AI Terminal

MODULE: AI_ANALYST
Interactive Q&A, Risk Assessment, Summarization
MODULE: DATA_EXTRACT
Excel Export, XBRL Parsing, Table Digitization
MODULE: PEER_COMP
Sector Benchmarking, Sentiment Analysis
SYSTEM ACCESS LOCKED
Authenticate / Register Log In

Compagnie d'Entreprises CFE SA

Annual Report Mar 31, 2016

3929_10-k_2016-03-31_0e9f3937-cdb7-4695-8cbc-f6f033e4e3d5.pdf

Annual Report

Open in Viewer

Opens in native device viewer

Kerncijfers

Kerncijfers

in miljoen euro IFRS
2011 2012 2013 Pro Forma
2013
DEME aan 100%
2014 2015
Omzet 1.793,8 1.898,3 2.267,3 3.346,1 3.510,5 3.239,4
EBITDA (3) 181,6 199,1 213,2 460,9 479,5 504,9
Bedrijfsresultaat (EBIT) (1) 84,9 81,2 67,2 166,4 240,5 265,7
Resultaat vóór belastingen (1) 69,2 52,5 28,0 110,2 224,8 233,1
Nettoresultaat aandeel van de groep (1) 59,1 49,4 7,9 61,7 159,9 175,0
Nettoresultaat aandeel van de groep (2) 59,1 49,4 -81,2 -27,4 159,9 175,0
Eigen vermogen aandeel van de groep 501,7 524,6 1.193,2 1.193,2 1.313,6 1.423,3
Nette financiële schuld 350,8 400,0 781,4 614,1 188,1 322,7

(1) Vóór de specifieke boekingen eigen aan de kapitaalsverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie van 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013, die het voorwerp uitmaken van de inbreng en kapitaalsverhoging.

(2) Na de specifieke boekingen eigen aan de kapitaalsverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie voor 50% van de aandelen van DEME.

(3) EBITDA: EBIT + afschrijvingen en waardeverminderingen + andere niet-kaselementen (volgens IFRS-referentie)

De definitie van de EBITDA is vanaf 2014 als volgt gewijzigd (ook voor de herwerking van de vergelijkende cijfers 2013): bedrijfsresultaat op activiteit + afschrijvingen en waardeverminderingen + andere niet-kaselementen. In tegenstelling tot het bedrijfsresultaat (EBIT) houdt het bedrijfsresultaat op activiteit geen rekening met het aandeel in het resultaat van verbonden ondernemingen en gezamenlijke overeenkomsten.

Ratios

IFRS
2011 2012 (*) 2013
(gepubli
ceerd)
(**)
2013
DEME
50% (**)
2013
Pro Forma
DEME
100% (**)
2014 2015
EBIT/ omzet 4,7% 4,3% 3,0% 1,7% 5,0% 6,9% 8,2%
EBITDA / omzet 10,1% 10,5% 9,4% -1,0% 13,8% 13,7% 15,6%
Nettoresultaat aandeel van de groep / omzet 3,3% 2,6% 0,3% 0,8% 1,8% 4,6% 5,4%
Nettoresultaat aandeel van de groep /
eigen middelen aandeel van de groep
11,8% 9,4% 0,7% 0,7% 5,2% 12,2% 12,3%

(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudkundige methode ingevolge de toepassing van de geamendeerde IAS-norm 19.

(**) Voor specifieke boekingen eigen aan de kapitaalverhoging en aan de verwerking van de goodwill als gevolg van de integratie van 50% van de aandelen van DEME, die het voorwerp uitmaken van de inbreng en de kapitaalverhoging, en herwerkt in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en 11.

Vergelijking tussen de stand van het CFE-aandeel en de Bel20-index

Voor het jaar 2015

Vergelijking tussen de stand van het CFE-aandeel en de Bel20-index

Cijfers in euro per aandeel

2011 2012 (*) 2013 (**) 2014 2015
Aantal aandelen op 31/12 13.092.260 13.092.260 25.314.482 25.314.482 25.314.482
Bedrijfsresultaat (EBIT) 6,49 6,22 N/A ** 9,5 10,5
Nettoresultaat aandeel van de groep 4,51 3,75 N/A ** 6,32 6,9
Brutodividend 1,15 1,15 1,15 2,00 2,40
Nettodividend 0,8625 0,8625 0,8625 1,50 1,752
Eigen vermogen 38,3 40,1 47,1 52,2 56,7

(*) Herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudkundige methode ingevolge de toepassing van de geamendeerde IAS-norm 19. (**) Niet-relevant bedrag ten gevolge van de verandering van het activiteitengebied en de boekingen eigen aan de kapitaalverhoging en de verwerking van de goodwill.

De beurs

2011 2012 2013 2014 2015
Laagste minimunkoers EUR 35,03 36,25 41,00 62,80 83,0
Hoogste maximunkoers EUR 59,78 49,49 66,64 89,70 127,7
Slotkoers van het boekjaar EUR 37,99 43,84 64,76 85,02 109,1
Gemiddeld dagelijks volume aantal
effecten
15.219 11.672 14.628 15.015 16.128
Beurskapitalisatie op 31/12 Mil. EUR 497,4 573,96 1.639,4 2.152,2 2.761,8

Gegevens per activiteit

Evolutie van het

orderboek

in miljoen €

Evolutie van de

omzet

in miljoen €

herverdeling van het

orderboek

in miljoen €

herverdeling van de

omzet

in miljoen €

(*) herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en IFRS 11.

Kerncijfers Financieel verslag 2015 4

Verdeling van de

activiteiten van de groep CFE

per geografisch gebied

Evolutie van het bedrijfsresultaat (*)

in miljoen €

Contracting Vastgoed
ontwikkeling
Baggerwerken Andere polen
en holding
Totaal
2011 12,5 9,4 67,6 -4,6 84,9
2012 5 10,4 69,1 -3,3 81,2
2013 (gepubliceerd) -29,5 3,8 105,1 -12,2 67,2
2013 Pro forma DEME aan 100% (**) -29,5 3,7 202,2 -10,0 166,4
2014 -7,5 7,1 241,2 -0,3 240,5
2015 -34,9 7,7 298,2 -5,3 265,7

(*) met inbegrip van de resultaten van verbonden ondernemingen en gezamenlijke overeenkomsten.

(**) herwerkte bedragen in overeenstemming met de wijziging van de boekhoudprincipes ingevolge de toepassing van IFRS 10 en IFRS 11.

De pool Contracting integreert de divisies Bouw, Multitechnieken en Rail infra.

Beheersverslag van de raad van bestuur

Financieel verslag 2015 7

PAGINA

p. 9 A. Verslag over de bedrijfsrekeningen
p. 9 1. Kerncijfers 2015
p. 10 2. Analyse per activiteitenpool
p. 16 3. Samenvatting van de resultaten
p. 20 4. Vergoeding van het kapitaal
p. 20 B. Verklaring van corporate governance
p. 20 1. Corporate governance
p. 20 2. Samenstelling van de raad van bestuur
p. 30 3. Werking van de raad van bestuur en van zijn comités
p. 33 4. Aandeelhouderschap
p. 34 5. Interne controle
p. 41 6. Beoordeling van de door de onderneming genomen maatregelen in het
kader van de richtlijn m.b.t. handel met voorkennis en manipulatie
van contracten
p. 41 7. Transacties en andere contractuele betrekkingen tussen de
onderneming, inclusief de aangesloten vennootschappen, en de
bestuurders en executive managers
p. 41 8. Bijstandsovereenkomst
p. 41 9. Controle op de vennootschap
p. 42 C. Remuneratieverslag
p. 42 1. De bezoldiging van de leden van de raad van bestuur en zijn comités
p. 43 2. De directie van CFE
p. 43 3. De bezoldiging van de leden van de directie van CFE
p. 44 4. Vertrekvergoeding
p. 45 5. Variabele bezoldiging van de leden van de directie van CFE
p. 45 6. Informatie met betrekking tot het recht tot terugvordering van de
variabele vergoeding, toegekend op basis van onjuiste financiële
informatie verstrekt door de leden van de directie van CFE
p. 45 D. Verzekeringsbeleid
p. 45 E. Bijzondere verslagen
p. 45 F. Openbaar overnamebod
p. 45 G. Overnamen en afstanden
p. 46 H. Oprichting van bijkantoren
p. 46 I. Gebeurtenissen na afsluiting van het boekjaar
p. 46 J. Onderzoek en ontwikkeling
p. 46 K. Vooruitzichten
p. 46 L. Auditcomité
p. 46 M. Bijeenroeping van de gewone algemene vergadering van 4 mei 2016

A. Verslag over de bedrijfsrekeningen

Op 24 februari 2016 is de raad van bestuur van CFE samengekomen om de jaarrekening per 31 december 2015 goed te keuren. Deze zal worden voorgelegd aan de eerstvolgende algemene vergadering van aandeelhouders op 4 mei 2016.

1. Kerncijfers 2015

In miljoen euro 2015 2014 Evolutie
2015/2014
Omzet 3.239,4 3.510,5 -7,7%
Zelffinancieringscapaciteit (EBITDA) 504,9 479,5 +5,3%
In % van de omzet 15,6% 13,7%
Bedrijfsresultaat activiteiten 228,9 220,4 +3,9%
In % van de omzet 7,1% 6,3%
Bedrijfsresultaat
(incl. winst uit geassocieerde deelnemingen en joint ventures)
265,7 240,5 +10,5%
In % van de omzet 8,2% 6,9%
Nettoresultaat aandeel van de groep 175,0 159,9 +9,4%
In % van de omzet 5,4% 4,6%
Nettoresultaat aandeel van de groep 6,91 6,32 +9,4%
Bruto dividend per aandeel (in euro)(*) 2,40 2,00 +20,0%
Eigen vermogen aandeel van de groep 1.423,3 1.313,6 +8,4%
Netto financiële schuld 322,7 188,1 +71,6%
Orderboek 4.160,3 3.565,8 +16,7%

(*) Bedrag dat ter goedkeuring zal worden voorgelegd aan de gewone algemene

vergadering van 4 mei 2016.

2. Analyse per activiteitenpool

Pool Baggerwerken en milieu

Kerncijfers

In miljoen euro 2015 2014 Evolutie
2015/2014
DEME Herwer
kingen
DEME (**)
Totaal DEME Herwer
kingen
DEME (**)
Totaal
Omzet 2.286,1 0,0 2.286,1 2.419,7 0,0 2.419,7 -5,6%
EBITDA 489,2 0,0 489,2 443,6 2,2 445,8 9,7%
Bedrijfsresultaat (*) 305,7 -7,5 298,2 248,9 -7,8 241,1 23,7%
Nettoresultaat aandeel van de groep 199,2 2,1 201,3 168,9 2,4 171,3 17,5%
Netto financiële schuld 269,5 5,5 275,0 126,8 7,3 134,1 105,1%
Orderboek 3.185,0 0,0 3.185,0 2.420,0 0,0 2.420,0 31,6%

(*) inclusief resultaten uit geassocieerde deelnemingen en joint ventures

(**) Herwerkingen in het kader van de Purchase Price Allocation in 2014

Kerncijfers volgens de economische benadering

De hierna vermelde kerncijfers worden voorgesteld volgens de economische benadering, die de gezamenlijk gecontroleerde ondernemingen evenredig consolideert (vóór 1 januari 2014 toegepaste boekhoudprincipes).

In miljoen euro 2015 2014 Evolutie
2015/2014
Omzet 2.351,0 2.586,9 -9,1%
EBITDA 558,4 501,5 11,3%
Bedrijfsresultaat op activiteit (*) 318,4 259,1 22,9%
Nettoresultaat aandeel van de groep 199,2 168,9 17,9%
Investeringen 373,1 176,5 111,4%
Netto financiële schuld 266,7 212,8 25,3%

(*) Inclusief resultaten uit geassocieerde deelnemingen en joint ventures

Omzet (economische benadering)

De omzet van DEME bedraagt 2.351 miljoen euro, een daling met 9,1% ten opzichte van 2014. Het vorige boekjaar werd gekenmerkt door een uitzonderlijke activiteit in Australië (Wheatstone) en Qatar (New Doha Port).

In het derde kwartaal van 2015 heeft DEME de werken voor de verbreding en uitdieping van een vaargeul van het Suezkanaal ter hoogte van het Great Bitter Lake met succes voltooid. In slechts 10 maanden tijd moest 40 miljoen m² worden gebaggerd.

In Singapore voert DEME twee belangrijke projecten uit: de uitbreiding van het eiland Jurong (JIWE), waar de werken volgens de planning vorderen, en het megaproject Tuas Terminal – fase 1 (TTP1), dat in de zomer van 2015 van start ging en zes jaar zal duren.

In Yamal, in Rusland, werd de tweede fase van de baggerwerken in oktober 2015 voltooid.

2015 was ook een druk jaar voor GeoSea, het in offshore maritieme engineering gespecialiseerde filiaal. Verscheidene belangrijke projecten werden tot tevredenheid van de klanten uitgevoerd, voornamelijk in Duitsland (project Godewind) en Groot-Brittannië (project Kentish Flat Extention). GeoSea heeft bovendien de bouw van het offshorewindpark Nordsee One aangevat in de Noordzee vóór de kust van Duitsland (transport en installatie van 54 windturbines).

Evolutie van de activiteit per specialisatie (economische benadering)

IN % 2015 2014
Capital dredging 48% 55%
Maintenance dredging 11% 11%
Fallpipe en landfalls 9% 9%
Environment 9% 7%
Marine works 23% 18%
Totaal 2.351 2.587

Evolutie van de activiteit per geografisch gebied (economische benadering)

in % 2015 2014
Europa (EU) 33% 34%
Europa (niet-EU) 10% 7%
Afrika 30% 14%
Noord- en Zuid-Amerika 4% 6%
Azië en Oceanië 12% 30%
Midden-Oosten 7% 8%
India en Pakistan 4% 1%
Totaal 2.351 2.587

EBITDA en bedrijfsresultaat

Ondanks de daling van de omzet kennen de EBITDA en het bedrijfsresultaat een sterke stijging tegenover 2014.

De uitvoering en/of voltooiing van belangrijke werven hebben sterk bijgedragen aan deze uitzonderlijke prestaties.

Orderboek

Het orderboek (3.185 miljoen euro per 31 december 2015) is met 31,6% gestegen tegenover 31 december 2014.

In het eerste semester ontving DEME belangrijke opdrachten in Singapore (project TTP1 met een waarde van 1 miljard euro), in Nigeria (project Eko Atlantic) en in België (onderhoudsbaggerwerken op de Schelde).

In het tweede semester sleepte GeoSea twee belangrijke opdrachten in het Verenigd Koninkrijk in de wacht: de projecten Galloper en Race Bank met een respectievelijke waarde van 342 en 109 miljoen euro. De werken vangen aan in 2016.

Investeringen en netto financiële schuld

De investeringen tijdens het boekjaar bedroegen 373,1 miljoen euro volgens de economische benadering. Het betreft voornamelijk de verwerving van de offshoreactiva van Hochtief, namelijk de pontons Wismar, Bremen en Stralsund, het hefvaartuig Thor en 50% van de aandelen van HGO Infra Sea, de eigenaar van het hefvaartuig Innovation, het krachtigste hefplatform voor de bouw van windmolenparken op zee.

Daarnaast lanceerde DEME in de laatste maanden de bouw van zes vaartuigen, namelijk:

  • het zelfvarend hefvaartuig Apollo
  • het multifunctionele vaartuig Living Stone
  • de sleephopperzuiger Bonny River (14.500 m²)
  • de sleephopperzuiger Scheldt River (8.000 m²)
  • de sleephopperzuiger Minerva (3.500 m²)
  • het kraanschip Rambiz 4000 (in samenwerkingsverband)

Deze vaartuigen, waarvoor in 2015 voorschotten werden gestort, zullen vanaf 2017 de vloot van DEME geleidelijk aan versterken. De lichte verhoging van de behoefte aan bedrijfskapitaal en de voornoemde financieringen worden in grote mate gecompenseerd door de kasstromen uit de exploitatie.

De netto financiële schuld van DEME bedraagt 266,7 miljoen euro (economische benadering), een stijging met 53,9 miljoen euro.

Pool Contracting

Kerncijfers

In miljoen euro 2015 2014 Evolutie
2015/2014
Omzet 945,1 1.073,3 -11,9%
Bedrijfsresultaat (*) -34,9 -7,5 -
Nettoresultaat aandeel van de groep -34,1 -14,5 -
Orderboek 966,0 1.127,2 -14,3%

(*) Inclusief de resultaten uit geassocieerde deelnemingen en joint ventures.

Omzet

In miljoen euro 2015 2014 Evolutie
in %
Bouw 741,1 805,3 -8,0%
Burgerlijke bouwkunde 91,8 116,3 -21,1%
Gebouwen Benelux 531,7 523,1 +1,6%
Gebouwen Internationaal 117,6 165,9 -29,1%
Multitechnieken en Rail Infra 204,0 268,0 -23,9%
Totaal Contracting 945,1 1.073,3 -11,9%

De omzet bedraagt 945,1 miljoen euro, een daling met 11,9% (-8,1% bij constante perimeter).

De burgerlijke bouwkunde kende een nieuwe daling van de activiteit, vooral in Vlaanderen, terwijl de marktomstandigheden in België erg moeilijk bleven.

De activiteit Gebouwen in België kende echter in 2015 een lichte groei, vooral bij CFE Bouw Vlaanderen, dat een historisch hoge omzet boekte.

Op het internationale vlak neemt de activiteit in Subsaharaans Afrika beduidend af na het onderbreken van de werf van het Ministerie van Financiën in Tsjaad.

De verkoop van de wegenbouwactiviteit in het begin van het boekjaar had een impact van 44,6 miljoen euro op de omzet van de divisie Multitechnieken en Rail Infra.

Nieuwe divisie

Op het eind van het boekjaar heeft DEME beslist een nieuwe divisie op te richten, met twee nieuwe filialen: DEME Infra Sea Solutions (DISS) en DEME Infra Marine Contractor (DIMCO), gespecialiseerd in maritieme burgerlijke bouwkunde. Deze nieuwe divisie past in het streven van DEME om haar klanten globale, geïntegreerde oplossingen aan te bieden voor baggerwerken en maritieme burgerlijke bouwkunde.

In dit kader werden de entiteiten CFE Nederland BV en GEKA Bouw BV, directe filialen van CFE, op het eind van het boekjaar overgedragen aan DIMCO. Tegelijkertijd werd een gedeelte van het personeel burgerlijke bouwkunde van CFE eveneens overgeplaatst naar DIMCO.

Bedrijfsresultaat

Het bedrijfsresultaat van de pool is in 2015 sterk achteruitgegaan. Het verlies bedraagt 34,9 miljoen euro, tegenover 7,5 miljoen in 2014.

Verscheidene factoren verklaren dit verlies:

  • bijkomende moeilijkheden op de werven van het waterzuiveringsstation Brussel-Zuid en Eko Tower in Lagos, Nigeria,
  • de moeilijke uitvoering van verscheidene werven van gebouwen in Brussel,
  • het einde van de herstructurering in Hongarije en Slowakije, die op het resultaat bleef wegen.

Deze negatieve resultaten mogen echter de goede prestaties van VMA, CFE Bouw Vlaanderen, CFE Polska, BPC Wallonie en de entiteiten van de divisie Rail Infra niet in de schaduw stellen.

Orderboek

In miljoen euro 2015 2014 Evolutie
in %
Bouw 800,8 945,3 -15,3%
Burgerlijke bouwkunde 50,6 169,3 -70,1%
Gebouwen Benelux 601,0 651,0 -7,8%
Gebouwen Internationaal 149,2 125,1 19,3%
Multitechnieken en Railinfra 165,2 181,8 -9,2%
Totaal Contracting 966,0 1.127,2 -14,3%

Het orderboek van de groep daalt met 14,3%.

De terugval is vooral groot in de burgerlijke bouwkunde, na de overdracht van de activiteiten maritieme burgerlijke bouwkunde aan DEME.

Het orderboek van de Gebouwen divisie in België blijft op een hoog peil, onder meer dankzij het verkrijgen van de projecten Agora in Louvain-la-Neuve, Palatium in Brussel en de afwerking van het ziekenhuis AZ Sint-Maarten in Mechelen.

Er werden ook veel orders ontvangen in Luxemburg (onder meer de bestelling voor het Lycée Français) en in Polen, waar het orderboek met meer dan 170% groeit.

In Nigeria sleepte CFE een contract voor leveringen van uitrustingen voor een plaatselijke ontwikkelaar in de wacht.

Risico in Tsjaad

In het tweede semester werd het Grand Hôtel tot tevredenheid van de klant opgeleverd en werd een bedrag van 6 miljoen euro geïnd. CFE blijft samen met de overheid van Tsjaad een oplossing zoeken voor de financiering van het saldo van de onbetaalde vorderingen.

De netto blootstelling van CFE aan dit land bedraagt iets meer dan 60 miljoen euro.

Reorganisatie van de pool Contracting

In het tweede semester van 2015 werden de activiteiten Multitechnieken, Rail Infra en Gebouwen in België, Luxemburg, Polen en Tunesië overgebracht naar CFE Contracting NV, de overkoepelende vennootschap van de pool en een 100% filiaal van CFE NV.

De raad van bestuur heeft het dagelijkse bestuur van CFE Contracting toevertrouwd aan een executief comité met vier leden, voorgezeten door Raymund Trost, CEO van CFE Contracting.

Aan het eind van het boekjaar werden de activiteiten maritieme burgerlijke bouwkunde van CFE overgedragen aan DIMCO.

Deze interne reorganisatie gaat samen met een wijziging van de perimeter van het segment Contracting vanaf 1 januari 2016. Ze zal zich uitsluitend beperken tot de activiteiten van CFE Contracting en haar filialen. De activiteiten van CFE die niet werden overgedragen aan CFE Contracting of aan DEME zullen voortaan onder het segment Holding worden opgenomen. Het betreft werven in uitvoering in niet-maritieme burgerlijke bouwkunde in België en in de internationale gebouwen buiten Luxemburg, Polen en Tunesië.

De onderstaande tabel toont de kerncijfers van de pool Contracting in zijn nieuwe configuratie (pro-forma cijfers).

In miljoen euro 2015
Omzet 718,9
Netto resultaat 9,7
Orderboek 836,3

Pool Vastgoedontwikkeling

Kerncijfers

In miljoen euro 2015 2014 Evolutie
2015/2014
Omzet 27,2 45,6 -40,4%
Bedrijfsresultaat (*) 7,7 7,1 +8,5%
Nettoresultaat aandeel van de groep 7,0 4,3 + 62,8%

(*) inclusief winst uit geassocieerde deelnemingen en joint ventures

Evolutie van het vastgoedbestand

In miljoen euro 31 December 2015 31 December 2014
Commercialiseringsbestand 14 16
Bouwbestand 34 57
Ontwikkelingsbestand 71 61
Totaal 119 134

Verwervingen

In de loop van het jaar werden verscheidene grondposities aangekocht, zowel in Luxemburg (project Route d'Esch in Luxemburg-Stad) als in België, waar BPI het project Voltaire in Schaarbeek en het project Les Rives in Anderlecht (in samenwerkingsverband) zal ontwikkelen.

Commercialisering

BPI is met succes de commercialisering gestart van de derde en vierde fase van het residentiële project Ocean Four in Gdansk en van een eerste gebouw op de site Erasmus Gardens in Anderlecht. In Oostende is de derde fase van het project Oosteroever begonnen.

In augustus heeft Belgian Land een participatie van 50% genomen in de tweede fase van het project 'Les Hauts Prés' in Ukkel (200 wooneenheden die vanaf 2016 zullen worden ontwikkeld).

In het tweede semester heeft BPI een rust- en verzorgingstehuis op de vroegere site van Solvay in Elsene opgeleverd aan een institutionele

investeerder. In de loop van het boekjaar werden ook verscheidene grondposities verkocht.

In Luxemburg werd de nieuwe zetel van G4S tot tevredenheid van de klant opgeleverd.

Nettoresultaat

Het aanhoudende commercialiseringsritme van de lopende programma's en de gerealiseerde verkopen verklaren de sterke stijging van het nettoresultaat (+62,8%).

Reorganisatie van de pool vastgoedontwikkeling

In de loop van het jaar werden alle projecten voor vastgoedontwikkeling van de groep ondergebracht bij BPI NV, de nieuwe overkoepelende vennootschap van de pool vastgoedontwikkeling.

Pool PPS – Concessies

Kerncijfers

En millions d'euros 2015 2014 Evolutie
2015/2014
Omzet 1,4 0,8 +75,0%
Bedrijfsresultaat (*) 1,3 2,5 -48,0%
Nettoresultaat aandeel van de groep 1,1 2,2 -50,0%

(*)inclusief resultaten uit geassocieerde deelnemingen en joint ventures

2015 was een overgangsjaar voor Rent-A-Port, met voornamelijk de lancering van ontsluitingswerken in Oman (havenzone van Duqm) en in Vietnam, waar eind 2014 nieuwe uitbreidingen van de concessie in de havenzone van Dinh Vu werden verkregen.

Vanaf 1 januari 2016 zullen de financiële staten van de entiteiten van de pool PPS-Concessies worden opgenomen in het segment 'Holding'.

Holding & eliminaties

Kerncijfers

In miljoen euro 2015 2014 Evolutie
2015/2014
Netto resultaat aandeel van de groep -0,3 -2,7 n.s.
Eliminatie tussen polen 0,0 -0,4 n.s.
Totaal Holding & Eliminaties -0,3 -3,1 n.s.

De opbrengst van 8,7 miljoen euro van de verkoop van Aannemingen Van Wellen NV aan de groep Willemen werd meer dan gecompenseerd door de herstructureringskosten, de financiële kosten en de waardeverminderingen van activa.

Vanaf 1 januari 2016 zullen de niet-overgedragen activiteiten van CFE NV, met inbegrip van de PPS-Concessies, deel uitmaken van het segment Holding.

3. Samenvatting van de resultaten

3.A.1. Geconsolideerde staat van het globaal resultaat

Boekjaar afgesloten op 31 december
(duizend euro)
2015 2014
Omzet 3.239.406 3.510.548
Opbrengsten uit aanverwante activiteiten 109.005 80.518
Aankopen -1.831.454 -2.093.355
Bezoldigingen en sociale lasten -547.043 -583.211
Andere exploitatiekosten -482.581 -449.834
Afschrijvingskosten -255.312 -243.746
Waardevermindering van goodwill -3.116 -521
Bedrijfsresultaat op activiteit 228.905 220.399
Winst uit geassocieerde deelnemingen en joint ventures 36.759 20.124
Bedrijfsresultaat 265.664 240.523
Financieringskosten -31.720 -31.909
Overige financiële lasten en opbrengsten -869 16.156
Financieel resultaat -32.589 -15.753
Resultaat vóór belastingen 233.075 224.770
Winstbelastingen -59.051 -65.249
Resultaat van het boekjaar 174.024 159.521
Minderheidsbelangen 937 357
Resultaat – aandeel van de groep 174.961 159.878
Boekjaar afgesloten op 31 december
(duizend euro)
2015 2014
Resultaat van het boekjaar 174.024 159.521
Financiële instrumenten – veranderingen in de reële waarde -6.366 -8.750
Omrekeningsverschillen -4.088 -2.126
Uitgestelde belastingen 1.783 2.974
Andere elementen van het globaal resultaat die later geherklasseerd zullen worden naar
het resultaat, na belastingen
-8.671 -7.902
Herwaardering van de nettoverplichting m.b.t. toegezegde pensioenregelingen -197 -1.679
Uitgestelde belastingen 1.099 -997
Andere elementen van het globaal resultaat die later niet geherklasseerd zullen worden
naar het resultaat, na belastingen
902 -2.676
Totaal andere elementen van het globaal resultaat die rechtstreeks in het eigen
vermogen worden opgenomen
-7.769 -10.578
Globaal resultaat 166.255 148.943
- aandeel van de groep 166.489 149.586
- aandeel van de minderheidsbelangen -234 -643
Nettoresultaat per aandeel (euro) (basis en verwaterd) 6,91 6,32

3.A.2. Geconsolideerde staat van de financiële toestand

Boekjaar afgesloten op 31 december
(duizend euro)
2015 2014
Immateriële vaste activa 97.886 98.491
Goodwill 175.222 177.082
Materiële vaste activa 1.727.679 1.503.275
Geassocieerde deelnemingen en joint ventures 151.377 159.290
Overige financiële vaste activa 129.501 109.341
Langlopende afgeleide instrumenten 1.381 674
Overige vaste activa 19.280 20.006
Uitgestelde belastingsvorderingen 103.345 115.322
Totaal vaste activa 2.405.671 2.183.481
Voorraden 77.946 105.278
Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen 1.192.977 1.082.504
Overige vlottende activa 125.029 104.554
Kortlopende afgeleide instrumenten 8.514 4.220
Financiële vlottende activa 70 467
Vaste activa aangehouden voor verkoop 0 31.447
Geldmiddelen en kasequivalenten 491.952 703.501
Totaal vlottende activa 1.896.488 2.031.971
Kapitaal 41.330 41.330
Uitgiftepremies 800.008 800.008
Ingehouden winsten 607.012 488.890
Toegezegde doelpensioenplannen -7.448 -8.350
Reserves in verband met afdekkingsinstrumenten -10.710 -6.127
Omrekeningsverschillen -6.915 -2.124
Eigen vermogen – aandeel van de groep CFE 1.423.277 1.313.627
Minderheidsbelangen 11.123 7.238
Eigen vermogen 1.434.400 1.320.865
Pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen 41.054 41.806
Voorzieningen 44.854 40.676
Andere langlopende verplichtingen 17.145 80.665
Obligatieleningen 305.216 306.895
Financiële schulden 398.897 378.065
Langlopende afgeleide instrumenten 33.359 12.922
Uitgestelde belastingverplichtingen 150.053 139.039
Totaal langlopende verplichtingen 990.578 1.000.068
Voorzieningen voor courante risico's 64.820 48.447
Handelsschulden en andere bedrijfsschulden 1.184.886 1.099.309
Actuele belastingverplichtingen 88.215 80.264
Financiële schulden 110.558 206.671
Kortlopende afgeleide instrumenten 35.146 24.948
Passiva aangehouden voor verkoop 0 19.164
Andere kortlopende verplichtingen 393.556 415.716
Totaal kortlopende verplichtingen 1.877.181 1.894.519
Totaal eigen vermogen en verplichtingen 4.302.159 4.215.452

3.A.3. Commentaar op de geconsolideerde staat van de financiële toestand, de kasstromen en de investeringen

Het eigen vermogen van CFE werd in 2015 opnieuw versterkt: het bedraagt 1.434,4 miljoen euro tegenover 1.320,9 miljoen euro op 31 december 2014.

De netto financiële schuld (*) bedraagt 322,7 miljoen euro, een stijging met 134,6 miljoen euro tegenover 31 december 2014. Deze schuld is opgesplitst in een langetermijnschuld van 814,7 miljoen euro en een positieve nettokaspositie van 492 miljoen euro.

CFE beschikt voor de algemene financiering van de vennootschap over bevestigde kredietlijnen op middellange termijn ten belope van 125 miljoen euro, waarvan 75 miljoen euro op 31 december 2015 niet wordt gebruikt. De 'bankcovenanten' worden zowel door CFE als door DEME nageleefd.

(*) De netto financiële schuld houdt geen rekening met de reële waarde van de afgeleide producten, die op 31 december 2015 een passief van 59 miljoen euro vertegenwoordigen.

Boekjaar afgesloten op 31 december
(duizend euro)
2015 2014
334.981 606.725
Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten -258.879 -163.607
Kasstromen uit investeringsactiviteiten -288.024 -177.548
Kasstromen uit financieringsactiviteiten
Netto toename/afname van de liquide middelen -211.921 265.570
Eigen vermogen aandeel van de groep bij opening 1.313.627 1.193.153
Eigen vermogen aandeel van de groep bij sluiting 1.423.277 1.313.627
Nettoresultaat aandeel van de groep van het jaar 174.961 159.878
ROE 13,3% 13,4%

3.A.4. Geconsolideerde staat van het eigen vermogen voor de periode afgesloten op 31 december 2015

(in duizenden
euro)
Kapitaal Uitgifte
premie
Ingehouden
winsten
Toegezegde
pensioen
plannen
Reserve
afdekkings
instrumenten
Omrekenings
verschillen
Eigen
vermogen
– aandeel
van de
groep
Minder
heids
belangen
Totaal
December
2014
41.330 800.008 488.890 -8.350 -6.127 -2.124 1.313.627 7.238 1.320.865
Globaal
resultaat van
het boekjaar
174.961 902 -4.583 -4.791 166.489 -234 166.255
Dividenden
aan aandeel
houders
-50.626 -50.626 -50.626
Dividenden
minderheids
belangen
-2.094 -2.094
Wijziging
consolidatie
kring
-6.213 -6.213 6.213 0
December
2015
41.330 800.008 607.012 -7.448 -10.710 -6.915 1.423.277 11.123 1.434.400

3.A.5. Kerncijfers per aandeel

31 December 2015 31 December 2014
Totaal aantal aandelen 25.314.482 25.314.482
Resultaat uit de gewone bedrijfsoefening na aftrek
van de netto financiële lasten, per aandeel
9,21 8,88
Nettoresultaat toekenbaar aan de groep per aandeel 6,91 6,32

3.B.1. Resultaat CFE NV (volgens Belgische normen)

(in duizend euro) 2015 2014
Bedrijfsopbrengsten 273.031 376.996
Bedrijfsresultaat -9.445 505
Netto financieel resultaat 66.910 47.561
Resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening 57.465 48.066
Uitzonderlijke opbrengsten 108.529 4
Uitzonderlijke kosten -41.606 -11.131
Resultaat vóór belastingen 124.388 36.939
Belastingen -374 113
Resultaat van het boekjaar 124.014 37.052

De omzet van CFE NV is beduidend gedaald. Dit wordt verklaard door de verkoop van de activiteitentak 'Gebouwen Vlaanderen' op 1 juli 2015 en door de daling van de activiteit burgerlijke bouwkunde en gebouwen in het Brussels Gewest.

Het bedrijfsresultaat is negatief beïnvloed door de zware verliezen op het project van het waterzuiveringsstation Brussel-Zuid en de moeilijke uitvoering van enkele werven in Brussel.

De stijging van de van filialen ontvangen dividenden verklaart de positieve evolutie van het financiële resultaat.

De uitzonderlijke winsten en verliezen bestaan voornamelijk uit meerwaarden en minderwaarden uit de verkoop van filialen binnen Vastgoedontwikkeling en Contracting. Met uitzondering van de transactie met de groep Willemen, betreft het overdrachten binnen de groep die geen impact hebben op de geconsolideerde rekeningen.

3.B.2. Balans CFE NV na winstverdeling (volgens Belgische normen)

(in duizend euro) 31 December 2015 31 December 2014
Activa
Vaste activa 1.332.944 1.408.686
Vlottende activa 327.577 330.753
Totaal van de activa 1.660.521 1.739.439
(in duizend euro) 31 December 2015 31 December 2014
Passiva
Eigen vermogen 1.193.150 1.129.891
Voorzieningen voor risico's en kosten 58.923 61.553
Schulden op lange termijn 152.580 113.439
Schulden op korte termijn 255.868 434.556
Totaal van de passiva 1.660.521 1.739.439

4..Vergoeding van het kapitaal

De raad van bestuur van CFE NV stelt aan de algemene vergadering van 4 mei 2016 de uitkering voor van een bruto dividend per aandeel van 2,40 euro. Dit komt overeen met 1,752 euro netto en een uitkering van 60.754.756 euro.

B. Verklaring van corporate governance

1. Corporate governance

De vennootschap neemt de Belgische Corporate Governance Code 2009 als referentiecode aan.

Het Corporate Governance Charter van CFE, dat opgesteld werd op basis van deze referentiecode, kan geraadpleegd worden op de website van de vennootschap (www.cfe.be).

Het Corporate Governance Charter werd op 25 februari 2016 gewijzigd. Afgezien van een bijwerking van de tekst van het charter hebben de belangrijkste wijzigingen betrekking op:

2. Samenstelling van de raad van bestuur

Op 31 december 2015 bestaat de raad van bestuur van CFE uit dertien leden, die op de onderstaande datums in functie zijn getreden en van

• het aantal polen, dat van vier naar drie gaat, namelijk de pool Baggerwerken en Milieu, de pool Contracting en de pool Vastgoedontwikkeling;

  • de gedragsregels inzake financiële transacties;
  • de leeftijdslimiet voor de bestuurders;
  • de evaluatie van de prestaties van de bestuurders.

Voor CFE reikt corporate governance verder dan alleen de naleving van de code. CFE acht het immers onontbeerlijk om de leiding van haar activiteiten te baseren op een gedrags- en besluitvormingsethiek en op een diep verankerde corporate governancecultuur.

wie het mandaat onmiddellijk afloopt na de gewone algemene vergadering van aandeelhouders in de hierna weergegeven jaren:

Infunctietreding Vervaljaar van
het mandaat
C.G.O. nv
vertegenwoordigd door Philippe Delaunois (*)
06.05.2010 2016
Renaud Bentégeat (**) 18.09.2003 2017
Piet Dejonghe (**) 24.12.2013 2017
Luc Bertrand 24.12.2013 2017
John-Eric Bertrand 24.12.2013 2017
Jan Suykens 24.12.2013 2017
Koen Janssen 24.12.2013 2017
Alain Bernard 24.12.2013 2017
Philippe Delusinne 07.05.2009 2016
Christian Labeyrie 06.03.2002 2016
Consuco nv, vertegenwoordigd door Alfred Bouckaert 06.05.2010 2016
Ciska Servais bvba, vertegenwoordigd door Ciska Servais 03.05.2007 2019
Jan Steyaert 07.05.2009 2016

(*) Philippe Delaunois was ten persoonlijken titel bestuurder van CFE van 5 mei 1994 tot 6 mei 2010.

(**) Gedelegeerd bestuurder belast met het dagelijks bestuur

De Raad van Bestuur zal aan de gewone algemene vergadering ook voorstellen om over te gaan tot de benoeming als bestuurder van Leen Geirnaerdt voor een termijn van vier (4) jaar die afloopt op het einde van de algemene vergadering van mei 2020. Leen Geirnaerdt beantwoordt aan de onafhankelijkheidscriteria van artikel 526 ter van het Wetboek van Vennootschappen en van de Belgisch Corporate Governance Code 2009.

Leen Geirnaerdt (1974) maakt sinds 2010 als Chief Financial Officer deel uit van de Raad van Bestuur van USG People N.V. Leen Geirnaerdt heeft aan het begin van haar loopbaan zes jaar gewerkt

bij PricewaterhouseCoopers als auditor en manager waarna zij de overstap maakte naar de Solvus Resource Group in de functie van Corporate Controller. Na de overname van Solvus NV door USG People, heeft Leen Geirnaerdt diverse directiefuncties bekleed, waaronder vanaf 2008 de functie van General Manager van het Shared Service Center Transactions & Support van USG People Belgium. Leen Geirnaerdt is afgestudeerd in Toegepaste Economische Wetenschappen, optie Accountancy aan de Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius Antwerpen.

2.1. Mandaten en functies van de bedrijfsmandatarissen

Bestuurders

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de mandaten en functies van de dertien bestuurders op datum van 31 december 2015.

C.G.O. nv, vertegenwoordigd
door Philippe Delaunois
Voorzitter van de raad van bestuur
Bestuurder
CFE
Herrmann-Debrouxlaan 40-42
B-1160 Brussel
Philippe Delaunois, geboren in 1941, is burgerlijk ingenieur metaalkunde van de Faculté Polytechnique te
Bergen, commercieel ingenieur van de Université de l'Etat te Bergen en heeft een diploma van de Harvard
Business School.
Hij oefende het grootste gedeelte van zijn carrière uit in de staalindustrie en was tot 1999 gedelegeerd
bestuurder en directeur-generaal van Cockerill-Sambre.
Officier in de Leopoldsorde en Ridder van het Erelegioen, in 1989 uitgeroepen tot manager van het jaar,
voorzitter van de Union Wallonne des Entreprises tussen 1990 en 1993, en sinds 1990 Ereconsul van
Oostenrijk voor Henegouwen en Namen
Uitgeoefende mandaten:
a – in beursgenoteerde ondernemingen:
Bestuurder van SABCA
b – niet-beursgenoteerde ondernemingen:
Bestuurder van Integrale, gemeenschappelijke verzekeringskas
Bestuurder van CLi
Bestuurder van CLE
Bestuurder van DEME
Bestuurder van ETEC
Bestuurder van de Grotten van Han
Bestuurder van Nethys
Bestuurder van G-TEC
c - verenigingen:
Bestuurder van Europalia vzw
Bestuurder van de Leopoldsorde vzw
Bestuurder van de Muziekkapel Koningin Elisabeth

Renaud Bentégeat

Gedelegeerd bestuurder

CFE Herrmann-Debrouxlaan 40-42 B-1160 Brussel Renaud Bentégeat, geboren in 1953, heeft een licentie in publiek recht, een Diplôme d'Études Approfondies in publiek recht, en een D.E.A. in Analyse Politique Approfondie. Hij is afgestudeerd aan het Institut d'Etudes Politiques van Bordeaux. Zijn carrière begon in 1978 in de onderneming Campenon Bernard. Nadien heeft hij achtereenvolgens de functies bekleed van hoofd juridische zaken, directeur communicatie, administratief directeur en secretaris-generaal, verantwoordelijk voor de juridische, communicatie-, administratie- en human resources-afdeling bij de Compagnie Générale de Bâtiment et de Construction (CBC). Van 1998 tot 2000 was hij regionaal directeur Bâtiment Ile-de-France van Campenon Bernard SGE, alvorens benoemd te worden tot adjunct-directeur-generaal bij VINCI Construction, waar hij verantwoordelijk was voor de filialen van de groep VINCI Construction in Midden-Europa, en tot gedelegeerd bestuurder bij Bâtiments et Ponts Construction en Bâtipont Immobilier in België. Sinds 2003 is hij gedelegeerd bestuurder van CFE. Renaud Bentégeat is officier in de Leopoldsorde en ridder in de Nationale Orde van Verdiensten (Frankrijk). Uitgeoefende mandaten: a – in beursgenoteerde ondernemingen: Gedelegeerd bestuurder van CFE b – niet-beursgenoteerde ondernemingen: Bestuurder van Bavière Développement Bestuurder van Bizerte CAP 3000 Bestuurder van CFE BBW Bestuurder van CLi Bestuurder van IFC Bestuurder van CFE Polska Bestuurder van CIW Bestuurder van CLE Bestuurder van DEME Bestuurder van Rent-A-Port Bestuurder van Rent-A-Port-Energy Bestuurder van Promotion Léopold Bestuurder van SFE Lid van de Raad van Toezicht van de Solvay Brussels School c - verenigingen: Voorzitter van de Chambre française de Commerce et d'Industrie de Belgique Bestuurder van de Vereniging der Belgische Aannemers van Grote Bouwwerken (ADEB-VBA) Adviseur buitenlandse handel voor Frankrijk Bestuurder van CCI France International

Gedelegeerd bestuurder sinds 15 januari 2015

Piet Dejonghe, geboren in 1966, behaalde, na zijn studies licentiaat in de rechten (KU Leuven, 1989), een postgraduaat beheer aan de KU Leuven (1990) en een MBA aan INSEAD (1993). Voordat hij in 1995 in dienst trad bij Ackermans & van Haaren was hij advocaat bij Loeff Claeys Verbeke en was hij actief als consultant bij Boston Consulting Group.

Uitgeoefende mandaten

  • a in beursgenoteerde ondernemingen:
  • Lid van het executief comité van Ackermans & van Haaren Bestuurder van Groep Flo
  • b niet-beursgenoteerde ondernemingen: Voorzitter van de raad van bestuur van Distriplus
  • Bestuurder van Baloise Belgium Bestuurder van Bank J. Van Breda & C° Bestuurder van Brinvest Bestuurder van Delen Private Bank Bestuurder van Delen Private Bank Luxembourg Bestuurder van Financière Flo Bestuurder van Finaxis Bestuurder van GB-INNO-BM Bestuurder van GIB Corporate Services Bestuurder van de financiële Groep Duval Bestuurder van Holding Groupe Duval Bestuurder van Ligno Power Bestuurder van Profimolux Bestuurder van Sofinim Bestuurder van BPI, CFE Bouw Vlaanderen, CFE Contracting, CFE Infra, CLE c - verenigingen:
  • Lid van de raad van bestuur van SOS-Kinderdorpen België

Piet Dejonghe

Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen

Luc Bertrand

Bestuurder

Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen

Lid van het benoemings- en remuneratiecomité

Luc Bertrand, geboren in 1951, behaalde in 1974 het diploma van handelsingenieur (KU Leuven). Luc Bertrand begon zijn carrière bij Bankers Trust, waar hij de functie van Vicevoorzitter en Regional Sales Manager, Noord-Europa, uitoefende. In 1985 werd hij benoemd tot bestuurder van Ackermans & van Haaren, waar hij sinds 1986 in functie is.

Uitgeoefende mandaten:

a – in beursgenoteerde ondernemingen:
Bestuurder en Voorzitter van het executief comité van Ackermans & van Haaren
Voorzitter van de raad van bestuur van Leasinvest Real Estate
Bestuurder van Atenor Group
Bestuurder van Groep Flo
Bestuurder van Sipef
b – niet-beursgenoteerde ondernemingen:
Voorzitter van de raad van bestuur van Agidens International
Voorzitter van de raad van bestuur van DEME
Voorzitter van de raad van bestuur van Dredging International
Voorzitter van de raad van bestuur van Finaxis
Voorzitter van de raad van bestuur van Sofinim
Voorzitter van de raad van bestuur van Tour & Taxis (Openbaar Pakhuis, Parking)
Voorzitter van de raad van bestuur van Algemene Aannemingen Van Laere
Bestuurder van Anfima
Bestuurder van AvH Coordination Center
Bestuurder van Axe Investments
Bestuurder van Baarbeek BV
Bestuurder van Bank J. Van Breda & C°
Bestuurder van Belfimas
Bestuurder van BOS
Bestuurder van Brinvest
Bestuurder van Delen Investments CVA
Bestuurder van Delen Private Bank
Bestuurder van DEME Coordination Center
Bestuurder van Extensa Group
Bestuurder van de financiële Groep Duval
Bestuurder van Holding Groupe Duval (FR)
Bestuurder van ING Belgium
Bestuurder van JM Finn & Co (UK)
Bestuurder van Leasinvest Immo Lux Sicav
Bestuurder van Manuchar
Bestuurder van Profimolux
Bestuurder van Rent-A-Port
Bestuurder van Rent-A-Port-Energy
Bestuurder van Scaldis Invest
Bestuurder van Tour & Taxis (Project T&T)
c - verenigingen:
Voorzitter van Guberna (Belgian Governance Institute)
Voorzitter van Middelheim Promotors
Vicevoorzitter van VOKA
Lid van de raad van bestuur van INSEAD België
Lid van de raad van bestuur van het Institut de Duve
Lid van de raad van bestuur van het Instituut Tropische Geneeskunde
Lid van de raad van bestuur van de KU Leuven
Lid van de raad van bestuur van het Museum Mayer van den Bergh
Lid van de raad van bestuur van VKW Synergia
Lid van de raad van bestuur van Vlerick Leuven Gent School

John-Eric Bertrand

Bestuurder

Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen

Lid van het auditcomité vanaf 15 januari 2015

John-Eric Bertrand, geboren in 1977, behaalde na zijn studies handelsingenieur (UCL 2001, magna cum laude) een Master in International Management (CEMS, 2002) en een MBA aan INSEAD (2006). Voordat hij bij Ackermans & van Haaren in dienst trad als Investment Manager, heeft John-Eric Bertrand gewerkt als senior auditor bij Deloitte en senior consultant bij Roland Berger Strategy Consultants. Hij maakt sinds 1 juli 2015 deel uit van het executief comité van AvH.

