AI Terminal

MODULE: AI_ANALYST
Interactive Q&A, Risk Assessment, Summarization
MODULE: DATA_EXTRACT
Excel Export, XBRL Parsing, Table Digitization
MODULE: PEER_COMP
Sector Benchmarking, Sentiment Analysis
SYSTEM ACCESS LOCKED
Authenticate / Register Log In

Compagnie d'Entreprises CFE SA

Annual Report Apr 3, 2012

3929_10-k_2012-04-03_f599bd18-6814-4c40-9c43-2f9c5e6ccb09.pdf

Annual Report

Open in Viewer

Opens in native device viewer

JAARVERSLAG 2011 131e maatschappelijk boekjaar

AANNEMINGSMAATSCHAPPIJ F E NV

Opgericht te Brussel op 21 juni 1880 Maatschappelijke zetel : Herrmann-Debrouxlaan 42, 1160 Brussel - België Ondernemingsnummer 0400.464.795 RPR Brussel Telefoon : +32 2 661 12 11 Fax: +32 2 660 77 10 E-mail: [email protected] Internet: http://www.cfe.be

Inhoudstafel

De groep C F E

Editoriaal 3
Strategie 5
Management 8
Operationeel organigram 10
Raad van bestuur 12
Informatie over het aandeel 14
Mens en milieu centraal 23
Een verantwoordelijke onderneming 33
De markante feiten van 2011 36

De activiteit

Pool PPS-Concessies 38
Pool vastgoedontwikkeling- en beheer 44
Pool bouw 52
Pool multitechnieken 68
Pool baggerwerken en milieu 80

Financiële elementen

Beheersverslag van de raad van bestuur 104
Geconsolideerde financiële staten 148
Statutaire financiële staten 226

Colofon

Aannemingsmaatschappij CFE NV Herrmann-Debrouxlaan 42 BE 1160 Brussel

Verantwoordelijke uitgever : Yves Weyts

Contactpersoon : Ann Vansumere Tel. +32.2.661.13.97 [email protected]

Kerncijfers

Geconsolideerde staat van het totaal resultaat in miljoen EU

IFRS
2007 2008 2009 2010 2011
Omzet 1.467,6 1.728,4 1.602,6 1.774,4 1.793,8
Bedrijfsresultaat 99,0 112,4 88,6 99,1 84,9
Resultaat van het boekjaar vóór belasting 83,9 95,4 76,8 85,2 69,2
Nettores
ultaat – aandee
l van de groep
62,4 69,9 61,7 63,3 59,1
Cashflow (1) 156,5 185,4 174,0 195,0 171,5
EBIT (2) 100,7 113,7 91,2 98,9 84,9
EBITDA (3) 166,9 196,2 184,2 197,3 181,6
Eigen vermogen
van de groep
(vóór verdeling)
317,3 357,7 413,3 466,1 501,7

(1) Cashflow: zie geconsolideerde financieringstabel op pagina 152 van het financieel jaarverslag.

(2) EBIT: bedrijfsresultaat + opbrengst uit financiële vaste activa + aandeel in het resultaat van de ondernemingen waarop vermogensmutatie is toegepast.

(3) EBITDA: EBIT + afschrijvingen + andere elementen non cash (volgens IFRS-referentie)

Geconsolideerde balans in miljoen EUR

IFRS
2007 2008 2009 2010 2011
Eigen vermogen 322,9 368,2 423,8 475,5 508,8
Netto financi
ële schuld
103,1 133,5 152,3 248,0 350,0
Investeringen
in immateri
ële en materi
ële vaste
activa
101,2 156,8 190,2 223,3 217,6
Afschri
jving
66,9 73,4 82,1 98,3 101,5
IFRS
2007 2008 2009 2010 2011
Omzet 26,1% 17,8% -7,3% 10,7% 1,1%
EBIT 12,9% -19,8% 8,4% -14,2%
Resultaat van het boekjaar 53,3% 12,0% -11,7% 2,5% -6,7%

Gegevens per activiteit

Evolutie van het bedrijfsresultaat

Ratios

IFRS
2007 2008 2009 2010 2011
EBIT/omzet 6,8% 6,6% 5,7% 5,6% 4,7%
EBIT/ cashflow 64,3% 61,3% 54,4% 50,7% 51,7%
EBITDA/ omzet 11,4% 11,4% 11,5% 11,1% 10,1%
Nettores
ultaat aandee
l van de
groep/ eigen middelen van de groep
19,7% 19,5% 14,9% 13,6% 11,8%
Nettores
ultaat aandee
l van de
groep/ omzet
4,3% 4,0% 3,9% 3,6% 3,3%

kerncijfers

v a s tg o e d o n t w. e n b e h e e r

v a s tg o e d o n t . e n b e h e e r

Colofon

Copyright van de foto's en beelden in alfabetische volgorde:

DEME Philippe van Gelooven Tom D'Haenens

Concept en realisatie : Antenno Marketing & Communicatie Cogels Osylei 19 BE 2600 Berchem

Dit jaarverslag is verkrijgbaar in het Nederlands, Frans en Engels.

vrouwen, mannen, 1 groep

JAARVERSLAG 2011

131e maatschappelijk boekjaar

Editoriaal

In een moeilijke economische context heeft CFE in 2011 bewezen een meer dan solide bedrijf te zijn. Ten opzichte van 2010 is de omzet gelijk gebleven. Het bedrijfsresultaat bedraagt 84,90 miljoen euro en de nettowinst na belastingen bedraagt

59,10 miljoen euro.

Het geheel van de activiteiten van de groep hebben in positieve zin bijgedragen aan de resultaten van het boekjaar. Ondanks een incident op een saneringsproject in Brazilië heeft DEME zijn positie in de baggersector aanzienlijk verstevigd, waarbij het vooral in Australië commercieel zeer succesvol was. Tegelijk wordt de modernisering van de vloot verder uitgevoerd, waarmee de basis wordt gelegd voor nieuwe successen in de komende jaren.

Het voorbije jaar heeft de groep zich verder uitgebreid vooral in het domein van de multitechnieken. De overname van de Waalse firma ETEC, die gespecialiseerd is in openbare verlichting, en de commerciële successen van VMA in Turkije en Slowakije bieden nieuwe perspectieven voor de ontwikkeling van de groep in deze sector, die voortaan goed is voor 10% van de totale omzet.

De bouwsector sluit het boekjaar af met een historisch hoog aantal orders, wat mede te danken is aan onze internationale successen. CFE is voortaan aanwezig in Tunesië, Algerije, Tsjaad, Nigeria en Qatar.

Ook in de sector van de vastgoedontwikkeling heeft 2011 ons aanzienlijke successen gebracht. De teams van BPI en CFE Immo wisten zich te positioneren met de meest in het oog springende projecten op de Belgische markt: de Solvay-site in Elsene, Van Maerlant in de Europese wijk, de Lichttoren in Antwerpen, het residentiële project Oosteroever in Oostende, en niet te vergeten het Victor-project tegenover het

Zuidstation.

De pool PPS-Concessies sleepte het contract voor het politiebureau van Charleroi in de wacht, een project waaraan tot 2014 gewerkt zal worden en dat recent bekroond is met de Futura award tijdens de MIPIM 2012 in Cannes. Rent-A-Port in Vietnam zag zijn jarenlange werk beloond met de inplanting van Bridgestone op de site van Hai Phong. Ook daar ziet de toekomst er veelbelovend uit.

Met een bijzonder goed gevuld orderboek in januari 2012 ziet CFE het nieuwe jaar met vertrouwen tegemoet. De diversiteit van onze activiteiten, de gevarieerde geografische aanwezigheid van de groep en het voortdurende streven naar synergieën tussen de diverse polen, rechtvaardigen de verwachting dat wij

ook dit jaar sterker zullen presteren.

De motivatie van het personeel is in dit opzicht een bijkomende troef. CFE is onlangs gekozen tot Top Employer van het jaar. Dankzij deze nieuwe onderscheiding zullen wij makkelijker het nodige personeel kunnen vinden om in te spelen op de nieuwe uitdagingen voor ons als bedrijf, waarvan klantentevredenheid één van de belangrijkste is.

Gedelegeerd bestuurder Voorzitter van de raad van bestuur

Oostende : DP II Jack-up Neptune

Strat egi e

Een steeds meer gediversifieerde en verdere internationale ontwikkeling

In 2011 heeft de groep CFE zijn groei voortgezet door te focus sen op internationale ontwikkeling, de versterking van de pool multitechnieken en de integratie van duurzame ontwikkeling in alle aspecten van de activiteiten. Echter, en dat is de conse quentie van de strategie, weet C F E meer dan ooit de relevantie te bevestigen van zijn structuur- en werkingsmodel, dat door zijn complementariteit en synergieën een grote slagkracht heeft en perfect beantwoordt aan de groeiende vraag naar totaalop lossingen op de markt. Het is een model dat klantentevreden heid hoog in het vaandel voert en C F E volkomen terecht een uitstraling verleent als kwalitatieve en betrouwbare partner.

Een coherente structuur die leidt tot interne synergieën

Geen enkele onderneming maakt toevallig deel uit van de groep CFE. Integendeel: het gaat om een coherente structuur met entiteiten en vakgebieden die elkaar aanvullen.

Stroomopwaarts staan de vastgoedontwikkelingsbedrijven in voor het volledige proces van de acqui sitie van terreinen, project- en productselectie, het verkrijgen van vergunningen, de uitvoering van de bouwwerken en de verkoop aan particulieren of investeerders. De pool PPS-Concessies, die in 2011 on der meer het contract binnenhaalde voor het politiebureau van Charleroi, vormt een belangrijke troef bij het toekennen van opdrachten, door eveneens de financiering bij projecten van lokale besturen aan te bieden. Deze pool verzekert vaste contracten op lange termijn, terwijl de rest van de activiteiten eerder de korte termijn betreffen.

Telkens als de groep stroomopwaarts actief is, voor ontwikkelingen of concessies, wordt de kracht van de synergieën duidelijk: de bouwondernemingen staan in voor de bouwwerken, de bedrijven gespeci aliseerd in elektriciteit en verwarming/klimaatregeling zorgen voor de uitrusting en de installaties, de burgerlijke bouwkunde bedrijven nemen o.a. de kunstwerken voor hun rekening enz. Het onderhoud wordt vervolgens verzekerd door gespecialiseerde dochters als Aannemingen Van Wellen (wegen), MBG (burgerlijke bouwkunde) of be.Maintenance (multitechnieken). En uiteraard gaan de financiële afdeling en de afdeling concessies op zoek naar de nodige middelen om het project te verwezenlijken.

Bovendien stellen we vast dat ook de baggerbedrijven en de ondernemingen gespecialiseerd in burger lijke bouwkunde of maritieme engineering, zoals GEKA, steeds vaker gezamenlijke projecten uitvoeren, en dat zowel in België en Nederland als in Duitsland en Denemarken voor een aantal projecten.

Het CFE-model is dus duidelijk gebaseerd op een logische koppeling, die synergieën creëert tussen de verschillende ondernemingen van de groep. Het model behoudt ook zijn harmonie en evenwicht naar mate de groep blijft groeien en zich diversifieert: terwijl CFE nieuwe polen en vakgebieden toevoegde en nieuwe ondernemingen opnam in de groep, genereerden ook de investeringen in DEME een gelijkwaardige groei. Hierdoor zijn de baggeractiviteiten nog steeds goed voor 50% van de activiteiten van CFE, net als acht jaar geleden.

De tevredenheid van de klant voorop

In onze vakgebieden zijn klanten heel vaak op zoek naar een totaaloplossing voor hun problemen, naar een antwoord dat hun gegeven kan worden door één enkele partner. Dit is bijvoorbeeld het geval voor concessies, waar het de pool PPS-Concessies is die deze totaaloplossingen aanreikt. Het geldt echter net zo goed in de spoorsector, waar de plaatsing van rails, signalisatie en bovenleidingen één pakket vormt, of in de maritieme en de baggersector, waar de klant zoekt naar een totaaloplossing.

In dat opzicht speelt CFE optimaal in op de verwachtingen. Dankzij zijn uiteenlopende competenties en activiteiten kan de groep de klant als gepriviligeerde partner een intern gecoördineerde totaalop lossing aanreiken met CFE-stempel, waarvoor een beroep wordt gedaan op alle componenten van de groep. Dit creëert voor de klanten substantiële voordelen. Het is een vaststelling die evengoed opgaat voor de baggeractiviteiten. De handtekening van DEME geeft het geheel van haar competenties weer.

CFE geniet vandaag een reputatie als ernstige, geloofwaardige groep die vertrouwen uitstraalt. Ge tuige hiervan zijn de opeenvolgende projecten die ze uitvoert voor dezelfde klanten en de groei van een sterk relationeel netwerk bij de belangrijkste besluitvormers, voornamelijk in België, dankzij de kwaliteit van de geleverde prestaties.

Aanhoudende internationale focus

De huidige crisis bevestigde en bevestigt nog steeds meer dan ooit de keuze voor verdere internationa le ontwikkeling. Voor DEME is het evidenter: de onderneming heeft uiteraard niet voldoende aan Bel gië alleen voor zijn activiteiten en koos daarom van bij het begin voor een internationale strategie, en dat voor al zijn vakgebieden: baggerwerken, milieuactiviteiten, offshorewerken, heavy-liftingprojecten op zee enz.

Voor de andere activiteiten van de groep CFE ligt de situatie anders. Historisch is het zeker zo dat de groep altijd zeer internationaal georiënteerd is geweest. In 2000 werd de grote dochteronderneming van CFE in Afrika echter verkocht, waarna de andere internationale activiteiten volgden. Er restten, in de beginjaren van 2000, alleen nog wat activiteiten in Polen en Hongarije.

De voorbije jaren heeft CFE deze trend echter omgekeerd en vandaag streeft de groep ernaar om met al zijn activiteiten internationaal actief te zijn.

Bouwprojecten: in Centraal-Europa en steeds vaker ook in Afrika

-

Wat de bouwsector betreft beschikt CFE over vaste vestigingen in Centraal-Europa (Polen, Hongarije, Slowakije en Roemenië) en is er de duidelijke wens om ook aanwezig te zijn op het Afrikaanse conti nent. In 2011 behaalde de groep er enkele mooie successen, met onder meer de oplevering van de Uni versiteit van Toukra en de ondertekening van andere belangrijke contracten in Tsjaad. In Nigeria, één van de meest dynamische en meest bevolkte Afrikaanse landen, haalde de groep in 2011 het contract binnen voor de bouw van een woontoren, in samenwerking met een lokale privépartner. In januari 2012 ondertekende CFE de overeenkomst voor de bouw van de hoofdzetel van BNP Paribas in Algiers, wat de aanwezigheid inluidt van de groep in Algerije, een aanwezigheid die CFE overigens permanent wil maken. In Tunesië is CFE ondertussen zo'n drie jaar lang aanwezig voor de concessie van Bizerte, waar de bouwwerken volop bezig zijn. De problemen op economisch en toeristisch vlak veroorzaakt door de revolutie zijn vandaag achter de rug, wat het beste doet verhopen voor de toekomst. Met CFE Middle East is de groep tot slot sinds een viertal jaar ook actief in Qatar. CFE wil er zijn aanwe zigheid versterken op de lokale markt en uitbreiden naar de buurlanden met Abu Dhabi in het bijzon der.

-

Voor de bouwactiviteiten was 2011 dus een jaar waarin de inspanningen op internationaal vlak werden geconcretiseerd, met mooie successen in een groot aantal landen en de voorbereiding van toekom stige projecten, onder meer in Sri Lanka. De activiteiten betroffen hoofdzakelijk projecten in het gebou wensegment. In 2012 verwacht de groep echter ook een gestage internationale ontwikkeling van de activiteiten op het vlak van burgerlijke bouwkunde en maritieme engineering.

-

Eerste bemoedigende stappen in de diversifiëring van de internationale

activiteiten

Ook voor de pool multitechnieken zijn er opportuniteiten voor een internationale ontwikkeling. De pool heeft op dat vlak ook al enkele successen geboekt, vooral dankzij VMA en zijn automatiseringsacti viteiten in de automobielsector. Naast Slowakije, waar CFE al geruime tijd actief is, heeft VMA ook een overeenkomst gesloten in Hongarije en recent nog in Turkije, waar zij VMA Turkije heeft opgericht om de aanwezigheid in dit land te versterken. In Polen overweegt CFE de oprichting van de dochter VMA Polska, om gebruik te maken van de synergieën met bouwonderneming CFE Polska en er zo ook klas sieke elektriciteitsactiviteiten te ontplooien.

Wat de vastgoedontwikkeling betreft, die tot voor kort beperkt was tot België en Luxemburg, heeft de groep zijn activiteiten reeds uitgebreid naar Polen, waar een specifiek team op dit moment bezig is met de bouw van een residentieel complex bestaande uit vier torens in Gdansk en diverse terreinen heeft verworven in Warschau voor de ontwikkeling van kantoren, residentieel vastgoed en winkelcen tra.

De pool multitechnieken in volle ontwikkeling

De pool multitechnieken is relatief jong. Hij bestaat immers pas een vijftal jaar in zijn huidige vorm. Doelstelling: voet aan de grond krijgen op (initieel) het volledige Belgische grondgebied in alle domei nen. Zoals hierboven vermeld streeft CFE vandaag echter ook voor de pool multitechnieken naar een

internationale ontwikkeling.

Aan de 'klassieke' activiteiten van de pool (spoorwegen, elektriciteit, verwarming en klimaatregeling) heeft de groep in 2011 onderhoudsactiviteiten toegevoegd met de creatie van de gespecialiseerde on derneming be.Maintenance. Op dit vlak wordt de komende jaren een substantiële expansie verwacht. Een andere nieuwe activiteit van de pool is openbare verlichting. Deze activiteit werd mogelijk na de acquisitie van de onderneming ETEC in Wallonië en de aanstaande implementatie van een onderne ming gespecialiseerd in openbare verlichting in Vlaanderen door organische groei.

Focus op het spoor

CFE is via de onderneming ENGEMA altijd al zeer actief geweest op spoorwegvlak, en sinds kort is hier ook het bedrijf Louis Stevens & Co bijgekomen. ENGEMA hield zich initieel bezig met de plaatsing van bovenleidingen, maar koos vijf jaar geleden voor een diversifiëring naar spoorwegsignalisatie en is ondertussen uitgegroeid tot een belangrijke speler in dat domein op de Belgische markt. Om in te spelen op de groeiende vraag naar gecombineerde opdrachten waarbij de plaatsing van sporen, signalisatie en bovenleidingen gegroepeerd worden, wenst CFE zich te versterken in de plaatsing van rails, een activiteit die zeer complementair is met de andere activiteiten: elektrificatie, wegenbouw en infrastructurenbouw. Deze versterking in België werd geconcretiseerd door de acquisitie van Remacom eind februari 2012.

Duurzaamheid cruciale factor in de ontwikkeling

Bij de groep CFE gaat de ontwikkeling van de activiteiten al jarenlang gepaard met de toepassing van duurzaamheidscriteria. Zo voert op groepsniveau een specifieke cel onderzoek naar nieuwe manieren om duurzaam te bouwen en te werk te gaan voor de ondernemingen en hun projecten, en getuigen op entiteitsniveau een groot aantal initiatieven van de betrokkenheid van de ondernemingen en hun medewerkers bij een benadering die het grootste belang hecht aan respect voor het milieu. Dit al les vertaalde zich in 2011 in de bouw van passiefprojecten of lage-energiegebouwen, de plaatsing van zonnepanelen, de installatie en aansluiting van windturbineparken enz. Ook intern namen de ondernemingen diverse maatregelen om hun energieverbruik te reduceren, gebruik te maken van hernieuwbare energie, de CO2-uitstoot te verlagen en afval te sorteren. Diverse ondernemingen focus sen bovendien van nature uit op duurzame ontwikkeling. Dat geldt onder meer voor CFE EcoTech, dat afvalwater zuivert en valoriseert, voor de groep Terryn, die gespecialiseerd is in houtconstructies, of voor DEC-Ecoterres, dat zich bezighoudt met bodemsanering.

CFE 2011

gedelegeerd bestuurder van CLE, directeur van Tunesië en Marokko, gedelegeerd bestuurder van CLi

adjunct directeur generaal van de pool bouw en bestuurder van DEME

directeur CFE Brabant

directeur generaal van de pool multitechnieken, directeur CFE EcoTech en CFE Polska

gedelegeerd bestuurder van de groep CFE en voorzitter van het directiecomité van DEME

adjunct directeur generaal corporate – directeur financiën en administratie van de groep CFE, directeur van de pool PPS-Concessies (tot 31/01/2012) en voorzitter van de Groep Terryn

gedelegeerd bestuurder van BPC en

bestuurder van Amart

directeur duurzame ontwikkeling van de

groep CFE en voorzitter van Sogesmaint-CBRE

gedelegeerd bestuurder van BPI en directeur van CFE Immo

directeur van de pool PPS-Concessies (vanaf 01/02/2012)

directeur MBG

gedelegeerd bestuurder van Aannemingen communicatie van de groep CFE

Van Wellen, directeur synergie en

directeur CFE Nederland en GEKA

directeur human resources van de groep CFE

directeur BAGECI

directeur CFE International (inclusief CFE Hungary, CFE Slovakia, CFE România*, CFE Middle East, CFE Tchad, CFE Algérie, Cobel Contracting Nigeria Ltd)

m i l i e u d i e n s t e n z e e a g g r e g at e n
b e l g i ë
n e d e r l a n d
a z i ë v k
a u s t r a l i ë
b e l g i ë
i n d i a
m e x i c o
m i d d e n-o o s t e n
n i g e r i a
n e d e r l a n d
d e f i l i p p i j n e n v e r n i e u w b a r e Hy d r a u l i s c h e
s pa n j e e n e r g i e & p r o j e c t t e c h n i e k e n e n
v k o n t w i k k e l i n g m a r i t i e m e w e r k e n
t e r m i n a l e n
m a r i t i e m e d i e n s t e n
d i e p z e e m i j n w e r k e n

50%

* b i j k a n t o r e n

CFE 2011

Voorzitter van de raad van bestuur

Onafhankelijk bestuurder Lid van het benoemings- en bezoldigingscomité

Bestuurder Lid van het benoemings- en bezoldigingscomité

Onafhankelijk bestuurder Voorzitster van het benoemings- en

bezoldigingscomité

Onafhankelijk bestuurder Lid van het auditcomité

Onafhankelijk bestuurder Voorzitter van het auditcomité

Bestuurder

Bestuurder

Enkele gegevens over het aandeel en de uitoefening van rechten

Cijfers in EUR per aandeel

2007 2008 2009 2010 2011
vóór
splitsing
na
splitsing
(*)
Aantal
aandelen
op
31/12
654.613 13.092.260 13.092.260 13.092.260 13.092.260 13.092.260
Bedrijfsresultaat 151,3 7,56 8,59 6,77 7,57 6,49
Cashflow 239,1 11,95 14,16 13,3 14,89 12,54
Nettoresultaat
van
de groep
95,4 4,77 5,34 4,17 4,83 4,51
Brutodividend 24,0 1,2 1,2 1,2 1,25 1,15
Nettodividend 18,0 0,9 0,9 0,9 0,9375 0,8625
Eigen vermogen
van
de groep
484,6 24,2 27,3 31,6 35,6 38,3

De beurs

2007 2008 2009 2010 2011
vóór split-
sing
na
split- sing (*)
Uiterste
beurskoersen
minimum
EUR 947 47,35 22,90 16,00 32,10 35,03
Uiterste
beurskoersen
maximum
EUR 1.533 76,65 72,50 42,00 54,84 59,78
Slotkoers
van het boekjaar
EUR 1.400 70,00 29,25 35,50 53,71 37,99
Gemiddeld
dageli
jks volume
aantal
aande
- len
1.061 21.220 17.240 24.035 17.412 15.219
Beurskapitalisatie
op 31/12
Mio
EUR
916,46 916,46 382,95 464,78 703,19 497,4

(*) gegevens rekening houdend met de splitsing door 20 van het aandeel

Vergelijking tussen de stand van het CFE-aandeel en de BEL 20-index

Sedert vijf jaren

Enkele gegevens over het aandeel en de uitoefening van rechten

Op 31 december 2011 werd het kapitaal van CFE vertegenwoordigd door 13.092.260 aandelen.

Wij herinneren eraan dat de buitengewone algemene vergadering van 8 oktober 2007 het volgende had goedgekeurd:

  • het voorstel van de raad van bestuur om, per 1 januari 2008, de effecten aan toonder van de vennootschap af te schaffen,
  • het voorstel van de raad van bestuur om, per 1 januari 2008, de zeshonderd vierenvijftig duizend zeshonderd dertien (654.613) aandelen van de vennootschap – zonder waardevermelding, volledig gestort, vertegenwoordigend het maatschappelijk kapitaal van eenentwintig miljoen driehonderd vierenzeventig duizend negenhonderd eenenzeventig euro drieënveertig cent (21.374.971,43 euro) – te splitsen in 20, waardoor het gezegde kapitaal van de vennootschap vanaf de genoemde datum vertegenwoordigd wordt door dertien miljoen tweeënnegentig duizend tweehonderd zestig (13.092.260) aandelen.

Dit proces voor de dematerialisering en de splitsing is nog altijd aan de gang.

De splitsing van de aandelen op naam gebeurde automatisch. Aan de aandeelhouders werd in het register van aandeelhouders automatisch het aantal gesplitste aandelen toegekend dat hen toekwam.

De splitsing van de aandelen aan toonder die per 1 januari 2008 al ingeschreven waren op een effectenrekening, gebeurde automatisch. Aan de aandeelhouders werd automatisch het aantal gesplitste aandelen toegekend dat hen toekwam.

Voor de inwisseling en de splitsing van de bestaande aandelen aan toonder die nog in materieel bezit zijn, dienen de aandeelhouders deze ofwel te overhandigen aan een financiële instelling van hun keuze om ze in te schrijven op een effectenrekening, ofwel te overhandigen op de maatschappelijke zetel van de vennootschap om ze te laten inschrijven in het register van aandeelhouders. Het is het gesplitste aantal effecten dat in rekening wordt gebracht of ingeschreven wordt in het register van aandeelhouders.

Sinds 1 januari 2008 is de uitoefening opgeschort van elk recht verbonden aan aandelen aan toonder zolang die nog in materieel bezit blijven. Sinds die datum moeten de eigenaars van aandelen aan toonder voorafgaandelijk de inwisseling van hun aandelen in aandelen op naam of gedematerialiseerde aandelen vragen om te kunnen deelnemen aan een algemene vergadering van de vennootschap.

De aandelen aan toonder die op 31 december 2013 niet op een effectenrekening zullen geboekt worden, zullen dit tijdstip van rechtswege omgezet worden in gedematerialiseerde aandelen.

Euroclear Belgium werd aangesteld als vereffeningsinstelling.

Het register van aandelen op naam wordt elektronisch bijgehouden en het beheer ervan werd toevertrouwd aan Euroclear Belgium (CIK NV).

Er werden geen converteerbare obligaties of warrants uitgegeven.

Bank Degroof werd aangeduid als 'Main Paying Agent'.

De financiële instellingen waar de houders van financiële instrumenten hun financiële rechten kunnen uitoefenen, zijn: Bank Degroof, BNP Paribas Fortis en ING België.

Hoofdaandeelhouderschap

Op 16 oktober 2007, ontving CFE een schrijven vanwege VINCI Construction, overeenkomstig de bepalingen van artikel 74, paragraaf 7 van de wet van 1 april 2007 betreffende openbare overnamebiedingen, met bijgaande nota overgemaakt aan de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen.

1. Naam van de emittent van de aangehouden effecten met stemrecht Aannemingsmaatschappij CFE

2. Volledige identiteit van de natuurlijke of rechtspersoon die op 1 september 2007 alleen in het bezit is van meer dan 30% van de effecten met stemrecht van de emittent genoemd in punt 1

Rechtspersoon : VINCI Construction - société par actions simplifiée 5 cours Ferdinand-de-Lesseps F-92500 Rueil-Malmaison (France) Telefoon : 33 1 47 16 39 00

Contactpersoon : de heer François Ravery

3. Volledige identiteit van de natuurlijke en/of rechtsperso(o)n(en) die de uiteindelijke controle heeft/hebben over de rechtspersoon genoemd in punt 2

Rechtspersoon : VINCI - société anonyme 1 cours Ferdinand-de-Lesseps F-92500 Rueil-Malmaison (France)

Telefoon : 33 1 47 16 35 00

Contactpersoon : de heer Christian Labeyrie

4. Controleketen

VINCI bezit 86,64% van de stemrechten van VINCI Construction en heeft zo de exclusieve controle over deze laatste. Het saldo van 13,36% is in de handen van SOCOFREG, een bedrijf dat voor de volle 100% in het bezit is van VINCI.

VINCI is een Franse naamloze vennootschap genoteerd op de Beurs van Parijs. Aangezien het disparate karakter van de aandeelhouders, heeft niemand een controle op VINCI.

5. Aantal en percentage van de effecten met stemrecht die in het bezit zijn van de persoon genoemd

in punt 2

Aantal aangehouden effecten met stemrecht 306.644 effecten Percentage 46,84%

(*) vóór de splitsing van het aandeel door 20. Rekening houdend met deze splitsing bedraagt het huidig aantal

6.132.880

6. Datum en handtekening van de persoon genoemd in punt 2

11 oktober 2007 - François Ravery

7. Datum en handtekening van de persoon genoemd in punt 3 11 oktober 2007 - Christian Labeyrie.

Aanmelding aan de CBFA, krachtens artikel 74, § 6, van de wet van 1 april 2007, van een persoon die op 1 september 2007 alleen in het bezit is van meer dan 30% van de effecten met stemrecht in een vennootschap die genoteerd is op Eurolist, Alternext by Euronext of de Vrije Markt.

Op 28 juli 2008 heeft VINCI Construction de vennootschap CFE op de hoogte gebracht van de informatie die VINCI Construction verstrekte aan de Commissie voor Bank-, Financie- en Assurantiewezen. Volgens deze informatie bezit VINCI Construction 46,84% van het kapitaal van CFE. Dit percentage bleef onveranderd sinds de laatste aangifte van 11 oktober 2007. Bovendien bezit VINCI Construction geen aandelen in een gelijkaardige bouwmaatschappij die aandelen heeft in CFE.

Op 19 augustus 2009 heeft VINCI Construction de vennootschap CFE in kennis gesteld van het feit dat de deelneming van VINCI CONSTRUCTION in CFE ongewijzigd is gebleven sinds haar vorige kennisgeving dd. 1 september 2008, waarbij VINCI Construction 46,84% van het kapitaal van CFE bezit.

Op 19 augustus 2010 werd de vennootschap CFE in kennis gesteld over de nieuwe wijziging die VINCI Construction overmaakte aan de Commissie voor Bank-, Financie- en Assurantiewezen. Het aandeel van VINCI Construction, zijnde 46,84% van het kapitaal van CFE, bleef ongewijzigd. Daarentegen, sinds 22 maart 2010, bezit VINCI rechtstreeks 100% de aandelen in het kapitaal van VINCI Construction dat voordien voor 86,64% in het bezit was van VINCI en voor 13,36% in het bezit was van SOCOFREG, eveneens voor 100% een dochteronderneming van de maatschappij VINCI.

Op 19 augustus 2011 heeft VINCI Construction de vennootschap CFE in kennis gesteld, bij toepassing van de bepalingen van artikel 74 van de wet van 1 april 2007, dat de deelneming van VINCI CONSTRUC-TION in CFE ongewijzigd is gebleven sinds haar vorige kennisgeving dd. 1 september 2008, waarbij deze 46,84% bedroeg.

Belgische reglementering inzake transparantie

De hieronder vermelde aandeelhouderstructuur blijkt uit de kennisgevingen die CFE had ontvangen op de datum van de afsluiting van de rekeningen, bij toepassing van de reglementering inzake transparantie (Titel II van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan de aandelen zijn toegelaten tot verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen).

- VINCI Construction S.A.S., met maatschappelijke zetel in de Cours Ferdinand de Lesseps 5 te 92500 Rueil Malmaison (Frankrijk), was op 19 augustus 2009 eigenaar van 6.132.880 stemrechtverlenende effecten van de Aannemingsmaatschappij CFE NV, hetzij 46,84% van de stemrechten van de vennootschap. VINCI SA, die de exclusieve controle uitoefent op VINCI Construction, is de ultieme controlerende aandeelhouder van de Aannemingsmaatschappij CFE.

De kennisgevingsdrempel van de belangrijkste participaties werd door de statuten van de Aannemingsmaatschappij CFE bepaald en bedraagt 3% van het totaal van de bestaande stemrechten.

Ukkel - Les Hauts Prés

De groep CFE

Personeel: een kostbaar goed, vandaag en morgen

Zowel voor de ontwikkeling en geografische uitbreiding van de activiteiten als om de natuurlijke afvloeiingen van medewerkers op te vangen heeft de groep in 2011 een actief extern aanwervingsbeleid gevoerd. En net als het voorgaande jaar had de groep medewer kers nodig voor een aantal uiterst specifieke vakgebieden. Ondanks de economische situatie is CFE ook jonge ingenieurs blijven rekruteren, als belangrijke personeelsinvestering voor de toekomst.

Vaklui met specifieke internationale competenties

De aanwervingsbehoeften voor internationale functies zijn in 2011 sterk toegenomen, maar de groep kan tevreden terugblikken op een succesvolle invulling van de vacatures. Hiertoe heeft CFE een beroep gedaan op nieuwe kanalen voor externe rekrutering, die expats of lokale medewerkers hebben opgeleverd met de vereiste ervaring, organisatietalenten en com petenties voor het beheer van internationale projecten. Het is immers zo dat CFE bij externe aanwervingen enkel ervaren professionals rekruteert, die de lokale of regionale taal en situatie goed kennen en aan de meest uiteenlo pende situaties het hoofd kunnen bieden.

Bovendien heeft de groep zijn focus op interne transfers voortgezet en zelfs vergroot, en werd tot grote tevredenheid vastgesteld dat heel wat medewerkers interesse hebben voor een opdracht in het buitenland, en dat ondanks de terughoudendheid rond professionele mobiliteit die vandaag algemeen bestaat op de arbeidsmarkt. CFE heeft dan ook verschillende van zijn jonge projectingenieurs met enkele jaren beroepservaring de kans gegeven een eerste expatervaring op te doen. Op die manier creëert de groep voor de toekomst een harde kern van ervaren professionals, die in staat zijn om de uitdagingen aan te gaan die een grote geografische omvang meebrengt.

The right man at the right place

In 2011 kreeg de personeelsafdeling een uitdaging van formaat voorgeschoteld: tientallen doorgewinterde professionals vinden die bereid waren om in het buitenland aan de slag te gaan, als antwoord op de internationale ontwikkelingsbehoeften van de groep. Zowel op kwalitatief als kwantitatief vlak werd deze missie een succes: alle vacatures konden ingevuld worden. Dit gebeurde niet alleen met externe aanwervingen, maar ook door eigen personeel te motiveren, waardoor heel wat transfers gebeurden naar entiteiten die internationaal actief zijn. Het resultaat is een geoptimaliseerde verhouding tussen de omzet

Toename van het personeelsbestand

Op 31/12/2011 telde de groep CFE 5.731 werknemers, liefst 7% meer dan op 31 december 2010.

Twee polen in het bijzonder kenden een substantiële personeelstoename: de pool bag gerwerken en milieu, waar het team van DEME ongeveer 40 bijkomende arbeiders en 85 bedien den heeft aangeworven, en de pool multitech nieken, die door zijn interne ontwikkeling en de acquisitie van een nieuwe onderneming zowat 300 medewerkers meer telt dan in 2010. Bij de pool bouw is het aantal arbeiders gedaald, terwijl het aantal bedienden er is gestegen. Deze trend wordt veroorzaakt door de grote groei van de internationale activiteiten (vooral in Tsjaad en Nigeria). De meeste aangeworven krachten vullen vacatures in voor management functies in het buitenland. Er waren ook diverse transfers binnen de pool bouw, van de Beneluxentiteiten naar internationale vestigingen, zoals in Tunesië.

Me n s en mili

eu centraal

N'Djamena (TCD) - Universiteit van Toukra Een belangrijk element op de arbeidsmarkt is ook dat de babyboomgeneratie, die geboren is net na de Tweede Wereldoorlog, momenteel massaal met pensioen gaat. CFE anticipeert al enkele jaren lang op deze realiteit. Het blijft echter zo dat de personeelsdiensten in de sector het steeds moeilijker krijgen om jonge ingenieurs en technisch geschoolde medewer kers te vinden.

Een werkgever met aandacht voor het potentieel van de medewerkers

Parallel met de evaluatiegesprekken heeft CFE in 2011 in alle entiteiten comités georgani seerd voor de inzetbaarheid van het personeel. Deze collectieve evaluatiemethode van het personeel maakt het mogelijk om de vinger te leggen op de sterke en zwakke punten van de verschillende organisaties en na te gaan of de toekomst in de verschillende vakgebieden verzekerd is. Bovendien kan op die manier aandacht geschonken worden aan medewer kers met potentieel, zodat ze op ideale manier kunnen opklimmen binnen de groep, in hun eigen of een andere entiteit.

Sociale indicatoren

Medewerkers per pool

Groep Bouw Multi
technieken
Vast
goed
DEME 100% Totaal
CFE
(DEME 50%)
2007 68 2.589 622 90 3.060 4.899
2008 71 2.600 910 86 3.632 5.483
2009 79 2.299 977 84 3.668 5.273
2010 82 2.212 943 75 3.824 5.224
2011 84 2.305 1.232 70 4.080 5.731

Verdelers arbeiders/bedienden

2011 Arbeiders Bedienden Totaal
Groep 2 82 84
Bouw 1.333 972 2.305
Multitechnieken 895 337 1.232
Vastgoed 1 69 70
Baggerwerken
DEME 100%
1.980 2.100 4.080
Totaal
CFE (DEME 50%)
3.221 2.510 5.731

Medewerkers per type van arbeidsovereenkomst

Contract
van
onbepaalde
duur
Contract
van
bepaalde
duur
Werk & studie Totaal
2007 4.585 309 5 4.899
2008 5.112 366 5 5.483
2009 4.909 361 3 5.273
2010 4.829 389 6 5.224
2011 5.297 427 7 5.731

Leeftijdspiramide

2007 2008 2009 2010 2011
< 25 469 561 487 438 482
26-30 691 805 761 767 814
31-35 664 758 722 719 803
36-40 763 810 767 735 786
41-45 716 792 777 752 821
46-50 543 629 616 663 754
51-55 590 583 585 577 632
56-60 350 426 422 437 472
> 60 113 119 136 136 167

Anciënniteit

2007 2008 2009 2010 2011
< 1 1.078 988 586 788 807
1-5 1.582 2.091 2.225 1936 2.110
6-10 854 907 896 870 1.002
11-15 402 424 483 556 665
16-20 432 473 441 406 404
21-25 155 189 253 289 352
> 25 396 411 389 379 391

Mannen / Vrouwen

2007
2008
2009
2010
2011
Manneli
jke
bedienden
Vrouweli
jke
bedienden
Arbeiders Arbeidsters
2007 1.501 451 2.921 26
2008 1.742 519 3.195 27
2009 1.708 532 3.008 25
2010 1.761 549 2898 16
2011 1.910 599 3200 22

Opleiding

TotaAl
2010
TotaAl
2011
Mannen Vrouwen
Techniek 25.131 29 792,3 27 895,5 1 896,8
Hygiëne en veiligheid 27.160 49 722,0 47 548,6 2 173,4
Milieu 834 485,0 425,8 59,3
Management 4.570 6 412,8 5 566,8 846,0
Informatica 3.886 6 077,5 4 976,9 1 100,6
Adm/boekh
./beheer
/jur.
3.963 3 494,0 2 389,3 1 104,7
Talen 2.442 3 556,3 2 642,3 914,0
Diversiteit 178 213,0 139,0 74,0
Overige 7.589 3 087,8 2 791,5 296,3
Totaal 75.753 102 840,5 94 375,6 8 464,9

Absenteïsme

2007 2008 2009 2010 2011
Aantal
dagen
afwezigheid
wegens
ziekte
57.545 50.009 49.675 62.108 60.260
Aantal
dagen
afwezigheid
wegens
arbeid

songeval
14.024 8.036 7.585 7.923 7.594
Aantal
dagen
afwezigheid
wegens
ongeval
op weg van/naar
het werk
260 269 340 611 667
Aantal
dagen
afwezigheid
wegens
beroepsziekte
0 306 0 0 0
Aantal
gepresteerde
dagen
1.077.780 1.217.943 1.239.392 1.398.377 1.513.669
Absente
ïsmepercentage
6,66% 4,81% 4,65% 5,05% 4,53%

Discriminatie tegengaan: ook de strijd van CFE

CFE wil iedereen in de groep, man of vrouw, jong of oud en van welke herkomst dan ook dezelfde kansen bieden. Zo is promotie voor vrouwen bij de groep de dagelijkse realiteit. Ook in 2011 is CFE zo veel mogelijk vrouwen blijven aanwerven voor operationele functies (ingenieurs, technici, …), hoewel de beperking hierbij blijft dat het aantal vrouwelijke studenten in deze studierichtingen nog steeds een kleine minderheid is. Voor de rest hebben vrouwelijke ingenieurs exact dezelfde carrièremogelijkheden bij de groep als hun mannelijke collega's. Verschillenden onder hen zijn uitgegroeid tot projectleiders, en de onderneming hoopt hen binnenkort ook aan het werk te zien als operationeel verantwoordelijken of businessunit-directeurs. Dit beleid van diversifiëring van het personeel voert de groep bijvoorbeeld ook wat betreft oudere werknemers of personen afkomstig uit migrantengemeenschappen. Het is een beleid dat gebaseerd is op een kristalhelder principe: directe of indirecte discriminatie wordt niet getolereerd, er wordt alleen rekening houden met de competenties, en dat zowel voor aanwervingen als voor interne promoties. Ook het partnerschap met Wheelit – een platform dat contacten legt tussen gehandicapte personen en ondernemingen – hebben we voortgezet. Op die manier heeft CFE in 2011

verschillende gehandicapte nieuwe medewerkers aangeworven. De samenwerking die de groep in 2010 was aangegaan met diversiteitsconsulent Actiris wordt eveneens voortgezet.

Een waaier aan opleidingen voor alle vakgebieden

Net als de voorgaande jaren werden bij de groep in 2011 tal van opleidingen aangeboden en gevolgd, en dat voor en door de medewerkers van alle polen. Dit jaar lag het accent vooral op leiderschaps- en coachingopleidingen voor de projectleiders: bijvoorbeeld het managen en motiveren van een team, rekening houdend met de specifieke persoonlijkheden van de teamleden. Deze opleidingen werden tijdens in-house-seminaries (2 x 2 dagen) gegeven door externe experts aan medewerkers uit diverse polen om de contacten binnen de groep te bevorderen. Enkele andere opleidingen: cursussen ter verbetering van de veiligheid, met onder meer de basisprincipes en -maatregelen, de opleiding tot hulpverlener, de cursus 'toolbox meeting' enz.; gerichte technische en veiligheidsopleidingen voor het personeel van de pool multitechnieken en de elektriciens in het bijzonder: werken met glasvezelkabels, de G3-modules enz.; technische cursussen en specifieke opleidingen voor de arbeiders. Voor de arbeiders van de pool bouw waren er

bijvoorbeeld opleidingen over het vak kraanmachinist of bekister, het vastzetten van ladingen, duurzame bouwmaterialen en -technieken enz. Verder vonden ook opleidingen plaats rond talen, ICT, management, vakgebonden technieken, hygiëne enz. voor medewerkers van alle polen.

Bij de pool baggerwerken en milieu bleek het opleidingssegment 'Health & Safety' het belangrijkst in 2011, met bijna 72.000 uren, dubbel zo veel als het voorgaande jaar. Specifieke technische opleidingen waren in deze pool dan weer goed voor ongeveer 28.000 uren. Interessante voorbeelden zijn de opleidingen gevolgd door de teams in het Maritiem opleidingscentrum Zeebrugge, de cursussen op simulators (Full Mission (navigatie), Cutter en Engine Room) en de opleidingen in verband met de diverse baggertechnieken. Hierbij komen nog een hele reeks andere opleidingen (milieu, management, IT, boekhouding, administratie, wetgeving, talen, diversiteit enz.), wat het totaal voor alle opleidingen bij DEME op bijna 113.500 uur brengt.

DEME4Life Foundation: een goed gevuld eerste jaar

De in december 2010 opgerichte stichting DEME4Life is er onder meer op gericht de maatschappelijke initiatieven te ondersteunen van de werknemers. Op die manier geeft de stichting kansarme personen en gemeenschappen de kans om hun potentieel waar te maken. Door dit streven om te zetten in activiteiten op maatschappelijk, financieel en milieuvlak weerspiegelt de stichting DEME's engagement inzake duurzame ontwikkeling.

In 2011 steunde de DEME4Life projecten in alle uithoeken van de wereld (Nigeria, Mexico, Brazilië, Congo, India enz.). Hierbij is het steeds zo dat de teams zich inzetten voor de gemeenschap op de locaties waar de groep actief is.

• Kinderen, die uiteindelijk onze toekomst vormen, nemen in deze projecten een belangrijke plaats in:

• Zo werkt de stichting in het Braziliaanse Sao Vicente in 'Crèche Nayla' mee aan een opvang- en onderwijsproject voor kinderen van 7-14 jaar onder leiding van de lokale vereniging Beneficente Amor a

• In Congo steunt DEME4Life het project van SOS Kinderdorpen voor de straatkinderen van Kinshasa via de organisatie VICA van de Belgische voetballer Vincent Kompany, en de stichting Busired, die zich inzet voor kansarme kinderen en oorlogswezen.

  • Vida.
  • vrouwen.

• In India verleent de stichting steun aan de vereniging SPEED Trust om hulp te verlenen aan de meest kansarme gemeenschappen van de stad Chennai, met een focus op kinderonderwijs en hulp aan

• In België steunt DEME4Life 'Playing for Succes', dat jongeren van 10-14 jaar met leerproblemen helpt, en 'Justine for Kids', de vereniging waarmee Justine Henin morele en materiële steun verleent aan kinderen met ernstige gezondheidsproblemen.

Schaarbeek - Voetbalstadion van Crossing

Veiligheid als absolute prioriteit: opleidingen worden opgevoerd

Veiligheid krijgt bij CFE absolute prioriteit. Alle maatregelen van de voorgaande jaren werden daarom in 2011 opnieuw toegepast of zelfs versterkt, ook op het vlak van informatie en bewustmaking. Dit aspect is immers cruciaal, gezien de banalisering van risico's die het da gelijks werk op een bouwterrein kan meebren gen. Daarom neemt veiligheid ook een steeds belangrijkere plaats in tijdens de seminaries georganiseerd voor de pool bouw en de pool multitechnieken waaraan alle operationele medewerkers deelnemen. Een film 'Inaccepta ble' werd hieromtrent in 2011 gedraaid om het debat te openen. De film laat vier medewerkers aan het woord die het slachtoffer waren van ernstige ongevallen, en toont wat de impact hiervan is op de gezondheid van de slachtoffers, maar ook op hun persoonlijke en professionele projecten, hun gezinsleven enz. Dit beeldmate riaal maakt de deelnemers er bewust van hoe belangrijk het is om bouwprojecten grondig voor te bereiden, duidelijk te communiceren met de arbeiders over de uit te voeren taken en de vereisten inzake veiligheid, en risicovolle opdrachten uitsluitend toe te vertrouwen aan doorgewinterde vaklui die beschikken over de nodige competenties en opleidingen.

Steeds veiliger, ook offshore

De opleidingen in de pool baggerwerken en milieu konden in 2011 uitpakken met een nieu wigheid: de offshoreopleiding inzake veiligheid 'B OSIET' (Basic Offshore Induction & Emergency Training). Hierin komen onder meer de vereiste minimumnormen aan bod op het vlak van persoonlijke veiligheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid, overlevingstechnieken, noodhulp, brandpreventie en de reactie in geval van brand, dat alles in het kader van opdrach ten op zee en offshoreplatformen (6.365 uur). Bovendien was er ook het opleidingsproject 'CHI LD' (Colleagues Help Injuries to Leave DEME) van DEME, met een seminarie over diverse veiligheidsaspecten: ongevallenanalyse, casestudy's, bewustmaking inzake veilig heid, specifieke voorzorgsmaatregelen voor vakgebonden risicovolle situaties enz. Tot slot heeft de groep een reeks nieuwe opleidingen uitgewerkt rond veiligheid in het kader van de IMCA-engagementen (International Marine Contractors Association). Deze mondiale han delsorganisatie vertegenwoordigt de onderne mingen die actief zijn in de sectoren offshore en mariene en onderzeese technieken. Doelstel lingen zijn onder meer de optimalisering van de veiligheid binnen deze sectoren.

Een ongevallenvrije toekomst

De meeste ondernemingen van de groep hebben ook in 2011 hun veiligheidscertificatie behaald. Bovendien werden aan CFE Interna tional en zijn dochters zowel de certificaten toegekend voor kwaliteit, veiligheid als milieu (ISO 9001, OHSAS 18 001 en ISO 14001). De twee entiteiten in Nederland verkregen een on derscheiding op het vlak van veiligheid op het LNG-terminal GATE. Veiligheid blijft dus zonder meer een absolute prioriteit voor de groep. CFE weigert het idee te aanvaarden dat ongevallen onvermijdelijk zijn en streeft naar een ongeval lenvrije werking.

Enkele maatschappijen (Amart, CFE Nederland, CFE Hungary, …) vertonen trouwens deze ongevallenvrije cijfers weer in 2011. Ondanks de opleidingen en de geïmplementeerde maatrege len stelde de onderneming in 2011 slechts een lichte verbetering vast van de frequentiegraad in de pool bouw (van 21,35 naar 20,75) .

