Annual Report (ESEF) • Mar 24, 2025
Preview not available for this file type.
Download Source FileKern
* 01 — Inleiding
* 02 — Brief van de CEO en de voorzitter
* 03 — Bedrijfsprofiel
* 04 — Financiële & niet-financiële kerncijfers
* Hoogtepunten 2024
* De waarden van DEME
* Resultaten van de groep
* 05 — Strategie
* Relevante drijfveren in de markt
* Doel, visie en strategische ambitie
* Strategische enablers
* 06 — Segmenten
* DEME’s organisatiestructuur
* Offshore Energy
* Dredging & Infra
* Environmental
* Concessions
* 07 — Duurzaamheidstraject
* Duurzaamheidsstrategie
* Materiële thema’s
* Broeikasgasemissies
* Veiligheid
* Andere relevante thema’s
* EU-taxonomie
* Certificaten en ESG-ratings
* 08 — Corporate governance en risicobeheer
* Corporate governance
* Vennootschapsstructuur
* Remuneratierapport
* DEME-aandeel
* Risicobeheer
* 09 — Rapporten
* Financieel rapport
* Inhoudsopgave
* Geconsolideerde jaarrekening
* Enkelvoudige jaarrekening
* Duurzaamheidsverklaringen
* Inhoudsopgave
* Algemeen (ESRS 2)
* Milieu (ESRS E1)
* Sociaal (ESRS S1)
* Governance (ESRS G1)
* 10 — Ondersteunend materiaal
* Bijlage
* Verklarende woordenlijst
* Vloot en uitrusting
* ESG-bijlage
* Risicoregister en risicobeoordeling
* Controleverslagen
De Nederlandstalige versie is een vertaling van de Engelstalige basisversie. In het geval dat er verschillen zouden zijn tussen de Engelstalige basisversie van dit document en de vertaalde versie, dan is het Engelstalig document bindend.
“Als site Supervisor bij het offshore windproject Dieppe-Le Tréport in Frankrijk speelt Anaisha een belangrijke rol in de wereldwijde transitie naar hernieuwbare energie. Binnen het Offshore Energy team helpt ze DEME om innovatieve oplossingen te leveren die de transitie naar een duurzamere toekomst ondersteunen.”
2024 was een uitstekend jaar voor DEME. Onze vier segmenten – Offshore Energy, Dredging & Infra, Environmental en Concessions – hebben zeer goed gepresteerd, wat blijkt uit de robuuste financiële resultaten. Omzet en winstgevendheid voor het volledige jaar kenden een dubbelcijferige groei en dankzij een zeer sterke kasstroom hebben we de netto financiële schuld omgebogen naar een positieve nettokaspositie, wat de financiële kracht van DEME verder versterkt.
Door deze uitstekende resultaten is DEME goed geplaatst voor de toekomst, en kunnen we onze strategische plannen voor een duurzaam bedrijf verder waarmaken. Deze resultaten waren alleen mogelijk dankzij onze uitzonderlijke medewerkers en hun vastberadenheid, vindingrijkheid en onvermoeibare inspanningen. Ondersteund door bijna 150 jaar expertise op het gebied van waterbouw is DEME inderdaad in topvorm, en we maken ons klaar om deze speciale verjaardag binnen één jaar te vieren. Met onze ongeëvenaarde ervaring kunnen we de meest complexe projecten wereldwijd aan. Onze focus ligt altijd op het welzijn van onze medewerkers. Onze strenge QHSE-normen zorgen ervoor dat deze uitdagende projecten veilig worden uitgevoerd.
De afgelopen jaren hebben we gedurfde beslissingen genomen om te investeren in baanbrekende offshore installatieschepen zoals ‘Orion’ en ‘Green Jade’, en in ‘Spartacus’, de krachtigste cutterzuiger ter wereld. De resultaten van vorig jaar tonen aan dat dit meerjarige investeringsprogramma voor de vloot zijn vruchten heeft afgeworpen. In 2024 hebben we de capaciteit van ons kabellegschip ‘Viking Neptun’ verder opgevoerd, dat werd uitgerust met een tweede grote kabelcarrousel. ‘Yellowstone’, het grootste valpijpschip ter wereld, voegde zich bij de vloot, naast ‘Karina’, een geavanceerd onderzoeksschip. Al deze geavanceerde schepen versterken ons vermogen om snel en effectief te handelen en vaak brengen ze volledig nieuwe concepten op de markt.
Meer dan 20 jaar geleden waren we een vroege pionier in de offshore windindustrie en ondertussen is ons segment Offshore Energy ook aanwezig buiten Europa, in zowel de VS als in Azië. We zijn een nieuw tijdperk ingegaan wat betreft onze geografische expansie en kunnen nu beginnen aan de industrialisatie van offshore wind buiten Europa. In de VS wordt hard gewerkt aan het Coastal Virginia Offshore Wind project, het grootste windmolenpark in aanbouw in de VS, goed voor 2,6 gigawatt aan groene energie. Hiervoor zetten we ‘Orion’ in, één van onze nieuwste installatieschepen, die met succes een revolutionair drijvend installatieconcept in de industrie heeft geïntroduceerd. In Taiwan hebben CSBC-DEME Wind Engineering (CDWE) en ons drijvende installatieschip ‘Green Jade’ goede vooruitgang geboekt en hebben ze de helft van het offshore windmolenpark in Hai Long afgewerkt. Ook de werkzaamheden aan het Greater Changhua-project werden opgestart.
01 — Inleiding
DEME Jaarverslag 2024
Ondertussen blijven we in Europa nieuwe grenzen verleggen. Na onze installatie van het Franse offshore windmolenpark in Saint-Nazaire hebben we opnieuw getoond dat we in staat zijn om de meest complexe projecten in de hernieuwbare energiesector aan te pakken, en hebben we met succes XL-monopiles rechtstreeks in rotsen geboord voor het offshore windmolenpark in Île d'Yeu en Noirmoutier. DEME is een pionier in het toepassen van deze geavanceerde waterbouwtechniek, waardoor nieuwe locaties worden ontsloten die voorheen ongeschikt werden geacht voor offshore windmolenparken. DEME heeft zijn boorcapaciteiten verder versterkt. We beschikken op één plaats over alle expertise en materieel die nodig zijn voor zuigankers, het boren van diepzeefunderingen en verankeringstechnologie. Offshore Energy heeft een goed gevuld orderboek. Naast vier nieuwe contracten voor het leggen van kabels heeft het een contract binnengehaald voor de plaatsing van funderingen voor de windparken Nordlicht 1 en 2 in Duitsland en ook een installatiecontract voor de funderingen en het offshore substation voor het offshore windpark Fengmiao 1 in Taiwan.
Ons segment Dredging & Infra zette de langlopende onderhoudswerkzaamheden voort op enkele van Europa's belangrijkste rivieren in België en Duitsland, en buiten Europa was het team druk bezig in de APAC-regio, West-Afrika en het Midden-Oosten. We hebben de tweede fase opgestart van de transformatie in de haven van NEOM in Saudi-Arabië in een consortium met de internationale maritieme bouwgroep Archirodon. In het Midden-Oosten waren meerdere hopper- en cutterzuigers van DEME aan het werk in Abu Dhabi. Dredging & Infra blijft goed gepositioneerd in West-Afrika met een diverse reeks baggerprojecten.
Links: Luc Bertrand, Voorzitter
Rechts: Luc Vandenbulcke, CEO
“Dankzij onze ongeëvenaarde ervaring kunnen we de meest complexe projecten ter wereld aan en het welzijn van onze medewerkers staat altijd centraal.”
In Zuid-Europa is DEME al lang aanwezig in Italië, waar we meerjarige havenbouw-, bagger- en kustverdedigingswerken uitvoeren in Ravenna, Livorno en Cagliari.
Dankzij DEME's strategie om sterk vervuilde brownfields te transformeren en ze een nieuwe, waardevolle bestemming te geven, heeft ons segment Environmental een belangrijk herontwikkelings- en saneringscontract binnengehaald voor een voormalige site van het staal- en mijnbouwbedrijf ArcelorMittal in Luik. Naast ons saneringswerk boekt DEME ook aanzienlijke vooruitgang in Nederland met verschillende dijkversterkingsprojecten zoals de Sterke Lekdijk, Gorinchem- Waardenburg (GoWA) en Marken. Verder hebben we in het vierde kwartaal van 2024 een innovatieve joint venture opgericht onder de naam Cargen. De nieuwe joint venture is gespecialiseerd in waterbehandeling en -zuivering op basis van actieve kool, waarmee we onze leidende rol in de behandeling van PFAS-verontreiniging verder versterken.
Het segment Concessions heeft aanzienlijke vooruitgang geboekt in een aantal van zijn kernactiviteiten zoals offshore windenergie, havenontwikkeling en groene waterstof. De haven Port-La Nouvelle, waar DEME in een consortium een havenconcessie met een looptijd van 40 jaar heeft verkregen, wordt ontwikkeld tot een duurzame groene haven. De Dredging & Infra-teams van DEME voeren het Engineering, Procurement and Construction-contract uit in de haven, waarmee we de synergieën tussen de activiteiten van onze groep benadrukken.
In 2024 kondigden we met trots aan dat een consortium bestaande uit DEME en Qterminals W.L.L. een voorlopige huurovereenkomst van 30 jaar heeft ondertekend voor een stuk grond in de buitenhaven van Świnoujście in Polen, voor de financiering, bouw en exploitatie van de diepwatercontainerterminal. Op het vlak van offshore windenergie blijft DEME vooruitgang boeken met het ScotWind-project, dat goed is voor 2 gigawatt aan optiegebieden in Schotland, en we zijn eveneens betrokken bij het Belgische offshore windpark voor de Prinses Elisabethzone.
Om een toonaangevende rol te blijven spelen in de groene waterstofsector hebben we een samenwerkingsovereenkomst getekend met de Egyptische overheid om het potentieel te onderzoeken voor een groene waterstofproductiefaciliteit op industriële schaal in de haven van Gargoub. In juli was er nog meer goed nieuws toen DEME en OQ hun krachten bundelden met bp voor het HYPORT Duqm-project. Volgens de overeenkomst is bp nu een aandeelhouder en operator in het HYPORT Duqm-project en verwierf het bedrijf een belang van 49%, terwijl OQ en DEME elk een belang van 25,5% in de projectvennootschap behouden. HYPORT Duqm wordt ontwikkeld binnen de Speciale Economische Zone in Duqm, Oman. De productie van groene ammoniak uit groene waterstof wordt aangedreven door zowel wind- als zonne-energie.# Inleiding
Luc Vandenbulcke CEO DEME Group NV
“Een van de sterkste punten van DEME is ons vermogen om gebruik te maken van de synergieën tussen onze vier segmenten. Dat komt tot uiting in veel van onze projecten.”
Een van de sterkste punten van DEME is ons vermogen om gebruik te maken van de synergieën tussen onze vier segmenten. Dat komt tot uiting in veel van onze projecten. De offshore windmolenparken van Hai Long en Greater Changhua in Taiwan, Port-La Nouvelle in Frankrijk, de Fehmarnbelt Fixed Link in Denemarken en het Prinses Elisabeth Eiland en Oosterweel in België zijn slechts enkele voorbeelden waar onze diverse expertise wordt samengebracht. Omdat we meer controle hebben over de projecten, kunnen we de risico's voor onze klanten beperken en hen een succesvolle en tijdige oplevering garanderen. Wij begrijpen dat het essentieel is om samen te werken met lokale partners en onze krachten te bundelen. DEME profiteert dan van de lokale kennis en expertise in de toeleveringsketen en brengt zelf zijn decennialange offshore-ervaring in, zoals in Taiwan. Naast de samenwerking met lokale partners willen we ook lokale bemanningsleden opleiden en met hen samenwerken om de hoge normen van DEME te bereiken. Dat zorgt al voor goede resultaten in India, de VS en Taiwan.
In 2024 vonden er enkele veranderingen plaats op het managementniveau van de groep. Els Verbraecken, DEME's Chief Financial Officer sinds 2013 die een belangrijke bijdrage leverde aan de beursnotering van DEME, besloot nieuwe horizonten te verkennen en verliet ons bedrijf in het voorjaar. Wij waren zeer verheugd dat we een opvolger uit onze eigen gelederen konden benoemen. Stijn Gaytant heeft meer dan 20 jaar ervaring binnen de groep en heeft verschillende expert- en leidinggevende functies bekleed binnen verschillende projecten, segmenten en regio's. Voordat hij werd benoemd tot CFO, was Stijn Head of Finance voor DEME's activiteiten in de regio Azië-Pacific. We hebben ook Marieke Schöningh en Gaelle Hotellier verwelkomd in de Raad van Bestuur van DEME. Beiden zijn benoemd tot onafhankelijk bestuurder en zijn toegetreden tot een adviescommissie van de Raad van Bestuur.
DEME blijft zich inspannen om tegen 2050 klimaatneutraal te zijn en we boeken gestaag vooruitgang. Voor DEME gaat duurzaamheid echter niet alleen over het verminderen van de CO2-uitstoot - het gaat over veel meer. We hebben de Uitstoot van broeikasgassen, de Energietransitie en Gezondheid en Veiligheid op het werk geïdentificeerd als de meest materiële ESG-thema's van DEME en zullen onze prestaties op het gebied van ESG-thema's zoals Business Conduct en Talentmanagement nauwlettend blijven volgen.
Wij zijn vooral trots op onze medewerkers en hun uitmuntende inspanningen. Het is inspirerend om de toewijding en loyaliteit van ons team te zien. Hun toewijding heeft het ons mogelijk gemaakt om onze ervaren mensen te behouden en nieuw talent aan te trekken. Dat geldt zeker ook voor onze bemanning, die een cruciale rol speelt in ons voortdurend succes. We weten dat 2024 geen gemakkelijk jaar was. We hebben verschillende nieuwe schepen en ons ambitieuze Fleet Excellence Program geïntroduceerd, en we willen al onze medewerkers bedanken voor hun steun, flexibiliteit en harde werk. Terugkijkend op dit opmerkelijke jaar is het duidelijk dat onze mensen, onze strategie, onze investeringen in de vloot en onze sterke financiële basis allemaal essentiële onderdelen zijn die ervoor zorgen dat DEME een duurzaam en veerkrachtig bedrijf blijft, dat klaar is om de uitdagingen van de toekomst aan te gaan. Nu onze 150e verjaardag dichterbij komt, zijn we terecht trots op de vooruitgang die we hebben geboekt en enthousiast over de reis die voor ons ligt!
Luc Bertrand
Voorzitter DEME Group NV
DEME is wereldleider in de gespecialiseerde domeinen van baggerwerken, maritieme infrastructuur, oplossingen voor de offshore energiemarkt, milieuwerken en concessies. We kunnen voortbouwen op bijna 150 jaar knowhow en ervaring, en hebben in de loop van onze geschiedenis als koploper in innovatie en nieuwe technologieën altijd een baanbrekende aanpak gehanteerd.
| Orderboek (1) | 8.200 |
| Omzet | 4.101 |
| EBITDA | 764 |
| Investeringsuitgaven | 484 |
| Nettowinst | 288 |
| Voor de EU-taxonomie in aanmerking komende en afgestemde omzet | 45% |
| Wereldwijde frequentiegraad van letsels met werkverlet | 0,23 |
(1) Het orderboek verwijst naar de contractwaarde van opdrachten verworven aan het einde van de respectievelijke rapporteringsperiode, die nog niet als omzet werden geboekt omdat ze nog niet zijn uitgevoerd. Dit bedrag is inclusief het aandeel van DEME in het orderboek van joint ventures, maar exclusief dat van geassocieerde deelnemingen.
| 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Orderboek | 6.190 | 7.581,8 | 8.200,1 |
| 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Omzet | 2.654,7 | 3.285,4 | 4.101,2 |
| 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|
| EBITDA | 473,9 | 596,5 | 764,2 | ||
| EBITDA-marge | 17,9% | 18,2% | 18,7% | 18,6% | 16,8% |
| 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|
| EBIT | 155,2 | 241,3 | 353,6 | ||
| EBIT-marge | 5,8% | 7,3% | 8,6% | 5,7% | 2,9% |
| 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Investerings-uitgaven | 483,9 | 398,9 | 286,4 |
| 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Wereldwijde frequentiegraad letsels | 0,23 | 0,19 | 0,10 |
| 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Nettowinst | 112,7 | 162,8 | 288,2 | ||
| Nettomarge | 4,2% | 4,6% | 5,0% | 7,0% | 2,3% |
| 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| In aanmerking komend | 45% | 42% | |
| Afgestemd | 26% | 33% | 42% |
Alle definities voor belangrijke prestatie-indicatoren (KPI’s) en alternatieve prestatiemaatstaven (APM’s) die in dit verslag worden gebruikt, zijn te vinden in de verklarende woordenlijst. Zie hoofdstuk 08. Bijlage van het Jaarverslag.
| Financiële kerncijfers (in miljoen euro) | 2024 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|---|
| Orderboek | 8.200,1 | 7.581,8 | 6.190,0 |
| Omzet | 4.101,2 | 3.285,4 | 2.654,7 |
| EBITDA | 764,2 | 596,5 | 473,9 |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | -410,6 | -355,2 | -318,7 |
| EBIT | 353,6 | 241,3 | 155,2 |
| Nettoresultaat van joint ventures en geassocieerde deelnemingen | 40,4 | 3,2 | 15,8 |
| Nettoresultaat aandeel van de groep | 288,2 | 162,8 | 112,7 |
| Winst per aandeel (gewoon en verwaterd) (in euro) | 11,40 | 6,43 | 4,45 |
| Brutodividend van het jaar per aandeel (in euro) | 3,80 | 2,10 | 1,50 |
| Eigen vermogen (excl. minderheidsbelangen) | 2.117,8 | 1.910,5 | 1.753,9 |
| Netto financiële schuld (+ is geldmiddelen, - is schuld) | 91,1 | -512,2 | -520,5 |
| Totaal van geldmiddelen | 853,4 | 389,1 | 522,3 |
| Vrije kasstroom | 728,5 | 61,6 | -80,4 |
| Investeringen | 286,4 | 398,9 | 483,9 |
| Operationeel werkkapitaal | -812,5 | -471,3 | -506,2 |
| Balanstotaal | 5.475,6 | 4.760,1 | 4.509,8 |
| Niet-financiële kerncijfers (1) (2) | 2024 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|---|
| Personeelsbestand | 5.822 | 5.555 | 5.207 |
| Verhouding man/vrouw | 83/17 | 84/16 | 85/15 |
| Wereldwijde frequentiegraad van letsels met werkverlet | 0,10 | 0,19 | 0,23 |
| Koolstofarme brandstoffen (in %) versus totaal verbruikte (op energie gebaseerde) brandstoffen | 5,8 | 10,3 | 6,0 |
| BKG-emissies wereldwijd in kt CO2e (Scope 1&2) | 970 | 734 | 653 |
| EU-taxonomie - Omzet (in %) - In aanmerking komende activiteiten | 45 | 42 | 29 |
| EU-taxonomie - Omzet (in %) - Afgestemde activiteiten | 42 | 33 | 26 |
| EU-taxonomie - % van CapEx - In aanmerking komende activiteiten | 47 | 49 | 52 |
| EU-taxonomie - % van CapEx - Afgestemde activiteiten | 46 | 49 | 52 |
| Bezettingsgraad van TSHD (sleephopperzuigers) (in weken) | 43 | 38 | 38 |
| Bezettingsgraad van CSD (cutterzuigers) (in weken) | 34 | 27 | 29 |
| Bezettingsgraad van offshore materieel (in weken) | 47 | 41 | 34 |
(1) De KPI's met betrekking tot het aantal medewerkers, de verhouding man/vrouw, de BKG-emissies en de EU-taxonomie zijn voor het eerst onderworpen aan een beperkte controle voor het boekjaar 2024. Voor 2024 worden de cijfers, het toepassingsgebied, de grenzen en de berekeningsmethode gerapporteerd volgens de CSRD, de ESRS en de EU-taxonomieverordening.
(2) De KPI's voor de wereldwijde frequentiegraad van letsels met werkverlet en koolstofarme brandstoffen zijn onderworpen aan een beperkte controle sinds boekjaar 2022.
| (in miljoen euro) | 2024 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|---|
| Orderboek | 8.200,1 | 7.581,8 | 6.190,0 |
| Offshore Energy | 4.259,2 | 3.754,7 | 3.260,9 |
| Dredging & Infra | 3.588,9 | 3.472,4 | 2.615,7 |
| Environmental | 352,0 | 354,7 | 313,4 |
| Omzet | 4.101,2 | 3.285,4 | 2.654,7 |
| Offshore Energy | 2.055,0 | 1.501,5 | 957,8 |
| Dredging & Infra | 1.962,6 | 1.604,6 | 1.524,3 |
| Environmental | 336,8 | 304,3 | 206,3 |
| Concessions | 7,8 | 5,0 | 2,2 |
| Reconciliatie | -261,0 | -130,0 | -35,9 |
| EBITDA | 764,2 | 596,5 | 473,9 |
| Offshore Energy | 431,8 | 231,4 | 221,9 |
| Dredging & Infra | 358,3 | 298,3 | 254,9 |
| Environmental | 43,6 | 51,1 | 25,0 |
| Concessions | -13,0 | -13,4 | -12,7 |
| Reconciliatie | -56,5 | 29,1 | -15,2 |
| EBIT | 353,6 | 241,3 | 155,2 |
| Offshore Energy | 259,0 | 101,6 | 117,1 |
| Dredging & Infra | 118,3 | 73,1 | 44,9 |
| Environmental | 31,9 | 41,2 | 16,5 |
| Concessions | -14,3 | -13,5 | -12,7 |
| Reconciliatie | -41,3 | 38,9 | -10,6 |
| Nettoresultaat van joint ventures en geassocieerde deelnemingen | 40,4 | 3,2 | 15,8 |
| Offshore Energy | -1,1 | 0,0 | 0,0 |
| Dredging & Infra | 0,1 | 0,0 | 0,1 |
| Environmental | 0,9 | 0,4 | 0,5 |
| Concessions | 12,5 | 37,4 | 9,3 |
| Reconciliatie | 28,0 | -34,6 | 5,9 |
DEME heeft contracten voor kabelinstallatie binnengehaald voor de offshore netwerken IJmuiden Ver Alpha en Nederwiek 1, het offshore windmolenpark OranjeWind en het Prinses Elisabeth Eiland, het eerste energie-eiland ter wereld. Met een enorm laadvermogen van 37.000 ton is ‘Yellowstone’ het grootste DP2-valpijpschip ter wereld. Het schip is uitgerust met de meest geavanceerde milieutechnologie.# HIGHLIGHTS 2024
De RijnlandRoute, de Blankenburgverbinding en de Nieuwe Sluis Terneuzen, enkele van de grootste infrastructuurprojecten in Nederland, zijn allemaal succesvol afgerond en illustreren de sterke synergieën tussen de bagger- en infrastructuuractiviteiten van DEME.
Op maat gemaakte pontons voor de bouw van de Fehmarnbelttunnel zijn ter plaatse aangekomen. Deze indrukwekkende constructies zullen een essentiële rol spelen bij het afzinken van de 89 tunnelelementen die de 18 kilometer lange verbinding tussen Denemarken en Duitsland vormen.
DEME boekt vooruitgang met de bouw van de caissons voor het eerste kunstmatige energie-eiland ter wereld. Het is de bedoeling dat de eerste caissons in 2025 worden afgezonken in de Belgische Noordzee.
In een publiek-private samenwerking zal DEME een voormalige site van een staal- en mijnbouwbedrijf in het Belgische Seraing saneren en herontwikkelen, en er een waardevolle nieuwe bestemming aan geven. Ondertussen werd het Bowling-brownfieldproject in Schotland met succes afgerond.
Meer dan 400 nieuwe medewerkers zijn in dienst getreden bij DEME en het bedrijf blijft toptalent aantrekken om de voortdurende groei te ondersteunen.
Vooraanstaand energiebedrijf bp bundelt zijn krachten met DEME in het flagshipproject HYPORT Duqm, een project voor groene waterstof, en wordt een operator en aandeelhouder met een belang van 49%.
Offshore installatieschip ‘Orion’ maakt vorderingen met de installatie van funderingen voor het Coastal Virginia Offshore Wind-project in de VS. De opdracht van DEME omvat ook de installatie van kabels en erosiebescherming, wat onze expertise in geïntegreerde offshore oplossingen benadrukt.
Met de ambitie om tegen 2050 klimaatneutraal te zijn, krijgt de nieuwe DEME Campus steeds meer vorm. Het ‘Lookout’-paviljoen, een immersief bezoekerscentrum, opende de deuren in november.
Het offshore installatieschip ‘Green Jade’ voltooide met succes twee installatiecampagnes in Taiwan voor de offshore windmolenparken Zhong Neng en Hai Long, en versterkt zo de expertise van DEME in de hernieuwbare energiesector van de regio.
Alles wat we doen wordt gedreven door onze visie voor een betere, duurzamere wereld. We zetten ons in om ervoor te zorgen dat onze planeet nog generaties lang leefbaar is. Onze drie kernwaarden belichamen deze filosofie.
We zorgen voor onze mensen, onze talrijke verschillende stakeholders, het succes van onze projecten en bovenal voor de toekomst van onze planeet.
De veiligheid en het welzijn van onze medewerkers is altijd onze eerste prioriteit. We koesteren een diverse en inclusieve omgeving waarin iedereen zich gerespecteerd en gewaardeerd voelt en in staat wordt gesteld om met zijn of haar unieke talenten en perspectieven bij te dragen aan ons gezamenlijk succes. We werken samen als één team, we zorgen voor elkaar en zien erop toe dat elke medewerker de ondersteuning krijgt die hij of zij verdient om uit te blinken in zijn of haar carrière.
We zorgen voor onze klanten en willen hen ondersteunen bij het bereiken van hun doelen. We luisteren aandachtig naar hun wensen en werken nauw samen met onze klanten, partners en leveranciers zodat elk project een succes wordt.
We zorgen voor onze planeet door de uitdagingen van een groeiende bevolking, toenemende maritieme activiteiten, klimaatverandering en vervuilde rivieren en gronden aan te pakken.
We zijn al bijna 150 jaar een pionier. We zijn geen volgers. We verkennen, verleggen grenzen, innoveren. We investeren in de toekomst, met onze vloot van speciale schepen die baanbrekende concepten in de sector introduceren. Wij zijn de eersten. We doorlopen de leercurve voordat anderen er ook maar aan gedacht hebben. We doen de kennis op die nodig is om de volgende stap te zetten. Deze expertise stelt ons in staat om te anticiperen op ontwikkelingen in de sector – om te begrijpen wat onze klanten nodig zullen hebben in een voortdurend veranderend landschap.
We zijn niet gebonden aan tradities. Onze getalenteerde medewerkers kijken verder dan de ‘norm’. Zij ontwikkelen nieuw materieel, nieuwe concepten en technologieën, zodat we kansen kunnen creëren en nieuwe markten kunnen betreden - zelfs nieuwe markten kunnen creëren.
We bouwen voort op decennia aan ervaring en knowhow om onze klanten de veiligste, slimste en duurzaamste oplossingen te bieden, hoe uitdagend het project ook is. Ons team zal altijd een extra inspanning leveren om de klus te klaren. We begrijpen de activiteiten van onze klanten door en door, en weten hoe belangrijk het is om projecten op tijd en binnen budget op te leveren. Onze klanten weten dat we een betrouwbare partner zijn. Onze toewijding aan voortdurende verbetering en operationele uitmuntendheid betekent dat we onze aanpak voortdurend innoveren en verfijnen om onze klanten nog meer waarde te bieden. Wij maken onze beloften waar. We leveren uitmuntendheid.
Hoogtepunten boekjaar 2024
| Indicator | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Orderboek (einde jaar) | 8,2 miljard euro | 7,6 miljard euro |
| EBITDA | 764 miljoen euro | 596 miljoen euro |
| EBITDA-marge (van de omzet) | 18,6% | 18,2% |
| Omzet | 4,1 miljard euro | |
| Nettowinst | 288 miljoen euro | 163 miljoen euro |
| Brutodividend per aandeel (voorstel) | 3,8 euro | 2,1 euro |
| Vrije kasstroomgeneratie | 729 miljoen euro | |
| Nettokaspositie (einde jaar) | 91,1 miljoen euro | |
| Netto financiële schuld (einde 2023) | 512 miljoen euro |
“Ik ben bijzonder trots op onze uitstekende resultaten in 2024. De afgelopen twee jaar heeft het hele DEME-team dit bedrijf getransformeerd en zijn we gegroeid van 2,7 miljard euro omzet en 474 miljoen euro EBITDA in 2022 naar 4,1 miljard euro omzet en 764 miljoen euro EBITDA. We hebben dit resultaat bereikt door op het juiste moment te investeren in onze vloot, waardoor we onze capaciteit aanzienlijk hebben verhoogd. Tijdens deze groeifase hebben we ons team zorgvuldig uitgebreid, bleven we voldoen aan hoge prestatiestandaarden, zijn we onze beloften blijven nakomen en hebben we onze reputatie op het gebied van betrouwbaarheid verder versterkt.”
“Dankzij ons uitzonderlijke team, onze veelzijdige vloot, onze huidige nettokaspositie en ons orderboek van 8,2 miljard euro blijft DEME goed gepositioneerd om door het dynamische marktlandschap van vandaag te navigeren en te bouwen aan ons groeitraject op lange termijn, terwijl we robuuste, duurzame en winstgevende resultaten blijven leveren. Terwijl we verder werken en de toekomst vormgeven, blijven we ons inzetten om een centrale rol te spelen in innovatieve, duurzame langetermijnprojecten, die onder andere ook de energietransitie mogelijk maken.”
DEME heeft in 2024 opnieuw een recordprestatie geleverd met een sterke omzet- en winstgroei en een aanzienlijke vrije kasstroom, wat resulteerde in een nettokaspositie op het einde van het jaar. De omzet steeg met 25% tot boven de 4 miljard euro, een weerspiegeling van de hoge activiteitsgraad en solide projectuitvoering in al onze contracting segmenten. Ook het orderboek bereikte een recordniveau van meer dan 8 miljard euro, als gevolg van een erg hoog niveau aan nieuwe bestellingen die de sterke conversie van het orderboek naar omzet overtrof.
In het segment Offshore Energy steeg de omzet met 37% jaar over jaar, dankzij een aanhoudende sterke vraag, de uitbreiding van de vlootcapaciteit, een hoge bezettingsgraad en een effectieve projectuitvoering in Europa, APAC en de Verenigde Staten. Ook het segment Dredging & Infra presteerde goed en groeide jaar over jaar met 22% dankzij verschillende projecten, zoals onderhouds- en structurele baggerprojecten over de hele wereld en grote infrastructuurprojecten in Europa. Het segment Environmental noteerde een omzetgroei van 11% en boekte vooruitgang met zijn langetermijnprojecten in België, Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen.
De EBITDA steeg iets sneller dan de omzet, een toename met 28% tot 764 miljoen euro, tegenover 596 miljoen euro een jaar geleden. De EBITDA-marge van de groep bedroeg 18,6%, een stijging ten opzichte van 18,2% vorig jaar, voornamelijk als gevolg van de verbeterde prestaties jaar over jaar in het segment Offshore Energy.
De EBIT steeg van 241 miljoen euro voor 2023, of 7,3% van de omzet, tot 354 miljoen euro voor 2024, of 8,6% van de omzet. De nettowinst van de groep bedroeg 288 miljoen euro, een stijging tegenover 163 miljoen euro voor 2023, en omvatte positieve bijdragen van zowel joint ventures als geassocieerde ondernemingen en meer gunstige financiële resultaten.
In lijn met de gebudgetteerde investeringsuitgaven bedroegen de investeringen 286 miljoen euro voor 2024, tegenover 399 miljoen euro een jaar geleden.
De investeringsuitgaven werden voornamelijk besteed aan specifieke uitbreidingen van de vlootcapaciteit van DEME, voornamelijk in het segment Offshore Energy, en aan onderhoudsinvesteringen. De vrije kasstroom (1) van het jaar was bijzonder sterk en kwam uit op 729 miljoen euro, tegenover 62 miljoen euro vorig jaar. Deze verbetering is te danken aan de aanzienlijke stijging van de omzet en winstgevendheid van DEME, de positieve impact van het werkkapitaal en een lager investeringsniveau. Als gevolg daarvan heeft DEME zijn netto financiële schuld van 512 miljoen euro eind 2023 omgebogen naar een nettokaspositie van 91 miljoen euro eind 2024.
De volgende uitspraken zijn toekomstgerichte verklaringen. De werkelijke resultaten kunnen hier wezenlijk van afwijken. Gezien de huidige projectplanning in het orderboek, de pipeline van nieuwe opportuniteiten en de vlootcapaciteit, verwacht het management dat de omzet en de EBITDA-marge voor 2025 minstens in lijn zullen blijven met 2024. De investeringsuitgaven voor 2025 worden geraamd op ongeveer 300 miljoen euro, exclusief grotere investeringen voor uitbreiding van de vlootcapaciteit die mogelijk worden overwogen ter ondersteuning van de groeikansen op langere termijn. Ook voor de middellange termijn, en ondanks de huidige geopolitieke uitdagingen, blijft het management van DEME ervan overtuigd dat het goed gepositioneerd is om robuuste prestaties te blijven leveren, gesteund door een solide orderboek, een sterke balanspositie en aantrekkelijke marktvooruitzichten, vooral aangedreven door de versnellende energietransitie.
In lijn met DEME’s dividendpolitiek, gericht op een pay-out ratio van 33% van de nettogroepswinst, zal de Raad van Bestuur aan de Algemene Vergadering een brutodividend voorstellen van 3,8 euro per aandeel, een stijging van 81% vergeleken met vorig jaar. Onder voorbehoud van goedkeuring door de Algemene Vergadering wordt voorgesteld om de betalingsdatum van het dividend vast te stellen op 30 mei 2025.
(1) De vrije kasstroom wordt berekend als de som van de kasstroom uit operationele activiteiten en de kasstroom uit investeringsactiviteiten, verminderd met de kasstroom gerelateerd aan leaseaflossingen die worden gerapporteerd in de kasstroom uit financieringsactiviteiten.
Vergelijking jaar over jaar (in miljoen euro)
| FY24 | FY23 | FY22 | FY24 t.o.v. FY23 | |
|---|---|---|---|---|
| Offshore Energy | 4.259,2 | 3.754,7 | 3.260,9 | +13% |
| Dredging & Infra | 3.588,9 | 3.472,4 | 2.615,7 | +3% |
| Environmental | 352,0 | 354,7 | 313,4 | - 1% |
| Totaal orderboek (2) | 8.200,1 | 7.581,8 | 6.190,0 | +8% |
Het orderboek van DEME bereikte een nieuw recordniveau van meer dan 8 miljard euro, zelfs met de hoge conversie van het orderboek naar omzet. De groei jaar over jaar van 8% was vooral te danken aan aanhoudend nieuwe projecten voor Offshore Energy. Terwijl Dredging & Infra een meer gematigde maar nog steeds gezonde groei kende, behield Environmental een stabiel orderboek. Belangrijke toevoegingen in 2024 waren vier grote contracten voor bekabelingsprojecten in Nederland en België, projecten voor transport en installatie van funderingen in Taiwan en Duitsland en projecten voor Dredging & Infra in verschillende regio's.
Geografische opsplitsing (% van totaal)
| FY24 | FY23 | FY22 | FY24 t.o.v. FY23 (in nominale waarde) | |
|---|---|---|---|---|
| Europa | 71% | 58% | 55% | +32% |
| Afrika | 4% | 5% | 5% | - 14% |
| Azië (3) | 10% | 12% | 13% | - 11% |
| Amerika | 12% | 18% | 27% | - 24% |
| Midden-Oosten | 3% | 7% | 0% | - 57% |
Europa bleef de toonaangevende markt voor DEME, met een groei jaar over jaar van 32% en goed voor 71% van het orderboek van de groep. Alle andere regio's daarentegen tekenden een daling op ten opzichte van een sterk 2023. Met een effectieve projectuitvoering van verschillende offshore projecten langs de Amerikaanse Oostkust en iets minder toevoegingen in 2024, daalde het orderboek voor de regio Amerika van 18% van het totaal een jaar geleden naar 12% op dit ogenblik, gelijk aan een daling van 24% in nominale waarde.
De tabel vertegenwoordigt toekomstige waarden; werkelijke resultaten kunnen hier wezenlijk van afwijken.
** (in miljoen euro)**
| Jaar N+1 | Jaar N+2 | Na jaar N+2 | |
|---|---|---|---|
| Orderboek 2022 | 2.307,5 | 1.612,4 | 2.270,1 |
| Orderboek 2023 | 3.692,4 | 2.650,2 | 1.239,2 |
| Orderboek 2024 | 3.639,2 | 2.290,1 | 2.270,8 |
De afloop van het orderboek biedt een goed zicht op de middellange termijn en ondersteunt onze vooruitzichten in combinatie met de pipeline van projecten en de planning van de schepen. De huidige afloop van het orderboek duidt op een volume voor 2025 in lijn met een jaar geleden en volumes van meer dan 4,5 miljard euro verspreid over 2026 en later.
(2) Het orderboek verwijst naar de contractwaarde van opdrachten verworven aan het einde van de respectievelijke rapporteringsperiode, die nog niet als omzet werden geboekt omdat ze nog niet zijn uitgevoerd. Dit bedrag is inclusief het aandeel van DEME in het orderboek van joint ventures, maar exclusief dat van geassocieerde ondernemingen. Contracten worden pas in het orderboek opgenomen wanneer het contract met de klant is ondertekend.
(3) De Azië regio betreft zowel Azië als Oceanië
Vergelijking jaar over jaar (in miljoen euro)
| FY24 | FY23 | FY22 | FY24 t.o.v. FY23 | |
|---|---|---|---|---|
| Offshore Energy | 2.055,0 | 1.501,5 | 957,8 | +37% |
| Dredging & Infra | 1.962,6 | 1.604,6 | 1.524,3 | +22% |
| Environmental | 336,8 | 304,3 | 206,3 | +11% |
| Concessions | 7,8 | 5,0 | 2,2 | +57% |
| Totale omzet segmenten | 4.362,2 | 3.415,4 | 2.690,6 | +28% |
| Reconciliatie (4) | -261,0 | - 130,0 | - 35,9 | |
| Totale omzet volgens de financiële jaarrekening | 4.101,2 | 3.285,4 | 2.654,7 | +25% |
De omzet van de groep was elk opeenvolgend kwartaal hoger dan het vorige en bereikte een recordhoogte van meer dan 4,1 miljard euro.. Voor het tweede jaar op rij bedroeg de omzetgroei meer dan 20% jaar over jaar. De groei was te danken aan de dubbelcijferige groei in alle contracting segmenten, als gevolg van de hoge activiteitsgraad en effectieve projectuitvoering gedurende 2024. De belangrijkste projecten voor het segment Offshore Energy waren Dogger Bank en Moray West in het Verenigd Koninkrijk, Coastal Virginia in de Verenigde Staten, Île d'Yeu en Noirmoutier in Frankrijk, en Zhong Neng en Hai Long in Taiwan. Het segment Dredging & Infra boekte goede vooruitgang met onderhouds- en structurele baggerprojecten in Europa, Afrika, Azië en het Midden- Oosten, en zette zijn maritieme infrastructuurwerken voort, waaronder de installatie van afgezonken tunnels op het Europese vasteland. Het segment Environmental zette zijn sanerings- en hoogwaterbeschermingswerk in België, Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen voort.
Geografische opsplitsing (% van totaal)
| FY24 | FY23 | FY22 | FY24 t.o.v. FY23 (in nominale waarde) | |
|---|---|---|---|---|
| Europa | 60% | 63% | 75% | +19% |
| Afrika | 8% | 8% | 12% | +19% |
| Azië | 9% | 8% | 8% | +39% |
| Amerika | 18% | 18% | 5% | +26% |
| Midden-Oosten | 5% | 3% | 0% | +112% |
De geografische opsplitsing benadrukt de aanhoudend sterke positie van DEME in Europa, met een dubbelcijferige groei jaar over jaar in 2024. Voor het tweede opeenvolgende jaar was Amerika de op één na grootste markt voor DEME met een duidelijke groei dankzij sterke vooruitgang van de lopende offshore projecten. Afrika, Azië en het Midden-Oosten droegen elk tussen 5% en 10% bij aan de totale omzet van de groep, met een aanzienlijke groei in nominale waarde jaar over jaar, ondersteund door een gezonde instroom van projecten in de afgelopen jaren.
(4) De reconciliatie tussen de omzet per segment en de omzet in de jaarrekening betreft de omzet van joint ventures. Zij worden geconsolideerd volgens de proportionele consolidatiemethode in de segmentrapportering, maar volgens de vermogensmutatiemethode in de jaarrekening.
Vergelijking jaar over jaar (in miljoen euro en % van totaal)
| FY24 | FY23 | FY22 | FY24 t.o.v. FY23 | |
|---|---|---|---|---|
| EBITDA | 764,2 | 596,5 | 473,9 | +28% |
| EBITDA-marge | 18,6% | 18,2% | 17,9% | |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | -410,6 | - 355,2 | - 318,7 | |
| EBIT | 353,6 | 241,3 | 155,2 | +47% |
| EBIT-marge | 8,6% | 7,3% | 5,8% | |
| Nettowinst | 288,2 | 162,8 | 112,7 | +77% |
| Nettowinstmarge | 7,0% | 5,0% | 4,2% | |
| Winst per aandeel (gewoon en verwaterd) (in euro) (5) | 11,40 | 6,43 | 4,45 | +77% |
DEME realiseerde een EBITDA van 764 miljoen euro in 2024 of 18,6% van de omzet, een stijging met 28% ten opzichte van 596 miljoen euro of 18,2% van de omzet in 2023. Het segment Offshore Energy zag zijn EBITDA- marge aanzienlijk stijgen van 15,4% tot 21,0%, wat ruimschoots de iets mindere prestaties van de segmenten Dredging & Infra en Environmental compenseerde, die beide te maken hadden met een uitdagende vergelijkingsbasis in 2023. Dankzij een robuuste EBITDA-prestatie bedroeg de EBIT 354 miljoen euro of 8,6% van de omzet, tegenover 241 miljoen euro of 7,3% van de omzet vorig jaar, een stijging met 47%. De afschrijvingen en waarde- verminderingen bedroegen 411 miljoen euro, tegenover 355 miljoen euro een jaar geleden. De stijging van de afschrijvingskosten is toe te schrijven aan investeringen in de upgrade van ‘Sea Installer’ en aan de conversie van ‘Yellowstone’, DEME’s recente valpijpschip, en aan IFRS 16-leases. Het bedrag omvat ook 15 miljoen euro aan waardeverminderingen tegenover 13 miljoen een jaar geleden. De nettowinst voor 2024 bedroeg 288 miljoen euro, een stijging met 77% ten opzichte van de 163 miljoen euro vorig jaar, als gevolg van de stijging van de omzet, de sterkere winstgevendheid, de goede resultaten van zowel joint ventures als geassocieerde ondernemingen en gunstigere netto financiële resultaten. De winst per aandeel (gewoon en verwaterd) bedroeg bijgevolg 11,4 euro, in vergelijking met 6,4 euro in 2023.
(5) Winst per aandeel (EPS) wordt berekend als de nettowinst gedeeld door het gewogen gemiddelde aantal uitstaande aandelen doorheen het jaar, exclusief eigen aandelen.# Inleiding DEME Jaarverslag 2024
| FY24 | FY23 | FY22 | |
|---|---|---|---|
| Operationeel werkkapitaal (6) | -812,5 | -471,3 | -506,2 |
| Investeringen (7) | 286,4 | 398,9 | 483,9 |
| Netto financiële schuld (8) | 91,1 | -512,2 | -520,5 |
| Totaal van geldmiddelen | 853,4 | 389,1 | 522,3 |
| Vrije kasstroom (9) | 728,5 | 61,6 | -80,4 |
Eind 2024 bedroegen de investeringen in ‘immateriële activa’ en ‘materiële vaste activa’ (9) 286 miljoen euro, tegenover 399 miljoen euro een jaar geleden, en aldus een jaar met een lagere investeringsintensiteit ten opzichte van de afgelopen jaren. Naast de geactiveerde onderhouds- en recurrente investeringen, omvatten de investeringen ook ‘Yellowstone’, het nieuwe valpijpschip van DEME dat in juni 2024 officieel werd gedoopt, alsook ‘Karina’, een offshore onderzoeksschip dat aan de vloot werd toegevoegd en in de loop van de eerste jaarhelft in gebruik werd genomen. Het operationele werkkapitaal bedroeg -813 miljoen euro, een stijging ten opzichte van -575 miljoen euro halverwege het jaar en -471 miljoen euro per 31 december 2023. Deze stijging is het gevolg van een mix van factoren, waaronder de groei van de omzet en de toename van vooruitbetalingen ontvangen van klanten. Dankzij de positieve winstgevendheid, het lagere investeringsniveau en de positieve impact van het operationele werkkapitaal bedroeg de positieve vrije kasstroom 729 miljoen euro, tegenover 278 miljoen euro eind juni 2024 en 62 miljoen euro eind vorig jaar. De netto financiële schuld van 512 miljoen euro eind vorig jaar werd omgebogen naar een nettokaspositie van 91 miljoen euro. Het totaal van geldmiddelen bedroeg 853 miljoen euro, tegenover 389 miljoen euro eind vorig jaar.
(6) Operationeel werkkapitaal (OWC) (+ is vordering, - is schuld) is het netto werkkapitaal (vlottende activa min kortlopende verplichtingen), exclusief rentedragende schulden, geldmiddelen en kasequivalenten en financiële derivaten met betrekking tot renteswaps en inclusief overige niet-vlottende activa en overige langlopende verplichtingen (indien van toepassing) evenals niet-vlottende financiële derivaten (activa en verplichtingen), behalve die in verband met renteswaps.
(7) Investeringen is het bedrag dat betaald is voor de verwerving van ‘immateriële vaste activa’ en ‘materiële vaste activa’. Deze investeringen zijn exclusief investeringen in ‘financiële vaste activa’.
(8) Netto financiële schuld (+ is geldmiddelen, - is schuld) is de som van kortlopende en langlopende rentedragende schulden (met inbegrip van leaseverplichtingen), verminderd met geldmiddelen en kasequivalenten.
(9) De vrije kasstroom wordt berekend als de som van de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten en de kasstroom uit investeringsactiviteiten, verminderd met de terugbetaling van leaseverplichtingen die opgenomen zijn in de kasstroom uit financiële activiteiten.
In dit hoofdstuk behandelen we de ontwikkelingen op het vlak van ESG over 2024 per categorie en belichten we de relevante resultaten. Een meer uitgebreid verslag zal beschikbaar zijn in de CSRD- conforme Duurzaamheidsverklaringen van DEME, die worden opgenomen in het Jaarverslag.
| FY24 | FY23 | FY22 | FY24 t.o.v. FY23 | |
|---|---|---|---|---|
| Omzet Activiteiten die in aanmerking komen voor de taxonomie | 45 | 42 | 29 | +3 ppts (10) |
| Activiteiten die afgestemd zijn op de taxonomie | 42 | 33 | 26 | +9 ppts |
| CapEx Activiteiten die in aanmerking komen voor de taxonomie | 47 | 49 | 52 | -2 ppts |
| Activiteiten die afgestemd zijn op de taxonomie | 46 | 49 | 52 | -3 ppts |
De in aanmerking komende en afgestemde activiteiten van DEME bleven groeien in 2024, met 45% van de omzet van de groep die nu ingedeeld is als in aanmerking komend en 42% als afgestemd. Deze groei is voornamelijk te danken aan de betrokkenheid van de groep bij meer offshore windprojecten. Bovendien moeten bedrijven, zoals vereist door de EU-taxonomie vanaf 2024, rapporteren dat ze afgestemd zijn op alle zes de milieudoelstellingen. Daarom zijn de milieuactiviteiten van DEME opgenomen in de op de taxonomie afgestemde omzet.
DEME heeft zijn strategie voortgezet om de energietransitie te versnellen met projecten voor offshore windmolenparken in Europa, Azië en de VS. In Dredging & Infra droeg DEME ook bij aan de klimaattransitie, via projecten zoals de Fehmarnbelt Fixed Link tussen Denemarken en Duitsland en het Prinses Elisabeth Eiland in België, een kunstmatig energie-eiland. DEME blijft ook actief in initiatieven op langere termijn met betrekking tot hernieuwbare energie, zoals de productie en opslag van groene waterstof. In 2024 kondigde HYPORT Energy een strategische samenwerking aan met bp voor een project rond groene waterstof in Duqm, Oman, evenals een nieuwe overeenkomst voor de bouw van een groene waterstoffabriek in Gargoub, Egypte.
| FY24 | FY23 | FY22 | FY24 t.o.v. FY23 | |
|---|---|---|---|---|
| Vermindering van BKG-intensiteit (11) | 30 | - | 27 | - |
| Koolstofarme brandstoffen | 5,8 | 10,3 | 6,0 | - 4,4 ppts |
Als onderdeel van zijn inzet om de klimaatverandering aan te pakken, heeft DEME zich tot doel gesteld om de uitstoot van broeikasgassen (BKG) per gebaggerde kubieke meter of geïnstalleerde megawatt (BKG-intensiteit) tegen 2030 met 40% te verminderen, met 2008 als referentiejaar. Om deze doelstelling te bereiken focust DEME op drie strategische pijlers: de operationele efficiëntie verhogen, de technische prestaties verbeteren en overstappen op duurzamere brandstoffen. Tegen eind 2024 had DEME zijn BKG- intensiteit met 30% verminderd ten opzichte van het referentiejaar 2008, wat (10) ppts: procentpunten een aanzienlijke vooruitgang betekent op weg naar onze doelstelling voor 2030. DEME breidde zijn duurzame operationele capaciteit in 2024 verder uit met de toevoeging van het schip 'Yellowstone'. Dit ultramoderne dual-fuel valpijpschip is voorbereid op het gebruik van (groene) methanol als brandstof en voldoet volledig aan de nieuwste emissienormen. Het schip is uitgerust met geavanceerde duurzame technologieën, waaronder een hybride energiecentrale om brandstof te besparen en een warmteterugwinningssysteem om de energie-efficiëntie verder te optimaliseren. Daarnaast is DEME actief bezig om in al zijn activiteiten het gebruik van koolstofarme brandstoffen te verhogen ten opzichte van conventionele brandstoffen. In 2024 is het verbruik van koolstofarme brandstoffen gedaald tot 5,8% van het totale brandstofverbruik, een daling in vergelijking met 10,3% in 2023. Deze terugval is voornamelijk daaraan te wijten dat dergelijke alternatieve brandstoffen nog niet algemeen worden gebruikt in de sector en dat koolstofarme brandstoffen beperkt beschikbaar zijn in de belangrijkste regio's waar het bedrijf actief is.
(11) De BKG-intensiteit is niet beoordeeld of gecontroleerd voor het jaar 2023.
| FY24 | FY23 | FY22 | FY24 t.o.v. FY23 | |
|---|---|---|---|---|
| Personeelsbestand | 5.822 | 5.555 | 5.207 | +5% |
In 2024 bedroeg het personeelsbestand van de groep 5.822 medewerkers (personeelsbestand) op het einde van het jaar, een stijging met 5% ten opzichte van het voorgaande jaar. DEME bleef ook in 2024 investeren in het behouden en aantrekken van talent om zijn groei te ondersteunen. Van de talrijke lopende initiatieven blijft het meest opvallende welllicht de rekruteringscampagne ‘Where Next?’ van DEME, een internationale branding- en wervingscampagne voor werkgevers, met gerichte carrièredagen en deelname aan jobbeurzen en andere evenementen.
| FY24 | FY23 | FY22 | FY24 t.o.v. FY23 | |
|---|---|---|---|---|
| Wereldwijde frequentiegraad van letsels met werkverlet (12) | 0,10 | 0,19 | 0,23 | - 47% |
DEME zet zich in voor veiligheid, focust op essentiële prestatie- indicatoren (KPI’s) en haalt of overtreft systematisch de doelstellingen voor deelname aan toolboxen, melding van incidenten, afsluiting van actiepunten, inspecties en onderzoeken. De effectiviteit van deze maatregelen wordt bijgehouden aan de hand van veiligheidsindicatoren, met als belangrijkste maatstaf de wereldwijde frequentiegraad van de letsels met werkverlet (LTIFR), die met 0,10 in 2024 ruim onder de 0,20 bleef. Geïnstitutionaliseerde initiatieven, zoals de Safety Week, Safety Success Stories en Safety Moment Day, werden ook in 2024 georganiseerd, met de nadruk op werken op hoogte, hijsactiviteiten en gevallen voorwerpen.
(12) De wereldwijde frequentiegraad van de letsels met werkverlet (LTIFR) is de maatstaf die de letsels weergeeft van DEME- medewerkers en tijdelijke DEME-medewerkers met arbeidsongeschiktheid (≥ 24 uur of ≥ 1 shift), vermenigvuldigd met 200.000 en gedeeld door het aantal gepresteerde werkuren. De ‘Wereldwijde’ methode is een risicogebaseerde methode die de ‘risicograad’ (= gebeurtenis die de verwonding veroorzaakte) en de ‘verwondingsgraad’ (= soort verwonding) combineert. Om te bepalen of een incident als ‘wereldwijd’ scoort, worden de ‘risicograad’ en de ‘verwondingsgraad’ met elkaar vermenigvuldigd.
Mevrouw Kerstin Konradsson, die sinds 2022 als onafhankelijk bestuurder zetelde in de Raad van Bestuur van DEME, heeft ontslag genomen uit haar functie. Mevrouw Gaëlle Hotellier en mevrouw Marieke Schöningh zijn benoemd tot onafhankelijke bestuurders in de Raad van Bestuur van DEME voor een termijn van vier jaar. Dit brengt het totaal aantal vrouwelijke bestuurders op vier van een totaal van elf leden, met behoud van de vertegenwoordiging van vier nationaliteiten, waardoor de genderdiversiteit en internationale diversiteit van de Raad van Bestuur van DEME verder toenemen.
Met ingang van mei 2024 volgde de heer Stijn Gaytant mevrouw Els Verbraecken op als nieuwe CFO van DEME Group NV, en werd hij lid van het Executief Comité.
Bij het opvolgen en ontwikkelen van de bedrijfsstrategie van DEME houden we de wereldwijde megatrends en de impact ervan op onze activiteiten scherp in het oog. We hebben besloten om onze inspanningen te richten op vier wereldwijde uitdagingen waar we met onze innovatieve en uitgebreide oplossingen de grootste impact op kunnen hebben.
Als gevolg van de wereldwijde klimaatverandering ontstaan er een aantal uitdagingen, zoals de noodzaak om emissies te beperken, stijgende zeespiegels en de schaarste aan mineralen die nodig zijn voor de energietransitie.
Het streven om de ambitieuze doelstellingen van het Akkoord van Parijs te halen wordt steeds dringender, nu landen de opwarming van de aarde proberen af te remmen en afstappen van fossiele brandstoffen. Door de transitie naar schone energie neemt de vraag naar offshore windenergie toe en wordt het belang van toekomstige brandstoffen zoals groene waterstof benadrukt.
Een groot deel van de wereldbevolking woont langs de kust en de opwarming van de aarde leidt tot een stijging van de zeespiegel en meer extreme weersomstandigheden. De vraag naar kustbeschermingswerken neemt dan ook toe en er is een groeiend gevoel van urgentie. In deze context, gezien de markt in toenemende mate focust op het verkennen van natuurgebaseerde oplossingen, ligt de nadruk steeds meer op het herbekijken van conventionele, niet-duurzame methodes voor het beheren van kustlijnen en rivierdijken om op die manier circulaire, natuurgebaseerde benaderingen te ontwikkelen.
De groei van de wereldbevolking, de verstedelijking, de toenemende welvaart en de energietransitie leiden tot een ongekende vraag naar elektrificatie en dus ook naar mineralen. Veel van de huidige technologieën voor schone energie zijn afhankelijk van de overvloedige beschikbaarheid van kritieke mineralen.
Vandaag is het nog belangrijker om waardevolle grondreserves te waarderen en, naarmate de bevolking blijft groeien, zal de vraag naar nieuwe woon- of industriegebieden alleen maar toenemen. Daarom is het van cruciaal belang om vervuilde brownfields te kunnen saneren en ze een waardevolle nieuwe bestemming te geven. Met de toenemende aandacht voor het bevorderen van een duurzame en circulaire economie, is het essentieel om zoveel mogelijk van het uitgegraven materiaal te reinigen en te hergebruiken.
Volgens de VN zal de wereldbevolking tegen 2050 naar verwachting stijgen tot meer dan 9 miljard. Momenteel woont ongeveer 40% van de bevolking binnen een straal van 100 kilometer van de kust, en 10% woont in kustgebieden die minder dan 10 meter boven de zeespiegel liggen. Hierdoor zijn zij zeer kwetsbaar voor de stijging van de zeespiegel en andere weersomstandigheden zoals stormvloeden. Dit betekent dat oplossingen voor bescherming tegen overstromingen van vitaal belang zijn en in de toekomst nog belangrijker zullen worden. Bovendien maakt de toenemende verstedelijking investeringen in landwinning en nieuwe infrastructuur noodzakelijk.
In de afgelopen decennia heeft de globalisering geleid tot een aanzienlijke toename van de internationale handel tussen landen over de hele wereld. Dit zorgt er op zijn beurt voor dat bestaande toeleveringsketens en handelsroutes zich ontwikkelen, en dat er nieuwe ontstaan naarmate geopolitieke en macro-economische krachten de huidige handelspatronen doen verschuiven. Die trend vereist nieuwe havens of de uitbreiding van bestaande faciliteiten, en van hun toegangskanalen en andere maritieme infrastructuur. Een andere belangrijke trend is dat schepen – of het nu gaat om containerschepen, bulkers of tankschepen – groter worden. Aanlegplaatsen, vaargeulen en draaikommen moeten worden uitgebaggerd en verbreed om de volgende generatie schepen te kunnen ontvangen.
Wij streven naar een betere, leefbare wereld en een duurzame toekomst door waarde te creëren voor al onze stakeholders. Samen met onze klanten en stakeholders gaat DEME over grenzen heen om te verkennen, actie te ondernemen en oplossingen te bieden voor de wereldwijde uitdagingen waarmee onze planeet te maken heeft.
DEME bouwt aan een betere, leefbare wereld door oplossingen te bieden op het raakvlak van land, water en energie. We zijn gespecialiseerd in offshore energie, baggerwerken, maritieme infrastructuur, milieuwerken en concessies. We realiseren deze projecten op een veilige, duurzame en efficiënte manier. Het leiderschap en de groei van DEME zijn gebaseerd op een combinatie van de beste mensen, de juiste middelen, technisch leiderschap en effectieve middelenallocatie. DEME gebruikt deze vier enablers om zijn marktpositie en technologisch leiderschap te verzekeren in de markten die het bedient.
DEME streeft naar het waarmaken van zijn strategische ambitie om zijn leiderschapspositie in het leveren van oplossingen voor wereldwijde uitdagingen te versterken. Door gebruik te maken van deze belangrijke strategische enablers zal het bedrijf zijn toekomstvisie blijven nastreven.
DEME heeft ervaren, hoogopgeleide en toegewijde medewerkers die onze waarden uitdragen: we zorgen voor onze klanten en het milieu, we durven te innoveren en grenzen te verleggen, en we leveren betrouwbare oplossingen waar klanten op kunnen vertrouwen. Ons trackrecord van robuuste en betrouwbare projectuitvoeringen omvat de meest uitdagende en complexe projecten in de wereld van vandaag. Het engagement van het DEME- team is uitzonderlijk en we zijn goed uitgerust om onze belofte te blijven waarmaken dankzij onze unieke capaciteiten en diepgaande industriële knowhow en expertise.
DEME beschikt over de juiste middelen om projecten te realiseren. Dankzij zijn geavanceerde vloot en uitrusting kan DEME de meest uitdagende projecten aan. We begrijpen wat er nodig is en combineren de juiste middelen om de projecten van onze klanten op tijd en binnen het budget op te leveren. DEME's toewijding aan innovatie blijkt duidelijk uit zijn baanbrekende technologieën en bedrijfsmiddelen, waarmee het bedrijf complexe maritieme projecten kan aanpakken met een ongekende efficiëntie en precisie. DEME blijft een koploper in de sector en anticipeert op de toekomstige behoeften en uitdagingen van zijn klanten. Naast de bedrijfsmiddelen verfijnt DEME voortdurend zijn processen en methodologieën om zijn ecologische voetafdruk te minimaliseren en ervoor te zorgen dat zijn activiteiten een blijvende positieve impact hebben op de planeet.
Dankzij innovatie en investeringen beschikt DEME over een concurrentievoordeel, en kan het bedrijf zich positioneren als koploper. Al bijna 150 jaar verleggen we grenzen om uit te blinken in de markten die we bedienen. De niet aflatende inzet van DEME om baanbrekend werk te verrichten heeft van het bedrijf een pionier gemaakt in de sector. DEME is voortdurend op zoek naar geavanceerde technologieën en omarmt innovatie om de meest complexe maritieme uitdagingen aan te gaan en de meest veeleisende projecten te blijven realiseren. Ons team van hoogopgeleide ingenieurs en professionals verfijnt en verbetert voortdurend onze methodologieën, zodat DEME duurzame, langdurige oplossingen kan bieden. Om deze capaciteit verder te versterken, blijft DEME ook investeren in het verkennen van nieuwe baanbrekende initiatieven en technieken waarvoor we onze capaciteiten en mensen kunnen inzetten.
DEME is vandaag gericht op operationele uitmuntendheid en zal dit traject voortzetten. Tegelijkertijd wil het bedrijf de allocatie van middelen (kapitaalinvesteringen en ontwikkeling van menselijk kapitaal) in evenwicht brengen. Bijgevolg wil het de beschikbare middelen verstandig inzetten en investeren in de juiste initiatieven om de groei te stimuleren en de leidende positie van DEME verder te versterken. Als gevolg van een voortgezet, gedisciplineerd beleid inzake kapitaalallocatie beschikt het bedrijf over een gezonde balans en een positieve nettokaspositie, waardoor het kan blijven investeren in zijn toekomst op middellange en lange termijn en snel kan reageren wanneer zich kansen voordoen.
Ons team van meer dan 5.800 hoogopgeleide professionals geeft elke dag blijk van een innovatieve en ondernemende geest en streeft voortdurend naar operationele uitmuntendheid met een 'can do'-houding. Ze zetten zich in om innovatieve oplossingen voor onze klanten te vinden, zelfs voor de meest complexe uitdagingen.
Meer dan 40% van ons team bestaat uit bemanningsleden die op de meer dan 100 gespecialiseerde schepen van DEME werken. We moderniseren onze vloot voortdurend en introduceren nieuwe concepten om de efficiëntie en prestaties te verbeteren. De expertise en toewijding van onze bemanning zijn cruciaal in deze veeleisende omgeving. Hun inspanningen op het terrein zorgen ervoor dat projecten op schema blijven en dragen rechtstreeks bij aan de vlotte werking van onze schepen en het voortdurende succes van DEME.
Bij DEME geven we prioriteit aan levenslange loopbanen en levenslang leren.# Om onze mensen meer kansen te geven, investeren we sterk in op maat uitgewerkte opleidingsprogramma's die hen in staat stellen hun expertise verder te ontwikkelen, hun carrière vorm te geven en hun ambities waar te maken. We ondersteunen de professionele groei van onze medewerkers door middelen, mogelijkheden en ondersteuning te bieden voor hun ontwikkeling. We doen ons best om zeelieden die willen overstappen naar een functie aan wal tegemoet te komen in hun aspiraties. In 2024 hebben we een vernieuwd opleidingsprogramma geïntroduceerd met verschillende formats, waaronder klassikale sessies, workshops, webinars en e-learningcursussen. Ons opleidingsprogramma is gestructureerd in vijf leertrajecten, waaronder leiderschaps- en technische modules. Daarnaast hebben we in verschillende landen lokale veiligheidsopleidingscentra opgericht om bedrijfsspecifieke veiligheidsopleidingen te organiseren. Gezien onze groei en toenemende aanwezigheid in de VS, het Midden- Oosten en Azië organiseert DEME ook managementontwikkelingsprogramma's met opleidingen voor beginnende, meer ervaren en strategische leiders, aangevuld met een versneld traject. De internationalisering van DEME wordt weerspiegeld in deze programma's.
Onze employer branding-campagne 'Where next?' schakelde naar een hogere versnelling, met een strategische benadering van campus recruitment, een bezoek aan een van onze internationale projecten en een nieuwe interactieve advertentiecampagne met een gamificatie- component. In 2024 verwelkomden we meer dan 400 nieuwe talenten.
Met meer dan 100 schepen in zijn vloot heeft DEME een van de modernste en technologisch meest geavanceerde vloten in de sector. Dankzij ambitieuze investerings- en upgradeprogramma's anticipeert het bedrijf op de toekomstige behoeften van zijn klanten en blijft het op schema om in 2050 koolstofneutraal te zijn. De gevarieerde vloot omvat geavanceerde schepen zoals ‘Orion’ en ‘Green Jade’, die een baanbrekend drijvend installatieconcept op de offshore energiemarkt introduceren. DEME heeft ook ‘Spartacus’, 's werelds krachtigste megasnijkopzuiger. Conform zijn doelstelling om de meest duurzame vloot in de industrie te hebben, zijn verschillende schepen van DEME uitgerust met dual fuel-motoren, die varen op de schoonste beschikbare brandstoffen. Twee schepen hebben een hybride energiecentrale.
Met een enorm laadvermogen van 37.000 ton en een lengte van 192 meter heeft ‘Yellowstone’ het grootste laadvermogen van alle DP2-rotsinstallatieschepen ter wereld. Het schip versterkte de vloot in juni 2024 en is uitgerust met een hybride energiecentrale waarmee aanzienlijke brandstofbesparingen kunnen worden gerealiseerd. ‘Yellowstone’ heeft een laadvermogen van 37.000 ton. ‘Yellowstone’ voldoet aan de nieuwste emissienormen van TIER III en is uitgerust met geavanceerde milieutechnologie. Aansluitend bij DEME's visie om tegen 2050 koolstofneutraal te zijn, is het valpijpschip het eerste in de vloot dat wordt voorbereid om te varen op (groene) methanol. ‘Yellowstone’ is ook het eerste valpijpschip met dual fuel-motoren in de industrie. Het schip is uitgerust met een centrale verticale valpijp voor waterdieptes van 600 tot 700 meter en een hellende valpijp voor ondiepe dieptes van 30 tot 50 meter, waardoor het nauwkeurig steenstortingen kan uitvoeren dichter bij onderzeese structuren zoals monopiles voor offshore windmolens. Gezien zijn enorme capaciteit is ‘Yellowstone’ bijzonder geschikt voor projecten verder van de kust, met grotere afstanden.
Door de sterke vraag naar de expertise van DEME op het gebied van kabelleggen heeft het bedrijf zijn offshore DP3- installatieschip ‘Viking Neptun’ opgewaardeerd door een tweede kabelcarrousel toe te voegen. ‘Viking Neptun’ had een bestaande carrousel die 4.500 ton benedendeks kon verwerken, maar DEME heeft deze capaciteit aanzienlijk verhoogd door een tweede kabelcarrousel met een capaciteit van 8.000 ton op het dek toe te voegen. In het kader van DEME's inspanningen om een toekomstbestendige, duurzame vloot aan te bieden, voldoet ‘Viking Neptun’ volledig aan de nieuwste emissienormen en is het uitgerust met de nieuwste milieutechnologie, waaronder een batterijpack voor de beste brandstofefficiëntie in zijn klasse. Met een indrukwekkende zeewaardigheid en DP-capaciteiten kan ‘Viking Neptun’ werken in de zware omstandigheden op de Noordzee. Het schip doet al van zich spreken op het offshore windmolenpark Dogger Bank waar het grote vorderingen boekt bij de installatie van inter-array kabels. ‘Viking Neptun’ doet van zich spreken op het offshore windmolenpark Dogger Bank in het VK.
‘Karina’, een geavanceerd onderzoeksschip in de vloot van G-TEC, een dochteronderneming van DEME, zal worden ingezet voor diverse werkzaamheden, waaronder UXO-onderzoeken. Het nieuwe schip beschikt over een in de romp gemonteerde dubbele multibeam, sidescan sonar, sub- bottom profilers, magnetometers en gradiometer frames. Met een lengte van 55 meter is ‘Karina’ ideaal voor het uitvoeren van 2D en 3D seismische opnames met ultrahoge resolutie (UHRS) en het schip heeft een lage akoestische signatuur. Bovendien heeft het DP-schip een zeer laag brandstofverbruik, zelfs bij hoge doorvoersnelheden, en kan het ook op biobrandstof varen. Sinds de ingebruikname is het nieuwe onderzoeksschip druk bezig geweest met het uitvoeren van succesvolle geofysische campagnes in Frankrijk, Schotland, Nederland en Denemarken. De ‘Karina’ heeft al geofysische campagnes uitgevoerd in verschillende Europese landen.
Door zijn innovatiecultuur kan DEME grenzen verleggen - om toonaangevend te zijn in de industrie - zowel op het gebied van technologische vooruitgang als op het gebied van de ontwikkeling van nieuwe markten zoals groene waterstof, drijvende offshore windenergie en verantwoorde winning van diepzeemineralen. Dankzij onze vindingrijke ingenieurs zijn we op veel fronten een pionier. We waren het eerste bedrijf dat het concept van drijvende offshore installaties introduceerde in de industrie met onze baanbrekende schepen ‘Orion’ en ‘Green Jade’. Daardoor schakelen klanten ons in voor projecten die nog nooit eerder zijn uitgevoerd, zoals het Prinses Elisabeth Eiland in België, ‘s werelds eerste kunstmatige energie-eiland. Innovatie staat ook centraal in DEME's inspanningen om zijn duurzaamheidsdoelstellingen te halen en bij te dragen aan een betere, leefbare wereld voor toekomstige generaties. Innovatie wordt binnen het bedrijf gestimuleerd door initiatieven zoals DEMEx, een baanbrekende, disruptieve campagne die elke vier jaar wordt gelanceerd. DEMEx is bedoeld om toekomstige mogelijkheden te verkennen en creatieve oplossingen te ontwikkelen voor wereldwijde uitdagingen en zo uiteindelijk nieuwe zakelijke opportuniteiten te creëren.
DEME moedigt de jongere generatie medewerkers actief aan om te anticiperen op opkomende trends en inspireert hen om oplossingen te ontwikkelen. Deze toekomstgerichte cultuur helpt DEME niet alleen om jong talent aan te trekken, dat gretig is om bij een vooruitstrevend bedrijf te komen werken. Ze zorgt er ook voor dat we onze bekwame professionals kunnen behouden, wat cruciaal is voor de duurzaamheid van het bedrijf op lange termijn. Daarnaast lanceert DEME regelmatig versnelde AViSO-campagnes (‘Alternatives, Value, Innovation, Smarts and Optimizations’) om specifieke uitdagingen aan te gaan, zoals onderwater datacenters, herontwikkeling van stortplaatsen en golfslagenergie. In 2024 organiseerde het bedrijf opnieuw de ‘Captains and Chief Engineers Summit’, evenals de ‘Chief Electrician Summit’. DEME zet zich in om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen op zowel operationeel als technisch niveau. Daarbij erkent het bedrijf de essentiële rol die de bemanning speelt in het aandragen van ideeën die de duurzaamheidsinspanningen van het bedrijf ondersteunen. Hun ervaring uit de eerste hand op onze schepen en in onze projecten is van onschatbare waarde in dit proces.
Naast technische expertise en engineeringvaardigheden heeft DEME zijn zakelijk inzicht in de hele organisatie versterkt. Dit betekent concreet dat het bedrijf investeert in het leiderschapsteam, het Concessions-team uitbreidt en de ondersteuning voor de operationele afdelingen verbetert. Op deze manier cultiveert DEME actief talent van binnenuit en trekt het ook topprofessionals aan die aansluiten bij ons DNA en onze langetermijnvisie, en tegelijkertijd de innovatieve geest versterken.
DEME erkent dat samenwerking vereist is om wereldwijde uitdagingen aan te gaan, en kiest daarom voor een open aanpak van innovatie. Het bedrijf verkent actief mogelijkheden met externe partners om zijn capaciteiten uit te breiden. Samenwerken met gelijkgestemde partners leidt tot innovatieve oplossingen, zoals de offshore funderingsboor waarmee we een primeur in de industrie konden realiseren toen we XL-monopiles rechtstreeks in rotsen boorden voor het offshore windmolenpark in Saint-Nazaire.
In een competitieve, projectgestuurde bedrijfsomgeving zoals die van vandaag zet het bedrijf zich in om operationele uitmuntendheid te bereiken en zal het dat verder blijven doen.# DEME Jaarverslag 2024
We streven ernaar om aan de verwachtingen van de klant te voldoen en tegelijk ons operationeel proces te verbeteren. Tegelijkertijd wil het bedrijf de allocatie van middelen (kapitaalinvesteringen en ontwikkeling van menselijk kapitaal) in evenwicht brengen en investeren in de juiste initiatieven om de groei te stimuleren en de leidende positie van DEME verder te versterken.
Als gevolg van een voortgezet, gedisciplineerd beleid inzake kapitaalallocatie beschikt het bedrijf over een gezonde balans en conservatief schuldniveau, waardoor het kan blijven investeren in zijn toekomst op middellange en lange termijn en snel kan reageren wanneer zich kansen voordoen. Het bedrijf handhaaft een strikte discipline met betrekking tot zijn schuldpositie en blijft onder de limiet van netto financiële schuld ten opzichte van de EBITDA onder 3, zoals vastgelegd in de convenanten. In 2024 heeft DEME zijn netto financiële schuld zelfs omgebogen naar een netto kaspositie.
DEME heeft een effectief gediversifieerde activiteitenportefeuille, die risico's beperkt en meerdere voordelen oplevert.
Het bedrijf is actief in verschillende segmenten binnen de projectbusiness en zijn trackrecord bewijst dat uitdagingen in de ene sector vaak worden gecompenseerd door kansen in een andere sector. Deze veerkracht is een stabiliserende factor gebleken in de geschiedenis van het bedrijf.
Door middelen, activa en expertise te delen tussen de verschillende segmenten en activiteiten genereert DEME wederzijdse voordelen in de hele organisatie, waardoor synergetische effecten worden bereikt.
Met zijn huidige focus op het raakvlak tussen land, water en energie biedt DEME's gediversifieerde portefeuille een robuuste basis voor het stimuleren van innovatie en het aansturen van toekomstige groei-initiatieven. Deze strategische positionering biedt volop mogelijkheden voor de ontwikkeling van nieuwe ideeën en de uitbreiding naar opkomende markten. Naast een groeiplatform voor het bedrijf biedt dit aspect van onze portefeuille carrièremogelijkheden, zowel voor nieuwe medewerkers als op het vlak van interne mobiliteit.
In de hele organisatie streeft DEME er voortdurend naar om zijn prestaties jaar na jaar te verbeteren. Dat blijkt uit ons bedrijfsbrede meerjarenprogramma ‘Digital Vision’, waarmee we onze activiteiten op één lijn willen brengen om toekomstige groei te ondersteunen. Dit veelomvattende initiatief omvat verschillende aspecten, waaronder het optimaliseren van processen, het opzetten van een digitale werkplek en datagestuurde besluitvorming om geïntegreerde inzichten te bevorderen en snelle waardegedreven acties mogelijk te maken. Bij het nastreven van deze doelen werken we samen met toonaangevende IT- en AI-partners zoals Microsoft.
Een ander belangrijk initiatief is het ‘Fleet Efficiency Programma’, een transformatie-initiatief dat in 2023 van start ging. Dit programma heeft tot doel de onderhoudsprocessen van DEME grondig te herzien, met inbegrip van routinematig onderhoud, grote herstellingen en organisatorisch toezicht. Het overkoepelende doel is om de betrouwbaarheid van de schepen van DEME te garanderen en tegelijk de efficiëntie en kosteneffectiviteit te verbeteren en zo de toekomstige expansie van het bedrijf te ondersteunen.
“Denisio werkt als Project Engineer aan het dijkversterkingsproject in Marken, Nederland. Door de stijgende zeespiegels en extreme weersomstandigheden neemt de behoefte aan bescherming tegen overstromingen toe. Samen met zijn collega's ontwikkelt Denisio innovatieve oplossingen om de bestendigheid tegen overstromingen op lange termijn te garanderen.”
DEME is uitgegroeid tot een wereldwijde leverancier van duurzame maritieme oplossingen, en is georganiseerd rond vier specifieke segmenten. Elk van de segmenten bedient een aparte markt en heeft aparte activa, verdienmodellen en groeistrategieën.
Wereldleider in offshore energie, baggerwerken, infrastructuur en milieuoplossingen
(1) Opsplitsing in vergelijking met totale omzet van 2024 van de segmenten
Het segment Offshore Energy levert wereldwijd engineering- en contractingdiensten aan de offshore hernieuwbare en niet-hernieuwbare industrie. Deze activiteiten worden uitgevoerd met een vloot van gespecialiseerde offshore schepen. De diensten omvatten onder meer de engineering, aanbesteding, bouw en installatie van funderingen, turbines, inter-array kabels, exportkabels en onderstations. Het segment biedt de markt ook diensten voor exploitatie en onderhoud, logistiek, reparatie en ontmanteling, evenals bergingsdiensten aan. Bovendien voert het landfalls en civiele werken, steenbestortingen, zware hijswerken en umbilicals uit. Naast deze hoofdactiviteiten verleent de groep ook gespecialiseerde offshorediensten, waaronder geowetenschappelijke diensten en de installatie van zuigankers en funderingen.
DEME voert wereldwijd een grote verscheidenheid aan baggeractiviteiten uit, waaronder structureel en onderhoudsbaggeren, landwinning, bodemsanering en havenbouw en kustbescherming. Deze activiteiten worden uitgevoerd met een vloot gespecialiseerde baggerschepen, verschillende soorten hulpschepen en grondverzetmachines. Het segment levert ook contractingdiensten voor maritieme infrastructuurprojecten. Dit omvat de engineering, het ontwerp en de bouw van waterbouwkundige werken zoals aanlegsteigers, haventerminals, sluizen en stuwdammen, infrastructuurwerken zoals geboorde en afgezonken tunnels, funderings- en waterbouwkundige werken voor bruggen of andere constructies in een maritieme of rivieromgeving, en civieltechnische werken voor de bouw van havens, dammen en zeeweringen, kanaalaanleg, dijkbekleding, de bouw van kademuren en oeverbescherming. Bovendien is DEME actief in de sector van de maritieme aggregaten, met het winnen, verwerken, opslaan en vervoeren van aggregaten. Tot slot levert DEME maritieme diensten voor haventerminals.
Het segment Environmental richt zich op innovatieve milieuoplossingen voor bodemsanering en herontwikkeling van brownfields, milieubaggerwerken, sedimentbehandeling en waterzuivering. Het segment is vooral actief in de Benelux, Frankrijk en in andere Europese landen op projectbasis.
In tegenstelling tot de contractingsegmenten investeert het segment Concessions in en ontwikkelt het projecten op het gebied van offshore windenergie, haveninfrastructuur, groene waterstof en andere bijzondere projecten. Het segment opereert via deelnemingen in special purpose companies, greenfield- en brownfieldprojecten. Het creëert economische waarde met zijn projecten en genereert rendement op zijn investeringen, maar stelt ook contractingactiviteiten veilig voor de groep in de EPC-fasen van zijn projecten. Onder de paraplu van dit segment bezit DEME ook concessies voor zeebodemgebieden die polymetaalknollen bevatten. Het bedrijf ontwikkelt ook een technologie voor het oogsten en verwerken van deze polymetallische knollen met nikkel, kobalt, mangaan en koper uit de diepe oceaanbodem.
Offshore Energy is een wereldleider in de offshore energiesector, met een indrukwekkende staat van dienst van meer dan twee decennia. DEME zet zich in voor innovatie en duurzaamheid, speelt een centrale rol in de ondersteuning van de energietransitie en helpt landen om hun ambitieuze klimaatdoelstellingen te halen. Wij waren één van de eerste bedrijven die de sector van de hernieuwbare energie betraden, en vandaag zijn we de nummer één offshore windaannemer ter wereld. We zijn in staat om de nieuwste generatie XL-funderingen en windturbines van +15 MW te installeren, alsook offshore substations, inter-array en exportkabels. In de conventionele energiesector levert DEME diensten aan klanten uit de olie- en gasindustrie en de nucleaire sector. DEME beschikt over een moderne en veelzijdige vloot van gespecialiseerde schepen en kan volledig geïntegreerde Balance of Plant (BOP)-, Engineering, Procurement, Construction and Installation (EPCI)- en Transport & Installation (T&I)-contracten uitvoeren. Bovendien levert DEME gespecialiseerde offshore diensten, waaronder geowetenschappelijke diensten en geofysisch offshore en maritiem onderzoek, alsook milieuonderzoeken voor zowel de hernieuwbare als de niet-hernieuwbare energiesector.
| 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoen euro) | |||||
| 4.259 | 2.055 |
| 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoen euro) | |||||
| 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoen euro) | |||||
| 432 | 47 | ||||
| 18,6% | 15,2% | 23,2% | 15,4% | 21,0% |
| 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|
| (in weken) | |||||
Offshore Energy heeft in 2024 een uitzonderlijke prestatie geleverd, met een omzet en EBITDA die verdubbelden sinds 2022. De omzet overschreed de 2 miljard euro, met een groei van 37% in 2024, na een al opmerkelijke groei van 57% in 2023. Dankzij een gedisciplineerde en effectieve projectuitvoering steeg de EBITDA-marge tot 21,0%, wat resulteerde in een groei met 87% in nominale waarde. In de Verenigde Staten rapporteerde Offshore Energy een zeer geslaagd installatiejaar, na de operationele start in 2023 van de installatieprojecten aan de Oostkust.# DEME Jaarverslag 2024
Dankzij de effectieve prestaties van ‘Orion’ en het projectteam werd het eerste installatieseizoen van het Coastal Virginia Offshore Wind-project voor Dominion Energy met succes en volgens schema afgerond. Dit omvatte de installatie van 78 van de 176 monopiles, evenals de eerste exportkabels en pinpiles voor de substations. Het project blijft op schema met het tweede installatieseizoen dat gepland is voor 2025, en de aansluiting op het net gepland voor 2026.
Voor het Vineyard Wind-project zette Offshore Energy ‘Orion’ in om de installatie te voltooien van alle monopile funderingen en transition pieces (overgangsstukken), terwijl ‘Sea Installer’ voortwerkte aan de installatie van windturbines. Daarnaast is DEME begonnen met baggerwerken voor het West White Rose-project van Cenovus Energy in Newfoundland, Canada.
In de APAC-regio voltooide de joint venture van DEME met het installatieschip ‘Green Jade’ de installatie van jacketfunderingen voor het Zhong Neng-project in Taiwan in het eerste kwartaal van 2024. Het team werkte ook de helft van het Hai Long-project af, met de installatie van 37 jacketfunderingen. Daarnaast werd gestart met de werkzaamheden aan het Greater Changhua-project, waarbij schepen uit de hopperzuiger- en valpijpvloot van DEME werden ingezet voor de voorbereiding van de zeebodem en de erosiebescherming voor het offshore substation.
Ook in de sector van de niet-hernieuwbare energie maakte Offshore Energy gebruik van DEME’s baggercapaciteit voor de voorbereidende werken voor de pijpleiding van het Rosemari-project in Maleisië en voor de voltooiing van de pijpleidingduplicatie voor het Darwin-project in Australië.
Offshore Energy blijft vooral actief in Europa, met belangrijke projecten in Frankrijk, Polen en het Verenigd Koninkrijk.
In Frankrijk ging het jack-up vaartuig ‘Innovation’ door met de installatie van windturbines voor het Fécamp-project en begon het met de werkzaamheden voor de projecten Île d’Yeu en Noirmoutier, waarbij bijna 40 van de in totaal 61 monopiles met succes werden geïnstalleerd in rotsachtige zeebodem met behulp van geavanceerde boortechnologie van DEME. Ondertussen boekte ‘Apollo’ gestage vooruitgang met de heiwerken voor de jacketfunderingen van het project Dieppe-Le Tréport.
In Polen voltooide Offshore Energy twee van de vier gestuurde landfall boringen als onderdeel van het kabelcontract voor het Baltic Power- project.
In het Verenigd Koninkrijk voltooide het met succes de funderingswerken voor het offshore windmolenpark Moray West en de kabelwerken voor het Nearth Na Gaoithe-project.
Voor de Dogger Bank-projecten werkte ‘Viking Neptun’ de inter-array kabelwerken voor Dogger Bank A af en boekte het schip goede vooruitgang met de kabelinstallaties voor Dogger Bank B. Daarnaast begon het nieuwe valpijpschip ‘Yellowstone’ met de eerste steenbestortingen op Dogger Bank C.
Het orderboek bereikte een recordniveau van 4,3 miljard euro, tegenover 3,8 miljard euro eind vorig jaar. Dat is te danken aan een sterke vraag, de recente uitbreiding van de vlootcapaciteit, toevoegingen en uitbreidingen van bestaande projecten en nieuwe contracten in de APAC-regio en Europa. Vermeldenswaard is het nieuwe contract voor de plaatsing van funderingen voor de windparken Nordlicht 1 en 2 in Duitsland, het installatiecontract voor de funderingen en het offshore substation voor het offshore windpark Fengmiao 1 in Taiwan en vier contracten voor kabelinstallatie - drie in Nederland en één in België.
Door een aanhoudend hoge bezettingsgraad overheen verschillende projecten, bereikte de bezettingsgraad van de schepen voor het segment Offshore Energy 47 weken, of 90% bezetting, tegenover 41 weken in 2023 of 78%.
In 2024 breidde DEME zijn vloot uit met ‘Yellowstone’, het grootste valpijpschip ter wereld. Het bedrijf installeerde ook een tweede carrousel op ‘Viking Neptun’ om zijn kabellegcapaciteit te verhogen. Verdere verbeteringen worden gepland, waaronder de ombouw van een kraan voor het jack-up offshore installatieschip ‘Sea Challenger’, dat nadien, in 2026, terug operationeel kan worden.
Terwijl zijn geografische expansie in de offshore windindustrie voortgaat, behaalt DEME in zijn traditionele Europese thuismarkt het ene succes na het andere. Het bedrijf zet regelmatig apparatuur van topkwaliteit in om complexe uitdagingen aan te gaan en innovatie in de offshore windsector te stimuleren. DEME betrad de offshore windmarkt meer dan twee decennia geleden en was actief in de Baltische Zee, de Noordzee, de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan. Dankzij zijn gevarieerde en veelzijdige vloot en uitrusting kan het bedrijf elk windmolenpark bouwen.
Philip Scheers, General Manager Subsea Power Cables, benadrukt: “DEME wil zijn leidende positie op de Europese markt behouden. We kunnen met succes installatieprojecten uitvoeren voor elk onderdeel van een windpark - turbines, funderingen, jackets, transition pieces (overgangsstukken), kabels, steenstortingen en pinpiles.”
“Dankzij onze expertise en apparatuur kunnen we one-stop-oplossingen bieden voor alles wat een ontwikkelaar van windmolenparken nodig heeft - van onderzoek en voorbereiding van de zeebodem tot de installatie van funderingen, kabels, turbines en erosiebescherming.”
Dankzij deze geïntegreerde aanpak kunnen klanten ofwel meerdere pakketten ofwel volledige BOP-contracten toekennen. De mogelijkheid van meerdere contracten blijkt uit de gunningen voor de offshore windmolenparken Île d'Yeu, Noirmoutier en Dieppe-Le Tréport, waar DEME verschillende contracten in de wacht sleepte voor de funderingen, kabels en offshore onderstations.
Scheers is enthousiast: “Dit wordt DEME zorgt ervoor dat het steeds over de juiste apparatuur beschikt om complexe projecten tot een goed einde te brengen.
DEME Jaarverslag 2024
59
“Dankzij onze expertise en apparatuur kunnen we one-stop-oplossingen bieden voor alles wat een ontwikkelaar van windmolenparken nodig heeft.”
allemaal door één team gedaan. We kunnen met meerdere scopes omgaan en de wisselwerkingen beheren. Door de gecombineerde expertise van DEME en onze sterke financiële basis kunnen onze klanten onze sterkte en capaciteiten bewijzen aan hun eindklanten, kredietverstrekkers en adviseurs. Ze weten dat we hun projecten op tijd zullen opleveren.”
DEME combineert betrouwbaarheid met de vindingrijkheid van zijn medewerkers, die ervoor bekend staan om niet terug te deinzen als het gaat om complexe technische en projectuitdagingen. DEME is bijvoorbeeld de enige aannemer die XL-monopiles in rotsen kan boren, zoals het bedrijf bewees in het offshore windmolenpark van Saint-Nazaire.
De tijdige oplevering werd mogelijk gemaakt dankzij twee belangrijke apparaten: een offshore funderingsboor van 350 ton en de MODIGA. De MODIGA omsloot de boor-, installatie- en groutwerkzaamheden, en beschermde ze tegen de zware omstandigheden op zee en verbeterde de efficiëntie. De MODIGA, die aanvankelijk 50 meter hoog was tijdens het Saint-Nazaire-project, werd voor het Île d'Yeu- en Noirmoutier- project aangepast om de uitdagingen beter aan te kunnen. Daardoor, en dankzij een sterk partnerschap met de klant, is er voor het windmolenpark in 2024 een uitstekende voortgang geboekt.
In 2024 sleepte het bedrijf vier gunningen voor kabelinstallaties in de wacht, waarvan sommige met baanbrekende oplossingen. Voor de grootste bekabelingsopdracht in de geschiedenis van DEME werden twee contracten binnengehaald voor de offshore-netwerken IJmuiden Ver Alpha en Nederwiek 1 in Nederland. De scope omvat de engineering en installatie van kabels, zowel binnen een meer als offshore. Het is de eerste keer dat offshore windkabels onder een meer worden geïnstalleerd met projectspecifieke apparatuur.
“We zijn erg trots op onze betrokkenheid bij dit belangrijk nationaal project. Deze werkzaamheden beschermen Nederland met meer energiebevoorradingszekerheid en ondersteunen de ambitie van onze klant om emissievrij te worden.”
Een consortium bestaande uit DEME en Hellenic Cables heeft een contract binnengehaald voor de levering en installatie van de onderzeese hoogspanningskabels voor het Prinses Elisabeth Eiland in de Belgische Noordzee. Het energie-eiland, ontwikkeld door netbeheerder Elia, wordt de hoeksteen van een Europees hoogspanningsnet op zee. De opdracht omvat het ontwerp, de levering en de installatie van 165 kilometer onderzeese stroomkabels. Ook daarvoor zal innovatieve apparatuur worden ingezet, ontworpen door de ingenieurs van DEME.
In een vierde contract zal DEME instaan voor het transport en de installatie van 114 kilometer inter-array kabels en de secundaire stalen elementen voor het offshore windmolenpark OranjeWind met een capaciteit van 800 MW.
“2024 was een geweldig jaar voor kabelprojecten en bracht enkele echt uitzonderlijke nieuwe projecten,” voegt Scheers toe. “We zorgen ervoor dat we steeds de juiste apparatuur hebben om deze complexe projecten uit te voeren. Zo werd ‘Viking Neptun’ opgewaardeerd met een tweede kabelcarrousel van 8.000 ton. Dit is een van de grootste in de sector die het mogelijk maakt om zeer lange kabels in één sectie te installeren, tot wel 80 kilometer.”
“En een ander belangrijk element bij het binnenhalen van deze grootschalige, complexe projecten is ongetwijfeld het onderhouden van vruchtbare partnerschappen, zoals die met de toonaangevende kabelfabrikanten. Dat is van essentieel belang om succesvol te zijn.”
60 Project-showcase
Voortbouwend op een sterke basis van innovatie en expertise, brengt DEME zijn geavanceerde vloot, ervaren teams en innovatieve oplossingen naar nieuwe offshore windmarkten in Azië, de VS en daarbuiten.# DEME Jaarverslag 2024
Door lokale uitdagingen aan te gaan en de aanpak af te stemmen op de regionale behoeften, blijft DEME wereldwijd impactvolle projecten opleveren. Offshore wind wordt wereldwijd gezien als een belangrijk onderdeel van de energiemix, nu landen de schone energietransitie voortzetten en energieonafhankelijkheid een belangrijke drijfveer is. Jan Van Rossum, General Manager Offshore Installation Europe & Americas, licht toe: “Wij beschikken over deze unieke expertise, die we in de afgelopen decennia in Europa hebben opgebouwd. Onze capaciteiten zijn duidelijk: we zijn een toonaangevende aannemer in offshore wind, waardoor we onze kennis kunnen exporteren naar andere continenten. Zo kunnen we onze klanten – ontwikkelaars van windmolenparken en Original Equipment Manufacturers (OEM's) – ondersteunen die wereldwijd uitbreiden en op zoek zijn naar betrouwbare partners.”
Marco Kanaar, General Manager Offshore Installation APAC, zegt: “We bouwen onze aanwezigheid in de APAC-regio stap voor stap uit, momenteel met een solide basis in Taiwan via onze joint venture CSBC-DEME Wind Engineering (CDWE) en in Japan met onze partner PentaOcean, met wie we een joint venture hebben opgezet onder de naam Japan Offshore Marine. Taiwan en Japan beschikken niet over eigen hulpbronnen zoals steenkool, aardgas en olie, en moeten stappen ondernemen om minder afhankelijk te worden van import.” Beide landen wijzen erop dat de juiste partners en een lokale aanwezigheid hebben essentieel is om succes te boeken, omdat de uitdagingen bij het betreden van nieuwe markten groot zijn. In Taiwan zijn de geofysische uitdagingen aanzienlijk en moet er zorgvuldig worden nagedacht over het ontwerp en de installatie. Daarom wordt de voorkeur gegeven aan zware, robuuste jacketfunderingen boven monopiles, wat een andere opstelling vereist op de zware offshore hefschepen. ‘Green Jade’, met zijn baanbrekende drijvende offshore installatieconcept, is het ideale schip voor het installeren van jackets. CDWE is het eerste en enige bedrijf dat een dergelijk schip in Taiwan exploiteert om het voorrangsrecht veilig te stellen en de drijvende installatietechniek in Taiwan te introduceren. “Op de Amerikaanse markt zijn de uitdagingen anders. DEME brengt zijn enorme technologische expertise mee, maar tegelijk verbreden we onze kennis over de projectomgeving in de VS”, zegt Van Rossum. “Wij hebben slimme oplossingen en blijven die ontwikkelen voor verschillende soorten installaties. Ons baanbrekende schip ‘Orion’ is als next-level, drijvend installatieconcept voor monopiles een aanwinst in de industrie, en maakt absoluut een verschil in de VS.”
2024 was een druk jaar voor DEME in zowel de VS als Azië. De installatiecampagne voor de monopiles van het Coastal Virginia Offshore Wind (CVOW)-project met een capaciteit van 2,6 GW voor Dominion Energy is voor de helft afgewerkt. “Wij zetten er onze geavanceerde, bewezen technologische oplossingen in, zoals de vibro-hammer en impact-hammer technologie, gecombineerd met state-of-the-art technologieën voor geluidsdemping,” voegt Van Rossum toe.
DEME installeerde ook de laatste funderingen voor Vineyard Wind 1, het eerste offshore windmolenpark op commerciële schaal in het land, en zal assisteren bij de installatie van de turbines in 2025.
Ondertussen voltooide CDWE in Taiwan met succes de installatiecampagne voor de jacketfunderingen en turbines van het offshore windmolenpark Zhong Neng met een capaciteit van 298 MW. Kanaar benadrukt: “Zhong Neng was ons eerste funderingsinstallatieproject in Taiwan, en CDWE was met ‘Green Jade’ de eerste aannemer die het project op tijd opleverde.” CDWE heeft ook goede vooruitgang geboekt bij het offshore windmolenpark Hai Long, dat een capaciteit van 1 GW zal hebben wanneer het volledig operationeel is. In 2024 installeerde de joint venture 37 turbinefunderingen, twee jackets voor offshore onderstations en één topside. “Het Hai Long-project bleef op schema: tegen half november voltooiden we onze volledige scope voor het jaar.” Volgens Kanaar was de samenwerking met lokale partners essentieel voor het succes: “Via CDWE kennen we het lokale netwerk, de onderaannemers en de autoriteiten, en dat helpt om deuren te openen bij de overheid. Onze expertise, apparatuur en sterke partnerschappen met onderaannemers, leveranciers, OEM's en de lokale arbeidskrachten zijn essentieel voor het succes van projecten en voor het beperken van de risico’s. Met de aanzienlijke hoeveelheid gigawatt die geïnstalleerd moet worden, is het cruciaal om sterke relaties op de markt te onderhouden en collaboratief te leren voor een succesvolle uitvoering.”
Zhong Neng is het eerste funderingsinstallatieproject van ‘Green Jade’ in Taiwan.
8 afgezonken tunnelprojecten uitgevoerd
18,3% EBITDA-marge (2024)
Al bijna 150 jaar is DEME een pionier in het duurzaam creëren van nieuw land en infrastructuur voor de toekomst. Het segment Dredging & Infra voert een grote verscheidenheid aan activiteiten uit, gaande van structureel en onderhoudsbaggeren tot landwinning, havenbouw en kustbescherming. DEME beheert een vloot van hoogtechnologische schepen, waaronder dual-fuel sleephopper- en snijkopzuigers, en is er bijzonder trots op eigenaar te zijn van ‘Spartacus’, de meest duurzame en krachtige cutterzuiger ter wereld. Waterbouwkundige infrastructuurwerken vullen deze baggeractiviteiten aan en versterken ze. De expertise van het team omvat het ontwerpen en bouwen van haven- en binnenvaartinfrastructuur, civiele werken zoals geboorde en afgezonken tunnels en andere maritieme infrastructuur zoals dammen, zeeweringen, kademuren en oeverbescherming.
ervaring in meer dan 90 landen
50 + bagger- schepen
2,0 miljard euro omzet (2024)
Cutterzuiger ‘Amazone’ in Abu Qir II, Egypte.
Orderboek
| (in miljoen euro) | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 |
|---|---|---|---|---|---|
| Orderboek | 3.472 | 3.589 | 1.963 |
Omzet
| (in miljoen euro) | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 |
|---|---|---|---|---|---|
| Omzet | 2.000 |
EBITDA en EBITDA-marge
| (in miljoen euro) | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 |
|---|---|---|---|---|---|
| EBITDA | 358 | ||||
| EBITDA-marge | 15,7% | 16,7% | 18,6% | 20,7% | 18,3% |
Bezettingsgraad van de vloot - CSD/TSHD
| (in weken) | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 |
|---|---|---|---|---|---|
| TSHD (1) | |||||
| CSD (2) |
(1) trailing suction hopper dredgers (sleephopperzuigers)
(2) cutter suction dredgers (cutterzuigers)
Dredging & Infra rapporteerde een omzet van bijna 2 miljard euro, een stijging van 22% ten opzichte van het voorgaande jaar. Het orderboek blijft stabiel op 3,6 miljard euro, dankzij de vraag vanuit verschillende regio's. Met een aanhoudend hoge activiteitsgraad en gedisciplineerde projectuitvoering groeide de EBITDA met 20%, wat resulteerde in een solide EBITDA- marge van 18,3%, vergeleken met 18,6% in 2023.
In Europa bleef Dredging & Infra erg actief met zowel structurele als onderhoudsbaggerprojecten, waarbij het segment zijn aanwezigheid in verschillende strategische regio's verder uitbreidde. In België werden onderhoudsbaggerwerken uitgevoerd op de Schelde. Op het vlak van infrastructuurwerken werd er vooruitgang geboekt op het Oosterweelverbinding project, waaronder de bouw van tunnelelementen en werkzaamheden op de linkeroever-site. Voor het Prinses Elisabeth Eiland project werden caissons gebouwd, werd de zeebodem voorbereid en de funderingslaag geïnstalleerd.
In Nederland voltooide DEME Infra de projecten Rijnlandroute en Blankenburgverbinding met succes en vierde het in oktober de inhuldiging van de Nieuwe Sluis Terneuzen. Deze drie projecten zijn mijlpalen op het vlak van maritieme infrastructuur en illustreren DEME’s capaciteit om synergiën tussen verschillende activiteiten te realiseren.
In Italië is DEME actief betrokken bij moderniseringswerken in Ravenna en uitbreidingsprojecten in Livorno en Napels. In Frankrijk kwamen de civiele werken voor de ontwikkeling van Port-La Nouvelle in een nieuwe fase, met o.a. de bouw van een nieuwe aanlegsteiger. Eveneens in Frankrijk voltooide Dredging & Infra de rotsbaggerwerken in La Pallice, La Rochelle en haalde het een groot contract binnen voor de bouw van een nieuw toegangskanaal in Le Havre, dat Port 2000 verbindt met het estuarium van de Seine.
In Duitsland heeft Dredging & Infra de eerste fase van de verbreding van het Kielkanaal voltooid en een nieuw contract binnengehaald voor de bouw van een offshore windterminal in de haven van Cuxhaven. In Denemarken vordert de bouw van tunnelelementen voor het Fehmarnbelt-tunnelproject en werden de voorbereidingen voor de installatiefase voortgezet met de oplevering van het afzinkponton.
In het Verenigd Koninkrijk voltooide DEME met succes de onderhoudswerken aan het toegangskanaal naar de London Gateway Port langs de Theems. Daarnaast heeft het team een contract binnengehaald voor de haven van Ardersier, waaronder het baggeren van de haven en het toegangskanaal.
In het Midden-Oosten ging het segment verder met structurele bagger- en landwinningswerken voor de uitbreiding van de haven van Abu Qir in Egypte en werd voortuitgang geboekt op het havenproject Oxagon fase 2, in Saudi-Arabië. De droge grondafgravingswerken vorderen goed in afwachting van baggerwerken met cutterzuigers die gepland staan voor 2025 en 2026. Ondertussen heeft het team aan het einde van het jaar ook de baggerwerkzaamheden in Abu Dhabi met succes afgerond. Dredging & Infra blijft goed gepositioneerd in de West-Afrikaanse regio, met lopende onderhouds- en landwinningswerken in Nigeria en een kustbeschermingsproject in Grand Lahou in Ivoorkust. Er worden ook onderhoudsbaggerprojecten uitgevoerd in verschillende landen langs de West- Afrikaanse kust. In de APAC-regio heeft Dredging & Infra zijn aanwezigheid uitgebreid met onderhoudsbaggerprojecten in India en Maleisië, en baggerwerken om toegangskanalen te verdiepen in de havens van Patimban in Indonesië en Taichung in Taiwan.## Project-showcase
Samen wereldhavens ontwerpen en bouwen
Met het oog op een groeiende wereldbevolking en de daaruit voortvloeiende groei van de wereldhandel en maritieme activiteiten, worden nieuwe havens gebouwd en bestaande havens uitgebreid. Daarnaast heeft de maritieme industrie in de afgelopen jaren de komst van ultragrote containerschepen, grotere tankers en bulkschepen meegemaakt, waardoor de capaciteit van de bestaande infrastructuur onder druk komt te staan.
Amedeo Peyron, Area Director Middle East, zegt: “Door de toenemende grootte en diepgang van schepen kunnen ze meer lading vervoeren. Daarom willen havenexploitanten hun faciliteiten upgraden, met bredere toegangskanalen of diepere aanlegplaatsen. Ze willen efficiënter zijn, schepen sneller kunnen verwerken en meer doorvoercapaciteit hebben.”
“Daarnaast ontstaan er nieuwe handelspatronen. Dat is deels een gevolg van de ontkoppeling van de Amerikaanse en Chinese economie,” zegt Peyron. “In plaats van in China te produceren, trekken sommige fabrikanten naar Vietnam, Egypte, Turkije en India. Dat leidt tot een verplaatsing van goederenstromen, grotere verkeersvolumes in verschillende havens en nieuwe toeleveringsketens.”
Een andere belangrijke drijfveer voor de aanleg van havens is de energietransitie. Het gaat hierbij om LNG-terminals of terminals die zijn afgestemd op offshore windenergie of groene waterstof, zoals Port-La Nouvelle in Frankrijk en de haven van Duqm in Oman. “Havens zien de veranderingen al snel als eerste. Zij zijn de toegangspoorten tot de economie van een land.”
Bij het uitvoeren van baggerwerkzaamheden streeft DEME altijd naar maximaal hergebruik van zand en sediment.
Met bijna 150 jaar ervaring in baggeren heeft DEME langdurige relaties opgebouwd met havenautoriteiten in alle hoeken van de wereld. Als betrouwbare partner en ondersteund door ons uiterst gespecialiseerd materieel, kan DEME havenexploitanten helpen bij hun planning en voorbereidingen om een bestaande faciliteit aan te passen of een volledige nieuwe haven te bouwen. Dat gaat van initiële haalbaarheidsstudies en bodemonderzoek tot de bouw van dijken, golfbrekers, kademuren en aanlegsteigers. Daarbij is het belangrijk dat DEME rekening houdt met de duurzaamheid op lange termijn van elk project, benadrukt Peyron. “Wij focussen op innovatieve oplossingen om de duurzaamheid te verbeteren door zoveel mogelijk zand en sedimenten te hergebruiken tijdens baggerwerken. We werken met onze klanten samen, en zorgen er zo voor dat gebaggerd materiaal wordt gebruikt voor landwinning, waardoor de ecologische voetafdruk van havenbouw wordt geminimaliseerd.”
Verschillende projecten in ons trackrecord, zoals het Tuas Terminal Project 1 in Singapore en de verdieping van de Świnoujście-Szczecin-vaargeul in Polen, illustreren onze capaciteiten om duurzame, grootschalige oplossingen te leveren. Het TTP1-project omvatte de bouw van een nieuwe terminal, waarbij DEME grond en zand recycleerde om de behoefte aan geïmporteerd vulmateriaal tot een minimum te beperken. Voor het project in Polen leidde DEME's circulaire aanpak tot de creatie van kunstmatige eilanden, die nieuwe habitats bieden voor trekvogels en zowel boven als onder de waterlijn ecosystemen creëren. Voor de nieuwe Abu Qir-containerterminal van Hutchison Ports in Egypte werd gebaggerd materiaal uit het toegangskanaal gebruikt om het terrein op te bouwen dat nodig was voor de terminal.
“Een ander belangrijk verschil tussen DEME en zijn concurrenten is dat we in staat zijn om vruchtbare, langdurige partnerschappen aan te gaan”, benadrukt Peyron.
“Partnerschappen zijn zeer belangrijk voor DEME. Vooral buiten onze thuismarkt brengen we expertise in op het vlak van baggeren en landwinning, en werken we vervolgens samen met een partner om de civiele werken uit te voeren. Bij deze complexe projecten zijn er zoveel wisselwerkingen dat het van essentieel belang is om de juiste partner te hebben. Er moet beslist worden over de timing voor het baggeren, de civiele werken en de landwinning, want die activiteiten zijn allemaal met elkaar verweven. Deze wisselwerkingen optimaliseren en beheren is enkel mogelijk als er een goede, vertrouwelijke samenwerking is met een civiele aannemer.”
Vorig jaar werd aanzienlijke vooruitgang geboekt in Abu Qir 2, het grootste haven- en landwinningsproject van DEME, dat de landwinning van 1.000 ha en meer dan 150 miljoen m³ materiaal omvat. DEME's consortiumpartner GIECO bouwt kademuren en golfbrekers. Bij eerdere projecten, zoals TTP1, werkte DEME voor de bouw van kademuren samen met Daelim Industrial uit Zuid- Korea. Voor de bouw van een nieuwe containerterminal in de haven van Gdańsk werkte DEME samen met de Poolse civiele aannemer Budimex.
In 2024 was DEME, samen met de internationale maritieme bouwgroep Archirodon in een consortium, druk bezig met de tweede fase van de transformatiewerken voor de haven van NEOM, het uitbreidingsproject van de haven van Duba in Saudi-Arabië. De scope omvat uitgebreide bagger- en graafwerkzaamheden, verbreding van het toegangskanaal, uitbreiding van de kademuur en droge grondwerken. Binnen het Oxagon Fase 2-project krijgt de bestaande haven van Duba een nieuw bassin met een grote, op maat gemaakte kade voor de geautomatiseerde afhandeling van containers. Dankzij de baggerwerken zullen de grootste schepen ter wereld de haven kunnen aandoen. “Alle materialen die worden teruggewonnen als onderdeel van de ontwikkeling van het kanaal zullen worden gebruikt om de bredere ontwikkeling van Oxagon te ondersteunen,” zegt Peyron.
DEME voert de droge grondafgravings- en baggerwerken uit, terwijl Archirodon de kademuren bouwt. Dit toont volgens hem echt de voordelen van de samenwerking van DEME met gelijkgestemde partners, en resulteerde in een snelle mobilisatie. “We zijn zeer blij met deze internationale aanbesteding in samenwerking met Archirodon, ook een gerespecteerde speler in het Midden-Oosten. We werden verkozen
“Vooral buiten onze thuismarkt brengen we expertise in op het vlak van baggeren en landwinning, en werken we vervolgens samen met een partner om de civiele werken uit te voeren.
boven sommige sterke internationale concurrenten. Binnen het consortium doet elke partner waar hij het beste in is. We vertrouwen elkaar en vinden altijd een manier om goed samen te werken en het werk op tijd en binnen het budget uit te voeren. Dankzij vertrouwen, goed beheer en een consistente bedrijfscultuur kunnen we de communicatielijnen open houden en oplossingen vinden voor de eisen van de klant.”
