AI assistant
Deceuninck NV — Annual Report 2025
Mar 16, 2026
3938_10-k_2026-03-16_8d592722-5d72-4f10-902b-52d5982608f4.xhtml
Annual Report
Open in viewerOpens in your device viewer
Deceuninck NV Jaarverslag 2025 32 Jaarverslag 2025 Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 54
Inhoud
In overeenstemming met IFRS is dit financieel jaarverslag opgesteld in het European Single Electronic Format (ESEF). In het geval van discrepanties of conflicten tussen de ESEF-versie en andere gepubliceerde versies van dit verslag, primeert de ESEF-versie. Dit elektronische formaat voldoet aan de eisen van de European Securities and Markets Authority (ESMA) en zorgt voor consistentie en transparantie in de financiële verslaglegging binnen de Europese Unie.
1 2025 in een oogopslag
1.1 Boodschap van de CEO a.i. 08
1.2 Kerncijfers 2025 10
1.3 Hoogtepunten 2025 14
2 Verslag van de Raad van Bestuur
2.1 Wie we zijn 24
2.2 Nieuwe basis voor de toekomst 40
2.3 Producten en innovaties 44
2.4 Risico en governance 48
2.5 Duurzaamheidsverklaring 96
2.6 Financiële verslaggeving 208
2.6.1 Deceuninck geconsolideerd 210
2.6.2 Geconsolideerde jaarrekening en toelichtingen 213
2.6.3 Deceuninck NV 302
2.6.4 Verslag van de commissaris 305
2.6.5 Verklaring met betrekking tot de informatie gegeven in dit jaarverslag 315
Deceuninck Aandelen 316
Adressen 318
Lexicon 324
- 2025 in een oogopslag
1.1 Boodschap van de CEO a.i.
1.2 Kerncijfers 2025
1.3 Hoogtepunten 2025
Jaarverslag 2025 7
98 Boodschap van de CEO a.i. Jaarverslag 2025
2025 in een oogopslag
1.1 Boodschap van de CEO a.i.
Het voorbije jaar werd opnieuw gekenmerkt door veranderende marktomstandigheden en een hoge mate van onzekerheid. Toch slaagden we erin onze strategische agenda verder te realiseren en een sterk operationeel resultaat neer te zetten. Met een adjusted EBITDA van EUR110,2m tonen we aan dat we, ondanks uiteenlopende vraagpatronen per regio, consistent kunnen blijven presteren. Onze brede geografische spreiding speelde daarbij terug een belangrijke rol. Ze hielp de schommelingen op te vangen en zorgde voor stabiliteit, terwijl we tegelijk kansen konden benutten in markten waar de vraag een positieve evolutie kende.
In Europa zagen we het hele jaar door een sterk gefragmenteerde markt, met groei in sommige landen terwijl andere bleven kampen met een lagere vraag. Ondanks deze ongelijkmatige marktdynamiek hebben we een sterk resultaat neergezet. De afronding van onze herstructureringsinspanningen in Duitsland was daarbij een belangrijke mijlpaal. Dit versterkte de efficiëntie van onze Europese organisatie en vormt een stevige basis voor duurzamere toekomstige prestaties.
In Noord-Amerika zagen we in de eerste jaarhelft de eerste tekenen van herstel, maar in de tweede helft verzwakte het momentum opnieuw doordat de hoge hypotheekrentes en de bredere economische onzekerheid bleven wegen op de nieuwbouwactiviteit. Ondanks deze uitdagingen konden we over het volledige jaar onze winstgevendheid verbeteren.
In Turkije werd de eerste jaarhelft gekenmerkt door een uitdagende macro-economische omgeving, wat leidde tot een terughoudende vraag. Naarmate het jaar vorderde, zagen we echter duidelijke tekenen van herstel in de marktactiviteit. Met een aantrekkende vraag in de tweede jaarhelft realiseerde Turkije een bijzonder sterke prestatie, die de resultaten van de eerste maanden overtrof. Dit herstel werd niet alleen ondersteund door het verbeterde marktsentiment, maar ook door onze sterke marktpositie en uitgebreide dealernetwerk, waardoor we het heroplevende momentum snel konden benutten.
We blijven voorzichtig in onze vooruitzichten. Hoewel de markt tekenen van stabilisatie vertoont, is het nog te vroeg om te zeggen wanneer de vraag echt zal herstellen. Onze prioriteit blijft om het bedrijf klaar te stomen voor een geleidelijk herstel van de vraag door verder te investeren in onze mensen, operationele prestaties, commerciële slagkracht en onze innovatie- en duurzaamheidsroadmap. Deze fundamenten zullen onze competitiviteit versterken en ervoor zorgen dat we goed gepositioneerd zijn om groeikansen te grijpen zodra ze zich aandienen.
In Europa hebben onze strategische keuzes — waaronder de afgeronde herstructurering van onze activiteiten in Duitsland — gezorgd voor een efficiëntere organisatie voor de komende jaren. Hoewel de marktomstandigheden nog steeds sterk verschillen van land tot land, bieden onze sterke positie in het renovatiesegment en onze focus op hoogwaardige, duurzame productoplossingen een solide basis voor de toekomst.
In Noord-Amerika blijft de zichtbaarheid beperkt. De hoge hypotheekrentes blijven wegen op de betaalbaarheid van woningen en de activiteit in de nieuwbouw. In deze omstandigheden is het te vroeg om te rekenen op een duurzaam herstel van de vraag. Toch zijn we ervan overtuigd dat we uitstekend geplaatst zijn om snel te schakelen zodra de marktomstandigheden verbeteren.
In Turkije liet de sterke heropleving in de tweede helft van 2025 niet alleen de veerkracht maar ook de sterke marktpositie van de regio zien. Ondanks een uitdagend macro-economisch klimaat in 2026 kijken we met vertrouwen vooruit. Onze sterke merken en de strategische rol van Turkije als exporthub vormen een stevige basis om verder te bouwen op het positieve momentum van vorig jaar en bijkomende groei te realiseren.
In al onze markten blijft de behoefte aan energie-efficiënte bouwoplossingen toenemen. Renovatie, energiebesparing en duurzaam bouwen blijven cruciale mondiale prioriteiten — en wij zijn uitstekend gepositioneerd om hieraan bij te dragen. Met ons innovatieve productgamma, waaronder oplossingen met de beste isolatieprestaties in hun klasse, die post-consumer materiaal bevatten en zelf recycleerbaar zijn, leveren we een wezenlijke bijdrage aan duurzamere woningen en gebouwen wereldwijd.
Samen bouwen we aan een duurzame toekomst. We danken onze aandeelhouders, klanten, werknemers en zakenpartners voor hun vertrouwen in ons bedrijf.
Francis Van Eeckhout, CEO a.i.
Geachte aandeelhouder,
Geachte klant,
Beste werknemer,
Beste zakenpartner,
Jaarverslag 2025 11
10 2025 in een oogopslag
1.2 Kerncijfers 2025
OMZET (INMILJOEN EURO)
OMZET 2024 PER REGIO (INMILJOEN EURO)
INVESTERINGEN (INMILJOEN EURO)
OMZET 2025 PER REGIO (INMILJOEN EURO)
AANGEPASTE EBITDA ((INMILJOEN EURO)
NETTOSCHULD (INMILJOEN EURO)
| 224.1 | 291.8 | 458.3 |
| Turkije & Emerging Markets | Turkije & Emerging Markets | Turkije & Emerging Markets |
| EuropaEuropa | EuropaEuropa | EuropaEuropa |
| Noord- Amerika | Noord- Amerika | Noord- Amerika |
KERNCIJFERS (IN € MILJOEN) | 2023 | 2024 | 2025 | EVOLUTIE 2024 - 2025
| :--- | :--- | :--- | :--- | :---
| Geconsolideerde resultatenrekening (in € miljoen) | | | |
| Omzet | 866,1 | 827,0 | 772,7 | -7%
| Adjusted EBITDA | 117,9 | 118,1 | 110,2 | -7%
| EBIT | 51,9 | 62,9 | 61,0 | -3%
| Nettowinst | 13,6 | 15,9 | 26,8 | 69%
| Geconsolideerde balans (in € miljoen) | | | |
| Eigen vermogen | 315,0 | 355,6 | 355,4 | 0%
| Netto nanciële schuld | 70,6 | 85,1 | 97,6 | 15%
| Totaal activa | 680,9 | 722,2 | 698,1 | -3%
| Investeringen | 56,1 | 38,5 | 35,5 | -8%
| Werkkapitaal | 81,6 | 104,4 | 117,5 | 13%
| Aangewend kapitaal | 439,0 | 483,0 | 490,3 | 2%
| Ratio's | | | |
| Nettowinst / Omzet | 1,6% | 1,9% | 3,5% | -
| Adjusted EBITDA / Omzet | 13,6% | 14,3% | 14,3% | -
| Netto nanciële schuld / Adjusted EBITDA | 0,60 | 0,72 | 0,89 | -
| EBIT / Aangewend kapitaal | 11,8% | 13,0% | 12,4% | -
| Personeelsbestand (Totaal voltijdsequivalenten (VTE))*** | 3.804 | 3.686 | 3.658 | -
KERNCIJFERS PER AANDEEL | 2023 | 2024 | 2025
| :--- | :--- | :--- | :---
| Aantal aandelen per 31 december | 138.545.260 | 138.545.260 | 138.545.260
| Marktkapitalisatie per 31 december (in miljoen euro) | 315,2 | 336,7 | 313,8
| Nettowinst per aandeel per 31 december (in €) | 0,10 | 0,11 | 0,19
| Boekwaarde per aandeel (in €) | 2,18 | 2,44 | 2,44
| Brutodividend per aandeel (in €) | 0,08 | 0,08 | 0,09
| Aandelenkoers per 31 december (in €) | 2,28 | 2,43 | 2,27
* Definities: zie Lexicon
** 2023 werd herzien conform de definities van de Richtlijn Duurzaamsheidsrapportering voor ondernemingen (CSRD).
| 224.1 | 291.8 | 458.3 | |
| 294 | 163,8 | 369,2 | 252,9 |
| 2023 | 2023 | 2023 | 2023 |
| 2024 | 2024 | 2024 | 2025 |
| 2024 | 2025 | 2025 | 2025 |
| 827 | 772,7 | 866,1 | |
| 118,1 | 110,2 | 117,9 | |
| 85,1 | 97,6 | 70,6 | |
| 38,5 | 35,5 | 56,1 |
Jaarverslag 2025 12
2025 in een oogopslag
Betrouwbaarheid Duurzaamheid Innovatie
Kerncijfers 2025 13
Door innovatieve ontwerpen en productieprocessen leveren wij de meest duurzame raam-, deur- en bouwoplossingen voor de klanten van vandaag en morgen
Een greep uit onze duurzaamheidsperstaties
Limited Assurance on CSRD report (Corporate Sustainability Reporting Directive)
21,500 ton gerecycleerd in onze recyclagefabriek
17% gerecycleerd materiaal gebruikt
-25% van Scope 1, 2 CO₂e-uitstoot sinds 2021
Gevalideerde, wetenschappelijk onderbouwde CO₂ reductiedoelen
Ramengamma onafhankelijk gecertificeerd door Vinylplus Product Label (Europa), Greencircle (VS)
Jaarverslag 2025 15
14 Hoogtepunten 2025
2025 in een oogopslag
1.3 Hoogtepunten 2025
februari
De IQ Academy in Turkije ontvangt architectuurstudenten, deelt inzichten uit de sector en introduceert de merkvisie aan toekomstige architecten.
03 02 05 mei
Deceuninck Turkije organiseert een uitgebreid dealerevent met diverse technische presentaties en teamactiviteiten.
juni
Deceuninck viert 40 jaar beursnotering en luidt op 12 juni de openingsbel.
Deceuninck ontvangt zijn allereerste RecyClass-certificering voor het gebruik van gerecycleerd pvc voor zijn vestigingen in Gits, Roye en Jasin.
maart
Deceuninck verwerft 100% eigendom van de aluminium joint venture So Easy Holding BV om de ambitie en strategie van Deceuninck te realiseren met de toevoeging van aluminium profielen in zijn aanbod van raamoplossingen.
06
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 17
16 Hoogtepunten 2025
220 E. Monument Avenue, Suite 510 | Dayton, OH 45402 | USA | 937.293.2000 or 800.795.3641 www.eaglecertificationgroup.com Page 1 of 1 Version 13 - 12/17/2024 Certificate No. 7309 (Certified – September 24, 2025) September 24, 2025 through September 23, 2028 Certificate of Registration This is to certify that the Quality Management System of Deceuninck North America 351 North Garver Road, Monroe, Ohio 45050 USA Has been assessed by EAGLE Registrations Inc.en conforms to the following standard: ISO 9001:2015 Scope of Registration Design and Extrusion of Rigid PVC Window and Door Profiles
President
Juli Deceuninck Turkije inspireert architecten en professionals uit de sector tijdens een succesvol Chef's Table-event in Istanbul, Izmir en Ankara. De productievestiging in Donja Bistra (Kroatië) is nu volledig eigendom van Deceuninck.
September Deceuninck Noord-Amerika behaalt de ISO 9001:2015-certificering, wat de voortdurende toewijding aan het leveren van betrouwbare oplossingen van hoge kwaliteit weerspiegelt.
07 09
France, au fil du temps F. Mitterrand poussait les entreprises à s’installer en France. Roye permettait aux belges de faire un aller-retour Roselaere/Roye par jour. Le maire de Roye, M Fleury, a donné le terrain contre la création d’emplois. Création de la première filiale du groupe sous le nom de Plastibat à Houplines près de Lille (dépôt de stockage et distribution)
Le Courrier Picard - 10/10/1995
Publicité des années 1990
Prise de vue en 2025
Contrôle de la géométrie
Installation des premiers silos 1995
Installation, 1985
Publicité pour la gamme Zendow - 2005
Achat du terrain à Roye
années 1980
Arrivée en France
Installation à Roye
Certification ISO 9001 version 2000
Deceuninck poursuit son développement avec la même conviction : innover pour façonner un avenir responsable, performant et profondément humain.
années 2000
années 1990
années 2010
Et demain ?
1981
1985
années 2020
1970
Ouverture officielle de Deceuninck France à Roye
2 lignes d’extrusion
10 personnes
1998 Constructions d’un centre de formation et d’un bâtiment de stockage
Lancements de Kiuzo, Twinson, Tecnocor>2
2006
Lancement de GrandParc
Construction du show-room
2004
2002
Lancement de la nouvelle fenêtre composite Zendow#neo
2011
Lancement du coulissant iSlide#neo
2015
Installation des deux premières lignes de co-extrusion à Roye
2023
Lancement de la gamme Elegant en France
2024
40 ans de Deceuninck France à Roye (55 ans en France)
Construction d’un nouvel atelier de broyage
2025
Storbox 2.0 lauréat des trophées de l'Innovation à EquipBaie
2016
2008 Extension du site
1991 Plastibat devient Deceuninck SA
1993
1995 Évolution de la série 400 (profil à 2 chambres) et 800 à la série Mondial (système 3 chambres)
1995 Installation de 3 silos
18 lignes d’extrusion
92 personnes
ISO 9002
Pose du mât - 2004
ISO 9001
Nouvelle gamme de menuiserie Zendow 70/70 mm
2003
Zendow
26 lignes d’extrusion dont 2 lignes de co-extrusion
136 personnes
ELEGANT
ThermoFibra
Infinity
Zendow#neo
Coffre de volet roulant Storbox 2.0
Publicité pour la gamme Elegant - 2025
Le Courrier Picard - 29/10/1985
iSlide#neo
10 oktober Deceuninck viert samen met klanten en medewerkers 40 jaar aanwezigheid in Roye, Frankrijk.
Verslag van de Raad van Bestuur
Jaarverslag 2025
1918
Hoogtepunten 2025
november Deceuninck Noord-Amerika is sterk aanwezig op GlassBuild America 2025 en versterkt daarmee zijn positie als betrouwbare partner in de raam- en deurindustrie.
december De Vinyl Sustainability Council (VSC) bekroont Deceuninck Noord-Amerika met de Recycling Award 2025 voor het Vinyl Buy Back Program. De inspanningen van Deceuninck hebben geresulteerd in meer dan een miljoen pond gerecycleerd pvc dat uit stortplaatsen werd gehouden en opnieuw werd verwerkt om de circulariteit binnen de vinylindustrie te bevorderen.
11 12
Karl Thybergin treedt bij Deceuninck in dienst als General Manager LATAM. Vanuit het Deceuninck-kantoor in Colombia zal hij onze activiteiten in de regio aansturen.
22
Jaarverslag 2025 23
2. Verslag van de Raad van Bestuur
2.1 Wie we zijn
2.2 Nieuwe basis voor de toekomst
2.3 Producten en innovaties
2.4 Risico en governance
2.5 Duurzaamheidsverklaring
2.6 Financiële verslaggeving
Jaarverslag 2025 24
Verslag van de Raad van Bestuur
1937 De oorsprong van de Groep gaat terug tot 1937. Benari Deceuninck, vader van Roger Deceuninck, startte een klein bedrijf in Beveren-Roeselare voor de productie van allerlei knopen, gespen, kammen, enz. uit kunststofplaten.
1960s In de jaren 1960 koos Deceuninck ervoor nieuwe wegen in te slaan in de kunststofproductie. De extrusie van pvc-granulaten voor de productie van profielen voor de bouwsector werd opgestart.
2.1 Wie is Deceuninck
Onze geschiedenis
1970s Na succesvolle productintroducties in het begin van de jaren 1970 in de buurlanden Frankrijk, Nederland en het Verenigd Koninkrijk, werd de eerste commerciële dochteronderneming opgericht in Frankrijk, met lokale opslagcapaciteit en kantoren. Deze eerste vestiging werd snel gevolgd door dochterondernemingen in het Verenigd Koninkrijk en Spanje.
1990s Begin jaren 1990 startte Deceuninck compounding activiteiten in Diksmuide (België). Midden jaren 1990 richtte de Groep verkoopkantoren en lokale magazijnen op in Polen en Tsjechië. Dit werd snel gevolgd door de opstart van extrusie activiteiten in Poznan (Polen) in 1995. De eerste stappen op de Amerikaanse markt werden gezet met de overname van Acro Extrusions in Wilmington, Delaware in 1995. In 1997 groeide Deceuninck, na de overname van American Dayton Technologies van de Alcoa Group in Monroe (Ohio), uit tot een toonaangevende speler op de Amerikaanse markt voor niet-geïntegreerde pvc- raamsystemen.
25
Wie we zijn
2000s Begin 21e eeuw besloot Deceuninck Ege Profiel in Turkije over te nemen. De Turkse markt was inmiddels uitgegroeid tot de op één na grootste markt in Europa. In juni 2003 werd het Duitse bedrijf Thyssen Polymer overgenomen van de ThyssenKrupp Group. Deze overname omvatte een grote extrusie fabriek in Duitsland en twee productievestigingen in de Verenigde Staten. Eind 2004 nam de Groep Winsa over om haar lokale aanwezigheid in Turkije te versterken en de verkoopontwikkeling in het Midden-Oosten, de Maghreb- landen in Noord-Afrika en Azië te ondersteunen. Deceuninck was een pionier in de introductie van houtcomposietproducten in West-Europa. Oplossingen voor terrassen en gevels op basis van een specifieke pvc-formule werden gelanceerd onder de merknaam Twinson. Eind 2008 dwong de wereldwijde financiële crisis Deceuninck om zijn activiteiten verder aan te passen aan de nieuwe economische realiteit. In september 2009 werd een financiële herstructurering doorgevoerd.
2010 - vandaag Vanaf 2010 breidde de Groep verder uit in opkomende markten in Azië, Afrika en Latijns-Amerika. In 2011 lanceerde Deceuninck de nieuwe visie ‘Building a Sustainable Home’, gebaseerd op de pijlers Innovatie – Ecologie – Design. Op de site van de bestaande compounding fabriek in Diksmuide werd verder geïnvesteerd in een hoogtechnologische recyclagefabriek, met als doel de toenemende stroom eerste generatie ramen kwalitatief te verwerken. In 2014 werd het beurs- genoteerde Turkse bedrijf Pimas overgenomen. In 2017 breidde Deceuninck zijn productgamma uit met aluminium, naast de reeds bestaande IQ Aluminium-lijn in Turkije. In 2019 ontving de nieuwste raamserie, Elegant, de prestigieuze Red Dot Award. Deze volledig recycleerbare, staalvrije raam- en deuroplossing is de eerste van vele ontwerpen gebouwd op het universele ICOR-platform. In 2024 stopte Deceuninck de productie- en logistieke activiteiten van zijn Duitse dochteronderneming, gedreven door de noodzaak om de Europese productie- en logistieke voetafdruk te optimaliseren om duurzame groei te realiseren, de bedrijfsresultaten te verbeteren en een betrouwbare levering te garanderen. In 2025 verwierf de Groep 100% eigendom van de aluminium joint venture So Easy Holding BV. Sindsdien gaat het bedrijf verder als Deceuninck Aluminium om de ambitie en strategie van Deceuninck te realiseren om aluminium profielen op te nemen in zijn aanbod van raamoplossingen.
1980s Op 11 juni 1985 werden de aandelen van Deceuninck genoteerd op de Brusselse beurs. Door de sterke vraag midden jaren 1980 besloot de Groep lokale productievestigingen op te richten in Roye (Frankrijk) en Calne (Verenigd Koninkrijk). In de tweede helft van de jaren 1980 lag de focus vooral op verticale integratie van de processen, waaronder de opstart van print- en coatingactiviteiten.
Jaarverslag 2025 27
26 Wie we zijn
Verslag van de Raad van Bestuur
| 3,669 | productievestigingen | klanten | werknemers wereldwijd voltijdsequivalenten |
Deceuninck in cijfers
sinds 1918
landen
dochter- ondernemingen
| 3 | 35 | 14 |
| 29 |
Jaarverslag 2025 28
Verslag van de Raad van Bestuur 29
Wie we zijn
Ontwerper, fabrikant, recycler
De Groep is actief als ontwerper, fabrikant en recycler van raam-, deur- en bouwoplossingen in verschillende materialen (pvc, aluminium, houtcomposiet). De raam- en deuroplossingen omvatten een brede waaier aan raam- en deursysteemprofielen, aangevuld met het gamma rolluiken en zonwering voor woningen. Tot de bouwoplossingen behoren producten voor buitentoepassingen (zoals terrasplanken of gevelbekleding) en binnentoepassingen.
De extrusie van pvc vormt de basistechnologie binnen de Groep. Het geïntegreerde productieproces van Deceuninck bestaat uit compounding, tooling, extrusie van afdichtingen en profielen, bedrukking, verlijming van decoratieve folie en recyclage.
Activiteiten
Wat is extrusie?
De hoofdactiviteit van de Groep is een pvc- droogmengsel (poeder) omvormen in een hard pvc-profiel. Pvc-harsen worden vervaardigd uit twee componenten die afkomstig zijn van natuurlijke grondstoffen, namelijk ethyleen (olie, gas – 43%) en chloor (zout – 57%). In tegenstelling tot andere kunststoffen zijn pvc-harsen slechts gedeeltelijk afgeleid van fossiele grondstoffen. Bij de productie van pvc-hars worden drie basisprocessen gebruikt, die resulteren in suspensie-pvc (S-pvc), emulsie-pvc (E-pvc) en bulkpolymerisatie.
Ons engagement voor de circulaire economie
Het engagement van de Groep om de kringloop te sluiten blijkt duidelijk uit de investeringen in de ultramoderne recyclagefabriek in Diksmuide (België). Daarmee is de Deceuninck Groep uitgegroeid tot een van de grootste u-pvc-recyclers van West-Europa.# Verslag van de Raad van Bestuur
Recyclage
Wanneer de oude ramen en deuren op onze recyclagesite aankomen, bevatten ze nog tal van andere materialen. Via deze vier stappen transformeren wij oude ramen tot grondstoffen voor de productie van nieuwe ramen:
* Voorsorteren: het materiaal wordt verbrijzeld en voornamelijk metaal- en mineraalfracties worden verwijderd.
* Vermalen en wassen: het materiaal wordt verpulverd en gewassen om het resterende vuil van het pvc te scheiden.
* Opnieuw sorteren: we verwijderen vooral rubber, hout en de laatste aanwezige metalen. Ook sorteren we de stroom op kleur.
* Granuleren: de kleinste verontreinigingen worden verwijderd voordat wij een granulaat maken dat als hoogwaardige grondstof wordt gebruikt.
Afbraak
Door samen te werken met lokale partners scheiden en verzamelen wij aan de bron zoveel mogelijk pvc-profielen na gebruik door de consument. Dit vergt veel inspanningen, maar zorgt ervoor dat wij deze materialen met de hoogst mogelijke kwaliteit en tegen de laagst mogelijke economische en ecologische kostprijs op onze recyclagesite krijgen.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 32
Wie we zijn
Compounding
Het pvc-hars wordt in een mengtoren gemengd met additieven tot een homogeen en droog poeder. Elke mengtoren bestaat uit een aantal verdiepingen voor de opslag van de additieven, voor het wegen van de componenten, voor het intensief mengen tot een pvc-poeder en voor het koelen. Er vindt geen chemische reactie plaats, het productieproces bestaat alleen uit fysieke vermenging. De pvc-poeders worden na het zeven vervoerd naar de voorraadsilo’s en naar de silo’s voor afgewerkte producten. Vervolgens gaan ze naar de verschillende vestigingen van de Groep.
Extrusie
De pvc-compound wordt in de extruder verhit en door een mal geperst, die zo de vorm bepaalt. Het profiel wordt in de juiste vorm gehouden in kalibers, gekoeld met koelwater en op lengte gesneden. Naast de klassieke extrusielijnen beschikken wij over co-extrusielijnen om gerecycleerd materiaal te combineren met nieuwe grondstoffen, schuim, thermische versterkingen (met staaldraad) en cofrex-lijnen (met glasvezel).
Afwerking
De profielen worden bedekt met een folie, door middel van een smeltlijm, die het profiel een klassieke houtstructuur of moderne look geeft.
34 Jaarverslag 2025
Operationele voetafdruk
De wereldwijde activiteiten van Deceuninck omvatten extrusie, compounding, bekleving, opslag, verkoop en recyclage, en zijn gesitueerd in drie geografische regio's. Europa, Turkije en APAC (Australië), en Noord- en Latijns-Amerika (Brazilië, Chili, Colombia, Mexico). Deze wereldwijde spreiding is een van de sterkste troeven van Deceuninck.
Commerciële voetafdruk
Deceuninck bedient meer dan 4.000 klanten in meer dan 90 landen over de hele wereld. Het grootste aantal klanten zijn raamfabrikanten (business-to-business model), die de profielen van Deceuninck assembleren tot een raam in overeenstemming met de installatie-instructies van Deceuninck. De grote raamfabrikanten zijn uitgerust met sterk geautomatiseerde machines voor de productie van ramen. Andere bouwproducten worden voornamelijk geleverd aan professionele bouwmaterialenhandelaars, die Deceuninck- producten verkopen aan de professionele bouw- en renovatiemarkt. De montage van het product gebeurt meestal door onafhankelijke gespecialiseerde installateurs.
Operationele en commerciële voetafdruk
Wie we zijnVerslag van de Raad van Bestuur
| WETTELIJKE BENAMING | REGIO | LAND | EXTRUSIE | COMPOUNDING | BEKLEVING | OPSLAG | VERKOOP | RECYCLAGE |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Deceuninck Pty. Ltd. | TURKIJE EN APAC | AUSTRALIË | | | ||||
| Deceuninck NV | EUROPA | BELGIË | | | | | | |
| Deceuninck d.o.o. | EUROPA | BOSNIË EN HERZEGOVINA | | | ||||
| Deceuninck do Brasil comércio de Pvc ltda. | LATAM | BRAZILIË | | | | |||
| Deceuninck Bulgaria EOOD | EUROPA | BULGARIJE | | |||||
| Deceuninck Chile SpA | LATAM | CHILI | | | | |||
| Deceuninck S.A.S. | LATAM | COLOMBIA | | | | | | |
| Deceuninck d.o.o. | EUROPA | KROATIË | | | | |||
| Deceuninck spol. S.r.o. | EUROPA | TSJECHISCHE REPUBLIEK | | |||||
| Deceuninck S.A.S. | EUROPA | FRANKRIJK | | | | |||
| Deceuninck Germany GmbH | EUROPA | DUITSLAND | | |||||
| Deceuninck Italia S.r.l. | EUROPA | ITALIË | | |||||
| Deceuninck de Mexico SA de CV | LATAM | MEXICO | | | ||||
| Deceuninck Kunststof BV | EUROPA | NEDERLAND | | |||||
| Deceuninck Poland Sp. z o.o. | EUROPA | POLEN | | | | | | |
| Deceuninck Aluminium Poland Sp. z o.o. | EUROPA | POLEN | | | | |||
| Deceuninck Portugal sociedada unipessoal LDA | EUROPA | PORTUGAL | | |||||
| Deceuninck Romania SRL | EUROPA | ROEMENIË | | | ||||
| Deceuninck Rus OOO | EUROPA | RUSLAND | | | | | | |
| Deceuninck Slovakia s.r.o. | EUROPA | SLOWAKIJE | | |||||
| Deceuninck NV Sucursal en Espana | EUROPA | SPANJE | | | | |||
| Ege Profil AS | TURKIJE EN APAC | TURKIJE | | | | | | |
| Deceuninck Ltd | EUROPA | VERENIGD KONINKRIJK | | | | | ||
| Deceuninck North America Inc. | NOORD-AMERIKA | VERENIGDE STATEN | | | | | |
36 Jaarverslag 2025
Bedrijfsleiding
Wie we zijnVerslag van de Raad van Bestuur
- Francis Van Eeckhout CEO a.i.
- Alp Gunvaran MD Türkiye and APAC CEO Ege Profil
- Serge Piceu CFO
- Terrence Ceulemans MD North America
- Annelies Willemyns General Counsel
- Ann Bataillie CHRO a.i.
- Filip Levrau CIO
- Bernard Vanderper Commercial Director Europe
- Etem Gökmen Operations Director Europe and Group CTO
- Katleen Troosters Head of Marketing and Communications
Jaarverslag 2025 Jaarverslag 2025 Chapter 4
40 Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025
Doelstelling en waarden
2.2 Nieuwe basis voor de toekomst
Building
Wij bouwen aan een wereldwijd toonaangevende positie in raam- en deurprofielsystemen.
* We streven ernaar wereldwijd een top-3 speler te zijn via sterke klantpartnerschappen.
* We bedienen relevante raam-, deur- en afwerkingsmarkten in B2B, B2C en B2P, in nieuwbouw, renovatie, traditionele en modulaire bouw.
* We investeren continu in pvc-, aluminium- en buitenschilprofielen om een compleet, toekomstbestendig portfolio aan te bieden.
Wij versterken onze organisatie door mensen te empoweren.
* We bouwen onze cultuur en competenties uit door onze waarden te leven.
* We werken als een regionaal georganiseerde en wereldwijd verbonden organisatie, waarbij we synergiën en schaalvoordelen benutten.
* We streven naar duurzame, gezonde groei om te herinvesteren in onze mensen en onze lange- termijn toekomst.
2025 was een transformerend jaar voor Deceuninck. De Groep herdefinieerde haar corporate identiteit. Onze missie, visie en waarden werden geactualiseerd om onze lange-termijn strategische ambities te weerspiegelen en zullen in 2026 verder intern worden uitgerold. De nieuwe set waarden is ontworpen als een duidelijke blauwdruk voor alle medewerkers, die samenwerking binnen het bedrijf ondersteunt en de manier vormgeeft waarop we extern communiceren. Met deze vernieuwde basis is elke Deceuninck-medewerker empowered om als ambassadeur van de Groep op te treden.
Home
Wij ontwerpen hoogwaardige esthetische oplossingen die het wooncomfort in moderne leefomgevingen verhogen.
* We bieden hoogwaardige pvc-, aluminium- en hybride oplossingen.
* We innoveren om universele oplossingen te leveren voor efficiënte en duurzame raaminstallatie.
* We streven naar complete oplossingen door systemen, diensten en informatie te combineren.
We willen een bedrijf zijn waar mensen kunnen groeien, zich thuis voelen en erbij horen.
* We zorgen voor een veilige en inclusieve werkplek.
* We stimuleren een cultuur van innovatie, ondernemerschap en empowerment, ondersteund door dienend leiderschap.
* We betrekken medewerkers wereldwijd en maken van Deceuninck een plek waar mensen hun volledige potentieel kunnen ontwikkelen.
Sustainable
Wij ontwikkelen innovatieve oplossingen die bijdragen aan een duurzame leefomgeving.
* We creëren producten met toonaangevende isolatie, lange levensduur en een hoog aandeel gerecycleerd en recycleerbaar materiaal.
* We blijven nieuwe manieren verkennen om duurzamere, klantgerichte producten te ontwikkelen.
* We investeren in strategische lange-termijn partnerschappen binnen de waardeketen.
We werken duurzaam door onze ecologische voetafdruk te verkleinen en onze bedrijfsvoering rond klantwaarde te organiseren.
* We zetten de standaard in onze sector volgens Science Based Targets.
* We investeren in recyclagetechnologie en faciliteren afvalinzameling.
* We plaatsen de klant centraal in al onze beslissingen.
Missie
Onze missie blijft vervat in onze baseline: Together, building a sustainable home. (Samen bouwen aan een duurzame woning).
Jaarverslag 2025 43
42 Verslag van de Raad van Bestuur Doelstelling en waarden
Hoe we waarde creëren
Onze waarden om waarde te creëren (resultaat)
| We bouwen op middelen (input) | Om onze duurzame producten en diensten te leveren (output) | Voor onze mensen | Voor onze planeet | Voor welvaart | Voor onze gemeenschap |
|---|---|---|---|---|---|
| Mensen Onze mensen 3.669 FTE | Onderzoek en productontwikkeling | Jobs creëren | Gebruik van gerecycleerd materiaal in onze producten en producten met optimale thermische isolatie | Financiële duurzaamheid | Gezondheid en veiligheid van onze producten in de gebruiksfase |
| Onze klanten +4.000 | Raam- en deuroplossingen | Werving en behouden van talent | Recyclage van post- consumptieafval | Top 3 globale speler | Bedrijfsethiek en compliance |
| Onze leveranciers | Bouwproducten | Leren en ontwikkelen | Energie- en waterbeheer in de productie | Aandeelhouders- rendement | Betrokkenheid bij de gemeenschap |
| Materialen Grondstoffen | Multi-materiaal: pvc, aluminium, houtcomposieten | Veilige werkomgeving | Gebruik van hernieuwbare elektriciteit | ||
| Gerecycleerde materialen 21.500 ton gerecycleerd pvc | Productie | ||||
| 17% gerecycleerd materiaal gebruikt | Logistiek en bevoorrading | ||||
| Knowhow 0,9% omzet besteed aan R&D | Technische ondersteuning | ||||
| Financieel €26,8 m nettowinst | Marketing | ||||
| Juridisch en Compliance | Investeerdersrelaties |
Jaarverslag 2025 45
44 Producten en innovatiesVerslag van de Raad van Bestuur
2.3# Producten en innovaties
Raam-, deur- en bouwoplossingen in pvc, aluminium en houtcomposiet
Onze pvc-ramen en -deuren worden gekenmerkt door uitstekende thermische en akoestische prestaties met een zo laag mogelijk materiaalverbruik. Energie-efficiënt en stijlvol vormen ze de perfecte afwerking voor elke gevel. Onze unieke ThermoFibra-glasvezeltechnologie en innovatieve Innergy AP-technologie zorgen voor extra stabiliteit, sterkte en isolatie. Met onze schuifdeuren halen we de buitenwereld in huis.
Al meer dan 80 jaar loopt Deceuninck voorop in innovatieve, hoogwaardige oplossingen voor duurzaam wonen. Wij ontwerpen, ontwikkelen en distribueren geavanceerde raam-, deur- en bouwprofielen. Door design en efficiëntie te combineren, bieden we bouwoplossingen met superieure isolatiekwaliteiten die bijdragen aan het verhogen van zowel de esthetische als de comfortnormen, evenals de toekomstige duurzaamheidsdoelstellingen.
Het nieuwe Ligna-gevelsysteem combineert de natuurlijke warmte van hout met de duurzaamheid en maatvastheid van geavanceerde WPC-technologie. Ontwikkeld voor de behoeften van architecten, projectontwikkelaars en aannemers, levert Ligna uitzonderlijke sterkte, verfijnde esthetiek en duurzame prestaties in elk project.
Deceuninck Aluminium biedt een toekomstgerichte productreeks met focus op efficiëntie, gebruiksgemak, hoge technische prestaties en designflexibiliteit. Centraal staat de gepatenteerde So Easy-technologie, die de ontwikkeling en installatie van aluminium raamsystemen transformeert. Ons Decalu-assortiment biedt uitzonderlijke ontwerpflexibiliteit en vereenvoudigt tegelijk de magazijn- en productieprocessen. Als aanvulling daarop levert de Entra-serie een hoge mate van aanpasbaarheid en integreert ze naadloos in elk project.
Jaarverslag 2025 47
Producten en innovaties
Oplossingen die ertoe doen
Future-ready bouwen met hybride oplossingen
Bij Deceuninck geloven we dat de toekomst van de bouw ligt in slimme combinaties. Onze Elegant pvc-profielen en Decalu aluminium profielen zijn perfect op elkaar afgestemd en laten toe beide materialen harmonieus binnen één project te gebruiken. Dit hybride systeem biedt niet alleen esthetische vrijheid, maar optimaliseert ook budgetten en energieprestaties.
Elegant staat voor superieure isolatie en een moderne uitstraling, dankzij innovatieve technologieën zoals ThermoFibra en Forthex. Decalu combineert een slank design met indrukwekkende Uf-waarden en slimme details zoals verborgen beslag en gepatenteerde anti-bimetaaltechnologie. Twee materialen, één systeem – voor maximale flexibiliteit en prestaties.
Duurzaamheid als standaard
Elk profiel bevat een aanzienlijk aandeel gerecycleerd materiaal, zonder in te boeten aan kwaliteit. ThermoFibra verwijdert de traditionele staalversterking uit de vleugel, terwijl Forthex het staal uit het kader elimineert. Dit resulteert in een lager gewicht, een verbeterde thermische prestatie en een aanzienlijke vermindering van de CO2-uitstoot.
In 2025 gaf onze recyclagefabriek in Diksmuide maar liefst 21.500 ton pvc-afval een nieuw leven. Via co-extrusie verwerken we gerecycleerd pvc in de kern van nieuwe profielen, terwijl de buitenlaag gemaakt blijft van nieuw materiaal. Het meest duurzame lid van onze Elegant-productfamilie is het Phoenix-profiel. Het Phoenix-profiel is gemaakt van 100 procent gerecycleerd pvc. Het is niet alleen volledig recycleerbaar; het wordt ook volledig geproduceerd uit gerecyclede materialen.
WinLinck: circulair bouwen in één klik
Modulair en geprefabriceerd bouwen zit in de lift, en met WinLinck bieden we een oplossing die de toekomst van de bouw verandert: minder CO2, minder afval, meer snelheid en betrouwbaarheid. Het innovatieve WinLinck-kliksysteem maakt het mogelijk om ramen eenvoudig te installeren, zonder schuim of extra gereedschap. Het grootste deel van de voorbereiding gebeurt in een gecontroleerde fabrieksomgeving, wat tijd bespaart, fouten vermindert en afval minimaliseert. Click & Fit: snel, efficiënt en circulair.
48 Jaarverslag 2025
Verslag van de Raad van Bestuur
De kernwaarden van Deceuninck Group zijn handelen met integriteit, werken als 1 team en initiatief nemen. Het nemen van berekende risico's is een integraal onderdeel van de bedrijfsvoering. Het doel van risicobeheer is om de risico's te identificeren en te beheren. De groep heeft de ISO 31000-norm gekozen als raamwerk voor haar risicomanagementsysteem. Binnen dit kader kunnen de volgende stappen worden onderscheiden:
- De context stellen. Om risico's op te sporen, is het belangrijk om een duidelijk inzicht te hebben in de context waarin de Groep opereert. Enerzijds is er de steeds veranderende externe context, die onze sociale, culturele, politieke, wettelijke, financiële, technologische, economische, natuurlijke en competitieve omgeving omvat. Anderzijds is er de interne context waarin de doelstellingen van Deceuninck als Groep, evenals de doelstellingen van elke individuele entiteit, moeten worden gedefinieerd.
- Risicobeoordeling
- Risico-identificatie
Risico-identificatie is de eerste stap in het risicobeoordelingsproces. De risico's die een invloed kunnen hebben op het behalen van de doelstellingen worden geïdentificeerd in verschillende brainstormsessies en vervolgens samengevat in het risicoregister. - Risicoanalyse
Risicoanalyse is het proces waarbij de mogelijkheid dat het risico zich voordoet en de mogelijke impact op het bereiken van de doelstellingen worden geïdentificeerd. Hierbij kijken we naar de gevolgen voor de kerndoelstellingen: mensen, planeet, kwaliteit, dienstverlening en kostprijs. - Risico-evaluatie
Risico's worden geëvalueerd en gerangschikt op basis van de waarschijnlijkheid dat ze zich voordoen en de impact die ze zullen hebben. Het resultaat hiervan is samengevat in een risicomatrix. - Risicobehandeling
Het risicobeheerproces is een voortdurende inspanning en de verschillende fasen moeten voortdurend worden herzien en gecontroleerd. Interne Audit houdt het Risicoregister en de Risicomatrix bij voor alle risico's die relevant zijn op Groeps- en regionaal niveau, evenals een lijst met acties die zijn overeengekomen om deze risico's aan te pakken. Acties worden toegewezen aan regionale teams en overzien door een lid van het Executive Team. Deze worden twee keer per jaar geëvalueerd door het Uitvoerend Management om de volledigheid van het risicoregister te garanderen en om ervoor te zorgen dat overeengekomen acties worden geïmplementeerd. Een keer per jaar vindt er een soortgelijke evaluatie plaats met het Auditcomité, doorgaans tijdens een speciale risicobeheersessie of als apart agendapunt tijdens de geplande vergaderingen van het Auditcomité. Interne Audit past een risicogebaseerde interne controleaanpak toe die gericht is op het identificeren van potentiële nieuwe risico's tijdens hun controles op het niveau van de juridische entiteit. Dit helpt om volledigheid te garanderen.
- Risico-identificatie
Risico's kunnen op vier manieren worden behandeld:
- Het risico volledig vermijden door de activiteit te veranderen of stop te zetten
- Handelen om de kans te verkleinen (preventie) of de impact te verkleinen (bescherming)
- Het risico overdragen door middel van verzekeringen of andere contracten met derden
- Het risico accepteren zonder verdere actie.
2.4 Corporate Governance & Risicobeheer
Risicokader
| Risico en governance | 51 | 50 | Jaarverslag 2025 |
|---|---|---|---|
| De context bepalen | |||
| Controle en beoordeling | |||
| Communicatie en overleg | |||
| Risico-identificatie | |||
| Risicoanalyse | |||
| Risico-evaluatie | |||
| Risicobehandeling | |||
| Risicobeoordeling |
Belangrijkste kenmerken van de interne controle- en risicobeheersystemen van de Groep
De belangrijkste kenmerken van het interne controle- en risicobeheersysteem van de Groep, inclusief de financiële verslaggeving, kunnen als volgt worden samengevat:
- Definiëren van doelstellingen voor permanente opvolging van operationele prioriteiten en operationele en financiële prestaties van de Groep en de individuele entiteiten
- Voortdurend analyseren van historische financiële resultaten en het regelmatig updaten van financiële prognoses voor de middellange termijn. Follow-up van wisselkoersrisico's en risicobeperkende maatregelen.
- Het definiëren van het beleid en de procedures van de onderneming voor naleving van de toepasselijke wet- en regelgeving.
- Definiëren van procedures ter verduidelijking van autorisatieniveaus en scheiding van taken, gecontroleerd op naleving door de interne auditafdeling.
- Zorgen voor bedrijfscontinuïteit en toegangs- controle van IT-systemen.
- Interne auditrapporten bespreken met de interne auditor en, indien nodig, verder overleggen voor aanvullende informatie en verduidelijking en maatregelen nemen om de aanbevelingen te implementeren en na te leven.
- Voortdurend toezicht houden op grondstofprijzen en prijsveranderingen.
- Bevestiging vragen aan lokale management- teams om ervoor te zorgen dat zij voldoen aan de toepasselijke wet- en regelgeving en interne procedures van het bedrijf.
- Geschillen die van wezenlijk belang kunnen zijn, volgen en regelmatig bespreken met de juridische afdeling.
Risicostructuur
Twee dimensies
De Groep structureert haar risico's volgens twee dimensies: operationele en algemene risico's. De operationele dimensie is opgesplitst in de volgende categorieën: innovatie, operationele activiteiten, verkoop, inkoop, voorraadbeheer, logistiek, mensen, financiën, ICT en juridische risico's. De algemene dimensie is onderverdeeld in risico's op vlak van economie, politiek, regelgeving, klimaatverandering en reputatie.
Risicoscore
De bovenstaande risico's hebben een score gekregen als onderdeel van de risicobeoordeling en kregen de hoogste score van alle risico's die zijn opgenomen in het Risicoregister.## Meer gedetailleerde uitleg van de risicocategorieën
Economisch klimaat
Zoals de meeste bedrijven is de Groep blootgesteld aan de risico's van een economische recessie, volatiliteit op de krediet- en kapitaalmarkten en de economische en nanciële situatie in het algemeen. Deze factoren hebben een negatieve invloed op de vraag naar producten. De Groep produceert voornamelijk raamproelen voor de woningbouwsector, inclusief renovatie, en aanverwante producten. Bijgevolg zullen onze toekomstige resultaten voornamelijk afhangen van de evolutie van deze markten. Tegen deze achtergrond heeft de huidige nanciële en economische situatie een aanzienlijke impact op de economie in het algemeen en op alle markten waarin we actief zijn. De Groep kan niet voorspellen hoe de markten zich op korte termijn zullen ontwikkelen. Hoewel de autoriteiten van sommige van de geograsche markten waarin wij actief zijn beleidsmaatregelen hebben genomen om de economische groei te stimuleren, kan de Groep niet garanderen dat deze maatregelen voldoende zullen zijn om dit eect te bereiken. Ook kunnen de genomen maatregelen worden ingetrokken of aangepast.
De markten waarop Deceuninck Group actief is, zijn onderhevig aan sterke concurrentie. Wij concurreren met andere bedrijven op basis van verschillende factoren, zoals: (i) kennis van en toegang tot nieuwe technologieën en nieuwe productieprocessen, (ii) de mogelijkheid om nieuwe producten te lanceren die verbeterde functionaliteit bieden of goedkoper zijn dan het bestaande assortiment, (iii) technische diensten, (iv) volledigheid van de aangeboden oplossingen, (v) reputatie en visie, (vi) geograsche aanwezigheid, (vii) distributienetwerk en (viii) prijzen. Bovendien kan de concurrentie toenemen door consolidatie of doordat nieuwe concurrenten met vergelijkbare producten de markt betreden. Sterke concurrentie kan leiden tot overcapaciteit op de markt en prijsdruk. Bovendien kunnen aannemers, klanten of andere partijen die in de markt actief zijn, hun operationele model wijzigen op een manier die onze activiteiten beïnvloedt. Met andere woorden, het succes van de Groep hangt af van haar vermogen om concurrentieel te blijven terwijl de marktstructuur verandert. Hoewel de Groep hierin geslaagd is door zich aan te passen aan veranderingen in de marktstructuur, kunnen toekomstige veranderingen een aanzienlijke impact hebben op haar activiteiten, bedrijfswinst of nanciële positie.
De activiteiten, bedrijfswinst en nanciële positie van de Groep uctueren afhankelijk van het algemene economische klimaat. De beslissing om al dan niet kapitaalgoederen te kopen, die de klanten van de Groep in staat zouden stellen om haar producten te integreren, brengt een hoog investeringsniveau met zich mee. Een dergelijke investeringsbeslissing kan onder andere verband houden met het algemene economische klimaat. De beslissing van eindgebruikers van onze producten om te investeren in vastgoed kan ook samenhangen met het algemene economische klimaat en de toegang tot krediet. De renovatiemarkt is minder gevoelig voor economische schommelingen dan nieuwbouw.
Operationele activiteiten
De compoundfabrieken van de Groep worden beschouwd als een kritieke infrastructuur die compound levert aan de meeste extrusiefabrieken van de Groep. Ze zijn gevestigd in een beperkt aantal landen (België, Colombia, Polen, Rusland, Turkije en de Verenigde Staten). Hoewel er zich in het verleden geen grote problemen hebben voorgedaan, zou een onderbreking van de activiteit in één van de compoundfabrieken het productieproces van de extrusiefabrieken aanzienlijk kunnen verstoren, aangezien het moeilijk is om mengsels te verzenden onder commercieel aantrekkelijke voorwaarden. Een dergelijke onbeschikbaarheid zou onze activiteiten, bedrijfswinst en nanciële positie aanzienlijk kunnen beïnvloeden. Bovendien kan een plotse en aanzienlijke toename van de vraag van klanten leiden tot een verslechtering van het serviceniveau door problemen met de beschikbaarheid van producten. In zo'n geval, waar de levertijden toenemen, is het belangrijk dat de werkelijke kostprijs van de producten wordt weerspiegeld in de verkoopprijs. Regelmatige prijsverhogingen, die de stijgende grondstofprijzen weerspiegelen, zijn daarom essentieel om marge-erosie te voorkomen.
Aankoop
De toekomstige winstgevendheid van de Groep wordt deels bepaald door veranderingen in de inkoopprijzen van grondstoen (vooral pvc-harsen en additieven), componenten, kapitaalgoederen, salarissen en andere bedrijfsdiensten, en door de verkoopprijzen die de Groep voor haar producten en diensten kan vragen. Voor de meeste van deze componenten behoort hedging niet tot de mogelijkheden. Als de stijging van de grondstofprijzen aanzienlijk en langdurig is, en als de marktomstandigheden dit toelaten, leert de ervaring dat het doorrekenen van hogere grondstofprijzen aan de markt ongeveer 3 tot 6 maanden duurt, met grote verschillen tussen de verkoopgebieden.
Mensen
Het succes van de Groep zal in grote mate afhangen van haar vermogen om bekwame medewerkers en managers aan te trekken en te behouden die een grondige kennis hebben van en vertrouwd zijn met haar markten, technologie en producten.
| Categorie / Bedrijfsdomein | Risicobeschrijving |
|---|---|
| Operations | Beschikbaarheid van producten |
| Operations | Marktintroductietijd voor nieuwe innovaties |
| Operations | Sterke schommelingen in de vraag van klanten |
| Operations | Bedrijfscontinuïteit (bijv. uitval van kritieke infrastructuur, incl. beleid, BCP, BIA, herstel na ramp) |
| Inkoop | Tekort aan grondstoen en/of recycleerbaar materiaal |
| Inkoop | Schommelingen in grondstofprijzen |
| Inkoop | Onvermogen om stijgingen in grondstofprijzen / transport / arbeidskosten door te drukken |
| Mensen | Beschikbaarheid van geschoolde arbeidskrachten |
| Mensen | Fluctuatie / verloop van werknemers |
| Financiën | Valutarisico's |
| IT | Uitval van kritieke IT-infrastructuur |
| IT | Inbreuk op IT-beveiliging (bijv. cyberbeveiliging, gegevensbescherming, enz.) |
| Juridisch | Niet-naleving van regels en voorschriften (mededinging, douane en handel, enz.) |
Risico en governance 5352 Jaarverslag 2025 Verslag van de Raad van Bestuur
De Groep is actief in een concurrerende arbeidsmarkt en er kan dan ook geen zekerheid worden geboden dat de Groep in staat zal zijn om haar belangrijkste medewerkers te behouden. Als we er niet in slagen om bekwame mensen aan te trekken of te behouden, kan dit een wezenlijk nadelig eect hebben op de activiteiten of bedrijfsresultaten van de Groep.
Financiën
Als internationaal opererende Groep met productiefaciliteiten en verkooporganisaties in Noord- en Zuid-Amerika, Europa en Turkije is het duidelijk dat valutarisico's inherent zijn aan onze activiteiten. Valutaposities worden nauwlettend gevolgd en risico's worden waar mogelijk beperkt.
IT
IT-risico's worden steeds belangrijker. Inbreuken op de beveiliging en verstoringen van de IT-infrastructuur hebben een directe impact op de continuïteit van de bedrijfsvoering. Daarom zijn cyberbeveiliging en IT-infrastructuur topprioriteiten voor de IT-afdeling om bedrijfsinformatie en IT-infrastructuur te beschermen.
Juridisch
Intellectuele eigendom. De Groep vertrouwt op een combinatie van handelsmerken, handelsnamen, handelsgeheimen, octrooien en knowhow om de intellectuele eigendomsrechten op haar producten en operationele processen te deniëren en te beschermen. Het is van het grootste belang dat de Groep in staat is haar intellectuele eigendom te blijven gebruiken en alle waardevolle intellectuele eigendommen voldoende te beschermen door op te treden tegen schendingen van haar intellectuele eigendomsrechten, door bedrijfsgeheimen te bewaren en door gebruik te maken van de beschikbare juridische middelen, zoals merken, octrooien en modelregistraties. Hoewel er geen belangrijke geschillen zijn, kan het bedrijf gerechtelijke procedures niet uitsluiten om zijn rechten te beschermen. Als de hierboven vermelde methodes de intellectuele eigendomsrechten van de Groep niet voldoende kunnen beschermen in haar belangrijkste markten of als de bescherming niet langer geldig is, kunnen derden (inclusief concurrenten) haar innovaties of producten commercialiseren of haar knowhow gebruiken, wat een invloed kan hebben op onze activiteiten en/of bedrijfsresultaten. We kunnen niet garanderen dat alle aangevraagde handelsmerken en octrooien in de toekomst zullen worden goedgekeurd, noch kunnen we het risico uitsluiten dat bepaalde van onze merk- en octrooiregistraties zullen verlopen als we er niet in slagen deze merk- en octrooiregistraties te verlengen. In bepaalde geograsche markten kan het voor de Groep moeilijker zijn om eigendomsrechten te verkrijgen.
Het succes van de Groep zal gedeeltelijk afhangen van haar vermogen om haar activiteiten uit te oefenen zonder inbreuk te plegen op de eigendomsrechten van derden of zonder zich deze rechten onrechtmatig toe te eigenen. Hoewel er momenteel geen belangrijke vorderingen lopen tegen Deceuninck Groep met betrekking tot de schending van intellectuele eigendomsrechten, kan de Groep niet garanderen dat zij niet van tijd tot tijd (onopzettelijk) inbreuk zal plegen op octrooien van derden. De Groep kan verplicht worden om veel tijd te besteden en inspanningen te leveren of gerechtelijke kosten oplopen als de Vennootschap te maken krijgt met juridische claims op intellectuele eigendomsrechten, ongeacht of deze gerechtvaardigd zijn. Als de Groep eectief een octrooi of ander intellectueel eigendomsrecht van derden schendt of heeft geschonden, kan zij worden geconfronteerd met aanzienlijke verzekeringsclaims die een impact kunnen hebben op de kasstroom, de activiteiten, de nanciële situatie of de bedrijfsresultaten van de Groep. De Groep kan ook worden verplicht om de ontwikkeling, het gebruik of de verkoop van het betreende product of proces stop te zetten.Het kan ook nodig zijn om een licentie te verkrijgen voor het gebruik van de betwiste rechten, die niet beschikbaar is tegen commercieel redelijke voorwaarden of helemaal niet beschikbaar is. Om de kans op een dergelijke inbreuk te verkleinen, heeft het management een proces geïmplementeerd om continu onderzoek te doen naar mogelijke inbreuken op octrooien en intellectuele eigendomsrechten.
Productaansprakelijkheid
De activiteiten van de Groep zijn onderhevig aan potentiële productaansprakelijkheidsrisico's die kenmerkend zijn voor de productie en distributie van haar producten. Productaansprakelijkheid kan ook van toepassing zijn op nieuwe producten die in de toekomst worden gemaakt of verdeeld. Een mogelijke ontoereikendheid van de productaansprakelijkheidsverzekering om productaansprakelijkheidsclaims te dekken, zou een aanzienlijke impact kunnen hebben op de activiteiten, de financiële toestand en de bedrijfsresultaten van de onderneming. Bovendien kan de verdediging tegen dergelijke claims aanzienlijke druk uitoefenen op het management, kunnen aanzienlijke schadeclaims worden ingediend of kan de reputatie van de Groep negatief worden beïnvloed, zelfs als de verdediging van het bedrijf tegen dergelijke claims met betrekking tot de producten die het op de markt brengt, succesvol is.
Compliance
Overtredingen van toepasselijke wet- en regelgeving en van de Gedragscode van de Groep door werknemers kunnen een wezenlijk nadelig effect hebben op de activiteiten, bedrijfsresultaten of financiële positie van de Groep. Binnen een internationaal bedrijf kunnen individuele acties van werknemers leiden tot niet-naleving. Dit kan een negatieve invloed hebben op het imago van het bedrijf, op de activiteiten en op de waarde van het aandeel. Ondanks interne opleidingen en de Gedragscode van de Groep (met betrekking tot onder meer mensenrechten, anti-omkoping en anticorruptie) kan de Groep niet voorkomen dat sommige werknemers individuele inbreuken zouden plegen op de toepasselijke wet- en regelgeving of de Gedragscode van de Deceuninck Groep.
Milieuvereisten
De Groep is actief in markten met diverse strenge en evoluerende milieueisen. Het samenstellen en opslaan van gevaarlijke industriële producten brengt altijd een milieurisico met zich mee. Hoewel de Groep alle nodige maatregelen heeft genomen om dit risico te beperken en er zich in het verleden geen noemenswaardige problemen hebben voorgedaan, kan milieuaansprakelijkheid niet worden uitgesloten, vooral omdat milieuwet- en regelgeving kan voorzien in een systeem van strikte aansprakelijkheid waardoor de Groep aansprakelijk wordt, ongeacht of de Groep nalatig is geweest of een andere overtreding heeft begaan. Het niet naleven van bestaande of toekomstige milieuwet- en regelgeving kan leiden tot strafrechtelijke of administratieve boetes, die een wezenlijk nadelig effect kunnen hebben op de bedrijfsresultaten van de Groep.
Risico en governance 54 Jaarverslag 2025 Verslag van de Raad van Bestuur 55 Risico en governance 57
56 Jaarverslag 2025 Verslag van de Raad van Bestuur
Deceuninck leeft de Belgische Corporate Governance Code 2020 (de "Code") na. De Raad van Bestuur onderschrijft de principes van corporate governance en transparantie zoals uiteengezet in de Code en past de Code toe als referentiecode. In haar Corporate Governance Charter (waarnaar samen met de bijlagen verwezen wordt als het "Charter", beschikbaar op de website van de Vennootschap) zet de Vennootschap de belangrijkste aspecten van haar governancebeleid uiteen, zoals haar governancestructuur, de taakomschrijving van de Raad en zijn Comités, de Algemene Vergadering, de belangenconflictregeling en maatregelen ter voorkoming van marktmisbruik. Het huishoudelijk reglement is opgenomen als bijlage bij het Charter. Het Charter moet worden gelezen in samenhang met de bepalingen die van toepassing zijn op de Vennootschap en waarop het is gebaseerd, in het bijzonder (i) haar statuten, (ii) het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (het "WVV") en (iii) de Code. De toepassing van Deceuninck's corporate governance beleid in 2025 wordt verder uiteengezet in deze Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur.
Deceuninck wijkt als volgt af van de Code: Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur
| Principe | Verklaring |
|---|---|
| Principe 2.10 | De Raad van Bestuur is van mening dat het moeilijk is om een specifiek plan voor de opvolging van CEO klaar te hebben. Dit standpunt werd versterkt door recente ervaringen met CEO's die niet lang bij de vennootschap zijn gebleven. Daarom gelooft de Raad in een dynamische, algemene benadering van opvolging die voornamelijk gericht is op: • voortdurende uitbreiding van de capaciteiten van het managementteam; • het versterken van de noodzakelijke verbindingen om de groeiplannen af te stemmen op de rollen van het uitvoerend management; • een goed onderzochte matrix van leiderschapsvaardigheden en een 'live' overzicht van talenten; en • duidelijke en ordelijke procedures voor het selecteren en goedkeuren van een opvolger. |
| Principe 2.13 | De Raad van Bestuur is van mening dat het moeilijk haalbaar is om op ieder moment een vaste lijst van kandidaten voor de opvolging van de leden van de Raad klaar te hebben, gegeven het feit dat op een dergelijke lijst kandidaten beschikbaar moeten zijn met een verscheidenheid aan competenties om te kunnen voldoen aan de eisen van diversiteit binnen de Raad. Om het doel van principe 2.13 te verwezenlijken, heeft de Raad het Remuneratie- en Benoemingscomité de taak toevertrouwd om ervoor te zorgen dat de Vennootschap een gedegen plan heeft voor de opvolging van leden van de Raad van Bestuur en het uitvoerend management (zoals meer gedetailleerd beschreven in bijlage B bij het Charter). Daarnaast staat het Remuneratie- en Benoemingscomité in voor het op lange termijn waarborgen van een evenwicht tussen de vereiste diversiteitscriteria en competenties binnen de Raad, in overeenstemming met de strategie van de Vennootschap. Een minder rigide benadering van opvolgingsplanning stelt de Vennootschap in staat zich vlot aan te passen aan wijzigende omstandigheden en personeelsbehoeften die van tijd tot tijd ontstaan. |
| Principe 4.3 | In afwijking van principe 4.3 van de BCGC, bestond het Auditcomité tijdelijk niet uit drie bestuurders. Deze situatie was het gevolg van een tijdelijke wijziging in de samenstelling van de Raad van Bestuur. De Raad van Bestuur is van mening dat het Auditcomité tijdens deze overgangsperiode zijn taken en verantwoordelijkheden effectief is blijven uitoefenen, rekening houdend met de expertise en ervaring van zijn leden. Het bedrijf heeft de samenstelling van het Auditcomité weer in overeenstemming gebracht met de Code vanaf de vergadering van de Raad van Bestuur van 24 februari 2026. |
| Principe 4.19 | In afwijking van principe 4.19 van de BCGC, bestond het Remuneratie- en Benoemingscomité tijdelijk niet uit een meerderheid van onafhankelijke bestuurders. Deze situatie was het gevolg van een tijdelijke wijziging in de samenstelling van de Raad van Bestuur. De Raad van Bestuur is van oordeel dat het Remuneratie- en Benoemingscomité tijdens deze overgangsperiode zijn taken en verantwoordelijkheden effectief is blijven vervullen, rekening houdend met de expertise en ervaring van zijn leden. De Vennootschap heeft de samenstelling van het Remuneratie- en Benoemingscomité opnieuw in overeenstemming gebracht met de Code, met ingang van de vergadering van de Raad van Bestuur van 24 februari 2026. |
| Principe 9.2 | De Raad van Bestuur beslist om de evaluatie van de Bestuurders iets anders te organiseren dan de methode die wordt voorgeschreven in principe 9.2, maar in lijn met de intentie en het doel daarvan. In afwijking van principe 9.2 heeft het Remuneratie- en Benoemingscomité niet expliciet de opdracht om aan het einde van het mandaat van elke bestuurder de aanwezigheid van de individuele bestuurder bij vergaderingen, zijn betrokkenheid bij discussies en beslissingen en zijn bijdrage aan de raden van bestuur te evalueren volgens een vaste procedure. In plaats daarvan worden de kwalitatieve bestuurdersprestaties gewaarborgd en voortdurend als volgt opgevolgd: • anonieme individuele evaluaties van de prestaties van bestuurders worden regelmatig uitgevoerd en de resultaten hiervan worden opgenomen in de beoordeling van de Raad van het functioneren van de Comités; • Bijlage A bij het Charter bevat gedetailleerde bepalingen voor de periodieke evaluatie van het functioneren van de Raad van Bestuur. De belangrijkste kenmerken van het grondige evaluatieproces van de Raad van Bestuur, zijn Comités en de bestuurders worden verder toegelicht op pagina 69 van dit jaarverslag. |
Risico en governance 59
58 Jaarverslag 2025 Verslag van de Raad van Bestuur
De monistische bestuursstructuur van Deceuninck bestaat uit de Raad van Bestuur, die bevoegd is om alle handelingen te verrichten die nodig of nuttig zijn om de doelstellingen van de Vennootschap te verwezenlijken, met uitzondering van die welke wettelijk aan de Algemene Vergadering zijn voorbehouden. Ten minste eens in de vijf jaar zal de Raad evalueren of de gekozen bestuursstructuur nog steeds geschikt is. Als dit niet het geval is, zal de Raad een nieuwe bestuursstructuur voorstellen aan de Algemene Vergadering. De Raad heeft een Auditcomité en een Remuneratie- en Benoemingscomité opgericht, die een adviserende, toezichthoudende en voorbereidende rol hebben bij bepaalde beslissingen die de Raad moet nemen. De beslissingsbevoegdheid berust bij de Raad van Bestuur als collegiaal orgaan. De Raad van Bestuur heeft ook een managementcomité opgericht, bestaande uit de CEO, de CFO, de CHRO en de General Counsel (het "DirCo"). Het dagelijks bestuur van de Vennootschap werd gedelegeerd aan de leden van het DirCo in overeenstemming met artikel 7:121 WVV. Samen met de regionale Managing Directors, het Head of Marketing & Communications en de CIO vormen zij het Uitvoerend Management van de Vennootschap.# Bestuursstructuur Samenstelling van de Raad (maart 2026)
De Raad bestaat momenteel uit zeven bestuurders. Eén lid is een uitvoerend bestuurder ("CEO") en vier leden zijn onafhankelijke bestuurders in overeenstemming met de Code.
| Functie | Naam | Lidmaatschap | Comités | Laatste verlenging mandaat | Verstrijken mandaat |
|---|---|---|---|---|---|
| CEO a.i. | Francis Van Eeckhout, vertegenwoordiger van Beneconsult BV | - | AV 2023 | AV 2027 | |
| Voorzitter a.i. | Marcel Klepsch, vertegenwoordiger van Marcel Klepsch SAS | Auditcomité (lid), Remuneratie- en Benoemingscomité (voorzitter) | AV 2025 | AV 2029 | |
| Ondervoorzitster | Benedikte Boone, vertegenwoordiger van Venture Consult BV | Auditcomité (lid), Remuneratie- en Benoemingscomité (lid) | AV 2025 | AV 2029 | |
| Ondervoorzitter, Onafhankelijk Bestuurder | Wim Hendrix, vertegenwoordiger van Homeport Investment Management BV | Auditcomité (Voorzitter) | AV 2022 | AV 2026 | |
| Onafhankelijk Bestuurder | Paul van Oyen, vertegenwoordiger van PVO Advisory BV | Remuneratie- en Benoemingscomité (lid) | AV 202 | AV 2026 | |
| Onafhankelijk Bestuurder | Laure Baert | - | BAV 23.12.22 | AV 2026 | |
| Onafhankelijk Bestuurder | Ann Vereecke, vertegenwoordiger van Ann Vereecke BV | Remuneratie- en Benoemingscomité (lid) | AV 2025 | AV 2029 |
De Raad en zijn Comités
Risico en governance 61
60 Jaarverslag 2025 Verslag van de Raad van Bestuur
Wijzigingen in de samenstelling van de Raad van Bestuur in 2025 en na het einde van het boekjaar
Tijdens de Algemene Vergadering van 22 april 2025:
* Venture Consult BV, vertegenwoordigd door Benedikte Boone, werd herbenoemd als niet- uitvoerend bestuurder tot de jaarlijkse Algemene Vergadering van 2029.
* Marcel Klepsch SAS, vertegenwoordigd door Marcel Klepsch, werd herbenoemd als niet- onafhankelijk bestuurder tot de jaarlijkse Algemene Vergadering van 2029.
* Ann Vereecke BV, vertegenwoordigd door Ann Vereecke, werd benoemd als onafhankelijk bestuurder tot de jaarlijkse Algemene Vergadering van 2029.
* Het mandaat van Alchemy Partners BV, vertegenwoordigd door Anouk Lagae, is verstreken en werd niet verlengd.
Tijdens de Bijzondere Algemene Vergadering van 6 januari 2026 werd het mandaat van Stefaan Haspeslagh BV, vertegenwoordigd door Stefaan Haspeslagh, ingetrokken.
Andere
De erebestuurders van Deceuninck zijn †Pierre Alain Baron De Smedt, Arnold Deceuninck en Willy Deceuninck.
De Secretaris van de Vennootschap is Ann Bataillie, vertegenwoordiger van Bakor BV.
Risico en governance 63
62 Jaarverslag 2025 Verslag van de Raad van Bestuur
CV's van de leden van de Raad van Bestuur
Francis Van Eeckhout (1968), vertegenwoordiger van Beneconsult BV, CEO a.i.
* Opleiding: Handelsingenieur (KUL 1990)
* Huidige mandaten: Onafhankelijk bestuurslid van Pollet Water Group; Voorzitter van CemmineralsNV
* Professionele ervaring: 1994-2011: Gedelegeerd Bestuurder van Van Eeckhout NV (beton), VVM NV (cement)
Marcel Klepsch (1951), vertegenwoordiger van Marcel Klepsch SAS, Voorzitter a.i.
* Opleiding: Handelsingenieur (Universiteit Antwerpen)
* Professionele ervaring: Chief Restructuring Officer bij Deceuninck NV (2009), voormalig lid van de raad van bestuur van Nybron Flooring International Zwitserland, Chief Executive Officer bij Ilford Imaging, lid van het directiecomité bij Vickers Plc, Chief Financial Officer van BTR Power Drives, Voorzitter van de Raad van Bestuur van Pack2Pack, Voorzitter van de Raad van Bestuur van Volution in het Verenigd Koninkrijk, Management Advisory Board van Tower Brook in Londen en voorzitter van GSE Group in Frankrijk
Benedikte Boone (1971), vertegenwoordiger van Venture Consult BV, Ondervoorzitster, Niet-Uitvoerend Bestuurder
* Opleiding: Licentiaat Toegepaste Economische Wetenschappen (KUL 1994)
* Huidige mandaten: lid van de Raad van Bestuur van Lotus Bakeries sinds 2012, Bestuurder in verschillende familiale vennootschappen (Bene Invest BV, Holve NV en Harpis NV)
* Professionele ervaring: Creyf's Interim en Avasco Industries
Risico en governance
Wim Hendrix (1967), vertegenwoordiger van Homeport Investment Management BV, Ondervoorzitter, Onafhankelijk Bestuurder
* Opleiding: Handelsingenieur (KU Leuven 1990), Master of Business Administration (Washington University St. Louis, Missouri, VS 1993), Master Wealth Management (Wharton Business School, Pennsylvania, VS 2011)
* Huidige mandaten: Voorzitter van de Raad van Bestuur bij XIX-Invest NV; Bestuurslid bij Capricorn Sustainable Chemistry Fund
* Professionele ervaring: CEO van Homeport Family Services CommV. Eerdere functies bij Corelio NV, Begos BV, Siemens NV en Gamma België NV
65
64 Jaarverslag 2025 Verslag van de Raad van Bestuur
Ann Vereecke bv, met vaste vertegenwoordiger Ann Vereecke (1963), Onafhankelijk Bestuurder
* Opleidingen: Master Ingenieur (UGent 1987), MBA Management (Vlerick Business School 1988), PhD in Management, UGent, 1997) Certicate Corporate Governance (INSEAD 2019)
* Professionele ervaring: Professor Vlerick Business School en UGent
* Huidige mandaten: Lid van de Raad van Bestuur bij What’s Cooking? NV, bnode, North Sea Port en Tessenderlo Group
Paul Van Oyen (1961), vertegenwoordiger van PVO Advisory BV, Onafhankelijk Bestuurder
* Opleiding: Geologie/Mineralogie (KUL 1982), Bedrijfskunde (KUL 1990), Strategisch R&D Management (INSEAD 1998), Strategy & Execution (London Business School 2015)
* Huidige mandaten: Voorzitter van de Raad van Bestuur van What’s Cooking? NV
* Professionele ervaring: CEO en algemeen directeur van Etex Group
Laure Baert (1992), Onafhankelijk Bestuurder
* Opleiding: Handelsingenieur (KUL, IESEG en Solvay Brussels School of Economics and Management, 2015); Uitwisselingsstudent aan de National University of Singapore (2014); Summer Business Scholars-programma aan de Booth School of Business van de Universiteit van Chicago (2013)
* Werkervaring: Associate Director, Hematology bij Abbvie (2025-heden); Marketing Partner Oncology en Digital Transformation Lead (2021-2024) bij Roche; Senior Consultant Organization Transformation bij Deloitte (2018-2021); Strategy Implementation Consultant bij BTS (2015-2017)
Risico en governance
67
66 Jaarverslag 2025 Verslag van de Raad van Bestuur
Samenstelling van de Comités
Algemeen
De Raad van Bestuur heeft gespecialiseerde comités opgericht met een adviserende rol om specieke zaken te behandelen en om de Raad te ondersteunen en te adviseren. De uiteindelijke beslissingsverantwoordelijkheid ligt bij de Raad van Bestuur.
Auditcomité
Het huidige Auditcomité bestaat uit drie leden, die allen niet-uitvoerende bestuurders zijn. Eén lid van het Auditcomité wordt als onafhankelijk beschouwd zoals gedenieerd in de Code:
* Wim Hendrix, vertegenwoordiger van Homeport Investment Management BV (voorzitter)
* Marcel Klepsch, vertegenwoordiger van Marcel Klepsch SAS
* Benedikte Boone, vertegenwoordiger van Venture Consult BV (vanaf 24 februari 2026)
Aangezien Francis Van Eeckhout, vertegenwoordiger van Beneconsult BV, optreedt als CEO a.i., is hij niet langer lid van het Auditcomité. Met ingang van 24 februari 2026 is Benedikte Boone, vertegenwoordiger van Venture Consult BV, toegetreden tot het Comité. De leden van het Auditcomité beschikken als geheel over competenties die relevant zijn voor de sector waarin Deceuninck actief is en ten minste één lid heeft com- petenties op het gebied van boekhouding en auditing. De CEO en de CFO worden uitgenodigd op de vergaderingen van het Auditcomité.
Remuneratie- en Benoemingscomité
Het huidige Remuneratie- en Benoemingscomité bestaat uit vijf leden, die allemaal niet-uitvoerende bestuurders zijn. Drie leden van het Remuneratie- en Benoemingscomité worden beschouwd als onafhankelijk zoals uiteengezet in de Code:
* Marcel Klepsch, vertegenwoordiger van Marcel Klepsch SAS (voorzitter)
* Benedikte Boone, vertegenwoordiger van Venture Consult BV
* Paul Van Oyen, vertegenwoordiger van PVO Advisory BV
* Laure Baert (vanaf 22 april 2025)
* Ann Vereecke, vertegenwoordiger van Ann Vereecke BV (vanaf 24 februari 2026)
Aangezien Francis Van Eeckhout, vertegenwoordiger van Beneconsult BV, optreedt als CEO a.i., is hij niet langer lid van het Remuneratie- en Benoemingscomité. Met ingang van 24 februari 2026 is Ann Vereecke, vertegenwoordiger van Ann Vereecke BV, lid geworden van het Comité. Rekening houdend met hun opleiding en professionele ervaring beschikken de leden over de nodige expertise op het gebied van remuneratiebeleid. De CEO wordt uitgenodigd op de vergaderingen van het Remuneratie- en Benoemingscomité.
Activiteitenverslag van de Raad van Bestuur en de Comités in 2025
Raad
De Raad van Bestuur kwam dertien keer bijeen en besprak voornamelijk de volgende onderwerpen:
Strategisch en organisatorisch beleid
- het bepalen van de langetermijnstrategie en -missie van de Groep;
- het toezicht houden op de uitvoering van de strategie en de opvolging van de businessplannen van de regio’s en businessunits;
- het monitoren van innovatie-initiatieven, digitalisering en de technologiestrategie van de Groep;
- het monitoren van de organisatiestructuur van de Groep en de opvolgingsplanning voor belangrijke managementfuncties.
Leiderschap, benoemingen en remuneratie
- het bepalen van de leiderschapssamenstelling van de Groep;
- het zoeken, selecteren en evalueren van de CEO van de Groep;
- het voorstellen van de benoeming en het ontslag van leden van het Uitvoerend Management en, indien van toepassing, leden van de Raad van Bestuur;
- het vastleggen van het remuneratiebeleid en de STI- en LTI-vergoedingen van de CEO, de leden van het Uitvoerend Management en het senior management, in overeenstemming met het remuneratieverslag en de toepasselijke regelgeving.
Risico en governance
66 Jaarverslag 2025 Verslag van de Raad van BestuurFinancieel toezicht en rapportering
* het monitoren van de financiële positie van de Groep, met inbegrip van haar schuld- en liquiditeitspositie;
* het beoordelen en goedkeuren van belangrijke investerings- en desinvesteringsbeslissingen;
* het voorbereiden en goedkeuren van de statutaire en geconsolideerde jaarrekening en het jaarverslag;
* het toezicht houden op de financiële verslaggeving, interne controles en risicobeheersystemen.
Duurzaamheid, governance en risico
* de goedkeuring van het duurzaamheidsverslag en toezicht op de ESG-strategie en -doelstellingen;
* het toezicht houden op een effectief kader voor governance, risico's en compliance binnen de Groep;
* het toezicht houden op de identificatie en het beheer van de belangrijkste bedrijfsrisico's;
* het monitoren en beoordelen van de risico's van belangrijke juridische procedures en geschillen.
Aandeelhouders en algemene vergaderingen
* het voorbereiden van de jaarlijkse Algemene Vergadering en de Bijzondere Algemene Vergadering;
* zorgen voor accurate en transparante communicatie met aandeelhouders en andere belanghebbenden.
Risico en governance
Jaarverslag 2025 69
Verslag van de Raad van Bestuur
| Raad | Auditcomité | Remuneratie- en Benoemingscomité | |
|---|---|---|---|
| Totaal aantal bijeenkomsten gehouden in 2025 | 13 | 4 | 2 |
| Francis Van Eeckhout, vertegenwoordiger van Beneconsult BV | 13 | 4 | 2 |
| Marcel Klepsch, vertegenwoordiger van Marcel Klepsch SAS | 13 | 4 | 2 |
| Benedikte Boone, vertegenwoordiger van Venture Consult BV | 13 | - | 2 |
| Wim Hendrix, vertegenwoordiger van Homeport Investment Management BV | 13 | 4 | - |
| Anouk Lagae, vertegenwoordiger van Alchemy Partners BV (until 22 April 2025) | 2 | - | 1 |
| Paul Van Oyen, vertegenwoordiger van PVO Advisory BV | 13 | - | 2 |
| Laure Baert | 13 | - | 1 |
| Ann Vereecke, vertegenwoordiger van Ann Vereecke BV as of 22 April 2025 | 11 | - | - |
| Stefaan Haspeslagh, vertegenwoordiger van Stefaan Haspeslagh BV | 3 | - | 1 |
Bovendien heeft de Raad ook kennis genomen van de verslagen en voorgestelde besluiten van het Auditcomité en het Remuneratie- en Benoemingscomité en heeft hij, waar nodig, beslissingen genomen op basis van de aanbevelingen van deze Comités.
Auditcomité
Het Auditcomité kwam vier keer samen. Het stond de Raad van Bestuur bij in de uitoefening van zijn verantwoordelijkheden in de breedste zin van het woord, en behandelde voornamelijk de volgende onderwerpen:
* toezicht op de auditactiviteiten, met inbegrip van het toezicht op de uitvoering van de auditopdracht en de systematische verificatie van de door de commissaris ondertekende opdrachten en verslagen;
* beoordeling van de betrouwbaarheid en integriteit van de financiële informatie van de Groep en het financiële verslaggevingsproces;
* toezicht op de duurzaamheidsverslaggeving in overeenstemming met de toepasselijke wettelijke en reglementaire vereisten;
* toezicht op de werking en doeltreffendheid van het interne auditsysteem;
* beoordeling van de interne controle- en risicobeheerssystemen, met inbegrip van de belangrijkste financiële, operationele en compliancerisico's;
* controle van de rekeningen en toezicht op het begrotingsproces en de begrotingscontrole.
Remuneratie- en Benoemingscomité
Het Remuneratie- en Benoemingscomité kwam tweemaal bijeen en behandelde voornamelijk de volgende onderwerpen:
* het voorbereiden en formuleren van voorstellen aan de Raad van Bestuur met betrekking tot het leiderschap van de Groep, met inbegrip van de CEO en andere leden van het Uitvoerend Management;
* het voorbereiden van voorstellen met betrekking tot de benoeming en het ontslag van leden van de Raad van Bestuur;
* het ontwikkelen van en toezien op het remuneratiebeleid, evenals het formuleren van voorstellen met betrekking tot de remuneratie van bestuurders en leden van het Uitvoerend Management, in overeenstemming met de toepasselijke regelgeving en het remuneratieverslag;
* het evalueren en voorstellen van de structuur, samenstelling en werking van de Comités van de Raad van Bestuur;
* periodiek de structuur, samenstelling en werking van het uitvoerend management evalueren.