In de pool multitechnieken wijzen de cijfers op een lichte achteruitgang van de situatie, met een frequentiegraad die stijgt van 19,52 naar 21,23. Deze stijging situeert zich vooral in de spoorwegactiviteiten van de pool. Hier zal dan ook maximaal gefocust worden op het omkeren van deze trend. CFE heeft hiertoe een 'dashboard' voorzien voor de polen bouw, multitechnieken en baggerwerken, met onder meer terreinbezoeken door de verantwoordelij ken om de naleving van de veiligheidscriteria en het verloop van de toolbox meetings te controleren. Deze meting van de kwaliteit zal parallel gebeuren met de bestaande monitoring van kwantitatieve gegevens (frequentie- en ernstgraad).

Ordelijk en methodisch: meer dan ooit kernwoorden

Het voorkomen van ongevallen blijft onver minderd een aandachtspunt voor de groep. En hoewel CFE nog niet ongevallenvrij is, werpen de inspanningen van de voorbije jaren duidelijk hun vruchten af: de frequentiegraad van ongevallen liggen al heel wat lager dan het gemiddelde voor de sector. CFE zet dan ook re soluut zijn streven naar een optimale veiligheid voort. Het beleid dat hiertoe wordt gevoerd binnen de groep focust dan ook meer dan ooit op de kernwoorden 'ordevol en methodisch', die garant staan voor een maximale veiligheid, ongeacht het type project. En wanneer zich jammer genoeg toch een ongeval voordoet, geldt bij CFE in de mate van het mogelijke de regel om aangepast werk te voorzien, zodat de persoon in kwestie professioneel actief kan blijven bij de groep.

Mons - Installatie H VAC

Pool bouw

Pool multitechnieken

Pool baggerwerken en milieu

E en v erantwoord elijk e ond ern eming m et bijzond e r e

aanda cht voor h

et mili e u

32 De groep CFE De groep CFE 33 Tabel frequentiegraad & ernstgraad De cel Duurzame ontwikkeling van CFE, met haar gespecialiseerde competenties rond diverse aspecten van duurzaam bouwen, doet er elke dag opnieuw alles aan om dit engagement in de praktijk te brengen. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de hulp aan BAGECI bij de studie voor de omvorming van de vestiging in Naninne tot positieve-energiegebouw, de steun aan diverse entiteiten voor het verkrijgen van BREEAM-certificaties (Pole Star, Elia-zetel, gemengd gebouw square Frère Orban) of het ontwerp van lage-energie- of passiefgebouwen (lageenergie-woonheden te Jambes, passief appartementsgebouw Midi-Suède en de wooneenheden van zeepziederij Heijmans te Brussel...). De cel staat ook in voor de belangrijke milieubewaking, zorgt ervoor dat het totale energiever bruik van de groep CFE daalt en stelt hierover jaarlijks een complete milieu balans op.

Een grondige aanpassing van de vakgebieden

Net zoals voor alle spelers in de bouwsector zorgen deze nieuwe vereisten er bij de groep CFE voor dat de definitie van een gebouw, zijn componenten en verbruik fundamenteel veran dert. Voortaan komt het er immers op aan om bij de ontwikkeling van de projecten rekening te houden met alle aspecten van de levensduur van het toekomstige gebouw, van concept tot integrale recyclage na afbraak. De groep CFE heeft daarom voor zijn projecten in de mate van het mogelijke diverse maatregelen genomen om het verbruik van niet-hernieuwbare primaire energie te beperken, het geïnstalleerd vermo gen te reduceren, het gebruik van natuurlijke bronnen te verlagen (levenscyclusanalyse), energie te recupereren en alternatieve energie te produceren (passieve wooneenheden te Bouval, fotovoltaïsche panelen voor Thijs Bouw Projecten te Westerlo en het MET te Namen…) enz.

Vandaag al evolutie van de vraag en de selectiecriteria

In 2012 zullen nagenoeg alle aanbestedingen voor de constructie van openbare gebouwen gebaseerd zijn op passiefnormen of lage-ener gienormen. De selectiecriteria voor het toeken nen van nieuwe opdrachten voor infrastructuur werken zullen eveneens grondige wijzigingen ondergaan om beter rekening te houden met het milieu. Met andere woorden: de selectie zal niet langer uitsluitend gebeuren op prijs, maar ook op kwaliteitscriteria, zoals de beperking van de CO 2 -uitstoot bij de bouw en het gebruik op lange termijn, de reductie van de hoeveelheid gebruikte grondstoffen, de impact van de wer ken op het milieu enz. Nederland, waar CFE het hoogste milieucertificatieniveau heeft behaald (ProRail), behoort overigens tot de koplopers in Europa op milieuvlak.

Europese doelstelling: energieneutraal in 2019

Europa voert gestaag de druk op om ten laatste in 2019 een energieneutraal niveau te bereiken voor nieuwbouw, en een lage-energieniveau voor het bestaande patrimonium, dat hiertoe vaak grondig zal moeten worden gerenoveerd. Deze druk vertaalt zich in de lidstaten geleidelijk aan in de goedkeuring van wetteksten over de toepassing van de nieuwe Europese normen. De wetteksten kunnen nationaal van toepassing zijn, maar ook regionaal zoals in België, waar de vereisten op energievlak in de drie gewesten verschillen. Bouwen aan de toekomst

is duurzaam bouwen

Door de invloed van de milieuproblematiek op de toekomst en de invoer van nieuwe normen in diverse domeinen, waaronder ook de bouw, ondergaan de vakgebieden van de groep momenteel een diepgaande evolutie. Voor CFE is ondernemen met respect voor het milieu echter geen nieuw gegeven. De groep past al jarenlang een anticiperende benadering toe door heel concreet te kiezen voor duurzame ontwikkeling op basis van een sterk engagement dat gedeeld wordt door alle entiteiten en medewerkers.

Ook het eigen energieverbruik verlagen

Het beleid inzake duurzame ontwikkeling van de groep CFE houdt echter meer in dan het respecteren van de nieuwe wetteksten en selectiecriteria voor zijn projecten. Het engagement van de groep is heel concreet zichtbaar in de eigen werking, het beheer van de lokalen, het gedrag van de medewerkers, kortom in een voortdurende aandacht voor de diverse milieuaspecten van de dagelijkse activiteiten. De cel Duurzame ontwikkeling van de groep CFE speelt op dat vlak een heel belangrijke rol. Ze staat in voor het algemeen beheer van het niet-hernieuwbare energieverbruik in de groep, de implementatie van een strategie voor een geleidelijke reductie van dit verbruik en het opstellen van de volledige jaarlijkse milieubalans voor de groep CFE in zijn geheel. Deze balans omvat de aspecten energie en afvalstoffen, en geeft een overzicht van de geleverde inspanningen en vorderingen. De jaarlijkse milieubalans omvat voor elke entiteit van de groep de gedetailleerde CO2-uitstoot, de productie van alternatieve energie, het afvalvolume, het type afvalbeheer, het recyclagepercentage, het waterverbruik, alle milieu- en ISO-certificaten, de budgetten, de onderzoekdomeinen en octrooien op het vlak van duurzame ontwikkeling en de initiatieven van de entiteit om haar ecologische voetafdruk te verkleinen en de publicatie hiervan op de website. Het doel van deze reporting is de implementatie van een tool om de verwezenlijkte vorderingen te meten en te garanderen dat de groep voldoet aan al haar verplichtingen voor de normen ISO 14064 en 14065 en voor de ProRail-certificatie (niveau 5).

De pool bouw wordt steeds duurzamer

De focus op duurzame ontwikkeling ligt bij CFE EcoTech en Groep Terryn al besloten in de aard van hun activiteiten. Zo heeft CFE EcoTech vernieuwende procedés ontwikkeld voor de valorisatie van afvalwater en uitermate interessante technologieën voor de energetische valorisatie van biomassa. Groep Terryn, een specialist in houtconstructies, krijgt binnenkort het label EN 133307 toegekend voor zijn entiteit Ecotimber en is onder meer bezig met een duurzaam project rond de isolatie en de dragende houten structuur van Walexpo (Lamcol). Op een ander vlak heeft Aannemingen Van Wellen dan weer de eerste tests uitgevoerd met LEAB (low energy asphalt) voor het Agentschap Wegen en Verkeer. Hierbij wordt het asfalt gemengd bij 120°C in plaats van 180°C, wat een substantiële daling oplevert van de CO2-uitstoot tijdens het productieproces. Ook de andere ondernemingen van de pool blijven echter niet bij de pakken zitten. De constructie van lage-energieof passiefgebouwen, het behalen van het ISO 14001-label en de milieucertificatie van niveau 5 inzake CO2 -uitstoot en de initiatieven om het energieverbruik te beperken en het afval te recycleren getuigen van hun betrokkenheid bij de duurzaamheidsinitiatieven van de groep. Twee van de vele voorbeelden hiervan zijn de energieneutrale vestiging die BAGECI plant in Naninne en de bekroning van de inspanningen van CFE Nederland met een VINCI-innovatieprijs in de categorie 'Duurzaam'.

Tal van duurzame bouw- of renovatieprojecten

Het team Duurzame ontwikkeling nam deel aan de ingrijpende renovatie van de nieuwe positieve-energievestiging van BAGECI, reikte duurzame oplossingen aan voor de ontwikkeling van het winkelcentrum van Sterpenich, voor een ziekenhuisproject in Antwerpen, een politiecommissariaat in Brussel, de vestiging

van ELIA in Brussel, een complex met sociale wooneenheden in Tubeke en het project voor het gebouw van Sibelga. Bij de pool PPS-Concessies werd het team versterkt dat instaat voor het beheer op lange termijn van grote PPSprojecten, zodat maximale aandacht kan worden besteed aan de aspecten duurzaamheid en energieprestaties (Life Cycle Cost). In Nederland hielp de afdeling Duurzame ontwikkeling bij het verkrijgen van de ProRail-certificatie niveau 5 en bij het uitwerken van een ambitieuze strategie voor energiereductie waarbij de leveranciers en de subcontractanten betrokken zijn.

Technieken in dienst van duurzame ontwikkeling

De pool multitechnieken draagt op heel wat vlakken bij aan de bouw van een duurzame toekomst. Zo verbeteren de spoorwegelektrificatie- en signalisatiewerken de Belgische mobiliteit en dragen ze bij aan de beperking van het broeikaseffect. Fotovoltaïsche panelen zorgen dan weer voor een lager verbruik van niet-hernieuwbare energieën. Net zo duurzaam zijn de VACverlichtingsprojecten van Vanderhoydoncks (Hasselt, Ecolab Tessenderlo, Nike,…), de aansluiting van het windturbinepark in Mesnil St. Blaise door Nizet, het project Biomasse 3 van VMA voor Electrabel, waarbij een kolengestookte centrale wordt omgevormd voor het gebruik van houtpellets, de waterpompen en WKK-systemen geïnstalleerd door Van De Maele Multi-Techniek en de inspanningen die de technici van be.Maintenance leveren om de klanten bewust te maken van en te informeren over de beschikbare duurzame technologieën.

CFE staat ook voor blauwe energie

In 2011 benadrukten de voortdurende inspanningen van DEME op het vlak van blauwe energie de ambitie van de onderneming om een

Pool bouw

Aardgas
(kWh)
Diesel
(liter)
Elektriciteit
(kWh)
CO2
-emissie
per
omzet
(g eq CO2
/EUR)*
2009 9.132.173 4.993.544 13.583.440 35,44
2010 12.157.472 4.806.549 10.905.373 37,60
2011 12.655.689 6.697.669 18.023.379 31,54

Pool multitechnieken

Aardgas
(kWh)
Diesel
(liter)
Elektriciteit
(kWh)
CO2
-emissie
per
omzet
(g eq CO2
/EUR)*
2009 1.408.686 1.387.112 1.288.579 38,13
2010 1.633.980 1.443.348 1.288.880 36,21
2011 1.504.560 1.455.233 1.364.867 38,40

Pool vastgoedontwikkeling –en beheer

Aardgas
(kWh)
Diesel
(liter)
Elektriciteit
(kWh)
CO2
-emissie
per
omzet
(g eq CO2
/EUR)*
2009 1.050.898 35.690 1.303.246 31,44
2010 568.431 89.012 90.747 12,15
2011 344.878 130.572 246.797 30,02

Pool baggerwerken en milieu

Aardgas
(kWh)
Diesel
(liter)
Elektriciteit
(kWh)
CO2
-emissie
per
omzet
(g eq CO2
/EUR)*
2009 0 9.370.741 5.853.492 758,55
2010 0 6.491.221 4.060.095 481,19
2011 0 73.256.969 4.213.356 289,24

pioniersrol te spelen in de ontwikkeling van milieuvriendelijke energieproductie. Blauwe energie omvat alle vormen van energieproductie die verband houden met water: getijde- en golfslagenergie, osmose-energie en biomassaenergie (bv algen). Het potentieel op dat vlak is eindeloos. DEME focust hierbij enerzijds op de productie van blauwe energie en anderzijds op het transport ervan, door specifieke infrastructuur te voorzien om offshore geproduceerde maritieme energie te transporteren naar het elektriciteitsnet op het land. In het kader van hernieuwbare energie neemt DEME bovendien deel aan 'Friends of the Supergrid', een pan-Europees netwerk dat de verschillende producenten van hernieuwbare offshore-energie met elkaar wil verbinden, om deze energie op elk moment beschikbaar te maken voor de inwoners van Europa. DEME beperkt zijn duurzame activiteiten echter niet tot blauwe energie alleen en blijft ook een belangrijke speler op het vlak van sanering. Zo saneert DEC-Ecoterres, de milieubranche van de groep DEME, in verschillende Europese landen industriële terreinen (bodem- en sedimentsanering en recyclage). Wat de groeiende vraag betreft naar het hergebruik van afvalwater, heeft het in deze materie gespecialiseerde PURAZUR tijdens zijn eerste boekjaar vooral gefocust op het sluiten van partnerschappen met de waterzuiveringsmaatschappijen.

DEME is ook één van de zes spelers in het C-Power-consortium dat instaat voor de bouw van het offshore windmolenpark op 30 km van de Belgische kust. Dit park zal het meest uitgebreidde alsook het meest innoverende windmolenpark zijn van Europa. Haar totale capaciteit zal 325 MW bedragen en zal enerzijds toelaten aan meer dan 600.000 inwoners stroom te voorzien en anderzijds de CO2 -uitstoot van 450.000 T te vermijden.

Huizingen - Onderhoud bovenleidingen

BPC verkrijgt, in tijdelijke handelsvennootschap, de opdracht voor de bouw van het project 'Up-Site' te Brussel.

Dredging International (Australia) Pty Ltd en Van Oord Australia Pty Ltd (Nederlands baggerbedrijf) ondertekenen het contract omtrent het Western Basin Main Works Dredging– Parcel 5-project in de haven van Gladstone in het Australische Queensland.

De groep DEME doopt de mega sleephopperzuiger 'Congo River' (beuninhoud 30.000 m³) en het DP2 valpijpschip "Flintstone".

VMA ondertekent zijn eerste opdracht in Turkije voor een autoconstructeur. Daarnaast richt VMA een filiaal op in Polen.

Inhuldiging van de GATE Terminal in de haven van Rotterdam. De werken omvatten de bouw van een fabriek, drie zeesteigers bestemd voor het lossen van methaan en drie LNG-opslagtanken.

VMA versterkt haar aanwezigheid in Centraal-Europa door het behalen van het nieuwe contract omtrent de automatisatie van twee laslijnen voor een autoconstructeur in Hongarije.

Ondertekening van een belangrijk contract door Rent-A-Port voor de ontwikkeling van terreinen (100 ha) voor een Japanse

In het kader van een ondergrondse boring over 6 km onder de Antwerpse havenzone en de Schelde, bereikt de tunnelboor machine 'Wiske' haar eindbestemming op de Antwerpse rechteroever.

Inhuldiging van het eerste passief appartementsgebouw te Brussel in aanwezigheid van Minister Evelyne Huytebroeck. Het gebouw omvat 30 wooneenheden die perfect en geheel antwoorden aan de normen en eisen betreffende duurzaamheid en passiviteit. Deze eerste residentiële opdracht 100% passief werd ontwikkeld door BPI (pool vastgoedontwikkeling- en beheer) en uitgevoerd door Amart (pool bouw).

Dredging International en MEDCO hebben een contract toegekend gekregen voor bagger- en civieltechnische waterbouwkundige werken voor de aanleg van twee kunstmatige energieeilanden met hun onderhoudshavens, met als doel Abu Dhabi te voorzien van de nodige energiefaciliteiten voor het boren naar olie, etc. ter hoogte van het voordien onaangeboorde offshore olieveld Satah al-Razboot (SARB).

De entiteiten BAGECI, CFE Brabant, Nizet Entreprise en Druart behalen, in tijdelijke handelsvennootschap, het DBFM-project betreffende de bouw van het nieuwe politiebureau te Charleroi. Dit project werd ontworpen door 'Les Ateliers Jean Nouvel'.

CFE neemt de maatschappij ETEC SA over. Deze maatschappij gevestigd in Manage (Henegouwen) is gespecialiseerd in openbare verlichting en het plaatsen van ondergrondse en bovengrondse netwerken.

Tewaterlating van de zelfvarende rotssnijkopzuiger AMBIORIX. Het imposante schip, één van de krachtigste en meest vooruitstrevende cutterzuigers ter wereld, wordt gebouwd voor de DEME-groep.

Aannemingen Van Wellen voert in een recordtijd van zeven weken de aanpassingswerken uit aan de E19 tussen Wilrijk en Mechelen.

Afzinken van de vier tunnelelementen voor de bouw van de Coentunnel te Amsterdam.

In het kader van een samenwerking met een Brusselse vastgoedmakelaar, verwerft CFE de historische Solvay-site te Elsene, goed voor een hoofdzakelijk residentieel ontwikkelingspotentieel van bijna 50.000 m².

De markante feiten van 2011

2011 Januari

Juli

Maart

Sept mbe r

Mei

Nov mbe r

Februari

April

Oktobe

r

Augu

stu s

Juni

Decembe r

POOL PPS-CONCESSIES

Bevestiging van de ontwikkeling en mooie toekomstperspectieven

De pool PPS-Concessies (PPS staat voor publiek-private samenwerking) heeft zijn team in 2011 verder versterkt, als antwoord op de ontwikkelingsbehoeften, en voerde tegelijk verschillende studies uit voor grote DBFM-projecten (Design, Build, Finance, Maintain). In het kader van deze ontwikkelingsstrategie voor het ontwerpen, bouwen en financieren van projecten wordt tevens een belangrijke focus gelegd op onderhoud op lange termijn. In het buitenland zijn voor de activiteiten inzake projectontwikkeling en havenbeheer bovendien verschillende overeenkomsten gesloten die bijzonder veelbelovend zijn voor de komende jaren.

Design, Build, Finance, Maintain-activiteiten

In 2011 is de pool PPS-Concessies actief bezig geweest met de ontwikkeling van zijn PPS-studies en projecten voor het ontwerp, de bouw, de financiering en het onderhoud (DBFM) van bouwprojecten.

Intensieve voortzetting van studies voor grote projecten

De pool PPS heeft actief de studie voortgezet van nieuwe projecten in België en Nederland. Een ervan is het project Livan, rond het ontwerp, de bouw, de financiering en het onderhoud van een Antwerpse tramlijn tussen Deurne en Mortsel. De in april 2011 ingediende offerte is geselecteerd voor de volgende fase, die voorzien is voor begin 2012.

Het project Missing Links kadert dan weer in de wens van de Vlaamse overheid om het bestaande wegennet in het Vlaamse Gewest te optimaliseren. CFE heeft, in partnerschap, onder meer een eerste PPS-offerte ingediend voor de aanleg van de A11 tussen Brugge en Knokke. Daarnaast onderzocht CFE in Antwerpen ook het project rond het nieuwe ZNA-ziekenhuis, waarover in 2012 een beslissing wordt genomen.

In Tunesië tot slot zijn de werken aan de jachthaven van Bizerte voortgezet, ondanks enkele problemen door de politieke instabiliteit in het voorjaar van 2011. De ruwbouw wordt opgeleverd begin 2012.

Nieuw PPS-contract in Charleroi, na Eupen eind 2010

Naast de PPS-infrastructuurprojecten heeft de pool ook zijn activiteiten voortgezet wat betreft gebouwen. In december 2010 kreeg de groep CFE via het consortium 'PPP Schulen Eupen SA' in partnerschap het contract toegewezen voor de bouw, de renovatie en het onderhoud van de scholen van de Duitstalige Gemeenschap in Eupen. In de loop van het jaar werden de bouwvergunningen goedgekeurd, waardoor meteen ook de werken van start konden gaan.

Ondertussen zette de pool PPS-Concessies de studie voort rond het project voor het nieuwe politiekantoor van Charleroi. Ook dit project werd een succes, want in juni 2011 kreeg de

Pool PPS-Concessies

groep de opdracht toevertrouwd. Het gaat om de eerste publiek-private samenwerking die CFE op zijn eentje binnenhaalt. De voorgaande projecten werden immers telkens uitgevoerd binnen een consortium. Het is bovendien ook voor het eerst dat het onderhoudteam van de pool PPS het onderhoud op lange termijn (25 jaar) toegewezen krijgt voor een dergelijk grootschalig project. Dit nieuwe succes bevestigt de strategische oriëntatie van de pool PPS-Concessies om te focussen op het onderhoud en het beheer op lange termijn van openbare infrastructuur.

Een versterkt team voor een optimaal onderhoud op lange termijn, met focus op duurzaamheid

Om deze nieuwe oriëntatie in de praktijk te brengen was het nodig om het team te versterken. De pool heeft dan ook de aanwerving voortgezet van personeel dat over de nodige competenties beschikt om het onderhoud op lange termijn van grote PPS-projecten te verzekeren. Tijdens de studiefase gaat dit team na hoe het onderhoud op lange termijn kan worden geoptimaliseerd en hoe de kosten kunnen worden beperkt. Tijdens de bouwfase waakt het team over de correcte uitvoering van de werken, zodat wordt voldaan aan de

prestatieverplichtingen op lange termijn. In de toekomst zal het team ook moeten instaan voor het onderhoud van het project in kwestie terwijl het operationeel is.

Het team hecht veel belang aan de duurzaamheidsaspecten, en dan met name aan de energetische prestaties. Deze duurzaamheidsaspecten, die een grote rol speelden in de projecten van Charleroi en Eupen, worden overigens een constante voor alle nieuwe activiteiten, en houden bijvoorbeeld vaak in dat de energetische verantwoordelijkheid wordt overgedragen aan de concessiehouder.

Activiteiten in havenbeheer en -ontwikkeling

Dit aspect van de activiteiten van de pool PPS-Concessies wordt verzekerd door de onderneming Rent-A-Port en speelt zich af in de vier windstreken. 2011 vormde in dit opzicht een overgangsjaar, dat gekenmerkt werd door een forse heropleving van de activiteiten in Vietnam, Oman, Qatar en Nigeria.

Voortzetting van de havenactiviteiten in Oman

In Oman werden in samenwerking met de Haven van Antwerpen de activiteiten voortgezet in verband met de concessie van de haven en de industriezone van Duqm. Naast andere initiatieven werd hier onder meer een loodsdienst gecreëerd en is een directie aangesteld voor het beheer van de industriezone, evenals interventieverantwoordelijken om vervuiling tegen te gaan. Normaal gesproken kunnen de commerciële activiteiten in de haven van start gaan in mei 2012.

Drie nieuwe projecten in Nigeria

In de O.K. Free Trade Zone van Nigeria heeft de groep in 2011 liefst drie nieuwe projecten aangegaan: een Single Point Mooring-systeem voor het lossen van vloeibare producten, een opslagzone voor diverse brandstoffen met een capaciteit van 200.000 m³ en diverse havendiensten, als eerste fase voor een (toekomstige) oceaanhaven. Deze drie projecten worden in de loop van 2012 uitgevoerd.

Ondertekening van nieuwe overeenkomsten in Qatar en Vietnam

In Qatar heeft Rent-A-Port twee overeenkomsten ondertekend voor technische assistentie in de haven van Messaieed. De contracten betreffen losinstallaties voor bulkcement en voor betonaggregaten. Daarnaast heeft IPEM, een dochter van Rent-A-Port die actief is in Vietnam, in 2011 belangrijke contracten getekend met een Japanse bandenproducent voor de commercialisering van terreinen. Dit nieuwe cliënteel zal ook toelaten nieuwe investeerders aan te trekken in Hai Phong.

Nieuwe, veelbelovende perspectieven

Dat is overigens niet de enige reden voor de rooskleurige toekomst van de havenactiviteiten van de pool. In Vietnam verwelkomt de moedermaatschappij immers een nieuwe partner, een Indiase groep die gespecialiseerd is in industriële hightechcentra. De groep ontwikkelde eerder projecten voor farmaceutische en petrochemische productie-eenheden en vormt een partner die in 2012 en 2013 voor nieuwe klanten moet zorgen.

Tot slot werd ook Rent-A-Port Energy NV opgericht, de nieuwe dochtermaatschappij van Rent-A-Port, dat in partnerschap al meteen een eerste concessie in de wacht heeft gesleept in de Noordzee.

Rent-A-Port

Vietnam - Dinh Vu

44 POOL VASTGOEDONTWIKKELING- EN BEHEER POOL VASTGOEDONTWIKKELING- EN BEHEER 45

2 POOL VASTGOEDONTWIKKELING-EN BEHEER

POOL VASTGOED-ONTWIKKELING- EN BEHEER

Onverminderde activiteiten in vastgoedontwikkeling

CFE kan wereldwijd terugblikken op onverminderde activiteiten in vastgoedontwikkeling en -beheer, en dit ondanks een residentiële markt.

Projectontwikkeling en –beheer

België

In België, waar de activiteiten van de groep voornamelijk geconcentreerd zijn in Brussel, Antwerpen en aan de kust, heeft BPI-CFE Immo tijdens het boekjaar ondanks de economische context aan verschillende investeerders een groot aantal appartementen opgeleverd samen met een rusthuis en twee kantoorgebouwen. Om deze projecten tot een goed einde te brengen zijn diverse competenties toegevoegd aan het Belgische team. Daarnaast waren er ook specifieke opleidingen rond veiligheid op het terrein als opdrachtgever en bovendien geldt in 2012 de doelstelling 'zero accidents'.

Residentieel

Beduidend aantal verkochte appartementen en ambitieuze nieuwe projecten

Wat de Brusselse projecten betreft is de oplevering van het eerste residentiële passiefgebouw 'Midi-Suède' succesvol verlopen. Dit gebouw, dat ontwikkeld is in samenwerking met de Gewestelijke ontwikkelingsmaatschappij voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, bevindt zich in de wijk rond het Zuidstation en telt 30 wooneenheden. In oktober heeft BPI ook het

rusthuis op geleverd (met een bovengrondse oppervlakte van ongeveer 8.500 m2 ) van het project 'Les Hauts Prés' in Ukkel aan de groep Médibelge en een investeerder.

Verder was er ook het in maart gelanceerde project 'Bataves', met 27 luxeappartementen en vier woningen in de Jubelparkwijk, waarvan tegen het einde van het jaar alles verkocht was. In 2011 zagen we ook de verkoop van de laatste wooneenheden in diverse andere grote projecten: 'Les Jardins de Jette', 'Espace Rolin' en 'Les Hauts Prés' in Brussel, en het 'Barbarahof' in Leuven.

BPI-CFE Immo is overigens met succes begonnen aan het project 'Bellview' in de Europese wijk en heeft eind 2011 in partnerschap de historische Solvay-site verworven in Elsene, goed voor een hoofdzakelijk residentieel ontwikkelingspotentieel van bijna 50.000 m².

In Antwerpen werd de aankoop afgerond van een terrein aan het park 'Spoor Noord' om er in partnerschap de 150 wooneenheden op te trekken van het project 'Lichttoren'. Dit nieuwe project is ondertussen overigens ook van start gegaan.

Aan de kust werden de bouwwerken van La Reserve en het naburig hotel opgeleverd in Knokke. De verkoop van de appartementen door ontwikkelaar 'La Réserve Promotion' is volop bezig. Tot slot heeft BPI-CFE Immo in Oostende in partnerschap twee aanbestedingen binnengehaald van het AGSO (Autonoom Gemeentebedrijf Stadsvernieuwing Oostende) voor in totaal

100.000 m² (bovengronds), waaronder het schitterende nieuwe project 'Oosteroever'!

Residentieel

In de stad maar in het 'groen'

Het door CLi ontwikkelde en door architect Christian Bauer getekende project Green Hill bevindt zich in Luxemburg-stad, in een 4 ha groot park vlakbij de Kirchberg en omvat 170 appartementen, verdeeld over veertien gebouwen. Dankzij de thermische isolatie van de gevels van de gebouwen, het driedubbel glas op de noordelijke gevels, de balansventilatie en de aansluiting van de appartementen op een stadsverwarmingsinstallatie die gebruikmaakt van houtpellets was het mogelijk om deze panden te certificeren als 'lage-energiegebouwen'.

De werken voor de eerste fase zijn gestart begin 2011 en de tweede fase is op het einde van het jaar begonnen. Met 78 appartementen die al in 2011 besproken en/of verkocht waren, mogen we spreken van een recordverkoop voor een dergelijk hoogwaardig project.

Kantoren en gemengde projecten

Van het Zuidstation tot de Europeese wijk

Op de Brusselse kantoormarkt, waar de vraag beperkt blijft, zet BPI-CFE Immo zijn uiterst selectieve projectbeleid voort, dat zijn deugdelijkheid de voorbije jaren heeft bewezen.

BPI-CFE Immo kon ook tevreden terugblikken op de ingebruikname door de NMBS van het kantoorgebouw 'South Crystal' in de wijk aan het Zuidstation en de finale overdracht aan een investeerder. In dezelfde wijk is wat betreft de ontwikkeling van het project 'Victor' – een complex van drie torens met kantoren en handelszaken van zo'n 110.000 m², ontworpen door het architectenbureau Christian de Portzamparc in samenwerking met het bureau Jaspers & Eyers – de milieueffectenstudie begonnen.

In de Europese wijk heeft BPI-CFE Immo verder in partnerschap het project Van Maerlant overgenomen, dat eveneens een kantoorgebouw voorziet van 5.300 m².

Projectbeheer van nieuwe kantoren bij Sogesmaint-CBRE

Het team Project Management van Sogesmaint-CBRE, een onderneming die hoofdzakelijk actief is als beheerder van gebouwen, behaalde, dankzij een moeilijke economische context, enkele mooie opdrachten met contracten voor Gates, Apple, Google en Crédit Suisse.

Sogesmaint-CBRE staat zo in voor de projecten rond de uitbreiding van de vestiging van Google in Brussel (3.000 m²) en de bouw en inrichting van de nieuwe vestiging van Gates in Erembodegem (3.200 m²).

Groothertogdom Luxemburg

In Luxemburg zijn de regels voor duurzame bouwprojecten bijzonder strikt. In het verleden werden verschillende grote projecten ontwikkeld door de groep CFE die zich onderscheiden als duurzame constructies zowel voor residentiële als kantoorgebouwen. Zo dient er een studie te gebeuren naar de behoeften aan primaire energie en warmte voor verwarming en naar de CO2 -uitstoot. De commercialisering van deze gebouwen levert ondertussen al uitstekende resultaten op.

Kantoren

Werken in alle sereniteit…

Het project Serenity in Strassen, een ontwerp van architecte Tatiana Fabeck, is een kantoorcomplex van 10.654 m² met HQE-label dat bovendien de laureaat was van de 'Green building Award 2011'. Het complex was op het einde van de huurgarantieperiode voor 70% gecommercialiseerd, wat in het licht van de leegstaande huurruimte in de rand van Luxemburg-stad bevestigt dat de keuze om een gebouw te ontwikkelen met Green Building-certificaat de weg van de toekomst is. De energieprestaties die gemeten werden tijdens de bouw van dit complex door CLE voldoen aan de hoge verwachtingen van de teams van ontwikkelaar CLi en investeerder Fidentia Real Estate. De jaarlijkse kosten bedragen immers minder dan € 30/m², wat een besparing oplevert van 65% in vergelijking met een klassiek gebouw. In november 2011 heeft CLi overigens een voorafgaande bouwvergunning aangevraagd voor een terrein in het centrum van Luxemburg, langs de meest gegeerde as van de stad: de Boulevard Royal. Dit kantoorproject (5.000 m²) is toevertrouwd aan de architecten de Portzemparc/Gubbini en voldoet met zijn trapeziumvormige gevel aan alle vereisten voor een project op een dergelijke 'prime location'.

Verder heeft Sogesmaint-CBRE ook het beheercontract toegewezen gekregen voor de inrichting van de nieuwe vestiging van iTunes in Luxemburg (1.500 m²).

CLi

Centraal-Europa

In Centraal-Europa worden de vastgoedontwikkelingsactiviteiten van de groep CFE verzekerd door BPI-CFE Immo, met momenteel een duidelijke focus op Polen, waar het team overigens ook is versterkt. In 2011 is besloten om de vastgoedontwikkelingsactiviteiten in Hongarije stop te zetten.

In Polen verloopt de commercialisering van het grote residentiële project 'Oceans's Four' in Gdansk naar wens en BPI Polska heeft de 'occupancy permit' verkregen voor de eerste fase van het project, waarvan de bouwwerken begonnen zijn in de lente van 2010.

De onderneming heeft overigens ook de rechten verkregen op een terrein in Warschau, waar een gemengd project met handel en bewoning zal worden gerealiseerd.

Noord-Afrika

In 2011 is de groep actief bezig geweest met de ontwikkeling van de overzeese activiteiten van de pool via de hiertoe opgerichte dochterondernemingen in Tunesië en Marokko.

In Marokko verzekert Construction Management (CM) de ontwikkeling van een windmolenpark in samenwerking met een Belgische groep voor de productie van hernieuwbare energie en heeft deze de voorlopige toestemming ontvangen voor twee locaties in de regio's van Tetouan en Safi.

In Djerba is Construction Management Tunisie op zoek naar opportuniteiten om projecten uit te voeren voor derde investeerders.

Het jaarbegin van het projectbeheer voor de jachthaven van Bizerte heeft de gevolgen ondervonden van de Arabische Lente… De teams zijn echter goed omgegaan met deze delicate situatie om de verdere follow-up van de werken te verzekeren.

Beheer van gebouwen

2011 was een moeilijk jaar voor de beheeractiviteiten van de groep, die voornamelijk het beheer betreffen van grote kantoorgebouwen in Brussel en in de Brusselse rand. Sogesmaint-CBRE zag zich bij een heronderhandeling van zijn beheersvergoedingen genoodzaakt zijn prijzen te laten zakken door de daling van de huurprijzen op de kantoormarkt en het toenemende aantal leegstaande gebouwen onder contract. Het aantal beheeroffertes is echter substantieel gestegen en er werden nieuwe overeenkomsten ondertekend voor een tiental gebouwen, goed voor in totaal zo'n 130.000 m².

Deze beheerportefeuille omvat voortaan onder meer het 'Silver Building'-gebouw voor rekening van Allianz (24.000 m²), twee kantoorgebouwen (ieder 30.400 m²) via een overeenkomst met KBC Real Estate, het Copernicus-gebouw, zo'n 850 wooneenheden (heronderhandeling van het SHAPE-contract met BAGECI), de site 'Ans' van REDEVCO, de mede-eigendom Gosset in Brussel (17.500 m²) en diverse andere Brusselse kantoorgebouwen, waaronder het Crystal Building voor Ethias.

Ontwikkeling van de dienst 'Letting Coordination'

Naast zijn 'core business' beschikt Sogesmaint-CBRE nu ook over de cel 'Letting Coordination', waarvoor gespecialiseerd personeel is aangeworven. Deze nieuwe activiteit moet garant staan voor extra inkomsten in 2012 dankzij de verhuur van ruimtes of de heronderhandelingen van huurovereenkomsten voor rekening van eigenaars die met de onderneming verbonden zijn via Asset Management-contracten.

Toekomst van de pool vastgoedontwikkeling en -beheer?

Op vastgoedontwikkelingsvlak blijven de vooruitzichten gunstig, maar het komt erop aan in België en in het buitenland uiterst selectief te werk te gaan in de keuze van nieuwe projecten, en dat zowel wat de kenmerken als de ligging betreft. Voor de beheeractiviteiten van de groep zal een van de grote uitdagingen in 2012 erin bestaan de rendabiliteit te vergroten van de afdeling Property Management.

Een zeer belangrijke trend is ook dat de diverse vakgebieden van de pool naar alle waarschijnlijkheid geconfronteerd zullen worden met steeds grotere vereisten op het vlak van duurzaamheid. De teams zijn klaar om ook deze uitdaging aan te gaan, zoals al blijkt uit hun prestaties in 2011: de oplevering van het gebouw Midi-Suède, dat voldoet aan

Brussel - project Arts 35

de passiefhuiscriteria, het Serenity-gebouw in Luxemburg, het beheer en de reporting van het verbruik in de door ons beheerde gebouwen, het Leed Gold-certificaat voor het Googleproject in Brussel. Het nog te ontwikkelen kantoorproject 'Victor', in samenwerking met Atenor, mikt eveneens op een BREEAMcertificaat.

POOL BOUW

Zowel in België als in het buitenland zoekt de groep haar klanten tevreden te stellen zonder wie de vernieuwing van het orderboek niet zou bestaan. Het systeem voor kwaliteit, veiligheid, gezondheid en milieu van de groep levert een actieve bijdrage aan het kwaliteitsbeheer in al zijn facetten. Op die manier behaalden of verlengden de ondernemingen van de pool bouw een groot aantal certificaties. Zo verkreeg CFE International bijvoorbeeld de certificaties ISO 9001, ISO 14001 en OHSAS 18001, en CFE Nederland en GEKA het hoogste certificatieniveau voor CO2-uitstoot (niveau 5). CFE Brabant, MBG, BAGECI, Aannemingen Van Wellen en heel wat andere entiteiten van de groep konden hun ISO 9001-certificatie verlengen.

Ook de internationale ontwikkeling is onverminderd voortgezet. Na Qatar, waar de groep CFE al enkele jaren lang actief is via dochteronderneming CFE Middle East, en na Tsjaad, waar CFE International in 2010 de eerste grote opdrachten voor zijn rekening nam, zette de pool bouw dit jaar ook voet aan de grond in Nigeria en Algerije.

Net als het beleid voor internationale expansie heeft deze kwaliteitsstrategie ongetwijfeld bijgedragen aan de stabilisering van de omzet van de pool bouw op een niveau dat vergelijkbaar is met dat van het voorgaande jaar, en dat ondanks de teruglopende private investeringen en de vertraging van de implementatie van overheidsinvesteringen.

De ondernemingen van de pool bouw

Met uitzondering van CFE EcoTech en de groep Terryn, die voor hun uiterst gespecialiseerde activiteiten niet gebonden zijn aan een bepaalde locatie en CFE International die buitenlandse opdrachten ambieert, ontplooien de ondernemingen van de pool bouw hun activiteiten meestal in specifieke geografische regio's.

Zo kunnen we de volgende indeling maken:

in België :

MBG, Aannemingen Van Wellen, Amart, BPC, CFE Brabant en BAGECI.

internationaal :

CLE (Luxemburg), CFE Nederland en GEKA (Nederland), CFE International, CFE Hungary, CFE Polska, CFE Romania, CFE Slovakia, CFE Middle East, CFE Tunisie, CFE Tchad en Cobel (Nigeria).

Op centraal niveau, staan BENELMAT (verhuurder van materieel) en de studieafdeling ten dienste van de maatschappijen.

In 2011 heeft de studieafdeling meegewerkt aan een groot aantal projecten en een honderdtal aanbestedingen. Voor MBG zette de afdeling de studies voort rond de Liefkenshoekspoorverbinding, met de voorbereiding van de uitvoeringsstudie voor de afwerking van de spoorwegtunnel, en was er ook een hechte samenwerking bij het opmaken van de offertes voor verschillende andere grote projecten, zoals de A11 in Brugge (Design, Build, Finance & Maintain-studie). Ook de studies inzake offshore-windenergie zijn zeker het vermelden waard. De studieafdeling heeft verder niet alleen CFE Brabant bijgestaan (onder meer projecten voor Group S en aan de Frère Orbansquare), maar ook CFE EcoTech en BAGECI, bijvoorbeeld voor de geotechnische studies van de zuiveringsstations. Een groot aantal andere entiteiten van de groep hebben eveneens kunnen gebruikmaken van de doeltreffendheid van de studieafdeling.

BENELMAT heeft eveneens bijgedragen tot de goede uitvoering van de werven, in het bijzonder voor de grote werken van burgerlijke bouwkunde en gebouwenprojecten in het buitenland.

Zaventem - Diabolo-project

Aannemingen Van Wellen haalde het Antwerpse project 'Lichttoren' binnen, in bouwteam voor Immpact en BPI, en kreeg ook de afwerking toegewezen van een handelspand op de Meir, de verbouwing van een oud Antwerps pand tot appartementen (Diamond-project) en de renovatie van het sociale wooncomplex Langblok in Boom. In Burcht en Zele zijn bovendien de werkzaamheden begonnen voor een nieuwe school. Verder tekent zich ook een mooi project af in de tertiaire sector: de in september binnengehaalde opdracht voor het Onyx-gebouw in Berchem, dat over een BREEAM-certificaat zal beschikken.

In Brussel en Brabant waren een groot aantal projecten het werk van CFE Brabant, dat in Cannes een Mipim Award in ontvangst mocht nemen voor de omvorming tot wooneenheden van zeepziederij Heijmans. Wat de lopende gemengde of residentiële projecten betreft, vermelden we vooral de bouw van een woonen kantoorgebouw langs de Frère-Orbansquare (voor AG Real Estate), de renovatie van de huizenblok voor het Brusselse OCMW en de oplevering van drie villa's op voor 3ème Bureau, waaronder twee in Saint-Tropez. Het activiteitenniveau bleef tevens behouden in de tertiaire, de commerciële en de gezondheidszorgsector. Enkele voorbeelden: North Light, de zetel van de groep GDF SUEZ in Brussel, werd opgeleverd en het begin van het jaar.

Gebouwen, industriële constructies en renovaties

In België

2011 was voor MBG een bijzonder jaar inzake residentiële ontwikkelingen, utiliteitsbouw, renovaties en zorggerelateerde projecten. Het hotel en de appartementen van La Réserve in Knokke werden opgeleverd door MBG en Aannemingen Van Wellen, die hiertoe een tijdelijke handelsvennootschap oprichtten. Beide bedrijven sloegen ook de handen in elkaar voor het residentiële project 'Royal Gardens' in Blankenberge, dat 93 appartementen telt. MBG beëindigt het stadsontwikkelingsproject 'De Gouden Boom' in Brugge en kan terugblikken op een indrukwekkende reeks opdrachten voor residentiële projecten, zoals 'Canal View', 'Park View, 'Waterfront' en 'Lievehof' in Gent, het 133 appartementen tellende project 'Oude Kaars' in Wijnegem en de woningen en appartementen van het 'Groen Kwartier' op de voormalige site van het militair hospitaal in Antwerpen. Dankzij deze projecten is het orderboek van de afdeling 'gebouwen' van MBG goed gevuld. In het segment utiliteitsgebouwen heeft MBG de ondergrondse parkings 'Ganzendries' en 'Wollemarkt' gerealiseerd in

Mechelen en startte de bouw van de parking 'Hopmarkt' in Aalst. In Knokke zijn de werken aan het aquapark 'Duinenwater' voortgezet en in Wilrijk is op bijzonder korte tijd gebouw 'T' opgetrokken, de uitbreiding van de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit van Antwerpen. MBG leverde de rust- en verzorgingstehuizen (RVT's) 'Zonnelied' in Ieper, 'Ambroos' in Hofstade en 'Home Vyvens' in Zingem op. Ook in 2012 worden de mooie opdrachten in dit segment voortgezet, met het project 'Mayerhof' in Mortsel en het ziekenhuis 'AZ Alma' in Eeklo. Renovatie is een ander belangrijk segment, zoals blijkt uit een aantal indrukwekkende projecten: de omvorming tot cultureel centrum van het geklasseerde voormalige centrale postgebouw in Oostende en de grondige renovatie van winkelcentrum Grand Bazar in Antwerpen, dat bovendien geopend bleef tijdens de werken. MBG heeft bovendien niet stil gestaan op industrieel vlak, met opdrachten voor onder meer Total, Indaver, Seminck Gas, Elia en BASF. Met een goed gevuld orderboek ziet 2012 er voor MBG veelbelovend uit. Bovendien heeft de onderneming goede hoop op een gunstige afloop van de geleverde inspanningen voor de studies van de DBFM-projecten voor het nieuwe ZNA-ziekenhuis en Livan 1 voor de Antwerpse metro, belangrijke projecten met een nieuw elan voor de komende jaren.

Dit project wordt gevolgd door een tweede gebouw, de Pole Star, voor dezelfde gebruiker. Beide projecten worden voor AG Real Estate in partnerschap uitgevoerd door CFE Brabant, dat ook het stadion van Crossing Schaarbeek opleverde (in partnerschap) en de laatste fase van het depot van Haren voor de MIVB. Bij de lopende projecten vermelden we graag nog de vierde Europese School van Laken voor de Regie der Gebouwen, de ingrijpende renovatie van het station Kunst-Wet voor Beliris en de zetels van Group S en Elia.

Voor BPC was 2011 een overgangsjaar waarin

diverse projecten werden afgerond en de voorbereiding begon van nieuwe opdrachten. De onderneming zorgde bijvoorbeeld voor de voorlopige oplevering van het Media Gardenproject in Schaarbeek (fase A), een residentieel pand dat door Atenor is verkocht aan Aedifica. 2011 was ook het jaar waarin BPC begon aan een aantal andere projecten, zoals het woon- en kantoorcomplex Lighthouse (met CFE Brabant) in de Belliardstraat (in bouwteam voor Allfin en BPI) of de Brusilia-toren voor BPI. Het Brusselse project Up-Site wordt verwezenlijkt voor Atenor: een gebouw van 42 verdiepingen (de hoogste woontoren van België), vier kantoorgebouwen en vier appartementsgebouwen bovenop drie parkeerlagen, dat alles langs het kanaal. BPC heeft overigens de bouwwerken voortgezet voor het project Congrégations (wooneenheden

Brussel - Project Kunst-Wet

MBG

BAGECI

Groep Terryn

CFE Brabant

BPC

Aannemingen Van Wellen

Technische directie Michel Denayer, Lode Franken, Jean-Pierre Cesar,

CFE International

CFE Tchad

CFE Tunisie

Cobel Contracting Nigeria Ltd

verkrijgen van de vergunningen, aan de constructiewerkzaamheden. Op residentieel vlak werden in 2011 diverse projecten opgeleverd: passiefwoningen in Jambes, huizen voor het leger in Belgrado en de casco ruwbouw voor een rusthuis in Vottem. Het activiteitenniveau qua renovatieprojecten bleef behouden, met de voortzetting van het onderhoud van 850 wooneenheden op de SHAPE-site en de renovatiewerken aan een groot aantal sociale wooneenheden in Bergen, La Louvière, Saint-Vaast, Ghlin en Namen. Verder lopen momenteel ook de uitbreidingswerken aan het St. Guibertcollege in Gembloux.

Internationaal

Op het vlak van gebouwen zien we een gestage ontwikkeling van de bouwactiviteiten in Nederland. De jonge afdeling 'Industriële gebouwen en constructies' van CFE Nederland bouwt in Den Haag het zwembad 'Het Hofbad' en heeft onlangs het TFLab (Tweefasenlaboratorium) opgeleverd in Ede voor het maritiem onderzoeksinstituut MARIN. In dit laboratorium kunnen boten worden getest in een enorm reservoir dat golven kan simuleren van meer dan twintig meter hoog.

In Luxemburg heeft CLE de eerste onderzoeks-

laboratoria opgetrokken van de universiteit in Belval, waarvan in oktober een gebouw werd opgeleverd, plus het residentiële project 'Parc du Soleil', voor Eifel-Haus Bau Und Immobilien: een complex van vijf gebouwen met 33 appartementen en studio's. De bouw (Design & Build) van een zeer groot parkeergebouw aan de universiteit van Belval voor de Luxemburgse spoorwegen is gestart in september. Andere substantiële projecten waren onder meer het Green Hill-complex, met veertien sleutelklare panden van energieklasse A of AB, de bouw van een school in Mamer, een zwembad en een sporthal in Esch-sur-Alzette, de afwerking van een polyvalent kindercentrum en de uitbreiding van de Europese Rekenkamer. Deze laatste opdracht wordt overigens gedurende heel 2012 voortgezet. CLE heeft bovendien een nieuwe dienst opgericht die focust op kleinere projecten, en dan met name op renovatie-, verbouwings- en nieuwbouwopdrachten.

In Polen kan CFE Polska terugblikken op een mooie groei van de activiteiten. Bovendien is de onderneming ook bekroond met de 'Business Fair Play Award 2011'! Het einde van de eerste fase van het prestigieuze residentiële project 'Ocean's 4', dat BPI Polska ontwikkelt in Gdansk, was een van de topmomenten van het jaar. Er werden echter ook verschillende andere projecten afgewerkt en opgeleverd, zoals de OBI-

supermarkt (10.500 m²) voor Rank Progress en een fabriek van 4.000 m² voor de onderneming Valeo. Een ander project waaraan in 2011 werd begonnen en dat op het einde van het jaar bijna afgewerkt was, is het kantoorgebouw 'Epsilon' voor Vantage Development. Vermeldinswaardig is ook het eerste gebouw van een zeer grote opdracht 'Promenady Wroclawskie'voor een wijk met kantoren, een hotel, handelszaken en bewoning in Wroclaw. Een ander industrieel project, dat begin 2012 is opgeleverd, betreft de uitbreiding van de fabriek van Gliwice voor de Belgische metaalbouwspecialist Vlassenroot, waarmee een nieuwe overeenkomst werd gesloten voor de bouw van een productie-eenheid. Tot slot is CFE Polska ook bezig met een fabriek voor Saint Gobain, een logistiek centrum voor Merida en een productie-eenheid voor de Belgische onderneming Desotec.