DEME's vakkennis, decennialange ervaring en technologieën uit onze vier segmenten worden vaak gecombineerd om onze klanten de beste multidisciplinaire oplossingen te bieden. Grootschalige infrastructuurprojecten zoals de Nieuwe Sluis Terneuzen en de Blankenburgverbinding, beide officieel ingehuldigd in 2024, maar ook lopende projecten zoals Oosterweel, Fehmarnbelt en de havenuitbreiding in Port-La Nouvelle, illustreren hoe DEME de vele synergieën binnen de groep benut.
Alex Vandemeulebroecke, Project Director Operations voor de Nieuwe Sluis Terneuzen, legt uit hoe de bundeling van kennis uit verschillende segmenten cruciaal was om de optimale oplossing te vinden voor het afzinken van de twee betonnen bodemroosters in het sluizencomplex. “Onze bagger- en infrastructuurteams werkten nauw samen om de bodemroosters te ontwerpen en af te zinken. Ze vonden een technische oplossing om het waterpeil in de sluis te regelen als gevolg van het
“Deze multidisciplinaire projecten tonen echt de kracht aan van DEME's brede expertise en hoe we onze klanten volledig geïntegreerde oplossingen bieden. De ware betekenis van One DEME!”
hoge zoutgehalte van de Schelde en het kanaalwater. De baggerexperts van DEME groeven de sluiskolk uit, terwijl de roosters nauwkeurig in de grindbodem werden afgezonken onder toezicht van onze infrastructuurexperts. Er werd een droogdok gebouwd en onder water gezet om de roosters te laten drijven, vergelijkbaar met de methodes die gebruikt worden bij afgezonken tunnels. Deze geïntegreerde aanpak werd ook toegepast voor de Blankenburgverbinding, en toont het vermogen van DEME om totaaloplossingen te bieden voor infrastructuurprojecten.”
Daarnaast speelden de milieuexperts van DEME een belangrijke rol bij de behandeling van verontreinigde grond van de Nieuwe Sluis Terneuzen in hun verwerkingscentra in België. Door de sanering intern uit te voeren, werd de impact voor de klant tot een minimum beperkt. DEME leverde bovendien de maritieme aggregaten voor het beton via zijn bouwmaterialenbedrijf. Een deel van de gebaggerde grond van de voorkant van de sluis werd ook gebruikt om de vooroever van stranden langs de Belgische kust aan te vullen.# 03 — Segmenten DEME Jaarverslag 2024
Risico's verminderen, efficiëntie optimaliseren
Melisande Celis, Project Director van het project Port-La Nouvelle, benadrukt het belang van teamwerk binnen de verschillende segmenten van DEME: “Onze bagger- en infrastructuurteams begrijpen de beperkingen, zowel wat tijd als budget betreft. We bekijken hoe we eventuele problemen kunnen oplossen en werken efficiënt samen. We versterken elkaar voor het gemeenschappelijke doel. Dat is de grote kracht van DEME: we brengen onze ervaring en kennis uit de verschillende segmenten samen, en gebruiken die ten voordele van het project als geheel.”
Celis vervolgt: “Onze klanten hebben niet te maken met onderaannemers. Ze werken rechtstreeks met ons, de aannemer. Bij grootschalige projecten als deze zijn onverwachte uitdagingen onvermijdelijk. Ons team werkt echter altijd met vereende krachten om oplossingen te vinden, zodat we het project in goede banen kunnen leiden en tegelijk de risico's, kosten en impact op de planning minimaliseren.”
Het project Port-La Nouvelle onderstreept nog eens de voordelen van het bundelen van de brede expertise van DEME. Als aandeelhouder in een publiek-private samenwerking (PPP) heeft DEME een concessie van 40 jaar voor de bouw, de exploitatie en het beheer van de haven. Het project heeft als doel Port-La Nouvelle te ontwikkelen tot een duurzame groene haven, met een focus op onder andere offshore windenergie en groene waterstof. De bagger- en infrastructuurteams van DEME zijn ook verantwoordelijk voor het Engineering, Procurement and Construction (EPC)-contract.
Celis vertelt: “In Port-La Nouvelle verloopt de communicatie gestroomlijnd en werken de verschillende teams nauw samen. Onze bagger- en infrastructuurexperts weten hoe ze een haven moeten bouwen, terwijl het concessieteam sterk is in langetermijnactiviteiten en het beheer. Maar deskundige maritieme engineering staat altijd centraal.”
Vandemeulebroecke is het daarmee eens en voegt eraan toe: “Deze multidisciplinaire projecten tonen de kracht van DEME's brede expertise en hoe we onze klanten volledig geïntegreerde oplossingen bieden. De ware betekenis van One DEME!”
DEME Environmental is een toonaangevende leverancier van innovatieve oplossingen voor bodemsanering, ontwikkeling van brownfields, milieubaggerwerken en sedimentbehandeling. Ondersteund door een goed ontwikkeld netwerk van vaste en mobiele behandelingsinstallaties in België, Nederland en Frankrijk gaan we al decennialang de uitdagingen van vervuilde bodems en waterwegen aan. Dankzij onze expertise en toewijding kunnen we vervuilde brownfields omvormen tot waardevolle activa en deze gebieden nieuw leven inblazen. Onze uitgebreide portefeuille bodemsanerings- behandelingen omvat een geavanceerde innovatieve grondreinigingsmethode die speciaal ontwikkeld is voor PFAS-verontreiniging. Bovendien breiden we onze recyclingcentra in België voortdurend uit, met een huidige capaciteit van 500.000 ton per jaar. Deze investering toont onze toewijding aan duurzame oplossingen en ons vermogen om grootschalige saneringsprojecten uit te voeren.
Dijkversterkingswerken in Marken, Nederland
| 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoen euro) | 355 | 352 | 337 |
| 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoen euro) | 337 |
| 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoen euro) | 51 | 25 | 16 | 17 | 44 |
| 11,7% | 10,1% | 12,1% | 16,8% | 12,9% |
Het segment Environmental behaalde een dubbelcijferige omzetgroei ten opzichte van vorig jaar. De EBITDA voor 2024 bedroeg 44 miljoen euro, met een EBITDA- marge van 12,9%, een daling tegenover 16,8% in 2023. De EBITDA in 2023 omvatte een eenmalige schikking op een afgerond project in Nederland. Het orderboek bedroeg 352 miljoen euro op het einde van 2024, tegenover 355 miljoen euro een jaar geleden.
De omzetgroei was het resultaat van lopende werkzaamheden voor langlopende en complexe sanerings- en hoogwaterbeschermingsprojecten in België, Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen. In België werd het project Cokeries du Brabant met succes afgerond en ging het Blue Gate project, dat in 2016 werd opgestart, over naar de volledige ontwikkelingsfase van de site. Daarnaast ging het langetermijnproject voor de reconversie van een voormalige ArcelorMittal-site in Seraing, in de buurt van Luik, van start. Andere belangrijke lopende projecten zijn Oosterweel, in de regio Antwerpen en Feluy, in Henegouwen.
In Nederland zijn de belangrijkste projecten onder meer de dijkversterkingsinitiatieven GoWA en het recent opgestarte project Marken. Werken aan een project in Schiphol voor de sanering van een met PFAS vervuilde site werden uitgesteld door problemen met vergunningen.
In het Verenigd Koninkrijk werd het afgeronde Bowling-project bekroond tijdens de Brownfield Awards 2024. Ondertussen vorderen de saneringswerken goed voor het brownfield-project in joint venture met Veidekke in de buurt van Bergen, Noorwegen, en deze worden ook voortgezet in 2025.
Environmental werkt ook aan een aantal geselecteerde eerste milieustudies in het Verenigd Koninkrijk en Italië en verkent actief nieuwe, gerichte opportuniteiten.
Environmental startte in 2024 ook een nieuwe joint venture, Cargen. Cargen is een pionier in de integratie en toepassing van actieve kool voor gas en water behandelings- en saneringsoplossingen. Deze oplossingen versterken DEME’s milieuportefeuille en versterken de positie binnen de waardeketen.
Een groeiende bevolking en toenemende verstedelijking en de impact daarvan op schaarse grondreserves is een wereldwijde trend. DEME helpt deze wereldwijde uitdaging aan te pakken door te focussen op de circulaire economie en door nieuw land te creëren. Dat komt tot uiting in onze strategie om vervuilde brownfields op te sporen en te kopen, samen met gelijkgestemde partners, en ze te herontwikkelen zodat ze een waardevolle bestemming krijgen. DEME richt zich al meer dan 20 jaar op deze verlaten industrieterreinen waar economische activiteiten ernstig belemmerd of onmogelijk gemaakt worden door historische vervuiling van de bodem en het grondwater.
Denis Drousie, General Manager DEME Environnement, licht toe: “Door de bevolkingsgroei en het tekort aan gronden is het noodzakelijk om zoveel mogelijk grond te hergebruiken en zo te voorkomen dat er gebouwd wordt op gronden die groen moeten worden ingevuld.”
DEME houdt zich al meer dan twee decennia bezig met deze verwaarloosde, vervuilde sites, en is daarin dan ook toonaangevend in zijn thuismarkt. Het politieke en publieke bewustzijn in België is de laatste jaren toegenomen. Dat heeft geleid tot nieuwe wetten die bouwactiviteiten in groene zones verbieden. “Er is een echte politieke impuls, met een campagne om te stoppen met het betonneren van de natuur. Maar onze eigen strategie toont dat we voorop lopen – we deden dit al tientallen jaren voordat de wetgeving werd ingevoerd”, aldus Drousie.
De expertise van DEME op het vlak van brownfields gaat veel verder dan enkel een aannemer zijn voor milieuwerken. “Wij bieden een multidisciplinaire aanpak en pakken dus niet alleen de bodemsanering aan. Op verzoek van de eigenaar van de site of een lokale overheid krijgen we de opdracht om de hele site te bedenken, herontwerpen en herontwikkelen. Dat betekent ook dat we alle benodigde vergunningen verkrijgen en uiteindelijk een nieuw masterplan voor de toekomst van de site afleveren.”
We doen dat onder meer voor duurzame industrieën, bedrijventerreinen, woonwijken en recreatiegebieden, voegt Drousie eraan toe. “Alles is mogelijk. Maar hier is onze expertise van onschatbare waarde. We moeten de huidige status - de kosten en uitdagingen van het behandelen van de vervuilde site, de haalbaarheid van de technische oplossing - afwegen tegen de toekomstige opties eenmaal de site herontwikkeld is, en daarin het juiste evenwicht vinden. Dat is erg moeilijk, maar dankzij onze ervaring kunnen we de optimale oplossing bereiken. Dit is het ‘handelsmerk’ van DEME, wat ons onderscheid van onze concurrenten.”
Een andere belangrijke factor is het vermogen van DEME om een grote verantwoordelijkheid op zich te nemen, niet alleen voor de milieusanering maar ook voor de financiering. Gezien de complexe aard van de herontwikkeling van zwaar vervuilde gronden, zijn projecten vaak gebaseerd op een Design, Build and Finance-contract. “De eigenaar van de site wil een oplossing vinden voor het probleem. We bieden de eigenaar na onderhandeling een forfaitaire prijs, en stemmen ermee in om het werk 'uit handen' te nemen. DEME is dan de nieuwe eigenaar en neemt de verantwoordelijkheid over. We vinden de beste oplossing en geven de voormalige eigenaar gemoedsrust.”
De site van Feluy in België is een schoolvoorbeeld van duurzame herontwikkeling van brownfields. De grond was oorspronkelijk eigendom van een van de grootste chemiebedrijven ter wereld. DEME werd in 2015 benaderd om een publiek-private samenwerking (PPP) op te starten met Wanty, een specialist in wegenbouw en riolering, en IDEA, een lokaal intercommunaal bedrijf. De PPP is verantwoordelijk voor de aankoop, sanering en herontwikkeling van de site. De werkzaamheden op het terrein van 65 ha, dat bestemd is voor industrieel gebruik, werden in 2023 opgestart. Na de sanering zal 47 ha worden gebruikt voor industriële activiteiten, 12 ha voor biodiversiteit en 6 ha voor bestrating.# DEME
De milieuexperts van DEME ontwikkelden gedurende vele jaren een gespecialiseerde biologische saneringsaanpak om de moeilijke oplosmiddelen aan te pakken.
Om vrachtwagenritten en de daaruit voortvloeiende CO2-uitstoot te vermijden, zal 70% van de grondbehandeling ter plaatse worden uitgevoerd. “We hebben ook een echte circulaire oplossing ontwikkeld. We zullen uiteindelijk vier miljoen ton gerecycleerde, schone grond uit onze Belgische verwerkingscentra aanvoeren om terug te storten en effen oppervlakken te creëren, als voorbereiding op de bouw van nieuwe gebouwen”, zegt Drousie. “DEME is de enige die dit doet in Wallonië. Deze geïntegreerde, gezamenlijke aanpak is echt vernieuwend. We hebben intensief samengewerkt met het chemiebedrijf en IDEA, en tegelijkertijd ook met de lokale overheid om de nodige steun te krijgen.” “Onze eigen aandeelhouders spelen ook een cruciale rol. We kopen en nemen de verantwoordelijkheid voor een vervuilde site, en ontwikkelen een visie voor de toekomst ervan. Zij weten dat we de expertise en ervaring hebben om zo'n complex project aan te pakken en er een succes van te maken. Alle stakeholders in de PPP werken nauw samen om de beste oplossing te vinden, ongeacht de hindernissen - we blijven op schema. De site van Feluy is een fantastisch voorbeeld van een model voor duurzame herontwikkeling. Het toont aan hoe dit soort grootschalige saneringsprojecten mogelijk zijn met heel weinig overheidsfinanciering.” DEME ontwikkelt circulaire oplossingen om het hergebruik van gronden te optimaliseren.
DEME's brede waaier aan gespecialiseerde bodemsaneringstechnieken omvat onder meer een baanbrekende bodemreinigingstechniek om PFAS aan te pakken. Dat zijn de zogenaamde ‘eeuwige chemicaliën’, een verontreinigende stof die wordt aangetroffen in honderden alledaagse artikelen, van cosmetica over pannen met antiaanbaklaag tot blusschuim. DEME levert een allesomvattende oplossing voor met PFAS vervuilde bodem en water.
DEME neemt het voortouw in de aanpak van de wereldwijde PFAS-vervuiling en begon vier jaar geleden te onderzoeken hoe het met zijn expertise tot een oplossing kon komen. Dat heeft geleid tot een baanbrekende behandelingsmethode die bekendstaat als ‘het hybride grondwasproces van DEME’. In 2024 heeft DEME zijn capaciteiten op het vlak van PFAS-reiniging verder versterkt. In zijn verwerkingscentra werd de capaciteit uitgebreid om met PFAS vervuilde grond te behandelen.
Joint ventures om een totaaloplossing aan te bieden
Trouw aan zijn innovatieve geest heeft DEME een grote stap gezet en een joint venture opgericht, Cargen Group BV genoemd. Het nieuwe bedrijf is gespecialiseerd in actieve kool en filteroplossingen, en produceert eigen filters voor koolstofafvang.
DEME en C-Biotech hebben een joint venture opgericht - Fytolutions - dat PFAS-verontreiniging aanpakt door middel van een natuurgebaseerde oplossing waarin industriële hennep is verwerkt.
Dirk Ponnet, General Manager van DEME Environmental, licht toe: “We ontwikkelen al tientallen jaren saneringsoplossingen voor bodem en water. DEME investeert fors in innovatie binnen ons bedrijf en onze R&D-afdeling. We zijn het eerste bedrijf dat zich toelegt op het PFAS- probleem, dat pas recent wereldwijd onder de aandacht is gekomen. De afgelopen vier jaar hebben we PFAS-technieken onderzocht, en uiteindelijk willen we een one-stop-shop zijn voor PFAS-reiniging.”
Het hybride grondwasproces van DEME voor PFAS-vervuiling is een combinatie van bodemwassen en waterzuivering. Bodemwassen brengt grond over in water, dat gezuiverd wordt met behulp van actieve koolfilters. De koolstof wordt onder hoge druk verhit tot 400 °C, waardoor PFAS worden vernietigd en omgezet in onschadelijke producten. “Gezien onze expertise in saneringstechnieken geloven we dat we echt een verschil kunnen maken en onze ervaring kunnen gebruiken in de PFAS-sector.”
Deze drang om het verschil te maken, bracht DEME ertoe om de nieuwe joint venture Cargen op te richten. “Actieve koolstoffilters worden veel gebruikt voor dranken, voedselproductie en alle soorten industrieel afval. We richten ons op een subsegment van de markt: biogas, vervuild grondwater en bodemsanering. We zijn er zeker van dat de oplossing met actieve kool een uitstekende optie is voor het verwijderen van PFAS.”
Ponnet voegt eraan toe: “Wij sturen een sterk signaal naar de markt - we leveren een allesomvattende oplossing voor met PFAS vervuilde bodem en water. We hebben de experts, de technieken en de behandelingsoplossingen. En we kunnen ook de actieve koolfilters leveren en de sanering uitvoeren in onze eigen behandelingsinstallaties.”
Dat we een totaalpakket aan oplossingen voor PFAS kunnen aanbieden, blijkt uit het project voor de Oosterweelverbinding, een van de grootste infrastructuurprojecten ooit in België. Dit project benadrukt ook de voordelen om de synergieën binnen DEME te benutten. Het is een consortium, met onder meer DEME, dat in het kader van de Oosterweelverbinding de Antwerpse ring afwerkt en de Scheldetunnel bouwt. Tijdens het bodemonderzoek werden PFAS ontdekt, wat mogelijk tot ernstige vertragingen of zelfs een volledige stopzetting van het project had kunnen leiden. “Gelukkig kan DEME PFAS- verontreiniging aanpakken, waardoor dit belangrijk project kan doorgaan. Het is in het voordeel van onze klanten dat we al deze capaciteiten in huis hebben,” benadrukt Ponnet.
Tijdens het project zal ongeveer één miljoen ton grond behandeld worden in de behandelingscentra van DEME in België.
Bovendien wordt de capaciteit in de behandelingscentra in het Belgische Charleroi en in het Nederlandse Den Helder uitgebreid. De behandelingsinstallaties kunnen jaarlijks tot 3,5 miljoen ton grond verwerken. Daarnaast heeft DEME ook verschillende mobiele behandelingsinstallaties ter plaatse.
De opportuniteiten liggen voor de hand. DEME heeft al een contract binnengehaald voor de reiniging en behandeling van met PFAS vervuilde gronden op de luchthaven van Schiphol. “Op dit moment voeren we veel haalbaarheidsstudies uit om PFAS- vervuiling aan te pakken voor verschillende Europese klanten. We kunnen een effectieve en duurzame oplossing bieden.”
“De omvang van het PFAS-probleem is immens. We willen laten zien dat we de professionals, kennis, faciliteiten en technieken hebben om het aan te pakken. We zijn er klaar voor.”
DEME Concessions beheert een gevarieerde portefeuille van concessies op het gebied van offshore windenergie, infrastructuur, groene waterstof en het winnen van mineralen in de diepzee. DEME Concessions, in tegenstelling tot de contractingactiviteiten van DEME, investeert actief, ontwikkelt, bouwt, en exploiteert deze concessies, waarbij het partnerschappen op lange termijn opbouwt, recurrente inkomsten genereert en duurzame waarde creëert voor aandeelhouders. Voortbouwend op het succes in traditionele markten breidde DEME strategisch uit naar technisch uitdagende en minder mature sectoren zoals offshore energie, groene waterstof en verantwoorde winning van mineralen. Deze strategische zet heeft al belangrijke resultaten opgeleverd, waaronder de ScotWind-concessie van 2 GW.
DEME heeft een concessie met een looptijd van 40 jaar in Port-La Nouvelle, Frankrijk.
| 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoen euro) | 37 | 12 |
De geassocieerde deelnemingen van het segment Concessions leverden een nettoresultaat op van 12 miljoen euro, een daling tegenover 37 miljoen euro een jaar geleden. De tweede helft van 2024 kende een zwakkere windproductie in vergelijking met zowel de eerste helft van het jaar als het jaar 2023, dat ook profiteerde van hogere elektriciteitsprijzen en nieuwe wetgeving in België. Het segment Concessions exploiteert windmolenparken in België en bereidt zich voor op komende aanbestedingen in het land en blijft actief betrokken bij het ScotWind-concessieproject. Op het vlak van bagger- en infrastructuurwerken bleef DEME Concessions zich focussen op de projecten in portefeuille en in aanbouw, zoals Blankenburg (Nederland), Port-La Nouvelle (Frankrijk) en de haven van Duqm (Oman). Ondertussen werkte het verder aan het voorlopig gegunde project voor de nieuwe diepwaterterminal voor de haven van Swinoujscie in Polen.
Als onderdeel van DEME’s groei- initiatieven op lange termijn in de groene waterstofsector kondigden DEME en OQ in juli een strategisch partnerschap aan met bp. Daarbij trad bp toe als aandeelhouder en operator van het HYPORT Duqm-project en verwierf het een belang van 49%. Daarnaast kondigde DEME HYPORT Energy een samenwerkingsovereenkomst aan met de Egyptische overheid voor de ontwikkeling van een grootschalig groen waterstofproject in en rond de haven van Gargoub.
DEME’s dochteronderneming Global Sea Mineral Resources (GSR) blijft de wetgevende ontwikkelingen bij de International Seabed Authority (Internationale Zeebodemautoriteit) volgen, met betrekking tot beslissingen over het regelgevende kader die in 2025 worden verwacht.
DEME blijft een belangrijke rol spelen in de Belgische offshore windsector, met concessies in windmolenparken zoals Rentel en SeaMade. Tegelijk werkt DEME actief aan de uitbouw van zijn ScotWind-concessieproject met een capaciteit van 2 GW.# Hoofdstuk 03. Segmenten
Via Thistle Wind Partners, een consortium waar DEME deel van uitmaakt, omvatten de ScotWind- concessies de offshore windparken Bowdun en Ayre. DEME fungeert als EPCI-aannemer en maakt daarbij gebruik van zijn uitgebreide ervaring met projecten zoals Moray East en Moray West. Bowdun, zo’n 44 kilometer van Aberdeen, zal gebruik maken van vaste funderingen met XXL- monopiles, terwijl Ayre, zo’n 35 kilometer ten oosten van de Orkneys, gebruik zal maken van innovatieve drijvende oplossingen om de uitdagingen van diepere wateren te overwinnen. Beide locaties zorgen voor aanzienlijke technische hindernissen vanwege de extreme metocean-omstandigheden. Elk project omvat een lease- optie van 10 jaar, wat getuigt van een engagement op lange termijn om de doelstellingen van Schotland op het vlak van hernieuwbare energie te behalen. Naast deze projecten is DEME wereldwijd actief op zoek naar opportuniteiten voor offshore windenergie. Dat weerspiegelt de toewijding van het bedrijf om zijn voetafdruk op het vlak van hernieuwbare energie uit te breiden. Dankzij zijn expertise en innovatieve aanpak én zijn streven naar uitmuntendheid, neemt DEME in de wereldwijde offshore windmarkt een leidende positie in. DEME zoekt actief naar opportuniteiten voor offshore windenergie wereldwijd.
Inspelend op de groeiende wereldwijde vraag naar duurzame energieoplossingen, werpt DEME zich op als koploper in de sector van groene waterstof. Meer dan 20 jaar geleden was het bedrijf ook al een pionier in offshore windenergie. Groene waterstof, geproduceerd door elektrolyse met behulp van hernieuwbare elektriciteit, wordt vandaag beschouwd als een cruciale component in de energietransitie, als aanvulling op directe elektrificatie op basis van hernieuwbare energiebronnen. DEME ontwikkelt en breidt zijn portefeuille van groene waterstofprojecten uit, waaronder het vlaggenschipproject HYPORT Duqm in Oman. HYPORT Duqm wordt ontwikkeld binnen de Speciale Economische Zone in Duqm, Oman, en zal worden aangedreven door wind- en zonne-energie met een gecombineerde capaciteit van ongeveer 1,3 GW in de eerste fase en mogelijk meer dan 2,7 GW na voltooiing van de tweede fase. en transporteert, wat resulteert in 100% groene waterstofmoleculen. DEME onderzoekt wereldwijd nog verdere mogelijkheden. Het HYPORT- concept blijkt aantrekkelijk om waterstofprojecten minder risicovol te maken en zo investeerders aan te trekken. Het kan worden gekopieerd, geoptimaliseerd en aangepast aan de projectspecifieke omstandigheden. In 2024 ondertekende DEME een baanbrekende samenwerkingsovereenkomst met de Egyptische regering voor de oprichting van een groene waterstofproductiefaciliteit op industriële schaal in de Egyptische westelijke woestijn (HYPORT Gargoub). DEME zal zijn expertise en de opgedane kennis van het HYPORT Duqm-project aanwenden voor deze nieuwe faciliteit, die zich in de industriële zone van de haven van Gargoub situeert. Na HYPORT Duqm is HYPORT Gargoub het tweede project in de concessieportefeuille van DEME met een uitgebreide overeenkomst en grondreservering. DEME volgt een volledig geïntegreerde strategie om ervoor te zorgen dat elk project alle nodige elektriciteit en water produceert HYPORT Gargoub is het tweede groene waterstofproject in de concessieportefeuille van DEME.
DEME Concessions blijft zich focussen op de infrastructuurprojecten in portefeuille en in aanbouw, zoals Blankenburg (Nederland), Port-La Nouvelle (Frankrijk) of de haven van Duqm (Oman). Ondertussen werkt het voort aan het voorlopig gegunde project voor de nieuwe diepwaterterminal voor de haven van Świnoujście in Polen. De Blankenburgverbinding in Nederland, inclusief een afgezonken tunnel, werd met succes opgeleverd en officieel geopend in december 2024. DEME maakt deel uit van het BAAK-consortium; de opdracht omvatte het ontwerp en de bouw, en ook het onderhoud van de weginfrastructuur gedurende 20 jaar. Dit complexe project toont de voordelen van de synergieën binnen DEME. Het bedrijf bracht veel facetten van zijn expertise samen op het vlak van infrastructuur, baggerwerken en offshore werk, waaronder voor de bouw van afgezonken tunnels. Port-La Nouvelle belichaamt perfect DEME's ambitie om wereldwijde uitdagingen op lange termijn aan te gaan en een strategie van duurzame groei te volgen. DEME is de initiatiefnemer en indirecte aandeelhouder van de SEMOP, een publiek-private samenwerking in Frankrijk, die een concessie voor de haven van Port-La Nouvelle heeft verkregen met een looptijd van 40 jaar. De bagger- en infrastructuurteams van DEME zijn betrokken bij de bouw van de nieuwe hub en voeren het Engineering, Procurement and Construction-contract uit in de haven. Port-La Nouvelle wordt door de SEMOP ontwikkeld als een duurzame groene haven, en wordt een speciale logistieke hub voor drijvende offshore windprojecten. De Franse haven heeft ook de ambitie om een groene waterstofhub te worden voor de invoer in Frankrijk en Europa en voor de productie en distributie binnen de haven. Deze projecten weerspiegelen de capaciteit van DEME om geïntegreerde oplossingen aan te bieden die concessies, bagger- en infrastructuurexpertise en synergieën binnen het bedrijf combineren voor de ontwikkeling van duurzame infrastructuur. Baggerwerken voor de uitbreiding van Port-La Nouvelle.
Global Sea Mineral Resources (GSR) pakt het tekort aan kritieke mineralen aan dat wordt veroorzaakt door de energietransitie. De vraag naar mineralen zoals nikkel, kobalt en koper stijgt explosief. Het Internationaal Energie Agentschap voorspelt een verzesvoudiging tegen 2040 om netto-nul emissies te bereiken. Diepzeeontginning biedt een potentiële oplossing, maar alleen als kan worden aangetoond dat dit milieuvriendelijk en sociaal verantwoord is. GSR, met zijn meer dan tien jaar ervaring in diepzee-exploratie, verricht pionierswerk op het vlak van verantwoorde diepzeeontginning. Het bedrijf heeft exploratierechten in de Clarion-Clipperton Zone, en heeft uitgebreid onderzoek gedaan, waaronder zeven offshore expedities. GSR bracht daarbij het contractgebied in kaart en verzamelde enorme hoeveelheden gegevens. Dit onderzoek heeft geleid tot 27 wetenschappelijke publicaties die aangeven dat diepzeemineralen kunnen worden gewonnen met een 40% lagere koolstofvoetafdruk in vergelijking met mijnbouw op het land. Het bedrijf voerde met succes twee proeven uit met ultradiepwatertechnologie (op 4.500 meter), en werkte samen met vooraanstaande wetenschappers. Het eerste onafhankelijke wetenschappelijke rapport over GSR's pre-prototype knollenverzamelaar benadrukte de succesvolle technologieproeven en het belang van samenwerking tussen de industrie en onafhankelijke wetenschappers. Daarnaast heeft GSR een strategische alliantie met Transocean, een leider in offshore boren. Transocean investeerde in GSR, en bracht een ultradiepwaterboorschip in. Dit partnerschap zal de onderzeese capaciteiten van GSR versterken en een systeemintegratietest in 2027 mogelijk maken, een cruciale stap in de ontwikkeling van commerciële activiteiten. GSR zet zich in voor verantwoorde ontwikkeling, en blijft prioriteit geven aan wetenschappelijke R&D en zorg voor het milieu. Ondertussen onderzoekt het bedrijf het potentieel van diepzeeontginning om het wereldwijde tekort aan kritieke mineralen aan te pakken. GSR volgt ook de ontwikkelingen op bij het International Seabed Authority (ISA), omtrent eventuele beslissingen met betrekking tot het regelgevend kader, die verwacht worden voor 2025. GSR blijft prioriteit geven aan wetenschappelijk onderzoek terwijl het de mogelijkheden van diepzeeontginning onderzoekt.
Dit hoofdstuk belicht de duurzaamheidsinspanningen van DEME doorheen de hele organisatie. Het is een aanvulling op de Duurzaamheidsverklaringen, die in detail de naleving van de EU-richtlijn Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) en de European Sustainability Reporting Standards (ESRS) beschrijven.
Bij DEME is het onze ambitie om fundamenteel bij te dragen tot duurzame oplossingen voor de wereldwijde ecologische, maatschappelijke en economische uitdagingen waarmee onze wereld vandaag wordt geconfronteerd. Wanneer we deze uitdagingen aangaan, streven we er voortdurend naar om de duurzaamheid van onze eigen activiteiten te verbeteren. Dat heeft geleid tot onze twee- dimensionele strategie voor een duurzaam resultaat – we streven naar EXPLORE en EXCEL. Die strategie zal ons helpen om duurzame waarde te creëren voor onze klanten, DEME en de samenleving.
Door onszelf voortdurend uit te dagen om onze duurzame portefeuille uit te breiden waar DEME de meeste impact kan creëren. We verwijzen naar hoofdstuk 03. Segmenten en naar hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen.
Door in onze dagelijkse activiteiten duurzame prestaties te handhaven en te versterken.
Technologieën voor offshore hernieuwbare energie spelen een belangrijke rol bij het verminderen van de broeikasgasemissies. DEME blijft zijn oplossingen voor offshore hernieuwbare energie uitbreiden en nieuwe maritieme oplossingen verkennen voor de productie, aansluiting en opslag van hernieuwbare energie.
Meer informatie over de dubbele materialiteitsbeoordeling is te vinden in hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen. Dit jaar rapporteert DEME voor het eerst over zijn duurzaamheidsprestaties volgens de vereisten van de CSRD en ESRS. Om de kwesties met de grootste impact op het milieu, de maatschappij en onze activiteiten te prioriteren, hebben we een dubbele materialiteitsbeoordeling (DMA) uitgevoerd.# Duurzaamheidstraject DEME
Deze beoordeling focuste op de impact die DEME heeft op de wereld (inside-out) en de impact die de wereld heeft op DEME (outside-in).
Deze materialiteitsbeoordeling, die zowel de impactmaterialiteit als de financiële materialiteit behandelde, omvatte:
— Afstemming van het toepassingsgebied en de grenzen van de DMA op de CSRD en het toepassingsgebied van de financiële rapportage gebaseerd op de juridische structuur van de groep
— Een beoordeling van alle potentieel relevante thema’s op het gebied van milieu, maatschappij en governance (ESG) op basis van de ESRS- standaarden en aangevuld met thema’s die relevant zijn voor onze industrie en stakeholders
— Verdere selectie van de meest relevante duurzaamheidsthema’s voor onze groep
— Identificatie van bijbehorende impacts, risico’s en kansen (IRO's) voor elk relevant thema
— Toepassing van een consistente scoremethode, inclusief materialiteitsdrempels om te bepalen welke IRO's en bijbehorende duurzaamheidsthema’s materieel zijn voor DEME en dus verplicht openbaar gemaakt moeten worden onder CSRD
— Validatie van de resultaten van de DMA via ons governancemodel
DEME streeft er voortdurend naar om zijn veiligheidsprestaties en -praktijken te verbeteren met behulp van continue evaluatie- en verbeteringsinspanningen, en om een cultuur van preventie en voortdurende verbetering te ontwikkelen.
De vermindering van de BKG-emissies in de activiteiten van DEME en in onze waardeketen blijft een ESG-thema met hoge prioriteit. We streven ernaar onze activiteiten tegen 2050 klimaatneutraal te maken (Scope 1 en Scope 2) door toonaangevende klimaatbestendige technologie en focus op onze energieprestaties te integreren. We ondersteunen de strategie uit 2023 inzake BKG van de Internationale Maritieme Organisatie om de koolstofintensiteit tegen 2030 met ten minste 40% te verminderen ten opzichte van het basisjaar 2008 en om tegen 2050 netto nul BKG-emissies te bereiken. Bovendien streven we ernaar de BKG-emissies in onze volledige project-waardeketens te verminderen (Scope 3).
Meer informatie over energieverbruik en BKG-emissies is te vinden in hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen.
Broeikasgasemissies beheren is een belangrijke prioriteit voor DEME. Om dit te bereiken, heeft DEME doelstellingen bepaald die in lijn liggen met de strategie inzake BKG van de Internationale Maritieme Organisatie. Het doel is om de koolstofintensiteit van onze activiteiten tegen 2030 met minstens 40% per arbeidseenheid te verminderen ten opzichte van 2008 en onze activiteiten tegen 2050 klimaatneutraal te maken (Scope 1 en 2). Bovendien willen we de BKG-emissies in al onze project- waardeketens verminderen (Scope 3).
Om onze energieprestaties op te volgen en te verbeteren, volgen we het ISO 50001-energiemanagementsysteem, een internationale norm die een gestructureerde aanpak voorschrijft om de energie-efficiëntie van een bedrijf te controleren en te verbeteren. Dankzij dit energiemanagementsysteem kunnen we ons energiebeheer integreren in het ermee verbonden beheer van BKG-emissies.
In het kader van ISO 50001 hebben we vijf significante energieverbruikers (SEU's) geïdentificeerd binnen onze activiteiten: schepen, gebouwen, machines en uitrusting, personeelsvervoer en inkoop van goederen en diensten.
Schepen zijn goed voor 90% van de huidige Scope 1- en Scope 2-emissies, waardoor ze de grootste bijdrage leveren aan het emissieprofiel van DEME en dus een kritiek aandachtspunt vormen. DEME pakt dit aan door toonaangevende klimaatbestendige technologieën te integreren, door te focussen op energieprestaties en door over te schakelen op minder broeikasgasintensieve brandstoftypes. Het bedrijf wil echter ook een actieve rol spelen in het verminderen van emissies door gerichte inspanningen te leveren bij de andere belangrijke energieverbruikers, om zo een voortdurende verbetering bij DEME te garanderen.
De respectieve categorieën worden rechts weergegeven en verder uitgewerkt op de volgende pagina's.
| Categorie | Percentage |
|---|---|
| Schepen | 90% |
| Machines en uitrusting | 9% |
| Leasewagens | < 0,5% |
| Gebouwen | < 0,5% |
2024 — Duurzaamheidstraject DEME Jaarverslag 2024
Wij hebben twee doelstellingen vastgelegd met betrekking tot de vermindering van de BKG-emissies, met specifieke aandacht voor de emissies van de schepen in onze vloot. Die werden geïntroduceerd om de energie-efficiëntie verder te verhogen, de intensiteit van de broeikasgasemissies te verminderen, en op lange termijn over te schakelen op het gebruik van toekomstige (netto) koolstofvrije brandstoffen.
Wij hebben een drieledige strategie om de broeikasgasemissies van onze vloot te verminderen. Deze drie strategieën worden geïllustreerd door ons nieuwe valpijpschip ‘Yellowstone’. Meer informatie over de vermindering van de BKG-emissies van de schepen is te vinden in hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen.
DEME levert grote inspanningen om over een ultramoderne vloot te beschikken die volledig op de toekomst is voorbereid. Met een lengte van 192 meter en een enorm laadvermogen van 37.000 ton is ‘Yellowstone’ de grootste DP2-steenstorter ter wereld. Het gigantische valpijpschip voldoet volledig aan de nieuwste emissienormen en is uitgerust met de meest recente milieutechnologie, zoals een batterijpack voor de hoogste brandstofefficiëntie in zijn klasse en duurzame activiteiten. Het laadvermogen van het nieuwe valpijpschip is meer dan dubbel zo groot dan dat van DEME's huidige grootste schip. Door deze enorme capaciteit is ‘Yellowstone’ bijzonder geschikt voor projecten die verder van de kust liggen en waarbij langere afstanden moeten worden afgelegd. De projecten kunnen profiteren van schaalvoordelen en een lager aantal transporten om stenen naar de offshore locatie te vervoeren.
‘Yellowstone’ heeft een hybride energiecentrale, bestaande uit een slim energiebeheersysteem en een Li-ionbatterij van 1 MWh, die stand-by staat als energiereserve. Hierdoor kan het valpijpschip enkel goed geladen motoren laten draaien. Het schip is ook uitgerust met Selective Catalytic Reduction-technologie, waardoor het voldoet aan TIER III. Daarnaast is het schip ook nog uitgerust met een systeem voor de terugwinning van restwarmte. Dat systeem haalt warmte uit het koelwatersysteem en gebruikt om het hele schip te verwarmen. De lange en slanke romp en de zeer efficiënte aandrijving van ‘Yellowstone’ maken van dit schip een kampioen in laag brandstofverbruik per zeemijl (Nm).
Aansluitend bij DEME's visie om tegen 2050 koolstofneutraal te zijn, is het nieuwe schip het eerste in de hele vloot dat is voorbereid op (groene) methanol. Het is ook het eerste dual-fuel valpijpschip in de industrie. Dit betekent dat ‘Yellowstone’ altijd kan varen op de schoonste brandstof die beschikbaar is.
— Duurzaamheidstraject DEME Jaarverslag 2024
‘Yellowstone’ is ideaal voor offshore projecten met langere afstanden, biedt schaalvoordelen en zorgt voor minder rotstransporten.
Aansluitend bij onze ambitie om de energie-efficiëntie te verhogen en een volledig klimaatneutraal, modern hoofdkantoor te hebben, wordt de DEME Campus getransformeerd. Er wordt aanzienlijke vooruitgang geboekt. In februari 2025 zijn we gestart met de afbraak van drie grote kantoorgebouwen die 50% van het totale brandstofverbruik van de hele DEME Campus voor hun rekening nemen. Eén prachtig nieuw gebouw zal deze drie gebouwen vervangen. De hoofdgevel zal volledig uit glas bestaan, met een secundaire metalen (aluminium) structuur die als een ‘klimaatgordijn’ rond het hele gebouw wordt gewikkeld, voor schaduw en karakter, maar met behoud van het uitzicht en voldoende daglicht. In het kader van de transformatie zullen de zes bestaande en nieuwe kantoorgebouwen op de DEME Campus met elkaar worden verbonden via een verwarmings-/koelingsnetwerk, en worden ze allemaal uitgerust met warmtepompen en een warmte- en koudeopslagsysteem dat gebruikmaakt van geothermische energie. DEME is begonnen met een meerjarenplan om over te schakelen van verwarming op fossiele brandstoffen naar het gebruik van groene energie. Bovendien zijn de nieuwe DEME Labs, die in 2023 werden geopend, uitgerust met zonnepanelen op het dak. Een ander belangrijk initiatief is het mooie ‘Maritime Park’ dat groene zones, een vijver en een ‘fietsstraat’ zal bieden. Dit wordt een autovrije zone waar medewerkers en bezoekers kunnen ontspannen. Er zijn ook al ongeveer 340 oplaadpunten voor elektrische voertuigen geïnstalleerd op de parkings die voorzien zijn voor DEME.
| Jaar | kgCO2e/GJ verbruikte energie |
|---|---|
| 2015 | |
| 2016 | |
| 2017 | |
| 2018 | |
| 2019 | |
| 2020 | |
| 2021 | |
| 2022 | |
| 2023 | |
| 2024 |
Emissieberekeningen maken gebruik van de meest recente emissiefactoren die beschikbaar zijn. De volgende informatie moet beschouwd worden als niet-materieel, maar houdt verband met een materieel thema zoals gedefinieerd in hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen.
— Duurzaamheidstraject DEME Jaarverslag 2024
De elektrificatie van bouwmaterieel en het gebruik van waterstof bieden de bouwsector steeds meer mogelijkheden om over te schakelen op emissievrije machines. Toch is er nog steeds geen oplossing voor afgelegen locaties waar energie-intensief materieel wordt gebruikt, en precies op die plaatsen bevinden zich meestal de werven van DEME.# Best practice Elektrische machines en uitrusting
DEME stimuleert het gebruik van elektrisch materieel via zijn grote dijkversterkingsprojecten in Nederland. Een belangrijk initiatief is het project Sterke Lekdijk, dat DEME heeft binnengehaald als onderdeel van het consortium Lek Ensemble. Het doel is om ongeveer één miljoen mensen in Midden- en West-Nederland te beschermen tegen overstromingen. Het gebruik van emissievrije apparatuur overwegen en onderzoeken, was een cruciale vereiste voor deze aanbesteding. Om deze uitdaging aan te gaan, richtte het consortium de stichting Emissieloos Netwerk Infra (ENI) op om de ontwikkeling van emissievrije machines voor het hele Nederlandse hoogwaterbeschermingsprogramma te versnellen. Omdat er op dat moment geen bestaande fabrikanten waren, zorgden DEME en zijn partners voor innovatieve oplossingen door traditioneel dieselmaterieel om te bouwen tot elektrische machines. Het gaat hierbij om volledig elektrische graafmachines, laders en drie kranen, die allemaal zullen worden ingezet voor het Sterke Lekdijk-project.
De volgende informatie moet beschouwd worden als niet-materieel, maar houdt verband met een materieel thema zoals gedefinieerd in hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen.
Het tempo waartegen ons wagenpark wordt geëlektrificeerd neemt snel toe. DEME streeft naar meer groene mobiliteit in het hele bedrijf. In 2024 hebben we al aanzienlijke vooruitgang geboekt met de elektrificatie van ons wagenpark.
In 2024 bestond het wagenpark voor 30% uit volledig elektrische auto's en plaatsten we alleen nieuwe bestellingen voor elektrische voertuigen. We hebben ook 340 elektrische oplaadpunten geïnstalleerd op de parkings van het hoofdkantoor en onze medewerkers krijgen EV-opladers in een muurkast. Dit initiatief heeft geleid tot een aanzienlijke daling van de gemiddelde CO2-uitstoot van ons wagenpark naar 49 gCO2/km in 2024, tegenover 70 gCO2/km in 2023. Daarnaast hebben we een speciaal initiatief gelanceerd om meer mensen aan te moedigen met de fiets naar de DEME Campus te komen. Het Bike Lease-programma is populair: ongeveer 250 medewerkers nemen deel aan het programma en de meesten van hen hebben gekozen voor een elektrische fiets.
Vooruitgang op het aantal gram CO2-emissies per kilometer voor onze leasewagens in de Benelux
| g CO2/km | | | | | | | | | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 120 | 112 | | | | | | | | |
| 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 |
De volgende informatie moet beschouwd worden als niet-materieel, maar houdt verband met een materieel thema zoals gedefinieerd in hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen.
Meer informatie over de vermindering van de BKG-emissies is te vinden in hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen. Ons doelstelling is om de uitstoot van broeikasgassen in onze project-waardeketens te verminderen. In 2024 hebben we meer inzicht gekregen in onze belangrijkste Scope 3-emissiecategorieën. Op basis van die analyse zijn we van plan om later specifieke doelstellingen en acties vast te leggen.
We hebben een visie op duurzaam inkopen ontwikkeld. Die visie houdt in dat we de aankoopstrategie van DEME op één lijn brengen met onze duurzaamheidsagenda, waarbij we focussen op onze materiële thema’s, waarvan BKG-emissies er één is. De duurzame inkoopstrategie die momenteel wordt ontwikkeld, is afgestemd op ISO 20400, als richtlijn en referentiepunt. In 2023 zijn we begonnen met het betrekken van onze externe stakeholders (leveranciers) via een pilootproject, met een tool voor leveranciersbeoordeling als mogelijke oplossing om duurzamer in te kopen en onze leveranciers aan te sporen om het beter te doen. Ook onze interne stakeholders (aankoopmedewerkers) betrokken we in dit proces door hen te informeren over onze duurzaamheidsstrategie, doelstellingen en volgende stappen in de pilootfase. Dit pilootproject stelde ons in staat om de algemene maturiteit van ons leveranciersbestand te verkennen op het vlak van duurzaamheid en beschikbaarheid van gegevens.
In 2024 hebben we onze significante Scope 3-categorieën bepaald om onze wereldwijde Scope 3-emissies te berekenen. De meeste Scope 3-emissies in onze projectwaardeketen zijn afkomstig van:
* Inkoop van goederen en diensten
* Kapitaalgoederen
* Upstream brandstof- en energiegerelateerde activiteiten
* Zakenreizen
* Upstream geleasede activa
Meer informatie over de veiligheid van ons eigen personeel is te vinden in hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen. DEME streeft naar nul ongevallen en naar voortdurende verbetering van zijn veiligheidsprestaties door een veiligheidscultuur te bevorderen en de nadruk te leggen op preventie.
Onze veiligheidsgerichte cultuur is ingebed in ons Veiligheids-DNA. Initiatieven zoals onze Safety DNA Booster-campagnes, de Safety Week en de Safety Moment Day benadrukken en promoten het veiligheidsbewustzijn binnen de organisatie. Het Veiligheids-DNA voorziet zeven kritische gedragingen die werknemers helpen om hun dagelijkse werkzaamheden uit te voeren:
* We dragen zorg voor elkaar
* We communiceren open met elkaar
* We plannen ons werk en beheersen de risico's
* We volgen de regels
* We voelen ons veilig om te stoppen
* We ondernemen actie en volgen die op
* We leren van onze fouten en successen
In 2024 focuste de Safety Week op het thema ‘De zwaartekracht stopt niet’. Er werd een grondige analyse uitgevoerd van ongevallen en gevaarlijke situaties met ‘High Potential’ (HIPO), die verband houden met mensen of voorwerpen die van hoogte vallen. Collega's die betrokken waren bij deze situaties werden ook gevraagd om hun ervaringen uit de eerste hand te delen. Medewerkers worden aangemoedigd om de beste veiligheidspraktijken te handhaven, op elkaar te letten en kennis te delen.
Onze focus ligt niet alleen op het identificeren van potentiële risico's, maar ook op het erkennen en versterken van succesvolle veiligheidsmaatregelen. Tijdens de jaarlijkse Safety Moment Day presenteerde DEME verschillende opmerkelijke ‘Success Stories’. Bijna 270 ‘Safety Success Stories’ werden ingediend door bijna 140 projecten, schepen en andere sites. Eén inspirerend voorbeeld toont hoe eenvoudig het soms kan zijn: door een fel fluorescerend label toe te voegen aan de veiligheidsspelden kunnen gebroken of gevallen spelden direct worden herkend. Zo krijgt het team op locatie de kans om actie te ondernemen voordat er iets losraakt.
DEME controleert de doeltreffendheid van zijn maatregelen voor gezondheid en veiligheid op het werk aan de hand van verschillende veiligheidsindicatoren. Die omvatten de wereldwijde frequentiegraad van letsels met werkverlet (LTIFR)-doelstelling van 0,20 en het wereldwijde QHSE-S Performance Dashboard van DEME.
| 2,00 | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1,60 | ||||||||
| 1,20 | 271 HIPO | |||||||
| 0,80 | DEME referentie- doelstelling | 0,20 | ||||||
| 0,40 | ||||||||
| 0,00 | 0,10 | Doelstelling | 2.266 incidenten |
| 269 Safety Success Stories | |||||||
| 167.368 | 469.936 | 2.052 | 3.829 | 16.622 | 13.570 | 3.344,0 | |
| deelname aan toolboxmeetings | tijdig gemelde incidenten | tijdig afgesloten acties | observaties | inspecties | incidentonder- zoeken | Incidenten | |
| Hijswerken 85 | Maritieme operaties 54 | Werken op hoogte 29 | Specifiek voor activiteitenlijn 20 | Andere activiteit/taak 15 | Gebruik van machines en uitrusting 14 | Warme werken 10 | Elektrische werken 8 |
Voor alle KPI's die zijn opgenomen in het wereldwijde QHSE-S Performance Dashboard, behalve de ‘Veiligheidsthermometer’, verschillen de reikwijdte en grenzen van de reikwijdte en grenzen van de CSRD.
DEME's Code voor ethiek en zakelijke integriteit geeft richtlijnen voor verantwoord ondernemen, met de nadruk op ethische beslissingen, transparantie, naleving van de wet en een respectvolle werkomgeving. De code geeft prioriteit aan eerlijke behandeling, gezondheid, veiligheid, milieubescherming en gegevensbescherming, en hanteert een nultolerantie voor corruptie en omkoping. Onze code is van toepassing op alle medewerkers, leidinggevenden, bestuurders en zakenpartners van DEME die dezelfde verbintenissen van aannemers, leveranciers en derden moeten waarborgen. DEME hanteert ook een wereldwijde due diligence-procedure voor derden, waarbij een risicogebaseerde methode wordt gebruikt om te screenen op sancties, omkoping en corruptierisico's.
Doeltreffend talentbeheer is een belangrijk onderdeel van onze organisatiestrategie. Bij DEME trekken we het beste talent in de industrie aan, ontwikkelen we het en behouden we het. Wij zijn gericht op groei en stimuleren levenslange carrières ondersteund door permanent leren. Wij creëren en communiceren een duidelijk imago van DEME als favoriete werkgever om de beste mensen aan te trekken, te behouden en te betrekken die onze visie en waarden delen, om zo bij te dragen aan onze algemene prestaties en groei. Om ervoor te zorgen dat ons personeel over de kennis en vaardigheden beschikt om te presteren overeenkomstig onze organisatorische behoeften en ambities, bieden we een brede waaier aan opleidingsmogelijkheden. Ook stimuleren we een inclusieve cultuur waarin alle medewerkers zich gewaardeerd en ondersteund voelen. Om het professionele niveau van onze medewerkers op peil te houden en te verhogen, organiseren we opleidingsprogramma's van hoge kwaliteit.# Duurzaamheidstraject DEME
Naast de drie materiële thema's van DEME - energietransitie, broeikasgasemissies en gezondheid en veiligheid op het werk - belicht DEME nog twee andere relevante thema's: verantwoord ondernemen en talentbeheer. Hoewel deze thema's niet geklasseerd zijn als materiële thema's, worden ze door DEME erkend als relevante ESG-overwegingen.
Meer informatie over de EU-taxonomie is te vinden in hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen. De EU-taxonomie is een classificatiesysteem waarbij een lijst met ecologisch duurzame economische activiteiten wordt opgesteld met als doel duurzame investeringen op te drijven. DEME is er trots op dat een groot deel van zijn omzet en CapEx is afgestemd op de EU-taxonomie. De EU-taxonomie definieert en bepaalt de criteria waaraan activiteiten moeten voldoen om in aanmerking te komen en te worden afgestemd. In aanmerking komende activiteiten kunnen afgestemde activiteiten worden wanneer ze voldoen aan strenge criteria om hun bijdrage aan één van de zes doelstellingen te beoordelen, en wanneer ze geen significante schade toebrengen aan de andere milieudoelstellingen. Deze beoordeling wordt uitgevoerd op de omzet, CapEx en OpEx van DEME. Omwille van de taxonomie-definitie van OpEx en het businessmodel van DEME wordt OpEx als immaterieel beschouwd. Van de omzet van DEME is 42% afgestemd, van zijn CapEx 46%. Offshore windenergie, spoorweginfrastructuur en vanaf 2024 de sanering van vervuilde sites, alsook de recyclage van bodem en sedimenten, hebben bijgedragen tot onze in aanmerking komende en afgestemde KPI's. Hieruit blijkt dat DEME sterk investeert in een duurzamere toekomst en dat ook zal blijven doen. In de onderstaande grafiek geven we een overzicht van de prestaties van DEME als groep op de belangrijkste maatstaven van de EU-taxonomie.
| 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Omzet | 45% | 52% | 52% |
| CapEx |
In aanmerking komend
Afgestemd
DEME voldoet aan de internationale en lokale wettelijke voorschriften, maar streeft er steeds naar om aan hogere normen te voldoen dan enkel aan de verplichte vereisten. DEME beschikt over een ISO-groepscertificaat met meer dan 50 entiteiten. Alle gecertificeerde entiteiten voldoen aan de volgende normen:
Daarnaast zijn er lokale certificaten, zoals:
De duurzaamheidsprestaties van DEME werden beoordeeld door meerdere ESG-analisten. De ESG-ratings geven de duurzaamheidsprestaties van een bedrijf aan op basis van publiek beschikbare informatie. In 2024 hebben we onze positie in de ESG-ratings in vergelijking met de voorgaande jaren gehandhaafd, zoals blijkt uit onderstaande tabel.
| Ratingschaal (1) | 2024 | 2023 | 2022 | Rangschikking per sector (2024) | Gemiddelde rating sector (2024) | Trend t.o.v. 2023 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| CDP (D<A) | B | B | B | - | C | Stabiel |
| EcoVadis (0<100) | Zilver (66) | Zilver (66) | Goud (71) | - | - | Stabiel |
| Sustainalytics (100<0) | 33,4 | 31,8 | 26.1 | 91 van 341 (Bouw en engineering) | Hoge blootstelling Sterk beheer | Stabiel |
| MSCI (CCC<AAA) | A | A | AA | Tussen top 60-27% (Bouw en engineering) | - | Stabiel |
(1) De scope is beperkt tot de activiteiten van het segment Offshore Energy.
(2) De Sustainalytics ESG-Rating geeft een lagere score aan bedrijven met minder blootstelling en beter beheer van hun ESG-risico's.
(3) De gegeven scores hebben betrekking op de scope van de CFE-groep vóór de afzonderlijke notering van DEME.
Overeenkomstig het Koninklijk Besluit van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt, moet DEME Group NV zijn Jaarverslag beschikbaar stellen voor het publiek. Dit verslag bevat:
De volledige versie van de jaarrekening van de moedermaatschappij wordt overeenkomstig de artikelen 3:10 en 3:12 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, samen met het Jaarverslag van de Raad van Bestuur en het verslag van de Commissaris neergelegd bij de Nationale Bank van België. De Commissaris heeft een goedkeurende verklaring afgegeven over de statutaire en geconsolideerde jaarrekening. We verwijzen naar het controleverslag in hoofdstuk 08. Bijlage - Controleverslagen van de Commissaris met betrekking tot de statutaire en geconsolideerde jaarrekeningen en duurzaamheidsverklaringen.
Overeenkomstig artikel 12, §2, 3° van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007 verklaren L. Vandenbulcke, Chief Executive Officer, en Stijn Gaytant, Chief Financial Officer dat, voor zover zij weten:
Het Jaarverslag, de volledige versies van de statutaire en geconsolideerde jaarrekeningen, de duurzaamheidsverklaring, alsook de verslagen van de Commissaris over deze jaarrekeningen zijn beschikbaar op de website (www.deme-group.com), en zijn op eenvoudig verzoek kosteloos verkrijgbaar op het volgende adres:
DEME Group NV – Investor Relations
Scheldedijk 30
2070 Beveren-Kruibeke-Zwijndrecht, België
Tel. +32 3 250 52 11
[email protected]
DEME Group NV hanteert de Belgische Corporate Governance Code (de ‘Code’) als referentiecode. De Code kan worden geraadpleegd op de website van de Commissie Corporate Governance (www.corporategovernancecommittee.be) en is gebaseerd op een ‘pas toe of leg uit’-systeem. De Commissie heeft op 9 mei 2019 een nieuwe (derde) versie van de Code gepubliceerd, die de versie van 12 maart 2009 vervangt, en die op 1 januari 2020 in werking is getreden.
Naar aanleiding van de Belgische Corporate Governance Code 2020 keurde de Raad van Bestuur van de Vennootschap de eerste versie van het Corporate Governance Charter goed op 29 juni 2022. Op 21 februari 2025 keurde de Raad van Bestuur de eerste wijziging van het Corporate Governance Charter goed om het in overeenstemming te brengen met de wet van 27 maart 2024 betreffende de digitalisering van het Ministerie van Justitie en diverse bepalingen, Verordening (EU) 2024/2809 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2024 tot wijziging van Verordeningen (EU) 2017/1129, (EU) nr. 596/2014 en (EU) nr. 600/2014 om openbare kapitaalmarkten in de Unie aantrekkelijker te maken voor bedrijven en de toegang tot kapitaal voor kmo’s te vergemakkelijken, en om de wijzigingen in de samenstelling van de Raad van Bestuur te weerspiegelen. Het Charter is beschikbaar in twee talen (Nederlands en Engels) op de website van de Vennootschap (www.deme-group.com/governance).
Dit hoofdstuk (‘Verklaring inzake deugdelijk bestuur’) bevat de informatie bedoeld in de artikelen 3:6, §2 en 3:32, §1, tweede lid, 7° van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen. Overeenkomstig de Code wordt in dit hoofdstuk specifiek aandacht besteed aan feitelijke informatie omtrent deugdelijk bestuur en worden eventuele afwijkingen van bepaalde bepalingen van de Code tijdens het afgelopen boekjaar toegelicht volgens het ‘pas toe of leg uit’-principe (comply or explain). De bestuursstructuur van DEME Group NV is monistisch en functioneert overeenkomstig de statuten van de Vennootschap en het Charter.# 110 VENNOOTSCHAPS- STRUCTUUR
Het bestuur van het bedrijf en het globale strategische management van het bedrijf zijn verankerd rond een robuuste bestuurs- en managementstructuur waarbij de Algemene Vergadering de Raad van Bestuur benoemt. De Raad van Bestuur draagt het dagelijks bestuur van het bedrijf over aan de Chief Executive Officer (CEO). De CEO wordt in de uitoefening van zijn bevoegdheden bijgestaan door het Executief Comité, dat een adviserende functie heeft (los van de Raad van Bestuur). Het Executief Comité wordt voorgezeten door de CEO, en is verantwoordelijk voor de bespreking van het algemeen management van de Vennootschap. De Raad van Bestuur heeft ook twee adviserende comités opgericht: een Auditcomité en een Remuneratiecomité. Beide comités zijn verantwoordelijk om specifieke zaken te onderzoeken en aanbevelingen aan de Raad van Bestuur te formuleren. De Raad van Bestuur als geheel fungeert als Benoemingscomité.
Situatie op 19 maart 2025
| Lid van de Raad | Vervaldatum mandaat aan einde van Algemene Vergadering | Voorzitter van Bestuur sinds | Start van mandaat gehouden in |
|---|---|---|---|
| Luc Bertrand | 2026 | 2022 | 2022 |
| Bestuurders | |||
| Tom Bamelis | 2026 | 2022 | |
| John-Eric Bertrand | 2026 | 2022 | |
| Karena Cancilleri (1) | 2027 | 2023 | |
| Piet Dejonghe | 2026 | 2022 | |
| Pas de Mots BV, vast vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt (1) | 2026 | 2022 | |
| Gaëlle Hotellier (1) | 2028 | 2024 | |
| Koen Janssen | 2026 | 2022 | |
| Christian Labeyrie | 2026 | 2022 | |
| Marieke Schöningh (1) | 2028 | 2024 | |
| Luc Vandenbulcke | 2026 | 2022 | |
| Secretaris | |||
| Sofie Verlinden |
(1) voldoet aan de onafhankelijkheidscriteria voor onafhankelijke bestuurders beschreven in artikel 3.5 van de Code.
Niet-uitvoerend bestuurder (°1951, Belg)
Opleiding
BSc/Handelsingenieur (1974), KU Leuven, België
Ervaring/Loopbaan
Dhr. Bertrand startte zijn loopbaan bij Bankers Trust als Vice-President en Regional Sales Manager, Northern Europe. Sinds 1985 is hij bestuurder bij Ackermans & van Haaren, waar hij financieel directeur werd in 1986 en voorzitter van het Executief Comité was van 1990 tot 2016.
Overige bestuurstaken
Voorzitter van de Raad van Bestuur van Ackermans & van Haaren, CFE en SIPEF, en JM Finn
Bestuurder van Verdant Bioscience
Stichtend lid van Guberna, een Belgisch instituut dat goed bestuur stimuleert
Voorzitter van Instituut de Duve en van Middelheim Promoters
Lid van tal van andere raden van bestuur van verenigingen zonder winstoogmerk en publieke instellingen, zoals het museum Mayer van den Bergh en Europalia
Specifieke ESG-kwalificaties
Dhr. Bertrand heeft uitvoerige expertise op het vlak van corporate governance en principes. Als lid van verschillende Executieve Comités is hij goed thuis in risicobeheer en interne controlesystemen.
Niet-uitvoerend bestuurder (°1966, Belg)
Opleiding
BSc/Master Handelsingenieur (1988), KU Leuven, België
Master in financieel management (1991), VLEKHO, België
Ervaring/Loopbaan
Dhr. Bamelis vervoegde Touche Ross (nu Deloitte) en later Groupe Bruxelles Lambert. Daarna vervoegde hij Ackermans & van Haaren in 1999.
Overige bestuurstaken
Lid van het Executief Comité en CFO van Ackermans & van Haaren
Lid van de Raad van Bestuur van o.a. Delen Private Bank, SIPEF, Turbo’s Hout Group, Van Moer Logistics en EMG
Specifieke ESG-kwalificaties
Als lid van het investeringsteam van Ackermans & van Haaren, neemt dhr. Bamelis deel aan continue opleidingen om ESG-risico's en -kansen te identificeren, en blijft hij op de hoogte van de ESG-regelgeving. Hij is ook lid van het ESG-stuurcomité en evalueert en adviseert Ackermans & van Haaren over strategische ESG-prioriteiten en -vooruitgang.
Niet-uitvoerend bestuurder (°1977, Belg)
Opleiding
BSc/Master Handelsingenieur (2002), UCL Louvain, België
MSc in International Management (2002), CEMS
MBA (2006), INSEAD, Fontainebleau, Frankrijk
Ervaring/Loopbaan
Dhr. Bertrand startte zijn carrière bij Deloitte en Roland Berger Strategy Consultants. Hij vervoegde Ackermans & van Haaren als investment manager in 2008.
Overige bestuurstaken
Co-CEO van Ackermans & van Haaren
Lid van de Raad van Bestuur van Bank J. Van Breda & C°, Delen Private Bank, Sagar Cements, Axe Investments en Venturi Partners
Voorzitter van de Raad van Bestuur van onder meer Agidens
Lid van de Raad van Bestuur van Finasucre
Lid van de Raad van Bestuur van de Foundation Louvain (UCL) en Voka VZW
Specifieke ESG-kwalificaties
Als lid van het investeringsteam van Ackermans & van Haaren, neemt dhr. Bertrand deel aan continue opleidingen om ESG-risico's en -kansen te identificeren, en blijft hij op de hoogte van de ESG-regelgeving. Hij is ook lid van de ESG-stuurgroep, en volgt de strategische prioriteiten en vooruitgang van Ackermans & van Haaren op en adviseert hierover.
Onafhankelijk bestuurder (°1967, Italiaans)
Opleiding
Master in scheikunde (1991), Universiteit van Turijn, Italië
MBA (2004), Strathclyde Graduate Business School of Glasgow, VK
Ervaring/Loopbaan
Mevr. Cancilleri heeft meer dan 30 jaar ervaring in de chemische, textiel- en metaalindustrie in zowel private equity, beursgenoteerde en familiebedrijven.
Overige bestuurstaken
President-Foundry Technologies bij Vesuvius Plc
Ze bekleedde voordien de functie van Vice President-Engineered Products bij Beaulieu International Group NV, Director-Hygiene Products bij FiberVisions Corp., Business Manager bij Kraton Polymers LLC en Sales Manager bij Shell Chemicals LP
Vanaf 1 april 2025 zal ze de functie opnemen van Executive Vice President Battery Materials bij Umicore
Specifieke ESG-kwalificaties
Lid van het group Executive Committee van Vesuvius en lid van het ESG-stuurcomité.
Niet-uitvoerend bestuurder (°1966, Belg)
Opleiding
Master in de Rechten (1989), KU Leuven, België
Master in management (1990), KU Leuven, België
MBA (1993), INSEAD
Ervaring/Loopbaan
Dhr. Dejonghe werkte als advocaat voor Loeff Claeys Verbeke (nu A&O Shearman) en als consultant bij BCG. Hij vervoegde Ackermans & van Haaren als investment manager in 1995.
Overige bestuurstaken
Co-CEO van Ackermans & van Haaren
Lid van de Raad van Bestuur van o.a. CFE, Delen Private Bank, Bank J. Van Breda, JM Finn, Nextansa en V.Group.
Specifieke ESG-kwalificaties
Als lid van het investeringsteam van Ackermans & van Haaren, neemt dhr. Dejonghe deel aan continue opleidingen om ESG-risico's en -kansen te identificeren, en blijft hij op de hoogte van de ESG-regelgeving. Hij is ook lid van het ESG-stuurcomité en evalueert en adviseert Ackermans & van Haaren over strategische ESG-prioriteiten en -vooruitgang.
Onafhankelijk bestuurder (°1974, Belg)
Opleiding
Master in toegepaste economische wetenschappen, Universiteit Antwerpen, België
Ervaring/Loopbaan
Mevr. Geirnaerdt begon haar loopbaan bij PwC. Daarna stapte ze over naar Solvus Resource Group, waar ze de functie van corporate controller bekleedde. Nadat Solvus Resource Group werd overgenomen door USG People NV, werd ze benoemd tot bestuurder van het Belgische Shared Services Center en vervolgens in 2010 tot Chief Financial Officer in Nederland. Na nog een overname werd ze in 2016 benoemd tot global CFO van Recruit Global Staffing. Van mei 2019 tot november 2021 was mevr. Geirnaerdt CFO van Bpost Group. Ze was ook bestuurder, voorzitter van het Risicocomité en lid van het Auditcomité van Bpost Bank. Sedert juli 2022 is mevr. Geirnaerdt Group CFO van House of HR.
Overige bestuurstaken
Group CFO van House of HR
Lid van de Raad van Bestuur en voorzitter van het Auditcomité van H.Essers
Specifieke ESG-kwalificaties
Lid van het ESG-Comité van House of HR.
(1) Verwijzingen in dit Jaarverslag naar ‘Leen Geirnaerdt’ moeten worden geïnterpreteerd als Pas de Mots BV, vast vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt.
Onafhankelijk bestuurder (°1972, Frans)
Opleiding
Diploma organisatie- en productiemanagement (1991), IUT Annecy, Frankrijk
Diplôme technique européen (1992) IUT Annecy, Frankrijk (1992)
MBA (1993), Texas Tech University, VS (1993)
Ervaring/Loopbaan
Mevr. Hotellier heeft een trackrecord in management van meer dan 25 jaar in verschillende industrietakken. Ze is een ervaren bestuurder met een sterke technische achtergrond. Tot juni 2023 was ze niet-uitvoerend bestuurder en voorzitter van het Remuneratiecomité van Dialight. Mevr. Hotellier maakt momenteel de overstap van haar COO-rol van Krohne Group. Vóór Krohne werkte ze 20 jaar bij Siemens.
Overige bestuurstaken
COO van Krohne Group (tot oktober 2024)
Daarvoor was ze lid van de Raad van Toezicht bij Berthold Vollers GmbH, Siemens Industriegetriebe GmbH en Dialight plc.
Specifieke ESG-kwalificaties
Voortdurende aandacht voor ESG- risico's en -kansen in verschillende bestuursfuncties, o.a. voorzitter van het Remuneratiecomité bij Dialight, lid van de Executive Board van de Industriële groepering van de gemeenschappelijke onderneming brandstofcellen en waterstof (PPP) en van de Global Diversity and Inclusion Council van Siemens Energy AG (bestuursniveau).
Niet-uitvoerend bestuurder (°1970, Belg)
Opleiding
Burgerlijk ingenieur ,(1993), KU Leuven, België
MBA (1994), IEFSI, Frankrijk
Ervaring/Loopbaan
Dhr. Janssen werkte bij Recticel, ING Investment Banking en ING Private Equity, voor hij in 2001 Ackermans & van Haaren vervoegde als investment manager. Naast DEME is hij lid van de Raad van Bestuur van o.a. Green Offshore, Deep C holding, CFE, BSTOR en Biolectric.# 05 — Corporate governance en risicobeheer
Niet-uitvoerend bestuurder (°1956, Frans)
Opleiding
Afgestudeerd aan HEC, de Escuela Superior de Administración de Empresas (Barcelona) en aan de McGill University (Canada)
DECS-diploma (advanced accounting degree)
Ervaring/Loopbaan
Voor hij in 1990 bij VINCI in dienst trad, bekleedde hij verschillende functies in de groepen Rhône-Poulenc en Schlumberger. Hij is onder meer lid van het directiecomité van de VINCI groep en van de Raad van Toezicht van VINCI Deutschland. Hij is ook vaste vertegenwoordiger van VINCI Innovation in de Raad van Bestuur van ASF en voorzitter en bestuurder van VINCI RE. Hij is bestuurder van Arcour, Consortium Stade de France, SMABTP, Lima Expesa (Limex), COBRA Servicios en Renewable Projects Management Ventures S.I., en manager van SCCV CESAIRE-LES GROUES en SCCV HEBERT-LES GROUES.
Overige bestuurstaken
Executive Vice-President en Chief Financial Officer van de VINCI-groep en lid van VINCI’s directiecomité
Specifieke ESG-kwalificaties
Dhr. Labeyrie heeft een uitgebreide ervaring op het vlak van strategie en risicobeheer. Als CFO van VINCI neemt hij deel aan alle vergaderingen van het strategisch comité van de Raad van Bestuur van VINCI, dat het ESG-beleid en de ESG-realisaties valideert. Hij is ook een permanent lid van het Auditcomité van VINCI, dat belast is met het actieve toezicht op de implementatie van ESG-regelgeving.
Onafhankelijk bestuurder (°1963, Nederlands)
Opleiding
MSc in Wetenschapseconomie (1988), Erasmus Universiteit Rotterdam, Nederland.
MBA (1989), INSEAD, Fontainebleau, Frankrijk
Ervaring/Loopbaan
Mevr. Schöningh heeft meer dan 30 jaar ervaring, voornamelijk in industrietakken met zware investeringsuitgaven maar ook in logistieke distributie. Momenteel is zij COO en lid van de Raad van Bestuur van ProRail en lid van de Raad van Toezicht van TKH Group. Eerder was ze lid van de Raad van Toezicht bij Delta NV en Zuyd Hogeschool. Daarnaast was ze COO en lid van de Raad van Bestuur bij SHV Energy, COO bij DSM Sinochem Pharmaceuticals en bekleedde ze diverse andere functies binnen de DSM Group.
Overige bestuurstaken
COO en lid van de Raad van Bestuur van ProRail
Lid van de Raad van Toezicht bij TKH Group
Eerder was ze lid van de Raad van Toezicht bij Delta NV en bij Zuyd Hogeschool
Specifieke ESG-kwalificaties
Als lid van de Raad van Bestuur van ProRail NV en van de Raad van Toezicht van TKH, neemt mevr. Schöningh deel aan continue opleidingen om ESG-risico's en -kansen te identificeren, en blijft ze op de hoogte van de ESG-regelgeving.
Uitvoerend bestuurder; CEO (°1971, Belg)
Opleiding
Studeerde af als burgerlijk ingenieur (1994), KU Leuven, België
Master na Master als Maritiem Ingenieur (1996) aan de Polytechnische Universiteit van Catalonië in Barcelona, Spanje.
Ervaring/Loopbaan
Dhr. Vandenbulcke begon zijn loopbaan in 1998 als Project Engineer voor Hydro Soil Services, dat een onderdeel was van DEME. In zijn volgende functies werkte hij aan projecten in verschillende Europese landen. Hij is de oprichter en CEO van GeoSea NV (het huidige DEME Offshore Holding NV), een pionier in de bouw van offshore windmolenparken, waardoor DEME wereldwijd de grootste offshore windaannemer is geworden. Op 1 januari 2019 werd dhr. Vandenbulcke CEO van NV.
Specifieke ESG-kwalificaties
Voorzitter van de Duurzaamheidsraad van DEME
Mevr. Kerstin Konradsson heeft vrijwillig ontslag genomen als bestuurder van DEME vanaf de Jaarlijkse Algemene Vergadering van 15 mei 2024. Mevr. Gaëlle Hotellier en mevr. Marieke Schöningh werden op de Jaarlijkse Algemene Vergadering van 15 mei 2024 benoemd tot onafhankelijke bestuurders van de Raad van Bestuur voor een periode van vier (4) jaar tot de sluiting van de Jaarlijkse Algemene Vergadering in 2028.
In 2024 kwam de Raad van Bestuur acht keer bijeen om te beraadslagen over belangrijke strategische kwesties, om de duurzame ontwikkeling en de conformiteit van de organisatie te verzekeren:
Volledigheidshalve dient vermeld te worden dat de leden van het Executief Comité, en ook de Strategic Operations Director en de Chief Legal Officer de vergaderingen van de Raad van Bestuur bijwonen.
8 vergaderingen | 94% aanwezigheid
| Aanwezigheid (1) | Aantal vergaderingen |
|---|---|
| Luc Bertrand | 8/8 |
| Tom Bamelis | 8/8 |
| John-Eric Bertrand | 8/8 |
| Karena Cancilleri | 7/8 |
| Piet Dejonghe | 8/8 |
| Leen Geirnaerdt | 8/8 |
| Gaëlle Hotellier | 5/5 |
| Koen Janssen | 8/8 |
| Kerstin Konradsson | 0/3 |
| Christian Labeyrie | 7/8 |
| Marieke Schöningh | 5/5 |
| Luc Vandenbulcke | 8/8 |
(1) In 2024 werden drie vergaderingen van de Raad van Bestuur gehouden toen Kerstin Konradsson nog een mandaat als bestuurder had, en sinds de benoemingen van mevr. Hotellier en mevr. Schöningh vonden er vijf vergaderingen van de Raad van Bestuur plaats.
| Lid | Functie | Lid van het ExCo sedert |
|---|---|---|
| Luc Vandenbulcke | CEO | 2019 |
| Hugo Bouvy | Managing Director Offshore Energy | 2019 |
| Stijn Gaytant | Chief Financial Officer | 2024 |
| Christopher Iwens | Managing Director Dredging | 2023 |
| Eric Tancré | Managing Director Dredging/ Managing Director Infra | 2019 |
CEO; Uitvoerend bestuurder (°1971, Belg)
CEO en lid van het Executief Comité sedert 2019
Opleiding
Studeerde af als burgerlijk ingenieur (1994), KU Leuven, België
Master na Master als Maritiem Ingenieur (1996) aan de Polytechnische Universiteit van Catalonië in Barcelona, Spanje
Ervaring/Loopbaan
Dhr. Vandenbulcke begon zijn loopbaan in 1998 als Project Engineer voor Hydro Soil Services, een onderdeel van DEME. In zijn volgende functies werkte hij aan projecten in verschillende Europese landen. Hij is de oprichter en CEO van GeoSea NV (het huidige DEME Offshore Holding NV), een pionier in de bouw van offshore windmolenparken, waardoor DEME wereldwijd de grootste offshore windaannemer is geworden. Op 1 januari 2019 werd dhr. Vandenbulcke CEO van DEME.
Managing Director Offshore Energy (°1970, Nederlands)
Lid van het Executief Comité sedert 2019
Opleiding
Afgestudeerd als burgerlijk ingenieur, Technische Universiteit Delft, Nederland
Msc in Offshore & Dredging Engineering, Technische Universiteit Delft, Nederland
Ervaring/Loopbaan
Dhr. Bouvy begon zijn loopbaan als Installation and Project Engineer in de Golf van Mexico. Daarna was hij Area Manager voor het segment DEME Dredging in het Indiase subcontinent en in het Midden-Oosten. In 2011 werd hij lid van het DEME Management Team en bestuurder van verschillende entiteiten binnen DEME Group NV.# Stijn Gaytant
CFO (°1971, Belg)
Lid van het Executief Comité sedert 2024
Opleiding
Handelsingenieur, met specialisatie economie en strategie (2001), KU Leuven, België
Managementprogramma’s - INSEAD en Vlerick
Ervaring/Loopbaan
Met ingang van mei 2024 werd Stijn Gaytant benoemd tot CFO van DEME Group NV en werd hij lid van het Executief Comité. Met zijn meer dan twee decennia lange succesvolle ervaring bij DEME heeft Stijn een diepgaand inzicht verworven in de activiteiten via verschillende expert- en leidinggevende functies over tal van projecten, segmenten en regio's heen. Voordat hij officieel tot CFO werd benoemd, werd Stijn in 2013 Head of Finance voor DEME's activiteiten in de regio Azië-Pacific, waar hij de verdere wereldwijde uitbreiding van DEME Offshore superviseerde. Hij hield ook toezicht op en beheerde grootschalige projecten zoals Wheatstone in Australië en TTP1 in Singapore.
Managing Director Dredging (°1968, Belg)
Lid van het Executief Comité sedert 2023
Opleiding
MSc Environmental Sanitation (1992), UGent, België
Ervaring/Loopbaan
Dhr. Iwens begon zijn professionele reis in de milieusector voordat hij in 1997 bij DEME in dienst trad. Na verschillende operationele managementfuncties op projecten in België, Afrika en Duitsland, gaf hij leiding aan de expansie van DEME op het vlak van baggerwerken en offshore hernieuwbare energie in Duitsland en Noord-Europa in verschillende managementfuncties en als directeur van een aantal dochterondernemingen binnen DEME Group NV. In 2020 werd hij Area Director voor Asia Pacific en lid van het DEME Management Team. In 2023 werd hij benoemd tot Managing Director Dredging en werd hij lid van het Executief Comité.
Managing Director Dredging
Managing Director Infra (°1960, Belg)
Lid van het Executief Comité sedert 2019
Opleiding
Studeerde af als burgerlijk ingenieur (1983), UCLouvain, België
Ervaring/Loopbaan
Nadat hij in 1983 afstudeerde als burgerlijk ingenieur aan de UCLouvain, was dhr. Tancré korte tijd assistent- professor aan dezelfde universiteit voor hij in dienst trad bij FRANKI SA. In 1993 begon hij te werken voor DEME in de dochteronderneming Ecoterres SA, als Operations Manager. In 2000 werd hij Area Manager van Noord-Europese landen bij Dredging International NV. In 2006 werd hij lid van het Management Team en in 2018 werd hij benoemd tot Area Director van Europa en General Manager van de Infra-activiteiten van DEME.
DEME Jaarverslag 2024
Zoals gepland heeft mevr. Els Verbraecken vrijwillig ontslag genomen als CFO van DEME vanaf 15 mei 2024, en werd ze opgevolgd door dhr. Stijn Gaytant, die ook lid werd van het Executief Comité vanaf 1 juli 2024.
Het Executief Comité heeft een adviserende functie (afzonderlijk van de Raad van Bestuur). Het is verantwoordelijk voor de bespreking van de algemene leiding van de Vennootschap, en staat de CEO bij in de uitoefening van zijn bevoegdheden. Het Executief Comité komt gewoonlijk tweemaal per maand bijeen. Volledigheidshalve moet worden vermeld dat de Strategic Operations Director en de Chief Human Resources Officer de meeste vergaderingen van het Executief Comité bijwonen.
| Aanwezigheid |
|---|
| Luc Vandenbulcke 20/20 |
| Hugo Bouvy 20/20 |
| Stijn Gaytant 9/9 |
| Christopher Iwens 18/20 |
| Eric Tancré 20/20 |
| Els Verbraecken 9/9 |
| Inhoud |
|---|
| 7 vergaderingen in 2024 |
| 90% aanwezigheids- graad |
In zijn taak om de strategie en het dagelijks bestuur van de onderneming te sturen, wordt het Executief Comité van DEME bijgestaan door het DEME Management Team. Het Management Team komt 7 keer per jaar bijeen.
Situatie op 19 maart 2025
| Inhoud |
|---|
| 5 leden |
| 5 vergaderingen in 2024 |
| 95% aanwezigheids- graad |
| 2/5 onafhankelijke bestuurders |
| 2/5 of 40% zijn vrouwen |
Het Auditcomité rapporteert aan de Raad van Bestuur en focust op de voorbereiding van het Jaarverslag en de geconsolideerde jaarrekening en de duurzaamheidsverklaringen. In deze rol houdt het Auditcomité toezicht op de onderwerpen van de financiële rapportering, de interne controle en het risicobeheer en de interne en externe audits.
Situatie op 19 maart 2025
Tom Bamelis, Christian Labeyrie, Leen Geirnaerdt en Marieke Schöningh beschikken over de vereiste expertise op het vlak van boekhouding en audit, zoals blijkt uit hun biografieën.
De CFO, de Group Finance Directors en de Internal Audit Director woonden alle reguliere vergaderingen bij. Afhankelijk van de agenda en indien nodig namen andere vertegenwoordigers van DEME deel aan de vergaderingen, met inbegrip van de leden van het DEME Management Team, het Finance Team en de afdeling Investor Relations van de groep. De externe Commissaris van de groep wordt op elke vergadering uitgenodigd. Voorafgaand aan de vergadering van het Auditcomité ontvingen de leden van het Auditcomité de beschikbare en respectievelijke (niet-)financiële verslagen.
De onderstaande samenvatting geeft een overzicht van de onderwerpen die werden besproken tijdens de vergaderingen van het Auditcomité in 2024:
Het Auditcomité bracht uitvoerig verslag uit over de resultaten van elke vergadering aan de Raad van Bestuur.
| Aanwezigheid |
|---|
| Tom Bamelis 5/5 |
| Leen Geirnaerdt 5/5 |
| Koen Janssen 5/5 |
| Christian Labeyrie 5/5 |
| Marieke Schöningh (1) 1/2 |
| (1) Mevr. Schöningh werd benoemd als lid van het Auditcomité na de Algemene Vergadering van 15 mei 2024, en heeft sindsdien 1 vergadering van het Auditcomité bijgewoond. |
| Inhoud |
|---|
| 5 vergaderingen |
| 95% aanwezigheid |
| 3 leden |
| 2 vergaderingen in 2024 |
| 83% aanwezigheids- graad |
| 2/3 onafhankelijke bestuurders |
| 2/3 of 67% zijn vrouwen |
Het Remuneratiecomité adviseert de Raad van Bestuur over de bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en het Executief Comité.
Het Remuneratiecomité kwam twee keer bijeen in 2024. De Chief Executive Officer, de Chief Financial Officer en de Chief Human Resources Officer van DEME Group NV hebben alle vergaderingen van het Remuneratiecomité bijgewoond, net als dhr. John-Eric Bertrand, niet-uitvoerend bestuurder.
Het aandelenoptieplan ondersteunt de invoering van een incentive op lange termijn in de bezoldiging van de leden van het Executief Comité en van het Management Team van DEME.
Aanwezigheidsgraad Remuneratiecomité
| Aanwezigheid |
|---|
| Luc Bertrand 2/2 |
| Karena Cancilleri 2/2 |
| Gaëlle Hotellier (1) 1/1 |
| Kerstin Konradsson 0/1 |
(1) In 2024 is er één vergadering van het Remuneratiecomité gehouden toen mevr. Konraddson nog bestuurder was, en sedert de benoeming van mevr. Hotellier heeft er één vergadering van het Remuneratiecomité plaatsgevonden.
Zoals vermeld in het Corporate Governance Charter van DEME werd de rol van het Benoemingscomité waargenomen door de Raad van Bestuur. Het Benoemingscomité streeft ernaar het benoemingsproces objectief en professioneel te laten verlopen. In maart 2024 besliste de Raad van Bestuur, in de rol van Benoemingscomité, om Gaëlle Hotellier en Marieke Schöningh voor te dragen als onafhankelijke bestuurders van de Vennootschap, en dit voorstel voor te leggen aan de Jaarlijkse Algemene Vergadering van 15 mei 2024.
Ons governancemodel inzake duurzaamheid focust op twee kernelementen:
Een beschrijving van deze strategie is te vinden in hoofdstuk 04. Duurzaamheidstraject en hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen en op de website en het investeerdersportaal van DEME.
Het Sustainability Team werkt volgens een geformaliseerde en gestructureerde procedure om deliverables rond duurzaamheid en beleidslijnen voor te bereiden. Dit proces zorgt voor consistentie, transparantie en afstemming op wettelijke vereisten en verwachtingen van de stakeholders. De verantwoordelijkheden met betrekking tot duurzaamheidsimpacts, risico's en kansen worden vastgelegd en geschetst in verschillende deliverables voor elk domein, zoals hierna samengevat:
Om te zorgen voor een goed overzicht van de impactrisico's en -kansen met betrekking tot duurzaamheidskwesties, wordt de volgende governancestructuur toegepast. Hier beschrijven we in detail de respectievelijke rollen en verantwoordelijkheden in dit governanceproces:
De Raad van Bestuur en/of het Executief Comité (i) beoordeelt wijzigingen in duurzaamheidsgerelateerde aspecten van de strategie en het businessmodel en (ii) identificeert en beoordeelt materiële risico's, kansen en impacts.
Organisatie & frequentie van vergaderingen
Belangrijkste doelstellingen met betrekking tot ESG-kwesties & frequentie van ESG-gerelateerde gesprekken
Als onderdeel van het bestuurskader speelt het Auditcomité een cruciale rol bij het beoordelen van Duurzaamheidsverklaringen of nieuwe deliverables in verband met duurzaamheid. Na een grondige evaluatie geeft het comité aanbevelingen ter goedkeuring. Deze aanbevelingen worden vervolgens voorgelegd aan de Raad van Bestuur, die een vastgelegde goedkeuringsprocedure volgt om de verklaringen af te ronden. Dit gestructureerde proces is ook van toepassing op de goedkeuring van belangrijke bedrijfsdocumenten, met inbegrip van het Jaarverslag en de persberichten met halfjaarresultaten of resultaten voor het volledige jaar met updates over de vooruitgang op het vlak van ESG. De Raad van Bestuur volgt een vastgelegd tijdschema en protocol om deze documenten te beoordelen en goed te keuren, zodat afstemming op de strategische doelstellingen en nalevingsvereisten gewaarborgd is.
Organisatie en frequentie van vergaderingen
Belangrijkste doelstellingen met betrekking tot ESG-kwesties
Organisatie
DEME's Duurzaamheidsraad werd opgericht door het Executief Comité om erover te waken dat er voldoende expertise in ESG en DEME's materiële thema's aanwezig is. De Duurzaamheidsraad is belast met het opstellen, beheren en opvolgen van deze belangrijke ESG-onderwerpen. De Duurzaamheidsraad wordt voorgezeten door de CEO, en ondersteund en gecoördineerd door de Sustainability Director. De leden van de Duurzaamheidsraad worden hierna opgelijst, en omvatten onder andere leden van het Executief Comité van DEME en zijn CEO.
Voorzitter van de Duurzaamheidsraad
Overige leden
Doelstellingen
De Duurzaamheidsraad zorgt voor regelmatige en consistente updates aan het Executief Comité, de CEO (beide vertegenwoordigd in de Duurzaamheidsraad) en de Raad van Bestuur. De Duurzaamheidsraad geeft advies over zowel strategische als operationele duurzaamheidsonderwerpen, om ervoor te zorgen dat beslissingen die hiermee verband houden in overeenstemming zijn met onze waarden, duurzaamheidsstrategie en doelstellingen.
Vergaderingen en frequentie
In 2024 vergaderde de Duurzaamheidsraad zeven maal om de prestaties van onze projectportfolio en de geboekte vooruitgang van onze strategische en operationele doelstellingen te evalueren.# Duurzaamheidsteam Organisatie
Het Duurzaamheidsteam werd opgericht door het Executief Comité om erover te waken dat er voldoende expertise aanwezig is in ESG en DEME's materiële thema's, dat er een toegewijde en consistente opvolging van ESG is, en om nieuwe initiatieven binnen dit domein te stimuleren. Het team bestaat uit specialisten met de nodige vaardigheden en achtergrond. Ze krijgen tal van opleidings- en trainingsmogelijkheden om te blijven bijdragen aan DEME's relevante ESG-thema's. De Raad van Bestuur en het Executief Comité maken gebruik van deze expertise door middel van regelmatige updates, gedetailleerde rapportering en overleg, wat geïnformeerde besluitvorming en strategisch toezicht in ESG-kwesties mogelijk maakt.
Het Duurzaamheidsteam heeft tal van ESG-gerelateerde opdrachten:
* Opvolgen van ontwikkelingen in de regelgeving met betrekking tot ESG
* Coördineren en opvolgen van de uitvoering van ESG-thema's
* Opvolgen en rapporteren van doelstellingen en KPI's met betrekking tot duurzaamheid
Het Duurzaamheidsteam is verantwoordelijk voor de integratie van duurzaamheid in DEME’s activiteiten. Onder leiding van de Sustainability Director van DEME stelt het team de agenda op en zorgt het voor de voorbereiding van de Duurzaamheidsraad.
Proceseigenaren zijn onder andere de zogenaamde ‘Duurzaamheidsambassadeurs’ binnen de segmenten, Programmaleiders binnen de ondersteunende diensten en Tender Single Point of Contacts (SPOC's) voor duurzaamheid ter ondersteuning van de verdere implementatie van de operationele duurzaamheidsdoelstellingen, -richtpunten en -maatregelen in de hele organisatie.
De follow-up, coördinatie en afstemming van de proceseigenaren wordt gedaan door het Duurzaamheidsteam.
DEME's governancestructuur inzake duurzaamheid garandeert een consistente opvolging op de verschillende stakeholderniveaus. Deze stakeholders volgen minstens één keer per jaar de ESG-KPI's en de jaarlijkse prestaties ten opzichte van de vooropgestelde doelstellingen op en bespreken de status, vooruitgang en volgende stappen voor specifieke materiële thema's. De onderstaande tabel geeft een overzicht van deze materiële thema's en hoe ze werden gepresenteerd aan de Raad van Bestuur en het Auditcomité, inclusief de frequentie waarmee deze thema's op de agenda staan.
| Toezichthoudend orgaan | ESG-onderwerpen | Type | Omgang met duurzaamheidskwesties | Frequentie |
|---|---|---|---|---|
| Raad van Bestuur | Energietransitie | Materiële impact | De toename van de wereldwijde vraag naar technologieën voor offshore hernieuwbare energie, de toenemende complexiteit van de technische en engineeringvereisten en uitdagingen in de sector | Elke vergadering |
| Materiële kans | Uitbreiding van onze offshore duurzame energieoplossingen wereldwijd, betreden van nieuwe markten, capaciteit van geïnstalleerde windturbines en offshore windparken, innovatieve oplossingen in een volwassen en veeleisende offshore energiemarkt | Elke vergadering | ||
| BKG-emissies | Materiële impact | Update over voortgang van doelstellingen voor BKG-emissiereductie | Tweemaal per jaar | |
| Koolstofarme brandstof versus aan duurzaamheid gekoppelde leningen | Prestatie-KPI | Elke vergadering | ||
| Materieel risico | Financiële effecten van overheidsregulering en -beleid met betrekking tot de reductie van BKG-emissies en de opmars van hernieuwbare brandstoffen | Tweemaal per jaar | ||
| Gezondheid en veiligheid op het werk | Materiële impact | Update over voortgang van veiligheidsprestaties en DEME’s doelstelling voor zijn veiligheidsthermometer, update over genomen acties voor de ontwikkeling van een preventiecultuur | Elke vergadering | |
| Auditcomité | Alle materiële ESG-onderwerpen | Materieel ESG-thema | Updaten van KPI's voor duurzaamheid en jaarlijkse prestaties ten opzichte van gestelde doelen, rapporteren van bevindingen van risicobeoordeling en interne controles | Eenmaal per jaar |
DEME is overtuigd van de positieve invloed van een personeels- en tewerkstellingsbeleid en praktijken die op diversiteit gebaseerd zijn, en streeft naar diversiteit in termen van eigenschappen en vaardigheden, door verschillende nationaliteiten, geslachten, leeftijden, perspectieven en achtergronden op te nemen. Daarom beschouwt DEME het aantrekken, ontwikkelen en begeleiden van getalenteerde medewerkers als een prioriteit. De samenstelling van onze Raad van Bestuur en ons Executief Comité weerspiegelt ook ons diversiteitsbeleid op het vlak van professionele achtergrond, vaardigheden en geslacht.
De Raad van Bestuur telt nu vier onafhankelijke bestuurders op 11 leden, wat het percentage onafhankelijke bestuurders op 36% brengt. Het totaal aantal vrouwelijke bestuurders bedraagt nu 4 op 11 leden, wat neerkomt op een vrouwelijke vertegenwoordiging van 36%, en de genderdiversiteit van de Raad van Bestuur van DEME verhoogt. Het internationale perspectief binnen de Raad van Bestuur wordt verzekerd door de aanwezigheid van vier nationaliteiten: Belgisch, Italiaans, Frans en Nederlands. De leeftijd van onze leden van de Raad van Bestuur ligt tussen de 47 en 73 jaar onder de leden die verkozen werden door de Jaarlijkse Algemene Vergadering. Onze leden van de Raad van Bestuur hebben verschillende opleidingsachtergronden (financiën, economie, ingenieurswetenschappen), met beroepservaring in verschillende industrieën, private equity, private investeringen en de academische wereld. Gedetailleerde beschrijvingen van de loopbaan van de individuele leden, met inbegrip van hun aanvullende uitvoerende rollen, onafhankelijkheid en bijdragen aan de competenties van de Raad van Bestuur, zijn te vinden in hun respectievelijke biografieën. Op het vlak van ESG hebben de leden van de Raad van Bestuur, met hun uiteenlopende achtergronden en expertise, samen aanzienlijke kennis bijgedragen aan de discussies over DEME's belangrijkste materiële thema's, zoals de BKG-emissies, de energietransitie en de gezondheid en veiligheid op het werk.
Dezelfde principes die worden toegepast op de Raad van Bestuur worden ook toegepast op het Auditcomité en het Remuneratiecomité. Diversiteit in leeftijd, geslacht, nationaliteit, opleiding en werkervaring worden gewaarborgd en in beide comités zetelen onafhankelijke bestuurders.
Wat de samenstelling van het Executief Comité betreft (zie Charter, punt 4.2), moet de Raad van Bestuur er eveneens op toezien dat de leden een diverse professionele achtergrond hebben en over complementaire vaardigheden beschikken. De Raad van Bestuur streeft ernaar dat de langetermijnvisie van DEME ondersteund wordt door kaderleden die de waarden van de onderneming actief uitdragen en in die zin bijdragen tot waardecreatie. Dit vertaalt zich onder meer in een voorkeur om aan getalenteerde medewerkers loopbaanmogelijkheden binnen de groep te bieden. Alle leden van het Executief Comité werden vanuit de groep benoemd op basis van hun persoonlijke verdiensten. Tor slot investeert DEME ook permanent in opleiding, ontwikkeling, loopbaanbegeleiding en retentie van personeelsleden. Dat gebeurt door een combinatie van verbreding en verdieping van kennis via opleidingsprogramma's, seminaries en workshops, loopbaanperspectieven binnen DEME en via een marktconform en competitief remuneratiebeleid.
DEME gebruikt een waaier van tools om transparantie, inclusiviteit en het welzijn van medewerkers te garanderen en ervoor te zorgen dat hun stem overal in de organisatie wordt gehoord, ook op het niveau van de Raad van Bestuur:
In het Charter (artikel 2.12 en 4.8) maakte de Raad van Bestuur zijn beleid bekend inzake transacties tussen DEME Group NV of een ermee verbonden vennootschap enerzijds, en leden van de Raad van Bestuur of het Executief Comité (of hun naaste familieleden) anderzijds, wat aanleiding kan geven tot een belangenconflict (al dan niet in de zin van het Wetboek van Vennootschappen). In 2024 hoefde geen enkele beslissing te worden genomen waarop dit beleid van toepassing was.
De Raad van Bestuur heeft zijn beleid inzake de voorkoming van marktmisbruik bekendgemaakt in het Charter (punt 7.3). Het Charter is in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014, betreffende marktmisbruik en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Richtlijnen 2003/124/EG, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie.
Het Charter van DEME Group NV voldoet aan de bepalingen van de Code (zoals toegepast in 2024), met uitzondering van de onderstaande punten:
De Jaarlijkse Algemene Vergadering wordt gehouden op de derde woensdag van mei om 14 uur. Dit jaar zal de Jaarlijkse Algemene Vergadering van de onderneming plaatsvinden op woensdag 21 mei 2025. De aandeelhouders kunnen de vergadering persoonlijk bijwonen, schriftelijke steminstructies geven of stemmen bij volmacht.
134
Het remuneratiebeleid van DEME beoogt marktconforme en billijke bezoldigingsniveaus en -componenten voor alle medewerkers in de landen waar ze worden tewerkgesteld/waar ze opdrachten uitvoeren. De remuneratiepraktijken van DEME weerspiegelen ook de verloningskaders en de gangbare marktpraktijken van de landen waarin het actief is.
DEME heeft drie grote groepen medewerkers in dienst: bedienden, (boord)bemanning en arbeiders.
Voor de leden van het Executief Comité worden de bezoldigingsniveaus gebenchmarkt met een referentiegroep van Europese topmanagers. Die benchmark bevat gegevens over de meest relevante talentenpool voor deze functies in het Executief Comité die werkzaam zijn in de industriële sector, met een gelijkwaardige complexiteit en internationale reikwijdte.
De bezoldigingscomponenten van de leden van het Executief Comité van DEME worden herzien en goedgekeurd door het Remuneratiecomité van DEME en door de Raad van Bestuur. Deze bezoldigingscomponenten bestaan uit:
In het kader van het aandelenoptieplan van DEME worden aandelenopties toegekend aan de leden van het Executief Comité (en van het Management Team), op aanbeveling van het Remuneratiecomité en goedgekeurd door de Raad van Bestuur, met de volgende kenmerken:
05 — Corporate governance en risicobeheer
DEME Jaarverslag 2024
135
De bezoldiging van de Raad van Bestuur van DEME, inclusief de niet-uitvoerende bestuurders en exclusief de CEO van DEME, bestaat uit een jaarlijkse vaste component, aangevuld met een vergoeding voor elke bijgewoonde vergadering en een eventuele dekking van de internationale reiskosten.
Deze structuur geldt ook voor de leden van het Auditcomité en het Remuneratiecomité van DEME:
Raad van Bestuur (in euro)
| Jaarlijkse vergoeding | Aanwezigheidsvergoeding | Internationale Reisvergoeding | |
|---|---|---|---|
| Voorzitter van de Raad van Bestuur | 100.000 | 2.500 | - |
| Niet-uitvoerend bestuurder | 50.000 | 2.500 | - |
| Onafhankelijk bestuurder | 50.000 | 2.500 | 2.500 |
Auditcomité (in euro)
| Jaarlijkse vergoeding | Aanwezigheidsvergoeding | Internationale Reisvergoeding | |
|---|---|---|---|
| Voorzitter van het Auditcomité | 10.000 | 2.500 | - |
| Lid van het Auditcomité | 7.500 | 2.500 | - |
Remuneratiecomité (in euro)
| Jaarlijkse vergoeding | Aanwezigheidsvergoeding | Internationale Reisvergoeding | |
|---|---|---|---|
| Voorzitter van het Remuneratiecomité | 7.500 | 2.500 | - |
| Lid van het Remuneratiecomité | 5.000 | 2.500 | - |
136
Dit verslag heeft betrekking op de vergoeding van de Raad van Bestuur van DEME voor 2024
Raad van Bestuur
Raad van Bestuur (1) (in euro)
| Jaarlijkse vergoeding | Aanwezigheidsvergoeding | |
|---|---|---|
| Luc Bertrand | Voorzitter van de Raad | 100.000 |
| Tom Bamelis | Niet-uitvoerend bestuurder | 50.000 |
| John-Eric Bertrand | Niet-uitvoerend bestuurder | 50.000 |
| Karena Cancilleri | Onafhankelijk bestuurder | 50.000 |
| Piet Dejonghe | Niet-uitvoerend bestuurder | 50.000 |
| Leen Geirnaerdt | Onafhankelijk bestuurder | 50.000 |
| Gaëlle Hotellier | Onafhankelijk bestuurder | 25.000 |
| Koen Janssen | Niet-uitvoerend bestuurder | 50.000 |
| Kerstin Konradsson | Onafhankelijk bestuurder | 25.000 |
| Christian Labeyrie | Niet-uitvoerend bestuurder | 50.000 |
| Marieke Schöningh | Onafhankelijk bestuurder | 25.000 |
| Luc Vandenbulcke | Uitvoerend bestuurder | - |
Auditcomité (1) (in euro)
| Jaarlijkse vergoeding | Aanwezigheidsvergoeding | |
|---|---|---|
| Tom Bamelis | Voorzitter van het Auditcomité | 10.000 |
| Leen Geirnaerdt | Lid van het Auditcomité | 7.500 |
| Koen Janssen | Lid van het Auditcomité | 7.500 |
| Christian Labeyrie | Lid van het Auditcomité | 7.500 |
| Marieke Schöningh | Lid van het Auditcomité | 3.750 |
Remuneratiecomité (1) (in euro)
| Jaarlijkse vergoeding | Aanwezigheidsvergoeding | |
|---|---|---|
| Luc Bertrand | Voorzitter van het Remuneratiecomité | 7.500 |
| Karena Cancilleri | Lid van het Remuneratiecomité | 5.000 |
| Gaëlle Hotellier | Lid van het Remuneratiecomité | 2.500 |
| Kerstin Konradsson | Lid van het Remuneratiecomité | 2.500 |
(1) Mevr. Kerstin Konradsson bleef tijdens de eerste helft van het jaar lid van de Raad van Bestuur en van het Remuneratiecomité. Mevr. Gaëlle Hotellier nam in de tweede helft van het jaar deel aan de vergaderingen van de Raad van Bestuur en van het Remuneratiecomité. Mevr. Marieke Schöningh woonde in de tweede helft van het jaar de vergaderingen bij van de Raad van Bestuur en van het Auditcomité.# 05 — Corporate governance en risicobeheer
(in duizenden euro)
| 2024 | 2023 | 2022 | |
|---|---|---|---|
| Vast jaarsalaris | 537 | 534 | 343 |
| Variabele vergoeding op korte termijn (STI) | 1.277 | 1.452 | 1.454 |
| Variabele vergoeding op lange termijn (LTI) (2) | - | - | - |
| Totaal | 1.815 | 1.986 | 1.797 |
| groepsverzekering/Bijdragen in pensioenplannen | 87 | 62 | - |
| Andere voordelen (3) | 178 | 3 | 3 |
Het vaste jaarsalaris van 2023 bevat een uitzondering voor een vervroegde verrekening van enkel en dubbel vakantiegeld bij de transitie naar het zelfstandigenstatuut.
(in duizenden euro)
| 2024 | 2023 | 2022 | |
|---|---|---|---|
| Jaarsalarissen | 1.422 | 1.436 | 1.260 |
| Variabele vergoeding op korte termijn (STI) | 3.807 | 3.044 | 3.937 |
| Variabele vergoeding op lange termijn (LTI) (2) | - | - | - |
| Totaal | 5.229 | 4.480 | 5.197 |
| groepsverzekering/Bijdragen in pensioenplannen | 237 | 463 | 304 |
| Andere voordelen (3) | 244 | 15 | 17 |
| Aandelen- optieplan voor | Datum van het aanbod | Einde van de wachtperiode | Uitoefen- periode | Uitoefen- prijs | Aantal aangeboden aandelen- opties | Waarde van onderliggende aandelen op datum van het aanbod | Verworven opties en niet- verworven opties |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Luc Vandenbulcke | SOP24 03/01/2024 | 31/12/2027 | 01/01/2028 -28/02/2032 | 118,14 | 10.560 | 1.247.558 | 10.560 |
| Hugo Bouvy | SOP24 03/01/2024 | 31/12/2027 | 01/01/2028 -28/02/2032 | 118,14 | 4.659 | 550.414 | 4.659 |
| Christopher Iwens | SOP24 03/01/2024 | 31/12/2027 | 01/01/2028 -28/02/2032 | 118,14 | 3.407 | 402.503 | 3.407 |
| Eric Tancré | SOP24 03/01/2024 | 31/12/2027 | 01/01/2028 -28/02/2032 | 118,14 | 1.974 | 233.208 | 1.974 |
| Els Verbraecken (4) | SOP24 03/01/2024 | 31/12/2027 | 01/01/2028 -28/02/2032 | 118,14 | 4.533 | 535.529 | 4.533 |
Bovenstaande bedragen werden betaald in overeenstemming met het bezoldigingsbeleid en de bezoldigingspraktijken van DEME, op basis van beslissingen en richtlijnen die werden besproken en overeengekomen met het Remuneratiecomité en de Raad van Bestuur van DEME.
| 2024 | 2023 | 2022 | |
|---|---|---|---|
| Bruto basissalaris niveau 1 - gemiddelde (5) | 80.865 | 78.937 | 73.010 |
| Bruto basissalaris niveau 1 - laagste (5) | 32.490 | - | - |
| Verhouding tussen het hoogste vaste vergoedingsniveau (in casu dat van de CEO) en het laagste bruto basissalarisniveau | 16,53 |
(2) Nog geen verworven opties van de variabele vergoeding op lange termijn (LTI) in 2024.
(3) Tot de andere voordelen behoren bv. belastbare voordelen en inkomstenbelasting op de toekenning van aandelenopties.
(4) Mevr. Els Verbraecken was lid van het Executief Comité tot de Jaarlijkse Algemene Vergadering van 15 mei 2024.
(5) Jaarlijks bruto basissalaris van een voltijdse medewerker, tewerkgesteld in de Belgische juridische entiteiten van DEME.
DEME Group NV of DEME (de ‘Vennootschap’) wordt verhandeld op de gereglementeerde markt van Euronext Brussel, onder het symbool ‘DEME’. De verhandeling startte op 30 juni 2022.
Het uitstaande aandelenkapitaal en het aantal aandelen van de Vennootschap op 31 december 2024 is als volgt:
| Aandelenkapitaal (in euro) | 33.193.861 |
| Totaal aantal stemrechtverlenende effecten | 25.314.482 |
| Eigen aandelen | 45.000 |
| Totaal aantal stemrechten | 25.269.482 |
Na de beursgang van DEME Group NV bleven Ackermans & van Haaren NV ('AvH') en VINCI Construction SAS referentieaandeelhouders voor de Vennootschap met aanzienlijke aandeelhoudersposities. Onderstaande tabel geeft een overzicht van deze posities en het maatschappelijk kapitaal van de Vennootschap dat vrij verhandelbaar is.
Per 31 december 2024
| Aandeelhouder | Aantal aandelen | Aandelen % (afgerond) |
|---|---|---|
| Ackermans & van Haaren NV | 15.725.684 | 62,12% |
| VINCI Construction SAS | 3.066.460 | 12,11% |
| Eigen aandelen | 45.000 | 0,18% |
| Free float | 6.477.338 | 25,59% |
| Totaal | 25.314.482 | 100,00% |
Een studie van het wereldwijde aandeelhouderschap van DEME, uitgevoerd in de maand november 2024, bracht bijna 99% van de aandeelhouders van het bedrijf in kaart. De twee referentieaandeelhouders bezitten samen 74% van de aandelen. Daarnaast hebben institutionele aandeelhouders ongeveer 14% van de aandelen in handen, terwijl de retail community ongeveer 11% in handen heeft. Geografisch gezien is België de regio met het grootste aandelenbezit in DEME, gevolgd door Frankrijk, Luxemburg, de VS en het VK.
