166,5 miljoen). Daarnaast zijn de opbrengsten uit de nettarieven (horizontaal en verticaal) gebaseerd op offshore bedrijfsuitgaven van 3,4% op het geïnvesteerde kapitaal. Met de overgang vanaf 2019 naar een mechanisme op basis van werkelijke uitgaven heerst een sterke waarschijnlijkheid dat ook in 2018 alleen de gemaakte offshorekosten zullen worden aanvaard (pass-on benadering). Het verschil tussen de toegestane vergoeding en de werkelijke kosten moet aan de klant worden terugbetaald, wat leidt tot de erkenning van een verplichting voor offshore kosten (- € 72,8 miljoen).

De EBITDA steeg licht met € 2,6 miljoen tot € 475,0 miljoen (stijging met 0,5%). De totale investeringsvergoeding daalde (- € 25,9 miljoen) doordat de hogere onshore vergoeding (+ € 17,5 miljoen) en offshore vergoeding (+ € 14,0 miljoen), onder impuls van het lopende investeringsprogramma, meer dan gecompenseerd werden door de lagere toegestane vergoeding voor offshore bedrijfsuitgaven (- € 57,4 miljoen). De regulatoire opbrengsten van het Basisjaarmechanisme daalden (- € 3,3 miljoen) als gevolg van de jaarlijkse aanpassing voor inflatie en productiviteit zoals opgelegd door het regelgevend kader. Bedrijfsuitgaven en andere kosten zijn licht gedaald (+ € 2,4 miljoen). Het efficiëntieprogramma dat in 2017 werd ingevoerd, leidde tot een verdere daling in verschillende bedrijfsuitgaven, zoals onderhoud en verzekering. Tegelijkertijd stegen de inkomsten uit geactiveerde eigen productie door hogere toewijzing van personeelskosten aan nieuwe investeringen en die slechts gedeeltelijk werden gecompenseerd door hogere salariskosten, als gevolg van een stijging van de tarifaire lonen en extra personeel om het uitbreidende investeringsprogramma uit te rollen.

De EBIT (+ 19,5%) werd verder beïnvloed door de vrijval van een voorziening voor hangende geschillen over erfdienstbaarheden (+ € 72,1 miljoen). Die voorziening werd aangelegd na de eenmaking van Duitsland om eventuele rechtsvorderingen van grondeigenaren in Oost-Duitsland te dekken. Na een herbeoordeling ingegeven door een belastingcontrole is een deel van de voorziening vrijgegeven. Dat werd deels gecompenseerd door de toegenomen afschrijvingen als gevolg van de ingebruikname van de zuidwestelijke interconnector en de Noordring in de tweede helft van 2017 en de gedeeltelijke ingebruikname van Ostwind 1 in 2018 (- € 11,8 miljoen). Rekening houdend met eenmalige opbrengsten verbonden aan de gedeeltelijke ingebruikname van het Ostwind-project (€ 33,3 miljoen) en een bonus voor het efficiënte beheer van hernieuwbare energie (€ 0,1 miljoen), gedeeltelijk gecompenseerd door de regulatoire regeling van voorgaande jaren (- € 2,8 miljoen), bedroeg de EBIT € 385,4 miljoen.

De nettowinst steeg tot € 237.9 miljoen, waarvan € 169.2 miljoen (stijging met 54.4%) toe te rekenen was aan de eigenaars van de Vennootschap als gevolg van:

    1. Toenemende activa die leiden tot hogere investeringsvergoedingen (gestegen met € 31,5 miljoen);
    1. Lagere vergoeding voor offshore bedrijfsuitgaven (gedaald met € 57,4 miljoen);
    1. Lagere basisjaaropbrengsten (gedaald met € 3,3 miljoen);
    1. Lagere bedrijfsuitgaven en andere kosten (gestegen met € 2,4 miljoen);
    1. Vrijgave van voorziening voor hangende geschillen (gestegen met € 72,1 miljoen);
    1. Hogere afschrijvingen (gedaald met € 11,8 miljoen) door de ingebruikname van investeringen;
    1. Verlaagde nettofinancieringskosten (gestegen met € 7,4 miljoen), hoofdzakelijk door een verlaging van de rente op belastingrisico's (+ € 3,8 miljoen) en lagere rente op de voorziening voor hangende geschillen over erfdienstbaarheden na de vrijgave (+ € 2,6 miljoen);
    1. Hogere winstbelastingen (gedaald met € 7,2 miljoen).

De totale activa zijn gestegen met € 564,0 miljoen tot € 6.752,1 miljoen (toename met 9,1%), vooral als gevolg van de gedane investeringen en een verdere stijging in de kaspositie. 2018 toonde een positieve vrije kasstroom van € 278,7 miljoen, waarvan € 84,3 miljoen werd gegenereerd door het EEG-mechanisme. Het lopende investeringsprogramma is gefinancierd door operationele cashflow en werkkapitaal. In 2018 werd geen nieuwe langetermijnschuld uitgegeven door Eurogrid GmbH. De netto financiële schuld is dienovereenkomstig gedaald tot € 1.272,9 miljoen ten opzichte van eind 2017. Deze omvat een EEG-kaspositie van € 859,4 miljoen.

4.4. Niet-gereguleerde activiteiten (incl. Nemo Link)

GRI 201-1 (Non-regulated activities)

In onderstaande tabel staan de geconsolideerde resultaten van 2018 voor het segment 'Niet-gereguleerde activiteiten' (incl. Nemo Link):

Niet-gereguleerde activiteiten (incl. NemoLink) kerncijfers (in miljoen EUR) – Periode eindigend per 31 december

Niet-gereguleerde activiteiten (incl. NemoLink) kerncijfers
(in miljoen EUR) – Periode eindigend per 31 december
2018 2017
(herwerkt *)
Verschil (%)
Totaal opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten 13,9 19,8 (29,8%)
Afschrijvingen en waardeverminderingen,
wijziging in voorzieningen
(1,0) (0,3) 233,3%
Resultaat uit bedrijfsactiviteiten (9,3) (1,6) 481,3%
Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens
vermogensmutatiemethode (na winstbelastingen)
0,3 (1,4) n.r.
Resultaten voor intrest en belastingen (EBIT) (8,9) (3,0) 196,7%
Resultaten voor afschrijvingen, waardeverminderingen,
intresten en belastingen (EBITDA)
(7,9) (2,6) 203,8%
Financieringsbaten 19,1 3,6 430,6%
Financieringslasten (17,8) (3,0) 493,3%
Winstbelastingen 4,1 (2,5) n.r.
Nettowinst toe te rekenen aan de Eigenaars van de
Vennootschap
(2,8) (4,1) (31,7%)
Geconsolideerde balans
(in miljoen EUR)
31 december 2018 31 december 2017
(herwerkt *)
Verschil (%)
Balanstotaal 1.677,9 594,4 182,3%
Investeringsuitgaven 0,0 0,0 n.r.
Netto financiële schuld 507,6 171,4 196,1%

Geconsolideerde balans

EBITDA (Earnings Before Interest and Taxes, Depreciations and Amortisations) = EBIT + afschrijvingen + veranderingen in voorzieningen EBIT = resultaat uit bedrijfsactiviteiten en aandeel in het resultaat van investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode (na winstbelasting) Netto financiële schuld = langlopende en kortlopende leningen en overige financieringsverplichtingen verminderd met geldmiddelen en kasequivalenten * Zie Toelichting 2.1 voor details over de aanpassing als gevolg van een wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving.

De niet-gereguleerde opbrengsten daalden met 29,8% ten opzichte van 2017. Dat was vooral toe te schrijven aan de opbrengsten van EGI, die daalden van € 13,2 miljoen tot € 9,5 miljoen doordat er minder 'owner's engineering'-diensten werden geleverd dan in 2017. De verkoop in 2018 van het Training and Research Centre for Power Systems Security (GridLab) aan DNV GL heeft ook geleid tot lagere opbrengsten (daling met € 1,0 miljoen).

Een bedrijfsverlies (EBIT) van € 8,9 miljoen werd gegenereerd (stijging met meer dan 100%) door hogere niet-gereguleerde kosten en de lagere bijdrage van EGI. Dit werd gedeeltelijk gecompenseerd door een beperkte bijdrage van Nemo Link, aangezien het nog niet operationeel was in 2018. De belangrijkste drijfveer voor de niet-gereguleerde kosten was de overname van Eurogrid, die € 3,3 miljoen aan juridische en advieskosten met zich meebracht.

Het netto financiële inkomen steeg naar €1,3 miljoen, hoofdzakelijk als gevolg van de acquisitie van een bijkomende deelneming in Eurogrid, wat wordt beschouwd als niet-gereguleerde financiering en daardoor geen impact heeft op de tarieven. De herwaardering van de oorspronkelijke participatie van 60% van de groep in Eurogrid naar reële waarde, leidde tot de opname van een financiële eenmalige winst van € 9,2 miljoen, gedeeltelijk gecompenseerd door de financiële kosten van de financiering van deze transactie. Eerst werd een overbruggingskrediet van € 968,1 miljoen gesloten. In augustus werd het overbruggingskrediet met succes geherfinancierd door de uitgifte van een obligatielening van € 300 miljoen (coupon 1,50%) en hybride effecten van € 700 miljoen (coupon 2,75%). Terwijl de hybride effecten geen impact heeft op de winst (opgebouwde dividenden worden rechtstreeks in het eigen vermogen verwerkt), zijn er voor het overbruggingskrediet en de obligatielening € 4,4 miljoen rentekosten opgenomen. Bovendien werd de mid-swaprate voor zowel de obligatielening als de hybride effecten volledig afgedekt. De afwikkeling van de hedge gekoppeld aan de hybride effecten resulteerde in een eenmalig financieel verlies van € 3,2 miljoen.

Het nettoverlies bedroeg € 3,5 miljoen, waarvan € 2,8 miljoen (daling met 41.7%) toe te rekenen was aan de eigenaars van de Vennootschap als gevolg van:

  1. Het lagere resultaat voor EGI (daling met € 0,5 miljoen) door waardeverminderingen of uitgestelde belastingvorderingen

  2. De financieringskosten in verband met de overname van Eurogrid (daling met € 3,5 miljoen), die hoofdzakelijk bestaan uit financieringsuitgaven die verband houden met de overbruggingsfinanciering, de obligatielening en de rating van de lening; 3. Het hogere resultaat voor Nemo Link (stijging met € 1,1 miljoen) dankzij een kleine outperformance op de financiering van de

- opgenomen in de resultaten van vorige jaren;

  • dochteronderneming en de eerste positieve bijdrage als geassocieerde deelneming;
  • financierings- en hedgingkosten (- € 4,9 miljoen).

  • Het effect van de overname van Eurogrid, aangezien de herwaardering van de oorspronkelijke participatie in Eurogrid van de

Groep naar reële waarde (+ € 9,2 miljoen) gedeeltelijk werd gecompenseerd door acquisitie-gerelateerde uitgaven en eenmalige

De totale activa stegen met € 1.083,5 miljoen naar € 1.677,9 miljoen, voornamelijk als gevolg van de verdere investeringen in Nemo Link en de toegenomen participatie in Eurogrid. Voor deze acquisitie is een goodwill van € 703,3 miljoen opgenomen (zie Toelichting 7.1 voor details). Bijgevolg steeg de netto financiële schuld naar € 507,6 miljoen en weerspiegelt ze de obligatielening die werd gesloten om de bijkomende participatie van 20% in Eurogrid te financieren. De uitgegeven hybride effecten werd gekwalificeerd als eigen vermogen onder IFRS, rekening houdend met de optie om coupons naar eigen goeddunken van de emittent uit te stellen.

4.5. Aansluiting van de informatie over te rapporteren segmenten met IFRS-bedragen

Geconsolideerde balans
(in miljoen EUR) –
Periode eindigend
per 31 december
2018
Elia
Transmissie
2018
50Hertz
Transmissie
2018
Niet-gereguleerd
(incl. Nemo)
2018
Consolidatie
herwerkingen &
intersegment
transacties
2018
Elia Groep
(a) (b) (c) (d) (a)+(b)+(c)+(d)
Totaal opbrengsten en overige
bedrijfsopbrengsten
959,4 1.364,9 13,9 (406,4) 1.931,8
Afschrijvingen en
waardeverminderingen,
wijziging in voorzieningen
(140,2) (89,6) (1,0) (17,1) (247,9)
Resultaat uit bedrijfsactiviteiten 227,1 385,4 (9,3) (166,2) 437,0
Aandeel in resultaat van
investeringen opgenomen
volgens vermogens
mutatiemethode, na belastingen
1,8 0,0 0,3 63,5 65,6
Resultaten voor intrest en
belastingen (EBIT)
228,9 385,4 (8,9) (102,8) 502,6
Resultaten voor afschrijvingen,
waardeverminderingen, intresten
en belastingen (EBITDA)
369,1 475,0 (7,9) (85,7) 750,5
Financieringsbaten 0,6 2,5 19,1 (0,3) 21,9
Financieringslasten (66,0) (48,1) (17,8) 16,7 (115,2)
Winstbelastingen (48,6) (101,9) 4,1 44,2 (102,2)
Nettowinst toe te rekenen
aan de Eigenaars van de
Vennootschap
114,9 169,2 (2,8) 0,1 281,4
Geconsolideerde balans
(in miljoen EUR)
31 dec 2018 31 dec 2018 31 dec 2018 31 dec 2018 31 dec 2018
Balanstotaal 5.909,2 6.752,1 1.677,9 (584,9) 13.754,3
Investeringsuitgaven 600,7 511,0 0,0 (20,8) 1.090,9
Netto financiële schuld 2.825,1 1.272,9 507,6 0,0 4.605,6
Geconsolideerde balans
(in miljoen EUR)– Periode
eindigend per 31 december*
2017
Elia
Transmissie
2017
50Hertz
Transmissie
2017
Niet-gereguleerd
(incl. Nemo)
2017
Consolidatie
herwerkingen &
intersegment
2017
Elia Groep
(a) (b) (c) transacties
(d)
(a)+(b)+(c)+(d)
Totaal opbrengsten en overige
bedrijfsopbrengsten
851,3 1.330,2 19,8 (1.334,2) 867,1
Afschrijvingen en
waardeverminderingen,
wijziging in voorzieningen
(130,8) (149,9) (0,3) 150,2 (130,8)
Resultaat uit bedrijfsactiviteiten 217,0 322,6 (1,6) (322,5) 215,5
Aandeel in resultaat van
investeringen opgenomen
2,0 0,0 (1,4) 108,5 109,1
volgens
Resultaten voor intrest en
vermogensmutatiemethode, na
belastingen (EBIT)
218,9 322,6 (3,0) (213,9) 324,6
belastingen
Resultaten voor afschrijvingen,
waardeverminderingen, intresten
en belastingen (EBITDA)
349,7 472,4 (2,6) (364,1) 455,4
Financieringsbaten 1,9 1,9 3,6 (1,9) 5,5
Financieringslasten (79,0) (56,2) (3,0) 56,3 (81,9)
Winstbelastingen (38,8) (85,6) (2,5) 87,3 (39,6)
Nettowinst toe te rekenen
aan de Eigenaars van de
Vennootschap
103,0 109,6 (4,0) 0,0 208,6
Geconsolideerde balans
(in miljoen EUR)
31 dec 2017 31 dec 2017 31 dec 2017 31 dec 2017 31 dec 2017
Balanstotaal 5.449,0 6.188,1 594,4 (5.649,2) 6.582,3
Investeringsuitgaven 388,1 478,1 0,0 (478,1) 388,1
Netto financiële schuld 2.511,9 1.442,3 171,4 (1.436,5) 2.689,1

* Zie Toelichting 2.1 voor details over de aanpassing als gevolg van een wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving.

Er zijn geen belangrijke intersegment transacties.

De Groep heeft in geen van beide bedrijfssegmenten een concentratie van klanten.

5. Elementen van de geconsolideerde winst- en verliesrekening en niet-

gerealiseerde resultaten

In de loop van het boekjaar verkreeg Elia volledige zeggenschap over Eurogrid door de verwerving van een bijkomende participatie van 20% in Eurogrid International, wat resulteerde in een wijziging van de consolidatiemethode van vermogensmutatie naar volledige consolidatie. Er waren geen wijzigingen in de basis voor presentatie en daardoor waren er geen herwerkingen van cijfers van vorige jaren nodig.

5.1. Bedrijfsopbrengsten en overige inkomsten

(in miljoen EUR) 2018 2017*
Netwerktarieven 1.811,7 790,0
Overdracht van activa van klanten 2,6 1,7
Overige bedrijfsopbrengsten 8,5 16,4
Overige inkomsten: 109,0 59,0
Diensten en technische expertise 1,6 (0,3)
Intern geproduceerde vaste activa 53,9 25,5
Optimaal gebruik van activa 16,3 14,3
Andere 36,8 18,5
Meerwaarde op realisatie MVA 0,5 1,0
Totaal opbrengsten & overige bedrijfsopbrengsten 1.931,8 867,1

* Zie Toelichting 2.1 voor details over de aanpassing als gevolg van een wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving.

Een gedetailleerde analyse van de opgenomen opbrengsten van de Groep op segmentniveau is terug te vinden in de segmentrapporten. Het segment Elia Transmission (België) rapporteerde opbrengsten van € 959,4 miljoen (Toelichting 4.2), het segment 50Hertz Transmission (Duitsland) rapporteerde opbrengsten van € 1.364,9 miljoen (Toelichting 4.3) en het segment 'Nietgereguleerde activiteiten (inclusief Nemo Link)' rapporteerde opbrengsten van € 13,9 miljoen (Toelichting 4.4). De hierboven vermelde gerapporteerde opbrengsten van € 1.931,8 miljoen zijn gecorrigeerd voor het effect van inter-segmentopbrengsten, voor een bedrag van € 3,8 miljoen, en voor Duitse segmentopbrengsten die zijn opgenomen in de periode van januari tot april (bij toepassing van de vermogensmutatiemethode), voor een bedrag van € 402,6 miljoen.

De eigen productie van de Groep heeft betrekking op de tijd van het eigen personeel dat aan investeringsprojecten heeft gewerkt.

De Groep heeft in de verslagperiode € 11,5 miljoen aan opbrengsten opgenomen die aan het begin van de periode waren inbegrepen in het saldo van de contractverplichtingen. De Groep heeft in de verslagperiode geen substantiële opbrengsten opgenomen indien er in voorgaande periodes sprake was van prestatieverplichtingen.

5.2. Bedrijfskosten

GROND- EN HULPSTOFFEN, DIENSTEN EN DIVERSE GOEDEREN
(in miljoen EUR) 2018 2017
Grond- en hulpstoffen 41,5 9,6
Aankoop van ondersteunende diensten 500,2 140,2
Diensten en diverse goederen (excl. aankoop van ondersteunende diensten) 445,5 204,2
Totaal 987,2 354,0

De kosten van de Groep voor 'Grond- en hulpstoffen' waren vrij laag op het einde van het boekjaar 2017 en waren toe te schrijven aan Elia Transmission (België) voor een bedrag van € 5,3 miljoen en aan EGI voor een bedrag van € 4,3 miljoen. Terwijl de kosten van Elia Transmission (België) in 2018 stabiel bleven (€ 5,6 miljoen) zijn de grondstofkosten van EGI in het jaar aanzienlijk gedaald tot € 0,5 miljoen, voornamelijk door een daling van de gerealiseerde EPC-contracten. In 2018 heeft 50Hertz Transmission (Duitsland) aan deze kosten bijgedragen voor een bedrag van € 35,4 miljoen, als gevolg van grondstofkosten van € 54,2 miljoen voor het volledige jaar (waarvan de eerste vier maanden werden teruggenomen). De grondstofkosten voor het Duitse segment bleven min of meer in lijn met het boekjaar 2017, toen de kostenbasis € 56,8 miljoen bedroeg.

De aankoop van ondersteunende diensten omvat de kosten voor diensten waardoor de Groep het evenwicht op het net bewaart tussen injecties en afnames, de constante spanning op het net handhaaft en de congesties beheert. De kosten die Elia Transmission (België) in 2018 heeft gemaakt, zijn gestegen tot € 199,2 miljoen (van € 140,2 miljoen in 2017) als gevolg van de onverwachte onbeschikbaarheid van een aantal nucleaire eenheden in het laatste kwartaal van 2018. Dit leidde tot zeer hoge reserveringsprijzen op de markt. 50Hertz Transmission (Duitsland) heeft € 296,6 miljoen kosten gemaakt, wat overeenstemt met alle kosten vanaf de datum van overname tot eind 2018.

'Diensten en diverse goederen' heeft betrekking op het onderhoud van het net, diensten van derden, verzekeringen, consultancy, en andere. De stijging ten opzichte van het voorgaande jaar wordt voornamelijk gedreven door de bijdrage van 50Hertz Transmission (Duitsland) in het jaar voor een bedrag van € 222,4 miljoen.

PERSONEELSKOSTEN

GRI 201-1 (payments to government: social security contributions)

(in miljoen EUR) 2018 2017
Bezoldigingen 159,5 101,6
Sociale lasten 36,1 26,2
Pensioenkosten 17,0 7,2
Overige personeelskosten 4,8 9,9
Kosten mbt op aandelen gebaseerde betalingen 1,1 0,1
Personeelsvoordelen (andere dan pensioenen) 10,8 2,2
Totaal 229,3 147,2

In december 2018 bood de Elia groep haar werknemers in België aan om in te tekenen op een kapitaalverhoging van Elia System Operator nv. De kapitaalverhoging leidde tot de creatie van 114.039 bijkomende aandelen zonder nominale waarde. De werknemers van de Groep kregen een korting van 16,66 % op de beurskoers van het aandeel, wat resulteerde in een toegekende korting van € 1,1 miljoen. De transactie resulteerde in een kapitaalverhoging van € 2,8 miljoen en een verhoging van de uitgiftepremie met € 2,5 miljoen.

De totale personeelskosten voor de Belgische en niet-gereguleerde activiteiten bedroegen in 2018 € 157,7 miljoen (ten opzichte van € 147,2 miljoen vorig jaar) door een hoger aantal VTE's (1.390,6) dan in 2017 (1.332,2). 50Hertz Transmission (Duitsland) vertegenwoordigde € 71,6 miljoen van de personeelskosten van de Groep in 2018.

Voor meer informatie over pensioenkosten en personeelsvoordelen, zie Toelichting 6.13 Personeelsbeloningen.

AFSCHRIJVINGEN, AMORTISATIE, BIJZONDERE WAARDEVERMINDERING EN WIJZIGINGEN IN VOORZIENINGEN

(in miljoen EUR)
2018
2017
Afschrijvingen van immateriële activa
16,5
8,0
Afschrijvingen van materiële activa
233,1
123,4
Totaal afschrijvingen
249,5
131,4
Waardeverminderingen op voorraden en handelsvorderingen
2,8
(0,3)
Totaal waardeverminderingen
2,8
(0,3)
Overige voorzieningen
(3,1)
1,3
Milieuvoorzieningen
(1,3)
(1,6)
Beweging op voorzieningen
(4,4)
(0,4)
Totaal
247,9
130,8

Het bedrag van waardeverminderingen op handelsvorderingen wordt verklaard in Toelichting 8.1 'Beheer van financiële risico's en derivaten'.

Een uitgebreide beschrijving wordt gegeven in andere hoofdstukken over immateriële vaste activa (zie Toelichting 6.2), materiële vaste activa (zie Toelichting 6.1) en voorzieningen (zie Toelichting 6.14).

OVERIGE BEDRIJFSKOSTEN

GRI 201-1 (payments to government: taxes other than income tax)

(in miljoen EUR) 2018 2017
Belastingen andere dan winstbelastingen 13,9 11,9
Minderwaarde op verkoop, buitendienststellingen materiële activa 13,5 7,5
Minderwaarden op realisatie handelsvorderingen 0,4 0,0
Overige 2,6 0,3
Overige bedrijfskosten 30,4 19,6

Belastingen andere dan inkomstenbelastingen bestaan hoofdzakelijk uit eigendomsbelastingen.

De verliezen op de verkoop van materiële vaste activa bedragen in totaal € 11,2 miljoen voor Elia Transmission (België), tegenover € 7,5 miljoen het voorgaande jaar en € 2,2 miljoen voor 50Hertz Transmission (Duitsland).

Het totale aandeel van 50Hertz Transmission (Duitsland)' in de overige bedrijfskosten van de Groep in 2018 bedroeg € 6,6 miljoen.

5.3. Nettofinancieringslasten

(in miljoen EUR) 2018 2017
Financieringsopbrengsten 21,9 5,5
Interestbaten uit beleggingswaarden, geldmiddelen en kasequivalenten 7,1 3,6
Overige financiële baten 14,8 1,9
Financieringskosten (115,2) (81,9)
Interestlasten (95,8) (68,1)
Interestlasten op derivaten (4,4) (9,3)
Overige financiële lasten (15,0) 4,5
Nettofinancieringslasten (93,2) (76,5)

Financieringsopbrengsten zijn gestegen van € 5,5 miljoen in 2017 naar € 21,9 miljoen in 2018. De bijdrage van 50Hertz Transmission (Duitsland) aan de financieringsopbrengsten bedraagt € 2,2 miljoen voor 2018. De interestbaten omvatten € 6,3 miljoen (2017: € 3,6 miljoen) aan interesten uit een leningovereenkomst tussen Elia System Operator en Nemo Link Ltd. Zie toelichting 6.4.1 voor meer details. De overige financiële opbrengsten omvatten ook een herwaarderingsmeerwaarde van € 9,2 miljoen tot de reële waarde van de initiële participatie van 60% van de Groep in Eurogrid. Zie Toelichting 4.4.

De interestlasten op euro-obligaties en andere bankleningen stegen door een aantal factoren. Elia Transmission (België) heeft netto € 67,6 miljoen aan interestlasten op leningen in het jaar opgelopen, wat vergelijkbaar is met het voorgaande jaar. De licht gestegen rente op leningen is voornamelijk het gevolg van een stijging van de nominale waarde van de uitstaande schuld, die werd veroorzaakt door de in september 2018 uitgegeven obligatielening van € 300 miljoen, de EIB-lening van € 100 miljoen en een speciale lening toegewezen aan NemoLink van € 210 miljoen die in december 2018 werd afgesloten. Deze lichte stijging wordt echter volledig gecompenseerd door het hogere niveau van de gekapitaliseerde financieringskosten in het jaar, namelijk € 9,0 miljoen (2017: € 8,3 miljoen), waarbij de stijging van de kosten het gevolg is van de roll-out van een aantal grotere projecten. Het aandeel van 50Hertz Transmission (Duitsland) in de interestlasten op leningen bedroeg € 28,2 miljoen.

De interestlasten op derivaten zijn sterk gedaald door een aantal renteswaps die in het boekjaar 2017 zijn geëindigd en in 2018 gedeeltelijk werden vervangen door renteswaps tegen lage marktrentes.

De overige financiële kosten zijn gestegen door een aantal eenmalige financiële kosten die voortvloeien uit de acquisitie van de 20% participatie in 50 Hertz Transmission (Duitsland).

Voor meer details over nettoschulden en leningen, zie Toelichting 6.12.

5.4. Inkomstenbelastingen

GRI 201-1 (Payments to government by country: corporate income taxes)

OPGENOMEN IN DE WINST- EN VERLIESREKENING

De geconsolideerde resultatenrekening omvat de volgende inkomstenbelastingen:
(in miljoen EUR) 2018 2017
(herwerkt *)
Huidig boekjaar 82,6 28,5
Aanpassingen m.b.t. voorgaande jaren 23,2 0,7
Totaal kortlopende verschuldigde winstbelastingen 105,9 29,2
Ontstaan en terugname van tijdelijke verschillen (3,7) 10,4
Totaal uitgestelde winstbelastingen (3,7) 10,4
Totaal verschuldigde winstbelasting in winst -en verliesrekening 102,2 39,6

* Zie Toelichting 2.1 voor details over de aanpassing als gevolg van een wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving.

De totaal verschuldigde inkomstenbelastingen waren in 2018 hoger dan in 2017. De volledige consolidatie van 50Hertz Transmission (Duitsland) in de laatste acht maanden van 2018 heeft geleid tot een stijging van € 57,8 miljoen in de totale inkomstenbelastingen. De resterende stijging van de verschuldigde belastingen is onder meer het gevolg van een aanzienlijke beperking van de gevolgen van de notionele interestaftrek (NIA) in 2018. Dit had een aanzienlijk positief belastingeffect in 2017.