In Hongarije zijn verschillende mooie en belangrijke projecten het werk van dochteronderneming CFE Hungary. Twee opdrachten voor een grote bank zijn zelfs goed voor de grootste IT-investering in datacenters van Centraal-Europa (bovendien stond VMA in voor de complexe elektrische installatie van beide projecten). Een andere oplevering was deze van de productieeenheid voor levensmiddelen in Verpelet voor Asia-Food. Qua lopende opdrachten vermelden we graag het Barros Ter-project (kantoren en parkings), dat gestart is in het voorjaar en goed

voor Bouygues Immobilier), het gebouw B3 van La Sablière (vierde fase in Ukkel Kalevoet voor BPI), een bijzonder geslaagd passiefflatgebouw in de Wedrennenlaan in Elsene, appartementen in Louvain-la-Neuve, Les Jardins de la Source voor Wilhelm & C° Group en studentenhuisvesting voor vastgoedgroep Eckelmans. Op het vlak van gemengde of residentiële opdrachten heeft BPC het project South City ingehuldigd (twee kantoorgebouwen en een Park Inn-hotel recht over het Zuidstation) en verkreeg de onderneming voor de voorlopige oplevering van een rust- en verzorgingstehuis in de Ukkelse wijk Kalevoet. BPC is ook betrokken bij een aantal grote projecten in Luik, zoals de Olympische schaatspiste, de nieuwe gebouwen van de RTBF, Médiacité, het Crowne Plaza Hotel of de nieuwe vestiging van CMI in Seraing. De onderneming hoopt deze Luikse aanwezigheid in 2012 nog verder te kunnen uitbouwen.

Amart, dat zijn technisch team heeft uitgebreid, kende een jaar van mooie vooruitgang, en dat zowel qua activiteiten als qua opdrachten, die overigens een recordniveau hebben bereikt. De onderneming heeft voor BPI en voor de GOMB (Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) ook zijn eerste residentiële passiefgebouw opgetrokken aan het Zuidstation dat eveneens genomineerd werd voor de Mipim

Awards 2012, in de categorie 'Best Futura Project' te Cannes. Daarnaast leverde het ook het Imreca-gebouw op (appartementen met handelszaken op de benedenverdieping). Amart stond ook in voor de ingrijpende verbouwing met het oog op een gemengd gebruik van gebouwen aan de Louiza- en de Waterloolaan en voor de omvorming van een voormalige mouterijsilo tot wooneenheden en handelszaken voor Breevast. Amart was overigens ook betrokken bij het sociale project 'L'Essentiel' in Lasne, waarbij een pand van 3.600 m2 werd verbouwd tot opvanglocatie voor gehandicapte kinderen en volwassenen. De onderneming kreeg ook de constructie toegewezen van een mooi passiefgebouw in de Brusselse Kernstraat, de renovatie van handelszaken en kantoren aan de Louizalaan voor Prowinko en de inrichting van kantoren voor Cisco Belgium, Techem-Caloribel en vooral ook voor Google.

In Wallonië en naast de Luikse ontwikkelingen verzekerd door BPC, maakt BAGECI optimaal gebruik van zijn positionering in PPS-dossiers met een grotere meerwaarde en 'Design & Build-dossiers', zoals het bouw- en renovatieproject van de scholen van de Duitstalige Gemeenschap of de bouw van het politiebureau van Charleroi, een ontwerp van architect Jean Nouvel en architectenbureau MDW. Voor dit laatste project beginnen CFE Brabant en BAGECI in het voorjaar van 2012, na het

vordert, en de basisschool en omnisportzaal van Szigetszentmiklós, waarop in december de meiboom kon worden geplaatst. Het kantoorproject Vaci Greens (ontworpen volgens de BREEAM-normen), werd verder gezet.

De financiële crisis is nog duidelijker voelbaar in Slowakije, waar CFE Slovakia de bouw van het residentiële Green Park-complex afrondt in een moeilijke context. Er lopen wel diverse studies, offertes en voorselecties voor een hele reeks projecten zowel in Slovakije als in Roemenië.

In Tsjaad is de eerste fase opgeleverd van de universiteit van Toukra door CFE Tchad: een indrukwekkend project ten zuiden van N'Djamena, waarvoor CFE International een van de uitvoerende partijen is, en dat klaslokalen omvat, taallaboratoria, twee auditoria, woonverblijven voor de studenten, een restaurant en een supermarkt. Dit is overigens niet de enige opdracht in Tsjaad: CFE is bezig aan de ruwbouw van de presidentiële villa, en heeft daarnaast ook het contract ondertekend voor de kantoren van het ministerie van Financiën in N'Djamena.

In Nigeria heeft COBEL, dat door CFE samen met een lokale partner is opgericht, de overeenkomst ondertekend voor de Eko Tower II, een toren van 27 verdiepingen, met parking,

Amart

Rotterdam - ETT Europoort

medisch centrum, een businesscenter en een vrije tijdsruimte ; gebouw dat in gebruik zal worden genomen door een petroleummaatschappij. Het financieringsdossier met exportkrediet voor dit project is ondertussen afgerond.

In Algerije heeft CFE tot slot op het einde van het jaar een intentieverklaring ondertekend voor de bouw van de zetel van een grote Belgische bank in Algiers, contract dat werd bevestigd en in voege is getreden eind januari 2012.

In Tunesië tot slot zet CFE de bouw verder aan het residentiële gedeelte van het Marinaproject in Bizerte en startte de werkzaamheden aan de uitbreiding van de 'Lycée Français' in Tunis.

Burgerlijke bouwkunde en wegen

In België

De twee grootschalige projecten die MBG in tijdelijke handelsvennootschap uitvoert voor Infrabel zijn uitstekend gevorderd. Zo verlopen de werken aan de Liefkenhoekspoorverbinding vlot. Deze nieuwe goederenspoorlijn verbindt de uitbreiding van de Antwerpse Haven op Linkeroever met het rangeerstation Antwerpen Noord op Rechteroever via geboorde tunnels onder de Schelde en het Kanaaldok B1B2. Drie belangrijke mijlpalen werden tot grote tevredenheid van alle partijen bereikt: de aankomst met enkele weken voorsprong van de twee tunnelboormachines, zijnde Wiske op 16 mei en Schanulleke op 16 juli 2011 en vervolgens het bereiken van de tussentijdse beschikbaarheidsdatum van het eerste deel van het project op de voorziene datum van 19 december 2011, met oplevering van het eerste gedeelte van de werken aan Infrabel. Daarnaast is ook hard doorgewerkt aan het DBFM-project Diabolo, zijnde de HSL verbinding tussen de luchthaven van Zaventem en de middenberm van de E19 evenals de uitvoering van de verkeersknoop ter hoogte van Brucargo. Een eerste deel van de uitbreiding van het station van de luchthaven werd begin juli 2011 geopend voor het publiek

terwijl de ingebruikname van het viaduct dat Brucargo verbindt met de autosnelweg, plaats vond op 2 november 2011. De werken zijn inmiddels opgeleverd en de nieuwe lijn zal vanaf juni 2012 in gebruik genomen worden. De twee aangrenzende spoorprojecten zijnde de werken over 8 km lengte op middenberm van de E19 en de aansluiting naar Mechelen werden op tijd beëindigd en in gebruik genomen in 2011. In Rotterdam werd in september de LNG Terminal GATE, uitgevoerd in samenwerking met CFE Nederland, officieel ingehuldigd. Op 1 september 2011 werd in Zeebrugge de bouw van een nieuwe zeesteiger opgestart voor Fluxys om de capaciteit van de aardgasterminal te Zeebrugge uit te breiden. Dit project moet opgeleverd worden eind 2012. MBG hoopt tevens op een spoedige toekenning van de eerste fase van de renovatiewerken aan het station Mechelen en omgeving.

De afdeling 'wegen' van Aannemingen Van Wellen, die onder meer verantwoordelijk is voor het wegengedeelte van het Diabolo-project te Zaventem, had het druk met de uitvoering van een groot aantal openbare aanbestedingen en opdrachten van eind 2010, begin 2011. Enkele voorbeelden: de aanpassingswerken aan verschillende wegen in Berchem, Ekeren, Edegem en Mechelen, en de westelijke toegangsweg in de haven van Zeebrugge. In de loop van het jaar kwamen hier verschillende andere opdrachten

bij, zoals de belangrijke aanpassingswerken aan de E19 tussen Wilrijk en Mechelen uit te voeren binnen een recordtijd van zeven weken. De onderneming haalde ook diverse havenprojecten binnen, die al gedeeltelijk uitgevoerd zijn, voor de havens van Antwerpen, Gent en Zeebrugge. De twee asfaltcentrales produceerden meer dan 250.000 ton. Proeven voor asfalt met verlaagde temperatuur tot 120°C en andere geluidloze mengsels werden tot een goed einde gebracht. Samen met de ploegen van MBG, werd Aannemingen Van Wellen gekwalificeerd voor de tweede ronde voor het PPS-project A11 te Zeebrugge. De tweede offerte is voorzien voor juli 2012.

Voor BAGECI werd het jaar op vlak van burgerlijke bouwkunde gekenmerkt door de voorlopige oplevering van het Vortex-project in Namen, omvattende met name de 35 Vortex-eenheden en de 17 pompstations. Deze installaties zullen een substantiële bijdrage leveren aan de zuivering van de Maas. Een ander project, het zuiveringsstation van Sclessin, zal binnenkort, in dit deel van Luik, afvalwater kunnen verwerken, nu de elektromechanische uitrusting is geïnstalleerd. In het zuiveringsstation van de Hain-vallei, dat gebouwd is in samenwerking met CFE Brabant, worden de burgerlijke bouwkundewerken afgerond om vervolgens de elektromechanische apparatuur te plaatsen door CFE EcoTech en Nizet. Voor Infrabel is BAGECI

CFE Polska

dan weer bezig met verschillende projecten, in Gembloux, Flawinne en Ronet.

CFE EcoTech nam de elektromechanische installatie en de implementatie voor zijn rekening van zowel het Vortex-project in Namen als het zuiveringsstation van Sclessin, waar de hydraulische tests achter de rug zijn en de inbedrijfstelling gepland is voor 2012. In de Hain-vallei wordt de plaatsing afgerond van de elektromechanische uitrusting. De inbedrijfstelling van het zuiveringsstation is voorzien voor de zomer van 2012. Het is eveneens CFE EcoTech dat onder meer instond voor de montage van de uitrusting voor de anaerobe afbraak van het secundaire en primaire slib van het zuiveringsstation van Moeskroen, en voor de optimaliseringswerken aan het station Brussel Zuid voor de BMWB. De onderneming heeft ook een eerste contract binnengehaald voor het anaerobe zuiveren van brouwerijafvalwater, dankzij een vernieuwend concept dat nog heel wat andere mogelijkheden biedt, bijvoorbeeld in de agro-industrie. Ondertussen worden ook meerdere projecten bestudeerd voor energievalorisatie, die in 2012 moeten leiden tot nieuwe opdrachten.

In Rotterdam-Europoort is GEKA volop bezig geweest met de uitbreiding van de ETTpetroleumterminal voor Verwater, met onder meer de plaatsing van de funderingen voor de reservoirs en voor een steiger voor zee- en binnenscheepvaart. GEKA heeft ook drie nieuwe kranen aangekocht (van 70, 80 en 100 ton), waarmee prefabelementen t.b.v. de bouw van steigers kunnen worden geplaatst alsmede funderingselementen kunnen worden geheid met een lengte tot 40 meter. De onderneming is verder bezig met de internationale uitbreiding van haar activiteiten, met de ondertekening van een studieovereenkomst voor de bouw van een steiger in het Cypriotische Vassiliko.

In het Groothertogdom Luxemburg werd de Pont d'Alsace open gesteld voor het verkeer en wordt doorgewerkt aan het viaduct van Pulvermühle. Beide opdrachten worden door CLE en BAGECI uitgevoerd voor de Luxemburgse spoorwegen.

In Qatar heeft CFE Middle East drie reservoirs opgeleverd in het kader van het project Doha North WWTP voor Keppel Seghers. Deze onderneming heeft bovendien de opdracht gegeven om acht elektrische substations te bouwen in Doha. Dit project is momenteel bezig, net als dat voor twee elektrische substations in Ezdan en Garafa voor ABB.

Samen met CFE EcoTech maakt CFE International zich bovendien op voor zijn eerste activiteiten in Sri Lanka. In januari 2011 is een contract ondertekend voor de zuivering en aanvoer van water ter waarde van 22 miljoen euro. De afronding van het financieringsdossier is voorzien voor begin 2012.

Groep Terryn maakte meteen gebruik van synergieën met diverse entiteiten van de pool

De Groep Terryn (die bestaat uit de ondernemingen Korlam, Spanbo, Ecotimber, Terryn Hout in Moorslede en Lamcol in Marche-en-Famenne) maakt sinds halfweg 2010 deel uit van CFE. Terryn houdt zich bezig met de verwerking en valorisatie van hout, is gespecialiseerd in (voornamelijk industriële) houtconstructies en is een toonaangevende speler op het vlak van de productie en montage van gelamineerd hout.

2011 vormde voor de groep een jaar met enkele mooie verwezenlijkingen en opdrachten, zoals het dak van de schaatspiste in Luik, een project van BPC, het dak van het station van Rotterdam, de deelname aan de bouw van de CNH-showroom, een zwembad in Gent (Rozenbroeken), een project in Knokke (MBG) en zelfs het nieuwe verblijf, gebouwd in het dierenpark Planckendael, voor de olifanten die momenteel in de Antwerpse zoo verblijven! De groep, die dit jaar zijn operationele uitrusting heeft geoptimaliseerd, heeft meer dan 22.000 m3 gelamineerd hout geproduceerd, een productie die overigens over het CE-label beschikt. Resultaat: ondanks een moeilijk jaarbegin 2011 is de omzet er licht op vooruit gegaan in vergelijking met het jaar ervoor.

CFE Nederland

GEKA

Internationaal

In Nederland heeft CFE Nederland diverse omvangrijke civieltechnische projecten opgeleverd op spoorweg-, maritiem of wegenvlak. Enkele voorbeelden zijn de vereiste fundering en kunstwerken voor de toekomstige uitbreiding van de spoorweg in Houten naar vier sporen voor ProRail, de constructie van drie gigantische betonnen reservoirs voor vloeibaar aardgas (GATE-terminal Rotterdam) en de versteviging, verbreding en opvijzeling van de Muiderbrug. De onderneming Coentunnel Construction, een bouwconsortium waar ook CFE deel van uitmaakt, stond in voor het spectaculaire transport van de vier zinkstukken (178 m/30 m/8 m) van de 'Tweede Coentunnel' in Amsterdam. De nieuwe autotunnel bevindt zich naast de bestaande Coentunnel, loopt onder het Noordzeekanaal en heeft een lengte van zo'n 750 meter. De vier afzinkelementen zijn gebouwd in Barendrecht en werden via de waterwegen tot in Amsterdam vervoerd. Een ander groot project in 2011 was het vervolg van de bouwwerkzaamheden aan de spoorwegtunnel van Delft (2,4 km).

GEKA, de andere Nederlandse entiteit, die meewerkt aan de projecten voor de nieuwe LNG-terminal GATE in Rotterdam en aan de spoorwegtunnel van Delft, heeft in Rotterdam ook twee steigers afgewerkt en opgeleverd.

Orderb
o
p 31 december
oek Activiteit
(in miljoenen EUR) 2011 2010 2011 2010
Pool
b
ouw
1.009,9 826,4 717,8 707,8
Amart 27,1 17,4 25,4 20,9
BAGECI 100,8 83,5 44,9 56,7
BPC 128,9 37,8 50,1 61,7
CFE Brabant 184,7 111,2 101,7 80,4
CFE Eco
Tech
4,5 15,3 11,9 13,3
CFE Hungar
y
19,7 19,7 17,9 39,7
CFE International 115,3 57,6 59,7 33,4
CFE Nederland 127,0 158,8 62,1 62,1
CFE Polska 4,9 14,8 30,5 19,2
CFE Tunisie 2,0 - 1,1
CLE 65,2 32,5 28,4 31,5
GEKA 6,4 22,0 42,3 43,4
MBG 143,7 165,7 148,2 165,5
Aannemingen
Van Wellen
67,8 35,4 67,3 63,2
Groep Terryn 11,8 12,2 26,3 13,3*
Diversen 0,5 - -

* 6 maanden activiteit

E en alg e meen po siti e v e to ekom st voor d e pool bouw

Eind 2011 stelt het aantal opdrachten voor de pool bouw algemeen gezien tevreden, met een toename van 22%. Deze vaststelling dient echter toegelicht te worden.

Buiten Europa zijn de perspectieven veelbelo vend, zoals blijkt uit het orderboekje van CFE International. In Centraal-Europa blijft de situ atie echter moeilijk en wordt de economische crisis het hardst aangevoeld.

In de Benelux hebben de ondernemingen van de pool meestal goede redenen om de toe komst positief tegemoet te zien. Enkele voor beelden? De twee Vlaamse ondernemingen zijn bezig met diverse PPS-projecten (Missing Links A11 in Brugge en Livan (De Lijn) in Antwerpen), die een belangrijke investering vertegenwoor digen voor de toekomst. In het centrum van het land kan CFE Brabant uitpakken met een indrukwekkende hoeveelheid nieuwe opdrach ten, en BPC heeft een vestiging opgericht in Luik, terwijl ook bij Amart de boeken goed vol staan. Dankzij de al geleverde inspanningen en de dossiers die momenteel worden bestudeerd, begint BAGECI eveneens in alle sereniteit aan 2012. Bovendien staan in de Benelux diverse belangrijke offertes op het punt om goedge keurd te worden.

'Duurzame ontwikkeling' en 'internationaal' zijn overigens samen met 'synergie' en 'com plementariteit' sleutelwoorden voor de toe komst van de pool bouw en van de groep CFE in het algemeen.

POOL MULTITECHNIEKEN 4

POOL MULTITECHNIEKEN

Speciale technieken hebben de wind in de zeilen

Binnen de pool multitechnieken beschikt de groep CFE over steeds diversere en geavanceerdere competenties voor de waaier aan speciale technieken op het vlak van elektriciteit en HVAC-apparatuur (heating, ventilation & air conditioning) alsook elektrificatie en spoorwegsignalisatie. Ook in 2011 zette deze trend zich voort, onder meer dankzij de acquisitie van ETEC, waardoor de groep CFE voet aan de grond krijgt in de sector van de openbare verlichting en tegelijk zijn activiteiten kan versterken op het vlak van ondergrondse netwerken.

Opwaartse beweging van de omzet

Het activiteitenniveau van de pool multitechnieken bleef behouden, terwijl de omzet en ook het orderboekje gegroeid zijn. Dit alles ondanks een moeilijk jaar voor de bouw, waar het aantal grote projecten erop achteruitging, zeker in de tertiaire sector. Hierbij kwam bovendien nog de impact op de overheidsopdrachten van het uitblijven van een Belgische regering.

De ondernemingen van de pool multitechnieken

De pool omvat twaalf in België gebaseerde ondernemingen, plus één bedrijf in centraal Europa: VMA Slovakia, een dochter van VMA.

  • Nizet Entreprise, VMA, Vanderhoydoncks, en Van De Maele Multi-Techniek zijn gespecialiseerd in elektriciteit ;
  • ENGEMA en Louis Stevens & Co zijn naast andere specialiteiten actief in de vakgebieden elektrificatie en spoorwegsignalisatie ; • ETEC is gespecialiseerd in openbare verlichting en in het plaatsen van boven en ondergrondse
  • netwerken ; • Brantegem, Druart en Prodfroid zijn gespecia-
  • liseerd in HVAC-technieken en in de productie van koeltechnieken ;
  • be.Maintenance staat in voor onderhoud en speciale technieken in de tertiaire sector ; • Voltis beschikt over verkooppunten voor
  • verlichting, materiaal voor elektrische installaties, gereedschap, domotica, verwarming, klimaatregeling en huishoudtoestellen.

Multitechnieken

Druart

be.Maintenance

Tramstelplaats MIVB - Elektrische installaties

Gezien de aanhoudende activiteit van beide afdelingen werden hun teams dan ook versterkt.

ENGEMA, dat met ORES een belangrijke kaderovereenkomst heeft gesloten, behoudt op die manier een goed gevuld orderboekje in de afdeling Lignes met een omzet die verder blijft groeien. De afdeling Montage daarentegen heeft nog steeds te lijden onder de teruggeschroefde investeringen van haar klanten.

Louis Stevens & Co, dat deelneemt aan de signalisatiewerken voor het Diabolo-project, heeft ook bijgedragen aan de verbetering van de kwaliteit aan het Belgische spoornet door de plaatsing van signalisatie op basis van het nieuwe ETCS (European Train Control System). Andere interessante projecten: de signalisatiewerken op de lijn Ottignies-Waver en aan de bruggen over de Nete in Duffel, de renovatie van de seininstallaties in Lier en de plaatsing van camera's, branddetectors enz. in diverse stations en in de luchthaven van Zaventem. Overigens kende de divisie 'Telecom&Security', die in 2011 gestructureerd werd als afzonderlijke businessunit, zijn eerste commerciële successen buiten het spoorsegment met de ondertekening van een kaderovereenkomst voor de veiligheidsperimeters rond de vestigingen van Fluxys (aardgas). 2011 was een bijzonder goed gevuld jaar voor Stevens, dat zijn team heeft uitgebreid en mag terugblikken op een absolute recordomzet. Het orderboekje voor 2012 is eveneens goed gevuld.

Een enorm fotovoltaïsch project

De pool multitechnieken beschikt over zeer geavanceerde expertise op het vlak van fotovoltaïsche technologie, en dan met name bij Nizet Entreprise, dat dit jaar een fotovoltaïsch project heeft gerealiseerd van 3,6 MW – 15.000 zonnepanelen – voor Thys Bouwprojecten. Andere fotovoltaïsche projecten waren onder meer de Hooge Maey in Antwerpen, MET in Jambes en Namen en Idea in Manage. Verschillende andere entiteiten zijn eveneens actief op fotovoltaïsch vlak, zoals de onderneming Van De Maele Multi-Techniek, die 2.920 zonnepanelen heeft geleverd en geplaatst bij Hardybouw in Elverdinge, of de Limburgse onderneming Vanderhoydoncks, die elektrische aansluitingen heeft gerealiseerd voor installaties in Izegem, Sint-Truiden en Haasrode.

Elektrische uitrusting en elektrotechniek voor ziekenhuizen en infrastructuurwerken

De businessunit 'Hôpitaux' van Nizet Entreprise kende een sterk activiteitenniveau , met onder meer opdrachten voor het Louis Caty-ziekenhuis in Baudour, het Erasmus-ziekenhuis in Anderlecht, IZZ (Iris Ziekenhuizen Zuid) in Brussel en St. Elizabeth in Namen. De onderneming zorgde ook voor belangrijke elektrotechnische uitrusting voor infrastructuurwerken, vaak in het kader van synergieën binnen de groep CFE. Verder leverden de ateliers ook hoogspanningscabines en laagspanningspanelen voor ORES, Electrabel, VMA, het waterzuiveringsstation van de Hain-vallei, diverse ziekenhuizen enz. Voor de businessunit 'bâtiment' lag het activiteitenniveau lager, door een gebrek aan grote projecten en kantoorprojecten.

Het in Limburg gevestigde bedrijf Vanderhoydoncks vervaardigde eveneens elektrische uitrusting voor ziekenhuisomgevingen. De oplevering van het Heilig Hartziekenhuis in Leuven en het regionaal ziekenhuis Sint-Trudo gebeurde in de loop van het jaar, maar de onderneming zal er de werken ook nog in 2012 voortzetten. Bij het tiental andere projecten dat uitgevoerd werd in 2011 vermelden we onder meer de Colruyt van Mettet, Sibelco in Maasmechelen en

Fluxys in Winksele. Verschillende projecten uit 2011 worden voortgezet in 2012, zoals de Okay van Dilsen-Stokkem en het cultureel centrum C Mine van de stad Genk. Op het einde van het jaar omvatte het orderboekje van de Limburgse onderneming verschillende ziekenhuizen (de MS-kliniek te Melsbroek, het Sint Trudoziekenhuis, het ziekenhuis Heilige Familie in Reet) en handelszaken (Roba in Genk, Okay in Paal).

Brantegem

Nizet Entreprise

Lier - Aanleg van spoorwegsignalisatie

Elektriciteit

In 2011 ontplooide de groep niet alleen activiteiten inzake elektrische apparatuur en de elektrotechniek van gebouwen en infrastructuur, maar werd ook een belangrijke rol vervuld op het vlak van de elektrificatie en signalisatie van spoorwegen en de plaatsing en aansluiting van kabels. Bovendien vonden in 2011 tevens de eerste opdrachten plaats op het vlak van openbare verlichting.

CFE sterk aanwezig op het Belgische spoornet

De afdeling Rail Bovenleidingen van ENGEMA stond in voor de elektrificatie van de lijnen 50A en 51A tussen Oostende en Zeebrugge en voor de modernisering van de bovenleidingen van de groepen R en G in het station van Schaarbeek. In Brussel nam de afdeling Rail Seininrichting de eerste fase voor zijn rekening van de zwakstroomvoorziening voor een belangrijk stedelijk traject en de modernisering van de signalisatie-uitrusting en kabels in diverse stations. Beide afdelingen voerden ook diverse andere opdrachten uit voor Infrabel en Tuc Rail, onder meer voor het Diabolo-project (de spoorverbinding naar Brussels Airport).

Mooie kantoorprojecten, ondanks de ongunstige context

Algemeen waren er op de kantoormarkt minder opdrachten voor elektrische en elektrotechnische installaties. Toch kan de pool multitechnieken van de groep CFE terugblikken op enkele mooie projecten, zoals de 'North Light' in Brussel ontwikkeld door AG Real Estate voor GDF Suez, waarvan de voorlopige oplevering plaatsvond in de loop van het jaar, het KAMgebouw in Brugge voor Eurostation-Dexia, het kantorencomplex 'Kanselarij' voor BNP Paribas Fortis en de kantoren en laboratoria van de Vlaamse Milieumaatschappij aan Flanders Expo in Gent. Al deze elektriciteitprojecten werden uitgevoerd door de onderneming VMA, soms in samenwerking met Nizet Entreprise.

VMA heeft overigens ook het programma VICS ontwikkeld en gelanceerd, waarmee een geïntegreerd beheer mogelijk wordt van alle technische apparatuur van een gebouw, met inbegrip van energiemonitoring.

Expertise in speciale technieken ook internationaal gegeerd!

Onder impuls van VMA is de pool multitechnieken bezig met een steeds toenemende internationale ontwikkeling. VMA kreeg in dat kader meerdere opdrachten voor de automatisering van montagelijnen bij autoassemblagefabrieken, zoals bij het Belgische Volvo, maar ook bij Ford Otosan in Turkije. VMA versterkt bovendien zijn aanwezigheid in Centraal-Europa met een nieuw contract in Hongarije. De onderneming had deze markt eerder al betreden met een opdracht voor de uitrusting van twee IT-centers, in samenwerking met CFE Hungary. Ditmaal omhelst de overeenkomst de automatisering van twee laslijnen. In Slowakije kende VMA Slovakia overigens een sterke omzetstijging in 2011, en in Polen wordt momenteel een nieuwe dochter opgericht (VMA Polska) om optimaal gebruik te maken van de synergieën met bouwonderneming CFE Polska en op die manier de elektriciteitsactiviteiten van de groep CFE in dit grote land uit te breiden.

De groep CFE betreedt segment openbare verlichting

Sinds oktober 2011 maakt de onderneming ETEC deel uit van de groep CFE. ETEC is gespecialiseerd in openbare verlichting en het plaatsen van ondergrondse en bovengrondse netwerken. Daarnaast is de onderneming ook actief in de sectoren elektriciteit, water, aardgas en telecommunicatie.

Uitstekende synergieën binnen de pool en de groep

De synergieën binnen de groep CFE blijven toenemen en is er voor tal van projecten een beroep gedaan op de expertise van de pool multitechnieken, zonder enige verplichting tot samenwerking.

  • Nizet en Druart hebben het rusthuis 'Les Hauts Prés' in Ukkel uitgerust voor rekening van BPI en BPC ; Nizet en ENGEMA hebben de werkplaatsen van de MIVB in Haren uitgerust voor CFE Brabant.
  • VMA heeft samengewerkt met CFE Nederland voor de uitwerking en implementatie van de elektrotechnische installaties voor de tunnels van het spoorwegproject in Delft.
  • In het kader van PPS-projecten werd een beroep gedaan op ENGEMA voor de bovenleiding en de stroomvoorziening van het metroproject Livan 1, en Nizet verleende zijn medewerking aan de projecten voor de scholen van de Duitstalige Gemeenschap en het politiebureau van Charleroi, met Druart voor dit laatste project.
  • Tot slot werken de bedrijven van de groep ook vaak samen aan projecten met andere ondernemingen. Dat was onder meer het geval voor het waterzuiveringsstation van de Hain-vallei (THV BAGECI/ CFE Brabant/CFE EcoTech/Nizet), de werf CAMAX te Brussel (THV CFE Brabant/Nizet/Druart), het Vortex-project in Namen (THV BAGECI/CFE EcoTech/Nizet) of de elektrische installatie voor de North Light in Brussel (THV Nizet/VMA).
  • Brantegem tot slot, dat nog maar net tot de groep behoort, heeft meteen kunnen profiteren van veelbelovende synergieën met CFE Brabant, Amart en VMA.

Louis Stevens & Co

Van De Maele Multi-Techniek

Prodfroid

HVAC-uitrusting

De groep heeft dit jaar de slagkracht vergroot van zijn activiteiten op het vlak van HVACtechnieken, waarvoor tot voor kort enkel de ondernemingen Druart en Prodfroid instonden. Deze evolutie is het gevolg van de toevoeging van de onderneming Brantegem aan de pool multitechnieken en de diversifiëring bij Van De Maele Multi-Techniek, dat voordien focuste op de elektriciteitssector.

Toename van de HVAC-activiteiten in het noorden van het land

Nieuwkomer Brantegem is gevestigd in Aalst en biedt diensten aan in uiteenlopende domeinen: verwarming, ventilatie, klimaatregeling, sanitaire installaties, waterzuivering en recuperatie, pompapparatuur enz. Het bedrijf maakt deel uit van de groep CFE sinds december 2010 en stond dit jaar in voor diverse omvangrijke projecten, zoals de ventilatie en de sanitaire installaties van het OCMW-rusthuis in Zele, de engineering voor de ventilatie en klimaatregeling van het rusthuis van Gullegem (telkens 150 kamers), de renovatie van het historische 'Pakhuis Clemmen' in Gent en de uitrusting van de brandweerkazerne in Tollembeek.

Bovendien haalde het bedrijf een hele reeks nieuwe opdrachten binnen, vaak in het kader van synergieën en samenwerkingen binnen de groep. Dat is onder meer het geval voor de projecten Elimo, met Amart, en Elia, met CFE Brabant en VMA. Brantegem heeft dan ook bijkomend technisch en kaderpersoneel aangeworven om zijn groei te ondersteunen.

In de regio Kortrijk wist de jonge HVAC-afdeling van Van De Maele Multi-Techniek zijn grote en snelle groei te bevestigen. De onderneming, die haar omzet verdubbelde, heeft overigens medewerkers aangeworven voor alle afdelingen. Van De Maele Multi-Techniek heeft diverse projecten tot een goed einde gebracht, zoals de studie en engineering op HVAC-vlak voor het O.L.V. van Lourdes-ziekenhuis in Waregem en de uitrusting voor het nieuwe rust- en verzorgingstehuis in Koksijde. In Frankrijk verwezenlijkte het bedrijf in de buurt van Lyon bovendien een dubbele installatie voor waterrecuperatie en ventilatie voor Potato Masters.

De geslaagde diversifiëring en het goed gevulde orderboekje (een onderhoudscontract van vijf jaar met de Universiteit Gent, de elektrificatie en ventilatie van residentie Pottenbakkershoek in Kortrijk, het militair hospitaal van Oostende enz.), sterken Van De Maele Multi-Techniek in zijn uiterst positieve vooruitzichten voor de toekomst.

Ook de Waalse entiteiten in Hengouwen kunnen op een mooi jaar terugblikken. Druart legde in 2011 de laatste hand aan een aantal belangrijke projecten op het vlak van HVAC en sanitair. Zo waren er onder meer de uitbreiding van het universitair kinderziekenhuis Koningin Fabiola, de bouw (door BPC) van een rust- en verzorgingstehuis in Ukkel, de renovatie van het regionaal ziekenhuis van Namen en van een gedeelte van het Vincent Van Gogh-ziekenhuis in Marchienne-au-Pont. Enkele andere afgewerkte of lopende opdrachten die zeker het vermelden waard zijn: het Meiser-winkelcentrum, het Youth Center-gebouw van het Amerikaanse leger, het Paleis voor schone kunsten en kunstgalerij SABI in Brussel en de Lavoisierlaboratoria in Louvain-la-Neuve. Druart pakt uit met een gestegen omzet in 2011, en dat ondanks de overdracht van de onderhouds- en klusactiviteiten naar de nieuwe onderneming be.Maintenance.

De pool multitechnieken zag dit jaar ook zijn marktaandeel stijgen op het vlak van 'industriële koeling' (koelapparatuur voor koelkamers), dankzij de activiteiten van de onderneming Prodfroid, die een aantal belangrijke opdrachten binnenhaalde, zoals de uitrusting voor het sleutelklare mortuarium van het Brugmannziekenhuis, de levering en plaatsing van een koelkamer en koelapparatuur op basis van een glycol-watermengsel met directe koeling op

de site van GlaxoSmithKline Waver enz. Prodfroid heeft overigens ook twee omvangrijke bestellingen gekregen voor de site van Crystal Computing in Ghlin-Baudour: de installatie van klimaatgeregelde kasten en 223 koelers voor servers. Een mooi vooruitzicht, met andere woorden, op een nieuwe omzetstijging.

Onderhoud en distributie

Een enkele onderneming gespecialiseerd in onderhoud

In zijn eerste boekjaar heeft be.Maintenance alle nodige elementen geïmplementeerd om door te breken op de onderhoudsmarkt voor elektrische installaties in de tertiaire sector. De activiteit, die eind 2010 overgenomen werd van Druart (HVAC) en Nizet Entreprise (elektriciteit), kende een positieve evolutie. Eind 2011 telde het personeelsbestand al meer dan 30 werknemers.

We vermelden graag enkele onderhoudscontracten die de onderneming in 2011 binnenhaalde: in Brussel het 31.200 m² grote kantoorgebouw van de federale politie, de Kliniek Sint-Jan (site Middaglijn), die over 385 bedden, een operatiekwartier en laboratoria beschikt, en het Radisson Blu Royal Hôtel, een vijfsterrenhotel met 281 kamers, in Louvain-la-Neuve de Clariant-site, een onderzoeks-, ontwikkelings- en productiecentrum voor de kunststoffen- en de textielindustrie, en de gebouwen van de onderneming G4S in Harelbeke, Wilrijk, Diegem, Vilvoorde, Groot-Bijgaarden, Brussel en Herstal.

Positieve evolutie voor de Voltis-winkels

Bij Voltis kunnen particulieren en professionelen terecht in twee bijzonder uitgebreide winkels in Waterloo en Louvain-la-Neuve voor een groot assortiment producten in de domeinen elektriciteit, verlichting, klimaatregeling, domotica, gereedschap en huishoudtoestellen. De winkel van Waterloo heeft in 2011 zijn progressie voortgezet.

Vanderhoydoncks

Voltis

ENGEMA

Orderb
op 31 december
oek Omzet
(in miljoenen EUR) 2011 2010 2011 2010
Pool multitechnieken 162,0 128,2 175,6 148,6
be.Maintenance 0,8 - 3,6 -
Brantegem 7,1 - 3,7 -
Druart 9,1 15,3 23,4 18,9
ENGEMA 29,6 35,1 20,5 19,8
ETEC 15,4 - 4,6 -
Nizet Entreprise 16,9 21,5 35,7 31,2
Louis Stevens
& Co
24,2 18,3 17,9 15,2
Prodfroid 0,6 0,2 2,0 1,4
Van De Maele Multi-Techniek 19,4 13,7 17,4 11,3
Vanderho
ydoncks
5,9 2,7 7,5 7,2
VMA 33,0 21,4 37,9 40,6
Voltis - - 8,6 8,0

Perspectieven

Op 1 januari 2012 was het orderboekje van de pool multitechnieken goed voor een bedrag van 162 miljoen euro tegenover 128 miljoen euro op 1 januari 2011. Dankzij deze mooie groei kan de toekomst met vertrouwen tegemoet gezien worden, hoewel er enige onzekerheid bestaat over de evolutie van de markt. Meerdere bedrijven kunnen terugblikken op een opmerkelijke groei, terwijl andere evolueren om hun structuur en hun activiteiten optimaal af te stemmen op nieuwe opportuniteiten. Telkens geldt echter dat alle ondernemingen gedragen worden door de voortdurende ondersteuning en de verrijkende synergieën die ze vinden binnen de groep CFE.

5 POOL BAGGERWERKEN EN MILIEU

POOL BAGGERWERKEN EN MILIEU

CFE heeft 50% in handen van DEME, net als de andere aandeelhouder, de Antwerpse groep Ackermans & van Haaren. Eind 2011 is het aandeelhouderspact dat beide partijen in 2006 tekenden, verlengd voor een termijn van vijf jaar. De prima verstandhouding tussen beide aandeelhouders is zonder twijfel een stabiliserende factor, die het werk van het DEME-management positief beïnvloedt.

DEME consolideert zijn positie op nationaal en internationaal vlak

In een snel veranderende wereld bieden de diverse baggeractiviteiten en de bijbehorende vakgebieden bescherming tegen de stijgende zeespiegel, antwoorden op de toenemende energiebehoeften en innoverende oplossingen voor de winning van petroleum en gas.

De wereld is in 2011 getroffen door een economische en financiële crisis die de financiële en aandelenmarkten gevoelig heeft gemaakt voor de wankele internationale context. DEME is er echter in geslaagd om de gevolgen van de economische storm vrij goed te doorstaan en zijn positie en omzet op de nationale en internationale markten zelfs te consolideren dankzij een goed gevuld orderboek en een strategie van geografische spreiding van activiteiten, gecombineerd met een gediversifieerd aanbod van bagger-, waterbouw-, offshore en milieuprojecten. Hierbij wordt met name gefocust op energieactiviteiten (olie- en gasdiensten, diensten aan de markt van offshore hernieuwbare energie) en de mijnsector (diensten aan de traditionele mijnbouwbedrijven en diepzeemijnbouwdiensten).

Grote opdrachten, zoals het project voor de London Gateway-containerterminal in het Verenigd Koninkrijk en verscheidene grootschalige offshore windparken in de Noordzee, tilden de omzet in Europa naar een hoger niveau. Het orderboek van DEME telt overigens ook een groot aantal nieuwe opdrachten, en dat op alle continenten. DEME draaide in 2011 een jaaromzet van 1.766 miljoen euro en had op 1 januari 2012 een orderboek van 2.404 miljoen euro in de pijplijn.

Steeds grotere geografische diversifiëring

Naast de West-Europese thuismarkt was DEME ook heel actief in Afrika, Latijns-Amerika, het Midden-Oosten, het Indiase subcontinent en Rusland, en haakte de groep in op de groeiende Australische markt. De activiteiten van DEME in de olie- en gassector en zijn maritieme infrastructuurprojecten hebben de groep in het Midden-Oosten een sterke positie gegeven. Onder meer in de VAE, Rusland, Nigeria, Australië, Uruguay en België sleepte de groep contracten met een waarde van meer dan 25 miljoen euro in de wacht. Deze contracten zijn evenwichtig verdeeld over de kernactiviteiten en de complementaire of 'Dredging Plus-activiteiten'.

DEME

Hernieuwbare energieën en milieuvriendelijkheid

De snel evoluerende markt van de hernieuwbare energie was en blijft de komende jaren een belangrijke stimulans voor de waterbouwspecialisten van DEME. Het succes van deze markt staat of valt met het groeiende bewustzijn overal ter wereld dat de mens de planeet moet vrijwaren tegen de gevolgen van de klimaatverandering, en met de initiatieven van de vooral Europese overheden om onze ecologische voetafdruk in de toekomst tot het absolute minimum te beperken. In 2011 benadrukten de voortdurende inspanningen van DEME op het vlak van blauwe energie de ambitie van de onderneming om een pioniersrol te spelen in de ontwikkeling van milieuvriendelijke energieproductie. Gespecialiseerde maritieme en offshore bouwspecialisten als GeoSea en Tideway zien hun omzet een hoge vlucht nemen, onder meer dankzij de waardevolle ervaring die werd opgebouwd in het kader van het C-Powerwindmolenproject op de Thorntonbank voor de Belgische kust en een uitgebreid palmares van gespecialiseerde diensten aan de olie- en gassector.

Tijdens 2011 blonk DEME ook opnieuw uit in een ander specialisatiedomein: sanerings- en milieuherstelprojecten. DEC-Ecoterres, de

milieutak van de groep, is er niet in geslaagd om zijn absolute recordjaar 2010 te evenaren, maar dit neemt niet weg dat het bedrijf in heel wat Europese landen nieuwe activiteiten heeft opgezet, alsook brownfieldsaneringsprojecten, grond- en slibsanerings- en recyclagewerken heeft uitgevoerd. Minder positief is dat DEC (DEME Environmental Contractors) begin 2011 bij een project in het Braziliaanse Santos geconfronteerd werd met problemen. De nodige maatregelen zijn genomen en het project is stopgezet.

Maritieme en offshore bouwprojecten

Tideway Offshore and Marine Contractors,

de dochteronderneming van DEME die zich toespitst op de olie- en gassector, slaagde er in 2011 in om zijn omzet op peil te houden, zowel voor de aanleg van sleuven en aanlandingen als in het uiterst gespecialiseerde domein van valpijpsteenbestorting. Buiten Europa werden nieuwe projecten opgestart in Rusland en China. Tideway werkte mee aan het Skarv- en het Idun Field-project voor BP, het grootste steenbestortingsproject ooit in de noordelijke Noorse wateren. De onderneming heeft bovendien meegewerkt aan het Nord Stream-project, een gaspijpleiding die van Rusland naar Duitsland werd gelegd. Een uniek valpijpschip, de 'Flintstone', die tot een diepte van 2.000 m kan werken, is in juli 2011 door het bedrijf in gebruik genomen en is voor een eerste opdracht in Chinese wateren ingezet in het kader van het Power Cable Interconnector-project.

GeoSea heeft in vergelijking met het voorgaande jaar een substantiële omzetwinst gerealiseerd in zijn verschillende specialisatiedomeinen. Voor zijn activiteiten beschikt GeoSea over hefeilanden en hefeilandschepen voor de aanleg van steigers, offshore installaties en het onderhoud ervan, offshore funderingen, gestuurde boringen, geotechnische studies en zelfs voorzieningen voor offshore personeel. In Europa en elders neemt de aandacht voor hernieuwbare energie toe en dat vormt een belangrijke impuls voor de bouw van offshore windparken. In 2011 heeft de onderneming bijvoorbeeld meegewerkt aan de bouw van grote maritieme windmolenparken in Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en België. GeoSea heeft door zijn aanwezigheid in Australië ook een belangrijke opdracht in de wacht gesleept voor de bouw van een grote pier in Hay Point, een project dat een echte doorbraak betekent op het vlak van geavanceerde infrastructuur in dit land. Deze mooie groei zal zich bij GeoSea in 2012 en de komende jaren wellicht doorzetten. De groei manifesteert zich ook door nieuwe

investeringen, met onder meer het DP2-hefeilandschip 'Neptune' en 's werelds grootste hefeilandschip 'Innovation'.

Baggerwerken en maritieme diensten

DBM (DEME Building Materials) dreef zijn strategie van investeringen in mariene aggregaten verder door, op basis van enerzijds een geografisch evenwichtige spreiding van grindconcessies in Franse, Britse, Belgische en Duitse wateren en anderzijds langlopende partnerschappen met Franse, Britse en Duitse partners in de industriële bouwsector. Een nieuwe grindhopperzuiger met een vermogen van 5.000 m3, de 'Victor Horta', werd in juli 2011 aan de DBM-vloot toegevoegd. De beschikbaarheid van twee moderne grindhopperzuigers met grote hoppercapaciteit is een echte troef voor DBM. Het biedt de onderneming de mogelijkheid om haar klanten meer flexibiliteit en een maximale bevoorradingszekerheid te bieden.

Het nieuwe Combined Marine Terminal Operations Worldwide (CTOW) heeft binnen een jaar na oprichting in zijn specifieke marktsegment de eerste belangrijke stappen gezet. Deze nieuwe onderneming verleent mariene

diensten, in de ruimst mogelijke zin, aan gespecialiseerde zeeterminals: de geknipte manier om stroomopwaarts diensten te verlenen in synergie met alle competenties van DEME. Het in partnerschap opgerichte CTOW is een onderneming gespecialiseerd in voorstudies en totaalbenaderingen, om maximaal in te spelen op de behoeften van de klanten. Het bedrijf biedt kant-en-klare oplossingen op basis van een werkwijze waarbij baggerwerken en transport worden gecombineerd voor mijnbouw-, petroleum- en gasbedrijven.

DEME zet overigens zijn investeringsprogramma voort. Zo zijn in 2011 nog eens zeven schepen in de vaart gebracht: het valpijpschip 'Flintstone', de grindsleephopperzuiger 'Victor Horta', de rotscutterzuigers 'Amazone' en 'Al Jarraf' van 12.860 kW, de hopperzuiger 'Breughel' (11.000 m3) en de megasleephopperzuiger 'Congo river' met een capaciteit van 30.000 m3. In 2012 moeten opnieuw vier vaartuigen worden geleverd en eind 2011 werd in medeeigendom een DP2 zelfvarend kraanschip besteld.

.

Veiligheid, productiviteit en synergieën

Dankzij de synergieën tussen de verschillende disciplines, het centrale competentiecentrum (C.C.C.) en de financiële coördinatieafdeling (Financial Coordination Center), die onder meer projectfinancieringen coördineert, ontwikkelde DEME sleutelklare totaaloplossingen voor complexe offshore infrastructuurprojecten op zee. Gebruikmakend van deze competenties kan DEME een actieve rol spelen in de langetermijnontwikkeling en planning van bescherming langs de Belgische kust, het zogenaamde 'Vlaamse Baaien-plan'. DEME werkt ook mee aan onderzoeksprojecten, bijvoorbeeld om nieuwe systemen te ontwikkelen die elektriciteit opwekken uit golfenergie (stromingen en getijden), zoals het FLANSEA-project, dat wordt gesubsidieerd door het IWT, het Vlaams Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie.

In de globale context van hernieuwbare energie neemt DEME tot slot deel aan Friends of the Supergrid, een pan-Europees netwerk dat de verschillende producenten van hernieuwbare offshore-energie met elkaar wil verbinden, om deze energie op elk moment beschikbaar te maken voor de inwoners van Europa. DEME is tevens stichtend lid van het ELEANORE-

initiatief om de specifieke competenties te bundelen nodig om het supernet effectief tot stand te brengen.

BAGGER- EN WATER-BOUWWERKEN

In de Benelux

De activiteiten in de Benelux hielden gelijke tred met de vorige jaren

In België ging het onderhoudsbaggerwerkencontract langs de Schelde en in de toegangsgeulen tot de Antwerpse sluizen zijn vierde jaar in (het contract is afgesloten voor een periode van zeven jaar). Dit onderhoudscontract werd eind 2011 na een internationale aanbesteding voor nogmaals vijf jaar verlengd. Tijdens de onderhoudsbaggerwerken in het kanaal van Brussel vlak bij de hoofdstad en in het kanaal Gent-Terneuzen heeft DEC bovendien sterk vervuilde sedimenten verder behandeld.

Belangrijke bagger- en waterbouwprojecten werden uitgevoerd in Antwerpen, Kruibeke, Gent, Oostende, Koksijde en Dilsen-Stokkem. In de haven van Antwerpen is de bouw van AMORAS afgerond, de mechanische ontwateringsinstallatie voor slib dat in de Antwerpse binnenhaven wordt gebaggerd. Het contract voorziet dat de installatie gedurende een periode van minstens vijftien jaar door DEC wordt geëxploiteerd. Andere projecten in België die zeker de moeite van het vermelden waard zijn: de aanleg van nieuwe havendammen en het baggeren van een nieuwe toegangsgeul tot de haven van Oostende, de kaaimuurversteviging en het voorbelasten van de terreinen voor het REBO-plan (Renewable Energy Base Ostend) en de onderhoudsbaggerwerken op diverse binnenwateren, zoals het kanaal Brussel-Charleroi, de Maas ter hoogte van Namen, de Dender en het kanaal Blaton-Ath.

Op de Nederlandse markt is DEME actief via de Nederlandse dochterondernemingen 'de Vries & van de Wiel' en 'de Vries & van de Wiel Kusten Oeverwerken'. De werkzaamheden voor de bouw van de tweede Coentunnel in Amsterdam werden voortgezet. De werken voor het baggeren van sleuven voor de tunnelelementen zijn afgerond en de geprefabriceerde tunnelonderdelen zijn vervoerd en afgezonken. Er werden ook nog heel wat andere baggeropdrachten en dijk- en oeverwerken aan de binnenwateren uitgevoerd in Nederland, evenals civieltechnische werken, bagger- en grondverzetwerken, de strandverbetering en kustbescherming in Walcheren, een steenbestortingsproject om kusterosie tegen te gaan in Den Helder, onderhoudsbaggerwerken en zandaanvoer in de haven van Rotterdam en de afwerking van de

nieuwe rivierhaven in Kampen a/d IJssel (PPSproject).