Uitgeoefende mandaten

a – in beursgenoteerde ondernemingen:
Bestuurder van Sagar Cements
Lid van het executief comité van Ackermans & van Haaren
b – niet-beursgenoteerde ondernemingen:
Bestuurder van Alfa Park
Bestuurder van Agidens International
Bestuurder van Oriental Quarries & Mines
Bestuurder van Algemene Aannemingen Van Laere
Bestuurder van Bracht, Deckers & Mackelbert (BDM)
Bestuurder van Assurances Continentales (Asco)
Bestuurder van Holding Groupe Duval
Bestuurder van AvH Resources India
Bestuurder van de Groep Thiran
Bestuurder van Telemond Holding
Bestuurder van Henschel Engineering
Bestuurder van Telehold
Lid van het investeringscomité van Inventures
c - verenigingen:
Bestuurder van Belgian Finance Club

Koen Janssen

Bestuurder

Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen Koen Janssen, geboren in 1970, behaalde, na zijn studies burgerlijk ingenieur elektromechanica (KU Leuven, 1993), een MBA aan het IEFSI (Frankrijk, 1994). Hij werkte voor Recticel, ING Investment Banking en ING Private Equity, vooraleer hij in 2001 bij Ackermans & van Haaren in dienst kwam. Uitgeoefende mandaten a – in beursgenoteerde ondernemingen: Lid van het executief comité van Ackermans & van Haaren b – niet-beursgenoteerde ondernemingen: Voorzitter van de raad van bestuur van Nationale Maatschappij der Pijpleidingen Bestuurder van Bedrijvencentrum Regio Mechelen Bestuurder van Canal Re (filiaal van SNTC) Bestuurder van DEME Bestuurder van Dredging International Bestuurder van Ligno Power Bestuurder van Napro (JV SNTC-Air Products) Bestuurder van Nitraco (JV SNTC-Praxair) Bestuurder van NMC

Bestuurder van Quinten Matsys (filiaal van SNTC)

Bestuurder van Rent-A-Port

Bestuurder van RAP-Energy

Bestuurder van Sofinim Lux Bestuurder van Groep Terryn

Jan Suykens

Bestuurder

Ackermans & van Haaren Begijnenvest, 113 B- 2000 Antwerpen

Jan Suykens, geboren in 1960, is licentiaat in de toegepaste economische wetenschappen (UFSIA, 1982) en behaalde een MBA aan de Colombia University (1984). Hij werkte vele jaren bij de Generale Bank in de afdeling Corporate & Investment Banking en vervoegde Ackermans & van Haaren in 1990.

Uitgeoefende mandaten

  • a in beursgenoteerde ondernemingen: Lid van het executief comité van Ackermans & van Haaren Bestuurder van Leasinvest Real Estate
  • b niet-beursgenoteerde ondernemingen: Voorzitter van de raad van bestuur van Anima Care Voorzitter van de raad van bestuur van Bank J. Van Breda & C. Voorzitter van de raad van bestuur van HPA-Residalya Vicevoorzitter van de raad van bestuur van Delen Private Bank Bestuurder van ABK Bank Bestuurder van Anfima Bestuurder van AvH Coordination Center Bestuurder van Batipont Immobilier (BPI) Bestuurder van Corelio Bestuurder van Delen Private Bank Luxembourg Bestuurder van DEME Bestuurder van Extensa Bestuurder van Extensa Group Bestuurder van Finaxis Bestuurder van JM Finn & Co (UK) Bestuurder van Leasinvest Immo Lux SICAV-FIX Bestuurder van Mediacore Bestuurder van Profimolux Bestuurder van Project TT Bestuurder van Sofinim Bestuurder van T&T Openbaar Pakhuis Bestuurder van T&T Parking Bestuurder van Algemene Aannemingen Van Laere c - verenigingen:
  • Bestuurder van Antwerp Management School Bestuurder van De Vrienden van het Rubenshuis

Alain Bernard

DEME Haven 1025 Scheldedijk, 30 B-2070 Zwijndrecht

Bestuurder

Alain Bernard, geboren in 1955, behaalde het diploma van burgerlijk ingenieur bouwkunde (KU Leuven, 1978) en burgerlijk ingenieur industrieel beheer (KU Leuven, 1979). Alain Bernard trad in 1980 bij DEME in dienst als project manager. Hij was directeur-generaal van Dredging International en COO van de groep DEME tussen 1996 en 2006. In 2006 werd Alain Bernard benoemd tot CEO van de Groep DEME.

Uitgeoefende mandaten:

  • a in beursgenoteerde ondernemingen:
  • Lid van het Steering Committee van CFE
  • b niet-beursgenoteerde ondernemingen:
  • Chief Executive Officer en bestuurder van DEME
  • Bestuurder van diverse filialen van de Groep DEME
  • Bestuurder van Aquafin c - verenigingen:
  • Koninklijke Belgische Redersvereniging, F.I.T. (Flanders Investment & Trade) Voorzitter van de 'Belgian Dredging Association'

Philippe Delusinne

RTL Belgium Jacques Georginlaan, 2 B-1030 Brussel

Lid van het auditcomité

Onafhankelijk bestuurder

Philippe Delusinne, geboren in 1957, is houder van het diploma Marketing & Distributie van het ISEC te Brussel en van een Short MBA aan het Sterling Institute van Harvard. Hij startte zijn carrière bij Ted Bates als account executive. Vervolgens vervulde hij de functies van

account manager bij Publicis, client service director bij Impact FCB, deputy general manager bij McCann Erickson en chief executive officer bij Young & Rubicam in 1993. Sinds maart 2002 is hij chief executive officer van RTL Belgium.

Uitgeoefende mandaten:

  • a in beursgenoteerde ondernemingen: Lid van de Raad van Toezicht van M6 b- niet-beursgenoteerde ondernemingen: Gedelegeerd bestuurder van RTL Belgium nv Gedelegeerd bestuurder van Radio H Vast vertegenwoordiger van CLT-UFA nv Gedelegeerd bestuurder van INADI nv en van Cobelfra nv CEO van RTL Belux SA & Cie SECS Gedelegeerd bestuurder van RTL Belux SA Gedelegeerd bestuurder en voorzitter van de raad van bestuur van IP Belgium nv Voorzitter van Home Shopping Service Belgium nv Vast vertegenwoordiger van CLT-UFA nv Gedelegeerd bestuurder en Voorzitter van New Contact nv Bestuurder van CLT-UFA nv Bestuurder van het Agence Télégraphique Belge de Presse Bestuurder van MaRadio.be cvba Bestuurder van de Association pour l'Autorégulation de la Déontologie Journalistique (AADJ) vzw c – verenigingen: Lid van de Hoge Raad voor de Audiovisuele Sector (België)
  • Voorzitter van de Koninklijke Muntschouwburg Voorzitter van De Vrienden van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België vzw

Christian Labeyrie

Bestuurder

VINCI 1, cours Ferdinand-de-Lesseps F-92851 Rueil-Malmaison Cedex

Lid van het auditcomité

Christian Labeyrie, geboren in 1956, is adjunct-directeur-generaal, financieel directeur en lid van het executief comité van de VINCI-groep. Voor hij in 1990 bij de VINCI-groep begon te werken, heeft hij verschillende functies uitgeoefend in de Rhône Poulenc- en Schlumberger-groep. Hij is zijn carrière in de banksector begonnen. Christian Labeyrie is afgestudeerd aan de HEC, de Escuela Superior de Administración de Empresas (Barcelona) en de McGill University (Canada). Tevens is hij in het bezit van een DECS (Diplôme d'Etudes Comptables Supérieures). Hij is Ridder van het Légion d'honneur en Ridder in de Nationale Orde van Verdienste.

Uitgeoefende mandaten:

a – in beursgenoteerde ondernemingen:

  • Lid van het executief comité van de Groep VINCI
  • b niet-beursgenoteerde ondernemingen: Bestuurder van ASF Bestuurder van Eurovia Bestuurder van VINCI Deutschland Bestuurder van Arcour Bestuurder van het consortium Stade de France Bestuurder van VFI Bestuurder van Amundi Convertibles Euroland van de Groep Crédit Agricole Asset Management Bestuurder van VINCI USA Holding Inc. Voorzitter van ASF Holding Voorzitter van Cofiroute Holding Vast vertegenwoordiger van VINCI Innovation Vast vertegenwoordiger van VINCI bij Escota

Consuco nv, vertegenwoordigd door Alfred Bouckaert

de Foestraetslaan, 33A B-1180 Brussel

Lid van het auditcomité Lid van het benoemings- en remuneratiecomité

Onafhankelijk bestuurder

Alfred Bouckaert, geboren in 1946, is licentiaat in de economische wetenschappen (KUL). Hij startte zijn carrière in 1968 als beursmakelaar bij JM Finn & Co in Londen. In 1972 trad hij in dienst bij Chase Manhattan Bank, waar hij verschillende commerciële functies en kredietfuncties uitoefende voor hij commercial banking manager voor België werd. In 1984 werd hij benoemd tot general manager van Chase in Kopenhagen (Denemarken). Twee jaar later werd hij general manager en country manager van Chase in België. In 1989 werden de Belgische activiteiten van Chase Manhattan Bank verkocht aan Crédit Lyonnais. Alfred Bouckaert was verantwoordelijk voor de fusie van de Belgische operationele activiteiten van Chase en Crédit Lyonnais. In 1994 vroeg Crédit Lyonnais aan Alfred Bouckaert om de Europese activiteiten van de bank te leiden. In 1999 werd hij directeur van AXA Royale Belge. AXA benoemde hem ook tot country manager voor de Benelux. In 2005 werd hij algemeen directeur van de regio Noord-Europa (België, Nederland, Luxemburg, Duitsland en Zwitserland). Van oktober 2006 tot mei 2010 was hij lid van het directiecomité van AXA en verantwoordelijk voor de activiteiten in de regio Noord-, Midden- en Oost-Europa. In april 2007 werd hij benoemd tot voorzitter van de raad van bestuur van AXA Belgium nv, een functie die hij heeft geoefend tot 27 april 2010.

Van 2011 tot 2013 was hij voorzitter van de raad van bestuur van Belfius Bank & Verzekeringen.

Uitgeoefende mandaten:

a – in beursgenoteerde ondernemingen:

Bestuurder en Voorzitter van het investeringscomité van Mauritius Union Assurance (MUA), Mauritius

b – niet-beursgenoteerde ondernemingen:

Bestuurder van KBL Banque

Bestuurder van Mauritius Commercial Union Ltd.

  • Bestuurder van Ventosia (sicav van de notarissen) Bestuurder van Vesalius Biocapital II Arkiv
  • Voorzitter van First Retail International
  • Bestuurder en voorzitter van het risicocomité van KBL European Private Banker, Luxemburg
  • c verenigingen:
  • Bestuurder van de Franse kamer voor Handel en Nijverheid in België Bestuurder van het Instituut de Duve (ICP)

Ciska Servais bvba, vertegenwoordigd door Ciska Servais

Boerenlegerstraat, 204 B-2650 Edegem

Voorzitter van het benoemingsen remuneratiecomité

Onafhankelijk bestuurder

Ciska Servais is vennoot bij het advocatenkantoor Astrea. Zij is actief op het vlak van administratief recht, in het bijzonder milieurecht en ruimtelijke ordening en vastgoedrecht en bouwrecht. Zij heeft een uitgebreide ervaring inzake adviesverlening, gerechtelijke procedures en onderhandelingen. Zij is docente en geeft regelmatig voordrachten in het kader van seminaries.

Zij behaalde aan de Universiteit Antwerpen de graad van licentiaat in de rechten (1989), en bijkomend een Master (LL.M) in International Legal Cooperation (1990) aan de Vrije Universiteit Brussel. Bovendien behaalde zij een Bijzondere Licentie in de Milieukunde aan de Universiteit Antwerpen (1991). Zij startte haar stage in 1990 bij het Advocatenkantoor Van Passel & Greeve. Zij werd vennoot bij Van Passel & Vennoten in 1994, en vervolgens bij Lawfort in 2004. In 2006 was zij een van de medeoprichters

van het advocatenkantoor Astrea. Ciska Servais publiceert voornamelijk op het vlak van milieurecht, onder meer aangaande het bodemsaneringsdecreet, de milieuaansprakelijkheid en de grondverzetregeling. Zij is ingeschreven aan de Antwerpse balie.

Uitgeoefende mandaten:

  • a in beursgenoteerde ondernemingen:
  • Onafhankelijk bestuurder van MONTEA Comm. VA Vicevoorzitter van de raad van MONTEA Comm. VA Voorzitter van het remuneratiecomité van MONTEA Comm. VA
  • Voorzitter van het Auditcomité van MONTEA Comm. VA.
  • b niet-beursgenoteerde ondernemingen:
  • Astrea bv cvba

Jan Steyaert

Mobistar Bourgetlaan 3 B-1140 Brussel

Voorzitter van het auditcomité

Onafhankelijk bestuurder

Jan Steyaert, geboren in 1945, was het grootste deel van zijn carrière actief in de telecommunicatiesector. Hij startte aanvankelijk bij een bedrijfsrevisor. In 1970 trad hij in dienst van Telindus (beursgenoteerde vennootschap), waar hij achtereenvolgens de functie van CFO, CEO en voorzitter van de raad van bestuur van Telindus Group en van zijn filialen bekleedde tot en met 2006.

Sinds de oprichting van Mobistar (1995) is hij lid van de raad van bestuur en sinds 2003 voorzitter. Hij is officier in de Orde van Leopold II en werd bekroond met het kruis van Ridder in de Kroonorde.

Uitgeoefende mandaten:

  • a in beursgenoteerde ondernemingen:
  • Voorzitter van de raad van bestuur van Mobistar nv
  • b niet-beursgenoteerde ondernemingen:
  • Bestuurder van Portolani nv
  • Bestuurder van Automation nv
  • Bestuurder van CGT Consulting nv
  • Bestuurder van e-Novates nv
  • Bestuurder van Blue Corner nv
  • Bestuurder van 4iS nv
  • Lid van de adviesraad van de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat
  • c verenigingen:
  • Voorzitter van de Stichting en van de raad van bestuur van het Museum Dhondt-Dhaenens in Deurle Bestuurder van Anima Eterna vzw
  • Bestuurder van VVW vzw
  • Bestuurder van Jeugd en Muziek Brussel vzw

2.2. Beoordeling van de onafhankelijkheid van de bestuurders

Van de dertien leden van de raad van bestuur, op 31 december 2015, zijn er negen die niet als onafhankelijke bestuurders kunnen worden gekwalificeerd in de zin van artikel 526 ter van het Wetboek van Vennootschappen en van de Belgische Corporate Governance Code. Het gaat om:

  • Renaud Bentégeat en Piet Dejonghe, gedelegeerde bestuurders van de vennootschap.
  • Alain Bernard, gedelegeerd bestuurder van DEME en lid van het Steering Committee van CFE.
  • Luc Bertrand, Jan Suykens, Koen Janssen en John-Eric Bertrand, die de controleaandeelhouder, Ackermans & van Haaren, vertegenwoordigen.
  • Christian Labeyrie, die VINCI Construction vertegenwoordigt als aandeelhouder voor 12,11%.
  • C.G.O. nv, vertegenwoordigd door Philippe Delaunois, daar deze laatste meer dan drie opeenvolgende mandaten heeft uitgeoefend.

Op 31 december 2015 zijn de onafhankelijke bestuurders: Philippe Delusinne, Ciska Servais bvba, vertegenwoordigd door Ciska Servais, Jan Steyaert en Consuco nv, vertegenwoordigd door Alfred Bouckaert.

Er dient opgemerkt te worden dat de onafhankelijke bestuurders van CFE in 2015 hun opdracht in alle onafhankelijkheid hebben kunnen uitoefenen.

2.3. Situatie van de bedrijfsmandatarissen

Geen enkele bestuurder van CFE (i) is ooit het voorwerp geweest van een publiekrechtelijke sanctie door de regelgevende instanties (ii),

betrokken geweest bij een faillissement of onder sekwester geplaatst of in staat van faillissement gesteld (iii) of door een rechtbank ontzet uit het recht op te treden als lid van een raad van bestuur, directieraad of raad van toezicht voor rekening van een emittent, of om te bemiddelen bij het beheren of uitvoeren van transacties van een emittent.

2.4. Belangenconflict

2.4.1. Gedragsregels

Van alle bestuurders wordt onafhankelijkheid van beoordeling geëist, zowel van de uitvoerende als van de niet-uitvoerende bestuurders, ongeacht of deze laatste onafhankelijk zijn of niet.

Elke bestuurder organiseert zijn persoonlijke en professionele zaken derwijze dat rechtstreekse of onrechtstreekse belangenconflicten met de vennootschap worden vermeden.

De raad van bestuur waakt bijzonder over mogelijke belangenconflicten met een bestuurder of met een vennootschap van de groep, en over de naleving van de bijzondere procedures voorgeschreven in de artikelen 523 en 524 van het Wetboek van vennootschappen.

Transacties of andere contractuele relaties tussen de vennootschap, met inbegrip van verbonden vennootschappen, en bestuurders moeten aan normale marktvoorwaarden worden afgesloten.

Het is uitvoerende bestuurders niet toegestaan met de vennootschap rechtstreeks of onrechtstreeks een overeenkomst af te sluiten over de levering van bezoldigde diensten zonder de expliciete toestemming van de raad van bestuur. Zij zijn verplicht de voorzitter te raadplegen, die zal beslissen of het verzoek tot afwijking al dan niet aan de raad van bestuur wordt voorgelegd.

2.4.2. Toepassing van de procedures

Bij weten van CFE heeft geen enkele bestuurder dit jaar een belangenconflict gehad.

Er dient opgemerkt te worden dat sommige bestuurders mandaten uitoefenen in andere vennootschappen, die soms concurrerende activiteiten uitoefenen ten opzichte van CFE.

2.5. Beoordeling van de raad van bestuur, van zijn comités en van de bestuurders

2.5.1. Beoordelingswijze

Met de hulp van het benoemings- en remuneratiecomité en eventueel ook van externe deskundigen, en onder leiding van zijn voorzitter, beoordeelt de raad van bestuur geregeld de eigen samenstelling, omvang en werking, alsook de samenstelling, omvang en werking van de gespecialiseerde comités van de raad van bestuur. De bedoeling is de corporate governance voortdurend te verbeteren, rekening houdend met de eventueel gewijzigde omstandigheden.

Bij die evaluatie gaat de raad van bestuur onder meer na of – zowel in de raad van bestuur als in de gespecialiseerde comités van de raad van bestuur – belangrijke kwesties adequaat worden voorbereid en besproken.

Hij verifieert de effectieve bijdrage van elke bestuurder, gelet op zijn competentie en op zijn aanwezigheid op de vergaderingen, alsook zijn constructieve inzet tijdens de besprekingen.

Hij beoordeelt ook of de besluitvorming en de huidige samenstelling van de raad van bestuur en van de comités overeenstemt met wat wenselijk is.

De raad van bestuur trekt lering uit de evaluatie van zijn prestaties; hij speelt zijn sterke punten uit en pakt tegelijk zijn zwakke punten aan. Eventueel impliceert dit een voorstel tot benoeming van nieuwe leden, tot het niet herkiezen van bestaande leden of tot goedkeuring van andere geschikt geachte maatregelen om de raad van bestuur doeltreffend te laten werken. Hetzelfde geldt voor de gespecialiseerde comités.

De niet-uitvoerende bestuurders evalueren eenmaal per jaar hun interactie met het uitvoerende management. Daartoe komen zij eenmaal per jaar bijeen zonder de gedelegeerde bestuurders en zonder de eventuele andere uitvoerende bestuurders.

2.5.2. Beoordeling van de prestaties

De volgende beoordeling van de werking en de prestaties van de raad van bestuur zal plaatsvinden in het boekjaar 2016.

3. Werking van de raad van bestuur en van zijn comités

3.1. De raad van bestuur

Rol en bevoegdheden van de raad van bestuur

Rol van de raad van bestuur

De raad van bestuur voert zijn opdracht uit in het belang van de vennootschap.

De raad van bestuur bepaalt de lijnen en de waarden, de strategie en het kernbeleid van de vennootschap. Hij bestudeert de grote operaties die daarop betrekking hebben, en keurt ze goed. Hij zorgt dat zij ten uitvoer worden gelegd en bepaalt alle nodige maatregelen voor de realisatie van het beleid. Hij beslist over het risiconiveau dat de vennootschap bereid is te nemen.

De raad van bestuur streeft naar succes op lange termijn voor de vennootschap door het ondernemerschap te verzekeren en door risico-evaluatie en risicobeheer mogelijk te maken.

De raad van bestuur waakt erover dat de vennootschap over de nodige financiële en menselijke middelen kan beschikken om haar doelstellingen te realiseren, en creëert de nodige structuren en middelen voor de realisatie van de doelstellingen van de vennootschap. In het bijzonder besteedt de raad van bestuur aandacht aan het maatschappelijk verantwoord ondernemen, aan genderdiversiteit en het respect voor de diversiteit binnen de vennootschap.

De raad van bestuur valideert het budget, onderzoekt de rekeningen en sluit ze af.

De raad van bestuur:

  • keurt het algemene kader van interne controle en risicobeheer goed en beoordeelt de toepassing ervan
  • neemt alle nodige maatregelen om de integriteit van de financiële staten te garanderen
  • houdt toezicht op de prestaties van de commissaris
  • onderzoekt de prestaties van de gedelegeerde bestuurders
  • waakt over de goede werking en de efficiëntie van de gespecialiseerde comités van de raad van bestuur.

Bevoegdheden van de raad van bestuur

(i) Algemene bevoegdheden van de raad van bestuur

Onder voorbehoud van de uitdrukkelijk aan de algemene vergadering van aandeelhouders voorbehouden bevoegdheden en binnen de perken van het maatschappelijke doel heeft de raad van bestuur de bevoegdheid om alle nodige of nuttige handelingen te stellen voor de realisatie van het maatschappelijke doel van de vennootschap.

Op de algemene vergadering brengt de raad van bestuur verslag uit aan de aandeelhouders over de uitoefening van zijn verantwoordelijkheden en het beheer. Hij stelt de voorstellen van beslissingen op die ter goedkeuring aan de algemene vergadering worden voorgelegd.

(ii) Bevoegdheden van de raad van bestuur inzake kapitaalsverhoging (toegestaan kapitaal)

De algemene vergadering van aandeelhouders van 6 mei 2010 en de algemene vergadering van aandeelhouders van 30 april 2014 hebben de raad van bestuur gemachtigd om – in één of meerdere malen – het maatschappelijk kapitaal te verhogen met een bedrag van maximum 2.500.000 euro exclusief uitgiftepremie, en dit door middel van van geldelijke of niet-geldelijke inbrengen, door omzetting van reserves, met of zonder uitgifte van nieuwe aandelen. Binnen de grenzen van het toegestane kapitaal is het de raad van bestuur die beslist over de voorwaarden voor de kapitaalsverhoging, en met name over de uitgiftevoorwaarden voor nieuwe aandelen, waaronder de inschrijvingsprijs.

In het kader van het toegestane kapitaal van CFE kunnen 1.531.260 bijkomende aandelen worden uitgegeven in geval van een kapitaalverhoging met uitgifte van aandelen op basis van hun fractiewaarde.

Deze toelating vervalt vijf jaar na de publicatiedatum in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad van de beslissing van de algemene vergadering van 30 april 2014. Aangezien de publicatie op 22 mei 2014 plaatsvond, zal de huidige toelating op 21 mei 2019 vervallen.

(iii) Bevoegdheden van de raad van bestuur inzake de verwerving van eigen aandelen

De algemene vergadering van aandeelhouders van 30 april 2014 heeft de raad van bestuur van CFE gemachtigd om eigen aandelen van CFE aan te kopen. De nominale waarde of, bij gebrek daaraan, de fractiewaarde van de te verwerven aandelen mag niet meer bedragen dan 20% van het onderschreven maatschappelijke kapitaal, dat 8.265.896,4 euro bedraagt. De aankoop kan gebeuren tegen een prijs die gelijk is aan een minimumprijs per aandeel overeenstemmend met de laagste slotkoers in de twintig (20) dagen die voorafgaan aan de aankoop van eigen aandelen, verminderd met tien procent (10%) en tegen een prijs die gelijk is aan een maximumprijs per aandeel overeenstemmend met de hoogste slotkoers in de twintig (20) dagen die voorafgaan aan de aankoop van eigen aandelen, vermeerderd met tien procent (10%).

Deze toelating vervalt op 23 mei 2019.

Voor de aankoop van eigen aandelen door CFE met het oog op de verdeling onder het personeel is geen beslissing van de algemene aandeelhoudersvergadering vereist.

(iv) Bevoegdheden van de raad van bestuur inzake uitgifte van obligaties.

Onder voorbehoud van de toepassing van de wettelijke bepalingen ter zake kan de raad van bestuur beslissen tot de creatie en de uitgifte van obligaties, die eventueel in aandelen converteerbaar zijn.

Werking van de raad van bestuur

De raad van bestuur is zo georganiseerd dat de beslissingen steeds in het belang van de vennootschap worden genomen en dat de raad zijn taken efficiënt kan uitvoeren.

De vergaderingen van de raad van bestuur

De raad van bestuur vergadert op geregelde tijdstippen, voldoende frequent om zich doeltreffend van zijn verplichtingen te kwijten en telkens wanneer het vennootschapsbelang het vereist.

In 2015 heeft de raad van bestuur beraadslaagd over alle belangrijke kwesties met betrekking tot het doen en laten van CFE. De raad is zes keer samengekomen.

De raad van bestuur heeft meer bepaald:

  • de jaarrekening van het boekjaar 2014 en de halfjaarlijkse rekeningen van 2015 goedgekeurd
  • het budget voor 2015 en de actualisaties ervan onderzocht
  • het budget voor 2016 onderzocht
  • de aan het risicocomité voorgelegde dossiers besproken
  • de financiële toestand van CFE en de evolutie van de schuldenlast en de behoefte aan bedrijfskapitaal doorgelicht

  • de evolutie van het uitstaande vastgoedbestand onderzocht en beslist tot de aankoop en verkoop van verscheidene vastgoedprojecten met een waarde van meer dan vijf miljoen euro

  • op voorstel van het benoemings- en remuneratiecomité beslist over de remuneratiemodaliteiten en de premies voor de gedelegeerde bestuurders en de directie
  • beslist, op voorstel van het benoemings- en renumeratiecomité, om een gedelegeerd bestuurder voor CFE Contracting te benoemen.

Wat de actieve deelname van de bestuurders aan de vergaderingen van de raad betreft, geeft de volgende tabel aan hoe vaak de bestuurders in boekjaar 2015 op de vergaderingen van de raad van bestuur aanwezig waren.

Bestuurders Aanwezigheid/
aantal vergaderingen
C.G.O. nv, vertegenwoordigd door
Philippe Delaunois
6/6
Renaud Bentégeat 6/6
Luc Bertrand 6/6
Piet Dejonghe 6/6
Jan Suykens 6/6
Koen Janssen 6/6
John-Eric Bertrand 6/6
Christian Labeyrie 6/6
Philippe Delusinne 6/6
Consuco nv, vertegenwoordigd door
Alfred Bouckaert
5/6
Ciska Servais bvba, vertegenwoordigd
door Ciska Servais
6/6
Jan Steyaert 5/6
Alain Bernard 6/6

Besluitvorming binnen de raad van bestuur

Behoudens in gevallen van overmacht te wijten aan oorlog, onlusten of andere openbare rampsituaties kan de raad van bestuur slechts rechtsgeldig beraadslagen als ten minste de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. De leden van de raad van bestuur die verhinderd zijn om een vergadering bij te wonen, kunnen zich door een ander lid van de raad laten vertegenwoordigen conform de wettelijke en reglementaire bepalingen ter zake; een lid kan evenwel maar houder zijn van één volmacht tegelijk. De brieven, faxen of andere communicatiemiddelen waarmee stemvolmacht wordt gegeven, worden als bijlage gevoegd bij het verslag van de vergadering van de raad waarop ze werden aangemaakt.

Op beslissing van de voorzitter van de raad van bestuur kunnen de vergaderingen voor alle bestuurders of voor een deel van de bestuurders gehouden worden in de vorm van een audio- of videoconferentie. In de berekening van het quorum en van de meerderheid worden de betrokken bestuurders dan als aanwezig beschouwd.

De beslissingen worden genomen bij meerderheid van de aanwezige of vertegenwoordigde leden. Ingeval bestuurders, krachtens de wet, niet aan de beraadslaging mogen deelnemen, worden de beslissingen goedgekeurd bij meerderheid van de overige aanwezige of vertegenwoordigde leden. Bij staking van stemmen is de stem van het lid dat de vergadering voorzit doorslaggevend.

Na elke vergadering wordt over de beraadslagingen een proces-verbaal opgesteld, dat wordt ondertekend door de voorzitter van de raad

van bestuur en door de meerderheid van de leden die aan de beraadslaging hebben deelgenomen.

De notulen bevatten een samenvatting van de besprekingen, geven de genomen beslissingen weer en maken desgevallend melding van het voorbehoud dat de bestuurders hebben gemaakt. Ze worden opgenomen in een speciaal register dat wordt bijgehouden op de zetel van de vennootschap.

De hoofdkenmerken van het evaluatieproces van de raad van bestuur worden bepaald in het intern reglement dat is opgenomen in het Corporate Governance Charter van de vennootschap.

3.2. Het benoemings- en remuneratiecomité

Op 31 december 2015 bestond dit comité uit:

  • Ciska Servais bvba, vertegenwoordigd door Ciska Servais, voorzitter (*)
  • Luc Bertrand
  • Consuco nv, vertegenwoordigd door Alfred Bouckaert (*)
  • In 2015 heeft dit comité vier keer vergaderd.

Tijdens het boekjaar heeft dit comité onder meer het volgende onderzocht:

  • de vaste en variabele vergoeding van de gedelegeerde bestuurders
  • de vaste en variabele vergoeding van de directeuren
  • het remuneratiejaarverslag (wet van 6 april 2010)
  • de bezoldigingen van de bestuurders
  • de benoeming van de CEO van CFE Contracting
  • de invoering van een optieplan op het niveau van CFE Contracting

Onderstaande tabel geeft aan hoe vaak de leden in het boekjaar 2015 de vergaderingen van het benoemings- en remuneratiecomité hebben bijgewoond.

Leden Aanwezigheid/
aantal vergaderingen
Ciska Servais bvba, vertegenwoordigd
door Ciska Servais, voorzitter (*)
4/4
Luc Bertrand 4/4
Consuco nv, vertegenwoordigd door
Alfred Bouckaert (*)
3/4

Elk lid van het benoemings- en remuneratiecomité ontvangt een vergoeding van 1.000 euro per vergadering. De voorzitter van dit comité ontvangt een vergoeding van 2.000 euro per vergadering.

De belangrijkste kenmerken van het evaluatieproces van het benoemings- en remuneratiecomité worden bepaald in het intern reglement dat is opgenomen in het Corporate Governance Charter van de vennootschap.

3.3. Het auditcomité

Op 31 december 2015 bestond dit comité uit:

  • Jan Steyaert, voorzitter (*)
  • Philippe Delusinne (*)
  • Consuco nv, vertegenwoordigd door Alfred Bouckaert (*)
  • John-Eric Bertrand
  • Christian Labeyrie

Op 15 januari 2015 is Piet Dejonghe vervangen door John-Eric Bertrand.

De raad van bestuur van CFE heeft bijzondere aandacht besteed aan de aanwezigheid in het auditcomité van bestuurders die gespecialiseerd zijn in financiële en boekhoudkundige aangelegenheden of in risicobeheer.

Jan Steyaert is voorzitter van het auditcomité. Hij beantwoordt aan de onafhankelijkheidscriteria vermeld in artikel 526 ter van het Wetboek van Vennootschappen. Jan Steyaert behaalde een diploma in een economische en financiële richting. Hij heeft verschillende beroepsactiviteiten uitgeoefend, in het bijzonder bij een bedrijfsrevisorenkantoor en bij Telindus, een beursgenoteerde onderneming waar hij achtereenvolgens de functies van CFO, CEO en voorzitter van de raad van bestuur bekleedde. Deze elementen rechtvaardigen de competenties van Jan Steyaert inzake boekhouding en audit.

Op uitdrukkelijk verzoek van het auditcomité neemt ook de commissaris deel aan de werkzaamheden van dit comité.

Dit comité heeft in boekjaar 2015 vier keer vergaderd.

Het comité heeft:

  • de jaarrekening van 2014 en de halfjaarlijkse rekeningen van 2015 onderzocht
  • eind maart en eind september 2015 de driemaandelijkse rekeningen onderzocht
  • het ontwerp van budget voor 2016 onderzocht voordat dit werd voorgesteld aan de raad van bestuur
  • de verslagen van de interne auditor onderzocht
  • de evolutie van de thesaurie van de groep onderzocht
  • de buiten balans verplichtingen van de groep, en meer bepaald de bankgaranties, onderzocht

Het auditcomité heeft bijzondere aandacht besteed aan de interne controle van de groep en heeft de door CFE ondernomen acties om die controle te verbeteren, opgevolgd.

Onderstaande tabel geeft aan hoe vaak de leden in het boekjaar 2015 de vergaderingen van het auditcomité hebben bijgewoond.

Leden Aanwezigheid/
aantal
vergaderingen
Jan Steyaert (*) 4/4
Philippe Delusinne (*) 4/4
John-Eric Bertrand 4/4
Consuco nv, vertegenwoordigd door
Alfred Bouckaert (*)
3/4
Christian Labeyrie 4/4

Elk lid van het auditcomité ontvangt een vergoeding van 1.000 euro per vergadering. De voorzitter van dit comité ontvangt een vergoeding van 2.000 euro per vergadering.

De hoofdkenmerken van het evaluatieproces van het auditcomité worden bepaald in het interne reglement dat is opgenomen in het Corporate Governance Charter van de vennootschap.

4. Aandeelhouderschap

4.1. Kapitaal en structuur van het aandeelhouderschap

Bij de sluiting van het boekjaar bedroeg het maatschappelijk kapitaal van CFE 41.329.482,42 euro, vertegenwoordigd door 25.314.482 aandelen zonder vermelding van nominale waarde. De aandelen van de vennootschap zijn op naam of gedematerialiseerd.

De aandelen blijven op naam tot ze zijn volgestort. Wanneer het bedrag ervan volledig is volgestort, mogen zij omgezet worden in gedematerialiseerde aandelen naar keuze en op kosten van de aandeelhouder.

Het register van aandeelhouders op naam wordt in elektronische en in papieren vorm bijgehouden. Het beheer van het elektronische register werd aan Euroclear Belgium (CIK nv) toevertrouwd.

De aandelen op naam kunnen op eenvoudig verzoek van de houder ervan en op zijn kosten omgezet worden in gedematerialiseerde aandelen, en omgekeerd. De gedematerialiseerde aandelen worden in voorkomend geval omgezet in aandelen op naam door de inschrijving in het register van aandeelhouders van CFE. De aandelen op naam worden omgezet in gedematerialiseerde aandelen door een boeking op een rekening, op naam van de eigenaar of de houder, bij een erkende rekeninghouder of een vereffeningsinstelling.

Conform de wet van 14 december 2005 inzake de afschaffing van de effecten aan toonder, werden de aandelen van CFE die op 1 januari 2014 nog niet van rechtswege of op initiatief van hun houders waren omgezet, van rechtswege gedematerialiseerd en door CFE op eigen naam op een effectenrekening geplaatst.

Sinds die datum zijn de aan de aandelen verbonden rechten opgeschort tot hun houder zich bekendmaakt en verkrijgt dat zijn aandelen worden ingeschreven op zijn naam in het register van effecten op naam of op een effectenrekening gehouden door een erkende rekeninghouder of een vereffeningsinstelling.

In uitvoering van de wet van 21 december 2013 en conform haar bepalingen, werden 18.960 aandelen waarvan de houder zich op de dag van de verkoop niet had bekendgemaakt, in de loop van juli 2015 van rechtswege op Euronext Brussels verkocht. De opbrengst van de verkoop wordt bij de Deposito- en Consignatiekas gestort tot een

persoon, die op geldige wijze zijn hoedanigheid van rechthebbende heeft kunnen aantonen, de teruggave ervan vraagt.

Elke persoon die een teruggave vraagt, is een boete verschuldigd die berekend wordt per jaar achterstand vanaf 1 januari 2016, gelijk aan 10% van het bedrag of van de tegenwaarde van de aandelen die het voorwerp zijn van de vraag om teruggave.

Op 1 januari 2026 zullen de bedragen afkomstig van de verkoop waarvoor geen teruggave werd gevraagd, aan de Staat worden toegekend.

Op 31 december 2015 was het aandeelhouderschap van CFE als volgt samengesteld:

- aandelen op naam 18.405.021
- gedematerialiseerde aandelen 6.909.461
TOTAAL 25.314.482

Aandeelhouders die 3% of meer bezitten van de stemrechten m.b.t. de effecten die ze aanhouden:

Ackermans & van Haaren nv
Begijnenvest, 113
B-2000 Antwerpen
(België)
15.289.521
aandelen hetzij
60,40%
VINCI Construction SAS
5, cours Ferdinand-de-Lesseps
F-92851 Rueil-Malmaison Cedex
(Frankrijk)
3.066.440
aandelen hetzij
12,11%

In de loop van het boekjaar 2015 heeft CFE geen enkele kennisgeving ontvangen in het kader van de wet van 2 mei 2007 inzake transparantie

4.2. Effecten die bijzondere controlerechten inhouden

Bij de afsluiting van het boekjaar waren er geen eigenaars van effecten die bijzondere controlerechten inhouden.

4.3. Stemrecht

Het bezit van een aandeel van CFE geeft recht op een stem in de algemene vergadering van CFE en impliceert van rechtswege de onderschrijving van de statuten van CFE en van de beslissingen van de algemene vergadering van CFE. Elke aandeelhouder staat in voor de verbintenissen van de vennootschap tot maximaal het bedrag van zijn inschrijving.

Voor de uitoefening van de rechten die aan de aandeelhouders worden toegekend, erkent de vennootschap slechts één eigenaar per aandeel. De vennootschap kan de uitoefening van de rechten die verbonden zijn aan aandelen in mede-eigendom, in vruchtgebruik of in pand, opschorten tot één persoon als houder van deze rechten ten aanzien van de vennootschap is aangewezen.

Sinds 1 januari 2008 wordt de uitoefening van elk recht verbonden aan de fysieke effecten aan toonder opgeschort tot ze worden ingeschreven op een effectenrekening of in het register van aandeelhouders.

4.4. Uitoefening van de rechten van de aandeelhouders

De aandeelhouders van de vennootschap hebben de rechten die hun door het Wetboek van Vennootschappen en door de statuten worden verleend. Zo hebben zij het recht om elke algemene vergadering van aandeelhouders van de vennootschap bij te wonen en er hun stem uit te brengen. Elk aandeel geeft recht op één stem tijdens de algemene vergadering. De toetredingsvoorwaarden tot een algemene vergadering staan vermeld in de statuten van de vennootschap en worden tevens beschreven in elke oproeping tot een algemene vergadering.

De gewone algemene vergadering heeft, overeenkomstig de statuten, op 7 mei 2015 plaatsgevonden. Deze algemene vergadering heeft o.a. de jaarrekeningen van de vennootschap voor het boekjaar, afgesloten op 31 december 2014, goedgekeurd, evenals de hernieuwing van het bestuurdersmandaat van Ciska Servais bvba, vertegenwoordigd door Ciska Servais, met een termijn van vier jaar.

5. Interne controle

5.A. Interne controle en risicobeheer

5.A.1. Inleiding

5.A.1.1. Definitie - referentiesysteem

"Interne controle kan worden omschreven als een door het bestuursorgaan uitgewerkt systeem, dat onder zijn verantwoordelijkheid werd ingevoerd door het uitvoerende management. Ze draagt bij tot het beheersen van de activiteiten van de vennootschap, tot haar doeltreffende werking en tot het efficiënt gebruik van haar middelen, dit alles in functie van de doelstellingen, de omvang en de complexiteit van de activiteiten van de vennootschap.

Het interne controlesysteem is in het bijzonder gericht op het waarborgen van:

  • de toepassing (verwezenlijking en optimalisering) van de door het bestuursorgaan vastgelegde beleidslijnen en doelstellingen (bv. prestaties, rendabiliteit, bescherming van de middelen, enz.);
  • de betrouwbaarheid van financiële en niet-financiële informatie (bv. opstellen van de financiële staten, van het jaarverslag, enz.);
  • de naleving van de wetten, reglementen en andere teksten (bv. de statuten, enz.)."

(uittreksel van de Richtlijnen in het kader van de wet van 6 april 2010 en de Belgische Corporate Governance Code 2009, gepubliceerd door de Commissie Corporate Governance - versie 10/01/2011, pagina 8).

Net als elk ander controlesysteem kan ook het systeem voor interne controle echter geen absolute garanties bieden dat deze risico's volledig geëlimineerd zijn, ongeacht hoe goed het systeem is uitgewerkt en wordt toegepast.

5.A.1.2. Toepassingsdomein van de interne controle

De interne controle is van toepassing op CFE en op de dochtervennootschappen die binnen het consolidatiebereik vallen.

Voor het boekjaar 2015 is voor de specifieke gevallen van Rent-A-Port, RAP-Port Energy en Groep Terryn de raad van bestuur van elk van deze vennootschappen verantwoordelijk voor haar interne controle. CFE tracht echter via haar vertegenwoordigers in de raad van bestuur van deze vennootschappen haar eigen goede praktijken te bevorderen.

5.A.2. Organisatie van de interne controle

De vakgebieden van CFE vereisen dat de teams die de activiteiten uitvoeren dicht bij hun klanten staan. Om elke verantwoordelijke van een entiteit de mogelijkheid te bieden om snel de juiste operationele beslissingen te nemen, werd een gedecentraliseerde organisatie ingevoerd binnen de polen Baggerwerken, Contracting en Vastgoedontwikkeling.

De organisatie van CFE impliceert een delegatie van bevoegdheden en verantwoordelijkheden aan de operationele en functionele medewerkers op alle niveaus van de organisatie. Deze delegatie van bevoegdheden aan de operationele en functionele verantwoordelijken gebeurt in overeenstemming met de werkingsprincipes van CFE:

• de strikte naleving van de gemeenschappelijke regels van de groep inzake het aangaan van verbintenissen, het nemen van risico's, het aannemen van werken en de rapportering van financiële, boekhoudkundige en beleidsinformatie;

  • de transparantie en loyauteit van de verantwoordelijken tegenover hun operationele hiërarchie en tegenover de functionele diensten;
  • de naleving van alle wetten en reglementen die van kracht zijn in de landen waar de groep actief is;
  • de verantwoordelijkheid van de operationele leidinggevenden om de werkingsprincipes van de groep mee te delen aan hun medewerkers;
  • de veiligheid van personen (medewerkers, dienstverleners, onderaannemers…);
  • het nastreven van financieel rendement.

Na de in november 2015 voltooide juridische reorganisatie van de groep is de interne controle voortaan als volgt verdeeld:

  • op het niveau van CFE nv, dat naast haar rol als holding de volgende activiteiten groepeert: i) gebouwen internationaal (met uitzondering van Polen, Luxemburg en Tunesië), ii) nietmaritieme burgerlijke bouwkunde in België en iii) PPS-Concessies (rubriek 5 A 2.1)
  • op het niveau van DEME nv, dat de activiteiten Baggerwerken en Milieu beheert (rubriek 5 A.2.2)
  • op het niveau van CFE Contracting nv, dat de activiteiten Contracting beheert (rubriek 5 A.2.3)
  • op het niveau van BPI nv, dat de activiteiten Vastgoedontwikkeling beheert (rubriek 5 A.2.4)

5.A.2.1. CFE nv

a. Holding

De betrokkenen bij de interne controle

  • De raad van bestuur van CFE is een collegiaal orgaan dat belast is met de controle van het management door de directie, de bepaling van de strategische richting van de vennootschap en het toezicht op de goede gang van zaken binnen de vennootschap. Hij beraadslaagt over alle belangrijke aangelegenheden in het doen en laten van de groep. De raad van bestuur heeft gespecialiseerde comités opgericht voor de audit van de rekeningen, de bezoldigingen en de benoemingen.
  • De twee gedelegeerde bestuurders die het dagelijkse beheer van de vennootschap verzekeren, hebben tot taak de door de raad van bestuur bepaalde strategie van de groep uit te voeren.
  • Een Steering Committee dat verbonden is aan de activiteiten van DEME ('Steering Committee DEME'), en dat is samengesteld uit:
  • een gedelegeerd bestuurder van CFE
  • de CEO van DEME, bestuurder van CFE en van DEME
  • de financieel en administratief directeur van CFE

De rol van het Steering Committee DEME wordt omschreven in sectie 5.A.2.2.

  • De financiële directie, met een beperkte structuur die aangepast is aan de gedecentraliseerde organisatie van de groep, heeft onder meer de taak de regels en procedures van de groep op te stellen en toe te zien op de juiste toepassing van deze regels en procedures en van de beslissingen genomen door de gedelegeerde bestuurders.
  • De directie van de beheerscontrole en consolidatie, die verbonden is met de financiële directie van de groep, is verantwoordelijk voor de opstelling en de analyse van de financiële en boekhoudkundige informatie van CFE die zowel binnen als buiten de groep wordt verspreid en waarvan ze de betrouwbaarheid moet garanderen.

Ze is met name verantwoordelijk voor:

  • het opstellen, valideren en analyseren van de geconsolideerde halfjaar- en jaarrekeningen van de groep en de prognose (consolidatie van de budgetten en van de budgetbijsturingen).
  • de beschrijving en naleving van de boekhoudkundige procedures binnen de groep en de toepassing van de IFRS-normen.

De directie van de beheerscontrole en consolidatie bepaalt de afsluitingskalender voor de voorbereiding van de halfjaar- en jaarrekeningen. Deze instructies worden verspreid onder de financiële directies van de verschillende betrokken entiteiten en gaan gepaard met informatie- of opleidingssessies.

De directie van de beheerscontrole en consolidatie staat in voor de boekhoudkundige verwerking van complexe transacties en waakt erover deze te laten valideren door de commissaris-revisor.

De commissaris-revisor deelt zijn eventuele bevindingen betreffende de jaar- en halfjaarrekeningen mee aan het auditcomité voor de rekeningen worden voorgesteld aan de raad van bestuur.

Procedures voor de opvolging van de activiteiten

De polen beschikken over eigen controlesystemen, die afgestemd zijn op de specifieke aspecten van hun activiteit.

Op basis van de informatie die de verschillende operationele entiteiten overmaken, stelt de financiële directie elke maand een dashboard op van de activiteit, de opgenomen bestellingen, het orderboek en de netto financiële schuldenlast.

De leiders van de verschillende entiteiten stellen maandelijks een informatiebrief op met de markante feiten.

De budgetprocedure is gemeenschappelijk voor alle polen van de groep en hun dochtervennootschappen. Deze procedure omvat vier afspraken per jaar:

  • het initiële budget, voorgesteld in november van het jaar n-1
  • de eerste budgetbijsturing, voorgesteld in april van het jaar n
  • de tweede budgetbijsturing, voorgesteld in juli/augustus van het jaar n
  • de derde budgetbijsturing, voorgesteld in oktober van het jaar n.

Tijdens deze vergaderingen, die worden bijgewoond door de gedelegeerde bestuurders van CFE, de financieel en administratief directeur van CFE, de directeur controle en consolidatie, de CEO van de betrokken pool, de gedelegeerd bestuurder of algemeen directeur van het betrokken filiaal, zijn operationeel en zijn financieel en administratief directeur, wordt het volgende onderzocht:

  • het zakenvolume van het lopende boekjaar, de staat van het orderboek
  • de laatst meegedeelde financiële staten (balans en resultaatrekening)
  • de voorspelbare marge van het profit center met het detail van de marges per project
  • de analyse van de grote balanstotalen
  • de analyse van de lopende risico's, met meer bepaald een uitvoerige beschrijving van de geschillen
  • de staat van de verstrekte garanties
  • de investeringsbehoeften of de desinvesteringen
  • de thesaurie en haar toekomstige evolutie over twaalf maanden.

Voor de filialen DEME, Rent-A-Port en RAP-Energy wordt deze informatie aan CFE overgemaakt via haar vertegenwoordiging in het auditcomité van deze entiteiten.

b. Niet-overgedragen activiteiten

De twee gedelegeerde bestuurders zijn belast met de opvolging en de controle van de niet-overgedragen activiteiten, namelijk de PPS-Concessies, de niet-maritieme burgerlijke bouwkunde in België en de divisie Gebouwen Internationaal, met uitzondering van Luxemburg, Polen en Tunesië.

Zij voeren de door de raad van bestuur van CFE bepaalde strategie uit en moeten voor de verwezenlijking van elk nieuw project het voorafgaande formele akkoord van de raad van bestuur van CFE ontvangen.