AANSLUITING VAN EFFECTIEF BELASTINGTARIEF

De belasting op de winst (het verlies) vóór belastingen van de Groep verschilt van het theoretische bedrag berekend op basis van de wettelijke aanslagvoet in België en de werkelijke winsten (verliezen) van de geconsolideerde vennootschappen:

(in miljoen EUR) 2018 2017
(herwerkt *)
Winst voor belastingen 409,3 268,2
Winstbelastingen (102,2) 39,1
Verschuldigde winstbelastingen met toepassing van het lokaal belastingtarief 121,0 91,2
Lokaal belastingtarief 29,58% 33,99%
Effect van belastingtarief in buitenland (0,1) (0,2)
Belastingimpact resultaat van deelnemingen verwerkt volgens de
vermogensmutatiemethode
(19,4) (37,0)
Verworpen uitgaven 5,3 2,6
Aanpassingen m.b.t. voorafgaande jaren 0,5 0,7
Gebruik van notionele interesten 0,0 (13,1)
Belastingkrediet onderzoek en ontwikkeling (0,5) (2,3)
Gebruik van uitgestelde belastingen op overgedragen NIA 0,0 7,9
Belastinghervorming: aanpassing uitgestelde belastingen (0,4) (12,4)
Overige (4,2) 1,3
Winstbelastingen 102,2 39,6
NIA = Notionele interestaftrek
Zie Toelichting 2.1 voor details over de aanpassing als gevolg van een wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving.
* Het nominale belastingtarief in Duitsland bedraagt 29.59%

De Belgische notionele interestaftrek (NIA) heeft een aanzienlijk effect op de inkomstenbelastingen voor boekjaar 2017. Aangezien alle resterende notionele interestaftrek in 2017 werd gebruikt, waren de positieve effecten van de notionele interestaftrek in 2018 niet langer voelbaar.

Uitgestelde inkomstenbelastingen worden verder besproken in Toelichting 6.6.

5.5. Winst per aandeel (WPA)

GEWONE WPA

De gewone winst per aandeel wordt berekend door de nettowinst die is toe te schrijven aan de aandeelhouders van de Vennootschap te delen (€ 275,2 miljoen) door het gewogen gemiddelde van het aantal gewone uitstaande aandelen doorheen het jaar.

Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen 2018 2017
Uitgegeven gewone aandelen per 1 januari 60.901.019 60.891.158
Effect van in maart 2017 uitgegeven aandelen 7.646
Effect van in december 2018 uitgegeven aandelen 3.437
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen per 31 december 60.904.456 60.898.804

VERWATERDE WPA

De verwaterde winst per aandeel wordt berekend door de winst (of het verlies) die kan worden toegekend aan de aandeelhouders en het gewogen gemiddeld aantal gewone uitstaande aandelen te corrigeren voor de gevolgen van alle potentiële gewone aandelen die tot verwatering zullen leiden en die bestaan uit aandelenopties en converteerbare obligaties.

De verwaterde winst per aandeel is gelijk aan de gewone winst per aandeel, aangezien er geen converteerbare obligaties noch aandelenopties bestaan.

Eigen vermogen per aandeel

Het eigen vermogen per aandeel bedroeg € 44,9 per aandeel op 31 december 2018, tegenover € 42,1 per aandeel eind 2017.

5.6. Niet-gerealiseerde resultaten

De totale gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten omvatten zowel het resultaat van de periode dat in de winst- en verliesrekening is opgenomen als de niet-gerealiseerde resultaten die in het eigen vermogen zijn opgenomen. Niet-gerealiseerde resultaten omvatten alle veranderingen in het eigen vermogen met uitzondering van die veranderingen die betrekking hebben op de eigenaar dewelke direct worden opgenomen in het 'overzicht van mutaties in het eigen vermogen'.

Wijzigingen in de reële waarde

Kasstroomafdekkingen

Het negatieve effect in reële waarde van kasstroomafdekkingen was voornamelijk te wijten aan de negatieve reële waarde op de afwikkelingsdatum van de pre-hedge op de obligatielening uitgegeven in september 2018 in verband met de verwerving van de 20% participatie in 50Hertz. De afdekkingsreserve is in detail beschreven in Toelichting 8.1.

Reële waarde op investeringen via de niet-gerealiseerde resultaten

Investeringen die eerder tegen geamortiseerde kostprijs werden gewaardeerd, worden met de toepassing van IFRS 9 via nietgerealiseerde resultaten gewaardeerd (voor zover de investering niet onder IFRS 12 is gecategoriseerd). Dit had een positief effect van € 2,7 miljoen in niet-gerealiseerde resultaten.

Herwaarderingen

De niet-gerealiseerde resultaten op verplichtingen na uitdiensttreding hadden een beperkte impact van € 0,8 miljoen (€ 0,6 na belastingen). Zie Toelichting 6.13 voor meer details. Het effect in het voorgaande jaar was vooral het gevolg van ervaringsaanpassingen.

6. Elementen van de geconsolideerde balans

6.1. Materiële vaste activa

(in miljoen EUR) Terreinen
en
gebouwen
Machines en
uitrusting
Meubilair en
voertuigen
Andere
materiele
vaste
activa
Activa in
aanbouw
Totaal
AANSCHAFFINGSWAARDE
Stand per 1 januari 2017 199,8 4.904,2 162,2 14,8 448,9 5.729,9
Verwervingen 3,5 46,3 8,8 0,1 318,6 377,3
Buitengebruikstellingen (0,3) (43,2) (1,7) (0,2) (0,1) (45,6)
Overboekingen van ene post naar
andere
2,9 357,9 0,0 4,6 (365,5) 0,0
Stand per 31 december 2017 205,9 5.265,1 169,3 19,3 401,9 6.061,6
Stand per 1 januari 2018 205,9 5.265,1 169,3 19,3 401,9 6.061,6
Bedrijfscombinatie 207,0 2.713,3 68,6 0,0 1.504,4 4.493,4
Verwervingen 6,1 162,5 20,1 0,1 841,4 1.030,1
Buitengebruikstellingen (4,1) (68,6) (6,3) 0,0 (22,2) (101,1)
Overboekingen van ene post naar
andere
2,7 1.087,1 10,4 5,7 (1.105,9) 0,0
Stand per 31 december 2018 417,6 9.159,3 262,2 25,2 1.619,7 11.483,9
AFSCHRIJVINGEN EN MINDERWAARDEN
Stand per 1 januari 2017 (22,8) (2.613,7) (125,7) (11,3) 0,0 (2.773,4)
Afschrijvingen (1,9) (110,8) (8,6) (2,1) 0,0 (123,5)
Buitengebruikstellingen 0,1 35,6 1,7 0,2 0,0 37,6
Overboekingen van ene post naar
andere
0,0 3,0 0,0 (3,0) 0,0 0,0
Stand per 31 december 2017 (24,7) (2.685,9) (132,6) (16,1) 0,0 (2.859,2)
Stand per 1 januari 2018 (24,7) (2.685,9) (132,6) (16,1) 0,0 (2.859,2)
Afschrijvingen (4,4) (207,2) (21,2) (0,9) 0,0 (233,7)
Buitengebruikstellingen 2,8 56,4 6,0 0,0 0,0 65,2
Overboekingen van ene post naar
andere
0,0 5,7 (0,3) (5,3) 0,0 0,0
Stand per 31 december 2018 (26,3) (2.831,0) (148,1) (22,3) 0,0 (3.027,7)
(in miljoen EUR) Terreinen
en
gebouwen
Machines en
uitrusting
Meubilair en
voertuigen
Andere
materiele
vaste
activa
Activa in
aanbouw
Totaal
AANSCHAFFINGSWAARDE
Stand per 1 januari 2017 199,8 4.904,2 162,2 14,8 448,9 5.729,9
Verwervingen 3,5 46,3 8,8 0,1 318,6 377,3
Buitengebruikstellingen (0,3) (43,2) (1,7) (0,2) (0,1) (45,6)
Overboekingen van ene post naar
andere
2,9 357,9 0,0 4,6 (365,5) 0,0
Stand per 31 december 2017 205,9 5.265,1 169,3 19,3 401,9 6.061,6
Stand per 1 januari 2018 205,9 5.265,1 169,3 19,3 401,9 6.061,6
Bedrijfscombinatie 207,0 2.713,3 68,6 0,0 1.504,4 4.493,4
Verwervingen 6,1 162,5 20,1 0,1 841,4 1.030,1
Buitengebruikstellingen (4,1) (68,6) (6,3) 0,0 (22,2) (101,1)
Overboekingen van ene post naar
andere
2,7 1.087,1 10,4 5,7 (1.105,9) 0,0
Stand per 31 december 2018 417,6 9.159,3 262,2 25,2 1.619,7 11.483,9
AFSCHRIJVINGEN EN MINDERWAARDEN
Stand per 1 januari 2017 (22,8) (2.613,7) (125,7) (11,3) 0,0 (2.773,4)
Afschrijvingen (1,9) (110,8) (8,6) (2,1) 0,0 (123,5)
Buitengebruikstellingen 0,1 35,6 1,7 0,2 0,0 37,6
Overboekingen van ene post naar
andere
0,0 3,0 0,0 (3,0) 0,0 0,0
Stand per 31 december 2017 (24,7) (2.685,9) (132,6) (16,1) 0,0 (2.859,2)
Stand per 1 januari 2018 (24,7) (2.685,9) (132,6) (16,1) 0,0 (2.859,2)
Afschrijvingen (4,4) (207,2) (21,2) (0,9) 0,0 (233,7)
Buitengebruikstellingen 2,8 56,4 6,0 0,0 0,0 65,2
Overboekingen van ene post naar
andere
0,0 5,7 (0,3) (5,3) 0,0 0,0
Stand per 31 december 2018 (26,3) (2.831,0) (148,1) (22,3) 0,0 (3.027,7)
(in miljoen EUR) Terreinen
en
gebouwen
Machines en
uitrusting
Meubilair en
voertuigen
Andere
materiele
vaste
activa
Activa in
aanbouw
Totaal
AANSCHAFFINGSWAARDE
Stand per 1 januari 2017 199,8 4.904,2 162,2 14,8 448,9 5.729,9
Verwervingen 3,5 46,3 8,8 0,1 318,6 377,3
Buitengebruikstellingen (0,3) (43,2) (1,7) (0,2) (0,1) (45,6)
Overboekingen van ene post naar
andere
2,9 357,9 0,0 4,6 (365,5) 0,0
Stand per 31 december 2017 205,9 5.265,1 169,3 19,3 401,9 6.061,6
Stand per 1 januari 2018 205,9 5.265,1 169,3 19,3 401,9 6.061,6
Bedrijfscombinatie 207,0 2.713,3 68,6 0,0 1.504,4 4.493,4
Verwervingen 6,1 162,5 20,1 0,1 841,4 1.030,1
Buitengebruikstellingen (4,1) (68,6) (6,3) 0,0 (22,2) (101,1)
Overboekingen van ene post naar
andere
2,7 1.087,1 10,4 5,7 (1.105,9) 0,0
Stand per 31 december 2018 417,6 9.159,3 262,2 25,2 1.619,7 11.483,9
AFSCHRIJVINGEN EN MINDERWAARDEN
Stand per 1 januari 2017 (22,8) (2.613,7) (125,7) (11,3) 0,0 (2.773,4)
Afschrijvingen (1,9) (110,8) (8,6) (2,1) 0,0 (123,5)
Buitengebruikstellingen 0,1 35,6 1,7 0,2 0,0 37,6
Overboekingen van ene post naar
andere
0,0 3,0 0,0 (3,0) 0,0 0,0
Stand per 31 december 2017 (24,7) (2.685,9) (132,6) (16,1) 0,0 (2.859,2)
Stand per 1 januari 2018 (24,7) (2.685,9) (132,6) (16,1) 0,0 (2.859,2)
Afschrijvingen (4,4) (207,2) (21,2) (0,9) 0,0 (233,7)
Buitengebruikstellingen 2,8 56,4 6,0 0,0 0,0 65,2
Overboekingen van ene post naar
andere
0,0 5,7 (0,3) (5,3) 0,0 0,0
Stand per 31 december 2018 (26,3) (2.831,0) (148,1) (22,3) 0,0 (3.027,7)

BOEKWAARDE

Stand per 1 januari 2017 177,0 2.290,5 36,5 3,5 448,9 2.956,5
Stand per 31 december 2017 181,2 2.579,3 36,7 3,2 401,9 3.202,4
Stand per 1 januari 2018 181,2 2.579,3 36,7 3,2 401,9 3.202,4
Stand per 31 december 2018 391,3 6.328,3 114,1 2,9 1.619,7 8.456,2

De grootste verwervingen in België hebben betrekking op grote interconnectieprojecten zoals Brabo (€ 47,2 miljoen) en ALEGrO (€ 101,0 miljoen). Er waren ook belangrijke verwervingen in verband met de verbetering van de hoogspanningslijn Mercator-Horta (€ 43,1 miljoen) en er werd € 111,4 miljoen geïnvesteerd in de Modular Offshore Grid.

In totaal werd in Duitsland € 219,5 miljoen geïnvesteerd in onshore projecten, terwijl offshore investeringen in totaal € 272,0 miljoen bedroegen. De belangrijkste onshore investeringen hielden verband met de modernisering van het telecommunicatienetwerk (€ 24,2 miljoen), de versterking van hoogspanningsmasten om de operationele veiligheid te verbeteren (€ 15,1 miljoen), de herstructurering en de versterking van de luchtlijn van Wolmirstedt naar Güstrow (€ 11,3 miljoen) en de versterking van de luchtlijn van Wolmirstedt naar Helmstedt (€ 10,3 miljoen). De offshore investeringen werden vooral uitgevoerd voor de offshore netaansluitingen van Ostwind 1 (€ 126,8 miljoen), Ostwind 2 (€ 98,7 miljoen) en het offshore interconnectorproject Kriegers Flak Combined Grid Solution (€ 43,8 miljoen).

In 2018 werd € 16,3 miljoen aan financieringskosten geactiveerd op de verwervingen in 2018. € 8,8 miljoen (€ 8,2 miljoen in 2017), op basis van een gemiddelde rentevoet van 2,68% (3,21% in 2017) is afkomstig van het segment Elia Transmission (België). Een bedrag van € 7,5 miljoen, op basis van een gemiddelde rentevoet van 1,25% komt van het segment 50Hertz Transmission (Duitsland).

Openstaande investeringsverplichtingen worden beschreven in Toelichting 8.2.

6.2. Immateriële activa en goodwill

(in miljoen EUR) Goodwill Ontwikkelings
kosten software
Licenties /
Concessies
Totaal
AANSCHAFFINGSWAARDE
Stand per 1 januari 2017 1.707,8 90,2 3,4 1.801,3
Verwervingen 0,0 10,5 0,3 10,8
Buitengebruikstellingen 0,0 0,0 (0,1) (0,1)
Stand per 31 december 2017 1.707,8 100,7 3,6 1.812,1
Stand per 1 januari 2018 1.707,8 100,7 3,6 1.812,1
Bedrijfscombinatie 0,0 30,8 21,8 52,6
Verwervingen 703,3 24,3 0,0 727,6
Buitengebruikstellingen 0,0 (0,5) 0,0 (0,5)
Stand per 31 december 2018 2.411,1 155,3 25,4 2.591,8
AFSCHRIJVINGEN EN MINDERWAARDEN
Stand per 1 januari 2017 (0,0) (63,3) (2,2) (65,5)
Afschrijvingen 0,0 (7,6) (0,4) (8,0)
Stand per 31 december 2017 (0,0) (70,9) (2,6) (73,5)
Stand per 1 januari 2018 (0,0) (70,9) (2,6) (73,5)
Afschrijvingen 0,0 (15,1) (1,3) (16,4)
Buitengebruikstellingen 0,0 0,4 0,0 0,4
Stand per 31 december 2018 (0,0) (85,7) (3,9) (89,5)
BOEKWAARDE
Stand per 1 januari 2017 1.707,8 26,9 1,1 1.735,8
Stand per 31 december 2017 1.707,8 29,8 1,0 1.738,6
Stand per 1 januari 2018 1.707,8 29,8 1,0 1.738,6
Stand per 31 december 2018 2.411,1 69,6 21,5 2.502,3

Software omvat zowel IT-toepassingen die door de Vennootschap worden ontwikkeld voor het beheer van het net als software voor de normale bedrijfsactiviteiten van de Groep.

In de loop van 2018 werd een bedrag van € 0,2 miljoen financieringslasten (€ 0,2 miljoen in 2017) geactiveerd op de verwervingen in 2017 tegen een gemiddelde rentevoet van 2,68% (3,21% in 2017).

De goodwill heeft betrekking op de volgende bedrijfscombinaties en is toegewezen aan de KGE Elia Transmission voor de verwerving van Elia Asset en Elia Engineering en aan de KGE 50Hertz Transmission voor de verwerving van de 20% participatie in Eurogrid International:

(in miljoen EUR) 2018 2017
Verwerving belang Elia Asset door Elia System Operator - 2002 1.700,1 1.700,1
Verwerving belang Elia Engineering door Elia Asset - 2004 7,7 7,7
Verwerving belang Eurogrid International – 2018 * 703,4 0,0
Totaal 2.411,2 1.707,8

*Zie Toelichting 7.1. voor een gedetailleerde beschrijving en berekening van de goodwill in verband met de verwerving van de 20% participatie in Eurogrid International

TOETSING OP BIJZONDERE WAARDEVERMINDERING VOOR DE KASSTROOMGENERERENDE EENHEID DIE GOODWILL BEVAT

Verwerving van Elia Asset en Elia Engineering

In 2002 resulteerde de verwerving van Elia Asset door de Vennootschap voor een bedrag van € 3.304,1 miljoen in een positief consolidatieverschil van € 1.700,1 miljoen. Dit positieve consolidatieverschil was het resultaat van het verschil tussen de aanschafwaarde van deze entiteit en de boekwaarde van haar activa. Het verschil is toe te schrijven aan verschillende elementen zoals (i) de aanstelling van Elia als TNB voor een periode van 20 jaar, (ii) de unieke middelen waarover Elia in België kan beschikken aangezien Elia voor 100% eigenaar is van het net op zeer hoge spanning en de eigenaar is van (of het gebruiksrecht heeft op) 94% van het hoogspanningsnet, en dus als enige het recht heeft om een ontwikkelingsprogramma voor te stellen en (iii) Elia beschikt over de knowhow als TNB.

Op de datum van verwerving konden deze elementen niet op objectieve, transparante en betrouwbare wijze in euro worden gekwalificeerd of gekwantificeerd. Bijgevolg kon het verschil niet worden toegewezen aan specifieke activa en werd het als niettoegewezen beschouwd. Daarom werd dit verschil vanaf de eerste toepassing van IFRS in 2005 erkend als goodwill. Het regelgevend kader, voornamelijk de verrekening in de tarieven van de buitengebruikstelling van vaste activa zoals van toepassing sinds 2008, had geen impact op deze boekhoudkundige verwerking. De goodwill zoals hierboven beschreven en de goodwill ontstaan bij de verwerving van Elia Engineering in 2004 zijn voor de toetsing betreffende de bijzondere waardeverminderingen aan de enige kasstroomgenererende eenheid toegerekend, aangezien de inkomsten en lasten werden gegenereerd door één activiteit, meer bepaald de 'gereguleerde activiteit in België'.

Om die reden heeft de Vennootschap de boekwaarde van de goodwill aan één eenheid toegewezen, zijnde de gereguleerde activiteit in België. Sinds 2004 werden jaarlijks toetsingen op bijzondere waardeverminderingen uitgevoerd die niet resulteerden in de opname van enige waardeverminderingsverliezen. Kasstroomgenererende eenheden waaraan goodwill werd toegerekend worden minstens één keer per jaar getoetst op bijzondere waardeverminderingen, rekening houdend met de hoogste waarde van hun reële waarde minus de verkoopkosten of de bedrijfswaarde, waarbij de volgende veronderstellingen en waarderingsmethoden worden toegepast.

De toetsing op bijzondere waardeverminderingen werd gedaan door een onafhankelijk expert. Deze toetsing op bijzondere waardeverminderingen is gebaseerd op een aantal verschillende waarderingsmethodes die onderworpen zijn aan verschillende veronderstellingen. De belangrijkste waarderingsmethodes in deze toetsing op bijzondere waardeverminderingen zijn:

• Discontering van toekomstige kasstromen (DCF-modellen): Er werden een aantal verschillende DCF-varianten gebruikt, die onderling voornamelijk verschillen in de methode die wordt gebruikt om de zogenaamde 'terminal value' te bepalen. Rekening houdend met de bijzonderheden van de activiteiten van de Groep wordt voorrang gegeven aan het Regulated Asset Base (RAB)-

- model als basis voor de schatting van de eindwaarde; • Discontering van toekomstige dividenden;

  • Waarderingen die gebaseerd zijn op multiples afgeleid van recente transacties.

• Marktwaarderingen die gebaseerd zijn op marktmultiples van vergelijkbare bedrijven;

De methode van toekomstige kasstromen en toekomstige dividenden is gebaseerd op het ondernemingsplan voor de periode 2019-2028. De volgende algemene belangrijke veronderstellingen werden gebruikt:

  • een aanslagvoet van 25% vanaf 2020;
  • een onafgebroken groei van 1,5%;
  • een marktrisicopremie van 5,5%;

In het bijzonder met betrekking tot de bovengenoemde waarderingsmethoden, werden de volgende belangrijke veronderstellingen gebruikt:

  • 1) DCF-gebaseerde modellen:
  • Risicovrije rentevoet: 0,8%;
  • Levered beta van 0,7;
  • Levered beta wordt berekend op basis van de beoogde schuldgraad van 60%;
  • Kosten van eigen vermogen: 7,3%;
  • Kosten van schulden vóór belastingen: 2,4%;
  • WACC: 3,99%.
  • 2 ) Discontering van toekomstige dividenden:
    • Kosten van eigen vermogen: 7,3%.
  • 3) Marktwaarderingen:
  • Waargenomen Ondernemingswaarde / EBIT: 15,6.
  • Waargenomen P/E: 12,8.

• In dit model wordt rekening gehouden met dividenden en verwachte kapitaalverhogingen;

• Waargenomen Ondernemingswaarde / RAB: 1,5. 4) Waarderingen, gebaseerd op recente transacties

• Waargenomen Ondernemingswaarde / EBIT: 18,7.

De onafhankelijke analyse en gevoeligheidsanalyse gaven geen aanleiding tot het identificeren van een waardevermindering op de aanwezige goodwill in het boekjaar 2018. In verband met de beoordeling van de realiseerbare waarde meent het management, op basis van de analyse van de externe deskundige en op basis van wat op dit moment bekend is, dat geen redelijkerwijze te verwachten wijziging van enige van de bovenstaande veronderstellingen zou leiden tot materiële waardeverminderingen.

Verwerving van Eurogrid International

In april 2018 resulteerde de verwerving van een bijkomende participatie van 20% in Eurogrid International door de Vennootschap voor een bedrag van € 988,7 miljoen in een positief consolidatieverschil van € 703,4 miljoen. Dit positieve consolidatieverschil was het resultaat van het verschil tussen de aanschafwaarde van deze entiteit en de boekwaarde van haar activa.

6.3. Langlopende handels- en overige vorderingen

(in miljoen EUR) 2018 2017
Leningen aan derden 2,6 0,0
Leningen aan gezamenlijke overeenkomsten 174,4 147,8
Totaal 177,0 147,8

Zoals vermeld in Toelichting 5.1 heeft de Groep een participatie van 50% in Nemo Link Ltd. Dit bedrijf wordt door beide aandeelhouders gefinancierd via eigen vermogen en leningen. Als gevolg hiervan staat er per 31 december 2018 een langlopende vordering van € 174,4 miljoen uit op Nemo Link Ltd. Deze wordt geboekt als een ongedekt kredietinstrument met een vaste rentevoet en een looptijd van 25 jaar na de commerciële exploitatiedatum van de interconnector (zie Toelichting 6.4).

Naast de lening aan Nemo Link heeft de Groep ook een uitstaande vordering op een derde voor een bedrag van € 2,6 miljoen. Deze vordering werd toegekend voor de financiering van een gezamenlijk project met Elia.

Zie Toelichting 8.1. voor een gedetailleerde analyse van het kredietrisico dat met deze leningen verbonden is.

6.4. Investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode

6.4.1. Joint ventures

Eurogrid International CVBA

In april 2018 verwierf de Groep een bijkomende participatie van 20% en zeggenschap over Eurogrid International CVBA. Als gevolg hiervan wordt Eurogrid International CVBA vanaf de datum van verwerving niet langer opgenomen als een joint venture, maar als een volledig geconsolideerde entiteit. Het aandeel van de winst van investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode in de eerste vier maanden van 2018 voor Eurogrid International CVBA was € 63,5 miljoen. Zie Toelichting 7.1.

Nemo Link Ltd

Op 27 februari 2015 hebben Elia System Operator en National Grid samen een joint-ventureovereenkomst afgesloten met betrekking tot de bouw van de Nemo Link Interconnector tussen België en het VK. Dat project bestaat uit onderzeese en ondergrondse kabels die verbonden zijn met een conversiestation en hoogspanningsstation in beide landen, waardoor elektriciteit in beide richtingen kan worden vervoerd tussen de twee landen en het VK en België kunnen rekenen op een meer betrouwbare en beter toegankelijke toegang tot elektriciteit en duurzame elektriciteitsproductie. Elke aandeelhouder heeft een belang van 50% in Nemo Link Ltd, een Brits bedrijf.

Beide aandeelhouders hebben sinds 2016 financiering verleend aan Nemo Link Ltd via inbreng in het eigen vermogen en leningen (verdeling 50/50).

In 2018 verstrekte Elia financiering voor € 59,5 miljoen, waarmee de totale financiering door Elia opliep tot € 290,7 miljoen, waarvan 40% via inbreng in het eigen vermogen en 60% via leningen. De cijfers van deze joint venture zijn opgenomen in het segment 'Nietgereguleerde activiteiten (Incl. NemoLink)'. Zie Toelichting 4.4.

De volgende tabel geeft een overzicht van de financiële informatie van de joint venture op basis van zijn IFRS-jaarrekening en de aansluiting met de boekwaarde van het belang van de Groep in de geconsolideerde jaarrekening.

(in miljoen EUR) 2018 2017
Percentage eigendomsbelang 50,0% 50,0%
Vaste activa 606,3 490,7
Vlottende activa 35,5 63,7
Langlopende verplichtingen 381,2 297,1
Kortlopende verplichtingen 27,4 72,3
Eigen vermogen 233,2 185,0
Group's carrying amount for the interest 116,6 92,5
Opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten 0,0 0,0
Afschrijvingen 0,0 0,0
Financieringsopbrengsten 0,6 (0,1)
Winst voor belastingen 0,6 (0,1)
Winstbelastingen 0,0 (2,6)
Winst over het boekjaar 0,6 (2,7)
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar 0,6 (2,7)
Aandeel van de Groep in de winst over het boekjaar 0,3 (1,4)
Dividenden ontvangen door de Groep 0,0 0,0

6.4.2. Geassocieerde deelnemingen

De Groep heeft vier geassocieerde deelnemingen. Het gaat hier telkens om investeringen die opgenomen zijn volgens de vermogensmutatiemethode.

De Groep heeft een aandeel van 12,5% in Enervalis nv, een startup die vernieuwende software-as-a-service oplossingen ontwikkelt waarmee marktspelers hun energiefactuur kunnen optimaliseren door in te spelen op de toenemende vraag naar flexibiliteit in het elektriciteitssysteem. Een vertegenwoordiger van de Groep werd benoemd tot lid van de Raad van Bestuur van Enervalis. Daarom is de Groep van mening dat ze een aanzienlijke invloed heeft en wordt Enervalis via de vermogensmutatiemethode in de boeken opgenomen.

De Groep heeft een aandeel van 20,5% in Ampacimon nv, een Belgisch bedrijf dat innovatieve monitoringsystemen ontwikkelt voor TNB's en DNB's (Distributienetbeheerders), zodat zij sneller kunnen anticiperen op veranderingen in vraag en aanbod van energie.

Na de verwerving van een participatie van 20% in 50Hertz is het aandeel van de Groep in Coreso nv gestegen tot 22,2%. Coreso nv is een vennootschap die coördinatiediensten levert om de veilige uitbating van het hoogspanningsnet in verschillende Europese landen te vergemakkelijken.