In Europa

Europa blijft een erg belangrijke markt voor DEME, dat omvangrijke nieuwe opdrachten heeft binnengehaald voor zowel de kernactiviteiten als de offshore en waterbouwactiviteiten van de groep.

Voor de regio Noordwest-Europa was 2011 opnieuw een uitstekend jaar. Met het grote London Gateway-project langs de Theems speelden de activiteiten zich voornamelijk af in het Verenigd Koninkrijk, maar 2011 was tegelijk een recordjaar in Duitsland, zodat DEME dit eveneens een 'thuismarkt' mag noemen. De activiteiten in de Baltische Staten hebben zich ook dit jaar flink kunnen herstellen. In Frankrijk is het aantal grootschalige projecten teruggelopen. 2012 kondigt zich evenwel interessant aan. De politieke toestand in de meeste Noord-Afrikaanse landen en de economische

moeilijkheden in Zuid-Europa hebben gevolgen gehad voor onze activiteiten in het Middellandse Zeegebied.

DEME is er in Rusland in geslaagd zijn sterke positie als toonaangevend baggeraar voor strategische havenuitbreidingswerken te behouden en bestendigen, en 2012 ziet er veelbelovend uit. Na de baggerwerken die DEME heeft uitgevoerd voor de uitbouw van de commerciële zeehaven in Ust Luga, heeft de groep een nieuw contract ondertekend voor een vijfde campagne. Langs de Russische Rivièra aan de Zwarte Zee heeft DEME een landwinningsproject afgewerkt voor de volgende Olympische Winterspelen in 2014. Verder heeft de groep een baggerproject uitgevoerd in Tuapse en een belangrijk baggercontract in de wacht gesleept voor de aanleg van de haven van Taman. DEME laat, in mede-eigendom met een plaatselijke Russische partner, ook een nieuw dieplepelbaggertuig bouwen voor projecten in de Baai van Finland. Het nieuwe baggertuig, dat flink wat meer flexibiliteit moet bieden en een enorm groeipotentieel vertegenwoordigt, krijgt de naam 'Peter the Great' en zal begin 2012 beschikbaar zijn.

Wat de andere belangrijke projecten in Europa betreft, vermelden we in Italië de aanlanding van een gaspijpleiding in Livorno, milieuprojecten in Pescara, de verdieping van de cruiseterminal van Ravenna en waterbouwkundige werken in Molfetta en Cagliari. In Frankrijk: onderhoudsbaggerwerken in Bayonne en Gravelines (in Bayonne is het contract verlengd tot 2012-2013), realisatie van een design & buildopdracht in Duinkerken (Port Est), bagger- en erosiebeschermingswerken om de dijken van de luchthaven van Nice te herstellen. In Letland: verdieping van de toegang en dokken in de haven van Liepaja en het afronden van de baggerwerken in de toegangsgeul naar Riga Freeport. In Duitsland: onderhoudsbaggerwerken langs de Elbe, in Wilhelmshaven, Cuxhaven-Hamburg en op de Rijn in Keulen, baggerwerken voor de noordelijke verlenging van pier III in Rostock en voor de bouw van de Burchardkai (Fase 2) in Hamburg en onderhoudsbaggerwerken met waterinjectie (WID) langs de Elbe en het Nord-Ostseekanal.

In Afrika

In 2010 handhaafde DEME zijn sterke positie in zowat heel Subsaharaans Afrika met de uitvoering van een groot aantal bagger- en onderhoudsbaggerwerken, maar ook civieltechnische en milieuprojecten.

Belangrijk daarin was de afwerking van de eerste fase van het EKO Atlantic City-project in Lagos, Nigeria, en de aanvang van de tweede fase van deze indrukwekkende landwinningswerken. In Ghana werden werken voor kusterosiebescherming en ecologisch herstel uitgevoerd. In Angola is de LNG-terminal in Soyo verdiept en zijn de saneringswerken aan de infrastructuur rond de baai van Luanda voltooid. Na een jarenlange afwezigheid is DEME opnieuw naar de Democratische Republiek Congo getrokken voor een complexe onderhoudsbaggercampagne op de Congo-rivier. Daarnaast werden ook onderhoudsbaggerwerken uitgevoerd in Guinea, Nigeria, Zuid-Afrika en Mozambique.

Andere belangrijke opdrachten waren de onderhoudsbaggerwerken in de havens van Richards Bay, Durban, Port Elizabeth, East London en Naqura in Zuid-Afrika, in het Polana-kanaal van de haven van Maputo in Mozambique en in Kamsar in Guinea. In Nigeria voerde DEME onderhoudsbaggerwerken uit op de Bonny River en in het Bonny Channel, scheepswrakruimingen, onderhoud en verbetering van navigatiehulpmiddelen, plus verdiepings- en aansluitende onderhoudsbaggerwerken over 153 km langs de rivier de Niger. In Ghana heeft de groep een noodtoegang uitgebaggerd voor een boorplatform in de haven van Tema en zeven golfbrekers gebouwd om de oevers voor de stad Ada over een afstand van 4 km te beschermen.

uitbreiden op het Amerikaanse continent, zowel in Noord-, Midden- als Zuid-Amerika.

90 POOL BAGGERWERKEN EN MILIEU POOL BAGGERWERKEN EN MILIEU 91 In Latijns-Amerika In 2011 is DEME blijven Het jaar werd begonnen in Venezuela, met nieuwe onderhoudsbaggerwerken op de Orino co-rivier. In Panama werden de baggerwerken voortgezet voor het 'Pacific Access Channel' naar de nieuwe sluizen in het Panamakanaal, en de verdiepingswerken in het Gatun-meer, dat tussen de bestaande sluizen ligt. In Brazilië is DEME blijven werken voor Vale, ondanks het feit dat de eerste fase van het PAC (programma voor versnelde groei) tot stilstand is gekomen, en werden er projecten uitgevoerd in Ponta Da Madeira, Itajaí en Tubarao. Er lopen ook baggerprojecten in Santos, waar DEME in een eerste fase de boor- en springprojecten heeft afgewerkt, zodat het echte baggeren in april 2012 kan beginnen. In Mexico heeft de groep een heel arsenaal baggertuigen ingezet voor de grootscheepse baggerwerken voor de nieuwe LNG-terminal in Cuyutlan, Manzanillo. In Uruguay, waar de groep recent een contract heeft afgesloten, zullen de Muelle C-werken in de haven van Montevideo in de lente van

2012 een aanvang nemen. Ondertussen is het baggeren begonnen voor het Montes del Plata-project op de Rio de la Plata, in de buurt van Colonia. Tot slot heeft DEME met het Las Brisas-project (uitdieping van de toegangsgeul naar de geplande haven) ook zijn aanwezigheid kenbaar gemaakt op de Colombiaanse markt.

In h et Midd en-O o s t e n

De geplande grootschalige pro jecten in de olie- en gassector, vooral in Abu Dhabi, maar ook in Irak, Saudi-Arabië en Koe weit, en de interessante haven infrastructuurprojecten in Saudi-Arabië, Oman, Irak en Koeweit geven een positieve kijk op de toekomst in het Midden-Oosten.

De activiteiten van de Middle East Dredging company (MEDCO), een joint venture van DEME, UDC en Qatar Holding, de investerings arm van de overheid van Qatar, speelden zich ook in 2011 vooral af in Abu Dhabi. De bouw van het zopas opgespoten, 1.000 ha groot plat form voor de nieuwe raffinaderij van Takreer in Ruwais, is met succes afgerond. Bovenop deze basisovereenkomst heeft DEME bovendien een landwinningscontract binnengehaald voor het nieuwe Carbon Black en Delayed Coker-project. Deze werkzaamheden zijn al begonnen.

Twee kunstmatige eilanden

Het belangrijkste feit voor deze regio in 2011 was de gunning van een design & buildopdracht in verband met twee kunstmatige eilanden voor het offshore olieveld Saath Al Raazboot (SARB). Deze eilanden, die 120 km voor de kust van Abu Dhabi liggen, moeten steun bieden aan de boor , productie-, verwer kings- en distributie-installaties in het offshore olieveld. Het contract voorziet ook in de bouw van een werkhaven op elk van deze eilanden. Het gedetailleerde ontwerp voor beide havens is bijna klaar en de civieltechnische en bag gerwerken zijn al van start gegaan. Nog een mijlpaal in 2011 is de levering aan MEDCO van de nieuwe, zware, zelfvarende cutterzuiger 'Al Jarraf' in juli op de ASL-scheepswerf in Sin gapore. Het basisontwerp voor de bouw van de Friendship Bridge – een brug die Qatar zal verbinden met Bahrein – was al klaar in 2010. De eigenlijke uitvoering laat op zich wachten door de politieke onrust die er in 2011 in het Midden-Oosten heerste.

Indiaas subcontinent

Alle landen in deze regio (Pakistan, India, Bangladesh, Sri Lanka, Maldiven) hebben dankzij de indrukwekkend snelle infrastructuurontwikkeling bij de overheid en in de privésector heel wat mogelijkheden te bieden. De harde concurrentie maakt dit echter een uitdagende omgeving.

In India heeft de onderneming ISD (International Seaport Dredging) in de regio vooral intensief gewerkt rond de afwerking van het bouwproject in Dhamra, dat voltooid is, en de verdieping van de toegangsgeul naar de haven van Karaikal. Het grootscheepse bagger- en landwinningsproject in de haven van Kakinada is uitstekend verlopen. Onze langlopende relatie met een van India's snelst groeiende havens is daardoor nog hechter geworden. In Sri Lanka heeft DEME een eerste levering zeezand kunnen doen voor de bouw van de snelweg naar de luchthaven van Colombo. Eind 2011 begon vervolgens een tweede, nog veel grotere levering. Met het binnenhalen van een nieuw contract voor onderhoudsbaggerwerken in de haven van Qasim is DEME bovendien ook weer op de Pakistaanse markt aanwezig.

Azië en Australië

Het jaar 2011 wordt gekenmerkt door het binnenhalen van de grootste baggeropdracht ooit in Australië!

De uitdagende uitbreidingswerken voor de haven van Singapore werden in 2011 voortgezet. Het project rond fase 4, met de uitbreiding rond Jurong Island en Tuas B, vordert langzaam maar zeker. DEME stond ook in voor het storten van zand afkomstig uit Singaporese wateren en zand dat door externe partners werd aangevoerd uit landen als Cambodja, Vietnam, Bangladesh en de Filippijnen. De onderneming ondertekende bovendien een contract inzake de zandaanvoer voor de uitbreidingswerken aan de containerterminal van Pasir Panjang.

DEME heeft ook de werkzaamheden voortgezet van 2010 aan Tanjung Bin in Maleisië. Daarnaast voerde de groep er een bagger- en landwinningsproject uitgevoerd met het oog op de eerste fase van het PMIP-industrieterrein, die begin 2012 moet afgerond zijn.

In Gladstone (Queensland) heeft DEME in joint venture het grootste baggerproject binnengehaald dat ooit in Australië is uitgevoerd. Het gaat hierbij om de voornaamste baggerwerkzaamheden voor de loskades aan de LNG-terminals op Curtis Island en de Wiggins-kolenterminal, met ook verdiepings- en verbredingswerken in verschillende toegangsgeulen. De uitvoering van het project zal 30 maanden in beslag nemen. Ter voorbereiding van de geplande uitbreiding van de buitenhaven in Port Hedland (Quantum) voor BHP Billiton heeft DEME verder

gewerkt aan fase B en C van de Early Contractor Involvement (ECI), tot de eigenlijke werken in 2012 van start zullen gaan.

Nog in 2011 werden ook de baggerwerken in Bige, Papoea-Nieuw-Guinea, voortgezet in opdracht van OTML. Deze grootscheepse baggerwerken moeten bijdragen tot een milieuveilige en duurzame ontginning in 's werelds op een na grootste koper- en goudmijn. Nu overstromingen geen probleem meer vormen en de vegetatie langs de Fly River zich herstelt, blijkt duidelijk hoe belangrijk deze werken zijn geweest.

De onderneming betreurt de eenzijdige afgelasting door de Filippijnse regering van de belangrijke herstelwerkzaamheden die DEME binnen het Laguna de Bay-project in Manila waren toegewezen. In Washington werd voor het ICSID een zaak aanhangig gemaakt om de aanzienlijke opstartkosten voor dit project terug te vorderen.

OFFSHORE ACTIVITEITEN

Petroleum- en gasactiviteiten doen het goed

Tideway Offshore Contractors, dat gespecialiseerde diensten verleent aan olie- en gasbedrijven, draaide op volle toeren en voerde zowel steenbestortingen als aanlandingsprojecten uit. De twee valpijpschepen van Tideway, de 'Rollingstone' en de 'Seahorse', voerden steenbestortingen uit ter bescherming en stabilisering van olie- en gaspijpleidingen en kabels in opdracht van grote offshore pijpleidingbouwers en olie- en gasmaatschappijen in de Baltische Zee, de Russische wateren, Canada, China en de Noordzee. De steenbestortingen in het kader van het langetermijncontract voor het Skarv- en het Idun Field-project voor BP in de Noordzee zijn volop aan de gang en zullen in 2012 worden voltooid. De voorbereiding van de zeebodem en het graven van sleuven is met succes afgerond voor het Nord Stream-project, waarbij een dubbele gaspijpleiding tussen Rusland en Duitsland wordt aangelegd. De nastabilisatie- en beschermingswerken werden opgestart en zullen in 2012 doorgaan.

In Russische wateren, in de Baai van Baydaratskaya, zijn werken uitgevoerd voor de stabilisatie van een pijpleiding en om meer bescherming te bieden. Voor het GBS-platformproject in de baai van Prirazlomnoya in de Barentszee is rond de GBS-structuur in moeilijke omstandigheden erosiebeschermingsmateriaal gestort. Ons gepatenteerd en zopas aan boord van de 'Rollingstone' geïnstalleerd kantelvalpijpsysteem heeft zijn nut bewezen voor het Encana Deep Panuke-project in Canada. Daarbij werd erosiebeschermingsmateriaal rond de poten van een platform gestort. In de Noordzee werden verscheidene projecten uitgevoerd voor verschillende operatoren, waaronder Talisman, Total en RWE. Tideway heeft tevens kabelinstallatie- en erosiebeschermingswerken uitgevoerd voor groene en blauwe energieprojecten, met onder meer fase 1 & 2 van het offshore windparkproject Dong/Walney en de erosiebescherming voor het Gwynt Y Mor-project in de Ierse Zee.

Hijsen van zware lasten op zee: een succesvol jaar

Scaldis Salvage and Marine Contractors, waarin DEME een belang heeft van 55%, nam deel aan tal van hijsoperaties op het water in Europa. Scaldis heeft opnieuw een bijzonder druk jaar achter de rug. Flink wat nieuwe opdrachten, waarbij het kraanschip 'Rambiz' voltijds

werd ingezet, maakten dat Scaldis net als in 2010 een hoge omzet heeft gedraaid. Deze opdrachten omvatten dienstverleningscontracten voor burgerlijke bouwkunde projecten, olie- en gasbedrijven, ontmantelingwerken en activiteiten in de sector van hernieuwbare energie. Eind 2011 heeft Scaldis een tweede kraanschip voor zwaar hijswerk besteld, de 'Rambiz II'. Dit DP2-hefeiland van 4.000 ton is in offshore omstandigheden inzetbaar. Enkele belangrijke lopende projecten zijn de verwijdering van het jacket en het dek van het Welland-platform in de Noordzee, de installatie van jacket en substation voor het Lincs-windmolenpark (VK), het vervoer en de installatie van jacket en substation voor het windmolenpark Wallney II in de Ierse Zee, de installatie van substations voor het London Array-project, (VK) en de plaatsing van het dek op het Sanaga-hefplatform.

Nearshore maritieme funderingswerken

GeoSea, is gespecialiseerd in technieken voor offshore funderingen, offshore installaties, grondonderzoek en offshore onderhoudswerken. De onderneming concentreert zich op hoogtechnologische maritieme projecten, waar haar technisch vermogen in combinatie met geavanceerde hefeilanden kan worden ingezet.

Begin 2012 zal voor GeoSea een gloednieuw DP II-jumbohefeiland, de 'Neptune', in de vaart worden gebracht. Dit hefeiland zal over een dynamische vaste offshore kraan beschikken met een hijsvermogen van 600 ton. Ook heeft GeoSea samen met Hochtief de onderneming HGO Infra Sea Solutions opgericht, een joint venture voor de bouw en exploitatie van 's werelds grootste DP2-hefeiland, dat de naam 'Innovation' zal meekrijgen. Het vaartuig zal midden 2012 op de Crist-scheepswerf van het Poolse Gdynia klaarstaan. De werken voor de tweede en de derde fase van het offshore windmolenpark C-Power, op de Thorntonbank voor de Belgische kust, zijn eveneens voortgezet, met onder meer de plaatsing van de pre-piles voor de 48 jackets. GeoSea heeft daarmee aangetoond als enige in staat te zijn om palen op een diepte van meer dan 30 m tot op de millimeter nauwkeurig te kunnen plaatsen. In de Baltische Zee heeft GeoSea voor het Baltic II-windmolenproject als test een reeks palen geplaatst. Samen met Scaldis heeft de onderneming ook gewerkt aan het Walney-project en aan het offshore windmolenpark London Array voor Dong Energy.

In de Duitse Noordzee zijn de installatiewerkzaamheden voor het windmolenpark Borkum West goed opgeschoten nu de pre-piles voor offshore driepootsfunderingen (tripods) voor Trianel zijn geplaatst. In Humber Gateway (Eon), Teesside (EDF) en Norther (België) zijn

verschillende grondonderzoeksprojecten tot uitvoering gebracht. GeoSea-dochter OWA heeft een langlopend onderhoudscontract getekend voor het onderhoud van de offshore Repowerwindturbines binnen het Belgische C-Powerproject. In Australië zijn de werkzaamheden van start gegaan voor de aanleg van een steiger in Hay Point voor BMA (BHP Billiton Mitsubishi Alliance). Het project verloopt in samenwerking met Mc Connell Dowell, de Australische partner van GeoSea Er zijn nieuwe bestellingen binnengelopen voor de plaatsing van offshore transformatorstations (OTS) op verschillende Duitse offshore windmolenparken. Daarnaast is GeoSea samen met 3E betrokken bij heel wat innovatieve projecten en technologieën zoals FLIDAR (Floating Lidar Buoy) en de ontwikkeling van een robot om windturbines te bouwen.

Diepzeemijnbouwdiensten

OceanflORE is een joint venture tussen de offshore-specialist IHC Merwede en DEME. Het bedrijf biedt in de eerste plaats oplossingen aan voor de diepzee ontginning van fosfaten, seafloor massive sulphides (SMS), mangaanknollen en andere zeldzame mineralen, en houdt zich verder bezig met het uitwerken van richtlijnen die een duurzame ontginning op grote diepte moeten waarborgen. OceanflORE heeft in de loop van 2011 enkele onderzoeks- en ontwerpacties in gang gezet rond bijvoorbeeld het afgraven van afzettingen, het verticaal transporteren van delfstoffen naar de oppervlakte, elektrische voeding, verwerkingsinstallaties aan boord enz.

MILI EUA CTIVIT EIT E N

Bodemsanering, behandeling van verontreinigde baggerspecie en waterzuivering: geavanceerde technologie in dienst van onze planeet

DEC, de Vries & van de Wiel, Ecoterres en Extract-Ecoterres maken deel uit van Ecoterres Holding, de milieugroep van DEME. In 2011 haalden hun activiteiten net niet hetzelfde niveau als in 2010. Omdat het bodemsane rings- en stabilisatieproject in Santos niet haalbaar bleek, werden de werken vroegtijdig stilgelegd. DEC-Ecoterres was vooral actief in Europa, met een zwaartepunt in het Verenigd Koninkrijk en de Benelux. Enkele langlopende opdrachten zorgen voor continuïteit. De groep heeft de sanering en herwaardering voortgezet van de voormalige Coke Avenue-fabriek in de buurt van het Engelse Chesterfield. Dit is een van de belangrijkste projecten ooit op het vlak van bodemsanering in Groot-Brittannië.

In België voltooide DEC in partnerschap de bouw van een installatie voor de verwerking en opslag van slib in de haven van Antwerpen in

het kader van het AMORAS-project. De exploi tatiefase van het project is in oktober 2011 van start gegaan en de installatie is in december 2011 officieel ingehuldigd. Het AMORAS-pro ject omvat een belangrijke ontwerp-, bouw- en exploitatiepijler voor de verwerking en opslag van slib. De grond- en slibrecyclagecentra van DEC in Kallo, Brugge, Heusden-Zolder, Zwijnd recht, Ruisbroek, Zeebrugge, Desteldonk en Zwijnaarde deden het uitstekend.

Terranova, Purazur, Terranata: nieuwe namen op saneringsvlak

In 2010 kocht DEC in het noorden van Gent een onontwikkeld terrein van 140 ha van het vroe gere Nilefos Chemie. DEC ontwikkelt dit terrein via een joint venture onder de naam 'Terra nova'. De site krijgt een nieuwe bestemming en zal plaats bieden aan een slibverwerkings centrum, een bedrijvenpark en het grootste zonne-energiepark in de Benelux (240.000 m² aan zonnepanelen).

'Purazur' is een nieuwe dochteronderneming van DEC. Het bedrijf specialiseert zich in de hoogtechnologische behandeling van industri eel afvalwater. Purazur ondertekende in 2011 een geprivilegieerde partnerschapsovereen -

komst met het proceswaterbedrijf Induss, wat heeft geleid tot de oprichting van het nieuwe Induss San.

Samen met de projectontwikkelaars BPI (CFE) en Extensa (Ackermans & van Haaren) heeft DEC Terrenata gesticht, een bedrijf gespecialiseerd in brownfield development. Terrenata koopt oude industrieterreinen op die het dan saneert voor de ontwikkeling van duurzame projecten.

Ecoterres in België, Europa, maar ook wereldwijd

In België is Ecoterres eigenaar en uitbater van verscheidene grond- en slibrecyclagecentra in Tubeke, Charleroi en Luik (Cetraval). In Farcien nes werd in 2010 in partnerschap bovendien het baggerspecieverwerkingscentrum 'Sedisol' geopend. In Zweden werden bodemsanerings projecten uitgevoerd in Söderhamn. Er is een nieuw contract gesloten voor de sanering van Valdemarsvik in het zuiden van Zweden. In Italië zijn in Pescara en Ravenna bodemsane ringswerken binnengehaald of uitgevoerd. In Nederland voerde DEC-Ecoterres enkele bodem- en slibsaneringsprojecten uit via doch teronderneming de Vries & van de Wiel. In Frankrijk blijft Extract-Ecoterres gestaag groeien en handhaaft de onderneming haar leidersposi tie in milieubaggerwerken, de verwerking van verontreinigd slib en de reiniging van industri ële of stedelijke waterbehandelingsinstallaties. In 2011 verwerkte het bedrijf vervuild sediment uit het kanaal van Evry en de haven van Parijs. Het voerde grond- en grondwaterverwerkings projecten, hydraulische milieubaggerwerken en saneringsopdrachten uit in Achères, Magny-le-Hongre, Lyon, Montereau, Marseilles en in de Vendée. Extract-Ecoterres baat bovendien het slibrecyclagecentrum 'Trasable' in de haven van Gennevilliers uit en een centrum in Bonneuilsur-Marne. In de Verenigde Staten hebben DEC (via ERH – Environmental Remediation Holding) en de grootste Amerikaanse baggeraar GLDD een nieuw bedrijf opgericht naar Amerikaans recht: TerraSea Solutions Ltd.

BOUWMAT ERIAL E N

DEME Building Materials (DBM) is gespeciali seerd in het winnen, verwerken en verkopen van aggregaten voor de bouwsector, afkomstig uit verschillende zand- en grindconcessies op zee. In 2011 heeft DBM de grindhopperzuiger 'Victor Horta' in de vaart gebracht. Dankzij de geografische spreiding van zijn mariene aggregaatreserves (tot 200 miljoen ton) kan DBM een op lange termijn haalbaar alternatief bieden voor baggermaterialen uit rivieren voor kant-en-klaar beton en betonproducten op het Europese vasteland. Er zijn bovendien langlopende raamovereenkomsten getekend met industriële partners zoals Brett, Carrières du Boulonnais en Eurovia. DBM houdt zich verder aan zijn beleid van selectieve investe ringen in onshore verwerkingseenheden, zoals in Boulogne, en de nieuwe concessies aan de Franse Atlantische kust. Vandaag lokaliseren de activiteiten en leveringen zich in de havens van Le Havre, Dieppe, Duinkerke en Boulognesur-Mer in Frankrijk, Vlissingen en Amsterdam in Nederland, Gdansk in Polen en Londen in het Verenigd Koninkrijk. Eind 2011 haalde DBM een belangrijk contract binnen: de levering van alle zeezand en aggregaten (1,5 miljoen ton) voor de nieuwe Deurganckdoksluis in Antwerpen, de grootste ter wereld.

PROJECTONTWIKKE-LING, CONCESSIES EN HERNIEUWBARE ENERGIE

In het nichedomein van offshore energie lanceert DEME in verscheidene Europese landen initiatieven via zijn concessiespecialist Power@Sea. Power@Sea ondersteunt het hele verloop van offshore energieprojecten. De onderneming zorgt voor alles, van het uitwerken van de plannen op de tekentafel, de milieuvergunningen en aanbestedingsprocedures tot bijstand in verband met wetgeving, aanbestedingen, financiering, bouw, distributie, exploitatie en life cycle maintenance.

Het pad effenen voor andere ondernemingen van de groep

De eerste belangrijke participatie van Power@ Sea betreft het C-Power-project op de Thorntonbank, waar de onderneming bovendien zal instaan voor het onderhoud na oplevering van het project. De multidisciplinaire taken in het kader van dit project worden uitgevoerd door diverse bedrijven van DEME. Power@Sea en de andere aandeelhouders van de organisatie Otary, zijn in 2011 nieuwe concessies blijven aankopen en ontwikkelen voor offshore windenergieprojecten op het Belgisch continentaal plat (bijvoorbeeld Rentel en SeaStar). Verder heeft Otary samen met Electrabel onder de naam 'Mermaid' een verzoek ingediend voor een offshore energieproject in de laatste beschikbare zone voor offshore windenergie in de Noordzee, een project waarin DEME en Power@Sea een voortrekkersrol hebben gespeeld. In Polen heeft Power@Sea een vergunning aangevraagd om in de Poolse Baltische Zee twee offshore windmolenparken – C-Wind en B-Wind – te ontwikkelen, te bouwen en te plaatsen. Het totale maximaal geïnstalleerde vermogen zou hierbij 400 MW bedragen.

DEME staat ook voor blauwe energie

De werkzaamheden van DEME Blue Energy (DBE) in het domein van getijden- en golfenergie passen naadloos in DEME's strategie om van bij het prille begin mee te werken aan vernieuwende projecten, die uiteindelijk nuttige spinoffs kunnen opleveren voor de DEME-groep. In 2011 heeft de Vlaamse investeringsmaatschappij PMV een belang van 30% in DBE verworven. Belangrijke acties in 2011 in dit verband waren onder andere het FlanSea-onderzoek om een toestel te ontwikkelen dat hernieuwbare mariene (golf)energie omzet in elektriciteit en het Eleanore-samenwerkingsverband tussen zeven Europese ondernemingen die actief zijn als vervoerders van elektriciteit over de ontwikkeling van infrastructuur voor een gepland offshore net DBE heeft overigens met SIEMENS, P.D.A. en BLUEWATER (Heerema) een samenwerkingsovereenkomst afgesloten rond de ontwikkeling van de 'tidal energy converter' BLUETEC.

Tot slot is DBE is ook een partner in REBO (Renewable Energy Base Oostende), dat is opgevat als 'Special Purpose Company' en bedoeld is als logistieke ontwikkelingsentiteit voor de haven van Oostende. REBO heeft een concessie verworven om een speciaal voorzien gebied van 10 ha in de buitenhaven van Oostende te mogen gebruiken. In 2011 zijn de noodzakelijke infrastructuurwerkzaamheden uitgevoerd om er in januari 2012 een logistieke havenzone voor hernieuwbare energie te lanceren.

Orderb
oek
op 31 december
Omzet
(in miljoenen
EUR) aan 100%
2011 2010 2011 2010
DEME 2.404 1.935 1.766 1.801

Financiële elementen

beheersverslag van de raad van bestuur

geconsolideerde balans

statutaire balans

BEHEERSVERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR
A. Verslag over de bedrij
fsrekeningen
p 104 5B.1.1.2
5B.1.1.3
Vastgoed
Activiteit PPS - Concessies
p. 130
p. 131
5B.1.1.4 Baggerwerken p. 131
1. Geconsolideerde rekeningen
Algemene uiteenzetting
p. 104
p. 104
5B.1.2 De conjunctuur p. 132
Orderboek, omzet en resultaat van de operationele polen p. 104 5B.1.3 Kaderleden en werknemers p. 132
Belangrijkste economische gegevens per activiteitspool p. 107 5B.2 Marktrisico's (rente, wisselkoers, krediet) p. 132
Commentaar op de geconsolideerde staat van de financiële toestand, de kasstromen en p. 109 5B.2.1 Rente p. 132
de investeringen 5B.2.2 Wisselkoers p. 132
p. 110 5B.2.3 Krediet p. 133
2. Statutaire rekeningen 5B.2.4 De liquiditeit p. 133
5B.3 Risico van de grondstoffenprijs p. 133
3. Vergoeding van het kapitaal p. 110 5B.4 Afhankelijkheid van opdrachtgevers en leveranciers p. 133
5B.5 Milieurisico's p. 134
B. Verklaring van corporate governance p 111 5B.6 Rechtsrisico's p. 134
5B.7 Typische risico's voor de CFE Groep p. 134
1. Corporate governance p. 111 5B.7.1 Special Purpose Companies p. 134
5B.7.2 Participatie in DEME p. 134
2. Samenstelling van de raad van bestuur p. 111
2.1 Mandaten en functies van de bestuurders p. 112 6. Beoordeling van de door de onderneming genomen maatregelen p. 135
2.2 Beoorderling van de onafhandelijkheid van de bestuurders p. 116 in het kader van de richtlijn m.b.t. handel met voorkennis en
2.4 2.3 Situatie van de bedrijfsmandatarissen
Belangenconflict
p. 116
p. 116
manipulatie van contracten
2.4.1 Beginsels p. 116 7. Transacties en andere contractrelaties tussen de onderneming, p. 135
2.4.2 Toepassing van de beginsels p. 116 inclusief de aangesloten vennootschappen, en de bestuurders en
2.5 Beoordeling van de raad van bestuur, van zijn comités en van de bestuurders p. 117 executive managers
2.5.1 Prestatiebeoordeling p. 117
2.5.2 Prestatiebeoordeling in 2011 p. 117 8. Assistentieovereenkomst p. 135
3. Werking van de raad van bestuur en zijn comités p. 118 9. Controle op de onderneming p. 135
3.1 De raad van bestuur p. 118
3.2 Het benoemings- en bezoldigingscomité p. 121 C. Remuneratieverslag p 137
3.3 Het auditcomité p. 122 1.1 Vergoeding voor de leden van de raad van bestuur en zijn comités p. 139
1.1.1 Bezoldiging van de leden van de raad van bestuur p. 139
4. Aandeelhouderschap p. 123 1.1.2 Bezoldiging van de leden van het auditcomité p. 140
4.1 Kapitaal en structuur van het aandeelhouderschap p. 123 1.1.3 Bezoldiging van de leden van het benoemings- en bezoldigingscomité p. 140
4.2 Effecten die bijzondere controlerechten inhouden p. 123 1.1.4 Bezoldiging van de gedelegeerde besuurder p. 140
4.3 Stemrecht p. 123 1.2 Bezoldiging van de directie p. 142
4.4. Uitoefening van de rechten van de aandeelhouders p. 124 1.2.1 De directie van CFE p. 142
1.2.2 Niveau van de bezoldigingen p. 142
5. Interne controle p. 125
5A. Interne controle en risicobeheer p. 125 D. Verzekeringsbeleid p 143
5A.1 Inleiding p. 125 E. Bijzondere verslagen p 143
5A.1.1 Definitie - referentiesysteem p. 125
5A.1.2 Toepassingsdomein van de interne controle p. 125 F. Openbare o
vernamebieding
p 143
5A.2 Organisatie van de interne controle p. 125
5A.2.1 Handelings- en gedragsprincipes p. 125 G Overnames p 143
5A.2.2 De betrokkenen bij de interne controle p. 126
5A.3 Inventarisering van de risico's en tool voor risicobeheer p. 126 H Oprichting bijkantoor p 143
5A.4 Belangrijkste procedures voor interne controle
5A.4.1 Overeenstemming met de wetten en voorschriften
p. 126
p. 126
5A.4.2 Toepassing van de richtlijn van de algemene directie p. 127 I Elementen na a
fsluiting
van het boekjaar
p 144
5A.4.3 Procedures met betrekking tot verbintenissen - de risicomités p. 127
5A.4.4 Procedures voor de opvolging van de activiteiten p. 128 J Wetenschappelijke onderzoek en ont
wikkeling
p 144
5A.4.5 Procedures voor de opstelling en de verwerking van de boekhoudkundige informatie p. 128
5A.5 Ondernomen acties om de interne controle en het risicobeheer te versterken p. 129 K I
n
formatie o
ver de
vooruitzichten
p 144
L Auditcomité p 145
5B. Risicofactoren p. 130
5B.1 Gemeenschappelijke risico's binnen sectoren waarin de groep CFE actief is p. 130
5B.1.1 Operationele risico's
5B.1.1.1 Het bouwen
p. 130
p. 130
M Bijeenroeping
van de ge
wone algemene
vergadering
van 3 mei 2012
p 145
5B.1.1.2 Vastgoed p. 130
5B.1.1.3
5B.1.1.4
Activiteit PPS - Concessies
Baggerwerken
p. 131
p. 131
5B.1.2 De conjunctuur p. 132
5B.1.3 Kaderleden en werknemers p. 132
5B.2 Marktrisico's (rente, wisselkoers, krediet) p. 132
5B.2.1 Rente p. 132
5B.2.2 Wisselkoers p. 132
5B.2.3 Krediet p. 133
5B.2.4 De liquiditeit
5B.3 Risico van de grondstoffenprijs
p. 133
p. 133
5B.4 Afhankelijkheid van opdrachtgevers en leveranciers p. 133
5B.5 Milieurisico's p. 134
5B.6 Rechtsrisico's p. 134
5B.7 Typische risico's voor de CFE Groep p. 134
5B.7.1 Special Purpose Companies p. 134
5B.7.2 Participatie in DEME p. 134
6. Beoordeling van de door de onderneming genomen maatregelen
in het kader van de richtlijn m.b.t. handel met voorkennis en
p. 135
manipulatie van contracten
7. Transacties en andere contractrelaties tussen de onderneming, p. 135
inclusief de aangesloten vennootschappen, en de bestuurders en
executive managers
8. Assistentieovereenkomst p. 135
9. Controle op de onderneming p. 135
C. Remuneratieverslag p 137
1.1 Vergoeding voor de leden van de raad van bestuur en zijn comités p. 139
1.1.1 Bezoldiging van de leden van de raad van bestuur p. 139
1.1.2 Bezoldiging van de leden van het auditcomité p. 140
1.1.3 Bezoldiging van de leden van het benoemings- en bezoldigingscomité p. 140
1.1.4 Bezoldiging van de gedelegeerde besuurder p. 140
1.2 Bezoldiging van de directie
1.2.1 De directie van CFE
p. 142
p. 142
1.2.2 Niveau van de bezoldigingen p. 142
D. Verzekeringsbeleid p 143
E. Bijzondere verslagen p 143
F. Openbare o
vernamebieding
p 143
G Overnames p 143
H Oprichting bijkantoor p 143
I Elementen na a
fsluiting
van het boekjaar
p 144
J Wetenschappelijke onderzoek en ont
wikkeling
p 144
K I
n
formatie o
ver de
vooruitzichten
p 144
L Auditcomité p 145
M Bijeenroeping
van de ge
wone algemene
p 145
manipulatie van contracten
executive managers
F. Openbare o
G
H
I Elementen na a
J
K I
n
formatie o
ver de
L
M Bijeenroeping
vergadering

BEHEERS VERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR

A. Verslag o ver de bedrij fsrekeningen

1. Geconsolideerde rekeningen

algemene uiteenzetting

De geconsolideerde omzet van de groep bedraagt 1.794 miljoen euro, of een lichte stijging in vergelijking met het vorige boekjaar (1.774 miljoen euro).

Het courante bedrijfsresultaat bedraagt 84,9 miljoen euro (99,1 miljoen euro in 2010), wat een daling betekent van 14%. Het nettoresultaat aandeel van de groep bedraagt 59,1 miljoen euro (63,3 miljoen euro in 2010).

Het orderboek toont een stijgende lijn. Het bedraagt 2.382 miljoen euro op 1 januari 2012, ten opzichte van 1.939 miljoen euro op 1 januari 2011. Het orderboek is bovendien aanzienlijk teogenomen begin 2012 door het binnenhalen van een aantal belangrijke opdrachten in bouw-en baggerwerken.

orderboek, omzet en resultaat van de operationele polen

Pool bouw

De omzet van de pool bouw stijgt licht (1,4%) en bedraagt 718 miljoen euro (708 miljoen euro in 2010). Er is echter een substantiële evolutie in de samenstelling van de omzet. De omzet van de burgerlijke bouwkunde activiteiten daalt (-17%). In België zijn de graafwerken voor de Liefkenshoekspoortunnel in Antwerpen halfweg het jaar beëindigd en in Nederland zijn de delen van de in aanbouw zijnde verkeerstunnel in Amsterdam (Coentunnel) met succes afgezonken tijdens de maanden april en mei. De werken van burgerlijke bouwkunde met betrekking tot deze twee grote projecten worden nu aan een lager tempo voortgezet.

De omzet van de gebouwenactiviteit gaat er dan weer sterk op vooruit (+12%). De activiteiten in België groeien (+8%), en dat met name in Brabant en in Vlaanderen. De omzet van de internationale activiteiten stijgt substantieel (+79%), dankzij de contracten voor opdrachten in Tsjaad. In Centraal-Europa zien we een nieuwe daling van de omzet (-18 %).

Het bedrijfsresultaat daalde met 50% tot 5,1miljoen euro (10,2 miljoen euro in 2010). Deze daling is echter zeker niet algemeen. Aanzienlijke verbeteringen van het resultaat kunnen opgemerkt worden bij zowel BAGECI (Wallonië), CLE (Groothertogdom Luxemburg), CFE Nederland, Aannemingen Van Wellen en de internationale activiteiten. Bepaalde opbrengsten werden daarentegen uitgesteld of er werden provisies aangelegd om rekening te houden met het risico van niet-goedkeuring van afrekeningen en met het risico van insolvabiliteit van bepaalde klanten. Deze aanpassingen vertegenwoordigen een bedrag van nagenoeg 9 miljoen euro.

Het nettoresultaat aandeel van de groep bedraagt 1,3 miljoen euro, tegenover 8,8 miljoen in 2010.

Het orderboek laat een sterke stijging zien. Op 1 januari 2012 was het goed voor een bedrag van 1.010 miljoen euro, tegenover 826 miljoen euro op 1 januari 2011. Ook hier gaat het om een contrastrijke evolutie. Voor de burgerlijke bouwkunde activiteit blijft de markt onder druk staan en houdt de daling van het orderboek aan. Het orderboek groeide voor de gebouwen in de Benelux, met belangrijke opdrachten zoals de woontoren Up-Site (Brussel), het woon- en kantoorcomplex Light House (Brussel) of het politiebureau van Charleroi. Er is ook een sterke stijging van het orderboek voor de internationale activiteiten, dankzij de nieuwe opdrachten voor CFE in Tsjaad, en, in tijdelijke handelsvereniging, voor een woontoren in Nigeria.

Pool vastgoedontwikkeling en -beheer

De pool vastgoedontwikkeling en -beheer kan opnieuw terugblikken op een bevredigend boekjaar. In België was de oriëntatie inzake residentieel vastgoed prima en bleef het commercialiseringsniveau behouden. Er werden diverse projecten opgeleverd, zoals het residentiële passiefgebouw 'Midi-Suède' of het rusthuis 'Les Hauts Prés' in Ukkel. Op kantoorvlak werd het boekjaar gekenmerkt door de verkoop in het eerste semester van het South Cristal-gebouw in Brussel door een vennootschap waarin CFE

minderheidsaandeelhouder was. bijna 50.000 m².

In Oostende hebben BPI en CFE Immo twee aanbestedingen binnengehaald van de stad Oostende voor de ontwikkeling van een residentiële zone van 100.000 m², en op het einde van het jaar hebben beide bedrijven in het kader van een partnerschap met een Brusselse vastgoedontwikkelaar de historische Solvay-site verworven in Elsene, goed voor een hoofdzakelijk residentieel ontwikkelingspotentieel van

In het Groothertogdom Luxemburg zet CLi in partnerschap de ontwikkeling en commercialisering voort van het project Green Hill. De commercialisering is hier overigens ook een succes.

Het bedrijfsresultaat van 9,4 miljoen euro ligt hoger dan dat van 2010 (7,2 miljoen euro).

Het nettoresultaat aandeel van de groep bedraagt 6,3 miljoen euro, tegenover 3,5 miljoen euro in

2010.

Pool multitechnieken

De omzet van de pool multitechnieken zet zijn stijging voort en bedraagt 176 miljoen euro (149 miljoen euro in 2010), goed voor een toename van 18%. Bij constante perimeter bedraagt deze groei 12,6%. De toename wordt bovendien vastgesteld bij nagenoeg alle bedrijven.

Het bedrijfsresultaat stijgt met meer dan 18%. Het bedraagt 7,4 miljoen euro in 2011 tegenover 6,3 miljoen euro in 2010. Deze louter organische stijging is vooral duidelijk bij Louis Stevens & Co, Nizet Entreprise en Druart, dat de moeilijkheden van de voorbije twee boekjaren te boven is gekomen.

Het nettoresultaat aandeel van de groep bedraagt 3,9 miljoen euro, tegenover 3,7 miljoen euro in

2010.

Het orderboek mag eveneens gezien worden. Op 1 januari 2012 bedroeg het 162 miljoen euro, tegenover 128 miljoen euro op 1 januari 2011, wat een toename betekent van 27%. Bij constante perimeter bedraagt deze groei 14%. De toename situeert zich voornamelijk bij VMA, dat steeds meer internationaal actief wordt en nieuwe contracten binnenhaalde in Hongarije en in Turkije.

De pool multitechnieken heeft zich op het einde van het jaar versterkt met de acquisitie van 100% van de aandelen van ETEC SA. Deze onderneming is gespecialiseerd in openbare verlichting en de plaatsing van ondergrondse netwerken.

Pool baggerwerken en milieu

(de vermelde bedragen in dit hoofdstuk betreffende DEME zijn ad 100%. CFE bezit 50% van deze vennootschap)

De omzet van DEME bedraagt 1.766 miljoen euro, een gelijkaardig bedrag als in het boekjaar 2010 (1.801 miljoen euro). In de verschillende vakgebieden stellen we een substantiële daling vast van de milieuactiviteiten (DEC-Ecoterres), terwijl GeoSea een sterke groei liet optekenen van de offshore

activiteiten.

Het bedrijfsresultaat vertoont een daling van 29%. Het bedraagt 137 miljoen euro, tegenover 177 miljoen euro in 2010. De daling is hoofdzakelijk het gevolg, zoals aangekondigd in de tussentijdse verklaring van 18 mei 2011, van een uitzonderlijk verlies op een bodemsaneringsproject in het Braziliaanse Santos.

Het nettoresultaat aandeel van de groep bedraagt 104,2 miljoen euro (116,5 miljoen euro in 2010).

Het orderboek, dat nog steeds zeer goed gespreid is qua vakgebieden en geografisch, is van goede kwaliteit en gaat in stijgende lijn. Het bedraagt 2.404 miljoen euro (1.935 miljoen euro op 1 januari 2011). Bovendien heeft DEME begin dit jaar een nieuwe bestelling binnengehaald in Australië voor een bedrag van 916 miljoen euro.

Het meerjareninvesteringsprogramma (2008-2012) van DEME is volop aan de gang. In 2011 zijn zeven schepen geleverd: het valpijpschip 'Flintstone', de grindsleephopperzuiger 'Victor Horta', de rotscutterzuigers 'Amazone' en 'Al Jarraf' van 12.860 kw, de sleephopperzuiger 'Breughel' (11.000 m³) en de megatrailer 'Congo River' met een capaciteit van 30.000 m³. Vier andere vaartuigen zijn in aanbouw en worden geleverd in 2012: het dieplepelponton 'Peter the Great', de rotscutterzuiger 'Ambiorix' en twee jack-upschepen, de 'Neptune' en de 'Innovation I'.

DEME heeft actief zijn onderzoeks- en ontwikkelingactiviteiten voortgezet, in het bijzonder wat betreft de sector van hernieuwbare energie en deze van ontginningstechnieken voor zeldzame metalen.

PPS - Concessies

De bouwwerkzaamheden voor de projecten Coentunnel in Amsterdam, Liefkenshoekspoortunnel in Antwerpen en de scholen van de Duitstalige Gemeenschap zijn volop bezig.

Het boekjaar werd dus gewijd aan nieuwe studies en offertes. Zo haalde CFE in het begin van het jaar het contract binnen voor het politiebureau van Charleroi, een project waarvoor de bouwvergunningsaanvragen lopen. CFE bestudeert momenteel het project voor een tramlijn tussen Deurne et Mortsel (Antwerpen) en het project rond de A11 tussen Brugge en Knokke (Missing Links). De groep Aorta, waarvan CFE deel uitmaakt en die bezig was met de studie voor het project A1-A6 (Diemen-Almere), is jammer genoeg niet geselecteerd voor het vervolg van de procedure.

Rent-A-Port, dat gespecialiseerd is in havenontwikkeling, heeft zijn activiteiten met succes voortgezet. Dochteronderneming Ipem, die actief is in Vietnam, heeft een belangrijke overeenkomst gesloten met een Japanse bandenproducent.

Tot slot heeft het recent opgerichte Rent-A-Port Energy, dat focust op de ontwikkeling van offshore windenergie, in partnerschap een eerste concessie in de wacht gesleept in de Noordzee.

Het bedrijfsresultaat kent een substantiële verbetering, maar blijft nog tijdelijk negatief (-2,2 miljoen euro). Dit verlies valt te verklaren door het feit dat de studiekosten van CFE en Rent-A-Port ten laste werden genomen. CFE haalt geen winst uit zijn projecten tijdens de constructiefase.

Het nettoresultaat aandeel van de groep bedraagt -1,9 miljoen euro, tegenover -3,4 miljoen euro in 2010.

belangrijkste economische gegevens per activiteitspool

(in miljoen EUR)

(in miljoen EUR)

Orderboe
k
1 januari
2012
1 januari
2011
wijzigings
-%
(in miljoen
EUR)
Bouw 1.009,9 826,4 22,2%
Vastgoedontwikkeling
en -beheer
8,4 17,0 n.s.
Subtotaal 1.018,3 843,4 20,7%
Baggerwerken
en milieu
1.202,0 967,5 24,2%
Multitechnieken 162,0 128,2 26,4%
Totaal
geconsol
ideerd
2.382,3 1.939,1 22,9%
omzet 2011 2010 wijzigings
-%
(in miljoen
EUR)
Bouw 717,8 707,8 1,4%
Vastgoedontwikkeling
en -beheer
26,0 19,8 n.s.
Voorraadeffect 0,6 11,2 n.s.
Subtotaal 744,4 738,8 0,8%
Baggerwerken
en milieu
882,9 900,3 -1,9%
Multitechnieken 175,6 148,6 18,2%
PPS - Concessies 2,9 3,4 n.s.
Holding
(interpool
eliminaties
)
-12,0 -16,7 n.s.
Totaal
geconsol
ideerd
1.793,8 1.774,4 1,1%
Verdeling van de omzet per geograf
ische

Verdeling van de omzet per geografische

(in miljoen EUR)

Verdeling van de omzet per geograf
ische
zone
2011 2010 wijzigings
-%
(in miljoen
EUR)
België 923,1 772,5 19,5%
Nederland 159,0 156,6 1,5%
Luxemburg 28,3 41,4 -31,6%
Subtotaal
Benelu
x
1.110,4 970,5 14,4%
Europa
buiten
Benelu
x
272,4 314,9 -13,5%
Totaal
Europa
1.382,8 1.285,4 7,6%
Amerika
(Mid + South)
85,5 92,9 -8,0%
Afrika 143,6 143,9 -0,2%
Azië 57,7 67,9 -15,0%
Midden-Oosten 60,3 130,0 -53,6%
Oceanië 63,9 54,3 -17,6%
Totaal
geconsol
ideerd
1.793,8 1.774,4 1,1%
Bijdrage
in het resultaat
uit
bedrijfsact
iviteiten (*)
2011 omzet
%
2010 omzet
%
wijzigings
-%
(in duizend
EUR)
Bouw 5.068 0,7% 10.227 1,4% -50,4%
Vastgoedontwikkeling
en -beheer
9.391 n.s. 7.205 n.s. 30,3%
Voorraadeffect -1.197 n.s. -121 n.s. n.s.
Subtotaal 13.262 1,8 17.311 2,3% -23,4%
Baggerwerken
en milieu
67.565 7,7% 86.489 9,6% -21,9%
Multitechnieken 7.398 4,2% 6.255 4,2% 18,3%
Afwaardering
positieve
consolidatieverschillen
multitechnieken
- -
PPS - Concessies -2.150 n.s. -3.666 n.s. n.s.
Holding -458 n.s. -583 n.s. n.s.
Interpool
eliminaties
en
consolidatieherwerkingen
-686 n.s. -522 - n.s.
Afwaardering
gemengde
operatie
Tunesi
ë
- -6.197 - n.s.
Totaal
geconsol
ideerd
84.931 4,7% 99.087 5,6% -14,3%

(*) Na aftrek van het aandeel in de centrale kosten

Bijdrage
in het nettoresultaat
aandeel
groep
(*)
2011 omzet
%
2010 omzet
%
wijzigings
-%
(in duizend
EUR)
Bouw 1.272 0,2% 8.772 1,2% -85,5%
Afwaardering
positieve
consolidatieverschillen
bouw
- - -
Vastgoedontwikkeling
en -beheer
6.276 24% 3.529 n.s. 77,8%
Voorraadeffect -864 n.s. -65 n.s. n.s.
Subtotaal 6.684 0,9% 12.236 1,7% -45,4%
Baggerwerken
en milieu
51.031 5,8% 57.109 6,3% -10,6%
Multitechnieken 3.945 2,3% 3.681 2,5% 7,2%
Afwaardering
positieve
consolidatieverschillen
multitechnieken
- - -
PPS - Concessies -1.877 n.s. -3.396 n.s. n.s.
Holding -16 n.s. 385 - n.s.
Interpool
eliminaties
en
consolidatieherwerkingen
-686 n.s. -522 - n.s.
Afwaardering
gemengde
operatie
Tunesi
ë
-6.197 n.s. n.s.
Totaal
geconsol
ideerd
59.081 3,3% 63.296 3,6% -6,7%

(*) Na aftrek van het aandeel in de centrale kosten

commentaar op de geconsolideerde staat van de financiële toestand, de

kasstromen en de investeringen

De netto financiële schuldenlast (*) bedroeg eind december 351 miljoen euro, tegenover 248 miljoen euro op het einde van 2010. Deze financiële schuldenlast is opgesplitst in een langetermijnschuldenlast van 435 miljoen euro en een positieve nettokortetermijnthesaurie van 84 miljoen euro.