Zij worden in hun taken bijgestaan door de financieel en administratief directeur, de directeur human resources, de directeur burgerlijke bouwkunde en de directeur van CFE International.

5.A.2.2. DEME

CFE controleert haar baggerfiliaal op vijf verschillende niveaus:

  • • Op het niveau van de raad van bestuur. Deze bestaat uit zeven bestuurders, van wie zes ook bestuurders van CFE zijn. De raad van bestuur controleert het management van de directie, keurt de halfjaar- en jaarrekeningen goed en geeft, onder andere, zijn goedkeuring voor de strategie en het investeringsbeleid van DEME. De raad van bestuur heeft in 2015 zeven keer vergaderd;
  • • Op het niveau van het technische comité. Dit bestaat uit de CEO, de COO, de CFO en de belangrijkste directeuren van DEME en uit twee vertegenwoordigers van CFE (een bestuurder van CFE en de voorzitter van het risicocomité van CFE). Dit comité houdt toezicht op de belangrijkste werven en op de lopende geschillen. Het is ook belast met de voorbereiding van de investeringsdossiers;
  • • Op het niveau van het risicocomité, dat onder zijn leden twee vertegenwoordigers van CFE telt (een bestuurder van CFE en de voorzitter van het risicocomité van CFE), samen met de CEO, de COO, de CFO en de belangrijkste directeuren van DEME. Het risicocomité analyseert en geeft zijn goedkeuring voor alle bindende offertes voor een bedrag van meer dan 100 miljoen euro (baggerwerken) of 25 miljoen euro (niet-baggerwerken);
  • • Op het niveau van het auditcomité, dat onder zijn leden drie vertegenwoordigers van CFE telt (een bestuurder van CFE, de financieel en administratief directeur en de directeur van de beheerscontrole en consolidatie van CFE). Het auditcomité inspecteert, bij elke kwartaalafsluiting, de financiële staten van DEME, de evolutie van de resultaten van de verschillende projecten en de bijwerking van de budgetten. Het kan ook worden bijeengeroepen om specifieke financiële punten te behandelen. In 2015 heeft het vijf keer vergaderd;
  • • Ten slotte, op het niveau van het Steering Committee DEME, dat o.a. de door het technische comité voorbereide investeringsdossiers onderzoekt en de raden van bestuur van DEME voorbereidt.

Net als in het verleden wordt het interne controlesysteem van DEME uitgevoerd door haar CEO, COO en CFO, met de steun van het Management Team en onder de verantwoordelijkheid van de raad van bestuur.

In deze context heeft DEME meer initiatieven genomen om de controle op haar activiteiten te versterken, meer bepaald:

  • De nieuwe financiële rapportering van DEME is sinds maart 2015 volledig operationeel. Dit is een volledig geautomatiseerde tool die de verzameling van de financiële informatie van de filialen in reële tijd mogelijk maakt;
  • Het automatiseringsproces van de behandeling van de facturen werd in de loop van het boekjaar voortgezet;
  • De cel 'Risk Management' werd versterkt en is nu het departement 'Opportunity en Risk Management'. Dit departement heeft met de steun van externe adviseurs nieuwe tools ontwikkeld die het mogelijk maken om zowel in de inschrijvings- als in de exploitatiefase de risico's en opportuniteiten van de werven op een transparante manier te identificeren en te volgen. Deze nieuwe tools zullen in 2016 volledig worden geïmplementeerd;
  • De invoering van een cash pool-systeem in DEME werd voortgezet: de cash pool in euro voor de Belgische entiteiten van DEME is al volledig operationeel.

5.A.2.3. CFE Contracting

a. de betrokkenen bij de interne controle

1. De raad van bestuur

De raad van bestuur van CFE Contracting is samengesteld uit vier bestuurders (de twee gedelegeerde bestuurders van CFE, de Voorzitter van het Executief Comité van CFE Contracting en een vertegenwoordiger van de controlerende aandeelhouder). De raad van bestuur controleert het Executief Comité, stelt de halfjaarrekeningen en de jaarrekeningen vast en bepaalt de strategie van de pool.

2. Executief comité

Het Executief comité van CFE Contracting is belast met het dagelijkse beheer van de pool en de uitvoering van de door de raad van bestuur bepaalde strategie.

Het wordt voorgezeten door de CEO van CFE Contracting en bestaat op 31 december 2015 uit de financieel en administratief directeur van CFE, de gedelegeerde bestuurder van CFE Bouw Vlaanderen (ook algemeen directeur van de activiteiten Multitechnieken en Rail Infra) en de gedelegeerde bestuurder van CFE Bâtiment Brabant Wallonie.

3. Het risicocomité

De projecten met een hoog risicoprofiel en de projecten voor een bedrag van meer dan 50 miljoen euro in bouw of meer dan 10 miljoen euro in Multitechnieken of Rail Infra moeten door het Risicocomité worden goedgekeurd vóór de offerte wordt ingediend. Het comité onderzoekt de technische, commerciële, contractuele en financiële risico's van de projecten die het voorgelegd krijgt.

Het risicocomité is samengesteld uit:

  • de gedelegeerde bestuurders van CFE
  • de CEO van CFE Contracting
  • de voorzitter van het risicocomité van CFE
  • het lid van het Executief Comité dat belast is met de dochtervennootschap of het bijkantoor
  • de operationele of functionele vertegenwoordigers van de entiteit
  • de financieel en administratief directeur van CFE
  • een bestuurder die de controlerende aandeelhouder vertegenwoordigt

4. Interne audit

De interne audit is een onafhankelijke functie met als belangrijkste opdracht de ondersteuning en begeleiding van het Management voor een betere beheersing van de risico's en verbeteringsmogelijkheden voor de verschillende vakgebieden van CFE Contracting.

De interne audit rapporteert functioneel aan het Auditcomité van CFE, door het jaarlijkse auditplan, de belangrijkste resultaten van de uitgevoerde audits en een opvolging van de actieplannen voor te leggen. Indien nodig kunnen op verzoek van het Auditcomité of het Uitvoerend Comité bijkomende opdrachten worden uitgevoerd. In 2015 waren de belangrijkste door de interne audit behandelde thema's het thesauriebeheer, de informaticaveiligheid en het beheer van de voltooiing van werven.

De resultaten van de uitgevoerde audits worden voorgelegd aan de leden van het Auditcomité van CFE en de leden van het Executief Comité van CFE Contracting (om met deze laatsten de te ondernemen verbeteringsmaatregelen overeen te komen).

De interne audit is ook verantwoordelijk voor het in kaart brengen van de risico's. Eind 2015 werd een update uitgevoerd.

b. Acties voor de verbetering van de interne controle

In de loop van het beschouwde boekjaar werden verscheidene maatregelen genomen om de interne controle van CFE Contracting te versterken, namelijk:

  • De invoering door het Executief Comité van een governancecharter dat de gemeenschappelijke procedures van alle filialen van CFE Contracting definieert. Het beschrijft de modaliteiten in termen van informatie en interne controle, met name voor het aannemen van werken, de opvolging van de projecten, de aankopen en de onderaanneming, de investeringen, de participaties, de betalingen, de human resources, de communicatie en de ethiek. Deze principes zijn omgezet in proceduregidsen voor elk van de filialen van CFE Contracting;
  • De lancering van projecten voor de optimalisatie van de interne processen en de veralgemening van de goede praktijken, meer bepaald in het domein van de inschrijving, het beheer van contracten, de klantendienst, de automatisering van de processen, en de human resources;
  • De voortzetting van de invoering van een geïntegreerd beheersysteem (ERP) in verscheidene dochtervennootschappen en bijkantoren van CFE Contracting;
  • De update van de in kaart gebrachte risico's.

c. Organisatie van de interne controle op het niveau van de divisie Bouw

De verschillende filialen van de divisie Bouw (CFE Bouw Vlaanderen, CFE Bâtiments Brabant Wallonie, CFE Polska, CTE en CLE) beschikken over hun eigen raad van bestuur, samengesteld uit de gedelegeerde bestuurders of algemeen directeuren van de betrokken vennootschap, een gedelegeerde bestuurder van CFE, de financieel en administratief directeur van CFE en de CEO van CFE Contracting.

Elke entiteit beschikt bovendien over een directiecomité dat verantwoordelijk is voor het commerciële beleid en het operationele beheer van de entiteit.

d. Organisatie van de interne controle op het niveau van de divisie Multitechnieken en Rail Infra

De interne controle van de pool Multitechnieken en Rail Infra gebeurt door de per cluster (Elektro, HVAC en Rail Infra) georganiseerde raden van bestuur, die samengesteld zijn uit de respectieve algemeen directeuren, de algemeen directeur van de divisie, de CEO van CFE Contracting, de financieel en administratief directeur van CFE en een gedelegeerde bestuurder van CFE.

Daarnaast wordt het dagelijkse beheer van de activiteiten verzorgd door een directiecomité Multitechnieken (voor de clusters Elektro en HVAC) en een directiecomité Rail Infra.

5.A.2.4. BPI

a. De betrokkenen bij de interne controle

De raad van bestuur heeft de bevoegdheden die de wet hem verleent. Hij is samengesteld uit een gedelegeerde bestuurder van BPI, drie bestuurders van CFE (onder wie de twee gedelegeerde bestuurders) en de financieel en administratief directeur van CFE.

De raad van bestuur heeft uit zijn midden een Investeringscomité gevormd, dat de investeringsprojecten (of de desinvesteringsprojecten) analyseert en goedkeurt en ii) de bouw en/of de commercialisering van elk vastgoedproject lanceert. Het is samengesteld uit de bestuurders van BPI, de secretaris-generaal en de financieel directeur van BPI. Merk op dat investeringen of desinvesteringen van meer dan 5 miljoen euro eveneens het formele akkoord van de raad van bestuur van CFE moeten krijgen.

De gedelegeerde bestuurder wordt in het beheer van de lopende zaken bijgestaan door een Steering Committee, samengesteld uit de gedelegeerde bestuurder, de financieel directeur van BPI, de secretaris-generaal, de technisch directeur en de directeur ontwikkeling. De verschillende vastgoedprojecten worden systematisch minstens één keer om de zes weken geëvalueerd, zowel op het vlak van de verkoop als op het technische, juridische en financiële vlak.

b. Acties voor de verbetering van de interne controle

  • De raad van bestuur van BPI heeft in een governancecharter het interne beleid bepaald voor de investeringen, de opvolging van de projecten, het boekhoudkundige en financiële beheer en de human resources.
  • De rapportering van de follow-up van de vastgoedprojecten werd in de loop van het boekjaar volledig herzien.
  • De pool is begonnen met de implementering van een geïntegreerd beheersysteem (ERP), dat in de boekjaren 2016 en 2017 geleidelijk aan zal worden ingevoerd in de filialen van BPI.

5.B. Risicofactoren

5.B.1. Operationele risico's

5.B.1.1. De uitvoering van projecten

Het hoofdkenmerk van de sector Baggerwerken en Contracting is de verbintenis, aangegaan bij het indienen van offertes, tot het bouwen van een voorwerp met een uniek karakter, tegen een prijs waarvan de voorwaarden vooraf worden vastgelegd en binnen een overeengekomen termijn.

De risicofactoren betreffen dus:

  • het bepalen van de prijs van het te bouwen voorwerp en, in geval van een afwijking tussen de berekende prijs en de reële kostprijs als gevolg van variaties van de in de offerte voorziene eenheidsprijzen en/of hoeveelheden;
  • de mogelijkheid (of onmogelijkheid) om zich in te dekken tegen ontstane meerkosten en prijsverhogingen;
  • het ontwerp, indien de aannemer daarvoor instaat;
  • de eigenlijke bouwactiviteit;
  • de beheersing van de kostprijscomponenten;
  • de vertragingen, verschillende interne en externe factoren die de datum van de oplevering kunnen beïnvloeden;

  • de prestatieverplichtingen (kwaliteit, uitvoeringstermijn) en de rechtstreekse en onrechtstreekse gevolgen die daaraan verbonden zijn;

  • de garantieverplichtingen (tien jaar garantie, onderhoud);
  • de inachtneming van verplichtingen inzake sociaal recht, uitgebreid tot dienstverlenende personen of bedrijven en tot de veiligheid.

5.B.1.2. Baggerwerken en Milieu

De baggeractiviteit wordt uitgevoerd door DEME en haar dochtervennootschappen. DEME is één van de hoofdrolspelers op de wereldwijde markt van de baggerwerken. Het bedrijf voert zowel onderhoudsbaggerwerken als infrastructuurbaggerwerken ('capital dredging') uit. Deze laatste activiteit is met name gekoppeld aan de ontwikkeling van de wereldhandel en aan de beslissingen van staten om in grote infrastructuurprojecten te investeren. DEME heeft daarnaast een aanbod van diensten aan de petroleum- en gasindustrie ontwikkeld, in domeinen zoals de bescherming van installaties op zee en de bescherming van pijpleidingen en onderzeese kabels op zeer grote diepte.

DEME profileert zich eveneens als een belangrijke speler in de ontwikkeling van offshorewindparken, in twee hoedanigheden:

  • als concessiehouder, via minderheidsparticipaties in concessies;
  • als algemene aannemer, gespecialiseerd in de bouw en het onderhoud van offshorewindparken, die in staat is zijn klanten een globale oplossing aan te bieden.

DEME is ook via DEC actief in het milieudomein. DEC is gespecialiseerd in de behandeling van vervuild slib en sedimenten en in de sanering van industrieel braakland.

Op het eind van het boekjaar heeft DEME beslist een nieuwe divisie op te richten, met twee nieuwe filialen: DEME Infra Sea Solutions (DISS) en DEME Infra Marine Contractor (DIMCO), gespecialiseerd in maritieme burgerlijke bouwkunde. Deze nieuwe divisie past in het streven van DEME om haar klanten globale, geïntegreerde oplossingen aan te bieden voor baggerwerken en maritieme burgerlijke bouwkunde.

Ten slotte is DEME via DBM ('DEME Building Materials') aanwezig op de markt van de toelevering van aggregaten.

Operationele risico's verbonden aan baggerwerken en inpolderingswerken

DEME wordt tijdens de uitvoering van haar bagger- en inpolderingsprojecten en haar projecten in de burgerlijke waterbouwkunde niet alleen geconfronteerd met de in hoofdstuk 5.B.1.1 beschreven risico's, maar ook met diverse operationele risico's die verband houden met:

  • het bepalen van de aard en de samenstelling van de te baggeren bodem;
  • de klimaats- en weersomstandigheden, met inbegrip van extreme klimaatgebeurtenissen (stormen, tsunami's, aardschokken enz.);
  • de slijtage van het materieel;
  • technische incidenten en pannes die de prestaties van de schepen kunnen beïnvloeden;
  • de conceptie en de engineering van het project;
  • de evolutie van het reglementaire kader in de loop van het contract;
  • de betrekkingen met de onderaannemers, leveranciers en partners.

Operationele risico's verbonden aan de ontwikkeling van concessies

Zoals hierboven beschreven, ontwikkelt DEME sinds verscheidene jaren concessies voor offshorewindparken. In dit kader wordt DEME geconfronteerd met de specifieke risico's die eigen zijn aan deze investeringen:

  • de onstabiliteit van het regelgevingskader;
  • de technologische ontwikkelingen;
  • het vermogen om deze grootschalige projecten te financieren.

Operationele risico's verbonden aan investeringen in de vloot

Baggeren is een voornamelijk maritieme activiteit, die wordt gekenmerkt door haar kapitaalintensieve karakter, als gevolg van de noodzaak om regelmatig in nieuwe schepen te investeren om de vloot in de voorhoede van de technologische ontwikkeling te houden. Als dusdanig wordt DEME geconfronteerd met complexe investeringsbeslissingen en met de specifieke risico's eigen aan deze investeringen:

  • technisch ontwerp van de investering (type baggerschip, capaciteit, vermogen…) en beheersing van nieuwe technologieën
  • tijdsverschil tussen de investeringsbeslissing en de uitbating van het schip en het inschatten van de toekomstige markt
  • beheersing van de uitvoering door de scheepswerf van de investering (kosten, prestaties, conformiteit…)
  • bezettingsgraad van de vloot en planning van de activiteiten
  • financiering.

DEME beschikt over bekwaam personeel voor het ontwerpen van baggertuigen, en het bestuderen en uitvoeren van grootschalige projecten. Gelet op de aard van de activiteit en het geheel van de externe elementen dat erin meespeelt, kan het inherente risico van de activiteit echter niet volledig worden uitgesloten.

5.B.1.3. Contracting

De pool Contracting omvat de volgende activiteiten:

Bouw

De bouwactiviteit is geconcentreerd in België, het Groothertogdom Luxemburg, Polen en Tunesië. CFE Contracting is gespecialiseerd in de bouw en renovatie van kantoor- en woongebouwen, hotels, scholen en universiteiten, parkeergarages, winkel- en recreatiecentra, ziekenhuizen en industriële gebouwen.

Multitechnieken & Rail Infra

Deze divisie is voornamelijk in België actief, met drie clusters:

  • tertiaire elektriciteit, elektrotechnische installaties, telecommunicatienetten, industriële automatisering, fabricage van laagspanningsborden en hoogspanningscabines, elektromechanica voor zuiverings- en pompstations
  • HVAC (heating, ventilation en air conditioning), onderhoud van elektriciteit en HVAC
  • spoorweg- en signalisatiewerken, het transport van energie en openbare verlichting.

CFE Contracting heeft de risico's, die in oktober 2013 voor het eerst in kaart werden gebracht, bijgewerkt. De evaluatie gebeurde volgens drie criteria: de impact (financiële, menselijke of reputatiegevolgen) van het risico, de frequentie waarmee het zich voordoet en de mate waarin men het beheerst. Dit leidt tot een beeld per specifiek domein en geeft elke verantwoordelijke een tool voor de opvolging van de aan zijn activiteit verbonden risico's. De in kaart gebrachte risico's zullen blijven evolueren, aangezien men ze regelmatig zal bijwerken. Het programma van de interne audits wordt op basis hiervan gedefinieerd, zodat men een beter beeld heeft van de domeinen die met voorrang moeten worden beoordeeld.

De belangrijkste risico's die in deze update werden geïdentificeerd zijn:

  • de veiligheid van de medewerkers en de onderaannemers die op de werven werken. Dit is een groot risico voor Contracting en vereist een prioritaire aandacht van het voltallige personeel;
  • het contractuele risico, dat het aantal geschillen zou kunnen doen toenemen;
  • de beschikbaarheid van kaderpersoneel, namelijk projectleiders en werfleiders, en het beheer van hun competenties.

De operationele risico's van de activiteiten van de pool Contracting worden in hoofdstuk 5.B.1.1 beschreven.

5.B.1.4. Vastgoedontwikkeling

BPI ontwikkelt haar vastgoedactiviteiten in België, in het Groothertogdom Luxemburg en in Polen.

De vastgoedactiviteit is rechtstreeks of onrechtstreeks afhankelijk van bepaalde macro-economische factoren (hoogte van de rentevoeten, bereidheid om te investeren, spaargelden…) en politieke factoren (ontwikkeling van supranationale instellingen, ruimtelijke ordening) die een invloed hebben op het gedrag van de spelers op de markt, dit alles volgens de spelregels van vraag en aanbod.

De vastgoedactiviteit wordt tevens gekenmerkt door de lange cyclusduur van de transacties, wat betekent dat het noodzakelijk is om vooruit te lopen op beslissingen en verbintenissen op lange termijn aan te gaan.

Voor elk vastgoedproject gelden niet alleen de sectorgebonden risico's, maar ook de volgende inherente risico's:

  • keuze van de investeringen in gronden,
  • definiëring en haalbaarheid van het project,
  • het verkrijgen van diverse toelatingen en vergunningen,
  • beheersing van bouwkosten, honoraria en financiering,
  • verkoop.

5.B.1.5. PPS-Concessies

De activiteit van PPS-Concessies bestaat enerzijds uit de realisatie van projecten van het type DBFM ('Design, Build, Finance, Maintain') in België en in Nederland, en anderzijds via de voor 45% aangehouden vennootschappen Rent-A-Port en RAP-Energy, in de ontwikkeling en het beheer van havens, de ontwikkeling van offshorewindparken in België en de consulting in havenbouw.

De activiteit van de pool wordt gekenmerkt door de duur van de operatiecyclus (20 jaar of meer) en de capaciteit van het project om, tijdens de maintenance of de operatiefase, de terugkerende kasstromen te genereren die de betrokken vennootschap toelaten om de financiering terug te betalen.

5.B.2. De conjunctuur

De verschillende polen van CFE zijn van nature onderhevig aan sterke cyclische schommelingen. Deze vaststelling dient evenwel te worden genuanceerd per activiteits- of subactiviteitspool, daar de kernfactoren voor elk van hen kunnen verschillen.

Bijvoorbeeld:

  • de activiteit baggerwerken en maritieme burgerlijke bouwkunde is gevoelig voor de internationale conjunctuur, de evolutie van de wereldhandel en het investeringsbeleid van de overheden met betrekking tot grote infrastructuurwerken en duurzame ontwikkeling. Een vertraging van de groei op een of meer markten waar DEME actief is, kan een negatieve invloed hebben op haar activiteitsniveau en haar resultaten
  • de bouw- of vastgoedontwikkelingactiviteit volgt voor het gedeelte kantoorgebouwen de klassieke conjunctuurcyclus, terwijl de woningbouwactiviteit meer rechtstreeks reageert op de conjunctuur, het vertrouwen en het renteniveau.

5.B.3. Kaderleden en werknemers

CFE Contracting lijdt aan een chronisch tekort aan kaderleden en gekwalificeerde arbeiders. De goede uitvoering van projecten, zowel op het niveau van de studies en de voorbereiding van projecten als de uitvoering, is afhankelijk van zowel het kwalificatie- of competentieniveau van het personeel als van de beschikbaarheid daarvan op de arbeidsmarkt.

Ook DEME moet erin slagen om op de arbeidsmarkt hooggekwalificeerde medewerkers, die buitenlandse projecten kunnen leiden, aan te trekken, te motiveren en te behouden.

5.B.4. Marktrisico's

5.B.4.1. Rentes

CFE, DEME en BPI worden geconfronteerd met grote en langlopende investeringen. In deze context en in het kader van de terbeschikkingstelling van kredieten op lange termijn, van projectfinanciering of van grote investeringen, voeren deze entiteiten in voorkomend geval een beleid om zich in te dekken tegen schommelende rentevoeten. Toch kan het renterisico nooit volledig worden uitgesloten.

5.B.4.2. Wisselkoers

Rekening houdend met het internationale aspect van de activiteit en de uitvoering van contracten in vreemde valuta, worden de verschillende polen van de groep geconfronteerd met een wisselkoersrisico. Om dit risico te beperken, dekken zij zich in tegen wisselkoersschommelingen of gaan ze over tot termijnverkoop van vreemde valuta's. Toch kan het wisselkoersrisico niet worden uitgesloten.

5.B.4.3. Krediet

Om het courante solvabiliteitrisico te beperken, controleren CFE, DEME en CFE Contracting bij de overmaking van offertes de solvabiliteit van hun klanten, volgen zij de uitstaande bedragen van hun klanten regelmatig op en sturen zij hun houding tegenover hen indien nodig bij. Wanneer klanten een niet te verwaarlozen kredietrisico vertegenwoordigen, worden voorschotten bij het begin van de werken en/of bankgaranties voor de betaling geëist voor de werken worden gestart.

Voor de verre export dekken CFE en DEME zich in bij in dit domein bevoegde organismen, zoals Credendo Group, in zoverre het land in aanmerking komt en het risico door een kredietverzekering kan worden gedekt.

Het kredietrisico kan echter niet volledig worden uitgesloten.

Terwijl DEME, CFE Contracting en BPI niet beduidend aan het kredietrisico blootgesteld zijn, wordt CFE geconfronteerd met betalingsachterstallen vanwege de staat Tsjaad. De nettopositie bedraagt op 31 december 2015 ongeveer 60 miljoen euro.

5.B.4.4. Liquiditeit

Om het liquiditeitsrisico te beperken, hebben de entiteiten van de groep CFE hun financieringsbronnen uitgebreid tot vier soorten:

  • obligatieleningen voor een totaal bedrag van 300 miljoen euro. Dit betreft een obligatielening van 100 miljoen euro die in 2018 vervalt, uitgegeven door de Aannemingsmaatschappij CFE nv, en een obligatielening van 200 miljoen euro die in 2019 vervalt, uitgegeven door DEME. Deze obligatieleningen hebben het mogelijk gemaakt de financieringsbronnen te diversifiëren en de vervaldatum van de langlopende financiële schuld te verlengen,
  • nieuwe bilaterale kredietlijnen op middellange termijn bij DEME, voor de toekomstige financiering van haar vloot,
  • leningen of leasingcontracten van het type 'project finance' die DEME gebruikt om bepaalde van haar schepen te financieren en die BPI gebruikt voor de financiering van haar vastgoedprojecten,
  • bankleningen of handelspapier om de behoeften aan liquide middelen op korte en middellange termijn te dekken.

CFE komt op 31 december 2015 al haar financiële overeenkomsten na. Dit geldt eveneens voor DEME.

5.B.5. Risico verbonden aan de grondstoffenprijs

CFE, DEME en CFE Contracting zijn potentieel onderhevig aan de prijsstijging van bepaalde grondstoffen die in hun activiteiten worden gebruikt. Dergelijke stijgingen zouden echter geen beduidende nadelige weerslag mogen hebben op de resultaten. Een aanzienlijk deel van de contracten van CFE, DEME en CFE Contracting omvat immers prijsherzieningsformules, zodat de prijs van de lopende opdrachten mee kan evolueren met de prijs van de grondstoffen. Bovendien worden de activiteiten van CFE Contracting uitgevoerd over een groot aantal contracten, waarvan een groot deel op korte en middellange termijn, zodat ook zonder prijsherzieningsformule de impact van een stijging van de grondstoffenprijs beperkt blijft. Ten slotte heeft DEME specifieke dekkingen genomen voor de prijzen van stookolie voor de contracten die geen prijsherzieningsmechanisme voorzien.

5.B.6. Afhankelijkheid van opdrachtgevers en leveranciers

Vanwege de aard van haar activiteiten en haar organisatiestructuur, die voortvloeit uit het regionale aspect van de contracten, beschouwt CFE zich niet globaal afhankelijk van een klein aantal opdrachtgevers, leveranciers of onderaannemers.

5.B.7. Milieurisico's

Door de aard van de werkzaamheden die CFE Contracting gevraagd wordt om uit te voeren, is het mogelijk dat men met gevaarlijke materialen te maken krijgt. CFE Contracting neemt alle voorzorgsmaatregelen inzake de veiligheid, hygiëne en gezondheid van haar werknemers en besteedt veel aandacht aan dit probleem, maar het blijft een feit dat dit risico nooit volledig uitgesloten kan worden.

Zoals elk bedrijf dat op het domein van de baggerwerken en de maritieme werken actief is, schenkt DEME bijzondere aandacht aan milieurisico's. Ze zijn van tweeërlei aard:

  • een verstoring van de flora en/of fauna of een ongewilde lozing kunnen nooit volledig worden uitgesloten, ondanks de zeer strenge preventieve maatregelen die de vennootschap bij de uitvoering van baggerwerken toepast.
  • de dochtervennootschappen van DEME die actief zijn op milieugebied, worden door hun aard geconfronteerd met de sanering van sterk vervuilde bodems waarvan men voor de start van het contract de omvang en de precieze samenstelling niet altijd gemakkelijk kan bepalen. Bovendien impliceren de innoverende technieken die DEME voor de bodemsanering toepast door hun aard een zeker risico.

Respect voor het milieu is één van de fundamentele waarden van de verschillende polen van CFE, die alles in het werk stellen om de negatieve impact van hun activiteiten op het milieu te beperken.

5.B.8. Juridische risico's

Gelet op de diversiteit van hun activiteiten en hun geografische vestigingen moeten CFE en CFE Contracting rekening houden met een omgeving van complexe rechtsregels en voorschriften in verband met de uitvoering van prestaties en de betrokken activiteitengebieden. Voor CFE gelden meer bepaald de voorschriften inzake administratieve contracten, de contracten voor overheids- en privéopdrachten, en de burgerlijke aansprakelijkheid van bouwondernemingen.

De bouwsector wordt steeds vaker geconfronteerd met een uitgebreide interpretatie van begrippen in verband met de tienjarige aansprakelijkheid van bouwondernemers, de aansprakelijkheid voor kleine verborgen gebreken en recent ook de aansprakelijkheid voor indirecte gevolgschade.

DEME van haar kant wordt geconfronteerd met een instabiliteit en een toenemende complexiteit van het juridisch kader van sommige landen waar het actief is.

5.B.9. Politiek risico

CFE en DEME zijn blootgesteld aan een politiek risico dat verschillende vormen kan aannemen: politieke instabiliteit, oorlog en burgeroorlog, gewapend conflict, terrorisme, gijzelneming, afpersing of sabotage.

Dit risico vormt een potentiële bedreiging voor de veiligheid van de werknemers en de goederen. Daarom worden zij nauwlettend bewaakt en kan een project indien nodig worden stopgezet als de minimale veiligheidsvoorwaarden niet langer verzekerd zijn: het personeel en het materieel worden dan naar een veiligere plaats overgebracht.

DEME heeft een Enterprise Security Officer aangeworven om:

  • de potentiële bedreigingen voor de veiligheid van het personeel en het materieel regelmatig bij te werken,
  • te helpen bij de uitvoering van de veiligheidsprocedures,
  • toe te zien op de naleving ervan,
  • desgevallend noodsituaties te coördineren.

5.B.10. Risico's verbonden aan de bescherming van de intellectuele eigendom en de knowhow

DEME heeft een specifieke knowhow en innoverende technologieën in diverse domeinen ontwikkeld.

Om haar industriële geheimen en de intellectuele eigendom van haar innovaties te beschermen, heeft DEME een groot aantal patenten aangevraagd die meer dan honderd specifieke toepassingen dekken.

5.B.11. Risico's verbonden aan Special Purpose Companies

Om sommige van hun vastgoedoperaties te realiseren of in het kader van publiek-private samenwerking of concessies, participeren en blijven CFE, DEME en BPI participeren in Special Purpose Companies die zekerheden verstrekken ter ondersteuning van hun kredieten. Het risico bestaat dat, bij faling van dit type van vennootschappen en realisatie van de zekerheden, de opbrengsten onvoldoende zijn om het eigen vermogen, dat ter beschikking werd gesteld voor het verkrijgen van de kredieten, geheel of gedeeltelijk terug te betalen.

5.B.12. Participatie in DEME

De verwerving van de controle over DEME door CFE op 24 december 2013 wijzigt niets aan het feit dat DEME financieel zelfstandig blijft, en dat CFE dan ook geen enkel voorschot of engagement van om het even welke aard ten gunste van haar dochtervennootschap verleent, en omgekeerd.

6. Beoordeling van de door de onderneming genomen maatregelen in het kader van de richtlijn m.b.t. handel met voorkennis en manipulatie van contracten

Het beleid van CFE op dit vlak wordt nauwkeurig beschreven in het Corporate Governance Charter.

Er is een Compliance Officer (Fabien De Jonge) aangeduid en een informatieprogramma is effectief van kracht sinds 2006. Dit is bestemd voor de directieleden en de personen die vanwege hun functie toegang hebben tot bevoorrechte informatie.

Op systematische wijze informeert de vennootschap deze medewerkers over gesloten periodes en brengt zij geregeld de algemene richtlijnen onder de aandacht.

7. Transacties en andere contractuele betrekkingen tussen de onderneming, inclusief de aangesloten vennootschappen, en de bestuurders en executive managers

Het beleid op dit vlak wordt nauwkeurig beschreven in het Corporate Governance Charter.

Er bestaat geen dienstcontract dat de leden van de raad van bestuur bindt aan CFE of aan een van haar dochtervennootschappen.

8. Bijstandsovereenkomst

Ackermans & van Haaren heeft een dienstenovereenkomst gesloten met CFE en DEME. De door CFE en DEME verschuldigde bezoldigingen voor het boekjaar 2015 bedragen respectievelijk 150 en 1.126 duizend euro.

9. Controle op de vennootschap

De commissaris is de vennootschap Deloitte, Bedrijfsrevisoren, vertegenwoordigd door Pierre-Hugues Bonnefoy.

De gewone algemene vergadering van 3 mei 2013 heeft het mandaat van de commissaris, Deloitte, Bedrijfsrevisoren, vertegenwoordigd door Pierre-Hugues Bonnefoy, verlengd voor een periode van drie jaar, verstrijkend op de gewone algemene vergadering van mei 2016. De vergoeding voor dit mandaat in CFE nv werd vastgesteld op 176 duizend euro voor het boekjaar 2015.

De door Deloitte, Bedrijfsrevisoren, gefactureerde kosten voor verscheidene opdrachten, bedragen 39 duizend euro.

Bovendien werden gedurende het boekjaar 2015 door Deloitte gefactureerde kosten voor advies van 72 duizend euro in resultaat genomen. Deloitte heeft de rekeningen van de meeste vennootschappen van de groep CFE gereviseerd.

Wat de overige belangrijkste groepen en dochtervennootschappen betreft, heeft de commissaris meestal de certificeringsverslagen van de commissarissen ontvangen en/of overleg met hen gepleegd, en bepaalde procedures voor aanvullende revisies uitgevoerd.

Bezoldiging van de commissarissen voor het geheel van de groep, inclusief CFE nv (boekjaar 2015):

(in duizend euro) Deloitte Autres
Bedrag % Bedrag %
Audit
Commissariaat der rekeningen, certificering, onderzoek van de
individuele en geconsolideerde rekeningen
1.412,3 74,04% 586,0 41,35%
Andere toebehorende opdrachten en andere auditopdrachten 107,4 5,63% 46,6 3,29%
Subtotaal audit 1.519,7 79,67% 632,6 44,64%
Andere prestaties
Juridisch, fiscaal, sociaal 203,7 10,68% 637,0 44,96%
Andere 184,1 9,65% 147,4 10,40%
Subtotaal andere 387,8 20,33% 784,4 55,36%
Totaal honoraria commissarissen der rekeningen 1.907,5 100% 1.417,0 100%

C. Remuneratieverslag

Het beloningsbeleid van CFE is erop gericht arbeiders, bedienden en kaderleden van de vennootschap aan te trekken, te motiveren en te behouden.

Het benoemings- en bezoldigingscomité kan zich voor de analyse van de concurrentie en andere nuttige factoren voor de evaluatie van de bezoldigingen laten bijstaan door internationaal gereputeerde bezoldigingsconsultants.

Voor het jaar 2015 werden enkele wijzigingen aan het bezoldigingsbeleid aangebracht ten opzichte van het vorige boekjaar.

1. De bezoldiging van de leden van de raad van bestuur en zijn comités

1.1. Bezoldiging van de leden van de raad van bestuur

De algemene vergadering van 7 mei 2015 van CFE nv heeft besloten om een jaarlijkse bezoldiging van respectievelijk 100.000 euro en 20.000 euro toe te kennen aan de voorzitter van de raad van bestuur en aan elk van de andere bestuurders, pro rata temporis van de uitoefening van hun mandaat. De algemene vergadering heeft bovendien besloten om zitpenningen van 2.000 euro per zitting toe te kennen aan de bestuurders, met uitzondering van de voorzitter van de raad van bestuur. De bezoldiging van de leden van het auditcomité en van het benoemings- en bezoldigingscomité blijft ongewijzigd.

Bovendien worden de bestuurders vergoed voor de kosten die ze mogelijk moeten maken voor de uitoefening van hun mandaat, volgens de voorwaarden bepaald door de raad van bestuur.

Bedrag, van de voordelen die rechtstreeks of onrechtstreeks worden toegekend aan de bestuurders in het kader van de uitoefening van hun mandaten binnen de groep:

(euros) Bezoldiging
CFE nv
C.G.O. nv, vertegenwoordigd door
Philippe Delaunois
100.000
Renaud Bentégeat 32.000
Piet Dejonghe 32.000
Luc Bertrand 32.000
Koen Janssen 32.000
Christian Labeyrie 32.000
John-Eric Bertrand 32.000
Consuco nv, vertegenwoordigd door
Alfred Bouckaert
30.000
Ciska Servais bvba, vertegenwoordigd
door Ciska Servais
32.000
Philippe Delusinne 32.000
Jan Suykens 32.000
Alain Bernard 32.000
Jan Steyaert 30.000
Totaal 480.000

Er werd sinds 3 mei 2010 (datum van inwerkingtreding van de wet van 6 april 2010) geen enkele overeenkomst die een vertrekvergoeding voorziet, afgesloten of verlengd met een niet bij het dagelijks bestuur betrokken bestuurder.

Aan de algemene vergadering van 4 mei 2016 zal worden voorgesteld om hetzelfde bezoldigingsbeleid voor de bestuurders en de voorzitter van de raad van bestuur te behouden.

1.2. Bezoldiging van de leden van het auditcomité

Jan Steyaert 8.000
Consuco nv, vertegenwoordigd door Alfred
Bouckaert
3.000
Philippe Delusinne 4.000
John-Eric Bertrand 4.000
Christian Labeyrie 4.000
Totaal 23.000

1.3. Bezoldiging van de leden van het benoemings- en bezoldigingscomité

Het benoemings- en bezoldigingscomité bestaat uit niet bij het dagelijks bestuur betrokken bestuurders, waarvan de meeste onafhankelijke bestuurders zijn.

Ciska Servais bvba,
vertegenwoordigd door Ciska Servais
8.000
Luc Bertrand 4.000
Consuco nv, vertegenwoordigd door Alfred
Bouckaert
3.000
Totaal 15.000

2. De directie van CFE

In de loop van het boekjaar 2015 heeft de organisatie van de groep CFE een ingrijpende ontwikkeling doorgemaakt.

In het begin van het boekjaar werd de vennootschap geleid door twee gedelegeerde bestuurders, bijgestaan door twee Steering Committees.

Het ene, dat de activiteiten zonder DEME vertegenwoordigde, was samengesteld uit:

  • Renaud Bentégeat
  • Piet Dejonghe
  • Fabien De Jonge
  • Gabriel Marijsse
  • Patrick Verswijvel
  • Frédéric Claes nv, vertegenwoordigd door Frédéric Claes
  • Artist Valley nv, vertegenwoordigd door Jacques Lefèvre
  • Yves Weyts

Het andere, dat de activiteiten van DEME vertegenwoordigde, was samengesteld uit:

  • Renaud Bentégeat
  • Alain Bernard
  • Fabien De Jonge

In november 2015 werd een nieuwe organisatie ingevoerd, gelijktijdig met de oprichting van CFE Contracting, dat het merendeel van de activiteiten van de groep CFE in Bouw, Multitechnieken en Rail Infra verzamelt.

Sindsdien wordt de groep CFE door de twee gedelegeerde bestuurders geleid. Zij verzorgen het dagelijkse beheer van de vennootschap, onder toezicht van de raad van bestuur van de groep.

Ze worden in taken op holdingniveau bijgestaan door de financieel en administratief directeur van de groep, Fabien De Jonge, de directeur human resources, Gabriel Marijsse, de directeur burgerlijke

bouwkunde, Patrick Verswijvel, en de directeur internationaal, D2C Partners, vertegenwoordigd door Patrick Bonnetain.

De activiteit van DEME wordt gevolgd door een Steering Committee, dat zoals in het verleden samengesteld is uit Renaud Bentégeat, Alain Bernard en Fabien De Jonge.

De pool Contracting wordt geleid door een executief comité, samengesteld uit een CEO, Trorema bvba, vertegenwoordigd door Raymund Trost, en drie andere leden, Frédéric Claes nv, vertegenwoordigd door Frédéric Claes, Fabien De Jonge en 8822 bvba, vertegenwoordigd door Yves Weyts.

De activiteit Vastgoedontwikkeling staat onder de verantwoordelijkheid van een gedelegeerde bestuurder, Artis Valley nv, vertegenwoordigd door Jacques Lefèvre. Hij wordt bijgestaan door een Steering Committee.

3. De bezoldiging van de leden van de directie van CFE

3.1. Bezoldiging van de heer Renaud Bentégeat, gedelegeerd bestuurder

Het bezoldigingsbeleid werd in 2015 gewijzigd. De vaste bezoldiging, de variabele bezoldiging en de andere voordelen werden door het benoemings- en bezoldigingscomité onderzocht. Nadat informatie en standpunten werden uitgewisseld en in het bijzonder de prestaties voor de variabele bezoldiging werden onderzocht, heeft het benoemings- en bezoldigingscomité aanbevelingen gedaan aan de raad van bestuur, die ter zake beslist.

Het referentiejaar voor de gedelegeerde bestuurders (en voor de andere leden van het Steering Committee) voor de toekenning van de variabele bezoldiging loopt van 1 januari tot 31 december; de stortingen van de variabele bezoldiging gebeuren eventueel in april van het volgende jaar.

Voor zijn uitvoerende functies binnen de groep CFE heeft Renaud Bentégeat, gedelegeerd bestuurder, naast de bezoldiging van zijn bestuurdersmandaat, hetzij 32.000 euro, een bruto jaarlijkse bezoldiging van 300.000 euro ontvangen. De remuneratie van Renaud Bentégeat is onderworpen aan de Franse wetgeving.

Renaud Bentégeat, gedelegeerd bestuurder, beschikt bovendien over een woning en een bedrijfsvoertuig, wat overeenkomt met 49.306 euro voor 2015. In 2015 geniet hij, ten laste van CFE, van een pensioenplan, de werkgeversbijdrage bedraagt 102.147 euro.

De variabele bezoldiging van Renaud Bentégeat is gebaseerd op de prestaties van het geheel van de groep CFE en houdt rekening met de veiligheid, het economische resultaat, het thesaurieniveau en de kwaliteit van de rapportering.

Het bedrag van de jaarlijkse variabele bezoldiging is beperkt tot 100% van de vaste bezoldiging.

Voor het boekjaar 2015 is beslist aan Renaud Bentégeat een premie uit te keren van 150.000 euro.

Er is een variabele bezoldiging op lange termijn ingevoerd, waarvan de criteria door het benoemings- en bezoldigingscomité gedefinieerd zijn. Deze bezoldiging zal afhangen van de resultaten van de groep over drie jaar (2015, 2016 en 2017).

CFE heeft in 2015 aan de gedelegeerde bestuurders geen vergoedingen in aandelen, opties of andere rechten om aandelen van de vennootschap te verwerven, toegekend aan Renaud Bentégeat, gedelegeerd bestuurder.

3.2. Piet Dejonghe, gedelegeerd bestuurder, heeft naast de bezoldiging voor zijn bestuurdersmandaat geen bezoldiging ontvangen.

CFE heeft in 2015 aan de gedelegeerde bestuurders geen vergoedingen in aandelen, opties of andere rechten om aandelen van de vennootschap te verwerven, toegekend aan Piet Dejonghe, gedelegeerd bestuurder.

3.3. De bezoldiging van de andere leden van de directie van CFE

Het bezoldigingsbeleid is ontworpen om te verzekeren dat de vennootschap

  • uitvoerende talenten van hoog niveau en met groot potentieel kan aantrekken, motiveren en behouden
  • en persoonlijke prestaties kan aanmoedigen en belonen.

De voorstellen van vaste en variabele bezoldiging voor de leden van de directie van CFE met uitzondering van de gedelegeerde bestuurders, worden zeer aandachtig bekeken door de gedelegeerde bestuurders en de directeur human resources van de groep en voorgelegd aan het benoemings- en remuneratiecomité.

Het comité luistert naar de uiteenzettingen en legt, na bespreking en overleg tussen zijn leden, de definitieve voorstellen voor aan de raad van bestuur, die ter zake een beslissing neemt.

Het basisjaarloon vormt de vaste vergoeding en is gebaseerd op de bestaande loonstructuur in de groep CFE. Er wordt een beoordelingsmarge toegepast op basis van ervaring, functie, zeldzaamheid van de technische competenties, prestaties enz.

Voor de operationele directeuren van de directie van CFE, met name de verantwoordelijken van de profit centers (dochtervennootschappen), hangt de variabele bezoldiging voor het boekjaar 2015 af van hun individuele prestatieniveau.

  • Ze houdt direct verband met de financiële prestatie van hun verantwoordelijkheidsdomein of de verhouding tussen het nettoresultaat vóór belastingen en de omzet van het boekjaar. Dit resultaat, uitgedrukt in procenten, wordt vergeleken met een rooster dat een veelvoud van de vaste bezoldiging bevat dat kan gaan van 0 tot 100% van de vaste bezoldiging, het zogenaamde 'basisbedrag'.
  • De 'veiligheidsprestatie': een kwantitatieve maatstaf die voor 50% meetelt, d.w.z. de frequentie van de arbeidsongevallen, in functie van de doelstelling die in het begin van het boekjaar wordt vastgesteld, kwalitatieve maatstaven die voor 50% meetellen, het geheel heeft een negatieve invloed ten belope van 20% op het basisbedrag als de doelstelling niet bereikt wordt.
  • De 'kwalitatieve prestatie', namelijk:
  • de naleving van de richtlijnen van de groep op het vlak van de rapportering en de naleving van de procedures door henzelf en hun medewerkers, evenals
  • de reactiviteit en de constructieve houding tegenover de eisen van de groep

De waardering van deze 'kwalitatieve' prestaties wordt aan het oordeel van het benoemings- en remuneratiecomité overgelaten en kan gaan tot de volledige annulering van de variabele bezoldiging.

• De variabele bezoldiging kan dus gelijk zijn aan 0 tot 100% van de vaste bezoldiging.

Voor de functionele directeuren wordt voor de variabele bezoldiging rekening gehouden met verschillende elementen, namelijk:

  • het globale resultaat van de groep CFE,
  • de werking van de afdeling waarvoor zij verantwoordelijk zijn,
  • eventueel de verwezenlijking van specifieke doelstellingen die hen in het begin van het boekjaar werden toegewezen door de gedelegeerde bestuurders,
  • bij onbevredigende prestaties kan de variabele bezoldiging gelijk zijn aan nul.

Het referentiejaar voor de toekenning van de variabele bezoldiging loopt van 1 januari tot 31 december; de stortingen gebeuren desgevallend in april van het volgende jaar.

Voor de operationele leden van het Steering Committee van DEME wordt de bezoldiging bepaald door de raad van bestuur van DEME op voorstel van het remuneratiecomité van DEME, samengesteld uit Renaud Bentégeat en Luc Bertrand. Het bedrag van de variabele bezoldiging wordt berekend met inachtneming van 4 criteria: de EBITDA, het nettoresultaat, de financiële netto schuld en de veiligheid.

De leden van de directie van de CFE (met uitzondering van de gedelegeerde bestuurders), namelijk Fabien De Jonge, Gabriel Marijsse, Patrick Verswijvel, D2C Partners, vertegenwoordigd door Patrick Bonnetain, Alain Bernard, Trorema bvba, vertegenwoordigd door Raymund Trost, Frédéric Claes nv, vertegenwoordigd door Frédéric Claes, Yves Weyts, Artist Valley nv, vertegenwoordigd door Jacques Lefèvre, hebben in 2015 de volgende bezoldigingen ontvangen:

Vaste bezoldigingen en honoraria 2.142.960
Variabele bezoldigingen 1.925.585
Stortingen voor diverse verzekeringen
(pensioenplannen, hospitalisatieverzekering,
ongevallenverzekering)
482.935
Kosten van dienstvoertuigen 69.318
Totaal 4.620.798

Voor de leden van het directiecomité van CFE bestaan er verschillende types pensioenplannen. Sommige plannen zijn gebaseerd op een te bereiken doel, dat varieert ten opzichte van de spildatum 1/07/1986. Om voor deze leden een samenhangend beleid te voeren, werd in 2007 een 'overkoepelend' plan met vastgestelde prestaties ingevoerd. De 'service cost' (IFRS) voor de plannen met 'vaste prestaties' bedraagt 238.662 euro voor het boekjaar 2015.

Een pensioenplan dekt eveneens de leden van het Steering Committee van DEME.

CFE nv heeft in 2015 aan de leden van het Steering Committee geen vergoedingen in aandelen, opties of andere rechten om aandelen van de vennootschap te verwerven, toegekend.

Het benoemings- en remuneratiecomité van de groep CFE heeft echter beslist een optieplan in te voeren voor CFE Contracting. Dit werd op 31 december 2015 aangeboden aan vier begunstigden (Raymund Trost, Frédéric Claes, Fabien De Jonge en Yves Weyts), met een optieduur van 7 jaar.