HGRT SAS is een Franse vennootschap met een aandeel van 49,0% in Epex Spot, de elektriciteitsbeurs in Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk, Zwitserland, Luxemburg en (via 100% geassocieerde deelneming APX) het VK, Nederland en België. De Groep zelf heeft een aandeel van 17,0% in HGRT. Als een van de stichtende vennoten van HGRT heeft de Groep een gouden aandeel, waardoor de Groep een minimaal aantal vertegenwoordigers heeft in de Raad van Bestuur. Dat vormt een invloed van betekenis en daarom wordt HGRT via de vermogensmutatiemethode in de boeken opgenomen. In 2018 ontving de Groep van HGRT een dividend van € 2,0 miljoen (€ 0,9 miljoen in 2017).

Geen enkele van deze vennootschappen is beursgenoteerd.

De volgende tabel geeft een overzicht van de financiële informatie van de investering van de Groep in deze vennootschappen op basis van hun respectieve jaarrekeningen die zijn opgesteld in overeenstemming met de IFRS-standaarden.

(in miljoen EUR) Enervalis Ampacimon Coreso HGRT
2018 2017 2018 2017 2018 2017 2018 2017
Percentage eigendomsbelang 12,5% 12,5% 20,5% 20.5% 22,2% 20,6% 17,0% 17,0%
Vaste activa 0,3 0,3 0,3 0,2 4,4 3,1 93,7 93,0
Vlottende activa 1,4 1,4 2,2 5,8 2,2 2,5 6,3 7,2
Langlopende verplichtingen 0,0 0,0 0,0 0,1 0,0 0,0 0,0 0,0
Kortlopende verplichtingen 0,3 0,3 0,0 2,8 4,5 3,2 0,4 0,1
Eigen vermogen 1,3 1,3 2,5 3,1 2,7 2,4 99,6 100,2
Boekwaarde van de investering
van de Groep 0,7 0,7 0,5 0,6 0,6 0,4 16,9 17,0
Opbrengsten en overige
bedrijfsopbrengsten 0,0 0.8 0,0 2,6 13,7 10,5 0,0 0,0
Winst voor belastingen 0,0 (1.1) (0,6) 0,7 0,6 0,5 10,8 11,0
Winstbelastingen 0,0 0.0 0,0 (0,3) (0,3) (0,2) 0,1 (0,2)
Winst over het boekjaar 0,0 (1.1) (0,6) 0,4 0,3 0,2 10,9 10,8
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde
resultaten over het boekjaar 0,0 (1.1) (0,6) 0,4 0,3 0,2 10,9 10,8
Aandeel van de Groep in de winst
over het boekjaar 0,0 0.0 (0,1) 0,1 0,0 0,0 1,9 1,8

6.5. Overige financiële activa

(in miljoen EUR) 2018 2017
Beleggingen die voor verkoop beschikbaar zijn 7,0 7,1
Andere deelnemingen 27,7 0,2
Restitutierechten 52,2 53,6
Totaal 86,9 60,9
aal

Beleggingen die voor verkoop beschikbaar zijn worden gewaardeerd tegen reële waarde. Het risicoprofiel van deze beleggingen wordt besproken in Toelichting 8.1.

Vanaf 2018 bestaat 'Andere deelnemingen' hoofdzakelijk uit deelnemingen die 50Hertz Transmission in bezit heeft, wat de stijging ten opzichte van 2017 verklaart.

De restitutierechten houden verband met de verplichtingen voor (i) de gepensioneerde werknemers die onder specifieke uitkeringsregelingen vallen (Regeling B - niet-gefinancierde regeling) en voor (ii) het medisch plan en de tariefregeling voor gepensioneerde personeelsleden. Zie Toelichting 6.13. Personeelsbeloningen. De restitutierechten zijn te recupereren via de gereguleerde tarieven. Het volgende principe is van toepassing: alle opgelopen pensioenkosten voor gepensioneerde werknemers met 'regime B' en de kosten gerelateerd aan gezondheidszorg en tariefvoordelen van gepensioneerde personeelsleden van Elia worden vastgelegd door de regulator (CREG) als niet-beheersbare kosten die via de regelgevende tarieven te recupereren zijn. De afname van de boekwaarde van dit actief wordt beschreven in Toelichting 6.13: 'Personeelsbeloningen'

6.6. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen

IN DE BALANS OPGENOMEN UITGESTELDE BELASTINGVORDERINGEN EN -VERPLICHTINGEN

(in miljoen EUR)
2018
2017 (herwerkt) *
Activa Passiva Activa Passiva
Materiële activa 3,3 (157,4) 1,2 (10,1)
Immateriële activa 0,0 (8,2) 0,0 (8,4)
Handels- en overige vorderingen 1,7 0,0 0,0 0,0
Rentedragende leningen en overige langlopende
financieringsverplichtingen
2,2 (4,0) 0,0 (1,2)
Personeelsvoordelen 26,2 (13,9) 7,5 0,0
Provisies 40,6 0,0 0,0 0,0
Over te dragen opbrengsten 9,4 (2,9) 0,0 0,0
Gereguleerde verplichtingen 19,6 0,0 0,0 0,0
Uitgestelde belastingschuld op kapitaalsubsidies 0,0 (1,1) 0,0 (1,2)
Overgedragen verliezen 2,5 0,0 0,0 0,0
Overige 0,7 (9,0) 0,8 (7,3)
Belasting vorderingen (verplichtingen) 106,3 (196,5) 9,6 (28,2)
Saldering van belastingvorderingen en -verplichtingen (101,3) 101,3 (8,6) 8,6
Netto belastingvordering / (verplichting) 5,0 (95,2) 1,0 (19,6)

*Als gevolg van de toepassing van IFRS 15 is de openingsbalans van de uitgestelde belastingverplichting van PPE naar beneden bijgesteld met € 21,4

miljoen. Zie Toelichting 2.1 voor meer details.

De wijzigingen in uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen kunnen als volgt worden voorgesteld:

WIJZIGINGEN IN DE UITGESTELDE BELASTINGVORDERINGEN EN -VERPLICHTINGEN TEN GEVOLGE VAN

MUTATIES IN DE TIJDELIJKE VERSCHILLEN GEDURENDE HET BOEKJAAR*
(in miljoen EUR)
Openings
balans
Business
Combi
nations
Opgeno
men in
winst
(verlies)
rekening
Opgeno
men in
eigen
vermogen
Andere Eind
balans
2017
Materiële activa * (31,4) 1,6 20,9 0,0 (8,8)
Immateriële activa (9,2) 0,8 (8,4)
Rentedragende leningen en overige langlopende
financieringsverplichtingen
1,7 0,3 (3,2) (1,2)
Personeelsvoordelen 5,6 (0,3) 2,3 7,5
Overgedragen notionele intrestaftrek accounting years 11,9 (11,9) 0,0
Uitgestelde belastingschuld op kapitaalsubsidies (1,2) (1,2)
Overige (6,5) (0,1) (6,5)
Totaal (27,9) 0,0 (9,5) 20,0 (1,2) (18,6)
2018
Materiële activa (8,8) (157,6) 12,4 0,0 0,0 (154,1)
Immateriële activa (8,4) 0,0 0,2 0,0 0,0 (8,2)
Handels- en overige vorderingen 0,0 1,8 (0,1) 0,0 0,0 1,7
Rentedragende leningen en overige langlopende
financieringsverplichtingen
(1,2) (3,2) 0,4 2,2 0,0 (1,8)
Personeelsvoordelen 7,5 4,2 0,7 (0,2) 0,0 12,3
Provisies 0,0 54,4 (13,8) 0,0 0,0 40,6
Over te dragen opbrengsten 0,0 6,3 0,2 0,0 0,0 6,5
Gereguleerde verplichtingen 0,0 18,1 1,5 0,0 0,0 19,6
Uitgestelde belastingschuld op kapitaalsubsidies 0,0 0,0 2,5 0,0 0,0 2,5
Overgedragen verliezen (1,2) 0,0 0,1 0,0 0,0 (1,1)
Overige (6,5) 0,5 (0,4) 0,0 (1,8) (8,2)
Totaal (18,6) (75,5) 3,7 2,0 (1,8) (90,2)

€ 21,4 miljoen. Zie Toelichting 2.1 voor meer details.

De lijn 'Overige' bevat een bedrag van € 1,8 miljoen aan uitgestelde belastingen op uitkeringen op hybride effecten, die geen invloed hadden op de niet-gerealiseerde resultaten en de winst- en verliesrekening.

NIET IN DE BALANS OPGENOMEN UITGESTELDE BELASTINGVORDERINGEN OF -VERPLICHTINGEN

Per 31 december 2018 is er een niet-opgenomen uitgestelde belastingvordering van € 0,5 miljoen met betrekking tot overgedragen belastingverliezen afkomstig van EGI nv.

6.7. Voorraden

(in miljoen EUR) 2018 2017
Grond- en hulpstoffen 34,0 27,6
Geboekte waardeverminderingen (14,8) (14,0)
Totaal 19,2 13,6

De artikelen in het magazijn zijn hoofdzakelijk wissel- en reservestukken voor onderhoud en herstellingswerken aan de hoogspanningsstations, luchtlijnen en ondergrondse kabels van de Groep. Ook balansen van onderhanden werken zijn opgenomen.

De stijging van de voorraden is het gevolg van de verworven voorraad van 50Hertz Transmission.

Waardeverminderingen worden geboekt vanaf het moment waarop voorraadartikelen onderhevig zijn aan verminderde voorraadbeweging. Deze waren iets hoger dan in 2017.

6.8. Kortlopende handels- en overige vorderingen, over te dragen kosten en verkregen opbrengsten

(in miljoen EUR) 2018 2017
Onderhanden projecten in opdracht van derden 3,6 3,9
Overige handelsvorderingen en vooruitbetalingen 417,9 227,2
Heffingen 38,9 20,6
BTW en andere belastingen 50,5 24,2
Overige 48,0 5,2
Over te dragen kosten en verkregen opbrengsten 20,5 9,5
Totaal 579,4 290,6

Handelsvorderingen brengen geen interest op en zijn gewoonlijk betaalbaar op 15 tot 30 dagen.

Onderhanden projecten in opdracht van derden zijn licht gedaald van € 3,9 miljoen vorig jaar naar € 3,6 miljoen op het einde van het jaar. Onderhanden projecten in opdracht van derden komen hoofdzakelijk voort uit de activiteiten van EGI.

De stijging van de heffingen is voornamelijk te wijten aan:

  • een stijging met € 27,2 miljoen in verband met de Vlaamse groenestroomcertificaten, voornamelijk door de stijging van het aantal certificaten dat in 2018 door producenten aan Elia werd verkocht tegen de gegarandeerde minimumprijs;
  • gedeeltelijk gecompenseerd door de heffingen voor de strategische reserve, die daalde van een vordering van € 9,3 miljoen naar een schuld van € 7,5 miljoen. Dit is het gevolg van het feit dat er minder kosten werden gemaakt voor de strategische reserve, aangezien er voor de winter 2018/2019 geen reserve moest worden aangelegd.

De blootstelling van de Groep aan krediet- en valutarisico's en verliezen als gevolg van waardeverminderingen die verbonden zijn aan handels- en overige vorderingen, wordt getoond in Toelichting 8.1.

Op 31 december is de ouderdomsanalyse van de handels- en overige vorderingen en de vooruitbetalingen als volgt:

(in miljoen EUR) 2018 2017
Niet vervallen 389,7 218,7
Vervallen minder dan 30 dagen 6,6 0,8
Vervallen tussen 31 en 60 dagen (0,6) 2,9
Vervallen tussen 61 dagen en één jaar 23,6 2,8
Meer dan één jaar 0,5 1,6
Totaal (excl. waardevermindering) 419,8 226,8
Dubieuze vorderingen 170,2 1,7
Geboekte waardevermindering (169,8) (1,3)
Provisie voor verwachte kredietverliezen (2,3) 0,0
Totaal 417,9 227,2

Zie Toelichting 8.1. voor een gedetailleerde analyse van het kredietrisico opgelopen in verband met deze handelsvorderingen.

6.9. Actuele belastingvorderingen & -verplichtingen

(in miljoen EUR)
(in miljoen EUR) 2018 2017
Fiscale vorderingen 3,6 3,8
Fiscale verplichtingen (93,1) (2,9)
Netto fiscale vordering / (verplichting) (89,5) 0,9

De belastingvorderingen zijn in lijn gebleven met het voorgaande jaar. De € 3,6 miljoen belastingvorderingen per 31 december 2018 hebben voornamelijk betrekking op voorschotten op vennootschapsbelasting van 2018 die moeten worden teruggevorderd in boekjaar 2019.

6.10. Geldmiddelen en kasequivalenten

(in miljoen EUR) 2018 2017
Direct opvraagbare deposito's 1.356,2 55,2
Banksaldi 433,1 140,0
Totaal 1.789,3 195,2

Geldmiddelen en kasequivalenten zijn aanzienlijk gestegen door de verwerving van 50Hertz Transmission (Duitsland). De geldmiddelen die deze bedrijven in bezit hebben, werden vroeger verwerkt met de vermogensmutatiemethode. De geldmiddelen en kasequivalenten die 50Hertz Transmission (Duitsland) in bezit heeft, bedragen eind 2018 € 1.590 miljoen.

De verwerving van een bijkomende participatie van 20% in Eurogrid (zie Toelichting 7.1) en het uitgebreide investeringsprogramma (zie Toelichting 6.1) werden gefinancierd door de uitgifte van een hybride effecten (zie Toelichting 6.10.2) en bijkomende leningen (zie Toelichting 6.12), wat resulteerde in een kaspositie die stabiel bleef in vergelijking met het voorgaande jaar (d.w.z. zonder rekening te houden met het effect van de bijkomende kasmiddelen verkregen via 50Hertz (Transmission)).

Kortetermijndeposito's worden belegd voor periodes die variëren van enkele dagen en een paar weken tot enkele maanden (meestal niet langer dan 3 maanden), afhankelijk van de onmiddellijke behoefte aan kasmiddelen, en ontvangen rente volgens de rentevoeten van de kortetermijndeposito's. De rentevoet van rentedragende investeringen aan het einde van de verslagperiode varieert van -0,4% tot 1,0%.

Op de banktegoeden wordt interest uitbetaald of ingehouden tegen variabele rentevoeten op basis van de dagelijkse bankdepositorente. Het renterisico van de Groep en de gevoeligheidsanalyse voor financiële activa en verplichtingen worden besproken in Toelichting 8.2.

De geldmiddelen en kasequivalenten die hierboven en in het kasstroomoverzicht worden vermeld, omvatten € 29,9 miljoen die wordt gehouden door Elia RE. Deze deposito's zijn onderworpen aan wettelijke beperkingen en zijn bijgevolg niet rechtstreeks beschikbaar voor algemeen gebruik door de andere entiteiten binnen de Groep.

'Banksaldi' omvat een bedrag van € 0,1 miljoen in aan restricties onderhevige geldmiddelen. Dit betreft een vooruitbetaling ontvangen op EU-financiering voor een consortium, waarvan 50Hertz Transmission de syndicaatsrekening beheert.

6.11. Eigen vermogen

6.11.1. Eigen vermogen toe te rekenen aan de eigenaar van de vennootschap

AANDELENKAPITAAL EN UITGIFTEPREMIE

Aantal aandelen 2018 2017
Uitstaand per 1 januari 60.901.019 60.891.158
Uitgegeven tegen betaling in contanten 114.039 9.861
Aantal aandelen (einde periode) 61.015.058 60.901.019

De buitengewone aandeelhoudersvergadering van 17 mei 2016 heeft beslist om voor de Belgische werknemers een kapitaalverhoging door te voeren (in twee stappen/periodes: een in 2016 voor maximaal € 5,3 miljoen en een in 2017 voor maximaal € 0,7 miljoen) voor een totaalbedrag van maximaal € 6,0 miljoen. De tweede schijf van deze kapitaalverhoging (fiscale schijf) voor de Belgische werknemers vond plaats in maart 2017 voor een bedrag van € 0,4 miljoen, die bestaat uit een kapitaalverhoging van € 0,3 miljoen en een verhoging van € 0,1 miljoen in uitgiftepremie. Als onderdeel van deze tweede schijf werden 9.861 nieuwe aandelen uitgegeven.

De buitengewone algemene vergadering van 15 mei 2018 heeft beslist om het directiecomité te machtigen om een kapitaalverhoging van € 5,3 miljoen te initiëren voor zijn Belgische werknemers.

In december 2018 bood de Elia groep zijn werknemers in België aan om in te tekenen op een kapitaalverhoging van Elia System Operator nv (belastingschijven en niet-belastingschijven), wat leidde tot een toename van € 3,8 miljoen (met inbegrip van de kosten voor de kapitaalverhoging van € 1,1 miljoen) in het aandelenkapitaal en tot een toename van € 2,5 miljoen in uitgiftepremie. Het aantal uitstaande aandelen steeg met 114.039 aandelen zonder nominale waarde.

RESERVES

Volgens de Belgische wetgeving moet elk jaar 5 % van de statutaire nettowinst van de Vennootschap worden overgedragen naar de wettelijke reserve tot die wettelijke reserve 10 % van het kapitaal bedraagt. Per 31 december 2018 bedraagt de wettelijke reserve van de Groep € 173,0 miljoen en vertegenwoordigt ze 10 % van het kapitaal.

De Raad van Bestuur kan aan de aandeelhouders de uitkering van een dividend voorstellen tot een maximumbedrag van de beschikbare reserves en van de overgedragen winst van vorige boekjaren van de Vennootschap, inclusief de winst van het boekjaar dat eindigde op maandag 31 december 2018. Aandeelhouders moeten de uitkering van een dividend goedkeuren tijdens de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders.

AFDEKKINGSRESERVE

De afdekkingsreserve bestaat uit het effectieve deel van de cumulatieve nettomutatie in de reële waarde van kasstroomafdekkingsinstrumenten met betrekking tot afgedekte transacties die nog niet hebben plaatsgevonden.

DIVIDEND

GRI 201-1 (payments to providers of capital)

Na de rapporteringsdatum deed de Raad van Bestuur het onderstaande dividendvoorstel.

Dividend 2018 2017
Dividend per aandeel 1,66 1,62

Tijdens de algemene aandeelhoudersvergadering op 15 mei 2018 stelde de Raad van Bestuur de uitkering voor van een brutodividend van € 1,62 per aandeel, wat overeenstemt met een nettodividend van € 1,134 per aandeel en een totaalbedrag van € 98,7 miljoen.

Tijdens de vergadering van de Raad van Bestuur van 21 februari 2019 werd een brutodividend van € 1,66 per aandeel voorgesteld. Dit dividend is onder voorbehoud van goedkeuring door de aandeelhouders tijdens de jaarlijkse algemene vergadering op 21 mei 2019 en werd niet opgenomen als een verplichting in de geconsolideerde jaarrekening van de Groep.

Het totale dividend bedraagt, op basis van het aantal uitstaande aandelen op 21 februari 2019, € 101,3 miljoen.

6.11.2. Hybride effecten

GRI 201-1 (Payments to providers of capital)

In september 2018 gaf de Groep hybride effecten uit voor de financiering van de bijkomende participatie van 20% in 50Hertz Transmission (Duitsland). De uitgifte resulteerde in een toename van het eigen vermogen van de Groep met € 700 miljoen.

De hybride effecten hebben een optionele, cumulatieve coupon van 2,75%, die ieder jaar op 5 december en vanaf 5 december 2019 naar goeddunken van de Groep betaalbaar is. Per 31 december 2018 bedraagt het niet-uitgekeerde cumulatieve dividend € 6,2 miljoen, met betrekking tot de periode van 5 september 2018 tot 31 december 2018. De hybride effecten hebben een initiële vervaldatum in december 2023 en worden daarna elke vijf jaar opnieuw ingesteld.

De hybride effecten hebben van S&P een BBB- rating gekregen. De hybride effecten zijn gestructureerd als eeuwigdurende instrumenten, hebben een achtergestelde positie ten opzichte van alle niet-achtergestelde schulden en zullen overeenkomstig IFRS als eigen vermogen in de jaarrekening van de Groep worden opgenomen.

6.12. Rentedragende leningen en financieringsverplichtingen

(in miljoen EUR) 2018 2017
Leningen op lange termijn 5.773,8 2.834,7
Subtotaal lange termijnleningen 5.773,8 2.834,7
Leningen op korte termijn 549,9 0,0
Toe te rekenen interest 71,1 49,5
Subtotaal korte termijnleningen 621,1 49,5
Totaal 6.394,9 2.884,2

Onderstaande tabellen geven een overzicht van de mutaties in de verplichtingen van de Groep die het gevolg zijn van financieringsactiviteiten, met inbegrip van zowel mutaties die voortvloeien uit kasstromen als mutaties anders dan in geld.

(in miljoen EUR) Kortlopende
leningen en
financierings
verplichtingen
Langlopende
leningen en
financierings
verplichtingen
Totaal
Stand op 1 januari 2017 147,5 2.586,4 2.733,9
Kasstroom: betaalde interesten (88,4) 0,0 (88,4)
Kasstroom: aflossing van opgenomen leningen (100,0) 0,0 (100,0)
Kasstroom: ontvangsten van opgenomen leningen 0,0 247,4 247,4
Verlopen rente 90,4 0,0 90,4
Andere 0,0 0,9 0,9
Stand op 31 december 2017 49,5 2.834,7 2.884,2
Stand op 1 januari 2018 49,5 2.834,7 2.884,2
Bedrijfscombinatie 28,5 2.829,9 2.858,4
Kasstroom: betaalde interesten (141,8) 0,0 (141,8)
Kasstroom: aflossing van opgenomen leningen 0,0 0,0 0,0
Kasstroom: ontvangsten van opgenomen leningen 50,0 606,9 656,9
Verlopen rente 135,0 0.0 135,0
Bedrijfscombinatie 28,5 2.829,9 2.858,4
Kasstroom: betaalde interesten (141,8) 0,0 (141,8)
Kasstroom: aflossing van opgenomen leningen 0,0 0,0 0,0
Kasstroom: ontvangsten van opgenomen leningen 50,0 606,9 656,9
Verlopen rente 135,0 0.0 135,0
Andere 499,9 (497,7) 2,3
Stand op 31 december 2018 621,1 5.773,8 6.394,9

De nettostijging in rentedragende leningen en financieringsverplichtingen wordt vooral verklaard door de uitgifte van een nieuwe obligatielening van € 300 miljoen in september 2018 als onderdeel van de financiering van de verwerving van Eurogrid, de uitgifte van een specifieke geamortiseerde lening van € 210 miljoen voor de financiering van de investering in Nemo Link, en het gebruik van de kredietlijn van € 100 miljoen bij de Europese Investeringsbank.

In het boekjaar 2018 heeft 'Andere' voornamelijk betrekking op de herclassificaties van langlopende schulden naar kortlopende schulden overeenkomstig het moment dat de instrumenten vervallen.

De informatie over de algemene voorwaarden van de uitstaande rentedragende leningen en financieringsverplichtingen wordt hieronder gegeven:

(in miljoen EUR) Verval
dag
Boek
waarde
Intrest
voet voor
Interest-voet
na hedging
Huidige
proportie
Huidige
proportie
hedging van de van de
interestvoet: interestvoet:
vast variabel
Uitgiften van obligatieleningen 2004 / 15 jaar 2019 499,9 5,25% 5,25% 100,00% 0,00%
Uitgiften van obligatieleningen 2013 / 15 jaar 2028 547,6 3,25% 3,25% 100,00% 0,00%
Uitgiften van obligatieleningen 2013 / 20 jaar 2033 199,4 3,50% 3,50% 100,00% 0,00%
Uitgiften van obligatieleningen 2014 / 15 jaar 2029 346,8 3,00% 3,00% 100,00% 0,00%
Uitgiften van obligatieleningen 2015 / 8,5 jaar 2024 498,7 1,38% 1,38% 100,00% 0,00%
Uitgiften van obligatieleningen 2017 / 10 jaar 2027 247,7 1,38% 1,38% 100,00% 0,00%
Uitgiften van senior obligatielening 2018/10 jaar 2028 297,3 1,50% 1,50% 100,00% 0,00%
Aandeelhouderslening 2022 42,1 0,89% 0,89% 60,51% 39,49%
Andere lening 2022 453,7 0,89% 0,89% 60,51% 39,49%
Termijnlening 2033 209,7 1,80% 1,80% 100,00% 0,00%
Europese Investeringsbank 2025 100 1,08% 1,08% 100,00% 0,00%
Belgisch treasury bills programma 2019 50 -0,23% -0,23% 100,00% 0,00%
Obligatielening als deel van het Euro Medium
Term Note Programme 2010
2020 499,1 3,88% 3,88% 100,00% 0,00%
Obligatielening als deel van het Debt Issuance
Programme 2015
2025 497,5 1,88% 1,88% 100,00% 0,00%
Obligatielening als deel van het Debt Issuance
Programme 2015
2023 748,4 1,62% 1,63% 100,00% 0,00%
Obligatielening als deel van het Debt Issuance
Programme 2015
2030 139,1 2,63% 2,63% 100,00% 0,00%
Obligatielening als deel van het Debt Issuance
Programme 2016
2028 746,7 1,50% 1,50% 100,00% 0,00%
Uitgiften van obligatieleningen 2014 / 30 jaar 2044 50 3,00% 3,00% 100,00% 0,00%
Banklening 2026 150 0,90% 0,90% 100,00% 0,00%
Totaal 6.323,80 92,16% 7,84%

De bovenstaande € 6.323,8 miljoen moet worden verhoogd met € 71,1 miljoen aan interesten om de totale schuld van € 6.394,9 miljoen opnieuw samen te stellen.

De volgende clausules zijn vereist voor de euro-obligaties die zijn uitgegeven onder het EMTN-programma van € 3,0 miljard en de reservefaciliteiten:

  • De Vennootschap zal geen zekerheid verschaffen (een zekerheid betekent een hypotheek, last, pand, voorrecht of enige andere vorm van bezwaring of zekerheid. Een persoonlijke garantie of borgstelling vormt geen 'zekerheid') om enige relevante schuld van enige persoon te waarborgen of om enige garantie of schadeloosstelling te waarborgen voor enige relevante schuld van enige persoon.
  • De Vennootschap zal bewerkstelligen dat geen van haar belangrijke dochterondernemingen enige zekerheid zal bieden om enige relevante schuld van enige persoon te waarborgen of om enige garantie of schadeloosstelling te waarborgen voor enige relevante schuld van enige persoon.
  • De Vennootschap zal bewerkstelligen dat haar belangrijke dochterondernemingen via geen enkele andere persoon enige zekerheid zal bieden om enige relevante schuld van de Vennootschap of haar belangrijke dochterondernemingen te waarborgen of om enige garantie of schadeloosstelling te waarborgen voor enige relevante schuld van de Emittent of een van zijn belangrijke dochterondernemingen.
  • De Vennootschap handhaaft een belang van minimaal 75 % in Elia Asset nv.
  • De Vennootschap behoudt haar vergunning als transmissienetbeheerder.

Informatie over het vervaldagprofiel van de financiële verplichtingen van de Groep op basis van contractuele niet-gedisconteerde betalingen is te vinden in Toelichting 8.1 'Liquiditeitsrisico'.

6.13. Personeelsbeloningen

De Groep heeft diverse wettelijke en feitelijke verplichtingen op het vlak van toegezegd-pensioenregelingen in verband met haar Belgische en Duitse activiteiten.

Hieronder worden de totale nettoverplichtingen voor personeelsbeloningen vermeld:

(in miljoen EUR) 2018 2017
België Duitsland Totaal België Duitsland Totaal
Toegezegde pensioenregelingen 20,3 20,6 40,8 21,2 n.r. 21,2
Andere vergoedingen na uitdiensttreding 62,2 2,4 64,6 63,1 n.r. 63,1
Totaal voorzieningen voor
personeelsvoordelen
82,5 22,9 105,4 84,3 n.r. 84,3

Van de € 105,4 miljoen aan voorzieningen voor personeelsbeloningen opgenomen op het einde van het boekjaar 2018, wordt € 104,0 miljoen gepresenteerd op lange termijn en € 1,4 miljoen op korte termijn (Toelichting 6.14).

BELGIË

TOEGEZEGDE-BIJDRAGEREGELINGEN

Personeel dat op basis van een 'loonschaal' wordt betaald en is aangeworven na 1 juni 2002 en management/kaderpersoneel dat na 1 mei 1999 is aangeworven, worden gedekt door twee pensioenregelingen op basis van toegezegde bijdragen (Powerbel en Enerbel).