De cashflows uit investeringsactiviteiten vertegenwoordigen voor het boekjaar een bedrag van 179 miljoen euro, tegenover 243 miljoen euro in 2010. Deze investeringen hebben voornamelijk betrekking op het investeringsprogramma voor bedrijfsmaterieel van DEME.

Het werkkapitaal daalt met 38 miljoen euro.

Het eigen vermogen stijgt met 33,3 miljoen euro en bedraagt 508,8 miljoen euro (475,5 miljoen euro

eind 2010).

CFE beschikt over niet-gebruikte middellangetermijnkredietlijnen voor 50 miljoen euro. De aankoop van baggertuigen en ander maritiem materiaal door DEME maakt het voorwerp uit van specifieke financieringen die gedekt worden door deze activa.

(*) De netto financiële schuldenlast houdt geen rekening met de reële waarde van afgeleide producten,

die -30,2 miljoen euro bedraagt.

(In duizend
EUR)
2011 2010
Kasstromen
uit bedrijfsactiviteit
102.592 169.097
Kasstromen
uit investeringsactiviteit
-179.124 -242.585
Kasstromen
uit financieringsactiviteit
111.450 77.976
Netto toename
/afname
van de liquide middelen
34.918 4.488
Eigen vermogen
aandeel
van de groep
bij opening
466.061 413.343
Eigen vermogen
aandeel
van de groep
bij afsluiting
501.702 466.061
Nettoresultaat
van het jaar
59.081 63.296
ROE 12,7% 15,3%

2. Statutaire rekeningen

De omzet van CFE nv vertoont een lichte daling (-3,5%) en bedraagt 361,5 miljoen euro. Deze daling houdt verband met de inkrimping van de burgerlijke bouwkundeactiviteit.

Er werden in het boekjaar 2010 opnieuw voorzieningen op lopende rekeningen of waardeverminderingen op participaties geboekt; het bedrijfsresultaat verbeterde en bedraagt 0,7 miljoen euro.

De financiële opbrengsten stegen aanzienlijk als gevolg van de verhoging van de door de dochterondernemingen betaalde dividenden.

De uitzonderlijke opbrengsten zijn goed voor 0,7 miljoen euro, de uitzonderlijke kosten bedragen 0,2 miljoen euro. Er werd in het boekjaar 2010 een voorziening aangelegd voor uitzonderlijke kosten van 5 miljoen euro, overeenstemmend met de waardevermindering op de participatie in het project Bizerte Cap 3000 in Tunesië.

Het nettoresultaat na belastingen is met meer dan 60% gestegen en bedraagt 32,1 miljoen euro.

De resultatenrekening van CFE NV wordt als volgt voorgesteld (volgens Belgische normen):

(In duizend
EUR)
2011 2010
Bedrijfsopbrengsten 431.649 434.947
Omzet 361.506 374.627
Bedrijfsresultaat 663 -3.710
Financieel
resultaat
(netto
)
30.762 28.547
Resultaat
uit de gewone
bedrijfsoefening
31.425 24.837
Uitzonderlijke
opbrengsten
696 0
Uitzonderlijke
kosten
-175 -5.007
Resultaat
voor
belastingen
31.946 19.830
Belastingen 190 -138
Resultaat
van het boekjaar
32.136 19.692

3. Vergoeding van het kapitaal

De raad van bestuur van CFE NV stelt aan de algemene vergadering van 3 mei 2012 voor een brutodividend van 1,15 EUR per aandeel toe te kennen, wat overeenkomt met 0,8625 EUR netto, in totaal een uitkering van 15.056.099 EUR. De overgedragen winst na uitkering bedraagt 46.137.589 EUR.

B. Verklaring van corporate governance

1. Corporate governance

De vennootschap neemt de Belgische corporate governance Code 2009 als referentiecode aan.

Het corporate governance charter van CFE, dat opgesteld werd op basis van de referentiecode, kan geraadpleegd worden op de website van de onderneming (www.cfe.be).

In zijn corporate governance charter past CFE de principes toe van de Belgische Corporate Governance

Code 2009.

Voor CFE reikt corporate governance echter verder dan enkel de naleving van de code. CFE acht het immers onontbeerlijk om de leiding van zijn activiteiten te baseren op een gedrags- en besluitvormingsethiek en op een diep verankerde corporate-governancecultuur.

2. Samenstelling van de raad van bestuur

Op 31 december 2011 bestaat de raad van bestuur van CFE uit tien leden, die op de onderstaande data in functie zijn getreden en waarvan het mandaat onmiddellijk afloopt nadat de gewone algemene vergaderingen van aandeelhouders in de hierna weergegeven jaren hebben plaatsgevonden:

Infunct
ietred
ing
Verval
jaar van mandaat
NV C.G.O., vertegenwoordigd
door
de heer Philippe
Delaunois
**
06.05.2010 2014
Renaud
Bentégeat *
18.09.2003 2013
Philippe
Delusinne
07.05.2009 2013
Richard
Francioli
13.09.2006 2013
Bernard
Huvelin
23.06.2005 2014
Christian
Labeyrie
06.03.2002 2013
Jean Rossi 06.05.2010 2014
NV Consuco
, vertegenwoordigd
door
de heer Alfred Bouckaert
06.05.2010 2014
Bvba Ciska Servais
, vertegenwoordigd
door
mevrouw
Ciska
Servais
03.05.2007 2015
Jan Steyaert 07.05.2009 2013

* Gedelegeerd bestuurder verantwoordelijk voor het dagelijks beheer

** De heer Philippe Delaunois was sinds 5 mei 1994 op persoonlijke titel bestuurder van CFE

De duur van het mandaat van bestuurder bedraagt vier jaar voor bestuurders die in deze functie werden benoemd of herbenoemd vanaf 1 januari 2005.

2.1 mandaten en functies van de bestuurders

Bestuurders

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de mandaten en functies van de tien bestuurders op datum van 31 december 2011.

NV C.G.O., vertegen
woord
igd
door
de heer P
h
i
l
ippe Delauno
i
s
Voorzitter van de raad
van bestuur
Bestuurder
CFE
Herrmann-D
ebrouxlaan, 40-42
B-1160
Bruss
e
l
Philippe Delaunois, geboren in 1941, is burgerlijk ingenieur staal van de Faculté Polytechnique
te Bergen, commercieel ingenieur van de Université de l'Etat te Bergen en heeft een diploma
van de Harvard Business School.
Hij oefende het grootste gedeelte van zijn carrière uit in de staalindustrie en was tot 1999
gedelegeerd bestuurder en directeur-generaal van Cockerill-Sambre.
Officier in de Leopoldsorde en Ridder van het Erelegioen, in 1989 uitgeroepen tot manager van
het jaar, voorzitter van de Union Wallonne des Entreprises tussen 1990 en 1993, en sinds 1990
ereconsul van Oostenrijk voor Henegouwen en Namen.
Uitgeoefende mandaten:
a- in beursgenoteerde ondernemingen:
Bestuurder van Mobistar NV
Bestuurder van SABCA NV
b- in niet-beursgenoteerde ondernemingen:
Voorzitter van de raad van bestuur van Vers l'Avenir
Bestuurder van ING Belgium NV
Bestuurder van Integrale, gemeenschappelijke verzekeringskas
Bestuurder van Ahlers International SA (Luxemburg)
Bestuurder van CLi, CLE SA, DEME NV en d'ETEC SA (Maatschappijen van de groep CFE)
c- verenigingen:
Bestuurder van vzw Europalia
Bestuurder van vzw Leopoldsorde
Bestuurder van de Muziekkapel Koningin Elisabeth
Renaud
Bent
égeat
Gedelegeerd
bestuurder
CFE
Herrmann-D
ebrouxlaan, 40-42
B-1160
Bruss
e
l
Renaud Bentégeat, geboren in 1953, heeft een licentie in publiek recht, een Diplôme d'
Études
Approfondies in publiek recht, een D.E.A in Analyse Politique Approfondie. Hij is afgestudeerd
aan het Institut d'Etudes Politiques van Bordeaux. Hij is zijn carrière in 1978 in de onderneming
Campenon Bernard begonnen. Vervolgens heeft hij achtereenvolgens de functies bekleed van
hoofd juridische zaken, directeur communicatie, administratief directeur en secretaris generaal,
verantwoordelijk voor de juridische-, communicatie-, administratie- en human resources
afdeling bij de Compagnie Générale de Bâtiment et de Construction (CBC). Van 1998 tot 2000
was hij regionaal directeur Bâtiment Ile-de-France van Campenon Bernard SGE, alvorens te zijn
benoemd tot adjunct-directeur-generaal bij VINCI Construction, waar hij verantwoordelijk was
voor de filialen van de groep VINCI Construction in Centraal-Europa en gedelegeerd bestuurder
was bij Bâtiments et Ponts Construction en Bâtipont Immobilier in België. Sinds 2003 is hij
gedelegeerd bestuurder van CFE. Renaud Bentégeat is eveneens lid van het oriëntatie- en
coordinatiecomité van VINCI SA.
Renaud Bentégeat is officier in Leopoldsorde en evenals ridder in de Nationale Orde van
Verdiensten.
Uitgeoefende mandaten:
a- in beursgenoteerde ondernemingen:
Gedelegeerd bestuurder van CFE NV
b- in niet-beursgenoteerde ondernemingen:
Bestuurder van diverse ondernemingen binnen de groep CFE
Voorzitter directeur-generaal van de Compagnie Générale de Bâtiment et de Construction (CBC)
Voorzitter directeur-generaal van Ufimmo
c- verenigingen:
Voorzitter van de Franse Kamer voor Handel en Nijverheid in België
Ondervoorzitter van de Vereniging der Belgische Aannemers van Grote Bouwwerken (ADEB-VBA)
Adviseur buitenlandse handel voor Frankrijk

P h i l ippe Delus inne R TL Belgium

Ja cqu es Georginlaan, 2 B-1030 Bruss e l

Lid van het auditcomit

é

Onafhan kelijk bestuurder

Philippe Delusinne, geboren in 1957, is houder van het diploma van Marketing & Distributie van het ISEC te Brussel en van een Short MBA aan het Sterling Institute van Harvard. Hij startte zijn carrière bij Ted Bates als account executive. Vervolgens vervulde hij de functies van account manager bij Publicis, client service director bij Impact FCB, deputy general manager bij McCann Erikson en chief executive officer bij Young & Rubicam in 1993. Sinds maart 2002 is hij chief executive officer van RTL Belgium. Uitgeoefende mandaten: a- in beursgenoteerde ondernemingen : Lid van de Raad van Toezicht van Métropole Télévision (M6), Parijs b- in niet-beursgenoteerde ondernemingen : Gedelegeerd bestuurder van RTL Belgium NV Gedelegeerd bestuurder van Radio H NV Managing Director van CLT-UFA Belgian Broadcasting Voorzitter van IP Plurimedia NV Gedelegeerd bestuurder van Cobelfra NV Gedelegeerd bestuurder van New Contact NV Bestuurder van INADI NV Bestuurder van CLT-UFA NV Bestuurder van BEWEB NV Bestuurder van Home Shopping Service Belgique NV Bestuurder van FRONT NV c- verenigingen : Ondervoorzitter van de Belgian Management & Marketing Association Lid van de Hoge Raad voor de Audiovisuele Sector Voorzitter van Koninklijke Muntschouwburg Voorzitter van Association of Commercial Television in Europe (A.C.T.) Bestuurder van Association pour l'Autorégulation de la Déontologie Journalistique Bestuurder

Richard Franc iol i

VIN C I Cons truction cours F e r dinan d -de -Less eps, 1 F-92851 R u eil-Malmaison Cedex

Lid van het benoemings- en bezoldigingscomit é

Richard Francioli is in 1959 geboren in Dole (Frankrijk).

Na te zijn afgestudeerd aan de Ecole Supérieure de Commerce in Angers (Frankrijk), trad hij in 1983 toe tot de groep VINCI. Hij begon er zijn carrière als stagiair (VSNE) op het bouwproject van het ziekenhuis van "Ain Shams" in Caïro. Hij heeft binnen de groep de volgende functies bekleed; regio directeur Noord voor Sogea Construction en later zonedirecteur voor dezelfde groep. Daarna werd hij voorzitter van VINCI Construction Filiales Internationales. In maart 2006 werd hij benoemd tot voorzitter van VINCI Construction en sinds 1 januari 2010 is hij verantwoordelijk voor het geheel van de contracting-activiteiten van VINCI.

Uitgeoefende mandaten:

a- in beursgenoteerde ondernemingen:

Lid van het uitvoerend comité, lid van het orienterings- en coördinatiecomité en adjunctdirecteur generaal van VINCI

Bestuurder van Entrepose Contracting (Frankrijk)

b- in niet-beursgenoteerde ondernemingen:

Lid van de raad van toezicht van VINCI Deutschland GmbH(Duitsland)

Bestuurder van VINCI Plc (Engeland)

Vertegenwoordiger van VINCI Construction in de raad van bestuur van Doris Engineering (Frankrijk)

Vertegenwoordiger van VINCI Construction in de raad van bestuur van Cofiroute (Frankrijk) Bestuurder van VINCI Energies (Frankrijk)

Bestuurder van Solétanche Freyssinet SA (Frankrijk)

Bernard Huvel i n

VIN C I cours F e r dinan d -de -Less eps, 1 F-92851 R u eil-Malmaison Cedex

Bestuurder

Bernard Huvelin, geboren in 1937, is afgestudeerd aan de HEC. In 1962 ging hij werken voor SGE (dat later VINCI zou worden). In 1974 werd hij er secretaris generaal en van 1982 tot 1988 vervulde hij de functie van adjunct-directeur-generaal, van 1988 tot 1990 was hij lid van het directieteam, van 1991 tot 1997 adjunct-directeur-generaal, van 1997 tot 1999 directeurgeneraal, van 1999 tot 2005 bestuurder directeur-generaal.

Bernard Huvelin is officier bij het Légion d'honneur evenals ridder in de Nationale Orde van Verdienste.

Uitgeoefende mandaten:

b- in niet-beursgenoteerde ondernemingen:

Bestuurder van Soficot

Bestuurder van het consortium Stade de France

c- verenigingen:

Ondervoorzitter van de European Construction Industry Federation

Adviseur bij het Europees economisch en sociaal comité

Christian Labeyrie Bestuurder Bvba Ci s
k
a Serva
i
s,
Onafhan
kelijk bestuurder
VINCI cours Ferdinand-de-Lesseps, 1
F-92851
R
u
eil
Malmaison Cedex
Lid van het auditcomit
é
Christian Labeyrie, geboren in 1956, is adjunct directeur generaal, financieel directeur en lid
van het uitvoerend comité van de groep VINCI. Alvorens werkzaam te zijn binnen de groep
VINCI in 1990, heeft hij verschillende functies uitgeoefend in de groepen Rhône Poulenc en
Schlumberger. Hij is zijn carrière in de banksector begonnen.
Christian Labeyrie is afgestudeerd aan de HEC, de l'Escuela Superior de Administración de
Empresas (Barcelona) en de Mc Gill University (Canada). Tevens is hij in het bezit van een DECS
(Diplôme d'Etudes Comptables Supérieures). Hij is ridder bij het Légion d'honneur en ridder in
de Nationale Orde van Verdienste.
Uitgeoefende mandaten:
a- in beursgenoteerde ondernemingen:
Lid van het uitvoerend comité van de groep VINCI
b- in niet-beursgenoteerde ondernemingen:
Bestuurder van Eurovia
Bestuurder van VINCI Park
Bestuurder van VINCI Deutschland
Bestuurder van ASF
Bestuurder van Escota
Bestuurder van Arcour
Bestuurder van het consortium Stade de France
Voorzitter en bestuurder van VFI
Bestuurder van de maatschappij LCL Actions Euro van de groep Crédit Agricole Asset
Management
vertegen
mevrou
B
o
e
r
Voorzitster
het benoemings
bezoldigingscomit
Jan Ste
woord
igd door
w Ci
s
k
a Serva
i
s
enl
eg
ers
traa
t, 204
B-2650 Edeg
e
m
van
- en
é
yaert
Ciska Servais is vennoot bij het advocatenkantoor Astrea. Zij is actief op het vlak van
administratief recht, in het bijzonder milieurecht en ruimtelijke ordening, evenals
vastgoedrecht en bouwrecht. Zij heeft een uitgebreide ervaring inzake adviesverlening,
gerechtelijke procedures en onderhandelingen. Zij is docente en geeft regelmatig voordrachten
in het kader van seminaries.
Zij studeerde af aan de Universiteit Antwerpen als licentiaat in de rechten (1989) en behaalde
bijkomend een Master (LL.M) aan de Vrije Universiteit Brussel in International Legal Cooperation
(1990). Bovendien behaalde zij een Bijzondere Licentie in de Milieukunde aan de Universiteit
Antwerpen (1991).
Zij startte haar stage in 1990 bij het Advocatenkantoor Van Passel & Greeve. Zij werd vennoot
bij Van Passel & Vennoten in 1994, en vervolgens bij Lawfort in 2004. In 2006 richtte zij het
advocatenkantoor Astrea mee op.
Ciska Servais publiceert voornamelijk op het vlak van milieurecht, onder meer aangaande het
bodemsaneringsdecreet, de milieuaansprakelijkheid en de grondverzetregeling.
Zij is ingeschreven aan de Antwerpse Balie.
Uitgeoefende mandaten:
in niet-beursgenoteerde ondernemingen:
Nautinvest Vlaanderen NV
Astrea bv cvba
Onafhan
kelijk bestuurder
Jean Ross
i
VIN
C
I Cons
truction
cours F
e
r
dinan
d
-de
-Less
eps, 5
F-92851
R
u
eil
Malmaison Cedex
Lid van de raad van de Banque de France - filiaal in Hauts-de-Seine
Bestuurder
Jean Rossi, geboren op 6 november 1949, studeerde af als ingenieur aan de Ecole Spéciale des
Travaux Publics (ESTP) in Parijs.
Hij startte zijn carrière als opzichter bij de vennootschap Pradeau & Morin. Hij was eerst
directeur exploitatie en vervolgens algemeen directeur bij SNEG. Daarna bekleedde hij
verschillende functies binnen de groep VINCI: directeur bouw en openbare werken bij SOGEA,
gewestelijk directeur van SOGEA, directeur verantwoordelijk voor Noord-Frankrijk bij SOGEA,
directeur verantwoordelijk voor de Provincie bij SOGEA, en adjunct algemeen directeur van
SOGEA. In 2001 werd hij voorzitter van SOGEA. In 2007 is hij benoemd tot voorzitter van VINCI
Construction France en in juni 2007 tot gedelegeerd directeur generaal van VINCI Construction.
In 2008 werd hij lid van het uitvoerend comité van VINCI en werd benoemd tot voorzitter van
VINCI Construction in 2010.
Uitgeoefende mandaten:
a- in beursgenoteerde ondernemingen:
Lid van het uitvoerend comité van VINCI
Bestuurder van Entrepose Contracting SA
b- in niet-beursgenoteerde ondernemingen:
Voorzitter van VINCI Construction
Voorzitter van Société Générale de Travaux
Bestuurder van Soletanche Freyssinet SA
Bestuurder van VINCI Energies SA
Ondervoorzitter van FNTP (Syndicaat van Frankrijk)
c- verenigingen :
Voorzitter van EGF-BTP
p/a
Re
B-1030
Voorzitter
Mobis
tar
yerslaan,70
Bruss
e
l
van het auditcomit
é
Jan Steyaert, geboren in 1945, oefende het grootste deel van zijn carrière uit in de telecomsector.
Hij startte aanvankelijk bij een bedrijfsreviror. Daarna (1970) trad hij in dienst van Telindus
(beursgenoteerde vennootschap) en bekleedde achtereenvolgend de functie van CFO, CEO en
voorzitter van de raad van bestuur van Telindus Group en van haar filialen. Hij heeft deze
functie bekleed tot en met 2006.
Sinds de oprichting van Mobistar (1995) is hij lid van de raad van bestuur en sinds 2003
voorzitter.
Hij is officier in de orde van Leopold II en werd bekroond met het kruis van ridder in de
kroonorde.
Uitgeoefende mandaten:
a- in beursgenoteerde ondernemingen :
Voorzitter van Mobistar NV
b- in niet-beursgenoteerde ondernemingen :
Bestuurder van Credoc NV
Bestuurder van Portolani NV
Bestuurder van Automation NV
c- verenigingen :
Bestuurder van Anima Eterna vzw
Bestuurder van VVW vzw
Voorzitter van de Stichting en het Museum Dhondt-Dhaenens te Deurle
NV Consuco
, vertegen
woord
igd
door
de heer Alfred Bouc
kaert
de Fo
es
traetslaan, 33
A
B-1180
Bruss
e
l
Lid van het benoemings
- en
bezoldigingscomit
é
Onafhan
kelijk bestuurder
Alfred Bouckaert, geboren in 1946, is licentiaat in de economische wetenschappen (KUL).
Hij startte zijn carrière in 1968 als beursmakelaar bij JM Finn & Co in Londen. In 1972 trad
hij in dienst bij Chase Manhattan Bank, waar hij verschillende commerciële functies en
kredietfuncties uitoefende voordat hij commercial banking manager voor België werd. In 1984
werd hij genoemd tot general manager van Chase in Kopenhagen (Denemarken). Twee jaar later
werd hij general manager en country manager van Chase in België. In 1989 werden de Belgische
activiteiten van Chase Manhattan Bank verkocht aan Crédit Lyonnais. Alfred Bouckaert was
verantwoordelijk voor de fusie van de Belgische operationele activiteiten van Chase en Crédit
Lyonnais. In 1994 vroeg Crédit Lyonnais aan Alfred Bouckaert om de Europese activiteiten van
de bank te leiden. In 1999 werd hij directeur van A
XA Royale Belge. A
XA benoemde hem ook tot
country manager voor de Benelux. In 2005 werd hij algemeen directeur van de regio «Noord
Europa» (België, Nederland, Luxemburg, Duitsland en Zwitserland). Van oktober 2006 tot mei
2010, was hij lid van het directiecomité van A
XA en verantwoordelijk voor de activiteiten in de
regio Noord-, Midden- en Oost-Europa. In april 2007 werd hij benoemd tot voorzitter van de raad
van bestuur van A
XA Belgium NV, functie die hij heeft geoefend tot 27 april 2010.
In 2011, werd hij benoemd tot voorzitter van de raad van bestuur van Dexia Bank België.
Uitgeoefende mandaten:
a- in beursgenoteerde ondernemingen:
Bestuurder van Leasinvest Real Estate
b- in niet-beursgenoteerde ondernemingen:
Voorzitter van Dexia Bank België
Bestuurder van Vandemoortele NV
Bestuurder van Bank van Breda
Bestuurder van Finaxis
Bestuurder van A
XA Italy
Bestuurder van A
XA Greece
Bestuurder van Ventosia (sicav of the notaries)
Bestuurder van Vesalius Sicar (Luxemburg)
Bestuurder van Vesalius Biocapital II Arkiv
c- verenigingen
Bestuurder van de Franse Kamer voor Handel en Nijverheid in België
114 Financiëel verslag Bestuurder van het Instituut De Duve (ICP) Financiëel verslag 115

Bvba Ci s k a Serva i s, vertegen woord igd door mevrouw Ci s k a Serva i s

Onafhan kelijk bestuurder

Uitgeoefende mandaten:

tar yerslaan,70 B-1030 Bruss e l

Onafhan kelijk bestuurder

2.2 beoordeling van de onafhankelijkheid van de bestuurders

Van de tien leden van de raad van bestuur op 31 december 2011 zijn er zes die niet als onafhankelijke bestuurders kunnen worden gekwalificeerd in de zin van artikel 526 ter van het Wetboek van vennootschappen en van de Belgische corporate governance code :

  • Renaud Bentégeat, gedelegeerd bestuurder van de vennootschap,
  • Christian Labeyrie, Richard Francioli, Bernard Huvelin en Jean Rossi, vertegenwoordigers van de controle-aandeelhouder, VINCI Construction,
  • NV C.G.O., vertegenwoordigd door de heer Philippe Delaunois, omdat de heer Delaunois meer dan twee opeenvolgende mandaten heeft uitgeoefend.

Volgens de beslissing van de algemene vergaderingen van 3 mei 2007, 7 mei 2009, 6 mei 2010 en 5 mei 2011 zijn de onafhankelijke bestuurders: Philippe Delusinne, bvba Ciska Servais, vertegenwoordigd door mevrouw Ciska Servais, Jan Steyaert en NV Consuco, vertegenwoordigd door de heer Alfred Bouckaert.

Alle onafhankelijke bestuurders van CFE hebben in 2011 hun opdracht in alle onafhankelijkheid kunnen uitoefenen.

2.3 situatie van de bedrijfsmandatarissen

Geen enkele bestuurder van CFE (i) is ooit voor fraude veroordeeld of door regelgevende instanties beschuldigd of veroordeeld tot een openbare sanctie (ii), of betrokken geweest bij een faillissement of onder sekwester of faillissement gesteld (iii) of door een rechtbank het recht ontnomen op te treden in hoedanigheid als lid van raden van bestuur en van toezicht voor rekening van een emittent of te bemiddelen bij het beheren of uitvoeren van transacties van een emittent.

2.4 belangenconflict

2.4.1 Beginsels

Onafhankelijkheid van beoordeling wordt van alle bestuurders geëist, zowel van de uitvoerend als van de niet-uitvoerend bestuurders, en wat de niet uitvoerend bestuurders betreft ongeacht of zij onafhankelijk zijn of niet.

Elke bestuurder organiseert zijn persoonlijke en professionele zaken zodanig dat rechtstreekse of onrechtstreekse belangenconflicten met de vennootschap worden vermeden.

De bestuurders brengen belangenconflicten ter kennis van de raad van bestuur op het moment dat zij zich voordoen en verzaken – overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen terzake - aan deelname aan de debatten en stemming over het betreffende punt. Elke op belangenconflict gesteunde onthouding wordt openbaar gemaakt conform de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen.

De raad van bestuur is bijzonder alert voor mogelijke belangenconflicten met een aandeelhouder of met een vennootschap van de groep, en voor de toepassing van de bijzondere procedures waar de artikelen 523 en 524 van het Wetboek van vennootschappen in voorzien.

Transacties of andere contractuele relaties tussen de vennootschap, met inbegrip van de gelieerde vennootschappen, en bestuurders moeten aan de normale marktvoorwaarden worden gesloten.

Het is -uitvoerend bestuurders niet toegestaan met de vennootschap rechtstreeks of onrechtstreeks een overeenkomst te sluiten over levering van bezoldigde diensten zonder expliciete instemming van de raad van bestuur. Zij zijn verplicht de voorzitter te raadplegen en hij beslist of het verzoek om afwijking al dan niet aan de raad van bestuur wordt voorgelegd.

2.4.2. Toepassing van de beginsels

Naar CFE's wetens, heeft geen enkele bestuurder dit jaar een belangenconflict gehad en werden de toepasselijke beginsels toegepast.

Er wordt bepaald dat, sommige bestuurders mandaten uitoefenen in vennootschappen die soms concurrerende activiteiten uitoefenen. Bovendien, werden er vier bestuurders benoemd op voorstel van de groep VINCI, meerderheidsaandeelhouder van CFE.

2.5. beoordeling van de raad van bestuur, van zijn comités en van de

bestuurders

2.5.1. Prestatiebeoordeling

Met de hulp van het benoemings- en remuneratiecomité en eventueel ook van externe deskundigen evalueert de raad van bestuur geregeld, onder leiding van de voorzitter van de raad, de eigen samenstelling, omvang en werking alsook de samenstelling, omvang en werking van de comités van de raad van bestuur. De bedoeling is de corporate governance voortdurend te trachten te verbeteren, rekening houdend ook met veranderingen in de omstandigheden.

Bij die evaluatie gaat de raad van bestuur onder meer na of – zowel in de raad van bestuur als in de comités van de raad van bestuur – belangrijke kwesties adequaat worden voorbereid en besproken, wat de effectieve bijdrage is van elke bestuurder gelet op zijn competentie en op zijn aanwezigheid op de vergaderingen en zijn constructieve inzet tijdens de besprekingen en de besluitvorming, en of de raad van bestuur in zijn huidige samenstelling overeenstemt met wat wenselijk is.

Bijzondere aandacht gaat ook naar het evalueren van de voorzitter van de raad van bestuur.

De raad van bestuur trekt lering uit de evaluatie van zijn prestaties; hij speelt zijn sterke punten uit en pakt tegelijk zijn zwakke punten aan. Desgevallend impliceert dit een voorstel voor benoeming van nieuwe leden, een voorstel om bestaande leden niet te herverkiezen of de goedkeuring van andere geschikt geachte maatregelen om de raad van bestuur doeltreffend te laten werken. Hetzelfde geldt

voor de comités van de raad van bestuur.

De niet-uitvoerend bestuurders evalueren éénmaal per jaar hun interactie met het uitvoerend management. Daartoe komen zij eenmaal per jaar zonder de gedelegeerd bestuurder en zonder de eventuele andere uitvoerend bestuurders bijeen.

2.5.2. Prestatiebeoordeling in 2011

De raad van bestuur heeft besloten om geen jaarlijkse evaluatie van de bestuurders te doen. De beginsels voor de prestatiebeoordeling uiteengezet in de corporate governance charter van CFE en omschreven onder sectie 2.5.1, werden dit jaar dus niet toegepast. De beoordeling van de raad van bestuur, van de voorzitter van de raad van bestuur en van elke bestuurder zal plaats nemen voor het einde van het jaar

2012.

3. Werking van de raad van bestuur en zijn comités

3.1 de raad van bestuur

Rol en bevoegdheden van de raad van bestuur

Rol van de raad van bestuur

De raad van bestuur kwijt zich van zijn opdracht in het belang van de vennootschap.

De raad van bestuur bepaalt de oriëntaties en de waarden, de strategie en het beleid van de vennootschap. Hij bestudeert de grote operaties die daar betrekking op hebben en keurt ze goed. Hij zorgt dat zij ten uitvoer worden gelegd en bepaalt alle nodige maatregelen voor de realisatie van het beleid. Hij beslist over het risiconiveau dat de vennootschap bereid is te nemen.

De raad van bestuur streeft naar succes voor de vennootschap op lange termijn en steunt het ondernemend leiderschap dat instaat voor risico-evaluatie en -management.

De raad van bestuur waakt erover dat de vennootschap over de nodige financiële en menselijke middelen kan beschikken om haar doelstellingen te realiseren en creëert de nodige structuren en middelen voor de realisatie van de doelstellingen van de vennootschap. In het bijzonder houdt de raad van bestuur rekening met het maatschappelijk verantwoord ondernemen, met genderdiversiteit en met diversiteit in het algemeen.

De raad van bestuur valideert het budget, onderzoekt de rekeningen en keurt die goed.

De raad van bestuur :

  • keurt het kader van het interne controle en risicobeheer opgesteld door de directie goed. Hij beoordeelt er de implementatie van
  • neemt alle nodige maatregelen om de integriteit van de financiële staten te garanderen
  • superviseert de prestaties van de commissaris
  • onderzoekt de prestaties van de gedelegeerd bestuurder en de directie
  • waakt erover dat de comité's van de raad van bestuur op een efficiënte manier werken.

Bevoegdheden van de raad van bestuur

(i) Algemene bevoegdheden van de raad van bestuur

Onder voorbehoud van de uitdrukkelijk aan de algemene aandeelhoudersvergadering voorbehouden bevoegdheden en binnen de perken van het maatschappelijk doel, heeft de raad van bestuur de bevoegdheid om alle nodige of nuttige handelingen te stellen voor de realisatie van het maatschappelijk doel van de vennootschap.

De raad van bestuur brengt verslag uit aan de aandeelhouders over de uitoefening van zijn verantwoordelijkheden en het beheer tijdens de algemene vergadering. Hij maakt de voorstellen op voor de beslissingen die de algemene vergadering moet nemen.

(ii) Bevoegdheden van de raad van bestuur inzake kapitaalverhoging (toegestaan kapitaal)

De algemene aandeelhoudersvergadering heeft de raad van bestuur gemachtigd om – in één of meer malen – het maatschappelijk kapitaal met maximum EUR 2.500.000 exclusief uitgiftepremie te verhogen, bij wijze van geldelijke of niet-geldelijke inbrengen, door opneming van reserves, met of zonder uitgifte van nieuwe aandelen. Binnen de perken van het toegestane kapitaal is het de raad van bestuur die beslist over de uitgifte van aandelen en die de uitgiftevoorwaarden voor nieuwe aandelen en met name de uitgifteprijs bepaalt.

In het kader van het toegestane kapitaal van CFE kunnen 1.531.260 bijkomende aandelen worden uitgegeven indien de kapitaalverhoging met uitgifte van aandelen geschiedt op basis van het boekhoudkundige pari.

Deze toelating vervalt op 21 mei 2015, maar kan overeenkomstig de wettelijke bepalingen ter zake eenmaal of meermaals verlengd worden.

(iii) Bevoegdheden van de raad van bestuur inzake verwerving van eigen aandelen

De algemene aandeelhoudersvergadering van 7 mei 2009 heeft de raad van bestuur van CFE gemachtigd om maximum 1.309.226 eigen aandelen van CFE aan te kopen. Dat moet gebeuren tegen een prijs die gelijk is aan het gemiddelde van de laatste twintig slotkoersen van het aandeel CFE op Euronext Brussel die onmiddellijk voorafgaan aan de aankoop, vermeerderd met maximaal tien procent (10 %) of verminderd met maximaal vijftien procent (15 %).

Deze toelating vervalt op 25 mei 2014, maar kan overeenkomstig de wettelijke bepalingen ter zake

eenmaal of meermaals verlengd worden.

Voor de aankoop van eigen aandelen door CFE met het oog op verdeling onder het personeel is geen beslissing van de algemene aandeelhoudersvergadering vereist.

De statuten bevatten de uitdrukkelijke bepaling dat de eigen aandelen die CFE in zijn bezit heeft en die ingeschreven zijn op de eerste markt van een effectenbeurs of tot officiële notering op een effectenbeurs in een van de lidstaten van de Europese Unie zijn toegelaten, vervreemd mogen worden zonder voorafgaande toelating van de algemene aandeelhoudersvergadering.

(iv) Bevoegdheden van de raad van bestuur inzake de uitgifte van obligaties

Onder voorbehoud van de toepassing van de wettelijke bepalingen ter zake kan de raad van bestuur beslissen tot de creatie en de uitgifte van obligaties of eventueel in aandelen converteerbare obligaties.

Vergaderingen van de raad van bestuur

Werking van de raad van bestuur De betrokken bestuurders gelden dan in de berekening van het quorum en van de meerderheid als
aanwezig. De secretaris van de vennootschap neemt de nodige maatregelen voor de organisatie van een
De functionering van de raad van bestuur is er op gericht dat beslissingen altijd in het belang van de dergelijke audio- of videoconferentie.
vennootschap worden genomen en dat hij zijn taken efficiënt kan uitvoeren.
De beslissingen worden bij meerderheid van aanwezige of vertegenwoordigde leden goedgekeurd.
Vergaderingen van de raad van bestuur Indien bestuurders zich krachtens de wet moeten onthouden van deelname aan de beraadslaging,
worden de beslissingen goedgekeurd bij meerderheid van de overige aanwezige of vertegenwoordigde
De raad van bestuur vergadert op geregelde tijdstippen, voldoende frequent om zich doeltreffend van leden. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter van de raad van bestuur doorslaggevend.
zijn verplichtingen te kwijten en telkens wanneer het vennootschapsbelang het vereist. Zo heeft de raad
meer vergaderingen van langere duur gehouden, waarvan sommige gedeeltelijk werden gewijd aan het Na elke vergadering wordt van de beraadslagingen een proces-verbaal opgesteld dat wordt ondertekend
bezoek van projecten in aanbouw. door de voorzitter van de raad van bestuur en door de meerderheid van de leden die aan de beraadslaging
hebben deelgenomen.
In 2011, heeft de raad van bestuur beraadslaagd over alle belangrijke kwesties van de groep en is zes
keer samengekomen. De verslagen bevatten een samenvatting van de besprekingen, preciseren de genomen beslissingen en
maken desgevallend melding van het voorhoud dat de bestuurders hebben uitgesproken.
Aldus heeft de raad van bestuur in het bijzonder: Zij worden bewaard in een speciaal register dat wordt bijgehouden op de zetel van de vennootschap.
-
de jaarrekening van 2010 en de halfjaarlijkse rekeningen van 2011 goedgekeurd
De hoofdkenmerken van het evaluatieproces van de raad van bestuur worden bepaald in het intern
-
het budget 2011 en zijn actualisaties onderzocht
reglement dat staat vermeld in de corporate governance charter van de vennootschap.
-
het driejarenplan van de groep CFE onderzocht
-
de financiële toestand van de groep en de evolutie van de schuldenlast doorgelicht
-
gedebatteerd over de voornaamste aankoopprojecten
3.2
het benoemings- en
bezoldigingscomité
-
beslist tot acquisitie van ETEC SA
-
op voorstel van het benoemings- en remuneratiecomité beslist over de remuneratiemodaliteiten
Op 31 december 2011 is dit comité als volgt samengesteld:
en de premies voor de gedelegeerd bestuurder en de directiekaders
-
beslist over de emolumenten van het auditcomité en het benoemings- en remuneratiecomité
-
BVBA Ciska Servais, vertegenwoordigd door mevrouw Ciska Servais, voorzitster (*)
-
aan de buitengewone algemene vergadering van 28 november 2011 een wijziging van de
-
Richard Francioli
statuten ter goedkeuring voorgelegd om ze in overeenstemming te brengen met de wet van
20 december 2010.
-
NV Consuco, vertegenwoordigd door de heer Alfred Bouckaert (*)
Wat de actieve deelname van de bestuurders aan de vergaderingen van de raad betreft, geeft de (*) onafhankelijke bestuurders
volgende tabel aan hoe vaak de bestuurders in het boekjaar 2011 op de vergaderingen van de raad van
bestuur aanwezig waren. Dit comité heeft in 2011 vier keer vergaderd.
In de loop van het boekjaar heeft dit comité in het bijzonder het volgende onderzocht:
Bestuurders Aanwezigheid
/Aantal
vergaderingen
NV C.G.O., vertegenwoordigd
door
de heer Philippe
Delaunois
6/6 -
de bezoldiging van de gedelegeerde bestuurder en zijn winstdeling
-
de vaste en variabele bezoldiging van de directie
Renaud
Bentégeat
6/6 -
de inhoud van de verschillende groepsverzekeringsprogramma's
Philippe
Delusinne
6/6 -
de kandidatuur van Diane Zygas voor de functie van directeur van de pool PPS-Concessies.
Richard
Francioli
6/6
Bernard
Huvelin
2/6 Het comité heet eveneens kennis genomen van de nieuwe verplichtingen betreffende remuneratie van
Christian
Labeyrie
6/6 de wet van 21 april 2010 over het deugdelijk bestuur.
Jean Rossi 6/6
NV Consuco
, vertegenwoordigd
door
de heer Alfred Bouckaert
6/6 Onderstaande tabel geeft aan hoe vaak de leden in het boekjaar 2011 de vergaderingen van het
Bvba Ciska Servais
, vertegenwoordigd
door
mevrouw
Ciska
benoemings- en bezoldigingscomité bijwoonden.
Servais 6/6
Jan Steyaert 6/6 leden Aanwezigheid
/Aantal
vergaderingen
BVBA Ciska Servais
, vertegenwoordigd
door
mevrouw
Ciska Servais
,
4/4
De heer Jacques Ninanne werd benoemd als secretaris van de raad van bestuur. In deze hoedanigheid, voorzitster
(*)
heeft hij in 2011 de vergaderingen van de raad van bestuur bijgewoond. Richard
Francioli
4/4
NV Consuco
, vertegenwoordigd
door
de heer Alfred Bouckaert
(*)
4/4
Besluitvorming in de raad van bestuur (*) onafhankelijke bestuurders
Afgezien van gevallen van overmacht voortvloeiend uit oorlog, onlusten of andere publieke calamiteiten, Elk lid van het benoemings- en bezoldigingscomité ontvangt een vergoeding van 1.000 EUR per
kan de raad van bestuur slechts rechtsgeldig beraadslagen indien ten minste de helft van de bestuurders vergadering. De voorzitter van dit comité ontvangt een vergoeding van 2.000 EUR per vergadering.
aanwezig of vertegenwoordigd is. De leden van de raad van bestuur die verhinderd zijn een vergadering
bij te wonen, kunnen zich door een ander lid van de raad laten vertegenwoordigen conform de wets- en De hoofdkenmerken van het evaluatieproces van het benoemings- en bezoldigingscomité worden bepaald
reglementaire bepalingen terzake; een lid kan evenwel maar houder zijn van één volmacht tegelijk. in het intern reglement dat staat vermeld in de corporate governance charter van de vennootschap.
De brieven, telegrammen, telexen, faxen of e-mailberichten waarmee stemvolmacht wordt gegeven,
worden als bijlage bij het verslag gevoegd van de vergadering van de raad waarbij zij zijn overgelegd.
Op beslissing van de voorzitter van de raad van bestuur kunnen de vergaderingen voor alle bestuurders
of voor een deel van de bestuurders gehouden worden in de vorm van een audio- of videoconferentie.
120 Financiëel verslag Financiëel verslag 121
  • de jaarrekening van 2010 en de halfjaarlijkse rekeningen van 2011 goedgekeurd
  • het budget 2011 en zijn actualisaties onderzocht
  • het driejarenplan van de groep CFE onderzocht
  • de financiële toestand van de groep en de evolutie van de schuldenlast doorgelicht
  • gedebatteerd over de voornaamste aankoopprojecten
  • beslist tot acquisitie van ETEC SA
  • op voorstel van het benoemings- en remuneratiecomité beslist over de remuneratiemodaliteiten en de premies voor de gedelegeerd bestuurder en de directiekaders
  • beslist over de emolumenten van het auditcomité en het benoemings- en remuneratiecomité aan de buitengewone algemene vergadering van 28 november 2011 een wijziging van de
  • statuten ter goedkeuring voorgelegd om ze in overeenstemming te brengen met de wet van 20 december 2010.

Besluitvorming in de raad van bestuur

3.2 het benoemings- en bezoldigingscomité

  • BVBA Ciska Servais, vertegenwoordigd door mevrouw Ciska Servais, voorzitster (*)
  • NV Consuco, vertegenwoordigd door de heer Alfred Bouckaert (*)

  • Richard Francioli

(*) onafhankelijke bestuurders

  • de bezoldiging van de gedelegeerde bestuurder en zijn winstdeling
  • de vaste en variabele bezoldiging van de directie
  • de inhoud van de verschillende groepsverzekeringsprogramma's

  • de kandidatuur van Diane Zygas voor de functie van directeur van de pool PPS-Concessies.

leden Aanwezigheid
/Aantal
vergaderingen
BVBA Ciska Servais
, vertegenwoordigd
door
mevrouw
Ciska Servais
,
voorzitster
(*)
4/4
Richard
Francioli
4/4
NV Consuco
, vertegenwoordigd
door
de heer Alfred Bouckaert
(*)
4/4

(*) onafhankelijke bestuurders

3.3 het auditcomité

Op 31 december 2011 is dit comité als volgt samengesteld:

  • Jan Steyaert, voorzitter (*)
  • Philippe Delusinne (*)
  • Christian Labeyrie

(*) onafhankelijke bestuurders

De raad van bestuur heeft bijzondere aandacht geschonken aan de aanwezigheid in het auditcomité van bestuurders die gespecialiseerd zijn in financiële en boekhoudkundige materies of in risicobeheer.

De heer Jan Steyaert is voorzitter van het auditcomité. Hij beantwoordt aan de onafhankelijkheidscriteria vermeld in artikel 526 ter van het Wetboek van vennootschappen.

De heer Jan Steyaert behaalde een diploma in een economische en financiële richting. Hij oefende verschillende beroepsactiviteiten uit, vooral bij een bedrijfsrevisorenkantoor en bij Telindus, een beursgenoteerde onderneming waar hij achtereenvolgens de functie van CFO, CEO en voorzitter van de raad van bestuur bekleedde. Deze elementen rechtvaardigen de competenties van de heer Jan Steyaert op boekhoud- en auditvlak.

Op uitdrukkelijk verzoek van het auditcomité neemt ook de commissaris deel aan de werkzaamheden van dit comité.

Dit comité heeft in de loop van het boekjaar vier keer vergaderd.

Dit comité heeft :

  • de jaarrekeningen van 2010 en de halfjaarlijkse rekeningen van 2011 onderzocht
  • het ontwerp van begroting 2012 onderzocht voordat dit werd voorgesteld aan de raad
  • de opdracht van de commissaris geëvalueerd en samen met hem de inhoud van de opdracht geherdefinieerd, rekening houdend met de gekende evoluties in de loop van het boekjaar
  • de organisatie van de financiële directie onderzocht
  • de belangrijkste risico's gecontroleerd
  • de fiscale toestand nagegaan
  • de ontwikkeling en opstelling van het project "ERP" waartoe in 2010 werd beslist, gevolgd.

Het auditcomité heeft bijzondere aandacht geschonken aan de interne controle van de groep en aan de door CFE ondernomen acties om de interne controle te verbeteren.

Onderstaande tabel geeft aan hoe vaak de leden in het boekjaar 2011 de vergaderingen van het auditcomité bijwoonden.

leden Aanwezigheid
/Aantal
vergaderingen
Jan Steyaert (*) 4/4
Philippe
Delusinne
(*)
4/4
Christian
Labeyrie
4/4

(*) onafhankelijke bestuurders

Elk lid van het auditcomité ontvangt een vergoeding van 1.000 EUR per vergadering. De voorzitter van dit comité ontvangt een vergoeding van 2.000 EUR per vergadering.

De hoofdkenmerken van het evaluatieproces van het auditcomité worden bepaald in het intern reglement dat staat vermeld in de corporate governance charter van de vennootschap.

4. Aandeelhouderschap

4.1 kapitaal en structuur van het aandeelhouderschap

Bij de sluiting van het boekjaar bedroeg het maatschappelijk kapitaal 21.374.971 EUR vertegenwoordigd door 13.092.260 aandelen zonder vermelding van de nominale waarde. De aandelen van de vennootschap zijn op naam of gedematerialiseerd.

De aandelen blijven nominatief tot op het ogenblik van volledig volstorting. Wanneer het bedrag volledig volstort is kunnen de aandelen omgezet worden in gedematerialiseerde aandelen naar believen en op kosten van de aandeelhouder. Het register van aandeelhouders op naam wordt in elektronische vorm bijgehouden door Euroclear Belgium (CIK NV).

De aandelen op naam kunnen omgezet worden in gedematerialiseerde aandelen, en omgekeerd, op eenvoudig verzoek van de houder ervan en op zijn kosten. De gematerialiseerde aandelen worden in voorkomend geval omgezet in aandelen op naam door de inschrijving in het register van aandeelhouders van CFE. De aandelen op naam worden omgezet in gedematerialiseerde aandelen door een boeking op rekening, op naam van de eigenaar of de houder, bij een erkende rekeninghouder of een vereffeningsinstelling een door schrapping van de inschrijving in het register

van aandeelhouders.

Vanaf 1 januari 2008 worden de aandelen aan toonder die op een effectenrekening zijn geboekt automatisch omgezet in gedematerialiseerde aandelen.

In voorkomend geval worden de aandelen aan toonder die op een effectenreking op 1 januari 2008 net werden geboekt, in gedematerialiseerde aandelen omgezet op moment van hun latere inschrijving op

een effectenreking.

De aandelen aan toonder die op effectenrekening op 31 december 2013 niet zullen geboekt worden, zullen van rechtswege omgezet worden in gedematerialiseerde aandelen op 31 december 2013.