4. Vertrekvergoeding

Wat de regels voor de vertrekvergoeding betreft, die in toepassing van de wet van 6 april 2010 inzake deugdelijk bestuur, van toepassing na 3 mei 2010 en in gemeen overleg met de gedelegeerde bestuurders en

de leden van de directie van CFE werden bepaald, heeft de gewone algemene vergadering van 7 mei 2015 de volgende tekst goedgekeurd:

    1. De wet op de arbeidsovereenkomsten is van toepassing op de personen met het statuut van 'werknemer' en alle andere bestaande overeenkomsten blijven van kracht. Voor de bezoldigde leden van de directie van CFE en DEME die geen overeenkomst inzake vertrekvergoeding hebben gesloten vóór 3 mei 2010, zullen bij verbreking van de arbeidsovereenkomst door de werkgever (behoudens wegens zware fout), de duur van de opzeggingstermijn en het bedrag van de opzeggingsvergoeding bepaald worden in overeenstemming met de wet van 26 december 2013 betreffende de invoering van het eenheidsstatuut, verschenen in het Belgisch Staatsblad van 31 december 2013. Het betreft de volgende personen:
  • Alain Bernard
  • Fabien De Jonge
  • Gabriel Marijsse
  • Patrick Verswijvel
    1. Wat betreft de vertrekvergoedingen die van toepassing zijn na 3 mei 2010 en die met de gedelegeerd bestuurder en de leden van de directie van CFE zijn overeengekomen,
  • is op 1 oktober 2014 een overeenkomst van kracht geworden voor Renaud Bentégeat.

Deze overeenkomst, die goedgekeurd werd door de raad van bestuur op voorstel van het benoemings- en remuneratiecomité, bepaalt dat bij verbreking van de arbeidsovereenkomst door de werkgever (behoudens zware fout) de duur van de opzeggingstermijn die hem zal meegedeeld worden of het bedrag van de opzeggingsvergoeding dat hem uitbetaald zal worden, vastgelegd is op een maximum van 12 maanden bezoldiging.

• is op 9 november 2015 een overeenkomst van kracht geworden voor Trorema bvba, vertegenwoordigd door Raymund Trost. Deze overeenkomst, die goedgekeurd werd door de raad van bestuur op voorstel van het benoemings- en remuneratiecomité, bepaalt dat bij verbreking van de arbeidsovereenkomst door de werkgever (behoudens zware fout) de duur van de opzeggingstermijn die hem zal meegedeeld worden of het bedrag van de

opzeggingsvergoeding dat hem uitbetaald zal worden, vastgelegd is op een maximum van 6 maanden bezoldiging. • is op 1 januari 2016 een overeenkomst van kracht geworden

  • voor 8822 bvba, vertegenwoordigd door Yves Weyts. Deze overeenkomst, die goedgekeurd werd door de raad van bestuur op voorstel van het benoemings- en remuneratiecomité, bepaalt dat bij verbreking van de arbeidsovereenkomst door de werkgever (behoudens zware fout) de duur van de opzeggingstermijn die hem zal meegedeeld worden of het bedrag van de opzeggingsvergoeding dat hem uitbetaald zal worden, vastgelegd is op een maximum van 12 maanden bezoldiging.
    1. De overeenkomsten die bestonden vóór 3 mei 2010 zijn:
  • Frédéric Claes nv, vertegenwoordigd door Frédéric Claes: Het bij beëindiging van de contractuele betrekkingen voorziene bedrag is conform de gebruiken ter zake.
  • Artist Valley nv, vertegenwoordigd door Jacques Lefèvre: Het bij beëindiging van de contractuele betrekkingen voorziene bedrag is conform de gebruiken ter zake.

5. Variabele bezoldiging van de leden van de directie van CFE

Wat de regels voor de variabele vergoeding betreft, in toepassing van de wet van 6 april 2010 inzake deugdelijk bestuur, van toepassing vanaf het boekjaar dat begon na 31 december 2010, heeft de algemene vergadering van 5 mei 2015 volgend voorstel goedgekeurd:

Voorstel: voor de gedelegeerde bestuurders en de leden van het Steering Committee is de huidige wetgeving, die de spreiding over drie jaar oplegt van de variabele vergoeding en de bijbehorende criteria, niet geschikt (en dus moeilijk toe te passen) voor een Steering Committee waarvan sommige leden de leeftijd van het pensioen of het vervroegd pensioen naderen.

Deze bepaling blijft van kracht voor de leden van de directie van CFE.

6. Informatie met betrekking tot het recht tot terugvordering van de variabele vergoeding, toegekend op basis van onjuiste financiële informatie verstrekt door de leden van de directie van CFE

De overeenkomsten tussen de leden van de directie van CFE, met inbegrip van de gedelegeerde bestuurders, enerzijds, en de vennootschap anderzijds, voorzien in een recht tot terugvordering van de variabele vergoeding, toegekend op basis van onjuiste financiële informatie.

D. Verzekeringsbeleid

CFE verzekert systematisch alle werven met een verzekering 'Alle bouwrisico's' en dekt haar burgerlijke aansprakelijkheid tijdens en na de uitvoering der werken met voldoende grote bedragen in. Het risico 'terrorisme' wordt evenwel niet gedekt door de verzekering 'Alle bouwrisico's'.

E. Bijzondere verslagen

In de loop van het boekjaar 2015 werd geen enkel bijzonder verslag opgesteld.

F. Openbaar overnamebod

Overeenkomstig artikel 34 van het Koninklijk besluit van 14.11.2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, geeft CFE nv te kennen dat:

  • i) de raad van bestuur gemachtigd is om het maatschappelijk kapitaal te verhogen tot een maximumbedrag van 2.500.000 euro, overwegende dat deze machtiging in toepassing van artikel 607 van het Wetboek van vennootschappen beperkt wordt in geval van een openbaar overnamebod;
  • ii) de raad van bestuur gemachtigd is om maximum 20% eigen aandelen van de vennootschap te verwerven.

G. Overnamen en afstanden

CFE heeft tijdens het boekjaar 2015 geen andere bedrijven overgenomen.

Op 25 februari 2015 werden alle aandelen in Aannemingen Van Wellen nv overgedragen aan Aswebo nv, een filiaal van de groep Willemen.

H. Oprichting van bijkantoren

CFE heeft tijdens het boekjaar geen bijkantoren opgericht.

I. Gebeurtenissen na afsluiting van het boekjaar

Na 31 december 2015 is de financiële en commerciële situatie van de groep CFE niet beduidend gewijzigd.

J. Onderzoek en ontwikkeling

DEME verricht doorlopend onderzoek om de efficiëntie van haar vloot te verbeteren. In samenwerking met de universiteiten en met het Vlaams Gewest voert het ook studies uit voor de ontwikkeling van duurzame energieproductie in zee. In samenwerking met privéondernemingen worden ook studies gevoerd naar exploitatietechnieken van zeldzame materialen in zee.

K. Vooruitzichten

Het goed gevulde orderboek van DEME laat toe een stevige activiteit te verwachten in 2016. De EBITDA winstmarge uitgedrukt in percent van de omzet zou terug op een historisch gemiddelde moeten komen.

De polen Contracting (nieuwe perimeter) en vastgoedontwikkeling zouden een positieve bijdrage moeten leveren tot het operationeel resultaat van de groep in 2016.

Het resultaat van de Holding (inbegrepen de PPS-Concessies en de niet overgedragen activiteiten) zal sterk afhankelijk zijn van de terugbetaling van de vordering op de overheid van Tsjaad.

L. Auditcomité

Jan Steyaert is voorzitter van het auditcomité. Hij beantwoordt aan de onafhankelijkheidscriteria vermeld in artikel 526 ter van het Wetboek van Vennootschappen.

Jan Steyaert behaalde een diploma in een economische en financiële richting. Hij heeft verschillende beroepsactiviteiten uitgeoefend, in het bijzonder bij een bedrijfsrevisorenkantoor en bij Telindus, een beursgenoteerde onderneming waar hij achtereenvolgens de functies van CFO, CEO en voorzitter van de raad van bestuur bekleedde. Deze elementen rechtvaardigen de competenties van Jan Steyaert inzake boekhouding en audit.

M. Bijeenroeping van de gewone algemene vergadering van 4 mei 2016

De raad van bestuur nodigt de aandeelhouders en de obligatiehouders uit om de gewone algemene vergadering bij te wonen, die zal gehouden worden op de zetel van de vennootschap, Herrmann-Debrouxlaan 40-42, 1160 Brussel, op woensdag 4 mei 2016 om 15.00 uur.

A. Agenda van de gewone algemene vergadering:

1. Beheersverslag van de raad van bestuur over het boekjaar afgesloten op 31 december 2015

2. Verslag van de commissaris over het boekjaar afgesloten op 31 december 2015

3. Goedkeuring van de jaarrekening

Voorstel tot besluit:

Goedkeuring van de enkelvoudige jaarrekening over het boekjaar afgesloten op per 31 december 2015.

4. Goedkeuring van de geconsolideerde jaarrekening

Voorstel tot besluit:

Goedkeuring van de geconsolideerde jaarrekening over het boekjaar afgesloten op 31 december 2015.

5. Bestemming van de winst – Goedkeuring van het dividend

Voorstel tot besluit:

Goedkeuring van een brutodividend van 2,40 euro per aandeel, hetzij een netto dividend van 1,752 euro per aandeel. Het dividend zal betaalbaar worden gesteld vanaf 26 mei 2016.

6. Bezoldiging

6.1. Goedkeuring van het remuneratieverslag

Voorstel tot besluit:

Instemming van het remuneratieverslag.

6.2. Jaarlijkse bezoldigingen bestuurders en commissaris

Voorstel tot besluit:

Goedkeuring van toekenning aan de voorzitter en aan elke bestuurder van de raad van bestuur, met ingang op 1 januari 2016, van een bezoldiging van respectievelijk 100.000 euro en 20.000 euro, pro rata temporis de uitoefening van hun mandaat in de loop van het jaar.

Goedkeuring van toekenning aan de bestuurders van zitpenningen van 2.000 euro per deelname aan een vergadering van de raad van bestuur. De remuneratie van de leden van het auditcomité en van het benoemings- en remuneratiecomité blijft ongewijzigd.

Goedkeuring van toekenning aan de commissaris van een remuneratie van 110.000 euro per jaar voor de uitoefening van zijn mandaat.

7. Kwijting aan de bestuurders

Voorstel tot besluit:

Verlenging van kwijting aan de bestuurders voor de uitoefening van hun mandaat gedurende het boekjaar afgesloten op 31 december 2015.

8. Kwijting aan de commissaris

Voorstel tot besluit:

Verlenging van kwijting aan de commissaris voor de uitoefening van zijn mandaat tijdens het boekjaar afgesloten op 31 december 2015.

9. Benoemingen

9.1. Het bestuurdersmandaat van de heer Philippe Delusinne eindigt op de algemene vergadering van 4 mei 2016.

Voorstel tot besluit:

Goedkeuring van de hernieuwing van het bestuursmandaat van de heer Philippe Delusinne voor een duur van vier (4) jaar eindigend na de algemene vergadering van mei 2020. De heer Philippe Delusinne beantwoordt aan de criteria van onafhankelijkheid bepaald door artikel 526 ter van het Wetboek van Vennootschappen en van de Belgisch Corporate Governance Code 2009.

9.2. Het bestuurdersmandaat van de heer Christian Labeyrie eindigt op de algemene vergadering van 4 mei 2016.

Voorstel tot besluit:

Goedkeuring van de hernieuwing van het bestuursmandaat van de heer Christian Labeyrie voor een duur van vier (4) jaar eindigend na de algemene vergadering van mei 2020. De heer Christian Labeyrie beantwoordt niet aan de criteria van onafhankelijkheid bepaald door artikel 526 ter van het Wetboek van Vennootschappen en van de Belgisch Corporate Governance Code 2009.

9.3. Voorstel tot besluit:

Goedkeuring van de benoeming van mevrouw Leen Geirnaerdt als bestuurder voor een duur van vier (4) jaar eindigend na de algemene vergadering van mei 2020. Mevrouw Leen Geirnaerdt beantwoordt aan de criteria van onafhankelijkheid van artikel 526 ter van het Wetboek van Vennootschappen en van de Belgisch Corporate Governance Code 2009.

9.4. Het mandaat van de commissaris Deloitte, Bedrijfsrevisoren, BV o.v.v.e. cvba, vertegenwoordigd door de heer Pierre-Hugues Bonnefoy, eindigt na de algemene vergadering van 4 mei 2016.

Voorstel tot besluit:

Onder voorbehoud van het akkoord van de ondernemingsraad, goedkeuring van de hernieuwing van het mandaat van de commissaris, Deloitte, Bedrijfsrevisoren, BV o.v.v.e. cvba, vertegenwoordigd door de heren Michel Denayer en Rik Neckebroeck, voor een termijn van drie jaar eindigend na de algemene vergadering van mei 2019.

De bestuurdersmandaten van de heer Jan Steyaert, van C.G.O. nv, vertegenwoordigd door de heer Philippe Delaunois, en van Consuco nv, vertegenwoordigd door de heer Alfred Bouckaert, eindigen na de algemene vergadering van 4 mei 2016.

De raad wenst de heren Philippe Delaunois, Alfred Bouckaert en Jan Steyaert van harte te danken, om tijdens de hele duur van hun mandaat, hun steun en expertise aan CFE te hebben gebracht.

B. Formaliteiten voor toelating tot de gewone algemene vergadering

1. Aandeelhouders die persoonlijk wensen deel te nemen

Enkel de aandeelhouders die aandelen van CFE bezitten ten laatste op de 14e dag vóór de algemene vergaderingen, zijnde 20 april 2016 om middernacht, Belgische tijd (de "Registratiedatum"), en die uiterlijk op 28 april 2016 om middernacht bevestigen dat zij aan de gewone algemene vergadering wensen deel te nemen, worden toegelaten om eraan deel te nemen, hetzij persoonlijk, hetzij door een gemachtigde.

  • • Voor de houders van aandelen op naam blijkt het bewijs van bezit van aandelen op de Registratiedatum uit de inschrijving in het register van de aandelen op naam van CFE op deze datum. Bovendien moet elke aandeelhouder uiterlijk op 28 april 2016 om middernacht, Belgische tijd, verplicht het formulier "Intentie tot deelneming aan de algemene vergadering", beschikbaar op de website www.cfe.be, invullen en hetzij per post opsturen ter attentie van Fabien De Jonge, financieel en administratief directeur, Herrmann-Debrouxlaan 40-42 te 1160 Oudergem, hetzij per e-mail op het e-mailadres [email protected].
  • • Voor de houders van gedematerialiseerde aandelen blijkt het bewijs van bezit van aandelen op de Registratiedatum uit de inschrijving op de rekeningen van een erkende rekeninghouder of van de vereffeninginstelling op de Registratiedatum. Bovendien dient elke aandeelhouder uiterlijk op 28 april 2016 om middernacht, Belgische tijd, zijn deelname te bevestigen aan zijn bank, met vermelding van het aantal aandelen waarmee de aandeelhouder aan de vergadering wenst deel te nemen.

2. Aandeelhouders die zich willen laten vertegenwoordigen

Elke aandeelhouder die aandelen bezit op de Registratiedatum mag zich laten vertegenwoordigen op de gewone algemene vergadering.

De aandeelhouders die een volmachtdrager wensen aan te stellen om zich op de gewone algemene vergadering te laten vertegenwoordigen, moeten uiterlijk op 28 april 2016 om middernacht, Belgische tijd, het getekende volmachtformulier, beschikbaar op de website www.cfe.be, invullen en hetzij per post opsturen ter attentie van Fabien De Jonge, financieel en administratief directeur, Herrmann-Debrouxlaan 40-42 te 1160 Oudergem, hetzij per e-mail op het e-mailadres general_ [email protected].

Indien de volmacht per e-mail werd opgestuurd, moet de volmachthouder het ondertekende origineel uiterlijk bij aanvang van de algemene vergadering afleveren.

3. Aandeelhouders die per brief wensen te stemmen

Elke aandeelhouder die aandelen bezit op de Registratiedatum mag per brief stemmen op de gewone algemene vergadering.

De aandeelhouders die per brief wensen te stemmen moeten uiterlijk op 28 april 2016 om middernacht, Belgische tijd, het stemformulier, beschikbaar op de website www.cfe.be, invullen en ondertekenen en enkel per post opsturen ter attentie van Fabien De Jonge, Financieel

en Administratief Directeur, Herrmann-Debrouxlaan 40-42 te 1160 Oudergem. De aandeelhouder die per brief stemt, moet verplicht de richting van zijn stem invullen op het formulier.

4. Aandeelhouders die nieuwe onderwerpen willen laten inschrijven op de agenda

Een of meer aandeelhouders die samen minstens 3% van het maatschappelijk kapitaal bezitten, kunnen te behandelen onderwerpen op de agenda van de gewone algemene vergadering laten plaatsen en voorstellen tot besluit indienen met betrekking tot op de agenda opgenomen of daarin te behandelen onderwerpen.

Aandeelhouders die onderwerpen wensen te laten inschrijven op de agenda van de gewone algemene vergadering of die voorstellen tot besluit wensen in te dienen, moeten:

  • uiterlijk op 12 april 2016 om middernacht, Belgische tijd, een schriftelijk verzoek opsturen naar de vennootschap, hetzij per post ter attentie van Fabien De Jonge, financieel en administratief directeur, Herrmann-Debrouxlaan 40-42 te 1160 Oudergem, hetzij per e-mail op het e-mailadres [email protected];
  • bewijzen dat ze op de datum van hun aanvraag alleen of samen minstens 3% van het maatschappelijke kapitaal bezitten, en hun aanvraag vergezellen hetzij van een certificaat van inschrijving van de desbetreffende aandelen op naam in het register van de aandelen op naam dat ze vooraf aan de vennootschap hebben gevraagd, hetzij van een door de erkende rekeninghouder of de vereffeningsinstelling opgesteld attest waaruit blijkt dat het desbetreffende aantal gedematerialiseerde aandelen op hun naam op rekening is ingeschreven;
  • bij hun aanvraag de tekst van de te behandelen onderwerpen en de bijhorende voorstellen, of de tekst van de voorstellen tot besluit die op de agenda geplaatst moeten worden, voegen.

In voorkomend geval zal CFE uiterlijk op 19 april 2016 een nieuwe agenda van de gewone algemene vergadering publiceren volgens dezelfde modaliteiten als de huidige agenda. Tegelijkertijd zal CFE op haar website de formulieren publiceren die gebruikt kunnen worden voor het stemmen met volmacht en voor het stemmen per brief, aangevuld met de bijkomende te behandelen onderwerpen en de bijhorende voorstellen tot besluit en/of de afzonderlijke voorstellen tot besluit die op de agenda geplaatst zouden zijn.

De volmachten en de stemformulieren per brief die voor 19 april 2016 aan de vennootschap gestuurd zijn, blijven geldig voor de onderwerpen die op de agenda staan. In het kader van een stem per volmacht, zal de volmachtdrager bovendien gerechtigd zijn om te stemmen voor de nieuwe onderwerpen op de agenda en/of de nieuwe voorstellen tot besluit zonder dat een nieuwe volmacht vereist is, voor zover het volmachtformulier dit uitdrukkelijk voorziet. Het volmachtformulier mag ook vermelden dat de volmachtdrager zich in dat geval moet onthouden.

5. Aandeelhouders die vragen wensen te stellen

Elke aandeelhouder heeft het recht om tijdens de gewone algemene vergadering vragen te stellen aan de bestuurders en/of de commissaris. De vragen mogen mondeling worden gesteld tijdens de vergadering of schriftelijk voor de vergadering.

De aandeelhouders die vragen schriftelijk wensen te stellen vóór de vergadering moeten een e-mail uiterlijk op 28 april 2016, om middernacht Belgische tijd, aan de vennootschap op het e-mailadres [email protected] sturen. Enkel de schriftelijke vragen, gesteld door aandeelhouders die voldaan hebben aan de voorwaarden om toegelaten te worden tot de vergadering (zie punt 1), zullen op de vergadering beantwoord worden.

6. Recht van de obligatiehouders om de algemene vergadering bij te wonen

Obligatiehouders mogen de gewone algemene vergadering bijwonen, maar enkel met een raadgevende stem, mits zij hun hoedanigheid van obligatiehouder op de dag van de algemene vergadering kunnen aantonen aan de hand van een certificaat dat afgeleverd werd door de financiële tussenpersoon bij wie zij hun obligaties houden.

7. Terbeschikkingstelling van documenten

Iedere aandeelhouder en iedere obligatiedrager kan tijdens de kantooruren op de zetel van de vennootschap (Herrmann-Debrouxlaan 40-42, 1160 Brussel) gratis een integrale kopie krijgen van de jaarrekening, van de geconsolideerde jaarrekeningen, van het jaarverslag, van de agenda en de volmacht- en stemformulieren en van het formulier "Intentie tot deelneming". Verzoeken om kosteloos een kopie te krijgen kunnen ook per e-mail worden verstuurd aan [email protected].

8. Website

Alle relevante informatie met betrekking tot de algemene vergadering van 4 mei 2016 is beschikbaar op de website van de vennootschap: www.cfe.be.

Financieel verslag 2015 49

Geconsolideerde jaarrekening

DEFINITIES

Geconsolideerde jaarrekening

Geconsolideerde resultatenrekening

Staat van het globaal resultaat

Geconsolideerde balans (overzicht van de financiële positie)

Geconsolideerd kasstroomoverzicht

Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen

Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening

Verslag van de commissaris

STATUTAIRE JAARREKENING Statutair overzicht van de financiële positie en van de winst-en-verliesrekening

Analyse van de winst-enverliesrekening en van het overzicht van de financiële positie

DEFINITIES
Aangewend kapitaal Immateriële vaste activa + goodwill + materiële vaste activa + werkkapitaal
Werkkapitaal Voorraden + handelsvorderingen en andere vorderingen uit operationele activiteiten + andere vlottende
activa + vaste activa aangehouden voor verkoop – andere courante voorzieningen – handelsschulden
en andere schulden uit operationele activiteiten – actuele belastingverplichtingen – andere kortlopende
verplichtingen
Resultaat van de operationele
activiteiten
Omzet + Opbrengsten uit aanverwante activiteiten + aankopen + bezoldigingen en sociale lasten +
overige exploitatiekosten, afschrijvingskosten en waardevermindering op goodwill.
Bedrijfsresultaat (EBIT) Resultaat van de operationele activiteiten + winst uit geassocieerde deelnemingen en joint-ventures
EBITDA Resultaat van de operationele activiteiten + afschrijvingen en waardeverminderingen + andere
niet-kaselementen

GECONSOLIDEERDE RESULTATENREKENING

Voor het boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) Toelichting 2015 2014
Omzet 4 3.239.406 3.510.548
Opbrengsten uit aanverwante activiteiten 6 109.005 80.518
Aankopen (1.831.454) (2.093.355)
Bezoldigingen en sociale lasten 7 (547.043) (583.211)
Overige exploitatiekosten 6 (482.581) (449.834)
Afschrijvingskosten 12-14 (255.312) (243.746)
Bijzondere waardevermindering van goodwill 13 (3.116) (521)
Resultaat van de operationele activiteiten 228.905 220.399
Winst uit geassocieerde deelnemingen en joint-ventures 15 36.759 20.124
Bedrijfsresultaat 265.664 240.523
Bruto financieringskosten 8 (31.720) (31.909)
Overige financiële lasten en opbrengsten 8 (869) 16.156
Financieel resultaat (32.589) (15.753)
Resultaat vóór belastingen 233.075 224.770
Winstbelastingen 10 (59.051) (65.249)
Resultaat van de periode 174.024 159.521
Minderheidsbelangen 9 937 357
Resultaat – Toekenbaar aan de groep 174.961 159.878
Nettoresultaat toekenbaar aan de groep per aandeel (EUR) (basis en verwaterd) 11 6,91 6,32

GECONSOLIDEERDE STAAT VAN HET GLOBAAL RESULTAAT

Voor het boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) Toelichting 2015 2014
Resultaat – Toekenbaar aan de groep 174.961 159.878
Resultaat van de periode 174.024 159.521
Financiële instrumenten – veranderingen in de reële waarde (6.366) (8.750)
Omrekeningsverschillen (4.088) (2.126)
Uitgestelde belastingen 10 1.783 2.974
Andere elementen van het globaal resultaat die later overgebracht zullen worden naar
het nettoresultaat
(8.671) (7.902)
Herwaardering van de nettoverplichtingen m.b.t. toegezegde pensioenregelingen 23 (197) (1.679)
Uitgestelde belastingen 10 1.099 (997)
Andere elementen van het globaal resultaat die later niet overgebracht zullen worden
naar het nettoresultaat
902 (2.676)
Andere elementen van het globaal resultaat (7.769) (10.578)
Globaal resultaat: 166.255 148.943
- Toekenbaar aan de groep 166.489 149.586
- Toekenbaar aan de minderheidsbelangen (234) (643)
Globaal resultaat (deel van de groep) per aandeel (EUR) (basis en verwaterd) 11 6,58 5,91

GECONSOLIDEERDE BALANS

Voor het boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) Toelichting 2015 2014
Immateriële vaste activa 12 97.886 98.491
Goodwill 13 175.222 177.082
Materiële vaste activa 14 1.727.679 1.503.275
Vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast 15 151.377 159.290
Overige financiële vaste activa 16 129.501 109.341
Langlopende afgeleide instrumenten 27 1.381 674
Overige vaste activa 17 19.280 20.006
Uitgestelde belastingvorderingen 10 103.345 115.322
Totaal vaste activa 2.405.671 2.183.481
Voorraden 19 77.946 105.278
Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen 20 1.192.977 1.082.504
Overige vlottende activa 20 125.029 104.554
Kortlopende afgeleide instrumenten 27 8.514 4.220
Financiële vlottende activa 70 467
Activa aangehouden met het oog op verkoop 0 31.447
Geldmiddelen en kasequivalenten 21 491.952 703.501
Totaal vlottende activa 1.896.488 2.031.971
Totaal van de activa 4.302.159 4.215.452
Kapitaal 41.330 41.330
Uitgiftepremies 800.008 800.008
Ingehouden winsten 607.012 488.890
Toegezegde pensioenenplannen (7.448) (8.350)
Afdekkingsreserves (10.710) (6.127)
Omrekeningsverschillen (6.915) (2.124)
Eigen vermogen – Toekenbaar aan de groep CFE 1.423.277 1.313.627
Minderheidsbelangen 11.123 7.238
Eigen vermogen 1.434.400 1.320.865
Pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen 23 41.054 41.806
Voorzieningen 24 44.854 40.676
Andere langlopende verplichtingen 17.145 80.665
Obligatielening 26 305.216 306.895
Financiële schulden 26 398.897 378.065
Langlopende afgeleide instrumenten 27 33.359 12.922
Uitgestelde belastingverplichtingen 10 150.053 139.039
Totaal langlopende verplichtingen 990.578 1.000.068
Voorzieningen voor courante risico's 24 64.820 48.447
Handelsschulden en andere bedrijfsschulden 20 1.184.886 1.099.309
Fiscale schulden 88.215 80.264
Financiële schulden 26 110.558 206.671
Kortlopende afgeleide instrumenten 27 35.146 24.948
Passiva aangehouden met het oog op verkoop 0 19.164
Overige kortlopende verplichtingen 20 393.556 415.716
Totaal kortlopende verplichtingen 1.877.181 1.894.519
Totaal eigen vermogen en verplichtingen 4.302.159 4.215.452

GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT

Voor het boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) Toelichting 2015 2014
Operationele activiteiten
Resultaat – Toekenbaar aan de groep 174.961 159.878
Afschrijvingen op (im)materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen 255.312 243.746
Toevoeging aan de voorzieningen 20.938 11.420
Waardeverminderingen op vlottende en vaste activa (233) 3.922
Niet-gerealiseerde wisselkoersverschillen (winst)/verlies 8.531 (18.294)
Opbrengsten uit renten en financiële activa (23.816) (9.991)
Rentelasten 39.470 41.900
Verandering in de reële waarde van afgeleide instrumenten (6.418) (8.230)
Verlies/(winst) verbonden aan de overdracht van materiële vaste activa (18.405) (7.463)
Belastingen van de periode 59.051 65.249
Minderheidsbelangen (937) (357)
Winst uit geassocieerde deelnemingen en Joint-Ventures (36.759) (20.124)
Kasstromen uit operationele activiteiten vóór de wijzigingen van het werkkapitaal 471.695 461.656
Afname/(toename) van de handels- en overige kortlopende en langlopende vorderingen (93.791) 7.342
Afname/(toename) van voorraden 16.286 8.237
Toename/(afname) van handelsschulden en overige kortlopende schulden 2.589 179.749
Kasstromen uit operationele activiteiten 396.779 656.984
Betaalde rente (39.470) (41.900)
Ontvangen rente 8.104 9.991
Betaalde /ontvangen winstbelastingen (30.432) (18.349)
Netto kasstromen uit operationele activiteiten 334.981 606.725
Investeringsactiviteiten
Verkoop van vaste activa 31.670 13.410
Aankoop van vaste activa (276.527) (173.895)
Overname van dochterondernemingen met aftrek van verworven geldmiddelen 0 (1.351)
Wijziging van deelneming in geassocieerde deelnemingen en Joint-Ventures (556) 0
Kapitaalverhoging in geassocieerde deelnemingen en Joint-Ventures 15 (22.111) (1.005)
Verkoop van dochterondernemingen 20.543 0
Leningen aan geassocieerde deelnemingen en Joint-Ventures (11.898) 0
Activa geklasseerd als beschikbaar voor verkoop 0 (766)
Kasstromen uit investeringsactiviteiten (258.879) (163.607)
Financieringsactiviteiten
Leningen (64.600) 63.925
Terugbetaling van schulden (172.798) (212.361)
Uitgekeerde dividenden (50.626) (29.112)
Kasstromen uit (gebruikt in) financieringsactiviteiten (288.024) (177.548)
Nettotoename/(afname) van de geldmiddelen (211.921) 265.570
Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van het boekjaar 21 703.501 437.334
Wisselkoerseffecten 372 597
Geldmiddelen en kasequivalenten op het einde van het boekjaar 21 491.952 703.501

De aanschaffingen en verkopen van dochterondernemingen na aftrek van geldmiddelen omvatten niet de entiteiten welke niet ressorteren onder bedrijfscombinaties (polen vastgoedontwikkeling en –beheer en PPS-concessies). Deze worden dus niet beschouwd als investeringsactiviteiten en worden binnen de kasstromen uit bedrijfsactiviteiten opgenomen.

GECONSOLIDEERD MUTATIEOVERZICHT VAN HET EIGEN VERMOGEN

Voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2015

(in duizenden euro) Kapitaal Uitgifte­ premie Inge­ houden
winsten
Toege­ zegde
doelpen­ sioenen­
plannen
Reserve
afdek­ kingsin­
strumen­
ten
Omreke­ ningsver­
schillen
Eigen
vermogen
–Toeken
baar aan
groep CFE
Minder
heidsbe
langen
Totaal
December 2014 41.330 800.008 488.890 (8.350) (6.127) (2.124) 1.313.627 7.238 1.320.865
Totaal resultaat voor
de periode
174.961 902 (4.583) (4.791) 166.489 (234) 166.255
Dividenden aan
aandeelhouders
(50.626) (50.626) (50.626)
Dividenden van
minderheidsbelangen
(2.094) (2.094)
Wijziging
consolidatiekring en
andere wijzigingen
(6.213) (6.213) 6.213 0
December 2015 41.330 800.008 607.012 (7.448) (10.710) (6.915) 1.423.277 11.123 1.434.400

De wijzigingen van consolidatiekring en andere mutaties worden voorgesteld bij de voornaamste transacties die in het voorwoord worden besproken.

Voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2014

(in duizenden euro) Kapitaal Uitgifte
premie
Inge
houden
winsten
Toege
zegde
doelpen
sioenen
plannen
Reserve
afdek
kingsin
strumen
ten
Omreke
ningsver
schillen
Eigen
vermogen
–Toeken
baar aan
groep CFE
Minder
heidsbe
langen
Totaal
December 2013 41.330 800.008 358.124 (5.782) (351) (176) 1.193.153 8.064 1.201.217
Totaal resultaat voor
de periode
159.878 (2.568) (5.776) (1.948) 149.586 (643) 148.943
Dividenden aan
aandeelhouders
(29.112) (29.112) (29.112)
Dividenden van
minderheidsbelangen
(2.329) (2.329)
Wijziging
consolidatiekring
2.146 2.146
December 2014 41.330 800.008 488.890 (8.350) (6.127) (2.124) 1.313.627 7.238 1.320.865

KAPITAAL EN RESERVES

Het kapitaal op 31 december 2015 bestaat uit 25.314.482 gewone aandelen zonder vermelding van nominale waarde. De houders van gewone aandelen hebben het recht om dividenden te ontvangen en hebben recht op één stem per aandeel op de algemene vergadering van aandeelhouders.

Op 24 februari 2016 werd door de raad van bestuur een dividend van 60.755 duizend euro voorgesteld, wat overeenstemt met 2,40 euro

bruto per aandeel. Het voorgestelde slotdividend wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de aandeelhouders op de algemene vergadering. De bestemming van het resultaat werd niet opgenomen in de jaarrekening per 31 december 2015.

Het slotdividend voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2014 bedroeg 2 euro bruto per aandeel.

TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING VOOR HET BOEKJAAR AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2015

PAGINA
p. 58 1. Algemene principes
p. 59 2. Voornaamste boekhoudprincipes
p. 70 3. Consolidatiemethoden
Consolidatiekring
Transacties binnen de groep
Omrekening van de jaarrekeningen van de buitenlandse
vennootschappen en vestigingen
Transacties in vreemde valuta
p. 71 4. Gesegmenteerde informatie
Operationele segmenten
Elementen van het geconsolideerd overzicht van het globaal resultaat
Omzet
Opsplitsing omzet van de pool contracting
Opsplitsing omzet van de pool baggerwerken
Orderboek
Geconsolideerd overzicht van de financiële positie
Geconsolideerd kasstroomoverzicht
Overige informatie
Geografische informatie
p. 78 5. Overnames en afstotingen van dochterondernemingen
Opnames in de periode afgesloten op 31 december 2015
Overnames in de periode afgesloten op 31 december 2015
p. 80 6. Opbrengsten uit aanverwante activiteiten en andere operationele
kosten
p. 80 7. Bezoldigingen en sociale lasten
p. 81 8. Financieel resultaat
p. 81 9. Minderheidsbelangen
p. 82 10. Belastingen op het resultaat
Opgenomen in het globaal resultaat
Afstemming van het effectief belastingtarief
Geboekte latente belastingen
Tijdelijke verschillen of fiscale verliezen waarop geen actieve
uitgestelde belastingvordering geboekt is
Uitgestelde belastingopbrengsten (-kosten) rechtstreeks verwerkt in
het eigen vermogen
p. 84
p. 85
11. Resultaat per aandeel
12. Immateriële vaste activa anders dan goodwill
p. 86 13. Goodwill
p. 88 14. Materiële vaste activa
p. 90 15. Geassocieerde deelnemingen en joint-ventures
Wijziging van het periode
Financiële informatie betreffende verbonden ondernemingen en
p. 92 partnerschappen
16. Overige financiële vaste activa
p. 92 17. Overige vaste activa
p. 93 18. Onderhanden projecten in opdracht van derden
p. 94 19. Voorraden
p. 94 20. Handels- en overige vorderingen en schulden uit operationele
activiteiten
p. 95
p. 95
21. Geldmiddelen en kasequivalenten
22. Subsidies
p. 95 23. Personeelsvoordelen
p. 100 24. Andere voorzieningen dan pensioenverplichtingen en
personeelsvoordelen
p. 101 25. Mogelijke activa en verplichtingen
p. 101 26. Informatie betreffende netto financiële schuld
p. 102
p. 110
27. Informatie betreffende het beheer van de financiële risico's
28. Operationele leasing
p. 111 29. Andere gegeven verplichtingen
p. 111 30. Andere ontvangen verplichtingen
p. 111 31. Geschillen
p. 112 32. Transacties met verbonden partijen
p. 113 33. Bezoldiging van de commissarissen
p. 114 34. Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum
p. 114 35. Ondernemingen behorende tot de groep cfe

Vooraf

Geconsolideerde jaarrekening en toelichting

De raad van bestuur heeft toestemming gegeven voor publicatie van de geconsolideerde jaarrekening van de groep CFE op 24 februari 2016.

De geconsolideerde jaarrekening van de groep CFE moet gelezen worden in samenhang met het beheersverslag van de raad van bestuur.

VOORNAAMSTE TRANSACTIES IN 2015 EN 2014 MET GEVOLGEN VOOR DE CONSOLIDATIEKRING VAN DE GROEP CFE

TRANSACTIES IN 2015

1. Pool Baggerwerken en milieu

In 2015 verwierf DEME:

  • 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap DEME Cyprus Ltd die volgens de integrale methode werd geconsolideerd;
  • 12,5% van de aandelen van de vennootschap Merkur Offshore Gmbh die volgens de vermogensmutatiemethode werd geconsolideerd;
  • 50% bijkomende aandelen van de bestaande vennootschap HGO InfraSea Solutions GmbH & Co KG waarmee het zijn participatie in deze entiteit tot 100% verhoogde. HGO InfraSea Solutions GmbH & Co KG werd geconsolideerd volgens de integrale methode; en
  • 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschappen DEME Infrasea Solutions (DISS) en DEME Infra Marine Contractors (DIMCO) die volgens de integrale methode werden geconsolideerd.

In 2015 verkocht DEME al zijn aandelen, d.w.z. 50%, van de vennootschap Flidar NV.

De vennootschap Terramundo LTD, die voor 37,45% in handen van DEME was, werd in het tweede semester van 2015 vereffend.

Verder verwierf DEME, via zijn dochteronderneming DIMCO, van CFE SA 100% van de aandelen van de vennootschap CFE Nederland BV. We merken op dat CFE Nederland BV 100% van de aandelen van GEKA Bouw BV bezit. Deze twee vennootschappen, die voortaan binnen de pool Baggerwerken en milieu worden geconsolideerd, blijven volgens de integrale methode geconsolideerd.

2. Pool Contracting

Op 10 februari 2015 werd de vennootschap BPC Design & Engineering SA opgericht. Deze vennootschap is voor 99% eigendom van CFE Bâtiment Brabant Wallonie – CFE BBW SA en voor 1% van CFE Bouw Vlaanderen NV, allebei voor 100% dochterondernemingen van de groep CFE. Deze vennootschap wordt volgens de integrale methode geconsolideerd.

Op 25 februari 2015 werd de verkoop van de activiteit Wegen van de vennootschap Aannemingen Van Wellen NV voltooid en werd de volledige participatie in de vennootschap, d.w.z. 100%, verkocht aan de vennootschap Aswebo, dochteronderneming van de groep Willemen.

Op 2 maart 2015 kreeg dochteronderneming IFCC SA een nieuwe naam: CFE Contracting SA. Deze entiteit wordt de hoofdvennootschap van de pool Contracting. Met dit doel werden de aandelen van een deel van de vennootschappen van de groep die actief zijn op het vlak van Bouw, Multitechnieken en Spoor overgedragen aan CFE Contracting SA.

Op 25 maart 2015 werd de naamloze vennootschap 'Société de Gestion de Chantiers', afgekort tot SOGECH, voor 100% een dochteronderneming van de groep CFE, vereffend.

Op 16 april 2015 verwierf CFE Contracting SA, dochteronderneming van de groep CFE, 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap CFE Infra NV. Deze vennootschap werd volgens de integrale methode geconsolideerd.

Op 30 juni 2015 verwierf CFE 50% van de niet-gecontroleerde participaties in de groep Terryn eind december 2014. De participatie van de groep CFE in Terryn steeg daarmee van 55,04% tot 77,51%.

Op 30 november 2015 droeg CFE SA zijn volledige participatie in CFE Nederland BV, d.w.z. 100% van de aandelen, over aan DIMCO, dochteronderneming van DEME. We merken op dat CFE Nederland BV 100% van de aandelen van GEKA Bouw BV in handen heeft. Deze twee vennootschappen, die voortaan binnen de Pool Baggerwerken en milieu worden geconsolideerd, blijven volgens de integrale methode geconsolideerd.

3. Pool Vastgoedontwikkeling

In de loop van het eerste semester van 2015 werden de vennootschap BPI SA, die de hoofdvennootschap van de pool Vastgoedontwikkeling wordt, de participaties in de vastgoedvennootschappen van de groep en de vastgoedactiva die in handen zijn van het vastgoedfiliaal van CFE NV, CFE Immo, verkocht aan de vennootschap BPI SA.

Op 31 maart 2015 verkocht de groep CFE, via haar dochterondernemingen BPI en Espace Midi, haar volledige participatie, d.w.z. 20%, in de vennootschap South City Hotel SA. Deze vennootschap werd volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerd.

Op 22 mei 2015 verwierf de vennootschap BPI, dochteronderneming van de groep CFE, 31,2% van de aandelen van de vennootschap Goodways BVBA met het doel een vastgoedproject in Anderlecht te ontwikkelen. Deze vennootschap werd volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerd.

Op 25 juni 2015 verwierf de vennootschap CLI, dochteronderneming van de groep CFE, 33,3% van de nieuw opgerichte naamloze vennootschappen naar Luxemburgs recht M1 SA en M7 SA. Deze vennootschappen werden volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerd.

Op 31 augustus 2015 verkocht de vennootschap BPI, dochteronderneming van de groep CFE, 50% van haar participatie in Pré de la Perche, waarmee haar deelnamepercentage daalde van 100% tot 50%. Pré de la Perche wordt voortaan volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerd.

Op 14 oktober 2015 verkocht CFE Immo de totaliteit van zijn participatie, d.w.z. 50%, van zijn dochteronderneming Immo PA 33 2.

Op 9 december 2015 werd de vennootschap Investissement Léopold vereffend.

De vennootschap Espace Midi, voor 20% eigendom van CFE Immo, werd ontbonden en vereffend in de loop van het laatste kwartaal.

4. Pool PPS-concessies

Tijdens het eerste semester verwaterde de participatie van het filiaal PPP-Branch van CFE SA in de vennootschap Bizerte Cap3000 SA van 25% tot 20,01%.

TRANSACTIES IN 2014

1. Pool Baggerwerken en milieu

In 2014 verwierf DEME:

  • bijkomende aandelen van de vennootschap Fasiver, waarmee het haar participatie in deze entiteit verhoogde van 37,45% tot 74,90% (Fasiver wordt voortaan geconsolideerd volgens de integrale methode); en
  • 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschappen DEME Concessions Wind en DEME Concessions Infrastructure die volgens de integrale methode werden geconsolideerd.

In de loop van het tweede semester van 2014 verwierf DEME:

  • 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschappen Offshore Manpower Supply Panama Ltd en Offshore Manpower Singapore Pte Ltd die volgens de integrale methode werden geconsolideerd;
  • 99,97% van de aandelen van de vennootschap Global Sea Mineral Resources NV, die volgens de integrale methode werd geconsolideerd;
  • 51% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap DIAP Daelim Joint Venture Ltd, die volgens de vermogensmutatiemethode werd geconsolideerd; en
  • 100% van de aandelen van Techno@green, dat volgens de integrale methode werd geconsolideerd.

Verder verkocht DEME in 2014:

  • 9,60% van de vennootschap Highwind NV, waarmee zijn participatie in de entiteit daalde van 60% tot 50,40%. Highwind NV wordt voortaan geconsolideerd met de vermogensmutatiemethode;
  • al haar aandelen (d.w.z. 49,93%) van de vennootschap Eco Biogaz.

De vennootschappen Dalian Soil Remediation en DEC Canada, die voor respectievelijk 37,45% en 74,90% in handen waren van DEME, werden in de loop van 2014 vereffend.

Tot slot werd de vennootschap Fasiver die sinds het eerste halfjaar voor 74,90% in handen van DEME was, overgenomen door Agroviro. De nieuw opgerichte vennootschap Techno at Green die voor 100% eigendom van DEME was, werd in de loop van het laatste kwartaal eveneens overgenomen door de vennootschap DEME Concessions Wind.

2. Pool Contracting

Op 28 november 2014 werd de divisie 'Bouw' van Aannemingen Van Wellen NV verkocht aan Amart NV, een dochteronderneming van CFE. De divisie zal in Vlaanderen actief blijven onder de handelsnaam 'ATRO Bouw'. Op 1 december 2014 kondigde de groep CFE aan dat de wegenbouwactiviteit van de vennootschap Aannemingen Van Wellen – d.w.z. 100% van de participatie van de Groep in deze vennootschap – zou worden verkocht aan de groep Willemen. De verkoop van de wegenbouwactiviteit zal op 25 februari 2015 ingaan.

3. Pool Vastgoedontwikkeling

Op 28 februari 2014 werd de vennootschap Projekt RK Brugmann vereffend. Deze was voor 50% in handen van de vennootschap Batipont Immobilier (BPI).

Op 5 maart 2014 verwierf de vennootschap BPI, een dochteronderneming van de groep CFE, 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap naar Pools recht Immo Wola. Deze houdt zich bezig met de ontwikkeling van vastgoedprojecten in Polen. De vennootschap wordt geconsolideerd volgens de integrale methode.

Op 23 april 2014 verkochten de vennootschappen VM Property I en VM Property II – beide voor 40% dochterondernemingen van de groep CFE – alle aandelen (100%) die ze samen hielden van de vennootschap VM Office.

Op 20 juni 2014 verwierf de vennootschap Investissement Léopold – voor 24,14% in handen van de groep CFE – alle aandelen van de vennootschap Promotion Léopold. Deze vennootschap wordt geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode.

Op 27 juni 2014 verkocht Compagnie Luxembourgeoise Immobilière (CLI), een dochteronderneming van de groep CFE, al haar aandelen (d.w.z. 20%) in Compagnie Marocaine des Energies (CME).

Op 12 augustus 2014 verwierf de vennootschap La Réserve Promotions – voor 33% in handen van de groep CFE – alle aandelen van de vennootschap LRP Development. Deze vennootschap wordt geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode.

Op 5 september 2014 verwierf de vennootschap CFE Immo, een dochteronderneming van de groep CFE, 30% van de aandelen van de vennootschappen Foncière de Bavière A en Foncière de Bavière C. Deze vennootschappen houden zich bezig met vastgoedontwikkeling in de Luikse Bavière-wijk. Zij worden geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode.

Op 29 september 2014 werd de naamloze vennootschap Transportzone Zeebrugge (TZZ) ontbonden. De CFE-groep bezat 38,9% van de aandelen in deze vennootschap. Zij werd geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode.

Op 20 november 2014 verwierf de vennootschap BPI, een dochteronderneming van de groep CFE, 100% van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap naar Pools recht BPI Wroclaw. Deze houdt zich bezig met de ontwikkeling van vastgoedprojecten in Polen. Zij wordt geconsolideerd volgens de integrale methode.

Op 11 december 2014 verwierf de groep CFE via haar filiaal CFE Immo 33% van de vennootschap Europea Housing die het NEO-project op de Heizelvlakte uitvoert. Deze vennootschap wordt geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode.

Eind 2014 verkocht de groep CFE al haar aandelen – d.w.z. 100% – van de vennootschap BPI Obozowa Retail Estate Sp. z o.o. Deze vennootschap werd geconsolideerd volgens de integrale methode.

4. Pool PPS-concessies

Op 18 december 2014 verkocht de groep CFE al haar aandelen (d.w.z. 50%) van de naamloze vennootschap Turnhout Parking. Deze vennootschap werd geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode.

1. ALGEMENE PRINCIPES

IFRS ZOALS GOEDGEKEURD DOOR DE EUROPESE UNIE

De boekhoudkundige grondslagen zijn dezelfde als deze toegepast in de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2014.

STANDAARDEN EN INTERPRETATIES VAN TOEPASSING VOOR HET BOEKJAAR BEGINNEND OP 1 JANUARI 2015

  • Verbeteringen aan IFRS (2011-2013) (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2015)
  • IFRIC 21 Heffingen (toepasbaar voor boekjaren vanaf 17 juni 2014)

De toepassing van deze standaarden en interpretaties heeft geen significatief effect op de geconsolideerde financiële staten van de groep.

UITGEBRACHTE STANDAARDEN EN INTERPRETATIES DIE ECHTER NOG NIET VAN TOEPASSING ZIJN VOOR HET BOEKJAAR BEGINNEND OP 1 JANUARI 2015

De groep heeft niet geanticipeerd op de volgende standaarden en interpretaties waarvan de toepassing voor 31 december 2015 niet verplicht is.