Een terugblik op 2024 leert dat het tweede volledige jaar van DEME als beursgenoteerde onderneming in een dynamische marktomgeving verliep. Het jaar begon op hetzelfde niveau als het einde van 2023, met een koers die schommelde tussen 105 en 120 euro. Na de goed onthaalde jaarresultaten voor 2023 begon de aandelenkoers in maart en april aan een eerste klim tot 140 euro. Dit opwaartse momentum zette zich door na de bekendmaking van de sterke resultaten voor het eerste kwartaal, waardoor de aandelenkoers boven de 155 euro uitkwam. Na de bekendmaking van de halfjaarresultaten en midden in een periode van zwakker beleggerssentiment met betrekking tot offshore, zakte de aandelenkoers naar 124 euro. Bemoedigende derde kwartaalresultaten zorgden later voor een herstel, waarbij het aandeel het jaar afsloot op 137,8 euro. Ondanks het volatiele traject behaalde DEME een solide jaarlijks rendement van 26% (inclusief dividenduitkeringen). De koers steeg immers van 111 euro eind 2023 naar 138 euro eind 2024. Deze sterke prestatie werd erkend toen DEME werd uitgeroepen tot ‘BEL Mid Company of the Year’, wat de robuuste financiële basis en het stevige trackrecord van het bedrijf onderstreept sinds de beursgang in juni 2022.
 bedroeg 1,50 euro en 2,10 euro.
| Item | Datum |
|---|---|
| Ex-dividenddatum | 27 mei 2025 |
| Registratiedatum | 28 mei 2025 |
| Betalingsdatum dividend | 30 mei 2025 |
| Brutodividend | 3,8 |
| Jaar | Uitkeringsratio (%) | Rendement brutodividend |
|---|---|---|
| 2022 | 2,8% | |
| 2023 | 1,2% | |
| 2024 | 1,9 % |
DEME werkt samen met acht institutionele sell-side analisten als onderdeel van ons investor relations programma. Het onderhoudt zijn interacties op consequente wijze via regelmatige communicatie, die kan worden ingegeven door ontwikkelingen in de sector, persberichten van DEME of deelname aan conferenties en roadshows. In 2024 hebben we verder vooruitgang geboekt met ons investor relations programma, met onder meer de lancering van een nieuw investeerdersportaal, een nieuwe inschrijvings- en distributiemodule, de tweejaarlijkse consensus-collection oefening en de jaarlijkse analistenlunch.
| Broker | Analist |
|---|---|
| ABN Amro | Thijs Berkelder |
| Bank Degroof | Luuk van Beek |
| Petercam SA | Christoph Greulich |
| Berenberg | Thomas Martin – Daniel Thomson |
| BNP Paribas | Tijs Hollestelle |
| Jefferies | David Kerstens |
| KBC Securities | Guy Sips |
| Kepler Cheuvreux | Andre Mulder |
| VFB | Gert De Mesure |
In het kader van zijn bedrijfsvoering is DEME blootgesteld aan een brede waaier van risico's die zijn vermogen kunnen beïnvloeden om zijn bedrijfsdoelstellingen te bereiken en zijn bedrijfsstrategie succesvol uit te voeren. Bij risicobeheer gaat het erom de risico’s te identificeren, evalueren en prioriteren, waarna een gestructureerd en continu proces volgt om de waarschijnlijkheid en de impact van onvoorziene gebeurtenissen op te volgen, te beheren en te beperken, of de kansen maximaal te benutten.
Een algemene beschrijving van deze risico’s, hun potentiële impact en hun respectieve risicobeheer en -controle is te vinden in hoofdstuk 08. Bijlage - Risicoregister en -beoordeling.
Dit item wordt als materieel beschouwd na de dubbele materialiteitsbeoordeling volgens de CSRD- en ESRS-standaarden. Voor meer gedetailleerde informatie verwijzen we naar hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen.
De controleomgeving kan worden omschreven als het systeem dat door het management ontwikkeld en toegepast werd en dat bijdraagt aan het beheer van de activiteiten van de groep, de algemene werking en het juiste gebruik van zijn activa, in lijn met de doelstellingen van de groep en de complexiteit van zijn activiteiten. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de controleomgeving van DEME. Die bestaat uit beleidslijnen, procedures en afdelingen die ervoor zorgen dat de interne controles doeltreffend werken.
Het risicobeheer en controlesysteem van DEME is gebaseerd op het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, de statuten van DEME en het Corporate Governance Charter van DEME. Beide zijn beschikbaar op het investeerdersportaal van DEME dat meer informatie bevat over de manier waarop de risico’s geïntegreerd en beheerd worden in het kader van zijn deugdelijk bestuur.
Bij de beoordeling van risico's en opportuniteiten worden steeds de volgende doelstellingen voorgesteld om een gerichte context te bieden in het besluitvormingsproces.
De controleomgeving van DEME wordt ook eerder in het hoofdstuk en in het deel Risicobeoordeling en -beheer toegelicht. Hier herhalen we de belangrijkste elementen met betrekking tot risicobeheer:
DEME beschikt over een reeks ondersteunende programma’s, systemen, beleidslijnen en procedures die de basis vormen voor zijn interne controleomgeving. Die omvatten:
Eerst en vooral is er de Code voor ethiek en zakelijke integriteit. Het is de persoonlijke verantwoordelijkheid van iedereen om deze Code na te leven. Dit geldt voor alle bestuurders, bedrijfsvertegenwoordigers, personeel en bemanning, voltijdse en deeltijdse werknemers (vast en tijdelijk), of ze nu op contractbasis of op freelancebasis werken voor DEME en zijn filialen. De principes van de Code zijn eenvoudig én helder: op elk moment de toepasselijke wet- en regelgeving naleven, integer en eerlijk handelen, en ongepast gedrag vermijden, of zelfs de schijn ervan. De Code heeft betrekking op belangrijke domeinen zoals de bescherming van mensen en bedrijfsmiddelen, principes om discriminatie en intimidatie te voorkomen, omkoping en corruptie tegen te gaan, en internationale handelswetten en boekhoudkundige normen en administratie na te leven. Om ervoor te zorgen dat iedereen de Code begrijpt en correct toepast in zijn dagelijkse activiteiten, worden regelmatig verplichte opleidingssessies georganiseerd. Bovendien verwacht DEME van elke derde partij waarmee het zaken doet, dat ze de principes van de Code respecteert en ernaar handelt.
Wat projectidentificatie en -uitvoering betreft, houdt DEME er een universele projectaanpak op na, van evaluatie en voorbereiding tot uitvoering, met inbegrip van de manier waarop deze worden beheerd. Tijdens de aanbesteding wordt de ‘Acquisition & Tender Management Manual’ (ATMM) gebruikt. Het management van de betreffende businessunit beoordeelt en filtert de projecten. Geschikte projecten worden vervolgens ingediend en besproken in het Risicocomité en/of Technisch Comité. Het ‘Project Management System (PMS) Framework’ wordt toegepast tijdens de levenscyclus van het project en is verbonden met de ATMM, waarbij de Project Lifecycle and Governance Manual wordt gebruikt. Minstens één keer per kwartaal worden projectrisico's en -kansen geïdentificeerd tijdens het ORM-proces (Opportunity & Risk Management) en waar nodig weerspiegeld in de financiële resultaten van de betreffende verslagperiode.
Ten derde is er de interne procedure voor handtekeningsbevoegdheid die geldig is voor de goedkeuring van alle verbintenissen van DEME met externe partijen. Het doel is om de procedure in de hele organisatie te stroomlijnen. Ze omvat de goedkeuring van uitgaande kooporders, contracten, facturen, enz. Om dit doel te bereiken heeft DEME de ‘Internal Approval Solution’ ontwikkeld om de beperkte lijst van medewerkers te controleren die handtekeningsbevoegdheid hebben tot een bepaalde geldlimiet.
Ten vierde heeft DEME gekozen voor geïntegreerde softwareoplossingen in al zijn dochterondernemingen. Dit garandeert een consistente aanpak. Voor de boekhouding gebruikt DEME voornamelijk Microsoft Dynamics 365. D365 zorgt voor een uniforme verwerking van alle gegevens binnen de groep. Op het gebied van digitalisering maakt DEME snel werk van automatische dataherkenning en e-invoicing. DEME heeft ook een betalingsfabriek opgezet, Trax genoemd. Dit is een gecentraliseerd platform om betalingen uit te voeren en bankafschriften te ontvangen.# 05 — Corporate governance en risicobeheer
DEME Jaarverslag 2024 147
De betalingsfabriek is gekoppeld aan Bridger van LexisNexis, een tool voor het screenen van sancties, waardoor uitgaande betalingen worden gecontroleerd op sancties vooraleer de uitbetaling plaatsvindt. Uniformiteit van rapportering is een prioriteit voor DEME. Het financiële rapporteringssysteem, een op maat gemaakte multidimensionale database, is geïntegreerd in de transactiesystemen en wordt live gesynchroniseerd. De geconsolideerde jaarrekeningen en de managementrapporten worden automatisch met elkaar verbonden, waardoor een perfecte afstemming tussen de verschillende rapporten mogelijk is. Voor inkoop wordt Ivalua geleidelijk aan ingevoerd bij nieuwe projecten. Deze software beheert het proces vanaf de onboarding van leveranciers en het screenen van een leverancier op compliance, tot het aankopen en de opvolging ervan. De uniforme software helpt DEME om datagestuurde beslissingen te nemen (identificeren van uitgavenpatronen, trends en mogelijkheden voor kostenbesparingen), waardoor weloverwogen keuzes mogelijk worden met betrekking tot inkoopstrategieën, leveranciersselectie en contractonderhandelingen. Bovendien stroomlijnt en waarborgt het inkoopproces de governance van DEME dankzij ingebouwde controles zoals compliance screening en de Internal Approval Solution.
In Finance zijn er duidelijke rapporteringsinstructies opgezet met tijdige communicatie van deadlines, gestandaardiseerde rapporteringsformaten en uniforme principes voor financiële rapportering. Wereldwijd gebruiken alle financiële medewerkers dezelfde methodologie, namelijk DEME’s Project Administration & Finance Manual, die onder meer ingaat op principes en procedures voor financiële rapportering, analytische codering en statutaire rapportering. Deze methodologie wordt ondersteund door de Finance Processes Portal die de belangrijkste processen in kaart brengt met behulp van Mavim-software. Als internationale aannemer zijn zowel binnenkomende als uitgaande garanties een belangrijke maatregel om zaken te doen. Om dit in goede banen te leiden, beschikt de afdeling Treasury & Structured Finance over een systeem dat alle zekerheden zoals garanties, kredietbrieven, borgtochten, comfort letters, enz. registreert en bijhoudt.
DEME beschikt over een robuust QHSE-managementsysteem (kwaliteit, gezondheid, veiligheid en milieu). Als toonbeeld van de diversiteit van zijn activiteiten, industrieën en klanten werkt DEME continu aan de verbetering van de doeltreffendheid van zijn beheersysteem om ervoor te zorgen dat de hoogste normen worden gehandhaafd. DEME heeft een aantal certificaten behaald, waaronder ISO 14001, ISO 9001 en ISO 45001. Om te benadrukken dat veiligheid aan wal en op zee de hoogste prioriteit heeft, hebben alle werknemers een ‘Stop Work Authority’. Dit betekent dat het ieders verantwoordelijkheid is om zonder angst voor represailles te stoppen met werkzaamheden die kunnen leiden tot ongewenste gebeurtenissen. DEME spant zich in om zijn stakeholders zo transparant mogelijk te informeren door zijn duurzaamheidsprestaties te meten en de resultaten ervan jaarlijks te publiceren. Goed bestuur wordt bereikt door vijf belangrijke lagen binnen onze governancestructuur inzake duurzaamheid te integreren: de Raad van Bestuur, het Executief Comité, de Duurzaamheidsraad, het Duurzaamheidsteam en de proceseigenaars van de verschillende activiteiten en ondersteunende diensten. De voortgang op het vlak van duurzaamheid wordt besproken in de vergaderingen van de Raad van Bestuur. Duurzaamheidsrapportage omvat belangrijke boekhoudkundige schattingen en oordelen voor materialiteitsbeoordeling, ESG-berekeningen, naleving van wettelijke voorschriften en interne controleprocessen met betrekking tot duurzaamheidsrapportage. De afdeling is begonnen met het opzetten van een intern controlesysteem voor de hele organisatie. Dit moet ervoor zorgen dat de risico’s met betrekking tot duurzaamheidsrapportage worden geïdentificeerd en beperkt door ons beleid, handleidingen, procedures en interne controles te formaliseren. De Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) rapporteert over de impact van bedrijfsactiviteiten op milieu, maatschappij en governance (ESG-thema’s) met behulp van een dubbele materialiteitsbeoordeling (DMA). Dit betekent dat er zowel naar het interne georiënteerde effect als naar de externe georiënteerde impact wordt gekeken, maar enkel voor ESG-thema’s. Het Risicoregister daarentegen kijkt enkel naar het interne georiënteerde effect: het is het resultaat van het analyseren, evalueren en beheren van de risico’s waarmee DEME geconfronteerd kan worden op het vlak van management, organisatie, markten, milieu, aanbestedingsprocedures, financiën, medewerkers, IT-systemen enz. zonder prioritering. Een ESG-thema heeft een materieel intern effect als het materiële financiële gevolgen voor DEME teweegbrengt of redelijkerwijs verwacht kan worden te zullen teweegbrengen. Dit is het geval wanneer een ESG-thema risico’s of kansen genereert die een materiële invloed hebben of redelijkerwijs verwacht kunnen worden een materiële invloed te hebben, op de ontwikkeling, de financiële positie, de financiële prestaties, de kasstromen, de toegang tot financiering of de kapitaalkosten van DEME op korte, middellange of lange termijn. Een ESG-thema heeft een materiële externe impact als het betrekking heeft op DEME's materiële reële of potentiële, positieve of negatieve impacts op mensen of het milieu op korte, middellange of lange termijn. Om tot een prioritering te komen, hebben interne experts een lange lijst van onderwerpen beoordeeld en de onderwerpen vastgelegd die relevant zijn voor DEME en zijn waardeketen, wat resulteerde in de ‘shortlist met thema’s’. Vervolgens werden de Impacts, Risico’s en Kansen (IRO's) geïdentificeerd en opgesteld door een externe consultant, en verder verfijnd in workshops met interne experts. De uiteindelijke scores per IRO werden verkregen via een proces van intensieve betrokkenheid van stakeholders, waaronder een review door het Duurzaamheidsteam van DEME voor een consistente toepassing van de scoringsmethodologie voor de verschillende thema’s; een review door de Chief Human Resources Officer en de Talent Manager voor de sociale thema’s en een review door het strategische en legal team voor alle ESRS-thema’s. Tot slot werd een stapsgewijze validatie van zowel de methodologie als de uitkomst van de DMA uitgevoerd: dit omvatte een validatie van de methodologie en de voorlopige uitkomst door de Duurzaamheidsraad en de definitieve goedkeuring van de methodologie en de uitkomst van de DMA door de Raad van Bestuur.
148
Op basis van de huidige ondersteunende systemen en programma's wordt een voortdurende beoordeling uitgevoerd en gecentraliseerd op het niveau van het Executief Comité. De input voor deze beoordeling is afkomstig van verschillende afdelingen.
En zoals uiteengezet in de vorige delen van het hoofdstuk Corporate Governance, nemen de volgende bestuursorganen ook deel aan het risicobeoordelings- en -beheerproces van DEME:
DEME Jaarverslag 2024 149
Hieronder volgen enkele belangrijke risicotrends die, alleen of in combinatie met andere gebeurtenissen of omstandigheden, een wezenlijk nadelig effect kunnen hebben op de activiteiten, strategie, financiële situatie en bedrijfsresultaten en vooruitzichten van het bedrijf.# Risicobeoordeling
Een meer uitgebreide beschrijving van risico’s, hun potentiële impact en hun respectieve risicobeheer en -controle is te vinden in hoofdstuk 08.
De activiteiten van DEME worden vooral gestimuleerd door de groei van de wereldbevolking, de trend om gebieden in de buurt van kusten en langs grote rivieren verder te ontwikkelen, de groei van de wereldeconomie en de daaruit voortvloeiende behoefte aan geschikte infrastructuur, de toenemende vraag naar energie en de transitie naar hernieuwbare energie en klimaatneutraliteit, de schaarste van specifieke mineralen en grondstoffen en de ontwikkeling van de internationale handel en scheepvaart.
De activiteiten van DEME zijn in sommige gebieden waar het bedrijf actief is, blootgesteld aan verhoogde risico’s in verband met politieke en/of sociale instabiliteit (waaronder oorlog en burgerlijke onrust, gewapende conflicten, terrorisme, gijzeling, piraterij, afpersing en sabotage).
Projecten worden gewoonlijk gekenmerkt door de verplichtingen die worden aangegaan bij de indiening van de offerte als onderdeel van de aanbestedingsprocedure voor een project en, bij de gunning, de ondertekening van een contract voor de bouw of de levering van een infrastructuur of een installatie met een uniek karakter voor een vaste of variabele prijs en binnen een overeengekomen termijn.
Veranderingen in de wetgeving en de invoering van nieuwe regelgeving maken meer rapportage noodzakelijk. Dit vereist op zijn beurt bijkomende capaciteit om transparantie in de hele waardeketen te garanderen.
De Nederlandstalige versie is een vertaling van de Engelstalige basisversie. In het geval dat er verschillen zouden zijn tussen de Engelstalige basisversie van dit document en de vertaalde versie, dan is het Engelstalig document bindend.
Voor het boekjaar (in duizenden euro)
| Toelichting | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| BEDRIJFSOPBRENGSTEN | 4.143.794 | 3.344.091 |
| Omzet (1) | 4.101.159 | 3.285.422 |
| Overige bedrijfsopbrengsten (2) | 42.635 | 58.669 |
| BEDRIJFSKOSTEN | -3.790.185 | -3.102.828 |
| Grondstoffen, verbruiksgoederen, diensten en uitbesteed werk | -2.685.547 | -2.138.962 |
| Personeelskosten (3) | -667.387 | -587.884 |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen (5)/(7)/(8) | -395.830 | -342.050 |
| Bijzondere waardevermindering van materiële vaste activa en activa met gebruiksrecht (7)/(8) | -14.772 | -13.148 |
| Bijzondere waardevermindering van goodwill en immateriële vaste activa (5)/(6) | - | - |
| Overige bedrijfskosten (2) | -26.649 | -20.784 |
| BEDRIJFSRESULTAAT | 353.609 | 241.263 |
| FINANCIEEL RESULTAAT (4) | -8.674 | -23.269 |
| Renteopbrengsten | 13.534 | 8.252 |
| Rentelasten | -16.797 | -20.149 |
| Gerealiseerde/niet-gerealiseerde wisselkoersresultaten | -1.263 | -9.825 |
| Overig financieel resultaat | -4.148 | -1.547 |
| RESULTAAT VOOR BELASTINGEN | 344.935 | 217.994 |
| Actuele belastingen en uitgestelde belastingen (11) | -89.536 | -49.618 |
| RESULTAAT NA BELASTINGEN | 255.399 | 168.376 |
| Aandeel in de winst (verlies) van joint ventures en geassocieerde deelnemingen (9) | 40.374 | 3.217 |
| RESULTAAT OVER DE PERIODE | 295.773 | 171.593 |
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen (20) | 7.545 | 8.831 |
| AANDEEL VAN DE GROEP | 288.228 | 162.762 |
| Winst per aandeel (gewoon) (in euro) (19) | 11,40 | 6,43 |
| Winst per aandeel (verwaterd) (in euro) (19) | 11,40 | 6,43 |
Voor het boekjaar (in duizenden euro)
| Toelichting | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Resultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen (20) | 7.545 | 8.831 |
| Aandeel van de groep | 288.228 | 162.762 |
| RESULTAAT OVER DE PERIODE | 295.773 | 171.593 |
| Niet-gerealiseerde resultaten die in toekomstige periodes naar de resultatenrekening kunnen worden geherklasseerd | ||
| Wijzigingen in reële waarde met betrekking tot afdekkingsinstrumenten van dochterondernemingen (22) | -13.455 | -17.655 |
| Wijzigingen in reële waarde met betrekking tot afdekkingsinstrumenten van joint ventures en geassocieerde deelnemingen (9) | -4.713 | -14.231 |
| Wijzigingen in de reserve voor cumulatieve omrekeningsverschillen | -46 | -6.826 |
| Niet-gerealiseerde resultaten die in toekomstige periodes niet naar de resultatenrekening kunnen worden geherklasseerd | ||
| Herwaardering van nettoverplichtingen uit hoofde van te bereiken doel- pensioenplannen van dochterondernemingen (24) | -2.651 | 1.464 |
| Herwaardering van nettoverplichtingen uit hoofde van te bereiken doel- pensioenplannen van joint ventures en geassocieerde deelnemingen (9) | -49 | -22 |
| TOTAAL NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN | -20.914 | -37.270 |
| TOTAAL GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN | 274.859 | 134.323 |
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen (20) | 7.586 | 8.515 |
| AANDEEL VAN DE GROEP | 267.273 | 125.808 |
Voor het boekjaar (in duizenden euro)
| Toelichting | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| NIET-VLOTTENDE ACTIVA | 3.082.487 | 3.106.348 |
| Immateriële vaste activa (5) | 15.022 | 22.840 |
| Goodwill (6) | 13.028 | 13.028 |
| Materiële vaste activa (7) | 2.467.784 | 2.582.220 |
| Activa met gebruiksrecht (8) | 169.754 | 111.093 |
| Investeringen in joint ventures en geassocieerde deelnemingen (9) | 181.865 | 170.295 |
| Overige langlopende financiële activa (10) | 68.365 | 48.324 |
| Langlopende afdekkingsinstrumenten (22) | 9.342 | 22.073 |
| Renteswaps | 9.342 | 19.862 |
| Wisselkoers/brandstof afdekkingen | - | 2.211 |
| Overige niet-vlottende activa (10) | 22.754 | 10.526 |
| Uitgestelde belastingvorderingen (11) | 134.573 | 125.949 |
| VLOTTENDE ACTIVA | 2.393.124 | 1.653.710 |
| Voorraden (12) | 20.440 | 32.015 |
| Vorderingen uit hoofde van contracten (13) | 651.459 | 633.027 |
| Handels- en overige vorderingen uit operationele activiteiten (14) | 704.791 | 488.106 |
| Kortlopende afdekkingsinstrumenten (22) | 8.294 | 13.503 |
| Renteswaps | 6.292 | 10.938 |
| Wisselkoers/brandstof afdekkingen | 2.002 | 2.565 |
| Activa bestemd voor verkoop (15) | 33.535 | 1.630 |
| Belastingvorderingen (11) | 26.061 | 25.937 |
| Overige vlottende activa (16) | 95.138 | 70.408 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten (21) | 853.406 | 389.084 |
| TOTAAL ACTIVA | 5.475.611 | 4.760.058 |
| Toelichting | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| EIGEN VERMOGEN - DEEL GROEP (17) | 2.117.827 | 1.910.473 |
| Geplaatst kapitaal | 33.194 | 33.194 |
| Uitgiftepremie | 475.989 | 475.989 |
| Overgedragen resultaat en overige reserves | 1.640.060 | 1.411.751 |
| Afdekkingsreserve | 20.010 | 38.115 |
| Herwaardering van pensioenverplichtingen (24) | -38.405 | -35.784 |
| Cumulatieve omrekeningsverschillen | -13.021 | -12.792 |
| MINDERHEIDSBELANGEN (20) | 56.243 | 50.337 |
| TOTAAL EIGEN VERMOGEN | 2.174.070 | 1.960.810 |
| LANGLOPENDE VERPLICHTINGEN | 712.063 | 835.687 |
| Pensioenverplichtingen (24) | 58.083 | 54.810 |
| Voorzieningen (26) | 46.672 | 46.957 |
| Rentedragende schuld (21) | 530.603 | 652.523 |
| Langlopende afdekkingsinstrumenten (22) | 10.960 | 22.953 |
| Renteswaps | - | - |
| Wisselkoers/brandstof afdekkingen | 10.960 | 22.953 |
| Overige langlopende financiële verplichtingen (9) | 5.526 | 332 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen (11) | 60.219 | 58.112 |
| KORTLOPENDE VERPLICHTINGEN | 2.589.478 | 1.963.561 |
| Rentedragende schuld (21) | 231.722 | 248.743 |
| Kortlopende afdekkingsinstrumenten (22) | 45.550 | 20.324 |
| Renteswaps | - | - |
| Wisselkoers/brandstof afdekkingen | 45.550 | 20.324 |
| Voorzieningen (26) | 15.794 | 14.045 |
| Verplichtingen uit hoofde van contracten (13) | 661.057 | 447.363 |
| Ontvangen voorschotten (13) | 181.041 | 84.486 |
| Handelsschulden | 1.195.229 | 897.610 |
| Bezoldigingen en sociale lasten | 113.922 | 94.791 |
| Belastingschulden (11) | 71.144 | 64.024 |
| Overige kortlopende verplichtingen (25) | 74.019 | 92.175 |
| TOTAAL VERPLICHTINGEN | 3.301.541 | 2.799.248 |
| TOTAAL VAN HET EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | 5.475.611 | 4.760.058 |
Voor het boekjaar (in duizenden euro)
| Toelichting | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN, OPENINGSBALANS | 389.084 | 522.261 |
| Bedrijfsresultaat | 353.609 | 241.263 |
| Dividenden van deelnemingen waarop vermogensmutatie is toegepast (9) | 32.915 | 27.751 |
| Herclassificatie van (opbrengsten) verliezen uit de verkoop van materiële vaste activa en financiële deelnemingen naar kasstroom uit desinvesteringen (2) | -10.343 | -18.544 |
| Ontvangen rente (4) | 13.549 | 8.525 |
| Betaalde rente (4) | -13.202 | -17.517 |
| Wisselkoerseffecten en overige financiële opbrengsten (kosten) (*) (4) | -2.187 | -14.451 |
| Betaalde inkomstenbelasting (11) | -84.043 | -61.810 |
| AANPASSING VOOR NIET-GELDELIJKE POSTEN | 416.806 | 354.929 |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen (5)/(7)/(8) | 395.830 | 342.050 |
| Bijzondere waardevermindering van materiële vaste activa en activa met gebruiksrecht (7)/(8) | 14.772 | 13.148 |
| (Afname) toename van pensioenverplichtingen (24) | -231 | -3.767 |
| (Afname) toename van voorzieningen (2)/(26) | 1.606 | 110 |
| Op aandelen gebaseerde beloningen (18) | 1.062 | - |
| Overige niet-kaskosten (opbrengsten) (**) | 3.767 | 3.388 |
| KASSTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN VOOR MUTATIES IN WERKKAPITAAL | 707.104 | 520.146 |
| MUTATIES IN WERKKAPITAAL (27) | 370.313 | -66.488 |
| Afname (toename) van voorraden en ontvangen voorschotten | 108.129 5.628 Afname (toename) van vorderingen (excl. uit hoofde van contracten) -241.498 -28.501 Afname (toename) van vorderingen uit hoofde van contracten -18.432 -288.276 Toename (afname) van kortlopende verplichtingen (andere dan leningen) 308.420 120.598 Toename (afname) van verplichtingen uit hoofde van contracten 213.694 124.063 KASSTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN 1.077.417 453.658 INVESTERINGEN -324.092 -427.125 Verwerving van immateriële vaste activa (5) -1.296 -2.854 Verwerving van materiële vaste activa (7) -285.139 -396.093 Instroom (uitstroom) van kasmiddelen bij verwerving van geassocieerde deelnemingen en joint ventures (9) -13.195 -8.562 Nieuwe leningen verstrekt aan joint ventures en geassocieerde deelnemingen (10) -24.432 -19.582 Uitstroom van kasmiddelen van andere financiële activa (10) -30 -34 DESINVESTERINGEN 30.466 67.443 Verkoop van immateriële vaste activa (5) 5.109 - Verkoop van materiële vaste activa (7) 10.644 53.721 Instroom (uitstroom) van kasmiddelen bij desinvestering van dochterondernemingen (kring- wijzigingen) 0 9.377 Instroom (uitstroom) van kasmiddelen bij desinvestering van geassocieerde deelnemingen en joint ventures (9) 11.868 1.143 Aflossing van leningen verstrekt aan joint ventures en geassocieerde deelnemingen (9) 2.845 2.825 Instroom van kasmiddelen van andere financiële activa - 377 KASSTROOM UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN (***) -293.626 -359.682 |
158 Kasstroomoverzicht - vervolg
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Nieuwe rentedragende schuld (21) | 26.935 | 74.486 |
| Terugbetaling van rentedragende schuld (21) | -225.679 | -228.557 |
| Betaling van leaseverplichtingen (21) | -55.285 | -32.337 |
| Verwerving van minderheidsbelangen (kring- wijzigingen) | -1.300 | - |
| Aankoop van eigen aandelen (18) | -7.211 | - |
| Brutodividend uitgekeerd aan de aandeelhouders (17) | -53.145 | -37.972 |
| Brutodividend uitgekeerd aan de minderheidsbelangen (20) | -1.997 | -874 |
| KASSTROOM UIT FINANCIËLE ACTIVITEITEN | -317.682 | -225.254 |
| NETTOTOENAME (AFNAME) VAN GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN | 466.109 | -131.278 |
| Invloed van wisselkoerswijzigingen op geldmiddelen en kasequivalenten | -1.787 | -1.899 |
| GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN, SLOTBALANS | 853.406 | 389.084 |
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| KASSTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN | 1.077.417 | 453.658 |
| KASSTROOM UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN | -293.626 | -359.682 |
| Betaling van leaseverplichtingen | -55.285 | -32.337 |
| VRIJE KASSTROOM | 728.506 | 61.639 |
(*) Deze regel heeft o.a. betrekking op gerealiseerde wisselkoersverschillen, terwijl toelichting (4) financieel resultaat zowel gerealiseerde als niet-gerealiseerde wisselkoersverschillen weergeeft.
(**) Overige niet-kaskosten (-opbrengsten) hebben o.a. betrekking op de tijdswaarde van afgeleide financiële instrumenten en op de impact van IFRS 16 lease op het resultaat van het jaar.
(***) De bedragen van de kasstroom uit investeringen en desinvesteringen kunnen afwijken van de geïnvesteerde of gedesinvesteerde bedragen in de toelichtingen waarnaar wordt verwezen, door niet-kascorrecties zoals toevoegingen van het jaar die nog niet betaald zijn en door winst/verlies uit de verkoop van materiële vaste activa en financiële deelnemingen die zijn opgenomen in de kasstroom uit desinvesteringen
| Aandelen- kapitaal en uitgiftepremie | Afdekkings- reserve | Herwaardering pensioen- verplichtingen | Overgedragen resultaat en overige reserves | Cumulatieve omrekenings- verschillen | Eigen vermogen - deel groep | Minderheids- belangen | Totaal eigen vermogen | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2024 | ||||||||
| Eindsaldo, 31 december 2023 | 509.183 | 38.115 | -35.784 | 1.411.751 | -12.792 | 1.910.473 | 50.337 | 1.960.810 |
| Impact van IFRS-wijzigingen | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Beginsaldo, 1 januari 2024 | 509.183 | 38.115 | -35.784 | 1.411.751 | -12.792 | 1.910.473 | 50.337 | 1.960.810 |
| Resultaat over de periode | - | - | - | 288.228 | - | 288.228 | 7.545 | 295.773 |
| Niet-gerealiseerde resultaten | - | -18.105 | -2.621 | - | -229 | -20.955 | 41 | -20.914 |
| Totaal gerealiseerde en niet- gerealiseerde resultaten | - | -18.105 | -2.621 | 288.228 | -229 | 267.273 | 7.586 | 274.859 |
| Uitgekeerde dividenden | - | - | - | -53.145 | - | -53.145 | -977 | -54.122 |
| Aankoop van eigen aandelen | - | - | - | -7.211 | - | -7.211 | - | -7.211 |
| Op aandelen gebaseerde beloningen | - | - | - | 1.062 | - | 1.062 | - | 1.062 |
| Overige | - | - | - | -625 | - | -625 | -703 | -1.328 |
| Eindsaldo, 31 december 2024 | 509.183 | 20.010 | -38.405 | 1.640.060 | -13.021 | 2.117.827 | 56.243 | 2.174.070 |
Het maatschappelijk kapitaal bedraagt 33.194 duizend euro en de uitgiftepremie bedraagt 475.989 duizend euro. Zie ook toelichting (17) aandelenkapitaal, dividenden en overige reserves.
159 De afdekkingsreserve omvat de reële-waardeschommelingen van effectieve kasstroomafdekkingen, na aftrek van belastingen. Zie toelichting (22) beheer van financiële risico’s en financiële derivaten. De beweging tijdens het jaar, -18,1 miljoen euro, bevat ook de afdekkingsreserve voor joint ventures en geassocieerde deelnemingen (-4,7 miljoen euro). Sommige joint ventures en geassocieerde deelnemingen, voornamelijk in het segment Concessions, financieren aanzienlijke activa zoals infrastructuurwerken, offshore windparken of schepen en kunnen daarom renteswaps aanhouden. De herwaardering van pensioenverplichtingen heeft betrekking op de actuariële winsten/verliezen (-) en activabeperking na inkomsten- belastingen van te bereiken doel-pensioenplannen (met inbegrip van de Belgische pensioenregelingen op basis van bijdragen die volgens IFRS ook als te bereiken doel-pensioenplannen worden beschouwd). Voor meer informatie wordt verwezen naar toelichting (24) pensioen- verplichtingen, die de herwaardering toont vóór inkomstenbelasting. Het overgedragen resultaat en overige reserves omvatten de herwaarderingsmeerwaarde, de wettelijke reserve, de beschikbare reserves, de belastingvrije reserves en het overgedragen resultaat van de moedermaatschappij, vóór winstverdeling van het boekjaar, evenals de consolidatiereserves, de reserve voor eigen aandelen en de reserve voor op aandelen gebaseerde beloningen. Zie ook toelichting (18) op aandelen gebaseerde beloningen. De daling van -0,6 miljoen euro op de lijn 'overige' in 2024 heeft betrekking op de stijging in aandeelhouders- percentage binnen de entiteit GRC Zolder NV van het segment Environmental. In 2023 was de stijging gerelateerd aan de step-in van een partner in de onderneming Global Sea Mineral Resources NV (GSR). Beide transacties werden geboekt als een eigen vermogen transactie. Een gedetailleerd overzicht van het overgedragen resultaat en overige reserves wordt gegeven in toelichting (17). Minderheidsbelangen bedragen 56,2 miljoen euro op 31 december 2024. De daling van -0,7 miljoen euro in de lijn 'overige' is onder andere gerelateerd aan de aankoop van de resterende minderheidsbelangen in de onderneming GRC Zolder NV binnen het segment Environmental. Er wordt verwezen naar de rubriek wijzigingen in de consolidatiekring en naar toelichting (20) minderheidsbelangen. Het bedrag van 20,4 miljoen euro in de lijn 'overige' in 2023 was gerelateerd aan de step-in van een partner in de onderneming GSR binnen het segment Concessions. Het dividend voor een bedrag van -0,9 miljoen euro omvat 1,9 miljoen euro dividend betaald, maar ook dividend ontvangen. Voor dividend betaald aan minderheidsbelangen wordt verwezen naar het geconsolideerd kasstroomoverzicht.
| Aandelen- kapitaal en uitgiftepremie | Afdekkings- reserve | Herwaardering pensioen- verplichtingen | Overgedragen resultaat en overige reserves | Cumulatieve omrekenings- verschillen | Eigen vermogen - deel groep | Minderheids- belangen | Totaal eigen vermogen | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2023 | ||||||||
| Eindsaldo, 31 december 2022 | 509.183 | 70.020 | -37.458 | 1.218.272 | -6.070 | 1.753.947 | 22.318 | 1.776.265 |
| Impact van IFRS-wijzigingen | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Beginsaldo, 1 januari 2023 | 509.183 | 70.020 | -37.458 | 1.218.272 | -6.070 | 1.753.947 | 22.318 | 1.776.265 |
| Resultaat over de periode | - | - | - | 162.762 | - | 162.762 | 8.831 | 171.593 |
| Niet-gerealiseerde resultaten | - | -31.905 | 1.674 | - | -6.723 | -36.954 | -316 | -37.270 |
| Totaal gerealiseerde en niet- gerealiseerde resultaten | - | -31.905 | 1.674 | 162.762 | -6.723 | 125.808 | 8.515 | 134.323 |
| Uitgekeerde dividenden | - | - | - | -37.972 | - | -37.972 | -874 | -38.846 |
| Overige | - | - | - | 68.689 | 1 | 68.690 | 20.378 | 89.068 |
| Eindsaldo, 31 december 2023 | 509.183 | 38.115 | -35.784 | 1.411.751 | -12.792 | 1.910.473 | 50.337 | 1.960.810 |
160
Voor management doeleinden is de groep ingedeeld in vier segmenten, gebaseerd op hun producten en diensten. De vier rapporteerbare segmenten zijn:
In dit segment levert de groep wereldwijd engineering- en contractingdiensten aan de offshore hernieuwbare en niet- hernieuwbare energie. Deze activiteiten worden uitgevoerd met gespecialiseerde offshore schepen en omvatten onder andere de engineering, inkoop, constructie en installatie van funderingen, turbines, inter-array kabels, exportkabels en substations. Het segment biedt ook exploitatie en onderhoud, logistiek, reparatie en ontmanteling en bergingsdiensten aan de markt naast landfalls en civiele werken, steenbestorting, zware hijswerken en umbilicals. Naast deze hoofdactiviteiten levert de groep ook gespecialiseerde offshore diensten, waaronder geowetenschappelijke diensten en de installatie van zuigankers en funderingen.
In dit segment voert de groep wereldwijd een grote verscheidenheid aan baggeractiviteiten uit, waaronder structureel- en onderhoudsbaggeren, landwinning, bodemverbetering, havenbouw, kustbescherming en zandsuppletie. Deze activiteiten worden uitgevoerd met gespecialiseerde baggerschepen en verschillende soorten grondverzetmachines. De groep levert ook contractingdiensten voor maritieme infrastructuurprojecten.# DEME GROUP
De groep is georganiseerd in vier operationele segmenten: Dredging & Infra, Environmental, Offshore Energy en Concessions.
Dit omvat de engineering, het ontwerp en de bouw van complexe waterbouwkundige werken zoals aanlegsteigers, haventerminals, sluizen en stuwdammen, infrastructuurwerken zoals geboorde en afgezonken tunnels, funderings- en waterbouwkundige werken voor bruggen of andere constructies in een maritieme of rivieromgeving, en civiel-technische werken voor de bouw van havens, dammen en zeeweringen, kanaalaanleg, dijkbekleding, de bouw van kademuren en oeverbescherming. Bovendien is de groep actief in de sector van de maritieme aggregaten, met het winnen, verwerken, opslaan en vervoeren van aggregaten. Tot slot levert de groep maritieme diensten voor haventerminals.
Het segment Environmental richt zich op innovatieve milieupuzzels voor bodemsanering en herontwikkeling van brownfields, milieubaggerwerken, sedimentbehandeling en waterzuivering. Het is vooral actief in de Benelux, Frankrijk en in andere Europese landen op projectbasis. Een externe partner participeert in het Environmental segment. Het segment kan worden beschouwd als een materieel geaggregeerd niveau van dochterondernemingen met minderheidsbelangen van 25,1%. Zie toelichting (20) minderheidsbelangen.
In tegenstelling tot de contracting segmenten investeert het segment Concessions in en ontwikkelt het projecten op het gebied van windenergie, haveninfrastructuur, groene waterstof en andere bijzondere projecten. Het opereert via deelnemingen in special purpose companies, greenfield- en brownfieldprojecten. Het creëert economische waarde met projecten en genereert rendement op de investeringen, maar stelt ook contracting-activiteiten veilig voor de groep in de EPC-fasen van zijn projecten. Naast deze activiteiten heeft de groep een divisie diepwaterexploratie die concessies van oceaanbodemgebieden bezit die polymetallische knollen bevatten en die een technologie ontwikkelt voor het oogsten en verwerken van deze polymetallische knollen met nikkel, kobalt, mangaan en koper uit de diepe oceaanbodem.
Elk van de vier bovenvermelde segmenten heeft zijn eigen markt, activabasis en inkomstenmodel en wordt afzonderlijk beheerd, wat verschillende strategieën vereist. De activiteiten Dredging & Infra van DEME vullen elkaar aan, aangezien de maritieme infrastructuurwerken die DEME Infra uitvoert vaak gecombineerd worden met bagger- of landwinningswerken. Het segment Offshore Energy is betrokken bij en bedient de sector van de offshore energie, zowel voor hernieuwbare als niet-hernieuwbare energie. Het Environmental segment legt zich toe op milieuoplossingen. Het segment Concessions investeert in, in tegenstelling tot de contracting segmenten, en ontwikkelt projecten op het gebied van windenergie, haveninfrastructuur, groene waterstof en andere bijzondere projecten.
De segmentrapportering omvat de financiële informatie van deze vier segmenten, die afzonderlijke operationele segmenten zijn. Op kwartaalbasis worden afzonderlijke operationele resultaten opgesteld en gerapporteerd aan de Chief Operating Decision Maker (CEO), het Executief Comité van DEME en de Raad van Bestuur. Voor de segmentrapportering worden sommige activiteitenlijnen, het laagste niveau van rapporteerbare segmenten binnen DEME, samengevoegd.
De activiteiten van Combined Marine Terminal Operations Worldwide NV (CTOW) dat maritieme diensten uitvoert voor haventerminals en Deme Building Materials NV (DBM) gespecialiseerd in maritieme aggregaten zijn als zodanig samengevoegd in het segment Dredging & Infra. De door Scaldis Salvage & Marine Contractors NV uitgevoerde werken (bergingswerken) zijn samengevoegd in het segment Offshore Energy.
De verslaggeving van de managementaccounts (rapportage van de bedrijfsresultaten) is een integraal deel van de financiële verslaggeving. Het geconsolideerde managementrapport kan op elk moment worden afgestemd met de geconsolideerde jaarrekening, die allebei hetzelfde IFRS-nettoresultaat voor het jaar rapporteren (één versie van de waarheid).
De vennootschapsstructuur van de groep is grotendeels, maar niet volledig, opgebouwd rond de verschillende segmenten. Het is mogelijk dat een bedrijf van de groep projecten uitvoert in zowel het segment Dredging & Infra als het segment Offshore Energy, en dat kosten en opbrengsten van een project verspreid zitten in verschillende ondernemingen van de groep. De lijst met de entiteiten van de groep en hun belangrijkste operationele segment voor 2024 is weergegeven in de rubriek structuur van de groep en wijzigingen in de verslagperiode.
De operationele en managementstructuur van DEME is echter afgestemd op de operationele segmenten van DEME. Hetzelfde geldt voor de managementrapportage, dat op een wereldwijd uniform analytisch boekhoudsysteem gebaseerd is. Het analytisch resultaat per onderneming met een uitsplitsing naar project en kostenplaats vormt de basis voor de gesegmenteerde verslaggeving, dat altijd kan worden aangesloten met de resultatenrekening van de vennootschap.
Voor projecten waarbij twee segmenten betrokken zijn (bijvoorbeeld een offshore contract met een baggeropdracht), rapporteren de segmenten alleen hun eigen aandeel in omzet en resultaat. Wanneer een segment echter voor een ander segment werkt als onderaannemer of wanneer een segment materieel huurt voor gebruik op projecten die bestemd zijn voor een ander segment, worden deze intersegment opbrengsten opgenomen in de opbrengsten van het segment dat het werk uitvoert, maar geëlimineerd in het segment dat factureert aan de externe klant. Dergelijke intersegment opbrengsten worden marktconform vergoed.
Voor grote projecten situeren ze zich over het algemeen binnen hetzelfde segment (baggerwerken en infrastructuurwerken, offshore en bergingswerken), hoewel ze voor sommige grote offshore maritieme infrastructuurwerken, kunnen voorkomen in verschillende segmenten (baggerwerken - infrastructuurwerken en offshore werken). Intersegment opbrengsten hebben geen materiële impact op zowel huidige periode als vorig boekjaar.
Voor elk segment worden de omzet, de EBITDA, de kosten van afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen en de EBIT gerapporteerd. Voor het segment Concessions zijn deze kerncijfers enkel van toepassing op de dochterondernemingen (integraal geconsolideerde entiteiten opgenomen in dit segment). Aangezien de activiteit van het segment Concessions vaak tot een minderheidsbelang in deelnemingen leidt, komt het bedrijfsresultaat van deze deelnemingen tot uiting in het resultaat van geassocieerde deelnemingen en joint ventures, dat eveneens gerapporteerd wordt per segment.
De basis voor de segmentrapportering is het managementrapportagesysteem. Naast alle activiteiten die door onze dochterondernemingen worden uitgevoerd, bevat het managementverslag ook de door joint ventures uitgevoerde projecten, met rapportering van het aandeel van DEME in de inkomsten en uitgaven van de joint venture. Deze proportionele consolidatiemethode, waarbij de groep de activa, passiva, opbrengsten en kosten boekt volgens haar belang in de joint venture, is niet langer toegestaan onder IFRS voor joint ventures. Het management moet echter toezicht houden op de prestaties van het gehele bedrijf, zowel uitgevoerd in controle als in joint ventures.
In de segmentrapportering worden de joint ventures geconsolideerd volgens de proportionele consolidatiemethode en de intra-groepstransacties tussen de joint ventures en de dochterondernemingen van DEME worden geëlimineerd volgens de regels van de proportionele consolidatie. Het totaal van de gerapporteerde bedragen per segment wordt in de segmentrapportering gereconcilieerd met de overeenkomstige bedragen in de geconsolideerde jaarrekening van DEME. Het aandeel van de groep (IFRS nettoresultaat) zelf wordt niet beïnvloed door het verschil in consolidatiemethode, alleen de presentatie van het resultaat van het jaar verschilt.
Wat betreft het nettoresultaat van joint ventures en geassocieerde deelnemingen en de boekwaarde van joint ventures en geassocieerde deelnemingen, bevat de kolom 'Reconciliatie' het nettoresultaat en de boekwaarde van joint ventures die in de jaarrekening worden geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode, maar in de segmentrapportering volgens de proportionele consolidatiemethode. Meer informatie over onze investeringen in joint ventures en geassocieerde deelnemingen is terug te vinden in toelichting (9).
De managementrapportage van DEME richt zich zowel op de huidige en toekomstige (financiële) prestaties, als op de huidige en toekomstige activa die worden ingezet voor de uitvoering van projecten. De financieringsactiviteiten en het toezicht van ons werkkapitaal worden centraal uitgevoerd op het niveau van de DEME groep en bijgevolg wordt voor deze activiteiten geen gesegmenteerde financiële informatie gerapporteerd.
De segmentering van de vloot van DEME gebeurt op basis van de aard van het materieel dat bestemd is voor een bepaald segment. Een overzicht van de vloot van DEME volgens aard is weergegeven in het Jaarverslag van 2024. Een geografische segmentatie van de vloot is voor DEME niet van toepassing, aangezien zijn schepen voortdurend op verschillende projecten over de hele wereld ingezet worden.# Financiële informatie van de operationele segmenten
| Financiële staten van de groep | Offshore Dredging & Energy | Environmental Concessions | Infra segmenten | Totaal | Reconciliatie |
|---|---|---|---|---|---|
| Omzet | 2.055.040 | 1.962.558 | 336.774 | 7.828 | 4.362.200 |
| EBITDA | 431.833 | 358.300 | 43.591 | -13.022 | 820.702 |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | -172.817 | -240.011 | -11.676 | -1.243 | -425.747 |
| EBIT | 259.016 | 118.289 | 31.915 | -14.265 | 394.955 |
| Financieel resultaat | -15.232 | 6.558 | -8.674 | ||
| RESULTAAT VOOR BELASTINGEN | 379.723 | -34.788 | 344.935 | ||
| Actuele inkomstenbelasting en uitgestelde belastingen | -96.163 | 6.627 | -89.536 | ||
| Nettoresultaat van joint ventures en geassocieerde deelnemingen | -1.053 | 107 | 851 | 12.495 | 12.400 |
| RESULTAAT OVER DE PERIODE | 295.960 | -187 | 295.773 | ||
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 7.732 | -187 | 7.545 | ||
| AANDEEL VAN DE GROEP | 288.228 | - | 288.228 | ||
| Nettoboekwaarde immateriële vaste activa | 10.772 | 4.257 | - | - | 15.029 |
| Nettoboekwaarde materiële vaste activa en activa met gebruiksrecht | 1.485.866 | 1.189.390 | 70.507 | 80.446 | 2.826.209 |
| Boekwaarde van joint ventures en geassocieerde deelnemingen | -135 | 5.610 | 2.705 | 102.562 | 110.742 |
| Geboekt als niet-vlottende financiële activa | 30 | 5.610 | 2.714 | 106.332 | 114.686 |
| Geboekt als langlopende financiële verplichting | -165 | - | -9 | -3.770 | -3.944 |
| Investeringen in materiële vaste activa en activa met gebruiksrecht (*) | 204.923 | 184.238 | 17.896 | 471 | 407.528 |
| Kapitaalinvesteringen in joint ventures en geassocieerde deelnemingen (*) | 890 | - | - | 10.373 | 11.263 |
(*) Investeringen volgens de balans (rollforward materiële vaste activa en activa met gebruiksrecht en rollforward investeringen in joint ventures en geassocieerde deelnemingen) en niet volgens het kasstroomoverzicht dat niet-kascorrecties uitsluit. De financiële informatie vermeld in de gesegmenteerde informatie (gebruikmakend van de proportionele consolidatiemethode voor joint ventures) is aangesloten met de financiële informatie zoals gerapporteerd in de geconsolideerde balans en de geconsolideerde resultatenrekening (gebruikmakend van de vermogensmutatie- methode zoals vereist onder IAS 28) hierboven. De impact van de verschillende consolidatiemethode voor joint ventures is opgenomen in de kolom 'reconciliatie'. De proportionele (lijn per lijn) geïntegreerde bedragen van joint ventures worden in mindering gebracht en vervangen door het aandeel van de groep in het resultaat van de joint ventures. Daarnaast wordt de omzet van volledig geconsolideerde entiteiten ten opzichte van joint ventures (die proportioneel wordt geëlimineerd in de segmentrapportering) opnieuw toegevoegd aan de omzet in de jaarrekening van de groep, aangezien deze omzet niet langer wordt geëlimineerd wanneer joint ventures worden geconsolideerd volgens de equitymethode. Daarom weerspiegelt de verhouding tussen EBITDA/EBIT en omzet in de kolom 'reconciliatie' niet de verhouding van de joint ventures zelf. Geassocieerde deelnemingen worden geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode in zowel de segmentrapportering als de jaarrekening van de groep. De lijnen met betrekking tot ‘nettoresultaat van joint ventures en geassocieerde deelnemingen’ of ‘investeringen in joint ventures en geassocieerde deelnemingen’ in de segmentinformatie bevatten enkel geassocieerde deelnemingen, terwijl joint ventures worden toegevoegd in de reconciliërende items. Er wordt verwezen naar toelichting (9) voor meer informatie over joint ventures en geassocieerde deelnemingen.
| Financiële staten van de groep | Offshore Dredging & Energy | Environmental Concessions | Infra segmenten | Totaal | Reconciliatie |
|---|---|---|---|---|---|
| Omzet | 1.501.551 | 1.604.610 | 304.314 | 4.972 | 3.415.447 |
| EBITDA | 231.364 | 298.294 | 51.113 | -13.409 | 567.362 |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | -129.727 | -225.170 | -9.912 | -113 | -364.922 |
| EBIT | 101.637 | 73.124 | 41.201 | -13.522 | 202.440 |
| Financieel resultaat | -27.453 | 4.184 | -23.269 | ||
| RESULTAAT VOOR BELASTINGEN | 174.987 | 43.007 | 217.994 | ||
| Actuele inkomstenbelasting en uitgestelde belastingen | -40.998 | -8.620 | -49.618 | ||
| Nettoresultaat van joint ventures en geassocieerde deelnemingen | 1 | -2 | 377 | 37.386 | 37.762 |
| RESULTAAT OVER DE PERIODE | 171.751 | -158 | 171.593 | ||
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 8.989 | -158 | 8.831 | ||
| AANDEEL VAN DE GROEP | 162.762 | - | 162.762 | ||
| Nettoboekwaarde immateriële vaste activa | 12.674 | 6.098 | 8 | 4.067 | 22.847 |
| Nettoboekwaarde materiële vaste activa en activa met gebruiksrecht | 1.480.965 | 1.247.270 | 64.473 | 81.230 | 2.873.938 |
| Boekwaarde van joint ventures en geassocieerde deelnemingen | 28 | 5.347 | 2.505 | 112.989 | 120.869 |
| Geboekt als niet-vlottende financiële activa | 28 | 5.347 | 2.521 | 113.046 | 120.942 |
| Geboekt als langlopende financiële verplichting | - | - | -16 | -57 | -73 |
| Investeringen in materiële vaste activa en activa met gebruiksrecht (*) | 382.488 | 161.160 | 19.296 | 81.184 | 644.128 |
| Kapitaalinvesteringen in joint ventures en geassocieerde deelnemingen (*) | - | - | - | 7.671 | 7.671 |
(*) Investeringen volgens de balans (rollforward materiële vaste activa en activa met gebruiksrecht en rollforward investeringen in joint ventures en geassocieerde deelnemingen) en niet volgens het kasstroomoverzicht dat niet-kascorrecties uitsluit.
DEME is gespecialiseerd in offshore energie-, bagger- en maritieme infrastructuur-, milieu- en concessieprojecten. DEME biedt zijn klanten oplossingen op de kruising van land, water en energie. De groep creëert al bijna 150 jaar waarde voor zijn aandeelhouders en levert projecten op een veilige, duurzame en efficiënte manier met de beste mensen, de juiste middelen, technisch leiderschap en een doeltreffende toewijzing van middelen. De groep heeft daarom veel ervaring en is een koploper in innovatie en nieuwe technologieën.
DEME’s visie is te werken aan een duurzame toekomst door oplossingen te bieden voor wereldwijde uitdagingen: de stijgende zeespiegel, de groeiende bevolking en snelle verstedelijking, de reductie van emissies, vervuilde rivieren en bodems, de schaarste van minerale hulpbronnen en de stijgende maritieme handelsactiviteit die een constante verbetering van de maritieme infrastructuur vereist zoals het verzekeren van toegang voor steeds groter wordende schepen en het up-to-date houden van havens. Dankzij zijn gediversifieerde activiteitenportefeuille is DEME goed geplaatst om elk van deze uitdagingen aan te gaan.
DEME kan rekenen op meer dan 5.800 hooggekwalificeerde professionals en exploiteert één van de grootste en technologisch meest geavanceerde vloten ter wereld. Terwijl de wortels van het bedrijf in België liggen, heeft DEME een sterke aanwezigheid opgebouwd in alle wereldzeeën en continenten.
De maatschappelijke zetel en het adres van de moeder- maatschappij, DEME Group NV, is Scheldedijk 30, Beveren- Kruibeke-Zwijndrecht, België. DEME Group NV is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel Gent, afdeling Dendermonde, België met nummer BE 0787829347 en het rechtspersonennummer (LEI) bij de Kruispuntbank van Ondernemingen is 549300FPFPQPKI3PJV37. DEME Group NV is beursgenoteerd sinds 30 juni 2022 op Euronext Brussel onder het symbool ‘DEME’ (Euronext productnaam DEME GROUP) en ISIN code BE 0974413453.
Voor doeleinden van EU Directive 2004/10/EC betreffende de harmonisatie van de transparantievereisten met betrekking tot informatie over emittenten van wie de effecten mogen verhandeld worden op een gereguleerde markt en aanpassend aan Directive 2001/34/EC, is de lidstaat van herkomst België. DEME Group NV zal de Belgische Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA), als bevoegde toezichthouder van de markt van de lidstaat van herkomst, hierover inlichten. De effecten van DEME Group mogen enkel verhandeld worden in België. De website van de groep is www. deme-group.com.
De geconsolideerde jaarrekening van DEME Group NV voor 2024 en 2023 omvat de vennootschap en de ondernemingen van de groep, hierna gezamenlijk aangeduid als de ‘groep’ en afzonderlijk de dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde deelnemingen. In de rubriek consolidatieprincipes wordt uitgelegd hoe de ondernemingen van de groep in de geconsolideerde jaarrekening worden opgenomen. De geconsolideerde kerncijfers, de geconsolideerde resultatenrekening, de geconsolideerde balans, het geconsolideerde kasstroomoverzicht en de meeste toelichtingen, evenals het managementrapport en de segmentrapportering werden voorgesteld en besproken in het Auditcomité op 13 februari 2025 en in de Raad van Bestuur op 21 februari 2025. Het Jaarverslag werd op 17 maart 2025 beoordeeld door het Auditcomité en op 19 maart 2025 voorgelegd aan en goedgekeurd voor publicatie door de Raad van Bestuur.
De geconsolideerde jaarrekening en de bijbehorende toelichtingen zijn opgesteld in overeenstemming met de IFRS-boekhoudnormen zoals goedgekeurd door de Europese Unie.
De groep heeft de geconsolideerde jaarrekening opgesteld op basis van de continuïteit van haar activiteiten. De leden van de Raad van Bestuur zijn van mening dat er geen materiële onzekerheden zijn die aanzienlijke twijfel zouden kunnen doen rijzen over deze aanname.
De geconsolideerde jaarrekening is uitgedrukt in duizenden euro. Ze wordt opgesteld op basis van de historische kostprijs, met uitzondering van afgeleide financiële instrumenten, die tegen reële waarde worden gewaardeerd. De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld per, en voor de periode eindigend op, 31 december 2024. Ze wordt voorgesteld vóór de verwerking van de aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders voorgestelde winstverdeling.# Jaarrekening
In toepassing van IFRS 1, eerste toepassing van International Financial Reporting Standards, heeft de groep consistente boekhoudkundige principes toegepast, gebaseerd op IFRS EU, voor alle periodes gepresenteerd in deze jaarrekening, behalve voor standaarden die van kracht zijn vanaf 1 januari 2024. De groep heeft niet geopteerd voor de vervroegde toepassing van standaarden, interpretaties of wijzigingen die gepubliceerd zijn maar nog niet van kracht zijn.
Onderstaande wijzigingen zijn voor het eerst van toepassing in 2024 maar hebben geen impact op de geconsolideerde jaarrekening van de groep:
De standaarden en interpretaties die gepubliceerd zijn maar nog niet van kracht zijn per 31 december 2024 worden hieronder toegelicht:
(*) De wijzigingen in de standaard zijn nog niet bekrachtigd.
De groep is van plan deze standaarden en interpretaties, indien van toepassing, toe te passen zodra ze van kracht worden. Geen van deze gepubliceerde maar nog niet in werking getreden standaarden zal naar verwachting een materieel effect hebben op de jaarrekening.
De opstelling van de jaarrekening volgens IFRS vereist het gebruik van ramingen en het maken van assumpties die een invloed hebben op de in de jaarrekening opgenomen bedragen, met name met betrekking tot de volgende zaken:
Deze ramingen zijn gebaseerd op de veronderstelling dat de activiteiten in continuïteit zullen worden voortgezet en op de informatie die op dat moment beschikbaar is. De ramingen kunnen worden herzien indien de omstandigheden waarop zij gebaseerd zijn, veranderen of indien nieuwe informatie beschikbaar komt. Ramingen nemen ook wijzigingen in het macro-economische en geopolitieke landschap in rekening. De werkelijke resultaten kunnen van deze ramingen afwijken.
Zie Hoofdstuk 05.Corporate governance en risicobeheer - Risicobeheer eerder in dit Jaarverslag en toelichting (26) voorzieningen en voorwaardelijke activa en verplichtingen.
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening heeft de groep rekening gehouden met de potentiële impact van klimaatgerelateerde risico's die zowel transitierisico's als fysieke risico's omvatten. Transitierisico's zijn de potentiële kosten of de verminderde vraag bij de overgang naar een koolstofarme economie om de klimaatverandering te beperken, dat kan voortvloeien uit veranderingen in het beleid van de publieke sector (beleids- en wettelijke risico's), uit innovatie of nieuwe technologieën en uit het standpunt van investeerders en klanten ten aanzien van een groenere omgeving (markt- en reputatierisico's).
Operationele efficiëntie heeft als doel de productiviteit te verhogen en tegelijkertijd het energieverbruik te minimaliseren. In de loop der jaren hebben initiatieven om de operationele efficiëntie en productiviteit van de vloot te verbeteren geleid tot een vermindering van de broeikasgasintensiteit.
Brandstofverschuiving: Deze hefboom richt zich op de transitie naar minder broeikasgasintensieve brandstoftypes. Naast het huidige gebruik van koolstofarme brandstoffen start DEME met de eerste pilootprojecten om praktische kennis op te doen met toekomstige (netto) koolstofvrije brandstoffen. Er blijft echter een grote mate van onzekerheid bestaan over de specifieke brandstoffen die de toekomstige markt zullen domineren, hun beschikbaarheid en de bunkercapaciteit. Bijgevolg is het moeilijk om een schatting te maken van de precieze investeringen die nodig zijn om de vloot van DEME volledig voor te bereiden op de transitie naar deze toekomstige brandstoffen. De investeringskosten zullen sterk afhangen van verdere innovaties en technologische doorbraken en van het momentum en de timing van verdere investeringen. Het gebruik van koolstofarme brandstoffen is één van de twee KPI's voor de duurzaamheidsgerelateerde leningen van DEME, zoals uitgelegd in toelichting (21) en in hoofdstuk 07.Duurzaamheidsverklaringen – rubriek 2.4.2. In 2023 startte de groep met een 5-jaren investeringsplan van ongeveer 30 miljoen euro. Het hoofddoel was om brandstof besparende technologieën in de hele vloot in te voeren. Deze investeringskosten, samen met de kosten voor de integratie van specifieke brandstof besparende technologieën in nieuwe schepen, zijn opgenomen in het investeringsplan van DEME dat voornamelijk van kracht wordt vanaf 2025, met beperkte uitgaven in 2024. Alle investeringen van 2024 zijn recurrent en zullen soms betrekking hebben op een van de bovenstaande doelstellingen, maar het is moeilijk om de financiële impact van eventuele (extra) kosten in verband met deze doelstellingen te isoleren. DEME neemt duurzaamheid en ESG-impact op in alle business cases en budgetvoorstellen als onderdeel van een volledige set selectiecriteria vooraleer enige toekomstgerichte zakelijke beslissing wordt genomen. Deze aanpak past in de kern van het bedrijf, maar betekent ook dat extra OpEx- en CapEx-uitgaven of middelen die specifiek verband houden met de decarbonisatie roadmap momenteel niet altijd afzonderlijk worden geregistreerd. DEME overweegt en onderzoekt ook het gebruik van emissieloos materieel op verschillende projecten. De elektrificatie van bouwmaterieel en het gebruik van waterstof geeft de bouwsector steeds meer mogelijkheden om naar nuluitstoot toe te werken, maar er is nog steeds geen oplossing voor afgelegen locaties waar energie-intensief materieel wordt gebruikt, en deze locaties zijn meestal precies waar DEME aan het werk is. Naast vloot en uitrusting, en in lijn met DEME's ambitie om de energie-efficiëntie te verhogen en een volledig klimaatneutraal, modern hoofdkwartier te hebben, wordt de DEME Campus getransformeerd. Er wordt aanzienlijke vooruitgang geboekt. In februari 2025 zijn de werken gestart om drie grote kantoorgebouwen af te breken die 50% van het totale brandstofverbruik van de hele DEME Campus voor hun rekening nemen. In het kader van de transformatie worden zes bestaande en nieuwe kantoorgebouwen op de DEME Campus met elkaar verbonden via een verwarmings-/koelingsnetwerk en worden ze allemaal uitgerust met warmtepompen en een warmte- en koudeopslagsysteem dat gebruik maakt van geothermische energie. DEME is begonnen aan een meerjarenplan om over te schakelen van verwarming op fossiele brandstoffen naar het gebruik van groene energie. Bovendien zijn de nieuwe DEME Labs, die in 2023 werden geopend, uitgerust met zonnepanelen op het dak. Wat betreft het vervoer van personen bij DEME, dat zakenvluchten, treinreizen en het wagenpark omvat, wordt het tempo waarin het wagenpark van de groep wordt geëlektrificeerd steeds hoger. In 2024 was 30% van de vloot volledig elektrisch en DEME plaatst enkel nieuwe bestellingen voor elektrische voertuigen. DEME heeft 340 elektrische oplaadpunten geïnstalleerd op de parkings van de hoofdzetel en de werknemers krijgen een laadpunt aan de muur. Daarnaast lanceerde DEME een speciaal initiatief om meer mensen aan te moedigen met de fiets naar de DEME Campus te komen. Het Bike Lease programma is populair gebleken: ongeveer 250 werknemers hebben zich aangesloten bij het programma en de meesten van hen hebben gekozen voor een elektrische fiets.
167 Fysieke risico's als gevolg van klimaatverandering zijn risico's die verband houden met de fysieke gevolgen, zoals directe schade aan bedrijfsmiddelen, vertraging door het weer bij de uitvoering van het project en verstoring van de toeleveringsketen. Fysieke risico's omvatten de gevolgen van klimaatverandering, zoals extreem weer, veranderingen in windpatronen, stijging van de zeespiegel en meer neerslag. Deze risico's kunnen het gevolg zijn van een gebeurtenis (acuut) of van verschuivingen in klimaatpatronen op langere termijn (chronisch). (Verwezen wordt naar Hoofdstuk 07.Duurzaamheidsverklaringen - rubriek 2.2.1 en 2.2.2)
Voor de evaluatie van de fysieke klimaatrisico's hanteert DEME een tweevoudige aanpak. Het eerste aandachtspunt is de beoordeling van de risico's in verband met zijn maritieme activiteiten en de operabiliteit van zijn schepen. Het tweede aandachtspunt is de evaluatie van de veerkracht van structuren - zoals funderingen en kabels - die via de offshore EPCI-projecten van DEME worden ontworpen en geleverd. Beide aspecten zijn essentieel, maar uit de analyse blijkt dat het beheer van de klimaatrisico's met betrekking tot de maritieme activiteiten van groter strategisch belang is wegens hun aanzienlijke bijdrage aan de algemene activiteiten van DEME. De schepen van DEME zijn de voornaamste activa van het bedrijf. Een belangrijk resultaat van de analyse van de klimaatveerkracht is de bevinding dat klimaatgerelateerde effecten een invloed kunnen hebben op alle maritieme activiteiten van DEME door een hogere uitvaltijd van projecten als gevolg van extreme weersomstandigheden, wat kan leiden tot vertragingen, hogere kosten en veiligheidsrisico's. Om deze problemen aan te pakken, heeft DEME het beheer van fysieke klimaatrisico's geïntegreerd in zijn bedrijfspraktijken. Door de weersomstandigheden op te volgen en geavanceerde voorspellingen te gebruiken, worden de activiteiten proactief aangepast om verstoringen te beperken en de veiligheid en efficiëntie te verbeteren. Contracten bevatten clausules over weersvertraging en schadeverzekeringen dekken schade aan activa als gevolg van extreme omstandigheden. Wanneer zich een verlies voordoet, wordt de negatieve impact op het resultaat die niet wordt gedekt of terugbetaald door de klant, opgenomen in de marge aan het einde van het project of opgenomen in de kosten in de betreffende verslagperiode.
De volgende gevolgen van klimaatgerelateerde zaken worden behandeld of zijn beoordeeld in de geconsolideerde jaarrekening:
- impact van klimaatverandering op de restwaarde en de gebruiksduur van activa werd in overweging genomen bij het bepalen van de boekwaarde van vaste activa (zie toelichting (7) materiële vaste activa)
- de impact van elektrificatie van het wagenpark van DEME en de verhoogde leasingkosten in verband met elektrische voertuigen (zie toelichting (8) gebruiksrecht activa)
- er is rekening gehouden met de gevolgen van klimaatverandering voor de erkenning en waardering van voorzieningen en voorwaardelijke verplichtingen (zie toelichting (26) voorzieningen en voorwaardelijke activa en verplichtingen)
- de impact van klimaatverandering is onderzocht in relatie tot indicaties voor bijzondere waardeverminderingen en de verwachte kasstromen die worden gebruikt bij de beoordeling van bijzondere waardevermindering op de boekwaarde van vaste activa inclusief goodwill (zie toelichting (6) goodwill)
- de impact van klimaatverandering is in beschouwing genomen bij de beoordeling van de toekomstige winstgevendheid die wordt gebruikt bij de beoordeling van de realiseerbaarheid van uitgestelde belastingvorderingen (zie toelichting (11) actuele belastingen en uitgestelde belastingen)
Samenvattend kan er gesteld worden dat voor het jaar eindigend op 31 december 2024 geen materiële impact in de financiële staten is geïdentificeerd wat betreft de inschattingen en assumpties komende van de klimaatverandering en als gevolg de waarderingen van activa en verplichtingen niet significant zijn beïnvloed door het risico van klimaatverandering. Verder concludeert de groep dat het klimaatveranderingsrisico geen invloed heeft op de continuïteitsbeoordeling per december 2024. De inspanningen om de klimaatverandering wereldwijd te beperken creëert voor de groep kansen, aangezien DEME de energietransitie bevordert door infrastructuur voor hernieuwbare energie te ontwikkelen, bescherming biedt tegen de krachten van de natuur en weerbare infrastructuur bouwt die beter aangepast is aan klimaat gerelateerde gevaren. De groep speelt een rol in de overgang naar een circulaire economie met zijn bodemsanering en ‘brownfield’ ontwikkeling, milieubaggeren en sedimentbehandeling en investeert in de productie, opslag en het transport van groene waterstof.Voor de gerealiseerde omzet die een substantiële bijdrage levert aan de bestrijding van de klimaatverandering wordt er verwezen naar toelichting (1) omzet en orderboek, voor de vermelding van de taxonomisch in aanmerking komende gerealiseerde omzet die een substantiële bijdrage levert aan de beperking van de klimaatverandering en naar Hoofdstuk 07.Duurzaamheidsverklaringen - rubriek 2.1) Macro-economische onderwerpen DEME is actief in, en kan beïnvloed worden door, bepaalde globale en regionale macro-economische en politieke omgevingen. Het huidige mondiale landschap wordt gekenmerkt door onzekerheid als gevolg van internationale conflicten, toenemende sociale spanningen, technologische veranderingen en veranderende financiële omstandigheden. Het einde van 2023 en het volledige 2024 werden gekenmerkt door verstoringen van de wereldwijde maritieme handelsstromen als gevolg van de crisis in de Rode Zee. Schepen die de Golf van Aden binnenvaren en door de Rode Zee en het Suezkanaal varen, blijven te maken krijgen met aanvallen van de Houthi's uit Jemen. Deze veiligheidsdreigingen hebben geleid tot aanzienlijke omleidingen van schepen. Schepen die via de handelsroute Azië-Europa varen, zijn van hun oorspronkelijke route afgeweken en zijn rond Kaap de Goede Hoop in Afrika gaan varen. Als gevolg van dit conflict in de Rode Zee leggen ook de schepen van DEME langere afstanden af (waardoor de reistijd langer wordt) en hebben ze hogere werkingskosten. Deze kosten zijn opgenomen in de OpEx van DEME, worden continu opgevolgd binnen de groep en waar mogelijk doorgerekend aan de klanten.
De geconsolideerde jaarrekening omvat de jaarrekeningen van de vennootschap en van de dochterondernemingen die entiteiten zijn waarover de vennootschap zeggenschap uitoefent (integraal geconsolideerde entiteiten). Er bestaat controle wanneer de vennootschap:
De vennootschap beoordeelt opnieuw of ze al dan niet controle uitoefent over een deelneming indien uit feiten en omstandigheden blijkt dat er wijzigingen zijn in één of meer van de drie hierboven opgesomde elementen van controle.
De consolidatie van een dochteronderneming begint wanneer de vennootschap controle verkrijgt over de dochteronderneming en eindigt wanneer de vennootschap de controle over de dochteronderneming verliest. In het bijzonder worden de opbrengsten en kosten van een dochteronderneming die in de loop van het jaar is verworven of afgestoten, opgenomen in de geconsolideerde staat van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten vanaf de datum waarop de vennootschap controle verkrijgt tot de datum waarop de vennootschap niet langer controle over de dochteronderneming uitoefent.
Winst of verlies en elke component van gerealiseerde en niet- gerealiseerde resultaten wordt toegerekend aan de eigenaars van de vennootschap en aan de minderheidsbelangen. Het totaalresultaat van de dochterondernemingen wordt toegerekend aan de eigenaars van de vennootschap en aan de minderheidsbelangen, zelfs als dit tot gevolg heeft dat de minderheidsbelangen een negatief saldo vertonen.
Indien nodig worden aanpassingen aangebracht aan de financiële staten van de dochterondernemingen om hun waarderingsregels in overeenstemming te brengen met de waarderingsregels van de groep. Alle intragroepsactiva en -passiva, eigen vermogen, opbrengsten, kosten en kasstromen met betrekking tot transacties tussen leden van de groep worden volledig geëlimineerd in de geconsolideerde jaarrekening.
Wijzigingen in de eigendomsbelangen van de groep in dochterondernemingen die er niet toe leiden dat de groep de controle over de dochterondernemingen verliest, worden geboekt als eigenvermogenstransacties. De boekwaarden van de belangen van de groep en van de minderheidsbelangen worden aangepast om rekening te houden met de wijzigingen in hun relatieve belangen in de dochterondernemingen. Elk verschil tussen het bedrag waarmee de minderheidsbelangen worden aangepast en de reële waarde van de betaalde of ontvangen vergoeding wordt rechtstreeks in het eigen vermogen opgenomen en toegerekend aan de eigenaars van de vennootschap.
Wanneer de groep de controle over een dochteronderneming verliest, wordt een winst of verlies opgenomen in de resultatenrekening. Dit wordt berekend als het verschil tussen (i) het totaal van de reële waarde van de ontvangen vergoeding en de reële waarde van een eventueel resterend belang en (ii) de vorige nettoboekwaarde van de activa (met inbegrip van goodwill) en de passiva van de dochteronderneming en eventuele minderheidsbelangen (vóór haar afstoting).
Alle bedragen die voorheen in de niet-gerealiseerde resultaten werden opgenomen met betrekking tot die dochteronderneming, worden geboekt alsof de groep de gerelateerde activa en verplichtingen van de dochteronderneming direct had afgestoten (d.w.z. overgeboekt naar de resultatenrekening of overgeboekt naar een andere categorie van het eigen vermogen zoals gespecificeerd/toegestaan door de toepasselijke IFRS).
Een aangehouden deelneming wordt initieel tegen reële waarde gewaardeerd. Deze reële waarde wordt de initiële boekwaarde op de datum waarop de controle verloren gaat en met het oog op de latere verwerking van het aangehouden belang als een geassocieerde deelneming, joint venture of financieel actief.
Geassocieerde deelnemingen zijn ondernemingen waarin de DEME groep een invloed van betekenis uitoefent. Invloed van betekenis is de macht om deel te nemen aan het financiële en operationele beleid van een onderneming zonder dat er sprake is van controle of gezamenlijke controle over dat beleid.
Een gemeenschappelijke dochteronderneming (joint venture) is een gemeenschappelijke regeling waarbij de partijen die gezamenlijke controle over de regeling uitoefenen, rechten hebben op de netto-activa van de gemeenschappelijke regeling. Gezamenlijk zeggenschap is het contractueel overeengekomen delen van de controle over een regeling, waarvan alleen sprake is indien besluiten over de relevante activiteiten de unanieme instemming vereisen van de partijen die de controle delen.
Activa, passiva, opbrengsten en kosten van joint ventures en geassocieerde deelnemingen worden in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode. Volgens deze methode wordt een investering in een joint venture of geassocieerde deelneming eerst tegen kostprijs in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen en vervolgens aangepast om het aandeel van de groep in het nettoresultaat en in het totaalresultaat van de geassocieerde deelneming of joint venture op te nemen.
Wanneer het aandeel van de groep in de verliezen van een geassocieerde deelneming of een joint venture groter is dan het belang van de groep in die geassocieerde deelneming of joint venture (met inbegrip van langetermijnbelangen die in wezen deel uitmaken van de netto-investering van de groep in de geassocieerde deelneming of joint venture), stopt de groep met de opname van haar aandeel in verdere verliezen. Bijkomende verliezen worden alleen opgenomen voor zover de groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft aangegaan of betalingen heeft verricht namens de geassocieerde deelneming of de joint venture. Deze verliezen worden op de balans geboekt als overige langlopende financiële verplichtingen in plaats van als negatieve investeringen in niet-vlottende financiële activa (toelichting (9)).
De proportionele consolidatiemethode, waarbij de groep de activa, passiva, opbrengsten en kosten boekt volgens hun belang in de joint venture, is niet toegestaan onder IFRS, maar wordt nog steeds toegepast in de managementrapportage die de basis vormt voor de segmentrapportering.
Belangen in joint ventures of geassocieerde deelnemingen worden geboekt vanaf de datum waarop de entiteit een joint venture of geassocieerde deelneming wordt. Bij de verwerving van het belang wordt het eventuele surplus tussen de kostprijs van de investering en het aandeel in de reële waarde van de netto-activa van de entiteit geboekt als goodwill die in de boekwaarde van de investering is begrepen. Elk surplus tussen het aandeel van de groep in de reële waarde van de netto-activa en de kostprijs van de investering na herwaardering wordt onmiddellijk in de resultatenrekening opgenomen tijdens de periode van verwerving van de investering.
De groep blijft de vermogensmutatiemethode toepassen wanneer een investering in een geassocieerde deelneming een investering in een joint venture wordt, of wanneer een investering in een joint venture een investering in een geassocieerde deelneming wordt. Er vindt geen herwaardering naar reële waarde plaats bij dergelijke wijzigingen in eigendomsbelangen.
Wanneer de groep haar eigendomsbelang in een geassocieerde deelneming of een joint venture vermindert, maar de groep de vermogensmutatiemethode blijft toepassen, deelt de groep het gedeelte van de winst of het verlies dat voorheen was opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten met betrekking tot die vermindering van het eigendomsbelang opnieuw in als winst of verlies, indien die winst of dat verlies zou worden heringedeeld als winst of verlies bij de vervreemding van de gerelateerde activa of verplichtingen.
Wanneer een entiteit van de groep handelt met een geassocieerde deelneming of een joint venture van de groep, worden de winsten en verliezen uit de transacties met de geassocieerde deelneming of joint venture alleen voor de belangen in de geassocieerde deelneming of joint venture die geen verband houden met de groep opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de groep.Het brutobedrag van transacties met geassocieerde deelnemingen of joint ventures wordt niet geëlimineerd; enkel eventuele winsten of verliezen op deze transacties worden geëlimineerd. Een gezamenlijke operatie (joint operation) is een gemeenschappelijke regeling waarbij de partijen directe rechten hebben op de activa en directe verplichtingen hebben met betrekking tot de verplichtingen van deze gezamenlijke operatie. Gezamenlijke zeggenschap is het contractueel delen van de zeggenschap over een regeling, waarvan alleen sprake is indien besluiten over de relevante activiteiten de unanieme instemming vereisen van alle partijen die de zeggenschap delen. Wanneer een entiteit van de DEME groep een gezamenlijke operatie start, erkent DEME in verhouding tot haar belang in de gezamenlijke operatie:
De groep boekt de activa, passiva, opbrengsten en kosten met betrekking tot haar belang in een gezamenlijke operatie volgens de IFRS-regels die van toepassing zijn op de specifieke activa, passiva, opbrengsten en kosten. Wanneer een entiteit van de groep een transactie verricht met een joint operation waarin een entiteit van de groep een gezamenlijke exploitant is (zoals een verkoop of inbreng van activa), wordt de groep geacht de transactie met de andere partijen bij de gezamenlijke operatie uit te voeren, en worden winsten en verliezen uit de transacties alleen in de geconsolideerde jaarrekening van de groep opgenomen in verhouding tot het belang van de andere partijen bij de gezamenlijke operatie. Binnen de DEME groep zijn er ook projectgestuurde bouw- consortiums die niet als een afzonderlijke juridische entiteit gestructureerd zijn. Zij worden rechtstreeks geïntegreerd in de cijfers van de dochteronderneming van DEME die deelneemt aan het consortium. Zij worden beschouwd als joint operations en daarom volgen ze de boekhoudmethode hierboven beschreven (integratie op lijn per lijn basis).
De geconsolideerde jaarrekening van de groep wordt voorgesteld in euro, die ook de functionele munt van de moedermaatschappij is. Voor elke entiteit bepaalt de groep de functionele valuta, en de posten in de jaarrekening van elke entiteit worden gewaardeerd in die functionele valuta.
Financiële staten van buitenlandse entiteiten met een functionele valuta die niet gelijk is aan de euro, worden als volgt omgerekend:
Eventuele wisselkoerskoersverschillen die voortvloeien uit de omrekening van buitenlandse dochterondernemingen, joint ventures of geassocieerde deelnemingen worden opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten en geaccumuleerd in het eigen vermogen (en indien van toepassing toegerekend aan minderheidsbelangen). Transacties in vreemde valuta worden geboekt tegen de wisselkoersen die gelden op de datum van de transacties. Monetaire activa en passiva in vreemde valuta worden omgerekend tegen de koers op balansdatum. Winsten en verliezen uit de afwikkeling van in vreemde valuta gebaseerde transacties en uit de omrekening van in vreemde valuta gebaseerde monetaire activa en passiva worden in de resultatenrekening opgenomen. Niet- monetaire posten die worden gewaardeerd tegen historische kostprijs in een vreemde valuta, worden niet omgerekend.
Bij de afstoting van een buitenlandse activiteit (d.w.z. een afstoting van het volledige belang van de groep in een buitenlandse activiteit, een afstoting met verlies van zeggenschap over een dochteronderneming die een buitenlandse activiteit omvat), worden alle gecumuleerde wisselkoersverschillen in het eigen vermogen met betrekking tot die activiteit toerekenbaar aan de eigenaars van de vennootschap overgeboekt naar de resultatenrekening. De groep past de directe consolidatiemethode toe en bij de afstoting van een buitenlandse activiteit weerspiegelt de/het naar de resultatenrekening overgeboekt winst/verlies, het bedrag dat uit de toepassing van deze methode voortvloeit. In geval van een gedeeltelijke verkoop van een dochter- onderneming die een buitenlandse activiteit omvat die er niet toe leidt dat de groep de zeggenschap over de dochteronderneming verliest, wordt het evenredige deel van de gecumuleerde wisselkoersverschillen opnieuw toegewezen aan de minderheids- belangen en niet in de resultatenrekening opgenomen. Voor alle andere gedeeltelijke afstotingen (d.w.z. gedeeltelijke afstotingen van geassocieerde deelnemingen of gezamenlijke regelingen waarbij de groep geen invloed van betekenis of gezamenlijke zeggenschap verliest), wordt het evenredige deel van de gecumuleerde wisselkoersverschillen overgeboekt naar de resultatenrekening. Toelichting (22) bevat een tabel met de wisselkoersen van vreemde valuta ten opzichte van de euro per 31 december 2024 en 2023.
Deze immateriële vaste activa, die afzonderlijk zijn verworven en die een beperkte gebruiksduur hebben, worden gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met geaccumuleerde afschrijving en geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingen. De afschrijving geschiedt lineair over de geschatte gebruiksduur. Deze immateriële vaste activa hebben voornamelijk betrekking op de verworven technologie van de activiteiten van SPT Offshore, die wordt afgeschreven over de economische levensduur van 10 jaar en de stille installatietechniek van GBM die over 3 jaar wordt afgeschreven. Kosten voor het configureren of aanpassen van de applicatiesoftware van een leverancier in een Software as a Service (SaaS)-regeling worden beschouwd als kosten van een servicecontract en ten laste genomen in de resultatenrekening.
Uitgaven voor onderzoeksactiviteiten worden als OpEx-uitgaven in de resultatenrekening opgenomen op het moment dat ze zich voordoen. Een intern gegenereerd immaterieel vast actief dat voortvloeit uit de ontwikkeling (of uit de ontwikkelingsfase van een intern project) wordt opgenomen indien, en alleen indien, alle volgende elementen zijn aangetoond:
Het voor intern gegenereerde immateriële vaste activa aanvankelijk opgenomen bedrag is de som van de uitgaven die worden gedaan vanaf de datum waarop het immaterieel actief voor het eerst voldoet aan de hierboven vermelde opnamecriteria. Wanneer geen intern gegenereerde immateriële vaste activa kunnen worden erkend, worden de ontwikkelingskosten in de resultatenrekening opgenomen in de periode waarin zij worden gemaakt. Na de initiële waardering worden intern gegenereerde immateriële vaste activa opgenomen tegen kostprijs verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en gecumuleerde waardeverminderingen, op dezelfde basis als immateriële vaste activa die afzonderlijk worden verworven. De toetsing op bijzondere waardevermindering gebeurt tijdens de ontwikkeling bij elke afsluitingsperiode. In het Concessions segment worden sommige ontwikkelingskosten geactiveerd. Voor elk project dient de initiële erkenning voorgaand worden goedgekeurd door het Auditcomité en wordt de toetsing op bijzondere waardevermindering in de vergadering besproken op halfjaarlijkse basis. De afschrijving van ontwikkelingskosten start ten vroegste op de datum waarop de financial close van het betreffende project wordt bereikt.
In het Concessions segment, neemt DEME de uitgaven voor de exploratie en evaluatie van minerale hulpbronnen op de zeebodem in kosten (geen activatie), aangezien de erkenningscriteria niet vervuld zijn.
Goodwill die voortvloeit uit een bedrijfscombinatie wordt opgenomen als een actief op de datum waarop de zeggenschap is verkregen (de overnamedatum). Goodwill wordt gewaardeerd tegen kostprijs, zijnde het bedrag waarmee de overgedragen vergoeding, de minderheidsbelangen in de overgenomen onderneming en de reële waarde van het eventuele reeds door de groep gehouden belang in de overgenomen onderneming het nettobedrag overschrijdt van de op de overnamedatum verworven identificeerbare activa en overgenomen verplichtingen. Minderheidsbelangen worden bij de eerste opname gewaardeerd tegen de reële waarde of tegen het aandeel van de minderheids- belangen in de opgenomen identificeerbare netto-activa van de overgenomen partij. De waarderingsgrondslag wordt per transactie gekozen.# Indien, na herbeoordeling, het nettosaldo op de overnamedatum van de verworven identificeerbare activa en de overgenomen verplichtingen hoger is dan de som van de overgedragen vergoeding, de minderheidsbelangen in de overgenomen partij en de reële waarde van het eventuele vroegere belang van de groep in de overgenomen partij, wordt het surplus onmiddellijk in de resultatenrekening opgenomen als een winst op een voordelige koop. Goodwill wordt niet afgeschreven, maar wordt jaarlijks op bijzondere waardevermindering getoetst, of vaker indien er aanwijzingen zijn dat de kasstroomgenererende eenheid waaraan de goodwill wordt toegerekend, mogelijk een waardevermindering heeft ondergaan. Goodwill wordt in de balans opgenomen tegen kostprijs verminderd met eventuele gecumuleerde bijzondere waardeverminderingen. Bijzondere waardeverminderingen op goodwill worden in toekomstige perioden niet teruggenomen. Indien de groep de zeggenschap over een dochteronderneming verliest, worden de daarmee verband houdende activa (met inbegrip van goodwill), passiva, minderheidsbelangen en andere bestanddelen van het eigen vermogen niet langer in de balans opgenomen, terwijl de daaruit voortvloeiende winsten of verliezen in de resultatenrekening worden opgenomen. Elke aangehouden investering wordt opgenomen tegen reële waarde.
Materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen historische kostprijs, verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen. De historische kostprijs omvat alle directe kosten en alle uitgaven die zijn gedaan om het goed in de toestand en op de plaats van gebruik te brengen, alsmede voor het beoogde gebruik. De historische kostprijs omvat de oorspronkelijke aankoopprijs, de tijdens de bouwperiode gemaakte intercalaire interesten (m.b.t. specifieke leningen) en de daarmee verband houdende directe kosten. De belangrijkste bagger- en offshore schepen bestaan uit componenten met een verschillende gebruiksduur die als afzonderlijke posten worden geboekt. Latere kosten worden opgenomen in de boekwaarde van het actief of worden opgenomen als een afzonderlijk actief, naargelang het geval, uitsluitend wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen van het goed naar de groep zullen vloeien en de kostprijs van het goed op betrouwbare wijze kan worden bepaald. De boekwaarde van het vervangen onderdeel wordt niet langer in de balans opgenomen. De slijtage van baggermaterieel is sterk afhankelijk van project specifieke combinaties van bodemgesteldheid, te verwerken materiaal, maritieme omstandigheden en de intensiteit van de inzet van het materieel (factoren die moeilijk te voorspellen zijn). Wegens deze grillige en tijdsonafhankelijke patronen worden de onderhouds- en reparatiekosten van de activa tijdens de exploitatie van het vaartuig hoofdzakelijk erkend in de resultatenrekening. De droogdokkosten van de belangrijkste productieschepen (kosten van groot onderhoud) worden in de boekwaarde van het vaartuig opgenomen wanneer zij worden gemaakt en afgeschreven over een periode van vijf jaar (normale periode voorzien tussen twee opeenvolgende droogdokperiodes). Afschrijvingen worden ten laste van de resultatenrekening gebracht volgens de lineaire methode op basis van de gebruiksduur, rekening houdend met een geraamde restwaarde. Terreinen worden niet afgeschreven, aangezien ervan wordt uitgegaan dat zij een onbeperkte levensduur hebben, behalve stortplaatsen voor zandwinning, die worden afgeschreven naargelang van de gewonnen tonnage. Gebouwen worden afgeschreven over 25 jaar. De afschrijvingsperiodes voor drijvend en ander bouwmaterieel variëren van 3 jaar (zoals voor pijpleidingen) tot 25 jaar (hoofdcomponent van transportschepen). De hoofdcomponent van sleephopper-zuigers en cutterzuigers wordt over een periode van 18 jaar afgeschreven wanneer ze voor 2019 in productie waren. Voor nieuwe sleephopperzuigers, cutterzuigers, kabellegschepen en DP3 offshore kraanschepen die sinds 2019 in productie zijn, wordt de hoofdcomponent afgeschreven over een periode van 20 jaar en een tweede component over een periode van 10 jaar. Deze afschrijvingsregel was al van toepassing voor de grote hefvaartuigen. De hoofdcomponent omvat voornamelijk de romp en de machines, de tweede component heeft betrekking op de delen van een schip met een kortere levensduur dan de economische levenscyclus van het schip. Meubilair en andere vaste activa worden afgeschreven over een periode van 3 tot 10 jaar. Sinds 2019 wordt de restwaarde van alle activa met een restwaarde geraamd op 1% van de initiële investeringswaarde. De afschrijvingsmethoden, de verwachtte levensduur en de restwaarde worden aan het eind van elk boekjaar opnieuw geëvalueerd en zo nodig gewijzigd. Materiële vaste activa in aanbouw worden opgenomen op basis van de betaalde termijnen en de geactiveerde rentekosten tijdens de bouwperiode. Winsten en verliezen op overdrachten en buitengebruikstellingen worden bepaald door de netto- opbrengst ervan te vergelijken met de boekwaarde en worden opgenomen onder overige bedrijfsopbrengsten of overige bedrijfskosten.
De groep beoordeelt bij het aangaan van het contract of een contract een leaseovereenkomst is of bevat. Dat wil zeggen, of het contract het recht overdraagt om gedurende een bepaalde periode het gebruik van een geïdentificeerd actief te bepalen in ruil voor een vergoeding. De groep past één enkele opname- en waarderingsmethode toe voor alle leaseovereenkomsten, behalve voor kortlopende leaseovereenkomsten (minder dan één jaar) en lease- overeenkomsten van activa met een lage waarde.
Activa die het recht vertegenwoordigen om het onderliggende geleasede actief te gebruiken, worden geactiveerd als activa met gebruiksrecht tegen kostprijs, bestaande uit het bedrag van de eerste waardering van de leaseverplichting, eventuele leasebetalingen die op of vóór de aanvangsdatum zijn gedaan, verminderd met eventuele ontvangen leasebonussen, eventuele directe eerste kosten en herstelkosten. De overeenkomstige leaseverplichtingen, die de netto contante waarde vertegenwoordigen van de leasebetalingen die over de leaseperiode moeten worden verricht, worden opgenomen als langlopende of kortlopende verplichtingen, afhankelijk van de periode waarin zij verschuldigd zijn. De leasebetalingen worden verdisconteerd aan de hand van de incrementele debetrentevoet van de leasingnemer. De leasebetalingen omvatten vaste betalingen (inclusief variabele betalingen die het karakter van vaste betalingen hebben), verminderd met te ontvangen leasevoordelen, variabele leasebetalingen die afhankelijk zijn van een index of een rentevoet, en bedragen die naar verwachting zullen worden betaald uit hoofde van restwaardegaranties. De leaseverplichtingen worden opgenomen onder rentedragende schulden. De leaserente wordt als rentelast ten laste van de resultatenrekening gebracht. Geleasede activa worden lineair afgeschreven over de leaseperiode of over de geschatte gebruiksduur van de activa, indien deze korter is, met inbegrip van de periode van hernieuwbare opties, indien het redelijk zeker is dat de optie zal worden uitgeoefend. Wanneer met redelijke zekerheid kan worden gesteld dat de eigendom aan het eind van de leaseperiode zal worden verkregen, zijn de afschrijvings- grondslagen voor het geleasede actief consistent met die voor afschrijfbare activa in eigendom. Wanneer er echter geen redelijke zekerheid bestaat dat de eigendom tegen het eind van de leaseperiode zal worden verkregen, wordt het actief afgeschreven over de kortste termijn van de leaseperiode en de verwachte gebruiksduur. De activa met gebruiksrecht zijn eveneens onderhevig aan bijzondere waardeverminderingen.
De voorraden worden gewaardeerd tegen de laagste waarde van de kostprijs of de netto realiseerbare waarde. Voor de berekening van de kosten van grondstoffen wordt de methode van de gewogen gemiddelde kosten gebruikt, terwijl de kosten van verbruiksgoederen worden bepaald volgens de FIFO- methode. De netto realiseerbare waarde is de geschatte verkoopprijs in het kader van de gewone bedrijfsuitoefening, verminderd met de kosten van voltooiing en de geschatte kosten om de verkoop te realiseren. Wanneer voorraden worden verkocht, dient de boekwaarde van deze voorraden te worden opgenomen als kost in de periode waarin de gerelateerde opbrengsten worden opgenomen. Het bedrag van elke waardevermindering tot het bedrag van de netto realiseerbare waarde en alle geboekte verliezen op voorraden, wordt als kost opgenomen in de periode waarin de waarde- vermindering of het verlies plaatsvindt. Het bedrag van terugneming van elke waardevermindering op voorraden, voortvloeiend uit een toename van de netto realiseerbare waarde, dient te worden opgenomen als een vermindering van het bedrag van de voorraden dat als kost wordt opgenomen in de periode waarin de terugneming plaatsvindt.
Activa uit hoofde van contracten betreffen het bruto nog in rekening te brengen bedrag, op verslagdatum, dat naar verwachting van klanten zal worden ontvangen voor verrichte contractuele werkzaamheden (hierna: “werk in uitvoering”) en verrichte diensten. Werk in uitvoering wordt gewaardeerd als de som van de kostprijs van het uitgevoerde werk, vermeerderd met een deel van de verwachte resultaten bij voltooiing van het project in verhouding met de gemaakte voortgang en verminderd met de gefactureerde termijnen in verhouding met de voortgang, en verminderd met mogelijke voorzieningen voor verliezen. Voorzieningen worden aangelegd voor verwachte verliezen op werk in uitvoering zodra deze gekend zijn en, in voorkomend geval, worden reeds opgenomen winsten teruggenomen.# Zo lang het project niet gestart is en de assumpties over de uitvoering van het werk nog niet finaal zijn (en een voorziening voor verwachte verliezen moeilijk te waarderen valt), wordt er geen voorziening voor verwachte verliezen opgenomen, tenzij er een vaststaande gebeurtenis is die de voorziening onderbouwt. Een voorziening voor verwachte verliezen wordt aangelegd als verplichting uit hoofde van contracten. Opbrengsten uit meerwerken en vorderingen worden opgenomen in de totale opbrengsten uit hoofde van contracten indien de klant het betrokken bedrag heeft aanvaard. De kostprijs omvat de project-kosten, bestaande uit loonkosten, materialen, kosten van uitbesteed werk, huurlasten, onderhoudskosten van het gebruikte materieel en andere projectkosten. De gebruikte huurtarieven zijn gebaseerd op de verwachte gemiddelde bezetting van de schepen op lange termijn. De voortgang van een project wordt gemeten als de verhouding tussen de actuele opgelopen kosten van het verrichte werk en de totale verwachte kostprijs van het project als geheel. Winsten worden pas opgenomen als een betrouwbare schatting van het eindresultaat van het project kan worden gemaakt. DEME is van mening dat een dergelijke betrouwbare raming niet kan worden gemaakt zolang het voltooiingspercentage lager ligt dan 10% van de totale verwachte kostprijs van het project of indien de installatieschepen voor de funderingsprojecten van offshore windmolenparken nog niet zijn gemobiliseerd. Het saldo van de waarde van de werken in uitvoering wordt per project bepaald. Voor projecten waarbij de facturatie naar rato van de voortgang van het werk en de vooruitbetalingen de waarde van het onderhanden werk overschrijden, wordt het saldo opgenomen onder verplichtingen uit hoofde van contracten in plaats van onder vorderingen uit hoofde van contracten. Vooruitbetalingen zijn bedragen die door de groep worden ontvangen voordat de desbetreffende werkzaamheden zijn verricht. De groep presenteert deze afzonderlijk van andere verplichtingen uit hoofde van contracten.
Handelsvorderingen en overige vorderingen worden aanvankelijk opgenomen tegen reële waarde en vervolgens tegen geamortiseerde kostprijs minus gecumuleerde bijzondere waardeverminderingen.
De groep classificeert niet-vlottende activa als bestemd voor verkoop indien hun boekwaarde hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd door middel van een verkooptransactie en niet door hun voortgezette gebruik. Niet-vlottende (groepen) activa geclassificeerd als bestemd voor verkoop, worden gewaardeerd tegen de laagste waarde van hun boekwaarde en hun reële waarde minus de verkoopkosten. Verkoopkosten zijn de kosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de vervreemding van een actief, exclusief financieringskosten en lasten uit hoofde van inkomstenbelastingen. De criteria voor classificatie als bestemd voor verkoop zijn slechts voldaan wanneer de verkoop zeer waarschijnlijk is en het actief die wordt afgestoten in hun huidige toestand onmiddellijk beschikbaar is voor verkoop. Uit de acties die nodig zijn om de verkoop te voltooien, moet blijken dat het onwaarschijnlijk is dat belangrijke wijzigingen in de verkoop zich zullen voordoen of dat de beslissing om te verkopen zal worden ingetrokken. Het management moet zich verbinden tot het plan om het actief te verkopen en de verkoop moet naar verwachting binnen een jaar na datum van de classificatie voltooid zijn. Materiële vaste activa en immateriële vaste activa worden niet meer afgeschreven zodra zij beschouwd worden als bestemd voor verkoop. Activa en passiva bestemd voor verkoop worden in de geconsolideerde balans afzonderlijk gepresenteerd en als vlottend beschouwd.
Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten contanten in kas en op bankrekeningen en kortetermijnbeleggingen met een initiële looptijd van minder dan drie maanden. Liquide middelen, kasequivalenten en kortetermijn-deposito’s worden in de balans opgenomen tegen nominale waarde.
Op het eind van elke verslagperiode beoordeelt de groep de boekwaarde van haar materiële vaste activa, haar activa met gebruiksrecht en haar immateriële vaste activa om te bepalen of er aanwijzingen zijn voor een bijzondere waardevermindering. Indien een dergelijke aanwijzing bestaat of indien zulks vereist is, wordt de realiseerbare waarde van het actief geraamd. Voor immateriële vaste activa die nog niet voor gebruik beschikbaar zijn, en voor goodwill, wordt de realiseerbare waarde op elke balansdatum geraamd. 173 Een bijzondere waardevermindering wordt opgenomen wanneer de boekwaarde van een actief of zijn kasstroom-genererende eenheid zijn realiseerbare waarde overschrijdt. De realiseerbare waarde is de hoogste van de reële waarde met aftrek van verkoopkosten en de gebruikswaarde. Voor de beoordeling van de bedrijfswaarde worden de geschatte toekomstige kasstromen verdisconteerd tot hun contante waarde door gebruik te maken van een disconteringsvoet vóór belastingen die een afspiegeling is van de actuele tijdswaarde van geld en de specifieke risico’s van het actief waarvoor de ramingen van de toekomstige kasstromen niet zijn aangepast. Indien de realiseerbare waarde van een actief (of een kasstroomgenererende eenheid) lager wordt geschat dan zijn boekwaarde, wordt de boekwaarde van het actief (of de kasstroomgenererende eenheid) verminderd tot zijn realiseerbare waarde. Een bijzondere waardevermindering wordt onmiddellijk in de resultatenrekening opgenomen. Wanneer er een aanwijzing bestaat dat een eerder opgenomen bijzondere waardevermindering niet langer bestaat, wordt de boekwaarde van het actief (of van een kasstroomgenererende eenheid) verhoogd tot de herziene schatting van de realiseerbare waarde ervan, maar wel zodanig dat de verhoogde boekwaarde niet hoger is dan de boekwaarde die zou zijn bepaald als voor het actief (of de kasstroomgenererende eenheid) geen bijzondere waardevermindering was opgenomen in de vorige jaren. Een bijzondere waardevermindering wordt onmiddellijk in de resultatenrekening opgenomen. Een bijzondere waarde- vermindering op goodwill wordt nooit teruggenomen.
Voorzieningen worden in de balans opgenomen wanneer de groep een bestaande (in rechte afdwingbare of feitelijke) verplichting heeft die voortvloeit uit een gebeurtenis uit het verleden en het waarschijnlijk is (waarschijnlijker dan niet) dat een uitgave vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen en een betrouwbare schatting van het bedrag van de verplichting kan worden gemaakt. Het als voorziening opgenomen bedrag is de beste schatting van de vergoeding die vereist is om de bestaande verplichting aan het eind van de verslagperiode af te wikkelen, rekening houdend met de risico’s en onzekerheden die aan de verplichting zijn verbonden. Wanneer een voorziening wordt gewaardeerd aan de hand van de kasstromen die naar schatting nodig zijn om de bestaande verplichting af te wikkelen, is de boekwaarde gelijk aan de contante waarde van die kasstromen (indien het effect van de tijdswaarde van geld materieel is). Rente toegerekend aan voorzieningen wordt als financiële kost geboekt.
Voorzieningen voor garanties worden opgenomen op basis van de beste raming van de verwachte uitgave of de reparatiekosten om contractueel overeengekomen garanties af te wikkelen tijdens de meldingstermijn voor defecten van voltooide projecten. De boekwaarde van deze voorzieningen wordt geschat op basis van de gangbare praktijk in de sector en de ervaring van de groep met garantieclaims voor relevante projecten. De eerste opname van deze assurance-type garanties is gebaseerd op historische ervaringen en de raming van de garantiekosten wordt jaarlijks herzien.
Herstructureringsvoorzieningen zullen worden opgenomen (maar zijn momenteel niet van toepassing) wanneer de groep een feitelijke verplichting heeft, d.w.z. wanneer er een gedetailleerd formeel plan bestaat waarin de betrokken activiteit of het betrokken bedrijfsonderdeel, de locatie en het aantal betrokken werknemers, een gedetailleerde raming van de daaraan verbonden kosten en een tijdschema zijn opgenomen. De groep moet ook alle betrokken werknemers op de hoogte brengen van de belangrijkste kenmerken van dit plan.
De overige voorzieningen, meer bepaald in het segment Environmental, hebben betrekking op de wettelijke voorziening voor de bovenafdichting van de stortplaats wanneer de stortplaatsen volstort zijn, of op de voorziening inzake de heraanleg van een terrein aan het eind van het contract. De overige voorzieningen kunnen ook voorzieningen zijn voor gerechtelijke procedures.
Bijdragen worden als kosten in de resultatenrekening opgenomen wanneer zij worden gemaakt.
Bij wet zijn de plannen met vaste bijdrage in België onderworpen aan gegarandeerde minimumrendementen. Bijgevolg worden deze plannen geclassificeerd als ‘te bereiken doel plannen’.
Voor deze plannen worden de kosten van de uitkeringen bepaald aan de hand van de projected unit credit- methode, waarbij actuariële waarderingen worden uitgevoerd aan het eind van elke jaarlijkse verslagperiode. Herwaardering, bestaande uit actuariële winsten en verliezen, het effect van de wijzigingen in het actiefplafond (indien van toepassing) en het rendement op planactiva (exclusief nettorente), wordt onmiddellijk in de geconsolideerde balans opgenomen, met een last of een baat in de niet-gerealiseerde resultaten in de periode waarin ze zich voordoen.# Herwaardering, Op Aandelen Gebaseerde Beloningen, Ingekochede Eigen Aandelen, Rentedragende Schuld, Handelsschulden, en Inkomstenbelastingen
Herwaardering opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten wordt als een afzonderlijke reserve in het eigen vermogen opgenomen en zal niet naar de resultatenrekening worden overgeboekt. Pensioenkosten van verstreken diensttijd worden in de resultatenrekening opgenomen in de periode waarin een wijziging aan de regeling wordt aangebracht. De netto-rente wordt berekend door de disconteringsvoet aan het begin van de periode toe te passen op de netto ‘te bereiken doel’ pensioenverplichting of -actief. De kosten voor te bereiken doel- pensioenplannen worden als volgt ingedeeld:
- pensioenkosten (met inbegrip van de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, pensioenkosten van verstreken diensttijd, evenals winsten en verliezen uit hoofde van inperkingen en afwikkelingen
- nettorentelasten of -opbrengsten
- herwaardering
De groep presenteert de twee eerste componenten van de kosten uit hoofde van te bereiken doel-pensioenplannen in de resultatenrekening. Winsten en verliezen op inperkingen worden geboekt als pensioenkosten van verstreken diensttijd. De pensioenverplichting die in de geconsolideerde balans is opgenomen, vertegenwoordigt het werkelijke tekort of overschot in de te bereiken doel-pensioenplannen van de groep. Het eventuele overschot dat uit deze berekening resulteert, is beperkt tot de contante waarde van economische voordelen die beschikbaar zijn in de vorm van terugbetalingen uit de regelingen of verlagingen van toekomstige bijdragen aan de regelingen.
In 2024 werd een aandelenoptieplan gelanceerd door DEME Group NV als onderdeel van zijn incentive plan voor de leden van DEME’s Executief Comité en Management, waarna een aandeleninkoopprogramma werd opgestart. Het aandelenoptieplan stelt geselecteerde deelnemers in staat om aandelen van DEME Group NV te verwerven (‘equity-settled’ transactie). De uitoefenprijs van de opties, die kosteloos worden toegekend, is gelijk aan het laagste bedrag van de gemiddelde slotkoers van het aandeel gedurende de laatste 30 dagen voorafgaand aan de datum van het aanbod of de laatste slotkoers voorafgaand aan de datum van het aanbod.
Volgens IFRS 2 op aandelen gebaseerde beloningen wordt de kostprijs van ‘equity- settled’ transacties bepaald door de reële waarde op de datum waarop de toekenning plaatsvindt met behulp van een geschikt waarderingsmodel, waarvan meer details worden gegeven in toelichting (18) op aandelen gebaseerde beloningen. De kosten worden lineair over de vestingperiode opgenomen in de personeelskosten met een overeenkomstige toename in het eigen vermogen (reserve voor de op aandelen gebaseerde beloningen).
Om de verplichtingen van het bedrijf onder het geïmplementeerde aandelenoptieplan te dekken, koopt de groep eigen aandelen in (ingekochte eigen aandelen), wat kan gebeuren door middel van verschillende terugkopen. Eigen vermogensinstrumenten die opnieuw worden ingekocht (ingekochte eigen aandelen) worden opgenomen tegen kostprijs en in mindering gebracht van het eigen vermogen. Er wordt geen winst of verlies opgenomen bij de aankoop, verkoop, uitgifte of intrekking van de eigen vermogensinstrumenten van de groep. Wanneer aandelenopties worden uitgeoefend, worden de ingekochte eigen aandelen niet langer in de balans opgenomen, maar het verschil tussen de uitoefenprijs van de optie en de gemiddelde prijs van de ingekochte eigen aandelen blijft in het eigen vermogen opgenomen.
Rentedragende schuld en verstrekte leningen worden bij de eerste opname opgenomen tegen reële waarde, gecorrigeerd voor de toerekenbare transactiekosten en vervolgens gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, op basis van de effectieve rentevoet. De geamortiseerde kostprijs wordt berekend door rekening te houden met eventuele uitgiftekosten en kortingen of premies bij vereffening. De effectieve-rentemethode is een methode voor de berekening van de geamortiseerde kostprijs van een financiële verplichting en voor de toerekening van de rentelasten over de desbetreffende periode. De effectieve rentevoet is de rentevoet die de geschatte toekomstige contante betalingen (met inbegrip van alle betaalde of ontvangen provisies en basispunten die integraal deel uitmaken van de effectieve rentevoet, transactiekosten en andere premies of kortingen) over de verwachte looptijd van de financiële verplichting, of (in voorkomend geval) een kortere periode, exact verdisconteert naar de geamortiseerde kostprijs van een financiële verplichting.
Wanneer een financiële verplichting gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs wordt aangepast zonder dat dit resulteert in het niet langer opnemen in de balans, wordt een winst of verlies opgenomen in de resultatenrekening. De winst of het verlies wordt berekend als het verschil tussen de oorspronkelijke contractuele kasstromen en de gewijzigde kasstromen verdisconteerd tegen de oorspronkelijke effectieve rente.
Handelsschulden en overige schulden worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Inkomende facturen en de daarbij horende betalingstermijnen worden bepaald op basis van individuele contracten met leveranciers.