Op 31 december 2011 was het aandeelhouderschap van CFE als volgt gestructureerd:

maatschappelijke aandelen zonder vermelding van de nominale waarde 13.092.260
- op naam 6.185.480
- gedematerialiseerd 6.866.500
- aan toonder 40.280

Aandeelhouders met 3% of meer van de stemmen naargelang de aandelen die ze bezitten :

VINCI Construction SAS 5, cours Ferdinand-de-Lesseps

F-92851 Rueil-Malmaison Cedex (France) 46,84%, of 6.132.880 aandelen

4.2 effecten die bijzondere controlerechten inhouden

Bij de afsluiting van het boekjaar waren er geen eigenaars van effecten die bijzondere controlerechten

inhouden.

4.3 stemrecht

Het bezit van een aandeel CFE geeft recht op een stem in de algemene vergadering van CFE en impliceert van rechtswege de onderschrijving van de statuten van CFE en van de beslissingen van de algemene vergadering van CFE. Elke aandeelhouder is slechts aansprakelijk voor de verbintenissen van de vennootschap ten belope van het bedrag van zijn inschrijving.

Wat de uitoefening betreft van de rechten die aan de aandeelhouders worden toegekend, erkent de vennootschap slechts één eigenaar per aandeel. De vennootschap kan de uitoefening van de rechten met betrekking tot aandelen die in gemeenschappelijk bezit, in vruchtgebruik of in pand zijn, opschorten totdat één persoon als begunstigde van deze rechten ten aanzien van de vennootschap is aangewezen.

Sinds 1 januari 2008 wordt de uitoefening van elk recht met betrekking tot de effecten aan toonder die gedrukt zijn, opgeschort tot de effecten ingeschreven zijn op een effectenrekening of in het register van aandeelhouders.

4.4 uitoefening van de rechten van de aandeelhouders

De buitengewone algemene vergadering is bijeengekomen op 28 november 2011 en heeft de wijziging van de statuten van CFE goedgekeurd, om ze in overeenstemming te brengen met de wet 20 december 2010 (Belgisch Staatsblad van 17 april 2011), betreffende de uitoefening van bepaalde rechten van aandeelhouders van genoteerde vennootschappen.

De werkingsregels van de algemene vergadering hebben belangrijke wijzigingen ondergaan, die gelden voor alle algemene vergaderingen vanaf 1 januari 2012.

Het "corporate governance charter" van CFE werd dienovereenkomstig gewijzigd door de raad van bestuur.

5. I nterne controle
5A.1 inleiding

5.A Interne controle en risicobeheer

5A.1.1 Definitie - referentiesysteem

"Interne controle kan worden omschreven als een door het bestuursorgaan uitgewerkt systeem, dat onder zijn verantwoordelijkheid werd ingevoerd door het uitvoerend management, en dat bijdraagt tot het beheersen van de activiteiten van de vennootschap, tot haar doeltreffende werking en tot het efficiënt gebruik van haar middelen, dit alles in functie van de doelstellingen, de omvang en de complexiteit van activiteiten van de vennootschap.

Het interne controlesysteem is meer in het bijzonder gericht op het waarborgen van :

de toepassing (verwezenlijking en optimalisering) van de door het bestuursorgaan vastgelegde beleidslijnen en doelstellingen (bijv. prestaties, rendabiliteit, bescherming van de middelen, enz.) ; de betrouwbaarheid van financiële en niet-financiële informatie (bijv. opstellen van de financiële staten,

van het jaarverslag, enz.) ;

de naleving van de wetten, reglementen en andere teksten (bijv. de statuten, enz.)."

(uittreksel van de Richtlijnen in het kader van de wet van 6 april 2010 en de Belgische Corporate Governance Code 2009 gepubliceerd door de Commissie Corporate Governance - versie 10/01/2011

pagina 8)

Net zoals elk ander controlesysteem kan ook het systeem voor interne controle echter geen absolute garanties bieden dat deze risico's volledig geëlimineerd zijn, ongeacht hoe goed het systeem is uitgewerkt en wordt toegepast.

5A.1.2 Toepassingsdomein van de interne controle

De interne controle is van toepassing op CFE en op de dochterondernemingen die behoren tot de consolidatiekring. Wat de specifieke gevallen van DEME, Rent-A-Port, de Groep Terryn, Van De Maele Multi-Techniek en Sogesmaint-CBRE betreft, zijn de raden van bestuur van deze vennootschappen verantwoordelijk voor de interne controle. CFE probeert echter via zijn vertegenwoordigers in de raden van bestuur van deze vennootschappen de beste praktijken van CFE te bevorderen.

5A.2. organisatie van de interne controle

5A.2.1 Handelings- en gedragsprincipes

De vakgebieden van CFE vereisen dat de teams die de activiteiten uitvoeren dicht bij hun klanten staan. Om elke profit-center verantwoordelijke de mogelijkheid te bieden om snel de juiste operationele beslissingen te nemen, werd een gedecentraliseerde organisatie ingevoerd binnen de polen bouw, vastgoedontwikkeling en -beheer, multitechnieken en PPS-concessies.

De organisatie van CFE impliceert een delegatie van bevoegdheden en verantwoordelijkheden aan de operationele en functionele medewerkers op alle niveaus van de organisatie. Deze delegatie van bevoegdheden aan de operationele en functionele verantwoordelijken gebeurt in het kader van een algemene richtlijn en in overeenstemming met de handelings- en werkingsprincipes van CFE:

  • Strikte naleving van de gemeenschappelijke regels van de groep inzake verbintenissen, risiconeming, afsluiting van bestellingen en mededeling van financiële, boekhoudkundige en

  • Transparantie en loyaliteit van de verantwoordelijken ten aanzien van hun hiërarchie op operationeel niveau en ten aanzien van de functionele diensten

  • beleidsinformatie

  • is, ongeacht de materie

  • Naleving van de wetten en reglementen die van kracht zijn in de landen waar de groep actief

  • Verantwoordelijkheid van de operationele leidinggevenden om de handelingsprincipes van

de groep mee te delen aan hun medewerkers

  • Veiligheid van personen (medewerkers, dienstverleners, onderaannemers, ...)
  • Het nastreven van financieel rendement.

5A.2.2 De betrokkenen bij de interne controle

De raad van bestuur van CFE is een collegiaal orgaan belast met de controle van het management door de directie, de bepaling van de strategische richting van de vennootschap en het toezicht op de goede gang van zaken binnen de vennootschap. De raad van bestuur beraadslaagt over alle belangrijke aangelegenheden in het leven van de groep.

De raad van bestuur heeft gespecialiseerde comités opgericht voor de audit van de rekeningen, de bezoldigingen en de benoemingen.

Het "steering committee" of het zogenaamde "comité van de 15" bestaat op 31 december 2011 uit:

  • De gedelegeerd bestuurder verantwoordelijk voor het dagelijkse beheer van de groep
  • De adjunct-directeur generaal corporate en financieel en administratief directeur van de groep
  • De adjunct algemeen directeur van de pool Bouw
  • De gedelegeerd bestuurder van BPC, die eveneens verantwoordelijk is voor het toezicht op Amart
  • De directeur van BAGECI
  • De directeur van CFE Brabant
  • De directeur van CFE Nederland
  • De directeur van MBG
  • De gedelegeerd bestuurder van Aannemingen Van Wellen, eveneens directeur synergie en communicatie van de groep
  • De directeur van CFE International
  • De directeur van CLE en van de vastgoeddochterondernemingen in Luxemburg
  • De directeur van CFE Immo en gedelegeerd bestuurder van BPI
  • De directeur generaal van de pool multitechnieken
  • De HR-directeur van de groep De directeur duurzame ontwikkeling van de groep.

Het steering committee is verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van de strategie van de groep en voor de toepassing van de beleidslijnen betreffende het management van de groep en de hiervoor vermelde algemene richtlijn.

De holding heeft een beperkte structuur die aangepast is aan de gedecentraliseerde organisatie van de groep. De functionele diensten van de holding hebben met name de taak de regels en procedures van de groep op te stellen en toe te zien op de juiste toepassing van deze regels en procedures en van de beslissingen genomen door de gedelegeerd bestuurder. Op financieel vlak is het thesauriebeheer gecentraliseerd op het niveau van de holding. Wat de dochterondernemingen betreft, is een uitdrukkelijk akkoord van de financiële directie van de holding vereist alvorens een relatie aan te gaan met een bankinstelling. De holding beheert ook rechtstreeks de specifieke projectfinancieringen.

CFE heeft momenteel echter geen auditdirectie opgericht.

5A.3. inventarisering van de risico ' s en tool voor risicobeheer

CFE maakt sinds het boekjaar 2006 een inventaris op van de belangrijkste risico's waaraan de vennootschap is blootgesteld. Deze inventaris wordt regelmatig bijgewerkt. Deze risico's worden omschreven in punt 5B. Deze inventarisering geeft duidelijk aan dat de belangrijkste risico's zich op operationeel vlak situeren. Het hoofdkenmerk van de sector blijft immers de verbintenis, aangegaan bij het indienen van de offerte, tot het bouwen van een voorwerp met een uniek karakter, tegen een prijs waarvan de voorwaarden vooraf worden vastgelegd, en dit binnen een overeengekomen termijn.

5A.4. belangrijkste procedures voor interne controle

De procedures waarvan sprake in dit hoofdstuk, zijn gemeenschappelijk voor de hele groep volgens de definitie van het hiervoor vermelde toepassingsdomein.

5A.4.1 Overeenstemming met de wetten en voorschriften

De geldende wetten en voorschriften bepalen de gedragsnormen en maken integraal deel uit van het

proces voor interne controle.

De juridische directie van de holding volgt de laatste juridische nieuwigheden op de voet om de verschillende regels te kennen die van toepassing zijn op de groep en stelt alles in het werk om de leden van het "steering committee" of de betrokken medewerkers hiervan op de hoogte te brengen.

5A.4.2 Toepassing van de richtlijn van de algemene directie

In de algemene richtlijn van de gedelegeerd bestuurder aan de directeurs die lid zijn van het uitvoerend comité worden de activiteiten gedefinieerd waarover de algemene directie of de functionele directies van CFE vooraf op de hoogte moeten worden gebracht of waarmee ze vooraf moeten instemmen.

Deze richtlijn omvat de volgende domeinen:

  • aankoop of overdracht van vastgoed
  • aankoop of overdracht van roerende goederen aankoop van vennootschappen
  • administratief en juridisch beheer
  • bankrelaties en financiële verbintenissen
  • interne en externe communicatie

  • risiconeming op contracten

  • human resources

  • financiële informatie

  • persoonlijke ethiek
  • sociale en maatschappelijke functie

De directeurs van CFE moeten deze werkingsregels absoluut naleven.

Deze algemene richtlijn wordt via elke directeur overgemaakt aan de verantwoordelijken van de dochterondernemingen en filialen. Er kunnen via aanvullende richtlijnen restrictievere regels gelden die de directeurs van CFE voor hun bevoegdheiddomein bepalen en overmaken aan personen die over de nodige bevoegdheid beschikken aan het hoofd van een profit-center, maar een aanvullende richtlijn mag in geen geval afwijken van deze regels.t

5A.4.3 Procedures met betrekking tot verbintenissen – de risicocomités

Rekening houdend met het specifieke karakter van de vakgebieden zijn er al in de vroegste stadia strikte

controleprocedures van kracht.

Het risicocomité van CFE heeft de taak het volgende te beoordelen:

  • de voorwaarden en modaliteiten voor de indiening van offertes voor werken die gezien hun omvang, de toepassing van een nieuwe technologie, een bijzondere financiële constructie, de aanwezigheid van buitengewone sociale verplichtingen of hun situering een bijzonder risico van technische, juridische, financiële, sociale of andere aard inhouden. In de algemene richtlijn zijn drempels bepaald die leiden tot een automatische doorstroming voorafgaand aan de indiening van de offerte.

  • alle publiek-private samenwerkingsactiviteiten en de concessies.

Het risicocomité bestaat uit de volgende leden:

  • de gedelegeerd bestuurder van CFE

  • de directeur, lid van het steering committee, verantwoordelijk voor de dochteronderneming

  • de operationele of functionele vertegenwoordigers van de vennootschap

    • of het filiaal
  • steering committee.

  • en, afhankelijk van het specifieke karakter van het risico, de financieel en administratief directeur, de HR-directeur, de adjunct algemeen directeur van de pool Bouw, leden van het

Het vastgoedcomité

Voor de aankoop van grond of voor het aangaan van verbintenissen voor de aankoop of de ontwikkeling van vastgoed is de voorafgaande goedkeuring van dit vastgoedcomité vereist.

Dit vastgoedcomité bestaat uit:

  • de gedelegeerd bestuurder van CFE
  • de financieel en administratief directeur, lid van het steering committee
  • de directeur, lid van het steering committee, betrokken bij de transactie
  • de operationele vertegenwoordigers van het betrokken project
  • de secretaris-generaal van de pool vastgoedontwikkeling en -beheer
  • de administratief en financieel verantwoordelijke van de pool vastgoedontwikkeling en -beheer.

Bovendien is elke vastgoedinvestering voor een bedrag hoger dan vijf miljoen euro onderworpen aan het voorafgaande akkoord van de raad van bestuur van CFE.

Wat de projecten voor de aankoop van vennootschappen betreft, valt elke (minderheids- of meerderheids-) participatieneming onder de verantwoordelijkheid van de gedelegeerd bestuurder, na goedkeuring van de raad van bestuur.

5A.4.4 Procedures voor de opvolging van de activiteiten

De polen beschikken over eigen controlesystemen die afgestemd zijn op de specifieke aspecten van hun activiteit.

Op basis van de informatie die de verschillende operationele entiteiten overmaken, stelt de financiële directie elke maand een dashboard op van de activiteit, de opgenomen bestellingen, het orderboek en de netto financiële schuldenlast.

De leiders van de verschillende entiteiten stellen maandelijks een informatiebrief op met de markante feiten.

De budgetprocedure is gemeenschappelijk voor alle polen van de groep en hun dochterondernemingen. Deze procedure omvat vier afspraken per jaar:

  • het initiële budget dat wordt voorgesteld in november van het jaar n-1
  • de eerste budgetbijsturing die wordt voorgesteld in april van het jaar n
  • de tweede budgetbijsturing die wordt voorgesteld in juli/augustus van het jaar n
  • de derde budgetbijsturing die wordt voorgesteld in november van het jaar n.

Tijdens deze vergaderingen, die worden bijgewoond door de gedelegeerd bestuurder, de financieel en administratief directeur, de directeur consolidatie, de directeur van de dochteronderneming of het filiaal in kwestie en zijn financieel verantwoordelijke, wordt het volgende bestudeerd:

  • het zakenvolume van het lopende boekjaar, de staat van het orderboek
  • de te verwachten marge van het profit-center, met het detail van de marges per project (of per afdeling voor de pool multitechnieken)
  • een analyse van de lopende risico's, met meer bepaald een uitvoerige voorstelling van de geschillen
  • de staat van de verstrekte garanties
  • de investeringsbehoeften of de desinvesteringen
  • de thesaurie en de toekomstige evolutie ervan over twaalf maanden.

5A.4.5 Procedures voor de opstelling en de verwerking van de boekhoudkundige informatie

De directie van de beheerscontrole en consolidatie, die verbonden is met de financiële directie van de groep, is verantwoordelijk voor de opstelling en de analyse van de financiële en boekhoudkundige informatie van CFE die zowel binnen als buiten de groep wordt verspreid en waarvan ze de betrouwbaarheid moet garanderen.

Deze directie is met name verantwoordelijk voor:

budgetbijsturingen)

  • de opstelling, de validatie en de analyse van de geconsolideerde halfjaar- en jaarrekeningen van de groep en de prognosegegevens (consolidatie van de budgetten en van de
  • de definitie en de naleving van de boekhoudkundige procedures binnen de groep en de toepassing van de IFRS-normen.
  • De directie van de beheerscontrole en consolidatie bepaalt de afsluitingskalender voor de voorbereiding van de halfjaar- en jaarrekeningen. Deze instructies worden verspreid onder de financiële directies van de verschillende betrokken entiteiten en gaan gepaard met informatie- of opleidingssessies.
  • De directie van de beheerscontrole en consolidatie staat in voor de boekhoudkundige verwerking van complexe transacties en waakt erover deze te laten valideren door de commissaris-revisor.
  • Bij elke boekhoudkundige afsluiting stellen de financieel verantwoordelijken van de belangrijkste entiteiten de rekening van de dochteronderneming of het filiaal voor aan de financieel en administratief directeur van de groep en aan de directeur consolidatie.
  • De directeur van de beheerscontrole en consolidatie is lid van het auditcomité van DEME en Rent-A-Port en woont de vergaderingen bij die worden gehouden bij elke rekeningafsluiting van deze vennootschappen. Het auditcomité van DEME pakt regelmatig een specifiek thema aan (analyse van een dochteronderneming) en voert opdrachten ter plaatse uit.
  • De commissaris-revisor deelt zijn eventuele bevindingen betreffende de jaar- en halfjaarrekeningen mee aan het auditcomité voordat de rekeningen worden voorgesteld aan de raad van bestuur.
  • Vóór de ondertekening van de verslagen verzamelt de commissaris-revisor de bevestigingsbrieven bij de directie van de groep en de dochterondernemingen. In deze verklaringen bevestigen de directie van de groep en de directie van de verschillende dochterondernemingen met name dat alle elementen waarover ze beschikken, naar hun oordeel werden overgemaakt aan de commissaris-revisor zodat hij zijn opdracht zou kunnen uitvoeren, en dat de eventuele anomalieën waarop de commissaris-revisor wijst en die niet rechtgezet zijn op de datum van de opstelling van de brieven, geen wezenlijke impact hebben op de geconsolideerde en maatschappelijke rekeningen.
  • 5A.5. ondernomen acties om de interne controle en het risicobeheer te
  • Eind 2009 heeft CFE beslist om zijn beheertools fundamenteel te vernieuwen en heeft de onderneming geopteerd voor een geïntegreerd beheersysteem (ERP). Dit systeem omvat het beheer van de evolutiestaten, de aankopen, de boekhouding, de beleidscontrole en het beheer van de dagelijkse
  • Het boekjaar 2010 werd gewijd aan de opstelling van het lastenboek. Dit werk werd verricht door een projectteam bestaande uit operationele en functionele verantwoordelijken van de verschillende polen en vennootschappen, projectbeheerders, inkopers, beleidscontroleurs, boekhouders en financieel
  • Er werd een competence center opgericht dat thans operationeel is om logistieke steun te bieden
  • In 2011 werd het systeem opgezet in een proefbedrijf van de pool multitechnieken.
  • Het auditcomité besteedt bijzondere aandacht aan de beveiliging van de applicatie en het beheer van de vergunningen. De invoering van deze applicatie zal de grondslagen van de interne controle van de
  • In het boekjaar 2012 zullen de tests worden voortgezet en zal de applicatie worden gelanceerd in

versterken

thesaurie.

verantwoordelijken. voor de invoering van de applicatie.

vennootschap versterken.

proefbedrijven van de verschillende polen.

5.B Risico factoren

  • 5B.1 gemeenschappelijke risico ' s binnen sectoren waarin de groep cfe actief is
  • 5B.1.1 Operationele risico's

5B.1.1.1 Het bouwen

Het hoofdkenmerk van de sector blijft de verbintenis, aangegaan bij het indienen van de offerte, tot het bouwen van een voorwerp (gebouw, kunstwerk, kaaimuur, ...) met een uniek karakter, tegen een prijs waarvan de voorwaarden vooraf worden vastgelegd en dit binnen een overeengekomen termijn.

De risicofactoren betreffen dus:

  • het bepalen van de prijs van het te bouwen voorwerp en, in geval van een afwijking tussen de berekende prijs en de reële kostprijs, de mogelijkheid of onmogelijkheid om zich in te dekken tegen ontstane meerkosten en prijsverhogingen
  • het ontwerp, indien de aannemer daarvoor instaat
  • de eigenlijke bouwactiviteit en, meer bepaald, de risico's eigen aan de ondergrond en de stabiliteit van het bouwwerk
  • de beheersing van de kostprijscomponenten
  • de termijnen
  • de prestatieverplichtingen (kwaliteit, uitvoeringstermijn) en de rechtstreekse en onrechtstreekse gevolgen die daaraan verbonden zijn
  • de garantieverplichtingen (tien jaar garantie, onderhoud)
  • de inachtneming van verplichtingen inzake sociaal recht, nog eens uitgebreid tot dienstverlenende personen of bedrijven alsook tot wat veiligheid betreft.

Tot slot loopt CFE, met zijn exportgerichte activiteit, een politiek risico.

Om deze risico's het hoofd te kunnen bieden, beschikt CFE over gekwalificeerde en ervaren medewerkers en over de diensten van een intern studiebureau. Daarnaast doet CFE ook een beroep op de diensten van externe studie- en stabiliteitsbureaus alsook op controle-instanties.

Bij het indienen van prijzen worden strikte procedures gevolgd voor nauwgezet onderzoek van de offerte, eventueel ook door een risicocommissie. Projecten worden systematisch onderworpen aan een budgetcontrole en een driemaandelijkse doorlichting door de directie.

5B.1.1.2 Vastgoed

In zijn totaliteit beschouwd is de vastgoedactiviteit rechtstreeks of onrechtstreeks afhankelijk van bepaalde macro-economische factoren (hoogte van de rentevoet, neiging om te investeren, spaargelden,...) en politieke factoren (ontwikkeling van supra-nationale instellingen, investeringen in infrastructuur,...) die een invloed hebben op het gedrag van de hoofdrolspelers op de markt, dit alles volgens de spelregels van vraag en aanbod.

De vastgoedactiviteit wordt tevens gekenmerkt door de lange cyclusduur van de operaties, wat de noodzaak impliceert om vooruit te lopen op beslissingen en verbintenissen op lange termijn aan te gaan.

Voor elk vastgoedproject gelden niet alleen de sectorgebonden risico's, maar ook de volgende inherente risico's:

  • keuze van de investeringen in grondbezit,
  • definiëring en haalbaarheid van het project,
  • verkrijging van diverse toelatingen en vergunningen,
  • beheersing van bouwkosten, honoraria en financiering, commercialisering.

CFE en zijn filialen voor vastgoedontwikkeling beschikken over deskundige teams die in vastgoed gespecialiseerd zijn, werken samen met architecten en studiebureaus van goede faam en verzekeren de coördinatie van hun projecten, waarbij de pool bouw instaat voor de uitvoering hiervan.

CFE heeft investeringscommissies opgericht aan wie de projecten ter beoordeling worden voorgedragen voordat ze aan de raad van bestuur worden voorgelegd. Om tot slot de risicoblootstelling te beperken, probeert CFE zijn portefeuille van vastgoedoperaties te diversifiëren (woningen, rusthuizen, winkelcentra) en beperkt het bedrijf zijn verbintenissen inzake kantoorontwikkeling omdat de kantorenmarkt harder wordt getroffen door de economische crisis.

CFE heeft een algemene investeringscommissie opgericht die erop toeziet dat het project het algemene financiële beleid van de groep nakomt, de financiële evenwichten naleeft en dat de goede uitvoering ervan gebeurt met de inachtneming van de onderschreven verbintenissen.

In fine wordt elk geselecteerd dossier voor een bedrag van meer dan 5 miljoen EUR ter goedkeuring

voorgelegd aan de raad van bestuur van CFE. is, echter nooit volledig worden vermeden.

Meer bepaald omwille van externe factoren kan het typische risico dat aan vastgoedoperaties verbonden

5B.1.1.3 Activiteit PPS-concessies

Naast de operationele risico's verbonden aan de bouwactiviteit (5B.1.1.1), kenmerkt de activiteit van de pool zich door de duur van de operatiecyclus (20 jaar of meer) en de capaciteit van het project om tijdens de onderhouds- of exploitatiefase, recurrente inkomsten te genereren die de special purpose company in staat stellen om de financiering terug te betalen.

CFE heeft op het niveau van deze pool een team samengesteld, gespecialiseerd in projectstructurering, financiering en langetermijnonderhoud van de werkstukken.

Dit team komt tussen van bij de fase van de offerte om zeker te stellen dat:

1) de structurering van het project leidt tot opstelling van een langetermijnfinanciering zonder verhaal op de aandeelhouders van de vennootschap

2) de financiering gebeurt aan de marktvoorwaarden en is afgestemd op de levensduur van het

  • project

3) de technische keuzes efficiënt zijn en voldoen aan de prestatie-eisen tijdens de levensduur van het project, zodat de blootstelling aan het risico in de operationele periode beperkt is en de in de onderhoudsperiode gegenereerde stromen voldoende zijn voor de terugbetaling van het aan de special purpose company verleende krediet

CFE heeft risicocomités samengesteld die, wat de PPS-concessies betreft, vooral de risico's verbonden aan de structurering van het project en het langetermijnonderhoud onderzoeken.

5B.1.1.4 Baggerwerken

De baggeractiviteit wordt uitgevoerd via DEME (waarin CFE een participatie van 50% heeft) en haar

dochtermaatschappijen.

DEME is één van de hoofdrolspelers op de wereldwijde markt van de baggerwerkzaamheden. De contracten betreffen zowel onderhoudsbaggerwerk ("maintenance dredging") als infrastructuurbaggerwerk ("capital dredging"). Infrastructuurbaggerwerk is met name gekoppeld aan de groei van de wereldhandel en aan de beslissingen van staten om in grote infrastructuurprojecten te investeren.

De DEME groep is daarnaast ook actief op milieugebied, via de dochtermaatschappij Ecoterres die DEME voor 75% controleert. Deze onderneming is gespecialiseerd in het zuiveren van slib en vervuilde grond.

Via DBM ("DEME Building Materials") is DEME eveneens aanwezig op de markt van de grindbevoorrading.

Behalve het feit dat baggercontracten een in hoofdzaak maritieme activiteit vormen, worden zij gekenmerkt door hun kapitaalintensief karakter, waarbij de sector zware investeringen eist. Daarom wordt DEME geconfronteerd met complexe investeringsbeslissingen. Naast de specifieke risico's van het werken op water en de uitvoering van projecten (zie 1.1) heeft de baggeractiviteit nog andere zeer specifieke risico's:

  • technische conceptie van de investering (type baggertuig, capaciteit, vermogen, ...) en beheersing van nieuwe technologieën

  • tijdsverschil tussen de investeringsbeslissing en de effectieve exploitatie van het schip en het inschatten van de toekomstige markt

  • beheersing van de uitvoering door de scheepswerf in het kader van de goedgekeurde investering (kost, prestatie, conformiteit, ...)

  • bezettingsgraad van de vloot en planning van de activiteiten

  • financiering.

Ook DEME heeft een speciaal investeringscomité opgericht en alle aanzienlijke investeringen worden ter goedkeuring voorgelegd aan de raad van bestuur.

En tot slot loopt DEME, met zijn exportgerichte activiteit, ook nog eens een politiek risico. DEME beschikt over medewerkers die zelf baggertuigen kunnen ontwerpen en grootschalige projecten kunnen bestuderen en uitvoeren. Ook als we rekening houden met de aard van de activiteit en alle externe elementen, kan het aan deze activiteit verbonden risico toch nooit volledig worden uitgesloten.

De indiening van offertes verloopt volgens strikte controleprocedures en zo nodig worden ze voorgelegd aan een risicocomité. De projecten worden ook onderworpen aan een budgetcontrole en een driemaandelijkse doorlichting door de directie.

5B.1.2 De conjunctuur

De bouwsector wordt van nature beschouwd als onderhevig aan sterke cyclische schommelingen. Deze vaststelling dient evenwel te worden genuanceerd per activiteits- of subactiviteitspool, daar de kernfactoren voor elk van hen kunnen verschillen. Zo:

  • is de burgerlijke bouwkunde activiteit sterk gekoppeld aan investeringsprogramma's van de overheid in grote infrastructuurwerken. CFE heeft zijn blootstelling aan dit risico aanzienlijk beperkt door via tijdelijke handelsvennootschappen verschillende belangrijke contracten binnen te halen voor projecten van burgerlijke bouwkunde die gespreid zijn over meerdere jaren:
  • . de uitbreiding van de capaciteit van de Coentunnel in Amsterdam, Nederland
  • . een spoorwegtunnel voor de ontwikkeling van de eerste fase van de heraanleg rond het station en van de huidige wegen in Delft, Nederland
  • . het contract van de 'Liefkenshoekspoortunnel' in het noordwesten van de Antwerpse haven.
  • De bouwactiviteiten voor de overheidssector hebben betrekking op de nationale en gewestelijke investeringsprogramma's.
  • De bouwactiviteit of de vastgoedontwikkelingactiviteit volgt voor het gedeelte kantoorgebouwen de klassieke conjunctuurcyclus, terwijl de woningbouwactiviteit meer rechtstreeks reageert op de conjunctuur, het vertrouwen en het renteniveau.
  • De baggeractiviteit is dan weer gevoeliger voor de internationale conjunctuur, de evolutie van de wereldhandel en het investeringsbeleid van de overheden met betrekking tot grote infrastructuurwerken en duurzame ontwikkeling.

5B.1.3 Kaderleden en werknemers

De bouwsector wordt nog altijd geconfronteerd met een tekort aan uitvoeringspersoneel en gekwalificeerde arbeiders. De goede realisatie van projecten, op het niveau van de studies, de voorbereiding van projecten, hun leiding of uitvoering, is zowel afhankelijk van het kwalificatie- of competentieniveau als van de beschikbaarheid daarvan op de arbeidsmarkt.

5B.2 marktrisico's (rente, wisselkoers, krediet)

5B.2.1 Rente

De groep CFE wordt geconfronteerd met grote en langlopende investeringen. In deze context en in het kader van de terbeschikkingstelling van kredieten op lange termijn, van projectfinanciering of van grote investeringen (baggertuigen), voert CFE rechtstreeks of eventueel via zijn dochtermaatschappijen (DEME) een beleid om zich in te dekken tegen schommelende rentevoeten. Toch kan het renterisico nooit volledig worden uitgesloten.

De groep CFE ondervond geen rechtstreekse impact van de financiële crisis. De omvang en het voortduren van de financiële crisis hebben op het gebied van kosten echter een negatieve invloed op de financiering van de grote PPS- of vastgoedprojecten.

5B.2.2 Wisselkoers

CFE en zijn dochtermaatschappijen dekken zich voor de activiteiten bouw, vastgoed en multitechnieken niet in tegen wisselkoersrisico's omdat hun contracten zich voornamelijk in de eurozone situeren. Wat de internationale activiteit van de pool bouw betreft, heeft CFE het risico in USD van het bouwproject van een woontoren in Nigeria gedekt door een termijnverkoop van vreemde valuta's.

Rekening houdend met het internationale aspect van haar activiteit en de uitvoering van contracten in vreemde munt, dekt DEME zich uiteraard wel in tegen wisselkoersschommelingen of gaat zij over tot termijnverkoop van vreemde valuta's. Toch kan het wisselkoersrisico niet worden uitgesloten.

5B.2.3 Krediet

Rekening houdend met het feit dat de meeste opdrachtgevers van CFE overheidsinstellingen of daarmee gelijkgestelde organisaties en dus gekende investeerders zijn, maakt de groep geen gebruik van

kredietverzekering.

Bij grote contracten voor het buitenland, in zoverre het land in kwestie daarvoor in aanmerking komt en het risico door een kredietverzekering kan worden gedekt, doen CFE en DEME een beroep op ter zake bevoegde instellingen (Nationale Delcrederedienst).

De contracten van CFE in Tsjaad zijn niet gedekt door een kredietverzekering maar zijn het voorwerp van voorschotaanvragen. CFE heeft wel zijn risico voor het bouwproject van een woontoren in Nigeria gedekt. Om het courante solvabiliteitrisico te beperken, controleert CFE bij de overmaking van offertes de solvabiliteit van zijn klanten. Daarna volgt CFE geregeld de uitstaande bedragen van zijn klanten op en stuurt het bedrijf zijn houding tegenover hen indien nodig bij. Toch kan het kredietrisico nooit

volledig worden uitgesloten.

5B.2.4 De liquiditeit

De afname van de liquiditeit en de moeilijkheid om kredieten te verkrijgen tegen economisch aanvaardbare voorwaarden, blijven van kracht. CFE slaagde er in de loop van het boekjaar in om zijn posities te vrijwaren door de thesaurie strikt te beheren. Voor de leidinggevende kaderleden werden op regelmatige basis informatiesessies georganiseerd rond het thema van de liquiditeit en het dagelijkse thesauriebeheer. De directeurs van de dochterondernemingen of filialen zijn persoonlijk betrokken bij de

thesaurieprognoses en de goede realisatie ervan.

Op het vlak van de kredietlijnen, handhaaft CFE zijn positie op middellange en lange termijn.

Begin 2008 had CFE een clubdeal op lange termijn van 100 miljoen euro voltooid, waardoor het bedrijf enerzijds zijn eigen investeringsprogramma's en anderzijds zijn nood aan bedrijfskapitaal kon dekken. Dit krediet loopt midden 2013 ten einde.

CFE beschikt ook over kredietlijnen op middellange termijn ter waarde van 65 miljoen euro.

5B.3 risico van de grondstoffenprijs

CFE is potentieel onderhevig aan de prijsstijging van bepaalde grondstoffen die voor de werkactiviteiten van de groep worden gebruikt. De CFE groep oordeelt evenwel dat zulke stijgingen geen al te grote nadelige weerslag hebben op de resultaten. Een aanzienlijk deel van de werkcontracten van de CFE groep omvat immers prijsherzieningsformules zodat de prijs van de lopende opdrachten mee kan

evolueren met de prijs van de grondstoffen.

Bovendien worden de activiteiten van de CFE groep uitgevoerd over een groot aantal contracten, waarvan een groot deel op korte en middellange termijn, zodat ook zonder prijsherzieningsformule de impact van een stijging van de grondstoffenprijs beperkt blijft. In het kader van de grote projecten heeft CFE, onder andere voor staal, langetermijncontracten afgesloten. Tot slot zorgt de groep - voornamelijk bij DEME - voor indekkingen tegen prijsschommelingen van leveringen (gasolie).

5B.4 afhankelijkheid van opdrachtgevers en leveranciers

Vanwege de aard van zijn activiteiten en zijn organisatiestructuur, die voortvloeit uit het regionale aspect van de contracten, beschouwt de CFE groep zich niet totaal afhankelijk van een klein aantal opdrachtgevers, leveranciers of onderaannemers. Bovendien wordt de operationele organisatie van de groep gekenmerkt door een sterke decentralisatie, wat in het algemeen een grote onafhankelijkheid verzekert van de beslissingen van lokale directie binnen de delegaties die hun zijn toegewezen, meer bepaald inzake inkopen.

Door de aard van de werkzaamheden die de CFE groep gevraagd wordt om uit te voeren, vooral bij renovatiewerkzaamheden, is het mogelijk dat men met verontreinigde of gevaarlijke materialen te maken krijgt. De CFE groep neemt steeds alle voorzorgsmaatregelen inzake veiligheid, hygiëne en gezondheid van zijn werknemers en besteedt veel aandacht aan dit probleem, maar het blijft een feit dat milieurisico's nooit volledig uitgesloten kunnen worden. De maatschappij DEC-Ecoterres wordt, precies vanwege haar maatschappelijk doel, vaak met het milieurisico geconfronteerd.

Ondanks alle preventie- en controlemaatregelen die de maatschappij neemt, kan het risico nooit volledig worden vermeden.

5B.6 rechtsrisico ' s

134 Financiëel verslag Financiëel verslag 135 5B.5 milieurisico's Gelet op de diversiteit van zijn activiteiten en zijn geografische vestigingen moet de CFE groep rekening houden met een omgeving van complexe rechtsregels en voorschriften in verband met de uitvoering van prestaties en de betrokken activiteitengebieden. Voor CFE gelden meer bepaald de voorschriften inzake administratieve contracten, de contracten voor overheids- en privéopdrachten, en de burgerlijke aansprakelijkheid van bouwondernemingen, zowel in België als in het buitenland. Bovendien wordt de bouwsector geconfronteerd met een uitgebreide interpretatie van begrippen in verband met de tien jaar lange aansprakelijkheid van bouwondernemers, de aansprakelijkheid voor vergeeflijke verborgen gebreken en recent ook de aansprakelijkheid voor indirecte gevolgschade.

De groep CFE kent weing geschillen. In de meeste geschillen streeft de CFE groep naar een compromisovereenkomst met de tegenpartij, wat resulteert in een beperkter aantal procedures.

5B.7 typische risico's voor de cfe groep

5B.7.1 Special Purpose Companies

Om sommige van haar vastgoedoperaties te realiseren of in het kader van publiek-private samenwerking, participeert of blijft de CFE groep participeren in Special Purpose Companies die waarborgen moeten verstrekken ter ondersteuning van hun kredieten. Het risico bestaat dat, bij faling van dit type van vennootschappen en realisatie van de waarborgen, de opbrengsten onvoldoende zijn om het eigen vermogen, dat ter beschikking werd gesteld voor het bekomen van de kredieten, geheel of gedeeltelijk terug te betalen.

Op 31 december 2011 bedroeg deze terbeschikkingstelling 34,9 miljoen EUR. Intern werd de limiet vastgelegd op 30% van het geconsolideerde eigen vermogen. De huidige verplichtingen aangaande de terbeschikkingstelling van eigen vermogen (Liefkenshoekspoortunnel, Coentunnel en de scholen van de Duitstalige Gemeenschap) vertegenwoordigen 27,1 miljoen euro.

5B.7.2 Participatie in DEME

CFE bezit een belangrijke participatie van 50% in DEME. Deze groep wordt gezamenlijk gecontroleerd door de groep Ackermans & van Haaren en CFE, die er elk 50% van bezitten.

Ackermans & van Haaren en CFE hebben in 2011 de samenwerkingsovereenkomst verlengd die de medewerking tussen de aandeelhouders versterkt. Het is de bedoeling om de DEME groep als gelijke partners te beheren.

De groep heeft haar beheersautonomie. De vennoten zijn gelijk vertegenwoordigd in de raad van bestuur en in het directie- en auditcomité.

Deze groep is financieel autonoom en CFE verleende geen enkel voorschot of engagement ten gunste van deze dochteronderneming.

De rendabiliteit van de participatie van CFE in DEME hangt deels af van de continuïteit van de goede samenwerking tussen de aandeelhouders.

Het holdingrisico dat verbonden is met deze participatie is inherent aan de gezamenlijke controlestructuur onder het hierboven beschreven eigendomsstelsel.

6. Beoordeling van de door de onderneming genomen maatregelen in het kader van de richtlijn m.b.t. handel met voorkennis en manipulatie van contracten

Het beleid van CFE op dit vlak is nauwkeurig beschreven in het corporate governance charter.

Er is een compliance officer (Jacques Ninanne) aangeduid en een informatieprogramma is effectief van kracht sinds 2006. Dit is bestemd voor de directieleden en de personen die vanwege hun functie

toegang hebben tot bevoorrechte informatie.

Op systematische wijze informeert de onderneming deze medewerkers over gesloten periodes en brengt zij geregeld de algemene richtlijnen onder de aandacht.

7.

Transacties en andere contractrelaties tussen de onderneming, inclusie f de aangesloten vennoot schappen, en de bestuurders en executi ve managers

Het beleid op dit vlak is nauwkeurig beschreven in het corporate governance charter.

Er bestaat geen dienstcontract dat de leden van de raad van bestuur bindt aan CFE of aan één van zijn

dochtervennootschappen.

8. Assistentieo vereenkomst

Op 24 oktober 2001 heeft CFE een service-overeenkomst gesloten met zijn referentieaandeelhouder VINCI Construction. De door CFE verschuldigde bezoldiging voor het boekjaar 2011 bedraagt 1.190.000

EUR.

Dankzij deze overeenkomst heeft CFE toegang tot de databases van VINCI en geniet CFE van ondersteuning op verscheidene gebieden: o.a. human resources, duurzame ontwikkeling, risicoanalyse en methodes.

9. Controle op de onderneming

De commissaris is de maatschappij Deloitte, Bedrijfsrevisoren, vertegenwoordigd door de heer Pierre-

Hugues Bonnefoy.

De gewone algemene vergadering van 6 mei 2010 heeft het mandaat van de commissaris, Deloitte, Bedrijfsrevisoren, vertegenwoordigd door de heer Pierre-Hugues Bonnefoy, verlengd voor een periode van drie jaar, verstrijkend op de gewone algemene vergadering van mei 2013. Het bedrag voor dit mandaat in CFE NV werd vastgesteld op 138.500 EUR.

Tijdens het boekjaar stemde het auditcomité ermee in dat de commissaris, Deloitte, Bedrijfsrevisoren, een gedetailleerd rapport van de bedrijfsactiviteiten 2011 opgesteld voor een bedrag van 40.000 EUR.

De door Deloitte, Bedrijfsrevisoren, gefactureerde kosten voor verscheidene opdrachten, bedragen

61.760 EUR.

Bovendien werden gedurende het boekjaar 2011 de door Deloitte, belastingadviseurs, gefactureerde kosten voor belastingadvies ad 9.083 EUR in resultaat genomen.

Deloitte heeft de rekeningen van de meeste maatschappijen van de groep CFE gereviseerd. De controles van de commissaris hebben respectievelijk betrekking op 87% van de geconsolideerde omzet en 98% van het geconsolideerde resultaat.

Wat de overige hoofdgroepen en dochtermaatschappijen betreft, heeft de commissaris meestal de certificatieverslagen van de commissarissen ontvangen en/of overleg met hen gepleegd, en bepaalde procedures voor aanvullende revisies uitgevoerd.

Bezoldiging van de commissarissen voor het geheel van de groep, inclusief CFE NV (boekjaar 2011) :

(duizend
eur)
Deloitte anderen
bedrag % bedrag %
Audit
Commissariaat
der rekeningen
,
certificatie
, controle
van de
individuele
en geconsolideerde
rekeningen
740,4 79,51% 337,3 41,85%
Andere
toebehorende
opdrachten
en
andere
auditopdrachten
79,4 8,52% 41,0 5,09%
Subtotaal audit 819,8 88,03% 378,3 46,94%
Andere
prestat
ies
Juridisch
, fiscaal
, sociaal
48,3 5,19% 405,8 50,34%
Andere 63,2 6,78% 63,0 7,81%
Subtotaal andere prestaties 111,5 11,97% 468,8 58,15%
Totaal
honorar
ia -
comm
issarissen der rekeningen
931,3 100% 847,1 100%

C. Remuneratieverslag

Het bezoldigingsbeleid van CFE is erop gericht arbeiders, bedienden en kaderleden van de onderneming aan te trekken, te motiveren en te behouden.

Het benoemings- en bezoldigingscomité kan zich voor de analyse van de concurrentieomgeving en andere nuttige factoren voor de evaluatie van de bezoldigingen, laten bijstaan door internationaal gereputeerde remuneratieconsultants.

Voor het jaar 2011 werd geen enkele wijziging aan het bezoldigingsbeleid aangebracht ten opzichte van het vorig boekjaar. Er zijn tot nog toe evenmin wijzigingen aan het bezoldigingsbeleid voorzien voor de

komende twee boekjaren.

Bezoldiging van de bestuurders

Het voor de bestuurders toegepaste bezoldigingsbeleid wordt in detail beschreven in punt 1.1.1.

De bezoldiging van de leden van het auditcomité en van het benoemings- en bezoldigingscomité komt aan bod in punt 1.1.2. en 1.1.3.

Het benoemings- en bezoldigingscomité is samengesteld uit niet-uitvoerende bestuurders waarvan de

meesten onafhankelijke bestuurders zijn.

Bezoldiging van de gedelegeerd bestuurder

Het bezoldigingsbeleid is in 2011 niet veranderd. De vaste bezoldiging, de variabele bezoldiging en de andere voordelen werden door het benoemings- en bezoldigingscomité onderzocht. Na informatie en standpunten te hebben uitgewisseld en in het bijzonder de prestaties voor de variabele bezoldiging te hebben onderzocht, heeft het benoemings- en bezoldigingscomité aanbevelingen gedaan aan de Raad van bestuur, die ter zake beslist. Voor meer details betreffende de bezoldiging en de voordelen, zie punt

1.1.4.

CFE heeft aan de gedelegeerd bestuurder (CEO) geen vergoedingen in aandelen, opties of andere rechten om aandelen van de vennootschap te verwerven, toegekend.

Bezoldiging van de andere leden van het uitvoerend management

De leden van het uitvoerend management, buiten de gedelegeerd bestuurder, en de werkwijze van dit management binnen de groep CFE, zijn opgenomen in punt 1.2.1.

Het bezoldigingsbeleid is niet veranderd ten opzichte van vorige boekjaren. De berekening gebeurt

zodanig dat

  • de vennootschap uitvoerende talenten van hoog niveau en met groot potentieel kan aantrekken,

  • motiveren en behouden,

  • persoonlijke prestaties worden aangemoedigd en beloond.

De voorstellen van vaste en variabele bezoldiging voor de leden van het uitvoerend management worden heel aandachtig bekeken door de CEO en de HRD van de groep en worden voorgelegd aan het benoemings- en bezoldigingscomité.

Het Comité luistert naar de uiteenzettingen en legt, na bespreking en overleg tussen zijn leden, de definitieve voorstellen voor aan de Raad van Bestuur, die ter zake een beslissing neemt.

Het basisjaarloon vormt de vaste vergoeding en is gebaseerd op de bestaande loonstructuur in de groep CFE. Een beoordelingsmarge op basis van ervaring, functie, zeldzaamheid van de technische competenties, de prestaties enz. wordt toegepast.

Voor de operationele directeurs, met name de verantwoordelijken van de profit centers (dochtermaatschappijen en bijkantoren), hangt de variabele bezoldiging af van hun individueel

prestatieniveau.

  • of de verhouding tussen het nettoresultaat voor belastingen en de omzet van het boekjaar. Dit resultaat, uitgedrukt in percent, wordt vergeleken met een rooster dat een veelvoud van de vaste bezoldiging bevat dat kan gaan tot 12 maanden, het zogenaamde "basisbedrag".
  • Het basisbedrag wordt verlaagd met 20% indien de doestellingen inzake arbeidsongevallenfrequentie die in het begin van het jaar worden vastgesteld, niet worden gehaald.
  • De inachtneming van de waarden van de groep CFE, factor die het basisbedrag eveneens met 20% beïnvloedt, dekt verschillende aspecten:
  • . de klantenbinding en klantentevredenheid;
  • . het delen van commerciële informatie in de groep CFE;
  • . de solidariteit tussen de uitvoerende managers door aanmoediging van personeelsmobiliteit en human resources beheer (behouden van personeel, beoordelingsgesprekken, opleiding enz.).
  • Zo kan de variabele bezoldiging gelijk zijn aan 0 tot 12 maanden vaste bezoldiging.

Bij de functionele directeurs wordt voor de variabele bezoldiging rekening gehouden met verschillende factoren, namelijk:

  • het globaal resultaat van de groep CFE,
  • de werking van de afdeling waarvoor zij verantwoordelijk zijn,
  • eventueel de realisatie van specifieke doelstellingen die in het begin van het boekjaar voor elke CEO worden vastgesteld,
  • de inachtneming van de waarden van de groep
  • bij onbevredigende prestaties kan de variabele bezoldiging gelijk zijn aan nul.

CFE heeft aan de andere leden van het uitvoerend management geen vergoedingen in aandelen, opties of andere rechten om aandelen van de vennootschap te verwerven, toegekend.

De totale bezoldiging van de uitvoerende managers buiten de CEO is opgenomen in punt 1.2.2.

Variabele bezoldiging van de gedelegeerd bestuurder (CEO) en de uitvoerende managers

Het referentiejaar voor de CEO en voor alle directeurs voor de toekenning van een variabele bezoldiging loopt van 1 januari tot 31 december; in voorkomend geval gebeuren de betalingen in april van het daaropvolgende jaar.

Wat betreft de regeling voor de variabele remuneratie, heeft de gewone algemene vergadering van 5 mei 2011, overeenkomstig de wet van 6 april 2010 inzake deugdelijk bestuur, vanaf het boekjaar dat aanvangt na 31 december 2010, het volgende goedgekeurd:

"voor de CEO en de uitvoerende managers worden de bestaande modaliteiten en toekenningscriteria behouden gedurende 3 jaar, dus een variabele bezoldiging op basis van de economische resultaten, de aandacht voor de veiligheid van de mensen en de naleving van de waarden van de groep.

De huidige wetgeving die de spreiding over 3 jaar oplegt van de variabele remuneratie en de bijbehorende criteria, is immers niet geschikt (en dus moeilijk toe te passen) voor een directiecomité waarvan sommige leden de (vervroegde) pensioenleeftijd naderen."

Vertrekvergoeding

Wat de vertrekvergoeding betreft, heeft de gewone algemene vergadering van 5 mei 2011, conform de wet van 6 april 2010 inzake deugdelijk bestuur, van toepassing na 3 mei 2010 en in overeenstemming met de CEO en de uitvoerende managers, de volgende tekst goedgekeurd:

138 Financiëel verslag Financiëel verslag 139 - Ze houdt direct verband met de economische prestaties van hun verantwoordelijkheidsdomein In overeenstemming met de regels die hij zelf uitvaardigt, beslist de raad van bestuur over de verdeling van deze bezoldigingen onder zijn leden. Een deel ervan, hetzij 200.000 EUR, werd gelijk verdeeld onder alle leden van de raad van bestuur, hetzij 20.000 EUR per bestuurder, prorata temporis van de uitoefening van het mandaat in de loop van het jaar. Een ander deel, hetzij 125.000 EUR, werd verdeeld op basis van het aanwezigheidspercentage op de vergaderingen van de raad van bestuur.

  1. De wet op de arbeidsovereenkomsten is van toepassing op de mensen met het statuut van "werknemer" en alle andere bestaande overeenkomsten blijven van kracht. Voor de bezoldigde leden van het uitvoerend management van de vennootschap die geen overeenkomst inzake vertrekvergoeding hebben gesloten voor 3 mei 2010, zal bij verbreking van de arbeidsovereenkomst door de werkgever (behoudens zware fout), de duur van de opzeggingstermijn en het bedrag van de opzeggingsvergoeding, overeenkomstig de arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978 bepaald worden op basis van de criteria die gewoonlijk door de Belgische rechtbanken in aanmerking worden genomen om de redelijke duur van de opzeggingstermijn of het redelijke bedrag van de vertrekvergoeding te bepalen, zonder echter de termijnen of bedragen volgens het rooster Claeys te overschrijden.