  • IFRS 9 Financiële Instrumenten en de daaropvolgende aanpassingen (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2018, maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)
  • IFRS 14 Uitgestelde rekeningen in verband met prijsregulering (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2016, maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)
  • IFRS 15 Opbrengsten uit contracten met klanten (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2018, maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)
  • IFRS 16 Leaseovereenkomsten (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2019, maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)
  • Verbeteringen aan IFRS (2010-2012) (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 februari 2015)
  • Verbeteringen aan IFRS (2012-2014) (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2016)
  • Aanpassing van IFRS 10, IFRS 12 en IAS 28 Beleggingsentiteiten: Toepassing van de consolidatievrijstelling (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2016, maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)
  • Aanpassing van IFRS 10 en IAS 28 Verkoop of inbreng van activa tussen investeerder en de geassocieerde deelneming of joint venture (ingangsdatum voor onbepaalde duur uitgesteld, maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)
  • Aanpassing van IFRS 11 Gezamenlijke overeenkomsten Verwerking van overnames van deelnemingen in gezamenlijke bedrijfsactiviteiten (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2016)
  • Aanpassing van IAS 1 Presentatie van de jaarrekening Initiatief rond informatieverschaffing (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2016)
  • Aanpassing van IAS 7 Het kasstroomoverzicht Initiatief rond informatieverschaffing (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2017, maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)
  • Aanpassing van IAS 12 Winstbelastingen Opname van uitgestelde belastingvorderingen voor niet-gerealiseerde verliezen (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2017, maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie)
  • Aanpassing van IAS 16 en IAS 38 Materiële en immateriële vaste activa – Verduidelijking van aanvaardbare afschrijvingsmethodes (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2016)
  • Aanpassing van IAS 19 Personeelsbeloningen Werknemersbijdragen (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 februari 2015)

• Aanpassing van IAS 27 Enkelvoudige jaarrekening - Equitymethode (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2016)

Het proces tot vaststelling van de potentiële impact van deze standaarden en interpretaties op de geconsolideerde financiële rekeningen van de groep is aan de gang. De groep verwacht geen wijzigingen als gevolg van de toepassing van deze standaarden, met uitzondering van IFRS 9, IFRS 15 en IFRS 16.

2. VOORNAAMSTE BOEKHOUDPRINCIPES

De Aannemingsmaatschappij CFE NV (hierna 'de vennootschap' of 'CFE' genoemd) is een vennootschap naar Belgisch recht, gevestigd in België. De geconsolideerde jaarrekening voor de periode afgesloten op 31 december 2015 bevat de jaarrekening van de vennootschap, van haar dochterondernemingen, haar belangen in de entiteiten waarover gezamenlijk zeggenschap wordt uitgeoefend ('groep CFE') en belangen in de vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast.

2.1. BOEKHOUDKUNDIGE GRONDSLAGEN EN METHODEN

(A) CONFORMITEITSVERKLARING

De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld in overeenstemming met de Internationale standaarden voor financiële verslaglegging (IFRS - International Financial Reporting Standards) zoals goedgekeurd binnen de Europese Unie.

(B) PRESENTATIEBASIS

De geconsolideerde jaarrekening wordt uitgedrukt in duizenden euro, afgerond naar het dichtstbijzijnde duizendtal.

Eigenvermogensinstrumenten of afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen historische kostprijs wanneer er voor die instrumenten geen prijs op een actieve markt beschikbaar is en wanneer andere redelijke waarderingsmethodes van de reële waarde ongeschikt en/of onuitvoerbaar zijn.

De boekhoudprincipes worden consistent toegepast.

De geconsolideerde jaarrekening wordt gepresenteerd vóór de bestemming van het resultaat van de moedermaatschappij zoals voorgesteld aan de algemene vergadering van aandeelhouders.

Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening volgens de IFRS-normen, worden schattingen verricht en veronderstellingen geformuleerd die een invloed hebben op de bedragen opgenomen in die jaarrekening, met name wat betreft:

  • de afschrijvingsperiode van de vaste activa;
  • de waardering van de voorzieningen en de pensioenverplichtingen;
  • de waardering van het resultaat volgens de vooruitgang van de onderhanden projecten in opdracht van derden;
  • de schattingen genomen waarderingen voor de impairment tests;
  • de waardering van de financiële instrumenten tegen reële waarde;
  • de beoordeling van de controle op deelvennootschappen;
  • de kwalificatie, bij de overname van een bedrijf, van de transactie (bedrijfscombinaties of verwerving van activa).

Deze schattingen gaan ervan uit dat de continuïteit van de bedrijfsactiviteiten gewaarborgd is en worden gemaakt op basis van de op dat ogenblik beschikbare informatie. De schattingen kunnen herzien

worden wanneer de omstandigheden waarop ze gebaseerd zijn evolueren of wanneer nieuwe informatie beschikbaar wordt. De reële resultaten kunnen van deze schattingen afwijken.

(C) CONSOLIDATIEPRINCIPES

Deze geconsolideerde jaarrekening omvat de financiële staten van de groep CFE en de financiële staten van de entiteiten die zij controleert en van haar dochterondernemingen. De groep CFE controleert een entiteit wanneer zij:

  • zeggenschap uitoefent over de uitgevende instelling;blootgesteld is aan of recht heeft op variabele rendementen als gevolg van haar banden met de uitgevende instelling;
  • in staat is haar zeggenschap te gebruiken om het bedrag van de rendementen die zij verkrijgt te beïnvloeden.

Indien de groep CFE niet de meerderheid van de stemrechten in een uitgevende instelling houdt, heeft zij stemrechten die volstaan om haar zeggenschap te geven wanneer zij in de praktijk eenzijdig de relevante activiteiten van de uitgevende instelling kan sturen. In haar beoordeling of de stemrechten die zij in de uitgevende instelling houdt, volstaan om haar zeggenschap te geven, houdt de groep CFE rekening met alle feiten en omstandigheden, met inbegrip van:

  • het aantal stemrechten dat de groep CFE houdt, in verhouding met het aantal stemrechten van andere houders van stemrechten en met hun verspreiding;de potentiële stemrechten die de groep CFE, de andere houders van stemrechten of andere partijen houden;
  • de rechten die voortvloeien uit andere contractuele akkoorden;
  • de andere feiten en omstandigheden, indien zij bestaan, die aangeven of de groep CFE wel of niet in staat is om de relevante activiteiten te sturen op het ogenblik dat de beslissingen moeten worden genomen, met inbegrip van de tendensen van de stemmingen tijdens de vorige aandeelhoudersvergaderingen.

De groep CFE consolideert de dochteronderneming vanaf de datum waarop zij er de controle over verkrijgt, en consolideert ze niet langer wanneer zij de controle verliest. Meer bepaald worden de winsten en verliezen van een dochteronderneming die in de loop van het boekjaar wordt verworven of afgestaan, opgenomen in de geconsolideerde staat van het nettoresultaat en de andere elementen van het globale resultaat vanaf de datum waarop de groep CFE de controle over de dochteronderneming verwerft en tot de datum waarop zij de controle verliest.

De financiële staten van de dochterondernemingen worden indien nodig aangepast opdat hun boekhoudmethoden zouden overeenstemmen met de boekhoudmethoden van de groep CFE. Alle activa en passiva, de eigen middelen, de winsten, de verliezen en de kasstroom binnen de groep die betrekking hebben op transacties tussen entiteiten van de groep worden in de consolidatie volledig geëlimineerd.

Wijzigingen van de deelnemingen van de groep in dochterondernemingen die niet tot een verlies van de controle leiden, worden opgenomen als transacties met eigen middelen. De boekwaarde van de deelnemingen van de groep en van de deelnemingen die geen controle geven, wordt aangepast om rekening te houden met de wijzigingen van de relatieve deelnemingen in de dochterondernemingen. Elke afwijking tussen het bedrag van de aanpassing van de deelnemingen die geen controle geven en de uitgekeerde of ontvangen waarde in het economisch verkeer van de tegenpartij wordt rechtstreeks in de eigen middelen opgenomen.

Wanneer de groep CFE de minderheidsaandeelhouders van een dochteronderneming een verkoopoptie toestaat ('put' op de deelnemingen die geen controle geven), wordt het overeenkomstige financiële passief aanvankelijk in de eigen middelen opgenomen als mindering van de deelnemingen die geen controle geven.

Een verbonden onderneming is een entiteit waarin de groep CFE een invloed van betekenis heeft. Een invloed van betekenis is het vermogen om deel te nemen aan de beslissingen over het financiële en operationele beleid van een uitgevende instelling, zonder echter een controle of gezamenlijke controle uit te oefenen over dat beleid.

Een gezamenlijke onderneming is een partnerschap waarin de partijen die samen de controle over de onderneming uitoefenen rechten hebben op het nettoactief van de onderneming. Gezamenlijke controle betekent het contractueel overeengekomen delen van de controle over een onderneming, dat alleen bestaat wanneer de beslissingen over de relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die de controle delen.

De resultaten en de activa en passiva van de verbonden ondernemingen of gezamenlijke ondernemingen worden in deze geconsolideerde jaarrekening opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode, tenzij de deelneming of er een gedeelte ervan wordt ingedeeld als aangehouden voor verkoop; in dat geval wordt ze opgenomen volgens IFRS 5. Volgens de vermogensmutatiemethode wordt een participatie in een verbonden onderneming of een gezamenlijke onderneming aanvankelijk tegen kostprijs opgenomen in de geconsolideerde staat van de financiële toestand en vervolgens aangepast om het aandeel van de groep op te nemen in het nettoresultaat en de andere elementen van het globale resultaat van de verbonden onderneming of de gezamenlijke onderneming. Als het aandeel van de groep in de verliezen van een verbonden onderneming of een gezamenlijke onderneming groter is dan haar participatie erin, neemt de groep CFE haar aandeel in de toekomstige verliezen niet langer op. De bijkomende verliezen worden alleen opgenomen indien de groep CFE een wettelijke of impliciete verplichting heeft aangegaan of betalingen heeft verricht in naam van de verbonden onderneming of de gezamenlijke onderneming.

Een deelneming in een verbonden onderneming of gezamenlijke onderneming wordt opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode vanaf de datum waarop de uitgevende instelling een verbonden onderneming of gezamenlijke onderneming wordt. Bij de verwerving van de deelneming in een verbonden onderneming of een gezamenlijke onderneming, wordt elk overschot van de deelnemingskosten op het aan de groep toerekenbare aandeel van de waarde in het economisch verkeer van de identificeerbare activa en passiva van de uitgevende instelling opgenomen als goodwill, die is inbegrepen in de boekwaarde van de deelneming. Elk overschot van het aan de groep toerekenbare aandeel van de waarde in het economisch verkeer van de identificeerbare activa en passiva op de kosten van de deelneming, na herwaardering, wordt onmiddellijk opgenomen in het nettoresultaat van de periode van de verwerving van de deelneming.

Een gezamenlijke onderneming is een partnerschap waarin de partijen die samen de controle over de onderneming uitoefenen rechten hebben op de activa en plichten met betrekking tot de passiva van de onderneming. Gezamenlijke controle betekent het contractueel overeengekomen delen van de controle over een onderneming, die alleen bestaat wanneer de beslissingen over de relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die de controle delen. Wanneer een entiteit van de groep CFE haar activiteiten onderneemt in het kader van een gezamenlijke onderneming, moet de groep CFE als medepartner de volgende elementen opnemen voor haar belangen in de gezamenlijke onderneming:

  • haar activa, met inbegrip van haar aandeel in de gezamenlijk gehouden activa;
  • haar passiva, met inbegrip van haar aandeel in de gezamenlijk gedragen passiva, in voorkomend geval;

  • de winst die zij ontvangt uit de verkoop van haar aandeel in de productie die de gezamenlijke onderneming voortbrengt;

  • haar aandeel in de winst uit de verkoop van de productie die de gezamenlijke onderneming voortbrengt;
  • de verliezen die zij draagt, met inbegrip van haar aandeel in de gezamenlijk gedragen verliezen, in voorkomend geval.

(D) VREEMDE VALUTA

(1) Transacties in vreemde valuta

Transacties in vreemde valuta worden geboekt tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Monetaire activa en verplichtingen in vreemde valuta worden omgerekend tegen de slotkoers. Winsten en verliezen die voortvloeien uit deze transacties en uit de omrekening van de monetaire activa en verplichtingen die in vreemde valuta zijn uitgedrukt, worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening.

Niet-monetaire activa en verplichtingen uitgedrukt in vreemde valuta, worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie.

(2) Jaarrekeningen van buitenlandse entiteiten

De activa en verplichtingen van vennootschappen van de groep CFE die andere functionele valuta dan de euro gebruiken, worden omgerekend in euro tegen de wisselkoers op de balansdatum. De winst-en-verliesrekeningen van buitenlandse dochterondernemingen, met uitsluiting van entiteiten die hun activiteiten uitoefenen in een economie met hyperinflatie, worden omgerekend in euro tegen de gemiddelde wisselkoers van het boekjaar (die de wisselkoers op de transactiedatum benadert).

De eigenvermogenscomponenten worden omgerekend tegen de historische wisselkoers.

De wisselkoersverschillen die voortvloeien uit deze omrekening worden opgenomen in een aparte rubriek van het eigen vermogen, met name 'omrekeningsverschillen'. Deze verschillen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening in het boekjaar waarin de entiteit wordt overgedragen of vereffenend.

(3) Wisselkoersen

Poolse zloty
4,265
4,184
4,283
4,186
Hongaarse forint
315,379
309,960
315,588
308,690
US dollar
1,087
1,110
1,210
1,328
Singapore dollar
1,535
1,526
1,600
1,682
Qatarse riyal
3,958
4,042
4,407
4,837
Roemeense leu
4,524
4,441
4,483
4,443
Tunesische dinar
2,211
2,178
2,257
2,253
CFA frank
655,957
655,957
655,957
655,957
Australische dollar
1,490
1,478
1,483
1,473
216,39
219,56
221,448
219,138
Valuta Slotkoers
2015
Gemiddelde
koers 2015
Slotkoers
2014
Gemiddelde
koers 2014
Nigeriaanse naira
Marokkaanse dirham
10,797
10,813
10,981
11,165
Turkse lira
3,175
3,020
2,820
2,904

1 EUR = X vreemde valuta

(E) IMMATERIËLE VASTE ACTIVA

(1) Onderzoeks- en ontwikkelingskosten

Kosten voor onderzoeksactiviteiten, aangegaan met het oog op het verwerven van nieuwe wetenschappelijke of technische kennis en inzichten, worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.

De ontwikkelingskosten, dankzij dewelke de onderzoeksresultaten worden toegepast voor de planning of het ontwerp van de productie van nieuwe of verbeterde producten en processen, worden opgenomen als activa als het product of het proces technisch en commercieel realiseerbaar is, de vennootschap voldoende middelen heeft om de ontwikkeling te realiseren en de toerekenbare kosten op betrouwbare wijze kunnen worden bepaald.

De onder de activa opgenomen kosten omvatten alle kosten die rechtstreeks toe te schrijven zijn aan dit actief, die noodzakelijk zijn voor de productie en ontwikkeling met het oog op het geplande gebruik. De andere ontwikkelingskosten worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.

De onder de activa opgenomen ontwikkelingskosten worden in de balans opgenomen tegen hun kostprijs, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen (zie hieronder) en bijzondere waardeverminderingen.

(2) Overige immateriële vaste activa

De andere immateriële vaste activa verworven door de vennootschap, worden in de balans opgenomen tegen kostprijs, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen (zie verder) en bijzondere waardeverminderingen. Kosten met betrekking tot goodwill en intern gegenereerde merken worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.

(3) Latere uitgaven

Latere uitgaven voor een immaterieel vast actief worden maar als activa opgenomen indien ze toekomstige economische voordelen kunnen opleveren die het oorspronkelijk bepaalde prestatieniveau overschrijden. Alle andere kosten worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.

(4) Afschrijvingen

De immateriële vaste activa worden volgens de lineaire methode afgeschreven over hun verwachte levensduur tegen de volgende percentages:

  • Minimum 5% exploitatieconcessies
  • 33,33% applicatiesoftware

(F) BEDRIJFSCOMBINATIES

De overnames van (dochter)ondernemingen worden opgenomen op basis van de reële waarde. De vergoeding die wordt overgedragen naar aanleiding van een bedrijfscombinatie wordt gewaardeerd tegen de reële waarde; de aan de overname verbonden kosten worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening op het moment dat ze worden gemaakt.

Wanneer een door de groep overgedragen vergoeding in het kader van een bedrijfscombinatie een voorwaardelijke vergoedingsovereenkomst omvat, wordt de voorwaardelijke vergoeding gewaardeerd tegen haar reële waarde op de overnamedatum. Veranderingen in de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding die beantwoorden aan aanpassingen van de waarderingsperiode (zie hieronder) worden met terugwerkende kracht geboekt; alle andere veranderingen in de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen.

Wanneer een bedrijfscombinatie in verschillende fasen wordt gerealiseerd, wordt het voorheen aangehouden belang van de groep geherwaardeerd tegen de reële waarde op de overnamedatum (d.i. de datum waarop de groep de zeggenschap heeft verkregen) en de eventuele nettowinst of -verlies geboekt.

Op de overnamedatum worden de identificeerbare verworven activa en overgenomen verplichtingen opgenomen op basis van hun reële waarde, met uitzondering van:

  • de uitgestelde belastingvorderingen of -verplichtingen en de verplichtingen en activa uit hoofde van de personeelsbeloningen, die respectievelijk overeenkomstig IAS 12 Winstbelastingen en IAS 19 Personeelsbeloningen worden opgenomen en gewaardeerd;
  • de verplichtingen of eigenvermogensinstrumenten ingevolge betalingsovereenkomsten op basis van aandelen van de verworven onderneming of betalingsovereenkomsten op basis van de aandelen van de groep, gesloten ter vervanging van betalingsovereenkomsten op basis van aandelen van de verworven onderneming, die gewaardeerd worden overeenkomstig IFRS 2 op aandelen gebaseerde betalingen, op de overnamedatum;
  • de activa (of groepen activa die worden afgestoten) geclassificeerd als aangehouden voor verkoop overeenkomstig IFRS 5 Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten, die gewaardeerd worden in overeenstemming met deze standaard.

Als de eerste opname van een bedrijfscombinatie niet voltooid is op het einde van de presentatieperiode van de financiële informatie waarin de bedrijfscombinatie plaatsvond, presenteert de groep de voorlopige bedragen voor de posten die nog niet volledig zijn verwerkt. Deze voorlopige bedragen worden tijdens de waarderingsperiode aangepast (zie hieronder), of bijkomende activa of verplichtingen worden opgenomen om rekening te houden met nieuwe informatie over de feiten en omstandigheden die golden op de overnamedatum en die, indien gekend, een invloed zou hebben gehad op de waardering van de toen opgenomen bedragen.

De aanpassingen van de waarderingsperiode vloeien voort uit aanvullende informatie over feiten en omstandigheden die golden op de overnamedatum, verkregen tijdens de "waarderingsperiode" (maximum een jaar vanaf de overnamedatum).

(1) Positieve goodwill

Goodwill ontstaan uit een bedrijfscombinatie wordt opgenomen als een actief op de datum dat de zeggenschap wordt verkregen (de overnamedatum). De goodwill wordt gewaardeerd als het surplus van de totale overgedragen vergoeding, het bedrag van de minderheidsbelangen in de overgenomen onderneming en (in voorkomend geval) de reële waarde van het eventuele voorheen aangehouden belang van de groep in de verworven onderneming) ten opzichte van het nettosaldo op de overnamedatum, van de identificeerbare verworven activa en overgenomen verplichtingen.

De minderheidsbelangen worden initieel gewaardeerd op basis van de reële waarde, of het aandeel van het minderheidsbelang in de opgenomen identificeerbare verworven netto-activa van de overgenomen onderneming. De keuze van de waarderingsgrondslag gebeurt voor elke transactie afzonderlijk.

Goodwill wordt niet afgeschreven, maar getoetst op bijzondere waardeverminderingen. Dit gebeurt jaarlijks, of frequenter als er aanwijzingen zijn dat de kasstroomgenererende eenheid waaraan hij wordt toegekend (meestal een dochter) een bijzondere waardevermindering zou hebben kunnen ondergaan. De goodwill wordt uitgedrukt in de valuta van de dochteronderneming waarop hij betrekking heeft. Indien de realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid lager is dan haar boekwaarde wordt de bijzondere

waardevermindering eerst in mindering gebracht van alle aan die eenheid toegewezen goodwill en pas daarna van de andere activa van die eenheid, evenredig met hun boekwaarde. De goodwill wordt in de balans opgenomen tegen de aanschaffingswaarde, min de bijzondere waardeverminderingen. Een voor goodwill opgenomen bijzondere waardevermindering, wordt niet teruggenomen in latere periodes. Bij vervreemding van een dochteronderneming worden de goodwill die eruit voortvloeit evenals het cumulatieve bedrag van de niet-gerealiseerde resultaten in aanmerking genomen voor het bepalen van het nettoresultaat van de vervreemding.

Voor vennootschappen waarop de vermogensmutatie wordt toegepast, is de boekwaarde van de goodwill inbegrepen in de boekwaarde van dit belang.

(2) Negatieve goodwill

Indien het nettosaldo van de identificeerbare verworven netto-activa en overgenomen verplichtingen, op de overnamedatum, het totaal van de overgedragen vergoeding, het bedrag van de minderheidsbelangen in de overgenomen onderneming en (in voorkomend geval) de reële waarde van het vroegere belang van de groep in de verworven onderneming overschrijdt, dan wordt het surplus onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen als een winst op een voordelige koop.

(G) MATERIËLE VASTE ACTIVA

(1) Opname en waardering

Materiële vaste activa worden maar als activa opgenomen als het waarschijnlijk is dat ze toekomstige economische voordelen zullen genereren en als de kosten op betrouwbare wijze gewaardeerd kunnen worden. Deze criteria zijn van toepassing bij de eerste opname en voor latere uitgaven.

Alle materiële vaste activa worden in de balans opgenomen tegen hun historische kostprijs, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.

De historische kostprijs omvat de initiële aankoopprijs, de tijdens de bouwperiode aangegane financieringskosten en de andere directe bijkomende kosten (zoals niet terugvorderbare belastingen of vervoerkosten). De kostprijs van de door de onderneming geproduceerde activa omvat de prijs van de materialen, de directe loonkosten en een evenredig deel van de overheadkosten.

(2) Latere uitgaven

Latere uitgaven worden maar als een actief opgenomen wanneer ze de toekomstige economische voordelen voortgebracht door de materiële vaste activa vergroten. Herstellings- en onderhoudskosten die de toekomstige economische voordelen van de activa waarop ze betrekking hebben niet vergroten, dienen als last te worden opgenomen op het moment dat ze worden aangegaan.

(3) Afschrijvingen

De afschrijvingen worden berekend vanaf de datum waarop het actief klaar is voor gebruik. De afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode en op basis van de geschatte gebruiksduur van die activa, namelijk:

vrachtwagens 3 jaar
voertuigen 3-5 jaar
ander materiaal 5 jaar
5 jaar
10 jaar
25-33 jaar
18 jaar met
restwaarde van 5%
25 jaar met
restwaarde van 5%
18 jaar zonder
restwaarde
12 jaar met
restwaarde van 5%
7 jaar zonder restwaarde
3 jaar zonder restwaarde
5 jaar
5 jaar

Terreinen worden niet afgeschreven aangezien ze worden geacht een onbeperkte gebruiksduur te hebben.

Financieringskosten die rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de verwerving, bouw of productie van een actief waarvoor een lange voorbereidingstijd nodig is, zijn in de prijs van dat actief inbegrepen.

(4) Boekhoudkundige verwerking van de vloot baggermachines

De aanschaffingswaarde wordt in tweeën gesplitst: een deel 'boot', goed voor 92% van de aanschaffingswaarde, dat lineair wordt afgeschreven tegen het afschrijvingspercentage bepaald per type boot, en een deel 'onderhoud', goed voor 8% van de aanschaffingswaarde, dat lineair wordt afgeschreven over 4 jaar. Voor "Jack-Up" vaartuigen, wordt het hefsysteem en de kraan lineair afgeschreven op 10 jaar.

Bij de verwerving van een boot worden de wisselstukken gekapitaliseerd naar verhouding van de aankopen met een maximum van 8% van de totale aankoopprijs van de boot (100%) en worden ze lineair afgeschreven over de resterende gebruiksduur vanaf de datum waarop het actief beschikbaar is voor gebruik.

Bepaalde herstellingen worden geactiveerd en lineair afgeschreven over 4 jaar vanaf het moment dat de boot opnieuw in gebruikt wordt genomen.

(H) VASTGOEDBELEGGINGEN

Een vastgoedbelegging is een onroerende zaak die wordt aangehouden om huuropbrengsten, een waardestijging van het geïnvesteerde kapitaal of beide te realiseren.

Een vastgoedbelegging onderscheidt zich van het vastgoed dat de eigenaar voor eigen gebruik aanhoudt, doordat ze kasstromen genereert die onafhankelijk zijn van de andere activa van de onderneming.

De vastgoedbeleggingen worden in de balans opgenomen tegen kostprijs, inclusief de tijdens de bouwperiode aangegane financieringskosten, verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen.

De afschrijvingen worden berekend vanaf de datum waarop het actief gebruiksklaar is, volgens de lineaire methode en tegen een percentage afhankelijk van de geschatte economische levensduur van het actief.

Terreinen worden niet afgeschreven aangezien ze worden geacht een onbeperkte gebruiksduur te hebben.

(I) LEASEOVEREENKOMSTEN

Een leaseovereenkomst wordt beschouwd als een financiële lease wanneer ze nagenoeg alle aan de eigendom verbonden risico's en voordelen aan de vennootschap overdraagt.

Activa in het kader van een financiële-leaseovereenkomst worden in de balans opgenomen tegen de contante waarde van de minimale leasebetalingen bij het sluiten van het contract of indien lager, de reële waarde van de goederen, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.

Alle in het kader van die contracten te verrichten betalingen omvatten een deel schuldaflossing en betaling van een financiële last, zodat een vaste rentevoet over de hele leasingtermijn wordt verkregen voor de geregistreerde schuld. De overeenkomstige verplichtingen, buiten interesten, worden geboekt als financiële schulden. Het deel interestbetaling wordt als last opgenomen over de volledige duur van de leasing.

De materiële vaste activa verworven in het kader van financiële-leaseovereenkomsten worden lineair afgeschreven over de gebruiksduur of over de duur van de leasing indien niet is voorzien in eigendomsoverdracht op het einde.

Leaseovereenkomsten waarbij de aan de eigendom van het goed verbonden voordelen en risico's behouden worden door de lessor, worden beschouwd als operationele leasings. Betalingen in het kader van dergelijke operationele leasings worden lineair ten laste genomen over de duur van de overeenkomst.

Bij vroegtijdige beëindiging van een operationele leaseovereenkomst, wordt iedere aan de lessor betaalde vergoeding ten laste genomen in de periode waarin de beëindiging zich voordoet.

(J) BELEGGINGEN

Elke categorie van beleggingen wordt geboekt tegen aanschaffingsdatum.

(1) Beleggingen beschikbaar voor verkoop

Deze rubriek betreft de aandelen van vennootschappen (beschikbaar voor verkoop) waarover de groep CFE geen zeggenschap, noch een invloed van betekenis heeft. Dit wordt verondersteld het geval te zijn wanneer ze minder dan 20% van de stemrechten bezit. Die beleggingen worden opgenomen tegen reële waarde, tenzij die waarde niet betrouwbaar kan worden bepaald. In dat geval worden ze geboekt tegen aanschaffingswaarde, verminderd met de bijzondere waardeverminderingen.

De waardeverminderingen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Wijzigingen in de reële waarde worden geboekt als eigen vermogen. Bij verkoop van een belang, wordt het verschil tussen de netto-opbrengst van de verkoop en de boekwaarde opgenomen in de winst-en-verliesrekening.

(2) Beleggingen en vorderingen

(2.1) Beleggingen en andere financiële activa

Beleggingen in obligaties worden gepresenteerd als financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden en worden gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs, bepaald op basis van de effectieve-rentemethode. De methode van effectieve rente is een methode voor het berekenen van de geamortiseerde kostprijs en de verdeling van de rentebaten en -lasten over de relevante periode. De effectieve rentevoet is de rentevoet die de geschatte toekomstige contante betalingen of ontvangsten tijdens de verwachte toekomstige levensduur

van het financiële instrument vertegenwoordigt of, in voorkomend geval, een korte periode voor het verkrijgen van netto boekwaarde van de actief of financiële verplichting. (brontekst nodig) De winst of het verlies wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Waardeverminderingen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen.

De andere financiële activa van de vennootschap worden opgenomen als beschikbaar voor verkoop en worden geboekt tegen reële waarde. De winsten en verliezen die voortvloeien uit een verandering in de reële waarde van deze financiële activa, worden opgenomen in andere elementen van het globaal resultaat. Waardeverminderingen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen.

(2.2) Handelsvorderingen

We verwijzen naar paragraaf (L).

(3) Financiële activa zijn aan de reële waarde aangepast door de resultatenrekening

Afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen reële waarde via de resultatenrekening, tenzij ze werden onderbouwd door een "hedge accounting" documentatie (paragraaf X).

(K) VOORRADEN

Voorraden worden gewaardeerd tegen de gewogen gemiddelde kostprijs of de netto-realiseerbare waarde indien deze lager is.

De kostprijs van afgewerkte producten en producten in bewerking omvat de grondstoffen, hulpstoffen, directe loonkosten en andere directe kosten, de financieringskosten voor zover het goed een lange bouwperiode vereist en een aandeel van de vaste en variabele algemene productiekosten, gebaseerd op de normale capaciteit van de productie-installaties.

De netto realiseerbare waarde stemt overeen met de geschatte verkoopprijs bij een normale gang van zaken, verminderd met de geschatte kosten nodig voor de verdere afwerking en verkoop van het product.

(L) HANDELSVORDERINGEN

Kortlopende handelsvorderingen worden gewaardeerd op basis van hun nominale waarde, met aftrek van de bijzondere waardeverminderingen. Op het einde van het boekjaar wordt op de handelsvorderingen waarvan de terugbetaling onzeker is, een bijzondere waardevermindering toegepast.

(M) ONDERHANDEN PROJECTEN IN OPDRACHT VAN DERDEN

Indien het resultaat van een onderhanden project in opdracht van derden betrouwbaar kan worden ingeschat, worden de opbrengsten en kosten van dat project, inclusief de financieringskosten ingeval de projectduur de verslagperiode overschrijdt, respectievelijk opgenomen als baten en lasten, naar rato van het stadium van voltooiing van de projectactiviteiten op de balansdatum (methode van winstneming naar rato van de verrichte prestaties). Het stadium van voltooiing van de activiteit wordt berekend volgens de 'cost to cost'-methode. Verwachte verliezen uit onderhanden projecten in opdracht van derden worden onmiddellijk als last opgenomen.

Volgens de methode van winstneming naar rato van de verrichte prestaties, worden de opbrengsten van onderhanden projecten in opdracht van derden opgenomen in de winst-en-verliesrekening van

de boekjaren waarin de werken zijn uitgevoerd. De kosten van onderhanden projecten in opdracht van derden worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening van de boekjaren waarin de overeenkomstige werken zijn uitgevoerd.

Gemaakte kosten met betrekking tot toekomstige activiteiten in het kader van het project worden opgenomen als activa, op voorwaarde dat het waarschijnlijk is dat ze zullen worden goedgemaakt.

De groep CFE heeft ervoor gekozen om de informatie met betrekking tot de onderhanden projecten in opdracht van derden niet afzonderlijk in de balans voor te stellen maar enkel in de toelichting.

(N) GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN

Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten cash en termijndeposito's met een looptijd van minder dan drie maanden.

(O) BIJZONDERE WAARDEVERMINDERINGEN

De boekwaarde van de vaste activa (met uitzondering van financiële activa die vallen onder het toepassingsgebied van IAS 39, uitgestelde belastingen en vaste activa aangehouden voor verkoop) wordt op elke balansdatum herzien waarbij wordt nagegaan of er een aanwijzing is dat een actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Indien een dergelijke indicatie bestaat, dient de realiseerbare waarde van het actief te worden geschat. Voor immateriële activa met onbeperkte gebruiksduur en voor goodwill, wordt de realiseerbare waarde op elke balansdatum geschat. Een bijzondere waardevermindering wordt opgenomen wanneer de boekwaarde van het actief of de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort, hoger is dan de realiseerbare waarde. Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening.

(1) Schatting van de realiseerbare waarde

De realiseerbare waarde van de vorderingen en de beleggingen van de vennootschap die worden aangehouden tot de vervaldag is de contante waarde van de toekomstige kasstromen, gedisconteerd tegen de oorspronkelijke effectieve rentevoet voor deze activa.

De realiseerbare waarde van de andere activa is de hoogste waarde van de bedrijfswaarde en de reële waarde minus verkoopkosten van de activa. De bedrijfswaarde is de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen.

Om de bedrijfswaarde te bepalen, worden de verwachte toekomstige kasstromen gedisconteerd tegen een rentevoet vóór belastingen, die zowel de actuele marktrente als de specifieke risico's met betrekking tot het actief weergeeft.

Voor activa die zelf geen kasstromen genereren, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe die activa behoren.

(2) Terugneming van bijzondere waardeverminderingen

Een bijzondere waardevermindering op vorderingen of ten einde looptijd aangehouden beleggingen wordt teruggenomen indien een latere toename van de realiseerbare waarde op objectieve basis kan verbonden worden met een gebeurtenis die heeft plaatsgevonden nadat de bijzondere waardevermindering werd geboekt.

De bijzondere waardeverminderingsverliezen op de andere activa, met uitzondering van de goodwill waarop nooit een terugneming wordt toegepast, worden slechts teruggenomen als zich een wijziging voordoet in de gehanteerde schattingen om de realiseerbare waarde te bepalen.

Een bijzondere waardevermindering van een actief kan slechts worden teruggenomen als de boekwaarde van het actief, verhoogd ingevolge terugneming van een bijzonder waardeverminderingsverlies, niet hoger ligt dan de boekwaarde na afschrijvingen, die zou zijn bepaald als er geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief was opgenomen.

(P) KAPITAAL

Inkoop van eigen aandelen

Wanneer aandelen van de vennootschap door die vennootschap of door een vennootschap van de groep CFE worden ingekocht, wordt het betaalde bedrag, inclusief de direct aan de aankoop toe te rekenen kosten, in mindering gebracht op het eigen vermogen. De opbrengst van de verkoop van aandelen wordt direct opgenomen in het totaal eigen vermogen, zonder impact op de winst-en-verliesrekening.

(Q) VOORZIENINGEN

Voorzieningen worden aangelegd wanneer de vennootschap een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg van gebeurtenissen in het verleden, het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen genereren vereist zal zijn om die verplichting af te wikkelen en wanneer het bedrag van die verplichting betrouwbaar kan worden bepaald.

Het als voorziening opgenomen bedrag stemt overeen met de beste schatting van de uitgaven die vereist zijn om de bestaande verplichting op de balansdatum af te wikkelen. Deze schatting wordt verricht op basis van een rentevoet vóór belastingen die zowel de actuele marktramingen als de specifieke risico's van de schuld weerspiegelt.

Voorzieningen voor herstructurering worden aangelegd wanneer de vennootschap een gedetailleerd en geformaliseerd herstructureringsplan heeft goedgekeurd en wanneer de herstructurering ofwel werd aangevat ofwel publiek werd bekendgemaakt. Voor kosten verbonden aan de normale activiteiten van de vennootschap worden geen voorzieningen aangelegd.

Courante voorzieningen zijn voorzieningen welke direct verbonden zijn met de specifieke exploitatiecyclus van elke activiteit, ongeacht de verwachte vervaldata.

De voorzieningen voor diensten na verkoop dekken de verplichtingen van de groep CFE in het kader van de wettelijke garantieverplichtingen met betrekking tot opgeleverde werven. Zij worden geschat op basis van statistische informatie van vastgestelde uitgaven in voorgaande boekjaren en op individuele basis voor specifiek geïdentificeerde problemen. De voorzieningen voor diensten na verkoop worden aangelegd vanaf de start van de werken.

Een voorziening voor verlieslatende contracten wordt aangelegd wanneer de verwachte economische voordelen van een contract lager liggen dan de onvermijdelijke kosten om aan de contractuele verplichtingen te voldoen.

De voorzieningen voor geschillen in het kader van de activiteit betreffen hoofdzakelijk geschillen met klanten, onder- of medeaannemers of leveranciers. De andere courante voorzieningen voor risico's bestaan hoofdzakelijk uit voorzieningen voor laattijdigheidsboetes en andere bedrijfsrisico's.

Niet-courante (langlopende) voorzieningen zijn voorzieningen die niet direct verband houden met de exploitatiecyclus en waarvan de looptijd doorgaans meer dan een jaar bedraagt.

(R) PERSONEELSBELONINGEN

(1) Verplichtingen inzake pensioen

De pensioenverplichtingen omvatten de pensioenplannen en de levensverzekeringen.

De vennootschap past wereldwijd een aantal pensioenplannen toe van het type 'toegezegd-pensioenregeling' en 'toegezegde-bijdragenregeling'. De activa van die pensioenplannen worden in het algemeen beheerd door aparte instellingen en gefinancierd door bijdragen van de betrokken dochterondernemingen en van de werknemers. Deze bijdragen worden bepaald op basis van de aanbevelingen van onafhankelijke actuarissen.

De pensioenverplichtingen van de groep CFE zijn al dan niet gedekt door fondsen.

a) Pensioenplannen van het type 'toegezegdebijdragenregeling'

De bijdragen aan deze pensioenplannen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening van het boekjaar waarin ze betaald worden.

b) Pensioenplannen van het type 'toegezegdpensioenregeling'

Voor deze pensioenplannen worden de kosten van elk plan afzonderlijk geschat op basis van de 'projected unit credit'-methode. De methode van de geprojecteerde kredieteenheden stelt dat elke tewerkstellingsperiode recht geeft op een bijkomende voordeeleenheid en beschouwt elke eenheid afzonderlijk.

Volgens deze methode worden de pensioenkosten ten laste genomen in de winst-en-verliesrekening zodat de kost op regelmatige wijze gespreid wordt over de resterende diensttijd van de deelnemende werknemers, dit op basis van de aanbevelingen van actuarissen die deze plannen jaarlijks aan een grondige beoordeling onderwerpen. De in de winst-en-verliesrekening opgenomen bedragen omvatten de kostprijs van de verleende diensten, de rentelasten, de verwachte inkomsten uit de dekkingsactiva en de kosten van verstreken diensttijd.

De in de balans opgenomen pensioenverplichtingen worden gewaardeerd op basis van de contante waarde van de geschatte toekomstige uitgaven, berekend op basis van rentevoeten gelijk aan die van bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit met een looptijd die deze van de pensioenverplichtingen benadert, na aftrek van de niet-opgenomen kosten van verstreken diensttijd en de reële waarde van de activa.

De actuariële winsten en verliezen worden afzonderlijk berekend voor elk plan van het type 'toegezegdpensioenregeling'. De actuariële winsten en verliezen omvatten het effect van de verschillen tussen actuariële veronderstellingen en de werkelijkheid en het effect van wijzigingen in de actuariële veronderstellingen.

De actuariële verschillen met betrekking tot de verplichtingen of tot de activa die verbonden zijn met de voordelen bij uitdiensttreding en die resulteren uit de verrekeningen van het arbeidsverleden en/of de wijzigingen van actuariële veronderstellingen worden opgenomen onder andere elementen van het globaal resultaat in de periode waarin ze zijn opgelopen en maken het voorwerp uit van een afzonderlijke reserve in het eigen vermogen. Deze verschillen en de schommelingen van de limiet van de opgenomen activa worden voorgesteld in het overzicht van de staat van het globaal resultaat.

De rentekosten als gevolg van de desactualisering van de pensioenvoordelen en soortgelijke verplichtingen en de financiële opbrengsten van het verwachte rendement van de activa van de regeling worden opgenomen in het financieel resultaat.

De invoering of de wijziging van een nieuwe regeling bij uitdiensttreding of van andere regelingen op lange termijn kan de geactualiseerde waarde verhogen van de verplichting uit de "toegezegdpensioenregeling" voor de diensten die verleend zijn in de vorige periodes, d.w.z. de kosten van verstreken diensttijd. De kosten van verstreken diensttijd die verbonden zijn met de regelingen bij uitdiensttreding worden lineair over de gemiddelde periode opgenomen als resultaat totdat de overeenkomstige voordelen aanvaard zijn door de werknemers. De voordelen die aanvaard zijn als gevolg van het aannemen of het wijzigen van een regeling bij uitdiensttreding, en de kosten van verstreken diensttijd verbonden met de andere voordelen op lange termijn, worden onmiddellijk opgenomen als resultaat.

De actuariële berekeningen van de verplichtingen bij uitdiensttreding en van de andere voordelen op lange termijn gebeuren door onafhankelijke actuarissen.

(2) Bonussen

De bonussen toegekend aan bedienden en hogere kaderleden worden berekend op basis van te bereiken financiële kernindicatoren. Het geschatte bedrag van de bonussen wordt opgenomen als last van het boekjaar waarop ze betrekking hebben.

(S) RENTEDRAGENDE LENINGEN

(1) Verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs

Rentedragende leningen worden gewaardeerd aan hun oorspronkelijke kostprijs, verminderd met de eraan verbonden transactiekosten. Elk verschil tussen deze nettowaarde en de aflossingswaarde wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen over de periode van de lening volgens de effectieve-rentemethode. We verwijzen naar paragraaf J 2.1 voor de definitie van deze methode.

(2) Financiële verplichtingen zijn aan de reële waarde aangepast door de resultatenrekening

Afgeleide instrumenten zijn opgenomen aan de reële waarde door de resultatenrekening, tenzij er een dekkingsdocumentatie bestaat. We verwijzen naar paragraaf X.

(T) HANDELSSCHULDEN EN OVERIGE SCHULDEN

De handelsschulden en andere kortlopende schulden worden gewaardeerd op basis van hun nominale waarde.

(U) WINSTBELASTINGEN

Belastingen op het resultaat omvatten de courante belastingen en de uitgestelde belastingen. De belastingen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening, tenzij ze betrekking hebben op elementen die in andere elementen van het globaal resultaat werden geboekt; in dat geval worden ook de uitgestelde belastingen die categorieën opgenomen.

De courante belasting omvat het bedrag van de verschuldigde belastingen op de belastbare inkomsten van het afgelopen jaar, evenals alle aanpassingen van betaalde of te betalen belastingen met betrekking tot vorige jaren. De belastingen worden berekend op basis van de belastingtarieven die van toepassing zijn op de balansdatum.

Uitgestelde belastingen worden berekend op basis van de tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en de belastinggrondslag van een actief/verplichting ('liability method'). De uitgestelde belastingen

worden berekend op basis van de belastingtarieven die van toepassing zijn op de balansdatum.

Volgens deze methode moet de vennootschap, in geval van een bedrijfscombinatie, voorzieningen aanleggen voor uitgestelde belastingen tot dekking van het verschil tussen de reële waarde van het verworven netto-actief en de belastinggrondslag.

De volgende tijdelijke verschillen worden niet opgenomen: fiscaal niet-aftrekbare goodwill, eerste opname van activa en verplichtingen die geen invloed hebben op de boekhoudkundige winst noch op de belastbare winst en verschillen met betrekking tot belangen in dochterondernemingen in zover een tegenboeking in de voorzienbare toekomst niet waarschijnlijk is.

Uitgestelde belastingvorderingen worden enkel opgenomen als het waarschijnlijk is dat er in de toekomst een belastbare winst beschikbaar zal zijn om het belastingvoordeel te compenseren. De uitgestelde belastingvordering wordt verminderd wanneer het niet langer waarschijnlijk is dat het eraan verbonden belastingvoordeel zal gerealiseerd worden.

(V) OPBRENGSTEN

(1) Opbrengsten uit onderhanden projecten in opdracht van derden

Opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten in opdracht van derden omvatten het aanvankelijke bedrag van de opbrengsten dat in het contract is overeengekomen en wijzigingen in het projectwerk, claims en aanmoedigingspremies, in zoverre het waarschijnlijk is dat zij tot opbrengsten zullen leiden en ze betrouwbaar kunnen worden gewaardeerd.

De opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten in opdracht van derden worden gewaardeerd tegen de reële waarde van de vergoeding die is ontvangen of waarop recht is verkregen.

Een wijziging kan leiden tot een toename of een afname van de opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten in opdracht van derden.

Een wijziging is een instructie van de klant die leidt tot verandering van de omvang van de krachtens het onderhanden project uit te voeren werken. Een wijziging wordt opgenomen in de opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten indien het waarschijnlijk is dat de klant de wijziging zal goedkeuren en het bedrag van de opbrengsten die uit die wijziging zal voortkomen, betrouwbaar kan worden gewaardeerd.

Aanmoedigingspremies worden opgenomen in de opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten indien het project voldoende vergevorderd is en het waarschijnlijk is dat aan de vastgestelde prestatiestandaarden zal worden voldaan of dat deze zullen worden overschreden, en het bedrag van de aanmoedigingspremie betrouwbaar kan worden gewaardeerd.

Opbrengsten uit onderhanden projecten in opdracht van derden worden opgenomen naar rato van het stadium van voltooiing van de projectactiviteiten op de balansdatum (volgens de methode van winstneming naar rato van de verrichte prestaties, berekend als de verhouding tussen de kosten uit hoofde van onderhanden projecten in opdracht van derden op de balansdatum en de geschatte totale kosten van het project).

Verwachte verliezen uit onderhanden projecten in opdracht van derden worden onmiddellijk als last opgenomen.

(2) Verkoop van goederen en levering van diensten

Opbrengsten uit de verkoop van (onroerende) goederen worden opgenomen wanneer de wezenlijke risico's en voordelen van de eigendom van de goederen zijn overgedragen aan de koper en er geen enkele onzekerheid bestaat over de ontvangst van de overeengekomen vergoeding, de transactiekosten en de mogelijke terugzending van de goederen.

(3) Huuropbrengsten en honoraria

Huuropbrengsten en honoraria worden volgens de lineaire methode opgenomen over de huurperiode.

(4) Financiële opbrengsten

Financiële opbrengsten omvatten te ontvangen renten op beleggingen, dividenden, royalty's, wisselkoersopbrengsten en opbrengsten met betrekking tot afdekkingsinstrumenten die opgenomen worden in de winst-en-verliesrekening.

Intresten, royalty's en dividenden die hun oorsprong vinden in het gebruik dat derden maken van de middelen van de onderneming, worden opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de economische voordelen verbonden aan de transactie zullen terugvloeien naar de onderneming en de opbrengsten betrouwbaar kunnen worden geschat.

Renteopbrengsten worden opgenomen wanneer ze zijn geïnd (rekening houdend met de verstreken tijd en met het effectieve rendement van het actief), tenzij er twijfel bestaat over de inning. Royaltyopbrengsten worden opgenomen op een prorata-basis, rekening houdend met de bepalingen van de overeenkomst. Dividenden worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen op de datum van toekenning.

(5) Overheidssubsidies

Overheidssubsidies worden aanvankelijk in de balans opgenomen als over te dragen opbrengsten als er redelijke zekerheid bestaat dat ze zullen worden ontvangen en dat de eraan verbonden voorwaarden zullen worden vervuld. Subsidies als compensatie voor door de vennootschap reeds gemaakte kosten worden systematisch als baten opgenomen over de periode waarin de kosten werden gemaakt.

Subsidies aan de vennootschap voor kosten gemaakt in verband met activa worden systematisch als baten opgenomen in de winst-en-verliesrekening over de economische levensduur van het actief. Deze overheidssubsidies worden gepresenteerd in mindering van de overeenkomstige waarde van het actief.

(W) LASTEN

(1) Financieringskosten

De financieringskosten omvatten de verschuldigde rente op leningen, de wisselkoersverliezen en verliezen afkomstig van de afdekkingsinstrumenten opgenomen in de winst-en-verliesrekening.

Alle renten en andere gemaakte kosten in verband met leningen, behalve die welke in aanmerking kwamen voor activering, worden als financieringskosten in de winst-en-verliesrekening opgenomen. De rentekosten met betrekking tot de financiële-leasebetalingen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen volgens de effectieve-rentemethode.