De Enerbel-regeling is een regeling toegekend aan werknemers aangeworven na 1 juni 2002, waartoe de werknemer en de werkgever

bijdragen op basis van een voorafbepaalde formule.

De Powerbel-regeling is een regeling voor managers aangeworven na 1 mei 1999. De werknemers- en werkgeversbijdragen zijn gebaseerd op een vast percentage van het loon van de werknemer.

De nieuwe wet op de aanvullende pensioenen, die eind 2015 werd gepubliceerd, wijzigde het gewaarborgde rendement van toegezegde-bijdrageregelingen enigszins. Voor betalingen uitgevoerd na 1 januari 2016 verplicht de wet werkgevers om over de volledige loopbaan een gemiddeld jaarrendement van minstens 1,75 % te waarborgen (tot 3,75% naargelang wie bijdraagt)

Voor verworven rechten moet het gewaarborgde minimumrendement tot 31 december 2015 nog steeds minstens 3,25 % voor de bijdragen van de werkgever en 3,75 % voor de bijdragen van de werknemer bedragen, waarbij de werkgever een eventueel verlies moet bijpassen.

Als gevolg van voorgaande wijziging en zoals vermeld in de boekhoudkundige grondslagen worden alle toegezegde-bijdrageregelingen krachtens de Belgische pensioenwetgeving voor boekhoudkundige doeleinden geclassificeerd als toegezegd-pensioenregelingen vanwege het minimumrendement dat de werkgever wettelijk moet waarborgen.

Elia Transmission België heeft bepaalde verworven reserves die door de verzekeraars zijn gegarandeerd overgedragen naar de 'Cash Balance – Best Off'-pensioenregelingen sinds 2016. De voornaamste doelstelling van deze regelingen is elke aangesloten persoon een gewaarborgd minimumrendement van 3,25 % op de verworven reserves tot de pensioenleeftijd te garanderen.

Zowel de werknemers- als de werkgeversbijdragen worden maandelijks betaald voor de basisplannen. De werknemersbijdrage wordt door de werkgever ingehouden op het loon en aan de verzekeringsmaatschappij betaald. De omvang van toekomstige kasstromen hangt af van de loonstijgingen.

TOEGEZEGD-PENSIOENREGELINGEN

Voor een gesloten populatie voorzien collectieve overeenkomsten in de elektriciteits- en gassector in aanvullende pensioenen gebaseerd op het jaarloon en de loopbaan van een werknemer in een bedrijf (gedeeltelijk terug te betalen aan de erfgenaam in geval van vroegtijdig overlijden van de werknemer). De toegekende uitkeringen zijn gekoppeld aan het bedrijfsresultaat van Elia. Voor deze verplichtingen bestaat er noch een extern pensioenfonds, noch een groepsverzekering, waardoor er ook geen reserves bij derden opgebouwd zijn. Deze verplichtingen worden geclassificeerd als toegezegd-pensioenregelingen.

De collectieve overeenkomst bepaalt dat aan actief personeel aangeworven tussen 1 januari 1993 en 31 december 2001 en het management/directiepersoneel aangeworven voor 1 mei 1999 dezelfde waarborgen worden toegekend via een toegezegdpensioenregeling (Elgabel en Pensiobel – gesloten regelingen). De verplichtingen in het kader van deze toegezegd-pensioenregelingen worden gefinancierd via een aantal pensioenfondsen voor de elektriciteits- en gassector en via verzekeringsmaatschappijen.

Zoals hierboven vermeld, heeft Elia Transmission (België) bepaalde verworven reserves die door de verzekeraars zijn gegarandeerd overgedragen naar de 'Cash Balance – Best Off'-pensioenregelingen sinds 2016. Aangezien die garantie een verplichting van de werkgever is, vormen deze regelingen toegezegd-pensioenregelingen.

Zowel de werknemers- als de werkgeversbijdragen worden maandelijks betaald voor de basisplannen. De werknemersbijdragen worden door de werkgever ingehouden op het loon en aan de verzekeringsmaatschappij betaald.

OVERIGE PERSONEELSVERPLICHTINGEN

Elia Transmission België heeft aan het personeel ook bepaalde vervroegde pensioenregelingen en andere vergoedingen na uitdiensttreding, zoals een dekking van medische kosten en een bijdrage in de energieprijzen, naast andere beloningen op lange termijn (jubilarispremies). Niet al deze voordelen worden gefinancierd en deze vergoedingen na uitdiensttreding worden, in overeenstemming met IAS 19, geclassificeerd als toegezegd-pensioenregelingen.

DUITSLAND

TOEGEZEGDE-BIJDRAGEREGELINGEN

In geval van extern gefinancierde toegezegde-bijdrageregelingen is de verplichting van 50Hertz Transmission (Duitsland) beperkt tot de betaling van de overeengekomen bijdragen. Voor die toegezegde-bijdrageregelingen die opgenomen zijn in de vorm van directe waarborgen, zijn er congruente werkgeversaansprakelijkheidsverzekeringen afgesloten.

Pensioenverplichtingen voor leidinggevenden (overeenkomst met personeelsvertegenwoordigers vanaf 2003): individuele

Pensioenverplichtingen voor leidinggevenden (overeenkomst met personeelsvertegenwoordigers vanaf 19 augustus 2008): individuele contractuele pensioenverplichtingen met betrekking tot een bedrijfspensioenplan dat voortvloeit uit de Vattenfall

  • contractuele pensioenverplichtingen gebaseerd op een overeenkomst met vertegenwoordigers;
  • Europe Group;
  • Vereinigte Energiewerke AG (VEAG) hebben gewerkt, met uitzondering van managers;
  • (welzijnsfonds en pensioenfonds).

Collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de bedrijfspensioenregeling: verplichtingen gebaseerd op de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de bedrijfspensioenregeling van 50Hertz Transmission, gesloten op 28 november 2007 • Directe verzekering: directe verzekeringspolissen voor alle vroegere werknemers die van 1993 tot 31 december 2004 bij

Individuele toezeggingen: individuele toezeggingen die uitsluitend worden gefinancierd door externe pensioenfondsen

TOEGEZEGD-PENSIOENREGELINGEN

Toegezegd-pensioenregelingen geven werknemers het recht om rechtstreekse pensioenaanspraken te maken tegen 50Hertz Transmission. De voorzieningen hiervoor zijn opgenomen in de balans. Indien fondsbeleggingen uitsluitend worden gecreëerd om aan de pensioenverplichtingen te voldoen, wordt het bedrag verrekend met de contante waarde van de verplichting. De volgende toegezegd-pensioenregelingen bestaan in Duitsland:

• Collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de bedrijfspensioenregeling

In overeenstemming met de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de bedrijfspensioenregeling wordt aan de werknemers een bedrijfspensioenplan toegekend op basis van een toegezegde-bijdrageregeling (van kracht op 1 januari 2007). Deze overeenkomst is van toepassing op alle werknemers in de zin van Sec. 5 (1) van de Duitse Arbeidsgrondwet (BetrVG) en is op 1 januari 2007 bij de vennootschap in werking getreden. Deelname aan de regeling is op vrijwillige basis. De regeling kent pensioenuitkeringen toe bij het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd, bij vervroegde uittreding uit de wettelijke pensioenverzekering en bij arbeidsongeschiktheid en overlijden. De huidige pensioenuitkeringen worden met 1% per jaar verhoogd, zodat de regeling als een toegezegd-pensioenregeling wordt geclassificeerd.

• TVV Energie

Deze pensioenregeling heeft betrekking op directe waarborgen die voortvloeien uit een collectieve arbeidsovereenkomst van 16 oktober 1992. Ze werd op 1 januari 1993 afgesloten voor nieuwe aanwervingen. Deze bijdrageregeling is van toepassing op werknemers die tot 30 november 2001 bij Vereinigte Energiewerke AG werkten en van wie de verworven rechten werden toegekend aan Vattenfall Europe Transmission GmbH (nu 50Hertz Transmission GmbH). De regeling omvat pensioenverplichtingen gebaseerd op de anciënniteit en het loonniveau en kent ouderdoms- en invaliditeitspensioenen toe, maar geen pensioen voor nabestaanden. Het is niet mogelijk om de huidige vergoedingen na uitdiensttreding die voor het eerst na 1 januari 1993 verschuldigd zijn, te indexeren.

OVERIGE PERSONEELSVERPLICHTINGEN

50Hertz Transmission heeft ook de volgende verplichtingen, die zijn opgenomen onder 'Overige personeelsverplichtingen':

  • Verplichtingen met betrekking tot uitkeringen voor langdurige dienst;
  • Verplichtingen uit Duitse gefaseerde pensioenregelingen;
  • Verplichtingen met betrekking tot uitkeringen voor opgespaarde overuren;

Niet al deze voordelen worden gefinancierd en deze vergoedingen na uitdiensttreding worden, in overeenstemming met IAS 19, geclassificeerd als toegezegd-pensioenregelingen.

VERPLICHTINGEN VOOR PERSONEELSBELONINGEN OP GROEPSNIVEAU

Hieronder worden de nettoverplichtingen van de Groep voor personeelsbeloningen vermeld:

(in miljoen EUR) Pensioenregelingen Andere
2018 2017 2018 2017
Huidige waarde van de brutoverplichting (247,8) (224,3) (85,8) (63,7)
Reële waarde van de fondsbeleggingen 207,0 203,1 21,2 0,6
Voorzieningen voor personeelsverplichtingen (40,8) (21,2) (64,6) (63,1)
Wijzigingen in de huidige waarde van de brutoverplichting Pensioenregelingen Andere
(in miljoen EUR) 2018 2017 2018 2017
Beginsaldo (224,3) (192,1) (63,7) (63,6)
Bedrijfscombinatie (19,0) 0,0 (17,1) 0,0
Aan het dienstjaar toegerekende kosten (9,1) (6,9) (4,5) (1,7)
Rentekosten (3,2) (3,2) (1,2) (1,0)
Bijdragen van de deelnemers 0,3 (1,2) 2,2 0,0
Kosten van vervroegde pensionering (0,1) 0,1 0,0 0,0
Inbegrepen herberekeningen winst/(verlies) in niet-gerealiseerde
resultaten en de winst- en verliesrekening, ontstaan door:

Veranderingen in demografische veronderstellingen
(0,5) 1,7 0,0 0,7

Veranderingen in financiële veronderstellingen
2,2 (0,7) 0,9 (0,6)

Ervaringsaanpassingen
6,4 (16,5) 0,6 (0,2)
Belastingen op bijdragen betaald gedurende het jaar (0,7) 1,2 (0,0) 0,0
Pensioenkosten van verstreken diensttijd 0,0 0,0 0,0 0,0
Betaalde vergoedingen 15,1 11,8 0,2 2,7
Afwikkelingen 0,0 0,0 0,0 0,0
Transferten (14,9) (18,5) (3,2) 0,0
Eindsaldo (247,8) (224,3) (85,8) (63,7)
Wijziging van de reële waarde van de fondsbeleggingen Pensioenregelingen Andere
(in miljoen EUR) 2018 2017 2018 2017
Beginsaldo 203,1 179,9 0,6 0,6
Bedrijfscombinatie 0,1 0,0 14,8 0,0
Rentebaten 3,1 2,8 0,0 0,0
Herberekening winst/(verlies) in niet-gerealiseerde resultaten
ontstaan door:
Rendement op de fondsbeleggingen (exclusief rentebaten) (10,1) 2,4 (0,2) (0,0)
Bijdragen van de werkgever 11,1 9,9 5,3 1,1
Bijdragen van de werknemer 1,3 1,2 0,0 0,0
Betaalde vergoedingen (16,3) (11,8) (2,5) (1,1)
Transferten 14,9 18,5 3,2 0,0
Eindsaldo 207,0 203,1 21,2 0,6
Bedragen opgenomen onder niet-gerealiseerde resultaten Pensioenregelingen Andere

ontstaan door: Pensioenkost Netto rentekosten op de netto voorziening voor personeelsverplichting Kosten van toegezegd-pensioenregelingen opgenomen in winst of verlies Actuariële winst/(verlies) op lange termijn personeelsbeloningen, ontstaan door:

(in miljoen EUR) 2018 2017 2018 2017
Pensioenkost
Aan het dienstjaar toegerekende kosten (9,1) (6,9) (4,5) (1,7)
Kosten van vervroegde pensionering (0,1) 0,1 0,0 0,0
Pensioenkosten van verstreken diensttijd 0,0 0,0 0,0 0,0
Afwikkelingen 0,0 0,0 0,1 0,0
Actuariële winst/(verlies) op lange termijn personeelsbeloningen 0,0 0,0 0,8 0,5
Netto rentekosten op de netto voorziening voor
personeelsverplichting
(0,1) (0,4) (1,2) (1,0)
Rentekosten (3,2) (3,2) (1,2) (1,0)
Rendement op fondsbeleggingen 3,1 2,8 0,0 0,0
Andere (0,2) 0,0 (0,3) 0,0
Kosten van toegezegd-pensioenregelingen opgenomen in winst of (9,5) (7,2) (5,0) (2,2)
1/ Veranderingen in demografische veronderstellingen (0,5) 1,7 0,0 0,2
2/ Veranderingen in financiële veronderstellingen 2,2 (0,7) 0,7 0,2
3/ Ervaringsaanpassingen 6,4 (16,5) 0,0 (1,0)
Rendement op de fondsbeleggingen (exclusief rentebaten) (10,1) 2,4 (0,2) 0,0
Herberekeningen van bruto verplichting (schuld)vordering in niet
gerealiseerde resultaten
(2,0) (13,1) 0,5 (0,6)
Totaal (11,6) (20,3) (4,5) (2,8)
(in miljoen EUR) 2018 2017
Detail van de toegezegd-pensioenregeling per type deelnemer (333,6) (288,0)
Actieve deelnemers (251,8) (215,5)
Niet-actieve deelnemers met uitgestelde voordelen (15,1) (10,9)
Gepensioneerden en begunstigden (66,7) (61,6)
Detail van de toegezegd-pensioenregeling per voordeel (333,6) (288,0)
Pensioenen (253,7) (224,3)
Andere vergoedingen (gezondheidszorg en tarifaire voordelen) (65,0) (45,0)
Afscheid- en jubilarispremies (14,8) (18,7)

Bij het bepalen van de gepaste disconteringsvoet gebruikt de Groep de rentevoeten van bedrijfsobligaties in dezelfde valuta als de verplichting voor de vergoeding na uitdiensttreding, met minimaal een 'AA'-rating, zoals bepaald door een internationaal erkend ratingbureau, en geëxtrapoleerd, indien nodig, volgens de rendementscurve om in lijn te zijn met de verwachte termijn van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten.

Jaarlijks wordt er een stresstest uitgevoerd. Deze test gaat na of de minimale financieringsvereisten bestand zijn tegen 'schokken' met een waarschijnlijkheid van 0,5 %.

De leden dragen (meestal) bij tot de financiering van de pensioenuitkeringen door betaling van een persoonlijke bijdrage.

Het jaarsaldo van het vast bedrag in het kader van de toegezegd-pensioenregeling wordt gefinancierd door de werkgever via een periodieke toewijzing, uitgedrukt als een percentage van de totale loonsom van de aangeslotenen. Dit percentage wordt bepaald volgens de methode van de gezamenlijke kosten en wordt jaarlijks herzien. Deze financieringsmethode bestaat erin dat toekomstige kosten gespreid worden over de resterende periode van de regeling. De kosten worden geraamd op basis van projecties (loonstijging en inflatie worden in rekening genomen). De veronderstellingen met betrekking tot loonstijging, inflatie, personeelsverloop en leeftijdlooptijd worden bepaald op basis van de historische statistieken van de Vennootschap. De gehanteerde sterftetafels komen overeen

70 - GECONSOLIDEERDE JAARREKENING CORPORATE GOVERNANCE EN FINANCIEEL VERSLAG -71

met de realiteiten uit het verleden binnen het financieringsinstrument en houden rekening met de verwachte wijzigingen in de sterftecijfers. De Groep berekent de netto-interest op de netto toegezegd-pensioenschuld (-vordering) met dezelfde disconteringsvoet voor obligaties van hoge kwaliteit (zie hierboven) als om de toegezegd-pensioenverplichting te berekenen (de netto-interestaanpak). Deze veronderstellingen worden op geregelde basis in vraag gesteld.

Uitzonderlijke gebeurtenissen (zoals de wijziging van de regeling, gewijzigde veronderstellingen, te korte dekkingsgraad ...) kunnen uiteindelijk leiden tot openstaande betalingen bij de sponsor.

De toegezegd-pensioenregelingen stellen de Vennootschap bloot aan actuariële risico's zoals: investeringsrisico, renterisico, langlevenrisico.

Investeringsrisico

De huidige waarde van de verplichting uit hoofde van de toegezegd-pensioenregeling wordt berekend met behulp van een disconteringsvoet gelijk aan die van bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit. Het verschil tussen het effectief rendement op fondsbeleggingen en rentebaten op fondsbeleggingen is inbegrepen in de lijn Herberekening winst/(verlies) in niet-gerealiseerde resultaten. Momenteel heeft de regeling een relatief evenwichtige investering die als volgt wordt voorgesteld:

Overzicht van de activa van het plan per categorie in % 2018 2017
Beursgenoteerde beleggingen 73,54% 80,74%
Aandelen - Eurozone 14,40% 15,35%
Aandelen - buiten de Eurozone 19,34% 20,90%
Staatsobligaties - Eurozone 0,96% 5,10%
Andere obligaties - Eurozone 25,67% 31,25%
Andere obligaties - buiten de Eurozone 13,17% 8,14%
Niet beursgenoteerde beleggingen 26,46% 19,26%
Verzekeringscontracten 7,72% 0,00%
Onroerende goederen 2,54% 3,77%
Liquide middelen 3,01% 1,04%
Andere 13,19% 14,44%
Totaal (in %) 100,00% 100,00%

Door de langdurige aard van de verplichtingen inzake toegezegd-pensioenregelingen wordt het als gepast beschouwd dat een redelijk gedeelte van de fondsbeleggingen belegd wordt in eigenvermogensinstrumenten om het rendement van het fonds te benutten. In Duitsland worden alle fondsbeleggingen in verzekeringsovereenkomsten geïnvesteerd.

Renterisico

Een daling van de rentetarieven op obligaties zal de verplichtingen inzake toegezegd-pensioenregeling doen stijgen. Dit zal echter gedeeltelijk gecompenseerd worden door een hoger rendement uit de schuldbeleggingen inzake toegezegd-pensioenregelingen, die vandaag voor ongeveer 95 % zijn belegd in pensioenfondsen met een verwacht rendement van 3,3%.

Langlevenrisico

De huidige waarde van de verplichting uit hoofde van de toegezegd-pensioenregeling wordt berekend op basis van de beste raming van de sterftegraad van de deelnemers van de pensioenregeling tijdens en na hun tewerkstelling. Een stijging in de levensverwachting van de deelnemers zal de pensioenverplichting doen stijgen. De prospectieve sterftetafels uit de IA/BE zijn gebruikt in België en de 2005G Heubeck-tabellen in Duitsland.

Loonrisico

De huidige waarde van de verplichting uit hoofde van de toegezegd-pensioenregeling wordt berekend op basis van de toekomstige lonen van de deelnemers van de pensioenregeling. Zo zal een stijging in loon van de deelnemers de verplichting van de pensioenregeling doen stijgen.

ACTUARIËLE VERONDERSTELLINGEN

(in % en in jaren) 2018
België
2017
België
2018
Duitsland
Disconteringsvoet
- Toegezegde Pensioenregelingen en cash balance -
best off plannen 1,39% 1,31% 2,00%
- Pensioenregelingen - Toegezegd-bijdrageregelingen tussen 1,72% tussen 1,77%
en 1,79% en 1,87% -
- Andere regelingen 1,80% 1,72% 2,00%
Verwachte gemiddelde loonstijging (zonder inflatie) 1,00% 1,00% 1,75%
Verwachte inflatie 1,75% 1,75% 2,00%
Verwachte stijging van de ziektekosten (inclusief inflatie) 2,75% 2,75% 2,25%
Verwachte stijging van de tariefvoordelen 1,75% 1,75% -
Gemiddeld verwachte pensioenleeftijd:
- Niet-kaderpersoneel 63 63 65
- Kaderpersoneel 65 65 65
Levensverwachting uitgedrukt in jaren van een
gepensioneerde op 65 jaar op datum van afsluiting:*
- Man 19,9 19,9 20,1
- Vrouw 23,6 24,0 23,6

*Gebruikte sterftetabellen: IABE in België, 2005G Heubeck in Duitsland

(in jaren) 2018 2017 2018
2018
------
België België Duitsland
Gewogen gemiddelde duur van de toegezegd-pensioenregeling 8,95 9,58 23,90
Gewogen gemiddelde duur van de toegezegde-bijdrageregelingen 16,82 18,43 n.r.
Gewogen gemiddelde duur van de andere vergoedingen na
uitdiensttreding
13,47 14,03 12,47

In Duitsland wordt de verplichting van de toegezegde-bijdrageregelingen volledig gedekt door de fondsbeleggingen. Daarom is er geen gewogen gemiddelde duur nodig en wordt deze dus niet berekend.

Het effectieve rendement op de fondsbeleggingen in % lag voor 2018 tussen -2,49% en -7,75% (tegenover een vork van 3,31% tot 5,86% in 2017).

Hieronder een overzicht van de verwachte kasuitgaven voor de DB-plannen.

Pensioenregelingen
Overige
Verwachte toekomstige kasuitgaven < 12 maand 1-5 jaren 6-10 jaren
- Pensioenregelingen (0,9) (6,0) (6,4)
- Overige (4,4) (15,7) (13,8)
Totaal (in miljoen EUR) (5,4) (21,7) (20,2)

Voormelde uitgaande kasstromen gaan gepaard met enige mate van onzekerheid, die als volgt kan worden verklaard:

• Tussen de veronderstellingen en de werkelijkheid kunnen verschillen optreden: bijv.; pensioenleeftijd, toekomstige

• De hierboven vermelde verwachte uitgaande kasstromen zijn gebaseerd op een gesloten populatie en houden dus geen

  • loonsverhoging;
  • rekening met nieuwe aanwervingen;
  • veronderstellingen en de onverwachte bewegingen in de populatie.

• Toekomstige premies worden berekend op basis van het laatst bekende kostencijfer dat op jaarlijkse basis wordt herzien en varieert in overeenstemming met het rendement op fondsbeleggingen, de werkelijke loonsverhoging tegenover de

GEVOELIGHEIDSANALYSE

Impact op de toegezegd-pensioenverplichting (in miljoen EUR) België
Stijging (+) /
Daling (-)
Duitsland
Stijging (+) /
Daling (-)
Impact op de netto toegezegd-pensioenverplichtingen in geval van stijging van :
Disconteringsvoet (0,5%) 12,6 4,9
Gemiddelde loonstijging - zonder inflatie (0,5%) (8,3) (0,2)
Inflatie (0,25%) (4,8) (0,3)
Stijging van de ziektekosten (1%) (4,4) n.r.
Stijging van de tariefvoordelen (0,5%) (1,6) n.r.
Levensverwachting gepensioneerden (1 jaar) (3,1) (1,0)

HERWAARDERINGEN VAN VERPLICHTINGEN UIT HOOFDE VAN VERGOEDINGEN NA UITDIENSTTREDING

(in miljoen EUR) 2018 2017
Cumulatief bedrag per 1 januari (22,1) (11,8)
Bedrijfscombinatie (0,7) 0,0
In de verslagperiode erkend 0,6 (10,3)
Cumulatief bedrag per 31 december (22,1) (22,1)

De bovenstaande herwaarderingen van vergoedingen na uitdiensttreding hebben ook betrekking op 50Hertz Transmission (Duitsland). Het cumulatieve bedrag omvat een netto cumulatieve herwaardering van € 3,1 miljoen voor 50Hertz Transmission (Duitsland).

RESTITUTIERECHTEN (BELGIË)

Zoals beschreven in Toelichting 6.5 werd een vast actief (binnen Overige financiële activa) opgenomen als restitutierechten die gekoppeld zijn aan de toegezegd-pensioenverplichting voor de populatie aan wie de verplichtingen uit hoofde van de interestregeling, de vergoeding van medische kosten en de tariefvoordelen voor gepensioneerde Elia-medewerkers ten goede komen. Elke wijziging in deze verplichtingen heeft ook een invloed op de overeenkomstige restitutierechten onder vaste overige financiële activa.

De wijziging in restitutierechten is hieronder voorgesteld:

Herberekeningen van bruto verplichting ontstaan door
(in miljoen EUR)
2018 Pensioenregelingen
2017
2018 Andere
2017
Beginsaldo (28,0) (31,8) (25,6) (26,3)
Aan het dienstjaar toegerekende kosten 3,3 3,7 1,2 1,6
Rentekosten (0,3) (0,4) (0,5) (0,5)
Actuariële winst/(verlies) op lange termijn
personeelsbeloningen, ontstaan door:
1/ Veranderingen in demografische veronderstellingen 0,0 0,0 0,0 0,0
2/ Veranderingen in financiële veronderstellingen 0,2 (0,1) 0,4 0,1
3/ Ervaringsaanpassingen (0,3) 0,2 (2,6) (0,5)
Belastingen op bijdragen betaald gedurende het jaar 0,0 0,5 0,0 0,0
Eindsaldo (25,1) (28,0) (27,1) (25,6)

6.14. Voorzieningen

(in miljoen EUR) Milieu Elia Re Voorziening
erfdienst
baarheid
Ontmantelin
gver
plichting
Personeels
beloningen
Overige Totaal
Stand per 1 januari 2017 16,2 7,1 2,5 25,8
Dotatie voorzieningen 3,0 1,6 0,3 4,3
Terugname voorzieningen (4,0) 0,0 (0,1) (4,1)
Aanwending voorzieningen (0,6) (0,6) (0,1) (0,7)
Stand per 31 december 2017 14,6 8,1 2,6 25,3
Langlopend deel 10,1 8,1 2,6 20,8
Kortlopend deel 4,5 0,0 0,0 4,5
Stand per 1 januari 2018 14,6 8,1 0,0 0,0 0,0 2,6 25,3
Bedrijfscombinaties 3,4 0,0 15,0 66,8 1,5 4,8 91,6
Dotatie voorzieningen 0,7 1,3 0,0 2,4 0,0 0,3 4,7
Terugname voorzieningen (0,7) (1,3) (2,9) 0,0 (0,1) (0,3) (5,3)
Aanwending voorzieningen (2,3) (0,1) (0,1) 0,0 0,0 (0,2) (2,7)
Discontering van voorzieningen (0,3) 0,0 (0,1) 0,3 0,0 0,0 (0,1)
Stand per 31 december 2018 15,3 8,0 12,0 69,5 1,4 7,2 113,4
Langlopend deel 10,8 8,0 6,0 69,5 0,0 2,6 96,9
Kortlopend deel 4,5 0,0 6,0 0,0 1,4 4,5 16,5

De Groep heeft voorzieningen opgenomen voor het volgende:

Milieu: De milieuvoorziening voorziet in een bestaande blootstelling met betrekking tot bodemsanering. De voorziening van € 15,3 miljoen heeft vooral betrekking op het Belgische segment; slechts € 2,0 miljoen van de voorziening heeft betrekking op het Duitse segment. Dat verklaart de beperkte stijging van de voorziening van € 14,6 miljoen eind 2017 naar € 15,3 miljoen per 31 december 2018.

Specifiek voor het Belgische segment heeft Elia in Vlaanderen op meer dan 200 terreinen bodemonderzoeken uitgevoerd in overeenstemming met contractuele overeenkomsten en met de Vlaamse regelgeving. Er werd op een aantal terreinen aanzienlijke bodemverontreiniging vastgesteld, wat vooral te wijten is aan historische vervuiling als gevolg van vroegere of nabijgelegen industriële activiteiten (gasfabrieken, verbrandingsovens, chemicaliën, enz.). Ook in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waalse Gewest heeft Elia analyses en studies uitgevoerd om verontreiniging op te sporen in een aantal substations en een aantal percelen met masten voor bovengrondse elektriciteitsleidingen. Op basis van de gevoerde analyses en studies heeft Elia voorzieningen aangelegd voor de mogelijke toekomstige saneringskosten in lijn met de relevante wetgeving.