Bernard Cols Patrick de Caters Lode Franken Michel Guillaume Gabriel Marijsse Jacques Ninanne Patrick Van Craen Christophe Van Ophem Patrick Verswijvel Yves Weyts

2 andere, buitenlandse, directeurs vallen niet onder de Belgische wetgeving.

  1. Wat betreft de vertrekvergoedingen van toepassing na 3 mei 2010 overeengekomen met de CEO en de uitvoerende managers, is op 18 november 2011 een overeenkomst van kracht geworden voor Mevrouw Diane Rosen, echtgenote Zygas. Deze overeenkomst werd goedgekeurd door de Raad van Bestuur, op voorstel van het benoemings- en bezoldigingscomité van 28 september 2011. Er werd een fictieve anciënniteit van minstens 12 jaar toegekend in het statuut van werknemer zonder het resultaat van het rooster Claeys te overschrijden (zie hierboven).

  2. De overeenkomsten die bestonden voor 3 mei 2010 zijn:

  3. Dhr. Frédéric Claes, Managementvennootschap nv, vertegenwoordigd door Dhr. Frédéric

Het bij beëindiging van de contractuele betrekkingen voorziene bedrag is conform de

Claes: gebruiken ter zake.

  • Artist Valley nv, vertegenwoordigd door Dhr. Jacques Lefèvre: Het bij beëindiging van de contractuele betrekkingen voorziene bedrag is conform de gebruiken ter zake.

1.1 vergoeding voor de leden van de raad van bestuur en zijn comités

1.1.1 Bezoldiging van de leden van de raad van bestuur

Op voorstel van het benoemings- en bezoldigingscomité, heeft de raad van bestuur beslist om aan de algemene vergadering van 6 mei 2010 een remuneratiebedrag voor de bestuurders voor te stellen zoals hierna bepaald.

De raad van bestuur heeft zich met name gebaseerd op een vergelijking met beursgenoteerde ondernemingen van dezelfde omvang en op het door de bestuurders geleverde werk. Dit beleid zal worden herzien bij de auto-evalatuie van de raad van bestuur.

De algemene vergadering van 5 mei 2011 heeft deze bedragen niet gewijzigd.

De buitengewone algemene vergadering van 6 mei 2010 van CFE NV heeft de toekenning goedgekeurd aan de bestuurders, in die hoedanigheid, van een vast bedrag aan bezoldigingen, ten laste van de resultatenrekening. Voor de volledige raad van bestuur wordt dit bedrag vastgesteld op 325.000 EUR.

Bovendien worden de bestuurders vergoed voor de kosten die ze mogelijk moeten maken voor de uitoefening van hun mandaat, volgens de voorwaarden die werden bepaald door de raad van bestuur.

Bedrag van de voordelen die rechtstreeks of onrechtstreeks worden toegekend aan de bestuurders in het kader van de uitoefening van hun mandaten binnen de groep:

(eur) Bezoldiging
CFE NV
Bezoldiging
Filialen
Andere
kosten
Philippe
Delaunois
11.118
NV C.G.O., vertegenwoordigd
door
de heer Philippe
Delaunois
33.393 (*) 38.882
Renaud
Bentégeat
33.393
Philippe
Delusinne
33.393
Richard
Francioli
33.393
Bernard
Huvelin
24.464
Christian
Labeyrie
33.393
Jean Rossi 33.393
NV Consuco
, vertegenwoordigd
door
de heer Alfred
Bouckaert
33.393
BVBA Ciska Servais
, vertegenwoordigd
door Mevrouw
Ciska
Servais
33.393
Jan Steyaert 33.393
Totaal 325.000 0 50.000

(*) waarvan 4.382 euro in rekening werd gebracht in 2012

Er werd geen enkele overeenkomst met een bestuurder afgesloten of verlengd sinds 3 mei 2010 (datum van inwerkingtreding van de wet van 6 april 2010) die een vertrekvergoeding voorziet die hoger is dan 12 maanden. Bovendien, heeft geen enkele onafhankelijke bestuurder een variabele vergoeding.

1.1.2 Bezoldiging van de leden van het auditcomité

Philippe
Delusinne
4.000
Christian
Labeyrie
4.000
Jan Steyaert 8.000
Totaal 16.000

1.1.3 Bezoldiging van de leden van het benoemings- en bezoldigingscomité

Richard
Francioli
4.000
NV Consuco
, vertegenwoordigd
door
de heer Alfred Bouckaert
4.000
Bvba Ciska Servais
, vertegenwoordigd
door
mevrouw
Ciska Servais
8.000
Totaal 16.000

1.1.4 Bezoldiging van de gedelegeerde bestuurder

Voor zijn uitvoerende functies binnen de groep CFE, heeft de gedelegeerd bestuurder naast de bezoldiging van zijn bestuursmandaat, hetzij 33.393 EUR, een bruto jaarlijkse bezoldiging van 187.798 EUR ontvangen, te verhogen met een variabele bezoldiging. Voor het boekjaar 2011 bedroeg deze 250.000 EUR, betaalbaar in 2012. Naast deze bezoldigingen wordt aan de gedelegeerd bestuurder huisvesting en een firmawagen verleend, zijnde het equivalent van 45.264 EUR voor 2011. Hij geniet niet van een pensioenplan ten laste van CFE.

1.2 bezoldiging van de directie

1.2.1 De directie van CFE

De directiestructuren van CFE zijn enerzijds afgestemd op de prerogatieven waaraan de oprichting van een holdingmaatschappij voldoet, en anderzijds op de vereisten die verband houden met de organisatiestructuur van de activiteitspolen.

Iedere pool vertegenwoordigt een activiteitenportfolio en bestaat uit meerdere dochtermaatschappijen en eventueel ook bijkantoren die een profit center vormen en in het algemeen per beroep zijn opgesplitst over een afgebakende geografische zone. Iedere dochtermaatschappij wordt bestuurd door een raad van bestuur en een directeur, en ieder bijkantoor wordt geleid door een directeur. De unieke beheersorganisatie van de dochtermaatschappijen en bijkantoren bestaat dus uit een bijzondere delegatie van bevoegdheden naar een groep van personen, directeurs genoemd, zodat we verzekerd zijn van actieve directieleden en een efficiënte operationele organisatie van de activiteitenpolen.

Deze directiestructuren verzekeren het evenwicht in de bevoegdheden en de goede werking van CFE. De vennootschap beslist geen directiecomité in de zin van het wetboek van vennootschappen te vormen maar heeft in de statuten wel die mogelijkheid voor de toekomst opengelaten.

De met de efficiënte leiding van de activiteiten belaste personen zijn dus op de eerste plaats de gedelegeerd bestuurder en op de tweede plaats de directeurs.

De directeurs voor het boekjaar 2011 zijn:

Frédéric Claes NV, vertegenwoordigd door Frédéric Claes, Artist Valley NV, vertegenwoordigd door Jacques Lefèvre,

Bernard Cols, Patrick de Caters, André de Koning, Lode Franken, Michel Guillaume, Gabriel Marijsse, Youssef Merdassi, Jacques Ninanne, Patrick Van Craen, Christophe Van Ophem Patrick Verswijvel, Yves Weyts.

1.2.2 Niveau van de bezoldigingen

Bezoldiging van de directeurs

De directeurs vermeld in punt 1.2.1 van dit verslag ontvingen

Kosten
van dienstvoertuigen
216.088
Stortingen
voor
diverse
verzekeringen
(pensioenplannen
, hospitalisatieverzekering
,
ongevallenverzekering
)
520.582
Variabele
bezoldigingen
785.915
Vaste bezoldigingen
en honoraria
2.343.624

Voor de uitvoerende managers bestaan er verschillende types pensioenplan. Sommige plannen zijn gebaseerd op een te bereiken doel, dat varieert ten opzichte van de spildatum 1/07/1986, een ander type, dat dateert van voor de fusie tussen CFE en de Entreprises François et Fils, is met "vaste bijdragen".

Om te komen tot een homogeen beheer voor deze uitvoerende managers, werd in 2007 een basispensioenregeling met gegarandeerde toezegging ingevoerd. De werkgeversbijdragen voor het plan met "vaste bijdragen" en de 'service cost' (IFRS) voor de plannen met "gegarandeerde toezegging" bedragen € 466.159 € voor het boekjaar 2011.

CFE kende aan deze directeurs geen enkel plan toe voor te verwerven opties of andere rechten in de onderneming.

D. Verzekeringsbeleid

De CFE groep verzekert systematisch alle werven met een verzekering "Alle bouwrisico's" en dekt zijn burgerlijke aansprakelijkheid tijdens en na de uitvoering der werken met voldoende grote bedragen in. Het risico van terrorisme wordt evenwel niet gedekt door de verzekering "Alle bouwrisico's". Gelet op de toename van dit soort daden en in het kader van zijn vastgoedprojecten, zouden CFE en zijn in vastgoed gespecialiseerde dochtermaatschappijen ertoe genoopt kunnen worden – voor zover het verzekeringscontract dit soort dekking tegen aanvaardbare economische voorwaarden blijft aanbieden – zich op tijd tegen dit risico in te dekken.

E. Bijzondere verslagen

Tijdens het boekjaar werd geen enkel bijzonder verslag opgemaakt.

F. Openbare overnamebieding

Overeenkomstig artikel 34 van het Koninklijk besluit van 14.11.2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, geeft Aannemingsmaatschappij CFE NV kennis dat :

  • i) de raad van bestuur bevoegd is om het maatschappelijk kapitaal tot een maximum bedrag van 2.500.000 euro te verhogen (artikel 4 van de Statuten), overwegende dat deze bevoegdheid beperkt wordt in geval van openbare overnamebieding door de toepassing van artikel 607 van Wetboek van vennootschappen,
  • ii) de raad van bestuur bevoegd is om maximum 10% van de eigen aandelen van de vennootschap te verwerven (artikel 14 bis van de Statuten).

G. Overnames

In oktober 2011 heeft CFE NV, voor een bedrag van 1 miljoen euro, 100 % van de aandelen van de vennootschappen ETEC SA en Sogech NV te Manage, verworven.

H. Oprichting bijkantoor

__

I. Elementen na afsluiting van het boekjaar

Geen enkele betekenisvolle wijziging van de financiële en commerciële situatie van de groep heeft zich voorgedaan sinds 31 december 2011.

CFE heeft op 22 februari 2012 de onderneming Remacom NV overgenomen. Dit bedrijf uit het Gentse is gespecialiseerd in de aanleg van treinsporen. Remacom behaalde tijdens de laatste boekjaren een

gemiddelde omzet van 4 miljoen euro. signalisatie.

Dankzij deze acquisitie breidt CFE haar activiteiten uit op spoorwegvlak. Tot de groep behoren ook ENGEMA en Louis Stevens & Co, filialen die gespecialiseerd zijn in elektrificatie (bovenleidingen) en

Met deze acquisitie wil CFE synergieën creëren tussen haar spoor- en wegenactiviteiten. Deze laatsten worden uitgevoerd door Aannemingen Van Wellen, dat gespecialiseerd is in wegenis- en haveninfrastructuurwerken. Dit zal CFE de mogelijkheid bieden om haar klanten totaaloplossingen aan te kunnen reiken voor de bouw en het onderhoud van transportnetwerken.

J. Wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling

Het boekjaar 2011 werd gekenmerkt door de studies voor de grote projecten van de autosnelweg A1- A6 in Nederland, het universitair ziekenhuis in Antwerpen, "Missing Links" wegenprojecten (Brugge-Limburg) en de tramlijn Livan 1 richting Deurne. CFE heeft zijn beleid van directe tenlasteneming van

deze kosten voortgezet.

DEME van zijn kant, verricht onderzoek om de efficiëntie van zijn vloot te verbeteren. In samenwerking met de universiteiten en met het Vlaamse Gewest, voert hij ook studies voor de ontwikkeling van duurzame energieproductie in marien milieu. En, in samenwerking met privéondernemingen, worden studies gevoerd naar exploitatietechnieken van zeldzame materialen in zee.

K. Informatie over de vooruitzichten

Rekening houdend met het onderboek, zou het omzetcijfer van de groep hoger dienen te zijn dan dit van 2011. Op basis hiervan, beoogt de groep een gunstige evolutie van het resultaat vergeleken met

dit van 2011.

M. Bijeenroeping van de ge o ne algemene vergadering van 3 mei 2012

L. A
uditcomité
In overeenstemming met artikel 17 van de statuten, stelt de algemene vergadering het aan
de bestuurders toegekend bedrag van de jaarlijkse bezoldigingen vast op 382.000 euro met
ingang op 1 januari 2012.
De heer Jan Steyaert is voorzitter van het auditcomité. Hij beantwoordt aan de onafhankelijkheidscriteria
vermeld in artikel 526 ter van het Wetboek van vennootschappen.
De heer Jan Steyaert behaalde een diploma in een economische en financiële richting. Hij oefende
verschillende beroepsactiviteiten uit, in het bijzonder bij een bedrijfsrevisorenkantoor en bij Telindus,
een beursgenoteerde onderneming waar hij achtereenvolgens de functie van CFO, CEO en voorzitter
van de raad van bestuur bekleedde. Deze elementen rechtvaardigen de competenties van de heer Jan
Steyaert op boekhoud- en auditvlak.
Beschrijving van de na te leven formaliteiten om toegelaten te worden op de algemene vergadering
Enkel de aandeelhouders die CFE aandelen bezitten ten laatste de veertiende dag vóór de algemene
vergadering, zijnde op 19 april 2012, (de "Registratiedatum"), worden toegelaten om deel te nemen aan
de algemene vergadering, hetzij in persoon hetzij per mandataris
M. B
ijeenroeping
van de ge
o
-
ne algemene
vergadering
van 3 mei 2012
De raad van bestuur nodigt de aandeelhouders uit om de gewone algemene vergadering bij te wonen,
die zal gehouden worden op de zetel van de vennootschap op donderdag 3 mei 2012 om 15 uur.
-
Voor de bezitters van aandelen op naam, blijkt het bewijs van bezit van aandelen
op de Registratiedatum uit de inschrijving in het register van de aandelen op naam
van CFE op de Registratiedatum,
-
Voor de bezitters van gedematerialiseerde aandelen, blijkt het bewijs van bezit
van aandelen op de Registratiedatum uit de inschrijving op de rekeningen van een
erkende rekeninghouder of van een vereffeninginstelling op de Registratiedatum,
-
Voor de bezitters van aandelen aan toonder, blijkt het bewijs van bezit van
aandelen aan toonder, uiterlijk op de Registratiedatum, uit de voorlegging
van de aandelen aan toonder aan een financiële tussenpersoon uiterlijk op de
Registratiedatum, ongeacht het aantal aandelen dat de aandeelhouder bezit op
de dag van de algemene vergadering. De financiële tussenpersoon, of de erkende
rekeninghouder of de vereffeninginstelling, bezorgt de aandeelhouder een attest
waaruit blijkt, met hoeveel aandelen aan toonder die zijn voorgelegd op zijn
rekeningen zijn ingeschreven op de Registratiedatum, de aandeelhouder heeft
aangegeven te willen deelnemen aan de algemene vergadering. De neergelegde
De volgende punten staan op de agenda:
1.
Verslagen van de raad van bestuur en van de commissaris over het boekjaar 2011
2.
Goedkeuring van de jaarrekening per 31 december 2011
aandelen zijn op een effectenrekening ingeschreven en zijn derhalve van
rechtswege omgezet in gedematerialiseerde aandelen.
Om de gewone algemene vergadering bij te wonen, moet elke aandeelhouder, uiterlijk op de zesde dag
vóór de datum van de vergadering, zijnde op 27 april 2012, aan de vennootschap bevestigen, (i) dat hij
Voorstel beslissing:
De algemene vergadering keurt de jaarrekening per 31 december 2011 goed zoals voorgesteld
door de raad van bestuur.
wil deelnemen aan de algemene vergadering en (ii) het aantal aandelen voor welke hij zijn stemrecht
zal uitoefenen.
Stem bij volmacht
3.
Goedkeuring van de geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2011
Voorstel beslissing:
De algemene vergadering keurt de geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2011 goed
zoals voorgesteld door de raad van bestuur.
Tegelijkertijd met de bekendmaking van de oproeping, stelt de vennootschap, op haar website, aan
haar aandeelhouders de formulieren ter beschikking die gebruikt kunnen worden voor het stemmen bij
volmacht.
4.
Bestemming van de winst
Voorstel beslissing:
De algemene vergadering keurt het voorstel van de raad van bestuur goed om een
brutodividend van 1,15 EUR per aandeel uit te keren, hetzij een nettodividend van 0,8625
EUR per aandeel. Na de uitkering bedraagt het over te dragen resultaat 46.137.589 EUR.
De aandeelhouders die een volmachtdrager wensen aan te stellen om zich op de algemene vergadering
te laten vertegenwoordigen moeten hun getekende volmachtformulier slechts per gewone post ter
attentie van de heer Jacques Ninanne, Financieel Administratief Directeur, Herrmann-Debrouxlaan, 40-
42, 1160 Ouderghem uiterlijk op 27 april 2012 terugsturen.
5.
Goedkeuring remuneratieverslag
Voorstel beslissing:
De algemene vergadering keurt het door de Raad van Bestuur opgesteld remuneratieverslag
goed.
Behoudens uitzondering, is elke aandeelhouder slechts gerechtigd in overeenstemming met artikel 27
van de statuten één volmachtdrager aan te stellen.
Stem per brief
6.
Kwijting aan de bestuurders
Voorstel beslissing:
De algemene vergadering verleent kwijting aan de bestuurders voor de uitoefening van hun
mandaat gedurende het boekjaar 2011.
Tegelijkertijd met de bekendmaking van de oproeping, stelt de vennootschap, op haar website, aan haar
aandeelhouders de formulieren ter beschikking die gebruikt kunnen worden voor het stemmen per brief.
De aandeelhouders die per brief wensen te stemmen moeten hun getekende stemformulier slechts
per brief ter attentie van de heer Jacques Ninanne, Financieel Administratief Directeur, Herrmann
7.
Kwijting aan de commissaris
Voorstel beslissing:
De algemene vergadering verleent kwijting aan de commissaris voor de uitoefening van zijn
mandaat gedurende het boekjaar 2011.
Debrouxlaan, 40-42, 1160 Ouderghem, uiterlijk op 27 april 2012 terugsturen.
Het formulier per brief moet ambtshalve de richting van de stem melden.
Enkel de stemmen van de aandeelhouders die de toelatingsformaliteiten voor de algemene vergadering
zullen in rekening genomen worden.
144 Financiëel verslag Financiëel verslag 145
  1. Jaarlijkse bezoldigingen Voorstel beslissing: ingang op 1 januari 2012.

Beschrijving van de na te leven formaliteiten om toegelaten te worden op de algemene vergadering

Stem bij volmacht

Stem per brief

Inschrijvingen van onderwerpen op de agenda

Een of meer aandeelhouders die samen minstens 3 % bezitten van het maatschappelijk kapitaal kunnen uiterlijk op de 22ste dag voorafgaande aan de algemene vergadering te behandelen onderwerpen op de agenda van de algemene vergadering laten plaatsen en voorstellen tot besluit indienen met betrekking tot op de agenda opgenomen of daarin op te nemen te behandelen onderwerpen.

De aandeelhouders sturen, uiterlijk op 11 april 2012, een schriftelijk verzoek aan de vennootschap hetzij per gewone post ter attentie van de heer Jacques Ninanne, Financieel Administratief Directeur, Herrmann-Debrouxlaan, 40-42, 1160 Ouderghem, hetzij per e-mail op het e-mailadres [email protected].

De aandeelhouders bewijzen op de bovenvermelde datum dat zij in het bezit zijn van 3 % van het kapitaal, hetzij op grond van een certificaat van inschrijving van de desbetreffende aandelen in het register van de aandelen op naam van de vennootschap, hetzij aan de hand van een attest van een financiële tussenpersoon waaruit blijkt dat zij het desbetreffende aantal aandelen aan toonder hebben voorgelegd, hetzij aan de hand van een door de erkende rekeninghouder of de vereffeninginstelling opgesteld attest waaruit blijkt dat het desbetreffende aantal gedematerialiseerde aandelen op hun naam op rekening is ingeschreven.

Indien een of meerdere aandeelhouders de inschrijving van onderwerpen en/of bijhorende voorstellen tot besluit op de agenda vereisen, stelt CFE, uiterlijk op 18 april 2012, op haar website, aan haar aandeelhouders de formulieren ter beschikking die gebruikt kunnen worden voor het stemmen bij volmacht en voor het stemmen per brief, aangevuld met de bijkomende te behandelen onderwerpen en de bijhorende voorstellen tot besluit die op de agenda geplaatst zouden zijn, en/of louter met de voorstellen tot besluit die geformuleerd zouden zijn.

De volmachten en de stemformulieren per brief die aan de vennootschap vóór 18 april 2012 gestuurd zijn blijven geldig voor de onderwerpen die op de dagorde staan. In het kader van een stem per volmacht, zal de volmachtdrager gerechtigd zijn om voor de nieuwe onderwerpen die op de dagorde en/of de nieuwe voorstellen tot beslissingen te stemmen zonder dat een nieuwe volmacht vereist is voor zover het volmachtformulier dit uitdrukkelijk voorziet. Het volmachtformulier mag alsook vermelden dat de volmachtdrager zich moet onthouden.

Recht om vragen te stellen

Iedere aandeelhouder heeft het recht om vragen aan bestuurders en/of commissaris tijdens de algemene vergadering te stellen. De vragen mogen mondeling tijdens de vergadering of schriftelijk voordien gesteld worden.

De aandeelhouders die vragen schriftelijk wensen te stellen vóór de vergadering moeten een email uiterlijk op 27 april 2012 aan de vennootschap op volgend e-mailadres [email protected] sturen.

Enkel de door de aandeelhouders schriftelijk gestelde vragen die de toelatingsvoorwaarden zullen vervuld hebben en die bijgevolg de hoedanigheid van aandeelhouder op de Registratiedatum bezitten, zullen op de vergadering beantwoord worden.

Terbeschikkingstelling van documenten

Iedere aandeelhouder mag gratis op de zetel van de vennootschap (Herrmann-Debrouxlaan, 40-42 Brussel 1160) een integraal aftschrift van de jaarrekening, van de geconsolideerde jaarrekeningen en van het jaarverslag met inbegrip van het remuneratieverslag bekomen. Voordat de aandeelhouder zich naar de vennootschap verplaatst, zal hij een email naar [email protected] sturen, waarin hij zijn naam, zijn adres, het aantal aandelen in zijn bezit en de documenten van welke hij een afschrift wenst vermeldt. Hij voegt in zijn email het bewijs dat hij aandeelhouder is. De aandeelhouder mag zich naar de zetel van de vennootschap verplaatsen om de gevraagde documenten op te halen binnen de termijn die vermeld zal zijn in de antwoordemail die hem zo snel als mogelijk door de vennootschap zal gestuurd worden.

Internet website

Het geheel van de informatie aangaande de algemene vergadering van 3 mei 2012, met inbegrip van, de geconsolideerde jaarrekeningen, het jaarverslag, de stemformulier bij volmacht en bij brief, zullen beschikbaar zijn vanaf heden, op de website van de vennootschap op het adres www.cfe.be.

GECONSOLIDEERDE FINANCIËLE STATEN

inhoudsopgave Ondernemingen geconsolideerd
volgens de vermogensmutatie-
Entiteiten waarin de groep CFE een invloed van betekenis
heeft en die volgens de vermogensmutatiemethode
definities methode verwerkt worden.
geconsolideerde financiële staten Aangewend kapitaal Immateriële vaste activa + consolidatieverschillen + materiële
vaste activa + werkkapitaal
Geconsolideerde staat van het totaal resultaat Werkkapitaal Voorraden + handels- en overige vorderingen uit operationele
Geconsolideerde balans activiteiten + overige courante activa + niet-courante activa
Geconsolideerd kasstroomoverzicht aangehouden voor verkoop – voorzieningen voor andere
courante risico's - handelsschulden en verplichtingen
Geconsolideerde staat van wijzigingen in het eigen vermogen voortvloeiend uit operationele activiteiten – fiscale schulden –
Toelichting bij de geconsolideerde financiële staten andere courante verplichtingen
Verslag van de Commissaris
EBIT Resultaten uit de bedrijfsactiviteiten
statutaire financiële staten EBITDA EBIT + afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen

Statutaire resultatenrekening en balans Analyse van de resultatenrekening en balans Verslag van de Commissaris

DEFINITIES

volgens de vermogensmutatie-
methode
heeft en die volgens de vermogensmutatiemethode
verwerkt worden.
Aangewend kapitaal Immateriële vaste activa + consolidatieverschillen + materiële
vaste activa + werkkapitaal
Werkkapitaal Voorraden + handels- en overige vorderingen uit operationele
activiteiten + overige courante activa + niet-courante activa
aangehouden voor verkoop – voorzieningen voor andere
courante risico's - handelsschulden en verplichtingen
voortvloeiend uit operationele activiteiten – fiscale schulden –
andere courante verplichtingen
EBIT Resultaten uit de bedrijfsactiviteiten

EBITDA EBIT + afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen op activa + andere niet kaselementen + aandeel in het resultaat van ondernemingen geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode.

GECONSOLIDEERDE STAAT VAN HET TOTAAL RESULTAAT

Boekjaar
afgesloten
op 31 december
(duizend
EUR)
TOELICHTING 2011 2010
Verkopen 4 1.793.834 1.774.401
Opbrengsten
uit aanverwante
activiteiten
6 72.078 50.994
Aankopen (1.093.169) (1.074.219)
Bezoldigingen
, sociale
lasten
en pensioenen
7 (317.926) (310.392)
Andere
operationele
kosten
6 (268.536) (243.412)
Afschrijvingen 12-14-15 (101.350) (98.285)
Bijzondere
waardevermindering
van
goodwill
0 0
Winst uit de bedrijfsact
iviteiten
84.931 99.087
Bruto financieringskost (16.301) (13.254)
Financi
ële opbrengsten
uit belegging
van
geldmiddelen
4.299 4.418
Andere
financi
ële kosten
8 (18.569) (18.272)
Andere
financi
ële opbrengsten
8 14.838 13.205
Financieel resultaat (15.733) (13.903)
Resultaat
vóór belast
ingen
69.198 85.184
Belastingen
op het resultaat
10 (13.056) (19.747)
Resultaat
van het boekjaar
56.142 65.437
Aandeel
in het resultaat
van de
ondernemingen
geconsolideerd
volgens
de
vermogensmutatiemethode
16 868 (23)
Resultaat
van het boekjaar (inclus
ief
minderhe
idsbelangen
)
57.010 65.414
Minderheidsbelangen 9 2.071 (2.118)
Resultaat
aandeel
groep
59.081 63.296
Resultaat
van het boekjaar (inclus
ief
minderhe
idsbelangen
)
57.010 65.414
Financi
ële instrumenten
– wijziging
in
marktwaarde
(14.462) (1.009)
Omrekeningsverschillen
(inclusief
209
duizend
EUR mbt minderheidsbelangen
)
1.812 6.794
Uitgestelde
belastinglatenties
10 5.785 501
Verandering
in consolidatie
methode
(netto
na uitgestelde
belastingen
)
0 0
Andere
elementen
van het globaal
resultaat
(6.865) 6.286
Totaal
resultaat
50.145 71.700
Aandeel
van de groep
52.006 69.536
Aandeel
van de minderheidsbelangen
(1.861) 2.164
Resultaat
per aandeel
(EUR) (basis
en
verwatert
)
11 4,51 4,83
Globaal
resultaat
per aandeel
(EUR) (basis
en
verwatert
)
3,83 5,48

GECONSOLIDEERDE BALANS

Geconsolideerde reserves en reserves in verband met afdekkingsderivaten

Boekjaar
afgesloten
op 31 december
(duizend
EUR)
toelichting 2011 2010
Immateri
ële vaste
activa
12 9.839 8.752
Goodwill 13 28.725 27.893
Materiële vaste
activa
14 899.618 750.470
Vastgoedbeleggingen 15 7.067 10.677
Ondernemingen
geconsolideerd
volgens
de
vermogensmutatiemethode
16 15.128 14.100
Andere
niet-courante
financi
ële activa
17 30.631 25.324
Afgeleide
instrumenten
– niet-courante
28 0 210
Andere
niet-courante
activa
18 10.923 9.859
Uitgestelde
belastingvorderingen
10 11.412 7.033
Niet-courante
activa
1.013.343 854.318
Voorraden 20 158.850 160.566
Handels
- en overige
vorderingen
uit operationele
activiteiten
21 761.407 661.292
Overige
courante
activa
21 60.242 28.978
Afgeleide
instrumenten
– courante
actief
28 148 257
Financi
ële courante
activa
1.759 55
Geldmiddelen
en kasequivalenten
22 208.347 175.518
Courante
activa
1.190.753 1.026.666
Totale
activa
2.204.096 1.880.984
Kapitaal 21.375 21.375
Uitgiftepremies 61.463 61.463
Herwaarderingsmeerwaarden 1.088 1.088
Geconsolideerde
reserves
en reserves
in verband
met
afdekkingsderivaten
(11.646) (2.968)
Niet uitgekeerde
winst
425.999 383.283
Omrekeningsverschillen 3.423 1.820
Eigen vermogen
– aandeel
van de groep
501.702 466.061
Minderheidsbelangen 9 7.059 9.385
Eigen vermogen 508.761 475.446
Personeelsvoordelen 24 14.720 17.784
Voorzieningen 25 10.613 13.545
Andere
langlopende
verplichtingen
82.833 57.998
Langlopende
financi
ële verplichtingen
27 434.896 284.104
Afgeleide
instrumenten
– niet courante
verplichtingen
28 24.694 16.560
Uitgestelde
belastingverplichtingen
10 12.630 7.934
Langlopende
verpl
ichtingen
580.386 397.925
Voorzieningen
verlies
einde
werf
25 16.040 17.817
Andere
courante
voorzieningen
25 31.547 26.970
Handelsschulden
en andere
verplichtingen
voortvloeiend
uit
operationele
activiteiten
21 635.159 543.299
Fiscale
schulden
24.975 32.862
Kortlopende
financi
ële verplichtingen
27 124.268 139.663
Afgeleide
instrumenten
– courante
verplichtingen
28 5.646 4.787
Andere
courante
verplichtingen
21 277.314 242.215
Kortlopende
verpl
ichtingen
1.114.949 1.007.613
Totaal
eigen vermogen
en verpl
ichtingen
2.204.096 1.880.984

GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT

Boekjaar
afgesloten
op 31 december
(duizend
EUR)
toelichting 2011 2010
Bedrijfsact
iviteiten
Resultaat
aandeel
groep
Correcties
voor
niet operationele
elementen
of geen invloed
hebben
op de kasstromen
59.081 63.296
Afschrijvingen
op (im)materi
ële vaste
activa
en
vastgoedbeleggingen
101.350 98.285
Toevoeging
aan de voorzieningen
(2.763) (2.045)
Waardeverminderingen
op vaste
en vlottende
activa
(2.510) 2.045
Niet-gerealiseerde
wisselkoersverschillen
(winst
)/verlies
(1.925) 2.410
Intrestopbrengsten
& opbrengsten
uit financi
ële activa
(4.299) (4.418)
Intrestlasten 16.499 15.070
Wijziging
in reële waarde
financi
ële instrumenten
(1.840) 460
Verlies
/(winst
) op de realisatie
van materi
ële vaste
activa
(2.227) (2.025)
Belastingsuitgaven 13.056 19.747
Minderheidsbelangen (2.071) 2.118
Aandeel
in het resultaat
van de ondernemingen
geconsolideerd
volgens
de vermogensmutatiemethode
(868) 23
Bedrijfskasstroom
vóór wijziging in bedrijfskapitaal
171.483 194.966
Afname
/(toename
) van handels
– en overige
vorderingen
courant
en niet-courant
(124.819) 12.422
Afname
/(toename
) van voorraden
4.409 (4.298)
Toename
/(afname
) van handelsschulden
en overige
schulden
courant
en niet-courant
82.560 (18.334)
Kasstromen
uit bedrijfsact
iviteiten
133.633 184.756
Betaalde
intresten
(16.499) (14.751)
Ontvangen
intresten
4.299 4.100
Betaalde
belastingen
(18.841) (5.008)
Netto kasstromen
uit bedrijfsact
iviteiten
102.592 169.097
Invester
ingsact
iviteiten
Ontvangsten
uit de verkoop
van (im)materi
ële vaste
activa
en
vastgoedbeleggingen
21.329 11.449
Aanschaffingen
van (im)materi
ële vaste
activa
en
vastgoedbeleggingen
(189.681) (236.245)
Aanschaffingen
van dochterondernemingen
na aftrek
van
geldmiddelen
en kasequivalenten
5 (10.772) (6.985)
Bedrijfscombinatie
door
joint
ventures
na aftrek
van verworven
geldmiddelen
0 (1.765)
Toename
in het deelnemingspercentage
van de gecontroleerde
maatschappijen
0 (3.050)
Kapitaalverhoging
van ondernemingen
geconsolideerd
volgens
de
vermogensmutatiemethode
16 0 (5.989)
Kasstromen
uit invester
ingsact
iviteiten
(179.124) (242.585)
Financieringsact
iviteiten
Opnames
van leningen
159.534 105.486
Terugbetaling
schulden
(31.719) 11.799
Uitgekeerde
dividenden
(16.365) (15.711)
Kasstromen
uit financieringsact
iviteiten
111.450 77.976
Netto toename
(afname
) in geldm
iddelen
en kasequivalenten
34.918 4.488
Geldmiddelen
en kasequivalenten
aan het begin
van de periode
22 175.518 170.546
Wisselkoerseffecten (2.089) 484
Geldmiddelen
en kasequivalenten
op het einde
van de periode
22 208.347 175.518

GECONSOLIDEERDE STAAT VAN WIJZIGINGEN IN HET EIGEN

VERMOGEN

voor de periode afgesloten op 31 december 2010

(duizend
EUR)
Kapitaal Uitgifte

premie
Niet
uitgekeerde
winst
Reserve
in
verband
met
afdekkings

derivaten
herwaar

derings

meerwaarde
Omrekenings

verschillen
Eigen
vermogen
aandeel
van de
groep
Minderheids

belangen
Totaal
Per 31 december
2009
21.375 61.463 336.805 (2.460) 1.088 (4.928) 413.343 10.428 423.771
Totaal
resultaat
van het boekjaar
63.296 (508) 6.748 69.536 2.164 71.700
Dividenden
aan aandeelhouders
(15.711) (15.711) (15.711)
Dividenden
minderheidsbelangen
(2.344) (2.344)
Bedrijfscombinaties 476 476
Wijziging
in het deelnemingspercentage
van
gecontroleerde
entiteiten
(1.712) (1.712) (1.339) (3.051)
Variation
du pourcentage
détenu dans les sociétés
contr
ôlées par des sociétés contr
ôlées conjointement
605 605 605
Per 31 december
2010
21.375 61.463 383.283 (2.968) 1.088 1.820 466.061 9.385 475.446
resultaat van de toename van 25% naar 100% in het kapitaal van de vennootschap Druart.
voor de periode afgesloten op 31 december 2011
Het effect in de rubriek "wijziging in het deelnemingspercentage van gecontroleerde entiteiten" is het
(duizend
EUR)
kapitaal Uitgifte

premie
Niet
uitgekeerde
winst
Reserve
in
verband
met
afdekkings

derivaten
herwaar

derings

meerwaarde
Omrekenings

verschillen
Eigen
vermogen
aandeel
van de
groep
Minderheids

belangen
Totaal
Per 31 december
2010
21.375 61.463 383.283 (2.968) 1.088 1.820 466.061 9.385 475.446
Totaal
resultaat
van het boekjaar
59.081 (8.678) 1.603 52.006 (1.861) 50.145
Dividenden
aan aandeelhouders
(16.365) (16.365) (16.365)
Dividenden
minderheidsbelangen
(465) (465)
Per 31 december
2011
21.375 61.463 425.999 (11.646) 1.088 3.423 501.702 7.059 508.761

KAPITAAL EN RESERVES

Het kapitaal op 31 december 2011 bestaat uit 13.092.260 gewone aandelen. De aandelen hebben geen nominale waarde. De houders van gewone aandelen hebben recht op een dividendenuitkering zoals toegekend en op één stem per aandeel op de aandeelhoudersvergadering van de groep CFE.

De toename van de omrekeningsverschillen heeft betrekking op de dochterondernemingen van DEME, waarvan de functionele munt sterk is gewaardeerd gedurende het jaar (SGD, QAR).

Op 23 februari 2012 werd door de raad van bestuur een dividend van 15.056 duizend EUR voorgesteld, wat overeenstemt met 1,15 EUR bruto per aandeel. Het voorgestelde finale dividend moet worden goedgekeurd door de algemene vergadering der aandeelhouders. Het dividend werd niet opgenomen in de geconsolideerde financiële staten op 31 december 2011.

Het finale dividend voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2010 bedroeg 1,25 EUR bruto per aandeel.

TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE FINANCIËLE STATEN AFGESLOTEN PER 31 DECEMBER 2011

omrekening van de financiele staten van de buitenlandse ondernemingen en instellingen

elementen van de geconsolideerde staat van het totaal resultaat

5. VERWERVING EN VERKOPEN VAN DOCHTERONDERNEMINGEN

6. OPBRENGSTEN UIT AANVERWANTE ACTIVITEITEN EN ANDERE OPERATIONELE KOSTEN

7. BEZOLDIGINGEN, SOCIALE LASTEN EN PENSIOENEN

8. ANDERE FINANCIËLE OPBRENGSTEN EN KOSTEN

  • 1. ALGEMENE PRINCIPES 2. VOORNAAMSTE BOEKHOUDPRINCIPES 3. CONSOLIDATIEMETHODE consolidatiekring intra-groep transacties
  • transacties in vreemde valuta 4. GESEGMENTEERDE INFORMATIE
  • operationele segmenten omzet
  • omzet van de pool bouw omzet van de pool baggerwerken orderboek
  • geconsolideerde balans geconsolideerde financieringstabel
  • overige informatie geografische segmenten
  • verwerving boekjaar 2011 verwervingen na balansdatum
  • verkopen boekjaar 2011

  • 9. MINDERHEIDSBELANGEN

  • 10. BELASTINGEN
  • opgenimen in de resultatenrekingen geboekte latente belastingen
  • zijn
  • 11. RESULTAAT PER AANDEEL
  • 13. goodwill
  • 14. MATERIËLE VASTE ACTIVA
  • 15. VASTGOEDBELEGGINGEN
  • 17. ANDERE NIET-COURANTE FINANCIËLE ACTIVA
  • 18. ANDERE NIET-COURANTE ACTIVA
  • 20. VOORRADEN

reconciliatie van het effectief belastingstarief

tijdelijke verschillen of fiscale verliezen waarop geen actieve uitgestelde belasting geboekt

uitgestelde belastingsopbrengsten (kosten) rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen

12. IMMATERIELE VASTE ACTIVA ANDER DAN GOODWILL

16. INVESTERINGEN IN ONDERNEMINGEN GECONSOLIDEERD VOLGENS DE VERMOGENSMUTATIEMETHODE EN GEZAMENLIJK GECONTROLEERD

ondernemingen geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode

gezamenlijk gecontroleerde ondernemingen

19. ONDERHANDEN PROJECTEN IN OPDRACHT VAN DERDEN

  • 21. HANDELS- EN OVERIGE VORDERINGEN EN SCHULDEN UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN
  • 22. GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN
  • 23. SUBSIDIES
  • 24. PERSONEELSVOORDELEN
  • 25. ANDERE VOORZIENINGEN DAN PERSONEELSVOORDELEN
  • 26. MOGELIJKE ACTIVA EN PASSIVA
  • 27. INFORMATIE BETREFFENDE NETTO FINANCIËLE SCHULD
  • 28. INFORMATIE BETREFFENDE HET BEHEER VAN DE FINANCIËLE RISICO'S
  • 29. OPERATIONELE LEASING
  • 30. ANDERE GEGEVEN VERPLICHTINGEN
  • 31. ANDERE ONTVANGEN VERPLICHTINGEN
  • 32. GESCHILLEN
  • 33. TRANSACTIES MET VERBONDEN PARTIJEN
  • 34. BEZOLDING VAN DE COMMISSARISSEN
  • 35. BELANGRIJKSTE GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM
  • 36. ONDERNEMINGEN BEHORENDE TOT DE GROEP CFE

VOORAF

geconsolideerde financiële staten en toelichtingen

De geconsolideerde financiële staten van de groep CFE zijn door de raad van bestuur goedgekeurd voor publicatie op 23 februari 2011.

Het jaarverslag van de raad van bestuur moet samen gelezen worden met de financiële staten van de

groep CFE.

BELANGRIJKSTE TRANSACTIES VAN 2011 EN 2010 MET IN-VLOED OP DE SAMENSTELLING VAN DE GROEP

transacties in 2011

1. Pool bouw

Nihil.

2. Pool multitechnieken

Op 14 oktober 2011, heeft de groep CFE de volledige aandelen verworven van de ondernemingen l'Entreprise de Travaux d'Electricité et de Canalisations SA (« ETEC ») en Société de Gestion de Chantiers SA (« SOGECH ») voor een aankoopprijs van 1.000 duizend EUR. Deze bedrijven gevestigd in Manage (Henegouwen) stellen 20 bedienden en kaderleden, en 160 arbeiders te werk. Zij zijn gespecialiseerd in openbare verlichting en plaatsen van ondergrondse netwerken. Met deze overname, verbreedt CFE het toepassingsgebied van zijn pool multitechnieken en krijgt een voet aan de grond in de sector van de openbare verlichting door de versterking van haar activiteiten ondergrondse netwerken.

3. Pool vastgoedontwikkeling en -beheer

Op 31 januari 2011, heeft het bedrijf SFE, een filiaal van de groep CFE, 20% van de aandelen van de nieuwe naamloze vennootschap naar Marokkaans recht CME (Compagnie Marocaine des Energies Eoliennes Solaires et Biomasses) verworven.

Op 17 maart 2011, heeft het bedrijf BPI, filiaal van de groep CFE, 45% van de aandelen van de nieuwe vennootschap naar Pools recht Athoria verworven en is gericht op het ontwikkelen van een bouwproject in Polen.

Op 4 april 2011, heeft het bedrijf CFE Immo , filiaal van de groep CFE, 25% van de aandelen van de naamloze vennootschap naar Belgisch recht Grand Poste verworven, teneinde een winkelcentrum project in Luik te ontwikkelen.

Op 11 april 2011, heeft de groep CFE 50% van de aandelen van de NV Building Brusilia verworven, die het nog niet in zijn bezit had. Dit bedrijf is nu 100% eigendom van de groep CFE en wordt geconsolideerd volgens de integrale methode.

Op 6 juni 2011, heeft het bedrijf CFE Immo, een filiaal van de groep CFE, 40% van de aandelen van de vennootschappen naar Luxemburgs recht Bayside Finance SARL en Bedford Finance SARL verworven, die samen de aandelen van de Belgische bedrijven VM Property I NV, VM Property II BVBA et Van Maerlant Residential NV bezitten. Op 7 december 2011 hebben de bedrijven naar Belgisch recht VM Property I NV, VM Property II BVBA het bedrijf VM Office NV opgericht waarvan zij respectievelijk 66.6% en 33.3% van de aandelen bezitten. Deze bedrijven werden verworven in het kader van de ontwikkeling van een kantoor- en residentiële project in Brussel.

Tijdens de eerste helft van 2011, heeft de groep CFE tevens 50% van de aandelen verworven van de vennootschappen naar Cyprus recht Lockside Ltd en Liveway Ltd, en naar Nigeriaans recht Cobel Contracting Nigeria Ltd. Deze overnames werden gemaakt in het kader van de ontwikkeling van een bouwproject in Nigeria.

Op 31 maart 2011 heeft het bedrijf CFE Immo, een filiaal van de groep CFE, al haar aandelen, namelijk 28%, van het Administratief Centrum Maritiem Antwerpen NV ("AMCA") verkocht.

Op 30 juni 2001 heeft het bedrijf Construction Management, een filiaal van de groep CFE, tevens al haar aandelen, namelijk 39%, van de Société de Développement du Bois de Péronne NV verkocht.

Op 30 november 2011 heeft CFE Hungary al haar aandelen verkocht die ze hield in de bedrijven The Gallery en Grean Oceans.

Op 21 december 2011 heeft het bedrijf CLI, een filiaal van de groep CFE, 25% bijkomende aandelen verworven van het bedrijf naar Luxemburgs recht Château de Beggen waardoor haar aandeel tot 50% wordt verhoogd. Het bedrijf ontwikkeld verschillende residentiële projecten (14 woongelegenheden waarvan ongeveer 170 appartementen en 191 parkeerplaatsen) op bouwgrond waarvan zij eigenaar is.

4. Pool baggerwerken en milieu

Tijdens 2011, heeft de joint venture DEME door middel van haar dochterondernemingen de volgende belangen verworven:

  • een belang van 50% in de nieuw opgerichte vennootschap naar Belgisch recht Terranova NV waarvan het doel is het voeren van onderzoek naar de verwerking van afvalstoffen;
  • een belang van 51% in de nieuwe opgerichte vennootschap Mineracoes Sustentaveis do Brasil NV ( M.S.B. NV) die in het bezit is van een mijnconcessie in Brazilië;
  • een belang van 19% in de nieuw opgerichte vennootschap naar Belgisch recht Otary RS NV waarvan het doel is de ontwikkeling en exploitatie van windparken;
  • een belang van 100% in de vennootschap naar Amerikaans recht Geowind Holding LLC and Geowing LLC waarvan het doel is de ontwikkeling en exploitatie van windparken;
  • een belang van 100% in de nieuw opgerichte vennootschap Soyo Dragagem;
  • een belang van 100% in de nieuw opgerichte vennootschap DI Bulgaria;
  • een belang van 37,45% in de vennootschap naar Amerikaans recht Terrasea Environmental Solutions ; en
  • een belang van 50% in de vennootschap HGO InfraSea Solutions GmbH waarvan het doel is de bouw en exploitatie van schepen die offshore windturbines installeren.

Daarnaast heeft, Ecoterres Holding NV, een dochteronderneming die DEME voor 74.9% bezit, alle aandelen van de naamloze vennootschap naar Belgisch recht Agroviro verworven van de bedrijven Dredging International NV en DEME NV. Agroviro heeft zich gespecialiseerd in het opruimen van slib. Op 31 december 2011 is het bedrijf volledig geconsolideerd door de erkenning van de belangen van derden voor 25,1%.

5. Pool PPS-concessies

Op 23 augustus 2011, heeft de groep CFE een belang van 100% van de aandelen verworven van de nieuw opgerichte vennootschap naar Belgisch recht HDP Charleroi waarvan het doel is de realisatie van een PPS project voor het ontwerp, de bouw en het onderhoud van het politiekantoor in Charleroi.

transacties in 2010

1. Pool bouw

Op 3 juni 2010, heeft de groep CFE een belang van 55,04%, voor een bedrag van 10,9 miljoen EUR, in de Groep Terryn genomen. Deze industriële groep gevestigd te Moorslede bij Roeselare, is de Belgische marktleider in de houtverwerking en de bouw van gelamineerde houtconstructies voor

de industrie- en tertiaire sectoren. over de voorbije drie boekjaren.

Zij realiseert een jaarlijkse omzet van ongeveer 30 miljoen EUR. De groep die zowel actief is in de Benelux als in Europa, realiseerde een jaarlijkse gemiddelde EBITDA van om en bij het 3 miljoen EUR

2. Pool multitechnieken

Per 12 februari 2010 heeft CFE voor een bedrag van 3.050 duizend EUR 37,5% van de vennootschap "Etablissements Druart SA" verworven, wat de deelname van CFE in Druart verhoogt tot 100%. Door deze aankoop, wordt CFE ook de enige eigenaar van de vennootschap Prodfroid waarvan Druart 99,91% aandelen bezit.

Op 1 december 2010, heeft groep CFE een belang van 65% in Brantegem NV verworven. Dit bedrijf gevestigd in Aalst, is gespecialiseerd in HVAC en sanitaire voorzieningen, stellen 25 mensen tewerk en is actief in de regio van Brussel, Gent en Antwerpen. Zij realiseert een omzet van 4,5 miljoen EUR. Door deze overname wordt de pool multitechnieken van CFE uitgebreid met een elfde profit center en nieuwe vaardigheden.

3. Pool vastgoedontwikkeling en -beheer

Op 17 mei 2010, heeft CLI, filiaal van de groep CFE, 25% van twee naamloze maatschappijen naar Luxemburgs recht, Château de Beggen NV en Blauenberg NV verworven. Verschillende woonprojecten (14 woongelegenheden van ongeveer 170 appartementen en 191 parkeerplaatsen) zullen op de gronden die ze bezitten worden ontwikkeld.

Op 17 mei 2010, heeft CLI, filiaal van de groep CFE, ook 50% van de naamloze maatschappij naar Luxemburgs recht Rondriesch 123 verworven. Het doel is een kantoorproject te ontwikkelen op de grond waarvan ze eigenaar is.

Op 30 juni 2010, werd het project South City, waarvan de groep CFE, via haar filialen BPI en Espace Midi, 20% aandeelhouderschap heeft, aan INTEGRALE en OGEO Fund verkocht.

Het South City complex biedt plaats aan bijna 31.000 m² kantoren en een hotel met 142 kamers.