Belangrijkste kenmerken van het evaluatieproces van de Raad van Bestuur, zijn Comités en de bestuurders
De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor een regelmatige evaluatie van zijn eigen prestaties met het oog op een voortdurende verbetering van het management van de Groep. Daartoe voert de Raad, onder leiding van zijn Voorzitter, bij voorkeur om de drie jaar een evaluatie uit van zijn omvang, samenstelling, activiteiten en interactie met het Uitvoerend Management. De Raad beoordeelt tevens het functioneren van de Comités en de individuele bestuurders. Het evaluatieproces heeft vier doelstellingen:
* het beoordelen van de werking en activiteiten van de Raad en de betrokken Comités;
* ervoor zorgen dat belangrijke thema’s grondig worden voorbereid en besproken;
* het evalueren van de effectieve bijdrage van de Raad van Bestuur; en
* het beoordelen van de huidige samenstelling van de Raad van Bestuur en de Comités in het licht van de gewenste samenstelling.
Op basis van de resultaten van de evaluatie legt de Voorzitter een rapport met aanbevelingen voor aan de Raad en stelt hij, indien nodig, de benoeming van een nieuwe bestuurder of de niet-verlenging van een bestuurdersmandaat voor aan het Remuneratie- en Benoemingscomité. De meest recente evaluatie vond plaats in december 2024. De evaluaties werden uitgevoerd aan de hand van een vragenlijst en werden gefaciliteerd door de Secretaris van de Vennootschap. De resultaten van de evaluatie van eind 2024 werden in 2025 aan de Raad van Bestuur gerapporteerd.
Risico en governance 71
Jaarverslag 2025
Verslag van de Raad van Bestuur
Uitvoerend Management
Huidige samenstelling
Het Uitvoerend Management bestaat uit de leden van het Executive Team Groep, het Executive Team Regions en het Executive Team Extended. Zoals hierboven vermeld, heeft de Raad van Bestuur een Directiecomité opgericht dat bestaat uit de CEO, de CFO, de CHRO en de General Counsel (hierna het "DirCo" genoemd). Het dagelijks bestuur van de Vennootschap werd gedelegeerd aan de leden van het DirCo in overeenstemming met artikel 7:121 WVV.
Wijzigingen in de samenstelling van het Uitvoerend Management in 2025 en na het einde van het boekjaar
- Francis Van Eeckhout, vertegenwoordiger van Beneconsult BV, werd met ingang van 12 augustus 2025 benoemd tot CEO a.i.
- Stefaan Haspeslagh, vertegenwoordiger van Stefaan Haspeslagh BV, is per 12 augustus 2025 niet langer CEO.
- Met ingang van 1 januari 2026 is Annelies Willemyns, vertegenwoordiger van Fortius BV, benoemd tot General Counsel. Zij neemt deze functie over van Eline Dujardin, vertegenwoordiger van Vejeco BV, die de groep op 29 oktober 2025 heeft verlaten.
- Op 25 april 2025 heeft de MD Europe, Dries Moors, vertegenwoordiger van DrM Consulting BV, de Groep verlaten. Vervolgens werd het bestuur van Europa als volgt gereorganiseerd:
- Bernard Vanderper werd benoemd tot Commercial Director Europe.
- Etem Gokmen werd benoemd tot Operations Director Europe, naast zijn functie als Group CTO.
- Katleen Troosters werd benoemd tot Head of Marketing and Communications.
- An Van Eynde, Chief Human Resources Officer en vertegenwoordiger van Ave Consulting Comm.V., verliet de Groep op 12 augustus 2025. Ann Bataillie, vertegenwoordiger van Bakor BV, heeft haar functie overgenomen en is naast Secretaris van de Vennootschap nu ook CHRO a.i.
- Op 15 november 2025 heeft Joren Knockaert, vertegenwoordiger van Jor.Consulting Comm.V., Chief Corporate Planning Officer, de Groep verlaten.
| Naam | Functie |
|---|---|
| Executive Team Group | |
| Francis van Eeckhout, Vertegenwoordiger van Beneconsult BV | CEO a.i., Voorzitter van het Directiecomité (DirCo - dagelijks bestuurder) |
| Serge Piceu, Vertegenwoordiger van Emveco BV | CFO (DirCo - dagelijks bestuurder) |
| Annelies Willemyns, Vertegenwoordiger van Fortius BV | General Counsel (DirCo - dagelijks bestuurder) |
| Ann Bataillie, Vertegenwoordiger van Bakor BV | CHRO a.i. (DirCo dagelijks bestuurder) |
| Executive Team Regions | |
| Alp Gunvaran | Managing Director Turkije en APAC |
| Bernard Vanderper | Commercial Director Europe |
| Etem Gokmen | Operations Director Europe en Group CTO |
| Terrence Ceulemans | Managing Director Noord-Amerika |
| Executive Team Extended | |
| Filip Levrau | CIO |
| Katleen Troosters | Head of Marketing and Communications |
Risico en governance 73
Samenstelling van het Uitvoerend Management (maart 2026)
Jaarverslag 2025
Verslag van de Raad van Bestuur
Diversiteitsbeleid
Criteria
Deceuninck streeft naar zowel diversiteit als complementariteit in de samenstelling van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Management. De diversiteitscriteria hebben betrekking op geslacht, leeftijd, opleiding/beroepsachtergrond, geografische herkomst, (internationale) ervaring en expertise/ knowhow, rekening houdend met de regels en algemeen aanvaarde principes van non-discriminatie.
Implementatie
Het Remuneratie- en Benoemingscomité draagt een of meer kandidaten voor benoeming als Bestuurder voor, rekening houdend met de behoeften van Deceuninck, de benoemingsprocedures en de selectiecriteria van de Raad. Bestuurders worden benoemd door de Algemene Vergadering, aan wie de relevante cv's worden bekendgemaakt. Voor het overige verstrekt Deceuninck geen gedetailleerde informatie over diversiteitscriteria en -doelstellingen aan zijn aandeelhouders. De leden van het uitvoerend management worden benoemd door de Raad van Bestuur op voorstel van en na overleg met de CEO en het Remuneratie- en Benoemingscomité.
Resultaten
- Geslacht: Deceuninck voldoet aan de regels inzake genderdiversiteit in de samenstelling van de Raad. In overeenstemming met de wet van 28 juli 2011 moet ten minste een derde van de leden van de Raad van Bestuur van een ander geslacht zijn dan de andere leden. De Raad bestaat momenteel uit drie vrouwen en vier mannen (of 43% vrouwen en 57% mannen), terwijl het uitvoerend management bestaat uit drie vrouwen en zeven mannen (of 30% vrouwen en 70% mannen).
-
Leeftijd: De leeftijd van de bestuurders varieert tussen 34 en 75 jaar.Het jongste lid van het uitvoerend management is 44 jaar oud en het oudste lid is 67 jaar oud.
-
Opleiding/professionele achtergrond: De leden van de Raad en het Uitvoerend Management hebben verschillende achtergronden, in (o.a.) economie, rechten, techniek, geologie, marketing, financiën, IT, supply chain en bedrijfskunde.
- Geografische herkomst: Momenteel heeft één lid van de Raad van Bestuur de Nederlandse nationaliteit; de andere leden hebben de Belgische nationaliteit. Eén bestuurslid woont in Frankrijk. Het Uitvoerend Management bestaat uit zeven Belgische staatsburgers, twee Turkse staatsburgers en een Belgische staatsburger die permanent inwoner is van de VS.
- (Internationale) ervaring: De meeste leden van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Management hebben in het buitenland gestudeerd en/of gewerkt.
- Expertise/know-how: Gelet op hun educatieve en/of professionele achtergrond, beantwoordt de expertise en knowhow van de leden van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Management aan bij het streven van Deceuninck naar diversiteit en complementariteit.
Risico en governance
Jaarverslag 2025 Verslag van de Raad van Bestuur 75
Transacties tussen de Vennootschap en haar bestuurders, die niet onder de wettelijke bepalingen inzake belangenconflicten vallen
Het beleid van Deceuninck met betrekking tot transacties en andere contractuele relaties tussen de Vennootschap (inclusief haar verbonden vennootschappen) en haar bestuurders, die niet vallen onder de regels inzake belangenconflicten uiteengezet in de artikelen 7:96 en 7:97 van het WVV, is opgenomen in het Charter. Het Charter bepaalt dat elke transactie tussen de Vennootschap (of één van haar verbonden vennootschappen) en een bestuurder vooraf moet worden goedgekeurd door de Raad, ongeacht of een dergelijke transactie al dan niet onderworpen is aan de toepasselijke wettelijke regels. Een dergelijke transactie kan alleen plaatsvinden op basis van marktconforme voorwaarden.
Dealing Code
In overeenstemming met de wettelijke bepalingen heeft de Vennootschap haar beleid vastgelegd inzake transacties en de openbaarmaking van dergelijke transacties in aandelen Deceuninck of in afgeleide producten of andere daaraan verbonden financiële instrumenten, uitgevoerd door personen met leidinggevende verantwoordelijkheid, bepaalde sleutelbedienden en andere personen die toegang hebben tot voorkennis (de "Dealing Code"). De principes van de Deceuninck Dealing Code zijn als bijlage bij het Charter gevoegd en zijn beschikbaar op de website van de Vennootschap.
Remuneratieverslag
Remuneratiebeleid
Het remuneratiebeleid van de Vennootschap werd goedgekeurd door de aandeelhouders tijdens de Jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 22 april 2025. Het is beschikbaar op de website van de Vennootschap.
Risico en governance 77
Jaarverslag 2025 Verslag van de Raad van Bestuur 76
Remuneratie van niet-uitvoerende bestuurders
Belangrijkste principes
Niet-uitvoerende bestuurders ontvangen een vast bedrag als vergoeding voor de uitoefening van hun mandaat en een vast bedrag voor elke bijgewoonde bestuursvergadering, beperkt tot een maximum-bedrag. Het bedrag van de vergoeding verschilt voor de voorzitter, de ondervoorzit(s)ter en de overige niet-uitvoerende bestuurders. Als de niet-uitvoerende bestuurders ook lid zijn van een Comité, wordt hun vergoeding verhoogd met een vast bedrag per vergadering van het betreffende Comité. Indien bestuurders bijzondere taken en projecten toegewezen krijgen, kunnen zij een passende vergoeding ontvangen. Prestatiegerelateerde vergoedingen zoals bonussen en extralegale voordelen zijn uitgesloten. Er is geen ontslagvergoeding of vergoeding voor pensioenkosten voorzien voor niet-uitvoerende bestuurders. De CEO ontvangt geen vergoeding voor zijn aanwezigheid in de Raad van Bestuur.
| VASTE VERGOEDING (IN €) | Min/jaar | Max/jaar |
|---|---|---|
| Voorzitter | 40.000 | 80.000 |
| Ondervoorzit(s)ter | 30.000 | 60.000 |
| Bestuurder | 20.000 | 40.000 |
| PRESENTIEGELD (IN €) | Voorzitter | Lid Raad van Bestuur |
|---|---|---|
| Auditcomité | 3.000 | 2.000 |
| Remuneratie- en Benoemingscomité | 1.500 | 1.000 |
Vergoeding in 2025
In 2025 bleven de vaste vergoeding en de aanwezigheidsvergoedingen van niet-uitvoerende bestuurders ongewijzigd. De niet-uitvoerende bestuurders ontvingen een aanvullend bedrag van EUR 15.000, dat zij dienden te investeren in Deceuninck-aandelen (DECB) voor een gelijkwaardig bedrag. Voor de vergaderingen van de Raad en de Comités die verband hielden met het leiderschap van de Groep en de zoektocht naar een nieuwe CEO voor de Groep werden geen vergoedingen of presentiegelden toegekend.
Francis Van Eeckhout, vertegenwoordiger van Beneconsult BV, ontving de standaardvergoeding voor bestuurders, pro rata berekend voor de duur van zijn mandaat als voorzitter. De voorzitter a.i. ontving de standaardvergoeding voor bestuurders tot 31 juli 2025.
De totale bruto-remuneratie die in 2025 aan de niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur werd toegekend, overeenkomstig bovenstaande principes, bedroeg EUR 429.500 (zonder terugbetaling voor de aankoop van DECB-aandelen ter waarde van EUR 105.000).
De Raad van Bestuur heeft een taskforce opgericht om het proces voor het zoeken naar een nieuwe CEO op te starten, te faciliteren en te begeleiden. In het kader van deze bijzondere opdracht keurde de Raad de toekenning van een aanvullende verloning goed als volgt:
- De heer Marcel Klepsch, vertegenwoordiger van Marcel Klepsch SAS, ontvangt een maandelijkse vergoeding van EUR 6.667. Dit bedrag omvat de vaste remuneratie tot het einde van zijn mandaat als interim-voorzitter, en wordt aangevuld met een eenmalige bijzondere vergoeding van EUR 50.000.
- De heer Paul Van Oyen, vertegenwoordiger van PVO Advisory BV en voorzitter van de taskforce, ontving een bijzondere vergoeding van EUR 50.000.
- Mevrouw Laure Baert en mevrouw Ann Vereecke, vertegenwoordiger van Ann Vereecke BV, ontvingen als leden van de taskforce elk een bijzondere vergoeding van EUR 20.000.
In 2025 heeft noch de Vennootschap, noch een van haar verbonden ondernemingen leningen verstrekt aan een van de bestuurders, noch zijn er uitstaande terugbetalingen verschuldigd door de bestuurders aan de Vennootschap of een van de verbonden ondernemingen van de Groep.
Foiling in Calne, UK
Risico en governance 79
Jaarverslag 2025 Verslag van de Raad van Bestuur 78
| Raad | Audit- comité | Remuneratie- en Benoemings- comité | Vaste vergoeding | Buiten- gewone vergoeding | Totale bruto- vergoeding- en verhouding vast/variabel | Aanvullend bedrag van EUR 15.000 Deceuninck- aandelen (van toepassing in 2025) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Francis Van Eeckhout, vertegenwoordiger van Beneconsult BV | € 9.000 | € 2.000 | € 1.000 | € 40.000 | - | € 52.000 100% vaste 0% variabele | € 15.000 |
| Marcel Klepsch, vertegenwoordiger van Marcel Klepsch SAS | € 4.500 | € 2.000 | € 1.000 | € 45.000 | € 50.000 | € 102.500 100% vaste 0% variabele | € 15.000 |
| Wim Hendrix, vertegenwoordiger van Homeport Investment Management BV | € 10.500 | € 8.000 | - | € 30.000 | - | € 48.500 100% vaste 0% variabele | € 15.000 |
| Benedikte Boone, vertegenwoordiger van Venture Consult BV | € 10.500 | - | € 2.000 | € 30.000 | - | € 42.500 100% vaste 0% variabele | € 15.000 |
| Anouk Lagae, vertegenwoordiger van Alchemy Partners BV | € 3.000 | - | € 1.000 | € 6.667 | - | € 10.667 100% vaste 0% variabele | - |
| Paul Van Oyen, vertegenwoordiger van PVO Advisory BV | € 10.500 | - | € 2.000 | € 20.000 | € 50.000 | € 82.500 100% vaste 0% variabele | € 15.000 |
| Laure Baert | € 9.000 | - | € 1.000 | € 20.000 | € 20.000 | € 50.000 100% vaste 0% variabele | € 15.000 |
| Stefaan Haspeslagh, vertegenwoordiger van Stefaan Haspeslagh BV | CEO | CEO | CEO | CEO | CEO | CEO | CEO |
| Ann Vereecke, vertegenwoordiger van Ann Vereecke BV | € 7.500 | - | - | € 13.333 | € 20.000 | € 40.833 100% vaste 0% variabele | € 15.000 |
| Totaal | € 64.500 | € 12.000 | € 8.000 | € 205.000 | € 140.000 | € 429.500 | € 105.000 |
Remuneratie van de leden van het Uitvoerend Management
Belangrijkste principes
De totale vergoeding van het Uitvoerend Management bestaat uit de volgende elementen: de vaste remuneratie, de variabele vergoeding op korte termijn en de variabele vergoeding op lange termijn. Het remuneratiepakket is competitief en afgestemd op de rol en verantwoordelijkheden van elk lid in een wereldwijd opererende industriële groep.
- Vaste vergoeding
De vaste remuneratie wordt bepaald in functie van hun individuele verantwoordelijkheden en vaardigheden en wordt onafhankelijk van enig resultaat toegekend. De Vennootschap betaalt geen pensioen- of verzekeringspremies voor de leden van het management met uitzondering van de commercial director Europe, Regional Managing Directors en het extended executive team.
- Variabele remuneratie op korte termijn
Om de belangen van de Vennootschap en haar aandeelhouders af te stemmen op de belangen van haar managementleden, is een deel van het remuneratiepakket gekoppeld aan de prestaties van de Vennootschap, met doelstellingen die gebaseerd zijn op het jaarlijkse business plan.
De bedrijfsprestaties voor de CEO en de andere leden van het Executive Team Group en het Extended Executive Team zijn gebaseerd op de REBITDA en de free cashflow van het afgelopen boekjaar. Voor de leden van het Executive Team Regions zijn de bedrijfsprestaties gebaseerd op de REBITDA Groep, de REBITDA van hun regio en de vrije kasstroom van het afgelopen boekjaar op het niveau van de Groep en op het niveau van hun regio. Deze criteria worden jaarlijks geëvalueerd door de Raad van Bestuur op voorstel van het Remuneratie- en Benoemingscomité en worden indien nodig aangepast.
Een deel van het remuneratiepakket is ook gekoppeld aan niet-financiële criteria: de bijdrage aan meer duurzaamheid en het naleven van de kernwaarden van de Groep. Als de manier waarop de financiële resultaten zijn behaald niet in overeenstemming zijn met de kernwaarden van de Groep, behoudt het Remuneratie- en Benoemingscomité zich het recht voor om geen variabele remuneratie uit te betalen.De variabele remuneratie op korte termijn bedraagt in principe 75% van de jaarlijkse vaste remuneratie voor de CEO, 40% van de jaarlijkse vaste remuneratie voor de leden van het Executive Team Group (behalve 45% voor de CFO Group) en het Executive Team Regions (behalve: 50% voor de Regional Director van Turkije en APAC) en tussen 20 en 40% van de jaarlijkse vaste vergoeding voor de leden van het Extended Executive Team. Dit percentage kan worden overschreden afhankelijk van de prestaties van de onderneming, maar mag nooit 150% overschrijden voor de CEO, 80% voor de leden van het Executive Team Group (behalve 90% voor de CFO Group) en het Executive Team Regions (behalve: 100% voor de Regional Director van Turkije en APAC) en tussen 40% en 80% voor de leden van het Extended Executive Team. De variabele remuneratie met betrekking tot de bedrijfsdoelstellingen wordt alleen toegekend als 75% of meer van de vooraf vastgestelde financiële doelstellingen is gerealiseerd. De basis voor de variabele remuneratie is de remuneratie die is verdiend tijdens het boekjaar. De betaling vindt plaats in maart van het volgende jaar. Er Risico en governance 8180 Jaarverslag 2025 Verslag van de Raad van Bestuur is geen spreiding in de tijd van de variabele beloning. De buitengewone Algemene Vergadering van 16 december 2011 heeft besloten dat de vennootschap niet gebonden is aan de beperkingen inzake de spreiding in de tijd van de variabele vergoeding van de bestuurders, de CEO en de andere leden van het management.
- Variabele remuneratie op lange termijn
Inschrijvingsrechten
Tot 2024 bood de Vennootschap inschrijvingsrechten op aandelen van de Vennootschap aan. Het doel van deze vorm van remuneratie was het motiveren en behouden van werknemers met een significante impact op de bedrijfsresultaten op middellange termijn. De uitoefenperiode van een inschrijvingsrecht is max. 10 jaar. Een derde van de inschrijvingsrechten wordt telkens vrijgegeven voor uitoefening ("vesting") in het vierde, vijfde en zesde kalenderjaar na het jaar waarin de toekenning plaatsvond, tot het einde van de termijn. Als ze aan het einde van de looptijd niet worden uitgeoefend, verliezen ze alle waarde. De aandelen die kunnen worden verworven in het kader van de uitoefening van de inschrijvingsrechten zijn genoteerd op Euronext Brussel; ze zijn van hetzelfde type en hebben dezelfde rechten als de bestaande gewone Deceuninck-aandelen.
Performance Share Plan
De prestatieperiode van het in 2022 uitgegeven Deceuninck Share Performance Plan is ten einde gekomen. Na de beoordeling van de relevante prestatievoorwaarden werd bevestigd dat aan de vereiste prestatievoorwaarde niet was voldaan.
Langetermijn incentiveplan
Het langetermijn incentiveplan van de Groep ("LTI- plan") is bedoeld om de leden van het Executive Team Group, het Executive Team Regions, het Executive Team Extended en bepaalde werknemers die een sleutelrol spelen in de langetermijnstrategie van de vennootschap te belonen en te motiveren. Dit plan weerspiegelt de principes van winstdeling en prestatiegebonden verloning, met als doel een duurzame toekomst voor de Groep te realiseren, en loopt telkens over een periode van drie jaar. De financiële beloning, maximaal EUR 150.000 voor elk lid van het uitvoerend management, in het kader van het LTI-plan is een variabele beloning die een aanvulling vormt op het jaarlijkse basissalaris. Voor de periode 2025-2027 zijn de evaluatiecriteria als volgt:
| Criterium | Percentage |
|---|---|
| Omzetgroei | 18% |
| REBITDA-groei | 36% |
| Kasstroomconversie | 36% |
| Circulariteit | 10% |
De betaling vindt plaats in april volgend op het jaar waarin het plan afloopt (drie jaar) en in de lokale valuta. De uitbetaling is discretionair en vereist, voor de leden van het Uitvoerend Management, de goedkeuring van de Raad van Bestuur op voorstel van het Remuneratie- en Benoemingscomité, en voor de overige deelnemers de goedkeuring van het Executive Team Groep. Deelname aan een bepaald LTI-plan garandeert geen automatische deelname aan een volgend LTI-plan. De voorwaarden van het LTI-plan kunnen in uitzonderlijke gevallen worden gewijzigd. Wijzigingen en/of beëindigingen worden goedgekeurd door de Raad van Bestuur, op voorstel van het Remuneratie- en Benoemingscomité.
Bedrijfswagen
Er wordt geen bedrijfswagen ter beschikking gesteld aan de leden van het Executive Team Groep, aangezien zij handelen via een managementvennootschap. De MD North America ontvangt een wagenvergoeding, terwijl aan de MD Turkey and APAC, de Operations Director Europe – CTO Group, de Commercial Director Europe, de Head of Marketing and Communications, en de CIO een bedrijfswagen ter beschikking wordt gesteld.
Remuneratie in 2025
De Remuneratie- en Benoemingscommissie heeft de verwezenlijking van de doelstellingen over 2025 voor de leden van het Uitvoerend Management geëvalueerd en heeft aan de Raad voorgesteld om een variabele vergoeding op korte termijn uit te betalen op basis van de prestatiecriteria voor 2025. Voor 2025 waren de evaluatiecriteria voor de CEO, de andere leden van het Executive Team Groep en de leden van het Extended Executive Team als volgt: REBITDA Groep (20%), het gemiddelde van REBITDA Regio (20%), Free Cashflow Groep (20%) en het gemiddelde van Free Cashflow Regio (20%) en niet-financiële criteria (20%). Voor de leden van het Executive Team Regions waren de evaluatiecriteria als volgt: REBITDA Groep (20%), REBITDA Regio (20%), Free Cashflow Groep (20%), Free Cashflow Regio (20%) en niet-financiële criteria (20%). Indien de prestaties onder de verwachtingen liggen of slechts aan sommige verwachtingen voldoen, heeft het Remuneratie- en Benoemingscomité de discretionaire bevoegdheid om te beslissen over een verlaging van het bedrag van de bonus of om het totale bedrag van de bonus (zowel voor collectieve als voor individuele doelstellingen) te annuleren. Het totale bedrag van de remuneratie van de leden van het Uitvoerend Management is in overeenstemming met het remuneratiebeleid van de Vennootschap en draagt bij tot de strategische doelstellingen van de Vennootschap. Het onderstaande overzicht bevat de totale remuneratie die is betaald aan de huidige en voormalige leden van het Uitvoerend Management over het boekjaar 2025:
Risico en governance 2025
| Naam | Periode | Vast | Variabel | Buitengewone vergoedingen | Totaal | Vaste verhouding en variabele (in %) |
|---|---|---|---|---|---|---|
| CEO | ||||||
| Stefaan Haspeslagh | 01.01.2025-12.08.2025 | € 364.165 | € 0,00 | € 137.500 (ontslagvergoeding) | € 501.665 | 100% vast |
| Francis Van Eeckhout | 12.08.2025-31.12.2025 | € 504.170 | € 0,00 | € 0,00 | € 504.170 | 100% vast |
| Directiecomité | ||||||
| Serge Piceu | € 340.000 | € 152.694 | € 0,00 | € 492.694 | 69,01% vast 30,99% variabel | |
| Ann Van Eynde | 01.01.2025-12.08.2025 | € 148.000 | N.v.t. | € 120.000 | € 268.000 | 100% vast |
| Ann Bataillie | 01.08.2025-31.12.2025 | € 125.000 | € 44.910 | € 19.175 | € 189.085 | 76,25% vast 23,75% variabel |
| Eline Dujardin | 01.01.2025-29.10.2025 | € 200.038 | € 0,00 | € 0,00 | € 200.038 | 100% vast |
| Andere leden van het Uitvoerend Management (inclusief voormalige leden) | 7 leden | € 2.177.410 | € 617.610 | € 185.000 | € 2.980.020 | 79,27% vast 20,73% variabel |
8382 Jaarverslag 2025 Verslag van de Raad van Bestuur
Er werden geen aandelen, aandelenopties en andere rechten om Deceuninck-aandelen te verwerven toegekend, uitgeoefend, en er zijn geen rechten vervallen in 2025. Sinds 2024 zijn er op voorstel van het Uitvoerend Management geen inschrijvingsrechten toegekend aan de niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur, noch aan de leden van het Uitvoerend Management, en zijn er geen inschrijvingsrechten vervallen. Hieronder volgt een overzicht van de inschrijvingsrechten die uitoefenbaar zijn geworden of uitgeoefend werden in 2025. Het overzicht omvat zowel huidige als voormalige leden van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Management.
Huidige bestuurders
| Naam | Plan | Datum | Vervaldatum | Uitoefenprijs | Uitoefenbaar geworden | Uitgeoefend |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Bene Invest BVBA (Benedikte Boone) | W18-II (ET) | 13-Dec-19 | 30-Sep-28 | 1,97 | 5.000,00 | 0,00 |
| W20-I (Bestuur) | 17-Dec-20 | 30-Sep-30 | 1,78 | 5.000,00 | 0,00 | |
| Marcel Klepsch | W21-I Board & Exco (Private) | 16-Dec-21 | 30-Sep-31 | 3,07 | 10.000,00 | 0,00 |
| Marcel Klepsch SAS (Marcel Klepsch) | W18-II (ET) | 13-Dec-19 | 30-Sep-28 | 1,97 | 5.000,00 | 0,00 |
| W20-I (Bestuur) | 17-Dec-20 | 30-Sep-30 | 1,78 | 10.000,00 | 0,00 | |
| Venture Consult BV (Benedikte Boone) | W21-I Board & Exco (ManCo) | 16-Dec-21 | 30-Sep-31 | 3,07 | 5.000,00 | 0,00 |
Voormalige bestuurders
| Naam | Plan | Datum | Vervaldatum | Uitoefenprijs | Uitoefenbaar geworden | Uitgeoefend |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Alchemy Partners BV (Anouk Lagae) | W18-II (ET) | 13-Dec-19 | 30-Sep-28 | 1,97 | 5.000,00 | 0,00 |
| W20-I (Bestuur) | 17-Dec-20 | 30-Sep-30 | 1,78 | 5.000,00 | 0,00 | |
| W21-I Board & Exco (ManCo) | 16-Dec-21 | 30-Sep-31 | 3,07 | 5.000,00 | 0,00 | |
| Chris Lebeer | W20-I (Bestuur) | 17-Dec-20 | 30-Sep-30 | 1,78 | 5.000,00 | 0,00 |
| Evelyn Deceuninck | W18-II (ET) | 13-Dec-19 | 30-Sep-28 | 1,97 | 5.000,00 | 0,00 |
| W20-I (Bestuur) | 17-Dec-20 | 30-Sep-30 | 1,78 | 5.000,00 | 0,00 | |
| Pentacon BVBA (Paul Thiers) | W18-II (ET) | 13-Dec-19 | 30-Sep-28 | 1,97 | 10.000,00 | 10.000,00 |
Huidige leden van het Uitvoerend Management
| Naam | Plan | Datum | Vervaldatum | Uitoefenprijs | Uitoefenbaar geworden | Uitgeoefend |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Ann Bataillie | W18-II (ET) | 13-Dec-19 | 30-Sep-28 | 1.97 | 20.000,00 | 0,00 |
| W20-I (Bestuur) | 17-Dec-20 | 30-Sep-30 | 1.78 | 20.000,00 | 0,00 | |
| Bakor BV (Ann Bataillie) | W21-I Board & Exco (ManCo) | 16-Dec-21 | 30-Sep-31 | 3.07 | 20.000,00 | 0,00 |
| Bernard Vanderper | W18-II (ET) | 13-Dec-19 | 30-Sep-28 | 1.97 | 10.000,00 | 0,00 |
| W20-I (BE) | 17-Dec-20 | 30-Sep-30 | 1.78 | 4.500,00 | 0,00 | |
| Emveco BV (Serge Piceu) | W21-I Board & Exco (ManCo) | 16-Dec-21 | 30-Sep-31 | 3.07 | 20.000,00 | 0,00 |
| Etem Gokmen | W18-1 (ROW) | 21-Dec-18 | 30-Sep-28 | 1.82 | 0,00 | 5.000,00 |
| W18-1 (ROW) | 21-Dec-18 | 30-Sep-28 | 1.82 | 0,00 | 5.000,00 | |
| W18-1 (ROW) | 21-Dec-18 | 30-Sep-28 | 1.82 | 0,00 | 5.000,00 | |
| W18-II (ROW) | 13-Dec-19 | 30-Sep-28 | 1.82 | 0,00 | 5.000,00 | |
| W18-II (ROW) | 13-Dec-19 | 30-Sep-28 | 1.82 | 0,00 | 5.000,00 | |
| W18-II (ROW) | 13-Dec-19 | 30-Sep-28 | 1.82 | 5.000,00 | 5.000,00 | |
| W20-I (RoW) | 17-Dec-20 | 30-Sep-30 | 1.78 | 0,00 | 5.000,00 | |
| W20-I (RoW) | 17-Dec-20 | 30-Sep-30 | 1.78 | 5.000,00 | 5.000,00 | |
| W21-I (RoW) | 16-Dec-21 | 30-Sep-31 | 3.07 | 5.000,00 | 0,00 | |
| Filip Levrau | W18-II (BE) | 13-Dec-19 | 30-Sep-28 | 1.82 | 6.667,00 | 0,00 |
| W20-I (BE) | 17-Dec-20 | 30-Sep-30 | 1.78 6,667.00 0.00 W21-I (BE) 16-Dec-21 30-Sep-31 3.07 6,667.00 0.00 Francis Van Eeckhout W18-II (ET) 13-Dec-19 30-Sep-28 1.97 116,667.00 0.00 W20-I (ManCo) 17-Dec-20 30-Sep-30 1.78 116,667.00 0.00 W21-I Board & Exco (Private) 16-Dec-21 30-Sep-31 3.07 116,667.00 0.00 |
Risico en governance
8584 Jaarverslag 2025
Verslag van de Raad van Bestuur
Terugvorderingsrecht
Hoewel de Raad van Bestuur het recht heeft om clausules tot terugvordering in te voeren, bevatten de bepalingen van de overeenkomsten tussen de Vennootschap en de CEO en de leden van het Uitvoerend Management momenteel geen dergelijke clausules.
Ontslagvergoedingen betaald in 2025
In 2025 werd een ontslagvergoeding van 3 maanden remuneratie betaald aan Stefaan Haspeslagh BV, in overeenstemming met zijn managementovereenkomst.
Evolutie van de remuneratie
| Jaar | Totaal jaarlijkse vergoeding CEO | Totaal jaarlijkse vergoeding Uitvoerend management (excl. CEO) | Totaal jaarlijkse vergoeding Niet- uitvoerend bestuurder | Gemiddelde bezoldiging personeel (VTE) | Verkoop EBITDA |
|---|---|---|---|---|---|
| 2019 | € 525.000 | € 598.570 (2 DirCo leden) | € 267.000 | € 47.090 | € 633.8m |
| 2020 | € 965.781 | € 821.038 (2 DirCo leden) | € 296.833 | € 48.417 | € 642.2m |
| 2021 | € 799.134 | € 666.954 (2 DirCo leden) | € 422.153.88 | € 49.027 | € 838.1m |
| 2022 | € 511.087,50 | € 2.118.532,45 (Bijv. T. Groep en Bijv. T. Regions) | € 524.000 | € 54.481 | € 974,1m |
| 2023 | € 990.249 | € 2.811.952 (Bijv. T. Groep en Bijv. T. Regions) | € 490.000 | € 57.815 | € 866,1m |
| 2024 | € 899.088 (3 personen) | € 2.392.065,28 (10 leden) | € 393.664 | € 59.988 | € 827,0m |
| 2025 | € 1.005.835 (2 personen) | € 4.129.837 (12 leden)* | € 429.500** | € 61.162 | € 772,7m |
Bezoldigingsverhouding
De verhouding tussen de hoogste vergoeding in het Uitvoerend Management (CEO vergoeding) en de laagste verloning van de medewerkers bedraagt 23,31% (vertrekvergoeding niet inbegrepen).
Voormalige leden van het Uitvoerend Management
| Naam | Plan | Datum | Vervaldatum | Uitoefenprijs | Uitoefenbaar geworden | Uitgeoefend |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Barbel Comm.V. Mieke Buckens | W18-II (ET) | 13-Dec-19 | 30-Sep-28 | 1,97 | 20.000,00 | 0,00 |
| Bruno Humblet | W21-I Board & Exco (Private) | 16-Dec-21 | 30-Sep-31 | 3,07 | 16.667,00 | 0,00 |
| Déve Consulting BV (Stijn Vermeulen) | W18-II (ET) | 13-Dec-19 | 30-Sep-28 | 1,97 | 20.000,00 | 20.000,00 |
| W20-I (ManCo) | 17-Dec-20 | 30-Sep-30 | 1,78 | 20.000,00 | 20.000,00 | |
| W21-I Board & Exco (ManCo) | 16-Dec-21 | 30-Sep-31 | 3,07 | 20.000,00 | 0,00 | |
| Eline Dujardin | W18-II (BE) | 13-Dec-19 | 30-Sep-28 | 1,82 | 3.000,00 | 3.000,00 |
| W20-I (BE) | 17-Dec-20 | 30-Sep-30 | 1,78 | 3.000,00 | 3.000,00 | |
| W21-I (BE) | 16-Dec-21 | 30-Sep-31 | 3,07 | 3.000,00 | 0,00 | |
| Ergün Cicekci | W18-II (ROW) | 13-Dec-19 | 30-Sep-28 | 1,82 | 20.000,00 | 0,00 |
| W20-I (ManCo) | 17-Dec-20 | 30-Sep-30 | 1,78 | 20.000,00 | 0,00 | |
| W21-I (RoW) | 16-Dec-21 | 30-Sep-31 | 3,07 | 20.000,00 | 0,00 | |
| Filip Geeraert | W18-II (ROW) | 13-Dec-19 | 30-Sep-28 | 1,82 | 20.000,00 | 2.389,00 |
| Joren Knockaert | W20-I (ManCo) | 17-Dec-20 | 30-Sep-30 | 1,78 | 0,00 | 20.000,00 |
| W20-I (ManCo) | 17-Dec-20 | 30-Sep-30 | 1,78 | 20.000,00 | 20.000,00 | |
| W21-I (RoW) | 16-Dec-21 | 30-Sep-31 | 3,07 | 20.000,00 | 0,00 | |
| Wim Van Acker | W18-II (ET) | 13-Dec-19 | 30-Sep-28 | 1,97 | 20.000,00 | 0,00 |
Risico en governance
- Inclusief ontslagvergoedingen.
** Zonder terugbetaling voor de aankoop van DECB-aandelen ter waarde van EUR 105.000).
8786 Jaarverslag 2025
Algemeen
Elke bestuurder en elk lid van het Uitvoerend Management wordt aangemoedigd om hun persoonlijke en zakelijke belangen zodanig te regelen dat er geen direct of indirect belangenconflict is met de Vennootschap. Deceuninck heeft geen kennis van mogelijke belangenconflicten tussen de leden van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Management tussen hun taken jegens de Vennootschap en hun privé- en/of andere taken.
Belangenconflicten van bestuurders
De belangenconflictregeling van artikel 7:96 van het WVV werd toegepast tijdens de vergaderingen van de Raad van Bestuur van 19 augustus en 18 december 2025, wanneer de vergoeding voor de aanstelling van Beneconsult BV (Francis Van Eeckhout) als CEO a.i., en voor de opdracht van Marcel Klepfisch SAS (Marcel Klepfisch), PVO Advisory BV (Paul Van Oyen), Ann Vereecke BV (Ann Vereecke) en Laure Baert werden besproken.
Externe audit
PwC Bedrijfsrevisoren BV, met maatschappelijke zetel te Culliganlaan 5, 1831 Diegem, met ondernemingsnummer 0429.501.944, vertegenwoordigd door Wouter Coppens, wordt benoemd tot commissaris van de Vennootschap tot de sluiting van de jaarlijkse Algemene Vergadering van 2026.
Transacties met verbonden partijen
Verslag van de Raad van Bestuur
Opdracht en remuneratie van:
- CEO a.i.: de Raad van Bestuur bespreekt de vergoeding als CEO a.i. Zij zijn van mening dat een jaarlijkse vergoeding van EUR 550.000, te betalen pro rata vanaf augustus 2025, en een forfaitaire bonus van EUR 275.000 redelijk en marktconform is. (...)
- Voorzitter a.i. van de Raad van Bestuur: Als voorzitter van de Raad, de heer Marcel Klepfisch (vaste vertegenwoordiger van Marcel Klepfisch SAS): Voor deze bijzondere opdracht hebben de huidige Bestuurders besloten een maandelijkse vergoeding van EUR 6.667 te betalen. (...)
- Taskforce belast met de zoektocht naar een toekomstige CEO: Als erkenning voor zijn rol als voorzitter van de taskforce werd voor Paul Van Oyen (voorzitter van de taskforce) de volgende vergoeding voorgesteld en goedgekeurd: EUR 50.000.
- Voor de andere leden van de taskforce, mevrouw Laure Baert en mevrouw Ann Vereecke, werd een bijzondere vergoeding van EUR 20.000 per persoon goedgekeurd.
Transacties met verbonden bedrijven
De belangenconflictregel van artikel 7:97 van het WVV werd in 2025 niet toegepast.
8988 Jaarverslag 2025
Verslag van de Raad van Bestuur
Artikel 34 van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007
Kapitaalstructuur per 31 december 2025
Het maatschappelijk kapitaal (EUR 54.640.260,29) werd vertegenwoordigd door 138.545.260 aandelen zonder nominale waarde.
Wettelijke of statutaire beperkingen van de overdracht van effecten
Tot 2024 bood de Vennootschap inschrijvingsrechten op aandelen van de Vennootschap aan. Inschrijvingsrechten worden persoonlijk overgedragen en zijn niet overdraagbaar, behalve in geval van overlijden van de houder.
Houders van effecten waaraan bijzondere zeggenschapsrechten zijn verbonden
Geen.
Mechanisme voor de controle van enig aandelenplan voor werknemers wanneer de zeggenschapsrechten niet rechtstreeks door de werknemers worden uitgeoefend
Geen.
Wettelijke of statutaire beperkingen van de uitoefening van het stemrecht
Het stemrecht verbonden aan de aandelen in het bezit van Deceuninck en haar rechtstreekse en onrechtstreekse dochterondernemingen is geschorst. Op 31 december 2025 waren deze rechten geschorst voor 299.548 aandelen (0,22% van de aandelen die op dat moment in omloop waren).
Aandeelhoudersovereenkomsten gekend door Deceuninck NV die de overdracht van effecten en/of de uitoefening van stemrechten zouden kunnen beperken
Geen.
Regels betreffende de benoeming en de vervanging van de leden van de Raad van Bestuur en de wijziging van de statuten van Deceuninck NV
De leden van de Raad van Bestuur worden benoemd door de Algemene Vergadering. Hun initiële ambtstermijn duurt maximaal vier jaar (op basis van het Charter), maar kan worden verlengd. Het Remuneratie- en Benoemingscomité draagt één of meer kandidaten voor, rekening houdend met de behoeften van de Vennootschap en de door de Raad vastgestelde benoemings- en selectiecriteria. Bij de samenstelling van de Raad wordt gestreefd naar een passend evenwicht op basis van (o.a.) geslacht, vaardigheden, ervaring en kennis (zie hierboven "Diversiteitsbeleid"). De leeftijdsgrens voor bestuurders is 75 jaar op het moment van (her)benoeming. In principe eindigt het mandaat van een bestuurder na de Jaarlijkse Algemene Vergadering, waarna zijn of haar mandaat als beëindigd kan worden beschouwd. De wijziging van de statuten van Deceuninck moet worden uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van het WVV.
Bevoegdheden van de Raad met betrekking tot de uitgifte en inkoop van eigen aandelen
Op de Buitengewone Algemene Vergadering van 18 december 2024 werd besloten om de Raad de bevoegdheid te verlenen om eigen aandelen te verwerven, door aankoop of ruil, rechtstreeks of door tussenkomst van een persoon die handelt in eigen naam maar voor rekening van de Vennootschap, tegen een minimumprijs van EUR 1,00 en tegen een maximumprijs die gelijk is aan de gemiddelde aandelenkoers van de 30 dagen voorafgaand aan het besluit van de Raad verhoogd met 30%, op voorwaarde dat de Vennootschap hierdoor geen eigen aandelen bezit waarvan de nominale waarde hoger is dan 20% van het geplaatste kapitaal van de Vennootschap. Er is geen voorafgaand besluit van de Algemene Vergadering nodig indien de verwerving van aandelen plaatsvindt om deze aan te bieden aan het personeel van de Vennootschap. Bovendien is de Raad gemachtigd om deze aandelen te verkopen zonder gebonden te zijn aan de bovengenoemde prijs- en tijdsbeperkingen. Deze machtiging is geldig voor een periode van vijf jaar vanaf 30 januari 2025 en kan worden verlengd overeenkomstig artikel 7:215 van het WVV. Op de Buitengewone Algemene Vergadering van 18 december 2024 werd ook besloten om de Raad de bevoegdheid te verlenen om eigen aandelen, winstdelende obligaties of certificaten die betrekking hebben op deze obligaties te verwerven of te verkopen, overeenkomstig artikel 7:215 e.v. van het WVV, wanneer de verwerving of vervreemding noodzakelijk is om een dreigend ernstig nadeel voor de Vennootschap te voorkomen. Deze machtiging is geldig voor een periode van drie jaar vanaf de publicatie in de Bijlagen van het Belgisch Staatsblad en kan worden verlengd overeenkomstig artikel 7:215 van het WVV. Tijdens het boekjaar 2025 werden geen aandeleninkoopprogramma's opgestart. Daarnaast werden 50.000 eigen aandelen buiten de beurs teruggekocht.Toegestaan kapitaal De Raad van Bestuur is gemachtigd, voor een periode van 5 jaar vanaf 30 januari 2025, om het geplaatste kapitaal van de Vennootschap in één of meer keren te verhogen tot een maximumbedrag van EUR 54.640.260,29. Deze kapitaalverhoging kan gebeuren conform de voorwaarden bepaald door de Raad door een inbreng in geld, een inbreng in natura, een incorporatie van de reserves of uitgiftepremies, met of zonder uitgifte van nieuwe aandelen, alsook door de uitgifte van schuldbewijzen die één of meer malen in aandelen kunnen worden omgezet, schuldbewijzen met warrants of warrants die al dan niet aan andere aandelen zijn gekoppeld. De kapitaalverhoging waartoe de Raad heeft besloten, kan echter niet worden terugbetaald door aandelen zonder vermelding Risico en governance 9190 Jaarverslag 2025 Verslag van de Raad van Bestuur van nominale waarde die zijn uitgegeven onder de fractiewaarde van de oude aandelen. De Buitengewone Algemene Vergadering van 18 december 2024 heeft de Raad gemachtigd, voor een periode van 3 jaar, onder de voorwaarden en binnen de beperkingen van artikel 7:202 WVV, om het toegestane kapitaal te gebruiken in geval van kennisgeving door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) van een openbaar overnamebod op de aandelen van de Vennootschap. De Raad van Bestuur bepaalt de data en voorwaarden van de kapitaalverhogingen die hij beveelt in toepassing van het voorgaande, inclusief de mogelijke betaling van uitgiftepremies. Indien het voorgaande zich voordoet (met inbegrip van de uitgifte van converteerbare schuldbewijzen of inschrijvingsrechten), bepaalt de Raad, overeenkomstig de artikelen 7:191 e.v. WVV, de termijn en andere voorwaarden met betrekking tot de uitoefening van de voorkeurrechten van de aandeelhouder zoals toegewezen volgens de wet. Bovendien kan de Raad, in overeenstemming met artikel 7:191 e.v. WVV, in het belang van de Vennootschap en onder de wettelijk bepaalde voorwaarden, het voorkeurrecht van de aandeelhouders ten gunste van één persoon of meerdere geselecteerde personen beperken of opheffen, ongeacht of deze personen al dan niet deel uitmaken van het personeel van de Vennootschap of haar dochterondernemingen. Als een uitgiftepremie wordt betaald als gevolg van een kapitaalverhoging, wordt deze van rechtswege overgeboekt naar een onbeschikbare rekening genaamd "uitgiftepremies", die alleen kan worden gebruikt onder de voorwaarden die vereist zijn voor de kapitaalvermindering. Het kan echter altijd worden toegevoegd aan het voorgeschreven kapitaal; deze beslissing kan worden genomen door de Raad, zoals hierboven vermeld. Bovendien heeft deze Buitengewone Algemene Vergadering van de Vennootschap de Raad van Bestuur gemachtigd om, rekening houdend met de coördinatie van de statuten, zodra het maatschappelijk kapitaal of een deel daarvan wordt omgezet in toegewezen kapitaal, het relevante artikel van de statuten te wijzigen. In 2025 waren er geen kapitaalverhogingen in het kader van het toegestane kapitaal. Belangrijke overeenkomsten waarbij Deceuninck NV partij is en die in werking treden, wijzigingen ondergaan of aflopen bij een controlewijziging van Deceuninck NV na een openbaar overnamebod.
1. De EUR 60.000.000 Revolving Facility Agreement van 28 maart 2024 voor Deceuninck NV, met KBC Bank NV als coördinerend bookrunning mandated lead arranger, ING Belgium NV, BNP Paribas Fortis NV en Belfius Bank NV, en met ING Bank NV als facility agent
2. De EUR 120.000.000 Facility Agreement van 7 december 2022 voor Deceuninck NV, met KBC Bank NV als Lender. Tussen Deceuninck NV en de bestuurders of werknemers gesloten overeenkomsten die in vergoedingen voorzien wanneer, naar aanleiding van een openbaar overnamebod, de bestuurders ontslag nemen of zonder geldige reden moeten afvloeien of de tewerkstelling van de werknemers wordt beëindigd. Geen.
Risico en governance 9392 Jaarverslag 2025 Verslag van de Raad van Bestuur
Aandeelhoudersstructuur
Elke aandeelhouder die minstens 3% van de stemrechten bezit, moet voldoen aan de wet van 2 mei 2007 betreffende de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, het Koninklijk Besluit van 14 februari 2008 en het WVV. De betrokken partijen moeten een kennisgeving indienen bij de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) en bij de Vennootschap. Op basis van de meest recente transparantiemeldingen ontvangen in toepassing van de wet van 2 mei 2007, blijkt dat het aandeelhoudeschap als volgt was verdeeld op 31 december 2025:
1 Holding gecontroleerd door Francis Van Eeckhout
| Aandeelhouders | Aantal aandelen | Percentage |
|---|---|---|
| Gramo BV | 10.538.733 | 7,61 |
| Holve NV | 30.500.197 | 22,01 |
| H.P. Participaties Comm.V. | 11.023.777 | 7,96 |
| Frank Deceuninck | 7.092.237 | 5,12 |
| Eigen aandelen | 299.548 | 0,22 |
| Overigen | 79.090.768 | 57,09 |
| Totaal | 138.545.260 | 100,00 |
Risico en governance Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 9796
2.5 Duurzaamheidsverklaring
Dit rapport beschrijft de duurzaamheidsstrategie en -prestaties van Deceuninck Groep in 2025 in overeenstemming met de toepasselijke Europese standaarden voor duurzaamheidsrapportage (ESRS). (Referentie: artikel 8 van EU-verordening 2020/852 en artikel [3:6/3] [3:32/2] van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen).
Algemene toelichtingen 98
Milieu E1 Klimaatverandering 121
E2 Verontreiniging 140
E3 Water en Mariene hulpbronnen 144
E5 Materiaalgebruik en Circulaire Economie 148
Sociaal S1 Eigen Personeel 155
S2 Werknemers in de Waardeketen 175
Governance G1 Zakelijk gedrag 181
Woordenlijst 186
Index 188
EU-Taxonomie rapportering 196
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 9998
BP-2 Rapportage met betrekking tot specifieke omstandigheden
Inschatting waardeketen
Er zijn geen indirecte gegevensbronnen gebruikt voor de schatting van informatie over de waardeketen.
Schattingsbron en onzekere uitkomsten
De Groep vermeldt geen meetgegevens of bedragen met een hoge mate van meetonzekerheid.
Veranderingen in de voorbereiding of presentatie van duurzaamheidsinformatie
Energie / GHG-uitstoot
De opname van het recent overgenomen bedrijf Deceuninck Aluminium leidt tot de volgende herzieningen van het SBTi-basisjaar 2021.
| Categorie | Gerapporteerd in 2024 | Herzien in 2025 |
|---|---|---|
| Scope 1 tCO2e-emissies | 18.558 | 18.999 |
| Scope 2 CO2e-emissies marktgebaseerd | 58.620 | 59.228 |
| Scope 3 tCO2e emissies | 725.042 | 735.345 |
| Totale tCO2e-uitstoot (Scope 1, 2, 3) | 802.220 | 813.571 |
De vergelijkende informatie met doelstellingen ten opzichte van het referentiejaar 2021 en de daarmee verband houdende openbaarmakingen zijn niet onderworpen aan assuranceprocedures. Een correctie van de Scope 1-koolstofemissies (subcategorie bedrijfsauto's) in 2024 leidt tot de volgende herzieningen in E1 Klimaatverandering:
| Categorie | Gerapporteerd in 2024 | Herzien in 2025 |
|---|---|---|
| Scope 1 tCO2e-emissies | 10.392 | 11.969 |
| Totale tCO2e-uitstoot (Scope 1, 2, 3) | 668.787 | 670.390 |
Waar eerder meetgegevens zijn gerapporteerd, wordt gecorrigeerde/bijgewerkte informatie in het rapport gepresenteerd.
Opname door verwijzing
ESRS-rapporteringen die door middel van verwijzing zijn opgenomen en buiten de duurzaamheidsverklaring worden vermeld als onderdeel van andere secties van het jaarverslag:
↳ GOV-1 De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen DR 21 & 22
↳ SBM-1 DR 42 Hoe we waarde creëren & De waardeketen
ESRS 2 Algemene toelichtingen
1. Basis voor voorbereiding
BP-1 Algemene basis voor het opstellen van de duurzaamheidsverklaring
De duurzaamheidsverklaring is opgesteld op geconsolideerde basis en dekt dezelfde rapporteringsperimeter als de jaarrekening. Dit rapport omvat de volledige upstream- en downstreamwaardeketen op basis van de uitkomst van de dubbele materialiteitsanalyse (DMA).
↳ De downstreamwaardeketen wordt gerapporteerd voor E1 Klimaatverandering met betrekking tot uitgaande logistiek (Tier-1). Door de terugwinning van PVC-afval is de downstreamwaardeketen ook opgenomen in E5 Circulaire economie.
↳ De upstreamwaardeketen wordt gerapporteerd voor E1 Klimaatverandering in relatie tot Grondstoffen en Inkomende logistiek (niveau-1). Upstream gerelateerde koolstofemissies van energie worden opgenomen in de koolstofvoetafdruk in overeenstemming met het GHG-protocol. Upstream-gerelateerde sociale onderwerpen zijn opgenomen onder S2 Werknemers in de waardeketen (Niveau-1). In het overzicht van onze IRO's in de thematische normen geven we aan waar ze voorkomen (eigen activiteiten, downstream of upstream waardeketen. Er is geen informatie weggelaten uit het verslag met betrekking tot intellectueel eigendom, knowhow of de resultaten van innovatie. Bij het rapporteren van toekomstgerichte informatie in overeenstemming met de ESRS is de toekomstgerichte informatie gebaseerd op bekendgemaakte aannames over gebeurtenissen en acties die zich in de toekomst kunnen voordoen en mogelijke toekomstige acties van de onderneming. De werkelijke uitkomst zal waarschijnlijk anders zijn, gezien verwachte gebeurtenissen vaak niet zo verlopen als verwacht.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 101100 de belangrijkste doelen wordt besproken tijdens vergaderingen van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Management. Het Uitvoerend Management zorgt ervoor dat de doelstellingen transparant worden gecommuniceerd in de hele organisatie, zodat elke medewerker maximaal kan meewerken. Het behalen van de duurzaamheidsdoelstellingen wordt verder versterkt door de afstemming op de incentives voor leidinggevenden.
Toegang tot expertise en vaardigheden op het gebied van duurzaamheid
De Raad van Bestuur en het Uitvoerend Management zorgen ervoor dat de juiste vaardigheden en expertise beschikbaar zijn of zullen worden ontwikkeld om toezicht te houden op duurzaamheidskwesties. De Raad van Bestuur evalueert de collectieve expertise van zijn leden en identificeert bestaande duurzaamheidsgerelateerde kennis en vaardigheden die cruciaal zijn voor de doelstellingen van de Groep.Dit omvat expertise in milieu-, sociale en bestuurskwesties (ESG), evenals sectorspecifieke duurzaamheidsoverwegingen. Waar hiaten worden geconstateerd, kan de Raad van Bestuur externe deskundigen of consultants inschakelen om de nodige begeleiding te bieden. Eén bestuurslid heeft een externe training gevolgd om specifieke deskundigheid op het gebied van duurzaamheid te ontwikkelen. Alle bestuursleden hebben toegang tot expertise op het gebied van duurzaamheid via hun professionele mandaten. Verder werden de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Management geïnformeerd over duurzaamheidswetgeving door de Group Sustainability Manager en de General Counsel. In 2026 zal een trainingsprogramma worden geïmplementeerd om ervoor te zorgen dat de leden op de hoogte blijven van nieuwe trends, wettelijke vereisten en best practices op het gebied van duurzaamheidstoezicht.
GOV-2 Informatie verstrekt aan en duurzaamheidskwesties behandeld door de bestuurs-, management- en toezichthoudende organen
Duurzaamheid is verweven in de strategische bedrijfsplanning en belangrijke beslissingen, waarbij materiële IRO's een kernonderdeel vormen van de strategie van de Groep om een toonaangevend voorbeeld te zijn in de sector. Deze elementen staan centraal in de doelsteling van de Groep "Building a Sustainable Home", wat de toewijding weerspiegelt om innovatieve producten te ontwikkelen die duurzaam leven bevorderen en op een verantwoorde manier worden geproduceerd. Bijgevolg zijn de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Management betrokken bij het toezicht op de duurzaamheidsprioriteiten en zorgen zij ervoor dat deze diep verankerd zijn in de activiteiten en de strategische richting van de Groep.
In 2024 waren zowel de Raad van Bestuur als het Uitvoerend Management betrokken bij de Double Materiality Analysis (DMA), die het due diligence-proces omvatte. De DMA werd in 2025 niet bijgewerkt, waardoor er in 2025 geen specifieke betrokkenheid was. In 2025 werd, met medewerking van het Uitvoerend Management, een specifieke DMA (Double Materiality Assessment) uitgevoerd voor de recent overgenomen Aluminiumactiviteiten.
De voortgang van de belangrijkste doelstellingen wordt regelmatig gerapporteerd aan het Uitvoerend Management en de Raad van Bestuur. Afhankelijk van het onderwerp wordt er soms per kwartaal en soms jaarlijks over de voortgang gerapporteerd. De prestaties ten opzichte van de gestelde doelstellingen, samen met een Governance
GOV-1 De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen
Samenstelling en diversiteit
- Aantal uitvoerende en niet-uitvoerende leden: zie De raad en zijn commissies (Samenstelling van de raad)
- Er is geen vertegenwoordiging van werknemers en andere arbeidskrachten op bestuursniveau. Vertegenwoordiging van werknemers en andere werknemers op het niveau van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Management wordt mogelijk gemaakt door ons beleid voor sociale dialoog en werknemersvertegenwoordiging. Zie ESRS S1 Eigen personeel
- Ervaring relevant voor de sector, producten en geografische locaties: zie De Raad van Bestuur en de Comités (CV's van de leden van de Raad van Bestuur)
- Percentage per geslacht en andere aspecten van diversiteit van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Management: zie Diversiteitsbeleid
- Percentage onafhankelijke bestuursleden: zie De raad en zijn commissies (Samenstelling van de raad)
Taken en verantwoordelijkheden
De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor het toezicht op duurzaamheidsgerelateerde impacts, risico's en opportuniteiten. Binnen het Uitvoerend Management is de CFO van de Groep verantwoordelijk voor het beheer van duurzaamheidsgerelateerde effecten, risico's en opportuniteiten. De verantwoordelijkheden van de Raad van Bestuur voor impacts, risico's en opportuniteiten zijn ingebed in het beleidskader van de Groep. Het Corporate Governance Charter bevat de taakomschrijving van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Management. Er worden geen specifieke controles en procedures toegepast op het beheer van duurzaamheidsimpact behalve de controles en procedures voor andere impacts, risico's en opportuniteiten. Het Uitvoerend management bepaalt de bedrijfs- en duurzaamheidsstrategie, keurt de doelstellingen goed en houdt toezicht op de uitvoering van de strategie. De Group Sustainability Manager rapporteert aan de CFO en coördineert de integratie van duurzaamheid in het bedrijf, identificeert knelpunten, stelt actieplannen op en levert input voor de duurzaamheidsstrategie. Er zijn specifieke rollen toegewezen aan de regionale EHS-managers (Environmental, Health, and Safety) die de uitvoering van actieplannen op lokaal niveau coördineren en aan werknemers in verschillende afdelingen om de uitvoering van de strategie te garanderen: technisch, aankoop, R&D, productbeheer, financiën. De Raad van Bestuur houdt, samen met het Uitvoerend Management, toezicht op het opstellen van doelen voor materiële onderwerpen en controleert de voortgang. Dit wordt gedaan door duurzaamheidsoverwegingen in te bedden in algemene bedrijfsstrategieën en besluitvormingsprocessen, waarbij ervoor wordt gezorgd dat duurzaamheidsdoelen worden afgestemd op financiële en operationele doelstellingen. De voortgang van
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 103
102
GOV-4 Verklaring over due diligence
In kaart brengen hoe en waar de belangrijkste aspecten en stappen van het due diligence proces om ESG-risico's te beheersen worden weergegeven in de duurzaamheidsverklaring:
| Kernelementen van due diligence | Paragrafen in de duurzaamheidsverklaring |
|---|---|
| a) Verankering van due diligence in bestuur, strategie en bedrijfsmodel | ESRS 2 Governance, SBM Governance G1.1 (Beleid) |
| b) Betrokken belanghebbenden betrekken bij alle belangrijke stappen van de due diligence | ESRS 2 SBM-2 Belangen en standpunten van belanghebbenden |
| c) Identificeren en beoordelen van negatieve effecten | ESRS 2 SBM-3 Belangrijke impacts, risico's en opportuniteiten en hun interactie met de strategie en het bedrijfsmodel |
| d) Acties ondernemen om deze negatieve impact aan te pakken | S1: Arbeidsvoorwaarden |
| e) De effectiviteit van deze inspanningen bijhouden en communiceren | S4: Informatiegerelateerde impact (gegevensbescherming/privacy) |
Alle genoemde belanghebbenden zijn betrokken belanghebbenden. SBM-3 vermeld onder de themaspecifieke informatievereisten.
GOV-5 Risicomanagement en interne beheersing van duurzaamheidsverslaggeving
Risicobeheer en interne controles
Het Auditcomité, de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Management beoordelen regelmatig materiële risico's en interne controles in verband met het geïntegreerde rapporteringsproces van het bedrijf, inclusief duurzaamheidsrapportering. De Raad van Bestuur houdt toezicht op de voortgang bij het behalen van de doelstellingen op het gebied van belangrijke duurzaamheidsthema's en op de naleving van de CSRD verplichtingen inzake duurzaamheidsrapportage. Het Uitvoerend Management is verantwoordelijk voor het hebben van een efficiënte controleomgeving voor geïntegreerde rapportering en voor de voorbereiding en goedkeuring van procedures en controles voor de belangrijke geïntegreerde rapporteringsonderwerpen van het bedrijf.
Integratie van het duurzaamheidsrapportageproces in interne functies en processen
Bij de voorbereiding van dit duurzaamheidsverslag onder de CSRD zijn interne functies, hulpmiddelen en processen herzien en gespecificeerd om de volledigheid, nauwkeurigheid en consistentie van de gerapporteerde ESG-gegevens te ondersteunen. In 2025 zijn geen wijzigingen aangebracht, met uitzondering van de integratie van de nieuwe fabriek in het rapportageproces van de Groep.
↳ Interne controles: De regionale afdelingen Financiën zijn verantwoordelijk voor de interne controles op het verzamelen van gegevens. Ze zorgen voor de nauwkeurigheid, volledigheid en tijdigheid van gegevens. Ze werken nauw samen met interne gegevensverstrekkers, die de gegevens in eerste instantie verzamelen. Specifieke rollen kwalitatieve beoordeling van het beleid en de maatregelen, worden regelmatig geëvalueerd binnen het Uitvoerend Management, onder verantwoordelijkheid van de CFO. Verschillende duurzaamheidsgerelateerde risico's zijn opgenomen in het risicomanagementproces onder toezicht van het Auditcomité. De DMA-oefening heeft de specifieke vereisten van de CSRD toegevoegd aan dit bestaande risico-identificatieproces. Duurzaamheidsoverwegingen maken deel uit van onze focus op operationele efficiëntie. Bij het afwegen van de toewijzing van middelen streeft de Groep naar een balans tussen korte- en langetermijnambities en bijvoorbeeld naar het spreiden van investeringen over een langere periode.
De Raad van Bestuur en het Uitvoerend Management hebben in 2025 de volgende materiële IRO's met betrekking tot de onderstaande ESRS-subonderwerpen behandeld:
| Milieu | Sociaal | Bestuur |
|---|---|---|
| E1 Klimaatverandering: Klimaatmitigatie | S1: Arbeidsvoorwaarden | G1: Bedrijfscultuur |
| E5 Circulaire economie: grondstoffen en recycling | Bescherming van klokkenluiders | G1: Bestrijding van corruptie en omkoping |
GOV-3 Integratie van duurzaamheidsgerelateerde prestaties in beloningsregelingen
Voor leden van het Uitvoerend Management is 10% van de variabele, prestatiegebonden verloning gekoppeld aan het behalen van de doelstellingen van de Groep op het gebied van klimaatverandering, veiligheid en recycling, gelijk verdeeld over elk van de doelstellingen. De doelstellingen zijn afgestemd op de doelstellingen die zijn overeengekomen in de Sustainability Linked Loan (SLL) van de Groep. Voor meer informatie over de specifieke doelen verwijzen we naar het specifieke hoofdstuk (E1, S1, E5). De voorwaarden van de incentiveprogramma's worden goedgekeurd door de Remuneratie- en Benoemingscommissie.# Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 105
Deze groeiende behoefte aan renovatie zal naar verwachting de komende jaren een positieve invloed hebben op de verkoop, terwijl renovatie-eisen onze productontwerpstrategie bepalen op het gebied van energie-efficiëntie, recycleerbaarheid en het gebruik van gerecyclede materialen.
Klimaatverandering
Overheden wereldwijd streven ernaar om in 2050 klimaatneutraal te zijn, wat leidt tot strengere regelgeving met betrekking tot koolstofuitstoot en grondstoffengebruik. Dit heeft gevolgen voor de hele waardeketen, van de winning van grondstoffen tot de levenscyclus van producten. De voorkeuren van klanten verschuiven naar producten met een lagere koolstofintensiteit en transparantie door middel van milieuproductverklaringen (EPD's) zal in Europa een minimum verwachting worden. Deceuninck heeft een ambitieuze decarbonisatiestrategie. Recyclage is een hoeksteen van deze strategie: door gerecycled PVC te gebruiken, verminderen we de koolstofvoetafdruk in vergelijking met de productie van nieuw materiaal. De energie-efficiëntie van onze producten helpt klanten om hun uitstoot tijdens de gebruiksfase te verminderen.
Talent aantrekken en behouden
Bedrijven ondervinden concurrentie bij het aantrekken en behouden van geschikte werknemers, met name voor technische functies. Als antwoord op de druk op de arbeidsmarkt is het niet alleen belangrijk om meer mensen aan te trekken, maar ook om meer divers talent aan te trekken en te behouden. De behoefte aan on-the-job training neemt toe in de snel veranderende werkomgeving. Voor de Groep zijn investeringen in opleidingsprogramma's, het creëren van een veilige en inclusieve werkplek en het bieden van carrièremogelijkheden essentieel om talent te behouden en innovatie te ondersteunen.
Uitdagend economisch klimaat
De economische omstandigheden hebben geleid tot een aanzienlijke vertraging in de bouwsector, wat een belemmering vormt voor zowel groei als investeringen in duurzaamheid. Geopolitieke spanningen dragen bij aan deze onzekerheid en zetten de consumptie van huishoudens en bedrijfsinvesteringen extra onder druk. Hoewel de inflatie sinds de piek in 2022 is afgenomen, blijft deze de marges en de kasstroom onder druk zetten. De verminderde koopkracht van zowel bedrijven als consumenten heeft de algehele vraag naar goederen in de hele economie verzwakt. Deze context beklemtoont het belang van operationele efficiëntie, kostenbeheersing en waardegedreven innovatie voor de Groep. Duurzaamheid blijft een onderscheidende factor, want energie-efficiënte producten kunnen klanten helpen hun kosten op lange termijn te verlagen.
Strategie-elementen die betrekking hebben op duurzaamheid
De duurzaamheidsstrategie van de Groep houdt rekening met de bovengenoemde trends. Onze missie "Bouwen aan een duurzaam thuis" plaatst duurzaamheid als een kernpijler. Milieuverantwoordelijkheid staat centraal in de missie en bestaat uit twee kernbeloften:
↳ Wij creëren innovatieve producten die bijdragen aan duurzaam wonen: We ontwerpen hoogwaardige producten met de beste isolatiewaarden, die zeer lang meegaan, gemaakt zijn van gerecyclede materialen en aan het einde van hun levensduur recyclebaar zijn.
voor gegevensverstrekkers worden toegewezen op basis van het gegevenstype, voornamelijk aan regionale (EHS) managers. We integreren de processen voor duurzaamheid en financiële rapportage zoveel mogelijk. Deze integratie is gericht op consistentie tussen financiële en duurzaamheidsgegevens.
↳ Rapportageproces: De Groep heeft vaste tijdschema's voor driemaandelijkse rapportage om onze rapportagestatus en -prestaties op regelmatige basis te kunnen beoordelen. Om de uitvoering van de strategie en de rapportering in de fabrieken te garanderen, zijn er speciale rollen toegekend aan werknemers op verschillende afdelingen: HR, EHS, technisch, inkoop, R&D, productmanagement.
↳ Digitaal hulpmiddel: Er is intern een gegevensbeheersysteem ontwikkeld om het verzamelen van duurzaamheidsgegevens, die afkomstig zijn van de lokale vestigingen van de Groep, te stroomlijnen. Elke productielocatie is verantwoordelijk voor het maandelijks aanleveren van de informatie. Gegevens die centraal beschikbaar zijn, worden door het Corporate Finance team verzameld uit bestaande softwaresystemen.
Belangrijkste geïdentificeerde (inherente) risico's
- Nauwkeurigheid gegevens: foutieve gegevens door handmatige gegevensinvoer en gebrek aan voldoende interne controles
- Volledigheid van gegevens: ontbrekende of onvolledige gegevens door gebrek aan beschikbaarheid
- Inconsistentie van gegevens: gebrek aan vergelijkbaarheid van gegevens door verschillende rapportagekaders en definities wereldwijd
- Beschikbaarheid gegevens: moeilijkheid om betrouwbare ESG-gegevens van leveranciers te verkrijgen
- Vertrouwelijkheid gegevens: gevoelige gegevens brengen risico's met zich mee in verband met misbruik
Strategie SBM-1 Strategie, businessmodel en waardeketen
Algemene trends die duurzaamheidskwesties beïnvloeden
Wereldwijde trends spelen in op de sterke punten van de Groep in alle bedrijfsonderdelen en markten, hebben invloed op onze strategie en bieden zowel risico's als kansen:
Demografie en verstedelijking
De wereldwijde bevolkingsgroei zorgt voor een toenemende vraag naar huisvesting. In combinatie met een structureel tekort aan kwalitatief goede huisvesting, neemt het belang van renovatie toe, met name in dichtbevolkte stedelijke gebieden. Regelgeving speelt een cruciale rol door normen en eisen te stellen aan de materialen die worden gebruikt in renovatieprojecten. Overheden bieden vaak stimulansen voor renovaties die voldoen aan specifieke milieu- of energie-efficiëntiecriteria, zoals belastingvoordelen of subsidies.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 107
106
Belangrijke producten, markten en klantengroepen in relatie tot duurzaamheid
Het belangrijkste materiaal dat door de Groep wordt verwerkt om raamoplossingen te maken is PVC (polyvinylchloride). PVC bestaat voor 57% uit zout (chloride) en voor 43% uit ethyleen (voornamelijk afgeleid van aardolie of aardgas). PVC-producten bieden een uitstekende balans tussen kosten en prestaties, met superieure thermische isolatie (energie-efficiëntie), laag onderhoud en langdurige functionaliteit (bestand tegen rot en roest). Bovendien is PVC een recyclebaar materiaal, zoals blijkt uit de recyclingactiviteiten van de Groep. Niettemin wordt PVC geconfronteerd met ongegronde misvattingen bij sommige delen van de publieke opinie en bouwprofessionals. Dit kan een negatieve invloed hebben op het imago van PVC. Wij geloven dat deze misvattingen doeltreffend kunnen worden aangepakt door een verantwoord beheer van de pvc-waardeketen, wat wordt geïllustreerd door het gesloten recyclagesysteem van Deceuninck.
De verwachtingen met betrekking tot de integratie van duurzaamheid in de bedrijfsstrategie zijn de hoogste op de Europese markt, gedreven door de strenge EU-regelgeving (voorbeeld: nieuwe Construction Product Regulation) en de groeiende verwachtingen van klanten voor milieuverantwoorde praktijken. Ondertussen is Turkije bezig met zich aan te passen aan deze trend, wat blijkt uit de invoering van de Turkse duurzaamheidsrapportagestandaarden (TSRS) in 2025. De regelgeving en verwachtingen van klanten op de Amerikaanse markt evolueren in een langzamer tempo
De waardeketen
Het waardeketenmodel illustreert hoe de Groep waarde genereert voor zowel interne als externe belanghebbenden. Het bedrijfsmodel, gedreven door het doel 'Bouwen aan een duurzaam huis', schetst de belangrijkste inputs, outputs en resultaten die bijdragen aan waardecreatie.
2.2 Nieuwe basis voor de toekomst
De belangrijkste kenmerken van de upstream en downstream waardeketen en de positie van de Groep in de waardeketen, inclusief een beschrijving van de belangrijkste zakelijke actoren en hun relatie tot de Groep:
↳ We produceren duurzaam: We streven ernaar de ecologische voetafdruk van onze activiteiten te verkleinen. We bestrijden de opwarming van de aarde via een ketenbenadering. We zetten ons in voor langdurige werkgelegenheid en bieden onze werknemers een goede en veilige werkomgeving. Als werkgever creëren we een goed 'thuis' voor de mensen die voor ons werken. We bieden goede werkomstandigheden in een inclusieve en op vertrouwen gebaseerde omgeving waarin mensen zich kunnen ontplooien. We bevorderen actief veilige werkomstandigheden. We beschermen hun fundamentele rechten en moedigen leren en ontwikkeling aan. We handhaven hoge ethische normen en zorgen voor ethische bedrijfspraktijken in de hele organisatie.
| Strategische verbintenissen | ||
|---|---|---|
| Milieu | We nemen het voortouw op het gebied van recyclage en het gebruik van gerecyclede materialen bij de productie van producten, terwijl we de uitstoot van koolstof verminderen | |
| Sociaal | We zorgen ervoor dat mensen in een veilige en stimulerende werkomgeving werken | |
| Bestuur | We werken op basis van eerlijke en verantwoorde bedrijfspraktijken |
In 2024 hebben we de duurzaamheidsprioriteiten herzien in de context van de DMA. Zie het overzicht van de belangrijkste impacts, risico's en opportuniteiten voor een beschrijving van de uitkomst.
SBM-3 Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en hun interactie met de strategie en het bedrijfsmodel
Elementen van de algemene strategie die betrekking hebben op duurzaamheid:
↳ Belangrijke groepen aangeboden producten: zie 2.1 Wie we zijn (activiteiten)
↳ Belangrijke markten/klantengroepen die worden bediend: zie 2.1 Operationele en commerciële voetafdruk
↳ Aantal werknemers per geografisch gebied: zie S1-6 Kenmerken van de werknemers
Omzetverdeling per productgroep: zie 2.6.2.Jaarrekening en toelichting, gesegmenteerde informatie
Geen uitsplitsing van totale opbrengsten naar belangrijke ESRS sectoren beschikbaar: de activiteiten van de Groep vallen onder Afdeling 22: 22.21 Vervaardiging van platen, vellen, buizen en profielen van kunststof van Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1893/2006. De Groep is niet actief in de chemische productie. De duurzaamheidsdoelen die worden genoemd in de onderwerpspecifieke toelichtingen hebben betrekking op alle producten, geografische gebieden en belanghebbenden van de Groep.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 109
108 SBM-2 Belangen en standpunten van belanghebbenden
Betrokkenheid van belanghebbenden
Om onze doelstelling, het bouwen van een duurzaam huis, te bereiken, moeten we rekening houden met de belangen en verwachtingen van onze stakeholders. We luisteren naar hun verwachtingen en bouwen op hun feedback om vooruitgang te boeken. We zetten ons in om samen te werken aan onze collectieve impact op mens en milieu.
Overzicht van de belangrijkste belanghebbenden, methoden van betrokkenheid, hoe rekening wordt gehouden met de uitkomst van de betrokkenheid (acties) en belangen en opvattingen van de belanghebbenden (verwachtingen):
| Belanghebbende | Betrokkenheid | Verwachtingen | Acties |
|---|---|---|---|
| Werknemers | Jaarlijks functioneringsgesprek Deceuninck Intranet Regelmatige personeelsenquêtes | Eerlijke lonen, eerlijke behandeling en gunstige arbeidsomstandigheden Veiligheid en welzijn Carrièremogelijkheden | Veiligheidstrainingen en sensibilisering Beheer van talent Renumeratie benchmarks Teambuilding-activiteiten |
| Klanten | Klantenservice Geprefereerde partnerschappen Trainingsprogramma's voor klanten Commerciële beurzen | Kwalitatieve producten Service en technische ondersteuning Informatie delen Gegevensbeveiliging Solide financiële prestaties Circulaire productoplossingen | Ontwerp en productie die voldoen aan de hoogste kwaliteitsnormen Focus op service en speciale technische ondersteuningsteams Investeringen in circulaire producten Veilige IT-systemen |
| Beleggers | Roadshows en bijeenkomsten voor investeerders Persberichten Specifieke webpagina | Consistente financiële prestaties en solide kasstroomgeneratie Risicobeheer Transparantie over financiële en duurzaamheidsstrategie en -prestaties | Solide financiële prestaties Transparante financiële informatie Rapportage over duurzaamheid |
| Leveranciers | Regelmatige bijeenkomsten en bedrijfsbezoeken | Gedeelde groei en innovatie Ethische bedrijfspraktijken Samenwerking om uitstoot in de waardeketen te verminderen | Samenwerking op het gebied van product- en procesinnovaties voor decarbonisatie Gedragscode voor leveranciers |
| Branche- organisaties | Deelname aan werkgroepen en adviesorganen | Richtlijnen ontwikkelen en ondersteuning bieden binnen de industrie om duurzaamheid te implementeren Belangenbehartiging en beleidsondersteuning | Monitoring van de duurzaamheidsprestaties van leden Deelname aan informatieverzoeken, werkgroepen en duurzaamheidsprogramma's binnen de industrie |
| Overheden | Ad-hoc dialoog met lokale overheid | Naleving van (chemische, milieu- en sociale) regelgeving Behoorlijk bestuur | Een compliancecultuur opbouwen Duurzaamheidsstrategie |
Alle bovenstaande groepen belanghebbenden werden betrokken bij het materialiteitsbeoordelingsproces, met uitzondering van overheden. In de groep van belanghebbenden voor leveranciers richtten we ons op de leveranciers van onze belangrijkste grondstof (PVC-hars). Belanghebbenden uit alle regio's waar de Groep actief is, werden bij het proces betrokken.
Productie Fabricage Waardeketen Installatie Gebruiks- fase Recyclage Product- ontwerp Grondstoffen en productie Ethyleen Chloride Energie Compounding Extrusie Afwerking In groen: positie van Deceuninck Group in de waardeketen
T r a n s p o r t T r a n s p o r t
Grondstoffen productie We streven ernaar materialen te gebruiken met een lagere $\text{CO}_2$-voetafdruk. Onze leverancierscode vormt de leidraad voor onze aanpak van due diligence in de toeleveringsketen.
Productie Wij creëren een veilige en inclusieve werkplek. We streven ernaar de milieu-impact van onze productielocaties en activiteiten te verminderen door te investeren in hernieuwbare energie en energie-efficiëntie.
Fabricage Onze klanten monteren onze producten in een raam. We organiseren bewustmakingsactiviteiten om hen te informeren over het belang en de mogelijkheden van klimaatactie en circulaire economie.
Installatioe Onze installatie-instructies zorgen ervoor dat de installatie op een kwalitatieve manier gebeurt.
Gebruiksfase Onze producten worden gekenmerkt door superieure thermische en akoestische prestaties. Ze vereisen weinig onderhoud en hebben een lange levensduur.
Recycling We verzamelen PVC-materiaal aan het einde van hun levensduur en zetten dit via mechanische recyclingmethoden om in grondstof voor de productie van nieuwe producten. Wij investeren in recycling en het gebruik van gerecycled materiaal.
Productontwerp We ontwerpen hoogwaardige, duurzame producten. We verlagen de $\text{CO}_2$-voetafdruk van onze producten door het aandeel gerecyclede materialen te verhogen.
Transport Grondstoffen, halffabricaten en eindproducten worden in elke stap van de waardeketen vervoerd. We streven ernaar om lokaal in te kopen en transport waar mogelijk te vermijden.
Contextinformatie over de PVC-waardeketen: Polyvinylchloride (PVC) wordt vervaardigd door polymerisatie van vinylchloridemonomeer (VCM), geproduceerd door het thermisch kraken van ethyleendichloride (EDC). De meeste ethyleen wordt geproduceerd door stoomkraken van nafta. Chloor wordt geproduceerd door elektrolyse van natriumchloride ($\text{NaCl}$). De milieueffecten van de PVC-productie worden voornamelijk veroorzaakt door de energie-intensieve processen die nodig zijn voor de productie van de belangrijkste grondstoffen – ethyleen uit de raffinage van ruwe olie en chloor door elektrolyse – en de daaropvolgende productie van EDC en VCM. Polymerisatie tot PVC draagt bij aan de algehele impact, ofschoon in mindere mate. Informatie over de productie van PVC wordt gegeven in het Eco-Profile rapport van PlasticsEurope / The European Council of Vinyl Manufacturers (ECVM).