Milieuvoorzieningen worden opgenomen en gewaardeerd op basis van de beoordeling van een deskundige, die rekening houdt met de BATNEEC (Best Available Techniques Not Entailing Excessive Costs - beste beschikbare technologie die geen buitensporige kosten veroorzaakt) en de omstandigheden die aan het einde van de verslagperiode gekend zijn. De timing van de afwikkeling is onduidelijk, maar voor terreinen waar momenteel werkzaamheden bezig zijn, wordt de onderliggende voorziening als een kortetermijnvoorziening gekwalificeerd.

Elia Re: Voor Elia Re, een herverzekeringscaptive, is aan het einde van het jaar een bedrag van € 8,0 miljoen opgenomen. € 3,5 miljoen daarvan houdt verband met vorderingen voor de installatie van luchtlijnen, € 3,2 miljoen voor elektrische installaties en € 1,3 miljoen voor aansprakelijkheidsvorderingen (tegenover € 3,8 miljoen voor de installatie van luchtlijnen, € 2,9 miljoen voor elektrische installaties en € 1,4 miljoen voor aansprakelijkheidsvorderingen in 2017). De verwachte timing van de bijbehorende kasuitstroom hangt af van de vooruitgang en de duur van de respectieve procedures.

Erfdienstbaarheidsvoorzieningen: De erfdienstbaarheidsvoorziening heeft betrekking op betalingen die aan landeigenaars kunnen worden gedaan ter compensatie voor bovengrondse lijnen die over hun eigendom passeren. Deze erfdienstbaarheidsrechten worden in het Duitse segment opgenomen voor bovengrondse lijnen gebouwd door de vorige eigenaars van 50Hertz Transmission, waarbij het risico voortvloeit uit sectie 9 van de Duitse wet tot wijziging van het kadaster (GBBerG.). De schattingen zijn gebaseerd op de waarde van ingestelde vorderingen of het geschatte bedrag van de risicoblootstelling. De verwachte timing van de bijbehorende kasuitstroom hangt af van de vooruitgang en de duur van de ingestelde vordering.

Ontmantelingsverplichting: Als onderdeel van het CAPEX-programma van de Groep is de Groep blootgesteld aan ontmantelingsverplichtingen, waarvan de meeste betrekking hebben op offshore projecten. Deze voorzieningen houden rekening met het effect van discontering en de verwachte kosten voor het ontmantelen en verwijderen van materiaal van sites of uit zee. De boekwaarde van de voorziening bedroeg op 31 december 2018 € 69,5 miljoen en heeft volledig betrekking op het Duitse segment. De Groep heeft hier een benadering per geval gedaan om de kasuitstroom te schatten die nodig is om de verplichting na te komen.

Personeelsbeloningen: Zie Toelichting 6.13 voor meer details over deze kortetermijnpersoneelsbeloningen.

'Overige' omvat verschillende voorzieningen voor geschillen om waarschijnlijke kosten te dekken waarvoor de Groep door een derde partij werd gedagvaard of waarbij de Groep betrokken is in gerechtelijke procedures. Deze schattingen zijn bepaald op basis van de waarde van de ingestelde vorderingen of het geschatte bedrag van de risicoblootstelling. De verwachte timing van de bijbehorende kasuitstroom hangt af van de vooruitgang en de duur van de onderliggende procedures.

6.15. Overige langlopende verplichtingen

(in miljoen EUR) 2018 2017 (herwerkt *)
Kapitaalsubsidies 85,8 3,8
Over te dragen opbrengsten 129,8 84,6
Overige 0,6 0,0
Totaal 216,2 88,5
* Zie Toelichting 2.1 voor details over de aanpassing als gevolg van een wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving.

€ 82,1 miljoen van de investeringssubsidies heeft betrekking op 50Hertz Transmission (Duitsland). Dit wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening wanneer het recht op de subsidies is verworven. Het bedrag is gestegen van € 10,0 miljoen eind 2017 voor de investeringssubsidies ontvangen voor de Southwest Coupling line.

De stijging van de overige langlopende verplichtingen is voornamelijk het gevolg van de verwerving van een participatie van 20% in 50Hertz. De uitgestelde inkomsten hebben betrekking op ontvangen klantenbijdragen, die in de winst- en verliesrekening worden opgenomen in overeenstemming met de gebruiksduur van het desbetreffende actief. De verplichting is ontstaan als onderdeel van de toepassing van IFRS 15 die verder wordt toegelicht in Toelichting 2.1. Eind 2018 werd een verplichting van € 87,4 miljoen opgenomen in Elia Transmission (België) en een verplichting van € 42,3 miljoen werd opgenomen in 50Hertz Transmission (Duitsland).

6.16. Handelsschulden en overige schulden

(in miljoen EUR) 2018 2017
Handelsschulden 602,4 220,8
BTW, diverse belastingschulden 19,4 8,9
Bezoldigingen en sociale lasten 31,3 28,1
Dividend 1,2 1,2
Heffingen 1.137,7 108,0
Overige 137,9 11,1
Toe te rekenen schulden 59,2 0,4
Total 1.989,1 378,5

Het bedrag voor heffingen kan worden opgesplitst in heffingen met betrekking tot 50Hertz Transmission (€ 1.029,2 miljoen) en heffingen met betrekking tot Elia Transmission (€ 108,5 miljoen).

De heffingen voor Elia Transmission zijn stabiel ten opzichte van vorig jaar (stijging met € 0,5 miljoen). Deze heffingen omvatten federale heffingen, die op 31 december 2018 in totaal € 43,4 miljoen bedroegen en ongewijzigd zijn gebleven ten opzichte van 2017. Heffingen voor de Waalse regering zijn licht gedaald naar € 45,9 miljoen, tegenover € 49,1 miljoen eind 2017. Het resterende saldo bestaat uit federale groenestroomcertificaten (€ 11,4 miljoen) en strategische reserves (€ 7,6 miljoen).

De heffingen voor 50Hertz Transmission bestaan hoofdzakelijk uit EEG (€ 865,5 miljoen), KWK (€ 31,6 miljoen), §19 StromNEV (€ 96,3 miljoen) en Offshore bijdragen (€ 33,7 miljoen).

Over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten

(in miljoen EUR) 2018 2017
Over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten 19,3 8,5
Afrekeningmechanisme België 532,9 526,1
Afrekeningmechanisme Duitsland 444,5 0,0
Totaal 996,7 534,6

Het afrekeningsmechanisme wordt in Toelichting 9 beschreven. De bedragen verbonden aan het afrekeningsmechanisme worden toegelicht in Toelichting 4.

Het afrekeningsmechanisme op 31 december 2018 wordt in de onderstaande tabel uiteengezet:

(in miljoen EUR) regelgevend
kader
België
regelgevend
kader
Duitsland
Terug te geven in huidige tarifaire periode 110,5 0,0
Terug te geven in volgende tarifaire periodes 422,4 444,5
Totaal 532,9 444,5

Aangezien het huidige Duitse regelgevende kader afloopt in 2018 zijn alle terug te betalen bedragen voor de volgende regelgevende periode.

De Groep werkt in een gereguleerde omgeving die stelt dat tarieven het mogelijk moeten maken om totale opbrengsten te realiseren die bestaan uit:

    1. een billijk rendement op het geïnvesteerde kapitaal;
    1. alle niet-onredelijke kosten die door de Groep worden gemaakt.

Aangezien de tarieven gebaseerd zijn op ramingen, is er altijd een verschil tussen de tarieven die effectief worden aangerekend en de tarieven die hadden moeten worden aangerekend om alle redelijke kosten van de netbeheerder te dekken en de aandeelhouders te voorzien van een billijke vergoeding op hun investering.

Indien de toegepaste tarieven resulteren in een overschot of tekort op het einde van het jaar, impliceert dit dat de tarieven aangerekend aan de gebruikers/het publiek in het algemeen lager of hoger hadden kunnen zijn (en omgekeerd). Een overschot of tekort voortvloeiend uit het afrekeningsmechanisme wordt daarom noch opgenomen in de winst- en verliesrekening, noch als een onderdeel van het eigen vermogen.

Op een gecumuleerde basis zou men kunnen argumenteren dat het publiek een voorafbetaling (=overschot) gedaan heeft op zijn toekomstige gebruik van het net. Het overschot (tekort) is als dusdanig geen provisie voor een toekomstig verlies (recuperatie) van inkomsten, maar een uitgestelde/toegerekende opbrengst voor (t.o.v.) de gebruikers. Op basis van het regelgevende kader is de Groep van oordeel dat het overschot (tekort) geen opbrengst (last) vormt. Om die reden worden deze bedragen gesaldeerd en opgenomen onder 'Overgedragen opbrengsten en toe te rekenen kosten'. Het overschot of tekort wordt het daaropvolgende boekjaar door de regulator gecontroleerd en goedgekeurd.

Zie Toelichting 9.1 voor meer details.

6.18. Financiële instrumenten – reële waarden

De volgende tabel toont de boekwaarden en reële waarden van financiële activa en passiva, inclusief hun niveau in de reële-waardehiërarchie:

Boekwaarde Reële waarde
(in miljoen EUR) Reële waarde door
Reële waarde via
winst of verlies
niet-gerealiseerde
resultaten
Geamortiseerde
kostprijs
Overige financiële
verplichtingen
Totaal Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
31 december 2017
Overige financiële vaste
activa
7,3 7,3 7,1 0,2 7,3
Handels- en overige
vorderingen
428,9 0,0 428,9 0,0
Geldmiddelen en
kasequivalenten
195,2 0,0 195,2 0,0
Voor afdekking gebruikte
renteswaps
0,0 0,0 0,0 0,0
Niet door zakelijke
zekerheid gedekte
bankleningen en andere
leningen
(545,3) (545,3) (545,3) (545,3)
Niet door zakelijke
zekerheid gedekte
obligaties
(2.338,9) (2.338,9) (2.621,2) (2.621,2)
Handelsschulden en
overige schulden
(378,5) (378,5)
Totaal 7,3 0,0 624,1 (3.262,7) (2.631,3) n.r n.r n.r n.r
31 december 2018
Overige financiële vaste
activa
7,0 27,7 34,7 7,0 27,7 34,7
Handels- en overige
vorderingen
736,0 736,0
Geldmiddelen en
kasequivalenten
1.789,3 1.789,3
Voor afdekking gebruikte
renteswaps
2,9 2,9 2,9 2,9
Niet door zakelijke
zekerheid gedekte
bankleningen en andere
leningen
(1.076,9) (1.076,9) (1.076,9) (1.076,9)
Niet door zakelijke
zekerheid gedekte
obligaties
(5.318,0) (5.318,0) (5.603,1) (5.603,1)
Handelsschulden en
overige schulden
(1.989,0) (1.989,0)
Totaal 7,0 30,6 2.525,3 (8.383,9) (5.821,0) n.r n.r n.r n.r
Boekwaarde Reële waarde
(in miljoen EUR) Reële waarde door
winst of verlies
niet-gerealiseerde
Reële waarde via
resultaten
Geamortiseerde
kostprijs
Overige financiële
verplichtingen
Totaal Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
31 december 2017
Overige financiële vaste
activa
7,3 7,3 7,1 0,2 7,3
Handels- en overige
vorderingen
428,9 0,0 428,9 0,0
Geldmiddelen en
kasequivalenten
195,2 0,0 195,2 0,0
Voor afdekking gebruikte
renteswaps
0,0 0,0 0,0 0,0
Niet door zakelijke
zekerheid gedekte
bankleningen en andere
leningen
(545,3) (545,3) (545,3) (545,3)
Niet door zakelijke
zekerheid gedekte
obligaties
(2.338,9) (2.338,9) (2.621,2) (2.621,2)
Handelsschulden en
overige schulden
(378,5) (378,5)
Totaal 7,3 0,0 624,1 (3.262,7) (2.631,3) n.r n.r n.r n.r
31 december 2018
Overige financiële vaste
activa
7,0 27,7 34,7 7,0 27,7 34,7
Handels- en overige
vorderingen
736,0 736,0
Geldmiddelen en
kasequivalenten
1.789,3 1.789,3
Voor afdekking gebruikte
renteswaps
2,9 2,9 2,9 2,9
Niet door zakelijke
zekerheid gedekte
bankleningen en andere
leningen
(1.076,9) (1.076,9) (1.076,9) (1.076,9)
Niet door zakelijke
zekerheid gedekte
obligaties
(5.318,0) (5.318,0) (5.603,1) (5.603,1)
Handelsschulden en
overige schulden
(1.989,0) (1.989,0)
Totaal 7,0 30,6 2.525,3 (8.383,9) (5.821,0) n.r n.r n.r n.r
Boekwaarde Reële waarde
(in miljoen EUR) Reële waarde door
winst of verlies
niet-gerealiseerde
Reële waarde via
resultaten
Geamortiseerde
kostprijs
Overige financiële
verplichtingen
Totaal Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
31 december 2017
Overige financiële vaste
activa
7,3 7,3 7,1 0,2 7,3
Handels- en overige
vorderingen
428,9 0,0 428,9 0,0
Geldmiddelen en
kasequivalenten
195,2 0,0 195,2 0,0
Voor afdekking gebruikte
renteswaps
0,0 0,0 0,0 0,0
Niet door zakelijke
zekerheid gedekte
bankleningen en andere
leningen
(545,3) (545,3) (545,3) (545,3)
Niet door zakelijke
zekerheid gedekte
obligaties
(2.338,9) (2.338,9) (2.621,2) (2.621,2)
Handelsschulden en
overige schulden
(378,5) (378,5)
Totaal 7,3 0,0 624,1 (3.262,7) (2.631,3) n.r n.r n.r n.r
31 december 2018
Overige financiële vaste
activa
7,0 27,7 34,7 7,0 27,7 34,7
Handels- en overige
vorderingen
736,0 736,0
Geldmiddelen en
kasequivalenten
1.789,3 1.789,3
Voor afdekking gebruikte
renteswaps
2,9 2,9 2,9 2,9
Niet door zakelijke
zekerheid gedekte
bankleningen en andere
leningen
(1.076,9) (1.076,9) (1.076,9) (1.076,9)
Niet door zakelijke
zekerheid gedekte
obligaties
(5.318,0) (5.318,0) (5.603,1) (5.603,1)
Handelsschulden en
overige schulden
(1.989,0) (1.989,0)
Totaal 7,0 30,6 2.525,3 (8.383,9) (5.821,0) n.r n.r n.r n.r

De bovenstaande tabellen vermelden geen reële-waarde-informatie voor financiële activa en passiva die niet gewaardeerd werden tegen reële waarde, zoals geldmiddelen en kasequivalenten en handels- en overige vorderingen en handels- en overige schulden, omdat hun boekwaarde een redelijke benadering vormt van hun reële waarde.

De reële waarde is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een verplichting kan worden afgewikkeld in een zakelijke, objectieve transactie tussen onafhankelijke partijen. Voor wat betreft financiële instrumenten die in de balans gewaardeerd worden tegen reële waarde, vereist IFRS 7 dat de waarderingen tegen reële waarde bekendgemaakt worden door middel van de volgende reële-waardehiërarchie:

  • Niveau 1: De reële waarde van een financieel instrument dat verhandeld wordt op een actieve markt, wordt gewaardeerd op basis van genoteerde (niet-aangepaste) prijzen voor identieke activa of passiva. Een markt wordt beschouwd als actief indien er op eenvoudige en regelmatige wijze genoteerde prijzen beschikbaar zijn, afkomstig van een beurs, handelaar, makelaar, sectorgroep, 'pricing service' of regelgevende instantie, en deze prijzen ontleend zijn aan daadwerkelijke en regelmatig uitgevoerde markttransacties tussen onafhankelijke partijen;
  • Niveau 2: De reële waarde van financiële instrumenten die niet worden verhandeld op een actieve markt wordt bepaald met behulp van waarderingstechnieken. Deze waarderingstechnieken maken zoveel mogelijk gebruik van waarneembare marktinformatie wanneer deze beschikbaar is en steunen zo weinig mogelijk op ramingen die specifiek zijn voor de entiteit. Indien alle belangrijke inputs die nodig zijn om de reële waarde van een instrument te bepalen, ofwel rechtstreeks (d.w.z. als prijzen), ofwel onrechtstreeks (d.w.z. afgeleid van prijzen) waarneembaar zijn, wordt het instrument opgenomen in niveau 2;
  • Niveau 3: Als een of meerdere belangrijke gegevens gebruikt voor de toepassing van de waarderingstechniek niet gebaseerd zijn op waarneembare marktdata, dan wordt het financieel instrument opgenomen in niveau 3. Het bedrag van de reële waarde opgenomen onder 'Overige financiële activa' is bepaald op basis van (i) recente transactieprijzen, bekend bij de Groep, voor vergelijkbare financiële activa of (ii) zijn gebaseerd op waarderingsrapporten uitgegeven door derden.

De reële waarde van de financiële activa en verplichtingen, andere dan degene die in bovenstaande tabel getoond worden, benadert hun boekwaarden, hoofdzakelijk omwille van de vervaldata op korte termijn van deze instrumenten.

REËLE-WAARDEHIËRARCHIE

De reële waarde van de 'sicavs' behoort tot niveau 1, wat inhoudt dat de waardering is gebaseerd op (onaangepaste) genoteerde marktprijzen in actieve markten voor dergelijke instrumenten.

De reële waarde van de renteswaps, leningen en obligatie-uitgiften behoort tot niveau 2, wat inhoudt dat de waardering gebaseerd is op input van andere dan de opgegeven prijzen die waarneembaar zijn voor de activa of de verplichtingen. Deze categorie bevat instrumenten gewaardeerd op basis van genoteerde marktprijzen in actieve markten voor dergelijke instrumenten; genoteerde prijzen voor identieke of vergelijkbare instrumenten in markten die worden geacht minder actief te zijn; of andere waarderingstechnieken, die direct of indirect voortvloeien uit waarneembare marktgegevens.

SCHATTING VAN DE REËLE WAARDE

Derivaten

Voor beoordelingen van rente en renteswaps van vreemde valuta worden verklaringen van makelaars gebruikt. Deze opgaven worden gecontroleerd met behulp van waarderingsmodellen of technieken gebaseerd op de geactualiseerde waarde van de geschatte toekomstige kasstromen. De modellen gebruiken diverse inputs, waaronder de kredietwaardigheid van tegenpartijen en rentecurves op het einde van de verslagperiode. Per 31 december 2018 wordt het tegenpartijrisico als bijna nihil beschouwd als gevolg van de negatieve marktwaarde van de IRS. Het eigen risico van de Groep op het niet nakomen van de verplichtingen werd eveneens op bijna nihil geschat.

Rentedragende leningen

De reële waarde wordt berekend op basis van de verdisconteerde toekomstige aflossingen en rentebetalingen.

7. Groepsstructuur

7.1. Bedrijfscombinaties en verwerving van minderheidsbelangen

Op 26 april 2018 voltooide de Groep de acquisitie van een bijkomende participatie van 20% in Eurogrid International CVBA ('Eurogrid'), de holdingmaatschappij die het segment 50Hertz Transmission (Duitsland) bezit. Na die verrichting bezit Elia 80% van Eurogrid en heeft het volledige zeggenschap over 50Hertz Transmission (Duitsland).

De acquisitie is het gevolg van de beslissing van Elia om zijn voorkeurrecht uit te oefenen nadat het IFM Global Infrastructure Fund, een fonds geadviseerd door IFM Investors Pty Ltd, op 2 februari 2018 had bekendgemaakt dat het van plan was om de helft van zijn participatie van 40% in Eurogrid te verkopen. Door de acquisitie verwierf de Groep een bijkomende participatie van 20% in Eurogrid. De afronding van de acquisitie is een belangrijke stap voorwaarts in de realisatie van de groeistrategie van de Elia groep. Het zal een verdere verbetering van de samenwerking tussen Elia en 50Hertz mogelijk maken en benadrukt de ambitie van Elia om een van de toonaangevende transmissienetbeheerders in Europa te zijn. De verrichting verbetert het profiel en de middelen van de Groep, waardoor de Groep één betrouwbaar, duurzaam, betaalbaar en geïntegreerd energiesysteem kan realiseren, en zal geen negatieve invloed hebben op de tarieven voor de eindgebruiker, die in de respectieve landen worden gereguleerd.

Op de datum van de afronding van de verrichting (26 april 2018) heeft Elia zeggenschap verkregen over 50Hertz Transmission (Duitsland) en bijgevolg werden de financiële gegevens vanaf die datum integraal geconsolideerd in de rekeningen van de Elia groep. De transactie werd aanvankelijk gefinancierd door middel van een overbruggingskrediet, dat in september 2018 werd vervangen door hybride effecten (€ 700 miljoen) en een obligatielening (€ 300 miljoen).

Verworven activa en verplichtingen

De volgende tabel biedt een overzicht van de opgenomen bedragen van de activa en verplichtingen die werden verworven op acquisitiedatum.

(in miljoen EUR) Reële waarde bij
verwerving
Immateriële activa 52,6
Materiële vaste activa 4.493,4
Overige vaste activa 45,6
Handels- en overige vorderingen 220,5
Geldmiddelen en kasequivalenten 1.902,9
Overige vlottende activa 22,4
Langlopende financieringsverplichtingen (2.829,9)
Voorzieningen (43,6)
Uitgestelde belastingverplichtingen (96,3)
Andere langlopende verplichtingen (73,7)
Handelsschulden en overige schulden (1.612,1)
Actuele belastingverplichtingen (105,0)
Gereguleerde schuld (421,3)
Andere kortlopende verplichtingen (82,5)
Totaal verworven geïdentificeerde netto activa 1.472,9

De handelsvorderingen omvatten een voorziening van € 89,9 miljoen voor dubieuze vorderingen.

De waarderingsmethodes die werden gebruikt om de reële waarde van materiële activa te bepalen waren als volgt:

Overgenomen activa Waarderingsbesluit
de volgende redenen:
de activa.

Materiële vaste activa Het overgrote deel van alle materiële vaste activa wordt aangehouden door de entiteit '50Hertz Transmission', die voor onbepaalde duur de TNB is voor de regio. De reële waarde van de materiële vaste activa werd geacht zeer dicht bij de boekwaarde te liggen en wel om

• vanwege de zeer specifieke aard van de activa bestaat er geen actieve markt of is er geen markt beschikbaar waarop de activa kunnen worden verhandeld. Het is dan ook niet mogelijk een betrouwbare schatting te maken van de waarde waarvoor goed geïnformeerde partijen deze activa zouden verhandelen. De Groep is daarom van mening dat de bestaande boekwaarde de beste schatting is van de reële waarde van de activa.

• De waarde van de onderneming wordt voornamelijk gedreven door een 'verwachte stijging' van de RAB-waarde (Regulated Asset Base). Die verwachte stijgingen zijn voornamelijk het gevolg van de toekomstige uitstroom van kasmiddelen. Het zou dan ook ongepast zijn om (reeds) uit te gaan van een waardestijging van de activa, aangezien die waarde pas zal kunnen worden vastgesteld door een voortgezet kapitaalprogramma dat in de toekomst moet worden uitgevoerd.

• De gebruiksduur van de vaste activa wordt zo gekozen dat die gebruiksduur zo goed mogelijk overeenkomt met de werkelijke afschrijving van elk actief. De afschrijvingen van materiële vaste activa worden berekend op basis van de gebruiksduur die door het Duitse federale netwerkagentschap is erkend voor wettelijke doeleinden; het agentschap is van mening dat die waarden de best mogelijke benadering voorstellen van de werkelijkheid in termen van economisch gebruik.

Dat indachtig is de Group van mening dat de boekwaarde van de materiële vaste activa van 50Hertz Transmission (Duitsland) de beste schatting is van de reële waarde.

Handels- en overige vorderingen De reële waarde wordt bepaald door rekening te houden met openstaande vorderingen, verminderd met aanpassingen voor oninbaarheid.

Geldmiddelen en kasequivalenten De boekwaarde van de geldmiddelen en kasequivalenten werd geacht gelijk te zijn aan de reële waarde ervan, zodat de boekwaarde niet moest worden aangepast.

Leningen en overige
financieringsverplichtingen

Euro-obligaties worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Dat zorgt nochtans op de acquisitiedatum voor een zeer dichte benadering van de reële waarde.

Handels- en overige schulden De boekwaarde van de openstaande handels- en overige schulden wordt geacht de reële waarde te benaderen.

Goodwill voortvloeiend uit de acquisitie

Bovenstaande reële waarden zijn op een voorlopige basis bepaald. Als binnen één jaar na de acquisitiedatum nieuwe gegevens worden verkregen over feiten en omstandigheden die bestonden op de acquisitiedatum en die in aanpassingen van de bovenvermelde bedragen resulteren of over aanvullende voorzieningen die bestonden op de acquisitiedatum, dan zal de boekhoudkundige verwerking van de acquisitie worden herzien.

Op basis van de hierboven vermelde voorlopige bepaling van de reële waarde is de goodwill die voortvloeit uit deze acquisitie als volgt:
(in miljoen EUR)
Reële waarde van de geïdentificeerde netto verworven activa 1.472,9
Overgedragen vergoeding (988,7)
Minderheidsbelangen, op basis van hun proportioneel belang in de opgenomen bedragen van activa
en passiva van 50Hertz Transmission (Duitsland)
(294,6)
Reële waarde van de reeds bestaande belangen in 50Hertz Transmission (Duitsland) (892,9)
Goodwill 703,4

De herwaardering van de bestaande participatie van 60% van de Groep in 50Hertz Transmission (Duitsland) aan reële waarde leidde tot een winst van € 9,2 miljoen (€ 892,9 miljoen verminderd met € 883,7 miljoen boekwaarde van de investering opgenomen volgens vermogensmutatiemethode op de acquisitiedatum). Dat bedrag is opgenomen onder 'Financieringsbaten'.

De voorlopige goodwill is voornamelijk toe te schrijven aan de vaardigheden en technische expertise van het personeel van 50Hertz Transmission (Duitsland) en de synergieën die naar verwachting zullen worden bereikt door de verdere integratie van het Duitse segment in de activiteiten van de Groep. De Groep zal dergelijke expertise en synergieën in 2019 blijven beoordelen, om ervoor te zorgen dat het opgenomen bedrag van de goodwill gepast is,

Er zal naar verwachting geen goodwill fiscaal aftrekbaar zijn.

Indien de acquisitie had plaatsgevonden op 1 januari 2018 zou de nettowinst van de Groep € 42,3 miljoen hoger zijn. Deze winst van € 42,3 miljoen heeft betrekking op 40% van de winst van Eurogrid International zoals gerealiseerd van 1 januari 2018 tot 26 april 2018 (waarvan de helft moet worden toegewezen aan minderheidsbelangen).

Aankoopvergoeding

De volgende tabel biedt een overzicht van de reële waarde van elke belangrijke categorie van overgedragen vergoedingen voor de acquisitie van de bijkomende participatie van 20% in 50Hertz Transmission (Duitsland):

(in miljoen EUR)
Vergoeding in contanten 956,5
Interesten – ticker fee 12,2
Dividend ten gunste van IFM 20,0
Totale verwervingsvergoeding 988,7

De rente ten belope van € 12,2 miljoen vormt een integraal onderdeel van de overgedragen vergoeding voor de acquisitie in 50Hertz Transmission (Duitsland). In het kader van de overeenkomst tot aankoop van aandelen is vanaf 31 december 2017 tot aan de datum van aandelenoverdracht een interest verschuldigd van 4% op de basisvergoeding.

Het dividendmechanisme kent IFM rechten op vergoeding toe ter compensatie van het verminderde dividend over het boekjaar 2017 dat moeten worden uitgekeerd in 2018, aangezien de aandelenoverdracht plaatsvond vóór het jaarlijkse dividend werd uitgekeerd.

De Groep heeft aan de acquisitie gerelateerde kosten gemaakt voor een bedrag van € 3,6 miljoen, voornamelijk met betrekking tot juridische kosten en advieskosten. Deze kosten werden als volgt opgenomen: € 2,6 miljoen in 'Diensten en diverse goederen', € 0,5 miljoen in 'Personeelskosten' en € 0,5 miljoen in 'Financiële kosten'.

Voorwaardelijke vergoeding

In deze koopovereenkomst is geen voorwaardelijke vergoeding overeengekomen

7.2. Dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde deelnemingen

GRI 102-45

OVERZICHT VAN DE GROEPSSTRUCTUUR

DOCHTERONDERNEMINGEN

Elia System Operator NV heeft rechtstreeks en onrechtstreeks zeggenschap over de onderstaande dochterondernemingen.

Alle entiteiten voeren hun boekhouding in euro (met uitzondering van E-Offshore A LLC, Atlantic Grid Investment A Inc en Atlantic Grid A LLC, met een boekhouding in USD) en hebben dezelfde verslagdatum als Elia System Operator NV (met uitzondering van Eurogrid International CVBA).

Op 31 augustus 2018 werd het deelnemingsbelang in GridLab GmbH verkocht aan DNV GL Energy Advisory GmbH voor een totale aankoopprijs van € 200.000. GridLab is tot de sluitingsdatum van de transactie opgenomen in het Duitse segment.

Naam Land van vestiging Maatschappelijke zetel Participatie %
2018 2017
Elia Asset NV/SA België Keizerslaan 20, 1000 Brussel 99,99 99,99
Elia Engineering NV/SA België Keizerslaan 20, 1000 Brussel 100,00 100,00
Elia Re SA Luxemburg Rue de Merl 65, 2146 Luxemburg 100,00 100,00
Elia Grid International NV/SA België Keizerslaan 20, 1000 Brussel 90,00 80,00
Elia Grid International GmBH Duitsland Heidestraße 2a, 10557 Berlijn 90,00 80,00
Elia Grid International LLC Qatar Office 905, 9th Floor, Al Fardan Office Tower,
Westbay - Doha
90,00 -
Eurogrid International België Keizerslaan 20, 1000 Brussel 80,00 60,00
CVBA/SCRL *
Eurogrid GmbH *
Duitsland Heidestraße 2, 10557 Berlijn 80,00 60,00
50Hertz Transmission GmbH * Duitsland Heidestraße 2, 10557 Berlijn 80,00 60,00
50Hertz Offshore GmbH * Duitsland Heidestraße 2, 10557 Berlijn 80,00 60,00
E-Offshore A LLC * VS 874, Walker Road, Suite C,
19904 Dover, Delaware
80,00 60,00
Atlantic Grid Investment A Inc * VS 1209 Orange Street, 19801 Wilmington, Delaware 80,00 60,00
Gezamenlijke overeenkomsten
Gridlab GmbH Duitsland Mittelstraße 7, 12529 Schönefeld - 60,00
Nemo Link Ltd. Verenigd Koninkrijk Strand 1-3, London WC2N 5EH 50,00 50,00
Deelnemingen verwerkt volgens de
vermogensmutatiemethode
H.G.R.T S.A.S. Frankrijk 1 Terrasse Bellini, 92919 La Défense Cedex 17,00 17,00
Coreso NV/SA België Avenue de Cortenbergh 71, 1000 Brussels 22,16 20,58
Ampacimon SA België Rue de Wallonie 11, 4460 Grâce-Hollogne 20,54 20,54
Enervalis NV België Centrum-Zuid 1111, 3530 Houthalen-Helchteren 12,47 12,47
Overige participaties
JAO SA Luxemburg 2, Rue de Bitbourg, 1273 Luxembourg Hamm 8,28 8,00
Atlantic Grid A LLC VS 4445, Willard Av, Suite 1050, 20815 Chevy
Chase, Maryland
7,46 5,86
European Energy Exchange Duitsland Augustusplatz 9, 04109 Leipzig 4,16 4,32
(EEX)
TSCNET Services GmbH
Duitsland Dingolfinger Strasse 3, 81673 Munich 6,16 4,62
Naam Land van vestiging Maatschappelijke zetel Participatie %
2018 2017
Elia Asset NV/SA België Keizerslaan 20, 1000 Brussel 99,99 99,99
Elia Engineering NV/SA België Keizerslaan 20, 1000 Brussel 100,00 100,00
Elia Re SA Luxemburg Rue de Merl 65, 2146 Luxemburg 100,00 100,00
Elia Grid International NV/SA België Keizerslaan 20, 1000 Brussel 90,00 80,00
Elia Grid International GmBH Duitsland Heidestraße 2a, 10557 Berlijn 90,00 80,00
Elia Grid International LLC Qatar Office 905, 9th Floor, Al Fardan Office Tower,
Westbay - Doha
90,00 -
Eurogrid International België Keizerslaan 20, 1000 Brussel 80,00 60,00
CVBA/SCRL *
Eurogrid GmbH *
Duitsland Heidestraße 2, 10557 Berlijn 80,00 60,00
50Hertz Transmission GmbH * Duitsland Heidestraße 2, 10557 Berlijn 80,00 60,00
50Hertz Offshore GmbH * Duitsland Heidestraße 2, 10557 Berlijn 80,00 60,00
E-Offshore A LLC * VS 874, Walker Road, Suite C,
19904 Dover, Delaware
80,00 60,00
Atlantic Grid Investment A Inc * VS 1209 Orange Street, 19801 Wilmington, Delaware 80,00 60,00
Gezamenlijke overeenkomsten
Gridlab GmbH Duitsland Mittelstraße 7, 12529 Schönefeld - 60,00
Nemo Link Ltd. Verenigd Koninkrijk Strand 1-3, London WC2N 5EH 50,00 50,00
Deelnemingen verwerkt volgens de
vermogensmutatiemethode
H.G.R.T S.A.S. Frankrijk 1 Terrasse Bellini, 92919 La Défense Cedex 17,00 17,00
Coreso NV/SA België Avenue de Cortenbergh 71, 1000 Brussels 22,16 20,58
Ampacimon SA België Rue de Wallonie 11, 4460 Grâce-Hollogne 20,54 20,54
Enervalis NV België Centrum-Zuid 1111, 3530 Houthalen-Helchteren 12,47 12,47
Overige participaties
JAO SA Luxemburg 2, Rue de Bitbourg, 1273 Luxembourg Hamm 8,28 8,00
Atlantic Grid A LLC VS 4445, Willard Av, Suite 1050, 20815 Chevy
Chase, Maryland
7,46 5,86
European Energy Exchange Duitsland Augustusplatz 9, 04109 Leipzig 4,16 4,32
(EEX)
TSCNET Services GmbH
Duitsland Dingolfinger Strasse 3, 81673 Munich 6,16 4,62
Naam Land van vestiging Maatschappelijke zetel Participatie %
2018 2017
Elia Asset NV/SA België Keizerslaan 20, 1000 Brussel 99,99 99,99
Elia Engineering NV/SA België Keizerslaan 20, 1000 Brussel 100,00 100,00
Elia Re SA Luxemburg Rue de Merl 65, 2146 Luxemburg 100,00 100,00
Elia Grid International NV/SA België Keizerslaan 20, 1000 Brussel 90,00 80,00
Elia Grid International GmBH Duitsland Heidestraße 2a, 10557 Berlijn 90,00 80,00
Elia Grid International LLC Qatar Office 905, 9th Floor, Al Fardan Office Tower,
Westbay - Doha
90,00 -
Eurogrid International België Keizerslaan 20, 1000 Brussel 80,00 60,00
CVBA/SCRL *
Eurogrid GmbH *
Duitsland Heidestraße 2, 10557 Berlijn 80,00 60,00
50Hertz Transmission GmbH * Duitsland Heidestraße 2, 10557 Berlijn 80,00 60,00
50Hertz Offshore GmbH * Duitsland Heidestraße 2, 10557 Berlijn 80,00 60,00
E-Offshore A LLC * VS 874, Walker Road, Suite C,
19904 Dover, Delaware
80,00 60,00
Atlantic Grid Investment A Inc * VS 1209 Orange Street, 19801 Wilmington, Delaware 80,00 60,00
Gezamenlijke overeenkomsten
Gridlab GmbH Duitsland Mittelstraße 7, 12529 Schönefeld - 60,00
Nemo Link Ltd. Verenigd Koninkrijk Strand 1-3, London WC2N 5EH 50,00 50,00
Deelnemingen verwerkt volgens de
vermogensmutatiemethode
H.G.R.T S.A.S. Frankrijk 1 Terrasse Bellini, 92919 La Défense Cedex 17,00 17,00
Coreso NV/SA België Avenue de Cortenbergh 71, 1000 Brussels 22,16 20,58
Ampacimon SA België Rue de Wallonie 11, 4460 Grâce-Hollogne 20,54 20,54
Enervalis NV België Centrum-Zuid 1111, 3530 Houthalen-Helchteren 12,47 12,47
Overige participaties
JAO SA Luxemburg 2, Rue de Bitbourg, 1273 Luxembourg Hamm 8,28 8,00
Atlantic Grid A LLC VS 4445, Willard Av, Suite 1050, 20815 Chevy
Chase, Maryland
7,46 5,86
European Energy Exchange Duitsland Augustusplatz 9, 04109 Leipzig 4,16 4,32
(EEX)
TSCNET Services GmbH
Duitsland Dingolfinger Strasse 3, 81673 Munich 6,16 4,62

8. Andere toelichtingen

8.1. Beheer van financiële risico's en derivaten

PRINCIPES VAN FINANCIEEL RISICOBEHEER

De Groep streeft ernaar om elk risico te identificeren en strategieën uit te stippelen om de economische impact op de resultaten van de Groep te beheersen.

De afdeling Risk Management stelt de risicobeheersingsstrategie vast, bewaakt de risicoanalyse en rapporteert aan het management en de auditcomité. Het financiële risicobeleid wordt toegepast door een geschikt beleid te bepalen en effectieve controle- en rapporteringsprocedures op te zetten. Er worden bepaalde afgeleide afdekkingsinstrumenten gebruikt in functie van de betreffende risico-inschatting. Afgeleide instrumenten worden uitsluitend als afdekkingsinstrumenten gebruikt. Het regelgevende kader waarin de Groep functioneert, beperkt in sterke mate de mogelijke gevolgen voor de winst- en verliesrekening (zie het hoofdstuk 'Regelgevend kader en tarieven'). De gevolgen van o.a. rentestijging, kredietrisico enz. kunnen volgens de wetgeving in de tarieven worden verrekend.

KREDIETRISICO

Het kredietrisico omvat alle vormen van blootstelling aan een tegenpartij, d.w.z. waar tegenpartijen mogelijk hun verplichtingen ten opzichte van de Vennootschap in het kader van een lening, afdekking, afwikkeling en andere financiële activiteiten niet zullen nakomen. De Vennootschap is blootgesteld aan een kredietrisico bij zijn bedrijfsactiviteiten en thesaurieactiviteiten. Voor de bedrijfsactiviteiten heeft de Groep een actief kredietbeleid dat rekening houdt met de risicoprofielen van klanten. De blootstelling aan het kredietrisico wordt voortdurend bewaakt en daarom worden voor bepaalde grote contracten de nodige bankgaranties aan de tegenpartij gevraagd.

Op het einde van de verslagperiode was er geen sprake van belangrijke concentraties van kredietrisico. Het maximale kredietrisico is de boekwaarde van elk financieel actief, met inbegrip van afgeleide financiële instrumenten.

(in miljoen EUR) 2018 2017
Leningen en vorderingen - lange termijn 177,0 147,8
Leningen en vorderingen - korte termijn 558,9 281,1
Geldmiddelen en kasequivalenten 1.789,3 195,2
Beleggingen die voor verkoop beschikbaar zijn 7,1 7,1
Voor afdekking gebruikte renteswaps:
Passiva (2,9) -
Totaal 2.529,5 631,2

Hieronder is de beweging in de waardeverminderingen op leningen en vorderingen in de loop van het jaar opgenomen:

(in miljoen EUR) Dubieuze
debiteuren
Waardevermin
dering
Resterend
saldo
Beginsaldo 1,3 (1,1) 0,2
Veranderingen tijdens het jaar 0,4 (0,2) 0,2
Stand per 31 december 2017 1,7 (1,3) 0,4
Beginsaldo 1,7 (1,3) 0,4
Veranderingen tijdens het jaar 168,6 (168,5) 0,1
Stand per 31 december 2018 170,3 (169,8) 0,5

De Groep gelooft dat de bedragen die meer dan 30 dagen voorbij vervaldatum zijn nog realiseerbaar zijn; gebaseerd op historisch betalingsgedrag en uitgebreide analyse van klantenkredietrisico, inclusief onderliggende kredietbeoordelingen van klanten indien beschikbaar. De kredietkwaliteit van de handels- en overige vorderingen wordt geëvalueerd op basis van een kredietbeleid.

IFRS 9 vereist dat de Groep financiële activa een bijzondere waardevermindering laat ondergaan op basis van een toekomstgerichte benadering van verwachte kredietverliezen (ECL).

De Groep past de vereenvoudigde benadering van IFRS 9 toe bij de waardering van de verwachte kredietverliezen, waarbij voor alle handelsvorderingen een vergoeding voor verwachte verliezen over de hele levensduur wordt gehanteerd.

Op elke verslagdatum wordt een analyse van de bijzondere waardevermindering uitgevoerd aan de hand van een voorzieningsmatrix om de verwachte kredietverliezen te meten. De voorzieningstarieven zijn voor alle klanten gebaseerd op vervallen dagen. Er is geen segmentering van klanten aangezien alle klanten gelijkaardige verliespatronen vertonen. Handelsvorderingen tussen vennootschappen zijn uitgesloten aangezien er geen kredietrisico is. Bovendien zijn handelsvorderingen in verband met een hangend commercieel geschil uitgesloten om dubbele voorzieningen te vermijden (voorziening voor risico's en lasten).

De voorzieningstarieven zijn gebaseerd op de betalingsprofielen van de verkopen over een periode van 36 maanden voor respectievelijk 31 december 2018 of 1 januari 2018 en de overeenstemmende historische kredietverliezen die in deze periode werden ervaren. Aangezien het verkoops- en betalingsprofiel van de klanten van de Groep over de jaren heen heel stabiel is gebleven, is de Groep van mening dat de historische kredietverliezen een goede indicatie vormen voor toekomstige (verwachte) kredietverliezen.

Vervolgens wordt een verlies bij ingebrekestelling berekend als percentage van het bedrag van de handelsvorderingen dat niet door een bankgarantie is gedekt. Dit percentage wordt vermenigvuldigd met de uitstaande handelsvorderingen.

Op basis daarvan werd de verliesvoorziening per 31 december 2018 en 1 januari 2018 (na toepassing van IFRS 9) als volgt bepaald voor handelsvorderingen:

De boekwaarde van de handelsvorderingen in bovenstaande tabellen omvatten enkel de vorderingen die onderhevig zijn aan bijzondere waardevermindering. De algemene openstaande vorderingen werden aangepast voor, onder andere, terugvorderbare btw bij insolventie van de debiteur en facturen die nog moeten worden uitgegeven.

VALUTARISICO

De Groep is niet blootgesteld aan enig belangrijk valutarisico, noch ten gevolge van transacties, noch met betrekking tot de omzetting van vreemde valuta's in euro, aangezien hij geen buitenlandse investeringen of activiteiten heeft en minder dan 1 % van zijn kosten uitgedrukt zijn in andere munteenheden dan de euro.

LIQUIDITEITSRISICO

Het liquiditeitsrisico is het risico dat de Groep haar financiële verplichtingen niet zou kunnen nakomen. De Groep beperkt dit risico door de kasstromen op een continue basis te bewaken en ervoor te zorgen dat er steeds voldoende kredietfaciliteiten aanwezig zijn.

Het is de bedoeling van de Groep om een evenwicht te bewaren tussen de continuïteit van de financiering en flexibiliteit door het gebruik van bankleningen, bevestigde en onbevestigde kredietfaciliteiten, een handelspapierprogramma's enz. Voor financiering op middellange tot lange termijn gebruikt de Groep obligaties. Het looptijdenprofiel van de schuldenportefeuille is over meerdere jaren gespreid. De thesaurie van de Groep beoordeelt vaak zijn financieringsbronnen, rekening houdend met zijn eigen kredietbeoordeling en de algemene marktomstandigheden.

Obligatie-emissies in 2013, 2014, 2015, 2017 en 2018 en leningscontracten ondertekend met de EIB en andere banken in 2018, bewijzen dat de Groep toegang heeft tot verschillende financieringsbronnen.

(in miljoen EUR) Nomi
nale
Boek
waarde
Contra
ctuele
6 maand
of
6-12
maan
1-2 jaar 2-5 jaar > 5 jaar
waarde kas
stromen
minder den
Niet-afgeleide financiële instrumenten 3.273,8 3.262,7 (3.814,7) (452,6) (2,2) (576,4) (644,8) (2.138,7)
Niet door zakelijke zekerheid gedekte
obligaties 2.350,0 2.338,9 (2.919,6) (71,9) 0,0 (571,9) (137,1) (2.138,7)
Niet door zakelijke zekerheid gedekte
bankleningen en andere leningen 545,3 545,3 (566,1) (51,7) (2,2) (4,4) (507,8) 0,0
Handelsschulden en overige schulden 378,5 378,5 (378,5) (378,5)
Afgeleide financiële verplichtingen 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Voor afdekking gebruikte renteswaps 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Totaal per 31 december 2017 3.273,8 3.262,7 (3.864,2) (502,1) (2,2) (576,4) (644,8) (2.138,7)
Niet-afgeleide financiële instrumenten 8.406,0 8.384,0 (9.372,5) (2.709,8) (45,6) (619,0) (1.537,7) (4.460,4)
Niet door zakelijke zekerheid gedekte
obligaties 5.340,0 5.318,0 (6.212,1) (592,5) (41,2) (607,6) (1.014,6) (3.956,2)
Niet door zakelijke zekerheid gedekte
bankleningen en andere leningen 1.076,9 1.076,9 (1.171,3) (128,2) (4,4) (11,4) (523,1) (504,2)
Handelsschulden en overige schulden 1.989,1 1.989,1 (1.989,1) (1.989,1) 0,0 0,0 0,0 0,0
Afgeleide financiële verplichtingen n.r. 2,9 (2,9) (0,3) (0,3) (0,6) (1,7) 0,0
Voor afdekking gebruikte renteswaps n.r. 2,9 (2,9) (0,3) (0,3) (0,6) (1,7) 0,0
Totaal per 31 december 2018 8.406,0 8.386,9 (9.375,4) (2.710,1) (45,9) (619,6) (1.539,4) (4.460,4)

In 2018 gaf Elia Transmission België een euro-obligatie van 10 jaar van € 300 miljoen uit. Daarbovenop werden een EIB-lening en een specifieke lening ondertekend ter waarde van respectievelijk € 100 miljoen en € 210 miljoen.

Hieronder worden details van de gebruikte en ongebruikte reservekredietfaciliteiten gegeven:

1 januari 2018 Niet
vervallen
0-30 dagen
vervallen
31-60
dagen
vervallen
61 dagen -
1 jaar
vervallen
1 jaar - 2
jaar
vervallen
> 2 jaar
vervallen
Totaal
Verwacht kredietverlies (%) 0,0% 0,2% 0,4% 2,8% 35,2% 100,0%
Handelsvorderingen -
boekwaarde
131,9 7,8 7,8 3,2 0,3 0,0 151,1
Kredietverlies bij in
gebrekestelling
97,2% 97,2% 97,2% 97,2% 97,2% 97,2%
Provisie verwacht
kredietverlies
0,0 0,0 0,0 0,1 0,1 0,0 0,3
31 december 2018 Niet
vervallen
0-30 dagen
vervallen
31-60
dagen
vervallen
61 dagen -
1 jaar
vervallen
1 jaar - 2
jaar
vervallen
> 2 jaar
vervallen
Totaal
Verwacht kredietverlies (%) 0,0% 1,4% 6,0% 10,8% 72,2% 100,0%
Handelsvorderingen -
boekwaarde
406,7 3,6 0,5 20,8 0,3 0,2 432,2
Kredietverlies bij in
gebrekestelling
91,2% 83,3% 78,8% 78,0% 86,1% 78,0%
Provisie verwacht
kredietverlies
0,1 0,1 0,0 1,7 0,2 0,2 2,3
(in miljoen EUR) Vervaldag Beschikbaar
bedrag
Gemiddelde interestvoet Bedrag
Gebruikt
Bedrag Niet
gebruikt
Bevestigde kredietfaciliteiten 08/07/2021 110,0 Euribor + 0,30% 0,0 110,0
Bevestigde kredietfaciliteiten 08/07/2021 110,0 Euribor + 0,30% 0,0 110,0
Bevestigde kredietfaciliteiten 08/07/2021 110,0 Euribor + 0,30% 0,0 110,0
Bevestigde kredietfaciliteiten 08/07/2021 110,0 Euribor + 0,30% 0,0 110,0
Bevestigde kredietfaciliteiten 08/07/2021 110,0 Euribor + 0,30% 0,0 110,0
Bevestigde kredietfaciliteiten 08/07/2021 100,0 Euribor + 0,30% 0,0 100,0
Belgisch treasury bills
programma
onbeperkt 350,0 Euribor + marge bij afsluiten
overeenkomst
50,0 300,0
Voorschot op vaste termijn
EGI
onbeperkt 2,5 Eurribor + 0,75% 0,0 2,5
Bevestigde kredietfaciliteiten 24/03/2022 750,0 Euribor + 0,275% 0,0 750,0
Bevestigde kredietfaciliteiten onbeperkt 150,0 gem. 1M-Euribor +0,275% 0,0 150,0
Bevestigde kredietfaciliteiten 14/12/2026 150,0 0,90% 150,0 0,0
Totaal 2.052,5 200,0 1.852,5

RENTERISICO

Het renterisico is het risico dat de reële waarde of toekomstige kasstromen van een financieel instrument zullen fluctueren als gevolg van veranderingen in de marktrentes. De risicoblootstelling van de Groep aan marktrentes heeft voornamelijk betrekking op de langlopende schulden van de Groep met variabele rentevoeten.

De Groep beheert haar renterisico met een evenwichtige portefeuille van leningen en financieringsverplichtingen met vaste en variabele rente. Om dit te beheren, zou de Groep renteswaps kunnen aangaan, wat ertoe zou leiden dat de Groep overeenkomt om op bepaalde intervallen het verschil tussen de vaste en de variabele rentebedragen, die berekend zijn op basis van een afgesproken theoretische hoofdsom, om te wisselen. Deze swaps worden gebruikt om de onderliggende schuldverplichtingen af te dekken. De Groep had per 31 december 2017 geen openstaande renteswaps. Per 31 december 2018 stonden renteswaps open voor een nominaal schuldbedrag van € 300 miljoen.

De tabel (zie Toelichting 6.12) geeft de gemiddelde rentevoet aan.

GEVOELIGHEIDSANALYSE

Op korte en lange termijn zullen wijzigingen in rentetarieven geen invloed hebben op het geconsolideerde resultaat, daar de Groep functioneert in een regelgevend kader waarin de gevolgen van de fluctuaties van de financiële lasten via de tarieven worden gerecupereerd, behalve voor de elementen die rechtstreeks als niet-gerealiseerde resultaten worden opgenomen.

GEVOELIGHEIDSANALYSE VAN DE REËLE WAARDE VOOR RENTESWAPS

Een wijziging van 100 basispunten in rentevoeten zou de overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten hebben verhoogd (verlaagd) met de hieronder vermelde bedragen:

(in miljoen EUR) 100 bp stijging 100 bp daling
Renteswaps 10,3 (10,3)

AFDEKKINGSACTIVITEITEN EN DERIVATEN

De Groep is blootgesteld aan bepaalde risico's met betrekking tot haar lopende bedrijfsactiviteiten. Het primaire risico dat wordt beheerd met behulp van afgeleide instrumenten is het renterisico.

Alle afgeleide financiële instrumenten die de Groep aangaat, hebben betrekking op een onderliggende transactie of voorspelde blootstelling, afhankelijk van de verwachte impact op de resultatenrekening, en als aan de criteria van IFRS 9 is voldaan, beslist de Groep geval per geval of hedge accounting zal worden toegepast.

Derivaten niet aangewezen als afdekkingsinstrumenten

In juni 2018 heeft de Groep een pre-hedge renteswap afgesloten ter afdekking van het renterisico met betrekking tot de emissie van de hybride effecten. Volgens IFRS 9 is een voorwaarde voor de toepassing van hedge accounting dat de afgedekte transactie winst of verlies kan beïnvloeden. Aangezien de dividenden van de hybride effecten nooit een invloed zullen hebben op winst en verlies, kon de Groep geen hedge accounting toepassen op het derivaat. Bij de afwikkeling van het derivaat in september resulteerde dit in een impact op winst of verlies van € 3,3 miljoen bij de afwikkeling van het instrument.

Derivaten aangewezen als afdekkingsinstrumenten

De Groep heeft beslist om het renterisico af te dekken in het kader van de verwerving van een participatie van 20% in 50Hertz Transmission (Duitsland), waarvoor initieel een overbruggingskrediet werd aangegaan. Om de potentiële blootstelling aan het renterisico af te dekken, heeft de Groep in juni 2018 een pre-hedge renteswap afgesloten om de marktrente op het ogenblik van de uitgifte van de obligatielening van € 300 miljoen vast te leggen. De Groep heeft hedge accounting toegepast omdat de derivatentransactie voldeed aan de vereisten van IFRS 9. Met de afwikkeling van de transactie in september werd het deel van de winst of het verlies op het derivaat opgenomen in de afdekkingsreserves en had het een impact van € 5,7 miljoen.

Deze afdekkingsreserves worden gerecycleerd tot winst en verlies over de levensduur van het onderliggende afgedekte instrument, d.w.z. de obligatielening met een looptijd van 10 jaar.

Voor een lening van € 496 miljoen is de rentevoet variabel en had Elia het risico gedekt door renteswaps af te sluiten. Toen de swaps eind 2017 afliepen, sloot de Groep drie renteswaps met een totaal nominaal bedrag van € 300,0 miljoen. De renteswaps worden onder IFRS 9 alle drie aangewezen als kasstroomafdekkingen. De negatieve netto reële waarde van deze renteswaps per 31 december 2018 is € 2,9 miljoen.

KAPITAALRISICOBEHEER

Het kapitaalstructuurbeheer van de Groep heeft tot doel de verhouding tussen schulden en eigen vermogen voor de gereguleerde activiteiten in overeenstemming te houden met het aanbevolen niveau bepaald door het relevante regelgevend kader.

De richtlijnen voor dividenduitkeringen van de Vennootschap hebben betrekking op het optimaliseren van de dividenduitkeringen, rekening houdend met het feit dat er een zelffinancierend vermogen nodig is om haar wettelijke opdracht als transmissienetbeheerder uit te voeren, toekomstige CAPEX-projecten te financieren en, meer in het algemeen, de strategie van de Groep uit te voeren.

De Vennootschap biedt haar personeelsleden de mogelijkheid om in te schrijven op kapitaalverhogingen die uitsluitend voor hen zijn voorbehouden.

8.2. Toezegging en voorwaardelijke verplichtingen

LEASEOVEREENKOMSTEN WAARBIJ DE GROEP ALS LESSEE OPTREEDT

De Groep heeft overeenkomsten gesloten om doorgangsrechten te verkrijgen voor zowel ondergrondse als bovengrondse kabels. Deze rechten worden vaak verkregen in de vorm van vruchtgebruik of concessies. De algemene voorwaarden van deze contracten variëren naargelang de tegenpartij en het tijdstip waarop het contract werd aangegaan.

De Groep huurt ook motorvoertuigen, IT-materiaal en kantoorgebouwen. De huurovereenkomsten met betrekking tot auto's en ITapparatuur hebben een gemiddelde duur van drie jaar. De huurcontracten voor gebouwen hebben een normale looptijd van negen jaar, met de mogelijkheid om de huur vervolgens te verlengen. Over de verlenging wordt beslist door de specifieke entiteit die als leasenemer optreedt. Normale voorwaarden voor verlenging van leaseovereenkomsten zijn van toepassing.

Hieronder volgt een overzicht van de minimale leasebetalingen voor de toekomst in het kader van niet-opzegbare operationele leasing:

(in miljoen EUR) <1 jaar 1–5 jaar >5 jaar
Gebruiksrecht land 0,5 1,9 7,2
Gebouwen 2,4 0,6 0,0
Voertuigen, IT materiaal & diversen 7,3 10,9 0,0
Stand per 31 december 2017 10,2 13,4 7,2
Gebruiksrecht land 0,3 0,9 5,1
Gebouwen 3,6 6,5 10,0
Voertuigen, IT materiaal & diversen 12,1 15,2 0,1
Stand per 31 december 2018 15,9 22,6 15,2

De volgende lasten voor deze leasecontracten zijn opgenomen in de winst- en verliesrekening:

(in miljoen EUR) 2018 2017
Gebruiksrecht land 0,3 1,7
Gebouwen 4,4 2,5
Voertuigen, IT materiaal & diversen 11,9 6,4
Totaal 16,6 10,6

LEASEOVEREENKOMSTEN WAARBIJ DE GROEP ALS LEASEGEVER OPTREEDT

De Groep is leaseovereenkomsten voor handelseigendommen aangegaan voor bepaalde materiële vaste activa, voornamelijk bestaande uit de optimalisatie van het gebruik van de sites en hoogspanningsmasten. De toekomstige minimale te ontvangen huurinkomsten worden als volgt samengevat:

(in miljoen EUR) <1 jaar 1–5 jaar >5 jaar
Telecom 14,4 6,5 0,0
Land & Gebouwen 0,6 0,2 0,0
Stand per 31 december 2017 15,0 6,7 0,0
Telecom 15,9 6,4 4,3
Land & Gebouwen 0,3 0,0 0,0
Stand per 31 december 2018 16,2 6,4 4,3

De volgende opbrengsten met betrekking tot deze leaseovereenkomsten werden opgenomen in de resultatenrekening:

(in miljoen EUR) 2018 2017
Telecom 16,7 14,3
Land & Gebouwen 1,0 0,6
Totaal 17,7 14,9

VOORWAARDELIJKE VERPLICHTINGEN HUURGELDEN – AANKOOPOPTIES EN BEPERKINGEN

De Groep heeft geen contracten met voorwaardelijke verplichtingen voor huurgelden en in de relevante leasecontracten werden geen aankoopopties overeengekomen. Bovendien bevatten deze belangrijke leasecontracten geen escaleringsclausules of belangrijke beperkingen voor het gebruik van de betreffende activa.

TOEZEGGINGEN TOT AANKOOP VAN VASTE ACTIVA

Per 31 december 2018 heeft de Groep een toezegging voor € 1.586,8 miljoen met betrekking tot aankoopcontracten voor de installatie van materiële vaste activa voor de verdere uitbouw van het net.

ANDERE VOORWAARDELIJKE VERPLICHTINGEN EN TOEZEGGINGEN

Per 31 december 2018 heeft de Groep een toezegging voor € 147,4 miljoen met betrekking tot aankoopcontracten voor algemene uitgaven en onderhouds- en herstellingskosten.

Elia System Operator heeft ook een moedermaatschappijgarantie voor een bedrag van € 113,7 miljoen verstrekt aan zijn joint venture Nemo Link Ltd; deze had betrekking op de EPC-contracten en werd toegekend zodat Nemo Link Ltd de relevante interconnector kon bouwen.

Na de goedkeuring van de Waalse overheid en de CREG heeft Elia op 22 juni 2015 een overeenkomst met Solar Chest gesloten voor de verkoop van Waalse groenestroomcertificaten voor een totaalbedrag van € 275 miljoen, waarvan € 221 miljoen werd gerealiseerd in 2015 en een totaalbedrag van € 48 miljoen werd gerealiseerd in 2016. De missie van Solar Chest is Waalse groenestroomcertificaten te kopen, houden en verkopen voor periodes van vijf, zes en zeven jaar. Aan het einde van elke periode (30 juni 2020, 30 juni 2021 en 30 juni 2022) worden potentiële onverkochte certificaten teruggekocht door Elia. De CREG heeft aan Elia bevestigd en gegarandeerd dat de kosten en uitgaven voor de terugkoop van onverkoopbare certificaten aan het einde van elke reserveringsperiode zullen worden goedgekeurd om volledig te worden gerecupereerd via de tarieven voor 'heffingen', met als gevolg dat de potentiële terugkoop door Elia geen invloed zal hebben op de financiële prestaties van de Vennootschap.

In september 2017 verkocht Elia 2,8 miljoen aan groenestroomcertificaten aan het Waalse Gewest (d.w.z. het Waals Agentschap voor Lucht en Klimaat), wat leidde tot een nettokasinstroom van € 176,2 miljoen. Dit vloeide voort uit het decreet van 29 juni 2017, dat een wijziging was van het decreet van 12 april 2011 inzake de organisatie van de regionale elektriciteitsmarkt en het decreet van 5 maart 2008 inzake de oprichting van de Waals Agentschap voor Lucht en Klimaat. De door Elia overgedragen groenestroomcertificaten kunnen door dit agentschap geleidelijk worden doorverkocht vanaf 2022, rekening houdend met de marktomstandigheden voor groenestroomcertificaten op dat moment. De wetgeving bepaalt ook dat de groenestroomcertificaten gedurende maximaal 9 jaar in het bezit moeten blijven van dit agentschap, na deze periode is Elia verplicht om onverkochte certificaten terug te kopen. Deze verbintenissen voor terugkoop hebben geen impact op de financiële prestaties van Elia, aangezien de kosten en uitgaven voor de terugkoop volledig moeten worden teruggevorderd door middel van de tarieven voor 'heffingen'.

In november 2018 verkocht Elia nog eens € 0,7 miljoen aan groenestroomcertificaten aan het Waalse Gewest (d.w.z. het Waals Agentschap voor Lucht en Klimaat), wat leidde tot een nettokasinstroom van € 43,3 miljoen. Net als voor de transactie in september 2017 kan van Elia geëist worden om een deel van de verkochte certificaten vanaf 2023 terug te kopen. Elke terugkoop zal worden gedekt door de tarieven voor heffingen.

8.3. Verbonden partijen

CONTROLERENDE ENTITEITEN

De referentieaandeelhouder van Elia System Operator is Publi-T en dat is sinds 2017 onveranderd gebleven. Behalve de jaarlijkse dividenduitkering hebben er in 2018 geen transacties plaatsgevonden met de referentieaandeelhouder.

TRANSACTIES MET PERSONEELSLEDEN IN INVLOEDRIJKE

BESTUURSFUNCTIES

Invloedrijke bestuursfuncties worden uitgeoefend door de leden van de raad van bestuur van Elia en het directiecomité van Elia. Zowel de raad van bestuur van Elia als het directiecomité van Elia hebben een aanzienlijke invloed op de hele Elia groep.

Bij 50Hertz Transmission (Duitsland) zijn de personeelsleden in invloedrijke bestuursfuncties de leden van de raad van bestuur van Eurogrid International CVBA, die verantwoordelijk is voor het toezicht op de activiteiten van 50Hertz Transmission (Duitsland). De leden van het directiecomité van 50Hertz Transmission en de toezichtraad die op het niveau van het Duitse segment is ingesteld zijn ook personeelsleden in invloedrijke bestuursfuncties.

De leden van de Raad van Bestuur van Elia zijn geen werknemers van de Groep. De details van de vergoeding voor hun mandaat zijn terug te vinden in het hoofdstuk 'Deugdelijk Bestuur' als onderdeel van dit jaarverslag. De leden van de Raad van Bestuur van Eurogrid International CVBA worden niet vergoed.

De andere personeelsleden in invloedrijke functies zijn werknemers van de Groep. De componenten van hun vergoeding worden hieronder weergegeven.

Personeelsleden in invloedrijke functies ontvingen tijdens het jaar geen aandelenopties, speciale leningen of andere voorschotten van

de Groep.

(in miljoen EUR) 2018 2017
Korte termijn personeelsbeloningen 4,8 2,6
Basisvergoedingen 4,1 1,8
Variabele vergoedingen 0,7 0,8
Vergoedingen na uitdiensttreding 0,7 0,4
Andere variabele vergoeding 1,2 0,7
Totale bruto vergoeding 6,7 3,7
Aantal personen (in eenheden) 12 8
Gemiddelde bruto vergoeding per persoon 0,6 0,5
Aantal aandelen (in eenheden) 24.331 20.005

Bovendien beoordeelde het Directiecomité van Elia ook of er transacties plaatsvonden met entiteiten waarin zij of leden van de Raad van Bestuur een invloed van betekenis uitoefenen (bv. posities als CEO, CFO, vicevoorzitter van het Directiecomité enz.).

Met sommige distributienetbeheerders vonden er belangrijke transacties plaats in 2018. Het totaalbedrag van de gerealiseerde verkooptransacties bedraagt € 54,3 miljoen. Het totaalbedrag van de uitgaven bedraagt € 4,8 miljoen. Per 31 december 2018 bedroegen de openstaande handelsvorderingen € 4,5 miljoen en was er een openstaand saldo handelsschulden van € 0,2 miljoen.

TRANSACTIES MET JOINT VENTURES EN GEASSOCIEERDE DEELNEMINGEN

Transacties tussen de Vennootschap en haar dochterondernemingen, die verbonden partijen zijn, werden geëlimineerd tijdens de consolidatie en worden bijgevolg niet opgenomen in deze toelichting.

Er waren in het boekjaar 2018 geen transacties met E-Offshore, Atlantic Grid Investment of Enervalis.

Transacties met joint ventures en geassocieerde deelnemingen worden niet geëlimineerd; details van de transacties met andere verbonden partijen worden hieronder weergegeven:

(in miljoen EUR) 2018 2017
Transacties met geassocieerde ondernemingen 6,5 23,2
Verkopen van goederen 2,5 33,3
Aankopen van goederen (2,5) (14,7)
Rente- en soortgelijke opbrengsten 6,5 4,6
Uitstaande balansposities tegenover geassocieerde ondernemingen 196,6 134,9
Langetermijnvorderingen 174,7 147,7
Handelsvorderingen 10,5 4,2
Handelsschulden (0,2) (11,7)
Over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten (11,6) (5,3)

Vóór de verwerving van de bijkomende participatie van 20% in 50Hertz Transmission (Duitsland) (zie Toelichting 7.1) werden alle transacties met de vennootschappen waaruit het Duitse segment bestaat, toegelicht in deze Toelichting. Aangezien de Elia groep met deze bijkomende participatie van 20% zeggenschap kreeg over dit segment, zijn de entiteiten in het segment 50Hertz Transmission (Duitsland) nu dochterondernemingen en dus niet langer inbegrepen.

'Langetermijnvorderingen' en 'Over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten' hebben betrekking op aandeelhoudersfinanciering verstrekt door Elia System Operator voor zijn joint venture Nemo Link Limited. De stijging van die posten ten opzichte van vorig jaar kan worden toegeschreven aan de bijkomende financiering die tijdens het jaar is aangegaan. Zie ook Toelichting 8.2 waarin de waarborgen uitgegeven door Elia System Operator voor zijn joint venture Nemo Link Ltd worden toegelicht.

De sterke stijging van de langetermijnvorderingen is een resultaat van de financiering van 2018 in Nemo Link – zie Toelichting 6.3.

De Groep heeft ook een uitstaande lening met haar aandeelhouder PubliPart voor een bedrag van € 42,1 miljoen. Wij verwijzen naar Toelichting 6.12 voor meer details.

8.4. Gebeurtenissen na balansdatum

Elia had in 2018 beroep aangetekend tegen de bepaling van de tariefmethodologie 2020-2023 van de CREG, omtrent de impact op gereguleerde tarieven van leningen aangegaan om niet-gereguleerde activiteiten te financieren. Volgens deze bepaling, wordt de financiering van niet-gereguleerde activiteiten gevaloriseerd aan voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan een financiering die integraal door eigen middelen zou zijn verzekerd. Op 10 januari heeft Elia een kopie ontvangen van het arrest van het Marktenhof, dat haar beroep ontvankelijk maar ongegrond verklaart. Het voorwerp van dit arrest beperkt zich tot de deze bepaling van de tariefmethodologie 2020-2023 die van kracht blijft zoals goedgekeurd en gepubliceerd op 28 juni 2018 en dus van toepassing vanaf 2020. Na analyse van dit arrest, zijn er volgens Elia gegronde redenen om aan te nemen dat dit arrest geen impact heeft op de bestaande investeringen in niet gereguleerde activiteiten. Mochten er zich in de toekomst elementen voordoen die tot substantieel andere gevolgen zouden leiden, dan zal Elia te gepasten tijde deze analyseren en standpunt innemen, met inbegrip van de mogelijke rechtsmiddelen en andere mitigerende maatregelen.

8.5. Varia

Gevolgen van het Verenigd Koninkrijk dat de Europese Unie verlaat

De Groep heeft een analyse gedaan van de potentiële impact op de jaarrekening van de Groep in geval van een harde of zachte brexit. Het grootste risico dat werd vastgesteld, had betrekking op haar joint venture Nemo Link Ltd.

Uit de analyse van de Groep is gebleken dat Nemo Link Ltd klaar is voor zowel het scenario van een zachte als een harde brexit. Bij een zachte brexit zou het VK in de Interne Energiemarkt (IEM) blijven. Bij een harde Brexit zou het de IEM verlaten.

De Groep heeft met succes een consultatie afgerond die ertoe heeft geleid dat de toegangsregels van de IEM door beide regulatoren werden goedgekeurd, mocht zich een zachte brexit voordoen. Tegelijk werden niet-IEM-toegangsregels ter consultatie verstuurd, mocht zich een harde brexit voordoen.

Uit alle ontvangen feedback en de uitgevoerde analyse kan algemeen worden geconcludeerd dat Nemo Link zowel bij een zachte als een harde brexit operationeel zou blijven. De rentabiliteit van de investering zou ook grotendeels onaangetast blijven door het boven- en ondergrensmechanisme (zie Toelichting 9.3), dat zekerheid biedt met betrekking tot de kasstromen van de vennootschap over een periode van 25 jaar.

Afgezien van het hierboven aangestipte risico verwacht de Groep dat de brexit een zeer beperkte impact zal hebben op de geconsolideerde jaarrekening.

8.6. Diensten verleend door de commissarissen

De Algemene Aandeelhoudersvergadering heeft KPMG Bedrijfsrevisoren BCVBA aangesteld als commissaris (vertegenwoordigd door dhr. Alexis Palm) en Ernst & Young Bedrijfsrevisoren BCVBA (vertegenwoordigd door dhr. Patrick Rottiers) voor de audit van de geconsolideerde jaarrekening van Elia System Operator nv en de audit van de statutaire jaarrekening van Elia System Operator nv, Elia Asset nv, Elia Engineering nv., Elia Grid International nv en Eurogrid International CVBA.

50Hertz Transmission (Duitsland) heeft Ernst & Young GmbH aangesteld voor de audit van de geconsolideerde jaarrekening van Eurogrid GmbH en de statutaire jaarrekening van 50Hertz Transmission GmbH en 50Hertz Offshore GmbH. KPMG GmbH werd aangesteld voor de audit van Elia Grid International GmbH.

De volgende tabel vermeldt de honoraria van het college van commissarissen en van hun verbonden ondernemingen met betrekking tot verleende diensten voor het boekjaar 2018:

in EUR België Duitsland Totaal
Statutaire audit 169.692 239.000 408.692
Audit gerelateerd 65.771 26.000 91.771
Winstbelastingen 2.220 75.375 77.595
Indirecte belastingen 17.062 0 17.062
Overig advies 85.700 0 85.700
Totaal 340.445 340.375 680.820

REGELGEVEND KADER EN TARIEVEN

1. Regelgevend kader in België

1.1. Federale wetgeving

De Elektriciteitswet vormt de algemene basis van het regelgevende kader en bevat de belangrijkste principes die van toepassing zijn op de activiteiten van Elia als beheerder van het transmissienet voor elektriciteit in België.

Deze wet werd grondig gewijzigd op 8 januari 2012 door de omzetting op federaal niveau van het derde pakket van Europese richtlijnen. De nieuwe Elektriciteitswet die eruit voortvloeit:

• bepaalt meer in detail de regels met betrekking tot het beheer van en de toegang tot het transmissienet;

• herdefinieert de wettelijke opdracht van de transmissienetbeheerder, en breidt ze meer bepaald uit tot de offshore gebieden die

- verscherpt de ontvlechting van de transmissieactiviteiten;

  • binnen het rechtsgebied van België vallen; en
  • de transmissietarieven.

• verruimt de bevoegdheden van de regelgevende instantie, in het bijzonder voor het opstellen van methodes voor het bepalen van

Verscheidene koninklijke besluiten en in het bijzonder het koninklijk besluit inzake het federaal technisch reglement verduidelijken het regelgevend kader dat toepasselijk is voor het beheer van het transmissienet. De beslissingen van de CREG (Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas) vullen deze bepalingen aan, wat resulteert in het regelgevende kader waarbinnen Elia zijn activiteiten uitoefent op federaal niveau.

1.2. Gewestelijke wetgeving

De drie Belgische gewesten zijn op hun respectieve grondgebieden verantwoordelijk voor de lokale transmissie van elektriciteit op netten met een spanning gelijk aan of lager dan 70 kV. De gewestelijke regulatoren hebben bevoegdheid over het niet-tarifaire luik van de reglementering voor het lokale transmissienet; de bepaling en de controle van de tarieven vallen onder de bevoegdheid van de federale overheid.

Het Vlaamse Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waalse Gewest hebben ook de bepalingen van het derde Europese pakket die hen aanbelangen in hun regelgeving omgezet. De gewestdecreten werden aangevuld met verscheidene andere voorschriften over openbare dienstverplichtingen, hernieuwbare energie en toelatingsprocedures voor leveranciers.

1.3. Regelgevende instanties

Zoals de EU-wetgeving het vereist, wordt de Belgische elektriciteitsmarkt door onafhankelijke regulatoren bewaakt en gecontroleerd.

FEDERALE REGULATOREN

De CREG is de federale regelgevende instantie en zijn bevoegdheden ten aanzien van Elia zijn onder andere:

• het goedkeuren van de standaardvoorwaarden van de drie hoofdcontracten die door de Vennootschap op federaal niveau worden

• het goedkeuren van het systeem voor capaciteitstoewijzing aan de grenzen tussen België en zijn buurlanden;

- gebruikt: het verbindingscontract, het toegangscontract en het ARP-contract;

  • het goedkeuren van de benoeming van de onafhankelijke leden van de Raad van Bestuur;
  • de netgebruikers worden toegepast;

• het bepalen van de tariefmethodologie die de netbeheerder moet naleven bij de berekening van de verschillende tarieven die op

• het afleveren van een certificaat om zeker te zijn dat de netbeheerder wel degelijk de eigenaar is van de infrastructuur die hij beheert en voldoet aan de voorschriften inzake onafhankelijkheid ten opzichte van producenten en leveranciers.

GEWESTELIJKE REGULATOREN

De exploitatie van elektriciteitsnetten met een spanning gelijk aan of lager dan 70 kV valt onder de bevoegdheid van de respectieve gewestelijke regulatoren. Elk van hen kan van om het even welke beheerder (met inbegrip van Elia wanneer deze dergelijke spanningsnetten exploiteert) eisen om alle specifieke bepalingen van de gewestelijke voorschriften inzake elektriciteit na te leven, op straffe van administratieve boetes of andere sancties. De gewestelijke regulatoren hebben echter geen bevoegdheid over de bepaling van de elektriciteitstransmissietarieven. De tariefbepaling voor de elektriciteitsnetten die een transmissiefunctie hebben is uitsluitend een bevoegdheid van de CREG.

1.4. Tariefbepaling

TARIEFREGELGEVING

Op 18 december 2014 werd door de CREG een besluit aangenomen tot vaststelling van de methoden gebruikt voor het berekenen en vastleggen van de tariefvoorwaarden voor de gebruikers van het elektriciteitsnet met een transmissiefunctie. Elia heeft deze methodologie gebruikt als basis voor zijn tariefvoorstel voor 2016-2019 dat op 30 juni 2015 werd voorgelegd. Dit tariefvoorstel, aangepast aan de besprekingen tussen Elia en de CREG in de loop van het 2e semester van 2015, werd op 3 december 2015 goedgekeurd door de regulator.

TARIEFREGLEMENTERING VAN TOEPASSING IN BELGIË

Het grootste deel van de inkomsten van Elia als beheerder van netten met een transmissiefunctie (het transmissienet en de lokale en gewestelijke transmissienetten in België) is afkomstig van de gereguleerde tarieven die Elia aanrekent voor het gebruik van deze netten (tariefinkomsten) en die op voorhand door de CREG worden goedgekeurd. Op 1 januari 2008 trad een gereguleerd tariefmechanisme in werking, waarbij de goedgekeurde tarieven gelden voor periodes van vier jaar, behoudens uitzonderlijke omstandigheden. Het jaar 2017 was dus het tweede jaar van de derde vierjarige regulatoire periode.

Het tariefmechanisme is gebaseerd op de boekhouding volgens de Belgische boekhoudkundige regels (BE GAAP). De tarieven worden vastgesteld op basis van gebudgetteerde kosten, verminderd met een aantal niet-tarifaire opbrengsten. Deze kosten worden vervolgens gedeeld zowel op basis van een raming van de elektriciteitsvolumes die van het net worden afgenomen en van het ter beschikking gestelde vermogen als, voor sommige kosten, op basis van de geraamde volumes van in het net geïnjecteerde elektriciteit, overeenkomstig de bepalingen van de tariefmethodologie die door de CREG is opgesteld.

De in aanmerking genomen kosten omvatten de geraamde waarde van de toegestane billijke vergoeding van het geïnvesteerde kapitaal, een schatting van de aan Elia toegekende bedragen uit hoofde van prestatiegebonden incentives en de prognoses voor diverse kostencategorieën. Deze kosten zijn onderverdeeld in drie groepen: de beheersbare kosten, waarvoor efficiëntiewinsten of verliezen evenredig verdeeld worden tussen Elia (stijging of daling van de toegelaten winst) en de netgebruikers (stijging of daling van de toekomstige tarieven); de niet-beheersbare kosten, die Elia niet kan beïnvloeden en waarvoor afwijkingen ten opzichte van het budget volledig worden toegerekend aan de totale opbrengsten van de toekomstige regulatoire periode; de beïnvloedbare kosten, waarvoor een gemengde regel geldt.

BILLIJKE VERGOEDING

De billijke vergoeding is het rendement op het kapitaal dat in het net werd geïnvesteerd. Ze is gebaseerd op de gemiddelde jaarlijkse waarde van het gereguleerd actief (Regulated Asset Base - RAB), die jaarlijks wordt berekend, rekening houdend met nieuwe investeringen, afschrijvingen en variatie van de behoeften aan bedrijfskapitaal.

In deze context wordt de billijke vergoeding berekend volgens een formule die een verschillend rendement toekent aan het eigen vermogen dat 33 % vertegenwoordigt van de RAB (deel A) en aan het eigen vermogen dat deze verhouding overschrijdt (deel B). Deze formule is als volgt:

Billijke vergoeding = A + B met:

  • A = [33 % x gemiddelde RAB in jaar n x [(OLO n)+(bèta x risicopremie)] x illiquiditeitspremie] plus
  • B = [(S 33 %) x gemiddelde RAB x (OLO n + 70 basispunten)] waarbij:
  • OLO is de rentevoet van Belgische lineaire obligaties op 10 jaar, voor het betrokken jaar;
  • S = geconsolideerd eigen vermogen/RAB, volgens de Belgische boekhoudnormen (BE GAAP);
  • bèta (β) = moet worden berekend op basis van de dagprijzen van het aandeel Elia, vergeleken met de index BEL 20, over een periode van drie jaar – de waarde van bèta kan niet lager zijn dan 0,53;
  • de risicopremie is vastgelegd op 3,5%;
  • de illiquiditeitspremie is vastgelegd op 1,10.

DEEL A

Het vergoedingspercentage (in %) zoals vastgesteld door de CREG voor het jaar 'n' is gelijk aan de som van de risicoloze rentevoet, dit wil zeggen de gemiddelde rente van Belgische lineaire obligaties op 10 jaar, en een premie voor het risico van de aandelenmarkt, gewogen door de toepasselijke bètafactor.

De referentieverhouding van 33 % wordt toegepast op de gemiddelde waarde van het gereguleerd actief (RAB) van Elia om het referentievermogen van Elia te berekenen.

Door de opgelegde referentieverhouding stimuleert de CREG een verhouding tussen het eigen vermogen en het gereguleerd actief die zo dicht mogelijk bij 33% ligt. Bijgevolg wordt deel B (dat van toepassing is op het deel van het referentievermogen dat 33 % van het gereguleerd actief overschrijdt) vergoed tegen een lager tarief.

DEEL B

Indien de effectieve verhouding van het eigen vermogen van Elia hoger is dan de referentieverhouding, dan wordt het surplus vergoed tegen een percentage dat op de volgende manier wordt berekend: [(OLO n + 70 basispunten)].

Bovendien kan de regulator, in overeenstemming met de elektriciteitswet, hogere rendementen vaststellen voor het geïnvesteerde kapitaal om projecten van nationaal of Europees belang te financieren (zie verder 'Andere incentives')

Niet-beheersbare elementen

Deze categorie van kosten en opbrengsten waarover Elia geen directe controle heeft, is niet onderworpen aan incentivemechanismen door de CREG en wordt volledig bestemd voor de berekening van de inkomsten die door de tarieven moeten worden gedekt. De tarieven worden vastgesteld op basis van de geraamde waarde van deze kosten en het verschil met de werkelijke waarden wordt ex post bestemd voor de berekening van de tarieven voor de volgende periode.

De belangrijkste niet-beheersbare kosten zijn afschrijvingen van onroerende goederen, nevendiensten (met uitzondering van kosten in verband met de reservering van nevendiensten, behalve 'black start', die als 'beïnvloedbare kosten' worden beschouwd), kosten in verband met door een overheidsinstantie opgelegde verplaatsingen van lijnen en belastingen. Ook financiële lasten waarvoor het embedded-debt principe van toepassing is zijn niet-beheersbaar. Bijgevolg zijn alle werkelijke en redelijke financieringskosten in verband met schuldfinanciering inbegrepen in de tarieven.

Sommige inkomsten zijn niet-beheersbaar, zoals bijvoorbeeld inkomsten uit grensoverschrijdende congestie of financiële inkomsten.

Beheersbare elementen

De kosten en opbrengsten waarover Elia directe controle heeft zijn onderworpen aan een incentivemechanisme, wat inhoudt dat Elia wordt aangezet om deze kosten te verminderen en deze opbrengsten te verhogen. Zo worden de inspanningen voor efficiëntie (en omgekeerd ook de inefficiënties) die Elia realiseert voor de helft verdeeld over de winst van Elia en de toekomstige tarieven.

Beïnvloedbare kosten

De kosten in verband met de reservering van ondersteunde diensten, behalve 'black start', worden beschouwd als 'beïnvloedbare kosten', d.w.z. dat de winst van Elia gedeeltelijk (ten belope van 15%) wordt beïnvloed door de stijging of de vermindering van deze kosten, binnen bepaalde grenzen (-2 miljoen en +6 miljoen euro vóór belasting)

Andere incentives

Marktintegratie: Deze incentive bestaat uit drie luiken: (i) verbetering van de importcapaciteit van België en (ii) stijging van de sociale welvaart door de regionale marktkoppeling. Deze twee componenten hebben een uitsluitend positief effect op het nettoresultaat, met een respectief maximum van 6 miljoen en 11 miljoen euro (vóór belasting). (iii) de winsten (dividenden en vermogenswinsten) die voortvloeien uit de financiële participatie van Elia in bepaalde ondernemingen en die bijdragen aan de marktintegratie (CASC, CORESO, HGRT, APX-ENDEX) Dit wordt verdeeld over Elia (60%) en de toekomstige tarieven (40%);

Investeringsprogramma: Deze incentive beoogt drie doelstellingen: (i) de verantwoording ex ante en ex post door Elia van de uitgaven voor elke investering (deze doelstelling draagt met een maximum van 2,5 miljoen euro bij aan de winst vóór belasting) (ii) de naleving van de geplande data voor de indienststelling van de projecten Stevin, Brabo, Alegro en van de 4e dwarsregeltransformator (1 miljoen euro vóór belasting per project dat tijdig in dienst wordt gesteld). (iii) de uitvoering van een lijst van geselecteerde strategische projecten, vooral investeringen ter versterking van de Europese integratie ('mark-up incentive'). De mark-up wordt berekend als percentage op het totale werkelijk bestede bedrag waarbij de investeringsbedragen zijn geplafonneerd per jaar en per project en de incentive wordt berekend op basis van het werkelijk geïnvesteerde bedrag. De markup wordt toegepast op het volledige percentage wanneer het percentage van OLO lager dan of gelijk is aan 0,5%. Deze wordt verminderd als het percentage van OLO hoger is dan 0,5% en daalt tot 0 voor een percentage van OLO dat gelijk is aan of hoger is dan 2,16%. Er dient te worden opgemerkt dat 10% van de voor elk project verkregen mark-up moet worden terugbetaald indien het project niet binnen de gestelde termijn is voltooid of indien het project na de inbedrijfstelling niet voldoende beschikbaar is.

Continuïteit in de stroomvoorziening: Elia geniet een incentive berekend op basis van de AIT (Average Interruption Time),

-

  • gemeten op jaarbasis. Het toegekende bedrag is beperkt tot 2 miljoen euro (vóór belasting).
  • belasting);

Innovatie: De incentive wordt berekend op basis van het bedrag van de gemaakte kosten voor het verkrijgen van innovatiesubsidies, met een maximumbedrag dat overeenkomt met 50% van het subsidiebedrag of met 1 miljoen euro (vóór

Discretionaire incentive: de CREG bepaalt elk jaar de doelstellingen die Elia moet bereiken in het kader van deze incentive. Deze hebben voornamelijk betrekking op de uitvoering van projecten en mechanismen om het evenwicht tussen vraag en aanbod op de elektriciteitsmarkt te bewaren. Deze incentive draagt bij aan de winst voor een maximum van 2 miljoen euro (vóór belasting).

Regelgevend kader voor de Modular Offshore Grid

Op 29 maart 2018 heeft de CREG de tariefmethodologie goedgekeurd om specifieke regels op te nemen die van toepassing zijn op de investering in de Modular Offshore Grid. De belangrijkste kenmerken zijn (i) een specifiek premierisico dat op deze investering moet worden toegepast, (ii) het afschrijvingspercentage dat van toepassing is op MOG-activa, (iii) bepaalde kosten die specifiek zijn voor de MOG en anders worden geclassificeerd dan de kosten voor onshore activiteiten, (iv) de vaststelling van het niveau van de kosten zal worden bepaald op basis van de kenmerken van de MOG-activa en ten slotte (v) specifieke incentives met betrekking tot het beheer en de exploitatie van de offshore activa.

Afrekeningsmechanisme: afwijkingen van gebudgetteerde waarden

De werkelijke volumes vervoerde elektriciteit kunnen verschillen van de voorspelde volumes. Als de vervoerde volumes hoger (of lager) zijn dan de voorspelde, wordt de afwijking van de gebudgetteerde waarde geboekt op een overlopende rekening tijdens het jaar waarin ze zich voordoet en creëert ze een 'regulatoire schuld' (of 'regulatoire opbrengst') waarmee rekening zal worden gehouden tijdens de berekening van de tarieven van de volgende tariefperiode. Ongeacht afwijkingen tussen de voorspelde parameters voor tariefbepaling (billijke vergoeding, niet-beheersbare elementen, beheersbare elementen, beïnvloedbare kosten, incentivecomponenten, toewijzing van kosten en opbrengsten tussen gereguleerde en niet-gereguleerde activiteiten) en de effectief gemaakte kosten of opbrengsten met betrekking tot deze parameters, neemt de CREG de uiteindelijke beslissing over de vraag of de gemaakte kosten/opbrengsten redelijk worden geacht om te worden gedragen door de tarieven. Deze beslissing kan leiden tot de afwijzing van gemaakte kostenelementen en indien dergelijke kostenelementen worden afgewezen, wordt het bedrag niet in aanmerking genomen voor de tariefbepaling voor de volgende periode. Ondanks het feit dat Elia een rechterlijke toetsing van dergelijke beslissingen kan vragen, kan een afwijzing, indien deze rechterlijke toetsing geen succes zou hebben, een negatieve impact hebben op de financiële positie van Elia.

Allocatie van kosten en opbrengsten tussen gereguleerde en niet-gereguleerde activiteiten

De tariefmethodologie voor 2016-2019 bevat een mechanisme voor de ontwikkeling van nieuwe activiteiten door Elia buiten het toepassingsgebied van de regulering in België en waarvan de kosten niet worden gedekt door de nettarieven in België. Deze methodologie voert een mechanisme in om te verzekeren dat de impact van financiële deelnemingen van Elia in andere vennootschappen die door de CREG niet worden beschouwd als deel van de RAB (zoals deelnemingen in gereguleerde of nietgereguleerde activiteiten buiten België, zoals het aandeelhouderschap in 50Hertz of EGI) neutraal is voor de Belgische netgebruikers.

2. Regelgevend kader in Duitsland

2.1. Relevante wetgeving

Het Duitse regelgevend kader is verdeeld over diverse wetgevingsstukken. De kernwet is de Duitse wet inzake energievoorziening (Energiewirtschaftsgesetz – EnWG), die het algemene wettelijke kader definieert voor de gas- en elektriciteitsvoorziening in Duitsland. De EnWG wordt ondersteund door een aantal wetten, verordeningen en regulerende besluiten, die gedetailleerde bepalingen verstrekken over het huidige stelsel van incentiverende regelgeving, boekhoudmethoden en toegangscontracten voor het net, met inbegrip van:

  • de Verordening inzake de tarieven van het elektriciteitsnet (Verordnung über die Entgelte für den Zugang zu Elektrizitätsversorgungsnetzen (Stromnetzentgeltverordnung – StromNEV)), die onder andere beginselen en methoden vaststelt voor de berekening van de netwerktarieven en verdere verplichtingen van de systeembeheerders;
  • De verordening inzake toegang tot het elektriciteitsnet (Verordnung über den Zugang zu Elektrizitätsversorgungsnetzen of de Stromnetzzugangsverordnung – StromNZV), die onder meer verdere bijzonderheden specificeert over de toegang tot de transmissienetten (en andere soorten netten) door vaststelling van het vereffeningssysteem (Bilanzkreissystem), planning van elektriciteitsbevoorrading, regelingsenergie en andere algemene verplichtingen, bijv. congestiebeheer (Engpaßmanagement), publicatieverplichtingen, metering, minimumeisen voor verschillende soorten contracten en de verplichting van bepaalde netbeheerders om het Bilanzkreissystem voor de hernieuwbare energiebronnen te beheren;
  • De verordening inzake incentiverende regelgeving (Verordnung über die Anreizregulierung der Energieversorgungsnetze of de Anreizregulierungsverordnung – ARegV), die de basisvoorschriften beschrijft voor de incentiverende regulering voor TNB's en andere netbeheerders (zoals hierna meer in detail beschreven). Ook worden hier algemene richtlijnen gegeven voor productiviteitsbenchmarking, welke kosten daarbij in aanmerking worden genomen, welke methode gebruikt kan worden om de inefficiëntie te bepalen en hoe dit vertaald kan worden naar jaarlijkse doelstellingen voor productiviteitsgroei.

2.2. Regelgevende instanties in Duitsland

De regelgevende instanties voor de energiesector in Duitsland zijn het Bundesnetzagentur (BNetzA) in Bonn (voor netten waarop 100.000 en meer netgebruikers rechtstreeks of onrechtstreeks aangesloten zijn) en de specifieke regelgevende instanties in de respectieve deelstaten (voor netten waarop minder dan 100.000 netgebruikers rechtstreeks of onrechtstreeks aangesloten zijn). De regelgevende instanties zijn onder andere belast met de niet-discriminerende toegang tot het net voor derde partijen en het toezicht op de tarieven die de netbeheerders toepassen voor het gebruik van het net. 50Hertz Transmission en 50Hertz Offshore zijn onderworpen aan de bevoegdheid van het BNetzA.

2.3. Tarieven in Duitsland

Het huidige mechanisme voor de tariefregelgeving in Duitsland is vastgelegd in de ARegV-verordening. Krachtens de ARegVverordening worden de nettarieven vastgesteld om een vooraf bepaalde inkomstenlimiet, zoals vastgesteld door het BNetzA, te genereren voor elke TNB en voor elke regulatoire periode. De inkomstenlimiet is voornamelijk gebaseerd op de kosten van een basisjaar en wordt vastgelegd voor de volledige regulatoire periode, behalve wanneer de limiet wordt aangepast om rekening te houden met specifieke gevallen die in de ARegV zijn bepaald. Het is de netbeheerders niet toegestaan om hun individueel bepaalde inkomstenlimiet te overschrijden. Elke regulatoire periode duurt vijf jaar, de tweede regulatoire periode begon op 1 januari 2014 en zal eindigen op 31 december 2018. Tarieven zijn algemeen en niet onderworpen aan onderhandeling met klanten. Individuele tarieven worden slechts aan bepaalde klanten toegestaan (in bepaalde vaste omstandigheden die in de toepasselijke wetten worden vermeld) volgens § 19 StromNEV (bijvoorbeeld bij alleengebruik van netactiva). Het BNetzA moet deze individuele tarieven goedkeuren.

Voor de inkomstenlimiet worden de kosten die een netbeheerder maakt in twee categorieën ingedeeld:

  • Permanent niet-beïnvloedbare kosten (PNBK): deze kosten zijn voor 100 % geïntegreerd in de 'inkomstenlimiet' en zijn dus volledig gedekt door de nettarieven, weliswaar doorgaans met een vertraging van twee jaar. De PNBK omvatten het rendement op het eigen vermogen, de bedrijfsbelasting, de financieringskosten, afschrijvingen en operationele kosten (op dit moment vastgelegd op 0,8% van de geactiveerde investeringskosten van de respectieve onshore investeringen) voor wat de investeringsmaatregelen worden genoemd. De financieringskosten met betrekking tot de investeringsmaatregelen zijn op dit moment begrensd tot de effectieve financieringskosten of tot de financieringskosten berekend in overeenstemming met een gepubliceerde richtlijn van het BNetzA, indien dat bedrag lager is. Sinds 2012 worden de kosten in verband met deze investeringsmaatregelen gebaseerd op ramingen. De verschillen tussen de ramingen en de effectieve waarden worden weerspiegeld in de regulatoire rekening. Bovendien omvatten de PNBK de kosten voor de ondersteunende diensten, de netverliezen, de inschakelingskosten, de Europese initiatieven en de opbrengsten van de veilingen. Deze kosten en opbrengsten zijn opgenomen in de inkomstenlimiet op basis van een procedureel reguleringsmechanisme van het federaal agentschap voor netwerken conform Artikel 11(2) ARegV (FSV). Het reguleringsproces met betrekking tot ondersteunende diensten en kosten voor netwerkverliezen geeft de systeembeheerder een stimulans om de geplande kosten via een bonus- en boetemechanismen te overtreffen. Sinds de herziening van de ARegV in 2016 worden ook de kosten voor de beperking van hernieuwbare energiebronnen om netcongestie tegen te gaan, gebaseerd op ramingen. Bovendien kunnen ook kosten die voortvloeien uit Europese projecten van gemeenschappelijk belang (Projects of Common Interest – PCI) waarvoor tot een kostenbijdrage van Duitsland is beslist, worden opgenomen als PNBK, zij het met een vertraging van twee jaar;
  • Tijdelijke niet-beïnvloedbare kosten (TNBK) en beïnvloedbare kosten (BK): deze kosten omvatten het rendement op eigen vermogen, de afschrijvingen, de financieringskosten, de bedrijfsbelasting en andere operationele kosten en zijn onderworpen aan een incentivemechanisme dat is vastgelegd door het BNetzA en dat een efficiëntiefactor (alleen van toepassing op BK), een productiviteitswinstfactor en een inflatiefactor (van toepassing op TNBK en BK) over een periode van vijf jaar omvat. Bovendien voorziet het huidige incentivemechanisme in de toepassing van een kwaliteitsfactor, maar de criteria en het

implementatiemechanisme voor deze factor voor transmissienetbeheerders moeten nog door het BNetzA worden bepaald. De verschillende factoren die zijn gedefinieerd, geven de transmissienetbeheerder een doelstelling op middellange termijn om inefficiënt geachte kosten te vermijden. Wat de financieringskosten betreft, moeten de toegestane financieringskosten (die verbonden zijn aan de beïnvloedbare kosten) bewezen vermarktbaar zijn;

Wat het rendement op eigen vermogen betreft, bevatten de relevante wet- en regelgeving bepalingen met betrekking tot het toegestane rendement op eigen vermogen, dat in de TNBK/BK is opgenomen voor activa die tot de regulatoire activabasis behoren en de PNBK voor activa die in investeringsbudgetten zijn goedgekeurd. Voor de tweede regulatoire periode (2014-2018) is het rendement op eigen vermogen vastgesteld op 7,14 % voor investeringen uitgevoerd vóór 2006 en 9,05 % voor investeringen uitgevoerd vanaf 2006, gebaseerd op 40 % van de totale waarde van de activa die worden beschouwd als 'met eigen vermogen gefinancierd', terwijl de rest wordt behandeld als 'quasi-schuld'. In 2016 legde het BNetzA het rendement op eigen vermogen vast voor de derde regulatoire periode (2019-2023); in vergelijking met de tweede regulatoire periode werden de waarden sterk verminderd, tot 5,12 % voor investeringen uitgevoerd vóór 2006 en 6,91 % voor investeringen uitgevoerd sinds 2016. Het rendement op het eigen vermogen wordt berekend vóór vennootschapsbelasting, maar na bedrijfsbelasting;

Los van de inkomstenlimiet wordt 50Hertz gecompenseerd voor de kosten in verband met zijn verplichtingen inzake hernieuwbare energie, met inbegrip van EEG- and CHP/KWKG-verplichtingen en offshore verplichtingen. Daartoe zijn diverse toeslagen ingevoerd die onderworpen zijn aan specifieke reguleringsmechanismen die bedoeld zijn voor een evenwichtige behandeling van kosten en inkomsten.

WIJZIGINGEN IN DE TARIEFREGELGEVING

In 2016 trad een herziening van de ARegV in werking die verschillende relevante wijzigingen doorvoerde, met name inzake de regelgeving voor distributienetbeheerders. De TNB's worden echter ook getroffen doordat de herziene ARegV leidt tot veranderingen van verschillende aspecten die relevant zijn voor de PNBK, zoals de methodologie voor het bepalen van vervangingsdelen in nieuwe investeringsmaatregelen (status quo blijft behouden voor investeringsmaatregelen die al zijn goedgekeurd of aangevraagd), de afweging van de kosten van de beperking van hernieuwbare energiebronnen op basis van voorspelde waarde, en de afweging van PCIkosten. Bovendien onderbouwt de herziene ARegV de methodologieën die kunnen worden toegepast voor het meten van de individuele efficiëntie van de vier Duitse TNB's, waarbij alleen een internationale benchmark of een relatieve referentienetanalyse voor dit doel wordt toegestaan.

Per 31 december 2018 had 50Hertz de goedkeuring verkregen voor 94 van de 127 aanvragen voor actieve investeringsmaatregelen die sinds 2008 zijn ingediend.

Op basis van het totale aangevraagde investeringsbudget van € 15 miljard bedroeg het goedgekeurde investeringsbudget op dezelfde datum € 10,4 miljard

TARIEVEN

De nettoegangstarieven werden berekend op basis van de betreffende inkomstenlimieten en werden op 11 december 2018 gepubliceerd voor het jaar 2019. Ze zijn gemiddeld 23% gedaald ten opzichte van 2018. Een belangrijke drijfveer voor een tariefverlaging was het vervangen van offshore kosten door een nieuwe offshore toeslag (zie onderstaande paragraaf). Verder heeft 50Hertz zijn netuitbreidingsprojecten actief en met succes voortgezet; de ingebruikname van nieuwe lijnen heeft het mogelijk gemaakt om de kosten voor redispatching en inperking van hernieuwbare energiebronnen te verlagen en zo de aanhoudend hoge kosten van de netuitbreiding te compenseren en een tariefverlaging mogelijk te maken.

De laatste jaren hebben de nettoegangstarieven van de vier Duitse TNB's zich verschillend ontwikkeld. Dat was hoofdzakelijk het gevolg van de verschillende volumes hernieuwbare energie die in de controlezones zijn geïnstalleerd, wat leidde tot aanzienlijk hogere tarieven in die controlezones met hogere niveaus van hernieuwbare energie. In juli 2017 ging de Wet inzake modernisering van nettarieven ("Netzentgeltmodernisierungsgesetz" – NEMoG) van kracht. De NEMoG voorziet vanaf 2019 de stapsgewijze harmonisatie van de tarieven voor nettoegang van de vier Duitse TNB's die zal leiden tot uniforme transmissietarieven in 2023. Bovendien schaft de NEMoG zogenaamde vermeden nettarieven (vNNE) voor vluchtige opwekking van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen af en creëert ze een nieuwe regeling voor offshorenetwerkaansluitingen, waardoor de daarmee gepaard gaande kosten vanaf 2019 worden verlegd van de tarieven naar een toeslag.

.

3. Regelgevend kader voor NemoLink Interconnector

De belangrijkste kenmerken van het regelgevende kader van NemoLink Ltd kunnen als volgt worden samengevat:

  • Vanaf de datum van ingebruikname zal een specifiek regelgevend kader van toepassing zijn op de Nemo Link interconnector. Het kader maakt deel uit van de nieuwe tariefmethodologie die op 18 december 2014 door de CREG werd uitgegeven. Het boven- en ondergrensregime is een op inkomsten gebaseerd regime met een looptijd van 25 jaar. De nationale regulatoren in het VK en België (respectievelijk de OFGEM en de CREG) zullen de niveaus van de boven- en ondergrens ex-ante bepalen en deze zullen grotendeels vastliggen voor de duur van het regime. Bijgevolg zullen investeerders zekerheid hebben over het regelgevende kader tijdens de levensduur van de interconnector.
  • Vanaf de operationele fase, gaat het boven- en ondergrensregime van start. Om de vijf jaar beoordelen de regulatoren de opbrengsten van de cumulatieve interconnector (na aftrek van eventuele marktgerelateerde kosten) over de periode in vergelijking met de cumulatieve boven- en ondergrenzen om te bepalen of de boven- of ondergrens in werking treedt. Alle opbrengsten boven de bovengrens worden teruggegeven aan de TNB in het VK (National Electricity Transmission System Operator of 'NETSO') en aan de TNB in België op een 50/50-basis. De TNB's zouden dan de netlasten voor netgebruikers in hun respectieve landen verlagen. Als de opbrengsten onder de ondergrens uitkomen, dan worden de eigenaars van de interconnector gecompenseerd door de TNB's. De TNB's zullen op hun beurt de kosten terugverdienen door middel van netlasten. National Grid vervult de rol van NETSO in het VK en de Emittent, de Belgische TNB in België.
  • Elke periode van vijf jaar wordt afzonderlijk bekeken. Aanpassingen van de boven- en ondergrens in één periode zullen geen invloed hebben op de aanpassingen voor toekomstige perioden, en de totale opbrengsten van één periode zullen in toekomstige perioden niet in aanmerking worden genomen.
  • De elementaire kenmerken van de tariefmethodologie is als volgt:
Duur van het regime 25 jaar
Boven- en ondergrenzen De niveaus worden vastgelegd bij de aanvang van het regime en blijven
in reële termen vastgesteld voor een periode van 25 jaar vanaf de start
van de regeling. Op basis van de toepassing van mechanistische
parameters op kostenefficiëntie: er zal een benchmark voor de kosten
voor het leveren van de ondergrens worden toegepast en een
benchmark voor het rendement op eigen vermogen om de bovengrens
te leveren.
Beoordelingsperiode (beoordelen of de
opbrengsten van de interconnector boven of
onder de bovengrens/ondergrens liggen)
Om de vijf jaar met tussentijdse aanpassingen indien vereist en
gerechtvaardigd door de beheerder. Met tussentijdse aanpassingen
kunnen beheerders hun opbrengsten tijdens de beoordelingsperiode
terugverdienen als de opbrengsten onder de ondergrens (of boven de
bovengrens) liggen, maar aan het einde van de vijfjaarlijkse
beoordelingsperiode nog steeds moeten worden opgewaardeerd.
Mechanisme Als de opbrengsten tussen de bovengrens en de ondergrens liggen,
wordt geen aanpassing gedaan. Opbrengsten boven de bovengrens
worden teruggegeven aan eindklanten en elk verlies van opbrengsten
onder de ondergrens vereist betaling van netgebruikers (via netlasten).

• De boven- en ondergrenzen voor Nemo Link zullen worden vastgelegd wanneer de uiteindelijke projectkosten bekend zijn en zullen dan voor de hele duur van het regime worden vastgelegd.

VERSLAG VAN HET COLLEGE VAN COMMISSARISSEN OVER DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING

België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire
voorschriften.
in Basis voor ons oordeel zonder voorbehoud
de
ze
rde
erde
We hebben onze controle uitgevoerd in
overeenstemming met de International Standards on
Auditing ("ISA's"). Onze verantwoordelijkheden uit
hoofde van die standaarden zijn nader beschreven in het
gedeelte "Onze verantwoordelijkheden voor de controle
van de geconsolideerde jaarrekening" van ons verslag.
cht
t
Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant
zijn voor de controle van de geconsolideerde
jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze
met betrekking tot de onafhankelijkheid.
ng Wij hebben van het bestuursorgaan en van de
aangestelden van de Vennootschap de voor onze
controle vereiste ophelderingen en inlichtingen
verkregen.
oen
t af
en.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-
informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons
oordeel.
ing Kernpunten van de controle
van
o die
Kernpunten van onze controle betreffen die
aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het
meest significant waren bij de controle van de
geconsolideerde jaarrekening van de huidige
verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld
in in de context van onze controle van de geconsolideerde
isarrakamina ale gahaal on hii hat vorman van one 200

-

-

-

-

-

-

rde Andere vermeldingen
et
e
> Huidig verslag is consistent met onze aanvullend
verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel
van de verordening (EU) nr. 537/2014.
Brussel, 5 april 2019
n de
11
Het College van commissarissen
Ernst & Xpung Bedrijfsrevisoren CVBA
Commissarys
e
an
0
ver
natie
Vertegehw/ordigd door
van
n,
Patrick Rolliers
Vennoot
Handelend in naam van een BVBA
bij KPMG Bedrijfsrevisoren CVBA
del Commissaris
vertegenwoodigd door
iet-
nde
uit
lexis Palm
Vennoot
eid

INFORMATIE MET BETREKKING TOT DE MOEDERVENNOOTSCHAP

Uittreksels uit de statutaire jaarrekening van Elia System Operator NV, opgesteld in overeenstemming met de Belgische boekhoudkundige normen, worden hierna in verkorte vorm weergegeven.

Overeenkomstig de Belgische vennootschapswetgeving zullen de volledige jaarrekening, het jaarverslag en het verslag van het college van commissarissen worden neergelegd bij de Nationale Bank van België.

Deze documenten zullen ook worden gepubliceerd op de website van Elia en zijn op aanvraag verkrijgbaar bij Elia System Operator nv, Keizerslaan 20, 1000 Brussel, België. Het college van commissarissen heeft een opinie zonder voorbehoud gepubliceerd.

Balans na winstverdeling

Dalahs na Willstveruchilly
ACTIVA (in miljoen EUR)
/ASTE ACTIVA
Financiële vaste activa
Verbonden ondernemingen
Deelnemingen
Ondernemingen waarmee een deelnemingsverh
Deelnemingen
Andere financiële vast activa
VLOTTENDE ACTIVA
Vorderingen op meer dan één jaar
Handelsvorderingen
Overige vorderingen
Voorraden en bestellingen in uitvoering
Bestellingen in uitvoering
Vorderingen op ten hoogste één jaar
Handelsvorderingen
Overige vorderingen
Geldbeleggingen
Overige geldbeleggingen
Liquide middelen
Overlopende rekeningen
TOTAAL DER ACTIVA
PASSIVA (in EUR miljoen)
EIGEN VERMOGEN
Kapitaal
Geplaatst kapitaal
Uitgiftepremies
Reserves
Wettelijke reserve
Belastingvrije reserve
Overgedragen winst
VOORZIENINGEN, UITGESTELDE BELASTINGE
Voorzieningen voor risico's en kosten
Overige risico's en kosten
SCHULDEN
Schulden op meer dan één jaar
Financiële schulden
Achtergestelde obligatieleningen
Niet-achtergestelde obligatieleningen
Kredietinstellingen
Overige leningen
Schulden op ten hoogste één jaar
Schulden op meer dan één jaar, die binnen het
Financiële schulden

-

ACTIVA (in miljoen EUR) 2018 2017
VASTE ACTIVA 4.690,3 3.677,8
Financiële vaste activa 4.690,3 3.677,8
Verbonden ondernemingen 4.560,9 3.572,3
Deelnemingen 4.560,9 3.572,3
Ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat 129,4 105,6
Deelnemingen 129,2 105,4
Andere financiële vast activa 0,2 0,2
VLOTTENDE ACTIVA 2.397,2 1.893,9
Vorderingen op meer dan één jaar 174,9 147,8
Handelsvorderingen 0 8,8
Overige vorderingen 174,9 139,0
Voorraden en bestellingen in uitvoering 6,9 4,9
Bestellingen in uitvoering 6,9 4,9
Vorderingen op ten hoogste één jaar 2.052,0 1.585,3
Handelsvorderingen 221,4 215,6
Overige vorderingen 1.830,6 1.369,8
Geldbeleggingen 0,0 30,0
Overige geldbeleggingen 0,0 30,0
Liquide middelen 143,1 117,9
Overlopende rekeningen 20,4 8,0
TOTAAL DER ACTIVA 7.087,50 5.571,7
PASSIVA (in EUR miljoen) 2018 2017
EIGEN VERMOGEN 1.868,3 1.762,8
Kapitaal 1.521,8 1.519,0
Geplaatst kapitaal 1.521,8 1.519,0
Uitgiftepremies 14,3 11,9
Reserves 175,4 174,7
Wettelijke reserve 173,0 173,0
Belastingvrije reserve 2,4 1,6
Overgedragen winst 156,7 57,2
VOORZIENINGEN, UITGESTELDE BELASTINGEN 0,4 0,4
Voorzieningen voor risico's en kosten 0,4 0,4
Overige risico's en kosten 0,4 0,4
SCHULDEN 5.218,8 3.808,5
Schulden op meer dan één jaar 3.648,1 2.839,2
Financiële schulden 3.648,1 2.839,2
Achtergestelde obligatieleningen 699,9 0,0
Niet-achtergestelde obligatieleningen 2.142,3 2.343,4
Kredietinstellingen 310,0 0,0
Overige leningen 495,8 495,8
Schulden op ten hoogste één jaar 875,1 391,9
Schulden op meer dan één jaar, die binnen het jaar vervallen 500,0 0,0
Financiële schulden 50,0 0,0
Kredietinstellingen 50,0 0,0
Overige leningen 8,3 4,3
Handelsschulden 252,3 186,4
Leveranciers 242,9 179,3
Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen 9,4 7,1
Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten 9,2 8,7
Belastingen 0,6 0,7
Bezoldigingen en sociale lasten 8,6 8,0
Overige schulden 156,7 192,5
Overlopende rekeningen 594,3 577,4
TOTAAL DER PASSIVA 7.087,5 5.571,7

Resultatenrekening

(in miljoen EUR
)
2018 2017
BEDRIJFSOPBRENGSTEN 922,7 799,4
Omzet 908,0 792,2
Wijziging in de voorraad goederen in bewerking en gereed product en in de
bestellingen in uitvoering: toename/(afname)
2,0 (0,9)
Andere bedrijfsopbrengsten 12,7 8,1
BEDRIJFSKOSTEN (840,0) (704,7)
Diensten en diverse goederen (798,7) (666,5)
Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen (41,2) (38,1)
Waardeverminderingen op voorraden, bestellingen in uitvoering en
handelsvorderingen: toevoegingen/(terugnemingen)
(0,1) (0,2)
Voorzieningen voor risico's en kosten: toevoegingen/(bestedingen en terugnemingen) 0,0 0,0
Andere bedrijfskosten 0,0 (0,0)
BEDRIJFSWINST 82,7 94,8
Financiële opbrengsten 221,9 98,0
Opbrengsten uit financiële vaste activa 212,3 90,4
Opbrengsten uit vlottende activa 9,6 7,6
Niet
-recurrente financiële opbrengsten
0,0 0,0
Financiële kosten (102,5) (88,9)
Kosten van schulden (93,8) (86,7)
Andere financiële lasten (8,7) (2,2)
Niet
-recurrente financiële kosten
0,0 0,0
WINST VAN HET BOEKJAAR VOOR BELASTING 202,2 103,8
Belastingen op het resultaat (0,6) (6,9)
Belastingen (0,6) (6,9)
WINST VAN HET BOEKJAAR 201,6 96,9
Overboeking naar de belastingvrije reserves (0,7) (0,8)
TE BESTEMMEN WINST VAN HET BOEKJAAR 200,9 96,1

102 - GECONSOLIDEERDE JAARREKENING CORPORATE GOVERNANCE EN FINANCIEEL VERSLAG -103