Het gebouw Fonsny (eigendom van South City Office Fonsny SA), dat 13.200 m² kantoren en 3 winkels telt, is het eerste gebouw van het South City complex dat werd voltooid. Het tweede kantoorgebouw, genaamd Broodthaers en laatste deel van het complex SOUTH CITY, werd

opgeleverd in november 2010.

4. Pool baggerwerken en milieu

De joint venture DEME heeft in 2010 een bedrijfscombinatie gerealiseerd door de controle in ISD te

nemen.

1. ALGEMENE PRINCIPES BOEKJAAR BEGINNEND OP 1 JANUARI 2011
vanaf 1 januari 2015)
ifrs zoals goedgekeurd binnen de europese unie
STANDAARDEN EN INTERPRETATIES TOEPASBAAR VOOR HET BOEKJAAR BEGINNEND OP 1 JANUARI 2011
- Verbeteringen aan IFRS (2009-2010) (normaal toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2011)
- Aanpassing van IFRS 1 Eerste toepassing van IFRS – Vrijstellingen op IFRS 7 (toepasbaar voor
boekjaren vanaf 1 juli 2010)
vanaf 1 januari 2013)
- Aanpassing van IAS 24 Informatieverschaffing over verbonden partijen (toepasbaar voor boekjaren
vanaf 1 January 2011). Deze standaard vervangt IAS 24 Informatieverschaffing over verbonden
partijen zoals uitgegeven in 2003.
- Aanpassing van IAS 32 Financiële instrumenten: Presentatie – Classificatie van claimemissies
(toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 februari 2010)
de balans (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 juli 2011)
- IFRIC 19 Aflossing van financiële verplichtingen met eigenvermogensinstrumenten (toepasbaar
voor boekjaren vanaf 1 juli 2010)
- Aanpassing van IFRIC 14 IAS 19 – Beperking van activa uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen,
minimale financieringsverplichtingen en hun interactie – Vooruitbetalingen van een minimale
financieringsverplichting (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2011)
het totaalresultaat (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 juli 2012)
activa (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2012)
De toepassing van deze normen en interpretaties heeft geen betekenisvolle impact op de geconsolideerde
staten van de groep gehad.

STANDAARDEN EN INTERPRETATIES GEPUBLICEERD, MAAR NOG NIET VAN TOEPASSING VOOR HET

  • IFRS 9 Financiële Instrumenten en de daaropvolgende aanpassingen (toepasbaar voor boekjaren

  • IFRS 10 Geconsolideerde jaarrekening (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2013)

  • IFRS 11 Gezamenlijke overeenkomsten (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2013)

  • IFRS 12 Informatieverschaffing over betrokkenheid in andere entiteiten (toepasbaar voor boekjaren

  • IFRS 13 Waardering van de reële waarde (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2013)

  • Aanpassing van IFRS 1 Eerste toepassing van IFRS – Ernstige hyperinflatie en verwijdering van de vaste overgangsdata voor eerste toepassers (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 juli 2011)

  • Aanpassing van IFRS 7 Financiële instrumenten: Informatieverschaffing – Niet langer opnemen in

  • Aanpassing van IFRS 7 Financiële instrumenten: Informatieverschaffing – Saldering van financiële activa en verplichtingen (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2013)

  • Aanpassing van IAS 1 Presentatie van de jaarrekening – Presentatie van de andere elementen van het totaalresultaat (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 juli 2012)

  • Aanpassing van IAS 12 Winstbelastingen – Uitgestelde belastingen: Inbaarheid van onderliggende activa (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2012)

  • Aanpassing van IAS 19 Personeelsbeloningen (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2013)

  • Aanpassing van IAS 27 Individuele jaarrekeningen (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari

  • Aanpassing van IAS 28 Investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures (toepasbaar

  • Aanpassing van IAS 32 Financiële instrumenten: presentatie – Saldering van financiële activa en verplichtingen (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2014)

  • 2013)

  • voor boekjaren vanaf 1 januari 2013)
  • boekjaren vanaf 1 januari 2013)
  • van de groep is in uitvoering.

  • IFRIC 20 Afschraapkosten in de productiefase van een bovengrondse mijn (toepasbaar voor

De analyse van de eventuele impact van deze normen en interpretaties op de geconsolideerde staten

2. VOORNAAMSTE BOEKHOUDPRINCIPES

Aannemingsmaatschappij CFE NV (hierna 'de Vennootschap' of 'CFE' genoemd) is een onderneming van Belgisch recht gedomicilieerd in België. De geconsolideerde financiële staten van de Vennootschap voor de periode afgesloten per 31 december 2011 bevat de financiële staten van de vennootschap, haar dochterondernemingen, haar belangen in entiteiten waarover gezamenlijk de zeggenschap wordt uitgeoefend ('groep CFE') en de belangen van de groep in ondernemingen geconsolideerd.

(a) conformiteitsverklaring

De geconsolideerde financiële staten zijn opgesteld in overeenstemming met de 'International Financial Reporting Standards' (IFRS) zoals goedgekeurd binnen de Europese Unie.

(b) presentatiebasis

De financiële staten worden uitgedrukt in duizend EUR, afgerond naar het dichtstbijzijnde duizendtal. Ze werd opgesteld op basis van het historische kostprincipe, met uitzondering van de afgeleide financiële instrumenten, investeringen aangehouden voor handelsdoeleinden en investeringen beschikbaar voor verkoop, die gewaardeerd worden aan hun reële waarde.

Eigen vermogensinstrumenten of afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd aan kostprijs wanneer het instrument in kwestie geen marktprijs heeft op een actieve markt en wanneer andere methodes waarmee de reële waarde op een redelijke wijze bepaald kan worden, ongeschikt of onuitvoerbaar zijn.

Afgedekte activa en passiva worden gewaardeerd aan een reële waarde, rekening houdend met het afgedekte risico.

De boekhoudprincipes werden consistent toegepast.

De geconsolideerde financiële staten worden opgesteld vóór winstverdeling van de moedermaatschappij zoals voorgesteld aan de algemene vergadering van aandeelhouders.

De opstelling van de financiële staten volgens de IFRS-normen, vereist het maken van inschattingen en veronderstellingen die de bedragen welke opgenomen zijn in de financiële staten beïnvloeden, namelijk:

  • het afschrijvingsritme van de vaste activa;
  • de waardering van de voorzieningen en de personeelsvoordelen;
  • de waardering van het resultaat volgens de vooruitgang van de onderhanden projecten in opdracht van derden;
  • de weerhouden waarderingen voor de impairment tests;
  • de waardering van de financiële instrumenten tegen marktwaarde;
  • de waardering van de betalingen in aandelen (kosten IFRS 2).

Deze inschattingen gaan uit van een 'going-concern' en zijn bepaald in functie van de op dat moment beschikbare informatie. De inschattingen kunnen herzien worden indien de omstandigheden waarop zij werden bepaald evolueren of indien er nieuwe informatie beschikbaar is. De reële uitkomsten kunnen verschillend zijn van de inschatting.

(c) consolidatieprincipes

Dochterondernemingen worden door de integrale methode geconsolideerd. Dochterondernemingen zijn die ondernemingen gecontroleerd door de moedermaatschappij en dit wordt vermoed wanneer de moedermaatschappij, rechtstreeks of onrechtstreeks, meer dan de helft van de stemgerechtigde aandelen bezit of waar de groep, rechtstreeks of onrechtstreeks, controle uitoefent over de activiteiten. De financiële staten van de dochterondernemingen zijn opgenomen in de geconsolideerde financiële staten vanaf de datum waarop de controle begint tot de datum waarop de controle eindigt.

Wijzigingen in het belang van de Groep in een dochteronderneming die niet een verlies van zeggenschap leiden, worden behandeld als eigenvermogenstransacties. De boekwaarden van het belang van de Groep en de minderheidsbelangen worden derhalve aangepast om de nieuwe proportionele belangen in

de dochteronderneming te weerspiegelen.

Wanneer de Groep een aankoopoptie aan de minderheidsbelangen van een dochteronderneming ("put" op de minderheidsbelangen) toekent, wordt de verbonden financiële verplichting initieel opgenomen in mindering van de minderheidsbelangen in het eigen vermogen.

Joint ventures (gezamenlijk gecontroleerde maatschappijen) worden geconsolideerd volgens de

proportionele methode.

Ondernemingen geconsolideerd zijn ondernemingen waarin CFE een aanzienlijke invloed uitoefent op de financiële en operationele beleidslijnen, doch geen controle. De aanzienlijke invloed wordt vermoed wanneer de groep CFE 20% tot 50% van de stemgerechtigde aandelen bezit.

Ze worden in de consolidatie verwerkt, volgens de vermogensmutatiemethode, vanaf de datum waarop de aanzienlijke invloed begint tot de datum waarop de aanzienlijke invloed eindigt. Wanneer het aandeel van CFE in het verlies de boekwaarde van de onderneming geconsolideerd overschrijdt, wordt de boekwaarde herleid tot nul en worden verdere verliezen niet meer in rekening gebracht, uitgezonderd in de mate waarin de groep verplichtingen heeft aangegaan met betrekking tot deze onderneming.

Alle transacties tussen groepsondernemingen, saldi en niet-gerealiseerde winsten en verliezen op transacties tussen ondernemingen van de groep werden geëlimineerd.

(d) vreemde valuta

(1) Transacties in vreemde valuta

Transacties in vreemde valuta worden geboekt tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Monetaire activa en passiva in vreemde valuta worden omgerekend aan de slotkoersen van kracht op balansdatum. Winsten en verliezen die voortvloeien uit transacties in vreemde valuta en uit de omzetting van monetaire activa en passiva in vreemde valuta, worden opgenomen in de

resultatenrekening.

Niet-monetaire activa en passiva in vreemde valuta worden omgezet tegen de wisselkoers geldig op de

datum van de transactie.

(2) Financiële staten van buitenlandse activiteiten

Activa en passiva van buitenlandse entiteiten die andere munten dan EUR gebruiken van de groep CFE worden omgezet naar EUR aan de wisselkoersen van toepassing op balansdatum. De resultatenrekeningen van buitenlandse entiteiten, behalve die van entiteiten in een hyperinflatoire economie, worden omgezet naar EUR aan de gemiddelde jaarkoers (die de wisselkoers van toepassing op de data van de transacties benadert).

De componenten van het eigen vermogen worden aan historische koers omgezet.

De wisselkoersverschillen die voortvloeien uit de euro-omzetting van het eigen vermogen aan de koers op jaareinde, worden in 'omrekeningsverschillen' onder de rubriek 'eigen vermogen' geboekt. Deze verschillen worden opgenomen in de winst-en verliesrekening gedurende de periode waarin de entiteit

wordt verkocht of geliquideerd.

(3)

(3)
Wisselkoersen
Munten Slot
koers
2011
Gem
iddelde
koers
2011
Slot
koers
2010
Gem
iddelde
koers
2010
Poolse
Zlot
y
4 ,471 4,141 3,960 3,993
Hongaarse
forint
315,169 280,243 277,909 276,032
US Dollar 1,296 1,399 1,339 1,322
Singapore
dollar
1,683 1,753 1,716 1,795
Qatarse
ri
yal
4,719 5,096 4,875 4,810
Roemeense
leu
4,326 4,239 4,277 4,219
Tunesische
dinar
1,942 1,964 1,923 1,900
CFA Frank 655,957 655,957 655,957 655,957
Australische
dollar
1,264 1,340 1,316 1,439
1 euro =
X vreemde
valuta

( e) immateriële vaste activa

(1) Onderzoek en ontwikkeling

Kosten voor onderzoeksactiviteiten, ondernomen met het oog op het verwerven van nieuwe wetenschappelijke of technologische kennis, worden als kosten in de financiële staten opgenomen op het ogenblik dat ze zich voordoen.

Kosten voor ontwikkelingsactiviteiten, waarbij de resultaten van het onderzoek worden toegepast in een plan of een ontwerp voor de productie van nieuwe of substantieel verbeterde producten en processen, worden in de balans opgenomen, indien het product of het proces technisch en commercieel uitvoerbaar is en de groep voldoende middelen ter beschikking heeft voor de voltooiing ervan.

De geactiveerde kost omvat de kosten van grondstoffen, directe loonkosten en een evenredig deel van de overheadkosten. Andere uitgaven voor ontwikkeling worden als kost in de resultatenrekening opgenomen op het moment dat deze zich voordoen.

Geactiveerde uitgaven voor ontwikkeling worden gewaardeerd aan kostprijs verminderd met gecumuleerde afschrijvingen (zie later) en bijzondere waardeverminderingen.

(2) Overige immateriële vaste activa

Overige immateriële vaste activa verworven door de groep, worden gewaardeerd aan kostprijs verminderd met gecumuleerde afschrijvingen (zie later) en bijzondere waardeverminderingen. Kosten voor intern gegenereerde goodwill en merken worden als kost in de resultatenrekening opgenomen op het moment dat deze zich voordoen.

(3) Latere uitgaven

Latere uitgaven voor geactiveerde immateriële vaste activa worden enkel in de balans opgenomen wanneer ze de toekomstige economische voordelen eigen aan de activapost waaraan ze verwant zijn, vergroten. Alle andere uitgaven worden beschouwd als kosten.

(4) Afschrijvingen

Immateriële vaste activa worden volgens de lineaire methode afgeschreven over hun verwachte levensduur volgens de hiervermelde percentages:

Minimum 5% exploitatieconcessies
33,33% applicatiesoftware

( f) bedrijfscombinatie

De overname van dochterondernemingen of bedrijven (business) wordt verwerkt volgens de overnamemethode. De vergoeding voor een bedrijfscombinatie wordt gewaardeerd aan de reële waarde op overnamedatum. Aan de overname gerelateerde kosten worden in onmiddellijk in winst en verlies

Wanneer de vergoeding voor een bedrijfscombinatie een voorwaardelijke vergoedingsovereenkomst omvat, wordt deze voorwaardelijke vergoeding gewaardeerd aan de reële waarde op overnamedatum. Toekomstige wijzigingen aan deze reële waarden worden retrospectief verwerkt als ze beantwoorden aan aanpassingen tijdens de waarderingsperiode (zie hieronder). Alle andere wijzigingen aan de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding worden in resultaat opgenomen.

opgenomen wanneer ze worden opgelopen. rechtstreeks in winst of verlies opgenomen.

Wanneer een bedrijfscombinatie in verschillende fasen wordt gerealiseerd, wordt het voorheen aangehouden belang van de Groep geherwaardeerd aan de reële waarde op overnamedatum (d.i. de datum waarop de zeggenschap wordt verworven) en de eventuele winst of het eventuele verlies wordt

De identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen die aan de opnamecriteria volgens IFRS 3 (2008) voldoen, worden opgenomen aan hun reële waarde op overnamedatum, behalve:

  • uitgestelde belastingvorderingen of –verplichtingen en verplichtingen en activa uit hoofde van de personeelsbeloningen worden opgenomen en gewaardeerd in overeenstemming met respectievelijk IAS 12 Winstbelastingen en IAS 19 Personeelsbeloningen;

  • verplichtingen of eigenvermogensinstrumenten verbonden aan de vervanging door de Groep van beloningen in de vorm van op aandelen van een overgenomen partij gebaseerde betalingen worden gewaardeerd in overeenstemming met IFRS 2 Op aandelen gebaseerde betalingen;

  • activa (of groepen activa die worden afgestoten) dat geclassificeerd worden als aangehouden voor verkoop in overeenstemming met IFRS 5 Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten worden in overeenstemming met deze standaard gewaardeerd.

Als de initiële verwerking van een bedrijfscombinatie niet voltooid is op het einde van het boekjaar waarin de bedrijfscombinatie plaatsvond, presenteert de Groep voorlopige bedragen rapporteren voor de posten die nog niet volledig zijn verwerkt. Tijdens de waarderingsperiode (zie hieronder) worden de opgenomen voorlopige bedragen aangepast, of bijkomende activa of verplichtingen opgenomen om nieuwe informatie te weerspiegelen die verkregen is over feiten en omstandigheden die op de overnamedatum bestonden en die, indien bekend, de waardering van de per die datum opgenomen bedragen hadden beïnvloed. De waarderingsperiode is de periode dat loopt vanaf de overnamedatum tot de datum waarop de Groep de informatie ontvangt die zij zocht over feiten en omstandigheden die op de overnamedatum bestonden. De waarderingsperiode is beperkt tot maximaal één jaar vanaf de overnamedatum.

(1) Positieve goodwill

Goodwill ontstaan uit een bedrijfscombinatie wordt opgenomen als een actief vanaf het moment dat de zeggenschap is verworven (de overnamedatum).

Goodwill vertegenwoordigt het bedrag waarmee (i) het totaal van de overgedragen vergoeding, het bedrag van eventuele minderheidsbelangen in de overgenomen partij en de reële waarde van het eventuele voorheen aangehouden aandelenbelang van de overnemer in de overnemende partij; (ii) het netto saldo van de op de overnamedatum vastgestelde bedragen van de verworven identificeerbare activa en de overgenomen verplichtingen.

De minderheidsbelangen worden initieel gewaardeerd aan de reële waarde of aan het aandeel van de minderheidsbelangen in het identificeerbare netto-actief opgenomen van de overgenomen entiteit. De waarderingskeuze wordt transactie per transactie gemaakt.

Goodwill wordt niet afgeschreven, maar wordt jaarlijks getoetst op bijzondere waardeverminderingen. Voor het testen op bijzondere waardevermindering wordt goodwill toegewezen aan de kasstroomgenererende eenheden van de Groep, waarvan wordt verwacht dat ze voordelen zullen halen uit de synergieën van de bedrijfscombinatie. Kasstroomgenererende eenheden waaraan goodwill is toegewezen worden jaarlijks getest op bijzondere waardeverminderingen, en ook tussentijds wanneer er aanwijzingen zijn dat de boekwaarde van de eenheid mogelijk de realiseerbare waarde overtreft. Indien de realiseerbare waarde van een kasstroomgenererende eenheid lager is dan haar boekwaarde wordt de bijzondere waardevermindering eerst in mindering gebracht van de boekwaarde van de goodwill die aan de kasstroomgenerende eenheid werd toegewezen.

Daarna wordt de bijzondere waardevermindering toegewezen aan de andere vaste activa die tot de eenheid behoren, evenredig met hun boekwaarde. Eens een bijzondere waardevermindering voor goodwill is opgenomen, wordt deze in een latere periode niet teruggenomen. Bij de verkoop van een dochteronderneming, dient het overeenstemmende deel van de goodwill in

rekening worden genomen bij de bepaling van de winst of het verlies op de verkoop.

(2) Negatieve goodwill

Indien na beoordeling, het belang van de Groep in de reële waarde van het identificeerbare netto actief het totaal van de overgedragen vergoeding, het bedrag van eventuele minderheidsbelangen in de overgenomen partij en de reële waarde van het eventuele voorheen aangehouden aandelenbelang van de overnemer in de overnemende partij overschrijdt, dan dient het surplus opgenomen te worden in de winst- en verliesrekening als een winst op een voordelige koop.

(g) materiële vaste activa

(1) Boeking en evaluatie

Materiële vaste activa worden geactiveerd enkel en alleen wanneer het waarschijnlijk is dat er economische voordelen gegenereerd worden en de kostprijs op een betrouwbare wijze kan bepaald worden.

Materiële vaste activa worden geboekt aan een historische kostprijs verminderd met de gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.

De historische kostprijs omvat de initiële aankoopprijs, de financieringskosten tijdens de bouwperiode vermeerderd met andere directe aanschaffingskosten (zoals niet terugvorderbare belastingen, transport). De kostprijs van zelfgeproduceerde vaste activa omvat de kostprijs van de materialen, directe loonkosten en een evenredig deel van de productieoverhead.

(2) Latere uitgaven

Latere uitgaven worden enkel in de balans opgenomen wanneer ze de toekomstige economische voordelen eigen aan de vaste activapost waaraan ze verwant zijn, vergroten. Herstellingen en instandhoudingkosten die de toekomstige economische voordelen niet vergroten, dienen te worden beschouwd als kosten.

(3) Afschrijvingen

Afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode vanaf de datum van ingebruikname en dit over de verwachte economische levensduur van deze activa:

Vrachtwagens
:
3 jaar
Personenwagens
:
3-5 jaar
Ander materiaal
:
5 jaar
Informatica
materiaal
:
3 jaar
Bureau
materiaal
:
5 jaar
Kantoormeubilair
:
10 jaar
Gebouwen
:
25 tot 33 jaar
Hoppers
en cutters
:
18 jaar met een restwaarde
van 5%
Baggermolens
en zeevarende
bakken
:
25 jaar met restwaarde
van 5%
Pontons
, bakken
, werkschepen
en boosters
:
18 jaar zonder
restwaarde
Kranen 12 jaar met restwaarde
5%
Droog
grondverzetmaterieel
:
7 jaar zonder
restwaarde
Leidingen
:
3 jaar zonder
restwaarde
Keten en werfinstallaties
:
5 jaar
Divers
werfmaterieel
:
5 jaar

Terreinen worden niet afgeschreven daar er wordt verondersteld dat zij een onbeperkte gebruiksduur hebben.

De financieringskosten welke direct gelinkt zijn aan de verwerving of de constructie van een actief over een langere periode maken geen deel uit van de kostprijs van het actief.

(4) Boekhoudkundige verwerking van de vloot

De aanschaffingswaarde wordt in twee delen gesplitst, een gedeelte boot (zijnde 92% van de aanschaffingswaarde) wordt lineair afgeschreven volgens het afschrijvingspercentage gedefinieerd per boot en het tweede gedeelte 'onderhoud' (zijnde 8% van de aanschaffingswaarde) lineair afgeschreven over een periode van 4 jaar.

Op moment van verwerving van een boot worden wisselstukken geactiveerd in verhouding tot de aanschaffingswaarde met een maximum van 8% van de aanschaffingsprijs van een boot (100%) en worden lineair afgeschreven volgens de restterende duur vanaf het moment van gebruiksklaar zijn.

Bepaalde herstellingen worden geactiveerd en lineair afgeschreven over een periode van 4 jaar vanaf het moment van de te waterlating van het schip.

(h) vastgoedbeleggingen

Een vastgoedbelegging is een vastgoed dat wordt aangehouden om huuropbrengsten of een stijging van de kapitaalwaarde of beide te realiseren.

Een vastgoedbelegging onderscheidt zich van een vastgoed ingebruik door de eigenaar daar deze kasstromen genereert onafhankelijk van de andere activa van de onderneming.

De vastgoedbeleggingen zijn gewaardeerd volgens het kostprijsmodel, inclusief de financieringskosten tijdens de bouwperiode, vermindert door afschrijvingen en waardeverminderingen.

Afschrijvingen worden berekend vanaf het moment dat het actief gebruiksklaar is, volgens de lineaire methode en volgens een percentage in overeenstemming met de geschatte economische levensduur

van het actief.

Terreinen worden niet afgeschreven daar men veronderstelt dat deze een onbeperkte levensduur

hebben.

(i) huurcontracten

Leasing van materiële vaste activa waarbij de groep de voordelen en de risico's verbonden aan de eigendom substantieel overneemt, wordt beschouwd als financiële leasing.

Financiële leasingcontracten worden in de balans opgenomen aan de reële waarde op het moment van het aangaan van de leasingovereenkomst of, indien dit lager is, tegen de geschatte contante waarde van de minimale leasingbetalingen, minus gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.

Elke aflossing wordt deels beschouwd als terugbetaling van de leasingschuld, deels als intrestbetaling in een verhouding die maakt dat er over de volledige looptijd een constante intrestlast ontstaat in

vergelijking met het openstaand kapitaal. levensduur van deze activa.

De overeenkomstige huurschulden, exclusief de financiële lasten, worden geboekt in de rubriek 'overige lange termijnschulden'. Het intrestgedeelde wordt over de termijn van de leasingperiode in de resultatenrekening opgenomen als een financiële last. De materiële vaste activa verkregen via financiële leasing, worden afgeschreven over een termijn die overeenstemt met de verwachte economische

Leasing van activa waarbij de voordelen en de risico's substantieel bij de leasinggever blijven, wordt beschouwd als operationele leasing. Betalingen gedaan onder het regime van operationele leasing worden lineair over de duur van de overeenkomst ten laste van de resultatenrekening genomen.

Wanneer een operationele leasing vroegtijdig wordt beëindigd, zal elke financiële verplichting of boete verschuldigd aan de eigenaar ten laste van de resultatenrekening worden genomen in de periode waarin de beëindiging zich heeft voorgedaan.

Elk type belegging wordt geboekt op de transactiedatum.

(1) Beleggingen in aandelen

Beleggingen in aandelen omvatten deelnemingen in ondernemingen waarin CFE geen controle bezit of geen belangrijke invloed uitoefent. Dit is normaal het geval bij deelnemingen in ondernemingen waarin de groep minder dan 20% van de stemrechten bezit. Zulke investeringen worden geklasseerd als financieel vaste activa beschikbaar voor verkoop en worden geboekt aan de reële waarde, tenzij deze niet op een betrouwbare wijze gemeten kan worden. In dat geval worden ze geboekt aan de aanschaffingswaarde minus bijzondere waardeverminderingen.

Waardeverminderingen worden in de resultatenrekening geboekt. Mutaties in reële waarde worden geboekt in het eigen vermogen. Bij verkoop van een investering wordt het verschil tussen de nettoopbrengsten van de verkoop en de boekwaarde in de resultatenrekening opgenomen.

(2) Beleggingen in obligaties

Beleggingen in obligaties die tot de vervaldatum worden aangehouden worden gewaardeerd aan afgeschreven kostprijs bepaald op basis van de 'effective interest rate method'. Waardeverminderingen worden in de resultatenrekening geboekt.

(3) Andere beleggingen

De andere beleggingen van de groep worden geklasseerd als beschikbaar voor verkoop en worden gewaardeerd aan de reële waarde. De winsten of verliezen die hieruit voortvloeien, worden geboekt in het eigen vermogen. Waardeverminderingen worden in de resultatenrekening geboekt.

( k) voorraden

Voorraden worden gewaardeerd aan gewogen gemiddelde kostprijs of aan netto-realiseerbare waarde indien dit lager is.

De kostprijs voor afgewerkte producten en goederen in bewerking omvat de gebruikte grondstoffen, de andere productiematerialen en de directe loon- en andere kosten, de financieringskosten zich voordoen in zoverre dat het goed vereist een langdurige bouwperiode en een toewijzing van vaste en variabele overheadkosten, gebaseerd op de normale bedrijfscapaciteit.

De netto realiseerbare waarde wordt gedefinieerd als de geschatte verkoopprijs bij een normale gang van zaken, verminderd met de geschatte kosten nodig voor de verdere afwerking en verkoop van het product.

(l) handelsvorderingen

Courante handelsvorderingen worden geboekt aan nominale waarde minus bijzondere waardeverminderingen. Op het einde van het boekjaar wordt een schatting gemaakt van de dubieuze vorderingen op basis van een evaluatie van alle uitstaande bedragen.

(m) onderhanden projecten in opdracht van derden

168 Financiëel verslag Financiëel verslag 169 (j) beleggingen Voor de boekwaarde van de vlottende activa van de groep, andere dan voorraden en latente belastingen, wordt op elke balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat een actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, dient de realiseerbare waarde van het actief te worden geschat. Voor immateriële activa die nog niet voor gebruik beschikbaar zijn, evenals voor goodwill afgeschreven over een periode van meer dan twintig jaar, wordt de realiseerbare waarde op elke balansdatum geschat. Een bijzondere waardevermindering wordt geboekt wanneer de boekwaarde van een actief, of de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort, hoger is dan de realiseerbare waarde. Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in de resultatenrekening.

Indien het resultaat van onderhanden project in opdracht van derden op betrouwbare wijze kan worden geschat, dienen de opbrengsten en kosten, inclusief de financieringskosten in zoverre dat het contract de boekhoudperiode overschrijdt, uit hoofde van onderhanden projecten in opdracht van derden die verband houden met het project respectievelijk te worden opgenomen als baten en lasten, volgens het stadium van voltooiing van de projectactiviteiten op de balansdatum. Het stadium van voltooiing van de projectactiviteiten wordt berekend volgens de methode 'cost to cost'. Verwachte verliezen op het onderhanden project in opdracht van derden dienen onmiddellijk als last te worden opgenomen.

Volgens de methode van winstneming naar ratio van de verrichte prestaties bij de uitvoering van het werk, worden de opbrengsten uit het project in de winst- en verliesrekening opgenomen als baten in de boekjaren waarin het werk is uitgevoerd. Kosten uit het hoofde van een project worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als lasten in het boekjaar waarin het werk waarmee ze verband houden is

uitgevoerd.

Projectkosten, gemaakt die verband houden met toekomstige prestaties uit het hoofde van het project, worden opgenomen als activa, op voorwaarde dat het waarschijnlijk is dat ze zullen worden

goedgemaakt.

De groep CFE heeft de optie gekozen om de informatie met betrekking tot onderhanden projecten in opdracht van derden niet in de balans voor te stellen maar enkel in de toelichting.

(n) geldmiddelen en kasequivalenten

Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten cash en tegoeden bij kredietinstellingen (zicht- en termijnrekeningen) met een vervaldatum van minder dan drie maanden.

(o) bijzondere waardeverminderingen

(1) Berekening van de realiseerbare waarde

De realiseerbare waarde van de beleggingen in obligaties van de groep en vorderingen geïnitieerd door de groep, wordt berekend door de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen te verdisconteren aan de oorspronkelijk effectieve intrestvoet inherent aan deze activa. Vorderingen op korte termijn worden niet verdisconteerd.

De realiseerbare waarde van andere activa is het maximum van de netto verkoopprijs en de gebruikswaarde. Om de gebruikswaarde te bepalen worden de verwachte toekomstige kasstromen verdisconteerd tot hun huidige waarde, gebruik makend van een discontovoet vóór belastingen, die zowel de actuele marktrente als de specifieke risico's met betrekking tot het actief weergeeft.

Voor een actief dat op zichzelf geen omvangrijke kasinstromen genereert, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort.

(2) Terugname van bijzondere waardeverminderingen

Een bijzondere waardevermindering op beleggingen van de groep of vorderingen geïnitieerd door de groep wordt teruggenomen indien een latere toename van de realiseerbare waarde op objectieve basis kan verbonden worden met een gebeurtenis die heeft plaatsgevonden nadat de bijzondere waardevermindering werd geboekt.

Een bijzondere waardevermindering op goodwill wordt nooit teruggenomen.

Met betrekking tot andere activa wordt een bijzonder waardevermindering teruggenomen indien er een wijziging heeft plaatsgevonden in de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde.

De toegenomen boekwaarde van een actief, veroorzaakt door terugname van een bijzondere waardevermindering, mag niet hoger zijn dan de boekwaarde (na afschrijvingen) die bekomen zou zijn indien in voorgaande jaren geen bijzondere waardevermindering voor het actief zou zijn

geboekt.

Inkoop van eigen aandelen

Wanneer aandelenkapitaal geclassificeerd onder 'eigen vermogen' opnieuw wordt ingekocht, wordt het bedrag inclusief directe toerekenbare kosten, geboekt als een wijziging in deze rubriek. Ingekochte aandelen worden beschouwd als een vermindering van het eigen vermogen.

(q) voorzieningen

Voorzieningen worden aangelegd wanneer de groep verplichtingen heeft aangegaan (in rechte afdwingbaar of feitelijk) als gevolg van gebeurtenissen in het verleden, wanneer het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling van die verplichtingen een uitstroom van middelen noodzakelijk is en wanneer een betrouwbare schatting gemaakt kan worden van de omvang van deze verplichtingen.

Indien het effect hiervan belangrijk is, zullen voorzieningen worden aangelegd voor de toekomstige verwachte kasstromen, verdisconteerd aan een verdisconteringvoet vóór belastingen die zowel de actieve marktrente als de specifieke risico's met betrekking tot het passief weergeeft.

Een voorziening voor herstructurering wordt aangelegd wanneer de groep een gedetailleerd en geformaliseerd herstructureringsplan heeft goedgekeurd en wanneer de herstructurering ofwel werd aangevat ofwel publiek werd bekend gemaakt. Voor kosten die betrekking hebben op de normale activiteiten van de groep worden geen voorzieningen aangelegd.

De courante voorzieningen stemmen overeen met voorzieningen welke directe verbonden zijn met de operationele cyclus eigen aan de uitoefening van de activiteit, onafhankelijk van de verwachte vervaldata.

De voorzieningen voor diensten na verkoop dekken de verplichtingen van de groep CFE in het kader van de wettelijke garantieverplichtingen met betrekking tot opgeleverde werven. Zij worden geschat op basis van statistische informatie van vastgestelde uitgaven in voorgaande boekjaren en op individuele basis voor specifieke geïdentificeerde problemen. De voorzieningen voor diensten na verkoop worden opgebouwd vanaf de start van de werken.

De voorziening voor verlieslatende contracten wordt aangelegd wanneer de te ontvangen economische voordelen voor de groep lager liggen dan de onvermijdelijke kost verbonden met de verplichte tegenprestatie.

170 Financiëel verslag Financiëel verslag 171 (p) aandelenkapitaal Volgens deze methode worden de pensioenkosten ten laste genomen van de resultatenrekening op zulke wijze dat de kost gespreid wordt over de nog te presteren diensttijd van de deelnemers, in overeenstemming met de adviezen van actuarissen die tenminste jaarlijks een volledige berekening maken van de pensioenplannen. De bedragen die ten laste genomen worden van de resultatenrekening omvatten de toename in contante waarde van toegekende pensioenrechten, de intrestkost, de verwachte opbrengst van de pensioenfondsen, de actuariële winsten of verliezen en de geboekte kosten over de verstreken diensttijd.

De voorzieningen voor geschillen houden verband met de activiteit en omvatten voornamelijk de geschillen met klanten, onderaannemers of leveranciers. De andere voorzieningen voor courante risico's zijn voornamelijk voor laattijdigheidsboetes en andere risico's verbonden aan de operationele activiteit.

De niet-courante voorzieningen betreffen voorzieningen niet onmiddellijk gelinkt met de operationele activiteit en waarvan de verwachte afwikkeldatum meestal meer dan één jaar is. Zij omvatten voornamelijk de voorzieningen voor herstructureringen, wanneer deze gecommuniceerd hebben vóór afsluitdatum.

(r) personeelsbeloningen

(1) Personeelsbeloningen na opruststelling

Personeelsbeloningen na opruststelling omvatten pensioenplannen en gezondheidszorgen. Binnen de groep bestaan wereldwijd een aantal 'te bereiken doel' (toegezegd-pensioenregeling) of 'vaste bijdrage' (toegezegde-bijdragenregeling) pensioenplannen.

De activa met betrekking tot de pensioenplannen worden gewoonlijk beheerd in aparte pensioenfondsen. Deze fondsen worden in het algemeen gespijsd via werkgevers- en werknemersbijdragen op basis van aanbevelingen van onafhankelijke actuarissen.

CFE heeft zowel pensioenplannen met als zonder beleggingen.

a) Vaste bijdrage pensioenplannen (toegezegde-bijdragenregeling)

De bijdragen van de groep tot deze pensioenplannen worden opgenomen in de resultatenrekening van het jaar waarop ze betrekking hebben.

b) Pensioenplannen met een te bereiken doel (toegezegd-pensioenregeling)

Voor plannen met een te bereiken doel worden de pensioenkosten voor elk plan afzonderlijk geschat op basis van de 'projected unit credit-methode'. De 'projected unit credit-methode' beschouwt elke tewerkstellingsperiode als een eenheid die recht geeft op een bijkomende eenheid pensioenvoordelen en beschouwt elke tewerkstellingsperiode apart.

De pensioenverplichtingen opgenomen in de balans worden berekend als zijnde de contante waarde van de geschatte toekomstige uitgaande kasstromen, berekend op basis van de intrestvoet van hoogwaardige bedrijfsobligaties met een looptijd die de termijn van de pensioenverplichting benadert, aangepast voor nog niet verwerkte actuariële winsten en verliezen en verminderd met nog niet verwerkte kosten over de verstreken diensttijd en met de reële waarde van de activa

van het fonds.

De geboekte actuariële winsten en verliezen worden afzonderlijk bepaald voor elk plan met een te bereiken doel. Actuariële winsten en verliezen omvatten het effect van de verschillen tussen vorige actuariële parameters en de werkelijkheid en de wijzigingen in actuariële parameters.

Alle actuariële winsten of verliezen die een marge overschrijden van 10% van de reële waarde van de activa van het fonds of van de huidige waarde van de toekomstige verplichtingen, indien deze hoger is, worden geboekt in de resultatenrekening over de gemiddelde resterende diensttermijn van de deelnemers. In het andere geval worden de actuariële winsten of verliezen niet geboekt.

Kosten van gepresteerde diensten worden geboekt als kosten over het gemiddelde verstreken diensttijd tot de beloning vaststaat, tenzij ze al verwerkt werden naar aanleiding van de introductie of naar aanleiding van veranderingen aan een plan met een te bereiken doel. In dat geval worden de kosten van de gepresteerde diensten onmiddellijk als kosten geboekt.

Daar waar de berekeningen resulteren in een voordeel voor de groep, worden de geboekte activa beperkt tot het netto totaal van alle niet in rekening genomen actuariële verliezen en kosten van gepresteerde diensten en de contante waarde van om het even welke terugbetaling van het plan of verminderingen van toekomstige bijdragen tot het plan.

(2) Bonussen

De bonussen voor bedienden en management worden berekend op basis van te bereiken financiële kerngetallen. Het verwachte bedrag van de bonus wordt opgenomen als een kost van het boekjaar.

( s) intresthoudende leningen

Intresthoudende leningen worden initieel gewaardeerd aan kostprijs, verminderd met kosten verbonden aan de transactie. Vervolgens worden ze gewaardeerd aan afgeschreven kostprijs en wordt elk verschil tussen de kostprijs en de aflossingswaarde ten laste genomen van de resultatenrekening over de periode van de lening op basis van de effectieve intrestvoet.

(t) handels- en overige schulden

Handels- en overige courante schulden worden geboekt aan nominale waarde.

Belastingen op het resultaat van het boekjaar omvatten courante en latente belastingen. De belastingen worden geboekt in de resultatenrekening tenzij ze betrekking hebben op elementen die onmiddellijk in het eigen vermogen worden geboekt. In dat geval worden de belastingen rechtstreeks ten laste van het eigen vermogen genomen.

Courante belastingen omvatten de verwachte belastingschuld op het belastbaar inkomen van het jaar en aanpassingen aan de belastingsschulden van vorige jaren. Voor de berekening van de belastingen op het belastbaar inkomen van het jaar worden de op het ogenblik van afsluiting van kracht zijnde belastingpercentages gebruikt.

Latente belastingen worden geboekt op basis van de 'liability-methode', voor alle tijdelijke verschillen tussen belastbare basis en boekwaarde voor financiële rapporteringdoeleinden en dit zowel voor activa als passiva. Voor de berekening worden de op het ogenblik van afsluiting van kracht zijnde of bevestigde belastingspercentages gebruikt voor activa en passiva latente belastingen.

Volgens deze methode moet de groep onder meer een voorziening voor latente belastingen aanleggen op het verschil tussen de reële waarde van de netto verworven activa en hun belastingsbasis ten gevolge van een nieuwe bedrijfsacquisitie.

Voor volgende tijdelijke verschillen worden geen latente belastingen geboekt: fiscaal niet-aftrekbare goodwill, initiële boeking van activa en passiva die geen invloed hebben op boekhoudkundige of belastbare winsten en verschillen met betrekking tot investeringen in dochterondernemingen in de mate dat een tegenboeking in de nabije toekomst onwaarschijnlijk is. Actieve belastingslatentie worden enkel geboekt wanneer het waarschijnlijk is dat er voldoende toekomstige belastbare winsten zullen zijn om belastingsvoordeel te kunnen genieten.

Actieve belastingslatentie wordt verminderd wanneer het niet langer waarschijnlijk is dat het gerelateerde belastingsvoordeel zal gerealiseerd worden.

(v) opbrengsten

(1) Verkopen uit onderhanden projecten in handen van derden

Opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten in opdracht van derden dienen te omvatten het aanvankelijke bedrag van de opbrengsten dat in het contract is overeengekomen en wijzigingen in projectwerk, claims en aanmoedigingspremies in zoverre het waarschijnlijk is dat zij tot opbrengsten zullen leiden en ze op betrouwbare wijze kunnen worden gewaardeerd.

De omvang van opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten in opdracht van derden dient te worden gewaardeerd tegen de reële waarde van de vergoeding die is ontvangen of waarop recht is verkregen.

172 Financiëel verslag Financiëel verslag 173 (u) belastingen Intresten, royalty's en dividenden die hun oorsprong vinden in het gebruik dat derden maken van de middelen van de groep, worden beschouwd als gerealiseerd wanneer het waarschijnlijk is dat de economische voordelen verbonden aan de transactie zullen terugvloeien naar de groep en de opbrengsten op een betrouwbare manier kunnen bepaald worden. Intrestopbrengsten worden geboekt wanneer ze verworven zijn en over de periode waarop zij betrekking hebben (rekening houdend met de effectieve opbrengstvoet op het activabestanddeel) tenzij er twijfel bestaat over de invorderbaarheid.

Een wijziging kan leiden tot een toename of een afname van de opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten in opdracht van derden. Een wijziging maakt deel uit van de opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten indien het waarschijnlijk is dat de opdrachtgever de wijziging zal goedkeuren, evenals het bedrag van de opbrengsten dat uit de wijziging zal voortkomen en het bedrag van de opbrengsten betrouwbaar kan worden gewaardeerd.

Aanmoedigingspremies worden opgenomen in de opbrengst uit hoofde van onderhanden projecten indien het project voldoende vergevorderd is en het waarschijnlijk is dat aan bepaalde prestatiestandaarden zal worden voldaan of dat deze zullen worden overschreden en het bedrag van de aanmoedigingspremie betrouwbaar kan worden gewaardeerd.

Volgens de methode van winstneming naar rato van de verrichte prestaties bij de uitvoering van het werk, worden de opbrengsten uit het project in de winst- en verliesrekening opgenomen als baten in de boekjaren waarin het werk is uitgevoerd. Kosten uit hoofde van een project worden gewoonlijk in de winst- en verliesrekening opgenomen als lasten in het boekjaar waarin het werk waarmee ze verband houden is uitgevoerd. Indien echter verwacht wordt dat de totale kosten van het project de totale opbrengsten uit hoofde van het project overschrijden, wordt het saldo onmiddellijk als last opgenomen.

(2) Verkoop van goederen en levering van diensten

Met betrekking tot de verkoop van goederen wordt de omzet als gerealiseerd beschouwd op het ogenblik dat de voordelen en de risico's van de verkoop volledig ten laste vallen van de koper en er niet langer onzekerheid bestaat over de ontvangst van de overeengekomen vergoeding, de transactiekosten en de mogelijke terugzending van de goederen.

(3) Huuropbrengsten en fees

Huuropbrengsten en fees worden op lineaire basis, gespreid over de huurperiode, in resultaat

genomen.

(4) Financiële opbrengsten

Financiële opbrengsten omvatten ontvangen intresten op geïnvesteerde fondsen, ontvangen dividenden, ontvangen royalty's, wisselkoersopbrengsten en opbrengsten op hedging instrumenten die opgenomen worden in de resultatenrekening.

Royalty's worden geboekt over de periode van en in overeenstemming met de bepalingen van de onderliggende overeenkomst. Dividenden worden opgenomen in de resultatenrekening op het moment waarop ze worden toegekend.

(5) Overheidssubsidies

Overheidssubsidies worden aanvankelijk beschouwd als over te dragen opbrengsten in de balans wanneer er een redelijke zekerheid bestaat dat ze zullen ontvangen worden en dat de groep zal voldoen aan de voorwaarden die eraan verbonden zijn. Subsidies als compensatie voor reeds gemaakte kosten worden systematisch in de resultatenrekening opgenomen in dezelfde periode waarin de kosten werden gemaakt.

Subsidies als compensatie voor kosten gemaakt in verband met activa worden systematisch als opbrengst opgenomen in de resultatenrekening over de levensduur van de activa.

(

w) kosten

(1) Financiële kosten

De financiële kosten omvatten intresten op leningen, wisselkoersverliezen en verliezen op hedginginstrumenten die opgenomen worden in de resultatenrekening. Alle intresten en andere gemaakte kosten in verband met leningen, behalve deze die werden in aanmerking komend voor activering, worden als financiële kosten geboekt. De intrestkosten van aflossingen van financiële leasing worden opgenomen in de resultatenrekening gebruikmakend van het 'effectieve intrestpercentage'-methode.

(2) Onderzoek en ontwikkeling, reclame- en promotiekosten en systeemontwikkelingskosten

Onderzoek-, reclame- en promotiekosten worden in resultaat genomen in het jaar waarin deze kosten worden gemaakt. Kosten voor ontwikkeling en systeemontwikkelingskosten worden in resultaat genomen in het jaar waarin deze kosten worden gemaakt indien ze niet voldoen aan de criteria voor activering.

( x) afgeleide financiële instrumenten

De groep gebruikt afgeleide financiële instrumenten teneinde de risico's te beperken met betrekking tot ongunstige schommelingen in intrestpercentages, wisselkoersen, grondstofprijzen en andere marktrisico's. Het beleid van de groep verbiedt het gebruik van deze instrumenten voor speculatiedoeleinden. De groep houdt geen afgeleide financiële instrumenten aan, noch geeft zij afgeleide financiële instrumenten uit voor handelsdoeleinden.

De Vennootschap houdt en sloot geen financiële instrumenten voor transacties. Evenwel, derivaten die niet kwalificeren als financiële instrumenten worden gepresenteerd als instrumenten aangehouden voor transacties.

Afgeleide financiële instrumenten worden aanvankelijk geboekt aan kostprijs. Daarna worden ze gewaardeerd aan reële waarde. De boeking van niet-gerealiseerde winsten of verliezen hangt af van de aard van de afgedekte elementen.

De reële waarde is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een verplichting kan worden afgewikkeld, tussen ter zake goed geïnformeerde en tot een transactie bereid zijnde partijen volgens het 'arm's length'-principe.

(1) Cashflow hedges

Wanneer afgeleide financiële instrumenten de variabiliteit in kasstromen van een verplichting, van een overeenkomst of een toekomstige transactie van de groep afdekken, wordt het effectieve deel van de winsten of verliezen op afgeleide financiële instrumenten onmiddellijk geboekt in het eigen vermogen. Wanneer de vaststaande verbintenis of de toekomstige voorziene transactie in de boeking van een actief of passief resulteert, worden de cumulatieve winsten of verliezen verwijderd uit het eigen vermogen en opgenomen in de initiële waardering van het actief of passief. In het andere geval worden de cumulatieve winsten en verliezen verwijderd uit het eigen vermogen en opgenomen in de resultatenrekening op hetzelfde ogenblik als de afgedekte transactie. Het nieteffectieve deel van de winsten en verliezen wordt opgenomen in de resultatenrekening.

Wanneer een hedging-instrument of hedge-relatie beëindigd wordt, maar de afgedekte transactie nog altijd verwacht wordt te geschieden, blijft de gecumuleerde niet-gerealiseerde winst of verlies op dat moment opgenomen in het eigen vermogen en wordt vervolgens erkend in overeenkomst met de bovenvermelde principes wanneer de transactie plaatsvindt. Wanneer de afgedekte transactie niet langer waarschijnlijk is, wordt de gecumuleerde niet-gerealiseerde winst of verlies die opgenomen werd in het eigen vermogen, onmiddellijk in de resultatenrekening opgenomen.

(2) Afdekking van geboekte activa en passiva

Wanneer afgeleide financiële instrumenten de schommelingen in de reële waarde van een geboekte vordering of schuld afdekken, worden de winsten of verliezen op de afdekkinginstrumenten in de resultatenrekening opgenomen. Ook het afgedekte element wordt geboekt aan de reële waarde met betrekking tot het risico dat werd afgedekt, waarbij de winsten of verliezen opgenomen worden in de resultatenrekening.

(3) Afdekken van netto investeringen in buitenlandse activiteiten

Wanneer een schuld in vreemde munt een netto investering in een buitenlandse activiteit afdekt, worden wisselkoersverschillen die ontstaan door de omzetting van de schuld naar EUR onmiddellijk opgenomen in 'omrekeningsverschillen' in het eigen vermogen.

Wanneer een afgeleid financieel instrument een netto investering in een buitenlandse activiteit afdekt, wordt het deel van de winst of het verlies van het afdekkinginstrument dat vastgesteld werd als een effectieve afdekking onmiddellijk erkend in 'omrekeningsverschillen' in het eigen vermogen. Het niet-effectieve deel wordt in de resultatenrekening opgenomen.

(y) gesegmenteerde informatie

Een bedrijfssegment is een goed afgelijnd onderdeel van de groep CFE dat opbrengsten en kosten genereert en voor welke de bedrijfsresultaten regelmatig herzien worden door de directie teneinde beslissingen te nemen of de prestatie van een segment te bepalen. De groep bestaat uit vijf polen: bouw, vastgoedontwikkeling- en beheer, multitechnieken, baggerwerken en milieu en PPS-concessies.

(z) aandeelopties

Aandelenopties worden gewaardeerd tegen reële waarde op de datum van toekenning. Deze reële waarde wordt lineair geboekt volgens de wachtperiode van deze rechten, rekening houdend met een schatting van het aantal opties dat uiteindelijk onvoorwaardelijk worden.

3. CONSOLIDATIEMETHODEN

consolidatiekring

Ondernemingen waarvan de groep, rechtstreeks of onrechtstreeks, de meerderheid van de stemgerechtigde aandelen bezit dat de controle toelaat, worden door de integrale methode geconsolideerd. Gezamenlijk gecontroleerde maatschappijen door de groep en met andere aandeelhouders worden geconsolideerd volgens de proportionele methode. Dat betreft, met name, de tijdelijke handelsvennootschappen, DEME en Rent-A-Port, en bepaalde vennootschappen van de pool vastgoedontwikkeling en –beheer. