AI Terminal

MODULE: AI_ANALYST
Interactive Q&A, Risk Assessment, Summarization
MODULE: DATA_EXTRACT
Excel Export, XBRL Parsing, Table Digitization
MODULE: PEER_COMP
Sector Benchmarking, Sentiment Analysis
SYSTEM ACCESS LOCKED
Authenticate / Register Log In

Compagnie d'Entreprises CFE SA

Annual Report Mar 28, 2025

3929_10-k_2025-03-28_51a652f8-5a63-40b6-8f83-1a471a23e633.xhtml

Annual Report

Open in Viewer

Opens in native device viewer

Compagnie d'Entreprises CFE SA/NV JAARVERSLAG 2024 Rethinking how we live, work, move, produce, and power our world. Jaarverslag 2024 Overeenkomstig het koninklijk besluit van 14 novem- ber 2007 betreffende de verplichtingen van emitten- ten van nanciële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt (KB van 14 november 2007), moet Aannemings- maatschappij CFE haar jaarlijks nancieel verslag ter beschikking stellen van haar aandeelhouders. Dit verslag bevat: • het gecombineerde statutaire en geconsoli- deerde jaarverslag van de Raad van Bestuur (opgesteld overeenkomstig de artikelen 3:6 (e.v.) en 3:32 (e.v.) van het Wetboek van Ven- nootschappen en Verenigingen (hierna: “WVV”)) (waarin nu ook de Duurzaamheidsverklaring is opgenomen); • de verklaring van de verantwoordelijke personen binnen CFE; • het door de commissaris ondertekende rapport. Dit verslag bevat een verkorte versie van de statu- taire jaarrekening (opgesteld conform artikel 3:17 WVV) en een volledige versie van de geconsolideerde jaarrekening. De volledige statutaire jaarrekening, het jaarverslag van de Raad van Bestuur en het verslag van de com- missaris zijn neergelegd bij de Nationale Bank van België overeenkomstig de artikelen 3:10 en 3:12 WVV. De commissaris heeft een oordeel zonder voorbe- houd gegeven over de statutaire en geconsolideerde jaarrekening. Overeenkomstig artikel 12, §2, 3° van het KB van 14 november 2007 verklaren Trorema BV, vertegenwoor- digd door Raymund Trost, CEO en voorzitter van het Executief Comité, en MSQ BV, vertegenwoordigd door Fabien De Jonge, CFO, dat bij hun weten: a) de jaarrekeningen, die zijn opgesteld overeen- komstig de toepasselijke standaarden voor jaarrekeningen, een getrouw beeld geven van het vermogen, van de nanciële toestand en van de resultaten van CFE en in de consolidatie opgenomen ondernemingen; b) het jaarverslag een getrouw overzicht geeft van de ontwikkeling, de resultaten en de positie van CFE en van de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, alsmede een beschrijving van de voornaamste risico’s en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden. De ofciële ESEF-versie van het jaarverslag in het Nederlands is beschikbaar op de website van CFE. Daarnaast is het jaarverslag, de integrale versie van de statutaire en geconsolideerde jaarrekening en het verslag van de commissaris over de jaarrekening beschikbaar op de website (www.cfe.be) of kunnen gratis worden verkregen op eenvoudig verzoek aan het volgende adres: Edmond Van Nieuwenhuyselaan 30 - 1160 Brussel (België) - Tel. +32 2 661 18 15 -info@ cfe.be. Jaarverslag 2024 - CFE 2 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring 2024 Financiële staten Inhoudsopgave Bericht van de Voorzitter en de CEO 5 Onze ambities en realisaties 10 Financiële kerncijfers 10 Vastgoed ontwikkeling 11 Multitechnieken | VMA 13 Multitechnieken | MOBIX 15 Bouw & Renovatie 17 Investments 19 Mensen 21 Duurzaamheid 22 IT, digitalisering & innovatie 25 Legal and Compliance 26 Governance Jaarverslag van de Raad van Bestuur 29 I. Statutaire jaarrekening 29 II. Geconsolideerde jaarrekening 32 III. Verklaring van deugdelijk bestuur 50 IV. Remuneratieverslag 64 Duurzaamheidsverklaring Algemeen 74 Milieu-informatie 92 Sociale informatie 111 Informatie over de governance 121 Bijlagen 123 Financiële staten I. Geconsolideerdenanciëlestaten 132 II. Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening 138 III. Statutairenanciëlestaten 215 Algemene informatie 223 Jaarverslag 2024 - CFE 3 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring 2024 Financiële staten Belangrijke informatie voor de aandeelhouders Financiële kalender • 30 april 2025: gewone algemene aandeelhoudersvergadering • 20 mei 2025: tussentijdse verklaring van 31 maart 2025 • 28 augustus 2025: halfjaarresultaten 2025 • 19 november 2025: tussentijdse verklaring van 30 september 2025 Voorgesteld dividend Aan de gewone algemene vergadering van 30 april 2025 zal worden voorgesteld om de winstdeling voor het boekjaar 2024 goed te keu- ren, namelijk een brutobedrag van 0,40 euro per aandeel CFE, het equivalent van 0,28 euro netto per aandeel (na aftrek van de roe- rende voorhefng van 30%). Dit dividend zal betaalbaar zijn vanaf 21 mei 2025, met overschrijving aan de aandeelhouders op naam of met creditering op de bank- rekening van de eigenaar van gedematerialiseerde aandelen. De nanciële dienst wordt verzorgd door Bank Degroof Petercam (Sys- tem Paying Agent). Beleggersrelaties Bijkomende informatie is beschikbaar op onze website (www.cfe.be), waaronder: • de jaarverslagen en halfjaarverslagen en de driemaandelijkse persberichten • de andere persberichten • de presentaties voor de analisten en investeerders • een online inschrijving om beleggersinformatie te ontvangen (aankondigingen van publicaties, persberichten, ...) Proel van de Groep CFE CFE is een multidisciplinaire Groep die globale oplossingen ontwikkelt voor complexe maatschappelijke uitdagingen in de snelgroeiende markten van duurzame gebouwen, slimme industrieën en de infrastructuur voor energie en mobiliteit van morgen. Om dit te bereiken bundelt de Groep de krachten van haar vier segmenten: Vastgoedontwikkeling, Multitechnieken (o.a. gebouwbeheer, industriële automatisering en energie- en mobiliteitsinfrastructuur), Bouw & Renovatie en Duurzame Investeringen. CFE wil een leidende rol spelen op deze sleutelmarkten door het status quo in vraag te stellen en alles te veranderen wat niet duurzaam is voor de toekomstige generaties. Daarom heeft de Groep innovatie, duurzaamheid en veiligheid centraal gesteld in haar activiteiten. Haar missie is om mensen, competenties, materialen en technologie samen te brengen in een gemeenschap voor positieve verandering. Deze missie heeft de Groep in staat gesteld een voortrekkersrol op zich te nemen in het gebruik van duurzame bouwmaterialen, grootschalige renovatie, geavanceerd energiebeheer en andere domeinen met een hoge maatschappelijke waarde. CFE is door Sustainalytics erkend als een van de beste ESG-bedrijven in de sector. De strategie van CFE wordt afgekort onder het acroniem ‘SPARC’ dat als kompas dient voor de entiteiten van de Groep. Het leidt de ‘Shift’ naar innovatie en duurzaamheid, de wens om te ‘Performen’ en operationele uitmuntendheid te bereiken, haar groei te versnellen (‘Accelerate’) door een geïntegreerde aanpak, het creëren van waarde en het rendement (‘Return’) voor alle belanghebbenden, en het creëren van een echte ‘Community’ van mensen die geloven in een positieve verandering zowel binnen als buiten de organisatie. Jaarverslag 2024 - CFE 4 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring 2024 Financiële staten In dit gesprek geven Raymund Trost, CEO, en Luc Bertrand, Voorzitter van de Raad van Bestuur, hun visie op de prestaties van de Groep CFE in 2024 en hun verwachtingen voor de komende jaren. Bericht van de Voorzitter en de CEO Raymund Trost, CEO van CFE Groep en Luc Bertrand, Voorzitter van de Raad van Bestuur “Veiligheid van onze mensen blijft onze prioriteit. Het is nooit een gewonnen zaak.” Continue vooruitgang in het verbeteren van de veiligheid Raymund: Net zoals vorig jaar wil ik starten met vei- ligheid. De afgelopen jaren hebben wij actief gewerkt aan een echte veiligheidscultuur waarin alle veilig- heidskwesties openlijk worden besproken en vervol- gens verbeterd. En onze inspanningen werpen hun vruchten af. De frequentie- en ernstgraad van ongevallen zijn sinds 2021 gedaald met respectievelijk 43% en 27%. Ook onze leidinggevende indicatoren van proactieve veiligheidsbezoeken door managementteams evolu- eren in de goede richting. Jaarverslag 2024 - CFE 5 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring 2024 Financiële staten Veiligheid van onze mensen blijft onze prioriteit. Het is nooit een gewonnen zaak. Wij hebben onze ambitie ‘Go for Zero’ genoemd en nul is ook het enige aan- vaardbare aantal ongevallen. “Deze cijfers duiden op een gezonde balans en zijn te danken aan de gediversifieerde inkomstenstromen en het rigoureuse risicobeheer van CFE.” Sterke nanciële prestaties in een uitdagende markt Raymund: Ik ben erg trots op onze teams die in 2024 solide prestaties hebben geleverd, waaraan de meeste van onze bedrijfsactiviteiten sterk hebben bij- gedragen. Onze vier bedrijfssegmenten waren winst- gevend in 2024, ondanks de uitdagende marktom- standigheden. Luc: CFE verhoogde haar nettoresultaat met 5% en realiseerde een rendement op eigen vermogen van 10%, gecombineerd met een nooit geziene operati- onele cashow die leidde tot een aanzienlijk lagere schuldenlast. Deze cijfers weerspiegelen een gezonde balans en zijn te danken aan de gediversieerde inkomstenstromen en het rigoureuse risicobeheer van CFE. Raymund: De vastgoedmarkt had het moeilijk in 2024, met minder investeringen in residentiële en kantoorgebouwen. De terugvallende resultaten in ons Vastgoedsegment werden echter gecompenseerd door een aanzienlijke verbetering in onze segmenten Bouw & Renovatie en Multitechnieken. Wij hebben onze inspanningen gericht op operationele uitmun- tendheid en ik ben erg blij om te zien dat dit vruchten afwerpt. 2024 werd ook gekenmerkt door de voltooiing van enkele grote, operationeel zeer uitdagende projecten, zoals ZIN in No(o)rd en LuWa. Hoewel wij erg trots zijn op het eindresultaat, zullen wij er alles aan doen om nooit meer onderpresterende projecten van deze omvang te hebben. Daarom ben ik tevreden dat ons strenge selectieve aanbestedingsproces efciënt blijkt te zijn: sinds de start van dit proces enkele jaren geleden werden er geen probleemgevallen van deze omvang nog bij ons opgetekend. “De echte waarde die wij geleidelijk creëren, ligt in de gecombineerde expertise van onze bedrijfsactiviteiten voor totaaloplossingen.” Gecombineerde expertise voor totaaloplossingen in kernmarkten Raymund: Ons multidisciplinaire businessmodel maakt ons duidelijk zeer veerkrachtig. De echte waarde ervan die wij geleidelijk creëren, ligt echter in de gecombineerde expertise van onze bedrijfsactivi- teiten voor totaaloplossingen. Wij hebben een uniek pakket van vaardigheden die samengenomen veel meer waard zijn dan de som der delen. Luc: CFE is strategisch gepositioneerd op drie snel- groeiende markten: duurzame gebouwen, slimme Luc Bertrand, Voorzitter van de Raad van Bestuur Jaarverslag 2024 - CFE 6 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring 2024 Financiële staten industrie en infrastructuur voor de energie en mobi- liteit van morgen. Deze markten spelen een sleutelrol in de net-zero transitie en wij zien dat ze de komende jaren massale investeringen zullen aantrekken. Maar even belangrijk is dat ze vaak zeer complexe uitdagingen met zich brengen waarvoor verschil- lende expertisedomeinen naadloos moeten samen- werken. Dit is waar CFE haar geïntegreerde oplossin- gen kan inzetten. Raymund: Wij hebben al ervaring met het combine- ren van onze vastgoed-, bouw- en renovatieactivitei- ten en multitechnieken voor residentiële en kantoor- gebouwen. Maar wij streven ernaar om dit ook in toe- nemende mate te doen voor ziekenhuizen, scholen, industriële klanten zoals datacenters en farmaceuti- sche ondernemingen, alsook infrastructuurprojecten. . “Wij zien een groot nog onbenut potentieel in de opwaardering van energieverslindende kantoorgebouwen.” Duurzame gebouwen Raymund: De residentiële markt was uitdagend in 2024 met hoge rentetarieven en inatie. Maar dankzij onze stevige track record en ons ESG-proel in België, Polen en Luxemburg konden wij in alle markten goede verkoopcijfers handhaven. In 2024 hebben wij minder nieuwe projecten aangekocht, maar nu de markt stabiliseert, zullen wij de pijplijn weer vullen met spe- ciale aandacht voor projectontwikkelingen met een lager risico inzake vergunningsprocedures. In de kantoor- en gemengde markt ontwikkelen en bouwen wij meerdere vlaggenschipprojecten, zoals Brouck’R, EQ en Realex in Brussel, het nieuwe hoofd- kantoor van SD Worx in Antwerpen en het nieuwe hoofdkantoor van PwC en het Rode Kruis in Luxem- burg. En dan is er natuurlijk Kronos, de grootste ont- wikkeling die de Groep CFE ooit heeft ondernomen, op een toplocatie, dat een echt duurzaam kantoor van de toekomst zal zijn. Deze projecten worden vaak uitgevoerd door ver- schillende van onze business units die samenwerken en tonen onze expertise in biogebaseerde bouw, grootschalige renovatie en energie-optimaliserende technologie. Vermeldenswaard is ons VMA Main- tenance team dat de cirkel sluit door klanten een kwalitatieve onderhoudsservice te bieden voor hun gebouwen en technische installaties, en een winstge- vende bron van recurrente inkomsten voor de Groep CFE is. Wij zien een groot nog onbenut potentieel in de opwaardering van energieverslindende kantoor- gebouwen. In het kader van de EU-Taxonomie zijn investeerders op zoek naar een partner die hen kan helpen om te gaan met de complexiteit van deze projecten. Speciaal daarvoor hebben wij een aanbod opgezet onder de naam Pulse, dat hen een A tot Z service biedt die wordt ondersteund door de andere CFE-bedrijven, variërend van advies over energiebe- sparende interventies tot volledige renovaties. En het team heeft al een veelbelovende reeks eerste projec- ten in studie voor klanten als Ethias, Axa en Generali. Raymund Trost, CEO van de CFE Groep Jaarverslag 2024 - CFE 7 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring 2024 Financiële staten “De sleutel tot het succes van onze industriële projecten zijn de lange- termijnrelaties die wij met onze klanten opbouwen.” Slimme industrie Ook voor onze industriële klanten is de kracht van CFE om zeer complexe projecten aan te pakken een concurrentievoordeel. Op dit moment zijn er projec- ten in aanbouw zoals het nieuwe LCL Data Center in Brussel en een nieuwe radiofarmaceutische produc- tiefaciliteit voor Full-Life Technologies in Gembloux, beide gebouwd door bouwbedrijven van CFE en uit- gerust door VMA met gebouwtechnische installaties. Voor het nieuwe Daikin warmtepomptestcentrum in Gent installeerde VMA de gebouwtechnieken, maar gebruikte ze ook haar VMANAGER-platform om de testkamers voor de warmtepompen aan te sturen. De bedrijven van CFE worden ook benaderd door industriële klanten voor hun specieke expertise, zoals het voortgezette werk van MBG aan de ethaankraker voor Ineos Project One, dat een echt staaltje van technische vaardigheid is. VMA breidt gestaag het aantal samenwerkingsverbanden met klanten uit voor industriële automatiseringsprojecten in de markten van plastiekrecyclage, voeding & dranken, jnchemie en automotive. De sleutel tot het succes van onze industriële projec- ten zijn de langetermijnrelaties die wij met onze klan- ten opbouwen. Dankzij deze samenwerkingsverban- den kennen wij hun bedrijf door en door en kunnen wij op maat gemaakte oplossingen van zeer hoge kwaliteit bieden. “Wij geloven dat de samen- werking tussen VMA en MOBIX voor energie-infra- structuurprojecten veel potentieel heeft.” Infrastructuur voor de mobiliteit en de energie van morgen Raymund: Er is een snel groeiende vraag naar infra- structuurdiensten voor groene energie in het kader van de net-zero transitie, variërend van productie en opslag tot netcapaciteit. Met CFE willen wij onze posi- tie op deze markt versterken. Luc: CFE heeft al investeringen in Green Offshore en BSTOR, die respectievelijk wind- en batterijparken bouwen, beide in samenwerking met Ackermans & van Haaren. Green Offshore neemt deel aan de aan- besteding voor nieuwe ontwikkelingen in het Prinses Elisabeth-gebied voor de Belgische kust en BSTOR zal twee extra batterijparken bouwen. Interessant is dat VMA en MOBIX onderaannemers zijn voor de installatie van de Tesla-batterijen op deze parken - een samenwerking voor gezamenlijke energie-infra- structuurprojecten die volgens ons meer potentieel heeft. Raymund: Twee jaar geleden begon MOBIX met de uitbreiding van spoorinfrastructuur naar energie-in- frastructuur, een stap die resultaat begint te tonen. Ze verkregen nieuwe contracten voor kabelwerk op de energienetten Ores en Resa in Wallonië en sloten een partnerschap met EDI voor de installatie van laadin- frastructuur voor TUC Rail. Natuurlijk zijn energie- en mobiliteitsinfrastructuur nauw met elkaar verweven in de net-zero transitie. MOBIX zet haar werkzaamheden in de spoorweg- sector voort, met nieuwe opdrachten voor de ver- nieuwing van de spoor- en metro-infrastructuur in en rond Brussel. Van Laere zet haar succesvolle werk aan de Oosterweelverbinding in Antwerpen voort en heeft twee extra opdrachten binnengehaald ter waarde van bijna 400 miljoen euro, te spreiden over de komende tien jaar. Ook hun bijdrage aan de nieuwe sluis Terneuzen in North Sea Port bleef niet onopgemerkt, een technisch hoogstandje vergelijk- baar met de sluizen in het Panamakanaal. “Het blijft onze visie om een echte duurzame gemeenschap van partners te creëren die zich ook inzetten om een “Change for Good” teweeg te brengen.” Een gemeenschap bouwen voor “Change for Good” Luc: In 2030 zal CFE 150 jaar jong zijn! CFE was toen een pionier en is dat nog steeds. Raymund: Het blijft onze visie om een echte duur- zame gemeenschap van partners te creëren die zich ook inzetten om een «Change for Good» teweeg te brengen. Wij zijn de mensen die al heel lang bij ons zijn erg dankbaar. Niet in het minst onze HERO’s, de vrouwen en mannen van de bedrijven van CFE, die Jaarverslag 2024 - CFE 8 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring 2024 Financiële staten een ongelooijke knowhow, creativiteit en inzet blij- ven tonen bij het zoeken naar innovatieve en duur- zame oplossingen voor complexe uitdagingen voor een betere samenleving. Wij zijn ons er ten volle van bewust dat ons succes afhangt van het talent dat wij blijven aantrekken en ontwikkelen. Onze Top Employer certicering is opnieuw een mooie erkenning van onze solide HR-praktijken, maar nog waardevoller is de erkenning door onze eigen mensen als een fantastische plek om te werken in de jaarlijkse ‘How are you?’ engagementenquête. Luc: Centraal in onze engagementscore staat de onmiskenbare inzet van CFE voor duurzaam onder- nemen. Wij zijn op schema met ons plan om de directe CO 2 -emissie te verminderen, met al een reductie van 25% sinds 2020. Als onderdeel van onze CSRD-rapportage, die wij dit jaar voor het eerst voor- stellen, hebben wij ook onze indirecte CO 2 -emissie berekend en een ambitieus doel gesteld van -20% in 2030. Raymund: Maar de grootste impact kunnen wij heb- ben door onze klanten te helpen bij hun transitie. Daarom hebben wij het CFE Sustainability Know- ledge Center opgericht dat hen voorziet van onze deskundige kennis, duurzame alternatieven en tools. . Luc: En de gemeenschap van CFE van «Change for Good» beperkt zich niet tot de eigen organisatie en zakelijke partners. In 2024 lanceerden wij de Heroes for Good Foundation die non-protorganisaties ondersteunt die zich richten op sociale rechtvaar- digheid, gezondheid en onderwijs. Dit bleek ook een geweldige inspiratiebron te zijn voor onze mensen, die de verenigingen van hun keuze konden voordra- gen voor ondersteuning. “Wij zijn vol vertrouwen 2025 ingegaan en hebben alle kaarten in handen om in de toekomst te winnen.” Vooruitblik Luc: Wij zijn vol vertrouwen 2025 ingegaan dankzij een toegenomen orderboek en een zeer gezonde balans. De combinatie van activiteiten van CFE is uniek op de markt en ik ben ervan overtuigd dat de echte waarde nog ontdekt moet worden. Raymund: Wij laten eindelijk enkele grote en operati- oneel uitdagende projecten achter ons die de resul- taten van de afgelopen jaren negatief hebben beïn- vloed. Wij verwachten dat de omzet licht zal krimpen, maar dat ons nettoresultaat vergelijkbaar zal zijn met dat van 2024. Met ons multidisciplinaire busi- nessmodel en een voortdurende focus op rigoureus risicobeheer hebben wij alle troeven in handen om in de toekomst te winnen. Jaarverslag 2024 - CFE 9 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring 2024 Financiële staten In miljoen euro 2020 2021 2022 2023 2024 Omzet 1.026,1 1.125,3 1.167,2 1.248,5 1.182,2 EBITDA 45,2 68,5 63,1 49,5 49,9 EBIT 38,1 58,0 51,0 33,0 32,0 Resultaat - deel van de groep 17,7 39,5 38,4 22,8 24,0 Eigen vermogen - deel groep 95,3 133,8 224,7 236,8 247,8 Netto nanciële schuld 112,4 113,0 48,9 93,3 41,7 1.182,2m OMZET 24,0m NETTO RESULTAAT 1.646,3m ORDERBOEK Fabien De Jonge: Gezien de moeilijke marktomstan- digheden hebben wij onze inspanningen toegespitst op operationele uitmuntendheid. Wij zien 2025 met vertrouwen tegemoet, dankzij een zeer gezonde balans. Onze aandacht zal gefocust blijven op een rigoureus risicobeheer en een uitmuntende uitvoe- ring van onze projecten. De omzet voor 2024 bedraagt 1.182,2 miljoen euro, een daling met 5,3% tegenover het vorige boekjaar. Het nettoresultaat bedraagt 24,0 miljoen euro, een stijging met 5,2%. De woning- en kantoormarkt blijft verstoord. Toch zijn de eerste tekenen van herstel zichtbaar. De aanzienlijk verbeterde bijdrage van de segmenten Bouw & Renovatie en Multitechnieken werd gecompenseerd door een daling van de resul- taten van de segmenten Vastgoedontwikkeling en Investeringen & Holding. De netto nanciële schuld van de Groep is aanzienlijk gedaald in 2024: zij bedraagt 41,7 miljoen euro tegen- over 93,3 miljoen euro per 31 december 2023. Deze uitstekende prestatie wordt verklaard door een histo- risch hoge operationele kasstroom : 85,3 miljoen euro. Het orderboek werd versterkt door verschillende grote commerciële successen, waaronder bijko- mende bestellingen in het kader van het Ooster- weelverbinding-project waarvan de uitvoering over verschillende jaren gespreid zal plaatsvinden. Het orderboek bereikt 1,65 miljard euro, een stijging met 29,8% tegenover 31 december 2023. Financiële kerncijfers Fabien De Jonge : De vooruitzichten op middellange en lange termijn blijven positief voor CFE, dankzij haar positie op de groeimarkten van renovatie en energie-prestatieverbeteringen van bestaande gebouwen, de ontwikkeling van infrastructuur voor de energietransitie en duurzame mobiliteit, alsook de industriële automatisering. Prioriteit zal gaan naar het selectief aannemen van opdrachten en het verbeteren van de operationele prestaties. Globaal gezien verwacht CFE een gematigde daling van de omzet in 2025 en een nettoresultaat dicht bij dat van 2024. “Wij hebben onze veerkracht in deze moeilijke markt duidelijk te danken aan de diversiteit van de inkomstenstromen uit ons multidisciplinaire model.” Fabien De Jonge, Chief Financial Ofcer Jaarverslag 2024 - CFE 10 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring 2024 Financiële staten Jacques Lefèvre: BPI Real Estate is erin geslaagd om op een uitdagende markt stand te houden, door te vertrouwen op haar leiderspositie in hoogwaardige en duurzame ontwikkelingen. In België leverde BPI Real Estate in 2024 drie resi- dentiële projecten op: Tervuren Square in Sint-Pie- ters-Woluwe, Arboreto in Tervuren, en Park op de Erasmus Gardens-site in Anderlecht. De voltooiing van het John Martin’s-project in Antwerpen, dat reeds werd verkocht aan een investeerder, staat gepland voor 2025. Daarnaast is er van start gegaan met de tweede fase van het residentiële duurzame project Godskespark in Hasselt, dat bestaat uit 160 bouwkavels voor eengezinswoningen en nu al een commercieel succes blijkt. De verkoop van al deze projecten was bevredigend. Het Brouck’R-project, in het centrum van Brussel, werd met succes opgestart en er werd een verkoopovereenkomst gesloten met De Nationale Loterij om er haar toekomstige hoofd- kantoor van 6.800 m² onder te brengen. De projecten EQ en Uni’Vert zullen worden gelanceerd in 2025. Er werden vergunningen afgeleverd voor Clarisse in Aarlen en Move’Hub nabij het Zuidstation, dat de ontwikkeling omvat van 38.000 m² kantoorruimte en 13.600 m² residentiële ruimte. De verkoop in toekom- stige staat van voltooiing werd afgerond voor het gebouw van 10.000 m² voor Haute École de la Pro- vince op de Bavière-site in Luik aan de Provincie. In Polen werden de residentiële projecten Bernar- dovo in Gdynia, Panoramiqa in Poznan, en Czysta in Wroclaw opgeleverd. In totaal zijn er 567 wooneenhe- den, waarvan momenteel 75% verkocht is. Projecten in aanbouw zijn Chmielna Duo in Warschau en de eerste drie fasen van Cavallia in Poznan, allemaal gepland voor oplevering in 2025. Het Obrzezna-pro- ject in Poznan werd verkocht aan een ontwikkelaar-in- vesteerder. De bouw van PianoForte zal volgens planning van start gaan in 2025. Er werd een perceel grond aangekocht voor de ontwikkeling van 618 wooneenheden tegenover het Panoramiqa-project in Poznan. De start van de bouw is gepland voor 2026. In december 2024, één jaar nadat wij een belangrijk vastgoedontwikkeling hadden verworven in Gdańsk aan de rand van het historische centrum, hebben wij beslist om 50% van de aandelen van de specieke projectvennootschap (SPV) die de rechten op dit per- ceel bezit, te verkopen aan een nieuwe speler op de Poolse vastgoedmarkt, gesteund door Belgisch kapi- taal. Met deze stap gaan wij ook een veelbelovende samenwerking op lange termijn aan die aansluit bij onze groei- en diversicatiestrategieën. Vastgoed- ontwikkeling Bernadovo Gdynia Brouck’R Brussel PianoForte Warschau “Wij hebben een sterke reputatie opgebouwd op de markt als duurzame ontwikkelaar van kwaliteits- woningen en kantoorruimtes. Ik ben ongelooflijk trots op het harde werk van ons team dat ons zover gebracht heeft en ik kijk uit naar wat 2025 ons zal brengen.” Jacques Lefèvre, CEO BPI Real Estate Jaarverslag 2024 - CFE 11 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring 2024 Financiële staten Tervuren Square Bruxelles EQ Brussel “In een uitdagende economische context zijn wij erin geslaagd om solide resultaten neer te zetten. Ook in de toekomst willen wij te allen tijde deze veerkracht behouden en nieuwe opportuniteiten benutten. Met de knowhow van ons team en de steun van een sterke CFE Groep heb ik vertrouwen in de toekomst.” Arnaud Regout, Chief Investment Ofcer & New Development Real Estate Chmielna Duo Warschau Arnaud Regout: In Luxemburg werden de residentiële projecten Rockwood en fase 3 van Domaine des Vignes opgeleverd. De projecten Mimosa en fase 4 van Domaine des Vignes zijn nog lopende en werden reeds voor respectievelijk 50% en 60% verkocht. De architectuurwedstrijd voor het Kronos-project werd afgesloten en de voorbereidende werken zullen eind 2025 van start gaan. Jacques Lefèvre: De vastgoedmarkt blijft uitdagend in 2025. De bouwkosten zijn echter gestabiliseerd en de rentevoeten beginnen te dalen. Ook de inatie zal naar verwachting stabiliseren waardoor de vast- goedsector op middellange termijn weer in een posi- tieve cyclus kan terecht komen. Wij zullen nauw blijven samenwerken met onze col- lega’s van het segment Bouw & Renovatie in de CFE Groep, alsook met externe partners. Samenwerken met partners waarmee wij een langdurige vertrou- wensrelatie hebben opgebouwd, is belangrijk voor het bereiken van kwaliteitsnormen van topniveau en duurzaamheid op de langere termijn. Onze ambitieuze duurzaamheidsdoelen, ons ESG-proel en onze gerenommeerde focus op eer- steklas huisvesting verschaffen ons een solide posi- tie op de markt en het vermogen om toekomstige investeerders aan te trekken. De zeer ervaren vastgoedexperts van CFE Groep kun- nen klanten ondersteunen via ons nieuwe aanbod, Pulse, dat zich richt op de herwaardering van ener- gieverslindende kantoren, met verschillende projec- ten in de pijplijn. Door de expertise van onze Groep te bundelen om deze complexe uitdagingen op één centrale plaats aan te pakken, kunnen wij een geïn- tegreerde oplossing bieden voor investeerders en vastgoedbeheerders. Wij willen hen ‘ontlasten’ door herwaardering zo gemakkelijk mogelijk te maken en hen tegelijkertijd door het proces te begeleiden. In 2025 zullen wij onze projectpijplijn weer beginnen vullen, na een jaar met zeer weinig nieuwe acquisi- ties vanwege de uitdagende markt. Arnaud Regout: Kronos blijft een belangrijk vlag- genschipproject waarmee wij een nieuw niveau van duurzame ontwikkeling willen bereiken. De sloopver- gunningen zijn begin 2025 verkregen en de ontman- telingswerkzaamheden zullen naar verwachting in het vierde kwartaal van 2025 opstarten. Jaarverslag 2024 - CFE 12 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring 2024 Financiële staten Peter Matton: De Groep heeft haar VMA Services aanbod verder versterkt, dat onderhoud biedt gedu- rende de volledige levenscyclus van gebouwen en een belangrijke bijdrage levert aan de groei van het bedrijf. De Gebouwtechnieken van VMA voltooide de werken aan ZIN in No(o)rd voor Bemmo, het Grand Hôpital in Charleroi, en HOWEST Campus in Brugge samen met MBG. De werken aan het Marnix-hoofd- kantoor voor ING in Brussel en de parking op de site van Blauwe Poort Antwerpen zijn nog aan de gang. De werken gingen van start voor Full-Life Technolo- gies in Gembloux, in samenwerking met BPC Groep, LCL Datacenter samen met MBG, Aerospace Lab in Charleroi, Green Energy Park in Zellik, de nieuwe Leo- nidas fabriek in Nijvel, en Brouck’R in Brussel met BPI Real Estate. VMA’s Industrial Automation behaalde in 2024 een sterk resultaat uit projecten voor haar langdurige klanten in de automobielsector, ondanks de huidige verstoring van de markt. In Process & Manufacturing Technologies (PMT) zette VMA de werkzaamheden aan het Daikin Center in Gent voort en leverde zij met succes projecten op voor Astra Sweets en Indaver. Multitechnieken | VMA Daikin Europe Research & Development Center Gent “VMA staat aan de spits van de energietransitie. Wij hebben sterke, innovatieve oplossingen en beschikken over een indrukwek- kende expertise om de komende jaren een echt verschil te maken.“ Peter Matton, CEO VMA Automotive Volvo Jaarverslag 2024 - CFE 13 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring 2024 Financiële staten Peter Matton: De bouwmarkt blijft uitdagend, met hoge bouwkosten en rentevoeten, en tragere lever- tijden voor materialen. Maar aan de andere kant is er nog steeds veel groeipotentieel voor VMA op de markt voor bouwtechnologieën die wij willen aan- boren. Hoewel wij reeds een stevige positie hebben, willen wij zeker nog verder uitbreiden. Wij zien veel potentieel in en een sterke vraag naar energie-efciënte gebou- wen die voldoen aan de wetgeving, vooral voor kantoorgebouwen, openbare gebouwen en groot- schalige renovaties. Het gaat om een markt waar wij veel toegevoegde waarde kunnen bieden met ons ESCO-aanbod (Energy Service Contracten), slim energiebeheer en preventief en predictief onderhoud. Gezien onze decennialange ervaring willen wij volop inspelen op de energiemarkt. Dit is ook de expertise die wij inbrengen in Pulse, dat zich richt op de opwaardering van vastgoed met een geïntegreerd aanbod, waarbij alle kennis van de CFE Groep wordt gebundeld. Nieuw in ons aanbod is VMA Express, dat snelle onderhoudsservices biedt aan bestaande en nieuwe klanten, waardoor ook de deur wordt geopend voor de upselling van het volledige VMA-portfolio. De automobielsector zal volatiel blijven. Wij streven hier naar een gezonde baseline van projecten en inkomsten. Marnix-hoofdkantoor voor ING Brussel Indaver Antwerpen Grand Hopital de Charleroi In PMT zijn wij nog steeds een nieuwkomer op een markt met een enorm potentieel. Wij zullen ons rich- ten op drie segmenten waar wij de meeste expertise hebben: voeding & dranken, jnchemicaliën en kunst- stofrecycling. Wij beschikken al over uitstekende refe- renties in deze domeinen. Jaarverslag 2024 - CFE 14 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring 2024 Financiële staten “De kracht van MOBIX is de expertise die wij als team de afgelopen jaren hebben opgebouwd en die wij nu gemakkelijk kunnen inzetten op nevenmarkten zoals infrastructuur voor de energietransitie. Ik ben er trots op dat klanten ons vertrouwen en dat wij deel kunnen uitmaken van zo’n belangrijke ontwikkeling.” David Vanhelmont, CEO MOBIX David Vanhelmont: 2024 was een overgangsjaar voor MOBIX. Naast spoorweginfrastructuurwerken hebben wij onze activiteiten verder gediversieerd en uitge- breid naar de energiemarkt. Het jaar werd gekenmerkt door de voltooiing van het LuWa-project en een lichte daling van de spoorac- tiviteiten door de lage activiteit bij Infrabel. De Busi- ness Unit Energie startte met de vernieuwing van de signalisatie- infrastructuur in de Brusselse metrotun- nels in samenwerking met HITACHI. Daarnaast werden nieuwe contracten gesloten voor kabelwerken voor ORES en RESA. Samen met EDI werd het eerste contract voor laadinfrastructuur voor TUC Rail verkregen, evenals een contract voor de installatie van batterijcapaciteit, samen met VMA, voor Tesla. Door de afname van de activiteiten bij Infrabel richtten de Track-activiteiten zich op de par- ticuliere markt in industriële omgevingen, met klanten als Arcelor Mittal en Ineos. MOBIX bleef ook haar expertise inzetten in de vernieu- wing, elektricatie en levering van laadinfrastructuur voor taxibanen op Brussels Airport. Multitechnieken | MOBIX David Vanhelmont: In 2025 zal MOBIX haar basis- activiteiten voor spoorweginfrastructuur voortzetten, maar ook actief diversiëren naar de energiemarkt, die de komende jaren aanzienlijk zal blijven groeien. Energie-infrastructuur, waaronder batterij- en oplaad installaties voor verschillende soorten vervoer, zijn bijzonder veelbelovend gezien de vaardigheden van het bedrijf. Dankzij onze lopende, toonaangevende projecten wordt onze naamsbekendheid steeds groter op de markt. Wij zijn goed gepositioneerd dankzij onze interne expertise en hoogopgeleide mensen die ons een duidelijk concurrentievoordeel verschaffen. Wij zijn een echte partner voor onze klanten. Wij denken met hen mee en zoeken mee naar oplossingen. Wij worden immers steeds vaker benaderd door klanten die gespecialiseerd zijn in ontwerp en engineering, waarbij MOBIX haar expertise kan toevoegen op het gebied van uitvoering en installatie. Brussels Airport Kabelwerken LuWa Jaarverslag 2024 - CFE 15 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring 2024 Financiële staten We bring together people, skills, materials and technology in a community of change for good. 16 Jaarverslag 2024 - CFE Woord van de Voorzitter en CEO Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring 2024 Financiële staten Onze ambities en realisaties Bruno Lambrecht: De economische situatie in Europa is erg uitdagend, vooral voor de bouw- en renovatie- markt, met hoge rentevoeten en dure materialen. Om door deze markt te blijven navigeren is het belangrijk om dicht bij onze langdurige klanten te blijven en een betrouwbare, professionele en sterke nanciële partner te blijven. We moeten ons ook ontwikkelen op de markten waar we reeds veel expertise hebben en synergieën blijven vinden tussen onze entiteiten om totaaloplossingen te ontwikkelen voor onze klanten. Wij blijven ons ook focussen op risicobeheer en selec- tief bieden op offerte-aanvragen. MBG beleefde een topjaar in 2024 met uitstekende nanciële resultaten, waarmee zij haar sterke track- record voortzet. Belangrijke ingrediënten hiervoor zijn een LEAN organisatie met zeer efciënte mensen met een sterke focus op operationele uitmuntendheid en klanttevredenheid. MBG deelt haar knowhow binnen de Groep en vindt synergieën met andere Business Units van Bouw & Renovatie. MBG wendde haar expertise aan in industriële projecten met de lopende werken aan de ethaankraker voor INEOS Project One in Antwerpen. Daarnaast werd haar knowhow op het gebied van gezondheidszorg en residentieel vastgoed benut voor de uitbreiding van het UZ Gent, Park Lane in Brussel voor Nextensa, en de voltooiing van O’Sea in Oostende voor Immobel. De bouw van de vernieuwde HOWEST Campus in Brugge werd voltooid en de werken aan het LCL data center, een project in samenwerking met VMA, gingen van start. In 2024 werd het managementteam van Van Laere gereorganiseerd, waarbij de vertegenwoordiging van projectdirecteuren in het directieteam werd versterkt. Deze structurele verandering heeft de besluitvorming aangescherpt met een meer operationele focus. Als gevolg hiervan heeft Van Laere haar prestaties aanzienlijk verbeterd, gedreven door een streven naar operationele uitmuntendheid en risicobeheer- sing. In België voltooide Van Laere, samen met BPC Groep en VMA, de renovatie van de 110.000 m² ZIN in No(o)rd voor Bemmo, waarmee de grootste renovatie in haar soort in België werd afgerond. Via het consortium Sassevaart leverde Van Laere ook de Nieuwe Sluis Terneuzen voor North Sea Port, een sluis vergelijkbaar met de sluizen in het Panamaka- naal en een van de grootste ter wereld. Samen met de lopende ROCO-werkzaamheden op het Oos- terweel-project, versterkt dit de expertise van Van Laere op het gebied van civieltechnische werken. In Antwerpen werd verder gewerkt aan de Blue Gate parking en aan de BAN-Nieuw Zuid residentiële ont- wikkeling voor Triple Living. De werken aan het Airport Business Center in Brussel voor The House of Deve- lopment en aan het nieuwe hoofdkantoor op hout- Bouw & Renovatie basis van SD Worx in Antwerpen gingen van start. BPC Groep had een aantal operationeel uitdagende projecten in 2024, maar zette haar succesvolle track- record van grootschalige binnenstedelijke renovaties in Brussel voort met de oplevering van K-Nopy voor Eaglestone en Usquare voor de VUB en ULB, en ver- volgde de werkzaamheden aan Kanal Centre Pom- pidou en The Arch voor Cores Development. Er werd ook vooruitgang geboekt met nieuwe ontwikkelingen zoals de Anderlechtse scholen, de uiterst duurzame nieuwbouw Realex voor Atenor in de Europese wijk, en BPI Real Estate-projecten Erasmus en Park. In Wallo- nië leverde BPC Groep Liège Expo op en vorderen de Kanal Brussel Jaarverslag 2024 - CFE 17 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring 2024 Financiële staten “Ik ben ongelooflijk trots op de toegewijde bouw- en renovatieteams die we hebben samengesteld - elk met hun eigen expertise, maar allemaal met dezelfde passie voor uitmuntendheid. Hun toewijding, innovatie en gedrevenheid om grenzen te verleggen op het vlak van duurzaamheid maken het verschil.” Bruno Lambrecht, CEO Construction & Renovation werken aan de serre van 40.000 m² en een waterpark voor Pairi Daiza en het Shape Village in Bergen. De werken aan de nieuwe Full-Life Technologies facili- teiten in Gembloux gingen ook van start. In Polen heeft CFE Polska in 2024 een recordomzet gerealiseerd en haar nauwe samenwerking met BPI Real Estate voortgezet, met de oplevering van de residentiële projecten Bernadovo in Gdansk, Czysta in Wroclaw, en Panoramiqa in Poznan, evenals de voortzetting van de werken aan Chmielna Duo in Warschau en Cavallia in Poznan. De werken aan PianoForte van BPI Real Estate zullen van start gaan in 2025. We leverden ook met succes de nieuwe Umicore en Valeo autofabrieken op, het nieuwste Majaland attractiepark en het nieuwe GLP Logistics center bij Warschau, met de eerste houten dakcon- structie van deze omvang in Polen. Er wordt verder gewerkt aan de Amerikaanse School van Warschau en aan drie zeer grote outlets Silwana, Karuzela en Designer Outlet, die samen meer dan 61.000 m² beslaan. CLE in Luxmburg kende een vrij laag activiteiten- niveau. CLE startte met de bouw van het project Rout Lëns (lot 14) voor IKO, een complex van drie residentiële gebouwen met een bovengrondse oppervlakte van 19.300 m², en ging verder met de bouw van het nieuwe Luxemburgse hoofdkantoor van het Rode Kruis. Tot slot sloot CLE eind 2024 een contract voor de bouw van het project River Place in Dommeldange, een gemengd project met een focus op wonen, én een basis voor handels- en kantoor- ruimtes. Begin 2025 ontving CLE, in partnerschap, de opdracht voor de bouw van het toekomstige hoofd- kantoor van PwC Luxemburg in de wijk Cloche d’Or voor Atenor. De nieuwe campus zal bestaan uit vier met elkaar verbonden gebouwen (34.500 m²), 3.500 m² groene ruimten en 5.700 m² terrassen. Bruno Lambrecht: Ook in 2025 zal de markt uitdagend blijven. Terwijl de orderboeken van Van Laere, BPC Groep en CLE al goed gevuld zijn, zijn de orderboeken van MBG en CFE Polska gezond, maar minder goed gevuld dan in voorgaande jaren. Verwacht wordt dat de markt tegen 2026 weer zal opleven. Het segment Bouw & Renovatie zal blijven investeren in duurzaamheid en innovatie door zich te richten op het terugdringen van de koolstofuitstoot, de circu- laire economie en biogebaseerde materialen, in lijn met de verwachtingen van onze klanten. Wij stellen vast dat onze geograsche aanwezigheid en onze inspanningen om dicht bij onze klanten te staan, worden gewaardeerd, samen met onze hoge klantenservice. Wij zullen onze backofce voor bouw- en renovatiebedrijven blijven optimaliseren op het vlak van processen, IT-diensten, veiligheid en digitalisering. Rout Lëns Esch-en-Alzette Howest Brugge Nieuwe sluis Terneuzen Jaarverslag 2024 - CFE 18 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring 2024 Financiële staten Fabien De Jonge : De windparken Rentel en SeaMade, waarin Green Offshore een participatie van respec- tievelijk 12,5% en 8,75% houdt, kregen te maken met minder gunstige weersomstandigheden dan in 2023. Bovendien is, in tegenstelling tot 2023, de elektrici- teitsprijs ver onder de gewaarborgde prijs gebleven. De gecombineerde groene energieproductie van de twee parken bereikt 2,8 Twh in 2024. In Vietnam zag Deep C Holding de verkoop van industrieterreinen dalen naar 80 hectare (127 hectare in 2023). Dit wordt deels verklaard door de invoe- ring van nieuwe wetgevingen op de verkoop van onroerend goed, die zorgen voor vertragingen in de verkoop van industriegrond. Het is vermeldenswaar- dig dat de dienstenactiviteiten zeer goed presteer- den in 2024, met een aanzienlijke stijging van zowel de omzet als het bedrijfsresultaat. Via GreenStor, blijft CFE innoveren op de markt van batterijparken. GreenStor heeft een participatie van 38% in BSTOR, een bedrijf dat batterijparken ontwikkelt in België. Een eerste park van 10 MW is operationeel sinds eind 2021. De bouw van een tweede, met een aansluitvermogen van 50 MW, is gestart. De inge- bruikname is gepland voor de zomer van 2026. Dit project, gelegen in La Louvière en waarvan BSTOR 50% aandeelhouder is, vertegenwoordigt een totale investering van meer dan 70 miljoen euro. Investments “De dienstenactiviteiten in Vietnam presteerden in 2024 zeer goed, met een beduidende stijging van zowel de omzet als het bedrijfsresultaat.” Fabien De Jonge, Chief Financial Ofcer Fabien De Jonge : OTARY, waarvan Green Offshore een van de acht aandeelhouders is, Eneco en Ocean Winds hebben besloten een strategisch consortium te vormen om gezamenlijk deel te nemen aan de aanbestedingen voor de offshore windconcessies in de Prinses Elisabeth-zone voor de Belgische kust. In oktober 2024 werd een eerste aanbesteding uitge- schreven voor de bouw en exploitatie van een 700 MW offshore windmolenpark. Naast het bestaande 10 MW-park in Bastogne en het 50 MW-park waarvan de bouw onlangs is gestart in La Louvière, werkt BSTOR aan een derde park met een capaciteit van 100 MW, waarvan de bouw eveneens in 2025 zal opstarten. Het doel van Deep C Holding is om verder uit te breiden naar nieuwe zones en zo de uitstekende geograsche positie van de Vietnamese markt te benutten. BSTOR Battery park Bastogne Deep C Holding Vietnam Jaarverslag 2024 - CFE 19 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring 2024 Financiële staten Next generations deserve new heroes who change what needs to be changed. Jaarverslag 2024 - CFE 20 Woord van de Voorzitter en CEO Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring 2024 Financiële staten Onze ambities en realisaties Valérie Van Brabant: In 2024 zijn wij sterk blijven inves- teren in onze mensen en hun ontwikkeling. De CFE Academy gaf gemiddeld 11 opleidingen per persoon. Wij hebben ook het Leading for Good programma gelanceerd, waarin alle teamleiders een speciale opleiding volgen om hun leiderschaps vaardigheden te verbeteren. Wij geloven dat efciënt leiderschap essentieel is voor ons succes en om ervoor te zorgen dat onze werknemers hun persoonlijke doeleinden bereiken. Bovendien werd het vierde Future Leaders Track programma ingericht in de Vlerick Business School, waar toptalent uit onze Groep wordt getraind in een breed aanbod van leiderschapsvaardigheden voor de toekomst van ons bedrijf. Human Resources (HR) wordt steeds belangrijker binnen de organisatie omdat het op de huidige markt essentieel is om de juiste mensen in dienst te hebben en wij willen er zeker van zijn dat wij top- talent blijven aantrekken voor ons bedrijf. Daarom blijven wij investeren in onze HR-capaciteit met de digitalisering van onze HR-systemen en -processen, waaronder een nieuw gedigitaliseerd talentmanage- mentplatform en een bijscholingsprogramma voor onze HR-gemeenschap. Wij beheren de opvolgings- planning proactief en zorgvuldig om een soepele bedrijfscontinuïteit te garanderen. Mensen Wij hebben ook gewerkt aan werknemersengage- ment met een intense focus op interne communicatie en evenementen waar onze strategie, cultuur en waarden voortdurend centraal staan. Wij lanceerden ook de nieuwe Hello Heroes app die alle werknemers en arbeiders in de Groep rechtstreeks met elkaar verbindt zodat ze met elkaar in contact blijven en op de hoogte blijven van het laatste nieuws. En onze inspanningen werpen duidelijk hun vruch- ten af. Meer dan 80% van onze werknemers hebben hun Employee Net Promoter Score (e-NPS) opnieuw verbeterd in 2024, wij hebben ons personeelsverloop verder teruggedrongen en wij zijn voor het tweede jaar op rij gecerticeerd als Top Employer. Valérie Van Brabant: Ons Leading for Good-pro- gramma zal verder worden uitgerold, waarbij inves- teren in leiderschap onze belangrijkste focus blijft. Wij zijn in 2024 gestart met onze Wellbeing Strategy en zullen hier in 2025 blijven investeren. Wij willen ons Diversity & Inclusion programma verder ontwikkelen met specieke programma’s in alle Businss Units die respectvol gedrag stimuleren. 2.854 77.011 AANTAL OPLEIDINGSUREN AANTAL MEDEWERKERS “Bij CFE geloven we dat investeren in onze mensen de hoeksteen is van ons succes. Door voortdurend onze HR-competenties te verbeteren en een cultuur van leiderschap en ontwikkeling te stimuleren, stellen we niet alleen onze medewerkers in staat om hun persoonlijke carrièredoelen te bereiken, maar stimuleren we ook de strategische visie van ons bedrijf.” Valérie Van Brabant, Chief People Ofcer Wij streven er ook naar het personeel verder aan ons te binden door de manier waarop teammanagers feedback geven aan hun teamleden te verbeteren met ons nieuw prestatiebeoordelingsproces. Employer Branding zal de komende jaren van cruciaal belang zijn om de CFE Groep te proleren als een fantastische werkplek en om nieuw talent aan te trekken. Jaarverslag 2024 - CFE 21 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring 2024 Financiële staten Het belangrijkste doel van de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) is de har- monisatie van de duurzaamheidsrapportage van ondernemingen en het bevorderen van de beschikbaarheid en de kwaliteit van de ESG-publicaties (Environmental, Social, en Governance). Isabelle De Bruyne: 2024 was een belangrijk jaar voor de implementatie van het CSRD-rapport en de rap- portering in de hele CFE Groep. Als beursgenoteerd bedrijf hebben wij de kans aangegrepen om als een van de eersten in de sector CSRD te implementeren om ons ESG-leiderschap verder te versterken in alles wat wij doen. Het afgelopen jaar hebben wij een aantal grote business projecten afgerond die de grenzen ver- legden van wat haalbaar is op het gebied van duurzaamheid. In 2024 zijn wij gestart met het consolideren van al onze expertise op het gebied van duurzaamheid in het CFE Sustainability Knowledge Center dat bestaat uit een team van experts die onze klanten en teams ondersteunen bij het streven naar duurzaamheid, zowel op het gebied van activiteiten als bedrijfsoplossingen. In 2024 hebben wij ook ons nieuwe bedrijfsinitiatief Pulse gelanceerd, dat klanten een A-tot-Z-oplossing wil bieden om hun vastgoed te opwaarderen, waarbij alle expertise van de Groep wordt gebundeld. Wij zijn nog steeds zeer actief in onze sector- federaties om onze knowhow te delen en een positieve verandering in de gemeenschap te stimuleren. In het huidige uitdagende economische klimaat, blijven wij ervan overtuigd dat de enige Duurzaamheid “Wij trachten het onze klanten zo gemakkelijk mogelijk te maken om duurzaam te werken, door maximaal gebruik te maken van de kracht van ons ecosysteem met partners en leveranciers en door alle knowhow van onze verschillende bedrijfsonderdelen te bundelen in praktische oplossingen voor hun uitdagingen.” Isabelle De Bruyne, Chief Sustainability Ofcer Jaarverslag 2024 - CFE 22 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring 2024 Financiële staten veerkrachtige duurzame onderneming die onderne- ming is die duurzaamheid op lange termijn stimu- leert. Wanneer wij verder kijken dan onze kernactiviteiten, zijn wij erg verheugd dat wij 62 non-protorganisa- ties konden steunen dankzij onze Heroes for Good Foundation. Deze verenigingen zijn actief binnen de domeinen onderwijs, gezondheid en sociale recht- vaardigheid en zijn bij onze Foundation ingediend door onze eigen werknemers en arbeiders. Isabelle De Bruyne: Wanneer wij vooruit kijken, gelo- ven wij dat het enorme potentieel van ambitieuze duurzame projecten, zoals deze in onze projectpijplijn, alleen gerealiseerd kan worden door een vruchtbare samenwerking binnen ons ecosysteem van klanten, partners en leveranciers. Wij streven ernaar om de gebundelde expertise van onze eigen CFE-onderne- mingen, maar ook die van onze jarenlange partners, te benutten om slimme totaaloplossingen voor onze klanten te ontwikkelen. Ons Sustainability Know- ledge Center en onze nieuw initiatief Pulse zullen een voortrekkersrol blijven spelen bij het stimuleren van duurzaam ondernemen. Essentieel in onze duurzaamheidsstrategie is de CO 2 -Prestatieladder die onze Belgische onderne- mingen verkrijgen of al verkregen hebben. Wij gelo- ven dat dit een belangrijke stap is in de poging van de overheid om bedrijven aan te sporen tot meer duurzame oplossingen. GLP logistics center Warschau Jaarverslag 2024 - CFE 23 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring 2024 Financiële staten The greatest danger to our planet is the belief that someone else will change it. Robert Swan Jaarverslag 2024 - CFE 24 Woord van de Voorzitter en CEO Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring 2024 Financiële staten Onze ambities en realisaties IT, digitalisering & innovatie “Wij kiezen voor selectieve investeringen in digitalisering en innovatie die toegevoegde waarde leveren voor onze teams en onze klanten.” Hans Van Dromme, Chief Digital Ofcer Hans Van Dromme: In 2025 gaan wij verder met de uitrol van ERP en bereiden wij ons voor op de inte- gratie van onze grotere Bouw- & Renovatiebedrijven vanaf 2026. Onze transversale Innovation Board zal de innova- tie- roadmap en het innovatieproces voortzetten - een reeks projecten op het gebied van AI, predictief onderhoud, en energiemonitoring op locatie met een Powertrack-systeem. Cyberbeveiliging blijft een prioriteit in onze Groep. Wij werken aan bewustwording en opleidingen voor eindgebruikers, maar ook aan technische vaardig- heden en reactievermogen bij onze IT-afdeling en bedrijfsafdelingen. Hans Van Dromme: In 2024 vorderde de uitrol van ons nieuwe ERP-platform met de onboarding van de paar eerste bedrijfsonderdelen. Wij lanceerden verschillende nieuwe transversale applicaties binnen de Groep. Wij introduceerden een globale talent management app voor de hele Groep, alsook de nieuwe Hello Heroes app, die alle werknemers en arbeiders van CFE met elkaar ver- bindt zodat ze met elkaar in contact blijven en op de hoogte blijven van het laatste nieuws. Voor onze pro- ject- en werfmanagers hebben wij nieuwe applica- ties ingevoerd voor BIM-weergave, veiligheidsbeheer en kwaliteitscontrole. Wij hebben meer aandacht besteed aan cyberbe- veiliging, en hebben verdere stappen gezet in de harmonisatie van onze infrastructuur en applicaties waar mogelijk binnen de Groep. Hello Heroes App Jaarverslag 2024 - CFE 25 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring 2024 Financiële staten Legal & Compliance Wij blijven ons inzetten om onze procedures voor Compliance en Ethiek verder te versterken. Daar waar wij ons in eerste instantie richtten op algemene beleidsregels voor alle niveaus van de organisatie, zijn wij van plan om dit in 2025 uit te breiden door functiespecieke beleidsregels en processen te implementeren om harmonisatie binnen de hele Groep te garanderen. De Legal Board zal zich blijven ontwikkelen, met een focus op het opbouwen van een grotere wendbaar- heid. We streven ernaar om de inzet van juridische experts eenvoudiger te maken waar dat nodig is, met name tijdens pieken in de werkdruk of bij zaken met hoge prioriteit. Wat het risicobeheer betreft, zullen wij de lat voor beoordelingen hoger leggen om ervoor te zorgen dat wij onze processen blijven verbeteren en een proac- tieve benadering van risicobeheer hanteren, waarbij wij potentiële risico’s identiceren en beperken voor- dat ze werkelijkheid worden. Philippine De Wolf: In 2024 hebben wij aanzienlijke vooruitgang geboekt in het versterken van de Legal & Compliance-functie op Groepsniveau. Eén van onze belangrijkste verwezenlijkingen was de herlancering en harmonisering van het Com- plianceprogramma en -proces van de Groep, wat een prioriteit werd na de splitsing met DEME. Dit initi- atief omvatte uitgebreide opleidingen voor de hele organisatie, bedoeld om risico’s te beperken en de bedrijfsintegriteit te verbeteren. Wij introduceerden ook de transversale Legal Board in 2024, gericht op het bevorderen van meer syner- gie binnen de Groep en het bieden van sterkere juridische ondersteuning aan de Business Units. Dit is vooral cruciaal voor grotere projecten, waar het juri- dische aspect een steeds belangrijkere rol speelt. Legal is nu meer geïntegreerd in het risicomanage- mentproces, met vertegenwoordiging in engage- mentcomités voor projecten die bepaalde drempels overschrijden. Dit zorgt ervoor dat er grondige risico- beoordelingen worden uitgevoerd. “In een steeds complexere juridische omgeving is het belangrijker dan ooit om een flexibel juridisch team te hebben dat een echte zakenpartner is en potentiële risico’s op voorhand kan beperken zonder een belemmering te vormen voor zakelijke kansen.” Philippine De Wolf, General Counsel Jaarverslag 2024 - CFE 26 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring 2024 Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 27 Beheersverslag Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 28 INHOUDSOPGAVE I. Statutaire jaarrekening 29 1. Kapitaal en aandeelhouderschap 29 2. Toelichtingen bij de statutaire jaarrekening 29 2.1. Financiële positie op 31/12/2024 29 2.2. Bestemming van het resultaat 30 2.3. Vooruitzichten 2025 30 2.4. Voornaamste risico’s en onzekerheden 30 2.5. Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum 30 2.6. Financiële instrumenten 30 2.7. Informatie 30 II. Geconsolideerde jaarrekening 32 1. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening 32 1.1. Financiële positie op 31/12/2024 32 1.2. Belangrijkste risico’s 39 1.3. Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum 48 1.4. Onderzoek en ontwikkeling 48 1.5. Financiële instrumenten 49 1.6. Vooruitzichten 2025 49 III. Verklaring van deugdelijk bestuur 50 1. Referentiecode 50 2. Raad van Bestuur en zijn Comités 50 2.1. Raad van Bestuur 50 2.2. Rol van de Voorzitter van de Raad van Bestuur 53 2.3. Aanwezigheden, werking en bevoegdheden van de Raad van Bestuur 53 3. Comités van de Raad van Bestuur 54 3.1. Het Auditcomité 54 3.2. Het Benoemings- en Remuneratiecomité 55 4. Het Executief Comité 56 5. Diversiteitsbeleid 59 6. Belangenconicten 59 7. Externe en interne controle en risicobeheer 59 7.1. Externe controle 59 7.2. Interne controle 60 7.3. Interne controle en systemen voor risicobeheer 60 8. Structuur van het aandeelhouderschap 63 9. Afwijkingen van de Code 2020 63 IV Remuneratieverslag 64 1. Remuneratiebeleid 64 1.1. Governance – Procedure 64 1.2. Remuneratiebeleid voor de niet-uitvoerende bestuurders 64 1.3. Remuneratiebeleid voor de CEO 65 1.4. Remuneratiebeleid voor de leden van het Executief Comité 66 1.5. Mandaten in de dochterondernemingen 66 1.6. Wijzigingen sinds het vorige remuneratiebeleid 67 1.7. Stemming van de aandeelhouders 67 2. Remuneratieverslag 68 2.1. Remuneratie van de niet-uitvoerende bestuurders 68 2.2. Remuneratie van de CEO en de leden van het Executief Comité in 2024 68 2.3. Ontslagvergoedingen 70 2.4. Jaarlijkse evolutie van de remuneratie en de prestaties van de Vennootschap 71 V Duurzaamheidsverklaring 72 1. Algemeen 74 1.1. Basis voor de voorbereiding 74 1.2. GOV-4 & 5 Risico en due diligence 78 1.3. SBM-1 Strategie, businessmodel en waardeketen 79 1.4. SBM-2 Belangen en opvattingen van stakeholders 81 1.5. SBM-3 Materiële impacts, risico’s en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met de strategie en het businessmodel 85 1.6. IRO-1 en 2 Dubbele materialiteitsanalyse 89 1.7. Organisatie van rollen en verantwoordelijkheden voor duurzame ontwikkeling (GOV-1, 2 en 3) 90 2. Milieu-informatie 92 2.1. Informatie met betrekking tot de Europese Taxonomie (overeenkomstig artikel 8 van Verordening 2020/852) 92 2.2. ESRS E1: Klimaatverandering 99 3. Sociale informatie 111 3.1. ESRS S1: Eigen personeel 111 3.2. ESRS S2: Werknemers in de waardeketen 118 4. Informatie over de governance 121 4.1. ESRS 2 IRO-1: beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren 121 4.2. Beleid voor een verantwoorde bedrijfscultuur 121 4.3. Speciekedoelstellingenenopvolgingvandeze beleidsregels 122 5. Bijlagen 123 5.1. Bijlage 1: Lexicon en afkortingen 123 5.2. Bijlage 2: Lijst met referenties 126 5.3. Bijlage 3: Lijst met weggelaten informatie 127 5.4. Bijlage 4: Verslag van de bedrijfsrevisor 128 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 29 Geachte aandeelhouders, Wij hebben de eer u verslag uit te brengen over de activiteit van onze Vennootschap in het voorbije boekjaar en u de op 31 december 2024 afgesloten statutaire en geconsolideerde jaarrekeningen ter goedkeuring voor te leggen. Overeenkomstig artikel 3:32, §1, laatste lid van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (“WVV”) zijn de jaarverslagen over de enkelvoudige en geconsolideerde jaarrekeningen gecombineerd tot één enkel verslag. I. STATUTAIRE JAARREKENING 1. Kapitaal en aandeelhouderschap Bij het afsluiten van het boekjaar bedroeg het maatschappelijk kapitaal 8.135.621,14 euro, vertegenwoordigd door 25.314.482 aande- len zonder vermelding van nominale waarde. Alle aandelen zijn volledig volgestort. Elk aandeel geeft recht op één stem. Er zijn geen houders van effecten met bijzondere controle- of stemrechten. Bij het afsluiten van het boekjaar 2024 zijn de aandeelhouders die 5% of meer bezitten van de stemrechten van de effecten die zij aanhouden: Ackermans & van Haaren SA Begijnenvest, 113, B-2000 Antwerpen (België) 15.725.684 effecten (62,12%) VINCI Construction SAS 1973 Boulevard de la Defense, F-92000 Nanterre (Frankrijk) 3.066.460 effecten (12,11%) 2. Toelichtingen bij de statutaire jaarrekening 2.1. Financiële positie op 31/12/2024 Resultatenrekening van CFE NV (volgens Belgische normen) In duizend euro 2024 2023 Bedrijfsopbrengsten 17.854 19.632 Bedrijfskosten (22.009) (22.653) Bedrijfsresultaat (4.155) (3.021) Financiële opbrengsten 21.869 23.351 Financiële kosten (11.063) (9.268) Resultaat van het boekjaar vóór belastingen 6.651 11.062 Belastingen op het resultaat (9) (9) Resultaat van het boekjaar 6.642 11.053 HetnanciëleresultaatomvatvoornamelijkdedividendenvandelialenBPIRealEstateBelgium(8miljoeneuro)enGreenOffshore (8,175miljoeneuro)gedeeltelijkgecompenseerddoornancieringskostenvandenanciëleschulden. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 30 Balans van CFE NV na winstverdeling (volgens Belgische normen) In duizend euro 2024 2023 Activa Vaste activa 314.109 310.461 Vlottende activa 104.415 86.221 Totaal der activa 418.524 396.682 Passiva Eigen vermogen 139.043 142.322 Voorzieningen voor risico's en kosten 3.988 4.006 Schulden op meer dan één jaar 105.355 90.408 Schulden op ten hoogste één jaar 170.137 159.945 Totaal van de passiva 418.524 396.682 Op 31 december 2024, bedragen de schulden op meer dan één jaar 105 miljoen euro die de opgenomen bedragen op de bevestig- de kredietlijnen (75 miljoen euro) en de handelspapieren (30 miljoen euro) omvatten. 2.2. Bestemming van het resultaat Winst van het boekjaar 2024 6.641.447 euro Overgedragen winst 11.251.044 euro Te bestemmen winst 17.892.491 euro Toevoeging aan overige reserves 0 euro Uit te keren winst 9.920.770 euro Over te gedragen winst 7.971.721 euro 2.3. Vooruitzichten 2025 Het resultaat van het boekjaar 2025 zal in grote mate afhangen van de belangrijkste dochtervennootschappen van CFE, namelijk CFE Contracting, BPI Real Estate Belgium, Deep C Holding en Green Offshore uitgekeerde dividenden. 2.4. Voornaamste risico’s en onzekerheden Wij verwijzen naar hoofdstuk II.1.2 van de geconsolideerde jaarrekening. 2.5. Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum Sinds31december2024hebbenerzichgeenbelangrijkewijzigingenvoorgedaanindenanciëleencommerciëletoestandvanCFE. Wij verwijzen bovendien naar sectie II.3 van de geconsolideerde jaarrekening. 2.6. Financiële instrumenten DeVennootschapgebruiktnanciëleinstrumentenmethetoogoprisicobeheer.Hetbetreftmeerbepaaldnanciëleinstrumenten die uitsluitend bedoeld zijn om de risico’s van de schommelingen van de rentevoeten te beheren. De tegenpartijen in de overeen- komstige transacties zijn uitsluitend Europese banken van eerste rang. 2.7. Informatie Onderzoek en ontwikkeling De vennootschap heeft geen onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteit. Bijkantoren Bij het afsluiten van het boekjaar 2024 heeft de Vennootschap nog louter CFE Tunisie als bijkantoor (“vestigingseenheid”). Dit bijkan- toor heeft geen operationele activiteit meer. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 31 Toepassing van het artikel 7:96, §1 van het WVV Debelangenconictenregelingzoalsvoorgeschrevendoorartikel7:96WVVdiendeniettewordentoegepastinhetboekjaar2024. Verrichtingen tussen CFE en verbonden vennootschappen (artikel 7:97, §4/1, al. 4 WVV) Tijdens het boekjaar 2024 vonden geen verrichtingen tussen de Vennootschap en haar verbonden vennootschappen plaats die de toepassing zouden hebben vereist van artikel 7:97, §4/1, lid 4 WVV. Bijkomende bezoldiging van de commissaris EY Bedrijfsrevisoren BV heeft 163.380 euro ontvangen als forfaitaire vergoeding voor de wettelijke controle. Met toepassing van artikel 3:65, §3 WVV delen wij u ook mee dat een bedrag van 152.840 euro werd betaald aan EY Bedrijfsrevisoren BV als vergoeding voor uitzonderlijke prestaties of bijzondere opdrachten. Dit bedrag is als volgt verdeeld: • Andere opdrachten (inclusief de opdracht om de duurzaamheidsinformatie te waarborgen): 142.500 euro • Andere opdrachten buiten de controleopdracht: 10.340 euro. Inkoop of vervreemding van eigen aandelen Op 31 december 2024 houdt CFE 512.557 eigen aandelen aan, wat overeenkomt met 2% van het kapitaal. De hoeveelheid eigen aandelen is identiek aan die op 31 december 2023, aangezien de Vennootschap geen eigen aandelen heeft ingekocht of verkocht gedurende het boekjaar 2024. Op 29 november 2024 heeft de Raad van Bestuur echter besloten om opnieuw een programma voor de inkoop van eigen aandelen te lanceren voor een maximum van 200.000 aandelen, binnen de grenzen van de (hernieuwde) machtiging om eigen aandelen van de Vennootschap in te kopen, zoals verleend door de buitengewone algemene vergadering van 2 mei 2024. Dit nieuwe inkooppro- grammaisechterpasop14januari2025vanstartgegaanenzaluiterlijkop19december2025aopen. Kennisgeving overeenkomstig artikel 74, §7 van de wet van 1 april 2007 op de openbare overname- biedingen Uit een gemeenschappelijke verklaring van 7 maart 2014 in het kader van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van be- langrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt blijkt dat het handelen in onderling overleg tussen VINCI S.A., VINCI Construction S.A.S. en Ackermans & van Haaren NV (“AvH”) beëindigd is ten gevolge van het afsluiten van het door AvH uitgebrachte verplichte overnamebod op CFE en dat Stichting Administratiekan- toor “Het Torentje” de uiteindelijke controle uitoefent over AvH. De Vennootschap heeft op 31 december 2024 geen kennisgeving ontvangen in de zin van artikel 74, §7 van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen. Beschermingsmechanismen in geval van een openbaar overnamebod Op 29 juni 2022 heeft de buitengewone algemene vergadering de bevoegdheden van de Raad van Bestuur hernieuwd om in geval van een openbaar overnamebod op de effecten van de Vennootschap over te gaan tot een kapitaalverhoging van maximaal 5 miljoen euro, die zal worden uitgevoerd binnen de grenzen en onder de voorwaarden van artikel 7:202 WVV. De Raad van Bestuur kan deze bevoegdheden uitoefenen, indien het openbaar overnamebod door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (“FSMA”) aan de Vennootschap wordt meegedeeld uiterlijk drie jaar na de datum van de voornoemde buitengewone algemene vergadering. De Raad van Bestuur is eveneens gemachtigd om gedurende een periode van drie jaar vanaf diezelfde buitengewone algemene vergadering eigen aandelen te vervreemden of te verwerven wanneer zulks noodzakelijk zou zijn om te voorkomen dat de Vennootschap een ernstig en dreigend nadeel zou lijden. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 32 II. GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 1. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening 1.1. Financiële positie op 31/12/2024 A. Kerncijfers (in miljoen euro) 2024 2023 Variatie Omzet 1.182,2 1.248,5 -5,3% EBITDA In % van de omzet 49,9 4,2% 49,5 4,0% +0,7% Bedrijfsresultaat (EBIT) In % van de omzet 32,0 2,7% 33,0 2,6% -3,1% Resultaat - deel van de groep In % van de omzet 24,0 2,0% 22,8 1,8% +5,2% (in miljoen euro) 2024 2023 Variatie Eigen vermogen - deel groep 247,8 236,8 +4,6% Nettonanciëleschuld 41,7 93,3 -55,3% Orderboek 1.646,3 1.268,6 +29,8% B. Algemeen overzicht De omzet voor 2024 bedraagt 1.182,2 miljoen euro, een daling met 5,3% tegenover het vorige boekjaar. De woning- en kantoormarkt blijft verstoord. Toch zijn de eerste tekenen van herstel zichtbaar. Het bedrijfsresultaat (EBIT) bedraagt 32,0 miljoen euro, een daling met 3,1% tegenover 31 december 2023. De aanzienlijk verbeterde bijdrage van de segmenten Bouw & Renovatie en Multitechnieken werd gecompenseerd door een daling van de resultaten van de segmenten Vastgoedontwikkeling en Investeringen & Holding. Het nettoresultaat bedraagt 24,0 miljoen euro, een stijging met 5,2%. Het eigen vermogen bedraagt 247,8 miljoen euro op 31 december 2024, een stijging met 4,6% tegenover 31 december 2023. Het rendement op eigen vermogen (ROE) bedraagt 10,1%, net zoals in 2023. DenettonanciëleschuldvandeGroepisaanzienlijkgedaaldin2024:zijbedraagt41,7miljoeneurotegenover93,3miljoeneuroper 31 december 2023. Deze uitstekende prestatie wordt verklaard door een historisch hoge operationele kasstroom : 85,3 miljoen euro. CFE NV, de moedermaatschappij van de Groep, en haar dochterondernemingen BPI Real Estate Belgium en BPI Real Estate Luxem- bourg beschikken samen over 250 miljoen euro bevestigde kredietlijnen, die per 31 december 2024 voor 78 miljoen euro werden ge- bruikt. Alle bankconvenanten worden nageleefd. Tijdens het boekjaar 2024 werden nieuwe bevestigde kredietlijnen ten belope van 20miljoeneuroopgezet.CFEheeftookhetakkoordvanhaarnanciëlepartnersgekregenomallekredietlijnendiehunvervaldag hebben bereikt, te verlengen. De gemiddelde interestvoet van de bruto schuld bedraagt 4,22% in 2024. Het orderboek stijgt met 29,8% tegenover 31 december 2023, dankzij verschillende grote commerciële successen, waaronder bij- komende bestellingen in het kader van het Oosterweelverbinding-project waarvan de uitvoering verschillende jaren gespreid zal plaatsvinden. Het orderboek bereikt 1,65 miljard euro. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 33 C. Analyse per segment Vastgoedontwikkeling KERNCIJFER (in miljoen euro) 2024 2023 Variatie Omzet 125,7 157,7 -20,3% Bedrijfsresultaat (EBIT) 8,5 17,4 -51,4% Resultaat - deel van de groep 8,0 11,7 -31,2% Nettonanciëleschuld 95,4 100,1 -4,7% Evolutie van het uitstaand vastgoedbestand Verdeling volgens de fase van projectontwikkeling (in miljoen euro) 2024 2023 Commercialiseringsbestand 11 0 Bouwbestand 48 55 Ontwikkelingsbestand 197 204 Totaal 256 259 Verdeling per land (in miljoen euro) 2024 2023 België 82 66 Groothertogdom Luxemburg 112 105 Polen 62 88 Totaal 256 259 Het uitstaand vastgoedbestand bedraagt 256 miljoen euro per 31 december 2024, een daling met 1,2% tegenover eind december 2023. De verkoopwaarde van projecten in ontwikkeling (aandeel BPI Real Estate) wordt geschat op 1,6 miljard euro, hetzij 363.000 m² waarvan 58.000 m² in aanbouw is. Acquisities BPI Real Estate Luxembourg verwierf in 2024 twee bijkomende percelen op de site Pourpelt in Bertange. BPI bezit momenteel onge- veer 30% van de oppervlakte van deze toekomstige nieuwe residentiële wijk. In Polen heeft BPI Real Estate, na het commerciële succes van fase 1 van het Panoramiqa-project in Poznan, fase 2 en 3 bekomen in het vierde kwartaal van 2024. Deze twee nieuwe fasen vertegenwoordigen een potentieel van meer dan 600 extra wooneenheden, in vier afzonderlijke gebouwen. De bouw ervan zou starten in 2026, nadat de stedenbouwkundige vergunningen zijn verkregen. Projecten in studiefase BELGIË In Brussel werden aan het einde van het jaar de bouwvergunningen voor het Move’Hub-project (54.000 m², waarvan 38.000 m² kan- toorruimte) verkregen. De gemeente Sint-Gillis tekende beroep aan tegen de stedenbouwkundige vergunning en het IEB (Inter-En- vironnement Bruxelles) tekende beroep aan tegen de milieuvergunning. Tegen de vergunningen voor de projecten Key West (63.300 m²) en Uni’Vert (10.000 m²) is ook beroep aangetekend voor de Raad van State om ze nietig te laten verklaren. In Ottignies-Louvain-la-Neuve heeft de ingediende stedenbouwkundige vergunningsaanvraag voor het Samaya-project een nega- tief advies gekregen van de gemeente. In maart 2025 zal een gewijzigde, beknoptere vergunningsaanvraag worden ingediend om rekening te houden met de gemaakte opmerkingen. In Aarlen heeft BPI Real Estate de eenmilieuvergunning verkregen voor haar project Clarisse, dat 60 wooneenheden (6.350 m²) om- vat. De bouwvergunningen werden verkregen. Op de site Bavière in Luik is een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het nieuwe schoolgebouw van de Haute Ecole Provinciale du Barbou. De verkoopakte met de provincie zal naar verwachting in april 2025 worden ondertekend. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 34 LUXEMBURG BPI Real Estate heeft de architectenteams ASSAR-SHL en Moreno-A2M aangeduid voor het Kronos-project op het Kirchberg-plateau. De vergunningsaanvragen zullen worden ingediend in het eerste semester 2025 en de ontmantelingswerkzaamheden zouden in het vierde kwartaal 2025 worden opgestart. In Belval bereiden BPI en haar partner zich actief voor op de lancering van het project THE ROOTS. De voorbereidende grondwerk- zaamheden zijn afgerond en de bouw zou binnenkort van start moeten gaan. Het gaat om een gemengd project bestaande uit 6.000 m² kantoorruimte, 102 wooneenheden en een food market. POLEN De vergunningsaanvragen voor de volgende fasen in de ontwikkeling van de Cavallia-site in Poznan worden momenteel voorbereid. In Gdansk wordt momenteel een eerste vergunningsaanvraag voor 141 wooneenheden behandeld. Opstart van de bouwwerkzaamheden en de verkoop van nieuwe projecten BELGIË De bouw van het Brouck’R-project in het centrum van Brussel startte aan het einde van het boekjaar, tegelijk met de verkoop van het toekomstige hoofdkantoor aan De Nationale Loterij. Dit gebouw, een voorbeeld op vlak van duurzaamheid, met een boven- grondse oppervlakte van 6.800 m², is momenteel in aanbouw. De verkoop van een eerste fase wooneenheden is in voorbereiding voor lancering in de lente van dit jaar. BPI en haar partner zijn bovendien gestart met de grootschalige renovatie van het EQ-gebouw, gelegen in de Europese wijk (onge- veer 19.000 m²). Er zijn vergevorderde besprekingen gaande met potentiële huurders of kopers. POLEN In Warschau is BPI gestart met de bouw van het residentiële project PianoForte (10.000 m², 101 wooneenheden). De verkoop kent een zeer bevredigende start. De oplevering van het gebouw staat gepland voor eind 2026. Residentiële projecten in aanbouw of opgeleverd in 2024 BELGIË In het eerste semester leverde BPI het PURE-project in Oudergem (5.500 m²) en de eerste fase van het Bavière-project in Luik (19.000 m²) op. Het eerste project is volledig verkocht, terwijl van het tweede project meer dan 80% verkocht is. In het vierde kwartaal werden de projecten Arboreto in Tervuren (7.000 m²) en het ”Parc”-gebouw op de Erasmus Gardens-si- te in Anderlecht (9.000 m²) opgeleverd, terwijl de laatste wooneenheden van het project Tervuren Square in Sint-Pieters-Woluwe (12.000 m²) werden opgeleverd in januari 2025. Ongeveer 65% van deze drie projecten is verkocht. Dit percentage stijgt gestaag. In Antwerpen vordert de bouw van het residentiële John Martin’s-project (10.000 m²) naar tevredenheid. Ter herinnering, werd dit gebouw en bloc voorverkocht aan ION Residential Platform NV. De oplevering ervan staat gepland voor de zomer 2025. LUXEMBURG In Mertert heeft BPI Real Estate de derde fase van het project Domaine des Vignes opgeleverd, terwijl de bouw van de twee blokken van de vierde en laatste fase (7.000 m²) reeds goed gevorderd is. 75% van de wooneenheden in deze laatste fase is verkocht, waar- onder een verkoop en bloc van 20 wooneenheden aan de Luxemburgse overheid, waarvan de akte in 2025 zal verleden worden. POLEN In het tweede semester van 2024 werden drie residentiële projecten opgeleverd, namelijk Bernardovo in Gdynia (13.000 m²), de eer- ste fase van Panoramiqa in Poznan (20.000 m²) en Czysta in Wroclaw (10.000 m²). Deze drie projecten, met in totaal 567 wooneenhe- den, hebben een verkooppercentage van bijna 80%. Er zijn ook vier projecten in aanbouw: Chmielna Duo in Warschau (17.000 m²) en de eerste drie fasen van het Cavallia-project (25.000 m²) in Poznan. Deze projecten zullen worden opgeleverd in 2025. Nieuwe samenwerking in Polen In december 2024, een jaar na het bekomen van een belangrijke vastgoedontwikkeling in Gdansk, verkocht BPI Real Estate 50% van dezeontwikkelingaaneennieuwespeleropdePoolsemarkt,dieeigendomisvanengenancierdwordtdoorBelgischeinvesteer- ders.DezetransactievoorzietBPIRealEstatenietalleenvannanciëlemiddelenvoornieuweprojecten,maarlegtookdebasisvoor een nieuw langdurig partnerschap. Deze transactie zal een positieve impact hebben op het resultaat van 2025. EIGEN VERMOGEN EN NETTO FINANCIËLE SCHULD Het eigen vermogen bedraagt 160,3 miljoen euro per 31 december 2024 en is stabiel tegenover 31 december 2023. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 35 Denettonanciëleschuldbedraagt95,4miljoeneuroper31december2024(100,1miljoeneuroper31december2023).Dezevolgt de evolutie in uitstaand vastgoedbestand. NETTORESULTAAT De belangrijkste bijdragen aan het nettoresultaat van 2024 zijn, enerzijds, de marge op verkochte en opgeleverde wooneenheden en, anderzijds, de meerwaarde op de verkoop van het toekomstige hoofdkantoor van De Nationale Loterij. Daarnaast werden waar- deverminderingen geboekt voor een totaal van 4,8 miljoen euro, voornamelijk op de voorraad van het Schoettermarial-project (een residentieel project op het Kirchberg-plateau), dat volledig werd afgewaardeerd. Gezien de marktomstandigheden in Luxemburg heeft BPI Real Estate besloten de studies voor dit project, waarop het een aankoopoptie had, niet voort te zetten. Multitechnieken KERNCIJFERS (in miljoen euro) 2024 2023 Variatie Omzet 304,3 338,0 -10,0% Bedrijfsresultaat (EBIT) 10,2 -4,3 n.s. Resultaat - deel van de groep 6,3 -6,3 n.s. Nettonanciëlepositie 25,5 -0,5 n.s. Orderboek 286,9 266,5 +7,7% OMZET (in miljoen euro) 2024 2023 Variatie VMA 213,2 252,8 -15,7% MOBIX 91,3 85,3 +7,0% Eliminaties intra segment -0,2 -0,1 n.s. Totaal Multitechnieken 304,3 338,0 -10,0% VMA realiseerde een omzet van 213,2 miljoen euro per 31 december 2024, een daling met 15,7% tegenover 2023. De gedaalde activi- teit is toe te schrijven aan de Business Units Building Electro en HVAC, grotendeels door het einde van het ZIN-project. Daarentegen realiseerden de Business Units Maintenance en Industrial Automation een beduidend hogere omzet. De omzet van MOBIX stijgt 7% tot 91,3 miljoen euro. De installatie van sporen en bovenleidingen is toegenomen in 2024. De bezet- tingsgraad van het machinepark is echter nog steeds relatief laag. De inspanningen om de activiteiten en de klantenportefeuille te diversiëren,beginnenvruchtenaftewerpen. BEDRIJFSRESULTAAT Het bedrijfsresultaat per 31 december 2024 bedraagt 10,2 miljoen euro, een stijging met 14,5 miljoen euro tegenover 31 december 2023. Beide divisies zijn winstgevend in 2024. Het ZIN-project blijft wegen op de resultaten van VMA, maar in mindere mate dan in 2023. De rest van de activiteiten genereerde een goede rentabiliteit en compenseert meer dan het verlies van het ZIN-project. De operationele marge van MOBIX is aanzienlijk verbeterd tegenover 2023, ondanks een negatieve bijdrage van het LuWa-project, waarvoorhetProjectAvailabilityCerticate(PAC)werdverkregeninhetvierdekwartaalvan2024. ORDERBOEK (in miljoen euro) 2024 2023 Variatie VMA 171,2 163,2 +4,9% MOBIX 115,7 103,3 +12,0% Totaal Multitechnieken 286,9 266,5 +7,7% Het orderboek bedraagt 286,9 miljoen euro, een stijging met 7,7% tegenover 31 december 2023, dankzij verschillende belangrijke commerciële successen: • een raamcontract van 4 jaar voor de Waalse netwerkbeheerder ORES betreffende het leggen van ondergrondse kabels in ver- schillende Waalse provincies; • de installatie van alle speciale technieken in een nieuw industrieel gebouw voor de productie van geneesmiddelen in Gembloux; Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 36 • een ESCO-contract (Energy Service Company) voor 18 openbare gebouwen in de Vlaamse gemeenten Beerse en Oud Turn- hout. VMA is via haar entiteit VManager verantwoordelijk voor de engineering, renovatie en het onderhoud van deze gebouwen om hun energieprestaties beduidend te verbeteren; • een raamcontract van vier jaar voor de MIVB om het primaire energienetwerk en de technische uitrusting te vernieuwen; • een raamcontract voor de vernieuwing van de sporen in het Brussels Gewest; • de installatie van alle speciale technieken voor het toekomstige hoofdkantoor van De Nationale Loterij. NETTO FINANCIËLE POSITIE Hetnettonancieeloverschotbedraagt25,5miljoeneuroper31december2024,eenstijgingmet26miljoeneurotegenover31de- cember 2023. De in 2024 gegenereerde operationele kasstroom (23,5 miljoen euro) verklaart deze positieve evolutie. Bouw & Renovatie KERNCIJFERS (in miljoen euro) 2024 2023 Variatie Omzet 788,5 872,6 -9,6% Bedrijfsresultaat (EBIT) 8,3 -0,2 n.s. Resultaat - deel van de groep 10,6 -0,1 n.s. Nettonanciëlepositie 255,8 208,9 +22,5% Orderboek 1.343,5 983,2 +36,6% OMZET (in miljoen euro) 2024 2023 Variatie België 567,7 622,3 -8,8% Luxemburg 60,2 91,2 -34,0% Polen 159,1 139,7 +13,9% Overige 2,1 19,7 n.s. Eliminaties intra segment -0,6 -0,3 n.s. Totaal Bouw & Renovatie 788,5 872,6 -9,6% De omzet bedraagt 788,5 miljoen euro, een daling met 9,6% tegenover 31 december 2023. Er was een aanhoudende activiteit in Brussel met als belangrijkste werven de tweede fase van het Park Lane-project op de site van Tour & Taxis (350 wooneenheden, waarvan de eerste opleveringen zijn gestart) en het ZIN-project, waarvoor in januari 2025 een voorlopige oplevering werd verkregen. Bovendien werden een aantal operationeel uitdagende projecten van BPC tot tevredenheid van de klant opgeleverd. In Wallonië kromp de activiteit vrij sterk door een combinatie van de oplevering van verschillende grote projecten en een daling van het aantal nieuwe opdrachten. In Vlaanderen daarentegen blijft de activiteit vrij hoog, dankzij de bouw van het Q-gebouw voor het Universitair Ziekenhuis Gent, de woontoren O’Sea in Oostende en blok 21/24 Nieuw Zuid in Antwerpen. MBG (dochteronderneming van Bouw & Renovatie die actief is in Vlaanderen) is ook zeer actief geweest in de haven van Antwerpen, waar haar twee projecten voor INEOS snel vorderen. Boven- dien neemt ook de activiteit op de Oosterweelverbinding toe. Op termijn betekent dit voor CFE een jaarlijkse omzet van ongeveer 40 tot 50 miljoen euro. In Luxemburg was de omzetdaling verwacht, gezien de huidige marktomstandigheden. Verwacht wordt dat de activiteit zal groeien in 2025 dankzij het opstarten van een aantal grote werven, hoewel het niveau van voor de vastgoedcrisis dit jaar nog niet zal wor- den bereikt. In Polen droeg de sterke activiteit voor BPI Real Estate (zeven gebouwen in aanbouw, waarvan er drie werden opgeleverd in 2024) en verschillende grote projecten in de logistieke en retail-sector bij aan de omzetstijging. Aangezien de meeste van deze grote projec- ten in het eerste semester van 2024 werden opgeleverd, lag de omzet in de tweede helft van het jaar lager. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 37 BEDRIJFSRESULTAAT Het bedrijfsresultaat bedraagt 8,3 miljoen euro, een stijging met meer dan 8,5 miljoen euro tegenover 31 december 2023. De be- langrijkste dochterondernemingen van Bouw & Renovatie verbeterden allemaal hun resultaten tegenover 2023. Dit geldt vooral voor MBG. ORDERBOEK (in miljoen euro) 2024 2023 Variatie België 1.102,1 712,7 54,6% Luxemburg 150,5 78,3 92,3% Polen 90,9 190,2 -52,2% Overige 0,0 2,0 n.s. Totaal Bouw & Renovatie 1.343,5 983,2 36,6% Het orderboek bereikt 1,3 miljard euro, een stijging met 36,6% tegenover 31 december 2023. De nieuwe bestellingen omvatten een aantal grote projecten waarvan de uitvoering meerdere jaren in beslag zal nemen. De situatie verschilt van land tot land: • in België wordt de stijging van het orderboek grotendeels verklaard door bijkomende bestellingen voor het Oosterweelverbin- ding-project; • in Luxemburg werden in december 2024 een aantal commerciële successen geboekt; • Het aantal nieuwe opdrachten in Polen is bescheiden door een daling van het aantal nieuwe aanbestedingen in logistiek, in- dustrie en, in mindere mate, residentiële projecten. CFE verwacht daarom een daling van de activiteit in 2025. De belangrijkste contracten die werden ondertekend, zijn: • de bouw in partnerschap van een conferentiecentrum van 26.000 m² en een aangrenzend kantoorgebouw van 18.000 m² in de Europese wijk (Realex-project); • via de tijdelijke maatschap ROCO, waarin CFE Groep een participatie heeft van 6,6%, twee bijkomende bestellingen voor het noordelijke deel van het Oosterweelverbinding-project in Antwerpen, namelijk de bouw van tunnels onder het Albertkanaal en hun aansluiting op de ring R1. Deze twee bestellingen vertegenwoordigen een bedrag van ongeveer 370 miljoen euro (aandeel CFE). De werken worden verspreid over een tiental jaar; • de bouw in Luxemburg van een complex van drie woongebouwen met een bovengrondse oppervlakte van 19.300 m² (project Rout Lëns - lot 14); • de bouw van de nieuwe hoofdzetel van SD Worx in Antwerpen. Dit gebouw zal worden opgetrokken met behulp van een innova- tieve hybride hout/betonstructuur; • de bouw van een school in Deurne voor AG Vespa; • de bouw in partnerschap van het nieuwe hoofdkantoor van PwC in Luxemburg; • twee nieuwe bestellingen voor Triple Living op de site Nieuw Zuid in Antwerpen, waarvan één gebouw in houtstructuur. NETTO FINANCIEEL POSITIE Hetnettonancieeloverschotbereikteenhistorischhoogniveau:255,8miljoeneuroper31december2024,hetzij46,9miljoeneuro meer tegenover 31 december 2023, vooral dankzij de aanzienlijke verbetering van de behoefte aan werkkapitaal. Investeringen & Holding KERNCIJFERS (in miljoen euro) 2024 2023 Variatie Omzet exclusief eliminaties tussen segmenten 2,0 2,3 -13,0% Eliminaties tussen polen -38,3 -122,1 n.s. Omzet inclusief eliminaties tussen polen -36,3 -119,8 n.s. Bedrijfsresultaat (EBIT) 5,1 20,1 -74,7% Resultaat - deel van de groep -1,0 17,4 -105,5% BEDRIJFSRESULTAAT Het bedrijfsresultaat van het segment bedraagt 5,1 miljoen euro tegenover 20,1 miljoen euro per 31 december 2023. Deze evolutie wordt met name verklaard door i) de lagere bijdrage van Green Offshore, die daalde van 9,9 miljoen euro in 2023 tot 4 miljoen euro in 2024, ii) een lagere toerekening van de kosten van de holding als gevolg van de lagere omzet van de dochterondernemingen en iii) de afwezigheid van niet-recurrente resultaten. In 2023 had CFE de vergoeding ontvangen voor de beëindiging van het DB- FM-contract voor de scholen van Eupen. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 38 Green Offshore (aandeel van CFE : 50%) Het bedrijfsresultaat van het segment bedraagt 5,1 miljoen euro tegenover 20,1 miljoen euro per 31 december 2023. Deze evolutie wordt met name verklaard door i) de lagere bijdrage van Green Offshore, die daalde van 9,9 miljoen euro in 2023 tot 4 miljoen euro in 2024, ii) een lagere toerekening van de kosten van de holding als gevolg van de lagere omzet van de dochterondernemingen en iii) de afwezigheid van niet-recurrente resultaten. In 2023 had CFE de vergoeding ontvangen voor de beëindiging van het DB- FM-contract voor de scholen van Eupen. Deep C Holding (aandeel van CFE : 50%) In Vietnam was de verkoop van industrieterreinen lager dan in 2023: 80 hectare vergeleken met 127 hectare in 2023. De verkoop voor IAI, in proportie met haar aandeel, daalde van 84 hectare naar 54 hectare. Dit wordt deels verklaard door de invoering van nieuwe wetgevingen op de verkoop van onroerend goed, die zorgen voor vertragingen in de verkoop van industriegrond. Het is vermeldens- waardig dat de service-activiteiten zeer goed presteerden in 2024, met een aanzienlijke stijging van zowel de omzet als het bedrijfs- resultaat. Deep C Holding draagt 6,4 miljoen euro bij aan het nettoresultaat van het segment. GreenStor (aandeel van CFE : 50%) GreenStor heeft een participatie van 38% in BSTOR, een bedrijf dat batterijparken ontwikkelt in België. Een eerste park van 10 MW is operationeel sinds eind 2021. De bouw van een tweede, met een aansluitvermogen van 50 MW, is gestart. De ingebruikname is ge- pland voor de zomer van 2026. Dit project, gelegen in La Louvière en waarvan BSTOR 50% aandeelhouder is, vertegenwoordigt een totale investering van meer dan 70 miljoen euro. De bouw van een derde park gaat binnenkort van start. Dit park zal een vermogen hebben van 100 MW. Andere projecten liggen ter studie. Het nettoresultaat van GreenStor voor 2024 bedraagt 0,8 miljoen (aandeel CFE 0,4 miljoen). NETTO FINANCIËLE SCHULD Denettonanciëleschuldbedraagt227,6miljoeneuro,eenstijgingtegenover31december2023(201,6miljoeneuro). Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 39 1.2. Belangrijkste risico’s 1.2.1. Algemeen Het Executief Comité is belast met het uitwerken van een kader adequate interne controles en risicobeheer, dat ter goedkeuring aan de Raad van Bestuur wordt voorgelegd. De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor de beoordeling van de implementatie van dit kader, rekening houdend met de aanbevelingen van het Auditcomité. Ten minste eenmaal per jaar evalueert het Auditcomité de door het Executief Comité uitgewerkte internecontrolesystemen, om zich ervan te vergewissen dat de voornaamste risico’s behoor- lijkwerdengeïdenticeerd,gemeldenbeheerd. DedochtervennootschappenvanCFEzijnverantwoordelijkvoorhetbeheervanhuneigenoperationeleennanciëlerisico’s.Deze risico’s, die van sector tot sector variëren, worden niet centraal beheerd op het niveau van CFE. De managementteams van de dochtervennootschappen rapporteren aan hun raad van bestuur over het risicobeheer. Dithoofdstukbeschrijftinalgemenetermenenerzijdsdenanciële,economischeenESG-risico’swaaraandeGroepblootgesteld is, en anderzijds de operationele risico’s van de verschillende segmenten waarin zij via haar participaties (rechtstreeks of onrecht- streeks) actief is. Om,inhetbijzonder,derisico’sinverbandmetduurzameontwikkelingteidenticereneneffectieftebeheren,heeftCFEeendubbele materialiteitsanalyse (“DMA”) van de ESG-risico’s uitgevoerd, d.w.z. risico’s op het gebied van milieu, maatschappij en governance. Deze analyse en het beheer van deze ESG-risico’s (in het bijzonder met betrekking tot het beleid, de doelstellingen en de onderno- men acties) worden gedetailleerd en volledig transparant voorgesteld, in overeenstemming met de vereisten van de CSRD, in de duurzaamheidsverklaring in sectie [72 ot 126]. Voor een goed begrip van alle belangrijke risico’s, inclusief de ESG-risico’s, worden deze ook kort beschreven in dit hoofdstuk. 1.2.2. Financiële, economische en ESG-risico’s op het niveau van de Groep Rentevoetrisico CFEisblootgesteldaandeimpactvanrenteschommelingenophaarnanciëleschuldmetvariabelerente. Dit risico wordt gedeeltelijk gecompenseerd door het gebruik van renteafdekkingen van het type ‘Interest Rate Swap’ (“IRS”) en CAP. Toch heeft de zeer sterke stijging van de rentevoeten, ondanks het gebruik van afdekkingen, een ongunstige impact gehad op de jaarrekeningen van CFE. De gemiddelde interestvoet van de brutoschuld bedraagt 4,22% op 31 december 2024 (relatief stabiel t.o.v. 2023). Liquiditeitsrisico De Groep is blootgesteld aan een liquiditeitsrisico uit hoofde van: • de verplichtingen tot terugbetaling van de bestaande schuld; • de algemene behoeften van de Groep. Omhetliquiditeitsrisicotebeperken,hebbenCFEenenkeledochtervennootschappenhunnancieringsbronnengediversieerdin vier categorieën: • bevestigde bilaterale kredietlijnen op middellange termijn; • leningen van het type ‘project nance’diesommigeBusinessUnitsgebruikenombepaaldeprojectentenancieren; • leasingcontracten voor verscheidene zetels van dochtervennootschappen en voor bepaalde bouwmachines; • ‘commercial paper’ voor de dekking van de kasbehoeften op korte en middellange termijn. Op 31 december 2024 bedragen de bevestigde kredietlijnen van de Groep 250 miljoen euro, waarvan 78 miljoen euro gebruikt is. Daarnaast beschikt de Groep over 173,5 miljoen euro beschikbare geldmiddelen. CFEleeftalhaarnanciëleconvenantenna. Wisselkoersrisico De Groep voert het merendeel van haar activiteiten in de eurozone uit, zodat het wisselkoersrisico zeer beperkt is. De belangrijkste blootstellingen bevinden zich in Polen (schommeling van de Poolse zloty (“PLN”) tegenover de EUR) en bij Deep C Holding (wisselkoersrisico tegenover de Amerikaanse dollar (“USD”) en de Vietnamese dong (“VND”)). Tegenpartijrisico De Groep is blootgesteld aan het tegenpartijrisico met betrekking tot contracten met particuliere klanten. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 40 De maatregelen voor risicobeheer zijn als volgt: • nanciëleanalysevanklantenvóórdeondertekeningvandecontracten; • regelmatige opvolging van de evolutie van het kredietrisico tijdens de duur van het project; • het eventueel verstrekken van startersvoorschotten en/of zekerheids- of moedermaatschappijwaarborgen voor klanten van wiedenanciëledraagkrachtonvoldoendewordtgeacht. Risico met betrekking tot wijzigingen van wetten en reglementen DejuridischeinstabiliteitinalhaarvormeniseenbelangrijkrisicovoordeGroep,ophetwetgevende,reglementaire,scaleenook jurisprudentievlak, zonder de Europese regelgeving te vergeten. De Groep beheerst dit risico door een doorlopende monitoring van de wetgeving. Risico’s op het gebied van talentmanagement en Diversity, Equity and Inclusion (“DEI”) Het tekort aan goed opgeleid talent is een constante uitdaging, die nog verergerd wordt door de toegenomen concurrentie en ar- beidsmobiliteit. De belangrijkste maatregelen om dit risico te beheersen zijn: • opleiding, • aantrekkelijkheid van de Groep, en • implementatie van strategieën voor het behouden van talent. Voortdurende opleiding is essentieel om de vaardigheden van medewerkers te ontwikkelen en hen voor te bereiden op toekomstige uitdagingen. De entiteiten van de Groep moeten voortdurend investeren in opleidingsprogramma’s die zijn afgestemd op de speci- ekebehoeftenvandebouwsector,zoalsnieuwetechnologieënenduurzamepraktijken.Daarnaastzijneffectieveretentiestrategie- en, zoals betere werkomstandigheden, erkenning van prestaties en mogelijkheden voor loopbaanontwikkeling, cruciaal om talent te behouden. Ten slotte kan het ontbreken van een robuust Diversity, Equity and Inclusion (“DEI”) beleid het aantrekken en behouden van me- dewerkers beperken, wat de innovatie en productiviteit ondermijnt. Bovendien neemt zonder een cultuur van inclusie het risico op discriminatie en intimidatie toe, wat het welzijn van medewerkers kan aantasten en de Groep kan blootstellen aan rechtszaken. Naleving van de antidiscriminatieregelgeving is essentieel om juridische sancties te voorkomen. Tot slot versterkt een inclusieve cul- tuur de betrokkenheid van werknemers en draagt zij zo bij aan een beter imago van de Groep, waardoor deze klanten en partners aantrekt die gevoelig zijn voor deze waarden. Door de DEI-principes effectief te integreren, kunnen de entiteiten van de Groep deze risico’s beperken en genieten van een meer betrokken en productiever personeelsbestand. Milieurisico’s Over het algemeen worden bedrijven in de Belgische bouwsector geconfronteerd met een aantal grote milieurisico’s. Om deze risi- co’steidenticerenentebeheren,iseenvolledigelevenscyclusanalyse(“LCA”) van een bouw- of infrastructuurproject noodzakelijk. Aanzienlijke CO 2 -emissies dragen bij aan de klimaatverandering, waardoor maatregelen nodig zijn om de koolstofvoetafdruk van projecten te verminderen. Deze emissies zijn vooral afkomstig van de productie van bouwmaterialen en de bouw van projecten, maar er moet ook rekening worden gehouden met de operationele emissies van de gebouwen en infrastructuren die worden ge- bouwd, en dit gedurende hun hele levensduur. Verontreiniging, vooral door het gebruik van bouwmaterialen en activiteiten op de werf, heeft een impact op de lucht- en bodem- kwaliteit. Er is een risico op mogelijke vervuiling van natuurlijke milieus, evenals een meer algemeen risico op impact op de biodiver- siteit. De toenemende schaarste van materialen, nog verergerd door de groeiende vraag en verstoringen in de toeleveringsketens, stelt de duurzaamheid van hulpbronnen op de proef. Afvalbeheer is daarom van cruciaal belang, aangezien werven grote hoeveelheden afval genereren die moeten worden gesorteerd en gerecycleerd om de impact op het milieu tot een minimum te beperken. Tot slot is watergebruik ook een belangrijk punt, aange- zien bouwactiviteiten grote hoeveelheden water verbruiken en lozingen van afvalwater de watervoorraden kunnen vervuilen. CFE zet zich dan ook in om verontreiniging en milieuafval te verminderen door te streven naar ‘ZERO milieu-incidenten’. Om dit te bereiken, zetten alle teams van de Groep zich in om een voorbeeldgedrag te stellen en het beleid inzake Kwaliteit, Gezondheid, Vei- ligheid en Milieu (“QHSE”), dat is gebaseerd op de vereisten die zijn vastgelegd in ISO 9001, ISO 45001 en ISO 14001 en op de VCA-cer- ticering,striktnateleven. In het bijzonder kunnen de Business Units van de Groep blootgesteld zijn aan verschillende risico’s in verband met de omgeving van de projecten waarin zij werken. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 41 Los van de economische aspecten hebben de milieurisico’s ook een impact op het imago en de reputatie en kunnen de gevolgen ervan de exploitatie blijvend beïnvloeden. In een perspectief op langere termijn kan de evolutie van de regelgeving met betrekking tot de ecologische transitie eveneens een risicofactor vormen. Hetgeheelvandezerisico’skandusmenselijke,technische,nanciëleenjuridischeproblemenscheppen. De maatregelen voor risicobeheer zijn als volgt: • analyse in de aanbestedingsfase van deze risico’s en uitwerken van oplossingen in samenwerking met de ontwikkelingsteams, waarbij zo vroeg mogelijk rekening wordt gehouden met de uitdagingen; • toepassing van passende technische en organisatorische oplossingen om de risico’s te beperken, met dien verstande dat de afweging van deze risico’s evolueert tijdens de volledige levensduur van de projecten, en • de kosten van het herstel na belangrijke klimaatevenementen kunnen gedeeltelijk door de verzekeringsmaatschappijen wor- den gedekt. Demilieu-uitdagingenvandeactiviteitenvandeGroepenhunpotentiëlegevolgenvoorhetmilieuwordenmeerspeciekbehan- deld in de Duurzaamheidsverklaring, sectie 2. 1.2.3. Operationele risico’s op het niveau van de Groep Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen de gemeenschappelijke risico’s en de risico’s eigen aan elk van de vier segmenten. Gemeenschappelijke risico’s van de vier segmenten Risico’s met betrekking tot de uitvoering van projecten Hetgeen de vakgebieden van de Groep hoofdzakelijk kenmerkt, is de verbintenis bij het indienen van een offerte om een object te realiseren dat uniek van aard is, voor een prijs waarvan de modaliteiten vooraf bepaald zijn, binnen een overeengekomen termijn. De risico’s hebben voornamelijk betrekking op: • in de voorafgaande studiefase , d.w.z. vóór de ondertekening van het contract: • foutieve evaluatie van het project of van de klant; • ontwerp- en berekeningsfouten; • fouten in de beoordeling van de bepalingen van het contract; • overschatting van de beschikbare interne middelen, en • foutieve evaluatie van de onderaanneming. • in de uitvoeringsfase, d.w.z. na de ondertekening van het contract: • ontoereikende of onaangepaste menselijke en materiële middelen; • moeilijke relaties met de klant; • onverwachte omstandigheden; • milieuverontreiniging of -ongevallen; • tijdens de werken door de klant opgelegde wijzigingen; • slecht beheer van het contract; • variaties van de kosten van materialen en benodigdheden; • verstoring van de toeleveringsketen en schaarste aan grondstoffen en werkkrachten; • in gebreke blijven van partners (medeaannemers, leveranciers, onderaannemers) of van klanten; • organisatorische, technische, contractuele en reglementaire moeilijkheden in de uitvoering van het voorwerp van het con- tract, met een mogelijke impact op de termijnen, de kosten, de geldmiddelen, de kwaliteit en de reputatie van de Groep, en • betwisting van de facturering en de eindafrekening door de klant. De maatregelen voor het beheer van de voornoemde risico’s zijn: • in de voorafgaande studiefase: • voorafgaande analyse; • onderhandeling met de klant om tot een evenwichtige verdeling van de risico’s te komen; • het voorleggen van de offertes aan het Engagementcomité vooraleer deze worden ingediend voor projecten die een be- paalde drempel overschrijden; • beoordeling van de correcte dimensionering van de verantwoordelijke teams, en • inachtneming van de feedback in de studiefase. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 42 • in de uitvoeringfase: • organisatie van de voorbereiding van de werven; • invoeringvanspecieke,aanhetvakgebiedaangepastebeheersystemen; • toepassing van formules voor prijsherziening of voorafgaande inachtneming van de impact van niet door de formules gedekte kostenvariaties; • overdracht van het risico op onderaannemers en leveranciers; • voorafgaande keuze van de technische oplossingen of uitrustingen; • dialoog met de klant en de opdrachtgever; • invoeren van contractuele clausules met wederzijdse verbintenissen; • opleggen van betalingsgaranties, en • onderschrijving van verzekeringspolissen. Risico’s met betrekking tot de inatie DeinatieblijftrelatiefhooginzowelBelgiëalsPolen,maarisgrotendeelsgedaaldnadepiekin2022-2023. Hetrisicometbetrekkingtotdeinatiewordtbeperktdoor: • het opnemen van prijsherzieningsclausules in de contracten, en • het sluiten van contracten met een vaste prijs met bepaalde onderaannemers en/of leveranciers. Conjunctuurrisico’s De vier segmenten van de Groep zijn door hun aard onderhevig aan sterke cyclische schommelingen. Deze vaststelling moet echter worden genuanceerd per segment, aangezien de sleutelfactoren van geval tot geval kunnen verschillen. Zo volgen de activiteiten bouw en vastgoedontwikkeling voor hun kantorencomponent de klassieke conjunctuurcyclus, terwijl de activiteit privéwoningen meer direct afhankelijk is van de conjunctuur, het vertrouwen van de huishoudens en de rentevoeten. De maatregelen die de Groep neemt om deze risico’s te beheren kunnen als volgt worden samengevat: • diversicatievandeactiviteitenvandeGroep; • voorafgaande controle van de aanvaarding van opdrachten door middel van de “selective bidding” procedure, en • monitoring van de evolutie van het orderboek en de prestaties van de projecten. Juridische risico’s De activiteit van de segmenten is gebaseerd op contracten die onderhevig zijn aan een complexe reglementaire omgeving, die gebonden is aan de plaats waar de prestaties worden uitgevoerd en aan de activiteitendomeinen. Tijdens de uitvoering van de contracten kunnen geschillen ontstaan, als gevolg van met name meningsverschillen over nieuwe elementen tijdens de uitvoering, een wijziging in de governance van de opdrachtgever, een nieuwe jurisprudentie, een verkeerde interpretatie van contractuele be- palingen. Informatie over de belangrijkste geschillen en arbitrages waarbij de Groep betrokken is, wordt gegeven in toelichting 29 (Geschillen) in de Bijlage aan de geconsolideerde jaarrekening. Deze geschillen worden op de balansdatum beoordeeld en indien nodig worden provisies aangelegd om de geschatte risico’s te dekken. De maatregelen voor het risicobeheer bestaan hoofdzakelijk in het opnemen van contractuele bepalingen die het mogelijk maken om: • de meerkosten en/of vertragingen als gevolg van wijzigingen die na de ondertekening van het contract op verzoek van de klant zijn uitgevoerd, op de klant te verhalen; • in geval van wanbetaling de werven stop te zetten; • indirecte schade uit te sluiten; • de aansprakelijkheid voor bestaande verontreiniging uit te sluiten of te beperken; • de contractuele aansprakelijkheid voor het geheel van het project te beperken tot een redelijk deel van het bedrag van het contract; • de boetes wegens laattijdige oplevering of ontoereikende prestaties te beperken tot een aanvaardbaar percentage van het bedrag van het contract; • eenaanpassingvandecontractuelebepalingen(prijs,termijn)tevoorzieninhetgevalvanwetgevende,scaleofregle- mentaire wijzigingen; • een clausule inzake overmacht op te nemen (politiek risico, eenzijdige beslissing van de klant of concessiegever, economi- sche crisis, slecht weer) of vroegtijdige beëindiging van het project, en • toe te zien op de activering van de verzekeringsdekkingen. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 43 Naleving van wetten en reglementen GeletopdediversiteitvanhunactiviteitenenhungeograscheinplantingkrijgendeverschillendeBusinessUnitsvandeGroepte maken met een complexe regelgevende omgeving in verband met de uitvoering van prestaties en de betrokken activiteitendomei- nen. Zij moeten met name de regels naleven met betrekking tot: • de modaliteiten voor de gunning en uitvoering van contracten en overheids- of privé opdrachten; • het bouwrecht, met name de toepasselijk technische regels voor het verstrekken van diensten, leveringen en werken, en • het milieurecht, het economisch recht, het arbeidsrecht, het sociaal recht of nog, het mededingingsrecht. Dankzij het vermogen van de Groep om zich aan te passen aan nieuwe reglementen, samen met haar monitoring van de normen, kan zij de wetgevende en reglementaire risico’s in grote mate beheren. Risico’s met betrekking tot de informaticaveiligheid In een tijdperk van digitalisatie en telewerk dreigen de informaticarisico’s meer en meer de activiteiten van de Business Units te vertragen, of hun waardevolste middelen en gegevens in gevaar te brengen. De belangrijkste informaticarisico’s zijn: virussen en malware, phishing, hacking (cyberaanvallen), verlies van vertrouwelijke informatie, verwerkingsfouten, het fysieke risico van verlies of diefstal, en verduistering. De door CFE genomen risicobeheermaatregelen kunnen als volgt worden samengevat: • installatie en regelmatige update van professionele antivirussoftware op elke werkpost en server; • installatie van extra authenticatiesystemen voor technische gebruikers (administrators); • implementatie van Privileged Identity Management (“PIM”)controlesomspeciekeactiesmethogerechtenalleentoeteken- nen aan standaard IT-gebruikers voor een beperkte tijd en na goedkeuring door een centrale deskundige op hoog niveau; • installatie van beveiligingsoplossingen voor cloudoplossingen (SaaS) die door CFE worden gebruikt en om het internetgebruik te beveiligen; • gebruik van beveiligde tunnels (“VPN”) om gebruikers die op afstand werken met elkaar te verbinden; • afschafngvanpublieketoegangtotkritiekeapplicatiesviahetinternetzondereen“VPN”; • implementatie van regelmatige opleidingen en sessies voor bewustmaking rond cyberbeveiliging voor alle medewerkers, waarbij de nadruk wordt gelegd op manieren om zich te beschermen tegen cyberbeveiligingsaanvallen (phishing, gegevens- diefstal, enz.); • toevoeging aan Outlook van een professionele service voor de rapportage en analyse van phishingmails; • implementatie van een oplossing voor e-mailbeveiliging die alle inkomende e-mails scant en phishingpogingen en bekende malware blokkeert voordat deze de inbox van de medewerkers van CFE bereiken; • uitrolvaneenstrategiemetcomplexewachtwoordeneneengoedgecongureerdeengeüpdatetemultifactorauthenticatie; • gebruik van externe dienstverleners om de systemen te analyseren en te waarschuwen voor incidenten met een mogelijke negatieve impact; • verzoek aan de Chief Information Security Ofcer om de implementatie van ons veiligheidsbeleid aan audits te onderwerpen; • laten uitvoeren van een red teaming-oefening door een ethische hacker op enkele entiteiten van de Groep om de effectiviteit van de beveiligingssystemen en hun effectieve implementatie te controleren; • beperkingvandetoegangtotvertrouwelijkeengevoeligemappenvolgensdegebruikersproelen–demappenenresources zijn per dienst gepartitioneerd, met authenticatie; • invoering van een krachtig back-upsysteem ; • invoering van een systematische opleiding in het gebruik van de applicaties en de software • systematische controle van elke aanvraag voor een nieuwe applicatie aan de hand van een beveiligingschecklist om ervoor te zorgen dat het beveiligingsbeleid van de Groep ‘by design’ wordt nageleefd, of advies over de implementatie ervan, en • jaarlijkse analyse van de IT-beveiligings- en bedrijfscontinuïteitspraktijken door de IT-partner van de Groep aan de hand van een maturiteitsvragenlijst. Het boekjaar 2024 werd gekenmerkt door een groot aantal interventies van de gespecialiseerde informaticateams, zonder bedui- dende gevolgen voor de betrokken Business Units. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 44 Operationele risico’s eigen aan de segmenten Bouw & Renovatie en Multitechnieken Risico’s met betrekking tot de solvabiliteit van de klant Deze twee segmenten zijn blootgesteld aan het risico van insolvabiliteit van hun klanten. De maatregelen voor dit risicobeheer kunnen als volgt worden samengevat: • vericatievandesolvabiliteitvandeklantenbijdeindieningvanoffertes; • regelmatige follow-up van de uitstaande bedragen van de klanten en indien nodig aanpassing van de positie van de betrok- ken Business Unit tegenover de klant, en • voor klanten met een niet te verwaarlozen solvabiliteitsrisico, eisen van voorschotten en/of bankgaranties voor de werken beginnen. Risico’s met betrekking tot het kaderpersoneel en de arbeiders De uitdaging van het aantrekken en behouden van talenten is essentieel voor een groep waarvan de activiteit van de projecten zeer snel evolueert en waarvoor de specialisatie van de vakgebieden en van de expertise een concurrentievoordeel oplevert in de respons op aanbestedingen. De activiteiten van de Bouw & Renovatie en van het segment Multitechnieken worden geconfronteerd met een chronisch gebrek aan kaderpersoneel en geschoolde arbeiders. De goede realisatie van de projecten in de fase van de studie, van de voorbereiding en van deuitvoeringisafhankelijkvanhetkwalicatie-encompetentieniveauvanhetpersoneelenzijnbeschikbaarheidopdearbeidsmarkt. De maatregelen die de Groep aanneemt om deze risico’s te beheren zijn: • versterking van de competenties van de werknemers van de Groep in een cyclus voor de ontwikkeling van het menselijke kapitaal; • invoering van een opleidingsprogramma voor elke medewerker; • ontwikkeling van programma’s die de interne mobiliteit bevorderen, en • realisatie van lokale partnerschappen met economische, sociale, institutionele of academische actoren. Contractuele risico’s van publiek-private samenwerkingscontracten De juridische en contractuele risico’s zijn nog groter in een publiek-privaat samenwerkingscontract (onder de vorm van Design, Build, Finance and Maintain (“DBFM”)-contracten, concessiecontracten, energieprestatiecontracten van het type ESCO, ...), waarvan de duur van enkele jaren tot verscheidene decennia kan variëren. De risico’s worden vóór de indiening van de offerte beoordeeld in de studiefase, die meestal veel langer duurt dan bij een klassiek bouwcontract. De belangrijkste risico’s van de exploitatie van wer- ken in concessie hebben betrekking op het behoud van de levensduur van het werk in het licht van de in het concessiecontract vastgelegde doel- stellingen voor het onderhoud, de energieprestaties en de herstellingen. Voor elk gebouw of elke infrastructuur die in het kader van een publiek-privaat samenwerkingscontract wordt geëxploiteerd, moeten op basis van een raming van het grote onderhoud provi- sies worden aangelegd voor de kosten van de vernieuwing van de uitrusting en het onderhoud van de werken. De maatregelen voor het beheer van deze risico’s kunnen als volgt worden samengevat: • het voorleggen van de offerte aan het Engagementcomité vooraleer deze wordt ingediend; • hetopzettenvaneenprojectvennootschap,meteennancieringdiegrotendeelswordtverzekerddooreenschuldzonderof met beperkt verhaal op de aandeelhouders; • het betrekken van kredietverstrekkers in de aanloop naar de projecten, en • de inschakeling van externe consultants. Risico’s met betrekking tot sociaal recht en arbeidsrecht De sociale risico’s waarmee de segmenten Bouw & Renovatie en Multitechnieken worden geconfronteerd, liggen in de context van de grensoverschrijdende onderaanneming, voornamelijk in de bouwsector. Debelangrijkstegeïdenticeerderisico’svoordewerveninBelgiëzijn:deherkwalicatievanonderaannemingscontractenvaneer- ste rang, de tewerkstelling en het ontbreken van de checkin@work aangifte. Elke inbreuk op de sociale wetgeving kan een juridisch en reputatierisico inhouden. Volgende maatregelen om deze risico’s te beheren, zijn dan ook genomen: • invoering van een beleid inzake onderaanneming; • invoering van opleidingen voor alle Business Units; • uitvoering van sociale audits van de onderaanneming op de werf, met bijzondere aandacht voor de naleving van sociale ver- plichtingen, en • halfjaarlijkse analyse van de sociale risico’s en opstellen van actieplannen. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 45 De afgelopen jaren werd de Business Unit BPC Groep meermaals voor de hoven en rechtbanken gedagvaard in dit verband wegens vermeende inbreuken op de sociale wetgeving door onderaannemers. De eerste drie zaken die werden aangespannen door het Ar- beidsauditoraat en waarbij de Business Unit BPC betrokken was, resulteerden allemaal in gunstige uitspraken van het Brusselse Hof van Beroep,dienudenitiefzijn.Demeestrecentezaakophetgebiedvansociaalstrafrecht,diedoorhetArbeidsauditoraatwerdaange- spannen tegen een tijdelijke maatschap bestaande uit BPC en een partner voor de werf “Jardins de la Chasse”, werd op 17 december 2024 in eerste aanleg gunstig beslecht. Het Arbeidsauditoraat tekende op 16 januari 2025 echter beroep aan tegen deze beslissing. Risico’s met betrekking tot de veiligheid van personen De vaak complexe projecten en operaties van de operationele Business Units van de Groep zijn onderhevig aan gevaren die de hygiëne, de veiligheid, de gezondheid en de levenskwaliteit van de werknemers en de onderaannemers kunnen aantasten. Een ongeval of bijna-ongeval kan een grote impact hebben op de activiteit van de betrokken Business Unit, en de activiteit kan pas na het nemen van passende verbeteringsmaatregelen worden hervat. Om de risico’s voor de veiligheid van personen te verminderen, heeft de Groep haar engagement inzake veiligheid versterkt met de installatie in 2023 van een nieuw ‘GO FOR ZERO’-veiligheidsbeleid. Een van de doelstellingen van dit beleid is ervoor te zorgen dat alle arbeiders, werknemers, partners, onderaannemers, bezoekers en klanten ongedeerd thuiskomen na het werk, ongeacht de operati- onele en commerciële uitdagingen. CFE wil komen tot ‘ZERO arbeidsongevallen’. Daartoe past elke medewerker de waarden van gedeelde waakzaamheid toe door te zorgen voor zijn eigen veiligheid en die van de mensen die met hem werken. Elke medewerker heeft ook de mogelijkheid om STOP te zeggen als hij denkt dat het werk dat wordt uitgevoerd hem in gevaar kan brengen. Tot slot neemt CFE de volgende maatregelen voor risicobeheer: • invoering van veiligheidsbezoeken op de werven door de managers van de Groep en de Business Units van het segment Bouw & Renovatie, met als doel de veiligheid en het welzijn op de werkplek te bevorderen en een veiligheidscultuur, zichtbaar voor- beeldgedrag,risico-identicatieenverbeterdecommunicatietussenwerknemersinallefunctiestestimuleren; • sensibilisering voor orde en netheid • voorafgaande analyse van de risico’s, in een zo vroeg mogelijk stadium van de projecten en uiterlijk bij het begin van de werken; • levering van passende persoonlijke beschermingsmiddelen; • invoering van collectieve beschermingsmiddelen die zijn aangepast aan de preventieprocedures en werkwijzen op basis van de risicobeoordeling (afbakeningen, borstweringen, trappen enz.); • uitvoering van interne en externe audits om de procedures te beoordelen met betrekking tot bouwplaatsen die een impact hebben op het welzijn op het werk; • realisatie van samenwerkingen met externe organismen; • organisatie van vernieuwende opleidingen en bewustmakingsevenementen, zoals opleidingen waarbij gebruik wordt gemaakt van virtual reality om zo goed mogelijk de behoeften van de Groep te benaderen; • opnamevanspeciekebepalingeninzakeveiligheidindecontractenmetonderaannemers,en • naleving van de door de plaatselijke overheid genomen milieu- en sanitaire maatregelen. Operationele risico’s eigen aan het segment Vastgoedontwikkeling Risico’s met betrekking tot de economische omgeving Momenteel bevinden de projecten zich uitsluitend in België, het Groothertogdom Luxemburg en Polen. Een wijziging van de belangrijkste macro-economische indicatoren, van de geopolitieke omgeving of van de economische cyclus in het algemeen kan een invloed hebben op het vertrouwen van de huishoudens, de beleggers en de private en publieke entiteiten. Ze kan leiden tot (i) een daling van de vraag naar woningen, handelsruimten en andere categorieën van vastgoedactiva, (ii) een daling van de verkoopprijzen en een lager rendement en (iii) een hoger risico van faling van dienstverleners, aannemers in de bouw en andere betrokkenen. Een verandering van de rentevoeten kan een invloed hebben op het vermogen van de huishoudens en de beleggers om residentië- le vastgoedactiva te kopen, zodat de vraag naar deze activaklasse daalt. Op de kantoormarkt kan een verandering van de rentevoeten op lange termijn eveneens een invloed hebben op het rendement dat wordtgebruiktomdeprijsvankantoorvastgoedteberekenen.Eendergelijkeveranderingkanduseensignicanteimpacthebben op het vermogen van het segment om residentiële of kantoorgebouwen te verkopen. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 46 Enkele factoren kunnen deze risico’s echter beperken: • vanwege de schaarste aan goed gelegen grondposities oefenen het aanbod en de vraag een opwaartse druk uit; • sectordiversicatievandeklanten; • de waarde van het vastgoed wordt vooral bepaald door de commerciële waarde van de ligging van het goed, en • de investeringen zijn geconcentreerd in deelgebieden met een hoge koopkracht. Risico’s verbonden aan de afschafng van het verlaagde btw-tarief van 6% voor de verkoop (op plan) van woningen na afbraak-wederopbouwwerken in België Vanaf 30 juni 2025 zal het verlaagde btw-tarief van 6% niet langer van toepassing zijn op de verkoop (op plan) van woningen na sloop-heropbouwwerkzaamheden. Deze hervorming heeft een impact op de activiteiten van BPI Real Estate Belgium. Dit verlaagde tarief gaf immers een economische stimulans aan de vastgoedontwikkelingssector. De toepassing van het normale btw-tarief van 21% op dergelijke verkopen zal leiden tot extra kosten voor kopers van onroerend goed, wat de verkoop van BPI Real Estate Belgium mogelijk zal vertragen. De Beroepsvereniging van de Vastgoedsector (“BVS”), in samenwerking met een aantal vastgoedontwikke- laars waaronder BPI Real Estate Belgium, heeft beroep aangetekend bij het Grondwettelijk Hof tegen de bepalingen die de gunstige 6% btw-regeling voor de levering (verkoop) van vastgoed beperken. Het Grondwettelijk Hof heeft dit beroep tot nietigverklaring ver- worpen in een beslissing van 20 februari 2025. Sindsdien heeft de nieuwe federale regering echter aangekondigd dat de gunstige 6% btw-regeling voor de levering (verkoop) van onroerend goed zal worden verlengd. De precieze details van deze verlenging zijn op het moment van de publicatie van dit verslag nog niet bekend. Risico’s met betrekking tot de verwerving van vastgoed Vooraleerzijeengrondpositieaankopen,bestuderendeBusinessUnitsvanhetsegmentVastgoedontwikkelingdenanciële,tech- nische en stedenbouwkundige haalbaarheid van het vastgoedproject. Deze haalbaarheidsstudies, waarbij externe experts of con- sultants worden betrokken, vertrekken van hypothesen over de economische, markt- en andere omstandigheden (met inbegrip van ramingen van de potentiële verkoopprijzen). Ondanks de waakzame aanpak van de Business Units zou het kunnen voorvallen dat zij niet alle relevante factoren in overweging nemen of er kennis van hebben teneinde een weloverwogen beslissing te nemen. Om dit risico te beperken worden volgende maatregelen genomen: • systematische voorafgaande beoordeling van alle vastgoedaankopen door het Investeringscomité van CFE, en • opname van opschortende voorwaarden in de contracten voor de aankoop van terreinen. Risico’s met betrekking tot de ontwikkeling van vastgoed Alle projecten zijn afhankelijk van de toekenning van een stedenbouwkundige vergunning, een bouwvergunning en een milieuver- gunning. De realisatie van elk project kan bijgevolg worden beïnvloed door (i) het onvermogen van het segment om de vereiste vergunningen te verkrijgen, te behouden of te vernieuwen of (ii) elke vertraging in het verkrijgen, behouden of vernieuwen van de vergunningen en (iii) het onvermogen van de Business Units om de voorwaarden van de vergunningen na te leven. Het is ook frap- pant dat het aantal beroepen tegen vergunningen voor nieuwe projecten toeneemt, vooral in de Brusselse regio. Bovendien kunnen de wijzigingen die de bevoegde overheden aanbrengen aan de juridische omgeving en de administratieve pro- cedures met betrekking tot de indiening, de afgifte of de geldigheid van dergelijke vergunningen een negatieve weerslag hebben ophetnanciëleresultaatvaneenproject. Volgende maatregelen om dit te beheren, zijn dan ook genomen: • het kaderpersoneel en de medewerkers beschikken over de vereiste kennis van het stedenbouwkundige- en vergunningsrecht; • beroep op gespecialiseerde externe consultants in het stedenbouwkundig recht van de betrokken regio; • voorafgaand onderzoek van de stedenbouwkundige vergunningen tijdens de ontwikkeling van het project; • verzekeringspolissen om het risico op intrekking of annulering van vergunningen te dekken, en • doorlopende evaluatie van de wijzigingen van de stedenbouwkundige vergunningen en toelatingen en van hun naleving, sa- men met het anticiperen op mogelijke wijzigingen. De oplevering van de projecten kan trouwens worden vertraagd of in het gedrang worden gebracht door diverse factoren, zoals de weersomstandigheden,ongevallenopdewerf,natuurrampen,arbeidsconicten,eengebrekaanuitrustingenofbouwmaterialen, ongevallen of andere onvoorziene moeilijkheden. De Business Units van het segment Vastgoedontwikkeling kunnen bovendien bij- komende kosten en boetes oplopen in verband met de bouw of ontwikkeling van hun projecten die de oorspronkelijke ramingen en uitvoeringstermijnen overschrijden. Om deze risico’s te beperken worden volgende maatregelen genomen: • overdracht van de bouwrisico’s aan de onderaannemers; • vrijwel systematische uitbesteding van de bouw van de projecten aan de dochtervennootschappen van CFE, en • onderschrijving van passende verzekeringsdekkingen. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 47 Liquiditeits- en nancieringsrisico’s Deontwikkelingvanprojectenvereistgroteinvesteringen,dievoornamelijkmeteigenmiddelenenexternenancieringsbronnen wordengenancierd. Het kan niet worden uitgesloten, hoewel het onwaarschijnlijk is, dat BPI België, BPI Luxemburg of BPI Polen niet in staat zouden zijn de bestaandenancieringsovereenkomstentevernieuwenofnieuwenancieringentegencommercieelwenselijkevoorwaardenaan te trekken. Om deze risico’s te beperken, worden volgende maatregelen getroffen: • diversicatievandenancieringsbronnen; • verhoging van de bevestigde kredietlijnen; • gebruik van ‘commercial paper’ en promessen op middellange termijn, en • opzettenvanverscheidenenieuweprojectnancieringeninBelgië,LuxemburgenPolen,metdezelfdevoorwaardenalsvóórde gezondheidscrisis. Op 31 december 2024 beschikken BPI België en haar dochtervennootschap BPI Luxemburg samen over 60 miljoen euro bevestigde bilaterale kredietlijnen waarvan 3 miljoen euro gebruikt is door BPI Luxemburg. Risico’s met betrekking tot de projectvennootschappen Om sommige van hun vastgoedoperaties te realiseren, nemen BPI België, BPI Luxemburg en BPI Polen deel aan projectvennoot- schappen (“Special Purpose Vehicles” of “SPV’s”) die waarborgen verstrekken ter ondersteuning van hun krediet. Het risico bestaat dat bij faling van dit type van vennootschappen en realisatie van de waarborgen, de opbrengsten onvoldoende zijn om het eigen vermogen dat ter beschikking werd gesteld voor het verkrijgen van de kredieten, geheel of gedeeltelijk terug te betalen. De betrokken Business Units zorgen er daarom voor dat er risicobeperkende maatregelen en factoren worden genomen, zoals: • het risico met partners delen; • nancieringmeteenleningzonderofmetbeperktverhaalopdeaandeelhouders; • bijzondere aandacht voor de voorbereidende fase en de betrekkingen met de belanghebbenden, en • monitoring van de commercialisering en het verkoopritme. Risico’s met betrekking tot de capaciteit om de projecten te verkopen Deactiviteit,denanciëlepositie,deresultatenendevooruitzichtenvandeBusinessUnitsactiefindeVastgoedontwikkelinghangen bijna uitsluitend af van de verkoop van hun projecten. De investeringen in vastgoed waarvoor nog geen bouwvergunningen zijn verkregen, zijn relatief weinig liquide. Het is mogelijk dat de Business Units geen passende koper vinden voor dit type actief wanneer zij liquiditeiten nodig hebben. De marktomstandigheden kunnen de Business Units bovendien verplichten om hun projecten te verkopen voor lagere prijzen dan voorzien. Het onvermogen van het segment om een positieve kasstroom uit de verkoop van projecten te genereren, kan een negatieve in- vloed hebben op het vermogen om zijn schulden af te lossen. Om dit risico te beperken worden volgende maatregelen genomen: • uitvoering van een zorgvuldige marktstudie voorafgaand aan elke investering en tijdens haar ontwikkeling; • opname van opschortende voorwaarden in de contracten voor de aankoop van terreinen; • beperking van ‘blanco’ operaties, vereiste van een minimale drempel voor de pre-commercialisering; • elasticiteit van de vraag op de residentiële markt, en • eenconservatieveenbehoedzamenancieringsstrategie,gekenmerktdooreendiversicatievandenancieringsbronnenen een brede Groep van bankpartners. Risico’s met betrekking tot de concentratie van de portfolio De overgrote meerderheid van de projecten in dit segment zijn residentiële projecten. Bijgevolg zou elke vertraging of elke wijziging van de reglementering in België of elke wijziging van de markt met een weerslag op de residentiële markt aanzienlijke nadelige ge- volgen kunnen hebben voor de resultaten en de operaties van het segment. Zo werd BPI Luxemburg in het boekjaar 2023 bijzonder getroffen door een vertraging in de markt en de markt heeft zich maar zeer matig herpakt in 2024. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 48 De Groep ziet er dan ook op toe volgende risicobeperkende maatregelen te nemen: • diversicatievandeportfolioendeprojecten,zowelinBelgiëalsinPolenenLuxemburg,en • maximaal anticiperen op elke wetswijziging die een impact op de projecten zou kunnen hebben, door een aanpassing van de contractuelebepalingen(prijs,termijn)tevoorzieninhetgevalvaneenwetgevende,scaleofreglementairewijziging. Risico’s met betrekking tot belanghebbenden Het segment Vastgoedontwikkeling onderhoudt contractuele betrekkingen met verscheidene partijen, zoals partners, investeerders, huurders,aannemers,nanciëleinstellingenenarchitecten.Dezebelanghebbendenkunnenstoringeninhunwerkingondervinden ofwordenblootgesteldaannanciëlemoeilijkhedendietotvertragingenkunnenleidenoftoteenvolledigeonmogelijkheidomhun contractuele verplichtingen na te komen. De Business Units van het segment Vastgoedontwikkeling zien er dan ook op toe volgende maatregelen te nemen: • de controles voor de gunning en de follow-up van de werken versterken; • in de contractuele overeenkomsten zekerheden opnemen, bij voorkeur bankgaranties op eerste verzoek; • voorafgaand onderzoek en permanente follow-up van de solvabiliteit van de belanghebbenden, en • onderschrijving van passende verzekeringsdekkingen. Risico’s eigen aan het segment Investeringen & Holding DEEP C HOLDING (HAVENCONCESSIES IN VIETNAM) Geopolitiek risico De politieke situatie in Vietnam is al vele jaren stabiel. Hoewel het hoogst onwaarschijnlijk is, kunnen politieke risico’s echter nooit volledig worden uitgesloten. Daarom zijn er, afhankelijk van het opvolgen van de ontwikkelingen in de politieke situatie van het land, momenteel geen andere speciekemaatregelengetroffenomditrisicotebeheersen. Liquiditeits-ennancieringsrisico De ontwikkeling van de projecten vereist grote investeringen. Deep C Holding zou een liquiditeitsrisico kunnen lopen uit hoofde van: • de verplichtingen tot terugbetaling van de bestaande schuld, en • de algemene behoeften. DeepCHoldingheeftdaaromcorporatenancieringenopgezetophetniveauvanhaardochtervennootschapInfraAsiaInvest- mentHKenlokalenancieringeninVietnam,omvasteactivazoalsmagazijnenofverhuurdeinfrastructurentenancieren,ofomde behoeftenaanwerkkapitaalvandeverschillendeindustriëlezonestenancieren. Green Offshore (minderheidsparticipaties in de Belgische offshore windparken Rentel en SeaMade) Aangezien(i)detweeparkengebouwd,genancierdenvolledigoperationeelzijnen(ii)eenminimumprijsvoordegeproduceerde elektriciteitwordtgegarandeerddooreenmechanismevangroenestroomcerticaten,zijndebelangrijkeresterenderisico’s: • overschrijdingen van het onderhoudsbudget, en • de productie van groene stroom die afhangt van de weersomstandigheden en de beschikbaarheid van windturbines. 1.3. Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum Na31december2024isdenanciëleencommerciëlesituatievandeGroepnietbeduidendgewijzigd. 1.4. Onderzoek en ontwikkeling De Groep heeft in 2024 verschillende vernieuwende projecten voortgezet. Eén van deze projecten betreft ‘kitting’, dat de Business Unit BPC Group met succes heeft getest op de werven Erasmus I en Tervuren Square. Dit intelligente logistieke hulpmiddel is meer speciekgerichtophetleverenvangoederenaaneenconsolidatiecentrum,hetadhocherpalletiserenenhetLEAN-conformege- faseerde leveren rechtstreeks op de betrokken werf. De digitale transitie van de Groep is in 2024 ook versneld door de inspanningen voor de ontwikkeling van hulpmiddelen op basis van articiëleintelligentieoptevoeren.DezevooruitgangmaaktdeeluitvanhetstrevenvandeGroepomhaarbenaderingvanbou- wen te moderniseren en haar klanten veiligere, duurzame en hoogwaardige oplossingen te bieden. ZoheeftdeGroepgewerktaaneenprojectdatgebaseerdisoparticiëleintelligentie,het‘AI-Generated Income Forecasting for Construction Sites’genaamd.Hetaanvankelijkedoelvanhetprojectwasomhistorischecashowgegevensvandeprojectenvan Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 49 het segment Bouw & Renovatie te gebruiken om scripts te maken die polynomiale regressie in verschillende gradaties toepassen omcashowvoorspellingenteoptimaliseren.Articiëleintelligentiezouwordengebruiktomdezescriptsdynamischaantepassen, rekening houdend met de projectsectoren (woningen, logistiek, industrie, enz.), bouwhoogten en funderingsmethoden. Bovendien onderzochten de teams mogelijke toepassingen in 2024, aangezien toekomstige professionele ontwikkeling zou kunnen genieten van de integratie van ERP-systemen, waarbij gegevens een belangrijke factor zijn. Tot slot heeft CFE Polska haar parametrisch ontwerpmodel geactualiseerd. Dit model genereert in een paar klikken een 3D-model, een CO 2 -voetafdrukbeoordeling en een kostenraming voor logistieke of industriële projecten. Deze tool maakt het moge lijk om de impact van verschillende parameters op de budgetten en CO 2 -voetafdrukken van de projecten te begrijpen, waardoor de Groep haar klanten optimalere gebouwen kan voorstellen. 1.5. Financiële instrumenten De Groep heeft een systeem met beleggingslimieten ingevoerd om haar tegenpartijrisico te beheren. Dit systeem bepaalt maxima- lerisicobereikenvoordetegenpartijen,gedenieerdvolgenshundoorStandard&Poor’senMoody’sgepubliceerdekredietnotering. Deze limieten worden regelmatig gevolgd en bijgewerkt. 1.6. Vooruitzichten 2025 De vooruitzichten op middellange en lange termijn blijven positief voor CFE, dankzij haar positie op de groeimarkten van renovatie en energie-prestatieverbeteringen van bestaande gebouwen, de ontwikkeling van infrastructuur voor de energietransitie en duur- zame mobiliteit, alsook de industriële automatisering. De vastgoedconjunctuur blijft op korte termijn echter verstoord voor zowel de woning- als de kantoormarkt. BPI Real Estate zal naar verwachting in 2025 een positief resultaat behalen, waarvan de omvang echter zal afhangen van de kracht en snelheid van het herstel van de vastgoedmarkt in zowel België als Luxemburg. VMA verwacht dat haar activiteiten in 2025 stabiel zullen blijven gecombineerd met een operationele marge die verder zou verbete- ren. BijMOBIXzullendevoordelenvandediversicatievanhaaractiviteitenin2025toenemen. De dochterondernemingen van het segment Bouw & Renovatie verwachten een daling van hun omzet in 2025, gezien het onzekere economische klimaat. Prioriteit zal gaan naar het selectief aannemen van opdrachten en het verbeteren van de operationele pres- taties. Globaal gezien verwacht CFE een gematigde daling van de omzet in 2025 en een nettoresultaat dicht bij dat van 2024. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 50 III. VERKLARING VAN DEUGDELIJK BESTUUR 1. Referentiecode Deze verklaring inzake deugdelijk bestuur bevat de informatie die vereist wordt door het Wetboek van Vennootschappen en Vereni- gingen (het “WVV”) en door de Belgische Corporate Governance Code 2020 (de “Code 2020”). CFE gebruikt de Code 2020 als referentiecode en past de bepalingen ervan toe door het beginsel ‘comply or explain’ te volgen. Het Corporate Governance Charter van de Vennootschap, alsook de Dealing Code kunnen worden geraadpleegd op de website van de Vennootschap www.cfe.be. Deze verklaring van deugdelijk bestuur beschrijft de samenstelling en de werkingswijze van de Raad van Bestuur van CFE en haar comités. Ze geeft toelichting bij de praktische toepassing van de bestuursregels van CFE tijdens het boekjaar eindigend op 31 de- cember 2024. Daarnaast stipt ze de bepalingen van de Code 2020 aan waarvan de Vennootschap is afgeweken en legt ze uit waarom. Ze omvat tevens het remuneratiebeleid en het remuneratieverslag. Tot slot geeft ze belangrijkste kenmerken weer van de doeltreffendheid van de systemen van interne controle en risicobeheer van de Vennootschap. 2. Raad van Bestuur en zijn Comités 2.1. Raad van Bestuur De Vennootschap heeft geopteerd voor een monistische structuur. Bijgevolg is de Raad van Bestuur verantwoordelijk voor de algeme- ne bedrijfsvoering van de Vennootschap en moet hij verslag uitbrengen van zijn bestuur overeenkomstig de artikelen 7:93 en 7:94 WVV. De Raad van Bestuur bepaalt de oriëntatie van de activiteiten van de Vennootschap. Hij bepaalt ook de strategie en het kernbeleid vandeVennootschap.Hijonderzoektdesignicantetransactiesdieerbetrekkingophebbenenkeurtzegoed,ziettoeopdeuitvoe- ring ervan en bepaalt elke maatregel die nodig is voor de realisatie van zijn beleid. Hij beslist over het risiconiveau dat de Vennoot- schap bereid is te aanvaarden. De Raad van Bestuur: • keurt het algemene kader van de interne controle en het risicobeheer goed en ziet toe op de toepassing daarvan; • neemt alle nodige maatregelen om de integriteit van de jaarrekeningen te waarborgen; • oefent toezicht uit op de prestaties van de commissaris; • onderzoekt de prestaties van de CEO en het Executief Comité; • ziettoeopdegoedewerkingendeefciëntievandegespecialiseerdecomitésbinnendeRaadvanBestuur. 2.1.1. Leden van de Raad van Bestuur op 31 december 2024 LUC BERTRAND Hoedanigheid Niet-uitvoerend bestuurder - Voorzitter (sedert februari 2016) Comités Voorzitter van het Benoemings- en Remuneratiecomité sedert mei 2021 Nationaliteit en geboortejaar Belg, geboren in 1951 Eerste benoeming als Bestuurder december 2013 Einde van het huidige mandaat GAV van 2025 Studies en ervaring Luc Bertrand behaalde in 1974 het diploma van handelsingenieur (KU Leuven). Hij begon zijn loopbaan bij Bankers Trust, waar hij de functie van Vice President en Regional Sales Manager, Northern Europe, bekleedde. Hij werd in 1985 benoemd tot bestuurder van Ackermans & van Haaren en was tot 2016 voorzitter van het Executief Comité. Hij is voorzitter van de Raad van Bestuur van Ackermans & van Haaren, DEME, SIPEF en JM Finn en bestuurder van Delen Private Bank, Bank Van Breda (tot 4 mei 2023) en Verdant Bioscience. Luc Bertrand heeft ruime ervaring in corporate governance. Doordat hij in een aantal audit- en risicocommissies heeft gezeten, heeft hij een gedegen kennis van risicomanagement en interne controlesystemen. Hij was ook stichtend lid van Guberna, een Belgisch instituut dat goed bestuur wil stimuleren, en was lange tijd voorzitter van de raad en voor- zitter van de ‘Board of Trustees’. Hij is tevens voorzitter van Instituut de Duve en Middelheim Promotors, lid van een aantal andere raden van bestuur van verenigingen zonder winstoogmerk en publieke instellingen zoals Museum Mayer van den Bergh en Europalia. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 51 PIET DEJONGHE Hoedanigheid Niet-uitvoerend bestuurder Comités Lid van het Auditcomité sedert juni 2022 Nationaliteit en geboortejaar Belg, geboren in 1966 Eerste benoeming als Bestuurder december 2013 Einde van het huidige mandaat GAV van 2025 Studies en ervaring Piet Dejonghe behaalde na zijn studies als licentiaat in de rechten (KU Leuven, 1989) een postgraduaat bedrijfskunde (KU Leuven, 1990) en een MBA aan het INSEAD (1993). Hij is co-CEO van Ackermans & van Haaren. Voor hij daar in 1995 naar toekwam, was hij als advocaat verbonden aan het kantoor A§O Shearman e en actief als consultant bij BCC. Als lid van het investeringsteam van Ackermans & Van Haaren volgt Piet Dejonghe voortdurendopleidingenomESG-risico'sen-opportuniteitenteidenti- ceren en blijft hij op de hoogte van de ESG-regelgeving. Piet Dejonghe is ook lid van het ESG-sturingscomité van Ackermans & Van Haaren, waar hij de ESG-prioriteiten en strategische vooruitgang van Ackermans & Van Haaren opvolgt en adviseert. KOEN JANSSEN Hoedanigheid Niet-uitvoerend bestuurder Comités / Nationaliteit en geboortejaar Belg, geboren in 1970 Eerste benoeming als Bestuurder december 2013 Einde van het huidige mandaat GAV van 2025 Studies en ervaring Koen Janssen behaalde na zijn studies burgerlijk ingenieur elektrome- chanica (KU Leuven, 1993) een MBA aan het IEFSI (Frankrijk, 1994). Hij werkte voor Recticel, ING Investment Banking en ING Private Equity, voor hij in 2001 naar Ackermans & van Haaren kwam. Hij is er lid van het Exe- cutief Comité. Koen Janssen heeft expertise in onder andere offshore energieoplossingen, mariene infrastructuur, milieuprojecten, energieop- slagfaciliteiten en biogasinstallaties. Als lid van het investeringsteam van Ackermans & Van Haaren neemt Koen Janssen deel aan voortdurende opleidingenomESG-risico'sen-opportuniteitenteidenticerenenblijft hij op de hoogte van de ESG-regelgeving. AN HERREMANS Hoedanigheid Niet-uitvoerend bestuurder Comités / Nationaliteit en geboortejaar Belg, geboren in 1982 Eerste benoeming als Bestuurder juni 2022 Einde van het huidige mandaat GAV van 2026 Studies en ervaring An Herremans behaalde een Master in Business Engineering aan de KU Leuven en een Master in Finance aan de Vlerick Business School. Zij heeft alsStrategyOfceManagerbijBarcogewerktenalsSeniorConsultant bij Roland Berger Strategy Consultants. Zij is momenteel lid van het Executief Comité van Ackermans & van Haaren. Als lid van het investe- ringsteam van Ackermans & Van Haaren neemt An Herremans deel aan voortdurende opleidingen om ESG-risico's en - opportuniteiten te identi- cerenenblijfthijopdehoogtevandeESG-regelgeving. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 52 WARAKU BV, vertegenwoordigd door HELENE BOSTOEN (sinds 1 januari 2024 na coöptatie, voordien Hélène Bostoen als natuurlijke persoon) Hoedanigheid Onafhankelijk bestuurder Comités Lid van het Auditcomité sedert mei 2021 Nationaliteit en geboortejaar Belg, geboren in 1977 Eerste benoeming als Bestuurder mei 2021 Einde van het huidige mandaat GAV van 2025 Studies en ervaring Hélène Bostoen is handelsingenieur (Solvay Business School, ULB, Brussel) en behaalde een MBA aan het INSEAD. Zij begon haar loopbaan bij Merrill Lynch in New York. In 2005 richtte zij Itza Food op, nu Mexma Food, een tortillafabrikant. In 2007 nam zij de leiding over van het familiebedrijf Fenixco, dat actief is in de ontwikkeling van residentieel vastgoed in België, Polen en Frankrijk. Zij is onafhankelijk bestuurder van Home Invest Belgium en Abattoir NV, en co-voorzitster van de Commissie Ontwikkelaars van de beroepsfederatie BVS-UPSI. LIEVE CRETEN BV, vertegenwoordigd door LIEVE CRETEN Hoedanigheid Onafhankelijk bestuurder Comités Voorzitter van het Auditcomité sedert juli 2022 Lid van het Benoemings- en Remuneratiecomité sedert juli 2022 Nationaliteit en geboortejaar Belg, geboren in 1965 Eerste benoeming als Bestuurder mei 2022 Einde van het huidige mandaat GAV van 2026 Studies en ervaring Lieve Creten is handelsingenieur (KU Leuven, 1989) en behaalde een Master in Fiscaliteit (1989). Zij was meer dan twintig jaar lang partner bij Deloitte, waar zij de M&A-praktijk ontwikkelde en als Managing Partner van 2008 tot 2019 de activiteit Financial Advisory leidde. Zij was tot 2019 lid van het Executief Comité van Deloitte België. Daarnaast maakte zij van 2015 tot 2021 deel uit van het wereldwijde executive team van Deloit- te Financial Advisory. Lieve Creten is momenteel actief als onafhankelijk bestuurder in verschillende vennootschappen en ook zelfstandig con- sultant. B GLOBAL MANAGEMENT SRL, vertegenwoordigd door STEPHANE BURTON Hoedanigheid Onafhankelijk bestuurder Comités Lid van het Benoemings- en Remuneratiecomité sedert juni 2022 Nationaliteit en geboortejaar Belg, geboren in 1973 Eerste benoeming als Bestuurder juni 2022 Einde van het huidige mandaat GAV van 2026 Studies en ervaring Stéphane Burton behaalde een Master in de Rechten aan de Université Catholique de Louvain (1996), een Master in Sociaal, Economisch & Fis- caal Recht aan de Universiteit Gent (1997) en een Global Executive MBA aan INSEAD (2013). Hij begon zijn carrière als advocaat voor hij in 2007 de TAT/Sabena Technics groep vervoegde. Hij bekleedde verschillende functies binnen de groep en werd bestuurder van de Belgische dochter- vennootschappen in 2008 en lid van de Directoire van de groep in 2009. In 2014 leidde hij een management buy-out van de Belgische dochter- vennootschappen van de groep en sindsdien zet hij - als CEO - de ont- wikkeling voort van de ORIZIO Group, ontstaan uit de fusie tussen Sabena Aerospace en Sabca, nu de Orizio Group. Hij is ook vice-voorzitter van Liège Airport en onafhankelijk bestuurder van SECO, Charleroi Airport en Sopartec/UCLouvain-TechnologyTransferOfce. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 53 Fernando Sistac Management & Conseil SAS, vertegenwoordigd door FERNANDO SISTAC (sinds 26 maart 2024 na coöptatie, voordien Fernando Sistac als natuurlijke persoon) Hoedanigheid Niet-uitvoerend bestuurder Comités / Nationaliteit en geboortejaar Fransman, geboren in 1959 Eerste benoeming als Bestuurder mei 2023 Einde van het huidige mandaat GAV van 2027 Studies en ervaring Fernando Sistac is burgerlijk en geotechnisch ingenieur (Polytech Lille, 1982). Tot 2022 was hij Managing Director van VINCI Environnement en ChiefOperatingOfcervanEntreposeGroup(VINCI).Hijvervoegdede VINCI -Groep in 2000 als CEO van CBC (Sogea Group). Van 2012 tot 2016 was hij adjunct algemeen directeur van VINCI Construction France en van 2016 tot 2018 operationeel directeur van VINCI Construction France. Hij was tot 2018 lid van het executief comité van VINCI Construction Fran- ce. Gezien het verstrijken van verschillende bestuursmandaten (waaronder één als onafhankelijk bestuurder), zal, op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité, aan de Gewone Algemene Vergadering van 30 april 2025 worden voorgesteld om de mandaten van Luc Bertrand, Piet Dejonghe en Koen Janssen als bestuurders te vernieuwen voor een termijn van vier jaar, alsook deze van Waraku BV, vertegenwoordigd door Hélène Bostoen, als onafhankelijk bestuurder. 2.1.2. Samenstelling en diversiteit van de Raad van Bestuur De samenstelling van de Raad van Bestuur van CFE weerspiegelt het meerderheidsaandeelhouderschap van de Vennootschap. CFE wordt immers gecontroleerd door Ackermans & van Haaren NV, een Belgische vennootschap waarvan de aandelen zijn toege- laten tot de verhandeling op Euronext Brussels en door VINCI Construction SAS. Op 31 december 2024 bestaat de Raad van Bestuur van CFE uit acht leden, waaronder vier vertegenwoordigers die zijn voorgedragen door de referentieaandeelhouder, Ackermans & van Haaren NV en één vertegenwoordiger voorgedragen door VINCI Construction SAS. Deze controle rechtvaardigt tevens de aanwezigheid op 31 december 2024 van door de referentieaandeelhouder, Ackermans & van Haaren NV, voorgedragen vertegenwoordigers, in het Auditcomité (één lid op drie) en in het Benoemings- en Remuneratiecomité (één lid op drie). Bij de samenstelling van de Raad van Bestuur wordt ook gestreefd naar een evenwicht tussen ervaring, competentie en onafhan- kelijkheid, met respect voor diversiteit en, in het bijzonder, gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Zo bestaat de Raad van Bestuur uit een voldoende aantal onafhankelijke bestuurders om ervoor te zorgen dat de belangen van alle aandeelhouders van de Vennoot- schap worden gerespecteerd, en een derde van de leden zijn vrouwen om te voldoen aan de vereisten van artikel 7:86 WVV. Dit evenwicht wordt jaarlijks opnieuw beoordeeld door het Benoemings- en Remuneratiecomité. 2.2. Rol van de Voorzitter van de Raad van Bestuur De taken van de Voorzitter van de Raad van Bestuur zijn uitvoerig opgenomen in het Corporate Governance Charter van de Ven- nootschap. De Voorzitter onderhoudt nauwe banden met de Voorzitter van het Executief Comité en werkt nauw samen met deze laatste om ervoor te zorgen dat de Raad van Bestuur bij zijn samenstelling, beraadslaging, besluitvorming en implementatie van besluiten han- delt in overeenstemming met de bepalingen van het Charter en, opnieuw in nauwe samenwerking met de Voorzitter van het Execu- tief Comité, de agenda opstelt voor de vergaderingen van de Raad van Bestuur. InhetalgemeenzorgtdeVoorzittervandeRaadvanBestuurookvooreenefciëntecommunicatiemetallebestuurdersdooreen klimaat van vertrouwen te creëren dat open discussies en opbouwende kritiek mogelijk maakt, en met de aandeelhouders en an- dere belanghebbenden van de Vennootschap. De Voorzitter is ook verantwoordelijk voor de verschillende evaluatieprocedures van de Raad van Bestuur en zijn Comités. 2.3. Aanwezigheden, werking en bevoegdheden van de Raad van Bestuur De Raad van Bestuur is zodanig georganiseerd dat besluiten op collegiale wijze en in het belang van de Vennootschap worden genomenendattakenefciëntkunnenwordenuitgevoerd. Zo vergadert de Raad van Bestuur ten minste vijf keer per jaar op tijdstippen die in het begin van het jaar worden vastgelegd, en telkens het belang van de Vennootschap dit vereist. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 54 De Raad van Bestuur kwam in 2024 zes maal bijeen. Het aanwezigheidspercentage van de leden bij de vergaderingen van de Raad van Bestuur in 2024 wordt hieronder weergegeven: Naam Hoedanigheid Aanwezigheids- percentage Luc Bertrand Niet-uitvoerend bestuurder - Voorzitter 6/6 Piet Dejonghe Niet-uitvoerend bestuurder 6/6 Koen Janssen Niet-uitvoerend bestuurder 6/6 An Herremans Niet-uitvoerend bestuurder 6/6 Waraku BV, vertegenwoordigd door Hélène Bostoen Onafhankelijk bestuurder 5/6 Lieve Creten BV, vertegenwoordigd door Lieve Creten Onafhankelijk bestuurder 5/6 B Global Management SRL, vertegenwoordigd door Stéphane Burton Onafhankelijk bestuurder 6/6 Fernando Sistac Niet-uitvoerend bestuurder tot 26 maart 2024 2/2 Fernando Sistac Management & Conseil SAS, vertegenwoordigd door Fernando Sistac Niet-uitvoerend bestuurder sinds 26 maart 2024 4/4 Naast het bepalen van de bedrijfsstrategie en -cultuur en het toezicht op het werk van de Comités, keurt de Raad van Bestuur de statutaire en geconsolideerde jaarrekening en het jaarverslag goed en beslist hij over de resultaatverwerking en de publicatie van nanciëleenniet-nanciëleinformatie. DespeciekebesluitenvandeRaadvanBestuurin2024haddenvoornamelijkbetrekkingop: • de afsluiting van de jaarrekening van boekjaar 2023 en van de halfjaarrekening 2024; • de beoordeling van de updates aan het budget 2024; • de beoordeling van het budget 2025; • de evolutie van de veiligheidsindicatoren • de herziening van het strategisch plan van de belangrijkste Business Divisies van de Groep; • het nazicht van de in het Engagementcomité voorgestelde dossiers; • hetonderzoekvandenanciëlepositievanCFE,deevolutievanhaarschuldenhaarbehoefteaanwerkkapitaal; • de beoordeling en bijwerking van de ESG-strategie en de materialiteitsmatrix in het kader van de CSRD (zoals meer in detail toegelicht in de Duurzaamheidsverklaring); • de bijwerking van de bevoegdheidsdelegatie; • het ontwikkelingsplan van Bstor; • de goedkeuring van een nieuwe Gedragscode en een Bedrijfsintegriteitsbeleid; • het onderzoek van de evolutie van het uitstaande vastgoedbestand, en • de goedkeuring van de aankoop en verkoop van verscheidene vastgoedprojecten met een waarde van meer dan tien miljoen euro. Tijdenshetboekjaar2024werdendebestuurdersnietgeconfronteerdmetsituatiesvanbelangenconicten.Bijgevolgdiendendeartike- len 7:96 en 7:97 WVV niet te worden toegepast in 2024. Binnen de Raad van Bestuur worden periodieke evaluatieprocedures georganiseerd in overeenstemming met artikel II.6 van het Charter. Deze vinden plaats op initiatief en onder toezicht van de Voorzitter. Zoals aangekondigd tijdens het vorige boekjaar, heeft een onafhanke- lijk orgaan (Guberna) eind 2024 de werking van de Raad van Bestuur van CFE en zijn interactie met het Executief Comité geëvalueerd. De conclusies van deze evaluatie werden meegedeeld op de eerste vergadering van de Raad van Bestuur van het boekjaar 2025. 3. Comités van de Raad van Bestuur CFE telt twee Comités binnen de Raad van Bestuur, namelijk het Audit- en Risicobeheercomité (“Auditcomité”) (overeenkomstig artikel 7:99 WVV) en het Benoemings- en Remuneratiecomité (overeenkomstig artikel 7:100 WVV). 3.1. Het Auditcomité AlgemeenhoudthetAuditcomitétoezichtopdevoorbereidingencontrolevandeboekhoudkundigeennanciëleinformatievan de Vennootschap, evenals op de doeltreffendheid van de systemen voor interne controle, toezicht en risicobeheer. Op 31 december 2024 bestond het Auditcomité uit drie leden, van wie er twee onafhankelijk zijn in de zin van artikel 7:87 WVV en in de zin van de Code 2020, namelijk Lieve Creten BV, vertegenwoordigd door Lieve Creten en Waraku BV, vertegenwoordigd door Hélène Bostoen 1 . Het andere lid, Piet Dejonghe, is een vertegenwoordiger van de referentieaandeelhouder. 1. Sinds 1 januari 2024, na coöptatie van Waraku BV als bestuurder van de Vennootschap. Voordien was Hélène Bostoen lid van het Auditcomité als natuurlijk persoon. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 55 Als geheel beschikt het Auditcomité over de nodige vaardigheden op het gebied van boekhouding, auditing en IFRS, met name dankzijdestudiesenervaringvanzijnledeninnanciëleenvastgoedondernemingen. Het Auditcomité is in 2024 viermaal bijeengekomen en heeft met name het volgende onderzocht: • de jaarrekening 2023 en de halfjaarrekening 2024; • de kwartaalrekeningen per einde maart en einde september 2024; • het ontwerp van het budget 2025 vóór voorlegging ervan aan de Raad van Bestuur; • de verslagen van de interne auditor; • de evolutie van de resultaten van de belangrijkste werven; • de evolutie van de geldmiddelen en van de behoefte aan werkkapitaal van de Groep; • de IT-beveiliging binnen de Groep; • descaletoestandvandeverschillendeentiteitenvandeGroep; • de verzekeringspolissen; • deniet-nanciëleindicatoren,dedubbelematerialiteitsmatrixendeinvoeringvanCSRD-rapportage; • de verbintenissen buiten balans van de Groep en in het bijzonder de bankgaranties, en • de verslagen van de commissaris. Het Auditcomité heeft in 2024 bijzondere aandacht gewijd aan de interne controle van de Groep en heeft de door CFE ondernomen stappen om ze te verbeteren, gemonitord. Het heeft ook bijzondere aandacht besteed aan enkele verlieslatende werven, zoals de projecten ZIN en LuWa. De duur van het mandaat van de leden van het Auditcomité valt samen met de duur van hun bestuursmandaat. Leden van het Auditcomité Actief mandaat Deelnemingspercentage Lieve Creten BV, vertegenwoordigd door Lieve Creten (Voorzitter) 2022-2026 4/4 Waraku BV, vertegenwoordigd door Hélène Bostoen 2021-2025 3/4 Piet Dejonghe 2021-2025 4/4 Tenzij het Auditcomité anders beslist, wonen de voorzitter van het Executief Comité, de CFO en de verantwoordelijke van interne audit de vergaderingen van het Auditcomité bij. Om de drie jaar beoordeelt de Raad van Bestuur de omvang, samenstelling en werking van het Auditcomité, zoals meer in detail beschreven in Artikel II.6 van het Charter. 3.2. Het Benoemings- en Remuneratiecomité Algemeen zorgt het Benoemings- en Remuneratiecomité voor een billijke bezoldiging binnen de Groep, rekening houdend met de reglementaire normen, de gekozen doelstellingen, de risico’s en de in het Charter vastgelegde gedragsregels. Het Benoemings- en Remuneratiecomité ziet er ook op toe de beste competenties voor het toezicht op en het beheer van de Vennootschap te selecteren. Op 31 december 2024 bestond het Benoemings- en Remuneratiecomité uit drie leden, van wie er twee onafhankelijk zijn in de zin van artikel 7:87 WVV en in de zin van de Code 2020, namelijk Lieve Creten BV, vertegenwoordigd door Lieve Creten en B Global Ma- nagement BV, vertegenwoordigd door Stéphane Burton. Voorzitter is Luc Bertrand, tevens Voorzitter van de Raad van Bestuur en een vertegenwoordiger van de referentieaandeelhouder. Als geheel beschikt het Benoemings- en Remuneratiecomité over de nodige deskundigheid op het gebied van beloning. Het Benoemings- en Remuneratiecomité is in 2024 driemaal bijeengekomen en heeft met name het volgende onderzocht: • de vaste en variabele remuneratie van de CEO; • de vaste en variabele remuneratie van de leden van het Executief Comité en van de directeuren; • het jaarlijkse remuneratieverslag; • de remuneratie van de bestuurders; • de opvolging van de evolutie van de talenten en de successieplanning, en • de invoering van een nieuw LTI-plan. De duur van het mandaat van de leden van het Benoemings- en Remuneratiecomité valt samen met de duur van hun bestuurs- mandaat. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 56 Leden van het Benoemings- en Remuneratiecomité Actief mandaat Deelnemingspercentage Luc Bertrand (Voorzitter) 2021-2025 3/3 Lieve Creten BV, vertegenwoordigd door Lieve Creten 2022-2026 3/3 B Global Management BV, vertegenwoordigd door Stéphane Burton 2022-2026 3/3 Wanneer de remuneratie wordt besproken, wordt de Human Resources Director van de Vennootschap, zijnde Focus2LER BV, verte- genwoordigd door Valérie Van Brabant, systematisch uitgenodigd om de vergadering van het Benoemings- en Remuneratiecomité bij te wonen. Net zoals voor het Auditcomité, beoordeelt de Raad van Bestuur om de drie jaar de omvang, samenstelling en werking van het Be- noemings- en Remuneratiecomité, zoals meer in detail beschreven in artikel II.6 van het Charter. 4. Het Executief Comité Op 29 juni 2022 richtte de Raad van Bestuur van de Vennootschap een Executief Comité op dat bestaat uit ten minste vijf leden van het management en delegeerde het dagelijks bestuur van de Vennootschap uitsluitend aan de Voorzitter van het Executief Comité, zijnde de CEO. De leden van het Executief Comité worden beschouwd als andere leidinggevenden in de zin van het WVV en als personen met lei- dinggevende verantwoordelijkheid in de zin van de Europese Verordening Marktmisbruik. Op de vergadering van augustus 2024 bevestigde de Raad van Bestuur de aanstelling van Trorema SRL, vertegenwoordigd door Raymund Trost, als afgevaardigde voor het dagelijks bestuur van de Vennootschap en actualiseerde de Raad van Bestuur ook de bevoegdheidsdelegatie aan het Executief Comité. Het Executief Comité, onder het voorzitterschap van de CEO, is voornamelijk belast met het onderzoek van het algemeen beheer van de Vennootschap en CFE Groep, en meer in het bijzonder voor: I. het voorstellen van de strategie van de Vennootschap en de Groep aan de Raad van Bestuur; II. het uitvoeren van deze strategie; III. het waarborgen van het dagelijks en operationeel beheer van de Vennootschap en de Groep en hierover verslag uitbrengen aan de Raad van Bestuur; IV. het tijdig verstrekken aan de Raad van Bestuur van alle informatie die nodig is om zijn verantwoordelijkheden te vervullen; en V. het instaan voor de naleving van zijn verplichtingen tegenover de Raad van Bestuur en hierover verslag uitbrengen aan de Raad van Bestuur. De CEO, bijgestaan door het Executief Comité, heeft ook - binnen de grenzen van het dagelijks bestuur en de bevoegdheden die hem werden toegekend door de Raad van Bestuur - delegaties van bevoegdheden toegekend en een lijst opgesteld van de ge- machtigde vertegenwoordigers van de Vennootschap en hun ondertekeningsbevoegdheden in september 2024 bepaald. De leden van het Executief Comité worden benoemd en ontslagen door de Raad van Bestuur. Zij worden in principe benoemd voor onbepaalde duur. De Raad van Bestuur zorgt ervoor dat het Executief Comité bestaat uit integere personen met uiteenlopende professionele vaardigheden en met de kennis, ervaring en aanvullende vaardigheden die nodig zijn om hun taken naar behoren uit te voeren. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 57 Op 31 december 2024 bestond het Executief Comité uit : TROREMA BV, vertegenwoordigd door Raymund Trost Hoedanigheid Voorzitter van het Executief Comité ChiefExecutiveOfcervanCFE(“CEO”) Nationaliteit en geboortejaar Belg, geboren in 1964 Studies en ervaring Raymund Trost behaalde een Master Economie en International Finance en een Master in Eu- ropean Affairs & Econometrics (Universiteit Leuven, 1987), en volgde een opleiding in leadership (Harvard University, 2014). Hij begon zijn loopbaan op het Ministerie van Financiën (Research Analyst, 1987-1998). Ver- volgens werkte hij bij BNP Paribas Fortis (Financieel Analist, 1989-1991). In 1991 trad hij als Ad- junct-Administrateur (Audit & Finance) toe tot de Europese Commissie. In 1992 stapte hij over naar Owens Corning (European Business Planning Manager). Gedurende vele jaren bekleedde hij daar functies van Financial Director, General Manager en Managing Director (1996-2007). Hij verlietdeondernemingalsCEOvan3B-thebreglasscompany(DivestedbusinessbyOwens Corning, 2007-2008). Vervolgens werd hij Managing Director Strategy & Business Development bij Saertex (2008-2010). In 2011 stapte hij over naar Tyco Electronics (VP Telecom Networks, 2010-2011). Vervolgens werd hij CEO van de vennootschap Joris Ide Group (2011-2015). In 2015 vervoegde hij CFE Groep als Voorzitter van het Executief Comité van CFE Contracting. Momenteel oefent hij via zijn managementvennootschap de functies van CEO en Voorzitter van het Executief Comité van CFE uit. MSQ BV, vertegenwoordigd door Fabien De Jonge Hoedanigheid Lid van het Executief Comité ChiefFinancialOfcer(“CFO”) Nationaliteit en geboortejaar Belg, geboren in 1972 Studies en ervaring Fabien De Jonge behaalde een Master in Management (Louvain School of Management, 1995). Hij begon zijn loopbaan bij Arthur Andersen (Auditor, 1995–2000). Vervolgens werkte hij bij Bank Degroof Petercam (Internal Auditor, 2000-2001). In 2002 vervoegde hij CFE Groep, waar hij als Project Finance Manager van start ging. In 2004 combineerde hij deze functie met die van Head of Finance van BPI. Sinds 2014 oefent hij via zijn managementvennootschapdefunctievanChiefFinancialOfcervanCFEuit. Focus2LER BV, vertegenwoordigd door Valérie Van Brabant Hoedanigheid Lid van het Executief Comité ChiefPeopleOfcervanCFE Nationaliteit en geboortejaar Belg, geboren in 1979 Studies en ervaring Valérie Van Brabant behaalde een Master in Business Administration (ICHEC, 2004) en volgde een opleiding in HR Management (Vlerick Business School, 2016-2017) en een opleiding in Ge- neral Management (INSEAD, 2022). Zij begon haar loopbaan bij het rekruteringsbureau Robert Half en werkte vervolgens bij Robert Walters (Senior Consultant, 2004-2007). In 2007 vervoegde zij CFE Groep, waar zij begon als Recruitment and Development Consultant (2007-2013). Zij heeft haar loopbaan binnen de Groep ontwikkeld als HR Manager van Louis Stevens & Co, MOBIX Remacom, MOBIX Engema, MOBIX Engetec en BPI (2014-2019). In 2019 werd zij benoemd totChiefHumanResourcesOfcervanCFE,CFEContractingenBPI,enlidvanhetExecutief Comité van CFE Contracting (2019-2022). Momenteel oefent zij via haar managementven- nootschapdefunctievanChiefPeopleOfcervanCFEuit. ARTIST VALLEY NV, vertegenwoordigd door Jacques Lefèvre Hoedanigheid Lid van het Executief Comité CEO Vastgoedontwikkeling Nationaliteit en geboortejaar Belg, geboren in 1962 Studies en ervaring Jacques Lefèvre behaalde een diploma van Handelsingenieur (ICHEC, 1988). In 2004 trad hij toe tot CFE Groep, waar hij via zijn managementvennootschap de functie van Gedelegeerd Bestuurder van BPI Real Estate Belgium uitoefent. In 2007 werd hij benoemd tot lid van de Raad van Bestuur van UPSI-BVS. In 2010 werd hij benoemd tot bestuurder van BPI Real Estate Poland en in 2014 van BPI Real Estate Luxembourg. Sinds 2018 is hij voorzitter van de Raad van Bestuur van BPI Real Estate Poland. Sinds 2019 is hij bestuurder van Wood Shapers en van Wood Shapers Luxembourg. Hij is ook lid van de Raad van Bestuur van CFE Polska. * AHO Consulting BV, vertegenwoordigd door Alexander Hodac, was lid van het Executief Comité van de Vennootschap tot 30 september 2024. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 58 Bruno Lambrecht Hoedanigheid Lid van het Executief Comité CEO Bouw & Renovatie België en Polen Nationaliteit en geboortejaar Belg, geboren in 1971 Studies en ervaring Bruno Lambrecht behaalde een diploma van Burgerlijk Ingenieur (KU Leuven, 1996) en van Industrieel Ingenieur (VIVES, 1993). HijbegonzijnloopbaanbijDecloedtEngineeringOfce(Coördinatieenfollow-upvanhet ontwerp van een metalen structuur voor een elektriciteitscentrale in Duitsland, 1996-1997). VervolgenswerktehijbijIBSEngineeringOfcealsverantwoordelijkevoorhetontwerpende supervisie van meerdere projecten (1997-1998). In1998tradhijtoetotCFEGroepalswerngenieurvanCFENederland.Vervolgenswashij Project Manager bij CFE Polska (2000-2004). In 2004 werd hij Project Manager bij CFE Brabant. In 2005 keerde hij als Area Manager terug naar CFE Polska (2005-2009) en als SindsGeneral Manager sinds 2009. Sinds september 2020 is hij ook CEO van het segment Bouw & Renovatie België en sinds oktober 2024 CEO van BPC Groep NV. COEDO BV, vertegenwoordigd door Arnaud Regout Hoedanigheid Lid van het Executief Comité ChiefInvestmentOfcer&NewdevelopmentRealEstate Nationaliteit en geboortejaar Belg, geboren in 1978 Studies en ervaring Arnaud Regout heeft een MBA Corporate Finance (Solvay Brussels School, 2004). HijbegonzijnloopbaanbijCushman&Wakeeld(ValuationAnalyst,2003)enwerktevervolgens bij Ernst & Young (Senior Auditor, 2004-2007). Van 2007 tot 2008 werkte hij bij de Groep Besix aan verscheidenescaleennanciëleprojecten. In 2008 vervoegde hij CFE Groep als Administratief en Financieel Directeur van BPI Luxembourg en de activiteiten in Marokko en Tunesië (2008-2012). In 2012 werd hij benoemd tot Adjunct-Di- recteur van BPI Luxembourg. Vervolgens werd hij benoemd tot bestuurder van BPI Luxembourg, waar hij verantwoordelijk was voor de ontwikkeling van de vastgoedactiviteiten (2014-2015). Sinds2015ishijChiefInvestmentOfcervanBPIenGedelegeerdBestuurdervanBPILuxembourg. CONSULTON VoF, vertegenwoordigd door Peter Matton Hoedanigheid Lid van het Executief Comité CEO VMA Nationaliteit en geboortejaar Belg, geboren in 1965 Studies en ervaring Na zijn studies als industrieel ingenieur begon Peter Matton zijn loopbaan in een commerciële functie bij ABB Industry. Van 1995 tot 1998 leidde hij zijn eigen distributiebedrijf HVAC, waarna hij als Sales Manager toetrad tot de Building Division van ABB. Peter Matton heeft verschillende managementfuncties bekleed in zowel private als publieke ondernemingen, waaronder Managing Director van Equans Belux, COO van ADB Safegate Group, Divisional Managing Director van Rotork plc en Chairman van IMI Norgren Europe. In dezefunctieswashijonderandereverantwoordelijkvoordebalans,nanciën,humanresour- ces, verkoop, supply chain, QHSE, R&D en operations. Begin 2024 trad Peter Matton toe tot CFE Groep als CEO van VMA, een van de bedrijven van het segment Multitechnieken van de Groep, en maakt hij deel uit van het Executief Comité van CFE. Zijn, tot slot, ook uitgenodigd om deel te nemen aan alle vergaderingen van het Executief Comité als vaste genodigden: • ALCIN BV, met als vaste vertegenwoordiger Philippine De Wolf, als General Counsel; • IsabelleDeBruyne,alsChiefSustainabilityOfcer; • HexpeditionBV,metalsvastevertegenwoordigerHansVanDromme,alsChiefInformationOfcer,en • GARFUNKELBV,metalsvastevertegenwoordigerRaphaeldeVisser,alsChiefCommunicationOfcer. Sinds 2023 telt het Executief Comité in zijn midden nog verscheidene andere comités, namelijk het Selectiecomité en het Engage- mentcomité. De rol van het Selectiecomité bestaat in het beoordelen en goedkeuren van bepaalde commerciële kansen (een “Prospect”) die een Business Unit mogelijk wil nastreven in de normale uitoefening van haar activiteiten, waarbij het nastreven van dat Prospect een aanzienlijkeimpactkanhebbenopdenanciën,menselijkeen/ofnanciëlemiddelenen/ofrisicoblootstellingvandeGroep. Het Selectiecomité bestaat uit de CEO van de Groep, de CFO van de Groep en het lid van het Executief Comité die het activiteiten- segment vertegenwoordigt waartoe de betrokken Business Unit behoort. Het Engagementscomité werd opgericht om bepaalde belangrijke bindende offertes te onderzoeken die, als ze worden aanvaard, eenaanzienlijkeimpactkunnenhebbenopdenanciën,menselijkeen/ofnanciëlemiddelenen/ofrisicoblootstellingvande Groep. Dit Comité werd op zijn beurt ook nog eens onderverdeeld in drie subcomités op basis van het betrokken activiteiten- segment, namelijk het Engagementcomité Bouw & Renovatie, het Engagementcomité Multitechnieken en het Investeringscomité Vastgoedontwikkeling. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 59 Het Engagementcomité bestaat enerzijds uit vaste leden, namelijk de CEO van de Groep, de CFO van de Groep, de General Counsel (behalve voor het Investeringscomité Vastgoedontwikkeling waar hij vervangen wordt door de Head of Legal van BPI Real Estate) en twee bestuurders van CFE (vertegenwoordigers van de referentieaandeelhouder) en anderzijds ad hoc leden,, namelijk voor: • het Engagementcomité Bouw & Renovatie: de leden van het Executief Comité die het segment Bouw & Renovatie vertegen- woordigen en een senior adviseur die optreedt als technisch expert voor het voorgestelde project; • het Engagementcomité Multitechnieken: de leden van het Executief Comité die het segment Multitechnieken vertegenwoordi- gen en een senior adviseur die optreedt als technisch expert voor het voorgestelde project; • het Investeringscomité Vastgoedontwikkeling: de leden van het Executief Comité die het segment Vastgoedontwikkeling verte- genwoordigen en een senior adviseur die optreedt als technisch expert voor het voorgestelde project. Ook andere personen kunnen worden uitgenodigd op die Comités naargelang het geval op basis van hun bijzondere expertise. In de loop van 2024 kwam het Executief Comité negentien keer samen, waarvan één vergadering ‘off-site’ plaatsvond. De Raad van Bestuur beoordeelt, samen met het Benoemings- en Remuneratiecomité en de CEO, de werking van het Executief Comité en in het bijzonder de bijdrage van elk lid ervan aan de ontwikkeling van de activiteiten en de resultaten van de Groep. De voorzitter van het Executief Comité (in dit geval de CEO) neemt niet deel aan de beoordeling van zijn eigen prestaties. 5. Diversiteitsbeleid DeVennootschapmeentdateengediversieerdteamdekwaliteitvanhetbesluitvormingsprocesenuiteindelijkdeglobalepres- taties verbetert. Diversiteit en inclusie zijn globale prioriteiten voor CFE, want het zijn belangrijke factoren voor het succes van de Vennootschap en haar individuen. De Vennootschap meent dat haar grootste kracht schuilt in de diversiteit van haar team en dat haar werknemers het verdienen zich op het werk goed te voelen en authentiek zichzelf te zijn, ongeacht hun gender, hun etnische afkomst, hun seksuele geaardheid of andere kenmerken. De Vennootschap blijft werken aan alle aspecten van de diversiteit binnen haar team van hogere kaderleden. Zij ziet toe op de samenstelling van een pool van diverse talenten, rekening houdend met de respectieve competenties, opleidingen, ervaringen en loopbaantrajecten. De procedure voor de selectie en benoeming van de leden van de Raad van Bestuur en van het Executief Comité wordt in het Cor- porate Governance Charter beschreven. Bij hun samenstelling wordt gestreefd naar een evenwicht tussen ervaring, competentie en onafhankelijkheid, met respect voor diversiteit, met name de gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Momenteel zijn drie van de acht leden van de Raad van Bestuur vrouwen. De expertisedomeinen van de bestuurders vullen elkaar aan en bestrijken alle activiteiten van de Groep en de bijbehorende risico’s en opportuniteiten. 6. Belangenconicten Watbelangenconictenbetreft,moetdeVennootschapdeartikelen7:96en7:97WVVnaleven.HetisdeplichtvandeBestuurders elkedaadtevermijdendieinconictzouzijnmetdebelangenvandeVennootschapenhaaraandeelhouders.ZijbrengendeVoor- zittervandeRaadvanBestuuronmiddellijkopdehoogteindieneendergelijkbelangenconictzichzouvoordoen. DeledenvanhetExecutiefComitézijneveneensonderworpenaanspeciekeregelstervoorkomingvanbelangenconicten.Deze regels worden meer gedetailleerd beschreven in hoofdstuk IV.7 van het Charter. Ten slotte werden alle medewerkers van CFE Groep er met de lancering van de nieuwe Gedragscode en het nieuwe Bedrijfsintegri- teitsbeleidindeloopvanhetboekjaar2024aanherinnerddatzebelangenconictenmoetenvermijdenendatzedergelijkesitua- ties,indiennodig,moetenidenticerenenmeldenviahetklokkenluiderinstrumentvandeGroep.HetBedrijfsintegriteitsbeleidvande Groepgeeftookmeerindetailaanwelkesituatiesmogelijkeenbelangenconictvormen. 7. Externe en interne controle en risicobeheer 7.1. Externe controle De commissaris van de vennootschap is EY Bedrijfsrevisoren BV, vertegenwoordigd door Marnix Van Dooren. EY Bedrijfsrevisoren BV werdherbenoemddoordeGewoneAlgemeneVergaderingvan2mei2024,vooreenperiodevandriejaardieaooptnadeGewo- ne Algemene Vergadering van 2027. Het bedrag van de bezoldiging van de Commissaris wordt gepubliceerd conform artikel 3:65 WVV in de bijlage bij de geconsolideerde jaarrekening en de statutaire jaarrekening. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 60 7.2. Interne controle De Raad van Bestuur ziet toe op de uitvoering van het referentiekader van interne controle en risicobeheer. Algemeen ondersteunt het Auditcomité de Raad van Bestuur bij het vervullen van zijn verantwoordelijkheden inzake interne en externe controle van de Groep in de ruimste zin, inclusief de risico’s. Het Auditcomité is onder meer belast met volgende taken: • eroptoeziendatdenanciëlerapporteringvandeVennootschapeengetrouw,eerlijkenduidelijkbeeldgeeftvandepositieen vooruitzichten van de Vennootschap en de Groep; • toezien op een correcte en coherente toepassing van de boekhoudkundige normen en waarderingsregels van de Groep en de nodige aanbevelingen doen voor de aanpassing ervan; • het beoordelen van de kwaliteit en doeltreffendheid van het systeem voor interne controle en risicobeheer om ervoor te zorgen datdebelangrijksterisico’scorrectwordengeïdenticeerd,beheerdengerapporteerdaanhetbestuur(eninhetbijzonderde dubbele materialiteitsanalyse, zoals uitvoeriger uitgelegd in de Duurzaamheidsverklaring); • het beoordelen van de doeltreffendheid van de interne audit; • het beoordelen en monitoren van de onafhankelijkheid van de Commissaris, waarbij met name wordt nagegaan of de verle- ning van bijkomende diensten aan de Vennootschap passend is, en • aanbeveling doen aan de Raad van Bestuur van de Vennootschap voor de benoeming van de Commissaris. Daarnaast beschikt CFE Groep sinds 2014 onder haar medewerkers ook over een interne auditor om zekerheid te verschaffen over de mate van controle over de activiteiten binnen de Groep, advies te geven over hoe deze te verbeteren en te helpen bij het creë- ren van toegevoegde waarde. Hij helpt de Groep om haar doelstellingen te bereiken door systematisch en methodisch de risicobe- heer-, controle- en bestuursprocessen te evalueren en voorstellen te doen om de doeltreffendheid ervan te verbeteren. De interne auditor rapporteert aan de algemene directie en onderhoudt een nauwe relatie met het Executief Comité en het Audit- comité en geeft hen zekerheid over de doeltreffendheid van de systemen voor risicobeheer en interne controle. De interne auditor actualiseert de in kaart gebrachte risico’s van de belangrijkste segmenten van de Groep, namelijk het segment Bouw & Renovatie, het segment Multitechnieken en het segment Vastgoedontwikkeling. Deze‘cartograeën’wordenomdetweejaarherzien.Hetgaatom: • hetinventariserenvandebelangrijkstebronnenvanidenticeerbareinterneofexternerisico’sdiehindernissenvormenvoorhet bereikenvandedoelstellingenvanhetsegment;zekunnennancieelofmenselijkzijnofbetrekkinghebbenopzijnreputatie; • het beoordelen, op een kwalitatieve schaal, van het kritieke karakter van de risico’s, door rekening te houden met hun potentiële impact, de waarschijnlijkheid dat ze zich zullen voordoen en de mate waarin ze kunnen worden beheerst, en • het invoeren van een passende aanpak van deze risico’s. Op basis van het in kaart brengen van de belangrijkste Business Units zijn er risicoroosters opgesteld voor elke Business Unit, waar- door een uniforme presentatie en beoordeling mogelijk is van gebeurtenissen die van invloed kunnen zijn op de projecten die wor- den onderzocht door de bevoegde organen van de Business Units. In de loop van het boekjaar 2024 werden drie auditopdrachten uitgevoerd. Ze hebben geen dysfuncties aan het licht gebracht die eensignicanteinvloedzoudenkunnenhebbenopdeactiviteitendenanciëleoverzichtenvandeGroep.Dezeauditshaddenmet name betrekking op: • het proces van controlebeheer in de Business Units van de segmenten Bouw & Renovatie en Multitechnieken; • het betalingsproces bij CLE , en • de Checkin@Work bij VMA. 7.3. Interne controle en systemen voor risicobeheer 7.3.1. Dispositief en organisatie van de interne controle Het Executief Comité van CFE is verantwoordelijk voor het opstellen van gemeenschappelijke richtlijnen voor de Groep. Deze richtlijnen hebben voornamelijk betrekking op: • de veiligheid, de kwaliteit en het milieu; • de integriteit; • de aanvaarding van opdrachten; • het beheer en de monitoring van projecten; • het nemen van participaties in maatschappen en in het kapitaal van vennootschappen; • de aankoop en onderaanneming; Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 61 • de investering; • hetboekhoudkundigeennanciëlebeheer; • het beheer van de human resources; • hetjuridische,scaleenverzekeringsbeheer; • de interne en externe communicatie, en • de informaticabeveiliging. De respectieve directies van de Business Units zijn verantwoordelijk voor de toepassing van deze richtlijnen, door het opstellen, desge- vallend, van gedetailleerde procedures en de invoering van een organisatie die toeziet op de juiste toepassing van deze procedures. In 2023 is een Groepsbrede oefening gestart om deze richtlijnen te herschrijven en te hercoderen onder leiding van de General Counsel van de Groep. Deze oefening leidde tot de publicatie in 2024 van een nieuwe Gedragscode en Bedrijfsintegriteitsbeleid, evenals een reeks andere beleidslijnen zoals het klokkenluidersbeleid, het mensenrechtenbeleid, het crisiscommunicatieplan, het charter voor kwaliteit, gezondheid, veiligheid en milieu (QSHE),enz.Dezeherschrijf-enhercodicatieoefeningzalin2025worden voortgezet. Tegelijkertijd met de herschrijving van de richtlijnen die voor de hele Groep gelden, is er een bewustmakingscampagne gestart en zijn er verplichte opleidingen voor de hele Groep. CFE handhaaft een rechtstreekse en regelmatige controle over haar Business Units uit, met name door middel van: • de aanwezigheid van bestuurders en/of leden van het Executief Comité van CFE in de Raden van Bestuur van de dochter- vennootschappen en in het Selectiecomité en het Engagementcomité; • de driemaandelijkse beoordeling van het budget (zie 7.3.5.2) ; • de selectie, de follow-up (due diligence) en de beslissingen over het nemen van participaties in externe ondernemingen en de follow-up van de herstructureringen binnen de dochtervennootschappen; • de centralisatie van het onderschrijven van abonnement- en projectverzekeringspolissen voor de dekking van alle verze- kerbare risico’s van de Groep; • de centralisatie van de geldmiddelen van de Groep (cash pooling); • de ad-hocopdrachten van de interne auditor (zie 7.2) met het oog op: • het toezicht op de effectieve toepassing door elke Business Unit van de Groep van de procedures van interne contro- le, opgesteld in samenhang met de Groepsrichtlijnen terzake, en • het organiseren van de centralisatie van de resultaten van de interne controles door de dochtervennootschappen, om over een goede kennis en begrip te beschikken van de aard, de intensiteit en de lokalisatie van de risico’s waar- aan de Groep in haar geheel is blootgesteld. Het Auditcomité beoordeelt ten minste éénmaal per jaar de procedures van de interne auditafdeling die het Executief Comité heeft ontwikkeld,omzichervantevergewissendatdebelangrijksterisico’scorrectwerdengeïdenticeerd,gemeldenbeheerd. TijdensdedriemaandelijksevergaderingenvanhetAuditcomitéwordendenanciëlekwartaalresultatenendeverslagenvande Interne Audit voorgesteld aan de leden van het Auditcomité en aan de commissaris. De Raad van Bestuur evalueert de toepassing van de interne-controleprocedures binnen de Groep, rekening houdend met de aan- bevelingen van het Auditcomité. 7.3.2. Doelstelling van de interne controle De interne controle heeft meerdere doelstellingen, zoals de naleving van de wetten en reglementen, de toepassing van de door de algemenedirectievanCFEbepaaldeinstructies,devrijwaringvandeactivaendebetrouwbaarheidvandenanciëleinformatie. 7.3.3. Perimeter van de interne controle en het risicobeheer De perimeter van het risicobeheer en van de interne controle bestrijkt alle geconsolideerde dochtervennootschappen waarop de vermogensmutatiemethode is toegepast. De raden van bestuur van de vennootschappen die in gezamenlijke controle worden gehouden, namelijk GreenStor, Deep-C Hol- ding, Green Offshore en de SPV’s van het segment Vastgoedontwikkeling, zijn verantwoordelijk voor hun interne controle. CFE ziet echter via haar vertegenwoordigers in de respectievelijke raden van bestuur van deze ondernemingen toe op de bevordering van haar goede praktijken. 7.3.4. Geïdenticeerderisico’s Voordeidenticatievandevoornaamsterisico’sverwijzenwenaarsectieII.1.2vanditbeheersverslag. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 62 7.3.5. Activiteiten en procedures van de interne controle Sommige activiteiten en procedures van de interne controle die in sectie 7.2 worden vermeld en hierna uitvoeriger worden beschre- ven,zijngemeenschappelijkvoorhetgeheelvandeGroep,anderezijnspeciekvooreenofmeersegmenten. 7.3.5.1. Activiteiten en procedures gemeenschappelijk voor het geheel van de Groep Financiële verslaggeving CFEgeefthaardochtervennootschappenduidelijkeinstructiesvoordenanciëleverslaggeving,mettermijnenenregelsvoorde voorbereidingendebeoordeling.Eenexterneauditvandehalfjaarlijksenanciëlestatenendejaarrekeninghoudtrekeningmetde elementen van de interne controle en het risicobeheer op het niveau van de betrokken entiteit. Detoereikendheidvandezeprocedureswordtmetregelmatigeintervallengeverieerdengeauditeerdenindiennodigwordenze geoptimaliseerd. Een passende verdeling van de verantwoordelijkheden en een coördinatie tussen de bevoegde diensten garan- dereneeneffectieveenstiptecommunicatievandeperiodiekenanciëleinformatieaandemarkt. De veiligheid van de informatica wordt gecontroleerd door een periodieke audit, een proactieve benadering met updates, back-ups en, wanneer nodig, tests van de informatica-infrastructuur. Er zijn ook plannen voor bedrijfscontinuïteit en noodherstel opgesteld. CFEmonitortdenormenvoordenanciëleverslaggeving.Deevolutiesvanhetwettelijkekadervandenanciëleverslaggeving wordenvannabijgevolgdenhunimpactopdeverslaggevingvandeGroepwordtproactiefbesprokenmetdenanciëledirectie en de commissaris. ElkesignicantewijzigingvandeinternecontroleomgevingofvandeIFRS-boekhoudnormendiedeGroeptoepast,wordtonderwor- pen aan een onderzoek door het Auditcomité en aan de goedkeuring door de Raad van Bestuur van CFE. Driemaandelijkse beoordeling van het budget Elk kwartaal wordt een vergadering voor de beoordeling van het budget gehouden. Aan deze vergaderingen nemen deel: de CEO, de CFO en de directeur Finance & Controlling van CFE, de CEO van de betrokken Business Division, de gedelegeerd bestuurder of de algemeendirecteurvandebetrokkenBusinessUnit,haaroperationeeldirecteurenhaarnancieelenadministratiefdirecteur. De volgende onderwerpen worden behandeld: • de budgetten (en hun driemaandelijkse aanpassing); • de transactievolumes van het lopende boekjaar, de staat van het orderboek; • de meest recent bekendgemaakte jaarrekening (balans en resultatenrekening); • het voorlopige resultaat van de dochtervennootschap en het detail van de marges per project; • de analyse van de balans van de dochtervennootschap; • de analyse van de lopende risico’s en meer bepaald een presentatie van de geschillen; • de staat van de gegeven garanties; • de investeringsbehoeften of de desinvesteringen, en • de geldmiddelen en hun toekomstige evolutie over twaalf maanden. 7.3.5.2. Procedures voor de toestemming tot het aannemen van opdrachten eigen aan de segmenten Naast de reeds beschreven procedures gemeenschappelijk voor de Groep, zijn procedures voorafgaand aan de aanname van op- drachteningevoerddiespeciekzijnvoorenerzijdsdesegmentenBouw&RenovatieenMultitechniekenenanderzijdshetsegment Vastgoedontwikkeling. Aannameprocedures eigen aan de segmenten Bouw & Renovatie en Multitechnieken • Het Selectiecomité (waarvan de samenstelling meer in detail wordt gegeven onder sectie 4) Het uitvoeren van de studie met het oog op de indiening van offertes voor opdrachten van het type Design & Build (met inbe- gripvanDB(R)FM,,DBF,DBM)dieeenpotentieeldesign-ofnancieringsrisicoinhoudenvooreenBusinessUnit,moetvoorafdoor het Selectiecomité worden goedgekeurd. Indien het Selectiecomité ingaat op het verzoek tot indiening van een offerte, kent het een budget toe voor de studie van de offerte en legt het een planning vast. De evolutie van het dossier en de budgettaire fol- low-up van de studie worden conform de planning aan het Selectiecomité voorgelegd. • Het Engagementcomité (waarvan de samenstelling meer in detail wordt gegeven onder sectie 4) Projectenmeteenhoogrisicoproelen/ofeenwaardevanmeerdan50miljoeneurovoorhetsegmentBouw&Renovatieof 10 miljoen euro voor het segment Multitechnieken moeten door het Engagementcomité worden goedgekeurd vóór een offer- tewordtingediend.HetComitéonderzoektmetnamedetechnische,commerciële,contractueleennanciëlerisico’svande projecten die het voorgelegd krijgt. Voor projecten met een waarde van meer dan 150 miljoen euro voor het segment Bouw & Renovatie of 50 miljoen euro voor het segment Multitechnieken is de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Bestuur van CFE ook vereist. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 63 Specieke aannameprocedures voor het segment Vastgoedontwikkeling • Het Investeringscomité De opdracht van het Investeringscomité (waarvan de samenstelling meer in detail gegeven wordt onder sectie 4) bestaat in het analyseren en goedkeuren van alle vastgoedinvesteringen van de Business Units actief in Vastgoedontwikkeling, namelijk BPI Belgium, BPI Luxembourg en BPI Poland. Voor investeringen met een waarde groter dan 10 miljoen euro is ook de goedkeu- ring van de raad van bestuur van de betrokken juridische entiteiten en van de Raad van Bestuur van CFE vereist. De bevoegdheid van het Investeringscomité strekt zich niet uit tot de vertegenwoordiging van de Vennootschap en sluit die van de Raad van Bestuur niet uit. De Raad van Bestuur kan op elk ogenblik elk investerings- of desinvesteringsproject naar zich toe trekken, ongeacht het bedrag, en in voorkomend geval in plaats van het Strategisch en Investeringscomité beslissen. . 8. Structuur van het aandeelhouderschap De meerderheidsaandeelhouder van de Vennootschap is Ackermans & van Haaren, dat 15.725.684 aandelen (zijnde 62,12%) van de Vennootschap aanhoudt. Ackermans&vanHaarenwordtgecontroleerddoorScaldisInvest,dat33%aanhoudt.Belmasbezit92,25%vanhetkapitaalvan Scaldis Invest. De uiteindelijke controle over Scaldis Invest wordt uitgeoefend door Stichting Administratiekantoor ‘Het Torentje’. Stichting Administratiekantoor ‘Het Torentje’ Ultiem controlerende aandeelhouder Controle BELFIMAS NV 92,25% SCALDIS INVEST 33% ACKERMANS & VAN HAAREN Beursgenoteerd op Euronext Brussels 62,12% Aannemingsmaatschappij CFE Beursgenoteerd op Euronext Brussels Uit de meest recente transparantieverklaring die VINCI Construction SAS op 1 juli 2022 heeft gedaan in het kader van de Wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhande- ling op een gereglementeerde markt, blijkt dat zij 3.066.460 aandelen van de Vennootschap bezit, d.i. 12,11% van het kapitaal. 9. Afwijkingen van de Code 2020 De afwijkingen van de Code 2020 hebben uitsluitend betrekking op de vergoeding van de niet-uitvoerende Bestuurders en in het bijzonder op principe 7.6 van de Code 2020. De gemotiveerde redenen voor deze vrijstelling worden uiteengezet in het remuneratie- beleid onder punt 1.2 hierna. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 64 IV REMUNERATIEVERSLAG 1. Remuneratiebeleid Dit remuneratiebeleid is opgesteld in het kader van artikel 7:89/1 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (“WVV”) en de Belgische Corporate Governance Code 2020 (de “Code 2020”). Het werd opgesteld door de Raad van Bestuur van de ven- nootschap op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité en goedgekeurd door de algemene vergadering van de vennootschap op 29 juni 2022. Op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité zal een geactualiseerd remuneratiebeleid ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Gewone Algemene Vergadering van 30 april 2025 (zie sectie 1.6). Het remuneratiebeleid is van toepassing op de volgende personen: • de bestuurders: • de CEO, en • de andere leidinggevenden van CFE die, verzameld in het Executief Comité, deelnemen aan de algemene leiding van CFE in de betekenis van artikel 3:1, WVV. Het remuneratiebeleid is ontworpen om de prestatiecultuur en de waardecreatie op lange termijn van de Vennootschap te onder- steunen. Het heeft tot doel bestuurders en leidinggevenden aan te trekken en te behouden die over uiteenlopende competenties beschikken in de verschillende domeinen die nodig zijn voor de groei van de activiteiten van de Vennootschap. Het onderstaande is slechts een samenvatting van het remuneratiebeleid van de Vennootschap. Het beleid kan in zijn geheel wor- den geraadpleegd op de website van de Vennootschap, als bijlage bij het Corporate Governance Charter van CFE. In geval van tegenstrijdigheid tussen het remuneratiebeleid en de presentatie in dit hoofdstuk, heeft het remuneratiebeleid voorrang. 1.1. Governance – Procedure Het remuneratiebeleid wordt door de Raad van Bestuur opgesteld op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité. Vervolgens wordt het ter goedkeuring voorgelegd aan de Algemene Vergadering. Elke materiële wijziging van het remuneratiebe- leid moet eveneens door de Algemene Vergadering worden goedgekeurd. Het Benoemings- en Remuneratiecomité ontvangt jaarlijks een voorstel van de CEO over de vaststelling van de bereikte prestatie- criteria en het niveau van de remuneratie van het uitvoerend management. Het lid van het Executief Comité dat verantwoordelijk is voor het personeelsbeheer in de Vennootschap doet het voorstel met betrekking tot de CEO. Deze voorstellen verwijzen naar de toepassing van het remuneratiebeleid. Indien van het beleid wordt afgeweken, worden de redenen voor die afwijking uiteengezet. Het Benoemings- en Remuneratiecomité adviseert de Raad van Bestuur en staat hem bij. In dit kader: • onderzoekt het Benoemings- en Remuneratiecomité het remuneratievoorstel van de CEO; • doet het aanbevelingen aan de Raad van Bestuur over de individuele remuneratie van de bestuurders, de CEO en de leden van het Executief Comité; • beoordeelt het de prestaties van de CEO en, indien het dat nodig acht, ook de prestaties van de andere leden van het Executief Comité, in samenwerking met de CEO; • beoordeelt het de verwezenlijking van de strategische doelstellingen van de Vennootschap op basis van de prestatie-indicato- ren en van de doelstellingen van het remuneratiebeleid, en • ziet het toe op de opstelling van het remuneratieverslag dat in het jaarverslag wordt opgenomen. De individuele remuneratie van de niet-uitvoerende bestuurders wordt goedgekeurd door de Algemene Vergadering en in voor- komend geval wordt de individuele remuneratie van de CEO goedgekeurd door de Raad van Bestuur van de Vennootschap. Deze remuneratie wordt telkens vastgesteld op basis van het remuneratiebeleid, op advies van het Benoemings- en Remuneratiecomité. AlgemeenwordenderegelsvanhetWVVoverbelangenconictengevolgdwanneerzevantoepassingzijn. 1.2. Remuneratiebeleid voor de niet-uitvoerende bestuurders Op 31 december 2024 telt de Vennootschap enkel niet-uitvoerende bestuurders. De hiernavolgende beschrijving heeft daarom be- trekking op de remuneratie van de niet-uitvoerende bestuurders van de Vennootschap. De remuneratie van de niet-uitvoerende bestuurders bestaat uit een vast jaarlijks bedrag van 20.000 euro en een aanwezigheids- vergoeding van 2.500 euro per vergadering van de Raad van Bestuur. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 65 De voorzitter van de Raad van Bestuur ontvangt een jaarlijks vast bedrag van 100.000 euro en geen aanwezigheidsvergoeding. Daarnaast ontvangt de voorzitter van het Auditcomité een aanwezigheidsvergoeding van 2.500 euro per vergadering en de andere leden 2.000 euro per vergadering. Wat het Benoemings- en Remuneratiecomité betreft, ontvangen alle leden (inclusief de Voorzit- ter) een aanwezigheidsvergoeding van 1.500 euro per vergadering. Er kunnen ook extra aanwezigheidsvergoedingen worden toegekend aan bestuurders die door de Raad van Bestuur belast zijn met specieketaken. Al deze remuneratiespakketten werden goedgekeurd door de Buitengewone Algemene Vergadering van 29 juni 2022, op aanbeve- ling van het Benoemings- en Remuneratiecomité. Ze worden om de twee jaar herzien door het Benoemings- en Remuneratiecomité. Bovendien worden de niet-uitvoerende bestuurders vergoed voor de kosten die de uitoefening van hun mandaat met zich kan brengen, volgens de door de Raad van Bestuur bepaalde voorwaarden. Hieronder vallen de terugbetaling van uitzonderlijke reis- en verblijfkosten van niet-uitvoerende bestuurders (bv. uitzonderlijke dienstreizen naar het buitenland, enz.). Er werden echter geen uitzonderlijke kosten gefactureerd door of terugbetaald aan niet-uitvoerende bestuurders tijdens het boekjaar 2024. De niet-uitvoerende bestuurders ontvangen geen variabele remuneratie zoals bonussen of aandelenopties. Zij ontvangen evenmin voordelen in natura of voordelen in verband met pensioenplannen. De bestuurders worden uitgenodigd, maar zijn niet verplicht, om aandelen in de Vennootschap te bezitten. Deze afwijking van prin- cipe 7.6 van de Code 2020 wordt verantwoord door het feit dat het beleid van de Vennootschap op toereikende wijze een perspec- tief op lange termijn bevordert. Daarnaast worden verscheidene bestuurders in het kader van de functies die zij bij Ackermans & van Haaren (“AvH”) uitoefenen reeds blootgesteld aan de evolutie van de waarde van de Vennootschap, gelet op het aantal aandelen in AvH dat zij houden en waarvan de waarde gedeeltelijk afhangt van die van de Vennootschap. Er bestaat geen dienstverleningscontract tussen de Vennootschap en de bestuurders die hun mandaat uitoefenen onder het sta- tuut van zelfstandige of via hun managementbedrijf. In overeenstemming met de statuten van de Vennootschap kunnen zij worden ontslagen ad nutum, zonder reden of vergoeding. 1.3. Remuneratiebeleid voor de CEO 1.3.1. Structuur van de remuneratie De remuneratie van de CEO omvat uitsluitend de volgende elementen: (i) een vaste jaarlijkse remuneratie die schommelt rond de mediaan van de markt voor een gelijkaardige functie; (ii) een variabele remuneratie op korte termijn (“STI”) die wordt toegekend op basis van prestatiedoelstellingen die in de loop van een gegeven boekjaar moeten worden bereikt, deze vertegenwoordigt een totaal jaarlijks brutopotentieel ten opzichte van de basisremuneratievan75%enisgebaseerdopdevolgendeprestatiecriteria:nanciëlecriteriavanCFEGroep(50%),niet-nan- ciële criteria van CFE Groep (25%) en de individuele prestatie van de CEO (25%); (iii) een variabele remuneratie op lange termijn in contanten die wordt toegekend op basis van prestatiecriteria die over meerdere boekjaren worden beoordeeld (“LTI”), en een deel in de vorm van aandelenopties overeenkomstig de wet van 26 maart 1999 (aandelenoptieplan of “SOP-plan”). Deze vertegenwoordigt een totaal jaarlijks brutopotentieel ten opzichte van de basisremu- neratievan100%.Hetplanisgebaseerdopdenanciëleprestatiesovervijfjaar,metalscriteriumReturnonEquity(“ROE”), zoals beschreven in sectie 1.6 hieronder. 1.3.2. Contractuele voorwaarden van de CEO De relatie tussen de Vennootschap en haar CEO is er een van de levering van gespecialiseerde diensten. De overeenkomst tussen de vennootschap en de onderneming die haar de CEO-diensten levert, bevat de gebruikelijke bepalingen inzake honoraria (vaste remuneratie, variabele remuneratie STI en LTI of aandelenoptieplan) in overeenstemming met de bepalingen van het remuneratie- beleid, samen met de gebruikelijke bepalingen inzake niet-concurrentie en vertrouwelijkheid. In voorkomend geval zullen de over- eenkomsten worden aangepast om wijzigingen in het remuneratiebeleid te weerspiegelen. Deze dienstenovereenkomst voorziet geen voordeel van alle aard voor om het even welke individuele persoon. * Er wordt in dit verslag niet verwezen naar het LTI-plan zoals uiteengezet in ons remuneratiebeleid van 29 juni 2022. Geen enkel lid van het Executief Comité kwam in aan- merking voor dit plan omwille van een uitsluitingsclausule. Deze clausule bepaalt dat leden van het Executief Comité die aandeelhouder zijn vanwege een eerder LTI-plan of die een huidig SOP-plan hebben, uitgesloten zijn van een nieuw LTI-plan. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 66 De overeenkomsten tussen de Vennootschap en de CEO bevatten ook gebruikelijke bepalingen inzake de criteria voor de toeken- ningvanderemuneratieenvoorzieneenrechtvoordeVennootschapomeenopbasisvanfoutievenanciëlegegevenstoege- kende variabele remuneratie terug te vorderen, ongeacht of ze reeds is uitgekeerd. De overeenkomsten blijven geldig voor onbepaalde duur. Zowel de CEO als de Vennootschap kan de overeenkomst eenzijdig op- zeggen met inachtneming van een opzegtermijn van zes maanden. 1.4. Remuneratiebeleid voor de leden van het Executief Comité 1.4.1. Structuur van de remuneratie De remuneratie van de leden van het Executief Comité omvat uitsluitend de volgende elementen: (i) een vaste jaarlijkse remuneratie die schommelt rond de mediaan van de markt voor een gelijkaardige functie; (ii) een variabele remuneratie op korte termijn (“STI”) die wordt toegekend op basis van prestatiedoelstellingen die in de loop van een gegeven boekjaar moeten worden bereikt, deze vertegenwoordigt een totaal jaarlijks brutopotentieel ten opzichte van de basisremuneratievan50%enisgebaseerdopdevolgendeprestatiecriteria:nanciëlecriteriavanCFEGroepvoorledenvan het Executief Comité die grensoverschrijdende verantwoordelijkheden hebben of van de entiteiten voor leden van het Executief ComitédieverantwoordelijkzijnvooréénofmeerdochterondernemingenvanCFEGroep(50%),niet-nanciëlecriteriavanCFE Groep 25%) en de individuele prestatie (25); iii. een variabele remuneratie op lange termijn in contanten die wordt toegekend j op basis van prestatiecriteria die over meer- dere boekjaren worden beoordeeld (“LTI”), en een deel in de vorm van aandelenopties overeenkomstig de wet van 26 maart 1999 (aandelenoptieplan of “SOP-plan”). Deze vertegenwoordigt een totaal jaarlijks brutopotentieel ten opzichte van de basis- remuneratievan50tot75%.Hetplanisgebaseerdopdenanciëleprestatiesovervierjaar,metalscriteriumReturnonEquity (“ROE”), zoals beschreven in sectie 1.6 hieronder. 1.4.2. Contractuele voorwaarden van de leden van het Executief Comité De overeenkomsten tussen de Vennootschap en de leden van het Executief Comité nemen de vorm aan van een dienstenovereen- komst met een zelfstandige dienstverlener of een gespecialiseerde vennootschap. Deze overeenkomsten bevatten de gebruikelijke bepalingen inzake de remuneratie (vaste en variabele remuneratie), de niet-con- currentie en de vertrouwelijkheid, samen met bepalingen inzake de criteria voor de toekenning van de variabele remuneratie. Ze voorzieneenrechtvoordeVennootschapomeenopbasisvanfoutievenanciëlegegevenstoegekendevariabeleremuneratie terug te vorderen, ongeacht of ze reeds is uitgekeerd. De overeenkomsten blijven geldig voor onbepaalde duur. Alle leden van het Executief Comité voeren hun taken uit onder een rechtstreeks dienstverleningscontract of via een vennootschap. In dit geval ontvangt het lid van het Executief Comité geen andere voordelen. Zowel het lid van het Executief Comité als de Vennoot- schap kan de overeenkomst eenzijdig opzeggen met inachtneming van een opzegtermijn van zes maanden. Voor bepaalde leden van het Executief Comité kan deze periode verlengd worden tot maximaal twaalf maanden, afhankelijk van de duur van het betref- fende contract op het moment van eenzijdige beëindiging van de overeenkomst door de Vennootschap. 1.5. Mandaten in de dochterondernemingen De niet-uitvoerende bestuurders, de CEO en de leden van het Executief Comité kunnen een mandaat als uitvoerende of niet-uitvoe- rende bestuurder uitoefenen in dochterondernemingen van de Vennootschap. Aangezien de dochterondernemingen van de Vennootschap niet beursgenoteerd zijn, valt de remuneratie van hun leden die geen bestuurder, CEO of lid van het Executief Comité van de Vennootschap zijn, niet onder het toepassingsgebied van de regels van het WVV met betrekking tot het remuneratiebeleid en het remuneratieverslag. De Vennootschap ziet er evenwel op toe dat haar verschillende dochterondernemingen een gezond en toereikend remuneratie- be- leid toepassen. In dit kader en om de nadruk te leggen op de waardecreatie op korte en op lange termijn, ziet de Vennootschap erop toe dat in haar dochterondernemingen een op de individuele prestaties en de prestaties van de onderneming gebaseerde remune- ratie wordt gehanteerd. Bovendien moet worden benadrukt dat de contracten van de uitvoerende bestuurders in de dochteronderne- mingendeterugvorderingvoorzienvandevariabeleremuneratiediezouzijntoegekendopbasisvanfoutievenanciëleinformatie. * Er wordt in dit verslag niet verwezen naar het LTI-plan zoals uiteengezet in ons remuneratiebeleid van 29 juni 2022. Geen enkel lid van het Executief Comité kwam in aan- merking voor dit plan omwille van een uitsluitingsclausule. Deze clausule bepaalt dat leden van het Executief Comité die aandeelhouder zijn vanwege een eerder LTI-plan of die een huidig SOP-plan hebben, uitgesloten zijn van een nieuw LTI-plan. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 67 Tenzij anders tussen de partijen overeengekomen, leidt het einde van de relatie tussen de Vennootschap en de gedelegeerd be- stuurder tot het einde van de in de dochterondernemingen van de Vennootschap uitgeoefende mandaten. 1.6. Wijzigingen sinds het vorige remuneratiebeleid In overeenstemming met het huidige remuneratiebeleid heeft het Benoemings- en Remuneratiecomité het bestaande Long Term Incentive Plan (“LTI”) herzien om de belangen van de CEO en de leden van het Executief Comité op één lijn te brengen met die van de aandeelhouders. Er werd ook rekening gehouden met veranderende remuneratieontwikkelingen, opvattingen en verwachtingen van belanghebbenden, evenals ontwikkelingen op het gebied van regelgeving, ESG-factoren en corporate governance. De conclu- sie was dat er enkele aanpassingen nodig waren. De voorgestelde wijzigingen hebben voornamelijk betrekking op: • de mogelijkheid voor de CEO en alle leden van het Executief Comité om in aanmerking te komen voor het LTI-plan, zonder uit- sluitingsvoorwaarden, • de goedkeuring van een nieuw LTI-plan tijdens het boekjaar 2024 voor de CEO en de leden van het Executief Comité, waardoor duurzame groei en waardecreatie op lange termijn voor het bedrijf worden bevorderd; dit werd geïmplementeerd voor alle leden van het Executief Comité in december 2024. Dit plan zal gespreid worden over vier tot vijf jaar van 2023 tot 2027, betaalbaar in 2028 en vertegenwoordigt: – voor de CEO, een totaal jaarlijks brutopotentieel ten opzichte van de basisremuneratie van 100%, – voor de andere leden van het Executief Comité, een totaal jaarlijks brutopotentieel ten opzichte van de basisremuneratie van 50% tot 75%; – met dien verstande dat het prestatiecriterium in beide gevallen de gemiddelde ROE van CFE zal zijn over de totale looptijd van het LTI. Deze langetermijnprestatiebeloning wordt uitbetaald in contanten en/of gedeeltelijk in de vorm van aandelenopties, waarvan de voorwaarden worden uiteengezet in sectie 2.2.3 hieronder. Deze beslissingen en implementaties wijken dus af van het remuneratiebeleid dat werd goedgekeurd door de Algemene Vergade- ring van 29 juni 2022. Zoals hierboven aangegeven, zal aan de Gewone Algemene Vergadering van 30 april 2025 worden voorge- steld om voor een nieuw remuneratiebeleid te stemmen, dat rekening zal houden met deze nieuwe LTI. 1.7. Stemming van de aandeelhouders De Gewone Algemene Vergadering van 2024 stemde unaniem voor het vorige remuneratieverslag. De Vennootschap heeft daarom geen grote wijzigingen aangebracht in het remuneratieverslag dat sinds 2022 van kracht is maar zal aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 30 april 2025 voorstellen om voor een nieuw remuneratiebeleid te stemmen, zoals uiteengezet in sectie 1.6. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 68 2. REMUNERATIEVERSLAG De remuneratie van de niet-uitvoerende bestuurder, de CEO en van leden van het Executief Comité voor 2024 wordt in dit verslag gedetailleerd omschreven. 2.1. Remuneratie van de niet-uitvoerende bestuurders In 2024 werd een totaal bedrag van 378.000 euro uitgekeerd aan de niet-uitvoerende bestuurders, verdeeld zoals aangegeven in de onderstaande tabel. De Vennootschap heeft hen geen andere remuneraties, voordelen, leningen of waarborgen toegekend. Geen enkele niet-uitvoerende bestuurder ontving een variabele remuneratie volgens het remuneratiebeleid dat voor of na 29 juni 2022 van kracht was. 2024 (In duizend euro) Vaste remuneratie Presentie- geld Audi- comité Remuneratie- comité Totale remuneratie Luc Bertrand 100 0 0 4,5 104,5 Koen Janssen 20 15 0 0 35 Fernando Sistac Management et Conseil SAS, vertegenwoordigd door Fernando Sistac 1 20 15 0 0 35 Waraku BV, vertegenwoordigd door Hélène Bostoen 20 12,5 6 0 38,5 Lieve Creten BV, vertegenwoordigd door Lieve Creten 20 15 10 4,5 49,5 B Global Management BV, vertegenwoordigd door Stéphane Burton 20 15 0 4,5 39,5 An Herremans 20 15 0 0 35 Piet Dejonghe 20 15 6 0 41 Totaal 240 102,5 22 13,5 378 2.2. Remuneratie van de CEO en de leden van het Executief Comité in 2024 2.2.1. Totale remuneratie van de CEO en het Executief Comité De totale remuneratie, uitgesplitst naar component, betaald door de Vennootschap of door een onderneming die deel uitmaakt van CFE Groep, bedraagt voor de betrokken personen: (In duizend euro) Vaste remuneratie Variabele remuneratie Totaal Verhouding vaste en variabele remuneratie Basisremuneratie Totaal Korte termijn Lange termijn Totaal Trorema BV, vertegenw. door Raymund Trost (Bj. 2024) 597 597 330 0 330 927 65/35 Executief Comité * 2.753 2.753 933 0 933 3.686 75/25 Het bedrag van de vaste remuneraties houdt geen rekening met de ontslagvergoedingen als beoogd in sectie 2.3. 2.2.2. Toelichting bij de prestaties in de loop van 2024 Voor het boekjaar 2024 heeft de Raad van Bestuur beslist om de variabele remuneratie op korte termijn (STI) toe te kennen aan de leden van het Executief Comité op basis van de vervulling van de volgende prestatiecriteria: Voor de CEO: • Financiële criteria (50% van de STI): behaald nettoresultaat CFE Groep van 47,5% en behaald werkkapitaal/omzet van de seg- menten Multitechnieken en Bouw & Renovatie van 100%: • Niet-nanciëlecriteria(25%vandeSTI): – Veiligheidscriteria (ernstgraad, frequentiegraad en veiligheidsvisites door de leden van het Executief Comité: 100% behaald; – Aantal opleidingsdagen per persoon: 100% behaald; – eNPS (‘Employee Net Pomotor Score’) van CFE Groep: 100% behaald; • Individuele prestatie (25%): 75% behaald. 1 Sinds 26 maart 2024 na een coöptatie, voorheen Fernando Sistac als natuurlijke persoon. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 69 Voor de andere leden van het Executief Comité: • Financiële criteria (50% van de STI): – behaald nettoresultaat van CFE Groep voor de leden van het Executief Comité die grensoverschrijdende functies uitoefe- nen van 47%, en behaald werkkapitaal/omzet van de segmenten Multitechnieken en Bouw & Renovatie van 100% – behaald eigen nettoresultaat van de entiteiten voor de leden van het Executief Comité die verantwoordelijk zijn voor één of meer dochterondernemingen van CFE Groep: 0 tot 100%; • Niet-nanciëlecriteria(25%vandeSTI): – Veiligheidscriteria (ernstgraad, frequentiegraad en veiligheidsvisites door de leden van het Executief Comité: 33% tot 100% behaald; – Aantal opleidingsdagen per persoon: 100% behaald; – eNPS («Employee Net Promotor Score ») van de entiteiten: 0 tot 100% behaald; • Individuele prestatie (25%): 75% tot 100% behaald. Tijdens het boekjaar 2024 werd een variabele remuneratie op lange termijn (LTI) toegekend in de vorm van aandelenopties zoals omschreven in sectie 2.2.3. 2.2.3. Remuneratie in aandelen van de CEO en het Executief Comité In 2022 heeft CFE een Stock Action Plan (“SOP”) ingevoerd met betrekking tot aandelen van de Vennootschap (“Plan 2022”). Slechts twee leden van het Executief Comité zijn ingegaan op dit plan, namelijk Valérie Van Brabant en Bruno Lambrecht; de andere leden van het Executief Comité waren al aandeelhouder van de Vennootschap of hadden de mogelijkheid om dat te worden op het mo- ment van de toekenning van opties onder dit Plan 2022. In overeenstemming met de bepalingen van dit Plan 2022 geeft elke optie het recht om in te schrijven op één aandeel van de Ven- nootschap. De uitoefenprijs is EUR 10,31, d.w.z. de gemiddelde koers van de aandelen van de Vennootschap gedurende de laatste 30 dagen voorafgaand aan de datum van het aanbod, en de uitoefenperiode van de optie is 7 jaar vanaf de datum van het aanbod. De aandelenopties worden onvoorwaardelijk aan het einde van het 3e jaar nadat ze zijn toegekend en kunnen daarom alleen wor- den uitgeoefend na het kalenderjaar volgend op het jaar waarin ze zijn toegekend, in dit geval van 1 januari 2026 tot 16 oktober 2029. Als de opties aan het einde van de uitoefenperiode niet zijn uitgeoefend, worden ze automatisch ongeldig. In geval van overlijden van de begunstigde kunnen de aanvaarde en verworven opties, naar keuze van de rechthebbenden, ofwel onmiddellijk worden uitgeoefend ofwel worden uitgeoefend tot de oorspronkelijke looptijd en in overeenstemming met de voorwaarden van het plan. In geval van pensionering van de begunstigde kunnen de aanvaarde en verworven opties naar keuze van de begunstigde worden uitgeoefend binnen 12 maanden na pensionering of worden uitgeoefend tot de oorspronkelijke looptijd in overeenstemming met de voorwaarden van het plan. In geval van beëindiging van de professionele relatie om een andere reden dan het overlijden of de pensionering van de begunstigde, zullen de aanvaarde, al dan niet verworven, maar nog niet uitgeoefende aandelenopties onmid- dellijk worden geannuleerd. Zoals aangegeven in sectie 1.6, heeft de Raad van Bestuur op 29 november 2024 een nieuw LTI-plan goedgekeurd, dat met name betaalbaar is in de vorm van een SOP, en bijgevolg een nieuw aandelenoptieplan van de Vennootschap opgezet (“Plan 2024”), onder voorwaarden die sterk lijken op de voorwaarden van het Plan 2022, met dien verstande dat de uitoefenprijs werd vastgesteld op 5,94 euro, zijnde het gemiddelde van de aandelenkoers van de Vennootschap op de laatste 30 dagen vóór de datum van het aanbod, en dat de looptijd van de opties 5 jaar bedraagt. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 70 Naam Belangrijkste bepalingen van het aandelenoptieplan Informatie over het boekjaar waarop het verslag betrekking heeft Identicatievanhetplan Datum van toekenning Datum van de verkrijging Einde van de retentieperiode 1 Uitoefenperiode Uitoefenprijs Ope- ningsba- lans Slotbalans Aantal aange- houden maar nog niet uit- geoefen- de opties aan het begin van het boek- jaar A) Aantal toe- gekende en geaccepteerde opties tijdens het boekjaar B) Waarde van de onderliggende aandelen op de datum van toekenning 2 A) Aantal verworven opties B) Waarde van de onderliggende aandelen op de datum van ver- krijging C) Waarde aan de uitoefenprijs D) Meerwaarde op de datum van verkrijging 3 Aandelenop- ties nog niet uitgeoefend 4 Valérie Van Brabant Plan 2022 17/10/22 01/12/22 N/A 01/01/26 16/10/29 10,31 € 60.000 - A) 60.000 B) 564.000 C) 618.600 D) / 60.000 Bruno Lambrecht Plan 2022 17/10/22 15/12/22 N/A 01/01/26 16/10/29 10,31 € 140.000 - A) 140.000 B) 1.261.400 C) 1.443.400 D) / 140.000 Raymund Trost Plan 2024 27/12/24 30/12/24 N/A 01/01/28 26/12/29 5,94 € 0 A) 142.000 B) 5,94 A) 142.000 B) 830.700 C) 843.480 D) / 142.000 Fabien De Jonge Plan 2024 27/12/24 27/12/24 N/A 01/01/28 26/12/29 5,94 € 0 A) 76.000 B) 5,94 A) 76.000 B) 438.520 C) 451.440 D) / 76.000 Bruno Lambrecht Plan 2024 27/12/24 30/12/24 N/A 01/01/28 26/12/29 5,94 € 0 A) 72.000 B) 5,94 A) 72.000 B) 421.200 C) 427.680 D) / 72.000 Valérie Van Brabant Plan 2024 27/12/24 29/12/24 N/A 01/01/28 26/12/29 5,94 € 0 A) 29.000 B) 5,94 A) 29.000 B) 167.330 C) 172.260 D) / 29.000 Jacques Lefèvre Plan 2024 27/12/24 30/12/24 N/A 01/01/28 26/12/29 5,94 € 0 A) 76.000 B) 5,94 A) 76.000 B) 444.600 C) 451.440 D) / 76.000 Arnaud Regout Plan 2024 27/12/24 29/12/24 N/A 01/01/28 26/12/29 5,94 € 0 A) 42.000 B) 5,94 A) 42.000 B) 242.340 C) 249.480 D) / 42.000 Peter Matton Plan 2024 27/12/24 29/12/24 N/A 01/01/28 26/12/29 5,94 € 0 A) 51.000 B) 5,94 A) 51.000 B) 294.270 C) 302.940 D) / 51.000 2.3. Ontslagvergoedingen AHO Consulting BV, vertegenwoordigd door Alexander Hodac, is sinds 30 september 2024 geen lid meer van het Executief Comité. De dienstverleningscontracten tussen AHO Consulting BV en respectievelijk de Vennootschap en BPC Group SA zijn dan ook beëin- digd. Het vertrek van Alexander Hodac was het resultaat van een in onderling overleg tussen de partijen genomen beslissing. Daar AHO Consulting BV, vertegenwoordigd door Alexander Hodac, zijn opzegtermijn niet volledig had uitgeoefend, werd hem een opzeg- gingsvergoeding van 150.000 euro toegewezen. 1 N/A : Niet van toepassing : De aandelenoptieplannen bevatten geen retentievoorwaarde na de verkrijging van de aandelen. 2 Het aantal toegekende opties tijdens het boekjaar en de marktwaarde van de onderliggende aandelen op de datum van de toekenning. 3 Het aantal verworven opties, evenals de marktwaarde van de onderliggende aandelen op de datum van toekenning, de waarde van de onderliggende aandelen tegen de uitoefenprijs en de overeenkomstige meerwaarde op de datum van toekenning van de opties (dat wil zeggen het verschil tussen deze twee bedragen). 4  Het aantal opties dat aan het einde van het boekjaar nog niet denitief is verworven. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 71 2.4. Jaarlijkse evolutie van de remuneratie en de prestaties van de Vennootschap De onderstaande tabel geeft een overzicht van de jaarlijkse evolutie van de remuneratie van elke niet-uitvoerende bestuurder, en de werknemers (gemiddelde op basis van een voltijds equivalent). De tabel geeft ook een overzicht van de jaarlijkse evolutie van de prestaties van de Vennootschap. 2020 2021 2022 2023 2024 Evolutie van de remuneratie van de niet-uitvoerende bestuurders, de CEO en het Executief Comité (% ten opzichte van vorig jaar) Luc Bertrand 0% 0% +1,46% 0% 0% Koen Janssen +6,25% 0% +17,19% -7% 0% Waraku BV, vast vertegenwoordigd door Hélène Bostoen / / +75,3% -7% -6,5% Lieve Creten BV, vast vertegenwoordigd door Lieve Creten / / N/A 63% +5,3% Fernando Sistac Management et Conseil SAS, vast vertegenwoordigd door Fernando Sistac 1 / / / N/A +50,9% B Global Management SRL, vast vertegenwoordigd door Stéphane Burton / / N/A 84% 0% An Herremans / / N/A 100% 0% Piet Dejonghe +6.25% 0% N/A N/A -4,7% Trorema SRL, vast vertegenwoordigd door Raymund Trost, CEO / / N/A -0,8% +15,9% Executief Comité / / N/A -0,9% +0,3% Evolutie van de gemiddelde remuneratie van de werknemers op basis van een voltijds equivalent 2020 2021 2022 2023 2024 Werknemer van CFE NV (gemiddelde) 86.061,31 € 80.180,10 € 80.118,92 € 89.087,33 € 90.353,76€ Werknemer van de Belgische dochterondernemingen van CFE Groep (gemiddelde) 58.763,00 € 59.674,00 € Ratio tussen de hoogste remuneratie (in dit geval die van de CEO van CFE NV) en de laagste onder de werknemers van de Belgische dochterondernemingen van CFE NV: 18,57 18,10 Bedrijfsprestaties (in duizend euro) 2020 2021 2022 2023 2024 Criterium 1: Geconsolideerd nettoresultaat van CFE Groep vóór belastingen 29.438 51.937 47.360 31.031 36.803 Criterium 2: Return on equity van CFE Groep 20,9% 41,5% 22,0% 10,15% 10,14% Criterium 3: Return on Capital Employed voor het BPI (segment Vastgoedontwikkeling) 16,1% 15,7% 9,2% 6,72% 3,32% Criterium 4: Resultaat vóór belastingen voor het segment Multitechnieken 18.337 10.520 -5.502 9.573 Criterium 5: Resultaat vóór belasting voor het segment Bouw & Renovatie 6.850 12.762 2.607 16.233 * De omvang van de verandering wordt verklaard door de stopzetting of bij aanvang van functie(s) in de loop van dit of het vorige boekjaar. ** Verandering niet van toepassing wegens gebrek aan gegevens voor het referentiejaar omdat de persoon in het lopende boekjaar in functie is getreden of van status is veranderd. *** Ratio pro rata voorgaand jaar. De gemiddelde remuneraties van de werknemers in 2024 is berekend op basis van de bruto jaarlijkse vaste remuneratie van bedienden en arbeiders voor de Belgi- sche dochterondernemingen van de Groep. De verhouding tussen de laagste en hoogste remuneratie werd berekend op basis van de laagste jaarlijkse vaste remuneratie voor de Belgische dochteronderne- mingen en de vaste bezoldiging voor de hoogste remuneratie (in dit geval die van de CEO van CFE). De variabele remuneratie van de CEO van CFE wordt vermeld onder sectie 2.2.1. hierboven. 1 Sinds 26 maart 2024 na een coöptatie, voorheen Fernando Sistac als natuurlijke persoon. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 72 DEFINITIES Behoefte aan werkkapitaal Voorraden + handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen + Bouwcontracten activa + overige vlottende activa uit niet-operationele activiteiten – handelsschulden en overige schul- den–scaleschulden–bouwcontractenpassiva–overigekortlopendeverplichtingenuit niet-operationele activiteiten. Vastgoedbestand Eigenvermogensegmentvastgoedontwikkeling+nettonanciëleschuldsegmentvastgoed- ontwikkeling. Netto nanciële schuld (NFS) Langlopendeenkortlopendeobligatieleningen+langlopendeenkortlopendenanciëleschul- den – geldmiddelen en kasequivalenten. Netto nanciële positie Geldmiddelen en kasequivalenten - langlopende en kortlopende obligatieleningen - langlo- pendeenkortlopendenanciëleschulden. Resultaat van de operationele activiteiten Omzet + overige exploitatiebaten + aankopen + bezoldigingen en sociale lasten + overige ex- ploitatielasten + afschrijvingen. Bedrijfsresultaat (EBIT) Resultaat van de operationele activiteiten + aandeel in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast. EBITDA Resultaat van de operationele activiteiten + afschrijvingen. Rendement op eigen vermogen (ROE) Resultaat - deel van de groep / eigen vermogen – deel van de groep (opening). Orderboek De te realiseren omzet voor de projecten waarvan het contract ondertekend is en in werking is getreden(metnamenahetverkrijgenvanhetaanvangsbevelofdeophefngvandeopschor- tendevoorwaarden)enwaarvoordeprojectnancieringrondis. Verkoopwaarde van projecten in ontwikke- ling De geschatte marktwaarde aan een derde koper van alle projecten waarvoor BPI een actief heeft gekocht of een onherroepelijke toezegging heeft gedaan om een actief te kopen. Gemiddelde rentevoet op bruto nanciële schuld Decontractuelerentevoet(gewogengemiddelde)vandenanciëleschulddievankrachtwas tijdens het boekjaar, rekening houdend met afdekkingsinstrumenten. Financiële schulden om- vatten opnames op kredietlijnen, bankleningen, obligatieleningen en leases. Brutodividendrendement Het bedrag van het dividend voorgesteld aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders gedeeld door de marktkapitalisatie op balansdatum. Commercialiseringsbestand Projecten waarvan de bouw is afgerond en opgeleverd in de kwartalen voorafgaand aan de balansdatum. Bouwbestand Projecten in aanbouw. Ontwikkelingsbestand Projecten die door BPI Real Estate zijn bekomen i) waarvoor vergunningaanvragen worden voorbereid of zijn ingediend of ii) waarvoor bouwvergunningen zijn verkregen maar waarvan de bouw nog niet is gestart. Operationele kasstroom Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) operationele activiteiten. V DUURZAAMHEIDSVERKLARING Overeenkomstig artikel 3:32, §2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen moet het jaarverslag een Duurzaamheids- verklaring bevatten. Deze verklaring is opgenomen in het volgende hoofdstuk van dit jaarverslag, waarvan het integraal deel uit- maakt. Namens de Raad van Bestuur, 17 maart 2025. Luc BERTRAND Voorzitter van de Raad van Bestuur Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 73 Duurzaamheids- verklaring 2024 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 74 Inhoud van de duurzaamheidsverklaring De duurzaamheidsverklaring bevat de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van CFE in overeenstemming met artikel 3:32/2 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, met betrekking tot het boekjaar dat eindigt op 31 december 2024. De duurzaamheidsverklaring heeft als doel te voldoen aan de vereisten van de CSRD op de datum van dit verslag en is geba- seerd op ons begrip van de vereisten op die datum. Sinds de publicatie van de CSRD in december 2022 zijn er verschillende ge- delegeerde verordeningen gepubliceerd en is de interpretatie van de CSRD-vereisten en de onderliggende ESRS-normen voort- durend geëvolueerd. De Belgische wetgeving ter uitvoering van de CSRD werd bovendien pas in december 2024 goedgekeurd en gepubliceerd, terwijl het eerste verslagjaar het boekjaar 2024 is. Tegelijkertijd heeft de Europese Commissie haar intentie uitge- sproken om de CSRD, de CSDDD en de EU-Taxonomie aan te passen. Toekomstige wijzigingen in de regelgeving (inclusief wijzigin- gen in de interpretatie) zullen wijzigingen in onze rapportage-aanpak en -praktijken noodzakelijk maken. Ze zullen ook beïnvloed en geïmpacteerd worden door andere duurzaamheidsgerelateerde wetgeving. DevoorbereidingvandetenuitvoerleggingvandeCSRDenhetverzamelen,veriërenenconsoliderenvanallevoorgeschreven gegevens, die vaak nieuw en zeer gedetailleerd zijn, vereist de tussenkomst van verschillende rollen en teams binnen de orga- nisatie. De doelstellingen, prognoses en bepaalde datapunten zijn toekomstgericht en daarom onderhevig aan externe varia- belen en onzekerheden. Beperkingen in de gegevens (zoals het gebruik van schattings-/extrapolatiemethoden en -technieken, vertrouwen op gegevens van derden) kunnen ook van invloed zijn op de nauwkeurigheid van de verstrekte informatie. CFE heeft, voortbouwendophaareerdereniet-nanciëleverklaring,aanzienlijkemiddelenbesteedaanhetopstellenvanduurzaamheids- verklaringen, ook voor haar dochtervennootschappen, en heeft aanzienlijke inspanningen geleverd om deze verklaringen in over- eenstemming te brengen met de geest van de nieuwe wetgeving en normen. De duurzaamheidsverklaring behandelt duurzaamheidsthema’s die van materieel belang worden geacht voor CFE, haar doch- tervennootschappen en haar stakeholders. Andere thema’s, hoewel potentieel relevant, zijn niet opgenomen in de duurzaam- heidsverklaringen omdat ze minder belangrijk zijn. Hoewel tagging niet verplicht is, heeft CFE besloten om verwijzingen naar datapunten aan te geven zoals opgenomen in de EFRAG-richtlijnen. Een tabel met referenties in de tekst is opgenomen als Bijlage 2. Een lijst met weggelaten referenties is opgeno- men als Bijlage 3. 1. ALGEMEEN 1.1. Basis voor de voorbereiding CFE voert voortdurend due diligenceprocedures uit en stelt haar dubbele materialiteitsanalyse (DMA) regelmatig in vraag, inclusief een sterk engagement met de betrokken stakeholders. Due diligence is een voortdurende praktijk die inspeelt op evoluties en kan leiden tot veranderingen in de strategie, het businessmodel, de activiteiten, de zakelijke relaties, de operationele praktijken, de in- koop- en verkoopomgeving van onze Groep. Voor onze DMA gebruiken we drempelwaarden en inschattingen die in de loop der tijd kunnen veranderen als gevolg van nieuwe inzichten, discussies in de sector en ontwikkelingen. 1.1.1. Scope De Duurzaamheidsverklaring voor de periode eindigend op 31 december 2024 bevat informatie van CFE NV en haar dochterven- nootschappen,inovereenstemmingmethaarnanciëleconsolidatiezoalsgedetailleerdindeToelichtingbijdegeconsolideerde jaarrekening op pagina 137. ESRS 2 BP-1 5 a , ESRS 2 BP-1 5 b i De kwantitatieve gegevens die in deze duurzaamheidsverklaring worden gepubliceerd, hebben betrekking op CFE NV (hierna ‘de vennootschap’ of ‘CFE’ genoemd) en haar volledig geconsolideerde dochtervennootschappen: MBG, BPC group, Wood Shapers, Benelmat, LTS 1 , Van LAERE, CLE, Arthur Vandendorpe, CFE Polska, BPI Belgium, BPI Luxembourg, BPI Polska, VMA 2 en MOBIX 3 . (zie schema hierna). De dochtervennootschappen gaan geen eigen duurzaamheidsverklaring publiceren. De dochtervennootschappen van het segment Investeringen (Greenstor, Deep C Holding en Green Offschore) vallen niet binnen de scope van deze duurzaamheidsverklaring. Aangezien CFE geen exclusieve controle heeft over deze dochtervennootschappen, wordt dit segment dan ook geacht buiten het toepassingsgebied van de CSRD te vallen. 1 LTS is de handelsnaam van de Business unit die de dochterondernemingen Terryn, Korlam en Lamcol omvat 2 VMA is de handelsnaam van de Business Division die de dochterondernemingen VMA, VMA Zuid, VMA Maintenance en VMA polska omvat 3 MOBIX is de handelsnaam van de Business Division die de dochterondernemingen MOBIX en MOBIX Engetec omvat Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 75 Tabel 1: Structuur de Groep CFE Bouw & Renovatie Vastgoed- Multitechnieken Investeringen en Holding ontwikkeling Multitechnique Investissements et Holding Promotion immobilières Construction & Rénovation CFE Bau Green Stor Deep C Holding ESRS 2 BP-1 5 b ii 1.1.2. ESRS-rapportagestandaarden De duurzaamheidsverklaring volgt de structuur, het formaat en de kwalitatieve en kwantitatieve kenmerken die zijn voorgeschreven door de ESRS (zie Sectie 8 en Bijlage F van ESRS 1 “Algemene Vereisten”) voor het bekendmaken van informatie over de materiële impacts, risico’s en opportuniteiten in overeenstemming met de uitgevoerde dubbele materialiteitsanalyse (“DMA”). Met betrekking tot de transversale ESRS’s past CFE de principes van ESRS 1 “Algemene vereisten” en ESRS 2 “Algemene toelichtingen” toe in haar duurzaamheidsverklaring. Deze transversale thema’s zijn opgenomen in de secties “1.1 Basis voor de voorbereiding”, “1.2 GOV-4 & 5 Risico en due diligence”, “1.3 SBM-1 Strategie, businessmodel en waardeketen”, “1.4 SBM-2 Belangen en opvattingen van stakeholders”, “1.5 SBM-3 Materiële impacts, risico’s en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met de strategie en het busi- nessmodel”, “1.6 IRO-1 en 2 Dubbele materialiteitsanalyse” en “1.7 Organisatie van rollen en verantwoordelijkheden voor duurzame ontwikkeling (GOV-1, 2 en 3)”. Na afronding van de DMA werden drie subthema’s geselecteerd als materieel voor CFE. Deze zijn het subthema “Klimaatmitigatie” (ESRS E1) en de subthema’s “Veiligheid en gezondheid” voor onze eigen werknemers en de medewerkers in de waardeketen (ESRS S1 en ESRS S2). CFE zal daarom informatie met betrekking tot deze drie subthema’s publiceren in de duurzaamheidsverklaring. In overeenstemming met de ESRS 1- vereiste, heeft CFE de informatie voorgeschreven door de EU Taxonomieverordening (Artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 en de bijbehorende gedelegeerde handelingen), opgenomen in de “Milieu-informatie” van de duur- zaamheidsverklaring. 1.1.3. Begrip ‘tijdshorizon’ Het begrip tijdshorizon in de European Sustainability Reporting Standards (ESRS) van de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) is essentieel voor het beoordelen van de impacts, risico’s en opportuniteiten van duurzaamheid. De ESG-thema’s kunnen immers belangrijk worden over verschillende tijdshorizonten. Daarom is het belangrijk om de korte-, mid- dellange- en langetermijnhorizon te bepalen vooraleer te starten met het beoordelen van de impacts, risico’s en opportuniteiten. AangezieneentypischeeconomischecyclusbinnenCFEisgedenieerdals5jaar,gebruikenwijditalsreferentieomdetijdshorizon opmiddellangetermijntedeniëren.Opbasishiervangaanwijuitvanvierverschillendetijdshorizonten: • Huidige • Korte termijn: minder dan één jaar • Middellange termijn: van 1 tot 5 jaar • Lange termijn: meer dan 5 jaar DezedenitiesvantijdshorizontenzijninovereenstemmingmetdevereistenvandeESRS. ESRS 2 BP-2 9 a , ESRS 2 BP-2 9 b 1.1.4. Schattingen en beoordelingen CFE en haar dochtervennootschappen hebben bij het opstellen van de DMA en het beoordelen van de mogelijke materiële impacts, risico’s en opportuniteiten, hun eigen oordeel gebruikt bij het maken van schattingen en veronderstellingen. De werkelijke resultaten kunnen afwijken. CFE en haar dochtervennootschappen hebben schattingen en extrapolaties gebruikt voor bepaalde rapportagedatapunten. Zo zijn de Scope 3 CO 2 -emissies momenteel voornamelijk gebaseerd op uitgavengegevens. Alle veronderstellingen worden gedetailleerd beschreven in de betreffende hoofdstukken (zie tabel 2 hieronder). Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 76 CFE en haar dochtervennootschappen beoordelen deze schattingen regelmatig opnieuw op basis van ervaring, de ontwikkeling van de ESG-rapportage en de beschikbaarheid van meer gedetailleerde gegevens wanneer deze relevant worden geacht voor de onderneming. Tabel3: Lijst van ESRS 2-secties die in een andere sectie van het jaarverslag zijn opgenomen Gegevenspunt Referenties Relevant hoofdstuk Beschrijving van de onzekerheid of onnauwkeurigheid Actieplan om de onzekerheid of onnauwkeurig- heid te beperken Evaluatie van de IRO's ESRS2 SBM-3 48a 1.5 p85-88 De evaluatie van de IRO's is uitgevoerd op basis van het oordeel van CFE en haar dochteron- dernemingen bij het maken van ramingen en veronderstellingen. De inachtneming van de belanghebbenden is gebaseerd op indirecte bronnen. Deze ramingen en beoordelingen worden regel- matig herzien op basis van de beschikbare infor- matie. Op de middellange termijn zal een enquête worden uitgevoerd om rechtstreeks informatie te verkrijgen van de belanghebbenden. EU-taxonomie - OPEX EU taxono- my - OPEX 2.1.3 p92- 93 CFE zal voor een conservatieve benadering kie- zen en de materialiteitsvrijstelling gebruiken voor de teller. Deze behoedzame aanpak zal in de toekomst worden gehandhaafd. Scope 3-broeikasga- semissies (totaal) ESRS E1-6 51 2.2.5 p107 De bekendgemaakte Scope 3-cijfers moeten worden beschouwd als eerste ramingen, die voornamelijk zijn gebaseerd op uitgavengege- vens (93%) en slechts voor 7% op gegevens die zijn gebaseerd op theoretische ramingen van het toekomstig verbruik. Bepaalde niet-materiële categorieën zijn opzettelijk weggelaten. In de komende jaren zullen geleidelijk aan meer gedetailleerde activiteitsgegevens worden toege- past om het percentage ramingen op basis van de uitgaven te verminderen. Wat betreft gege- vens voor de raming van het toekomstige verbruik is momenteel geen verbetering mogelijk. Scope 3-broeikas- gasemissies (categorie 1) ESRS E1-6 51 2.2.5 p107 Huidige waarden zijn louter ramingen op basis van uitgavengegevens. Er zullen geleidelijk aan meer gedetailleerde gegevens worden verzameld om de mate van raming te verminderen, eerst door algemene gegevens te verzamelen en vervolgens door geleidelijkaanspeciekeinformatievanfabri- kanten te integreren wanneer ze beschikbaar en betrouwbaar is. Scope 3-broeikas- gasemissies (categorie 2) ESRS E1-6 51 2.2.5 p107 idem categorie 1 idem categorie 1 Scope 3-broeikas- gasemissies (cate- gorie 4) ESRS E1-6 51 2.2.5 p107 Deze gegevens worden momenteel meegeno- men in de berekening van categorie 1. Deze gegevens worden uit categorie 1 gehaald. Scope 3-broeikas- gasemissies (cate- gorie 11) ESRS E1-6 51 2.2.5 p107 Deze gegevens zijn gebaseerd op ramingen van het theoretische toekomstige verbruik. In dit stadium kan de kwaliteit van deze gegevens niet worden verbeterd. Scope 3-broeikasga- semissies (categorie 12) ESRS E1-6 51 2.2.5 p107 Deze gegevens worden momenteel meegeno- men in de berekening van categorie 1. Deze gegevens worden uit categorie 1 gehaald. Aantal ongevallen met arbeidsonge- schiktheid bij onder- aannemers ESRS S2-5 40 3.2.7 p121 Gezien de lengte en complexiteit van de waar- deketen zijn deze gegevens beperkt tot onder- aannemers die werken aan de projecten van de groep. Deze gegevens kunnen onvolledig zijn, omdat ze alleen ongevallen registreren waar- overdewereidersgeïnformeerdzijn. Op korte termijn zal de feedback van de onder- aannemers worden geformaliseerd. ESRS 2 BP-2 10 a, b, c & d , ESRS 2 BP-2 11 a, 11 b i & 11 b ii 1.1.5. Opname door verwijzing DespeciekeESRSopenbaarmakingsvereistenmetbetrekkingtotESRS2“Algemenetoelichtingen”zijnnauwverwantaandeopen- baarmakingsvereisten die al gelden voor CFE. Deze zijn gedeeltelijk of volledig terug te vinden in andere meer relevante secties van het jaarverslag. Tabel 3 hieronder laat zien waar informatie voor het jaar eindigend op 31 december 2024, met betrekking tot speci- ekeopenbaarmakingsvereistenbuitendeduurzaamheidsverklaring,isopgenomendoormiddelvanverwijzinginhet“Beheersver- slag”, in het bijzonder het gedeelte “Belangrijkste risico’s”, de “Verklaring van deugdelijk bestuur” en het “Remuneratieverslag”. Wat het risicobeheer betreft, heeft CFE de ESG-risico’s opgenomen in het hoofdstuk over de risico’s. Meer details over de ESG-risico’s en het beheer ervan vindt u in het ‘Beheersverslag’ - II. Geconsolideerde jaarrekening - 1.2 Belangrijkste risico’s”. Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 77 Informatieoverdenanciëleimpactvanduurzaamheidsthema’sisopgenomenindejaarrekeninginovereenstemmingmetde IFRS-normen en de CSRD-richtlijn. De belangrijkste effecten van klimaat- en sociale thema’s op de jaarrekening worden meer gede- tailleerd beschreven in hoofdstuk “2.2 Aanvullende informatie in verband met de milieu-impact van de Groep”. ESRS 2 BP-2 16 Tabel3: Lijst van ESRS 2-secties die in een andere sectie van het jaarverslag zijn opgenomen Deel van ESRS 2 Meldingsplicht Deel van het jaarverslag waar de informatie kan worden gevonden GOV-1 Informatie over de bestuurs-, beheer- en controleorga- nen (rol, samenstelling, expertise enz.) Verklaring van deugdelijk bestuur GOV-2 Informatie verstrekt aan de bestuurs-, beheer- en toe- zichthoudende organen van de onderneming en kwesties die door hen worden behandeld Verklaring van deugdelijk bestuur GOV-3 Integratie van de prestaties op het gebied van duurzame ontwikkeling in de incentivesystemen Remuneratieverslag GOV-5 Risicobeheer en interne controles Extern(e) en intern(e) risicocontrole en -beheer 1.1.6. Bepalingen voor gefaseerde implementatie CFE gebruikt de bepalingen voor gefaseerde implementatie beschreven in ESRS 1 “Algemene vereisten” (sectie 10.4. - Overgangs- bepaling) en Bijlage C (Lijst van ingefaseerde rapportage-eisen). De volgende vereisten worden daarom weggelaten uit de duur- zaamheidsverklaring voor het boekjaar dat eindigt op 31 december 2024. ESRS 2 BP-2 17 Tabel 4: Rapportage-eisen die deel uitmaken van een gefaseerde implementatie Referentie Meldingsplicht Voorziening voor geleidelijke implementatie ESRS E1. IRO-1 Identicatievandekli- maatrisico's Wat de klimaatrisico’s betreft, zijn maatregelen genomen voor de geleidelijke introductie in het jaar eindigend op 31 december 2024. CFE ontwikkelt een methodologie voor de beoordeling van de kli- maatrisico's en -opportuniteiten. Deze beoordeling heeft betrekking op zowel de fysieke risico's als de transitierisico's in de eigen activiteiten en in de volledige upstream- en downstreamwaardeketen (in- clusief gedetailleerde scenariovoorstellen en tijdshorizonten voor de analyse van scenario's op korte, middellange en lange termijn). ESRS E1-9 Verwachtenanciële impact van de materiële fysieke en transitierisico's en potentiële klimaat- gerelateerde opportuni- teiten. In 2024 heeft CFE richtlijnen opgesteld voor de beoordeling van de klimaatrisico's en -opportuniteiten. Vanaf het volgende verslagjaar worden kwalitatieve toelichtingen opgenomen en vanaf het verslag- jaar eindigend op 31 december 2027 worden monetaire effecten bekendgemaakt. ESRS S1-7 Kenmerken van de zelf- standigen in het eigen personeelsbestand van de onderneming In principe zijn de beleidsregels en procedures van de groep ook van toepassing op de niet-werkne- mers binnen CFE. De rapportagesystemen zullen verder worden ontwikkeld en verbeterd om een gro- tere granulariteit te bieden. ESRS S1-13 Kwantitatieve gegevens over de opleidingsuren en het evaluatieproces Deze gegevens worden gecontroleerd en bijgehouden door de verschillende dochterondernemingen van de groep. De digitalisering en consolidatie van deze gegevens wordt momenteel afgerond. De kwantitatieve gegevens worden gepubliceerd vanaf het verslagjaar dat eindigt op 31 december 2025. 1.1.7. Wijzigingen in de rapportagemethode en aanpassingen in de voorgaande periode 2024 is het eerste jaar van rapportage onder de ESRS. In tegenstelling tot eerdere verslagen die zijn opgesteld onder de richtlijn voor niet-nanciëlerapportage(NFRD),ishetopstellenenpresenterenvandeduurzaamheidsinformatieaanzienlijkgewijzigdomaante sluiten bij deze nieuwe standaarden. Deze verandering is voornamelijk te wijten aan het feit dat: • De CSRD via de ESRS-rapportagestandaarden openbaarmakingsvereisten en datapunten heeft die moeten worden opgeno- men, hetzij verplicht, hetzij op basis van de resultaten van de DMA; • Voor de emissies van broeikasgassen (“BKG”) Scope 3 voor het eerst wordt gerapporteerd. 2024 wordt daarom als referentie- jaar beschouwd; • CFEooknieuweabsolutedoelstellingenheeftgedenieerdvoorhetverminderenvanhaarbroeikasgasemissies(Scope1,2en3). ESRS 2 BP-2 13 a, b &c ; ESRS 2 BP-2 14 a, b & c 1.1.8. Informatie ontleend aan andere wetgeving of algemeen aanvaarde standpunten over duur- zaamheidsrapportage CFE gebruikt het BKG-protocol om de emissie van broeikasgassen te berekenen en te rapporteren. ESRS 2 BP-2 15 Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 78 1.1.9. Externe evaluatie De duurzaamheidsverklaring wordt gedekt door het ESG-onderzoek (beperkte zekerheid audit) dat wordt uitgevoerd door de be- drijfsrevisor van CFE, namelijk EY. Zie het beperkte zekerheidsverslag van de bedrijfsrevisor in sectie 5.4 Bijlage 4. Verslag van de be- drijfsrevisor De vergelijkende cijfers in de tabellen en de trends in deze overzichten zijn niet onderworpen aan procedures inzake beperkte zeker- heid audit in overeenstemming met de vereisten van de CSRD/ESRS. 1.2. GOV-4 & 5 Risico en due diligence Zoals bepaald in het “Beheersverslag” in hoofdstuk 1.2 “Belangrijkste risico’s”, werkt het Executief Comité een kader van interne controle en risicobeheer uit, dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de Raad van Bestuur. De Raad van Bestuur beoordeelt de implementatie van dit kader, op basis van de aanbevelingen van het Auditcomité. Ten minste eenmaal per jaar evalueert het Au- ditcomitédeinternecontrolesystemen,omzichervantevergewissendatdevoornaamsterisico’sbehoorlijkwerdengeïdenticeerd, gemeld en beheerd. DedochtervennootschappenvanCFEbeherenzelfhuneigenoperationeleennanciëlerisico’s,dievariërenvansectortotsector. Deze risico’s worden niet centraal beheerd op het niveau van CFE. De managementteams van de dochtervennootschappen rap- porteren aan hun respectievelijke raad van bestuur over het risicobeheer. Anderzijds,wordenallegeïdenticeerderisico’sendeorganisatievandeinternecontrolegedetailleerdbeschreveninhet“Beheers- verslag”. Daarin worden in algemene termen enerzijds de risico’s beschreven waaraan de Groep blootgesteld is, en anderzijds de operationeleennanciëlerisico’svandeverschillendesegmentenwaarinzijviahaarparticipaties(rechtstreeksofonrechtstreeks) actief is. ESRS 2 GOV-5 ; ESRS 2 IRO-1 53 d,e,f Om met name de duurzaamheidsrisico’s te in kaart te brengen en effectief te beheren, heeft CFE een dubbele materialiteitsanalyse (DMA) van de ESG-risico’s uitgevoerd. Deze analyse komt in de volgende hoofdstukken aan bod. Duediligenceiseenessentiëlestapinhetrisicobeheerproces,omdatrisico’shiermeegrondigkunnenwordengeïdenticeerden beoordeeld, wat proactief en effectief beheer vergemakkelijkt. Tabel 5: Mapping van informatie met betrekking tot het due diligenceproces In kaart brengen van informatie over het due- diligenceproces Paragrafen van de relevante duurzaamheidsverklaring Relevante ESRS Due diligence integreren in het bestuur, de strategie en het bedrijfsmodel 1.7 Organisatie van de rollen en verantwoordelijkheden voor duurzame ontwikkeling (GOV -1, 2 en 3) ESRS 2 GOV-1 ESRS 2 GOV-2 ESRS 2 GOV-3 1.3 SBM-1 Strategie, businessmodel en waardeketen ESRS 2 SBM-1 1.5 SBM-3: Materiële IRO’s en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel ESRS 2 SBM-3 2.2.1 SBM-3: Materiële IRO’s en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel ESRS E1 SBM-3 3.1.2 SBM-3: Materiële IRO’s en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel ESRS S1 SBM-3 3.2.2 SBM-3: Materiële IRO’s en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel ESRS S2 SBM-3 Samenwerken met de relevante belanghebbenden 1.4 SBM-2 Belangen en opvattingen van stakeholders ESRS 2 SBM-2 1.6 IRO-1 en 2 Dubbele materialiteitsanalyse ESRS 2 IRO1 1.7 Organisatie van de rollen en verantwoordelijkheden voor duurzame ontwikkeling (GOV -1, 2 en 3) ESRS 2 GOV-2 2.2.3 E1-2 Beleid ten aanzien van “klimaatmitigatie” ESRS E1-2 3.1.3 S1-1 Beleid ten aanzien van eigen personeel ESRS S1-1 3.1.4 S1-2 Processen om met eigen werknemers en werknemersvertegenwoordigers te overleg- gen ESRS S1-2 3.2. 1 SBM-2 Belangen en opvattingen van stakeholders ESRS 2 SBM-2 Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 79 In kaart brengen van informatie over het due- diligenceproces Paragrafen van de relevante duurzaamheidsverklaring Relevante ESRS De negatieve gevolgen voor mensenmilieuidenticeren en beoordelen 1.5 SBM-3 Materiële IRO’s en hun interactie met het businessmodel en de strategie ESRS 2 SBM-3 1.6 IRO-1 en 2 Dubbele materialiteitsanalyse ESRS 2 IRO1 &2 2.2.1 SBM-3 Materiële IRO’s en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel ESRS E1 SBM-3 2.2.2 E1.IRO-1: Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren ESRS E1 IRO-1 3.1.2 SBM-3 Materiële IRO’s en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel ESRS S1 SBM-3 3.2.2 SBM-3 Materiële IRO’s en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel ESRS S2 SBM-3 Maatregelen nemen om de negatieve gevolgen voor mens en milieu te verhelpen 2.2.4 E1-1, E1-3 en E1-4 : Transactieplannen, decarbonisatiehefbomen en middelen in verband met beleidsmaatregelen ter bestrijding van klimaatverandering ESRS E1-3 3.1.6 S1-4 Acteren op materiële impacts op eigen personeel en benaderingen om wat eigen personeel betreft materiële risico’s te mitigeren ESRS S1-4 3.2.6 Acteren op materiële impacts op werknemers in de waardeketen, en benaderingen om wat betreft werknemers in de waardeketen materiële risico’s te beheersen en materiële opportuniteiten te benutten, en de effectiviteit van die maatregelen ESRS S2-4 De effectiviteit van deze in- spanningen monitoren 2.2.4 E1-1, E1-3 en E1-4: Transactieplannen, decarbonisatiehefbomen en middelen in verband met beleidsmaatregelen ter bestrijding van klimaatverandering ESRS E1-4 3.1.7 S1-5 Doelen ESRS S1-5 3.1.8 S1-6 Kenmerken van de onderneming ESRS S1-6 3.1.11 S1-14 Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven ESRS S1-14 3.2.7 S2-5 Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieve impacts en het beheersen van materiële risico’s en opportuniteiten ESRS S2-5 ESRS 2 GOV-4 1.3. SBM-1 Strategie, businessmodel en waardeketen 1.3.1. Strategie en businessmodel CFE is een multidisciplinaire groep die globale oplossingen ontwikkelt voor complexe maatschappelijke uitdagingen in de snelgroei- ende markten van duurzame gebouwen, slimme industrieën en de infrastructuur voor energie en mobiliteit van morgen. Om dit te bereiken bundelt de Groep de krachten van haar vier segmenten: Vastgoedontwikkeling, Multitechnieken (o.a. gebouwbeheer, indus- triële automatisering en energie- en mobiliteitsinfrastructuur), Bouw & Renovatie en Investeringen & Holding. 1. Vastgoedontwikkeling: BPI Real Estate, een bedrijf in het segment vastgoedontwikkeling, is actief in België, Luxemburg en Polen. BPI Real Estate richt zich op ontwikkelingen in stads- en dorpscentra met een sterk groeipotentieel, een positieve impact op het milieu, reële mogelijkheden voor zachte mobiliteit en die zorgen voor sociaal welzijn. BPI Real Estate richt zich op projecten voor gemengd gebruik waarbij woningen, kantoren, winkelruimten en diensten worden gecombineerd. Al deze ambities zijn haalbaar dankzij de vele talenten die de teams van BPI Real Estate vormen en hun focus op innovatie en duurzame benaderingen. 2. Multitechnieken: De Multitechniekenactiviteiten van CFE zijn onderverdeeld in twee commerciële divisies: VMA en MOBIX. VMA: De activiteiten van VMA zijn onderverdeeld in twee Business Units (BU’s): Gebouwtechnieken en Industrial Automation. De divisie Gebouwtechnieken omvat commerciële elektriciteit en HVAC (verwarming, ventilatie en airconditioning). De divisie Industrial Auto- mation omvat zowel robotisering als automatisering, of het beheer van productieprocessen. MOBIX: De activiteiten van Rail & Utilities worden geleid door het MOBIX-cluster. MOBIX bestaat uit twee BU: Rail en Utilities. De BU Rail omvat spoortechnieken (spoor- en bovenleidinginstallatie) en seininrichting. De BU Utilities omvat energietransport en openbare verlichting in België. 3. Bouw & Renovatie: Het segment Bouw & Renovatie is actief in België, Luxemburg, Polen en Duitsland en is gespecialiseerd in de nieuwbouw en renovatie van onder andere kantoorgebouwen, residentiële gebouwen, hotels, scholen, universiteiten, parkeergarages, industriële gebouwen, enz. Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 80 4. Investeringen & Holding In samenwerking met Ackermans & van Haaren investeert de Groep CFE in duurzame initiatieven via haar participaties in DEEP C Holding, Greenstor en Green Offshore. DEEP C Holding ontwikkelt projecten om havens en aanverwante industriegebieden te creëren in Vietnam. Greenstor van haar kant ontwikkelt batterijparken om de energietransitie te versnellen. Green Offshore heeft participa- ties in de ontwikkeling en exploitatie van Belgische offshore windparken. Aangezien CFE geen exclusieve controle heeft over deze activiteitensector, wordt deze dan ook geacht buiten het toepassingsgebied van de CSRD te vallen. ESRS 2 SBM-1 40 a i,ii; ESRS 2 SBM-1 42 CFE wil een leidende rol spelen op deze sleutelmarkten door het status quo in vraag te stellen en alles te veranderen wat niet duur- zaam is voor de toekomstige generaties. Daarom heeft de Groep innovatie, duurzaamheid en veiligheid centraal gesteld in haar activiteiten. Haar missie is om mensen, competenties, materialen en technologie samen te brengen in een gemeenschap voor po- sitieve verandering (“Changing for Good”). Deze missie heeft de Groep in staat gesteld een voortrekkersrol op zich te nemen in het gebruik van duurzame bouwmaterialen, grootschalige renovatie, geavanceerd energiebeheer en andere domeinen met een hoge maatschappelijke waarde. CFE is door Sustainalytics erkend als een van de beste ESG-bedrijven in de sector. Met een score van 28,1 in december 2024 staat CFE in het 10e percentiel van de ranglijst van de beste ESG-bedrijven van Sustainalytics en heeft zij het label “Top rated industry 2024” gekregen. De ambitie van de Groep CFE is duidelijk. Namelijk toonaangevend zijn in de bouw van duurzame gebouwen, 4.0 industrialisatiepro- jecten en infrastructuur voor de mobiliteit en energie van morgen. De strategie van CFE wordt afgekort onder het acroniem “SPARC” dat als kompas dient voor de entiteiten van de Groep. Het leidt de “Shift” naar innovatie en duurzaamheid, de wens om te “Performen” en operationele uitmuntendheid te bereiken, haar groei te ver- snellen (“Accelerate”) door een geïntegreerde aanpak, het creëren van waarde en het rendement (“Return”) voor alle stakeholders, en, tot slot, het creëren van een echte “Community” van actoren voor verandering zowel binnen als buiten de organisatie. CFE telt 2.854 werknemers, waarvan 2.282 in België, 210 in Luxemburg en 359 in Polen. ESRS 2 SBM-1 40 a iii Er zijn verschillende methoden ingevoerd om de belangen van de actoren en verschillende stakeholders in de CFE-waardeketen vast te leggen. Dit wordt in detail beschreven in hoofdstuk 1.3. Deze informatie werd gebruikt in het DMA-proces. Alle stadia van de DMA(overlegmetstakeholders,identicatievanpotentieelmateriëlethema’s,identicatievanIRO’s,dedubbelematerialiteitsa- nalyse van potentieel materiële thema’s) werden geleidelijk gevalideerd door de verschillende management- en controleorganen, tijdens Executieve Comités, Auditcomités en Raden van Bestuur. ESRS 2 SBM-2 45 d De resultaten van de DMA hebben de strategie van de Groep bevestigd. De strategische richtingen die de Groep heeft geformu- leerd, komen in feite sterk overeen met de materiële thema’s die uit de DMA-analyse naar voren zijn gekomen. ESRS 2 SBM-1 42 a, b 1.3.2. Analyse van de waardeketen CFE is een multidisciplinaire groep die actief is op drie markten: duurzame gebouwen, intelligente industrie en infrastructuur voor duur- zame energie en mobiliteit. De verschillende dochtervennootschappen van de Groep zijn op verschillende niveaus actief in de uitvoering van deze projecten. Om de eigen activiteiten van de Groep in kaart te brengen, hebben wij ervoor gekozen om de uitvoering van projecten en de algeme- ne aannemingsactiviteit (MBG, Van Laere, BPC groep, CLE, CFE Polska, AVDD en MOBIX) in het centrum van de waardeketen te plaatsen. Onderaanneming en de levering van bouwmaterialen zullen daarom stroomopwaarts worden bekeken. Stroomafwaarts vinden we de ontwikkelaars en de eindgebruikers. UPSTREAM TIER 2+ MATERIALEN UPSTREAM TIER 1+ ONDER- AANNEMING OWN SECTOR TIER 0 ALGEMENE AANNEMER DOWNSTREAM TIER 1+ VASTGOED- ONTWIKKELING DOWNSTREAM TIER 2+ EINDGEBRUIKER Figuur 1: Visualisatie van de waardeketen Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 81 In dit geval kunnen de activiteiten van VMA, Benelmat en LTS worden beschouwd als stroomopwaarts (upstream tier +1) en de vast- goedontwikkelingsactiviteiten van BPI Real Estate en Wood shapers als stroomafwaarts (downstream tier +1) in dezelfde waardeketen. ESRS 2 SBM-1 42 c Deze analyse wordt aangevuld met input van andere geraadpleegde organisaties in de waardeketen en met een benchmarkin- goefening. Als onderdeel van de DMA worden er 109 verschillende stakeholders opgelijst. Deze werden na een interne analyse opgenomen en ingedeeld in verschillende groepen stakeholders: • Directe stakeholders en vennoten • Selectie van ondernemingen die de grootste uitgaven vertegenwoordigen • Partners in gemeenschappelijke ondernemingen • Klanten (downstream) en (onder)aannemers (upstream) • SelectievanondernemingendieactiefzijninhetzelfdegeograschegebiedalsCFE Hetgaatinhetbijzonderommarktactoren(anderealgemeneaannemers,projectontwikkelaars,enz.),nanciëlepartners(nanci- ele instellingen, verzekeringsmaatschappijen, enz.) en leveranciers van de belangrijkste grondstoffen die in onze projecten worden gebruikt (beton, staal, enz.). Door dit in kaart te brengen, krijgen wij een beter overzicht van onze waardeketen en de verschillende leveranciers en stakeholders waarmee CFE in wisselwerking staat. Natuurlijk is deze oefening om de waardeketen in kaart te brengen niet-exhaustief. ESRS 2 SBM-1 42 Deze clustering van de geanalyseerde ondernemingen maakte het mogelijk om de belangrijkste stakeholders bij de daaropvolgen- deDMA-analyseduidelijkerteidenticeren. ESRS 2 BP-1 5c 1.4. SBM-2 Belangen en opvattingen van stakeholders 1.4.1. Identicatievandebelangrijkstebetrokkenstakeholders Doorverschillendestakeholdersinonzewaardeketentegroeperen,ishetmogelijkomgroepenstakeholdersteidenticerendie “belangrijkstebetrokkenofbeïnvloedestakeholders”zoudenkunnenzijn.Ditproceswordtaangetoondinonderstaandeguur. Consultants End clients Financial institutions Suppliers General contractors Sub- contractors Project developers Architects & engineers CHANGING FOR GOOD cfe Direct control Indirect control Media Environmental groups and ngo’s Academic researchers Sector alliances Neighbourhood Authorities Figuur 2: Visualisatie van de belangrijkste stakeholders ESRS 2 SBM-2 45 a i Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 82 Getroffen stakeholders van CFE kunnen worden onderverdeeld in twee categorieën: degenen die onder directe controle staan en degenendieonderindirectecontrolestaan.Directecontrolekomttotstanddoorcontractueleovereenkomsten,nanciëlebanden of een bewuste keuze om samen te werken. Dit onderscheid is belangrijk omdat CFE beslissingen kan nemen die rechtstreeks van invloed zijn op deze stakeholders. CFE heeft daarentegen geen beslissingsbevoegdheid over indirect gecontroleerde stakeholders. Hun meningen zijn nochtans be- langrijk en het is absoluut noodzakelijk om rekening te houden met de positieve en negatieve impact die wij op hen hebben. Toch moeten wij hun meningen en opmerkingen met de nodige voorzichtigheid benaderen, omdat hun perspectief vaak gericht is op hun eigen bekommernissen in plaats van op de bredere impact. CFE heeft er daarom voor gekozen om deze categorie stakeholders niet rechtstreeks te benaderen als onderdeel van de DMA voor hetboekjaar2024.Hunmeningenenopinieswordenalleenindirectverzameld,viaspeciekestudiesofpublicaties.Aangeziende DMA een continu en dynamisch proces is, worden de verschillende stakeholders erbij betrokken wanneer dat nodig is. ESRS 2 SBM-2 45 a Voor de andere betrokken stakeholders werden vijf verschillende soorten engagement gebruikt om de impact, risico’s en opportuni- teiten(IRO’s)teidenticeren.Ditwordtuitgelegdindevolgendesectie. Het betrekken van een brede waaier aan stakeholders bij de materialiteitsanalyse is belangrijk om een volledige en evenwichtige weergave van impacts, risico’s en opportuniteiten te verkrijgen. ESRS 2 SBM-2 45 b ESRS 2 SBM-2 45 a iv ESRS 2 SBM-2 45 a v 1.4.2. Strategieën om stakeholders te betrekken OmtebegrijpenhoedebetrokkenstakeholderskunnenwordenbeïnvloedenomdeIRO’svanCFEteidenticerenentebeoordelen, werden voor deze oefening vijf verschillende processen voor overleg met stakeholders gebruikt: 1. Deelname aan de eerste dubbele materialiteitsanalyse: De ESG-strategie van CFE begon vorm te krijgen via een grondige analyse van de stakeholders en de omringende markt in 2019. Deze analyse werd uitgevoerd op basis van interne expertise en met de hulp van een externe consultant. Deze analyse diende als basis voor het opstellen van de strategie voor duurzame ontwikkeling van de Groep en het bepalen van de prioriteiten. De matrix werd vervolgens elke twee jaar herzien en opnieuw gevalideerd. Dit onderzoek is gebaseerd op voortdurend overleg met de stakeholders. 2. Kwantitatieve onderzoeksmethode: Deze methode maakt gebruik van de tool en methodologie voorgeschreven door een externe consultant (PwC). Met behulp van deze tool heeft CFE een uitgebreide analyse uitgevoerd van de gepubliceerde mate- rialiteitsmatrices,ESG-strategieënenandereofciëleverslagenvan40strategischgeselecteerdestakeholders.Selectiecriteria voordestakeholderswarenonderanderenanciëleuitgaven/omzet,geograschespreidingeneengoedevertegenwoordi- gingvandeverschillendegroepenbinnendewaardeketenzoalsgedenieerdinparagraaf1.3.1.Deverschillendepublicaties van ongeveer 40 stakeholders werden in detail geanalyseerd en gekoppeld aan de lijst van sectorale subthema’s van de ESRS. 3. Panelgesprekken binnen sectorallianties: CFE is ook lid van sectororganisaties zoals UPSI/BVS en ADEB/VBA, waardoor zij een centralepositieinneemtvoorhetidenticeren,monitorenenbetrokkenrakenbijESG-gerelateerdethema’s.Opgemerktmoet worden dat sommige van deze instanties multisectoraal zijn (d.w.z. niet alleen bouwbedrijven en vastgoedontwikkeling). Dit versterkt de dialoog met de stakeholders. 4. Externe en interne interviews: Een vierde methode om in dialoog te gaan met onze belangrijkste betrokken stakeholders is het voeren van externe en interne gesprekken met zogenaamde “deskundigen” die vanuit hun operationele of commerciële rol voldoende expertise hebben om een aantal van de belangrijkste betrokken stakeholders te vertegenwoordigen. Deze externe en interne gesprekken dienden ook als tussentijdse controle van de voorlopige resultaten. De interne deskundigen vormden bovendieneenuitgebreidteamdatookdeelnamaandeidenticatievanIRO’senaanbesprekingenoverdewaarderinginhet kader van de dubbele materialiteitsoefening. 5. Continu proces om stakeholders te betrekken: De strategie van CFE is gebaseerd op continue samenwerking met alle stake- holders van het project, in de overtuiging dat succes ligt in het overleg met de hele waardeketen van het project. Deze collec- tieve aanpak, waarbij duurzaamheid en impact centraal staan, strekt zich uit van ontwerp tot onderhoud. Vertrouwen, trans- parantie en wederzijds begrip zijn de hoekstenen van onze sterke partnerschappen, die gericht zijn op duurzame oplossingen. Daarom neemt CFE de tijd om voortdurend in dialoog te gaan met haar stakeholders om hun belangen en de impact van CFE beter te begrijpen. Deze dialoog kan plaatsvinden aan het begin van projecten (openbare raadplegingen, bijeenkomsten van buurtcomités, monitoring van klachten en incidenten, enz.), tijdens projecten (bezoeken en bijeenkomsten op de werf, bijeen- komsten met buurtbewoners, enz.) of aan het einde (feedback, tevredenheidenquêtes, etc.). ESRS 2 SBM-2 45 a Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 83 De volgende tabel geeft een overzicht van de methoden voor het betrekken van stakeholders die de belangrijkste betrokken stake- holders vertegenwoordigen. Er moet ook worden opgemerkt dat sommige categorieën stakeholders die in de vorige paragraaf zijn geïdenticeerd,nietals‘belangrijk’wordenbeschouwd.Stakeholdersgemarkeerdmeteensterretje“”kunnenwordenbeschouwd als eenvoudige gebruikers van onze duurzaamheidsverklaring. In onderstaande tabel zijn direct gecontroleerde stakeholders vetge- drukt en indirect gecontroleerde stakeholders niet. De DMA-analyse is echter een dynamisch proces, wat betekent dat het overleg met de verschillende stakeholders in de loop van de tijd kan evolueren. Tabel 6: Lijst van belangrijke stakeholders en strategieën om hen te betrekken Relevante belanghebbenden Strategieën voor de betrokkenheid Onderzoekers en universiteiten Wordt niet beschouwd als een belangrijke belanghebbende: er kon geen materiële invloed wor- dengeïdenticeerd,maarwordtgebruiktalsinformatiebroninonzeESG-analyse Architecten &studiebureaus Kwantitatieve onderzoeksmethode Autoriteiten Kwantitatieve onderzoeksmethode Consultants Wordt niet beschouwd als een belangrijke belanghebbende: er kon geen materiële invloed wor- den geïdenticeerd, maar wordt gebruikt als informatiebron in onze ESG-analyse Eindgebruikers · Kwantitatieve onderzoeksmethode · Voortdurende dialoog met de belanghebbenden Milieugroeperingen en ngo's Wordt niet beschouwd als een belangrijke belanghebbende: de invloed is beperkt, de CSRD-dia- loog is nog niet voldoende ontwikkeld. Financiële instellingen · Interne en externe interviews · Kwantitatieve onderzoeksmethode · Paneldiscussies met de sectorallianties Algemene aannemers · Voormalige materialiteitsmatrix van CFE · Paneldiscussies met de sectorallianties · Interne en externe interviews Media* Wordt niet beschouwd als een belangrijke belanghebbende: de invloed is beperkt, de CSRD-dia- loog is nog niet voldoende ontwikkeld. Buurt Wordt niet beschouwd als een belangrijke belanghebbende: de invloed is beperkt, de CSRD-dia- loog is nog niet voldoende ontwikkeld. Projectontwikkelaars · Voormalige materialiteitsmatrix van CFE en interne experts · Paneldiscussies met de sectorallianties · Interne en externe interviews Sectorallianties Paneldiscussies met de sectorallianties Onderaannemers · Voormalige materialiteitsmatrix van CFE · Kwantitatieve onderzoeksmethode · Interne en externe interviews Leveranciers · Kwantitatieve onderzoeksmethode · Interne en externe interviews ESRS 2 SBM-2 45 a ESRS 2 SBM-2 45 a ii ESRS 2 SBM-2 45 a iii CFE is van plan om deze analyse te vervolledigen door de komende jaren een meer gedetailleerde enquête te houden onder de belangrijkste stakeholders. Dit werk wordt voorbereid met de verschillende sectorallianties om ervoor te zorgen dat de sector op één lijn zit wat betreft de meest relevante manier om stakeholders te ondervragen. ESRS 2 SBM-2 45 c ii HetmanagementvanCFEwasdirectbetrokkenbijdeidenticatievandeIRO’sendematerialiteitsanalyse.Tegelijkertijdwerdenhet managementendeverschillendeorganenvanCFEtijdensspeciekevergaderingen(ExecutiefComité,AuditcomitéenRaadvan Bestuur) op de hoogte gehouden van de resultaten van de analyse van de standpunten van de stakeholders over de ESG-aspecten. ESRS 2 SBM-2 45 d Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 84 1.4.3. Resultaten van het overleg met de stakeholders De analyse van de in 2023 herziene materialiteitsmatrix, de analyse van de gegevens uit het kwantitatieve onderzoek (benchmar- king)endepanelgesprekkenhebbengeleidtotdeidenticatievaneeneerstereeksrelevantethema’s.Deresultatenwordenin onderstaande tabel weergegeven. Tijdens het kwantitatieve onderzoek werd een onderscheid gemaakt tussen thema’s van groot belang (hier vetgedrukt) en thema’s van gemiddeld belang (een evaluatie die werd gemaakt door rekening te houden met het aantal keren dat het thema als materieel werdbeschouwdtijdensdeanalysevande40datareeksen).Dethema’sdiemetdeanderetweemethodenwerdengeïdenti- ceerd, worden standaard als zeer belangrijk beschouwd en worden daarom vetgedrukt weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 7: Identicatie van thema’s en subthema’s bij het betrekken van de stakeholders ESRS-thema's en subthema's Geïdenticeerde ESRS-thema's en subthema's Vorige dubbele- materialiteitsoefening Kwantitatieve analyse UPSI/BVS ADEB/VBA Beheer van de leveranciersrelaties, inclusief betalingspraktijken Partnerschappen Mitigatie van de klimaatver- andering Acties voor het klimaat Mitigatie van de klimaat- verandering Mitigatie van de klimaat- verandering Mitigatie van de klimaat- verandering Adaptatie aan de klimaatver- andering Adaptatie aan de klimaat- verandering Adaptatie aan de kli- maatverandering Instroom van middelen Verantwoordelijke con- sumptie en productie Instroom van middelen Instroom van middelen Instroom van middelen Uitstroom van middelen Uitstroom van middelen met betrekking tot pro- ducten en diensten Afvalbeheer Afvalbeheer Gezondheid en veiligheid Gezondheid en veiligheid Arbeidsomstandigheden: gezondheid en veiligheid Gezondheid en veiligheid Balans werk-privéleven Opleidingen en talentontwik- keling Kwaliteit van de opleiding Opleidingen en talentont- wikkeling Energie Schone en betaalbare energie Energie Energie Bedrijfscultuur Fatsoenlijk werk en economische groei Bedrijfscultuur Corruptie en omkoping Verlies van biodiversiteit Verlies van biodiversiteit Diversiteit Diversiteit Gendergelijkheid Gendergelijkheid TijdensdezeidenticatiefasewerdookeeneerstelijstvanpotentiëleIRO’sopgesteldvoorelkrelevantthema. De externe gesprekken met deskundigen richtten zich voornamelijk op de methodologie die werd gebruikt om de standpunten van de verschillende stakeholders vast te leggen. Dankzij deze gesprekken kon CFE haar methodologie valideren en de relevantie van de verzamelde resultaten garanderen. Deze gesprekken stelden ons in staat om de meningen van de geïnterviewden over de relevante thema’s en de bijbehorende IRO’s te verzamelen. Deze oefening bevestigde het belang van de thema’s: Klimaatverandering, circulaire economie, veiligheid en gezondheid, governance en talentmanagement; De voortdurende dialoog met de stakeholders van CFE benadrukt de bekommernissen, principes en processen op het gebied van ESG. Recente raadplegingen hebben niet geleid tot wijzigingen in eerdere analyses. Dit bewijst dat de geïnterviewde interne deskundigen zich bewust zijn van de potentieel materiële thema’s en de bestaande en nieuwe IRO’s in onze sector. Dit betekent dat onze interne kennis representatief is voor de belangrijkste externe stakeholders die bij deze oefening betrokken zijn. ESRS 2 SBM-2 45 a v 1.4.4. Opstellen van een shortlist van potentieel materiële thema’s Eencrucialestapishetopstellenvandedenitievelijstmetrelevantemateriëlethema’senvervolgenshetidenticerenvanalleim- pacts,risico’senopportuniteitenvoorCFE.Dezeeerstefasevanhetidenticerenvanrelevantethema’sisgebaseerdopdelessen die zijn geleerd uit de methoden voor het betrekken van stakeholders die in het vorige hoofdstuk zijn beschreven. Deze hebben ons Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 85 in staat gesteld om een eerste shortlist van potentieel materiële thema’s op te stellen: 1. Klimaatadaptatie 2. Klimaatmitigatie 3. Energie 4. Directe drukfactoren biodiversiteitsverlies - Verandering in bodemgebruik 5. Materiaalinstromen, inclusief materiaalgebruik 6. Afvalstoffen 7. Arbeidsvoorwaarden - Werk-privébalans 8. Arbeidsvoorwaarden - Veiligheid en gezondheid (eigen werknemers) 9. Gelijke behandeling en gelijke opportuniteiten voor iedereen - Opleiding en ontwikkeling vaardigheden 10. Arbeidsvoorwaarden - Veiligheid en gezondheid (toeleveringsketen) 11. Bedrijfsultuur 12. Corruptie en omkoping 1.4.5. Validatie van de shortlist van potentieel materiële thema’s CFE heeft verschillende iteraties en consistentiecontroles uitgevoerd om deze lijst te valideren. Hiervoor gebruikte CFE informatie van ratingbureaus en voerde zij verschillende herzieningen uit met interne deskundigen, waaron- der de verschillende bestuurs-, beheers- en controleorganen. Tot slot werd de Longlist van AR16 doorgespit om er zeker van te zijn dat geen enkel thema was vergeten of verwaarloosd. Tijdens deze iteraties werden verschillende thema’s toegevoegd. Namelijk de volgende thema’s: 13. Waterverbruik 14. Materiaaluitstromen met betrekking tot producten en diensten 15. Gendergelijkheid 16. Diversiteit 17. Economische, sociale en culturele rechten van gemeenschappen - Impact op gronden 18. Bescherming klokkenluiders 19. Beheer relaties met leveranciers, inclusief betalingspraktijken Wij zien dus dat er geen thema’s verwijderd zijn, maar dat de uiteindelijke shortlist integendeel alle opgesomde potentieel materiële thema’s bevat. De shortlist met potentieel materiële thema’s bestaat dus uit 19 thema’s. De volgende stappen zullen bestaan uit: • DeidenticatievanmogelijkeIRO’sdieverbandhoudenmetdezethema’s(eenoefeningdiealisgestarttijdensdevorigefase van de dialoog met de stakeholders) • De beoordeling (scoring) van deze IRO’s • DeclusteringvanIRO’sinESG-thema’s.HetzijndezeESG-thema’sdiewordengevisualiseerdindeDMA-graek. 1.5. SBM-3 Materiële impacts, risico’s en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met de strategie en het businessmodel Alsbelangrijkonderdeelvandeidenticatievanmateriëleduurzaamheidsthema’sheeftCFEeenDMAuitgevoerd.Materialiteitwordt toegepast sinds 2019, toen CFE begon te rapporteren onder de NFRD-regelgeving, maar het concept is geëvolueerd onder de huidi- ge CSRD-wetgeving. Vanaf 2019 zijn alle ESG-thema’s ingedeeld in een materialiteitsmatrix die rekening houdt met het belang voor de verschillende sta- keholdersendeimpactopdeactiviteitenendenanciëleprestatie.Alle“thema’smeteenhogematerialiteit”(prioritairethema’s), d.w.z. thema’s die zowel een hoge impact hebben op de activiteiten en het resultaat van CFE als van groot belang zijn voor de sta- keholders, werden daarom speciaal opgevolgd. Deze matrix werd vervolgens regelmatig herzien en systematisch gevalideerd door de bestuurs-, beheers- en controleorganen. DezemethodologielieptotopzekerehoogtevooruitopdelosoevaneenDMAonderdeCSRD. In2024voerdeCFEeennieuweDMA-benaderinguitopbasisvanhetconceptvan“nanciëlematerialiteit”(outside-in)en“impact- materialiteit” (inside-out) op basis van ESRS 2 en EFRAG IG1 “Materialiteitsanalyse” implementatierichtlijnen. De methodologie voor hetidenticerenvanpotentieelmateriëlethema’swerdbeschreveninhoofdstuk1.3-SBM-2Belangenenopvattingenvanstakehol- ders. De methodologie die is gebruikt om de IRO’s met betrekking tot deze thema’s te bepalen en om ze te beoordelen, wordt belicht in paragraaf 1.5 IRO-1 en 2 Dubbele materialiteitsanalyse. CFE is ervan overtuigd dat het gepresenteerde resultaat een getrouw beeld geeft van haar belangrijkste duurzaamheidsthema’s, inclusief impacts, risico’s en opportuniteiten. De volgende secties geven meer details over de resultaten van de DMA en het toege- paste proces. Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 86 1.5.1. Resultaten van de dubbele materialiteitsanalyse De onderstaande tabel vat de beoordeling van het belang van duurzaamheidsthema’s samen en geeft aan of ze een impact-ma- terialiteitofeennanciëlematerialiteit(ofbeide)hebben.Metbetrekkingtothetnanciëleperspectiefwordtaangegevenofhet belang gekoppeld is aan een risico of een opportuniteit. Alleen materiële subthema’s zijn weergegeven. De IRO’s werden in detail geanalyseerd met de verschillende stakeholders. Op basis van de DMA werden drie thema’s geselecteerd als materieel: “Klimaatmitigatie”, “Veiligheid en gezondheid van eigen per- soneel” en “Veiligheid en gezondheid van onderaannemers”. CFE beschrijft haar analyse van IRO’s in hoofdstuk 1.4.2 “Impact, risico’s en opportuniteiten voor materiële thema’s”. In de andere hoofdstukken van de duurzaamheidsverklaring worden het beleid, de doelstellingen, de belangrijkste prestatie-indicatoren en de vooruitgang voor elk materieel thema gedetailleerd volgens de CSRD-indeling, waarbij de volgorde wordt gevolgd die in de ESRS is opgenomen onder “2. Milieu-informatie” en “3. Sociale informatie”. ESRS 2 SBM-3 48 a Tabel 8: Resultaten van de DMA Materieel onderwerp voor CFE Denitie Overeenkomstige ESRS Materialiteit van de impact Financiële materialiteit Risico Opportuniteit Mitigatie van de gevolgen van de klimaatveran- dering Het proces om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen (scope 1, wa- genpark, brandstof en gas; scope 2, elektriciteit; scope 3, bouwmaterialen, ener- gievereisten voor bouwpro- jecten) van CFE. Klimaatverandering (ESRS E1) - Mitigatie van de ge- volgen van de klimaatver- andering ja ja ja Gezondheid en veiligheid Indicatoren, beleid en prak- tijken inzake gezondheid en veiligheid voor alle perso- neelsleden van CFE Eigen personeel (ESRS S1) - Arbeidsomstandigheden - Gezondheid en veiligheid ja nee nee Indicatoren, beleid en prak- tijken inzake gezondheid en veiligheid voor alle onder- aannemers. Werknemers in de waarde- keten (ESRS S2) - Arbeids- omstandigheden - Ge- zondheid en veiligheid Het eerste materiële thema is dus de mitigatie van de klimaatverandering. De bouwsector heeft immers een aanzienlijke impact opdebroeikasgasemissies(BKG).Vanuitnancieeloogpuntisereenaanzienlijkrisicodatdekostenzullenstijgenalsgevolgvan mogelijke belastingen of de noodzaak om materialen of technieken te gebruiken die duurder kunnen uitvallen. Aan de andere kant biedt de verschuiving naar nieuwe markten, zoals energierenovatie en de bouw van gebouwen in overeenstemming met de Euro- pese Taxonomie, echte opportuniteiten voor de sector. De beoogde risico’s en opportuniteiten vereisen echter geen onmiddellijke en radicale aanpassing van het businessmodel van de Groep. Het huidige model is namelijk al in lijn met de strategie, die zich richt op de ontwikkeling en bouw van duurzame gebouwen, intelligente industrie en infrastructuur voor groene energie en mobiliteit. Het is meer een kwestie van een overgang naar een toena- me van dit soort activiteiten in de toekomst, waarbij de teams en het bedrijf klaar voor staan. Meer details hierover worden gegeven in hoofdstuk 2.2.1. De gezondheid en veiligheid van de werknemers van de Groep en van de onderaannemers die op onze werven werken, zijn de twee andere materiële thema’s. Er is met name een grote kans op een negatieve impact, aangezien de sector bekend staat als zeer ongevalgevoelig.Striktgenomenisergeenmaterieelrisicoofmateriëlenanciëleopportuniteitvoordezethema’s.Hetisdaarom nietnodigomradicaleveranderingeninhetbusinessmodelteoverwegen,maarwelomdoortegaanmetdespeciekeactiesdie zijn opgezet om het risico op ongevallen op de werf zo veel mogelijk te beperken voor iedereen die bij het project betrokken is. Meer details hierover worden gegeven in hoofdstukken 3.1.2 en 3.2.2. De dubbele materialiteitsoefening laat ook zien dat twee thema’s vrij dicht bij de materialiteitsgrenzen liggen die door CFE zijn gede- nieerd(ziedetailsoverdedenitievandezegrenzeninhoofdstuk1.6.2).Dezethema’shebbenbetrekkingop“talentmanagement en -behoud” en “beheer en gebruik van materiaalinstromen”. Deze thema’s worden daarom extra opgevolgd door middel van en speciekeinternemonitoring,omdatzematerieelkunnenwordenwanneerdeinterneenexternecontextindetoekomstopnieuw wordt beoordeeld. Daarom worden er preventieve maatregelen genomen. Wat talent betreft, ligt de nadruk op opleiding en communicatie. CFE heeft trouwens ook een CFE Academy ontwikkeld, die de digi- talisering van opleidingen mogelijk maakt en de toegang ertoe vergemakkelijkt op de meest geschikte momenten voor de werkne- mers. Ook de monitoring van personeelsbeoordelingen en ontwikkeling is gedigitaliseerd. Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 87 Met betrekking tot het materiaal wordt bijzondere aandacht besteed aan de belangrijkste materialen van de projecten en aan ont- wikkelingen in de circulaire economie en het gebruik van biogebaseerde materialen. Deze thema’s worden regelmatig opgevolgd. Uit de dubbele materialiteitsoefening blijkt ook dat de thema’s met betrekking tot de bedrijfscultuur, de bescherming van klokkenlui- ders en corruptie en omkoping (gecombineerd in een thema “zakelijk gedrag en respect voor de wet”) niet materieel zijn, wat op het eerstegezichtverrassendkanlijken.Daaromisspeciekvoordezethema’seenkritischeanalyseenvericatievandeveronderstel- lingen en materialiteitsdrempels uitgevoerd. Deze analyse bevestigde de resultaten. Hoewel vergelijkende analyses aantonen dat bij vergelijkbare ondernemingen het thema governance vaak wordt benadrukt, zijn er op het moment van de DMA in 2024 nog niet genoeg openbare gegevens over materialiteitsanalyses in de context van de CSRD. Dit kanleidentoteenvertekendevergelijking.Hetisookbelangrijkomdeverschilleninactiviteit,geograscheaanwezigheidenstruc- tuur te benadrukken die CFE onderscheiden van de andere ondernemingen die als vergelijkingspunt kunnen dienen. Dewaarschijnlijkheidvaneengovernance-incidentisrelatieflaagbijhetbeoordelenvandenanciëleimpact.Inditverbandkun- nen een aantal vaststellingen worden gedaan: • Geograsch:CFEheefthaarcommerciëleactiviteitenbeperkttotBelgië,Polen,LuxemburgenDuitsland.IndezeEuropesesoci- aaleconomische context beperken een degelijke regelgeving, goed gehandhaafde wetten en een politiek stabiele omgeving de kans op corruptiegerelateerde incidenten aanzienlijk. • De Groep CFE heeft een solide informatiecultuur omdat het een beursgenoteerd bedrijf is. Zij houdt zich aan strenge normen voornanciëlerapportageentransparantie,wathaarinternecontroleprocessenversterkt. • Tot slot bevestigt de trackrecord van de Groep dit gezonde management. Verder informatie wordt ook gegeven in hoofdstuk 4 Informatie met betrekking tot governance. Dezelfde vraag zou gesteld kunnen worden over de klimaatadaptatie. Dit komt voornamelijk door de aard van de activiteiten van CFE.Watdeopportuniteitenbetreft,isCFEnietgespecialiseerdinburgerlijkebouwkundeofindebouwvanspeciekebouwwerken ter bescherming tegen de gevolgen van de klimaatverandering, zoals dijken, stormbekkens, enz. Wat de projecten betreft die tra- ditioneel door CFE worden uitgevoerd (woningen, kantoren, enz.), houdt de huidige regelgeving al in grote mate rekening met de belangrijkste risico’s in onze regio’s. CFE heeft ook niet veel onroerende goederen in haar portefeuille die gevaar zouden kunnen lopen. Daarnaast zijn op basis van de DMA de volgende thema’s (afkomstig uit de shortlist van potentieel materiële onderwerpen zoals vermeld in de secties 1.4.4 en 1.4.5) ook niet als materieel beschouwd: energie, biodiversiteit, afvalbeheer, watergebruik, gebruik van hulpbronnen gerelateerd aan pro- ducten en diensten, DE&I, economische, sociale en culturele rechten van gemeenschappen (grondgerelateerde impact) en beheer van relaties met leveranciers. 1.5.2. Impacts, risico’s en opportuniteiten voor de materiële thema’s Tabel9: IRO’s voor de materiële thema’s Onderwerp Subonderwerp Sub-subon- derwerp Type IRO Beschrijving IRO Tijdshorizon Belangrijkste betrokken scha- kel in de waar- deketen Klimaatverande- ring Mitigatie van de klimaatverande- ring Negatieve impact Koolstofemissies door ingebedde koolstof (bouwmaterialen) en operationele koolstof (energieverbruik van gebouwen) Korte termijn Eigen sector niveau 0 Downstream niveau 1+ Klimaatverande- ring Mitigatie van de klimaatverande- ring Risico CO 2 -quota of belastin- gen die de kosten verho- gen/ de marge verlagen Middellange ter- mijn Eigen sector niveau 0 Downstream niveau 1+ Lager activiteitenniveau of mitigatie naar duurde- re oplossingen. Eigen sector niveau 0 Downstream niveau 1+ Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 88 Onderwerp Subonderwerp Sub-subon- derwerp Type IRO Beschrijving IRO Tijdshorizon Belangrijkste betrokken scha- kel in de waar- deketen Klimaatverande- ring Mitigatie van de klimaatverande- ring Opportuniteit Ontwerp en bouw van op de EUT afgestem- de gebouwen die zich onderscheiden van de concurrenten Actueel Downstream niveau 1+ Hoge CO 2 PL-score om een commercieel voor- deel te hebben bij aan- bestedingen Eigen sector niveau 0 De markt voor energiere- novatie heeft een enorm potentieel om de opera- tionele koolstofuitstoot te verminderen Eigen sector niveau 0 Downstream niveau 1+ Upstream niveau 1+ Eigen personeel Arbeidsvoorwaar- den Veiligheid en gezondheid Negatieve impact Risico op ongevallen, zelfs dodelijke ongevallen ter plekke zijn mogelijk Actueel Eigen sector niveau 0 Werknemers in de waardeketen Arbeidsvoorwaar- den Veiligheid en gezondheid Negatieve impact Risico op ongevallen, zelfs dodelijke ongevallen ter plekke zijn mogelijk Actueel Downstream niveau 1+ De bovenstaande tabel geeft een overzicht van de materiële impacts, risico’s en opportuniteiten met betrekking tot duurzame ont- wikkelingdiezijngeïdenticeerdinhetkadervanhetDMA-proces.Zegevenookaanbijwelkeschakelindewaardeketendezeim- pacts, risico’s of opportuniteiten voornamelijk horen. Er wordt ook aangegeven of de impacts positief of negatief, huidig of potentieel zijn,enwatdebelangrijkstetijdshorizonis.Allerisico’senopportuniteitenhebbennanciëleeffectendiewordenverwachtopbasis van beschikbare kennis en inschatting. Meer informatie over hoe de effecten van de impacts, risico’s en opportuniteiten worden aangepakt, is opgenomen in de thematische hoofdstukken “2. Milieu-informatie” en “3. Sociale informatie”. ESRS 2 SBM-3 48 a ;b; 48c I, ii, iii, iv; d; f; g; h Indevolgendehoofdstukkenzaldebeschrijvingvandebeoogdenanciëleeffectenvandesignicanterisico’senopportuniteitenop denanciëlepositie,nanciëleprestatiesenkasstromenopdekorte,middellangeenlangetermijngedetailleerdtoegelichtworden: • 2.2.1 SBM3: SBM-3 Materiële impacts, risico’s en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met de strategie en het business- model - in het deel ESRS E1: Klimaatverandering • 3.1.2 SBM3: Materiële impacts, risico’s en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met de strategie en het businessmodel - in het deel ESRS S1: Eigen personeel • 3.2.2 SBM3: Materiële impacts, risico’s en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met de strategie en het businessmodel - in het deel ESRS S2: Werknemers in de waardeketen ESRS 2 SBM-3 48 e Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 89 1.6. IRO-1 en 2 Dubbele materialiteitsanalyse 1.6.1. Beschrijving van de toegepaste procedure om dubbele materialiteitsanalyse uit te voeren Onderstaandeguurtrachthetdubbelematerialiteitsanalyseprocestevisualiseren. Figuur 3: Visualisatie van het DMA-analyseproces De eerste 4 stappen zijn al in detail beschreven in de voorgaande hoofdstukken (SBM1 en SBM2). Hetbetrefthetinkaartbrengenvandewaardeketen(hoofdstuk1.3.2),hetidenticerenvandebelangrijkstestakeholders(hoofd- stuk 1.4.1), het overleggen met stakeholders (hoofdstukken 1.4.2 en 1.4.3), en ten slotte het opstellen van een shortlist van ESG-thema’s die relevant zijn voor CFE en die bronnen van impact, risico’s en opportuniteiten zouden zijn (hoofdstukken 1.4.4 en 1.4.5). Nadat deze thema’s in kaart zijn gebracht, werden tijdens het overleg met de stakeholders al potentiële IRO’s voor de geselecteerde thema’s geïdenticeerd.NaverschillendeiteratieskondendebelangrijksteIRO’swordengeïdenticeerdaandehandvaneeninterneoefe- ningmethetmanagementendeskundigen.TijdensdebetrokkenheidmetbelanghebbendenzijnalpotentiëleIRO’sgeïdenticeerd voor de geselecteerde thema’s. ESRS 2 IRO-1 53 b,c,d,g 1.6.2. Beschrijving van de methodologie die is gebruikt om IRO’s te beoordelen CFE heeft haar methodologie ontwikkeld aan de hand van ESRS 2 ‘Algemene toelichtingen’ en de implementatiegids EFRAG IG1 ‘Ma- terialiteitsanalyse’.Desectieshieronderbehandelendeconceptenalszijndepre-mitigatie,dedenitieenconsolidatievandeim- pactendenanciëlematerialiteitgeïdenticeerddoorheendeeconomischecyclivandeGroependeverkregendekkingintermen van DMA. Pre-mitigatie CFEbeoordeeltpotentiëleIRO’sdietijdensdeeconomischecycluszijngeïdenticeerdopbasisvanhetpré-mitigatieprincipe.Dit betekent dat de beoordeling wordt uitgevoerd voordat er risicobeperkende maatregelen worden toegepast die verder gaan dan wat op basis van “voorzichtig beheer” van een typisch bedrijf in de sector wordt verwacht. Impact-materialiteit Een duurzaamheidsthema is materieel vanuit het oogpunt van impactmaterialiteit als de werkelijke of potentiële impact, positief of negatief,vanCFEopmensenofophetmilieusignicantisopdekorte,middellangeoflangetermijn.Inovereenstemmingmetde ESRS werden drie parameters - “schaal”, “reikwijdte” en “onomkeerbaar karakter” (alleen voor negatieve impact) - gebruikt om de Cartografie van de waardeketen Identificatie van de belangrijkste betrokken belanghebbenden Engagement met de belanghebbenden Identificatie van de potentieel materiële onderwerpen Identificatie van de IRO’s Evaluatie (scoring) van de IRO's Validatie door opeenvolgende iteraties Groepering van de materiële IRO's (clustering), indien nodig Definitieve dubbele materialiteitsmatrix Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 90 “ernst” van de impacts te beoordelen. Thema’s kunnen heel divers zijn en zowel betrekking hebben op het milieu als op mensen, biodiversiteit, enz. zodat het onmogelijk is oméénenkeledenitievanschaalofreikwijdtetehebben.CFEheeftdaaromeendenitieopgesteldvandeniveaus(van1tot5)die voor elk type impact in overweging worden genomen. De beoordeling werd uitgevoerd per activiteitensector (Vastgoedontwikkeling, B&R en Multitechnieken). Voor de vastgoed- en B&R-activiteiten is de beoordeling uitgesplitst naar bouw- of renovatieprojecten. Voor Multitechnieken werd een afzonderlijke ana- lyse uitgevoerd voor VMA en voor MOBIX. Deze opsplitsing is gemaakt om rekening te houden met substantiële verschillen in de im- pact van de activiteiten. De weging voor de Groep CFE om een eindscore per potentieel materieel thema te verkrijgen, werd in twee fasen uitgevoerd. Ten eerste op basis van het percentage nieuwbouw of renovatieprojecten in onze portefeuille. Daarna werden de verschillende activiteitensectoren gewogen om tot een eindcijfer te komen. Om te vermijden dat potentieel sig- nicantethema’sinkleinere(nanciële)activiteitensectorenverdampendooreengewogengemiddeldetenemenopbasisvan nanciëleparameters,wordteengewogengemiddeldegenomenvoordeimpact-materialiteitopbasisvanESG-toewijzingssleu- telsdiespeciekzijnvoorhetthemadatwordtbeoordeeld.Dezeniet-nanciëlecijfersgeveneenbeterbeeldvandeimpactvande Groep CFE. Voor thema’s met betrekking tot de werknemers (veiligheid en gezondheid, talentmanagement, enz.) wordt de weging bijvoorbeeld gebaseerd op het aantal werknemers per activiteitensector. Een thema moet een score halen van ten minste 3,5 op 5 om als materieel beschouwd te worden. Vanaf een score van 3 wordt een thema beschouwd als een thema om opgevolgd te worden, aangezien een herevaluatie op korte of middellange termijn kan lei- dentoteenherclassicatiealseenmaterieelthema.Dezedrempelwerdvastgelegdtijdensworkshopsmetdedeskundigenvande verschillende participaties van de groep AvH. Dit was een workshop waarin de markt en de goede praktijken werden geanalyseerd. Deze drempel werd vervolgens besproken en daarna gevalideerd in het Executief Comité en daarna in de Raad van Bestuur. Financiële materialiteit EenkwestievanduurzameontwikkelingisbelangrijkvanuitnancieeloogpuntalszeaanzienlijkenanciëlegevolgenvoorCFEte- weegbrengt of zou kunnen brengen op korte, middellange of lange termijn. MetbetrekkingtotdenanciëlematerialiteitbekijktCFEdeimpactopdenettowinstaandehandvaneenvoortschrijdendhistorisch gemiddelde over vijf jaar, inclusief incidentele meer- of minderwaarden. Voor eenmalige risico’s en impacts wordt rekening gehou- den met de impact op het eigen vermogen in het meest recente jaar. Net als bij de impact-materialiteit , werd de beoordeling uitgevoerd voor de vier activiteitensectoren. Voor het vastgoed is de beoorde- ling ook opgesplitst tussen nieuwbouw- en renovatieprojecten. Deze opsplitsing is gemaakt omdat wij kunnen suggereren dat er sub- stantiëleverschillenzijnindeimpactvandeactiviteiten.Denanciëleimpactwordtgewogenmeteenwaarschijnlijkheidsfactor. Tijdensdebeoordelinghebbenwijdenanciëleimpactovermeerderejarenteruggebrachttoteenjaarlijkseimpact.Ditomreke- ning te houden met het feit dat de beoordeling voor verschillende tijdshorizonten werd uitgevoerd. VoordedenitievannancieelbelangwerdendeberekeningengemaaktopbasisvaneentypischeCFE-activiteitencyclus:de3 voorgaandejarenende2komendejarenvandenettowinstvanCFE.Opbasisvanzijnervaringengoedbeheerwerdeennanciële impact van meer dan 10% door de Raad van Bestuur als materieel beschouwd. Dit komt overeen met een drempel van 3.178.380 EUR. Ondertussenisdenettowinstvanhetboekjaar2024ookgekend,dezeheeftgeenmaterieleimpactopdegedenieerdedrempel. Om aan te sluiten bij de impact-materialiteit, komt deze drempel overeen met een waarde van 3,5 op een schaal van 0 tot 5. (0 komt overeen met 0 EUR). ESRS 2 IRO-1 53 a 1.7. Organisatie van rollen en verantwoordelijkheden voor duurzame ontwikkeling (GOV-1, 2 en 3) Om voeling te houden met het terrein en de markt en tegelijkertijd een globale en geïntegreerde strategische aanpak te garanderen ondanks haar gedecentraliseerd businessmodel, heeft CFE een duidelijke ESG-governance ingevoerd. Het Executief Comité van CFE is verantwoordelijk voor de algemene strategie en de langetermijnvisie, evenals voor het bepalen van de doelstellingen. Deze strategie en het ESG-beleid als geheel (materialiteit, beleid, doelstellingen, actieplan) wordt jaarlijks ter goedkeuring voorgelegd aan de Raad van Bestuur. De resultaten van dit beleid (KPI’s en koppeling met de doelstellingen) worden ten minste eenmaal per jaar ter validatie voorgelegd aan het Auditcomité. In 2024 werden het rapportageproces en in het bijzonder de materialiteit herzien om ze in overeenstemming te brengen met de aanbevelingen van de CSRD. Dit complexe proces vereiste een iets regelmatigere controle. De vooruitgang op het gebied van materialiteit en de implementatie van gegevensverzameling werden daarom ook belicht op elke ver- gadering van het Auditcomité in 2024. Meer details hierover zijn terug te vinden in de “Verklaring van deugdelijk bestuur” Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 91 ESRS 2 GOV-2 SpeciekedetailsoverdeESG-competentiesvandeRaadvanBestuurvanCFEwordengegeveninde“Verklaringvandeugdelijk bestuur,2RaadvanBestuur-2.1Samenstelling”.SpeciekeinformatieoverdeESG-parametersvandevariabeleremuneratievoor het Executief Comité en het management is beschikbaar in het “Remuneratieverslag, 2.4 Componenten van de remuneratie”. ESRS 2 GOV-1 & 3 Om de drie jaar moeten de verschillende Business Units een strategische oefening uitvoeren. Vervolgens passen zij de strategie van de Groep toe op hun eigen activiteiten, met het oog op de middellange termijn. Deze ambitie wordt gevalideerd door het Executief Comité. TenslottewordtelkjaaraandeBusinessUnitsgevraagdomhunspeciekeactieplantedeniërenaandehandvande SMART-doelstellingen. Deze actieplannen en hun relevantie worden beoordeeld door de Sustainability Board. Totslotwordenophetniveauvanelkprojectbepaaldespeciekeactiesondernomendoordelokaleteams.Omdeinnovatie,de uitvoering van deze acties en het delen van beste praktijken te stimuleren, is een handleiding, het ‘Greenbook’, opgesteld. Het brengt alle goede ideeën samen die al in andere projecten zijn geïmplementeerd en dient om andere werknemers te inspireren. DuurzaamheidstaatechtcentraalindestrategievandeGroep.DeChiefSustainabilityOfcervandeGroepiseenvastedeel- neemster aan het Executief Comité. Zij leidt ook de Sustainability Board, een transversaal orgaan dat bestaat uit duurzaamheids- managers van de verschillende Business Units. Elke duurzaamheidsmanager van de Business Unit wordt in het lokale directiecomité vertegenwoordigd door een lid van dat comité, dat optreedt als ‘”ESG-sponsor”. Om te zorgen voor een consistente aanpak van de CSRD-rapportage en om beste praktijken te delen met haar belangrijkste parti- cipaties, organiseert AvH regelmatig werk- of inspiratiebijeenkomsten met deze zelfde participaties. Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 92 2. MILIEU-INFORMATIE 2.1. Informatie met betrekking tot de Europese Taxonomie (overeenkomstig artikel 8 van Verordening 2020/852) Hoeweldeklimaatmitigatieisgeïdenticeerdalseenpotentieelnancieelrisico,beschikkenCFEenhaarBU’sookoverhetpotentieel om een positieve impact te hebben op de klimaatmitigatie, zoals blijkt uit de afstemming van CFE op de EU-Taxonomie. Als wij 2024 vergelijken met 2023, is de uitgelijnde omzet licht gestegen van 20,0% naar 21,5%. Dit weerspiegelt vooral een zeer dui- delijke evolutie voor de projecten ontwikkeld door BPI Real Estate (77,31% alignment in 2024 tegenover 58,57% in 2023). Wat betreft de projecten ontwikkeld door externe klanten is de trend vrij stabiel (14,85% alignment in 2024 vergeleken met 14,46% in 2023). Hoewel wij ons bewust zijn van de geldende regelgeving en het belang van taxonomie, is er weinig vooruitgang geboekt. De gealigneerde kapitaaluitgaven blijven gematigd op 13,97% in 2024. Dit is in lijn met het businessmodel van CFE, dat niet de be- doeling heeft om zware investeringen te doen. Figuur4: Visualisatie van de waarden voor 2024 voor Omzet en CAPEX uitgelijnd 2.1.1. Beschrijving van de Europese Taxonomie De Taxonomieverordening 1 creëert een kader voor het bepalen van de mate waarin economische activiteiten in de Europese Unie als ecologisch duurzaam kunnen worden beschouwd, waardoor de transparantie wordt verbeterd. De zes milieudoelstellingen van de Taxonomieverordening zijn de volgende: de mitigatie van klimaatverandering, de adaptatie aan klimaatverandering, het duurzaam gebruik en de bescherming van water en mariene hulpbronnen, de transitie naar een circulaire economie, de preventie en bestrijding van verontreiniging, de bescherming en het herstel van de biodiversiteit en ecosystemen. Een economische activiteit wordt als duurzaam beschouwd als deze substantieel bijdraagt aan een van deze doelstellingen zonder de andere te schaden (DNSH-principe) en sociale minimumgaranties respecteert. Deze garanties zorgen ervoor dat sociale normen en mensenrechten in het hele bedrijf worden gerespecteerd. De Europese Commissie stelt technische selectiecriteria (TSC) op voor in aanmerking komende activiteiten en vult deze geleidelijk aan. Als aan deze criteria en de minimumgaranties wordt voldaan, is de activiteit in overeenstemming met de taxonomie en wordt deze als duurzaam beschouwd. 2.1.2. Toepassingsgebied en methodologie CFE heeft onderzocht hoe en in welke mate haar activiteiten verband houden met economische activiteiten die volgens de EU-Taxonomie als duurzaam worden beschouwd. Ondanks enkele onzekerheden over de praktische toepassing van de Taxonomie- verordening en de bijbehorende gedelegeerde handelingen, heeft CFE haar best gedaan om betrouwbare gegevens te verzamelen over de in aanmerking komende en op elkaar afgestemde activiteiten en om de verschillende technische selectiecriteria te analy- seren. De resultaten staan in de gedetailleerde tabellen op de volgende pagina’s. Net als deze duurzaamheidsverklaring als geheel, heeft de analyse betrekking op de entiteiten in de volgende segmenten: Bouw en Reno- vatie, Vastgoedontwikkeling en Multitechnieken. De activiteiten van het segment Investeringen en Holding (Greenstor, Deep C Holding en Green Offshore) zijn niet opgenomen in de analyseperimeter aangezien CFE geen exclusieve controle uitoefent over dit segment. 1 Omkaderd door Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2020 betreffende de totstandbrenging van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/2088 (hierna “de Taxonomieverordening” of “de Verordening”). 21,47% van de omzet van CFE is afgestemd op de Europese Taxonomie (2023 - 20,0%) 13,97% van de kapitaaluitgaven (CAPEX) van CFE zijn afgestemd op de Europese Taxonomie (2023 - 19,4%) 14,0%21,5% 21,47% van de omzet van CFE is afgestemd op de Europese Taxonomie (2023 - 20,0%) 13,97% van de kapitaaluitgaven (CAPEX) van CFE zijn afgestemd op de Europese Taxonomie (2023 - 19,4%) Uitgelijnd Eligible maar niet uitgelijnd Niet eligible Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 93 Het is belangrijk op te merken dat voor vastgoedontwikkelingsprojecten alleen rekening wordt gehouden met projecten die gecon- solideerd zijn volgens de globale methode (waarin BPI Real Estate 100% van de aandelen bezit). Eriseenstructuuropgezetvoordubbelecontroleenafstemmingopdenanciëlerapportagetussendeunitsendeconsolidatie om consistentie te behouden in de interpretatie van de Taxonomieverordening en de consistentie van de jaarrekening. Dit voorkomt ook het risico van dubbeltellingen en onnauwkeurigheden als gevolg van transacties tussen CFE en haar dochtervennootschappen. 2.1.3. Eligibiliteitsberekening Op basis van de omzetcijfers in de geconsolideerde jaarrekening is een overzicht geschetst van de verschillende entiteiten van de Groep met betrekking tot de aard van hun activiteiten en hun NACE-codes. De lijst met NACE-codes is een Europees kader dat alle economische activiteiten in verschillende codes verdeelt. Om deze berekening te vervolledigen, werd ook een volledige analyse uit- gevoerd op basis van de verschillende activiteiten van de dochtervennootschappen van CFE. Dit zorgt ervoor dat er geen potentieel in aanmerking komende activiteit over het hoofd wordt gezien. Omwille van de verschillende segmenten waarin de Groep CFE actief is, zijn er verschillende activiteiten om rekening mee te houden. Drie verschillende doelstellingen kunnen worden toegepast op de activiteiten van de Groep: “mitigatie van klimaatverandering”, “adaptatie aan klimaatverandering” en “transitie naar een circulaire economie” Gezien de activiteiten van de Groep komt zij echter niet in aanmerking voor de doelstelling “adaptatie aan klimaatverandering”. CFE is niet gespecialiseerd in burgerlijke bouwkunde ofindeconstructievanspeciekebouwwerkenterbeschermingtegendegevolgenvandeklimaatverandering.Deprojectendie worden uitgevoerd door de Groep CFE worden daarom niet beschouwd als “facilitatoren” voor adaptatie aan klimaatverandering volgens de Europese Taxonomie. De projecten van CFE zijn gericht op bouw, renovatie, vastgoed en multitechnieken. Hoewel ze ele- mentenvanduurzaamheidhebbeningebouwd,zijnzenietspeciekontworpenomdeadaptatievanandereeconomischeactivi- teiten aan de gevolgen van klimaatverandering te vergemakkelijken. Deze analyse kan in de toekomst worden herzien om rekening te houden met mogelijke veranderingen in de activiteiten van de Groep. Hieronder volgt een overzicht van de verschillende milieudoelstellingen waarvoor in aanmerking kan worden gekomen, afhankelijk van de verschillende activiteiten van CFE. Tabel 10: Overzicht van de milieudoelstellingen waarvoor in aanmerking kan worden gekomen, afhankelijk van de verschillende activiteiten Segmenten van de CFE Groep Activiteit van de Europeese Taxonomie Mitigatie van de klimaat- verande- ring Adaptatie aan kli- maatver- andering Duurzaam gebruik en bescherming van water- en mariene hulpbronnen Overgang naar een circulaire economie Preventie en beheersing van vervuiling Biodiversi- teit Bouw & Renovatie - Vastgoedontwikkeling Bouw van nieuwe gebouwen (CCM 7.1. – CE 3.1.) x x Renovatie van bestaande gebouwen (CCM 7.2. – CE 3.2.) x x Multitechnieken (Business Division VMA) Installatie, onderhoud en reparatie van oplaadstations voor elektrische voertui- gen in gebouwen (en parkeerplaatsen verbonden aan gebouwen) (CCM 7.4.) x Installatie, onderhoud en reparatie van energie-efciëntieapparatuur (CCM 7.3.) x Installatie, onderhoud en reparatie van instrumenten en apparaten voor het me- ten, regelen en controleren van de ener- gieprestaties van gebouwen (CCM 7.5.) x Installatie, onderhoud en reparatie van technologieën op het gebied van her- nieuwbare energie (CCM 7.6.) x Multitechnieken (Business Division MOBIX) Infrastructuur voor spoorvervoer (CCM 6.14.) x De berekening van de in aanmerking komende kapitaaluitgaven volgt dezelfde methode, waardoor de berekening vergelijkbaar is met die voor de omzet. Deoperationeleuitgaven(OPEX),zoalsgedenieerdindeEU-Taxonomie,omvatteneenlimitatievelijstvanoperationelekosten.Aan- gezien Onderzoek en Ontwikkeling niet expliciet in de jaarrekening worden opgenomen en grote uitgaven voor onderhoud en renovatie als activa op de balans worden geboekt en dus al in de CAPEX zijn opgenomen, maakt CFE gebruik van de vrijstellingsregel voor OPEX. Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 94 2.1.4. Berekening van de afgestemde activiteiten – criteria voor een substantiële bijdrage (SCC) De activiteiten van de Groep op het gebied van Vastgoedontwikkeling en Bouw en Renovatie zijn projectmatig. Om de alignment te kunnen berekenen, moet dus per project worden geanalyseerd of aan de technische selectiecriteria is voldaan. Voor deze segmenten is de milieudoelstelling “klimaatmitigatie” het meest relevant. Met betrekking tot de milieudoelstelling “ tran- sitie naar een circulaire economie” maakt het huidige regelgevingskader het niet mogelijk om bepaalde recycling- en hergebruik- drempels te bereiken. Deze materialen zijn onvoldoende beschikbaar op de markt, waardoor de criteria voor een substantiële bij- drage aan deze doelstelling bijna onmogelijk te behalen zijn, zelfs voor zeer ambitieuze projecten. Voor de bouw- (CCM 7.1) en renovatie- (CCM 7.2) activiteiten van CFE zijn de criteria voor een substantiële bijdrage daarom gericht op de energieprestaties van het project. Dit wil zeggen: • Primair energieverbruik, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen nieuwe gebouwen (ten minste 10% minder dan de eisen voor bijna-nulenergiegebouwen) en renovaties (naleving van de eisen voor ingrijpende renovaties); • Analyse van de levenscyclus van gebouwen; • Naleving en uitvoering van een luchtdichtheidstest; • Naleving en uitvoering van een kwaliteitscontrole follow-up of een thermische integriteitstest Om aan te tonen dat aan deze criteria is voldaan, moet een reeks documenten worden verstrekt, namelijk de EPB-verklaring, een luchtdichtheidstest, een bewijs van de kwaliteit van het uitgevoerde werk en een levenscyclusanalyse. Merk op dat voor renovatie- projecten alleen de EPB-berekening vereist is. VoordeactiviteitenvanCFEdiewordenuitgevoerddoordebedrijfseenheidVMA,specicerendecriteriametbetrekkingtotdein- stallatie, het onderhoud en de reparatie van apparatuur voor de controle van de energieprestaties van gebouwen, de technologie- envoorhernieuwbareenergie,deapparatuurvoorenergie-efciëntieendeherlaadinfrastructuurwelkeactiviteitenenapparatuur kunnenwordenopgenomen(opbasisvandespecicatiesvandecriteriavooreenwezenlijkebijdrage). De belangrijkste activiteit in verband met de taxonomie voor MOBIX is de infrastructuur voor het spoorvervoer. Het gaat om werk- zaamheden aan de sporen, bovenleidingen en seininrichting. De meeste criteria kunnen worden aangetoond in de bewijsstukken van de studies en vergunningen die de klant heeft uitgevoerd. Aangezien deze niet altijd aan MOBIX ter beschikking worden gesteld, kon voor sommige criteria niet het nodige bewijsmateriaal worden verzameld om de afstemming aan te tonen. Als gevolg hiervan is de alignment voor MOBIX 0% in plaats van een potentiële 70%. Er werd hier dus gekozen voor een voorzichtige aanpak. 2.1.5. Berekening van de afgestemde activiteiten – Do not signicantly harm-criteria (DNSH) Afhankelijk van de afgestemde activiteiten zijn de volgende DNSH-criteria van toepassing: • Klimaatadaptatie: De projecten moeten een beoordeling van de fysieke klimaatrisico’s bevatten en maatregelen implemente- ren om deze risico’s te beperken. Dit houdt ook in dat er rekening moet worden gehouden met de toekomstige gevolgen van de klimaatverandering en dat de infrastructuur moet worden aangepast. • Verontreiniging: De activiteiten moeten bouwmaterialen en componenten gebruiken die minder dan 0,06 mg formaldehyde per m³ en minder dan 0,001 mg kankerverwekkende vluchtige organische stoffen (VOS) van categorie 1A en 1B per m³ uitstoten. Deze materialen moeten ook voldoen aan de criteria van Bijlage C van de Taxonomie. • Water:Deactiviteitenmoetenzorgenvoorduurzaamgebruikenbeschermingvandewaterreserves.Ditbetekentefciëntom- gaan met water, het verbruik terugdringen en vervuiling van de waterreserves voorkomen. • Circulariteit: De projecten moeten de circulaire economie bevorderen door gerecycleerde en recycleerbare materialen te ge- bruiken, afval te beperken en het hergebruik van materialen aan te moedigen. Dit omvat een concept voor de duurzaamheid en een eenvoudige demontage. • Biodiversiteit: De projecten mogen geen schade toebrengen aan ecosystemen en natuurlijke habitats. Dit omvat maatregelen om de biodiversiteit te beschermen en te herstellen, waarbij negatieve gevolgen voor soorten en hun habitats worden vermeden. Voor elke in aanmerking komende en potentieel afgestemde activiteit (of project) werd de naleving van de DNSH-criteria beoor- deeld en gedocumenteerd. Het is belangrijk om op te merken dat de meeste projecten die door de Groep worden uitgevoerd, projecten zijn die over meerdere jaren gespreid zijn, evenals de omzet van deze projecten. Om de taxonomie te berekenen, moeten wij echter rekening houden met de omzet die deze projecten in het huidige jaar hebben gegenereerd. Aan de andere kant kunnen veel van de criteria pas volledig worden gecontroleerd als de projecten volledig zijn afgerond. De alignment wordt daarom beoordeeld op basis van de informa- tie die aan het einde van het boekjaar bekend is, ervan uitgaande dat de rest van het project onder dezelfde omstandigheden zal verlopen,zonderwijzigingenofincidentendiededenitievealignmentindewegstaan. Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 95 Er worden in het begin schattingen gemaakt om de alignment te berekenen. De waarden van de verschillende criteria worden aan- gegeven in het lastenboek om de algemene aannemer instructies te geven ten overstaan van de bouwheer. Deze geschatte waar- den worden vervolgens gecontroleerd bij de oplevering van het gebouw en indien nodig kan er een correctie worden toegepast. Dit systematischevericatieproceszalverderwordenontwikkeldengeautomatiseerdomdedocumentatiestroomtussendeverschil- lende stakeholders te verbeteren. 2.1.6. Minimumgaranties (Minimum safeguards) De Groep CFE voldoet aan de vereisten van de minimumgaranties van de EU-Taxonomie (dat wil zeggen artikel 18 van Verordening 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2020 betreffende de totstandbrenging van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/2088). Artikel18speciceerthetvolgende: “De in artikel 3, onder c), bedoelde minimumgaranties zijn procedures die ten uitvoer worden gelegd door een onderneming die een economische activiteit verricht, om overeenstemming te garanderen met de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen en de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten, met inbegrip van de principes en rechten die worden beschreven in de acht fundamentele verdragen die in de verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) betreffende de fundamentele principes en rechten op het werk worden genoemd en in het Internationaal Statuut van de Rechten van de Mens.” Eind 2024 werd een gedetailleerde beoordeling van de documenten en procedures met betrekking tot deze thema’s uitgevoerd om de naleving van deze minimumvereisten te bevestigen. Deze interne evaluatie is gebaseerd op een evaluatie door een externe des- kundige(Greensh)in2022. De geanalyseerde documenten omvatten de “Gedragscode”, de handleiding “Bedrijfsintegriteitsbeleid” en het “Mensenrechtenbe- leid”. De inhoud van deze documenten en hun beschikbaarheid worden beschreven in hoofdstuk 4.2. De procedures omvatten in het bijzonder alle verplichte opleidingen, de bewustmakings- en communicatiecampagnes, de administratieve controleprocedure op dewerf,deonhaalprocedureopdewerfendespeciekeveiligheidsopleidingopdewerf(toolboxmeeting),alleISO-certicaties,de procedure voor overleg met alle stakeholders bij het project en de interne auditprocedure. Deze lijst is natuurlijk niet exhaustief. 2.1.7. Resultaten 2024 - Tabellen Boekjaar 2024 2.1.7.1 Omzet (Turnover): zie tabellen 11 en 12 De onderstaande tabellen zijn berekend met de Greenomy-tool. Voor de bouwactiviteiten (CCM 7.1. ; CE 3.1.) en de renovatieactiviteiten (CCM 7.2. en CE 3.2.) is de totale omzet de som van de omzet van de verschillende projecten. Hierbij wordt rekening gehouden met dubbeltelling door eliminaties uit te voeren in overeenstem- mingmetderegelsvoornanciëleconsolidatie. Voor de in aanmerking komende en afgestemde omzet in het segment Multitechnieken is de analyse gebaseerd op de activiteit van een BU. MOBIX bestaat uit de BU’s Rails (die volledig in aanmerking komt voor de activiteit CCM 6.14) en Utilities (die volgens de Taxonomie voor geen enkele activiteit in aanmerking komt). VMA bestaat uit de BU’s Gebouwtechnieken (die gedeeltelijk in aanmerking komt voor de activiteiten CCM 7.3; 7.4; 7.5 en 7.6) en In- dustrial Automation (die volgens de Taxonomie voor geen enkele activiteit in aanmerking komt). 2.1.7.2 Kapitaaluitgaven (Capex): zie tabellen 13 en 14 De kapitaaluitgaven volgen dezelfde methode als de berekening van de omzet, die als basis dient voor de toewijzing van de ver- schillende Capex aan de verschillende in aanmerking komende en op elkaar afgestemde projecten en activiteiten. 2.1.7.3 Operationele uitgaven (Opex): zie tabellen 15 en 16 Hetbedragindetabelwordtalsniet-signicantbeschouwdomdatCFEdevrijstellingsregelvoorOpexgebruiktinhetkadervande informatieverschafngvandetaxonomie.Bijgevolgbedragendeeligibiliteitendealignment0%. Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Tabel 11: Eligibiliteit en alignment van de omzet Financial year N 2024 Substantial contribution criteria DNSHcriteria(‘DoesNotSignicantlyHarm’) Economic Activities (1) Code (2) Turnover (3) Proportion of Turnover, year N (4) Climate Chan- ge Mitigation (5) Climate Chan- ge Adaptation (6) Water (7) Pollution (8) Circular Econo- my (9) Biodiversity (10) Climate Chan- ge Mitigation (11) Climate Chan- ge Adaptation (12) Water (13) Pollution (14) Circular Econo- my (15) Biodiversity (16) Minimum Safe- guards (17) Proportion of Taxonomy-alig- ned (A.1.) or -eligible (A.2.) turnover, year N-1 (18) Category enabling activi- ty (19) Category tran- sitional activity (20) eur % Y; N; N/EL Y; N; N/EL Y; N; N/EL Y; N; N/EL Y; N; N/EL Y; N; N/EL Y/N Y/N Y/N Y/N Y/N Y/N Y/N % E T A. TAXONOMY-ELIGIBLE ACTIVITIES A.1. Environmentally sustainable activities (Taxonomy-aligned) Installation, maintenance and repair of renewable energy technologies CCM 7.6. 6.992.202,80 0,59% Y N/EL N/EL N/EL N/EL N/EL Y Y Y Y Y Y 0,57% E Renovation of existing buildings CE 3.2./ CCM 7.2. 35.667.414,00 3,02% Y N/EL N/EL N/EL Y N/EL Y Y Y Y Y Y 1,48% T Installation, maintenance and repair of instruments and devices for measuring, regulation and controlling energy performance of buildings CCM 7.5. 11.866.095,10 1,00% Y N/EL N/EL N/EL N/EL N/EL Y Y Y Y Y Y 1,36% E Installation, maintenance and repair of charging stations for electric vehicles in buildings (and parking spaces attached to buildings) CCM 7.4. 824.373,00 0,07% Y N/EL N/EL N/EL N/EL N/EL Y Y Y Y Y Y 0,09% E Construction of new buildings CE 3.1./ CCM 7.1. 198.430.672,34 16,79% Y N/EL N/EL N/EL Y N/EL Y Y Y Y Y Y 16,25% Turnover of environmentally sustainable activities (Taxonomy- aligned) (A.1) 253.780.757,24 21,47% 21,47% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 20,03% Of which enabling 19.682.670,90 1,66% 1,66% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 2,30% Of which transitional 35.667.414,00 3,02% 3,02% 1,48% A.2 Taxonomy-eligible but not environmentally sustainable activities (not Taxonomy-aligned activities) EL; N/EL EL; N/EL EL; N/EL EL; N/EL EL; N/EL EL; N/EL Y/N Renovation of existing buildings CE 3.2./ CCM 7.2. 27.267.496,88 2,31% EL N/EL N/EL N/EL EL N/EL 8,22% Infrastructure for rail transport CCM 6.14. 62.924.354,18 5,32% EL N/EL N/EL N/EL N/EL N/EL 4,79% Construction of new buildings CE 3.1./ CCM 7.1. 485.617.320,80 41,08% EL N/EL N/EL N/EL EL N/EL 43,34% Installation,maintenanceandrepairofenergyefciencyequipment CCM 7.3. 2.255.320,00 0,19% EL N/EL N/EL N/EL N/EL N/EL 0,00% Turnover of Taxonomy-eligible but not environmentally sustainable activities (not Taxonomy-aligned activities) (A.2) 578.064.491,86 48,90% 48,90% 0,00% 0,00% 0,00% 43,39% 0,00% 58,95% A. Turnover of Taxonomy-eligible activities (A.1+A.2) 831.845.249,10 70,37% 70,37% 0,00% 0,00% 0,00% 63,19% 0,00% 78,98% B. TAXONOMY-NON-ELIGIBLE ACTIVITIES Turnover of Taxonomy-non-eligible activities 350.323.921,90 29,63% Total 1.182.169.171,00 100,00% Tabel 12: Eligibiliteit en alignment van de omzet per doelstelling Proportion of turnover / Total turnover Taxonomy-aligned per objective Taxonomy-eligible per objective CCM 21,47% 70,37% CCA 0,00% 0,00% WTR 0,00% 0,00% CE 0,00% 63,19% PPC 0,00% 0,00% BIO 0,00% 0,00% Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring 2024 Financiële staten Tabel 13: Eligibiliteit en alignment van de Capex Financial year N 2024 Substantial contribution criteria DNSHcriteria('DoesNotSignicantlyHarm') Economic Activities (1) Code (2) CapEx (3) Proportion of CapEx, year N (4) Climate Change Mitigation (5) Climate Change Adaptation (6) Water (7) Pollution (8) Circular Econo- my (9) Biodiversity (10) Climate Change Mitigation (11) Climate Change Adaptation (12) Water (13) Pollution (14) Circular Economy (15) Biodiversity (16) Minimum Safe- guards (17) Proportion of Taxonomy-alig- ned (A.1.) or -eli- gible (A.2.) CapEx, year N-1 (18) Category ena- bling activity (19) Category transiti- onal activity (20) eur % Y; N; N/EL Y; N; N/EL Y; N; N/EL Y; N; N/EL Y; N; N/EL Y; N; N/EL Y/N Y/N Y/N Y/N Y/N Y/N Y/N % E T A. TAXONOMY-ELIGIBLE ACTIVITIES A.1. Environmentally sustainable activities (Taxonomy-aligned) Installation, maintenance and repair of renewable energy technologies CCM 7.6. 214.996,40 0,79% Y N/EL N/EL N/EL N/EL N/EL Y Y Y Y Y Y 0,39% E Renovation of existing buildings CE 3.2./ CCM 7.2. 599.803,93 2,21% Y N/EL N/EL N/EL Y N/EL Y Y Y Y Y Y 1,20% T Installation, maintenance and repair of instruments and devices for measuring, regulation and controlling energy performance of buildings CCM 7.5. 364.858,95 1,34% Y N/EL N/EL N/EL N/EL N/EL Y Y Y Y Y Y 0,94% E Installation, maintenance and repair of charging stations for electric vehicles in buildings (and parking spaces attached to buildings) CCM 7.4. 25.347,80 0,09% Y N/EL N/EL N/EL N/EL N/EL Y Y Y Y Y Y 0,06% E Construction of new buildings CE 3.1./ CCM 7.1. 2.582.798,45 9,52% Y N/EL N/EL N/EL Y N/EL Y Y Y Y Y Y 16,57% CapEx of environmentally sustainable activities (Taxonomy-aligned) (A.1) 3.787.805,53 13,96% 13,96% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 19,37% Of which enabling 605.203,15 2,23% 2,23% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 1,59% Of which transitional 599.803,93 2,21% 2,21% 1,20% A.2 Taxonomy-eligible but not environmentally sustainable activities (not Taxonomy-aligned activities) EL; N/EL EL; N/EL EL; N/EL EL; N/EL EL; N/EL EL; N/EL Renovation of existing buildings CE 3.2./ CCM 7.2. 478.775,49 1,76% EL N/EL N/EL N/EL EL N/EL 7,07% Infrastructure for rail transport CCM 6.14. 4.130.676,32 15,22% EL N/EL N/EL N/EL N/EL N/EL 13,25% Construction of new buildings CE 3.1./ CCM 7.1. 8.367.515,75 30,84% EL N/EL N/EL N/EL EL N/EL 35,47% Installation,maintenanceandrepairofenergyefciencyequipment CCM 7.3. 69.346,63 0,26% EL N/EL N/EL N/EL N/EL N/EL 0,00% CapEx of Taxonomy-eligible but not environmentally sustainable activities (not Taxonomy-aligned activities) (A.2) 13.046.314,19 48,08% 48,08% 0,00% 0,00% 0,00% 32,60% 0,00% 67,30% A. CapEx of Taxonomy-eligible activities (A.1+A.2) 16.834.119,72 62,05% 62,05% 0,00% 0,00% 0,00% 44,33% 0,00% 86,66% B. TAXONOMY-NON-ELIGIBLE ACTIVITIES CapEx of Taxonomy-non-eligible activities 10.297.835,28 37,95% Total 27.131.955,00 100,00% Tabel 14: Eligibiliteit en alignment van de Capex per doelstelling Proportion of CapEx / Total CapEx Taxonomy-aligned per objective Taxonomy-eligible per objective CCM 13,96% 62,05% CCA 0,00% 0,00% WTR 0,00% 0,00% CE 0,00% 44,33% PPC 0,00% 0,00% BIO 0,00% 0,00% Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring 2024 Financiële staten Tabel 15: Eligibiliteit en alignment van de Opex Financial year N 2024 Substantial contribution criteria DNSHcriteria('DoesNotSignicantlyHarm') Economic Activities (1) Code (2) OpEx (3) Proportion of OpEx, year N (4) Climate Change Mitigation (5) Climate Change Adaptation (6) Water (7) Pollution (8) Circular Econo- my (9) Biodiversity (10) Climate Change Mitigation (11) Climate Change Adaptation (12) Water (13) Pollution (14) Circular Economy (15) Biodiversity (16) Minimum Safe- guards (17) Proportion of Taxonomy-alig- ned (A.1.) or -eli- gible (A.2.) OpEx, year N-1 (18) Category ena- bling activity (19) Category transiti- onal activity (20) eur % Y; N; N/EL Y; N; N/EL Y; N; N/EL Y; N; N/EL Y; N; N/EL Y; N; N/EL Y/N Y/N Y/N Y/N Y/N Y/N Y/N % E T A. TAXONOMY-ELIGIBLE ACTIVITIES A.1. Environmentally sustainable activities (Taxonomy-aligned) OpEx of environmentally sustainable activities (Taxonomy-aligned) (A.1) 0,00 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% Of which enabling 0,00 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% Of which transitional 0,00 0,00% 0,00% 0,00% A.2 Taxonomy-eligible but not environmentally sustainable activities (not Taxonomy-aligned activities) EL; N/EL EL; N/EL EL; N/EL EL; N/EL EL; N/EL EL; N/EL Y/N OpEx of Taxonomy-eligible but not environmentally sustainable activities (not Taxonomy-aligned activities) (A.2) 0,00 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% A. OpEx of Taxonomy-eligible activities (A.1+A.2) 0,00 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% B. TAXONOMY-NON-ELIGIBLE ACTIVITIES OpEx of Taxonomy-non-eligible activities 2.761.658,00 100,00% Total 2.761.658,00 100,00% Tabel 16: Eligibiliteit en alignment van de Opex per doelstelling Proportion of OpEx / Total OpEx Taxonomy-aligned per objective Taxonomy-eligible per objective CCM 0,00% 0,00% CCA 0,00% 0,00% WTR 0,00% 0,00% CE 0,00% 0,00% PPC 0,00% 0,00% BIO 0,00% 0,00% Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring 2024 Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 99 2.1.8. Verklaring betreffende activiteiten in verband met het gebruik van kernenergie of fossiele brandstoffen In 2024 heeft CFE geen activiteiten uitgevoerd die verband houden met het gebruik van kernenergie of fossiele brandstoffen. Tabel 17: Activiteiten met betrekking tot kernenergie en fossiele brandstoffen. Row Nuclear energy related activities YES / NO 1 The undertaking carries out, funds or has exposures to research, development, demonstration and deployment of innovative electricity generation facilities that produce energy from nuclear processes with minimal waste from the fuel cycle. NO 2 The undertaking carries out, funds or has exposures to construction and safe operation of new nuclear installations to produ- ce electricity or process heat, including for the purposes of district heating or industrial processes such as hydrogen producti- on, as well as their safety upgrades, using best available technologies. NO 3 The undertaking carries out, funds or has exposures to safe operation of existing nuclear installations that produce electricity or process heat, including for the purposes of district heating or industrial processes such as hydrogen production from nu- clear energy, as well as their safety upgrades. NO Fossil gas related activities 4 The undertaking carries out, funds or has exposures to construction or operation of electricity generation facilities that produ- ce electricity using fossil gaseous fuels. NO 5 The undertaking carries out, funds or has exposures to construction, refurbishment, and operation of combined heat/cool and power generation facilities using fossil gaseous fuels. NO 6 The undertaking carries out, funds or has exposures to construction, refurbishment and operation of heat generation facilities that produce heat/cool using fossil gaseous fuels. NO 2.2. ESRS E1: Klimaatverandering Het reduceren van de broeikasgasemissies en het tegengaan van klimaatverandering zijn belangrijke doelstellingen voor de internati- onale gemeenschap. De 1,5°C-doelstelling van Het Akkoord van Parijs stelt dat de wereldwijde emissies tegen 2030 aanzienlijk moeten worden gereduceerd en tegen 2050 nul moeten zijn. In Europa wordt deze ambitie ondersteund door de Europese Green Deal. Het reduceren van de broeikasgasemissies, zowel in intensiteit als in absolute termen, is en blijft een prioriteit voor CFE. CFE verbindt zich ertoe actieplannen te implementeren om deze broeikasgassen te reduceren. Sinds2020zijnerspeciekeactieplannenopgesteldomdedirecteemissiesvandeGroep(Scope1en2)tebeperken.Hetgaathierbij met name om mobiliteitsbeheer en energiebeheer op onze werven en hoofdkantoren. Sinds 2020 voert CFE een screening uit van haar indirecte emissies (Scope 3) om de belangrijkste emissiebronnen op te sporen en prioritaire actieplannen op te stellen om deze belangrijkste emissiebronnen aan te pakken. In 2024 werd een meer gedetailleerde analyse van de indirecte emissies in het kader van het BKG-protocol uitgevoerd, waarbij de sinds 2020 ondernomen acties werden bevestigd. Het uitvoeren van actieplannen om onze milieuambities te realiseren is een collectieve verantwoordelijkheid. Iedereen die hierbij betrokkenis,vanpersoneelopdewerventotsustainabilityofcers,projectontwikkelaars,deontwerp-enmethodeafdelingende QHSE-teams, speelt een cruciale rol. Niettemin heeft het management een grote verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de actieplannen in hun Business Units worden geïmplementeerd. Om het belang van deze ESG-doelstellingen te onderstrepen, wordt het behalen van de milieudoelstellingen opgenomen in hun variabele remuneratie, inclusief korte- en langetermijnbonussen. Meer details hierover worden gegeven in het “Remuneratieverslag”. ESRS E1 GOV-3 13 2.2.1. SBM3 : Materiële impacts, risico’s en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel De bouwsector heeft een aanzienlijke impact op de broeikasgasemissies. Bouwactiviteiten verbruiken grote hoeveelheden energie, voornamelijk uit fossiele brandstoffen om materialen zoals cement, staal en glas te produceren. Deze materialen zijn verantwoor- delijk voor een aanzienlijke CO 2 -emissie tijdens hun productie. Daarnaast genereren werven directe emissies door het gebruik van machines en voertuigen. De gebouwen zelf blijven na hun bouw bijdragen aan de emissie van broeikasgassen door hun operatio- neel energieverbruik voor verwarming, koeling en verlichting. Tot slot voegt het beheer van bouw- en sloopafval nog een extra emis- sielaag toe, waardoor de totale koolstofvoetafdruk van de sector nog groter wordt. Het ESRS-thema “klimaatmitigatie” is van materieel belang voor CFE en haar verschillende dochtervennootschappen, aangezien de emissie van broeikasgassen een aanzienlijke impact kan hebben op de toekomstige resultaten van de Groep, voornamelijk als ge- volgvandenanciëleimpactvantoekomstigekoolstofbelastingen.Deeconomischemodellenmoetennogevolueren,maarworden geconfronteerd met de volgende uitdagingen: beschikbaarheid en opschaling van nieuwe technologieën, toeleveringsketens die deze opschaling niet kunnen ondersteunen en de bereidheid en het vermogen van klanten om deze extra kosten te aanvaarden. Klimaatmitigatie is dus een prioritair voor de Groep CFE. ESRS E1 SBM-3 18 Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 100 De activiteiten van CFE, waaronder de bouw van residentiële en niet-residentiële gebouwen, leveren geen substantiële en directe bijdrage aan de klimaatadaptatie. Dit soort projecten richt zich vooral op het creëren van infrastructuur om te voldoen aan de be- hoeften van de samenleving op het gebied van werk, huisvesting en onderwijs. Hoewel deze gebouwen elementen van duurzaam- heidkunnenbevatten,zoalsenergie-efciëntieenhetgebruikvanmilieuvriendelijkematerialen,zijnzenietspeciekontworpenom de gevolgen van de klimaatverandering voor de gemeenschap, zoals extreme weersomstandigheden of een stijgende zeespiegel, substantieel te beperken. Als gevolg hiervan blijven deze projecten, hoewel ze essentieel zijn voor stedelijke en sociale ontwikkeling, beperkt in hun directe bijdrage aan klimaatadaptatie. Aangezien CFE niet echt onroerende goederen in haar portefeuille heeft, is er geenreëelnancieelrisicoverbondenaandeklimaatadaptatie.DoordeafwezigheidvandezegoederenisCFEnietrechtstreeks blootgesteld aan de potentiële kosten die gepaard gaan met de modernisering of bescherming van de infrastructuur tegen kli- maatgevolgen. ESRS E1 SBM-3 19c Hoewel de klimaatmitigatie een materieel thema is voor CFE, waarbij het gaat om de reductie van de Scope 1- en Scope 2-emissies en het energieverbruik, wordt het thema energietransitie niet als materieel beschouwd. Dit komt omdat Scope 3-emissies, inclusief ingebedde en operationele CO 2 , aanzienlijk hoger zijn dan de directe emissies. Met andere woorden, de indirecte emissies in ver- band met de gebruikte materialen en de werking van het gebouw vertegenwoordigen een veel groter deel van de totale CO 2 -voe- tafdruk van CFE, waardoor het hefboomeffect van deze energietransitie veel minder relevant is dan het beheer van Scope 3-emis- sies. Om deze reden rapporteert CFE niet over de ESRS E1-5. De beoordeling van de impacts, risico’s en opportuniteiten in verband met klimaatverandering is uitgevoerd rekening houdend met deverschillendeactiviteitenvandeGroep,aangezienelksegmentspeciekeIRO’skanhebben.Vervolgenswerdeenconsolidatie uitgevoerd zoals beschreven in hoofdstuk 1.4 van de DMA. Deze analyse werd uitgevoerd rekening houdend met de verschillende tijdshorizonten(huidige,kortetermijn,middellangetermijnenlangetermijn).Anderzijdszijndeverwachtenanciëleeffectenvande IRO’s weggelaten door het beginsel van gefaseerde invoering toe te passen. ESRS E1 SBM-3 19 a, b , ESRS E1 SBM-3 AR7b Hoewel de klimaatverandering materieel is voor CFE, vormt ze geen risico dat een onmiddellijke en radicale aanpassing van het businessmodel van de Groep vereist. Het huidige model is namelijk al in lijn met de strategie, die zich richt op de ontwikkeling en bouw van duurzame gebouwen, intelligente industrie en infrastructuur voor groene energie en mobiliteit. Het gaat meer om een overgang naar een toename van dit soort activiteiten in de toekomst, en de teams en de onderneming zijn er klaar voor. ESRS E1 SBM-3 19 c, ESRS E1 SBM-3 AR 8b 2.2.2. E1.IRO-1: Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren CFE heeft de lijst van ESRS-thema’s in haar DMA geanalyseerd, waaronder ESRS E1 klimaatverandering, ESRS E2 verontreiniging, ESRS E3 water en mariene hulpbronnen, ESRS E4 biodiversiteit en ecosystemen, en ESRS E5 materiaalgebruik en circulaire economie. Op basisvandeuitgevoerdeDMAwordtalleenESRSE1klimaatveranderinggeïdenticeerdalseenrisicometeenhogeimpact-mate- rialiteitennanciëleimpact.Hetprocesvoorhetinkaartbrengenvandeimpacts,risico’senopportuniteitenwordtmeerindetail beschreven in sectie 1.4.3 in de Duurzaamheidsverklaring. Zoals bepaald in de ESRS bestrijkt de DMA-oefening de volledige waarde- keten en wordt deze geanalyseerd over de verschillende tijdshorizonten. ESRS E1.IRO-1 20 a,b,c, AR 9 et AR12a De belangrijkste risico’s, opportuniteiten en impacts zijn de transitierisico’s. Ze worden meer in detail beschreven in hoofdstuk 1.5.2 Voor de klimaatrisico’s werden de infaseringsbepalingen voor het jaar eindigend op 31 december 2024 toegepast. CFE ontwikkelt een methodologie voor de beoordeling van klimaatrisico’s en -opportuniteiten. Deze beoordeling heeft betrekking op zowel fysieke als transitierisico’s in de eigen activiteiten en in de waardeketen, zowel stroomopwaarts als stroomafwaarts (inclusief gedetailleerde scenario’s en tijdshorizonten die moeten worden bestreken in analyses voor de korte, middellange en lange termijn). Phase in requirements for ESRS E1.IRO-1, AR 11 a, b, c & d, 21, AR 12 a, b, c & d, 21 et AR 15 Uiteeneersteanalyseblijktdatergeengrotefysiekerisico’szijngeïdenticeerdinhetkadervandeactiviteitenvandeGroep.Deze analyse bevestigt de resultaten van de DMA. De beoordeling zal zich dus richten op de transitierisico’s. De resultaten van deze beoordeling kunnen een impact hebben op de uitgevoerde DMA-oefening. Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 101 2.2.3. E1-2 Beleid ten aanzien van “klimaatmitigatie” CFE heeft een beleid opgesteld met als titel “Beleid inzake de klimaatverandering”. In dit beleid komt klimaatadaptatie niet aan bod aangezien dit thema niet materieel is. ESRS E1-2 24, 25 Dit beleid heeft betrekking op alle activiteiten van de Groep en is van toepassing op alle werknemers van de Groep. Het beleid werd opgesteld door de CSO van de Groep en gevalideerd door het Executief Comité en de Raad van Bestuur. Werknemers kunnen dit beleid raadplegen via het intranet van de Groep. Met dit beleid verbindt CFE zich er niet alleen toe om haar broeikasgasemissies te controleren, maar ook om de nodige acties te ondernemen om haar ambities op het vlak van reductie van deze emissies te realiseren. Omdekwaliteitenvolledigheidvandegecontroleerdegegevenstegaranderen,gaatditbeleidvergezeldmeteenspeciekehand- leidingmetbetrekkingtotdedenitieenmethodenvangegevensverzameling.DegegevenswordenverzamelddoordeBusinessUnits en geconsolideerd door het centrale team in overeenstemming met de methoden die zijn uiteengezet in het BKG-protocol. Dit beleid gaat ook in op de rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende Business Units bij het opstellen van lokale actie- plannen.Hetisookgebaseerdopdenormenencerticeringendiespeciekzijnvoordeverschillendeactiviteiten(ISO,CO 2 -presta- tieladder, enz.). CFE heeft haar decarbonisatiedoelstellingen in 2024 herzien en streeft er nu toe haar directe emissies (Scope 1 en 2) tegen 2030 met 40% te reduceren tegenover de emissies in 2020. Indirecte emissies (Scope 3) moeten tegen 2030 met 20% verminderen tegenover de waarden die werden gemeten in 2024. ESRS E1-2 24 De weg naar een koolstofarme onderneming is complex omdat de bouwsector een lange, gefragmenteerde en onderling afhanke- lijke waardeketen heeft. In plaats van overdreven ambities te stellen zonder concrete acties, gelooft CFE in jaarlijkse vooruitgang op basis van operationele uitmuntendheid, beschikbare technologieën en innovatie-inspanningen. De groei in omzet en capex in lijn met de EU-Taxonomie toont dit engagement eens te meer aan. Het is duidelijk nog steeds nodig om de gegevensverzameling te verbeteren, vergelijkbare uitgangswaarden voor de sector als geheelvasttestellenendehaalbaarheidenbeschikbaarheidteveriërenvantechnologieëndiekunnenfungerenalsdecarboni- satiehefbomen. Bijgevolg is het 2050-transitieplan nog steeds in ontwikkeling. Hierbij wordt rekening gehouden met de evolutie van de huidige technologische beperkingen, de onvoldoende innovatie in de sector en het algemene gebrek aan zichtbaarheid van de verbintenissen van de rest van de sector. Bovendien zijn Scope 3-emissies pas dit jaar berekend en hebben ze nog steeds hun be- perkingen, zoals hierboven is aangegeven. Aan de andere kant is er een broeikasgasreductieplan voor 2030 opgesteld, waarin we onze inspanningen om koolstofarm te wor- den, bewijzen. Dit plan is gebaseerd op het SBTi-kader. Hoewel het nog niet formeel gevalideerd is, zal CFE het SBTi- kader zo snel mogelijk volgen. ESRS E1-1 16a 2.2.4. E1-1, E1-3 en E1-4: Transactieplannen, decarbonisatiehefbomen en middelen in verband met beleidsmaatregelen ter bestrijding van klimaatverandering Om voeling te houden met het terrein en de markt en tegelijkertijd een globale en geïntegreerde strategische aanpak te garanderen ondanks haar gedecentraliseerde businessmodel, heeft CFE een duidelijk ESG-governance ingevoerd. Het Executief Comité van CFE is verantwoordelijk voor de algemene strategie en langetermijnvisie, evenals voor het bepalen van de doelstellingen. Dit betekent in het bijzonder dat de algemene broeikasgasreductiedoelstellingen van de Groep voor 2030 en 2050 en de bijbehorende transitieplannen (in overeenstemming met de CSRD) onder de verantwoordelijkheid van het Executief Comité vallen. AandeanderekantontwikkeltelkeBusinessUnithaareigenspeciekeactieplannenvoorreductie,rekeninghoudendmethaarei- gen economische en operationele model. De relevantie van deze plannen en de mogelijkheid om collectieve actie te ondernemen worden beoordeeld door de Sustainability Board. Aangezienklimaatveranderingendenegatieveinvloedvanbroeikasgasemissieszijngeïdenticeerdalsmateriëlethema’sop groepsniveau, worden deze aspecten opgenomen in de jaarlijkse ESG-analyse door de Raad van Bestuur. Wijzigingen van indicato- ren en doelstellingen worden ook jaarlijks voorgesteld aan het Auditcomité en de Raad van Bestuur. ESRS E1-1, 16 h & i In 2024 wordt 100% van de Scope 1- en Scope 2-broeikasgasemissies ondersteund door een broeikasgasemissiereductieplan voor 2030. Voor 2050 is, om de in sectie 2.2.3 uiteengezette redenen, geen verbintenis aangegaan. Bijgevolg is er geen transitieplan voor Scope 1- en Scope 2-broeikasgasemissies voor deze tijdshorizon. Dit plan is momenteel in ontwikkeling. Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 102 Voor 100% van de Scope 1- en Scope 2-broeikasgasemissies zijn reductiedoelstellingen vastgesteld voor 2030 (korte termijn). Deze doelstellingen zijn in overeenstemming met de SBTi en daarom wat betreft reductieambities verenigbaar met het Akkoord van Parijs om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5°C. Deze zijn nog niet formeel gevalideerd door de SBTi. ESRS E1-4, 34 e & 16 a Wat betreft de Scope 3- broeikasgasemissies, zijn de belangrijkste emissiecategorieën in kaart gebracht in 2024. Emissies die min- der dan 1% van het totaal uitmaken, worden als niet-materieel beschouwd en worden niet gerapporteerd. Een consultant heeft een controle uitgevoerd om na te gaan of er geen materieel aspect van de berekening van Scope 3-emissies over het hoofd werd gezien en of de berekeningsmethode correct was. De gegevens die in 2024 zijn verzameld, worden beschouwd als referentie- waarde om de basis te leggen voor de reductie-inspanningen tegen 2030. De Scope 3-emissies zijn voornamelijk afkomstig uit de emissiecategorie aankopen van goederen en diensten en zijn gebaseerd op uitgavengegevens voor de materialen die de meeste emissies veroorzaken voor de activiteitensector (beton, staal, speciale technieken, gevelelementen). Deze berekeningsmethode zal later worden aangepast om de nauwkeurigheid te verbeteren. Waar dit relevant is voor de onderneming, zullen meer gedetailleerde gegevenswordenverzameldopbasisvanactiviteitsgegevens,omberekeningenteverjnenenbetereinformatietegevenoverde te ondernemen acties. Dit zal de komende jaren een voortdurend proces zijn. Voor de Scope 3-broeikasgasemissies zijn reductiedoelstellingen vastgesteld voor 2030. Hoewel deze doelstellingen verenigbaar zijn met de reductieambities van het Akkoord van Parijs, worden ze niet formeel gevalideerd door de SBTi. ESRS E1-4, 34 e & 16 a,g Tabel 18: Percentage broeikasgasemissies waarvoor een reductiedoelstelling en/of -plan bestaat. Datapunten 2024 Referentie Scope 1 en 2 BKG-emissies Percentage Scope 1 en 2 BKG-emissies gedekt door een plan voor BKG-reductie tegen 2030 100% ESRS E1-1 Percentage Scope 1 en 2 BKG-emissies gedekt door een transitieplan in lijn met de ESRS 0% ESRS E1-17 Percentage Scope 1 en 2 BKG-emissies gedekt door een reductiestreefdoel voor 2030 100% ESRS E1-4 Percentage Scope 1 en 2 BKG-emissies gedekt door een streefdoel in lijn met het Akkoord van Parijs 100% ESRS E1-1 16 a Scope 3 BKG-emissies Percentage Scope 3 BKG-emissies gedekt door een plan voor BKG-reductie 100% ESRS E1-1 Percentage Scope 3 BKG-emissies gedekt door een transitieplan in lijn met de ESRS 0% ESRS E1-17 Percentage Scope 3 BKG-emissies gedekt door een reductiestreefdoel voor 2030 100% ESRS E1-4 Percentage Scope 3 BKG-emissies gedekt door een doelstelling in lijn met het Akkoord van Parijs 0% ESRS E1-1 16 a 2.2.4.1 Transitieplan, doelstellingen en vooruitgang Directe emissies: Scope 1 en 2 Sedert 2021 heeft CFE zich ertoe verbonden om haar broeikasgasemissie-intensiteit tegen 2030 met 40% te verminderen tegenover de waarden van 2020. In 2024 heeft CFE haar doelstellingen herzien en zich ertoe verbonden om de absolute broeikasgasemissies te- gen 2030 met 40% te verminderen tegenover 2020. Deze doelstelling is verenigbaar met het Akkoord van Parijs en is in lijn met de SBTi (maarisnietofcieelgevalideerddoordeSBTi). ESRS E1-4 33 De Scope 1 en 2-emissies hebben voornamelijk betrekking op productieactiviteiten, namelijk Bouw en Renovatie en Multitechnieken. Het is dan ook bij deze activiteiten dat acties worden ondernomen die gericht zijn op het beperken van de broeikasgasemissies. De inspanningen met betrekking tot het wagenpark (bedrijfswagens) hebben daarentegen betrekking op alle activiteiten van de Groep. ESRS E1-4 34b Hefboom 1 – Mobiliteit en logistiek De eerste hefboom die geactiveerd wordt, betreft mobiliteit. Wat de bedrijfswagens betreft, is er in de hele Groep een voordelig mobiliteitsplanvoordewerknemersomhetgebruikvanalternatievevervoersmiddelenzoalsdeetsofhetopenbaarvervoeraan te moedigen. Elektrische wagens worden op grote schaal aangemoedigd. Op de meeste sites van de Groep zijn laadpalen geïnstal- leerd om het gebruik ervan te vergemakkelijken. De laadcapaciteit van de bestelwagens en de routes worden geoptimaliseerd en er worden tests uitgevoerd met hybride en elektrische bestelwagens. Ten slotte worden vrachtwagens en andere zware machines geleidelijk vervangen door minder vervuilende voertuigen en machines. Alle mobiliteitsgerelateerde acties alleen al vertegenwoor- digen een potentiële reductie van 28% in de totale Scope 1 en 2-broeikasgasemissies tegen 2030. Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 103 Hefboom 2 - Energieverbruik op werven Een tweede manier om de broeikasgasemissies te beperken is het verminderen van het energieverbruik van installaties op werven. Op de werf wordt het energieverbruik opgevolgd om het te optimaliseren, met name door abnormaal verbruik op te sporen. Inzicht in dit verbruik gaat gepaard met verbeteringen aan de isolatie van werfcontainers en diverse corrigerende maatregelen. Op veel werven worden ook zonnepanelen geïnstalleerd. Bij de plaatsing van de installaties op de werf wordt daarom ook rekening gehou- den met de optimalisatie van het zonlicht van de werfcontainers. In het algemeen wordt het gebruik van groene elektriciteit op wer- ven waar mogelijk aanbevolen. Het reductiepotentieel van deze acties is ongeveer 15% tegen 2030. Er wordt speciale aandacht besteed aan generatoren die onder andere worden gebruikt voor het opstarten van werven of als een- malige back-up voor verwarmingsbehoeften op werven in de winter. Deze generatoren verbruiken veel energie. Er worden proefstu- dies uitgevoerd met batterijen of waterstofgeneratoren. Het reductiepotentieel is nog niet beoordeeld, omdat de huidige technolo- gieën nog niet effectief zijn. Hefboom 3 - Energieverbruik op kantoren Voor bestaande hoofdkantoren waarvan CFE eigenaar is, zijn energieaudits en renovaties uitgevoerd om het energieverbruik tot een minimum te beperken. Er werden uiteraard ook zonnepanelen en energiebeheersystemen geïnstalleerd. Tot slot hebben de entiteiten BPC, BPI Real Estate, CLE, Van Laere, VMA en de hoofdzetel van CFE hun intrek genomen in nieuwe gebouwen die werden ontworpen en gebouwd door de entiteiten van de Groep en die allemaal een zeer laag energieverbruik hebben. Zo is het nieuwe hoofdkantoor van CFE, Wood Hub, een uitstekend voorbeeld op het gebied van energieverbruik. Het gebouw wordt verwarmd en gekoeld met geothermische energie en warmtepompen en is uitgerust met 300 zonnepanelen. Dit maakt Wood Hub bijna energie- onafhankelijk, met een primair energieverbruik van niet meer dan 8,59 kWh per m². Vergeleken met het huidige gemiddelde van 180 kWh/m²/jaar voor kantoorgebouwen in Brussel, onderscheidt Wood Hub zich als een uitzonderlijke NZEB (Nearly Zero Energy Building), ontworpen voor de toekomst. Het reductiepotentieel van deze acties is vrij beperkt (minder dan 1%) omdat het totale energieverbruik van de kantoren zeer laag is in vergelijking met de werven. Toch zijn deze acties noodzakelijk om consistent te zijn met de andere acties en om een echte bedrijfscultuur te creëren rond de uitdagingen van klimaatverandering. Terwijl de meeste hefbomen voor de vermindering van de Scope 1 en 2-broeikasgasemissies al goed benut zijn, blijft CFE streven naar een verdere optimalisatie van haar energieverbruik. De aannemer test regelmatig nieuwe proefprojecten op haar werven en volgt de technologische vooruitgang en innovaties op dit gebied op de voet. Bijzondere aandacht wordt besteed aan generatoren voor werven, waarvoor de huidige technologie helaas nog niet aan de marktverwachtingen voldoet. ESRS E1-3 29a, ESRS E1-3 AR21, ESRS E1-1 14, 16b,j, ESRS E1-4 34f, 16b Om ervoor te zorgen dat deze verschillende maatregelen worden opgevolgd en dat de werven de oplossingen kiezen die het meest geschikt zijn voor hun situatie, heeft CFE alle oplossingen die goede resultaten opleveren, gebundeld in een handboek, het ‘Greenbook’. In 2024 heeft CFE al een absolute reductie van de totale Scope 1 en 2 gerealiseerd van 25% in vergelijking met de referentiewaarden voor 2020. De verwachte resultaten voor 2024 waren een reductie van 16% in vergelijking met de waarden van 2020. Deze uitste- kende resultaten kunnen worden verklaard door de snelle invoering van methoden voor energieoptimalisatie op de werven en een effectief beleid om het wagenpark groener te maken. ESRS E1-3 29 b Tabel 19: Scope 1 en 2-broeikasgasemissies per bron Scope 1 en 2 resultaten van de ondernomen acties Eenheid 2020 Referentie 2023 N-1 2024 N Verbetering ver- geleken met N-1 Verbetering vergeleken met het referentiejaar Scope 1 tCO2eq 15.812,17 13.974,47 11.235,58 -20% -29% Wagenpark tCO2eq 11.713,19 9.821,61 8.329,56 -15% -29% Brandstof tCO2eq 3.319,34 3.078,64 1.966,17 -36% -41% Gas tCO2eq 779,64 992,62 899,72 -9% 15% Koelmiddelen tCO2eq 0,00 81,60 40,13 -51% Scope 2 tCO2eq 1.872,00 1.412,11 1.954,99 38% 4% Elektriciteit tCO2eq 1.872,00 1.342,15 1.742,15 30% -7% Elektriciteit voor het wa- genpark tCO2eq 0,00 69,96 * 212,84 204% Totaal scope 1 en 2 tCO2eq 17.684,17 15.386,58 13.190,57 -14% -25% In het verslag over het vorige boekjaar (2023) werden de broeikasgasemissies in verband met het opladen van elektrische voertuigen per vergissing berekend in Scope 1 in plaats van Scope 2, wat de minimale afwijking van de waarden voor Scope 1 en 2 voor 2023 verklaart (67,69 tCO2eq). De totale Scope 1 en 2-emissies voor 2023 blijven daarentegen ongewijzigd Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 104 ESRS E1-3 29 b, ESRS E1-4 34 a,b Indirecte emissies: Scope 3 In 2024 heeft CFE een volledige analyse uitgevoerd van haar indirecte emissies volgens het BKG-protocol. Deze analyse heeft de ma- teriëlecategorieënvandeScope3-broeikasgasemissiesgeïdenticeerd,namelijkdecategorie“aankoopvangoederenendiensten”, die verantwoordelijk is voor 92% van de emissies, de categorie “gebruik van verkochte producten”, die verantwoordelijk is voor 7% van de emissies, en in mindere mate de categorie “goederen en apparatuur”, die verantwoordelijk is voor 1% van de emissies. In de ca- tegorie “aankoop van goederen en diensten” toont de analyse aan dat een kleine categorie materialen verantwoordelijk is voor het grootste deel van deze emissies. Het gaat hierbij vooral om beton, staal, gevelelementen en, in mindere mate, technische gebouwin- stallaties zoals HVAC, leidingen, bekabeling, enz. Rekening houdend met deze analyse en met de huidige technologieën, informatie en bouwmethoden, heeft CFE haar doelstellingen voor 2030 vastgelegd. CFE heeft een grondig onderzoek uitgevoerd naar de aan- gekondigde doelstellingen van haar waardeketen, in het bijzonder die van leveranciers van materialen met een grote impact op de broeikasgasemissies. Op basis van deze informatie heeft CFE zich tot doel gesteld om haar Scope 3-emissies tegen 2030 met 20% te verminderen, gebaseerd op de waarden van 2024. Er moet nog een gedetailleerd reductieplan worden opgesteld, waarvoor een meergedetailleerdeanalysevandegegevensnodigis.Vanaf2025zullenerookspeciekedoelstellingenwordengedenieerdvoor de categorie “gebruik van verkochte producten”. De reductiedoelstelling van 20% geldt voor de hele Groep CFE. ESRS E1-3 AR21, ESRS E1-4 33, ESRS E1-4 34b Aangezien 2024 het referentiejaar is, zijn er nog geen meetbare resultaten van de ondernomen acties. ESRS E1-3 29 b Hefboom 1 – Leveranciers en duurzame materialen De belangrijkste hefboom voor het reduceren van Scope 3-broeikasgassen is daarom de inzet van de leveranciers die zelf doelstel- lingen en reductieplannen hebben in lijn met het Akkoord van Parijs. Naast dit hefboomeffect wil CFE ook een proactieve aanpak aanwenden. Als ontwikkelaar zet BPI Real Estate zich in voor het ontwikkelen van duurzame projecten en het beperken van zowel het niveau van deopgenomenkoolstofalsdekoolstonhoudvanhaargebouwen.BPIRealEstatehanteerthiervoordeLevenscyclusanalysevol- gens de EN 19578-norm en baseert zich waar mogelijk op de criteria van de taxonomie. Als aannemer en Multitechniekenbedrijf stelt CFE actief duurzame en innovatieve alternatieven voor op het moment van de aanbe- steding of zelfs tijdens de uitvoering van projecten. Dit kunnen hergebruikte materialen, biogebaseerde materialen of andere alter- natieven zijn. Een gecentraliseerd expertisecentrum ondersteunt de teams op de werven bij het ontwikkelen van deze duurzame varianten en oplossingen en centraliseert ook de beste werkwijzen in een database die beschikbaar is voor alle werknemers van de Groep. CFE is ook betrokken bij innovatieve proefprojecten, zoals het project om de logistiek op de werf te optimaliseren door gebruik te maken van consolidatiecentra. Hefboom 2 - Verandering in de sector stimuleren CFE neemt deel aan en/of is voorzitter van talrijke sectoriële werkgroepen die gericht zijn op het implementeren van grootschalige duurzame en innovatieve oplossingen. Dit geldt met name voor de circulaire economie, de invoering van de “CO 2 -Prestatieladder” en de herziening van de bestekken voor openbare diensten, ... CFE is ook bijzonder actief in de Belgian Alliance for Sustainable Con- struction (BA4SC), die vertegenwoordigers van de verschillende beroepsverenigingen in de bouwsector samenbrengt rond de the- ma’s duurzaamheid en klimaatverandering. Hefboom 3 - Opportuniteiten in het businessmodel CFE heeft ook drie nieuwe Business Units gecreëerd die een nieuwe, duurzamere benadering van bouwprojecten moeten aanleve- ren. Dit zijn Wood Shapers, Vmanager en Pulse. Wood Shapers, een dochtervennootschap van de Groep CFE, is gespecialiseerd in duurzaam bouwen waarbij voornamelijk hout en andere materialen van biologische oorsprong worden gebruikt. Door zich te richten op het verkleinen van de ecologische voetafdruk en het gebruik van recycleerbare materialen draagt Wood Shapers bij aan een groenere bouw. Daarnaast zijn de ruimten die de onderneming creëert ontworpen om het welzijn van de bewoners te verbeteren door middel van gezonde materialen en veiligere werkomgevingen. VMA biedt ESCO-diensten aan die gegarandeerde energieprestaties bieden aan klanten. In 2020 heeft VMA Vmanager gelanceerd, een software-en applicatiepakket gericht op energiebesparing, beheer van energiestromen en, meer in het algemeen, beheer van gebouwtechnologie. Deze innovatieve tool maakt intelligent, duurzaam beheer van nieuwe gebouwen of te renoveren gebouwen mogelijk door de technische expertise van VMA, intensieve monitoring en tools voor het bewaken en controleren van hun daadwer- kelijke energieprestaties te bundelen. De ontwikkeling van Vmanager in combinatie met de expertise van VMA betekent dat wij nu een globale oplossing voor energiebeheer kunnen bieden. Pulse,totslot,isgespecialiseerdindeherontwikkelingvangebouwenenbiedteengeïntegreerdeoplossingomdeenergie-efciën- Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 105 tie te verbeteren, de CO 2 -emissie te reduceren en het comfort van de bewoners te verhogen. De onderneming biedt diensten aan die variëren van energie- en milieuaudits tot de volledige renovatie van gebouwen, inclusief de installatie van innovatieve techno- logieën. Pulse streeft ernaar de waarde van onroerend goed van haar klanten te verhogen en tegelijkertijd te voldoen aan de mili- eueisen en een optimaal rendement op investering te garanderen. ESRS E1-3 29a, ESRS E1-1 14, 16b,j Samenvattende tabel van broeikasgasreductiedoelstellingen Tabel 20: Broeikasgasreductiedoelstellingen Doelstellingen van de CO 2 vermindering referentie- jaar referentie- waarde streefjaar voor de doelstelling waarde 2024 reductie in 2024 ten opzichte van het referentiejaar verwachte vermindering in het doeljaar ten op- zichte van het referen- tiejaar tCO 2 eq tCO 2 eq % tCO 2 eq % tCO 2 eq Scope 1-2 market based 2020 17.683,79 2030 13.190,57 -25% -4.493,22 -40% -7.073,52 Scope 3 2024 482.306,42 2030 482.306,42 0% 0,00 -20% -96.461,28 ESRS E1-4 34 a,b Toelichting bij de selectie van de referentiejaren 2020 en 2024 zijn gekozen als referentiejaar voor respectievelijk Scope 1, 2 en Scope 3, omdat ze overeenkomen met het moment waaropdespeciekeactieplannenzijningevoerdomdebroeikasgasemissiestereduceren.Erzijngeenbijzonderefactorendie erop wijzen dat deze jaren als niet-representatief kunnen worden beschouwd. ESRS E1-4 AR 25 a,b 2.2.4.2 Financiële middelen ter ondersteuning van het transitieplan voor de klimaatmitigatie Zieookdeinformatieinhetnancieelverslag:‘AanvullendeinformatiemetbetrekkingtotdemilieueffectenvandeGroep. Directe emissies: Scope 1 en 2 Hefboom 1: Mobiliteit en logistiek Devernieuwingvanhetwagenparkendeuitrustingvoorelektrischevoertuigengebeurtregelmatig.CFEidenticeertgeenactiva waarvoor de economische levensduur moet worden verkort. Het gaat voornamelijk om leasingcontracten gewaardeerd onder de post materiële vaste activa. De andere acties hebben betrekking op de bewustmaking van of het overstappen naar alternatieve vervoersmiddelen, die zijn opgenomen in het mobiliteitsplan van de Groep. Dit plan houdt rekening met alle aspecten van mobiliteit (TCO, belastingen, enz.) en brengt geen bijzondere kosten of investeringen met zich mee. Hefboom 2 en 3: Energieverbruik op de werf en in de kantoren Om het verbruik te beperken, wordt dit op de werf dagelijks gecontroleerd om energieverspilling te voorkomen, zijn er zonnepanelen geïnstalleerdopdewerfcontainersenwordenerefciënteregeneratorengebruikt.Erzijngeengrotekostenverbondenaandeze acties, aangezien de vermindering in verbruik de totale investering in apparatuur compenseert. Deze bedragen zijn miniem. Tegelij- kertijd wordt al sinds 2020 overgeschakeld op groene energie. De installatie van CFE en haar dochtervennootschappen BPC, BPI, CLE, VMA en Van Laere in nieuwe kantoren die zeer weinig energie verbruiken (met name Wood Hub), alsook de renovatie van andere hoofdkantoren van de Groep, hebben het verbruik van de Groep eveneensaanzienlijkverminderd.CFEidenticeertgeenactivawaarvoordeeconomischelevensduurmoetwordenverkort. Opmerking over CAPEX afgestemd op de Europese taxonomie In het kader van de ontwikkeling van duurzame activiteiten spelen investeringen (Capex) een essentiële rol. Deze hebben betrekking op uitrusting en machines, het eigen wagenpark van CFE en, in mindere mate, de kantoren en productiesites van CFE. In 2024 werd in totaal 27 miljoen euro geïnvesteerd in deze categorieën, waarvan 13,97% direct verband hield met duurzame projecten, in over- eenstemming met de EU-Taxonomie. Indirecte emissies: Scope 3 In dit stadium is het nog te vroeg om conclusies te trekken over de middelen ter ondersteuning van het transitieplan voor Scope 3-emissies. Dit is een complex thema aangezien het de volledige waardeketen behelst. In 2025 zal een meer gedetailleerde analyse worden uitgevoerd. De eerste trends zijn echter als volgt: De activiteiten van de Groep CFE zullen evolueren om hun kosten op het vlak van CO 2 -emissie te verminderen, in het bijzonder met betrekking tot de keuze van de materialen en het transport van materialen en afval voor de activiteiten van de segmenten Bouw & RenovatieenMultitechnieken.Erwordtookverwachtdathetaandeelvanrenovatie-enenergie-efciëntie-renovatiewerkzaamhe- den zal toenemen naarmate het regelgevingskader evolueert. Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 106 De kostenimpact van de keuze van materialen of de uitwerking van nieuwe benaderingen voor transport wordt geschat in de in- dieningsfase van het project en vervolgens opgenomen in de commerciële offerte die aan de klant wordt voorgelegd. Deze studie wordt per project uitgevoerd, dus de marges worden bij aanvang van elke nieuwe opdracht opnieuw geëvalueerd. Een bijkomend risico,daarentegen,zijndekostenvandeinefciëntiesdieinherentzijnaanhetaanlerenvannieuweproductietechniekenofnieuwe logistieke benaderingen. Dit komt omdat het niet altijd mogelijk is om deze kosten met voldoende precisie te anticiperen (zowel op contractueelniveaualsbijdevoorbereidingvandeprojectuitvoering)entekwanticeren. De vastgoedontwikkeling neemt in de ontwikkeling van nieuwe projecten systematisch oplossingen op voor het verminderen van het energieverbruik van gebouwen. Verder komen renovatieprojecten voor bestaande gebouwen steeds vaker voor. Zodra de grond is aangekocht om een project te ontwikkelen, wordt er een haalbaarheidsstudie van het project uitgevoerd. De kostprijs van het project wordt geschat en opgenomen in de commerciële offerte aan de klant. Speciekeomkadering Om ervoor te zorgen dat deze acties worden geïmplementeerd, heeft CFE haar managementteam versterkt met lokale “Sustainabi- lityOfcers”dieindeverschillendeBusinessUnitswerken,evenalseenteamdatopdeholdingwerktominformatieteconsolideren enlokaleteamsteondersteunen.Dekostenvandezespeciekeomkaderingzijnopgenomenonder“bedrijfskosten“zoalsvoorge- steldinhetnancieelverslagpagina162.Meerdetailshieroverzullenwordenverstrektin2025. ESRS E1-3 29 ci, ESRS E1-1 16c De middelen in verband met het transitieplan zullen in 2025 opnieuw in detail worden beoordeeld om de kosten in verband met het Scope 3-reductieplan te analyseren, zodra dit is afgerond. Er zal ook een analyse worden uitgevoerd om rekening te houden met de 2050-doelstellingen en het overeenkomstige reductieplan zodra dit is afgerond. Erzijngeensignicantekapitaalinvesteringengeplandvooreconomischeactiviteitendieverbandhoudenmetsteenkolen,kern- energie of fossiele brandstoffen. ESRS E1-1 16 f; ESRS E1-3 29 c ii,16 c & c iii,16 c 2.2.4.3 Risico’s op stagnatie van broeikasgasemissies Dekapitaaluitgaven(CAPEX)werdenbeoordeeldenhetrisicoopstagnatiewerdnietsignicantgeacht. ESRS E1-1 16 d 2.2.4.4 EU-benchmarks afgestemd op de Overeenkomsten van Parijs Noch CFE, noch een van haar dochtervennootschappen is uitgesloten van de EU-benchmarks die zijn afgestemd op het Akkoord van Parijs. ESRS E1-1 16 g 2.2.5. E1-6: Bruto Scope 1,2 en 3-broeikasgasemissies 2.2.5.1 Totale BKG-voetafdruk De bruto broeikasgasemissies worden berekend volgens het BKG-protocol. Dit betekent dat ze niet beperkt zijn tot koolstofdioxide (CO 2 )alleen,maarookanderebroeikasgassenomvattenzoalsmethaan(CH4),distikstofoxide(N2O),uorkoolwaterstoffen(HFK’s), peruorkoolwaterstoffen(PFK’s),zwavelhexauoride(SF6)enstikstoftriuoride(NF3). ESRS E1-6 AR 39b VoordeGroepCFEzijnderapportagegrenzenvoorbroeikasgassenondernanciële(boekhoudkundige)enoperationelecontrole dezelfde. Dit komt omdat alle Business Units volledig geconsolideerd worden in de jaarrekening. Projecten waarover gezamenlijk de controle wordt uitgeoefend (Joint Venture of gezamenlijke activiteiten) worden pro-rata geboekt volgens de deelname van CFE in hetproject.Dezegeïntegreerdeaanpakzorgtervoordatderapportageoverbroeikasgasemissiesconsistentismetdenanciële rapportage. ESRS E1-6 50 Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 107 Tabel 21: Broeikasgasemissies per Scope Datapunten Eenheid Referentiejaar 2020 2022 2023 2024 Referentie Scope 1 BKG-emissies Totale bruto Scope 1 BKG-emissies tCO2eq 15.812,17 13.914,14 13.974.48 11.235,58 ESRS E1-6 48 a Percentage Scope 1 BKG-emissies van regelingen voor emissiehandel (%) % 0% 0% 0% 0% ESRS E1-6 48 b Scope 2 BKG-emissies Totale bruto locatiegebaseerde Scope 2 BKG-emis- sies tCO2eq NC NC NC 3.520,07 ESRS E1-6 49 a, 52 a Totale bruto marktgebaseerde Scope 2 BKG-emissies tCO2eq 1.872,00 1.394,96 1.412,11 1.954,99 ESRS E1-6 49 b, 52 b Signicante Scope 3 BKG-emissies Totale bruto indirecte (Scope 3) BKG-emissies tCO2eq NG NG NG 482.306,42 ESRS E1-6 51 Categorie 1. Gekochte goederen en diensten tCO2eq NG NG NG 445.204,25 Categorie 2. Kapitaalgoederen tCO2eq NG NG NG 4.968,62 Categorie 3. Brandstof- en energiegerelateerde acti- viteiten (niet opgenomen in Scope 1 of Scope 2) tCO2eq NG NG NG Niet materieel Categorie 4. Upstream transport en distributie tCO2eq NG NG NG Al in categorie 1 Categorie 5. Afval gegenereerd in operaties tCO2eq NG NG NG Niet materieel Categorie 6. Zakenreizen tCO2eq NG NG NG Niet materieel Categorie 7. Woon-werkverkeer van de werknemers tCO2eq NG NG NG Niet materieel Categorie 8. Upstream geleasede activa tCO2eq NG NG NG Niet van toepas- sing Categorie 9. Downstream transport en distributie tCO2eq NG NG NG Niet van toepas- sing Categorie 10. Verwerking van verkochte producten tCO2eq NG NG NG Niet van toepas- sing Categorie 11. Gebruik van verkocht product tCO2eq NG NG NG 32.133,75 Categorie 12. End-of-life behandeling van verkochte producten tCO2eq NG NG NG Al in categorie 1 Categorie 13. Downstream geleasede activa tCO2eq NG NG NG Niet van toepas- sing Categorie 14. Franchises tCO2eq NG NG NG Niet van toepas- sing Categorie15.Investeringen/genancierdeemissies(1) tCO2eq NG NG NG Niet materieel TotaleBKG-emissiesincl.genancierdeemissies (locatiegebaseerd) tCO2eq NG NG NG 497.062,07 ESRS E1-6 44, 52 a TotaleBKG-emissiesincl.genancierdeemissies (marktgebaseerd) tCO2eq NG NG NG 495.496,99 ESRS E1-6 44, 52 b BKG-emissies buiten Scope 1 - 3 Directe biogene koolstofemissies (Scope 1-2-3) NG NG NG Niet van toepas- sing ESRS E1-6 AR 43c, 45e, 46j NG betekent niet geboekt ESRS E1-6 44, 46d ; ESRS E1-6 48 a,b, 49 a,b, 52 a,b, 51, AR43c, AR45e, AR46j Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 108 Tabel 22: Uitsplitsing van broeikasgasemissies per activiteitensegment Opsplitsing van de broeikas- gas-emissies 2024 per activiteit Eenheid Segment Bouw en Renovatie Segment Vastgoed- ontwikkeling Segment Multitechnieken Segment Holding en Investeringen Totaal bruto Scope 1 en 2 BKG-emissies marktgebaseerd tCO2eq 6.530,58 53,81 6.518,67 87,51 TotaalbrutosignicanteScope3 BKG-emissies tCO2eq 337.228,42 36.513,53 108.564,46 Niet materieel Totaal bruto Scope 1-2-3 BKG-emissies marktgebaseerd tCO2eq 343.759,00 36.567,34 115.083,13 Niet materieel ESRS E1-6 AR 41 Scope 1 – directe emissies Directe emissies worden gerapporteerd volgens het BKG-protocol en worden berekend voor alle activiteiten van de Groep. Het seg- ment Holding en Investeringen, waarover CFE geen exclusieve controle heeft, houdt enkel rekening met de emissies verbonden aan de hoofdzetel. De emissies zijn voornamelijk afkomstig van het wagenpark (auto’s, bestelwagens en vrachtwagens) en de energie (gas en brandstof) die wordt gebruikt op de werven en in de verschillende hoofdkantoren van de Groep. Het wagenpark alleen al is verantwoordelijk voor 74% van deze emissies. De emissiefactoren die zijn gebruikt om de Scope 1 directe emissies te berekenen, komen uit de database www.CO 2 emissiefactoren.be. Deze database wordt regelmatig bijgewerkt en de factoren waarmee rekening wordt gehouden, heb- ben betrekking op het jaar 2024. ESRS E1-6 AR39 b De mate van nauwkeurigheid is 100%, gebaseerd op primaire gegevens. ESRS 2 BP-2 10 c Scope 2 – indirecte emissies De Scope 2-emissies, zoals gerapporteerd volgens het BKG-protocol, worden berekend voor alle activiteiten van de Groep, met uit- zondering van het segment Investeringen waarover CFE geen operationele leiding heeft. Ze omvatten indirecte broeikasgasemissies die voornamelijk het gevolg zijn van de productie van elektriciteit die wordt gekocht en verbruikt door CFE en haar dochtervennoot- schappen. Scope 2-emissies op basis van locatie worden berekend door de gekochte elektriciteitsvolumes te vermenigvuldigen metdeemissiefactorendiespeciekzijnvoorelkland.OmdeScope2-broeikasgasemissiesteberekenenaandehandvande marktgebaseerde benadering, vertrouwt CFE op groene-elektriciteitscontracten als de contractuele instrumenten voor de aange- kochte elektriciteit. Het engagement van CFE komt tot uiting in het feit dat 73% van de aangekochte en verbruikte kWh groene elek- triciteit is. Dit percentage groene elektriciteit komt volledig overeen met de gebundelde contractuele instrumenten. Het percentage contractuele instrumenten dat wordt gebruikt voor de verkoop en aankoop van energie in combinatie met attribu- ten met betrekking tot energieopwekking in relatie tot Scope 2-broeikasgasemissies. 73% Het percentage contractuele instrumenten dat wordt gebruikt voor de aan- en verkoop van energieattributenclaims dat niet is ge- groepeerd met betrekking tot Scope 2-broeikasgasemissies. 0% ESRS E1-6 45d De emissiefactoren die gebruikt worden om de emissies van elektriciteit gebruikt in België te berekenen, komen van de databases www.CO 2 emissiefactoren.be en www.aib-net.org. De emissiefactoren die werden gebruikt om de emissies van de energiemix in Polen, Luxemburg en Duitsland te berekenen, komen uit de database www.aib-net.org. Tot slot zijn de emissiefactoren die werden gebruikt om de emissies van “location based” elektriciteit in Polen, Luxemburg en Duitsland te berekenen, afkomstig uit de Statista - -database. Deze databases worden regelmatig bijgewerkt en de factoren waarmee rekening wordt gehouden, hebben betrekking op het jaar 2024 of de meest recente waarden als die voor 2024 niet beschikbaar zijn. ESRS E1-6 AR39b De mate van nauwkeurigheid wordt geschat op 100% op basis van primaire gegevens. ESRS 2 BP-2 10 c Scope 3 – indirecte emissies Scope 3-emissies worden gerapporteerd volgens het BKG-protocol, waarbij de Scope 3-inventaris is onderverdeeld in 15 categorieën. CFE is van plan de nauwkeurigheid van de gerapporteerde waarden voor Scope 3 geleidelijk te verbeteren. 2024 wordt beschouwd als een referentiejaar voor het bepalen van een basiswaarde waarop CFE haar decarbonisatiedoelstellingen kan afstemmen. In 2024 zal CFE alleen de categorieën van Scope 3 rapporteren die materieel zijn, d.w.z. waarvan de waarde groter is dan 1% van de totale waarde van Scope 3. Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 109 De in 2024 gebruikte berekeningsmethode houdt in dat de categorieën “Upstreamvervoer en -distributie” en “End-of-life-verwerking van verkochte producten” al zijn opgenomen in de categorie “Gekochte goederen en diensten”. Dit komt doordat bijna alle emissie- factoren die in categorie 1 worden gebruikt, betrekking hebben op volledige EPD’s die het einde van de levensduur en het vervoer van producten integreren. Deze methodologie wordt toegepast om dubbeltellingen te vermijden. Volgend jaar zal dit cijfer zo veel mogelijk worden uitgesplitst om een correcte toewijzing weer te geven, zodat het volledig in over- eenstemming is met het BKG-protocol. ESRS E1-6 AR 46 i, 46 h Devolgenderelevantecategorieënzijninditstadiumalsmaterieelgeïdenticeerdinovereenstemmingmetdegebruiktemetho- den voor het schatten van emissies: • Categorie 1: Gekochte goederen en diensten: Deze categorie heeft voornamelijk betrekking op emissies die verband houden met de productie en het gebruik van materialen in projecten die door de Groep worden uitgevoerd. In 2024 werd de volgende bere- keningsmethode gebruikt. CFE heeft de materiaalsoorten opgesomd die, volgens recente studies in de sector, verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van de emissies die verband houden met hun productie (ongeveer 80%). CFE maakte vervolgens een lijst van alle uitgaven in verband met deze materialen en diensten. Tot slot werden de geselecteerde uitgavengegevens verme- nigvuldigd met de overeenkomstige generieke emissiefactoren. Deze emissiefactoren zijn afkomstig van generieke EPD’s. • Categorie 2: Kapitaalgoederen: Het uitgangspunt voor deze categorie is de balans van CFE. Kapitaalgoederen worden onder- gebracht bij ‘materiële vaste activa’. Deze rubriek kan worden onderverdeeld in de volgende categorieën: • Terreinen • Gebou- wen • Uitrusting • Voertuigen Aan elk van deze categorieën is een CAPEX-waarde gekoppeld die wordt vermenigvuldigd met een overeenkomstige generieke emissiefactor. Deze emissiefactoren zijn afkomstig van generieke EPD’s. • Categorie 11: Gebruik van de verkochte producten: Dit betreft het energieverbruik voor de komende 50 jaar in gebouwen ontwik- keld door BPI Real Estate en in gebouwen waarvoor een ESCO-contract is afgesloten met Vmanager. De basis voor de bereke- ning van Scope 3 is direct gekoppeld aan de voorlopige EPB van de gebouwen in aanbouw. Niet-materiële categorieën: 3. Brandstof- en energieactiviteiten, 5. Afval geproduceerd bij activiteiten, 6. Zakelijk reisverkeer, 7. Woon-werkverkeer werknemers, 15. Investeringen. Categorieën die elders zijn opgenomen: 4. Upstreamvervoer en -distributie is opgenomen in categorie 1. Gekochte goederen en diensten, 12. End-of-life-verwerking van verkochte producten is opgenomen in categorie 1. Gekochte goederen en diensten. Categorieën die niet van toepassing zijn op de activiteiten van CFE: 8. Upstream geleasede activa, 9. Downstreamvervoer, 10. Ver- werking van de verkochte producten, 13. Downstream geleasede activa en 14. Franchises. ESRS E1-6, AR 46 i De vermelde Scope 3 emissies moeten worden beschouwd als eerste schattingen, voornamelijk gebaseerd op uitgavengegevens of voorlopige EPB. Dit resulteert in 0% primaire gegevens. Deze schattingen kunnen later worden aangepast. In de komende jaren zullen meer gedetailleerde activiteitsgegevens worden opgenomen. ESRS 2 BP-2 10 c, E1-6, AR 46 g De conversiefactoren die gebruikt worden voor categorieën 1 en 2 komen ofwel van generieke EPD’s ofwel van databases, afhankelijk van de betreffende materialen. Het gaat om ADEME, INIES en Climatiq. Voor betonmaterialen zijn de gebruikte EPD’s afkomstig van Fedbeton. Voor categorie 11 worden dezelfde conversiefactoren gebruikt als voor de “location based” berekening van Scope 1 en 2. ESRS E1-6 AR39 b De Scope 3-emissies werden voor het eerst berekend en gerapporteerd in 2024. Er zijn geen wijzigingen in het toepassingsgebied of de rapportagemethode voor Scope 1 en 2-emissies. Scope 1, 2 en 3-emissies worden voor het eerst voorgesteld in 2024, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen marktgebaseerde en locatiegebaseerde waarden. In het verleden werden enkel de marktge- baseerdewaardengerapporteerd.Erzijngeengebeurtenissentemeldendieeensignicanteinvloedzoudenkunnenhebbenopde gerapporteerde waarden. ESRS E1-6 47, 42c 2.2.5.2 Intensiteit van broeikasgasemissies op basis van netto-inkomen DekoolstontensiteitwordtberekenddoordehoeveelheidgeproduceerdeCO 2 te delen door de geconsolideerde omzet van het boekjaar van alle activiteiten van CFE en haar dochtervennootschappen. ESRS E1-6 53, 55 & AR55 Deze berekeningsmethode verschilt van die van voorgaande jaren. De relatieve emissies die eerder werden gerapporteerd, werden berekend door alleen rekening te houden met directe emissies van Scope 1 en indirecte emissies van Scope 2, evenals de verkoop van zogenaamde productieve activiteiten, d.w.z. de activiteiten die verantwoordelijk zijn voor deze emissies (alleen segmenten Bouw & Re- Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 110 novatie en Multitechnieken). Vanaf dit jaar wordt ook rekening gehouden met de indirecte Scope 3-emissies. Het is daarom logischer om de geconsolideerde omzet als deler te gebruiken. Deze waarde is identiek aan de omzet zoals gerapporteerd in de jaarrekening. Tabel 23: intensiteit van broeikasgasemissies Datapunten 2024 Referentie Intensiteit van de uitstoot van broeikasgassen scope 1 en 2 per netto resultaat Location-based (tCO2eq/M€) 12,48 Market based (tCO2eq/M€) 11,16 Intensiteit van de uitstoot van broeikasgassen scope 1 en 2 per netto resultaat Location-based (tCO2eq/M€) 420,47 ESRS E1-6 53 Market based (tCO2eq/M€) 419,14 ESRS E1-6 53 Onderstaande tabel toont een reconciliatie met het nettoresultaat uit de resultatenrekening. ESRS E1-6 AR 55 Tableau 24 : Revenu net utilisé pour les calculs d’intensité Afstemming van de opbrengsten 2024 Referentie Netto-resultaat gebruikt om de intensiteit van de uitstoot van broeikasgassen te berekenen (€) 1.182.169.203,98 Andere omzet (€) - Totalenetto-omzet(zoalsvermeldindenanciëleverklaring)(€) 1.182.169.203,98 ESRS E1-6 AR55 2.2.6. E1-7:Broeikasgasverwijderingenenprojectenvoorbroeikasgasmitigatiegenancierduit koolstofkredieten CFE heeft geen broeikasgasverwijderingen of -opslag die voortvloeien uit projecten die zijn ontwikkeld als onderdeel van haar eigen activiteiten of waaraan zij heeft bijgedragen in hun upstream- en downstreamwaardeketen. Daarnaast wordt er bij de vermelde broeikasgasemissies geen rekening gehouden met broeikasgasemissiereducties of -verwijderingen door projecten ter mitigatie van klimaatveranderingbuitenhunwaardeketen,diezehebbengenancierdofvanplanzijntenancierendoordeaankoopvankool- stofkredieten. ESRS E1-7 2.2.7. E1-8: Interne koolstofbeprijzing CFE heeft geen interne structurele koolstofbeprijzingssystemen om de besluitvorming te ondersteunen of de uitvoering van klimaat- gerelateerd beleid en doelstellingen te stimuleren. ESRS E1-8 2.2.8. E1-9:Beoogdenanciëleeffectenvanmateriëlefysiekeentransitierisico’senpotentiële klimaatopportuniteiten In 2024 werden in samenwerking met de andere bedrijven van AvH Groep richtlijnen opgesteld voor de ondernemingen van de Groepomdeklimaatrisico’s(zowelfysiekealstransitierisico’s)tedeniërenendeopportuniteitenteidenticeren.Erwerdenproef- projecten uitgevoerd met een externe consultant om een beter inzicht te krijgen in de gegevens die nodig zijn om klimaatrisico’s te vertalen naar monetaire waarden. Uit een eerste analyse van de activiteiten van CFE is gebleken dat deze over het algemeen geen materiële fysieke klimaatrisico’s met zich meebrengen. In feite is CFE een onderneming met een beperkt aantal materiële activa (zoals gebouwen, machines of terrijnen). Het risico dat deze activa worden blootgesteld aan de fysieke risico’s van natuurrampen (overstromingen, stormen, enz.) die ze zouden kunnen beschadigen, is daarom niet erg materieel. Het businessmodel is gebaseerd op het uitvoeren en verkopen van projecten en niet het bezitten en exploiteren van materiële acti- va, waardoor fysieke risico’s aanzienlijk worden beperkt. ESRS E1-9 66a,b,c,d, ESRS E1-9 AR70ci, ESRS E1-9 AR69a,b Wat de transitierisico’s betreft, is de aanvullende analyse nog niet afgerond. CFE zal daarom geleidelijk informatie over dit onder- werp verstrekken. Vanaf het volgende verslagjaar zal kwalitatieve informatie worden verstrekt, en tegen het jaar dat eindigt op 31 december 2027 moet een monetaire impact worden gerapporteerd. Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 111 Phase in requirements for ESRS E1-9 67, 68,69 & AR 72,73 CFE voert een zeer beperkt aantal activiteiten uit voor TotalEnergies en Ineos, die actief zijn in de olie- en gassector. Tabel 25: Netto-inkomsten van klanten actief in de uit kolen-, olie- en gasindustrie. Waarde in euro (€) Waarde in percentage ten opzichte van de totale inkomsten (%) Netto-inkomsten afkomstig van klanten die actief zijn in activiteiten gerelateerd aan steenkool - - Netto-inkomsten afkomstig van klanten die actief zijn in activiteiten gerelateerd aan olie 20.426,59 0,002% Netto-inkomsten afkomstig van klanten die actief zijn in activiteiten gerelateerd aan gas 33.911.454,64 2,869% Totale netto-inkomsten van de groep 1.182.169.203,98 100,000% ESRS E1-9 67e 3. SOCIALE INFORMATIE 3.1. ESRS S1: Eigen personeel De mens staat centraal in de strategie van de Groep. CFE draagt bij tot de creatie van belangrijke directe tewerkstelling (2.854 werknemers), maar ook indirecte tewerkstelling via haar verschillende onderaannemers en leveranciers. In 2020 lanceerde CFE een “employer branding”-campagne die haar “Framily”-karakter (family & friends) benadrukte. De menselijke schaal van de dochter- vennootschappen en de soliditeit van de Groep, evenals de vele synergieën, maken CFE sterk en uniek. CFE wil maximale aandacht geven aan veilige en gezonde werkplekken. De ernst en frequentie van ongevallen op de werkplek krij- gen prioritaire aandacht tijdens elke Raad van Bestuur. CFE presteert op dit vlak beter dan het sectorgemiddelde in België volgens deofciëleinformatievanFedrisdiebeschikbaarisopwww.fedris.be.CFEisvastbeslotenomhaarscoreelkjaarteverbeteren.Een beleid van bewustmaking, opleiding en preventie zijn in dit opzicht belangrijke hulpmiddelen. Het inbouwen van veiligheid in metho- des en voorbereiding van de werven draagt hier ook aan bij. Er worden regelmatig bezoeken gebracht op de werven om te contro- lerenofdeprocedureswordennageleefd.Omrekeningtehoudenmetdespeciekeaardenhetrisiconiveauvandeverschillende activiteitenvandeteamsvanCFE,werdenvoorelksegmentspeciekedoelstellingenbepaald.CFEheeftervoorgekozenomde ernstgraad (LTIGR) te gebruiken als indicator om de impact van veiligheidsinitiatieven te monitoren. 3.1.1. SBM-2 Belangen en opvattingen van stakeholders In de strategie en het businessmodel wordt rekening gehouden met de belangen, opvattingen en rechten van het personeel van CFE, met inbegrip van respect voor de mensenrechten. De mens staat centraal in de strategie van CFE, maar haar werknemers zijn ook de drijvende kracht achter de ontwikkeling van deze strategie. De waarden die de werknemers van CFE inspireren, worden weerspiegeld in het acroniem H.E.R.O. (Happener, Engaged, Reliable and One). De werknemers van CFE zijn “Happeners”. Oplossingsgericht, durven zij te denken dat zij een verschil kunnen maken en de wereld kunnen veranderen. Het zijn ook “Geëngageerde” en gepassioneerde mensen die zich actief inzetten om hun klanten en collega’s tevreden te stellen. Vertrouwen en respect voor onze principes zijn essentiële waarden voor CFE. Wij zeggen wat wij doen en wij doen wat wij zeggen. De werknemers van CFE zijn “Reliable”. Tot slot geloven wij in de kracht van onze Groep en handelen wij als een team. Samen zijn wij gewoon sterker als wij optreden als “One” team. Elke vergadering van de directiecomités van de verschillende Business Units en van elk Executief Comité begint met een update over gezondheid en veiligheid. Het dashboard met de KPI’s met betrekking tot gezondheid en veiligheid is permanent toegankelijk voor alle BU-directiecomités en het Executief Comité. De strategie van de Groep, inclusief de gezondheids- en veiligheidsstrategie, wordt minstens één keer per jaar voorgelegd aan het Auditcomité en de Raad van Bestuur. Veiligheid en gezondheid maken deel uit van de ‘Community’-pijler van de SPARC-strategie van de Groep CFE (Shift, Perform, Accelerate, Return en Community). ESRS 2 SBM-2 3.1.2. SBM-3 Materiële impacts, risico’s en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel De DMA-oefening (hoofdstuk 1.5.1) toonde aan dat gezondheid en veiligheid materiële subthema’s zijn voor CFE en haar onderaan- nemers. Er is in het bijzonder een aanzienlijk risico op negatieve impacts, namelijk ongevallen op werven met het risico op ernstige invaliditeit, blijvende nawerkingen en zelfs overlijden. Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 112 De kern van de activiteiten van CFE vindt plaats op de werven. De werken worden uitgevoerd door eigen arbeiders van CFE of door onderaannemers. Er is momenteel geen manier om deze projecten uit te voeren zonder gebruik te maken van arbeidskrachten. Daarom moet alles in het werk worden gesteld om deze risico’s te beperken. CFE past dezelfde benadering van veiligheid toe op al haar projecten, ongeacht het type project of het land waar het wordt uitge- voerd. Ook de begeleiding en de opleiding van arbeiders voor alle projecten is van hetzelfde niveau, ongeacht het land. Het personeel dat echter het meeste risico loopt op de werf zijn de werknemers die 100% van hun tijd op de werd doorbrengen. Er wordt daarom speciale aandacht besteed aan hun opleiding en begeleiding. Aangezien de risico’s identiek zijn, past CFE dezelfde strenge veiligheidsnormen toe op iedereen op de werf. Veiligheid blijft echter de verantwoordelijkheid van elke werknemer. Elkeen is verantwoordelijk om alles te doen wat in zijn vermogen ligt om veilig te werken, om een andere werknemer niet in gevaar te brengen en om elke situatie die een potentieel risico vormt te melden. Elkprojectkanspeciekegezondheids-enveiligheidsrisico’smetzichmeebrengen.Daaromwordtvoordestartvanelkprojecteen speciekerisicoanalyseuitgevoerdenwordtvoorelkewerfeenspeciekeonthaalbrochuregemaakt.Hierinwordenonderandere de regels beschreven die op de werf moeten worden nageleefd, evenals eventuele speciale aandachtspunten. Elke werknemer enonderaannemerontvangtdezebrochureeneenspeciekeopleidingwanneerzijvoorheteerstopdewerfaankomen.Erwordt gecontroleerd of deze brochure wordt begrepen voordat de werknemer op de werf aan de slag mag. Erwordenookmaandelijkseopleidingssessiesgeorganiseerd,“toolboxmeetings”,afgestemdopspeciekeprojectenenprojectfasen. Het beschikken van een goede veiligheidscultuur in de bouwsector biedt een aantal mogelijkheden om nieuwe werknemers aan te trekken, vooral in een context van sterke concurrentie om talent. Ten eerste verbetert een gevestigde veiligheidscultuur het imago van een bedrijf. Potentiële kandidaten worden vaak aangetrokken door werkgevers die de nadruk leggen op de veiligheid en het welzijn van hun werknemers. Dit toont aan dat het bedrijf om zijn werknemers geeft en bereid is om in hun bescherming te investeren. Een veiligheidscultuur vermindert ook het aantal ongevallen en incidenten op de werkplek, wat leidt tot een veiligere en aangena- mere werkomgeving. Bestaande en potentiële werknemers zullen eerder starten of blijven bij een bedrijf waar zij zich veilig voelen. Bovendien kan een goede veiligheidscultuur de tevredenheid en motivatie van de werknemers vergroten. Als werknemers zich be- schermd en gewaardeerd voelen, zijn zij meer betrokken en productiever. Dit kan ook het verloop verminderen, wat een aanzienlijk voordeel is in een sector waar het behouden van talent cruciaal is. Tot slot kan het bevorderen van een veiligheidscultuur ook de reputatie van een bedrijf in de sector versterken en kwaliteitstalent aantrekken dat op zoek is naar verantwoordelijke en betrouwbare werkgevers. Transitieplannen gericht op het verminderen van negatieve milieueffecten en het milieuvriendelijker en klimaatneutraler maken van de activiteiten hebben voor zover bekend geen materiële gevolgen voor werknemers op de korte tot middellange termijn. Op lan- gere termijn kunnen wij er echter van uitgaan dat een grotere industrialisatie van projecten, met inbegrip van meer prefabricatie, een positief effect zou moeten hebben op de veiligheid. Prefabricatie in de bouw biedt een aantal belangrijke voordelen voor de gezondheid en veiligheid van werknemers. Door de onderdelen te produceren in een gecontroleerde omgeving, zoals een fabriek, wordt het aantal arbeiders en complexe operaties op de werf beperkt, waardoor de risico’s van werken op hoogte en gevaarlij- ke handelingen afnemen. De geprefabriceerde elementen komen kant-en-klaar aan om gemonteerd te worden, wat het aantal zware en repetitieve fysieke taken op de werf vermindert en helpt om aandoeningen aan het spier- en skeletstelsel bij arbeiders te verminderen. Bovendien maakt prefabricatie het mogelijk om de arbeidsomstandigheden in de fabriek beter te beheren, waar veiligheidsnormen strikter kunnen worden toegepast, inclusief een beter beheer van persoonlijke beschermingsmiddelen en veilig- heidsprocedures. Tot slot beperkt prefabricatie bouwafval en overlast op de werf, zoals lawaai en stof, tot een minimum, waardoor de algehele werkomgeving verbetert. De activiteiten van CFE vinden voornamelijk plaats in België, Luxemburg en Polen. CFE respecteert er niet alleen de nationale regels, maar ook de Europese regels inzake mensenrechten en arbeidsrechten in het bijzonder. Er zijn dan ook geen bijzondere risico’s ge- identiceerdmetbetrekkingtotkinderarbeidofdwangarbeid. ESRS S1-SBM-3 3.1.3. S1-1 Beleid ten aanzien van eigen personeel In haar “Gedragscode” noemt CFE als eerste regel de bescherming van haar teams en partners. CFE verbindt zich ertoe te streven naar nul ongevallen, het goede voorbeeld te geven en de nodige middelen, ondersteuning en opleiding te voorzien om de veiligheid en het welzijn van haar werknemers en partners te garanderen. Deze Code is beschikbaar op het intranet van de Groep en op de website van CFE. RespectvoormensenrechtenwordtookindetailbehandeldindezeCodeenineenspeciekbeleid(Mensenrechtenbeleid)dat beschikbaar is op de website van CFE. Deze codes en beleidsregels respecteren de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (Verenigde Naties), de Verklaring inzake de Fundamentele Principes en Rechten op het Werk (Internationale Arbeidsorganisatie) en de OESO-richtlijnen voor multina- tionale ondernemingen. Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 113 Meer informatie over deze Code is ook te vinden in hoofdstuk 4.2. ESRS S1-1 20 a, b, c, ESRS S1-1 21 AangezienveiligheidengezondheideenmaterieelrisicovormenvoorCFE,isereenspeciekbeleidopgesteld.Ditbeleidwordtre- gelmatig herzien in overleg met de Safety Board (een groepsbreed orgaan dat wordt voorgezeten door de Head of Safety van de Groep en bestaat uit QHSE-managers van elke BU) om ervoor te zorgen dat het zo goed mogelijk aansluit bij de realiteit van het bedrijf. Het beleid werd voor het laatst herzien in 2024 en goedgekeurd door het Executief Comité en de Raad van Bestuur. De her- ziening van dit QHSE-beleid heeft gezorgd voor een vereenvoudiging van de tekst, zodat deze begrijpelijk is voor alle werknemers. Het doel van dit beleid is echter niet veranderd, want het is nog steeds gericht op nul ongevallen. Dit beleid is van toepassing op alle werknemers van de Groep CFE (directeurs, managers, bedienden en arbeiders) en op haar on- deraannemers en partners. Iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen veiligheid en die van zijn collega’s. Dit beleid, dat streeft naar nul ongevallen op de werkplek en nul milieu-incidenten, omvat het volgende: • Naleven van de ISO 9001-, 14001- en 45001-normen • Naleven van alle toepasselijke QHSE-wetten, voorschriften en industrienormen • Volgenvanspeciekeopleidingen • In kaart brengen en analyseren van alle potentiële QHSE-risico’s en implementeren van controlemaatregelen om deze risico’s te beperken • Rapporteren en onderzoeken van alle incidenten, ongevallen en bijna-ongevallen • Communiceren van QHSE-beleid, -procedures en -prestaties • Overleg met het Executief Comité bij de implementatie van dit beleid. Dit beleid is beschikbaar op het intranet en opgehangen in de burelen op de werf. Het maakt ook deel uit van het onthaal van ar- beidersenonderaannemersdieopelkewerfaandeslaggaanenvanhetonthaalvanallenieuwewerknemers.Eenspecieke communicatiecampagne (“Go for Zero”) behandelt ook de verschillende aspecten van dit beleid. ESRS S1-1 17,18,19, ESRS S1-1 23 Derisico’smetbetrekkingtotkinderarbeidendwangarbeidzijnbeoordeeldalsniet-materieelgeziendegeograschereikwijdtevan de activiteiten van de Groep. Niettemin herinneren de verschillende beleidslijnen van CFE ons aan de verplichting voor al haar werk- nemers en commerciële partners om de geldende regels en wetten op dit vlak nauwgezet na te leven. Deze thema’s komen met name aan bod in de Gedragscode en het Mensenrechtenbeleid. ESRS S1-1 22 Elke werknemer is ook verantwoordelijk voor de veiligheid van de werven, voor zijn eigen veiligheid en voor die van derden. Niettemin krijgendearbeidersvandeGroepeenspeciekeopleidingvoorhunactiviteiten.Erzijngeenanderegroepenofpersonengeïdenti- ceerd die kwetsbaarder zijn op het gebied van gezondheid en veiligheid bij onze activiteiten. ESRS S1-1 24 a,b,c,d 3.1.4. S1-2 Processen om met eigen werknemers en werknemersvertegenwoordigers te overleggen Veiligheid en gezondheid zijn de verantwoordelijkheid van alle werknemers. CFE heeft echter een solide organisatie opgezet om de arbeiders te begeleiden, hen te helpen geschikte werkprocedures toe te passen en oplossingen te vinden om het risico op ongeval- len zoveel mogelijk te beperken. 3.1.4.1 Organisatie van de begeleiding Een Head of Safety zorgt ervoor dat de veiligheidscultuur in alle BU’s van de Groep uniform is. In elke BU is er minstens één preventie- adviseur.Hetaantaladviseurshangtafvanhetaantalprojecten,hetsoortwerkenhungeograschelocatie. Deze preventieadviseurs komen maandelijks samen in een “Safety Board”. Deze bijeenkomsten zijn bedoeld om de beste praktijken tedeniërenophetgebiedvanQHSE,werkmethodenendemeestgeschiktematerialen. Preventieadviseurs zijn in hun BU verantwoordelijk voor het monitoren van deze werkmethoden. Zij bezoeken regelmatig de werven van hun BU’s om te controleren of de veiligheidsregels worden nageleefd en om de teams te adviseren. Zij zijn ook betrokken bij de voorbereidingsfasevandewerf,waarbijzijdeteamshelpenomdebestewerkmethodenteselecterenenprojectspeciekerisi- coanalyses uit te voeren. Tot slot schrijven zij de onthaalbrochure voor de werf. 3.1.4.2 Onthaal en opleidingen Hetonthaalvandearbeidersiseenideaalmomentomdespeciekerisico’svanhetprojecttebelichtenenervoortezorgendatze volledig begrepen worden. Al onze eigen arbeiders en alle onderaannemers moeten deze onthaalsessie hebben bijgewoond voor- dat zij de werf voor het eerst mogen betreden. Opallewervenwordtmaandelijkseenspeciekeopleidinggeorganiseerddietoolboxmeetingwordtgenoemd.Dezeopleidingis eengelegenheidomeenrisicotebelichtendatspeciekisvoorhetprojectendefasevanhetwerkinuitvoering,ofomalgemene veiligheidsregels te herhalen. Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 114 ElkearbeidervandeGroepCFEmoetookeenspeciekeVCA-opleidingvolgenenhiervoorslagen.Dezeopleidingis10jaargeldig. Tot slot wordt elk jaar een “safety day” georganiseerd. Dit is een opleidingsdag voor al diegenen die op de werf werken, met speciale aandacht voor veiligheid en welzijn. 3.1.4.3 Betrekken van het management Heel het management (inclusief het uitgebreide executief comité) heeft zich ertoe verbonden om minstens één keer per maand een project in uitvoering te bezoeken. Het doel is om het management bewust te maken van de veiligheidsrisico’s en de teams te laten zien dat veiligheid een prioriteit is voor het management. Elke vergadering van de directiecomités en het Executief Comité begintmeteenveiligheidsupdateeneenbeoordelingvandevoortgangvandespeciekeKPI’s 3.1.4.4 Voortdurend overleg Er wordt voortdurend met de werknemers van de Groep in dialoog gegaan over veiligheid. Elke werknemer wordt aangemoedigd omveiligheidskwestiestemeldenzodraeenrisicooftekortkomingwordtvastgesteld.Tochwerdenerin2023en2024tweespecie- ke soorten enquêtes uitgevoerd om de mening van de werknemers op een meer gerichte manier te horen. De eerste enquête, NOSACQ, is ontworpen om werknemers te ondervragen over de veiligheidscultuur en hun perceptie van veilig- heid binnen de Groep. De analyse van de ontvangen reacties heeft geleid tot de ontwikkeling van een bewustmakingscampagne met de naam “Go for Zero”. Doel van deze campagne is mensen eraan te herinneren dat elk ongeval, hoe klein ook, één te veel is. Tegelijkertijd werd het veiligheidshandvest herzien en goedgekeurd door het hele managementteam. ErwordenookregelmatigeNPS-enquêtesuitgevoerd.Naastdegoederesultatenvandezeenquête,maaktedeidenticatievande verbeterpunten die door de werknemers naar voren werden gebracht het mogelijk om snel te reageren op hun verwachtingen. De verschillende directiecomités van de BU’s voeren ook regelmatig overleg met hun werknemers via maandelijkse Ondernemings- raden en Comités voor Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW). Elke BU moet ook een strategisch plan opstellen dat de veiligheidskwestie omvat. Deze plannen worden goedgekeurd door de ver- schillendebestuursorganenvandeGroep.Speciekeveiligheids-KPI’swordenookminstenséénkeerperjaarvoorgelegdaanhet Auditcomité. Ten slotte, om zich te inspireren uit de beste praktijken in de sector, is CFE vertegenwoordigd in de Safety Board van ADEB-VBA, die elk kwartaal samenkomt. ESRS S1-1 20b, ESRS S1-2 25, 26, 27 3.1.5. S1-3 Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor eigen werknemers om zorgen kenbaar te maken CFE moedigt een open dialoog en transparantie aan met betrekking tot ethische kwesties en mogelijke overtredingen van de ‘Ge- dragscode’, inclusief alle gezondheids- en veiligheidskwesties. Werknemers worden aangemoedigd om elk vermoeden van een overtreding te melden, te beginnen met de gebruikelijke mel- dingskanalen, waaronder, maar niet beperkt tot, melding aan hun teamleider, manager, elke andere leidinggevende, de HR-afdeling en het Group Compliance Department. De meldingen kunnen in de gewenste taal worden gedaan en zijn vertrouwelijk. Alle mel- dingen worden meteen grondig onderzocht en indien nodig worden passende corrigerende maatregelen genomen. Werknemers kunnen ook ethische kwesties of overtredingen van de “Gedragscode” melden via de Klokkenluiderstool van CFE. Er werd een ver- eenvoudigde procedure (infographic) verspreid onder alle werknemers. Het gebruik van de klokkenluiderstool van CFE maakt ook deel uit van de opleidingscyclus. ESRS S1-3 31, 32 De verschillende dochtervennootschappen van de Groep beschikken ook over een digitale tool voor het coderen van veiligheids- opmerkingen of suggesties in verband met veiligheid. Deze opmerkingen en suggesties worden vervolgens opgenomen in een lijst totdat de opmerking wordt verwijderd of gecorrigeerd. Elke werknemer heeft toegang tot deze tool. Bij bezoeken aan de werf door het management of de preventieadviseurs worden hun opmerkingen ook opgenomen in deze digitale tool. ESRS S1-3 32 Andere stakeholders bij het project worden ook uitgenodigd om hun opmerkingen en commentaar met betrekking tot veiligheid te geven. Deze opmerkingen zullen worden opgenomen in de lijst van werven en ook worden behandeld. Er is ook een 24-uurs meld- punt beschikbaar voor externe stakeholders van het project. ESRS S1-3 32 e Tijdens de maandelijkse vergaderingen van het CPBW en de OR worden de meer algemene opmerkingen over veiligheid en ge- zondheid besproken en vastgelegd. Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 115 De NOSACQ-enquête dat werd uitgevoerd, bevestigt de betrokkenheid en het vertrouwen van de werknemers van CFE in de aanpak van CFE op het gebied van veiligheid en gezondheid. De zeer positieve resultaten van de eNPS-enquêtes wijzen in dezelfde richting. Tot slot zorgen regelmatige en verplichte veiligheidsopleidingen ervoor dat gezondheids- en veiligheidsboodschappen door alle werknemers worden gehoord en begrepen. ESRS S1-3 33 3.1.6. S1-4 Acteren op materiële impacts op eigen personeel en benaderingen om wat eigen personeel betreft materiële risico’s te mitigeren 3.1.6.1 Voorbereiding en begeleiding Veiligheid is een reëel en aanwezig risico bij alle bouwprojecten. Als verantwoordelijke onderneming heeft CFE al lang ervaring met het monitoren van de veiligheid van haar projecten. Alle BU’s genieten de ervaring van doorgewinterde preventieadviseurs, die zo- wel de lopende als de voorbereide projecten begeleiden. Zij houden ook toezicht op de projecten en zorgen ervoor dat eventuele opmerkingen worden opgevolgd. Alle projecten die momenteel lopen, beschikken over de materiële en persoonlijke beschermingsmiddelen die nodig zijn om de vei- ligheidvandewerkzonestegaranderen.Eenspeciekerisicoanalysevoorafgaandaanelkprojectmaakthetookmogelijkomde besteuitvoeringsmethodentedeniërendiespeciekzijnvoorhetprojectinkwestie.Inovereenstemmingmetdegeldendewetge- ving is elk project verzekerd tijdens de bouwperiode en gedurende de garantieperiode van tien jaar. 3.1.6.2 Proactieve benadering en veiligheidscultuur CFE wil geen genoegen nemen met minimumnormen op het vlak van veiligheid. Zo heeft een enquête over de veiligheidsperceptie en de veiligheidscultuur (NOSACQ) verbeterpunten aan het licht gebracht. Naar aanleiding van deze enquête werden een commu- nicatiecampagneenspeciekeopleidingenopgezetomdeveiligheidscultuurvandeGroepteversterkeneneenproactieveaan- pak aan te moedigen. 3.1.6.3 Gegevens gebruiken om continue verbetering te stimuleren CFE volgt de impact van haar acties met behulp van haar veiligheidsdashboard, dat het aantal incidenten, ongevallen (met of zon- der arbeidsongeschiktheid) en proactieve acties zoals managementbezoeken en toolbox meetings omvat. Er zal een nieuwe NO- SACQ-enquêtewordenuitgevoerdéénjaarnadathetspeciekeactieplangelanceerdwerdomdeeffectenervantemeten.Voor 2030 is een streefcijfer vastgesteld voor de verbetering van de frequentiegraad. Verder dringt CFE aan op het delen van ervaringen en goede praktijken, evenals op de analyse van alle incidenten om ervoor te zorgendatalleBU’shiervankunnenproteren. ESRS S1-4 36, 37, 38, 39, 42 3.1.6.4 Rekening houden met coactiviteit CFE heeft bij haar bouwprojecten tal van coactiviteiten met onderaannemers of derden. Het is daarom essentieel dat dezelfde waakzaamheid en naleving van de regels op dezelfde manier wordt toegepast op het eigen personeel als op andere deelnemers aan het project. Daarom wordt ook het aantal ongevallen met onderaannemers bijgehouden. Dit punt wordt in detail beschreven in het volgende hoofdstuk. 3.1.6.5 Financiële impact van de ondernomen acties De ondernomen acties bestaan voornamelijk uit omkadering (lokale preventieadviseurs in de Business Units en de Head of safety), opleidingencommunicatie,enspeciekemiddelenomdedagelijkseveiligheidopdewerftegaranderen. Voor dit laatste punt wordt altijd een kostenanalyse uitgevoerd tijdens de indieningsfase van het project en vervolgens opgenomen in de commerciële offerte die aan de klant wordt voorgelegd. Alleveiligheidsgerelateerdekosten(directeenindirectekosten)zijnopgenomenonder“bedrijfskosten”zoalsvoorgesteldinhet- nancieelverslagpagina162.Totophedenisdenauwkeurigheidvandenanciëleinformatienognietvoldoendeomkwantitatieve waarden van kwaliteit te leveren. Meer details hierover zullen worden verstrekt in 2025. ESRS S1-4 43 3.1.7. S1-5 Doelen In haar gezondheids- en veiligheidsbeleid streeft CFE naar nul ongevallen. Haar communicatiecampagne heet immers GO FOR ZERO. Deze doelstelling geldt niet alleen voor alle werknemers van CFE, maar ook voor iedereen die op de werven werkt. Met deze ambitie in gedachten heeft CFE echter besloten om zichzelf ambitieuze maar realistische doelen te stellen voor 2030. CFE heeft zich daarom tot doel gesteld om tegen 2030 een maximale ernstgraad van 0,52 te bereiken. Deze doelstelling werd bepaald met het oog op een halvering van de gemiddelde sectorwaarden (bron: fedris). Daarom werden interne jaarlijkse doelen vastge- steld met behulp van een lineaire regressie, uitgaande van de referentiewaarde, de ernstgraad voor 2021, die 0,69 bedroeg. Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 116 De doelstelling voor de ernstgraad (= aantal kalenderdagen afwezigheid x 1.000 gedeeld door het aantal gewerkte uren) heeft uit- sluitend betrekking op ongevallen waarbij eigen personeel van de Groep CFE betrokken is. Het streefdoel werd vastgelegd op basis van de sectorresultaten voor 2021 (bron fedris.be), met als doel minstens twee keer zo goed te zijn als de sector (en dus een ernstgraad te hebben die gelijk is aan de helft van de ernstgraad van de sector). ESRS S1-5 46 Het streefniveau en de kwantitatieve doelstelling voor de ernstgraad werden vastgelegd door het Executief Comité na validering van dit voorstel door de Safety Board. ESRS S1-5 47 De veiligheidsdashboards laten voortdurend zien of de jaarlijkse doelstellingen voor elke BU worden gehaald. Naast deze externe doelstellingen worden ook interne doelstellingen gevolgd. De proactieve doelstellingen krijgen prioriteit, zoals het monitoren van incidenten en bijna-ongelukken, het aantal gehouden toolbox meetings en het aantal bezoeken van het manage- ment. Alle directiecomités van de BU’s hebben permanent toegang tot deze dashboards. ESRS S1-5 47 3.1.8. S1-6 Kenmerken van de onderneming De tabel in deze sectie geeft een overzicht van het personeelsbestand aan het einde van het boekjaar, 31 december 2024. De tabel bevat alleen de werknemers die beschouwd worden als eigen personeel en nog niet de niet-bezoldigde werknemers die deel uit- maken van het eigen personeel (in overeenstemming met de infaseringsbepaling). De gepubliceerde cijfers hebben alleen betrekking op CFE en haar BU’s en omvatten niet de gegevens van het segment Investerin- gen & Holding, die buiten het bereik van de rapportage vallen. ESRS S1-6 49,ESRS S1-6 50 dii Tabel 27: Aantal werknemers per type overeenkomst Aantal werknemers per type overeenkomst Overeenkomst voor onbe- paalde tijd Overeenkomst voor be- paalde tijd Overeenkomst per uur, niet gegarandeerd Totaal 2022 2.937 137 0 3.074 2023 2.822 168 0 2.990 2024 2.712 142 0 2.854 Van de 142 werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, hebben er 7 een werk & studiecontract. Tabel 28: Aantal werknemers per gender Aantal vrouwen en mannen Totaal #vrouwen %vrouwen #mannen %mannen 2022 3.074 487 15,8% 2.587 84,2% 2023 2.990 487 16,3% 2.503 83,7% 2024 2.854 476 16,7% 2.378 83,3% ESRS S1-6 50 a,b CFE heeft in totaal 2.854 werknemers in dienst, waarvan 2.282 in België, 210 in Luxemburg en 359 in Polen. ESRS S1-6 51 De cijfers worden weergegeven op basis van het aantal werknemers en niet op basis van FTE. De informatie over de werknemers en hun contracten zijn afkomstig van sociale secretariaten. Deze gegevens worden geconsolideerd in één HR-managementdash- board. In België hebben de verschillende entiteiten van de Groep één sociaal secretariaat voor alle 2.282 werknemers, wat de be- trouwbaarheid en degelijkheid van de gegevens garandeert. In Luxemburg en Polen is er ook een sociaal secretariaat per land. Niet-werknemers worden daarentegen niet meegerekend. Dat is niet materieel. De rapportagesystemen zullen in de toekomst ech- ter verder worden ontwikkeld en verbeterd om een grotere nauwkeurigheid te bieden. ESRS S1-6 50 di Eind december 2024 bedroeg het personeelsverloop van de Groep (uitgedrukt in aantal werknemers) 13,10%. Dit komt overeen met 374 vertrekken. ESRS S1-6 50 c Alle voormelde HR-indicatoren zijn de afgelopen 3 jaar relatief stabiel gebleven. ESRS S1-6 50 e Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 117 3.1.9. S1-11 Sociale bescherming In overeenstemming met de geldende Europese en lokale wetgeving genieten alle werknemers van de Groep CFE sociale bescher- ming in geval van ziekte of een ongeval op het werk of op weg naar het werk. ESRS S1-11 3.1.10. S1-13 Opleidingen en ontwikkeling van vaardigheden Opleiding en ontwikkeling van vaardigheden worden aangeboden via opleidingsplannen, coaching, carrièreplannen enz. Deze plan- nenrichtenzichopzowelniet-technischealstechnischevaardighedenomhetbehoudvangekwaliceerdwerktevergemakkelijken. Eind 2022 lanceerde CFE haar “CFE Academy”. Dit is een online opleidingsplatform waarmee elke werknemer een opleiding kan vin- den die is afgestemd op zijn behoeften, zowel qua inhoud als qua formaat. De digitale aanpak (met behoud van de mogelijkheid omface-to-faceopleidingssessiesbijtewonen)biedtmeerexibiliteitvoorwerknemersomopleidingentevolgenwanneerhethen het beste uitkomt. Erwordenspeciekegezondheids-enveiligheidsopleidingengeorganiseerdwanneerwerknemerswordenaangenomen,wanneer zij op de werf aankomen, tijdens maandelijkse toolbox meetings en tijdens safety days. Het aantal opleidingsuren binnen CFE en haar BU’s wordt opgevolgd via het CFE Academy-programma. Deze gegevens worden globaal en per gender gemeten. Ze worden echter niet weergegeven per werknemerscategorie. Deze gegevens worden pas volgend jaar gepubliceerd in het verslag van 2025. Phase in requirements for ESRS S1-13 83 b Een nieuw programma om het prestatiebeoordelingsproces te digitaliseren maakt het mogelijk om het percentage werknemers te meten dat heeft deelgenomen aan deze evaluatie. Het zal in 2025 worden ingezet. Deze gegevens worden daarom pas in het vol- gende verslagjaar gepubliceerd in het verslag van 2025. Phase in requirements for ESRS S1-13 83 a, 84, 85 3.1.11. S1-14 Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven Omdat veiligheid een voortdurende zorg is, heeft CFE QHSE-dashboards ontwikkeld waarmee zij veranderingen in de statistieken zo nauwkeurig mogelijk kan volgen en zo snel mogelijk de nodige corrigerende maatregelen kan nemen. De ernstgraad (een van de klassieke indicatoren in termen van veiligheid) werd gekozen als een van de KPI’s voor onze duurzaam- heidsgerelateerde leningen met de banken. De dashboards bevatten de belangrijkste informatie voor elke dochtervennootschap en worden minstens één keer per maand bij- gewerkt om de veiligheidsgegevens zo nauwkeurig mogelijk bij te houden. Ze bevatten traditionele veiligheidsinformatie (frequen- tiegraad en ernstgraad), maar ook proactieve actie-indicatoren (toolbox meetings, betrokkenheid van het management, rekening houden met incidenten en feedback, enz.) Deze gegevens hebben betrekking op 100% van de eigen werknemers van de Groep. Zelfstandigen, uitzendkrachten en onderaan- nemers worden dus niet meegeteld. De controle van deze gegevens volgt de regels die worden voorgeschreven door ISO 9001 en deBelgischewettelijkedenitiesvanveiligheidsindicatoren: • Frequentiegraad = aantal ongevallen met arbeidsongeschiktheid x 1 miljoen gedeeld door het aantal gewerkte uren • Ernstgraad = aantal kalenderdagen afwezigheid x 1.000 gedeeld door het aantal gewerkte uren • Een ongeval met arbeidsongeschiktheid is een ongeval op de werkplek dat resulteert in ten minste één dag arbeidsongeschikt- heid, de dag van het ongeval niet meegerekend • Een ongeval zonder arbeidsongeschiktheid is een ongeval dat niet resulteert in arbeidsongeschiktheid na de dag van het on- geval • Een ongeval met eerste hulp is een ongeval zonder arbeidsongeschiktheid waarbij alleen eerste hulp ter plaatse nodig is. Deze worden niet opgenomen in dit verslag. • Registreerbare ongevallen zijn de som van ongevallen met en zonder arbeidsongeschiktheid (exclusief eerste hulp) • De frequentiegraad wordt als volgt berekend: aantal ongevallen met arbeidsongeschiktheid x 1.000.000 gedeeld door het aan- tal gewerkte uren • De ernstgraad wordt als volgt berekend: aantal kalenderdagen afwezigheid x 1.000 gedeeld door het aantal gewerkte uren • Het aantal te registreren ongevallen wordt als volgt berekend: aantal te registreren ongevallen x 1.000.000 gedeeld door het aantal gewerkte uren ESRS S1-14 87 Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 118 Tabel 29: Gegevens over ongevallen met eigen personeel. 2022 2023 2024 % van de medewerkers betrokken bij het beheer van veiligheids- en gezondheidsrisico’s 100 100 100 Aantal sterfgevallen als gevolg van een arbeidsongeval (eigen personeel) 0 0 0 Aantal sterfgevallen als gevolg van een arbeidsongeval (onderaannemer of derden) 1 1 0 Aantal registreerbare ongevallen (exclusief eerste hulp) 145 139 115 Aantal ongevallen met arbeidsongeschiktheid 93 77 64 Frequentiegraad 21,96 18,47 15,34 Ernstgraad 0,72 0,68 0,56 Frequentie van “registreerbare” ongevallen NC NC 27,55 Aantal gevallen van ziekte direct gerelateerd aan werk 0 0 0 Aantal verloren dagen als gevolg van een arbeidsongeval 3050 2847 2321 Het aantal gerapporteerde ongevallen en het aantal verloren dagen komen overeen met door de verzekeraars geregistreerde en gevalideerde gegevens voor België en Luxemburg. In Polen daarentegen worden ongevallen en hun gevolgen geregistreerd in nati- onale dossiers. Deze informatie is daarom degelijk, volledig en betrouwbaar. ESRS S1-14 88 Metdeveiligheidvanonderaannemerswordtookrekeninggehoudenineenspeciekdashboard(ziehoofdstuk3.2.7). 3.1.12. S1-17 Incidenten, klachten en ernstige impacts op het gebied van mensenrechten In 2024 werden geen overtredingen of klachten van discriminatie of niet-naleving van de mensenrechten geregistreerd. Er werden ook geen boetes opgelegd. ESRS S1-17 3.2. ESRS S2: Werknemers in de waardeketen Dezeanalyserichtzichspeciekoponderaannemersinplaatsvanopdegehelewaardeketenvaneenbouwproject.Debelangrijk- ste reden is dat de waardeketen in deze sector vaak erg lang en gefragmenteerd is, met veel verschillende actoren met verschillen- de rollen. Bovendien is er niet altijd direct contact met de lagere schakels in de keten, waardoor het moeilijk is om een volledige en nauwkeurige analyse te maken van alle potentiële risico’s en impacts. Door ons te richten op de onderaannemers, die belangrijke partnerszijndiedirectbetrokkenzijnbijdewerkzaamhedenopdewerf,ishetmogelijkomgerichtereenefciëntereveiligheids- maatregelen in te voeren, die zorgen voor een beter beheer van materiële risico’s en een aanzienlijke verbetering van de arbeids- omstandigheden. 3.2.1. SBM-2 Belangen en opvattingen van stakeholders Samenwerking en dialoog met onderaannemers zijn essentiële elementen van de strategie van de Groep CFE. Wij vinden hen even belangrijk als onze eigen werknemers. Door open en continue communicatie te bevorderen, zorgen wij ervoor dat onderaannemers volledig in onze processen worden geïntegreerd en onze veiligheids- en kwaliteitsdoelstellingen delen. Deze gezamenlijke aanpak versterktdevertrouwensrelaties,verbetertdecoördinatieopdewerfenzorgtervoordatallebetrokkenensoepelenefciëntsa- menwerken. Door de bijdragen van de onderaannemers te waarderen en hen als belangrijke partners te behandelen, creëren wij een veiligere en productievere werkomgeving voor iedereen. ESRS 2 SBM-2 3.2.2. SBM-3 Materiële impacts, risico’s en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel De DMA-oefening (hoofdstuk 1.5.1) toonde aan dat gezondheid en veiligheid materiële subthema’s zijn voor CFE en haar onderaan- nemers. Er is in het bijzonder een aanzienlijk risico op negatieve impacts, namelijk ongevallen die kunnen gebeuren op de werf met het risico op ernstige invaliditeit, blijvende nawerkingen en zelfs overlijden. De kern van de activiteiten van CFE vindt plaats op de werven. De werken worden uitgevoerd door eigen arbeiders van CFE of door onderaannemers. Er is momenteel geen manier om deze projecten uit te voeren zonder gebruik te maken van arbeidskrachten. Daarom moet alles in het werk worden gesteld om deze risico’s te beperken. CFE is van mening dat het net zo belangrijk is om te strijden voor het beperken van veiligheidsrisico’s op de werf voor haar eigen personeel als voor onderaannemers, aangezien iedereen het verdient om gelijk behandeld te worden als er gevaar dreigt. Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 119 De analyse die is uitgevoerd in hoofdstuk 3.1.2 heeft daarom ook betrekking op de gehele waardeketen. ESRS S2-SBM-3 11 a,c 3.2.3. S2-1 Beleid ten aanzien van werknemers in de waardeketen CFE heeft een reeks beleidsregels vastgesteld die zowel van toepassing zijn op de eigen werknemers als op de verschillende partijen die op de werf betrokken zijn. Het gaat onder andere om het Mensenrechtenbeleid en het QHSE-beleid. Deze documenten worden in detail beschreven in hoofdstuk 3.1.3. Er werd ook een gedragscode voor de handelspartners opgesteld. Deze omvat de verplichting om de interne Gedragscode na te leven en in het bijzonder om de veiligheidsregels in het QHSE-beleid na te leven. De verplichting om te voldoen aan nationale en Europese wet- en regelgeving en de bovengenoemde beleidsregels vormen een integraal onderdeel van de contractuele clausules voor onderaanneming. ESRS S2-16, 17, 18, 19 3.2.4. S2-2 Processen om met werknemers in de waardeketen te overleggen over impacts Een voortdurende dialoog met de verschillende partijen die betrokken zijn bij de werven is een prioriteit, en dit betreft in de eerste plaats de veiligheid. Het onthaal van alle onderaannemers wordt geformaliseerd door middel van een korte opleidingssessie waarin de werf, de con- tactpersonenendespeciekeregelsmetbetrekkingtothetprojectwordenvoorgesteld.Hetisvanessentieelbelangdatiedereen deverschillendestakeholderskanidenticerenenweetmetwiezijcontactmoetenopnemeningevalvanproblemen.Debaas op de werf zorgt ervoor dat al deze informatie goed wordt begrepen door deze opleiding te geven in een taal die de werknemers begrijpen. Elk team moet een leidinggevende hebben die een van de nationale talen van het project spreekt, zodat zij te allen tijde kunnen communiceren met de managementteams op de werf. Er worden minstens eenmaal per week formele bijeenkomsten georganiseerd met onderaannemers die op de werf werken. Om ervoor te zorgen dat deze vergaderingen zo soepel mogelijk verlopen, vertegenwoordigen teamleiders van de verschillende onder- aannemers er hun bedrijf. Deze vergaderingen worden gevolgd door een duidelijk verslag met de acties die door de verschillen- de betrokken partijen moeten worden ondernomen, een update van de planning en een overzicht van de komende fasen. Bij alle projecten wordt een LEAN- en samenwerkingsaanpak gehanteerd. Het is namelijk van essentieel belang om te overleggen met de waardeketenopdewerfophetgebiedvanveiligheid,metbehulpvaneenLEAN-aanpak,omeenveiligeenefciëntewerkomgeving te garanderen. Daarnaast maakt het in kaart brengen van de waardeketen het mogelijk om elke fase van het bouwproces te analyseren, van ont- werp tot oplevering, en om kritieke punten op te sporen waar zich veiligheidsincidenten kunnen voordoen. Er moet een veiligheidscultuur worden gecreëerd, met zichtbaar leiderschap waarbij managers het goede voorbeeld geven door veiligheidspraktijken en open communicatie te respecteren en te waarderen. Tot slot zorgt het monitoren en evalueren van de veiligheidsprestaties aan de hand van belangrijke indicatoren en regelmatige bezoeken aan de werf ervoor dat de normen worden nageleefd en dat gebieden die voor verbetering vatbaar zijn, worden geïden- ticeerd. DoordezeLEAN-principesteintegrereninhetveiligheidsbeheeropdewerf,ishetmogelijkomeenveiligere,efciëntereenmeerop samenwerking gerichte werkomgeving te creëren. De sleutel ligt in de betrokkenheid van alle actoren in de waardeketen en in een cultuur van voortdurende verbetering. Er worden sancties voorzien en meegedeeld aan elke werknemer die de geldende veiligheidsregels op de projecten niet naleeft. ESRS S2-2 3.2.5. S2-3 Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor werknemers in de waardeketen om zorgen kenbaar te maken Omdenegatieveimpactsopwerventeverhelpen,ishetessentieelomeengestructureerdprocesenefciëntecommunicatieka- nalen in te voeren. Dit proces begint met het in kaart brengen en beoordelen van potentiële impacts. Dit omvat het uitvoeren van risicoanalysesompotentiëlegevarenteidenticerenendeernstenwaarschijnlijkheidvanderisico’stebeoordelen.Bijdestartvan deactiviteitenopdewerfmoetelkeonderaannemerdezespeciekerisicoanalysedelenmethetmanagementteamopdewerfom samen de te implementeren middelen en verantwoordelijkheden te analyseren. Nadat de impacts in kaart zijn gebracht, moeten er preventieve en/of corrigerende maatregelen geïmplementeerd worden. Dit kan onder andere betekenen dat de werkprocedures worden aangepast, de veiligheidsuitrusting wordt verbeterd of werknemers wor- denopgeleidomdegeïdenticeerderisico’sbetertebeheersen.Hetiscruciaalomdezemaatregelentedocumenterenenervoor te zorgen dat ze duidelijk worden gecommuniceerd naar alle teamleden. Om werknemers in de waardeketen de gelegenheid te geven hun zorgen kenbaar te maken, moeten er verschillende communica- tiekanalen worden opgezet: Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 120 Onthaal van nieuwe werknemers: Dit onthaal wordt gebruikt om nieuwe personen die betrokken zijn bij een project te informeren en op te leiden. In het bijzonder worden het organigram van het management op de werf en hun contactgegevens verstrekt om toekomstige uitwisselingen te vergemakkelijken. Regelmatige vergaderingen: Er worden wekelijks veiligheidsvergaderingen georganiseerd over de projecten waar werknemers veiligheidskwesties kunnen bespreken en oplossingen kunnen voorstellen. Directe communicatielijnen: Onderaannemers worden aangemoedigd om eventuele zorgen of opmerkingen rechtstreeks met de teams op de werf te bespreken. Mobiele applicaties : Op de meeste werven kunnen werknemers via een mobiele applicatie snel en eenvoudig incidenten of pro- blemen melden. Veiligheidsafgevaardigden : De QHSE-manager van de werf en het hele managementteam van de werf brengen regelmatig be- zoeken aan de werf, zodat zij rechtstreeks contact kunnen hebben met alle betrokkenen. Het is ook belangrijk om een veiligheidscultuur te creëren waarin werknemers zich op hun gemak voelen om problemen te melden zonder bang te hoeven zijn voor represailles. Dit wordt aangemoedigd door zichtbaar en toegewijd leiderschap, dat de bijdrage van werknemers aan veiligheid waardeert en respecteert. Ten slotte is het essentieel om de doeltreffendheid van de ingevoerde maatregelen te controleren en te evalueren door veiligheids- indicatoren bij te houden. ESRS S2-3 27, 28 3.2.6. S2-4 Acteren op materiële impacts op werknemers in de waardeketen, en benaderingen om wat betreft werknemers in de waardeketen materiële risico’s te beheersen en materiële opportuniteiten te benutten, en de effectiviteit van die maatregelen Elkprojectisuniekenvereisteenspeciekerisicoanalyse.Dezeoefeningmoetzoweldoorhetprojectmanagementteamalsdoor de onderaannemers worden uitgevoerd. Deze analyse moet worden uitgevoerd voordat het werk begint, zodat er een dialoog kan plaatsvinden met de projectmanagementteams en om samen de meest geschikte werkmethoden te valideren om de risico’s te beperken. De planning zal ook zo worden opgesteld dat coactiviteiten tussen werknemers zoveel mogelijk worden beperkt. Wekelijkse vergaderingen op de werf stellen ons in staat om te zien of wij de gekozen werkmethoden al dan niet moeten aanpassen of corrigeren. Iedereen die betrokken is bij een project is medeverantwoordelijk voor zijn eigen veiligheid en die van anderen. Anderzijds zullen de onderaannemingscontracten de rollen en verantwoordelijkheden van alle betrokkenen in detail beschrijven. Hierin staat onder andere wie verantwoordelijk is voor het uitvallen en het onderhoud van collectieve beveiligingsapparatuur. Elke onderaannemer is echter verantwoordelijk voor zijn eigen persoonlijke beschermingsmiddelen. Het managementteam van de werf zal er echter op toezien dat elk personeelslid deze middelen correct gebruikt. Het managementteam van de werf zal ervoor zorgen dat er een verantwoordelijke, coöperatieve en respectvolle werfcultuur wordt gecreëerd. Deze werksfeer bevordert de communicatie en een echte veiligheidscultuur. Er worden regelmatige controles op de werf uitgevoerd door de QHSE-manager van de BU en door de managementteams. Deze bezoeken helpen om veiligheidstekortkomingen vast te stellen en zo snel mogelijk te verhelpen. Over deze bezoeken wordt altijd een verslag opgesteld om er zeker van te zijn dat alle opmerkingen werden behandeld. De controle houdt ook in dat veiligheidsindicato- renregelmatigwordengecontroleerdenregelmatigwordengecommuniceerd.Eenspeciekmaandelijksdashboardbevatookhet aantal incidenten en ongevallen met onderaannemers. Het managementteam zorgt er ook voor dat de onderaannemingsteams de nodige opleiding krijgen. Als de regels niet worden nageleefd, zullen er sancties worden opgelegd. In het geval van ernstig wangedrag zal de verantwoorde- lijke persoon worden gevraagd om de werf met onmiddellijke ingang te verlaten en niet meer terug te keren. CFE controleert ook de staat van dienst op het vlak van naleving van de veiligheidsregels en de veiligheidscultuur en houdt hiermee rekening bij de selectie van haar onderaannemers. CFE is niet op de hoogte van ernstige mensenrechtenkwesties of -incidenten in verband met de upstream- of downstreamwaarde- keten (afgezien van de bedrijfsongevallen die in het volgende hoofdstuk worden vermeld). Deze acties brengen geen bijzondere kosten met zich mee. In feite worden de meeste van deze acties al ondernomen voor het eigen personeel en zijn ze daarom al opgenomen in hoofdstuk 3.1.6 . ESRS S2-4 Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 121 3.2.7. S2-5 Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieve impacts en het beheersen van materiële risico’s en opportuniteiten Erisopditmomentgeenkwanticeerbarejaarlijksedoelstellingvastgesteld.Hetalgemenedoelisechterhetzelfdealsvoorhet eigen personeel, namelijk streven naar nul ongevallen. ESRS S2-5 41 Hiertoe wordt het aantal werkgerelateerde ongevallen met arbeidsongeschiktheid bijgehouden voor alle onderaannemers die op de projecten werken. Deze informatie maakt deel uit van het veiligheidsdashboard dat maandelijks wordt voorgesteld aan het Exe- cutief Comité. Tabel 30: Gegevens over ongevallen met onderaannemers. 2022 2023 2024 Aantal sterfgevallen als gevolg van een arbeidsongeval (onderaannemer of derden) 1 1 0 Aantal ongevallen met arbeidsongeschiktheid van onderaannemers 29 30 35 ESRS S2-5 40 Deze gegevens moeten met grote omzichtigheid worden behandeld, aangezien ze door de onderaannemers zelf zijn verstrekt en er geen garantie is voor de kwaliteit en volledigheid van deze gegevens. Het is niet mogelijk om de frequentiegraad of de ernst- graad voor onderaannemers te meten, omdat wij voor deze berekeningen het aantal dagen arbeidsongeschiktheid en het aan- tal gewerkte uren van elke onderaannemer moeten kennen, maar deze gegevens worden niet doorgegeven aan de algemene aannemer. Deze gegevens zijn beperkt tot tier 1 (onderaannemers). Gezien de omvang en complexiteit van de waardeketen is het momenteel fysiek niet mogelijk om het verzamelen van gegevens uit te breiden naar de lagere niveaus van de keten (leveranciers, fabrikanten, enz.). Toch blijft CFE werken aan de ontwikkeling van degelijkere processen voor het verzamelen van informatie over de waardeketen. Deonderaannemerswordeninditstadiumnietbetrokkenbijhetdeniërenvandedoelstelling.Ditkomtvoornamelijkdoordeom- vang en complexiteit van de waardeketen voor projecten van CFE. De algemene zoektocht naar voortdurende verbetering op het vlak van veiligheid is een zorg voor de hele waardeketen. CFE en haar verschillende BU’s nemen actief deel aan de ADEB-VBA Safety Board,waarvoorbeeldenvangoedepraktijkenwordenuitgewisseldensectorspeciekeprojectenwordengeïnitieerd. ESRS S2-5 42 4. INFORMATIE OVER DE GOVERNANCE 4.1. ESRS 2 IRO-1: beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en op- portuniteiten in kaart te brengen en te analyseren Zoals vermeld in hoofdstuk 1.5.1 blijkt uit de dubbele materialiteitsoefening dat de thema’s met betrekking tot de bedrijfscultuur, de bescherming van klokkenluiders en corruptie en omkoping (gecombineerd in een thema “zakelijk gedrag en respect voor de wet”) niet materieel zijn omdat ze onder de vastgelegde materialiteitsdrempels liggen. Hetzelfde geldt voor het thema partnerschap, dat betrekking heeft op zaken als relaties met leveranciers, betalingspraktijken, enz. ... CFE verbindt zich er echter toe deze gedragsregels te respecteren en alle stakeholders te respecteren. De SPARC-strategie van de Groep zet ons aan tot “Presteren” door te streven naar uitmuntendheid in onze processen en risicobeheer (de “P”) en om mensen en de gemeenschap centraal te stellen bij alles wat wij doen (de “C”). Het naleven van de hoogste normen van zakelijke eerlijkheid en integriteit en het respecteren van de mensenrechten zijn dan ook een integraal onderdeel van de strategie van de Groep. 4.2. Beleid voor een verantwoorde bedrijfscultuur Al deze regels en maatregelen zijn vastgelegd in de “Gedragscode” en in de handleiding “Bedrijfsintegriteitsbeleid”. Beide documen- ten zijn voor alle werknemers beschikbaar op het intranet van de Groep. De Gedragscode is ook beschikbaar op de website van de de Groep CFE (https://www.cfe.be/nl/vennootschapsdocumenten). CFE verplicht ook haar hele waardeketen om deze regels na te leven. Deze regels en maatregelen zijn vastgelegd in de handleiding “Bedrijfsintegriteitsbeleid voor zakenpartners”. De verplichting om deze regels en maatregelen na te leven maakt integraal deel uit van de contracten die worden ondertekend met de verschillende zakenpartners. Deze verplichting heeft betrekking op thema’s als een verantwoorde bedrijfscultuur en op sociale en milieukwesties. ESRS G1-2 15a, ESRS G1-2 15b Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 122 Totslotzijndespeciekebeleidsregelsmetbetrekkingtotmensenrechtenengegevensbescherming,evenalsdeprocedureingeval van inbreuk op persoonsgegevens of het uitlekken van gegevens, beschikbaar op de website van de Groep CFE ( https://www.cfe. be/nl/vennootschapsdocumenten) en op het intranet. Al deze documenten zijn gevalideerd door de verschillende bestuurs-, beheer- en toezichtsorganen. Op het niveau van het Executief Comité wordt de verantwoordelijkheid voor thema’s met betrekking tot een verantwoorde bedrijfscultuur uitgeoefend door de Ge- neral Counsel van de Groep, die op vaste basis wordt uitgenodigd. De deskundigheid van de verschillende leden van de bestuurs- en toezichtsorganen wordt uiteengezet in het hoofdstuk met betrekking tot de “Verklaring van Deugdelijk Bestuur” . De rollen en verantwoordelijkheden van elk orgaan worden ook uiteengezet in het Company governance charter, dat ook beschikbaar is op de website van de Groep CFE (https://www.cfe.be/nl/vennootschapsdocumenten). ESRS G1.GOV-1_5a, ESRS G1.GOV-1_5b De handleiding “Bedrijfsintegriteitsbeleid” bevat met name de volgende beleidsregels: • Beleid inzake geschenken en entertainment • Beleid inzake politiek engagement • Antitrustbeleid • Beleid inzake internationale sancties • Beleidinzakebelangenconicten • En beleid tegen omkoping en corruptie De Gedragscode behandelt, zonder volledig te zijn, het geheel van algemene principes en ethische richtlijnen die kunnen worden toegepast op verschillende niveaus van de Groep en binnen de verschillende BU’s. Deze omvatten: • Teams en partners beschermen – Diversiteit, gelijke opportuniteiten en non-discriminatie – Gezondheid en veiligheid – Respect en geen pesterijen – Vertrouwelijkheid van de gegevens • Ethischzakelijkgedrag(ditverwijstnaarderegelsindespeciekehandleiding“Bedrijfsintegriteitsbeleid”zoalshierboven beschreven) • Financiële integriteit • Thema’s met betrekking tot milieu, duurzaamheid en respect voor mensenrechten en gemeenschappen Deze verschillende beleidsregels respecteren de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (Verenigde Naties), de Verkla- ring inzake de Fundamentele Principes en Rechten op het Werk (Internationale Arbeidsorganisatie) en de OESO-richtlijnen voor mul- tinationale ondernemingen. Respect voor de mensenrechten van elk individu is essentieel voor CFE en vormt de kern van onze fundamentele waarden. Wij res- pecteren en beschermen mensenrechten en zorgen ervoor dat wij niemand uitbuiten, waar ter wereld wij ook werken. Alle personen met wie wij zaken doen, moeten aan dezelfde normen voldoen. Wij zullen nooit slavernij, kinderarbeid, dwangarbeid of mensenhan- del tolereren. Wij respecteren de fundamentele rechten en vrijheden die zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties. Ons Mensenrechtenbeleid is afgestemd op onze Gedragscode en staat onder toezicht van de juridische afdeling en de HR-afdeling van CFE. In het bijzonder in haar Mensenrechtenbeleid ( https://www.cfe.be/nl/vennoot- schapsdocumenten) verbindt CFE zich ertoe de acht fundamentele conventies van de IAO na te leven. Erwerdenookspeciekebeleidslijneninzakeveiligheidendiversiteitgeïmplementeerdengecommuniceerdnaarallewerknemers. 4.3. Speciekedoelstellingenenopvolgingvandezebeleidsregels De “Gedragscode” en de verschillende “Bedrijfsintegriteitsbeleidslijnen” werden volledig herzien in 2024. Deze documenten staan ook op het intranet. Om ervoor te zorgen dat alle werknemers de regels van deze documenten kennen en begrijpen, werd in het laatste kwartaal van 2024 een voor alle werknemers verplichte online opleidingscyclus gelanceerd over de “Gedragscode,” het “Bedrijfsinte- griteitsbeleid” en het “Mensenrechtenbeleid”. ESRS G1-1 9, ESRS G1-1 10g, ESRS G1-3 20, 21a, 21b, 21c Naastdezeopleidingscycluswordenerookjaarlijksspeciekeopleidingenencommunicatiecampagnesovercyberveiligheid,vei- ligheid en diversiteit georganiseerd. Elke entiteit wordt regelmatig onderworpen aan een analyse van risico’s en procedures door de interne auditcel. De interne audit iseenonafhankelijkefunctiemetalsbelangrijkstetaakhetmanagementteondersteunenentehelpenrisico’sefciëntertebehe- ren. De interne audit rapporteert functioneel aan het Auditcomité van CFE, legt het jaarlijkse auditplan voor en stelt de belangrijkste Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 123 resultaten van de uitgevoerde audits voor, samen met een opvolging van de actieplannen. Indien nodig kunnen bijkomende op- drachten worden uitgevoerd op verzoek van het Auditcomité of het Executief Comité van CFE. Van werknemers wordt verwacht dat zij waakzaam zijn voor de risico’s waaraan onze Groep kan worden blootgesteld bij de uitvoe- ring van haar activiteiten. Elk gedrag dat als onwettig of onethisch wordt beschouwd (of verondersteld wordt), moet onmiddellijk worden bekendgemaakt of gerapporteerd, zodat CFE onmiddellijk een onderzoek kan instellen en passende maatregelen kan nemen. CFE moedigt een open dialoog en transparantie aan met betrekking tot ethische kwesties en mogelijke overtredingen van de “Ge- dragscode”. Werknemers worden aangemoedigd om elke vermoede overtreding te melden, te beginnen met de gebruikelijke meldingskanalen, waaronder, maar niet beperkt tot, melding aan hun teamleider, manager, elke andere leidinggevende, de HR-afdeling en het Group Compliance Department. De meldingen kunnen in de gewenste taal worden gedaan en zijn vertrouwelijk. Alle meldingen worden meteen grondig onderzocht en indien nodig worden passende corrigerende maatregelen genomen. Werknemers kunnen ook ethische kwesties of overtredingen van de “Gedragscode” melden via de Klokkenluiderstool van CFE. Er werd een vereenvoudigde procedure (infographic) verspreid onder alle werknemers. Het gebruik van de klokkenluiderstool van CFE maakt ook deel uit van de opleidingscyclus. ESRS G1-1_10a, ESRS G1-1_10c, ESRS G1-3_18a Er werd geen enkele inbreuk vastgesteld in 2024. Er werd ook geen boete geëist. De Belgische gerechtelijke autoriteiten onderzoeken momenteel echter vermeende overtredingen met betrekking tot de bouw van het Grand Hotel in N’Djamena, Tsjaad. Ter herinnering, dit contract, dat dateert uit 2011, heeft geleid tot een verlies van meer dan 50 miljoen euro voor CFE, als gevolg van de niet-betaling van een deel van haar schuldvorderingen. De werken werden uitgevoerd door CFE Tsjaad, een dochtervennootschap van de Groep, tot de verkoop ervan in 2021. In het kader van dit onderzoek werd op 4 september 2024 een huiszoeking uitgevoerd op het hoofdkantoor van CFE. Daarnaast zijn verschillende leden van het management en de raad van bestuur ondervraagd, evenals voormalige werknemers van de Groep CFE. Op datum van dit verslag heeft CFE echter nog geen toegang gehad tot het onderzoeksdossier en is er geen aanklacht ingediend te- gen CFE of haar huidige directieleden en/of bestuurders, noch, voor zover CFE weet, tegen voormalige werknemers van de Groep CFE. CFE verleent haar volle medewerking aan het onderzoek. IndehuidigeomstandighedeneninhetlichtvanhetvoorgaandeisCFEnietinstaatomdenanciëlegevolgenvandehuidige procedure op betrouwbare wijze in te schatten. Als gevolg hiervan is er geen voorziening opgenomen op 31 december 2024, in over- eenstemming met IAS 37. ESRS G1-4_01, ESRS G1-4_02 5. BIJLAGEN 5.1. Bijlage 1: Lexicon en afkortingen • ADEB/VBA (Vereniging der Belgische Aannemers van Grote Bouwwerken): Een organisatie die de belangen van de grote bouwbedrijven in België vertegenwoordigt en verdedigt. • BA4SC (Belgian Alliance for Sustainable Construction): Deze organisatie wil duurzame en innovatieve praktijken in de bouw- sector in België promoten. • BACA (Belgian Alliance for Climate Action): Een platform voor Belgische organisaties die hun BKG-uitstoot willen verminderen, hun klimaatambitie willen aantonen en het Science Based Targets (SBTi)-initiatief willen gebruiken om hun doelstellingen te deniëren. • BREEAM (Building Research Establishment Environmental Assessment Method): Internationale maatstaf voor duurzaamheid en norm voor de optimale bouw (nieuwe gebouwen) of renovatie (gebouwen in gebruik) en exploitatie van gebouwen met een minimale impact op het milieu, gebaseerd op wetenschappelijk onderbouwde duurzaamheidsmaatstaven en -indices voor een reeks milieuthema’s, zoals de beoordeling van energie- en waterverbruik, impact op gezondheid en welzijn, verontreiniging, transport, materialen, afval, ecologie en beheerprocessen. • BD (Business Division): Tussenliggende structuur die Business Units (BU’s) groepeert onder hetzelfde management binnen een Business Segment (BS). • BS (Business segment): Rapportagestructuur die BD’s en BU’s groepeert die actief zijn in dezelfde sector. • BU (Business unit): Elke organisatie van middelen, personeel en kapitaal waarvan de activiteit is geconcentreerd op één ho- mogene hoofdactiviteit, in een bepaald gebied. • TSC (Technische Selectiecriteria): Technischeselectiecriteriadiezijngedenieerdvoorelkeeconomischeactiviteitinde EU-Taxonomieendiewordengebruiktomtebepalenofeenbepaaldeactiviteitals“duurzaam”kanwordengeclassiceerd.In het Engels hebben wij het over TSC (Technical Screening Criteria). • Circulariteit: Dit betekent dat grondstoffen, componenten en producten na hun nuttige levensduur opnieuw worden gebruikt om hun waarde te behouden. Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 124 • CO 2 PL (CO 2 Prestatie Ladder): De CO 2 Prestatieladder (CO 2 Performance Ladder) is een instrument voor duurzaamheidsbeheer dat bedrijven en overheden helpt om hun CO 2 -emissieenkostenteverminderen.Zewerktalseencerticerings-enbeheersys- teem dat organisaties aanmoedigt om duurzamere praktijken toe te passen en hun koolstofvoetafdruk in hun activiteiten en toeleveringsketen te verminderen. • CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive): EU-wetgeving over de ESG-openbaarmaking die van kracht wordt vanaf 2024. Deze richtlijn moderniseert en versterkt de regels voor de milieu- en sociale informatie die bedrijven moeten rapporteren. De nieuwe regels zullen beleggers en andere stakeholders voorzien van de informatie die zij nodig hebben om de impact van bedrijvenopmensenmilieutebeoordelen,evenalsdenanciëlerisico’senopportuniteitendievoortvloeienuitdeklimaatver- andering en andere duurzaamheidsthema’s te evalueren. • DMA (Double Materiality Assessment): Beoordeelt zowel de impact van de activiteiten van het bedrijf op het milieu en de maatschappij(vanbinnennaarbuiten,impact-materialiteit)alsdeimpactvanmilieu-ensocialethema’sopdenanciële prestatiesvanhetbedrijf(vanbuitennaarbinnen,nanciëlematerialiteit). • OR (Ondernemingsraad): Een ondernemingsraad is een vertegenwoordigingsorgaan van het personeel binnen een bedrijf. Het is het resultaat van de fusie van personeelsafgevaardigden, de ondernemingsraad, het CHSCT (Comité voor Gezondheid, Veiligheid en Arbeidsomstandigheden) en vakbondsafgevaardigden. • Waardeketen: Alle activiteiten en processen waarmee een bedrijf waarde creëert voor zijn klanten. Dit omvat alle stadia, van de levering van grondstoffen tot de levering van het eindproduct of de einddienst aan de klant. • Waardeketen - upstream: Dit verwijst naar de stadia en activiteiten die plaatsvinden voordat een eindproduct of -dienst wordt geproduceerd. Dit omvat alle activiteiten met betrekking tot de levering van grondstoffen, inkomende logistiek en de voorbereidingsprocessen die nodig zijn om de productie te starten. • Waardeketen - downstream: Dit verwijst naar de stadia en activiteiten die plaatsvinden nadat een eindproduct of -dienst wordt geproduceerd. • Corporate governance: Corporate governance verwijst naar het systeem van regels, praktijken en processen waarmee een bedrijf wordt bestuurd en gecontroleerd. • CPBW (Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk): Een overlegorgaan binnen Belgische bedrijven met minstens 50 werknemers. De belangrijkste missie ervan is actief bij te dragen aan het verbeteren van het welzijn van werknemers tijdens het uitvoeren van hun werk. Dit omvat aspecten zoals veiligheid, gezondheid, ergonomie, hygiëne op het werk, psychosociale as- pecten en de verfraaiing van de werkplek. • DEI (Diversiteit, Gelijkheid & Inclusie): Het gaat hierbij om het inpassen van verschillende opvattingen en het vermijden van discriminatie, door het bevorderen van diversiteit op verschillende gebieden, zoals geslacht, geloofsovertuiging of afkomst, en het implementeren van een inclusiebeleid. • DNSH(DoNoSignicantHarm):Hetconcept«DoNoSignicantHarm»(DNSH)wordtindeEU-Taxonomiegebruiktalseenvan devoorwaardenomeenactiviteitals“duurzaam”teclassiceren.Ditbetekentdateeneconomischeactiviteitnietalleeneen substantiëlebijdragemoetleverenaaneenofmeermilieudoelstellingen,maarookgeensignicanteschademagtoebrengen aan een van deze doelstellingen. • eNPS (employee Net Promoter Score): Een indicator die wordt gebruikt om te meten hoe waarschijnlijk het is dat uw werkne- mers uw organisatie aanbevelen als een plek om te werken. Om de eNPS te berekenen, wordt werknemers de volgende vraag gesteld: «Op een schaal van 0 tot 10, hoe waarschijnlijk is het dat u ons bedrijf zou aanbevelen als een goede plek om te wer- ken?» De antwoorden worden vervolgens ingedeeld in drie categorieën: • Detractors (scores van 0 tot 6): werknemers die niet erg tevreden zijn en het bedrijf niet zouden aanbevelen. • Passives (scores van 7 tot 8): werknemers die tevreden zijn maar niet enthousiast en die het bedrijf niet actief zouden aan- bevelen. • Promoters (scores van 9 tot 10): zeer tevreden werknemers die het bedrijf actief zouden aanbevelen. • De eNPS wordt berekend door het percentage detractors af te trekken van het percentage promoters, wat een score tus- sen -100 en 100 oplevert. • EPB (Energy Performance of Buildings): Ditverwijstnaardeefciëntiewaarmeegebouwenenergiegebruiken. • EPD (Environmental Product Declaration): Standaarddocument met gedetailleerde informatie over de milieu-impact van een product gedurende zijn levenscyclus. • ESG ( Environment, Social and Governance): Een reeks criteria om de duurzaamheid en ethische impact van een bedrijf te be- oordelen. • ESG-(beleid): Verklaring waarin de aanpak van het bedrijf ten aanzien van milieu-, sociale en bestuursthema’s wordt uiteenge- zet, evenals het plan om dit te bereiken en de indicatoren die worden gebruikt om de voortgang te meten. • ESRS (European Sustainability Reporting Standards): Ondernemingen die onder de CSRD vallen, zullen moeten rapporteren in overeenstemming met de European Sustainability Reporting Standards (ESRS). De standaarden worden aangepast aan het EU-beleid en er wordt gebruik gemaakt van en bijgedragen aan internationale initiatieven op het gebied van standaardisatie. • EU Taxonomy:Regelsdiebepalenwelkeinvesteringenals“duurzaam”kunnenwordengeclassiceerdendiebijdragenaande realisatievandeEUGreenDeal.Declassicatieisgebaseerdoptechnischeselectiecriteria(TSC)enminimumcriteriaomaan- zienlijke schade te vermijden (DNSH). • BKG – Scope 1: Alle directe emissies uit bronnen die eigendom zijn van of beheerd worden door het bedrijf (bv. wagenpark, Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 125 brandstof- en aardgasverbranding). • BKG – Scope 2: Alle indirecte emissies van de productie van elektriciteit die door het bedrijf is ingekocht. Scope 2-emissies vin- den fysiek plaats in de faciliteit waar de elektriciteit wordt opgewekt. • BKG – Scope 2 location based: Deze methode berekent emissies aan de hand van de gemiddelde emissiefactor van het elektri- citeitsnetwerk waar de energie wordt verbruik Ze weerspiegelt de gemiddelde emissie-intensiteit van lokale elektriciteitsnetten. • BKG – Scope 2 market based: Deze methode berekent emissies op basis van de elektriciteit die organisaties hebben gekozen omintekopen,vaakgespeciceerdincontractenofinstrumentenzoalshernieuwbare-energiecerticaten(REC’s).Zehoudt rekeningmetdespeciekekeuzesvanhetbedrijfophetgebiedvanenergievoorziening. • BKG - Scope 3: Indirecte emissies van de activiteiten van een bedrijf, zoals emissies van de productie van ingekochte produc- ten (upstream) of van producten, diensten of projecten die door het bedrijf worden verkocht (downstream). • BKG-protocol (Broeikasgasprotocol): Een gestandaardiseerd wereldwijd kader voor het meten en beheren van de emissie van broeikasgassen (BKG) afkomstig van activiteiten in de private en publieke sector, waardeketens en mitigatieacties. Het biedt de meest gebruikte standaarden voor de boekhouding van broeikasgasemissies en helpt bedrijven, landen en steden om hun voortgang op weg naar klimaatdoelen bij te houden. • Mensenrechten:DerechtenzoalsgedenieerdindeUniverseleVerklaringvandeRechtenvandeMens. • IAO (Internationale Arbeidsorganisatie): Een gespecialiseerd agentschap van de Verenigde Naties. Haar mandaat bestaat in het bevorderen van sociale en economische rechtvaardigheid door internationale arbeidsnormen vast te stellen. • IRO (Impact, Risks and Opportunities); • Impacts: De effecten die de activiteiten van het bedrijf hebben op het milieu en de maatschappij. • Risico’s:Depotentiëlebedreigingenvoorhetbedrijf,zoalsklimatologischeofnanciëlerisico’s. • Opportuniteiten: De opportuniteiten voor ontwikkeling en innovatie die zich kunnen voordoen. • JV (Joint Venture): Een commercieel partnerschap waarin twee of meer bedrijven hun krachten bundelen om een gezamenlijk project uit te voeren. • KPI (Key Performance Indicator): Een maatstaf die gebruikt wordt om de doeltreffendheid van een bedrijf, een project of een speciekprocesteevalueren. • Limited assurance : Beperkte mate van zekerheid is een vorm van audit waarbij de auditors een gematigd oordeel geven over denanciëleofniet-nanciëlestatenvaneenbedrijf.Ditbetekentdatzijnietgenoegbewijshebbenverzameldomdewaar- heidsgetrouwheid van de informatie volledig te garanderen, maar dat zij wel basiscontroles hebben uitgevoerd. • NACE-code: EenclassicatiesysteemvooreconomischeactiviteitendatinEuropawordtgebruikt. • NOSACQ (Nordic Occupational Safety Climate Questionnaire): NOSACQ-50 is een vragenlijst die wordt gebruikt om het vei- ligheidsklimaat op het werk te beoordelen. Het meet het beeld dat werknemers hebben van het beveiligingsbeleid, de beveili- gingsprocedures en beveiligingspraktijken in hun organisatie. • NFRD (Non-Financial Reporting Directive): DeNFRDiseenEuropeserichtlijndiegrotebedrijvenverplichtomniet-nanciële informatie te publiceren, zoals hun impact op het gebied van milieu, maatschappij en goed bestuur (ESG). Ze heeft tot doel de transparantie en verantwoordelijkheid van bedrijven te verbeteren. • nZEB (nearly Zero Energy Buildings): Een bijna-nul-energiegebouw (nZEB) is een gebouw met een zeer goede energieprestatie. • OESO: (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling): Een intergouvernementele organisatie die in 1961 werd opgericht om beleid te bevorderen dat het economische en sociale welzijn van mensen over de hele wereld verbetert. • Reporting:Heeftbetrekkingopnanciëleenniet-nanciëleverslaggeving,metdenadrukopdemateriëleaspectendiezijn geïdenticeerdindeDMA. • Risk management: Gestructureerd risicobeheer. • SBM (Sustainable Business Model): Een strategische benadering die criteria op het gebied van milieu, maatschappij en goed bestuur (ESG) integreert in de activiteiten en beslissingen van het bedrijf. Het doel is om waarde op lange termijn te creëren en tegelijkertijd de negatieve impact op het milieu en de maatschappij te minimaliseren. • SBTi (Science Based Targets initiative):Eeninitiatiefdatdebestepraktijkendenieertvoorhetverminderenvandeemissie van broeikasgassen en het stellen van doelen in lijn met de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs. • SDGs (Sustainable Development Goals) : De duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties die een oproep tot actie zijn om welvaart te bevorderen en tegelijkertijd de planeet te beschermen tegen klimaatverandering. Ze omvatten strategieën die economische groei ondersteunen en tegemoetkomen aan sociale behoeften . • Sustainalytics: Een bedrijf dat beoordelingen en onderzoek uitvoert naar de duurzaamheid van beursgenoteerde bedrijven, gebaseerd op hun prestaties op het gebied van milieu, maatschappij en goed bestuur (ESG) . • Frequentiegraad: De frequentiegraad meet het aantal arbeidsongevallen met minstens één verzuimdag per miljoen gewerkte uren. Het wordt gebruikt om te beoordelen in welke mate werknemers zijn blootgesteld aan beroepsrisico’s. • Ernstgraad: De ernstgraad meet de ernst van arbeidsongevallen in termen van het aantal verloren werkdagen door tijdelijke arbeidsongeschiktheid per duizend gewerkte uren. • UPSI/BVS (Beroepsvereniging van de Vastgoedsector): Een Belgische organisatie die de belangen van vastgoedprofessionals behartigt. Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 126 5.2. Bijlage 2: Lijst met referenties ESRS 2 BP-1 5 a , ESRS 2 BP-1 5 b i 73 ESRS 2 BP-1 5 b ii 74 ESRS 2 BP-2 9 a , ESRS 2 BP-2 9 b 74 ESRS 2 BP-2 10 a, b, c & d , ESRS 2 BP-2 11 a, 11 b i & 11 b ii 75 ESRS 2 BP-2 16 75 ESRS 2 BP-2 17 76 ESRS 2 BP-2 13 a, b &c ; ESRS 2 BP-2 14 a, b & c 76 ESRS 2 BP-2 15 76 ESRS 2 GOV-5 ; ESRS 2 IRO-1 53 d,e,f 77 ESRS 2 GOV-4 78 ESRS 2 SBM-1 40 a i,ii; ESRS 2 SBM-1 42 78 ESRS 2 SBM-1 40 a iii 79 ESRS 2 SBM-2 45 d 79 ESRS 2 SBM-1 42 a, b 79 ESRS 2 SBM-1 42 c 79 ESRS 2 SBM-1 42 80 ESRS 2 BP-1 5c 80 ESRS 2 SBM-2 45 a i 80 ESRS 2 SBM-2 45 a 80 ESRS 2 SBM-2 45 b 81 ESRS 2 SBM-2 45 a iv 81 ESRS 2 SBM-2 45 a v 81 ESRS 2 SBM-2 45 a 81 ESRS 2 SBM-2 45 a 82 ESRS 2 SBM-2 45 a ii 82 ESRS 2 SBM-2 45 a iii 82 ESRS 2 SBM-2 45 c ii 82 ESRS 2 SBM-2 45 d 82 ESRS 2 SBM-2 45 a v 83 ESRS 2 SBM-3 48 a 84 ESRS 2 SBM-3 48 a ;b; 48c I, ii, iii, iv; d; f; g; h 87 ESRS 2 SBM-3 48 e 87 ESRS 2 IRO-1 53 b,c,d,g 88 ESRS 2 IRO-1 53 a 89 ESRS 2 GOV-2 89 ESRS 2 GOV-1 & 3 89 ESRS E1 GOV-3 13 97 ESRS E1 SBM-3 18 97 ESRS E1 SBM-3 19c 98 ESRS E1 SBM-3 19 a, b , ESRS E1 SBM-3 AR7b 98 ESRS E1 SBM-3 19 c, ESRS E1 SBM-3 AR 8b 98 ESRS E1.IRO-1 20 a,b,c, AR 9 et AR12a 98 Phase in requirements for ESRS E1.IRO-1, AR 11 a, b, c & d, 21, AR 12 a, b, c & d, 21 et AR 15 98 ESRS E1-2 24, 25 99 ESRS E1-2 24 99 ESRS E1-1 16a 99 ESRS E1-1, 16 h & i 99 ESRS E1-4, 34 e & 16 a 100 ESRS E1-4, 34 e & 16 a 100 ESRS E1-4 33 100 ESRS E1-4 34b 100 ESRS E1-3 29a, ESRS E1-3 AR21, ESRS E1-1 14, 16b,j, ESRS E1-4 34f, 16b 101 ESRS E1-3 29 b 101 ESRS E1-3 29 b, ESRS E1-4 34 a,b 101 ESRS E1-3 AR21, ESRS E1-4 33, ESRS E1-4 34b 102 ESRS E1-3 29 b 102 ESRS E1-3 29a, ESRS E1-1 14, 16b,j 103 ESRS E1-4 34 a,b 103 ESRS E1-4 AR 25 a,b 103 ESRS E1-3 29 ci, ESRS E1-1 16c 104 ESRS E1-1 16 f; ESRS E1-3 29 c ii,16 c & c iii,16 c 104 ESRS E1-1 16 d 104 ESRS E1-1 16 g 104 ESRS E1-6 AR 39b 104 ESRS E1-6 50 104 ESRS E1-6 44, 46d ; ESRS E1-6 48 a,b, 49 a,b, 52 a,b, 51, AR43c, AR45e, AR46j 105 ESRS E1-6 AR 41 106 ESRS E1-6 AR39 b 106 ESRS 2 BP-2 10 c 106 ESRS E1-6 45d 106 ESRS E1-6 AR39b 106 ESRS 2 BP-2 10 c 106 ESRS E1-6 AR 46 i, 46 h 107 ESRS E1-6, AR 46 i 107 ESRS 2 BP-2 10 c, E1-6, AR 46 g 107 ESRS E1-6 AR39 b 107 ESRS E1-6 47, 42c 107 ESRS E1-6 53, 55 & AR55 107 ESRS E1-6 53 108 ESRS E1-6 53 108 ESRS E1-6 AR 55 108 ESRS E1-6 AR55 108 ESRS E1-7 108 ESRS E1-8 108 ESRS E1-9 66a,b,c,d, ESRS E1-9 AR70ci, ESRS E1-9 AR69a,b 108 Phase in requirements for ESRS E1-9 67, 68,69 & AR 72,73 108 ESRS E1-9 67e 109 ESRS 2 SBM-2 109 ESRS S1-SBM-3 110 ESRS S1-1 20 a, b, c, ESRS S1-1 21 111 ESRS S1-1 17,18,19, ESRS S1-1 23 111 ESRS S1-1 22 111 ESRS S1-1 24 a,b,c,d 111 ESRS S1-1 20b, ESRS S1-2 25, 26, 27 112 ESRS S1-3 31, 32 112 ESRS S1-3 32 112 ESRS S1-3 32 e 112 ESRS S1-3 33 113 ESRS S1-4 36, 37, 38, 39, 42 113 ESRS S1-4 43 113 ESRS S1-5 46 114 ESRS S1-5 47 114 ESRS S1-5 47 114 ESRS S1-6 49,ESRS S1-6 50 dii 114 ESRS S1-6 50 a,b 114 ESRS S1-6 51 114 ESRS S1-6 50 di 114 ESRS S1-6 50 c 114 ESRS S1-6 50 e 115 ESRS S1-11 115 Phase in requirements for ESRS S1-13 83 b 115 Phase in requirements for ESRS S1-13 83 a, 84, 85 115 ESRS S1-14 87 115 ESRS S1-14 88 116 ESRS S1-17 116 ESRS 2 SBM-2 116 ESRS S2-SBM-3 11 a,c 117 ESRS S2-16, 17, 18, 19 117 ESRS S2-2 117 ESRS S2-3 27, 28 118 ESRS S2-4 118 ESRS S2-5 41 119 ESRS S2-5 40 119 ESRS S2-5 42 119 ESRS G1-2 15a, ESRS G1-2 15b 119 ESRS G1.GOV-1_5a, ESRS G1.GOV-1_5b 120 ESRS G1-1 9, ESRS G1-1 10g, ESRS G1-3 20, 21a, 21b, 21c 120 ESRS G1-1_10a, ESRS G1-1_10c, ESRS G1-3_18a 121 ESRS G1-4_01, ESRS G1-4_02 121 Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 127 5.3. Bijlage 3: Lijst met weggelaten informatie Referentie Rechtvaardiging van de weglating Referentie Rechtvaardiging van de weglating ESRS 2 BP-1 5d Niet van toepassing ESRS S1 3 34 Niet-materieel gegeven ESRS 2 BP-1 5e Niet van toepassing ESRS S1 4 40 b Niet-materieel gegeven ESRS 2 BP-2 AR2 Rapportage op vrijwillige basis ESRS S1 4 41 Niet-materieel gegeven ESRS 2 GOV-2 AR6 Rapportage op vrijwillige basis ESRS S1 4 AR 33, 35, 36, 40, 41 et 48 Rapportage op vrijwillige basis ESRS 2 SBM-1 40 a iv Niet van toepassing ESRS S1 4 AR 43 Niet-materieel gegeven ESRS 2 SBM-2 45 c i Niet van toepassing ESRS S1 5 AR 49 Rapportage op vrijwillige basis ESRS 2 SBM-2 45 c iii Niet van toepassing ESRS S1 6 52 Rapportage op vrijwillige basis ESRS 2 IRO-1 53 h Niet van toepassing ESRS S1 7 Niet-materieel subthema ESRS 2 IRO-2 57 Niet van toepassing ESRS S1 8 Niet-materieel subthema ESRS 2 IRO-2 58 Rapportage op vrijwillige basis ESRS S1 9 Niet-materieel subthema ESRS S1 10 Niet-materieel subthema ESRS E1 1-17 Niet van toepassing ESRS S1 12 Niet-materieel subthema ESRS E1 IRO-1 AR 11 Gefaseerde implementatie ESRS S1 13 Gefaseerde implementatie ESRS E1 IRO-1 21 Gefaseerde implementatie ESRS S1 14 89 et 90 Rapportage op vrijwillige basis ESRS E1 IRO-1 AR 12 b,c,d Gefaseerde implementatie ESRS S1 14 AR 81 et 94 Rapportage op vrijwillige basis ESRS E1 IRO-1 AR15 Gefaseerde implementatie ESRS S1 15 Niet-materieel subthema ESRS E1 3 AR19d Rapportage op vrijwillige basis ESRS S1 16 Niet-materieel subthema ESRS E1 4 AR 30 c Rapportage op vrijwillige basis ESRS S1 17 Niet-materieel subthema ESRS E1 5 Niet-materieel subthema ESRS E1 5 AR 38 b Rapportage op vrijwillige basis ESRS S2 SBM3 11 aiv,b,d,e Niet-materiële gegevens ESRS E1 7 Niet van toepassing SBM3 12,13 Niet-materiële gegevens ESRS E1 8 Niet van toepassing 1 AR 15,12,16 Rapportage op vrijwillige basis ESRS E1 9 90 a - 100 a Niet van toepassing 2 24 Niet van toepassing ESRS E1 9 AR71 b Rapportage op vrijwillige basis 3 29 Niet van toepassing ESRS E1 9 67 (exept e) Gefaseerde implementatie 3 AR 23,24,25 Rapportage op vrijwillige basis ESRS E1 9 AR72 Gefaseerde implementatie 4 AR 30,3,36,37,44 Rapportage op vrijwillige basis ESRS E1 9 AR73 Gefaseerde implementatie 5 AR 45 Rapportage op vrijwillige basis ESRS E1 9 AR 74 Rapportage op vrijwillige basis ESRS E1 9 AR 76 Rapportage op vrijwillige basis ESRS S3 Niet-materieel thema ESRS E1 9 68 Gefaseerde implementatie ESRS E1 9 69 Gefaseerde implementatie ESRS S4 Niet-materieel thema ESRS E2 Niet-materieel thema ESRS G1 1 10 b,d,e,f,h Niet-materieel thema 1 11 Rapportage op vrijwillige basis ESRS E3 Niet-materieel thema 2 Niet-materieel thema 3 18 b,c Niet-materieel thema ESRS E4 Niet-materieel thema 3 19 Niet-materieel thema 3 AR 7 Rapportage op vrijwillige basis ESRS E5 Niet-materieel thema 4 25 Rapportage op vrijwillige basis 5 Niet-materieel thema ESRS S1 1 AR10, 14 et 17 Rapportage op vrijwillige basis 6 Niet-materieel thema ESRS S1 2 29 Niet van toepassing ESRS S1 2 AR 25 et 26 Rapportage op vrijwillige basis ESRS S1 3 AR 29 et 30 Rapportage op vrijwillige basis Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 5.4. Bijlage 4: Verslag van de bedrijfsrevisor Verslag van de commissaris met een beperkte mate van zekerheid over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van Aannemingsmaatschappij CFE NV Aan de Algemene Vergadering van de vennootschap, In het kader van de wettelijke assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van Aannemingsmaatschappij CFE NV (“de Vennootschap” of “de Groep”), leggen wij u ons verslag over deze opdracht voor. Wij werden benoemd door de algemene vergadering van 2 mei 2024, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitge- bracht op aanbeveling van het auditcomité van Aannemingsmaatschappij CFE NV, voor het uitvoeren van een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de Vennootschap, opgenomen in de duurzaamheidsverklaring van het jaarverslag per 31 december 2024 en voor het boekjaar afgesloten op deze datum (hierna de “duurzaamheidsinformatie”). Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 decem- ber 2026. Wij hebben onze assuranceopdracht over de duurzaamheidsinformatie van de Vennootschap uitgevoerd gedurende 1 opeenvolgend boekjaar. Conclusie met een beperkte mate van zekerheid Wij hebben een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie van de Vennootschap uitgevoerd. Op basis van de uitgevoerde werkzaamheden en de verkregen assuranceinformatie is niets onder onze aandacht gekomen dat ons ertoe aanzet van mening te zijn dat de duurzaamheidsinfor- matie van de Vennootschap, in alle van materieel belang zijnde opzichten: • niet is opgesteld in overeenstemming met de vereisten bedoeld in artikel 3:32/2 van het Wetboek van vennoot- schappen en verenigingen, met inbegrip van de overeen- stemming met de toepasbare Europese standaarden voor duurzaamheidsinformatie (de European Sustainability Re- porting Standards (“ESRS’s”)); • niet in overeenstemming is met het door de Vennootschap uitgevoerde proces (“het Proces”) om de op grond van de ESRS’s openbaar gemaakte duurzaamheidsinformatie vast te stellen, zoals uiteengezet in de sectie 1.6. “IRO-1 en 2 Dubbele materialiteits-analyse” van de duurzaamheidsin- formatie; en • de vereisten niet naleeft van artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 (de “Taxonomieverordening”) betreffende de openbaarmaking van de informatie opgenomen in sectie 2.1. “ Informatie met betrekking tot de Europese Taxonomie (conform artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852)“ in de duurzaamheidsinformatie. Basis voor de conclusie Wij hebben onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid uitgevoerd overeenkomstig ISAE 3000 (Herzien), Assuranceopdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordelingvanhistorischenanciëleinformatie(“ISAE3000 (Herzien)”), zoals in België van toepassing. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaard zijn uitvoeriger beschreven in de sectie van ons verslag “Verant- woordelijkheden van de commissaris betreffende de assuran- ceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrek- king tot de duurzaamheidsinformatie”. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de assuranceopdracht van de duurzaamheidsinformatie in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid. Wij passen de internationale standaard voor kwaliteitsmanage- ment 1 (“ISQM 1”) toe, die vereist dat het kantoor een kwaliteits- managementsysteem opzet, implementeert en in werking stelt, inclusief beleidslijnen of procedures met betrekking tot de nale- ving van ethische vereisten, professionele normen en toepasse- lijke wettelijke en regelgevende vereisten. We hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de Vennootschap de vereiste ophelderingen en inlichtin- gen verkregen voor onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assuranceinfor- matie voldoende en geschikt is als basis voor onze conclusie. Overige aangelegenheid De reikwijdte van onze werkzaamheden is beperkt tot de assu- ranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid over de duurzaamheidsinformatie van de Vennootschap met betrekking tot de huidige rapporteringsperiode. Onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid strekt zich niet uit tot informatie met betrekking tot de vergelijkende cijfers. Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan betreffende het opstellen van de duurzaamheidsinformatie Het bestuursorgaan van de Vennootschap is verantwoordelijk voor het opzetten en implementeren van een Proces en voor het toelichten van dit Proces in sectie 1.6. “IRO-1 en 2 Dubbele mate- rialiteitsanalyse” van de duurzaamheidsinformatie. Deze verant- woordelijk-heid omvat: • het begrijpen van de context waarin de activiteiten en za- kelijke betrekkingen van de Vennootschap plaatsvinden en het ontwikkelen van inzicht in haar betrokken belangheb- benden; • hetidenticerenvandefeitelijkeenpotentiëleeffecten (zowel negatieve als positieve) in verband met duurzaam- heidskwesties, alsook van risico’s en opportuniteiten die de nanciëlepositie,denanciëleprestaties,dekasstromen, detoegangtotnancieringofdekapitaalkostenvande Vennootschap op korte, middellange of lange termijn beïn- vloeden of waarvan redelijkerwijs zou kunnen worden ver- Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE wacht dat zij hierop een invloed zullen hebben; • het beoordelen van de materialiteit van de vastgestelde effecten, risico’s en opportuniteiten in verband met duur- zaamheidskwesties door passende drempelwaarden te selecteren en toe te passen; en • het maken van veronderstellingen en schattingen die on- der de gegeven omstandigheden redelijk zijn. Het bestuursorgaan van de Vennootschap is ook verantwoor- delijk voor het opstellen van de duurzaamheidsinformatie, die de door het Proces vastgestelde informatie bevat, • in overeenstemming met de vereisten bedoeld in artikel 3:32/2 van het Wetboek van vennootschappen en vereni- gingen, met inbegrip van de toepasbare ESRS’s; en • met naleving van de vereisten in artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 (de “Taxonomie-verordening”) betreffende de openbaarmaking van de informatie opgenomen in sectie 2.1. “Informatie met betrekking tot de Europese Taxo- nomie (conform artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852)“ in de duurzaamheidsinformatie. Deze verantwoordelijkheid omvat: • het opzetten, implementeren en in stand houden van der- gelijke interne beheersingsmaatregelen die het bestuursor- gaan noodzakelijk acht voor het opstellen van duurzaam- heidsinformatie die geen afwijkingen van materieel belang, als gevolg van fraude of van fouten, bevat; en • het kiezen en toepassen van geschikte methoden voor duurzaamheidsverslaggeving, en het maken van veronder- stellingen en schattingen die onder de gegeven omstan- digheden redelijk zijn. Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het toezicht op het duurzaamheids-verslaggevingsproces van de Vennootschap. Inherente beperkingen bij het opstellen van de duurzaam- heidsinformatie Bij het rapporteren van toekomstgerichte informatie in over- eenstemming met de ESRS’s, wordt van het bestuursorgaan van de Vennootschap vereist dat het de toekomstgerichte infor- matie opstelt op basis van toegelichte veronderstellingen over gebeurtenissen die zich in de toekomst kunnen voordoen en mogelijke toekomstige maatregelen van de Vennootschap. De werkelijke uitkomsten zullen naar alle waarschijnlijkheid afwijken van de veronderstellingen, aangezien de veronderstelde ge- beurtenissen zich veelal niet zullen voordoen zoals verwacht en de afwijking daarvan van materieel belang kan zijn. Verantwoordelijkheden van de commissaris betreffende de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie Het is onze verantwoordelijkheid om de assuranceopdracht te plannen en uit te voeren met het oog op het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid over de vraag of de duurzaam- heidsinformatie geen afwijkingen van materieel belang, als ge- volg van fraude of van fouten, bevat, en het uitbrengen van een assuranceverslag met een beperkte mate van zekerheid waarin onze conclusie is opgenomen. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de beslissingen genomen door gebruikers op basis van de duurzaamheidsinformatie, beïnvloe- den. Als deel van een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid overeenkomstig ISAE 3000 (Herzien), zoals in Bel- gië van toepassing, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de opdracht. De uitgevoerde werkzaamheden in een opdracht met het oog op het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid, waarvoor wij verwijzen naar de sectie “Sa- menvatting van de uitgevoerde werkzaamheden” zijn minder uitgebreid dan in het geval van een opdracht met het oog op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. We brengen dan ook geen oordeel met een redelijke mate van zekerheid tot uitdrukking als deel van deze opdracht. Aangezien de toekomstgerichte informatie in de duurzaam- heidsinformatie en de veronderstellingen waarop deze is geba- seerd, betrekking hebben op de toekomst, kunnen deze worden beïnvloed door gebeurtenissen die zich mogelijks voordoen en/ of door mogelijke acties van de Vennootschap. De werkelijke uitkomsten zullen naar alle waarschijnlijkheid afwijken van de veronderstellingen, aangezien de veronderstelde gebeurtenis- sen zich veelal niet zullen voordoen zoals verwacht en de af- wijking daarvan van materieel belang kan zijn. Onze conclusie biedt daarom geen garantie dat de gerapporteerde werkelijke uitkomsten zullen overeenkomen met diegenen opgenomen in de toekomstgerichte informatie in de duurzaamheidsinformatie. Onze verantwoordelijkheden ten aanzien van de duurzaam- heidsinformatie, met betrekking tot het Proces, omvatten: • Het verwerven van inzicht in het Proces, maar niet met het oog op het verstrekken van een conclusie over de effecti- viteit van het Proces, met inbegrip van de uitkomst van het Proces; en; • Het opzetten en uitvoeren van werkzaamheden om te evalueren of het Proces in overeenstemming is met de beschrijving van het Proces door de Vennootschap, zoals uiteengezet in sectie 1.6. “IRO-1 en 2 Dubbele materialiteit- sanalyse” van de duurzaamheids-informatie. Onze overige verantwoordelijkheden ten aanzien van de duur- zaamheidsinformatie omvatten: • Het verwerven van inzicht in de beheersingsomgeving van de Vennootschap, en in de relevante processen en informatiesystemen voor het opstellen van de duurzaam- heidsinformatie,maarzonderdeopzetvandespecieke controleactiviteiten te beoordelen, onderbouwende infor- matie over hun implementatie te verkrijgen of de effectieve werking van de opgezette interne beheersingsmaatregelen te toetsen; • Hetidenticerenvandegebiedenwaarvanmaterieelbe- lang zijnde afwijkingen waarschijnlijk zullen optreden in de duurzaamheidsinformatie, of deze nu het gevolg zijn van fraude of van fouten; en • Het opzetten en uitvoeren van werkzaamheden die inspelen op gebieden waar afwijkingen van materieel belang in de duurzaamheidsinformatie zich waarschijnlijk zullen voor- doen. Het risico van het niet detecteren van een van mate- rieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, vals- heid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing. Samenvatting van de uitgevoerde werkzaamheden Een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid omvat het uitvoeren van werkzaamheden om assuranceinfor- matiete verkrijgen over de duurzaamheidsinformatie. De werk- zaamheden die bij een opdracht met een beperkte mate van zekerheid zijn uitgevoerd, zijn verschillend in aard en timing en geringer van omvang dan voor opdrachten tot het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. Daardoor ligt het niveau van zekerheid dat is verkregen bij een opdracht met een be- perkte mate van zekerheid aanzienlijk lager dan wanneer een opdracht met een redelijke mate van zekerheid is uitgevoerd. De aard, timing en omvang van geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van professionele oordeelsvorming, waaronder de vaststelling van gebieden waar afwijkingen van materieel belang in de duurzaamheidsinformatie, als gevolg van fraude of van fouten, zich waarschijnlijk zullen voordoen. Bij het uitvoeren van onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid, met betrekking tot het Proces, hebben wij: • Inzicht verworven in het Proces door: • het verzoeken om inlichtingen teneinde inzicht te ver- werven in de bronnen van informatie gebruikt door het management (bijv. betrokkenheid van belangheb- benden, bedrijfsplannen en strategiedocumenten), • alsook het beoordelen van de interne documentatie van de Vennootschap van haar Proces; en • Geëvalueerd of de assuranceinformatie verkregen uit onze werkzaamheden over het door de Vennootschap geïm- plementeerde Proces in overeenstemming was met de beschrijving van het Proces zoals uiteengezet in sectie 1.6. “IRO-1 en 2 Dubbele materialiteitsanalyse” van de duur- zaamheidsinformatie. • Bij het uitvoeren van onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid, met betrekking tot de duur- zaamheidsinformatie, hebben wij: • Inzicht verworven in de verslaggevingsprocessen van de Vennootschap die relevant zijn voor het opstellen van haar duurzaamheidsinformatie door: • het interviewen van management en betrokken me- dewerkers die verantwoordelijk zijn voor het consolide- ren en het uitvoeren van interne beheersingsmaatre- gelen met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie; en • wanneer dit passend wordt geacht, het bekomen van onderbouwende documentatie voor de betreffende verslaggevingsprocessen • Geëvalueerd of de informatie zoals vastgesteld door het Proces is opgenomen in de duurzaamheidsinformatie; • Geëvalueerd of de structuur en het opstellen van de duur- zaamheidsinformatie overeenstemt met de ESRS’s; • Om inlichtingen verzocht bij relevant personeel en cijfera- nalyses uitgevoerd op geselecteerde informatie in de duur- zaamheidsinformatie; • Gegevensgerichte assurancewerkzaamheden uitgevoerd op basis van een steekproef op geselecteerde informatie in de duurzaamheidsinformatie; • Voor een aantal locaties die bijdragen tot de kwantitatieve informatie opgenomen in de duurzaamheidsinformatie, ter plaatse of via remote connectie, op basis van professionele oordeelsvorming, en op steekproefbasis, beperkte detail- testen uitgevoerd met betrekking tot de processen van gegevensverzameling en berekening, evenals validatiepro- cedures met betrekking tot de betreffende kwantitatieve informatie; • Assuranceinformatie verkregen over de methoden voor het ontwikkelen van schattingen en toekomstgerichte in- formatie; geëvalueerd zoals beschreven in de sectie “Ver- antwoordelijkheden van de commissaris betreffende de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie”; • Inzicht verworven in het proces voor het vaststellen van economische activiteiten die voor de taxonomie in aan- merking komen en op de taxonomie afgestemd zijn en de overeenkomstige toelichtingen in de duurzaamheidsinfor- matie; • Op steekproefbasis, afstemming gedaan van de econo- mische activiteiten met bewijsstukken die de substantiële bijdrage, de geen ernstige afbreuk doen bijdrage, en de minimumgaranties onderbouwen; • Het afstemmen van de input voor de omzet, de kapitaal- uitgaven en de operationele uitgaven met onderliggende nanciëleinformatievandeVennootschap. Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen op- drachten die onverenigbaar zijn met de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid verricht, en ons bedrijfs- revisorenkantoor is in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Vennootschap. Diegem, 28 maart 2025 EY Bedrijfsrevisoren BV Commissaris Vertegenwoordigd door Marnix Van Dooren Partner * Handelend in naam van een BV Duurzaamheidsverklaring Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 129 Financiële staten Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 130 130 DEFINITIES ...................................................................................................... 131 GECONSOLIDEERDE FINANCIËLE STATEN .................................................. 132 GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE RESULTATENREKENING ........................................................................................ 132 GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN HET TOTAALRESULTAAT . 132 GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE .. 133 GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT ........................ 134 GECONSOLIDEERD MUTATIEOVERZICHT VAN HET EIGEN VERMOGEN ....................................................................... 137 KAPITAAL EN RESERVES ....................................................... 137 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING ...................... 138 VOORAF ........................................................................... 138 VOORNAAMSTE TRANSACTIES IN 2024 EN 2023 MET GEVOLGEN VOOR DE CONSOLIDATIEKRING VAN DE GROEP CFE ........................................................................................ 138 1. ALGEMENE PRINCIPES .......................................................................... 141 2. BELANGRIJKE GRONDSLAGEN BIJ DE OPSTELLING VAN DE JAARREKENING .................................................................................... 142 3. CONSOLIDATIEMETHODEN .................................................................. 158 4. SEGMENTINFORMATIE ......................................................................... 159 5. OVERNAMES EN VERVREEMDINGEN VAN DOCHTERONDER- NEMINGEN ............................................................................................. 164 6. OVERIGE EXPLOITATIEBATEN EN EXPLOITATIELASTEN ..................... 164 7. PERSONEELSUITGAVEN ........................................................................ 165 8. FINANCIEEL RESULTAAT ....................................................................... 165 9. MINDERHEIDSBELANGEN ..................................................................... 165 10. RESULTAAT PER AANDEEL .................................................................... 166 11. BELASTINGEN OP HET TOTAALRESULTAAT ........................................ 167 12. IMMATERIËLE VASTE ACTIVA ANDERS DAN GOODWILL ................... 170 13. GOODWILL .............................................................................................. 171 14. MATERIËLE VASTE ACTIVA .................................................................. 172 15. DEELNEMINGEN WAAROP VERMOGENSMUTATIEMETHODE IS TOEGEPAST ........................................................................................... 175 16. OVERIGE FINANCIËLE VASTE ACTIVA ................................................. 182 17. BOUWCONTRACTEN ............................................................................ 184 18. VOORRADEN ......................................................................................... 185 19. GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN ............................................. 186 20. KAPITAALSUBSIDIES ............................................................................ 186 21. INFORMATIE OVER HET AANDELENOPTIEPLAN OP EIGEN AANDELEN ................................................................................................................ 186 22. PERSONEELSBELONINGEN .................................................................... 188 23. ANDERE VOORZIENINGEN DAN PENSIOENVERPLICHTINGEN EN PERSONEELSBELONINGEN .................................................................... 192 24. VOORWAARDELIJKE ACTIVA EN VERPLICHTINGEN .......................... 192 25. NETTO FINANCIËLE SCHULD ................................................................ 194 26. INFORMATIE BETREFFENDE HET BEHEER VAN DE FINANCIËLE RISICO’S ................................................................................................................ 197 27. ANDERE GEGEVEN VERPLICHTINGEN ................................................. 203 28. ANDERE ONTVANGEN VERPLICHTINGEN ........................................... 204 29. GESCHILLEN .......................................................................................... 204 30. VERBONDEN PARTIJEN ....................................................................... 204 31. BEZOLDIGING VAN DE COMMISSARIS ............................................... 205 32. BELANGRIJKE GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM ...................... 205 33. ONDERNEMINGEN BEHORENDE TOT DE GROEP CFE ......................... 206 AFSTEMMING VAN ALTERNATIEVE FINANCIËLE INDICATOREN ............... 211 VERKLARING OVER HET GETROUWE BEELD VAN DE FINANCIËLE STATEN EN HET GETROUWE OVERZICHT IN HET BEHEERSVERSLAG .................... 213 ALGEMENE INLICHTINGEN OVER DE VENNOOTSCHAP ............................. 214 STATUTAIRE FINANCIELE STATEN .................................................................. 7 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 131 131 DEFINITIES Behoefte aan werkkapitaal Voorraden + handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen + Bouwcontracten activa + overige vlottende activa uit niet-operationele activiteiten – handelsschulden en overige schulden – fiscale schulden – bouwcontracten passiva – overige kortlopende verplichtingen uit niet-operationele activiteiten. Vastgoedbestand Eigen vermogen segment vastgoedontwikkeling + netto financiële schuld segment vastgoedontwikkeling. Netto financiële schuld (NFS) Langlopende en kortlopende financiële schulden – geldmiddelen en kasequivalenten. Netto financiële positie Geldmiddelen en kasequivalenten - langlopende en kortlopende financiële schulden. Resultaat van de operationele Omzet + overige exploitatiebaten + grondstoffen, verbruiksgoederen, diensten en activiteiten uitbesteed werk + bezoldigingen en sociale lasten + overige exploitatielasten + afschrijvingen. Bedrijfsresultaat (EBIT) Resultaat van de operationele activiteiten + aandeel in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast. EBITDA Resultaat van de operationele activiteiten + afschrijvingen. Rendement op eigen vermogen Resultaat – deel van de groep / eigen vermogen – deel van de groep (opening). (ROE) Gemiddelde rente op financiële De contractuele rentevoet (gewogen gemiddelde) van de financiële schulden die schuld gedurende het jaar van kracht waren, rekening houdend met de afdekkingsinstrumenten. De financiële schulden omvatten trekkingen op kredietlijnen, bankleningen, obligaties en leasings. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 132 132 GECONSOLIDEERDE FINANCIËLE STATEN GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE RESULTATENREKENING Boekjaar afgesloten op 31 December (duizend euro) Toelichting 2024 2023 herwerkt 1 Omzet 4 1.182.169 1.248.470 Overige exploitatiebaten 6 38.730 54.487 Grondstoffen, verbruiksgoederen, diensten en uitbesteed werk (842.639) (929.988) Personeelsuitgaven 7 (240.232) (236.497) Overige exploitatielasten 6 (88.159) (86.939) Afschrijvingen 12-14 (21.832) (21.348) Resultaat van de operationele activiteiten 28.037 28.185 Aandeel in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast 15 3.968 4.839 Bedrijfsresultaat 32.005 33.024 Renteopbrengsten 8 12.944 11.880 Rentelasten 1 8 (15.386) (11.041) Overige financieel resultaat 8 7.240 (2.832) Financieel resultaat 4.798 (1.993) Resultaat vóór belastingen 36.803 31.031 Winstbelastingen 11 (12.840) (8.305) Resultaat van de periode 23.963 22.726 Minderheidsbelangen 9 0 53 Resultaat - deel van de groep 23.963 22.779 Resultaat per aandeel (deel van de groep) (EUR) (basis en verwaterd) 10 0,97 0,91 GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN HET TOTAALRESULTAAT Boekjaar afgesloten op 31 December (duizend euro) Toelichting 2024 2023 Resultaat - deel van de groep 23.963 22.779 Resultaat van de periode 23.963 22.726 Financiële instrumenten – veranderingen in de reële waarde (2.070) (5.441) Wisselkoersverschillen uit de omrekening (561) 1.681 Uitgestelde belastingen 11 0 1.360 Overige elementen van het totaalresultaat die later overgebracht zullen worden naar het nettoresultaat (2.631) (2.400) Herwaardering van de nettoverplichtingen m.b.t. toegezegde prestatie - en premieregelingen 21 (31) (2.400) Uitgestelde belastingen 11 48 414 Overige elementen van het totaalresultaat die later niet overgebracht zullen worden naar het nettoresultaat 17 (1.986) Totaal overige elementen van het totaalresultaat die rechtstreeks in het eigen vermogen opgenomen worden (2.614) (4.386) Totaalresultaat : 21.349 18.340 - Deel van de groep 21.351 18.423 - Deel van de minderheidsbelangen (2) (83) Totaalresultaat (deel van de groep) per aandeel (EUR) (basis en verwaterd) 10 0,86 0,74 1 De rubriek “Financieringslasten en baten” gepresenteerd in 2023 is opgesplitst in “Renteopbrengsten” en “Rentelasten” zoals beschreven in toelichting 2.b. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 133 133 GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE Boekjaar afgesloten op 31 December (duizend euro) Toelichting 2024 2023 herwerkt 2 Immateriële vaste activa 12 5.981 3.881 Goodwill 13 23.929 23.894 Materiële vaste activa 14 96.023 95.087 Deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast 15 176.382 185.365 Overige financiële vaste activa 16 120.248 118.553 Langlopende afgeleide financiële instrumenten 26 126 336 Overige vaste activa 13.961 11.321 Uitgestelde belastingvorderingen 11 9.017 8.529 Vaste activa 445.667 446.966 Voorraden 18 141.375 161.844 Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen 265.481 313.580 Bouwcontracten - activa 17 62.696 68.411 Overige vlottende activa uit niet-operationele activiteiten 7.329 5.637 Kortlopende afgeleide financiële instrumenten 26 77 2.657 Vlottende financiële activa 5.612 3.162 Geldmiddelen en kasequivalenten 19 173.510 154.092 Vlottende activa 656.080 709.383 Totaal der activa 1.101.747 1.156.349 Kapitaal 8.136 8.136 Uitgiftepremie 116.662 116.662 Ingehouden winsten 136.412 122.962 Eigen aandelen 21 (4.250) (4.410) Pensioenplannen met vaste bijdragen en vaste prestaties 22 (12.019) (12.035) Reserves met betrekking tot afdekkingsverrichtingen 3.536 5.606 Wisselkoersverschillen uit de omrekening (709) (151) Eigen vermogen – deel groep 247.768 236.770 Minderheidsbelangen 7 (377) Eigen vermogen 247.775 236.393 Pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen 22 8.163 9.401 Langlopende voorzieningen 23 19.445 17.807 Overige langlopende schulden 25.535 26.499 Langlopende financiële schulden 25 184.830 190.965 Langlopende afgeleide financiële instrumenten 26 652 125 Uitgestelde belastingverplichtingen 11 5.247 3.150 Langlopende verplichtingen 243.872 247.947 Kortlopende voorzieningen 23 16.644 15.274 Handelsschulden en overige schulden 289.176 317.761 Bouwcontracten - verplichtingen 17 208.844 201.618 Fiscale schulden 6.342 9.358 Kortlopende financiële schulden 25 30.375 56.394 Kortlopende afgeleide financiële instrumenten 26 0 0 Overige kortlopende verplichtingen uit niet-operationele activiteiten 58.719 71.604 Kortlopende verplichtingen 610.100 672.009 Totaal eigen vermogen en verplichtingen 1.101.747 1.156.349 2 Deelnemingen die zijn opgenomen volgens de negatieve vermogensmutatiemethode werden voorheen volledig gepresenteerd onder “Langlopende voorzieningen”. Vanaf 2024 worden deze eerst in mindering gebracht op alle financiële vaste activa die betrekking hebben op deze deelnemingen en het saldo wordt gepresenteerd onder “Langlopende voorzieningen”. De vergelijkende cijfers per 31 december 2023 zijn aangepast zoals beschreven in toelichting 2.b. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 134 134 GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT BBooeekkjjaaaarr aaffggeessllootteenn oopp 3311 DDeecceemmbbeerr (duizend euro) T T o o e e l l i i c c h h t t i i n n g g 2 2 0 0 2 2 4 4 2 2 0 0 2 2 3 3 ( ( h h e e r r w w e e r r k k t t ) ) R R e e s s u u l l t t a a a a t t v v a a n n d d e e o o p p e e r r a a t t i i o o n n e e l l e e a a c c t t i i v v i i t t e e i i t t e e n n 28.037 28.185 Afschrijving op immateriële en materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen 12-14 21.832 21.348 (Afname)/toename van voorzieningen 582 (4.639) Waardeverminderingen op activa en overige niet-kaselementen (2.008) (4.721) Verlies/(winst) bij vervreemding van materiële en financiële vaste activa (1.198) (929) Dividenden uit deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast 15 17.447 16.115 Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) operationele activiteiten vóór wijzigingen van het werkkapitaal 64.692 55.359 Afname/(toename) van handels- en overige kortlopende en langlopende vorderingen 59.136 3.485 Kapitaalsvermindering/(verhoging) van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast in het segment Vastgoedontwikkeling 15 (4.506) (71.421) Terug betaling/(Nieuwe) verstrekte leningen aan deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast in het segment Vastgoedontwikkeling 16 1.517 (3.788) Afname/(toename) van voorraden 15.408 (12.623) Toename/(afname) van handelsschulden en overige kortlopende en langlopende schulden (38.086) 37.612 (Betaalde)/ontvangen winstbelastingen (12.856) (8.375) Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) operationele activiteiten 85.305 249 Investeringen (16.571) (25.303) Aankoop van immateriële en materiële vaste activa (10.846) (19.696) Verhoging van het belangenpercentage met aftrek van verworven/verkochte geldmiddelen 0 0 Kapitaalsverhoging van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast 15 (671) (1.550) Nieuwe verstrekte leningen aan deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast 16 (5.054) (4.057) Desinvesteringen 8.123 14.267 Opbrengsten uit de verkoop van immateriële en materiële vaste activa 2.345 3.013 Vermindering van het belangenpercentage met aftrek van verworven/verkochte geldmiddelen 5 550 0 Kapitaalsvermindering van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast 15 3.444 0 Terugbetaling van verstrekte leningen aan deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast 16 1.784 11.254 Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) investeringsactiviteiten (8.448) (11.036) Betaalde intresten (15.386) (11.041) Ontvangen intresten 13.088 11.281 Overige financiële lasten en opbrengsten ontvangen/(uitgekeerd) 1.806 (2.287) Opbrengsten uit nieuwe leningen 25 44.599 86.327 Terugbetaling van leningen 25 (92.235) (37.996) Inkoop van eigen aandelen 21 0 (835) Ontvangen/(Uitgekeerde) dividenden (9.921) (9.969) Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) financieringsactiviteiten (58.049) 35.480 Netto toename/(afname) van de geldmiddelen 18.808 24.693 Geldmiddelen en kasequivalenten, openingsbalans 19 154.092 127.149 Gevolgen van wisselkoerswijzigingen voor geldmiddelen en kasequivalenten 610 2.250 Geldmiddelen en kasequivalenten, slotbalans 19 173.510 154.092 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 135 135 De overnames en vervreemdingen van dochterondernemingen na aftrek van verworven geldmiddelen omvatten niet de entiteiten die niet onder bedrijfscombinaties vallen (segment Vastgoedontwikkeling); deze worden dus niet beschouwd als investeringsactiviteiten en worden rechtstreeks opgenomen in kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) van operationele activiteiten. We verwijzen naar sectie 2.d. Y. De reconciliatie elementen tussen de bewegingen in werkkapitaalrubrieken (zoals gedefinieerd in de ‘Afstemming van alternatieve financiële indicatoren’) van de geconsolideerde balans en het geconsolideerd kasstroomoverzicht betreffen voornamelijk toevoegingen aan en terugnemingen van waardeverminderingen, wijzigingen in de consolidatiekring, omrekeningsverschillen en herclassificaties tussen balansposten. Om een beter inzicht te krijgen in de kasstromen met betrekking tot de financiering van de vastgoedontwikkelingsactiviteiten, uitgevoerd door vennootschappen geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode en opgenomen in de operationele kasstroom, worden de kapitaalverminderingen- en verhogingen van de vennootschappen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode in het segment Vastgoedontwikkeling (-71.421 duizend euro in 2023), alsook, de terugbetalingen en toekenningen van leningen aan deze entiteiten (-3 788 duizend in 2023) op afzonderlijke lijnen gepresenteerd. Tot 2023 werden deze opgenomen onder “Afname/(toename) van handels- en overige kortlopende en langlopende vorderingen”. Toelichtingen bij de resultatenrekening van 2024: - De omzet is gedaald met -5,3% in vergelijking met het vorige boekjaar, voornamelijk in de segmenten Bouw & Renovatie en Multitechnieken. De omzet in de het segment Vastgoedontwikkeling is niet representatief voor de activiteit van dat segment aangezien een belangrijk deel van de activiteiten van BPI wordt ontwikkeld in deelnemingen waarop de vermogensmutatiemethode is toegepast. - De opbrengsten uit aanverwante activiteiten omvatten met name de herfactureringen aan tijdelijke handelsvennootschappen en winsten op de verkoop van vaste activa. De inkomsten uit aanverwante activiteiten waren in 2023 bijzonder hoog omdat ze werden beïnvloed door de verkoop van 50% van de deelneming in BPI Chielmna (14,2 miljoen euro), alsook door het hergebruik van positieve wisselkoersverschillen naar aanleiding van de verkoop van CMT en CTE en de vereffening van CFE Hongarije. - De kosten voor grondstoffen, verbruiksgoederen, diensten en uitbesteed werk zijn gedaald met -9,4%. De personeelskosten stegen met 1,4%, voornamelijk als gevolg van de looninflatie, deels gecompenseerd door een daling van het gemiddelde personeelsbestand. - Het financieel resultaat is positief met 4,8 miljoen euro (-2,0 miljoen euro in 2023), en wordt verklaard door: o de stijging van de rentelasten, enerzijds gekoppeld aan de bedrijfsfinanciering en anderzijds aan de financiering van projecten die volledig in eigendom zijn van BPI, die meer dan gecompenseerd wordt door: o de toename van de financiële inkomsten uit aandeelhoudersleningen aan gezamenlijk gecontroleerde dochterondernemingen; o de renteopbrengsten op rekeningen-courant en bankdeposito's; en door: o het hergebruik van wisselkoersverschillen op de terugbetaling van intragroepsleningen in vreemde valuta (gelijkgesteld aan permanente financiering) en wisselkoerswinsten gerealiseerd als gevolg van de waardestijging van de PLN. Toelichtingen bij het geconsolideerd overzicht van de financiële positie per 31 december 2024 : - De immateriële vaste activa stijgen licht als gevolg van investeringen voor de implementatie van een ERP-systeem in het segment Bouw & Renovatie. - De goodwill heeft voornamelijk betrekking op de segmenten VMA en MOBIX en is stabiel ten opzichte van 2023. - De materiële vaste activa blijven stabiel en omvatten voornamelijk de nettoboekwaarde van de maatschappelijke zetels van verscheidene Belgische dochterondernemingen, het materieel en het wagenpark. - De deelnemingen waarop de vermogensmutatiemethode is toegepast en de andere financiële activa omvatten voornamelijk de participaties in, en de aandeelhoudersleningen aan, Deep C Holding N.V., Green Offshore N.V., Greenstor N.V. en aan gezamenlijk gecontroleerde projectvennootschappen voor vastgoedontwikkeling. - De post ‘Deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast’ daalt als gevolg van de dividenduitkeringen door Green Offshore N.V. en door de gezamenlijk gecontroleerde vastgoedontwikkelingsmaatschappijen in Luxemburg, die hoger zijn dan het resultaat van de deelnemingen waarop de vermogensmutatiemethode is toegepast. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 136 136 - De voorraden betreffen in essentie vastgoedprojecten ontwikkeld door BPI Real Estate en haar integraal geconsolideerde dochterondernemingen. De afname van de voorraden is grotendeels het gevolg van de oplevering van drie grootschalige residentiële bouwprojecten in Polen (Cysta, Panoramiqa en Bernardowo). BPI Real Estate en haar integraal geconsolideerde dochterondernemingen hebben gedurende het jaar geen grote overnames gedaan. - De handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen daalden aanzienlijk, vooral in het segment Bouw & Renovatie en bij VMA (-48,1 miljoen euro). - De geldmiddelen en kasequivalenten omvatten 82,9 miljoen euro bij CFE NV. Het saldo wordt verdeeld over de tijdelijke handelsvennootschappen en de buitenlandse entiteiten die niet in de cash pooling zijn opgenomen. - Het eigen vermogen - deel van de groep stijgt van 236,8 miljoen euro per 31 december 2023 naar 247,8 miljoen euro per 31 december 2024. Deze stijging wordt verklaard door drie belangrijke elementen: het resultaat van het boekjaar (24,0 miljoen euro), het uitgekeerde dividend (-10,0 miljoen euro) en de impact van de waardeverandering van de afdekkingsinstrumenten (-2,1 miljoen euro). - De financiële schulden bedragen in totaal 215 miljoen euro, wat een daling van 32 miljoen euro betekent als gevolg van een verbeterd werkkapitaal in de segmenten Bouw & Renovatie en Multitechnieken. - De handelsschulden en overige schulden dalen met -28,6 miljoen euro. Toelichtingen bij het geconsolideerd kasstroom overzicht per 31 december 2024 - Het operationeel resultaat blijft stabiel op 28,0 miljoen euro. - De afschrijvingen op (im)materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen blijven dicht bij het niveau van vorig jaar, aangezien er geen grote investeringen of verkopen waren. - De netto toevoeging aan de voorzieningen en de waardeverminderingen op activa en andere niet-kaskosten zijn onbeduidend in 2024. - De aanzienlijke verbetering van de ‘Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) operationele activiteiten’ van (+85,1 miljoen euro) is voornamelijk te danken aan een stabiele EBITDA van +49,9 miljoen euro (+49,5 miljoen euro in 2023), gesteund door een verbetering van de behoefte aan werkkapitaal. Deze laatste daalde met -20,6 miljoen euro als gevolg van de afname van de handelsvorderingen en overige kortlopende en langlopende bedrijfsvorderingen (+59,1 miljoen euro), voornamelijk toe te schrijven aan de segmenten Bouw & Renovatie en Multitechnieken. Daarenboven, is er een daling van de voorraden (+15,4 miljoen euro), gedeeltelijk gecompenseerd door een daling van de handelsschulden en overige kortlopende en langlopende bedrijfsschulden (-38,1 miljoen euro), ook voornamelijk toe te schrijven aan de segmenten Bouw & Renovatie en Multitechnieken. - De netto kapitaalsbewegingen in de deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode in het segment Vastgoedontwikkeling, leidt tot een kapitaalverhoging die beperkt is tot 4,5 miljoen euro. In 2023 betrof dit voornamelijk de kapitaalinjectie voor de aankoop van de Kronos-projectsite (64 miljoen euro). - Terugbetalingen/(toekenningen) van leningen aan geconsolideerde deelnemingen volgens de vermogensmutatiemethode in het segment Vastgoedontwikkeling; deze omvatten voornamelijk de gedeeltelijke terugbetaling van de lening toegekend aan BPI Chmielna (7,7 miljoen euro) en de nieuwe voorschotten toegekend in verband met de projecten Roots (2,3 miljoen euro) en Brouck'R (2,2 miljoen euro). - De ‘Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) investeringsactiviteiten’ dalen licht tot een nettobedrag van (8,4) miljoen euro, waarvan: o aankopen van (im)materiële vaste activa, die geactiveerde kosten omvatten in verband met de implementatie van een nieuw ERP-systeem in het segment Bouw & Renovatie alsook de aankoop van uitrusting en materialen voor de segmenten Bouw & Renovatie en Multitechnieken. o leningen verstrekt aan geconsolideerde deelnemingen volgens de vermogensmutatiemethode, namelijk leningen verstrekt aan Deep C Holding (2,7 miljoen euro) en Greenstor (2,3 miljoen euro). o de kapitaalvermindering van geconsolideerde deelnemingen volgens de vermogensmutatiemethode heeft uitsluitend betrekking op Hofkouter NV, een bedrijf in het segment Bouw & Renovatie. o gedeeltelijke terugbetaling van leningen verstrekt aan LuWa (0,9 miljoen euro) en Green Offshore (0,8 miljoen euro). - De ‘Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) financieringsactiviteiten’ bedraagt -58,0 miljoen euro, voornamelijk met betrekking tot netto terugbetalingen van leningen (-47,6 miljoen euro) en de dividenduitkering voor het boekjaar 2023 (-9,9 miljoen euro). Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 137 137 GECONSOLIDEERD MUTATIEOVERZICHT VAN HET EIGEN VERMOGEN (duizend euro) Kapitaal Uitgiftepremie Ingehouden winsten Eigen aandelen Pensioenplannen met vaste bijdragen en vaste prestaties Reserves met betrekking tot afdekkingsverrichtingen Wisselkoersverschillen uit de omrekening E E i i g g e e n n v v e e r r m m o o g g e e n n – – d d e e e e l l g g r r o o e e p p Minderheidsbelangen E E i i g g e e n n v v e e r r m m o o g g e e n n December 2023 8.136 116.662 122.962 (4.410) (12.035) 5.606 (151) 236.770 (377) 236.393 Totaalresultaat voor de periode 0 0 23.963 0 16 (2.070) (558) 21.351 (2) 21.349 Dividenden aan aandeelhouders 0 0 (9.921) 0 0 0 0 (9.921) 0 (9.921) Mutaties in verband met eigen aandelen en op aandelen gebaseerde betalingen 0 0 0 160 0 0 0 160 0 160 Wijziging consolidatiek ring en andere wijzigingen 0 0 (592) 0 0 0 0 (592) 386 (206) December 2024 8.136 116.662 136.412 (4.250) (12.019) 3.536 (709) 247.768 7 247.775 De veranderingen in de reële waarde van de pensioenplannen met vaste bijdragen en vaste prestaties en de veranderingen met betrekking tot afgeleide instrumenten worden respectievelijk toegelicht in toelichtingen 22 ‘Personeelsbeloningen’ en 15 “Deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast” terwijl de bewegingen met betrekking tot de eigen aandelen worden uiteengezet in toelichting 21 'Informatie over het aandelenoptieplan op eigen aandelen'. (duizend euro) Kapitaal Uitgiftepremie Ingehouden winsten Eigen aandelen Pensioenplannen met vaste bijdragen en vaste prestaties Reserves met betrekking tot afdekkingsverrichtingen Wisselkoersverschillen uit de omrekening Eigen vermogen – deel groep Minderheidsbelangen Eigen vermogen December 2022 8.136 116.662 105.696 (3.735) (10.050) 9.687 (1.743) 224.653 (127) 224.526 Totaalresultaat voor de periode 0 0 22.779 0 (1.985) (4.081) 1.710 18.423 (83) 18.340 Dividenden aan aandeelhouders 0 0 (9.969) 0 0 0 0 (9.969) 0 (9.969) Mutaties in verband met eigen aandelen en op aandelen gebaseerde betalingen 0 0 (675) 0 0 0 (675) 0 (675) Wijziging consolidatiekring en andere wijzigingen 0 0 4.456 0 0 0 (118) 4.338 (167) 4.171 December 2023 8.136 116.662 122.962 (4.410) (12.035) 5.606 (151) 236.770 (377) 236.393 KAPITAAL EN RESERVES Het kapitaal op 31 december 2024 bestaat uit 25.314.482 gewone aandelen. Het zijn aandelen zonder aanduiding van nominale waarde. De houders van gewone aandelen hebben het recht om dividenden te ontvangen en hebben recht op één stem per aandeel op de algemene vergadering van aandeelhouders. De Raad van Bestuur heeft een dividend van 0,40 euro bruto per aandeel voorgesteld dat ter goedkeuring zal worden voorgelegd aan de aandeelhouders op de algemene vergadering. De dividend wordt geschat op 9.921 duizend euro op basis van de uitstaande aandelen (exclusief eigen aandelen) per 31 december 2024. De bestemming van het resultaat werd niet opgenomen in de jaarrekening per 31 december 2024. Met betrekking tot het boekjaar 2023 werd in mei 2024 een dividend van 9.921 duizend euro uitgekeerd, wat overeenstemt met 0,40 euro bruto per aandeel (exclusief de gehouden eigen aandelen). Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten 0 Jaarverslag 2024 - CFE 138 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING VOORAF De Aannemingsmaatschappij CFE N.V. (hierna ‘de vennootschap’ of ‘CFE’ genoemd) is een vennootschap naar Belgisch recht, gevestigd in België. De geconsolideerde jaarrekening voor de periode afgesloten op 31 december 2024 bevat de jaarrekening van de vennootschap, van haar dochterondernemingen en haar belangen in de deelnemingen waarop vermogensmutatie is toegepast (‘Groep CFE’). CFE wordt voor 62,12 % gecontroleerd door Ackermans van Haaren (XBRU BE0003764785) waarvan de uiteindelijke controlerende aandeelhouder Stichting Administratiekantoor “Het Torentje” is . CFE en Ackermans & van Haaren zijn op Euronext Brussels genoteerde vennootschappen. De raad van bestuur heeft toestemming gegeven voor de publicatie van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep CFE op 17 maart 2025. De geconsolideerde jaarrekening van de Groep CFE moet gelezen worden in samenhang met het beheersverslag van de raad van bestuur. VOORNAAMSTE TRANSACTIES IN 2024 EN 2023 MET GEVOLGEN VOOR DE CONSOLIDATIEKRING VAN DE GROEP CFE TRANSACTIES IN HET JAAR 2024 1. Segment Vastgoedontwikkeling De belangrijkste wijzigingen van de consolidatiekring die het segment Vastgoedontwikkeling van de Groep CFE in het jaar 2024 hebben beïnvloed, zijn als volgt: - De naam van de vennootschap BPI Project 2 Sp. z.o.o., een 100% dochteronderneming van de Groep CFE en integraal geconsolideerd, werd gewijzigd in BPI Piano Forte Sp. z.o.o.. Deze vennootschap blijft volgens de integrale methode geconsolideerd. - De naam van van de vennootschap BPI Project 8 Sp. z.o.o., een 100% dochteronderneming van de Groep CFE en integraal geconsolideerd, werd gewijzigd in BPI Wieslawa Sp. z.o.o. Daarnaast heeft de vennootschap BPI Real Estate Poland Sp. z.o.o. 50% van haar aandelen in BPI Wieslawa Sp. z.o.o. verkocht, waardoor haar participatie daalde van 100% naar 50%. Als gevolg van deze wijziging in het controlepercentage wordt de onderneming, die voorheen integraal werd geconsolideerd, nu volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd. - De naam van de vennootschap BPI Project 9 Sp. z.o.o. werd gewijzigd in BPI Panowamiq Sp. z.o.o. Deze vennootschap blijft volgens de integrale methode geconsolideerd. - De vennootschap BPI Real Estate Poland Sp. z.o.o., een 100% dochteronderneming van de Groep CFE en volgens de integrale methode geconsolideerd, verwierf 100% van de nieuw opgerichte vennootschap BPI Project 10 Sp. z.o.o. Deze vennootschap is volgens de integrale methode geconsolideerd. - De vennootschap BPI Real Estate Poland Sp. z.o.o., een 100% dochteronderneming van de Groep CFE en volgens de integrale methode geconsolideerd, verwierf 100% van de nieuw opgerichte vennootschap BPI Project 11 Sp. z.o.o. Deze vennootschap is volgens de integrale methode geconsolideerd. - De vennootschap Mimosas Real Estate S.A.R.L., een 100% dochteronderneming van de Groep CFE en volgens de integrale methode geconsolideerd, verwierf 100% van de nieuw opgerichte vennootschap Mimosas Coliving S.A.R.L. Deze vennootschap is volgens de integrale methode geconsolideerd. - De vennootschap BPI Real Estate Poland Sp. z.o.o. heeft al haar aandelen (80%) in BPI Jaracza Sp. z.o.o. vereffend. Deze onderneming werd volgens de integrale methode geconsolideerd. - De vennootschap BPI Real Estate Poland Sp. z.o.o. heeft al haar aandelen (100%) in BPI Vilda Park Sp. z.o.o. vereffend. Deze onderneming werd volgens de integrale methode geconsolideerd. - De vennootschap BPI Real Estate Poland Sp. z.o.o. heeft al haar aandelen (100%) in BPI Barska Sp. z.o.o. vereffend. Deze onderneming werd volgens de integrale methode geconsolideerd. - De vennootschap BPI Luxembourg S.A. heeft al haar aandelen (50%) in Immo Marial S.A.R.L. vereffend. Deze onderneming werd volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 139 - De vennootschap Project Van Wellen S.A. heeft al haar aandelen (33%) in La Réserve Promotions Développement S.A.R.L. vereffend. Deze onderneming werd volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd. 2. Segment Multitechnieken De belangrijkste wijzigingen van de consolidatiekring die het segment Multitechnieken van de Groep CFE in het jaar 2024 hebben beïnvloed, zijn als volgt: - De vennootschap VMA Sustainability Fund I., een 100% dochteronderneming van de Groep CFE en volgens de integrale methode geconsolideerd, veranderde haar naam in Pulse en wordt naar het segment Investeringen & Holding overgedragen; - De vennootschap VMA Sud SA, een 100% dochteronderneming van de Groep CFE, heeft een deel van haar activiteiten, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2024, overgedragen aan de vennootschap VMA NV. Beide vennootschappen blijven volgens de integrale methode geconsolideerd. 3. Segment Bouw & Renovatie De belangrijkste wijzigingen van de consolidatiekring die het segment Bouw & Renovatie van de Groep CFE in het jaar 2024 hebben beïnvloed, zijn als volgt: - De vennootschap Wood Shapers SA, een 100% dochteronderneming van de Groep CFE en volgens de integrale methode geconsolideerd, vereffende al haar aandelen (50%) in de vennootschap Wood Gardens SA. Deze vennootschap werd volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd. 4. Segment Investeringen & Holding De belangrijkste wijzigingen van de consolidatiekring die het segment Investeringen en Holding van de Groep CFE in het jaar 2024 hebben beïnvloed, zijn als volgt: - De Groep CFE vereffende al haar aandelen (25%) in de vennootschap PPP Betrieb Schulen Eupen S.A. Deze vennootschap werd volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd; - De Groep CFE vereffende al haar aandelen (19%) in de vennootschap PPP Schulen Eupen S.A. Deze vennootschap werd volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd. TRANSACTIES IN HET JAAR 2023 1. Segment Vastgoedontwikkeling De belangrijkste wijzigingen van de consolidatiekring die het segment Vastgoedontwikkeling van de Groep CFE in het jaar 2023 hebben beïnvloed, zijn als volgt: - De vennootschap BPI Real Estate Luxembourg S.A., een 100% dochteronderneming van de Groep CFE en volgens de integrale methode geconsolideerd, verwierf 100% van de nieuw opgerichte vennootschappen JFK Développement 1 S.A.R.L. en JFK Développement 2 S.A.R.L. Deze vennootschappen werden volgens de integrale methode geconsolideerd. - De vennootschap BPI Real Estate Luxembourg S.A., een 100% dochteronderneming van de Groep CFE en volgens de integrale methode geconsolideerd, verwierf 57,45% van de nieuw opgerichte vennootschap Kronos RE S.A.R.L., die vervolgens haar naam veranderde in JFK Real Estate S.A.R.L. Deze vennootschap werd volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd. - De vennootschap BPI Real Estate Belgium N.V., een 100% dochteronderneming van de Groep CFE en volgens de integrale methode geconsolideerd, verkocht al haar aandelen (100%) in de vennootschap Barbarhof N.V. Deze vennootschap was volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd. - De vennootschap BPI Real Estate Poland Sp. z.o.o. een 100% dochteronderneming van de Groep CFE en volgens de integrale methode geconsolideerd, verkocht 10% van haar aandelen in de vennootschap BPI Obrzezna Sp. z.o.o. en bracht haar participatie van 100% naar 90%. Deze vennootschap blijft volgens de integrale methode geconsolideerd. - De vennootschap BPI Real Estate Poland Sp. z.o.o., een 100% dochteronderneming van de Groep CFE en volgens de integrale methode geconsolideerd, verkocht 50% van haar aandelen in de vennootschap BPI Chmielna Sp. z.o.o en bracht haar participatie van 100% naar 50%. Deze vennootschap werd tot 31 december 2023 volgens de integrale methode Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 140 geconsolideerd, de resultaatrekening werd tijdens het boekjaar 2023 100% geïntegreerd. Als gevolg van de wijziging van het controlepercentage in het vierde kwartaal, integreert CFE evenwel in het geconsolideerd overzicht van de financiële positie uitsluitend haar aandeel in het eigen vermogen van BPI Chmielna op het niveau van de volgens de vermogensmutatie geïntegreerde deelnemingen (zie toelichting 15 ‘Deelnemingen waarop de vermogensmutatiemethode wordt toegepast’ van dit verslag). - De vennootschap BPI Revive Matejki Sp. z.o.o., een 50% dochteronderneming van de Groep CFE en volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd, veranderde haar naam in Cavallia Sp. z.o.o. - De vennootschap La Réserve Promotions S.A.R.L., een 33% dochteronderneming van de Groep CFE en volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd, werd met terugwerkende ingang op 1 januari 2023 opgeslorpt door de vennootschap LRP Développement, zelf een 33% dochteronderneming van de groep CFE en volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd. 2. Segment Multitechnieken De belangrijkste wijzigingen van de consolidatiekring die het segment Multitechnieken van de groep CFE in het jaar 2023 hebben beïnvloed, zijn als volgt: - De vennootschappen VMA Nizet S.A. en VMA Druart S.A., beide 100% dochterondernemingen van de Groep CFE en volgens de integrale methode geconsolideerd, werden gefuseerd met terugwerkende kracht tot 1 januari 2023 door opslorping door de vennootschap VMA Druart S.A., zelf een 100% dochteronderneming en volgens de integrale methode geconsolideerd. Deze laatste veranderde haar naam in VMA Sud S.A. - De vennootschap CFE Contracting S.A., een 100% dochteronderneming van de Groep CFE en volgens de integrale methode geconsolideerd, verwierf 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap VMA Sustainability Fund I. Deze vennootschap wordt volgens de integrale methode geconsolideerd. - De vennootschappen Mobix Remacom N.V., Mobix Engema N.V. en Mobix Stevens N.V., 100% dochterondernemingen van de Groep CFE en volgens de integrale methode geconsolideerd, werden gefuseerd met terugwerkende kracht tot 1 januari 2023 door opslorping door de vennootschap Mobix Engema N.V. Deze laatste veranderde haar naam in Mobix N.V. 3. Segment Bouw & Renovatie In de loop van het jaar 2023 verkocht de vennootschap CFE Contracting S.A., een 100% dochteronderneming van de Groep CFE, al haar aandelen in de vennootschap Compagnie Tunisienne d’entreprise (49,90%). Deze vennootschap was 100% volgens de integrale methode geconsolideerd. 4. Segment Investeringen & Holding De belangrijkste wijzigingen van de consolidatiekring die het segment Investeringen & Holding van de groep CFE in het jaar 2023 hebben beïnvloed, zijn als volgt: - De Groep Deep C Holding, die voor 50% door de Groep CFE wordt gehouden en volgens de vermogensmutatiemethode wordt geïntegreerd, verkocht haar participatie in BSTOR N.V. aan de nieuw opgerichte vennootschap GreenStor N.V., voor 50% door de Groep CFE gehouden en volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd. Na deze verkoop veranderde Rent-A-Port haar naam in Deep C Holding. - De participatie van de Groep Deep C Holding, voor 50% gehouden door de Groep CFE en volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd, in Infra Asia Investment Hong Kong Ltd werd van 94% naar 84% verwaterd als gevolg van een kapitaalverhoging van $23,8 miljoen waar Deep C Holding niet aan deelnam. De impact van deze transactie heeft een positief effect van 4.171 duizend euro op het eigen vermogen van de groep CFR zoals voorgesteld in het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen (in de rubriek 'wijziging consolidatiekring en andere wijzigingen'). - De vennootschap Construction Management Tunisie S.A., voor 99,69% door de Groep CFE gehouden, werd verkocht. Deze vennootschap werd volgens de integrale methode geconsolideerd. - De vennootschap CFE Hungary Epitoipari KFT, voor 100% gehouden door de Groep CFE, werd vereffend. Deze vennootschap werd volgens de integrale methode geconsolideerd. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 141 1. ALGEMENE PRINCIPES IFRS ZOALS GOEDGEKEURD BINNEN DE EUROPESE UNIE De voor het opstellen en de voorstelling van de geconsolideerde jaarrekening van CFE op 31 december 2024 gekozen boekhoudkundige principes zijn conform de op 31 december 2024 door de Europese Unie goedgekeurde IFRS-normen- en interpretaties. STANDAARDEN EN INTERPRETATIES TOEPASBAAR VOOR HET BOEKJAAR BEGINNEND OP OF NA 1 JANUARI 2024 - Aanpassingen aan IAS 1 Presentatie van de Jaarrekening: Classificatie van verplichtingen als kortlopend of langlopend en Langlopende Verplichtingen met Convenanten. - Aanpassingen aan IFRS 16 Leaseovereenkomsten: Leaseverplichting in een Sale and Leaseback. - Aanpassingen aan IAS 7 Het Kasstroomoverzicht en IFRS 7 Financiële Instrumenten: Toelichtingen: Regelingen voor Leveranciersfinancieringen. De toepassing van deze standaarden en interpretaties heeft geen materiële gevolgen voor de geconsolideerde jaarrekening van de Groep CFE. UITGEBRACHTE STANDAARDEN EN INTERPRETATIES DIE ECHTER NOG NIET VAN TOEPASSING ZIJN VOOR HET BOEKJAAR BEGINNEND OP 1 JANUARI 2024 De Groep heeft beslist niet te anticiperen op de volgende standaarden en interpretaties waarvan de toepassing op 31 december 2024 niet verplicht is: - Aanpassingen aan IAS 21 De gevolgen van wisselkoerswijzigingen: Gebrek aan inwisselbaarheid (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2025). - IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2027 maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie). - IFRS 19 Dochterondernemingen zonder publieke verantwoordingsplicht – Toelichtingen (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2027 maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie). - Aanpassingen aan IFRS 9 en IFRS 7 Classificatie en waardering van financiële instrumenten (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2026 maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie). - Jaarlijkse Verbeteringen – Volume 11 (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2026 maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie). - Aanpassingen aan IFRS 9 en IFRS 7 Contracten met betrekking tot natuurafhankelijke elektriciteit (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2026 maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie). Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 142 2. BELANGRIJKE GRONDSLAGEN BIJ DE OPSTELLING VAN DE JAARREKENING a. A ANVULLENDE INFORMATIE IN VERBAND MET DE IMPLICATIES VAN DE MACRO -ECONOMISCHE OMGEVING OP DE GECONSOLIDEERDE FINANCIËLE STATEN De huidige marktomstandigheden zorgen ervoor dat sommige klanten van CFE, in het bijzonder projectontwikkelaars, de opstart van projecten, waarvoor een bouwvergunning werd verkregen, en de aanbestedingen voor nieuwe projecten uitstellen. b. AANPASSING VAN DE VERGELIJKENDE CIJFERS VOOR HET BOEKJAAR 2023 Naar aanleiding van de controle van het jaarverslag 2023 door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (“FSMA”) in de loop van 2024, heeft de groep CFE de presentatie van bepaalde rubrieken van de financiële staten aangepast, waarvan de gevolgen voor de vergelijkende cijfers hieronder worden beschreven: - In het geconsolideerd overzicht van de resultatenrekening: o is de rubriek “Financieringslasten en baten”, die 839 duizend euro bedroeg per 31 december 2023, opgesplitst in de posten “Renteopbrengsten” (11.880 duizend euro) en “Rentelasten” (-11.041 duizend euro), en o de rubriek “Overige financiële lasten en opbrengsten” werd hernoemd tot “Overige financieel resultaat”. - In het geconsolideerd overzicht van de financiële positie: o Een bedrag van 24.237 duizend euro, dat overeenkomt met het totaal van geconsolideerde deelnemingen volgens de vermogensmutatiemethode met een negatieve waarde, werd overgeboekt van “Langlopende voorzieningen” naar “Overige financiële vaste activa” (in mindering van onze vorderingen op de betrokken ondernemingen). o Deze herclassificatie heeft ook geleid tot een daling van het balanstotaal met het hierboven vermelde bedrag. - In het geconsolideerde kasstroomoverzicht: o Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) operationele activiteiten: § Om een beter inzicht te krijgen in de kasstromen met betrekking tot de financiering van vastgoedontwikkelingsactiviteiten uitgevoerd door vennootschappen geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode en opgenomen in de operationele kasstromen, worden de kapitaalverminderingen- en verhogingen van de deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode in het segment Vastgoedontwikkeling (-71.421 duizend in 2023) alsook de terugbetaling en toekenning van leningen aan deze deelnemingen (-3.788 duizend euro in 2023) op afzonderlijke lijnen gepresenteerd. § Tot 2023 werden deze opgenomen onder “Afname/(toename) van handels- en overige kortlopende en langlopende vorderingen. § Deze herclassificatie heeft geen enkele impact gehad op het totaal van de kasstroom uit hoofde va, (gebruikt in) operationele activiteiten noch op de hieraan verbonden financiële convenanten. o Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) investeringsactiviteiten: § De rubriek “Wijziging van het belangenpercentage met aftrek van verworven/verkochte geldmiddelen” (0 duizend euro per 31 december 2023) werd opgesplitst tussen de rubrieken “Verhoging van het belangenpercentage met aftrek van verworven/verkochte geldmiddelen” en “Vermindering van het belangenpercentage met aftrek van verworven/verkochte geldmiddelen”. § De rubriek “Kapitaalsvermindering/(kapitaalsverhoging) van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast” (-1.550 duizend euro per 31 december 2023) werd opgesplitst tussen “Kapitaalsverhoging van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast” (-1.550 duizend euro) en “Kapitaalsvermindering van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast ” (0 duizend euro). § De post “Terugbetaling (nieuwe) van verstrekte leningen aan deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast” (+7.197 duizend euro per 31 december 2023) werd opgesplitst tussen de posten “Nieuwe verstrekte leningen aan deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast” (-4.057 duizend euro) en “Terugbetaling van verstrekte Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 143 leningen aan deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast” (+11.254 duizend euro). c. AANVULLENDE INFORMATIE IN VERBAND MET DE MILIEU-IMPACT VAN DE GROEP In de context van de beoordeling van klimaat gerelateerde kwesties moet er rekening gehouden worden met de volgende punten: - De Groep CFE heeft duidelijke doelstellingen bepaald om haar rechtstreekse negatieve impact op het klimaat te beperken, met een focus op haar directe CO₂-emissies (scope 1 en 2), haar waterverbruik en haar afvalproductie. Een eerste doelstelling is het verminderen van 40% van de CO₂-emissies (scope 1 en 2) voor 2030, gerelateerd aan het vervoer van medewerkers en materialen (in vergelijking met 2020). Hierbij wordt het wagenpark en de uitrustingen vervangen door elektrische alternatieven. De Groep CFE identificeert hiervoor geen activa waarvan de economische levensduur zou moeten worden verminderd. Het betreft voornamelijk leasingcontracten die in de rubriek materiële vaste activa worden gewaardeerd (toelichting 14 – gebruiksrechten). De andere acties hebben betrekking op de sensibilisering of op de overstap naar alternatieve vervoermiddelen die in het mobiliteitsplan van de Groep CFE opgenomen zijn. Het plan houdt rekening met alle aspecten van de mobiliteit (TCO, belastingen enz.) en brengt geen bijzondere kosten of investeringen met zich mee. De beperking van het energieverbruik is een uitdaging voor zowel de bouwplaatsen als de maatschappelijke zetels van de entiteiten. Ook hier is het streefdoel een vermindering van de CO₂-emissies met 40% tegen 2030. Om het verbruik te beperken, wordt het dagelijks op de bouwplaatsen gemonitord (zodat men energieverspilling kan opsporen), worden op de werfketen zonnepanelen geïnstalleerd en gebruikt men efficiëntere generatoren. Deze maatregelen vergen geen grote kosten en de daling van het verbruik compenseert grotendeels de investeringen in het materieel. Merk op dat het marginale bedragen betreft. Tegelijkertijd wordt er al sinds 2020 overgeschakeld op groene energie. De investering van de Groep CFE en haar dochterondernemingen BPC, BPI, CLE, VMA en Van Laere in nieuwe zeer energiezuinige gebouwen (met name Wood Hub) en de renovatie van andere zetels maakt eveneens een sterke daling van het energieverbruik van de Groep mogelijk. CFE identificeert hiervoor geen activa waarvan de economische levensduur zou moeten worden verminderd. Wat de vermindering van het waterverbruik en de afvalproductie betreft, brengen de op de bouwplaats getroffen maatregelen geen significante kosten of bijzondere investeringen met zich mee. - Tegelijkertijd zullen de activiteiten van de Groep CFE verder evolueren om haar CO₂-emissies te verlagen, in het bijzonder op het vlak van materiaalkeuze en het transport van (afval)materialen voor de activiteiten in de segmenten Bouw & Renovatie en Multitechnieken. Er wordt tevens verwacht dat het aandeel van (energetische) renovatiewerken zal blijven toenemen naarmate de regelgeving verder evolueert. - Met betrekking op de indirecte CO 2 -uitstoot (scope 3) heeft de Groep CFE zich ten doel gesteld om tegen 2030 een vermindering van 20% te realiseren in vergelijking met 2024. De impact in termen van de materiaalkosten of de ontwikkeling van nieuwe transportbenaderingen wordt al in de fase van de indiening van een project geschat en vervolgens opgenomen in het commerciële voorstel aan de klant. Deze studie gebeurt project per project; de marges worden dus bij het begin van elke nieuwe opdracht herzien. Anderzijds vormen de kosten die inherent zijn aan het aanleren van nieuwe productietechnieken of nieuwe logistieke benaderingen een blijvend risico. Men kan deze kosten immers niet altijd anticiperen of voldoende nauwkeurig kwantificeren (zowel contractueel als tijdens de voorbereiding van het uit te voeren project). De vastgoedontwikkeling neemt tijdens de ontwikkeling van nieuwe projecten systematisch oplossingen op om het energieverbruik van gebouwen te verminderen. Daarnaast worden renovatieprojecten voor bestaande gebouwen steeds gebruikelijker. Zodra de grond is verworven om het project te ontwikkelen wordt er een haalbaarheidsstudie uitgevoerd. Hierbij wordt de kostprijs van het project geschat en opgenomen in het commerciële voorstel aan de klanten. De activa die verband houden met deze activiteiten zijn dus het wagenpark en de machines van Mobix en de gebouwen van de maatschappelijke zetels van de entiteiten binnen de Groep CFE. Gelet op de hierboven beschreven elementen moet de Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 144 Groep CFE eind 2024 geen vervangingsplan opstellen voor de activa die gebruikt worden in haar activiteiten via een investeringsplan, noch voorzieningen voor het ontmantelen van activa. In de waardeverminderingstests werden de gegenereerde kasstromen van deze drie segmenten geschat op basis van een driejarenplan. De voornoemde elementen werden in rekening gebracht om de evolutie van de omzet en de marges in te schatten op basis van de tot nu toe beschikbare informatie. BOEKHOUDKUNDIGE REGELS EN METHODEN (A) OVEREENSTEMMINGSVERKLARING De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld in overeenstemming met de IFRS boekhoudkundige standaarden zoals goedgekeurd binnen de Europese Unie. (B) PRESENTATIEBASIS De geconsolideerde jaarrekening wordt uitgedrukt in duizenden euro, afgerond naar het dichtstbijzijnde duizendtal. Eigenvermogensinstrumenten of afgeleide financiële instrumenten worden echter gewaardeerd tegen historische kostprijs wanneer er voor die instrumenten geen prijs op een actieve markt beschikbaar is en wanneer andere redelijke waarderingsmethoden van de reële waarde ongeschikt en/of onuitvoerbaar zijn. De boekhoudprincipes worden consistent toegepast. De geconsolideerde jaarrekening wordt gepresenteerd vóór de bestemming van het resultaat van de moedermaatschappij zoals voorgesteld aan de algemene vergadering van aandeelhouders. (C) BELANGRIJKE GRONDSLAGEN VOOR FINANCIËLE VERSLAGGEVING Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening volgens de IFRS-normen, worden schattingen verricht en veronderstellingen geformuleerd die een invloed hebben op de bedragen opgenomen in die jaarrekening, met name: - de waardering van de voorzieningen en de pensioenverplichtingen (we verwijzen naar de toelichting 22 Personeelsbeloningen). - de waardering van het resultaat volgens de vooruitgang van de bouwcontracten (we verwijzen naar de toelichting 17 Bouwcontracten). Het resultaat van de bouwcontracten wordt berekend volgens het voltooiingspercentage van het project, vermenigvuldigd met het geschatte resultaat bij de voltooiing. Dat laatste omvat de geïdentificeerde bijkomende kosten en de eventuele vertragingsboetes of compensaties die contractueel voorzien zijn, in overeenstemming met de regels van de groep. De loonkosten of kosten van uitrustingen die niet aan de projecten toegewezen zijn, worden niet meegenomen in de berekening van het voltooiingspercentage. - de waardering van inkomsten voorvloeiend uit vastgoedontwikkelingsprojecten. De verkopen worden bepaald op basis van de verkochte eenheden bij elk project ; de geschatte marge wordt toegepast op het geheel van het project. De winstgevendheid van de projecten wordt minstens drie keer per jaar opnieuw geschat om rekening te houden met markttrends, dit gebaseerd op interne kennis en beschikbare externe gegevens (d.w.z. de marktprijs voor elk type vastgoed afhankelijk van diens kenmerken ervan). De opbrengsten (en kosten) worden daarom herzien om wijzigingen in de scope van het project (volume, projectontwerp, enz.), prijsstijgingen en andere projectgebeurtenissen weer te kunnen geven. - de waardering van de activa binnen het segment Vastgoedontwikkeling (we verwijzen naar de toelichting 15 Deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast, 16 Overige financiële vaste activa en 18 Voorraden). o Projecten in aanbouw en/of gebouwd maar niet verkocht. Er zijn regelmatige controles op de rentabiliteitsanalyses van de projecten wat ervoor zorgt dat de toekomstige kasstromen van de projecten voldoende zullen zijn om de investeringen in vastgoedontwikkelingsprojecten terug te verdienen, ongeacht of CFE voor 100% eigenaar is, dan wel in partnerschap. Als de analyse een risico op waardeverlies aan het licht brengt, vraagt BPI een externe deskundige om het project te waarderen. o Studieprojecten. BPI zorgt ervoor dat de nettoboekwaarde van een project lager is dan de wederverkoopwaarde (zonder rekening te houden met de mogelijkheid om een bouwvergunning te verkrijgen). - de in de waardeverminderingstests gebruikte waarderingen (we verwijzen naar de toelichting 13 Goodwill). - de waardering van de financiële instrumenten tegen reële waarde (we verwijzen naar de toelichting 26 Informatie bettreffende het beheer van de financiële risico’s). Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 145 - de beoordeling van de controlebevoegdheid op vennootschappen. In dit opzicht houdt de Groep CFE rekening met de statuten, in het bijzonder met betrekking tot beslissingen die het dagelijks bestuur van de dochteronderneming beïnvloeden, evenals met specifieke clausules (vetorechten, enz.); en - de kwalificatie, bij de overname van een bedrijf, of de transactie een bedrijfscombinatie is, dan wel een verwerving van activa. Deze schattingen zijn gebaseerd op het continuïteitsprincipe, namelijk dat het voortbestaan van de bedrijfsactiviteiten gewaarborgd is, en worden gemaakt op basis van de op dat ogenblik beschikbare informatie. De schattingen kunnen herzien worden wanneer de omstandigheden waarop ze gebaseerd zijn wijzigen of wanneer er nieuwe informatie beschikbaar is. De uiteindelijke resultaten kunnen afwijken van deze schattingen. (D) CONSOLIDATIEPRINCIPES Deze geconsolideerde jaarrekening bevat de jaarrekening van de Groep CFE en haar dochterondernemingen. Dochterondernemingen zijn entiteiten waarover de Groep CFE zeggenschap heeft. Er is sprake van zeggenschap indien de Groep CFE : - macht heeft over de deelneming; - blootgesteld is aan of rechten heeft op veranderlijke opbrengsten uit hoofde van haar betrokkenheid bij de deelneming; - over de mogelijkheid beschikt deze opbrengsten via haar macht over de deelneming te beïnvloeden. Indien de groep CFE niet over de meerderheid van de stemrechten in een uitgevende instelling beschikt, heeft zij stemrechten die voldoende zijn om haar zeggenschap te geven zodat zij in de praktijk eenzijdig de relevante activiteiten van de uitgevende instelling kan sturen. In haar beoordeling of de stemrechten die zij in de uitgevende instelling houdt, volstaan om haar zeggenschap te geven, houdt de groep CFE rekening met alle feiten en omstandigheden, met inbegrip van: - het aantal stemrechten dat de Groep CFE houdt, in verhouding met het aantal stemrechten dat respectievelijk in het bezit is van andere houders van stemrechten en hun spreiding; - de potentiële stemrechten in het bezit van de Groep CFE, de andere houders van stemrechten of andere partijen; - de rechten die voortvloeien uit andere contractuele overeenkomsten; - de andere feiten en omstandigheden, indien zij bestaan, die aangeven of de Groep CFE wel of niet in staat is om de relevante activiteiten te sturen op het ogenblik dat de beslissingen moeten worden genomen, met inbegrip van de tendensen van de stemmingen tijdens de vorige aandeelhoudersvergaderingen. De Groep CFE consolideert de dochteronderneming vanaf de datum waarop zij er de controle over verkrijgt, en consolideert ze niet langer wanneer zij de controle verliest. Meer bepaald worden de winsten en verliezen van een dochteronderneming die in de loop van het boekjaar wordt verworven of verkocht, opgenomen in de geconsolideerde resultatenrekening en het geconsolideerd overzicht van het totaalresultaat vanaf de datum waarop de Groep CFE de controle over de dochteronderneming verwerft en tot de datum waarop zij de controle verliest. De jaarrekeningen van de dochterondernemingen worden indien nodig aangepast opdat hun waarderingsgrondslagen overeenstemmen met de waarderingsgrondslagen van de Groep CFE. Alle intercompanysaldi en -transacties inclusief ongerealiseerde resultaten op intercompanytransacties worden volledig geëlimineerd. Een wijziging in het eigendomsbelang in een dochteronderneming zonder verlies van zeggenschap wordt verwerkt als een eigen- vermogenstransactie. De boekwaarden van het belang van de CFE Groep en de minderheidsbelangen worden bijgevolg rechtstreeks in het eigen vermogen aangepast om de nieuwe proportionele belangen in de dochteronderneming te weerspiegelen. Elk verschil tussen het bedrag van de aanpassing van de minderheidsbelangen en de reële waarde van de betaalde of ontvangen vergoeding wordt rechtstreeks in het eigen vermogen opgenomen. Wanneer de CFE Groep de minderheidsaandeelhouders van een dochteronderneming een verkoopoptie verleent (‘put’ op de minderheidsbelangen), wordt de overeenkomstige financiële verplichting initieel in het eigen vermogen verwerkt als een daling van de minderheidsbelangen. Een geassocieerde onderneming is een entiteit waarin de Groep CFE een invloed van betekenis heeft. Een invloed van betekenis is het vermogen om deel te nemen aan de beslissingen over het financiële en operationele beleid van een uitgevende instelling, zonder echter een controle of gezamenlijke controle uit te oefenen over dat beleid. Een joint venture is een partnerschap waarin de partijen die samen de controle over de onderneming uitoefenen rechten hebben op netto-activa van de onderneming. Gezamenlijke controle betekent het contractueel overeengekomen delen van de controle over een onderneming, dat alleen bestaat wanneer de beslissingen over de relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die de controle delen. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 146 De resultaten en de activa en passiva van de geassocieerde deelnemingen of joint ventures worden in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode, tenzij de deelneming of er een gedeelte ervan wordt geclassificeerd als aangehouden voor verkoop; in dat geval wordt ze opgenomen volgens IFRS 5. Volgens de vermogensmutatiemethode wordt een participatie in een geassocieerde onderneming of een joint venture aanvankelijk tegen kostprijs opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening en vervolgens aangepast om het aandeel van de groep op te nemen in het nettoresultaat en de andere elementen van het totaalresultaat van de geassocieerde onderneming of de joint venture. Als het aandeel van de groep in de verliezen van een geassocieerde onderneming of een joint venture groter is dan haar participatie erin, neemt de Groep CFE haar aandeel in de toekomstige verliezen niet langer op . in voorkomend geval, wordt het aandeel van de groep CFE in deze verliezen in eerste instantie in mindering gebracht van de lange termijn vorderingen ten opzichte van deze ondernemingen. Bij gebrek aan dergelijke financiële activa of wanneer de verliezen de waarde van deze financiële activa overschrijden,, wordt een voorziening geregistreerd. De bijkomende verliezen worden enkel opgenomen in de mate dat de Groep CFE een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting is aangegaan of betalingen heeft verricht in naam van de geassocieerde onderneming of de joint venture. Een deelneming in een geassocieerde onderneming of joint venture wordt opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode vanaf de datum waarop de entiteit een geassocieerde deelneming of joint venture wordt. Bij de verwerving van de deelneming in een geassocieerde onderneming of een joint venture, wordt elk overschot van de verkrijgingsprijs op het aan de Groep toerekenbare aandeel in de reële waarden van de individuele activa en verplichtingen van de entiteit opgenomen als goodwill, die is inbegrepen in de boekwaarde van de deelneming. Bij de verwerving van de deelneming wordt een negatief verschil tussen het aan de groep toerekenbare aandeel in de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva verkrijgingsprijs (na herwaardering), onmiddellijk opgenomen in het nettoresultaat van de periode van de verwerving van de deelneming. Een gezamenlijke onderneming is een partnerschap waarin de partijen die samen de controle over de onderneming uitoefenen rechten hebben op de activa en plichten met betrekking tot de passiva van de onderneming. Gezamenlijke controle betekent het contractueel overeengekomen delen van de controle over een onderneming, dat alleen bestaat wanneer de beslissingen over de relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die de controle delen. Wanneer een entiteit van de Groep CFE haar activiteiten onderneemt in het kader van een joint venture, dient de Groep CFE als medepartner de volgende elementen opnemen voor haar belangen in de joint venture: - haar activa, met inbegrip van haar aandeel in de gezamenlijk gehouden activa; - haar passiva, met inbegrip van haar aandeel in de gezamenlijk gedragen passiva, in voorkomend geval; - de winst die zij ontvangt uit de verkoop van haar aandeel in de productie die de joint venture voortbrengt; - haar aandeel in de winst uit de verkoop van de productie die de joint venture voortbrengt; de verliezen die zij draagt, met inbegrip van haar aandeel in de gezamenlijk gedragen verliezen, in voorkomend geval. (E) VREEMDE VALUTA (1) TRANSACTIES IN VREEMDE VALUTA De transacties in vreemde valuta worden omgerekend in euro tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Aan het eind van de periode worden de monetaire activa en verplichtingen die uitgedrukt zijn in vreemde valuta, omgerekend in euro tegen de wisselkoers op de balansdatum. De winsten en verliezen die hieruit voortvloeien worden opgenomen in de rubriek wisselresultaten en worden in de resultatenrekening gepresenteerd als overige financiële lasten en opbrengsten. Niet-monetaire activa en verplichtingen uitgedrukt in vreemde valuta, worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie . (2) JAARREKENINGEN VAN BUITENLANDSE ENTITEITEN De activa en verplichtingen van vennootschappen van de Groep CFE die andere functionele valuta dan de euro gebruiken, worden omgerekend in euro tegen de wisselkoers op de balansdatum. Opbrengsten, kosten en kasstromen van buitenlandse dochterondernemingen, met uitsluiting van entiteiten die hun activiteiten uitoefenen in een economie met hyperinflatie, worden omgerekend in euro tegen de gemiddelde wisselkoers van het boekjaar (die de wisselkoers op de transactiedatum benadert). De eigenvermogenscomponenten worden omgerekend tegen de historische wisselkoers. De wisselkoersverschillen die voortvloeien uit deze omrekening worden opgenomen in een aparte rubriek van het eigen vermogen, met name ‘omrekeningsverschillen’. Deze verschillen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening in het boekjaar waarin de entiteit wordt verkocht of vereffenend. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 147 (3) WISSELKOERSEN Gemiddelde Gemiddelde Valuta Slotkoers 2024 Slotkoers 2023 koers 2024 koers 2023 Poolse zloty 4,27 4,31 4,34 4,54 US dollar 1,04 1,08 1,11 1,08 Tunesische dinar 3,31 3,37 3,41 3,36 Roemeense leu 4,97 4,97 4,98 4,95 Engels pond 0,83 0,85 0,87 0,87 Vietnamese dong 26.531,00 27.117,91 26.883,00 25.773,48 1 euro = X vreemde valuta (F) IMMATERIËLE VASTE ACTIVA (1) OPNAME EN WAARDERING VAN LICENTIES- EN IMPLEMENTATIEKOSTEN Alle immateriële activa worden alleen geactiveerd als toekomstige economische voordelen waarschijnlijk ten goede zullen komen aan de entiteit en de kostprijs ervan betrouwbaar kan worden beoordeeld. Deze criteria zijn van toepassing op het tijdstip van de eerste boekhouding en op latere uitgaven. Alle immateriële activa worden in de balans opgenomen tegen hun historische aanschaffingskosten, verminderd met geaccumuleerde afschrijvingen en amortisatie. De historische kosten omvatten de aankoopprijs van de licenties en de kosten die zijn gemaakt tijdens de software- implementatieperiode. Implementatiekosten omvatten de kosten van leveranciers of consultants die actief zijn op het project, evenals de directe salariskosten van personeelsleden wiens hoofdactiviteit de implementatie van de tool is. (2) KOSTEN NA EERSTE OPNAME Kosten na eerste opname voor geactiveerde immateriële vaste activa worden maar als activa opgenomen indien ze toekomstige economische voordelen kunnen opleveren die het oorspronkelijk bepaalde prestatieniveau overschrijden. Alle andere kosten worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt. (3) AFSCHRIJVINGEN De immateriële activa worden lineair afgeschreven over een periode die overeenstemt met hun geraamde levensduur. Op het niveau van de Groep CFE zijn dit voornamelijk softwarelicenties met een geraamde levensduur van 3 tot 5 jaar. (G) MATERIËLE VASTE ACTIVA (1) OPNAME EN WAARDERING Materiële vaste activa worden enkel geactiveerd als het waarschijnlijk is dat ze toekomstige economische voordelen zullen genereren en als de kosten op betrouwbare wijze gewaardeerd kunnen worden. Deze criteria zijn van toepassing bij de eerste opname en voor latere uitgaven. Alle materiële vaste activa worden in de balans opgenomen tegen hun historische kostprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De historische kostprijs omvat de initiële aankoopprijs, de tijdens de bouwperiode aangegane financieringskosten en de andere directe bijkomende kosten (zoals niet terugvorderbare belastingen of vervoerkosten ). De kostprijs van de door de onderneming geproduceerde activa omvat de prijs van de materialen, de directe loonkosten en een evenredig deel van de overheadkosten. (2) KOSTEN NA EERSTE OPNAME Kosten na eerste opname worden enkel geactiveerd als ze de toekomstige economische voordelen, die het materieel vast actief in zich bergt, vergroten. Herstellings- en onderhoudskosten die de toekomstige economische voordelen van de activa waarop ze betrekking hebben niet vergroten, dienen als last te worden opgenomen op het moment dat ze worden aangegaan. (3) AFSCHRIJVINGEN De afschrijvingen worden berekend vanaf de datum waarop het actief klaar is voor gebruik. De afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode en op basis van de geschatte gebruiksduur van die activa, namelijk: Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 148 vrachtwagens: 5 jaar voertuigen: 3-5 jaar ander materieel: 5 jaar informaticamaterieel: 3 jaar kantoormaterieel: 5 jaar kantoormeubilair: 10 jaar renovatie van gebouwen/nieuwbouw: 20-33 jaar kranen: 8-12 jaar met/zonder restwaarde van 1% graafmachines: 7 jaar zonder restwaarde tracklayers : 10 jaar met restwaarde van 5% containers et werfinstallaties 5 jaar diverse werfmaterieel 5 jaar Terreinen worden niet afgeschreven aangezien ze worden geacht een onbeperkte gebruiksduur te hebben. (H) LEASEOVEREENKOMSTEN De Groep CFE treedt hoofdzakelijk op als huurder in het kader van huurcontracten. Leaseovereenkomsten worden in de balans opgenomen als gebruiksrechten en leaseverplichtingen tegen de contante waarde van de toekomstige leasebetalingen tegen een vooraf bepaalde disconteringsvoet. De Groep CFE gebruikt een marginale rentevoet die verschilt naargelang van de aard van het onderliggende actief van het contract. Met het oog op de herwaardering van de leaseverplichting werd de herziene disconteringsvoet toegepast op de resterende leases in de volgende gevallen: - op elke overeenkomst die tijdens haar looptijd substantieel werd gewijzigd, maar zonder dat een afzonderlijke leasingovereenkomst werd opgenomen; - op nieuwe overeenkomsten die vanaf de datum van de herziening van de disconteringsvoet werden opgenomen. De gebruiksrechten worden lineair afgeschreven over de gebruiksduur of over de looptijd van de lease indien de leaseovereenkomst niet voorziet in de overdracht van de eigendom aan het einde van de leaseperiode. De overeenkomstige verplichtingen worden geboekt als financiële schulden. De leasebetalingen gekoppeld met betrekking tot huurcontracten met een maximale looptijd van 12 maanden en huurcontracten waarbij de waarde van de onderliggende waarde laag is, worden ten laste genomen in de periode waarin het actief wordt gebruikt. Alle minimumhuren zijn deels opgenomen als financieringskosten en deels als terugbetaling van de leaseverplichting, zodat dit resulteert in een constante periodieke rente op het resterende saldo van de verplichting. De financiële kosten worden rechtstreeks ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht. Bij vroegtijdige beëindiging van een leaseovereenkomst, wordt iedere aan de leasegever betaalde vergoeding ten laste genomen in de periode waarin de beëindiging zich voordoet. (I) FINANCIËLE ACTIVA Financiële activa worden initieel opgenomen aan reële waarde. Voor de latere waardering worden financiële activa onderverdeeld in volgende categorieën: (1) OBLIGATIES EN ANDERE FINANCIËLE ACTIVA Deze financiële worden gepresenteerd als financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden en worden gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs, bepaald op basis van de effectieve-rentemethode wanneer aan de volgende twee voorwaarden is voldaan: - het criterium ‘Solely Payment of Principal and Interests’, zoals gedefinieerd door IFRS 9 ; - activa aangehouden met het oog op het ontvangen van contractuele kasstromen. De effectieve-rentemethode berekent de geamortiseerde kostprijs of een financiële verplichting van een financieel actief, alsook de verdeling van de renteopbrengsten- en lasten over de relevante periode. De effectieve rentevoet is de rentevoet die de geschatte toekomstige contante betalingen- of ontvangsten gedurende de verwachte looptijd van het financiële instrument exact disconteert tot de nettoboekwaarde. De winst of het verlies wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening. De waardeverminderingen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 149 (2) GELDMIDDELEN- EN KASEQUIVALENTEN Wij verwijzen naar paragraaf (L). (3) HANDELSVORDERINGEN Wij verwijzen naar paragraaf (K). (4) FINANCIËLE ACTIVA TEGEN REËLE WAARDE IN WINST-EN VERLIESREKENING Afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen reële waarde in de winst- en verliesrekening, tenzij er een gedocumenteerde indekkingsrelatie bestaat (paragraaf W). (J) VOORRADEN De grondstoffen worden gewaardeerd tegen de gewogen gemiddelde kostprijs of de netto-realiseerbare waarde indien deze lager is. De kostprijs van terreinen, gebouwen in aanbouw en gebouwen aangehouden voor verkoop worden gewaardeerd tegen hun individuele kostprijs of tegen de netto-realiseerbare waarde indien deze lager is. Hierbij wordt rekening gehouden met kostprijs van de grond, de bouwkosten en de kosten voor de ontwikkeling en de opvolging van het project. De netto realiseerbare waarde stemt overeen met de geschatte verkoopprijs bij een normale gang van zaken, verminderd met de geschatte kosten nodig voor de verdere afwerking en verkoop van het product. (K) HANDELSVORDERINGEN Kortlopende handelsvorderingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, die over het algemeen overeenstemt met de nominale waarde inclusief de waardeverminderingen. De waardering van financiële activa gebeurt op basis van het geschatte verliesmodel, dat rekening houdt met de verdisconteerde waarde van geschatte verliezen als de debiteur in gebreke blijkt te zijn. Geraamde verliezen worden berekend op basis van het gewogen gemiddelde van de verwachte verliezen in verschillende scenario’s. Deze analyse wordt per geval uitgevoerd, op het niveau van iedere werf. (L) GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN Geldmiddelen- en kasequivalenten omvatten cash en termijndeposito’s met een looptijd van minder dan drie maanden. (M) BIJZONDERE WAARDEVERMINDERING VAN NIET-FINANCIËLE ACTIVA De boekwaarde van de vaste activa (met uitzondering van financiële activa die onder het toepassingsgebied van IFRS 9 vallen, uitgestelde belastingen en vaste activa aangehouden voor verkoop) wordt op elke balansdatum herzien om na te gaan of er een aanwijzing is dat een actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Indien een dergelijke indicatie bestaat, dient de realiseerbare waarde van het actief te worden geschat. Voor immateriële activa met onbeperkte gebruiksduur en voor goodwill, wordt de realiseerbare waarde op elke balansdatum geschat. Een bijzondere waardevermindering wordt opgenomen wanneer de boekwaarde van het actief of de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort, hoger is dan de realiseerbare waarde. Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening. (1) SCHATTING VAN DE REALISEERBARE WAARDE De realiseerbare waarde van de niet-financiële activa is de hoogste waarde tussen de bedrijfswaarde en de reële waarde minus verkoopkosten van de activa. De bedrijfswaarde is de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen. Om de bedrijfswaarde te bepalen, worden de verwachte toekomstige kasstromen verdisconteerd tegen een rentevoet vóór belastingen, die zowel de actuele marktrente als de specifieke risico’s met betrekking tot het actief weergeeft. Voor activa die zelf geen kasstromen genereren, wordt de realiseerbare waarde bepaald voor de kasstroomgenererende eenheid waartoe die activa behoren. (2) TERUGNEMING VAN BIJZONDERE WAARDEVERMINDERINGEN Er gebeuren geen terugnemingen van bijzondere waardeverminderingen met betrekking tot goodwill. Voor niet-financiële activa wordt een bijzondere waardevermindering teruggenomen indien er een wijziging is geweest in de schattingen die gebruikt worden om de realiseerbare waarde vast te stellen. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 150 Een bijzondere waardevermindering van een actief wordt slechts teruggenomen als de boekwaarde van het actief, verhoogd na terugname van een bijzondere waardevermindering, niet hoger ligt dan de boekwaarde na afschrijvingen, die zou zijn vastgesteld als er geen bijzondere waardevermindering voor het actief was opgenomen. (N) INKOOP VAN EIGEN AANDELEN Wanneer aandelen van de vennootschap worden aangekocht door de vennootschap zelf of door een vennootschap van de Groep CFE, wordt het betaalde bedrag, inclusief de direct aan de aankoop toe te rekenen kosten, in mindering gebracht op het eigen vermogen. De opbrengst van de verkoop van aandelen wordt direct opgenomen in het totaal eigen vermogen, zonder impact op de winst- en verliesrekening. Indien eigen aandelen opnieuw worden uitgegeven, wordt elk verschil tussen de boekwaarde en de vergoeding opgenomen als uitgiftepremie. (O) VOORZIENINGEN Voorzieningen worden aangelegd wanneer de vennootschap een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg van gebeurtenissen in het verleden, wanneer het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen genereren vereist zal zijn om die verplichting af te wikkelen en wanneer het bedrag van die verplichting betrouwbaar kan worden bepaald. Het als voorziening opgenomen bedrag stemt overeen met de beste schatting van de uitgaven die vereist zijn om de bestaande verplichting op de balansdatum af te wikkelen. Deze schatting wordt verricht op basis van een rentevoet vóór belastingen die zowel de actuele marktramingen als de specifieke risico’s van de schuld weerspiegelt. Voorzieningen voor herstructurering worden aangelegd wanneer de vennootschap een gedetailleerd en geformaliseerd herstructureringsplan heeft goedgekeurd en wanneer de herstructurering ofwel werd aangevat ofwel publiek werd bekendgemaakt. Voor kosten verbonden aan de normale activiteiten van de vennootschap worden geen voorzieningen aangelegd. De voorzieningen voor diensten na verkoop dekken de verplichtingen van de entiteiten binnen de Groep CFE in het kader van de wettelijke garantieverplichtingen met betrekking tot opgeleverde werven. Ze worden geraamd op basis van statistische informatie van vastgestelde uitgaven in voorgaande boekjaren en op individuele basis voor specifiek geïdentificeerde problemen. De voorzieningen voor diensten na verkoop worden aangelegd vanaf de start van de werken. De voorzieningen voor geschillen in het kader van de activiteit betreffen hoofdzakelijk geschillen met klanten, onder- of medeaannemers of leveranciers. De overige kortlopende voorzieningen voor risico’s bestaan hoofdzakelijk uit voorzieningen voor laattijdigheidsboetes en andere operationele bedrijfsrisico’s. Langlopende voorzieningen zijn voorzieningen die niet direct verband houden met de exploitatiecyclus en waarvan de looptijd doorgaans meer dan een jaar bedraagt. (P) PERSONNEELSBELONINGEN (1) VERPLICHTINGEN INZAKE PENSIOEN De pensioenverplichtingen omvatten de pensioenplannen en de levensverzekeringen. De vennootschap past wereldwijd een aantal pensioenplannen toe van het type ‘met vaste prestaties’ en het type ‘met vaste bijdragen’. In België zijn bepaalde op toegezegde bijdragen gebaseerde pensioenplannen het voorwerp van een door de werkgever wettelijk gewaarborgd minimumrendement en worden ze dus beschouwd als toegezegde pensioenregelingen. De activa van die pensioenplannen worden in het algemeen beheerd door aparte instellingen en gefinancierd door bijdragen van de betrokken dochterondernemingen en van de werknemers. Deze bijdragen worden bepaald op basis van de aanbevelingen van onafhankelijke actuarissen. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 151 De pensioenverplichtingen van de Groep CFE zijn al dan niet gedekt door activa. a) Pensioenplannen van het type ‘vaste bijdragen’ De bijdragen aan deze pensioenplannen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening van het boekjaar waarin ze betaald worden. b) Pensioenplannen van het type ‘vaste prestaties’ Voor deze pensioenplannen worden de kosten van elk plan afzonderlijk geschat op basis van de ‘projected unit credit’-methode. De methode van de geprojecteerde kredieteenheden stelt dat elke tewerkstellingsperiode recht geeft op een bijkomende voordeeleenheid en beschouwt elke eenheid afzonderlijk. Volgens deze methode worden de pensioenkosten ten laste genomen in de winst- en verliesrekening zodat de kosten op regelmatige wijze gespreid worden over de resterende diensttijd van de deelnemende werknemers, dit op basis van de aanbevelingen van actuarissen die deze plannen jaarlijks aan een grondige beoordeling onderwerpen. De in de winst- en verliesrekening opgenomen bedragen omvatten de kostprijs van de verleende diensten, de rentelasten, de verwachte inkomsten uit de dekkingsactiva en de kosten van ontvangen diensten. De in de balans opgenomen pensioenverplichtingen worden gewaardeerd op basis van de contante waarde van de geschatte toekomstige uitgaven, berekend op basis van rentevoeten gelijk aan die van bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit met een looptijd die deze van de pensioenverplichtingen benadert, na aftrek van de niet-opgenomen kosten van verstreken diensttijd en de reële waarde van de activa. De actuariële winsten- en verliezen worden afzonderlijk berekend voor elk type regeling met vaste prestaties. De actuariële winsten en verliezen omvatten het effect van de verschillen tussen actuariële veronderstellingen en de werkelijkheid en het effect van wijzigingen in de actuariële veronderstellingen. De actuariële verschillen met betrekking tot de verplichtingen of tot de activa die verbonden zijn met de voordelen bij uitdiensttreding en die resulteren uit de verrekeningen van het arbeidsverleden en/of de wijzigingen van actuariële veronderstellingen worden opgenomen onder andere elementen van het totaalresultaat in de periode waarin ze zich voordoen en maken het voorwerp uit van een afzonderlijke reserve in het eigen vermogen. Deze verschillen en de schommelingen van de limiet van de opgenomen activa worden voorgesteld in het overzicht van de staat van het totaalresultaat. De rentekosten als gevolg van de afwikkeling van de verdiscontering van de pensioenvoordelen en soortgelijke verplichtingen, evenals de financiële opbrengsten van het verwachte rendement op de activa van de regeling worden opgenomen in het financieel resultaat. De invoering of de wijziging van een nieuwe regeling bij uitdiensttreding of van andere regelingen op lange termijn kan de geactualiseerde waarde verhogen van de verplichting uit hoofde van een regeling met vaste prestaties voor de diensten die verleend zijn in de vorige periodes, d.w.z. de kosten van ontvangen diensten. De kosten van ontvangen diensten die verband houden met de regelingen bij uitdiensttreding worden lineair over de gemiddelde periode opgenomen als resultaat totdat de overeenkomstige voordelen aanvaard zijn door de werknemers. De voordelen die aanvaard zijn als gevolg van het aannemen of het wijzigen van een regeling bij uitdiensttreding, en de kosten van ontvangen diensten verbonden met de andere voordelen op lange termijn, worden onmiddellijk opgenomen als resultaat. De actuariële berekeningen van de verplichtingen bij uitdiensttreding en van de andere voordelen op lange termijn worden uitgevoerd door onafhankelijke actuarissen. De bonussen toegekend aan bedienden en hogere kaderleden zijn gebaseerd op doelstellingen die voortvloeien uit belangrijke financiële en niet-financiële kernindicatoren. Het geschatte bedrag van de bonussen wordt opgenomen als last van het boekjaar waarop ze betrekking hebben. (Q) RENTEDRAGENDE LENINGEN (1) FINANCIËLE VERPLICHTINGEN TEGEN GEAMORTISEERDE KOSTPRIJS Rentedragende leningen worden initieel verwerkt tegen reële waarde, verminderd met toerekenbare transactiekosten. Elk verschil tussen het bedrag bij de eerste opname en het aflossingsbedrag op basis van de effectieve-rentemethode in de winst- en verliesrekening wordt opgenomen over de looptijd van de leningen. We verwijzen naar paragraaf J (2) voor de definitie van deze methode. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 152 (2) FINANCIËLE VERPLICHTINGEN TEGEN REËLE WAARDE IN WINST-EN-VERLIESREKENING Afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen reële waarde in winst- en verliesrekening, tenzij er een gedocumenteerde indekkingsrelatie bestaat (paragraaf X). (R) HANDELSSCHULDEN EN OVERIGE SCHULDEN De handelsschulden en overige kortlopende schulden worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. (S) WINSTBELASTINGEN Belastingen op het resultaat omvatten de verschuldigde belastingen en de uitgestelde belastingen. De belastingen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening, tenzij ze betrekking hebben op elementen die in andere elementen van het totaalresultaat of in het eigen vermogen werden geboekt; in dat geval worden de uitgestelde belastingen ook in deze categorieën opgenomen. De verschuldigde belasting omvat het bedrag van de verschuldigde belastingen op de belastbare inkomsten van het afgelopen jaar, evenals alle aanpassingen van betaalde of te betalen belastingen met betrekking tot vorige jaren. De belastingen worden berekend op basis van de belastingtarieven die van toepassing zijn op de balansdatum. Uitgestelde belastingen worden berekend op basis van de tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en de belastinggrondslag van een actief/verplichting (‘liability method’). De uitgestelde belastingen worden berekend op basis van de belastingtarieven die van toepassing zijn op de balansdatum. Volgens deze methode moet de vennootschap, in geval van een bedrijfscombinatie, voorzieningen aanleggen voor uitgestelde belastingen tot dekking van het verschil tussen de reële waarde van het verworven netto-actief en de belastinggrondslag. De volgende tijdelijke verschillen worden niet opgenomen: fiscaal niet-aftrekbare goodwill, eerste opname van activa en verplichtingen die geen invloed hebben op de boekhoudkundige winst noch op de belastbare winst en verschillen met betrekking tot belangen in dochterondernemingen in zover een tegenboeking in de voorzienbare toekomst niet waarschijnlijk is. Uitgestelde belastingvorderingen worden enkel opgenomen als het waarschijnlijk is dat er in de toekomst een belastbare winst beschikbaar zal zijn om het belastingvoordeel te compenseren. De uitgestelde belastingvordering wordt verminderd wanneer het niet langer waarschijnlijk is dat het eraan verbonden belastingvoordeel zal gerealiseerd worden. (T) OPBRENGSTEN VAN BOUW- EN DIENSTVERLENINGSCONSTRACTEN Wanneer de winst- of het verlies van een aannemingscontract op een betrouwbare manier ingeschat kan worden, worden de inkomsten- en uitgaven van het contract, inclusief de financieringskosten die gemaakt worden wanneer het contract de boekhoudperiode overschrijdt, in de tijd gespreid opgenomen in de winst- en verliesrekening, in verhouding tot het voltooiingspercentage van het contract op balansdatum. Het voltooiingspercentage wordt berekend als de verhouding tussen de contractkosten op de balansdatum en de geschatte totale contractkosten. Het grootste deel van de inkomsten wordt in de tijd gespreid opgenomen als aan een van de volgende criteria voldaan is: - de klant ontvangt en verbruikt simultaan de voordelen van de prestaties van de vennootschap terwijl ze deze presteert; - de prestaties van de vennootschap creëren of verbeteren een actief dat de klant controleert terwijl het actief gecreëerd of verbeterd wordt; - de prestaties van de vennootschap creëren een actief zonder mogelijk alternatief nut voor de vennootschap en de vennootschap heeft een afdwingbaar recht op betaling voor de prestaties die tot dusver geleverd zijn. (1) CONTRACT KOSTEN Projectkosten worden opgenomen als een uitgave in de winst- en verliesrekening in de boekhoudperiodes waarin het werk waarop ze betrekking hebben uitgevoerd wordt, en gemaakte kosten die betrekking hebben op toekomstige activiteiten in het project worden gekapitaliseerd als het waarschijnlijk is dat ze terugverdiend zullen worden. Er wordt een correctie toegepast voor de kosten van materiaal dat aangekocht werd maar nog niet vervaardigd werd of in productie is op de verslagdatum. Wanneer het waarschijnlijk is dat de totale projectkosten hoger zullen zijn dan de totale projectopbrengsten, wordt het verwachte verlies onmiddellijk erkend als een last. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 153 (2) CONTRACT OPBRENGSTEN Opbrengsten van een aannemingscontract omvatten het initiële bedrag van de opbrengsten dat in het contract gedefinieerd wordt alsook de wijzigingen in de werkzaamheden die door het contract gespecificeerd worden, vorderingen en prestatiebonussen voor zover het zeer waarschijnlijk is dat een significante terugboeking van opgenomen cumulatieve opbrengsten niet zal plaatsvinden wanneer de onzekerheid met betrekking tot de variabele vergoeding vervolgens opgelost wordt. Wanneer het resultaat van een aannemingscontract niet op een betrouwbare manier ingeschat kan worden, worden de projectopbrengsten opgenomen tot het bedrag van de gemaakte projectkosten die waarschijnlijk terugverdiend zullen worden. De transactieprijs wordt gewaardeerd tegen het bedrag die de tegenprestatie weerspiegelt waarop de entiteit verwacht recht te hebben in ruil voor de levering van de beloofde goederen- en diensten aan de klant. Een wijziging van het contract kan leiden tot een stijging of daling van de transactieprijs. Dit betreft een instructie van de klant voor een wijziging in de omvang van de werkzaamheden die in het kader van het contract uitgevoerd moeten worden. Bij de toepassing van dit principe worden de prestatiebonus en de inkomsten uit vorderingen over het algemeen alleen als onderdeel van de transactieprijs beschouwd wanneer met de klant een contract is gesloten. De meest voorkomende variabele elementen zoals de prijs van de materialen en de bezoldigingen van het aan de bouwplaatsen toegewezen personeel worden slechts in de transactieprijs opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er geen significante terugname van de erkende opbrengsten zal plaatsvinden. Prestatiebonussen maken deel uit van de projectopbrengsten wanneer het op basis van het voltooiingspercentage van het project waarschijnlijk is dat het gespecificeerde prestatieniveau zal worden bereikt of overschreden wordt en het bedrag van de prestatiebonus op een betrouwbare manier gemeten kan worden. (3) CONTRACT TEGOEDEN Een contractactief is het recht op een vergoeding in ruil voor goederen of diensten die overgedragen worden. Als de entiteit goederen of diensten aan een klant levert vóór de klant de vergoeding betaalt of vóór de betaling verschuldigd is, wordt een contractactief opgenomen voor de verdiende vergoeding die voorwaardelijk is. Een contractverplichting is de verplichting om goederen of diensten over te dragen aan de klant waarvoor de groep een vergoeding heeft ontvangen vóór de vennootschap goederen of diensten aan de klant overdraagt. Een contractverplichting wordt opgenomen op het moment dat de betaling uitgevoerd is of de betaling verschuldigd is (afhankelijk van wat het vroegste is). Contractverplichtingen worden opgenomen als opbrengsten wanneer de vennootschap werkzaamheden uitvoert in het kader van het contract. De onderhanden projecten weerspiegelen de netto positie van de activa en passiva op contracten. Een voorziening voor verlieslatende contracten wordt aangelegd wanneer de verwachte economische voordelen van een contract lager liggen dan de onvermijdelijke kosten om aan de contractuele verplichtingen te voldoen. De onvermijdelijke kosten van een contract weerspiegelen de netto uitstapkosten van het contract, namelijk de uitvoeringskosten van het contract of, als ze lager is, elke schadevergoeding of boete wegens het niet-uitvoeren van het contract. De uitvoeringskosten van het contract omvatten de rechtstreeks aan het contract verbonden kosten ('full direct costs'), namelijk: - de marginale kosten van de uitvoering van het contract, en - een toerekening van de andere kosten die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van het contract. (4) KOSTEN OM EEN CONTRACT TE VERKRIJGEN OF UIT TE VOEREN De Groep CFE heeft vastgesteld dat de kosten voor het aantrekken van een contract (bv. betaalde commissies) en de kosten voor de uitvoering van een contract dat niet gedekt wordt door een specifieke IFRS-norm die normaal gesproken gekapitaliseerd moeten worden, zoals gedefinieerd in IFRS 15, wanneer ze voldoen aan bepaalde specifieke criteria, geen materiële impact hebben op de opname van opbrengsten en de marge van projecten. Als zodanig worden deze kosten om een contract aan te trekken of uit te voeren niet afzonderlijk verwerkt in overeenstemming met IFRS 15, maar worden ze opgenomen in de projectboekhouding en derhalve opgenomen als gemaakte kosten. (5) BIJZONDERE OVERWEGINGEN MET BETREKKING TOT INKOMSTEN PER SEGMENT a) Inkomsten uit bouwcontracten en multitechnieken De Groep CFE staat in voor het globale beheer van een project waarin verschillende goederen en diensten zijn opgenomen, zoals afbraak, grondwerken, bodemsanering, funderingswerken, aankoop van materialen, bouw van de ruwbouw en de gevels, installatie van de technische percelen (elektriciteit, HVAC, enz.) en de afwerking. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 154 De boekhoudkundige omzet dient volgens IFRS 15 het volgende weer te geven: • enerzijds, het tempo van de uitvoering van de prestatieverplichtingen die overeenkomen met de overdracht van de controle over een goed of dienst aan de klant; • anderzijds, het bedrag waarop de verkoper verwacht recht te hebben als vergoeding voor de uitgevoerde activiteiten. Prestatieverplichtingen om goederen en diensten over te dragen worden in het kader van het contract niet afzonderlijk behandeld, omdat de entiteit een belangrijke dienst verleent door goederen en diensten (de inputs) te integreren in het gebouw (het gecombineerd product) waarvoor de klant een overeenkomst heeft gesloten. Daarom zijn goederen en diensten niet gescheiden. De entiteit neemt alle goederen en diensten in het contract op als één enkele prestatieverplichting. Opbrengsten uit bouwcontracten worden opgenomen naar rato van het stadium van voltooiing op basis van de kostenmethode, d.w.z. op basis van het aandeel van de tot dan toe gemaakte projectkosten in de totale geschatte kosten. Het eigendom wordt geleidelijk overgedragen aan de koper tijdens de bouwperiode, zodat de opbrengst in de tijd wordt geboekt wanneer de prestatie van de entiteit geen activum creëert met een alternatieve gebruiksmogelijkheid voor de entiteit en deze een afdwingbaar recht heeft op betaling voor de tot dan voltooide prestatie, wat voldoet aan het derde criterium gedefinieerd in de IFRS norm 15.35. Voor zover het contract expliciet elke eenheid afzonderlijk identificeert en de klant van elke eenheid afzonderlijk kan profiteren, moet de constructie van elke eenheid worden beschouwd als een afzonderlijke prestatieverplichting en worden de producten afzonderlijk erkend voor elke prestatieverplichting. De overdracht van de controle over een goed of dienst kan op een specifiek moment plaatsvinden, wat overeenkomt met de voltooiing van de werkzaamheden. Voor sommige contracten, voornamelijk in het segment Multitechnieken, beslaan de installatie- en uitvoeringswerkzaamheden een zeer korte periode. Voor dergelijke contracten worden de opbrengsten erkend wanneer de werkzaamheden zijn voltooid. b) Vastgoedontwikkelingen De Groep CFE staat in voor het globale beheer van de vastgoedprojecten waarbij verschillende blokken van gebouwen in aanbouw (of nog te bouwen) aan de klant(en) worden verkocht. Hoewel de lokale regulator de eigendomsoverdracht aan de eindklant regelt, wordt de prestatieverplichting geleidelijk of op een specifiek moment nagekomen. Opbrengsten worden opgenomen zodra de materiële risico’s en voordelen van eigendom in wezen zijn overgedragen aan de koper en er geen onzekerheid bestaat over de inning van de verschuldigde bedragen, de daaraan verbonden kosten of de eventuele terugzending van de goederen. De zogenaamde gemengde projecten, namelijk vastgoedontwikkelingen die residentiële eenheden, kantoren en/of handelsruimten omvatten, zullen naargelang de verschillende ontwikkelde eenheden wel of niet onderscheiden zijn in de betekenis van IFRS 15, worden onderverdeeld in een of meer prestatieverplichtingen. Voor het overige zullen de ontwikkeling van het project en de follow-up van zijn bouw afhankelijk van het contractuele kader als een enkele of als twee onderscheiden prestatieverplichtingen worden beschouwd. De opbrengst wordt geboekt wanneer elk individueel genomen prestatieverplichting voldaan is, namelijk: - indien de lokale wetgever de eigendom van de bouw geleidelijk overdraagbaar maakt gedurende de uitvoering van de bouwwerkzaamheden en indien de groep contractueel verplicht is de eigendommen door te verkopen naar andere klanten en een afdwingbaar recht heeft op betaling voor de uitgevoerde werkzaamheden, zullen de opbrengsten uit de bouw van deze woningen derhalve geleidelijk worden opgenomen. Het voltooiingspercentage wordt berekend volgens het aandeel in de cumulatieve contractkosten die gemaakt werden voor de realisatie gesplitst door de geschatte totale kosten en volgens de mate van eigendomsoverdracht op de balansdatum. Dit betreft uitsluitend de in België en Luxemburg ontwikkelde projecten; - indien de wetgever bepaalt dat de overdracht van risico’s en voordelen en het afdwingbare recht op betaling pas wordt vastgesteld wanneer de wooneenheid volledig is gebouwd en geleverd, worden de inkomsten pas op een specifiek moment erkend: bij de ondertekening van de notariële akte of het overdrachtsprotocol tussen CFE en de eindklant. Dit betreft uitsluitend de in Polen ontwikkelde projecten. Indien de ontwikkeling van een project en de opvolging van zijn bouw als twee onderscheiden verplichtingen worden beschouwd, zal de opbrengst van de ontwikkeling van het project in het algemeen worden opgenomen op een welbepaald ogenblik, bij de verkoop, en zal de opbrengst van de follow-up van de bouw zoals vroeger worden opgenomen volgens het voltooiingspercentage. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 155 (U) OVERIGE INKOMSTEN HUURINKOMSTEN- EN KOSTEN Huurinkomsten en -kosten uit gewone huurcontracten worden lineair opgenomen over de looptijd van de huurovereenkomst. (V) LASTEN (1) FINANCIËLE LASTEN De financiële lasten omvatten de verschuldigde rente op leningen, de wisselkoersverliezen en verliezen afkomstig van de afdekkingsinstrumenten opgenomen in de winst- en verliesrekening. Alle renten en andere gemaakte kosten in verband met leningen, behalve die welke in aanmerking kwamen voor activering, worden als financieringskosten in de winst- en verliesrekening opgenomen. De rentekosten met betrekking tot de huurcontracten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen volgens de effectieve-rentemethode. (2) ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGENKOSTEN, RECLAME, EN PROMOTIEKOSTEN EN ONTWIKKELINGSKOSTEN VAN INFORMATIESYSTEMEN De onderzoeks-, reclame- en promotiekosten worden opgenomen in het boekjaar waarin deze kosten worden gemaakt. Ontwikkelingskosten en ontwikkelingskosten van informatiesystemen worden ten laste genomen wanneer ze worden gemaakt, wanneer ze niet voldoen aan de criteria voor immateriële vaste activa. (W) BOEKHOUDKUNDIGE VERWERKING VAN AFDEKKINGSTRANSACTIES De vennootschap gebruikt afgeleide financiële instrumenten hoofdzakelijk om de risico’s te beperken die voortvloeien uit ongunstige schommelingen van de rentevoeten, wisselkoersen, grondstoffenprijzen en andere marktrisico’s. Het beleid van de vennootschap verbiedt het gebruik van deze instrumenten voor speculatiedoeleinden. De Groep CFE houdt geen derivaten aan voor handelsdoeleinden en geeft deze ook niet uit. Derivaten die echter niet in aanmerking komen voor hedge accounting in de zin van de IFRS 9 norm, worden verwerkt als instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden. Afgeleide financiële instrumenten worden bij de eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde. Na de initiële boeking worden de afgeleide financiële instrumenten gewaardeerd tegen hun reële waarde. De boeking van niet-gerealiseerde winsten of verliezen hangt af van de kwalificatie van het afgeleide financiële instrument en de effectiviteit van de dekking. De reële waarde van renteswaps is het geschatte bedrag dat de Groep CFE zou ontvangen of betalen om de swap per balansdatum te beëindigen, waarbij rekening wordt gehouden met de actuele rente en met de kredietwaardigheid van de tegenpartijen van de swap. De reële waarde van een ‘forward exchange contract’ is de beurskoers op de afsluitdatum, oftewel de contante waarde van de genoteerde ‘forward’ prijs. De boekhouding van afdekkingstransacties is van toepassing indien aan de voorwaarden van IFRS 9 voldaan is: - de afdekkingsrelatie moet duidelijk, van de datum waarop het afdekkingsinstrument ten uitvoer is gelegd, aangemerkt en gedocumenteerd worden; - het economisch verband tussen de afgedekte positie en het afdekkingsinstrument moet gedocumenteerd worden, evenals de potentiële bronnen van inefficiëntie; - de retrospectieve inefficiëntie moet bij elk besluit gemeten worden; - de afdekkingsrelatie bestaat uitsluitend uit in aanmerking komende afdekkingsinstrumenten en in aanmerking komende afgedekte posities; - de afdekkingsverhouding in de afdekkingsrelatie is dezelfde als die welke voortvloeit uit de hoeveelheid van de afgedekte positie die de entiteit feitelijk afdekt en de hoeveelheid van het afdekkingsinstrument dat de entiteit feitelijk gebruikt om die hoeveelheid van de afgedekte positie af te dekken. De veranderingen in de reële waarde van de ene periode naar de andere worden anders verwerkt, afhankelijk van de boek- houdkundige kwalificatie van het instrument: (1) KASSTROOMAFDEKKING (CASH-FLOW HEDGES) Wanneer een afgeleid financieel instrument de mogelijke variabiliteit van kasstromen van een opgenomen verplichting, een vaststaande toezegging of een verwachte toekomstige transactie van de vennootschap afdekt, wordt het effectieve deel van de winst of verlies op het afgeleide financieel instrument rechtstreeks in andere elementen van het totaalresultaat en in een aparte Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 156 categorie van ingehouden winsten in het eigen vermogen opgenomen. Wanneer de vaststaande verbintenis of de verwachte toekomstige transactie leidt tot opname van een niet-financiële actief of verplichting, worden de cumulatieve winsten of verliezen verwijderd uit de rubriek ‘eigen vermogen’ en worden ze in de initiële waardering van het actief of de verplichting opgenomen. In het andere geval worden de cumulatieve winsten of verliezen verwijderd uit het eigen vermogen en opgenomen in de winst- en verliesrekening op hetzelfde ogenblik als de afgedekte transactie. Het niet-effectieve deel van de winst of het verlies op het financieel instrument wordt in de winst- en verliesrekening opgenomen. De winsten en verliezen afkomstig van de tijdelijke waarde van het afgeleid financieel instrument worden in de winst- en verliesrekening opgenomen. Wanneer een afdekkingsinstrument of afdekkingsrelatie ten einde loopt maar de afgedekte transactie nog moet plaatshebben, blijft de op dat ogenblik niet-gerealiseerde cumulatieve winst of verlies in de rubriek ‘eigen vermogen’ en wordt dan opgenomen volgens het bovenbeschreven principe wanneer de transactie plaatsvindt. Wanneer men niet meer verwacht dat de afgedekte transactie zal plaatsvinden, wordt de niet-gerealiseerde cumulatieve winst of verlies die opgenomen werd in het eigen vermogen, onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen. (2) REËLE-WAARDEAFDEKKING Voor ieder afgeleid financieel instrument dat de mogelijke veranderingen in de reële waarde van een opgenomen vordering of schuld afdekt, wordt de winst of het verlies uit herwaardering van het afdekkinginstrument in de winst- en verliesrekening opgenomen. Ook de waarde van het afgedekte element wordt gewaardeerd tegen de reële waarde die toe te rekenen is aan het afgedekte risico. De ermee verbonden winst of verlies wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening. De reële waarde van de afgedekte elementen in verband met het afgedekte risico, zijn de boekwaarden op de balansdatum, omgerekend in euro tegen de wisselkoers die geldt op de balansdatum. (3) AFDEKKING VAN EEN NETTO-INVESTERING IN BUITENLANDSE ACTIVITEITEN Als een schuld in vreemde valuta een investering in een buitenlandse entiteit afdekt, worden de wisselkoersverschillen ingevolge de omzetting van de schuld in euro rechtstreeks opgenomen als omrekeningverschillen onder ‘andere elementen’ van het resultaat. Als een afgeleid financieel instrument een netto-investering met betrekking tot buitenlandse activiteiten afdekt, dan wordt het effectieve deel van de winst of het verlies op het financieel instrument rechtstreeks opgenomen als ‘omrekeningverschil’ onder ‘andere elementen’ van het resultaat. (4) INSTRUMENTEN GEKOPPELD AAN BOUWCONTRACTEN Indien een afgeleid financieel instrument de mogelijke variabiliteit van kasstromen van een opgenomen verplichting, een vaststaande toezegging of een verwachte toekomstige transactie van de vennootschap in het kader van een bouwcontract afdekt (voornamelijk termijnaankopen van grondstoffen, en termijnaankopen of -verkopen van valuta), dan wordt dit instrument niet gedocumenteerd als een kasstroomafdekkingsinstrument zoal beschreven in punt (1) hierboven. De winsten of verliezen die op het afgeleid financieel instrument worden gerealiseerd, worden opgenomen in de winst- en verliesrekening als financiële baten of lasten. De gerealiseerde winsten of verliezen op het afgeleid financieel instrument, worden beschouwd als kosten van het bouwcontract (zie sectie (U) hierboven). Dit element heeft echter geen invloed op de bepaling van de mate van voortgang van het contract. (X) SEGMENTINFORMATIE Een segment is een onderscheiden onderdeel van de Groep CFE dat kosten en opbrengsten genereert, en waarvan de operationele resultaten regelmatig door de directie worden bekeken om beslissingen te nemen of de prestaties van het segment na te gaan. De voortgezette activiteiten van de Groep CFE bestaat uit vier operationele segmenten: Vastgoedontwikkeling, Multitechnieken, Bouw & Renovatie en Investeringen & Holding. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 157 (Y) KASSTROMEN TEN OPZICHTE VAN GECONSOLIDEERDE VENNOOTSCHAPPEN VOLGENS DE VERMOGENMUTATIEMETHODE De kasstromen ten aanzien van de geconsolideerde vennootschappen volgens de vermogensmutatiemethode, alsook met betrekking tot de verhoging of vermindering van het kapitaal en de verstrekking (terugbetaling) van leningen worden in principe opgenomen in de kasstromen in de investeringsactiviteiten. Echter, met betrekking tot het segment Vastgoedontwikkeling worden deze kasstromen gepresenteerd in de operationele activiteiten. Dit komt omdat de ontwikkeling van vastgoedprojecten plaatsvindt via geconsolideerde dochtervennootschappen of via joint ventures. Al deze projecten worden beheerd door hetzelfde managementteam binnen het segment Vastgoedontwikkeling van de Groep CFE. De kasstromen die verband houden met lopende ontwikkelingsprojecten, die gehouden worden door de geconsolideerde dochtervennootschappen, worden per definitie toegewezen aan de rubriek “wijzigingen in het werkkapitaal”, d.w.z. de operationele kasstromen. Om voor de lezer de consistentie te waarborgen van de financiële staten, heeft de Groep CFE ervoor gekozen om ook de kasstromen met betrekking tot de financiering van de door de joint ventures gehouden vastgoedprojecten, op te nemen binnen dezelfde rubriek ‘wijzigingen in het werkkapitaal’. Deze redenering is gebaseerd op het feit dat de door de joint ventures gehouden projecten evenals de projecten die gehouden worden door geconsolideerde dochtervennootschappen, economisch gezien vergelijkbaar zijn en beide betrekking hebben op de belangrijkste productieve activiteiten van de Groep CFE. Beide zijn daarom operationeel van aard. Vandaar het besluit van de Groep CFE om de kasstromen van al haar vastgoedprojecten samen te voegen onder de operationele activiteiten, ongeacht van de onderliggende juridische structuur. Door te kiezen voor de presentatie van kasstromen als operationele activiteiten, heeft de Groep CFE zich gebaseerd op het principe van IAS 7, paragraaf 11, met name dat een entiteit haar kasstromen met betrekking tot operationele activiteiten, investeringen en financiering op de meest geschikte manier voor haar bedrijfsvoering presenteert. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 158 3. CONSOLIDATIEMETHODEN CONSOLIDATIEKRING Vennootschappen waarvan de groep direct of indirect de meerderheid van de stemrechten bezit en waarover ze dus zeggenschap heeft, worden geconsolideerd volgens de integrale consolidatiemethode. De vennootschappen waarover de groep een gezamenlijke zeggenschap heeft, samen met andere aandeelhouders, worden geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode. Dit heeft met name betrekking op Deep C Holding N.V., Green Offshore N.V., GreenStor N.V. en sommige dochterondernemingen van BPI. De evolutie van de consolidatiekring van de Groep CFE tussen 2024 en 2023 wordt als volgt samengevat: Aantal entiteiten 2024 2023 Integrale methode 63 64 Vermogensmutatiemethode 87 91 Totaal 150 155 VERRICHTINGEN BINNEN DE GROEP De wederzijdse verrichtingen en transacties van activa en verplichtingen, baten en lasten tussen opgenomen ondernemingen worden in de geconsolideerde financiële staten geëlimineerd. Deze eliminatie gebeurt: - volledig, als de transactie plaatsheeft tussen twee dochterondernemingen die volgens de integrale consolidatiemethode worden geconsolideerd; en - naar rato van het belang in de onderneming waarop vermogensmutatie wordt toegepast voor het interne resultaat gerealiseerd tussen een integraal geconsolideerde onderneming en een onderneming geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode. OMREKENING VAN DE JAARREKENINGEN VAN DE BUITENLANDSE VENNOOTSCHAPPEN EN VESTIGINGEN In de meeste gevallen stemt de functionele valuta van de vennootschappen en vestigingen overeen met de valuta van het betrokken land. De jaarrekeningen van de buitenlandse vennootschappen waarvan de functionele valuta verschilt van de presentatievaluta van de geconsolideerde financiële staten van de Groep CFE, worden omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum wat betreft de posten van de balans en tegen de gemiddelde koers over de periode voor de posten van de resultatenrekening. De omrekeningsverschillen die daaruit voortvloeien, worden in de geconsolideerde reserves opgenomen als wisselkoersverschillen die uit de omrekening resulteren. De goodwill met betrekking tot de buitenlandse vennootschappen wordt geacht deel uit te maken van de verworven activa en verplichtingen en wordt uit dien hoofde omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum. TRANSACTIES IN VREEMDE VALUTA De transacties in vreemde valuta worden omgerekend in euro tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Aan het eind van de periode worden de monetaire activa en verplichtingen die uitgedrukt zijn in vreemde valuta, omgerekend in euro tegen de wisselkoers op de balansdatum. De winsten en verliezen die hieruit voortvloeien worden opgenomen in de rubriek wisselresultaten en worden in de resultatenrekening gepresenteerd als overige financiële lasten en opbrengsten. De wisselkoersverschillen op leningen in vreemde valuta of op afgeleide producten gebruikt voor afdekking van belangen in de buitenlandse dochterondernemingen, worden opgenomen in de rubriek van de wisselkoersverschillen uit de omrekening onder de overige elementen van het totaalresultaat en zijn het voorwerp van een afzonderlijke reserve in het eigen vermogen. Wanneer de leningen worden afgelost, worden de koersverschillen die in het eigen vermogen zijn geboekt, hergebruikt in de winst- en verliesrekening. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 159 4. SEGMENTINFORMATIE O PERATIONELE SEGMENTEN De segmentinformatie wordt voorgesteld rekening houdend met de verschillende operationele segmenten. De resultaten en activa en verplichtingen van de segmenten omvatten elementen die rechtstreeks toe te wijzen zijn aan een segment. De Groep CFE bestaat uit de volgende vier operationele segmenten: Vastgoedontwikkeling Het segment Vastgoedontwikkeling ontwikkelt vastgoedprojecten in België, Luxemburg en Polen. Multitechnieken Het segment Multitechnieken bundelt de activiteiten van de divisies VMA en MOBIX: - VMA is gespecialiseerd in de technische installaties van gebouwen, hun geautomatiseerde beheer (smart buildings) en hun onderhoud op lange termijn, evenals in de automatisering van productieketens in de auto-industrie, de chemische nijverheid en de voedingsindustrie; - MOBIX is in België een vooraanstaande speler in de realisatie van spoorwegwerken (aanleg van sporen, bovenleidingen en signalisatie) en het aanleggen van kabels en leidingen alsmede het aanleggen van openbare verlichting. Bouw & Renovatie Het segment Bouw & Renovatie verzamelt alle dochterondernemingen van de Groep CFE die actief zijn in België, Polen, het Groothertogdom Luxemburg en in Duitsland, gespecialiseerd in de bouw en renovatie van kantoorgebouwen, residentiële gebouwen, ziekenhuizen, hotels, scholen, parkings en industriële gebouwen. De vennootschappen Wood Shapers (bouw en promotie van projecten met materialen van biologische herkomst en hybride) en LTS (productie en montage van geprefabriceerde houten elementen) maken eveneens deel uit van dit segment. Investeringen & Holding Naast de activiteiten die een holding eigen zijn, omvat dit segment participaties in Deep C Holding N.V., Green Offshore N.V., GreenStor N.V. en een contract van het type Design Build Finance and Maintenance in België. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 160 ELEMENTEN VAN HET GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE RESULTATENREKENING Boekjaar afgesloten op 31 december Eliminaties Vastgoed-Multi- Bouw & Investeringen Totaal 2024 tussen ontwikkeling technieken Renovatie & Holding geconsolideerd (duizend euro)segmenten Omzet 125.699 304.309 788.462 1.978 (38.279) 1.182.169 EBITDA 17.932 20.160 17.443 (5.277) (389) 49.869 % Omzet 14,27% 6,62% 2,21% 4,22% Afschrijvingen (1.283) (9.959) (9.950)(640) 0 (21.832) Resultaat van de operationele 16.649 10.201 7.493 (5.917) (389) 28.037 activiteiten Aandeel in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop (8.188) (22) 788 11.390 0 33..996688vermogensmutatiemethode is toegepast Bedrijfsresultaat (EBIT) 8.461 10.179 8.281 5.473 (389) 32.005 % Omzet 6,73% 3,34% 1,05%2,71% Financieel resultaat 3.913 (606) 7.952 (6.461) 0 4.798 Winstbelastingen (4.351) (3.258) (5.656) 328 97 (12.840) Resultaat - deel van de groep 8.023 6.315 10.577 (660) (292) 23.963 % Omzet 6,38% 2,08% 1,34% 2,03% ) Boekjaar afgesloten op 31 december Eliminaties Vastgoed-Multi- Bouw & Investeringen Totaal 2023 tussen ontwikkeling technieken Renovatie & Holding geconsolideerd (duizend euro) segmenten Omzet 157.696 337.951 872.647 2.274 (122.098) 1.248.470 EBITDA 30.422 5.383 9.666 4.799 (737) 49.533 % Omzet 19,29% 1,59% 1,11% 3,97% Afschrijvingen (1.053) (9.708) (9.715)(872) 0 ((2211..334488))Resultaat van de operationele 29.369 (4.325) (49) 3.927 (737) 28.185 activiteiten Aandeel in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop (11.952) 28 (171) 16.934 0 44..883399vermogensmutatiemethode is toegepast Bedrijfsresultaat (EBIT) 17.417 (4.297) (220) 20.861 (737) 33.024 % Omzet 11,04% (1,27%) (0,03%) 2,65% Financieel resultaat (821) (1.205) 2.827 (2.794) 0 ((11..999933))Winstbelastingen (4.980) (769) (2.675) (64) 183 ((88..330055)Resultaat - deel van de groep 11.669 (6.271) (68) 18.003 (554) 22.779 % Omzet 7,40% (1,86%) (0,01%) 1,82% In het boekjaar 2024, werd de omzet voor een groter aantal projecten binnen de vastgoedontwikkeling in Polen erkend op basis van hun voltooiing, dit ter waarde van 79.919 duizend euro (2023: 7.872 duizend euro). Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 161 OPSPLITSING VAN DE OMZET Opsplitsing per geografisch gebied Boekjaar afgesloten op 31 december 2024 2023 (duizend euro) België 856.938 990.003 Polen 225.731 105.144 Luxemburg 67.591 114.670 Overige 31.909 38.653 Totaal geconsolideerd 1.182.169 1.248.470 De verdeling van de omzet per land is afhankelijk van het land waarin de prestaties zijn uitgevoerd. De Groep CFE heeft in 2024 geen inkomsten afkomstig van een significante klant ten belope van meer dan 10 % van de omzet. Opsplitsing per activiteit Boekjaar afgesloten op 31 december 2024 2023 (duizend euro) Vastgoedontwikkeling 125.699 157.696 VMA 213.151 252.788 MOBIX 91.253 85.285 Eliminaties intra-segmenten (95) (122) Multitechnieken 304.309 337.951 Bouw & Renovatie 788.462 872.647 Investeringen & Holding en Eliminaties tussen segmenten (36.301) (119.824) Totaal geconsolideerd 1.182.169 1.248.470 De Groep CFE erkent in het segment Bouw & Renovatie, de omzet gerealiseerd door het segment Vastgoedontwikkeling. De eliminatie van de gemeenschappelijke omzet tussen het segment Bouw & Renovatie en het segment Vastgoedontwikkeling gebeurt ter hoogte van de ‘eliminaties tussen segmenten’. Aangezien er een vertraging bestaat tussen de bouw en de verkoop door het segment Vastgoedontwikkeling (BPI), wordt het interne omzetcijfer tijdens de bouwperiode opgenomen in voorraad en pas toegewezen op het moment van de verkoop. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 162 GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE Eliminaties Boekjaar afgesloten op 31 december 2024 Vastgoed-Multi- Bouw & Investeringen Totaal tussen (duizend euro) ontwikkeling technieken Renovatie & Holding geconsolideerd segmenten ACTIVA Goodwill 0 23.017 912 0 0 23.929 Materiële vaste activa 5.134 47.768 39.433 3.711 (23) 96.023 Langlopende leningen aan geconsolideerde 0 0 0 40.000 (40.000) 0 vennootschappen van de groep Overige financiële vaste activa 90.202 0 0 30.046 0 120.248 Deelnemingen waarop 95.928 159 1.050 79.245 0 176.382 3vermogensmutatiemethode is toegepastOverige vaste activa 10.368 1.707 16.296 162.463 (161.749) 29.085 Voorraden 126.541 6.624 9.011 25 (826) 141.375 Geldmiddelen en kasequivalenten 7.230 2.533 80.300 83.447 (0) 173.510 Interne kaspositie - Cash pooling - actief 9.774 59.768 218.449 22.537 (310.528) 0 Overige vlottende activa 13.261 123.678 202.703 17.639 (16.086) 341.195 Totaal der activa 358.438 265.254 568.154 439.113 (529.212) 1.101.747 VERPLICHTINGEN Eigen vermogen 160.328 98.892 113.982 37.176 (162.603) 247.775 Langlopende leningen aan geconsolideerde 40.000 0 0 0 (40.000) 0 vennootschappen van de groep Langlopende financiële schulden 31.690 26.158 19.477 107.505 0 184.830 Overige langlopende verplichtingen 32.401 2.050 20.011 4.580 (0) 59.042 Kortlopende financiële schulden 18.490 6.086 5.462 337 (0) 30.375 Interne kaspositie - Cash pooling - passief 22.222 4.555 17.982 265.769 (310.528) 0 Overige kortlopende verplichtingen 53.307 127.513 391.240 23.746 (16.081) 579.725 Totaal der passiva 198.110 166.362 454.172 401.937 (366.609) 853.972 Totaal eigen vermogen en verplichtingen 358.438 265.254 568.154 439.113 (529.212) 1.101.747 Boekjaar afgesloten op 31 december 2023 Vastgoed-Multi- Bouw & Investeringen Eliminaties tussen Totaal (duizend euro) ontwikkeling technieken Renovatie & Holding segmenten geconsolideerd ACTIVA Goodwill 0 22.982 912 0 0 23.894 Materiële vaste activa 5.642 45.988 39.469 4.012 (24) 95.087 Langlopende leningen aan geconsolideerde 0 0 0 44.000 (44.000) 0 vennootschappen van de groep Overige financiële vaste activa 89.108 0 171 29.274 0 118.553 Deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is 104.502 182 3.531 77.150 0 185.365 toegepast Overige vaste activa 9.839 2.085 11.307 180.107 (179.271) 24.067 Voorraden 145.285 7.349 10.010 25 (825) 161.844 Geldmiddelen en kasequivalenten 4.390 3.249 78.045 68.408 0 154.092 Interne kaspositie - Cash pooling - actief 17.749 42.529 167.981 23.753 (252.012) 0 Overige vlottende activa25.346 136.210 241.129 14.864 (24.102) 393.447 Totaal der activa 401.861 260.574 552.555 441.593 (500.234) 1.156.349 VERPLICHTINGEN Eigen vermogen 159.141 88.897 90.975 77.500 (180.120) 236.393 Langlopende leningen aan geconsolideerde 40.000 0 4.000 0 (44.000) 0 vennootschappen van de groep Langlopende financiële schulden 53.424 26.054 18.838 92.649 0 190.965 Overige langlopende verplichtingen 29.473 1.882 21.093 4.534 0 56.982 Kortlopende financiële schulden 10.341 5.835 4.951 35.267 0 56.394 Interne kaspositie - Cash pooling - passief 18.435 14.386 9.368 209.823 (252.012) 0 Overige kortlopende verplichtingen 91.047 123.520 403.330 21.820 (24.102) 615.615 Totaal der passiva 242.720 171.677 461.580 364.093 (320.114) 919.956 Totaal eigen vermogen en verplichtingen 401.861 260.574 552.555 441.593 (500.234) 1.156.349 3 De negatieve deelnemingen waarop vermogensmutatie is toegepast, voorheen volledig gepresenteerd onder de rubriek ‘Langlopende voorzieningen’, worden vanaf het boekjaar 2024 gepresenteerd in mindering op eventuele langlopende financiële activa die verband houden met deze deelnemingen, en voor het resterende saldo onder de rubriek langlopende voorzieningen. Deze herwerking wordt beschreven in sectie 2.b. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 163 GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT Boekjaar afgesloten op 31 december 2024 Vastgoed-Multi- Bouw & Investeringen Totaal (duizend euro) ontwikkeling technieken Renovatie & Holding geconsolideerd Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) operationele activiteiten vóór wijzigingen van het 25.399 19.937 17.052 2.304 6644..669922werkkapitaal Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) 12.672 23.487 37.375 11.771 8855..330055operationele activiteiten Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) (322) (3.860) (851) (3.415)((88..444488))investeringsactiviteiten Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) (9.586) (20.303) (34.781) 6.621 ((5588..004499))financieringsactiviteiten Netto toename/(afname) van de geldmiddelen 2.764 (676) 1.743 14.977 18.808 Boekjaar afgesloten op 31 december 2023 Vastgoed-Multi- Bouw & Investeringen Totaal (duizend euro) ontwikkeling technieken Renovatie & Holding geconsolideerd Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) operationele activiteiten vóór wijzigingen van het 28.596 4.944 14.645 7.174 55.359 werkkapitaal Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) (33.668) 7.630 27.139 (852) 249operationele activiteiten Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) (830) (5.581) (9.160) 4.535 (11.036) investeringsactiviteiten Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) 34.377 (5.482) (11.528) 18.113 35.480 financieringsactiviteiten Netto toename/(afname) van de geldmiddelen (121) (3.433) 6.451 21.796 24.693 De kasstroom uit hoofde van (gebruikt in) financieringsactiviteiten bevat de cashpooling bedragen ten opzichte van de andere segmenten. Een positief bedrag stemt overeen met een gebruik van geldmiddelen in de cashpooling. Deze rubriek wordt ook beïnvloed door externe financiering, met name en hoofdzakelijk in de segmenten Vastgoedontwikkeling en Investeringen & Holding. OVERIGE INFORMATIE Boekjaar afgesloten op 31 december 2024 Vastgoed-Multi- Bouw & Investeringen & Totaal (duizend euro) ontwikkeling technieken Renovatie Holding () geconsolideerd Grondstoffen, verbruiksgoederen, diensten en (75.044) (148.957) (640.436) 21.798 (842.639) uitbesteed werk Afschrijvingen (1.283) (9.959) (9.950) (640) (21.832)Investeringen 1.017 12.544 13.259 312 27.132 () voor de rubriek “Grondstoffen, verbruiksgoederen, diensten en uitbesteed werk”, omvat het segment Investeringen & Holding ook de eliminaties tussen segmenten. Boekjaar afgesloten op 31 december 2023 Vastgoed-Multi- Bouw & Investeringen & Totaal (duizend euro) ontwikkeling technieken Renovatie Holding () geconsolideerd Grondstoffen, verbruiksgoederen, diensten en (83.362) (196.045) (727.470) 76.889 (929.988) uitbesteed werk Afschrijvingen (1.053) (9.708) (9.715) (872)(21.348)Investeringen 4.616 12.828 21.556 3.665 42.665 () voor de rubriek “Grondstoffen, verbruiksgoederen, diensten en uitbesteed werk”, omvat het segment Investeringen & Holding ook de eliminaties tussen segmenten. De investeringen omvatten de verwervingen van materiële en immateriële vaste activa en de contante waarde van huurprijzen die overeenkomen met de leaseovereenkomsten onder de gebruiksrechten van IFRS 16. GEOGRAFISCHE INFORMATIE De operaties van de Groep CFE in de segmenten Bouw & Renovatie, Multitechnieken en Vastgoedontwikkeling bevinden zich voornamelijk in België, Luxemburg en Polen. De materiële vaste activa bevinden zich voornamelijk in België. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 164 5. OVERNAMES EN VERVREEMDINGEN VAN DOCHTERONDER- NEMINGEN O VERNAMES EN VERVREEMDINGEN VAN DOCHTERONDERNEMINGEN OVER DE PERIODE AFGESLOTEN PER 31 DECEMBER 2024 In de loop van het eerste semester 2024, zijn de vennootschappen PPP Betrieb Schulen Eupen S.A. en PPP Schulen Eupen S.A. geliquideerd. Deze transacties hebben een immateriële impact op de winst- en verliesrekening. In de kasstroomoverzicht wordt het effect van de transacties (+550 duizend euro) gepresenteerd op de lijn “Verkoop van aandelenbelang, na aftrek van verworven/verkochte kasmiddelen”. Op het niveau van de segmenten Bouw & Renovatie, Multitechnieken en Investeringen & Holding werden er gedurende het boekjaar 2024 geen significante overnames of vervreemdingen gerealiseerd die onder de IFRS 3 norm “bedrijfscombinaties” vallen. De gerealiseerde overnames en vervreemdingen op het niveau van het segment vastgoedontwikkeling betreffen geen bedrijfscombinaties en bijgevolg is het totaal van de betaalde prijs toegekend aan terreinen en gebouwen aangehouden in de voorraad. De voornaamste gerealiseerde overnames en vervreemdingen op het niveau van het segment vastgoedontwikkeling werden in het voorwoord beschreven. 6. OVERIGE EXPLOITATIEBATEN EN EXPLOITATIELASTEN De overige exploitatiebaten bedragen 38.730 duizend euro (2023: 54.487 duizend euro) en hebben voornamelijk betrekking op: - doorberekeningen van kosten en andere diverse vergoedingen voor 35.446 duizend euro (2023: 36.193 duizend euro); - de meerwaarden op de verkoop van deelnemingen voor 1.979 duizend euro (2023: 17.146 duizend euro), waarvan 1.163 duizend euro betrekking heeft op de verkoop van 50% van de aandelen in BPI Wieslawa Sp.z.o.o. betreffen; - meerwaarden op de verkoop van materiële en immateriële vaste activa voor 1.305 duizend euro (2023: 1.148 duizend euro). In 2023, betroffen de meerwaarden op de verkoop van deelnemingen de verkoop van 50% in BPI Chmielna (14.250 duizend euro) alsook het positieve hergebruik van de wisselkoersverschillen na de verkoop van aandelen van CMT en CTE, en de vereffening van CFE Hongarije (2.443 duizend euro). De overige exploitatielasten zijn als volgt samengesteld: Boekjaar afgesloten op 31 december 2024 2023 (duizend euro) Diverse diensten en goederen (84.838) (81.237) Bijzondere waardevermindering van activa - Voorraden (215) (387) - Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen 392 (6.587) Netto toevoeging aan de voorzieningen (behalve toevoeging voor (1.837) 2.793 pensioenverplichtingen) Overige exploitatielasten (1.661) (1.521) Totaal geconsolideerd (88.159) (86.939) De diverse diensten en goederen en overige exploitatielasten omvatten voornamelijk de algemene kosten, diverse belastingen, verkoopcommissies en diverse honoraria. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 165 7. PERSONEELSUITGAVEN Boekjaar afgesloten op 31 december2200224422002233(duizend euro) Bezoldigingen (145.524) (148.459) Verplichte sociale zekerheidsbijdragen (45.135) (45.315) Overige loonkosten (44.488) (39.555) Bijdragen pensioenplannen (met vaste prestaties) (5.084) (3.167) Totaal geconsolideerd (240.231) (236.496) Het gemiddeld aantal voltijdse equivalenten (gemiddeld totaal personeelsbestand) voor 2024 bedraagt 2.775 (2023: 2.914), wat overeenkomt met 2.990 personen per 1 januari 2024 (2023: 3.074) en 2.854 per 31 december 2024 (2023 : 2.990). 8. FINANCIEEL RESULTAAT Boekjaar afgesloten op 31 december 2024 2023 (duizend euro) Renteopbrengsten 12.944 11.880 Rentelasten (15.386) (11.041) Overige financiële lasten en opbrengsten 7.240 (2.832) Winst (verlies) uit gerealiseerde en niet-gerealiseerde wisselresultaten 5.360 388 Rentekosten en opbrengsten uit regelingen met vaste prestaties (189) (323) Waardevermindering op financiële activa 0 0 Overige 2.069 (2.897) Financieel resultaat 4.798 (1.993) Het financieel resultaat bedraagt 4.798 duizend euro per 31 december 2024, tegenover (1.993) duizend euro per 31 december 2023. Deze stijging is voornamelijk verklaard door: - het positieve effect van het hergebruik van de niet-gerealiseerde koersverschillen die historisch in het totaalresultaat werden geboekt en die betrekking hebben op de intercompany leningen in euro, verstrekt door BPI Real Estate Belgium S.A. aan BPI Real Estate Poland Sp. z.o.o., die in 2024 werden afgelost. De terugbetaling van deze leningen wordt beschouwd als een gedeeltelijke verkoop, zoals gedefinieerd door IAS 21, wat resulteert in het hergebruik van de koersverschillen via de winst- en verliesrekening. Het hergebruik van de niet-gerealiseerde koersverschillen is het enige effect van deze transactie in de financiële staten; - de stijging van de gerealiseerde koersverschillen door CFE Polska Sp. z.o.o. ten gevolge van de waardestijging van de PLN ten opzichte van de euro, deels gecompenseerd door; - de stijging van de kosten van de bruto financiële schuld De renteopbrengsten bedragen 12.944 duizend euro en bestaan voornamelijk uit de verkregen rente op de leningen verstrekt aan de projectvennootschappen (SPV) binnen de segmenten Vastgoedontwikkeling en Investeringen & Holding die geconsolideerd zijn volgens de vermogensmutatiemethode, evenals uit de renteopbrengsten van de termijndeposito’s. De rentelasten bedragen 15.386 duizend euro en bestaan voornamelijk uit de rentelasten van de bedrijfsfinanciering op het niveau van CFE S.A. en BPI Real Estate Belgium S.A., de rentelasten verbonden aan het financiering van projecten in het segment Vastgoedontwikkeling die geconsolideerd zijn volgens de integrale methode, evenals de rentelasten op leaseverplichtingen. 9. MINDERHEIDSBELANGEN Per 31 december 2024 bedraagt het aandeel van de minderheidsbelangen in het resultaat van het boekjaar 0 euro (2023 : een verlies van 53 duizend euro). Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 166 10. RESULTAAT PER AANDEEL Het basisresultaat per aandeel is identiek aan het verwaterd resultaat per aandeel, gezien er geen potentiële gewone aandelen met verwateringseffect in omloop zijn en wordt als volgt berekend: Boekjaar afgesloten op 31 december2024 2023 Resultaat - deel van de groep (duizend euro) 23.963 22.779 Totaalresultaat - deel van de groep (duizend euro) 21.351 18.423 Aantal gewone aandelen op afsluitingsdatum 25.314.482 25.314.482 Gewogen gemiddelde aantal uitstaande gewone aandelen gedurende de periode 24.801.925 24.905.237 Resultaat per aandeel, op basis van gewogen gemiddelde aantal uitstaande gewone aandelen gedurende de periode (basis): Resultaat per aandeel (deel van de groep) (in euro) 0,97 0,91 Totaalresultaat per aandeel (deel van de groep) (in euro) 0,86 0,74 In 2024 hadden de aandelenoptieplannen geen verwaterend effect. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 167 11. BELASTINGEN OP HET TOTAALRESULTAAT O PGENOMEN IN HET TOTAALRESULTAAT Boekjaar afgesloten op 31 december 2024 2023 (duizend euro) Actuele belastingen Lasten uit hoofde van belastingen in het huidig boekjaar 11.014 8.630 Overschot (tekort) voorziening vorige boekjaren 132 17 Totaal actuele lasten uit hoofde van belastingen 11.146 8.647 Uitgestelde belastingen Opname en terugname van uitgestelde belastingen m.b.t. verliezen in voorgaande 0 (27) periodes Opname en terugname van tijdelijke verschillen 1.694 (315) Totaal kosten/(opbrengsten) uit hoofde van uitgestelde belastingen 1.694 (342) Belastingen op het resultaat van het boekjaar 12.840 8.305 (Opbrengsten)/kosten rechtstreeks opgenomen in andere elementen van het (48) (1.774) totaalresultaat 4Totaal belastinglast in het totaalresultaat 12.792 6.531 AFSTEMMING VAN HET EFFECTIEVE BELASTINGTARIEF Boekjaar afgesloten op 31 december2024 2023 (duizend euro) Resultaat vóór belastingen 36.805 31.031 waarvan het aandeel in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop 3.968 4.839 vermogensmutatiemethode is toegepast Winst vóór belastingen, exclusief deelnemingen waarop 32.837 26.192 vermogensmutatiemethode is toegepast Winstbelasting berekend aan het tarief van 25% 8.209 6.548 Fiscale impact van niet-aftrekbare uitgaven 2.610 2.477 Fiscale impact van niet-belastbare opbrengsten (1.830) (3.246) Belastingkrediet 0 0 Effect van verschillende belastingtarieven van dochterondernemingen in andere (719) (1.031) rechtsgebieden Fiscale gevolgen van het gebruik van fiscale verliezen niet opgenomen in voorgaande (3.708) (1.470) periodes Fiscale impact van correcties in uitgestelde en actuele belastingen m.b.t. voorgaande 4.203 11 periodes Fiscale impact van niet-erkenning uitgestelde actieve belastinglatentie op verliezen 4.074 5.016 van het jaar Belastinglast 12.840 8.305 Effectieve belastingtarief van het boekjaar 39,10% 31,71% De belastingkosten bedragen 12.840 duizend euro per 31 december 2024, tegenover 8.305 duizend euro eind 2023. Het effectieve belastingtarief bedraagt 39,10% tegenover 31,71% in 2023. 4 Dit bedrag werd gecorrigeerd. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 168 OPGENOMEN UITGESTELDE BELASTINGVORDERINGEN EN -VERPLICHTINGEN Boekjaar afgesloten op 31 december ACTIVA VERPLICHTINGEN (duizend euro) 52024 2023 2024 2023 Immateriële en materiële vaste activa 210 80 (13.687) (10.961) Leasingschulden 12.484 9.727 0 0 Personeelsbeloningen 1.662 1.833 0 0 Voorzieningen 2.383 2.290 0 0 Reële waarde van afgeleide instrumenten 0 0 0 0 Behoefte aan werkkapitaal 3.247 5.694 (92) (3.545) Overige elementen 3.292 307 (5.729) (46) Fiscale verliezen 42.567 41.707 0 0 Bruto uitgestelde belastingen activa/verplichtingen 65.845 61.638 (19.508) (14.552) Niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen (42.567) (41.707) 0 0 Belastingverrekening (14.261) (11.402) 14.261 11.402 Netto te ontvangen (te betalen) uitgestelde belasting 9.017 8.529 (5.247) (3.150) Overdraagbare fiscale verliezen en andere tijdelijke verschillen waarop geen uitgestelde belastingvordering is erkend, bedragen 170.504 duizend euro per 31 december 2024. Fiscale verliezen betreffen meestal Belgische vennootschappen en hebben bijgevolg geen vervaldatum. De post ‘belastingverrekening’ geeft de verrekening weer die is uitgevoerd tussen uitgestelde belastingvorderingen en verplichtingen per entiteit. PILLAR II De Pillar II wetgeving is van kracht vanaf het huidige boekjaar dat begint op 1 januari 2024. In bepaalde jurisdicties waar de Groep CFE actief is (o.a. België), is de Pillar Two wetgeving al vastgesteld of substantieel vastgesteld. Ackermans & van Haaren NV (AvH NV) is de 'Ultimate Parent Entity' ('UPE') voor Pillar Two doeleinden voor de entiteiten van de CFE Groep. De CFE entiteiten zullen bijgevolg onder het toepassingsgebied vallen van de gevolgen van Pillar Two die van toepassing zijn op de AvH Groep. Op basis van een analyse heeft de AvH Groep Pillar Two-bijheffingen (Top-Up tax) geïdentificeerd in bepaalde jurisdicties. Volgens de geïmplementeerde wetgeving is de AvH Groep in principe verplicht om in België of in betrokken jurisdictie bijheffingen te betalen op de winsten van haar groepsentiteiten die belast worden tegen een effectieve belastingsvoet van minder dan 15 procent. Voor het boekjaar 2024 bedraagt de totale impact van deze aanvullende belastingen op het geconsolideerde nettoresultaat van de AvH Groep 0,5 miljoen euro. Deze schatting is gebaseerd op de meest recente financiële informatie van de entiteiten binnen de AvH Groep, namelijk de “Country-by-Country Reporting” en de geconsolideerde jaarrekening. De voornaamste jurisdicties die blootgesteld zijn aan de Top-Up Taxes van Pillar II zijn Mexico, De Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi-Arabië en Spanje. Aangezien de Groep CFE niet actief is in deze jurisdicties, is er geen verplichting met betrekking tot deze aanvullende belastingen opgenomen in de geconsolideerde financiële staten per 31 december 2024. Per 31 december 2024 maakt de Groep CFE gebruik van de uitzondering inzake het erkennen en openbaar maken van informatie m.b.t. de uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen gerelateerd aan de Pillar Two-inkomstenbelasting. 5 De uitgestelde belastingvorderingen die per 31 december 2023 waren opgenomen onder de rubriek “Materiële (en immateriële) vaste activa” zijn verdeeld tussen de rubrieken “Materiële (en immateriële) vaste activa” en “Leaseverplichtingen”. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 169 FISCALE VERLIEZEN WAAROP GEEN ACTIEVE UITGESTELDE BELASTINGVORDERING GEBOEKT IS Er werd geen uitgestelde belastingvordering geboekt in de gevallen waarbij het onwaarschijnlijk is dat er voldoende belastbare winst beschikbaar zal zijn voor de dochtermaatschappijen om de fiscale verliezen te kunnen recupereren. UITGESTELDE BELASTINGOPBRENGSTEN (-KOSTEN) OPGENOMEN IN ANDERE ELEMENTEN VAN HET TOTAALRESULTAAT Boekjaar afgesloten op 31 december 2024 2023 (duizend euro) Uitgestelde belastingen op het effectieve deel van de wijzigingen in reële waarde in 0 1.360 kasstroomafdekking Uitgestelde belastingen op de herwaardering van het passief m.b.t. regelingen met 48 414 vaste prestaties Totaal 48 1.774 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 170 12. IMMATERIËLE VASTE ACTIVA ANDERS DAN GOODWILL Boekjaar afgesloten op 31 december 2024Licenties Ontwikkelingskosten Totaal (duizend euro)Aanschaffingswaarde Saldo op het einde van het vorige boekjaar 7.751 2.221 9.972 Netto wisselkoersverschillen 19 0 19 Verwervingen 428 2.619 3.047 Afstotingen (127) (380) (507) Overdracht naar andere activacategorieën 441 (1) 440 Saldo op het einde van het boekjaar 8.512 4.459 12.971 Afschrijvingen en waardeverminderingen Saldo op het einde van het vorige boekjaar (5.676) (415) (6.091) Netto wisselkoersverschillen (14) 0 (14) Afschrijvingen (955) 0 (955) Afstotingen 117 380 497 Overdracht naar andere activacategorieën (429) 2 (427) Saldo op het einde van het boekjaar (6.957) (33) (6.990) Netto boekwaarde Per 1 januari 2024 2.075 1.806 3.881 Per 31 december 2024 1.555 4.426 5.981 De verwervingen voor de periode bedragen 3.047 duizend euro per 31 december 2024 (2023 : 2.605 duizend euro) en hebben voornamelijk betrekking op de investeringen als gevolg van de invoering van een nieuw ERP voor de dochterondernemingen van het segment Bouw & Renovatie. De afschrijvingen op immateriële vaste activa bedragen (955) duizend euro per 31 december 2024 (2023 : (888) duizend euro) De immateriële vaste activa die beantwoorden aan de definitie van de norm IAS 38 Immateriële vaste activa werden erkend in de mate dat toekomstige economische voordelen waarschijnlijk zijn. Boekjaar afgesloten op 31 december 2023 Licenties Ontwikkelingskosten TToottaaaall(duizend euro)Aanschaffingswaarde Saldo op het einde van het boekjaar 7.457 415 7.872 Netto wisselkoersverschillen 76 0 76 Verwervingen 798 1.807 2.605 Afstotingen (495) 0 (495) Overdracht naar andere activacategorieën 0 (1) (1) Saldo op het einde van het boekjaar 7.751 2.221 9.972 Afschrijvingen en waardeverminderingen Saldo op het einde van het vorige boekjaar (5.110) (415) (5.525) Netto wisselkoersverschillen (54) 0 (54) Verwervingen (888) 0 (888) Afstotingen 291 0 291 Overdracht naar andere activacategorieën 0 0 0 Saldo op het einde van het boekjaar (5.676) (415) (6.091) Netto boekwaarde Per 1 januari 2023 2.347 0 2.347 Per 31 december 2023 2.075 1.806 3.881 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 171 13. GOODWILL Boekjaar afgesloten op 31 december 2024 2023 (duizend euro) Aanschaffingswaarde Saldo op het einde van het vorige boekjaar 29.916 29.745 Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 Overdracht naar andere activacategorieën 0 0 Overige wijzigingen 35 171 Saldo op het einde van het boekjaar 29.951 29.916 Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen Saldo op het einde van het vorige boekjaar (6.022) (6.022) Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen van het boekjaar 0 0 Overdracht naar andere activacategorieën 0 0 Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 Saldo op het einde van het boekjaar (6.022) (6.022) Netto boekwaarde per 31 december 23.929 23.894 Volgens de norm IAS 36 ‘Bijzondere waardevermindering van activa’, werd een waardeverminderingstest uitgevoerd op de waarde van deze goodwill per 31 december 2024. De volgende hypothesen werden aangenomen in de waardeverminderingstests: Afwaardering Netto waarde Parameters gebruikt in het model met Bruto waarde Activiteit van het goodwill toekomstige kasstromen goodwill boekjaar Boekjaar afgesloten op Groeipercentage Actualiserings-Gevoeligheids-2024 2023 31 december (duizend euro) (eindwaarde) voet percentage VMA 14.991 14.956 0,50% 10,20% 5% 18.881 0 MOBIX 8.026 8.026 0,50% 10,20% 5% 10.159 0 BPC Group 911 911 0,50% 10,20% 5% 911 0 Totaal 23.929 23.894 29.951 0 De in de waardeverminderingstests gebruikte kasstromen zijn afgeleid uit de aan de Raad van Bestuur van de Groep CFE voorgelegde begrotingen. Een groeivoet van 0,5% werd toegepast voor de bepaling van de eindwaarde. De gebruikte disconteringsvoet is 10,2% (tegenover 10,2% per 31 december 2023) en komt overeen met de gewogen gemiddelde kapitaalkosten op lange termijn van de Groep CFE. De toekomstige kasstromen werden geschat rekening houdend met de financiële prestaties van CFE in het verleden, de veronderstellingen inzake toekomstige prestaties en de impact van de milieurisico's en de verplichtingen in verband met de klimaatverandering op de activiteiten van CFE. Bij het opstellen van deze veronderstellingen heeft CFE geen activa geïdentificeerd waarvan de gebruiksduur zou moeten worden verminderd, noch een materiële impact op de rentabiliteit van zijn activiteiten op basis van de tot op heden bekende informatie (toelichting 2.C Bijkomende informatie met betrekking tot de milieu-impact van de groep). Een gevoeligheidsanalyse werd uitgevoerd door de kasstromen en de disconteringsvoet met 5% te laten variëren. Aangezien de gebruikswaarde van de entiteiten telkens hoger was dan hun boekwaarde, inclusief goodwill, werd er geen waardevermindering vastgesteld. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 172 14. MATERIËLE VASTE ACTIVA Installaties, Boekjaar afgesloten op 31 december 2024Terreinen en Meubilair en Activa in machines en Totaal (duizend euro) gebouwen rollend materieel aanbouw uitrusting Aanschaffingswaarde Saldo op het einde van het vorige boekjaar 80.050 85.662 69.003 1.891 236.606 Netto wisselkoersverschillen 29 15 43 0 87 Effect van wijzigingen in de consolidatiekring (7) 0 (4) 0 (11) Verwervingen 4.277 4.104 15.704 0 24.085 Overdracht naar andere activacategorieën 2.246 59 (325) (1.840) 140 Afstotingen (2.777) (7.977) (9.642) (10) (20.406) Saldo op het einde van het boekjaar 83.818 81.863 74.779 41 240.501 Afschrijvingen en waardeverminderingen Saldo op het einde van het vorige boekjaar (26.410) (70.876) (44.233) 0 (141.519) Netto wisselkoersverschillen (14) (11) (22) 0 (47) Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 0 0 0 Afschrijvingen (4.623) (4.229) (12.025) (1) (20.878) Overdracht naar andere activacategorieën (778) (17) 510 (1) (286) Afstotingen 2.242 7.289 8.722 (1) 18.252 Saldo op het einde van het boekjaar (29.583) (67.844) (47.048) (3) (144.478) Netto boekwaarde Per 1 januari 2024 53.640 14.786 24.770 1.891 95.087 Per 31 december 2024 54.235 14.019 27.731 38 96.023 Deze activa hebben voornamelijk betrekking op de maatschappelijke zetels van verschillende dochterondernemingen van de Groep CFE, het wagenpark en de uitrustingen. Op 31 december 2024 bedragen de verwervingen van materiële vaste activa 24.085 duizend euro, waarvan de belangrijkste betrekking heeft op de machines van Mobix en het wagenpark van de Groep CFE. Op 31 december 2023 bedroegen de verwervingen van materiële vaste activa 40.061 duizend euro en hadden voornamelijk betrekking op de bouwkosten van de nieuwe zetel van Van Laere N.V., de bedrijfsuitrustingen van Mobix, de inrichtingswerken van Wood Hub en de geactualiseerde waarde van de huurkosten voor het gebruik van dat laatst genoemde gebouw. De afschrijvingen op materiële vaste activa bedragen (20.878) duizend euro (2023 : (20.460) duizend euro). Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 173 Installaties, Boekjaar afgesloten op 31 december 2023 Terreinen en Meubilair en machines en Activa in aanbouw TToottaaaall(duizend euro) gebouwen rollend materieel uitrusting Aanschaffingswaarde Saldo op het einde van het vorige boekjaar 64.717 107.298 59.088 5.597 236.700 Netto wisselkoersverschillen 113 73 168 2 356 Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 (100) (300) 0 (400) Verwervingen 13.548 5.886 15.367 5.260 40.061 Overdracht naar andere activacategorieën 3.425 (8.437) 2.028 (8.916) (11.900) Afstotingen (1.753) (19.058) (7.348) (52) (28.211) Saldo op het einde van het boekjaar 80.050 85.662 69.003 1.891 236.606 Afschrijvingen en waardeverminderingen Saldo op het einde van het vorige boekjaar (26.422) (91.147) (41.422) 0 (158.991) Netto wisselkoersverschillen (66) (58) (89) 0 (213) Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 100 298 0 398 Afschrijvingen (4.956) (5.233) (10.271) 0 (20.460) Overdracht naar andere activacategorieën 3.819 7.663 422 0 11.904 Afstotingen 1.215 17.799 6.829 0 25.843 Saldo op het einde van het boekjaar (26.410) (70.876) (44.233) 0 (141.519) Netto boekwaarde Per 1 januari 2023 38.295 16.151 17.666 5.597 77.709 Per 31 december 2023 53.640 14.786 24.7701.89195.087 De nettowaarde van de materiële vaste activa met een gebruiksrecht bedraagt 49.939 duizend euro per 31 december 2024 tegenover 47.828 duizend euro per 31 december 2023. Deze activa hebben voornamelijk betrekking op het wagenpark van de Groep CFE, de maatschappelijke zetels en de uitrustingen van bepaalde dochterondernemingen. De evolutie van de materiële vaste activa met een gebruiksrecht is weergegeven in de tabel op de volgende bladzijde. De Groep CFE beschikt over een beperkt aantal leasingovereenkomsten met verlengingsopties en oefent een belangrijk oordeel uit om te bepalen of het redelijk zeker is dat deze verlengings- en opzeggingsopties zullen worden uitgeoefend. Op 31 december 2024 beschikt de groep over geen enkele leasingovereenkomst met verlengingsopties waarvan het redelijk zeker is dat ze niet zullen worden uitgeoefend, of opzeggingsopties waarvan het redelijk zeker is dat ze zullen worden uitgeoefend. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 174 Installaties, Boekjaar afgesloten op 31 december 2024 Terreinen en Meubilair en rollend machines en TToottaaaall(duizend euro)gebouwen materieel uitrusting Aanschaffingswaarde Saldo op het einde van het vorige boekjaar 32.359 7.133 34.764 74.256 Netto wisselkoersverschillen 27 0 26 53 Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 0 0 Verwervingen 2.223 1.017 13.349 16.589 Overdracht naar andere activacategorieën (176) (334) 237 (273) Afstotingen (887) (969) (7.252) (9.108) Saldo op het einde van het boekjaar 33.546 6.847 41.124 81.517 Afschrijvingen en waardeverminderingen Saldo op het einde van het vorige boekjaar (6.325) (4.522) (15.581) (26.428) Netto wisselkoersverschillen (13) 0 (10) (23) Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 0 0 Afschrijvingen (3.318) (771) (9.444) (13.533) Overdracht naar andere activacategorieën 176 160 (13) 323 Afstotingen 836 703 6.544 8.083 Saldo op het einde van het boekjaar (8.644) (4.430) (18.504) (31.578) Netto boekwaarde Per 1 januari 2024 26.034 2.611 19.183 47.828 Per 31 december 2024 24.902 2.417 22.620 49.939 Installaties, Boekjaar afgesloten op 31 december 2023 Terreinen en Meubilair en machines en Totaal (duizend euro)gebouwen rollend materieel uitrusting Aanschaffingswaarde Saldo op het einde van het vorige boekjaar 28.463 14.706 26.124 69.293 Netto wisselkoersverschillen 97 0 91 188 Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 0 0 Verwervingen 12.516 721 11.435 24.672 Overdracht naar andere activacategorieën (3.751) (6.559) 3.488 (6.822) Afstotingen (4.966) (1.735) (6.373) (13.074) Saldo op het einde van het boekjaar 32.359 7.133 34.764 74.256 Afschrijvingen en waardeverminderingen Saldo op het einde van het vorige boekjaar (10.770) (8.386) (13.365) (32.521) Netto wisselkoersverschillen (64) 0 (30) (94) Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 0 0 Afschrijvingen (3.925) (1.478) (7.500) (12.903) Overdracht naar andere activacategorieën 3.635 3.607 (739) 6.503 Afstotingen 4.799 1.735 6.053 12.586 Saldo op het einde van het boekjaar (6.325) (4.522) (15.581) (26.428) Netto boekwaarde Per 1 januari 2023 17.693 6.320 12.759 36.772 Per 31 december 2023 26.034 2.611 19.183 47.828 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 175 15. DEELNEMINGEN WAAROP VERMOGENSMUTATIEMETHODE IS TOEGEPAST W IJZIGINGEN VAN DE PERIODE De belangen in deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast worden als volgt weergegeven: Boekjaar afgesloten op 31 december 2024 2023 (duizend euro) Saldo op het einde van het vorige boekjaar 185.365 110.865 Overdracht naar andere activacategorieën 3.581 10.766 Aandeel in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is 3.968 4.839 toegepast Kapitaalverhoging/(vermindering) 1.732 71.421 Dividenden (17.447) (16.115) Wijzigingen in de consolidatiekring (76) 10.628 Overige wijzigingen (741) (7.039) Saldo op het einde van het boekjaar 176.382 185.365 Alle entiteiten waarin de Groep CFE een noemenswaardige invloed heeft, worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode. Het betreft voornamelijk de deelnemingen in Deep C Holding N.V. en Green Offshore N.V., opgenomen in het segment Investeringen & Holding, en in de projectvennootschappen van het segment Vastgoedontwikkeling die gezamenlijk worden gecontroleerd, waaronder voornamelijk JFK Real Estate. Op 31 december 2024 bedragen de eigen vermogen (aandeel CFE) van Deep C Holding N.V., Green Offshore N.V. en JFK Real Estate S.A. aan de volgens de vermogensmutatiemethode opgenomen deelnemingen respectievelijk 70.251 duizend euro (inclusief de minderheidsbelangen), 19.976 duizend euro en 62.348 duizend euro. De Groep CFE beschikt niet over geassocieerde deelnemingen die op een publieke markt zijn genoteerd. Het aandeel van de Groep CFE in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast bedraagt 3.968 duizend euro op 31 december 2024 (tegenover 4.839 duizend euro in 2023). Het houdt voornamelijk verband met de activiteiten van het segment Vastgoedontwikkeling en met de investeringen in havenconcessies via Deep C Holding N.V. (6.367 duizend euro op 31 december 2024 als aandeel van CFE), evenals in de activiteiten van de concessiehouders in offshore windparken (Rentel en SeaMade) via Green Offshore N.V. (4.054 duizend euro op 31 december 2024 als aandeel van CFE). De dividenden die worden uitgekeerd door deelnemingen die volgens de vermogensmutatiemethode worden geïntegreerd, bedragen 17.447 duizend euro en komen van Green Offshore N.V. (8.175 duizend euro) en enkele projectvennootschappen van het segment Vastgoedontwikkeling (voornamelijk Gravity: 6.321 duizend euro en M1: 2.560 duizend euro). De kapitaalverhogingen in de deelnemingen die volgens de vermogensmutatiemethode worden geïntegreerd, bedragen 1.732 duizend euro en komen uit de activiteiten van het segment Vastgoedontwikkeling (4.505 duizend euro), gecompenseerd door een kapitaalvermindering van de entiteit Hofkouter N.V. in het segment Bouw & Renovatie (3.444 duizend euro). In 2024 waren er wijzigingen in de consolidatiekring gerelateerd aan de vereffening van de deelnemingen in Wood Gardens S.A., Immo Marial S.A.R.L., La Réserve Promotion N.V., PPP Betrieb Schulen Eupen S.A., en PPP Schulen Eupen S.A. De rubriek ‘Overdracht naar andere activacategorieën’ betreft voornamelijk de herclassificatie, van deelnemingen die volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd worden en waarvan de waarde negatief is, naar de rubrieken ‘Overige financiële vaste activa’ en ‘Andere voorzieningen dan pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen’ (zie respectievelijk de toelichting 16 en 23). Wanneer het aandeel van de Groep CFE in de verliezen van een geassocieerde onderneming of joint venture groter is dan haar belang daarin, stopt de Groep CFE met het boeken van haar aandeel in toekomstige verliezen. Bedragen die deze grenswaarde overschrijden worden niet geboekt, behalve voor de verplichtingen van de Groep CFE jegens deze deelnemingen die volgens de vermogensmutatiemethode worden geïntegreerd. Indien van toepassing, wordt het aandeel in de verliezen in eerste instantie in mindering gebracht op de financiële activa ten opzichte van de geassocieerde onderneming. Indien er een gebrek is aan financiële activa of wanneer de verliezen groten zijn dan de financiële activa, wordt een voorzien aangelegd via de ‘lang termijn voorzieningen’, aangezien de Groep CFE van mening is dat zij een verplichting heeft om deze bedrijven en projecten te ondersteunen. De ‘overige wijzigingen’ zijn voornamelijk wijzigingen van de marktwaarden van de rentederivaten in de concessiebedrijven van de offshore windparken Rentel en SeaMade, evenals de wijziging van de koersverschillen bij de integratie van deelnemingen in Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 176 vreemde valuta (voornamelijk Deep C Holding N.V.). KREDIET RISICO Het bedrag van de verstrekte leningen aan dochtervennootschappen binnen het segment Vastgoedontwikkeling die geconsolideerd worden volgens de vermogensmutatiemethode en die achtergesteld worden aan andere schulden (voornamelijk bankkredieten verstrekt voor de financiering van projecten), bedraagt 47.007 duizend euro per 31 december 2024 (per 31 december 2023: 36.720 duizend euro). Het krediet risico wordt in de eerste plaats geëvalueerd op basis van de waarde van de vennootschap die volgens de vermogensmutatiemethode wordt geconsolideerd. Daarnaast wordt er een beoordeling uitgevoerd met betrekking tot eventuele waardeverminderingen van de leningen. Wij beschouwen het niet als noodzakelijk om waardeverminderingen van de leningen te boeken zolang er geen aanwijzingen voor impairment zijn op het niveau van de geassocieerde onderneming. FINANCIËLE INFORMATIE BETREFFENDE DEELNEMINGEN WAAROP VERMOGENS- MUTATIEMETHODE IS TOEGEPAST De belangrijkste deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast, zijn opgenomen in toelichting 33, volgens hun belangenpercentage binnen de Groep CFE, het segment waarin ze actief zijn en de geografische regio waar hun maatschappelijke zetel ligt. De per segment gegroepeerde financiële informatie die hieronder volgt, is afkomstig uit rekeningen opgesteld op basis van de IFRS-boekhoudmethoden voor de deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast. De transacties tussen bedrijven werden niet geneutraliseerd. De afstemming met de bijdrage aan de geconsolideerde rekeningen wordt voorgesteld na de financiële indicatoren. BOEKJAAR 2024 December 2024 Vastgoed- Multitechnieken en Investeringen & Totaal (duizend euro) ontwikkeling Bouw & Renovatie Holding 100% E/A 100% E/A 100% E/A 100% E/A Resultatenrekening Omzet 101.930 46.751 11.936 2.984 56.491 22.834 170.357 72.569 Afschrijvingen (20) (10) (12) (3) (2.576) (1.288) (2.608) (1.301) Rente-inkomsten en -kosten (26.832) (12.667) 32 8 (1.351) (653) (28.151) (13.312) Resultaat - deel van de (15.765) (8.188) 2.314 766 24.781 11.390 11.330 3.968 groep Balans Vaste activa 57.189 30.373 43 11 376.958 106.638 434.190 137.022 Vlottende activa 885.269 468.416 15.675 4.217 339.474 129.225 1.240.418 601.858 Eigen vermogen () 136.897 95.928 3.650 1.209 202.421 96.229 342.968 193.366 Langlopende verplichtingen 430.293 232.346 393 98 296.726 73.298 727.413 305.742 Kortlopende verplichtingen 375.268 170.516 11.674 2.921 217.284 66.336 604.226 239.773 Geldmiddelen en 26.010 11.726 9.873 2.745 75.166 32.907 111.048 47.378 kasequivalenten Langlopende financiële 121.789 60.495 0 0 289.688 70.913 411.477 131.409 verplichtingen Kortlopende financiële 17.329 9.157 11.652 2.913 69.543 17.746 98.524 29.816 verplichtingen Netto financiële schuld 113.108 57.925 1.778 167 284.066 55.753 398.952 113.845 () inclusief minderheidsbelangen (16.984 duizend euro) Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 177 De informatie van het segment Vastgoedontwikkeling wordt als volgt gespecifieerd: December 2024 TToottaaaall VVaassttggooeedd--JFK-RE Overige (duizend euro) oonnttwwiikkkkeelliinngg 100% E/A 100% E/A 100% E/A Resultatenrekening Omzet 0 0 101.930 46.751 101.930 46.751 Afschrijvingen 0 0 (20) (10) (20) (10) Rente-inkomsten en -kosten (1.580) (908) (25.252) (11.760) (26.832) (12.667) Resultaat - deel van de groep (2.557) (1.469) (13.208) (6.719) (15.765) (8.188) Balans Vaste activa (11.864) (6.816) 69.053 37.189 57.189 30.373 Vlottende activa 360.860 207.314 524.408 261.102 885.269 468.416 Eigen vermogen 108.525 62.348 28.372 33.581 136.897 95.928 Langlopende verplichtingen 240.000 137.880 190.293 94.466 430.293 232.346 Kortlopende verplichtingen 472 271 374.796 170.245 375.268 170.516 Geldmiddelen en kasequivalenten 101 58 25.909 11.668 26.010 11.726 Langlopende financiële verplichtingen 0 0 121.789 60.495 121.789 60.495 Kortlopende financiële verplichtingen 0 0 17.329 9.157 17.329 9.157 Netto financiële schuld (101) (58) 113.210 57.983 113.108 57.925 De vaste en vlottende activa van de segmenten Vastgoedontwikkeling, Multitechnieken en Bouw & Renovatie bestaan voornamelijk uit de vennootschappen: • JFK Real Estate S.A.: 348.997 duizend euro (100%) • Cavillia Sp. z.o.o.: 61.970 duizend euro (100%) • The Roots Office S.A.R.L.: 31.648 duizend euro (100%) • BPI Chmielna Sp. z o.o.: 62.547 duizend euro (100%) • Debrouckère Land S.A.: 26.908 duizend euro (100%) • Debrouckère Development S.A.: 21.600 duizend euro (100%) • Joma 2060 S.A.: 20.582 duizend euro (100%) • Bavière Développement S.A.: 21.218 duizend euro (100%) • Erasmus Gardens S.A.: 29.365 duizend euro (100%) • MG Immo S.A.R.L.: 24.176 duizend euro (100%) • Arlon 53 S.A.: 22.383 duizend euro (100%) • Goodways S.A.: 23.454 duizend euro (100%) Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 178 De informatie van het segment Investeringen & Holding wordt hieronder gespecifieerd: December 2024 Totaal Investeringen & Deep C Holding Green Offshore Overige (duizend euro) Holding 100% E/A 100% E/A 100% E/A 100% E/A Resultatenrekening Omzet 42.238 21.119 0 0 14.253 1.715 56.491 22.834 Afschrijvingen (2.713) (1.357) 137 69 0 0 (2.576) (1.288) Rente-inkomsten en -kosten (1.281) (640) 253 126 (323) (139) (1.351) (653) Resultaat - deel van de 12.734 6.367 8.108 4.054 3.939 969 24.781 11.390 groep Balans Vaste activa 107.739 53.869 38.485 19.243 230.734 33.526 376.958 106.638 Vlottende activa 201.172 102.355 8.903 4.452 129.398 22.418 339.474 129.225 Eigen vermogen () 140.502 70.251 39.952 19.976 21.967 6.002 202.421 96.229 Langlopende verplichtingen 91.718 45.859 2.242 1.121 202.766 26.318 296.726 73.298 Kortlopende verplichtingen 76.692 40.115 5.194 2.597 135.399 23.624 217.284 66.336 Geldmiddelen en 54.068 27.034 4.420 2.210 16.678 3.663 75.166 32.907 kasequivalenten Langlopende financiële 89.581 44.791 1.121 561 198.986 25.562 289.688 70.913 verplichtingen Kortlopende financiële 16.421 8.211 315 157 52.807 9.378 69.543 17.746 verplichtingen Netto financiële schuld 51.935 25.967 (2.984) (1.492) 235.115 31.278 284.066 55.753 () inclusief minderheidsbelangen (16.984 duizend euro) Per 31 december 2024, is de bijdrage van Deep C Holding N.V. en Green Offshore N.V. aan het geconsolideerde resultaat na belastingen respectievelijk 7.001 duizend euro en 2.975 duizend euro. De samengevatte financiële informatie per segment omvat de informatie van joint ventures en geassocieerde ondernemingen. Deze laatste betreffen voornamelijk de vennootschap Hofkouter N.V., opgenomen in het segment Constructie & Renovatie, en Luwa S.A., opgenomen in het segment Investeringen & Holding. Boekjaar afgesloten op 31 December 2024 2023 (duizend euro) Green Green Deep C Deep C Offshore Offshore Aandeel in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop 6.367 4.054 4.363 9.903 vermogensmutatiemethode is toegepast Financiële instrumenten – veranderingen in de reële waarde (49) (1.438) (46) (3.756) Wisselkoersverschillen uit de omrekening 671 - (3.357) - Uitgestelde belastingen 12 360 12 939 Totaalresultaat : 7.001 2.975 972 7.086 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 179 De informatie van de geassocieerde entiteiten wordt als volgt gespecificeerd: December 2024 Hofkouter Luwa Overige TToottaaaall(duizend euro) 100% E/A 100% E/A 100% E/A 100% E/A Resultatenrekening Omzet 0 0 14.216 1.706 0 0 14.216 1.706 Afschrijvingen 0 0 0 0 0 0 0 0 Rente-inkomsten en -kosten 0 0 (60) (7) (597) (9) (657) (16) Resultaat - deel van de 2.759 966 0 0 (677) (14) 2.082 952 groep Balans Vaste activa 0 0 196.370 23.564 0 0 196.370 23.564 Vlottende activa 2.844 996 49.666 5.960 19.362 1.152 71.872 8.107 Eigen vermogen 2.823 988 12.794 1.535 (13.234) (1.189) 2.383 1.334 Langlopende verplichtingen 0 0 177.937 21.352 0 0 177.937 21.352 Kortlopende verplichtingen 22 8 55.305 6.637 32.596 2.341 87.922 8.985 Geldmiddelen en 2.772 970 12.087 1.450 1.812 28 16.671 2.448 kasequivalenten Langlopende financiële 0 0 177.937 21.352 0 0 177.937 21.352 verplichtingen Kortlopende financiële 0 0 14.787 1.774 0 0 14.787 1.774 verplichtingen Netto financiële schuld (2.772) (970) 180.637 21.676 (1.812) (28) 176.053 20.679 VERGELIJKENDE INFORMATIE – BOEKJAAR 2023 Multitechnieken en Investeringen & December 2023 Vastgoedontwikkeling TToottaaaallBouw & Renovatie Holding (duizend euro) 100% E/A 100% E/A 100% E/A 100% E/A Resultatenrekening Omzet 148.541 66.858 11.450 2.862 48.476 23.537 208.467 93.257 Resultaat - deel van de 3.788 480 (363) (142) 39.433 16.768 42.858 17.106 groep BalansVaste activa 63.937 32.383 12.271 3.922 188.001 87.197 264.209 123.502 Vlottende activa 805.054 404.232 2.372 840 193.983 93.661 1.001.408 498.733 Eigen vermogen 147.207 79.642 10.819 3.710 167.881 87.883 325.907 171.235 Langlopende 448.046 237.224 343 171 114.573 52.265 562.962 289.660 verplichtingen Kortlopende 273.737 119.750 3.481 881 99.529 40.710 376.748 161.341 verplichtingen Netto financiële schuld 222.749 111.145 (5.452) (1.469) 113.353 46.043 330.650 155.719 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 180 De informatie van het segment Vastgoedontwikkeling wordt als volgt gespecifieerd: December 2023 TToottaaaallVVaassttggooeedd--JJFFKK--RREEOOvveerriiggee(duizend euro) oonnttwwiikkkkeelliinngg100% E/A 100% E/A 100% E/A Resultatenrekening Omzet 732 421 147.809 66.438 148.541 66.858 Resultaat - deel van de groep (2.246) (1.291) 6.035 1.770 3.788 480 Balans Vaste activa 0 0 63.937 32.383 63.937 32.383 Vlottende activa 352.261 202.374 452.793 201.858 805.054 404.232 Eigen vermogen 109.754 63.053 37.453 16.589 147.207 79.642 Langlopende verplichtingen 241.840 138.937 206.206 98.287 448.046 237.224 Kortlopende verplichtingen 667 383 273.070 119.367 273.737 119.750 Netto financiële schuld 1.564 898 221.185 110.247 222.749 111.145 De vaste en vlottende activa van de segmenten Vastgoedontwikkeling, Multitechnieken en Bouw & Renovatie bestaan voornamelijk uit de vennootschappen: • JFK Real Estate S.A.: 352.261 duizend euro (100%) • Cavallia Sp. z o.o.: 39.046 duizend euro (100%) • The Roots Office S.A.R.L.: 31.742 duizend euro (100%) • BPI Chmielna Sp. z.o.o.: 26.614 duizend euro (100%) • Debrouckère Land S.A.: 26.025 duizend euro (100%) • Bavière Développement S.A.: 25.412 duizend euro (100%) • Erasmus Gardens S.A.: 25.050 duizend euro (100%) • MG Immo S.A.R.L.: 24.696 duizend euro (100%) • Arlon 53 S.A.: 22.706 duizend euro (100%) • Goodways S.A.: 21.550 duizend euro (100%) De informatie van het segment Investeringen & Holding wordt als volgt gespecifieerd: Totaal December 2023 Deep C Holding Green Offshore Overige Investeringen & (duizend euro)Holding100% E/A 100% E/A 100% E/A 100% E/A Resultatenrekening Omzet 46.025 23.013 0 0 2.451 524 48.476 23.537 Resultaat - deel van de groep 9.640 4.820 19.669 9.835 10.124 2.113 39.433 16.768 Balans Vaste activa 115.070 57.535 50.253 25.127 22.677 4.535 188.000 87.197 Vlottende activa 165.086 82.543 9.255 4.628 19.642 6.490 193.983 93.661 Eigen vermogen 119.712 59.856 55.040 27.520 (6.871) 507 167.881 87.883 Langlopende verplichtingen 93.889 46.945 3.938 1.969 16.746 3.351 114.573 52.265 Kortlopende verplichtingen 66.555 33.278 530 265 32.444 7.167 99.529 40.710 Netto financiële schuld 85.055 42.528 (2.799) (1.400) 31.097 4.915 113.353 46.043 De samengevatte financiële informatie per segment bevat informatie van joint ventures en geassocieerde deelnemingen. Deze betreffen voornamelijk Hofkouter N.V., opgenomen in het segment Bouw & Renovatie, en Luwa S.A., opgenomen in het segment Investeringen & Holding. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 181 Informatie van geassocieerde deelnemingen wordt als volgt uitgesplitst: December 2023 Hofkouter Luwa Overige TOTAL (duizend euro)100% E/A 100% E/A 100% E/A 100% E/A ResultatenrekeningOmzet 0 0 25.641 3.077 0 0 25.641 3.077 Resultaat - deel van de groep (445) (156) 1.160 139 (576) (9) 139 (26) Balans 0 Vaste activa 8.546 2.991 208.922 25.071 0 0 217.468 28.062 Vlottende activa 1.381 483 42.867 5.144 19.260 1.149 63.508 6.776 Eigen vermogen 9.903 3.466 2.427 291 5.488 328 17.818 4.085 Langlopende verplichtingen 0 0 191.083 22.930 0 0 191.083 22.930 Kortlopende verplichtingen 24 8 58.279 6.993 13.772 821 72.075 7.823 Netto financiële schuld(1.284) (449) 193.914 23.270 (1.955) (30) 190.675 22.790 De afstemming tussen het evenredig aandeel van de Groep CFE in het eigen vermogen van deze vennootschappen en de boekwaarde van de deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast, wordt samengevat in onderstaande tabel: Multitechnieken December 2024 Vastgoed-Investeringen & en Bouw & Totaal (duizend euro, als evenredig aandeel van CFE)ontwikkeling Holding Renovatie Nettoactiva van partners vóór reconciliatieposten 67.511 1.209 88.266 156.986 Exclusie van minderheidsbelangen 0 0 (16.984) (16.984) Afstemmingselementen 0 0 7.963 7.963 Negatieve deelnemingen waarop 28.417 0 0 28.417 vermogensmutatiemethode is toegepast Boekwaarde van de participatie van CFE 95.928 1.209 79.245 176.382 Multitechnieken December 2023 Vastgoed- Investeringen & en Bouw & Totaal (duizend euro, als evenredig aandeel van CFE) ontwikkeling Holding Renovatie Nettoactiva van partners vóór reconciliatieposten 79.642 3.710 87.883 171.235 Exclusie van minderheidsbelangen 0 0 (15.153) (15.153) Afstemmingselementen 29 (0) 4.418 4.447 Negatieve deelnemingen waarop 24.833 3 0 24.836 vermogensmutatiemethode is toegepast Boekwaarde van de participatie van CFE 104.504 3.713 77.148 185.365 De reconciliatie elementen hebben voornamelijk betrekking op de annulering van negatieve eigen vermogens van deelnemingen waarvoor CFE geen verplichting tot financiële ondersteun heeft. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 182 16. OVERIGE FINANCIËLE VASTE ACTIVA De overige financiële vaste activa bedragen 120.248 duizend euro per 31 december 2024, een stijging tegenover 31 december 2023 (118.553 duizend euro). Ze omvatten uitsluitend leningen toegekend aan deelnemingen waarop de vermogensmutatiemethode is toegepast. De toename van het saldo van deze financiële vorderingen in 2024 wordt voornamelijk verklaard door: - de lening voor een bedrag van 3.762 duizend euro, door BPI Real Estate Poland Sp. z o.o. toegekend voor het project Wieslawa in Warschau, waarvan BPI op het einde van het boekjaar 50% van de door haar gehouden aandelen heeft verkocht waardoor haar deelneming is verlaagd van 100% naar 50% hetgeen geresulteerd heeft in een wijziging van de consolidatiemethode van integrale consolidatie naar de vermogensmutatiemethode; - de toekenning van leningen aan projectvennootschappen van het segment Vastgoedontwikkeling, voornamelijk met betrekking tot Cavallia (2.824 duizend euro), Brouck’R (2.185 duizend euro), Move’Hub (1.392 duizend euro), Arlon 53 (1.478 duizend euro) en Roots (2.317 duizend euro); - de toekenning van een lening van 2.339 duizend euro aan Green Stor; gecompenseerd door - de gedeeltelijke terugbetaling van de leningen toegekend aan Emely (2.876 duizend euro), Chmielna (7.709 duizend euro), Green Offshore (848 duizend euro) en Luwa S.A. (936 duizend euro). De afname van het saldo van deze financiële vorderingen in 2023 wordt voornamelijk verklaard door: - de lening voor een bedrag van 9.677 duizend euro, door BPI Real Estate Poland Sp. z o.o. toegekend voor het project Chmielna in Warschau, waarvan BPI 50% van haar gehouden aandelen had verkocht om haar deelneming te verlagen van 100% naar 50% en zodoende de consolidatiemethode te wijzigen naar de vermogensmutatiemethode; - de toekenning van leningen aan projectvennootschappen van het segment Vastgoedontwikkeling, voornamelijk met betrekking tot Cavallia (1.899 duizend euro), Brouck’R (4.001 duizend euro), Move’Hub (1.511 duizend euro), Bavière Développement SA (1.126 duizend euro), Key West SA (804 duizend euro) en Immo Kirchberg, de vennootschap die de deelneming in JFK Real Estate houdt en die betrekking heeft op het project Kronos (1.840 duizend euro), - de toekenning van een lening van 3.236 duizend euro aan Luwa SPV; gecompenseerd door - de gedeeltelijke terugbetaling van de leningen toegekend aan Arlon 53 (7.752 duizend euro), MG Immo (4.950 duizend euro), Deep C Holding (9.518 duizend euro) en PPP Schulen Eupen (1.641 duizend euro) en - de herclassificatie op korte termijn van een lening aan Tulip Antwerpen voor een bedrag van 1.233 duizend euro, en - de herclassificatie ten bedrage van 24.237 duizend euro zoals uitgelegd in de toelichting 2.b. Boekjaar afgesloten op 31 december 62024 2023 (duizend euro) Saldo aan het einde van het vorige boekjaar 118.553 138.294 Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 3.762 9.677 Verhogingen 24.375 20.042 Terugbetalingen (25.123) (25.063) Overdracht naar andere activacategorieën (1.829) (25.470) Waardeverminderingen/tegenboeking waardeverminderingen 66 (326) Netto wisselkoersverschillen 444 1.399 Saldo op het einde van het boekjaar 120.248 118.553 De lijnen ‘verhogingen’ en ‘terugbetalingen’ omvatten: - De toekenning en terugbetalingen met betrekking tot de financiering van de projectvennootschappen (SPV) in het segment Vastgoedontwikkeling, die zijn opgenomen in de rubriek "Terugbetaling/(Toekenning) van leningen aan deelnemingen waarop de vermogensmutatiemethode is toegepast” in het geconsolideerde kasstroomoverzicht. - De toekenning van financiering met betrekking tot andere segmenten (voornamelijk het segment Investeringen & Holding), opgenomen in de rubriek "Toekenningen van leningen aan deelnemingen waarop de vermogensmutatiemethode is toegepast" in het geconsolideerde kasstroomoverzicht, en - De terugbetalingen van financiering met betrekking tot andere segmenten (voornamelijk het segment Investeringen & Holding), opgenomen in de rubriek "Terugbetaling van leningen aan deelnemingen waarop de vermogensmutatiemethode is toegepast” in het geconsolideerde kasstroomoverzicht. 6 Zoals uitgelegd in toelichting 2.b werd een bedrag van 24.237 duizend euro geherklasseerd van “Langlopende voorzieningen” naar “Overige financiële vaste activa”. Dit bedrag werd opgenomen in “Overdracht naar andere rubrieken” in 2023 en de openingsbalans (voor het boekjaar 2023) werd niet herwerkt. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 183 Het bedrag van de leningen verstrekt aan de volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerd vastgoedontwikkelingsmaatschappijen, achtergesteld aan andere schulden (voornamelijk bankkredieten voor de financiering van projecten) beloopt 47.007 duizend euro op 31 december 2024 (31 december 2023: 36.720 duizend euro). Als het door de projectontwikkelaar gerealiseerde project wordt gefinancierd door een project financiering, moet worden opgemerkt dat er geen verhaal is op de terugbetaling van de hoofdsom van de lening. Er zijn echter twee clausules in de kredietovereenkomsten opgenomen die kunnen worden beschouwd als voorwaardelijk verhaal op de aandeelhouders: - 'Cost overrun'-clausule: dit is het verschil tussen de gebudgetteerde kosten van het project zoals geschat op het moment dat het krediet werd verstrekt en de werkelijk gemaakte kosten. Het risico dat CFE bijkomende injecties zou moeten doen in het kader van de 'cost overrun'-clausule wordt beperkt door de toepassing van forfaitaire prijzen in de bouwcontracten en door de veiligheidsmarge die wordt berekend op het ogenblik van de initiële haalbaarheidsanalyse van het project (contingencies). - 'Cashflow deficiency'-clausule. Volgens deze clausule verplichten de aandeelhouders zich om de exploitatiekosten van de projectvennootschap (SPV) en de rente en reserveringscommissies op het bankkrediet te financieren voor zover deze niet worden gedekt door de trekkingen op het krediet. BPI meent dat deze verhaalmogelijkheden niet kwantificeerbaar zijn. Bijgevolg vertegenwoordigt de boekwaarde van de vorderingen van BPI op volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerde vastgoedontwikkelingsmaatschappijen de schatting van de maximale blootstelling van BPI aan de financiële verplichtingen van deze ondernemingen. Wat het kredietrisico betreft, maakt de regelmatige beoordeling van de rentabiliteits analyses van de projecten het mogelijk om te verzekeren dat de toekomstige kasstromen uit projecten de investeringen en leningen in deze vastgoedondernemingen zullen dekken. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 184 17. BOUWCONTRACTEN De Groep CFE voert een grote variëteit van projecten uit in termen van de aard en omvang van de werken, de klanten, de types contracten, de betalingsvoorwaarden en de geografische locaties. De meeste projecten voorzien de betaling van gespreide betalingen na goedkeuring door de klant van de vorderingstaten per fase. Overeenkomstig IFRS 15 Opbrengsten van contracten met klanten, hebben de activa en verplichtingen in verband met bouwcontracten betrekking op de onderhanden projecten van de Groep. De onderhanden projecten weerspiegelen de opbrengsten na aftrek van de tussentijdse factureringen, de ontvangen voorschotten en de eventuele voorzieningen voor verliezen einde werf. Het nettobedrag verschuldigd door klanten of verschuldigd aan klanten wordt contract per contract bepaald door het verschil tussen deze twee posten. Zoals beschreven in de paragrafen (K) en (T) van de toelichting over de voornaamste boekhoudprincipes, worden de kosten en opbrengsten van de bouwcontracten respectievelijk geboekt als lasten en als opbrengsten afhankelijk van de vorderingsgraad van de activiteit van het contract op de datum van afsluiting (methode van het voltooiingspercentage). De vorderingsgraad van de activiteit wordt berekend volgens de 'cost to cost' methode. Een verwacht verlies op het bouwcontract wordt onmiddellijk als last geboekt. Een activa op bouwcontracten is het recht van een entiteit om een vergoeding te ontvangen in ruil voor de overdracht van goederen of diensten die zij aan een klant heeft geleverd, wanneer dat recht afhankelijk is van iets anders dan het verstrijken van de tijd (bijvoorbeeld de toekomstige prestaties van de entiteit). Als de entiteit goederen of diensten levert aan een klant voordat de klant de vergoeding betaalt of de vergoeding verschuldigd is, wordt een activa op bouwcontracten opgenomen voor de verkregen voorwaardelijke vergoeding. De verplichtingen gerelateerd aan onderhanden projecten weerspiegelen het overschot van de tussentijdse factureringen ten opzichte van de opgelopen kosten en de geboekte winsten en verliezen. Deze omvatten de voorzieningen voor verliezen einde werf, die 19.908 duizend euro bedragen (2023: 17.636 duizend euro), de ontvangen voorschotten, die 7.485 duizend euro bedragen (2023: 10.799 duizend euro) alsook de uitgestelde opbrengsten en toe te rekenen kosten met betrekking tot onderhanden projecten, die 181.451 duizend euro bedragen (2023: 173.183 duizend euro). De voorschotten zijn de bedragen ontvangen door de Groep voordat de werken worden uitgevoerd. Wijzigingen in verband (duizend euro) 31 December 2023 Overige variaties 31 December 2024 met activiteiten Onderhanden projecten van derden - activa 68.411 (5.908) 193 62.696 Onderhanden projecten van derden - verplichtingen (201.618) (6.553) (673) (208.844) Onderhanden projecten van derden - netto bedrag (133.207) (12.461) (480) (146.148) Wijzigingen in verband (duizend euro) 31 December 2022 Overige variaties 31 December 2023 met activiteiten Onderhanden projecten van derden - activa 100.714 (32.538) 235 68.411 Onderhanden projecten van derden - verplichtingen (193.480) (21.185) 13.047 (201.618) Onderhanden projecten van derden - netto bedrag (92.766) (53.723) 13.282 (133.207) De variaties verbonden aan de activiteit houden verband met de evolutie van de voortgang van de projecten, met wijzigingen in ramingen van de prijs van contracten en met wijzigingen in contracten. De toename van de verplichtingen gerelateerd aan bouwcontracten in 2024 is voornamelijk toe te schrijven aan de segmenten bouw & renovatie en multitechnieken. Gelet op het grote aantal en de diversiteit van de projecten (in termen van aard, klanten, betalingstermijnen enz.) wordt een gedetailleerde beschrijving van de evolutie van de actieve en passieve bouwcontracten vergeleken met het vorige boekjaar niet relevant geacht. In 2024, heeft de rubriek ‘Overige variaties’ voornamelijk betrekking op de wisselkoersverschillen. De resterende prestatieverplichtingen, namelijk de te behalen omzet, in de volgende jaren voor de projecten die op 31 december 2024 in uitvoering zijn, bedragen 1.164 miljoen euro (2023: 1.104 miljoen euro), waarvan 733 miljoen euro in 2025 uitgevoerd zou moeten worden (eind 2023 moest 457 miljoen euro in 2024 worden uitgevoerd). Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 185 18. VOORRADEN Per 31 december 2024 bedragen de voorraden, die voornamelijk bestaan uit vastgoedprojecten ontwikkeld door BPI en haar dochterondernemingen geconsolideerd volgens de globale methode, 141.374 duizend euro (2023 : 161.844 duizend euro) en zijn als volgt samengesteld : Wijzigingen Boekjaar afgesloten op 31 december in verband Toevoegingen/bestedingen Overige 2023 2024 (duizend euro) met van waardevermindering variaties activiteiten Grond- en hulpstoffen 11.115 (330) 0 9 10.794 Waardeverminderingen op voorraad grond- en hulpstoffen (31) 0 (38) 0 (69) Eindproducten en onroerende goederen bestemd voor 152.614 (15.078) 0 (4.990) 132.546 verkoop Waardeverminderingen op voorraad eindproducten en (1.854) 0 (178) 135 (1.897) onroerende goederen bestemd voor verkoop Voorraden 161.844 (15.408) (216) (4.846) 141.374 Wijzigingen in Toevoegingen/bestedingBoekjaar afgesloten op 31 december Overige 2022 verband met en van 2023 (duizend euro) variaties activiteiten waardevermindering Grond- en hulpstoffen 9.859 1.227 0 29 11.115 Waardeverminderingen op voorraad grond- en hulpstoffen (33) 0 (5) 7 (31) Eindproducten en onroerende goederen bestemd voor 160.113 11.396 0 (18.895) 152.614 verkoop Waardeverminderingen op voorraad eindproducten en (1.472) 0 (382) 0 (1.854) onroerende goederen bestemd voor verkoop Voorraden 168.467 12.623 (387) (18.859) 161.844 In 2024 omvatten de ‘Overige variaties’ ((4.846) duizend euro) de wisselkoersvariaties (1.375 duizend euro) en de impact van de wijziging van de consolidatiemethode van BPI Wieslawa ((6.336) duizend euro) van integrale consolidatie in integratie volgens de vermogensmutatiemethode na de verkoop van 50% van de aandelen. De wijzigingen in verband met de activiteit ((15.408) duizend euro) worden voornamelijk verklaard door: - de oplevering van de projecten Bernardowo in de streek van Gdansk, Panoramiqa in Poznan (Fase 1) en Czysta in Wroclaw; gecompenseerd - de aankoop van twee bijkomende percelen op de site Pourpelt in Bertange en de bouw van het residentiële project Piano Forte. De uitsplitsing van de voorraden van het segment Vastgoedontwikkeling wordt hierna weergegeven: Boekjaar afgesloten op 31 december 2200223322002244(duizend euro) Commercialiseringsbestand 41.830 24.374 Bouwbestand 38.557 81.024 Ontwikkelingsbestand 46.153 39.886 Voorraden segment Vastgoedontwikkeling 126.541 145.285 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 186 19. GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN Boekjaar afgesloten op 31 december 2024 2023 (duizend euro) Deposito's op korte termijn 38.247 27.215 Bank- en kasmiddelen 135.263 126.877 Geldmiddelen en kasequivalenten 173.510 154.092 De geldmiddelen omvatten 82,9 miljoen euro waarover CFE NV beschikt. Het saldo wordt uitgesplitst tussen de tijdelijke vennootschappen en de niet in de cashpooling opgenomen buitenlandse entiteiten. De bankdeposito’s op korte termijn betreffen beleggingen bij financiële instellingen met een duurtijd van enkele dagen tot enkele maanden. De variabele vergoeding van deze beleggingen is voornamelijk gekoppeld aan de Euribor of de Ester met een floor op 0%. 20. KAPITAALSUBSIDIES De Groep CFE heeft geen kapitaalsubsidies ontvangen in 2024. 21. INFORMATIE OVER HET AANDELENOPTIEPLAN OP EIGEN AANDELEN A ANDELENOPTIEPLAN In de loop van het tweede semester van 2022 heeft de Raad van Bestuur een aandelenoptieplan goedgekeurd om de leden van het Executief Comité bij de ontwikkeling op lange termijn van de Groep te betrekken. Het plan voorziet dat de opties elk betrekking hebben op een aandeel van CFE en gratis worden toegekend. De opties hebben een looptijd van 7 jaar. De opties worden geannuleerd indien de contractuele relatie voor de datum van de verwerving van de rechten wordt beëindigd. Het Remuneratiecomité is verantwoordelijk voor de begeleiding van het plan en de aanduiding van de begunstigden. In de loop van het boekjaar 2022, werden 200.000 opties toegekend aan twee begunstigden, leden van het Executief Comité, die ze volledig hebben aanvaard. In 2023, werden geen opties toegekend. In december 2024 keurde de Raad van Bestuur, op voorstel van het Benoemings- en Bezoldigingscomité, een tweede aandelenoptieplan goed om de leden van het Directiecomité te betrekken bij de ontwikkeling van de Groep op lange termijn. Het plan bepaalt dat de opties elk betrekking hebben op één CFE-aandeel en gratis worden toegekend. De opties hebben een levensduur van 5 jaar. De opties komen te vervallen in het geval dat de contractuele relatie wordt beëindigd vóór de datum van verwerving van de rechten. In de loop van het boekjaar 2024, werden 488.000 opties toegekend aan zeven begunstigden, leden van het Executief Comité, die ze volledig hebben aanvaard. In de loop van het boekjaar Op het einde van het boekjaar Aantal Jaar van de Toegekende Uitgeoefende Vervallen Uitoefenprijs Aantal opties uitgeoefende Uitoefenperiode toekenning opties opties opties (in euro) opties 2022 200.000 0 0 200.0000 10,31 01/01/2026 – 16/10/2029 2023 0 0 0 200.0000 10,31 01/01/2026 – 16/10/2029 2024 488.000 0 0 688.000 0 7,21 01/01/2026 – 26/12/2029 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 187 Voor uitstaande aandelenopties aan het einde van de periode is de gewogen gemiddelde resterende contractuele looptijd als volgt: Aantal jaren December 2022 6,8 December 2023 5,7 December 2024 4,9 De waarde van deze opties wordt berekend op basis van hun waarde op het ogenblik van de toekenning, bepaald door een onafhankelijke expert aan de hand van de volgende hypothesen: WWaaaarrddee vvoollggeennss ddee Aantal mmeetthhooddeevvaannBBllaacckk&&Jaar van de Verwachte Beurskoers uitgeoefende Dividendrendement Volatiliteit Rentevoet SScchhoolleess toekenning duur opties Totale (€/aandeel) waarde (k€) 2022 10,46 0 4,31% 33,10% 2,66% 7,0 2,406 481 2024 5,77 0 10,25% 35,79% 2,24% 5,0 0,739 361 De totale waarde van de toegekende opties in 2022 bedroeg 481 duizend euro. De reële waarde wordt lineair opgenomen in de winst- en verliesrekening tijdens de periode van de verwerving van de rechten (3 jaar). Bijgevolg werd een last van 160 duizend euro opgenomen in de winst-en-verliesrekening voor de periode eindigend op 31 december 2024, waarvan de impact wordt weergegeven op de lijn “Mutaties in verband met eigen aandelen en op aandelen gebaseerde betalingen” in het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen. De totale waarde van de toegekende opties in 2024 bedroeg 361 duizend euro. Aangezien deze op 27 december 2024 werden toegekend, is de last voor het jaar 2024 onbeduidend en niet geboekt. EIGEN AANDELEN CFE heeft geen eigen aandelen in de loop van het boekjaar 2024 aangekocht. Op het einde van het boekjaar 2024, werden 512.557 eigen aandelen aangehouden, met een gemiddelde prijs van 8,91 euro per aandeel. Saldo aan het begin van het In de loop van het boekjaar Saldo op het einde van het BBooeekkjjaaaarrboekjaar Aankopen Verkopen boekjaar 2022 0 1.241.650 849.492 392.158 2023 392.158 120.399 0 512.557 2024 512.557 0 0 512.557 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 188 22. PERSONEELSBELONINGEN De Groep CFE draagt bij tot pensioenplannen en brugpensioenplannen in verschillende landen waar de Groep actief is. Deze voordelen worden verwerkt in overeenstemming met IAS 19 en worden beschouwd als 'post-employment' en 'long-term benefit plans'. Per 31 december 2024 bedraagt de netto verplichting van de Groep CFE voor de voordelen 'post employment' voor pensioenen en brugpensioenen 8.096duizend euro (2023 : 9.198 duizend euro). Deze bedragen zijn opgenomen in de rubriek ‘Pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen’. Per 31 december 2024 omvat deze rubriek eveneens een provisie van 67 duizend euro voor overige personeelsbeloningen (2023: 203 duizend euro). BELANGRIJKSTE ELEMENTEN VAN TOEGEZEGDE VOORDEELPLANNEN VAN DE GROEP CFE De toegezegde voordeelplannen kunnen opgesplitst worden in regelingen met vaste bijdragen en regelingen met vaste prestaties. Regelingen met vaste bijdragen De pensioenplannen met vaste bijdragen zijn plannen volgens dewelke de onderneming de bijdragen – zoals bepaald in het overeengekomen plan – betaalt aan een vennootschap of aan een apart fonds. Eenmaal deze bijdragen vereffend zijn, is er geen bijkomende verplichting voor de onderneming. Regelingen met vaste prestaties Alle regelingen die geen regelingen met vaste bijdragen zijn, worden verondersteld regelingen met vaste prestaties te zijn. Deze plannen zijn ofwel extern gefinancierd door pensioenfondsen of verzekeringsinstellingen (‘gefinancierde plannen’), ofwel binnen de Groep CFE gefinancierd (‘niet gefinancierde plannen’). Er wordt een jaarlijkse actuariële evaluatie gemaakt door een onafhankelijke actuaris voor de belangrijkste pensioenregelingen. De toegezegde voordeelplannen van de Groep CFE kennen aan haar personeelsleden een voordeel toe in geval van pensionering alsook in geval van overlijden. Alle plannen worden extern gefinancierd door een verzekeringsmaatschappij die geen banden heeft met de Groep CFE. De verplichtingen in hoofde van vaste prestaties zijn uitsluitend in België. De toegezegde voordeelplannen in België zijn geïnvesteerd in ‘Tak 21’, hetgeen inhoudt dat de verzekeraar een minimum rendement op de betaalde bijdragen moet garanderen. Al deze plannen zijn conform aan het lokaal gereglementeerd kader en voldoen aan de minimale vereisten inzake financiering. Het merendeel van de toegezegde voordeelplannen van de Groep CFE zijn van het type ‘met vaste prestaties’. BELANGRIJKSTE ELEMENTEN VAN DE REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES Belgische pensioenplannen van het type « tak 21 » Sommige personeelsleden genieten van een regeling met vaste bijdragen die door een verzekeringsmaatschappij van ‘Tak 21’ wordt gefinancierd. De Belgische wetgeving vereist dat een werkgever op de regelingen met vaste bijdragen een minimuminterest van 3,25 % garandeert op zijn eigen bijdragen aan de plannen en van 3,75 % op de bijdragen van de begunstigden gestart vóór 1 januari 2016, en een minimuminterest die gelijk is aan een deel (momenteel 85%) van het gemiddelde van de OLO-rentevoeten op 10 jaar over de laatste 24 maanden. De rentevoet bedraagt minimaal 1,75% en maximaal 3,75%. Tot nu toe gold steeds de minimumrente van 1,75% maar die kan in de toekomst veranderen. Gezien de wijziging van de wetgeving eind 2015 werden deze pensioenregelingen in de boekhouding opgenomen als pensioenregelingen met vaste prestaties. De arbeiders van de bouwsector genieten van een pensioenregeling met vaste bijdragen die gefinancierd wordt door het multi- werkgever pensioenfonds ‘fbz-fse Constructiv’. Dit pensioenplan is ook onderworpen aan de hierboven genoemde Belgische wetgeving aangaande het gewaarborgd minimumrendement. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 189 Informatie met betrekking tot de risico’s van de regelingen met vaste prestaties Bij stelsels met vaste prestaties draagt over het algemeen de werkgever het actuarieel risico, zoals het risico inherent aan renteschommelingen, aan de evolutie van de salarissen alsook het risico verbonden aan de evolutie van het inflatiepercentage. De mogelijke impact van de evolutie van deze risico’s is toegelicht in de gevoeligheidsanalyse hieronder. Het risico verbonden aan de spreiding in de tijd van de prestaties is beperkt in die zin dat de meerderheid van de plannen in de uitbetaling van een kapitaal voorziet. De optie van een jaarlijkse uitkering werd toch voorzien. In dit geval is de jaarlijkse uitkering in handen van een verzekeringsinstelling die het kapitaal omzet naar jaarlijkse annuïteiten. Het overlijdensrisico tijdens de actieve loopbaan is eveneens verzekerd bij een verzekeringsinstantie. Het risico op insolvabiliteit van de verzekeringsinstelling wordt in aanmerking genomen bij de berekening van de waarde van de activa. Informatie met betrekking tot het beheer van de regelingen met vaste prestaties De administratie en het beheer van de verzekeringen zijn toevertrouwd aan de verzekeringsinstelling. CFE verzekert de naleving door de verzekeringsmaatschappijen van de gerelateerde pensioenwetgeving. Informatie met betrekking tot de activa van de regelingen met vaste prestaties De activa van de plannen geïnvesteerd bij een verzekeringsinstelling zijn niet onderhevig aan marktbewegingen, aangezien het verzekeringscontracten in ‘Tak 21’ betreft (met gewaarborgde rentevoet). Het betreft voornamelijk schuldinstrumenten zoals staats- en bedrijfsobligaties en vastgoed. De activa van de plannen bevatten geen financiële instrumenten van de Groep CFE, noch enig gebouw dat gebruikt wordt door de Groep CFE. De reële waarde van de verzekeringscontracten komt overeen met de geactiveerde waarde van de betaalde bijdragen rekening houdend met het contractueel rendement overeengekomen met de verzekeringsmaatschappij (België). SCHULDEN MET BETREKKING TOT REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES EN BRUGPENSIOEN Boekjaar afgesloten op 31 december 2024 2023 (duizend euro) Nettovorderingen (-verplichtingen) uit hoofde van gefinancierde te bereiken doel (8.096) (9.198) plannen Contante waarde van volledig of gedeeltelijk gefinancierde verplichtingen (59.407) (59.270) Reële waarde van fondsbeleggingen 51.312 50.072 Op de balans voorziene verplichtingen (8.096) (9.198) Verplichtingen (8.096) (9.198) Activa 0 0 VARIATIES VAN DE VERPLICHTINGEN UIT HOOFDE VAN REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES EN BRUGPENSIOEN Boekjaar afgesloten op 31 december 2024 2023 (duizend euro) Saldo op 1 januari (9.198) (8.372) Nettolasten opgenomen in de resultatenrekening (3.550) (3.490) Nettolasten opgenomen in overige elementen van het totaalresultaat (31) (2.400) Bijdragen van werkgever 4.428 4.927 Overige bewegingen 255 137 Overdrachten naar verplichtingen in verband met activa aangehouden voor verkoop 0 0 Saldo op 31 december (8.096) (9.198) Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 190 NETTOLASTEN OPGENOMEN IN DE RESULTATENREKENING MET BETREKKING TOT REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES EN BRUGPENSIOEN Boekjaar afgesloten op 31 december 2200224422002233(duizend euro) Nettolasten opgenomen in de resultatenrekening (3.550) (3.490) Kosten van geleverde diensten (3.360) (3.167) Rentekosten (1.827) (1.929) Rendement op fondsbeleggingen (-) 1.612 1.713 Niet-opgenomen kosten van ontvangen diensten 25 (107) NETTOLASTEN OPGENOMEN IN DE OVERIGE ELEMENTEN VAN HET TOTAALRESULTAAT MET BETREKKING TOT REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES EN BRUGPENSIOENEN Boekjaar afgesloten op 31 december 2024 2023 (duizend euro) Nettolasten opgenomen in overige elementen van het totaalresultaat (31) (2.400) Actuariële verschillen 810 (2.765) Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd bedragen in renteopbrengsten (841) 365 Wisselkoerseffecten 0 0 BEWEGINGEN IN DE VERPLICHTINGEN UIT HOOFDE VAN REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES EN BRUGPENSIOEN Boekjaar afgesloten op 31 december 2024 2023 (duizend euro) Saldo op 1 januari (59.270) (54.962) Kosten van geleverde diensten (3.360) (3.167) Rentekosten (1.827) (1.929) Bijdragen van werkgever (571) (581) Betalingen aan begunstigden (-) 4.300 3.589 Opgenomen actuariële (winsten) verliezen, netto 834 (2.872) Actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit demografische veronderstellingen 0 0 Actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit financiële assumpties 1.571 (2.491) Ervarings(winsten)/verliezen (737) (381) Niet-opgenomen kosten van ontvangen diensten 0 0 Overige bewegingen 487 652 Saldo op 31 december (59.407) (59.270) BEWEGINGEN IN DE FONDSBELEGGINGEN VAN DE REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES EN BRUGPENSIOEN Boekjaar afgesloten op 31 december 2024 2023 (duizend euro) Saldo op 1 januari 50.072 46.590 Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd bedragen in renteopbrengsten (841) 365 Rendement op fondsbeleggingen 1.614 1.713 Bijdragen van werkgever 5.254 5.641 Betalingen aan begunstigden (-) (4.300) (3.589) Overige bewegingen (487) (648) Saldo op 31 december 51.312 50.072 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 191 VOORNAAMSTE ACTUARIËLE VERONDERSTELLINGEN OP AFSLUITINGSDATUM (IN GEWOGEN GEMIDDELDE ) 2024 2023 Disconteringsvoet op 31 december 3,35% 3,15% Verwacht percentage van loonsverhogingen 3,10% 3,20% Inflatie 2,10% 2,20% Toegepaste sterftetabellen MR-5/FR-5 MR-5/FR-5 Gelet op de huidige macro-economische context, die op het eind van het boekjaar tot een lichte daling van de rentevoeten op lange termijn heeft geleid, heeft de Groep CFE op basis van de geldende rentevoeten op de financiële markten een disconteringsvoet van 3,35% toegepast (tegenover 3,15% op 31 december 2023) voor het bepalen van haar in de balans op te nemen verplichtingen uit hoofde van toegezegde pensioenregelingen en brugpensioenen op 31 december 2024 (looptijd van 10,5 jaar). OVERIGE VERONDERSTELLINGEN INZAKE PENSIOENREGELINGEN MET VASTE PRESTATIES 2024 2023 Looptijd (in jaren) 10,50 11,00 Gemiddeld reëel rendement van de pensioenactiva 1,54% 4,40% Voorziene bijdragen te storten voor pensioenplannen in de loop 4.136 4.090 van volgend boekjaar (duizend euro) GEVOELIGHEIDSANALYSE (INVLOED OP HET BEDRAG VAN DE VERPLICHTINGEN) 2024 2023 Disconteringsvoet Toename met 25 basispunten -2,47% -2,52% Afname met 25 basispunten 2,57% 2,64% Verwacht percentage van loonsverhogingen Toename met 25 basispunten 1,72% 1,79% Afname met 25 basispunten -1,64% -1,70% Inflatie Toename met 25 basispunten 1,12% 1,15% Afname met 25 basispunten 0,30% 0,35% Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 192 23. ANDERE VOORZIENINGEN DAN PENSIOENVERPLICHTINGEN EN PERSONEELSBELONINGEN Per 31 december 2024 bedragen deze voorzieningen 36.089 duizend, een stijging met 3.008 duizend euro ten opzichte van december 2023 (33.081 duizend euro). Voorzieningen voor negatieve deelnemingen Diensten (duizend euro) waarop Overige risico's Totaal na verkoop vermogensmutatie-methode is toegepast 7Saldo op het einde van het vorige boekjaar¹15.713 598 16.770 33.081 Netto wisselkoersverschillen 32 0 64 96 Overdracht naar andere rubrieken 0 1.924 (849) 1.075 Voorzieningen : toevoegingen 1.869 0 4.440 6.309 Voorzieningen : bestedingen (2.172) 0 (2.300) (4.472) Saldo op het einde van het boekjaar 15.442 2.522 18.125 36.089 waarvan kortlopende : 1.545 0 15.099 16.644 langlopende : 13.897 2.522 3.026 19.445 De voorziening voor diensten na verkoop stijgt met 271 duizend euro en bedraagt 15.442 duizend euro op 31 december 2024. De evolutie op het jaar 2024 wordt verklaard door het nemen en/of terugnemen van voorzieningen in het kader van de tienjarige garanties. Als het aandeel van de Groep CFE in de verliezen van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode wordt toegepast hoger is dan de boekwaarde van de deelneming, wordt deze laatste tot nul teruggebracht. De verliezen boven dit bedrag worden niet geboekt, met uitzondering van het bedrag van de verbintenissen van de Groep CFE tegenover deze entiteiten waarop vermogensmutatiemethode wordt toegepast. Het aandeel in deze verliezen wordt in eerste instantie in vermindering gebracht van de financiële activa ten opzichte van de betrokken deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode wordt toegepast. Indien er geen financiële activa zijn of de verliezen hoger dan de boekwaarde van de financiële activa zijn, wordt een voorziening geboekt aangezien de Groep meent dat ze een verplichting heeft om deze entiteiten en hun projecten te ondersteunen. De voorzieningen voor overige risico’s dalen met 1.355 duizend euro en bedragen 18.125 duizend euro op 31 december 2024. De voorzieningen voor overige kortlopende risico’s (15.099 duizend euro) omvatten de voorzieningen voor lopende geschillen (9.779 duizend euro), alsook overige kortlopende risico’s (4.304 duizend euro). Omdat voor deze laatste categorie de onderhandelingen met de klanten nog lopen, kunnen we geen verdere informatie verstrekken over de toegepaste veronderstellingen en over het moment van de waarschijnlijke kasuitgaven. De overige langlopende risico’s omvatten de voorzieningen voor risico’s die niet rechtstreeks verband houden met de operationele cyclus van de lopende werven. 24. VOORWAARDELIJKE ACTIVA EN VERPLICHTINGEN Volgens de beschikbare informatie op de datum waarop de financiële staten zijn goedgekeurd door de Raad van Bestuur hebben we geen kennis van significante voorwaardelijke activa en verplichtingen, met uitzondering van voorwaardelijke activa en verplichtingen gerelateerd aan bouwcontracten (bijvoorbeeld de eisen van de Groep CFE ten opzichte van de klanten of de eisen van de onderaannemers), wat normaal is in de bouw en multitechnieken sectoren, en die worden verwerkt via de bepaling van het werfresultaat door toepassing van de methode van de vorderingsgraad. De Belgische gerechtelijke autoriteiten voeren momenteel een onderzoek uit naar vermeende strafbare feiten in verband met de bouw van het Grand Hotel de N'Djamena in Tsjaad. Ter herinnering: dit contract, dat dateert uit 2011, heeft geleid tot een verlies 7 De geboekte participaties verwerkt volgens de negatieve vermogensmutatiemethode, voorheen in hun geheel voorgesteld in de rubriek “Langlopende voorzieningen”, zullen vanaf het boekjaar 2024 eerst in mindering worden voorgesteld op alle eventuele financiële vaste activa die verband houden met deze participaties en het saldo onder “Langlopende voorzieningen”. Een bedrag van 24.237 duizend euro wordt van het rubriek “Voorzieningen voor negatieve deelnemingen waarop vermogensmutatie- methode is toegepast” naar het rubriek “Overige financiële vaste activa” overgedragen. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 193 van meer dan 50 miljoen euro voor CFE, vanwege het niet betalen van een deel van haar schulden. De werkzaamheden werden uitgevoerd door CFE Tchad, een dochteronderneming van de Groep, tot aan de verkoop in 2021. In het kader van dit onderzoek heeft op 4 september 2024 een huiszoeking plaatsgevonden op het hoofdkantoor van CFE. Daarnaast zijn diverse leden van het management en de raad van bestuur, alsmede oud-medewerkers van de CFE-groep, verhoord. Op de datum van dit verslag heeft CFE nog geen toegang gehad tot het onderzoeksdossier en zijn er geen aanklachten ingediend tegen CFE of haar huidige bestuurders en/of beheerders, noch, voor zover haar bekend, tegen voormalige medewerkers van de CFE-groep. CFE verleent volledige medewerking aan het lopende onderzoek. Gezien de huidige omstandigheden en het bovenstaande kan CFE de financiële gevolgen van de lopende procedures niet op betrouwbare wijze inschatten. Daarom is er per 31 december 2024 geen voorziening opgenomen, in overeenstemming met de vereisten van IAS 37. CFE ziet er ook op toe dat de ondernemingen van de Groep CFE zich organiseren om de geldende wetten en reglementen na te leven, met inbegrip van de “complianceregels”. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 194 25. NETTO FINANCIËLE SCHULD ANALYSE VAN DE NETTO FINANCIËLE SCHULD ZOALS BEPAALD DOOR DE GROEP 2024 2023 (duizend euro) Langlopende Kortlopende Totaal Langlopende Kortlopende Totaal Bankleningen en andere financiële schulden 72.306 14.040 86.346 42.519 37.679 80.198 Obligatieleningen 0 0 0 0 0 0 Opname van kredietlijnen 75.000 2.985 77.985 112.492 0 112.492 Leasingschulden 37.523 11.356 48.879 35.954 10.465 46.419 Totaal van de langlopende financiële schuld 184.829 28.381 213.210 190.965 48.144 239.109 Financiële schulden op korte termijn 0 1.995 1.995 0 8.250 8.250 Kasequivalenten 0 (38.247) (38.247) 0 (27.215) (27.215) Geldmiddelen 0 (135.264) (135.264) 0 (126.877) (126.877) Totaal van de kortlopende netto financiële 0 (171.516) (171.516) 0 (145.842) (145.842) schuld (of beschikbare middelen) Totaal van de netto financiële schuld 184.829 (143.135) 41.694 190.965 (97.698) 93.267 Financiële derivaten - interestindekking 526 (77) 449 (211) 0 (211) De bankleningen en andere financiële schulden (86.346 duizend euro) hebben voornamelijk betrekking op de bankleningen op middellange termijn van het segment vastgoedontwikkeling voor de financiering van bepaalde projecten, het handelspapier dat CFE N.V. en BPI Real Estate Belgium N.V. hebben uitgegeven, en de financiering van de maatschappelijke zetels van Van Laere N.V. en VMA N.V. Op 31 december 2023 hebben de leasingschulden (48.879 duizend euro) betrekking op contracten die voldoen aan de criteria van het toepassingsdomein van de norm IFRS 16 Leaseovereenkomsten. De kortlopende financiële schulden bedragen 1.995 duizend euro per eind december 2024 en hebben betrekking op de uitgifte van handelspapier op minder dan een jaar door BPI Real Estate Belgium N.V. TIJDSCHEMA VAN DE FINANCIËLE SCHULDEN Vervallen Vervallen Vervallen Vervallen Vervallen Vervallen Boekjaar afgesloten op 31 december 2024 binnen tussen 1 en tussen 2 en tussen 3 en tussen 5 en na meer Totaal (duizend euro) het jaar 2 jaar 3 jaar 5 jaar 10 jaar dan 10 jaar Bankleningen en andere financiële 19.104 11.400 37.871 18.484 6.210 3.769 96.838 schulden Opname van kredietlijnen 3.192 10.115 65.697 0 0 0 79.004 Leasingschulden 13.337 11.194 8.926 11.634 11.603 0 56.694 Totaal van de langlopende financiële 35.632 32.709 112.494 30.118 17.813 3.769 232.536 schuld Financiële schulden op korte termijn 1.995 0 0 0 0 0 1.995 Kasequivalenten (38.247) 0 0 0 0 0 (38.247) Geldmiddelen (135.264) 0 0 0 0 0 (135.264) Totaal van de kortlopende netto financiële schuld (of beschikbare (171.516) 0 0 0 0 0 (171.516) middelen) Totaal van de netto financiële schuld (135.884) 32.709 112.494 30.118 17.813 3.769 61.020 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 195 Vervallen Vervallen Vervallen Vervallen Vervallen Vervallen Boekjaar afgesloten op 31 december 2023 binnen tussen 1 en tussen 2 en 3 tussen 3 en tussen 5 en na meer Totaal (duizend euro) het jaar 2 jaar jaar 5 jaar 10 jaar dan 10 jaar Bankleningen en andere financiële 38.639 13.853 18.197 2.797 6.858 5.305 85.648 schulden Opname van kredietlijnen 0 20.479 17.708 75.930 0 0 114.117 Leasingschulden 11.845 9.421 7.662 11.750 11.132 2.302 54.112 Totaal van de langlopende financiële 50.484 43.752 43.566 90.477 17.991 7.607 253.877 schuld Financiële schulden op korte termijn 8.250 0 0 0 0 0 8.250 Kasequivalenten (27.215) 0 0 0 0 0 (27.215) Geldmiddelen (126.877) 0 0 0 0 0 (126.877) Totaal van de kortlopende netto financiële (145.842) 0 0 0 0 0 (145.842) schuld (of beschikbare middelen) Totaal van de netto financiële schuld (95.358) 43.752 43.566 90.477 17.991 7.607 108.035 KASSTROMEN MET BETREKKING TOT FINANCIËLE SCHULDEN Niet-contante bewegingen Boekjaar afgesloten op 31 december 2024 Totaal niet-Overige (duizend euro) 2023 Kasstromen Overdrachten contante 2024 wijzigingen bewegingen Langlopende financiële schulden Overige langlopende financiële schulden 190.965 (7.706) (6.856) 8.425 1.570 184.829 Kortlopende financiële schulden Obligatieleningen 0 0 0 0 0 0 Overige kortlopende financiële schulden 56.394 (39.930) 6.856 7.055 13.912 30.376 Totaal 247.359 (47.636) 0 15.480 15.482 215.205 Niet-contante bewegingen Boekjaar afgesloten op 31 december 2023 Overige Totaal niet-(duizend euro) 2022 Kasstromen Overdrachten contante 2023wijzigingen bewegingen Langlopende financiële schulden Overige langlopende financiële schulden 154.048 55.508 (36.213) 17.622 (18.591) 190.965 Kortlopende financiële schulden Obligatieleningen 0 0 0 0 0 0 Overige kortlopende financiële schulden 21.994 (7.177) 36.213 5.364 41.577 56.394 Totaal 176.042 48.331 0 22.986 22.986 247.359 Op 31 december 2024 bedragen de financiële schulden van de Groep CFE 215.205 duizend euro, een daling met 32.154 duizend euro tegenover 31 december 2023. Dit wordt voornamelijk verklaard door de verbetering van het werkkapitaal. De kasstromen omvatten voornamelijk de daling van de op de kredietlijnen opgenomen bedragen ((34.515) duizend euro), de terugbetaling van handelspapieren van BPI Real Estate Belgium S.A. ((6.250) duizend euro), de nieuwe leningen voor de projectfinanciering binnen het segment Vastgoedontwikkeling (12.574 duizend euro), de herfinanciering van de handelspapieren van CFE N.V. (35 miljoen euro terugbetaald en 30 miljoen ontvangen) en de terugbetalingen in kapitaal van de huurschulden ((12.830) duizend euro). De tijdens het boekjaar met betrekking tot huurcontracten betaalde rente bedroeg (1,8) duizend euro (2023: (1,0) miljoen euro 8 ). 8 Het bedrag op 31 december 2023 ((1,0) miljoen euro werd herwerkt. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 196 KREDIETLIJNEN EN TERMIJNBANKLENINGEN CFE N.V. beschikt op 31 december 2024 over bevestigde langlopende bankkredietlijnen ten bedrage van 190 miljoen euro (2023: 170 miljoen euro), waarvan 75 miljoen euro wordt gebruikt op 31 december 2024 (2023: 90 miljoen euro). Sommige ervan omvatten duurzaamheids- en veiligheidscriteria waarvan de (niet-)naleving een impact heeft op de door de bank toegepaste marge. CFE N.V. heeft eveneens de mogelijkheid om handelspapier uit te geven ten bedrage van 50 miljoen euro. Deze financieringsbron wordt op 31 december 2024 gebruikt ten bedrage van 30 miljoen euro (2023: 35 miljoen euro). Om het rentevoetrisico te beperken, werden renteafdekkingscontracten gesloten voor een notioneel bedrag van 80 miljoen euro (2023: 70 miljoen euro); de reële waarde van deze afgeleide instrumenten bedraagt (175) duizend euro (2023: (336) duizend euro). Op 31 december 2024 beschikken BPI Real Estate Belgium S.A. en haar dochteronderneming BPI Real Estate Luxembourg S.A. samen over bevestigde langlopende bankkredietlijnen ten bedrage van 60 miljoen euro (2023: 60 miljoen euro), die op 31 december 2024 niet gebruikt worden (2023: 22,5 miljoen euro). BPI Real Estate Belgium S.A. heeft eveneens de mogelijkheid om handelspapier uit te geven ten bedrage van 40 miljoen euro. Deze financieringsbron wordt op 31 december 2024 gebruikt ten bedrage van 10,25 miljoen euro (2023: 16,5 miljoen euro). Om het rentevoetrisico te beperken, werden renteafdekkingscontracten gesloten voor een notioneel bedrag van 32,4 miljoen euro (2023: 32,4 miljoen euro); de reële waarde van deze afgeleide instrumenten bedraagt (272) duizend euro (2023: 125 duizend euro). FINANCIËLE CONVENANTEN De bilaterale kredieten zijn onderworpen aan specifieke convenanten die rekening houden met onder andere de schuldpositie en haar relatie met het eigen vermogen of de vaste activa, alsook met de gegenereerde kasstroom. De bestaande convenanten met betrekking tot de geconsolideerde jaarrekening van de Groep CFE, de statutaire jaarrekening van CFE N.V. en de geconsolideerde stand-alone IFRS-rekeningen van BPI Real Estate Belgium N.V. worden per 31 december 2024 volledig nageleefd. Naam van de ratio Formule Vereiste December 2024 CFE N.V., IFRS-geconsolideerde rekeningen Netto financiële schuld / (Eigen vermogen - Solvabiliteitsratio <1,65 0,19 immateriële vaste activa - goodwill) Langlopende financiële schulden / Materiële vaste Netto financiële schuld op lange termijn <1 0,78 activa Kasstroomdekking van de financiële Operationele kasstroom + netto financiële >0 181,6 M€ schuld schulden op korte termijn >0 CFE N.V., statutaire rekeningen, Belgische boekhoudnormen Eigen vermogen Eigen vermogen >125 M€ 139 M€ BPI Real Estate Belgium N.V., IFRS-geconsolideerde rekeningen – Stand Alone Eigen vermogen van de groep + Achtergestelde Minimum eigen vermogen >70 M€ 200,3 M€ schulden Netto financiële schuld / (Eigen vermogen + Solvabiliteitsratio <1,65 0,47 achtergestelde schulden) Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 197 26. INFORMATIE BETREFFENDE HET BEHEER VAN DE FINANCIËLE RI SICO’ S B EHEER VAN DE FINANCIËLE MIDDELEN Eind 2024 bedragen de financiële middelen van de Groep CFE een netto financiële schuld van 41.694 duizend euro (toelichting 25) en eigen vermogen van 247.775 duizend euro. Bovendien, beschikt CFE N.V. over bevestigde kredietlijnen (toelichting 25), terwijl CFE N.V. en BPI N.V. handelspapier kunnen uitschrijven. Het eigen vermogen van de Groep CFE bestaat uit geplaatst kapitaal, uitgiftepremies, geconsolideerde reserves, eigen aandelen en minderheidsbelangen. De Groep CFE bezit geen converteerbare obligaties. Het geheel van het eigen vermogen is bestemd voor het financieren van de operationele activiteiten zoals voorzien in het maatschappelijk doel van CFE en haar dochterondernemingen. RENTEVOET RISICO’S Het beheer van het rentevoetrisico wordt binnen de Groep CFE op het niveau van de verschillende segmenten verzekerd. De bouw en renovatie activiteiten worden gekenmerkt door een overschot van geldmiddelen. Het beheer is grotendeels gecentraliseerd in het kader van de cash pooling. Anderzijds gebruikt CFE N.V. en BPI N.V. ook afgeleide producten (IRS en CAP) om het renterisico van de opnames op haar bevestigde kredietlijnen in te dekken van vastgoedprojectfinancieringen. Onderstaande tabellen geven een overzicht van het uitstaande bedrag op 31 december en van de gemiddelde rentevoet per soort van schulden. Effectieve gemiddelde rentevoet vóór effect van financiële derivaten - 31/12/2024 Vaste rentevoet Variabele rentevoet Totaal Soort schulden Bedragen Aandeel Rentevoet Bedragen Aandeel Rentevoet Bedragen Aandeel Rentevoet Bankleningen en andere 53.824 52,41% 2,97% 32.522 29,43% 7,38% 86.346 40,50% 5,91% financiële schulden Leasingsschulden 48.879 47,59% 3,71% 0 0,00% 0,00% 48.879 22,93% 3,71% Opname van kredietlijnen 0 0,00% 0,00% 77.985 70,57% 4,44% 77.985 36,58% 4,44% Totaal 102.703 100% 3,21% 110.507 100% 5,03% 213.210 100% 4,79% Effectieve gemiddelde rentevoet vóór effect van financiële derivaten – 31/12/2023 Vaste rentevoet Vaste rentevoet Variabele rentevoet Totaal BedragenBedragenBedragenBedragenBedragenBedragenBedragenBedragenBedragenRentevoet Bankleningen en andere financiële schulden 59.958 56,36% 1,72% 20.240 15,25% 6,35% 80.198 33,54% 2,89% Leasingsschulden 46.419 43,64% 3,53% 0 0,00% 0,00% 46.419 19,41% 3,53% Opname van kredietlijnen 0 0,00% 0,00% 112.492 84,75% 5,40% 112.492 47,05% 5,40% Totaal106.377 100% 2,90% 132.732 100% 5,55% 239.109 100% 4,26% Effectieve gemiddelde rentevoet na effect van financiële derivaten - 31/12/2024 Vaste rentevoet Variabele rentevoet Variabele rentevoet + inflatie Totaal Soort schulden Bedragen Aandeel Rentevoet Bedragen Aandeel Rentevoet Bedragen Aandeel Rentevoet Bedragen Aandeel Rentevoet Bankleningen en andere financiële 53.824 31,17% 2,97% 32.522 80,29% 7,38% 0 0,00% 0,00% 86.346 40,50% 5,91% schulden Leasingsschulden 48.879 28,30% 3,53% 0 0,00% 0,00% 0 0,00% 0,00% 48.879 22,93% 3,53% Opname van 70.000 40,53% 2,95% 7.985 19,71% 5,09% 0 0,00% 0,00% 77.985 36,58% 3,65% kredietlijnen Totaal 172.703 100% 2,99% 40.507 100% 6,09% 0 0,00% 0,00% 213.210 100% 4,22% Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 198 Effectieve gemiddelde rentevoet na effect van financiële derivaten - 31/12/2023 Vaste rentevoet Variabele rentevoet Variabele rentevoet + inflatie Totaal Soort schulden Bedragen Aandeel Rentevoet Bedragen Aandeel Rentevoet Bedragen Aandeel Rentevoet Bedragen Aandeel Rentevoet Bankleningen en andere financiële schulden59.958 37,74% 1,72% 20.240 25,23% 6,35% 0 0,00% 0,00% 80.198 33,54% 2,89% Leasingsschulden 46.419 29,22% 3,53% 0 0,00% 0,00% 0 0,00% 0,00% 46.419 19,41% 3,53% Opname van kredietlijnen 52.500 33,04% 3,19% 59.992 74,77% 6,16% 0 0,00% 0,00% 112.492 47,05% 3,19% Totaal 158.877 100% 2,93% 80.232 100% 6,19% 0 0,00% 0,00% 239.109 100% 3,99% GEVOELIGHEID VOOR HET RENTEVOETRISICO De Groep CFE wordt geconfronteerd met het risico van volatiliteit van de rentevoeten op zijn resultaat, gelet op: - de kasstromen van financiële instrumenten tegen variabele koers na indekking; - financiële instrumenten tegen vaste koers, erkend tegen reële waarde in de balans via het resultaat; - derivaten die niet als indekking gekwalificeerd zijn. Daarentegen wordt de wijziging in de reële waarde van derivaten als kasstroomindekking gekwalificeerd, niet in de winst-en- verliesrekening erkend, maar rechtstreeks in andere elementen van het totaalresultaat. Indien de waarde van het derivaat wordt hergebruikt, wordt de impact in de winst-en-verliesrekening verantwoord. De volgende analyse veronderstelt dat het bedrag van financiële schulden en derivaten op 31 december 2024 constant blijft gedurende een jaar. Een wijziging van de rentevoeten met 50 basispunten op afsluitingsdatum zou bijgevolg een stijging of een vermindering van het eigen vermogen en het resultaat gekend hebben ter hoogte van de hieronder aangegeven bedragen. Met het oog op deze analyse, werden de andere variabelen verondersteld constant te blijven. (duizend euro) 31-12-2024 Resultaat Eigen vermogen Impact van Impact van Impact van Impact van sensibiliteitsberekening sensibiliteitsberekening sensibiliteitsberekening sensibiliteitsberekening +50bp -50bp +50bp -50bp Langlopende schulden (+ vervallend binnen het jaar) aan variabele renten na 554 (554) boekhoudkundige indekking Netto financiële schuld (korte termijn) () 10 (10) Derivaten boekhoudkundig niet gekwalificeerd als indekking Als indekking gekwalificeerde derivaten 875 (950) (kasstroom zeker of hoogstwaarschijnlijk) 931-12-2023Resultaat Eigen vermogen (duizend euro) Impact van Impact van Impact van Impact van sensibiliteitsberekening sensibiliteitsberekening sensibiliteitsberekening sensibiliteitsberekening +50bp -50bp +50bp -50bp Langlopende schulden (+ vervallend binnen het jaar) aan variabele renten na 683 (683) boekhoudkundige indekking Netto financiële schuld (korte termijn) () 41 (41) Derivaten boekhoudkundig niet gekwalificeerd als indekking Als indekking gekwalificeerde derivaten 1.348 (1.256) (kasstroom zeker of hoogstwaarschijnlijk) () exclusief beschikbare middelen 9 De vergelijkende tabel per 31 december 2023 is aangepast om de gevoeligheid voor het renterisico op schulden te berekenen, rekening houdend met afdekkingsderivaten. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 199 BESCHRIJVING VAN DE KASSTROOMINDEKKINGSOPERATIES Op afsluitingsdatum hebben de als kasstroomindekking gekwalificeerde instrumenten van CFE N.V. en BPI Real Estate Belgium N.V. hebben de volgende kenmerken: (duizend euro) 31-12-2024Reële Reële Tussen Tussen < 1 jaar > 5 jaar Onderliggendewaarde waarde 1 en 2 jaar 2 en 5 jaar activa passiva Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald Rentevoet opties (cap, collar) Rentevoetderivaten: indekking van 0 hoogstwaarschijnlijk verwachte kastromen Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste 0 32.416 50.000 0 82.416 150 (618) rentevoet betaald Rentevoet opties (cap, collar) 10.000 0 10.000 20.000 53 (34) Rentevoetderivaten: indekking van zekere kastromen 10.000 32.416 60.000 0 102.416 203 (652) VALUTARISICO Verdeling van de financiële schulden op lange termijn per valuta Het bedrag van de schulden (buiten leasingverplichtingen die voor het grootste deel in euro zijn) per valuta is: (duizend euro) 2024 2023 Euro 159.293 187.612 Poolse zloty 5.038 5.078 Overige valuta 0 0 Totale langlopende financiële verplichtingen 164.331 192.690 Op 31 december 2024 bedragen de financiële schulden op lange termijn (buiten leasingverplichtingen) 164.331 duizend euro (31 december 2023: 192.690 duizend euro). Onderstaande tabel geeft de reële waarde en de onderliggende waarde weer van de financiële wisselkoersinstrumenten (forward verkoop / aankoop contracten) (+ : activa / - : passiva) : 31/12/2024 PLN - Poolse zloty (duizend euro) Onderliggende Reële waarde Termijnaankopen 0 0 Termijnverkopen 0 0 31/12/2023 PLN - Poolse zloty (duizend euro) Onderliggende Reële waarde Termijnaankopen 0 0 Termijnverkopen 12.625 2.657 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten 31-12-2023Reële Reële (duizend euro)Tussen 1 Tussen 2 en < 1 jaar > 5 jaar Onderliggendewaarde waarde en 2 jaar 5 jaar activa passiva Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald Rentevoet opties (cap, collar) Rentevoetderivaten: indekking van 0 hoogstwaarschijnlijk verwachte kastromen Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste 0 10.000 72.416 0 82.416 158 (125) rentevoet betaald Rentevoet opties (cap, collar) 10.000 10.000 20.000 178 Rentevoetderivaten: indekking van zekere kastromen 0 20.000 82.416 0 102.416 336 (125) Jaarverslag 2024 - CFE 200 De variatie in de reële waarde van de wisselkoersinstrumenten wordt als ‘bouwkosten’ beschouwd. Deze variatie wordt als een operationeel resultaat voorgesteld. De Groep CFE wordt aan valutarisico’s op haar resultaat blootgesteld. De volgende analyse wordt uitgevoerd door te veronderstellen dat het bedrag van de financiële activa en passiva en de derivaten op 31 december 2024 constant blijven gedurende het jaar. Een variatie van 5 % van de wisselkoersen (appreciatie van de euro) op afsluitingsdatum zou een stijging of een vermindering van het eigen vermogen en resultaat op het niveau van de hieronder aangegeven bedragen voor gevolg hebben gehad. Met het oog op deze analyse, werden de andere variabelen verondersteld constant te blijven. 31/12/2024 (duizend euro) Resultaat Impact van de sensitiviteitsberekening - Impact van de sensitiviteitsberekening - verhoging EUR 5% vermindering EUR 5% Langlopende schulden (+ vervallend binnen het jaar) met variabele renten na boekhoudkundige (271) 271 indekking Netto financiële schuld op korte termijn (386) 386 Werkkapitaal (783) 783 1031/12/2023 (duizend euro)Resultaat Impact van de sensitiviteitsberekening - Impact van de sensitiviteitsberekening -verhoging EUR 5% vermindering EUR 5%Langlopende schulden (+ vervallend binnen het jaar) met variabele renten na (254) 254 boekhoudkundige indekking Netto financiële schuld op korte termijn (181) 181 Werkkapitaal (2.953) 2.953 RISICO VERBONDEN AAN GRONDSTOFFEN Grond- en hulpstoffen opgenomen in de onderhanden werken, vormen een belangrijk element van de kostprijs. Hoewel bepaalde contracten prijsherzieningsformules bevatten, blijft het risico van prijsfluctuaties van grondstoffen groot. KREDIET- EN TEGENPARTIJRISICO De Groep CFE is blootgesteld aan kredietrisico in geval van in gebreke blijven van zijn klanten. De Groep wordt aan het tegenpartijrisico blootgesteld in het kader van de belegging van zijn beschikbare middelen, de intekening in verhandelbare vorderingen, financiële activa en derivaten. Voorts heeft de Groep CFE procedures opgesteld om de concentratie van het kredietrisico te vermijden en te beperken. Financiële instrumenten De Groep CFE heeft een systeem met beleggingslimieten ingevoerd om haar tegenpartijrisico te beheren. Dit systeem bepaalt maximale risicolijnen per tegenpartijen gedefinieerd in functie van hun kredietnotaties zoals gepubliceerd door Standard & Poor's en Moody's. Deze limieten worden regelmatig opgevolgd en bijgewerkt. Klanten De Groep CFE heeft procedures opgesteld teneinde het risico van haar klantenvorderingen te beperken. Hierbij wordt opgemerkt dat een niet te verwaarlozen deel van de geconsolideerde omzet met openbare of semi-openbare klanten wordt gerealiseerd. Verder is de Groep CFE van mening dat de concentratie van het tegenpartijrisico voor klanten wordt beperkt door het grote aantal klanten. 10 De vergelijkende cijfers werden herwerkt om de sensiviteit na eliminaties van de intra-group posities te berekenen. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 201 Om het courante risico in te dijken, volgt de Groep CFE regelmatig de uitstaande klantenbedragen op en stelt ze haar positie ten opzichte daarvan bij. De analyse van de betalingsachterstand eind 2023 en eind 2024 is als volgt: Situatie per 31 december 2024 Op het einde van Niet vervallen < 3 maanden < 1 jaar > 1 jaar(duizend euro) de periode Handelsvorderingen en overige 292.102 216.613 28.458 12.031 35.000 bedrijfsvorderingen Totaal bruto 292.102 216.613 28.458 12.031 35.000 Verwachte kredietverliezen - Handelsvorderingen en overige (26.621) (0) 0 0 (26.621) bedrijfsvorderingen Totaal verwachte kredietverliezen (26.621) (0) 0 0 (26.621) Totaal nettobedragen 265.481 216.613 28.458 12.031 8.379 Situatie per 31 december 2023 Op het einde van Niet vervallen < 3 maanden < 1 jaar > 1 jaar(duizend euro) de periode Handelsvorderingen en overige 338.571 251.297 43.912 9.934 33.428 bedrijfsvorderingen Totaal bruto 338.571 251.297 43.912 9.934 33.428 Verwachte kredietverliezen - Handelsvorderingen en overige (24.991) 0 0 (3.286) (21.705) bedrijfsvorderingen Totaal verwachte kredietverliezen (24.991) 0 0 (3.286) (21.705) Totaal nettobedragen 313.580 251.297 43.912 6.648 11.723 D e verwachte kredietverliezen op handelsvorderingen en op overige bedrijfsvorderingen tonen de volgende evolutie: (duizend euro) 2024 2023 Gecumuleerde verwachte kredietverliezen - beginsaldo (24.991) (23.208) Wijziging van de consolidatiekring 2 4.821 Verwachte kredietverliezen / tegenboeking verwachte kredietverliezen tijdens het 392 (6.587) boekjaar Wisselkoersverschillen en overdrachten naar andere activacategorieën (2.024) (17) Gecumuleerde verwachte kredietverliezen - eindsaldo (26.621) (24.991) D e in de loop van het jaar teruggenomen en opgenomen verwachte kredietverliezen bedragen 392 duizend euro (2023; (6.587) duizend euro, die bettreffen voornamelijk de vervallen vorderingen op 2 bouwprojecten). De rubriek ‘Wisselkoersverschillen en overdrachten naar andere activacategorieën’ heeft voornamelijk betrekking op overdrachten tussen voorzieningen en kredietverliezen. LIQUIDITEITSRISICO CFE N.V. en BPI Real Estate Belgium N.V. beschikken over bilaterale kredietlijnen die hen in staat stellen het liquiditeitsrisico beduidend te beperken. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 202 BOEKWAARDE EN REËLE WAARDE PER BOEKHOUDCATEGORIE 31 december 2024 FAVGRW / FAVGRW / (duizend euro) FVGRW (3) -Activa/ FVGRW (3) - Afgeleide verplichtingen Bepaling van de Reële waarde Afgeleide Totale instrumenten aan reële waarde van de instrumenten boekwaarde niet afgeschreven per niveau categorie gekwalificeerd gekwalificeerd kost als indekking als indekking Financiële vaste activa 0 126 120.248 120.374 120.374 Financiële leningen en vorderingen (1) 0 0 120.248 120.248 Niveau 2 120.248 Rentevoetderivaten 0 126 0 126 Niveau 2 126 Financiële vlottende activa 0 77 438.991 439.068 439.068 Handels- en overige vorderingen uit 0 0 265.481 265.481 Niveau 2 265.481 operationele activiteiten Rentevoetderivaten 0 77 0 77 Niveau 2 77 Kasequivalenten (2) 0 0 38.247 38.247 Niveau 1 38.247 Beschikbare middelen (2) 0 0 135.263 135.263 Niveau 1 135.263 Totaal activa 0 203 559.239 559.442 559.442 Langlopende financiële verplichtingen 0 652 184.830 185.482 201.200 Financiële schulden 0 0 184.830 184.830 Niveau 2 200.548 Rentevoetderivaten 0 652 0 652 Niveau 2 652 Kortlopende financiële verplichtingen 0 0 319.551 319.551 323.922 Handelsschulden en andere voortvloeiend uit operationele 0 0 289.176 289.176 Niveau 2 289.176 activiteiten Financiële schulden 0 0 30.375 30.375 Niveau 2 34.746 Rentevoetderivaten 0 0 0 0 Niveau 2 0 Totaal passiva 0 652 504.381 505.033 525.122 31 december 2023 FAVGRW / FAVGRW / (duizend euro) FVGRW (3) -FVGRW (3) - Activa/ Afgeleide Afgeleide verplichtingen Bepaling van de Reële waarde Totale instrumenten instrumenten aan reële waarde van de boekwaarde niet gekwalificeerd afgeschreven per niveau categorie gekwalificeerd als indekking kost als indekking Financiële vaste activa 0 336 142.790 143.126 143.126 Financiële leningen en vorderingen (1) 0 0 142.790 142.790 Niveau 2 142.790 Rentevoetderivaten 0 336 0 336 Niveau 2 336 Financiële vlottende activa 0 2.657 467.672 470.329 470.329 Handels- en overige vorderingen uit 0 0 313.580 313.580 Niveau 2 313.580 operationele activiteiten Rentevoetderivaten 0 2.657 0 2.657 Niveau 2 2.657 Kasequivalenten (2) 0 0 27.215 27.215 Niveau 1 27.215 Beschikbare middelen (2) 0 0 126.877 126.877 Niveau 1 126.877 Totaal activa 0 2.993 610.462 613.455 613.455 Langlopende financiële verplichtingen 0 125 190.965 191.090 205.549 Financiële schulden 0 0 190.965 190.965 Niveau 2 205.424 Rentevoetderivaten 0 125 0 125 Niveau 2 125 Kortlopende financiële verplichtingen 0 0 374.155 374.155 Niveau 2 376.495 Handelsschulden en andere voortvloeiend uit operationele 0 0 317.761 317.761 Niveau 2 317.761 activiteiten Financiële schulden 0 0 56.394 56.394 Niveau 2 58.734 Rentevoetderivaten 0 0 0 0 Niveau 2 0 Totaal passiva 0 125 565.120 565.245 582.044 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 203 (1) Gepresenteerd in de rubriek “overige financiële vaste activa” (2) Gepresenteerd in de rubriek “kas en kasequivalenten” (3) FAVGRW : Financiële vaste activa, verplicht gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de resultatenrekening FVGRW : Financiële verplichtingen, gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeverminderingen in de winst- en resultatenrekening De reële waarde van financiële instrumenten kunnen in drie niveaus (1 tot 3) geclassificeerd worden naargelang de inputs gebruikt voor de waardering waarneembaar zijn: - de reële waardering van niveau 1 zijn gebaseerd op genoteerde prijzen (niet gecorrigeerd) voor identieke activa en verplichtingen ; - de reële waardering van niveau 2 zijn gebaseerd op inputs, andere dan in niveau 1 opgenomen genoteerde prijzen, die direct (via prijzen) of indirect (via inputs afgeleid van prijzen) voor het actief of de verplichting waarneembaar zijn ; - de reële waardering van niveau 3 zijn gebaseerd op waarderingstechnieken die inputs omvatten die niet waarneembaar zijn voor het actief of de verplichting. De juiste waarde van de financiële instrumenten werd aan de hand van de volgende technieken berekend : - voor kortlopende financiële instrumenten zoals de handelsvorderingen en handelsschulden werd de juiste waarde beschouwd als niet significant verschillend van de boekwaarde aan afgeschreven kostprijs ; - voor leningen met een variabele interestvoet, werd de juiste waarde beschouwd als niet significant verschillend van de boekwaarde aan afgeschreven kostprijs ; - voor financiële instrumenten zoals rentevoet derivaten, wisselkoers derivaten of toekomstige kasstromen derivaten, wordt de juiste waarde bepaalde aan de hand van een verdisconteringsmodel van de toekomstige kasstromen rekening houdend met toekomstige rentecurves, wisselkoerscurves, of andere termijnprijscurves (forwards) ; - voor overige afgeleide financiële instrumenten, wordt de juiste waard bepaald op basis van een verdisconteringsmodel van toekomstige geschatte kasstromen ; - voor leningen met vaste rentevoet, werd de juiste waarde beschouwd als niet significant verschillend van de boekwaarde aan afgeschreven kostprijs aangezien vaste en variabele rentevoeten niet significant verschillen. 27. ANDERE GEGEVEN VERPLICHTINGEN Het totaal van de gegeven verplichtingen andere dan de zakelijke zekerheden voor de Groep CFE voor de periode afgesloten op 31 december 2024 bedraagt 364.022 duizend euro (december 2023 : 357.628 duizend euro). Het wordt onderverdeeld naar aard als volgt : Boekjaar afgesloten op 31 december 2024 2023 (duizend euro) Goede uitvoering en performance bonds (a) 277.654 263.051 Biedingen (b) 0 0 Garantie-inhouding (c) 0 1.749 Overige gegeven verplichtingen (d) 86.368 92.828 Totaal overige gegeven verplichtingen 364.022 357.628 (a) Garanties gegeven in het kader van de uitvoering van de overeenkomsten inzake werken. In geval van wanprestatie van de bouwonderneming, verbindt de bank (of de verzekeringsmaatschappij) zich ertoe de klant tot aan het bedrag van de garantie te vergoeden. (b) Garanties gegeven in het kader van aanbestedingen in verband met de overeenkomsten inzake werken. (c) Garanties gegeven door de bank aan een klant waarin de teruggave van de voorschotten op contracten wordt gegarandeerd. (d) Kredietbrieven– voltooiingsgaranties wet Breyne - hypotheken en hypotheekmandaten. De rubriek “andere gegeven verplichtingen” betreft voornamelijk de afwerkingsgaranties (Wet Breyne) en de hypotheken toegekend als onderdeel van projectfinancieringen in het segment Vastgoedontwikkeling (voornamelijk voor Pourpelt, Herrenberg en Mimosa). Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 204 28. ANDERE ONTVANGEN VERPLICHTINGEN Het totaal van de ontvangen verplichtingen voor de Groep CFE voor de periode afgesloten op 31 december 2024 bedraagt 53.264 duizend euro (2023 : 48.589 duizend euro) en wordt als volgt onderverdeeld: Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2024 2023 Goede uitvoering en performance bonds 47.338 43.175 Overige ontvangen verplichtingen 5.926 5.414 Totaal overige ontvangen verplichtingen 53.264 48.589 29. GESCHILLEN De Groep CFE kent een aantal geschillen dat men als normaal kan beschouwen in de sectoren Bouw & Renovatie en Multitechnieken. In het merendeel van de gevallen tracht de Groep CFE een dading te sluiten met de tegenpartij, wat bijgevolg het aantal procedures sterk heeft verminderd. De Groep CFE tracht tevens de bedragen terug te vorderen bij haar klanten. Het is echter onmogelijk om een inschatting te geven van dit potentieel actief. 30. VERBONDEN PARTIJEN Ackermans & van Haaren (AvH) bezit 15.725.684 aandelen van CFE op 31 december 2024 en is bijgevolg de voornaamste aandeelhouder van CFE met 62,12 % van de aandelen. CFE N.V. heeft een dienstencontract afgesloten met Ackermans & van Haaren N.V. De door CFE N.V. verschuldigde vergoedingen op grond van dit contract bedragen 373 duizend euro (2023: 350 duizend euro) in 2024. Op 31 december 2024 oefent de Groep CFE een gezamenlijke controle met Ackermans & van Haaren uit over Deep C Holding N.V., Green Offshore N.V. en GreenStor N.V.. Op 31 december 2024, wordt het dagelijks beheer van CFE verzorgd door Trorema B.V., vertegenwoordigd door Raymund Trost, CEO en Voorzitter van het Executief Comité. De zes andere leden van het Executief Comité zijn: MSQ B.V., vertegenwoordigd door Fabien De Jonge, Artist Valley N.V., vertegenwoordigd door Jacques Lefèvre, COEDO B.V., vertegenwoordigd door Arnaud Regout, Focus2LER B.V., vertegenwoordigd door Valérie Van Brabant en Consulton V.O.F., vertegenwoordigd door Peter Matton en Bruno Lambrecht. De enige transacties tussen CFE en de leden van het Executief Comité zijn: - de facturering van hun prestaties via hun managementvennootschap; - transacties in het kader van incentiveplannen op lange termijn (wij verwijzen naar toelichting 21 ‘Informatie over het aandelenoptieplan op aandelen’); De bedragen van de remuneraties en andere voordelen die direct of indirect aan de leden van het voornoemde management van CFE werden toegekend, zijn als volgt (globaal uitgedrukte bedragen in duizend euro): Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2024 2023 Vaste vergoedingen 3.350 2.790 Variabele vergoedingen op korte termijn 1.263 1.533 Overige voordelen 0 0 Totaal 4.613 4.323 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 205 De transacties met verbonden partijen betreffen voornamelijk de operaties met de vennootschappen waarin CFE een opmerkelijke invloed of een gezamenlijke controle heeft. Deze transacties worden op basis van een marktprijs uitgevoerd. Tijdens het boekjaar 2024 werd geen significante verandering in de aard van de transacties tussen verbonden partijen in vergelijking met 31 december 2023 vastgesteld. De commerciële transacties of financieringstransacties tussen de Groep CFE en de deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast, zijn als volgt: Boekjaar afgesloten op 31 december 2024 2023 (duizend euro) Activa met verbonden partijen 169.313 166.699 Financiële vaste activa 146.142 143.955 Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen 15.223 15.874 Overige vlottende activa 7.948 6.870 Passiva met verbonden partijen 8.962 15.154 Overige langlopende schulden 8.901 14.936 Handelsschulden en overige schulden 61 218 De daling van de overige langlopende schulden wordt voornamelijk verklaard door de evolutie van de leningen in het segment Vastgoedontwikkeling (De Brouckere office: +2,7 miljoen euro gecompenseerd door Gravity, -6,3 miljoen euro en M1, -2,7 miljoen euro) Boekjaar afgesloten op 31 december 2024 2023 (duizend euro) Lasten en opbrengsten met verbonden partijen 77.588 52.407 Omzet en overige exploitatiebaten 68.902 44.362 Aankopen en overige exploitatiebaten (264) (445) Financiële lasten en opbrengsten 8.951 8.490 De omzet en overige exploitatiebaten ten opzichte van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast stijgen voornamelijk bij de poolse projecten Chmielna en Cavallia. 31. BEZOLDIGING VAN DE COMMISSARIS De bezoldiging van de commissaris voor het geheel van de Groep, inclusief CFE N.V. (boekjaar 2024) bedraagt: (duizend euro) Ernst & Young Bedrag%Audit Bezoldiging van de commissaris 830 81,8% Andere controleopdrachten 158 15,6% Andere opdrachten buiten de revisorale opdrachten 20 2,0% Subtotaal audit 1.008 99,3% Non-audit Belastingadviesopdrachten 7 0,7% Subtotaal non-audit 7 0,7% Totaal honoraria commissaris der rekeningen 1.015 100% 32. BELANGRIJKE GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM Na 31 december 2024 is de financiële en commerciële situatie van de Groep CFE niet beduidend gewijzigd. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 206 33. ONDERNEMINGEN BEHORENDE TOT DE GROEP CFE LIJST VAN DE BELANGRIJKSTE INTEGRAAL GECONSOLIDEERDE DOCHTERONDERNEMINGEN IN 2024 AANDEEL VAN DE NAAM ZETEL OPERATIONELE SEGMENT GROEP IN % EUROPA België BPI PURE NV Brussel Vastgoedontwikkeling 100% BPI REAL ESTATE BELGIUM NV Brussel Vastgoedontwikkeling 100% BPI SAMAYA SA Brussel Vastgoedontwikkeling 100% BPI SERENITY VALLEY SA Brussel Vastgoedontwikkeling 100% BPI PARK WEST SA Brussel Vastgoedontwikkeling 100% PROJECTONTWIKKELING VAN WELLEN NV Brussel Vastgoedontwikkeling 100% WOLIMMO SA Brussel Vastgoedontwikkeling 100% ZEN FACTORY SA Brussel Vastgoedontwikkeling 100% BRANTEGEM NV Aalst Multitechnieken 100% MOBIX NV Mechelen Multitechnieken 100% MOBIX ENGETEC SA Manage Multitechnieken 100% VMA NV Sint-Martens-Latem Multitechnieken 100% VMA SUD SA Jumet Multitechnieken 100% VMA BE.MAINTENANCE SA Brussel Multitechnieken 100% ARTHUR VANDENDORPE NV Zedelgem Bouw & Renovatie 100% BATIMENTS ET PONTS CONSTRUCTION (BPC) SA Brussel Bouw & Renovatie 100% BPC GROUP SA Brussel Bouw & Renovatie 100% BENELMAT SA Gembloux Bouw & Renovatie 100% DESIGN & ENGINEERING SA Brussel Bouw & Renovatie 100% GROEP TERRYN NV Moorslede Bouw & Renovatie 100% GROEP TERRYN CONSTRUCT NV Moorslede Bouw & Renovatie 100% KORLAM NV Moorslede Bouw & Renovatie 100% LAMCOL SA Marche-en-Famenne Bouw & Renovatie 100% MBG NV Wilrijk Bouw & Renovatie 100% TERRYN TIMBER PRODUCTS NV Moorslede Bouw & Renovatie 100% VAN LAERE NV Zwijndrecht Bouw & Renovatie 100% WEFIMA NV Zwijndrecht Bouw & Renovatie 100% WOOD SHAPERS SA Brussel Bouw & Renovatie 100% CFE CONTRACTING SA Brussel Investeringen & Holding 100% HDP CHARLEROI SA Brussel Investeringen & Holding 100% PULSE NV Brussel Investeringen & Holding 100% Groothertogdom Luxemburg BPI REAL ESTATE LUXEMBOURG S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 100% CENTRAL PARC S.À R.L. Luxemburg Vastgoedontwikkeling 100% HERRENBERG S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 100% IMMO KIRCHBERG S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 100% JFK DEVELOPPEMENT 1 S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 100% JFK DEVELOPPEMENT 2 S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 100% MIMOSAS REAL ESTATE S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 100% MIMOSAS COLIVING S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 100% POURPELT SA Leudelange Vastgoedontwikkeling 100% PRINCE HENRI S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 100% COMPAGNIE LUXEMBOURGEOISE D’ENTREPRISES CLE SA Leudelange Bouw & Renovatie 100% IMMO-BECHEL CLE S.À R.L. Leudelange Bouw & Renovatie 100% WOOD SHAPERS LUXEMBOURG SA Leudelange Bouw & Renovatie 100% SOCIETE FINANCIERE D’ENTREPRISES SFE SA Leudelange Investeringen & Holding 100% Polen BPI BERNADOWO SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI PIANO SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI OBRZEZNA SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI WAGROWSKA SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI PANOWAMIQ SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI PROJECT X SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI PROJECT XI SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI CZYSTA SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI REAL ESTATE POLAND SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI WOLARE SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 207 BPI WROCLAW SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% VMA POLSKA SP. Z O.O. Kobierzyce Multitechnieken 100% CFE POLSKA SP. Z O.O. Warschau Bouw & Renovatie 100% Andere Europese landen CFE BAU GMBH Berlin, Duitsland Bouw & Renovatie 100% VMA MIDLANDS LTD Yorkshire, Groot-Brittannië Multitechnieken 100% CFE CONTRACTING AND ENGINEERING SRL Bucarest, Roemenië Investeringen & Holding 100% AMERIKA Verenigde staten VMA US INC South Carolina Multitechnieken 100% LIJST VAN DE BELANGRIJKSTE JOINT VENTURES GECONSOLIDEERD VOLGENS DE VERMOGENSMUTATIEMETHODE IN 2024 AANDEEL VAN DE NAAM ZETEL OPERATIONELE SEGMENT GROEP IN % EUROPA België ARLON 53 SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% BAVIERE DEVELOPPEMENT SA Luik Vastgoedontwikkeling 30% BATAVES 1521 SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% DEBROUCKERE DEVELOPMENT SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% DEBROUCKERE LAND SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% DEBROUCKERE LEISURE SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% DEBROUCKERE OFFICE SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% ERASMUS GARDENS SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% ESPACE ROLIN SA Brussel Vastgoedontwikkeling 33,33% FONCIERE DE BAVIERE SA Luik Vastgoedontwikkeling 30% FONCIERE DE BAVIERE A SA Luik Vastgoedontwikkeling 30% FONCIERE DE BAVIERE C SA Luik Vastgoedontwikkeling 30% GOODWAYS SA Antwerpen Vastgoedontwikkeling 50% IMMOANGE SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% IMMO PA 33 1 SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% IMMO PA 44 1 SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% IMMO PA 44 2 SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% JOMA 2060 NV Brussel Vastgoedontwikkeling 70% KEYWEST DEVELOPMENT SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% LES JARDINS DE OISQUERCQ SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% LES 2 PRINCES DEVELOPMENT SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% LIFE SHAPERS NV Brussel Vastgoedontwikkeling 70% MG IMMO SRL Brussel Vastgoedontwikkeling 50% PRE DE LA PERCHE CONSTRUCTION SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% PROMOTION LEOPOLD SA Brussel Vastgoedontwikkeling 30,44% SAMAYA DEVELOPMENT SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% TERVUREN SQUARE SA Brussel Vastgoedontwikkeling 37,50% TULIP ANTWERP NV Brussel Vastgoedontwikkeling 70% VICTOR BARA SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% VICTOR SPAAK SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% VICTOR ESTATE SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% VICTOR PROPERTIES SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% VAN MAERLANT RESIDENTIAL SA Brussel Vastgoedontwikkeling 40% LUWA MAINTENANCE SA Wierde Multitechnieken 25% LIGHTHOUSE PARKING NV Gent Bouw & Renovatie 33,33% BPG CONGRES SA Brussel Investeringen & Holding 49% BPG HOTEL SA Brussel Investeringen & Holding 49% GREEN OFFSHORE NV en haar dochterondernemingen Antwerpen Investeringen & Holding 50% GREENSTOR NV en haar dochterondernemingen Antwerpen Investeringen & Holding 50% DEEP C HOLDING NV en haar dochterondernemingen Antwerpen Investeringen & Holding 50% Groothertogdom Luxemburg BAYSIDE FINANCE SRL Luxemburg Vastgoedontwikkeling 40% BEDFORD FINANCE SRL Luxemburg Vastgoedontwikkeling 40% CHATEAU DE BEGGEN S.À R.L. Luxemburg Vastgoedontwikkeling 50% EMELY S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 50% GRAVITY SA Luxemburg Vastgoedontwikkeling 50% JFK REAL ESTATE S.À R.L. Luxemburg Vastgoedontwikkeling 57,45% M1 SA Luxemburg Vastgoedontwikkeling 33,33% Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 208 M7 S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 33,33% THE ROOTS REAL ESTATE S.À R.L. Luxemburg Vastgoedontwikkeling 50% THE ROOTS OFFICE S.À R.L. Luxemburg Vastgoedontwikkeling 50% Polen CAVALLIA SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 50% BPI CHMIELNA SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 50% BPI WIESLAWA SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 50% AFRIKA TunisiëBIZERTE CAP 3000 SA en haar dochteronderneming Tunis Investeringen & Holding 20% LIJST VAN DE BELANGRIJKSTE GEASSOCIEERDE DOCHTERONDERNEMINGEN GECONSOLIDEERD VOLGENS DE VERMOGENSMUTATIEMETHODE IN 2024 AANDEEL VAN DE NAAM ZETEL OPERATIONELE SEGMENT GROEP IN % EUROPA België EUROPEA HOUSING SA Brussel Vastgoedontwikkeling 33% MALL OF EUROPE SA Brussel Vastgoedontwikkeling 1,5% HOFKOUTER NV Zwijndrecht Bouw & Renovatie 35% LUWA SA Wierde Investeringen & Holding 12% LIJST VAN DE BELANGRIJKSTE INTEGRAAL GECONSOLIDEERDE DOCHTERONDERNEMINGEN IN 2023 AANDEEL VAN DE NAAM ZETEL OPERATIONELE SEGMENT GROEP IN % EUROPA België BPI PURE NV Brussel Vastgoedontwikkeling 100% BPI REAL ESTATE BELGIUM NV Brussel Vastgoedontwikkeling 100% BPI SAMAYA SA Brussel Vastgoedontwikkeling 100% BPI SERENITY VALLEY SA Brussel Vastgoedontwikkeling 100% BPI PARK WEST SA Brussel Vastgoedontwikkeling 100% PROJECTONTWIKKELING VAN WELLEN NV Brussel Vastgoedontwikkeling 100% WOLIMMO SA Brussel Vastgoedontwikkeling 100% ZEN FACTORY SA Brussel Vastgoedontwikkeling 100% BRANTEGEM NV Aalst Multitechnieken 100% MOBIX NV Mechelen Multitechnieken 100% MOBIX ENGETEC SA Manage Multitechnieken 100% VMA NV Sint-Martens-Latem Multitechnieken 100% VMA SUD SA Jumet Multitechnieken 100% VMA BE.MAINTENANCE SA Brussel Multitechnieken 100% VMA SUSTAINABILITY FUND I NV Brussel Multitechnieken 100% ARTHUR VANDENDORPE NV Zedelgem Bouw & Renovatie 100% BATIMENTS ET PONTS CONSTRUCTION (BPC) SA Brussel Bouw & Renovatie 100% BPC GROUP SA Brussel Bouw & Renovatie 100% BENELMAT SA Gembloux Bouw & Renovatie 100% DESIGN & ENGINEERING SA Brussel Bouw & Renovatie 100% GROEP TERRYN NV Moorslede Bouw & Renovatie 100% GROEP TERRYN CONSTRUCT NV Moorslede Bouw & Renovatie 100% KORLAM NV Moorslede Bouw & Renovatie 100% LAMCOL SA Marche-en-Famenne Bouw & Renovatie 100% MBG NV Wilrijk Bouw & Renovatie 100% TERRYN TIMBER PRODUCTS NV Moorslede Bouw & Renovatie 100% VAN LAERE NV Zwijndrecht Bouw & Renovatie 100% WEFIMA NV Zwijndrecht Bouw & Renovatie 100% WOOD SHAPERS SA Brussel Bouw & Renovatie 100% CFE CONTRACTING SA Brussel Investeringen & Holding 100% HDP CHARLEROI SA Brussel Investeringen & Holding 100% Groothertogdom Luxemburg BPI REAL ESTATE LUXEMBOURG S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 100% CENTRAL PARC S.À R.L. Luxemburg Vastgoedontwikkeling 100% Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 209 HERRENBERG S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 100% IMMO KIRCHBERG S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 100% JFK DEVELOPPEMENT 1 S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 100% JFK DEVELOPPEMENT 2 S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 100% MIMOSAS REAL ESTATE S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 100% POURPELT SA Leudelange Vastgoedontwikkeling 100% PRINCE HENRI S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 100% COMPAGNIE LUXEMBOURGEOISE D’ENTREPRISES CLE SA Leudelange Bouw & Renovatie 100% IMMO-BECHEL CLE S.À R.L. Leudelange Bouw & Renovatie 100% WOOD SHAPERS LUXEMBOURG SA Leudelange Bouw & Renovatie 100% SOCIETE FINANCIERE D’ENTREPRISES SFE SA Leudelange Investeringen & Holding 100% Polen BPI BERNADOWO SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI PROJECT II SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI OBRZEZNA SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI WAGROWSKA SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI JARACZA SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 80% BPI PROJECT VIII SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI PROJECT IX SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI VILDA PARK SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI BARSKA SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI CZYSTA SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI REAL ESTATE POLAND SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI WOLARE SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI WROCLAW SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% VMA POLSKA SP. Z O.O. Kobierzyce Multitechnieken 100% CFE POLSKA SP. Z O.O. Warschau Bouw & Renovatie 100% Andere Europese landen CFE BAU GMBH Berlin, Duitsland Bouw & Renovatie 100% VMA MIDLANDS LTD Yorkshire, Groot-Brittannië Multitechnieken 100% CFE CONTRACTING AND ENGINEERING SRL Bucarest, Roemenië Investeringen & Holding 100% AMERIKA Verenigde staten VMA US INC South Carolina Multitechnieken 100% LIJST VAN DE BELANGRIJKSTE JOINT VENTURES GECONSOLIDEERD VOLGENS DE VERMOGENSMUTATIEMETHODE IN 2023 AANDEEL VAN DE NAAM ZETEL OPERATIONELE SEGMENT GROEP IN % EUROPA België ARLON 53 SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% BAVIERE DEVELOPPEMENT SA Luik Vastgoedontwikkeling 30% BATAVES 1521 SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% DEBROUCKERE DEVELOPMENT SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% DEBROUCKERE LAND SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% DEBROUCKERE LEISURE SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% DEBROUCKERE OFFICE SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% ERASMUS GARDENS SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% ESPACE ROLIN SA Brussel Vastgoedontwikkeling 33,33% FONCIERE DE BAVIERE SA Luik Vastgoedontwikkeling 30% FONCIERE DE BAVIERE A SA Luik Vastgoedontwikkeling 30% FONCIERE DE BAVIERE C SA Luik Vastgoedontwikkeling 30% GOODWAYS SA Antwerpen Vastgoedontwikkeling 50% IMMOANGE SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% IMMO PA 33 1 SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% IMMO PA 44 1 SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% IMMO PA 44 2 SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% JOMA 2060 NV Brussel Vastgoedontwikkeling 70% KEYWEST DEVELOPMENT SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% LA RESERVE PROMOTION NV Gent Vastgoedontwikkeling 33% LES JARDINS DE OISQUERCQ SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% LES 2 PRINCES DEVELOPMENT SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% LIFE SHAPERS NV Brussel Vastgoedontwikkeling 70% Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 210 MG IMMO SRL Brussel Vastgoedontwikkeling 50% PRE DE LA PERCHE CONSTRUCTION SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% PROMOTION LEOPOLD SA Brussel Vastgoedontwikkeling 30,44% SAMAYA DEVELOPMENT SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% TERVUREN SQUARE SA Brussel Vastgoedontwikkeling 37,50% TULIP ANTWERP NV Brussel Vastgoedontwikkeling 70% VICTOR BARA SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% VICTOR SPAAK SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% VICTOR ESTATE SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% VICTOR PROPERTIES SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% VAN MAERLANT RESIDENTIAL SA Brussel Vastgoedontwikkeling 40% LUWA MAINTENANCE SA Wierde Multitechnieken 25% LIGHTHOUSE PARKING NV Gent Bouw & Renovatie 33,33% WOOD GARDENS SA Brussel Bouw & Renovatie 50% PPP BETRIEB SCHULEN EUPEN SA Eupen Investeringen & Holding 25% PPP SCHULEN EUPEN SA Eupen Investeringen & Holding 19% BPG CONGRES SA Brussel Investeringen & Holding 49% BPG HOTEL SA Brussel Investeringen & Holding 49% GREEN OFFSHORE NV en haar dochterondernemingen Antwerpen Investeringen & Holding 50% GREENSTOR NV en haar dochterondernemingen Antwerpen Investeringen & Holding 50% DEEP C HOLDING NV en haar dochterondernemingen Antwerpen Investeringen & Holding 50% Groothertogdom Luxemburg BAYSIDE FINANCE SRL Luxemburg Vastgoedontwikkeling 40% BEDFORD FINANCE SRL Luxemburg Vastgoedontwikkeling 40% CHATEAU DE BEGGEN S.À R.L. Luxemburg Vastgoedontwikkeling 50% EMELY S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 50% GRAVITY SA Luxemburg Vastgoedontwikkeling 50% IMMO MARIAL S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 50% JFK REAL ESTATE S.À R.L. Luxemburg Vastgoedontwikkeling 57,45% M1 SA Luxemburg Vastgoedontwikkeling 33,33% M7 S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 33,33% THE ROOTS REAL ESTATE S.À R.L. Luxemburg Vastgoedontwikkeling 50% THE ROOTS OFFICE S.À R.L. Luxemburg Vastgoedontwikkeling 50% Polen CAVALLIA SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 50% BPI CHMIELNA SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 50% AFRIKA TunisiëBIZERTE CAP 3000 SA en haar dochteronderneming Tunis Investeringen & Holding 20% LIJST VAN DE BELANGRIJKSTE GEASSOCIEERDE DOCHTERONDERNEMINGEN GECONSOLIDEERD VOLGENS DE VERMOGENSMUTATIEMETHODE IN 2023 AANDEEL VAN DE NAAM ZETEL OPERATIONELE SEGMENT GROEP IN % EUROPA België EUROPEA HOUSING SA Brussel Vastgoedontwikkeling 33% MALL OF EUROPE SA Brussel Vastgoedontwikkeling 1,5% HOFKOUTER NV Zwijndrecht Bouw & Renovatie 35% LUWA SA Wierde Investeringen & Holding 12% Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 211 AFSTEMMING VAN ALTERNATIEVE FINANCIËLE INDICATOREN Zoals hieronder wordt weergegeven, gebruikt CFE prestatie-indicatoren om de financiële prestaties van de Groep te meten. Definities van deze indicatoren zijn beschikbaar in de sectie "definities" van dit verslag. De netto financiële schuld, werkkapitaal- en EBITDA-indicatoren worden berekend op basis van de geconsolideerde resultatenrekening en het geconsolideerd overzicht van de financiële positie : Netto financiële schuld Boekjaar afgesloten op 31 december 2024 (duizend euro) Vastgoed- ontwikkeling Multi- technieken Bouw & Renovatie Investeringen & Holding Eliminaties tussen polen Totaal geconsolideerd Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep () 40.000 0 0 0 (40.000) 0 + Langlopende financiële schulden 31.690 26.158 19.477 107.505 0 184.830 + Kortlopende financiële schulden 18.490 6.086 5.462 337 0 30.375 + Interne kaspositie - Cash pooling - passief () 22.222 4.555 17.982 265.769 (310.528) 0 Financiële schulden 112.402 36.799 42.921 373.611 (350.528) 215.205 - Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep () 0 0 0 (40.000) 40.000 0 - Geldmiddelen en kasequivalenten (7.230) (2.533) (80.300) (83.447) 0 (173.510) - Interne kaspositie - Cash pooling - actief () (9.774) (59.768) (218.449) (22.537) 310.528 0 Geldmiddelen en kasequivalenten (17.004) (62.301) (298.749) (145.984) 350.528 (173.510) Netto financiële schuld 95.398 (25.502) (255.828) 227.627 0 41.695 Netto financiële schuld Boekjaar afgesloten op 31 december 2023 (duizend euro) Vastgoed- ontwikkeling Multi- technieken Bouw & Renovatie Investeringen & Holding Eliminaties tussen polen Totaal geconsolideerd Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep () 40.000 0 4.000 0 (44.000) 0 + Langlopende financiële schulden 53.424 26.054 18.838 92.649 0 190.965 + Kortlopende financiële schulden 10.341 5.835 4.951 35.267 0 56.394 + Interne kaspositie - Cash pooling - passief () 18.435 14.386 9.368 209.823 (252.012) 0 Financiële schulden 122.200 46.275 37.157 337.739 (296.012) 247.359 - Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep () 0 0 0 (44.000) 44.000 0 - Geldmiddelen en kasequivalenten (4.390) (3.249) (78.045) (68.408) 0 (154.092) - Interne kaspositie - Cash pooling - actief () (17.749) (42.529) (167.981) (23.753) 252.012 0 Geldmiddelen en kasequivalenten (22.139) (45.778) (246.026) (136.161) 296.012 (154.092) Netto financiële schuld 100.061 497 (208.869) 201.578 0 93.267 () Deze rekeningen hebben betrekking op de kasposities tegenover de entiteiten die deel uitmaken van de andere segmenten van de Groep (voornamelijk CFE N.V. en CFE Contracting N.V.) Behoefte aan werkkapitaal Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2024 2023 Voorraden 141.375 161.844 + Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen 265.481 313.580 + Bouwcontracten - activa 62.696 68.411 + Overige vlottende activa uit niet-operationele activiteiten 7.329 5.637 - Handelsschulden en overige schulden (289.176) (317.761) - Fiscale schulden (6.342) (9.358) - Bouwcontracten - passiva (208.844) (201.618) - Overige kortlopende verplichtingen uit niet-operationele activiteiten (58.719) (71.604) Behoefte aan werkkapitaal (86.200) (50.869) Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 212 EBITDA Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2024 2023 Resultaat van de operationele activiteiten 28.037 28.185 Afschrijvingen op (im)materiële vaste activa 21.832 21.348 Geconsolideerde EBITDA 49.869 49.533 Rendement op eigen vermogen (ROE) Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2024 2023 Eigen vermogen - deel van de groep, opening 236.770 224.653 Nettoresultaat - deel van de groep 23.963 22.779 Rendement op eigen vermogen (ROE) 10,1% 10,1% Ingezet kapitaal Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2024 2023 Netto financiële schuld 41.695 93.267 Eigen vermogen - deel van de groep 247.768 236.770 Ingezet kapitaal 289.463 330.037 Schuldgraad Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2024 2023 Netto financiële schuld 41.695 93.267 Ingezet kapitaal 289.463 330.037 Schuldgraad 14,4% 28,3% Het uitstaand vastgoedbestand en het rendement van het eigen vermogen van het segment Vastgoedontwikkeling worden berekend op basis van het geconsolideerd overzicht van de financiële positie per segment: Vastgoedbestand Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2024 2023 Eigen vermogen - vastgoedontwikkeling 160.328 159.141 Netto financiële schuld - vastgoedontwikkeling 95.398 100.061 Vastgoedbestand 255.726 259.202 Rendement op eigen vermogen (ROE) - Vastgoedontwikkeling Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2024 2023 Eigen vermogen, opening - Vastgoedontwikkeling 159.141 118.749 Nettoresultaat uit voortgezette activiteiten - deel van de groep - Vastgoedontwikkeling 8.023 11.669 Rendement op eigen vermogen (ROE) - Vastgoedontwikkeling 5,0% 9,8% Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 213 VERKLARING OVER HET GETROUWE BEELD VAN DE FINANCIËLE STATEN EN HET GETROUWE OVERZICHT IN HET BEHEERSVERSLAG (Artikel 12, par 2, 3° van het Koninklijk besluit van 14.11.2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt) We verklaren, namens en voor rekening van Aannemingsmaatschappij CFE N.V. en onder verantwoordelijkheid van de maatschappij dat, voor zover ons bekend, 1. de jaarrekeningen, die zijn opgesteld overeenkomstig de toepasselijke standaarden voor jaarrekeningen, een getrouw beeld geven van het vermogen, van de financiële toestand en van de resultaten van Aannemingsmaatschappij CFE N.V. en van de in de consolidatie opgenomen ondernemingen; 2. het jaarverslag een getrouw overzicht geeft van de ontwikkeling en de resultaten van het bedrijf en van de positie van Aannemingsmaatschappij CFE N.V. en van de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, alsmede een beschrijving van de voornaamste risico’s en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden. HANDTEKENINGEN Naam : Fabien De Jonge Raymund Trost Handelend in naam van een BV *Handelend in naam van een BV Functie : Financieel en administratief directeur. Gedelegeerd bestuurder en Voorzitter van het Executief Comité . Datum : 17 maart 2025 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 214 ALGEMENE INLICHTINGEN OVER DE VENNOOTSCHAP Identiteit van de vennootschap: Aannemingsmaatschappij CFE Zetel: Edmond Van Nieuwenhuyselaan 30, 1160 Brussel (België) Telefoon: + 32 2 661 12 11 Rechtsvorm: Naamloze vennootschap Wetgeving: Belgisch Oprichting: 21 juni 1880 Duur: onbepaald Boekjaar: vanaf 1 januari tot 31 december van elk jaar Handelsregister: RPM Brussel 0400 464 795 – BTW 400.464.795 Plaatsen waar de juridische documenten kunnen worden geraadpleegd: op de maatschappelijke zetel van de vennootschap SOCIAAL DOEL (ARTIKEL 2 VAN DE STATUTEN) « De vennootschap heeft als doel het bestuderen en uitvoeren, in België alsmede in het buitenland, hetzij alleen hetzij gezamenlijk met andere natuurlijke of rechtspersonen, publiek- of privaatrechtelijk, voor eigen rekening of voor rekening van publiek- of privaatrechtelijke derden, van welk danige aanneming van werken en bouwwerken, in alle en elk van haar beroepen, onder andere elektriciteit en milieu. Zij kan eveneens diensten aanverwant aan deze activiteiten verlenen, voor de promotie ervan zorgen, deze direct of indirect uitbaten of in concessie brengen, alsmede eender welke aankoop-, verkoop- huur-, verhuur-, of leasingverrichting uitvoeren die verband houdt met deze aannemingen. Zij kan direct of indirect deelnemingen verwerven, houden of overdragen in iedere bestaande of op te richten vennootschap of maatschappij, bij wijze van verwerving, fusie, splitsing of anderszins. Zij kan alle commerciële, industriële, administratieve, financiële verrichtingen uitvoeren, roerend of onroerend, die direct of indirect verband houden met haar doel, zelfs gedeeltelijk, of van aard zijn om de verwezenlijking ervan te vergemakkelijken of te ontwikkelen, zowel voor haarzelf als voor haar dochtervennootschappen. De algemene vergadering mag het maatschappelijk doel wijzigen onder de bij artikel vijfhonderd negenenvijftig van het Wetboek van vennootschappen bepaalde voorwaarden. » Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 215 Verslag van de commissaris van 28 maart 2025 over de Geconsolideerde Jaarrekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2024 (vervolg) of Compagnie d'Entreprises CFE SA as of and for the year ended 31 december 2024 (continued) 1 Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering van Aannemingsmaatschappij CFE NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2024 In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV (de “Vennootschap”) en haar dochterondernemingen (samen “de Groep”), brengen wij u verslag uit in het kader van ons mandaat van commissaris. Dit verslag omvat ons oordeel over de geconsolideerde staat van de financiële positie op 31 december 2024, de geconsolideerde resultatenrekening en het geconsolideerd overzicht van het globaal resultaat, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht van het boekjaar afgesloten op 31 december 2024 en over de toelichting, met informatie van materieel belang over de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving (alle stukken gezamenlijk de “Geconsolideerde Jaarrekening”) en omvat tevens ons verslag betreffende overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Deze verslagen zijn één en ondeelbaar. Wij werden als commissaris benoemd door de algemene vergadering op 2 mei 2024, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die zal beraadslagen over de Geconsolideerde Jaarrekening afgesloten op 31 december 2026. We hebben de wettelijke controle van de Geconsolideerde Jaarrekening van de Groep uitgevoerd gedurende 4 opeenvolgende boekjaren. Verslag over de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening Oordeel zonder voorbehoud Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de Geconsolideerde Jaarrekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV, die de geconsolideerde staat van de financiële positie op 31 december 2024 omvat, alsook de geconsolideerde resultatenrekening en het geconsolideerd overzicht van het globaal resultaat, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum en de toelichting met inbegrip van de materieel belang zijnde gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving, met een geconsolideerd balanstotaal van € 1.101.747.000 en waarvan de geconsolideerde resultatenrekening afsluit met een winst van het boekjaar van € 23.963.000. Naar ons oordeel geeft de Geconsolideerde Jaarrekening een getrouw beeld van het geconsolideerde eigen vermogen en van de geconsolideerde financiële positie van de Groep op 31 december 2024, alsook van de geconsolideerde resultaten en de geconsolideerde kasstromen voor het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards zoals goedgekeurd door de Europese Unie (“IFRS”) en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften. Basis voor ons oordeel zonder voorbehoud We hebben onze controle uitgevoerd in overeenstemming met de International Standards on Auditing (“ISA’s”) die van toepassing zijn in België. Wij hebben bovendien de door International Auditing and Assurance Standards Board (“IAASB”) goedgekeurde ISA’s toegepast die van toepassing zijn op huidige afsluitingsdatum en nog niet goedgekeurd zijn op nationaal niveau. Onze verantwoordelijkheden uit hoofde van die standaarden zijn nader beschreven in het gedeelte “Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening” van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid. Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle- informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Kernpunten van de controle De kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die volgens ons professioneel oordeel het meest significant waren bij onze controle van de Geconsolideerde Jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden werden behandeld in de context van onze controle van de Geconsolideerde Jaarrekening als een geheel en bij het vormen van ons oordeel hieromtrent en Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 216 Verslag van de commissaris van 28 maart 2025 over de Geconsolideerde Jaarrekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2024 (vervolg) of Compagnie d'Entreprises CFE SA as of and for the year ended 31 december 2024 (continued) 2 derhalve formuleren wij geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden. Omzeterkenning en boekhoudkundige verwerking van projecten (segmenten Bouw & Renovatie en Multitechnieken) Beschrijving van het kernpunt Voor het gros van haar projecten (hierna “contracten” of “projecten”) erkent de Groep opbrengsten en winst à rato van de voortschrijding der werken, die gedefinieerd wordt als het aandeel van de gemaakte projectkosten voor de tot de balansdatum verrichte werkzaamheden versus de geschatte totale kosten bij voltooiing van het project. De erkenning van omzet en winst worden aldus gebaseerd op schattingen van de verwachte totale kosten per project. Kosten voor onvoorziene omstandigheden kunnen ook in deze schattingen worden opgenomen om rekening te houden met specifieke onzekere risico's of claims tegen de Groep. De omzet uit projecten kan ook variatie-orders en claims omvatten die per contract worden opgenomen wanneer de bijkomende opbrengsten met een hoge mate van zekerheid kunnen worden gewaardeerd. Omzeterkenning en boekhoudkundige verwerking van projecten omvat vaak een hoge mate van oordeelsvorming vanwege de complexiteit van projecten, onzekerheid over de nog op te lopen kosten en onzekerheid over de uitkomst van gesprekken met opdrachtgevers over variatie-orders en claims. Dit is een kernpunt van onze controle wegens een hoge graad van risico en bijhorende oordeelsvorming door de directie inzake de inschatting van de te erkennen omzet en winst of verlies, en wijzigingen in deze schattingen kunnen aanleiding geven tot belangrijke afwijkingen. Samenvatting van de uitgevoerde procedures • Wij hebben inzicht verkregen in het proces van contractopvolging, de erkenning van omzet en winst en, voor zover van toepassing, de voorzieningen voor verlieslatende contracten. Wij hielden rekening met het ontwerp en de implementatie van de belangrijkste interne controles, inclusief de controles uitgevoerd door de directie. • Op basis van kwantitatieve en kwalitatieve criteria hebben wij een steekproef van contracten geselecteerd om de belangrijkste en meest complexe schattingen en oordeelsvormingen te beoordelen. Tijdens deze testen hebben wij inzicht verworven in de huidige status en historiek van het project, en hebben wij de inschattingen m.b.t. deze projecten besproken met het senior uitvoerend en financieel management. Wij analyseerden de verschillen met eerdere projectinschattingen en evalueerden de consistentie met de ontwikkelingen van het project gedurende het jaar. • Wij hebben de accurate berekening van het percentage van de voortschrijding der werken (“percentage of completion”) en de bijhorende erkenning van omzet en winst voor een steekproef van projecten nagegaan. • Wij vergeleken de financiële prestaties van projecten ten opzichte van budgetten en historische trends. • Wij voerden werfbezoeken uit voor bepaalde projecten, en observeerden de voortschrijding der werken van die projecten en bespraken met het personeel ter plaatse de status en complexiteiten van het project die de verwachte totale kosten zouden kunnen beïnvloeden. • Wij analyseerden de correspondentie met klanten over variatie-orders en claims, en beoordeelden of deze informatie consistent is met de gemaakte inschattingen door de directie. • Wij inspecteerden belangrijke clausules voor een selectie van contracten. We identificeerden de relevante contract-clausules die een invloed hebben op de (ont)bundeling van contracten, boetes voor vertragingen, bonussen of succes-vergoedingen, en wij beoordeelden of deze clausules naar behoren zijn weerspiegeld in de bedragen die zijn opgenomen in de Geconsolideerde Jaarrekening. • We beoordeelden of de informatie in de toelichtingen 2 en 17 van de Geconsolideerde Jaarrekening gepast is. Omzeterkenning en waardering van voorraden (segment Vastgoedontwikkeling) Beschrijving van het kernpunt De waardering van de grondposities en de gemaakte bouwkosten voor residentiële ontwikkelingsprojecten is gebaseerd op de historische kostprijs of de lagere netto- realisatiewaarde. De beoordeling van de netto- realisatiewaarden omvat veronderstellingen met betrekking tot toekomstige marktontwikkelingen, vergunningsbeslissingen van overheidsinstanties, verdisconteringsvoeten en toekomstige veranderingen in kosten en verkoopprijzen. Deze schattingen zijn gevoelig voor gebruikte scenario's en assumpties en houden als zodanig een significante inschatting in van de directie. Het risico bestaat dat mogelijke bijzondere waardeverminderingen van voorraden niet adequaat worden verwerkt in de Geconsolideerde Jaarrekening. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 217 Verslag van de commissaris van 28 maart 2025 over de Geconsolideerde Jaarrekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2024 (vervolg) of Compagnie d'Entreprises CFE SA as of and for the year ended 31 december 2024 (continued) 3 Opbrengsten en resultaten worden erkend voor zover componenten (huisvestingseenheden) verkocht zijn, en à rato van de voortschrijding der werken. Omzet- en winsterkenning worden aldus verantwoord op basis van schattingen met betrekking tot de verwachte totale kosten per project. Vaak is er een hoge mate van inschatting vanwege de complexiteit van projecten en de onzekerheid over de verwachte kosten. Dit is een kernpunt van onze controle omdat er een hoge graad van risico gekoppeld is aan het inschatten van het bedrag van opbrengsten en winst die door de groep moet worden erkend in de periode, en wijzigingen in deze schattingen kunnen aanleiding geven tot belangrijke afwijkingen. Samenvatting van de uitgevoerde procedures • Wij hebben inzicht verkregen in het proces van contractopvolging, de erkenning van omzet en winst, en wij hielden rekening met het ontwerp en de implementatie van de belangrijkste interne controles, inclusief de controles uitgevoerd door de directie. • Wij hebben een steekproef van projectontwikkelingen getest en verifieerden de tot op heden gemaakte kosten met betrekking tot grondaankopen en onderhanden werk. We herrekenden ook het percentage van voortschrijding der werken op balansdatum, sloten verkoopwaarden aan met contracten, en controleerden de accuraatheid van de formule van winsterkenning. • Wij hebben de berekeningen van de netto realisatiewaarden nagekeken, en hebben de redelijkheid en consistentie van de door de directie gehanteerde assumpties en modellen beoordeeld. • Wij evalueerden de financiële prestaties van specifieke projecten ten opzichte van het budget en historische trends, met name om de redelijkheid van de kosten tot afwerking te beoordelen. • We beoordeelden of de informatie in de toelichtingen 2 en 18 van de Geconsolideerde Jaarrekening gepast is. Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan voor het opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de IFRS Accounting Standards en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor een systeem van interne beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten. In het kader van de opstelling van de Geconsolideerde Jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de Vennootschap om haar continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de Vennootschap te vereffenen of om de bedrijfsactiviteiten stop te zetten of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen. Onze verantwoordelijkheden voor de controle over de Geconsolideerde Jaarrekening Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de Geconsolideerde Jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA’s is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van de Geconsolideerde Jaarrekening, beïnvloeden. Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader dat van toepassing is op de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening in België na. De wettelijke controle biedt geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de Vennootschap en van de Groep, noch omtrent de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee het bestuursorgaan de bedrijfsvoering van de Vennootschap en van de Groep ter hand heeft genomen of zal nemen. Onze verantwoordelijkheden inzake de door het bestuursorgaan gehanteerde continuïteitsveronderstelling staan hieronder beschreven. Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA’s, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit: Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 218 Verslag van de commissaris van 28 maart 2025 over de Geconsolideerde Jaarrekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2024 (vervolg) of Compagnie d'Entreprises CFE SA as of and for the year ended 31 december 2024 (continued) 4 • het identificeren en inschatten van de risico’s dat de Geconsolideerde Jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of fouten, het bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden die op deze risico’s inspelen en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten om transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van het systeem van interne beheersing; • het verkrijgen van inzicht in het systeem van interne beheersing dat relevant is voor de controle, met als doel controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de effectiviteit van het systeem van interne beheersing van de Vennootschap en van de Groep; • het evalueren van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van de door het bestuursorgaan gemaakte schattingen en van de daarop betrekking hebbende toelichtingen; • het concluderen van de aanvaardbaarheid van de door het bestuursorgaan gehanteerde continuïteitsveronderstelling, en op basis van de verkregen controle-informatie, concluderen of er een onzekerheid van materieel belang bestaat met betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden die significante twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de Vennootschap en de Groep om de continuïteit te handhaven. Als we besluiten dat er sprake is van een onzekerheid van materieel belang, zijn wij ertoe gehouden om de aandacht in ons commissarisverslag te vestigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de Geconsolideerde Jaarrekening of, indien deze toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan te passen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot op de datum van ons commissarisverslag. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de continuïteit van de Vennootschap of van de Groep niet langer gehandhaafd kan worden; • het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud van de Geconsolideerde Jaarrekening, en of deze Geconsolideerde Jaarrekening de onderliggende transacties en gebeurtenissen weergeeft op een wijze die leidt tot een getrouw beeld. Wij communiceren met het auditcomité binnen het bestuursorgaan, onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die we identificeren gedurende onze controle. Omdat we de eindverantwoordelijkheid voor ons oordeel dragen, zijn we ook verantwoordelijk voor het organiseren, het toezicht en het uitvoeren van de controle van de dochterondernemingen van de Groep. In die zin hebben wij de aard en omvang van de controleprocedures voor deze entiteiten van de Groep bepaald. We verstrekken aan het auditcomité binnen het bestuursorgaan een verklaring dat we de relevante deontologische vereisten inzake onafhankelijkheid naleven en we melden hierin alle relaties en andere aangelegenheden die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid zouden kunnen beïnvloeden, alsook, voor zover van toepassing, de bijbehorende maatregelen die we getroffen hebben om onze onafhankelijkheid te waarborgen. Aan de hand van de aangelegenheden die met het auditcomité binnen het bestuursorgaan besproken worden, bepalen we de aangelegenheden die het meest significant waren bij de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening over de huidige periode en die daarom de kernpunten van onze controle uitmaken. We beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving. Verslag betreffende de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 219 Verslag van de commissaris van 28 maart 2025 over de Geconsolideerde Jaarrekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2024 (vervolg) of Compagnie d'Entreprises CFE SA as of and for the year ended 31 december 2024 (continued) 5 Verantwoordelijkheden van de commissaris In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm (Herzien) bij de in België van toepassing zijnde ISA’s, is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening te verifiëren alsook de andere informatie opgenomen in het jaarrapport, alsook verslag over deze aangelegenheden uit te brengen. Aspecten betreffende het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport Het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening bevat de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie die het voorwerp uitmaakt van ons afzonderlijk verslag over de beoordeling met een beperkte mate van zekerheid hiervan. Deze sectie betreft niet de assurance over de geconsolideerde duurzaamheids-informatie opgenomen in het jaarverslag. Naar ons oordeel, na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening, stemt dit jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening overeen met de Geconsolideerde Jaarrekening voor hetzelfde boekjaar, enerzijds, en is dit jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening opgesteld overeenkomstig artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, anderzijds. In de context van onze controle van de Geconsolideerde Jaarrekening, zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, op basis van de kennis verkregen in de controle, of het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport, zijnde: • financiële kerncijfers een afwijking van materieel belang bevat, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, hebben wij geen afwijking van materieel belang te melden. Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten verricht die onverenigbaar zijn met de wettelijke controle van de Geconsolideerde Jaarrekening en zijn in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Vennootschap. De honoraria voor de bijkomende opdrachten die verenigbaar zijn met de wettelijke controle van de Geconsolideerde Jaarrekening bedoeld in artikel 3:65 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen werden correct vermeld en uitgesplitst in de toelichting bij de Geconsolideerde Jaarrekening. Europees uniform elektronisch formaat (“ESEF”) Wij hebben, overeenkomstig de norm inzake de controle van de overeenstemming van de financiële overzichten met het Europees uniform elektronisch formaat (hierna “ESEF”), de controle uitgevoerd van de overeenstemming van het ESEF- formaat met de technische reguleringsnormen vastgelegd door de Europese Gedelegeerde Verordening nr. 2019/815 van 17 december 2018 (hierna: “Gedelegeerde Verordening”). Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen, in overeenstemming met de ESEF-vereisten, van de geconsolideerde financiële overzichten in de vorm van een elektronisch bestand in ESEF-formaat (hierna “de digitale geconsolideerde financiële overzichten”) opgenomen in het jaarlijks financieel verslag beschikbaar op het portaal van de FSMA (https://www.fsma.be/nl/stori). Het is onze verantwoordelijkheid voldoende en geschikte onderbouwende informatie te verkrijgen om te concluderen dat het formaat en de markeertaal van de digitale geconsolideerde financiële overzichten in alle van materieel belang zijnde opzichten voldoen aan de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening. Op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn wij van oordeel dat het formaat en de markering van informatie in de digitale geconsolideerde financiële overzichten van Compagnie d'Entreprises CFE SA per 31 december 2024 opgenomen Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 220 Verslag van de commissaris van 28 maart 2025 over de Geconsolideerde Jaarrekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2024 (vervolg) of Compagnie d'Entreprises CFE SA as of and for the year ended 31 december 2024 (continued) 6 in het jaarlijks financieel verslag beschikbaar op het portaal van de FSMA (https://www.fsma.be/nl/stori) in alle van materieel belang zijnde opzichten in overeenstemming zijn met de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening. Andere vermeldingen • Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014. Diegem, 28 maart 2025 EY Bedrijfsrevisoren BV Commissaris Vertegenwoordigd door Marnix Van Dooren * Partner * Handelend in naam van een BV Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 221 STATUTAIRE FINANCIELE STATEN S TATUTAIR OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE EN RESULTATENREKENING (BEGAAP) Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2024 2023 Oprichtingskosten 0 0 Vaste activa 314.109 310.461 Immateriële vaste activa 82 112 Materiële vaste activa 1.427 1.611 Financiële vaste activa 312.600 308.739 - Verbonden ondernemingen 312.595 308.732 - Overige 5 7 Vlottende activa 104.415 86.221 Vorderingen op meer dan één jaar 0 0 Voorraden en bestellingen in uitvoering 0 0 Vorderingen op ten hoogste één jaar 10.520 8.892 - Handelsvorderingen 6.590 7.319 - Overige vorderingen 3.930 1.573 Geldbeleggingen 5.065 5.009 Liquide middelen 82.870 67.961 Overlopende rekeningen 5.960 4.359 Totaal der activa 418.524 396.682 Eigen vermogen 139.043 142.322 Kapitaal 8.136 8.136 Uitgiftepremies 116.662 116.662 Herwaarderingsmeerwaarden 0 0 Reserves 6.274 6.274 Overdragen winst (+) of overgedragen verlies (-) 7.972 11.251 Voorzieningen en uitgestelde belastingen 3.988 4.006 Schulden 275.492 250.353 Schulden op meer dan één jaar 105.355 90.408 Schulden op ten hoogste één jaar 166.257 156.923 - Schulden op meer dan één jaar die binnen het jaar vervallen 53 53 - Financiële schulden 0 35.000 - Handelsschulden 4.947 5.241 - Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en social lasten en ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen 894 922 - Overige schulden 160.363 115.707 Overlopende rekeningen 3.880 3.022 Totaal van de passiva 418.524 396.682 Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 222 Boekjaar afgesloten op 31 dece mmbbeerr (duizend euro) 2024 2023 RESULTATEN Bedrijfsopbrengsten 17.854 19.632 Bedrijfskosten (22.009) (22.653) - Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen (76) (225) - Diensten en diverse goederen (16.022) (15.127) - Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen (5.500) (6.321) - Afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen (181) 315 - Overige (230) (1.295) Bedrijfsresultaat (4.155) (3.021) Financiële opbrengsten 21.869 23.351 Financiële kosten (11.063) (9.268) Resultaat vóór belastingen 6.651 11.062 Belastingen (heffingen en regularisering) (9) (9) Resultaat van het boekjaar 6.642 11.053 BESTEMMING Resultaat van het boekjaar 6.642 11.053 Overgedragen resultaat van het vorige boekjaar 11.251 10.954 Vergoeding van het kapitaal (9.921) (9.921) Wettelijke reserves 0 0 Overige reserves 0 (835) Over te dragen resultaat 7.972 11.251 ANALYSE VAN DE FINANCIËLE POSITIE EN VAN HET TOTAALRESULTAAT Op 31 december 2024, bedragen de schulden op meer dan één jaar 105 miljoen euro die de opgenomen bedragen op de bevestigde kredietlijnen (75 miljoen euro) en de handelspapieren (30 miljoen euro) omvatten. Het financiële resultaat omvat voornamelijk de dividenden van BPI Real Estate Belgium (8 miljoen euro) en Green Offshore (8,175 miljoen euro) gedeeltelijk gecompenseerd door financieringskosten van de financiële schulden.. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten Jaarverslag 2024 - CFE 223 ALGEMENE INFORMATIE OVER DE VENNOOTSCHAP Adres van de zetel Edmond Van Nieuwenhuyselaan 30, 1160 Brussel E-mail: [email protected] Website: https://www.cfe.be Datum van de oprichting, laatste wijziging van de statuten De Vennootschap werd opgericht bij notariële akte van 21 juni 1880, gepubliceerd in de Bijlagen van het Belgisch Staatsblad van 27 juni 1880 onder het nummer 911. De statuten werden herhaaldelijk gewijzigd, het laatst bij notariële akte van 2 mei 2024, gepubli - ceerd in de Bijlagen van het Belgisch Staatsblad van 6 juni 2024 onder het nummer 24085750. Duur van de vennootschap Onbeperkt Vennootschapsvorm – Toepasselijk recht Naamloze vennootschap naar Belgisch recht Doel van de Vennootschap De Vennootschap heeft als doel het bestuderen en uitvoeren, in België alsmede in het buitenland, hetzij alleen hetzij gezamenlijk met andere natuurlijke of rechtspersonen, publiek- of privaatrechtelijk, voor eigen rekening of voor rekening van publiek- of privaat - rechtelijke derden, van elke aanneming van werken en bouwwerken, in alle en elk van haar beroepen, onder andere elektriciteit en milieu. Zij kan eveneens diensten aanverwant aan deze activiteiten verlenen, voor de promotie ervan zorgen, deze rechtstreeks of onrechtstreeks uitbaten of in concessie brengen, alsmede eender welke aankoop-, verkoop-, huur-, verhuur- of leasingverrichting uitvoeren die verband houdt met deze aannemingen. Zij kan rechtstreeks of onrechtstreeks deelnemingen verwerven, houden of overdragen in iedere bestaande of op te richten ven - nootschap of maatschappij, bij wijze van verwerving, fusie, splitsing of anderszins. Zij kan alle commerciële, industriële, administratieve en nanciële verrichtingen uitvoeren of handelingen met betrekking tot roeren - de of onroerende goederen verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met haar doel, zelfs gedeeltelijk, of die van aard zijn om de verwezenlijking ervan te vergemakkelijken of te ontwikkelen, zowel voor haarzelf als voor haar dochteronderne - mingen. Kapitaal van de Vennootschap Geplaatst kapitaal Bij de sluiting van het boekjaar bedroeg het maatschappelijk kapitaal 8.135.621,14 euro, vertegenwoordigd door 25.314.482 aandelen zonder vermelding van nominale waarde. Alle aandelen zijn volledig volgestort. Toegestaan kapitaal Overeenkomstig de beslissing van de buitengewone algemene vergadering van 2 mei 2019 kan de Raad van Bestuur in de 5 jaren na de publicatie van de statutenwijziging van 6 juni 2022 het kapitaal eenmalig of meermaals verhogen met een maximumbedrag van 3.000.000 euro (exclusief ontslagpremies). Overeenkomstig het besluit van de buitengewone algemene vergadering van 29 juni 2022 kan de Raad van Bestuur het toege - staan kapitaal ook gebruiken in het geval van een openbaar overnamebod op door de Vennootschap uitgegeven effecten, onder de voorwaarden en binnen de grenzen van artikel 7:202 WVV. De Raad van Bestuur kan deze bevoegdheden uitoefenen indien het openbaar overnamebod door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (“FSMA”) aan de Vennootschap wordt meegedeeld uiterlijk drie jaar na de datum van de voornoemde buitengewone algemene vergadering. De kapitaalverhogingen waartoe krachtens deze machtigingen wordt besloten, kunnen warden uitgevoerd in overeenstemming met de voorwaarden die door de raad van bestuur warden vastgesteld, en met name bij wijze van inbreng in geld of bij wijze van inbreng in natura, door omzetting van beschikbare of onbeschikbare reserves of van uitgiftepremies, met of zonder uitgifte van nieuwe aandelen, al dan niet preferent, met of zonder stemrecht, onder, boven of tegen fractiewaarde, binnen de door de wet toe - gestane grenzen. Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Financiële staten Duurzaamheidsverklaring 2024 Jaarverslag 2024 - CFE 224 Aard van de effecten De aandelen van de Vennootschap zijn volledig volgestort en zijn op naam of gedematerialiseerd. Elke titularis kan op elk ogenblik op zijn kosten de omzetting vragen van zijn volgestorte effecten in een andere vorm, binnen de grenzen van de wet, de eigendom, het vruchtgebruik of de blote eigendom op te heffen. Plaats waar de documenten van de Vennootschap kunnen worden geraadpleegd De statutaire en geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap wordt neergelegd bij de Nationale Bank van België. De geco- ordineerde versie van de statuten van de Vennootschap kan worden geraadpleegd op de grife van de ondernemingsrechtbank van Brussel, afdeling Brussel. Het jaarlijks nancieel verslag wordt toegezonden aan de aandeelhouders op naam en aan elke per - soon die daarom verzoekt. De gecoördineerde versie van de statuten en het jaarlijks nancieel verslag zijn eveneens beschikbaar op de website (www.cfe.be). Woord van de Voorzitter en CEO Onze ambities en realisaties Beheersverslag Duurzaamheidsverklaring Financiële staten 5493003N7PPOYDZI1G902024-01-012024-12-315493003N7PPOYDZI1G902023-01-012023-12-315493003N7PPOYDZI1G902024-12-315493003N7PPOYDZI1G902023-12-315493003N7PPOYDZI1G902022-12-315493003N7PPOYDZI1G902023-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember5493003N7PPOYDZI1G902024-01-012024-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember5493003N7PPOYDZI1G902024-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember5493003N7PPOYDZI1G902023-12-31ifrs-full:SharePremiumMember5493003N7PPOYDZI1G902024-01-012024-12-31ifrs-full:SharePremiumMember5493003N7PPOYDZI1G902024-12-31ifrs-full:SharePremiumMember5493003N7PPOYDZI1G902023-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember5493003N7PPOYDZI1G902024-01-012024-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember5493003N7PPOYDZI1G902024-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember5493003N7PPOYDZI1G902023-12-31ifrs-full:TreasurySharesMember5493003N7PPOYDZI1G902024-01-012024-12-31ifrs-full:TreasurySharesMember5493003N7PPOYDZI1G902024-12-31ifrs-full:TreasurySharesMember5493003N7PPOYDZI1G902023-12-31ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember5493003N7PPOYDZI1G902024-01-012024-12-31ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember5493003N7PPOYDZI1G902024-12-31ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember5493003N7PPOYDZI1G902023-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember5493003N7PPOYDZI1G902024-01-012024-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember5493003N7PPOYDZI1G902024-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember5493003N7PPOYDZI1G902023-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember5493003N7PPOYDZI1G902024-01-012024-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember5493003N7PPOYDZI1G902024-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember5493003N7PPOYDZI1G902023-12-31ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember5493003N7PPOYDZI1G902024-01-012024-12-31ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember5493003N7PPOYDZI1G902024-12-31ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember5493003N7PPOYDZI1G902023-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember5493003N7PPOYDZI1G902024-01-012024-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember5493003N7PPOYDZI1G902024-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember5493003N7PPOYDZI1G902022-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember5493003N7PPOYDZI1G902023-01-012023-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember5493003N7PPOYDZI1G902022-12-31ifrs-full:SharePremiumMember5493003N7PPOYDZI1G902023-01-012023-12-31ifrs-full:SharePremiumMember5493003N7PPOYDZI1G902022-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember5493003N7PPOYDZI1G902023-01-012023-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember5493003N7PPOYDZI1G902022-12-31ifrs-full:TreasurySharesMember5493003N7PPOYDZI1G902023-01-012023-12-31ifrs-full:TreasurySharesMember5493003N7PPOYDZI1G902022-12-31ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember5493003N7PPOYDZI1G902023-01-012023-12-31ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember5493003N7PPOYDZI1G902022-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember5493003N7PPOYDZI1G902023-01-012023-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember5493003N7PPOYDZI1G902022-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember5493003N7PPOYDZI1G902023-01-012023-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember5493003N7PPOYDZI1G902022-12-31ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember5493003N7PPOYDZI1G902023-01-012023-12-31ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember5493003N7PPOYDZI1G902022-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember5493003N7PPOYDZI1G902023-01-012023-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMemberiso4217:EURiso4217:EURxbrli:shares

Talk to a Data Expert

Have a question? We'll get back to you promptly.