(2) Onderzoeks- en ontwikkelingskosten, reclame- en promotiekosten en ontwikkelingskosten van informatiesystemen

De onderzoeks-, reclame- en promotiekosten worden opgenomen in het boekjaar waarin deze kosten worden gemaakt. Ontwikkelingskosten en ontwikkelingskosten van informatiesystemen worden ten laste genomen wanneer ze worden gemaakt, wanneer ze niet voldoen aan de criteria voor immateriële vaste activa.

(X) AFGELEIDE FINANCIËLE INSTRUMENTEN

De vennootschap gebruikt afgeleide financiële instrumenten hoofdzakelijk om de risico's te beperken die voortvloeien uit ongunstige schommelingen van de rentevoeten, wisselkoersen, grondstoffenprijzen en andere marktrisico's. Het beleid van de vennootschap verbiedt het gebruik van deze instrumenten voor speculatiedoeleinden.

De vennootschap houdt geen financiële instrumenten aan en geeft er geen uit voor handelsdoeleinden. Niettemin worden derivaten die niet zijn aangemerkt als afdekkingsinstrumenten volgens IAS 39, gepresenteerd als instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden.

Afgeleide financiële instrumenten worden aanvankelijk gewaardeerd tegen kostprijs. Na hun eerste opname worden ze gewaardeerd tegen reële waarde. De opname van niet-gerealiseerde winsten of verliezen hangt af van de kwalificatie van het afgeleide financieel instrument en de afdekkingseffectiviteit.

De reële waarde van de "swap"-rentevoeten is de geschatte waarde die de vennootschap zou ontvangen of betalen bij uitoefening van de swap op de balansdatum, rekening houdend met de actuele rentevoeten en de solvabiliteit van de tegenpartij van de swap.

De reële waarde van een 'forward exchange contract' is de op de beurs genoteerde waarde op de balansdatum, dus de contante waarde van de genoteerde 'forward'-prijs.

(1) Kasstroomafdekking (Cashflow hedges)

Wanneer een afgeleid financieel instrument de mogelijke variabiliteit van kasstromen van een opgenomen verplichting, een vaststaande toezegging of een verwachte toekomstige transactie van de vennootschap afdekt, wordt het effectieve deel van de winst of verlies op het afgeleide financieel instrument rechtstreeks in andere elementen van het globaal resultaat en in een aparte categorie van ingehouden winsten in het eigen vermogen opgenomen.

Wanneer de vaststaande verbintenis of de verwachte toekomstige transactie leidt tot opname van een actief of een verplichting, worden de cumulatieve winsten of verliezen verwijderd uit de rubriek 'eigen vermogen' en worden ze in de initiële waardering van het actief of de verplichting opgenomen.

In het andere geval worden de cumulatieve winsten of verliezen verwijderd uit het eigen vermogen en opgenomen in de winst-en-verliesrekening op hetzelfde ogenblik als de afgedekte transactie.

Het niet-effectieve deel van de winst of het verlies op het financieel instrument wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen. De winsten en verliezen afkomstig van de tijdelijke waarde van het afgeleid financieel instrument worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen.

Wanneer een afdekkingsinstrument of afdekkingsrelatie ten einde loopt maar de afgedekte transactie nog moet plaatshebben, blijft de op dat ogenblik niet-gerealiseerde cumulatieve winst of verlies in de rubriek 'eigen vermogen' en wordt dan opgenomen volgens het bovenbeschreven principe wanneer de transactie plaatsvindt.

Wanneer men niet meer verwacht dat de afgedekte transactie zal plaatsvinden, wordt de niet-gerealiseerde cumulatieve winst of verlies die opgenomen werd in het eigen vermogen, onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen.

(2) Reële-waardeafdekking

Voor ieder afgeleid financieel instrument dat de mogelijke veranderingen in de reële waarde van een opgenomen vordering of schuld afdekt, wordt de winst of het verlies uit herwaardering van het afdekkinginstrument in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Ook de waarde van het afgedekte element wordt gewaardeerd tegen de reële waarde die toe te rekenen is aan het afgedekte risico. De ermee verbonden winst of verlies wordt opgenomen in de winst-en-verliesrekening.

De reële waarde van de afgedekte elementen in verband met het afgedekte risico, zijn de boekwaarden op de balansdatum, omgerekend in euro tegen de wisselkoers die geldt op de balansdatum.

(3) Afdekking van een netto-investering in buitenlandse activiteiten

Als een schuld in vreemde valuta een investering in een buitenlandse entiteit afdekt, worden de wisselkoersverschillen ingevolge de omzetting van de schuld in euro rechtstreeks opgenomen als omrekeningverschillen onder de rubriek 'eigen vermogen'.

Als een afgeleid financieel instrument een netto-investering met betrekking tot buitenlandse activiteiten afdekt, dan wordt het effectieve deel van de winst of het verlies op het financieel instrument rechtstreeks opgenomen als "omrekeningverschil" onder de rubriek 'eigen vermogen', terwijl het niet-effectieve deel wordt opgenomen in de winst-en-verliesrekening.

(4) Instrumenten gekoppeld aan bouwcontracten

Indien een afgeleid financieel instrument de mogelijke variabiliteit van kasstromen van een opgenomen verplichting, een vaststaande toezegging of een verwachte toekomstige transactie van de vennootschap in het kader van een bouwcontract afdekt (voornamelijk termijnaankopen van grondstoffen, en termijnaankopen of -verkopen van valuta), dan maakt dit instrument niet het voorwerp uit van een documentatie van de afdekking van de kasstroom zoals beschreven onder punt (1) hierboven. De winsten of verliezen die op het afgeleid financieel instrument worden gerealiseerd, worden opgenomen in de resultatenrekening als financiële baten of lasten.

Deze instrumenten maken het voorwerp uit van een efficiëntietest op basis van de beginselen van hedge accounting.

Het effectieve deel van de winsten of verliezen die op het afgeleid financieel instrument worden gerealiseerd, worden beschouwd als een kost van het bouwcontract (zie paragraaf (M) hierboven). Dit element speelt echter niet mee bij de bepaling van de mate van voortgang van het contract.

(Y) GESEGMENTEERDE INFORMATIE

Een segment is een onderscheiden onderdeel van de groep CFE dat opbrengsten genereert en kosten meebrengt, en waarvan de operationele resultaten regelmatig door de directie worden bekeken om beslissingen te nemen of de prestaties van het segment na te gaan. De groep CFE bestaat uit vier operationele polen, met name: Contracting, Vastgoedontwikkeling, Baggerwerken en milieu en PPS-concessies.

(Z) AANDELENOPTIES

Aandelenopties worden gewaardeerd tegen reële waarde op de datum van toekenning. Deze reële waarde wordt lineair opgenomen over de wachtperiode, uitgaande van een schatting van het aantal opties dat uiteindelijk onvoorwaardelijk wordt.

3. CONSOLIDATIEMETHODEN

CONSOLIDATIEKRING

Vennootschappen waarvan de groep rechtstreeks of onrechtstreeks de meerderheid van de stemrechten bezit en waarover ze dus zeggenschap heeft, worden geconsolideerd door de integrale consolidatiemethode.

De vennootschappen waarover de groep gezamenlijke zeggenschap heeft samen met andere aandeelhouders, worden geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode methode. Het betreft met name, Rent-A-Port, Locorail SA en bepaalde vennootschappen van de baggerwerken en milieu en van de pool Vastgoedontwikkeling.

Vennootschappen waarover de groep een aanzienlijke invloed van betekenis heeft worden opgenomen volgens de vermogensmutatie. Dit betreft voornamelijk de vennootschappen Coentunnel Company BV, PPP Schulen Eupen SA, Van Maerlant Property I SA & II SPRL en Van Maerlant Residential SA en C-Power NV van Groep DEME.

Evolutie van de consolidatiekring

Aantal entiteiten 2015 2014
Integrale methode 177 164
Vermogensmutatiemethode 108 110
Totaal 285 274

TRANSACTIES BINNEN DE GROEP

De wederzijdse verrichtingen en transacties van activa en verplichtingen, baten en lasten tussen opgenomen ondernemingen worden in de geconsolideerde jaarrekening geëlimineerd. Deze eliminatie gebeurt:

  • volledig, als de transactie plaatsheeft tussen twee dochterondernemingen;
  • naar rato van het belang in de onderneming waarop vermogensmutatie wordt toegepast voor het interne resultaat gerealiseerd tussen een integraal geconsolideerde onderneming en een onderneming geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode.

OMREKENING VAN DE JAARREKENINGEN VAN DE BUITENLANDSE VENNOOTSCHAPPEN EN VESTIGINGEN

In de meeste gevallen stemt de functionele valuta van de vennootschappen en vestigingen overeen met de valuta van het betrokken land.

De jaarrekeningen van de buitenlandse vennootschappen waarvan de functionele valuta verschilt van de presentatievaluta van de geconsolideerde jaarrekening van de groep, worden omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum wat betreft de posten van de balans en tegen de gemiddelde koers over de periode voor de posten van de winst-en-verliesrekening. Wisselkoersverschillen die daaruit voortvloeien worden als omrekeningsverschillen opgenomen in de geconsolideerde reserves. De goodwill met betrekking tot de buitenlandse vennootschappen wordt geacht deel uit te maken van de verworven activa en verplichtingen en wordt uit dien hoofde omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum.

TRANSACTIES IN VREEMDE VALUTA

De transacties in vreemde valuta worden omgerekend in euro tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Aan het eind van de periode worden de monetaire activa en verplichtingen die uitgedrukt zijn in vreemde valuta, omgerekend in euro tegen de wisselkoers op de balansdatum. De winsten en verliezen die hieruit voortvloeien worden opgenomen in de rubriek wisselresultaten en worden in de winst-en-verliesrekening gepresenteerd als andere financiële opbrengsten en lasten.

De wisselkoersverschillen op leningen in vreemde valuta of op afgeleide producten gebruikt voor afdekking van belangen in de buitenlandse dochterondernemingen, worden opgenomen als omrekeningsverschillen onder de andere elementen van het globaal resultaat en onder het eigen vermogen.

4. GESEGMENTEERDE INFORMATIE

OPERATIONELE SEGMENTEN

De gesegmenteerde informatie wordt voorgesteld rekening houdend met de operationele segmenten. De resultaten en activa en verplichtingen van de segmenten omvatten elementen die ofwel rechtstreeks, ofwel op basis van een logische verdeling toe te wijzen zijn aan een segment.

De groep CFE bestaat uit de volgende vier operationele pools:

Baggerwerken en milieu

De pool Baggerwerken en milieu is, via zijn dochteronderneming DEME, actief op het gebied van baggerwerken (infrastructureel- en onderhoudsbaggeren), de behandeling van vervuilde gronden en slib en marine engineering.

Contracting

Binnen de bouw is de pool Contracting actief op de volgende domeinen:

  • civieltechnische werkzaamheden (uitvoering van grote infrastructuurwerken: tunnels, bruggen, kademuren, gasterminals, …);
  • gebouwen (kantoren, industriële gebouwen, woningen, renovaties en restauraties);
  • tertiaire elektriciteit (kantoren, ziekenhuizen, parkeerterreinen, …);
  • plaatsing van bovenleidingen en spoorwegsignalisatie en aanleg van sporen.

Vastgoedontwikkeling

De pool Vastgoedontwikkeling ontwikkelt vastgoedprojecten in de hoedanigheid van ontwikkelaar / bouwheer en betrekt bij zijn projecten dus ook de pool Contracting.

PPS-concessies

De pool PPS-concessies bezit een participatie in Rent-A-Port, Rent-A-Port Energy en in vier contracten van het type Design Build Finance and Maintenance in de Benelux.

De boekhoudkundige principes die werden gebruikt bij de voorstelling van de gesegmenteerde informatie zijn dezelfde als deze die werden gebruikt bij de opstelling van de geconsolideerde rekeningen (zie toelichting 2).

(in duizenden
euro)
Omzet Bedrijfsresultaat op activiteit Bedrijfsresultaat (EBIT) Financieel
resultaat
2015 2014 2015 %
Omzet
2014 %
Omzet
2015 %
Omzet
2014 %
Omzet
2015 2014
Baggerwerken en
milieu
2.286.124 2.419.656 266.096 11,64% 223.524 9,24% 305.692 13,37% 248.889 10,29% (48.494)(23.232)
Herwerking
DEME
(6.546) (6.772) (7.523) (7.749) 11.019 12.540
Contracting 945.094 1.073.297 (26.781) (2,83%) 637 0,06% (34.880) (3,69%) (7.542) (0,70%) (1.064) (1.525)
Vastgoed
ontwikkeling
27.186 45.650 758 2,79% 5.693 12,47% 7.686 28,27% 7.090 15,53% (586) (2.261)
PPS-Concessie 1.350 754 2.015 (45) 1.326 2.473 (191) (224)
Holding (6.621) (1.719) (6.621) (1.719) 6.727 (1.051)
Eliminaties tussen
polen
(20.348) (28.809) (16) (502) (16) (502)
Niet terugkerende
elementen
- overige
(417) (417)
Totaal
geconsolideerd
3.239.406 3.510.548 228.905 7,07% 220.399 6,28% 265.664 8,20% 240.523 6,85% (32.589) (15.753)

ELEMENTEN VAN HET GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN HET GLOBAAL RESULTAAT

(in duizenden
euro)
Belastingen Resultaat toekenbaar aan de
groep
Niet- kaselementen EBITDA
2015 2014 2015 %
Omzet
2014 %
Omzet
2015 2014 2015 %
Omzet
2014 %
Omzet
Baggerwerken en
milieu
(56.522) (56.569) 199.196 8,71% 168.991 6,98% 223.119 220.110 489.215 21,40% 443.624 18,33%
Herwerking
DEME
(1.407) (1.684) 2.089 2.356 6.546 8.960 2.188
Contracting (613) (6.637) (34.138) (3,61%) (14.474) (1,35%) 37.334 26.248 10.553 1,12% 26.883 2,50%
Vastgoed
ontwikkeling
(132) (553) 6.967 25,63% 4.276 9,37% 1.142 (251) 1.900 6,99% 5.442 11,92%
PPS-Concessie 1.135 2.249 841 115 2.856 70
Holding (374) 84 (269) (2.711) 7.038 3.499 417 1.780
Eliminaties tussen
polen
(3) 110 (19) (392) (16) (502)
Niet terugkerende
elementen
- overige
(417) 417
Totaal
geconsolideerd
(59.051) (65.249) 174.961 5,40% 159.878 4,55% 276.020 259.098 504.925 15,59% 479.485 13,66%

OMZET

Amerika
Totaal geconsolideerd
86.151
3.239.406
147.787
3.510.548
Afrika 773.537 454.189
Oceanië 108.289 677.094
Andere Azië 283.382 133.443
Midden-Oosten 98.657 81.729
Andere Europa 910.863 960.369
België 978.527 1.055.937
(in duizenden euro) 2015 2014

De verdeling van de omzet per land is afhankelijk van het land waarin de prestaties zijn uitgevoerd.

De groep heeft in 2015 geen inkomsten afkomstig van een significante klant ten belope van meer dan 10% van de omzet.

De omzet uit de verkoop van goederen voor 2015 bedraagt 10.491 duizend euro (2014: 10.618 duizend euro). Het betreft de verkopen gerealiseerd door de dochterondernemingen Voltis en Terryn Timber Products.

OPSPLITSING OMZET VAN DE POOL CONTRACTING

(in duizenden euro) 2015 2014
Gebouw - Benelux 531.796 523.116
Burgerlijke bouwkunde 91.781 116.258
Gebouw internationaal 117.543 165.887
Bouw 741.120 805.261
Multitechnieken 142.472 162.613
Spoorinfra 61.502 105.423
Contracting 945.094 1.073.297

De groep CFE erkent, wat betreft de omzet van de bouwactiviteiten, de omzet "bouw" gerealiseerd via de pool Vastgoedontwikkeling.

De eliminatie van de gemeenschappelijke omzet tussen de pool Contracting en de pool Vastgoedontwikkeling gebeurd ter hoogte van de eliminatie tussen polen.

Aangezien er een vertraging bestaat tussen de bouw en de verkoop door de pool Vastgoedontwikkeling, wordt het interne omzetcijfer tijdens de bouwperiode opgeslagen en pas toegewezen op het moment van de verkoop.

OPSPLITSING OMZET VAN DE POOL BAGGERWERKEN

(in duizenden euro) 2015 2014
Capital dredging 1.130.133 1.410.847
Civil works 5.604 0
Environmental contracting 206.592 177.625
Fallpipe and landfalls 215.835 245.264
Maintenance dredging 261.774 282.630
Marine works 531.083 470.553
Eliminatie omzet uit
geassocieerde deelnemingen en
joint-ventures
(64.897) (167.263)
Totaal 2.286.124 2.419.656

ORDERBOEK

(in miljoen euro) 2015 2014 % verschil
Contracting 966,0 1.127,2 -14,3%
Bouw 800,8 945,3 -15,3%
Spoorinfra 49,3 55,6 -11,3%
Multitechnieken 115,9 126,3 -8,2%
Vastgoed
ontwikkeling
6,7 16,0 -58,1%
Baggerwerken en
milieu
3.185,0 2.420,0 +31,6%
PPS-concessies 2,6 2,6
Totaal 4.160,3 3.565,8 +16,7%

GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE

Per 31 december 2015
(in duizenden euro)
Bagger­ werken en
milieu
Contrac­ ting Vastgoed­
ontwikke­ ling
PPS-
concessies
Holding en
eliminaties
Eliminaties
tussen
polen
Totaal
geconso
lideerd
ACTIVA
Goodwill 155.959 19.210 53 0 0 0 175.222
Materiële vaste activa 1.693.799 32.744 207 13 916 0 1.727.679
Langlopende leningen aan
geconsolideerde vennootschappen van
de groep
0 875 0 0 77.309 (78.184) 0
Overige financiële vaste activa 58.058 205 43.973 27.265 0 0 129.501
Overige vaste activa 302.637 2.947 67.297 16.014 805.341 (820.967) 373.269
Voorraden 11.259 23.309 43.378 0 0 0 77.946
Geldmiddelen en kasequivalenten 378.405 49.327 4.522 0 59.698 0 491.952
Interne kaspositie – Cash pooling
– actief
0 102.869 0 252 138.058 (241.179) 0
Overige vlottende activa 837.265 519.391 15.803 1.964 18.412 (66.245) 1.326.590
Totaal activa 3.437.382 750.877 175.233 45.508 1.099.734 (1.206.575) 4.302.159
VERPLICHTINGEN
Eigen vermogen 1.385.535 18.399 33.604 2.358 795.893 (801.389) 1.434.400
Langlopende leningen aan
geconsolideerde vennootschappen van
de groep
0 15.981 40.875 30.000 313 (87.169) 0
Obligatielening 205.257 0 0 0 99.959 0 305.216
Langlopende financiële schulden 339.249 10.253 (5) 0 50.000 (600) 398.897
Overige langlopende verplichtingen 225.416 31.846 18.056 10.184 10.964 (10.001) 286.465
Kortlopende financiële schulden 108.901 1.644 4.961 0 0 (4.948) 110.558
Interne kaspositie – Cash pooling
– passief
0 89.650 47.581 0 94.514 (231.745) 0
Overige kortlopende verplichtingen 1.173.024 583.104 30.161 2.966 48.091 (70.723) 1.766.623
Totaal eigen vermogen en verplichtingen 3.437.382 750.877 175.233 45.508 1.099.734 (1.206.575) 4.302.159

GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE

Per 31 december 2014
(in duizenden euro)
Bagger
werken en
milieu
Contrac
ting
Vastgoed
ontwikke
ling
PPS
concessies
Holding en
eliminaties
Eliminaties
tussen
polen
Totaal
geconso
lideerd
ACTIVA
Goodwill 157.819 19.210 53 0 0 0 177.082
Materiële vaste activa 1.441.960 56.725 305 0 4.285 0 1.503.275
Langlopende leningen aan
geconsolideerde vennootschappen van
de groep
0 20.269 0 0 80.930 (101.199) 0
Overige financiële vaste activa 29.371 3.978 45.845 26.920 3.227 0 109.341
Overige vaste activa 318.895 6.291 49.341 13.504 757.903 (752.149) 393.785
Voorraden 18.387 32.925 53.320 0 646 0 105.278
Geldmiddelen en kasequivalenten 579.618 60.875 4.487 671 57.850 0 703.501
Interne kaspositie – Cash pooling – actief 0 98.049 4.465 0 127.870 (230.384) 0
Overige vlottende activa 649.725 546.898 45.782 4.756 7.363 (31.334) 1.223.190
Totaal activa 3.195.775 845.220 203.598 45.851 1.040.074 (1.115.066) 4.215.452
VERPLICHTINGEN
Eigen vermogen 1.229.135 73.165 32.833 9.352 705.251 (728.871) 1.320.865
Langlopende leningen aan 0
geconsolideerde vennootschappen van
de groep
17.599 43.602 23.331 16.667 (101.199) 0
Obligatielening 206.936 0 0 0 99.959 0 306.895
Langlopende financiële schulden 302.317 11.174 4.574 0 60.000 0 378.065
Overige langlopende verplichtingen 213.267 60.731 18.012 10.625 35.973 (23.500) 315.108
Kortlopende financiële schulden 204.510 2.239 0 0 (78) 0 206.671
Interne kaspositie – Cash pooling
– passief
0 70.428 57.187 255 102.514 (230.384) 0
Overige kortlopende verplichtingen 1.039.610 609.884 47.390 2.288 19.788 (31.112) 1.687.848

GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT

Per 31 december 2015 (in duizenden euro) Bagger
werken en
milieu
Contrac
ting
Vastgoed
ontwikke
ling
PPS
concessies
Holding en
eliminaties
Totaal
geconsoli
deerd
Kasstroom uit operationele activiteiten vóór
wijzigingen van het werkkapitaal
461.325 6.634 2.029 2.204 (497) 471.695
Nettokasstroom uit (gebruikt in) operationele
activiteiten
335.196 7.075 3.828 (3.493) (7.625) 334.981
Kasstroom uit (gebruikt in) investeringsactiviteiten (265.213) (8.802) (1.398) (6.348) 22.882 (258.879)
Kasstroom uit (gebruikt in) financieringsactiviteiten (271.497) (9.812) (2.408) 9.169 (13.476) (288.024)
Nettotoename/ (afname) van de geldmiddelen (201.514) (11.539) 22 (672) 1.781 (211.921)
Per 31 december 2014 (in duizenden euro) Bagger
werken en
milieu
Contrac
ting
Vastgoed
ontwikke
ling
PPS
concessies
Holding en
eliminaties
Totaal
geconsoli
deerd
Kasstroom uit operationele activiteiten vóór
wijzigingen van het werkkapitaal
428.947 25.911 6.052 552 194 461.656
Nettokasstroom uit (gebruikt in) operationele
activiteiten
601.439 (11.988) (7.706) 16.438 8.542 606.725
Kasstroom uit (gebruikt in) investeringsactiviteiten (160.069) (6.851) 831 0 2.482 (163.607)
Kasstroom uit (gebruikt in) financieringsactiviteiten (180.660) 19.734 5.155 (15.760) (6.017) (177.548)
Nettotoename/ (afname) van de geldmiddelen 260.710 895 (1.720) 678 5.007 265.570

De kasstroom uit financieringsactiviteiten bevat de cash-poolingbedragen ten opzichte van de andere segmenten. Een positief bedrag stemt overeen met een gebruik van geldmiddelen in de cash pooling. Deze rubriek wordt ook beïnvloed door externe financiering, met name en hoofdzakelijk in het segment vastgoedontwikkeling, holding en baggerwerken en milieu. De pool Baggerwerken en milieu maakt geen deel uit de cash pooling van de groep CFE.

OVERIGE INFORMATIE

Per 31 december 2015 (in duizenden euro) Baggerwer
ken en milieu
Contrac
ting
Vastgoed
ontwikke
ling
PPS
concessies
Holding en
eliminaties
Totaal
geconsoli
deerd
Afschrijvingen (225.269) (22.645) (54) (2) (3.598) (251.568)
Investeringen (263.132) (12.579) (253) (22) (541) (276.527)
Waardeverminderingen (1.281) (2.463) 0 0 0 (3.744)
Per 31 december 2014 (in duizenden euro) Baggerwer­
ken en milieu
Contrac­ ting Vastgoed­
ontwikke­ ling
PPS-
concessies
Holding en
eliminaties
Totaal
geconsoli
deerd
Afschrijvingen (228.636) (13.052) (51) 0 (1.564) (243.303)
Investeringen (166.590) (15.487) (4.710) 0 (690) (187.477)
Waardeverminderingen (434) (9) 0 0 0 (443)

Investeringen vermeld in dit tabel hebben betrekking tot immateriële en materiële vaste activa.

GEOGRAFISCHE INFORMATIE

De activiteiten van de groep in de polen Contracting, Vastgoedontwikkeling en PPS-concessies situeren zich voornamelijk in de Benelux, Centraal-Europa en Afrika.

De materiële vaste activa in de polen Contracting, Vastgoedontwikkeling en PPS-concessies bevinden zich voornamelijk in België en in het Groothertogdom Luxemburg.

Bij DEME wordt de hoofdactiviteit daarentegen verricht door de vloot die verspreid is over verschillende maatschappijen en weerspiegelt de juridische lokalisatie niet de economische realiteit van de activiteit die door die vloot voor die maatschappijen wordt uitgevoerd. Daarom wordt geen detail gegeven van de materiële vaste activa per vennootschap. Een presentatie die de geografische sectoren waar de activiteit plaatsvindt weerspiegelt, is praktisch niet haalbaar.

5. OVERNAMES EN AFSTOTINGEN VAN DOCHTERONDERNEMINGEN

OPNAMES IN DE PERIODE AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2015

Op 13 mei 2015 verwierf GeoSea, dochteronderneming van DEME, van de Duitse onderneming HOCHTIEF een bijkomende 50% van de aandelen van HGO InfraSea Solutions GmbH & Co KG, waarmee het zijn participatie van 50% tot 100% verhoogde. Op 31 december 2015 werd HGO InfraSea Solutions GmbH & Co KG volgens de integrale methode geconsolideerd, en werden zijn activa en passiva opgenomen tegen hun boekhoudwaarde zoals die werd bepaald op grond van de boekhoudkundige methoden van de groep CFE. De waardering van de identificeerbare activa en passiva tegen reële waarde werd voltooid op 31 december 2015.

De reële waarden die aan de eventuele verworven activa en passiva werden toegewezen, kunnen als volgt worden samengevat:

(in duizenden euro) Boekwaarde op
30 april 2015
Aanpassingen Reële waarde op
30 april 2015 van
de verworven
identificeerbare
activa en passiva
Immateriële vaste activa 8.515 0 8.515
Materiële vaste activa 212.575 (6.440) 206.135
Geldmiddelen en kasequivalenten 35.729 0 35.729
Uitgestelde belastingen (5.987) 2.061 (3.926)
Kortlopende en langlopende financiële schulden (162.190) 0 (162.190)
Overige vlottende en niet-vlottende activa en passiva (16.949) 0 (16.949)
Totaal nettoactief 71.693 (4.379) 67.314

De volgende waarderingsmethoden werden gebruikt om de reële waarde van de voornaamste identificeerbare activa en passiva te bepalen:

• Materiële vaste activa (voornamelijk scheepsvloot): de reële waarde werd bepaald op basis van een waarderingsverslag van een onafhankelijke expert;

• Overige activa en passiva: de reële waarde is gebaseerd op de marktwaarde waarvoor deze activa of passiva kunnen worden verkocht aan een derde, niet-verbonden partij.

Rekening houdend met de overgedragen vergoeding, werd de residuele goodwill geraamd op 1.256 duizend euro.

(in duizenden euro)
Waardering van 50% aan verworven aandelen van HGO InfraSea 34.285
Waardering van 50% aan historische aandelen van HGO InfraSea 34.285
Overgedragen vergoeding 68.570
Reële waarde van de verworven identificeerbare activa en passiva 67.314
Nettoboekwaarde van de goodwill 1.256

Het opnemen van een residuele goodwill in de financiële staten is gerechtvaardigd door de aanwezigheid van toekomstige projecten binnen HGO InfraSea die, gelet op hun ontwikkelingsfase, niet afzonderlijk kunnen worden geboekt.

De overige acquisities tijdens de verslagperiode houden verband met DEME en worden beschreven in het voorwoord.

Op 30 juni 2015 verhoogde CFE zijn participatie in de groep Terryn van 55,04% tot 77,51%. Na deze transactie werd de PUT-optie waarover de minderheidsaandeelhouders van Terryn beschikken, geherwaardeerd, rekening houdend met het jongste businessplan van de groep Terryn. De invloed van de herwaardering van deze optie werd in het resultaat opgenomen (nettoaandeel van de groep) en werd grotendeels gecompenseerd door een waardevermindering op de activa van de groep Terryn.

OVERNAMES IN DE PERIODE AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2015

Op 25 februari 2015 verkocht CFE zijn participatie in Aannemingen Van Wellen NV aan ASWEBO, het wegenfiliaal van de groep Willemen. Vóór deze verkoop was de divisie 'Gebouwen' van Aannemingen Van Wellen overgedragen aan een dochteronderneming van de groep. Sinds 1 december 2014 is deze in Vlaanderen actief onder de handelsnaam 'Atro Bouw'. Een verkoopmeerwaarde van 8,7 miljoen euro werd boekhoudkundig verwerkt over het boekjaar. De activa en passiva van de activiteit 'Wegenbouw' van Aannemingen Van Wellen ten bedrage van respectievelijk 31.447 duizend euro en 19.164 duizend euro werden opgenomen onder activa en passiva aangehouden met het oog op verkoop in de geconsolideerde financiële staten van de groep CFE per 31 december 2014.

De gerealiseerde overnames en verkopen op het niveau van de pool Vastgoedontwikkeling betreffen geen bedrijfscombinaties en bijgevolg is het totaal van de betaalde prijs toegekend aan terreinen en gebouwen aangehouden in voorraad. De voornaamste gerealiseerde overnames en verkopen op het niveau van de pool Vastgoedontwikkeling werden hierboven in het voorwoord beschreven.

GLOBAAL RESULTAAT

6. OPBRENGSTEN UIT AANVERWANTE ACTIVITEITEN EN ANDERE OPERATIONELE KOSTEN

De opbrengsten uit aanverwante activiteiten bedragen 109.005 duizend euro (2014: 80.518 duizend euro) en omvatten de meerwaarden op verkopen van vaste activa ten bedrage van 19.603 duizend euro (2014: 7.578 duizend euro), alsook ontvangen huurgelden, doorberekeningen van kosten en andere diverse vergoedingen voor 89.402 duizend euro (2014: 72.940 duizend euro). De opbrengsten uit aanverwante activiteiten stegen met 35% tegenover het voorgaande jaar. De substantiële stijging van de opbrengsten uit aanverwante activiteiten is hoofdzakelijk toe te schrijven aan eenmalige elementen zoals de meerwaarden op de verkoop van vaste activa, het verkrijgen van een schadevergoeding als gevolg van de opzegging van een bouwcontract door een klant, en de invloed van de herwaardering van de verkoopoptie die werd toegekend aan de minderheidsaandeelhouders van de groep Terryn.

De andere operationele kosten zijn als volgt samengesteld:

(in duizenden euro) 2015 2014
Diverse diensten en goederen (453.267) (423.342)
Bijzondere waardevermindering van activa
- Voorraden 78 (859)
- Handelsvorderingen en overige vorderingen (4.124) (3.668)
Netto toevoeging aan de bestemmingsreserve (behalve toevoeging voor pensioenverplichtingen) (22.179) (11.876)
Andere operationele kosten (3.089) (10.089)
Geconsolideerd totaal (482.581) (449.834)

7. BEZOLDIGINGEN EN SOCIALE LASTEN

(in duizenden euro) 2015 2014
Bezoldigingen (401.340) (425.719)
Verplichte socialezekerheidsbijdragen (113.109) (119.979)
Overige loonkosten (26.572) (32.471)
Bijdragen pensioenplannen (toegezegde bijdrageregeling) (6.022) (5.042)
Geconsolideerd totaal (547.043) (583.211)

Het gemiddeld aantal voltijdse equivalenten voor 2015 bedraagt 7.917 (2014: 7.918), wat neerkomt op 8.206 personen op 1 januari 2015 (2014: 8.524) en 8.160 personen op 31 december 2015 (2014: 8.021).

8. FINANCIEEL RESULTAAT

(in duizenden euro) 2015 2014
Kosten van de financiële schuldenlast (31.720) (31.909)
Afgeleide instrumenten – Reële waarde aangepast door de resultatenrekening 305 305
Afgeleide instrumenten gebruikt als dekkingsinstrumenten 0 0
Activa gewaardeerd op basis van de reële waarde 0 0
Financiële instrumenten beschikbaar voor verkoop 0 0
Leningen en vorderingen - inkomsten 7.750 9.991
Verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs – rentelasten (39.775) (42.205)
Andere financiële kosten en opbrengsten (869) 16.156
Winst (verlies) gerealiseerde en niet-gerealiseerde wisselresultaten (7.794) 11.262
Ontvangen dividenden van niet-geconsolideerde ondernemingen 3.972 419
Waardevermindering op financiële activa 0 281
Rentekosten en opbrengsten uit toegezegde pensioenplannen (868) (1.240)
Overige 3.821 5.434
Financieel resultaat (32.589) (15.753)

De evolutie van de rubriek gerealiseerde en niet-gerealiseerde wisselresultaten (wins-verlies) gedurende 2015 wordt voornamelijk verklaard door de wisselkoersevolutie van de euro ten opzichte van andere functionele valuta bij DEME.

9. MINDERHEIDSBELANGEN

Op 31 december 2015 bedraagt het aandeel van de minderheidsbelangen in het resultaat van het boekjaar 937 duizend euro (2014: 357 duizend euro) en heeft voornamelijk betrekking op de groep Terryn voor 2.460 duizend euro en op de pool Baggerwerken (-1.481 duizend euro). Dit resultaat werd sterk beïnvloed door de afschrijving op de activa van de Groep Terryn. We verwijzen naar Toelichting 5.

10. BELASTINGEN OP HET RESULTAAT

OPGENOMEN IN HET GLOBAAL RESULTAAT

(in duizenden euro) 2015 2014
Actuele belastingen
Lasten uit hoofde van belastingen in het huidig boekjaar 34.899 60.709
Overschot (tekort) voorziening vorige boekjaren 52 (835)
Totale actuele lasten uit hoofde van belastingen 34.951 59.874
Uitgestelde belastingen
Opname en terugname van tijdelijke verschillen (4.158) (11.004)
Aangewende verliezen van vorige boekjaren 27.915 (33)
Uitgestelde belastingen op verliezen huidig boekjaar 343 16.412
Uitgestelde belastingen op definitief belast inkomen 0 0
Totaal kosten/(opbrengsten) uit hoofde van uitgestelde belastingen 24.100 5.375
Opbrengsten/kosten rechtstreeks opgenomen in andere elementen van het globaal resultaat 2.882 1.978
Totaal belastinglast in de resultatenrekening 61.933 67.227

AFSTEMMING VAN HET EFFECTIEF BELASTINGTARIEF

(in duizenden euro) 2015 2014
Resultaat vóór belastingen voor de periode 233.075 224.770
Waarvan een deel in het resultaat van de geassocieerde deelnemingen en joint-ventures 36.759 20.124
Resultaat vóór belastingen, exclusief geassocieerde deelnemingen en joint-ventures 196.316 204.646
Winstbelasting berekend aan het tarief van 33,99% 66.728 69.559
Fiscale impact van niet-aftrekbare uitgaven 7.283 3.407
Fiscale impact van niet-recurrente elemente 3.116 451
Niet aftrekbare uitgaven 4.167 2.956
Fiscale impact van niet-belastbare opbrengsten (47) (848)
Belastingkrediet en impact van de notionele interest (9.220) (8.853)
Andere belastbare opbrengsten 0 0
Effect van verschillende belastingtarieven van dochterondernemingen in andere rechtsgebieden (3.986) (8.389)
Fiscale impact van het gebruik van fiscale verliezen niet opgenomen in voorgaande periodes (11.616) (726)
Fiscale impact van correcties in uitgestelde en actuele belastingen m.b.t. voorgaande periodes 1.343 (2.437)
Fiscale impact niet-erkenning uitgestelde actieve belastinglatentie op verliezen van het jaar 8.566 13.535
Belastinglast 59.051 65.249
Effectieve belastingtarief van het boekjaar 30,08% 31,88%

De belastinglast bedraagt 59.051 duizend euro per 31 december 2015, tegen 65.249 duizend euro einde 2014. Het effectief belastingtarief is 30,08% tegen 31,88% op 31 december 2014.

GEBOEKTE LATENTE BELASTINGEN

Activa Verplichtingen
(in duizenden euro) 2015 2014 2015 2014
Immateriële en materiële vaste activa 11.257 9.664 (125.800) (118.668)
Personeelsbeloningen 11.146 12.153 0 (2.229)
Voorzieningen 312 2.485 (35.170) (29.362)
Reële waarde van afgeleide instrumenten 4.690 5.625 (88) (228)
Overige elementen 46.906 42.241 (40.621) (12.670)
Fiscale verliezen 155.933 122.385 0 0
Bruto uitgestelde belastingen activa/verplichtingen 230.244 194.553 (201.679) (163.157)
Uitgestelde belastingvordering (75.273) (55.112) 0 0
Belastingverrekening (51.626) (24.118) 51.626 24.118
Netto te ontvangen (te betalen) uitgestelde belasting 103.345 115.322 (150.053) (139.039)

Aftrekbare belastingverliezen en andere tijdelijke verschillen waarop geen uitgestelde belastingvordering is geboekt, bedragen 225.778 duizend euro. Aftrekbare belastingverliezen betreffen meestal Belgische vennootschappen en hebben bijgevolg geen tijdbeperking.

De post "belastingverrekening" geeft de verrekening weer die is uitgevoerd tussen uitgestelde belastingen activa en verplichtingen per entiteit.

TIJDELIJKE VERSCHILLEN OF FISCALE VERLIEZEN WAAROP GEEN ACTIEVE UITGESTELDE BELASTINGVORDERING GEBOEKT IS

Er werd geen uitgestelde belastingvordering geboekt in de gevallen waarbij het onwaarschijnlijk is dat er voldoende belastbare winst beschikbaar zal zijn voor de dochtermaatschappijen om de fiscale verliezen te kunnen recupereren.

UITGESTELDE BELASTINGOPBRENGSTEN (-KOSTEN) RECHTSTREEKS VERWERKT IN HET EIGEN VERMOGEN

(in duizenden euro) 2015 2014
Uitgestelde belastingvorderingen op het effectieve gedeelte van de wijzigingen in reële waarde van de
cashflow hedge
1.783 2.974
Uitgestelde belastingen op de herwaardering van het passief met betrekking tot de toegezegde
pensioenregelingen
1.099 (996)
Totaal 2.882 1.978

11. RESULTAAT PER AANDEEL

Het basisresultaat per aandeel is identiek aan het verwaterd resultaat per aandeel, gezien de afwezigheid van potentiële gewone aandelen met verwateringseffect in omloop. Het wordt als volgt berekend:

(in duizenden euro) 2015 2014
Nettoresultaat toe te rekenen aan de aandeelhouders 174.961 159.878
Globaal resultaat (deel van de groep) 166.489 149.586
Aantal gewone aandelen op afsluitingsdatum 25.314.482 25.314.482
Gewogen gemiddelde van het aantal gewone aandelen 25.314.482 25.314.482
Resultaat per aandeel, op basis van het aantal gewone aandelen op afsluitingsdatum:
Basiswinst (verwaterd) per aandeel (euro) 6,91 6,32
Globaal resultaat (deel van de groep) per aandeel in euro 6,58 5,91

FINANCIËLE POSITIE

12. IMMATERIËLE VASTE ACTIVA ANDERS DAN GOODWILL

Boekjaar 2015 (in duizenden euro) Concessies,
brevetten en
licenties
Ontwikkelings
kosten
Totaal
Aanschaffingswaarde
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 118.543 2.039 120.582
Netto wisselkoersverschillen 605 19 624
Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties 12.098 0 12.098
Aankopen 841 2 843
Afstotingen (266) 0 (266)
Wijziging van consolidatiekring (9) 0 (9)
Afstoting naar andere activacategorieën 51 0 51
Saldo op het einde van het boekjaar 131.863 2.060 133.923
Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen
Saldo op het einde van het vorige boekjaar (21.824) (267) (22.091)
Netto wisselkoersverschillen (611) 0 (611)
Afschrijvingen (8.084) (1.787) (9.871)
Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties (3.584) 0 (3.584)
Afstotingen 161 0 161
Afstoting naar andere activacategorieën (41) 0 (41)
Saldo op het einde van het boekjaar (33.983) (2.054) (36.037)
Netto boekwaarde
Per 1 januari 2015 96.719 1.772 98.491
Per 31 december 2015 97.880 6 97.886

Het totaal van de aankopen van immateriële vaste activa bedraagt 843 duizend euro en omvat voornamelijk softwarelicenties en concessierechten. De afschrijvingen op de immateriële vaste activa zijn opgenomen in de rubriek "afschrijvingen" in de winst-en-verliesrekening en bedragen 9.871 duizend euro.

Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties hebben hoofdzakelijk betrekking tot de overname van een bijkomend deel van HGO InfraSea Solutions GmbH & Co door DEME. We verwijzen naar Toelichting 5.

De immateriële vaste activa die beantwoorden aan de definitie van IAS 38 – Immateriële vaste activa werden erkend in de mate dat toekomstige economische voordelen waarschijnlijk zijn.

Boekjaar 2014 (in duizenden euro) Concessies,
brevetten en
licenties
Ontwikkelings
kosten
Totaal
Aanschaffingswaarde
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 117.944 304 118.248
Netto wisselkoersverschillen 651 3 654
Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties 0 1.731 1.731
Aankopen 1.294 0 1.294
Afstotingen (580) 0 (580)
Afstoting naar andere activacategorieën (766) 1 (765)
Saldo op het einde van het boekjaar 118.543 2.039 120.582
Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen
Saldo op het einde van het vorige boekjaar (12.543) (205) (12.748)
Netto wisselkoersverschillen (508) (3) (511)
Afschrijvingen (10.254) (58) (10.312)
Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties 0 0 0
Afstotingen 715 0 715
Afstoting naar andere activacategorieën 766 (1) 765
Saldo op het einde van het boekjaar (21.824) (267) (22.091)
Netto boekwaarde
Per 1 januari 2014 105.401 99 105.500
Per 31 december 2014 96.719 1.772 98.491

13. Goodwill

(in duizenden euro) 2015 2014
Aanschaffingswaarde
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 394.721 394.224
Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties 1.256 496
Verkopen 0 0
Overige wijzigingen 0 0
Saldo op het einde van het boekjaar 395.977 394.721
Bijzondere waardeverminderingen
Saldo op het einde van het vorige boekjaar (217.639) (217.222)
Bijzondere waardeverminderingen (3.116) (417)
Saldo op het einde van het boekjaar (220.755) (217.639)
Netto boekwaarde 175.222 177.082

De goodwill van 1.256 duizend euro is ontstaan door combinaties van ondernemingen en is afkomstig van de verwerving door GeoSea, dochteronderneming van DEME, van een bijkomend aandeel van 50% in HGO InfraSea Solutions Gmbh & Co KG, om alzo de deelneming van GeoSea in HGO InfraSea Solutions Gmbh & Co KG van 50% naar 100% te brengen. Deze transactie leidt tot de boeking van een goodwill die is ontstaan uit het verschil tussen de overgedragen vergoeding voor deze verwerving en het nettoactief van HGO InfraSea Solutions Gmbh & Co KG, in toepassing van IFRS 3 – Bedrijfscombinaties. Hoe deze goodwill werd bepaald, wordt toegelicht in toelichting 5 hierboven.

Volgens de norm IAS 36 – Bijzondere waardevermindering van activa – werd een waarderingstest uitgevoerd op de waarde van deze goodwill op 31 December 2015.

Activiteit
(in duizenden euro)
Netto waarde
Parameters gebruikt in het model
goodwill
met toekomstige kasstromen
Bruto­ waarde
goodwill
Afwaarde­
ring van het
boekjaar
2015 2014 Groeiper
centage
Groeiper
centage
(eind
waarde)
Actualise
ringsvoet
Gevoelig
heidsper
centage
155.959 157.819 0% 0% 5% 370.702 (3.116)
DEME 8,0%
VMA 11.115 11.115 0% 0% 7,2% 5% 11.115 -
Remacom 2.995 2.995 0% 0% 7,2% 5% 2.995 -
Stevens 2.682 2.682 0% 0% 7,2% 5% 2.682 -
Druart 1.560 1.560 0% 0% 7,2% 5% 3.360 -
Amart 911 911 0% 0% 7,2% 5% 911 -
Totaal 175.222 177.082 391.765 (3.116)

De volgende hypothesen werden aangenomen in de waarderingstests:

Kasstromen gebruikt in de waardeverminderingstest werden afgeleid uit de begroting 2016 voorgelegd aan het Raad van Bestuur. Uit voorzichtigheid werd er geen groeivoet toegepast voor de volgende jaren, noch in de berekening van de eindwaarde.

Een gevoeligheidsanalyse werd uitgevoerd door de kasstromen en de WACC met 5% te laten variëren. Aangezien de waarde van de entiteiten telkens hoger was dan hun boekwaarde, inclusief goodwill, werd er geen waardevermindering vastgesteld, behalve voor de entiteit de Vries & Van de Wiel.

De DEME-groep voert op haar niveau ook waardeverminderingstests uit. Hoewel de DEME-groep als een kasstroomgenererende eenheid wordt beschouwd en dat geen waardeverminderingsverliezen werden geïdentificeerd, werd er een waardeverminderingsverliezen van -3.116 duizend euro op de dochteronderneming de Vries & Van De Wiel op deze eenheid geboekt.

14. MATERIËLE VASTE ACTIVA

Boekjaar 2015 (in duizenden euro) Terreinen
en
gebouwen
Installa­ ties, ma­
chines en
uitrusting
Meubilair
en rollend
materieel
Overige
materiële
vaste
activa
Activa in
aanbouw
Totaal
Aanschaffingswaarde
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 123.862 2.802.541 57.561 0 2.274 2.986.238
Netto wisselkoersverschillen 39 6.819 (11) 0 (107) 6.740
Verwervingen door middel van
bedrijfscombinaties
(128) 260.043 (84) 0 0 259.831
Aankopen 3.687 177.943 7.012 0 87.042 275.684
Afstoting naar andere activacategorieën (4.181) (13) (147) 0 1.359 (2.982)
Afstotingen (10.040) (176.421) (5.976) 0 (146) (192.583)
Saldo op het einde van het boekjaar 113.239 3.070.912 58.355 0 90.422 3.332.928
Afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingen
Saldo op het einde van het vorige boekjaar (50.613) (1.385.290) (47.060) 0 0 (1.482.963)
Netto wisselkoersverschillen (188) (5.775) (16) 0 0 (5.979)
Afschrijvingen verworven door middel van
bedrijfscombinaties
0 (53.908) 29 0 0 (53.879)
Afschrijvingen (12.474) (227.647) (5.316) 0 0 (245.437)
Afstoting naar andere activacategorieën 2.965 119 167 0 0 3.251
Afstotingen 6.066 168.656 5.036 0 0 179.758
Saldo op het einde van het boekjaar (54.244) (1.503.845) (47.160) 0 0 (1.605.249)
Netto boekwaarde
Per 1 januari 2015 73.249 1.417.251 10.501 0 2.274 1.503.275
Per 31 december 2015 58.995 1.567.067 11.195 0 90.422 1.727.679

Per 31 december 2015 bedragen de verwervingen van materiële vaste activa 275.684 duizend euro en hebben voornamelijk betrekking op DEME. De investeringen eind 2015 stegen met 95.602 duizend euro in vergelijking met 2014.

De verwervingen door middel van bedrijfscombinaties houden hoofdzakelijk verband met de overname van een bijkomend deel van HGO InfraSea Solutions GmbH & Co door DEME. We verwijzen naar Toelichting 5.

De nettowaarde van materiële vaste activa in leasingovereenkomsten bedraagt 123.542 duizend euro (2014: 72.073 duizend euro). Deze financiële leasingovereenkomsten betreffen hoofdzakelijk de groep DEME, en meer in het bijzonder het schip 'Thor'.

De afschrijvingen op materiële vaste activa per 31 december 2015 bedragen 245.437 duizend euro (2014: 233.431 duizend euro).

Het bedrag van de materiële vaste activa dat een waarborg vormt voor bepaalde leningen bedraagt 313.244 duizend euro (2014: 354.055 duizend euro).

Boekjaar 2014 (in duizenden euro) Terreinen
en
gebouwen
Installa
ties, ma
chines en
uitrusting
Meubilair
en rollend
materieel
Overige
materiële
vaste
activa
Activa in
aanbouw
Totaal
Aanschaffingswaarde
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 128.362 2.744.646 66.378 0 3.453 2.942.839
Netto wisselkoersverschillen 162 10.099 100 0 0 10.361
Verwervingen door middel van
bedrijfscombinaties
0 1 41 0 0 42
Aankopen 11.414 163.251 4.740 0 677 180.082
Afstoting naar andere activacategorieën (14.276) (14.907) (9.782) 0 (627) (39.592)
Afstotingen (1.800) (100.549) (3.916) 0 (1.229) (107.494)
Saldo op het einde van het boekjaar 123.862 2.802.541 57.561 0 2.274 2.986.238
Afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingen
Saldo op het einde van het vorige boekjaar (57.563) (1.269.909) (52.016) 0 0 (1.379.488)
Netto wisselkoersverschillen (57) (7.622) (84) 0 0 (7.763)
Afschrijvingen verworven door middel van
bedrijfscombinaties
0 0 (14) 0 0 (14)
Afschrijvingen (6.539) (221.200) (5.692) 0 0 (233.431)
Afstoting naar andere activacategorieën 13.499 14.633 8.108 0 0 36.240
Afstotingen 47 98.808 2.638 0 0 101.493
Saldo op het einde van het boekjaar (50.613) (1.385.290) (47.060) 0 0 (1.482.963)
Netto boekwaarde
Per 1 januari 2014 70.799 1.474.737 14.362 0 3.453 1.563.351
Per 31 december 2014 73.249 1.417.251 10.501 0 2.274 1.503.275

15. GEASSOCIEERDE DEELNEMINGEN EN JOINT-VENTURES

WIJZIGING VAN HET PERIODE

Het aandeel in de ondernemingen geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode wordt als volgt weergegeven:

(in duizenden euro) 2015 2014
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 159.290 155.877
Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties 0 0
Aankopen en transfers (25.556) (275)
Winst uit geassocieerde deelnemingen en joint-ventures 36.759 20.124
Kapitaalsverhoging/(vermindering) 22.111 1.293
Dividenden (1.699) (44)
Wijzigingen in de consolidatiekring (34.184) (6.940)
Andere veranderingen (5.344) (10.745)
Saldo op het einde van het boekjaar 151.377 159.290
Goodwill opgenomen in de deelneming in ondernemingen geconsolideerd volgens de
vermogensmutatiemethode
32.058 28.557

Alle entiteiten waarin de groep CFE een betekenisvolle invloed heeft, zijn boekhoudkundig verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode. De groep CFE beschikt niet over verbonden ondernemingen welke op een publieke markt zijn genoteerd.

FINANCIËLE INFORMATIE BETREFFENDE VERBONDEN ONDERNEMINGEN EN PARTNERSCHAPPEN

De belangrijkste verbonden ondernemingen en partnerschappen, zijn opgenomen in Toelichting 35 in functie van hun participatie binnen de groep CFE, de activiteitssector waarin ze actief zijn en de geografische regio waar hun maatschappelijke zetel ligt.

De per pool gegroepeerde financiële informatie die hieronder volgt, is opgesteld op basis van de IFRS-rekeningen van de verbonden ondernemingen en partnerschappen, of bij gebrek daaraan op hun statutaire rekeningen. De afstemming van de statutaire informatie en de bijdrage aan de geconsolideerde rekeningen volgt na de financiële indicatoren.

December 2015
(in duizenden euro)
Baggerwerken
en milieu
Vastgoedontwikke
ling en Contracting
PPS-Concessies TotaAl
100% E/A 100% E/A 100% E/A 100% E/A
Resultaten-rekening
Omzet 1.001.273 403.291 106.400 49.809 29.214 6.810 1.136.887 459.910
Nettoresultaat – Toekenbaar aan
de groep
165.588 64.213 18.292 8.454 5.692 1.757 189.572 74.424
Balans
Vaste activa 1.614.173 300.130 69.794 21.757 1.389.834 317.666 3.073.801 639.553
Vlottende activa 603.617 237.714 366.916 153.595 81.889 23.114 1.052.422 414.423
Eigen vermogen 466.260 115.302 31.483 15.488 (196.442) (35.377) 301.301 95.413
Langlopende passiva 1.151.720 177.700 178.514 70.015 1.582.695 354.315 2.912.929 602.030
Vlottende passiva 599.810 244.842 226.713 89.849 85.469 21.843 911.992 356.534
Netto-financierings-schuld (1.096.507) (160.848) (57.966) (13.717) (1.208.993) (270.242) (2.363.466) (444.807)

In de pool Baggerwerken betreffen de niet-vlottende activa op 31 december 2015 voornamelijk de vennootschappen Middle East Dredging Company QSC (150.667 KEUR, a rato van 100%) en C-Power NV (1.029.734 KEUR, a rato van 100%). De bijdrage van deze vennootschappen tot de gecondenseerde nettofinancieringsschuld bedraagt respectievelijk -14.879 KEUR (a rato van 100%) en -861.733 KEUR (a rato van 100%). De bijdrage van deze ondernemingen tot het gecondenseerde nettoresultaat van 2015 bedraagt respectievelijk 120.807 KEUR (a rato van 100%) en 19.802 KEUR (a rato van 100%).

De nettofinancieringsschuld van het segment PPS-Concessies heeft betrekking op de concessieprojecten voor de Coentunnel via de vennootschap Coentunnel Company BV (-404.793 KEUR, a rato van 100%) en op het concessieproject voor de Liefkenshoektunnel via de vennootschap Locorail NV (-678.059 KEUR, a rato van 100%).

De niet-vlottende en vlottende activa van de pool Vastgoedontwikkeling betreffen in hoofdzaak de vennootschappen M1 SA (46.207 KEUR, a rato van 100%), PEF Kons Investment NV (47.165 KEUR, a rato van 100%), Immoange NV (21.820 KEUR, a rato van 100%), La Réserve Promotions NV (22.269 KEUR, a rato van 100%), Cap3000 Immo NV (22.957 KEUR, a rato van 100%), Erasmus Gardens (29.881 KEUR, a rato van 100%) en Rederij Ishtar BVBA (22.772 KEUR, a rato van 100%).

December 2014
(in duizenden euro)
Baggerwerken
en milieu
Vastgoedontwikke
ling en Contracting
PPS-Concessies Totaal
100% E/A 100% E/A 100% E/A 100% E/A
Resultaten-rekening
Omzet 715.900 269.404 155.714 67.331 71.169 15.088 942.783 351.823
Nettoresultaat – Toekenbaar aan
de groep
52.379 23.056 (31.958) (9.923) 6.269 2.592 26.690 15.725
Balans
Vaste activa 1.792.081 395.598 97.389 32.350 1.407.621 320.292 3.297.091 748.240
Vlottende activa 425.414 157.797 290.266 127.085 97.427 27.696 813.107 312.578
Eigen vermogen 319.787 69.522 16.069 9.362 (264.518) (53.019) 71.338 25.865
Langlopende passiva 1.366.403 264.037 147.788 56.435 1.657.846 372.721 3.172.037 693.193
Vlottende passiva 531.305 219.836 223.798 93.638 111.720 28.286 866.823 341.760
Netto-financierings-schuld (1.285.999) (243.063) (73.587) (27.408) (1.238.606) (277.978) (2.598.192) (548.449)

De afstemming tussen het evenredig aandeel van de groep CFE in het statutaire eigen vermogen van deze vennootschappen en de boekwaarde van de verbonden ondernemingen en partnerschappen, wordt samengevat in onderstaande tabel:

Per 31 december 2015
(duizenden euro, als evenredig aandeel van CFE)
Baggerwer­
ken en milieu
Vastgoed­
ontwikke­
ling en Con
tracting
PPS-
Concessies
Totaal
Nettoactiva van geassocieerde deelnemingen en joint-ventures vóór
afstemmingselementen
115.302 15.488 (35.377) 95.413
Afstemmingselementen 931 30.806 54.415 86.152
Negatieve geassocieerde deelnemingen en Joint-Ventures (33.981) 6.980 (3.187) (30.188)
Boekwaarde van de participatie van CFE 82.252 53.274 15.851 151.377
Per 31 december 2014
(duizenden euro, als evenredig aandeel van CFE)
Baggerwer­
ken en milieu
Vastgoed­
ontwikke
ling en Con
tracting
PPS-
Concessies
Totaal
Nettoactiva van geassocieerde deelnemingen en joint-ventures vóór
afstemmingselementen
69.522 9.362 (53.019) 25.865
Afstemmingselementen (13.290) 19.907 62.464 69.081
Negatieve geassocieerde deelnemingen en Joint-Ventures 45.537 15.586 3.221 64.344
Boekwaarde van de participatie van CFE 101.769 44.855 12.666 159.290

De opgenomen afstemmingselementen voor de segmenten baggerwerken, vastgoedontwikkeling en contracting betreffen in hoofdzaak de erkenning van de inkomsten in overeenstemming met de boekhoudregels van de groep en de eliminaties binnen de groep.

Negatieve geassocieerde deelnemingen en Joint-Ventures zijn ondernemingen waarvoor groep CFE beschouwt dat een verplichting bestaat om deze bedrijven en hun projecten te ondersteunen.

In het segment concessies zijn de eigen fondsen van de projectvennootschappen sterk negatief als gevolg van de waardering tegen reële waarde van de rentedekkingsinstrumenten voor de financiële schulden. Aangezien de groep CFE niet verplicht is om steun te bieden aan deze SPV's, werd de boekwaarde van deze participatie beperkt tot nul.

16. OVERIGE FINANCIËLE VASTE ACTIVA

De overige financiële vaste activa bedragen 129.501 duizend euro per 31 december 2015 (2014: 109.341 duizend euro). Zij omvatten de achtergestelde leningen verstrekt in vastgoedprojecten en concessieprojecten (126.700 duizend euro).

(in duizenden euro) 2015 2014
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 109.341 115.396
Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties 0 0
Aankopen 66.469 53.423
Afstotingen en transfers (46.178) (59.010)
Waardeverminderingen/tegenboeking waardevermindering (12) 146
Wijziging van de consolidatiekring 0 (520)
Wijziging van methode 0 0
Netto wisselkoersverschillen (119) (94)
Saldo op het einde van het boekjaar 129.501 109.341

17. OVERIGE VASTE ACTIVA

Per 31 december 2015 bedragen de overige vaste activa 19.280 duizend euro en omvatten niet-courante vorderingen die als volgt zijn samengesteld:

(in duizenden euro) 2015 2014
Vaste vordering – rekening courant DEME 18.148 18.772
Andere vaste activa (inbegrepen bankdeposito's garanties) 1.132 1.234
Totaal geconsolideerd 19.280 20.006

18. ONDERHANDEN PROJECTEN IN OPDRACHT VAN DERDEN

Het bedrag van de opgelopen kosten verhoogd met de geboekte winsten en verminderd met de geboekte verliezen, alsook de tussentijdse facturatie wordt werf per werf bepaald. Het nettobedrag verschuldigd door klanten of verschuldigd aan klanten wordt contract per contract bepaald door het verschil tussen deze twee posities.

Zoals beschreven in paragrafen (M) en (V) van het deel betreffende de belangrijke boekhoudprincipes, worden de kosten en opbrengsten van de onderhanden projecten in opdracht van derden respectievelijk geboekt als lasten en als opbrengsten afhankelijk van de vorderingsgraad van de activiteit van het contract op de datum van afsluiting (methode van het vorderingspercentage). De vorderingsgraad van de activiteit wordt berekend volgens de methode van de "cost to cost". Een verwacht verlies op het onderhanden project in opdracht van derden wordt onmiddellijk als lasten geboekt.

(in duizenden euro) 2015 2014
Gegevens uit de balans
Ontvangen en betaalde voorschotten (64.342) (68.137)
Onderhanden projecten in opdracht van derden, activa 259.060 203.319
Onderhanden projecten in opdracht van derden, verplichtingen (63.507) (136.627)
Onderhanden projecten in opdracht van derden, netto bedrag 195.553 66.692
Gecumuleerde geboekte winsten en verliezen uit onderhanden werken
Gecumuleerde kosten met toename van de geboekte winsten en afname van de geboekte verliezen 5.903.938 7.411.479
Verminderd met de tussentijdse facturatie (5.708.385) (7.344.787)
Onderhanden projecten in opdracht van derden, netto bedrag 195.553 66.692

Het positieve verschil tussen de gecumuleerde kosten uit onderhanden werken, de geboekte winsten en verliezen op de tussentijdse facturatie omvatten het nog niet gefactureerde deel van de contracten weergegeven in de rubrieken "Handels- & overige vorderingen uit operationele activiteiten" en "overige courante activa" op de balans.

Het positieve verschil tussen de tussentijdse facturatie en de gecumuleerde kosten uit onderhanden werken en de geboekte winsten en verliezen omvatten het nog niet gefactureerde deel van de contractkosten weergegeven in de rubrieken "Handelsschulden en andere verplichtingen voortvloeiend uit operationele activiteiten" en "andere courante verplichtingen" op de balans.

De voorschotten zijn de bedragen gekregen door de ondernemer voordat de werken worden uitgevoerd.

Het bedrag van de waarborginhoudingen uitgevoerd door de klanten bedraagt 5.255 duizend EUR weergegeven in de rubriek "Handels-& overige vorderingen uit operationele activiteiten".

19. VOORRADEN

Per 31 december 2015 bedragen de voorraden 77.946 duizend euro (2014: 105.278 duizend euro) en zijn als volgt samengesteld:

(in duizenden euro) 2015 2014
Grond- en hulpstoffen 31.543 43.221
Waardeverminderingen op voorraad grond– en hulpstoffen (91) (506)
Afgewerkte producten en onroerende goederen bestemd voor verkoop 47.873 65.587
Waardeverminderingen op voorraad eindproducten (1.379) (3.024)
Voorraad 77.946 105.278

De evolutie van de rubriek "grond- en hulpstoffen" wordt enerzijds verklaard door de daling van de voorraden verbonden aan de activiteit baggerwerken.

20. HANDELS- EN OVERIGE VORDERINGEN EN SCHULDEN UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN

(in duizenden euro) 2015 2014
Handelsvorderingen 968.093 840.489
Min: provisie voor dubieuze debiteuren (23.144) (17.682)
Netto handelsvorderingen 944.949 822.807
Overige courante vorderingen 248.028 259.697
Totaal geconsolideerd 1.192.977 1.082.504
Overige vlottende activa 125.029 104.554
Handels- en overige schulden uit operationele activiteiten 1.184.886 1.099.309
Andere courante verplichtingen 393.556 415.716
Totaal geconsolideerd 1.578.442 1.515.025

Wij verwijzen naar Toelichting 27.7 voor de analyse van het kredietrisico en tegenpartijrisico. Handelsvorderingen van dochterondernemingen die in Toelichting 18 Onderhanden projecten in opdracht van derden werden beschouwd bedragen tot 929.639 duizend euro (2014: 776.298 duizend euro).

21. GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN

(in duizenden euro) 2015 2014
Deposito's op korte termijn 13.863 14.385
Bank en kasmiddelen 478.089 689.116
Geldmiddelen en kasequivalenten 491.952 703.501

De bankdeposito's op korte termijn betreffen beleggingen bij financiële instellingen met een oorspronkelijke duurtijd van minder dan 3 maanden. De variabele vergoeding van deze beleggingen zijn voornamelijk gekoppeld aan de Euribor of de Eonia.

22. SUBSIDIES

De groep CFE heeft geen subsidies ontvangen in 2015.

23. PERSONEELSVOORDELEN

De groep CFE draagt bij tot pensioenplannen en brugpensioenplannen in verschillende landen waar de groep actief is. Deze voordelen worden verwerkt onder IAS 19 en worden beschouwd als "post-employment" en "long-term benefit pljaar".

Per 31 december 2015 bedraagt de nettoverplichting van de groep CFE voor de voorzorgsplannen bij opruststelling 41.054 duizend euro (2014: 41.806 duizend euro). Deze bedragen zijn opgenomen in de rubriek 'Pensioenverplichtingen en personeelsvoordelen'. Deze rubriek omvat eveneens een provisie van 1.336 duizend euro (2014: 1.566 duizend euro) voor overige personeelsvoordelen voornamelijk uitgegeven door DEME.

Belangrijkste elementen van toegezegde voordeelplannen van de groep CFE

De toegezegde voordeelplannen kunnen opgesplitst worden in toegezegde bijdrageplannen en in toegezegde pensioenplannen.

Toegezegde bijdrageplannen

De pensioenplannen volgens toegezegde bijdrage zijn plannen volgens dewelke de onderneming de bijdragen – zoals bepaald in het overeengekomen plan – betaalt aan een vennootschap of aan een apart fonds. Eenmaal deze bijdragen vereffend zijn, is er geen bijkomende verplichting voor de onderneming.

Toegezegde pensioenplannen

Alle plannen die niet voldoen als toegezegde bijdrageplannen worden verondersteld toegezegde pensioenplannen te zijn. Deze plannen zijn ofwel extern gefinancierd door pensioenfondsen of verzekeringsinstellingen ("gefinancierde plannen"), ofwel binnen de CFE groep gefinancierd ("niet gefinancierde plannen"). Er wordt een jaarlijkse actuariële evaluatie gemaakt door een onafhankelijke actuaris voor de belangrijkste toegezegde pensioenplannen.

De toegezegde voordeelplannen van de groep CFE kennen aan haar personeelsleden een voordeel toe in geval van pensionering alsook in geval van overlijden. Al deze plannen zijn extern gefinancierd door een verzekeringsinstelling (97,9% van de plannen) of door een zelf beheerd pensioenfonds (2,1% van de plannen), niet gelinkt aan de groep CFE. De verplichtingen in hoofde van toegezegde pensioenplannen zijn geografisch als volgt verdeeld: 78% in België en 22% in Nederland.

De toegezegde voordeelplannen zijn van het type "tak 21" hetgeen inhoudt dat de verzekeraar een minimum rendement op de betaalde bijdragen moet garanderen.

Al deze plannen zijn conform het lokaal gereglementeerd kader en voldoen aan de minimale vereisten inzake financiering.

Het merendeel van de toegezegde voordeelplannen van de groep CFE zijn van het type 'toegezegd pensioen'.

Belangrijkste elementen van toegezegde pensioenplannen

Belgische pensioenplannen van het type 'Tak 21'

Sommige personeelsleden genieten een toegezegdebijdrageregeling die door een verzekeringsmaatschappij van 'Tak 21' wordt gefinancierd.

De Belgische wetgeving vereist dat een werkgever op de toegezegdebijdrageplannen een minimuminterest van 3,25% garandeert op zijn eigen bijdragen aan de plannen en van 3,75% op de bijdragen van de begunstigden tot eind 2015, en een minimuminterest van 1,75% daarna. Gezien de wijziging van de wetgeving eind 2015 werden deze pensioenregelingen in de boekhouding opgenomen als toegezegdpensioenregelingen.

De arbeiders van de bouwsector genieten een toegezegdebijdrageregeling die gefinancierd wordt door het multi-werkgever pensioenfonds "fbz-fse Constructiv". Dit pensioenplan is ook onderworpen aan de hierboven genoemde Belgische wetgeving aangaande het gewaarborgd minimumrendement.

Informatie met betrekking tot de risico's gelinkt aan toegezegdpensioenregelingen

Bij toegezegdpensioenregelingen draagt over het algemeen de werkgever het actuarieel risico, zoals het risico inherent aan renteschommelingen, aan de evolutie van de salarissen alsook het risico verbonden aan de evolutie van het inflatiepercentage. De mogelijke impact van de evolutie van deze risico's is toegelicht in de gevoeligheidsanalyse hieronder.

Het risico verbonden aan de spreiding in de tijd van de prestaties is beperkt in die zin dat de meerderheid van de plannen in een kapitaalsbetaling voorzien. De optie op een jaarlijkse uitkering werd toch voorzien. In dit geval is de jaarlijkse uitkering in handen van een verzekeringsinstelling die het kapitaal omzet naar jaarlijkse annuïteiten. Het overlijdensrisico tijdens de actieve loopbaan is eveneens verzekerd bij een verzekeringsinstantie. Het risico op insolvabiliteit van de verzekeringsinstelling kan als onbestaand worden beschouwd.

Informatie met betrekking tot het beheer van de toegezegdpensioenregelingen

De administratie en het beheer van de verzekeringen zijn toevertrouwd aan de verzekeringsinstelling. CFE verzekert de naleving door de verzekeringsmaatschappijen van de gerelateerde pensioenwetgeving.

Informatie met betrekking tot de activa van de toegezegdpensioenregelingen

De activa van de plannen geïnvesteerd bij een verzekeringsinstelling zijn niet onderhevig aan marktbewegingen. De reële waarde van de verzekeringscontracten komt overeen met ofwel de geactualiseerde waarde van de gegarandeerde toekomstige voordelen (Nederland), ofwel met de gekapitaliseerde waarde van de betaalde bijdragen rekening houdend met het contractueel rendement overeengekomen met de verzekeringsinstelling (België).

De activa van de plannen bevatten geen financiële instrumenten van de groep CFE, noch enig gebouw dat gebruikt wordt door de groep CFE.

Informatie met betrekking tot de wijzigingen inzake toegezegdpensioenregelingen

Geen enkele wijziging, settlement of curtailment heeft zich voorgedaan gedurende het boekjaar.

Schulden met betrekking tot toegezegde pensioenregelingen en brugpensioenen

(in duizenden euro) 2015 2014
(39.718) (40.240)
Nettovorderingen (-verplichtingen) uit hoofde van gefinancierde te bereiken doel plannen
Contante waarde van volledig of gedeeltelijk gefinancierde verplichtingen (-) (162.794) (157.786)
Reële waarde van fondsbeleggingen 123.076 117.546
Vorderingen (-verplichtingen) uit hoofde van te bereiken doel plannen, totaal (39.718) (40.240)
Verplichtingen (39.718) (40.240)
Activa 0 0

Bewegingen in de nettovordering (-verplichting) opgenomen in de balans

(in duizenden euro) 2015 2014
Nettovordering (verplichting) opgenomen in de balans, beginsaldo (40.240) (39.458)
Nettolasten opgenomen in de resultatenrekening (6.778) (6.716)
Nettolasten opgenomen in het globaal resultaten (320) (1.680)
Bijdragen van werkgever 7.034 7.633
Effecten van bedrijfscombinaties 0 0
Overige bewegingen 586 (19)
Nettovordering (verplichting) opgenomen in de balans, eindsaldo (39.718) (40.240)

Kosten geboekt in de winst-en-verliesrekening met betrekking tot toegezegde pensioenregelingen en brugpensioenen

(in duizenden euro) 2015 2014
Nettolasten opgenomen in de resultatenrekening (6.778) (6.716)
Aan het dienstjaar toegekende pensioenkosten (6.022) (5.042)
Rentekosten (3.542) (4.504)
Renteopbrengsten op fondsbeleggingen (-) 2.674 3.264
Pensioenkosten van verstreken diensttijd 112 (434)

De periodieke pensioenkosten zijn opgenomen in de rubriek "Bezoldigingen en sociale lasten" en in het financieel resultaat.

Charges comptabilisées en autres éléments du résultat global au titre des régimes à prestations définies — Nettolasten opgenomen in het globaal resultaat

(in duizenden euro) 2015 2014

Nettolasten opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten (320) (1.680)
Actuarial (gains)/losses opgenomen in het globaal resultaat (4.488) (19.685)
Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd renteopbrengsten (-) 4.168 18.005

Bewegingen in de verplichtingen uit hoofde van te bereiken doel plannen en brugpensioen

2015 2014
(136.782)
(6.022) (5.042)
(3.542) (4.504)
(1.033) (966)
7.317 9.881
(4.600) (19.649)
0 0
(4.846) (20.200)
246 551
(24) (1.641)
0 0
1.805 0
0 0
(43.396) 0
1.091 917
(206.189) (157.786)
(157.786)

De rubriek 'effect van bedrijfscombinaties' bevat de invloed op de verplichting ten gevolge van de verkoop van de wegenbouwactiviteit van Aanneming Van Wellen op 25 februari 2015.

Bewegingen in de fondsbeleggingen van te bereiken doel plannen en brugpensioen

(in duizenden euro) 2015 2014
Reële waarde van fondsbeleggingen beginsaldo 117.546 97.324
Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd bedragen in renteopbrengsten 4.168 18.006
Renteopbrengsten op fondsbeleggingen 2.674 3.264
Bijdragen van werkgever / werknemer 7.300 7.918
Betalingen aan begunstigden (-) (6.991) (8.434)
Toename door middel van bedrijfscombinaties 0 0
Afname door bedrijfsafsplitsing (1.220) 0
Wisselkoersverschillen 0 0
Opnamen van Belgische pensioenplannen met gewaarborgd minimum rendement 43.396 0
Overige toename (afname) (401) (532)
Reële waarde van fondsbeleggingen eindsaldo 166.471 117.546

De rubriek 'effect van bedrijfscombinaties' bevat de invloed op de verplichting ten gevolge van de verkoop van de wegenbouwactiviteit van Aanneming Van Wellen op 25 februari 2015.

Voornaamste actuariële veronderstellingen op afsluitingsdatum (in gewogen gemiddeld)

2015 2014
Disconteringsvoet op 31 december 2,10% 2,30%
Verwacht percentage van loonsverhogingen 2,80% < 60 jaar
eN
1,80% > 60 jaar
2,80% < 60 jaar
eN 1,80% > 60 jaar
Inflatie 1,80% 1,80%
Toegepaste sterftetabellen MR/FR MR/FR

Overige veronderstellingen inzake toegezegde pensioenregelingen

2015 2014
Looptijd (in jaren) 13,54 12,60
Gemiddeld reëel rendement van de pensioenactiva 5,8% 22,0%
Voorziene bijdragen te storten voor pensioenplannen in de loop van volgend boekjaar 6.999 7.396

Gevoeligheidsanalyse (invloed op het bedrag van de verplichtingen)

2015 2014
Disconteringsvoet
Toename met 25 basispunten -3,7% -3,3%
Afname met 25 basispunten +3,4% +3,6%
Verwacht percentage van loonsverhogingen
Toename met 25 basispunten +2,0% +2,5%
Afname met 25 basispunten -2,2% -0,3%

24. ANDERE VOORZIENINGEN DAN PENSIOENVERPLICHTINGEN EN PERSONEELSVOORDELEN

Per 31 december 2015 bedragen deze voorzieningen 109.674 duizend euro, een verhoging van 20.551 duizend euro ten opzichte van eind 2014 (89.123 duizend euro).

(in duizenden euro) Diensten na
verkoop
Overige
courante
risico's
Voorzieningen
voor negatie­
ve geassoci­
eerde deel­
nemingen en
joint-ventures
Overige
niet- courante
risico's
Totaal
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 14.833 33.614 24.641 16.035 89.123
Netto wisselkoersverschillen 3 (103) 0 4 (96)
Overdracht naar andere rubrieken (3.197) (1.836) 5.617 (2.115) (1.531)
Voorzieningen: toevoegingen 4.131 31.797 0 14.637 50.565
Voorzieningen: bestedingen (1.421) (9.953) 0 (17.695) (29.069)
Voorzieningen: terugnemingen (337) (2.711) 0 3.730 682
Saldo op het einde van het boekjaar 14.012 50.808 30.258 14.596 109.674
waarvan: courante: 64.820
niet-courante: 44.854

De voorziening voor diensten na verkoop is met 821 duizend euro gedaald en bedraagt 14.012 duizend euro eind 2015. De evolutie einde 2015 wordt verklaard door de toevoegingen en/of terugnemingen van voorzieningen geboekt in verband met tienjarige garanties.

De voorzieningen voor andere courante risico's verhogen met 17.194 duizend euro en bedragen 50.808 duizend euro eind 2015.

Deze omvatten:

  • Voorzieningen voor klantengeschillen (8.836 duizend euro), voorzieningen voor uit te voeren werken (151 duizend euro), voorzieningen voor sociale risico's (1.037 duizend euro), alsook andere courante risico's (14.552 duizend euro). Daar de onderhandelingen met de klanten nog lopen, kunnen we geen verdere informatie verstrekken betreffende de weerhouden assumpties, noch over het moment van waarschijnlijke kasuitgaven;
  • De voorzieningen voor verliezen einde werf (26.232 duizend euro) worden in de boeken opgenomen wanneer de verwachte economische opbrengsten van deze contracten lager zijn dan de onvermijdelijke kosten welke voortvloeien uit de verplichtingen van deze contracten. De bestedingen van de verliezen einde werf zijn te wijten aan de uitvoering van desbetreffende contracten.

Als het aandeel van het groep CFE in de verliezen van een geassocieerde deelneming of een joint-venture hoger is dan de boekwaarde van de participatie, wordt deze tot nul teruggebracht. De verliezen boven dit bedrag worden niet geboekt behalve het bedrag van de verbintenissen van de groep CFE tegenover deze entiteiten. Het bedrag van deze verbintenissen wordt geboekt in de langlopende voorzieningen gezien de groep beschouwt dat er een verplichting bestaat om deze entiteiten en hun projecten financieel te ondersteunen.

De andere niet-courante risico's omvatten de voorzieningen voor herstructurering en andere risico's niet verbonden met de operationele cyclus van de lopende werven.

25. MOGELIJKE ACTIVA EN VERPLICHTINGEN

Volgens de beschikbare informatie op de datum waarop de financiële staten zijn goedgekeurd door de raad van bestuur hebben we geen kennis van niet uitgedrukte activa & passiva behalve dat mogelijke activa en passiva gerelateerd aan onderhanden projecten in opdracht van derden (bijvoorbeeld de eisen van de groep ten opzichte van de klanten of de eisen van de toeleveranciers) wat normaal is in de bagger en in de contracting sector en wordt behandeld door het toepassen van de methode van voltooiingspercentage op de projecten.

26. INFORMATIE BETREFFENDE NETTO FINANCIËLE SCHULD

26.1. De netto financiële schuld, zoals bepaald door de groep, analyseert zich als volgt:

(in duizenden euro) 31/12/2015 31/12/2014
Lang
lopende
Kort
lopende
Totaal Lang
lopende
Kort
lopende
Totaal
Bankleningen en andere financiële schulden (253.749) (95.406) (349.155) (256.035) (155.775) (411.810)
Obligatielening (305.216) (305.216) (306.895) (306.895)
Opname van kredietlijnen (50.000) (50.000) (60.000) (60.000)
Leningen m.b.t. financiële leasing (95.148) (15.136) (110.284) (62.030) (7.546) (69.576)
Totaal van de langlopende financiële schuld (704.113) (110.542) (814.655) (684.960) (163.321) (848.281)
Financiële schuld op korte termijn (16) (16) (43.350) (43.350)
Kasequivalenten 13.863 13.863 14.385 14.385
Beschikbare middelen 478.089 478.089 689.116 689.116
Totaal van de kortlopende netto financiële schuld (of
beschikbare middelen)
491.936 491.936 660.151 660.151
Totaal van de netto financiële schuld (704.113) 381.394 (322.719) (684.960) 496.830 (188.130)
Financiële derivaten – intrestindekking (8.517) (7.611) (16.128) (12.413) (8.532) (20.945)

26.2. Tijdschema van de financiële schulden

(in duizenden euro) Verval
len bin
nen het
jaar
Verval
len tus
sen 1 en
2 jaar
Verval
len tus
sen 2 en
3 jaar
Verval
len tus
sen 3 en
5 jaar
Verval
len tus
sen 5 en
10 jaar
Ver
vallen
meer dan
10 jaar
Totaal
31/12/2015
Bankleningen en andere financiële
schulden
(95.406) (102.993) (69.382) (54.752) (26.622) 0 (349.155)
Obligatielening (1.752) (1.752) (101.711) (200.001) 0 0 (305.216)
Opname van kredietlijnen 0 (50.000) 0 0 0 0 (50.000)
Leningen m.b.t. financiële leasing (15.137) (54.143) (6.821) (14.099) (4.639) (15.445) (110.284)
Totaal van de langlopende financiële
schuld
(112.295) (208.888) (177.914) (268.852) (31.261) (15.445) (814.655)
Financiële schuld op korte termijn (16) (16)
Kasequivalenten 13.863 13.863
Beschikbare middelen 478.089 478.089
Totaal van de kortlopende financiële
nettoschuld
491.936 0 0 0 0 0 491.936
Totaal van de financiële netto schuld 379.641 (208.888) (177.914) (268.852) (31.261) (15.445) (322.719)

De huidige waarde van de verplichtingen betreffende leasingovereenkomsten bedraagt 15.137 duizend euro (2014: 7.547 duizend euro). Deze financiële leasingovereenkomsten betreffen hoofdzakelijk de groep DEME.

26.3. Kredietlijnen en termijnbankleningen

De groep CFE beschikt op 31 december 2015 over bevestigde bankkredietlijnen op lange termijn van 125 miljoen euro waarvan 50 miljoen euro getrokken eind 2015.

Overigens is CFE op 21 juni 2012 overgegaan tot de uitgifte van een obligatielening voor een bedrag van 100 miljoen euro die terug betaalbaar is op 21 juni 2018 en die een rente oplevert van 4,75%. Overigens is DEME op 14 februari 2013 overgegaan tot de uitgifte van een obligatielening voor een bedrag van 200 miljoen euro die terugbetaalbaar is op 14 februari 2019 en die een rente oplevert van 4,145%.

De bankleningen en andere financiële schulden betreffen voornamelijk DEME of kredieten van vastgoedprojecten, en zijn zonder verhaalrecht tegen CFE.

26.4. Financiële voorwaarden (convenants)

De bilaterale kredieten zijn onderworpen aan welbepaalde voorwaarden (convenants) die rekening houden met onder andere de schuldpositie en de relatie tussen deze en het eigen vermogen of de vaste activa, alsook met de gegenereerde cashflow. De voorwaarden (convenants) werden alzo integraal gerespecteerd op 31 december 2015.

27. INFORMATIE BETREFFENDE HET BEHEER VAN DE FINANCIËLE RISICO'S

27.1. Beheer van de financiële middelen

Op eind 2015, bedragen de financiële middelen van groep CFE een netto financiële schuld van 322.719 duizend euro (Toelichting 26) en eigen vermogen van 1.434.400 duizend euro. Bovendien beschikt CFE over bevestigde kredietlijnen (Toelichting 26) en heeft de baggeractiviteit de mogelijkheid om commercial paper uit te schijven. Het eigen vermogen van groep CFE bestaat uit kapitaal, uitgiftepremies, ingehouden winsten en minderheidsbelangen. De groep CFE beschikt noch over eigen aandelen, noch over converteerbare obligaties. Het geheel van het eigen vermogen is toegewijd aan het financieren van operationele activiteiten voorzien in het maatschappelijk doel van de vennootschap.

27.2. Rentevoetrisico

Het beheer van het rentevoetrisico gebeurt binnen de groep door onderscheid te maken tussen concessies, vastgoed, holding, activiteiten van contracting en baggerwerken (DEME).

Voor de concessies vindt het beheer van het rentevoetrisico plaats volgens twee beleidsvisies: een visie op lange termijn die beoogt om het economisch evenwicht van de concessie te verzekeren en te optimaliseren, en een kortetermijnvisie waarvan het de bedoeling is de gemiddelde kosten van de schuld te optimaliseren. Om het rentevoetrisico te dekken, worden renteswaps gebruikt. Deze dekkingsinstrumenten hebben ten hoogste dezelfde nominale bedragen evenals dezelfde wisseldatums als de gedekte schulden. Deze producten worden boekhoudkundig dekkingsverrichtingen genoemd.

Wat de baggerwerken betreft, wordt de groep CFE, via haar dochteronderneming DEME, geconfronteerd met belangrijke financieringen in het kader van investeringen in baggerschepen. Het is de bedoeling om een optimaal evenwicht te bereiken tussen de financieringskosten en de volatiliteit van de financiële resultaten. Om het rentevoetrisico te dekken, gebruikt DEME renteswaps (IRS). Deze dekkingsinstrumenten hebben in het algemeen dezelfde nominale bedragen evenals dezelfde wisseldatums als de gedekte schulden. Deze producten kunnen al dan niet boekhoudkundig worden gekwalificeerd als dekkingsverrichtingen.

De activiteiten van contracting worden gekenmerkt door een overschot van geldmiddelen, die de vastgoedverbintenissen gedeeltelijk compenseren. Het beleid is grotendeels gecentraliseerd in het kader van de cash pooling.

Effectieve gemiddelde rentevoet vóór effect van financiële derivaten

(in duizenden euro) Vaste rentevoet Variabele rentevoet Totaal
Soort schulden Bedrag Aandeel Rente­ voet Bedrag Aan­ deel Rente­ voet Bedrag Aan
deel
Rente
voet
Bankleningen en andere financiële schulden 651 0,16% 3,43% 348.504 86,92% 0,87% 349.155 42,86% 0,87%
Obligatielening 305.216 73,78% 4,34% 0 0,00% 0,00% 305.216 37,47% 4,34%
Opname van kredietlijnen 0 0,00% 0,00% 50.000 12,47% 1,36% 50.000 6,14% 1,36%
Leningen mbt financiële leasingovereenkomsten 107.822 26,06% 1,07% 2.462 0,61% 4,04% 110.284 13,54% 1,14%
Totaal 413.689 100% 3,49% 400.966 100% 0,95% 814.655 100% 2,24%

Effectieve gemiddelde rentevoet na effect van financiële derivaten

(in duizenden euro) Vaste rentevoet Variabele rentevoet 'Caped' variabele
rentevoet + inflatie
Totaal
Soort schulden Bedrag Aan
deel
Rente
voet
Bedrag Aandeel Rente
voet
Bedrag Aan
deel
Rente
voet
Bedrag Aan
deel
Rente
voet
Bankleningen en
andere financiële
schulden
270.215 39,55% 4,04% 78.940 60,08% 2,24% 0 0,00% 0,00% 349.155 42,86% 3,63%
Obligatielening 305.216 44,67% 4,34% 0 0,00% 0,00% 0 0,00% 0,00% 305.216 37,47% 4,34%
Opname van
kredietlijnen
0 0,00% 0,00% 50.000 38,05% 1,36% 0 0,00% 0,00% 50.000 6,14% 1,36%
Leningen mbt finan
ciële leasingovereen
komsten
107.822 15,78% 1,07% 2.462 1,87% 4,04% 0 0,00% 0,00% 110.284 13,54% 1,14%
Totaal 683.253 100% 3,71% 131.402 100% 1,94% 0 0,00% 0,00% 814.655 100% 3,42%

27.3. Gevoeligheid van het rentevoetrisico

De groep CFE wordt geconfronteerd met het risico van volatiliteit van de rentevoeten op haar resultaat, gelet op:

  • de kasstromen van financiële instrumenten tegen variabele koers na indekking;
  • financiële instrumenten tegen vaste koers, erkent tegen reële waarde in de balans via het resultaat;
  • derivaten die niet als indekking gekwalificeerd zijn.

Daarentegen wordt de wijziging in de reële waarde van derivaten als kasstroomindekking gekwalificeerd, niet in de resultatenrekening erkend, maar rechtstreeks in andere elementen van het globaal resultaat.

De volgende analyse veronderstelt dat het bedrag van financiële schulden en derivaten op 31 december 2015 constant blijft gedurende een jaar.

Een wijziging van de rentevoeten met 50 basispunten op afsluitingsdatum zou bijgevolg een stijging of een vermindering van het eigen vermogen en het resultaat gekend hebben ter hoogte van de hieronder aangegeven bedragen. Met het oog op deze analyse, werden andere variabelen als constant beschouwd.

(in duizenden euro) 31/12/2015
Resultaat Eigen vermogen
Impact van
sensibiliteits
berekening
+50bp
Impact van
sensibiliteits
berekening
-50bp
Impact van
sensibiliteits
berekening
+50bp
Impact van
sensibiliteits
berekening
-50bp
Niet-courante schulden (+ deze vervallende in het jaar)
met variabele rente na indekking
4.073 (4.073)
Netto financiële schuld (korte termijn) (*) 0 0
Derivaten boekhoudkundig niet gekwalificeerd als
indekking
141 (367)
Als indekking gekwalificeerde derivaten (kasstroom zeker
of hoogstwaarschijnlijk)
3.331 (4.329)

(*) exclusief beschikbare middelen.

27.4. Beschrijving van de kasstroomindekkingsoperaties

Op afsluitingsdatum hebben de als kasstroomindekking gekwalificeerde instrumenten de volgende kenmerken:

Voor de activiteiten van contracting, vastgoedontwikkeling en holdingactiviteiten:

(in duizenden euro) 31/12/2015
<1 jaar Tussen
1 en
2 jaar
Tussen
3 en
5 jaar
> 5 jaar Onder
liggen
de
Reële
waarde
activa
Reële
waarde
passiva
Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet
betaald
Rentevoet opties (cap, collar)
Rentevoetderivaten: indekking van hoogstwaarschijnlijke
verwachte kasstromen
0
Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet
betaald
Rentevoet opties (cap, collar)
Rentevoetderivaten: indekking van zekere kasstromen 0
(in duizenden euro) 31/12/2014
<1 jaar Tussen
1 en
2 jaar
Tussen
3 en
5 jaar
> 5 jaar Onder
liggen
de
Reële
waarde
activa
Reële
waarde
passiva
Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet
betaald
Rentevoet opties (cap, collar)
Rentevoetderivaten: indekking van hoogstwaarschijnlijke
verwachte kasstromen
0
Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet
betaald
Rentevoet opties (cap, collar)
Rentevoetderivaten: indekking van zekere kasstromen 0

Voor baggerwerken

(in duizenden euro) 31/12/2015
<1 jaar Tussen
1 en
2 jaar
Tussen
3 en
5 jaar
> 5 jaar Onder
plig
gende
Reële
waarde
activa
Reële
waarde
passiva
Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet
betaald
Rentevoet opties (cap, collar)
Rentevoetderivaten: indekking van hoogstwaarschijnlijk
verwachte kasstromen
Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet
betaald
155.048 157.171 186.139 498.358 (15.840)
Rentevoet opties (cap, collar)
Rentevoetderivaten: indekking van zekere kasstromen 155.048 157.171 186.139 498.358 (15.840)
(in duizenden euro) 31/12/2014
<1 jaar Tussen
1 en
2 jaar
Tussen
3 en
5 jaar
> 5 jaar Onder
plig
gende
Reële
waarde
activa
Reële
waarde
passiva
Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet
betaald
Rentevoet opties (cap, collar)
Rentevoetderivaten: indekking van hoogstwaarschijnlijk
verwachte kasstromen
Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet
betaald
153.174 144.068 150.246 0 447.789 (20.352)
Rentevoet opties (cap, collar)

27.5. Valutarisico

Soorten risico's waaraan de groep wordt blootgesteld

De groep CFE en haar filialen hebben geen politiek ter indekking van het valutarisico voor de activiteiten van contracting, vastgoedontwikkeling daar de activiteiten zich bevinden in de eurozone. Door het internationaal karakter van haar activiteit en bijgevolg de uitvoering van contracten in vreemde valuta doet DEME een beroep op een politiek van indekking van valutarisico's. Deze laatste worden opgenomen in onderhanden werken en de variaties in de reële waarde worden beschouwd als kosten voor onderhanden werken. De voornaamste munten waaraan deze risico's zijn verbonden zijn weergegeven in Toelichting 2.

Wanneer toch het valutarisico gelinkt is met de operationele activiteiten, bestaat de politiek van de groep CFE erin om de blootstelling aan fluctuaties van deze vreemde valuta te beperken.

Verdeling van de financiële schulden op lange termijn per valuta

Het bedrag van schulden (buiten leasingverplichtingen die voor het grootste deel in EUR zijn) per valuta is:

(in duizenden euro) 2015 2014
Euro 814.655 848.281
US dollar 0 0
Andere 0 0
Totaal langlopende financiële verplichtingen 814.655 848.281

Onderstaande tabel geeft de reële waarde en de onderliggende waarde weer van de financiële wisselkoersinstrumenten (forward verkoop / aankoop contracten) (+ : activa / - : passiva):

(in duizenden euro) Onderliggende waarde
USD US
Dollar
SGD Sin
gapour
Dollar
GBP Pound RUB Rouble Andere Totaal
Termijnaankopen 101.073 52.936 5.461 5.401 18.546 183.417
Termijnverkopen 363.814 357.064 14.010 12.087 50.145 797.120
(in duizenden euro) Reële waarde
USD US
Dollar
SGD Sin­ gapour
Dollar
GBP Pound RUB Rouble Andere Totaal
Termijnaankopen 2.213 299 (91) (394) 378 2.405
Termijnverkopen (4.259) 1.619 129 3.464 1.396 2.349

De variatie in de reële waarde van de wisselkoersinstrumenten wordt als 'bouwkosten' beschouwd. Deze variatie wordt als een operationeel resultaat voorgesteld.

De groep CFE, in het bijzonder via haar dochtermaatschappij DEME, wordt aan valutarisico's op haar resultaat blootgesteld.

De volgende analyse wordt uitgevoerd door te veronderstellen dat het bedrag van de financiële activa en passiva en de derivaten op 31 december 2015 constant blijven gedurende het jaar.

Een variatie van 5% van de wisselkoersen (appreciatie van de euro) op afsluitingsdatum zou een stijging of een vermindering van het eigen vermogen en resultaat op het niveau van de hieronder aangegeven bedragen voor gevolg hebben gehad. Met het oog op deze analyse, werden de andere variabelen verondersteld constant te blijven.

(in duizenden euro) 31/12/2015 – Resultaat
Impact van de
sensitiviteits-berekening -
vermindering EUR 5%
Impact van de
sensitiviteits-berekening -
verhoging EUR 5%
Langlopende schuld (+ vervallend in het jaar) aan veranderlijke koersen na
boekhoudkundige indekking
921 (833)
Netto financiële schuld op korte termijn (820) 742
Werkkapitaal (1.117) 1.011

27.6. Risico verbonden aan grondstoffen

Grond- en hulpstoffen opgenomen in de werken, vormen een belangrijk element van de kostprijs.

Hoewel bepaalde contracten prijsherzieningsformules bevatten en de groep CFE in bepaalde concrete gevallen prijsdekking toepast (gasoil), is het risico van prijsfluctuaties van grondstoffen niet volledig uitgesloten.

DEME dekt zich in tegen fluctuaties van gasoil door de aankoop van olieopties of door forward contracten. De wijziging van de reële waarde van deze instrumenten wordt als 'bouwkosten' beschouwd. Deze wijziging wordt als een operationeel resultaat voorgesteld.

De reële waarde van deze instrumenten, eind 2015, bedraagt -47.237 duizend EUR (-7.624 duizend EUR in 2014).

27.7. Krediet- en tegenpartijrisico

De groep CFE is blootgesteld aan kredietrisico in geval van in gebreke blijven van zijn klanten. De groep wordt aan het tegenpartijrisico blootgesteld in het kader van de belegging van zijn beschikbare middelen, de intekening in verhandelbare vorderingen, financiële activa en derivaten.

Voorts heeft de groep CFE procedures opgesteld om de concentratie van het kredietrisico te vermijden en te beperken.

Met betrekking tot de uitvoer, in zoverre het land in aanmerking komt en dat het risico door de kredietverzekering kan gedekt worden, dekken DEME en CFE zich regelmatig in bij de bevoegde instanties op dit gebied (Delcredere dienst).

Financiële instrumenten

De groep CFE heeft een systeem ingevoerd welke de limiet bepaald van de beleggingen bij een partij teneinde zijn tegenpartijrisico te beheren. Dit systeem bepaalt de maxima per tegenpartijen gedefinieerd in functie van hun kredietnotaties zoals gepubliceerd door Standard & Poor's en Moody's. Deze limieten worden regelmatig opgevolgd en bijgewerkt.

Klanten

De groep CFE heeft procedures opgesteld teneinde het risico te beperken van zijn klantenvorderingen. Echter wordt een groot deel van de geconsolideerde omzet met een openbare of semi openbare klanten gerealiseerd. Verder is CFE van mening dat de concentratie van het tegenpartijrisico voor klanten wordt beperkt door het grote aantal klanten.

Om het courante risico in te dijken, volgt de groep CFE regelmatig de uitstaande klantenbedragen op en stelt ze haar positie ten opzichte daarvan bij. We merken in dit verband op dat CFE twee werven in Tsjaad uitvoert. Het gaat om de bouw van het Grand Hôtel en het gebouw van het ministerie van Financiën. Tijdens het tweede semester werd het Grand Hôtel tot tevredenheid van de klant opgeleverd en werd een bedrag van 6 miljoen euro geïnd. Tegelijk vervolgt CFE, in samenwerking met de overheden van Tsjaad, zijn inspanningen met betrekking tot de zoektocht naar een oplossing voor de financiering van het saldo aan onbetaalde vorderingen. De nettoblootstelling van CFE in dit land bedraagt iets meer dan 60 miljoen euro.

De analyse van de betalingsachterstand eind 2015 en eind 2014 is als volgt:

Per 31 december 2015 (duizend euro) Op het einde
van de
periode
Niet
vervallen
< 3 maanden < 1 jaar > 1 jaar
Handelsvoorderingen en overige bedrijfsvorderingen 1.150.941 663.859 170.911 168.474 147.697
Totaal bruto 1.150.941 663.859 170.911 168.474 147.697
Voorzieningen - Handelsvoorderingen en overige
bedrijfsvorderingen
(30.701) (3.317) (4.687) (76) (22.621)
Totale voorzieningen (30.701) (3.317) (4.687) (76) (22.621)
Totaal netto bedragen 1.120.240 660.542 166.224 168.398 125.076
Per 31 december 2014 (duizend euro) Op het einde
van de
periode
Niet
vervallen
< 3 maanden < 1 jaar > 1 jaar
Handelsvoorderingen en overige bedrijfsvorderingen 1.022.755 571.590 203.142 224.558 23.465
Totaal bruto 1.022.755 571.590 203.142 224.558 23.465
Voorzieningen - Handelsvoorderingen en overige
bedrijfsvorderingen
(22.846) 0 (1.589) (5.537) (15.720)
Totale voorzieningen (22.846) 0 (1.589) (5.537) (15.720)
Totaal netto bedragen 999.909 571.590 201.553 219.021 7.745

De vervallende bedragen betreffen grotendeels afrekeningen en bijkomende verrekeningen die door de klanten worden erkend, maar die nog het voorwerp uitmaken van budgettaire inschrijvingen of die deel uitmaken van een globaal akkoord.

De waardeverminderingen of klantenvorderingen en of overige bedrijfsvorderingen tonen de volgende evolutie: (in duizenden euro) 2015 2014

Gecumuleerde waardeverminderingen – saldo op het einde van het vorig boekjaar (22.846) (22.348)
Wijziging van de consolidatiekring 18 0
Waardeverminderingen / Tegenboeking waardeverminderingen (4.124) (3.668)
Nettowisselkoersverschillen en transfers (3.749) 3.170
Gecumuleerde waardeverminderingen – saldo op het einde van het boekjaar (30.701) (22.846)

27.8. Liquiditeitsrisico

CFE was in staat om ouder gunstige voorwaarden nieuwe bilaterale kredietlijn te onderhandelen waardoor het bedrijf liquiditeitsrisico werd beperkt.

27.9. Boekwaarde en reële waarde per boekhoudcategorie

31 December 2015 (in duizenden euro) Afgeleide
instru­ ment niet
gekwa­ lificeerd
als
indekking
Afgeleide
instru­ ment ge­
kwalifi­
ceerd als
indekking
Financië­ le instru­
menten
beschik­ baar
voor
verkoop
Activa en
verplich­ tingen
aan af­ geschre­
ven kost
Totale
boek
waarde
Bepaling
van de
reële
waarde
per
niveau
Reële
waarde
van de
categorie
Financiële vaste activa 1.381 2.811 126.690 130.882 130.882
Deelnemingen (1) 2.811 2.811 Niveau 2 2.811
Financiële vorderingen en schulden (1) 126.690 126.690 Niveau 2 126.690
Rentevoet derivaten – kasstromen
indekking
1.381 1.381 Niveau 2 1.381
Financiële vlottende activa 8.514 1.684.929 1.693.443 1.693.443
Rentevoet derivaten – niet gekwalificeerd
als indekking
Handels- en overige vorderingen uit
operationele activiteiten
1.192.977 1.192.977 Niveau 2 1.192.977
Financiële activa kasbeheer 8.514 8.514 Niveau 2 8.514
Kasequivalenten (2) 13.863 13.863 Niveau 2 13.863
Beschikbare middelen (2) 478.089 478.089 Niveau 2 478.089
Totaal activa 9.895 2.811 1.811.619 1.824.325 1.824.325
33.359 704.113 737.472 762.424
Langlopende financiële verplichtingen
Obligatielening
305.216 305.216 Niveau 1 315.824
Financiële verplichtingen 398.897 398.897 Niveau 2 413.241
Rentevoet derivaten – kasstromen 33.359 33.359 Niveau 2 33.359
indekking
Kortlopende financiële verplichtingen 27.535 7.611 1.295.444 1.330.590 1.346.326
Rentevoet derivaten indekking van hoogst
waarschijnlijk verwachte kasstromen
288 288 Niveau 2 288
Rentevoet derivaten – kasstromen
indekking
7.323 7.323 Niveau 2 7.323
Wisselkoers derivaten – niet gekwalificeerd
als indekking
4.795 4.795 Niveau 2 4.795
Anderen afgeleide instrumenten – niet
gekwalificeerd als indekking
22.740 22.740 Niveau 2 22.740
Handelsschulden en andere voortvloeiend
uit operationele activiteiten
1.184.886 1.184.886 Niveau 2 1.184.886
Financiële verplichtingen 110.558 110.558 Niveau 2 126.294
Totaal passiva 27.535 40.970 1.999.557 2.068.062 2.108.750

1 Gepresenteerd in de rubriek "andere niet courante financiële activa" en "andere niet courante activa"

2 Gepresenteerd in de rubriek "kas en kasequivalenten"

31 December 2014 (in duizenden euro) Afgeleide
instru
ment niet
gekwa
lificeerd
als
indekking
Afgeleide
instru
ment ge
kwalifi
ceerd als
indekking
Financië
le instru
menten
beschik
baar
voor
verkoop
Activa en
verplich
tingen
aan af
geschre
ven kost
Totale
boek
waarde
Bepaling
van de
reële
waarde
per
niveau
Reële
waarde
van de
categorie
Financiële vaste activa 674 2.723 106.618 110.015 110.015
Deelnemingen (1) 2.723 2.723 Niveau 2 2.723
Financiële vorderingen en schulden (1) 106.618 106.618 Niveau 2 106.618
Rentevoet derivaten – kasstromen
indekking
674 674 Niveau 2 674
Financiële vlottende activa 1.786.005 1.786.005 1.786.005
Rentevoet derivaten – niet gekwalificeerd
als indekking
Handels- en overige vorderingen uit
operationele activiteiten
1.082.504 1.082.504 Niveau 2 1.082.504
Financiële activa kasbeheer
Kasequivalenten (2) 14.385 14.385 Niveau 2 14.385
Beschikbare middelen (2) 689.116 689.116 Niveau 2 689.116
Totaal activa 674 2.723 1.892.623 1.896.020 1.896.020
Langlopende financiële verplichtingen 12.922 684.960 697.882 733.636
Obligatielening 306.895 306.895 Niveau 1 317.956
Financiële verplichtingen 378.065 378.065 Niveau 2 402.758
Rentevoet derivaten – kasstromen
indekking
12.922 12.922 Niveau 2 12.922
Kortlopende financiële verplichtingen 16.416 8.532 1.305.980 1.330.928 1.336.876
Rentevoet derivaten indekking van hoogst
waarschijnlijk verwachte kasstromen
593 593 Niveau 2 593
Rentevoet derivaten – kasstromen
indekking
7.939 7.939 Niveau 2 7.939
Wisselkoers derivaten – niet gekwalificeerd
als indekking
8.792 8.792 Niveau 2 8.792
Anderen afgeleide instrumenten – niet
gekwalificeerd als indekking
7.624 7.624 Niveau 2 7.624
Handelsschulden en andere voortvloeiend
uit operationele activiteiten
1.099.309 1.099.309 Niveau 2 1.099.309
Financiële verplichtingen 206.671 206.671 Niveau 2 212.619
Totaal passiva 16.416 21.454 1.990.940 2.028.810 2.070.512

1 Gepresenteerd in de rubriek "andere niet courante financiële activa" en "andere niet courante activa"

2 Gepresenteerd in de rubriek "kas en kasequivalenten"

De reële waarde van financiële instrumenten kunnen in drie niveaus geclassificeerd worden naargelang de inputs gebruikt voor de waardering waarneembaar zijn:

  • De reële waardering van niveau 1 zijn gebaseerd op genoteerde prijzen (niet gecorrigeerd) voor identieke activa en verplichtingen;
  • De reële waardering van niveau 2 zijn gebaseerd op inputs, andere dan in niveau 1 opgenomen genoteerde prijzen, die direct (via prijzen) of indirect (via inputs afgeleid van prijzen) voor het actief of de verplichting waarneembaar zijn;
  • De reële waardering van niveau 3 zijn gebaseerd op waarderingstechnieken die inputs omvatten die niet waarneembaar zijn voor het actief of de verplichting.

De juiste waarde van de financiële instrumenten werd aan de hand van de volgende technieken berekend:

  • Voor kortlopende financiële instrumenten zoals de handelsvorderingen en handelsschulden werd de juiste waarde beschouwd als niet significant verschillend van de boekwaarde aan afgeschreven kost.
  • Voor leningen met een variabel intrestvoet, werd de juiste waarde beschouwd als niet significant verschillend van de boekwaarde aan afgeschreven kost.
  • Voor financiële instrumenten zoals rentevoet derivaten, wisselkoers derivaten of toekomstige kasstromen derivaten, wordt de juiste waarde bepaalde aan de hand van een verdisconteringsmodel van de toekomstige kasstromen rekening houdend met toekomstige rentecurves, wisselkoerscurves, of andere termijnprijscurves.
  • Voor andere derivaat instrumenten, werd de juiste waard bepaald op basis van een verdisconteringsmodel van toekomstige geschatte kasstromen.
  • Voor beursgenoteerde obligaties uitgeschreven door CFE en DEME, werd de juiste waarde bepaald op basis van de beurskoers op afsluitingsdatum.
  • Voor leningen met een fixe intrestvoet: de reële waardering is bepaald op de verdisconteerde toekomstige kasstromen op de intrestvoet van het markt op de afsluitingsdatum.

28. OPERATIONELE LEASING

Huurgelden van niet verbreekbare operationele leasingcontracten zijn als volgt betaalbaar:

(in duizenden euro) 2015 2014
Minder dan één jaar 14.011 12.550
Tussen één en vijf jaar 18.346 17.482
Meer dan vijf jaar 11.182 11.952
Totaal 43.539 41.984

29. ANDERE GEGEVEN VERPLICHTINGEN

Het totaal van de gegeven verplichtingen andere dan de zakelijke zekerheden voor de groep CFE voor de boekhoudperiode 2015 bedraagt 1.268.387 duizend euro (2014: 1.199.817 duizend euro). De verplichtingen bestaan uit:

(in duizenden euro) 2015 2014
Goede uitvoering en performances bonds (a) 905.798 903.231
Biedingen (b) 11.292 9.916
Teruggaven voorschotten (c) 21.241 19.731
Garantie-inhouding (d) 41.985 22.365
Betaling op termijn van de onderaannemers en leveranciers (e) 77.405 5.220
Andere gegeven verplichtingen - waarvan 141.791 duizend euro corporate garanties bij DEME 210.666 239.354
Totaal 1.268.387 1.199.817

a) Garanties gegeven in het kader van de uitvoering van de overeenkomsten inzake werken. In geval van wanprestatie van de bouwonderneming, verbindt de bank (of de verzekeringsmaatschappij) zich ertoe de klant tot aan het bedrag van de garantie te vergoeden.

  • b) Garanties gegeven in het kader van aanbestedingen in verband met de overeenkomsten inzake werken
  • c) Garanties gegeven door de bank aan een klant waarin de teruggave van de voorschotten op contracten (voornamelijk bij DEME) wordt gegarandeerd
  • d) Garanties gegeven door de bank aan een klant dat ze het ingehouden garantiebedrag overneemt
  • e) Garantie van de betaling van de schuld jegens een leverancier of een onderaannemer.

30. ANDERE ONTVANGEN VERPLICHTINGEN

Het totaal van de ontvangen verplichtingen voor de groep CFE voor de boekhoudperiode 2015 bedraagt 104.830 duizend euro (2014: 104.749 duizend euro). De verplichtingen bestaan uit :

(in duizenden euro) 2015 2014
Goede uitvoering en performance bonds 102.720 61.403
Andere ontvangen verplichtingen 2.110 43.346
Totaal 104.830 104.749

31. GESCHILLEN

De groep CFE kent een aantal geschillen dat men als normaal kan beschouwen in de bouwsector. In het merendeel van de gevallen tracht de groep CFE een dading te sluiten met de tegenpartij wat bijgevolg het aantal procedures sterk heeft verminderd.

De groep CFE tracht tevens de bedragen terug te vorderen bij zijn klanten. Het is echter onmogelijk om een inschatting te geven van dit potentieel actief.

32. TRANSACTIES MET VERBONDEN PARTIJEN

  • Ackermans & van Haaren (AvH) bezit 15.289.521 aandelen van CFE op 31 december 2015 en is bijgevolg de voornaamste aandeelhouder van CFE met 60,40% van de aandelen.
  • Het personeel op op sleutelposities wordt vertegenwoordigd door de twee afgevaardigd bestuurders en de overige leden van de directie van CFE. Het bedrag opgenomen als vergoeding of andere personeelsvoordelen voor personeel op sleutelposities bedraagt 5.286,3 duizend euro voor 2015 (2014: 4.336,7 duizend euro). Dit bedrag omvat: vaste vergoedingen (2.506,9 duizend euro; 2014: 2.284,5 duizend euro), variabele vergoedingen (2.075,6 duizend euro; 2014: 1.376,9 duizend euro), stortingen voor de diverse verzekeringen (extralegaal pensioenplan, hospitalisatie, arbeidsongevallen, ongevallen in de persoonlijke levenssfeer, Wit-Gele Kruis) (585,1 duizend euro; 2014: 539,3 duizend euro) en kosten van bedrijfsvoertuigen (118,6 duizend euro; 2014: 136 duizend euro).
  • DEME en CFE sloten een dienstenovereenkomst af met AvH. De door DEME en CFE verschuldigde vergoedingen op grond van dit contract bedragen respectievelijk 1.126 duizend euro en 150 duizend euro.
  • Er zijn geen andere transacties met de afgevaardigd bestuurders dan zijn remuneratiepakket. Bovendien zijn er geen transacties met de vennootschappen Trorema BVBA, Frédéric Claes NV en Artist Valley NV dan het remuneratiepakket van de directieleden vertegenwoordigd door deze vennootschappen.
  • Op 31 december 2015 oefent de groep CFE gezamenlijke controle uit op Rent-A-Port NV en haar filialen. We refereren naar Toelichting 35 voor een lijst van de voornaamste gezamenlijk gecontroleerde entiteiten. Deze entiteiten worden geconsolideerd volgens de vermogensmutatie methode.
  • De transacties met verbonden partijen betreffen voornamelijk de operaties met de vennootschappen in welke CFE een opmerkelijke invloed of een gemeenschappelijke controle heeft. Deze transacties zijn op basis van de marktprijs uitgevoerd.
  • Tijdens 2015 werd er geen significante verandering in de natuur van transacties tussen verbonden partijen in vergelijking met 31 december 2014 vastgesteld. De commerciële transacties of financieringstransacties tussen de groep en de verbonden ondernemingen en partnerschappen waarop vermogensmutatie methode is toegepast, zijn als volgt:
(in duizenden euro) 2015 2014
Activa met verbonden partijen 333.963 240.276
Vaste financiële activa 129.966 107.389
Handelsvorderingen en andere vorderingen 195.383 126.468
Andere courante activa 8.614 6.419
Passiva met verbonden partijen 121.433 61.244
Andere vaste passiva 11.461 6.276
Handelsschulden en andere schulden 109.972 54.968
(in duizenden euro) 2015 2014
Lasten en opbrengsten met verbonden partijen 96.383 98.731
Omzet en opbrengsten uit aanverwante activiteiten 129.240 128.004
Aankopen en overige operationele lasten (35.672) (32.464)
Financiële lasten en opbrengsten 2.815 3.191

33. BEZOLDIGING VAN DE COMMISSARISSEN

Bezoldiging van de commissarissen voor het geheel van de groep, inclusief CFE NV (boekjaar 2015) bedraagt:

(in duizenden euro) Deloitte Andere
Bedrag % Bedrag %
Audit
Commissariaat der rekeningen, certificatie, controle van
de individuele en geconsolideerde rekeningen
1.412,3 74,04% 586,0 41,35%
Andere toebehorende opdrachten en andere
auditopdrachten
107,4 5,63% 46,6 3,29%
Subtotaal audit 1.519,7 79,67% 632,6 44,64%
Andere prestaties
Juridisch, fiscaal, sociaal 203,7 10,68% 637,0 44,96%
Andere 184,1 9,65% 147,4 10,40%
Subtotaal andere 387,8 20,33% 784,4 55,36%
Totaal honoraria commissarissen der rekeningen 1.907,5 100% 1.417,0 100%

34. BELANGRIJKE GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM

Geen.

35. ONDERNEMINGEN BEHORENDE TOT DE GROEP CFE

Lijst van de belangrijkste integraal geconsolideerde dochterondernemingen

Namen Zetel Activiteitenpolen Aandeel van de
groep in % (eco
nomisch belang)
EUROPA
Duitsland
NORDSEE NASSBAGGER UND TIEFBAU GMBH Bremen Baggerwerken 100%
OAM-DEME MINERALIEN GMBH Hamburg Baggerwerken 70%
HGO INFRASEA Solutions Gmbh & Co KG Bremen Baggerwerken 100%
België
HDP CHARLEROI Brussel Concessies 100%
ABEB NV Antwerpen Contracting 100%
ARIADNE Opglabbeek Contracting 100%
CFE BATIMENT BRABANT WALLONIE SA Brussel Contracting 100%
BPC Design & Engineering SA Brussel Contracting 100%
BE.MAINTENANCE SA Brussel Contracting 100%
BENELMAT SA Gembloux Contracting 100%
BRANTEGEM NV Aalst Contracting 100%
CFE BOUW VLAANDEREN NV Wilrijk Contracting 100%
CFE INFRA NV Wilrijk Contracting 100%
ENGEMA SA Brussel Contracting 100%
ETABLISSEMENTS DRUART SA Péronne-lez-Binche Contracting 100%
ETEC SA Manage Contracting 100%
GROEP TERRYN NV Moorslede Contracting 77,51%
CFE CONTRACTING SA Brussel Contracting 100%
LOUIS STEVENS NV Halen Contracting 100%
NIZET ENTREPRISES SA Louvain-la-Neuve Contracting 100%
PROCOOL SA Péronne-lez-Binche Contracting 100%
REMACOM NV Beervelde (Gand) Contracting 100%
VANDERHOYDONCKS NV Alken Contracting 100%
VMA NV Sint-Martens-Latem Contracting 100%
VMA WEST NV Meulebeke Contracting 100%
VOLTIS SA Louvain-la-Neuve Contracting 100%
AGROVIRO NV Zwijndrecht Baggerwerken 74,90%
BAGGERWERKEN DECLOEDT EN ZOON NV Oostende Baggerwerken 100%
CEBRUVAL BRUCEVAL SA Gosselies Baggerwerken 74,90%
CETRAVAL SA Gosselies Baggerwerken 74,90%
COMBINED MARINE TERMINAL OPERATIONS WORLDWIDE NV Zwijndrecht Baggerwerken 54,37%
DEME BLUE ENERGY NV Zwijndrecht Baggerwerken 69,99%
DEME BUILDING MATERIALS NV Zwijndrecht Baggerwerken 100%
DEME CONCESSIONS INFRASTRUCTURE NV Zwijndrecht Baggerwerken 100%
DEME CONCESSIONS NV Zwijndrecht Baggerwerken 100%
DEME CONCESSIONS WIND NV Zwijndrecht Baggerwerken 100%
DEME COORDINATION CENTER NV Zwijndrecht Baggerwerken 100%
DEME ENVIRONMENTAL CONTRACTORS NV Zwijndrecht Baggerwerken 74,90%
DEME NV Zwijndrecht Baggerwerken 100%
DREDGING INTERNATIONAL NV Zwijndrecht Baggerwerken 100%
ECOTERRES HOLDING SA Gosselies Baggerwerken 74,90%
ECOTERRES SA Gosselies Baggerwerken 74,90%
EVERSEA NV Zwijndrecht Baggerwerken 100%
FILTERRES SA Gosselies Baggerwerken 56,10%
Namen Zetel Activiteitenpolen Aandeel van de
groep in % (eco
nomisch belang)
GEOSEA NV Zwijndrecht Baggerwerken 100%
GLOBAL SEA MINERAL RESOURCES NV Oostende Baggerwerken 99,97%
GROND RECYCLAGE CENTRUM KALLO NV Kallo Baggerwerken 52,43%
GROND RECYCLAGE CENTRUM ZOLDER NV Heusden-Zolder Baggerwerken 36,70%
KALIS SA Gosselies Baggerwerken 74,90%
LOGIMARINE SA Antwerpen Baggerwerken 100%
M.D.C.C. INSURANCE BROKERS NV Brussel Baggerwerken 100%
OFFSHORE WIND ASSISTANCE NV Zwijndrecht Baggerwerken 100%
PURAZUR NV Zwijndrecht Baggerwerken 74,90%
SCALDIS SALVAGE & MARINE CONTRACTORS NV Antwerpen Baggerwerken 54,37%
DEME INFRASEA SOLUTIONS NV (DISS) Zwijndrecht Baggerwerken 100%
DEME INFRA MARINE CONTRACTORS NV (DIMCO) Zwijndrecht Baggerwerken 100%
BATIPONT IMMOBILIER SA Brussel Vastgoed 100%
BRUSILIA BUILDING NV Brussel Vastgoed 100%
CONSTRUCTION MANAGEMENT SA Brussel Vastgoed 100%
DEVELOPPEMENT D'HABITATIONS BRUXELLOISES Brussel Vastgoed 75,33%
PROJECTONTWIKKELING VAN WELLEN NV Kapellen Vastgoed 100%
SOGESMAINT SA Brussel Vastgoed 100%
VAN MAERLANT SA Brussel Vastgoed 100%
Cyprus
CONTRACTORS OVERSEAS LTD Oraklini Baggerwerken 100%
DREDGING INTERNATIONAL CYPRUS LTD Nicosia Baggerwerken 100%
DREDGING INTERNATIONAL SERVICES CYPRUS LTD Nicosia Baggerwerken 100%
DEME CYPRUS Ltd Cyprus Baggerwerken 100%
Frankrijk
FRANCO-BELGE DE CONSTRUCTIONS INTERNATIONALES SAS Parijs Holding 100%
ENERGIES DU NORD SAS Lambersart Baggerwerken 100%
EUROP AGREGATS SARL Lambersart Baggerwerken 100%
SOCIETE DE DRAGAGE INTERNATIONAL SA Lambersart Baggerwerken 100%
Groot-Brittannië
DEME BUILDING MATERIALS LTD West Sussex Baggerwerken 100%
DEME ENVIRONMENTAL CONTRACTORS UK LTD Weybridge, Surrey Baggerwerken 74,90%
DREDGING INTERNATIONAL UK LTD Londen Baggerwerken 100%
Groothertogdom Luxemburg
COMPAGNIE LUXEMBOURGEOISE D'ENTREPRISES CLE SA Strassen Contracting 100%
DREDGING INTERNATIONAL LUXEMBOURG SA Windhof Baggerwerken 100%
GEOSEA LUXEMBOURG SA Windhof Baggerwerken 100%
MARITIME SERVICES AND SOLUTIONS SA Windhof Baggerwerken 100%
SAFINDI SA Windhof Baggerwerken 100%
SOCIETE DE DRAGAGE LUXEMBOURG SA Windhof Baggerwerken 100%
TIDEWAY LUXEMBOURG SA Windhof Baggerwerken 100%
COMPAGNIE IMMOBILIERE DE WEIMERSKIRCH SA Strassen Vastgoed 100%
COMPAGNIE LUXEMBOURGEOISE IMMOBILIERE CLİ SA Strassen Vastgoed 100%
P.R.N.E. SA PARC RESIDENTIEL NEI EISCH Luxemburg Vastgoed 100%
SOGESMAINT CBRE LUXEMBOURG SA Strassen Vastgoed 100%
SOCIETE FINANCIERE D'ENTREPRISES SFE SA Strassen Holding 100%
Namen Zetel Activiteitenpolen Aandeel van de
groep in % (eco
nomisch belang)
Hongarije
CFE HUNGARY EPITOIPARI KFT Boedapest Contracting 100%
VMA HUNGARY LLC Boedapest Contracting 100%
Nederland
CFE NEDERLAND BV Dordrecht Baggerwerken 100%
GEKA BV Dordrecht Baggerwerken 100%
D.E.M.E. BUILDING MATERIALS BV Vlissingen Baggerwerken 100%
DE VRIES & VAN DE WIEL BV Amsterdam Baggerwerken 74,90%
DE VRIES & VAN DE WIEL KUST EN OEVERWERKEN BV Amsterdam Baggerwerken 87,45%
TIDEWAY BV Breda Baggerwerken 100%
HGO INNOVATION HOLDING B.V. Breda Baggerwerken 100%
HGO INNOVATION SHIPOWNER B.V. Breda Baggerwerken 100%
HGO INNOVATION SHIPPING B.V. Breda Baggerwerken 100%
Polen
CFE POLSKA S.P. ZOO Warschau Contracting 100%
VMA POLSKA S.P.ZOO Warschau Contracting 100%
BPI POLSKA DEVELOPMENT S.P.ZOO Warschau Vastgoed 100%
BPI WROCLAW S.P.ZOO Warschau Vastgoed 100%
IMMO WOLA S.P. ZOO Warschau Vastgoed 100%
Roemenië
CFE CONTRACTING AND ENGINEERING SRL Boekarest Contracting 100%
Slowakije
CFE SLOVAKIA SRO Bratislava Contracting 100%
VMA SLOVAKIA SRO Trencin Contracting 100%
Andere Europese landen
VMA ELEKTRIK TESISATI VE INSAAT TICARET LIMITED SIRKETI Istanbul, Turkije Contracting 100%
BAGGERWERKEN DECLOEDT EN ZOON ESPANA SA Madrid, Spanje Baggerwerken 100%
BERIN ENGENHARIA DRAGAGENS E AMBIENTE S.A. Lissabon, Portugal Baggerwerken 100%
DREDGING INTERNATIONAL BULGARIA SERVICES EOOD Sofia, Bulgarije Baggerwerken 100%
DREDGING INTERNATIONAL ESPANA SA Madrid, Spanje Baggerwerken 100%
DREDGING INTERNATIONAL UKRAINE LLC Odessa, Oekraïne Baggerwerken 100%
DRAGMORSTROY LLC Sint-Petersburg, Rusland Baggerwerken 100%
SOCIETA ITALIANA DRAGAGGI SPA Rome, Italië Baggerwerken 100%
AFRIKA
Angola
DRAGAGEM ANGOLA SERVICOS LDA Luanda Baggerwerken 100%
SOYO DRAGAGEM LTDA Luanda Baggerwerken 100%
Nigeria
DREDGING INTERNATIONAL SERVICES NIGERIA LTD Lagos Baggerwerken 100%
TIDEWAY INTERNATIONAL SERVICES NIGERIA LTD Lagos Baggerwerken 70%
COMBINED MARINE TERMINAL OPERATORS NIGERIA LTD Lagos Baggerwerken 54,43%
DREDGING AND ENVIRONMENTAL SERVICES NIGERIA LTD Lagos Baggerwerken 100%
Namen Zetel Activiteitenpolen Aandeel van de
groep in % (eco
nomisch belang)
Tsjaad
CFE TCHAD SA Ndjamena Contracting 100%
Tunesië
CONSTRUCTION MANAGEMENT TUNISIE SA Tunis Vastgoed 99,96%
Andere Afrikaanse landen
SAMAMEDI SPA Alger, Algerije Baggerwerken 100%
DRAGAMOZ LIMITADA Maputo, Mozambique Baggerwerken 100%
AZIË
India
DREDGING INTERNATIONAL INDIA PVT LTD New Dehli Baggerwerken 99,78%
INTERNATIONAL SEAPORT DREDGING PTY LTD Chennai Baggerwerken 86,00%
Andere Aziatische landen
DREDGING INTERNATIONAL MALAYSIA SDN BHD Kuala Lumpur, Maleisië Baggerwerken 100%
DREDGING INTERNATIONAL ASIA PACIFIC PTE LTD Singapore Baggerwerken 100%
DREDGING INTERNATIONAL MANAGEMENT CONSULTING
SHANGHAI LTD
Shanghai, China Baggerwerken 100%
FAR EAST DREDGING LTD Hong Kong Baggerwerken 100%
MASCARENES DREDGING & MANAGEMENT LTD Ebene,Mauritius Baggerwerken 100%
OFFSHORE MANPOWER SINGAPORE PTE LTD Singapore Baggerwerken 100%
AMERIKA
Brazilië
DEC DO BRASIL ENGENHARIA AMBIENTAL LTDA Santos Baggerwerken 74,90%
DRAGABRAS SERVICOS DE DRAGAGEM LTDA Rio de Janero Baggerwerken 100%
Canada
TIDEWAY CANADA LTD Halifax Baggerwerken 100%
Andere Amerikaanse landen
DREDGING INTERNATIONAL MEXICO SA Mexico Baggerwerken 100%
DREDGING INTERNATIONAL DE PANAMA SA Panama Baggerwerken 100%
LOGIMARINE SA DE CV Mexico Baggerwerken 100%
OFFSHORE MANPOWER SUPPLY PANAMA LTD Panama Baggerwerken 100%
SERVIMAR SA Caracas, Venezuela Baggerwerken 100%
OCEANIË
Australië
DREDGING INTERNATIONAL AUSTRALIA PTY LTD Brisbane Baggerwerken 100%
GEOSEA AUSTRALIA PTY LTD Brisbane Baggerwerken 100%

Alle dochterondernemingen hebben 31 december als afsluitdatum.

Lijst van de verbonden ondernemingen en partnerschappen

Namen Zetel Activiteitenpolen Aandeel van de
groep in % (econo- misch belang)
------- ------- ------------------- ----------------------------------------------------

EUROPA

België
PPP BETRIEB SCHULEN EUPEN SA Eupen Concessies 25,00%
PPP SCHULEN EUPEN SA Eupen Concessies 19,00%
LOCORAIL Wilrijk Concessies 25,00%
RENT-A-PORT NV en dochterondernemingen Antwerpen Concessies 45%
BLUEPOWER NV Zwijndrecht Baggerwerken 35,00%
C-POWER HOLDCO NV Zwijndrecht Baggerwerken 19,67%
C-POWER NV Oostende Baggerwerken 11,67%
HIGH WIND NV Zwijndrecht Baggerwerken 50,40%
OTARY RS NV Oostende Baggerwerken 18,89%
POWER@SEA NV Zwijndrecht Baggerwerken 51,10%
POWER@SEA THORNTON NV Zwijndrecht Baggerwerken 51,10%
RENEWABLE ENERGY BASE OSTEND NV Oostende Baggerwerken 25,50%
RENTEL NV Oostende Baggerwerken 18,89%
SEASTAR NV Oostende Baggerwerken 18,89%
SEDISOL SA Farciennes Baggerwerken 37,45%
SILVAMO NV Roeselare Baggerwerken 37,45%
TERRANOVA NV Zwijndrecht Baggerwerken 43,73%
TERRANOVA SOLAR NV Stabroek Baggerwerken 16,85%
BARBARAHOF NV Leuven Vastgoed 40%
BATAVES 1521 SA Brussel Vastgoed 50%
BAVIERE DEVELOPPEMENT SA Luik Vastgoed 30%
ERASMUS GARDENS SA Brussel Vastgoed 50%
ESPACE ROLIN SA Brussel Vastgoed 33,33%
EUROPEA HOUSING SA Brussel Vastgoed 33,00%
FONCIERE DE BAVIERE A SA Luik Vastgoed 30%
FONCIERE DE BAVIERE C SA Luik Vastgoed 30%
FONCIERE DE BAVIERE SA Luik Vastgoed 30%
FONCIERE STERPENICH SA Brussel Vastgoed 50%
GOODWAYS NV Antwerpen Vastgoed 31,20%
GRAND POSTE SA Luik Vastgoed 24,97%
IMMO KEYENVELD I SA Brussel Vastgoed 50%
IMMO KEYENVELD II SA Brussel Vastgoed 50%
Brussel Vastgoed 50%
IMMO PA 33 1 SA Brussel Vastgoed 50%
IMMO PA 44 1 SA
IMMO PA 44 2 SA Brussel Vastgoed 50%
IMMOANGE SA Brussel Vastgoed 50%
IMMOBILIERE DU BERREVELD SA Brussel Vastgoed 50%
LA RESERVE PROMOTION NV Kapellen Vastgoed 33,00%
LES 2 PRINCES DEVELOPMENT SA Brussel Vastgoed 50%
LES JARDINS DE OISQUERCQ SPRL Brussel Vastgoed 50%
LRP DEVELOPMENT BVBA Gent Vastgoed 33,00%
OOSTEROEVER NV Oostende Vastgoed 50%
PRE DE LA PERCHE CONSTRUCTION NV Brussel Vastgoed 50%
PROMOTION LEOPOLD SA Brussel Vastgoed 30,44%
REDERIJ ISHTAR BVBA Oostende Vastgoed 50%
REDERIJ MARLEEN BVBA Oostende Vastgoed 50%
VAN MAERLANT RESIDENTIAL SA Brussel Vastgoed 40,00%
VICTORESTATE SA Brussel Vastgoed 50%
VICTORPROPERTIES SA Brussel Vastgoed 50%
VM PROPERTY I SA Brussel Vastgoed 40,00%
Namen Zetel Activiteitenpolen Aandeel van de
groep in % (econo- misch belang)
VM PROPERTY II SPRL Brussel Vastgoed 40,00%
Groot-Brittannië
FAIR HEAD TIDAL ENERGY PARK Ltd North Ireland Baggerwerken 17,50%
WEST ISLAY TIDAL ENERGY PARK Ltd Scotland Baggerwerken 17,50%
Hongarije
BETON PLATFORM KFT Boedapest Contracting 50%
Nederland
COENTUNNEL COMPANY BV Amsterdam Concessies 23,00%
Polen
B-WIND POLSKA SP z.o.o. Gdynia Baggerwerken 51,10%
C-WIND POLSKA SP z.o.o. Gdynia Baggerwerken 51,10%
IMMOMAX I SP z.o.o. Warschau Vastgoed 47%
IMMOMAX II SP z.o.o. Warschau Vastgoed 47%
Andere Europese landen
LIVEWAY LTD Larnaca, Cyprus Contracting 50%
LOCKSIDE LTD Larnaca, Cyprus Contracting 50%
CBD SAS Ferques, Frankrijk Baggerwerken 50%
EXTRACT ECOTERRES SA Villeneuve-le-Roi,
Frankrijk
Baggerwerken 37,45%
MERKUR OFFSHORE GMBH Hamburg, Duitsland Baggerwerken 12,50%
MORDRAGA LLC Sint-Petersburg, Rusland Baggerwerken 40%
OCEANFLORE BV Kinderdijck, Nederland Baggerwerken 50%
AFRIKA
Nigeria
COBEL CONTRACTING NIGERIA LTD Lagos Contracting 50%
Tunesië
COMPAGNIE TUNISIENNE D'ENTREPRISES SA Tunis Contracting 49,9%
BIZERTE CAP 3000 SA en dochteronderneming Tunis Vastgoed 20,01%
AMERIKA
Brazilië
DEME BRASIL SERVICOS DE DRAGAGEM LTDA Rio de Janero Baggerwerken 50,00%
MINERACOES SUSTENTAVEIS DO BRASIL SA Sao Paulo Baggerwerken 51,00%
AZIË
DIAP DAELIM JOINT VENTURE PTE LTD Singapore Baggerwerken 51%
DREDGING INTERNATIONAL ASIA PACIFIC SHAP JOINT
VENTURE PTE LTD
Singapore Baggerwerken 51,00%
DREDGING INTERNATIONAL SAUDI ARABIA LTD Saoedi-Arabië Baggerwerken 49,00%
MIDDLE EAST DREDGING COMPANY QSC Abu Dhabi Baggerwerken 44,10%
DRAGAFI ASIAN PACIFIC PTE LTD Singapore Baggerwerken 40%

De groep CFE zet voor de uitvoering van projecten ook samenwerkingen op via in België of in het buitenland opgerichte tijdelijke verenigingen. De tijdelijke verenigingen – veelgebruikte juridische vehikels in de bouwsector – worden hierboven niet opgesomd.

VERKLARING OVER HET GETROUW BEELD VAN DE JAARREKENINGEN EN HET GETROUWE OVERZICHT IN HET JAARVERSLAG

(Artikel 12, par 2, 3° van het Koninklijk besluit van 14.11.2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt)

We verklaren, namens en voor rekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV en onder verantwoordelijkheid van de maatschappij dat, voor zover ons bekend,

    1. de jaarrekeningen, die zijn opgesteld overeenkomstig de toepasselijke standaarden voor jaarrekeningen, een getrouw beeld geven van het vermogen, van de financiële toestand en van de resultaten van Aannemingsmaatschappij CFE NV en van de in de consolidatie opgenomen ondernemingen;
    1. het jaarverslag een getrouw overzicht geeft van de ontwikkeling en de resultaten van het bedrijf en van de positie van Aannemingsmaatschappij CFE NV en van de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, alsmede een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden.

Handtekening

Naam: Functie: Fabien De Jonge Financieel en administratief directeur Renaud Bentégeat Gedelegeerd bestuurder Piet Dejonghe Gedelegeerd bestuurder

Datum: 24 februari 2016

ALGEMENE INLICHTINGEN OVER DE VENNOOTSCHAP EN HAAR KAPITAAL

Identiteit van de vennootschap Aannemingsmaatschappij CFE
Maatschappelijke zetel Herrmann-Debrouxlaan 40-42, 1160 Brussel
Telefoon + 32 2 661 12 11
Juridische vorm naamloze vennootschap
Wetgeving Belgische
Oprichting: 21 juni 1880
Duurtijd niet bepaald
Boekjaar vanaf 1 januari tot 31 december van elk jaar
Handelsregister RPR Brussel 0400 464 795 – BTW 400.464.795
Plaats waar de juridische documenten kunnen
worden geraadpleegd
op de maatschappelijke zetel van de vennootschap

Sociaal doel (artikel 2 van de statuten)

"De vennootschap heeft als doel het bestuderen en uitvoeren, in België alsmede in het buitenland, hetzij alleen hetzij gezamenlijk met andere natuurlijke of rechtspersonen, publiek- of privaatrechtelijk, voor eigen rekening of voor rekening van publiek- of privaatrechtelijke derden, van welkdanige aanneming van werken en bouwwerken, in alle en elk van haar beroepen, onder andere elektriciteit en milieu.

Zij kan eveneens diensten aanverwant aan deze activiteiten verlenen, voor de promotie ervan zorgen, deze rechtstreeks of onrechtstreeks uitbaten of in concessie brengen, alsmede eender welke aankoop-, verkoop- huur-, verhuur-, of leasingverrichting uitvoeren die verband houdt met deze aannemingen.

Zij kan rechtstreeks of onrechtstreeks deelnemingen verwerven, houden of overdragen in iedere bestaande of op te richten vennootschap of maatschappij, bij wijze van verwerving, fusie, splitsing of andersom.

Zij kan alle commerciële, industriële, administratieve, financiële verrichtingen uitvoeren, roerend of onroerend, die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met haar doel, zelfs gedeeltelijk, of van aard zijn om de verwezenlijking ervan te vergemakkelijken of te ontwikkelen, zowel voor haarzelf als voor haar dochtervennootschappen.

De algemene vergadering mag het maatschappelijk doel wijzigen onder de bij artikel vijfhonderd negenenvijftig van het Wetboek van vennootschappen bepaalde voorwaarden."

VERSLAG VAN DE COMMISSARIS OVER DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2015 GERICHT TOT DE ALGEMENE VERGADERING VAN DE AANDEELHOUDERS

Aan de aandeelhouders

Overeenkomstig de wettelijke bepalingen, brengen wij u verslag uit in het kader van ons mandaat van commissaris. Dit verslag omvat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening, en omvat tevens ons verslag over andere door wet- en regelgeving gestelde eisen. Deze geconsolideerde jaarrekening omvat de geconsolideerde staat van financiële positie op 31 december 2015, de geconsolideerde winst- en verliesrekening, het geconsolideerde overzicht van het totaalresultaat, het geconsolideerde mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerde kasstroomoverzicht voor het boekjaar eindigend op die datum, alsmede een overzicht van de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en toelichtingen.

Verslag over de geconsolideerde jaarrekening– Oordeel zonder voorbehoud

Wij hebben de controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening Aannemingsmaatschappij CFE NV ("de vennootschap") en haar dochterondernemingen (samen "de groep"), opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften. De totale activa in de geconsolideerde staat van financiële positie bedragen 4.302 miljoen EUR en de geconsolideerde winst (aandeel van de groep) van het boekjaar bedraagt 175 miljoen EUR.

Verantwoordelijkheid van de raad van bestuur voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening

De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van een geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor het implementeren van een interne controle die ze noodzakelijk acht voor het opstellen van een geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat, die het gevolg is van fraude of van fouten.

Verantwoordelijkheid van de commissaris

Het is onze verantwoordelijkheid een oordeel over deze geconsolideerde jaarrekening tot uitdrukking te brengen op basis van onze controle. Wij hebben onze controle volgens de internationale controlestandaarden (International Standards on Auditing - ISA) uitgevoerd. Die standaarden vereisen dat wij aan de deontologische vereisten voldoen alsook de controle plannen en uitvoeren teneinde een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen dat de geconsolideerde jaarrekening geen afwijking van materieel belang bevat.

Een controle omvat werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen bedragen en toelichtingen. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de beoordeling door de commissaris, met inbegrip van diens inschatting van de risico's van een afwijking van materieel belang in de geconsolideerde jaarrekening als gevolg van fraude of van fouten. Bij het maken van die risico-inschatting neemt de commissaris de interne controle van de groep in aanmerking die relevant is voor het opstellen van een geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft, teneinde controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet gericht zijn op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de

interne controle van de groep. Een controle omvat tevens een evaluatie van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving, de redelijkheid van de door de raad van bestuur gemaakte schattingen, alsmede de presentatie van de geconsolideerde jaarrekening als geheel. Wij hebben van de aangestelden en van de raad van bestuur van de groep de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om daarop ons oordeel te baseren.

Oordeel zonder voorbehoud

Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV een getrouw beeld van het vermogen en van de financiële toestand van de groep per 31 december 2015, en van haar resultaten en kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.

Paragraaf ter benadrukking van een bepaalde aangelegenheid

Zonder de hierboven vermelde verklaring in het gedrang te brengen, vestigen wij de aandacht op de informatie opgenomen in Toelichting 27 van de financiële staten waarin de betalingsonzekerheid van Tsjaadse staatsschulden en de ondernomen acties om de hun betalingen te vereenvoudigen beschreven wordt.

Verslag over andere door wet- en regelgeving gestelde eisen

De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en voor de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening.

In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden, is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, de naleving van bepaalde wettelijke en reglementaire verplichtingen na te gaan. Op grond hiervan doen wij de volgende bijkomende verklaring die niet van aard is om de draagwijdte van ons oordeel over de geconsolideerde jaarrekening te wijzigen:

• Het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening behandelt de door de wet vereiste inlichtingen, stemt overeen met de geconsolideerde jaarrekening en bevat geen van materieel belang zijnde inconsistenties ten aanzien van de informatie waarover wij beschikken in het kader van ons mandaat.

Diegem, 1 maart 2016

De commissaris

DELOITTE Bedrijfsrevisoren BV o.v.v.e. CVBA Vertegenwoordigd door Pierre-Hugues Bonnefoy

Statutaire financiële staten

STATUTAIR OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE EN WINST-EN-VERLIESREKENING

Boekjaar afgesloten op 31 december (in duizenden euro) 2015 2014
Vaste Activa 1.332.944 1.408.686
Oprichtingskosten 0 178
Immateriële vaste activa 353 974
Materiële vaste activa 1.330 7.044
Financiële vaste activa 1.331.261 1.400.490
A. Verbonden ondernemingen 1.330.939 1.393.639
B. Andere financiële activa 322 6.851
Vlottende activa 327.577 330.754
Vorderingen op meer dan één jaar 0 0
Voorraden en bestellingen in uitvoering 61.267 126.857
Vorderingen op ten hoogste één jaar 193.570 184.335
- Handelsvorderingen 66.110 128.963
- Overige vorderingen 127.460 55.372
Geldbeleggingen 1.255 1.932
Liquide middelen 68.246 11.263
Overlopende rekeningen 3.239 6.367
Totaal van de activa 1.660.521 1.739.439
Eigen vermogen 1.193.150
41.330
1.129.891
41.330
Kapitaal
Uitgiftepremies
592.651 592.651
Herwaarderingsmeerwaarden 487.399 487.399
Reserves 8.654 8.511
Overgedragen winst (+) of overgedragen verlies (-) 63.116 0
Voorzieningen en uitgestelde belastingen 58.923 61.553
Schulden 408.448 547.995
Schulden op meer dan één jaar 152.580 113.439
Schulden op ten hoogste één jaar 254.898 434.078
- Financiële schulden 0 7.854
- Handelsschulden 73.870 110.266
- Schulden met betrekking tot belastingen en ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen 51.783 118.329
- Overige schulden 129.245 197.629
Overlopende rekeningen 970 478
Totaal van de passiva 1.660.521 1.739.439
Boekjaar afgesloten op 31 december (in duizenden euro) 2015 2014
Resultaten
Bedrijfsopbrengsten 273.031 376.996
Bedrijfskosten (282.476) (376.491)
- Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen (182.245) (260.656)
- Diensten en diverse goederen (65.923) (61.701)
- Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen (29.267) (41.402)
- Afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen (3.750) (9.322)
- Andere bedrijfskosten (1.291) (3.410)
Bedrijfswinst (9.445) 505
Financiële opbrengsten 74.319 57.807
Financiële kosten (7.409) (10.246)
Winst uit de gewone bedrijfsuitoefening, vóór belasting 57.465 48.066
Uitzonderlijke opbrengsten 108.529 4
Uitzonderlijke kosten (41.606) (11.131)
Winst van het boekjaar vóór belasting 124.388 36.939
Belastingen (onttrekking en regularisering) (374) 113
Winst van het boekjaar 124.014 37.052
Resultaatverwerking
Winst van het boekjaar 124.014 37.052
Overgedragen winst 0 610
Vergoeding van het kapitaal (60.755) (50.629)
Beschikbare reserves 0 14.820
Wettelijke reserves (143) (1.853)
Over te dragen winst 63.116 0

ANALYSE VAN DE WINST-EN-VERLIESREKENING EN VAN HET OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE

De omzet van CFE NV daalt gevoelig. Dit wordt verklaard door de verkoop van de activiteitstak 'Bouw Vlaanderen' op 1 juli 2015, alsook door de terugval van de activiteiten 'burgerlijke bouwkunde' en een daling van de activiteit 'gebouwen' in het Brussels Gewest.

Het bedrijfsresultaat wordt negatief beïnvloed door de zware verliezen die werden geleden op het project van het zuiveringsstation in Brussel-Zuid en de moeizame uitvoering van enkele werven in Brussel.

De verhoging van de ontvangen dividenden van de dochterondernemingen verklaart de positieve evolutie van het financieel resultaat.

De uitzonderlijke kosten en opbrengsten bestaan hoofdzakelijk uit de meerwaarden en minderwaarden op de verkopen van dochterondernemingen van de pool Vastgoedontwikkeling en de pool Contracting. Met uitzondering van de transactie met de groep Willemen, gaat het om verkopen binnen de groep die geen impact hebben op de geconsolideerde rekeningen.

Talk to a Data Expert

Have a question? We'll get back to you promptly.