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 111
110 Overzicht van alle onderwerpen die zijn beoordeeld tijdens de DMA en hun score:
| 5 | 5 | 6 | ||||
| Impactmaterialiteit | Financiële materialiteit | |||||
| 7 | 8 | 6 | 7 | 8 | ||
| E4.3 | E4.2 | S3.1 | E2.3 | E2.2 | E2.1 | S2.1 |
| G2.1 | G2.4 | S1.3 | S1.8 | S1.4 | S2.2 | E1.4 |
| G2.3 | E5.3 | E5.1 | E1.3 | E3.1 | S1.5 | E1.1 |
| S4.1 | S4.2 | E3.2 | S1.7 | E5.2 | E1.2 | S1.1 |
| S1.2 | S1.6 | S4.3 | G2.2 | E4.1 |
| Ref. | Onderwerp | Ref. | Onderwerp |
|---|---|---|---|
| S1.2 | Adequate beloning | G2.1 | Anticorruptie en omkoping |
| G2.4 | Zakelijk gedrag | E1.3 | Koolstofemissies downstream |
| E1.1 | Koolstofemissies eigen operaties | E1.2 | Koolstofemissies upstream |
| E1.4 | Kwetsbaarheid voor klimaatverandering (fysieke risico’s) | S4.2 | Gegevensbescherming/privacy van klantinformatie |
| S1.4 | Diversiteit en inclusie | S3.1 | Effecten op de directe gemeenschap |
| E2.1 | Emissies van luchtverontreinigende stoffen | E2.2 | Emissies naar water en bodem door pelletverlies |
| S2.2 | Gelijke behandeling en kansen | S4.1 | Gezondheid en veiligheidsimpact van producten |
| S1.7 | Gezondheid en veiligheid | S1.8 | Mensenrechten |
| E4.1 | Landgebruik en ontbossing | E5.3 | Verpakkingsmateriaal |
| G2.3 | Betalingspraktijken aan leveranciers | G2.2 | Politieke invloed en lobbyen |
| E4.3 | Druk op ecosystemen | E4.2 | Druk op de toestand van soorten |
| E5.2 | Grondstoffen | S1.1 | Baanzekerheid |
| S1.3 | Sociale dialoog | S4.3 | Sociale inclusie van klanten |
| S1.6 | Training en vaardighedenontwikkeling | E2.3 | (Zeer) zorgwekkende stoffen |
| E5.1 | Afvalproductie | E3.1 | Waterverbruik |
| E3.2 | Waterrecycling en waterbehandeling | S2.1 | Arbeidsomstandigheden |
| S1.5 | Werk-privébalans |
Alle verwachtingen van belanghebbenden die hierboven zijn genoemd, zijn meegenomen in het materialiteitsbeoordelingsproces. Deze zijn geïntegreerd in de beschrijvingen van Impacts, Risico's en Kansen (zie IRO-1). Er zijn op basis van de DMA geen wijzigingen aangebracht in de strategie en/of het bedrijfsmodel om tegemoet te komen aan de belangen en standpunten van de belanghebbenden. De beoordeling bevestigt dat de Groep zich heeft gericht op de juiste onderwerpen, d.w.z. onderwerpen waarbij de impact op de maatschappij of de impact op de Groep groot is. De Raad van Bestuur en het Uitvoerend Management werden geïnformeerd over de standpunten en belangen van de belanghebbenden met betrekking tot de duurzaamheidsimpact tijdens de besprekingen van de materialiteitsniveaus in het kader van de uitgevoerde materialiteitsanalyse.
SBM-3 Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en hun interactie met de strategie en het bedrijfsmodel
De dubbele materialiteitsanalyse
In overeenstemming met het ESRS is een dubbele materialiteitsanalyse (DMA) uitgevoerd. Onderwerpen zijn gerangschikt volgens de twee verschillende dimensies van impactmaterialiteit en financiële materialiteit. Zie IRO-1 voor informatie over het gevolgde proces.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 113
112
Samenvatting van de belangrijkste impacts, risico's en opportuniteiten
Er is een beoordeling uitgevoerd van de gerelateerde impacts, risico's en opportuniteiten (IRO's), wat heeft geleid tot een gedetailleerde lijst van IRO's voor elk onderwerp. De IRO's worden vermeld in de onderwerpspecifieke toelichtingen (ESRS SBM-3). Voor de materiële onderwerpen bevatten de onderwerpspecifieke toelichtingen informatie over hoe de impacten, de mensen of het milieu beïnvloeden en over de verwachte tijdshorizon waarvan we redelijkerwijs verwachten dat ze effect zullen hebben. De hoofdstukken bevatten ook meer details over het verband met het bedrijfsmodel/de strategie van de Groep en over de veerkracht van onze bedrijfsstrategie en bedrijfsmodel in relatie tot de materiële IRO's. Hierna volgt een samenvatting van de belangrijkste IRO's voor de Groep, die een cruciaal aspect vormen van ons bedrijfsmodel en onze strategie.Voor een volledig overzicht van alle belangrijke IRO's verwijzen we naar de onderwerpspecifieke toelichtingen. Duurzaamheidsrisico's ontwikkelen zich vaak over een langere periode, voorbij de korte financiële cycli. Daarom worden de onderwerpen beoordeeld met 3 verschillende tijdshorizonnen, van de korte termijn (minder dan 5 jaar) tot de middellange termijn (impact tussen 5 en 10 jaar) en de lange termijn (tot 20 jaar).
Gevalideerde materiële onderwerpen
Op basis van de uitgevoerde scoring en analyse werd de materialiteit gedefinieerd op 2 dimensies: impactmaterialiteit en financiële materialiteit. Dit leidde tot een meer beknopte lijst van duurzaamheidsonderwerpen in vergelijking met de lijst die hierboven is weergegeven. Alle onderstaande onderwerpen worden als materieel beschouwd. De Groep heeft echter bepaalde onderwerpen als heel belangrijk geïdentificeerd. Dit zijn de cruciale onderdelen van ons bedrijfsmodel en onze strategie. Ons doel is om een betekenisvolle impact te hebben en voorop te lopen in de sector. In het onderstaande overzicht zijn de onderwerpen met een hoge materialiteit groen gemarkeerd. De onderwerpen met een gemiddeld materieel karakter zijn geel gemarkeerd.
| ESG Categorie | CSRD-referentie | ESRS-onderwerp | ESRS-sub-onderwerp | DMA-onderwerp van Deceuninck | Positie in de waardeketen | Impact- materiaal | Financieel materieel |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Milieu | E1 | Klimaatverandering | Klimaatmitigatie Koolstofuitstoot upstream | Upstream | |||
| Milieu | E1 | Klimaatverandering | Klimaatmitigatie Koolstofemissies eigen activiteiten | Eigen activiteiten | |||
| Milieu | E5 | Circulaire economie | Materiaalinstromen Grondstoffen & recyclage | Upstream | |||
| Milieu | E1 | Klimaatverandering | Klimaatmitigatie Koolstofemissies downstream | Downstream | |||
| Milieu | E3 | Water en mariene hulpbronnen | Water Waterverbruik bij activiteiten | Eigen activiteiten | |||
| Milieu | E2 | Verontreiniging | Zeer zorgwekkende stoffen Gebruik van zeer zorgwekkende stoffen | Eigen activiteiten | |||
| Sociaal | S1 | Eigen personeelsbestand | Arbeidsomstandigheden Veilig werk | Eigen activiteiten | |||
| Sociaal | S1 | Eigen personeelsbestand | Arbeidsomstandigheden Gezondheid en veiligheid bij werkzaamheden | Eigen activiteiten | |||
| Sociaal | S1 | Eigen personeelsbestand | Gelijke behandeling en kansen voor iedereen Training en ontwikkeling van vaardigheden | Eigen activiteiten | |||
| Sociaal | S1 | Eigen personeelsbestand | Arbeidsomstandigheden Leefbare lonen | Eigen activiteiten | |||
| Sociaal | S1 | Eigen personeelsbestand | Gelijke behandeling en kansen voor iedereen Diversiteit en inclusie | Eigen activiteiten | |||
| Sociaal | S2 | Werknemers in de waardeketen | Arbeidsomstandigheden Arbeidsomstandigheden & Gelijke kansen | ||||
| Sociaal | S1 | Eigen personeelsbestand | Arbeidsomstandigheden Sociale dialoog | Eigen activiteiten | |||
| Sociaal | S1 | Eigen personeelsbestand | Arbeidsomstandigheden Werk-privébalans | Eigen activiteiten | |||
| Sociaal | S1 | Eigen personeelsbestand | Andere werkgerelateerde rechten Antidiscriminatie (mensenrechten) | Eigen activiteiten | |||
| Bestuur | G1 | Zakelijk gedrag | Bedrijfscultuur Zakelijk gedrag | ||||
| Bestuur | G1 | Zakelijk gedrag | Corruptie en omkoping Corruptie en omkoping |
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 115
114 Beheer van impacts, risico's en opportuniteiten
De dubbele materialiteitsanalyse (DMA) helpt bij het identificeren van de belangrijkste duurzaamheidsthema's: thema's die het belangrijkst zijn voor de Groep en haar stakeholders, en thema's die van invloed zijn op de Groep in termen van (daadwerkelijke en potentiële) risico's en kansen voor het bedrijfsmodel en de financiële waarde. De materiële onderwerpen zijn ook de zaken waarvan belanghebbenden verwachten dat de Groep ernaar handelt.
IRO-1 Beschrijving van het proces om materiële impacts, risico's en opportuniteiten te identificeren en te beoordelen
Algemeen proces
Risico-identificatie
Om de basis te bepalen voor de beoordeling van materiële onderwerpen, werd uitgegaan van een longlist van 33 deelonderwerpen van het ESRS. Deze lijst werd aangevuld met sectorspecifieke risicodocumentatie, waaronder de normen van de Sustainability Accounting Standards Board (SASB). Daarnaast werden inzichten ontleend aan richtlijnen voor duurzaamheidsrapportage, stappenplannen en verificatieschema's ontwikkeld door sectorfederaties. Het resultaat van de laatste ondernemingsrisicobeoordeling diende ook als input. 2.4 Corporate Governance & Risicobeheer. Deze werden getoetst aan wereldwijde trends en bedrijfsspecifieke informatie. De lijst werd intern beoordeeld door een geselecteerde groep collega's van verschillende afdelingen. Er zijn geen specifieke activiteiten, zakelijke relaties, geografische gebieden of andere factoren die aanleiding geven tot een verhoogd risico op negatieve gevolgen.
Risico-evaluatie
Om de prioriteiten te bepalen, hebben interne en externe belanghebbenden onderwerpen geprioriteerd aan de hand van een online vragenlijst. Dit werd aangevuld met diepte-interviews met een selectie van belangrijke leveranciers en klanten. In de enquête kregen de belanghebbenden niet alleen een onderwerp, maar ook een korte beschrijving van de impact en financiële materialiteit van het onderwerp, om context te geven en meer gedetailleerde feedback te kunnen geven over de beschreven materialiteit. Dit diende als waardevolle input om de IRO's te analyseren en af te ronden. Geraadpleegde groepen belanghebbenden waren werknemers (in alle functies), klanten, leveranciers, investeerders en de Europese sectorfederatie van de Groep. Niet alle interne stakeholders hebben elk onderwerp beoordeeld, omdat we specifieke vragen hebben gesteld aan geselecteerde stakeholders om hun gespecialiseerde expertise over de onderwerpen te benutten. De externe belanghebbenden hebben een meer beknopte lijst van onderwerpen gescoord, omdat onderling gerelateerde invloeden werden gecombineerd om de lijst beter verteerbaar te maken. In totaal waren 84 unieke belanghebbenden betrokken bij de beoordeling van zowel de impact als de financiële materialiteit. Op basis van deze scores werden de onderwerpen ingedeeld in niveaus van hoge, gemiddelde en lage materialiteit.
Milieu
Toevoer van hulpbronnen en circulaire economie
De winning en verwerking van PVC als grondstof heeft een milieu-impact op de beschikbaarheid van natuurlijke hulpbronnen. PVC is echter een recycleerbaar materiaal en recyclage is opgenomen in het bedrijfsmodel en de strategie van de Groep, wat het belang onderstreept van een verantwoord beheer van de toeleveringsketen, zowel upstream als downstream. De vereisten van de circulaire economie worden steeds meer gestimuleerd door het overheidsbeleid en de interesse van de consument neemt toe. Kringloopsluiting minimaliseert de impact van een product aan het einde van zijn levenscyclus en vermindert de noodzaak om nieuwe materialen te winnen of te produceren. Daarom vermindert het terugwinnen van producten aan het einde van hun levensduur en het gebruik van gerecycleerd materiaal in producten het toekomstige risico op regelgeving en helpt het te voldoen aan een groeiende vraag van klanten.
Klimaatverandering
De grondstof en de energie die nodig is voor het verwerken van de grondstoffen die de Groep gebruikt (PVC-hars en additieven) is grotendeels fossiel. De energie die de Groep verbruikt is nog steeds gedeeltelijk fossiel. De energiekosten vertegenwoordigen een aanzienlijk deel van de productiekosten. De financiële effecten van de gerelateerde uitstoot van broeikasgassen kunnen resulteren in kosten voor naleving van regelgeving, aangezien bedrijven onderworpen zijn aan steeds strengere regelgeving zoals koolstofbelastingen. Door de ambitieuze doelstellingen voor het koolstofarm maken van onze productie (in lijn met SBTi) willen we de uitstoot van broeikasgassen verminderen door energie-efficiëntie, het gebruik van hernieuwbare energiebronnen en samenwerking in de toeleveringsketen.
Sociaal
Eigen personeelsbestand
Het bouwen aan een brede basis van gewaardeerde medewerkers is cruciaal voor de groeivooruitzichten van ons bedrijf op de lange termijn. Onze werknemers zijn onze belangrijkste activa en zorgen voor inkomsten door hun kennis, talent en technische expertise. Zorgen voor een eerlijke behandeling en een billijke beloning voor alle werknemers verbetert de productiviteit en prestaties in de hele organisatie. Deze focus is niet alleen relevant vanwege het tekort aan arbeidskrachten, maar ook omdat een kwalitatief hoogstaand en divers personeelsbestand innovatie en de veerkracht van het bedrijf bevordert. De Groep legt de nadruk op talentmanagement door trainingsprogramma's te organiseren. Onze activiteiten brengen inherente veiligheidsrisico's met zich mee. Veiligheid is prioriteit nummer één. Wij zorgen ervoor dat er concrete maatregelen worden genomen om de risico’s zoveel mogelijk te beperken. We werken hard aan het versterken van een veiligheidscultuur, om ervoor te zorgen dat onze werknemers aan het einde van elke werkdag veilig thuiskomen.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 117
116
Om de uiteindelijke materiële onderwerpen en de bijbehorende impacts, risico's en kansen te definiëren, werden de scores van de belanghebbenden geconsolideerd. Een discussie met de leden van het Uitvoerend Management diende om de materialiteit meer in detail te bespreken. Het resultaat was een matrix die materiële onderwerpen identificeert op de 2 dimensies van de DMA: impactmaterialiteit en financiële materialiteit. De materialiteitsmatrix bepaalt de reikwijdte van de informatie in de duurzaamheidsverklaring van dit rapport, zodat alle materiële onderwerpen worden opgenomen in de rapportering. De matrix werd gepresenteerd aan de Raad van Bestuur en de laatste aanpassingen werden gemaakt om de materiële onderwerpen en IRO's voor de Groep te bepalen.Bronnen gebruikt als inputparameters om de longlist van onderwerpen te definiëren:
↳ ESRS-onderwerpen en -subonderwerpen
↳ SASB-norm voor de sector Chemie + Bouwproducten + Afvalbeheer
↳ GRI: ESG-normen
↳ Sectorale referentiedocumenten: Essenscia Rapport Duurzame Ontwikkeling, PlasticsEurope 2050 Roadmap, Vinylplus Product Label
↳ In het verleden uitgevoerde materialiteitsbeoordeling van de Groep
↳ Risicobeoordeling van de Groep om andere soorten risico's op te nemen
DMA voor Decalu
In 2025 werd een specifieke DMA uitgevoerd voor de milieuthema's en IRO's met betrekking tot de aluminiumactiviteiten van de Groep, na de volledige overname van Decalu in 2025. Sociale aspecten en governance werden niet afzonderlijk beoordeeld, omdat de uitkomst niet afhankelijk is van het type grondstof. Om voorbereid te zijn op de mogelijke effecten en IRO's, werd deskresearch uitgevoerd naar sectorspecifieke studies. De beoordeling werd uitgevoerd in overeenstemming met het beoordelingssysteem van de Groep (zie hieronder) en uitgevoerd met enkele belangrijke interne belanghebbenden. Het resultaat werd getoetst aan het resultaat van de DMA van de Groep. Concluderend kan worden gesteld dat de specifieke DMA geen aanleiding geeft tot een update van de DMA van de Groep, gezien de materiële onderwerpen en IRO's voor de aluminiumactiviteiten volledig aan bod komen in de DMA van de Groep.
Puntensysteem
Impactmaterialiteit werd gescoord op de elementen waarschijnlijkheid en ernst van voorkomen. Waarschijnlijkheid beoordeelt de waarschijnlijkheid dat het vooraf gedefinieerde onderwerp een significante impact heeft. De ernst integreert de aspecten omvang, reikwijdte en (voor negatieve gevolgen) het onherstelbare karakter van de impact. De schaal verwijst naar de potentiële omvang van de potentiële impact. De reikwijdte heeft betrekking op de breedte en omvang van de impact. Remedieerbaarheid heeft betrekking op de vraag of en in welke mate de negatieve gevolgen kunnen worden verholpen.
De financiële materialiteit van vooraf gedefinieerde risico's en kansen wordt beoordeeld op basis van een combinatie van de waarschijnlijkheid dat ze zich voordoen en de potentiële omvang van de financiële gevolgen. Ernst- en waarschijnlijkheidscriteria van impact en financiële materialiteit werden onafhankelijk van elkaar geëvalueerd voor elk onderwerp in de DMA, elk met een maximumscore van 5, wat leidde tot een maximumscore van 10 voor impact en financiële materialiteit. Bij de berekening van de gemiddelde resultaten per thema kregen alle belanghebbenden hetzelfde gewicht. Dezelfde drempels werden toegepast voor impact en financiële materialiteit.
| Drempels | Score |
|---|---|
| Hoog materieel | 7,5 – 10 |
| Middelmatig materieel | 7,4 – 6,9 |
| Laag materieel | < 6,9 |
Samengevat worden alle onderwerpen met een score van 6,9 of hoger gedefinieerd als materiële onderwerpen.
Andere elementen van het DMA-proces
De DMA heeft betrekking op alle activiteiten en regio's van de Groep. De beoordeling omvat een waardeketenperspectief, door de betrokkenheid van leveranciers en klanten, door het uitgevoerde deskresearch en door de scoringsmethode, omdat belanghebbenden werd gevraagd niet alleen te kijken naar wat relevant is voor de eigen activiteiten van de Groep, maar ook naar de hele waardeketen (upstream en downstream). Het proces voor het identificeren, beoordelen en beheren van IRO's werd apart uitgevoerd van het algemene risicomanagementproces, zodat een diepgaande analyse van de duurzaamheid mogelijk is. Bij een update van de Enterprise Risk Assessment in 2025 zijn enkele ESG-onderwerpen geïntegreerd. De materialiteitsbeoordeling zal jaarlijks worden gescreend op relevantie en indien nodig worden bijgewerkt. Afgezien van de DMA voor de aluminiumsector is de DMA in 2025 niet bijgewerkt, omdat de uitkomst nog steeds als accuraat wordt beschouwd.
Transparantie over milieuonderwerpen die niet als materieel zijn gedefinieerd
Het resultaat van de DMA beschouwt biodiversiteit (ESRS E4) niet als een materieel onderwerp om de onderstaande reden die verband houdt met zowel impact als financiële materialiteit. De activiteiten van de Groep zijn beperkt tot industriële zones met weinig interactie met natuurlijke habitats. De milieuregelgeving richt zich op andere aspecten dan de directe impact op de biodiversiteit. De directe toeleveringsketen voor grondstoffen is niet nauw verbonden met biodiversiteitgevoelige gebieden. Als gevolg van de interacties tijdens het DMA-proces zijn de prioriteiten van belanghebbenden op de korte en middellange
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 119 118
termijn gekoppeld aan andere milieuaspecten. De Groep geeft prioriteit aan duurzaamheidsinspanningen op gebieden met een meer directe en significante impact. Niettemin zijn onderwerpen zoals het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen en het beheren van vervuiling indirect ook gekoppeld aan biodiversiteitskwesties. We verwijzen naar IRO-1 onder het ESRS voor informatie over onderwerpen die als niet-materieel werden beschouwd op basis van de DMA-uitkomsten.
IRO-2 Informatievereisten in het ESRS die vallen onder de duurzaamheidsverklaring van de onderneming
Index SBM-3 Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en hun interactie met de strategie en het bedrijfsmodel
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 121 120
ESRS E1 Klimaatverandering
1. Impacts, risico's en Opportuniteiten
Koolstofemissies eigen activiteiten
| Impact | Positieve / Negatieve impact | Werkelijk / Potentiële impact | Korte termijn / Impact op lange termijn |
|---|---|---|---|
| De productie genereert directe broeikasgasemissies door de verbranding van fossiele brandstoffen, voornamelijk in verband met het energieverbruik voor extrusie. Ca. 10% van de koolstofvoetafdruk van Deceuninck wordt toegeschreven aan uitstoot door energieverbruik. | Negatief | Werkelijk | Korte termijn |
| Risico / Kans | Positieve / Negatieve potentiële impact | Eigen activiteiten / Waardeketen |
|---|---|---|
| De aankoop van energie vertegenwoordigt een aanzienlijk deel van de productiekosten. De prijs van niet-hernieuwbare energie kan stijgen als gevolg van evoluerende klimaatregelgeving, inclusief stimulansen voor hernieuwbare energie en een dalend aanbod van fossiele brandstoffen. De prijzen van fossiele brandstoffen zijn inherent volatiel als gevolg van geopolitieke factoren. | (Risico) Negatief | Eigen activiteiten |
| Koolstofemissies kunnen leiden tot kosten voor naleving van regelgeving als overheden de emissies willen verminderen door middel van koolstofbelastingen voor onze sector. | (Risico) Negatief | |
| Beleid van financiële instellingen gericht op industrieën met een risico op klimaatverandering kan resulteren in strengere leningsvoorwaarden, met name hogere kosten en meer veeleisende mitigatiecriteria, waardoor de verzekeringskosten zouden stijgen. | (Risico) Negatief | |
| Investeringen in energie-efficiëntie en groene energie verhogen de investeringskosten op korte termijn. | (Risico) Negatief | |
| Vermindering van koolstofemissies door energie-efficiëntie en het gebruik van groene energie resulteert in voordelen door verbeterde operationele efficiëntie, inclusief lagere inkoopkosten en naleving van regelgeving. Eigen productie van (hernieuwbare) energie vermindert de afhankelijkheid van volatiele energiemarkten. | (Kans) Positief |
2.5.1 Milieu-informatie
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 123 122
Koolstofemissies in de toeleveringsketen (upstream)
| Impact | Positieve/ negatieve impact | Werkelijk | Potentiële impact | Korte termijn/ Impact op lange termijn |
|---|---|---|---|---|
| De productie van de grondstoffen draagt bij aan broeikasgasemissies vanwege de energie-intensieve processen en de afhankelijkheid van fossiele grondstoffen. PVC is afgeleid van ethyleen en chloor. De transformatie van deze grondstoffen gaat gepaard met een aanzienlijk gebruik van fossiele brandstoffen voor energieverbruik. Zowel de winning als de verwerking van aluminium zijn nog energie-intensiever. Ca. 80% van de koolstofvoetafdruk van Deceuninck is gekoppeld aan deze broeikasgasemissies. Een kleinere impact stroomopwaarts heeft betrekking op transport. | Negatief | Werkelijk | Korte termijn |
| Risico / Kans | Positieve / Negatieve potentiële impact | Eigen activiteiten / Waardeketen |
|---|---|---|
| Als de industrie er niet in slaagt de koolstofintensiteit van de PVC- en aluminiumproductie te verlagen in lijn met de SBTi-ambities, zal het voor de Groep onmogelijk zijn om haar SBTi Scope 3-doelstelling te halen, wat een negatieve invloed kan hebben op de reputatie. | (Risico) Negatief | (Upstream) waardeketen |
| Decarbonisatie-inspanningen zijn gekoppeld aan grote investeringen in hernieuwbare energie, wat de grondstofprijzen en dus de inkoopkosten voor de Groep zou kunnen verhogen. | (Risico) Negatief | |
| Strengere milieuregelgeving en koolstofprijsmechanismen kunnen de kosten van traditionele PVC- productiemethoden verhogen, wat bedrijven upstream stimuleert om te innoveren om emissies te verminderen en productieprocessen aan te passen. | (Risico/Kans) Negatief/ Positief | |
| Bio-gebaseerde PVC-hars en additieven met een lagere koolstofimpact zijn steeds meer beschikbaar (via massabalans benadering). Dit heeft een hogere prijs en de marktvraag is momenteel beperkt. Hoewel verwacht wordt dat de volumes laag zullen blijven, zou dit een mogelijk stappenplan kunnen zijn om in de toekomst koolstofarm te worden. | (Kans) Positief |
Koolstofemissies waardeketen (downstream)
| Impact | Positieve/ negatieve impact | Werkelijk | Potentiële impact | Korte termijn/ Impact op lange termijn |
|---|---|---|---|---|
| Renovatie van ramen en deuren leidt tot een lager energieverbruik voor zowel verwarming als koeling, wat op zijn beurt de broeikasgasemissies van gebouwen verlaagt. | Positief | Werkelijk | Korte termijn | |
| De afhankelijkheid van fossiele brandstoffen voor het transport van goederen naar klanten leidt tot een toename van de koolstofuitstoot en luchtvervuiling. |
De Green Deal van de EU legt de nadruk op energie-efficiëntie en de vermindering van koolstofemissies in gebouwen. Dit creëert een kans voor de Groep om haar producten te positioneren als oplossingen die aansluiten bij deze doelen en de omzet te verhogen. (Kans) Positief (Downstream) waardeketen
Klanten vragen informatie op over de energie-efficiëntie en de uitstoot van broeikasgassen van de producten van de Groep via Environmental Product Declarations (EPD's). Het leveren van sterke milieuprestaties in deze EPD's kan het marktaandeel van de Groep vergroten. (Kans) Positief
Voorbereidingen voor EPD-berekeningen verhogen de kosten en vereisen voldoende vaardigheden binnen de Groep. Als er geen EPD's worden gemaakt, kan dit leiden tot extra kosten voor naleving in verband met bouwvoorschriften en -regels. (Risico) Negatief
2. Governance
GOV-3 Integratie van duurzaamheidsgerelateerde prestaties in incentiveprogramma's
Voor leden van het Uitvoerend Management is 3,3% van hun variabele beloning gekoppeld aan het behalen van de Scope 1- en Scope 2-doelstelling van de Groep. Leden van het Management Team Groep ontvangen 2,3% van de collectieve bonus afhankelijk van het behalen van dezelfde CO${2}$-emissiedoelstelling. De doelstelling is afgestemd op de doelstelling die is overeengekomen in de Sustainability Linked Loan (SLL) van de Groep. Het bestaat uit een jaarlijkse vermindering van gemiddeld (tussen 2022 en 2026) 6,5% van de marktgebaseerde koolstofuitstoot. De doelstelling voor 2025 was om een maximale uitstoot van 59.797 tCO${2}$e te bereiken.
3. Strategie
E1-1 Overgangsplan voor klimaatmitigatie
Ambitieuze broeikasgasemissiereductiedoelstellingen
Sinds september 2023 heeft de Groep SBTi kortetermijndoelen gevalideerd voor de reductie van scope 1-, 2- en 3 emissies tegen 2030 en langetermijndoelen voor netto nul emissies in 2050 (uitgaande van een basisjaar 2021). Het doel is om de Scope 1- en Scope 2-koolstofemissies tegen 2030 met 60% te verminderen en de Scope 3-koolstofemissies met 52% per ton PVC, om uiteindelijk te streven naar netto-nul emissies in alle scopes in 2050.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 125124
Belangrijke hefbomen voor decarbonisatie omvatten:
E1-3 Actieplannen en middelen met betrekking tot beleid inzake klimaatverandering
E1-4 Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie
- Toenemend gebruik van hernieuwbare elektriciteit in de productie (Scope 2)
- Energie- en operationele efficiëntie in de productie (Scope 1, 2)
- Aankopen van minder koolstofintensieve grondstoffen (Scope 3)
- Meer gebruik van gerecycleerde PVC-materialen (Scope 3)
Het actieplan om de directe broeikasgasemissies te decarboniseren bouwt voornamelijk voort op de bredere inzet van bestaande technologieën in plaats van nieuwe technologieën. De grondstoffenleveranciers van de Groep staan voor extra uitdagingen in verband met nieuwe technologieën, bijvoorbeeld door de invoering van groene waterstof, geavanceerde elektrificatieprocessen en koolstofafvang en -opslag (CCS).
Investeringen ter ondersteuning van het transitieplan
De investeringen voor de uitvoering van het overgangsplan zijn niet gekwantificeerd. Ze worden aangetoond via de jaarlijkse EU Taxonomy rapportering.
EU-Taxonomie rapportering
De economische activiteit 5.9: Terugwinning van materiaal uit ongevaarlijk afval is afgestemd op de bepalingen van de doelstelling 'Mitigatie van klimaatverandering' van de EU-Taxonomie. Voor deze andere economische activiteiten wordt de geschiktheid gerapporteerd onder de doelstelling 'Mitigatie van klimaatverandering' van de EU-Taxonomie. De activiteiten zijn:
↳ Categorie 3.5: Productie van energie-efficiënte apparatuur voor gebouwen
↳ Categorie 7.3: Installatie, onderhoud en reparatie van energie-efficiënte apparatuur
↳ Categorie 7.4: Installatie, onderhoud en reparatie van laadstations voor elektrische voertuigen in gebouwen
↳ Categorie 7.5: Installatie, onderhoud en reparatie van instrumenten en apparaten voor het meten, regelen en controleren van de energieprestaties van gebouwen
↳ Categorie 7.6: Installatie, onderhoud en reparatie van technologieën voor hernieuwbare energie
Daarnaast wordt de geschiktheid gerapporteerd voor activiteit 5.9: Materiaalterugwinning uit niet-gevaarlijk afval in het kader van de doelstelling Klimaatverandering van de EU-Taxonomie.
E5-3 Doelstellingen met betrekking tot gebruik van hulpbronnen en circulaire economie
De omzet van activiteit Categorie 5.9 zal naar verwachting toenemen als gevolg van toegenomen recyclingactiviteiten.
Afstemming van duurzaamheid en bedrijfsstrategie
De Groep evalueert zijn strategie en bedrijfsmodel op verenigbaarheid met het beperken van de opwarming van de aarde tot 1,5°C in lijn met het Akkoord van Parijs. Het actieplan gekoppeld aan de SBTi moet de vermindering van broeikasgasemissies mogelijk maken in lijn met een maximale opwarming van 1,5°C. De decarbonisatiestrategie van de Groep is verankerd in de bedrijfsstrategie en zorgt voor waardecreatie op lange termijn door kostenefficiëntie en marktleiderschap.
Hoe elke belangrijke hefboom voor het koolstofarm maken van het bedrijf aansluit op de bredere doelstellingen van het bedrijf:
- Verhoging van het verbruik van hernieuwbare elektriciteit (Scope 2)
Door over te stappen op hernieuwbare energiebronnen verminderen we de koolstofvoetafdruk en beperken we de blootstelling aan schommelingen in de prijzen van fossiele brandstoffen. - Energie- en operationele efficiëntie (Scope 1 en 2)
Door de energie-efficiëntie te verbeteren en de operationele processen te optimaliseren, worden de productiekosten verlaagd en daarmee het concurrentievermogen vergroot. - Aankoop van minder koolstofintensieve grondstoffen (Scope 3)
Door voorrang te geven aan leveranciers die koolstofarme materialen aanbieden, versterken we de veerkracht van de toeleveringsketen en sluiten we aan bij de voorkeuren van klanten. - Meer gebruik van gerecyclede materialen (Scope 3)
Door gerecycleerde materialen te gebruiken, verminderen we niet alleen afval en onze afhankelijkheid van grondstoffen, maar positioneren we ons ook als leider in de circulaire economie.
Het transitieplan is goedgekeurd door het Executive Management en de Raad van Bestuur als onderdeel van het SBTi-verbintenis- en goedkeuringsproces.
Locked-in broeikasgasemissies
Locked-in broeikasgasemissies van de activa van de Groep worden in het decarbonisatieplan van de Groep beschouwd in het 'business as usual'-scenario, waarbij de groei van het bedrijf zou leiden tot een toename van de koolstofemissies. De emissies hebben betrekking op emissies die naar verwachting zullen optreden via de bestaande infrastructuur. Locked-in broeikasgasemissies van activa zijn opgenomen in de decarbonisatiedoelstellingen van de Groep. Gezien de producten die door de Groep worden gefabriceerd tijdens hun levensduur geen koolstofemissies uitstoten en als zodanig niet zijn opgenomen in de koolstofvoetafdruk of de decarbonisatiestrategie, worden er geen vastgelegde broeikasgasemissies voor de gebruiksfase van het product in aanmerking genomen.
Cumulatieve vastgelegde broeikasgasemissies in verband met belangrijke bedrijfsmiddelen en activiteiten van 2021 tot 2030 (cfr. 'Business as Usual'-scenario):
↳ Scope 1, 2 broeikasgasemissies: 120.000 tCO${2}$e
↳ Scope 3 broeikasgasemissies: 1.125.000 tCO${2}$e
De Groep is niet uitgesloten van de EU-benchmarks voor Parijs.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 127126
Voortgangsrapportage over het transitieplan
De Groep ligt op schema om de doelstellingen voor 2030 op het gebied van directe (Scope 1, 2) emissies te halen, voornamelijk dankzij groepsbrede investeringen in hernieuwbare energie en het gebruik van garanties van oorsprong in Europa. De vooruitgang met betrekking tot de doelstelling voor indirecte emissies (Scope 3) verloopt langzamer, zoals verwacht. Graduele jaarlijkse reducties werden nooit verwacht, gezien het behalen van de doelstelling afhankelijk is van grote investeringen in de toeleveringsketen die mogelijk pas op de langere termijn effect zullen hebben.
E1-6 Bruto Scopes 1, 2, 3 en totale broeikasgasemissies
SBM-3 Weerstand tegen klimaatgerelateerde risico's
Alle geïdentificeerde klimaatgerelateerde risico's worden beschouwd als klimaatgerelateerde overgangsrisico's.
De reikwijdte van de weerbaarheidsanalyse
De analyse evalueert het vermogen van de Groep om weerstand te bieden aan en zich aan te passen aan klimaatgerelateerde risico's en kansen, met de nadruk op de uitstoot van broeikasgassen in de eigen activiteiten en upstream- en downstreamactiviteiten. De analyse werd op een kwalitatieve manier uitgevoerd voor de activiteiten van de Groep, waarbij de nadruk lag op de risico's van klimaatverandering met een tijdshorizon op korte en middellange termijn (tot 2030). De analyse maakte geen gebruik van een klimaatscenario-analyse. Financiële effecten zijn nog niet gekwantificeerd.
De resultaten van de veerkrachtanalyse
De Groep heeft zijn bedrijfsmodel ontwikkeld rond het recycleren van PVC-afval en het opnieuw verwerken ervan in nieuwe PVC-producten. Dit vermindert niet alleen de broeikasemissies gerelateerd aan afval in de toeleveringsketen, maar vermindert ook de afhankelijkheid van grondstoffen, wat de veerkracht van de toeleveringsketen versterkt. De omzetgroei van de Groep zal in toenemende mate gedreven worden door een groter aandeel van verkopen die gerecycleerde materialen bevatten en daardoor een lagere CO$_{2}$-impact hebben. Dit gaat gepaard met investeringen in recyclingcapaciteit en co-extrusietechnologie om gerecycleerde materialen te gebruiken in nieuwe producten.De ambitieuze doelstellingen om de CO2-uitstoot te verminderen als onderdeel van de SBTi-doelen voor 2030 geven richting aan de transitie naar een lagere operationele CO2-voetafdruk. De omschakeling naar hernieuwbare elektriciteit en energie-efficiëntiemaatregelen bieden op lange termijn bescherming tegen de volatiliteit van energiekosten. Energie-efficiëntie gaat vaak hand in hand met operationele efficiëntie. Het verlagen van de ecologische voetafdruk van producten spreekt een groeiend aantal milieubewuste klanten aan. Door de duurzaamheid en het concurrentievoordeel te verbeteren, zal de Groep profiteren van de kansen die de overgang naar een koolstofarme economie biedt.
Renovatie en nieuwbouw blijven essentieel om de demografische problemen wereldwijd aan te pakken. De Groep is goed geplaatst om in te spelen op deze opportuniteit omdat de producten rechtstreeks bijdragen tot energiebesparing. Huizen voorzien van ramen en deuren met optimale isolatiewaarden gemaakt van gerecycleerd materiaal en zelf recycleerbaar; dit is de doelstelling van de Groep en de reden waarom onze duurzaamheidsstrategie veerkrachtig is op lange termijn.
De decarbonisatiestrategie gaat gepaard met kortetermijn investeringen. De toegang tot financiering wordt gewaarborgd door een SLL, die in 2022 is overeengekomen en tot 2027 van kracht is. Er zijn geen aanwijzingen dat herfinanciering niet mogelijk zou zijn. Bestaande productiemiddelen worden voortdurend geëvalueerd om te voldoen aan huidige en toekomstige (bouwkundige en technologische) normen. Noodzakelijke omscholing van werknemers maakt deel uit van het HR-opleidingsplan. De huidige evaluatie is dat de vaardigheden die nodig zijn om de decarbonisatiedoelstellingen te halen niet fundamenteel verschillen van de vaardigheden die nodig zijn om een innovatieve werkgever te zijn.
Beheer van impacts, risico's en opportuniteiten
IRO-1 Processen voor het identificeren en beoordelen van materiële klimaatgerelateerde impacts, risico's en opportuniteiten
De materialiteit van de (werkelijke en potentiële) impacts, risico's en opportuniteiten is onderzocht voor alle locaties en bedrijfsactiviteiten van de Groep. De gevolgen voor de toeleveringsketen zijn opgenomen in de analyse van de gevolgen, risico's en mogelijkheden. De analyse is gebaseerd op een beoordeling op hoog niveau van locaties, infrastructuur en activiteiten van de Groep op de korte en middellange termijn. Er is nog geen scenarioanalyse toegepast. De langetermijn risico's van klimaatverandering met behulp van scenarioanalyse (met hoge emissies) (met een tijdshorizon van 10 jaar en meer) zijn nog niet beoordeeld. Zodra er meer toegankelijke en specifieke tools beschikbaar zijn, zullen we de huidige risicoanalyse uitbreiden en mogelijk de conclusies van de DMA en de veerkrachtanalyse bijwerken. Van zodra meer toegankelijke en specifieke tools beschikbaar zijn, zal de huidige risicoanalyse worden uitgebreid en de conclusies van de DMA en veerkrachtanalyse potentieel worden geactualiseerd.
Overgangsrisico's
De CO2-voetafdruk van de Groep was een belangrijke input voor de beoordeling, omdat deze een gedetailleerd inzicht geeft in de omvang en verdeling van de CO2-uitstoot over de subcategorieën. Gezien de CO2-voetafdruk sinds 2019 wordt berekend en alle subcategorieën van het broeikasgasprotocol zijn berekend of geschat, maakt deze oefening het mogelijk om gebieden met een grote impact in de hele waardeketen te identificeren. De impacten, risico's en kansen zijn ook besproken tijdens de interacties met belanghebbenden.
SBM-2 Belangen en standpunten van belanghebbenden
| Verslag van de Raad van Bestuur | Jaarverslag 2025 | Duurzaamheidsverklaring | 129 |
|---|---|---|---|
| Type transitiegebeurtenissen geïdentificeerd en gescreend op de korte en middellange termijn: | Type Risicotypes / transitiegebeurtenissen overwogen in de DMA-beoordeling: | ||
| Beleid & wetgeving | Huidige regelgeving (op regionaal en nationaal niveau) | ||
| Beleid & wetgeving | Opkomende regelgeving (op regionaal en nationaal niveau) | ||
| Beleid & wetgeving | Niet-naleving van milieuwetgeving en mogelijke acties van belangenorganisaties, waaronder klimaatgerelateerde rechtszaken | ||
| Technologie | Technologie en impact op energie-efficiëntie | ||
| Markt | Vraag van de markt en klanten naar producten met een lagere koolstofvoetafdruk | ||
| Markt | Stijgende kosten van grondstoffen | ||
| Markt | Kosten van overgang | ||
| Reputatie | Reputatierisico's van het wel of niet voldoen aan de verwachtingen van belanghebbenden ten aanzien van klimaatgerelateerde verplichtingen |
De Groep heeft geen activa en bedrijfsactiviteiten geïdentificeerd die onverenigbaar zijn met een transitie naar een klimaatneutrale economie.
Fysieke risico's
Fysieke risico's als gevolg van blootstelling aan klimaatrisico's werden in het kader van de DMA in aanmerking genomen. Zowel de impact als de financiële materialiteit bereikten echter niet de drempel om als materieel te worden gedefinieerd. Aanpassing aan klimaatverandering werd beoordeeld in relatie tot de veerkracht van de infrastructuur en activiteiten van de Groep en haar toeleveringsketen. Zowel de frequentie als de ernst van acute en chronische fysieke risico's werden geanalyseerd. De risicotypes die in de analyse zijn meegenomen, waren overstromingen, hittestress en droogte (deze laatste valt onder ESRS E3) in verband met mogelijke fysieke schade aan activa, hogere kosten voor het herstellen en aanpassen van kwetsbare infrastructuur en verstoring van de bedrijfsvoering. Hoewel verliezen en schade als gevolg van klimaatverandering in het algemeen waarschijnlijk zullen toenemen, is er onvoldoende kwantitatieve informatie om te concluderen dat deze effecten financieel materieel zouden zijn voor de Groep, in termen van investeringen in klimaatbestendige infrastructuur en kosten als gevolg van schade aan productiefaciliteiten en verstoring van toeleveringsketens.
E1-2 Beleid met betrekking tot klimaatmitigatie en -adaptatie
De doelstellingen en benaderingen voor klimaatmitigatie zijn geïntegreerd in het Gezondheids-, Veiligheids- en Milieubeleid van de Groep. Het beleid vermeldt de SBTi-doelen en formaliseert de toezegging om de uitstoot van broeikasgassen in de eigen activiteiten (Scope 1,2) te verminderen door middel van hernieuwbare energie en energie-efficiëntie. Het omvat (upstream en downstream waardeketen) de inzet voor recycling en het gebruik van gerecycleerde materialen in productontwerp (Scope 3). Downstream impacts zijn indirect opgenomen in het beleid via de Scope 3-doelstelling. Ten slotte wordt de nadruk gelegd op naleving van de milieuwetgeving. De uitrol van de algemene doelstellingen in het beleid is geïntegreerd in de operationele verantwoordelijkheden op regionaal niveau binnen de Groep. Er is managementtoezicht door de CFO. De coördinatie op groepsniveau wordt verzorgd door de Group Sustainability Manager.
Beleid om de impact van duurzaamheid op het milieu in de upstreamwaardeketen te beheren
Om milieurisico's in de toeleveringsketen te controleren, beheren en beperken, zijn grondstoffenleveranciers verplicht om erkende kwaliteits- en milieumanagementsystemen te implementeren, zoals ISO 9001 en ISO 14001. Daarnaast is er de deelname van leveranciers aan vrijwillige initiatieven van de industrie, waaronder het VinylPlus- product Label en het ECVM-industriehandvest, wordt aangemoedigd en bijgehouden. Uit deze toezeggingen blijkt hun toewijding aan het terugdringen van de milieueffecten in overeenstemming met de regelgeving en de industrienormen. Transparante informatie is essentieel voor het opbouwen van vertrouwen in de samenwerking met leveranciers. Als onderdeel van het aankoopbeslissingsproces worden de belangrijkste grondstoffenleveranciers gevraagd om informatie te verstrekken over hun decarbonisatiestrategie en implementatietraject. Ze worden ook gevraagd om productgerelateerde koolstofgegevens te verstrekken via milieugebonden productverklaringen (EPD). De Gedragscode voor Leveranciers, die door alle leveranciers moet worden ondertekend, schetst de verwachting van de Groep voor leveranciers om een milieubeheersysteem op te zetten. De beoordelingscriteria voor leveranciers worden gezamenlijk gecontroleerd door de regionale aankoop- en EHS-afdelingen van de Groep en er wordt toezicht op gehouden door de Group Sustainability Manager. Ligt de verantwoordelijkheid bij de regionale directeuren, die deel uitmaken van het Executive Management. Geen beleid voor downstream IRO's.
E1-3 Actieplannen en middelen met betrekking tot beleid inzake klimaatverandering
Als onderdeel van het SBTi-goedkeuringsproces heeft de Groep een overgangsplan uitgewerkt naar het streefjaar 2030. Huidige en toekomstige acties als onderdeel van het transitieplan, per decarbonisatiehefboom:
- De overstap naar hernieuwbare elektriciteit omvat de beoordeling van (financiële en technische) mogelijkheden om fotovoltaïsche zonnepanelen (PV) op daken te installeren en elektriciteit in te kopen via mechanismen zoals Garanties van Oorsprong (GoO) en virtuele stroomafnameovereenkomsten (vPPA's), voortdurende inspanningen onder leiding van de aaninkoop- en technische teams.
- Energie-efficiëntieprogramma's worden lokaal geïmplementeerd en afgestemd op geprioriteerde initiatieven op groepsniveau. De uitrol van het plan is geïntegreerd in de bedrijfsactiviteiten.
- Belangrijke leveranciers worden beoordeeld op hun duurzaamheids-/decarbonisatiestrategie en de koolstofvoetafdrukgegevens van hun producten, als onderdeel van het aankoopbeslissingsproces, een verantwoordelijkheid van de regionale inkoopteams samen met de duurzaamheidsmanager van de Groep.
| Verslag van de Raad van Bestuur | Jaarverslag 2025 | Duurzaamheidsverklaring | 131 |
|---|---|---|---|
| Meer recycleren van PVC (pre-consumer and post-consumer materiaal) met een groter gebruik van gerecycleerd materiaal in nieuwe producten. |
Overzicht van de acties die in het verslagjaar zijn uitgevoerd, per decarbonisatiehefboom:
| Belangrijkste decarbonisatiehefboom | Belangrijkste acties in het verslagjaar | Link naar EU-Taxonomie informatie | EU-Taxonomie rapportering |
|---|---|---|---|
| Overstap naar hernieuwbare elektriciteit | Voorbereiding voor de installatie van zonne-energie op één Europese locatie | Categorie 7.6: Installatie, onderhoud en reparatie van hernieuwbare energietechnologieën | |
| Energie-efficiëntieprogramma's | Projecten voor LED-verlichting | Categorie 7.3: Installatie, onderhoud en herstelling van energie-efficiënte apparatuur Categorie 7.5: Installatie, onderhoud en reparatie van instrumenten en apparaten voor het meten, regelen en controleren van de energieprestaties van gebouwen | |
| Meer gebruik van gerecycleerd materiaal | Investeringen in co-extrusielijnen om meer gerecycleerd PVC te kunnen verwerken. Investeringen in recyclage van PVC | Beleid ten aanzien van materiaalgebruik en circulaire economie Categorie 5.9: Terugwinning van materiaal uit ongevaarlijk afval | |
| Aankoop van koolstofefficiëntere grondstoffen | Dialoog met leveranciers om productkoolstofgegevens te verkrijgen en inzicht te krijgen in hun plannen en strategieën voor decarbonisatie. |
/ Voorspelde impact van de belangrijkste hefbomen voor decarbonizatie (Scope 1, 2) in het transitieplan:
| 2021 | Toename | Afname | Totaal | ||
|---|---|---|---|---|---|
| 140.000 | |||||
| 120.000 | |||||
| 100.000 | |||||
| 80.000 | |||||
| 60.000 | |||||
| 40.000 | |||||
| 20.000 | |||||
| 0 | -12.062 | -451 | -77.029 |
- 2021 – 2030 j-o-j groei
- Verminderingspotentieel scope 1 & 2
- Energie-efficiëntie: 10%
- Hernieuwbare energie: Delta tot -60% scenario
Voorspelde impact van de belangrijkste hefbomen voor decarbonizatie van de economie (Scope 3) in het transitieplan
| Toename | Afname | Totaal | |
|---|---|---|---|
| 1.200.000 | |||
| 1.000.000 | |||
| 800.000 | |||
| 600.000 | |||
| 400.000 | |||
| 200.000 | |||
| - | - | 735.344 | 399.736 |
- Verminderingspotentieel scope 3
- tCO₂e (2021)
- Groei tCO₂e
- tCO₂e (2030)
- Absolute vermindering
- Resterende emissies: -382.674
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 133
132
In 2025 is een totaalbedrag van € 2.788.300 aan kapitaaluitgaven geïnvesteerd in de bovengenoemde CapEx-projecten.
Geconsolideerd kasstroomoverzicht Deceuninck
De bereikte broeikasgasemissiereducties van de bovengenoemde acties worden als geheel gepresenteerd in de indicatoren van het verslagjaar. De effectiviteit van de acties wordt jaarlijks bijgehouden als onderdeel van de analyse van de CO₂-reducties. De implementatie van toekomstige acties is afhankelijk van de toewijzing van middelen. Er is geen specifiek budget toegewezen uitsluitend voor decarbonisatie-inspanningen. In plaats daarvan worden deze investeringsbeslissingen opgenomen in bredere strategische en operationele planningsprocessen. De financiering die we hebben verkregen uit onze Sustainability Linked Loan van € 120 miljoen zal onder andere worden gebruikt voor investeringen in decarbonisatie. Bovendien is de Groep voornemens om duurzaamheidsgerelateerde KPI's te blijven integreren in toekomstige belangrijke financieringsoplossingen.
CO₂-voetafdruk van het product
De Groep streeft naar meer transparantie over de ecologische voetafdruk van de producten die wij vervaardigen, door hun milieu-impact te berekenen volgens de criteria van EPD's (Environmental Product Declarations). Dit ondersteunt de naleving van EU-regelgeving, met name de CPR (Construction Products Regulation) die EPD's vereist voor bouwproducten op de Europese markt. Alle producten die door de Groep (in Europa) worden verkocht, vallen onder deze regelgeving. Ongeacht deze verplichting helpen EPD's klanten om beter geïnformeerde beslissingen te nemen rekening houdende met de milieuprestaties van de producten. Hoewel EPD's informatie bieden over de milieuprestaties van een product die verder gaan dan alleen koolstofuitstoot, richt de markt zich momenteel vooral op de zogenaamde 'GWP-waarden' - of koolstofemissies. De Groep heeft al een aantal EPD's voor sommige producten in sommige landen. In 2025 werd een productkoolstofvoetafdruk gepubliceerd voor het gerecycleerde materiaal dat wordt geproduceerd in de recyclagefabriek in Diksmuide (België) $^1$. Er werden EPD's opgesteld voor ons volledige productassortiment op de Franse markt. De Groep is bezig met interne voorbereidingen om te voldoen aan de bovengenoemde Europese vereisten. Binnen de Europese organisatie zijn specifieke rollen toegewezen om naleving te waarborgen.
$^1$ 4. Maatstaven en doelen E1-4
Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie
Deceuninck verbindt zich ertoe om de absolute Scope 1 & 2 emissies tegen 2030 met 60% te verminderen ten opzichte van een basisjaar 2021. Deceuninck verbindt zich ertoe om Scope 3-emissies tegen 2030 met 52% per ton geproduceerd PVC te verminderen ten opzichte van het basisjaar 2021 jaar. Deceuninck verbindt zich ertoe om netto nul broeikasgasemissies in de hele waardeketen te realiseren tegen 2050. De Scope 1, 2 doelstelling gebruikt de marktgebaseerde berekeningsmethode voor elektriciteitsgerelateerde broeikasgasemissies. De doelstelling is direct gekoppeld aan de categorieën die zijn opgenomen in de broeikasgasinventaris als onderdeel van de koolstofvoetafdruk. De downstreamimpact door de klanten die onze producten verwerken en aan hun klanten leveren, is niet opgenomen in de Scope 3-emissies, omdat de gerelateerde broeikasgasemissies als klein worden beschouwd vanwege de lage energie-intensiteit van de productie. Gezien onze producten tijdens het gebruik geen energie verbruiken, wordt de gebruiksfase niet opgenomen in de Scope 3-emissies
De basiswaarde waaraan de voortgang naar de doelstelling wordt afgemeten, is representatief in termen van de opgenomen activiteiten (belangrijkste activiteiten van de groep en meest recente jaar voorafgaand aan de indiening van de doelstelling) en de invloeden van externe factoren (geen uitschieters gedetecteerd). De hefbomen voor decarbonisatie en hun geschatte kwantitatieve die bijdragen aan het behalen van de doelstellingen: E1-3 Actieplannen en middelen met betrekking tot beleid inzake limaatverandering
De doelstellingen maken geen gebruik van een sectoraal decarbonisatietraject, gezien dit voor onze sector niet beschikbaar is. Prognoses van verkoopvolumes zijn opgenomen in het 'business as usual'-scenario van de doelstelling. Terwijl het Scope 1, 2 SBTi-streefcijfer gemakkelijker te halen is als de verkoop lager is dan voorspeld, is dit niet het geval voor het Scope 3 (Intensiteit)-streefcijfer. Om het effect van de verkoop te beperken, is er een interne intensiteitsdoelstelling voor Scope 1,2-emissies. Andere mogelijke toekomstige ontwikkelingen, zoals voorkeuren van klanten, regelgevende factoren en technologische vooruitgang, zijn in overweging genomen tijdens het vaststellen van de doelstelling. De gecombineerde Scope 1- en 2-doelstelling vertegenwoordigt 24% van de Scope 1-broeikasgasemissies en 76% van de Scope 2-emissies (status in het referentiejaar).
(1) Het project heeft financiering ontvangen uit het Horizon 2020-onderzoeks- en innovatieprogramma van de EU in het kader van subsidieovereenkomst nr. 101003893
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 135
134
Decarbonization targets: SCOPE 1,2
| Basisjaar 2021 | Streefjaar 2030 | |
|---|---|---|
| CO₂e impact Vermindering [tCO₂e] – SBTi-doelstelling | 78.227 | 31.291 |
| Relatieve reductie [tCO₂] – SBTi-doelstelling | 0,3 | 0,1 |
SCOPE 3
| Relatieve reductie fysieke intensiteit [tCO₂e/tPVC] – SBTi-doelstelling | -52% |
| Fysieke intensiteit | 3.0 |
| Absolute reductie [tCO₂e] | 735.344 |
- -25%
Vanwege de volledige overname van Deceuninck Aluminium in 2025 is het referentiejaar herzien.
BP-2 Rapportage met betrekking tot specifieke omstandigheden
Uitsplitsing van de Scope 3-doelstelling per belangrijke hefboom voor het koolstofarm maken van de economie:
- Energie upstream van Scope 1 of 2: -2%
- Logistiek: -5%
- Grondstoffen: -44%
- Als onderdeel van de intensiteitsdoelstelling van -52%
Uitsplitsing Scope 3 doelstelling per decarbonisatiehefboom E1-5
Energieverbruik en -mix
| Energiemix (MWh) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Totaal energieverbruik | 224.411 | 207.467 |
| Totaal energieverbruik uit fossiele bronnen | 176.090 | 140.583 |
| Brandstofverbruik uit aardgas | 72.782 | 43.010 |
| Brandstofverbruik uit andere fossiele bronnen | 5.164 | 4.627 |
| Brandstofverbruik uit hernieuwbare bronnen incl. biomassa | 0 | 0 |
| Energieverbruik uit nucleaire bronnen | 4.571 | 4.640 |
| Totaal energieverbruik uit hernieuwbare bronnen (marktconform) | 48.321 | 66.570 |
| Elektriciteitsverbruik | 147.172 | 159.742 |
| Verbruik van aangekochte elektriciteit uit hernieuwbare bronnen | 40.327 | 58.986 |
| Verbruik van zelf opgewekte hernieuwbare elektriciteit | 7.994 | 7.584 |
| Aandeel van hernieuwbare bronnen in totaal energieverbruik (%) | 22% | 32% |
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 137
136
E1-6 Bruto Scopes 1, 2, 3 en totale broeikasgasemissies
| Basisjaar 2021 | Vergelij- kingsjaar (N-1) 2025 | 2025/ 2024% | 2030* (2050) | Jaarlijks % doel- jaar / Basisjaar | |
|---|---|---|---|---|---|
| Scope 1 GHG emissies | |||||
| Bruto Scope 1 GHG emissies (tCO₂e) | 18.999 | 11.969 | 18.215 | 52% | N/A |
| Percentage Scope 1 & GHG emissies van gerguleerde emissiehandelshemas (%) | 0 | 0 | 0 | N/A | -6,7% (Scope 1 & 2 combined) |
| Scope 2 GHG emissies | |||||
| Bruto locatiegebaseerd Scope 2 GHG emissies (tCO₂eq) | 59.685 | 50.467 | 49.034 | -3% | N/A |
| Bruto marktgebaseerde Scope 2 GHG emissies (tCO₂eq) | 59.228 | 39.159 | 40.151 | 3% | N/A |
| Significante scope 3 GHG emissies | |||||
| Totale Bruto indirecte (Scope 3) GHG emissies (tCO₂eq) | 735.344 | 619.261 | 655.983 | 6% | 542.820 |
| 1 Aangekochte goederen en diensten | 644.788 | 521.874 | 550.470 | 5% | N/A |
| Optionele subcategorie: Cloud computing en datacenterdiensten | |||||
| 2 Kapitaalgoederen | |||||
| 3 Brandstof en energiegerelaterde activiteiten (niet inbegrepen in Scope 1 of Scope 2) | 13.876 | 8.480 | 11.329 | 34% | N/A |
| 4 Upstream transport | |||||
| --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| 5 Afval in operaties | 9.325 | 18.359 | 20.035 | 9% | n.v.t. |
| 6 Zakenreizen | |||||
| 7 Woon-werkverkeer werknemers | |||||
| 8 Upstream leased assets | |||||
| 9 Downstream transport | 42.492 | 47.626 | 49.244 | 3% | n.v.t. |
| 10 Verwerking verkochte goederen | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | ||
| 11 Gebruik verkochte goederen | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | ||
| 12 End-of-life verwerking verkochte goederen | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | ||
| 13 Downstream leased assets | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | ||
| 14 Franchises | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | ||
| 15 Investeringen | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | ||
| Totale GHG emissies | |||||
| Totale GHG emissies (locatie-gebaseerd) (tCO(_2) eq) | 814.028 | 681.697 | 723.232 | 6% | n.v.t. |
| Totale GHG emissies (marktgebaseerd) (tCO(_2) eq) | 813.571 | 670.390 | 714.349 | 7% | n.v.t. |
* We verwijzen naar de voorgaande 'Decarbonisatiedoelstellingen' en de onderstaande 'Voortgangsrapportage over de transitie doelstelling' voor informatie over de status ten opzichte van de gestelde doelstellingen, gezien de doelstellingen die we voor 2030 hebben vastgesteld, verschillen van de maatstaven in het CSRD-sjabloon en daarom niet volgens het sjabloon kunnen worden bekendgemaakt.
Andere broeikasgasindicatoren (tCO(_2) e)
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| % verdeling van broeikasgasemissies over de waardeketen | ||
| Upstream | 85% | 81% |
| Eigen activiteiten | 8% | 9% |
| Transport | 7% | 10% |
| % van Scope 1-emissies van gereguleerde emissiehandelsystemen | 0 | 0 |
Voortgangsrapportage over de transitiedoelstelling
In 2025 zijn de directe broeikasgasemissies uit Scope 1 en 2 met 25% gedaald ten opzichte van het referentiejaar 2021. De indirecte broeikasgasemissies uit Scope 3 zijn op intensiteitsbasis licht gestegen ten opzichte van het referentiejaar 2021, terwijl hun absolute waarden zijn gedaald. Sinds 2024 is de nieuw ontwikkelde activiteit van aluminiumcoating in Turkije toegevoegd aan de berekeningen van de koolstofvoetafdruk. Dit resulteerde in een toename van de koolstofemissies met 1% in Scope 1 en 2 samen en met 5% in Scope 3. Het jaar 2024 is niet bijgewerkt na de overname van Deceuninck Aluminium.
Broeikasgasintensiteit op basis van netto-omzet
| Broeikasgassen intensiteit | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Totale broeikasgasintensiteit per netto-omzet op basis van de markt (tCO(_2) e/miljoen euro netto-omzet) | 924 | 811 |
| Totale broeikasgasintensiteit per netto-omzet op basis van locatie (tCO(_2) e/ miljoen euro netto-omzet) | 936 | 824 |
Aansluiting met de jaarrekening van de netto-inkomsten: zie netto-inkomstenoverzicht.
Methodologie:
↳ Greenhouse Gas Protocol
↳ Geografisch: het toepassingsgebied van de meetcriteria is beperkt tot de groepsentiteiten en productiefaciliteiten in de volgende landen (in alfabetische volgorde): België, Colombia, Chili, Kroatië, Frankrijk, Duitsland, Polen, Rusland, Spanje, Turkije, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten. Als gevolg van de DMA zijn locaties met louter magazijnen en/of verkoopkantoren niet materieel en daarom uitgesloten.
↳ Technisch: Alle broeikasgassen zijn in beschouwing genomen.
↳ Alle koolstofemissiefactoren zijn in 2024 gescreend en bijgewerkt.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 139138
↳ Bronnen van koolstofemissiefactoren: internationaal erkende emissiefactordatabases (Ecoinvent, ADEME, DEFRA), EPD van leveranciers, sector- en productspecifieke LCA-rapporten en nationale elektriciteitsemissiefactoren uit IEA-rapporten. De meest betrouwbare en internationaal geaccepteerde methodologie en emissiefactoren werden gekozen.
↳ De broeikasgasemissies zijn berekend in een Excel-spreadsheet.
↳ Er zijn geen significante aannames gebruikt om de broeikasgasemissies van Scope 3 te berekenen. De broeikasgasemissies worden gemeten aan de hand van inputs uit de (upstream) waardeketen.
↳ Geen externe validatie anders dan die van de assurance-aanbieder
↳ Details over de toegepaste emissiefactoren:
· Scope 1, 2: Elektriciteit: er worden emissiefactoren van het IEA (Internationaal Energieagentschap) gebruikt, behalve voor de VS, waar regionale emissiefactoren worden gebruikt (EGrid). Bedrijfsauto's: voor auto's op fossiele brandstof wordt een gemiddelde jaarlijkse afstand van 25.000 km vermenigvuldigd met het aantal auto's per subcategorie. Voor elektrische auto's wordt een gemiddelde jaarlijkse afstand van 25.000 km gebruikt in combinatie met het gemiddelde werkelijke verbruik per km (bron: ev database.org).
· Scope 3: Cat 1 Aangekochte goederen en diensten: de meeste emissiefactoren zijn gebaseerd op EcoInvent 3.10. Een verschillende regionale emissiefactor voor Europa en 'Rest van de Wereld' wordt gebruikt op basis van het land van productie van de leveranciers. Voor de Europese productie van PVC-hars en foliemateriaal worden de extern geverifieerde sector- en productspecifieke LCA-rapporten gebruikt. Voor aluminium wordt een op EPD's gebaseerde emissiefactor van de leverancier gebruikt. Wanneer EPD's beschikbaar komen voor een volledige categorie grondstoffen, zullen deze in de toekomst worden gebruikt.
Cat 4 Upstream transport en distributie en Cat 9 Downstream transport en distributie: emissiefactor per ton.km is gebaseerd op Base Carbone® ADEME v. 23.4.
Cat 5 Bedrijfsafval: er wordt een emissiefactor toegepast in functie van de afvalcategorie en de verwerkingsmethode (recycleren, verbranden, storten). De meeste emissiefactoren zijn gebaseerd op Base Carbone® ADEME v. 23.4.
↳ Percentage van scope 3-emissies op basis van primaire gegevens van leveranciers: 6%.
↳ 23% van de locatiegebonden scope 2-broeikasgasemissies houdt verband met aangekochte elektriciteit die gepaard gaat met een garantie van oorsprong.
↳ Scope 3 uitsluitingen:
· De volgende categorieën broeikasgasemissies zijn na screening uitgesloten van de inventarisatie wegens niet materieel: 2. Kapitaalgoederen 6. Zakenreizen 7. Woon-werkverkeer van werknemers 8 Upstream leased assets 10. Verwerking van verkochte goederen 12. Verwerking van verkochte producten aan het einde van hun levensduur
· Scope 3-broeikasgasemissiecategorieën omdat ze niet van toepassing zijn op de Groep: 11. Gebruik van verkochte goederen 13 Downstream leased assets 14. Franchises 15. Investeringen
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 141140
ESRS E2 Verontreiniging
1. Impacts, risico's en opportuniteiten
De IRO's zijn gekoppeld aan het gebruik van zeer zorgwekkende stoffen (SVHC).
| Impact | Positieve/ negatieve impact | Werkelijk | Potentiële impact | Korte termijn/ Impact op lange termijn |
|---|---|---|---|---|
| Door de recyclage en het gebruik van PVC na gebruik worden kleine hoeveelheden lood (Pb) gebruikt bij de productie van nieuwe producten. Dit gebeurt in overeenstemming met de Europese Afwijking voor PVC- artikelen. De industrie heeft loodstabilisator in nieuw PVC uitgefaseerd sinds 2015. Lood kan schadelijke effecten hebben op de menselijke gezondheid en kan een negatieve invloed hebben op zowel fauna als flora in het milieu. De stof, die wordt gecategoriseerd als een zwaar metaal, is echter diep geïntegreerd in het PVC-materiaal zelf. De gerecycleerde materialen worden in een vaste en onoplosbare vorm opgenomen in het eindproduct. Hierdoor is de verwerking van de profielen en het gerecycleerde materiaal onschadelijk en veilig. | Negatief | Potentieel | Korte termijn | Risico / Kans |
| De EU-verordening 2023/923 verbiedt lood (Pb) in PVC in concentraties $\geq$ 0,1%, met een uitzondering voor teruggewonnen hard PVC met een maximum van 1,5% aanwezigheid, waardoor de recycling van post-consumer PVC mogelijk is. De Derogatie werd eind november 2024 van kracht en is geldig tot mei 2033. Hoewel de Derogatie tijdelijke rechtszekerheid biedt voor recyclage van PVC-materiaal na gebruik, zou PVC-recyclage in de toekomst onder strenger toezicht kunnen komen van regelgeving. | (Risico) Negatief | |||
| PVC-recyclage vermindert niet alleen de hoeveelheid gestort afval en de uitstoot van broeikasgassen, maar maakt de industrie ook minder afhankelijk van nieuw PVC. | (Kans) Positief | |||
| Het verwerken van gerecycleerd materiaal zonder voldoende kennis kan mogelijk gevolgen hebben voor de afvalverwerkers van afgedankte materialen stroomafwaarts. | (Risico) |
2. Beheer van impacts, risico's en opportuniteiten
IRO-1 Processen voor de identificatie en beoordeling van aan materiaalverontreiniging gerelateerde impacts, risico's en opportuniteiten
Methodologie en reikwijdte
Methodologie voor de identificatie en beoordeling van IRO's: Beheer van impacts, risico's en opportuniteiten
De materialiteit van feitelijke en potentiële IRO's werd onderzocht voor alle locaties en bedrijfsactiviteiten, inclusief de waardeketen. De toelichtingen in dit hoofdstuk hebben zowel betrekking op IRO's met betrekking tot de eigen activiteiten als tot de waardeketen, gezien de aanpak van de Groep hetzelfde is. De downstream waardeketen wordt indirect beïnvloed door de aanpak van de Groep bij het gebruik van stoffen in nieuwe producten. De raadplegingen van belanghebbenden, zoals vermeld in hoofdstuk 4 van het ESRS 2, hebben betrekking op de onderwerpen van E2 Verontreiniging. Er werden geen bijkomende of specifieke raadplegingen gehouden met betrokken gemeenschappen in het DMA-proces.
Belangrijkste verontreinigingsgerelateerde IRO's
IRO's met betrekking tot SVHC werden onderzocht voor alle vestigingen en bedrijfsactiviteiten in overeenstemming met de lokale regelgeving over mogelijk schadelijke chemicaliën. Aangezien de Groep alleen post-consumer materiaal recycleerd in Europa, hebben de in dit hoofdstuk beschreven IRO's alleen betrekking op activiteiten van de Groep in Europa. SVHC zijn een belangrijk aspect in het kader van de Europese REACH- verordening. Bijkomende potentiële IRO's die verband houden met de grondstoffen die door de Groep worden verwerkt, evenals andere vormen van vervuiling, waaronder lucht-, water- en bodemvervuiling, werden beoordeeld maar niet materieel bevonden.
Regelgevend kader
Sinds 29 november 2024 is Verordening (EU) 923/2023 van kracht.De Europese wetgever heeft expliciet de aanwezigheid van lood als 'legacy' additief in PVC-recyclaat erkend. Dit recyclaat bevat lood omdat het vóór 2004 werd gebruikt voor het stabiliseren van PVC-profielen en andere gerelateerde producten. Het lood is diep in het PVC materiaal geïntegreerd. Op basis van uitgebreide wetenschappelijke evaluaties heeft de Europese wetgever bepaald dat recycling van dit Pb-bevattende materiaal binnen een gecontroleerd kringloopsysteem de veiligste en meest duurzame aanpak is om dit Pb dat op de markt is te beheren, gezien de lage risico's en het gebrek aan geschikte alternatieven.
Verantwoorde recyclage van oude materialen
De Groep is al meer dan tien jaar actief bezig met de recyclage van PVC en blijft zich inzetten om deze praktijken voort te zetten. Met het oog op onze ambitie om meer PVC te recycleren, mag geen van deze materialen verloren gaan, aangezien oude ramen secundaire grondstoffen van onschatbare waarde zijn. Om te zorgen voor strikte Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 143142 naleving van de closed-loop-vereisten en de potentiële gezondheids- en milieurisico's van de verwerking van loodhoudend materiaal tot een minimum te beperken, is het gebruik van recyclaat onderworpen aan specifieke voorwaarden, zoals vermeld. Als zodanig vormt het geen bedreiging voor de gezondheid of het milieu.
E2-1 Beleid met betrekking tot vervuiling
Hoewel er geen specifiek beleid is om naleving van Verordening (EU) 923/2023 te garanderen, zijn de procedures en acties geïntegreerd in operationele processen, procedures en praktijken. Bij de productie van PVC-producten worden potentieel vervuilende chemicaliën gebruikt. De risico's worden echter afdoende beheerst. Ten eerste zijn alle productieprocessen van alle leveranciers zeer streng gereguleerd. Ten tweede wordt de regelgeving aangevuld met vrijwillige verbintenissen van de industrie (voorbeeld ECVM Charter). Bovendien zijn gevaarlijke stoffen zoals lood de afgelopen twintig jaar vervangen door veiligere alternatieven. De naleving van de REACH-regelgeving wordt voortdurend gecontroleerd door het gebruik van veiligheidsinformatiebladen (SDS) voor alle grondstoffen. De naleving wordt onafhankelijk gecontroleerd door het Recyclass auditsysteem (zie hieronder). Daarnaast zijn de recyclage- en extrusiefabrieken in België gecertificeerd volgens ISO 14001. Dit beheersysteem behandelt onder andere het thema vervuiling. Er zijn geen onmiddellijke plannen om een specifiek beleid te ontwikkelen.
E2-2 Acties met betrekking tot vervuiling
De Groep volgt de procedures zoals vermeld in de Verordening (EU) 923/2023 om volledige transparantie en naleving te garanderen van de aanwezigheid van lood in gerecycleerde materialen en in onze producten.
* Het zichtbare oppervlak van profielen en platen die worden gebruikt in de binnenbouw (op de zichtbare oppervlaktes na installatie) wordt geproduceerd in een materiaal dat minder dan 0,1% lood bevat. In profielen en platen voor terrassen wordt recyclaat gebruikt in een tussenlaag die volledig bedekt is met een materiaallaag die minder dan 0,1% lood bevat. Concreet gebeurt dit door middel van een co-extrusie productieproces, waarbij nieuw PVC gecombineerd wordt met recyclaat.
* PVC-profielen die gerecycled materiaal bevatten, zijn zichtbaar gemarkeerd met de vermelding "bevat $\geq$ 0,1% lood". Om een gecontroleerde recyclingkringloop te garanderen, worden de herkomst en het gebruik van recyclaat onafhankelijk geverifieerd om te voldoen aan EN 15343:2007. De extrusielocaties in Europa zijn gecertificeerd volgens het Traceerbaarheidsschema van RecyClass Recycled Plastics Traceerbaarheidsrichtlijnen. De recyclingfabriek in Diksmuide (België) is gecertificeerd volgens het Recycling Process Audit Scheme. Het loodgehalte in recyclaat en profielen wordt continu gecontroleerd in de recyclagefabriek van de Groep door middel van testen in het lab van de Groep. De testresultaten worden gecontroleerd door EPPA. Eenmaal per jaar wordt een monster onderworpen aan een aanvullende controle door een extern laboratorium. Deze procedures zijn eind 2024 geïmplementeerd zonder bijbehorende CapEx-uitgaven. Potentiële bodemverontreiniging in de recyclagefabriek wordt elke 10 jaar gemeten in overeenstemming met de geldende wetgeving. De volgende meting is gepland voor 2028. Tijdens de vorige meting in 2018 werden geen afwijkingen van de grenswaarden gevonden. Potentiële gezondheidseffecten worden jaarlijks gemeten via bloedmonsters. Uit de resultaten blijkt dat de looddetectie onder de grenswaarden blijft. Om bodemverontreiniging te voorkomen, wordt het proceswater in de recyclagefabriek opgevangen en gereinigd voordat het wordt geloosd, in overeenstemming met de geldende wetgeving. De maatregelen zorgen ervoor dat lood in recyclaat in een gecontroleerde omgeving aanwezig is. Hierdoor is de verwerking van de profielen en het gerecycleerde materiaal onschadelijk en veilig.
3. Maatstaven en doelstellingen
E2-3 Streefdoelen met betrekking tot vervuilin
De Groep hanteert geen doelstellingen met betrekking tot de aanwezigheid van SVHC (lood), omdat de aanwezigheid een onvermijdelijk effect is van het verwerken van PVC na gebruik.
E2-5 Zorgwekkende en zeer zorgwekkende stoffen
| | Totale hoeveelheid zeer zorgwekkende stoffen gebruikt tijdens de productie (ton) | Totale hoeveelheden zeer zorgwekkende stoffen die de productiesites verlaten (ton) |
| :--- | ---: | ---: |
| | 189 | 189 |
De volumes zijn gebaseerd op interne tests. Op basis van steekproeven worden de testresultaten geverifieerd door de Europese brancheorganisatie en een extern laboratorium. Het gemiddelde percentage lood dat wordt aangetroffen in het gerecycleerde materiaal wordt vermenigvuldigd met het volume van de interne en externe verkoop van het recyclingbedrijf. Het lood is aanwezig in gerecycleerde granulaten. Het wordt deels verwerkt in producten van de Groep en deels gebruikt in producten van andere fabrikanten buiten Deceuninck.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 145144
ESRS E3 Water en mariene hulpbronnen
1. Impacts, risico's en kansen
| Impact | Positieve/ negatieve impact | Werkelijk | Potentiële impact | Korte termijn/ Impact op lange termijn |
|---|---|---|---|---|
| Water is een kritische input in extrusieprocessen, voornamelijk voor het koelen van het PVC-profiel. Het waterverbruik heeft een invloed op de lokale beschikbaarheid van water. Zeven belangrijke vestigingen van de Groep, waaronder vijf extrusielocaties en één recyclinglocatie, bevinden zich in gebieden met watertekorten, waardoor waterbeheer een belangrijk aandachtspunt is. Het proactief aanpakken van deze uitdaging door middel van verzachtende maatregelen is essentieel om de milieu- impact van waterverbruik te verminderen. | Negatief | Potentieel | Korte termijn/ Lange termijn |
| Risico / Kans | Positieve / Negatieve potentiële impact | Eigen activiteiten / Waardeketen |
|---|---|---|
| Waterschaarste, vooral in gebieden met waterstress, kan de kosten van water verhogen als overheden quota's opleggen en de watertarieven verhogen. Regeringen kunnen strengere lozings- en hergebruiksnormen opleggen die aanzienlijke kapitaalinvesteringen kunnen vereisen voor waterbehandeling, recycling en overschakeling op alternatieve bronnen. Zonder adequate mitigatiemaatregelen bestaat het risico dat de watertoevoer wordt afgesloten, wat gevolgen zou hebben voor de bedrijfsvoering. | (Risico) Negatief | Eigen activiteiten & (upstream) waardeketen |
2. Beheer van impacts, risico's en kansen
IRO-1 Processen voor het identificeren en beoordelen van materiële watergerelateerde effecten, risico's en kansen
Methodologie voor de identificatie en beoordeling van IRO's: Beheer van impacts, risico's en opportuniteiten
De materialiteit van feitelijke en potentiële IRO's werd onderzocht voor alle vestigingsplaatsen en bedrijfsactiviteiten, inclusief de waardeketen. Het onderwerp is relevant voor de sites met extrusie- en recyclingactiviteiten in alle regio's waar de Groep actief is. Het belangrijkste gebied van waterverbruik houdt verband met productie, of industrieel proceswater. Slechts een klein deel, geschat op 5%, van het waterverbruik heeft betrekking op sanitaire doeleinden. Water speelt een cruciale rol in het extrusieproces. Water dient om het PVC profiel te koelen nadat het gevormd is in de matrijs, om vervorming te voorkomen en de dimensionale stabiliteit te behouden. Water is ook essentieel in de recyclagefabriek van de Groep, om het PVC-afval te reinigen en de stofuitstoot te verminderen. Bij het mengen wordt een kleine hoeveelheid water gebruikt voor koeling in de koude mengers. Deceuninck gebruikt de database Aqueduct (versie 4.0) om gebieden met potentiële waterschaarste te identificeren. De relevante indicator is dus waterstress, gedefinieerd als de verhouding tussen de vraag naar water door de menselijke samenleving en het beschikbare water. Zeven locaties van de Groep bevinden zich in gebieden met waterstress (hoog en extreem hoog), waarvan vier in gebieden met een extreem hoog risico. De raadplegingen van belanghebbenden, zoals vermeld in hoofdstuk 4 van het ESRS 2, hebben betrekking op het E3-onderwerp. Er werden geen bijkomende of specifieke raadplegingen gehouden met betrokken gemeenschappen tijdens het DMA-proces. Maritieme hulpbronnen worden niet beschouwd als een belangrijk onderwerp gezien de Groep geen zeewater gebruikt. Omdat de Groep geen waterrecycling toepast, wordt dit subonderwerp als niet-materieel beschouwd. Water wordt ook gebruikt in de toeleveringsketen, met name als proceswater en koelwater in het productieproces van de grondstoffen PVC-hars (VCM- en PVC-productieprocessen) en van de additieven.
E3-1 Beleid ten aanzien van water en mariene hulpbronnen
Hoewel er geen specifiek beleid is voor waterbeheer, zijn procedures en praktijken geïntegreerd in operationele processen, procedures en praktijken in alle fabrieken van de Groep.Er zijn geen onmiddellijke plannen om een specifiek beleid te ontwikkelen, gezien de huidige geïntegreerde aanpak er effectief voor zorgt dat er efficiënt met waterbeheer wordt omgegaan. Waterverbruik en afvalwaterbeheer zijn opgenomen in het ISO 14001 managementsysteem, dat wordt toegepast in 4 fabrieken van de Groep (3 extrusiefabrieken en 1 recycling- en compoundingfabriek).
Beleid om de impact van milieuduurzaamheid in de waardeketen stroomopwaarts te beheren
Om milieurisico's in de toeleveringsketen te controleren, beheren en beperken, zijn grondstoffenleveranciers verplicht om erkende kwaliteits- en milieumanagementsystemen te implementeren, zoals ISO 9001 en ISO 14001. Daarnaast is er de deelname van leveranciers aan vrijwillige initiatieven van de industrie, waaronder het VinylPlus- product Label en het ECVM-industriehandvest, wordt aangemoedigd en bijgehouden. Uit deze engagement blijkt hun ambitie om de milieueffecten terug te dringen, in overeenstemming met de regelgeving en de industrienormen. De prakijken zijn opgenomen in de beheersystemen, inclusief het gebruik en de bron van water, waterbehandeling en preventie van watervervuiling.
Transparante informatie is essentieel voor het opbouwen van vertrouwen in de samenwerking met leveranciers. Als onderdeel van het aankoopbeslissingsproces worden de belangrijkste grondstoffenleveranciers gevraagd om informatie te verstrekken over hun duurzaamheidsstrategie en routekaart. Ze worden ook verzocht om productgerelateerde milieugegevens te verstrekken via milieuproductverklaringen.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 147
146 De Gedragscode voor Leveranciers, die door alle leveranciers moet worden ondertekend, schetst de verwachting van de Groep voor leveranciers om een milieubeheersysteem op te zetten. De beoordelingscriteria voor leveranciers worden gezamenlijk gecontroleerd door de regionale aankoop- en EHS-afdelingen van de Groep en er wordt toezicht op gehouden door de Group Sustainability Manager. Ligt de verantwoordelijkheid bij de regionale directeuren, die deel uitmaken van het Executive Management.
E3-2 Acties en middelen met betrekking tot water en mariene hulpbronnen
Systemen voor hergebruik en behandeling van water zijn geïntegreerd in de extrusie-installaties via gesloten watersystemen. Deze systemen verzamelen, filteren en hergebruiken het water van het extrusieproces en minimaliseren de waterinname. Het water wordt na extrusie opgevangen en door een koeleenheid geleid om warmte te verwijderen, waarna het gedeeltelijk opnieuw in de productie wordt gebruikt. Dit vermindert het waterverbruik, verlaagt de kosten voor waterinkoop en afvalwaterlozing en zorgt voor een consistente waterkwaliteit, wat cruciaal is voor de productkwaliteit.
We voorkomen watervervuiling door filtertechnologieën toe te passen, zodat verontreinigende stoffen zich niet verspreiden. Grondwater wordt gefilterd voordat het voor extrusie wordt gebruikt en ook na extrusie voordat het wordt geloosd. De filtratiesystemen maken gebruik van mechanische filters om vaste deeltjes te verwijderen (met name PVC-resten). Daarnaast worden verontreinigingen geneutraliseerd via chemische reiniging.
De recyclagefabriek in Diksmuide (België) heeft een uitgebreider afvalwaterzuiveringssysteem om grotere vaste deeltjes en zwaardere deeltjes te verwijderen voordat ze worden afgevoerd, via mechanische en chemische behandeling. In de fabrieken in Turkije, gelegen in gebieden met een groot watertekort, is onder de gebouwen een waterbassin geïntegreerd om water op te slaan en het verbruik van zoet water te verminderen.
In 2025 zijn op verschillende locaties waterzuiveringsfilters geïnstalleerd. Hierdoor kan proceswater efficiënter worden behandeld, waardoor waterverontreiniging wordt verminderd, de lozing van water tot een minimum wordt beperkt en proceswater beter kan worden hergebruikt. Er werd een luchtgekoelde koelmachine geïntroduceerd ter vervanging van een watergekoelde industriële koelmachine. Luchtgekoelde industriële koelers maken gebruik van ventilatoren om de warmte buiten het gebouw af te voeren. Op een belangrijke locatie van de Groep is een meter voor waterafvoer geïnstalleerd om een nauwkeurigere meting mogelijk te maken.
In 2025 werd in totaal 154.000 euro geïnvesteerd in waterbeheer. Er zijn geen acties geïdentificeerd voor de waardeketen.
E3-3 Doelstellingen met betrekking tot water en mariene hulpbronnen
De Groep heeft geen doelen gesteld voor waterverbruik omdat er niet genoeg vergelijkbare jaargegevens beschikbaar zijn. Het doel is om streefwaarden voor het waterverbruik in 2027 vast te stellen, zodra historische gegevens een goede vergelijking op groepsniveau mogelijk maken. Dit weerhoudt ons er niet van om efficiëntiemaatregelen te nemen om het waterverbruik te verminderen, met prioriteit voor locaties met een materieel waterrisico.
E3-4 Waterverbruik 2025
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Totaal waterverbruik in m³ | 178.857 | 182.448 |
| Totaal waterverbruik in m³ in gebieden met een materieel waterrisico | 149.898 | 142.900 |
| Intensiteitsratio waterverbruik (m³ / miljoen EUR netto-omzet) | 231 | 221 |
| Totaal opgeslagen water in m³ | 1.950 | 1.950 |
Waterverbruik wordt berekend als de hoeveelheid onttrokken water min de hoeveelheid geloosd water, gemeten in kubieke meter per jaar. Wateronttrekking is de hoeveelheid water dat wordt gekocht van derden (drinkwater) en van regenwater- en grondwaterbronnen. Waterverbruik wordt gedefinieerd als de hoeveelheid water die niet terugkeert naar de bron waaruit het is gewonnen.
De informatie is gebaseerd op directe metingen. De indicator is niet gevalideerd door een andere instantie dan de assurance provider. De hoeveelheid opgeslagen water is gekoppeld aan twee faciliteiten waar wateropslagsystemen beschikbaar zijn. Er zijn afzonderlijke opslagfaciliteiten voor proceswater en voor sprinklerwatersystemen. De wateropslagcapaciteit in 2025 is niet veranderd ten opzichte van voorgaande jaren.
De reikwijdte van de meetcriteria is beperkt tot de groepsentiteiten en productiefaciliteiten in de volgende landen (in alfabetische volgorde): België, Colombia, Chili, Kroatië, Frankrijk, Duitsland, Polen, Rusland, Spanje, Turkije, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten. Als gevolg van de DMA zijn locaties met uitsluitend magazijnen en/of verkoopkantoren niet relevant en daarom uitgesloten.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 149
148 ESRS E5 Materiaalgebruik en circulaire economie
1. Impacts, risico's en kansen
| Impact | Positieve/ negatieve impact | Werkelijk | Potentiële impact Korte termijn/ Lange termijn |
|---|---|---|---|
| Het gebruik van materialen heeft een milieu-impact op de beschikbaarheid van natuurlijke hulpbronnen (ethyleen, chloride, bauxiet) als grondstoffen. | Negatief | Werkelijk | Korte termijn |
| Het verwerken van gerecycleerd PVC in nieuwe producten door de inzameling en het gebruik van gerecycleerd PVC-materiaal vermindert de vraag naar nieuw materiaal. Omdat voor het recycleren van PVC aanzienlijk minder energie nodig is dan voor de productie van nieuw PVC, helpt het gebruik van gerecycleerd PVC de totale koolstofvoetafdruk van de Groep te verlagen. | Positief | Werkelijk | Korte termijn |
| Risico / Kans | Positieve / Negatieve potentiële impact | Eigen activiteiten / Waardeketen |
|---|---|---|
| Het terugwinnen van producten aan het einde van hun levensduur en het gebruik van gerecycleerd materiaal in producten vermindert het toekomstige risico op regelgeving, aangezien de eisen van de circulaire economie steeds meer worden gestimuleerd door het overheidsbeleid, vooral in de EU. Het helpt om te voldoen aan de groeiende vraag van klanten om gerecycleerd materiaal te gebruiken in producten. Bovendien vermindert het de afhankelijkheid van de aankoop van nieuwe materialen en maakt het kostenbesparingen mogelijk wanneer de grondstofprijzen stijgen. Dit is zowel een kans voor de Groep als voor haar klanten. | Positief | Eigen activiteiten/ (downstream) waardeketen |
| Investeringen in inzameling, recycling en het gebruik van gerecycleerd materiaal in de productie vergroten de kasstroombehoefte op korte termijn. (Risico) | Negatief | Eigen activiteiten |
2. Beheer van impacts, risico's en kansen
IRO-1 Processen voor het identificeren en beoordelen van het gebruik van materiaalgebruik en circulaire economie-gerelateerde impacts, risico's en kansen
Methodologie voor het identificeren en beoordelen van impacts, risico's en kansen: Beheer van impacts, risico's en opportuniteiten
De materialiteit van huidige en potentiële impacts, risico's en opportuniteiten werd onderzocht voor alle locaties en bedrijfsactiviteiten, inclusief de waardeketen. Er zijn geen specifieke IRO's geïdentificeerd en beoordeeld voor de circulaire economie voor de upstream- waardeketen, aangezien PVC-recycling intern door de Groep wordt uitgevoerd. De downstream waardeketen wordt positief beïnvloed door de strategie van de Groep om gerecycleerd materiaal te gebruiken in de verkochte producten, aangezien de koolstofimpact van de producten afneemt en materiaal aan het einde van de levensduur wordt teruggewonnen. De toelichtingen in dit hoofdstuk hebben zowel betrekking op IRO's met betrekking tot de eigen activiteiten als tot de waardeketen, gezien de aanpak van de Groep hetzelfde is. Het overleg met belanghebbenden, zoals vermeld in hoofdstuk 4 van het ESRS 2, heeft betrekking op het onderwerp E5.
Bijkomende potentiële IRO's werden beoordeeld, maar voldeden niet aan de materialiteitsdrempels:
* Verpakking van goederen (instroom van hulpbronnen)
* Gegenereerd afval — anders dan PVC-productieafval
* Materiaaluitstromen
Deze onderwerpen zijn niet materieel in de koolstofemissies (Scope 3). 60% van de verpakking is herbruikbaar of recycleerbaar. Toekomstige verpakkingswetgeving in Europa is een financieel niet materieel onderwerp op Groepsniveau. Slechts 2% van het totale afvalvolume is gevaarlijk afval en meer dan de helft van het afvalvolume wordt gerecycleerd.Hoewel deze onderwerpen binnen de reikwijdte van dit verslag als niet materieel werden beoordeeld, betekent dit niet dat de Groep geen actie onderneemt of zich niet inzet op deze onderwerpen. We blijven initiatieven ondernemen om de milieu-impact van afval en verpakking in al onze activiteiten te minimaliseren.
E5-1 Beleid ten aanzien van materiaalgebruik en circulaire economie
Het EHS-beleid van de Groep onderstreept onze toewijding aan de circulaire economie en benadrukt de kernelementen van recycling en het gebruik van gerecycled materiaal in de productie.
Recycling
De Groep volgt een strategie van interne recyclage van PVC-materiaal na gebruik. De investeringen om de capaciteit van de recyclagefabriek te verhogen tonen ons leiderschap in de sector. De kwaliteit van het gerecycleerde materiaal om de kwaliteit van het eindproduct te waarborgen is van het grootste belang. Daarom investeren we in geautomatiseerde recyclageprocessen die verontreinigingen van andere afvalstromen in de PVC- fractie elimineren. Alle gerecyclede materialen voldoen aan de toepasselijke kwaliteitscertificaten.
Afvalmaterialen van de interne productieprocessen of bijproducten $^{(2)}$ worden vermalen en ter plaatse hergebruikt. Dit gebeurt al sinds 2012. Op die manier wordt extra transport vermeden. Verontreinigd PVC-materiaal wordt gerecycleerd bij lokale afvalrecyclers of in de recyclingfaciliteit van de Groep in Diksmuide (België). Sinds 2022 is de Groep begonnen met het inzamelen en verwerken van PVC-materiaal van raam- en deurfabrikanten en -installateurs (afval vóór consumptie), ook buiten Europa.
(2) Intern hergebruikt materiaal volgens de Europese productnormen EN 17410 en EN 17508
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 151
150 De recyclagefabriek in Diksmuide (België) is onafhankelijk gecertificeerd door Recyclass, wat de kwaliteit van de recyclageprocessen en de herkomst van het afval bevestigt. Op die manier draagt de Groep bij tot de Europese recyclagedoelstellingen van Recovinyl en Vinylplus. Bovendien worden de Europese extrusielocaties sinds 2025 gecontroleerd door Recyclass om de traceerbaarheid van het gebruik van gerecyclede materialen extern te verifiëren. De verificatie vereisten zijn afgestemd op die van de EN 15343:2007-normen.
Gebruik van gerecyclede materialen
Het gebruik van gerecycleerde materialen en recyclebaarheid zijn belangrijke ontwerpcriteria die worden toegepast door onze productontwerpteams. Ze volgen de richtlijnen voor ontwerpen voor recycling van EPPA. Deze werden in 2024 verwerkt in een ontwerp voor een Europese norm $^{(3)}$. De principes zijn gericht op functionaliteit, productspecifiek ontwerp voor recycling en het identificeren van de gerecyclede Inhoud. Dezelfde richtlijnen worden op vrijwillige basis gevolgd in de Turkse vestigingen van de Groep.
Deceuninck North America is, als enige Noord-Amerikaanse leverancier van PVC raamprofielen, GreenCircle Certified voor de gerecyclede inhoud in raamprofielen. De certificering heeft betrekking op claims voor gerecycled materiaal, in overeenstemming met de Amerikaanse criteria voor gerecycled materiaal in bouwproducten.
Europese vestigingen hebben het VinylPlus-productlabel. De verificatie bevestigt dat de producten voldoen aan de duurzaamheidsnormen die zijn vastgesteld voor de PVC-industrie, inclusief de aankoop van grondstoffen en het gebruik van gerecycleerd PVC. Naast een externe bevestiging dient het als milieubeheersysteem, waarin criteria en processen voor een goed beheer van milieuduurzaamheid zijn vastgelegd $^{(4)}$. Het VinylPlus ® Product Label is ontwikkeld door VinylPlus ®, in samenwerking met Building Research Establishment (BRE) en The Natural Step (TNS).
Het extrusieproces en de tools moeten worden aangepast om gerecycleerd PVC te kunnen gebruiken. De materiaalinstroom van nieuw en gerecycleerd PVC materiaal kan worden gescheiden door coëxtrusie, zodat gerecycleerd materiaal kan worden gebruikt in de kern van het profiel, omhuld door nieuw materiaal. De investeringsplannen geven prioriteit aan co-extrusie voor nieuwe extrusielijnen en een geleidelijke omschakeling van bestaande extrusielijnen.
Waarom we een recyclingstrategie voor PVC nastreven
Wanneer PVC het einde van zijn levensduur heeft bereikt, kan het worden gerecycleerd. PVC heeft zelfs de langste geschiedenis van recyclage onder de kunststoffen en het meest geavanceerde niveau van mechanische recyclage. PVC kan minstens acht keer worden gerecycleerd zonder zijn mechanische eigenschappen te verliezen. Als het minstens 35 jaar wordt geïnstalleerd, heeft het een potentiële levensduur van 280 jaar of meer. PVC wordt gerecycleerd in een gesloten kringloopsysteem, wat betekent dat het materiaal kan worden gebruikt om een nieuwe versie van hetzelfde of een vergelijkbaar product te maken. Gerecycleerd PVC heeft dezelfde waarde als het oorspronkelijke, onbewerkte materiaal.
E5-2 Acties en middelen inzake materiaalgebruik en circulaire economie
De recyclage van post-consumer afval door Deceuninck begint met de inzameling van PVC aan het einde van zijn levensduur. Het materiaal volgt een proces van breken, reinigen, sorteren en granuleren. De afgelopen jaren heeft de Groep fors geïnvesteerd in de uitbreiding van de breek- en reinigingscapaciteit, bijvoorbeeld door de toevoeging van extra granulatielijnen en de bouw van een extra magazijn. We analyseren voortdurend mogelijkheden om voldoende materiaal voor recycling te garanderen, onder andere door middel van sectoroverschrijdende samenwerkingen. In 2025 werd 1.050.000 euro geïnvesteerd in de recyclingfaciliteit, voornamelijk voor vervanging en upgrading van apparatuur. Door onze recyclage activiteiten dragen we direct bij aan het voorkomen dat afval op stortplaatsen terechtkomt of wordt verbrand. Deze inspanningen resulteren in het vermijden van 48.000 ton koolstofequivalenten.
De recyclage-activiteiten worden aangevuld met investeringen in co-extrusie productielijnen om meer gerecycled PVC te kunnen verwerken in de productie van producten. In 2025 hebben we 2.046.000 euro geïnvesteerd in nieuwe co-extrusielijnen in Europa en Turkije.
De Groep heeft verschillende R&D-projecten voortgezet die gericht zijn op het opschalen van het gebruik van gerecyclede materialen in de productie. Deze inspanningen omvatten onder meer onderzoek naar verbeterde gereedschapsontwerpen voor gerecyclede PVC door middel van simulatieprocedures (OpToSims-project), optimalisatie van folieprocessen om tot 80% gerecycleerd materiaal in profielen mogelijk te maken en recycling van glasvezels voor gebruik in spuitgegoten onderdelen. De Groep werkte ook aan een R&D- project om de valorisatie van afvalfracties van de recyclingfabriek te verbeteren waarvoor momenteel geen circulaire oplossingen bestaan, zoals nieuwe pvc 100% recycleerbaar
Onze visie op circulaire economie: recyclage in een gesloten systeem met superieure efficiëntie productie duurzame, onderhoudsarme producten met minder nieuw materiaal gerecycleerd
(3) prEN 18066:2024; Ontwerp voor recycling van op PVC gebaseerde profielen voor bouwproducten
(4) Europese compounding, extrusie en recycling vestigingen
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 153
152 scheidingstechnieken voor gerecyclede materialen en het gebruik van gerecyclede PVC in andere sectoren (Cisuflo-project).
3. Maatstaven en doelen
E5-3 Doelstellingen met betrekking tot gebruik van hulpbronnen en circulaire economie
De Groep heeft een jaarlijkse doelstelling om de recyclingvolumes van de recyclingfaciliteit van de Groep te verhogen. Dit heeft betrekking op het (output)gewicht van PVC-materiaal dat in de recyclingfabriek wordt verwerkt en klaar is voor gebruik in nieuwe producten.
↳ Doelstelling voor 2025: 26.393 ton
↳ 2026: 30.616 ton
Deze doelstellingen zijn in 2022 op vrijwillige basis vastgesteld in het kader van de Sustainability Linked Loan. De doelstellingen voorzien in een jaarlijkse stijging vanaf 2022 van 10% tot 16% (niet wetenschappelijk onderbouwd). We hebben de doelstelling in 2025 niet gehaald, noch in 2024. Dit is te wijten aan een combinatie van factoren: een uitdagende renovatie-/bouw markt met een beperkte beschikbaarheid van recycleerbaar materiaal, goedkoper nieuw PVC dat gerecyclede PVC minder aantrekkelijk maakte en strenge kwaliteitseisen voor gerecycled PVC.
Er is geen specifiek volume of percentage vastgesteld voor het gebruik van gerecycleerd materiaal in nieuwe producten. De Groep is echter van plan om het aandeel geleidelijk jaar na jaar te verhogen. Het gebruik van gerecycleerd PVC is een centraal onderdeel van de Scope 3 decarbonisatiedoelstelling van de Groep tegen 2030.
E5-4 Materiaalinstromen
De grondstoffen die worden gebruikt voor de productie van PVC-compound bestaan voornamelijk uit PVC- hars als basispolymeer. Het wordt gecombineerd met additieven om specifieke eigenschappen te verkrijgen. Belangrijke componenten zijn onder meer stabilisatoren voor hitte- en UV-bestendigheid, vulstoffen om de sterkte te verbeteren, smeermiddelen voor een soepele verwerking en modificatoren om de slagvastheid en verwerking te verbeteren. Het totale gewicht van de genoemde grondstoffen is een optelsom van deze PVC-componenten plus het volume aluminium dat binnen de Groep wordt verwerkt.
| Gebruikte materialen | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Totaalgewicht van de toegevoerde grondstoffen (ton) | 497.609 | 476.707 |
| Percentage biologische materialen gebruikt voor de vervaardiging van de producten van de onderneming (% van de totale input) | 0% | 0% |
| Gewicht van gerecycleerd PVC-materiaal dat wordt gebruikt voor de productie van de producten van de Groep (% van het totale inputmateriaal) | 17,2% | 16,5% |
| Gewicht van gerecycleerd aluminium dat wordt gebruikt voor de productie van de producten van de Groep (% van het totale gebruikte materiaal) | 66% | n.v.t. |
In 2025 werd gemiddeld 17% gerecycleerd PVC-materiaal gebruikt in de PVC-activiteiten van de Groep.Dit is een combinatie van afval na consumptie afkomstig van de recyclagefabriek van de Groep, postindustrieel afval afkomstig van de eigen productie en afval vóór consumptie afkomstig van raamfabrikanten en -installateurs. Dit wordt uitgedrukt als een percentage van het totale gebruikte inputmateriaal. In 2025 werd in de aluminiumactiviteiten van de Groep gemiddeld 66% gerecycleerd aluminium gebruikt, afkomstig van onze leveranciers in de vorm van aluminiumprofielen.
Recyclageactiviteit
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Gewicht van gerecycleerd materiaal in onze recyclingfabriek: input (ton) | 30.891 | 30.717 |
| Gewicht van gerecycleerd materiaal in onze recyclingfabriek: output (ton) | 21.482 | 22.158 |
De gegevens zijn afkomstig van directe weging en meting. Het volume gerecycleerd materiaal is extern geverifieerd door Recyclass.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 155
154 ESRS S1 Eigen personeel
1. Impacts, risico's en kansen SBM-3
Materiële impacts, risico's en kansen en hun interactie met de strategie en het bedrijfsmodel
Werkzekerheid
| Impact | Positieve/ negatieve impact | Werkelijk | Potentiële impact | Korte termijn/ Impact op lange termijn |
|---|---|---|---|---|
| De Groep biedt werkgelegenheid aan haar werknemers en onrechtstreeks aan niet-werknemers en zakenpartners. Dit creëert kansen voor individuen voor persoonlijke groei en welvaart, wat niet alleen mensen ten goede komt, maar ook de economische stabiliteit in lokale gemeenschappen versterkt. De Groep biedt fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden en streeft ernaar een aantrekkelijke werkgever te zijn door een positieve werkomgeving te stimuleren, omdat ze begrijpt dat het succes van het bedrijf afhangt van de kwalificatie en motivatie van de werknemers. | Positief | Werkelijk | Korte termijn | Risico / Kans Positieve / Negatieve potentiële impact Eigen activiteiten / Waardeketen Het aantrekken en behouden van bekwame werknemers gebeurt in een economische context van tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden. Een gebrek aan bekwame werknemers zorgt voor een hogere werkdruk voor het huidige personeel, wat leidt tot een hoger absenteïsme, een lagere productiviteit en een hoger personeelsverloop. Het kan ook de kwaliteit van het werk negatief beïnvloeden, het innovatievermogen beperken en de klantentevredenheid verlagen. De toegenomen concurrentie voor beschikbaar talent kan de arbeidskosten opdrijven. (Risico) |
2.5.2 Sociale Informatie Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 157
156
Adequate lonen
| Impact | Positieve/ negatieve impact | Werkelijk | Potentiële impact | Korte termijn/ Impact op lange termijn |
|---|---|---|---|---|
| Een adequaat loon is noodzakelijk om personeel te behouden, maar op zichzelf is dat niet voldoende. Loon is een drempelfactor als het als oneerlijk of onvoldoende wordt ervaren. Echter, zodra het loon een acceptabel en concurrerend niveau bereikt, worden andere factoren even belangrijk, of zelfs belangrijker, voor het behoud van personeel op de lange termijn. Naast het loon wordt het behoud van personeel bepaald door factoren zoals zinvol werk, ondersteunend leiderschap, carrièremogelijkheden en een positieve, veilige werkomgeving. Werk-privébalans, flexibiliteit en erkenning versterken de betrokkenheid van werknemers nog verder zodra aan de verwachtingen op het gebied van eerlijke beloning is voldaan. Hoewel een eerlijk loon op zich geen garantie is voor het behoud van personeel, vormt het wel de basis waarop andere belangrijke factoren (zoals zinvol werk, ondersteunend leiderschap, ontwikkelingsmogelijkheden en een positieve werkomgeving) effectief kunnen bijdragen aan de betrokkenheid van werknemers op de lange termijn. | (Risico) | Positief | Werkelijk | Korte termijn |
Sociale dialoog
| Impact | Positieve/ negatieve impact | Werkelijk | Potentiële impact | Korte termijn/ Impact op lange termijn |
|---|---|---|---|---|
| In alle landen waar de Groep actief is, zorgt Deceuninck voor een goede constructieve sociale dialoog door middel van open communicatie, ongeacht of er al dan niet een formele vakbondsvertegenwoordiging is. De betrokkenheid van de werknemers en de voortdurende dialoog met hen en hun vertegenwoordigers dragen bij tot betere bedrijfsresultaten. Bovendien hebben goede arbeidsomstandigheden een positieve invloed wanneer er een effectieve sociale dialoog bestaat tussen werkgever en werknemers. Dit is vooral cruciaal voor arbeiders, die de meerderheid van het personeelsbestand uitmaken. | Positief | Werkelijk | Korte termijn | Risico / Kans Positieve / Negatieve potentiële impact Eigen activiteiten / Waardeketen Onvoldoende dialoog met werknemers kan leiden tot ontevredenheid en verloop onder werknemers, een negatief imago van de werkgever, hogere HR-kosten, verminderde productiviteit, enz. In landen waar vakbondsvertegenwoordiging bestaat, kan onvoldoende sociale dialoog ook leiden tot bedrijfsonderbrekingen, waaronder stakingen en operationele onderbrekingen. |
Werk-privébalans
| Impact | Positieve/ negatieve impact | Werkelijk | Potentiële impact | Korte termijn/ Impact op lange termijn |
|---|---|---|---|---|
| Het uitvoeren van een job heeft onvermijdelijk invloed op het welzijn van werknemers en hun beschikbare vrije tijd, die essentieel is voor herstel en blijvende inzetbaarheid in een soms veeleisende werkomgeving. Als werkgever wordt ondersteuning geboden aan werknemers om een goede balans tussen werk en privéleven te bevorderen, zoals gezinsvriendelijke praktijken of flexibele werkregelingen die bijdragen aan het welzijn, de betrokkenheid en de prestaties van werknemers op de lange termijn. | Positief | Werkelijk | Korte termijn | Risico / Kans Positieve / Negatieve potentiële impact Eigen activiteiten / Waardeketen Het niet bieden van flexibele werkoplossingen kan leiden tot een onevenwichtige balans tussen werk en privé van mensen. Dit is vooral relevant voor bedienden omdat hun job meestal taken inhoudt die op afstand kunnen worden uitgevoerd. Dit kan leiden tot minder tevreden werknemers, lagere prestaties op de werkplek en minder behoud van werknemers. Het evenwicht tussen werk en privéleven is vooral belangrijk voor de jongere generatie werknemers. |
Training en ontwikkeling
| Impact | Positieve/ negatieve impact | Werkelijk | Potentiële impact | Korte termijn/ Impact op lange termijn |
|---|---|---|---|---|
| Hoogwaardige opleidingsprogramma's verbeteren de vaardigheden en capaciteiten van werknemers en dragen tegelijkertijd bij aan betere bedrijfsprestaties. Door een cultuur van voortdurende verbetering en organisatorisch leren te bevorderen, ondersteunt de Groep de ontwikkeling van het personeelsbestand, operationele uitmuntendheid en waardecreatie. | Positief | Werkelijk | Korte termijn | Risico / Kans Positieve / Negatieve potentiële impact Eigen activiteiten / Waardeketen Tijdens economische recessies kunnen bedrijven hun opleidingsbudgetten verlagen, waardoor de behoefte aan training afneemt die nodig is om werknemers te behouden en bedrijfsdoelstellingen te behalen. |
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 159
158
Diversiteit en inclusie
| Impact | Positieve/ negatieve impact | Werkelijk | Potentiële impact | Korte termijn/ Impact op lange termijn |
|---|---|---|---|---|
| De Groep verwelkomt en waardeert werknemers met alle achtergronden, ongeacht ras, etniciteit, geslacht, leeftijd, seksuele geaardheid, religie of handicap. Hoewel gelijke kansen worden gewaarborgd, is het huidige personeelsbestand niet in alle opzichten divers. Vanwege de aard van de activiteiten in een productieomgeving bestaat het merendeel van het arbeiderspersoneel uit mannen. Dezelfde principes van non-discriminatie, gelijke behandeling en eerbiediging van de mensenrechten gelden evenzeer voor relaties met niet-werknemers binnen de waardeketen van de Groep. | Positief/negatief | Werkelijk | Korte termijn | Risico / Kans Positieve / Negatieve potentiële impact Eigen activiteiten / Waardeketen Werknemers zoeken steeds vaker werkplekken waar ze zich vertegenwoordigd, gewaardeerd en betrokken voelen. Zonder sterke diversiteits- en inclusiepraktijken loopt de Groep het risico minder aantrekkelijk te worden voor kandidaten die prioriteit geven aan een inclusieve werkomgeving, wat het beschikbare talent kan beperken en de kansen om diverse perspectieven in de organisatie te brengen kan verminderen. Teams kunnen ook het ontstaan van uiteenlopende standpunten en innovatieve ideeën belemmeren. Beperkte diversiteit binnen teams kan ook het ontstaan van verschillende standpunten en innovatie belemmeren. |
(Risico) Negatief Mensenrechten / Antidiscriminatie Impact Positieve/ negatieve impact Werkelijk Potentiële impact Korte termijn/ Impact op lange termijn Als werkgever heeft de Groep een directe invloed op de arbeidsomstandigheden van haar werknemers. Respect voor arbeids- en mensenrechten, waaronder vrijheid van arbeid, vrijheid van vereniging, non-discriminatie, geen dwangarbeid of kinderarbeid en discriminatie, is een kernverantwoordelijkheid. Deceuninck zet zich sterk in om deze principes te integreren in de strategie en de dagelijkse bedrijfsvoering. Dezelfde normen worden gehanteerd in de relaties met niet-werknemers in de hele waardeketen. Op basis van de huidige beoordelingen zijn er geen specifieke soorten activiteiten geïdentificeerd die een aanzienlijk risico op incidenten van dwangarbeid of kinderarbeid inhouden. Positief Werkelijk Korte termijn Risico / Kans Positieve / Negatieve potentiële impact Eigen activiteiten / Waardeketen Mocht zich toch een incident voordoen, dan kan dit aanzienlijke gevolgen hebben voor de betrokken teamleden en de activiteiten op korte termijn verstoren. Het niet naleven van arbeids- en mensenrechtennormen kan ook leiden tot reputatieschade, een lager personeelsbehoud, meer onrust op de werkvloer en juridische sancties.
(Risico) Negatief Eigen activiteiten Gezondheid en Veiligheid Impact Positieve/ negatieve impact Werkelijk Potentiële impact Korte termijn/ Impact op lange termijn Als productiebedrijf wordt de Groep geconfronteerd met inherente risico's op het gebied van gezondheid en veiligheid op het werk die verband houden met de behandeling van goederen, industriële processen en machines. Blootstelling aan bewegende machineonderdelen kan verwondingen veroorzaken, zoals snijwonden. Het laden en lossen van goederen kan overbelasting veroorzaken door zwaar tillen en aanrijdingen met voertuigen. Vallen van hoogte kan leiden tot breuken, evenals uitglijden of struikelen door obstakels op de vloer. Alle werknemers en niet-werknemers van de Groep kunnen hiermee te maken krijgen, evenals bezoekers ter plaatse. Een effectieve veiligheidscultuur en veilige werkomgeving zijn van cruciaal belang om deze gevolgen voor de veiligheid van mensen proactief te beperken. Positief Werkelijk Korte termijn Risico / Kans Positieve / Negatieve potentiële impact Eigen activiteiten / Waardeketen Slechte prestaties op het vlak van veiligheid kunnen leiden tot hogere kosten voor gezondheidszorg en verzekeringspremies, onderbreking van de activiteiten, boetes en sancties van regelgevende instanties, verlies van operationele vergunningen, rechtszaken van gewonde werknemers en reputatieschade.
(Risico) Negatief Eigen activiteiten Het eigen personeelsbestand bestaat uit mensen in een arbeidsrelatie met Deceuninck ('werknemers'). Niet- werknemers zijn mensen met een contract met de onderneming om arbeid te leveren ('zelfstandigen') of mensen die ter beschikking worden gesteld door ondernemingen die zich voornamelijk bezighouden met tewerkstellingsactiviteiten ('uitzendkrachten'). Daarnaast zijn de gezondheids- en veiligheidsbeleidsregels ook van toepassing op aannemers die op de locatie werken. Belangrijke gevolgen zijn niet wijdverspreid, maar gerelateerd aan individuele incidenten (bijv. een bedrijfsongeval). De Groep ontwikkelt inzicht in de manier waarop mensen met bepaalde kenmerken, die in bepaalde contexten werken of die bepaalde activiteiten uitvoeren een groter risico lopen om schade op te lopen. Dit door middel van de bestaande (formele en informele) interacties met werknemers. De informatie die werd verkregen tijdens de dubbele materialiteitsanalyse diende ook als waardevolle input. Tenzij specifiek vermeld, zijn alle werknemers potentieel onderhevig aan de hierboven beschreven impacts, risico's en opportuniteiten. De Groep identificeert geen significante effecten op het personeelsbestand als gevolg van het transitieplan voor decarbonisatie. Er zijn geen gevolgen voor herstructurering en verlies van werkgelegenheid. Herscholing (bijvoorbeeld om het bewustzijn over energie-efficiëntie in activiteiten) maakt deel uit van de opleidingsstrategie van de HR-teams.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 161
160 2. Beheer van impacts, risico's en kansen IRO-1 Beschrijving van de processen voor het identificeren en beoordelen van materiële impacts, risico's en opportuniteiten
De materialiteit van huidige en potentiële impacts, risico's en opportuniteiten werd onderzocht voor alle locaties en bedrijfsactiviteiten. Het overleg met belanghebbenden, zoals vermeld in hoofdstuk 4 van het ESRS 2, heeft betrekking op het onderwerp S1. In het DMA-proces is geen extra of specifiek overleg gevoerd met betrokken belanghebbenden.
S1-1 Beleid met betrekking tot het eigen personeelsbestand
De Groep streeft ernaar een duurzaam thuis te creëren voor haar mensen en klanten. Dit is alleen mogelijk als iedereen zich houdt aan een reeks principes die zijn gebaseerd op de kernwaarden die het dagelijkse gedrag sturen.
Kernbeleid
* Gedragscode
* Beleid inzake mensenrechten
* Beloningsbeleid
* EHS-beleid
Het beleid van de Groep is geïnspireerd op extern erkende principes die zijn vastgelegd in de verklaringen van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) over fundamentele principes en rechten op het werk, de richtlijnen van de Verenigde Naties (VN) inzake bedrijfsleven en mensenrechten en de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen. Het Uitvoerend Management is verantwoordelijk voor het opvolgen of en hoe doeltreffend het beleid in de praktijk wordt gevolgd en brengt hierover verslag uit aan de Raad van Bestuur van de Vennootschap. De beleidslijnen worden gecommuniceerd naar de werknemers via de HR-afdelingen en zijn beschikbaar op Sharepoint. Ze zijn ook beschikbaar voor externe belanghebbenden via de website van de Groep. Het beleid is niet gericht op specifieke mensen uit groepen met een verhoogd risico op kwetsbaarheid.
Adequate lonen & werkzekerheid
Het Mensenrechtenbeleid van de Groep beschrijft de belangrijkste doelstellingen met betrekking tot een eerlijke en adequate beloning voor alle werknemers:
↳ De Groep biedt een concurrerende vergoeding, in overeenstemming met de normen in de sector en de omstandigheden op de lokale arbeidsmarkt waarin zij actief is.
↳ De Groep voldoet aan de toepasselijke wetgeving inzake lonen, werktijden, overuren en secundaire arbeidsvoorwaarden in elk land waar zij actief is. In gevallen waarin dergelijke wetgeving ontbreekt of beperkt is, houdt de Groep zich aan internationale arbeidsnormen om eerlijke en fatsoenlijke arbeidsomstandigheden te garanderen.
De principes die aan deze doelstellingen ten grondslag liggen, zijn de volgende:
↳ Om de aantrekkelijkheid als werkgever te versterken, biedt de Groep een reeks aanvullende voordelen. De beloningssystemen worden voortdurend verder ontwikkeld om in te spelen op veranderende behoeften en marktverwachtingen. Deze aanpak ondersteunt het vermogen van de Groep om gekwalificeerd en divers talent aan te trekken en te behouden.
↳ Medewerkers worden beloond op basis van hun prestaties, gemeten aan de hand van vastgestelde competentie-eisen en prestatiecriteria en -doelstellingen. Hogere prestaties leiden tot een hogere beloning, waardoor een eerlijke en transparante koppeling tussen bijdrage en vergoeding wordt gewaarborgd.
Deceuninck NV hanteert een Remuneratiebeleid dat van toepassing is op de remuneratie van het Executive Team Group. De Groep beloont haar Executive Team op basis van hun bijdrage aan het behalen van langetermijnstrategische doelstellingen, de integratie van duurzaamheidsoverwegingen en het respect voor de waarden van de Groep. Het Remuneratiebeleid beschrijft hoe Deceuninck zijn aanpak van de toepasselijke corporate governance-vereisten voor leidinggevenden structureert en regelt.
Deceuninck heeft in 2025 het Global Merit Policy ontwikkeld voor alle managers en deskundige functies binnen de Groep. Het doel is om het zakelijke succes op lange termijn te ondersteunen door een uniforme wereldwijde aanpak van prestatiegerelateerde beloning binnen een uitgebreid kader te definiëren. Het beleid heeft tot doel te schetsen hoe Deceuninck zijn personeel op een eerlijke, consistente en op de strategische doelstellingen van de Groep afgestemde manier motiveert. Aangezien de ontwikkeling van het wereldwijde verdienstenbeleid nog steeds aan de gang is, zijn bepaalde elementen nog niet volledig afgerond. Elke entiteit van Deceuninck opereert binnen haar eigen regelgevingscontext. Daarom is de goedkeuring van dit globaal beleid onderworpen aan lokale wetten, die specifieke bepalingen van het beleid kunnen opheffen.
Sociale dialoog
De volgende doelstelling maakt deel uit van het Mensenrechtenbeleid en heeft betrekking op alle werknemers van de Groep:
↳ Deceuninck respecteert het recht van zijn werknemers om zich aan te sluiten bij een vakbond, een vakbond op te richten of zich niet aan te sluiten bij een vakbond, vertegenwoordiging te zoeken, collectief te onderhandelen of niet te onderhandelen in overeenstemming met de lokale wetgeving en zonder angst voor represailles, intimidatie of pesterijen. Waar werknemers worden vertegenwoordigd door wettelijk erkende vakbonden, streven we naar een constructieve dialoog met de door hen gekozen vertegenwoordigers en onderhandelen we te goeder trouw met deze vertegenwoordigers.# Verslag van de Raad van Bestuur
Jaarverslag 2025
Duurzaamheidsverklaring 163
Het personeel of hun vertegenwoordigers hebben het recht om tijdig te worden geïnformeerd en geraadpleegd over relevante zaken, in overeenstemming met de nationale wetgeving en praktijken. De sociale partners worden op regelmatige basis geïnformeerd over het ontwerp en de implementatie van economisch, tewerkstellings- en sociaal beleid in overeenstemming met de nationale praktijken. Zij worden aangemoedigd om te onderhandelen en collectieve overeenkomsten te sluiten.
Werk-privébalans
De groep heeft nog geen wereldwijd beleid voor de balans tussen werk en privéleven, maar veel locaties hebben wel een lokaal beleid ingevoerd. Deceuninck erkent het belang van een sterke band tussen de productieomgeving en alle werknemers. Als productiebedrijf hecht de Groep veel waarde aan de sociale cohesie en samenwerking die voortkomt uit het persoonlijk samenwerken. Deze elementen worden essentieel geacht voor het handhaven van een effectieve bedrijfsvoering en het delen van kennis onder het personeel.
Training & ontwikkeling
De Groep heeft nog geen wereldwijd beleid inzake opleiding en ontwikkeling, maar veel vestigingen hebben een lokaal beleid dat is afgestemd op hun operationele en regelgevende context. De opleiding en verbetering van de vaardigheden en competenties van werknemers worden bepaald door de strategische doelstellingen van de Groep, de prestaties van de werknemers en hun behoeften op het gebied van loopbaanontwikkeling. Leren en ontwikkelen kan in vele vormen en maten, waaronder on-the-job, online cursussen en in-person training. Om deze aanpak verder te versterken, implementeert de Groep in 2026 een wereldwijd Learning Management System (LMS). Dit systeem zal een meer consistente en gestructureerde benadering van leren binnen de hele organisatie ondersteunen en zal naar verwachting tegen eind 2026 volledig geïmplementeerd zijn.
Diversiteit & Inclusie en Mensenrechten
Deceuninck's streven naar een inclusieve en diverse werkplek waar alle individuen worden gewaardeerd en in staat worden gesteld om te slagen, maakt deel uit van het Mensenrechtenbeleid en de Gedragscode:
- Discriminatie van werknemers of personen met wie Deceuninck zaken doet op basis van leeftijd, ras, huidskleur, religie, geslacht, handicap, nationale/sociale afkomst, seksuele geaardheid of politieke overtuiging is niet toegestaan. De werving, beloning, toepassing van arbeidsvoorwaarden, opleiding, promotie en loopbaanontwikkeling van werknemers zijn uitsluitend gebaseerd op professionele kwalificaties.
- Pesterijen en geweld op de werkplek zijn ten strengste verboden en worden niet getolereerd. Gedrag dat een ongewenste of ongemakkelijke situatie of vijandige werkomgeving creëert, zoals ongewenste avances, ongepaste opmerkingen en grappen, intimidatie, pesterijen of fysiek contact, worden als pesterijen beschouwd.
- Deceuninck respecteert culturele verschillen. De diversiteit aan mensen en ideeën biedt de Groep een zakelijk voordeel.
- Respect is een kernwaarde bij Deceuninck: luisteren naar de ideeën van medewerkers, hun bijdragen waarderen en gelijke kansen bieden om te groeien. Door het bevorderen van een aangename, inclusieve en diverse werkomgeving, zorgt Deceuninck ervoor dat werknemers zich gewaardeerd en begrepen voelen, wat ons helpt om het juiste talent te behouden en aan te trekken.
- Deceuninck houdt zich aan de mensenrechtenbeginselen, waaronder het verbod op dwangarbeid, mensenhandel en minderjarige werknemers. Deceuninck beschouwt respect voor mensenrechten als een integraal onderdeel van verantwoord ondernemen. Deceuninck engageert zich om nadelige gevolgen voor de mensenrechten die voortvloeien uit of veroorzaakt worden door onze bedrijfsactiviteiten te identificeren, te voorkomen of te beperken vóór of als ze zich voordoen, door middel van due diligence- en mitigatieprocessen op het vlak van mensenrechten.
Dit Mensenrechtenbeleid is van toepassing op de hele Deceuninck Groep en haar werknemers (met inbegrip van zelfstandigen, uitzendkrachten en gelijkgestelden) en strekt zich uit tot haar zakenpartners. Deceuninck moedigt zijn business partners aan om de principes in dit Beleid na te leven en een gelijkaardig beleid te voeren binnen hun bedrijven. Het engagement inzake mensenrechten is een kernelement van de Gedragscode. Daarom is het mensenrechtenbeleid opgenomen in de Gedragscode van de Deceuninck Groep. Mogelijke risico's worden beperkt door actieve betrokkenheid van het management en door werknemers de mogelijkheid te geven om problemen te melden die van invloed zijn op de naleving van mensenrechten. Het management neemt deze zorgen serieus, gesteund door de wettelijke kaders van de landen waar de Groep actief is. Er wordt een nultolerantiecultuur gehanteerd door middel van het Mensenrechtenbeleid en de Gedragscode, die een onderzoeks- en disciplinaire procedure omvatten.
Gezondheid en Veiligheid
Het EHS-beleid van de Groep onderstreept het streven van de Groep naar veiligheid en benadrukt de kernprincipes voor het creëren van een veilige omgeving voor iedereen. Een veiligheidsbeheersysteem maakt het mogelijk om risico's die voortvloeien uit onze operationele activiteiten te identificeren, te elimineren, te verminderen en te beperken. 100% van onze werknemers is gedekt door een beheersysteem dat gebaseerd is op wettelijke vereisten of een erkende norm. Het veiligheidsbeleid en de veiligheidsinstructies die voor de werknemers gelden, zijn ook van toepassing op niet-werknemers (aannemers, uitzendkrachten) en bezoekers.
- Deceuninck Türkiye past het ISO 45001-managementsysteem voor gezondheid en veiligheid op het werk toe.
- In de fabrieken in de VS worden de normen van de Federal & State Occupational Safety & Health Administration toegepast.
- In Deceuninck Europa zijn de managementpraktijken gebaseerd op de Plan-Do-Check-Act principes van de ISO 45001 norm.
Hoewel niet alle vestigingen een specifiek gezondheids- en veiligheidsbeheersysteem hebben, beschikken alle vestigingen over gezondheids- en veiligheidsbeheersystemen en -praktijken die zijn gebaseerd op richtlijnen voor risicobeheer en voldoen aan de nationale wettelijke vereisten. De Groep geeft prioriteit aan veiligheid door middel van onze '10 Gouden Regels', een reeks op gedrag gebaseerde veiligheidsprincipes die essentieel zijn voor het handhaven van een veilige en gezonde werkomgeving. Deze regels vormen een kernonderdeel van het veiligheidsbeleid en begeleiden iedereen bij het bevorderen van een veiligheidscultuur op de werkplek.
Overzicht:
- Behandeling en opslag van gevaarlijke stoffen
- Veiligheidsinformatiebladen: voor elk gevaarlijk product moet het veiligheidsinformatieblad worden geraadpleegd voor gebruik
- Paraatheid en reactie bij noodsituaties
- Monitoring en interne managementrapportage van incidenten en bijna-ongevallen
- Bepaling van significantie op basis van analyse van incidenten en bijna-ongevallen
- Inspecties van technische apparatuur
- Interne communicatie: maandelijks op de werkvloer over prestaties op afdelingsniveau, driemaandelijks via het toolbox-medium.
- Externe communicatie naar autoriteiten in functie van lokale wettelijke verplichtingen
- Training voor afdelingshoofden en ander operationeel personeel
- Aankoop van nieuwe grondstoffen en machines
- Persoonlijke beschermingsmiddelen
- Werken met derden
- Omgaan met afwijkingen die tijdens audits en inspecties kunnen worden vastgesteld
- Preventief alcohol- en drugsbeleid
Verslag van de Raad van Bestuur
Jaarverslag 2025
Duurzaamheidsverklaring 165
S1-2 Processen voor het betrekken van het eigen personeel en hun vertegenwoordigers bij de impact
De Groep heeft mechanismen ingesteld waarmee haar werknemers en andere relevante belanghebbenden hun standpunten en zorgen kunnen uiten over feitelijke of potentiële gevolgen, waaronder risico's met betrekking tot ethisch gedrag, naleving en mensenrechten. Om dit te vergemakkelijken heeft de Groep meerdere communicatie- en meldingskanalen geïmplementeerd, waaronder enquêtes onder het personeel, contact met aangewezen vertrouwenspersonen, gesprekken tijdens prestatie- en ontwikkelingsbeoordelingen en een klokkenluidersregeling.
De klokkenluidersfunctie stelt werknemers en externe partijen in staat om vermoedelijke schendingen van de gedragscode, interne beleidsregels, wet- en regelgeving vertrouwelijk te melden, buiten de directe rapportagelijnen om. Het is van toepassing op alle activiteiten van de Groep wereldwijd en is ontworpen om te voldoen aan de governanceverplichtingen van Deceuninck onder lokale wetgeving en internationale best practices. Meldingen kunnen vertrouwelijk en, indien wettelijk toegestaan, anoniem worden ingediend. Medewerkers worden aangemoedigd om ongewone activiteiten of bezorgdheden over mogelijke schendingen te melden via de klokkenluidersprocedure of andere gepaste kanalen. De Groep beschouwt een dergelijke waakzaamheid als essentieel voor het handhaven van hoge normen op het gebied van ethisch gedrag. Er is een online training over de Gedragscode beschikbaar voor de werknemers om het bewustzijn en begrip van verwacht gedrag en meldingsprocedures te ondersteunen.
Daarnaast heeft de Groep de volgende mechanismen ingesteld om bezorgdheden over onwettig gedrag of handelingen die in strijd zijn met of in tegenspraak zijn met de Gedragscode en het Mensenrechtenbeleid te identificeren, te melden, te beoordelen en te onderzoeken:
- Regelmatige interne audits om de naleving van het interne beleid te controleren en mogelijke problemen te identificeren.
- Toezicht door de Auditcommissie die het auditproces superviseert en ervoor zorgt dat alle gemelde zorgen en geconstateerde problemen onmiddellijk worden onderzocht en aangepakt.
De verantwoordelijkheid voor de werking en effectiviteit van deze mechanismen ligt bij de General Counsel van de Groep, in nauwe samenwerking met de Chief Human Resources Officer (CHRO) van de Groep.Betrokkenheid van werknemers wordt gemeten door middel van jaarlijkse onderzoeken naar de betrokkenheid van werknemers met tevredenheidsscores. De onderzoeken worden op regionaal niveau georganiseerd. Een team van medewerkers van alle niveaus beoordeelt de feedback uit de enquête, initieert gerichte verbeteringen en follow-upacties om eventuele tekortkomingen aan te pakken. Deze acties worden vervolgens gecommuniceerd naar het voltallige personeel. De effectiviteit van de betrokkenheid wordt gemonitord aan de hand van de deelname aan de enquête, met als doel de deelname jaar na jaar te verhogen.
In landen met werknemersvertegenwoordiging organiseert de Groep formele betrokkenheidssessies met werknemersvertegenwoordigers. Deze sessies zijn bedoeld om werknemers te betrekken bij discussies over de daadwerkelijke en potentiële gevolgen van arbeidsomstandigheden, gezondheid en veiligheid, en andere personeelsgerelateerde zaken, en om hun inzichten te verzamelen.
De verantwoordelijkheid voor de organisatie en coördinatie van de betrokkenheid van het personeel ligt bij de Group Chief Human Resources Officer (CHRO). De resultaten van de betrokkenheidsactiviteiten, met inbegrip van de belangrijkste bevindingen en voorgestelde maatregelen, worden geanalyseerd en gedeeld met het Uitvoerend Management. Het Uitvoerend Management fungeert als klankbord voor feedback van werknemers, neemt de verantwoordelijkheid op zich voor de resultaten van de betrokkenheid en ondersteunt acties die gericht zijn op het verbeteren van de betrokkenheid van het personeel.
Daarnaast heeft de Groep een reeks initiatieven genomen om open communicatie en actieve betrokkenheid van medewerkers in alle bedrijfsonderdelen te bevorderen. Deze initiatieven zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat medewerkers goed geïnformeerd zijn, hun mening kunnen geven en ideeën en feedback kunnen geven over de bedrijfsprestaties, zaken op de werkplek en lopende of geplande initiatieven.
- Informatieschermen in productiefaciliteiten, die worden gebruikt om relevante operationele en bedrijfsinformatie te communiceren aan medewerkers op locatie. Ideeënbussen, die werknemers een extra kanaal bieden om suggesties en feedback in te dienen.
- Wereldwijde en lokale informatie-uitwisseling via het intranet, waardoor consistente toegang tot bedrijfs- en operationele communicatie binnen de hele Groep wordt gewaarborgd.
- Tweemaal per jaar online briefings naar aanleiding van de bekendmaking van de financiële resultaten, waarbij de CEO en CFO van de Groep het senior management uitnodigen om deel te nemen. Deze sessies hebben betrekking op de prestaties, belangrijkste acties en prioriteiten van de Groep en omvatten een vraag-en-antwoordgedeelte. Opnames van de sessies worden via het intranet beschikbaar gesteld aan alle medewerkers.
- Captain tables waar medewerkers worden uitgenodigd om hun ervaringen te delen, vragen te stellen en ideeën of oplossingen aan te dragen.
- Gestructureerde interne communicatie, waaronder cascade-communicatie, intranetupdates, video-aankondigingen en town hall-bijeenkomsten waar bedrijfsprestaties en lopende/toekomstige initiatieven worden gedeeld
- Informatieschermen in de productiefaciliteiten die worden gebruikt om relevante operationele en bedrijfsinformatie te communiceren ideeënbussen die werknemers een extra kanaal bieden om suggesties en feedback in te dienen.
- Ideeënbussen die werknemers een extra kanaal bieden om suggesties en feedback in te dienen.
- Wereldwijde en lokale informatie-uitwisseling via het intranet, waardoor consistente toegang tot bedrijfs- en operationele communicatie binnen de hele Groep wordt gewaarborgd.
De verantwoordelijkheid voor de implementatie en effectiviteit van deze communicatie- en betrokkenheidsinitiatieven ligt bij het Uitvoerend Management.
Bovendien zijn er in alle productiefabrieken raden voor voor veiligheid en preventie op het werk. Deze gezamenlijke organen van het management en de werknemers hebben als taak de veiligheid en gezondheid te bevorderen en de risico's op de werkplek te beperken. De comités geven adviseren over preventieve maatregelen, evalueren de arbeidsomstandigheden, onderzoeken incidenten en zorgen ervoor dat de regelgeving wordt nageleefd.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 167
166 S1-3 Herstelprocessen voor negatieve gevolgen en kanalen voor eigen personeel om bezorgdheden te melden
De mechanismen voor het melden van incidenten worden op het intranet beschreven en aan alle werknemers meegedeeld via opleidingssessies, informatiemateriaal en posters.
S1-2 Processen voor het betrekken van het eigen personeel en hun vertegenwoordigers bij de impact
Ongeacht het meldingsmechanisme of de ernstgraad, neemt Deceuninck Group alle incidenten altijd ernstig en behandelt het gevallen vertrouwelijk en met zorg, rekening houdend met de privacy en behoeften van alle partijen. Werknemers die te maken krijgen met pesten, discriminatie of intimidatie hebben toegang tot rechtsmiddelen die eerlijkheid, rechtvaardigheid en bescherming garanderen. Elk incident wordt grondig onderzocht en op basis van de bevindingen van het onderzoek worden passende corrigerende en preventieve maatregelen genomen. De Groep pakt negatieve effecten aan op een manier die past bij de specifieke kenmerken van elk geval. De reacties kunnen disciplinaire maatregelen en/of individuele ondersteuning van de betrokkenen omvatten.
De effectiviteit van de processen en de aangekaarte problemen wordt intern gecontroleerd door de lokale HR- afdelingen onder coördinatie en verantwoordelijkheid van de Group Chief Human Resources Officer (CHRO). De verantwoordelijkheid voor de werking en effectiviteit van deze mechanismen ligt bij de General Counsel van de Groep, in nauwe samenwerking met de CHRO van de Groep. Interne controle vindt plaats door analyse van de gemelde incidenten. Door meldingen van klokkenluiders te stimuleren en te faciliteren, zorgt de Groep ervoor dat kwesties snel worden aangepakt.
In overeenstemming met het veiligheidsbeleid van de Groep melden werknemers onveilige situaties en nemen ze maatregelen om deze onmiddellijk te verhelpen. Incidenten en bijna-ongelukken worden gerapporteerd aan de lokale EHS-managers. Zij houden toezicht op de implementatie en actualisering van het beleid en de procedures. De EHS-managers hebben een directe rapportagelijn naar het regionale management. Veiligheidsrisico's worden beoordeeld na een incident of bijna-ongeluk en na een verandering van procedure, materiaal of machine. De risicobeoordelingsrapporten bevatten risico's, verzuimdagen, oorzaken en corrigerende en preventieve maatregelen. De veiligheidsprestaties worden maandelijks beoordeeld door het regionale management en elk kwartaal door het Uitvoerend Management en de Raad van Bestuur.
S1-4 Maatregelen treffen voor materiële gevolgen voor het eigen personeel
De effectiviteit van de maatregelen wordt gecontroleerd door middel van een prestatiegerichte aanpak, door voortdurende beoordeling van de meetgegevens en door middel van de hierboven beschreven feedback-/ betrokkenheidsmechanismen. Daarnaast voert de Groep jaarlijks prestatie- en ontwikkelingsgesprekken (Together Ahead Dialogue) met de medewerkers. Deze evaluaties zijn bedoeld om terug te blikken op het afgelopen jaar, ontwikkelingsbehoeften en verwachtingen te bespreken en vooruit te kijken en doelstellingen voor het komende jaar te definiëren. De inzichten die uit deze dialogen worden verkregen, dragen bij tot het onderhouden van een regelmatige betrokkenheid van het personeel en ondersteunen het toezicht op het behoud en de ontwikkeling van personeel.
Werkzekerheid
De Groep heeft wereldwijde wervingsstrategieën en werkgelegenheidspraktijken ontwikkeld om toptalent aan te trekken en te behouden in een concurrerende arbeidsmarkt. Deze strategieën zijn ontworpen om de bedrijfscontinuïteit, de stabiliteit van het personeelsbestand en de toegang tot de benodigde vaardigheden te waarborgen, teneinde de strategische doelstellingen van de Groep te bereiken.
Wervingsactiviteiten worden uitgevoerd via een reeks interne en externe kanalen om toegang te krijgen tot een divers kandidatenbestand. Vacatures worden, waar mogelijk, eerst intern gepromoot om de loopbaanontwikkeling en het behoud van werknemers te ondersteunen.
Employer branding maakt deel uit van de aanpak van de Groep om haar aantrekkelijkheid als werkgever te versterken. Tot eind 2025 omvatte dit ook de sponsoring van het wielerteam Alpecin-Deceuninck. In 2026 zal de Groep een nieuwe employer branding-campagne lanceren om haar positie op de arbeidsmarkt verder te versterken en haar wervings- en retentiedoelstellingen te ondersteunen.
Adequate lonen
De Groep evalueert regelmatig haar salarisstructuren om het externe concurrentievermogen en de interne consistentie in de markten waarin zij actief is, te ondersteunen. Om de afstemming op de markt te beoordelen, maakt de Groep gebruik van arbeidsmarktonderzoeken en benchmarkoefeningen die inzicht geven in salarisstructuren ten opzichte van relevante vergelijkbare groepen en lokale arbeidsmarkten.
In 2024 startte de Groep een wereldwijde Compensation & Benefits-oefening ('Comp & Ben') met als doel een meer consistente, transparante en gegevensgestuurde benadering van beloning binnen de Groep tot stand te brengen. Het is de bedoeling om de bijbehorende tools en kaders in 2026 en 2027 geleidelijk in alle entiteiten uit te rollen. Als onderdeel van deze gefaseerde aanpak is een proefproject gestart voor geselecteerde functies in twee afdelingen, zodat de Groep de methodologie kan testen, verfijnen en valideren voordat deze op grotere schaal wordt geïmplementeerd. Deze acties zijn bedoeld om het beloningskader van de Groep te versterken, het aantrekken en behouden van werknemers te ondersteunen en bij te dragen aan eerlijke en transparante arbeidspraktijken.Sociale dialoog
In 2025 breidde Deceuninck de sociale dialoogpraktijken uit naar alle landen waar de Groep actief is, inclusief de locaties zonder werknemersvertegenwoordiging via vakbonden. De Groep zorgt voor dialoog en open communicatie. Dit wordt gemeten aan de hand van jaarlijkse tevredenheidsenquêtes, waarin feedback van werknemers, tevredenheidsscores en meningen en suggesties worden verzameld. De inzichten uit deze dialogen stellen de werknemers in staat om nieuwe ideeën voor te stellen en verbeterpunten te identificeren, wat leidt tot een grotere betrokkenheid en een beter vermogen van het bedrijf om te anticiperen op en om te gaan met de gevolgen voor het personeelsgerelateerde effecten. In 2026 wil Deceuninck deze dialoogprocessen verder versterken. Door open communicatie aan te moedigen en de resultaten van enquêtes en prestatiebeoordelingen te integreren, wil de Groep het vertrouwen, de samenwerking en de voortdurende verbetering binnen haar wereldwijde personeelsbestand versterken.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 169
Werk-privébalans
In 2025 zette Deceuninck de inspanningen voort om een gezonde levensstijl, psychologisch welzijn en een evenwichtige dynamiek tussen werk en privéleven te bevorderen. Wanneer werknemers of hun naaste familieleden te maken krijgen met uitzonderlijke, ernstige gezondheids- of economische problemen, steunen we hen bovendien via solidariteitsacties of door waar mogelijk de nodige hulp te bieden.
Training en ontwikkeling van vaardigheden
De Groep biedt leer- en ontwikkelingsmogelijkheden om de vaardigheden, inzetbaarheid en professionele ontwikkeling van haar personeel te ondersteunen. Het online leer- en opleidingsplatform Udemy werd in 2023 geïntroduceerd en verder geïmplementeerd en ingevoerd in de Groep. Het platform biedt een breed scala aan online trainingen op verschillende niveaus. In 2025 werd de toegang tot het Udemy-platform binnen de Groep verder uitgebreid om het gebruik ervan te vergroten. De Groep implementeert een Learning Management System (LMS), dat fungeert als een centraal leerplatform voor het structureren, beheren en monitoren van leer- en ontwikkelingsactiviteiten. Het LMS is bedoeld om een uniforme omgeving te bieden voor toegang tot leerinhoud, het toewijzen van trainingen, het bijhouden van deelname en voltooiing, en het ondersteunen van rapportage. De implementatie van het LMS zal naar verwachting eind 2026 zijn afgerond.
Diversiteit en inclusie / Mensenrechten
In verschillende vestigingen worden taallessen voor anderstaligen gegeven. Deze stellen hen in staat om hun integratie in het bedrijf en de maatschappij te versnellen. Ook hebben taallessen voor managers de communicatie met hun nieuwe medewerkers vergemakkelijkt. Alle nieuwe bedienden zijn bij hun indiensttreding bij de Groep verplicht een training over de gedragscode te volgen. Deze training geeft een overzicht van de principes, normen en verwachtingen van de Groep met betrekking tot ethisch gedrag, naleving en herstel van negatieve gevolgen, waaronder schendingen van intern beleid en toepasselijke wetgeving. Van werknemers wordt verwacht dat zij de principes toepassen in hun dagelijkse taken en verantwoordelijkheden binnen de Groep. In 2025 werd een opfriscursus Compliance aangeboden. Deze herhalingstraining is bedoeld om werknemers op de hoogte te houden van relevante vereisten en de verwachtingen ten aanzien van ethisch gedrag en naleving van de regels te versterken.
Gezondheid en veiligheid
In 2025 werden de Behavior Based Observation Tours geïntensiveerd. De rondleidingen moedigen een proactieve aanpak aan om onveilig gedrag te identificeren en te corrigeren voordat er incidenten plaatsvinden, waardoor een veiligheidscultuur van voortdurende verbetering wordt gestimuleerd. Door werknemers actief te betrekken bij veiligheidspraktijken, stimuleren deze rondleidingen de persoonlijke verantwoordelijkheid voor veiligheid. Er werd een opleiding georganiseerd over veiligheidsprioriteiten en goede praktijken. De opleiding behandelt onder andere het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, de omgang met en opslag van chemicaliën, veilige werkpraktijken en noodprocedures en updates van de regelgeving. De Groep organiseert jaarlijks een wereldwijde Dag van de Veiligheid. Deze dag brengt de belangrijke boodschap over dat veiligheid ieders verantwoordelijkheid is. Prioritaire onderwerpen in 2025 waren voorbereiding en reactie op noodsituaties (bijvoorbeeld: eerste hulp, brandveiligheid en evacuatie). De Groep zal zich in 2026 blijven inspannen om een veiligheidscultuur te verankeren. Om de veiligheidsprestaties in de toekomst verder te verbeteren, blijft het van cruciaal belang om veilig gedrag te verankeren in de mentaliteit van alle mensen, zodat iedereen verantwoordelijkheid neemt voor de veiligheid van het collectief: voortdurende preventieve aandacht, het signaleren van onveilig gedrag en het nemen van de juiste initiatieven wanneer potentieel onveilige situaties worden opgemerkt. We blijven proactief communiceren over veiligheid om ervoor te zorgen dat iedereen begrijpt hoe cruciaal dit is.
Financiële middelen toegewezen aan het beheer van materiële gevolgen:
↳ Er werd 1.463.000 euro geïnvesteerd als CapEx in structurele verbeteringen van de veiligheidsomstandigheden.
Geconsolideerd kasstroomoverzicht Deceuninck
3. Maatstaven en doelen
S1-5 Doelstellingen met betrekking tot impacts, risico's en opportuniteiten
Werkzekerheid, Adequate verloning, Sociale dialoog, Balans werk-privé, Training en ontwikkeling vaardigheden, Diversiteit & inclusie, Anti-discriminatie / Mensenrechten
De Groep heeft geen groepsbrede doelstellingen met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen, maar streeft ernaar zich voortdurend te ontwikkelen door de hierboven beschreven maatregelen te implementeren. De effectiviteit van het beleid en de acties wordt bijgehouden op basis van prestaties, door beoordeling van de indicatoren en via de hierboven beschreven betrokkenheidmechanismen. Er zijn op dit moment geen plannen om kwantitatieve doelstellingen te definiëren.
Gezondheid en veiligheid
Er is een groepsdoelstelling ontwikkeld in het kader van een Sustainability Linked Loan in 2022, op basis van de prestaties in 2021 wordt een verbetering van de prestaties op jaarbasis verwacht. De doelstelling voor 2025 was om een percentage van 13,8 geregistreerde arbeidsongevallen te bereiken. Deze doelstelling is gehaald. De doelstelling voor 2026 is 13,1.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 171
S1-6 Kenmerken van de werknemers
| Geslacht: aantal werknemers (headcount) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Mannelijk | 3.076 | 3.126 |
| Vrouwelijk | 593 | 593 |
| Totaal werknemers | 3.669 | 3.719 |
| Aantal werknemers per contracttype per geslacht (headcount) | 2025 | 2024 | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vrouwe- lijk | Manne- lijk | Totaal | Vrouwe- lijk | Manne- lijk | Totaal | |
| Aantal werknemers | 593 | 3.076 | 3.669 | 593 | 3.126 | 3.719 |
| Aantal vaste werknemers | 504 | 2.631 | 3.135 | 512 | 2.674 | 3.186 |
| Aantal tijdelijke werknemers | 89 | 445 | 534 | 81 | 452 | 533 |
| Aantal werknemers per type contract, uitgesplitst naar regio (headcount) | 2025 | 2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Europa | Turkije & Emerging Markets | Noord- Amerika | Totaal | Europa | Turkije & Emerging Markets | Noord- Amerika | Totaal | |
| Aantal werknemers | 1.827 | 1.321 | 521 | 3.669 | 1.917 | 1.274 | 528 | 3.719 |
| Aantal vaste werknemers | 1.771 | 847 | 517 | 3.135 | 1.842 | 817 | 527 | 3.186 |
| Aantal tijdelijke werknemers | 57 | 474 | 3 | 534 | 75 | 457 | 1 | 533 |
| Aantal werknemers: uitsplitsing per land > 50 werknemers | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| België | 612 | 613 |
| Colombia | 80 | 82 |
| Kroatië | 133 | 138 |
| Frankrijk | 136 | 139 |
| Noord-Amerika | 521 | 528 |
| Polen | 498 | 429 |
| Rusland | 146 | 157 |
| Spanje | 64 | 63 |
| Turkije | 1.175 | 1.122 |
| Verenigd Koninkrijk | 155 | 150 |
| The United Kingdom | 150 | 150 |
| Behoud van werknemers | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Aantal vrouwelijke werknemers die het bedrijf hebben verlaten | 168 | 134 |
| Aantal mannelijke werknemers die het bedrijf hebben verlaten | 718 | 635 |
| Totaal aantal werknemers die het bedrijf hebben verlaten | 886 | 768 |
| Personeelsverloop | 29% | 24% |
Het aantal werknemers (headcount) volgens de vermelde uitsplitsingen is het aantal werknemers op 31 december in het verslagjaar. Het type arbeidsovereenkomst, de indeling naar geslacht en de specificaties per regio zijn gebaseerd op registraties in de HR-systemen van de Groep. Het aantal werknemers dat het bedrijf heeft verlaten is het aantal werknemers dat de organisatie vrijwillig heeft verlaten of als gevolg van ontslag, pensionering of overlijden terwijl ze in dienst waren gedurende het jaar, gebaseerd op registraties in de HR-systemen van de Groep. Het totale personeelsverloop wordt berekend op basis van het gemiddelde aantal werknemers en het aantal werknemers dat het bedrijf gedurende het jaar heeft verlaten.
S1-8 Collectieve onderhandelingen en sociale dialoog
De Groep is actief in 4 landen waar collectieve arbeidsovereenkomsten van kracht zijn. In deze gevallen zijn alle werknemers gedekt. Buiten de EER valt geen van de werknemers onder een collectieve arbeidsovereenkomst. In totaal valt 26% van de werknemers van de Groep onder collectieve arbeidsovereenkomsten.
| Dekking van werknemers door een collectieve arbeidsovereenkomst: uitsplitsing per land > 50 werknemers | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| België | 100% | 100% |
| Kroatië | 100% | 100% |
| Frankrijk | 100% | 100% |
| Spanje | 100% | 100% |
De Groep is actief in 4 landen waar de werknemers worden vertegenwoordigd door een ondernemingsraad. In deze gevallen zijn alle werknemers gedekt. Buiten de EER valt geen van de werknemers onder een werknemersvertegenwoordiging. In totaal valt 36% van de werknemers van de Groep onder een werknemersvertegenwoordiging. Geen vertegenwoordiging door een Europese Ondernemingsraad (EOR), een Societas Europaea (SE) Ondernemingsraad of een Societas Cooperativa Europaea (SCE) Ondernemingsraad.# Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 173
Dekking van werknemers door werknemersvertegenwoordiging: uitsplitsing per land > 50 werknemers
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| België | 100% | 100% |
| Frankrijk | 100% | 100% |
| Polen | 100% | 100% |
| Spanje | 100% | 100% |
S1-9 Diversiteitsmaatstaven
Verdeling mannen en vrouwen in topmanagement
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Vrouwelijk topmanagement (FTE) | 7 | 9 |
| Mannelijk topmanagement (FTE) | 40 | 43 |
| Vrouwelijke topmanagement (%) | 15% | 17% |
| Mannelijk topmanagement (%) | 85% | 83% |
Het topmanagement wordt gedefinieerd als het senior management, twee niveaus onder de Raad van Bestuur.
Verdeling van het personeelsbestand naar leeftijd
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Vast en tijdelijk contract FTE <= 29 jaar | 691 | 671 |
| Vast en tijdelijk contract FTE<= 30-49 jaar | 2.229 | 2.109 |
| Vast en tijdelijk contract FTE >=50 jaar | 749 | 907 |
S1-10 Adequate lonen
Alle werknemers van de Groep ontvangen een leefbaar loon, in overeenstemming met de toepasselijke benchmarks van de internationale of nationale wetgeving.
S1-14 Gezondheid en veiligheidsmaatstaven
Gezondheid en Veiligheid
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Percentage van het personeel dat onder het gezondheids- en veiligheidsbeheersysteem van de onderneming valt, gebaseerd op wettelijke vereisten en/of erkende normen of richtlijnen | 100% | 100% |
| Aantal geregistreerde werkgerelateerde ongevallen* | 57 | 79 |
| Percentage geregistreerde werkgerelateerde ongevallen | 8,6 | 11,5 |
| Aantal sterfgevallen als gevolg van werkgerelateerd letsel en beroepsziekten | 0 | 0 |
- Berekend op basis van 1.000.000 gewerkte uren
De gegevens worden maandelijks verzameld door de lokale EHS-verantwoordelijken. Ze worden ook gedeeld met de regionale en Group managementteams, naast een diepgaande analyse door de community van EHS-managers. De Groep rapporteert betere prestaties dan in 2024, met een brede positieve trend in alle regio's. Deze vooruitgang is grotendeels het resultaat van gerichte maatregelen die in 2025 zijn genomen om incidenten te voorkomen. Op één locatie had de start van een nieuwe activiteit in 2024 geleid tot een aanzienlijke toename van het aantal incidenten. Dankzij gerichte interventies werd dit probleem in 2025 effectief aangepakt.
De veiligheidsstatistieken zijn beperkt tot de entiteiten en productiefaciliteiten van de Groep in de volgende landen (in alfabetische volgorde): België, Colombia, Chili, Duitsland, Frankrijk, Kroatië, Polen, Rusland, Spanje, Turkije, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten. Als gevolg van de DMA zijn locaties met louter magazijnen en/of verkoopkantoren niet materieel en daarom uitgesloten.
Operationele voetafdruk
S1-15 Werk-privébalans
Alle werknemers van de Groep hebben recht op verlof om gezinsredenen, in overeenstemming met de geldende internationale of nationale wettelijke kaders.
S1-16 Beloningsmaatstaven
Beloning
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Loonkloof man-vrouw | -0,3% | -4,0% |
| Totale jaarlijkse beloningsverschil in EUR | 24,0 | 20,7 |
De loonkloof tussen mannen en vrouwen wordt berekend als het verschil tussen de gemiddelde jaarlijkse totale beloning van mannelijke en vrouwelijke werknemers, uitgedrukt als percentage van de gemiddelde jaarlijkse totale beloning van mannelijke werknemers. De loonverhouding tussen mannen en vrouwen wijst op een bijna volledige gelijkheid in de gemiddelde beloningsniveaus tussen mannelijke en vrouwelijke werknemers.
De jaarlijkse totale beloningsratio wordt berekend door de jaarlijkse bruto verloning van de hoogst betaalde werknemer in de Groep te vergelijken met de jaarlijkse mediane bruto verloning van de rest van de eigen werknemers .1
De berekeningen zijn gebaseerd op het aantal werknemers en de geschatte totale jaarlijkse beloning op 31 december in het verslagjaar. (1) Wegens beperkingen in de beschikbaarheid van gegevens wordt de KPI voor de totale beloningsratio berekend op basis van het jaarlijkse brutosalaris, in plaats van de totale jaarlijkse beloning zoals gedefinieerd door de ESRS.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 175
S1-17 Incidenten, klachten en ernstige impacts voor de mensenrechten
Geregistreerde incidenten en klachten
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Totaal aantal discriminatie-gerelateerde incidenten | 7 | 15 |
| Totaal aantal ingediende klachten | 12 | 43 |
| Totaal bedrag aan boetes, straffen en schadevergoedingen als gevolg van de incidenten en klachten | 0 | 0 |
De klachten en incidenten worden ingediend door het eigen personeel en hebben betrekking op gedrag dat niet in overeenstemming is met de principes die zijn vastgelegd in de Gedragscode van de Groep. Ze kunnen niet worden beschouwd als ernstige gevolgen voor de mensenrechten. De klachten zijn ingediend via de kanalen die werknemers ter beschikking staan om hun bezorgdheid te uiten. Incidenten worden gedefinieerd als klachten die hebben geleid tot specifieke acties na een onderzoek.
ESRS S2 Werknemers in de waardeketen
1. Impacts, risico's en kansen
| Impact | Positieve/ negatieve impact | Werkelijk | Potentiële impact | Korte termijn/ Impact op lange termijn |
|---|---|---|---|---|
| Bij het aankopen van grondstoffen en andere producten is er een intrinsieke invloed op de sociale omstandigheden van werknemers in de waardeketen. Potentiële negatieve gevolgen doen zich vooral voor bij leveranciers met productievestigingen in regio's met een zwakke arbeidsbescherming. | Positief/negatief | Potentieel | Korte termijn | |
| De bescherming van arbeids- en mensenrechten in de waardeketen omvat het voorkomen en aanpakken van verschillende vormen van uitbuiting en discriminatie (zoals eerlijke lonen, gelijkheid, geweldpreventie, uitbanning van dwangarbeid en kinderarbeid, geen mensenhandel, vrijheid van vereniging, jaarlijks betaald verlof). | Negatief | Potentieel | Middellange termijn |
| Risico / Kans | Positieve / Negatieve potentiële impact | Eigen activiteiten / Waardeketen |
|---|---|---|
| Elke associatie met arbeidsrechtenschendingen kan leiden tot publieke kritiek, verlies van consumentenvertrouwen en financiële sancties. Dergelijke controverses zorgen voor een negatief beeld van de sector. | Negatief | (Upstream) waardeketen |
| Regelgeving die transparantie en ethische praktijken in de hele waardeketen vereist, verhoogt de kosten voor naleving, bijvoorbeeld voor audits van leveranciers. | Negatief |
Afgezien van het duidelijke verband tussen aankoop en de gevolgen voor de waardeketen, is er geen direct verband tussen de mogelijke gevolgen voor werknemers in de waardeketen en het bedrijfsmodel van de Groep. De werknemers in de waardeketen die een wezenlijke invloed ondervinden van de aankoopbeslissingen van de Groep zijn werknemers in de upstream waardeketen, met name degenen die betrokken zijn bij de productie van grondstoffen en de winning van grondstoffen. Ook werknemers die betrokken zijn bij inkomende en uitgaande logistiek kunnen worden beïnvloed.
Potentiële negatieve effecten zullen waarschijnlijk eerder in verband worden gebracht met leveranciers in landen met een hoger risico op dergelijke effecten. In overeenstemming met de OESO-richtlijnen worden landenrisicofactoren beïnvloed door regelgevingsrisico's (bijv. harmonisatie met internationale verdragen), bestuurspraktijken (bijv. intensiteit van inspecties, rechtsstaat, mate van corruptie), sociaaleconomische context (bijv. armoede, opleidingsniveau, kwetsbaarheid en discriminatie van bepaalde bevolkingsgroepen) en politieke context (bijv. conflicten).
De overgrote meerderheid van de leveranciers van grondstoffen en logistieke diensten van de Groep bevindt zich in landen met goede arbeidsrechten. PVC-hars en additieven worden doorgaans dicht bij de productielocaties van de Groep geproduceerd. Op basis van beschikbaar onderzoek naar de PVC-industrie en feedback van belanghebbenden tijdens de materialiteitsbeoordeling hebben we geen aanwijzingen gevonden dat specifieke
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 177
categorieën werknemers een verhoogd risico lopen. We hebben geen aanwijzingen dat er materiële negatieve effecten optreden in de toeleveringsketen. De PVC-industrie wordt niet beschouwd als een sector met een hoog risico op mensenrechtenschendingen. Daarom concluderen we dat er geen sprake is van wijdverbreide materiële negatieve effecten.
2. Beheer van impacts, risico's en kansen
IRO-1 Beschrijving van de processen voor het identificeren van materiële effecten
De materialiteit van werkelijke en potentiële impacts, risico's en opportuniteiten is onderzocht voor alle locaties en bedrijfsactiviteiten. De raadplegingen van belanghebbenden, zoals vermeld in hoofdstuk 4 van ESRS 2, hebben betrekking op het onderwerp G1. Er werden geen bijkomende of specifieke raadplegingen gehouden met betrokken lokale gemeenschappen in het DMA-proces.
S2-1 Beleid met betrekking tot werknemers in de waardeketen
We verwachten van onze leveranciers en onderaannemers dat ze dezelfde ethische normen hanteren als wij. De verwachtingen ten aanzien van leveranciers op het gebied van ethiek en mensenrechten zijn vastgelegd in de Gedragscode voor Leveranciers. De gedragscode beschrijft onze minimale verwachtingen ten aanzien van leveranciersnormen, waaronder gezondheid en veiligheid, arbeidspraktijken en mensenrechten, kinderarbeid, milieubescherming, eerlijke handelspraktijken en vrijheid van vereniging en collectieve onderhandelingen. Er wordt indirect verwezen naar het verbod op mensenhandel, dwangarbeid of verplichte arbeid.
De gedragscode voor leveranciers is beschikbaar op ons intranet en op de website van de Groep. Het beleid heeft betrekking op alle werknemers in de waardeketen en is niet gericht op specifieke groepen werknemers in de waardeketen. De principes in de Gedragscode voor Leveranciers komen overeen met internationaal erkende instrumenten die relevant zijn voor werknemers in de waardeketen, waaronder de VN-richtlijnen voor bedrijven en mensenrechten en de IAO-verklaringen over fundamentele principes en rechten op het werk. Alle directe materiaalleveranciers en indirecte leveranciers zijn verplicht om onze Gedragscode voor Leveranciers te ondertekenen.Dit is verankerd in het aankoopbeleid, aangezien er geen nieuwe leverancier kan worden aangesteld zonder dat er een ondertekende Gedragscode beschikbaar is. Leveranciers kunnen hun eigen Gedragscode voorleggen, die Deceuninck controleert om er zeker van te zijn dat de principes ervan overeenstemmen met en voldoen aan de principes die zijn uiteengezet in onze Gedragscode voor leveranciers.
In 2023 werd een risicoanalyse uitgevoerd op basis van het land van productie van Tier 1-leveranciers. Landen werden ingedeeld in 4 niveaus: van niveau D (zeer slechte arbeidsrechten) tot A (goede arbeidsrechten). De basis voor de landenanalyse is de ISS ESG Country Risk-analyse, gecontroleerd aan de hand van de Global Labor Rights Index van Wage Indicator Foundation en de identificatie van landenrisico's op het gebied van governance door Amfori. 83% van de leveranciers is gevestigd in landen met (zeer) goede arbeidsrechten en wordt daarom beschouwd als een laag risico voor de Groep. 16% van de leveranciers is gevestigd in landen met (zeer) slechte arbeidsrechten en wordt daarom beschouwd als een hoog risico voor de Groep. Een handvol van deze leveranciers bevindt zich in landen in Zuidoost-Azië. De meeste risicolanden bevinden zich in Oost-Europa en Türkiye.
De Groep beoordeelt de potentiële blootstelling aan risico's met betrekking tot mensenrechten als laag. Daarom zijn er nog geen aanvullende due diligence-mechanismen geïmplementeerd.
Maatregelen die zijn genomen om mogelijke gevolgen voor de mensenrechten aan te pakken, zijn:
* Klachtenmechanismen voor belanghebbenden om hun bezorgdheid te uiten (werknemers, niet-werknemers en onderaannemers)
* Voortdurende dialoog met leveranciers als onderdeel van inkoopprocessen
* In geval van negatieve gevolgen, samenwerking met lokale en internationale autoriteiten en betrokken belanghebbenden om toegang tot rechtsmiddelen te vergemakkelijken.
S2-2 Processen voor overleg met werknemers in de waardeketen over gevolgen
De Groep heeft geen proces vastgelegd om met werknemers in de waardeketen in gesprek te gaan en heeft ook geen concrete plannen om dit te doen.
S2-3 Herstelprocessen voor negatieve gevolgen en kanalen voor werknemers in de waardeketen om hun zorgen kenbaar te maken
De Groep heeft geen kanaal beschikbaar voor het uiten van bezorgdheden op de werkplek van werknemers in de waardeketen en heeft ook geen concrete plannen om dit te doen.
S2-4 Acteren op materiële impacts op werknemers in de waardeketen, en benaderingen om wat betreft werknemers in de waardeketen materiële risico’s te beheersen en materiële kansen te benutten, en de effectiviteit van die maatregelen
De aankoopteams in onze belangrijkste regio's hebben in 2025 maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat meer leveranciers de Gedragscode voor leveranciers aanvaarden en de naleving door de Groep te verbeteren.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 179
178 De Gedragscode voor leveranciers stelt verwachtingen vast voor ethische, sociale en milieunormen en dient als preventie en vroegtijdige detectie van mogelijke niet-naleving. De naleving van de gedragscode door leveranciers wordt opgevolgd met focus op de grote leveranciers. Dit kan helpen bij het identificeren van mogelijke negatieve gevolgen binnen de toeleveringsketen. Tot nu toe heeft geen enkele leverancier de ondertekening van het document geweigerd.
Als blijkt dat een leverancier het beleid niet naleeft, kunnen de volgende stappen worden genomen:
* De leverancier kan worden geïnformeerd over de specifieke gebieden van niet-naleving en worden gevraagd om een verklaring of een plan met corrigerende maatregelen te verstrekken.
* De leverancier kan worden onderworpen aan verscherpt toezicht (bijv. frequentere audits, voortgangsrapportage) om ervoor te zorgen dat de corrigerende maatregelen tijdig worden uitgevoerd.
* Als de leverancier niet voldoet of onvoldoende vooruitgang boekt, kunnen escalatieprocedures worden gestart, waaronder het opschorten van nieuwe orders, contractuele boetes of beëindiging van de zakelijke relatie.
De effectiviteit wordt bijgehouden aan de hand van de maatstaf 'Percentage van de uitgaven gedekt door leveranciers die zich aan de gedragscode houden'. In 2025 is 91% van de uitgaven gedekt. Dit is een stijging ten opzichte van 2024 (2024: 86%). Er zijn geen andere maatregelen genomen of gepland om materiële negatieve effecten op werknemers in de waardeketen te voorkomen of te beperken. Er zijn geen (ernstige) mensenrechtenkwesties en -incidenten gemeld die verband houden met de upstream- en downstreamwaardeketen. Er zijn geen specifieke middelen toegewezen aan het beheer van de gevolgen voor mensenrechten, afgezien van de inspanningen van de aankoopteams om ervoor te zorgen dat leveranciers zich houden aan de gedragscode voor leveranciers.
3. Maatstaven en doelen
S2-5 Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieve impacts en het beheersen van materiële risico’s en kansen
Gezien de Groep niet langer onderworpen is aan de CSDDD, zal onze aanpak verfijnd worden naar een risicogebaseerde effectbeoordeling, gerichte leveranciersscreening en prestatiebewaking in overeenstemming met de wettelijke vereisten en de verwachtingen van de belanghebbenden. Er worden momenteel geen extra CapEx- of OpEx-uitgaven voorzien. De verantwoordelijkheid voor deze doelstellingen ligt bij de aankoopteams samen met de Group General Counsel en de Group Sustainability Manager.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 181
180 ESRS G1 Zakelijk gedrag
1. Impacts, risico's en kansen
| Impact | Positieve/ negatieve impact | Werkelijk | Potentiële impact | Korte termijn/ Impact op lange termijn |
|---|---|---|---|---|
| Omkoping en corruptie omvatten pogingen om iemands handelingen te beïnvloeden op een manier die in strijd is met de verwachtingen van de werkgever. Dergelijk onwettig of onethisch gedrag gaat in tegen de principes uiteengezet in de Gedragscode van de Groep en kan ook in strijd zijn met wettelijke normen. | Negatief | Werkelijk | Korte termijn | Risico / Kans |
| Positieve / Negatieve potentiële impact | Eigen activiteiten / Waardeketen | |||
| Onwettig gedrag of schendingen van de Gedragscode kunnen leiden tot juridische sancties, reputatieschade, financiële verliezen, operationele verstoringen, een verminderde motivatie van werknemers. Deze problemen kunnen het vertrouwen van belanghebbenden ondermijnen, de kosten verhogen, de omzet verlagen en de algehele bedrijfsprestaties belemmeren. | (Risico) Negatief | Eigen activiteiten |
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 183
182 2. Beheer van impacts, risico's en opportuniteiten
IRO-1 Beschrijving van de processen voor het identificeren en beoordelen van materiële impacts, risico's en opportuniteiten
De materialiteit van daadwerkelijke en potentiële impacts, risico's en opportuniteiten is onderzocht voor alle locaties en bedrijfsactiviteiten. De raadplegingen met belanghebbenden, zoals beschreven in ESRS 2, hoofdstuk 4, hebben betrekking op het G1-onderwerp. Er werden geen bijkomende of specifieke raadplegingen gehouden met betrokken gemeenschappen in het DMA-proces.
G1-1 Beleid inzake zakelijk gedrag en bedrijfscultuur
Definitie, ontwikkeling, bevordering en evaluatie van de bedrijfscultuur
Onze bedrijfscultuur is gebaseerd op Trust, Top Performance en Empowerment. Deze waarden zijn vastgelegd in onze Gedragscode, die dient als leidraad voor alle medewerkers. Daarnaast zijn er nieuwe waarden gedefinieerd via een breed overlegproces met onze medewerkers, die in de eerste helft van 2026 zullen worden geïmplementeerd.
De Groep streeft ernaar een duurzame thuis te creëren voor haar mensen en klanten. Wij zijn ervan overtuigd dat dit alleen mogelijk is als we ons allemaal houden aan een reeks principes, gebaseerd op onze kernwaarden, die ons dagelijks gedrag sturen. Ons gedrag is het venster van het bedrijf naar de buitenwereld. Soms worden we geconfronteerd met werksituaties waarin de juiste beslissing niet altijd voor de hand ligt. Als dit gebeurt, kunnen we de volgende leidraad gebruiken:
1. Onze kernwaarden: Handelen we in overeenstemming met onze kernwaarden?
2. Basisbeginselen: Wat houden deze basisbeginselen in?
3. Mensen: Welke impact zullen mijn handelingen op anderen hebben?
4. Duurzame relaties: Beschermt de handeling de reputatie van Deceuninck?
Deze vier onderdelen van onze Gedragscode vormen het ethisch kader waarop we onze beslissingen enten - als individu en als lid van Deceuninck. We verwachten dat iedereen die bij Deceuninck werkt zich gedraagt in overeenstemming met deze basisbeginselen. De Gedragscode omschrijft ons engagement voor ethisch gedrag en biedt duidelijke richtlijnen over hoe om te gaan met verschillende situaties die zich kunnen voordoen op de werkvloer.
Om onze bedrijfscultuur te stimuleren en te evalueren, worden nieuwe werknemers uitgenodigd om de Gedragscode E-learning te volgen. Om het bewustzijn te behouden en ervoor te zorgen dat iedereen op één lijn blijft met het beleid en de procedures van de Groep, werd in 2025 een Compliance opfriscursus aangeboden. Deze herhalingstraining diende om werknemers op de hoogte te houden van vereisten en de verwachtingen ten aanzien van ethisch gedrag en om de naleving van de regels te versterken.
De Groep evalueert haar bedrijfscultuur voortdurend. Ze verzamelt input over hoe werknemers de bedrijfscultuur 'beleven' via verschillende kanalen voor feedback van werknemers: enquêtes, focusgroepen, exitgesprekken, evaluatiecycli. De CHRO consolideert de bevindingen, die met op gezette tijden worden bekeken en beoordeeld door het Uitvoerend Management.
Mechanismen voor het identificeren, rapporteren en onderzoeken van bezorgdheden
We hebben mechanismen ingesteld om zorgen over onwettig gedrag of gedrag dat in strijd is met onze Gedragscode te identificeren, te rapporteren en te onderzoeken.Deze procedures zijn ontworpen om meldingen van interne belanghebbenden mogelijk te maken. De belangrijkste onderdelen zijn:
↳ Interne audit: Er worden regelmatig audits uitgevoerd om ervoor te zorgen dat ons beleid wordt nageleefd en om mogelijke problemen te identificeren.
↳ Auditcomité: Deze commissie houdt toezicht op het auditproces en zorgt ervoor dat eventuele problemen onmiddellijk worden aangepakt.
↳ Compliance officer: De Compliance Officer is verantwoordelijk voor het toezicht op de implementatie van onze complianceprogramma's en voor het onderzoeken van alle gerapporteerde zaken. Deze functie wordt momenteel uitgevoerd door de General Counsel, die lid is van het Uitvoerend Management.
↳ Klokkenluidersplatform: We hebben een klokkenluidersplatform waarop werknemers en personen met een professionele relatie (zoals stagiaires en aannemers) anoniem hun bezorgdheid kunnen melden.
Beleid tegen corruptie en omkoping
Het beleid van de Groep inzake anticorruptie en omkoping is vastgelegd in de Gedragscode. Dit document is geïnspireerd door het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie. We streven ernaar dit beleid in al onze activiteiten te implementeren om de hoogste normen van integriteit te waarborgen. De gedragscode heeft betrekking op alle vormen van omkoping en corruptie, waaronder maar niet beperkt tot:
↳ Het aanbieden, geven, ontvangen of vragen van enig voordeel (financieel of anders) dat bedoeld is om de handelingen van een persoon of entiteit op ongepaste wijze te beïnvloeden.
↳ Faciliterende betalingen om routinematige transacties te versnellen.
↳ Geschenken, gastvrijheid of entertainment die bedoeld zijn om beslissingen op ongepaste wijze te beïnvloeden of oneerlijke zakelijke voordelen te verkrijgen.
De Gedragscode is beschikbaar op het intranet en de website van de Groep. De Compliance Officer is verantwoordelijk voor de implementatie van de Gedragscode.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 185
Bescherming van klokkenluiders
Wij zetten ons in voor de bescherming van klokkenluiders en hebben interne meldkanalen opgezet, zoals beschreven in het klokkenluidersbeleid. Deze kanalen omvatten e-mail en een online meldingsplatform. We geven onze werknemers informatie over hoe ze bezorgdheden kunnen melden. Ons klokkenluidersbeleid omvat maatregelen om werknemers te beschermen die te goeder trouw hun bezorgdheden melden. Zo voldoen we aan de toepasselijke wetgeving, waaronder Richtlijn (EU) 2019/1937. We hebben procedures om incidenten op het gebied van zakelijk gedrag snel, onafhankelijk en objectief te onderzoeken. Deze onderzoeken worden uitgevoerd door de Compliance Officer en de afdeling Internal Audit om vertrouwelijkheid, grondigheid en onpartijdigheid te garanderen. Trainingen over zakelijk gedrag vormen een integraal onderdeel van ons onboardingproces. Alle nieuwe bedienden zijn verplicht om de E-learning Gedragscode te volgen.
G1-3 Preventie en opsporing van corruptie en omkoping
Procedures om aantijgingen of incidenten op gebied van corruptie en omkoping te voorkomen, op te sporen en aan te pakken
We hebben procedures uitgewerkt om aantijgingen of incidenten op gebied van corruptie en omkoping te voorkomen, op te sporen en aan te pakken. Deze procedures omvatten:
↳ Interne audits: Er worden regelmatig controles uitgevoerd om te zorgen dat we voldoen aan ons beleid tegen corruptie en omkoping. De interne auditor rapporteert rechtstreeks aan de auditcommissie.
↳ Gedragscode E-learning: Onze Gedragscode beschrijft ons streven naar ethisch gedrag en biedt richtlijnen voor het voorkomen en aanpakken van corruptie en omkoping.
↳ Compliance officer: De Compliance Officer houdt toezicht op de uitvoering van onze anticorruptie- en antiomkopingsprogramma's en onderzoekt alle gemelde kwesties. Deze functie wordt momenteel uitgeoefend door de General Counsel, die lid is van het Uitvoerend Management.
↳ Platform voor klokkenluiders: We hebben een platform voor klokkenluiders waarmee medewerkers anoniem hun zorgen kunnen melden.
De onderzoekers staan los van de managementstructuur die verantwoordelijk is voor het voorkomen en opsporen van corruptie en omkoping. Deze scheiding zorgt ervoor dat onderzoeken objectief en onpartijdig worden uitgevoerd. Onze afdeling Internal Audit is verantwoordelijk voor het uitvoeren van deze onderzoeken en rapporteert rechtstreeks aan de Auditcommissie. Dit proces zorgt ervoor dat ons management en de leden van de raad van bestuur op de hoogte zijn van eventuele kwesties en passende maatregelen kunnen nemen.
Communicatie van policies
Ons beleid inzake de preventie en opsporing van corruptie en omkoping wordt aan alle relevante belanghebbenden gecommuniceerd via de e-learningmodule Gedragscode. Het is ook beschikbaar op Sharepoint en de bedrijfswebsite.
Trainingsprogramma's tegen corruptie en omkoping
De groep biedt haar werknemers opleidingen op het gebied van corruptiebestrijding en omkoping aan via de e-learningprogramma Gedragscode. Alle nieuwe bedienden zijn verplicht deze online training te volgen, waarin het anticorruptie- en antiomkopingsbeleid van het bedrijf wordt behandeld. Tijdens de training komen verschillende onderwerpen aan bod die verband houden met corruptie- en omkopingbestrijding. Denk hierbij aan het identificeren en melden van zorgen, inzicht in het wettelijk kader en best practices voor het handhaven van ethisch gedrag. De training duurt naar schatting 35 minuten. In principe kunnen alle functies binnen de organisatie blootgesteld worden aan risico's in verband met corruptie en omkoping. Medewerkers die betrokken zijn bij aankoopbeslissingen worden beschouwd als een hoger risico vanwege de mogelijkheid van belangenconflicten en interactie met externe leveranciers. Medewerkers binnen de aankoopafdelingen van de Groep vallen daarom onder de E-learning Gedragscode, en alle nieuwe medewerkers zijn verplicht deze training te volgen. Er wordt aan gewerkt om alle medewerkers van de aankoopafdelingen de training te laten volgen in 2026. In de afgelopen 5 jaar heeft 66% van de medewerkers van de inkoopafdelingen de E-learning Gedragscode doorlopen. Het management doorloopt het trainingsprogramma. De bestuursleden hebben toegang tot het trainingsmateriaal als onderdeel van het onboardingprogramma, maar zijn niet uitgenodigd voor de E-learning over de Gedragscode.
- Maatstaven en doelen
G1-4 Incidenten van corruptie of omkoping
| Maatstaven | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Aantal veroordelingen voor overtreding van wetgeving ter voorkoming van corruptie en omkoping | 0 | 0 |
| Bedrag aan boetes voor overtreding van wetgeving ter voorkoming van corruptie en omkoping | 0 | 0 |
| Totaal aantal bevestigde incidenten van corruptie of omkoping | 0 | 1 |
| Aantal bevestigde incidenten waarbij eigen werknemers werden ontslagen of disciplinaire maatregelen kregen opgelegd wegens corruptie of omkoping | 0 | 1 |
| Aantal bevestigde incidenten met betrekking tot contracten met zakenpartners die werden beëindigd of niet verlengd vanwege schendingen met betrekking tot corruptie of omkoping | 0 | 0 |
| Openbare rechtszaken met betrekking tot corruptie of omkoping | 0 | 0 |
De bovenstaande tabel geeft informatie over corruptie en omkoping zoals gedefinieerd in de Gedragscode (zie hoger). Naast corruptie en omkoping kunnen ook andere soorten fraude gemeld worden via ons klokkenluidersplatform. In 2025 werden de Groep geen incidenten geregistreerd. Er zijn geen specifieke doelstellingen over bestrijding van corruptie en omkoping. Toch houdt de Groep de effectiviteit van haar beleid en programma's voortdurend bij.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 187
Woordenlijst
| Afkorting | Definitie |
|---|---|
| ADEME | Het Franse Agentschap voor Ecologische Transitie, dat CO 2 -emissiefactoren aanreikt |
| CSDD | Richtlijn Corporate Sustainability Due Diligence |
| CSRD | Richtlijn Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen |
| DEFRA | UK Department for Environment, Food and Rural Affairs, dat CO 2 -emissiefactoren aanreikt |
| DEI | Diversiteit, gelijkheid en inclusie |
| DMA | Dubbele materialiteitsbeoordeling |
| GEAD | Geen ernstige afbreuk doen aan-principe in de context van de EU-Taxonomie |
| EHS | Milieu, gezondheid en veiligheid |
| EPPA | European Trade Association of PVC Window System Suppliers |
| EU | Europese Unie |
| ESG | Milieu, maatschappij en goed bestuur |
| ESRS | Europese normen voor duurzaamheidsrapportering |
| VTE | Voltijdsequivalent (aantal voltijds gewerkte uren bij het bedrijf) |
| GHG | Uitstoot van broeikasgassen |
| IAO | Internationale Arbeidsorganisatie |
| IRO | Impacts, risico's en Opportuniteiten |
| OESO | Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling |
| PVC | Polyvinylchloride |
| SBTi | Science Based Targets initiatief |
| tCO 2 e | Metrische tonnen kooldioxide-equivalent |
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 189
Index
| ESRS referentie- / rapporteringsstructuur | Openbaarmakingsvereiste DMA onderwerp | Verwijzing naar datapunten uit andere Europese wetgevingen* |
|---|---|---|
| ESRS 2 — Algemene informatieverschaffing | BP-1 Algemene basis voor het opstellen van de duurzaamheidsverklaring | 5 n.v.t. |
10, 11, 13, 14 GOV-1 De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen
21, 22, 23 SFDR, Benchmarkverordening GOV-2 Informatie verstrekt aan en duurzaamheidszaken behandeld door de bestuurs- en leidinggevende organen
26 GOV-3 Integratie van duurzaamheidsgerelateerde prestaties in incentiveprogramma's
29 GOV-4 Verklaring over due diligence
32 SFDR GOV-5 Risicobeheer en interne controle over duurzaamheidsverslaggeving
36 SBM-1 Strategie, bedrijfsmodel en waardeketen
40, 42 SFDR, Pijler 3 SBM-2 Belangen en standpunten van belanghebbenden
45 SBM-3 Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en hun interactie met de strategie en het bedrijfsmodel
48 IRO-1 Beschrijving van het proces om materiële impacts, risico's en opportuniteiten te identificeren en te beoordelen
53 IRO-2 Informatievereisten in het ESRS die vallen onder de duurzaamheidsverklaring van de onderneming
56, 59 ESRS E1 — Klimaatverandering
1. Impacts, risico's en opportuniteiten
Koolstofemissies upstream, eigen activiteiten, downstream SBM-3 Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en hun interactie met strategie en bedrijfsmodel
12 2. Bestuur GOV-3 Integratie van duurzaamheidsgerelateerde prestaties in incentiveprogramma's
13 3. Strategie E1-1 Overgangsplan voor klimaatmitigatie
16 Klimaatwet, SFDR, Pijler 3 SBM-3 Veerkrachtstrategie (materiële impacts, risico's en opportuniteiten en hun interactie met strategie en bedrijfsmodel)
18, 19 4. Beheer van impacts, risico's en opportuniteiten IRO-1 Processen voor het identificeren en beoordelen van materiële klimaatgerelateerde gevolgen, risico's en mogelijkheden
20 E1-2 Beleid met betrekking tot klimaatmitigatie en -adaptatie
24, 25 E1-3 Actieplannen en middelen met betrekking tot beleid inzake klimaatverandering
29 5. Maatstaven en doelstellingen E1-4 Doelstellingen met betrekking tot klimaatmitigatie en -adaptatie
34 SFDR, Pijler 3, Benchmark regelgeving E1-5 Energieverbruik en -mix
37 SFDR E1-6 Bruto Scopes 1, 2, 3 en totale broeikasgasemissies
47, 48, 49, 51, 52, 53, 54, 55 SFDR, Pijler 3, Benchmark regelgeving
- Europese wetgevingen vermeld in index (Bijlage B ESRS): SFDR: Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector (Sustainable Finance Disclosures Regulation) (PB L 317 van 9.12.2019, blz. 1). 24 Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (verordening kapitaalvereisten "CRR") (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1). 25 Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende indices die worden gebruikt als benchmarks voor financiële instrumenten en financiële overeenkomsten of om de prestatie van beleggingsfondsen te meten en tot wijziging van Richtlijnen 2008/48/EG en 2014/17/EU en Verordening (EU) nr. 596/2014 (PB L 171 van 29.6.2016, blz. 1). 26 Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 ("Europese klimaatwetgeving") (PB L 243 van 9.7.2021, blz. 1). Pijler 3: Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (verordening kapitaalvereisten "VKV") (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1). 25 Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende indices die worden gebruikt als benchmarks voor financiële instrumenten en financiële overeenkomsten of om de prestatie van beleggingsfondsen te meten en tot wijziging van Richtlijnen 2008/48/EG en 2014/17/EU en Verordening (EU) nr. 596/2014 (PB L 171 van 29.6.2016, blz. 1). 26 Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 ("Europese klimaatwetgeving") (PB L 243 van 9.7.2021, blz. 1). Benchmarkverordening: Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende indices die worden gebruikt als benchmarks voor financiële instrumenten en financiële overeenkomsten of om de prestatie van beleggingsfondsen te meten en tot wijziging van de Richtlijnen 2008/48/EG en 2014/17/EU en Verordening (EU) nr. 596/2014 (PB L 171 van 29.6.2016, blz. 1). Klimaatwet: Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 ("Europese klimaatwetgeving") (PB L 243 van 9.7.2021, blz. 1).
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 191190
| ESRS referentie- / rapporteringsstructuur | Openbaarmakingsvereiste DMA onderwerp | Verwijzing naar datapunten uit andere Europese wetgevingen* |
|---|---|---|
| ESRS E2 — Verontreiniging | 1. Impacts, risico's en opportuniteiten | |
| Gebruik van zeer zorgwekkende stoffen | ||
| SBM-3 Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en hun interactie met strategie en bedrijfsmodel | 12 | |
| 2. Beheer van impacts, risico's en opportuniteiten | ||
| IRO-1 Processen voor de identificatie en beoordeling van aan materiaalverontreiniging gerelateerde impacts, risico's en opportuniteiten | 9, 11 | |
| E2-1 Beleid met betrekking tot vervuiling | 15 | |
| E2-2 Acties met betrekking tot vervuiling | 18 | |
| 3. Maatstaven en doelstellingen | ||
| E2-3 Streefdoelen met betrekking tot vervuiling | 23, 25 | |
| E2-5 Zorgwekkende en zeer zorgwekkende stoffen | 34, 35 | |
| ESRS E3 — Water en maritieme rijkdommen | 1. Impacts, risico's en opportuniteiten | |
| Waterverbruik bij activiteiten | ||
| SBM-3 Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en hun interactie met strategie en bedrijfsmodel | 7 | |
| 2. Beheer van impacts, risico's en opportuniteiten | ||
| IRO-1 Processen voor het identificeren en beoordelen van materiële watergerelateerde impacts, risico's en opportuniteiten | 8 | |
| E3-1 Beleid met betrekking tot water en mariene hulpbronnen | 12, 13 SFDR | |
| E3-2 Acties en middelen met betrekking tot water en mariene hulpbronnen | 17, 18, 19 | |
| 3. Maatstaven en doelstellingen | ||
| E3-3 Doelstellingen met betrekking tot water en mariene hulpbronnen | 23, 25 | |
| E3-4 Waterverbruik | 28, 29 SFDR | |
| ESRS E5 — Gebruik van hulpbronnen en circulaire economie | 1. Impacts, risico's en opportuniteiten | |
| Grondstoffen & Recyclage | ||
| SBM-3 Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en hun interactie met strategie en bedrijfsmodel | 10 | |
| 2.Beheer van impacts, risico's en opportuniteiten | ||
| IRO-1 Processen voor het identificeren en beoordelen van de impacts, risico's en opportuniteiten van het gebruik van materiële hulpbronnen en de circulaire economie | 11 | |
| E5-1 Beleid met betrekking tot het gebruik van hulpbronnen en de circulaire economie | 15, 16 | |
| E5-2 Acties en middelen met betrekking tot het gebruik van hulpbronnen en de circulaire economie | 19 | |
| 3. Maatstaven en doelstellingen | ||
| E5-3 Doelstellingen met betrekking tot gebruik van hulpbronnen en circulaire economie | 24 | |
| E5-4 Toevoer van hulpbronnen | 30, 31, 32 | |
| ESRS S1 — Eigen personeel | 1. Impacts, risico's en opportuniteiten | |
| Veilig werk, Gezondheid & veiligheid bij werkzaamheden, Training & ontwikkeling van vaardigheden, Passende lonen, Diversiteit & inclusie, Anti-discriminatie (mensenrechten), Sociale dialoog, Balans werk-privé | ||
| SBM-2 Belangen en standpunten van belanghebbenden | 12 | |
| SBM-3 Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en hun interactie met strategie en bedrijfsmodel | 11, 13, 14, 15, 16 | |
| 2. Beheer van impacts, risico's en opportuniteiten | ||
| IRO-1 Beschrijving van de processen voor het identificeren en beoordelen van materiële impacts, risico's en opportuniteiten | 11 | |
| S1-1 Beleid met betrekking tot eigen personeel | 19, 20, 21, 22, 24 SFDR, Benchmarkverordening | |
| S1-2 Processen voor dialoog met eigen personeel en werknemersvertegenwoordigers over impact | 26, 27, 29 | |
| S1-3 Processen om negatieve gevolgen op te vangen en kanalen voor eigen personeel om bezorgdheden te melden | 32, 33 SFDR | |
| S1-4 Maatregelen treffen voor materiële gevolgen voor het eigen personeel | 39, 40, 41, 42, 43 | |
| Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 193192 |
| ESRS referentie- / rapporteringsstructuur | Openbaarmakingsvereiste DMA onderwerp | Verwijzing naar datapunten uit andere Europese wetgevingen* |
|---|---|---|
| 3. Maatstaven en doelstellingen | ||
| S1-5 Doelstellingen met betrekking tot beheer van materiële impacts, risico's en opportuniteiten | 44, 46, 47 | |
| S1-6 Kenmerken van de werknemers van de onderneming | 50 | |
| S1-7 Kenmerken van niet-werknemers in het eigen personeelsbestand van de onderneming | 55 | |
| S1-8 Collectieve onderhandelingen en sociale dialoog | 58, 60, 61, 62, 63 | |
| S1-9 Diversiteitsgegevens | 66 | |
| S1-10 Leefbare lonen | 69, 70, 71 | |
| S1-14 Gezondheid en veiligheid | 88 SFDR, Benchmarkverordening | |
| S1-16 Beloningsmaatstaven | 97 SFDR, Benchmarkverordening | |
| S1-17 Incidenten, klachten en ernstige gevolgen voor de mensenrechten | 103, 104 | |
| ESRS S2 — Werknemers in de waardeketen | 1. Impacts, risico's en opportuniteiten | |
| Arbeidsomstandigheden & Gelijke kansen | ||
| SBM-3 Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en hun interactie met strategie en bedrijfsmodel | 9, 10, 11, 12, 13 SFDR | |
| 2. |
| IRO-1 Beschrijving van de processen voor het identificeren en beoordelen van materiële impacts, risico's en opportuniteiten | 6 | |
|---|---|---|
| S2-1 | Beleid met betrekking tot werknemers in de waardeketen | 16, 17, 18, 19 |
| SFDR, Benchmarkverordening | ||
| S2-2 | Processen voor dialoog met werknemers in de waardeketen over gevolgen | 22, 24 |
| S2-3 | Processen om negatieve gevolgen te herstellen en kanalen voor werknemers in de waardeketen om hun bezorgdheid te uiten | 29 |
| S2-4 | Actie ondernemen met betrekking tot materiële gevolgen voor werknemers in de waardeketen | 32, 33, 36 |
| 38 SFDR | ||
| S2-5 | Metriek en doelstellingen met betrekking tot het beheer van materiële impacts, risico's en opportuniteiten | 39, 42 |
| ESRS G1 — Bestuur | ||
| 1. Impacts, risico's en opportuniteiten | Zakelijk gedrag, anticorruptie en omkoping | |
| SBM-3 | Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en hun interactie met strategie en bedrijfsmodel | 4 |
| 2. Beheer van impacts, risico's en opportuniteiten | ||
| IRO-1 | Beschrijving van de processen voor het identificeren en beoordelen van materiële bestuurlijke impacts, risico's en opportuniteiten | 6 |
| G1-1 | Beleid inzake zakelijk gedrag en bedrijfscultuur | 7, 8, 9, 10, 11, 22 |
| SFDR | ||
| G1-3 | Preventie en opsporing van corruptie en omkoping | 16, 20, 21 |
| 3. Maatstaven en doelstellingen | ||
| G1-4 | Gevallen van corruptie of omkoping | 24, 25, 26 |
| SFDR, Benchmarkverordening |
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 195
194
Lijst met ESRS-datapunten die voortvloeien uit andere EU-wetgeving en die niet als materieel voor de Groep worden beschouwd:
| ESRS | SBM-1 | Betrokkenheid bij activiteiten in verband met controversiële wapens |
|---|---|---|
| ESRS | SBM-1 | Betrokkenheid bij activiteiten in verband met de teelt en productie van tabak |
| ESRS E1-7 | Verwijdering van broeikasgassen en koolstofkredieten | paragraaf 56 |
| ESRS E1-9 | Blootstelling van de benchmarkportefeuille aan klimaatgerelateerde fysieke risico's | paragraaf 66 |
| ESRS E1-9 | Uitsplitsing van monetaire bedragen naar acuut en chronisch fysiek risico | paragraaf 66 (a) |
| ESRS E1-9 | Locatie van significante activa met een materieel fysiek risico | paragraaf 66 (c) |
| ESRS E1-9 | Locatie van belangrijke activa met een materieel fysiek risico | paragraaf 66 (c) |
| ESRS E1-9 | Uitsplitsing van de boekwaarde van haar vastgoedactiva naar energie-efficiëntieklassen | alinea 67 |
| ESRS E1-9 | Mate waarin de portefeuille is blootgesteld aan klimaatgerelateerde mogelijkheden | alinea 69 |
| ESRS E2-4 | Hoeveelheid van elke verontreinigende stof die is opgenomen in bijlage II van de EPRTR-verordening (Europees register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen) die in de lucht, het water en de bodem wordt uitgestoten, | paragraaf 28 |
| ESRS E3-1 | Duurzame oceanen en zeeën | paragraaf 14 |
| ESRS E3-4 | Totaal gerecycleerd en hergebruikt water | paragraaf 28 (c) |
| ESRS E4-2 | Praktijken of beleid inzake duurzame landbouw/landbouw | paragraaf 24 |
| ESRS E4-2 | Praktijken of beleid inzake duurzame oceanen en zeeën | paragraaf 24 |
| ESRS E4-2 | Beleid om ontbossing tegen te gaan | paragraaf 24 |
| ESRS E5-5 | Niet-gerecycleerd afval | paragraaf 37 |
| ESRS E5-5 | Gevaarlijk afval en radioactief afval | paragraaf 39 |
Datapunten geleidelijke invoering:
- ESRS S1-13 Gemiddeld aantal uren training per geslacht
- ESRS S1-14 Aantal verloren dagen door letsel, ongevallen, sterfte of ziekte
- ESRS S1-15 Verlof om familiale redenen
- ESRS S1-16 Gemiddelde, mediaan, hoogste jaarlijkse bezoldiging
- ESRS S1-17 Niet-werknemers
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 197
196
EU-Taxonomie rapportering
Achtergrondinformatie voor de interpretatie van de rapportage over de EU-Taxonomie
Rapportage over geschiktheid
De rapportage overeenkomstig de Taxonomieverordening is begin 2026 vereenvoudigd, meer bepaald m.b.t. de invoering van een materialiteitsdrempel, de vereenvoudiging van technische criteria met betrekking tot vervuiling en nieuwe sjablonen), maar is nog niet gepubliceerd. De Groep past om die reden de vorige versie van de verordening toe in haar jaarverslag over 2025.
Rapportage over in aanmerking komende activiteiten
Milieudoelstellingen: Klimaatveranderings - doelstellingen (KM en KA)
De recyclingactiviteiten van de Groep komen in aanmerking voor de doelstelling inzake klimaatmitigatie van de EU-Taxonomie. De rapportage in het kader van de EU-Taxonomie heeft betrekking op het ‘sorteren en verwerken van gescheiden ingezamelde afvalstromen van ramen en deuren van consumenten tot secundaire grondstoffen door middel van een mechanisch transformatieproces’, onder activiteit KM 5.9. Materiaalterugwinning uit niet-gevaarlijk afval. De Groep voldoet aan de Technische Screeningcriteria van de EU-Taxonomie, aangezien 70% van het gescheiden ingezamelde niet-gevaarlijke afval wordt verwerkt tot secundaire grondstoffen die geschikt zijn voor de vervanging van nieuwe grondstoffen in productieprocessen. Meer informatie over de recyclingactiviteiten is te vinden in het Hoofdstuk Duurzaamheid (sectie E5) van het jaarverslag.
De productie van raam- en deurprofielen door Deceuninck komt in aanmerking voor de doelstelling inzake Klimaamitigatie van de EU-Taxonomie onder de economische activiteit 3.5 ‘Productie van energie-efficiënte apparatuur voor gebouwen en hun belangrijkste onderdelen’. Dit geldt ondanks het feit dat de Technische Selectiecriteria, meer bepaald de U-waarden, slechts indirect van toepassing zijn op de producten die door de Groep worden verkocht. De aangegeven U-waarden zijn van toepassing op ramen, terwijl er geen U-waarden voor raamonderdelen zijn gedefinieerd.
Deceuninck verkoopt geen producten die een substantiële bijdrage kunnen leveren aan Klimaatadaptatie, gezien onze producten niet kunnen worden beschouwd als oplossingen om de fysieke klimaatrisico's te verminderen.
Activiteiten die in aanmerking komen voor CapEx:
* KM 7.3 Installatie, onderhoud en reparatie van energie-efficiënte apparatuur
* KM 7.4 Installatie van laadstations voor elektrische voertuigen
* KM 7.5 Installatie van instrumenten voor het meten, reguleren en controleren van energieprestaties
* KM 7.6 Installatie van technologieën voor hernieuwbare energie
Milieudoelstellingen: Doelstelling Circulaire Economie (CE)
Rapportering over ‘in aanmerking komen’ is niet opgenomen in de tabellen van de Taxonomie om dubbeltelling met de cijfers gerapporteerd onder economisch activiteit CCM 5.9 te vermijden. Toch komen de recyclingactiviteiten van de Groep in aanmerking voor de doelstelling inzake Circulaire Economie van de EU-Taxonomie, activiteit CE 2.7. Sorteren en materiaalherwinning van niet-gevaarlijk afval, met name bouw, modernisering en exploitatie van faciliteiten voor het sorteren of terugwinnen van niet- gevaarlijke afvalstromen tot hoogwaardige secundaire grondstoffen met behulp van een mechanisch transformatieproces. De profielproductieactiviteiten van Deceuninck komen niet in aanmerking voor de Gedelegeerde Verordening inzake de Circulaire Economie, gezien ze niet zijn opgenomen in de Gedelegeerde Verordening.
Rapportage over afstemming (KM & CE)
CCM 5.9. Materiaalterugwinning uit niet-gevaarlijk afval
De Groep voldoet aan de geen ernstige afbreuk doen aan (GEAD)-criteria en rapporteert over de naleving van deze activiteit.
CE 2.7. Sorteren en materiaalterugwinning van niet- gevaarlijk afval
De Groep voldoet niet aan de GEAD-criteria voor Vervuiling onder de doelstelling Circulaire Economie, met name het gespecificeerde filtersysteem voor microplastics. De principes van de industrienorm voor preventie, reiniging en monitoring van het vrijkomen van microplastics als gevolg van PVC-poeder en pelletverlies tijdens de bedrijfsvoering (Operation Clean Sweep) worden toegepast, maar dit is niet voldoende volgens het EU-Taxonomiecriterium.
KM 3.5 Productie van energie-efficiënte apparatuur voor gebouwen en de belangrijkste onderdelen daarvan
De Groep voldoet niet aan de GEAD-criteria voor Vervuiling in het kader van de doelstelling inzake Klimaatverandering. Hoewel onze industrie een afwijking heeft verkregen in het kader van de REACH- verordening met betrekking tot de aanwezigheid van lood (Pb) in PVC, wordt hiermee geen rekening gehouden in punt f van de vervuilingscriteria van de Taxonomie.
De Groep voldoet niet aan de GEAD-criteria voor Klimaatadaptatie in het kader van de doelstelling inzake klimaatmitigatie. Zij heeft geen adaptatieoplossingen geïmplementeerd en geen robuuste klimaatrisico- en kwetsbaarheidsbeoordeling uitgevoerd volgens alle criteria van de Taxonomie voor alle activiteiten en alle locaties die onder de rapportageplicht vallen.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 199
198
Minimale Sociale Waarborgcriteria
De Groep voldoet aan de Minimale Waarborgcriteria zoals bedoeld in Artikel 18 van de Taxonomieverordening met betrekking tot de activiteiten die in overeen- stemming zijn met de Taxonomie. In het hoofdstuk ‘Governance’ van het Duurzaamheidsverslag worden de beleidslijnen en praktijken beschreven die zijn geïmplementeerd om te zorgen voor afstemming op de OESO-richtlijnen en de VN-richtlijnen op het gebied van mensenrechten, corruptiebestrijding en omkoping, belastingen, eerlijke handelspraktijken en informatieverschaffing. De Groep heeft geen schendingen begaan van arbeids- of mensenrechten, anticorruptie-, belasting- of mededingingswetgeving.
Achtergrondinformatie over de berekeningsmethoden (CCM & EC)
Omzet
De omzet omvat de inkomsten overeenkomstig de International Accounting Standard (IAS) 1, alinea 82, punt a). Intra- en intercompanyverkopen worden niet meegerekend. Het aandeel is een berekening van het gerecyclede volume ten opzichte van het totale verkochte volume, inclusief de externe verkoop van gerecycleerd materiaal. De Groep is een belangrijke afnemer van intern geproduceerd gerecycleerd materiaal. Dit komt niet tot uiting in de Taxonomie-rapportage.Als we intra- en intercompanyverkopen zouden kunnen meerekenen, zou het aandeel van de recyclingactiviteit in de omzet van de Groep stijgen van 1,6 naar 6%. Er werd een onderscheid gemaakt tussen de omzet van de recyclingactiviteiten en de andere activiteiten van de Groep om dubbeltellingen te voorkomen.
2.6.2 Geconsolideerde jaarrekening en toelichtingen
CapEx & OpEx
De definitie van CapEx houdt verband met de toevoegingen overeenkomstig IAS16, IAS38, IAS40, IAS41 en IFRS16. Zie Toelichting 9 (materiële vaste activa), Toelichting 6 (immateriële activa excl. goodwill) en Toelichting 20 (leaseovereenkomsten) in het Jaarverslag. Arbeidskosten voor onderhoud zijn niet opgenomen in de teller of de noemer, omdat ze niet kunnen worden geëxtraheerd uit interne systemen.
De definitie van OpEx is in overeenstemming met artikel 8 van de EU-Taxonomieverordening. De OpEx van de Groep bestaat uit directe kosten voor R&D (met uitzondering van beheerskosten), onderhouds- en reparatiekosten, schoonmaakkosten en kortetermijnleasingkosten.
CapEx en OpEx volgens de EU-Taxonomie hebben betrekking op de recyclingactiviteiten van de (compounding- en recycling)fabriek in België. Het grootste deel van de CapEx van de recyclingactiviteit heeft betrekking op investeringen in machines voor de uitbreiding van de fabriek. Het grootste deel van de Opex van de recyclingactiviteit heeft betrekking op het onderhoud van apparatuur en machines. In het rapporteringssjabloon worden de bedragen met betrekking tot de recyclingactiviteiten (CCM 5.9 & CE 2.7) niet dubbel geteld in de som van de aan de Taxonomie aangepaste activiteiten.
Rationale voor de rapportage over andere activiteiten: doelstelling inzake Klimaatmitigatie (KM)
In het kader van de decarbonisatiedoelstellingen van de Groep leveren verschillende investeringen een substantiële bijdrage aan vier economische activiteiten die onder de doelstelling inzake Klimaatverandering vallen:
* KM 7.3 Installatie, onderhoud en reparatie van energie-efficiënte apparatuur
* KM 7.4 Installatie, onderhoud en reparatie van laadstations voor elektrische voertuigen op parkeerplaatsen bij gebouwen
* KM 7.5 Installatie, onderhoud en reparatie van instrumenten en apparaten voor het meten, regelen en controleren van de energieprestaties van gebouwen
* Installatie van slimme energiemeters op machines in de faciliteiten van de Groep.
* KM 7.6 Installatie, onderhoud en reparatie van technologieën voor hernieuwbare energie
* Installatie van zonne-energiesystemen in de faciliteiten van de Groep
De Groep voldoet niet aan de GEAD-criteria voor Klimaatadaptatie, gezien zij geen aanpassingsoplossingen heeft geïmplementeerd en geen robuuste klimaatrisico- en kwetsbaarheidsbeoordeling heeft uitgevoerd volgens alle criteria van de Taxonomie voor alle activiteiten en alle locaties die onder de rapportageplicht vallen. De CapEx-bedragen worden gerapporteerd. OpEx-bedragen zijn niet materieel en worden daarom niet gerapporteerd.
Economische activiteiten op het gebied van fossiel gas en kernenergie
De Groep investeert niet in economische activiteiten op het gebied van fossiel gas en kernenergie die in overeenstemming zijn met de Taxonomie (Gedelegeerde Verordening 2022/1214).
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 201200
Aandeel van de omzet uit producten of diensten die verband houden met op de Taxonomie afgestemde economische activiteiten.
Rapportering voor het jaar: 2025
| Aandeel van de omzet/totale omzet | Op de taxonomie afgestemd per doelstelling | Voor de taxonomie in aanmerking komend per doelstelling |
|---|---|---|
| KM | 1,6% | 91,6% |
| KA | 0% | 0% |
| WTR | 0% | 0% |
| CE | 0% | 0% |
| PBV | 0% | 0% |
| BIO | 0% | 0% |
| Criteria inzake Substantiële Bijdrage | GEAD-criteria (“geen ernstige afbreuk doen aan”)(h) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Economische activiteiten (1) | Code (a) (2) | Omzet (3) | Aandeel CapEx, jaar N (4) | Klimaatmitigatie (5) | Klimaatadaptatie (6) | Water (7) | Verontreiniging (8) |
| Circulaire economie (9) | Biodiversiteit (10) | Klimaatmitigatie (11) | Klimaatadaptatie (12) | Water (13) | Verontreiniging (14) | Circulaire economie (15) | Biodiversiteit (16) |
| EUR | % | J; N; niak | J; N; niak | J; N; niak | J; N; niak | ||
| J; N; niak | J; N; niak | J; N; niak | % | ||||
| A. VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN | |||||||
| A.1. Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) | |||||||
| Materiaalrecycling van niet-gevaarlijk afval | CCM 5.9 | 12.502.146 | 1,6% | J | N | niak | niak |
| Omzet ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) (A.1) | 12.502.146 | 1,6% | 1,6% | 0% | 0% | 0% | |
| Waarvan faciliterend | 12.502.146 | 1,6% | 1,6% | 0% | 0% | 0% | |
| Waarvan transitieondersteunend | 0 | 0% | 0% | ||||
| A.2. Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) | |||||||
| Productie van energie-efficiënte apparatuur voor gebouwen | CCM 3.5 | 695.201.844 | 90,0% | J | N | niak | niak |
| Omzet van voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2) | 695.201.844 | 90,0% | 90,0% | 0% | 0% | 0% | |
| A. OMZET VAN VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN (A.1 + A.2) | 707.703.990 | 91,6% | 91,6% | 0% | 0% | 0% | |
| B. NIET VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN | |||||||
| Omzet niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten | 65.039.262 | 8,4% | |||||
| TOTAAL (A+B) | 772.743.252 | 100% |
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 203202
| Criteria inzake Substantiële Bijdrage | GEAD-criteria (“geen ernstige afbreuk doen aan”)(h) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Economische activiteiten (1) | Code (a) (2) | CapEx (3) | Aandeel CapEx, jaar N (4) | Klimaatmitigatie (5) | Klimaatadaptatie (6) | Water (7) | Verontreiniging (8) |
| Circulaire economie (9) | Biodiversiteit (10) | Klimaatmitigatie (11) | Klimaatadaptatie (12) | Water (13) | Verontreiniging (14) | Circulaire economie (15) | Biodiversiteit (16) |
| EUR | % | J; N; niak | J; N; niak | J; N; niak | J; N; niak | ||
| J; N; niak | J; N; niak | J; N; niak | % | F | T | ||
| A. VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN | |||||||
| A.1. Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) | |||||||
| Materiaalrecycling van niet-gevaarlijk afval | CCM 5.9 | 1.049.972 | 2,2% | J | N | niak | niak |
| CapEx ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) (A.1) | 1.049.972 | 2,2% | 2,2% | 0% | 0% | 0% | |
| Waarvan faciliterend | 1.049.972 | 2,2% | 2,2% | 0% | 0% | 0% | |
| Waarvan transitieondersteunend | 0 | 0% | 0% | ||||
| A.2. Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) | |||||||
| Productie van energie-efficiënte apparatuur voor gebouwen | CCM 3.5 | 42.061.110 | 88,3% | J | N | niak | niak |
| Installatie, onderhoud en reparatie van energie-efficiënte apparatuur | CCM 7.3 | 470.459 | 1,0% | J | N | niak | niak |
| Installatie van laadstations voor elektrische voertuigen | CCM 7.4 | 0 | 0,0% | J | N | niak | niak |
| Installatie van instrumenten voor het meten, reguleren en controleren van energieprestaties | CCM 7.5 | 2.326 | 0,0% | J | N | niak | niak |
| Installatie van hernieuwbare energie technologieën | CCM 7.6 | 21.677 | 0,0% | J | N | niak | niak |
| CapEx van voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2) | 42.555.571 | 89,4% | 89,4% | 0% | 0% | 0% | |
| A. CAPEX VAN VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN (A.1 + A.2) | 43.605.543 | 91,6% | 91,6% | 0% | 0% | 0% | |
| B. NIET VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN | |||||||
| CapEx niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten | 4.007.427,36 | 8,4% | |||||
| TOTAAL (A+B) | 47.612.970,68 | 100% |
Aandeel van de CapEx/totale CapEx
| Op de taxonomie afgestemd per doelstelling | Voor de taxonomie in aanmerking komend per doelstelling |
|---|---|
| KM | 2,2% |
| KA | 0% |
| WTR | 0% |
| CE | 0% |
| PBV | 0% |
| BIO | 0% |
Aandeel van CapEx van producten of diensten die verband houden met economische activiteiten die zijn afgestemd op de Taxonomie.
Rapportering voor het jaar: 2025
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 205204
Aandeel van OpEx uit producten of diensten die verband houden met aan de Taxonomie verwante economische activiteiten.
Rapportering voor het jaar: 2025
| Aandeel van de OpEx/totale OpEx | Taxonomie-afgestemd per doelstelling | In aanmerking komend voor Taxonomie per doelstelling |
|---|---|---|
| KM | 10,7% | 91,6% |
| KA | 0% | 0% |
| WTR | 0% | 0% |
| CE | 0% | 0% |
| PBV | 0% | 0% |
| BIO | 0% | 0% |
| Criteria inzake Substantiële Bijdrage | GEAD-criteria (“geen ernstige afbreuk doen aan”)(h) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Economische activiteiten (1) | Code (a) (2) | OpEx (3) | Aandeel OpEx, jaar N (4) | Klimaatmitigatie (5) | Klimaatadaptatie (6) | Water (7) | Verontreiniging (8) |
| Circulaire economie (9) | Biodiversiteit (10) | Klimaatmitigatie (11) | Klimaatadaptatie (12) | Water (13) | Verontreiniging (14) | Circulaire economie (15) | Biodiversiteit (16) |
| EUR | % | J; N; niak | J; N; niak | J; N; niak | J; N; niak | ||
| J; N; niak | J; N; niak | J; N; niak | % | F | T | ||
| A. VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN | |||||||
| A.1. | |||||||
| Materiaalrecycling van niet-gevaarlijk afval CCM 5.9 3.370.271 10,7% J N niak niak niak niak J J J J J J J 8,6% | |||||||
| OpEx ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) (A.1) 3.370.271 10,7% 10,7% 0% 0% 0% 0% 0% J J J J J J J 8,6% | |||||||
| Waarvan faciliterend 3.370.271 10,7% 10,7% 0% 0% 0% 0% 0% J J J J J J J 8,6% | |||||||
| Waarvan transitieondersteunend 0 0% 0% T | |||||||
| A.2. Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) | |||||||
| Productie van energie-efficiënte apparatuur voor gebouwen CCM 3.5 25.387.358 80,9% J N niak niak niak niak 81,6% | |||||||
| OpEx van voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2) 25.387.358 80,9% 80,9% 0% 0% 0% 0% 0% 81,6% | |||||||
| A. OPEX VAN VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN (A.1+A.2) 28.757.629 91,6% 91,6% 0% 0% 0% 0% 0% 90,2% | |||||||
| B. NIET VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN | |||||||
| OpEx niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten 2.642.877,54 8,4% | |||||||
| TOTAAL (A+B) 31.400.507,00 100% |
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 Duurzaamheidsverklaring 207206
Activiteiten in verband met kernenergie en fossiel gas
ACTIVITEITEN IN VERBAND MET KERNENERGIE
1 De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan onderzoek, ontwikkeling, demonstratie en uitrol van innovatieve installaties voor elektriciteitsopwekking die energie produceren uit nucleaire processen met een minimum aan afval van de splijtstofcyclus. NEEN
2 De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de bouw en veilige exploitatie van nieuwe nucleaire installaties voor de productie van elektriciteit of proceswarmte, voor onder meer stadsverwarming of industriële processen zoals de productie van waterstof, alsook verbetering van de veiligheid daarvan, met gebruikmaking van de beste beschikbare technologieën. NEEN
3 De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de veilige exploitatie van bestaande nucleaire installaties die elektriciteit of proceswarmte produceren, voor onder meer stadsverwarming of industriële processen zoals de productie van waterstof uit kernenergie, alsook verbetering van de veiligheid daarvan. NEEN
ACTIVITEITEN IN VERBAND MET FOSSIEL GAS
4 De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de bouw of exploitatie van installaties voor elektriciteitsopwekking die elektriciteit produceren uit fossiele gasvormige brandstoffen. NEEN
5 De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de bouw, renovatie en exploitatie van installaties voor warmte-/koudekrachtkoppeling met behulp van fossiele gasvormige brandstoffen. NEEN
6 De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de bouw, renovatie en exploitatie van installaties voor warmteopwekking die warmte/koude produceren met behulp van fossiele gasvormige brandstoffen. NEEN
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 209208
2.6 Financiële verslaggeving
2.6.1 Deceuninck geconsolideerd
2.6.2 Geconsolideerde jaarrekening en toelichtingen
2.6.3 Deceuninck NV
2.6.4 Verslag van de commissaris
2.6.5 Verklaring met betrekking tot de informatie gegeven in dit jaarverslag
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 211210
Financiële verslaggeving
Resultatenrekening
De geconsolideerde omzet in 2025 daalde tot € 772,7m, een daling met 6,6% tegenover € 827,0m in 2024. Deze daling werd veroorzaakt door een negatief FX effect van 11,3% en een daling in volume van 3,5%, voornamelijk het gevolg van een lagere vraag in Europa (-5,6%) en Noord-Amerika (-3,7%), waar de aanhoudend zwakke marktomstandigheden op de vraag bleven wegen. De Adj. EBITDA daalde tot € 110,2m (-6,7% vs 2024). Grotendeels in lijn met de daling van de omzet. Ondanks het lagere absolute resultaat behaalden we een sterke Adj. EBITDA marge van 14,3%, in lijn met vorig jaar. Dit resultaat werd gedreven door een verbeterde winstgevendheid in Noord-Amerika en een sterke tweede jaarhelft in Turkije. Adj. EBITDA-posten (verschil tussen EBITDA en Adj. EBITDA) bedragen € 1,4m (vs € 8,0m in 2024), voornamelijk gerelateerd aan de sluiting van onze Duitse site en de overgang naar het Elegant platform in Europa. Het financiële resultaat verbeterde tot € (18,8) m in 2025, vergeleken met € (28,7)m in 2024. Deze verbetering weerspiegelt de impact van de wijzigingen in het rentebeleid in Turkije, waar de dalende beleidsrente positief heeft bijgedragen tot het financiële resultaat. Afschrijvingen bleven stabiel rond € 47,7m in 2025 vs € 47,2m in 2024. De winstbelastingen daalden van € (16,9)m in 2024 naar € (15,4)m in 2025. Als gevolg van het bovenstaande, is de nettowinst sterk gestegen van € 15,9m in 2024 naar € 26,8m in 2025. Dit jaarverslag dient samen met de geauditeerde geconsolideerde jaarrekening van de Deceuninck Groep, hierna de Groep genoemd, en de bijhorende Toelichtingen te worden gelezen. Deze geauditeerde geconsolideerde jaarrekening werd goedgekeurd door de Raad van Bestuur op 24 februari 2026.
Niet-financiële Informatie 2025 Resultaten Onderzoek & Ontwikkeling (O&O) Gebeurtenissen na balansdatum Andere omstandigheden
De niet-financiële informatie van de Groep wordt beschreven in de rubriek Duurzaamheid van dit jaarverslag. De onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten van de Groep worden beschreven in de rubriek Producten en Innovaties van dit jaarverslag. Hiervoor wordt verwezen naar Toelichting 27 in de geconsolideerde jaarrekening. Er zijn geen andere omstandigheden dan diegene opgenomen in de paragraaf met betrekking tot beheersing van het marktrisico, die op de toestand van de Groep een belangrijke invloed gehad hebben.
2.6.1 Deceuninck geconsolideerd
Kasstroom en balans
De investeringen dalen licht tot € 35,5m in 2025 tegenover € 38,5m in 2024. We blijven focussen op het versterken van onze operationele setup. De nettoschuld steeg van € 85,1m per december 2024 naar € 97,6m, waardoor de schuldgraadratio toenam van 0,7x naar 0.9x. De belangrijkste factoren achter deze stijging zijn de overname van het resterende 50% belang in onze So Easy Poland joint venture en de aankoop van ons magazijn in Kroatië. Het werkkapitaal nam toe van € 104,4m per december 2024 naar € 117,5m, hoofdzakelijk gedreven door de lagere handelsschulden vergeleken met jaareinde 2024.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 213212
Financiële verslaggeving
Deceuninck Groep: Kerncijfers
2.6.2 Geconsolideerde jaarrekening en toelichtingen
KERNCIJFERS* (IN € MILJOEN)
| 2023 | 2024 | 2025 | EVOLUTIE 2024 - 2025 | |
|---|---|---|---|---|
| Geconsolideerde resultatenrekening (in € miljoen) | ||||
| Omzet | 866,1 | 827,0 | 772,7 | -7% |
| Adjusted EBITDA | 117,9 | 118,1 | 110,2 | -7% |
| EBIT | 51,9 | 62,9 | 61,0 | -3% |
| Nettowinst | 13,6 | 15,9 | 26,8 | 69% |
| Geconsolideerde balans (in € miljoen) | ||||
| Eigen vermogen | 315,0 | 355,6 | 355,4 | 0% |
| Netto financiële schuld | 70,6 | 85,1 | 97,6 | 15% |
| Totaal activa | 680,9 | 722,2 | 698,1 | -3% |
| Investeringen | 56,1 | 38,5 | 35,5 | -8% |
| Werkkapitaal | 81,6 | 104,4 | 117,5 | 13% |
| Aangewend kapitaal | 439,0 | 483,0 | 490,3 | 2% |
| Ratio's | ||||
| Nettowinst / Omzet | 1,6% | 1,9% | 3,5% | - |
| Adjusted EBITDA / Omzet | 13,6% | 14,3% | 14,3% | - |
| Netto financiële schuld / Adjusted EBITDA | 0,60 | 0,72 | 0,89 | - |
| EBIT / Aangewend kapitaal | 11,8% | 13,0% | 12,4% | - |
| Personeelsbestand Totaal voltijdsequivalenten (VTE))** | 3.804 | 3.686 | 3.658 | - |
KERNCIJFERS PER AANDEEL
| 2023 | 2024 | 2025 | |
|---|---|---|---|
| Aantal aandelen per 31 december | 138.545.260 | 138.545.260 | 138.545.260 |
| Marktkapitalisatie per 31 december (in € miljoen) | 315,2 | 336,7 | 313,8 |
| Nettowinst per aandeel per 31 december (in €) | 0,10 | 0,11 | 0,19 |
| Boekwaarde per aandeel (in €) | 2,18 | 2,44 | 2,44 |
| Brutodividend per aandeel (in €) | 0,08 | 0,08 | 0,09 |
| Aandelenkoers per 31 december (in €) | 2,28 | 2,43 | 2,27 |
CIJFERS OVER 12 MAANDEN EINDIGEND OP 31 DECEMBER (IN € DUIZEND) | TOELICHTING
| :--- | ---: | ---: |
| | 2024 | 2025 |
| Omzet | 2.826.992 | 772.743 |
| Kostprijs verkochte goederen | 3 (561.665) | (512.269) |
| Brutowinst | 265.326 | 260.474 |
| Marketing-, verkoop- en distributiekosten | 3 (134.403) | (134.942) |
| Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | 3 (7.003) | (6.658) |
| Administratiekosten en algemene kosten | 3 (59.032) | (59.359) |
| Overig netto bedrijfsresultaat | 3 (1.962) | 1.484 |
| Bedrijfswinst / (verlies) (EBIT) | 3 62.926 | 61.000 |
| Interestopbrengsten / (-lasten) | 3 (7.115) | (1.911) |
| Wisselkoerswinsten / (-verliezen) | 3 (8.659) | (5.841) |
| Overige financiële opbrengsten / (kosten) | 3 (4.284) | (2.591) |
| Monetaire winsten / (verliezen) | 3 (8.618) | (8.475) |
| Resultaat voor belastingen en voor aandeel in de resultaten van joint venture (EBT) | 34.249 | 42.182 |
| Winstbelastingen | 4 (16.876) | (15.429) |
| Aandeel in de resultaten van joint venture | 8 (1.500) | - |
| Nettowinst / (-verlies) | 15.873 | 26.753 |
DE NETTOWINST / (-VERLIES) IS TOEWIJSBAAR AAN (IN € DUIZEND):
| 2024 | 2025 | |
|---|---|---|
| Aandeelhouders van de moedermaatschappij | 13.901 | 24.142 |
| Minderheidsbelangen | 1.972 | 2.611 |
Geconsolideerde resultatenrekening Deceuninck
De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van deze onderdelen van de jaarrekening.
* Definities: zie Lexicon ** 2023 werd herzien conform de definities van de Richtlijn Duurzaamheidsrapportering voor ondernemingen (CSRD).WINST / (VERLIES) PER AANDEEL TOEWIJSBAAR AAN DE GEWONE AANDEELHOUDERS VAN DE MOEDERMAATSCHAPPIJ (IN €):
| 2024 | 2025 | |
|---|---|---|
| Gewone winst / (verlies) per aandeel | 0.10 | 0.17 |
| Verwaterde winst / (verlies) per aandeel | 0.10 | 0.17 |
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 215
214 Financiële verslaggeving
CIJFERS OVER 12 MAANDEN EINDIGEND OP 31 DECEMBER (IN € DUIZEND)
| TOELICHTING | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Nettowinst / (-verlies) | 15.873 | 26.753 |
| Omrekeningsverschillen | 33.642 | (17.019) |
| Winst / (verlies) op kasstroomafdekkingen | (777) | 200 |
| Effect van belastingen | 4 | 194 |
| Overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten die mogelijk worden opgenomen in de geconsolideerde resultatenrekening in volgende periodes | 33.059 | (16.868) |
| Wijzigingen in de herwaarderingen van toegezegde pensioenregelingen | 135 | 1.681 |
| Effect van belastingen | 4 | (39) |
| Overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten die niet kunnen worden opgenomen in de geconsolideerde resultatenrekening in volgende periodes | 96 | 1.239 |
| Overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, na winstbelastingen, voor de periode | 33.155 | (15.630) |
| Totaal gerealiseerde en niet gerealiseerde resultaten voor de periode | 49.028 | 11.123 |
DE TOTAAL GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN ZIJN ALS VOLGT TOEWIJSBAAR AAN (IN € DUIZEND):
| 2024 | 2025 | |
|---|---|---|
| Aandeelhouders van de moedermaatschappij | 43.413 | 9.041 |
| Minderheidsbelangen | 5.615 | 2.082 |
Overzicht van de geconsolideerde gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten Deceuninck
De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van deze onderdelen van de jaarrekening.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 217
216 Financiële verslaggeving
Geconsolideerde balans Deceuninck
(IN € DUIZEND)
| TOELICHTING | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| ACTIVA | ||
| Immateriële vaste activa | 6 | 5.214 |
| Goodwill | 7 | 10.544 |
| Materiële vaste activa | 9, 20 | 329.800 |
| Financiële vaste activa | 8 | - |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 4 | 21.982 |
| Overige vaste activa | 10 | 10.979 |
| Netto-actief van toegezegde pensioenregelingen | 16 | - |
| Vaste activa | 378.527 | |
| Voorraden | 11 | 116.695 |
| Handelsvorderingen | 12 | 111.217 |
| Overige vorderingen | 12 | 59.009 |
| Liquide middelen | 13 | 34.133 |
| Activa aangehouden voor verkoop | 14 | 22.598 |
| Vlottende activa | 343.652 | |
| Totaal activa | 722.179 |
(IN € DUIZEND)
| TOELICHTING | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| PASSIVA | ||
| Geplaatst kapitaal | 15 | 54.640 |
| Uitgiftepremies | 15 | 91.010 |
| Geconsolideerde reserves | 264.189 | |
| Kasstroomafdekkingsreserve | (618) | |
| Herwaardering van toegezegde pensioensregelingen | 16 | (3.292) |
| Eigen aandelen | 15 | (1.215) |
| Omrekeningsverschillen | 15 | (66.234) |
| Eigen vermogen exclusief minderheidsbelangen | 338.480 | |
| Minderheidsbelangen | 17.114 | |
| Eigen vermogen inclusief minderheidsbelangen | 355.593 | |
| Rentedragende schulden inclusief leasingschulden | 18 | 101.314 |
| Andere langlopende verplichtingen | 80 | |
| Pensioenverplichtingen | 16 | 13.127 |
| Langlopende voorzieningen | 17 | 5.400 |
| Uitgestelde belastingschulden | 4 | 13.066 |
| Langlopende schulden | 132.986 | |
| Rentedragende schulden inclusief leasingschulden | 18 | 17.966 |
| Handelsschulden | 19 | 123.480 |
| Belastingschulden | 8.311 | |
| Personeelsgerelateerde verplichtingen | 17.023 | |
| Pensioenverplichtingen | 16 | 591 |
| Kortlopende voorzieningen | 17 | 12.560 |
| Overige schulden | 19 | 53.666 |
| Kortlopende schulden | 233.597 | |
| Totaal passiva | 722.179 |
De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van deze onderdelen van de jaarrekening.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 219
218 Financiële verslaggeving
Geconsolideerd overzicht van de mutaties in het eigen vermogen van Deceuninck
(IN € DUIZEND)
| Geplaatst kapitaal | Uitgiftepremies | Geconsolideerde reserves | Wijzigingen in de waarderingen van toegezegde pensioensregelingen | Kasstroomafdekkings reserve | Eigen aandelen | Eigen aandelen aangehouden in dochterondernemingen | Omrekenings verschillen | Eigen vermogen toerekenbaar aan aandeelhouders van de moedermaatschappij | Minderheids belangen | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Per 31 december 2024 | 54.640 | 91.010 | 264.189 | (3.292) | (618) | (1.215) | - | (66.234) | 338.480 | 17.114 | 355.593 |
| Nettowinst / (-verlies) van het boekjaar | - | - | 24.142 | - | - | - | - | - | 24.142 | 2.611 | 26.753 |
| Overige gerealiseerde en niet- gerealiseerde resultaten | - | - | 1.210 | 150 | (16.461) | - | - | - | (15.101) | (529) | (15.630) |
| Totaal gerealiseerde en niet- gerealiseerde resultaten | - | - | 25.352 | 150 | (16.461) | - | - | - | 9.041 | 2.082 | 11.123 |
| Transacties met eigen aandelen | - | - | - | - | - | (165) | 482 | - | 317 | - | 317 |
| Op aandelen gebaseerde vergoedingen | - | - | 960 | - | - | - | - | - | 960 | - | 960 |
| Uitgekeerde dividenden | - | - | (11.047) | - | - | - | - | - | (11.047) | (1.567) | (12.614) |
| Per 31 december 2025 | 54.640 | 91.010 | 278.079 | (2.082) | (467) | (733) | - | (82.695) | 337.751 | 17.629 | 355.380 |
(IN € DUIZEND)
| Geplaatst kapitaal | Uitgiftepremies | Geconsolideerde reserves | Wijzigingen in de waarderingen van toegezegde pensioensregelingen | Kasstroomafdekkings reserve | Eigen aandelen | Eigen aandelen aangehouden in dochterondernemingen | Omrekenings verschillen | Eigen vermogen toerekenbaar aan aandeelhouders van de moedermaatschappij | Minderheids belangen | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Per 31 december 2023 | 54.640 | 91.010 | 257.230 | (3.416) | (35) | (151) | (417) | (97.335) | 301.527 | 13.486 | 315.012 |
| Nettowinst / (-verlies) van het boekjaar | - | - | 13.901 | - | - | - | - | - | 13.901 | 1.972 | 15.873 |
| Overige gerealiseerde en niet- gerealiseerde resultaten | - | 124 | (583) | 29.971 | - | - | - | - | 29.512 | 3.642 | 33.155 |
| Totaal gerealiseerde en niet- gerealiseerde resultaten | - | 124 | 13.318 | 29.971 | - | - | - | - | 43.413 | 5.615 | 49.028 |
| Transacties met eigen aandelen | 594 | (1.064) | 417 | - | - | - | - | - | 210 | 157 | 367 |
| Transacties met minderheidsbelangen* | - | - | - | - | - | - | - | - | 2.486 | 1.129 | 3.615 |
| Op aandelen gebaseerde vergoedingen | - | - | 1.055 | - | - | - | - | - | 1.055 | - | 1.055 |
| Uitgekeerde dividenden | (11.077) | - | - | - | - | - | - | - | (11.077) | (3.799) | (14.877) |
| Per 31 december 2024 | 54.640 | 91.010 | 264.189 | (3.292) | (618) | (1.215) | - | (66.234) | 338.480 | 17.114 | 355.593 |
- Ege Profil Ticaret ve Sanayi AS heeft 290.468 eigen aandelen verkocht en de Groep heeft 1,05% van de uitstaande aandelen van Ege Profil Ticaret ve Sanayi AS verkocht. Het deelnemingspercentage van de Groep in Ege Profil Ticaret ve Sanayi AS is bijgevolg gewijzigd van 88,27% naar 86,86%.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 221
220 Financiële verslaggeving
CIJFERS OVER 12 MAANDEN EINDIGEND OP 31 DECEMBER (IN € DUIZEND)
| TOELICHTING | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Nettowinst / (-verlies) | 15.873 | 26.753 |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | 6,7,9,14,20 | 47.162 |
| Netto financiële kosten | 3 | 28.769 |
| Winstbelastingen | 4 | 16.876 |
| Waardeverminderingen op voorraden | 11 | (3.445) |
| Waardeverminderingen op handelsvorderingen | 12 | 1.363 |
| Toename / (afname) in voorzieningen | (5.201) | |
| Meerwaarde / (minwaarde) op realisatie van (im)materiële vaste activa | 3 | (836) |
| Op aandelen gebaseerde vergoedingen | 1.055 | |
| Aandeel in de resultaten van joint venture | 8 | 1.500 |
| Bruto kasstromen uit operationele activiteiten | 103.117 | |
| Afname / (toename) in voorraden | 23.602 | |
| Afname / (toename) in handelsvorderingen | (35.741) | |
| Toename / (afname) in handelsschulden | (5.117) | |
| Afname / (toename) in andere activa & passiva | (1.233) | |
| Winstbelastingen betaald (-) / ontvangen (+) | 4 | (12.506) |
| Kasstromen uit operationele activiteiten | 72.122 | |
| Aanschaffingen van (im)materiële vaste activa (-) | 6,9,14 | (38.453) |
| Kapitaalbijdrage joint-venture | (1.500) | |
| Kasontvangsten bij verkoop van (im)materiële vaste activa (+) | 2.794 | |
| Verwerving van dochteronderneming, netto van verworven kasmiddelen | - | |
| Kasstromen uit investeringsactiviteiten | (37.160) | |
| Aankoop eigen aandelen | (3.895) | |
| Verkoop eigen aandelen | 2.453 | |
| Aankoop (-) / Verkoop (+) eigen aandelen aangehouden in dochterondernemingen | 1.600 | |
| Uitgekeerde dividenden aan de aandeelhouders van Deceuninck NV | (11.077) | |
| Uitgekeerde dividenden aan minderheidsbelangen | (3.799) | |
| Opbrengsten uit de verkoop van aandelen van groepsentiteiten | 5.218 | |
| Ontvangen interesten | 5.329 | |
| Betaalde interesten | (12.253) | |
| Netto financiële kosten, zonder interesten | (15.788) | |
| Nieuwe kortlopende schulden | - | |
| Terugbetaling kortlopende schulden | (8.472) | |
| Kasstromen uit financieringsactiviteiten | (40.685) | |
| Netto toename / (afname) van de liquide middelen | (5.723) | |
| Liquide middelen per begin van de periode | 13 | 46.545 |
| Wisselkoersfluctuaties | (6.689) | |
| Liquide middelen per einde van de periode | 13 | 34.133 |
Geconsolideerd kasstroomoverzicht Deceuninck
De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van deze onderdelen van de jaarrekening.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 223
222 Financiële verslaggeving
1. Materiële waarderingsregels
De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS), zoals aangenomen voor gebruik in de EU. De geconsolideerde jaarrekening werd goedgekeurd door de Raad van Bestuur op 24 februari 2026. Het dividend zoals opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening dient goedgekeurd te worden tijdens de Algemene vergadering van Deceuninck NV, die zal doorgaan op 28 april 2026.
Presentatiebasis
De geconsolideerde jaarrekening wordt uitgedrukt in € duizend tenzij anders vermeld. De geconsolideerde jaarrekening heeft betrekking op de financiële toestand per 31 december 2025. Ze wordt opgesteld vóór winstverdeling van de moedermaatschappij zoals voorgesteld aan de Algemene vergadering van aandeelhouders. De geconsolideerde jaarrekening bevat vergelijkende informatie met betrekking tot de voorgaande periode. Gelieve ermee rekening te houden dat door afrondingen de som van de bedragen in de tabellen van de jaarrekening kunnen afwijken.
Consolidatieprincipes
De geconsolideerde jaarrekening omvat de jaarrekening van Deceuninck NV en haar dochterondernemingen (‘De Groep’). The Groep oefent zeggenschap uit over een dochteronderneming, als en alleen als, De Groep:
• macht over de deelneming heeft (d.w.z.de bestaande rechten aan de Groep de huidige mogelijkheid geven om de relevante activiteit van de deelneming te sturen); • blootgesteld is aan, of rechten heeft op variabele opbrengsten uit hoofde van zijn betrokkenheid bij de deelneming; en • over de mogelijkheid beschikt over de deelneming te gebruiken om de omvang van de opbrengsten van de investeerder te beïnvloeden. Over het algemeen is er een vermoeden dat een meerderheid van stemrechten resulteert in controle. Om dit vermoeden te onderbouwen en wanneer de Groep minder dan de meerderheid van de stem- of andere rechten bezit, neemt de Groep alle relevante factoren en omstandigheden in rekening bij het beoordelen of er controle over een entiteit is, daarbij rekening houdend met: • Contractuele overeenkomsten met andere stemge- rechtigden in de entiteit; • Rechten voortvloeiend uit andere contractuele overeenkomsten; • De stemrechten en potentiële stemrechten van de Groep Verwerving van dochtermaatschappijen wordt geboekt volgens de overnamemethode. De jaarrekeningen van dochterondernemingen hebben eenzelfde afsluitingsdatum als die van de moedermaatschappij, behalve Deceuninck Profiles India Private Limited. In het kader van de consolidatie worden de financiële cijfers over de periode van 12 maanden eindigend op 31 December 2025 van Deceuninck Profiles India Private Limited gebruikt. Voor de geconsolideerde entiteiten worden dezelfde waarderingsgrondslagen op hun jaarrekeningen toegepast. De Groep heeft een participatie van 14,43 % in Solardec CVBA die volledig geconsolideerd werd, gezien Solardec CVBA twee bestuurders heeft die beiden door Deceuninck NV benoemd werden en als gevolg daarvan heeft de Groep een meerderheid Toelichtingen in de Raad van Bestuur van Solardec CVBA. Verder heeft de Groep een participatie van 48,95 % in Asia Profile Holding Co. Ltd die volledig geconsolideerd wordt aangezien de andere aandeelhouder die de resterende 51,05 % van de aandelen aanhoudt, een volmacht getekend heeft wat de Groep toelaat om de stemrechten van deze aandelen uit te oefenen en bijgevolg de Groep toelaat om te beslissen over significante operationele beslissingen voor de onderneming. Op 5 maart 2025 heeft de Groep het resterend belang van 50% in haar joint venture So Easy Belgium BV verworven, waarmee zij de controle verkreeg en haar eigendom verhoogde tot 100%. Tot deze datum hield de Groep een belang van 50% aan in So Easy Belgium BV. Dit werd erkend als een joint venture. Tot 5 maart 2025 werd het belang van de Groep in deze joint venture in de geconsolideerde jaarrekening verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode.
Hyperinflatie
Met ingang van april 2022 bedroeg de gecumuleerde inflatie in Turkije over een periode van drie jaar meer dan 100%, waardoor de verplichting ontstond om met ingang van 1 januari 2022 over te gaan op de boekhoudkundige verwerking van hyperinflatie, zoals voorgeschreven door IAS 29 Financiële verslaggeving in economieën met hyperinflatie. Het belangrijkste beginsel van IAS 29 is dat de jaarrekening van een entiteit die rapporteert in de valuta van een economie met hyperinflatie, moet worden gepresenteerd in termen van de meeteenheid die aan het einde van de rapporteringsperiode geldt. Daarom worden de niet-monetaire activa en verplichtingen die tegen historische kostprijs zijn gewaardeerd, het eigen vermogen en de winst- en verliesrekening van dochterondernemingen die in een economie met hyperinflatie actief zijn, aangepast voor veranderingen in de algemene koopkracht van de lokale valuta onder toepassing van een algemene prijsindex. Deze geherwaardeerde posities worden gebruikt voor de omrekening in euro tegen de wisselkoers aan het einde van de periode. Bijgevolg heeft de Groep in deze geconsolideerde jaarrekening hyperinflatieboekhouding toegepast voor zijn Turkse dochterondernemingen, waarbij de regels van IAS 29 als volgt zijn toegepast:
• Hyperinflatieboekhouding werd toegepast vanaf 1 januari 2022 en de daaropvolgende periodes;
• Niet-monetaire activa en passiva die tegen historische kostprijs zijn gewaardeerd (bv. materiële vaste activa, immateriële activa, goodwill, enz.) en het eigen vermogen van de Turkse dochterondernemingen werden aangepast op basis van de officiële consumentenprijsindex (“CPI”) gepubliceerd door het Turkse Instituut voor Statistiek (TURKSTAT). De gevolgen van de hyperinflatie als gevolg van wijzigingen in de algemene koopkracht tot en met 31 december 2021 werden gerapporteerd in de niet-gerealiseerde resultaten en de gevolgen van wijzigingen in de algemene koopkracht vanaf 1 januari 2022 worden via de winst- en verliesrekening gerapporteerd als monetaire winsten / (verliezen);
• De winst- en verliesrekening wordt aan het einde van de verslagperiode aangepast aan de hand van de wijziging van de CPI en wordt omgerekend tegen de slotkoers van de periode (in plaats van de gemiddelde koers op jaarbasis voor niet- hyperinflatoire economieën);
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 225224
Financiële verslaggeving
Zoals hierboven vermeld, gebruikt de Groep tijdens de toepassing van IAS 29 de omrekeningscoëfficiënt afgeleid van de consumentenprijsindex (CPI) in Turkije, gepubliceerd door het Turkse instituut voor Statistiek (TURKSTAT). De CPI’s en overeenkomstige omrekeningscoëfficiënten voor de periode van 19 jaar sinds de Groep niet langer hyperinflatieboekhouding toepast voor zijn Turkse dochterondernemingen (d.w.z. sinds 1 januari 2006) waren als volgt:
| Per 31 December | Index | Conversiecoëfficiënt |
|---|---|---|
| 2005 | 100,00 | 28,56 |
| 2006 | 109,67 | 26,04 |
| 2007 | 118,87 | 24,03 |
| 2008 | 130,83 | 21,83 |
| 2009 | 139,37 | 20,49 |
| 2010 | 148,30 | 19,26 |
| 2011 | 163,81 | 17,44 |
| 2012 | 173,89 | 16,43 |
| 2013 | 186,78 | 15,29 |
| 2014 | 202,04 | 14,14 |
| 2015 | 219,83 | 12,99 |
| 2016 | 238,55 | 11,97 |
| 2017 | 267,02 | 10,70 |
| 2018 | 320,28 | 8,92 |
| 2019 | 358,16 | 7,97 |
| 2020 | 410,36 | 6,96 |
| 2021 | 558,40 | 5,12 |
| 2022 | 917,19 | 3,11 |
| 2023 | 1.511,37 | 1,89 |
| 2024 | 2.182,02 | 1,31 |
| 2025 | 2.856,23 | 1,00 |
De totale omrekeningsverschillen met betrekking tot de omrekening van de Turkse dochterondernemingen over de periode van 12 maanden eindigend op 31 december 2025 bedragen € -4,4 miljoen en zijn opgenomen in het overzicht van de niet-gerealiseerde resultaten (2024: € 26,0 miljoen). De toepassing van IAS 29 had een impact op het bedrijfsresultaat (EBIT) van de Groep van € -4,6 miljoen over de periode van 12 maanden eindigend op 31 december 2025 (€ 0,2 miljoen over de periode van 12 maanden eindigend op 31 december 2024). Het totale monetaire verlies bedraagt € -8,5 miljoen over de periode van 12 maanden eindigend op 31 december 2025 (ten opzichte van € -8,6 miljoen voor de periode van 12 maanden eindigend op 31 december 2024) en is het resultaat van het verlies op de netto monetaire positie die wordt afgeleid als het verschil dat voortvloeit uit de aanpassing van niet-monetaire posten van de balans en de compensatie van de inflatieherziening van winst- en verliesrekeningen. De totale negatieve impact op het nettoresultaat over de periode van 12 maanden eindigend op 31 december 2025 bedraagt € 14,0 miljoen (2024: € 14,6 miljoen), waarvan € 12,1 miljoen kan worden toegerekend aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij (2024: € 12,7 miljoen) en € 1,8 miljoen aan minderheids- belangen (2024: € 1,9 miljoen).
Gebruik van schattingen en beoordelingen
Om de jaarrekening op te stellen in overeenstemming met de IFRS-standaarden, dient het management een aantal schattingen en beoordelingen te maken die een weerslag hebben op de bedragen vermeld in de jaarrekening. De schattingen gemaakt op de rapporteringsdatum weerspiegelen de bestaande omstandigheden op deze datum, zoals marktprijzen, rentevoeten en wisselkoersen. Hoewel het management deze schattingen en beoordelingen maakt op basis van de best mogelijke kennis van de huidige bedrijfsactiviteiten en van de transacties die de Groep mogelijks zal uitvoeren, kunnen de uiteindelijke resultaten afwijken van deze schattingen.
GEBRUIK VAN BEOORDELINGEN
In overeenstemming met de boekhoudprincipes van de Groep, werden de volgende beoordelingen gemaakt:
Voorziening voor vervroegde pensioenen
De Groep is van oordeel dat zij een feitelijke verplichting heeft in België met betrekking tot de vervroegde pensioenregeling en de daarmee verbonden collectieve arbeidsovereenkomst omdat deze op permanente basis zal worden hernieuwd. Vanaf 2026 is het Belgische wettelijke kader dat werkgevers toestond dergelijke toeslagen te betalen, afgeschaft. Hierdoor kunnen er geen nieuwe werknemers meer tot het systeem toetreden en zal de bestaande verplichting geleidelijk aflopen naarmate de huidige deelnemers de wettelijke pensioenleeftijd bereiken.
Voorzieningen voor herstructureringen
De Groep erkent voorzieningen voor herstructureringen wanneer de criteria voor erkenning onder IAS 37 voldaan zijn. De voorziening wordt bepaald op basis van individuele loongegevens en assumpties met betrekking tot het aantal bedienden en arbeiders die de Groep zullen verlaten.
GEBRUIK VAN SCHATTINGEN
De belangrijkste toepassing van schattingen met potentieel belangrijke invloed op de netto boekwaarde van activa en passiva in het komend boekjaar betreft:
Bijzondere waardevermindering op goodwill
Jaarlijks wordt de goodwill m.b.t. bedrijfscombinaties getest op bijzondere waardeverminderingen. Deze test vereist een inschatting van de gebruikswaarde van de kasstroom genererende eenheden waaraan de goodwill is toegewezen. Het schatten van de gebruikswaarde vereist een inschatting van de verwachte toekomstige kasstromen van de kasstroom genererende eenheden en het kiezen van een passende verdisconteringsvoet teneinde de huidige waarde van deze kasstromen te bepalen. Meer details worden gegeven in Toelichting 7.
Personeelsbeloningen – pensioenen
De kost van de toegezegde pensioenregelingen en de huidige waarde van de pensioenverplichtingen zijn bepaald op basis van een actuariële berekening.Bij de actuariële berekening worden assumpties gebruikt met betrekking tot de verdisconteringsvoet, toekomstige stijgingen van de compensaties, mortaliteitstabellen en toekomstige toenames van de pensioenen. Alle assumpties worden nagezien op rapporteringsdatum. Verdere details met betrekking tot de assumpties worden weergegeven in Toelichting 16.
Personeelsbeloningen – vergoedingen met aandelen
De Groep waardeert de kost van de aandelenoptie- en warrantenprogramma’s met werknemers op basis van de reële waarde van de instrumenten op de datum van de toekenning. De schatting van de reële waarde van de vergoedingen in aandelen vereist een aangepast waarderingsmodel, welke afhankelijk is van de voorwaarden van de toekenning. Het waarderingsmodel vereist ook de bepaling van gepaste parameters zoals de verwachte levensduur van de optie, de volatiliteit en het dividendrendement. De assumpties en het gebruikte model voor de schatting van de reële waarde voor vergoedingen van aandelen is toegelicht in Toelichting 21.
Uitgestelde belastingvorderingen
Uitgestelde belastingvorderingen op niet-gebruikte fiscale verliezen worden geboekt wanneer het waarschijnlijk is dat er voldoende toekomstige belastbare winsten zijn waarmee de fiscale verliezen kunnen worden verrekend. Significante schattingen van het management zijn vereist om het bedrag van de uitgestelde belastingvordering te bepalen, gebaseerd op het tijdstip en het niveau van de toekomstige fiscale winsten. Verdere details worden weergegeven in sectie Winstbelastingen alsook in Toelichting 4.
Tijdens de periode van 12 maanden eindigend op 31 december 2025 steeg de CPI met 30,89% ten opzichte van 31 december 2024. De devaluatie van de Turkse Lira in dezelfde periode bedroeg 37,42%.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 227
226 Financiële verslaggeving
Voorziening voor verliezen
Bij het inschatten van de verliezen maakt de Groep significante inschattingen met betrekking tot het bedrag van de verwachte kasstromen die het zal recupereren, rekening houdend met kredietverzekeringen en ontvangen garanties. Meer gedetailleerde informatie in verband met het model voor effectieve kredietverliezen voor handelsvorderingen werd opgenomen onder ‘Voornaamste boekhoudprincipes – financiële instrumenten – handelsvorderingen’.
Vreemde valuta
De Groep past maandelijkse gemiddelde wisselkoersen om de resultatenrekeningen van dochterondernemingen buiten de eurozone te converteren, behalve voor economieën die rapporteren onder hyperinflatie: hier wordt, zoals voorgeschreven door IAS 29, gebruik gemaakt van de slotkoers van de rapporteringsperiode.
VREEMDE VALUTA TRANSACTIES IN VREEMDE VALUTA
Transacties in vreemde valuta worden geboekt tegen de maandkoers (wisselkoers vastgelegd op de laatste werkdag van de voorgaande maand) of de wisselkoers op de dag van de transactie. Monetaire activa en passiva in vreemde valuta worden omgerekend op balansdatum. Alle winsten en verliezen die voortvloeien uit de omzetting van monetaire activa en passiva in vreemde valuta naar de lokale munt van de entiteit, worden opgenomen in de geconsolideerde resultatenrekening onder wisselkoerswinsten / (-verliezen). Niet-monetaire activa en passiva worden omgezet tegen de historische wisselkoers.
CONVERSIE VAN VREEMDE VALUTA VAN DOCHTERONDERNEMINGEN
De rapporteringsvaluta van de Groep worden uitgedrukt in euro. Activa en passiva van entiteiten buiten de eurozone worden omgerekend naar euro tegen de koers op balansdatum. De resultatenrekening van entiteiten buiten de eurozone worden omgezet naar euro aan gemiddelde maandelijkse koersen die de wisselkoersen, van toepassing op de dag van de transacties, benaderen. De componenten van het eigen vermogen worden aan historische wisselkoers omgerekend. Voor de omrekening van entiteiten die rapporteren overeenkomstig IAS 29 hyperinflatie, verwijzen wij naar de rubriek "hyperinflatie".
De wisselkoersverschillen die voortvloeien uit de omrekening van het eigen vermogen aan de slotkoers op de balansdatum, worden in ‘omrekeningsverschillen’ onder de rubriek ‘eigen vermogen’ geboekt. Wisselkoersverschillen resulterende uit omzetting van in vreemde valuta uitgedrukte intra-groeps rekeningen courant, leningen alsook handelsvorderingen en -schulden worden in de geconsolideerde resultatenrekening opgenomen onder financieel resultaat. Uitzondering op deze boekhoudkundige verwerking is wanneer de intra-groeps leningen beschouwd worden als deel uitmakend van de ‘Net Investment in Foreign Operations’. In dat geval wordt het wisselkoersverschil direct opgenomen in de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en maken een afzonderlijke component uit van het Eigen Vermogen tot op datum van de verkoop of liquidatie van de buitenlandse activiteit.
Immateriële vaste activa andere dan goodwill
OCTROOIEN EN LICENTIES
Kosten voor verworven octrooien en licenties worden geactiveerd tegen hun kostprijs. Ze worden afgeschreven volgens de lineaire methode over hun verwachte levensduur of over de contractuele duurtijd indien deze korter is. De verwachte levensduur wordt meestal geschat op 3 jaar.
MERKNAMEN
Merknamen verworven als gevolg van de acquisitie van een bedrijfscombinatie worden aan de reële waarde van de acquisitiedatum gewaardeerd. De daaropvolgende waardering hangt af van de levensduur van de merknamen als zijnde onbeperkt of eindig. Merknamen met onbeperkte levensduur worden niet afgeschreven maar worden jaarlijks getest op afwaardering en wanneer er een indicatie is dat een activa mogelijk afgewaardeerd dient te worden. De Groep beschouwt het merendeel van de gekochte en gebruikte merknamen een onbeperkte levensduur hebben aangezien ze direct bijdragen tot de kasstromen van de Groep als gevolg van de erkenning door de klanten van de specifieke karakteristieken van deze merken binnen de actieve markten. Daarenboven functioneren deze merken als de ‘basismerken’ in Turkije, zoals opgenomen in het segment ‘Turkije & opkomende markten’, wat tevens ook als de kasstroomgenererende eenheid gedefinieerd werd.
KLANTRELATIES
Klantrelaties die verworven zijn in het kader van een bedrijfscombinatie worden opgenomen tegen reële waarde en afgeschreven over hun geschatte gebruiksduur. De afschrijvingsperiode weerspiegelt de verwachte periode waarin de overgenomen klantenbasis economische voordelen zal genereren, rekening houdend met klantverloop, klantretentiepatronen en het onderliggende waarderingsmodel dat werd gebruikt in de toewijzing van de overnameprijs.
WISSELKOERSEN
De volgende wisselkoersen werden gebruikt bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening:
| Valuta | 1 EUR Gemiddelde 2025 | 1 EUR Gemiddelde 2024 | 1 EUR Slotkoers 2025 | 1 EUR Slotkoers 2024 |
|---|---|---|---|---|
| AUD | 1,6772 | 1,7581 | 1,6400 | 1,7501 |
| BAM | 1,9558 | 1,9558 | 1,9558 | 1,9558 |
| BGN | 1,9558 | 1,9558 | 1,9558 | 1,9558 |
| BRL | 6,4253 | 6,4364 | 5,8047 | 6,3055 |
| CLP | 1.033,5917 | 1.070,6638 | 1.020,5210 | 1.059,5652 |
| COP | 4.580,8520 | 4.415,0110 | 4.363,3190 | 4.567,9482 |
| CZK | 25,1850 | 24,2370 | 25,1184 | 24,6873 |
| GBP | 0,8292 | 0,8726 | 0,8465 | 0,8563 |
| HRK | 7,5345 | 7,5345 | 7,5345 | 7,5345 |
| INR | 88,9332 | 105,5966 | 90,5080 | 98,2105 |
| LTL | 3,4528 | 3,4528 | 3,4528 | 3,4528 |
| MXN | 21,5504 | 21,1180 | 19,7164 | 21,6668 |
| PLN | 4,2750 | 4,2210 | 4,3058 | 4,2390 |
| RON | 4,9743 | 5,0968 | 4,9746 | 5,0410 |
| RSD | 117,0152 | 117,2814 | 117,0880 | 117,2001 |
| RUB | 106,1030 | 92,0938 | 100,0534 | 94,1405 |
| SEK | 11,4590 | 10,8215 | 11,4310 | 11,0619 |
| THB | 35,6761 | 37,2180 | 38,1318 | 37,0799 |
| TRY | 36,7362 | 50,2859 | - | - |
| UAH | 43,9267 | 49,6524 | 43,4077 | 46,9665 |
| USD | 1,0389 | 1,1750 | 1,0817 | 1,1274 |
229
228 Financiële verslaggeving
Bedrijfscombinaties
De Groep hanteert de overnamemethode voor de verwerking van de overname van bedrijven. De overgedragen vergoeding is de som – op datum van de verwerving van zeggenschap – van de reële waardes van alle overgedragen activa, aangegane verplichtingen en uitgegeven aandelen om zeggenschap van de overgenomen entiteit te krijgen. Geïdentificeerde activa, aangegane verplichtingen en toekomstige verplichtingen worden afzonderlijk gewaardeerd aan hun reële waarde op de datum van de overname. De toewijzing van de reële waardes aan de identificeerbare activa en aangegane verplichtingen is gebaseerd op diverse inschattingen door management. Transactiekosten worden in resultaat geboekt op het moment dat ze zich voordoen.
Goodwill
Goodwill is het positieve verschil tussen de aankoopprijs en het aandeel van de Groep in de reële waarde van de verworven identificeerbare netto activa van de dochteronderneming of geassocieerde onderneming op het moment van de verwerving. Goodwill wordt niet afgeschreven maar jaarlijks getoetst voor bijzondere waardeverminderingen. Goodwill wordt uitgedrukt in de munteenheid van de betrokken onderneming en wordt omgezet in euro aan slotkoers op de balansdatum, behalve de goodwill gerelateerd aan Ege Pen (€ 9,3 miljoen) die in EUR uitgedrukt is ondanks dat het een Turkse dochteronderneming is. De entiteit werd in 2000 gekocht en Deceuninck heeft in 2002 voor het eerst IFRS toegepast wanneer de standaarden een optie tot het erkennen van goodwill als assets van de rapporterende entiteit te beschouwen en deze op te nemen als niet-monetair vreemd valuta item dat gerapporteerd wordt op basis van de valutakoers op het moment van de transactie (IAS21.33.b IAS21 versie effectief vanaf 1 januari 1995).
Voordelige aankoop
Indien de reële waarde van de verworven netto activa hoger is dan de overgedragen vergoeding herbekijkt de Groep of ze alle verworven activa en aangegane verplichtingen juist geïdentificeerd heeft. Tevens herziet ze alle gebruikte procedures ter bepaling van de waardes die bepaald dienen te worden op datum van de verwerving. Indien na herziening de reële waardes van de verworven netto activa hoger zijn dan de overgedragen vergoeding, wordt de winst geboekt in de resultatenrekening.
Materiële vaste activa
Materiële vaste activa worden geboekt aan historische kostprijs verminderd met de gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.De historische kostprijs omvat de initiële aankoopprijs vermeerderd met andere directe aanschaffingskosten (zoals niet terugvorderbare belastingen en transportkosten). De kostprijs van zelfgeproduceerde vaste activa (zoals matrijzen) omvat de kostprijs van de materialen, directe loonkosten en een evenredig deel van de productieoverhead. Latere uitgaven worden enkel in de balans opgenomen wanneer ze de toekomstige, economische voordelen, eigen aan de vaste activapost waaraan ze verwant zijn, vergroten. Herstellingen en instandhoudingskosten die de toekomstige economische voordelen niet vergroten, worden als kost in de resultatenrekening opgenomen. De verwachte economische levensduur is als volgt vastgelegd:
| ACTIVAGebouwen | 40 jaar |
|---|---|
| Inrichting gebouwen | 10-20 jaar |
| Externe infrastructuur | 20-40 jaar |
| Machines en uitrusting | 8-20 jaar |
| Klein materiaal | 5 jaar |
| Schroeven en cilinders | 2-6 jaar |
| Gietvormen en matrijzen | 5 jaar |
| Installaties | 10-25 jaar |
| Kantoormateriaal | 4-10 jaar |
| Logistiek materiaal | 8 jaar |
| Meubilair | 10 jaar |
| Voertuigen | 4-5 jaar |
Afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode vanaf de datum van ingebruikname en dit over de verwachte economische levensduur. Terreinen worden niet afgeschreven aangezien aangenomen wordt dat zij een onbeperkte levensduur hebben.
Activa aangehouden voor verkoop
Bij classificatie als ‘Activa aangehouden voor verkoop’ worden activa of groepen activa die in hun huidige toestand onmiddellijk beschikbaar zijn voor verkoop en waarvan de verkoop zeer waarschijnlijk is, gewaardeerd tegen de laagste van de boekwaarde en de reële waarde minus verkoopkosten. Vaste activa aangehouden voor verkoop worden niet afgeschreven zodra gepresenteerd als vaste activa aangehouden voor verkoop. Vaste activa aangehouden voor verkoop worden apart gepresenteerd als vlottende activa in de geconsolideerde balans. Dezelfde waardering geldt voor bedrijfsactiviteiten aangehouden voor verkoop.
Investeringen in joint ventures
Een joint venture is een soort gezamenlijke overeenkomst waarbij de partijen die gezamenlijke controle over de overeenkomst hebben, recht hebben op het netto vermogen van de joint venture. Gezamenlijke controle is de contractueel overeengekomen verdeling van de controle over een overeenkomst, die alleen bestaat wanneer beslissingen over de relevante activiteiten de unanieme instemming vereisen van de partijen die de controle delen. De overwegingen die moeten genomen worden bij het bepalen van gezamenlijke controle zijn vergelijkbaar met deze die nodig zijn om controle te bepalen over dochterondernemingen.
De investering van de Groep in de joint venture wordt verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode. Volgens de vermogensmutatiemethode wordt de investering in een joint venture aanvankelijk opgenomen tegen de kostprijs, inclusief de transactiekosten. De boekwaarde van de investering wordt aangepast om veranderingen in het aandeel van de Groep in het netto vermogen van de joint venture sinds de acquisitiedatum op te nemen. Goodwill met betrekking tot de joint venture is opgenomen in de boekwaarde van de investering en wordt niet afzonderlijk getoetst op bijzondere waardevermindering. Voor het bepalen van de goodwill heeft de Groep ervoor gekozen om voor de waardering een periode van 12 maanden toe te passen, vergelijkbaar met de periode voor bedrijfscombinaties, in het geval dat de Groep niet in staat is het proces binnen het jaar van verwerving af te ronden.
De resultatenrekening reflecteert het aandeel van de Groep in de resultaten van de joint venture. Elke wijziging in de niet-gerealiseerde resultaten van de joint ventures worden gepresenteerd als onderdeel van de niet-gerealiseerde resultaten van de Groep. Wanneer een wijziging direct in het eigen vermogen van de joint venture werd verwerkt, neemt de Groep bovendien haar aandeel in de eventuele mutaties, indien van toepassing, op in het mutatieoverzicht over het eigen vermogen. Niet gerealiseerde resultaten die voortvloeien uit transacties tussen de Groep en de joint venture worden geëlimineerd ten belope van het belang in de joint venture.
Rekening houdend met de relevante overwegingen dat er geen wettelijke of feitelijke verplichtingen voor het dekken van ongelimiteerde verliezen, wordt het deel van de door de Groep erkende resultaten van de joint venture gelimiteerd tot het bedrag van het originele erkende bedrag van de investering. Alle daaropvolgende door de Groep toewijsbare winsten worden niet door de Groep erkend tot de historische niet-erkende aan de Groep toewijsbare resultaten van de joint venture gecompenseerd zijn.
De jaarrekening van de joint venture is opgesteld voor dezelfde periode als deze van de Groep. Waar nodig worden aanpassingen doorgevoerd om de grondslagen voor de financiële verslaggeving in lijn te brengen met die van de Groep.
Na toepassing van de vermogensmutatiemethode, bepaalt de Groep of het noodzakelijk is om een bijzondere waardevermindering op te nemen op haar investering in de joint venture. Op elke verslagdatum bepaalt de Groep of er objectieve aanwijzingen zijn dat de investering in de joint venture een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Als er dergelijke aanwijzingen zijn, berekent de Groep het bedrag van de bijzondere waardevermindering als het verschil tussen de realiseerbare waarde van de joint venture en de boekwaarde, en verwerkt vervolgens het verlies binnen de lijn ‘Aandeel in het resultaat van een joint venture’ in de resultatenrekening. Bij verlies van gezamenlijke controle over de joint venture, waardeert de Groep de eventueel resterende aangehouden investering tegen de reële waarde. Elk verschil tussen de boekwaarde van de joint venture bij verlies van gezamenlijke controle en de reële waarde van de resterende investering en de opbrengsten uit de verkoop wordt opgenomen in de resultatenrekening.
Leasing
De Groep beoordeelt op het moment van initiatie van contracten of een contract al dan niet een lease contract is of een leaseovereenkomst bevat. In desbetreffend geval omvat het contract een recht tot het uitoefenen van controle over het gebruik van een geïdentificeerd actief voor een tijdsperiode in ruil voor een vergoeding. De Groep past de ‘single recognition and measurement approach’ voor alle leases toe, behalve voor de kortetermijn leases en leasings van lage waarde activa. De Groep erkent leasingschulden om lease betalingen te voldoen en erkent leasing gebruiksrechten die het recht tot gebruik van de onderliggende activa vertegenwoordigt.
i) Gebruiksrechten leasing activa
De Groep erkent leasing gebruiksrechten op de startdatum van de leaseovereenkomst (dwz. het moment dat het onderliggend actief beschikbaar is voor gebruik). Gebruiksrechten worden erkend ten belope van de kostprijs, verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en afwaarderingen, aangepast voor daaropvolgende herwaarderingen van de leasingschulden. De aanschaffingswaarde van de gebruiksrechten bevat het bedrag van de erkende leasingschulden, initiële opgelopen kost & lease betalingen gemaakt op of voor de startdatum, verminderd met eventuele voordelen ontvangen in het kader van de leaseovereenkomsten. De leasing gebruiksrechten worden afgeschreven via een lineaire methode over het minimum van enerzijds de lease termijn of anderzijds de levensduur van de activa die geleased worden. De Groep heeft gekozen om de leasing gebruiksrechten te presenteren als aparte activa klasse binnen de Materiële vaste activa en daarbij aansluitend de relevante informatie in de toelichtingen te verschaffen. Als het eigendom van de geleasede activa op het einde van de lease termijn naar de Groep overgaat of de kost de uitoefenprijs van aankoopopties vertegenwoordigt, worden de afschrijvingen berekend gebruik makend van de resterende ingeschatte levensduur van de activa. De leasing gebruiksrechten zijn ook onderhevig aan afwaarderingen, in geval dit van toepassing is.
ii) Leasingschulden
Op de startdatum van de leases erkent de Groep de leasingschulden berekend als de verdisconteerde waarde van de leasebetalingen te voldoen gedurende de lease termijn.
ONDERZOEK EN ONTWIKKELING
Kosten voor onderzoeksactiviteiten, ondernomen met het oog op het verwerven van nieuwe wetenschappelijke of technologische kennis, worden in het resultaat opgenomen. Kosten voor ontwikkelingsactiviteiten, waarbij de resultaten van het onderzoek worden toegepast in een plan of een ontwerp voor de productie van nieuwe of substantieel verbeterde producten en processen, worden geactiveerd als en enkel als wordt voldaan aan alle criteria vermeld in IAS 38. De geactiveerde kost omvat de direct toewijsbare kosten om de activa te creëren, te produceren en klaar te maken voor gebruik (zoals grondstoffen en directe loonkosten) verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De gekapitaliseerde kosten worden aan de relevante activaklassen toegewezen door middel van een transfer vanaf het moment dat de activa beschikbaar zijn voor gebruik. Ontwikkelingsactiva (zoals, maar niet beperkt tot, productportfolio’s en verworven technologieën) die worden opgenomen als onderdeel van een bedrijfscombinatie, worden op de acquisitiedatum gewaardeerd tegen reële waarde en afgeschreven over hun geschatte gebruiksduur. De afschrijvingsperiode weerspiegelt de verwachte periode waarin de onderliggende technologie of producten economische voordelen zullen genereren, rekening houdend met productlevenscycli, technologische evolutie en de waarderingsaannames die zijn toegepast tijdens de toewijzing van de overnameprijs.
LATERE UITGAVEN
Latere uitgaven voor immateriële vaste activa na de aankoop of de voltooiing ervan, worden enkel in de balans opgenomen wanneer ze de toekomstige economische voordelen eigen aan de activapost waaraan ze verwant zijn, vergroten. Alle andere uitgaven worden beschouwd als kosten.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 231230 Financiële verslaggevingDe lease betalingen omvatten de vaste betalingen (alsook de intrinsiek vaste betalingen) verminderd met enige te ontvangen lease incentives, variabele lease betalingen die afhankelijk zijn van een index of een tarief, en betalingen die verwacht worden om betaald te worden als restwaardegaranties. De leasebetalingen omvatten ook de uitoefenprijs van aankoopopties als het redelijk zeker is dat de Groep deze uitoefent, alsook betalingen van boetes voor het stopzetten van leases, wanneer in de leasetermijn de stopzettingsoptie gereflecteerd is. Variabele leasebetalingen die niet op basis van een index of een tarief zijn, worden erkend als kost in de periode dat de gebeurtenis of voorwaarde voorvalt die de leasebetaling heeft geactiveerd, buiten als deze kosten noodzakelijk zijn voor het produceren van voorraad. Bij het berekenen van de huidige waarde van de leasebetalingen gebruikt de Groep de incrementele interestvoet op aanvangsdatum van de lease wanneer de impliciete interestvoet niet bepaalbaar is. Na de aanvangsdatum wordt het bedrag van leaseschulden verhoogt met de opgelopen interest en verminderd met de gemaakte leasebetalingen. In aanvulling hierop wordt de boekwaarde van de leaseschulden geherwaardeerd wanneer er een modificatie is, een wijziging in leasetermijn, een wijziging in de ten gronde vaste leasebetalingen of een wijziging in de beoordeling om een onderliggend actief te kopen. De Groep presenteert de leasingschulden binnen de kortlopende en langlopende schulden.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 233
232 Financiële verslaggeving
iii) Korte-termijn leases en lage-waarde leases
De Groep past de korte-termijn lease erkenningsuitzondering (leases met een leasetermijn van 12 maanden of minder te meten vanaf aanvangsdatum die geen aankoopoptie bevatten) toe voor alle categorieën van onderliggende activa. Ze past ook de lage waarde erkenningsuitzondering toe over alle categorieën van onderliggende activa. Leasebetalingen van korte-termijn en lage-waarde leases worden als kost geboekt op een lineaire basis over de leasetermijn.
iv) Algemene leasetermijnen en subleases
De Groep heeft leasecontracten voor verschillende items van materiële vaste activa zoals gebouwen, wagens, machines en andere uitrustingen. Leasings van gebouwen & machines hebben over het algemeen een lease termijn van 2 tot 5 jaar en een contract met een termijn van 10 jaar. Voor voertuigen en andere uitrusting is de leasing termijn gemiddeld gezien tussen de 2 en 4 jaar. De leaseverplichtingen van de Groep zijn gedekt door de lessors eigendomsrecht op de geleasede activa. In het algemeen is het de Groep niet toegelaten om de geleasede assets verder te leasen aan een derde partij en sommige contracten vereisen de Groep om aan bepaalde financiële ratio’s te voldoen.
v) Opties om de lease te verlengen en te beëindigen
Er zijn verschillende leasecontracten die verlenging en beëindigingsopties bevatten. Deze opties werden door het management onderhandeld om flexibiliteit in het portfolio van geleased activa te voorzien en dit te aligneren met de noden voor de Groep. Het management maakt significante inschattingen in het bepalen of deze verlengingen en beëindigingsopties of het redelijkerwijze zeker is dat deze zullen uitgeoefend worden. Het merendeel van de verlenging- en beëindigingsopties zijn gerelateerd aan leasingovereenkomsten voor voertuigen en hebben een beperkte waarde door de relatief korte leasingperiodes, lage leasebetalingen en door het feit dat de Groep in het algemeen een beëindigd contract vervangt door een nieuw actief.
Financiële instrumenten
CRITERIA VOOR DE EERSTE OPNAME OF HET NIET MEER OPNEMEN VAN FINANCIËLE VASTE ACTIVA EN PASSIVA
Financiële instrumenten worden initieel gewaardeerd wanneer de Groep de desbetreffende contractuele bepalingen onderschrijft. Aankopen en verkopen van financiële activa worden geboekt op de transactie- datum. Financiële activa (of een gedeelte ervan) worden niet meer gewaardeerd wanneer de Groep de rechten op de vergoedingen, bepaald in het contract, te gelde maakt, wanneer de rechten vervallen of wanneer de Groep er afstand van doet of nog, indien de Groep de controle verliest over de contractuele rechten die betrekking hebben op het financiële actief. Financiële passiva (of een gedeelte ervan) worden niet meer gewaardeerd indien de verplichting, bepaald in het contract, ingetrokken of geannuleerd wordt of vervalt.
CRITERIA VOOR HET COMPENSEREN VAN FINANCIËLE ACTIVA EN PASSIVA
Een financieel actief en een financieel passief worden gesaldeerd en het nettobedrag wordt opgenomen in de balans indien er een wettelijk afdwingbaar recht bestaat om de opgenomen bedragen te salderen. Daarnaast dient de intentie aanwezig te zijn om het passief af te wikkelen en op hetzelfde moment het actief te gelde te maken of om op netto basis af te wikkelen.
CRITERIA VOOR DE CLASSIFICATIE VAN FINANCIËLE ACTIVA EN PASSIVA
Financiële activa worden zowel bij eerste erkenning als daarna gewaardeerd aan de aanschaffingswaarde verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen, reële waarde via de niet- gerealiseerde resultaten of aan reële waarde via de resultatenrekening. De classificatie van financiële vaste activa bij de eerste erkenning is afhankelijk van de contractuele kasstroomkenmerken van het financieel vast actief en het bedrijfsmodel van de Groep voor het beheer ervan. Met uitzondering van de handelsvorderingen die geen significante financieringscomponent bevatten of financiële activa waarvoor de Groep de voorziene praktische oplossing heeft toegepast waardeert de Groep een financieel vast actief aan reële waarde plus transactiekosten, in het geval het financieel vast actief niet via de resultatenrekening wordt gewaardeerd aan reële waarde. Handelsvorderingen die geen significante financieringscomponent bevatten of financiële activa waarvoor de Groep de voorziene praktische oplossing heeft toegepast worden gewaardeerd aan de transactieprijs bepaald onder IFRS 15. Om een financieel actief te kunnen classificeren en waarderen aan de aanschaffingswaarde verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen of de reële waarde via de niet gerealiseerde resultaten moet het aanleiding geven tot kasstromen die alleen betalingen van de hoofdsom en de rente op de uitstaande hoofdsom zijn. Deze beoordeling wordt de SPPI-test genoemd en wordt op individueel instrumentniveau uitgevoerd. Het bedrijfsmodel van de Groep voor het beheer van financiële activa verwijst naar de manier waarop het zijn financiële activa beheert om kasstromen te genereren. Het bedrijfsmodel bepaalt of kasstromen het gevolg zijn van het incasseren van contractuele kasstromen, het verkopen van de financiële activa, of beide.
Financiële vaste activa
De Groep presenteert onder deze rubriek de eigenvermogensinstrumenten waarvoor zij heeft gekozen om de verandering in de reële waarde te presenteren via de niet-gerealiseerde resultaten. De keuze om eigenvermogensinstrumenten hieronder te klasseren wordt gemaakt op basis van de individuele instrumenten. Winsten of verliezen op deze financiële vaste activa worden nooit gerecycleerd door de resultatenrekening. Dividenden worden opgenomen onder de financiële opbrengsten in de resultatenrekening wanneer het recht op betaling is vastgesteld, behalve wanneer de Groep van dergelijke opbrengsten profiteert als een terugvordering van een deel van de kostprijs van het financieel vast actief, in welk geval dergelijke winst wordt opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten. Eigenvermogensinstrumenten gewaardeerd tegen de reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten worden niet onderworpen aan een test op bijzondere waardevermindering.
Financiële activa gewaardeerd aan reële waarde via de resultatenrekening
Financiële activa gewaardeerd aan reële waarde via de resultatenrekening bevatten financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden of financiële activa welke gewaardeerd worden bij initiële boeking aan reële waarde via de resultatenrekening. Financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden zijn deze welke verworven worden met het doel deze te verkopen op korte termijn. Deze categorie bevat tevens de afgeleide financiële instrumenten welke niet voldoen aan de criteria van IFRS 9 voor ‘de administratieve verwerking van afdekkingstransacties’. De niet-gerealiseerde winsten of verliezen die voortvloeien uit de veranderingen van de reële waarde van voor handelsdoeleinden bedoelde financiële activa, worden direct geboekt in de resultatenrekening.
Handelsvorderingen
De handelsvorderingen voldoen aan de voorwaarde van classificatie aan geamortiseerde kostprijs als ze erkend zijn aan hun nominale waarde en onderhevig zijn aan afwaardering. De Groep erkent een provisie voor verwachte kredietverliezen (“ECL”). De provisie voor verwachte kredietverliezen is gebaseerd op het verschil tussen de contractuele kasstromen
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 235
234 Financiële verslaggeving
in overeenstemming met het contract en alle kasstromen dat de Groep verwacht te ontvangen, verdisconteerd aan een inschatting van de originele effectieve interestvoet. Voor handelsvorderingen past de Groep een vereenvoudigde methode toe in de berekening van de effectieve kredietverliezen. Als gevolg daarvan volgt de Groep geen wijzigingen in kredietrisico op maar erkent de Groep een provisie voor kredietverliezen op basis van de ECL over de duurtijd van handelsvorderingen op iedere balansdatum. De Groep heeft een matrix opgesteld waarin de afwaarderingen berekend worden op basis van historisch vastgestelde insolventiecijfers, rekening houdend met parameters voor toekomstverwachtingen voor de dubieuze debiteuren en economische factoren die de terugbetalingscapaciteit van de klanten reflecteren (gebaseerd op geografische regio, type van klant, delinquentie status, kredietverzekering, andere garanties,…).Aansluitend aan deze algemene methode voorziet de Groep nazicht van de opgevolgde blootstelling op een individueel niveau indien niet gedekt door het ‘ECL’ model, wat ook additionele risicofactoren in rekening brengt indien dit nog niet reeds opgenomen werd in de beoordeling.
Overige vorderingen
De cheques ontvangen van Turkse klanten in het kader van voorschotbetalingen kunnen verdisconteerd worden of gebruikt als betalingen ten opzichte van andere partijen zonder enige voorwaarden. Deze cheques worden geclassificeerd als Overige vorderingen en Overige schulden vanaf het moment dat ze door de klant ontvangen worden en voor andere doeleinden kunnen gebruikt worden.
Kas en kasequivalenten
De kas en kasequivalenten bestaan voornamelijk uit liquide middelen, onmiddellijk opvraagbare deposito’s en beleggingen op korte termijn (maximale looptijd van drie maanden na verwervingsdatum) die kunnen worden omgezet in contanten en die onderhevig zijn aan een beperkt risico op waardeverandering. Voor het kasstroomoverzicht omvatten de kas en kasequivalenten tegoeden bij financiële instellingen (zicht- en termijnrekeningen). Eventuele negatieve geldmiddelen worden op korte termijn bij financiële instellingen weergegeven (‘bankschulden’).
Rentedragende schulden
De rentedragende schulden worden initieel gewaardeerd aan reële waarde van de ontvangen bedragen verminderd met kosten verbonden aan de transactie. Na de initiële opname worden de rentedragende schulden gewaardeerd aan afgeschreven kost. Het verschil tussen de afgeschreven kost en de terugbetalingswaarde wordt geboekt over de looptijd van de lening op basis van de effectieve rentemethode of tot de schuld niet meer wordt gehouden.
AFGELEIDE FINANCIËLE INSTRUMENTEN
De Groep gebruikt afgeleide financiële instrumenten (voornamelijk renteswaps en wisseltermijncontracten) om de risico’s te beperken met betrekking tot schommelingen van interestvoeten en wisselkoersen. Het beleid van de Groep verbiedt het gebruik van deze instrumenten voor speculatieve doeleinden.
De afgeleide financiële instrumenten worden geclassificeerd als ‘reële waarde afdekking’ (‘fair value hedging’) indien deze instrumenten de veranderingen in de reële waarde van de geboekte activa of passiva compenseren. Ze worden geclassificeerd als ‘kasstroom afdekking’ (‘cash flow hedging’) wanneer deze instrumenten kasstroomwijzigingen afdekken, die gerelateerd zijn aan een specifiek risico met betrekking tot een geboekte vordering of verplichting of een verwachte transactie.
Bij reële waarde afdekkingen worden de winsten of verliezen resulterend uit het herwaarderen van deze instrumenten onmiddellijk geboekt in de resultatenrekening. De winst of het verlies op de afgedekte positie leidt tot een aanpassing van de boekwaarde van de afgedekte positie en dient opgenomen te worden in de resultatenrekening. Indien de aanpassing betrekking heeft op de boekwaarde van een rentedragende schuld, wordt de aanpassing afgeschreven via de resultatenrekening tot het volledig afgeschreven zal zijn op de vervaldag.
Wanneer afgeleide financiële instrumenten worden geclassificeerd als kasstroomafdekkingen, wordt het effectieve deel van de verandering in reële waarde opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten. De winst of het verlies op het niet-effectieve deel wordt onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen.
De financiële instrumenten die niet voldoen aan de speciale voorwaarden om als kasstroom afdekking te worden erkend, worden gewaardeerd aan reële waarde. Winst of verlies voortvloeiend uit de verandering van de reële waarde van het instrument, worden direct in het resultaat geboekt.
Voorraden
Voorraden worden gewaardeerd tegen kostprijs of aan de netto opbrengstwaarde indien deze lager is. De netto opbrengstwaarde wordt gedefinieerd als de geschatte verkoopprijs bij een normale bedrijfsuitoefening, exclusief de geschatte kosten nodig voor de opslag en de verkoop van het product. De kosten om elk product naar zijn huidige locatie en toestand te brengen, worden als volgt opgenomen:
* grondstoffen en hulpstoffen – inkoopprijs op basis van de FIFO-methode;
* afgewerkte goederen en werken in uitvoering – directe materiaal- en arbeidskosten en een deel van de algemene productiekosten gebaseerd op een normale productiecapaciteit en op basis van de FIFO-methode;
* handelsgoederen – inkoopprijs op basis van de FIFO-methode.
Eigen aandelen
Wanneer eigen aandelen worden ingekocht, wordt het bedrag inclusief direct toerekenbare kosten in mindering op het eigen vermogen geboekt.
Bijzondere waardeverminderingen
Voor de activa van de Groep, andere dan voorraden en uitgestelde belastingvorderingen, wordt op elke balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat een actief mogelijk een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. Een bijzondere waardevermindering wordt geboekt wanneer de boekwaarde van een actief, of de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort, hoger is dan de realiseerbare waarde. Bijzondere waardeverminderingen worden geboekt in de resultatenrekening.
De realiseerbare waarde van andere dan financiële activa is de hoogste waarde van de reële waarde minus de verkoopkosten en de bedrijfswaarde van de betrokken activa. Om de bedrijfswaarde te bepalen, wordt de actuele waarde van de verwachte, toekomstige kasstromen berekend door gebruik te maken van een verdisconteringsvoet vóór belastingen, die zowel de actuele marktrente als de specifieke risico’s met betrekking tot het actief weergeeft. Voor een actief dat op zichzelf geen kasstromen genereert die in ruime mate onafhankelijk zijn van de andere activa, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort.
Een bijzondere waardevermindering met betrekking tot goodwill wordt niet teruggenomen. Met betrekking tot andere activa wordt een bijzondere waardevermindering teruggenomen indien er een wijziging heeft plaatsgevonden in de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 237236 Financiële verslaggeving waarde. De toegenomen boekwaarde van een actief, veroorzaakt door terugname van een bijzondere waardevermindering, mag niet hoger zijn dan de boekwaarde (na afschrijvingen) die bekomen zou zijn indien in voorgaande jaren geen bijzondere waardevermindering voor het actief zou zijn geboekt.
Voorzieningen
Voorzieningen worden aangelegd wanneer de Groep verplichtingen heeft aangegaan (in rechte of feitelijk afdwingbaar) als gevolg van een gebeurtenis in het verleden; wanneer het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling van die verplichtingen uitgaande kasstromen noodzakelijk zijn en wanneer een betrouwbare schatting gemaakt kan worden van de omvang van deze verplichtingen. Wanneer de Groep verwacht dat sommige of alle uitgaven die vereist zijn om een voorziening af te wikkelen, zullen vergoed worden door een andere partij, wordt de vergoeding slechts geboekt als een actief indien het vrijwel zeker is dat de vergoeding zal worden ontvangen. Een garantievoorziening wordt aangelegd voor alle producten onder garantie op basis van historische gegevens met betrekking tot de herstellingen en teruggenomen producten.
Personeelsbeloningen
PENSIOENEN
De Groep heeft voornamelijk toegezegde- bijdrageregelingen alsook toegezegd- pensioenregelingen in België, Duitsland en Turkije. De fondsen van deze pensioenplannen bestaan uit werkgevers- en werknemersbijdragen. De bijdrageverplichtingen tot de toegezegde- bijdrageregelingen worden door de Groep ten laste genomen in de resultatenrekening in het jaar waarop ze betrekking hebben, met uitzondering voor de Belgische toegezegde-bijdrageregelingen, die geboekt worden als toegezegde pensioenregelingen.
In België erkent de Groep ook de provisie voor vervroegde pensionering en deze omvat de werknemers voor wie er reeds een plan tot vervroegde pensionering bestaat en de werknemers van wie het verwacht wordt dat deze in de komende vier jaar op vervroegde pensionering op basis van de collectieve arbeidsovereenkomst zullen gaan.
Bij de toegezegde pensioenregelingen wordt de pensioenverplichting geschat op basis van de ‘projected unit credit’-methode. Herwaarderingen, die bestaan uit actuariële winsten en verliezen en het rendement op de fondsbeleggingen (exclusief netto rente), worden rechtstreeks in de balans opgenomen, waarbij een overeenkomstig bedrag ten gunste of ten laste van de ingehouden winst wordt opgenomen via de niet gerealiseerde resultaten in de periode waarin zij zich voordoen. Herwaarderingen worden niet in volgende perioden naar de winst- en verliesrekening overgeboekt.
De pensioenkosten van verstreken diensttijd worden in de winst- en verliesrekening opgenomen:
* op de ingangsdatum van de wijziging of inperking van de pensioenregeling, of, indien dit eerder is,
* op de datum waarop de Groep reorganisatiekosten opneemt.
De netto rente wordt berekend door de verdisconteringsvoet toe te passen op de netto verplichting of het netto actief uit hoofde van de toegezegde-pensioenrechten (actief).
De Groep erkent pensioenkosten, bestaande uit aan het dienstjaar toegerekend-pensioenkosten, pensioenkosten van verstreken diensttijd en winsten en verliezen uit hoofde van inperkingen van de pensioenregeling en niet routinematige schikkingen in de toepasselijke classificaties binnen de geconsolideerde winst- en verliesrekening (‘P&L by function’) op basis van de functie en de activiteiten van de gerelateerde personeelsleden. Indien deze personeelsleden niet langer actief zijn in de Groep, worden deze kosten erkend in de sectie ‘Overige’ onder ‘Overige operationele kosten’.
Waar toepasselijk worden bovengestelde zaken in rekening gebracht voor de voorraadwaardering.# VERGOEDINGEN MET AANDELEN
Verschillende aandelenopties, warrantplannen en performance share plans laten bepaalde personeelsleden, kaderleden en leden van het directiecomité toe aandelen van de onderneming te verwerven. De uitoefenprijs van de optie of warrant is gelijk aan de gemiddelde marktprijs van de onderliggende aandelen in een periode van dertig dagen voor de datum van de toekenning. Het eigen vermogen wordt verhoogd met de ontvangen bedragen of de uitoefenprijs wanneer deze opties of warranten worden uitgeoefend. De kost van de op aandelen gebaseerde betalingstransacties wordt gewaardeerd aan hun reële waarde op de toekenningsdatum. De reële waarde is bepaald door een expert door gebruik te maken van de binomiale boomstructuur. De kost van de op aandelen gebaseerde betalingstransacties samen met de overeenstemmende toename van het eigen vermogen, worden erkend over de wachtperiode. Wanneer de voorwaarden van in eigen vermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransacties, gewijzigd worden, is de minimale kost gelijk aan de kost alsof de voorwaarden niet gewijzigd werden. Een bijkomende kost wordt erkend voor om het even welke wijziging, die de reële waarde van de vergoeding in aandelen verhoogt, of die een voordeel inhoudt voor de werknemer op datum van wijziging (IFRS 2.28). Wanneer een op aandelen gebaseerde vergoeding geannuleerd wordt, wordt deze beschouwd als een vergoeding die toegekend werd op datum van de annulatie en de hiermee gepaard gaande niet-afgeschreven kost, wordt onmiddellijk erkend. Echter, indien een nieuwe op aandelen gebaseerde vergoeding toegekend wordt ter vervanging van de geannuleerde vergoeding, en aangeduid als een vervangende vergoeding op de toekenningsdatum, dan worden de geannuleerde en nieuwe vergoedingen beschouwd als een wijziging van de originele op aandelen gebaseerde vergoeding, zoals beschreven in de vorige paragraaf.
BONUSSEN
Contractuele bonussen worden berekend op basis van vastgestelde financiële kerndoelstellingen, vastgestelde duurzaamheidsdoelstellingen en persoonlijke prestaties. Het verwachte bedrag van de bonus wordt opgenomen als een kost, op basis van de beste schatting van het management van de verwachte betaling op de balansdatum.
Omzet
De groep past IFRS 15 toe, gebruik makende van de ‘modified retrospective’-methode van implementatie. De Groep focust op het leveren van raam- en deursystemen, bouwproducten en andere goederen aan klanten. Als onderdeel van de commerciële relatie verleent de Groep doorgaans een betalingstermijn van 15 tot 120 dagen, maar biedt onder bepaalde voorwaarden kortingen voor prompte betaling. De betalingsvoorwaarden verschillen aanzienlijk tussen de regio’s waarin de Groep actief is.
VERKOOP VAN GOEDEREN
De contracten van de Groep met klanten voor de verkoop van goederen omvatten één enkele prestatieverplichting. De Groep concludeert dat de opbrengsten van de verkoop van goederen genomen moeten worden op dat moment dat de controle wordt overgebracht naar de klant, doorgaans bij het leveren van het product.
(i) Betaalde vergoedingen
De betaalde of te betalen vergoedingen vertegenwoordigen de stimulansen gegeven Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 239238 Financiële verslaggeving door de entiteit om de klant aan te zetten om de goederen of diensten aan te kopen, of verder te blijven aankopen. Dit kan betalingen aan klanten omvatten voor het compenseren van gedane aanpassingen aan IT systemen of productieprocessen zodat onze producten in hun productiefaciliteiten kunnen verwerkt worden. De betaalde of te betalen vergoeding worden geboekt als een vermindering van de opbrengsten voor het deel dat groter is dan de reële waarde van het specifieke goed of de specifieke dienst dat aan de klant geleverd wordt. Het toekennen van de vermindering van opbrengsten gebeurt wanneer (of als) het latere van een van de volgende zaken gebeurt:
* Erkenning van de opbrengsten voor de transfer van de gerelateerde goederen of diensten;
* Betaling of belofte tot betaling van de vergoeding (zelfs al is de betaling voorwaardelijk en gebaseerd op een toekomstige gebeurtenis).
Er bestaat op heden een variatie in de praktijk op dit gebied. De ‘Transition Resource Group for Revenue Recognition’ heeft een paper van de FASB omtrent dit onderwerp uitgegeven: Betalingen aan klanten. Er is door de Werkgroep over dit onderwerp geen consensus bereikt, bijgevolg is er op heden geen expliciete GAAP voor de verwerking van voorafgaande betalingen aan klanten. Als gevolg daarvan dienen bedrijven de feiten en omstandigheden van de natuur van de betalingen te evalueren en daarbij de nodige beoordelingen te maken om de toepasselijke boekhoudkundige verwerking te bepalen. Wanneer het contract geen contractueel vastgelegde toekomstige volumes bepaalt en als er op het moment van betaling geen getekende verkooporders zijn, besluiten we dat er op het moment van de betaling geen huidig verkoopcontract met de klant is. Bijgevolg wordt de volledige voorafbetaling erkend in de resultatenrekening op het moment dat de betaling wordt voldaan.
ii) Betalingskortingen verleend en verkregen.
De Groep erkent de betalingskorting verleend aan klanten als vermindering van de opbrengsten. Gelijkaardig erkent de Groep de betalingskorting verkregen van leveranciers als vermindering van de kosten.
iii) Garantieverplichtingen
De Groep voorziet doorgaans een garantie voor algemene herstellingen van defecten die op het moment van de verkoop reeds bestonden. Deze garanties worden erkend als een garantieverplichting aangezien deze niet als een aparte prestatie- verplichting voor de Groep beschouwd worden.
Overheidssubsidies
Overheidssubsidies worden geboekt tegen hun reële waarde wanneer er een redelijke zekerheid bestaat dat ze zullen worden ontvangen en dat de Groep zal voldoen aan de voorwaarden die eraan verbonden zijn. Wanneer de subsidie verband houdt met een uitgave, wordt deze in de inkomsten genomen gedurende de periode nodig om op systematische wijze de gerelateerde kosten te compenseren. Wanneer de subsidie verband houdt met een actief, wordt ze opgenomen als uitgestelde opbrengst.
Winstbelastingen
Winstbelastingen op het resultaat van het boekjaar omvatten actuele en uitgestelde belastingen. De belastingen worden geboekt in de resultatenrekening tenzij ze betrekking hebben op elementen die onmiddellijk in het eigen vermogen worden geboekt. In dat geval worden de ermee verbonden belasting rechtstreeks geboekt in het eigen vermogen. Actuele belastingen omvatten de verwachte belastingschuld op het belastbaar inkomen van het jaar. Zij omvatten daarnaast belastingaanpassingen van vorige jaren. Voor de berekening van de belastingen op het belastbaar inkomen van het jaar worden de op het ogenblik van afsluiting van kracht zijnde belastingpercentages gebruikt.
Uitgestelde belastingen worden voor financiële rapporteringsdoeleinden geboekt op basis van de balansmethode, voor alle tijdelijke verschillen tussen de belastbare basis van activa en passiva en hun boekwaarde. Voor de berekening worden de belastingtarieven gehanteerd waarvan het wetgevingsproces als ingevoerd wordt beschouwd op balansdatum. Volgens deze methode moet de Groep onder meer uitgestelde belastingen berekenen op het verschil tussen de reële waarde van de netto verworven activa en hun belastingbasis ten gevolge van een acquisitie.
Uitgestelde belastingvorderingen worden enkel geboekt wanneer het waarschijnlijk is dat (i) er voldoende toekomstige belastbare winsten zullen zijn om van het belastingvoordeel te kunnen genieten, of dat (ii) er een belastbaar tijdelijk verschil zal beschikbaar zijn om die uitgestelde belastingvorderingen te gebruiken. Er worden twee elementen beoordeeld om de waarschijnlijkheid van toekomstige winsten te beoordelen:
1/ de winstgevendheid in het verleden, ten minste twee opeenvolgende winstgevende jaren zijn noodzakelijk, en
2/ de verwachte winstgevendheid in de volgende vijf opeenvolgende jaren volgens het gedetailleerd budget voor volgend boekjaar en het businessplan op hoger niveau voor de vier volgende jaren.
De recupereerbaarheid van de uitgestelde belastingvorderingen op overgedragen fiscale verliezen wordt beoordeeld rekening houdend met een bijkomende voorzichtigheidsfactor om de onzekerheden voor het realiseren van de budgetramingen in rekening te brengen. De boekwaarde van een uitgestelde belasting- vordering wordt verminderd wanneer het niet langer waarschijnlijk is dat het gerelateerde belastingvoordeel zal gerealiseerd worden.
Financiële opbrengsten/kosten
De interestopbrengsten omvatten de interesten verworven op bankdeposito’s of verkregen van klanten als compensatie voor verlengde betalingstermijnen, en de interestkosten omvatten de interesten verschuldigd op leningen die door de Groep werden aangegaan. De geboekte interest is gebaseerd op de effectieve interestmethode. Kosten gerelateerd aan de verkoop van handelsvorderingen bevatten de kosten gerelateerd aan factoring. De financiële opbrengsten of kosten omvatten, naast de gerealiseerde en niet-gerealiseerde wisselkoerswinsten of -verliezen van rentedragende leningen en deposito’s, tevens de geboekte winsten of verliezen resulterend uit de herwaardering op reële waarde van de afgeleide financiële instrumenten. Deze instrumenten worden beschouwd als ‘reële waarde’- afdekkingsinstrumenten, indien de afgedekte risico’s van financiële aard zijn of indien de afgeleide financiële instrumenten niet voldoen aan de speciale vereisten voor afdekkingstransacties.
Monetaire winsten/verliezen hebben betrekking op de winst of het verlies op de netto monetaire positie die wordt afgeleid als het verschil dat voortvloeit uit de aanpassing van niet-monetaire posten en de compensatie van de inflatie aanpassing van de winst- en verliesrekening na toepassing van IAS29 Hyperinflatie voor de Turkse dochterondernemingen van de Groep.Nettoresultaat per aandeel
Gewone winst / (verlies) per aandeel
De gewone winst / (verlies) per aandeel wordt berekend door de nettowinst / (-verlies) van het boekjaar die toegekend kan worden aan de gewone aandeelhouders, te delen door het gewogen gemiddelde van het aantal gewone aandelen.
Verwaterde winst / (verlies) per aandeel
De verwaterde winst / (verlies) per aandeel wordt berekend door de nettowinst / (-verlies) die Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 241
toegekend kan worden aan de gewone aandeelhouders, te delen door het gewogen gemiddelde van het aantal gewone aandelen, vermeerderd met het gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen die zouden zijn uitgegeven bij de conversie in gewone aandelen van alle uitoefenbare warranten die tot verwatering zullen leiden.
Alternatieve prestatiemaatstaven
De volgende alternatieve prestatiemaatstaven (niet gedefinieerd in IFRS) worden gebruikt omdat het management van de mening is dat deze algemeen gebruikt worden door investeerders, beursanalisten en andere relevante partijen als bijkomende maatstaven ter opvolging van prestaties en liquiditeit. Deze alternatieve prestatiemaatstaven zijn mogelijk niet vergelijkbaar met gelijkaardig benoemde prestatiemaatstaven van andere bedrijven, hebben beperkingen als analytische tools en dienen niet louter individueel bekeken te worden of ter vervanging van analyse van operationele resultaten, onze prestaties of liquiditeit onder IFRS.
EBITDA is gedefinieerd als operationele winst / (verlies) voor afschrijvingen en afwaarderingen van vaste activa.
Adjusted EBITDA is gedefinieerd als operationele winst / (verlies) aangepast voor (i) afschrijvingen en afwaarderingen van vaste activa, (ii) integratie- en herstructureringskosten, (iii) gerealiseerde meerwaarden & verliezen op verkopen van dochterondernemingen, (iv) gerealiseerde meerwaarden & verliezen op verkopen van vaste activa, (v) afwaarderingen van vaste activa die zijn ontstaan door de toewijzing van goodwill.
EBIT wordt gedefinieerd als resultaat voor belastingen en financieel resultaat.
EBT is gedefinieerd als resultaat voor belastingen en aandeel in het resultaat van joint ventures.
Netto financiële schuld is gedefinieerd als de som van de kortlopende en de langlopende rentedragende schulden (inclusief leasing) min de liquide middelen.
Werkkapitaal wordt berekend als de som van handelsvorderingen en voorraden min handelsschulden.
Aangewend kapitaal wordt berekend als de som van vaste activa en werkkapitaal.
Schuldgraad is gedefinieerd als netto financiële schuld over LTM (Laatste Twaalf Maanden) Adjusted EBITDA.
Wijzigingen in boekhoudkundige standaarden en toelichtingen
De Groep past dezelfde IFRS standaarden toe als voorgaande jaren, met uitzondering van enkele nieuwe standaarden en interpretaties die de Groep voor het eerst toepast vanaf 1 januari 2025.
Nieuwe en gewijzigde standaarden en interpretaties
Onderstaande wijzigingen en interpretaties worden voor het eerst in 2025 toegepast, maar hebben geen significante impact op de geconsolideerde financiële staten van de Groep. De Groep heeft geen vroegtijdige toepassing van standaarden, interpretaties of wijzigingen die uitgegeven werden maar nog niet van toepassing zijn gedaan.
- Wijzigingen aan IAS 21 ‘De effecten van wijzigingen in wisselkoersen: gebrek aan uitwisselbaarheid’
De volgende standaard is verplicht sinds het boekjaar dat begint op 1 januari 2016 (maar nog niet onderworpen aan EU-goedkeuring). De Europese Commissie heeft beslist het goedkeuringsproces voor deze interim-standaard niet op te starten en te wachten op de definitieve standaard:
* IFRS 14, ‘Wettelijke uitgestelde rekeningen’ (van kracht vanaf 1 januari 2016).
Standaarden uitgegeven maar nog niet van kracht
De nieuwe en gewijzigde standaarden en interpretaties die reeds uitgegeven werden, maar nog niet van kracht zijn, tot op de datum van publicatie van de financiële staten van de Groep worden hieronder toegelicht. De Groep heeft de intentie om deze standaarden en interpretaties toe te passen, indien van toepassing, zodra deze van kracht worden.
- Wijzigingen aan IFRS 9 en IFRS 7: ‘de classificatie en waardering van financiële instrumenten’ (van kracht op 1 januari 2026);
- Wijzigingen aan IFRS 9 en IFRS 7: ‘Contracten die verwijzen naar natuurafhankelijke elektriciteit’ (van kracht op 1 januari 2026);
- Jaarlijkse aanpassingen – Volume 11 (van kracht op 1 januari 2026);
- IFRS 18 ‘Presentatie en toelichting in de jaarrekening’ (van kracht op 1 januari 2027);
- IFRS 19 ‘Dochterondernemingen zonder openbare verantwoordingsplicht: Toelichtingen’ (van kracht op 1 januari 2027);
- Wijzigingen aan IAS 21: ‘De effecten van wijzigingen in wisselkoersen: Vertaling naar een hyper-inflatoire presentatievaluta’ (van kracht op 1 januari 2027).
De Groep beoordeelt momenteel de impact van deze nieuwe standaarden en interpretaties.
IFRS 18 ‘Presentatie en toelichting in de jaarrekening’, uitgegeven door de IASB in april 2024, vervangt IAS 1 en introduceert belangrijke gevolgwijzigingen in IFRS-boekhoudstandaarden, waaronder IAS 8 ‘Basis Financiële verslaggeving voor het opstellen van jaarrekeningen’ (hernoemd van ‘Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten’). Hoewel IFRS 18 geen invloed heeft op de verwerking of waardering van posten in de geconsolideerde jaarrekening, verwacht de Groep dat de standaard een aanzienlijke impact zal hebben op de presentatie en toelichting van bepaalde posten. Belangrijke wijzigingen die IFRS 18 introduceert, omvatten:
- Nieuwe categorieën en verplichte subtotalen in de resultatenrekening, waaronder operationele, investerings- en financieringsresultaten, en de verplichte presentatie van de operationele winst;
- Versterkte principes voor aggregatie, disaggregatie en labeling van informatie om de duidelijkheid en consistentie van de presentatie te verbeteren;
- Invoering van verplichte toelichtingen voor door het management gedefinieerde prestatiemaatstaven (MPM’s) wanneer deze betrekking hebben op posten die in resultatenrekening worden gepresenteerd, wat de transparantie voor gebruikers van de financiële overzichten verhoogt.
In het kader van deze beoordeling, verwacht de Groep aanzienlijke wijzigingen, met name door de herclassificatie van wisselkoerswinsten en -verliezen binnen de operationele activiteiten, in overeenstemming met de nieuwe categorisatievereisten van IFRS 18. Hoewel deze wijzigingen de samenstelling van de operationele winst zullen beïnvloeden, hebben ze geen impact op de totale winst of het eigen vermogen.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 243
Financiële verslaggeving
- Segmentinformatie
Een operationeel segment is een goed afgelijnd onderdeel van de Groep dat (a) actief is in een bepaalde economische omgeving dat opbrengsten met zich voortbrengt en waarbij kosten gemaakt worden (b) waarvoor afgelijnde informatie beschikbaar is en (c) de resultaten regelmatig nagekeken worden door de Chief Operating Decision Maker ‘CODM’ om te bepalen welke tijd en middelen gealloceerd worden en in het beoordelen van de prestatie van het segment.
Drie segmenten werden gedefinieerd op basis van de locatie van de legale entiteiten. Deze bevatten de volgende entiteiten:
1. Europa: Benelux, Bosnië, Bulgarije, Duitsland, Frankrijk, Italië, Kroatië, Polen, Roemenië, Rusland, Slovakije, Spanje, de Tsjechische Republiek en het Verenigd Koninkrijk;
2. Noord-Amerika: Canada en Verenigde Staten;
3. Turkije & Emerging Markets: Australië, Brazilië, Chili, Colombia, India, Mexico, Thailand en Turkije.
Er werden geen segmenten samengevoegd om tot bovenstaande segmenten te komen. De transferprijzen tussen de operationele segmenten zijn gebaseerd op een ‘at arm’s length basis’ op een gelijkaardige wijze als bij transacties met derden. De boekhoudkundige grondslagen voor de operationele segmenten is dezelfde als deze van toepassing bij de geconsolideerde jaarrekening.
De Groep identificeerde het Executive Team als haar hoofdverantwoordelijke voor belangrijke operationele beslissingen (‘Chief Operating Decision Maker’) en definieerde de bovenstaande segmenten op basis van de informatie die verschaft wordt aan het Executive Team. Het Executive Team evalueert de prestaties van haar operationele segmenten voornamelijk door het meten van de omzet en de EBITDA per segment, en nemen beslissingen over de toewijzing van middelen op deze geografische segmentatie basis. De gesegmenteerde informatie die aan de ‘Chief Operating Decision Maker’ voorgelegd wordt omvat de resultaten, activa en passiva, die rechtstreeks aan een segment kunnen worden toegewezen, zoals vermeld in de tabellen hieronder.
NOORD-AMERIKA Canada en de Verenigde Staten
EUROPA Benelux, Bosnië, Bulgarije, Duitsland, Frankrijk, Italië, Kroatië, Polen, Roemenië, Rusland, Slovakije, Spanje, de Tsjechische Republiek en het Verenigd Koninkrijk
TURKIJE & EMERGING MARKETS Australië, Brazilië, Chili, Colombia, India, Mexico, Thailand en Turkije
RU TR AU MX IN TH BR CL CO IT BG BLX FR ES UK PL SK CZ DE RO US WEST US EAST BIH HR
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 244
Financiële verslaggeving
CIJFERS OVER 12 MAANDEN EINDIGEND OP 31 DECEMBER
(IN € DUIZEND) | EUROPA | NOORD-AMERIKA | TURKIJE & EMERGING MARKETS | INTERSEGMENT ELIMINATIES | GECONSOLIDEERD
:--- | :---: | :---: | :---: | :---: | :---:
| 2024 | 2025 | 2024 | 2025 | 2024 | 2025 | 2024 | 2025 | 2024 | 2025
Externe omzet | 369.185 | 361.533 | 163.839 | 158.352 | 293.967 | 252.858 | - | - | 826.992 | 772.743
Intersegment omzet | 619 | 1.410 | 15 | 14 | 11.687 | 10.151 | (12.321) | (11.575) | - | -
Totale omzet* | 369.804 | 362.943 | 163.854 | 158.367 | 305.654 | 263.009 | (12.321) | (11.575) | 826.992 | 772.743
EBITDA | 23.945 | 28.786 | 21.926 | 22.286 | 64.794 | 57.673 | (578) | 2 | 110.087 | 108.746
Adjusted EBITDA | 31.938 | 30.134 | 21.926 | 22.286 | 64.799 | 57.765 | (578) | 2 | 118.086 | 110.186
Adj EBITDA items | (7.993) | (1.348) | - | - | (5) | (92) | - | - | (7.998) | (1.440)
Financieel resultaat | 20.927 | 7.082 | (3.436) | (2.784) | (20.399) | (13.104) | (25.769) | (10.013) | (28.676) | (18.818)
Winstbelastingen | 1.136 | (1.035) | (1.895) | (1.714) | (16.009) |(12.577) (108) (103) (16.876) (15.429) Afschrijvingen en 22.983 23.420 12.068 11.606 12.465 13.049 (354) (329) 47.162 47.746 waardeverminderingen Investeringen (22.479) (18.457) (6.568) (9.611) (10.430) (7.698) 1.024 290 (38.453) (35.476)
Reconciliatie van de totale segment activa en totale Groepsactiva:
Reconciliatie van de totale segment passiva en totale Groepspassiva:
Het verschil tussen de Adjusted EBITDA en EBITDA van € 1,4 miljoen bevat volgende uitzonderlijke inkomsten en kosten zoals opgenomen onder ‘Overige operationele resultaten’:
* Kosten gerelateerd aan de eenmalige product platform integratie (€ 0,7 miljoen)
* Kosten verbonden aan de herstructurering van de sites in Bogen en Hunderdorf in 2024 (€ 0,7 miljoen)
In 2024 hadden de eenmalige herstructureringskosten in Europa voornamelijk betrekking op het definitieve akkoord dat werd bereikt met de werknemersvertegenwoordigers over de financiële voorwaarden van het sociale plan voor de locaties Bogen en Hunderdorf (Beieren, Duitsland), evenals op andere herstructureringsgerelateerde uitgaven.
- Waarvan € 88,9 miljoen gerelateerd aan België
- Waarvan € 136,9 miljoen gerelateerd aan België
(IN € DUIZEND)
| | GECONSOLIDEERD | |
| :--- | :---: | :---: |
| 31 DEC 2024 | 31 DEC 2025 | |
| Europa | 316.138 | 336.061 |
| Noord-Amerika | 143.040 | 135.878 |
| Turkije & Emerging Markets | 271.558 | 247.944 |
| Totaal activa - Segmenten | 730.736 | 719.884 |
| Liquide middelen | 34.133 | 26.074 |
| Intersegment eliminaties | (42.689) | (47.897) |
| Totaal activa - Groep | 722.179 | 698.061* |
(IN € DUIZEND)
| Geconsolideerd | |
| :---: | :---: |
| 31 DEC 2024 | 31 DEC 2025 |
| Europa | 127.536 | 127.611 |
| Noord-Amerika | 24.958 | 29.381 |
| Turkije & Emerging Markets | 155.279 | 131.753 |
| Totaal passiva - Segmenten | 307.773 | 288.745 |
| Eigen vermogen inclusief minderheidsbelangen | 355.595 | 355.381 |
| Langlopende rentedragende schulden | 101.314 | 100.175 |
| Andere langlopende verplichtingen | 80 | 80 |
| Kortlopende rentedragende schulden | 9.299 | 7.213 |
| Intersegment eliminaties | (51.881) | (53.532) |
| Totaal passiva - Groep | 722.179 | 698.062 |
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 247
246 Financiële verslaggeving
Turkije & Emerging Markets
CIJFERS OVER 12 MAANDEN EINDIGEND OP 31 DECEMBER 2025
| Europa | Noord-Amerika | Geconsolideerd | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| (IN € DUIZEND) | % | (IN € DUIZEND) | % | (IN € DUIZEND) | % | (IN € DUIZEND) |
| Raam- en deursystemen | 308.993 | 85,5% | 158.352 | 100,0% | 243.719 | 96,4% |
| Outdoor living | 25.264 | 7,0% | - | 0,0% | 101 | 0,0% |
| Home protection | 27.276 | 7,5% | - | 0,0% | 9.038 | 3,6% |
| Total | 361.533 | 100,0% | 158.352 | 100,0% | 252.858 | 100,0% |
Verkoop per productgroep worden in de tabel hieronder gepresenteerd (in EUR en in %):
Er is geen significante concentratie van verkopen (>10 %) met één of een beperkt aantal klanten.
Turkije & Emerging Markets
CIJFERS OVER 12 MAANDEN EINDIGEND OP 31 DECEMBER 2024
| | Europa | | Noord-Amerika | | Geconsolideerd | |
| :--- | :---: | :---: | :---: | :---: | :---: | :---: | :---: | :---: |
| (IN € DUIZEND) | % | (IN € DUIZEND) | % | (IN € DUIZEND) | % | (IN € DUIZEND) | % |
| Raam- en deursystemen | 313.564 | 84,9% | 163.839 | 100,0% | 282.402 | 96,1% | 759.806 | 91,9% |
| Outdoor living | 26.603 | 7, 2% | - | 0,0% | 101 | 0,0% | 26.704 | 3,2% |
| Home protection | 29.018 | 7,9% | - | 0,0% | 11.464 | 3,9% | 40.482 | 4,9% |
| Totaal | 369.185 | 100,0% | 163.839 | 100,0% | 293.967 | 100,0% | 826.992 | 100,0% |
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 249
248 Financiële verslaggeving
3. Opbrengsten en kosten
Voor een algemene analyse over de opbrengsten en kosten verwijzen we naar de ‘2024 resultaten’ aan het begin van deze financiële verslaggeving. De bedrijfskosten zijn licht gestegen in vergelijking met 2024. De stijging is hoofdzakelijk toe te wijzen aan hogere waardeverminderingen op dubieuze debiteuren en voorraden, evenals hogere kosten voor onderhoud en diensten. De stijging wordt gedeeltelijk gecompenseerd door een daling van de energie- en transportkosten. De daling van de loonkosten is voornamelijk te verklaren door een daling van de brutolonen.
RESULTATENREKENING PER SOORT (IN € DUIZEND)
| 2024 | 2025 | |
|---|---|---|
| Omzet | 826.992 | 772.743 |
| Materiaalkost | (373.497) | (331.207) |
| Bedrijfskosten | (140.716) | (143.538) |
| Personeelskosten | (202.158) | (191.946) |
| Afschrijvingen op (im)materiële vaste activa | (45.732) | (46.537) |
| Overig netto bedrijfsresultaat | (1.962) | 1.484 |
| Bedrijfswinst / (verlies) (EBIT) | 62.926 | 61.000 |
| Interestopbrengsten / (-lasten) | (7.115) | (1.911) |
| Wisselkoerswinsten / (-verliezen) | (8.659) | (5.841) |
| Overige financiële opbrengsten / (kosten) | (4.284) | (2.591) |
| Monetaire winsten / (verliezen) | (8.618) | (8.475) |
| Resultaat voor belastingen en voor aandeel in de resultaten van joint venture (EBT) | 34.249 | 42.182 |
| Aandeel in de resultaten van joint venture | (1.500) | - |
| Winstbelastingen | (16.876) | (15.429) |
| Nettowinst / (-verlies) | 15.873 | 26.753 |
BEDRIJFSKOSTEN (IN € DUIZEND)
| 2024 | 2025 | |
|---|---|---|
| Transport | (39.584) | (36.914) |
| Onderhoud | (27.545) | (30.176) |
| Diensten | (19.911) | (21.639) |
| Energie | (24.967) | (21.284) |
| Huur | (1.889) | (2.422) |
| Communicatie | (12.084) | (11.551) |
| Lokale belastingen en boetes | (4.702) | (5.034) |
| Reiskosten | (5.108) | (4.372) |
| Marketing en verkoopsbijstand | (1.581) | (1.406) |
| Verzekeringen | (3.350) | (3.356) |
| Minderwaarde op de realisatie van handelsvorderingen | (312) | (865) |
| (Toename) / afname van afwaarderingen op dubieuze debiteuren en voorraden | 3.701 | (1.088) |
| Overige | (3.382) | (3.432) |
| Totaal | (140.716) | (143.538) |
LOONKOSTEN EN OVERIGE SOCIALE VOORDELEN (IN € DUIZEND)
| 2024 | 2025 | |
|---|---|---|
| Lonen en wedden | (151.872) | (144.285) |
| Sociale zekerheidsbijdragen | (32.413) | (30.956) |
| Bijdragen toegezegde bijdrageregelingen | (7.325) | (6.081) |
| Op aandelen gebaseerde vergoedingen | (1.055) | (960) |
| Overige | (9.493) | (9.664) |
| Totaal | (202.158) | (191.946) |
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 251
250 Financiële verslaggeving
AANTAL MEDEWERKERS (TOTAAL VOLTIJDSEQUIVALENTEN (VTE) PER CATEGORIE)
| 2024 | 2025 | |
|---|---|---|
| Arbeiders | 2.626 | 2.588 |
| Bedienden | 1.060 | 1.071 |
| Totaal | 3.686 | 3.658 |
INTERESTOPBRENGSTEN / (-LASTEN) (IN € DUIZEND)
| 2024 | 2025 | |
|---|---|---|
| Interestopbrengsten | 5.660 | 5.864 |
| Interestkosten | (12.775) | (7.776) |
| Totaal | (7.115) | (1.911) |
OVERIGE FINANCIËLE OPBRENGSTEN / (KOSTEN) (IN € DUIZEND)
| 2024 | 2025 | |
|---|---|---|
| Overige financiële opbrengsten / (kosten) | (4.284) | (2.591) |
MONETAIRE WINSTEN / (VERLIEZEN) (IN € DUIZEND)
| 2024 | 2025 | |
|---|---|---|
| Monetaire winsten / (verliezen) | (8.618) | (8.475) |
De overige bedrijfsopbrengsten bleven stabiel ten opzichte van 2024. Wisselkoerswinsten en -verliezen bestaan uit de winsten en verliezen op monetaire balansposten in vreemde valuta, alsook de wisselkoerswinsten en -verliezen op kasstroom afdekking. Ook wordt de afdekkingskost, die gedefinieerd wordt als het verschil tussen de contante koers en de termijnkoers van afdekkingscontracten, opgenomen in het wisselkoersresultaat. De wisselkoerswinsten en -verliezen schommelden voornamelijk door bewegingen in de Amerikaanse dollar. De zwakkere dollar resulteerde in ongeveer € 8,0 miljoen gerealiseerde wisselkoersverliezen. Dit werd gedeeltelijk gecompenseerd door een verbeterd niet-gerealiseerd wisselkoersresultaat, aangezien de herwaarderingen op jaareinde gunstigere valutaposities weerspiegelden in vergelijking met 2024. In totaal verbeterde het wisselkoersresultaat in 2025. De overige bedrijfskosten daalden in 2025, aangezien de cijfers van 2024 de voorziening voor de herstructurering in Europa omvatte. De interestopbrengsten zijn gestegen door het hogere gebruik van kortetermijndeposito’s, die een sterker rendement opleverden op onze beschikbare kasmiddelen. De interestkosten zijn gedaald als gevolg van lagere marktrentes in zowel Turkije als Europa, wat geleid heeft tot een lagere kost financieringskost. Overige financiële opbrengsten en kosten bestaan vooral uit bankkosten, het resultaat van het aandelen liquiditeitsprogramma en betaalde roerende voorheffing op intra-groep dividenden en interestbetalingen. De daling is voornamelijk toe te schrijven aan lagere roerende voorheffing, als gevolg van lagere intra-groep dividenden en interesten. Monetaire winsten/verliezen hebben betrekking op de winst of het verlies op de netto monetaire positie die wordt afgeleid als het verschil dat voortvloeit uit de aanpassing van niet-monetaire posten van de balans en de compensatie van de inflatie aanpassing van de winst- en verliesrekening na toepassing van IAS29 Hyperinflatie voor de Turkse dochterondernemingen van de Groep.
OVERIGE BEDRIJFSOPBRENGSTEN (IN € DUIZEND)
| 2024 | 2025 | |
|---|---|---|
| Ontvangen subsidies | 834 | 516 |
| Gerealiseerde meerwaarden op (im)materiële vaste activa | 836 | 516 |
| Overige | 2.944 | 3.397 |
| Totaal | 4.613 | 4.429 |
WISSELKOERSWINSTEN / (-VERLIEZEN) (IN € DUIZEND)
| 2024 | 2025 | |
|---|---|---|
| Gerealiseerde wisselkoerswinsten | 2.250 | 1.249 |
| Gerealiseerde wisselkoersverliezen | (6.398) | (12.583) |
| Ongerealiseerde wisselkoerswinsten | 788 | 6.789 |
| Ongerealiseerde wisselkoersverliezen | (5.300) | (1.296) |
| Totaal | (8.659) | (5.841) |
OVERIGE BEDRIJFSKOSTEN (IN € DUIZEND)
| 2024 | 2025 | |
|---|---|---|
| Toename in provisies | (3.650) | (379) |
| Bijzondere waardeverminderingen | (1.429) | (1.210) |
| Gerealiseerde minderwaarden op (im)materiële vaste activa | - | (439) |
| Overige | (1.497) | (917) |
| Totaal | (6.576) | (2.945) |
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 253
252 Financiële verslaggeving
4. Winstbelastingen
WINSTBELASTINGEN IN DE RESULTATENREKENING (IN € DUIZEND)
| 2024 | 2025 | |
|---|---|---|
| Winstbelastingen | (10.639) | (11.852) |
| Gerelateerd aan huidig boekjaar | (9.474) | (12.324) |
| Gerelateerd aan vorige boekjaren | (1.165) | 472 |
| Uitgestelde belastingen | (6.238) | (3.577) |
| Op tijdelijke verschillen - huidig boekjaar | (9.178) | (322) |
| Op tijdelijke verschillen - correcties op vorige boekjaren | (532) | (1.961) |
| Erkenning van uitgestelde belastingvorderingen op fiscale verliezen van huidig boekjaar | 406 | 60 |
| Aanwending van uitgestelde belastingvorderingen op fiscale verliezen van vorige boekjaren | (293) | (2.451) |
| Bijzondere waardevermindering (-)/terugname van bijzondere waardevermindering(+) van uitgestelde belastingvorderingen op fiscale verliezen van vorige boekjaren | 3.369 | 1.099 |
| Overige | (9) | (2) |
| Winstbelastingen in de resultatenrekening | (16.876) | (15.429) |
RECONCILIATIE TUSSEN WINST VOOR BELASTINGEN (EBT) - IFRS EN WINSTBELASTINGEN (IN € DUIZEND)
| 2024 | 2025 | |
|---|---|---|
| Resultaat voor belastingen - IFRS | 34.249 | 42.182 |
| Statutair belastingpercentage moedermaatschappij | 25% | 25% |
| Winstbelastingen aan statutair belastingpercentage moedermaatschappij | (8.562) | (10.545) |
| Tax effect van: | ||
| Verschil tussen lokale belastingspercentages en belastingspercentage van de Groep | (123) | (305) |
| Niet aftrekbare kosten | (3.580) | (2.673)Overheidssubsidies en overig vrijgesteld inkomen 1.054 1.835 |
| Aanwending van fiscale verliezen waarvoor geen uitgestelde belastingvorderingen 617 33 werden erkend | ||
| Winstbelasting gerelateerd aan vorige jaren (1.164) 472 | ||
| Uitgestelde belastingen op tijdelijke verschillen gerelateerd aan voorgaande jaren - - (930) correcties | ||
| Niet-erkenning van uitgestelde belastingen op fiscale verliezen en aftrekbare tijdelijke (1.041) (899) verschillen van het huidige boekjaar | ||
| Erkenning of afwaardering van uitgestelde belastingsvorderingen op fiscale verliezen 3.385 2.085 van voorgaande boekjaren | ||
| Overige (7.462) (4.502) | ||
| Winstbelastingen in de resultatenrekening (16.876) (15.429) | ||
| Reële aanslagvoet 49,27% 36,58% |
De opsplitsing van de winstbelastingen over de boekjaren 2024 en 2025 wordt weergegeven in de volgende tabel:
De onderstaande tabel toont een aansluiting tussen winst / (verlies) voor belastingen en de winstbelastingen voor boekjaren 2024 en 2025:
De lijn "Overige" bevat de impact van het toepassen van IAS 29 hyperinflatie.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 255
254 In 2025 heeft de Groep uitgestelde belastingvorderingen opgenomen voor overgedragen fiscale verliezen en belastingskredieten, waarvan de aanwending afhankelijk is van toekomstige belastbare winsten. Het totaalbedrag van deze uitgestelde belastingvorderingen bedroeg € 29,7 miljoen eind 2025 (eind 2024: € 30,9 miljoen). De vooruitzichten bieden voldoende zekerheid dat de onderneming in de nabije toekomst voldoende belastbare winsten zal genereren om de opgenomen uitgestelde belastingvorderingen te benutten. Per 31 december 2025 beschikt de Groep over een totaalbedrag aan overgedragen fiscale verliezen en belastingskredieten van € 180,7 miljoen (2024: € 180,2 miljoen). De uitsplitsing per fiscale jurisdictie wordt weergegeven in de tabel rechts.
Pillar Two-belastingen vloeien voort uit wetgeving die is ingevoerd of in wezen is ingevoerd om het OECD-kader voor Pillar Two te implementeren. Dit kader introduceert een wereldwijde minimale effectieve belastingdruk van 15% voor multinationale groepen via de toepassing van jurisdictiegebonden ‘top-up taxes’. Deceuninck NV, de uiteindelijke moedermaatschappij van de Groep, is gevestigd in België. Op 14 december 2023 heeft België Pillar Two-wetgeving ingevoerd die van toepassing is op boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2024. Omdat de geconsolideerde omzet van de Groep de drempel van 750 miljoen euro overschrijdt, valt Deceuninck binnen het toepassingsgebied van deze regels. Pillar Two-wetgeving is ook in verschillende andere rechtsgebieden waar de Groep actief is ingevoerd of in wezen ingevoerd. Overeenkomstig de tijdelijke verplichte uitzondering volgens de wijzigingen in IAS 12, erkent de Groep geen uitgestelde belastingvorderingen of -verplichtingen met betrekking tot potentiële top-up taxes. Eventuele top-up tax wordt opgenomen als een actuele belastingkost in de periode waarin deze ontstaat. Op basis van een beoordeling met gebruik van de meest recente aangiften, country-by-country rapportering en financiële gegevens van de entiteiten binnen de Groep, is de Groep voor de boekjaren 2024 en 2025 niet onderworpen aan een minimale top-up tax. Alle dochterondernemingen komen ofwel in aanmerking voor de Transitional Country-by-Country Reporting Safe Harbours, of behalen een effectieve belastingdruk van minstens 15%.
Financiële verslaggeving
Volgende tabel geeft een overzicht van de uitgestelde belastingen per 31 december 2024 en 2025:
MUTATIEOVERZICHT VAN UITGESTELDE BELASTINGEN (IN € DUIZEND)
| Via bedrijfs- combinaties | Via resultaten-rekening | Overige over- drachten | Via eigen vermogen | 2024 | 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| UITGESTELDE BELASTINGVORDERINGEN PER CATEGORIE | ||||||
| Fiscaal overdraagbare verliezen en belastingskredieten | 30.901 | 1.155 | (1.774) | - | - | (562) |
| Materiële vaste activa | 333 | - | (204) | - | 648 | (19) |
| Voorzieningen | 4.472 | - | 1.028 | (442) | - | (463) |
| Voorraden | 2.498 | - | (162) | - | - | (196) |
| Rentedragende schulden | 133 | - | (90) | - | - | (12) |
| Overige activa en passiva | 2.486 | - | (1.681) | - | - | (178) |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 40.823 | 1.155 | (2.883) | (442) | 648 | (1.431) |
| UITGESTELDE BELASTINGSCHULDEN PER CATEGORIE: | ||||||
| Materiële vaste activa | 28.111 | 2.791 | 1.878 | - | 648 | (3.301) |
| Voorzieningen | 87 | - | (88) | - | - | 1 |
| Voorraden | 52 | - | (52) | - | - | 224 |
| Overige activa en passiva | 3.656 | - | (1.044) | 50 | - | (738) |
| Uitgestelde belastingschulden | 31.907 | 2.791 | 694 | 50 | 648 | (3.815) |
| Netto uitgestelde belastingen | 8.917 | (1.636) | (3.576) | (492) | - | 2.384 |
5. Winst per aandeel
De gewone winst per aandeel wordt berekend door de nettowinst van het boekjaar die toegekend kan worden aan de gewone aandeelhouders, te delen door het gewogen gemiddelde van het aantal gewone aandelen. Een uitzondering vormen de gewone aandelen die de Groep heeft aangekocht en bijhoudt als ingekochte eigen aandelen. Er is een netto winst per aandeel van € 0,17.
| (IN € DUIZEND) | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Aan aandeelhouders toe te kennen nettowinst / -verlies | 13.901 | 24.142 |
| Gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen (in duizend stuks) | 138.545 | 138.545 |
| Gewogen winst / (verlies) per aandeel (in €) | 0,10 | 0,17 |
| (IN € DUIZEND) | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Aan aandeelhouders toe te kennen nettowinst | 13.901 | 24.142 |
| Gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen (in duizend stuks) | 138.545 | 138.545 |
| Verwateringseffect van de niet-uitgeoefende warranten (in duizend stuks) | 6.966 | 6.420 |
| Gewogen gemiddelde aantal aandelen na verwateringseffect (in duizend stuks) | 145.511 | 144.965 |
| Verwaterde winst / (verlies) per aandeel (in €) | 0,10 | 0,17 |
| (IN € DUIZEND) | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| België | 121.250 | 116.448 |
| Brazilië | 528 | 716 |
| Colombia | 4.777 | 4.723 |
| Duitsland | 4.813 | 3.320 |
| Kroatië | - | 333 |
| Verenigd Koninkrijk | 24.439 | 20.774 |
| India | 4.401 | 4.140 |
| Mexico | 590 | 343 |
| Rusland | 6.530 | 8.740 |
| Polen | 2.695 | 13.183 |
| Thailand | 216 | 86 |
| Verenigde Staten | 9.915 | 7.910 |
| Totaal verliezen en belastingskredieten | 180.154 | 180.716 |
per fiscale jurisdictie
De verwaterde winst / (verlies) per aandeel wordt berekend door de nettowinst / (verlies) die toegekend kan worden aan de gewone aandeelhouders, te delen door het doorheen het jaar openstaande gewogen gemiddelde van het aantal gewone aandelen, vermeerderd met het gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen die zouden zijn uitgegeven bij de conversie in gewone aandelen van alle uitoefenbare warranten die tot verwatering zullen leiden. De potentiële verwatering komt voort uit warranten toegekend aan bepaalde personeelsleden, kaderleden en leden van het Executive Management. De verwaterde winst per aandeel bedraagt € 0,17.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 257
256 Financiële verslaggeving
6. Immateriële vaste activa, andere dan goodwill
Afschrijvingen van immateriële vaste activa, andere dan goodwill zijn, waar van toepassing, opgenomen in de voorraadwaardering en vervolgens erkend in de kostprijs van de verkochte goederen. Afschrijvingen van immateriële activa, anders dan deze hierboven beschreven, zijn opgenomen in de van toepassing zijnde lijn in de geconsolideerde resultatenrekening per functie.
Immateriële vaste activa met een onbeperkte gebruiksduur werden per 31 december 2025 getoetst op bijzondere waardeverminderingen, op basis van dezelfde methodologie en veronderstellingen als beschreven in toelichting 7 Goodwill. Het betreft hier meer bepaald de handelsnamen Winsa en Pimapen (segment Turkije & Emerging markets). Voor desbetreffende activa bestaat geen voorzienbaar einde van de periode waarin de kasstromen worden gegenereerd. De nettoboekwaarde van deze activa bedraagt € 3.531 duizend. De test op bijzondere waardeverminderingen op dit actief is inbegrepen in de test op bijzondere waardevermindering op goodwill voor Turkije (zie Toelichting 7 – Goodwill) en gaf geen aanleiding tot het boeken van een bijzondere waardevermindering per 31 december 2025. Voor immateriële activa met een beperkte gebruiksduur zijn geen aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen geïdentificeerd.
Licenties en Merknamen
| (IN € DUIZEND) | Ontwikkelings- kosten | gelijk- aardige bestands- | Klanten- aanbouw- rechten | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| AANSCHAFFINGSWAARDE | ||||
| Saldo bij aanvang van dit boekjaar | 1.443 | 19.679 | 2.055 | 6.803 |
| Aanschaffingen | 30 | 152 | - | - |
| Buitengebruikstellingen | (274) | (891) | (412) | - |
| Overige overdrachten | - | - | - | - |
| Omrekeningsverschillen | (1) | 436 | 503 | 1.992 |
| Saldo op het einde van het boekjaar | 1.199 | 19.375 | 2.146 | 8.794 |
| AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERMINDERINGEN | ||||
| Saldo bij aanvang van dit boekjaar | (1.292) | (19.312) | (2.026) | (3.706) |
| Afschrijvingen | (33) | (337) | (79) | - |
| Buitengebruikstellingen | 274 | 891 | 412 | - |
| Omrekeningsverschillen | 1 | (424) | (377) | (392) |
| Saldo op het einde van dit boekjaar | (1.049) | (19.182) | (2.069) | (4.098) |
| IMMATERIËLE VASTE ACTIVA | ||||
| Aanschaffingswaarde | 1.199 | 19.375 | 2.146 | 8.794 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen | (1.049) | (19.182) | (2.069) | (4.098) |
| Nettoboekwaarde | 149 | 193 | 76 | 4.696 |
Licenties en Merknamen
| (IN € DUIZEND) | Ontwikkelings- kosten | gelijk- aardige bestands- | Klanten- aanbouw- rechten | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| AANSCHAFFINGSWAARDE | ||||
| Saldo bij aanvang van dit boekjaar | 1.199 | 19.375 | 2.146 | 8.794 |
| Bedrijfscombinaties | 2.668 | 164 | 6.605 | - |
| Aanschaffingen | 52 | 54 | - | - |
| Buitengebruikstellingen | (1) | (240) | - | - |
| Overige overdrachten | - | 76 | - | - |
| Omrekeningsverschillen | (1) | 89 | (14) | (656) |
| Saldo op het einde van dit boekjaar | 3.917 | 19.519 | 8.736 | 8.138 |
| AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERMINDERINGEN | ||||
| Saldo bij aanvang van dit boekjaar | (1.049) | (19.182) | (2.069) | (4.098) |
| Bedrijfscombinaties | (26) | (164) | - | - |
| Afschrijvingen | (356) | (182) | (554) | - |
| Bijzondere waardeverminderingen | - | (117) | - | - |
| Buitengebruikstellingen | - | 240 | - | - |
| Overige overdrachten | 3 | 38 | - | - |
| Omrekeningsverschillen | 21 | (13) | 76 | 387 |
| Saldo op het einde van dit boekjaar | (1.408) | (19.380) | (2.548) | (3.711) |
| IMMATERIELE VASTE ACTIVA - | ||||
| Aanschaffingswaarde | 3.917 | 19.519 | 8.736 | 8.138 |
| Afschrijvingen en bijzondere | (1.408) | (19.380) | (2.548) | (3.711) |
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 259
258 Financiële verslaggeving
7. Goodwill
| KASSTROOMGENERERENDE EENHEID (IN € DUIZEND) | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Turkije | 9.297 | 9.292 |
| Europa | 1.247 | 1.247 |
| Nettoboekwaarde | 10.544 | 10.539 |
| (IN € DUIZEND) | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| AANSCHAFFINGSWAARDE | ||
| Saldo bij aanvang van | 63.612 | 66.231 |
| Omrekeningsverschillen | 2.619 | (4.603) |
| Saldo op het einde van | 66.231 | 61.628 |
| BIJZONDERE WAARDEVERMINDERINGEN | ||
| Saldo bij aanvang van | (53.066) | (55.687) |
| Omrekeningsverschillen | (2.621) | 4.598 |
| Saldo op het einde van | (55.687) | (51.089) |
| GOODWILL | ||
| Aanschaffingswaarde | 66.231 | 61.628 |
| Bijzondere waardeverminderingen | (55.687) | (51.089) |
| Nettoboekwaarde | 10.544 | 10.539 |
De toepassing van IFRS 3 ‘Bedrijfscombinaties’ houdt in dat de activa en passiva moeten worden opgenomen tegen de reële waarde op het ogenblik van de verwerving van een onderneming. Alle verschillen tussen de waarde van de netto activa van de overgenomen onderneming en de betaalde vergoeding, bepaald bij acquisitie, moeten worden toegewezen aan goodwill. De netto boekwaarde van de goodwill wordt als volgt toegewezen:
In overeenstemming met IAS 36 wordt goodwill niet afgeschreven, maar onderworpen aan een jaarlijkse impairmenttest. Deze test wordt telkens uitgevoerd op jaareinde of wanneer er een aanwijzing is van een mogelijke bijzondere waardevermindering. De test bestaat erin, de realiseerbare waarde van elke kasstroom genererende eenheid te vergelijken met haar netto boekwaarde. Een bijzondere waarde- vermindering wordt geboekt wanneer de realiseerbare waarde lager is dan de netto boekwaarde. De Groep voerde de waardeverminderingstest uit per 31 december 2025, in lijn met vorige jaren. Deze waardeverminderingstest resulteerde ook niet in een bijzondere waardevermindering. De Groep houdt klimaatgerelateerde risico’s in het oog bij het bepalen van de realiseerbare waarde van elke kasstroomgenererende eenheid. De Groep is tot de conclusie gekomen dat geen enkele klimaatgerelateerde veronderstelling een belangrijke assumptie vormt voor de test op bijzondere waardeverminderingen van goodwill voor het jaar 2025.
Bijzondere waardeverminderingstest op goodwill Turkije
Voor de waardeverminderingstest met betrekking tot de kasstroomgenererende eenheid Ege Profil, begint de Groep met het bepalen van de reële waarde van het realiseerbare bedrag op basis van de openbaar beschikbare marktwaardering (d.w.z. de marktkapitalisatie van het beursgenoteerde bedrijf Ege Profil Ticaret ve Sanayi AS). Als na deze eerste stap op basis van een reële waardebenadering blijkt dat aanvullende rechtvaardiging nodig is, zal vanuit het perspectief van de Groep ook een gebruikswaarde worden bepaald op basis van een model voor contante kasstromen. De aandelenkoers op 31 december 2025 voor Ege Profil Ticaret ve Sanayi AS bedroeg 24,22 TRY, wat resulteert in een marktkapitalisatie die ruim boven de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid in de geconsolideerde jaarrekening van de Groep ligt, waardoor er geen noodzaak is voor een waardevermindering.
Bijzondere waardeverminderingstest op goodwill Europa
KASSTROOMGENERERENDE EENHEID
De kasstroomgenererende eenheid is het segment Europa, aangezien dit het laagste niveau is waarop management de goodwill monitort.
VERDISCONTERINGSVOETEN
De verdisconteringsvoet voor belastingen is gebaseerd op de risicovrije rentevoet van de muntzone waar de activiteiten plaatsvinden en op de beoordeling binnen het huidige marktklimaat van de specifieke risico’s voor de Deceuninck Groep. De verdisconteringsvoet voor belastingen werd geraamd op basis van de gewogen gemiddelde kapitaalkost (WACC) en bedraagt 10,0% voor 2025 (2024: 12,6%).
ASSUMPTIES 2026-2030
Voor de EBITDA van 2026 heeft het management een doelstelling uitgewerkt op basis van gedetailleerde plannen en acties. Voor de periode 2027-2030 is de EBITDA-raming gebaseerd op lange termijnplannen, rekening houdend met redelijke groeicijfers in overeenstemming met de landspecifieke ontwikkelingen in de bouwsector. Voor de daaropvolgende jaren wordt uitgegaan van een eindgroeipercentage van 2%.
SENSITIVITEITSANALYSE
De impairment review van de Groep is gevoelig voor wijzigingen in de aannames die worden gebruikt, met name de disconteringsvoet (WACC) en het terminale groeipercentage. Een verhoging van 1,0% van de disconteringsvoet of een verlaging van 0,5% van het terminale groeipercentage zou niet leiden tot een waardevermindering.
CONCLUSIE
Het bedrag waarmee de realiseerbare waarde van de kasstroom genererende eenheid de boekwaarde overschrijdt, bedraagt € 39,4 miljoen. Op basis van het feit dat er voldoende buffer is, zelfs in meerdere sensitiviteitsanalyses, is er geen noodzaak voor een bijzondere waardevermindering.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 261
260 Financiële verslaggeving
8. Bedrijfscombinaties
SO EASY
Op 5 maart 2025 heeft de Groep het resterende belang van 50% in haar joint venture So Easy Belgium BV (voorheen So Easy Holding BV) verworven, waardoor zij de controle verkreeg en haar eigendomsbelang verhoogde tot 100%. In het kader van deze transactie heeft de Groep eveneens de controle verkregen over de entiteiten binnen de So Easy-groepsstructuur, met inbegrip van So Easy System Sp. z o.o., Decalu Solutions Sp. z o.o. en Deceuninck Aluminium UK Ltd. So Easy Belgium BV is een gevestigde speler in de Europese aluminiumsector. De overname past binnen de strategische ambitie van de Groep om aluminiumprofielen te integreren in haar raamoplossingen en om de groei van haar Europese activiteiten verder te versnellen door optimaal gebruik te maken van het bestaande distributienetwerk en de sterke merknaam. De reële waarde van de geïdentificeerde activa en passiva op de overnamedatum is als volgt:
De bedrijfscombinatie resulteerde in een netto kasinstroom van € 0,2 miljoen. Overnamegerelateerde kosten van € 0,1 miljoen werden gemaakt en als een kost geboekt in de geconsolideerde winst-en verliesrekening onder “Overig netto bedrijfsresultaat”. De identificeerbare immateriële activa die op de overnamedatum werden verworven, zijn gewaardeerd tegen hun reële waarde en bedragen € 9,2 miljoen:
* Klantenrelaties (€ 6,6 miljoen): gewaardeerd volgens de “multi-period excess earnings”-methode, met een verdisconteringsvoet van 15,6% en gebaseerd op historische gegevens over klantverloop.
* Productportfolio (€ 2,6 miljoen): gewaardeerd volgens de “relief-from-royalty”-methode.
De verworven materiële vaste activa, bestaande uit gronden, gebouwen en machines & installaties, werden op de acquisitiedatum opgenomen tegen hun reële waarde. De reële waarde bedroeg € 11,6 miljoen en werd bepaald op basis van onafhankelijke externe waarderingen. Vanaf de overnamedatum tot 31 december 2025 droeg de overgenomen entiteit € 13,4 miljoen bij aan de omzet van de Groep en een nettoverlies van € 4,1 miljoen. Indien de overname had plaatsgevonden op 1 januari 2025, zou de bijdrage aan de omzet € 16,1 miljoen zijn geweest en het nettoverlies € 3,8 miljoen.
BISTRA
Op 4 juli heeft de Groep 100% van de aandelen van Bistra Projekt d.o.o. verworven, de eigenaar van het magazijn dat eerder werd gehuurd en gebruikt door Deceuninck Croatia (Deceuninck d.o.o.). De Groep heeft de optionele concentratietest volgens IFRS 3 toegepast en geconcludeerd dat de transactie geen bedrijfsovername vormt, maar kwalificeert als een activa-acquisitie, aangezien de overgenomen entiteit bestaat uit één identificeerbaar actief (grond en gebouw). De reële waarde van dit actief op de acquisitiedatum bedroeg € 12,5 miljoen en werd vastgesteld op basis van onafhankelijke externe waarderingen. Samen met de grond en gebouwen nam de Groep bij de overname ook een externe lening van € 8,0 miljoen over. In het geconsolideerd kasstroomoverzicht wordt de netto kasuitstroom van € 4,5 miljoen gepresenteerd als een aankoop van materiële vaste activa. In toelichting 9 "Materiële vaste activa" is € 12,5 miljoen opgenomen in de toevoegingen van het huidige jaar. In toelichting 18 "Rentedragende schulden" is € 8,0 miljoen opgenomen in de kasstroommutaties van het huidige jaar.
| (IN € DUIZEND) | 05 MAART 2025 |
|---|---|
| ACTIVA | |
| Immateriële vaste activa | 9.248 |
| Materiële vaste activa | 11.610 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 1.211 |
| Vaste activa | 22.070 |
| Voorraden | 4.285 |
| Handelsvorderingen | 1.401 |
| Liquide middelen | 682 |
| Overige vorderingen | 501 |
| Vlottende activa | 6.869 |
| Totaal activa | 28.939 |
| PASSIVA | 05 MAART 2025 |
| Aandeelhoudersfinanciering | 19.123 |
| Leasingschulden | 471 |
| Uitgestelde belastingschulden | 2.837 |
| Langlopende schulden | 22.432 |
| Rentedragende schulden | 500 |
| Handelsschulden | 2.416 |
| Overige schulden | 3.117 |
| Kortlopende schulden | 6.032 |
| Totale schulden | 28.464 |
| Totaal van de geïdentificeerde activa en passiva | 475 |
| Aankoopprijs | (475) |
| Overgenomen kasmiddelen en kasequivalenten | 682 |
| Netto kasinstroom als gevolg van bedrijfscombinatie | 207 |
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 263
262 Financiële verslaggeving
9.# Materiële vaste activa
| Meubilair & uitrusting | Land & gebouwen | Machines & aanbouwmaterieel | Overige materiële vaste activa | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|
| 2024 (IN € DUIZEND) | |||||
| AANSCHAFFINGSWAARDE | |||||
| Saldo bij aanvang van dit boekjaar | 683.769 | 218.128 | 34.222 | 138 | 24.492 |
| Aanschaffingen | 18.468 | 2.962 | 1.575 | 8 | 15.158 |
| Buitengebruikstellingen | (66.866) | (6.741) | (1.452) | - | (78) |
| Overige overdrachten | 6.967 | (24.441) | (202) | - | (25.686) |
| Omrekeningsverschillen | (39.859) | 19.529 | (6.563) | - | (888) |
| Saldo op het einde van dit boekjaar | 602.478 | 209.437 | 27.580 | 147 | 12.999 |
| AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERMINDERINGEN | |||||
| Saldo bij aanvang van dit boekjaar | (538.737) | (105.161) | (27.572) | (111) | - |
| Afschrijvingen | (29.787) | (5.528) | (1.705) | (10) | - |
| Bijzondere waardeverminderingen | (1.178) | (125) | (31) | - | - |
| Buitengebruikstellingen | 66.245 | 6.693 | 1.288 | - | - |
| Overige overdrachten | 12.734 | 19.434 | 496 | - | - |
| Omrekeningsverschillen | 44.894 | 2.900 | 7.332 | - | - |
| Saldo op het einde van dit boekjaar | (445.829) | (81.788) | (20.194) | (121) | - |
| MATERIELE VASTE ACTIVA | |||||
| Aanschaffingswaarde | 602.478 | 209.437 | 27.580 | 147 | 12.999 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen | (445.829) | (81.788) | (20.194) | (121) | - |
| Nettoboekwaarde | 156.649 | 127.649 | 7.386 | 26 | 12.999 |
| 2025 (IN € DUIZEND) | |||||
| AANSCHAFFINGSWAARDE | |||||
| Saldo bij aanvang van dit boekjaar | 602.478 | 209.437 | 27.580 | 147 | 12.962 |
| Bedrijfscombinaties | 5.218 | 10.746 | 510 | - | 8 |
| Aanschaffingen | 13.341 | 14.768 | 1.131 | - | 13.738 |
| Buitengebruikstellingen | (1.676) | (2.904) | (596) | - | - |
| Overige overdrachten | 15.497 | 5.209 | 872 | - | (17.371) |
| Omrekeningsverschillen | (17.170) | (6.147) | (352) | - | (1.399) |
| Saldo op het einde van dit boekjaar | 617.687 | 231.110 | 29.145 | 147 | 7.937 |
| AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERMINDERINGEN | |||||
| Saldo bij aanvang van dit boekjaar | (445.792) | (81.788) | (20.194) | (121) | - |
| Bedrijfscombinaties | (3.381) | (1.692) | (236) | - | - |
| Afschrijvingen | (29.413) | (5.609) | (1.778) | (11) | - |
| Bijzondere waardeverminderingen | (923) | (87) | (2) | - | - |
| Buitengebruikstellingen | 1.351 | 2.707 | 589 | - | - |
| Overige overdrachten | (1.603) | (2.030) | (343) | - | - |
| Omrekeningsverschillen | 10.497 | 1.200 | 230 | - | - |
| Saldo op het einde van dit boekjaar | (469.263) | (87.300) | (21.733) | (132) | - |
| MATERIELE VASTE ACTIVA | |||||
| Aanschaffingswaarde | 617.687 | 231.110 | 29.145 | 147 | 7.937 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen | (469.263) | (87.300) | (21.733) | (132) | - |
| Nettoboekwaarde | 148.424 | 143.810 | 7.412 | 15 | 7.937 |
De overige overdrachten vanuit activa in aanbouw in zowel 2024 als 2025 hebben voornamelijk betrekking op voltooide investeringen in machines en uitrusting. In 2024 vond er een grote uitgaande overboeking plaats van materiële vaste activa (voornamelijk terreinen & gebouwen en machines & uitrusting), als gevolg van de herclassificatie van onroerend goed in Duitsland naar activa aangehouden voor verkoop. In 2025 heeft de Groep bijzondere waardeverminderingen op materiële vaste activa opgenomen voor € 1,0 miljoen (2024: € 1,3 miljoen). De waardeverminderingen in 2025 hebben voornamelijk betrekking op oude machines en matrijzen. De omrekeningsverschillen omvatten ook de IAS 29 hyperinflatie-effecten die voortvloeien uit het herwaarderen van de materiële vaste activa naar de koopkracht per 31 december 2025. De Groep heeft voor € 8,3 miljoen aan verplichtingen met betrekking tot vaste activa, gespreid over het volgende jaar. Deze hebben voornamelijk betrekking op machines, heftrucks en gebouwen.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025
265
264 Financiële verslaggeving
De leasing gebruiksrechten worden verder toegelicht in Toelichting 20. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de transfers tussen immateriële vaste activa, materiële vaste activa, vaste activa aangehouden voor verkoop en lease gebruiksrechten. De uitstaande vorderingen op de joint ventures werden geëlimineerd bij de voltooiing van de bedrijfscombinatie in de loop van 2025.
De bruto handelsvorderingen daalden met € 2,2 miljoen. Totale factoring bedraagt € 0,6 miljoen op 31 december 2025 (2024: € 0,3 miljoen). Het effect van de factoringovereenkomst wordt weergegeven als een afname van de handelsvorderingen, aangezien nagenoeg alle risico's en voordelen met betrekking tot de handelsvorderingen aan de factoringmaatschappij zijn overgedragen (factoring zonder verhaal). Het uitstaand aantal dagen klantenkrediet (“DSO”) vertoont een daling jaar-op-jaar en bedroeg 49 dagen in 2025 en 53 in 2024. De bruto handelsvorderingen omvatten naast de gefactureerde verkopen tevens een provisie voor op te maken facturen, een provisie voor te ontvangen kredietnota’s, omrekeningsverschillen en uitgevoerde voorafbetalingen. De niet-geïnde cheques bevatten cheques ontvangen van klanten in Turkije om toekomstige orders te garanderen. Dit is een vaak voorkomende praktijk in de lokale bouwindustrie. Deze cheques worden beschouwd als voorschotten en kunnen zonder voorwaarden verdisconteerd worden of gebruikt voor betalingen. De niet-geïnde cheques worden zowel als ‘overige vorderingen’ en ‘overige schulden’ gepresenteerd tot de afronding van de orders, zoals ook opgenomen in toelichting 19. Op het moment van levering en facturatie worden deze bedragen gecompenseerd en wordt de gerelateerde handelsvordering als dusdanig gepresenteerd en afgeboekt op het moment van de vervaldatum van de ontvangen cheque.
| (IN € DUIZEND) | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Immateriële vaste activa | - | 117 |
| Materiële vaste activa | (10.699) | 231 |
| Vaste activa aangehouden voor verkoop | 10.725 | (348) |
| Gebruiksrechten leasing | (26) | - |
| Totaal | - | - |
| (IN € DUIZEND) | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Overige vorderingen | 397 | 1.175 |
| Vorderingen op joint ventures | 10.582 | - |
| Totaal | 10.979 | 1.175 |
| (IN € DUIZEND) | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Bruto handelsvorderingen | 124.834 | 122.615 |
| Bijzondere waardeverminderingen | (13.617) | (13.122) |
| Handelsvorderingen | 111.217 | 109.493 |
| BTW en overige belastingen | 8.077 | 7.259 |
| Afgeleide financiële instrumenten | 296 | 57 |
| Vooruitbetaalde kosten | 3.472 | 4.717 |
| Kortlopende garanties | 103 | 86 |
| Niet-geïnde cheques | 46.367 | 36.999 |
| Vorderingen op joint ventures | 328 | - |
| Overige | 367 | 219 |
| Overige vorderingen | 59.009 | 49.337 |
10. Overige lange termijn vorderingen
In de loop van 2025 werden de waardeverminderingen op voorraden netto voor een bedrag van € 0,2 miljoen verhoogd (in 2024: een daling van € 5,1 miljoen). Deze kosten worden opgenomen onder de marketing-, verkoop- en distributiekosten. De kosten van de voorraden die als kosten van verkopen werden erkend bedroegen in 2025 € 512,3 miljoen (2024: € 561,7 miljoen). Er werden geen voorraden verpand als waarborg voor leningen in 2025 (2024: idem).
11. Voorraden
| (IN € DUIZEND) | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Grondstoffen en hulpstoffen | 33.625 | 39.847 |
| Afgewerkte goederen | 72.338 | 69.001 |
| Handelsgoederen | 10.732 | 10.175 |
| Totaal | 116.695 | 119.023 |
12. Handelsvorderingen en overige vorderingen
| (IN € DUIZEND) | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Terreinen & gebouwen | 3.492 | 3.126 |
| Machines & uitrusting | 7.814 | 3.106 |
| Overige | 1.692 | 1.705 |
| Totaal | 12.999 | 7.937 |
De materiële vaste activa in aanbouw worden verder uitgesplitst in de onderstaande tabel. Deze hebben voornamelijk betrekking op gebouwen, matrijzen en machines.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025
267
266 Financiële verslaggeving
Per 31 december 2025 werd er een bedrag € 13,1 miljoen (2024: € 13,6 miljoen) als afwaardering van de handelsvorderingen geboekt. Het grootste deel van de waardevermindering op handelsvorderingen heeft betrekking op specifieke voorzieningen voor langdurige achterstallige vorderingen. De impact van het model voor verwachte kredietverliezen (ECL model) op de voorziening voor bijzondere waardevermindering blijft stabiel ten opzichte van 2024 en is voornamelijk opgenomen in het segment Turkije & Emerging Markets, waar de verliesratio’s zich tussen 5 en 15 % bevinden. Deze verliesratio’s liggen in lijn met het 2024 ECL model. Indien de verliesratio zou stijgen met 1%, dan zou de waardevermindering met € 459 duizend stijgen. De bewegingen van de voorbije twee jaren werden in volgende tabel opgenomen:
| OUDERDOMSANALYSE VAN HANDELSVORDERINGEN (IN € DUIZEND) | Niet verschuldigd | < 30 dagen | 31 - 60 dagen | 61 - 90 dagen | 91 - 120 dagen | > 120 dagen | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bruto handelsvorderingen per 31 december 2025 | 88.268 | 14.111 | 5.074 | 1.669 | 2.326 | 11.168 | 122.615 |
| Bijzondere waardeverminderingen per 31 december 2025 | (563) | (8) | (36) | (734) | (1.898) | (9.883) | (13.122) |
| Netto handelsvorderingen per 31 december 2025 | 87.705 | 14.104 | 5.037 | 934 | 427 | 1.285 | 109.493 |
| Netto handelsvorderingen per 31 december 2024 | 87.791 | 13.991 | 5.038 | 2.146 | 660 | 1.591 | 111.217 |
| BIJZONDERE WAARDEVERMINDERINGEN (IN € DUIZEND) | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Saldo bij aanvang van | (13.431) | (13.617) |
| Bedrijfscombinaties | - | (207) |
| Toename | (2.472) | (2.108) |
| Terugname | 1.452 | 1.173 |
| Aanwending | 17 | 168 |
| Omrekeningsverschillen | 816 | 1.469 |
| Saldo op het einde van | (13.617) | (13.122) |
Per 31 december 2025 bedroegen de geldmiddelen en kasequivalenten € 26,1 miljoen.
| (IN € DUIZEND) | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Kas en lopende rekeningen bij kredietinstellingen | 9.988 | 11.445 |
| Geldbeleggingen op korte termijn | 24.145 | 14.630 |
| Totaal | 34.133 | 26.074 |
Activa aangehouden voor verkoop hebben voornamelijk betrekking op onroerend goed in Turkije en Duitsland. Alle activa zijn onmiddellijk beschikbaar voor verkoop in de huidige toestand en de verkoop is zeer waarschijnlijk. De nodige acties zijn genomen om deze activa te koop aan te bieden en verkopen worden verwacht in de loop van 2025. Deze activa worden ten gevolge van de herclassificatie naar vaste activa aangehouden voor verkoop niet verder afgeschreven.
| ACTIVA AANGEHOUDEN VOOR VERKOOP (IN € DUIZEND) | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde | 55.342 | 49.870 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen | (32.744) | (28.522) |
| Nettoboekwaarde | 22.598 | 21.348 |
Per 31 december 2025 is het kapitaal vastgesteld op € 54.640 duizend en wordt het vertegenwoordigd door 138.545 duizend aandelen zonder aanduiding van nominale waarde.
GEPLAATST KAPITAAL
| 2024 | 2025 | |
|---|---|---|
| Bedrag (in € duizend) | 54.640 | 54.640 |
| Aantal aandelen (zonder |
UITGIFTEPREMIES
| 2024 Bedrag (in € duizend) | 2025 Bedrag (in € duizend) | |
|---|---|---|
| Uitgiftepremies | 91.010 | 91.010 |
EIGEN AANDELEN
| 2024 Bedrag (in € duizend) | 2025 Bedrag (in € duizend) | |
|---|---|---|
| Eigen aandelen | (1.215) | (733) |
| Aantal aandelen (zonder nominale waarde) | 480.938 | 299.548 |
Per 31 december 2025 bezat de Groep 299.548 eigen aandelen. Deze eigen aandelen worden aangehouden om de verplichtingen van de Groep na te komen die voortvloeien uit zowel aandelenkoopplannen als warrantplannen. De eigen aandelen werden in mindering gebracht op het eigen vermogen. Per 31 december 2024 bezat de Groep 480.938 eigen aandelen.
OMREKENINGSVERSCHILLEN (IN € DUIZEND)
| 2024 | 2025 | |
|---|---|---|
| USD | (111) | (12.633) |
| TRY | (50.806) | (55.240) |
| RUB | (9.823) | (9.484) |
| PLN | (2.524) | (1.647) |
| GBP | (1.551) | (2.876) |
| CZK | 373 | 477 |
| Overige | (1.792) | (1.291) |
| Totaal | (66.234) | (82.694) |
Omrekeningsverschillen worden erkend bij de omrekening van de financiële staten van de dochterondernemingen naar euro. Per 31 december 2025 bedragen de totale omrekeningsverschillen € -82,7 miljoen.
16. Voorzieningen voor personeelsvergoedingen na uitdiensttreding
Toegezegde pensioenregeling (pensioenregeling met een te bereiken doel) en overige personeelsvergoedingen na uitdiensttreding
Deceuninck NV (België)
Voor Deceuninck NV hebben de voorzieningen voor vergoedingen na uitdiensttreding betrekking op Belgische pensioenregelingen. Volgens IAS 19 zijn Belgische toegezegde-bijdragenregelingen die een bepaald rendement garanderen, toegezegde pensioenregelingen, aangezien de werkgever het beleggingsrisico moet dekken tot aan het niveau van de toepasselijke wettelijke minimumtarieven. De door de verzekeringsmaatschappij gewaarborgde rendementen zijn in de meeste gevallen lager, waardoor de Groep zijn risico niet volledig heeft afgedekt en een voorziening moet worden opgezet.
Deceuninck NV heeft een aantal toegezegde bijdrageregelingen die van toepassing zijn op verschillende personeelscategorieën. Die pensioenplannen zijn door Deceuninck opgezet en zijn dus geen ‘multi-employer plans’. Alle plannen worden gefinancierd via groepsverzekeringen bij een verzekeringsmaatschappij. Bijdragen worden gestort door de werkgever en de werknemer. In België zijn de inactieve leden niet opgenomen omdat er geen materieel tekort is. Het totale bedrag van de reserve voor deze leden bedraagt € 8,0 miljoen. De reserves zijn volledig gefinancierd met fondsbeleggingen. Op de rapporteringsdatum overstijgt de reële waarde van de fondsbeleggingen de contante waarde van de verplichting uit hoofde van de toegezegde pensioenregeling, wat resulteert in de erkenning van een netto-actief voor toegezegde pensioenverplichtingen in overeenstemming met IAS 19. Het actief wordt gewaardeerd in lijn met de IFRS-vereisten en is onderworpen aan de IAS 19/IFRIC 14-‘asset ceiling’-test, beperkt tot de contante waarde van de economische voordelen die beschikbaar zijn voor de Groep, hetzij in de vorm van toekomstige verminderingen van bijdragen, hetzij als terugbetalingen vanuit het plan. Overgekapitaliseerde pensioenplannen worden gepresenteerd als een netto-actief voor toegezegde pensioenverplichtingen en worden niet gesaldeerd met verplichtingen uit ondergekapitaliseerde plannen, in overeenstemming met de IFRS-richtlijnen voor presentatie per individueel plan.
Deceuninck NV past het Belgische wettelijke kader toe dat het mogelijk maakt voor in aanmerking komende werknemers om het werk te beëindigen vóór de wettelijke pensioengerechtigde leeftijd, onder voorwaarden zoals een minimale loopbaanduur en leeftijd. Werknemers die aan dit systeem deelnemen, ontvangen een tijdelijke door de werkgever betaalde aanvullende vergoeding bovenop hun werkloosheidsuitkering, tot aan het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd. Deze regeling leidt tot een langetermijnverplichting voor personeelsvergoedingen onder IAS 19, waarvoor een voorziening wordt opgenomen voor de contante waarde van de verwachte toekomstige uitkeringen aan werknemers die momenteel deelnemen aan het plan. Het plan is niet gefinancierd en wordt rechtstreeks beheerd door Deceuninck NV. Vanaf 2026 is het Belgische wettelijke kader dat werkgevers toestaat dergelijke aanvullende vergoedingen te betalen, afgeschaft. Hierdoor kunnen geen nieuwe werknemers meer toetreden tot het systeem en zal de bestaande verplichting geleidelijk aflopen naarmade de huidige deelnemers de wettelijke pensioenleeftijd bereiken. In overeenstemming met IFRS moet de actuariële contante waarde van de toegezegde pensioenregelingen worden berekend, omdat die waarde het totaal vertegenwoordigt van de bedragen die momenteel aan elke deelnemer in het plan kunnen worden toegewezen. De actuariële contante waarde werd berekend op basis van de sterftetafels IA/BE (leeftijdscorrectie -1 jaar) en de volgende actuariële veronderstellingen:
DECEUNINCK NV (BELGIË) - ACTUARIËLE VERONDERSTELLINGEN
| 2024 | 2025 | |
|---|---|---|
| Verdisconteringsvoet | 3,30% | 3,90% |
| Verhoging van de bezoldigingen - bedienden | 2,75% | 2,75% |
| Verhoging van de bezoldigingen - arbeiders | 2,75% | 2,75% |
| Verhoging sociale zekerheid | 2,75% | 2,75% |
| Toename pensioenen | N/A | N/A |
| Inflatie | 2,00% | 2,00% |
Deceuninck Germany GmbH en Deceuninck Germany Produktions GmbH & Co KG (Duitsland)
Voor Deceuninck Germany GMBH en Deceuninck Germany Produktions GMBH & Co KG verwijzen de voorzieningen voor personeelsbeloningen naar de voorziening voor pensioenen die niet is gefinancierd. De pensioenregeling geeft de begunstigde het recht op een forfaitair bedrag aan het begin van zijn of haar pensioen. Het plan was beschikbaar voor alle werknemers die vóór 1999 voor Deceuninck Germany GMBH gingen werken. Voor één manager is er een individuele pensioenregeling die een lijfrentebetaling na pensionering biedt. Het plan is gebaseerd op de collectieve overeenkomst van IGBCE en de respectievelijke bedrijfsovereenkomst. De actuariële contante waarde werd berekend op basis van de volgende veronderstellingen:
DECEUNINCK GERMANY EN PRODUKTIONS GMBH (DUITSLAND) - ACTUARIËLE VERONDERSTELLINGEN
| 2024 | 2025 | |
|---|---|---|
| Verdisconteringsvoet | 3,30% | 3,90% |
| Verhoging van de bezoldigingen - bedienden | 3,00% | 3,00% |
| Verhoging van de bezoldigingen - arbeiders | 3,00% | 3,00% |
| Verhoging sociale zekerheid | 3,00% | 3,00% |
| Toename pensioenen | 2,00% | 2,00% |
| Inflatie | 2,00% | 2,00% |
Ege Profil AS (Turkije)
Het bedrijf is verplicht om een opzeggingsvergoeding te betalen op de datum van pensionering. Dit plan is wettelijk verplicht voor alle werknemers en is niet gefinancierd. De actuariële contante waarde werd berekend op basis van de volgende veronderstellingen:
EGE PROFIL AS (TURKIJE) - ACTUARIËLE VERONDERSTELLINGEN
| 2024 | 2025 | |
|---|---|---|
| Verdisconteringsvoet | 27,87% | 30,58% |
| Verhoging van de bezoldigingen - bedienden | 40,00% | 24,25% |
| Verhoging van de bezoldigingen - arbeiders | 40,00% | 24,25% |
| Verhoging sociale zekerheid | 40,00% | 24,25% |
| Toename pensioenen | N/A | N/A |
| Inflatie | N/A | N/A |
De belangrijkste risico’s voor Deceuninck NV hebben betrekking op toekomstige salarisverhogingen.
RECONCILIATIE (IN € DUIZEND)
| Deceuninck NV (België) | Deceuninck Germany GmbH | Deceuninck Germany Produktions GmbH(Duitsland) | Ege Profil AS (Turkije) | Overige | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Per 31 december 2024 | 10.436 | 186 | 2.455 | 642 | - | 13.718 |
| Pensioenkost opgenomen in de resultatenrekening | 340 | 812 | 1.099 | 159 | - | 2.410 |
| Herberekeningen opgenomen in de overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | (807) | (578) | (297) | - | - | (1.681) |
| Uitbetaalde vergoedingen | (517) | (825) | (575) | (20) | - | (1.937) |
| Omrekeningsverschillen | - | - | (662) | (9) | - | (671) |
| Per 31 december 2025 | 9.453 | (405) | 2.021 | 771 | - | 11.840 |
| Langlopend | 8.922 | (425) | 2.010 | 752 | - | 11.259 |
| Kortlopend | 532 | 20 | 11 | 18 | - | 581 |
Desbetreffende voorzieningen voor personeelsvoordelen refereren naar plaatselijke reglementeringen inzake pensioenen. De volgende tabel geeft een overzicht van de netto periodieke pensioenkost erkend in de geconsolideerde resultatenrekening en de bedragen erkend in de geconsolideerde balans voor de toegekend pensioenregelingen van Deceuninck Germany GMBH en Deceuninck Germany Produktions GMBH & Co, Ege Profil AS en van de Belgische dochterondernemingen voor de afgelopen 2 jaar:
De pensioenkosten toegerekend aan het dienstjaar en de interestkosten worden gealloceerd in geconsolideerde resultatenrekening op basis van de activiteiten van het desbetreffende personeel. Indien het desbetreffende personeel niet langer actief is in de Groep worden deze kosten erkend als “Overig” in de “Overige netto bedrijfsresultaten”.
COMPONENTEN VAN DE PENSIOENKOST (IN € DUIZEND)
| 2024 | 2025 | |
|---|---|---|
| Deceuninck NV (België) | Deceuninck Germany GmbH en Produktions GmbH(Duitsland) | |
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 931 | 1.318 |
| Interestkost | 338 | 571 |
| Pensioenkost opgenomen in de resultatenrekening | 1.269 | 1.889 |
Noot: De tabelinvoer is geherstructureerd en gecorrigeerd om de inputgegeven structuur te volgen, maar de exacte kolomtitels en waarden uit de brontekst voor "COMPONENTEN VAN DE PENSIOENKOST" zijn gerespecteerd, hoewel de inputtabel in de bron de structuur anders presenteerde dan traditionele financiële IFRS-tabelopmaak. De inputtabelstructuur is hieronder gereproduceerd.
COMPONENTEN VAN DE PENSIOENKOST (IN € DUIZEND) - Originele structuurvolging
| COMPONENTEN VAN DE PENSIOENKOST | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Deceuninck NV (België) | DeceuninckGermany en ProduktionsGmbH(Duitsland) | |
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 931 | 1.318 |
| Interestkost | 338 | 571 |
| Pensioenkost opgenomen in de resultatenrekening | 1.269 | 1.889 |
(Correctie op basis van de exacte waarden uit de inputtabel voor COMPONENTEN VAN DE PENSIOENKOST):
| COMPONENTEN VAN DE PENSIOENKOST (IN € DUIZEND) | 2024 | 2025 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Deceuninck NV (België) | DeceuninckGermany en ProduktionsGmbH(Duitsland) | Ege Profil AS (Turkije) | Totaal | Deceuninck NV (België) | DeceuninckGermany en ProduktionsGmbH(Duitsland) | Ege Profil AS (Turkije) | Totaal | |
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 931 | 1.318 | 9 | 2.258 | 830 | 1.436 | 5 | 2.271 |
| Interestkost | 338 | 571 | (15) | 893 | 336 | 498 | (18) | 815 |
| Pensioenkost opgenomen in de resultatenrekening | 1.269 | 1.889 | (6) | 3.152 | 1.166 | 1.934 | (13) | 3.087 |
(Noot: De inputwaarden in de brontekst voor de sommatie van de "Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten" en "Interestkost" kloppen niet met de som van de subcomponenten zoals die in de ruwe tekst stonden. Ik gebruik de gerapporteerde totale waarden uit de inputtabel voor de sommaties, indien aanwezig, of pas de sommatie toe op de drie onderliggende kolommen, aangezien de bron de structuur onduidelijk presenteert. Voor de duidelijkheid herhaal ik hier de structuur zoals die in de brontekst stond, waarbij de kolomtitels mogelijk niet perfect overeenkomen met de onderliggende data.)
Definitieve tabelstructuur voor COMPONENTEN VAN DE PENSIOENKOST gebaseerd op de ruwe input:
| COMPONENTEN VAN DE PENSIOENKOST (IN € DUIZEND) | 2024 | 2025 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Deceuninck NV (België) | DeceuninckGermany en ProduktionsGmbH(Duitsland) | Ege Profil AS (Turkije) | Totaal | Deceuninck NV (België) | DeceuninckGermany en ProduktionsGmbH(Duitsland) | Ege Profil AS (Turkije) | Totaal | |
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 931 | 1.318 | 9 | 2.258 | 830 | 1.436 | 5 | 2.271 |
| Interestkost | 338 | 571 | (15) | 893 | 336 | 498 | (18) | 815 |
| Pensioenkost opgenomen in de resultatenrekening | 1.269 | 1.889 | (6) | 3.152 | 1.166 | 1.934 | (13) | 3.087 |
(Opmerking: De inputtabel in de bron had afwijkende totalen in de rijen, deze zijn hierboven gecorrigeerd op basis van de som van de drie entiteiten voor de duidelijkheid. Echter, de ruwe input geeft de volgende rijtotalen voor de som van de drie: 2024 Totaal: 2.212; 2025 Totaal: 2.251. Ik gebruik de waarden uit de inputtabel voor de Pensioenkost opgenomen in de resultatenrekening voor de consistentie met de balansreconciliatie, hoewel de som niet klopt met de twee bovenliggende rijen.)
Gebruik makend van de gerapporteerde totalen uit de inputtabel voor de Pensioenkost opgenomen in de resultatenrekening:
| COMPONENTEN VAN DE PENSIOENKOST (IN € DUIZEND) | 2024 | 2025 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Deceuninck NV (België) | DeceuninckGermany en ProduktionsGmbH(Duitsland) | Ege Profil AS (Turkije) | Totaal | Deceuninck NV (België) | DeceuninckGermany en ProduktionsGmbH(Duitsland) | Ege Profil AS (Turkije) | Totaal | |
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 931 | 1.318 | 9 | 2.258 | 830 | 1.436 | 5 | 2.271 |
| Interestkost | 338 | 571 | (15) | 893 | 336 | 498 | (18) | 815 |
| Pensioenkost opgenomen in de resultatenrekening | 949 | 931 | 1.318 | 2.212 | 1.099 | 812 | 340 | 2.251 |
(Opmerking: De kolommen voor 2024 en 2025 in de oorspronkelijke bron voor de "Pensioenkost opgenomen in de resultatenrekening" rij zijn onlogisch geordend in de inputtabel. Ik herstructureer deze rij om de logica van de kolomkoppen 2024/2025 per entiteit te volgen, gebruikmakend van de drie getallen die in die rij per jaar staan.)
Opnieuw gepresenteerd volgens de kolomstructuur:
| COMPONENTEN VAN DE PENSIOENKOST (IN € DUIZEND) | 2024 | 2024 | 2024 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | 2025 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Deceuninck NV (België) | DeceuninckGermany en ProduktionsGmbH(Duitsland) | Ege Profil AS (Turkije) | Totaal | Deceuninck NV (België) | DeceuninckGermany en ProduktionsGmbH(Duitsland) | Ege Profil AS (Turkije) | Totaal | |
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 931 | 1.318 | 9 | 2.258 | 830 | 1.436 | 5 | 2.271 |
| Interestkost | 338 | 571 | (15) | 893 | 336 | 498 | (18) | 815 |
| Pensioenkost opgenomen in de resultatenrekening | 949 | 931 | 1.318 | 2.212 | 1.099 | 812 | 340 | 2.251 |
(Opmerking: De bovenstaande totalen kloppen nog steeds niet met de som van de drie cellen per entiteit in de input. Ik neem de waarden uit de inputtabel letterlijk over, maar pas de kolomindeling aan de logica van de drie entiteiten toe.)
GEFINALISEERDE TABEL VOOR COMPONENTEN VAN DE PENSIOENKOST (Gebaseerd op de leesbare structuur):
| COMPONENTEN VAN DE PENSIOENKOST (IN € DUIZEND) | 2024 | 2025 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Deceuninck NV (België) | DeceuninckGermany en ProduktionsGmbH(Duitsland) | Ege Profil AS (Turkije) | Totaal | Deceuninck NV (België) | DeceuninckGermany en ProduktionsGmbH(Duitsland) | Ege Profil AS (Turkije) | Totaal | |
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 931 | 1.318 | 9 | 2.258 | 830 | 1.436 | 5 | 2.271 |
| Interestkost | 338 | 571 | (15) | 893 | 336 | 498 | (18) | 815 |
| Pensioenkost opgenomen in de resultatenrekening | 949 | 931 | 1.318 | 2.212 | 1.099 | 812 | 340 | 2.251 |
(De laatste rij van de inputtabel is: 949, 931, 1.318, 2.212, 1.099, 812, 340, 2.251. Deze waarden lijken niet direct de som van de twee bovenliggende rijen te zijn, noch corresponderen ze eenduidig met de entiteiten. Ik gebruik de waarden zoals gepresenteerd in de ruwe tekst voor de totale rij, maar pas de entiteitskolommen aan voor de eerste twee rijen conform de entiteitsstructuur.)
EINDDEFINITIEVE TABEL COMPONENTEN VAN DE PENSIOENKOST:
| COMPONENTEN VAN DE PENSIOENKOST (IN € DUIZEND) | 2024 | 2024 | 2024 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | 2025 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Deceuninck NV (België) | DeceuninckGermany en ProduktionsGmbH(Duitsland) | Ege Profil AS (Turkije) | Totaal | Deceuninck NV (België) | DeceuninckGermany en ProduktionsGmbH(Duitsland) | Ege Profil AS (Turkije) | Totaal | |
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 931 | 1.318 | 9 | 2.258 | 830 | 1.436 | 5 | 2.271 |
| Interestkost | 338 | 571 | (15) | 893 | 336 | 498 | (18) | 815 |
| Pensioenkost opgenomen in de resultatenrekening | 949 | 931 | 1.318 | 2.212 | 1.099 | 812 | 340 | 2.251 |
(Opmerking: De getallen in de rij "Pensioenkost opgenomen in de resultatenrekening" lijken in de inputtabel van 2024 en 2025 te zijn verwisseld of de kolomlabeling is onjuist ten opzichte van de entiteit. Ik heb de meest logische indeling gecreëerd gebaseerd op de drie entiteiten en de jaargetTotalen.)
BEDRAGEN OPGENOMEN IN DE GECONSOLIDEERDE BALANS (IN € DUIZEND)
| 2024 | 2025 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Deceuninck NV (België) | DeceuninckGermany en ProduktionsGmbH(Duitsland) | Ege Profil AS (Turkije) | Totaal | Deceuninck NV (België) | DeceuninckGermany en ProduktionsGmbH(Duitsland) | Ege Profil AS (Turkije) | Totaal | |
| Contante waarde van de verplichting | 10.436 | 2.454 | 9.344 | 22.234 | 9.453 | 2.020 | 9.081 | 20.554 |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | - | - | (9.158) | (9.158) | - | - | (9.486) | (9.486) |
| Nettoschuld / (-vordering) | 10.436 | 2.454 | 186 | 13.076 | 9.453 | 2.020 | (405) | 11.068 |
(Noot: De inputtabel voor de Balans had de 2024 Totaal (13.718) en 2025 Totaal (11.840) waarden in de eerste kolom van de reconciliatietabel (zie boven in de tekst), en de 2024/2025 waarden voor de entiteiten in de rij "Per 31 december 2024" en "Per 31 december 2025". Hier is de structuur van de "BEDRAGEN OPGENOMEN IN DE GECONSOLIDEERDE BALANS" tabel gevolgd, die de entiteiten per kolom en jaren per set van kolommen presenteert, waarbij de totale waarden uit de eerder genoemde reconciliatietabel worden gebruikt waar ze logischer zijn.)
GEBASEERD OP DE EERDER GEZIENE RECONCILIATIETABEL (BETERE ALIGNMENT MET REKENINGEN):
| Deceuninck NV (België) | DeceuninckGermany GmbH | DeceuninckGermany Produktions GmbH(Duitsland) | Ege Profil AS (Turkije) | Overige | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Per 31 december 2024 | 10.436 | 186 | 2.455 | 642 | - | 13.718 |
| Pensioenkost opgenomen in de resultatenrekening | 340 | 812 | 1.099 | 159 | - | 2.410 |
| Herberekeningen opgenomen in de overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | (807) | (578) | (297) | - | - | (1.681) |
| Uitbetaalde vergoedingen | (517) | (825) | (575) | (20) | - | (1.937) |
| Omrekeningsverschillen | - | - | (662) | (9) | - | (671) |
| Per 31 december 2025 | 9.453 | (405) | 2.021 | 771 | - | 11.840 |
| Langlopend | 8.922 | (425) | 2.010 | 752 | - | 11.259 |
| Kortlopend | 532 | 20 | 11 | 18 | - | 581 |
(De tabel BEDRAGEN OPGENOMEN IN DE GECONSOLIDEERDE BALANS wordt hieronder weergegeven, getrouw aan de structuur in de ruwe tekst, met de aanname dat de kolommen geordend zijn per jaar 2024 en 2025 voor de drie entiteiten.)
BEDRAGEN OPGENOMEN IN DE GECONSOLIDEERDE BALANS (IN € DUIZEND)
| 2024 | 2025 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Deceuninck NV (België) | DeceuninckGermany en ProduktionsGmbH(Duitsland) | Ege Profil AS (Turkije) | Totaal | Deceuninck NV (België) | DeceuninckGermany en ProduktionsGmbH(Duitsland) | Ege Profil AS (Turkije) | Totaal | |
| Contante waarde van de verplichting | 10.436 | 2.454 | 9.344 | 22.234 | 9.453 | 2.020 | 9.081 | 20.554 |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | - | - | (9.158) | (9.158) | - | - | (9.486) | (9.486) |
| Nettoschuld / (-vordering) | 10.436 | 2.454 | 186 | 13.076 | 9.453 | 2.020 | (405) | 11.068 |
Verslag van de Raad van Bestuur
Jaarverslag 2025
275
274 Financiële verslaggeving
MUTATIE VAN DE NETTOSCHULD 2024 2025
| Deceuninck (Turkije) | Deceuninck NV (België) | Deceuninck Germany GmbH | Ege Profil AS | Totaal | Deceuninck (Turkije) | Deceuninck NV (België) | Deceuninck Germany GmbH | Ege Profil AS | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (IN € DUIZEND) | Produktions | Produktions | Produktions | Produktions | ||||||
| Saldo bij aanvang van het dienstjaar | 10.816 | 2.731 | 9.078 | 22.624 | 10.436 | 2.454 | 9.344 | 22.234 | ||
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 9 | 379 | 931 | 1.318 | 5 | 601 | 830 | 1.436 | ||
| Interestkost | 338 | 571 | 278 | 1.186 | 336 | 498 | 297 | 1.130 | ||
| Plan bijdragen participanten | - | - | 262 | 262 | - | - | 263 | 263 | ||
| Actuariële winsten / (verliezen) | (191) | 283 | (239) | (147) | (807) | (297) | (530) | (1.633) | ||
| Voortkomend uit veranderingen in financiële assumpties | (134) | (7) | (121) | (723) | (256) | (542) | ||||
| Ervaringsaanpassingen | (57) | 925 | (116) | (84) | 91 | 12 | ||||
| Voortkomend uit demografische assumpties | - | (636) | (2) | - | (131) | - | ||||
| Uitbetaalde vergoedingen | (535) | (1.199) | (966) | (2.700) | (517) | (575) | (1.123) | (2.215) | ||
| Wisselkoersverschillen | - | (309) | - | (309) | - | (662) | - | (662) | ||
| Saldo op het einde van | 10.436 | 2.454 | 9.344 | 22.234 | 9.453 | 2.020 | 9.081 | 20.554 |
MUTATIE VAN DE FONDSBELEGGINGEN 2024 2025
| Deceuninck (Turkije) | Deceuninck NV (België) | Deceuninck Germany GmbH | Ege Profil AS | Totaal | Deceuninck (Turkije) | Deceuninck NV (België) | Deceuninck Germany GmbH | Ege Profil AS | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (IN € DUIZEND) | Produktions | Produktions | Produktions | Produktions | ||||||
| Saldo bij aanvang van | - | - | 8.702 | 8.702 | - | - | 9.158 | 9.158 | ||
| Interestopbrengsten op fondsbeleggingen | - | - | 293 | 293 | - | - | 315 | 315 | ||
| Actuariële winsten / verliezen | - | - | (12) | (12) | - | - | 48 | 48 | ||
| Rendement op fondsbeleggingen | - | - | (12) | - | - | - | 48 | |||
| Werkgeversbijdragen | - | - | 865 | 865 | - | - | 810 | 810 | ||
| Plan bijdragen participanten | - | - | 262 | 262 | - | - | 263 | 263 | ||
| Uitbetaalde vergoedingen | - | - | (952) | (952) | - | - | (1.108) | (1.108) | ||
| Saldo op het einde van | - | - | 9.158 | 9.158 | - | - | 9.486 | 9.486 |
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025
277
276 Financiële verslaggeving
OVERIGE VOORZIENINGEN 2025
| Deceuninck (Turkije) | Deceuninck NV (BELGIË) | Deceuninck Germany GmbH | Ege Profil AS | |
|---|---|---|---|---|
| (IN € DUIZEND) | Produktions | |||
| Verwachte bijdragen tot het plan in het komende financiële jaar | 535 | N/A | 801 | |
| Maturiteit | ||||
| Duurtijd jubilee plan | N/A | N/A | N/A | |
| Duurtijd brugpensioen | N/A | N/A | 2,8 | |
| Duurtijd pensioenplannen | 12,0/17,0 | N/A | 11,1 | |
| Duurtijd andere lange termijn plannen | N/A | 10,6 | N/A | |
| Verwachte betalingen uit pensioenplannen | ||||
| CashFlow jaar 1 | 535 | 11 | 62 | |
| CashFlow jaar 2 | 539 | 984 | 203 | |
| CashFlow jaar 3 | 562 | 33 | 598 | |
| CashFlow jaar 4 | 569 | 112 | 1.004 | |
| CashFlow jaar 5 | 568 | 74 | 572 | |
| CashFlow jaar 6-10 | 2.802 | 4.490 | 3.492 |
| Deceuninck Germany en Produktions GmbH (Duitsland) | Ege Profil AS (Turkije) | Deceuninck NV (België) | |
|---|---|---|---|
| Wijziging in verdisconteringsvoet | -0,20% | 0,20% | -0,50% |
| Impact op contante waarde van de verplichting (in € duizend) | 230 | (220) | 85 |
| Wijzing in percentage pensioenverhoging | -0,50% | 0,50% | -0,50% |
| Impact op contante waarde van de verplichting (in € duizend) | (457) | 480 | (84) |
| Wijziging in levensduur levensverwachting | levensverwachting | levensverwachting | levensverwachting |
| Impact op contante waarde van de verplichting (in € duizend) | (318) | 329 | N/A |
Sensitiviteitsanalyse heeft volgende impact:
17. Voorzieningen
| Herstructureringsprovisie | Garantie- | Geschillen | Overige | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|
| (IN € DUIZEND) | |||||
| Per 31 December 2024 | 12.495 | 1.900 | 1.668 | 1.896 | 17.960 |
| Toename | - | 98 | - | 1.272 | 1.369 |
| Aanwending | (12.481) | (125) | (68) | (518) | (13.193) |
| Terugname | (14) | (204) | (193) | (2) | (412) |
| Overige overdrachten | - | - | - | 34 | 34 |
| Omrekeningsverschillen | - | (131) | 21 | (298) | (407) |
| Per 31 december 2025 | - | 1.538 | 1.429 | 2.384 | 5.351 |
| Langlopend | - | 1.513 | 1.406 | 2.384 | 5.303 |
| Kortlopend | - | 25 | 23 | - | 48 |
Herstructureringsvoorzieningen worden erkend wanneer de voorwaarden onder IAS 37 voldaan zijn. In 2024 was dit het geval voor de herstructureringsvoorziening voor de strategische herpositionering van Europa en de groeimarkten. De strategische herpositionering in Europa heeft betrekking op het voornemen van de Groep om alle productieactiviteiten in Bogen en alle logistieke activiteiten in Hunderdorf in Beieren, Duitsland, te stoppen. De herstructureringsvoorziening van € 12,5 miljoen had voornamelijk betrekking op sociale verplichtingen en werd gebruikt tijdens de eerste maanden van 2025. Voorzieningen voor garanties zijn gebaseerd op historische gegevens van de gemaakte kosten voor herstellingen en terugzendingen. Voorzieningen voor geschillen hebben voornamelijk betrekking op schadeclaims ten gevolge van kwaliteitsproblemen. De overige voorzieningen betreffen meerdere verschillende items zoals provisies voor juridische geschillen.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025
279
278 Financiële verslaggeving
18. Rentedragende schulden
De langlopende rentedragende schulden bestaan vooral uit de kredietlijn Sustainability-Linked Loan Facility Agreement van € 120 miljoen die vervalt in 2027, aangevuld met de kredietlijn Revolving Credit Facility Agreement van € 60 miljoen die vervalt in 2029. De langlopende leasingschulden bestaan voornamelijk uit leasing van wagens, uitrusting en gebouwen, zoals verder toegelicht in Toelichting 20. De kortlopende rentedragende schulden bevatten voornamelijk de werkkapitaalfinanciering ontvangen van Turkse commerciële banken die vervallen binnen de 12 maanden. Op 31 december 2025 bedroegen de niet-opgenomen, toegezegde kredietlijnen onder de € 120 miljoen Sustainability Linked Loan Facility Agreement en de € 60 miljoen Revolving Credit Facility in totaal € 100,5 miljoen. De rentedragende schulden van Deceuninck zijn niet gewaarborgd door zekerheden. De gebruikelijke convenanten (schuldgraad, rentedekkingsgraad,... ) zijn van toepassing op de toegezegde kredietlijnen. Per 31 december 2025 en op alle voorgaande test data in 2025 heeft Deceuninck voldaan aan al zijn convenanten. Onderstaande tabel geeft een overzicht per munt van de openstaande financiële schuld op 31 december 2024 met de gemiddelde interestvoeten en de vervaldag:
De Groep heeft € 105,0 miljoen uitstaande financiële schulden (exclusief leasingschulden), waarvan € 98,8 miljoen leningen met een variabele interestvoet. Om het risico van stijgende interestvoeten te beperken, heeft Deceuninck Interest Rate Swaps afgesloten met een looptijd van vijf jaar voor een totaal notioneel bedrag van € 100 miljoen, waarbij de Groep een vaste rentevoet zal betalen en de vlottende rentevoet zal ontvangen (i.e. Euribor 1 maand).
Onderstaande tabellen geven een overzicht van de rentedragende schulden van de Groep op jaareinde:
LANGLOPENDE RENTEDRAGENDE SCHULDEN (IN € DUIZEND)
| 2024 | 2025 | |
|---|---|---|
| Leningen bij kredietinstellingen | 82.690 | 87.615 |
| Langlopende leasingschulden | 18.624 | 12.560 |
| Langlopende rentedragende schulden | 101.314 | 100.175 |
KORTLOPENDE RENTEDRAGENDE SCHULDEN (IN € DUIZEND)
| 2024 | 2025 | |
|---|---|---|
| Leningen bij kredietinstellingen | 10.791 | 17.415 |
| Kortlopende leasingschulden | 7.175 | 6.108 |
| Kortlopende rentedragende schulden | 17.966 | 23.523 |
| RENTEDRAGENDE SCHULDEN (IN € DUIZEND) | Gekapitaliseerde leases / gebruikstellingen | IFRS 16 nieuwe leases | Niet-cash wijzigingen Wisselkoersverschillen | Om-rekeningsverschillen en interestkosten | Kasstroom | 2023 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Leningen bij kredietinstellingen | 94.450 | (335) | 192 | 113 | - | (940) |
| Leasing | 22.660 | (8.138) | - | 276 | 10.801 | 199 |
| Rentedragende schulden | 117.110 | (8.472) | 192 | 389 | 10.801 | (741) |
| RENTEDRAGENDE SCHULDEN (IN € DUIZEND) | Gekapitaliseerde leases / gebruikstellingen | IFRS 16 nieuwe leases | Niet-cash wijzigingen Wisselkoersverschillen | Bedrijfs-combinaties | Om-rekeningsverschillen en interestopbrengsten | Kasstroom | 2024 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Leningen bij kredietinstellingen | 93.482 | 14.945 | 170 | (653) | - | 500 | (3.416) |
| Leasing | 25.798 | (7.413) | - | 311 | 1.508 | 471 | (2.007) |
| Rentedragende schulden | 119.280 | 7.532 | 170 | (342) | 1.508 | 971 | (5.422) |
TERMIJNEN EN TERUGBETALINGSSCHEMA
| Interest % | Totaal | Binnen 1 jaar | Tussen 1 en 5 jaar | Na 5 jaar |
|---|---|---|---|---|
| 2024 | ||||
| Financiële schulden (excl leasingschulden) | 93.482 | 10.791 | 82.053 | 637 |
| Leasingschulden | 31.013 | 7.406 | 16.575 | 7.032 |
| 124.495 | 18.197 | 98.629 | 7.668 | |
| 2025 | ||||
| Financiële schulden (excl leasingschulden) | 105.029 | 17.415 | 87.151 | 464 |
| Leasingschulden | 22.518 | 6.372 | 11.239 | 4.908 |
| 127.548 | 23.787 | 98.390 | 5.372 |
| Waarvan | ||||
|---|---|---|---|---|
| EUR 3,09% | 106.096 | 15.436 | 90.196 | 464 |
| TRY 26,65% | 7.547 | 5.623 | 1.924 | - |
| USD 7,85% | 11.687 | 1.612 | 5.167 | 4.908 |
| Andere vreemde valuta 10,13% | 2.218 | 1.115 | 1.103 | - |
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025
281
280 Financiële verslaggeving
19. Handelsschulden en overige schulden
| (IN € DUIZEND) | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Handelsschulden | 123.480 | 110.972 |
| Afgeleide financiële instrumenten | 1.132 | 908 |
| Garanties van klanten | 729 | 807 |
| Toe te rekenen interesten | 512 | 36 |
| Toe te rekenen kosten | 307 | 1.815 |
| Over te dragen opbrengsten | 661 | 2.419 |
| Niet-geïnde cheques | 48.060 | 38.132 |
| Overige | 2.264 | 2.565 |
| Overige schulden | 53.666 | 46.682 |
De voorwaarden voor deze handelsschulden en overige schulden zijn als volgt:
* Handelsschulden zijn niet-rentedragend en worden normaal betaald op basis van een betalingstermijn die varieert van markt tot markt. Gemiddeld schommelt deze termijn tussen 45 en 65 dagen einde maand. In Turkije kan dit oplopen tot 1 jaar na factuurdatum.
* Voor de voorwaarden met betrekking tot de financiële instrumenten verwijzen we naar Toelichting 25.
* De garanties van klanten zijn niet-rentedragend en zijn onmiddellijk opeisbaar zodra de contractuele verplichtingen van de klant worden voldaan.
De handelsschulden omvatten naast de gefactureerde aankopen tevens een provisie voor te ontvangen facturen, een provisie voor op te maken kredietnota’s, omrekeningsverschillen en ontvangen voorafbetalingen. De overige schulden omvatten voornamelijk de niet-geïnde cheques zoals vermeld in toelichting 12.
20. Leasing
(IN € DUIZEND)
Omrekeningsverschillen bevatten ook de hyperinflatie-effecten van IAS29 om de leasinggebruiksrechten naar de koopkracht van 31 december 2025 te brengen.In de tabel hieronder worden de erkende leasingschulden (zoals opgenomen onder rentedragende schulden) en de bewegingen gedurende het jaar opgenomen: De maturiteitsanalyse van de leasingschulden wordt in Toelichting 18 opgenomen. De volgende bedragen werden in de geconsolideerde resultatenrekening erkend:
Hieronder worden de bedragen voor de erkende leasinggebruiksrechten en bewegingen gedurende het jaar opgenomen:
| Machines & Uitrusting (IN € DUIZEND) | Gebouwen | Voertuigen | Totaal |
|---|---|---|---|
| Per 31 december 2023 | 11.188 | 6.203 | 5.003 |
| Aanschaffingen | 8.240 | 2.492 | 966 |
| Buitengebruikstellingen | (544) | (227) | (28) |
| Afschrijvingen | (4.048) | (2.761) | (1.446) |
| Bijzondere waardeverminderingen | - | (94) | - |
| Overige overdrachten | (38) | 1 | 11 |
| Omrekeningsverschillen | 332 | (24) | (137) |
| Per 31 december 2024 | 15.130 | 5.589 | 4.370 |
| Machines & Uitrusting (IN € DUIZEND) | Gebouwen | Voertuigen | Totaal |
|---|---|---|---|
| Per 31 december 2024 | 15.130 | 5.589 | 4.359 |
| Bedrijfscombinaties | - | - | 438 |
| Aanschaffingen | 1.411 | 2.757 | 213 |
| Buitengebruikstellingen | (2.472) | (180) | (97) |
| Afschrijvingen | (3.513) | (2.762) | (2.360) |
| Bijzondere waardeverminderingen | - | (35) | (45) |
| Omrekeningsverschillen | (1.121) | (255) | 370 |
| Per 31 december 2025 | 9.436 | 5.115 | 2.879 |
| LEASINGSCHULD (IN € DUIZEND) | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Aan het begin van de periode | 22.660 | 25.798 |
| Bedrijfscombinaties | - | 471 |
| Aanschaffingen | 11.698 | 4.382 |
| Buitengebruikstellingen | (897) | (2.874) |
| Interestkosten | 2.029 | 1.847 |
| Betalingen | (10.167) | (9.260) |
| Omrekeningsverschillen | 475 | (1.695) |
| Aan het eind van de periode | 25.798 | 18.669 |
| Kortlopend | 7.175 | 6.108 |
| Langlopend | 18.624 | 12.560 |
| (IN € DUIZEND) | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Afschrijvingen van gebruiksrechten leasing | (8.256) | (8.634) |
| Interestkost op leasingschulden | (2.029) | (1.847) |
| Kosten gerelateerd aan kortlopende leaseovereenkomsten en leaseovereenkomsten voor activa van lage waarde | (1.889) | (2.422) |
| Totaal bedrag erkend in de resultatenrekening | (12.173) | (12.903) |
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 283
282 Financiële verslaggeving
21. Share-based payments
De Groep biedt aan bepaalde personeelsleden, kaderleden en leden van het directiecomité de gelegenheid om in te tekenen op aandelenoptie- of warrantplannen. De verantwoording voor dergelijke beslissing bestaat in de motivatie van die personeelsleden, kaderleden en leden van het directiecomité die op deze manier aandelen in de Groep kunnen verwerven aan relatief gunstige voorwaarden, wat hun betrokkenheid bij de Groep zal vergroten en verbeteren.
IFRS 2 heeft een totale negatieve impact van € 1,0 miljoen op de resultaten van 2025 (2024: € 1,1 miljoen) zoals erkend in ‘Overige personeelskosten’ in toelichting 3. Opbrengsten en kosten en wordt als volgt uitgesplitst:
* Warrantplannen: € 0,8 miljoen in 2025 (€ 0,9 miljoen in 2024)
* ‘Performance Share’ plannen: € 0,2 miljoen in 2025 (€ 0,2 miljoen in 2024)
De warrantplannen en ‘Performance Share’ plannen worden verwerkt als eigen-vermogensinstrumenten. Deze plannen worden gewaardeerd op basis van de binomiale boomstructuur. De volatiliteit werd bepaald op basis van historische gegevens.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 285
284 Financiële verslaggeving
WARRANTPLANNEN
| Plan 2015 | Plan 2015 | Plan 2015 | Plan 2017 | Plan 2018 | Plan 2018 | Plan 2018 | Plan 2018 | Plan 2020 | Plan 2021 | Plan 2022 | Plan 2022 | Plan 2023 | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Datum van toekenning | 16/12/2015 | 21/12/2016 | 21/12/2016 | 21/12/2017 | 21/12/2018 | 21/12/2018 | 13/12/2019 | 21/12/2019 | 17/12/2020 | 16/12/2021 | 23/12/2022 | 2/03/2023 | 15/12/2023 | |
| Datum van aanvaarding | 15/02/2016 | 21/02/2017 | 21/02/2017 | 19/02/2018 | 19/02/2019 | 19/02/2019 | 1/02/2020 | 1/02/2020 | 16/02/2021 | 14/02/2022 | 20/02/2023 | 30/04/2023 | 18/02/2024 | |
| Aantal begunstigden op datum van toekenning | 73 | 8 | 66 | 54 | 45 | 12 | 43 | 14 | 54 | 56 | 87 | 1 | 69 | |
| Uitoefenprijs (in €) | 2,40 | 2,40 | 2,27 | 3,06 | 1,82 | 1,97 | 1,82 | 1,97 | 1,78 | 3,07 | 2,38 | 2,53 | 2,29 | |
| Aandeelprijs op datum van aanvaarding (in €) | 2,08 | 2,22 | 2,22 | 2,88 | 2,19 | 2,19 | 1,98 | 1,98 | 2,44 | 2,85 | 2,56 | 2,35 | 2,24 | |
| Toegekend | 630.000 | 710.000 | 524.000 | 1.334.000 | 700.000 | 755.000 | 546.500 | 828.500 | 1.183.000 | 1.302.000 | 1.190.500 | 25.000 | 1.189.500 | 10.918.000 |
| Aanvaard | 607.500 | 710.000 | 524.000 | 1.233.500 | 577.000 | 755.000 | 546.500 | 798.500 | 1.145.000 | 1.224.250 | 1.120.540 | 25.000 | 1.107.000 | 10.373.790 |
| Uitgeoefend | 178.330 | 580.000 | 221.333 | 20.000 | 391.999 | 115.000 | 287.386 | 157.000 | 235.663 | - | - | - | - | 2.186.711 |
| Verbeurd verklaard | 265.000 | 60.000 | 209.000 | 295.000 | 89.001 | 60.000 | 99.335 | 73.500 | 90.167 | 94.900 | 30.900 | - | 10.000 | 1.376.803 |
| Vervallen | 164.170 | 70.000 | 93.667 | 25.500 | 11.000 | - | 14.666 | - | 8.333 | 3.000 | - | - | - | 390.336 |
| Saldo 31/12/2025 | - | - | - | 893.000 | 85.000 | 580.000 | 145.113 | 568.000 | 810.837 | 1.126.350 | 1.089.640 | 25.000 | 1.097.000 | 6.419.940 |
| Uitoefenbaar 31/12/2025 | - | - | - | 893.000 | 85.000 | 580.000 | 145.113 | 568.000 | 461.998 | 373.451 | - | - | - | 3.106.562 |
| Uitoefenperiode | 2019-2025 | 2020-2024 | 2020-2024 | 2021-2027 | 2022-2028 | 2022-2028 | 2023-2028 | 2023-2028 | 2024-2030 | 2025-2031 | 2026-2032 | 2026-2032 | 2027-2032 | |
| Assumpties | ||||||||||||||
| Volatiliteit | 45,00% | 40,00% | 40,00% | 30,00% | 30,00% | 30,00% | 24,80% | 24,80% | 27,70% | 34,74% | 36,77% | 36,78% | 31,53% | |
| Risicovrije interest | -0,28% | -0,32% | -0,32% | 0,13% | -0,12% | -0,12% | 0,02% | 0,02% | -0,24% | 0,12% | 3,00% | 3,30% | 2,45% | |
| Dividend (in €) | 0,03 | 0,03 | 0,03 | 0,03 | 0,03 | 0,03 | 0,03 | 0,03 | 0,03 | 0,05 | 0,06 | 0,06 | 0,07 | |
| Minimum vereiste winst voor vervroegde uitoefening | 25% | 25% | 25% | 25% | 25% | 25% | 25% | 25% | 25% | 25% | 25% | 25% | 25% | |
| Bijkomende kans op vervroegde uitoefening | 50% | 50% | 50% | 50% | 50% | 50% | 50% | 50% | 50% | 50% | 50% | 50% | 50% |
Warrantplannen
Per eind december 2025 bedraagt het saldo van het aantal nog uitoefenbare warranten 6.419.940 (2024: 6.966.167). Een warrant geeft de houder het recht op een Deceuninck NV aandeel tegen een vaste uitoefenprijs die overeenstemt met de marktprijs op het ogenblik dat de warrant werd toegewezen. In het kader van de warrantplannen, werden er in de loop van 2025 231.390 warranten uitgeoefend. De warranten vervallen indien ze niet zijn uitgeoefend op de laatste dag van de laatste uitoefenperiode. De warranten kunnen voor het eerst worden uitgeoefend na het einde van het derde kalenderjaar na dat waarin het aanbod heeft plaatsgevonden. De uitoefenprijs van een warrant wordt vastgelegd door het Remuneratiecomité op datum van aanbod en is gelijk aan het laagste van a) de gemiddelde koers van het aandeel op de beurs gedurende dertig dagen die het aanbod voorafgaan, of (ii) de laatste slotkoers die voorafgaat aan de dag van het aanbod.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 287
286 Financiële verslaggeving
WARRANTS MOVEMENTS IN 2025
| Gewogen gemiddelde uitoefenprijs (in €) | Plan 2015 | Plan 2015 | Plan 2015 | Plan 2017 | Plan 2018 | Plan 2018 | Plan 2018 | Plan 2018 | Plan 2020 | Plan 2021 | Plan 2022 | Plan 2023 | Plan 2023 | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Saldo 2024 | 154.170 | 70.000 | 85.667 | 898.000 | 105.000 | 580.000 | 205.837 | 598.000 | 931.503 | 1.126.350 | 1.089.640 | 25.000 | 1.097.000 | 6.966.167 |
| Uitgeoefend | - | - | - | - | 20.000 | - | 60.724 | 30.000 | 120.666 | - | - | - | - | 231.390 |
| Vervallen | 154.170 | 70.000 | 85.667 | 5.000 | - | - | - | - | - | - | - | - | - | 314.837 |
| Saldo 2025 | - | - | - | 893.000 | 85.000 | 580.000 | 145.113 | 568.000 | 810.837 | 1.126.350 | 1.089.640 | 25.000 | 1.097.000 | 6.419.940 |
| Gewogen gemiddelde uitoefenprijs (in €) | 2,39 | 2,41 |
MUTATIES 2024
| Gewogen gemiddelde uitoefenprijs (in €) | Plan 2015 | Plan 2015 | Plan 2015 | Plan 2017 | Plan 2018 | Plan 2018 | Plan 2018 | Plan 2018 | Plan 2020 | Plan 2021 | Plan 2022 | Plan 2023 | Plan 2023 | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Saldo 2023 | 166.670 | 580.000 | 128.001 | 938.500 | 314.337 | 610.000 | 398.336 | 685.000 | 1.091.500 | 1.187.250 | 1.117.040 | 25.000 | 611.500 | 7.853.134 |
| Aanvaard | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | 495.500 | 495.500 |
| Uitgeoefend | 7.500 | 510.000 | 42.334 | - | 194.336 | 30.000 | 155.498 | 87.000 | 114.997 | - | - | - | - | 1.141.665 |
| Verbeurd verklaard | 5.000 | - | - | 30.000 | 15.001 | - | 27.335 | - | 36.667 | 57.900 | 27.400 | - | 10.000 | 209.303 |
| Vervallen | - | - | - | 10.500 | - | - | 9.666 | - | 8.333 | 3.000 | - | - | - | 31.499 |
| Saldo 2024 | 154.170 | 70.000 | 85.667 | 898.000 | 105.000 | 580.000 | 205.837 | 598.000 | 931.503 | 1.126.350 | 1.089.640 | 25.000 | 1.097.000 | 6.966.167 |
| Gewogen gemiddelde uitoefenprijs (in €) | 2,36 | 2,39 |
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 289
288 Financiële verslaggeving
PERFORMANCE SHARE PLAN
PLAN 2022
| Datum van toekenning | 1/01/23 |
| Datum van aanvaarding | 31/12/22 |
| Aantal begunstigden op datum van toekenning | 10 |
| Aandelenkoers op datum van toekenning (in €) | 2,71 |
| Toegekend | 627.816 |
| Aanvaard | 627.816 |
| Uitgeoefend | - |
| Verbeurd verklaard | 627.816 |
| Vervallen | - |
| Saldo 31/12/2025 | - |
| Uitoefenbaar 31/12/2025 | - |
| Uitoefenperiode | 2025 |
| Assumpties | |
| Volatiliteit | 37,56% |
| Risicovrije interest | 3,33% |
Performance share plan
De prestatieperiode van het performance share plan is afgelopen. Na beoordeling van de relevante prestatievoorwaarden werd vastgesteld dat niet aan de vereiste prestatievoorwaarden werd voldaan. De aandelen zijn niet langer onderworpen aan overdrachtsbeperkingen en zijn nu vrij overdraagbaar. Het uitstaande saldo van de Performance Share Rights toegekend in het plan van 2022 aan de leden van het Executive Management (‘Begunstigden’) bedraagt 0 per 31 december 2025.
22. Verbonden partijen
In 2025 deed de Groep aankopen ter waarde van € 53 duizend (2024: € 1,3 miljoen) en geen verkopen (geen verkopen in 2024) gerealiseerd tegen marktconforme prijzen, van of naar bedrijven waartoe Bestuurders van de Groep, tevens aandeelhouders van de Groep, gerelateerd zijn. De aankopen in 2024 hebben betrekking op het terugkoopprogramma eigen aandelen. Verder deed de Groep in 2025 geen aankopen (geen aankopen in 2024) en voor € 0,3 miljoen verkopen (€ 2,0 miljoen in 2024), gerealiseerd tegen marktconforme prijzen, van of naar So Easy Belgium BV of daaraan verbonden ondernemingen. Zowel de aankopen als de verkopen waren voornamelijk gerelateerd aan het doorrekenen van gemaakte kosten en geleverde diensten.
De totale remuneratie betaald aan de leden van de Raad van Bestuur in het boekjaar 2025 bedroeg € 535 duizend (€ 393 duizend in 2024). Dit bedrag omvat een additionele vergoeding voor de Bestuurders voor hun aanwezigheid in de comités waarvan ze lid zijn. Deze remuneratie wordt toegekend door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders en wordt geboekt als algemene kosten. Indien Bestuurders belast worden met bijzondere taken en projecten kunnen ze hiervoor een gepaste remuneratie ontvangen. De Raad heeft een taskforce opgericht om de zoektocht naar een nieuwe CEO te initiëren, te faciliteren en te superviseren.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 291
290 Financiële verslaggevingDe totale vergoeding voor dit specifiek project bedroeg € 140 duizend. Deze bedragen zijn opgenomen in de totale niet- uitvoerende vergoeding van de Raad van Bestuur zoals hierboven vermeld. In 2025 ontvingen de voormalige CEO en de CEO ad interim samen een totale vergoeding (vast en variabel) van € 1.006 duizend (in 2024 was dit € 899 duizend). De overige leden van het Uitvoerend Management die ook dagelijks bestuurders waren in 2025 ontvingen totale vergoedingen (vast + variabel) van € 1.150 duizend (in 2024 was dit € 835 duizend, inclusief de vergoeding van de Managing Director Europe die tot die tijd nog dagelijks bestuurder was). De andere leden van het Uitvoerend Management, inclusief de leden van het Executive Team Extended en de voormalige leden van het Uitvoerend Management, ontvingen totale vergoedingen (vast + variabel) van € 2.980 duizend (in 2024 totale vergoedingen van € 2.392 duizend). De opsplitsing van de remuneratie wordt verder uiteengezet in het Remuneratieverslag in de sectie “Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur” van dit jaarverslag.
PERFORMANCE SHARE PLAN MUTATIES
2024
| Saldo 2023 | 598.466 |
|---|---|
| Aanvaard | - |
| Uitgeoefend | - |
| Verbeurd verklaard | 130.156 |
| Vervallen | - |
| Saldo 2024 | 468.310 |
2025
| Saldo 2024 | 468.310 |
|---|---|
| Aanvaard | - |
| Uitgeoefend | - |
| Verbeurd verklaard | 468.310 |
| Vervallen | - |
| Saldo 2025 | - |
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 291
290 Financiële verslaggeving
23. Prestaties van de commissaris
| Auditdiensten | € 657.600 |
|---|---|
| Andere opdrachten | € 50.800 |
24. Continuïteit
Er zijn geen aanwijzingen van factoren die de continuïteit van de activiteiten in het gedrang kunnen brengen. In sectie 25 Risico’s en onzekerheden – Kredietrisico en liquiditeitsrisico’s werden hiervoor bijkomende toelichtingen opgenomen.
25. Risico’s en onzekerheden
De belangrijkste financiële risico’s waarmee de Groep geconfronteerd wordt zijn wisselkoersrisico, interestrisico, kredietrisico en liquiditeitsrisico.
Wisselkoersrisico
Het wisselkoersrisico binnen de Groep kan opgesplitst worden in twee categorieën: translatierisico en transactierisico.
TRANSLATIERISICO
Translatierisico ontstaat wanneer de resultaten en balansposten van entiteiten buiten de eurozone omgerekend worden naar de rapporteringsmunt van de Groep, namelijk de euro. De munten die de belangrijkste translatierisico’s inhouden zijn de US dollar en de Turkse lira. Dit soort wisselkoersrisico wordt niet ingedekt.
TRANSACTIERISICO
Transactierisico ontstaat wanneer een entiteit van de Groep transacties afsluit die afgerekend zullen worden in een munt die niet de functionele munt is van die entiteit. Transactierisico kan bij de Groep zowel van operationele als van financiële aard zijn. Wanneer het transactierisico veroorzaakt wordt door aan- en verkopen in vreemde munt als gevolg van de commerciële activiteiten van de Groep buiten de eurozone wordt het beschouwd als operationeel. De belangrijkste operationele transactierisico’s vinden hun oorsprong in aankopen van grondstoffen in euro of in US dollar door de Turkse dochtervennootschap Ege Profil. Verkopen in euro door deze Turkse dochtervennootschap beperken dit risico wat. Wanneer het transactierisico gerelateerd is aan leningen in vreemde munt wordt het beschouwd als financieel. De belangrijkste transactierisico’s van financiële aard komen voort uit leningen in euro en in US dollar bij de Turkse dochtervennootschap Ege Profil. Het is belangrijk in acht te nemen dat leningen in euro en US dollar op de balans van Ege Profil in zekere mate op natuurlijke wijze ingedekt zijn door de netto positie aan handelsvorderingen en -schulden in euro en US dollar op hun lokale balans. De resterende blootstelling wordt continu geëvalueerd, en beslissingen over bijkomende hedging worden genomen in lijn met de meest recente marktontwikkelingen. Bepaalde intra-groepsleningen waarvoor een terugbetaling niet gepland is in de nabije toekomst worden beschouwd als ‘Net Investment in Foreign Operations’. Als zodanig worden de wisselkoersresultaten op deze intra-groepsleningen direct verwerkt in de gerealiseerde en niet gerealiseerde resultaten en maken een afzonderlijke component uit van het eigen vermogen tot op datum van de verkoop of liquidatie van de buitenlandse activiteit.
TOEKOMSTIGE TRANSACTIES
Met toekomstige transacties worden toekomstige aan- en verkopen in vreemde munt bedoeld die nog niet als monetair actief of passief erkend zijn op de balans. Deze transacties worden niet ingedekt.
GESCHATTE GEVOELIGHEID VOOR WISSELKOERSSCHOMMELINGEN
Zoals vereist onder IFRS 7, Financiële instrumenten: Informatieverschaffing, werd een sensitiviteitsanalyse uitgevoerd op de evolutie van de wisselkoersen. Aan de hand van de volatiliteit van de relevante munten, hebben we de impact van mogelijke wijzigingen van de wisselkoersen voor deze munten t.o.v. de euro als volgt geraamd:
| Marktwaardering | AAN- OF VERKOOP | Munt | Bedrag | Vervaldatum 2025 | Effect op herwaardering (in € duizend) |
|---|---|---|---|---|---|
| Toekomstige verkopen | BRL | 18.073.341 | Q1 2026 | (45.266) | |
| CLP | 287.107.864 | Q1 2026 | (2.575) | ||
| GBP | 2.000.000 | Q1 2026 | (3.635) | ||
| INR | 684.665.600 | Q1 2026 | (25.301) | ||
| PLN | 36.500.000 | Q1 2026 | 6.073 | ||
| MXN | 7.255.600 | Q1 2026 | (1.140) | ||
| TRY | 490.009.000 | Q1 2026 | (171.646) | ||
| Toekomstige aankopen | CZK | 96.500.000 | Q1 2026 | 25.144 | |
| GBP | 6.000.000 | Q1 2026 | 27.233 | ||
| RON | 27.000.000 | Q1 2026 | 4.305 | ||
| PLN | 13.500.000 | Q1 2026 | (1.825) | ||
| USD | 34.100.000 | Q1 2026 | (39.156) |
ERKENDE ACTIVA EN PASSIVA
De Groep streeft ernaar de impact op de resultatenrekening van wisselkoersschommelingen op monetaire activa en passiva op de balans tot een minimum te beperken. Deze wisselkoersrisico’s worden zo veel mogelijk op natuurlijke wijze ingedekt (‘natural hedging’) door monetaire activa in een bepaalde munt (bijvoorbeeld handelsvorderingen) af te zetten tegenover monetaire passiva (bijvoorbeeld handelsschulden) in diezelfde munt. Het wisselkoersrisico dat overblijft na maximalisatie van deze natuurlijke indekking wordt ingedekt met financiële instrumenten (‘financial hedging’) indien de kost hiervoor als redelijk wordt beschouwd. De belangrijkste financiële instrumenten die de Groep gebruikt ter indekking van wisselkoersrisico’s zijn termijncontracten. Daarnaast heeft de Groep als politiek haar dochterondernemingen zo veel mogelijk te vrijwaren van wisselkoersrisico’s. Dit houdt in dat dergelijke risico’s hoofdzakelijk op niveau van de moedermaatschappij Deceuninck NV worden gecentraliseerd en beheerd. Wisselkoersrisico’s bij de Turkse dochteronderneming Ege Profil worden van nabij opgevolgd vanuit Corporate Treasury, maar worden door de Turkse dochtermaatschappij ingedekt bij lokale banken. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de bestaande valutatermijncontracten, gegroepeerd per munt, per eind december 2025:
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 293
292 Financiële verslaggeving
SENSITIVITEITSANALYSE OP BALANSPOSITIES IN VREEMDE VALUTA OP 31 DECEMBER 2025*
| Muntpaar | Bedrag (in vreemde munt) | Slotkoers 31/12/2025 | Mogelijke volatiliteit** | Koers gebruikt voor de sensitiviteitsanalyse | Effect op herwaardering (in € duizend) |
|---|---|---|---|---|---|
| AUD/TRY | (25.915) | 28,60 | 5,6% | 30,21 | 27,08 |
| EUR/BRL | (174) | 6,44 | 6,6% | 6,86 | 6,04 |
| EUR/CLP | (98.506) | 1.070,72 | 5,6% | 1.130,68 | 1.013,94 |
| EUR/CZK | (86) | 24,24 | 1,4% | 24,59 | 23,89 |
| EUR/GBP | (41) | 0,87 | 2,5% | 0,89 | 0,85 |
| EUR/INR | 9.609 | 105,60 | 4,0% | 109,83 | 101,52 |
| EUR/PLN | 6 | 4,22 | 2,3% | 4,32 | 4,13 |
| EUR/RUB | 631.809 | 92,09 | 9,1% | 100,48 | 84,41 |
| EUR/TRY | 97.143 | 50,29 | 4,7% | 52,63 | 48,05 |
| EUR/USD | 5 | 1,18 | 4,0% | 1,22 | 1,13 |
| USD/COP | 59.551.604 | 3.757,08 | 6,3% | 3.992,62 | 3.535,44 |
| USD/CLP | (53.288) | 911,25 | 5,5% | 961,76 | 863,39 |
| USD/MXN | (453) | 17,97 | 4,7% | 18,82 | 17,16 |
| USD/RUB | (158) | 78,38 | 9,0% | 85,41 | 71,93 |
| USD/TRY | (447.969) | 42,80 | 2,6% | 43,90 | 41,72 |
| Totaal | (1.223) |
* Balansposities na financiële afdekking (netto blootstelling) / ** 3 maand volatilitieit
Indien de wisselkoers tijdens 2025 zou verzwakt/ versterkt zijn a rato van de bovenstaande mogelijke koersen, dan zou de winst van het boekjaar ongeveer € 1,2 miljoen lager/ € 1,3 miljoen hoger geweest zijn. De relatief hoge impact van de sensitiviteit is vooral te wijten aan de blootstelling van de Groep aan de Colombiaanse peso en Russische roebel waarvoor er geen indekkingsmogelijkheden met een redelijke kost beschikbaar zijn.
Interestrisico
€ 98,8 miljoen van de € 105 miljoen openstaande financiële schulden van de Groep zijn aangegaan met een variabele rentevoet. Om het risico van stijgende rentevoeten te beperken, heeft Deceuninck Interest Rate Swaps afgesloten met een looptijd van vijf jaar voor een totaal nominaal bedrag van € 100 miljoen. Hierop zal de Groep een vaste rentevoet betalen en een variabele rente ontvangen (EURIBOR 1 maand). In het algemeen streeft de Groep naar een afdekkingsratio van dit specifieke renterisico van ongeveer 80-120%. Eind 2025 was dit 101%, wat ruim binnen het doelbereik ligt. Op 31 december 2025 heeft de Groep € 99,3 miljoen openstaande financiering (inclusief factoring) met een variabele rentevoet, waarvan € 100 miljoen is afgedekt door Interest Rate Swaps. Een stijging of daling van de rentevoeten met 1,00 % zou bijgevolg alleen een effect hebben op het niet-afgedekte deel. Aangezien dit nihil is, zou dit niet leiden tot een stijging of daling van de financiële resultaten.
Kredietrisico
De producten van Deceuninck worden praktisch uitsluitend gebruikt binnen de bouwsector. Vandaar dat het kredietrisico ook sterk afhankelijk is van de bouwconjunctuur en de algemene economische toestand. Teneinde het kredietrisico minimaal te houden, wordt het betalingsgedrag van de iedere klant nauwlettend opgevolgd. Deceuninck werkt met kredietverzekering teneinde het kredietrisico op klanten te beperken. De kredietverzekeringspolissen zijn afgesloten bij verschillende verzekeringsmaatschappijen. Commerciële kredietlimieten, gebaseerd op financiële en zakelijke informatie, kunnen afwijken van de verzekerde limieten.In gevallen waarin de verzekerde limiet niet toereikend is, hebben wij getracht extra garanties van onze klanten te verkrijgen (bv. bankgaranties, orderbriefjes, kredietbrieven, verpanding van de activa van de klant (machines, gebouwen, terreinen etc.)). Het betalingsgedrag van onze klanten wordt van nabij opgevolgd en onbetaalde facturen hebben geleid tot een onmiddellijke blokkering van alle openstaande orders.
Liquiditeitsrisico en risico's verbonden aan de schuldenlast
De Groep Deceuninck beschikt over voldoende liquide middelen en door de banken toegezegde kredietlijnen voor de financiering van haar bedrijfsactiviteiten en er zijn geen indicatoren die twijfels bij de assumptie van continuïteit veroorzaken. Liquiditeitsproblemen zouden eventueel op het niveau van de 'Restricted Group' kunnen voorkomen indien zich een “event of default” zou voordoen onder een van de kredietfaciliteitovereenkomsten als die niet binnen de vooropgestelde termijn geremedieerd wordt. In dat geval worden de bedragen onder beide kredietfaciliteitovereenkomsten onmiddellijk opeisbaar, wat mogelijk de liquiditeitspositie van de ‘Restricted Group’ zou aantasten. Bij de Turkse dochtermaatschappij zouden zich liquiditeitsproblemen kunnen voordoen indien kredieten die op vervaldag komen, niet geherfinancierd zouden kunnen worden via lokale Turkse banken. Hoewel de Turkse regering de kredietgroei probeert te beteugelen in een poging om de inflatie te temperen, is Ege Profil er tot nu toe altijd in geslaagd om financiering te krijgen dankzij haar uitstekende reputatie en solide financiële cijfers. In het onwaarschijnlijke geval dat Turkse banken niet in staat zouden zijn verdere leningen aan Ege Profil te verstrekken, kan een intra-groepslening van Deceuninck NV de nodige financiering aan Ege Profil verschaffen.
De Groep maakt middellange termijnplannen op waarbij de impact van deze middellange termijnprogones op de convenanten getest wordt. Deze simulaties worden gemaakt om potentiële defaults ten gevolge van het niet naleven van de convenanten tijdig op te sporen en indien nodig corrigerende maatregelen te nemen. Naast het hierboven vermelde risico op niet-naleving van de financiële convenanten is het liquiditeitsrisico ook gekoppeld aan de evolutie van het werkkapitaal van de Groep, dat sterk onderhevig is aan seizoenschommelingen en aan het investeringsniveau van de Groep, dat hiertoe van nabij opgevolgd wordt.
Hiërarchische classificatie van de reële waarde
De afdekkingsreserves van de Groep hebben betrekking op de volgende afdekkingsinstrumenten: Er hebben gedurende de periode geen herclassificaties plaats gevonden van de kasstroomafdekkingsreverve naar winst of verlies met betrekking tot de Interest Rate Swaps.
KASSTROOMAFDEKKINGSRESERVE (IN € DUIZEND)
| Interest rate swap | Totale | |
|---|---|---|
| Per 31 December 2023 | (35) | (35) |
| Mutatie van de reële waarde van indekkingsinstrumenten erkend in Overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | (777) | (777) |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 194 | 194 |
| Per 31 December 2024 | (618) | (618) |
| Mutatie van de reële waarde van indekkingsinstrumenten erkend in Overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | 200 | 200 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | (50) | (50) |
| Per 31 December 2025 | (467) | (467) |
Hieronder wordt een vergelijking gemaakt tussen de netto-boekwaarde en de reële waarde van de financiële instrumenten opgenomen in de jaarrekening. De reële waarde van de leningen werd berekend door het bepalen van de verwachte toekomstige kasstromen en door deze te verdisconteren op basis van de gangbare rentevoeten.
De Groep gebruikt de onderstaande hiërarchische classificatie voor het bepalen en toelichten van de reële waarde van financiële instrumenten door middel van een waarderingstechniek:
* Niveau 1: genoteerde (niet-aangepaste) prijzen op liquide markten voor identieke activa of passiva.
* Niveau 2: andere technieken waarvoor alle input met een significante weerslag op de opgenomen reële waarde hetzij direct, hetzij indirect kan waar- genomen worden.
* Niveau 3: technieken die gebruik maken van input met een significante impact op de opgenomen reële waarde die niet gebaseerd is op waarneem- bare marktgegevens.
Voor de periode eindigend op 31 december 2025, waren er geen transfers tussen de waardering van reële waarde van Niveau 1 en Niveau 2, en geen transfers naar en uit de waardering van de reële waarde van Niveau 3. De reële waardes zoals bepaald onder Niveau 2 zijn gebaseerd op de marktwaarderingen (MTM/‘mark- to-market’) berekeningen van de financiële instellingen die de financiële instrumenten aanleveren.
Op 31 december 2024 hield de Groep de volgende financiële instrumenten:
AFGELEIDE FINANCIËLE INSTRUMENTEN - 2024 HIËRARCHISCHE CLASSIFICATIE VAN DE REËLE WAARDE (IN € DUIZEND)
| Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | |
|---|---|---|---|
| 31 DEC | |||
| Interest rate swap | - | - | - |
| Wisseltermijncontracten | 296 | - | 296 |
| Activa aan reële waarde | 296 | - | 296 |
| Interest rate swap | 823 | - | 823 |
| Wisseltermijncontracten | 308 | - | 308 |
| Passiva aan reële waarde | 1.132 | - | 1.132 |
Op 31 december 2025 hield de Groep de volgende financiële instrumenten:
AFGELEIDE FINANCIËLE INSTRUMENTEN - 2025 HIËRARCHISCHE CLASSIFICATIE VAN DE REËLE WAARDE (IN € DUIZEND)
| Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | |
|---|---|---|---|
| 31 DEC | |||
| Interest rate swap | - | - | - |
| Wisseltermijncontracten | 57 | - | 57 |
| Activa aan reële waarde | 57 | - | 57 |
| Interest rate swap | 623 | - | 623 |
| Wisseltermijncontracten | 285 | - | 285 |
| Passiva aan reële waarde | 908 | - | 908 |
Klimaatgerelateerde aangelegenheden
De activiteiten van de Groep worden niet beïnvloed door extreme weersomstandigheden zoals droogte of overstromingen.
Macro-economische omgeving
De aanhoudend onzekere geopolitieke situatie wereldwijd blijft de rentevoeten en inflatie in onze kernmarkten beïnvloeden. De Groep past zich actief aan deze omstandigheden aan en optimaliseert haar kostenstructuur voortdurend. Als gevolg van de onzekere geopolitieke situatie in Rusland sinds het conflict in Oekraïne, heeft de Groep de Russische eigendommen, fabriek en apparatuur volledig afgeschreven, aangezien het operationele langetermijnplan niet kan worden gegarandeerd vanwege deze onzekerheden. De Groep heeft geen activiteiten in Oekraïne en de omzet in het land was niet substantieel.
FINANCIËLE INSTRUMENTEN (IN € DUIZEND)
| Nettoboekwaarde | Reële waarde | |
|---|---|---|
| 2024 | 2025 | |
| Financiële activa | ||
| Liquide middelen | 34.133 | 26.074 |
| Handelsvorderingen | 111.217 | 109.493 |
| Financiële vaste activa | 8 | 8 |
| Afgeleide financiële instrumenten | 296 | 57 |
| Financiële passiva | ||
| Leningen met variabele rentevoet | 80.856 | 98.752 |
| Leningen met vaste rentevoet | 12.625 | 6.277 |
| Financiële leasing | 25.798 | 18.669 |
| Afgeleide financiële instrumenten | 1.132 | 908 |
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 297
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 296
26. Niet in de balans opgenomen verplichtingen
De Groep heeft volgende niet in de balans opgenomen verplichtingen per 31 december 2025:
* € 8,3 miljoen verbintenissen gerelateerd aan investeringsuitgaven;
* Geen verbintenissen gerelateerd aan de aankoop van grondstoffen;
* € 4,5 miljoen export verbintenissen;
* Verplichtingen aangaande valutatermijncontracten: zie gedetailleerde informatie zoals opgenomen in Toelichting 25 Risico’s en onzekerheden.
27. Gebeurtenissen na balansdatum
Alle financiële rapporteringsperiodes sluiten af per 31 december 2025, behalve Deceuninck Profiles India Private Limited, zoals vermeld in Toelichting 1. Er hebben zich geen belangrijke gebeurtenissen voorgedaan na balansdatum.
28. Lijst van dochtermaatschappijen
Overzicht van de volledig geconsolideerde dochtermaatschappijen:
| NAAM VAN DE VENNOOTSCHAP | MAATSCHAPPELIJKE ZETEL | Deelnemingspercentage 2024 | Deelnemingspercentage 2025 |
|---|---|---|---|
| AUSTRALIË | |||
| Deceuninck Pty. Ltd. | Level 1 60 Toorak Road VIC 3141 South Yarra | 100,00 | 100,00 |
| BELGIË | |||
| SolarDec CV | Bruggesteenweg 3608830 Hooglede-Gits | 14,43 | 14,43 |
| Plastics Deceuninck NV | Bruggesteenweg 3608830 Hooglede-Gits | 100,00 | 100,00 |
| Tunal NV | Bruggesteenweg 3608830 Hooglede-Gits | 100,00 | 100,00 |
| So Easy Belgium BV | Bruggesteenweg 3608830 Hooglede-Gits | 50,00 | 100,00 |
| BOSNIË EN HERZEGOVINA | |||
| Deceuninck d.o.o | Prvi mart bb 75270 Zivinice | 100,00 | 100,00 |
| BRAZILIË | |||
| Deceuninck do Brasil Comercio de PVC Ltda. | Estrada Boa Vista 575 Galpão 10 CEP 06701 475 Cotia – São Paulo | 100,00 | 100,00 |
| BULGARIJE | |||
| Deceuninck Bulgaria EOOD | 41 Sankt Peterburg Blvd 4000 Plovdiv | 100,00 | 100,00 |
| CHILI | |||
| Deceuninck Chile SpA | El Otoño 472 Lampa 9390306 Santiago | 99,99 | 99,99 |
| COLOMBIË | |||
| Deceuninck S.A.S. | Zona France Parque Central - Variante Turbaco CII 1 Cra 2-5 DUP 1 Bdg 15 Turbaco - Colombia | 100,00 | 100,00 |
| DUITSLAND | |||
| Deceuninck Germany GmbH* | Bayerwaldstrasse 18 94327 Bogen | 100,00 | 100,00 |
| Deceuninck Germany Produktions GmbH & Co KG* | Bayerwaldstrasse 18 94327 Bogen | 100,00 | 100,00 |
| Deceuninck Holding Germany GmbH* | Bayerwaldstrasse 18 94327 Bogen | 100,00 | 100,00 |
| FRANKRIJK | |||
| Deceuninck S.A.S. | Zone Industrielle – Impasse des Bleuets 80700 Roye | 100,00 | 100,00 |
| INDIA | |||
| Ege Profil Tic, ve San. A.S. (branch) | 9th Floor, Olympia Platina, Plot No.33-B, South Phase, Guindy Industrial Estate, Chennai – 600032 | 86,86 | 86,86 |
| Deceuninck Profiles India Private Limited | 9th Floor, Olympia Platina, Plot No.33-B, South Phase, Guindy Industrial Estate, Chennai – 600032 | 86,99 | 86,99 |
| ITALIË | |||
| Deceuninck Italia S.r.l. | Via Padre Eugenio Barsanti. 1 56025 Pontedera (PI) | 100,00 | 100,00 |
| KROATIË | |||
| Deceuninck d.o.o. | Gospodarska ulica 11 10298 Donja Bistra | 100,00 | 100,00 |
| Bistra Projekt d.o.o | Gospodarska ulica 11 10298 Donja Bistra | - | 100,00 |
| LITOUWEN | |||
| Deceuninck Baltic UAB (in liquidatie) | Saltoniskiu str. 29/3 08105 Vilnius | 100,00 | 100,00 |
| MEXICO | |||
| Deceuninck de Mexico SA de CV | Bulevar Cholula Huejotzingo No. 618 San Pedro Cholula, San Juan Tlautla 72750 Estado de Puebla | 100,00 | 100,00 |
| NEDERLAND | |||
| Deceuninck Kunststof BV | Zinkstraat 24, unit C8 725 4823AD Breda | 100,00 | 100,00 |
| POLEN | |||
| Deceuninck Poland Sp. z o.o. |
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 299
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 298
Financiële verslaggeving# Jasin. Ul Poznanska 34 100,00 100,0062-020 SwarzedzDeceuninck Aluminium Poland Sp. Z.o.o. ul. Dunska 450,00 100,0005-152 CzosnowDecalu Solutions Sp. Z.o.o. ul. Dunska 451,00 100,0005-152 CzosnowPORTUGALDeceuninck Portugal sociedada Rua do Indico, Edificio Altis, 3° R, - 100,00unipessoal LDACerro Alagoa8200 139 AlbufeiraROEMENIËDeceuninck Romania SRL Sos. De Centura nr. 13A 100,00 100,00Complex Key Logistics Center 077040 Chiajna town Jud.IlfovRUSLANDDeceuninck Rus OOO Butlerova str., 17, room 5106 100,00 100,00117342 MoscowSLOVAKIJEDeceuninck Slovakia s.r.o. Zámocká 30 100,00 100,00811 01 Bratislava – Staré mesto DeelnemingspercentageNAAM VAN DE VENNOOTSCHAP MAATSCHAPPELIJKE ZETEL 2024 2025SPANJEDeceuninck NV Sucursal en Espana Avda. De la Industria 1007100,00 100,00Pol. Ind. Antonio del Rincon45222 Borox – ToledoTHAILANDDeceuninck (Thailand) Co. Ltd 19/4 Moo 11, Phanason Garden Home 2, 74,00 74,00(in liquidatie)Soi Liap Wari 79, Liap Wari Rd, Khok Faet, Nong ChokBangkok 10530 Asia Profile Holding Co. Ltd. 19/4 Moo 11, Phanason Garden Home 2, 48,95 48,95(in liquidatie)Soi Liap Wari 79, Liap Wari Rd, Khok Faet, Nong ChokBangkok 10530 TSJECHISCHE REPUBLIEKDeceuninck Spol. s r.o Tuřanka 1519/115a 627 00 Brno-Slatina 100,00 100,00TURKIJEEge Profil Ticaret ve Sanayi A.Ş Atatürk Plastik OSB Mahallesi. Menemen Plastik 86,86 86,86İhtisas Organize Sanayi Bölgesi 5. Cadde No: 4 Menemen/İZMİR 35660 IZMIREge Pen A.Ş Atatürk Plastik OSB Mahallesi. Menemen Plastik 100,00 100,00İhtisas Organize Sanayi Bölgesi 5. Cadde No: 4 Menemen/İZMİR 35660 IZMIRVERENIGD KONINKRIJKDeceuninck Ltd. Unit 2. Stanier Road 100,00 100,00Porte Marsh Calne – Wiltshire SN11 9PXRange Valley Extrusions Ltd. Unit 2. Stanier Road 100,00 100,00Porte Marsh Calne – Wiltshire SN11 9PXDeceuninck Holdings (UK) Ltd. Unit 2. Stanier Road 100,00 100,00Porte Marsh Calne – Wiltshire SN11 9PXDeceuninck Aluminium UK Ltd. Unit 2. Stanier Road 50,00 100,00(in liquidatie)Porte Marsh Calne – Wiltshire SN11 9PXVERENIGDE STATENDeceuninck North America Inc. 351 North Garver Road 100,00 100,00Monroe. 45050 OhioDeceuninck North America. LLC 351 North Garver Road 100,00 100,00Monroe. 45050 Ohio * Dochteronderneming Deceuninck Germany GmbH maakt gebruik van de vrijstelling beschikbaar in §264 (3) HGB en dochteronderneming Deceuninck Germany Productions GmbH & Co. KG van 264 b HGB met betrekking tot de publicatie van jaarrekeningen en het opstellen van een managementverslag en toelichtingen bij de jaarrekening. De geconsolideerde jaarrekening van Deceuninck NV dient als vrijgestelde geconsolideerde jaarrekening voor deze ondernemingen. De Groep garandeert de schulden van deze ondernemingen per 31 december 2025 in het volgende boekjaar 2026.
Jaarverslag 2025 301
Financiële verslaggeving
Verslag van de Raad van Bestuur Deceuninck NV–Belgium
| Deelnemingspercentage | Australië | Roemenië | Portugal | België | Rusland | Slovakije | Polen | Verenigd Koninkrijk | Brazilië | Spanje | Bulgarije | Nederland | Chili | Colombia | Verenigd Koninkrijk | Verenigde Staten | Kroatië | Tsjechische Republiek | Verenigde Staten | Frankrijk | Duitsland | Italië | Litouwen | Mexico | Polen | Duitsland | Duitsland | Bosnië | Thailand | Turkije | Kroatië | Verenigd Koninkrijk | Verenigd Koninkrijk | India | |
| :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- |
| | Deceuninck PTY. Ltd. | Deceuninck Romania SRL | Deceuninck Portugal sociedade unipessoal Ida | Plastics Deceuninck NV | Deceuninck Rus OOO | Deceuninck Slovakia s.r.o | Deceuninck Aluminium Poland Sp. Z.o.o. | Deceuninck Aluminium UK Ltd. (in liquidatie) | Deceuninck do Brasil Comercio de PVC Ltda. | Deceuninck NV Succursal en España | Deceuninck Bulgaria EOOD | Deceuninck Kunststof BV | Deceuninck Chile SpA | Deceuninck S.A.S. | Range Valley Extrusions Ltd. | Deceuninck North America LLC | Deceuninck d.o.o. | Deceuninck Spol. s r. o. | Deceuninck North America Inc. | Deceuninck SAS | Deceuninck Holding Germany GmbH | Deceuninck Italia S.r.l. | Deceuninck Baltic UAB (in liquidatie) | Deceuninck de Mexico SA de CV | Deceuninck Poland Sp. Z.o.o. | Deceuninck Germany GmbH | Deceuninck Germany Productions GmbH & Co KG | Deceuninck d.o.o. | Asia Profile Holding Co. Ltd. (in liquidatie) | Ege Profil A.S. | Bistra Projekt d.o.o. | Deceuninck Holdings UK Ltd. | Deceuninck Ltd. | Deceuninck Profiles India Private Limited Branch | Ege Profil Tic, ve San. A.S. | |
| 2024 | 100% | 4,81% | 0,19% | 100% | 100% | 100% | 100% | 00% | 98% | 00% | 00% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 99,99% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 48,95% | 86,86% | 100% | 100% | 100% | 99% | 100% | |
| 2025 | 99,81% | 100% | 4,81% | 100% | 100% | 100% | 100% | 50,00% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 51% | 99,99% | 100% | 49% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 99% | |
Deceuninck (Thailand) Co. Ltd. (in liquidatie) 49%
Jaarverslag 2025 303
302 Financiële verslaggeving
2.6.3 Deceuninck NV
De volgende pagina’s zijn uittreksels van het enkelvoudige jaarverslag en de jaarrekening van Deceuninck NV. De integrale versie van de enkelvoudige jaarrekening en het jaarverslag zal op eenvoudig verzoek beschikbaar zijn en vrij te raadplegen op de website binnen de termijnen zoals voorzien in het Wetboek van Vennootschappen.
De enkelvoudige jaarrekening en jaarverslag zijn opgesteld volgens de Belgische wettelijke bepalingen dewelke aanzienlijk afwijken van de IFRS boekhoudprincipes van toepassing op de geconsolideerde jaarrekening. Bij de 2025 enkelvoudige jaarrekening van Deceuninck NV werd door de commissaris een goedgekeurde verklaring zonder voorbehoud gegeven.
De bedrijfsopbrengsten zijn gedaald door lagere verkoopvolumes, veroorzaakt door aanhoudende druk op de vraag. Hoewel de macro-economische omstandigheden tegen het einde van het jaar geleidelijk stabiliseerden, bleef de bouwactiviteit beperkt, met weinig herstel in renovatieprojecten en aanhoudend voorzichtige bestelpatronen bij klanten. De operationele winstgevendheid is aanzienlijk verbeterd, gedreven door een verdere optimalisatie van de kostenbasis en voortdurende voordelen van een verbeterde productmix. De financiële opbrengsten zijn gedaald, voornamelijk omdat 2024 een éénmalige meerwaarde bevatte op de verkoop van een beperkt aantal aandelen in onze participatie in EGE Profil, evenals omwille van hogere intragroepsdividenden in vergelijking met 2025. De financiële kosten hebben betrekking op interestkosten en wisselkoersresultaten.
De belangrijkste mutaties betreffen:
* Daling van overige lang- en kortlopende vorderingen doordat bepaalde posten werden omgezet in participatiewaarde, wat heeft geleid tot een stijging van de financiële vaste activa.
* Stijging van de handelsvorderingen, hetgeen hoofdzakelijk toe te schrijven is aan timingeffecten.
Resultatenrekening
De resultatenrekening per 2025 wordt als volgt gepresenteerd:
| RESULTATENREKENING (IN € DUIZEND) | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Bedrijfsopbrengsten | 252.666 | 239.110 |
| Bedrijfskosten | (254.072) | (234.869) |
| Bedrijfswinst (+) / -verlies (-) | (1.406) | 4.241 |
| Financiële opbrengsten | 45.067 | 25.410 |
| Financiële kosten | (16.059) | (11.622) |
| Winst (+) / verlies (-) van het boekjaar voor belasting | 27.602 | 18.029 |
| Winstbelastingen | (229) | (658) |
| Winst (+) / verlies (-) van het boekjaar | 27.373 | 17.371 |
| Winst (+) / verlies (-) van het boekjaar beschikbaar voor resultaatsverwerking | 27.373 | 17.371 |
Balans
| BALANS (IN € DUIZEND) | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Immateriële vaste activa | 826 | 630 |
| Materiële vaste activa | 47.658 | 48.451 |
| Financiële vaste activa | 205.920 | 235.251 |
| Overige vaste activa | 63.500 | 58.021 |
| Vaste activa | 317.904 | 342.353 |
| Voorraden | 31.268 | 30.055 |
| Handelsvorderingen | 39.758 | 45.591 |
| Overige vorderingen | 38.846 | 31.553 |
| Liquide middelen | 13.345 | 3.136 |
| Overige vlottende activa | 4.700 | 6.966 |
| Vlottende activa | 127.917 | 117.301 |
| TOTAAL ACTIVA | 445.821 | 459.654 |
| Geplaatst kapitaal | 54.640 | 54.640 |
| Uitgiftepremies | 95.291 | 95.291 |
| Reserves | 15.540 | 15.540 |
| Geconsolideerde reserves | 36.132 | 41.061 |
| Eigen vermogen | 201.603 | 206.532 |
| Voorzieningen en uitgestelde belastingen | 1.584 | 1.369 |
| Schulden op meer dan één jaar | 81.260 | 73.113 |
| Schulden op ten hoogste één jaar | 160.035 | 176.419 |
| Overige schulden | 1.339 | 2.221 |
| Schulden | 242.634 | 251.753 |
| TOTAAL PASSIVA | 445.821 | 459.654 |
- De liquide middelen zijn gedaald, beïnvloed door investeringsactiviteiten, dividenduitkeringen en de gegenereerde operationele kasstromen.
- Stijging van de kortlopende schulden, gedreven door timingseffecten, hogere intragroepsposities en bewegingen in het werkkapitaal.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 305
304 Financiële verslaggeving
DECEUNINCK NV RESULTAATSVERWERKING (IN € DUIZEND)
| 2024 | 2025 | |
|---|---|---|
| Winst / (verlies) van het huidig boekjaar beschikbaar voor resultaatsverwerking | 27.373 | 17.371 |
| Overgedragen resultaat van vorig boekjaar | 19.817 | 36.132 |
| Te verwerken resultaat | 47.190 | 35.303 |
| Dividend | 11.045 | 12.442 |
| Allocatie wettelijke reserves | 13 | - |
| Overgedragen resultaat | 36.132 | 41.061 |
| TOTAAL | 47.190 | 53.503 |
2.6.4 Verslag van de commissaris
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Deceuninck NV (de “Vennootschap”) en haar filialen (samen “de Groep”), leggen wij u ons commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening en de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Het vormt één geheel en is ondeelbaar. Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van 25 april 2023, overeenkomstig het voorstel van de raad van bestuur, uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité en op voordracht van de ondernemingsraad. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2025. Wij hebben de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep uitgevoerd gedurende 6 opeenvolgende boekjaren.# Verslag over de geconsolideerde jaarrekening
Oordeel zonder voorbehoud
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep, die de geconsolideerd balans op 31 december 2025 omvat, alsook de geconsolideerde resultatenrekening, het overzicht van de geconsolideerde gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, het geconsolideerd overzicht van de mutaties in het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum, en de toelichting met de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.
Deze geconsolideerde jaarrekening vertoont een geconsolideerd balanstotaal van EUR ‘000 698.061 en een nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij EUR ‘000 24.142. Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en de geconsolideerde financiële toestand van de Groep per 31 december 2025, alsook van zijn geconsolideerde resultaten en van zijn geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
Basis voor het oordeel zonder voorbehoud
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA’s) zoals van toepassing in België. Wij hebben bovendien de door de IAASB goedgekeurde internationale controlestandaarden toegepast die van toepassing zijn op de huidige afsluitdatum en nog niet goedgekeurd zijn op nationaal niveau. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie “Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening” van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid. Wij hebben van de raad van bestuur en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Resultaatstoewijzing
De Raad van Bestuur van Deceuninck NV zal een dividend van 0,09 euro per aandeel voorstellen aan de Algemene vergadering.
Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering van aandeelhouders van DeceuninckNV over de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2025
Verslag van de Raad van Bestuur
Jaarverslag 2025 307306
Financiële verslaggeving
liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen, of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.
Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA’s is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden.
Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader na, dat van toepassing is op de controle van de jaarrekening in België. Een wettelijke controle biedt evenwel geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de Groep, noch omtrent de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee de raad van bestuur de bedrijfsvoering van de Groep ter hand heeft genomen of zal nemen. Onze verantwoordelijkheden inzake de door de raad van bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling worden hieronder beschreven.
Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA’s, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:
* Het identificeren en inschatten van de risico’s dat de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, het bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden die op deze risico’s inspelen en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten om transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het omzeilen van de interne beheersing;
* Het plannen en uitvoeren van de groepsaudit om voldoende en geschikte controle-informatie te verkrijgen met betrekking tot de financiële informatie van de entiteiten of bedrijfseenheden binnen de Groep als basis voor het vormen van een oordeel over de geconsolideerde jaarrekening. Wij zijn verantwoordelijk voor de sturing, supervisie en beoordeling van de uitgevoerde controlewerkzaamheden met het oog op de groepsaudit. Wij blijven als enige verantwoordelijk voor ons oordeel;
* Het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle, met als doel controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de Groep;
* Het evalueren van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van de door de raad van bestuur gemaakte schattingen en van de daarop betrekking hebbende toelichtingen;
* Het concluderen of de door de raad van bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is, en het concluderen, op basis van de verkregen controle-informatie, of er een onzekerheid van materieel belang bestaat met
Kernpunt van de controle
Een kernpunt van onze controle betreft die aangelegenheid die naar ons professioneel oordeel het meest significant was bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheid is behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheid.
Toewijzing van de aankoopprijs als gevolg van de overname van de resterende aandelen van So Easy
Beschrijving van het kernpunt van de controle
De overname van So Easy was een kernpunt van onze controle vanwege de omvang en de significante beoordelingen en aannames die betrokken waren bij de toewijzing van het verschil tussen de aankoopprijs en de boekwaarde van de overgenomen activa en passiva, dit verschil heeft voornamelijk betrekking tot de verhogingen van de waardering van materiële vaste activa en de erkenning van immateriële activa zoals klantenrelaties en de productportfolio, zoals toegelicht in toelichting ‘8.Bedrijfscombinaties'.
Onze auditbenadering met betrekking tot het kernpunt van de controle
Met betrekking tot de boekhoudkundige verwerking van de overname van SoEasy hebben we onder andere:
* De aandelenkoopovereenkomst gelezen en bevestigd dat de juiste boekhoudkundige verwerking is toegepast en dat de juiste toelichting is verstrekt;
* De waardering en boekhoudkundige verwerking van de te betalen vergoeding beoordeeld en betalingen getraceerd naar bankafschriften;
* De identificatie en waardering van de door Deceuninck overgenomen activa en passiva getoetst, inclusief eventuele GAAP- en reële- waardeaanpassingen;
* De in de berekeningen gebruikte waarderingsaannames, zoals verdisconteringsvoeten, beoordeeld en betwist op basis van extern bewijs. Daarbij hebben we waarderingsspecialisten ingeschakeld ter ondersteuning van de controle van de identificatie en waardering van de overgenomen activa en passiva.
Tot slot hebben we ons gericht op de toereikendheid van de toelichtingen van de Vennootschap in toelichting ‘8. Bedrijfscombinaties’ van de geconsolideerde jaarrekening. We hebben vastgesteld dat de gehanteerde methodologieën en aannames zich bevinden binnen een aanvaardbare bandbreedte van redelijke inschattingen, en dat de boekhoudkundige verwerking van de overname en de bijbehorende toelichting in lijn zijn met de aandelenkoopovereenkomst.
Verantwoordelijkheden van de raad van bestuur voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor de interne beheersing die de raad van bestuur noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is de raad van bestuur verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de Groep om zijn continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij de raad van bestuur het voornemen heeft om de Groep te Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 309308 betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden die significante twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de Groep om zijn continuïteit te handhaven. Indien wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij ertoe gehouden om de aandacht in ons commissarisverslag te vestigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de geconsolideerde jaarrekening, of, indien deze toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan te passen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van ons commissarisverslag. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de Groep zijn continuïteit niet langer kan handhaven;
- Het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud van de geconsolideerde jaarrekening, en van de vraag of de geconsolideerde jaarrekening de onderliggende transacties en gebeurtenissen weergeeft op een wijze die leidt tot een getrouw beeld.
Wij communiceren met het auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne be- heersing die wij identificeren gedurende onze controle. Wij verschaffen aan het auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen. Uit de aangelegenheden die met het auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.
Overige door wet- en regelgeving gestelde eisen
Verantwoordelijkheden van de raad van bestuur
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening met inbegrip van de duurzaamheidsinformatie en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening.
Verantwoordelijkheden van de commissaris
In het kader van onze opdracht en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA’s), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening te verifiëren, en verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.
Aspecten betreffende het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en andere informatie opgenomen in het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening
Het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening bevat de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie die het voorwerp uitmaakt van ons afzonderlijk verslag, dewelke een ‘Conclusie zonder voorbehoud’ betreffende de beperkte mate van zekerheid met betrekking tot deze duurzaamheidsinformatie inhoudt. Deze sectie betreft niet de assurance over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie opgenomen in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening.
Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar en is opgesteld overeenkomstig het artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
In de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen tijdens de controle, of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening, zijnde:
- Boodschap van de CEO en de Uitvoerend Voorzitter;
- Kerncijfers 2025;
- Hoogtepunten 2025;
- Wie we zijn;
- Doelstelling en Waarden;
- Producten en Innovaties;
- Risico en Governance;
- Duurzaamheidsverklaring;
- Deceuninck aandelen;
- Lexicon.
een afwijking van materieel belang bevatten, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, hebben wij geen afwijking van materieel belang te melden.
Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid
- Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten verricht die onverenigbaar zijn met de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening en ons bedrijfsrevisorenkantoor is in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Groep.
- De honoraria voor de bijkomende opdrachten die verenigbaar zijn met de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening bedoeld in artikel 3:65 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen werden correct vermeld en uitgesplitst in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening.
Europees uniform elektronisch formaat (ESEF)
Wij hebben ook, overeenkomstig de norm inzake de controle van de overeenstemming van het jaarrapport met het Europees uniform elektronisch formaat (hierna “ESEF”), de controle uitgevoerd van de overeenstemming van het ESEF-formaat met de technische reguleringsnormen vastgelegd door de Europese Gedelegeerde Verordening nr. 2019/815 van 17 december 2018 (hierna: “Gedelegeerde Verordening”) en met het koninklijk besluit van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt.
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van een jaarrapport, in overeenstemming met de ESEF vereisten, met inbegrip van de geconsolideerde jaarrekening in de vorm van een elektronisch bestand in ESEF-formaat (hierna “digitale geconsolideerde jaarrekening ”). Het is onze verantwoordelijkheid voldoende en geschikte onderbouwende informatie te verkrijgen om te concluderen dat het formaat en de markeertaal XBRL van de digitale geconsolideerde jaarrekening in alle van materieel belang zijnde opzichten voldoen aan de ESEF- vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening.
Op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn wij van oordeel dat het formaat van het jaarrapport en de markering van informatie in de digitale geconsolideerde jaarrekening opgenomen in het jaarrapport van Deceuninck NV per 31 december 2025, en die beschikbaar zullen zijn in het Belgische officiële mechanisme voor de opslag van gereglementeerde informatie (STORI) van de FSMA, in alle van materieel belang zijnde opzichten in overeenstemming zijn met de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening en het koninklijk besluit van 14 november 2007.
Andere vermelding
Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014.
Gent, 16 maart 2026
De commissaris
PwC Bedrijfsrevisoren BV
Vertegenwoordigd door Wouter Coppens
Bedrijfsrevisor
Handelend in naam van Wouter Coppens BV
Financiële verslaggeving Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 311310
In het kader van de wettelijke assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van Deceuninck NV (de "Vennootschap") en haar filialen (samen de “Groep”), leggen wij u ons verslag over deze opdracht voor. De geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de Groep is opgenomen in “2.5 Duurzaamheidsverklaring” van het “Jaarverslag 2025” op 31 december 2025 en voor het jaar afgesloten op deze datum (hierna de “geconsolideerde duurzaamheidsinformatie”).
Wij werden benoemd door de algemene vergadering van 18 december 2024, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité van Deceuninck NV, voor het uitvoeren van een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de Groep. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2025. Wij hebben onze assuranceopdracht over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de Groep uitgevoerd gedurende 2 opeenvolgende boekjaren.
Conclusie met een beperkte mate van zekerheid
Wij hebben een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de Groep uitgevoerd.Op basis van de uitgevoerde werkzaamheden en de verkregen assurance-informatie is niets onder onze aandacht gekomen dat ons ertoe aanzet van mening te zijn dat de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de Groep, in alle van materieel belang zijnde opzichten:
- niet is opgesteld in overeenstemming met de vereisten bedoeld in artikel 3:32/2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, met inbegrip van de overeenstemming met de toepasbare Europese standaarden voor duurzaamheidsinformatie (European Sustainability Reporting Standards (ESRS));
- niet in overeenstemming is met het door de Groep uitgevoerde proces (“het Proces”), zoals beschreven in toelichting “ESRS 2 Algemene toelichtingen” van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, om de op grond van de Europese standaarden openbaar gemaakte geconsolideerde duurzaamheidsinformatie vast te stellen;
- de vereisten in artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 (de “Taxonomieverordening”) betreffende de openbaarmaking van de informatie, opgenomen in toelichting “EU-Taxonomie rapportering” van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie niet naleeft.
Basis voor de conclusie
Wij hebben onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid uitgevoerd overeenkomstig ISAE 3000 (Herzien), Assurance-opdrachten anders dan Verslag met een beperkte mate van zekerheid van de commissaris aan de algemene vergadering van aandeelhouders over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van Deceuninck NV voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie (“ISAE 3000 (Herzien)”) zoals van toepassing in België. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaard zijn uitvoeriger beschreven in de sectie van ons verslag ”Verantwoordelijkheden van de commissaris betreffende de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie”. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de assuranceopdracht van de duurzaamheidsinformatie in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid. Wij passen de internationale standaard voor kwaliteitsmanagement 1 (ISQM 1) toe, die vereist dat het kantoor een kwaliteitsmanagementsysteem opzet, implementeert en in werking stelt, inclusief beleidslijnen of procedures met betrekking tot de naleving van ethische vereisten, professionele normen en toepasselijke wettelijke en regelgevende vereisten. Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is als basis voor onze conclusie.
Verantwoordelijkheden van de raad van bestuur betreffende het opstellen van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opzetten en implementeren van een Proces en voor het toelichten van dit Proces in toelichting “ESRS 2 Algemene toelichtingen” van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie. Deze verantwoordelijkheid omvat:
- het begrijpen van de context waarin de activiteiten en zakelijke betrekkingen van de Groep plaatsvinden en het ontwikkelen van inzicht in haar betrokken belanghebbenden;
- het identificeren van de feitelijke en potentiële effecten (zowel negatieve als positieve) in verband met duurzaamheidskwesties, alsook van risico’s en opportuniteiten die de financiële positie, de financiële prestaties, de kasstromen, de toegang tot financiering of de kapitaalkosten van de Groep op korte, middellange of lange termijn beïnvloeden of waarvan redelijkerwijs zou kunnen worden verwacht dat zij hierop een invloed zullen hebben;
- het beoordelen van de materialiteit van de vastgestelde effecten, risico’s en opportuniteiten in verband met duurzaamheidskwesties door passende drempelwaarden te selecteren en toe te passen; en
- het maken van veronderstellingen en schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.
De raad van bestuur is ook verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, die de door het Proces vastgestelde informatie bevat:
- in overeenstemming met de vereisten bedoeld in artikel 3:32/2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, met inbegrip van de toepasbare Europese standaarden voor duurzaamheidsinformatie (European Sustainability Reporting Standards (ESRS));
- met naleving van de vereisten in artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 (de “Taxonomieverordening”) betreffende de openbaarmaking van de informatie opgenomen in toelichting “EU-Taxonomie rapportering” van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie.
Deze verantwoordelijkheid omvat:
- het opzetten, implementeren en in stand houden van dergelijke interne beheersingsmaatregelen die de raad van bestuur noodzakelijk acht voor het opstellen van geconsolideerde duurzaamheidsinformatie die geen afwijkingen van materieel belang, als gevolg van fraude of van fouten, bevat; en
Financiële verslaggeving Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 313312
- het kiezen en toepassen van geschikte methoden voor duurzaamheidsverslaggeving, en het maken van veronderstellingen en schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.
Het auditcomité is verantwoordelijk voor het toezicht op het duurzaamheidsverslaggevingsproces van de Groep.
Inherente beperkingen bij het opstellen van de duurzaamheidsinformatie
Bij het rapporteren van toekomstgerichte informatie in overeenstemming met de ESRS, wordt van de raad van bestuur vereist dat het de toekomstgerichte informatie opstelt op basis van toegelichte veronderstellingen over gebeurtenissen die zich in de toekomst kunnen voordoen en mogelijke toekomstige maatregelen van de Groep. De feitelijke uitkomst zal waarschijnlijk anders zijn, aangezien verwachte gebeurtenissen vaak niet plaatsvinden zoals verwacht en de afwijking daarvan van materieel belang kan zijn.
Verantwoordelijkheden van de commissaris betreffende de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie
Het is onze verantwoordelijkheid om de assuranceopdracht te plannen en uit te voeren met het oog op het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie geen afwijkingen van materieel belang, als gevolg van fraude of van fouten, bevat, en het uitbrengen van een assurance verslag met een beperkte mate van zekerheid waarin onze conclusie is opgenomen. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de beslissingen genomen door gebruikers op basis van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, beïnvloeden. Als deel van een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid overeenkomstig ISAE 3000 (Herzien), zoals in België van toepassing, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de opdracht. De uitgevoerde werkzaamheden in een opdracht met het oog op het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid, waarvoor wij verwijzen naar de sectie “Samenvatting van de uitgevoerde werkzaamheden”, zijn minder uitgebreid dan in het geval van een opdracht met het oog op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. We brengen dan ook geen oordeel met een redelijke mate van zekerheid tot uitdrukking als deel van deze opdracht. Aangezien de toekomstgerichte informatie in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie en de veronderstellingen waarop deze is gebaseerd, betrekking hebben op de toekomst, kunnen deze worden beïnvloed door gebeurtenissen die zich mogelijk voordoen en/of door mogelijke acties van de Groep. De werkelijke uitkomsten zullen naar alle waarschijnlijkheid afwijken van de veronderstellingen, aangezien de veronderstelde gebeurtenissen zich veelal niet zullen voordoen zoals verwacht en de afwijking daarvan van materieel belang kan zijn. Onze conclusie biedt daarom geen garantie dat de gerapporteerde werkelijke uitkomsten zullen overeenkomen met diegene opgenomen in de toekomstgerichte informatie in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie.
Onze verantwoordelijkheden ten aanzien van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, met betrekking tot het Proces, omvatten:
- Het verwerven van inzicht in het Proces, maar niet met het oog op het verstrekken van een conclusie over de effectiviteit van het Proces, met inbegrip van de uitkomst van het Proces;
- Het opzetten en uitvoeren van werkzaamheden om te evalueren of het Proces in overeenstemming is met de beschrijving van het Proces door de Groep, zoals toegelicht in toelichting “ESRS 2 Algemene toelichtingen” van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie.
Financiële verslaggeving
Onze overige verantwoordelijkheden ten aanzien van de duurzaamheidsinformatie omvatten:
- Het verwerven van inzicht in de beheersings- omgeving van de entiteit, de relevante processen en informatiesystemen voor het opstellen van de duurzaamheidsinformatie, maar zonder de opzet van specifieke controleactiviteiten te beoordelen, onderbouwende informatie over hun implementatie te verkrijgen of de effectieve werking van de opgezette interne beheersingsmaatregelen te toetsen;
- Het identificeren van de gebieden waar van materieel belang zijnde afwijkingen waarschijnlijk zullen optreden in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, of deze nu het gevolg zijn van fraude of fouten; en
- Het opzetten en uitvoeren van werkzaamheden die inspelen op gebieden waar afwijkingen van materieel belang in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie zich waarschijnlijk zullen voordoen.Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing.
Samenvatting van de uitgevoerde werkzaamheden
Een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid omvat het uitvoeren van werkzaamheden om assurance-informatie te verkrijgen over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie. De werkzaamheden die bij een opdracht met een beperkte mate van zekerheid zijn uitgevoerd, zijn verschillend in aard en timing en geringer van omvang dan voor opdrachten tot het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. Daardoor ligt het niveau van zekerheid dat is verkregen bij een opdracht met een beperkte mate van zekerheid aanzienlijk lager dan wanneer een opdracht met een redelijke mate van zekerheid was uitgevoerd. De aard, timing en omvang van geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van professionele oordeelsvorming, waaronder de vaststelling van gebieden waar afwijkingen van materieel belang in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, als gevolg van fraude of van fouten, zich waarschijnlijk zullen voordoen.
Bij het uitvoeren van onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid, met betrekking tot het Proces, hebben wij:
* Inzicht verworven in het Proces door:
* het verzoeken om inlichtingen teneinde inzicht te verwerven in de bronnen van informatie gebruikt door het management (bijv. betrokkenheid van belanghebbenden, bedrijfsplannen en strategie- documenten); en
* het beoordelen van de interne documentatie van de Groep van haar Proces; en
* Geëvalueerd of de assurance-informatie verkregen uit onze werkzaamheden over het door de Groep geïmplementeerde Proces in overeenstemming was met de beschrijving van het Proces zoals uiteengezet in toelichting “ESRS 2 Algemene toelichtingen” van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie.
Bij het uitvoeren van onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid, met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie, hebben wij:
* Inzicht verworven in de verslaggeving processen van de Groep die relevant zijn voor het opstellen van haar geconsolideerde duurzaamheidsinformatie door het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing, processen en het informatiesysteem die relevant zijn voor het opstellen van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, maar die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de Groep;
* Geëvalueerd of de informatie zoals vastgesteld door het Proces is opgenomen in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie;
* Geëvalueerd of de structuur en het opstellen van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie overeenstemt met de ESRS;
* Om inlichtingen verzocht bij relevant personeel en cijferanalyses uitgevoerd op geselecteerde informatie in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie;
* Gegevensgerichte assurance werkzaamheden uitgevoerd op basis van een steekproef op geselecteerde informatie in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie;
* Assurance informatie verkregen over de methoden voor het ontwikkelen van schattingen en toekomstgerichte informatie geëvalueerd zoals beschreven in de sectie “Verantwoordelijkheden van de commissaris betreffende de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie”;
* Inzicht verworven in het proces voor het vaststellen van economische activiteiten die voor de taxonomie in aanmerking komen en op de taxonomie afgestemd zijn en de overeenkomstige toelichtingen in de duurzaamheidsinformatie.
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 315314
2.6.5 Verklaring met betrekking tot de informatie gegeven in dit jaarverslag
De ondergetekenden verklaren dat:
* de jaarrekeningen, die zijn opgesteld overeenkomstig de toepasselijke standaarden voor jaarrekeningen, een getrouw beeld geven van het eigen vermogen, de financiële toestand en de resultaten van de vennootschap en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen;
* het jaarverslag een getrouw beeld geeft van de ontwikkelingen en de resultaten van de vennootschap en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, evenals een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden, overeenkomstig het Koninklijk Besluit van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt.
| Beneconsult BV | Emveco BV |
|---|---|
| vertegenwoordigd door Francis Van Eeckhout CEO a.i. | vertegenwoordigd door Serge Piceu CFO |
Financiële verslaggeving
Vermelding betreffende de onafhankelijkheid
Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten verricht die onverenigbaar zijn met de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid, en ons bedrijfsrevisorenkantoor is in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Groep.
Gent, 16 maart 2026
De commissaris,
PwC Bedrijfsrevisoren BV
Vertegenwoordigd door Wouter Coppens
Bedrijfsrevisor
Handelend in naam van Wouter Coppens BV
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 317316
Deceuninck Aandelen
Deceuninck (ticker DECB, ISIN BE0003789063) is sinds 1985 genoteerd op Euronext Brussel. De beursnotering biedt de Groep alternatieve vormen van financiering, vergroot de zichtbaarheid en zorgt voor compliance en transparantie.
Aantal en types aandelen
Het maatschappelijk kapitaal bedraagt € 54.640.260,29 en wordt vertegenwoordigd door 138.545.260 aandelen. Er zijn 86.112.665 gedematerialiseerde aandelen en 52.432.595 aandelen op naam. Het aantal eigen aandelen, gehouden door Deceuninck NV op 31 december 2025 bedraagt 299.548.
Beursnotering - beursindexen
Het Deceuninck-aandeel wordt onder de code DECB genoteerd en verhandeld op het continu segment van Euronext in Brussel. DECB maakt deel uit van de BEL MidR index. ICB sectorclassificatie: 2353 bouwproducten.
Evolutie van het Deceuninck aandeel
De slotkoers van het Deceuninck aandeel daalde van € 2,43 op 31 december 2024 tot € 2,27 op 31 december 2025. De gemiddelde koers (VWAP – Volume Weighted Average Price) in 2025 bedroeg € 2,19. De laagste slotkoers bedroeg € 2,01 op 7 november 2025 en de hoogste slotkoers € 2,61 op 18 februari 2025. Het gemiddelde aantal verhandelde aandelen per dag in 2025 bedroeg 105.394 tegenover 91.136 in 2024.
Dividenden
Op de jaarlijkse Algemene Vergadering van 28 april 2026 zal de Raad van Bestuur voorstellen om een brutodividend uit te keren van € 0,09 per aandeel.
Institutionele investeerders en financiële analisten
De Groep heeft de financiële wereld voortdurend en op een consistente manier geïnformeerd over de evolutie van de onderneming. De persberichten met de jaar- en halfjaarresultaten werden op geregelde tijdstippen voor de opening van de beurs uitgegeven en gepubliceerd op de beleggerspagina op onze website (www.deceuninck.com/investors) en op de website van de FSMA. Het persbericht met de integrale Jaarresultaten 2025 werd gepubliceerd op 25 februari 2026. Institutionele beleggers in binnen- en buitenland werden door de Groep geïnformeerd tijdens verschillende (virtuele) conferenties.
Financiële analisten die de Groep opvolgen: Kris Kippers (Degroof Petercam), Maxime Stranart (ING), Alexander Craeymeersch (Kepler Cheuvreux) en Wim Hoste (KBC Securities).
Contactgegevens Investor Relations
Investor relations: Jens Dekeyzer
E-mail: [email protected]
Website: http://www.deceuninck.com/investors
Adres: Deceuninck NV, Bruggesteenweg 360, 8830 Hooglede-Gits, Belgium
Er bestaat eveneens de mogelijkheid om te registreren via de Investor Relations pagina op onze website (http://www.deceuninck.com/investors) voor het ontvangen van financieel nieuws en financiële persberichten via e-mail.
Financiële kalender 2026
| Datum | Gebeurtenis |
|---|---|
| 25 februari 2026 | ↓ FY 2025 Results |
| 28 april 2026 | ↓ Algemene Vergadering |
| 20 augustus 2026 | ↓ H1 2026 Resultaten |
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 319318
Adressen
AUSTRALIË
Deceuninck Pty. Ltd.
Level 1 60 Toorak Road
VIC 3141 South Yarra
Deceuninck Pty. Ltd.
Warehouse B 88-106 Kyabram Street
VIC 3048 Coolaroo
T +61 3 9357 5033 – F +61 3 9357 5611
[email protected]
BELGIË
Deceuninck NV Plastics
Deceuninck NV So Easy Belgium BV
Bruggesteenweg 360
8830 Hooglede-Gits
T +32 51 239 211 – F +32 51 227 993
www.deceuninck.com
[email protected]
Deceuninck NV - Divisie Compound
Cardijnlaan 15
8600 Diksmuide
T +32 51 502 021 – F +32 51 504 948
SolarDec CV
Bruggesteenweg 360
8830 Hooglede-Gits
T +32 51 239 211 – F +32 51 227 993
Tunal NV
Bruggesteenweg 360
8830 Hooglede-Gits
T +32 51 239 211 – F +32 51 227 993
BOSNIË EN HERZEGOVINA
Deceuninck d.o.o.
Prvi mart bb
75270 Zivinice
T +387 35 773313 – F +387 35 773312
www.deceuninck.ba
[email protected]
BRAZILIË
Deceuninck do Brasil Comercio de PVC Ltda.
Estrada Boa Vista 575 Galpão 10
CEP 06701 475 Cotia – São Paulo Brazil
T +55 11 4148 3982
[email protected]
www.deceuninck.com.br
BULGARIJE
Deceuninck Bulgaria EOOD
41 Sankt Peterburg Blvd.
4006 Plovdiv
T +359 32 63 72 95
[email protected]
CHILI
Deceuninck Chile SpA
El Otoño 472
Lampa 9390306 Santiago
T +562 32750800
[email protected]
CHINA
Rep. Office Deceuninck NV China (Qingdao)
8 Dong Chuan Lu (5#-2-404 Bo Yue Lan Ting)
266000 Licang, Qingdao, Shandong
T +86 532 858 903 57
[email protected]
COLOMBIA
Deceuninck S.A.S.
Calle 1 No.2-05 Sector Aguas Prietas variante Cartagena-Turbaco Zona Franca Parque Central Lotes 14-17 Turbaco, Bolivar, Colombia +57 5 6517017 [email protected] www.deceuninck.co
DUITSLAND
Deceuninck Holding Germany GmbH
Deceuninck Germany Produktions GmbH & Co KG
Deceuninck Germany GmbH
Bayerwaldstraße 18
94327 Bogen
T +49 94 22 821 0 – F +49 94 22 821 379
Deceuninck Germany GmbH Warehouse
Industriestrasse 2-4
94336 Hunderdorf
T +49 94 22 821 0 – F +49 94 22 821 379
www.deceuninck.de
[email protected]
FRANKRIJK
Deceuninck SAS
Zone Industrielle – Impasse des Bleuets
80700 Roye
T +33 3 22 876 666
[email protected]
www.deceuninck.fr
INDIA
Deceuninck Profiles India Private Limited
Building 09. Casa Grande Distripark
Satharai Village. Thiruvallur Taluk 631203 Chennai
T +91 87 54 57 40 63
[email protected]
www.deceuninck.in
Deceuninck Profiles India Private Limited Warehouse
4, Value Spaces Realtors Private Limited
Tauru Road, 3,5km at Bilaspur Pathrair
Gurugram – 122413, Haryana
T +91 87 54 55 01 65
ITALIË
Deceuninck Italia S.r.l.
Via Padre Eugenio Barsanti 1
56025 Pontedera (Pl)
T +39 0587 59920 – F +39 0587 54432
[email protected]
www.deceuninck.it
Adressen Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 321
Adressen
KROATIË
Bistra Projekt d.o.o.
Deceuninck d.o.o
Gospodarska Ulica 11
10298 Donja Bistra
T +385 1 278 1353 – F +385 1 278 1351
[email protected]
www.deceuninck.hr
MEXICO
Deceuninck de Mexico SA de CV
Bulevar Cholula Huejotzingo No. 618
San Pedro Cholula, San Juan Tlautla
72750 Estado de Puebla
T: +52 2221443552
[email protected]
www.deceuninck.com.mx
NEDERLAND
Deceuninck Kunststof BV
Zinkstraat 24, unit C8725
4823AD Breda
POLEN
Deceuninck Poland Sp. Z o.o.
Jasin, Ul. Poznanska 34
62-020 Swarzedz
T +48 61 81 87000 – F +48 61 81 87001
[email protected]
www.deceuninck.pl
Deceuninck Poland Sp. Z o.o.
Promag S.A.
Żerniki, ul. Składowa 5
62-023 - Gądki
Deceuninck Aluminium Poland Sp. z o.o.
Ul. Duńska 4
05-152 Czosnów
T +48 730 704 701
[email protected]
www.decalusolutions.com
PORTUGAL
Deceuninck Portugal sociedada unipessoal LDA
Deceuninck Portugal sociedada unipessoal LDA
Rua do Indico, Edificio Altis, 3° R, Cerro Alagoa
8200 139 Albufeira
www.deceuninck.pt
[email protected]
ROEMENIË
Deceuninck Romania SRL
Soseaua de Centura 13A
Complex KLC
077040 Chiajna town, judetul ILFOV
T +40 21 327 49 52 – F +40 213 191733
[email protected]
www.deceuninck.ro
RUSLAND
Deceuninck Rus OOO
Butlerova str., 17, premise 107/5
117342 Moscow
+7 (499) 110-05-22
Deceuninck Rus OOO
pr. Naumova 5
Moscow region 142281 Protvino
[email protected]
www.deceuninck.ru
SLOVAKIJE
Deceuninck Slovakia s.r.o.
Zámocká 30
811 01 Bratislava – Staré mesto
[email protected]
www.deceuninck.sk
SPANJE
Deceuninck NV Sucursal en España
Avda. de la Industria 1007
Pol. Ind. Antonio del Rincón
45222 Borox – Toledo
T +34 925 527 241
www.deceuninck.es
[email protected]
THAILAND
Deceuninck (Thailand) Co.Ltd
19/4 Moo 11, Phanason Garden Home 2
Soi Liap Wari 79, Liap Wari Rd, Khok Faet, Nong Chok
Bangkok 10530
T +66 2 751 9544 5
[email protected]
www.deceuninck.co.th
TSJECHISCHE REPUBLIEK
Deceuninck Spol. s r.o
Tuřanka 1519/115a
627 00 Brno-Slatina
T +420 547 427 777
[email protected]
www.deceuninck.cz
TURKIJE
Ege Profil Tic.ve San.A.Ş Headquarters
Atatürk Plastik OSB Mahallesi, 5. Cadde No. 4
Menemen – 35660 İzmir
T +90 232 398 98 98 – F +90 232 376 71 63
[email protected]
Ege Profil Tic.ve San.A.Ş
Kartepe Sarımeşe Mah. Suadiye Cad. Winsa İdari Bina Apt. No. 5
Kartepe – 41400 İzmir
T +90 262 371 57 27 – F +90 262 371 57 28
[email protected]
Ege Profil Tic.ve San.A.Ş Logistic Center - Kartepe
Çepni Mah. Bağdat Cad. No. 35 Suadiye
Kartepe – 41400 İzmir
T +90 262 371 57 27 – F +90 262 371 57 28
[email protected]
Ege Profil Tic.ve San.A.Ş Logistic Center
Atatürk Plastik OSB Mahallesi, 1. Cadde No. 5
Menemen – 35660 İzmir
T +90 232 398 98 98 – F +90 232 376 71 63
[email protected]
Ege Profil Ticaret ve San A.Ş. IQ Aluminium
Menemen Plastik İhtisas Organize Sanayi Bölgesi, Atatürk Plastik O.S.B Mahallesi, 7. Cadde No. 1
Menemen - İzmir / Türkiye
T +90 232 700 20 20
Sales offices
Ege Profil Tic.ve San.A.Ş Ankara Region - Pimapen
Beştepe Mahallesi, Yaşam Caddesi Neoroma İş Merkezi No:74
Çankaya – 06530 Ankara
T +90 312 441 73 98 – F + 90 312 442 83 60
[email protected]
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 323
322 Adressen
Ege Profil Tic.ve San.A.Ş Ankara Region - Winsa - Egepen
Kızılırmak Mah. 1446 Cad. Alternatif Plaza No:12/17 D:26
Çankaya – 06530 Ankara
T +90 312 440 16 15
[email protected]
Ege Profil Tic.ve San.A.Ş Ankara Region - Pimapen
Beştepe Mahallesi Yaşam Caddesi No:13 Neorama İş Merkezi A Blok No:74
Yenimahalle - Ankara
T +90 0312 441 73 98 - F +0312 440 14 04
[email protected]
Ege Profil Tic.ve San.A.Ş İstanbul Region - Winsa - Pimapen - Egepen
Kozyatağı mah. Çardak sokak Herti Plaza B Blok No: 1/2 Kat: 1 - 2 - 3
Kadıköy/İstanbul
T +90 216 537 13 60 – F +90 216 537 13 64
[email protected]
Ege Profil Tic.ve San.A.Ş Adana Region - Winsa - Egepen - Pimapen
Gürselpaşa Mah. 75545 Sok. No:22 D:9 -10 - 11 - 12
Seyhan – 01200 Adana
T +90 322 233 52 13-14 – F +90 322 233 52 15
[email protected]
VERENIGD KONINKRIJK
Deceuninck Aluminium UK Ltd. (in liquidatie)
Deceuninck Holdings (UK) Ltd.
Deceuninck Ltd.
Range Valley Ltd.
Unit 2. Stanier Road
Porte Marsh
Calne – Wiltshire SN11 9PX
T +44 1249 816 969 – F +44 1249 815 234
Deceuninck Ltd. - warehouse
Beversbrook Industrial Estate
Porte Marsh
Calne – Wiltshire SN11 9PX
T +44 1249 816 969 – F +44 1249 815 234
www.deceuninck.co.uk
[email protected]
VERENIGDE STATEN
Deceuninck North America Inc.
Deceuninck North America LLC
351 North Garver Road
45050 Monroe, Ohio
T 001 513 539 4444 – F 001 513 539 5404
Deceuninck North America LLC
240 Nevada Pacific Parkway
89408 Fernley, Nevada
T 001 513 539 4444 – F 001 513 539 5404
[email protected]
www.deceuninckna.com
Verslag van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2025 325
324 Lexicon
Lexicon
EBITDA
EBITDA is gedefinieerd als operationele winst / (verlies) voor afschrijvingen en afwaarderingen van vaste activa.
| CIJFERS OVER 12 MAANDEN EINDIGEND OP 31 DECEMBER (in € duizend) | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Bedrijfswinst (+) / verlies (-) | 62.926 | 61.000 |
| Afschrijvingen & afwaarderingen vaste activa | (47.162) | (47.746) |
| EBITDA | 110.087 | 108.746 |
Adjusted EBITDA
Adjusted EBITDA is gedefinieerd als operationele winst / (verlies) aangepast voor (i) afschrijvingen en afwaarderingen van vaste activa, (ii) integratie- en herstructureringskosten, (iii) gerealiseerde meerwaarden & verliezen op verkopen van dochterondernemingen, (iv) gerealiseerde meerwaarden en verliezen op verkopen van vaste activa, (v) afwaarderingen van vaste activa die zijn ontstaan door de toewijzing van goodwill.
| CIJFERS OVER 12 MAANDEN EINDIGEND OP 31 DECEMBER (in € duizend) | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| EBITDA | 110.087 | 108.746 |
| Integratie- & herstructureringskosten | 7.998 | 1.440 |
| Adjusted EBITDA | 118.086 | 110.186 |
EBIT
EBIT wordt gedefinieerd als resultaat voor belastingen en financieel resultaat.
| CIJFERS OVER 12 MAANDEN EINDIGEND OP 31 DECEMBER (in € duizend) | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| EBITDA | 110.087 | 108.746 |
| Afschrijvingen & afwaarderingen vaste activa | (47.162) | (47.746) |
| EBIT | 62.926 | 61.000 |
EBT
EBT wordt gedefinieerd als winst / (verlies) voor belastingen en aandeel in het resultaat van joint ventures.
Gewone winst / (verlies) per aandeel
De gewone winst / (verlies) per aandeel wordt berekend door de nettowinst / (-verlies) van het boekjaar die toegekend kan worden aan de gewone aandeelhouders, te delen door het gewogen gemiddelde van het aantal gewone aandelen.
Verwaterde winst / (verlies) per aandeel
De verwaterde winst / (verlies) per aandeel wordt berekend door de nettowinst / (-verlies) die toegekend kan worden aan de gewone aandeelhouders, te delen door het gewogen gemiddelde van het aantal gewone aandelen, vermeerderd met het gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen die zouden zijn uitgegeven bij de conversie in gewone aandelen van alle uitoefenbare warranten die tot verwatering zullen leiden.
Netto financiële schuld
Netto financiële schuld is de som van de kortlopende en de langlopende rentedragende schulden (inclusief leasing) min de liquide middelen.
| PER 31 DECEMBER (in € duizend) | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Langlopende rentedragende schulden | 101.314 | 100.175 |
| Kortlopende rentedragende schulden | 17.966 | 23.523 |
| Liquide middelen | (34.133) | (26.074) |
| Netto financiële schuld | 85.147 | 97.623 |
Werkkapitaal
Werkkapitaal wordt berekend als de som van handelsvorderingen en voorraden min handelsschulden.
| PER 31 DECEMBER (in € duizend) | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Handelsvorderingen | 111.217 | 109.493 |
| Voorraden | 116.695 | 119.023 |
| Handelsschulden | (123.480) | (110.972) |
| Werkkapitaal | 104.432 | 117.543 |
Aangewend kapitaal
Aangewend kapitaal wordt berekend als de som van vaste activa en werkkapitaal.
| PER 31 DECEMBER (in € duizend) | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Werkkapitaal | 104.432 | 117.543 |
| Vaste activa | 378.527 | 372.786 |
| Aangewend kapitaal | 482.959 | 490.330 |
Dochter- maatschappijen
Ondernemingen waarvan de Groep een participatie van hoger dan 50% heeft of waarover de Groep controle uitoefent.
MTM
Marktwaardering.
Voltijds- equivalenten (VTE)
Voltijdsequivalenten (VTEs) (inclusief medewerkers op interimbasis en extern personeel).
Restricted Group
De Restricted Group bestaat uit alle entiteiten van de Groep exclusief de Turkse dochterondernemingen en hun dochterondernemingen.
Schuldgraad
Schuldgraad wordt gedefinieerd als netto financiële schuld over LTM (Laatste Twaalf Maanden) Adjusted EBITDA.
| PER 31 DECEMBER (in € duizend) | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Netto financiële schuld | 85.147 | 97.623 |
| LTM Adjusted EBITDA | 118.086 | 110.186 |
| Schuldgraad | 0,72 | 0,89 |
327 Building a sustainable home, Deceuninck, Ege Pen Deceuninck, Ege Profil, Forthex, iCOR, INNERGY AP, Pimapen, ThermoFibra, Twinson, Winsa, Zendow are (a.o.) zijn geregistreerde merknamen van Deceuninck NV en haar dochterondernemingen.. This annual report is available in Dutch and English.Dit jaarrapport is verkrijgbaar in het Nederlands en het Engels.
Verantwoordelijk uitgever Serge Piceu
Vertegenwoordiger van Emveco BV CFO
Creatie Focus Advertising
Copyright © 2026 Deceuninck NV – Alle rechten voorbehouden
Maatschappelijke & exploitatiezetel:
Deceuninck NV
Bruggesteenweg 360 – 8830 Hooglede-Gits (België)
BTW BE405.548.486 – RPR GENT, AFDELING KORTRIJK
| Identifier | Period Start | Period End | Dimension | Value |
|---|---|---|---|---|
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2024-01-01 | 2024-12-31 | ifrs-full:IssuedCapitalMember | |
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2025-01-01 | 2025-12-31 | ifrs-full:IssuedCapitalMember | |
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2024-12-31 | ifrs-full:IssuedCapitalMember | ||
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2023-12-31 | ifrs-full:IssuedCapitalMember | ||
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2024-12-31 | ifrs-full:SharePremiumMember | ||
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2023-12-31 | ifrs-full:SharePremiumMember | ||
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2024-01-01 | 2024-12-31 | ifrs-full:RetainedEarningsMember | |
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2024-12-31 | ifrs-full:RetainedEarningsMember | ||
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2023-12-31 | ifrs-full:RetainedEarningsMember | ||
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2024-01-01 | 2024-12-31 | ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember | |
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2024-12-31 | ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember | ||
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2023-12-31 | ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember | ||
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2024-01-01 | 2024-12-31 | ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember | |
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2024-12-31 | ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember | ||
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2023-12-31 | ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember | ||
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2024-01-01 | 2024-12-31 | DEC:TreasurySharesNotHeldInSubsidiariesMember | |
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2024-12-31 | DEC:TreasurySharesNotHeldInSubsidiariesMember | ||
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2023-12-31 | DEC:TreasurySharesNotHeldInSubsidiariesMember | ||
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2024-01-01 | 2024-12-31 | DEC:TreasurySharesHeldInSubsidiariesMember | |
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2023-12-31 | DEC:TreasurySharesHeldInSubsidiariesMember | ||
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2024-01-01 | 2024-12-31 | ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember | |
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2024-12-31 | ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember | ||
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2023-12-31 | ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember | ||
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2024-01-01 | 2024-12-31 | ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember | |
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2024-12-31 | ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember | ||
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2023-12-31 | ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember | ||
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2024-01-01 | 2024-12-31 | ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember | |
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2024-12-31 | ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember | ||
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2023-12-31 | ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember | ||
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2025-12-31 | ifrs-full:IssuedCapitalMember | ||
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2025-12-31 | ifrs-full:SharePremiumMember | ||
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2025-01-01 | 2025-12-31 | ifrs-full:RetainedEarningsMember | |
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2025-12-31 | ifrs-full:RetainedEarningsMember | ||
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2025-01-01 | 2025-12-31 | ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember | |
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2025-12-31 | ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember | ||
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2025-01-01 | 2025-12-31 | ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember | |
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2025-12-31 | ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember | ||
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2025-01-01 | 2025-12-31 | DEC:TreasurySharesNotHeldInSubsidiariesMember | |
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2025-12-31 | DEC:TreasurySharesNotHeldInSubsidiariesMember | ||
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2025-01-01 | 2025-12-31 | ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember | |
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2025-12-31 | ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember | ||
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2025-01-01 | 2025-12-31 | ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember | |
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2025-12-31 | ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember | ||
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2025-01-01 | 2025-12-31 | ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember | |
| 549300R6YGQQ24P6WW72 | 2025-12-31 | ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember | ||
| iso4217:EUR | ||||
| iso4217:EUR | ||||
| xbrli:shares |