Inkomstenbelastingen worden ingedeeld als actuele verschuldigde en verrekenbare belastingen of als uitgestelde belastingen. De inkomstenbelasting wordt in de resultatenrekening opgenomen, behalve voor zover zij betrekking heeft op posten die rechtstreeks in de niet-gerealiseerde resultaten in het eigen vermogen zijn opgenomen, in welk geval zij dan ook in de niet-gerealiseerde resultaten in het eigen vermogen wordt opgenomen.
Actuele belastingvorderingen en -schulden worden gewaardeerd tegen het bedrag dat naar verwachting zal worden teruggevorderd van of betaald aan de belastingautoriteiten. De actuele inkomstenbelastingen omvatten de verwachte belastinglasten op basis van de boekhoudkundige winst van het lopende jaar en aanpassingen van de belastinglasten van voorgaande jaren. Actuele belastingvorderingen en -schulden worden gewaardeerd tegen het bedrag dat naar verwachting zal worden teruggevorderd van of betaald aan de belasting- autoriteiten.
De belastingtarieven en belastingwetten die worden gebruikt voor de berekening van het bedrag zijn die welke op de verslagdatum van kracht zijn of materieel van kracht zijn in de landen waar de groep actief is en belastbare inkomsten genereert. Vanaf 2024 omvat de actuele inkomstenbelasting ook de inkomstenbelasting van Pillar Two. Pillar Two introduceert een wereldwijde minimum vennootschapsbelasting van 15 procent voor groepen met een omzet van meer dan 750 miljoen euro. Als dit het geval is, moet de groep onderzoeken of zijn winst onderworpen is aan een effectief belastingtarief van ten minste 15 procent op jurisdictieniveau. Als dit niet het geval is, worden aanvullende belastingen opgelegd en opgenomen in de actuele winstbelastingen.
De uitgestelde belastingen worden berekend volgens de ‘liability’- methode op tijdelijke verschillen tussen de fiscale waarde van activa en passiva en hun boekwaarde in de financiële staten. De voornaamste tijdelijke verschillen vloeien voort uit de afschrijving van materiële vaste activa, voorzieningen voor te bereiken doel- pensioenplannen, waardering tegen reële waarde van afgeleide financiële instrumenten en overgedragen belastingverliezen. Uitgestelde belastingen worden gewaardeerd tegen de belastingtarieven die naar verwachting van toepassing zullen zijn op de belastbare winst in de jaren waarin die tijdelijke verschillen naar verwachting zullen worden gerealiseerd of afgewikkeld, op basis van de belastingtarieven die op de balansdatum zijn vastgesteld of materieel zijn vastgesteld.
Een uitgestelde belastingvordering moet worden opgenomen voor de overdracht van de ongebruikte fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden, voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winst beschikbaar zal zijn waarmee de ongebruikte fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden kunnen worden gebruikt. Uitgestelde belasting- vorderingen worden opgenomen voor alle verrekenbare tijdelijke verschillen, voor zover het waarschijnlijk is dat er fiscale winst beschikbaar zal zijn waarmee het verrekenbare tijdelijke verschil kan worden verrekend, tenzij de uitgestelde belastingvordering voortvloeit uit de eerste opname van een actief of verplichting in een transactie die geen bedrijfscombinatie is en op het ogenblik van de transactie geen invloed heeft op de winst vóór belasting of op de fiscale winst (het fiscale verlies). Uitgestelde belastingvorderingen worden ook opgenomen voor alle aftrekbare verschillen die voortvloeien uit investeringen in dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde deelnemingen, voor zover het waarschijnlijk is dat het tijdelijke verschil in de nabije toekomst zal worden afgewikkeld en de belastbare winst beschikbaar zal zijn waarmee het tijdelijke verschil kan worden verrekend. Op elke balansdatum beoordeelt de groep opnieuw of aan alle bovenstaande criteria is voldaan.
IFRIC 23, dat met ingang van 1 januari 2019 van kracht is geworden, verduidelijkt hoe de opname- en waarderingsvereisten in IAS 12 inkomstenbelastingen moeten worden toegepast wanneer er onzekerheid bestaat over de behandeling van actuele en uitgestelde inkomstenbelastingen. Het is mogelijk dat de aanvaardbaarheid van een bepaalde fiscale behandeling uit hoofde van de belastingwetgeving pas bekend wordt wanneer de relevante belastingautoriteit of een rechtbank in de toekomst een beslissing neemt.# Bij de beoordeling of en hoe een onzekere fiscale behandeling de bepaling van het belastbaar resultaat beïnvloedt, gaat de groep uit van de veronderstelling dat een belastingautoriteit de bedragen onderzoekt die zij gerechtigd is te onderzoeken en dat zij volledig op de hoogte is van alle gerelateerde informatie tijdens de uitvoering van die onderzoeken. Als de groep concludeert dat het niet waarschijnlijk is dat een belastingautoriteit een onzekere fiscale behandeling zal aanvaarden, weerspiegelt zij het effect van de onzekerheid bij het bepalen van haar fiscale positie. Als de mogelijke uitkomsten binair zijn of geconcentreerd zijn op één waarde, wordt de onzekere belastingpositie gewaardeerd op basis van het meest waarschijnlijke bedrag. Indien er een reeks mogelijke uitkomsten bestaat die noch binair, noch geconcentreerd zijn op één waarde, kan de som van de gewogen bedragen in een reeks mogelijke uitkomsten de oplossing van de onzekerheid het best voorspellen.
Investeringsaftrek is uitgesloten van het toepassingsgebied van IAS 12 Winstbelastingen en IAS 20 Administratieve verwerking van overheidssubsidies en toelichtingen over overheidssteun. In overeenstemming met IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten, heeft de groep een grondslag voor financiële verslaggeving met betrekking tot investeringsaftrek gedefinieerd door een analogie te maken met IAS 12 Inkomstenbelasting. Door deze analogie te maken en wanneer de entiteit voldoet aan de criteria om het krediet te ontvangen, zal dit worden opgenomen in de winst- en verliesrekening (uitgestelde belastingen), en de gerelateerde activa in de balans (uitgestelde belastingvordering).
De financiële instrumenten van de groep zijn geldmiddelen en kasequivalenten, handels- en overige vorderingen, rentedragende schulden, handelsschulden en andere te betalen posten en derivaten. Derivaten worden uitsluitend gebruikt als dekkingsinstrumenten en niet voor handels- of andere speculatieve doeleinden. De groep is blootgesteld aan de volgende risico’s verbonden aan financiële instrumenten, die verder worden toegelicht in toelichting (22):
- krediet- en tegenpartijrisico
- liquiditeitsrisico
- marktrisico, bestaande uit valutarisico, renterisico en prijsrisico
De onderneming gebruikt afgeleide financiële instrumenten hoofdzakelijk om de blootstelling aan ongunstige schommelingen van de rentevoeten, de wisselkoersen, de grondstoffenprijzen en andere marktrisico’s te verminderen. Zoals reeds vermeld verbiedt het beleid van de groep het gebruik van derivaten voor speculatie. De vennootschap houdt geen afgeleide financiële instrumenten aan, noch geeft zij afgeleide financiële instrumenten uit voor handelsdoeleinden. Derivaten die niet in aanmerking komen als afdekkingsinstrumenten volgens de definitie van IFRS 9, worden echter gepresenteerd als instrumenten die worden aangehouden voor handelsdoeleinden. Afgeleide financiële instrumenten worden aanvankelijk opgenomen tegen kostprijs. Na de eerste opname worden afgeleide financiële instrumenten tegen reële waarde gewaardeerd. De opname van een eventuele hieruit voortvloeiende niet-gerealiseerde winst of niet-gerealiseerd verlies is afhankelijk van de aard van het derivaat en de effectiviteit van de indekking. De reële waarde van renteswaps is het geschatte bedrag dat de vennootschap zou ontvangen of betalen bij de uitoefening van de swaps op de afsluitingsdatum, rekening houdend met de actuele rentevoeten en de solvabiliteit van de tegenpartij bij de swaps. De reële waarde van een valutatermijncontract is de genoteerde waarde op de afsluitingsdatum, en bijgevolg de contante waarde van de genoteerde termijnprijs. Hedge accounting is van toepassing indien aan alle criteria van IFRS 9 voldaan is:
- er is een formele aanwijzing en documentatie voor de indekkingsrelatie bij het aangaan van deze relatie
- er is een economische relatie tussen de ingedekte positie en de dekkingsinstrumenten
- het instrument en de mogelijke bronnen van ineffectiviteit moeten worden gedocumenteerd
- de ineffectiviteit met terugwerkende kracht moet bij elke afsluiting worden beoordeeld
Variaties in de reële waarde tussen periodes worden verschillend opgenomen naargelang van de boekhoudkundige classificatie.
Wanneer een afgeleid financieel instrument dient ter indekking van variaties in kasstromen met betrekking tot een opgenomen verplichting, een vaststaande toezegging of een verwachte transactie, wordt het effectieve deel van de winst of het verlies uit het afgeleid financieel instrument rechtstreeks opgenomen in andere elementen van het totaalresultaat en gepresenteerd in een afzonderlijke reserve in het eigen vermogen. Wanneer de vaststaande toezegging of de verwachte transactie resulteert in de opname van een actief of een verplichting, wordt de cumulatieve winst of het cumulatieve verlies verwijderd uit het totaalresultaat en gerapporteerd onder een afzonderlijke reserve in het eigen vermogen. In het andere geval wordt de cumulatieve winst of het cumulatieve verlies uit het eigen vermogen gehaald en tegelijk met de ingedekte transactie in de resultatenrekening opgenomen. Het niet-effectieve deel van de winst of het verlies op het financiële instrument wordt in resultaat genomen. Winsten of verliezen die voortvloeien uit de tijdswaarde van financiële derivaten worden opgenomen in de resultatenrekening. Wanneer een afdekkingsinstrument of -relatie afloopt, maar de ingedekte transactie naar verwachting nog steeds zal plaatsvinden, blijft de gecumuleerde niet-gerealiseerde winst of het gecumuleerde niet- gerealiseerde verlies (op dat ogenblik) in het eigen vermogen, opgenomen in overeenstemming met de bovenvermelde grondslag wanneer de transactie plaatsvindt. Indien verwacht wordt dat de ingedekte transactie niet zal plaatsvinden, wordt de in het eigen vermogen opgenomen gecumuleerde niet- gerealiseerde winst of het in het eigen vermogen opgenomen gecumuleerde niet-gerealiseerde verlies onmiddellijk in resultaat opgenomen.
Wanneer een afgeleid financieel instrument dient ter indekking van variaties in de reële waarde van een opgenomen vordering of schuld, worden winsten of verliezen die voortvloeien uit de herwaardering van het afdekkingsinstrument in de resultatenrekening opgenomen. De ingedekte positie wordt ook gewaardeerd tegen de reële waarde die toerekenbaar is aan het ingedekte risico, waarbij alle winsten of verliezen in de resultatenrekening worden opgenomen. De reële waarde van ingedekte posities, met betrekking tot het ingedekte risico, is hun boekwaarde op de balansdatum, omgerekend in euro tegen de wisselkoers op die datum.
Indien een afgeleid financieel instrument dient voor de indekking van variaties in kasstromen met betrekking tot een opgenomen verplichting, een vaste verplichting of een verwachte transactie in het kader van een bouwcontract (hoofdzakelijk termijnaankopen van grondstoffen, of aan- of verkopen van deviezen), wordt geen documentatie van de kasstroomafdekkingsrelatie, zoals hierboven beschreven, opgesteld. Winsten of verliezen die voortvloeien uit het afgeleide financiële instrument worden in de resultaten- rekening opgenomen. Deze instrumenten worden evenwel aan een efficiëntietest onderworpen op basis van dezelfde methode als die gebruikt in hedge accounting. Het effectieve deel van een winst of verlies op het financiële instrument wordt beschouwd als projectkost en wordt weergegeven als een operationeel resultaat op basis van het voltooiingspercentage van het contract. De variatie in de reële waarde zelf wordt echter niet in aanmerking genomen om het voltooiingspercentage van het contract te bepalen en uitgestelde afdekkingsinkomsten en -lasten maken geen deel uit van vorderingen of verplichtingen uit hoofde van contracten gezien deze gewaardeerd worden aan afgedekte waarde en niet aan marktwaarde. Uitgestelde afdekkingsinkomsten en -lasten worden opgenomen onder overige vlottende activa en overige kortlopende verplichtingen.
Alle segmenten dragen bij tot de omzet van de groep, waarbij het segment Concessies, dat het investerings- en ontwikkelingsvehikel van de groep is, enkel opbrengsten genereert uit nevenactiviteiten zoals beschreven in toelichting (1), indien van toepassing voor een bepaald boekjaar. De geconsolideerde omzet omvat het totaal van de werken en diensten die door DEME en zijn dochterondernemingen in het kader van hun hoofdactiviteit worden gerealiseerd. De activiteiten van DEME omvatten baggerwerken, landwinning, waterbouwkunde, constructie en dienstverlening voor de offshore olie- en gasindustrie en hernieuwbare energie, civiele bouwkunde en milieu-werken. Deze activiteiten, zijnde de bouw of de uitvoering van een dienst, worden uitgevoerd na een contract met de klant. De geconsolideerde opbrengsten worden opgenomen in overeenstemming met IFRS 15. De meeste bouw- en dienstverleningscontracten met de klanten omvatten slechts één prestatieverplichting, die geleidelijk in de tijd wordt nagekomen. Voor een beperkt aantal ‘EPCI’- contracten in de sector hernieuwbare energie (offshore windparken) werden meervoudige prestatieverplichtingen vastgesteld. In deze contracten kunnen het EPC- en T&I-gedeelte voor de monopiles gescheiden worden, evenals het kabelleggedeelte en het EPC- en T&I-gedeelte voor de offshore onderstations (OSS). Deze onderdelen van het contract kunnen worden onderscheiden, en zijn onderscheiden in de context van het contract, en worden bijgevolg beschouwd als afzonderlijke prestatie-verplichtingen. Wanneer een contract meerdere afzonderlijke prestatie- verplichtingen bevat, wijst de groep de totale prijs van het contract toe aan elke prestatieverplichting, in overeenstemming met IFRS 15.# Consolidated Financial Statements
The price represents the amount of consideration to which the Group expects to be entitled in exchange for transferring promised goods or services to a customer. Most common variable considerations, such as the price of steel, fuel consumption or changes in the design price, are only included in the transaction price to the extent that it is highly probable that there will not be a significant reversal of the cumulative amount of consideration recognized. When the price includes a variable component, such as a performance bonus or a damage (claim), the Group recognizes such consideration only from the moment agreement has been reached with the customer (virtually certain). There are no service-type warranties in accordance with IFRS 15. The Group has concluded that revenues from construction and service contracts must be recognized over time. As such, the recognition of revenues reflects the pace at which our performance obligations are fulfilled, which corresponds to the transfer of control of a good or service to our customers. Where there is no transfer of control during the contract, revenues are still recognized over time, based on the fact that the asset created has no alternative uses, as well as the fact that there is an enforceable right to payment for the performance delivered. Revenues arising from construction and service contracts are recognized proportionally to the degree of completion of the project activities at the end of the reporting period, measured by the proportion of contract costs incurred for work performed to date relative to the estimated total contract costs, unless this would not be representative of the degree of completion. An adjustment is made for the cost of materials (e.g. steel) purchased but not yet manufactured or used in the production process at the reporting date. When the outcome of a construction contract cannot be estimated reliably, revenues arising from the contract are recognized up to the amount of the contract costs incurred that are likely to be recoverable. Project costs are recognized as expenses in the period in which they are incurred. Management has concluded that costs for the execution of a contract that have not been incurred to satisfy the performance obligation do not materially impact the recognition of revenues and the project margin. As such, these costs are also recognized when incurred and are included in the calculation of the degree of completion. When it is probable that the total project costs will exceed the total project revenues, the expected loss is recognized immediately as an expense, based on the principles of IAS 37 Provisions, Contingent Liabilities and Contingent Assets for loss-making contracts, at the best estimate of the expenditures required to settle the obligation. In this way, the expected loss will reflect management's view on the costs required to fulfill the obligation minus the amount to be received from the customer (more probable than not). When there are significant restrictions on the transfer of cash from the country where operations are carried out to the head office, the profit on a contract is only recognized on a cash basis.
Other operating income includes gains on the sale of intangible assets, gains on the sale of tangible assets and gains on the sale of financial assets, in addition to other non-recurring income. The latter includes insurance proceeds received relating to damage to our vessels and equipment, as well as compensation received under a contract for the construction of new vessels, only if it compensates for the additional costs incurred due to the late delivery of these new vessels.
This category in the consolidated income statement represents the Group's OpEx. All operating expenses (including selling, general and administrative expenses arising from our normal business operations) are included, with the exception of personnel costs, depreciation and impairment losses and other operating expenses which are disclosed in a separate note.
Research, advertising and promotion costs are expensed in the year in which they are incurred. Development costs and IT system development costs are expensed in the year in which they are incurred if they do not meet the criteria for capitalization. These costs are included in the Group's operating expenses (OpEx).
Other operating expenses include losses on the sale of intangible assets and losses on the sale of tangible assets. The non-cash movements in impairments of inventories and trade receivables, in pension obligations and in provisions are also recognized as other operating expenses. In addition, other costs such as miscellaneous taxes, import duties and stamp duties are included in other operating expenses.
Interest income is recognized on a time basis, according to the outstanding principal amount and at the applicable effective interest rate. All interest expenses and other costs related to borrowings, except for those eligible for capitalization, are recognized as interest expenses in the income statement. Interest expenses are recognized in the income statement using the effective interest method. Interest income and interest expenses also include income or expenses arising from the time value of financial derivatives. Dividend income (from non-consolidated investments) is recognized when the shareholder's right to receive payment has been established (provided that it is probable that the economic benefits will flow to the Group and the amount of income can be reliably measured). Other financial expenses mainly relate to costs for project-specific bank guarantees, while other financial income mainly relates to interest income from late payments.
The following subsidiaries, joint ventures and associates were established in 2024:
DEME has significant influence in all new associates listed above. As of June 30, 2024, DEME Offshore Holding NV, within Offshore Energy, acquired an economic interest of 24% in the companies GBM Works Holding BV and its 100% subsidiaries GBM Works BV and GBM Works IP BV, all located in the Netherlands. On December 31, 2024, after two rounds of investment, DEME made an additional contribution of EUR 0.29 million and with the entry of new investors, DEME's economic participation was diluted to 19.73%. GBM Works is an innovative group that develops and commercializes silent installation methods for offshore foundations that reduce the environmental impact on marine life. The acquisition in the above-mentioned associates was realized through the conversion of a loan of EUR 0.6 million recognized as of December 31, 2023 under other non-current assets. The remaining amount of EUR 0.29 million was paid in cash in 2024. The difference between the acquisition cost and DEME's share in net assets was allocated to GBM's intangible assets for an amount of EUR 0.6 million after taxes (our share) and is amortized over 3 years.
The following subsidiaries and associates were liquidated in 2024:
The percentage of participation in the following subsidiaries and associates changed in 2024:
Het operationeel segment waartoe een onderneming van de groep behoort, kan wijzigen van jaar tot jaar, afhankelijk van de projecten die de onderneming heeft uitgevoerd en is niet noodzakelijk hetzelfde operationeel segment van haar moedervennootschap. Een onderneming kan ook projecten uitvoeren in meer dan één operationeel segment. In dat geval wordt het voornaamste operationeel segment aangegeven in de onderstaande tabel. Alle dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde deelnemingen hebben dezelfde afsluitingsdatum van 31 december, behalve International Seaport Dredging Pvt Ltd (India) en Zeeboerderij Westdiep BV (België), dewelke een afsluitingsdatum van 31 maart heeft. Indien de afsluitingsdatum van het boekjaar verschilt van 31 december, zijn de in de consolidatie opgenomen cijfers die voor de periode afgesloten op kalenderdatum 31 december. Binnen de DEME groep zijn er geen belangrijke beperkingen voor de overdracht van fondsen in de vorm van contanten en dividenden.
Voor het boekjaar DEME Groep NV is de moedermaatschappij van de groep. DEME Groep NV is voor 100% eigenaar van DEME NV, de moederbedrijf tot 29 juni 2022, de datum waarop de groep naar de beurs werd gebracht. Het enige actief van DEME Group NV is zijn participatie in DEME NV. DEME Environmental NV, het moederbedrijf van het segment Environmental, is voor 25,1% in handen van een derde partij. In het segment Dredging & Infra en voornamelijk in de maritieme dienstverleningsactiviteiten, is 45,62% van Combined Marine Terminal Operations Worldwide NV (CTOW) en zijn dochterondernemingen in handen van een derde partij. In de maritieme aggregaat sector, heeft één dochteronderneming minderheidsbelangen voor 30%. In de baggeractiviteiten binnen het segment Dredging & Infra zijn slechts enkele kleine belangen in handen van derden. In het Concessions segment heeft een strategische partner heeft geïnvesteerd in Global Sea Mineral Resources NV (GSR) en zijn dochterondernemingen in 2023, resulterend in een minderheidsbelang van 15,78%, zoals uitgelegd in de wijzigingen in de consolidatiekring van zowel het huidige als het vorige boekjaar. Per 31 december 2024 zijn er geen minderheidsbelangen in het Offshore segment. Er wordt verwezen naar toelichting (20) minderheidsbelangen voor verdere details.
| Naam | Land | % Aandeelhouderschap 2024 | % Aandeelhouderschap 2023 | Belangrijkste operationeel segment |
|---|---|---|---|---|
| Dredging, Environmental & Marine Engineering NV | België | 100% | 100% | Baggerwerken |
| Decloedt en Zoon NV | België | 100% | 100% | Dredging & Infra |
| Cathie Associates Holding CVBA | België | 100% | 100% | Offshore Energy |
| DEME Building Materials NV (DBM) | België | 100% | 100% | Dredging & Infra |
| DEME Concessions NV | België | 100% | 100% | Concessions |
| DEME Concessions Wind NV | België | 100% | 100% | Concessions |
| DEME Coordination Center NV | België | 100% | 100% | Dredging & Infra |
| DEME Dredging NV | België | 100% | 100% | Dredging & Infra |
| DEME Hyport Energy NV | België | 100% | 100% | Concessions |
| DEME Infra NV | België | 100% | 100% | Dredging & Infra |
| DEME Infrasea Solutions NV | België | 100% | 100% | Dredging & Infra |
| DEME Offshore BE NV | België | 100% | 100% | Offshore Energy |
| DEME Offshore Equipment SA | België | 100% | 100% | Offshore Energy |
| DEME Offshore Holding NV | België | 100% | 100% | Offshore Energy |
| Dredging International NV | België | 100% | 100% | Dredging & Infra |
| Geowind NV | België | 100% | 100% | Offshore Energy |
| G-tec SA | België |
Het verschil tussen de betaalde vergoeding en de nettoboekwaarde van de minderheidsbelangen is opgenomen als een component van het eigen vermogen (verlies van 0,6 miljoen euro). Aangezien de verandering in het aandeelhouderschap van GRC niet betekent dat de controle wordt verloren, is de transactie verwerkt als een eigen vermogen transactie met minderheidsbelangen.
Dredging International Saudi Arabia Ltd (Saudi-Arabië) van 100% naar 99%, binnen Dredging & Infra
Geassocieerde deelnemingen:
De volgende dochterondernemingen zijn in 2024 gefuseerd:
179
De naam van de volgende dochterondernemingen en geassocieerde deelneming werd gewijzigd in 2024:
Dochterondermingen:
Geassocieerde deelneming:
De hiervoor beschreven wijzigingen in de consolidatiekring hebben geen materiële impact op de geconsolideerde jaarrekening.
De volgende dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde deelnemingen werden opgericht in 2023:
Dochterondernemingen:
Joint ventures:
Geassocieerde deelnemingen:
De volgende 100% dochteronderneming is gefuseerd met een andere entiteit binnen de DEME groep in 2023:
De volgende dochteronderneming en joint venture werden geliquideerd in 2023:
Dochteronderneming:
Joint venture:
De naam van de volgende dochteronderneming en geassocieerde deelnemingen werd gewijzigd in 2023:
Dochteronderneming:
Geassocieerde deelnemingen:
Het percentage van de deelneming in de volgende dochterondernemingen is gewijzigd in 2023:
De groep ging een strategische samenwerking aan met Transocean Ltd (NYSE: RIG), een wereldleider in de offshore boorindustrie. Deze samenwerking brengt het leiderschap van GSR op het gebied van ultra-diepwater minerale exploratie en technologie voor het verzamelen van knollen op de zeebodem samen met de offshore expertise en capaciteiten van Transocean. Als onderdeel van zijn investering bracht Transocean het diep- waterboorschip 'Ocean Rig Olympia', geschat op 85 miljoen USD, in voor de lopende exploratie-werkzaamheden van GSR. Daarnaast werd een cash investering van 10 miljoen USD (9,4 miljoen euro) en engineeringcapaciteit ingebracht. In ruil daarvoor kreeg Transocean een minderheidsbelang van 15,7%, inclusief een bestuurszetel in GSR. Om volledig operationeel te worden, moet de entiteit een exploitatievergunning verkrijgen. GSR is bezig met het verkrijgen van een dergelijke licentie en op het moment van uitgifte van dit rapport zijn er geen aanwijzingen dat de licentie niet zou worden verleend. Aangezien de groep binnen GSR het zeggenschap behield, was deze transactie een eigen vermogen transactie, geboekt rechtstreeks in het eigen vermogen en in de minderheidsbelangen als volgt:
(in miljoenen euro)
| Inbreng van activa in GSR | Netto activa toerekenbaar aan minderheidsbelangen | Eigen vermogen toerekenbaar aan de moeder | |
|---|---|---|---|
| 89,1 | -20,4 | 68,7 | |
| Weergegeven door | Toename van reserves | ||
| 68,7 |
180# DEME 2024 Annual Report
The following is a list of the most important consolidated subsidiaries, joint ventures and associated companies of DEME. The list is not exhaustive, as DEME has numerous other subsidiaries which, in the aggregate, are not material. Unless otherwise indicated, all companies are wholly-owned.
The percentages indicated represent the percentage of share capital held directly or indirectly by DEME. The column “% Aandeel- houderschap” indicates the percentage of share capital held and the column “% Aandeel- houderschap 2024” indicates the percentage of share capital held as at the end of the financial year 2024. The column “% operationeel segment” indicates the percentage of voting rights.
| Belangrijkste Naam | Land | % Aandeel- operationeel | % Aandeel- houderschap 2024 | % Aandeel- houderschap | operationeel segment |
|---|---|---|---|---|---|
| Logimarine NV | België | 100% | 100% | Offshore Energy | |
| Deeptech NV | België | 84,22% | 84,30% | Dredging & Infra | |
| Concessions Global Sea Mineral Resources NV (GSR) | België | 84,22% | 84,30% | Concessions | |
| Cap Infra NV | België | 75% | 0% | Concessions | |
| DEME Environmental NV | België | 74,90% | 74,90% | Environmental | |
| DEME Environnement NV | België | 74,90% | 74,90% | Environmental | |
| Ekosto NV | België | 74,90% | 74,90% | Environmental | |
| DEME Blue Energy NV | België | 70% | 70% | Concessions | |
| Combined Marine Terminal Operations Worldwide NV (CTOW) | België | 54,38% | 54,38% | Dredging & Infra | |
| Grond Recyclage Centrum NV | België | 52,43% | 52,43% | Environmental | |
| GRC Zolder NV | België | 52,43% | 36,70% | Environmental | |
| High Wind NV | België | 0% | 100% | Offshore Energy | |
| Soyo Dragagem Lda | Angola | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| Dragagem Angola Serviços Lda | Angola | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| Dredging International Argentina SA | Argentinië | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| Offshore Energy/ Dredging International Australia Pty Ltd | Australië | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| GeoSea Australia Pty Ltd | Australië | 100% | 100% | Offshore Energy | |
| Dredging International Bahrain Wll | Bahrein | 49%(1) | 49%(1) | Dredging & Infra | |
| Dragabras Serviços de Dragagem Ltda | Brazilië | 100% | 100% | Dredging & Infra |
(1) The economic rights in this company amount to 100%
(*) Alphabetical sorting based on the English name of the country
181
2024 2023
| Belangrijkste Naam | Land | % Aandeel- operationeel | % Aandeel- houderschap 2024 | % Aandeel- houderschap | operationeel segment |
|---|---|---|---|---|---|
| DEME Offshore CA Ltd | Canada | 100% | 100% | Offshore Energy | |
| Dredging International Management Consulting Shanghai Ltd | China | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| GSR-CI Ltd | Cookeilanden | 84,22% | 84,30% | Concessions | |
| Hong Kong SAR Far East Dredging Ltd | China | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| Bellsea Ltd | Cyprus | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| DEME Cyprus Ltd | Cyprus | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| DEME Offshore CY Ltd | Cyprus | 100% | 100% | Offshore Energy | |
| Dredging International Cyprus Ltd | Cyprus | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| Dredging International Services Cyprus Ltd | Cyprus | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| Novadeal Ltd | Cyprus | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| T.C.M.C. The Channel Management Company Ltd | Cyprus | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| DEME Offshore DK SAS | Denemarken | 100% | 100% | Offshore Energy | |
| G-tec SAS | Frankrijk | 100% | 100% | Offshore Energy | |
| Offshore Energy/ Société de Dragage International SA | Frankrijk | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| Nordsee Nassbagger- und Tiefbau GmbH | Duitsland | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| Oam-DEME Mineraliën GmbH | Duitsland | 70% | 70% | Dredging & Infra | |
| International Seaport Dredging Pvt Ltd | India | 93,64% | 93,64% | Dredging & Infra | |
| Dredging International India Pvt Ltd | India | 0% | 99,97% | Dredging & Infra | |
| Dredging International Indonesia PT | Indonesië | 49%(3) | 49%(3) | Dredging & Infra | |
| Societa Italiana Dragaggi Spa | Italië | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| DEME Co Japan Ltd | Japan | 100% | 100% | Offshore Energy | |
| Delta River Shipping SA | Luxemburg | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| DEME Luxembourg SA | Luxemburg | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| DEME Offshore LU Procurement & Shipping SA | Luxemburg | 100% | 100% | Offshore Energy | |
| Innovation Shipping SA | Luxemburg | 100% | 100% | Offshore Energy | |
| Meuse River Shipping SA | Luxemburg | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| DEME Reinsurance SA | Luxemburg | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| Spartacus Shipping SA | Luxemburg | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| Vine Shipping SA | Luxemburg | 100% | 100% | Offshore Energy | |
| Yellowstone Shipping SA | Luxemburg | 100% | 100% | Offshore Energy | |
| Apollo Shipping SA | Luxemburg | 0% | 100% | Offshore Energy | |
| Bonny River Shipping SA | Luxemburg | 0% | 100% | Dredging & Infra | |
| CRiver Shipping SA | Luxemburg | 0% | 100% | Dredging & Infra | |
| SPT Offshore Sdn Bhd | Maleisië | 100% | 100% | Offshore Energy | |
| Dredging International Malaysia Sdn Bhd | Maleisië | 30%(1) | 30%(1) | Dredging & Infra | |
| Dredging International Mexico SA de CV | Mexico | 100% | 100% | Offshore Energy | |
| Logimarine SA de CV | Mexico | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| Dragamoz Lda | Mozambique | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| Earth Moving International Nigeria Ltd | Nigeria | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| Novadeal EKO FZE | Nigeria | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| Dredging and Environmental Services Nigeria Ltd | Nigeria | 39%(1) | 39%(1) | Dredging & Infra | |
| Dredging International Services (Nigeria) Ltd | Nigeria | 39%(1) | 39%(1) | Dredging & Infra | |
| Combined Marine Terminal Operators Nigeria Ltd | Nigeria | 21.25%(2) | 21.25%(2) | Dredging & Infra | |
| Dredging International de Panama SA | Panama | 100% | 100% | Dredging & Infra |
(1) The economic rights in this company amount to 100%
(2) The economic rights in this company amount to 54.38%
(3) The economic rights in this company amount to 95%
(*) Alphabetical sorting based on the English name of the country
182
2024 2023
| Belangrijkste Naam | Land | % Aandeel- operationeel | % Aandeel- houderschap 2024 | % Aandeel- houderschap | operationeel segment |
|---|---|---|---|---|---|
| Corporacion Arenera Marina SA | Panama | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| Dredco PNG Ltd | Papoea-Nieuw-Guinea | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| Middle East Dredging Company QSC | Qatar | 49%(3) | 49%(3) | Dredging & Infra | |
| Dragmorstroy Llc | Rusland | 0% | 100% | Dredging & Infra | |
| Mordraga Llc | Rusland | 0% | 100% | Dredging & Infra | |
| Dredging InternationaI Saudi Arabia Co Ltd | Saudi-Arabië | 99% | 100% | Dredging & Infra | |
| Dragafi Asia Pacific Pte Ltd | Singapore | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| Dredging International Asia Pacific Pte Ltd | Singapore | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| Dredging International South Africa PTY Ltd | Zuid-Afrika | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| Dredging International España SA | Spanje | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| Naviera Living Stone SLU | Spanje | 100% | 100% | Offshore Energy | |
| DEME Building Materials BV (DBM) | Nederland | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| DEME Concessions Netherlands BV | Nederland | 100% | 100% | Concessions | |
| DEME Infra BV | Nederland | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| DEME Offshore NL BV | Nederland | 100% | 100% | Offshore Energy | |
| DEME Offshore Shipping BV | Nederland | 100% | 100% | Offshore Energy | |
| Dredging International Netherlands BV | Nederland | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| SPT Equipment BV | Nederland | 100% | 100% | Offshore Energy | |
| SPT Offshore Holding BV | Nederland | 100% | 100% | Offshore Energy | |
| SPT Offshore BV | Nederland | 100% | 100% | Offshore Energy | |
| DEME Environmental NL BV | Nederland | 74,90% | 74,90% | Environmental | |
| DEME Environmental Beheer BV | Nederland | 74,90% | 74,90% | Environmental | |
| DEME Environmental Zandexploitatie BV | Nederland | 74,90% | 74,90% | Environmental | |
| DEME Environmental Recycling Centra BV | Nederland | 74,90% | 74,90% | Environmental | |
| G-tec Nederland BV | Nederland | 0% | 100% | Offshore Energy | |
| De Vries & van de Wiel Kust- en Oeverwerken BV | Nederland | 0% | 74,90% | Environmental | |
| Dredging International Ukraine Llc | Oekraïne | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| Dredging International RAK FZ Llc | Verenigde Arabische Emiraten | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| DEME Building Materials Ltd (DBM) | Verenigd Koninkrijk | 100% | 100% | Dredging & Infra | |
| NewWaves Solutions Ltd | Verenigd Koninkrijk | 100% | 100% | Offshore Energy | |
| SPT Offshore Ltd | Verenigd Koninkrijk | 100% | 100% | Offshore Energy | |
| DEME Offshore US Inc | Verenigde Staten van Amerika | 100% | 100% | Offshore Energy | |
| DEME Offshore US Llc | Verenigde Staten van Amerika | 100% | 100% | Offshore Energy | |
| Servicios Maritimos Servimar SA | Venezuela | 100% | 100% | Dredging & Infra |
(*) Alphabetical sorting based on the English name of the country
183
| Belangrijkste Naam | Land | % Aandeel- operationeel | % Aandeel- houderschap 2024 | % Aandeel- houderschap | operationeel segment |
|---|---|---|---|---|---|
| Scaldis salvage & Marine Contractors NV | België | 54,38% | 54,38% | Offshore Energy | |
| D&S Contractors NV | België | 50% | 50% | Dredging & Infra | |
| Société de Reconversion de la Cokerie d’Ougrée SA (SORECO) | België | 38,20% | 0% | Environmental | |
| Cargen Group BV | België | 37,45% | 0% | Environmental | |
| Sédisol SA | België | 37,45% | 37,45% | Environmental | |
| Blue Site SA | België | 37,45% | 37,45% | Environmental | |
| Wérisol SA | België | 37,45% | 37,45% | Environmental | |
| Silvamo NV | België | 37,45% | 37,45% | Environmental | |
| Top Wallonie NV | België | 37,45% | 37,45% | Environmental | |
| MSB Minerações Sustentáveis do Brasil SA | Brazilië | 51% | 51% | Dredging & Infra | |
| Earth Moving Worldwide (EMI) Ltd | Cyprus | 50% | 50% | Dredging & Infra | |
| Japan Offshore Marine Co Ltd | Japan | 49% | 49% | Offshore Energy | |
| Normalux Maritime SA | Luxemburg | 37,50% | 37,50% | Offshore Energy | |
| Combined Marine Terminal Operations Marafi Llc | Oman | 37,68% | 37,68% | Dredging & Infra | |
| Gulf Earth Moving Wll | Qatar | 50% | 50% | Dredging & Infra | |
| CSBC DEME Wind Engineering Co Ltd (CDWE) | Taiwan | 49,99% | 49,99% | Offshore Energy | |
| CDWE Green Jade Shipowner Co Ltd | Taiwan | 49,99% | 49,99% | Offshore Energy | |
| DIAP Thailand Co Ltd | Thailand | 48,90% | 48,90% | Dredging & Infra | |
| DBM-Bontrup BV | Nederland | 50% | 50% | Dredging & Infra | |
| K3 DEME BV | Nederland | 50% | 50% | Dredging & Infra | |
| Deeprock Beheer BV | Nederland | 50% | 50% | Offshore Energy | |
| Deeprock CV | Nederland | 50% | 50% | Offshore Energy | |
| Overseas Contracting & Chartering Services BV | Nederland | 50% | 50% | Offshore Energy | |
| Deeprock Crewing BV | Nederland | 25% | 0% | Offshore Energy | |
| Earth Moving Middle East Contracting | Verenigde Arabische Emiraten | 50% | 50% | Dredging & Infra | |
| DMCEST | Verenigde Arabische Emiraten | 50% | 50% | Dredging & Infra | |
| BNS JV Ltd | Verenigd Koninkrijk | 50% | 50% | Dredging & Infra |
(*) Alphabetical sorting based on the English name of the country
184
| Belangrijkste Naam | Land | % Aandeel- operationeel | % Aandeel- houderschap 2024 | % Aandeel- houderschap | operationeel segment |
|---|---|---|---|---|---|
| Consortium Antwerp Port (Oman) NV | België | 60% | 60% | Concessions | |
| Power@Sea NV | België | 51,10% | 51,10% | Concessions | |
| Consortium Antwerp Port Industrial Port Land NV | België | 50% | 50% | Concessions | |
| Blue Open NV | België | 49,94% | 49,94% | Environmental | |
| Bluechem Building NV | België | 25,47% | 25,47% | Environmental | |
| Blue Gate Antwerp Development NV | België | 25,46% | 25,46% | Concessions | |
| Infra Ron BV | België | 25% | 25% | Concessions | |
| Terranova NV | België | 24,96% | 24,96% | Environmental | |
| Zeeboerderij Westdiep BV | België | 20% | 20% | Concessions | |
| Feluy M2M SA | België | 19,47% | 19,47% | Environmental | |
| Otary BIS NV | België | 18,89% | 18,89% | Concessions | |
| Otary RS NV | België | 18,89% | 18,89% | Concessions | |
| Rentel NV | België | 18,89% | 18,89% | Concessions | |
| Hyve BV | België | 16,67% | 16,67% | Concessions | |
| Terranova Solar NV | België | 16,01% | 16,01% | Environmental | |
| North Sea Wave NV | België | 13,22% | 13,22% | Concessions | |
| Seamade NV | België | 13,22% | 13,22% | Concessions | |
| La Vélorie SA | België | 12,48% | 12,48% | Environmental | |
| C-Power Holdco NV | België | Concessions | België 10% 10% Concessions Terranova Hydrogen NV België 8,32% 8,32% Environmental C-Power NV België 6,33% 6,46% Concessions Bluepower NV België 0% 35% Concessions Cobalt Seabed Resources (CSR) Ltd Cookeilanden 42,11% 42,11% Concessions Nou Vela SA Frankrijk 46,60% 46,60% Concessions Port-La Nouvelle SEMOP Frankrijk 23,77% 23,77% Concessions Rhama Port Hub SRL Italië 28% 28% Dredging & Infra Cedar Luxembourg SARL Luxemburg 1,80% 1,80% Offshore Energy Hyport Coordination Company Llc Oman 25,50% 50% Concessions Port of Duqm Company SAOC Oman 30% 30% Concessions Duqm Industrial Land Company Llc Oman 27,55% 27,55% Concessions Duqm Logistic Lands and Investment Company Llc Oman 26% 26% Concessions Asyad Container Terminals Llc Oman 3% 0% Concessions Batic West Terminal SA Polen 50% 50% Concessions DIAP-Daelim Joint Venture Pte Ltd Singapore 51% 51% Dredging & Infra DIAP-SHAP Joint Venture Pte Ltd Singapore 51% 51% Dredging & Infra GBM Works BV Nederland 19,73% 0% Offshore Energy GBM Works IP BV Nederland 19,73% 0% Offshore Energy GBM Works Holding BV Nederland 19,73% 0% Offshore Energy BAAK Blankenburg-Verbinding BV Nederland 15% 15% Concessions Verenigd Thistle Wind Partners Ltd 42,50% 42,50% Concessions Koninkrijk Verenigd Bowdun Offshore Wind Farm Ltd 42,50% 42,50% Concessions Koninkrijk Verenigd Ayre Offshore Wind Farm Ltd 42,50% 42,50% Concessions Koninkrijk Verenigd West Islay Tidal Energy Park Ltd 0% 35% Concessions Koninkrijk (*) Alfabetische sortering op basis van de Engelse benaming van het land 185 |
Deze inleiding moet samen worden gelezen met Hoofdstuk 01.Introductie- resultaten van de groep 2024, eerder in dit Jaarverslag, waarin de belangrijkste bijdragen tot het resultaat van het jaar worden toegelicht. Binnen Hoofdstuk 01.Introductie- resultaten van de groep 2024, waar dieper ingegaan wordt op de prestaties van de segmenten elk afzonderlijk, alsook in de segmentinformatie, worden de cijfers van de managementrapportage gebruikt. Het enige aansluitingsverschil tussen deze cijfers en de cijfers in de financiële staten is het effect van de verschillende consolidatiemethode voor joint ventures. Joint ventures worden proportioneel geconsolideerd in de cijfers van de managementrapportage en volgens de vermogensmutatiemethode in de jaarrekening. Het resultaat over de periode (aandeel van de groep) wordt niet beïnvloed door het verschil in consolidatiemethode, alleen de voorstelling is anders. In de toelichtingen en in de vergelijkende analyse van de financiële staten worden de cijfers volgens de presentatie in de jaarrekening vermeld.
| Voor het boekjaar (in duizenden euro) | Afschrijvingen en waardeverminderingen | Toelichting | 2024 | 2023 | Delta |
|---|---|---|---|---|---|
| BEDRIJFSOPBRENGSTEN | |||||
| Omzet | (1) | 4.143.794 | 3.344.091 | 799.703 | |
| Bijzondere waardevermindering van materiële vaste activa en activa met gebruiksrecht | (7)/(8) | 3.285.422 | 815.737 | - | |
| Bijzondere waardevermindering van goodwill en immateriële vaste activa | (5)/(6) | - | 42.635 | -16.034 | |
| Overige bedrijfsopbrengsten | (2) | 58.669 | - | -26.649 | |
| BEDRIJFSKOSTEN | |||||
| Grondstoffen, verbruiksgoederen, diensten en uitbesteed werk | -3.102.828 | -2.685.547 | -417.281 | ||
| Personeelskosten | (3) | -587.884 | -546.585 | -41.299 | |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | (5)/(7)/(8) | -395.830 | -342.050 | -53.780 | |
| BEDRIJFSRESULTAAT | 353.609 | 112.346 | 241.263 | ||
| FINANCIEEL RESULTAAT | (4) | -8.674 | -23.269 | 14.595 | |
| Renteopbrengsten | 13.534 | 8.252 | 5.282 | ||
| Rentelasten | -20.149 | -16.797 | -3.352 | ||
| Gerealiseerde/niet-gerealiseerde wisselkoersresultaten | -1.263 | -9.825 | 8.562 | ||
| Overig financieel resultaat | -1.547 | -4.148 | 2.601 | ||
| RESULTAAT VOOR BELASTINGEN | 344.935 | 217.994 | 126.941 | ||
| Actuele belastingen en uitgestelde belastingen | (11) | -89.536 | -49.618 | -39.918 | |
| RESULTAAT NA BELASTINGEN | 255.399 | 168.376 | 87.023 | ||
| Aandeel in winst (verlies) van joint ventures en geassocieerde deelnemingen | (9) | 40.374 | 3.217 | 37.157 | |
| RESULTAAT OVER DE PERIODE | 295.773 | 171.593 | 124.180 | ||
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | (20) | 7.545 | 8.831 | -1.286 | |
| AANDEEL VAN DE GROEP | 288.228 | 162.762 | 125.466 | ||
| Winst per aandeel (gewoon) (in euro) | (19) | 11,40 | 6,43 | 4,98 | |
| Winst per aandeel (verwaterd) (in euro) | (19) | 11,40 | 6,43 | 4,97 |
In 2024 stegen de totale bedrijfsopbrengsten met 799,7 miljoen euro. De omzet steeg met 815,7 miljoen euro, een stijging van 24,8% ten opzichte van 2023, waardoor opnieuw een mijlpaalbedrag van 4 miljard euro werd bereikt, slechts één jaar nadat de 3 miljard euro voor het eerst in de geschiedenis van de DEME groep werd overschreden. Het segment Offshore Energy kende een omzetstijging van 37% op jaarbasis, dankzij een aanhoudend sterke vraag, een uitgebreide fleetcapaciteit, een hoge bezettingsgraad en een doeltreffende projectuitvoering in Europa, APAC en de VS. Ook het segment Dredging & Infra presteerde goed en groeide met 22% jaar over jaar dankzij een reeks projecten, waaronder structureel- en onderhoudsbaggerprojecten over de hele wereld en grote infrastructurele projecten in Europa. Het segment Environmental realiseerde een omzetgroei van 11% en boekte vooruitgang met langetermijnprojecten in België, Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen. De overige bedrijfsopbrengsten daalden met 16,0 miljoen euro in vergelijking met vorig jaar. In 2024 omvatte dit een winst van 8,9 miljoen euro op de verkoop van materiële vaste activa, tegenover een winst van 18,6 miljoen euro in 2023, waarin de verkoop van ‘Groenewind’ was opgenomen. Afschrijvingen en waardeverminderingen zijn gestegen van 342,1 miljoen euro in 2023 tot 395,8 miljoen euro als gevolg van de investeringen in de modernisering van 'Sea Installer' en de verbouwing van 'Yellowstone', het valpijpschip van DEME dat in het tweede kwartaal van 2024 tot de vloot toetrad. Ook de afschrijvingen van het boekjaar voor leasing onder IFRS 16 zijn gestegen met 21,5 miljoen euro. De bijzondere waardeverminderingen van het jaar bedroegen 14,8 miljoen euro, en omvatten de kraan van ‘Sea Challenger’ en ‘Samson’, een backhoe baggerschip, in vergelijking met 13,1 miljoen euro vorig jaar voor 'Al Jarraf', één van DEME's cutterzuigerschepen. De stijging van de overige bedrijfskosten met 5,8 miljoen euro in vergelijking met 2023, is gerelateerd aan de beweging in de waardeverminderingen op handelsvorderingen en de beweging in pensioenverplichtingen. Het bedrijfsresultaat of EBIT steeg met 112,3 miljoen euro, voornamelijk door de aanzienlijke omzetstijging en een verbetering van de EBIT-marge, die steeg van 7,3% vorig jaar naar 8,6%. Het financieel resultaat verbeterde van -23,3 miljoen euro vorig jaar naar -8,7 miljoen euro. Deze positieve impact van 14,6 miljoen euro was gelijk verdeeld tussen een daling in de netto- wisselkoersverliezen en de nettorentekosten, als gevolg van de evolutie van de netto financiële schuld van -512,2 miljoen euro vorig jaar naar een nettokaspositie van 91,1 miljoen euro eind 2024. Het resultaat voor belastingen steeg met 126,9 miljoen euro in vergelijking met vorig jaar. Het effectieve belastingtarief steeg van 22,76% naar 25,96%. De stijging van het effectieve belastingtarief is deels toe te schrijven aan de implementatie van Pillar Two, die ervoor zorgt dat multinationale ondernemingen een minimum aan belasting betalen in elk rechtsgebied waar ze actief zijn. Het resultaat na belastingen bedraagt 255,4 miljoen euro, een stijging van 87,0 miljoen euro ten opzichte van vorig jaar. Het aandeel in de winst van joint ventures en geassocieerde deelnemingen steeg met 37,2 miljoen euro. De geassocieerde ondernemingen droegen 12,4 miljoen euro bij tot het resultaat (een daling van 25,4 miljoen euro tegenover vorig jaar), terwijl het resultaat van de joint ventures verbeterde van een verlies van 34,6 miljoen euro vorig jaar tot 28,0 miljoen euro winst dit jaar, waarbij vorig jaar beïnvloed werd door de Taiwanese offshore joint venture van DEME die projectverliezen op het Zhong Neng-project in Taiwan absorbeerde. De bedragen toerekenbaar aan minderheidsbelangen daalden met 1,3 miljoen euro. Het resultaat voor de periode (aandeel van de groep) bedraagt 288 miljoen euro, een stijging van 125,5 miljoen euro of 77% vergeleken met de 163 miljoen euro van vorig jaar, gedreven door de omzetstijging, sterkere winstgevendheid, goede resultaten van zowel joint ventures als geassocieerde deelnemingen en gunstigere netto financiële resultaten. Als gevolg hiervan bedroeg de winst per aandeel (gewoon en verwaterd) 11,40 euro per aandeel, vergeleken met 6,43 euro voor 2023.
| Voor het boekjaar (in duizenden euro) | Toelichting | 2024 | 2023 | Delta |
|---|---|---|---|---|
| ACTIVA | ||||
| NIET-VLOTTENDE ACTIVA | 3.082.487 | 3.106.348 | -23.861 | |
| Immateriële vaste activa | (5) | 15.022 | 22.840 | -7.818 |
| Goodwill | (6) | 13.028 | 13.028 | - |
| Materiële vaste activa | (7) | 2.467.784 | 2.582.220 | -114.436 |
| Activa met gebruiksrecht | (8) | 169.754 | 111.093 | 58.661 |
| Investeringen in joint ventures en geassocieerde deelnemingen | (9) | 181.865 | 170.295 | 11.570 |
| Overige langlopende financiële activa | (10) | 68.365 | 48.324 | 20.041 |
| Langlopende afdekkingsinstrumenten | (22) | 9.342 | 22.073 | -12.731 |
| Renteswaps | 9.342 | 19.862 | -10.520 | |
| Wisselkoers/brandstof afdekkingen | - | 2.211 | -2.211 | |
| Overige niet-vlottende activa | (10) | 22.754 | 10.526 | 12.228 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | (11) | 134.573 | 125.949 | 8.624 |
| VLOTTENDE ACTIVA | 2.393.124 | 1.653.710 | 739.414 | |
| Voorraden | (12) | 20.440 | 32.015 | -11.575 |
| Vorderingen uit hoofde van contracten | (13) | 651.459 | 633.027 | 18.432 |
| Handels- en overige vorderingen uit operationele activiteiten | (14) | 704.791 | 488.106 | 216.685 |
| Kortlopende afdekkingsinstrumenten | (22) | 8.294 | 13.503 | -5.209 |
| Renteswaps | 6.292 | 10.938 | -4.646 | |
| Wisselkoers/brandstof afdekkingen | 2.002 | 2.565 | -563 | |
| Activa bestemd voor verkoop | (15) | 33.535 | 1.630 | 31.905 |
| Belastingvorderingen | (11) | 26.061 | 25.937 | 124 |
| Overige vlottende activa | (16) | 95.138 | 70.408 | 24.730 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | (21) | 853.406 | 389.084 | 464.322 |
| TOTAAL ACTIVA | 5.475.611 | 4.760.058 | 715.553 |
In 2024 daalden de niet-vlottende# EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN
| 2024 | 2023 | Delta | |
|---|---|---|---|
| EIGEN VERMOGEN - DEEL GROEP (17) | 2.117.827 | 1.910.473 | 207.354 |
| Geplaatst kapitaal | 33.194 | 33.194 | - |
| Uitgiftepremie | 475.989 | 475.989 | - |
| Overgedragen resultaat en overige reserves | 1.640.060 | 1.411.751 | 228.309 |
| Afdekkingsreserve | 20.010 | 38.115 | -18.105 |
| Herwaardering pensioenverplichtingen (24) | -38.405 | -35.784 | -2.621 |
| Cumulatieve omrekeningsverschillen | -13.021 | -12.792 | -229 |
| MINDERHEIDSBELANGEN (20) | 56.243 | 50.337 | 5.906 |
| TOTAAL EIGEN VERMOGEN | 2.174.070 | 1.960.810 | 213.260 |
| LANGLOPENDE VERPLICHTINGEN | 712.063 | 835.687 | -123.624 |
| Pensioenverplichtingen (24) | 58.083 | 54.810 | 3.273 |
| Voorzieningen (26) | 46.672 | 46.957 | -285 |
| Rentedragende schuld (21) | 530.603 | 652.523 | -121.920 |
| Langlopende afdekkingsinstrumenten (22) | 10.960 | 22.953 | -11.993 |
| Renteswaps | - | - | - |
| Wisselkoers/brandstof afdekkingen | 10.960 | 22.953 | -11.993 |
| Overige langlopende financiële verplichtingen (9) | 5.526 | 332 | 5.194 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen (11) | 60.219 | 58.112 | 2.107 |
| KORTLOPENDE VERPLICHTINGEN | 2.589.478 | 1.963.561 | 625.917 |
| Rentedragende schuld (21) | 231.722 | 248.743 | -17.021 |
| Kortlopende afdekkingsinstrumenten (22) | 45.550 | 20.324 | 25.226 |
| Renteswaps | - | - | - |
| Wisselkoers/brandstof afdekkingen | 45.550 | 20.324 | 25.226 |
| Voorzieningen (26) | 15.794 | 14.045 | 1.749 |
| Verplichtingen uit hoofde van contracten (13) | 661.057 | 447.363 | 213.694 |
| Ontvangen voorschotten (13) | 181.041 | 84.486 | 96.555 |
| Handelsschulden | 1.195.229 | 897.610 | 297.619 |
| Bezoldigingen en sociale lasten | 113.922 | 94.791 | 19.131 |
| Belastingschulden (11) | 71.144 | 64.024 | 7.120 |
| Overige kortlopende verplichtingen (25) | 74.019 | 92.175 | -18.156 |
| TOTAAL VERPLICHTINGEN | 3.301.541 | 2.799.248 | 502.293 |
| TOTAAL VAN HET EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | 5.475.611 | 4.760.058 | 715.553 |
Het eigen vermogen steeg met 207,4 miljoen euro. Het aandeel van de groep in het resultaat van het jaar bedroeg 288,2 miljoen euro, maar werd negatief beïnvloed door de niet-gerealiseerde resultaten van -21,0 miljoen euro, voornamelijk door de negatieve evolutie van de afdekkingsreserve (-18,1 miljoen euro). Het dividend uitgekeerd in 2024 bedroeg 53,1 miljoen euro. In 2024 werd een eerste aandelenoptieplan gelanceerd voor de leden van DEME’s Executief Comité en Management Team, gevolgd door een aandeleninkoopprogramma. De hieraan gerelateerde reserve voor eigen aandelen en op aandelen gebaseerde beloningen resulteerde in een netto negatieve impact van -6,2 miljoen euro op het eigen vermogen met een individuele impact van respectievelijk -7,2 miljoen euro en +1,0 miljoen euro. De langlopende verplichtingen, met rentedragende schuld als grootste component, daalden met 123,6 miljoen euro. Hoewel de nieuwe rentedragende schulden voor het jaar (gepresenteerd als langlopende en kortlopende schulden) 26,9 miljoen euro bedroegen bovenop de toename van de langlopende leasingschulden met 31,4 miljoen euro, waren de aflossingen op langlopende schulden hoger, wat resulteerde in een totale netto- daling van de rentedragende schulden.
De stijging van het operationeel werkkapitaal is dit jaar vooral merkbaar in zowel de vlottende activa als de kortlopende verplichtingen, wat de hogere activiteit in 2024 en 2023 weerspiegelt. De grotere stijging in werkkapitaalverplichtingen is voornamelijk te wijten aan de toename in vooruitbetalingen, de groei in handelsschulden en de groei in verplichtingen uit hoofde van contracten.
Voor het boekjaar (in duizenden euro)
| 2024 | 2023 | Delta | |
|---|---|---|---|
| GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN, OPENINGSSALDO | 389.084 | 522.261 | -133.177 |
| KASSTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN VÓÓR MUTATIES IN WERKKAPITAAL | 707.104 | 520.146 | 186.958 |
| MUTATIES IN WERKKAPITAAL | 370.313 | -66.488 | 436.801 |
| KASSTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN | 1.077.417 | 453.658 | 623.759 |
| Investeringen | -324.092 | -427.125 | 103.033 |
| Desinvesteringen | 30.466 | 67.443 | -36.977 |
| KASSTROOM UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN | -293.626 | -359.682 | 66.056 |
| Nieuwe rentedragende schuld (21) | 26.935 | 74.486 | -47.551 |
| Terugbetaling van rentedragende schuld (21) | -225.679 | -228.557 | 2.878 |
| Betaling van leaseverplichtingen (21) | -55.285 | -32.337 | -22.948 |
| (kring- Verwerving van minderheidsbelangen | -1.300 | - | -1.300 |
| wijzigingen) Aankoop van eigen aandelen (18) | -7.211 | - | -7.211 |
| Brutodividend uitgekeerd aan de aandeelhouders (17) | -53.145 | -37.972 | -15.173 |
| Brutodividend uitgekeerd aan de minderheidsaandeelhouders (20) | -1.997 | -874 | -1.123 |
| KASSTROOM UIT FINANCIËLE ACTIVITEITEN | -317.682 | -225.254 | -92.428 |
| NETTOTOENAME (AFNAME) VAN GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN | 466.109 | -131.278 | 597.387 |
| Invloed van wisselkoerswijzigingen op geldmiddelen en kasequivalenten | -1.787 | -1.899 | 112 |
| GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN, SLOTBALANS | 853.406 | 389.084 | 464.322 |
| VRIJE KASSTROOM | 728.506 | 61.639 | 666.867 |
Kasstroom uit operationele activiteiten
De omzetstijging in combinatie met een verbeterde EBITDA- marge en een gunstiger netto financieel resultaat leidde tot een kasstroom uit operationele activiteiten voor mutaties in het werkkapitaal van 707,1 miljoen euro, tegenover 520,1 miljoen euro vorig jaar (+187,0 miljoen euro). Deze grote kasstroomgeneratie, ondersteund door een wijziging in het werkkapitaal van +370,3 miljoen euro, leidde tot een primeur in de geschiedenis van DEME. Voor het eerst werd een kasstroom uit operationele activiteiten gerealiseerd van meer dan 1 miljard euro.
Kasstroom uit investeringsactiviteiten
De kasstroom uit investeringsactiviteiten bedroeg -293,6 miljoen euro, een daling van 66,1 miljoen euro tegenover vorig jaar. De vrije kasstroom, die de som is van operationele en investeringsactiviteiten verminderd met de betaling van leaseverplichtingen (beschouwd als operationeel), bedraagt dit jaar 728,5 miljoen euro, vergeleken met 61,6 miljoen euro vorig jaar.
Kasstroom uit financiële activiteiten
De kasstroom uit financiële activiteiten daalde met 92,4 miljoen euro. Terwijl de terugbetaling van rentedragende schulden consistent bleef met vorig jaar, was er een toename in de betaling van leaseverplichtingen en dividenden, naast een afname in nieuwe rentedragende schulden.
Voor het boekjaar
Hieronder wordt een uitsplitsing gegeven van de omzet per type, segment en geografische markt.
Omzet per type (in duizenden euro)
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Opbrengsten uit contracten met klanten | 4.083.957 | 3.268.156 |
| Opbrengsten uit nevenactiviteiten | 17.202 | 17.266 |
| Totale omzet volgens de resultatenrekening | 4.101.159 | 3.285.422 |
Opbrengsten uit contracten met klanten omvatten hoofdzakelijk de netto-opbrengsten uit de operationele activiteiten van de segmenten en worden opgenomen op basis van het stadium van voltooiing van de contractactiviteit aan het einde van elke verslagperiode. Voor de meeste aannemingsactiviteiten is het contract gebaseerd op een vaste/forfaitaire prijs of gebaseerd op hoeveelheden. De groep kan zowel als aannemer en opdrachtgever van de verbintenis optreden. Opbrengsten uit nevenactiviteiten zijn opbrengsten die zeer divers kunnen zijn, zoals de verkoop van materieel of het doorrekenen van fees. Het is omzet die niet als een afzonderlijk project wordt opgevolgd in de managementrapportage. De groep heeft bepaald dat de opsplitsing van de opbrengsten per productlijn het best weerspiegeld is in de informatie over de opbrengsten die volgens IFRS 8 voor elk te rapporteren segment wordt bekendgemaakt, aangezien deze informatie regelmatig wordt beoordeeld door de belangrijkste besluitvormers (zie ook het afzonderlijke rubriek over de segmentinformatie) en het best weergeeft hoe de aard, het bedrag, het tijdstip en de onzekerheid van opbrengsten en kasstromen worden beïnvloed door economische factoren.# Omzet en Orderboek
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Offshore Energy | 2.055.040 | 1.501.551 |
| Dredging & Infra | 1.962.558 | 1.604.610 |
| Environmental | 336.774 | 304.314 |
| Concessions | 7.828 | 4.972 |
| Totale omzet van de segmenten | 4.362.200 | 3.415.447 |
| Reconciliatie (*) | -261.041 | -130.025 |
| Totale omzet volgens de resultatenrekening | 4.101.159 | 3.285.422 |
(*) De reconciliatie tussen de omzet per segment en de omzet in de jaarrekening betreft de omzet van joint ventures. Deze worden geconsolideerd volgens de proportionele methode in de segmentrapportering, maar volgens de vermogensmutatiemethode (toepassing van IAS 28) in de jaarrekening.
De omzet van de groep was elk opeenvolgend kwartaal hoger dan het vorige en bereikte een recordhoogte van meer dan 4,1 miljard euro. Voor het tweede jaar op rij bedroeg de omzetgroei meer dan 20% jaar over jaar. De groei was te danken aan de dubbelcijferige groei in alle contracting segmenten, als gevolg van de hoge activiteitsgraad en effectieve projectuitvoering gedurende 2024. Offshore Energy leverde een uitzonderlijke prestatie in 2024 en verdubbelde de omzet sinds 2022. De omzet overschreed de 2 miljard euro, een groei van 37% voor het jaar, volgend op na al een opmerkelijke groei van 57% in 2023. Dredging & Infra rapporteerde een omzet van bijna 2 miljard euro, een stijging van 22% ten opzichte van het voorgaande jaar. De omzetgroei binnen het segment Environmental was het resultaat van lopende werkzaamheden voor langlopende en complexe sanerings- en hoogwaterbeschermingsprojecten in België, het Verenigd Konikrijk en Noorwegen. De belangrijkste projecten voor het segment Offshore Energy waren Dogger Bank en Moray West in het Verenigd Koninkrijk, Coastal Virginia in de Verenigde Staten, Île d'Yeu en Noirmoutier in Frankrijk, en Zhong Neng en Hai Long in Taiwan. Het segment Dredging & Infra boekte goede vooruitgang met onderhouds- en structurele baggerprojecten in Europa, Afrika, Azië en het Midden-Oosten, en zette zijn maritieme infrastructuurwerken voort, waaronder de installatie van afgezonken tunnels op het Europese vasteland.
191
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| België | 729.294 | 476.773 |
| Europa (excl. België) | 1.715.719 | 1.576.956 |
| Afrika | 306.655 | 256.951 |
| Amerika | 751.447 | 597.431 |
| Azië | 382.317 | 275.745 |
| Midden-Oosten | 215.727 | 101.565 |
| Totale omzet volgens de resultatenrekening | 4.101.159 | 3.285.422 |
(*) Een geografische markt wordt gedefinieerd als het gebied (de locatie) waar de projecten worden gerealiseerd. De regio Azië betreft zowel Azië als Oceanië.
De geografische opsplitsing benadrukt de aanhoudend sterke positie van DEME in Europa, met een dubbelcijferige groei jaar over jaar in 2024. Voor het tweede opeenvolgende jaar was Amerika de op één na grootste markt voor DEME met een duidelijke groei dankzij sterke vooruitgang van de lopende offshore projecten. Afrika, Azië en het Midden-Oosten droegen elk tussen 5% en 10% bij aan de totale omzet van de groep, met een aanzienlijke groei in nominale waarde jaar over jaar, ondersteund door een gezonde instroom van projecten in de afgelopen jaren. Net zoals vorig jaar zijn er geen klanten die meer dan 10% bijdragen aan de omzet van de groep. Door de occasionele aard en de spreiding van de contracten zal bovendien geen enkele DEME-klant structureel ooit een materiële klant zijn in verhouding tot de totale omzet van de groep.
De voor de taxonomie in aanmerking komende (‘eligible’) en afgestemde (‘aligned’) activiteiten van DEME bleven groeien in 2024, met 45% van de omzet van de groep nu geklasseerd als eligible en 42% als aligned, in vergelijking met respectievelijk 42% en 33% in 2023. Deze groei is voornamelijk te danken aan de betrokkenheid van de groep bij de installatie van nieuwe offshore windenergieprojecten. Bovendien moeten bedrijven, zoals vereist door de EU-taxonomie vanaf 2024, rapporteren dat ze afgestemd zijn. Al deze activiteiten van DEME leveren een substantiële bijdrage aan de preventie en bestrijding van pollutie, de circulaire economie en de beperking van de klimaatverandering. De aanzienlijke bijdrage van Offshore Energy aan de omzet van de groep van 47,1% en een bijdrage aan het orderboek van 51,9% (zie hieronder) blijft kansen creëren voor energietransitie. Een meer uitgebreidere uitleg is beschikbaar in Hoofdstuk 07.Duurzaamheidsverklaringen, opgenomen in dit Jaarverslag.
Het orderboek van de groep is de contractwaarde van opdrachten die per 31 december zijn verworven, maar die nog niet als omzet zijn geboekt omdat zij nog niet zijn uitgevoerd. Het orderboek omvat ook het aandeel van de groep in het orderboek van joint ventures, maar niet in dat van geassocieerde deelnemingen. Contracten worden pas in het orderboek opgenomen wanneer de overeenkomst met de klant is ondertekend. Een toekenningsbrief is volgens de groep niet voldoende om het contract in het orderboek op te nemen. Bovendien moet ‘financial close’ bereikt zijn voor projecten in ‘onzekere’ landen vooraleer zij in het orderboek kunnen worden opgenomen. ‘Onzekere landen' worden geïdentificeerd naar goedvinden van het Executief Comité. Verder leert de ervaring dat, wanneer éénmaal een overeenkomst is bereikt, annuleringen of substantiële inperkingen van de omvang of reikwijdte van contracten vrij zeldzaam zijn. Ze komen evenwel voor, zeker op markten die onder zware druk staan. Bij dergelijke annuleringen heeft de groep meestal recht op contractuele annuleringsvergoedingen.
Het orderboek van DEME bereikte een nieuw recordniveau van meer dan 8 miljard euro, zelfs met de hoge conversie van het orderboek naar omzet. De groei jaar over jaar van 8% was vooral te danken aan aanhoudend nieuwe projecten voor Offshore Energy. Terwijl Dredging & Infra een meer gematigde maar nog steeds gezonde groei kende, behield Environmental een stabiel orderboek. Belangrijke toevoegingen in 2024 waren vier grote contracten voor kabelprojecten in Nederland en België, projecten voor transport en installatie van funderingen in Taiwan en Duitsland en projecten voor Dredging & Infra in verschillende regio's.
192
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Offshore Energy | 4.259.185 | 3.754.649 |
| Dredging & Infra | 3.588.880 | 3.472.387 |
| Environmental | 352.084 | 354.724 |
| Concessions | - | - |
| Totaal orderboek | 8.200.149 | 7.581.760 |
Het orderboek van Offshore Energy bereikte een recordniveau van 4,3 miljard euro, tegenover 3,8 miljard euro eind vorig jaar. Dat is te danken aan een sterke vraag, de recente uitbreiding van de vlootcapaciteit, toevoegingen en uitbreidingen van bestaande projecten en nieuwe contracten in de APAC-regio en Europa. Vermeldenswaard is het nieuwe contract voor de plaatsing van funderingen voor de windparken Nordlicht 1 en 2 in Duitsland, het installatiecontract voor de funderingen en het offshore substation voor het offshore windpark Fengmiao 1 in Taiwan en vier contracten voor kabelinstallatie - drie in Nederland en één in België. Het orderboek van Dredging & Infra groeide met 3% jaar over jaar tot 3,6 miljard euro en blijft op een solide niveau met een gezonde instroom van diverse nieuwe projecten over de hele wereld. Op 31 december 2024 bedroeg het orderboek van Environmental een stabiele 352 miljoen euro, een kleine daling van 1% vergeleken met 355 miljoen euro een jaar eerder. Environmental werkt aan een aantal geselecteerde eerste milieustudies in het Verenigd Koninkrijk en Italië en verkent actief nieuwe, gerichte opportuniteiten.
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Europa | 5.792.521 | 4.391.552 |
| Afrika | 339.160 | 394.161 |
| Amerika | 1.016.617 | 1.329.957 |
| Azië | 819.118 | 918.976 |
| Midden-Oosten | 232.733 | 547.114 |
| Totaal orderboek | 8.200.149 | 7.581.760 |
Europa bleef de toonaanvoedende markt voor DEME, met een groei jaar over jaar van 32% en goed voor 71% van het orderboek van de groep. Alle andere regio’s daarentegen tekenden een daling op ten opzichte van een sterk 2023. Met een effectieve projectuitvoering van verschillende offshore projecten langs de Amerikaanse Oostkust en iets minder toevoegingen in 2024, daalde het orderboek voor de regio Amerika van 18% van het totaal een jaar geleden naar 12% op dit ogenblik, gelijk aan een daling van 24% in nominale waarde.
| Jaar | N+1 | N+2 | N+3 en erna | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Orderboek 2023 (in duizenden euro) | 3.692.355 | 2.650.172 | 1.239.233 | 7.581.760 |
| Orderboek 2024 (in duizenden euro) | 3.639.194 | 2.290.125 | 2.270.830 | 8.200.149 |
De groep schat dat 44,4% van het orderboek het komende jaar zal worden uitgevoerd (2023: 48,7%). De huidige afloop van het orderboek duidt op een volume voor 2025 in lijn met een jaar geleden en volumes van meer dan 4,6 miljard euro verspreid over 2026 en later. De uitvoering van de orderportefeuille is afhankelijk van verschillende factoren, zoals weersomstandigheden, bodemgesteldheid en technische omstandigheden, beschikbaarheid van schepen en een hele reeks andere factoren.
193
| Overige bedrijfsopbrengsten (in duizenden euro/ (-) is kost) | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Winst op verkoop van materiële vaste activa | 8.924 | 18.615 |
| Meerwaarde bij realisatie van financiële vaste activa | 1.430 | - |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 32.281 | 40.054 |
| Totaal overige bedrijfsopbrengsten | 42.635 | 58.669 |
De totale overige bedrijfsopbrengsten voor 2024 hebben onder andere betrekking op de verkoop van de werkplaats in Zeebrugge (zie toelichting (15) activa bestemd voor verkoop) en diverse uitrusting binnen het segment Dredging & Infra. Naast diverse opbrengsten uit verzekeringsclaims in verband met materieel en opgenomen in overige bedrijfsopbrengsten, werd een meerwaarde op de verkoop van aandelen van Hyport Coordination Company Llc en de meerwaarde op de verkoop van aandelen C-Power NV geboekt, samen goed voor een totaalbedrag van 1,4 miljoen euro. Er wordt verwezen naar de rubriek structuur van de groep en wijzigingen in de verslagperiode.# Toelichting 3 – Personeelskosten en werkgelegenheid
| Gemiddeld aantal werknemers gedurende het jaar (in VTE) | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Bedienden | 3.451 | 3.201 |
| Arbeiders | 2.255 | 2.133 |
| Totaal | 5.706 | 5.334 |
Het gemiddelde aantal werknemers dat in deze toelichting wordt vermeld, is opgesteld op basis van de consolidatiekring, waarbij alleen het gemiddelde aantal werknemers (in VTE) van de entiteiten waarover de groep zeggenschap heeft in aanmerking wordt genomen. In CSRD (Hoofdstuk 07.Duurzaamheidsverklaringen) en in Niet-financiële kerncijfers (Hoofdstuk 01.Inleiding) wordt alleen het aantal werknemers (headcount) aan het einde van het jaar gerapporteerd.
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Bezoldigingen | 576.035 | 505.674 |
| Sociale lasten | 72.554 | 68.054 |
| Op aandelen gebaseerde beloningen | 1.062 | - |
| Pensioenlasten | 17.736 | 14.156 |
| Totaal | 667.387 | 587.884 |
De stijging van de loonkosten ten opzichte van vorig jaar is toe te schrijven aan een stijging van de gemiddelde personeelsbezetting met 372 VTE's, en aan samen met loonsverhogingen overheen de hele groep in 2024, deels als gevolg van de (automatische) indexering van de lonen en salarissen (vooral in België). De werknemers van DEME ontvangen verschillende vergoedingen, waaronder lonen en wedden en pensioenvoordelen (zie toelichting (24)). In 2024 werd een aandelenoptieplan ingevoerd ten voordele van de leden van DEME’s Executief Comité en Management Team. De kosten van op aandelen gebaseerde beloningen worden bepaald door de reële waarde op de datum waarop de toekenning plaatsvindt lineair te verdelen over de wachtperiode. De kost per 31 december 2024 bedraagt 1,1 miljoen euro en werd geboekt als personeelskost met als tegenpost eigen vermogen (reserve voor op aandelen gebaseerde beloningen). Er wordt verwezen naar toelichting (18).
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Renteopbrengsten uit langlopende financiële vaste activa | 2.521 | 1.585 |
| Tijdswaarde van financiële derivaten | -14 | -274 |
| Overige renteopbrengsten | 11.027 | 6.941 |
| Totale renteopbrengsten | 13.534 | 8.252 |
| Rentelasten met betrekking tot leningen | -15.163 | -19.398 |
| Geactiveerde financieringskosten | 2.244 | 1.601 |
| Tijdswaarde van financiële derivaten | 167 | -414 |
| Rentelasten met betrekking tot leaseverplichtingen (toelichting (23)) | -4.045 | -1.938 |
| Totale rentelasten | -16.797 | -20.149 |
| Gerealiseerde/niet-gerealiseerde wisselkoersresultaten | -1.263 | -9.825 |
| Totaal gerealiseerde/niet-gerealiseerde wisselkoersresultaten | -1.263 | -9.825 |
| Andere financiële opbrengsten | 4.775 | 5.207 |
| Andere financiële lasten | -8.923 | -6.754 |
| Totaal overig financieel resultaat | -4.148 | -1.547 |
| Totaal financieel resultaat | -8.674 | -23.269 |
Het totaal financieel resultaat verbeterde van -23,3 miljoen euro vorig jaar naar -8,7 miljoen euro in 2024.
De netto financiële schuld inclusief IFRS 16- leaseovereenkomsten evolueerde van -512,2 miljoen euro vorig jaar naar een netto kaspositie van + 91,1 miljoen euro eind 2024. De totale rentedragende schuld inclusief IFRS 16 leaseovereenkomsten daalde met 139 miljoen euro, van 901 miljoen euro vorig jaar tot 762 miljoen euro eind 2024. Hoewel de rentelasten gerelateerd aan leaseverplichtingen toenamen ten opzichte van vorig jaar door de stijging van de leaseverplichtingen, was de daling van de rentelasten gerelateerd aan leningen groter, wat resulteerde in over het geheel genomen lagere rentelasten. Geldmiddelen en kasequivalenten namen toe met 464 miljoen euro, wat leidde tot een stijging van de overige renteopbrengsten. Van de totale rentelasten van 16,8 miljoen euro is een bedrag van 13,2 miljoen euro betaalde rente tegenover 17,5 miljoen euro vorig jaar. De ontvangen renteopbrengsten bedragen 13,5 miljoen euro tegenover 8,5 miljoen euro in 2023. Verwezen wordt naar toelichting (21) rentedragende schuld en netto financiële schuld, toelichting (23) leaseverplichtingen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht.
Vorig jaar werd het totale financiële resultaat van -23,3 miljoen euro aanzienlijk beïnvloed door negatieve wisselkoersresultaten voor een bedrag van -9,8 miljoen euro. Dit nettowisselkoersverlies was voornamelijk te wijten aan de operationele activiteiten van de groep in Egypte (blootstelling aan zowel USD als EGP). In 2024 werd de impact van de wisselkoersresultaten gereduceerd tot -1,3 miljoen euro, wat slechts 0,03% van de omzet van de groep vertegenwoordigt en voornamelijk te wijten is aan de omrekening van munten zoals USD, TWD, NGN. Zowel de overige financiële opbrengsten voor 2024 als 2023 werden positief beïnvloed door de opname van renteopbrengsten uit laattijdige betalingen op ontvangen claiminkomsten. Andere financiële lasten, opgenomen in het overig financieel resultaat, hebben voornamelijk betrekking op kosten voor projectgerelateerde bankgaranties en houden verband met de toegenomen operationele activiteit van de groep in 2024.
| Concessies, octrooien, licenties, enz. (in duizenden euro) | Overige immateriële vaste activa | Totaal |
|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde per 1 januari 2024 | 8.392 | 34.405 |
| Investeringen, met inbegrip van vaste activa, eigen productie | 890 | 9 |
| Overdrachten en buitengebruikstellingen | -4.885 | -224 |
| Mutaties gedurende het jaar | Overboekingen van (naar) andere posten | 1.045 |
| Toename (afname) door wisselkoerswijzigingen | - | |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | - | |
| Wijzigingen in de consolidatiekring of -methode | - | |
| Per 31 december 2024 | 5.442 | 34.167 |
| Cumulatieve waardeverminderingen en bijzondere waardeverminderingen per 1 januari 2024 | 4.325 | 18.330 |
| Waardeverminderingen van het jaar | 1.117 | 3.071 |
| Overdrachten en buitengebruikstellingen | - | -157 |
| Mutaties gedurende het jaar | Overboekingen van (naar) andere posten | - |
| Toename (afname) door wisselkoerswijzigingen | - | |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | - | |
| Wijzigingen in de consolidatiekring of -methode | - | |
| Per 31 december 2024 | 5.442 | 21.221 |
| Nettoboekwaarde op het einde van het vorige boekjaar | 4.067 | 16.075 |
| Nettoboekwaarde op het einde van het boekjaar | - | 12.946 |
‘Concessies, octrooien en licenties’ omvatten geen immateriële vaste activa met een onbeperkte gebruiksduur. ‘Investeringen van het jaar' hebben voornamelijk betrekking op de activering van ontwikkelingskosten in het segment Concessions. Onderzoeks- en ontwikkelingskosten die niet in aanmerking kwamen voor activering werden voor een bedrag van 4,54 miljoen euro ten laste genomen van de OpEx van de dochterondernemingen van DEME die actief zijn in de diepzeeontginning. Dit bedrag is opgenomen in de EU Taxonomy OpEx berekening (zie Hoofdstuk 07.Duurzaamheidsverklaringen - rubriek 2.1.2.4). De ‘overdrachten en buitengebruikstellingen’ van de ontwikkelingskosten maken deel uit van de strategische partnerschapsovereenkomst tussen DEME, OQ en bp, waarbij bp is toegetreden als equity partner (49% belang) en operator van het HYPORT Duqm-project, wat resulteert in een nettoboekwaarde gelijk aan nul per eind 2024. Er wordt verwezen naar de rubriek groepsstructuur en wijzigingen in de verslagperiode.
In de lijn ‘overboekingen van (naar) andere posten’ werden ook overboekingen opgenomen van activa in aanbouw die oorspronkelijk geboekt waren onder materiële vaste activa (zie toelichting (7)). De ‘waardeverminderingen van het jaar' worden opgenomen onder 'afschrijvingen en waardeverminderingen' in de geconsolideerde resultatenrekening voor een bedrag van 5,2 miljoen euro. De totale nettoboekwaarde van 15,0 miljoen euro op het einde van het jaar 2024, omvat de immateriële vaste activa van de SPT Offshore groep (10,7 miljoen euro) die worden afgeschreven over de economische levensduur van 10 jaar. SPT Offshore Holding BV en filialen binnen het Offshore Energy segment werd overgenomen door de groep op het einde van 2020.# Toelichting 6 – Goodwill (in duizenden euro)
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Saldo per 1 januari | 13.028 | 13.028 |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | - | - |
| Buitengebruikstellingen | - | - |
| Bijzondere waardeverminderingen opgenomen in de resultatenrekening | - | - |
| Saldo per 31 december | 13.028 | 13.028 |
Overeenkomstig IAS 36 bijzondere waardeverminderingen van activa, werd de goodwill per 31 december op bijzondere waardevermindering getoetst. Er zijn geen bijzondere waardeverminderingsverliezen opgenomen. Binnen de DEME groep wordt de goodwill jaarlijks getoetst op bijzondere waardevermindering. De toetsing op bijzondere waardevermindering is gebaseerd op cijfers en inzichten van het derde kwartaal van het verslagjaar. Indien er aanwijzingen zijn dat de kasstroomgenererende eenheid waaraan de goodwill is toegerekend mogelijk een waardevermindering heeft ondergaan, wordt de impairment test vaker dan éénmaal per jaar uitgevoerd. In 2024 waren er geen dergelijke indicatoren en werden geen bijkomende waardeverminderingstesten uitgevoerd. Kritische beoordeling van het management is noodzakelijk om de impact op de toekomstige kasstromen in te schatten van macro- economische en andere factoren, inclusief klimaatgerelateerde zaken (meer informatie in de voorafgaande rubriek betreffende toelichtingen gerelateerd aan specifieke onderwerpen). De groep is van mening dat de inschattingen en assumpties gebruikt in de toetsing op bijzondere waardeverminderingen redelijk zijn en vergelijkbaar met degene die concurrenten zouden hanteren.
Goodwill wordt toegerekend aan de kasstroomgenererende eenheid die het meeste voordeel verwacht te halen uit de overname. Het management heeft het laagste niveau van kasstroomgenererende eenheden geïdentificeerd op basis van de meest gepaste en meest gedetailleerde informatie over de activiteiten die beschikbaar is voor interne rapportagedoeleinden. De huidige uitstaande goodwill van de DEME groep wordt als volgt toegewezen:
| Boekwaarde van goodwill (in duizenden euro) | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Kasstroomgenererende eenheid Infra | 3.536 | 3.536 |
| Kasstroomgenererende eenheid Dredging – Asia Pacific | 3.024 | 3.024 |
| Kasstroomgenererende eenheid Environmental – Environnement | 2.496 | 2.496 |
| Kasstroomgenererende eenheid Offshore | 1.943 | 1.943 |
| Kasstroomgenererende eenheid Offshore – Foundations | 1.256 | 1.256 |
| Kasstroomgenererende eenheid Concessions | 605 | 605 |
| Kasstroomgenererende eenheid Dredging – DBM | 168 | 168 |
| Totaal | 13.028 | 13.028 |
De vergelijking van de boekwaarde van elke vermelde kasstroomgenererende eenheid met de realiseerbare waarde van de respectievelijke kasstroomgenererende eenheid resulteerde niet in een noodzaak tot bijzondere waardevermindering voor het verslagjaar 2024. De realiseerbare waarde van elke kasstroomgenererende eenheid is gebaseerd op een verdisconteerd kasstroommodel dat de reële waarde min de kosten voor buitengebruikstelling weergeeft. De geraamde kasstromen zijn afkomstig van de door het management opgestelde en door de Raad van Bestuur goedgekeurde budgetten van de respectievelijke kasstroomgenererende eenheden. Deze begrotingen bestrijken een periode van drie jaar. Kasstromen na de periode van drie jaar worden geëxtrapoleerd door gebruik te maken van een voorzichtige groeivoet van 1%. De gebruikte verdisconteringsvoet is gelijk aan de gewogen gemiddelde kapitaalkost (WACC), berekend op de geconsolideerde cijfers van de DEME groep per derde kwartaal van 2024 en bedraagt 8,11% vergeleken met 7,83% vorig jaar.
Er werd een sensitiviteitsanalyse uitgevoerd door enkele belangrijke veronderstellingen aan te passen, die bij de berekening van de realiseerbare waarde zijn gehanteerd.
De brutomarge die in het verdisconteerde kasstroommodel wordt gebruikt, is gebaseerd op de ramingen van het management en is door de Raad van Bestuur goedgekeurd voor een komende periode van drie jaar. De sensitiviteit werd getest door de geraamde brutomarges te verlagen naar 95% van hun oorspronkelijke waarde. De neerwaartse bijstelling van de brutomarge heeft voor geen van de genoemde kasstroomgenererende eenheden tot een bijzondere waardevermindering geleid.
De gebruikte verdisconteringsvoet is de gewogen gemiddelde kostprijs van het kapitaal, berekend op basis van de cijfers van de DEME groep. Toekomstige kasstromen zullen negatief worden beïnvloed als de verdisconteringsvoet stijgt. De sensitiviteit werd getest door de gewogen gemiddelde kapitaalkost met 1% te verhogen. De aanpassing van de gewogen gemiddelde kapitaalkost naar een hogere waarde heeft voor geen van de genoemde kasstroomgenererende eenheden tot een bijzondere waardevermindering geleid.
De DEME groep gaat uit van een voorzichtige groei met 1% van haar brutomarge in de komende jaren. Indien het groeipercentage lager is, zal de realiseerbare waarde van elke kasstroomgenererende eenheid dalen. De sensitiviteit werd getest door het groeipercentage te verlagen naar 0%. De aanpassing van het groeipercentage heeft voor geen van de genoemde kasstroomgenererende eenheden geleid tot een bijzondere waardevermindering.
| Totaal (in duizenden euro) | Terreinen en gebouwen | Installaties, machines en drijvend materieel | Meubilair en rollend materieel | Overige materiële vaste activa | Activa in aanbouw | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde per 1 januari 2024 | 5.487.701 | 131.798 | 5.019.071 | 23.316 | 7.183 | 306.333 |
| Investeringen, met inbegrip van vaste activa, eigen productie | 272.855 | 3.633 | 147.532 | 2.274 | 467 | 118.949 |
| Overdrachten en buitengebruikstellingen | -43.723 | -998 | -41.140 | -1.578 | - | -43.723 |
| Overboeking naar 'activa bestemd voor verkoop' | -143.740 | -- | -143.740 | - | - | - |
| Mutaties gedurende het jaar | ||||||
| Overboekingen van (naar) andere posten | -790 | 9.335 | 294.498 | 139 | - | -304.762 |
| Toename (afname) door wisselkoerswijzigingen | 3.589 | -123 | 4.070 | -358 | - | - |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | - | - | - | - | - | - |
| Wijzigingen in de consolidatiekring of -methode | - | -- | - | - | - | - |
| Per 31 december 2024 | 5.575.892 | 143.645 | 5.280.291 | 23.793 | 7.650 | 120.513 |
| Cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen op 1 januari 2024 | 2.905.481 | 55.063 | 2.830.268 | 16.558 | 3.592 | - |
| Afschrijvingen van het jaar | 338.266 | 5.172 | 330.110 | 2.597 | 387 | - |
| Bijzondere waardeverminderingen gedurende het jaar | -14.772 | -14.772 | - | - | - | - |
| Overdrachten en buitengebruikstellingen | -43.466 | -974 | -40.915 | -1.577 | - | - |
| Overboeking naar 'activa bestemd voor verkoop' | -110.205 | -- | -110.205 | - | - | - |
| Mutaties gedurende het jaar | ||||||
| Overboekingen van (naar) andere posten | 255 | -255 | - | - | - | - |
| Toename (afname) door wisselkoerswijzigingen | 3.005 | -96 | 3.217 | -116 | - | - |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | - | - | - | - | - | - |
| Wijzigingen in de consolidatiekring of -methode | - | -- | - | - | - | - |
| Per 31 december 2024 | 3.108.108 | 59.165 | 3.027.502 | 17.462 | 3.979 | - |
| Nettoboekwaarde op het einde van het vorige boekjaar | 2.582.220 | 76.735 | 2.188.803 | 6.758 | 3.591 | 306.333 |
| Nettoboekwaarde op het einde van het boekjaar | 2.467.784 | 84.480 | 2.252.789 | 6.331 | 3.671 | 120.513 |
Op 31 december 2024 bedroeg de nettoboekwaarde van ‘drijvend materieel’ 96% van de categorie Installaties, machines en drijvend materieel. ‘Installaties en machines’ in de categorie installaties, machines en drijvend materieel betreft onder andere drooggrondverzetmaterieel, pijpleidingen en materieel van DEME Infra.
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Saldo per 1 januari | 13.028 | 13.028 |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | - | - |
| Buitengebruikstellingen | - | - |
| Bijzondere waardeverminderingen opgenomen in de resultatenrekening | - | - |
| Saldo per 31 december | 13.028 | 13.028 |
Overeenkomstig IAS 36 bijzondere waardeverminderingen van activa, werd de goodwill per 31 december op bijzondere waardevermindering getoetst. Er zijn geen bijzondere waardeverminderingsverliezen opgenomen. Binnen de DEME groep wordt de goodwill jaarlijks getoetst op bijzondere waardevermindering. De toetsing op bijzondere waardevermindering is gebaseerd op cijfers en inzichten van het derde kwartaal van het verslagjaar. Indien er aanwijzingen zijn dat de kasstroomgenererende eenheid waaraan de goodwill is toegerekend mogelijk een waardevermindering heeft ondergaan, wordt de impairment test vaker dan éénmaal per jaar uitgevoerd. In 2024 waren er geen dergelijke indicatoren en werden geen bijkomende waardeverminderingstesten uitgevoerd. Kritische beoordeling van het management is noodzakelijk om de impact op de toekomstige kasstromen in te schatten van macro- economische en andere factoren, inclusief klimaatgerelateerde zaken (meer informatie in de voorafgaande rubriek betreffende toelichtingen gerelateerd aan specifieke onderwerpen). De groep is van mening dat de inschattingen en assumpties gebruikt in de toetsing op bijzondere waardeverminderingen redelijk zijn en vergelijkbaar met degene die concurrenten zouden hanteren.
Goodwill wordt toegerekend aan de kasstroomgenererende eenheid die het meeste voordeel verwacht te halen uit de overname. Het management heeft het laagste niveau van kasstroomgenererende eenheden geïdentificeerd op basis van de meest gepaste en meest gedetailleerde informatie over de activiteiten die beschikbaar is voor interne rapportagedoeleinden. De huidige uitstaande goodwill van de DEME groep wordt als volgt toegewezen:
| Boekwaarde van goodwill (in duizenden euro) | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Kasstroomgenererende eenheid Infra | 3.536 | 3.536 |
| Kasstroomgenererende eenheid Dredging – Asia Pacific | 3.024 | 3.024 |
| Kasstroomgenererende eenheid Environmental – Environnement | 2.496 | 2.496 |
| Kasstroomgenererende eenheid Offshore | 1.943 | 1.943 |
| Kasstroomgenererende eenheid Offshore – Foundations | 1.256 | 1.256 |
| Kasstroomgenererende eenheid Concessions | 605 | 605 |
| Kasstroomgenererende eenheid Dredging – DBM | 168 | 168 |
| Totaal | 13.028 | 13.028 |
De vergelijking van de boekwaarde van elke vermelde kasstroomgenererende eenheid met de realiseerbare waarde van de respectievelijke kasstroomgenererende eenheid resulteerde niet in een noodzaak tot bijzondere waardevermindering voor het verslagjaar 2024. De realiseerbare waarde van elke kasstroomgenererende eenheid is gebaseerd op een verdisconteerd kasstroommodel dat de reële waarde min de kosten voor buitengebruikstelling weergeeft. De geraamde kasstromen zijn afkomstig van de door het management opgestelde en door de Raad van Bestuur goedgekeurde budgetten van de respectievelijke kasstroomgenererende eenheden. Deze begrotingen bestrijken een periode van drie jaar. Kasstromen na de periode van drie jaar worden geëxtrapoleerd door gebruik te maken van een voorzichtige groeivoet van 1%. De gebruikte verdisconteringsvoet is gelijk aan de gewogen gemiddelde kapitaalkost (WACC), berekend op de geconsolideerde cijfers van de DEME groep per derde kwartaal van 2024 en bedraagt 8,11% vergeleken met 7,83% vorig jaar.
Er werd een sensitiviteitsanalyse uitgevoerd door enkele belangrijke veronderstellingen aan te passen, die bij de berekening van de realiseerbare waarde zijn gehanteerd.
De brutomarge die in het verdisconteerde kasstroommodel wordt gebruikt, is gebaseerd op de ramingen van het management en is door de Raad van Bestuur goedgekeurd voor een komende periode van drie jaar. De sensitiviteit werd getest door de geraamde brutomarges te verlagen naar 95% van hun oorspronkelijke waarde. De neerwaartse bijstelling van de brutomarge heeft voor geen van de genoemde kasstroomgenererende eenheden tot een bijzondere waardevermindering geleid.
De gebruikte verdisconteringsvoet is de gewogen gemiddelde kostprijs van het kapitaal, berekend op basis van de cijfers van de DEME groep. Toekomstige kasstromen zullen negatief worden beïnvloed als de verdisconteringsvoet stijgt. De sensitiviteit werd getest door de gewogen gemiddelde kapitaalkost met 1% te verhogen. De aanpassing van de gewogen gemiddelde kapitaalkost naar een hogere waarde heeft voor geen van de genoemde kasstroomgenererende eenheden tot een bijzondere waardevermindering geleid.
De DEME groep gaat uit van een voorzichtige groei met 1% van haar brutomarge in de komende jaren. Indien het groeipercentage lager is, zal de realiseerbare waarde van elke kasstroomgenererende eenheid dalen. De sensitiviteit werd getest door het groeipercentage te verlagen naar 0%. De aanpassing van het groeipercentage heeft voor geen van de genoemde kasstroomgenererende eenheden geleid tot een bijzondere waardevermindering.
| Totaal (in duizenden euro) | Terreinen en gebouwen | Installaties, machines en drijvend materieel | Meubilair en rollend materieel | Overige materiële vaste activa | Activa in aanbouw | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde per 1 januari 2024 | 5.487.701 | 131.798 | 5.019.071 | 23.316 | 7.183 | 306.333 |
| Investeringen, met inbegrip van vaste activa, eigen productie | 272.855 | 3.633 | 147.532 | 2.274 | 467 | 118.949 |
| Overdrachten en buitengebruikstellingen | -43.723 | -998 | -41.140 | -1.578 | - | -43.723 |
| Overboeking naar 'activa bestemd voor verkoop' | -143.740 | -- | -143.740 | - | - | - |
| Mutaties gedurende het jaar | ||||||
| Overboekingen van (naar) andere posten | -790 | 9.335 | 294.498 | 139 | - | -304.762 |
| Toename (afname) door wisselkoerswijzigingen | 3.589 | -123 | 4.070 | -358 | - | - |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | - | - | - | - | - | - |
| Wijzigingen in de consolidatiekring of -methode | - | -- | - | - | - | - |
| Per 31 december 2024 | 5.575.892 | 143.645 | 5.280.291 | 23.793 | 7.650 | 120.513 |
| Cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen op 1 januari 2024 | 2.905.481 | 55.063 | 2.830.268 | 16.558 | 3.592 | - |
| Afschrijvingen van het jaar | 338.266 | 5.172 | 330.110 | 2.597 | 387 | - |
| Bijzondere waardeverminderingen gedurende het jaar | -14.772 | -14.772 | - | - | - | - |
| Overdrachten en buitengebruikstellingen | -43.466 | -974 | -40.915 | -1.577 | - | - |
| Overboeking naar 'activa bestemd voor verkoop' | -110.205 | -- | -110.205 | - | - | - |
| Mutaties gedurende het jaar | ||||||
| Overboekingen van (naar) andere posten | 255 | -255 | - | - | - | - |
| Toename (afname) door wisselkoerswijzigingen | 3.005 | -96 | 3.217 | -116 | - | - |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | - | - | - | - | - | - |
| Wijzigingen in de consolidatiekring of -methode | - | -- | - | - | - | - |
| Per 31 december 2024 | 3.108.108 | 59.165 | 3.027.502 | 17.462 | 3.979 | - |
| Nettoboekwaarde op het einde van het vorige boekjaar | 2.582.220 | 76.735 | 2.188.803 | 6.758 | 3.591 | 306.333 |
| Nettoboekwaarde op het einde van het boekjaar | 2.467.784 | 84.480 | 2.252.789 | 6.331 | 3.671 | 120.513 |
Op 31 december 2024 bedroeg de nettoboekwaarde van ‘drijvend materieel’ 96% van de categorie Installaties, machines en drijvend materieel. ‘Installaties en machines’ in de categorie installaties, machines en drijvend materieel betreft onder andere drooggrondverzetmaterieel, pijpleidingen en materieel van DEME Infra.De 'investeringen' binnen installaties, machines en drijvend materieel omvatten voornamelijk recurrente investeringen en de activering van grote reparatiekosten aan het belangrijkste productiematerieel, terwijl de 'toevoegingen' binnen activa in aanbouw voornamelijk betrekking hebben op de bedragen die zijn geïnvesteerd in het nieuwe DP2 valpijpschip 'Yellowstone', de bouw van pontons voor het Fehmarnbelt project (bouw van 's werelds grootste afgezonken tunnel tussen Duitsland en Denemarken), een levensduur verlengende investering in het valpijpschip 'Rollingstone', een nieuw offshore survey schip genaamd 'Karina' en de DEME campus waarvoor verwezen wordt naar toelichting (29) verbonden partijen. In 2024 werden 'Yellowstone', die zich in het tweede kwartaal bij de vloot voegde, de pontons, het survey vaartuig en het gebouw overgeboekt naar respectievelijk installaties, machines en drijvend materieel en terreinen en gebouwen. Er was ook een overdracht van ontwikkelingskosten in het segment Concessions van activa in aanbouw naar immateriële vaste activa (zie toelichting (5)). Sinds 30 juni 2024 werd de nettoboekwaarde van het DP2 jack-up installatieschip 'Sea Challenger' (inclusief de kraan), beide opgenomen onder installaties, machines en drijvend materieel, getransfereerd naar ‘activa bestemd voor verkoop’ (toelichting (15)) aangezien een verkoop binnen de 12 maanden aan een Japanse joint venture tussen DEME (49%) en partner Penta-Ocean Construction als zeer waarschijnlijk wordt beschouwd. Na deze verkoop zal 'Sea Challenger' een uitgebreide upgrade krijgen, waardoor het schip geschikt wordt voor offshore windmolenparkprojecten in Japan. De hijscapaciteit van de kraan zal verhoogd worden van 900 ton naar 1.600 ton. Bovendien zullen verbeteringen zoals een bredere straal en langere poten het schip in staat stellen om de volgende generatie mega-windturbines te hanteren. De joint venture zal 'Sea Challenger' verder upgraden en het schip onder Japanse vlag brengen. In overeenstemming met de aandeelhoudersovereenkomst en onder bepaalde voorwaarden behoudt DEME een terugkooprecht voor 'Sea Challenger’. Aangezien de joint venture geïntegreerd is volgens vermogensmutatiemethode, was de investering niet opgenomen in de materiële vaste activa van de geconsolideerde balans. DEME financiert echter de upgrade van het schip via kapitaal en een aandeelhouderslening, geboekt als financieel actief. In 2023 nam Transocean Ltd, een wereldleider in de offshore boorindustrie, een minderheidsbelang van 15,7% in GSR (diepzeemijnbouw) door de inbreng van het ultradiepwaterboorschip 'Ocean Rig Olympia', dat eind 2024 nog steeds is opgenomen in de nettoboekwaarde van activa in aanbouw. In 2024 werden 2,2 miljoen euro intercalaire interesten met betrekking tot activa in aanbouw geactiveerd (toelichting (4) financieel resultaat). Op 31 december 2024 bedragen de toegezegde investeringen voor de komende jaren 5 miljoen euro. Ze hebben voornamelijk betrekking op de upgrades van schepen 'Yellowstone' en ‘Karina’. De investeringen om de DEME-campus om te vormen tot een duurzaam en energieneutraal kantoor zijn opgenomen in de nettoboekwaarde van terreinen en gebouwen. De 'afschrijvingskosten en bijzondere waardeverminderingen van het jaar' stegen tot 353 miljoen euro in totaal, vergeleken met 320 miljoen euro in 2023. Het hogere niveau van de afschrijvingskosten in 2024 is voornamelijk toe te schrijven aan 'Yellowstone' die zich bij de vloot voegde in het tweede kwartaal van 2024, en aan de investeringen in het upgraden van 'Sea installer' (afgeschreven vanaf juli 2023). Het bedrag van het jaar omvat ook een waardevermindering van 14,8 miljoen euro. In H1 2024 werd een 'bijzondere waardevermindering' van 4,4 miljoen euro geboekt voor de kraan van 'Sea Challenger', terwijl eind 2024 een bijkomende 'bijzondere waardevermindering' van 10,4 miljoen euro werd geboekt voor 'Samson', een backhoe dredger. De investeringen in materiële vaste activa door joint ventures zoals die in 'Green Jade' en 'Sea Challenger' worden niet weergegeven in materiële vaste activa van de geconsolideerde balans zoals hierboven al kort vermeld. Er wordt verwezen naar de segmentrapportering van 31 december 2024 en 31 december 2023 waar de bedragen die zijn opgenomen in de kolom 'reconciliatie' onder de lijnen 'nettoboekwaarde materiële vaste activa en activa met gebruiksrecht' en 'verwerving van materiële vaste activa en activa met gebruiksrecht' betrekking hebben op joint ventures. In 2023 werd 49% van DEME’s CapEx aanzien als CapEx die in aanmerking komt (‘eligible’) en afgestemd is (‘aligned’) met de EU-taxonomie, terwijl dit percentage in de huidige periode 47% bedraagt voor de eligible CapEx en 46% voor de aligned CapEx. Dit percentage houdt rechtstreeks verband met de vloot van DEME die zich bezighoudt met projecten om de klimaatverandering tegen te gaan, zoals de bouw en installatie van funderingen en windturbines, samen met hun aansluitingen op het vasteland. Verder hebben de klimaatrisico's op dit moment geen invloed op de levensduur van de activa van de groep. Verwezen wordt naar Hoofdstuk 07.Duurzaamheidsverklaringen.
200
| Terreinen en gebouwen | Installaties, machines en drijvend materieel | Meubilair en rollend materieel | Overige materiële vaste activa | Activa in aanbouw | Totaal materiële vaste activa | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| (in duizenden euro) | ||||||
| Aanschaffingswaarde per 1 januari 2023 | 119.923 | 4.694.682 | 20.564 | 7.257 | 223.042 | 5.065.468 |
| Investeringen, met inbegrip van vaste activa, eigen productie | 3.623 | 203.174 | 5.928 | - | 273.966 | 486.691 |
| Overdrachten en buitengebruikstellingen | -664 | -51.409 | -2.502 | -3 | - | -54.578 |
| Overboeking naar 'activa bestemd voor verkoop' | -4.312 | - | - | - | - | -4.312 |
| Mutaties gedurende het jaar | ||||||
| Overboekingen van (naar) andere posten | 13.572 | 176.837 | 336 | -70 | -190.675 | - |
| Toename (afname) door wisselkoerswijzigingen | -344 | -4.213 | -1.010 | -1 | - | -5.568 |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | - | - | - | - | - | - |
| Wijzigingen in de consolidatiekring of methode | -- | -- | -- | -- | -- | -- |
| Per 31 december 2023 | 131.798 | 5.019.071 | 23.316 | 7.183 | 306.333 | 5.487.702 |
| Cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen per 1 januari 2023 | 53.635 | 2.569.518 | 17.093 | 3.174 | - | 2.643.420 |
| Afschrijvingen van het jaar | 4.981 | 299.198 | 2.319 | 422 | - | 306.920 |
| Bijzondere waardeverminderingen gedurende het jaar | - | 13.148 | - | - | - | 13.148 |
| Overdrachten en buitengebruikstellingen | -641 | -48.410 | -2.408 | -3 | - | -51.462 |
| Overboeking naar 'activa bestemd voor verkoop' | -2.682 | - | - | - | - | -2.682 |
| Mutaties gedurende het jaar | ||||||
| Overboekingen van (naar) andere posten | - | -81 | 81 | - | - | - |
| Toename (afname) door wisselkoerswijzigingen | -230 | -3.105 | -527 | -1 | - | -3.863 |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | - | - | - | - | - | - |
| Wijzigingen in de consolidatiekring of methode | -- | -- | -- | -- | -- | -- |
| Per 31 december 2023 | 55.063 | 2.830.268 | 16.558 | 3.592 | - | 2.905.481 |
| Nettoboekwaarde op het einde van het vorige boekjaar | 66.288 | 2.125.164 | 3.471 | 4.083 | 223.042 | 2.422.048 |
| Nettoboekwaarde op het einde van het boekjaar | 76.735 | 2.188.803 | 6.758 | 3.591 | 306.333 | 2.582.220 |
Op 31 december 2023 bedroeg de nettoboekwaarde van ‘drijvend materieel’ 96% van de categorie Installaties, machines en drijvend materieel. In 2023 kreeg het DP2 jack-up installatieschip 'Sea Installer ' een uitgebreide upgrade, waardoor het schip gepositioneerd is voor offshore windmolenparkprojecten in de VS. Het bedrag dat geïnvesteerd werd in 'Sea Installer' is opgenomen in de toevoegingen in installaties, machines en drijvend materieel. DEME bouwde ook 'Viking Neptun' om tot een kabellegschip en sinds het eerste kwartaal van 2023 is het schip operationeel op projecten. De overboeking van het schip van activa in aanbouw naar installaties, machines en drijvend materieel heeft plaatsgevonden. Het offshore wind installatieschip 'Green Jade', besteld door CDWE, de Taiwanese joint venture tussen DEME (49,99%) en partner CSBC in Taiwan, vervoegde de vloot in juli 2023 en werd actief ingezet in de bloeiende lokale markt voor offshore windenergie. Aangezien de joint venture geïntegreerd is volgens de vermogensmutatiemethode, is dit schip niet opgenomen onder 'materiële vaste activa'. DEME injecteerde zelf ongeveer 30 miljoen euro in CDWE in 2020 en 13,3 miljoen euro in 2021 als kapitaal voor de joint venture. In 2022 en 2023 werden geen bijkomende kapitaalinjecties door DEME gedaan. De joint venture zelf had een lange termijnbanklening verkregen (opgenomen in het derde kwartaal van 2023) voor de verdere betaling van de ‘Green Jade’. In het kader van de uitbreiding van haar vloot van valpijpschepen investeerde DEME in een nieuw DP2 valpijpschip door de aankoop en ombouw van een bulkcarrier. Dit schip met de naam 'Yellowstone ' vervoegde de DEME-vloot in de eerste helft van 2024, terwijl het eind 2023 werd opgenomen in de activa in aanbouw. Het ultra-diepwaterboorschip 'Ocean Rig Olympia' werd ook opgenomen in de toevoegingen en de nettoboekwaarde van de activa in aanbouw, aangezien Transocean Ltd, een wereldleider in de offshore boorindustrie, begin 2023 een minderheidsbelang van 15,7% in GSR (diepzeemijnbouw) heeft genomen door de inbreng van dit schip en een investering in contanten. Deze toevoeging van het jaar werd beschouwd als een non-cash item.
201
De overige toevoegingen binnen activa in aanbouw omvatten voornamelijk de bedragen die in 2023 zijn geïnvesteerd in 'Yellowstone', 'Viking Neptun', enkele extra aanpassingen voor 'Orion', het nieuwe offshore survey schip 'Karina ' en een nieuw kantoorgebouw. Per 31 december 2023 werden 'Viking Neptun', 'Orion' en het nieuwe kantoorgebouw overgeboekt naar installaties, machines en drijvend materieel en terreinen en gebouwen. In 2023 werden 1,6 miljoen euro intercalaire interesten met betrekking tot activa in aanbouw geactiveerd. Op 31 december 2023 bedroegen de verplichtingen voor investeringen voor de komende jaren 37,5 miljoen euro, voornamelijk met betrekking tot upgrades van schepen 'Yellowstone', 'Viking Neptun' en voor 'Karina'.De ‘afschrijvingen en waardeverminderingen’ stegen tot 320 miljoen euro, tegenover 286 miljoen euro in 2022. De hogere afschrijvingskosten in 2023 waren voornamelijk te wijten aan de investeringen in ‘Orion’, het grootste offshore installatieschip van DEME dat midden 2022 aan de vloot werd toegevoegd, en in ‘Viking Neptun’, een kabellegschip dat in de eerste helft van 2023 de vloot vervoegde. Het bedrag omvatte ook een waardevermindering van 13 miljoen euro voor ‘Al Jarraf’, een cutterzuiger van DEME. In 2023 werd de werkplaats in Zeebrugge, opgenomen in terreinen en gebouwen en met een nettoboekwaarde van 1,6 miljoen euro, overgeboekt naar activa bestemd voor verkoop (toelichting (15)). Het schip ‘Groenewind’, met een nettoboekwaarde van 32 miljoen euro en in 2022 overgeboekt naar activa bestemd voor verkoop, werd in 2023 verkocht.
| (in duizenden euro) | Installaties, machines en drijvend materieel | Terreinen en gebouwen | Meubilair en rollend materieel | Totaal activa met gebruiksrecht |
|---|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde per 1 januari 2024 | 119.451 | 23.314 | 44.758 | 187.523 |
| Investeringen | 37.506 | 46.817 | 26.780 | 111.103 |
| Overdrachten en buitengebruikstellingen | -23.381 | -6.499 | -14.135 | -44.015 |
| Mutaties gedurende het jaar | ||||
| Overboekingen van (naar) andere posten | - | - | -255 | -255 |
| Toename (afname) door wisselkoerswijzigingen | 1.148 | 1.828 | 28 | 3.004 |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | - | - | - | - |
| Wijzigingen in de consolidatiekring of -methode | - | - | - | - |
| Per 31 december 2024 | 134.724 | 65.460 | 57.176 | 257.360 |
| Cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen op 1 januari 2024 | 39.597 | 13.644 | 23.189 | 76.430 |
| Afschrijvingen van het jaar | 15.731 | 24.304 | 12.322 | 52.357 |
| Overdrachten en buitengebruikstellingen | -21.808 | -6.499 | -13.704 | -42.011 |
| Mutaties gedurende het jaar | ||||
| Overboekingen van (naar) andere posten | - | - | -255 | -255 |
| Toename (afname) door wisselkoerswijzigingen | 407 | 672 | 6 | 1.085 |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | - | - | - | - |
| Wijzigingen in de consolidatiekring of -methode | - | - | - | - |
| Per 31 december 2024 | 33.927 | 32.121 | 21.558 | 87.606 |
| Nettoboekwaarde op het einde van het vorige boekjaar | 79.854 | 9.670 | 21.569 | 111.093 |
| Nettoboekwaarde op het einde van het boekjaar | 100.797 | 33.339 | 35.618 | 169.754 |
De nettoboekwaarde van de activa met gebruiksrecht bedraagt 169,8 miljoen euro per 31 december 2024, tegenover 111,1 miljoen euro eind 2023. Per 31 december 2024 kan de nettoboekwaarde van terreinen en gebouwen worden opgesplitst in 83,6 miljoen euro ‘terreinen’ en 17,2 miljoen euro ‘gebouwen’. De aanzienlijke toename van terreinen en gebouwen in 2024 wordt, naast andere factoren, voornamelijk toegeschreven aan verlenging van een baggerconcessie en aan de huur van extra grond in Vlissingen. De categorie installaties, machines en drijvend materieel omvat onder meer ondersteuningsvaartuigen, accommodatievaartuigen en drooggrondverzetmaterieel. De significante toename in deze categorie in 2024 wordt toegeschreven aan de huur van ondersteuningsvaartuigen op middellange termijn, wat ook de stijging van de afschrijvingskosten verklaart van 30,9 miljoen euro in 2023 tot 52,4 miljoen euro in 2024. 202
De toename van de categorie meubilair en rollend materieel heeft voornamelijk te maken met de versnelde elektrificatie van het wagenpark van DEME, een toename van het wagenpark (door een hoger aantal wagens) en de verhoogde leasekost verbonden aan elektrische voertuigen. De leaseverplichtingen gerelateerd aan activa met gebruiksrecht worden vermeld in toelichting (23).
| (in duizenden euro) | Installaties, machines en drijvend materieel | Terreinen en gebouwen | Meubilair en rollend materieel | Totaal activa met gebruiksrecht |
|---|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde per 1 januari 2023 | 99.303 | 21.410 | 38.147 | 158.860 |
| Investeringen | 25.759 | 5.599 | 13.893 | 45.251 |
| Overdrachten en buitengebruikstellingen | -5.485 | -3.569 | -7.255 | -16.309 |
| Mutaties gedurende het jaar | ||||
| Overboekingen van (naar) andere posten | - | - | - | - |
| Toename (afname) door wisselkoerswijzigingen | -126 | -126 | -27 | -279 |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | - | - | - | - |
| Wijzigingen in de consolidatiekring of -methode | - | - | - | - |
| Per 31 december 2023 | 119.451 | 23.314 | 44.758 | 187.523 |
| Cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen per 1 januari 2023 | 29.639 | 9.759 | 20.468 | 59.866 |
| Afschrijvingen van het jaar | 14.923 | 7.437 | 8.505 | 30.865 |
| Overdrachten en buitengebruikstellingen | -4.843 | -3.488 | -5.762 | -14.093 |
| Mutaties gedurende het jaar | ||||
| Overboekingen van (naar) andere posten | - | 4 | -4 | - |
| Toename (afname) door wisselkoerswijzigingen | -122 | -68 | -18 | -208 |
| Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties | - | - | - | - |
| Wijzigingen in de consolidatiekring of -methode | - | - | - | - |
| Per 31 december 2023 | 39.597 | 13.644 | 23.189 | 76.430 |
| Nettoboekwaarde op het einde van het vorige boekjaar | 69.664 | 11.651 | 17.679 | 98.994 |
| Nettoboekwaarde op het einde van het boekjaar | 79.854 | 9.670 | 21.569 | 111.093 |
De nettoboekwaarde van de activa met gebruiksrecht bedroeg 111,1 miljoen euro per 31 december 2023, tegenover 99,0 miljoen euro eind 2022. Per 31 december 2023 kon de nettoboekwaarde van terreinen en gebouwen worden opgesplitst in 63,7 miljoen euro ‘terreinen’ en 16,1 miljoen euro ‘gebouwen’.
De lijst van de ondernemingen die deel uitmaken van de investeringen van DEME in joint ventures en geassocieerde deelnemingen, het aandeelshouderspercentage van de DEME groep, het belangrijkste segment waarin ze actief zijn en het land van oprichting vindt u hoger in dit verslag. Geen van de ondernemingen is op een openbare kapitaalmarkt genoteerd. De joint ventures en geassocieerde deelnemingen hebben voorwaardelijke verbintenissen voor een bedrag van 71,1 miljoen euro, volgens DEME-aandeel (ongeveer 63,2 miljoen euro voor Offshore Energy, 4,8 miljoen euro voor Dredging & Infra en 3,1 miljoen euro voor Environmental). In 2023 bedroeg het bedrag aan verbintenissen 136,5 miljoen euro (ongeveer 77,6 miljoen euro voor Offshore Energy, 55,5 miljoen euro voor Dredging & Infra en 3,5 miljoen euro voor Environmental). In de jaarrekening worden alle investeringen in joint ventures en geassocieerde deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatie- methode. Alleen in de segmentinformatie, een aparte rubriek in dit verslag, worden joint ventures opgenomen volgens de proportionele consolidatiemethode. De wijzigingen tijdens de periode worden hieronder toegelicht. Het bedrag van de goodwill opgenomen in de boekwaarde volgens het belang van de groep in joint ventures bedraagt 0,3 miljoen euro. Er is geen wijziging in dit bedrag in 2024 en 2023. Er is geen goodwill opgenomen in de boekwaarde van geassocieerde deelnemingen. 203
| (in duizenden euro) | Investeringen in joint ventures | Investeringen in geassocieerde deelnemingen | Totaal | Investeringen in joint ventures | Investeringen in geassocieerde deelnemingen | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2024 | 2024 | 2024 | 2023 | 2023 | 2023 | |
| Saldo per 1 januari | 49.094 | 120.869 | 169.963 | 94.619 | 106.891 | 201.510 |
| Investeringen | 2.532 | 11.263 | 13.795 | 891 | 7.671 | 8.562 |
| Overdrachten en buitengebruikstellingen | - | -10.439 | -10.439 | -1.143 | - | -1.143 |
| Aandeel in het resultaat van deelnemingen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode | 27.974 | 12.400 | 40.374 | -34.545 | 37.762 | 3.217 |
| Mutaties gedurende het jaar | ||||||
| Dividenden uitgekeerd door de deelnemingen | -14.603 | -18.312 | -32.915 | -9.873 | -17.879 | -27.752 |
| Niet-gerealiseerde resultaten | -306 | -4.456 | -4.762 | -3.164 | -11.089 | -14.253 |
| Overige mutaties | 796 | -3.064 | -2.268 | 393 | -1.641 | -1.248 |
| Omrekeningsverschillen | 110 | 2.481 | 2.591 | 1.916 | -846 | 1.070 |
| Saldo per 31 december | 65.597 | 110.742 | 176.339 | 49.094 | 120.869 | 169.963 |
| Geboekt als niet-vlottend financieel actief | 67.179 | 114.686 | 181.865 | 49.353 | 120.942 | 170.295 |
| Geboekt als langlopende financiële verplichting | -1.582 | -3.944 | -5.526 | -259 | -73 | -332 |
Het grootste deel van het 'aandeel in het resultaat van deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode' met betrekking tot investeringen in geassocieerde deelnemingen is toe te wijzen aan het segment Concessions. De geassocieerde deelnemingen in het segment Concessions leverden een nettoresultaat van 12,4 miljoen euro, een daling ten opzichte van 37,8 miljoen euro een jaar geleden. De tweede helft van 2024 kende een zwakkere windproductie in vergelijking met zowel de eerste helft van het jaar als 2023, dat had geprofiteerd van hogere elektriciteitsprijzen en nieuwe wetgeving in België. Bijgevolg werd de financiële prestatie van Rentel NV, C-Power NV en Seamade NV, die windparken exploiteren in België, negatief beïnvloed. De daling van het resultaat van de geassocieerde ondernemingen werd meer dan gecompenseerd door het resultaat van de joint ventures dat 28,0 miljoen euro bedroeg eind 2024 tegenover een verlies van 34,5 miljoen euro vorig jaar. Vorig jaar absorbeerde CDWE Taiwan Ltd, de Taiwanese joint venture van DEME in het Offshore Energy segment, projectverliezen op het Zhong Neng project in Taiwan, terwijl CDWE Taiwan Ltd dit jaar zeer positief bijdraagt tot het resultaat van het jaar. Het Offshore Energy segment draagt voor 29 miljoen euro bij tot het 'aandeel in het resultaat van deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode' met betrekking tot investeringen in joint ventures tegenover -35 miljoen euro in 2023. Wat betreft de 'dividenden uitgekeerd door deelnemingen' in 2024, is het van geassocieerde deelnemingen ontvangen bedrag voornamelijk afkomstig van Rentel NV, Seamade NV en C-Power NV, terwijl het van joint ventures ontvangen dividend voornamelijk afkomstig is van Deeprock CV.In 2023 was het van geassocieerde deelnemingen ontvangen bedrag aan dividenden afkomstig van Rentel NV, Seamade NV en C- Power NV, terwijl het van joint ventures ontvangen dividend voornamelijk afkomstig was van Earth Moving Worldwide Cyprus Ltd (EMW). Sommige joint ventures en geassocieerde deelnemingen financieren belangrijke activa zoals infrastructuurwerken, offshore windmolenparken of schepen en kunnen daarom renteswaps (IRS) aanhouden.Per 31 december 2024 bevatten de 'niet-gerealiseerde resultaten (OCI)' een positief bedrag van 9,3 miljoen euro ten opzichte van een positief bedrag van 14,0 miljoen euro eind 2023 (als dusdanig een jaar over jaar beweging van -4,7 miljoen euro). Dit bedrag weerspiegelt het aandeel van DEME in de reële waarde van de IRS van Rentel NV, C-Power NV, Seamade NV, Normalux SA, BAAK Blankenburg-Verbinding BV, Port-La Nouvelle SEMOP en CDWE Green Jade Shipowner Ltd, na aftrek van uitgestelde belastingvorderingen. Deze reële waarde (DEME-aandeel) wordt onrechtstreeks in de geconsolideerde balans opgenomen in het netto-actief van de deelnemingen voor hetzelfde bedrag. Vergelijkbaar met vorig jaar is de negatieve beweging van het jaar in de afdekkingsreserve van joint ventures en geassocieerde deelnemingen (-4,7 miljoen euro) gerelateerd aan de daling van de marktrente ten opzichte van de afgedekte rente (vorig jaar was de impact echter groter -14,2 miljoen euro). Een klein bedrag van -0,049 miljoen euro in de niet-gerealiseerde resultaten is toe te schrijven aan de herwaardering van de nettoverplichtingen met betrekking tot toegezegd- pensioenregelingen en bijdrageregelingen. Er zijn in 2024 en 2023 geen investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode waar DEME het aandeel in het negatieve eigen vermogen van de joint venture of geassocieerde onderneming niet heeft geboekt. De deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode waarvoor het aandeel in het netto-actief negatief is, worden toegewezen aan andere componenten van het belang van de investeerder in de deelneming opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode, zoals aandeelhoudersleningen op deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode. Deze toewijzing wordt gepresenteerd op de regel 'overige mutaties'. Het bedrag kan positief of negatief zijn, aangezien de overboeking van vordering naar investering in joint ventures en geassocieerde deelnemingen wordt teruggeboekt zodra de netto-activa van de investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode weer positief zijn. Als na toerekening het negatieve nettovermogen groter is dan het belang van de investeerder, wordt een overeenkomstige verplichting (financiële langetermijnverplichting) opgenomen in plaats van een negatieve investering binnen de niet-vlottende financiële activa.
In 2024 omvatten de 'toevoegingen' investeringen voor een totaalbedrag van 11,3 miljoen euro in geassocieerde deelnemingen en 2,5 miljoen euro in joint ventures. De investeringen in geassocieerde deelnemingen van dit jaar hebben voornamelijk betrekking op het segment Concessions en meer specifiek op de kapitaalverhoging in Hyport Coordination Company Llc. In het Offshore Energy segment is er een toevoeging van het jaar voor 0,9 miljoen euro in GBM Works Holding BV. Er wordt verwezen naar de rubriek over wijzigingen in de consolidatiekring. Vorig jaar hadden de investeringen in geassocieerde deelnemingen voornamelijk betrekking op het segment Concessions en meer specifiek op de investering in Hyport Coordination Company Llc, Ayre Offshore Wind Farm Ltd en Bowdun Offshore Wind Farm Ltd. De investeringen in joint ventures voor 2024 hebben voornamelijk betrekking op een investering in Cargen Group NV en in Société de Reconversion de la Cokerie d'Ougrée (SORECO) SA, beide binnen het segment Environmental. De investeringen in joint ventures voor 2023 hadden betrekking op een investering in D&S Contractors NV, binnen het segment Dredging & Infra.
Hierna volgt een samenvatting van de financiële informatie van de geassocieerde deelnemingen en joint ventures van de groep per segment. Deze informatie betreft de 100% bedragen uit de jaarrekeningen van geassocieerde deelnemingen en joint ventures, opgesteld volgens de IFRS-standaarden. Intercompany transacties zijn niet geëlimineerd.
| Dredging & Infra (in duizenden euro) | Offshore Energy (100% standalone bedragen) | Environmental | Concessions | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|
| Balans | |||||
| Niet-vlottende activa | 5.475 | 1 | 27.641 | 2.797.399 | 2.830.516 |
| Vlottende activa | 42.668 | 42.184 | 49.511 | 1.081.596 | 1.215.959 |
| Eigen vermogen | 839 | 11.406 | 13.973 | 1.034.113 | 1.060.331 |
| Langlopende verplichtingen | 34.658 | 107 | 19.701 | 2.585.438 | 2.639.904 |
| Kortlopende verplichtingen | 15.687 | 34.522 | 56.811 | 499.972 | 606.992 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 3.041 | 3.851 | 13.332 | 240.528 | 260.752 |
| Netto financiële schuld (+ is nettoschuld) | 44.905 | -3.851 | 9.613 | 2.371.735 | 2.422.402 |
| Resultatenrekening | |||||
| Omzet | 781 | 54.572 | 51.905 | 624.655 | 731.913 |
| Operationeel resultaat | 10.057 | 722 | 6.430 | 164.067 | 181.276 |
| Financieel resultaat | 22 | -148 | -1.164 | -45.170 | -46.460 |
| Resultaat over de periode | -5.241 | 394 | 4.499 | 88.659 | 88.311 |
| Niet-gerealiseerde resultaten | - | 306 | - | -20.634 | -20.328 |
| Wijzigingen in reële waarde gerelateerd aan afdekkingsinstrumenten | - | - | - | -27.685 | -27.685 |
| Wijzigingen in de cumulatieve reserve omrekeningsverschillen | - | 306 | - | 7.030 | 7.336 |
| Herwaardering van nettoverplichtingen uit hoofde van toegezegde pensioenregelingen | - | - | - | 21 | 21 |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | -5.241 | 700 | 4.499 | 68.025 | 67.983 |
| Aandeel van de groep in de winst (verlies) | -1.054 | 107 | 851 | 12.496 | 12.400 |
| Aandeel van de groep in niet-gerealiseerde resultaten | - | 156 | - | -2.131 | -1.975 |
| Aandeel van de groep in totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | -1.054 | 263 | 851 | 10.365 | 10.425 |
De geassocieerde deelnemingen van de groep hebben voornamelijk betrekking tot het segment Concessions. De niet-vlottende activa en verplichtingen van deze geassocieerde deelnemingen hebben betrekking op de activa en financiering van de offshore windparken C-Power, Rentel en Seamade en op de bouw en financiering van de weg en tunnel van Blankenburg in Nederland (BAAK). Sinds 2024 heeft DEME Offshore Holding NV, binnen Offshore Energy, een belang van 19,73% in GBM Works Holding BV en dochterondernemingen, die een verlies voor het jaar rapporteerden.
| Totaal (in duizenden euro) | BAAK Blankenburg-Verbinding BV (100% standalone bedragen) | C-Power NV | Rentel NV | Seamade NV | |
|---|---|---|---|---|---|
| Balans | |||||
| Niet-vlottende activa | 2.062.883 | 471.848 | 659.818 | 931.217 | - |
| Vlottende activa | 988.543 | 39.663 | 64.607 | 66.306 | 817.967 |
| Eigen vermogen | 615.153 | 269.514 | 130.148 | 155.469 | 60.022 |
| Langlopende verplichtingen | 2.328.604 | 238.079 | 540.550 | 793.822 | 756.153 |
| Kortlopende verplichtingen | 267.634 | 72.797 | 74.182 | 105.752 | 14.903 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 159.963 | 68.878 | 20.455 | 57.520 | 13.110 |
| Netto financiële schuld (+ is nettoschuld) | 2.208.054 | 195.286 | 518.443 | 772.150 | 722.175 |
| Resultatenrekening | |||||
| Omzet | 537.455 | 146.391 | 142.180 | 185.885 | 62.999 |
| Operationeel resultaat | 180.730 | 39.661 | 59.878 | 86.511 | -5.320 |
| Financieel resultaat | -46.897 | -13.892 | -15.217 | -27.536 | 9.748 |
| Resultaat over de periode | 101.153 | 19.852 | 33.748 | 44.260 | 3.293 |
| Niet-gerealiseerde resultaten | -25.938 | 112 | -9.148 | -11.585 | -5.317 |
| Wijzigingen in reële waarde gerelateerd aan afdekkingsinstrumenten | -25.939 | 111 | -9.148 | -11.585 | -5.317 |
| Wijzigingen in de cumulatieve reserve omrekeningsverschillen | - | - | - | - | - |
| Herwaardering van nettoverplichtingen uit hoofde van toegezegde pensioenregelingen | 1 | 1 | - | - | - |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | 75.215 | 19.964 | 24.600 | 32.675 | -2.024 |
| Aandeel van de groep in de winst (verlies) | 13.976 | 1.256 | 6.374 | 5.852 | 494 |
| Aandeel van de groep in niet-gerealiseerde resultaten | -4.050 | 7 | -1.728 | -1.532 | -797 |
| Aandeel van de groep in totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | 9.926 | 1.263 | 4.646 | 4.320 | -303 |
| Dredging & Infra (in duizenden euro) | Offshore Energy (100% standalone bedragen) | Environmental | Concessions | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|
| Balans | |||||
| Niet-vlottende activa | 463.387 | 6.587 | 11.983 | - | 481.957 |
| Vlottende activa | 160.729 | 9.301 | 23.240 | - | 193.270 |
| Eigen vermogen | 212.919 | -354 | 12.846 | - | 225.411 |
| Langlopende verplichtingen | 207.396 | 6.585 | 2.160 | - | 216.141 |
| Kortlopende verplichtingen | 276.010 | 14.203 | 27.522 | - | 317.735 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 72.209 | 4.546 | 7.304 | - | 84.059 |
| Netto financiële schuld (+ is nettoschuld) | 159.609 | 3.285 | -3.001 | - | 159.893 |
| Resultatenrekening | |||||
| Omzet | 619.528 | 26.146 | 13.773 | - | 659.447 |
| Operationeel resultaat | 85.388 | -3.498 | 2.183 | - | 84.073 |
| Financieel resultaat | -12.814 | -265 | -125 | - | -13.204 |
| Resultaat over de periode | 59.596 | -3.524 | 1.483 | - | 57.555 |
| Niet-gerealiseerde resultaten | -721 | 180 | - | - | -541 |
| Wijzigingen in reële waarde gerelateerd aan afdekkingsinstrumenten | -661 | - | - | - | -661 |
| Wijzigingen in de cumulatieve reserve omrekeningsverschillen | 37 | 180 | - | - | 217 |
| Herwaardering van nettoverplichtingen uit hoofde van toegezegde pensioenregelingen | -97 | - | - | - | -97 |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | 58.875 | -3.344 | 1.483 | - | 57.014 |
| Aandeel van de groep in de winst (verlies) | 29.092 | -1.673 | 555 | - | 27.974 |
| Aandeel van de groep in niet-gerealiseerde resultaten | -289 | 93 | - | - | -196 |
| Aandeel van de groep in totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | 28.803 | -1.580 | 555 | - | 27.778 |
Binnen het segment Offshore Energy hebben de joint venture activiteiten van de groep voornamelijk betrekking op offshore projecten in CSBC DEME Wind Engineering Co Ltd (CDWE) en in Deeprock Beheer BV, evenals bergingsoperaties uitgevoerd door Scaldis Salvage & Marine Contractors NV. In het segment Dredging & Infra wordt een belangrijke activiteit genoteerd in de joint venture K3 DEME BV, een joint venture waarin DEME Building Materials BV participeert. Binnen het segment Environmental dragen Silvamo NV en Wérisol SA bij tot de resultaten van 2024.# Toelichting 10 – Overige niet-vlottende activa
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Saldo per 1 januari | 48.324 | 32.540 |
| Addities | 24.463 | 19.617 |
| Overdrachten en buitengebruikstellingen | -2.845 | -3.203 |
| Mutaties gedurende het jaar | ||
| Overboeking van (naar) andere posten | -1.519 | -661 |
| Overige mutaties | - | - |
| Toename (afname) door wisselkoerswijzigingen | -58 | 31 |
| Saldo per 31 december | 68.365 | 48.324 |
Leningen aan joint ventures en geassocieerde deelnemingen: 58.853 40.300
Waarvan Overige langlopende financiële activa: 9.512 8.024
De ‘addities’ van 24,5 miljoen euro in 2024 bestaan voornamelijk uit leningen gegeven aan Bowdun Offshore Wind Farm Ltd (8,2 miljoen euro), Ayre Offshore Wind Farm Ltd (5,6 miljoen euro) en Japan Offshore Marine Ltd (5,6 miljoen euro). De ‘overdrachten en buitengebruikstellingen’ in 2024 omvatten voornamelijk terugbetalingen van leningen toegekend aan bedrijven die betrokken zijn bij de ontwikkeling en latere exploitatie van de offshore windparken Rentel en Seamade (2,6 miljoen euro). In 2023 was een bedrag van 1,2 miljoen euro gerelateerd aan de terugbetaling van de leningen toegekend aan Thistle Wind Partners Ltd en 1,1 miljoen euro gerelateerd aan de terugbetaling van leningen toegekend aan Bowdun Offshore Wind Farm Ltd en Ayre Offshore Wind Farm Ltd.
Op andere niet-vlottende financiële activa worden geen verwachte kredietverliezen geboekt, aangezien de terugbetaling van de leningen volgens een solide bedrijfsplan verloopt. De volgens de vermogensmutatiemethode verwerkte deelnemingen waarvoor het aandeel in de netto-activa negatief is, worden toegerekend aan andere componenten van het belang van de investeerder in de volgens de vermogensmutatiemethode verwerkte deelneming, zoals aandeelhoudersleningen op deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode. Deze toewijzing is opgenomen in de lijn ‘overdracht van (naar) andere posten’. Het bedrag kan positief of negatief zijn, aangezien de overdracht van vordering naar investering in joint ventures en geassocieerde deelnemingen wordt teruggenomen zodra de netto-activa van de volgens de vermogensmutatiemethode opgenomen deelnemingen weer positief zijn. De niet-vlottende financiële activa, andere dan leningen aan joint ventures en geassocieerde deelnemingen, omvatten hoofdzakelijk deposito’s op lange termijn en garanties.
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Saldo per 1 januari | 10.526 | 11.892 |
| Addities | 14.249 | 108 |
| Overdrachten en buitengebruikstellingen | -171 | -224 |
| Mutaties gedurende het jaar | ||
| Overboeking naar overige bedrijfsvorderingen | -1.250 | -1.250 |
| Overboeking naar investeringen in geassocieerde deelnemingen | -600 | - |
| Overige mutaties | - | - |
| Toename (afname) door wisselkoerswijzigingen | - | - |
| Saldo per 31 december | 22.754 | 10.526 |
Overige niet-vlottende activa zijn vorderingen op lange termijn uit operationele activiteiten en leningen. De ‘addities’ van overige vorderingen uit operationele activiteiten voor 14,2 miljoen euro in 2024 hebben betrekking op het project Fehmarnbelt (bouw van de grootste afgezonken tunnel ter wereld tussen Duitsland en Denemarken). De 'overboeking naar overige bedrijfsvorderingen' vertegenwoordigt het kortlopende deel van de langetermijnlening van 10 miljoen euro die werd gegeven aan de koper van het zelfheffend installatieschip 'Thor'. De ‘overboeking naar investeringen in geassocieerde deelneming’ betreft deel van de lening toegekend aan GBM Works Holding NV dat omgezet werd naar kapitaal in 2024.# Toelichting 11 – Actuele belastingen en uitgestelde belastingen
Voor het boekjaar
Actuele belastingen en uitgestelde belastingen opgenomen in de staat van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten (in duizenden euro)
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Actuele belastingverplichtingen | 86.903 | 52.672 |
| Aanpassingen met betrekking tot de actuele inkomstenbelasting van voorgaande jaren | 4.134 | 2.248 |
| Totaal actuele belastinglasten / (opbrengsten) | 91.037 | 54.920 |
| Uitgestelde belastingen met betrekking tot het ontstaan en de terugname van tijdelijke verschillen | -3.549 | 387 |
| Mutatie in opgenomen overdraagbare belastingverliezen | 2.048 | -5.689 |
| Totaal uitgestelde belastinglasten / (opbrengsten) | -1.501 | -5.302 |
| Actuele en uitgestelde belastingen opgenomen in de resultatenrekening | 89.536 | 49.618 |
| Belastingen op herwaardering van pensioenverplichtingen | -855 | 485 |
| Belastingen op veranderingen in de reële waarde met betrekking tot afdekkingsinstrumenten | -4.202 | -6.012 |
| Actuele en uitgestelde belastingen opgenomen in overige elementen van de staat van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten (+ is opbrengst) | -5.057 | -5.527 |
| Actuele en uitgestelde belastingen opgenomen in de staat van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | 84.479 | 44.091 |
Actuele belastingvorderingen en -schulden worden gewaardeerd tegen het bedrag dat naar verwachting zal worden teruggevorderd van of betaald aan de belastingautoriteiten. De belastingtarieven en de belastingwetgeving die voor de berekening van het bedrag worden gebruikt, zijn de op de verslagdatum geldende belastingpercentages of toekomstige percentages als die reeds bij wet zijn vastgesteld, van de landen waar de groep actief is en belastbare inkomsten genereert. Vanaf 2024 omvat de over de verslagperiode verschuldigde inkomstenbelasting ook de inkomstenbelasting van Pillar Two. Zie verder in deze toelichting. Actuele winstbelastingen met betrekking tot posten die direct zijn opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten worden opgenomen in de niet- gerealiseerde resultaten en niet in de resultatenrekening.
211
Het management beoordeelt periodiek de standpunten ingenomen voor het maken van de belastingaangiften met betrekking tot situaties waarin de toepasselijke belastingvoorschriften voor interpretatie vatbaar zijn en legt zo nodig voorzieningen aan. Uitgestelde belastingen worden geboekt op basis van de ‘liability method’ voor tijdelijke verschillen tussen de fiscale waarde van activa en passiva en hun boekwaarde voor financiële rapportagedoeleinden op de verslagdatum. De operationele activiteiten van de groep zijn onderworpen aan verschillende belastingregimes met belastingtarieven die variëren van 0% tot 48% (zonder impact Pillar Two). Er wordt verwezen naar de aansluiting van het effectieve belastingtarief hieronder.
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Belastingvorderingen (+ is debet) | 26.061 | 25.937 |
| Belastingschulden (+ is credit) | 71.144 | 64.024 |
Hierna wordt een aansluiting gemaakt tussen het effectieve belastingtarief en het belastingtarief dat in België van toepassing is.
(in duizenden euro)
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Resultaat vóór belastingen | 344.935 | 217.994 |
| Belastingen tegen het nominale belastingtarief in België, zijnde 25% in 2024 en 2023 | 86.234 | 54.499 |
| Verhoging (verlaging) van het belastingtarief als gevolg van: | ||
| Fiscaal effect van niet-aftrekbare uitgaven | 5.490 | 3.635 |
| Fiscaal effect van niet-belastbare inkomsten (1) | -4.392 | -23.124 |
| Tax impact van wijzigingen in de belastingtarieven | -2.280 | 1.051 |
| Gevolgen van verschillende belastingtarieven voor dochterondernemingen in andere rechtsgebieden of voor inkomsten die belastbaar zijn volgens bijzondere belastingregelingen, zoals de tonnagebelasting (2) | -9.568 | -12.802 |
| Fiscale impact van de aanleg (vrijval) van voorzieningen voor onzekere belastingposities | 1.475 | -1.446 |
| Pillar Two minimum top-up tax | 490 | - |
| Fiscale impact van aanpassingen aan actuele en uitgestelde belastingen m.b.t. voorgaande periodes | 2.491 | 2.248 |
| Fiscale impact op verliezen waarvoor geen uitgestelde belastingvorderingen werden opgenomen (3) | 9.596 | 25.557 |
| Belastinglasten | 89.536 | 49.618 |
| Effectief belastingtarief voor de periode | 25,96% | 22,76% |
(1) De belangrijkste componenten van het belastingeffect op niet-belastbare inkomsten zijn terugvordering van voorheen uitgestelde afschrijvingen en vrijgestelde kapitaalswinsten op de verkoop van activa en fiscaal aftrekbare kapitaalsverliezen.
(2) In verschillende landen waar de groep actief was in 2024 is het nominale belastingtarief relatief lager dan het nominale belastingtarief in België. In sommige landen resulteert het tonnagebelastingregime ook in een relatief lager belastingtarief.
(3) Het verschil tussen 2024 en 2023 wordt veroorzaakt door enerzijds de (her)beoordeling van niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot fiscale verliezen in 2024 (waardoor het effectieve belastingtarief stijgt) en anderzijds het gebruik van niet-opgenomen fiscale verliezen in 2024, waardoor het effectieve belastingtarief daalt.
Het effectieve belastingtarief (2024: 25,96%) is hoger dan het nominale belastingtarief in België (25%). In 2023 was het effectieve belastingtarief 22,76%.
De wijzigingen over de periode van uitgestelde belastingvorderingen en -schulden, opgesplitst naar hun oorsprong, wordt hierna weergegeven. Uitgestelde belastingen (zowel vorderingen als verplichtingen) met betrekking tot vaste activa worden afzonderlijk voorgesteld. Deze uitgestelde belastingposities hebben zowel betrekking op de tijdelijke verschillen tussen de statutaire boekwaarde en de boekwaarde volgens het afschrijvingsbeleid van de DEME groep.
212
Uitgestelde belastingen met betrekking tot personeelsverplichtingen (enkel uitgestelde belastingvorderingen) hebben betrekking op de geboekte voorziening voor personeelsverplichtingen volgens IAS 19 personeelsbeloningen . De kolom terugname statutaire voorziening houdt hoofdzakelijk verband met de terugname van de statutaire voorzieningen voor herstelling en onderhoud die volgens IFRS niet zijn toegestaan. De uitgestelde belastingen op andere tijdelijke verschillen hebben hoofdzakelijk betrekking op consolidatiecorrecties op lopende projecten.
DEME is actief in meerdere jurisdicties met vaak complexe juridische en fiscale regelgevingen. De groep werkt constructief samen met de belastingautoriteiten en vraagt waar nodig ondersteuning aan lokale adviseurs en consultants om de meest correcte positie te bekomen inzake fiscale wetgeving en principes. Er wordt echter erkend dat sommige posities onzeker zijn en de interpretatie van complexe belastingwetten en verrekenprijsoverwegingen omvatten. Er wordt een uitgestelde belastingverplichting opgenomen voor elke post waarvan het niet waarschijnlijk is dat deze standhoudt bij onderzoek door de belastingdienst. De schattingen zijn gebaseerd op een benadering die de beste voorspelling geeft van de oplossing van de onzekerheden met de belastingautoriteiten en wordt berekend met behulp van de methode van het meest waarschijnlijke enkelvoudige bedrag of de verwachte-waardemethode volgens IFRIC 23 onzekerheid over fiscale behandeling van inkomsten. De schattingen zijn gebaseerd op feiten en omstandigheden aan het einde van de verslagperiode. Op dit moment hebben de belangrijkste onzekere belastingposities (UTP's) betrekking op lopende potentiële belastinggeschillen in België en India. Daarnaast zijn er ook UTP's opgenomen in 2024 voor mogelijke top-up tax in twee rechtsgebieden in het kader van Pillar Two, zie de specifieke paragraaf over Pillar Two.
Uitgestelde belastingvorderingen worden opgenomen voor alle verrekenbare tijdelijke verschillen, de overdracht van ongebruikte belastingkredieten en eventuele ongebruikte fiscale verliezen. Uitgestelde belastingvorderingen worden opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er fiscale winst beschikbaar zal zijn waartegen de verrekenbare tijdelijke verschillen, de ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden en ongebruikte fiscale verliezen kunnen worden aangewend. De uitgestelde belastingvorderingen voor fiscale verliezen en belastingkredieten worden afzonderlijk geboekt. Verder in deze toelichting kan een uitsplitsing gevonden worden van die (niet-) erkende fiscale verliezen.
Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen met betrekking tot afdekkingsinstrumenten en pensioenverplichtingen betreffen enkel integraal geconsolideerde entiteiten. Zie ook de rubriek over de niet-gerealiseerde resultaten.
| Belastings- (in duizenden euro) | Materiële vaste activa | Pensioenverplichtingen | Afdekkingsinstrumenten | Terugname statutaire voorziening | Overige belasting-timing verschillen | Onzekere belasting-posities | Netting | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Uitgestelde belasting-activa | ||||||||
| Saldo per 1 januari | 34.937 | - | 7.863 | 3.710 | 22.632 | 6.937 | -17.967 | 58.112 |
| Opgenomen in de resultatenrekening | -3.190 | - | -3.565 | -2.956 | 1.475 | 5.991 | - | -2.245 |
| Ten laste van het eigen vermogen | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Wijzigingen in consolidatiekring- of methode | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Wisselkoersverschillen | - | - | - | - | - | 42 | - | 42 |
| Netting (*) | - | - | - | - | - | - | 4.310 | 4.310 |
| Transfer | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Saldo per 31 december | 31.747 | - | 4.298 | 754 | 24.107 | 12.970 | -13.657 | 60.219 |
| Uitgestelde belasting-verplichtingen | ||||||||
| Saldo per 1 januari | 23.207 | 13.084 | 28 | 6.243 | 56.009 | 12.483 | 32.862 | -17.967 |
| Opgenomen in de resultatenrekening | 3.737 | -619 | -3.604 | 2.720 | -2.048 | -8.301 | 7.372 | - |
| Ten laste van het eigen vermogen | - | 855 | 4.202 | - | - | - | - | - |
| Wijzigingen in consolidatiekring- of methode | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Wisselkoersverschillen | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Netting (*) | - | - | - | - | - | - | 4.310 | 4.310 |
| Transfer | - | -42 | - | - | - | 42 | - | - |
| Saldo per 31 december | 26.944 | 13.278 | 626 |
(*) De post ‘Netting’ geeft de netting van uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen per entiteit weer.
Belastings- (in duizenden euro)
| | Terugname provisies | Overige Materiële vaste | Pensioen- | Afdekkings- | statutaire | (onzekere verschillen in | Netting | Totaal |
| :----------------------------------- | :------------------ | :---------------------- | :-------- | :---------- | :--------- | :------------------------ | :------ | :----- |
| Uitgestelde belasting-activa | | | | | | | | |
| Saldo per 1 januari | 34.242 | - | 14.415 | 464 | 24.078 | 12.882 | -18.932 | 67.149 |
| Opgenomen in de | 695 | - | -6.552 | 3.246 | -1.446 | -6.176 | - | -10.233 |
| resultatenrekening | | | | | | | | |
| Ten laste van het eigen vermogen | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Wijzigingen in consolidatiekring- of | - | - | - | - | - | - | - | - |
| methode | | | | | | | | |
| Wisselkoersverschillen | - | - | - | - | - | 231 | - | 231 |
| Netting (*) | - | - | - | - | - | - | 965 | 965 |
| Transfer | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Saldo per 31 december | 34.937 | - | 7.863 | 3.710 | 22.632 | 6.937 | -17.967 | 58.112 |
De volgende bewegingen in uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen van integraal geconsolideerde entiteiten, en de items waar ze betrekking op hebben, werden geboekt als niet-gerealiseerde resultaten:
| Voor inkomstenbelasting | Inkomstenbelasting | Netto na inkomstenbelasting | |
|---|---|---|---|
| Wijzigingen in reële waarde met betrekking tot afdekkingsinstrumenten | -17.657 | 4.202 | -13.455 |
| Herwaardering van pensioenverplichtingen | -3.506 | 855 | -2.651 |
| Totaal | -21.163 | 5.057 | -16.106 |
(in duizenden euro)
| Voor inkomstenbelasting | Inkomstenbelasting | Netto na inkomstenbelasting | |
|---|---|---|---|
| Wijzigingen in reële waarde met betrekking tot afdekkingsinstrumenten | -23.667 | 6.012 | -17.655 |
| Herwaardering van pensioenverplichtingen | 1.951 | -485 | 1.466 |
| Totaal | -21.716 | 5.527 | -16.189 |
(in duizenden euro)
Dochterondernemingen:
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Binnen 1 jaar | 102 | - |
| Tussen 1 en 5 jaar | 47.217 | 58.324 |
| Meer dan 5 jaar en zonder tijdslimiet | 191.424 | 191.379 |
| Totaal erkende fiscale verliezen | 238.743 | 249.703 |
| Binnen 1 jaar | 5.526 | 1.104 |
| Tussen 1 en 5 jaar | 40.166 | 44.320 |
| Meer dan 5 jaar en zonder tijdslimiet | 385.167 | 391.854 |
| Totaal niet-erkende fiscale verliezen | 430.859 | 437.278 |
| Totale (niet)-erkende fiscale verliezen van dochterondernemingen | 669.602 | 686.981 |
(in duizenden euro)
In 2024 bedragen de overgedragen fiscale verliezen van dochterondernemingen 669,6 miljoen euro. Voor 238,7 miljoen euro van deze fiscale verliezen zijn uitgestelde belastingvorderingen opgenomen. Voor een bedrag van 430,9 miljoen euro aan compensabele verliezen van dochterondernemingen zijn geen uitgestelde belastingvorderingen opgenomen. In 2023 bedroegen de overgedragen fiscale verliezen van dochterondernemingen waarvoor geen uitgestelde belastingvorderingen zijn opgenomen 437,3 miljoen euro. De totale niet-opgenomen fiscale verliezen omvatten achtduizend euro fiscale verliezen die beschouwd moeten worden als overgangsjaar fiscale verliezen voor Pillar Two doeleinden. Alle andere verliezen worden beschouwd als verliezen vóór het overgangsjaar. Overgangsjaar betekent voor een rechtsgebied het eerste boekjaar dat de (MNO)-groep onder het toepassingsgebied van de wereldwijde anti-basiserosie regels (GloBE) van Pillar Two valt met betrekking tot dat rechtsgebied (wat betekent dat niet is voldaan aan de overgangscriteria voor een ‘Safe Harbour’). De fiscale verliezen omvatten ook de ontvangen dividendaftrek voor een totaalbedrag van 291,6 miljoen euro waarvan 242,7 miljoen euro niet is opgenomen en 48,9 miljoen euro is opgenomen. De ontvangen dividendaftrek heeft geen vervaldatum en is opgenomen in de categorie 'meer dan 5 jaar en onbepaald'.
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Binnen 1 jaar | 25 | - |
| Tussen 1 en 5 jaar | 5.823 | 8.014 |
| Meer dan 5 jaar en zonder tijdslimiet | 48.113 | 47.995 |
| Totale erkende uitgestelde belastingvorderingen op fiscale verliezen | 53.961 | 56.009 |
| Binnen 1 jaar | 1.727 | 337 |
| Tussen 1 en 5 jaar | 8.607 | 9.584 |
| Meer dan 5 jaar en zonder tijdslimiet | 96.555 | 96.983 |
| Totale niet-erkende uitgestelde belastingvorderingen op fiscale verliezen | 106.889 | 106.904 |
| Totale (niet)-erkende uitgestelde belastingvorderingen op fiscale verliezen van dochterondernemingen | 160.850 | 162.913 |
(in duizenden euro)
Op 31 december 2024 bedroeg het bedrag aan erkende uitgestelde belastingvorderingen op inkomstenbelastingverliezen 54,0 miljoen euro, terwijl het bedrag aan niet-erkende uitgestelde belastingvorderingen op inkomstenbelastingverliezen 106,9 miljoen euro bedroeg.
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Erkende fiscale verliezen | 12.028 | 39.287 |
| Uitgestelde belastingvorderingen op erkende fiscale verliezen | 2.452 | 7.884 |
| Niet-erkende fiscale verliezen | 46.357 | 33.219 |
| Uitgestelde belastingvorderingen op niet-erkende fiscale verliezen | 9.149 | 6.297 |
| Totale (niet)-erkende fiscale verliezen van joint ventures en geassocieerde ondernemingen | 58.384 | 72.506 |
| Totale (niet)-erkende uitgestelde belastingvorderingen op fiscale verliezen van joint ventures en geassocieerde ondernemingen | 11.601 | 14.181 |
(in duizenden euro)
De fiscale verliezen omvatten ook niet-opgenomen aftrekposten voor ontvangen dividenden voor een totaalbedrag van 2,4 miljoen euro.
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Belastingkredieten | 7.581 | 7.443 |
| Voor de overgang | 7.456 | - |
| Overgangsjaar | 125 | - |
| Uitgestelde afschrijvingen | 1.861 | 5.474 |
| Voor de overgang | 1.861 | - |
| Overgangsjaar | - | - |
| Investeringsaftrek | 2.787 | 2.787 |
| Voor de overgang | 2.787 | - |
| Overgangsjaar | - | - |
(in duizenden euro)
Uitgestelde belastingvorderingen zijn niet opgenomen gezien het onzekere karakter van de terugvordering.
De Pillar Two wetgeving is van kracht vanaf het huidige boekjaar dat begint op 1 januari 2024. In bepaalde jurisdicties waar DEME actief is (o.a. België), is de Pillar Two wetgeving al vastgesteld of substantieel vastgesteld. Ackermans & van Haaren NV (AvH NV) is de 'Ultimate Parent Entity' ('UPE') voor Pillar Two doeleinden voor de groepsentiteiten van DEME. De DEME groepsentiteiten vallen bijgevolg onder het toepassingsgebied van de gevolgen van Pillar Two die van toepassing zijn op de AvH groep. Aangezien de DEME groep deel uitmaakt van de AvH groep, moeten de gevolgen van Pillar Two worden beoordeeld op het niveau van de AvH groep. Op basis van een analyse heeft de AvH groep Pillar Two top-up tax geïdentificeerd in bepaalde jurisdicties. Volgens de geïmplementeerde wetgeving is de AvH groep in principe verplicht om in België of in de betrokken jurisdictie top-up tax te betalen op de winsten van haar groepsentiteiten die belast worden tegen een effectieve belastingsvoet van minder dan 15 procent. Voor 2024 bedraagt de totale impact van deze belastingen op het netto geconsolideerd resultaat van de AvH groep -0,5 miljoen euro. Deze inschatting is gebaseerd op de meest recente beschikbare informatie met betrekking tot de financiële prestaties van de groepsentiteiten in de AvH groep, zijnde de 2024 Country- by-Country Reporting en de geconsolideerde financiële overzichten van 2024. De jurisdicties waarvoor Pillar Two top-up tax zijn voorzien zijn Mexico, Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi-Arabië en Spanje. Aangezien DEME groep de meeste (of enige) entiteiten heeft in deze jurisdicties is de totale belasting van 0,5 miljoen euro te dragen op het niveau van DEME groep en is opgenomen in de geconsolideerde resultatenrekening van DEME Group per eind december 2024. Het verschuldigde bedrag is nog steeds afhankelijk van de verwachte aanvullende administratieve richtlijnen van de OECD die in 2025 worden gepubliceerd. Gezien de huidige onzekerheid is er een additionele UTP opgenomen met betrekking tot mogelijke aanvullende bijheffingen in twee jurisdicties. DEME groep maakt gebruik van de uitzondering inzake het erkennen en openbaar maken van informatie m.b.t. uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen gerelateerd aan de Pillar Two inkomstenbelasting.
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Grondstoffen | 3.851 | 9.163 |
| Verbruiksgoederen | 16.589 | 22.852 |
| Totaal voorraden | 20.440 | 32.015 |
| Mutatie van het boekjaar opgenomen in de resultatenrekening (+ is credit) | -11.575 | 6.319 |
Voor het boekjaar (in duizenden euro)
Voorraden kunnen worden opgesplitst in ‘grondstoffen’ en ‘verbruiksgoederen’. Grondstoffen hebben hoofdzakelijk betrekking op ballast- en baggerspecie en zand van de maritieme aggregaat activiteit in het segment Dredging & Infra. Verbruiksgoederen bestaan hoofdzakelijk uit brandstof en hulpstoffen. De mutatie over het jaar van verbruiksgoederen wordt voornamelijk beïnvloed door het moment van bunkeren en het brandstofverbruik tot afsluitingsdatum. Ook de opstart van enkele grote projecten en voorbereidingen van de vloot kunnen de bewegingen van het jaar beïnvloeden. Er zijn geen voorraden als onderpand gegeven voor verplichtingen.# Toelichting 13 – Vorderingen en verplichtingen uit hoofde van contracten
Voor het boekjaar
De vorderingen en verplichtingen uit hoofde van contracten betreffen overeenkomstig IFRS 15 omzet uit overeenkomsten met klanten, het werk in uitvoering voor bouwprojecten die door de groep worden uitgevoerd en verleende diensten. Werk in uitvoering toont het saldo van de opgenomen opbrengsten op die contracten, verminderd met facturaties a rato van de voortgang van het werk, vooruitbetalingen en mogelijke voorzieningen voor verliezen. Ontvangen voorschotten zijn bedragen die door de groep zijn ontvangen voordat de desbetreffende werkzaamheden zijn uitgevoerd. De groep presenteert deze afzonderlijk van andere verplichtingen uit hoofde van contracten.
De groep voert een verscheidenheid van projecten uit, alle met verschillende aspecten inzake bijvoorbeeld aard en omvang, type klanten, type contract en betalingsvoorwaarden en geografische ligging. Het grootste deel van de omzet wordt betaald met een voorschot dat wordt ontvangen bij de aanvang van het project, gevolgd door mijlpaalbetalingen (milestones) na uitvoering van het werk en goedkeuring door de klant.
(in duizenden euro / (-) is credit)
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Vorderingen uit hoofde van contracten | 651.459 | 633.027 |
| Verplichtingen uit hoofde van contracten | -661.057 | -447.363 |
| Ontvangen voorschotten | -181.041 | -84.486 |
| Nettosaldo | -190.639 | 101.178 |
Vorderingen uit hoofde van contracten zijn de rechten van de groep op een vergoeding in ruil voor goederen of diensten die de entiteit aan een klant heeft overgedragen wanneer dat recht afhankelijk is van iets anders dan het verstrijken van de tijd. Een vordering uit hoofde van een contract ontstaat wanneer de groep voor een klant werken heeft uitgevoerd die tot op heden als opbrengsten zijn geboekt maar nog niet zijn gefactureerd of betaald. Als dusdanig weerspiegelt de opbrengsterkenning het tempo waarin de prestatieverplichtingen van de groep worden vervuld, wat overeenstemt met de overdracht van de zeggenschap over een goed of dienst aan de klanten. Wanneer er geen sprake is van een overdracht van zeggenschap gedurende het contract, worden de opbrengsten toch over verloop van tijd opgenomen, op basis van het feit dat het gecreëerde actief geen alternatieve aanwendingsmogelijkheden heeft en het feit dat de groep een afdwingbaar recht heeft op de betaling voor de tot dan verrichte prestaties. Vorderingen uit hoofde van contracten worden handelsvorderingen naarmate de werken door de klant worden aanvaard.
Verplichtingen uit hoofde van contracten zijn de verplichtingen van de groep om goederen of diensten aan een klant te leveren waarvoor de entiteit een vergoeding van de klant heeft ontvangen. Een verplichting uit hoofde van een contract ontstaat wanneer de groep de klant heeft gefactureerd of van hem een betaling heeft ontvangen terwijl het werk nog niet was verricht en de facturen en/ of betalingen de tot dan erkende opbrengsten overschrijden.
Voorzieningen worden opgenomen voor verwachte verliezen op werk in uitvoering zodra deze gekend zijn en indien nodig wordt een reeds opgenomen winst teruggeboekt. Deze zijn ook opgenomen als verplichtingen uit hoofde van contracten voor een bedrag van 36,8 miljoen euro per 31 december 2024 in vergelijking met 54,2 miljoen euro per 31 december 2023. De bepaling van de geraamde winst (of het geraamde verlies) is gebaseerd op de geraamde kosten en opbrengsten van de desbetreffende projecten en, alleen voor winstgevende projecten, a rato van het stadium van voltooiing. Deze ramingen en beoordelingen kunnen bepaalde onzekerheden inhouden.
(in duizenden euro / (-) is credit)
| Saldo per 1 januari | Bedrijfsgerelateerde wijzigingen (*) | Wijzigingen in de consolidatiekring | Saldo per 31 december | |
|---|---|---|---|---|
| Vorderingen uit hoofde van contracten | ||||
| Offshore Energy | 234.542 | -48.090 | - | 186.452 |
| Dredging & Infra | 352.195 | 64.146 | - | 416.341 |
| Environmental | 46.290 | 2.376 | - | 48.666 |
| Concessions | - | - | - | - |
| Totaal | 633.027 | 18.432 | - | 651.459 |
| Saldo per 1 januari | Bedrijfsgerelateerde wijzigingen (*) | Wijzigingen in de consolidatiekring | Saldo per 31 december | |
|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen uit hoofde van contracten | ||||
| Offshore Energy | -306.829 | -177.552 | - | -484.381 |
| Dredging & Infra | -124.738 | -44.918 | - | -169.656 |
| Environmental | -15.796 | 8.776 | - | -7.020 |
| Concessions | - | - | - | - |
| Totaal | -447.363 | -213.694 | - | -661.057 |
| Saldo per 1 januari | Bedrijfsgerelateerde wijzigingen (*) | Wijzigingen in de consolidatiekring | Saldo per 31 december | |
|---|---|---|---|---|
| Ontvangen voorschotten | ||||
| Offshore Energy | -51.168 | 8.618 | - | -42.550 |
| Dredging & Infra | -12.266 | -105.572 | - | -117.838 |
| Environmental | -21.052 | 399 | - | -20.653 |
| Concessions | - | - | - | - |
| Totaal | -84.486 | -96.555 | - | -181.041 |
| Saldo per 1 januari | Bedrijfsgerelateerde wijzigingen (*) | Wijzigingen in de consolidatiekring | Saldo per 31 december | |
|---|---|---|---|---|
| Nettosaldo | ||||
| Offshore Energy | -123.455 | -217.024 | - | -340.479 |
| Dredging & Infra | 215.191 | -86.344 | - | 128.847 |
| Environmental | 9.442 | 11.551 | - | 20.993 |
| Concessions | - | - | - | - |
| Totaal | 101.178 | -291.817 | - | -190.639 |
(*) ‘Bedrijfsgerelateerde wijzigingen’ hebben betrekking op cumulatieve inhaalcorrecties die voortvloeien uit een wijziging in de mate van vooruitgang, een wijziging in de schatting van de transactieprijs (met inbegrip van eventuele wijzigingen in de beoordeling over de zekerheid van variabele vergoedingen) of een wijziging van het contract.
Gezien het hoge niveau van de bedrijfsactiviteiten gedurende het jaar blijven de vorderingen uit hoofde van contracten op een zeer hoog niveau, terwijl de verplichtingen uit hoofde van contracten een sterke stijging blijven vertonen (vooral binnen Offshore Energy) als gevolg van meer voorfacturatie ten opzichte van werken in uitvoering en een toename van de vooruitbetalingen ontvangen van klanten (onder andere voor het Fehmarnbelt project in Denemarken). Wegens het grote aantal afzonderlijke projecten (met alle verschillende aspecten inzake aard, type klanten, contract- en betalingsvoorwaarden) wordt een meer gedetailleerde beschrijving van de wijzigingen in de vorderingen en verplichtingen uit hoofde van contracten ten opzichte van het voorgaande jaar niet relevant geacht.
(in duizenden euro / (-) is credit)
| Saldo per 1 januari | Bedrijfsgerelateerde wijzigingen | Wijzigingen in de consolidatiekring | Saldo per 31 december | |
|---|---|---|---|---|
| Vorderingen uit hoofde van contracten | ||||
| Offshore Energy | 102.561 | 131.981 | - | 234.542 |
| Dredging & Infra | 202.297 | 149.898 | - | 352.195 |
| Environmental | 39.893 | 6.397 | - | 46.290 |
| Concessions | - | - | - | - |
| Totaal | 344.751 | 288.276 | - | 633.027 |
| Saldo per 1 januari | Bedrijfsgerelateerde wijzigingen | Wijzigingen in de consolidatiekring | Saldo per 31 december | |
|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen uit hoofde van contracten | ||||
| Offshore Energy | -231.791 | -75.038 | - | -306.829 |
| Dredging & Infra | -83.567 | -41.171 | - | -124.738 |
| Environmental | -7.942 | -7.854 | - | -15.796 |
| Concessions | - | - | - | - |
| Totaal | -323.300 | -124.063 | - | -447.363 |
| Saldo per 1 januari | Bedrijfsgerelateerde wijzigingen | Wijzigingen in de consolidatiekring | Saldo per 31 december | |
|---|---|---|---|---|
| Ontvangen voorschotten | ||||
| Offshore Energy | -53.098 | 1.930 | - | -51.168 |
| Dredging & Infra | -18.968 | 6.702 | - | -12.266 |
| Environmental | -473 | -20.579 | - | -21.052 |
| Concessions | - | - | - | - |
| Totaal | -72.539 | -11.947 | - | -84.486 |
| Saldo per 1 januari | Bedrijfsgerelateerde wijzigingen | Wijzigingen in de consolidatiekring | Saldo per 31 december | |
|---|---|---|---|---|
| Nettosaldo | ||||
| Offshore Energy | -182.328 | 58.873 | - | -123.455 |
| Dredging & Infra | 99.762 | 115.429 | - | 215.191 |
| Environmental | 31.478 | -22.036 | - | 9.442 |
| Concessions | - | - | - | - |
| Totaal | -51.088 | 152.266 | - | 101.178 |
Voor het boekjaar
(in duizenden euro)
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Handelsvorderingen brutobedrag | 679.944 | 458.784 |
| Afgeschreven bedragen | -11.031 | -10.864 |
| Handelsvorderingen nettobedrag | 668.913 | 447.920 |
| Belasting over de toegevoegde waarde (BTW) | 19.395 | 27.344 |
| Overige vorderingen uit operationele activiteiten | 16.483 | 12.842 |
| Handels- en overige vorderingen uit operationele activiteiten | 704.791 | 488.106 |
Op 31 december 2024 bedragen de handels- en overige vorderingen uit operationele activiteiten 704,8 miljoen euro, vergeleken met 488,1 miljoen euro eind 2023. De stijging van het jaar is voornamelijk toe te schrijven aan de verhoogde activiteitsniveaus, de voortgang van grote projecten en de timing van facturering, aangezien de meeste vorderingen uit hoofde van contracten pas worden omgezet in vorderingen bij aanvaarding door de klant. Het is belangrijk om op te merken dat de stijging in handelsvorderingen niet te wijten is aan een stijging in achterstallige bedragen (zie looptijdanalyse hieronder).
De overige vorderingen uit operationele activiteiten hebben voornamelijk betrekking op bedragen verschuldigd door joint ventures, rekening-courant met consortiumpartners en voorschotten aan het personeel. De toename van de overige operationele vorderingen in 2024 heeft voornamelijk te maken met hogere rekening-courant met verschillende consortiumpartners op balansdatum. Andere operationele vorderingen omvatten ook het kortlopende gedeelte van de langetermijnlening die in 2022 werd toegekend aan de koper van het schip 'Thor'. Er wordt ook verwezen naar toelichting (10) overige niet-vlottende activa. Toelichting (29) verbonden partijen geeft een overzicht van alle vorderingen en schulden ten aanzien van joint ventures en geassocieerde deelnemingen.# Krediet- en tegenpartijrisico
Er kan een kredietrisico ontstaan als een klant of tegenpartij zijn contractuele verplichtingen tegenover DEME niet nakomt volgens de bepalingen van het betreffende contract. Niet-betaling door een klant kan het gevolg zijn van een gebrek aan liquiditeit, faillissement of fraude van de klant of kan te wijten zijn aan de algemene politieke of economische situatie in het land van de klant. Het tegenpartijrisico wordt beperkt door de solvabiliteit van klanten te onderzoeken voordat contracten worden afgesloten en door de vereiste betalingsgaranties te stellen (waaronder kredietverzekeringspolissen bij openbare kredietverzekeraars zoals Credendo en particuliere kredietverzekeraars, bankgaranties en via kredietbrieven). Een deel van de geconsolideerde omzet wordt ook gerealiseerd via klanten uit de publieke of semi-publieke sector (als dusdanig minder risico op insolvabiliteit) en de omzet is gespreid over een groot aantal klanten binnen haar projectgeoriënteerde activiteiten. De groep voert een verscheidenheid aan projecten uit, allemaal met verschillende aspecten wat betreft bijvoorbeeld aard en omvang, type klanten, type contract, betalingsvoorwaarden en geografische locatie. Binnen de omzet van de groep voor 2024 zijn er geen klanten geklasseerd als materiële klanten. Om het risico toch in te dijken, volgt DEME voortdurend zijn uitstaande handelsvorderingen op en past indien nodig zijn positie aan.
De ouderdom van handelsvorderingen (brutobedrag en exclusief overige operationele vorderingen) is als volgt:
| Totaal | Niet vervallen | <1 maand | <2 maanden | <3 maanden | <6 maanden | <1 jaar | > 1 jaar | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2024 | ||||||||
| (in duizenden euro) | ||||||||
| Handelsvorderingen | 679.944 | 504.455 | 14.887 | 35.941 | 7.318 | 37.524 | 56.800 | 23.019 |
| 2023 | ||||||||
| (in duizenden euro) | ||||||||
| Handelsvorderingen | 458.784 | 285.063 | 56.656 | 37.392 | 3.869 | 33.468 | 13.567 | 28.769 |
Achterstallige vorderingen in de verschillende bovenstaande categorieën hebben over het algemeen betrekking op hangende afrekeningen, bijkomende werken en latere contractwijzigingen die door de klanten zijn aanvaard, maar die moeten worden geïnd door een algemene overeenkomst met de klant en die allemaal deel uitmaken van een breder onderhandelingsproces. Opbrengsten en inkomsten worden enkel geboekt wanneer het waarschijnlijk is dat ze zullen gerealiseerd worden. Als gevolg van alle hierboven vermelde redenen, en vooral omdat uitstaande vorderingen meestal gedekt zijn door Credendo of andere instrumenten, zijn de afgeschreven bedragen beperkt tot 11,0 miljoen euro in 2024 (10,9 miljoen euro in 2023).
220
De krediethistoriek van de groep geeft aan dat kredietverliezen onbeduidend zijn in vergelijking met het activiteitsniveau. Daarom is het management van mening dat het kredietrisico voldoende wordt beheerst door de huidige toepasselijke procedures. Het betalingsgedrag van de klanten van de groep bleef ook onveranderd in 2024. Op de verslagdatum was er bij geen enkele klant sprake van een concentratie van kredietrisico.
Hieronder wordt een gedetailleerd overzicht gegeven van de mutaties in de afgeschreven handelsvorderingen:
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| (in duizenden euro) | ||
| Saldo per 1 januari | -10.864 | -13.018 |
| Bijkomende provisies | -221 | -36 |
| Gebruikte bedragen | 21 | 2.013 |
| Ongebruikte bedragen | 33 | 177 |
| Omrekeningsverschillen (verliezen) / winsten | - | - |
| Saldo per 31 december | -11.031 | -10.864 |
Het openstaande saldo van afgeschreven bedragen in 2024 en 2023 heeft nog voornamelijk betrekking op de provisie voor de insolvabiliteit in 2019 van een klant voor wie DEME Offshore onderhoudswerken uitvoerde op offshore windmolenparken. Het uitstaande saldo wordt elk kwartaal opgevolgd. De toevoeging voor het jaar van 221 duizend euro heeft betrekking op een project binnen Concessions dat tijdelijk stopgezet is. Er wordt ook verwezen naar toelichting (2) overige bedrijfsopbrengsten en -kosten. Geldmiddelen en kasequivalenten, overige vorderingen, rentedragende schulden, handelsschulden en overige verplichtingen en derivaten zijn ook financiële instrumenten van de geconsolideerde balans en worden beschouwd als actueel en niet vervallen.
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Voor het boekjaar | ||
| (in duizenden euro) | ||
| Saldo per 1 januari | 1.630 | 31.997 |
| Mutaties Addities van het jaar | 33.535 | 1.630 |
| gedurende het jaar Buitengebruikstellingen | -1.630 | -31.997 |
| Saldo per 31 december | 33.535 | 1.630 |
Volgens IFRS 5 niet-vlottende activa bestemd voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten moet aan de volgende voorwaarden voldaan zijn opdat een actief (of een ‘groep activa die wordt afgestoten’) kan worden geclassificeerd als bestemd voor verkoop:
In 2023 werd de werkplaats in Zeebrugge met een nettoboekwaarde van 1,6 miljoen euro geclassificeerd als activa bestemd voor verkoop omdat een verkoop binnen de volgende 12 maanden zeer waarschijnlijk was. In juni 2024 werd deze werkplaats effectief verkocht, wat resulteerde in een winst op de verkoop die werd opgenomen in overige bedrijfsopbrengsten in 2024. Er wordt verwezen naar toelichting (2) overige bedrijfsopbrengsten en -kosten.
Sinds 30 juni 2024 heeft het management van DEME besloten dat alle bovenstaande voorwaarden met betrekking tot IFRS 5 vervuld zijn voor het DP2 jack-up installatieschip 'Sea Challenger' (inclusief de kraan) binnen het segment Offshore Energy en dat een verkoop binnen de komende 12 maanden zeer waarschijnlijk is aan een joint venture binnen de DEME groep (zie toelichting (29) verbonden partijen) voor het schip en aan derden voor de kraan. De laagste van de nettoboekwaarde of de opbrengstwaarde van het schip en de kraan bedraagt 33,5 miljoen euro en wordt voorgesteld als een actief bestemd voor verkoop.
221
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Voor het boekjaar | ||
| (in duizenden euro) | ||
| Over te dragen lasten en verworven opbrengsten | 80.473 | 63.767 |
| Reserveringsvergoeding volume milieustortplaats | 39 | 1.059 |
| Voorschotten op aankopen en kosten van materiaal voor bouwcontracten | 14.626 | 5.582 |
| Overige vlottende activa | 95.138 | 70.408 |
De over te dragen lasten en verworven opbrengsten omvatten onder meer de over te dragen kosten van afdekkingsinstrumenten voor bouwcontracten, uitsluitend voor hun niet voltooid percentage. De afdekkingskosten voor bouwcontracten worden geboekt als kosten van het project voor het voltooide percentage. De stijging in 2024 ten opzichte van 2023 heeft voornamelijk te maken met de stijging van de uitgestelde hedgekosten voor het offshore contracten in de VS. De toename in voorschotten op aankopen en kosten van materiaal voor bouwcontracten voor nog niet gemaakte kosten heeft voornamelijk betrekking op de kabelinstallatieprojecten voor de offshore netsystemen IJmuiden Ver Alpha en Nederwiek 1 in Nederland en het project Fehmarnbelt, de bouw van de langste afgezonken tunnel ter wereld in Denemarken.
Per 31 december 2024 is de aandeelhoudersstructuur van DEME Group NV als volgt: Op 31 december 2024 bedraagt het aandelenkapitaal van DEME Group NV 33.193.861 euro, vertegenwoordigd door 25.314.482 gewone aandelen zonder nominale waarde waarvan 45.000 eigen aandelen, resulterend in een totaal aantal uitstaande aandelen van 25.269.482 (zie toelichting (18) op aandelen gebaseerde beloningen en toelichting (19) winst per aandeel). De eigenaars van aandelen (exclusief de eigen aandelen) hebben dividendrechten en alle aandelen van dezelfde klasse geven recht op één stem per aandeel in de Algemene Vergadering.
DEME Group NV (XBRU BE 0974413453) is 100% aandeelhouder van DEME NV. Tot 29 juni 2022 was de 100 % aandeelhouder van DEME NV de Brusselse aannemer van burgerlijke bouwkunde CFE NV (XBRU BE 0003883031), die voor 62,12 % gecontroleerd wordt door de Belgische investeringsgroep Ackermans & van Haaren NV (XBRU BE 0003764785) en voor 12,11% in handen van Vinci Construction SAS (FR0000125486). Zowel CFE NV als Ackermans & van Haaren NV zijn beursgenoteerd op Euronext Brussel en Vinci Construction SAS is beursgenoteerd op Euronext Parijs.
Op 29 juni 2022 heeft CFE NV zijn 100% aandeel in DEME NV via een partiële splitsing overgedragen aan een nieuwe vennootschap, DEME Group NV, en zo werd DEME Group NV dus ook beursgenoteerd. De aandelen van DEME Group NV zijn genoteerd op Euronext Brussel onder het symbool "DEME" (Euronext productnaam DEME GROUP) met ISIN-code BE 0974413453. De eerste dag dat de aandelen verhandeld konden worden was 30 juni 2022. De effecten van DEME Group NV zijn enkel toegelaten tot verhandeling in België.
De aandeelhouders die 5% of meer van de totale stemrechten bezitten vanwege hun aandelen op 31 december 2024 zijn:
Ackermans & van Haaren NV 15.725.684 aandelen (or 62,12%)
Begijnenvest 113
1973, Boulevard de la Défense
B-2000 Antwerpen (België)
F-92757 Nanterre Cedex (Frankrijk)
VINCI Construction SAS 3.066.460 aandelen (or 12,11%)
graph LR
A[Ackermans & van Haaren NV] --> B(25,59%)
C[Vinci Construction SAS] --> D(62,12%)
E[Eigen aandelen] --> F(0,18%)
G[DEME GROUP NV] -- Euronext ‘DEME’ --> H(12,11%)
G --> I(100%)
I --> J[DEME NV]
222
Alle gewone aandelen (behalve eigen aandelen) geven een houder ervan een gelijk recht op dividenden. Alle gewone uitstaande aandelen delen in gelijke mate in de eventuele winsten van de vennootschap.Afhankelijk van de winst van de vennootschap, haar financiële toestand, kapitaalvereisten en andere factoren die door de Raad van Bestuur als belangrijk worden beschouwd, de beschikbaarheid van uitkeerbare reserves en de goedkeuring door de aandeelhoudersvergadering, heeft de vennootschap de intentie om een jaarlijks niet- cumulatief dividend vast te stellen en uit te keren aan haar aandeelhouders op basis van een beoogde uitbetalingsratio van 33% van de nettowinst van de groep. Er kan geen zekerheid worden gegeven over de vraag of er in de toekomst dividenden of soortgelijke betalingen zullen worden uitgekeerd, noch over de hoogte ervan als ze worden uitgekeerd. Voor 2024 zal de Raad van Bestuur aan de Algemene Vergadering, die op 21 mei 2025 plaatsvindt, voorstellen om een brutodividend van 3,8 euro (2,66 euro netto) per aandeel uit te keren, een stijging van 81% ten opzichte van vorig jaar. Onder voorbehoud van goedkeuring door de Algemene Vergadering wordt voorgesteld de betaaldatum vast te stellen op 30 mei 2025. Het dividend voor 2023 (een brutodividend van 2,1 euro per aandeel) werd uitbetaald voor een totaalbedrag van 53,1 miljoen euro op 27 mei 2024 en rekening houdend met het feit dat er geen dividend werd uitgekeerd op de eigen aandelen die DEME Group NV bezat op dat moment. De vennootschap neemt een verplichting op om een dividend uit te keren wanneer de uitkering is goedgekeurd. Een overeenkomstig bedrag wordt direct in het eigen vermogen opgenomen.
Het mutatieoverzicht van het geconsolideerd eigen vermogen werd eerder in dit verslag opgenomen. In de onderstaande tabel wordt nader ingegaan op de beweging van het overgedragen resultaat en overige reserves gedurende de verslagperiode.
| (in duizenden euro) | Reserve voor op aandelen gebaseerde beloningen | Belastingvrije en beschikbare reserves | Reserve voor ingekochte eigen aandelen | Wettelijke Consolidatiereserves | Overgedragen resultaat en reserves | Overgedragen resultaat | Overige reserves |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Saldo per 1 januari 2024 | 487.400 | 3.319 | 3.630 | 108.313 | - | 809.089 | 1.411.751 |
| Resultaat van de moedermaatschappij 2023 | 39.685 | -39.685 | - | - | - | - | - |
| Uitgekeerde dividenden | -53.160 | 15 | -53.145 | - | - | - | - |
| Aankoop van eigen aandelen | -7.211 | -7.211 | - | - | - | - | - |
| Op aandelen gebaseerde beloningen | 1.062 | 1.062 | - | - | - | - | - |
| Resultaat aandeel van de groep | 288.228 | 288.228 | - | - | - | - | - |
| Overige | -625 | -625 | - | - | - | - | - |
| Saldo per 31 december 2024 | 487.400 | 3.319 | 3.630 | 94.838 | -7.211 | 1.062 | 1.057.022 |
(*) Voor de DEME Group NV heeft de reserve eigen aandelen volledig betrekking op het aandelenoptieplan. Er wordt verwezen naar toelichting (18) op aandelen gebaseerde beloningen.
| (in duizenden euro) | Reserve voor op aandelen gebaseerde beloningen | Belastingvrije en beschikbare reserves | Reserve voor ingekochte eigen aandelen | Wettelijke Consolidatiereserves | Overgedragen resultaat en reserves | Overgedragen resultaat | Overige reserves |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Saldo per 1 januari 2023 | 487.400 | 3.319 | 3.630 | 96.468 | - | 627.455 | 1.218.272 |
| Resultaat van de moedermaatschappij 2022 | 49.818 | -49.818 | - | - | - | - | - |
| Uitgekeerde dividenden | -37.972 | -37.972 | - | - | - | - | - |
| Resultaat aandeel van de groep | 162.762 | 162.762 | - | - | - | - | - |
| Overige | -1 | 68.690 | 68.689 | - | - | - | - |
| Saldo per 31 december 2023 | 487.400 | 3.319 | 3.630 | 108.313 | - | 809.089 | 1.411.751 |
Er wordt verwezen naar de rubriek wijzigingen in de consolidatiekring voor meer informatie over het bedrag van 0,6 miljoen euro in 2024 en 68,7 miljoen euro in 2023 opgenomen in de lijn 'overige'.
Op 23 februari 2024 heeft de Raad van Bestuur, op advies van het Remuneratiecomité, een eerste aandelenoptieplan goedgekeurd dat voorziet in de kosteloze toekenning van aankoopopties op bestaande aandelen van DEME Group NV. Het plan heeft tot doel de inzet en de motivatie op lange termijn van de leden van DEME’s Executief Comité en Management Team te bevorderen. De uitoefenprijs van de opties, die gratis worden toegekend, bedraagt 118,14 euro en is het gemiddelde van de slotkoersen van het aandeel gedurende de laatste 30 dagen voorafgaand aan de datum van het aanbod. De aangeboden opties worden geleidelijk (1/3e, 2/3e, 3/3e) uitoefenbaar vanaf het eerste, tweede en derde jaar volgend op de datum van het aanbod, 1 maart 2024. De opties zijn niet uitoefenbaar vóór het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op het jaar waarin het aanbod plaatsvond. De verwerving van de opties is onderhevig aan dienstverlenings- voorwaarden, waardoor begunstigden verplicht zijn om drie jaar na de toekenningsdatum in dienst te blijven. De aandelenopties vervallen bij vertrek, behalve in bijzondere gevallen zoals gedefinieerd in de aandelenoptieovereenkomst. De contractuele looptijd van elke toegekende optie is acht jaar. De reële waarde op toekenningsdatum van 92,61 euro per optie is geschat met behulp van een binomiaal prijsbepalingsmodel, rekening houdend met de voorwaarden waarop de opties zijn toegekend en met gebruik van de volgende aannames:
De kosten van op aandelen gebaseerde beloningen worden bepaald door de reële waarde op de datum waarop de toekenning plaatsvindt lineair te verdelen over de wachtperiode (vestingperiode). De kosten per 31 december 2024 bedragen 1,1 miljoen euro en werden geboekt als personeelskosten ten laste van het eigen vermogen (reserve voor op aandelen gebaseerde beloningen). Er wordt verwezen naar toelichting (3) personeelskosten en werkgelegenheid.
Het aantal toegekende opties bedraagt 41.272.
DEME Groep NV heeft 45.000 aandelen verworven om de verplichtingen van de vennootschap in het kader van het aandelenoptieplan te dekken voor een totaalbedrag van 7,2 miljoen euro. DEME Group NV heeft een onafhankelijke makelaar gemandateerd om het programma namens haar uit te voeren op de gereglementeerde markt van Euronext Brussel. Het aandeleninkoopprogramma was effectief vanaf 29 april 2024 en werd afgerond op 4 september 2024. De gemiddelde aankoopprijs bedroeg 160,24 euro per aandeel. Ingekochte eigen aandelen worden geboekt als een vermindering van het eigen vermogen (reserve eigen aandelen). Er wordt verwezen naar hoofdstuk 05.Corporate governance en risicobeheer - Remuneratierapport en toelichting (29) verbonden partijen.
| Voor het boekjaar (in duizenden euro) | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Resultaat toerekenbaar aan DEME aandeel | ||
| Resultaat over de periode - aandeel van de groep | 288.228 | 162.762 |
| Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten - aandeel van de groep | 267.273 | 125.808 |
Er waren geen beëindigde bedrijfsactiviteiten per eind december 2024 noch in 2023.
| (in eenheden) | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Aantal aandelen | ||
| Totaal aantal uitgegeven aandelen per 31 december 2024 | 25.314.482 | 25.314.482 |
| waarvan eigen aandelen | 45.000 | - |
| waarvan uitstaande aandelen | 25.269.482 | 25.314.482 |
| Gewogen gemiddeld aantal uitstaande aandelen | 25.291.730 | 25.314.482 |
| (in euro) | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Winst en gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten per aandeel | ||
| Winst per aandeel (gewoon) | 11,40 | 6,43 |
| Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten per aandeel (gewoon) | 10,57 | 4,97 |
| Winst per aandeel (verwaterd) | 11,40 | 6,43 |
| Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten per aandeel (verwaterd) | 10,57 | 4,97 |
De gewone winst per aandeel wordt berekend door het resultaat over de periode (of gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten), toerekenbaar aan de aandeelhouders van de groep, te delen door het gewogen gemiddelde van het aantal uitstaande gewone aandelen tijdens het jaar. Het gewogen gemiddelde van het aantal uitstaande aandelen wordt berekend rekening houdend met het gewogen gemiddelde effect van wijzigingen in eigen aandelen gedurende het jaar. Eigen aandelen worden niet beschouwd als uitstaande aandelen voor publieke aandeelhouders. Het doel van de gewone winst per aandeel is om het belang van het aandeel in de prestaties van de entiteit te meten. Ingekochte eigen aandelen hebben geen stemrecht, kunnen geen dividend ontvangen en delen niet in de winst van het bedrijf. De verwaterde winst per aandeel weerspiegelt eventuele verplichtingen van de groep om in de toekomst aandelen uit te geven, waaronder aandelen die moeten worden uitgegeven voor in eigen-vermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde beloningsregelingen. Aandelenopties hebben alleen een verwaterend effect als de gemiddelde marktprijs over de periode hoger is dan de uitoefenprijs (aandelenopties zijn ‘in the money’). Voor aandelenopties en andere op aandelen gebaseerde beloningsovereenkomsten waarop IFRS 2 op aandelen gebaseerde beloningen van toepassing is, dient de uitoefenprijs de reële waarde (bepaald in overeenstemming met IFRS 2) te omvatten van goederen of diensten die in de toekomst aan de entiteit moeten worden geleverd uit hoofde van de aandelenoptie of andere op aandelen gebaseerde beloningsovereenkomst. Per eind december 2024 is er geen verwateringseffect. Er wordt verwezen naar Hoofdstuk 05.Corporate governance en risicobeheer – Het DEME-aandeel.
| Voor het boekjaar |
|---|
| Hieronder volgt financiële informatie over dochterondernemingen met een materieel minderheidsbelang: |
| Percentage aan het einde van het jaar van het aandelenbelang gehouden door minderheidsbelangen |
Er wordt verwezen naar de rubriek structuur van de groep wijzigingen in de verslagperiode.```markdown
(in duizenden euro)
| Naam | Land van oprichting van het moederbedrijf | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|
| DEME Environmental NV en dochterondernemingen | België | 30.469 | 26.040 |
| CTOW NV en dochterondernemingen | België | 4.290 | 3.003 |
| GSR NV en dochterondernemingen | België | 19.055 | 19.513 |
| Overige | 2.429 | 1.781 | |
| Totaal minderheidsbelangen per 31 december | 56.243 | 50.337 |
(in duizenden euro)
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| DEME Environmental NV en dochterondernemingen | 6.148 | 8.302 |
| CTOW NV en dochterondernemingen | 1.360 | 286 |
| GSR NV en dochterondernemingen | -982 | -880 |
| Overige | 1.019 | 1.123 |
| Totaal resultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 7.545 | 8.831 |
| Niet-gerealiseerde resultaten toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 41 | -316 |
| Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 7.586 | 8.515 |
DEME Environmental NV en zijn filialen tonen opnieuw een gezonde rentabiliteit. De financiële prestaties in 2023 werden gedeeltelijk gedreven door een gunstige afwikkeling op een afgerond project, wat de daling van het resultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen in 2024 verklaart. In 2024 werd een bedrag van 2,0 miljoen euro betaald aan minderheidsbelangen als brutodividend, vergeleken met 0,9 miljoen euro in 2023.
Hieronder volgt een samenvatting van de financiële informatie van de dochterondernemingen met een materieel minderheidsbelang. Deze informatie is gebaseerd op bedragen vóór eliminaties binnen de groep.
(in duizenden euro)
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Balans | ||
| Niet-vlottende activa | 93.347 | 88.466 |
| Vlottende activa | 324.492 | 274.911 |
| Eigen vermogen | 121.834 | 103.983 |
| Langlopende verplichtingen | 24.912 | 25.081 |
| Kortlopende verplichtingen | 269.759 | 234.313 |
| Staat van gerealiseerde resultaten | ||
| Omzet | 391.891 | 335.563 |
| Resultaat over de periode | 22.936 | 32.295 |
| Aandeel van de groep | 16.788 | 23.993 |
| Minderheidsbelangen | 6.148 | 8.302 |
| Niet-gerealiseerde resultaten | -1.225 | -996 |
| Aandeel van de groep | -910 | -748 |
| Minderheidsbelangen | -315 | -248 |
| Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | 21.711 | 31.299 |
| Aandeel van de groep | 15.878 | 23.245 |
| Minderheidsbelangen | 5.833 | 8.054 |
(in duizenden euro)
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Balans | ||
| Niet-vlottende activa | 28.314 | 31.129 |
| Vlottende activa | 9.615 | 6.930 |
| Eigen vermogen | 9.492 | 6.670 |
| Langlopende verplichtingen | 18.089 | 20.641 |
| Kortlopende verplichtingen | 10.349 | 10.748 |
| Staat van gerealiseerde resultaten | ||
| Omzet | 9.972 | 9.380 |
| Resultaat over de periode | 2.981 | 626 |
| Aandeel van de groep | 1.621 | 340 |
| Minderheidsbelangen | 1.360 | 286 |
| Niet-gerealiseerde resultaten | -38 | 87 |
| Aandeel van de groep | -21 | 48 |
| Minderheidsbelangen | -17 | 39 |
| Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | 2.943 | 713 |
| Aandeel van de groep | 1.601 | 388 |
| Minderheidsbelangen | 1.342 | 325 |
(in duizenden euro)
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Balans | ||
| Niet-vlottende activa | 106.141 | 107.075 |
| Vlottende activa | 16.896 | 21.192 |
| Eigen vermogen | 113.905 | 124.162 |
| Langlopende verplichtingen | -3.724 | -3.563 |
| Kortlopende verplichtingen | 8.349 | 7.668 |
| Staat van gerealiseerde resultaten | ||
| Omzet | 2.717 | 3.520 |
| Resultaat over de periode | -6.223 | -5.604 |
| Aandeel van de groep | -5.241 | -4.724 |
| Minderheidsbelangen | -982 | -880 |
| Niet-gerealiseerde resultaten | -64 | -2 |
| Aandeel van de groep | -54 | -2 |
| Minderheidsbelangen | -10 | - |
| Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | -6.287 | -5.606 |
| Aandeel van de groep | -5.295 | -4.726 |
| Minderheidsbelangen | -992 | -880 |
| Voor het boekjaar | Netto financiële schuld zoals gedefinieerd door de groep | (in duizenden euro / (-) is debet) | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Langlopend | Kortlopend | Totaal | Langlopend | Kortlopend | Totaal | |
| 2024 | 2023 | |||||
| Achtergestelde leningen | 677 | - | 677 | 677 | - | 677 |
| Leaseverplichtingen (toelichting (23)) | 117.649 | 56.013 | 173.662 | 86.208 | 27.650 | 113.858 |
| Kredietinstellingen | 410.452 | 175.709 | 586.161 | 564.634 | 191.093 | 755.727 |
| Kredietfaciliteit op lange termijn 1 | - | - | - | - | 6.286 | 6.286 |
| Kredietfaciliteit op lange termijn 2 | - | 5.295 | 5.295 | 5.295 | 14.181 | 19.476 |
| Kredietfaciliteit op lange termijn 3 | 46.875 | 31.250 | 78.125 | 78.125 | 31.250 | 109.375 |
| Kredietfaciliteit op lange termijn 4 | 68.661 | 44.197 | 112.858 | 112.858 | 44.196 | 157.054 |
| Kredietfaciliteit op lange termijn 5 | 247.500 | 55.000 | 302.500 | 302.500 | 55.000 | 357.500 |
| Asset-based lening 1 | - | - | - | 100 | 3.566 | 3.666 |
| Asset-based lening 2 | - | - | - | 1.230 | 4.192 | 5.422 |
| Asset-based lening 3 | 100 | 12.560 | 12.660 | 12.660 | 12.560 | 25.220 |
| Asset-based lening 4 | 2.600 | 7.675 | 10.275 | 10.275 | 8.500 | 18.775 |
| Asset-based lening 5 | 15.050 | 7.475 | 22.525 | 22.525 | 7.475 | 30.000 |
| Asset-based lening 6 (*) | 25.412 | 10.125 | 35.537 | 12.680 | 1.806 | 14.486 |
| Andere bankleningen op lange termijn | 4.254 | 2.132 | 6.386 | 6.386 | 2.081 | 8.467 |
| Andere leningen op lange termijn | 1.825 | - | 1.825 | 1.004 | - | 1.004 |
| Kredietfaciliteiten op korte termijn | - | - | - | - | 30.000 | 30.000 |
| Bankleningen op korte termijn | - | - | - | - | - | - |
| Kortlopend commercial paper | - | - | - | - | 30.000 | 30.000 |
| Totaal rentedragende schuld | 530.603 | 231.722 | 762.325 | 652.523 | 248.743 | 901.266 |
| Deposito's op korte termijn | - | -345.632 | -345.632 | - | -109.576 | -109.576 |
| Contanten in kas en op bankrekeningen | - | -507.774 | -507.774 | - | -279.508 | -279.508 |
| Totaal geldmiddelen en kasequivalenten | - | -853.406 | -853.406 | - | -389.084 | -389.084 |
| Totale netto financiële schuld | 530.603 | -621.684 | -91.081 | 652.523 | -140.341 | 512.182 |
(*) In 2024 is het onderliggende bedrag van de asset-based lening verhoogd met 26,1 miljoen euro.
Hieronder volgt een gedetailleerd overzicht van de initiële bedragen, aanvangs- en vervaldata van langlopende kredietfaciliteiten en asset-based leningen.
(in duizenden euro)
| Oorspronkelijk bedrag | Dateert van | Looptijd tot | |
|---|---|---|---|
| Leningen op lange termijn | |||
| Kredietfaciliteit op lange termijn 1 | 435.000 | 2015-2017 | 2024 |
| Kredietfaciliteit op lange termijn 2 | 240.000 | 2018 | 2025 |
| Kredietfaciliteit op lange termijn 3 | 250.000 | 2019 | 2027 |
| Kredietfaciliteit op lange termijn 4 | 350.000 | 2019 | 2027 |
| Kredietfaciliteit op lange termijn 5 | 440.000 | 2022 | 2030 |
| Totaal Kredietfaciliteit LM | 1.715.000 | ||
| Leningen specifiek voor schepen | |||
| Asset-based lening 1 | 14.364 | 2020 | 2024 |
| Asset-based lening 2 | 18.000 | 2020 | 2024 |
| Asset-based lening 3 | 50.340 | 2021 | 2029 |
| Asset-based lening 4 | 25.000 | 2022 | 2030 |
| Asset-based lening 5 | 30.000 | 2023 | 2031 |
| Asset-based lening 6 (*) | 40.600 | 2023-2024 | 2031 |
| Totaal Asset-based leningen | 178.304 |
(*) In 2024 is het onderliggende bedrag van de asset-based lening verhoogd met 26.114 duizenden euro.
Voor de financiering van de investeringsuitgaven van de DEME groep (schepen en andere uitrusting), participaties (bv. door DEME Concessions) en acquisities, haalt DEME zijn financiering uit leningen, die beschikbaar zijn voor algemene bedrijfsdoeleinden, alsook uit leningen aangegaan specifiek voor schepen (asset-based). Momenteel beschikt DEME Coordination Center NV, die als huisbank fungeert, voor de financiering van de entiteiten van DEME, over termijnkredietfaciliteiten bij verschillende commerciële banken. Net als bij de doorlopende kredietfaciliteiten wordt de documentatie bilateraal ondertekend (geen club deal), wat optimale financieringsvoorwaarden en maximale flexibiliteit mogelijk maakt. De documentatie van de termijnleningen is voor alle banken identiek, afgezien van het bedrag, de looptijd en de commerciële voorwaarden. De rentevoet van de kredietfaciliteiten op lange termijn is gebaseerd op EURIBOR plus een marge die elk semester wordt aangepast op basis van de DEME’s hefboomratio (leverage ratio), terwijl de rentevoet van de asset-based leningen vast is. Het renterisico van de langetermijnleningen, dat voortvloeit uit de variabele basisrente, wordt afgedekt door renteswaps (toelichting (22) beheer van financiële risico’s en financiële derivaten). Naast de langetermijnleningen en de asset-based leningen, heeft DEME ook leasingsverplichtingen (toelichting (23)) en andere langetermijnleningen zoals opgenomen in de bovenstaande tabellen.
Dankzij de positieve winstgevendheid, het lagere investeringsniveau en de positieve impact van het operationele werkkapitaal bedroeg de positieve vrije kasstroom 729 miljoen euro, tegenover 278 miljoen euro eind juni 2024 en 62 miljoen euro eind vorig jaar. De netto financiële schuld van 512 miljoen euro eind vorig jaar werd omgebogen naar een nettokaspositie van 91 miljoen euro. De nettoschuld ten opzichte van EBITDA bedroeg -0,12 op 31 december 2024, vergeleken met 0,49 op 30 juni 2024 en 0,86 eind 2023. In 2024 zijn er geen nieuwe langetermijnleningen toegevoegd. In 2024 is voor één asset-based lening uit 2023 het onderliggende bedrag verhoogd met 26,1 miljoen euro. Er zijn geen andere nieuwe asset-based leningen toegevoegd. De totale achtergestelde lening is aangegaan door de entiteit Combined Marine Terminal Operations Worldwide NV (CTOW) en omvat het deel dat verschuldigd is aan de partners in het bedrijf. Volgens de contractvoorwaarden zijn er geen vaste aflossingen verschuldigd, daarom wordt de lening gerapporteerd als langetermijnschuld en zal deze alleen worden gerapporteerd als kortetermijnschuld in het jaar vóór de vervaldatum. Hetzelfde geldt voor de andere niet-achtergestelde leningen aan de aandeelhouders van dit bedrijf, die worden weergegeven als andere langetermijnleningen en waarvoor een nieuwe lening van EUR 0,82 miljoen (ons aandeel) werd toegevoegd in 2024. Om de ambitieuze duurzaamheidsdoelstellingen van DEME in alle aspecten van zijn activiteiten te realiseren, heeft de groep in 2022 haar langetermijnfinanciering omgezet in duurzaamheidsleningen. Dit engagement benadrukt de visie van DEME om een duurzame toekomst te realiseren en op 31 december 2024 bedragen de uitstaande aan duurzaamheid gekoppelde leningen 498,8 miljoen euro. De commerciële voorwaarden van deze leningen zijn rechtstreeks gekoppeld aan de duurzaamheidsprestaties van DEME op twee vlakken: (1) veiligheid op het werk (berekening van de wereldwijde LTIFR) (doelstelling van 0,20 overeengekomen tot 2026) en (2) gebruik van koolstofarme brandstof (overeengekomen doelstelling 5% voor 2022, 8% voor 2023, 11% voor 2024, 14% voor 2025 en 17% voor 2026), die in lijn zijn met twee materiële onderwerpen van haar huidige ESG-materialiteitsmatrix.
```# DEME - DUURZAAMHEIDSVERKLARINGEN
Het al dan niet behalen van de vooropgestelde doelstellingen voor de key performance indicators (KPI's) heeft een impact op de toegepaste rentemarges van de duurzaamheidsgerelateerde leningen. In tegenstelling tot vorig jaar heeft DEME dit jaar enkel de doelstelling voor 'Veiligheid op het werk' gehaald, wat resulteerde in een ongewijzigde rentemarge op de leningen (geen bonus, geen boete). DEME werkt actief aan het verhogen van het gebruik van koolstofarme brandstoffen ten opzichte van conventionele brandstoffen in al haar activiteiten. Een hogere scheepsbezetting en een hogere vrijwillige doelstelling voor koolstofarme brandstoffen (11%) vroegen in 2024 om een aanzienlijk grotere hoeveelheid aan koolstofarme brandstoffen dan in de voorgaande jaren. Het gebruik van koolstofarme brandstoffen daalde echter tot 5,8% van het totale brandstofverbruik in 2024, tegenover 10,3% in 2023. Deze terugval is voornamelijk te wijten aan het feit dat het gebruik van dergelijke alternatieve brandstoffen in de sector nog niet algemeen gangbaar is en dat koolstofarme brandstoffen slechts beperkt beschikbaar zijn in de belangrijkste regio's waar DEME actief is (Hoofdstuk 07.Duurzaamheidsverklaringen - rubriek 2.4.6).
Voor 'Veiligheid op het werk', met als belangrijkste maatstaf de wereldwijde Lost Time Injury Frequency Rate (LTIFR ), bleef de maatstaf met 0,10 ruim onder 0,20 in 2024, aangezien DEME zich voortdurend inzet voor veiligheid, zich concentreert op essentiële veiligheidsprestatie-indicatoren (KPI's) en consequent de doelstellingen haalt of overtreft voor deelname aan toolboxmeetings, rapportering van incidenten, afsluiten van actiepunten, inspecties en onderzoeken. (Hoofdstuk 07.Duurzaamheidsverklaringen - rubriek 3.2.3)
| Meer dan 5 jaar | Tussen 1 en 5 jaar | Minder dan één jaar | Totaal (in duizenden euro) | |
|---|---|---|---|---|
| 2024 | ||||
| Achtergestelde leningen | - | 677 | - | 677 |
| Leaseverplichtingen | 54.528 | 63.121 | 56.013 | 173.662 |
| Kredietinstellingen | 27.800 | 382.652 | 175.709 | 586.161 |
| Andere leningen op lange termijn | - | 1.825 | - | 1.825 |
| Totaal rentedragende schuld op lange termijn | 82.328 | 448.275 | 231.722 | 762.325 |
| 2023 | ||||
| Achtergestelde leningen | - | 677 | - | 677 |
| Leaseverplichtingen | 42.526 | 43.682 | 27.650 | 113.858 |
| Kredietinstellingen | 83.136 | 481.498 | 191.093 | 755.727 |
| Andere leningen op lange termijn | - | 1.004 | - | 1.004 |
| Totaal rentedragende schuld op lange termijn | 125.662 | 526.861 | 218.743 | 871.266 |
Leningen aangegaan bij kredietinstellingen, inclusief verschuldigde rente, zijn als volgt verschuldigd:
| Meer dan 5 jaar | Tussen 1 en 5 jaar | Minder dan één jaar | Totaal (in duizenden euro) | |
|---|---|---|---|---|
| 2024 | ||||
| Kredietinstellingen: openstaand bedrag volgens de geconsolideerde balans | 27.800 | 382.652 | 175.709 | 586.161 |
| Kredietinstellingen: brutobedrag (te betalen cash-out) | 28.081 | 398.743 | 186.224 | 613.048 |
| 2023 | ||||
| Kredietinstellingen: openstaand bedrag volgens de geconsolideerde balans | 83.136 | 481.498 | 191.093 | 755.727 |
| Kredietinstellingen: brutobedrag (te betalen cash-out) | 84.915 | 505.779 | 204.114 | 794.808 |
Voor leaseverplichtingen wordt verwezen naar toelichting (23). Daarnaast geeft de onderstaande tabel een overzicht van de langetermijnschulden, inclusief het kortlopende deel van de langlopende schulden en exclusief de leaseverplichtingen, per valuta:
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| (in duizenden euro) | ||
| EUR | 588.663 | 757.408 |
| USD | - | - |
| Andere valuta | - | - |
| Totaal langetermijnschulden | 588.663 | 757.408 |
| 2024 | 2023 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| (in duizenden euro) | Langlopend | Kortlopend | Totaal | Langlopend | Kortlopend | Totaal |
| Gewaarborgde schuld | 410.452 | 175.709 | 586.161 | 564.634 | 191.093 | 755.727 |
| Gedekte schuld | - | - | - | - | - | - |
| Niet gewaarborgde-ongedekte schuld | 120.151 | 56.013 | 176.164 | 87.889 | 57.650 | 145.539 |
| Totaal rentedragende schuld | 530.603 | 231.722 | 762.325 | 652.523 | 248.743 | 901.266 |
Voor de hierboven genoemde langetermijnleningen en asset-based leningen zijn geen andere zekerheden vereist dan de garantie die wordt verstrekt door DEME NV. Dit zorgt voor maximale flexibiliteit met betrekking tot de onderliggende activa voor mogelijke omvlagging of intragroup verkopen naargelang van de projectbehoeften.
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| (in duizenden euro) | ||
| Saldo per 1 januari | 901.266 | 1.042.774 |
| Kasmutaties volgens de kasstroom uit financiële activiteiten | -254.029 | -186.408 |
| Nieuwe rentedragende schuld | 26.935 | 74.486 |
| Terugbetaling van rentedragende schuld | -225.679 | -228.557 |
| Betaling van leaseverplichtingen | -55.285 | -32.337 |
| Aanpassingen voor niet-geldelijke posten | 115.088 | 44.900 |
| Overgenomen uit bedrijfscombinaties | - | - |
| IFRS 16 leases | 115.088 | 44.900 |
| Saldo per 31 december | 762.325 | 901.266 |
De niet-kascorrecties gerelateerd aan IFRS 16 leaseovereenkomsten is het saldo van nieuwe leaseovereenkomsten en het uitboeken van leaseovereenkomsten die geen invloed hebben op de kasstromen, maar die zijn opgenomen in de mutatie van het jaar van de rentedragende schuld. Het kaseffect van IFRS 16 leaseovereenkomsten is de betaling van de leaseverplichting of leasekosten van het jaar.
De geldmiddelen en kasequivalenten betreffen de geldmiddelen en kasequivalenten die gecentraliseerd zijn bij de interne bank van de DEME groep, DEME Coordination Center NV, maar ook bij operationele dochterondernemingen en joint ventures. Een deel van de geconsolideerde geldmiddelen en kasequivalenten is niet altijd onmiddellijk beschikbaar ten gevolge van overdrachtsbeperkingen, gezamenlijke zeggenschap (in gezamenlijke operaties) of andere wettelijke beperkingen.
De aanzienlijke stijging van de omzet van DEME, de rentabiliteit, een positieve impact op het werkkapitaal en een lager investeringsniveau hebben allemaal positief bijgedragen tot de kaspositie van 853,4 miljoen euro op 31 december 2024. Op 31 december 2024 bedragen de beschikbare geldmiddelen bij de interne bank van DEME 522,4 miljoen euro op een totaal van 853,4 miljoen euro geldmiddelen en kasequivalenten. Een bedrag van 331,0 miljoen euro is dus niet onmiddellijk beschikbaar voor gebruik. Eind 2023 bedroegen de geldmiddelen die onmiddellijk beschikbaar waren bij de interne bank van DEME 101 miljoen euro op een totaal van 389 miljoen euro geldmiddelen en kasequivalenten, wat resulteert in 288 miljoen euro niet onmiddellijk beschikbare geldmiddelen.
DEME is blootgesteld aan tegenpartijrisico's (kredietrisico) bij het beleggen van haar beschikbare activa en bij het onderschrijven van afgeleide financiële instrumenten (toelichting (22) beheer van financiële risico’s en financiële derivaten). DEME voert een beleid om het tegenpartijrisico te minimaliseren door concentraties te vermijden en in dergelijke zaken enkel te werken met banken waarmee het een langdurige relatie heeft, maar het is niet mogelijk om kredietrisico's van financiële tegenpartijen volledig uit te sluiten. De liquide middelen worden echter altijd aangehouden bij gerenommeerde banken en financiële instellingen met een goede kredietwaardigheid.
Doorlopende kredietfaciliteiten (wentelkredieten) worden door DEME Coordination Center NV aangegaan bij vier verschillende commerciële banken waarmee DEME een relatie heeft opgebouwd. Op 31 december 2024 heeft de groep 205 miljoen euro beschikbare maar niet-opgenomen bankkredietfaciliteiten (2023: 110 miljoen euro). Daarnaast heeft de groep eind 2024 een beschikbaar bedrag aan handelspapier (‘commercial paper’) van 250 miljoen euro waarvan niets is opgenomen, in vergelijking met 30 miljoen vorig jaar. Het commercial paper programma wordt beheerd door drie agenten (banken) die de schuld van DEME plaatsen bij externe investeerders in schijven van verschillende omvang en met looptijden gaande van enkele weken tot maximum één jaar.
Dezelfde reeks financiële convenanten als voor de doorlopende kredietfaciliteiten (wentelkredieten) is van toepassing op de langlopende kredietfaciliteiten. Zowel per 31 december 2024 als per 31 december 2023 voldoet de groep aan de solvabiliteitsratio (>25%), de ratio schuld/EBITDA (<3), en de rentedekkingsratio (>3), die zijn overeengekomen in de contractuele voorwaarden van de ontvangen leningen.
De solvabiliteitsratio, die hoger moet zijn dan 25%, wordt berekend als het eigen vermogen verminderd met de immateriële vaste activa en de goodwill, gedeeld door het balanstotaal. De solvabiliteitsratio bedroeg per 31 december 2024 38,2% (2023: 39,4%).
De schuld/EBITDA ratio, berekend als de totale netto financiële schuld (zonder achtergestelde en andere leningen) gedeeld door de EBITDA, moet lager zijn dan 3. De schuld/EBITDA ratio bedroeg per 31 december 2024 -0,12 (2023: 0,86).
De rentedekkingsratio, berekend als EBITDA gedeeld door de netto financiële rentelasten (rentelasten minus renteopbrengsten), moet hoger zijn dan 3. De rentedekkingsratio per 31 december 2024 bedraagt 234,2 (2023: 50,2).
DEME streeft naar een gezond evenwicht tussen het geconsolideerd groepsvermogen (2024: 2.174 miljoen euro) en de geconsolideerde netto financiële schuld (2024: + 91,1 miljoen euro) en gebruikt het eigen vermogen voor de financiering van de operaties beschreven in de vennootschapsdoelstellingen van de dochterondernemingen. Zoals hierboven vermeld, beschikt DEME over belangrijke liquide middelen waarvan een klein deel beperkt is door overdrachtsbeperkingen, gezamenlijke controle of andere wettelijke beperkingen. DEME beschikt over aanzienlijke krediet- en garantiefaciliteiten bij verschillende internationale banken. DEME beschikt ook over een programma van handelspapier om indien nodig haar financieringsbehoeften op korte termijn te dekken.# Toelichting 22 – Beheer van financiële risico’s en financiële derivaten
Voor het boekjaar
De financiële instrumenten van de groep zijn geldmiddelen en kasequivalenten, handels- en overige vorderingen, rentedragende schulden, handels- en overige schulden en derivaten. De groep gebruikt afgeleide financiële instrumenten voornamelijk om schommelingen in rentetarieven, wisselkoersen, prijzen van grondstoffen en andere marktrisico’s te beperken. Derivaten worden uitsluitend gebruikt als afdekkingsinstrumenten en niet voor handels- of andere speculatieve doeleinden en worden gewaardeerd tegen hun reële waarde. De groep is blootgesteld aan de volgende risico’s verbonden aan financiële instrumenten: ‘marktrisico’, ‘krediet- en tegenpartijrisico’ (toelichting (14) en toelichting (21)) en ‘liquiditeitsrisico’ (toelichting (21)).
Om haar investeringen en activiteiten te financieren, doet DEME vaak een beroep op externe financiering, zowel op korte als op lange termijn. De omvang van leverage kan de groep blootstellen aan verschillende risico’s, waaronder het verhogen van haar kwetsbaarheid voor neerwaartse trends of ongunstige veranderingen in de algemene economische, industriële of concurrerende omstandigheden en overheidsvoorschriften, en de noodzaak om een aanzienlijk deel van de kasstromen uit bedrijfsactiviteiten te besteden aan de betaling van kapitaal en rente op de schulden van de groep, waardoor haar vermogen om haar kasstromen te gebruiken voor de financiering van haar bedrijfsactiviteiten, kapitaaluitgaven en toekomstige zakelijke mogelijkheden wordt beperkt. Het marktrisico is het risico dat wijzigingen in de marktprijzen (wisselkoersen, rentevoeten, brandstofprijzen, ...) een invloed zullen hebben op de resultatenrekening van de groep of op de waarde van haar activa en verplichtingen. Marktrisico bestaat uit renterisico, valutarisico en prijs-/grondstoffenrisico. Het beheer van het marktrisico heeft tot doel de blootstelling aan marktrisico’s te beheren en te beheersen, de positie van het marktrisico binnen aanvaardbare grenzen te houden en tegelijkertijd een zo goed mogelijk rendement te behalen.
| Totaal nettosaldo 2024 | Langlopende verplichting | Kortlopende verplichting | Reële waarde Niet-vlottend actief | Reële waarde Vlottend actief | |
|---|---|---|---|---|---|
| (in duizenden euro) | |||||
| Renteswaps | 9.342 | - | 6.292 | - | 15.634 |
| Wisselkoersinstrumenten | - | -10.960 | 1.806 | -45.189 | -54.343 |
| Brandstof afdekking | - | - | 196 | -361 | -165 |
| Saldo per 31 december | 9.342 | -10.960 | 8.294 | -45.550 | -38.874 |
| Totaal nettosaldo 2023 | Langlopende verplichting | Kortlopende verplichting | Reële waarde Niet-vlottend actief | Reële waarde Vlottend actief | |
|---|---|---|---|---|---|
| (in duizenden euro) | |||||
| Renteswaps | 19.862 | - | 10.938 | - | 30.800 |
| Wisselkoersinstrumenten | 2.198 | -22.953 | 2.198 | -20.324 | -38.881 |
| Brandstof afdekking | 13 | - | 367 | - | -380 |
| Saldo per 31 december | 22.073 | -22.953 | 13.503 | -20.324 | -7.701 |
Het renterisico kan gedefinieerd worden als de mate waarin de resultaten of de waarde van een financiële transactie beïnvloed worden door een verandering in de marktrente. DEME sluit aanzienlijke financieringscontracten af voor de aankoop van haar vloot en gerelateerde investeringen (toelichting (21)) en het renterisicobeheer wordt centraal uitgevoerd binnen de groep. Met het oog op het best mogelijke evenwicht tussen haar financieringskosten en de volatiliteit van de financiële resultaten voor haar leningen op lange termijn, dekt DEME de risico’s van wijzigingen in de onderliggende variabele rentevoeten grotendeels in met afgeleide financiële instrumenten, voornamelijk door gebruik te maken van renteswaps. Wat het ongedekte gedeelte van de renterisico’s betreft (die voornamelijk betrekking heeft op kortetermijnleningen, indien van toepassing), kunnen ongunstige wijzigingen van de variabele rentevoeten leiden tot een stijging van de rentelasten voor DEME.
Deze afdekkingsinstrumenten hebben meestal dezelfde nominale bedragen en vervaldatums als de afgedekte schulden. Als dusdanig worden deze swaps beschouwd als een effectieve afdekking van uitstaande of verwachte leningen en voldoen zij aan de afdekkingsbepalingen van IFRS 9. De reële waarde van het effectieve deel van het afdekkingsinstrument wordt bijgevolg rechtstreeks opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten in de afdekkingsreserve. Het niet-effectieve deel van de winst of het verlies op het financiële instrument wordt in resultaat genomen.
Op de afsluitingsdatum hebben de als kasstroomafdekkingen gekwalificeerde instrumenten de volgende kenmerken:
| Langlopende Niet-vlottend actief | Kortlopende verplichting | Totaal nettosaldo reële waarde | |
|---|---|---|---|
| (in duizenden euro) | |||
| Renteswaps | 9.342 | - | 15.634 |
| <1 jaar | Tussen 1 en 2 jaar | Tussen 2 en 5 jaar | |
| 135.742 | 136.473 | 199.063 |
| Langlopende Niet-vlottend actief | Kortlopende verplichting | Totaal nettosaldo reële waarde | |
|---|---|---|---|
| (in duizenden euro) | |||
| Renteswaps | 19.862 | - | 30.800 |
| <1 jaar | Tussen 1 en 2 jaar | Tussen 2 en 5 jaar | |
| 150.913 | 135.742 | 280.536 |
Sommige joint ventures en geassocieerde ondernemingen financieren belangrijke activa zoals infrastructuurwerken, offshore windmolenparken of schepen en kunnen daarom ook renteswaps (IRS) aanhouden. Per 31 december 2024 bevatten de niet-gerealiseerde resultaten (OCI) van de lopende periode een bedrag van +9,3 miljoen euro in vergelijking met +14,0 miljoen euro eind 2023 voor het aandeel van DEME in de reële waarde van de renteswaps van Rentel NV, C-Power NV, Seamade NV, Normalux SA, BAAK Blankenburg- Verbinding BV, SEMOP Port-La Nouvelle en CDWE Green Jade Shipowner Ltd, na aftrek van uitgestelde belastingvorderingen. Het bedrag voor 2024 is lager dan voor 2023 door de daling van de langetermijnrente en een daling van de onderliggende volumes. Bij DEME zijn asset-based leningen, andere langetermijnleningen (bankleningen) en achtergestelde leningen al aan vaste rentevoeten, terwijl andere kredietfaciliteiten afgedekt worden door de variabele rentevoet om te zetten in een vaste rentevoet. Na de renteswaps worden deze met een variabele rentevoet toegevoegd aan dezelfde categorie als die met een vaste rentevoet, zoals weergegeven in de onderstaande tabellen. De groep heeft geen renteafdekkingen voor haar kortetermijnleningen met variabele rente (als die er al zijn in een bepaald jaar), die worden opgenomen door de uitgifte van commercial paper en het gebruik van haar doorlopende kredietfaciliteiten. Bijgevolg zullen het bedrag en de rentevoet van de eventuele kortetermijnkredietfaciliteiten ongewijzigd blijven, zowel voor als na het in aanmerking nemen van derivaten. Na toepassing van hedge accounting is de gemiddelde vaste rentevoet op de uitstaande schulden van de groep te vinden in de onderstaande tabellen. Leaseverplichtingen zijn niet opgenomen in deze tabellen. Er wordt verwezen naar toelichting (21) rentedragende schuld en netto financiële schuld voor de uitstaande bedragen van leningen die in de tabellen zijn opgenomen.
| Effectieve gemiddelde rentevoet vóór afgeleide instrumenten | Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vaste rentevoet | Variabele rentevoet | |||||
| (in duizenden euro) | Bedragen | Quota | Rentevoet | Bedragen | Quota | Rentevoet |
| Type van schulden | ||||||
| Kredietinstellingen, achtergestelde leningen & overige leningen | 89.885 | 100,00% | 3,69% | 498.778 | 100,00% | 3,72% |
| Kredietfaciliteiten op korte termijn | - | 0,00% | 0,00% | - | 0,00% | 0,00% |
| Totaal | 89.885 | 100,00% | 3,69% | 498.778 | 100,00% | 3,72% |
| Effectieve gemiddelde rentevoet na afgeleide instrumenten | Totaal | |||||
| Vaste rentevoet | Variabele rentevoet | |||||
| Bedragen | Quota | Rentevoet | Bedragen | Quota | Rentevoet | |
| Type van schulden | ||||||
| Kredietinstellingen, achtergestelde leningen & overige leningen | 588.663 | 100,00% | 1,87% | - | 0,00% | - |
| Kredietfaciliteiten op korte termijn | - | 0,00% | 0,00% | - | 0,00% | 0,00% |
| Totaal | 588.663 | 100,00% | 1,87% | - | 0,00% | - |
| Effectieve gemiddelde rentevoet vóór afgeleide instrumenten | Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vaste rentevoet | Variabele rentevoet | |||||
| (in duizenden euro) | Bedragen | Quota | Rentevoet | Bedragen | Quota | Rentevoet |
| Type van schulden | ||||||
| Kredietinstellingen, achtergestelde leningen & overige leningen | 107.717 | 78,22% | 3,13% | 649.691 | 100,00% | 4,90% |
| Kredietfaciliteiten op korte termijn | 30.000 | 21,78% | 4,47% | - | 0,00% | - |
| Totaal | 137.717 | 100,00% | 3,42% | 649.691 | 100,00% | 4,90% |
| Effectieve gemiddelde rentevoet na afgeleide instrumenten | Totaal | |||||
| Vaste rentevoet | Variabele rentevoet | |||||
| Bedragen | Quota | Rentevoet | Bedragen | Quota | Rentevoet | |
| Type van schulden |
| Type van schulden | Kredietinstellingen, achtergestelde leningen & overige leningen | Kredietfaciliteiten op korte termijn | Totaal |
|---|---|---|---|
| Quota | 757.408 | 30.000 | 787.408 |
| Rentevoet | 96,19% | 3,81% | 100,00% |
| Type van schulden | 1,81% | 4,47% | 1,91% |
| Kredietinstellingen, achtergestelde | - | - | - |
| leningen & overige leningen | 0,00% | 0,00% | 0,00% |
| Kredietfaciliteiten op korte termijn | 757.408 | 30.000 | 787.408 |
| Totaal | 96,19% | 3,81% | 100,00% |
| 1,81% | 4,47% | 1,91% |
Net als in 2023 heeft de gehele uitstaande langlopende rentedragende schuldenportefeuille van de groep een vast rentekarakter, waardoor de blootstelling van de groep aan renteschommelingen beperkt wordt. De totale gemiddelde effectieve rentevoet na afdekking is gedaald van 1,91% eind 2023 naar 1,87% op 31 december 2024. De afwezigheid van kortlopende commercial paper financiering verlaagt de gemiddelde rente na afdekking. Voor langlopende rentedragende schulden neemt de vaste rente iets toe ten opzichte van vorig jaar omdat oudere IRS'en worden afgebouwd, wat nu het gewicht van de nieuwste 'duurdere' leningen weerspiegelt. In 2024 werd een nieuwe bijkomende asset-based lening opgenomen, terwijl in 2023 een eenmalige basisswap werd toegevoegd aan verschillende lopende IRS op leningen van DEME Coordination NV om een marktopportuniteit op dat moment te optimaliseren en na te streven. De onderliggende leningen zelf werden heronderhandeld van een 6-maandelijkse naar een 3-maandelijkse interestbetaling.
De groep kan onderhevig zijn aan het risico van fluctuerende rentetarieven voor kasstromen met betrekking tot financiële instrumenten met een variabele rente die niet zijn afgedekt. Echter, omdat de gehele uitstaande schuldenportefeuille van de groep (kort en lang) na afdekking een vast rentetarief heeft, zowel aan het eind van 2024 als in 2023, is de blootstelling van de groep aan renteschommelingen geëlimineerd. Als zodanig zal een stijging of daling van EURIBOR met 50 basispunten op de balansdatum (in de veronderstelling dat de onderliggende cijfers constant blijven gedurende het jaar) geen invloed hebben op de huidige rentelasten in de resultatenrekening. De groep hanteert geen afdekkingsratio als instructie op zich, hoewel de afdekkingsratio zo hoog mogelijk wordt gehouden. Zoals hierboven getoond, bedraagt de verhouding tussen vaste en variabele rente voor het renterisico zelfs 100%. De financieringsactiviteit met betrekking tot integrale dochterondernemingen is volledig gecentraliseerd bij Deme Coordination Center NV, dat langetermijnleningen heeft afgesloten bij verschillende banken tegen variabele rentevoeten, die overeenkomstig zijn afgedekt De kasstroomschema’s die door middel van renteswaps worden afgedekt, zijn één op één identiek aan de kasstroomschema’s die elk individueel leningscontract vertegenwoordigt. Wanneer ineffectiviteit optreedt, wordt de afdekking dienovereenkomstig aangepast. Wanneer leningen worden aangegaan op het niveau van een geassocieerde deelneming of een joint venture, worden afdekkingsbeslissingen op dat niveau genomen.
DEME is blootgesteld aan risico’s verbonden aan schommelingen van wisselkoersen. Het valutarisico van de groep kan in twee categorieën worden opgesplitst: translationele en transactionele valutarisico’s.
De rapportagemunt van DEME is de euro, maar gezien de wereldwijde activiteiten van de groep, is een aanzienlijk deel van de activa, passiva, kosten en opbrengsten van de groep uitgedrukt in andere munten dan de euro. Deze activa, passiva, kosten en opbrengsten worden omgerekend naar euro tegen de geldende wisselkoersen om de geconsolideerde jaarrekening van de groep op te stellen. Bijgevolg hebben de wisselkoersschommelingen tussen de euro en die andere valuta een invloed op de waarde van de posten die in de geconsolideerde jaarrekening van de groep in euro zijn uitgedrukt. Een wijziging ten opzichte van de euro van één of meer van de vreemde valuta waarin de plaatselijke dochterondernemingen van DEME werken, heeft een overeenkomstig effect op de opbrengsten en de rentabiliteit uitgedrukt in euro. Wijzigingen in de eurowaarden van de geconsolideerde activa en passiva van de groep ten gevolge van wisselkoersschommelingen kunnen ertoe leiden dat de groep wisselkoerswinsten en -verliezen boekt in de resultatenrekening, of via de reserve voor cumulatieve omrekeningsverschillen, die wordt opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten en gecumuleerd in het eigen vermogen.
In 2024 bedraagt de mutatie in de cumulatieve reserve voor omrekeningsverschillen -0,2 miljoen euro ten opzichte van -6,8 miljoen euro vorig jaar. De belangrijkste ondernemingen in vreemde valuta die bijdragen aan de omzet van de groep hebben USD, TWD, GBP, SAR, MXN, AUD, INR en SGD als munt. In 2024 droegen deze entiteiten, vooral in USD en TWD, zelfs 38,97% bij tot de omzet van de groep. Voor 2023 was dit 42%. De groep dekt zich niet in tegen deze translationele valutarisico’s. Enkele van de voornaamste wisselkoersen die zijn gebruikt voor de omrekening van de financiële staten:
| Wisselkoersen van vreemde valuta naar EUR | 31 december 2024 Slotkoers | 31 december 2024 Gemiddelde koers | 31 december 2023 Slotkoers | 31 december 2023 Gemiddelde koers |
|---|---|---|---|---|
| AED | 0,2630 | 0,2521 | 0,2467 | 0,2520 |
| AOA | 0,0011 | 0,0011 | 0,0011 | 0,0014 |
| AUD | 0,5976 | 0,6098 | 0,6171 | 0,6153 |
| BRL | 0,1562 | 0,1716 | 0,1867 | 0,1852 |
| CAD | 0,6717 | 0,6761 | 0,6841 | 0,6863 |
| CNY | 0,1323 | 0,1288 | 0,1277 | 0,1309 |
| EGP | 0,0190 | 0,0216 | 0,0293 | 0,0307 |
| GBP | 1,2084 | 1,1819 | 1,1534 | 1,1508 |
| HKD | 0,1243 | 0,1186 | 0,1160 | 0,1182 |
| INR | 0,0113 | 0,0111 | 0,0109 | 0,0112 |
| JPY | 0,0061 | 0,0061 | 0,0064 | 0,0066 |
| MXN | 0,0464 | 0,0506 | 0,0534 | 0,0522 |
| MYR | 0,2162 | 0,2033 | 0,1974 | 0,2036 |
| NGN | 0,0006 | 0,0007 | 0,0010 | 0,0016 |
| OMR | 2,5096 | 2,4053 | 2,3539 | 2,4053 |
| PGK | 0,2337 | 0,2331 | 0,2363 | 0,2499 |
| PHP | 0,0166 | 0,0162 | 0,0164 | 0,0166 |
| PLN | 0,2340 | 0,2324 | 0,2304 | 0,2208 |
| QAR | 0,2650 | 0,2541 | 0,2489 | 0,2539 |
| RUB | 0,0085 | 0,0099 | 0,0102 | 0,0111 |
| SAR | 0,2571 | 0,2467 | 0,2416 | 0,2467 |
| SGD | 0,7075 | 0,6926 | 0,6869 | 0,6898 |
| TWD | 0,0295 | 0,0289 | 0,0295 | 0,0298 |
| UAH | 0,0230 | 0,0231 | 0,0238 | 0,0251 |
| USD | 0,9659 | 0,9257 | 0,9061 | 0,9255 |
| UYU | 0,0221 | 0,0231 | 0,0232 | 0,0239 |
Het wereldwijde karakter van de activiteiten van DEME brengt met zich mee dat de betalingen in het kader van contracten in verschillende valuta kunnen gebeuren, waardoor DEME aan wisselkoersrisico’s wordt blootgesteld. Aankopen en uitgaven in vreemde valuta brengen ook wisselkoersrisico’s met zich mee. De meeste aankopen van de groep worden gewoonlijk in EUR of in USD gedaan. Dit betekent dat de groep een risico van wisselkoersschommelingen heeft wanneer de verkoop in een andere valuta plaatsvindt dan de aankoop. Het is mogelijk dat DEME niet in staat is om de gestegen kosten aan haar klanten door te rekenen.
Langetermijnleningen gegeven aan joint ventures en geassocieerde deelnemingen (opgenomen onder overige langlopende financiële activa in toelichting (10)) zijn in euro, behalve voor het ScotWind OWF-project (in GBP), waardoor het valutarisico op transacties wordt geminimaliseerd.
Operationele activiteiten: gezien het internationale karakter van de bedrijfsactiviteiten en de uitvoering van contracten in vreemde valuta is DEME blootgesteld aan valutarisico’s. Het transactionele valutarisico van DEME vloeit voort uit commerciële stromen uitgedrukt in andere munten dan de euro.
| Langlopende verplichting | Kortlopende verplichting | Totaal nettosaldo | Niet-vlottend actief | Vlottend actief | |
|---|---|---|---|---|---|
| 2024 | - | -10.960 | 1.806 | -45.189 | -54.343 |
| 2023 | 2.198 | -22.953 | 2.198 | -20.324 | -38.881 |
| Marktwaarde (in duizenden euro) | Notioneel bedrag (in duizenden vreemde valuta) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2024 | Valuta | Termijnaankoop | Termijnverkoop | Totaal bedrag | Termijnaankoop | Termijnverkoop | Totaal bedrag |
| USD | 3.655 | -57.775 | -54.120 | -143.699 | 628.122 | 484.423 | |
| GBP | 563 | -292 | 271 | -23.728 | 36.373 | 12.645 | |
| AED | - | -242 | -242 | - | 54.140 | 54.140 | |
| CAD | - | - | - | -10 | - | -10 | |
| AUD | -4 | - | -4 | -1.286 | 338 | -948 | |
| DKK | - | -1 | -1 | -4.266 | 42.713 | 38.447 | |
| SGD | 40 | -6 | 34 | -23.855 | 4.428 | -19.427 | |
| IDR | - | -262 | -262 | - | 54.314.651 | 54.314.651 | |
| NOK | - | - | - | -8 | - | -8 | |
| MYR | - | -19 | -19 | - | 11.682 | 11.682 | |
| Saldo per 31 december | 4.254 | -58.597 | -54.343 | 238 |
| Marktwaarde (in duizenden euro) | Notioneel bedrag (in duizenden vreemde valuta) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2023 | Valuta | Termijnaankoop | Termijnverkoop | Totaal bedrag | Termijnaankoop | Termijnverkoop | Totaal bedrag |
| USD | -334 | -38.480 | -38.814 | -115.591 | 1.076.271 | 960.680 | |
| GBP | -30 | - | -30 | -9.406 | 1.183 | -8.223 | |
| AED | - | 49 | 49 | - | 29.437 | 29.437 | |
| AUD | 11 | - | 11 | -10.602 | 300 | -10.302 | |
| DKK | - | -1 | -1 | - | 10.641 | 10.641 | |
| SGD | 72 | -62 | 10 | -63.301 | 19.202 | -44.099 | |
| INR | - | -93 | -93 | - | 2.058.750 | 2.058.750 | |
| MYR | - | -13 | -13 | -4.614 | - | 4.614 | |
| Saldo per 31 december | -281 | -38.600 | -38.881 |
De reële waarde van monetaire posten in vreemde valuta wordt beïnvloed door valutaschommelingen. Om deze effecten in vreemde valuta grotendeels te elimineren, gebruikt de groep monetaire posten en/of afgeleide financiële instrumenten zoals hierboven beschreven, die bedoeld zijn om de impact van dergelijke resultaten grotendeels te compenseren. De sensitiviteit voor valutaschommeling is voornamelijk gerelateerd aan de evolutie van een portefeuille van vreemde valuta ten opzichte van de euro. De volgende gevoeligheidsanalyse is uitgevoerd in de veronderstelling dat het bedrag van de financiële activa/passiva en derivaten per 31 december 2024 en 2023 constant zou blijven gedurende het jaar. Een variatie van 5% (waardestijging van de EUR) op de balansdatum zou leiden tot een stijging of daling van de balansposten als volgt (voornamelijk USD, GBP, AED):
Impact op de balans 2024 (+ is debet / - is credit)
| Impact van de sensitiviteitsberekening - waardevermindering van de EUR met 5% | Impact van de sensitiviteitsberekening - waardestijging van de EUR met 5% | |
|---|---|---|
| (in duizenden euro) | ||
| Langlopende rentedragende schulden (+ het deel dat binnen het jaar vervalt) | - | - |
| Netto van kortlopende schulden en geldmiddelen en kasequivalenten | +8.345 | -7.550 |
| Translationeel valuta risico op uitstaande handelsvorderingen & schulden | +4.704 | -4.704 |
Impact op de balans 2023 (+ is debet / - is credit)
| Impact van de sensitiviteitsberekening - waardevermindering van de EUR met 5% | Impact van de sensitiviteitsberekening - waardestijging van de EUR met 5% | |
|---|---|---|
| (in duizenden euro) | ||
| Langlopende rentedragende schulden (+ het deel dat binnen het jaar vervalt) | - | - |
| Netto van kortlopende schulden en geldmiddelen en kasequivalenten | +4.526 | -4.095 |
| Translationeel valuta risico op uitstaande handelsvorderingen & schulden | +10.534 | -10.534 |
Als laatste voorbeeld van marktrisico, is DEME ook blootgesteld aan grondstoffenrisico’s en dekt zich in tegen schommelingen van de olieprijs door termijncontracten af te sluiten. De variatie in de reële waarde van deze instrumenten wordt beschouwd als kost van het project. Deze variatie wordt gepresenteerd als een bedrijfsresultaat. De reële waarde en het notionele bedrag van deze instrumenten worden hieronder vermeld (+ is actief/ - is verplichting):
| Langlopende verplichting | Kortlopende verplichting | Totaal nettosaldo | Niet-vlottend actief | Vlottend actief | Notioneel bedrag (in duizenden euro) | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2024 | - | - | 196 | -361 | -165 | 10.552 |
| Brandstof afdekking | ||||||
| 2023 | Langlopende verplichting | Kortlopende verplichting | Totaal nettosaldo | Niet-vlottend actief | Vlottend actief | Notioneel bedrag (in duizenden euro) |
| 13 | - | 367 | - | 380 | 7.436 | |
| Brandstof afdekking |
De reële waarden worden volgens de waarderingshiërarchie van IFRS 13 in drie levels ingedeeld, afhankelijk van het type input dat voor de waardering van de financiële instrumenten wordt gebruikt.
Hierna wordt een overzicht gegeven van de boekwaarden van de financiële instrumenten van de groep die in de jaarrekening zijn opgenomen. Alle reële waarden die in de onderstaande tabel worden vermeld, hebben betrekking op level 2. Tijdens de verslagperiodes waren er geen overboekingen van en naar één van deze drie levels.
Activa & passiva 2024
| Derivaten aangemerkt als afdekkingsinstrument | Waardering tegen geamortiseerde kostprijs | Boekwaarde | Reële waarde (in duizenden euro) | per level | |
|---|---|---|---|---|---|
| Niet-vlottende activa | 9.342 | 91.119 | 100.461 | 114.377 | |
| Overige langlopende financiële activa | - | 68.365 | 68.365 | Level 2 | |
| Afdekkingsinstrumenten | 9.342 | - | 9.342 | Level 2 | |
| Overige niet-vlottende activa | - | 22.754 | 22.754 | Level 2 | |
| Vlottende activa | 8.294 | 1.538.802 | 1.547.096 | 1.547.198 | |
| Handels- en overige vorderingen uit operationele activiteiten | - | 685.396 | 685.396 | Level 2 | |
| Afdekkingsinstrumenten | 8.294 | - | 8.294 | Level 2 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | - | 853.406 | 853.406 | Level 2 | |
| Langlopende verplichtingen | 10.960 | 536.129 | 547.089 | 537.133 | |
| Rentedragende schuld | - | 530.603 | 530.603 | Level 2 | |
| Afdekkingsinstrumenten | 10.960 | - | 10.960 | Level 2 | |
| Overige langlopende financiële verplichtingen | - | 5.526 | 5.526 | Level 2 | |
| Kortlopende verplichtingen | 45.550 | 1.455.080 | 1.500.630 | 1.508.327 | |
| Rentedragende schuld | - | 231.722 | 231.722 | Level 2 | |
| Afdekkingsinstrumenten | 45.550 | - | 45.550 | Level 2 | |
| Handelsschulden | - | 1.195.229 | 1.195.229 | Level 2 | |
| Overige verschuldigde bedragen | - | 28.129 | 28.129 | Level 2 |
Activa & passiva 2023
| Derivaten aangemerkt als afdekkingsinstrument | Waardering tegen geamortiseerde kostprijs | Boekwaarde | Reële waarde (in duizenden euro) | per level | |
|---|---|---|---|---|---|
| Niet-vlottende activa | 22.073 | 58.850 | 80.923 | 89.176 | |
| Overige langlopende financiële activa | - | 48.324 | 48.324 | Level 2 | |
| Afdekkingsinstrumenten | 22.073 | - | 22.073 | Level 2 | |
| Overige niet-vlottende activa | - | 10.526 | 10.526 | Level 2 | |
| Vlottende activa | 13.503 | 849.846 | 863.349 | 863.467 | |
| Handels- en overige vorderingen uit operationele activiteiten | - | 460.762 | 460.762 | Level 2 | |
| Afdekkingsinstrumenten | 13.503 | - | 13.503 | Level 2 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | - | 389.084 | 389.084 | Level 2 | |
| Langlopende verplichtingen | 22.953 | 652.855 | 675.808 | 655.529 | |
| Rentedragende schuld | - | 652.523 | 652.523 | Level 2 | |
| Afdekkingsinstrumenten | 22.953 | - | 22.953 | Level 2 | |
| Overige langlopende financiële verplichtingen | - | 332 | 332 | Level 2 | |
| Kortlopende verplichtingen | 20.324 | 1.178.342 | 1.198.666 | 1.207.238 | |
| Rentedragende schuld | - | 248.743 | 248.743 | Level 2 | |
| Afdekkingsinstrumenten | 20.324 | - | 20.324 | Level 2 | |
| Handelsschulden | - | 897.610 | 897.610 | Level 2 | |
| Overige verschuldigde bedragen | - | 31.989 | 31.989 | Level 2 |
De volgende methoden en aannames zijn gebruikt om de reële waarden in de bovenstaande tabellen te schatten:
(in duizenden euro)
| Meer dan 5 jaar | Tussen 1 en 5 jaar | Minder dan 1 jaar | Totaal | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|
| Bruto leasebetalingen | 78.858 | 67.860 | 56.970 | 203.688 | 135.249 |
| Rentebetalingen | -24.330 | -4.739 | -957 | -30.026 | -21.391 |
| Contante waarde leaseverplichtingen | 54.528 | 63.121 | 56.013 | 173.662 | 113.858 |
| Terreinen en gebouwen | 103.830 | 82.241 | |||
| Installaties, machines en drijvend materieel | 33.579 | 9.688 | |||
| Meubilair en rollend materieel | 36.253 | 21.929 | |||
| Totale leasebetalingen per categorie van materiële vaste activa | 173.662 | 113.858 |
Er wordt ook verwezen naar toelichting (21) rentedragende schuld en netto financiële schuld. Op de verslagdatum zijn geen materiële leaseovereenkomsten gesloten die per 31 december 2024 niet waren aangevangen. Het bedrag van de verlengings- en beëindigingsopties dat niet in de leaseverplichtingen is verwerkt, is immaterieel.
Zoals vermeld in toelichting (8) activa met gebruiksrecht, is er een belangrijke stijging in 'terreinen en gebouwen' in 2024, voornamelijk als gevolg van de verlenging van een baggerconcessie en de huur van bijkomende terreinen in Vlissingen. De belangrijke stijging in 'drijvend en ander constructiematerieel' in 2024 heeft te maken met de leasing van ondersteuningsschepen, voornamelijk in de VS, terwijl ook de elektrificatie van het wagenpark van DEME (opgenomen in 'meubilair en rollend materieel') nog steeds aan de gang is, wat allemaal resulteert in hogere leasingschulden.
De bedragen met betrekking tot leasing opgenomen in de geconsolideerde resultatenrekening zijn opgenomen in de onderstaande tabel:
(in duizenden euro)
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Terreinen en gebouwen | 15.731 | 14.923 |
| Installaties, machines en drijvend materieel | 24.304 | 7.437 |
| Meubilair en rollend materieel | 12.322 | 8.505 |
| Totale afschrijvingslasten van activa met gebruiksrecht (toelichting (8)) | 52.357 | 30.865 |
| Rentelasten (toelichting (4) financieel resultaat) | 4.045 | 1.938 |
| Kosten in verband met kortlopende huurcontracten | 43.173 | 5.554 |
| Kosten in verband met leasing van activa met een geringe waarde die geen leasing op korte termijn zijn | 203 | 202 |
| Totale kosten in verband met leaseovereenkomsten | 99.778 | 38.559 |
De toename in activa met gebruiksrecht, en als zodanig leaseverplichtingen, resulteerde in hogere afschrijvings- en rentelasten voor 2024. De stijging van de kosten in verband met kortlopende huurcontracten in de resultatenrekening in 2024 is voornamelijk te wijten aan dure gespecialiseerde kortetermijnprojectapparatuur die nodig is voor Amerikaanse offshoreprojecten en meer kortetermijnhuurauto's. Dit bedrag is opgenomen in de EU Taxonomy OpEx-berekening (zie Hoofdstuk 07.Duurzaamheidsverklaringen - rubriek 2.1.2.4).
De DEME groep draagt bij tot pensioenplannen in verschillende waar ze actief is. Deze vergoedingen worden opgenomen in overeenstemming met IAS 19 personeelsbeloningen. Deze pensioenverplichtingen hebben voornamelijk betrekking op Belgische werknemers. De DEME groep voorziet momenteel in verschillende bedrijfspensioenplannen ten gunste van deze werknemers:
DEME’s dochterondernemingen in Nederland hebben een aantal te bereiken doel pensioenregelingen. Zonder uitzondering zijn deze regelingen verzekerd bij een erkende verzekeringsfirma in Nederland en zijn ze gesloten voor nieuwe toetredingen en verplichtingen. De netto verplichtingen van de regelingen vloeien voort uit de indexatie-verplichting van de entiteiten van voorziene pensioenverplichtingen en betalingen en/of de verplichting om garantiekosten aan de verzekeringsfirma te betalen.
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Pensioenverplichtingen in België | 45.574 | 43.579 |
| Pensioenverplichtingen in Nederland | 7.664 | 8.357 |
| Totale pensioenverplichtingen | 53.238 | 51.936 |
| Overige pensioenverplichtingen | 4.845 | 2.874 |
| Saldo per 31 december | 58.083 | 54.810 |
De beweging van de pensioenverplichtingen in België en Nederland houdt verband met de evolutie van de macro-economische omgeving en meer bepaald met de evolutie van de rentevoeten en de inflatie. Op 31 december 2024 daalde de discontovoet tot 3,42% in vergelijking met 3,44% op het einde van 2023. Dit resulteerde enerzijds in een positief rendement op de activa en anderzijds in een verlies bij de herwaardering van de pensioenverplichtingen als gevolg van wijzigingen in de financiële veronderstellingen. Het netto negatieve effect werd gedeeltelijk gecompenseerd door een daling van het langetermijn inflatiepercentage van 2,16% naar 2,00.%.
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Contante waarde van geheel of gedeeltelijk gefinancierde verplichtingen | 208.352 | 192.534 |
| Reële waarde van fondsbeleggingen | -155.884 | -141.045 |
| Effect van het actiefplafond | 770 | 447 |
| Netto gefinancierde pensioenverplichting zoals opgenomen in de balans per 31 december | 53.238 | 51.936 |
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Saldo per 1 januari | 51.936 | 56.902 |
| Lasten opgenomen in de resultatenrekening (1) | 15.766 | 14.904 |
| Lasten opgenomen in de staat van niet-gerealiseerde resultaten (2) | 3.505 | -1.951 |
| Bijdragen van de werkgever | -17.969 | -17.919 |
| Overige mutaties | - | - |
| Saldo per 31 december | 53.238 | 51.936 |
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 14.017 | 13.373 |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd en andere | 177 | 146 |
| Rentekosten | 7.014 | 6.563 |
| Renteopbrengsten op fondsbeleggingen (-) | -5.442 | -5.178 |
| Totaal lasten opgenomen in de resultatenrekening | 15.766 | 14.904 |
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Actuariële (winsten)/verliezen | 5.369 | -19.038 |
| Rendement op fondsbeleggingen (-) (met uitzondering van renteopbrengsten) | -2.170 | 17.006 |
| Overige mutaties | 306 | 81 |
| Totaal lasten opgenomen in de staat van niet-gerealiseerde resultaten | 3.505 | -1.951 |
| Mutatie in verplichtingen en activa uit hoofde van pensioenplannen | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Saldo pensioenverplichtingen per 1 januari | 192.534 | 199.109 |
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 14.017 | 13.373 |
| Rentekosten | 7.014 | 6.563 |
| Werknemersbijdragen | 109 | 121 |
| Uitkeringen aan begunstigden | -8.487 | -10.949 |
| Herwaardering van verplichtingen resulterend in actuariële (winsten)/verliezen | 5.369 | -13.738 |
| als gevolg van veranderingen in demografische veronderstellingen | - | -2.269 |
| als gevolg van veranderingen in financiële veronderstellingen | 4.204 | -8.284 |
| als gevolg van ervaringsaanpassingen | 1.165 | -3.185 |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | 12 | - |
| Overige mutaties | -2.216 | -1.945 |
| Saldo pensioenverplichtingen per 31 december | 208.352 | 192.534 |
| Saldo activa uit hoofde van pensioenplannen per 1 januari | 141.045 | 142.560 |
| Rendement op fondsbeleggingen (+) (met uitzondering van renteopbrengsten) | 2.170 | -11.706 |
| Renteopbrengsten op fondsbeleggingen (+) | 5.442 | 5.179 |
| Bijdragen van werkgever (*) | 17.968 | 17.919 |
| Uitkeringen aan begunstigden | -8.487 | -10.949 |
| Overige mutaties | -2.254 | -1.958 |
| Saldo activa uit hoefde van pensioenplannen per 31 december | 155.884 | 141.045 |
(*) In 2024 heeft een bedrag van 14,1 miljoen euro betrekking op Belgische# Toelichting 24 - pensioenplannen met vaste bijdrage
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Pensioenplannen met vaste bijdrage | 12,9 | 12,9 |
| Voornaamste actuariële veronderstellingen per einde van de periode | ||
| Verdisconteringsvoet per 31 december | 3,42% | 3,44% |
| Verwacht percentage van de loonsverhogingen (inflatie inbegrepen) | 3,50% | 3,70% |
| Inflatie op lange termijn | 2,00% | 2,16% |
| Sterftetabellen plannen BE | MR/FR-5 yrs | MR/FR-5 yrs |
| Sterftetabellen plannen NL | AG2024 | AG2023 |
| Sterftetabellen plannen ES-P2A | ES-P2A | ES-P2A |
| Overige informatie | ||
| Gemiddelde duur in jaren van de pensioenverplichtingen | 13,24 | 13,32 |
| Gemiddeld effectief rendement op fondsbeleggingen | -5.26% | -4.50% |
| Verwachte bijdrage van de werkgever in volgend financieel jaar | 16.505 | 14.479 |
| Sensitiviteitsanalyse (impact op het bedrag van de verplichtingen) | ||
| Verdisconteringsvoet stijging met 50 bp | -5.97% | -7.69% |
| Verdisconteringsvoet daling met 50 bp | +6.51% | +4.59% |
| Groeipercentage lonen stijging met 25 bp | +1.57% | +0.30% |
| Groeipercentage lonen daling met 25 bp | -1.58% | -3.36% |
| Levensverwachting verhoging met 1 jaar | +0.63% | -1.12% |
| Inflatiepercentage stijging met 25 bp | +1.19% | +0.55% |
| Inflatiepercentage daling met 25 bp | -1.21% | -3.11% |
| Toewijzing van activa | ||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 0,00% | 0,04% |
| Eigenvermogensinstrumenten | 0,32% | 0,85% |
| Schuldinstrumenten | 0,31% | 0,95% |
| Verzekeringscontracten | 99,37% | 98,16% |
| Voor het boekjaar (in duizenden euro) | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Actuele overige belastingen en BTW | 42.254 | 51.000 |
| Overige verschuldigde bedragen | 28.129 | 31.989 |
| Toe te rekenen kosten en over te dragen opbrengsten | 3.636 | 9.186 |
| Overige kortlopende verplichtingen | 74.019 | 92.175 |
Overige verschuldigde bedragen hebben betrekking op bedragen verschuldigd aan joint ventures, die ook zijn opgenomen in het bedrag vermeld in toelichting (29) verbonden partijen.
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Garanties | Overige | |
| Saldo per 1 januari | 52.690 | 8.312 |
| Aangelegd gedurende het jaar | 3.754 | 700 |
| Aangewend gedurende het jaar | -1.975 | -1.015 |
| Tegengedraaide ongebruikte bedragen | - | - |
| Reclassificatie werkkapitaal | - | - |
| Saldo per 31 december | 54.469 | 7.997 |
| Vlottend | 15.794 | - |
| Niet-vlottend | 38.675 | 7.997 |
Voor informatie over de voorzieningen wordt verwezen naar de samenvatting van de materiële waarderingsregels. Er is geen formeel herstructureringsplan. De voorzieningen voor ontslagen in het kader van de normale bedrijfsuitoefening die op het einde van het boekjaar bestaan zijn immaterieel en worden geboekt als bezoldigingen en sociale lasten. Overige voorzieningen hebben allen betrekking op het segment Environmental en wat betreft de garanties (allemaal ‘assurance type’ garanties) heeft het merendeel betrekking op het segment Offshore Energy. Op dit moment zijn er geen voorziening noch voorwaardelijke verplichtingen opgenomen met betrekking tot de gevolgen van klimaatverandering.
Op basis van de informatie beschikbaar op datum van goedkeuring door de Raad van Bestuur van de jaarrekening, is DEME niet op de hoogte van andere voorwaardelijke activa of verplichtingen dan degene die hierna worden beschreven:
Voor het boekjaar
Operationeel werkkapitaal is het nettowerkkapitaal (vlottende activa min vlottende passiva), exclusief rentedragende schulden, geldmiddelen en kasequivalenten en financiële derivaten met betrekking tot renteswaps en inclusief overige niet-vlottende activa en overige langlopende verplichtingen (indien er zijn) en niet-vlottende financiële derivaten (vorderingen en verplichtingen), behalve die gerelateerd aan renteswaps. De focus van de DEME groep ligt op het vinden van een evenwicht tussen het operationeel werkkapitaal enerzijds en de nettocash, zijnde het verschil tussen de geldmiddelen en kasequivalenten en de kortlopende verplichtingen anderzijds. In de contractingsector is operationeel werkkapitaal moeilijk te controleren omdat elk project anders is, niet alleen qua omvang en kapitaalbehoeften, maar ook en vooral omdat het betalingsritme waarmee de klanten betalen voor ieder project anders kan zijn. Het grootste deel van de omzet wordt betaald met een voorschot bij de aanvang van het project, gevolgd door mijlpaalbetalingen (‘milestones’) na uitvoering van het werk en goedkeuring door de klant. Wanneer het werkkapitaal onder druk staat en moet worden verhoogd, kan de groep ofwel haar activa verhogen ofwel haar passiva verlagen. De groep kan met de klanten onderhandelen over kortere milestones en betalingstermijnen of over langere betalingstermijnen met de leveranciers, zonder evenwel de relaties met hen onder druk te zetten. De groep kan de niet- projectgebonden uitgaven beperken en de kapitaaluitgaven herzien en beperken of overtollig materieel verkopen en omzetten in werkkapitaal. Voor de financiering van haar behoefte aan werkkapitaal heeft DEME als kortetermijnfinanciering de mogelijkheid om handelspapier uit te geven (commercial paper) voor een totaalbedrag van maximaal 250 miljoen euro. Daarnaast beschikt DEME over kortetermijnkredietlijnen tot 205 miljoen euro in 2024, die momenteel ongebruikt zijn (2023: 110 miljoen euro), samen goed voor een bedrag van 455 miljoen euro, commercial paper inbegrepen. Naast kortetermijnfinanciering kan ook langetermijnfinanciering worden overwogen om de behoefte aan werkkapitaal te financieren.
| Werkkapitaal | 2024 | 2023 | Delta (in duizenden euro) |
|---|---|---|---|
| NIET-VLOTTENDE ACTIVA | 22.754 | 12.737 | 10.017 |
| Langlopende afdekkingsinstrumenten (wisselkoers/brandstof afdekkingen) | -2.211 | -2.211 | - |
| Overige niet-vlottende activa | 22.754 | 10.526 | 12.228 |
| VLOTTENDE ACTIVA | 1.533.427 | 1.253.688 | 279.739 |
| Voorraden | 20.440 | 32.015 | -11.575 |
| Vorderingen uit hoofde van contracten | 651.459 | 633.027 | 18.432 |
| Handels- en overige vorderingen uit operationele activiteiten | 704.791 | 488.107 | 216.684 |
| Kortlopende afdekkingsinstrumenten (wisselkoers/brandstof afdekkingen) | 2.002 | 2.565 | -563 |
| Activa bestemd voor verkoop | 33.535 | 1.630 | 31.905 |
| Belastingvorderingen | 26.061 | 25.936 | 125 |
| Overige vlottende activa | 95.139 | 70.408 | 24.731 |
| TOTAAL ACTIVA | 1.556.181 | 1.266.425 | 289.756 |
| LANGLOPENDE VERPLICHTINGEN | 10.960 | 22.953 | -11.993 |
| Langlopende afdekkingsinstrumenten (wisselkoers/brandstof afdekkingen) | 10.960 | 22.953 | -11.993 |
| KORTLOPENDE VERPLICHTINGEN | 2.357.756 | 1.714.818 | 642.938 |
| Kortlopende afdekkingsinstrumenten (wisselkoers/brandstof afdekkingen) | 45.550 | 20.324 | 25.226 |
| Voorzieningen | 15.794 | 14.045 | 1.749 |
| 661.057 | |||
| 447.363 | |||
| 213.694 | |||
| # Ontvangen voorschotten | |||
| 181.041 | |||
| 84.486 | |||
| 96.555 | |||
| # Handelsschulden | |||
| 1.195.229 | |||
| 897.610 | |||
| 297.619 | |||
| # Bezoldigingen en sociale lasten | |||
| 113.922 | |||
| 94.791 | |||
| 19.131 | |||
| # Belastingschulden | |||
| 71.144 | |||
| 64.024 | |||
| 7.120 | |||
| # Overige kortlopende verplichtingen | |||
| 74.019 | |||
| 92.175 | |||
| -18.156 | |||
| # TOTAAL VERPLICHTINGEN | |||
| 2.368.716 | |||
| 1.737.771 | |||
| 630.945 | |||
| # OPERATIONEEL WERKKAPITAAL | |||
| -812.535 | |||
| -471.346 | |||
| -341.189 |
Het operationele werkkapitaal bedraagt -812,5 miljoen euro, tegenover -575,0 miljoen euro halverwege het jaar en -471,3 miljoen euro per 31 december 2023. Deze stijging is te wijten aan verscheidene factoren, waaronder de groei van de omzet en de toename van de vooruitbetalingen ontvangen van klanten. Er wordt verwezen naar het geconsolideerde kasstroomoverzicht.
De beweging in het werkkapitaal draagt bij aan de vrije kasstroom voor een bedrag van 370,3 miljoen euro in 2024, terwijl er vorig jaar een werkkapitaalbehoefte was voor een bedrag van 66,5 miljoen euro.
248
De aansluiting van de mutatie van het operationeel werkkapitaal met de kasstroom uit mutaties in werkkapitaal is hieronder terug te vinden.
| 2024 | 2023 | Delta | |
|---|---|---|---|
| OPERATIONEEL WERKKAPITAAL | -812.535 | -471.346 | -341.189 |
| KASSTROOMCORRECTIES OP DE MUTATIES IN WERKKAPITAAL VAN HET JAAR | |||
| Mutaties in activa bestemd voor verkoop | -31.905 | ||
| Mutaties in afschrijvingen op voorraden en handelsvorderingen | 141 | ||
| Mutaties in voorzieningen in kortlopende verplichtingen | 1.749 | ||
| Impact afdekkingsinstrumenten opgenomen in werkkapitaal | 1.544 | ||
| Correctie onbetaalde belastingen en interesten | 6.377 | ||
| Cash correctie op investeringen in materiële vaste activa | -12.284 | ||
| Cash correctie op de aankoop van geassocieerde deelnemingen | 600 | ||
| Toename (afname) door wisselkoerswijzigingen | 4.654 | ||
| KASSTROOM UIT MUTATIES IN WERKKAPITAAL | -370.313 |
| 2023 | 2022 | Delta | |
|---|---|---|---|
| OPERATIONEEL WERKKAPITAAL | -471.346 | -506.153 | 34.807 |
| KASSTROOMCORRECTIES OP DE MUTATIES IN WERKKAPITAAL VAN HET JAAR | |||
| Mutaties in activa bestemd voor verkoop | 30.367 | ||
| Mutaties in afschrijvingen op voorraden en handelsvorderingen | -2.431 | ||
| Impact afdekkingsinstrumenten opgenomen in werkkapitaal | -536 | ||
| Correctie onbetaalde belastingen en interesten | -6.610 | ||
| Cash correctie op investeringen in materiële vaste activa | 10.895 | ||
| Toename (afname) door wisselkoerswijzigingen | -4 | ||
| KASSTROOM UIT MUTATIES IN WERKKAPITAAL | 66.488 |
249
Voor het boekjaar (in duizenden euro)
| De CEO wordt bij de uitvoering van zijn mandaat bijgestaan door het Executief Comité, dat functioneert als adviserend comité (los van de Raad van Bestuur). Het Executief Comité, voorgezeten door de CEO, is verantwoordelijk voor het algemeen bestuur van de groep en vanaf 2023 hebben de statutaire leden van het Executief Comité het statuut van zelfstandige. De vertegenwoordigers die lid zijn van de Raad van Bestuur, het Auditcomité en het Remuneratiecomité worden vergoed sinds de beursnotering van de groep. Op 23 februari 2024 heeft de Raad van Bestuur, op advies van het Remuneratiecomité, een eerste aandelenoptieplan goedgekeurd dat voorziet in de kosteloze toekenning van aankoopopties op bestaande aandelen van DEME Group NV. Er wordt verwezen naar het Remuneratieverslag en de verklaring inzake deugdelijk bestuur in Hoofdstuk 05.Corporate Governance en risicobeheer en toelichting (18) op aandelen gebaseerde beloningen. Voor zijn functie als uitvoerend bestuurder ontving Luc Vandenbulcke een vaste en variabele vergoeding van 1,8 miljoen euro in 2024 (2023: 2,0 miljoen euro). Het jaarsalaris van 2023 bevatte een uitzonderlijk vervroegd enkel en dubbel vakantiegeld-uitkering bij de overgang naar de status van zelfstandige.
| (in duizenden euro) | 2024 | 2023 |
| Tantièmes ten laste van DEME group Totaal | 826 | 785 |
| Vergoeding van de CEO | ||
| Vast jaarsalaris | 537 | 534 |
| Variabele vergoeding op korte termijn | 1.278 | 1.452 |
| Variabele vergoeding op lange termijn (*) | - | - |
| Totaal | 1.815 | 1.986 |
| Groepsverzekering / Bijdragen in pensioenplannen | 106 | 87 |
| Andere voordelen (**) | 178 | 3 |
| Vergoeding van de leden van het Executief Comité (exclusief CEO) | ||
| Vast jaarsalaris | 1.422 | 1.436 |
| Variabele vergoeding op korte termijn | 3.807 | 3.044 |
| Variabele vergoeding op lange termijn (*) | - | - |
| Totaal | 5.229 | 4.480 |
| Groepsverzekering / Bijdragen in pensioenplannen | 304 | 237 |
| Andere voordelen (**) | 244 | 15 |
() Nog geen opties uitgeoefend van het 2024 aandelenoptieplan.
(*) De overige voordelen omvatten bijvoorbeeld belastbare voordelen en dekking van inkomstenbelasting op de toekenning van aandelenopties.
Hierna volgt een overzicht van de remuneratie betaald aan de wettelijke auditors van DEME Group NV en zijn geconsolideerde dochterondernemingen. Er wordt een onderscheid gemaakt (zowel in absolute cijfers als in percentages) tussen de vergoedingen betaald door de groep aan de commissaris van DEME Group NV, EY, en de vergoedingen betaald aan andere auditkantoren.
| EY | Overige | Totaal | |||
|---|---|---|---|---|---|
| (in duizenden euro) | Bedrag | % | Bedrag | % | |
| 2024 | |||||
| Uitoefening van het mandaat | 1.427 | 53,1% | 1.262 | 46,9% | 2.689 |
| Belastingadviesopdrachten | 155 | 8,1% | 1.755 | 91,9% | 1.910 |
| Assurance-gerelateerde en andere opdrachten buiten de revisorale opdrachten | 238 | 14,8% | 1.374 | 85,2% | 1.612 |
| Totaal | 1.820 | 29,3% | 4.391 | 70,7% | 6.211 |
Het bedrag van de assurance-gerelateerde en bijkomende (niet)- auditdiensten geleverd door de commissaris en personen die beroepshalve met hem verbonden zijn, is in overeenstemming met artikel 3:64 en 65 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen en vooraf goedgekeurd door het Auditcomité. Het betreft voornamelijk ad hoc attesten en, voor 2024, een gereedheidscontrole voor CSRD-rapportage. Andere opdrachten, uitgevoerd door andere auditors die niet de commissaris van DEME Group NV zijn, hebben voornamelijk betrekking op geleverde fiscale diensten en adviesdiensten. Gezien DEME in een gediversifieerde globale omgeving werkt, blijft het aantal verleende fiscale adviesdiensten hoog (regionaal en projectspecifiek advies, transfer pricing, Pillar Two-wetgeving, enz.) Andere opdrachten geleverd in 2024 hebben voornamelijk betrekking op consultancy diensten voor de verdere optimalisatie van DEME's 'Third Party Management' screening tool.
| EY | Overige | Totaal | |||
|---|---|---|---|---|---|
| (in duizenden euro) | Bedrag | % | Bedrag | % | |
| 2023 | |||||
| Uitoefening van het mandaat | 1.176 | 43,2% | 1.549 | 56,8% | 2.725 |
| Belastingadviesopdrachten | 222 | 8,9% | 2.284 | 91,1% | 2.506 |
| Assurance-gerelateerde en andere opdrachten buiten de revisorale opdrachten | 127 | 9,1% | 1.273 | 90,9% | 1.400 |
| Totaal | 1.525 | 23,0% | 5.106 | 77,0% | 6.631 |
In januari 2025 ontving Offshore Energy een opzegging en bijbehorende schikkingsvergoeding voor een project in de VS. Volgens de contractuele bepalingen en de datum van ondertekening van de opzegging, wordt dit beschouwd als een gebeurtenis na balansdatum. De contractwaarde van het project was niet opgenomen in het orderboek van DEME en bijgevolg heeft de opzegging geen impact op het orderboek.
Overeenkomstig artikel 12, §2, 3° van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007, verklaren L. Vandenbulcke (CEO) en S. Gaytant (CFO) dat, voor zover hen bekend:
In overeenstemming met het Belgische Wetboek van vennootschappen en Verenigingen worden zowel de statutaire jaarrekening als het Jaarverslag van de Raad van Bestuur van DEME Group NV in verkorte vorm weergegeven. De statutaire jaarrekening van DEME Group NV is opgesteld in overeenstemming met de Belgische Algemeen Aanvaarde Boekhoudprincipes (BE GAAP). De commissaris heeft een auditverklaring zonder voorbehoud afgegeven bij de statutaire jaarrekening afgesloten op 31 december 2024, aangezien deze een getrouw beeld geeft van de financiële positie en resultaten van DEME Group NV in overeenstemming met alle wettelijke en reglementaire bepalingen. Overeenkomstig de wetgeving zullen de volledige financiële staten (geconsolideerde en statutaire jaarrekening), samen met het Jaarverslag van de Raad van Bestuur aan de jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders, evenals het verslag van de commissaris, worden neergelegd bij de Nationale Bank van België. Al deze documenten zijn beschikbaar op de website van de vennootschap (www.deme-group.com) of op eenvoudig verzoek op de maatschappelijke zetel van de vennootschap.
Adres: Scheldedijk 30 - 2070 Beveren-Kruibeke-Zwijndrecht, Belgium
Telefoon: +32 3 250 52 11
Email: [email protected]
Voor het boekjaar
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| (in duizenden euro) | ||
| ACTIVA | ||
| VASTE ACTIVA | 1.100.000 | 1.100.000 |
| Oprichtingskosten | - | - |
| Immateriële vaste activa | - | - |
| Materiële vaste activa | - | - |
| Financiële vaste activa | 1.100.000 | 1.100.000 |
| Verbonden ondernemingen | 1.100.000 | 1.100.000 |
| VLOTTENDE ACTIVA | 101.977 | 52.353 |
| Vorderingen op meer dan één jaar | - | - |
| Voorraden en bestellingen in uitvoering | - | - |
| Vorderingen op ten hoogste één jaar | 95.292 | 51.767 |
| Handelsvorderingen | 1 | 828 |
| Overige vorderingen | 95.291 | 50.939 |
| Eigen aandelen en overige beleggingen | 6.201 | - |
| Eigen aandelen | 7.211 | |
| Eigen aandelen (waardevermindering) | -1.010 | |
| Geldbeleggingen en liquide middelen | 11 | - |
| Over te dragen kosten en verkregen opbrengsten | 473 | 586 |
| TOTAAL VAN DE ACTIVA | 1.201.977 | 1.152.353 |
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| PASSIVA | ||
| KAPITAAL EN RESERVES | 1.104.032 | 1.098.370 |
| Kapitaal | 33.194 | 33.194 |
| Geplaatst kapitaal | 33.194 | 33.194 |
| Niet-opgevraagd kapitaal (-) | - | - |
| Uitgiftepremies | 475.989 | 475.989 |
| Herwaarderingsmeerwaarde | 487.400 | 487.400 |
| Reserves | 12.140 | 6.949 |
| Wettelijke reserves | 3.319 | 3.319 |
| Niet-beschikbare reserves - Eigen aandelen | 6.201 | - |
| Belastingvrije reserves | 1.716 | 1.716 |
| Beschikbare reserves | 904 | 1.914 |
| Overgedragen winst | 95.309 | 94.838 |
| VOORZIENINGEN EN UITGESTELDE BELASTINGEN | 3 | - |
| Pensioenverplichtingen | 3 | - |
| Uitgestelde belastingschulden | - | - |
| SCHULDEN | 97.942 | 53.983 |
| Schulden op meer dan één jaar | - | - |
| Schulden op ten hoogste één jaar | 97.942 | 53.983 |
| Handelsschulden | 1.873 | 821 |
| Belastingschuld | 41 | - |
| Overige schulden | 96.028 | 53.162 |
| TOE TE REKENEN KOSTEN EN OVER TE DRAGEN OPBRENGSTEN | - | - |
| TOTAAL VAN DE PASSIVA | 1.201.977 | 1.152.353 |
Voor het boekjaar
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| (in duizenden euro) | ||
| BEDRIJFSOPBRENGSTEN | 7.374 | 1.443 |
| Omzet | 7.284 | 1.407 |
| Andere bedrijfsopbrengsten | 90 | 36 |
| BEDRIJFSKOSTEN | -6.698 | -2.552 |
| Diensten en diverse goederen | -1.780 | -1.679 |
| Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen | -4.908 | -873 |
| Andere bedrijfskosten | -10 | 0 |
| BEDRIJFSRESULTAAT | 676 | -1.109 |
| FINANCIELE OPBRENGSTEN | 102.395 | 40.800 |
| Opbrengsten uit financiële vaste activa | 101.500 | 40.000 |
| Opbrengsten uit vlottende activa | 895 | 800 |
| FINANCIELE KOSTEN | -1.039 | -6 |
| Kosten van schulden | -23 | -6 |
| Andere financiële kosten | -6 | |
| Waardevermindering eigen aandelen | -1.010 | - |
| RESULTAAT VAN HET BOEKJAAR VÓÓR BELASTINGEN | 102.032 | 39.685 |
| Onttrekking aan/overboeking naar de uitgestelde belastingen | - | - |
| BELASTINGEN OP HET RESULTAAT | -362 | - |
| RESULTAAT OVER HET BOEKJAAR | 101.670 | 39.685 |
Tot 29 juni 2022 was DEME NV de holdingmaatschappij van de DEME Groep, 100 % eigendom van de Brusselse bouwkundige aannemer CFE NV, die gecontroleerd wordt door de Belgische investeringsgroep Ackermans & van Haaren NV. Zowel CFE NV als Ackermans & van Haaren NV zijn beursgenoteerde bedrijven op Euronext Brussel. Op 29 juni 2022 heeft CFE NV zijn participatie van 100% in DEME NV overgedragen aan een nieuwe vennootschap, DEME Group NV, door middel van een partiële splitsing die resulteerde in de beursnotering van DEME. De eerste handelsdag voor de aandelen van DEME Group NV was 30 juni 2022. DEME Group NV bezit 100% van de aandelen van DEME NV en op de datum van de splitsing was de deelneming in DEME NV het enige actief van de vennootschap, geboekt aan eigen vermogen.# DEME Group NV
DEME Group NV heeft in 2024 voor een totaalbedrag van 101,50 miljoen euro aan dividenden ontvangen van zijn dochterondernemingen en heeft een openstaande dividenduitkering van 96,02 miljoen euro, onder voorbehoud van goedkeuring door de Algemene Vergadering. Als gevolg van cash pooling afspraken binnen de groep, worden alle ontvangen fondsen onmiddellijk overgeschreven naar de eigen bank van de groep, DEME Coordination Center NV, wat resulteert in een openstaande positie onder 'overige vorderingen'. Op 23 februari 2024 heeft de Raad van Bestuur, op advies van het Remuneratiecomité, zoals hierboven vermeld, een eerste aandelenoptieplan goedgekeurd dat voorziet in de kosteloze toekenning van aankoopopties op bestaande aandelen van DEME Group NV, met als gevolg de boeking van eigen aandelen op de balans van DEME Group NV (toelichting (18)). De omzet van de vennootschap heeft betrekking op intra-groep facturen voor verkoopkosten, algemene kosten en administratieve kosten (SG&A). Er wordt ook verwezen naar hoofdstuk 05.Corporate governance en risicobeheer, hoofdstuk 02. Strategie, hoofdstuk 04.Duurzaamheid en toelichting (22) beheer van financiële risico’s en financiële derivaten voorafgaand aan dit Jaarverslag en naar het Remuneratieverslag en de verklaring inzake Corporate governance in Hoofdstuk 05.Corporate goverance en risicobeheer.
Voor het boekjaar (in duizenden euro) (Volgens BE GAAP)
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| RESULTAAT OVER HET BOEKJAAR | 101.670 | 39.685 |
| ONTREKKING AAN/OVERBOEKING NAAR DE BELASTINGVRIJE RESERVES | - | - |
| TE BESTEMMEN WINST VAN HET BOEKJAAR | 101.670 | 39.685 |
| OVERGEDRAGEN WINST VAN HET VORIGE BOEKJAAR | 94.838 | 108.313 |
| TOEVOEGING AAN DE WETTELIJKE RESERVES | - | - |
| TOEVOEGING AAN OVERIGE RESERVES | -5.190 | - |
| UIT TE KEREN WINST IN DIVIDENDEN | -96.009 | -53.160 |
| OVER TE DRAGEN WINST | 95.309 | 94.838 |
Het resultaat voor het boekjaar 2024 van DEME Group NV bedraagt 101,7 miljoen euro. De Raad van Bestuur zal aan de Algemene Vergadering op 21 mei 2025 voorstellen om een brutodividend van 3,8 euro per aandeel uit te keren, een stijging van 81% ten opzichte van vorig jaar. Onder voorbehoud van goedkeuring door de Algemene Vergadering wordt voorgesteld de registratiedatum vast te stellen op 28 mei 2025 en de betalingsdatum op 30 mei 2025. Er werd een correctie van -15,2 duizend euro toegepast op het totale bedrag van de uitgekeerde dividenden voor het vorige jaar, aangezien eigen aandelen geen recht hebben op dividenduitkeringen. Op de registratiedatum van 22 mei 2024 werden 7.240 eigen aandelen uitgesloten van dividenduitkering. Bijgevolg bedroeg het totale uitgekeerde dividend voor de resultaten van 2023, 53.145.209 euro, in plaats van de oorspronkelijk geboekte 53.160.413 euro. Het verschil is opgenomen in de resultaatsverwerking van de moedermaatschappij voor 2024.
In lijn met de Wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in beursgenoteerde ondernemingen (de Transparantiewet), hanteert het bedrijf de drempel van 5%. Op 31 december 2024 bedraagt het maatschappelijk kapitaal van DEME Group NV 33.193.861 euro en is vertegenwoordigd dor 25.314.482 gewone aandelen zonder nominale waarde, waarvan 45.000 eigen aandelen, wat het totaal aantal uitstaande aandelen op 25.269.482 brengt. De eigenaars van gewone aandelen hebben recht op dividend. De eigenaars van gewone aandelen hebben recht op dividenduitkering en alle aandelen zijn van dezelfde klasse en hebben recht op één stem per aandeel in de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders. Aandeelhouders die 5% of meer van de totale stemrechten bezitten voor de aandelen die zij hebben, zijn:
Ackermans & van Haaren NV
VINCI Construction SAS
262
De Nederlandstalige versie is een vertaling van de Engelstalige basisversie. In het geval dat er verschillen zouden zijn tussen de Engelstalige basisversie van dit document en de vertaalde versie, dan is het Engelstalig document bindend.
De Duurzaamheidsverklaringen omvatten de niet- financiële informatie van DEME als groep (‘de groep’). De verklaringen werden op geconsolideerde basis opgesteld. De holdingvennootschap is DEME Group NV (‘de vennootschap’). De Duurzaamheidsverklaringen en de bijbehorende bijlagen werden opgesteld in overeenstemming met de Europese standaarden voor duurzaamheidsrapportage (European Sustainability Reporting Standards - ‘ESRS’), zoals uitgevaardigd door de European Financial Reporting Advisory Group (‘EFRAG’). De Duurzaamheidsverklaringen volgen de structuur, het formaat en de kwalitatieve kenmerken die de ESRS voorschrijven om materiële duurzaamheidsthema’s te rapporteren die voortvloeien uit de dubbele materialiteitsbeoordeling (‘DMA’). In overeenstemming met ESRS 1-vereisten heeft de groep in het deel ‘Milieu’ van de Duurzaamheidsverklaringen ook rapportage overeenkomstig artikel 8 van de EU-taxonomieverordening opgenomen. De groep heeft de Duurzaamheidsverklaringen opgesteld, ervan uitgaand dat de continuïteit van het bedrijf gewaarborgd is. De bestuurders zijn van mening dat er geen materiële onzekerheden zijn die aanzienlijke twijfel kunnen doen ontstaan over deze veronderstelling. De geconsolideerde Duurzaamheidsverklaringen worden opgesteld per en voor de periode eindigend op 31 december 2024. Bij de eerste toepassing van de richtlijn inzake duurzaamheidsrapportage door bedrijven (Corporate Sustainability Reporting Directive - ‘CSRD’) en latere ESRS, heeft de groep consistente boekhoudprincipes gehanteerd voor de periode die in deze Duurzaamheidsverklaringen aan bod komt. De groep heeft geen standaarden, interpretaties of wijzigingen vervroegd toegepast die al gepubliceerd maar nog niet van kracht zijn.
Het toepassingsgebied van de geconsolideerde Duurzaamheidsverklaringen is hetzelfde als voor de geconsolideerde jaarrekening. De geconsolideerde kwantitatieve ESG-data hebben dus betrekking op de moedermaatschappij DEME Group NV en haar dochterondernemingen (‘volledig geconsolideerde entiteiten’). Gezamenlijke bedrijfsactiviteiten zijn opgenomen in verhouding tot het aandeel van DEME, terwijl joint ventures en geassocieerde ondernemingen niet zijn opgenomen, tenzij anders bepaald in de boekhoudprincipes van de bijbehorende gerapporteerde prestatie-indicatoren. In de Duurzaamheidsverklaringen worden de activiteiten die zijn uitgevoerd door de volledig geconsolideerde entiteiten en gezamenlijke bedrijfsactiviteiten als eigen activiteiten beschouwd. Joint ventures en geassocieerde ondernemingen worden als onderdeel van de waardeketen beschouwd. Geen enkele volledig geconsolideerde entiteit van de groep, met uitzondering van moedermaatschappij DEME Group NV, heeft een financieel instrument op de publieke markt. Ze zijn bijgevolg niet verplicht om individueel te rapporteren voor boekjaar 2024 volgens de CSRD. De vrijstelling van rapportering van op handen zijnde ontwikkelingen of zaken die in onderhandeling zijn, werd niet toegepast. Er is geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om specifieke informatie inzake intellectuele eigendom, knowhow of de resultaten van innovatie weg te laten. Alle volledig geconsolideerde entiteiten binnen de groep verrichten activiteiten van (een of meer van) de vier segmenten van de groep (Offshore Energy, Dredging & Infra, Environmental, Concessions). Alle activiteiten die momenteel in uitvoering zijn, worden in aanmerking genomen. Dit betekent dat voor het segment Concessions het toepassingsgebied van de diepzeeontginning en groene-waterstofactiviteiten beperkt wordt tot de ontwerp- en engineeringfase, aangezien er momenteel geen operationele activiteiten plaatsvinden.
De Duurzaamheidsverklaringen hebben betrekking op de activiteiten van de groep en, waar relevant, op de upstream en downstream waardeketen. Voor meer gedetailleerde informatie over de waardeketen verwijzen we naar deel 1.2.3. Businessmodel en waardeketen. Er worden verschillende factoren in aanmerking genomen om te bepalen in welke mate de Duurzaamheidsverklaringen de upstream en downstream waardeketen van de groep omvatten op basis van de materiële ESRS-thema’s en de beschikbaarheid van betrouwbare ESG-data doorheen de waardeketen. Het toepassingsgebied van het materiële thema ‘Gezondheid en veiligheid op het werk’ bij het eigen personeel (S1) wordt per definitie tot de eigen activiteiten beperkt. Het materiële thema ‘Broeikasgasemissies’ (BKG-emissies) omvat een aanzienlijke hoeveelheid waardeketengegevens. Het entiteitspecifieke thema ‘Energietransitie’ wordt beperkt tot de eigen activiteiten van het segment Offshore Energy. Deze waardeketenbenadering werd gebruikt voor de DMA-oefening en bij het rapporteren over prestatie-indicatoren die gekoppeld zijn aan de materiële thema’s.
De Duurzaamheidsverklaringen werden op 19 maart 2025 aan de Raad van Bestuur voorgesteld. Aansluitend keurde de Raad van Bestuur het Jaarverslag goed, waarvan de publicatie gepland is op 24 maart 2025.# 07 — Duurzaamheidsverklaringen
De Duurzaamheidsverklaringen zijn onderworpen aan een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid, verricht door de Commissaris van DEME voor de jaarrekening, EY, die ook werd aangesteld als assuranceverschaffer voor de Duurzaamheidsverklaringen. Hiervoor verwijzen we naar de beperkte assuranceverklaring van de Commissaris in Hoofdstuk 08. Bijlage - Verslag van de Commissaris over de Duurzaamheidsverklaringen. Hoofdstuk 04 (‘Duurzaamheidstraject’) van het Jaarverslag van DEME geeft een kort overzicht van DEME’s materiële thema’s en aanvullende duurzaamheidsgerelateerde informatie die relevant is voor onze stakeholders, maar niet verplicht volgens de CSRD-regelgeving. Daarom werd dit niet gecontroleerd door de Commissaris van DEME.
De groep heeft de definitie van tijdshorizon toegepast zoals bepaald door ESRS 1:
* Korte termijn - rapportageperiode van jaarrekeningen
* Middellange termijn - van het einde van de periode voor kortetermijnrapportage tot maximaal 5 jaar
* Lange termijn - meer dan 5 jaar
Bij het opstellen van de Duurzaamheidsverklaringen maakte het management gebruik van aannames, oordelen en ramingen die de gerapporteerde bedragen beïnvloeden. De ramingen en aannames zijn gebaseerd op historische ervaring en verschillende andere factoren en worden onder de gegeven omstandigheden als redelijk beschouwd. Dergelijke ramingen en onderliggende aannames worden voortdurend herzien om de nauwkeurigheid van toekomstige rapportages te verbeteren, waarbij eventuele herzieningen de gerapporteerde bedragen kunnen beïnvloeden.
Voor boekjaar 2024 werden de data voor de volgende prestatie-indicatoren in zowel upstream als downstream waardeketens geraamd aan de hand van indirecte bronnen:
De volgende kwantitatieve prestatie-indicatoren en geldbedragen, gerapporteerd in de Duurzaamheidsverklaringen, zijn onderhevig aan een hoge mate van meetonzekerheid:
Bij het opstellen van de Duurzaamheidsverklaringen en het bepalen van bepaalde prestatie-indicatoren met betrekking tot onze broeikasgasemissies, maakte het management gebruik van aannames, oordelen en ramingen die de gerapporteerde bedragen beïnvloeden. Als gevolg hiervan is er een inherente onzekerheid in sommige van onze berekeningen. Meer specifiek, binnen onze Scope 3 BKG-emissies, categorie 1 ‘gekochte goederen en diensten’, hebben we een combinatie van leverancierspecifieke emissiefactoren vermenigvuldigd met activiteitsgegevens, financiële uitgaven vermenigvuldigd met UK DEFRA GBP- gebaseerde factoren, en een beoordeling van gegevens van vergelijkbare bedrijven gebruikt om de totale emissies met betrekking tot het resterende deel van onze uitgaven te schatten. Dit laatste is een gebied van aanzienlijk oordeel, en verbeteringen in onze schatting met betrekking tot categorie 1 zullen worden herzien als onderdeel van onze lopende processen.
Voor meer bijzonderheden over onze methodologie, met inbegrip van belangrijke ramingen, oordelen, drempelwaarden en aannames die als basis werden gehanteerd voor de berekening van de Scope 2 en Scope 3 BKG-emissies, verwijzen we naar de boekhoudprincipes bij de overeenstemmende prestatie-indicatoren in deel 2.4 .ESRS E1 BKG-emissies.
2024 is het eerste jaar van rapportage volgens de ESRS- standaarden. Ten opzichte van eerdere rapportage volgens de Richtlijn niet-financiële rapportage (‘NFRD’) werd de opstelling en presentatie van de duurzaamheidsinformatie aanzienlijk aangepast om aan deze nieuwe standaarden te voldoen. Deze wijziging is toe te schrijven aan:
Er werden geen rapportagefouten in voorgaande perioden vastgesteld, aangezien dit het eerste jaar is dat DEME over duurzaamheidsthema’s rapporteert volgens de CSRD-vereisten en in lijn met de ESRS-standaarden.
Specifieke ESRS-rapportage-eisen met betrekking tot ESRS 2 ‘Algemene toelichtingen’ zijn verbonden aan bestaande rapportage- eisen voor de groep. Deze zijn terug te vinden in de relevante delen van het Jaarverslag. De onderstaande tabel geeft aan waar voor het jaar eindigend op 31 december 2024 informatie met betrekking tot specifieke rapportage-eisen van de Duurzaamheidsverklaringen ‘door middel van verwijzingen’ is opgenomen in het Jaarverslag.
| Deel in ESRS 2 ‘Algemene toelichtingen’ | Rapportage-eis | Hoofdstuk Jaarverslag |
|---|---|---|
| GOV-1 | De rol van bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen | Corporate governance en risicobeheer 05 |
| GOV-2 | Informatie verschaft aan en omgang met duurzaamheidsthema’s door bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen van de onderneming | Corporate governance en risicobeheer 05 |
| GOV-3 | Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen | Corporate governance en risicobeheer 05 |
| GOV-5 | Risicobeheersing en interne controles voor duurzaamheidsrapporttering | Corporate governance en risicobeheer 05 |
| SBM-1 | Strategie, businessmodel en waardeketen | Segmenten 03 |
| IRO-2 | Rapportage-eisen in ESRS opgenomen in de duurzaamheidsverklaring van de onderneming | Bijlage - Bijlage ESG 08 |
DEME past de infaseringsbepalingen toe die beschreven worden in ESRS 1 ‘Algemene vereisten’ (deel 10.4 - Overgangsbepaling) en bijlage C van ESRS 1 (Lijst van ingefaseerde rapportage- eisen). Daarom worden de eisen in de onderstaande tabel weggelaten uit de Duurzaamheidsverklaringen voor het jaar dat op 31 december 2024 eindigt.
Alle datapunten met betrekking tot BKG-emissies (BKG Scope 1, 2 en 3) worden gerapporteerd overeenkomstig het Greenhouse Gas Protocol.
| ESRS rapportage | Rapportage- eis | Volledige naam van de rapportage-eis | Infaseringsbepalingen opgenomen in ESRS-standaarden |
|---|---|---|---|
| ESRS E1 | E1-9 | Beoogde financiële effecten van materiële, fysieke en transitierisico’s en potentiële klimaatkansen | Gebruik van infasering overeenkomstig bijlage C. Deze prestatie-indicatoren worden niet gerapporteerd. |
| ESRS S1 | S1-7 | Aantal medewerkers niet in loondienst binnen het eigen personeel | Gebruik van infasering overeenkomstig bijlage C. Deze prestatie-indicator wordt niet gerapporteerd. |
| ESRS S1 | S1-7 | Aantal medewerkers niet in loondienst binnen het eigen personeel - zelfstandigen | Gebruik van infasering overeenkomstig bijlage C. Deze prestatie-indicator wordt niet gerapporteerd. |
| ESRS S1 | S1-7 | Aantal medewerkers niet in loondienst binnen het eigen personeel - personen geleverd door ondernemingen die zich voornamelijk bezighouden met arbeidsbemiddeling en personeelswerk | Gebruik van infasering overeenkomstig bijlage C. Deze prestatie-indicator wordt niet gerapporteerd. |
| ESRS S1 | S1-14 | Percentage van eigen personeel dat onder een gezondheids- en veiligheidsmanagementsysteem valt op grond van wettelijke vereisten en/ of erkende standaarden of richtsnoeren | Gebruik van infasering overeenkomstig bijlage C. Medewerkers niet in loondienst worden uit deze prestatie-indicator weggelaten. |
| ESRS S1 | S1-14 | Aantal sterfgevallen binnen het eigen personeel als gevolg van arbeidsongevallen en beroepsziekten | Gebruik van infasering overeenkomstig bijlage C. Medewerkers niet in loondienst worden uit deze prestatie-indicator weggelaten. |
| ESRS S1 | S1-14 | Aantal geregistreerde arbeidsongevallen voor eigen personeel | Gebruik van infasering overeenkomstig bijlage C. Medewerkers niet in loondienst worden uit deze prestatie-indicator weggelaten. |
| ESRS S1 | S1-14 | Percentage geregistreerde arbeidsongevallen voor eigen personeel | Gebruik van infasering overeenkomstig bijlage C. Medewerkers niet in loondienst worden uit deze prestatie-indicator weggelaten. |
| ESRS S1 | S1-14 | Aantal sterfgevallen als gevolg van arbeidsongevallen en beroepsziekten van andere medewerkers die op de bedrijfslocaties van het bedrijf werkzaam zijn. | Gebruik van infasering overeenkomstig bijlage C. Deze prestatie-indicator wordt niet gerapporteerd. |
| ESRS S1 | S1-14 | Aantal gevallen van geregistreerde beroepsziekten van medewerkers | Gebruik van infasering overeenkomstig bijlage C. Deze prestatie-indicator wordt niet gerapporteerd. |
| ESRS S1 | S1-14 | Aantal dagen verzuim door letsel en overlijden als gevolg van arbeidsongevallen, beroepsziekten en sterfgevallen door beroepsziekte van werknemers | Gebruik van infasering overeenkomstig bijlage C. Deze prestatie-indicator wordt niet gerapporteerd. |
Dit deel geeft een samenvatting van de voornaamste producten, diensten en markten die door DEME worden aangeboden en bediend. Voor meer gedetailleerde informatie verwijzen we naar hoofdstuk 03. Segmenten van het Jaarverslag. Tijdens de rapportageperiode hebben zich geen significante wijzigingen voorgedaan in de aangeboden producten en diensten.
DEME is wereldwijd marktleider in gespecialiseerde maritieme activiteiten en biedt innovatieve oplossingen aan in vier hoofdsegmenten: Offshore Energy, Dredging & Infra, Environmental, en Concessions. De groep is geëvolueerd tot een leverancier van duurzame maritieme oplossingen die ecologische en maatschappelijke uitdagingen aanpakt. Elk segment richt zich op verschillende markten en klantengroepen en draagt zo bij aan de veelzijdige en wereldwijde portefeuille van DEME.
Het segment Offshore Energy levert ruime diensten aan de sector van de hernieuwbare en die van de niet-hernieuwbare energie. In de offshore hernieuwbare energie ondersteunt DEME de volledige levenscyclus van een project, waaronder funderingen, turbines, kabels, substations en steenbestortingen voor windmolenparken. In de sector van niet-hernieuwbare energie omvatten de diensten landfalls en civiele werken, steenplaatsing, zware hijswerkzaamheden, umbilicals, evenals installatie- en ontmantelingsdiensten voor olie- en gas- en nucleaire industrieklanten. Onder meer energieleveranciers, private-equitybedrijven en overheidsinstanties zijn, rechtstreeks of via consortia, belangrijke klanten.
Het segment Dredging & Infra staat in voor structureel en onderhoudsbaggeren, landwinning en strandsuppletie. DEME Dredging biedt baanbrekende oplossingen aan voor complexe projecten over de hele wereld, terwijl DEME Infra gespecialiseerd is in het ontwerp en de bouw van geavanceerde maritieme infrastructuur, zoals aanlegsteigers, haventerminals, sluizen en tunnels. Deze activiteiten zijn sterk geïntegreerd om een naadloze uitvoering voor de klanten te garanderen. De voornaamste klanten van het segment zijn overheidsinstanties en havenautoriteiten.
Het segment Environmental biedt oplossingen voor bodemsanering, brownfieldontwikkeling, sedimentbehandeling, milieubaggeren en waterbeheer. Het segment pakt nieuwe uitdagingen aan zoals het reinigen van vervuilde gronden, met inbegrip van verontreinigende stoffen zoals PFAS, en het uitvoeren van fluviatiele baggerwerken met een minimale impact op het milieu. Daarnaast biedt DEME hoogwaterbeschermingsdiensten aan, waaronder het herstel van dijken. De voornaamste klanten zijn overheidsinstanties en publieke instellingen.
Het segment Concessions investeert in en ontwikkelt, bouwt en exploiteert projecten, voornamelijk in de sectoren offshore windenergie, haveninfrastructuur en groene waterstof. De afdeling maakt gebruik van diverse projectstructuren, zoals publiek-private samenwerking (PPP) en DBFM-structuren (Design, Build, Finance and Maintain). Als specifieke activiteiten vermelden we havenontwikkeling, het beheer van toegangskanalen en investeringen in maritieme infrastructuur, waarbij DEME als aandeelhouder en als EPC-aannemer optreedt. De voornaamste klanten zijn energieleveranciers, private-equitybedrijven en overheidsinstanties.
Naarmate DEME zijn internationale activiteiten uitbreidt naar nieuwe regio's, stemt het bedrijf zijn aanpak af op de lokale context en de heersende omstandigheden. Hiervoor verwijzen we naar het personeelsbestand per geografisch gebied, zoals toegelicht in deel 3. Sociaal onder 3.1.5.2. Prestatie-indicatoren.
De belangrijkste volledig geconsolideerde entiteiten, die 92% bijdragen aan de totale groepsomzet op 31 december 2024, houden op basis van hun NACE-codes verband met de ESRS-sectorgroep ‘Bouw en techniek’. Deze omzet is hoofdzakelijk afkomstig van de segmenten Offshore Energy en Dredging & Infra.
| Datapunten (€1000) | Ja/nee | Bedrag 2024 | % Totale omzet |
|---|---|---|---|
| Betrokkenheid bij activiteiten in de sector fossiele brandstoffen (kolen, olie en gas) | Ja | ||
| Omzet uit de sector fossiele brandstoffen (kolen, olie en gas) | Niet significant | Niet significant | |
| Omzet uit kolen | 0 | 0 | |
| Omzet uit olie | Niet significant | Niet significant | |
| Omzet uit gas | Niet significant | Niet significant | |
| Omzet uit op de taxonomie afgestemde economische activiteiten met betrekking tot fossiel gas | 0 | 0 | |
| Betrokkenheid bij activiteiten in de vervaardiging van chemische producten | Nee | ||
| Omzet uit de vervaardiging van chemische producten | 0 | 0 | |
| Betrokkenheid bij activiteiten in controversiële wapens | Nee | ||
| Omzet uit controversiële wapens | 0 | 0 | |
| Betrokkenheid bij activiteiten in de teelt en productie van tabak | Nee | ||
| Omzet uit de teelt en productie van tabak | 0 | 0 |
Vanuit strategisch oogpunt heeft DEME bijna 150 jaar expertise opgebouwd in baggeren, maritieme infrastructuur, offshore energie en milieudiensten. Het bedrijf blijft een pioniersrol opnemen, moedigt innovatie aan en voert nieuwe technologieën in om duurzame vooruitgang te stimuleren. DEME is actief in heel de wereld, met een aanzienlijke omzetbasis in Europa en een groeiende internationale aanwezigheid, wat de ambitie weerspiegelt om de wereldwijde energietransitie te ondersteunen.
De duurzaamheidsstrategie van DEME steunt op twee pijlers die onderling van elkaar afhankelijk zijn.
DEME heeft duurzaamheidsgerelateerde doelstellingen en streefdoelen vastgelegd die aansluiten bij zijn materiële thema’s. Eerst en vooral, wil de groep zijn portefeuille met oplossingen voor offshore hernieuwbare energie uitbreiden en innovatieve maritieme technologieën verkennen voor de productie, aansluiting en opslag van energie. De vooruitgang in de energietransitie wordt gemonitord door afstemming op relevante activiteiten uit de EU-taxonomie die de energietransitie ondersteunen. Voor 2024 was deze afstemming beperkt tot activiteit 4.3 ‘Elektriciteitsproductie uit windenergie’. Elk jaar werkt DEME zijn lijst van activiteiten uit de EU-taxonomie bij. In de toekomst zal de afstemming op de energietransitie niet beperkt blijven tot activiteit 4.3, maar mogelijk ook andere relevante taxonomieactiviteiten omvatten die de energietransitie ondersteunen. Meer informatie hierover vindt u in deel 2.1. Rapportage overeenkomstig artikel 8 van Verordening 2020/852 (Taxonomieverordening). Momenteel heeft DEME geen specifiek streefdoel voor deze afstemming vastgelegd.
Bijkomend wil DEME tegen 2050 een klimaatneutraal bedrijf zijn en de energie-efficiëntie van zijn activiteiten verbeteren. Belangrijke streefdoelen in dit verband zijn de vermindering van de BKG-intensiteit met 40% tegen 2030 ten opzichte van het niveau van 2008, en ervoor zorgen dat 17% van het totale brandstofverbruik tegen 2026 afkomstig is van koolstofarme brandstoffen.
De gezondheid en veiligheid op het werk verbeteren is een andere cruciale doelstelling van DEME, met een resoluut voornemen om letsels met werkverlet te voorkomen op alle schepen, projecten, sites en kantoren wereldwijd. Het voornaamste streefdoel voor deze doelstelling is de jaarlijkse wereldwijde frequentiegraad van letsels met werkverlet (wereldwijde LTIFR) van DEME op een streefwaarde van ≤ 0,2 te houden tot 2026.
De doelstellingen en streefdoelen met betrekking tot de energietransitie zijn gekoppeld aan het segment Offshore Energy, terwijl die met betrekking tot de reductie van BKG-emissies en de verbetering van de gezondheid en veiligheid op het werk in alle segmenten geïntegreerd zijn. Met deze holistische aanpak kan het bedrijf belangrijke duurzaamheidsimpacts en -risico’s doeltreffend aanpakken.
DEME is wereldwijd marktleider in contractingdiensten voor baggerwerken, maritieme infrastructuur, offshore energieoplossingen en milieuwerken. De corebusiness van DEME omvat engineering-, aankoop-, bouw- en onderhoudsactiviteiten, aangevuld met concessies op het gebied van offshore windenergie, infrastructuur, baggerwerken en groene waterstof. Door deze activiteiten te integreren levert DEME waarde in uiteenlopende sectoren en ondersteunt het bedrijf zijn stakeholders met duurzame en innovatieve oplossingen.
Om zijn doelstellingen te bereiken, rekent DEME op een stevige upstream waardeketen. Cruciale elementen hierbij zijn EPC(I) projectmaterialen (zoals staalwerk, constructies en onderzeese kabelsystemen), brandstof voor zijn vloot en apparatuur, hulp- en grondverzetmachines, charterschepen, bouw- en onderhoudsdiensten op scheepswerven, tijdelijk personeel en verzekeringsdiensten. Deze middelen worden beveiligd en beheerd door gespecialiseerde afdelingen om operationele uitmuntendheid te garanderen. De aankoop- en contractingteams kopen bijvoorbeeld projectmaterialen aan, de afdeling Bunkering houdt toezicht op de aankoop van brandstof en de afdeling Crewing staat in voor de beschikbaarheid van arbeidskrachten. Zo ook beheert het charteringteam de hulpschepen, terwijl de communicatie met de scheepswerven in handen is van de afdeling Newbuild en verzekeringskwesties worden opgevolgd door het verzekeringsteam.
DEME levert uitgebreide oplossingen die specifiek zijn afgestemd op de behoeften van zijn klanten. De activiteiten van het segment Dredging & Infra omvatten structureel en onderhoudsbaggeren, landwinning, strandsuppletie en waterbouwkundige infrastructuurwerken.# DEME Jaarverslag 2024
DEME als wereldwijd bedrijf is het onderhouden van goede relaties met stakeholders van cruciaal belang. DEME gelooft in samenwerking om de duurzaamheid te verbeteren. We gaan steeds actief de dialoog aan met stakeholders om hun verwachtingen te begrijpen, bezorgdheden aan te pakken en partnerschappen tot stand te brengen die duurzaamheid stimuleren. Investeerders en aandeelhouders focussen op waardecreatie, transparantie en strategische duurzaamheid. Klanten verwachten duurzame en innovatieve oplossingen. Voor medewerkers zijn veiligheid en loopbaanontwikkeling prioritair. Leveranciers stellen transparantie en langetermijnrelaties op prijs, terwijl andere stakeholders de nadruk leggen op samenwerking, versterking van de gemeenschap en compliance. Deze interactie met stakeholders vormt de basis en de motor van onze duurzaamheidsinspanningen, zodat we op één lijn zitten met hun belangen, terwijl we tegelijkertijd dubbele materialiteitsbeoordelingen uitvoeren. De communicatie rond perspectieven en belangen van (getroffen) stakeholders, vooral met betrekking tot duurzaamheidsimpacts, verloopt via regelmatige vergaderingen van de Duurzaamheidsraad, relevante managementteams en de Raad van Bestuur. Daarnaast betrekken we de beleggersgemeenschap voortdurend bij onze ESG-prestaties, waarover we transparant communiceren. In de stakeholdertabel op de volgende pagina geven we meer details over stakeholdercategorieën, doelstellingen van de betrokkenheid en resultaten.
| Stakeholdergroep | Verwachtingen van de stakeholder | Hoe de betrokkenheid wordt georganiseerd |
|---|---|---|
| Klanten | De meest duurzame en innovatieve oplossingen aanbieden om te beantwoorden aan de verwachtingen van de klant. | Ondersteuning en begeleiding van klanten, enquêtes en vragenlijsten, periodieke beoordelingen, regelmatige vergaderingen en updates, workshops en opleidingen. |
| Medewerkers | Voor gezonde en veilige werkomstandigheden zorgen. Loopbaanontwikkeling mogelijk maken. Informatie verstrekken over belangrijkste duurzaamheidsthema’s. | HR-bedrijfspartnerschappen, persoonlijke ontwikkelgesprekken en beoordelingen, enquêtes en werkplekbeoordelingen, vertegenwoordiging op het gebied van gezondheid en veiligheid op het werk, gesprekken met vakbondsvertegenwoordigers. |
| Investeerders en aandeelhouders | Waarde creëren voor aandeelhouders, transparantie verbeteren, governance en managementfocus stimuleren. Kapitaalinvesteringsbeslissingen beter afstemmen op strategische duurzaamheid en ESG-overwegingen. | Regelmatige vergaderingen, met inbegrip van de Jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Communicatiecampagnes, groeps- en persoonlijke interactie, organisatie van conferenties. |
| Financiële instellingen & banken | Rekeningen beheren. Rekeningafschriften verstrekken. Financiële diensten zoals leningen verstrekken. | Vragenlijsten, e-mails, regelmatige vergaderingen en conference calls met kredietverstrekkers. |
| Leveranciers | Transparantie verbeteren, langetermijnrelatie versterken, gemeenschappelijke visie delen. | Due diligence bij leveranciers, workshops, samenwerkingsverbanden, aanvullende contractbepalingen. |
| Overheidsinstanties | Toezien op naleving van de wetgeving, ethisch zakelijk gedrag. | .); Rechtstreekse dialoog met beleidsmakers, beantwoorden van openbare raadplegingen, witboeken, programma’s en onderzoeken. |
| Lokale gemeenschappen en ngo’s | Samenwerking met gedeelde waarden uitbouwen. | Campagnes voor lokale gemeenschappen, regelmatige samenwerkingsinitiatieven, openbare bijeenkomsten en raadplegingen, partnerschappen ten voordele van de gemeenschap. |
| Sectorgenoten en brancheorganisaties | Vorm geven aan een duurzame markt. | Gezamenlijke initiatieven en programma’s, workshops en kennisdeling, samenwerkingsverbanden binnen de sector. |
| Academici en onderzoekers | Duurzame innovatie aanmoedigen via onderzoek en academische studies. | Partnerschappen met universiteiten (gastcolleges, stagebegeleiding, sponsoring...), gezamenlijke projectinitiatieven, ondersteuning bij masterproeven. |
270
| Doel van de betrokkenheid | Belang in DEME | Invloed op DEME | Voorbeelden van resultaten van betrokkenheid en beste praktijken # 1.4. Dubbele materialiteitsbeoordeling
Om de materiële duurzaamheidsthema’s van DEME te bepalen, voerde het bedrijf een dubbele materialiteitsbeoordeling (DMA) uit. DEME verricht sinds 2020 materialiteitsbeoordelingen, maar het concept is onder de huidige CSRD-wetgeving geëvolueerd. Voorheen werden twee dimensies gebruikt om de materialiteit te beoordelen en het duurzaamheidsbeleid van DEME te structureren: ‘bedrijfsimpact’, om de impacts op de activiteiten van DEME te meten, en ‘belang voor stakeholders’, dat bepaald werd aan de hand van enquêtes bij stakeholders. In 2024 heeft het bedrijf de evaluatie opnieuw beoordeeld en gewijzigd op basis van de dubbele materialiteitsvereisten van ESRS 1 en de implementatierichtsnoeren van EFRAG IG1 ‘Materialiteitsbeoordeling’. Een opvallende verandering is de opname van de ‘materiële impact’ die DEME heeft op het milieu en de maatschappij via zijn activiteiten en waardeketen (inside-out perspectief), samen met het in aanmerking nemen van de ‘financiële materialiteit’ of hoe duurzaamheidskwesties de bedrijfsprestaties en reputatie van DEME beïnvloeden (perspectief ‘outside-in’). Hierna beschrijven we het proces, de methodologie en het resultaat van de DMA.
Voor het DMA-proces werd een gestructureerde, bottom-up-benadering gebruikt. Er werd een stapsgewijze methode geïmplementeerd om duurzaamheidsimpacts, evenals duurzaamheidsrisico’s en -kansen, in kaart te brengen, te beoordelen en te prioriteren. Risico’s en kansen zijn soms afhankelijk van duurzaamheidsimpacts. Er werd een goede governance ingesteld en elke stap werd gedocumenteerd met het oog op een kwalitatieve en consistente DMA.
— Stap 1: Het toepassingsgebied en de grenzen van de DMA werden afgestemd op de CSRD en het toepassingsgebied van de financiële rapportage, gebaseerd op de juridische structuur van de groep. De waardeketen werd in kaart gebracht, rekening houdend met het businessmodel van DEME, zijn segmenten en activiteiten, de projectmatige aard van de DEME-activiteiten en de geografische zones waarin DEME actief is.
— Stap 2: Uit een uitgebreide lijst van thema’s die relevant zijn voor onze sector en stakeholders selecteerden we die thema’s die het meest van toepassing zijn op onze specifieke entiteit en context. Deze selectie was gebaseerd op verschillende bronnen, waaronder de ESRS-lijst van thema’s (ESRS 1 TV 16), de implementatierichtsnoeren van EFRAG IG1 ‘Materialiteitsbeoordeling’, ESG-vragenlijsten van ratingbureaus en benchmarking met onze sectorgenoten. Na uitgebreid overleg met interne deskundigen hebben we deze lijst vervolgens verfijnd tot een beknopte reeks relevante duurzaamheidsthema’s voor DEME. Een thema wordt relevant geacht als het potentieel heeft om materieel te worden voor de activiteiten van DEME en/of de waardeketen waarin DEME actief is, vanuit een impactperspectief, een financieel perspectief, of beide.
— Stap 3: Voor elk relevant thema bepaalden we de bijbehorende impacts, risico’s en kansen (IRO’s). De bepaling van IRO’s was onder meer gebaseerd op de materialiteitsbeoordeling die een externe deskundige in 2022 voor DEME heeft uitgevoerd, in combinatie met de input van interne deskundigen ter zake. In deze fase van het DMA-proces werden de activiteiten van DEME en de daaruit voortvloeiende impacts onderzocht. Onze analyse had betrekking op onze eigen activiteiten en, waar haalbaar, op zowel de upstream als downstream elementen van onze waardeketen.
— Stap 4: De IRO’s werden gewaardeerd en geregistreerd op basis van een specifieke schaal die hun daadwerkelijke of potentiële effecten en waarschijnlijkheid meet. Er werden zowel kwalitatieve als kwantitatieve maatstaven gebruikt om een score toe te kennen aan de IRO’s, wat resulteerde in impact- en financiële materialiteitscores, afhankelijk van de aard van de IRO.
— Stap 5: We pasten drempelwaarden toe om de materialiteit van de IRO’s te bepalen, op basis van hun impact- en financiële materialiteitsscores. Tijdens de verschillende fasen van de DMA raadpleegden we interne deskundigen ter zake. Algemene inzichten uit de samenwerking van DEME met stakeholders en de resultaten van een online, anonieme enquête die in 2021 werd gehouden met als doel onze duurzaamheidsprioriteiten op dat moment vast te leggen, werden als indicatie gebruikt voor de opvattingen van externe stakeholders om onze inputparameters voor de DMA-beoordeling te bepalen. De DMA onderging een stapsgewijs validatieproces door de Duurzaamheidsraad, het Executief Comité en de Raad van Bestuur van DEME. Tijdens deze fase hebben de bestuursorganen ook de DMA-methodologie en de resultaten ervan gevalideerd.
DEME ontwikkelde zijn methodologie op basis van ESRS 2 ‘Algemene toelichtingen’ en de EFRAG-implementatierichtsnoeren IG1 ‘Materialiteitsbeoordeling’, voortbouwend op eerdere beoordelingen. Hierna komen de concepten van de IRO-beoordeling aan bod, evenals de definitie en consolidatie van impact- en financiële materialiteit. De IRO’s werden op een specifieke manier beoordeeld. Elke IRO werd ingedeeld op basis van:
— type: positieve impact, negatieve impact, risico of kans;
— waarschijnlijkheid: daadwerkelijk of potentieel;
— bedrijfsactiviteit: Offshore Energy, Dredging & Infrastructure, Environmental, Concessions
— waar ze zich voordoen in de waardeketen: in de eigen activiteiten van DEME of in de (upstream of downstream) waardeketen
— tijdshorizon: korte termijn, middellange termijn of lange termijn
De toekenning van scores aan IRO’s is gebaseerd op gefundeerd bewijsmateriaal en steunt zoveel mogelijk op objectieve informatie. Afhankelijk van de aard van de IRO moeten verschillende types materialiteitsbeoordelingen worden uitgevoerd. Als de IRO het milieu of de maatschappij op een positieve of negatieve manier zou kunnen beïnvloeden, is de IRO een impact en moet de beoordeling van de impactmaterialiteit worden toegepast. Als de IRO de financiële prestaties of reputatie van de onderneming zou kunnen beïnvloeden, is de IRO een risico of kans en moet de beoordeling van de financiële materialiteit worden toegepast. Beide materialiteitsaspecten komen aan bod in de volgende delen. Een meer gedetailleerde beschrijving van het proces om materiële klimaatimpacts, -risico’s en -kansen in kaart te brengen en te beoordelen, is opgenomen in deel 2. Milieu. Het proces voor het in kaart brengen en beoordelen van impacts, risico’s en kansen met betrekking tot verontreiniging, water en mariene hulpbronnen, biodiversiteit en ecosystemen, en materiaalgebruik in een circulaire economie volgen dezelfde procedurestappen en methodologieën als eerder beschreven. Dit proces was gebaseerd op specifieke inzichten uit het gebruik van de milieurisicomatrix van DEME op projectniveau voor alle activiteiten van DEME. Deze matrix maakt deel uit van het QHSE-S beheersproces.
Een duurzaamheidskwestie (IRO) wordt als materieel beschouwd vanuit het oogpunt van impact (inside-out) wanneer de daadwerkelijke of potentiële, positieve of negatieve impact van DEME op mens of milieu materieel is op korte, middellange of lange termijn. Volgens de ESRS-standaarden worden drie parameters - ‘schaal’, ‘toepassingsgebied’ en ‘onomkeerbaar karakter’ - gebruikt voor de beoordeling van de ‘ernst’ van de impacts. Voor daadwerkelijke negatieve impacts is de materialiteit gebaseerd op de ernst van de impact, terwijl voor potentiële negatieve impacts de materialiteit gebaseerd is op zowel de ernst als de waarschijnlijkheid van de impact. Een hogere ernst (met inbegrip van hogere schaal, toepassingsgebied en onomkeerbaarheid) en hogere waarschijnlijkheid leiden tot een hogere score voor de negatieve impact. Voor daadwerkelijke positieve impacts wordt de materialiteit bepaald door de schaal en het toepassingsgebied van de impact. Voor potentiële positieve impacts hangt de materialiteit af van de schaal, het toepassingsgebied en de waarschijnlijkheid van de impact. Aan factoren werd een score toegekend voor elke positieve en negatieve impact, en de uiteindelijke impactmaterialiteitsscores werden berekend om alle daadwerkelijke en potentiële negatieve en positieve impacts te weerspiegelen. Om uit te maken wat materieel relevant is voor DEME vanuit een inside-out perspectief, werd een impactmaterialiteitsdrempel toegepast. Deze drempel werd bepaald op basis van een evenwichtig oordeel van het management, rekening houdend met de specifieke context en omstandigheden van het bedrijf en zijn stakeholders, as well as one-off events. The materiality threshold for recurring risks and opportunities has been determined based on the average net profit from 2019 to 2023, excluding the year 2020 due to non-recurring effects from the COVID-19 pandemic. For one-off events, the materiality threshold has been calculated based on equity, derived from the group equity levels as of 31 December 2022, and 31 December 2023.
Een duurzaamheidskwestie is materieel vanuit een financieel perspectief (outside-in) als het op korte, middellange of lange termijn materiële financiële effecten voor DEME teweegbrengt of naar verwachting zal teweegbrengen. Impactmaterialiteit en financiële materialiteit zijn vaak onderling verbonden. De impact van DEME op mens of milieu, evenals wijzigingen in de strategie, met inbegrip van investeringen en managementbeslissingen die worden genomen om deze impacts op te vangen, bepalen vaak de risico’s en kansen.
Om de impact van duurzaamheidskwesties op DEME te beoordelen, hebben we als uitgangspunt de impacts genomen die werden vastgelegd in de impactmaterialiteitsbeoordeling. Tegelijkertijd brachten we ook de risico’s en kansen in kaart die geen verband hielden met reeds vastgelegde impacts. Bij de beoordeling van de financiële materialiteit van de risico’s of kansen die met een impact gepaard gaan, hielden we rekening met dezelfde grenzen als voor de vastgelegde impacts.
Voor risico’s of kansen die niet aan een impact konden worden gekoppeld, werd bij het bepalen van het toepassingsgebied van de risico’s en kansen rekening gehouden met de projectmatige aard van DEME. Dit was het uitgangspunt om te bepalen hoe ruim de perimeter en context van de risico’s of kansen zijn.
Sommige risico’s en kansen kunnen verschillende effecten op DEME hebben, bijvoorbeeld effecten die niet meteen financieel zijn, zoals een effect op de reputatie. In die gevallen werd een kwalitatief reputatie-effect gebruikt om de financiële materialiteit te beoordelen in plaats van het kwantificeerbare financiële effect. De financiële materialiteit moet dan ook worden gezien als potentieel gemeten in termen van ofwel financiële ofwel reputatie-effecten, afhankelijk van de aard van het risico of de kans en de context ervan. Bovendien zijn een aantal geïdentificeerde risico’s en kansen het gevolg van afhankelijkheden van natuurlijke en sociale hulpbronnen.
De financiële materialiteit van de risico’s en kansen werd beoordeeld op basis van de omvang van hun effecten, vermenigvuldigd met de waarschijnlijkheid ervan. Zowel de omvang als de waarschijnlijkheid werden geëvalueerd aan de hand van een scorematrix.
Bij het beoordelen van de financiële materialiteit lieten we ons leiden door de volgende principes:
De drempelwaarden voor de financiële materialiteit werden zowel voor terugkerende risico’s en kansen als voor eenmalige gebeurtenissen in absolute cijfers vastgelegd. De materialiteitsdrempel voor terugkerende risico’s en kansen werd bepaald op basis van de gemiddelde nettowinst van 2019 tot 2023, met uitsluiting van het jaar 2020 wegens niet-terugkerende effecten van de COVID-19-pandemie. Voor eenmalige gebeurtenissen werd de materialiteitsdrempel berekend op basis van het eigen vermogen, afgeleid van het eigen vermogen van de groep op 31 december 2022 en 31 december 2023.
De tabel hieronder geeft een samenvatting van de materialiteit van de duurzaamheidsthema’s, waarbij wordt aangegeven of ze als materieel werden beschouwd vanuit impact- of financieel perspectief. Voor het financiële perspectief wordt vermeld of de materialiteit verband houdt met een risico of een kans. Voor het impactperspectief wordt vermeld of de materialiteit betrekking heeft op een negatieve of een positieve impact.
De beoordeelde duurzaamheidsthema’s zijn gebaseerd op de ESRS-standaarden en de bijkomende bedrijfsspecifieke overwegingen eigen aan het businessmodel omdat er geen sectorspecifieke richtsnoeren voorhanden zijn. De beoordeling werd op subthematisch niveau verricht, hoewel de definitieve resultaten op thematisch niveau worden weergegeven.
Op basis van de DMA-analyse werden drie thema’s met potentiële materiële impact op groepsniveau vastgelegd: ‘Energietransitie’, ‘Broeikasgasemissies (BKG) en ‘Gezondheid en veiligheid op het werk’ (eigen personeel).
DEME rapporteert zijn materiële IRO’s in het volgende deel 1.4.4. Materiële impacts, risico’s en kansen en hun interactie met strategie en businessmodel. In de overige delen van de Duurzaamheidsverklaringen worden de beleidslijnen, streefdoelen, prestatie-indicatoren en vooruitgang voor elk materieel thema in detail besproken, volgens het CSRD- en ESRS-formaat, in overeenstemming met de volgorde opgenomen in de thematische delen onder 2. Milieu en 3. Sociaal.
| Materieel thema | DEME | Overeenstemmend ESRS-thema | Definitie | Impactmaterialiteit | Financiële materialiteit |
|---|---|---|---|---|---|
| Energietransitie | Entiteitspecifiek | Onze oplossingen voor offshore hernieuwbare energie uitbreiden en nieuwe maritieme oplossingen verkennen voor de productie, aansluiting en opslag van hernieuwbare energie. | Materieel (positieve impact) | Materieel (kans) | |
| Broeikasgasemissies | E1 - Klimaatmitigatie | Beleidslijnen en acties om broeikasgasemissies te verminderen in onze activiteiten en waardeketens | Materieel (negatieve impact) | Materieel (risico) | |
| Gezondheid en veiligheid op het werk | S1 - Arbeidsvoorwaarden | Veiligheidsbeheersystemen gericht op het verminderen van het aantal ongevallen en beroepsziekten, en een cultuur van preventie en voortdurende verbetering ontwikkelen | Materieel (negatieve impact) | Niet materieel |
07 — Duurzaamheidsverklaringen DEME Jaarverslag 2024 275
De volgende tabel geeft de vastgelegde duurzaamheidsimpacts, -risico’s en -kansen die tijdens het DMA-proces werden vastgelegd en als materieel werden beoordeeld. De tabel geeft aan of de impacts positief of negatief zijn.
| Materiële impact of materieel risico/ materiële kans | IRO | Beschrijving | Entiteitspecifiek |
|---|---|---|---|
| Energietransitie | Alle opgenomen impacts worden als ‘daadwerkelijke’ impacts beschouwd. Meer informatie over hoe de effecten van impacts, risico’s en kansen worden aangepakt, is opgenomen in de thematische delen onder 2. Milieu en 3. Sociaal. | Positieve impact | |
| Ondersteuning van de wereldwijde energietransitie | Kans | ||
| Potentiële groei van de offshore windenergie- activiteiten | |||
| Broeikasgasemissies (klimaatmitigatie) | ESRS E1 Klimaatverandering | Direct en indirecte BKG-emissies | Negatieve impact |
| Risico van klimaattransitie | Risico |
Technologieën voor offshore hernieuwbare energie spelen een belangrijke rol bij het verminderen van de broeikasgasemissies, die in hoge mate bijdragen aan de opwarming van de aarde. DEME is een pionier in de offshore windenergiesector en erkent het cruciale belang van windenergie in de wereldwijde energietransitie en de aanzienlijke impact ervan op het verlagen van de broeikasgasemissies.
De energietransitie is een belangrijke kans voor DEME om zijn offshore segment uit te breiden De OESO- landen hebben intenties aangekondigd om hun offshore windenergiecapaciteit te verhogen teneinde hun decarbonisatiedoelstellingen te halen. De initiatieven van DEME om de klimaatverandering aan te pakken, bieden verdere vooruitzichten. Met ruime expertise en middelen in offshore energie werkt DEME mee aan de uitbreiding van de hernieuwbare energie-infrastructuur, de ondersteuning van offshore windenergieprojecten, en de verbetering van productie, opslag en vervoer van hernieuwbare energie, wat een belangrijke bijdrage aan een duurzame energietoekomst inhoudt. Het belang en het potentieel van deze activiteit zijn duidelijk.
Broeikasgasemissies zijn gassen in de atmosfeer die infraroodstraling kunnen absorberen, warmte vasthouden en een broeikaseffect creëren. DEME is actief in een sector met een hoge intensiteit aan BKG-emissies, die bijdragen aan de opwarming van de aarde. Het grootste deel van de BKG-voetafdruk van DEME (Scope 1 & 2) is toe te schrijven aan de emissies die afkomstig zijn van zijn schepen. De broeikasgasemissies die voortvloeien uit de waardeketenactiviteiten van DEME (Scope 3) kunnen hoofdzakelijk worden toegeschreven aan de aankoop van goederen en diensten, kapitaalgoederen, brandstof- en energiegerelateerde activiteiten die niet zijn opgenomen in Scope 1 of Scope 2, zakenreizen en upstream geleasede activa. De geografische voetafdruk van DEME stelt het bedrijf in de nabije toekomst bloot aan mogelijke koolstofheffingen, emissiehandelssystemen (ETS) en andere regelgeving rond BKG-emissies.
| ESRS S1 Eigen personeel | Gezondheid en veiligheid op het werk | Negatieve impact | ||
|---|---|---|---|---|
| Arbeidsongevallen en beroepsziekten brengen aanzienlijke menselijke, sociale en economische kosten met zich mee voor de maatschappij. Veiligheidsincidenten kunnen tot letsels of overlijdens bij het eigen personeel van DEME leiden. Door de aard van de activiteiten bij DEME, die grote, complexe projecten omvatten met een groot aantal manipulaties en hefoperaties, en de bediening van zware machines, zowel onshore als offshore, is er een potentieel gevaar op zware ongevallen of gebeurtenissen die meerdere doden of blijvende arbeidsongeschiktheid tot gevolg hebben. De negatieve impact van arbeidsongevallen en beroepsziekten resulteert niet in materiële financiële effecten; zodat er geen sprake is van financiële materialiteit. |
Alle vastgelegde materiële impacts (zowel negatieve als positieve), risico’s en kansen houden rechtstreeks verband met de strategie en het businessmodel van DEME.# 2. Milieu
De EU-taxonomie is een classificatiesysteem waarbij een lijst met ecologisch duurzame economische activiteiten wordt opgesteld. Ze heeft tot doel de EU te helpen bij het verhogen van duurzame investeringen en het ondersteunen van de Europese Green Deal. DEME heeft onderzocht hoe en in welke mate zijn eigen activiteiten verband houden met economische activiteiten die volgens de EU-taxonomie als ecologisch duurzaam worden beschouwd. Ondanks enige onzekerheid over de toepassing van de Taxonomieverordening en de bijbehorende gedelegeerde handelingen in de praktijk, heeft DEME grote inspanningen geleverd om betrouwbare gegevens te verzamelen over het in aanmerking komen en afgestemd zijn van activiteiten die als ecologisch duurzame economische activiteiten beschouwd worden. Daarnaast heeft DEME een beoordeling gemaakt met betrekking tot de criteria ‘geen ernstige afbreuk doen aan’, evenals een beoordeling om de naleving van de minimale sociale waarborgen te verzekeren. De gedetailleerde resultaten worden gerapporteerd in de tabellen op de volgende pagina’s. Als we 2024 vergelijken met 2023, is de omzet die is afgestemd op de taxonomie gestegen van reeds 33% naar 42%. Deze stijging is voornamelijk te danken aan de betrokkenheid van de groep bij extra offshore windprojecten. Bovendien moeten bedrijven, zoals vereist door de EU-taxonomie vanaf 2024, rapporteren dat ze afgestemd zijn op alle zes de milieudoelstellingen. Daarom zijn een aantal milieuactiviteiten van DEME opgenomen in de op de taxonomie afgestemde omzet. De op de taxonomie afgestemde kapitaaluitgaven bedroegen dit jaar 46% in vergelijking met 49% vorig jaar.
Voor het boekjaar 2024 rapporteert DEME volgens de EU- taxonomienormen, in overeenstemming met de CSRD en de EU-taxonomieverordening. DEME heeft een beoordeling uitgevoerd op basis van de zes milieudoelstellingen van de EU-taxonomieverordening om het aandeel van taxonomisch in aanmerking komende en niet in aanmerking komende activiteiten in de totale omzet, kapitaaluitgaven (CapEx), en operationele uitgaven (OpEx) te rapporteren. Daarnaast heeft DEME voor zijn activiteiten die in aanmerking komen voor de taxonomie, een beoordeling uitgevoerd van de afstemming volgens de gedelegeerde handelingen, om het aandeel van de op de taxonomie afgestemde activiteiten te rapporteren. Deze beoordelingen werden op projectniveau verricht voor projecten die in 2024 werden uitgevoerd. De minimale sociale waarborgen werden op groepsniveau beoordeeld.
We bepaalden welke DEME-activiteiten in aanmerking komen voor de taxonomie door de economische activiteiten te screenen die zijn opgesomd in de Gedelegeerde Handeling Klimaat (EU 2021/2139), de aanvullende Gedelegeerde Handeling Klimaat (EU 2022/1214), de Gedelegeerde Handeling Milieu (EU 2023/2486), en de amendementen aan de Gedelegeerde Handeling Klimaat (EU 2023/2485). Van de volgende activiteiten werd bepaald dat ze in aanmerking kwamen:
Artikel 3 van de EU-taxonomieverordening somt de criteria op waaraan een economische activiteit moet voldoen om als ecologisch duurzaam (‘afgestemd op de taxonomie’) te worden aangemerkt. De afstemming op de taxonomie van in aanmerking komende activiteiten werd vervolgens getoetst aan de criteria in de bovenvermelde gedelegeerde handelingen. Voor DEME werd de in aanmerking komende omzet per project getoetst aan de technische screeningscriteria (TSC) voor de milieudoelstellingen ‘klimaatmitigatie’, ‘transitie naar een circulaire economie’ en ‘preventie en bestrijding van verontreiniging’. DEME-projecten die verband houden met activiteit 4.3 dragen bij aan de bouw of de exploitatie van installaties voor elektriciteitsopwekking uit windenergie. Er zijn geen specifieke ‘criteria inzake substantiële bijdrage’ voor deze activiteit, wat betekent dat de offshore hernieuwbare activiteiten van DEME als duurzame economische activiteiten worden beschouwd. Activiteiten met betrekking tot 6.14 dragen bij aan de bouw van spoorweginfrastructuur, en er werd geoordeeld dat elektrische baanuitrusting deel uitmaakt van de infrastructuurwerken. Voor projecten met betrekking tot 2.7 ‘Sortering en terugwinning van ongevaarlijke afvalstoffen’ werd gegarandeerd dat er maatregelen waren om de prestaties van het terugwinningspercentage te volgen en dat er sprake is van goed afvalbeheer. Voor projecten in verband met 2.4 ‘Sanering van verontreinigde terreinen’ ten slotte werd geoordeeld dat er beste praktijken werden gevolgd om verdere verontreiniging te voorkomen en dat de beste strategie werd geïmplementeerd na een grondig voorbereidend onderzoek.
07 — Duurzaamheidsverklaringen DEME Jaarverslag 2024 277
Projecten die substantieel bijdragen aan doelstellingen moeten ervoor zorgen dat ze geen ernstige afbreuk doen aan andere milieudoelstellingen. Dit wordt aangepakt via de criteria ‘geen ernstige afbreuk doen aan’ (DNSH - Do No Significant Harm), die DEME heeft beoordeeld voor de resterende toepasselijke doelstellingen. Naast activiteitsspecifieke criteria omvatten deze criteria een reeks algemene eisen. Er werden verschillende interne en publieke documenten, zoals milieueffectbeoordelingen (MEB), analyses van de klimaatveerkracht, werkplannen en vergunningen, gebruikt om deze criteria te evalueren. Een project kan alleen als op de taxonomie afgestemd worden beschouwd wanneer aan alle eisen van de criteria is voldaan.
De minimale sociale waarborgen werden op groepsniveau beoordeeld. DEME heeft zijn interne processen en beleidslijnen doorgelicht om ervoor te zorgen dat ze op bedrijfsniveau voldoen aan de minimale sociale waarborgen. We verwijzen naar deel 4. Governance van deze Duurzaamheidsverklaringen, naar hoofdstuk 05 van het Jaarverslag over corporate governance en risicobeheer en naar onze inspanningen om onze beleidslijnen af te stemmen op de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen en de leidende beginselen inzake bedrijfsleven en mensenrechten van de VN.
Met het oog op nauwkeurigheid en consistentie in de EU- taxonomieberekeningen vermijdt DEME dubbele tellingen tussen economische activiteiten bij het bepalen van de teller voor omzet en CapEx. Voor de omzet wordt elk bedrag geregistreerd onder één enkel project, dat dan wordt toegewezen aan één specifieke EU-taxonomieactiviteit. Voor CapEx wordt elk bedrag toegewezen aan een enkel activum dat aan één EU-taxonomieactiviteit kan worden gekoppeld. Dankzij deze methode wordt elk project en activum op unieke wijze gekoppeld aan één activiteit, waardoor overlapping in de rapportage van omzet of CapEx wordt voorkomen.
In januari 2024 werd het toepassingsgebied van de EU- taxonomieverordening uitgebreid. Bedrijven moeten nu niet alleen beoordelen en rapporteren of ze voldoen aan de Gedelegeerde Handeling Klimaat (die betrekking heeft op klimaatmitigatie en -adaptatie), maar ook aan de Gedelegeerde Handeling Milieu. Dit omvat activiteiten die substantieel bijdragen aan doelstellingen zoals de transitie naar een circulaire economie, preventie en bestrijding van verontreiniging en andere niet-klimaatgerelateerde milieudoelstellingen. Voor DEME betekent deze uitbreiding dat activiteiten zoals recyclagecentra en saneringsoperaties, waarvan voorheen enkel bepaald was dat ze in aanmerking kwamen, nu ook worden beoordeeld op afstemming.
De groep bestaat uit dochterondernemingen (volledig geconsolideerde entiteiten), joint ventures en geassocieerde ondernemingen. Voor segmentrapportagedoeleinden worden de omzet, OpEx of CapEx van joint ventures opgenomen naar rato van het belang van de groep in de joint venture, terwijl ze worden uitgesloten van de officiële IFRS-cijfers. Aangezien de EU-taxonomieverordening gebaseerd is op de officiële IFRS-cijfers, worden noch joint ventures noch geassocieerde ondernemingen opgenomen. Bovendien is DEME actief in verschillende gezamenlijke bedrijfsactiviteiten en neemt het bedrijf in zijn jaarrekening de omzet, kosten, activa en passiva van deze activiteiten op volgens zijn belang in deze gezamenlijke bedrijfsactiviteiten.## 2.1.2.2. Op de taxonomie afgestemde omzet
Op de taxonomie afgestemde omzet verwijst naar de omzet die verband houdt met op de taxonomie afgestemde economische activiteiten, als aandeel van de totale omzet. De omzet van de segmenten Offshore Energy, Dredging & Infra, en Environmental is projectgebaseerd en wordt individueel per project geëvalueerd. Deze projecten omvatten onder meer activiteiten met betrekking tot offshore windenergie, infrastructuurwerken zoals spoorweginfrastructuur, en sanering van vervuilde sites. De omzet met betrekking tot bodem- en sedimentbehandeling is op activa gebaseerd en wordt per activum beoordeeld. Sommige projecten hebben meerdere toepassingsgebieden, die niet allemaal aan de EU-taxonomie kunnen worden gekoppeld. Bijvoorbeeld de bouw van een tunnel voor zowel spoor- als wegvervoer, waarbij enkel het toepassingsgebied van het spoorvervoer in aanmerking komt. Wanneer de omzet van een project niet volledig in aanmerking kan komen, wordt een verdeelsleutel gebruikt om de omzet toe te wijzen van het project of activum dat bijdraagt aan de activiteit die in aanmerking komt voor de taxonomie.
De in aanmerking komende en afgestemde activiteiten van DEME bleven groeien in 2024, met 45% van de omzet van de groep die nu ingedeeld is als in aanmerking komend en 42% als afgestemd, tegenover respectievelijk 42% en 33% in 2023. Deze groei is voornamelijk te danken aan de betrokkenheid van de groep bij extra offshore windprojecten. Bovendien moeten bedrijven, zoals vereist door de EU-taxonomie vanaf 2024, rapporteren dat ze afgestemd zijn op alle zes de milieudoelstellingen. Daarom zijn een aantal milieuactiviteiten van DEME nu ook opgenomen in de op de taxonomie afgestemde omzet.
278
De EU-taxonomieverordening definieert CapEx als investeringen in materiële en immateriële activa die bijdragen aan de op de taxonomie afgestemde economische activiteiten. Dit omvat de geactiveerde kosten met betrekking tot activa of processen die verband houden met op de taxonomie afgestemde economische activiteiten, in verhouding tot de CapEx van DEME – die worden geboekt op basis van IAS 16 (73: (e)(i) en (iii)), en IAS 38 (118: (e)(i))) – maar gecorrigeerd voor cash correcties en bedrijfscombinaties, en aangevuld met IFRS 16-investeringen (53: (h)).
Voor DEME heeft een aanzienlijk deel van de investeringen tijdens een verslagjaar betrekking op zijn vloot. Waar de omzet per project wordt beoordeeld om te bepalen of deze in aanmerking komt en is afgestemd, zijn de CapEx activagerelateerd en kunnen ze doorgaans niet nauwkeurig aan een specifiek project worden toegewezen. De segmentering van de DEME-vloot is gebaseerd op de aard van het materieel dat voor de activiteiten van een specifiek segment bestemd is. Een overzicht van de vloot van DEME is opgenomen in hoofdstuk 08. Bijlage – vloot en apparatuur. De DEME-schepen worden voortdurend ingezet voor verschillende projecten wereldwijd, zodat geen geografische segmentering kan worden toegepast.
De CapEx-berekening is gebaseerd op het jaarlijkse investeringsplan van DEME, waarbij de CapEx die in aanmerking komen voor en afgestemd zijn op de taxonomie betrekking hebben op de bouw, de upgrade en het onderhoud van schepen die worden ingezet voor de offshore windactiviteiten van DEME. Verwijzing wordt gemaakt naar Hoofdstuk 06. Financieel Rapport – toelichting (7) – Materiële vaste activa. Voor schepen die werken uitvoeren voor zowel taxonomisch in aanmerking komende als niet in aanmerking komende projecten, worden de CapEx toegewezen op basis van een verdeelsleutel. De sleutel wordt afgeleid van de bijdrage van dat type schip aan de omzet gegenereerd door taxonomisch in aanmerking komende en niet in aanmerking komende projecten.
Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen in aanmerking komende en afgestemde CapEx, aangezien de offshore windactiviteiten van DEME hoogst waarschijnlijk zullen worden afgestemd wanneer ze in aanmerking komen. Bovendien worden de meeste schepen niet toegewezen aan één specifiek offshore windproject, maar dragen ze bij aan meerdere projecten, zodat het toepassingsgebied en de uitvoering consistent blijven, ongeacht of het project in aanmerking komt of afgestemd is. De voor de taxonomie in aanmerking komende en afgestemde CapEx bleven vrij stabiel op respectievelijk 47% en 46%,
07 — Duurzaamheidsverklaringen DEME Jaarverslag 2024 279
in vergelijking met 49% in 2024. Alle afgestemde CapEx hebben betrekking op investeringen voor activiteiten die bijdragen aan de activiteiten 4.3, 6.14, 2.4 en 2.7 van de EU-taxonomie. De meeste van deze CapEx houden verband met DEME-schepen die betrokken zijn bij de installatie en bouw van offshore windmolenparken (activiteit 4.3). In 2024 waren de investeringen vooral toegespitst op ‘Yellowstone’, een nieuw valpijpschip.
In overeenstemming met de EU-taxonomieverordening heeft DEME zijn operationele uitgaven (OpEx) beoordeeld op basis van de voorgeschreven definitie, die een beperkende lijst omvat van niet-geactiveerde kosten met betrekking tot R&D, kortetermijnleases, onderhoud en reparatie, en andere directe uitgaven die nodig zijn voor het blijven functioneren van bedrijfsmiddelen. Verwijzing wordt gemaakt naar Hoofdstuk 06. Financieel Rapport – toelichting (5) – Immateriële vaste activa en toelichting (23) - Leaseverplichtingen.
Vaste kosten, grondstoffen, personeelskosten in verband met bedrijfsuitrusting, en andere door de verordening gespecificeerde kosten worden van deze berekening uitgesloten. Gelet op het businessmodel van DEME zijn de in de EU- taxonomieverordening gedefinieerde OpEx beperkt tot niet-geactiveerde onderhoudskosten (aangezien onderhoudskosten grotendeels onder kapitaaluitgaven vallen), kosten van kortetermijnleases en bepaalde R&D-kosten. Een groot aantal niet-geactiveerde R&D-activiteiten wordt uitgevoerd via geassocieerde ondernemingen (ondernemingen geboekt volgens de vermogensmutatiemethode) en zijn daarom niet opgenomen in het toepassingsgebied van de EU-taxonomie. Bovendien hebben de meeste R&D-uitgaven van DEME betrekking op personeelskosten, die volgens de taxonomiedefinitie worden uitgesloten.
Bijgevolg vertegenwoordigen de totale volgens de EU-taxonomie bepaalde OpEx minder dan 5% van de totale gerapporteerde OpEx van DEME. Aangezien de operationele uitgaven volgens de taxonomiedefinitie niet significant zijn voor het businessmodel van DEME, past het bedrijf de vrijstelling toe waarin Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2178 van de Commissie voorziet, waarbij de teller van de OpEx KPI als nul wordt gerapporteerd. De totale waarde van de OpEx- noemer voor 2024 werd berekend op 145.631.222 euro.
280
| Criteria inzake substantiële bijdrage | 2024 | N | Aandeel omzet uit producten of diensten die verband houden met op taxonomie afgestemde economische activiteiten | Rapportage over jaar: 2024 | J; N; J; N; J; N; NIAK NIAK NIAK |
|---|---|---|---|---|---|
| A. VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN | |||||
| A.1. Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) | |||||
| Infrastructuur voor spoorvervoer | KM | 6.14. | 73.055.797 | 1,8% | J |
| Sanering van verontreinigde terreinen en gebieden | PBV | 2.4. | 22.820.582 | 0,6% | NIAK |
| Sortering en terugwinning van ongevaarlijke afvalstoffen | CE | 2.7. | 94.648.133 | 2,3% | NIAK |
| Elektriciteitsopwekking uit windenergie | KM | 4.3. | 1.525.873.389 | 37,2% | Y |
| Omzet ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) (A.1.) | 1.716.397.901 | 41,9% | 39,0% | ||
| Waarvan faciliterend | 73.055.797 | 1,8% | 1,8% | ||
| Sanering van verontreinigde terreinen en gebieden | PPC | 2.4. | 76.494.482 | 1,9% | NIAK |
| Sortering en terugwinning van ongevaarlijke afvalstoffen | CE | 2.7. | 21.359.533 | 0,5% | NIAK |
| Elektriciteitsopwekking uit windenergie | CCM | 4.3. | 51.505.315 | 1,3% | IAK |
| Omzet van voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2.) | 149.359.330 | 3,6% | 1,3% | ||
| A. Omzet van voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten (A.1.+A.2.) | 1.865.757.231 | 45,5% | 40,2% | ||
| B. NIET VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN | |||||
| Omzet niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten | 2.235.401.337 | 54,5% | |||
| Totaal | 4.101.158.568 | 100,0% |
| Aandeel van omzet/totale omzet | Op de taxonomie afgestemd per doelstelling | Voor de taxonomie in aanmerking komend per doelstelling | Code (2) | Omzet (3) | Aandeel omzet, jaar N (4) | Klimaat Mitigatie (5) | Klimaat Adaptatie (6) | Water (7) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| KM | 39,0% | 40,2% | KA | |||||
| 0,0% | 0,0% | |||||||
| WTR | 0,0% | 0,0% | ||||||
| CE | 2,3% | 2,8% | ||||||
| PBV | 0,6% | 2,4% | ||||||
| BIO | 0,0% | 0,0% | ||||||
| Waarvan transitie-ondersteunend | 0 | 0,0% | 0,0% |
281
| GEAAD-criteria (“geen ernstige afbreuk doen aan”) | Verontreiniging (8) | Circulaire Economie (9) | Biodiversiteit (10) | Klimaat Mitigatie (11) | Klimaat adaptatie (12) | Water (13) | Verontreiniging (14) | Circulaire Economie (15) | Biodiversiteit (16) | Minimumgaranties (17) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| NIAK NIAK NIAK | J J J J | J J | J J | J J | J J | 1,8% | F | J | NIAK NIAK | |
| 0,0% | NIAK | J | J J J J J J | |||||||
| 0,0% | NIAK | NIAK | NIAK | |||||||
| 30,7% | ||||||||||
| 0,6% | ||||||||||
| 2,3% | ||||||||||
| 0,0% | ||||||||||
| 9,0% | ||||||||||
| 2,4% | ||||||||||
| 2,8% | ||||||||||
| 1,9% | ||||||||||
| 0,5% | ||||||||||
| 0,0% | ||||||||||
| 41,5% |
J: Ja, is een voor de taxonomie in aanmerking komende en daarop afgestemde activiteit voor de desbtreffende milieudoelstelling
N: Neen, is een voor de taxonomie in aanmerking komende maar niet daarop afgestemde activiteit voor de desbtreffende milieudoelstelling
iak: voor de taxonomie in aanmerking komende activiteit voor de desbetreffende milieudoelstelling
niak: niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteit voor de desbetreffende milieudoelstelling
Aandeel van op taxonomie afgestemde (A.1.) of ervoor in aanmerking komende# 07 — Duurzaamheidsverklaringen DEME Jaarverslag 2024
A. VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN
| Economische activiteiten (1) | Code (2) | CapEx (3) | Aandeel CapEx, jaar N (4) | Klimaat Mitigatie (5) | Klimaat Adaptatie (6) | Water (7) | Verontreiniging (8) | Circulaire Economie (9) | Biodiversiteit (10) | Klimaat Mitigatie (11) | Klimaat adaptatie (12) | Water (13) | Verontreiniging (14) | Circulaire Economie (15) | Biodiversiteit (16) | Minimumgaranties (17) | Aandeel van op taxonomie afgestemde (A.1.) of ervoor in aanmerking komende (A.2.) CapEx, jaar N -1 (18) | Categorie faciliterende activiteit (19) | Categorie transitie - ondersteunende activiteit (20) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Infrastructuur voor spoorvervoer | CCM 6.14. | 7.804.681 | 2,0% | J | N | NIAK | NIAK | NIAK | J | N | NIAK | J | N | NIAK | 7.804.681 | 2,0% | |||
| Sortering en terugwinning van ongevaarlijke afvalstoffen | CE 2.7. | 636.983 | 0,2% | NIAK | NIAK | NIAK | J | NIAK | J | NIAK | J | J | J | J | 636.983 | 0,2% | |||
| Elektriciteitsopwekking uit windenergie | CCM 4.3. | 170.005.370 | 44,1% | J | N | NIAK | NIAK | NIAK | J | N | NIAK | J | N | NIAK | 170.005.370 | 44,1% | |||
| CapEx ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) (A.1.) | 178.447.033 | 46,3% | 46,2% | 0,0% | 0,0% | 0,2% | 46,2% | ||||||||||||
| Waarvan faciliterend | 7.804.681 | 2,0% | 2,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 2,0% | ||||||||||||
| Waarvan transitie-ondersteunend | 0 | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
| Economische activiteiten (1) | Code (2) | CapEx (3) | Aandeel CapEx, jaar N (4) | Klimaat Mitigatie (5) | Klimaat Adaptatie (6) | Water (7) | Verontreiniging (8) | Circulaire Economie (9) | Biodiversiteit (10) | Klimaat Mitigatie (11) | Klimaat adaptatie (12) | Water (13) | Verontreiniging (14) | Circulaire Economie (15) | Biodiversiteit (16) | Minimumgaranties (17) | Aandeel van op taxonomie afgestemde (A.1.) of ervoor in aanmerking komende (A.2.) CapEx, jaar N -1 (18) | Categorie faciliterende activiteit (19) | Categorie transitie - ondersteunende activiteit (20) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Sanering van verontreinigde terreinen en gebieden | PPC 2.4. | 0 | 0,0% | NIAK | NIAK | NIAK | IAK; NIAK | IAK; NIAK | IAK; NIAK | IAK; NIAK | IAK; NIAK | IAK; NIAK | 0,0% | ||||||
| Sortering en terugwinning van ongevaarlijke afvalstoffen | CE 2.7. | 1.701.949 | 0,4% | NIAK | NIAK | NIAK | IAK | NIAK | J | NIAK | J | J | J | J | 1.701.949 | 0,4% | |||
| Elektriciteitsopwekking uit windenergie | CCM 4.3. | 0 | 0,0% | IAK | NIAK | NIAK | J | NIAK | J | NIAK | J | J | J | J | 0 | 0,0% | |||
| CapEx van voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2.) | 1.701.949 | 0,4% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,1% | 0,0% |
| | | 180.148.982 | 46,8% | 46,2% | 0,0% | 0,0% | | 0,4% | | | | | | | | | 46,2% | | |
| OpEx niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten | 205.104.575 | 53,2% | |||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 385.253.557 | 100,00% |
Aandeel CapEx/totaal CapEx
| Op de taxonomie afgestemd per doelstelling | Voor de taxonomie in aanmerking komend per doelstelling | KM | 46,2% | 46,2% | |||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| KA | 0,0% | 0,0% | |||||||||||||||||
| WTR | 0,0% | 0,0% | |||||||||||||||||
| CE | 0,2% | 0,6% | |||||||||||||||||
| PBV | 0,0% | 0,0% | |||||||||||||||||
| BIO | 0,0% | 0,0% |
| Code (2) | CapEx (3) | Aandeel CapEx, jaar N (4) | Klimaat Mitigatie (5) | Klimaat Adaptatie (6) | Water (7) | Verontreiniging (8) | Circulaire Economie (9) | Biodiversiteit (10) | Klimaat Mitigatie (11) | Klimaat adaptatie (12) | Water (13) | Verontreiniging (14) | Circulaire Economie (15) | Biodiversiteit (16) | Minimumgaranties (17) | Aandeel CapEx, jaar N -1 (18) | Categorie faciliterende activiteit (19) | Categorie transitie - ondersteunende activiteit (20) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 47,3% | 0,0% | 0,2% | 0,0% | 49,2% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 1,9% | 0,0% | IAK; NIAK | IAK; NIAK | IAK; NIAK | % | IAK | NIAK | NIAK | ||
| 0,0% | NIAK | IAK | NIAK | 0,1% | NIAK | NIAK | NIAK | 0,0% | 0,0% | 0,4% | 0,0% | 0,1% | ||||||
| 0,6% | 0,0% | 49,3% |
J: Ja, is een voor de taxonomie in aanmerking komende en daarop afgestemde activiteit voor de desbtreffende milieudoelstelling
N: Neen, is een voor de taxonomie in aanmerking komende maar niet daarop afgestemde activiteit voor de desbtreffende milieudoelstelling
iak: voor de taxonomie in aanmerking komende activiteit voor de desbetreffende milieudoelstelling
niak: niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteit voor de desbetreffende milieudoelstelling
De waterbouwkundige werken van DEME met betrekking tot de kerncentrale van Hinkley Point C in het VK zijn niet opgenomen bij de relevante EU-taxonomieactiviteiten. De reden hiervoor is dat de activiteiten 4.27 en 4.28 van de EU-taxonomie vereisen dat de bouwvergunning wordt afgegeven door de bevoegde autoriteiten van een EU-lidstaat. Aangezien Hinkley Point zich in het VK bevindt, vallen deze activiteiten buiten het toepassingsgebied van de EU-taxonomie.
In 2024 heeft DEME geen activiteiten uitgevoerd of gefinancierd die verband houden met fossiele gassen, zoals beschreven in de template in bijlage XII bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2178 van de Commissie, en was DEME niet blootgesteld aan dergelijke activiteiten.
| Feedback | |
|---|---|
| 1. De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan onderzoek, ontwikkeling, demonstratie en uitrol van innovatieve installaties voor elektriciteitsopwekking die energie produceren uit nucleaire processen met een minimum aan afval van de splijtstofcyclus. | Nee |
| 2. De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de bouw en veilige exploitatie van nieuwe nucleaire installaties voor de productie van elektriciteit of proceswarmte, voor onder meer stadsverwarming of industriële processen zoals de productie van waterstof, alsook de verbetering van de veiligheid daarvan, met gebruikmaking van de beste beschikbare technologieën. | Nee |
| 3. De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de veilige exploitatie van bestaande nucleaire installaties die elektriciteit of proceswarmte produceren, voor onder meer stadsverwarming of industriële processen zoals de productie van waterstof uit kernenergie, alsook verbetering van de veiligheid daarvan. | Nee |
| Feedback | |
|---|---|
| 3. De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de bouw of exploitatie van installaties voor elektriciteitsopwekking die elektriciteit produceren uit fossiele gasvormige brandstoffen. | Nee |
| 5. De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de bouw, renovatie en exploitatie van installaties voor warmte-/koudekrachtkoppeling met behulp van fossiele gasvormige brandstoffen. | Nee |
| 6. De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de bouw, renovatie en exploitatie van installaties voor warmteopwekking die warmte/koude produceren met behulp van fossiele gasvormige brandstoffen. | Nee |
SBM-3 E1.SBM-3 E1.IRO-1
In de volgende delen beschrijven we het proces en de methodologie van de analyse van de klimaatveerkracht van DEME, evenals het resultaat wat het bepalen en beoordelen van de klimaatrisico’s betreft. Voor een meer gedetailleerde beschrijving van de klimaatimpacts en -kansen verwijzen we respectievelijk naar deel 2.4. ESRS E1 BKG-emissies en deel 2.3. Milieu – Energietransitie.
In 2024 voerde DEME een analyse van de klimaatveerkracht uit aan de hand van scenario’s van de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering (IPCC). Deze eerste kwalitatieve analyse onderzocht de potentiële impacts van klimaatverandering, met de focus op fysieke en transitierisico’s die relevant zijn voor de eigen activiteiten van DEME. Tot de fysieke risico’s behoren impacts van klimaatverandering, zoals extreme weersomstandigheden, veranderingen in windpatronen, stijging van de zeespiegel en meer neerslag. Transitierisico’s zijn bedrijfsrisico’s die gepaard gaan met de transitie naar een koolstofarme economie. Voorbeelden zijn beleidsveranderingen, technologische vooruitgang en verschuivingen in marktvoorkeuren. Ze kunnen een impact hebben op activiteiten, reputatie en de waarde van activa.
De fysieke en transitierisico’s werden afzonderlijk geëvalueerd op basis van twee verschillende IPCC-scenario’s.# 2.2.1. Klimaatscenario-analyse
DEME heeft een klimaatscenario-analyse verricht aan de hand van het traject voor representatieve concentratie (Representative Concentration Pathway - RCP) 8.5 ‘worst-casescenario’ om de potentiële ‘fysieke risico’s’ te bepalen die mogelijk specifieke structuren kunnen treffen. RCP’s zijn klimaatveranderingsscenario’s ontwikkeld door het IPCC om toekomstige broeikasgasconcentraties te voorspellen. De analyse was toegespitst op EPCI-projecten (Engineering, Procurement, Construction, Installation) voor offshore hernieuwbare energie, met als doel de veerkracht van structuren zoals kabels en funderingen te beoordelen tegen verwachte fysieke risico’s als gevolg van de klimaatverandering. DEME heeft ook een klimaatscenario-analyse verricht aan de hand van het ‘best-casescenario’ RCP 2.6, om de potentiële transitierisico’s voor zijn wereldwijde activiteiten te evalueren. Dit scenario werd toegepast met een breed analytisch toepassingsgebied, dat betrekking heeft op het volledige bedrijf in plaats van op een specifieke subreeks van activa of structuren. Dankzij deze aanpak heeft DEME belangrijke ‘transitierisico’s’ vastgesteld die een materiële impact kunnen hebben op de eigen activiteiten in een transitietraject naar een lage-emissie-economie. Deze risico’s omvatten een mogelijke toename van de regelgevings- en nalevingsdruk, reputatierisico’s, evenals markt- en technologische risico’s. DEME erkent dat deze transitierisico’s een invloed kunnen hebben op inkomstenstromen, exploitatiekosten en strategische positionering op de wereldmarkt.
De IPCC-scenario’s, vooral het worst-casescenario (RCP 8.5) en het best-casescenario (RCP 2.6), belichten meerdere klimaatrisico’s die een grote impact kunnen hebben op de activiteiten van DEME:
Om beter inzicht te krijgen in de fysieke klimaatrisico’s op onze bedrijfslocaties, hebben we een beoordeling uitgevoerd aan de hand van geospatiale gegevens die specifiek zijn voor deze locaties op regionaal niveau. We volgden 4 stappen voor de analyse van de klimaatveerkracht op projectniveau:
| Temperatuurgerelateerd | Windgerelateerd | Watergerelateerd | Chronisch | |
|---|---|---|---|---|
| Temperatuurstijging | Hogere windsnelheid | Verzuring van de oceaan | Veranderingen in windpatronen | |
| Stijging van de zeespiegel | Toename/afname van de gemiddelde neerslag | |||
| # Beleids- en juridische risico’s |
Koolstofheffingen en andere regelgevende initiatieven die de BKG-emissies aanpakken, vormen een groot risico voor DEME, aangezien een groot deel van zijn geconsolideerde omzet gegenereerd wordt in regio’s waar een emissiehandelssysteem (‘ETS’) of koolstofheffing geïmplementeerd is, gepland is voor implementatie, of overwogen wordt. Deze regio’s zijn onder meer Europa (bv. EU-ETS, FuelEU Zeevaart), Azië (bv. nationaal ETS-systeem in China), Noord-Amerika (bv. Canada Output-Based Pricing System), Zuid-Amerika (bv. Argentijnse koolstofheffing), en wereldwijd (bv. IMO- strategie ter vermindering van de broeikasgasemissies van schepen).
Koolstofheffingen en emissiehandelssystemen kunnen directe kosten met zich meebrengen voor DEME en ook de prijzen van goederen en diensten binnen de toeleveringsketen opdrijven (bv. staal, glas, beton). Meer specifiek werd in 2005 het EU-emissiehandelssysteem (EU-ETS), de grootste koolstofmarkt ter wereld, ingesteld als marktgebaseerd mechanisme om de BKG-emissies binnen de EU aan te pakken. Hoewel dit systeem hoofdzakelijk gericht was op energie-intensieve sectoren zoals elektriciteitsproductie en de verwerkende industrie, zijn er onlangs ontwikkelingen bijgekomen. Zo voorziet Richtlijn (EU) 2023/959 van 16 mei 2023 in de opname van BKG-emissies van maritieme vervoersactiviteiten in het bestaande EU-ETS. Deze zijn nu opgenomen in het algemene ETS-plafond, dat de maximale hoeveelheid broeikasgassen bepaalt die in het kader van het systeem in de hele EU-economie mogen worden uitgestoten. Dit plafond wordt mettertijd verlaagd om ervoor te zorgen dat alle ETS-sectoren bijdragen aan de EU-klimaatdoelstellingen.
Scheepvaartmaatschappijen, inclusief eigenaars van offshore schepen, zijn verplicht om (i) hun emissies te rapporteren volgens de monitoring-, rapportage- en verificatieverordening (Verordening (EU) 2023/957) en (ii) EU-ETS-emissierechten te verwerven en in te leveren (gebruiken) voor elke ton gerapporteerde CO₂-emissies, volgens Richtlijn (EU) 2023/959. De verplichting om ETS-emissierechten in te leveren geldt vanaf 2024 voor vracht- en passagiersschepen met een brutotonnage van 5.000 of meer, en wordt vanaf 2027 uitgebreid naar offshore schepen met dezelfde tonnage. Op 16 oktober 2024 heeft de Europese Commissie een gedelegeerde handeling aangenomen tot wijziging van Verordening (EU) 2015/757 (MRV), waarin de BKG-monitoringverplichtingen en ETS-naleving worden verduidelijkt voor specifieke offshore schepen, waaronder baggerschepen, installatieschepen voor windturbines, kabel-/pijpenleggers en/of jack-up vaartuigen. Het ETS-systeem voor maritieme vervoersactiviteiten dekt (i) 50% van de emissies van reizen die buiten de EU beginnen of eindigen en (ii) 100% van de emissies die zich voordoen tussen twee EU-havens en wanneer schepen zich binnen EU-havens bevinden. Tijdens de overgangsfase zullen scheepvaartmaatschappijen een geleidelijk implementatieproces doorlopen binnen het ETS: voor vracht- en passagiersschepen moet 40% van de rechten voor de in 2024 gerapporteerde emissies worden ingeleverd in 2025, gevolgd door 70% van de rechten voor de in 2025 gerapporteerde emissies die in 2026 moeten worden ingeleverd, en dan 100% vanaf 2027. Voor offshore schepen zal 100% van de rechten voor hun in 2027 gerapporteerde emissies moeten worden ingeleverd in 2028. Daarnaast zullen emissies van methaan (CH₄) en distikstofoxide (N₂O) uit maritieme activiteiten vanaf 2024 aan controle onderhevig zijn. Gelet op de goedkeuring van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/3214 van de Commissie zou DEME, in zijn hoedanigheid van eigenaar van offshore schepen, geacht worden om vanaf 1 januari 2025 emissies te rapporteren in het kader van de MRV. Vervolgens zou DEME tegen 2028 voor het eerst 100% van de rechten voor de in 2027 gerapporteerde emissies van zijn offshore schepen moeten inleveren.
Het transitierisico dat voortvloeit uit veranderingen in het overheidsbeleid is verbonden met het risico van potentiële kosten als gevolg van innovatie en nieuwe technologieën. We verwijzen naar deel 02. Milieu, waar de doelstellingen van de groep worden beschreven met betrekking tot de vermindering van BKG-emissies en de vloot. Deze doelstellingen werden vastgelegd om de energie-efficiëntie verder te verhogen, de BKG-emissies direct te verminderen, en op lange termijn te kunnen overschakelen op het gebruik van toekomstige koolstofvrije of nettonul-brandstoffen. Er is echter nog veel onzekerheid over de specifieke brandstoffen die de toekomstige markt zullen domineren, de beschikbaarheid en de bunkercapaciteit ervan. Bijgevolg zijn de precieze investeringen die nodig zijn om de vloot van DEME volledig voor te bereiden op de transitie naar deze toekomstige brandstoffen moeilijk in te schatten. De investeringskosten zullen sterk afhangen van verdere innovaties en technologische doorbraken.
290
Het risico van technologische transitie verwijst ook naar het risico achterhaald te zijn (gestrande activa) dat kan voortvloeien uit technologische vooruitgang. Dit kan leiden tot de vervanging van oudere bedrijfsmiddelen of processen door nieuwere, meer veerkrachtige en energie-efficiënte middelen of processen, met verlies van concurrentievermogen tot gevolg. Risico’s van technologische transitie worden opgevangen door trends in de sector regelmatig op te volgen en te investeren in onderzoek en ontwikkeling om de technologische vooruitgang voor te blijven.
In deze context verwijst het reputatierisico voor DEME naar elke factor die het vertrouwen van stakeholders in het engagement van het bedrijf voor klimaatmitigatie en -adaptatie kan ondermijnen. Gelet op de sterke marktpositie van DEME en de aard van zijn activiteiten, die vooral op hernieuwbare energie en milieuoplossingen gericht zijn, lijken de reputatierisico’s op dit vlak laag te zijn. Maar om zijn rol te behouden, moet DEME aan de verwachtingen van de stakeholders blijven voldoen door zijn engagement voor energie-efficiëntie, de vermindering van BKG-emissies en de energietransitie waar te maken. Door consequent aan deze verwachtingen te beantwoorden, behoudt DEME een laag reputatierisicoprofiel en versterkt het bedrijf zijn marktpositie als betrouwbare leverancier van oplossingen voor klimaatadaptatie en energietransitie.
De impact van potentiële kosten is afhankelijk van doorberekeningsclausules in het contract, die voor elk project anders zijn. Op 31 december 2024 zijn er geen EU-ETS-emissierechten of certificaten voor hernieuwbare energie opgenomen in de geconsolideerde balans, en heeft de groep ook geen verplichting met betrekking tot BKG-emissies gerapporteerd. Voor boekjaar 2024 werden geen bestaande materiële impacts op het oordeel en de ramingen in de financiële rapportering vastgesteld die voortvloeien uit het klimaattransitierisico. We verwijzen ook naar deel 2.4.12. ‘Beoogde financiële effecten van materiële fysieke en transitierisico’s en potentiële klimaatkansen’.
Deze eerste kwalitatieve beoordeling legt de basis voor ruimere toekomstige evaluaties die kwantitatieve gegevens zullen omvatten en het volledige toepassingsgebied van de activiteiten van DEME zullen bestrijken. Uit de analyse van de klimaatveerkracht blijkt dat de voornaamste fysieke risico’s voor de maritieme operaties van DEME verband houden met extreme weersomstandigheden. Deze weersomstandigheden kunnen een impact hebben op de operabiliteit van de schepen, wat tot uitval en vertragingen in de projecten en tot hogere exploitatiekosten kan leiden. DEME integreert echter al klimaatprognoses in zijn operationele processen, waardoor het bedrijf zijn vlootactiviteiten kan optimaliseren, de veiligheid van de bemanning kan verbeteren en verstoringen tot een minimum kan beperken. Er werd een analyse verricht op basis van klimaatscenario’s om na te gaan in welke mate de door DEME ontworpen en gebouwde offshore structuren bestand zijn tegen klimaatrisico’s. De evaluatie gebruikte het RCP 8.5-scenario van het IPCC, dat een worst-case klimaatprognose inhoudt. De resultaten geven aan dat de offshore structuren van DEME, inclusief kabels en funderingen, bestand zijn tegen de beoordeelde klimaatrisico’s. Er werd uitgegaan van een operationele levensduur van 25 jaar om er zeker van te zijn dat deze structuren zich kunnen aanpassen aan toekomstige klimaatomstandigheden. De analyse legt ook transitierisico’s voor alle activiteiten van DEME vast volgens het RCP 2.6-scenario, zoals hogere regelgevingskosten en mogelijke veranderingen in de marktvraag. DEME is echter strategisch gepositioneerd
| Type transitierisico | Beschrijving van het risico | Beschrijving van de impact | Omvang van de impact | Mitigatiemaatregelen |
|---|---|---|---|---|
| Beleid & juridisch | Strenge klimaatregelgeving, vooral in Europa | Verplichting om ETS-emissierechten in te leveren | DEME zou tegen 2028 voor het eerst 100% van de rechten voor de in 2027 gerapporteerde emissies van zijn offshore schepen moeten inleveren. | Clausules in de contracten van DEME |
| Innovatie & technologie | Transitie naar koolstofarme brandstoffen | Energie-efficiëntie | Brandstoffen bepalen een aanzienlijk deel van de exploitatiekosten + Groeiende marktvraag naar koolstofarme infrastructuur van schepen | Trends opvolgen en investeren in R&D |
| Marktrespons & reputatierisico’s | Toenemende druk van stakeholders om aan hun verwachtingen te voldoen | Vertrouwen van stakeholders | Consequent aan de verwachtingen voldoen |
07 — Duurzaamheidsverklaringen DEME Jaarverslag 2024 291
om extra kansen binnen de hernieuwbare energiesector te benutten en zo bij te dragen aan de shift naar een koolstofarme economie. De proactieve maatregelen van DEME om transitierisico’s aan te pakken, wijzen op een engagement om op lange termijn veerkrachtig te blijven in een context van snel evoluerende regelgeving.# 2.3. ESRS 1 Entiteitspecifieke energietransitie (materieel)
ESRS1 ENTITY-SPECIFIC E1.IRO-1 SBM-3
De energietransitie is om meerdere redenen van cruciaal belang. In de eerste plaats helpt ze om de klimaatverandering te temperen door de BKG-emissies te verminderen via de shift van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare en schone energiebronnen. Deze transitie is essentieel om ernstige gevolgen zoals extreme weersomstandigheden, de stijging van de zeespiegel en verlies van biodiversiteit tegen te gaan. Ten tweede stimuleert de energietransitie de economische groei en energieonafhankelijkheid door nieuwe industriële mogelijkheden en banen te creëren, de afhankelijkheid van geïmporteerde fossiele brandstoffen te verminderen en de nationale energiebevoorradingszekerheid te vergroten. Ten slotte verbetert ze de volksgezondheid en het welzijn door het terugdringen van verontreinigende stoffen die vrijkomen bij de verbranding van fossiele brandstoffen.
DEME heeft ‘energietransitie’ als een materieel thema aangemerkt. Het entiteitspecifieke thema wordt gedefinieerd als ‘Onze oplossingen voor offshore hernieuwbare energie uitbreiden en nieuwe maritieme oplossingen verkennen voor de productie, aansluiting en opslag van hernieuwbare energie’. Dit houdt niet alleen een materiële positieve milieu- en maatschappelijke impact in, door het verminderen van BKG- emissies en het temperen van de klimaatverandering, maar biedt ook een materiële zakelijke opportuniteit voor DEME. Het globale proces om de impacts, risico’s en kansen met betrekking tot het materiële thema ‘energietransitie’ te bepalen, wordt beschreven in deel 1.4. Dubbele materialiteitsbeoordeling.
Technologieën voor offshore hernieuwbare energie spelen een belangrijke rol in het verminderen van de BKG-emissies, die in hoge mate bijdragen aan de opwarming van de aarde. DEME is een pionier in de offshore windenergiesector en erkent het cruciale belang van windenergie in de wereldwijde energietransitie en de aanzienlijke impact ervan op het verlagen van de broeikasgasemissies. Volgens het ‘Sustainable Recovery Report’ van 2020 van het IEA bedroegen de vermeden jaarlijkse directe CO₂-emissies per gigawatt (GW) offshore windenergie 3,5 miljoen ton (Mt) CO₂ in vergelijking met steenkool zonder emissiereductie (‘unabated coal’), en 1,6 Mt CO₂ in vergelijking met aardgas.
De wereldwijde vraag naar energie en de behoefte aan schonere brandstoffen zwengelen transformerende veranderingen aan. Uit het ‘World Energy Outlook’-rapport van 2023 van het Internationaal Energieagentschap (IEA) blijkt dat investeringen in schone energie jaarlijks bijna 2 biljoen USD bereiken, wat bijna het dubbele is van de uitgaven voor olie, gas en steenkool. Deze verschuiving bevestigt het belang van schone energietechnologieën. Het ‘Market Overview Report’ van 4C Offshore over Q3 2024 geeft positieve vooruitzichten voor de wereldwijde offshore windenergie, met een capaciteit van naar schatting meer dan 250 GW in 2030. Het rapport onderstreept dat problemen in de toeleveringsketen, technologische uitdagingen en beleidsoverwegingen aangepakt moeten worden om het momentum te behouden. Aanpassingsvermogen en innovatie zullen cruciaal zijn om het volledige potentieel aan offshore windenergie te realiseren en de wereldwijde doelstellingen inzake hernieuwbare energie te halen.
In de offshore hernieuwbare energie bestrijkt DEME de volledige ‘Balance of Plant’-scope voor windmolenparken, waaronder funderingen, turbines, inter-array en exportkabels, en substations. We werken met verschillende contractstructuren, gaande van T&I (transport en installatie) tot EPCI- overeenkomsten (Engineering, Procurement, Construction, Installation). DEME biedt ook diensten aan op het gebied van exploitatie en onderhoud, logistiek, reparatie en ontmanteling.
De energietransitie biedt DEME een materiële kans om zijn segment Offshore Energy uit te breiden. De initiatieven van DEME om de klimaatverandering aan te pakken, bieden extra vooruitzichten. Met expertise en middelen in offshore energie werkt DEME aan de hernieuwbare energie-infrastructuur, de ondersteuning van offshore windenergieprojecten, en de verbetering van de productie, de opslag en het vervoer van hernieuwbare energie, wat een bijdrage levert aan een duurzame veilige energietoekomst.
De financiële gevolgen van de gerealiseerde of te realiseren materiële kans in de offshore energiebusiness zijn terug te vinden in hoofdstuk 06. Financieel Rapport - toelichting 1 – Omzet en orderboek’.
292
Hoewel er geen specifiek beleid is voor de offshore windactiviteiten, zijn het bestuurskader en het algemene beleid van DEME gericht op de succesvolle uitvoering van offshore windenergieprojecten, met inachtneming van de hoogste normen op het vlak van veiligheid, uitmuntendheid en duurzaamheid.
Om te anticiperen op en te profiteren van de groei in de offshore windsector, heeft DEME verschillende strategische acties ondernomen. Ten eerste blijft DEME investeren in ultramoderne schepen en uitrusting die afgestemd zijn op offshore windprojecten. Dit omvat onder meer de aankoop van nieuwe kabellegschepen en de upgrade van bestaande installatieschepen om met grotere windturbinecomponenten te kunnen werken. Ten tweede vervult het bedrijf een pioniersrol bij de ontwikkeling en implementatie van innovatieve technologieën voor offshore windinstallatie, zoals geavanceerde ontwerpen van funderingen. Ten derde werkt DEME samen met belangrijke stakeholders, waaronder regeringen, energiebedrijven en technologieproviders, om offshore windinitiatieven te stimuleren en het succes van projecten te verzekeren. Tot slot integreert DEME duurzaamheid in zijn projectuitvoering, waarbij de focus ligt op het verminderen van de koolstofvoetafdruk van zijn activiteiten en het bevorderen van de milieuvoordelen van offshore windprojecten.
De vooruitgang in de energietransitie wordt gemonitord door afstemming op relevante activiteiten uit de EU- taxonomie die de energietransitie ondersteunen. Voor 2024 was deze afstemming beperkt tot activiteit ‘4.3 Elektriciteitsproductie uit windenergie’ zoals toegelicht in deel 2.1. over de rapportage overeenkomstig artikel 8 van Verordening 2020/852 (Taxonomieverordening). Elk jaar werkt DEME zijn lijst met activiteiten uit de EU-taxonomie bij. In de toekomst zal de afstemming van de energietransitie dan ook niet beperkt blijven tot activiteit 4.3, maar mogelijk ook andere relevante EU-taxonomieactiviteiten omvatten die de energietransitie ondersteunen.
De volgende tabel illustreert de vooruitgang in de afstemming op de EU-taxonomie voor de omzet met betrekking tot activiteit 4.3 over de afgelopen twee jaar.
| Jaar | Omzet afgestemd op EU-taxonomie (4.3) | Totaal omzet offshore energie | Percentage afgestemd op EU-taxonomie (4.3) |
|---|---|---|---|
| 2023 | € 2.574 miljoen | € 3.358 miljoen | 77% |
| 2024 | € 3.075 miljoen | € 3.879 miljoen | 79% |
De afgestemde omzet is tussen 2023 en 2024 met bijna 20% gestegen. De groei is hoofdzakelijk toe te schrijven aan de uitbreiding van de DEME-portefeuille met nieuwe projecten in de sector van de hernieuwbare energie. Terwijl eerder beoordeelde projecten bleven bijdragen aan het afstemmingspercentage, zorgde de opname van bijkomende hernieuwbare projecten voor een verdere stijging van het totale afstemmingspercentage. DEME heeft geen specifiek streefdoel vastgelegd voor het in aanmerking komen voor of de afstemming op de EU- taxonomie, aangezien dit onderhevig is aan schommelingen in het orderboek en de uitgevoerde projecten.
Broeikasgasemissies zijn gassen in de atmosfeer die infraroodstraling kunnen absorberen, warmte vasthouden en een broeikaseffect creëren. DEME is actief in een sector met een hoge intensiteit aan BKG-emissies, die bijdragen tot de opwarming van de aarde.
E1.IRO-1 E1-1 E1-2 E1-3 E1-4 E1-5 E1-6 E1-7 E1-8 E1-9
Het thema ‘broeikasgasemissies’ is materieel voor DEME vanuit een impactperspectief omwille van de belangrijke milieu- en maatschappelijke gevolgen. Het wordt ook als materieel beoordeeld vanuit een financieel perspectief. BKG- emissies kunnen immers een beduidende impact hebben op de toekomstige resultaten van DEME, voornamelijk door de financiële impact van toekomstige emissiehandelssystemen op onze sector. Meer details hierover vindt u in de delen 1.4. Dubbele Materialiteitsbeoordeling en 2.2. Klimaatbestendigheid en klimaatgerelateerde impact, risico’s en kansen’.
BKG-emissies terugdringen en de klimaatverandering aanpakken zijn cruciale doelstellingen voor de internationale gemeenschap. De 1,5°C-doelstelling van het Akkoord van Parijs onderstreept de noodzaak van aanzienlijke wereldwijde emissiereducties tegen 2050, en DEME is vastberaden om zijn activiteiten tegen 2050 klimaatneutraal te maken (Scope 1 & 2). Een centraal aandachtspunt voor DEME is de reductie van de BKG-emissies in onze activiteiten en waardeketens. Onze directe BKG-emissies houden voornamelijk verband met onze scheepsvloot.# 07 — Duurzaamheidsverklaringen
De indirecte BKG-emissies van de activiteiten binnen onze waardeketen (Scope 3) is voornamelijk toe te schrijven aan de inkoop van goederen en diensten, kapitaalgoederen, brandstof- en energiegerelateerde activiteiten die niet zijn opgenomen in Scope 1 of Scope 2, zakenreizen en upstream geleasede activa. Om onze doelstelling voor 2050 te halen, hebben we een roadmap geïmplementeerd die steunt op drie hefbomen voor decarbonisatie: operationele efficiëntie, technische efficiëntie en brandstofshift. We hebben ook een tussentijdse doelstelling vastgelegd op het vlak van BKG-intensiteit om tegen 2030 40% van de BKG-emissies te verminderen ten opzichte van het basisjaar 2008.
| 2024 | 2023 |
|---|---|
| EU-taxonomieactiviteit ‘4.3 Elektriciteitsproductie uit windenergie’ | |
| % in aanmerking komende omzet | 38% |
| % afgestemde omzet | 37% |
DEME heeft zich consequent toegespitst op het verbeteren van de operationele efficiëntie van zijn vloot en productiviteit en op het invoeren van brandstofbesparende technologieën, wat heeft geleid tot een daling van de BKG-intensiteit. Toch blijft de shift naar andere brandstoffen een uitdagende hefboom, aangezien DEME dit niet voor onbepaalde tijd alleen kan doen. In plaats daarvan moet een coherente en algemene invoering van alternatieve brandstoffen in de hele waardeketen worden bevorderd. Op korte tot middellange termijn focust DEME op de integratie van koolstofarme transitiebrandstoffen zoals (bio) LNG en (mengsels van) biobrandstoffen. Ondanks de huidige afwezigheid van regelgeving die het gebruik van koolstofarme brandstoffen in de energiemix in de maritieme offshore sector verplicht of aanmoedigt, heeft DEME zich proactief daartoe verbonden om koolstofarme brandstoffen op te nemen in zijn duurzaamheidsgerelateerde leningen sinds 2022, zoals verder gedetailleerd in hoofdstuk Hoofdstuk 06. Financieel Rapport – toelichting (21) - Rentedragende schuld en netto financiële schuld. De gebruikte hoeveelheid koolstofarme brandstoffen in 2024 geeft echter aan dat het volhouden van deze inspanningen op vrijwillige basis aanzienlijke uitdagingen met zich meebrengt. De beperkte markt voor koolstofarme brandstoffen in onze operationele regio en het feit dat er geen wijdverspreide invoering is in onze sector, vormen belangrijke obstakels voor onze doelstellingen. Op middellange tot lange termijn moeten het businessmodel en de decarbonisatiestrategie van DEME blijven evolueren, en staan we ook voor verschillende andere belangrijke uitdagingen. Deze omvatten aanhoudende onzekerheden met betrekking tot de beschikbaarheid en schaalbaarheid van nieuwe technologieën, het bepalen welke specifieke (netto) koolstofvrije brandstoftypes de toekomstige markten zullen domineren, hun beschikbaarheid en de capaciteit om ze wereldwijd te bunkeren. De weg naar decarbonisatie is complex. In plaats van ambitieuze streefdoelen te bepalen zonder concrete acties, geeft DEME de voorkeur aan jaarlijkse vooruitgang door operationele uitmuntendheid, beschikbare technologieën en innovatie. Het is van cruciaal belang om ons decarbonisatieplan verder te integreren en af te stemmen op de algemene bedrijfsstrategie en financiële planning van DEME. Dit zal ons toelaten om beter te begrijpen hoe potentiële ingesloten BKG-emissies van belangrijke activa de huidige en toekomstige doelen voor de reductie van BKG-emissies kunnen beïnvloeden. Bijgevolg zal DEME in de volgende delen dieper ingaan op zijn actieve inspanningen om de BKG-emissies te verminderen door middel van beleidslijnen, acties en doelstellingen in verband met de eigen activiteiten. Wat de emissies in de waardeketen betreft, zullen we ons de komende jaren focussen op het verbeteren van de gegevensinzameling en -kwaliteit, het vastleggen van vergelijkbare referentiewaarden en het verder verrijken van onze kennis en expertise met betrekking tot de BKG-emissies in onze waardeketens door middel van tools voor leveranciersbeoordeling. DEME heeft zijn strategieën voor BKG-emissies nog niet gebundeld in een transitieplan zoals bepaald in ESRS E1. We zijn echter van plan om het transitieplan van DEME af te stemmen op de komende Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDD) en alle toekomstige verduidelijkingen of richtsnoeren die tussentijds worden gepubliceerd.
DEME heeft een uitgebreid beleid inzake energie en broeikasgassen opgesteld. Dit beleid beschrijft onze doelstellingen inzake energie-efficiëntie en de reductie van de BKG-emissies, evenals de methodes die we willen gebruiken om deze doelstellingen te halen. De CEO draagt de grootste verantwoordelijkheid voor de uitvoering van dit beleid. Specifiek streeft DEME ernaar om:
Het beleid inzake energie en broeikasgassen bevat momenteel geen specifiek beleid voor klimaatadaptatie. Het beleid omvat alle activiteiten en benadrukt de samenwerking tussen verschillende afdelingen. De nadruk ligt daarbij op het minimaliseren van de impact op het milieu en het verbeteren van de energie-efficiëntie. Het beleid is universeel van toepassing doorheen de hele organisatie, zowel upstream als downstream in de waardeketens. Het beleid verplicht tot het naleven van meerdere normen en initiatieven, waaronder ISO 14001 (Milieumanagementsystemen), ISO 14064-1 (rapportage en verificatie van broeikasgassen) en ISO 50001 (Energiemanagementsysteem).
In het kader van het ISO 50001 Energiemanagementsysteem van DEME werden vijf significante energieverbruikers (SEU’s) geïdentificeerd: schepen, gebouwen, machines en uitrusting, personenvervoer en inkoop van goederen en diensten. Dit kader integreert het energiebeheer met het beheer van BKG-emissies. Het team energiebeheer van DEME wijst middelen toe om de energie- en emissiedoelstellingen voor deze SEU’s te halen. De strategie bestaat erin om te anticiperen op wetswijzigingen, op de hoogte te blijven van nieuwe methodes en maatregelen, mogelijkheden voor energiebesparing in processen en projecten te identificeren en de transparantie over emissies te behouden. DEME herziet en past de prestatie-indicatoren voor zijn SEU’s periodiek aan om de relevantie en doeltreffendheid te behouden. Tijdens de jaarlijkse evaluatie van het beheer van de energie- en broeikasgasemissies wordt het actieplan opgesteld en afgestemd op de SEU’s, rekening houdend met de interne en externe context. Het plan geeft prioriteit aan de 294 belangrijkste energieverbruikers, en wordt op verschillende niveaus van de organisatie geïmplementeerd. Stakeholders en verantwoordelijke personen worden geïnformeerd via gestructureerde communicatie en transparantie over emissies.
Op basis van een uitgebreide gegevensinzameling kan ongeveer 90% van de totale wereldwijde BKG-emissies van DEME voor Scope 1 en 2 worden toegeschreven aan zijn schepen. De resterende Scope 1- en 2-emissies zijn verdeeld over gebouwen, machines en uitrusting en personenvervoer. Daarom focussen we in de volgende delen op de decarbonisatiestrategieën, de implementatie van belangrijke acties en de gerealiseerde emissiereducties die specifiek betrekking hebben op de scheepsvloot van DEME.
Om de BKG-uitstoot van onze schepen te verminderen, hebben we een strategie geïmplementeerd die steunt op drie decarbonisatiehefbomen:
In de afgelopen jaren heeft DEME zich toegespitst op het verbeteren van de operationele efficiëntie en productiviteit van zijn vloot. Dat heeft geleid tot een daling van de BKG-intensiteit. In 2024 zijn er inspanningen geleverd om dashboards te ontwikkelen die de vooruitgang op het vlak van operationele efficiëntie opvolgen. Deze dashboards tonen de relatieve brandstofbesparingen per jaar en zijn gebaseerd op gerapporteerde optimalisaties, zoals milieuvriendelijk manoeuvreren, rompreiniging, just-in-time aankomsten, eco-snelheid, specifieke operationele projectverbeteringen en het uitschakelen van niet-essentiële verbruikers aan boord van de schepen. Er werden inspanningen geleverd om te zorgen voor regelmatige en transparante communicatie met de bemanning, tools te verschaffen om hun initiatieven inzake operationele efficiëntie te ondersteunen en de betrokkenheid van de bemanning te vergroten door middel van scheepsbezoeken en het delen van succesverhalen.
In 2023 lanceerde de groep een vijfjarig investeringsplan voor een bedrag van ongeveer 30 miljoen euro. Het belangrijkste doel van dit initiatief is om brandstofbesparende technologieën in de hele vloot in te voeren. Deze technologieën omvatten optimalisatie van de aandrijving door middel van combinatorcurves en het ontwerp van schroefbladen, evenals aandrijfeenheden met variabele frequentie voor pompen en ventilatoren om energie op aanvraag te leveren.
In 2024 werd ongeveer 15.000 ton LNG en biobrandstofmengsels gebunkerd. Naast het huidige gebruik van koolstofarme brandstoffen start DEME zijn eerste pilootprojecten om praktische kennis op te doen met toekomstige (netto) koolstofvrije brandstoffen. ‘Yellowstone’, ons nieuwe schip dat in de eerste helft van 2024 aan de vloot werd toegevoegd en werd omgebouwd van bulkcarrier tot valpijpschip (ombouw voornamelijk in 2023), is klaar om hét baanbrekende dual-fuel valpijpschip van de sector te worden. Het voldoet volledig aan de nieuwste emissienormen en is voorbereid op het gebruik van (groene) methanol.
DEME neemt duurzaamheid en ESG-impact op in alle business cases en budgetvoorstellen als onderdeel van een volledige set selectiecriteria. DEME doet dit vooraleer het enige toekomstgerichte zakelijke beslissing neemt. Deze aanpak betekent op dit moment dat bijkomende operationele (OpEx) en kapitaaluitgaven (CapEx) of middelen die specifiek verband houden met de roadmap voor decarbonisatie niet afzonderlijk worden geregistreerd.
07 — Duurzaamheidsverklaringen
DEME Jaarverslag 2024 295
Kapitaalinvesteringen moeten afgestemd zijn op onze duurzaamheidsdoelen en -doelstellingen. Voorstellen voor investeringen en CapEx worden echter beoordeeld aan de hand van een geïntegreerde aanpak die niet specifiek rekening houdt met bijkomende middelen en uitgaven gekoppeld aan deze duurzaamheidsdoelstellingen. Een illustratief voorbeeld hiervan is het bovengenoemde nieuwe schip, ‘Yellowstone’. Dat schip voldoet volledig aan de nieuwste emissienormen en is voorbereid op het gebruik van groene methanol; het is bovendien voorzien van een hybride energiecentrale met een 1 MWh Li-ion batterij, wat bijkomende brandstofbesparende voordelen biedt.
Verwijzing wordt gemaakt naar Hoofdstuk 06. ‘Financieel Rapport – toelichting (7) – Materiële vaste activa. Voor informatie over de kapitaalinvesteringen van DEME in het kader van de KPI’s op grond van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2178 van de Commissie, verwijzen we naar deel 2.1 Rapportage in het kader van artikel 8 van Verordening 2020/852 (Taxonomieverordening). Zoals uiteengezet in dit deel hebben alle in aanmerking komende en afgestemde investeringen betrekking op gedane investeringen voor activiteiten die bijdragen aan de EU- taxonomie activiteiten 4.3, 6.14, 2.4 en 2.7 van de EU. Het grootste deel van deze CapEx heeft betrekking op schepen van DEME die betrokken zijn bij de installatie en bouw van offshore windmolenparken (activiteit 4.3). In 2024 waren de investeringen voornamelijk bestemd voor ‘Yellowstone’.
Tot slot blijft er een grote mate van onzekerheid bestaan over de specifieke brandstoffen die de toekomstige markt zullen domineren, hun beschikbaarheid en de bunkercapaciteit. Bijgevolg zijn de precieze investeringen die nodig zijn om de vloot van DEME volledig voor te bereiden op de transitie naar deze toekomstige brandstoffen moeilijk in te schatten. De investeringskosten zullen sterk afhangen van verdere innovaties en technologische doorbraken.
In 2024 heeft DEME de belangrijkste categorieën geïdentificeerd om de Scope 3 BKG-emissies te berekenen. De meeste emissies in onze project-waardeketen zijn afkomstig van de aankoop van goederen en diensten (zoals beton, staal en kabels), kapitaalgoederen (nieuwbouw of conversie van schepen), upstream brandstof- en energiegerelateerde activiteiten, zakenreizen (airmiles voor zakenreizen) en upstream geleasede activa (brandstof van schepen van derden).
Als onderdeel van de inspanningen om de toeleveringsketen koolstofvrij te maken, is DEME met behulp van een tool voor leveranciersbeoordeling een verbintenis aangegaan met core en strategische leveranciers om de duurzaamheid van de toeleveringsketen te evalueren. Deze leveranciers omvatten verschillende aankoopcategorieën, en werden beoordeeld en kregen een score voor verschillende duurzaamheidsthema’s, zoals milieuaspecten en aspecten omtrent BKG-emissiereductie, maar ook arbeids- en mensenrechten, ethiek en duurzame inkooppraktijken. Daarnaast heeft DEME zijn eigen duurzame inkooppraktijken verbeterd door onder andere ‘kampioenen’ aan te stellen binnen verschillende inkoopteams, de governance van het duurzame inkoopprogramma te versterken, het inkoopbeleid te herzien en inkoopsoftware te implementeren.
| Doelstelling | 1 | |||
|---|---|---|---|---|
| 40% minder BKG-emissies tegen 2030 in vergelijking met 2008 per gebaggerde m3 of geïnstalleerde MW | ||||
| Reikwijdte | DEME Schepen | |||
| Doelstelling | 40% | Eenheid | CO₂e/arbeidseenheid (gebaggerde m³ of geïnstalleerde MW) | |
| Absoluut / Relatief | Relatief (BKG-intensiteit) | Basiswaarde / Referentiejaar | 100% / 2008 | Periode |
| Tussentijdse doelstellingen | - | |||
| Doelstelling | 2 | |||
| 17% verbruikte koolstofarme (op energie gebaseerde) brandstoffen in vergelijking met de totale verbruikte (op energie gebaseerde) brandstoffen tegen 2026 | ||||
| Reikwijdte | DEME Schepen | |||
| Doelstelling | 17% | Eenheid | % | |
| Absoluut / Relatief | Relatief | Basiswaarde / Referentiejaar | 2% / 2021 | Periode |
| Tussentijdse doelstellingen | 5% / 2022 - 8% / 2023 - 11% / 2024 - 14% / 2025 - 17% / 2026 |
296
De volgende toelichting schetst de gebruikte methodes om de toepassing van het beleid inzake energie en broeikasgasemissies en de belangrijkste acties op te volgen. DEME heeft nog geen absolute resultaatgerichte doelstellingen vastgelegd voor de reductie van BKG-emissies. Er werden echter twee alternatieve doelstellingen bepaald, die specifiek betrekking hebben op emissies van schepen. Deze doelstellingen zijn bedoeld om de energie-efficiëntie te verbeteren, de intensiteit van de BKG-emissies te verminderen en de transitie naar netto nul of koolstofvrije brandstoffen op lange termijn te ondersteunen. Beide doelstellingen zijn gebaseerd op een relatieve benadering en worden beschouwd als bruto doelstellingen; er wordt dus geen rekening gehouden met broeikasgasverwijderingen, koolstofkredieten of vermeden emissies. De betrokken activiteiten omvatten de activiteiten van de operationele schepen, die ongeveer 90% van de BKG- emissies van DEME vertegenwoordigen (Scope 1 & Scope 2).
DEME heeft zich als doel gesteld om de BKG-intensiteit van zijn vloot tegen 2030 met 40% te verminderen ten opzichte van het basisjaar 2008. De BKG-intensiteit wordt gemeten in termen van CO₂-eq. per arbeidseenheid, hetzij per gebaggerde kubieke meter of per geïnstalleerde megawatt. De nulmeting wordt vastgesteld op 100%. Deze doelstelling is in lijn met de strategie inzake BKG van de Internationale Maritieme Organisatie van 2023. Die streeft naar een vermindering van de koolstofintensiteit als gemiddelde voor de internationale scheepvaart met ten minste 40% tegen 2030 ten opzichte van het basisjaar 2008, en naar een zo snel mogelijke piek in de BKG-emissies van de internationale scheepvaart en naar netto nul BKG-emissies tegen 2050 of daaromtrent. Dit is in overeenstemming met de inspanningen om de langetermijndoelstelling van artikel 2 van het Akkoord van Parijs te halen. Aangezien afstemming op de sectorale aanpak werd nagestreefd, werden klimaatscenario’s niet in overweging genomen.
DEME heeft de vermindering geëvalueerd van zijn doelstelling op het vlak van BKG-intensiteit voor 2030. Tegen eind 2024 had DEME zijn BKG-intensiteit met 29,9% verminderd ten opzichte van het basisjaar 2008. Lloyds Register heeft de methodologie, data, processen en berekeningen van de BKG-intensiteit van de vloot onafhankelijk gecontroleerd in mei 2023 (vergelijking van eind 2022 met het basisjaar 2008) en opnieuw in januari 2025 (vergelijking van eind 2024 met het basisjaar 2008).
Op lange termijn streeft DEME naar klimaatneutrale activiteiten (Scope 1 & 2). Daarom zal het de weg naar deze doelstelling verkennen, met tussentijdse absolute doelstellingen om de vijf jaar, vanaf 2030 tot 2050. Daarnaast hebben we ons vrijwillig als doel gesteld om in 2026 17% koolstofarme brandstoffen (op energiebasis) te gebruiken ten opzichte van de totale hoeveelheid verbruikte brandstoffen (op energiebasis). De nulmeting was 2% in 2021, met jaarlijkse tussentijdse doelstellingen die elk jaar met nog eens 3% toenemen. De vrijwillige doelstellingen voor 2022 (5%) en 2023 (8%) werden bereikt dankzij proactieve inspanningen.# 2.4.7. Energieverbruik
De meting van het totale energieverbruik, uitgedrukt in megawattuur (MWh), omvat alle energie die wereldwijd wordt verbruikt binnen de operationele controle van de organisatie tijdens de verslagperiode, in overeenstemming met de grenzen die worden gebruikt voor de rapportering van de BKG-emissies (Scope 1 en Scope 2). DEME verbruikt geen energie die rechtstreeks uit steenkool of nucleaire bronnen komt. Dit resulteert in een gerapporteerde waarde van nul voor deze energietypes in 2024.
Het totale energieverbruik uit niet-hernieuwbare bronnen omvat de brandstoffen gebruikt door activa van DEME en de elektriciteit opgewekt uit fossiele bronnen. Dit omvat energiebronnen zoals scheepsdieselolie, aardgas en grijze elektriciteit afkomstig van het elektriciteitsnet, die de activiteiten van DEME ondersteunen. Het totale energieverbruik uit hernieuwbare bronnen omvat energie uit biobrandstoffen en aangekochte of zelf opgewekte elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. Gestandaardiseerde conversiefactoren van Defra (het Britse ministerie voor Environment, Food and Rural Affairs) worden toegepast om de consistentie en nauwkeurigheid van de meting te garanderen, en vormen de basis voor de berekeningen van het totale energieverbruik.
De energie-intensiteit meet de efficiëntie van het energieverbruik door het totale energieverbruik uit te drukken in verhouding tot de netto-omzet volgens het financieel rapport in Hoofdstuk 06. Financieel Rapport - toelichting (1) – Omzet en orderboek, berekend als megawattuur (MWh) per eenheid van omzet (miljoen euro).
In 2024 bedroeg het totale energieverbruik van DEME 3.727.399 MWh. Het grootste deel van dit energieverbruik, namelijk 99%, was afkomstig van niet-hernieuwbare bronnen, waaronder scheepsdieselolie en aardgas. Hernieuwbare energiebronnen droegen 1% bij aan het totale energieverbruik, namelijk 43.563 MWh. Dit omvatte energie uit biobrandstoffen en aangekochte of zelf opgewekte elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. De energie-intensiteit voor 2024 bedroeg 909 Mwh/mio euro.
| MWh | |
|---|---|
| 1. Brandstofverbruik uit steenkool en steenkoolproducten | 0 |
| 2. Brandstofverbruik uit ruwe olie en olieproducten | 3.591.500 |
| 3. Brandstofverbruik uit aardgas | 90.451 |
| 4. Brandstofverbruik uit andere fossiele bronnen | 0 |
| 5. Verbruik van ingekochte of verworven elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit fossiele bronnen | 1.885 |
| 6. Totaal verbruik fossiele energie (berekend als de som van de lijnen 1 tot 5) | 3.683.836 |
| Aandeel fossiele bronnen in totaal energieverbruik (%) | 99 |
| 7. Verbruik uit nucleaire bronnen | 0 |
| Aandeel verbruik uit nucleaire bronnen in totaal energieverbruik (%) | 0 |
| 8. Brandstofverbruik uit hernieuwbare bronnen, incl. biomassa (waaronder ook industrieel en huishoudelijk afval van biologische oorsprong, biogas, hernieuwbare waterstof, enz.) | 31.418 |
| 9. Verbruik van ingekochte of verworven elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit hernieuwbare bronnen | 9.543 |
| 10. Verbruik van zelf opgewekte hernieuwbare energie uit andere bronnen dan brandstof (non-fuel) | 2.602 |
| 11. Totaal verbruik hernieuwbare energie (berekend als de som van de lijnen 8 tot 10) | 43.563 |
| Aandeel hernieuwbare bronnen in totaal energieverbruik (%) | 1 |
| Totaal energieverbruik (MWh) (berekend als de som van de lijnen 6, 7 en 11) | 3.727.399 |
| MWh/mio euro | |
|---|---|
| 1. Energie-intensiteit van activiteiten in sectoren met grote klimaatimpact | 909 |
De totale productie van hernieuwbare energie meet de hoeveelheid energie die is opgewekt uit hernieuwbare bronnen, uitgedrukt in megawattuur (MWh) en opgevangen binnen dezelfde operationele perimeter die wordt gebruikt voor de rapportering van de Scope 1- en Scope 2-BKG-emissies.
In 2024 bedroeg DEME’s totale hernieuwbare energieproductie 2.602 MWh. Deze energie werd opgewekt uit hernieuwbare bronnen, meer bepaald wind- en zonne-energie, op het hoofdkantoor van DEME. DEME produceert geen energie uit niet-hernieuwbare bronnen.
| MWh | |
|---|---|
| 1. Niet-hernieuwbare energieproductie | 0 |
| 2. Hernieuwbare energieproductie | 2.602 |
DEME volgt het Greenhouse Gas Protocol en rapporteert zijn BKG-emissies volgens drie scopes (Scope 1, 2 en 3). DEME neemt de uitstoot van koolstofdioxide (CO₂), stikstofoxide (N₂O) en methaan (CH₄) op in zijn koolstofvoetafdruk.
BKG-emissies Scope 1 omvatten alle directe broeikasgasemissies. Ze zijn afkomstig van bronnen die eigendom zijn van of gecontroleerd worden door DEME (bv. verbranding van diesel en aardgas). BKG-emissies Scope 2 staan voor BKG-emissies door de opwekking van elektriciteit die door DEME wordt aangekocht. Scope 2-emissies vinden fysiek plaats in de faciliteit waar de elektriciteit wordt opgewekt. Locatiegebaseerde Scope 2-emissies worden voornamelijk berekend door de gekochte stroomvolumes te vermenigvuldigen met landspecifieke emissiefactoren. Marktgebaseerde emissies houden rekening met ingekochte hernieuwbare energie, die wordt gestaafd door certificaten van oorsprong.
BKG-emisssies Scope 1 & 2 worden gerapporteerd op basis van twee perimeters. De boekhoudkundige perimeter BKG-emissies Scope 1 & 2 omvatten de BKG-emissies van de geconsolideerde boekhoudkundige perimeter entiteiten (d.w.z. de moedermaatschappij en de dochterondernemingen waarover zij de financiële controle heeft) die onderworpen zijn aan volledige consolidatie in de jaarrekening van de groep. De BKG-emissies Scope 1 & 2 Operationele controle omvatten de BKG-emissies van investeringen zoals geassocieerde deelnemingen, joint ventures of niet-geconsolideerde dochterondernemingen die niet volledig worden geconsolideerd in de jaarrekening van de geconsolideerde boekhoudkundige groep, waarvoor die groep operationele controle heeft.
Voor de BKG-emissies Scope 1 definieert DEME operationele controle over schepen als schepen uitgerust met het DEME Vessel Management System (VMS). Voor Scope 2-emissies definieert DEME de operationele controle over gebouwen waar het rechtstreeks elektriciteit aankoopt en de bijbehorende elektriciteitscontracten voor heeft afgesloten. Gebouwen waar het energieverbruik gedekt is door een leaseovereenkomst vallen daarentegen niet onder de operationele controle van DEME.
Voor BKG-emissies Scope 1 & 2 worden sectorspecifieke emissiefactoren van de IMO gebruikt voor schepen. Het percentage contractuele instrumenten in Scope 2-emissies meet het aandeel van de Scope 2-BKG-emissies die onder contractuele instrumenten vallen. Deze instrumenten zijn wettelijk bindende overeenkomsten of certificaten die bewijs leveren van de bron en kenmerken van de verbruikte energie, en die direct bijdragen aan de Scope 2-emissies van het bedrijf. Met betrekking tot Scope 2-emissies wordt 100% van de gebruikte contractuele instrumenten gebundeld met attributen over energieopwekking. Deze instrumenten worden volledig ondersteund door ofwel Garanties van Oorsprong (GvO’s) of door Hernieuwbare Energie Certificaten (REC’s) die de leveranciers uitreiken.
De maatstaf voor biogene CO₂-emissies uit de verbranding of biologische afbraak van biomassa omvat CO₂-emissies uit de verbranding van biobrandstoffen, maar sluit expliciet emissies uit van vloeibaar aardgas (LNG) en andere niet- biogene bronnen. Berekeningen zijn uitsluitend gebaseerd op de Tank-to-Wheel (TTW)-benadering, waarbij directe verbrandingsemissies worden vastgelegd zonder rekening te houden met de impacts van Well-to-Wheel (WTW). Emissies worden gemeten in tonnen CO2 (MTCO2), met behulp van erkende emissiefactoren van het Britse Defra. Hetzelfde toepassingsgebied en dezelfde grenzen zijn van toepassing als voor de Scope 1-, 2- en 3-emissiemetingen.
De BKG-emissies Scope 3 zijn een gevolg van de activiteiten van DEME, maar vinden plaats via bronnen die geen eigendom zijn van of niet worden gecontroleerd door DEME. Scope 3-emissies worden gerapporteerd in overeenstemming met het GHG Protocol Corporate Value Chain (Scope 3) Accounting and Reporting Standard, die de Scope 3-inventaris in 15 subcategorieën (C1-C15) structureert.# Naast het GHG-protocol werd ook de ISO 14064-1:2018- norm gebruikt om de eerste inzichten te verkrijgen. Die norm diende als leidraad gedurende het hele proces. De classificatie, presentatie en rapportage van indirecte emissiecategorieën volgen echter strikt de boekhoud- en rapportagenorm van het GHG Protocol Corporate Value Chain (Scope 3) op. De volgende categorieën zijn op basis van een screening in 2024 opgenomen in onze inventaris en op basis van hun omvang als significant beschouwd:
De subcategorieën C4, C5, C7 en C10 werden niet als materieel beschouwd op het niveau van DEME Group in de screening van 2024. De subcategorie C13 is uitgesloten, aangezien de emissies van onze downstream geleasede activa (DEME-schepen die aan derden worden verhuurd) in onze Scope 1-emissiegrens zijn opgenomen. De subcategorieën C9, C11, C12, C14 en C15 worden momenteel niet relevant geacht voor DEME, voor een deel omwille van een gebrek aan beschikbare gegevens.
Voor 2024 is 9% van de primaire gegevens gebruikt om de totale Scope 3 BKG-emissies te berekenen. Primaire gegevens verwijzen naar specifieke, directe gegevens die zijn verzameld BKG-emissies Scope 1, Scope 2 en Scope 3 en Biogene emissies 2024
| t CO₂e | |
|---|---|
| 1. Bruto Scope 1 – Boekhoudkundige perimeter | 915.081 |
| 2. Bruto Scope 1 – Operationele | 52.323 |
| 3. Percentage Scope 1 BKG-emissies van gereguleerde emissiehandelssystemen (%) | 0 |
| 4. Bruto locatiegebaseerde Scope 2 BKG-emissies – Boekhoudkundige perimeter | 2.186 |
| 5. Bruto locatiegebaseerde Scope 2 BKG-emissies – Operationele controle | 343 |
| 6. Bruto marktgebaseerde Scope 2 BKG-emissies – Boekhoudkundige perimeter | 647 |
| 7. Bruto marktgebaseerde Scope 2 BKG-emissies – Operationele controle | 102 |
| 8. Percentage contractuele instrumenten, Scope 2 BKG-emissies (%) | 82 |
| 9. Percentage contractuele instrumenten gebruikt voor verkoop en aankoop van energie gebundeld met attributen over energieopwekking met betrekking tot Scope 2 BKG-emissies (%) | 82 |
| 10. Percentage contractuele instrumenten gebruikt voor verkoop en aankoop van niet-gebundelde claims voor energie-attributen met betrekking tot Scope 2 BKG-emissies (%) | 0 |
| 11. Biogene CO2-emissies uit de verbranding of biologische afbraak van biomassa die niet zijn opgenomen in de Scope 1 BKG-emissies (t CO2) | 6.896 |
| 12. Biogene CO2-emissies uit de verbranding of biologische afbraak van biomassa die voorkomen in de waardeketen en niet zijn opgenomen in de Scope 2 BKG-emissies (t CO2) | Niet beschikbaar |
| 13. Biogene CO2-emissies uit de verbranding of biologische afbraak van biomassa die voorkomen in de waardeketen en niet zijn opgenomen in de Scope 3 BKG-emissies s (t CO2) | Niet beschikbaar |
| 14. Percentage van BKG Scope 3, berekend met behulp van primaire gegevens (%) | 9 |
op basis van werkelijke activiteiten, processen of transacties, en vertegenwoordigen reële metingen in plaats van schattingen of algemene veronderstellingen.
| t CO₂e / mio euro | |
|---|---|
| Totaal BKG-emissies (locatiegebaseerd) per netto-omzet | 490 |
| Totaal BKG-emissies (marktgebaseerd) per netto-omzet | 490 |
07 — Duurzaamheidsverklaringen DEME Jaarverslag 2024 301
De totale locatie- en marktgebaseerde BKG-intensiteit wordt berekend door de totale BKG-emissies te delen door de totale netto-omzet conform het financieel rapport in hoofdstuk 06. Financieel Rapport - toelichting (1) – Omzet en orderboek. Dit cijfer wordt uitgedrukt in metrische tonnen CO₂-equivalent per miljoen euro (tCO₂e/mio euro).
In 2024 bedroegen de Scope 1- en 2- (locatiegebaseerde) BKG- emissies 970 kt CO₂e. Het volume aan totale jaarlijkse BKG- emissies van DEME hangt grotendeels af van het type projecten en de bezettingsgraad van de schepen. 0% van onze Scope 1-emissies wordt gereguleerd door een emissiehandelssysteem. In 2024 bedroegen de totale Scope 3-emissies 1.041 kt CO₂e. De bekendgemaakte Scope 3-cijfers moeten worden beschouwd als eerste schattingen, voornamelijk gebaseerd op uitgavengegevens (91%) en voor slechts 9% op primaire gegevens. Deze schattingen zullen de komende jaren verder worden verfijnd. De BKG-intensiteit van DEME met betrekking tot de netto- omzet bedraagt 490 t CO₂e per miljoen euro.
DEME heeft geen broeikasgasverwijderingen of -opslag van projecten die ontwikkeld werden in hun eigen activiteiten of waaraan ze hebben bijgedragen in hun upstream en downstream waardeketen. Daarnaast zijn er geen reducties of verwijderingen van BKG-emissies die zijn opgenomen in de gerapporteerde BKG-emissies van klimaatmitigatieprojecten buiten hun waardeketen die ze hebben gefinancierd of van plan zijn te financieren door de aankoop van koolstofkredieten.
DEME heeft geen structurele interne koolstofprijssystemen om de besluitvorming te ondersteunen of de implementatie van klimaatgerelateerde beleidslijnen en doelstellingen te stimuleren. DEME is echter wel onderworpen aan het EU-emissiehandelssysteem (ETS) vanaf 2027. Hier wordt impliciet rekening mee gehouden door de relevante ETS-prijs mee te nemen in operationele en investeringsbeslissingen. We verwijzen naar het bovenstaande deel 2.2.3.1.
DEME gebruikt de infasering van eisen met betrekking tot verwachte financiële effecten van materiële fysieke en transitierisico’s en potentiële klimaatkansen. Vanaf volgend verslagjaar zal kwalitatieve informatie worden verstrekt, en tegen het verslagjaar dat eindigt op 31 december 2027 zal een monetaire impact worden gerapporteerd.
302
De CSRD gebruikt de term ‘eigen personeel’. Onder het ‘eigen personeel’ van een bedrijf wordt zowel verstaan:
— werknemers, d.w.z. personen in een arbeidsverhouding met het bedrijf, en
— medewerkers niet in loondienst, die in de kernactiviteiten van een bedrijf worden ingeschakeld, d.w.z. personen die geen arbeidsverhouding hebben met het bedrijf, maar van wie het werk wel wordt aangestuurd door dat bedrijf en die dezelfde of soortgelijke taken uitvoeren als zijn medewerkers of die op een andere manier worden ingeschakeld in de kernactiviteiten van de onderneming.
Zoals toegelicht in deel 1.1.5.5. Infasering van eisen en overgangsbepalingen, maakt DEME gebruik van de infaseringsbepalingen in ESRS 1 ‘Algemene vereisten’ (punt 10.4. - Overgangsbepaling) en bijlage C (Lijst van ingefaseerde rapportage-eisen). Daarom is de rapportering van alle vereisten met betrekking tot S1 – eigen personeel beperkt tot DEME ‘eigen personeel – werknemers’.
Alle werknemers van DEME vallen onder de rapportage-eis van ESRS 2. De gezondheids- en veiligheidsrisico’s voor de werknemers van DEME houden voornamelijk verband met de aard van DEME’s activiteiten en de taken die de werknemers uitvoeren op schepen en projectlocaties. Voorbeelden hiervan zijn risicovolle activiteiten zoals maritieme en hijswerken en werken op hoogte. De grootste gezondheids- en veiligheidsrisico’s houden verband met bemanningsleden en arbeiders op schepen en projectlocaties, die ongeveer 45% van het personeelsbestand uitmaken. Deze risico’s zijn van toepassing ongeacht het type dienstverband - of het nu gaat om werknemers, zelfstandigen of personeel van externe aannemers, zolang het maar gaat om bemanningsleden op schepen en projectlocaties.
Negatieve gevolgen voor de gezondheid en de veiligheid zijn uitsluitend te wijten aan individuele incidenten. Er zijn geen bijbehorende materiële risico’s of kansen die voortvloeien uit de impacts en afhankelijkheid van het personeel. Er zijn geen gekende bijkomende materiële impacts voor de werknemers van het decarbonisatieplan van DEME dat tot doel heeft de negatieve milieu-impacts terug te dringen en tot groenere, klimaatneutrale activiteiten te komen. De voortdurende opvolging van de incidentencijfers van DEME bevestigt dat werknemers op projectlocaties en maritieme bemanningen het grootste risico lopen.
Het Beleid inzake mensenrechten van DEME is een veelomvattend kader dat het engagement van het bedrijf toelicht om de mensenrechten te respecteren en te beschermen in al zijn activiteiten, en dat toegang biedt tot herstel. Dit beleid is erop gericht in overeenstemming te zijn met de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten, de Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) over de fundamentele beginselen en rechten op het werk, en de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen.
Het Beleid inzake mensenrechten van DEME beschrijft een aantal belangrijke engagementen die vooral relevant zijn voor het eigen personeel. Het beleid is van toepassing op alle bestuurders en medewerkers, zowel voltijds, deeltijds, vast als tijdelijk. DEME doet zaken met respect en integriteit, en het leeft alle toepasselijke wetten en regels na. Dit houdt ook in dat we erop toezien dat zakenpartners dezelfde principes naleven. Wij houden ons aan de essentiële rechten en vrijheden zoals beschreven in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties, het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten, het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten en de fundamentele arbeidsconventies van de ILO.
Het Beleid inzake mensenrechten stelt expliciet dat het bedrijf nooit enige vorm van slavernij, kinderarbeid, dwangarbeid, moderne slavernij of mensenhandel zal tolereren, en omvat verbintenissen met betrekking tot leefbare lonen, arbeidsomstandigheden en werktijden, vrijheid van vereniging, non-discriminatie en gezondheid en veiligheid op het werk.
DEME leeft de wet- en regelgeving na wat betreft de minimumleeftijd voor werken, en verbiedt dat personen onder de 18 jaar worden aangeworven voor gevaarlijk werk. Er zijn maatregelen genomen om de leeftijd van alle personeelsleden te controleren en kinderarbeid onmiddellijk aan te pakken. We zorgen ervoor dat alle werknemers op de hoogte zijn van hun arbeidsvoorwaarden, dat ze vrijwillig werken en hun dienstverband kunnen beëindigen.
DEME biedt zijn werknemers lonen en voordelen die aan de wettelijke vereisten voldoen of deze overtreffen, en zorgt ervoor dat de wetten met betrekking tot overuren worden nageleefd. Het bedrijf erkent de vrijheid van vereniging, inclusief het oprichten van en lid worden van vakbonden, en het recht van werknemers om vrij te onderhandelen.
DEME heeft ook een uitgebreid beleid opgesteld om discriminatie, inclusief pesterijen, uit te sluiten en gelijke kansen te bevorderen. Het beleid heeft expliciet betrekking op verschillende gronden voor discriminatie, waaronder ras en etnische afkomst, huidskleur, geslacht, seksuele geaardheid, genderidentiteit, beperking, 07 — Duurzaamheidsverklaringen DEME Jaarverslag 2024 303 leeftijd, religie, politieke overtuiging, nationale afkomst, sociale afkomst en andere vormen van discriminatie die onder de regelgeving en de nationale wetgeving vallen. DEME verbindt zich ertoe te garanderen dat werknemers niet gediscrimineerd worden op basis van deze kenmerken of andere eigenschappen die niet rechtstreeks verband houden met hun werkprestaties.
DEME implementeert dit beleid door middel van specifieke procedures om ervoor te zorgen dat discriminatie wordt voorkomen, beperkt en aangepakt zodra het wordt vastgesteld. Om te controleren of het beleid wordt nageleefd, past DEME procedures en controles toe om schendingen van de mensenrechten te voorkomen. Zo voert het bijvoorbeeld leeftijdscontroles uit bij aanwervingen en looncontroles om kinderarbeid en dwangarbeid te voorkomen.
Binnen DEME werden vertrouwenspersonen aangesteld, zodat informeel naar een oplossing kan worden gezocht via gesprekken, een interventie met een andere persoon in het bedrijf of een poging tot verzoening.
Hoewel DEME geen specifiek beleid heeft met betrekking tot inclusie en positieve actie voor mensen uit groepen met een bijzonder risico op kwetsbaarheid binnen zijn personeelsbestand, zet het zich in om een inclusieve cultuur te creëren waarin iedereen zich kan ontplooien. Zo zorgt DEME ervoor dat alle personeelsleden gelijke kansen hebben bij de aanwerving, loopbaanontwikkeling, opleiding en beloning.
DEME heeft een beleid en een beheersysteem om arbeidsongevallen te voorkomen. We zetten ons in voor de gezondheid en veiligheid van onze medewerkers via ons QHSE-S-beleid, QHSE-managementsysteem en risicobeheerproces, dat gericht is op het verminderen van ongevallen en werkgerelateerde ziekten en het bevorderen van preventie en voortdurende verbetering. Voor meer informatie verwijzen we naar deel 3.2. ESRS S1 Gezondheid en veiligheid op het werk bij het eigen personeel.
Tot slot voorziet DEME in een klachtenmechanisme om negatieve gevolgen voor de mensenrechten te identificeren en aan te pakken, zodat problemen in een vroeg stadium kunnen worden aangekaart en verholpen om escalatie te voorkomen. Voor meer details verwijzen we naar deel 3.1.4. Processen om de negatieve impact te herstellen en kanalen voor eigen medewerkers om hun bezorgdheden te uiten.
Hoewel we geen wereldwijde raamovereenkomst of formele afspraken met vertegenwoordigers van eigen personeel hebben over mensenrechten, hechten we veel waarde aan een effectieve sociale dialoog en open communicatie tussen de werknemers en het management. We moedigen discussies over werkomstandigheden aan zonder angst voor represailles, en we leven de lokale wet- en regelgeving na in al onze vestigingen.
Bij DEME is er formeel en informeel overleg met werknemers en hun vertegenwoordigers voor informatie, overleg of besluitvorming. Vergaderingen kunnen structureel of ad hoc zijn, en vinden plaats met verschillende frequenties, afhankelijk van de groep. De Chief HR Officer is verantwoordelijk voor het toezicht op deze operaties en voor de dialoog met het eigen personeel en de vertegenwoordigers van werknemers. Overeenkomsten bereiken met werknemers of hun vertegenwoordigers, deze implementeren als collectieve arbeidsovereenkomsten en collectieve conflicten en stakingen vermijden: dit toont allemaal de effectiviteit van de betrokkenheid aan.
DEME engageert zich om alle materiële negatieve impacts op zijn personeel aan te pakken en te verhelpen, in het bijzonder verwondingen en slechte gezondheid, die het heeft veroorzaakt of waartoe het heeft bijgedragen. Het bedrijf beschikt over een speciaal interventieteam dat algemene eerste hulp verleent en ervoor zorgt dat verdere medische behandelingen worden toegediend in overeenstemming met de nationale wetgeving en de procedures van de hospitalisatieverzekering van DEME. Het streeft er ook naar om werk aan te bieden dat zoveel mogelijk beantwoordt aan de vereisten van aangepast werk.
Om de doeltreffendheid van de geboden oplossingen te beoordelen, controleert en evalueert DEME regelmatig de resultaten via feedbackmechanismen en continue verbeteringsprocessen. Dit zorgt ervoor dat de genomen maatregelen doeltreffend zijn om de problemen aan te pakken en herval te voorkomen, waardoor een veilige en ondersteunende werkomgeving behouden blijft.# DEME heeft uitgebreide voorzorgsmaatregelen geïmplementeerd om onregelmatigheden te melden, waaronder een robuuste klokkenluidersbescherming.
Onze Klokkenluidersregeling is ontworpen om medewerkers en andere stakeholders een veilig en vertrouwelijk kanaal te bieden. Op die manier kunnen ze hun bezorgdheden uiten over onwettig gedrag of gedrag dat in strijd is met onze Ethische en Integriteitscode. Dit beleid verwijst expliciet naar onze Code en heeft betrekking op elke vorm van onwettig gedrag. Het zorgt ervoor dat alle meldingen serieus worden genomen en onmiddellijk en onafhankelijk worden onderzocht. Het beleid geeft aan wie een melding kan doen (interne en externe stakeholders), en beschrijft de meldingsmechanismen. Het zorgt ervoor dat klokkenluiders worden beschermd tegen represailles. Dit houdt ook in dat de identiteit van de klokkenluider vertrouwelijk blijft en dat er ondersteuning wordt geboden tijdens het onderzoeksproces. Een samenvatting van onze Klokkenluidersregeling is publiek beschikbaar op de website van DEME. Ook is de volledige tekst beschikbaar voor ons personeel en voor externe partijen na ontvangst van een melding of een eerste gemotiveerd verzoek. Dit zorgt ervoor dat alle stakeholders transparantie en toegankelijkheid genieten. Dit stemt overeen met ons engagement om een cultuur van openheid en verantwoordelijkheid binnen onze organisatie te bevorderen.
Elk integriteitsprobleem kan per e-mail of per post worden gemeld. Veel rechtsgebieden bieden ook externe klokkenluiderskanalen. De melder wordt echter sterk aangemoedigd om eerst een melding te doen via de interne meldingskanalen van DEME, zodat het bedrijf de kwestie effectief kan aanpakken en indien nodig onmiddellijk corrigerende maatregelen kan nemen. Rapporten kunnen op een bekendgemaakte of anonieme basis worden ingediend. Het wordt echter sterk aanbevolen dat de melder zichzelf identificeert, aangezien anonieme meldingen (i) verhinderen dat DEME de melder informeert over de voortgang en de afsluiting van het dossier, (ii) een correct onderzoek bemoeilijken (of onmogelijk maken) en (iii) verhinderen dat DEME de melder beschermt tegen mogelijke represailles. Om deze redenen behoudt DEME zich het recht voor om anonieme meldingen niet te onderzoeken die onvoldoende feitelijke elementen bevatten om het bedrijf in staat te stellen de melding met de nodige zorg en toewijding te onderzoeken.
Nadat de aard van de gemelde of vermoede kwestie is vastgesteld, wordt binnen een termijn van 7 kalenderdagen een ontvangstbevestiging gestuurd naar elke melder die zijn identiteit heeft bekendgemaakt. Wanneer er een redelijke bezorgdheid bestaat, kan de afdeling Compliance van DEME een voorafgaand onderzoek uitvoeren. Deze onderzoeken worden objectief en vertrouwelijk uitgevoerd, zonder rekening te houden met de relatie van een persoon tot de organisatie, zijn functie of anciënniteit. Na dit voorafgaand onderzoek zal de afdeling Compliance de leden van het Meldingscomité zo snel mogelijk op de hoogte brengen. Zij zullen daarna de verdere maatregelen bespreken die – indien van toepassing – genomen moeten worden, en dit op basis van de ontvangen meldingen. Na ontvangstbevestiging zal een melder binnen een termijn van 3 maanden op de hoogte worden gebracht van de conclusies van het Meldingscomité en van de acties die worden overwogen of ondernomen als follow-up, evenals van de redenen voor deze follow-up.
DEME zal trachten zijn reputatie te beschermen en zijn activa te recupereren met alle juridische middelen waarover het beschikt. Dit kan betekenen dat het onderzoek wordt overgedragen aan de politie of aan andere autoriteiten indien dit vereist is. Alle beslissingen om de onderzoeksresultaten voor onafhankelijk onderzoek door te verwijzen naar de bevoegde wetshandhavings- en/of regelgevende instanties worden genomen door het Meldingscomité.
DEME verbiedt ten strengste elke vorm van vergelding, direct of indirect, voor meldingen te goeder trouw onder de Klokkenluidersregeling. Te goeder trouw melden houdt in dat de melder gegronde redenen moet hebben om aan te nemen dat de meldingen waar zijn, rekening houdend met de omstandigheden en de informatie waarover hij beschikt op het moment van de melding. Alle mogelijke maatregelen worden echter genomen om te voorkomen dat mensen het slachtoffer worden van valse beschuldigingen. Meldingen die te kwader trouw, vals, kwaadwillig, lichtzinnig, roekeloos of met het oog op persoonlijk gewin worden gedaan, kunnen leiden tot disciplinaire maatregelen. Bovendien weerhoudt dit beleid DEME er niet van om werkgerelateerde beslissingen te nemen die niets te maken hebben met de melding.
DEME heeft onafhankelijke organen opgericht om toezicht te houden op de uitvoering van deze waarborgen, beschuldigingen van onregelmatigheden te onderzoeken en de naleving ervan af te dwingen. Deze organen werken met de nodige onafhankelijkheid en autoriteit om hun taken effectief uit te voeren, vrij van ongepaste beïnvloeding. Tijdens hun onboarding krijgen de medewerkers informatie over de Ethische en Integriteitscode van DEME, het sociaal overleg en hun vertegenwoordigers. Op de fysieke en digitale publicatieborden staan de contactgegevens van de vakbondsvertegenwoordigers en de notulen van de vergaderingen.
DEME definieert ‘eigen personeel’ – werknemer’ als elke persoon die een arbeidsverhouding heeft met een onderneming van DEME Group, die wordt aangeworven via een arbeidsovereenkomst of een gelijkaardige overeenkomst, en die op de loonlijst van die onderneming staat. Zoals hierboven vermeld en toegelicht in deel 1.1.5.5. Infasering van eisen en overgangsbepalingen’, volgt DEME de infaseringsbepalingen in ESRS 1 ‘Algemene vereisten’ (deel 10.4. - Overgangsbepaling) en bijlage C (Lijst van ingefaseerde rapportage-eisen). Daarom zijn alle prestatie- indicatoren met betrekking tot S1 – eigen personeel beperkt tot DEME ‘eigen personeel – werknemers’.
De gegevens over het personeelsbestand van DEME zijn gebaseerd op het personeelsbestand op het einde van de rapporteringsperiode, meer bepaald het totale aantal medewerkers dat op 31 december 2024 bij DEME op de loonlijst staat. Dit stemt overeen met hetzelfde toepassingsgebied en dezelfde grenzen als het aantal medewerkers gerapporteerd in FTE’s, zoals meegedeeld in Hoofdstuk 06. Financieel Rapport – toelichting (3) – Personeelskosten en werkgelegenheid.
Over gender wordt gerapporteerd in twee categorieën: ‘mannelijk’ en ‘vrouwelijk’, terwijl het land verwijst naar het land waar de medewerker op de loonlijst staat. Rapportage over contracttype omvat vaste werknemers en tijdelijke werknemers. Om het aantal werknemers te berekenen dat de organisatie heeft verlaten, gebruiken we het totale aantal werknemers dat de groep tijdens de rapporteringsperiode heeft verlaten. Dit omvat personen die vrijwillig zijn vertrokken, hun ontslag kregen, met pensioen zijn gegaan of zijn overleden, zoals geregistreerd in de lokale loongegevens. Om het personeelsverloop te bepalen, berekenen we het percentage van het totale aantal werknemers dat de groep tijdens de rapporteringsperiode heeft verlaten ten opzichte van het totale aantal werknemers aan het einde van het verslagjaar.
In 2024 telt DEME meer dan 5.800 werknemers, waarvan ongeveer 83% mannen en 17% vrouwen. Deze geslachtsverhoudingen komen overeen met de gemiddelden in de bouw- en offshoresectoren, waar het personeelsbestand overwegend mannelijk is. Een overzicht van de verdeling van DEME-werknemers op basis van de loonmassa per geografische locatie geeft aan dat DEME een echte internationale organisatie is, die actief is in verschillende landen over de hele wereld en activiteiten uitvoert in verschillende geografische regio’s. België en Nederland zijn landen waarvoor het aantal gerapporteerde werknemers minstens 10% van het totale aantal werknemers vertegenwoordigt. De meerderheid van de werknemers van DEME heeft een contract van onbepaalde duur. Het regime van de niet- gegarandeerde uren is niet van toepassing bij DEME. Het personeelsverloop bedraagt 10% voor de rapporteringsperiode. Dit percentage is berekend op basis van de ESRS-definitie van werknemers die de organisatie hebben verlaten. Het omvat allerlei soorten vertrekkers: zij die vrijwillig vertrokken, door ontslag, pensionering of overlijden in dienst.
| Personeelsbestand naar gender | Aantal werknemers per gender (personeelsbestand) 2024 |
|---|---|
| Mannelijk | 4.831 |
| Vrouwelijk | 969 |
| Overige | 0 |
| Niet gemeld | 22 |
| Totaal aantal werknemers | 5.822 |
| Aantal werknemers per geografisch gebied | Aantal werknemers per geografisch gebied (personeelsbestand) 2024 |
|---|---|
| Europa | 5.072 |
| Afrika | 197 |
| Amerika | 54 |
| Azië | 218 |
| Midden-Oosten | 30 |
| Totaal aantal werknemers | 5.822 |
| Aantal werknemers per land (met ten minste 50 werknemers die ten minste 10% van het totale aantal werknemers vertegenwoordigen) ) | Aantal werknemers per land (personeelsbestand) 2024 |
|---|---|
| België | 3.504 |
| Nederland | 890 |
| Werknemer per type contract en gender | Vrouwelijk | Mannelijk | Overige | Niet vermeld | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Aantal werknemers (personeelsbestand): | 969 | 4.831 | 0 | 22 | 5.822 |
| Aantal vaste werknemers (personeelsbestand): | 945 | 4.727 | 0 | 10 | 5.682 |
| Aantal tijdelijke werknemers (personeelsbestand): | 24 | 104 | 0 | 12 | 140 |
| Aantal niet-gegarandeerde uren werknemers (personeelsbestand): | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige kenmerken van de werknemers van de onderneming | 2024 |
|---|---|
| Aantal werknemers die de onderneming hebben verlaten (personeelsbestand) | 589 |
| Personeelsverloop (%) | 10 |
S1-1 S1-2 S1-3 S1-4 S1-5 S1-14
Voor DEME is gezondheid en veiligheid op het werk – dat zich richt op het terugdringen van ongevallen en werkgerelateerde ziekten en het bevorderen van een cultuur van preventie en verbetering – een materieel thema vanwege de menselijke, sociale en economische impact van dergelijke incidenten. DEME streeft er voortdurend naar om zijn veiligheidsprestaties en -praktijken te verbeteren met behulp van continue evaluatie- en verbeteringsinspanningen. Onze focus ligt niet alleen op het identificeren van potentiële risico’s, maar ook op het erkennen en versterken van succesvolle veiligheidsmaatregelen. Het principe om veiligheid te verankeren in onze organisatiecultuur is geen loze kreet, maar een fundamentele waarde. Dit blijkt uit ons uitgebreide engagement op het vlak van operationele risicobeheersing, die het systematisch delen van gegevens en kennis op alle niveaus van de organisatie omvat. DEME bevordert op actieve wijze een cultuur waarin medewerkers worden aangemoedigd om voor elkaar te zorgen en de beste veiligheidspraktijken in acht te nemen. Deze aanpak is vervat in de zeven pijlers van DEME’s veiligheids-DNA.
Het beleid van DEME inzake gezondheid en veiligheid op het werk is erop gericht om de negatieve impacts voor zijn personeel tot een minimum te beperken, en streeft naar een doelstelling van nul ongevallen. Dit beleid is van toepassing op alle medewerkers binnen de organisatie. De hoogste verantwoordelijkheid voor het toezicht op de implementatie van dit beleid ligt bij de Strategic Operations Director.
De organisatie houdt zich aan alle wettelijke verplichtingen zoals gedefinieerd door deze normen: ISO 9001 (kwaliteitsmanagementsysteem), de checklist omtrent veiligheid, gezondheid en milieu voor aannemers (VCA), de Internationale Managementcode voor de veilige exploitatie van schepen en voorkoming van verontreiniging (ISM-code), de Internationale Code voor de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten (ISPS-code), ISO 45001 (Managementsysteem voor gezondheid en veiligheid op het werk, inclusief welzijn op de werkplek) en de Veiligheidscultuurladder.
In overeenstemming met de wettelijke normen hanteert DEME een risicogebaseerde aanpak om risico’s in alle aspecten van het werk te identificeren, verminderen en beheersen. Dit omvat het gebruik van verschillende risicobeoordelingstools om potentiële gevaren effectief te beheren.
DEME maakt op verschillende momenten gebruik van talrijke communicatie-, overleg- en participatietools op het vlak van veiligheid en gezondheid op het werk. Voorbeelden hiervan zijn de jaarlijkse QHSE-campagnes zoals de Safety Moment Day en de Safety Week, die in alle DEME-bedrijven, kantoren, locaties en schepen worden gevoerd. Andere communicatiemethoden zijn het comité voor veiligheid, de vergaderingen voor risicoherziening, de toolbox-gesprekken, evaluatiegesprekken en QHSE-seminars en -vergaderingen.
Overleg en participatie vinden rechtstreeks plaats met zowel het eigen personeel van de onderneming als met vertegenwoordigers van werknemers. Het personeel wordt actief betrokken bij QHSE-campagnes en veiligheidsvergaderingen en de vertegenwoordigers van werknemers bespreken steeds QHSE-problemen tijdens de comités voor veiligheid.
Tijdens projectspecifieke risicobeheersingsvergaderingen worden potentiële gevaren op hoog niveau geïdentificeerd. Tijdens deze besprekingen beoordelen alle betrokken partijen de procedures en risicobeoordelingen, waarbij ze rekening houden met gelijkaardige activiteiten. Dagelijkse Toolbox-gesprekken bevorderen open communicatie over QHSE-problemen. Tijdens deze vergaderingen kan iedereen zijn bezorgdheden uiten, en krijgen de arbeiders op locatie de kans om feedback te geven. De frequentie van deze interacties hangt sterk af van de gebruikte tool; ze kunnen maandelijks, wekelijks of dagelijks plaatsvinden. Ze kunnen worden aangevraagd of afgestemd op specifieke mijlpalen.
Verschillende communicatietools zorgen voor betrokkenheid in verschillende fasen, waaronder aanbesteding, ontwerp, projectmijlpalen, voltooiing en ondersteuningsfasen. Werknemers worden aangemoedigd om feedback te geven over QHSE-gerelateerde zaken, en worden via de juiste kanalen geraadpleegd over grote veranderingen die van invloed zijn op het QHSE-beleid. Om de transparantie met mogelijk betrokken stakeholders te garanderen, wordt dit beleid afgedrukt en opgehangen in onze kantoren en op onze schepen in het buitenland.
DEME gebruikt ook verschillende tools om het bewustzijn en het vertrouwen van de werknemers in onze structuren en processen te meten. Observaties kunnen voornamelijk via Apprise (een intern programma) worden gemeld. Dat geldt ook voor verbeteringen, commentaren en ideeën. Elke DEME-werknemer kan een observatie indienen.
Op bedrijfsniveau werden in 2024 verschillende initiatieven uitgerold. In het begin van het jaar werd een communicatieplan opgesteld dat van start ging met de traditionele ‘Nieuwjaarsresolutie’. Er werd een ‘Safety Week’ gehouden met als thema ‘De zwaartekracht stopt niet’. Om inzicht te krijgen in mogelijke problemen werd een grondige analyse uitgevoerd van bijna-ongevallen, gevaarlijke situaties en ‘High Potential’ (HIPO) incidenten die verband houden met mensen of voorwerpen die van hoogte vallen. DEME beoordeelde en vatte deze belangrijke gegevens samen, en moedigde collega’s die betrokken waren bij HIPO-situaties aan om hun ervaringen te delen. Bovendien werden veiligheidsvideo’s gebruikt in talrijke toolboxmeetings, waarmee duizenden deelnemers werden bereikt. Deze video’s behandelden verschillende onderwerpen, zoals open mangaten, handveiligheid, standaardliften, maritieme operaties, gevallen voorwerpen en grondwerken.
Voorafgaand aan de lancering van
07 — Duurzaamheidsverklaringen DEME Jaarverslag 2024 307
DEME’s jaarlijkse Safety Moment Day werden meer dan 270 ‘Safety Success Stories’ ingediend door bijna 140 deelnemende projecten, schepen en andere locaties. Deze verhalen belichtten aspecten zoals het identificeren van gevaren, creëren van veilige toegang en technologische prestaties op het vlak van veiligheid. De meest opmerkelijke succesverhalen werden tijdens de Safety Moment Day zelf voorgesteld.
Naast de acties en initiatieven op bedrijfsniveau heeft elk operationeel segment van DEME een jaarlijks QHSE-actieplan met gedetailleerde doelstellingen, initiatieven en acties voor dat jaar.
De doeltreffendheid van het beleid en de acties, met inbegrip van de betrokkenheid van het personeel, wordt jaarlijks geëvalueerd volgens de ISO 45001-normen. Dit houdt in dat het topmanagement het systeem voor het beheer van gezondheid en veiligheid op het werk op gezette tijden evalueert om de geschiktheid, adequaatheid en doeltreffendheid ervan te garanderen. De evaluatie heeft betrekking op eerdere acties, veranderingen in externe en interne kwesties, behoeften van stakeholders, wettelijke vereisten, risico’s, kansen, verwezenlijking van het beleid, prestaties inzake gezondheid en veiligheid op het werk, trends in incidenten, non-conformiteiten, naleving, auditresultaten, arbeidersparticipatie, geschiktheid van middelen, communicatie en mogelijkheden voor continue verbetering. Een van de belangrijkste onderwerpen in deze management review is te beoordelen of er voldoende middelen zijn om alle QHSE-aspecten aan te pakken.
DEME werkt toegewijd aan het handhaven van de hoogste normen op het vlak van kwaliteit, gezondheid, veiligheid en milieu in al zijn projecten. Om dit te garanderen heeft het bedrijf een toegewijd team van QHSE-ondersteunend personeel dat een essentiële rol speelt in de veilige en efficiënte uitvoering van projecten. Deze professionals worden gecoördineerd via een duidelijke hiërarchische structuur om effectieve communicatie en afstemming op de projectdoelstellingen te garanderen. Hun toewijzing aan projecten wordt zorgvuldig gepland op basis van de specifieke toepassingsgebieden en risico’s die inherent zijn aan elke onderneming. Dankzij deze gerichte strategie kan DEME de nodige expertise precies inzetten waar ze nodig is. Dit bevordert zowel de prestaties van het project als de veiligheidsresultaten. Bovendien helpt het gebruik van organigrammen bij de optimale toewijzing van personeel. Door de taken en verantwoordelijkheden duidelijk af te bakenen, zorgen deze organigrammen ervoor dat de juiste personen worden toegewezen aan de overeenkomstige projecten, wat een coöperatieve en efficiënte werkomgeving bevordert.
Zowel via interne als externe audits wordt nagegaan of de uitgevoerde acties doeltreffend en nauwkeurig zijn. Ten slotte wordt de doeltreffendheid van het beleid en de acties van DEME op het vlak van gezondheid en veiligheid op het werk opgevolgd aan de hand van een reeks veiligheidsindicatoren die de veiligheidsprestaties van DEME weergeven.
Alle verplichte gezondheids- en veiligheidsgerelateerde prestatie-indicatoren worden gerapporteerd in overeenstemming met het toepassingsgebied, de grenzen, de definities en de berekeningsmethode van de ESRS. Voor 2024 hebben alle prestatie-indicatoren voor veiligheid enkel betrekking op het eigen personeel van DEME, de werknemers. Rapportering over medewerkers niet in loondienst wordt weggelaten op basis van de infaseringsbepalingen in ESRS 1 ‘Algemene vereisten’ (deel 10.4 - Overgangsbepalingen) en bijlage C van ESRS 1 (Lijst van ingefaseerde rapportage-eisen).
Het percentage werknemers dat gedekt is door een gezondheids- en veiligheidsmanagementsysteem, gebaseerd op wettelijke vereisten en/of erkende normen of richtlijnen, wordt berekend op basis van het aantal werknemers. Een gezondheids- en veiligheidsmanagementsysteem wordt in alle DEME-entiteiten geïmplementeerd die deel uitmaken van het multisite ISO 45001-certificaat van DEME. De ISO 45001 is een internationale norm die de vereisten specificeert voor een managementsysteem voor gezondheid en veiligheid op het werk (OH&S). Die norm biedt organisaties een kader om risico’s te beheersen en OH&S-prestaties te verbeteren. Het percentage wordt dus bepaald door het aantal werknemers dat onder de ISO 45001-certificering valt, te vergelijken met het totale aantal werknemers (personeelsbestand).
Het aantal sterfgevallen bij eigen personeel als gevolg van werkgerelateerde letsels en werkgerelateerde gezondheidsproblemen is beperkt tot die bij het eigen personeel van DEME, de werknemers. Sterfgevallen als gevolg van werkgerelateerde letsels en een slechte gezondheid van andere medewerkers op de locaties van de onderneming 308 zullen vanaf volgend jaar worden gerapporteerd op basis van de infaseringsbepalingen in ESRS 1 ‘Algemene vereisten’ (deel 10.4 - Overgangsbepalingen) en Bijlage C van ESRS 1 (Lijst van ingefaseerde rapportage-eisen).
De Total Recordable Incident Rate (TRIR) kwantificeert het aantal incidenten en letsels op de werkplek die medische verzorging vereisen (meer dan eerste hulp). Deze geregistreerde incidenten omvatten dodelijke letsels, letsels met werkverlet, gevallen met aangepast werk en gevallen van medische behandeling, in overeenstemming met de ESRS- en CSRD-richtlijnen en verder gedefinieerd door de DEME Incident Management Procedure. De TRIR wordt berekend door het aantal geregistreerde ongevallen te vermenigvuldigen met 1.000.000 en te delen door het totaal aantal gewerkte uren (gebaseerd op 2.779 uur per FTE).
De entiteitspecifieke indicator van DEME, nl. de wereldwijde frequentiegraad van letsels met werkverlet (WW LTIFR), volgt hetzelfde toepassingsgebied en dezelfde grenzen, en is afgestemd op het toepassingsgebied en de grenzen van het Financieel Rapport, dat alle volledig geconsolideerde entiteiten dekt. De wereldwijde frequentiegraad van letsels met werkverlet (WW LTIFR) heeft een entiteitspecifieke definitie en berekeningsmethode. Dit cijfer geeft de ongevallen weer van DEME’s vaste en tijdelijke werknemers met arbeidsongeschiktheid (≥ 24 uur of ≥ 1 shift), vermenigvuldigd met 200.000 en gedeeld door het aantal gepresteerde werkuren.
De ‘Wereldwijde’ methode is een risicogebaseerde methode die de ‘risicograad’ (= gebeurtenis die de verwonding veroorzaakte) en de ‘verwondingsgraad’ (= soort verwonding) combineert. Om te bepalen of een incident als ‘wereldwijd’ scoort, worden de ‘risicograad’ en de ‘verwondingsgraad’ met elkaar vermenigvuldigd.
TRIR en WW LTIFR-berekeningen bij DEME houden rekening met verschillende werkroosters, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen personeel en maritiem personeel (inclusief werknemers in maritieme ondersteunende functies). TRIR, dat het algehele beroepsrisico meet, houdt rekening met de volledige aanwezigheid van maritiem personeel aan boord. Daarentegen is WW LTIFR, gericht op letsels met verzuim, gebaseerd op de operationele uitvoeringstijd. Door verschillende baselines voor gewerkte uren te gebruiken, weerspiegelt elke maatstaf nauwkeurig de beoogde veiligheidsprestatie.
96% van de DEME-medewerkers valt onder een gezondheids- en veiligheidsmanagementsysteem dat gebaseerd is op ISO 45001. In deze rapporteringsperiode waren er geen dodelijke ongevallen bij DEME-medewerkers als gevolg van werkgerelateerde letsels of ziektes. Het aantal geregistreerde werkgerelateerde ongevallen bedroeg 73, met een Total Recordable Incident Rate (TRIR) van 4,6 in 2024. De wereldwijde frequentiegraad van letsels met werkverlet (WW LTIFR) bij DEME bedraagt 0,1, ruim onder de doelstelling van 0,2.
| Gezondheid en veiligheid op het werk 2024 | |
|---|---|
| Percentage van eigen personeel dat onder een gezondheids- en veiligheidsmanagementsysteem valt op grond van wettelijke vereisten en/of erkende standaarden of richtsnoeren (%) | 96 |
| Aantal sterfgevallen bij eigen personeel als gevolg van werkgerelateerde letsels en werkgerelateerde gezondheidsproblemen | 0 |
| Aantal geregistreerde werkgerelateerde ongevallen bij eigen personeel | 73 |
| Percentage geregistreerde werkgerelateerde ongevallen bij eigen personeel (TRIR) | 4,6 |
| Frequentiegraad van de ongevallen met werkverlet (WW LTIFR) – entiteitspecifiek | 0,10 |
07 — Duurzaamheidsverklaringen DEME Jaarverslag 2024
309
G1-IRO-1 Het proces voor het identificeren en beoordelen van impacts, risico’s en kansen met betrekking tot ESRS G1 Zakelijk Gedrag volgde dezelfde procedurele stappen en methodologieën als eerder beschreven (zie gedetailleerd in secties 1.4.2. Proces en 1.4.3. Methodologie van de Duurzaamheidsverklaringen met betrekking tot de DMA). De beoordeling werd geïnformeerd door verschillende bronnen, waaronder risicoregisters, nalevingsbeoordelingen en feedback van belanghebbenden. Deze bronnen boden een gedetailleerd inzicht in de potentiële impacts, risico’s en kansen, wat leidde tot de conclusie dat geen van deze als materieel voor dit onderwerp werd beoordeeld.
GOV-1 GOV-2 GOV-3 GOV-5
Voor meer gedetailleerde informatie over de governancegerelateerde ESRS 2-rapportage-eisen verwijzen we naar de desbetreffende delen in hoofdstuk 05. ‘Corporate governance en risicobeheer’:
GOV-4
DEME houdt zich aan zijn Ethische en Integiteitscode. Die bevat essentiële richtlijnen om op een verantwoorde manier zaken te doen, oordeelkundige ethische beslissingen te nemen en vertrouwen op te bouwen bij zijn stakeholders. DEME’s Code onderstreept het engagement van het bedrijf voor ethisch gedrag en integriteit in al zijn activiteiten. De Code benadrukt het belang van transparantie, de naleving van wetten en regelgeving en het bevorderen van een respectvolle en inclusieve werkomgeving. De Code garandeert een eerlijke behandeling en gelijke kansen voor alle medewerkers, geeft voorrang aan gezondheid, veiligheid en milieubescherming, en beschermt vertrouwelijke informatie en de privacy van gegevens. DEME hanteert een nultolerantiebeleid ten aanzien van corruptie en omkoping, en stimuleert ethische bedrijfspraktijken in al zijn activiteiten.
De Ethsiche en Integriteitscode is van toepassing op alle medewerkers, kaderleden en directeurs van het bedrijf. Daarnaast is DEME’s Ethische en Integriteitscode voor zakenpartners van toepassing op alle aannemers, leveranciers en andere derde partijen die met of namens DEME werken, om ervoor te zorgen dat zij dezelfde hoge normen van ethisch gedrag en integriteit hanteren.
DEME hanteert een specifieke due diligence procedure voor derden. Die procedure is wereldwijd van toepassing op alle personeelsleden en is gericht op sancties, omkoping en corruptiegerelateerde risico’s. De procedure maakt gebruik van een gestandaardiseerde risicomethodologie om de zakenpartners van DEME, zoals leveranciers, onderaannemers, klanten, partners, enz. in te delen in verschillende risiconiveaus op basis van het relatieve gewicht van attributen en subattributen. Deze gewichten worden regelmatig geëvalueerd en kunnen worden aangepast aan een veranderend risicolandschap.
Om de impacts op mensenrechten en milieu aan te pakken en de regelgeving na te leven, heeft DEME gekozen voor een ESG-risicobeheersingsaanpak met behulp van een externe tool voor leveranciersbeoordeling. Het doel is om te voldoen aan de huidige en toekomstige ESG-regelgeving, zoals de Corporate Sustainability Due Diligence Directive. In 2024 begon DEME deze tool te gebruiken voor core en strategische leveranciers, die meer dan een kwart van onze jaarlijkse inkoopuitgaven uitmaken.
Kernelementen van due diligence
| Delen van de duurzaamheidsverklaringen of van het DEME Jaarverslag (met kruisverwijzingen in de Duurzaamheidsverklaringen) | |
|---|---|
| 1. Due diligence inbedden in governance, strategie en businessmodel | Hoofdstuk 05. ‘Corporate governance & risicobeheer’ |
| 2. Getroffen stakeholders betrekken bij alle belangrijke stappen van due diligence | Algemeen: Deel 1.3 Sociaal: Delen 3.1.2, 3.1.3 & 3.2.1 |
| 3. Negatieve impacts in kaart brengen en analyseren | Algemeen: Deel 1.4 |
| 4. Acties ondernemen om deze negatieve impacts aan te pakken | Milieu: Delen 2.3.4, 2.4.3, 2.4.4, 2.4.5, 3.1.4, 3.2.2 |
| 5. |
Activiteitenlijn
Een activiteitenlijn is het laagste niveau van intern bedrijfssegment waarover kan worden gerapporteerd.
AVISO
Alternatives (Alternatieven), Value (Waardecreatie en - engineering), Innovation (Innovatie), Smarts (Slimme) & Optimisation (Optimalisatie). Een interne innovatiecampagne die zich richt op het bereiken van uitmuntendheid in het bedrijfsleven door nieuwe oplossingen aan te dragen.
Bergingswerkzaamheden
De bergingswerkzaamheden omvatten de volgende activiteiten: zware hijswerken tijdens bergingswerkzaamheden en het verwijderen van wrakken.
Bezettingsgraad van de vloot
De bezettingsgraad is de gewogen gemiddelde operationele bezetting, in weken, van de DEME-vloot, uitgedrukt over een gegeven rapporteringsperiode. De bezettingsgraad wordt berekend als een gewogen gemiddelde op basis van de interne huurtarieven van de schepen.
Biobrandstof
Brandstoffen geproduceerd uit hernieuwbare biologische bronnen zoals planten.
Biogene emissies
Broeikasgasemissies die afkomstig zijn van natuurlijke bronnen, zoals planten, dieren en microbiële activiteit.
BKG-emissies
Broeikasgassen zijn samengestelde gassen die warmte of straling met lange golflengte in de atmosfeer gevangen houden. Door hun aanwezigheid in de atmosfeer wordt het aardoppervlak warmer.
BKG-emissies scope 1
Scope 1 omvat alle directe broeikasgasemissies. Ze zijn afkomstig van bronnen die eigendom zijn van of gecontroleerd worden door DEME (bv. verbranding van diesel en aardgas).
BKG-emissies scope 2
Scope 2 staat voor de indirecte uitstoot van broeikasgassen door de opwekking van elektriciteit die door DEME wordt aangekocht. Scope 2-emissies vinden fysiek plaats in de faciliteit waar de elektriciteit wordt opgewekt. Dit kan worden berekend aan de hand van een markt- of locatiegebaseerde methodologie.
BKG-emissies scope 3
Scope 3 is een rapportagecategorie voor alle andere indirecte emissies. Deze emissies zijn een gevolg van de activiteiten van DEME, maar vinden plaats via bronnen die geen eigendom zijn van of niet worden gecontroleerd door DEME.
BKG-intensiteit
De hoeveelheid BKG-emissies vergeleken met een output zoals een arbeidseenheid (gebaggerde m³ of per MW geïnstalleerde capaciteit) of een monetaire eenheid (netto-omzet).
BKG-verwijderingen
Atmosferische broeikasgassen afvangen en opslaan, waardoor hun concentratie in de atmosfeer afneemt.
BOP
Balance of Plant
CapEx
Investeringsuitgaven. In onze rapportering gaat het om de investeringsuitgaven, exclusief investeringen in financiële vaste activa.
CCRA
Een Corporate Climate Responsibility Assessment (CCRA) is een kader om de klimaatgerelateerde risico’s, de kansen en de globale impact van een bedrijf of zijn activa op de klimaatverandering te evalueren.
CH₄
CH₄ of methaan is een bekend broeikasgas.
Circulaire economie
Een economisch systeem bedoeld om afval te verwijderen en zo lang mogelijk hulpbronnen te gebruiken door middel van principes van circulair ontwerp, hergebruik, reparatie, renovatie en recycling.
Cradle to gate
Van de winning van grondstoffen (cradle) tot het punt waarop het product het productieproces verlaat (gate).
CSDDD
De Corporate Sustainability Due Diligence Directive is een EU-verordening die bedrijven verplicht om de impact op mensenrechten en het milieu in hun activiteiten en toeleveringsketens te identificeren, te voorkomen en te beperken.
CSRD
Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) is de nieuwe EU-wetgeving die alle grote bedrijven verplicht om regelmatig rapporten te publiceren over hun activiteiten met ecologische en sociale impact. De CSRD helpt investeerders, consumenten, beleidsmakers en andere stakeholders om hun niet-financiële prestaties te beoordelen.
Cutter Suction Dredger (CSD - cutterzuiger)
Een stationair hydraulisch baggerschip dat op zijn plaats wordt gehouden met behulp van spudpalen en ankers en dat gebruik maakt van een snijkop om het te baggeren materiaal los te maken. Het snijdt en pompt het gebaggerde materiaal in een pijpleiding onder druk, aan wal of in beunschepen. Tijdens het baggeren beschrijft de snijkop bogen en wordt hij door lieren rond de spudpaal verplaatst. De cutterzuiger combineert krachtig snijden met zuigtechnieken. De snijkop kan worden vervangen door verschillende soorten zuigkoppen voor speciale doeleinden, zoals milieubaggeren. Cutterzuigers worden hoofdzakelijk gebruikt waar de zee- en rivierbodem hard en/of compact is. Grote cutterzuigers voor zwaar gebruik kunnen bepaalde soorten gesteente zonder voorbehandeling baggeren. De meeste cutterzuigers van DEME zijn zelfvarend, zodat ze gemakkelijk van de ene naar de andere locatie kunnen worden verplaatst.
DF
Dual-fuel Hoofdmotoren (LNG/MGO)
DMA
Een dubbele materialiteitsbeoordeling evalueert zowel de impact van de activiteiten van het bedrijf op het milieu en de maatschappij (inside-out, impactmaterialiteit) als de impact van milieu- en sociale kwesties op de financiële prestaties van het bedrijf (outside-in, financiële materialiteit).
DNSH
Do No Significant Harm (‘geen ernstige afbreuk doen aan’). Significante schade vermijden in bepaalde categorieën wordt in de EU-taxonomie gebruikt als een van de voorwaarden om een activiteit als ‘groen’ af te stemmen.
DP/DT
Dynamic Positioning / Dynamic Tracking (Dynamisch positioneren / Dynamisch volgen)
Duurzaamheidsraad
De Duurzaamheidsraad geeft advies over zowel strategische als operationele duurzaamheidsonderwerpen, om ervoor te zorgen dat beslissingen die hiermee verband houden in overeenstemming zijn met de waarden, duurzaamheidsstrategie en doelstellingen van DEME. Het Executief Comité maakt deel uit van de Duurzaamheidsraad.
EBIT
EBIT is het bedrijfsresultaat of de winst vóór financieel resultaat en belastingen en vóór ons aandeel in het resultaat van joint ventures en geassocieerde deelnemingen.
EBITDA
EBITDA is de som van het bedrijfsresultaat (EBIT), afschrijvingen en (bijzondere) waardeverminderingen en de bijzondere waardevermindering van goodwill.
EFRAG
De European Financial Reporting Advisory Group is een organisatie die technisch advies verleent aan de Europese Commissie over boekhoudnormen en financiële rapportering.
Emissiefactoren
De conversiefactoren die worden gebruikt om de emissies te berekenen die per gespecificeerde eenheid worden geproduceerd.
Emissieloze apparatuur/wagens
Voertuigen die aandrijvings- technologie gebruiken waarbij geen uitlaatgassen van verbrandingsmotoren of andere koolstofemissies vrijkomen, zoals elektrische voertuigen.
Energietransitie
Het proces waarbij wordt overgestapt van energiesystemen op basis van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energiebronnen, met inbegrip van het uitbreiden van offshore hernieuwbare energieoplossingen.
EPC-project
Een Engineering, Procurement en Construction-project is een contracttype dat de reikwijdte van het werk van de aannemer vastlegt. Een aannemer zorgt voor de engineering, de aankoop en de bouw, en draagt de werken over aan de eigenaar voor de opstart en de exploitatie.
EPCI-project
Een Engineering, Procurement, Construction en Installation-project is een van de typische contracttypes die worden toegekend aan het segment Offshore Energy.
ESG
Milieu, Maatschappij en Governance
ESRS
De European Sustainability Reporting Standards (ESRS) zijn een rapportagekader voor gestandaardiseerde, transparante rapportage over duurzaamheidsaspecten. Ze zijn verplicht voor EU- en een aantal niet-EU-bedrijven in het kader van de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). De ESRS, die in 2022 zijn goedgekeurd door de European Financial Reporting Advisory Group (EFRAG), hebben tot doel de ESG-rapportage in de EU te standaardiseren en ervoor te zorgen dat bedrijven consistente, vergelijkbare en betrouwbare informatie verstrekken over hun impacts op het vlak van milieu, maatschappij en governance (ESG).
ETS
Het emissiehandelssysteem is een marktgebaseerde benadering die wordt gebruikt om emissies in bepaalde sectoren te controleren en te beperken door middel van een ‘cap-and-trade’ systeem.
EU-taxonomie
Verordening die bepaalt welke investeringen als ‘groen’ kunnen worden geclassificeerd en welke hiervan bijdragen aan de realisatie van de Europese Green Deal. De classificatie is gebaseerd op technische screeningscriteria (TSC) en minimumcriteria om significante schade te vermijden (DNSH).
EU-taxonomie OpEx
De EU-taxonomie OpEx verschilt van de totale OpEx van DEME omdat deze enkel beperkt is tot niet-geactiveerde kosten met betrekking tot R&D, kortetermijnleases, onderhoud en reparatie, en andere directe uitgaven die nodig zijn voor het blijven functioneren van activa.
Geassocieerde deelnemingen
Geassocieerde deelnemingen zijn ondernemingen waarin de groep een invloed van betekenis heeft, zoals de macht om deel te nemen aan het financiële en operationele beleid van een onderneming zonder dat er sprake is van zeggenschap of gezamenlijke zeggenschap over dat beleid.
Gezamenlijke zeggenschap
Gezamenlijke zeggenschap is het contractueel overeengekomen delen van de zeggenschap over een regeling, waarvan alleen sprake is indien besluiten over de relevante activiteiten de unanieme instemming vereisen van de partijen die de zeggenschap delen.
GHG-protocol
Een uitgebreid wereldwwijde gestandaardiseerd kader voor het meten en beheren van broeikasgasemissies.
Groene Initiatieven
Alle initiatieven, veranderingen of aanpassingen in een proces, apparatuur of opstelling die het milieueffect van een project beperken.
GvO’s
Garanties van Oorsprong zijn verhandelbare Europese energiecertificaten die de herkomst van de energie verifiëren, en garanderen dat de energie afkomstig is van hernieuwbare bronnen.# Bijlage
GVW Gezondheid en veiligheid op het werk.
GW Gigawatt
HAZOP ‘Hazard and Operability Analysis’ is een systematische methode die wordt gebruikt om potentiële gevaren en operationele problemen in complexe processen te identificeren en te evalueren.
HIPO Een High Potential Incident is een incident dat ernstige gevolgen had kunnen hebben, niet alleen voor mensen, maar ook voor kwaliteit, activa, reputatie en het milieu.
IAO Internationale Arbeidsorganisatie
IEA Internationaal Energie Agentschap
IFRS International Financial Reporting Standards (IFRS) zijn een reeks boekhoudregels voor de financiële staten van beursgenoteerde ondernemingen die door de Europese Unie zijn goedgekeurd. Ze hebben tot doel de financiële staten over de hele wereld consistent, transparant en gemakkelijk vergelijkbaar te maken. De IFRS-standaarden worden uitgevaardigd door het in Londen gevestigde International Accounting Standards Board (IASB), en hebben betrekking op de boekhouding, de rapportage en andere aspecten van financiële verslaggeving. Sinds 2005 moeten alle beursgenoteerde ondernemingen in de Europese Unie aan deze standaarden voldoen in hun externe financiële verslaggeving.
IMO Internationale Maritieme Organisatie
Ingesloten BKG-emissies BKG-emissies die naar verwachting in de toekomst zullen vrijkomen als gevolg van bestaande infrastructuur en investeringen.
Interne koolstofprijs Een prijs toepassen op koolstofemissies binnen de activiteiten en/of toeleveringsketen van een bedrijf.
Investeringen Investeringen is het bedrag dat betaald is voor de verwerving van ‘immateriële vaste activa’ en ‘materiële vaste activa’. Er wordt verwezen naar de geconsolideerde kasstroom uit investeringsactiviteiten.
IP Intellectueel eigendom
315
IPCC Het ‘Intergovernmental Panel on Climate Change’ is een internationaal orgaan dat verantwoordelijk is voor het beoordelen van de wetenschap met betrekking tot klimaatverandering en beleidsmakers regelmatig voorziet van wetenschappelijke beoordelingen.
IRO De milieu-, sociale en governance- impacts, risico’s en kansen die verbonden zijn met de activiteiten van een bedrijf en die geïdentificeerd zijn in de DMA.
ISA ‘International Seabed Authority’ (Internationale Zeebodemautoriteit)
ISM- Code De Internationale veiligheidsmanagementcode (ISM) is een internationale norm voor het veilig beheer en de veilige exploitatie van schepen en ter voorkoming van verontreiniging.
ISPS- Code De ‘International Ship & Port Facility Security Code’ (ISPS) is een uitgebreide reeks maatregelen om de veiligheid van schepen en havenfaciliteiten te verbeteren.
Joint Venture Een joint venture is een gemeenschappelijke regeling waarbij de partijen die gezamenlijke zeggenschap uitoefenen over de regeling, rechten hebben op de netto-activa van de gemeenschappelijke regeling.
Klimaatneutraliteit Netto-nul broeikasgasemissies bereiken door die emissies in evenwicht te brengen, zodat zij gelijk zijn aan (of minder bedragen dan) de emissies die worden verwijderd.
Klimaattransitieplan De strategie, doelstellingen en acties van een bedrijf om zijn businessmodel af te stemmen op klimaatgerelateerde doelen, in overeenstemming met de CSRD.
Klimaatverandering Klimaatverandering verwijst naar langetermijnveranderingen in temperaturen en weerpatronen, voornamelijk veroorzaakt door menselijke activiteiten.
Koolstofarme brandstoffen Koolstofarme brandstoffen zijn brandstoffen waarvan de CO 2 - emissies lager zijn dan die van conventionele brandstoffen (gasolie voor de zeescheepvaart). Deze categorie omvat brandstoffen zoals LNG (vloeibaar aardgas) en gemengde biobrandstoffen.
Koolstofkredieten Overdraagbare certificaten die de compensatie vertegenwoordigen van één ton uitgestoten kooldioxide-equivalent.
Koolstofvrije brandstoffen Brandstoffen die bij verbruik geen koolstofdioxide uitstoten.
kW Kilowatt
Li-ion Een lithium-ion (Li-ion) batterij is een geavanceerde batterijtechnologie die lithium-ionen gebruikt als hoofdbestanddeel van haar elektrochemie.
LMRA (Take 5) Risicobeoordeling op het laatste moment (LMRA) is een snelle evaluatie ter plaatse van potentiële risico’s en gevaren vooraleer een taak wordt aangevat.
LNG Vloeibaar aardgas (Liquified Natural Gas).
Locatiegebaseerde Scope 2-emissies BKG-emissies berekenen met behulp van de emissiefactoren van de gemiddelde uitstoot van een item in een bepaald gebied.
LTI Een letsel met werkverlet (Lost Time Injury) is een incident dat leidt tot een verwonding of ziekte met een arbeidsverzuim van ≥ 24 uur of ≥ 1 dienst (de dag van het incident niet meegerekend). De verklaring dat de gewonde persoon niet in staat is om te werken moet door een bevoegd medisch deskundige zijn opgesteld. Letsels tijdens het woon-werkverkeer, ziekten en andere niet-werkgerelateerde letsels zijn uitgesloten.
Managementrapportering De managementrapportering van de groep is een driemaandelijkse interne rapportering van de economische cijfers waarin de ondernemingen van de groep – die door DEME gezamenlijk worden gecontroleerd – niet worden geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode (dus in strijd met de standaarden IFRS 10 en IFRS 11), maar volgens de proportionele methode. In deze rapportering zijn de omzet en de resultaten van in joint ventures uitgevoerde projecten binnen de groep zichtbaar en worden ze van nabij gevolgd en gerapporteerd. De presentatie van de cijfers gebeurt ook per operationeel segment.
Maritieme verordening Fuel EU Een EU-verordening die het gebruik van duurzame brandstoffen in het maritieme vervoer moet stimuleren om de BKG-emissies te verminderen.
Marktgebaseerde Scope 2-emissies BKG-emissies berekenen met behulp van de emissiefactoren van de leverancier voor een specifiek item.
316
MER Een milieueffectrapport is een proces dat wordt gebruikt om de mogelijke milieueffecten van een project of actief te evalueren.
MODIGA MODIGA is de afkorting van ‘Monopile Offshore Drilling Installation and Grouting Aid’, dat als boormal dient, en gecontroleerd neerlaten mogelijk maakt met behulp van een liner, die ook het boorgat stabiliseert.
MP Monopaal
MRV - Maritieme verordening De EU-verordening inzake monitoring, rapportage en verificatie voor schepen schrijft de monitoring en rapportage voor van de CO₂-emissies van maritieme activiteiten.
Multifunctioneel kabelinstallatieschip Een multifunctioneel kabelinstallatieschip is een diepzeevaartuig dat ontworpen is en gebruikt wordt voor het leggen van onderzeese kabels voor telecommunicatie, transmissie van elektriciteit en vele andere doeleinden. Dit type vaartuig wordt gebruikt om offshore structuren via intra-array kabels (kabels tussen de turbines) te verbinden en vervolgens de energie via exportkabels aan land te brengen. Naast het leggen van kabels kan het schip tal van aanverwante activiteiten uitvoeren, zoals offshore ondersteuning, ploegen, storten van stenen in zee, offshore bouw, de installatie van drijvende windparken enz. De schepen zijn uitgerust met een of meer kabelcarrousels, zodat ze zeer lange kabels doorlopend kunnen laden en installeren.
MW Megawatt
MWh Een megawattuur (MWh) is gelijk aan 1.000 kilowatt opgewekte elektriciteit per uur, en wordt gebruikt om de elektrische output te meten.
MW economische eigendom De hoeveelheid economische eigendom van offshore windenergie uit operationele concessies.
MW geïnstalleerde funderingen MW geïnstalleerde funderingen (capaciteitsbijdrage) wordt berekend door het totale aantal funderingen te tellen dat DEME tijdens de rapporteringsperiode (tussen 1 januari en 31 december) installeerde, en dat aantal te vermenigvuldigen met de overeenkomstige turbine- capaciteit. De turbine-capaciteit wordt ook wel het nominale vermogen van de turbine genoemd. Het is het vermogen dat de turbine genereert bij windsnelheden boven het ‘nominale’ niveau. Elke geïnstalleerde turbine heeft een specifiek nominaal vermogen, uitgedrukt in aantal MW.
MW geïnstalleerde windturbines De totale turbine-capaciteit die DEME tijdens de rapporteringsperiode (tussen 1 januari en 31 december) heeft geïnstalleerd. De turbine- capaciteit wordt ook wel het nominale vermogen van de turbine genoemd. Het is het vermogen dat de turbine genereert bij windsnelheden boven het ‘nominale’ niveau. Elke geïnstalleerde turbine heeft een specifiek nominaal vermogen, uitgedrukt in aantal MW.
NACE-codes Een Europees classificatiesysteem dat gebruikt wordt om economische activiteiten te categoriseren.
Natuurgebaseerde oplossingen Oplossingen die geïnspireerd en ondersteund worden door de natuur, die kosteneffectief zijn en tegelijk ecologische, sociale en economische voordelen opleveren en bijdragen tot het opbouwen van veerkracht.
Netto financiële schuld Netto financiële schuld is de som van kortlopende en langlopende rentedragende schulden (met inbegrip van leasingschulden), verminderd met geldmiddelen en kasequivalenten.
Netto-nul brandstoffen Netto-nul brandstoffen zijn brandstoffen die gedurende hun levensduur geen extra BKG-emissies veroorzaken.
NOx Stikstofoxide (NO) en stikstofdioxide (NO 2 ) staan samen bekend als stikstofoxiden (NOx), een groep giftige, zeer reactieve gassen. NOx ontstaan bij de verbranding van brandstof op hoge temperaturen, en zijn luchtverontreinigende stoffen die een lokaal milieueffect veroorzaken, zoals de vorming van zure regen en gezondheidseffecten op de luchtwegen.
OESO De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling is een internationale organisatie die zich inzet voor beleid dat het economische en sociale welzijn van mensen verbetert.
317
Offshore installatieschip (drijvend of jack-up) Een drijvend of zelfheffend vaartuig dat wordt gebruikt voor de installatie en het onderhoud van offshore windparken of andere offshorebouwwerken. Een jack-up vaartuig of zelfheffende eenheid is een zelfvarend mobiel platform dat bestaat uit een drijvende romp met een aantal beweegbare poten die de romp boven de zeespiegel kunnen tillen.# Woordenlijst
Zwevende deeltjes
Deeltjesverontreiniging — ook zwevende deeltjes (particulate matter of PM) genoemd — bestaat uit deeltjes (kleine stukjes) van vaste stoffen of vloeistoffen die zich in de lucht bevinden. Deze deeltjes kunnen bestaan uit stof, vuil, roet, rook of vloeistofdruppels die een plaatselijk milieueffect hebben en bij inademing schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid.## Bijlage 04 Zelfvarende splijthoppers
Bengel ............................................................. 3.595 m³
| Rapportage-eis | Commentaar | Alinea deel |
|---|---|---|
| Algemene Principes | ||
| Grondslag voor het opstellen van informatie | BP-1 Algemene grondslag voor het opstellen van duurzaamheidsverklaringen | Hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen - Deel 1.1. |
| BP-2 Rapportage over specifieke omstandigheden | Hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen - Deel 1.1.5. | |
| Governance | ||
| GOV-1 De rol van bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen | Hoofdstuk 05. Corporate governance en risicobeheer | |
| GOV-2 Informatie verschaft aan en aanpak van duurzaamheidsthema’s door bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen van de onderneming | Hoofdstuk 05. Corporate governance & risicobeheer | |
| GOV-3 Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen | Hoofdstuk 05. Corporate governance & risicobeheer | |
| GOV-4 Due diligenceverklaring | Hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen – Deel 4.3. | |
| GOV-5 Risicobeheer en interne controles voor duurzaamheidsrapporttering | Hoofdstuk 05. Corporate governance & risicobeheer | |
| Strategie | ||
| SBM-1 Strategie, businessmodel en waardeketen | Hoofdstuk 3. Segmenten | |
| Hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen – Deel 1.2. | ||
| SBM-2 Belangen en opvattingen van stakeholders | Hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen – Deel 1.3. | |
| SBM-3 Materiële impacts, risico's en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel | Hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen – Deel 1.4.4. | |
| Hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen – Deel 2.2.3.4. | ||
| Hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen – Deel 2.2.4. | ||
| Hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen – Deel 2.3.3. | ||
| Impact-, risico- en kansenbeheer | ||
| IRO-1 Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico's en kansen in kaart te brengen en te analyseren | Hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen - Deel 1.4. | |
| IRO-2 Rapportage-eisen in ESRS opgenomen in de duurzaamheidsverklaringen van de onderneming | Hoofdstuk 08. Bijlage - Bijlage ESG |
| Rapportage-eis | Commentaar | Alinea deel |
|---|---|---|
| GOV-3 Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen | Hoofdstuk 05. Corporate governance & risicobeheer | |
| E1-1 Transitieplan voor klimaatmitigatie | Hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen - Deel 2.4.2. | |
| SBM-3 Materiële impacts, risico's en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel | Hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen - Deel 2.2. | |
| Hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen - Deel 1.4.4. | ||
| IRO-1 Beschrijving van de processen om materiële klimaatgerelateerde impacts, risico's en kansen in kaart te brengen en te analyseren | Hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen - Deel 2.2. | |
| Hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen - Deel 2.4.1. | ||
| E1-2 Beleid ten aanzien van klimaatmitigatie en -adaptatie | Hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen - Deel 2.4.3. | |
| E1-3 Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van klimaatverandering | Hoofdstuk 07. |
326 Rapportage-eis Commentaar Alinea deel
| ESRS | S1 Eigen personeel | SBM-2 Belangen en opvattingen van stakeholders |
|---|---|---|
| Hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen - Deel 1.3. | SBM-3 Materiële impacts, risico's en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel | |
| Hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen - Deel 1.4.4. | Hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen - Deel 3.1.1. | |
| S1-1 Beleid ten aanzien van eigen personeel | Hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen - Deel 3.1.2. | |
| Hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen - Deel 3.1.3. | Hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen - Deel 3.2.1. | |
| S1-2 Processen om met de eigen arbeiders en hun vertegenwoordigers te overleggen over impacts | S1-3 Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor eigen arbeiders om hun bezorgdheden kenbaar te maken | |
| S1-4 Actie ondernemen met betrekking tot materiële impacts voor het eigen personeel en aanpakken uitwerken om materiële risico's te beperken en materiële kansen te benutten met betrekking tot eigen personeel, en de effectiviteit van deze acties | S1-5 Doelen om de materiële negatieve impacts te beheersen, de positieve impacts te bevorderen en materiële risico's en kansen te beheersen | |
| S1-6 Kenmerken van de medewerkers van de onderneming | S1-7 Kenmerken van arbeiders niet in loondienst onder het eigen personeel van de onderneming Weggelaten voor het eerste jaar van de opstelling van de Duurzaamheids- verklaringen, in overeenstemming met de infaseringsbepalingen. | |
| Hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen - Deel 3.1.3. | Hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen - Deel 3.2.1. | |
| Hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen - Deel 3.1.4. | Hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen - Deel 3.2.1. | |
| Hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen - Deel 3.2.2. | Hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen - Deel 3.2.3. | |
| Hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen - Deel 3.1.5. | S1-14 Prestatie-indicatoren voor Veiligheid en gezondheid | |
| Hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen - Deel 3.2.4. |
Hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen - Deel 2.3.4.
Hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen - Deel 2.3.4.
Hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen - Deel 2.3.5.
Hoofdstuk 07. Duurzaamheidsverklaringen - Deel 2.3.5.
08 — Bijlage DEME Jaarverslag 2024
327
| Rapportage-eis en bijbehorend datapunt | SFDR-referentie | Pijler 3-referentie | Referentie Benchmarkverordening | Referentie EU-Klimaatwet | Alinea deel/Pagina’s |
|---|---|---|---|---|---|
| ESRS 2 GOV-1 Indicator nr. 13 van Gedelegeerde Hoofdstuk 5. Genderdiversiteit Tabel 1 in Bijlage 1 Verordening (EU) Corporate governance binnen de Raad van 2020/1816, Bijlage II & risicobeheer Bestuur - alinea 21 (d) | |||||
| ESRS 2 GOV-1 Percentage Gedelegeerde Hoofdstuk 5. onafhankelijke Verordening (EU) Corporate governance bestuurders - alinea 21 (e) 2020/1816, Bijlage II & risicobeheer | |||||
| ESRS 2 GOV-4 Due Indicator nr. 10 van Hoofdstuk 07. diligenceverklaring - alinea 30 Tabel 3 in Bijlage 1 Duurzaamheids- verklaringen - Deel 4.3. | |||||
| ESRS 2 SBM-1 Betrokkenheid Indicator nr. 4 van Artikel 449 a Gedelegeerde Hoofdstuk 07. bij activiteiten m.b.t. fossiele Tabel 1 in Bijlage 1 Verordening (EU) Duurzaamheids- brandstoffen - alinea 40 (d) i nr. 575/2013; 2020/1816, Bijlage II verklaringen Uitvoeringsverordening - Deel 1.2.1. (EU) 2022/2453 van de Commissie | |||||
| Tabel 1: Kwalitatieve informatie over Milieurisico en Tabel 2: Kwalitatieve informatie over Sociaal risico | |||||
| ESRS 2 SBM-1 Betrokkenheid Indicator nr. 9 van Gedelegeerde Hoofdstuk 07. bij activiteiten m.b.t. Tabel 2 in Bijlage 1 Verordening (EU) Duurzaamheids- chemische productie 2020/1816, Bijlage II verklaringen - alinea 40 (d) i - Deel 1.2.1. | |||||
| ESRS 2 SBM-1 Betrokkenheid Indicator nr. 14 van Gedelegeerde Hoofdstuk 07. bij activiteiten m.b.t. Tabel 1 in Bijlage 1 Verordening (EU) Duurzaamheids- controversiële wapens 2020/1818, artikel 12, verklaringen - alinea 40 (d) iii lid 1; Gedelegeerde - Deel 1.2.1. Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II | |||||
| ESRS 2 SBM-1 Betrokkenheid Gedelegeerde Hoofdstuk 07. bij activiteiten m.b.t. de Verordening (EU) Duurzaamheids- teelt en productie van 2020/1818, artikel 12, verklaringen tabak - alinea 40 (d) iv lid 1; Gedelegeerde - Deel 1.2.1. Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II | |||||
| ESRS E1-1 Transitieplan Verordening Hoofdstuk 07. om tegen 2050 (EU) 2021/1119, Duurzaamheids- klimaatneutraliteit te artikel 2, lid 1 verklaringen bereiken - alinea 14 - Deel 2.4.2. | |||||
| ESRS E1-1 Ondernemingen Artikel 449 bis Gedelegeerde Niet van toepassing die uitgesloten worden Verordening (EU) van de EU-benchmarks nr. 575/2013; Uitvoeringsverordening 2020/1818, artikel voor Parijs - alinea 16 (g) (EU) nr. 2022/2453 12, lid 1 (d) tot (g) van de Commissie. Template 1: Banking book - Transitierisico i.v.m. klimaatverandering: Kredietkwaliteit blootstellingen per sector, emissies en resterende looptijd | |||||
| 328 |
| Rapportage-eis en bijbehorend datapunt | SFDR-referentie | Pijler 3-referentie | Referentie Benchmarkverordening | Referentie EU-Klimaatwet | Alinea deel/Pagina’s |
|---|---|---|---|---|---|
| ESRS E1-4 Doelen BKG- emissiereductie - alinea 34 Indicator nr. 4 van Tabel 2 in Bijlage 1 Artikel 449 a Verordening (EU) nr. 575/2013; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2453 van de Commissie Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, artikel 6 Hoofdstuk 07. Duurzaamheids- verklaringen - Deel 2.4.6. Template 3: Banking book - Transitierisico i.v.m. Klimaatverandering: afstemmings- maatstaven | |||||
| ESRS E1-5 Energieverbruik uit fossiele bronnen uitgesplitst naar bronnen (alleen sectoren met grote klimaatimpact) - alinea 38 Indicator nr. 5 van Tabel 1 en Indicator nr. 5 van Tabel 2 in Bijlage 1 | Hoofdstuk 07. Duurzaamheids- verklaringen - Deel 2.4.7. | ||||
| ESRS E1-5 Energieverbruik en -mix alinea 37 Indicator nr. 5 van Tabel 1 in Bijlage 1 | Hoofdstuk 07. Duurzaamheids- verklaringen - Deel 2.4.7. | ||||
| ESRS E1-5 Energie-intensiteit van activiteiten in sectoren met grote klimaatimpact - alinea's 40 tot en met 43 Indicator nr. 6 van Tabel 1 in Bijlage 1 | Hoofdstuk 07. Duurzaamheids- verklaringen - Deel 2.4.7. | ||||
| ESRS E1-6 Bruto Scope 1-, 2-, 3- en totale BKG- emissies - alinea 44 Indicatoren nr. 1 en 2 van Tabel 1 in Bijlage 1 Artikel 449 a Verordening (EU) nr. 575/2013; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2453 van de Commissie Template 1: Banking book - Transitierisico’s i.v.m. klimaatverandering: Kredietkwaliteit blootstellingen per sector, emissies en resterende looptijd Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, artikel 5, lid 1, artikel 6 en 8, lid 1 | Hoofdstuk 07. Duurzaamheids- verklaringen - Deel 2.4.9.2. | ||||
| ESRS E1-6 Intensiteit bruto BKG-emissies - alinea’s 53 tot en met 55 Indicator nr. 3 van Tabel 1 in Bijlage 1 Artikel 449 a Verordening (EU) nr. 575/2013; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2453 van de Commissie Template 3: Banking book - Transitierisico i.v.m. klimaat- verandering: afstemmings- maatstaven Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, artikel 8, lid 1 | Hoofdstuk 07. Duurzaamheids- verklaringen - Deel 2.4.9.2. | ||||
| ESRS E1-7 Broeikasgasverwijderingen en koolstofkredieten - alinea 56 | Verordening (EU) 2021/1119, artikel 2, lid 1 | Hoofdstuk 07. Duurzaamheids- verklaringen - Deel 2.4.10. |
08 — Bijlage DEME Jaarverslag 2024
329
| Rapportage-eis en bijbehorend datapunt | SFDR-referentie | Pijler 3-referentie | Referentie Benchmarkverordening | Referentie EU-Klimaatwet | Alinea deel/Pagina’s |
|---|---|---|---|---|---|
| ESRS E1-9 Blootstelling Gedelegeerde Niet vermeld - benchmarkportefeuille Verordening (EU) Infasering van eis aan fysieke klimaatrisico’s 2020/1818, - alinea 66 Bijlage II Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II | |||||
| ESRS E1-9 Uitsplitsing Artikel 449 a Niet vermeld - van de boekwaarde van Verordening Infasering van eis zijn vastgoedactiva naar (EU) nr. 575/2013; energie-efficiëntieklassen Uitvoeringsverordening - alinea 67 (c) (EU) nr. 2022/2453 van de Commissie - alinea 34; Template 2: Banking book - Transitierisico i.v.m. klimaatverandering: Leningen gedekt door zekerheden in de vorm van onroerend goed - Energie-efficiëntie van de zekerheid | |||||
| ESRS E1-9 Uitsplitsing Artikel 449 a Niet vermeld - geldbedragen in acuut en Verordening Infasering van eis chronisch fysiek risico nr. 575/2013; alinea 66 (a) Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2453 van de Commissie - Locatie van significante - alinea 66 (c). alinea’s 46 en 47; Template 5: Banking book - Fysiek risico i.v.m. klimaatverandering: Aan fysiek risico onderhevige blootstellingen activa die een materieel fysiek risico lopen | |||||
| ESRS E1-9 Mate blootstelling Gedelegeerde Niet vermeld - van portefeuille aan Verordening (EU) Infasering van eis klimaatkansen - alinea 69 2020/1818, Bijlage II | |||||
| ESRS E2-4 Hoeveelheid Indicator nr. 8 van Niet materieel emissies naar lucht, Tabel 1 in Bijlage 1 water en bodem van Indicator nr. 2 van elke verontreinigende Tabel 2 in Bijlage 1 stof in Bijlage II bij Indicator nr. | |||||
| ## Tabel 2 in Bijlage 1 (Europees register Indicator nr. 3 van uitstoot en overbrenging | |||||
| ### Tabel 2 in Bijlage 1 | |||||
| #### ESRS E3-1 Water en mariene Indicator nr. 7 van Niet materieel hulpbronnen - alinea 9 | |||||
| #### Tabel 2 in Bijlage 1 | |||||
| #### ESRS E3-1 Specifiek Indicator nr. 8 van Niet materieel beleid - alinea 13 | |||||
| #### Tabel 2 in Bijlage 1 | |||||
| #### ESRS E3-1 Duurzame oceanen Indicator nr. 12 van Niet materieel en zeeën - alinea 14 | |||||
| #### Tabel 2 in Bijlage 1 |
| SFDR-referentie | Pijler 3-referentie | Referentie Benchmarkverordening | Referentie EU-Klimaatwet | Alinea deel/Pagina’s |
|---|---|---|---|---|
| ESRS E3-4 Totale hoeveelheid Indicator nr. 6,2 van Niet materieel gerecycleerd en hergebruikt | Tabel 2 in Bijlage 1 | water - alinea 28 (c) | ||
| ESRS E3-4 Totaal Indicator nr. 6,1 van Niet materieel waterverbruik in m3 | Tabel 2 in Bijlage 1 | per netto-omzet eigen activiteiten - alinea 29 | ||
| ESRS 2- IRO 1 E4 - | Indicator nr. 7 van Niet materieel | Tabel 1 in Bijlage 1 | alinea 16 (a) i | |
| ESRS 2- IRO 1 E4 - | Indicator nr. 10 van Niet materieel | Tabel 2 in Bijlage 1 | alinea 16 (b) | |
| ESRS 2- IRO 1 E4 - | Indicator nr. 14 van Niet materieel | Tabel 2 in Bijlage 1 | alinea 16 (c) | |
| ESRS E4-2 Praktijken of Indicator nr. 11 van Niet materieel beleid duurzaam beheer | Tabel 2 in Bijlage 1 | bodem / duurzame landbouw - alinea 24 (b) | ||
| ESRS E4-2 Praktijken of beleid Indicator nr. 12 van Niet materieel duurzaam beheer oceanen | Tabel 2 in Bijlage 1 | / zeeën - alinea 24 (c) | ||
| ESRS E4-2 Beleid tegen Indicator nr. 15 van Niet materieel ontbossing - alinea 24 (d) | Tabel 2 in Bijlage 1 | |||
| ESRS E5-5 Niet-gerecycleerd Indicator nr. 13 van Niet materieel afval - alinea 37 (d) | Tabel 2 in Bijlage 1 | |||
| ESRS E5-5 Gevaarlijk afval en Indicator nr. 9 van Niet materieel radioactief afval - alinea 39 | Tabel 1 in Bijlage 1 | |||
| ESRS 2- SBM3 - S1 Risico op Indicator nr. 13 van Niet materieel incidenten met gedwongen | Tabel 3 in Bijlage 1 | arbeid - alinea 14 (f) | ||
| ESRS 2- SBM3 - S1 Indicator nr. 12 van Niet materieel Risico op incidenten met | Tabel 3 in Bijlage 1 | kinderarbeid - alinea 14 (g) | ||
| ESRS S1-1 Toezeggingen Indicator nr. 9 van Niet materieel op het vlak van | Tabel 3 en Indicator | mensenrechtenbeleid nr. 11 van Tabel - alinea 20 | ||
| 1 in Bijlage 1 | ||||
| ESRS S1-1 Due diligence- | Gedelegeerde | Niet materieel | ||
| Verordening (EU) | beleid rond kwesties die | |||
| 2020/1816, Bijlage II | aan de orde komen in de | |||
| fundamentele verdragen | ||||
| 1 tot en met 8 van de | ||||
| Internationale | ||||
| Arbeidsorganisatie - | ||||
| alinea 21 | ||||
| ESRS S1-1 Procedures en | Indicator nr. 11 van Niet materieel | Tabel 3 in Bijlage 1 | maatregelen ter voorkoming | |
| van mensenhandel - alinea 22 | ||||
| ESRS S1-1 Beleid | Indicator nr. 1 van Hoofdstuk 07. | Tabel 3 in Bijlage 1 | of beheersysteem | |
| Duurzaamheids- | ter voorkoming van | |||
| verklaringen | arbeidsongevallen - | |||
| - Deel 3.1.2.’ | alinea 23 | |||
| ESRS S1-3 Klachtenregelingen | Indicator nr. 5 van Hoofdstuk 07. | Tabel 3 in Bijlage 1 | - alinea 32 (c) | |
| Duurzaamheids- | ||||
| verklaringen | ||||
| - Deel 3.1.4.’ |
| SFDR-referentie | Pijler 3-referentie | Referentie Benchmarkverordening | Referentie EU-Klimaatwet | Alinea deel/Pagina’s |
|---|---|---|---|---|
| ESRS S1-14 Aantal Indicator nr. 2 van Gedelegeerde | Hoofdstuk 07. | sterfgevallen en aantal en Tabel 3 in Bijlage 1 | ||
| ESRS S1-14 Aantal Indicator nr. 3 van Niet vermeld – | Tabel 3 in Bijlage 1 | infasering van eis. | ||
| ESRS S1-16 Niet- | Indicator nr. 12 van Gedelegeerde | Tabel 1 in Bijlage 1 | Niet materieel | |
| ESRS S1-16 Ratio | Indicator nr. 8 van Niet materieel | Tabel 3 in Bijlage 1 | ||
| ESRS S1-17 Gevallen van | Indicator nr. 7 van Niet materieel | Tabel 3 in Bijlage 1 | ||
| ESRS S1-17 Niet-nakoming | Indicator nr. 10 van Gedelegeerde | Tabel 1 en Indicator | Niet materieel | |
| ESRS 2- SBM3 – S2 | Aanzienlijk | Indicatoren nr. 12 | Tabel 3 in Bijlage 1 | Niet materieel |
| ESRS S2-1 | Toezeggingen | Indicator nr. 9 van Niet materieel | Tabel 3 en Indicator | Niet materieel |
| ESRS S2-1 | Beleid ten | Indicatoren nr. 11 | Tabel 3 in Bijlage 1 | Niet materieel |
| ESRS S2-1 | Niet-nakoming van | Indicator nr. 10 van | Tabel 1 in Bijlage 1 | Niet materieel |
| ESRS S2-1 | Due diligence- | Gedelegeerde | Niet materieel | |
| ESRS S2-4 | Indicator nr. 14 van Niet materieel | Tabel 3 in Bijlage 1 | Mensenrechtenproblemen |
| SFDR-referentie | Pijler 3-referentie | Referentie Benchmarkverordening | Referentie EU-Klimaatwet | Alinea deel/Pagina’s |
|---|---|---|---|---|
| ESRS S3-1 | Toezeggingen | Indicator nr. 9 van Niet materieel | Tabel 3 in Bijlage 1 | Niet materieel |
| ESRS S3-1 | Niet-nakoming van | Indicator nr. 10 van Gedelegeerde | Tabel 1 in Bijlage 1 | Niet materieel |
| ESRS S3-4 | Indicator nr. 14 van Niet materieel | Tabel 3 in Bijlage 1 | Mensenrechtenproblemen | |
| ESRS S4-1 | Beleid ten | Indicator nr. 9 van Niet materieel | Tabel 3 en Indicator | Niet materieel |
| ESRS S4-1 | Niet-nakoming van | Indicator nr. 10 van Gedelegeerde | Tabel 1 in Bijlage 1 | Niet materieel |
| ESRS S4-4 | Indicator nr. 14 van Niet materieel | Tabel 3 in Bijlage 1 | Mensenrechtenproblemen | |
| ESRS G1-1 | VN-Verdrag tegen | Indicator nr. 15 van Niet materieel | Tabel 3 in Bijlage 1 | |
| ESRS G1-1 | Bescherming van | Indicator nr. 6 van Niet materieel | Tabel 3 in Bijlage 1 | |
| ESRS G1-4 | Geldboeten | Indicator nr. 17 van Gedelegeerde | Tabel 3 in Bijlage 1 | Niet materieel |
| ESRS G1-4 | Normen voor | Indicator nr. 16 van Niet materieel | Tabel 3 in Bijlage 1 |
| Beschrijving van het risico | Potentiële impact | Risicobeheer en -controle |
|---|---|---|
| DEME is een wereldwijde speler en daardoor kwetsbaar voor negatieve ontwikkelingen die zich op macro-economisch niveau kunnen voordoen. De activiteiten van DEME worden voornamelijk gedreven door de groei van de wereldbevolking, voornamelijk de trend om zich te vestigen in de buurt van kustlijnen en langs groterivieren, de groei van de wereldeconomie en de behoefte aan geschikte infrastructuur die deze groei met zich meebrengt (bijvoorbeeld havenuitbreidingen en maritieme toegangswegen). Deze toename van de internationale handel leidt op zijn beurt tot steeds grotere tankers en containerschepen, wat een belangrijke factor is voor onze baggeractiviteiten. Dit leidt dan weer tot meer investeringen in het uitdiepen en verbreden van toegangskanalen en aanlegplaatsen. Andere belangrijke drijfveren zijn de stijgende vraag naar energie, de doelstellingen om de energietransitie en klimaatneutraliteit te realiseren, en de schaarste aan mineralen en grondstoffen. Een deel van de vraag naar de diensten van DEME weerspiegelt veranderingen in de economische groei van de regio. De vraag is ook afhankelijk van de ontwikkelingen in de diverse sectoren waarin DEME actief is, zoals nieuwe infrastructuur met betrekking tot de energietransitie. Daarnaast wordt een aanzienlijk deel van de activiteiten van DEME bepaald door het overheidsbeleid en de overheidsuitgaven. DEME is dan ook vooral blootgesteld aan het niveau van de economische activiteit, en is vatbaar voor veranderingen in de externe economische omstandigheden in elke markt waarin het actief is. Dankzij geografische diversificatie, een kwalitatieve klantenportefeuille en een uitgebreid netwerk dat het in de loop van decennia opbouwde, tracht DEME de continuïteit van zijn activiteiten te verzekeren. Gezien de complexiteit en diversiteit van onze activiteiten wereldwijd, is het echter niet mogelijk om elke belangrijke verandering in de marktomstandigheden en de impact daarvan op onze activiteiten volledig te voorzien. Gelet op zijn wereldwijde voetafdruk zijn de activiteiten van DEME in bepaalde gebieden waar het actief is, blootgesteld aan verhoogde risico’s door politieke en/of sociale instabiliteit (met inbegrip van oorlog en burgerlijke onrust, gewapende conflicten, terrorisme, gijzelingen, piraterij, afpersing en sabotage). Dergelijke gebeurtenissen kunnen de bedrijfsvoering van DEME in aanzienlijke mate negatief beïnvloeden of een invloed hebben op de activiteiten, het personeel, de uitrusting en schepen. |
DEME streeft ernaar deze risico's te beperken door voortdurend toezicht te houden op de situatie en veiligheid in de politiek onstabiele gebieden waar projecten worden uitgevoerd. Protectionisme wordt waar en wanneer mogelijk weggenomen door middel van lokale partnerships. Bovendien kan DEME indien nodig een project opschorten om zijn personeel, materieel en schepen in veiligheid te brengen. De activa van DEME (voornamelijk zijn schepen) kunnen ook snel worden geheralloceerd naar een alternatieve, veilige locatie.
Het kapitaalintensieve karakter van de sector waarin DEME actief is vraagt om zeer aanzienlijke investeringen (voornamelijk in bagger- en offshore schepen, maar ook in concessie-activiteiten). Investeringsprojecten zijn vaak zeer complex, zowel technisch als financieel. Daarnaast zit er een lange periode tussen het moment dat er wordt beslist om te investeren, het verkrijgen van de financiering en het moment van oplevering van het nieuwe schip. Dit kan leiden tot gemiste kansen of onderbenutting als de marktomstandigheden intussen veranderd zijn. Ook concessie-activiteiten en projectontwikkeling kunnen onzeker zijn door het al dan niet verkrijgen van de benodigde financiering. Om competitief te blijven, investeert DEME in nieuwe schepen en ontwikkelt, financiert en implementeert het baanbrekende technologieën. Bij de bouw van nieuwe schepen werken we steeds nauw samen met de scheepswerf om ervoor te zorgen dat we deze kosten nauwgezet onder controle houden.
Voor de uitbreiding en ontwikkeling van DEME’s activiteiten kan aanvullend kapitaal nodig zijn, dat het door middel van financiering met eigen en/of vreemd vermogen kan verkrijgen om zijn investeringen te financieren. De specifieke kenmerken van de schepen en de overige uitrusting en het beperkte aantal spelers op de wereldwijde markten waar DEME actief is (bijv. baggeren, offshore wind, enz.), kunnen een negatieve impact hebben op de waardering van deze activa in het geval ze verkocht zouden moeten worden. Aanvullende schuldfinanciering, indien verkregen, kan DEME blootstellen aan bijkomende convenanten die door financiële instellingen of kredietverstrekkers worden opgelegd.
Een negatieve impact op de reële waardering van de vloot en andere uitrusting kan aanleiding geven tot een lagere waarde, en dus een impact hebben op de financiële staten van de groep. Als gevolg van het kapitaalintensieve karakter van de industrie heeft DEME een aanzienlijke hoeveelheid financieringskosten (en kan die ook blijven hebben).
Die worden echter steeds van nabij opgevolgd door het management en de Raad van Bestuur. De waarde van de vloot wordt voortdurend opgevolgd door de technische dienst van DEME aan de hand van interne en externe informatie (bv. taxatierapporten,...). Op elke rapporteringsdatum wordt de reële waarde van de vloot vergeleken met de boekwaarde, en indien nodig wordt een bijzondere waardevermindering geboekt.
De sectoren waarin DEME actief is, zijn sterk concurrerend, en DEME heeft te maken met concurrentie lokale en internationale marktspelers. Concurrentiële factoren zijn onder meer prijs, kwaliteit van de dienstverlening, omvang van activiteiten (inclusief geografisch), reputatie, ervaring en milieubelasting, evenals de beschikbaarheid van gunstige betalings- en kredietvoorwaarden. De baggerindustrie is cyclisch van aard (voor infrastructurele baggerwerken), en vooral tijdens lage cycli is er inderdaad sprake van prijsdruk. Aangezien vlootbenutting belangrijk is, kunnen concurrenten van DEME soms een strategie hanteren om projecten tegen lagere prijzen aan te bieden. Deze agressieve prijszetting kan ertoe leiden dat DEME zijn prijs moet verlagen of de kredietvoorwaarden aanzienlijk moet verbeteren om projecten te winnen, waardoor zijn bruto winstmarges en kasstroom dalen.
De kapitaalintensiteit van de sectoren waarin DEME actief is, het beperkt aantal spelers dat daarvan het gevolg is en DEME's leidende positie op zowel de bagger- als de offshore windmarkten verlichten enigszins de potentiële concurrentiedruk. Het concurrentievermogen van DEME zal grotendeels afhangen van zijn vermogen om te blijven innoveren en zijn klanten state-of-the-art oplossingen aan te bieden. DEME moet dan ook bijblijven op technologisch vlak (zowel hardware als software) en over geavanceerde technologie en apparatuur beschikken om zijn marktaandeel, reputatie en positie te kunnen behouden. Dankzij een meerjareninvesteringsprogramma beschikt DEME momenteel over een moderne en competitieve vloot.
In het kader van zijn inspanningen voor bedrijfsontwikkeling en diversificatie investeert DEME in industrieën en markten die zich tot op heden niet bewezen hebben en die, althans in een eerste fase, kunnen steunen op onbewezen technologieën (bijv. diepzeeoogsten (GSR), en groene waterstof (DEME Concessions)). Investeren in onbewezen markten kan aanleiding geven tot hoge R&D-kosten, wat de financiële positie van de groep ongunstig kan beïnvloeden. Bovendien kunnen nieuwe industrieën of activa verouderd raken of niet competitief zijn in het licht van de huidige marktomstandigheden en de evoluerende normen.
DEME vertrouwt in ruime mate op zijn vermogen om te blijven innoveren en state- of-the-art oplossingen te bieden aan zijn klanten, ook in onbewezen markten. Financiële investeringen in deze prille markten, die nog geen inkomsten genereren, worden gedekt door de kasstromen uit de andere operationele segmenten van de groep.
De activiteiten van DEME houden grotendeels verband met de projecten die het heeft. We bouwen of leveren gewoonlijk een infrastructuur of werk met een uniek karakter voor een vaste forfaitaire of variabele prijs en binnen een overeengekomen termijn. We voeren ook Engineering, Procurement, Construction and Installation (EPCI)-contracten uit, en soms zijn we ook verplicht om de financiering over te nemen. Gedurende het hele proces van projectmanagement en uitvoering kunnen risico's ontstaan: van aanbesteding tot contractonderhandelingen en, bij de toekenning, tijdens de uitvoering van engineering, inkoop, bouw, inbedrijfstelling en oplevering. Daarnaast bestaat ook de mogelijkheid dat de klant niet of niet tijdig de nodige financiering kan verkrijgen, enz.
Operationele risico's kunnen leiden tot mogelijke kostenoverschrijdingen, vooral voor projecten met contracten tegen vaste prijzen of met beperkte prijsescalatiebepalingen, waarbij de werkelijke kosten van een project hoger kunnen uitvallen dan de kostenraming van DEME bij aanvang van het project als gevolg van onverwachte extra kosten voor DEME (bv. prijsstijgingen voor leveringen, extra werk, vertragingen in de uitvoering, enz.). Dergelijke extra kosten kunnen niet altijd worden doorgerekend aan de klant, met als gevolg dat DEME alle, of ten minste een deel van deze extra kosten voor zijn rekening neemt. Afhankelijk van de omvang van een project kunnen afwijkingen van de geraamde kosten voor de uitvoering van het contract een ongunstig effect hebben op de financiële prestaties, bedrijfsresultaten of kasstromen van DEME. Met name projecten op basis van nieuwe ontwerpen kunnen hogere risico's op kostenoverschrijdingen met zich brengen. DEME is dan immers minder goed in staat om vooraf een correcte kostenraming te maken, vooral wanneer het zich voor het eerst in nieuwe bedrijfssegmenten begeeft.
Vertragingen (als gevolg van mogelijke interne en/of externe factoren) bij het voldoen aan de leveringseisen van contracten (bv. ‘milestones’) kunnen ook resulteren in mogelijke sancties of schadevergoedingen. Dit omvat risico's van derden in de vorm van zwakkere prestaties of verzuim van onderaannemers, leveranciers, verkopers, joint venture partners of andere partijen, die het vermogen van DEME zouden kunnen beïnvloeden om zijn projecten uit te voeren zoals gepland. Dit zou zich bijvoorbeeld kunnen voordoen wanneer er slechts een beperkt aantal alternatieve producenten zijn, vooral in het geval van producenten die gespecialiseerde apparatuur maken. Potentiële boetes of schadevergoedingen, extra kosten enz. kunnen voortvloeien uit het niet voldoen aan de prestatie-eisen. Deze kunnen betrekking hebben op de kwaliteitsnormen, de contractperiode of kostenoverschrijdingen als gevolg van het niet nakomen van de garantieverplichtingen (bv. verantwoordelijkheid voor onderhoud, enz.). Er kunnen nadelige gevolgen ontstaan voor de activiteiten van DEME wegens de niet- naleving van wijzigingen in de toepasselijke reglementeringen en wetgevingen, bijvoorbeeld m.b.t. de veiligheids- en sociale verplichtingen ten aanzien van onderaannemers. Ook is het mogelijk dat er geen plafond is voor de te betalen boetes of schadevergoedingen. Sommige contracten, met name overheidscontracten, bevatten immers geen clausules inzake beperking van aansprakelijkheid.
De ORM-afdeling gebruikt haar ORM- systeem voor de correcte identificatie, beoordeling en beheersing van risico's en kansen met betrekking tot de aanbesteding, voorbereiding en uitvoering van projecten. Kansen en risico's worden voortdurend opgevolgd, zodat er tijdig beslissingen en noodzakelijke acties kunnen volgen. Verder is er ook een Risicocomité, samengesteld uit de CEO, de CFO en leden van het Executief Comité of een persoon die door dat comité is aangesteld en verantwoordelijk is voor het betrokken segment of een persoon aangesteld door dat segment, aangevuld met niet-uitvoerende bestuurders en/of andere personen die de Raad van Bestuur aanstelt. Naast het bijstaan van de CEO in zijn taak om zaken op het vlak van risicobeheer te beoordelen, keurt het Risicocomité alle bindende offertes goed die betrekking hebben op de gunning van belangrijke contracten.# 08 — Bijlage DEME Jaarverslag 2024
Het Risicocomité brengt regelmatig verslag uit aan de Raad van Bestuur over de uitoefening van zijn taken, stipt alle punten aan waarvoor het actie of verbetering nodig acht, en geeft aanbevelingen voor de te ondernemen stappen.
Bovendien kan DEME tijdens het project geconfronteerd worden met bepaalde andere algemene risico's die rechtstreeks of onrechtstreeks veroorzaakt worden door factoren die inherent zijn aan de activiteit van DEME (bv. contracten voor maritieme engineering). Meer bepaald kan DEME te maken krijgen met verhoogde projectkosten als gevolg van bijvoorbeeld mogelijke niet gewerkte dagen, vertraging in de oplevering van de werken, letsels bij werknemers van DEME of bij derden, schade aan de uitrusting/vaartuigen van DEME of van derden, ten gevolge van een van de volgende factoren:
DEME tracht een aantal van die risico's te beheersen met behulp van zijn projectmanagementsystemen, en ook door passende verzekeringen af te sluiten.
DEME heeft diverse goedkeuringen, licenties, vergunningen en certificaten nodig om zijn activiteiten te kunnen uitvoeren. Die moeten worden verkregen, behouden en vernieuwd. Zonder de vereiste goedkeuringen, licenties, vergunningen en certificaten is het wellicht niet mogelijk om zijn bedrijfsactiviteiten uit te oefenen. Belgische aannemers moeten bijvoorbeeld in het bezit zijn van een ‘Certificaat van Erkenning’ dat om de vijf jaar vernieuwd moet worden. Vergelijkbare vereisten bestaan ook voor alle activiteiten van DEME wereldwijd. Voor de schepen gaat het voeren van een vlag altijd gepaard met de voltooiing van een registratieprocedure en een technisch onderzoek. Wanneer de procedure met succes is afgerond, ontvangt het schip een ‘registratiecertificaat’. De precieze technische normen en procedures kunnen van rechtsgebied tot rechtsgebied verschillen en veranderen met de tijd. DEME zorgt ervoor dat al zijn certificaten bijgewerkt worden en dat het voldoet aan internationale wettelijke en andere lokale verplichte QHSE-eisen. Er worden zelfs aanvullende certificaten verkregen om ervoor te zorgen dat de QHSE-norm van DEME hoger is dan de vereisten in de sector. DEME beschikt over een ISO-groepscertificaat met meer dan 50 operationele en commerciële entiteiten. Alle gecertificeerde entiteiten voldoen aan de volgende normen:
Naast ISO voldoet het QHSE-Managementsysteem ook aan andere specifieke normen. Bovendien zijn schepen onderhevig aan classificatieregels die ontworpen werden om onder meer schepen, bemanningen en het milieu te beschermen. De afdeling ‘Class and Flag’ is verantwoordelijk voor het behoud van de betreffende vlaggen- en regelgevende certificaten voor de vloot en voor de planning van eventuele vereiste onderzoeken.
DEME richt zich als projectontwikkelaar en concessiehouder op hernieuwbare energie, maritieme infrastructuur, havens, baggeren, groene waterstof en andere bijzondere projecten. Het proces vanaf het eerste idee tot de feitelijke oplevering kan een langere periode in beslag nemen, zelfs meerdere jaren. Dit betekent dat er aanzienlijke kosten gemaakt kunnen worden en heel wat tijd kan worden besteed aan een potentieel nieuw project, zonder de zekerheid te hebben dat het project effectief tot stand zal komen. Zo kan het bekomen van een concessie van de betreffende overheidsinstantie een risico inhouden, door onzekerheid in interpretatie en/of toepassing van de regelgeving, bezwarende beperkingen die worden opgelegd, of wijzigingen die worden aangenomen ten aanzien van de voorwaarden van de concessie en/of als gevolg van politieke instabiliteit. Bovendien is het essentieel om de juiste financiering voor het project te verkrijgen met de juiste partners. Binnen DEME is er een Technisch Comité dat toeziet op de activiteiten van de groep en een specifiek Technisch Comité voor DEME Concessions. Deze comités zijn samengesteld uit de CEO, de CFO en de leden van het Executief Comité, niet-uitvoerende bestuurders en/of andere personen aangesteld door de Raad van Bestuur. De leden beschikken over de specialistische expertise die vereist is voor specifieke projecten. Ze evalueren projecten/investeringen die een bijzondere rol spelen binnen de groep vanuit het oogpunt van risico, investering en imago. DEME is onderhevig aan risico's van derden, zoals aannemers, leveranciers, verkopers, joint venture partners of andere partijen die betrokken zijn bij de engineering, het ontwerp, de aankoop van materialen, uitrusting en diensten voor de uitvoering van werken op DEME's projecten. De succesvolle voltooiing van projecten hangt af van het vermogen van die derde partijen om hun contractuele verplichtingen na te komen, en is onderhevig aan factoren waarop DEME geen controle heeft, met inbegrip van handelingen of nalatigheden van deze partijen en hun onderaannemers.
DEME implementeert maatregelen om potentiële risico's van derden tot een minimum te beperken, zoals het uitvoeren van due diligence vooraleer zaken met hen te doen en procure-to-pay procedures voor materiële derde partijen.
DEME is actief in een sector met verhoogde broeikasgassen, die bijdragen tot de opwarming van de aarde. In het kader van toekomstige regelgeving kan DEME worden onderworpen aan koolstofbelastingen en emissiehandelssystemen - waarnaar verwezen wordt als een risico van de klimaattransitie, wat eigenlijk neerkomt op een beleids- en juridisch risico. Koolstofbelastingen leiden niet alleen tot bijkomende directe kosten, maar ook tot hogere prijzen voor aangekochte producten en diensten (bv. staal, beton, enz.). De impact van potentiële kosten is afhankelijk van doorberekeningsclausules in het contract, die voor elk project anders kunnen zijn. DEME wil tegen 2050 een klimaatneutraal bedrijf zijn, en heeft een tussentijdse doelstelling vastgelegd op het vlak van BKG-intensiteit om de BKG-emissies van zijn vloot tegen 2030 met 40% te verminderen per gebaggerde m³ of geïnstalleerde MW ten opzichte van het referentiejaar 2008. Om zijn doelstelling voor 2030 te behalen, focust DEME op drie strategieën: operationele efficiëntie, technische efficiëntie en transitie naar alternatieve brandstoffen die minder broeikasgassen uitstoten. Deze maatregelen zullen de blootstelling aan en de impact van koolstofbelastingen en emissiehandelssystemen verminderen. De activiteiten van DEME worden geconfronteerd met specifieke klimaatrisico's. Het gaat hier om frequentere en extremere weersomstandigheden zoals stormen, hevige regenval en overstromingen. Dit wordt een acuut fysiek klimaatrisico genoemd. Extremere weersomstandigheden kunnen leiden tot meer operationele stilstand. Klimaatverandering kan bepaalde chronische gebeurtenissen veroorzaken, zoals veranderende windpatronen, oceaanverzuring, stijging van de zeespiegel, enz. Bagger-, landwinnings-, offshore-, infrastructuur- en milieuprojecten kunnen met de gevolgen van deze specifieke klimaatrisico's worden geconfronteerd. Voor de projecten van DEME Offshore en met het oog op de rapportering over de EU-taxonomie heeft DEME gekozen voor het RCP 8.5 scenario van het IPCC als basis klimaatscenario. Dit wordt een chronisch fysiek klimaatrisico genoemd. Oceaanverzuring kan een beperkte impact hebben op offshore projecten. Als bijvoorbeeld de pH van het water daalt (en de zuurtegraad toeneemt), neemt de corrosiesnelheid van een windturbinestructuur toe. Dit zou kunnen leiden tot de vervanging van opofferingsanoden of een toename van de huidige kathodische bescherming - ICCP (Impressed Current Cathodic Protection). Anderzijds ziet DEME de stijgende zeespiegel als een opportuniteit voor zijn baggeractiviteiten. Bij het ontwerpen van funderingen voor windturbines bekijkt DEME parameters die rekening houden met chronische fysieke klimaatrisico's, zoals veranderende windpatronen en oceaanverzuring.
Impact van klimaatverandering (fysiek klimaatrisico, chronisch)
DEME controleert en evalueert voortdurend de economische en klimaatgerelateerde omstandigheden om te anticiperen op eventuele gevolgen voor zijn financiën, en die te beperken of te vermijden. Schade aan activa als gevolg van extreme weersomstandigheden zoals stormen wordt gedekt door schadeverzekeringen.
Baggerwerken, landwinning, offshore werken, infrastructuur en milieuprojecten of mineraalwinning zijn activiteiten met gevolgen voor het milieu en onderhevig aan specifieke milieurisico's. DEME loopt specifieke milieurisico's in verband met de verstoring van fauna en flora, accidentele verontreiniging of andere ongewenste milieueffecten.# DEME Jaarverslag 2024 - Bijlage 341
| Beschrijving van het risico | Potentiële impact | Risicobeheer en -controle |
|---|---|---|
| Financiering | DEME maakt voor de financiering van zijn investeringen en activiteiten vaak gebruik van externe financieringsbronnen, zowel voor financieringen op korte als lange termijn. DEME moet in het kader van een aantal van zijn langlopende kredietfaciliteiten voldoen aan bepaalde restrictieve convenanten voor zijn kapitaalwervingsactiviteiten en andere financiële en operationele zaken (bv. balanstotaal, netto eigen vermogen, netto financiële schuld en EBITDA). Daardoor kan hij zijn kasstromen minder goed gebruiken om zijn activiteiten, kapitaaluitgaven en toekomstige businessopportuniteiten te financieren. Die kunnen het moeilijker maken om extra kapitaal te verkrijgen en zakelijke kansen na te streven, waaronder potentiële acquisities. Bovendien zou een schending van deze convenanten kunnen leiden tot een versnelde terugbetaling van de leningen. | De omvang van de hefboomfinanciering kan de groep blootstellen aan verschillende risico's, zoals het vergroten van de kwetsbaarheid voor neerwaartse of negatieve veranderingen in de algemene economische, sector- of concurrentieomstandigheden over aanzienlijke krediet- en garantiefaciliteiten bij verschillende internationale banken. Daarnaast heeft het een commercial paper- programma om zijn financieringsbehoefte op korte termijn te dekken. De schuldenlast van de groep. |
| Marktrisico: renterisico’s | Voor zijn financiering is DEME blootgesteld aan een renterisico dat kan worden gedefinieerd als de mate waarin de resultaten of de waarde van een financiële transactie worden beïnvloed door een verandering in de marktrente. Wijzigingen in de rentevoeten kunnen leiden tot een stijging van de rentelasten, en op hun beurt een impact hebben op de financiële staten van DEME. Indien DEME dergelijke kortetermijnleningen zou gebruiken om kortetermijnbehoeften te financieren (bv. werkkapitaal voor projecten), zou DEME de variabele rentevoet kunnen indekken. | Het renterisico wordt binnen de groep centraal beheerd. Voor zijn langetermijnleningen dekt DEME het overgrote deel van de risico's van wijzigingen in de onderliggende variabele rentevoeten in met afgeleide financiële instrumenten, voornamelijk door gebruik te maken van renteswaps. |
| Marktrisico: wisselkoersrisico’s | Het wereldwijde karakter van de activiteiten van DEME brengt met zich dat de betalingen in het kader van contracten, aankopen en uitgaven in verschillende valuta kunnen gebeuren. Hierdoor wordt DEME blootgesteld aan risico’s die te maken hebben met wisselkoersschommelingen wanneer de verkopen in een andere valuta gebeuren dan de aankopen. Het is mogelijk dat DEME de gestegen kosten niet aan zijn klanten kan doorrekenen. Dit zou kunnen leiden tot hogere kosten voor DEME. | De meeste aankopen van de groep worden gewoonlijk in EUR of USD gedaan. Dit betekent dat de groep geconfronteerd wordt met een risico van wisselkoersschommelingen wanneer de verkopen in een andere valuta gebeuren dan de aankopen. DEME gebruikt afgeleide financiële instrumenten om de effecten van de wisselkoersschommelingen op zijn kasstromen en financiële toestand te beperken. In principe dekt DEME zich alleen in voor vastgelegde kasstromen in andere dan de eigen valuta. Het doet dit hoofdzakelijk in de vorm van termijntransacties (projectdekking of CapEx) of swaps (bedrijfskapitaal, follow-up van termijntransacties). Zo is het wisselkoersrisico bijzonder relevant in de hier voorafgaande periode. Om het hoofd te bieden aan de wisselkoersrisico's van vreemde valuta’s die onderworpen zijn aan plaatselijke beperkingen, wordt waar mogelijk gebruik gemaakt van NDF- dekking (non-deliverable forward). |
| Marktrisico: wisselkoersrisico’s — vervolgd | De rapportagemunt van DEME is de euro. Gezien de wereldwijde activiteiten van de groep heeft een aanzienlijk deel van de activa, passiva, kosten en omzet van de groep echter een andere valuta dan de euro. Die wordt dan omgerekend naar euro tegen de toepasselijke wisselkoersen om de geconsolideerde jaarrekening van de groep op te stellen. Wisselkoersschommelingen kunnen daarom ook een invloed hebben op de waarde van de posten die in de geconsolideerde jaarrekening van de groep in euro zijn uitgedrukt. Een wijziging ten opzichte van de euro van één of meer van de vreemde valuta waarin de plaatselijke dochterondernemingen van DEME werken, heeft een dienovereenkomstig effect op de omzet en de rentabiliteit uitgedrukt in euro. Wisselkoerswijzigingen hebben ook een invloed op de geconsolideerde balans en resultatenrekening van de groep. Wijzigingen in de eurowaarden van de geconsolideerde activa en passiva van de groep als gevolg van wisselkoersschommelingen kunnen ertoe leiden dat de groep valutawinsten en -verliezen boekt via de resultatenrekening, of via de omrekeningsverschillen in de staat van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en in het eigen vermogen. | DEME dekt de omrekeningsrisico's niet af. |
| Marktrisico: prijs- en grondstoffenrisico | DEME is blootgesteld aan risico’s van prijsschommelingen voor grondstoffen en energie. Die zijn essentieel voor de uitvoering van zijn activiteiten en vormen als zodanig een belangrijk onderdeel van de kosten. Belangrijke grondstoffen zijn bouwmaterialen die nodig zijn voor infrastructuurprojecten in overheidsprojecten, staal dat nodig is voor de bouw van offshore windfunderingen. Met betrekking tot energie gaat het vooral om het gebruik van stookolie of LNG door de schepen en grondverzetmaterieel. | De prijzen waartegen DEME bepaalde grondstoffen (bijv. staal) of energie (stookolie of LNG) kan inkopen, kunnen aanzienlijk fluctueren in functie van de lokale en internationale marktomstandigheden (bijv. zoals tekorten, marktschommelingen, wisselkoersschommelingen, veranderingen van de olieprijs door overheidsprogramma's, enz.), waardoor DEME aan prijsrisico's en potentieel hogere kosten wordt blootgesteld. Sommige contracten bieden de mogelijkheid om prijsschommelingen voor grondstoffen en energie door middel van prijsherzieningsmechanismen aan de klant door te rekenen. DEME dekt zich ook in tegen schommelingen van de olieprijs door termijncontracten af te sluiten. Deze praktijk wordt evenwel duurder en is daarom ongeschikt wanneer ze een lange tijdspanne overschrijdt of wanneer hoeveelheden niet betrouwbaar kunnen worden ingeschat. |
| Krediet- en tegenpartijrisico’s | Er kan zich een kredietrisico voordoen wanneer een klant of tegenpartij zijn of haar contractuele verplichtingen niet nakomt. Niet-betaling door een klant kan het gevolg zijn van een gebrek aan liquiditeit, faillissement of fraude van de kant van de klant of kan te wijten zijn aan de algemene politieke of economische situatie in het land van de klant. Het kan een impact hebben op onze kasstromen en financiële positie. | Hoewel DEME ernaar streeft de kredietrisico's van zijn klanten tot een minimum te beperken door hun solvabiliteit te onderzoeken vooraleer het contract af te sluiten, en door de vereiste betalingsgaranties te stellen (met inbegrip van kredietverzekeringspolissen bij openbare kredietverzekeraars zoals Credendo en particuliere kredietverzekeraars, bankgaranties en kredietbrieven). Maar het is niet mogelijk om de kredietrisico's van klanten volledig uit te sluiten. Een groot deel van de geconsolideerde omzet wordt gerealiseerd bij klanten uit de overheids- of semi-overheidssector. Het tegenpartijrisico is daarom beperkt omdat deze entiteiten een aanzienlijk aantal van onze klanten vertegenwoordigen. |
Deze milieurisico’s kunnen worden onderverdeeld in twee hoofdonderdelen: — Ten eerste moeten de milieubedrijven binnen de groep naar de aard van hun activiteiten – bodem- en sedimentsanering – omgaan met gevaarlijke en schadelijke stoffen. De soorten vervuiling en de technologieën waarmee die worden aangepakt, zijn niet altijd vrij van risico’s. — Ten tweede zijn de infra-activiteiten van DEME – actief in maritieme infrastructuur – sterk afhankelijk van natuurlijke grondstoffen zoals zand. Overheidsinstanties kunnen beperkingen opleggen op het gebruik van bepaalde natuurlijke grondstoffen of kunnen verlangen dat bepaalde middelen hergebruikt worden. De klant zal bijvoorbeeld minimumniveaus voor hergebruik opleggen of de voorkeur geven aan inschrijvingen met de hoogste waarde aan hergebruikte materialen. Bijgevolg moet DEME rekening houden met de circulaire economie en manieren vinden om de materialen optimaal te recycleren.
DEME controleert en evalueert voortdurend de economische en klimaatgerelateerde omstandigheden om te anticiperen op eventuele gevolgen voor zijn financiën, en die te beperken of te vermijden. Het is ook de ambitie van DEME om fundamenteel bij te dragen tot duurzame oplossingen voor de wereldwijde milieu-, maatschappelijke en economische uitdagingen waarmee de wereld vandaag geconfronteerd wordt. In diezelfde lijn zet DEME zijn ambitieuze strategie voort om de energietransitie te versnellen. Zijn duurzaamheidsambities komen ook tot uiting in zijn moderne, innovatieve vloot. Daarnaast wil DEME een rol spelen in de transitie naar de circulaire economie door geïntegreerde circulaire oplossingen te bieden voor bodemsanering, brownfieldontwikkeling, milieubaggeren en sedimentbehandeling.# Om het resterende risico in te dijken, volgt DEME voortdurend zijn uitstaande handelsvorderingen op, en past het indien nodig zijn positie aan.
| Beschrijving van het risico | Potentiële impact | Risicobeheer en -controle |
| :--- ---
```markdown
Om het resterende risico in te dijken, volgt DEME voortdurend zijn uitstaande handelsvorderingen op, en past het indien nodig zijn positie aan.
| Beschrijving van het risico | Potentiële impact | Risicobeheer en -controle |
| :---# Zoals vermeld kan de belasting onderhevig zijn aan inschattingen, en kan dit leiden tot geschillen met de plaatselijke belastingautoriteiten. Indien het management het waarschijnlijk acht dat dergelijke geschillen tot uitgaven zullen leiden, worden de nodige voorzieningen geboekt. Hoewel DEME als gevolg van een strikte screening door zijn belastingafdeling meent dat de belastingramingen rationeel en correct zijn, kan elke definitieve aanslag wezenlijk verschillen van de behandeling in DEME's historische belastingvoorzieningen en toerekeningen. DEME is betrokken geweest en kan af en toe nog betrokken zijn bij geschillen, andere rechtsvorderingen en procedures, onderzoeken en handhavingsacties van toezichthouders met verschillende partijen in zijn bedrijfsvoering. Geschillen kunnen bijvoorbeeld ontstaan rond verschillende interpretaties van nieuwe zaken die zich voordoen tijdens de uitvoering van het contract, of rond verkeerde interpretaties van contractuele clausules. Bovendien zijn de activiteiten van DEME onderhevig aan operationele risico's, waaronder milieurisico's, ongevallen, storingen of overstromingen, die kunnen leiden tot schade aan of vernieling van uitrusting, structuren of gebouwen, milieuschade of persoonlijke letsels, of wettelijke aansprakelijkheid jegens derden. DEME kan ook betrokken zijn in procedures ingeleid door werknemers of voormalige werknemers van DEME, met claims wegens beroepsziekten die verband houden met bepaalde activiteiten (bv. duiken, langdurig werken in de zon) of met blootstelling aan gevaarlijke stoffen (bv. dampen, bijtende of giftige stoffen). Geschillen en juridische procedures waarin de groep betrokken kan raken, zijn onderhevig aan tal van onzekerheden, en de uitkomst ervan is vaak moeilijk te voorspellen. Bepaalde van deze procedures kunnen resulteren in schadevergoedingen, rechtsmiddelen of strafrechtelijke of civiele sancties, boetes of winstafdracht. Het verweer tegen dergelijke vorderingen en de ermee gepaard gaande schikkingskosten kunnen aanzienlijk zijn, zelfs bij vorderingen die ongegrond zijn. De contracten van DEME zijn vaak onderworpen aan de wetten van de landen waar de projecten worden uitgevoerd. Daarnaast, en waar nodig en mogelijk, bevat het contract de arbitrageclausule van de Internationale Kamer van Koophandel.
| Beschrijving van het risico
```markdown
| Beschrijving van het risico # CONTROLEVERSLAGEN
08 — Bijlage
DEME Jaarverslag 2024
349
EY Bedrijfsrevisoren
EY Réviseurs d’Entreprises
Kouterveldstraat 7b bus 001
B - 1831 Diegem
Tel: +32 (0) 2 774 91 11
ey.com
Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering van DEME Group NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2024
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van DEME Group NV (de “Vennootschap”) en haar dochterondernemingen (samen “de Groep”), brengen wij u verslag uit in het kader van ons mandaat van commissaris. Dit verslag omvat ons oordeel over de geconsolideerde balans op 31 december 2024, de geconsolideerde resultatenrekening, de staat van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, het mutatieoverzicht van het geconsolideerd eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht van het boekjaar afgesloten op 31 december 2024 en over de toelichting, met informatie van materieel belang over de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving (alle stukken gezamenlijk de “Geconsolideerde Jaarrekening”) en omvat tevens ons verslag betreffende overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Deze verslagen zijn één en ondeelbaar.
Wij werden als commissaris benoemd door de algemene vergadering op 29 juni 2022, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité en op voordracht van de ondernemingsraad. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die zal beraadslagen over de Geconsolideerde Jaarrekening afgesloten op 31 december 2024. We hebben de wettelijke controle van de Geconsolideerde Jaarrekening van de Groep uitgevoerd gedurende 3 opeenvolgende boekjaren.
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de Geconsolideerde Jaarrekening van DEME Group NV, die de geconsolideerde balans op 31 december 2024 omvat, alsook de geconsolideerde resultatenrekening, de staat van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, het mutatieoverzicht van het geconsolideerd eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum en de toelichting met inbegrip van de materieel belang zijnde gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving, met een geconsolideerd balanstotaal van € 5.475.611 duizend en waarvan de geconsolideerde resultatenrekening afsluit met een winst van het boekjaar (aandeel van de Groep) van € 288.228 duizend.
Naar ons oordeel geeft de Geconsolideerde Jaarrekening een getrouw beeld van het geconsolideerde eigen vermogen en van de geconsolideerde financiële positie van de Groep op 31 december 2024, alsook van de geconsolideerde resultaten en de geconsolideerde kasstromen voor het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de IFRS Accounting Standards zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
We hebben onze controle uitgevoerd in overeenstemming met de International Standards on Auditing (“ISA’s”) die van toepassing zijn in België. Wij hebben bovendien de door International Auditing and Assurance Standards Board (“IAASB”) goedgekeurde ISA’s toegepast die van toepassing zijn op huidige afsluitingsdatum en nog niet goedgekeurd zijn op nationaal niveau. Onze verantwoordelijkheden uit hoofde van die standaarden zijn nader beschreven in het gedeelte “Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening” van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid. Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Besloten vennootschap
Société à responsabilité limitée
RPR Brussel - RPM Bruxelles - BTW-TVA BE0446.334.711
-IBAN N° BE71 2100 9059 0069
*handelend in naam van een vennootschap:/agissant au nom d'une société
A member firm of Ernst & Young Global Limited
350
Verslag van de commissaris van 20 maart 2025 over de Geconsolideerde Jaarrekening van DEME Group NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2024 (vervolg)
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
De kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die volgens ons professioneel oordeel het meest significant waren bij onze controle van de Geconsolideerde Jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden werden behandeld in de context van onze controle van de Geconsolideerde Jaarrekening als een geheel en bij het vormen van ons oordeel hieromtrent en derhalve formuleren wij geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.
Beschrijving van het kernpunt
Voor het gros van haar projecten (hierna “contracten” of “projecten”) erkent de groep opbrengsten en winst à rato van de voortschrijding der werken, die gedefinieerd wordt als het aandeel van de gemaakte projectkosten voor de tot de balansdatum verrichte werkzaamheden versus de geschatte totale kosten bij voltooiing van het project. De erkenning van omzet en winst worden aldus gebaseerd op schattingen van de verwachte totale kosten per project. Kosten voor onvoorziene omstandigheden kunnen ook in deze schattingen worden opgenomen om rekening te houden met specifieke onzekere risico's of claims tegen de Groep. De omzet uit projecten kan ook variatie- orders en claims omvatten die per contract worden opgenomen wanneer de bijkomende opbrengsten met een hoge mate van zekerheid kunnen worden gewaardeerd in lijn met IFRS.
Omzeterkenning en boekhoudkundige verwerking van projecten omvat vaak een hoge mate van oordeelsvorming vanwege de complexiteit van projecten, onzekerheid over de nog op te lopen kosten en onzekerheid over de uitkomst van gesprekken met opdrachtgevers over variatie- orders en claims. Dit is een kernpunt van onze controle wegens een hoge graad van risico en bijhorende oordeelsvorming door de directie inzake de inschatting van de te erkennen omzet en winst of verlies, en wijzigingen in deze schattingen kunnen aanleiding geven tot belangrijke afwijkingen.
Samenvatting van de uitgevoerde procedures
2
08 — Bijlage
DEME Jaarverslag 2024
351
Verslag van de commissaris van 20 maart 2025 over de Geconsolideerde Jaarrekening van DEME Group NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2024 (vervolg)
Beschrijving van het kernpunt
DEME is wereldwijd actief in diverse landen en aldus onderworpen aan verschillende belastingstelsels. De belasting van haar activiteiten kan afhankelijk zijn van inschattingen die aanleiding geven tot geschillen met de lokale belastingautoriteiten, waarvan de oplossing meerdere jaren neemt. Indien het bedrag van de belastingschuld onzeker is, legt de directie op basis van haar beste inschatting een voorziening aan voor het waarschijnlijk verschuldigde bedrag. Dit is een kernpunt aangezien de directie een belangrijk oordeelsvermogen uitoefent bij de inschatting van het bedrag van voorzieningen voor onzekere belastingposities, en wijzigingen in deze schattingen aanleiding kunnen geven tot belangrijke afwijkingen.# Verslag van de commissaris van 20 maart 2025 over de Geconsolideerde Jaarrekening van DEME Group NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2024
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de IFRS Accounting Standards en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor een systeem van interne beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten. In het kader van de opstelling van de Geconsolideerde Jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de Vennootschap om haar continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de Vennootschap te vereffenen of om de bedrijfsactiviteiten stop te zetten of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de Geconsolideerde Jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA’s is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van de Geconsolideerde Jaarrekening, beïnvloeden.
Verslag van de commissaris van 20 maart 2025 over de Geconsolideerde Jaarrekening van DEME Group NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2024 (vervolg)
Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader dat van toepassing is op de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening in België na. De wettelijke controle biedt geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de Vennootschap en van de Groep, noch omtrent de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee het bestuursorgaan de bedrijfsvoering van de Vennootschap en van de Groep ter hand heeft genomen of zal nemen. Onze verantwoordelijkheden inzake de door het bestuursorgaan gehanteerde continuïteitsveronderstelling staan hieronder beschreven.
Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA’s, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:
Wij communiceren met het auditcomité binnen het bestuursorgaan, onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die we identificeren gedurende onze controle. Omdat we de eindverantwoordelijkheid voor ons oordeel dragen, zijn we ook verantwoordelijk voor het organiseren, het toezicht en het uitvoeren van de controle van de dochterondernemingen van de Groep. In die zin hebben wij de aard en omvang van de controleprocedures voor deze entiteiten van de Groep bepaald. We verstrekken aan het auditcomité binnen het bestuursorgaan een verklaring dat we de relevante deontologische vereisten inzake onafhankelijkheid
353
Verslag van de commissaris van 20 maart 2025 over de Geconsolideerde Jaarrekening van DEME Group NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2024 (vervolg)
naleven en we melden hierin alle relaties en andere aangelegenheden die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid zouden kunnen beïnvloeden, alsook, voor zover van toepassing, de bijbehorende maatregelen die we getroffen hebben om onze onafhankelijkheid te waarborgen. Aan de hand van de aangelegenheden die met het auditcomité binnen het bestuursorgaan besproken worden, bepalen we de aangelegenheden die het meest significant waren bij de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening over de huidige periode en die daarom de kernpunten van onze controle uitmaken. We beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport.
In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm (Herzien) bij de in België van toepassing zijnde ISA’s, is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening, de andere informatie opgenomen in het jaarrapport te verifiëren, alsook verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.
Het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening bevat de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie die het voorwerp uitmaakt van ons afzonderlijk verslag over de beoordeling met een beperkte mate van zekerheid hiervan. Deze sectie betreft niet de assurance over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie opgenomen in het jaarverslag.
Naar ons oordeel, na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening, stemt dit jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening overeen met de Geconsolideerde Jaarrekening voor hetzelfde boekjaar, enerzijds, en is dit jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening opgesteld overeenkomstig artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, anderzijds.# Verslag van de commissaris betreffende de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening
In de context van onze controle van de Geconsolideerde Jaarrekening zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, op basis van de kennis verkregen in de controle, of het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport, zijnde:
• Financiële en niet-financiële kerncijfers
• Resultaten van de Groep 2024
een afwijking van materieel belang bevatten, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is.
In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, hebben wij geen afwijking van materieel belang te melden.
Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten verricht die onverenigbaar zijn met de wettelijke controle van de Geconsolideerde Jaarrekening en zijn in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Vennootschap. De honoraria voor de bijkomende opdrachten die verenigbaar zijn met de wettelijke controle van de Geconsolideerde Jaarrekening bedoeld in artikel 3:65 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen werden correct vermeld en uitgesplitst in de toelichting bij de Geconsolideerde Jaarrekening.
Wij hebben, overeenkomstig de norm inzake de controle van de overeenstemming van de financiële overzichten met het Europees uniform elektronisch formaat (hierna “ESEF”), de controle uitgevoerd van de overeenstemming van het ESEF-formaat met de technische reguleringsnormen vastgelegd door de Europese Gedelegeerde Verordening nr. 2019/815 van 17 december 2018 (hierna: “Gedelegeerde Verordening”).
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen, in overeenstemming met de ESEF-vereisten, van de geconsolideerde financiële overzichten in de vorm van een elektronisch bestand in ESEF-formaat (hierna “de digitale geconsolideerde financiële overzichten”) opgenomen in het jaarlijks financieel verslag beschikbaar op het portaal van de FSMA (https://www.fsma.be/nl/stori).
Het is onze verantwoordelijkheid voldoende en geschikte onderbouwende informatie te verkrijgen om te concluderen dat het formaat en de markeertaal van de digitale geconsolideerde financiële overzichten in alle van materieel belang zijnde opzichten voldoen aan de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening.
Op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn wij van oordeel dat het formaat en de markering van informatie in de digitale geconsolideerde financiële overzichten van DEME Group NV per 31 december 2024 opgenomen in het jaarlijks financieel verslag beschikbaar op het portaal van de FSMA (https://www.fsma.be/nl/stori) in alle van materieel belang zijnde opzichten in overeenstemming zijn met de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening.
Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014.
Diegem, 20 maart 2025
EY Bedrijfsrevisoren BV
Commissaris
Vertegenwoordigd door Wim Van gasse * Patrick Rottiers * Partner * Handelend in naam van een BV
Unique sequential number of EY reports tracking database
In het kader van de wettelijke assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie van DEME Group (de “Vennootschap” of “de Groep”), leggen wij u ons verslag over deze opdracht voor.
Wij werden benoemd door de algemene vergadering van 8 mei 2024, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op voordracht van de ondernemingsraad van DEME Group voor het uitvoeren van een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie van de Vennootschap, opgenomen in ‘Sustainability Statements’ van DEME Integrated Annual Report op 20 maart 2025 en voor het fiscaal jaar afgesloten op 31 december 2024 (de “ geconsolideerde duurzaamheidsinformatie”). Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2024.
Wij hebben onze assuranceopdracht over de duurzaamheidsinformatie van DEME Group uitgevoerd gedurende 1 boekjaar.
Wij hebben een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie van de Vennootschap uitgevoerd. Op basis van de uitgevoerde werkzaamheden en de verkregen assuranceinformatie is niets onder onze aandacht gekomen dat ons ertoe aanzet van mening te zijn dat de duurzaamheidsinformatie van de Vennootschap, in alle van materieel belang zijnde opzichten:
Wij hebben onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid uitgevoerd overeenkomstig ISAE 3000 (Herzien), Assuranceopdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie (“ISAE 3000 (Herzien)”), zoals in België van toepassing. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaard zijn uitvoeriger beschreven in de sectie van ons verslag “Verantwoordelijkheden van de commissaris betreffende de assuranceopdrachten met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie”.
Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de assuranceopdracht van de duurzaamheidsinformatie in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij passen de internationale standaard voor kwaliteitsmanagement 1 (“ISQM 1”) toe, die vereist dat het kantoor een kwaliteitsmanagementsysteem opzet, implementeert en in werking stelt, inclusief beleidslijnen of procedures met betrekking tot de naleving van ethische vereisten, professionele normen en toepasselijke wettelijke en regelgevende vereisten.
We hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assuranceinformatie voldoende en geschikt is als basis voor onze conclusie.
De reikwijdte van onze werkzaamheden is beperkt tot de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid over de duurzaamheidsinformatie van de Vennootschap met betrekking tot de huidige rapporteringsperiode. Onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid strekt zich niet uit tot informatie met betrekking tot de vergelijkende cijfers.
Het bestuursorgaan van de Vennootschap is verantwoordelijk voor het opzetten en implementeren van een Proces en voor het toelichten van dit Proces zoals uiteengezet in de ‘Double materiality assessment’ sectie (ESRS 2 IRO-1) van de duurzaamheidsinformatie. Deze verantwoordelijkheid omvat:
Het bestuursorgaan van de Vennootschap is ook verantwoordelijk voor het opstellen van de duurzaamheidsinformatie, die de door het Proces vastgestelde informatie bevat,
Deze verantwoordelijkheid omvat: • het opzetten, implementeren en in stand houden van dergelijke interne beheersingsmaatregelen die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van duurzaamheidsinformatie die geen afwijkingen van materieel belang, als gevolg van fraude of van fouten, bevat; en • het kiezen en toepassen van geschikte methoden voor duurzaamheidsverslaggeving, en het maken van veronderstellingen en schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn. Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het toezicht op het duurzaamheidsverslaggevingsproces van de Vennootschap.
Bij het rapporteren van toekomstgerichte informatie in overeenstemming met de ESRS’s, wordt van het bestuursorgaan van de Vennootschap vereist dat het de toekomstgerichte informatie opstelt op basis van toegelichte veronderstellingen over gebeurtenissen die zich in de toekomst kunnen voordoen en mogelijke toekomstige maatregelen van de Vennootschap. De werkelijke uitkomsten zullen naar alle waarschijnlijkheid afwijken van de veronderstellingen, aangezien de veronderstelde gebeurtenissen zich veelal niet zullen 08 — Bijlage DEME Jaarverslag 2024 357 voordoen zoals verwacht en de afwijking daarvan van materieel belang kan zijn.
Het is onze verantwoordelijkheid om de assuranceopdracht te plannen en uit te voeren met het oog op het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid over de vraag of de duurzaamheidsinformatie geen afwijkingen van materieel belang, als gevolg van fraude of van fouten, bevat, en het uitbrengen van een assuranceverslag met een beperkte mate van zekerheid waarin onze conclusie is opgenomen. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de beslissingen genomen door gebruikers op basis van de duurzaamheidsinformatie, beïnvloeden. Als deel van een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid overeenkomstig ISAE 3000 (Herzien), zoals in België van toepassing, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de opdracht. De uitgevoerde werkzaamheden in een opdracht met het oog op het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid, waarvoor wij verwijzen naar de sectie “Samenvatting van de uitgevoerde werkzaamheden” zijn minder uitgebreid dan in het geval van een opdracht met het oog op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. We brengen dan ook geen oordeel met een redelijke mate van zekerheid tot uitdrukking als deel van deze opdracht. Aangezien de toekomstgerichte informatie in de duurzaamheidsinformatie en de veronderstellingen waarop deze is gebaseerd, betrekking hebben op de toekomst, kunnen deze worden beïnvloed door gebeurtenissen die zich mogelijks voordoen en/of door mogelijke acties van de Vennootschap. De werkelijke uitkomsten zullen naar alle waarschijnlijkheid afwijken van de veronderstellingen, aangezien de veronderstelde gebeurtenissen zich veelal niet zullen voordoen zoals verwacht en de afwijking daarvan van materieel belang kan zijn. Onze conclusie biedt daarom geen garantie dat de gerapporteerde werkelijke uitkomsten zullen overeenkomen met diegenen opgenomen in de toekomstgerichte informatie in de duurzaamheidsinformatie.
Onze verantwoordelijkheden ten aanzien van de duurzaamheidsinformatie, met betrekking tot het Proces, omvatten:
Onze overige verantwoordelijkheden ten aanzien van de duurzaamheidsinformatie omvatten:
Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing.
Een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid omvat het uitvoeren van werkzaamheden om assuranceinformatiete verkrijgen over de duurzaamheidsinformatie. De werkzaamheden die bij een opdracht met een beperkte mate van zekerheid zijn uitgevoerd, zijn verschillend in aard en timing en geringer van omvang dan voor opdrachten tot het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. Daardoor ligt het niveau van zekerheid dat is verkregen bij een opdracht met een beperkte mate van zekerheid 358 van DEME Group’s (vervolg) aanzienlijk lager dan wanneer een opdracht met een redelijke mate van zekerheid is uitgevoerd. De aard, timing en omvang van geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van professionele oordeelsvorming, waaronder de vaststelling van gebieden waar afwijkingen van materieel belang in de duurzaamheidsinformatie, als gevolg van fraude of van fouten, zich waarschijnlijk zullen voordoen.
Bij het uitvoeren van onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid, met betrekking tot het Proces, hebben wij:
Bij het uitvoeren van onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid, met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie, hebben wij:
Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten die onverenigbaar zijn met de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid verricht, en ons bedrijfsrevisorenkantoor is in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Vennootschap.# Bijlage
DEME Jaarverslag 2024 359 van DEME Group’s (vervolg)
Diegem, 20 maart 2025
EY Bedrijfsrevisoren BV
Commissaris
Vertegenwoordigd door Wim Van Gasse
Partner
* Handelend in naam van een BV
360
DEME Jaarverslag 2024 361
362
Dit verslag kan toekomstgerichte informatie bevatten. Toekomstgerichte verklaringen beschrijven verwachtingen, plannen, strategieën, doelstellingen, toekomstige gebeurtenissen of bedoelingen. De verwezenlijking van toekomstgerichte verklaringen in dit rapport is onderhevig aan risico's en onzekerheden. Bijgevolg kunnen werkelijke resultaten of toekomstige gebeurtenissen wezenlijk verschillen van die uitgedrukt of geïmpliceerd door dergelijke toekomstgerichte verklaringen. Mochten bekende of onbekende risico's of onzekerheden zich voordoen, of mochten onze veronderstellingen onjuist blijken, kunnen de werkelijke resultaten aanzienlijk afwijken van de verwachtingen. DEME neemt geen verplichting om toekomstgerichte verklaringen publiekelijk bij te werken of te herzien.
DEME Investor Relations en het financieel departement
Interne en Externe communicatie
GRAFISCHE VORMGEVING
www.bbc.be
| EUR | EUR | EUR | EUR | EUR | EUR | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| DEM:IssuedCapitalAndSharePremiumMember | ||||||
| ifrs-full:IncreaseDecreaseDueToChangesInAccountingPolicyRequiredByIFRSsCumulativeEffectAtDateOfInitialApplicationMember | ||||||
| ifrs-full:OpeningBalanceAfterAdjustmentCumulativeEffectAtDateOfInitialApplicationMember | ||||||
| ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember | ||||||
| ifrs-full:IncreaseDecreaseDueToChangesInAccountingPolicyRequiredByIFRSsCumulativeEffectAtDateOfInitialApplicationMember | ||||||
| ifrs-full:OpeningBalanceAfterAdjustmentCumulativeEffectAtDateOfInitialApplicationMember | ||||||
| ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember | ||||||
| ifrs-full:IncreaseDecreaseDueToChangesInAccountingPolicyRequiredByIFRSsCumulativeEffectAtDateOfInitialApplicationMember | ||||||
| ifrs-full:OpeningBalanceAfterAdjustmentCumulativeEffectAtDateOfInitialApplicationMember | ||||||
| DEM:RetainedEarningsAndMiscellaneousOtherReservesMember | ||||||
| ifrs-full:IncreaseDecreaseDueToChangesInAccountingPolicyRequiredByIFRSsCumulativeEffectAtDateOfInitialApplicationMember | ||||||
| ifrs-full:OpeningBalanceAfterAdjustmentCumulativeEffectAtDateOfInitialApplicationMember | ||||||
| ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember | ||||||
| ifrs-full:IncreaseDecreaseDueToChangesInAccountingPolicyRequiredByIFRSsCumulativeEffectAtDateOfInitialApplicationMember | ||||||
| ifrs-full:OpeningBalanceAfterAdjustmentCumulativeEffectAtDateOfInitialApplicationMember | ||||||
| ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember | ||||||
| ifrs-full:IncreaseDecreaseDueToChangesInAccountingPolicyRequiredByIFRSsCumulativeEffectAtDateOfInitialApplicationMember | ||||||
| ifrs-full:OpeningBalanceAfterAdjustmentCumulativeEffectAtDateOfInitialApplicationMember | ||||||
| ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember | ||||||
| ifrs-full:IncreaseDecreaseDueToChangesInAccountingPolicyRequiredByIFRSsCumulativeEffectAtDateOfInitialApplicationMember | ||||||
| ifrs-full:OpeningBalanceAfterAdjustmentCumulativeEffectAtDateOfInitialApplicationMember | ||||||
| ifrs-full:IncreaseDecreaseDueToChangesInAccountingPolicyRequiredByIFRSsCumulativeEffectAtDateOfInitialApplicationMember | ||||||
| ifrs-full:OpeningBalanceAfterAdjustmentCumulativeEffectAtDateOfInitialApplicationMember | ||||||
| ifrs-full:IssuedCapitalMember | ||||||
| ifrs-full:SharePremiumMember | ||||||
| DEM:IssuedCapitalAndSharePremiumMember | ||||||
| ifrs-full:IncreaseDecreaseDueToChangesInAccountingPolicyRequiredByIFRSsCumulativeEffectAtDateOfInitialApplicationMember | ||||||
| ifrs-full:OpeningBalanceAfterAdjustmentCumulativeEffectAtDateOfInitialApplicationMember | ||||||
| ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember | ||||||
| ifrs-full:IncreaseDecreaseDueToChangesInAccountingPolicyRequiredByIFRSsCumulativeEffectAtDateOfInitialApplicationMember | ||||||
| ifrs-full:OpeningBalanceAfterAdjustmentCumulativeEffectAtDateOfInitialApplicationMember | ||||||
| ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember | ||||||
| ifrs-full:IncreaseDecreaseDueToChangesInAccountingPolicyRequiredByIFRSsCumulativeEffectAtDateOfInitialApplicationMember | ||||||
| ifrs-full:OpeningBalanceAfterAdjustmentCumulativeEffectAtDateOfInitialApplicationMember | ||||||
| DEM:RetainedEarningsAndMiscellaneousOtherReservesMember | ||||||
| ifrs-full:IncreaseDecreaseDueToChangesInAccountingPolicyRequiredByIFRSsCumulativeEffectAtDateOfInitialApplicationMember | ||||||
| ifrs-full:OpeningBalanceAfterAdjustmentCumulativeEffectAtDateOfInitialApplicationMember | ||||||
| ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember | ||||||
| ifrs-full:IncreaseDecreaseDueToChangesInAccountingPolicyRequiredByIFRSsCumulativeEffectAtDateOfInitialApplicationMember | ||||||
| ifrs-full:OpeningBalanceAfterAdjustmentCumulativeEffectAtDateOfInitialApplicationMember | ||||||
| ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember | ||||||
| ifrs-full:IncreaseDecreaseDueToChangesInAccountingPolicyRequiredByIFRSsCumulativeEffectAtDateOfInitialApplicationMember | ||||||
| ifrs-full:OpeningBalanceAfterAdjustmentCumulativeEffectAtDateOfInitialApplicationMember | ||||||
| ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember | ||||||
| ifrs-full:IncreaseDecreaseDueToChangesInAccountingPolicyRequiredByIFRSsCumulativeEffectAtDateOfInitialApplicationMember | ||||||
| ifrs-full:OpeningBalanceAfterAdjustmentCumulativeEffectAtDateOfInitialApplicationMember | ||||||
| ifrs-full:IncreaseDecreaseDueToChangesInAccountingPolicyRequiredByIFRSsCumulativeEffectAtDateOfInitialApplicationMember | ||||||
| ifrs-full:OpeningBalanceAfterAdjustmentCumulativeEffectAtDateOfInitialApplicationMember | ||||||
| ifrs-full:IssuedCapitalMember | ||||||
| ifrs-full:SharePremiumMember |
Building tools?
Free accounts include 100 API calls/year for testing.
Have a question? We'll get back to you promptly.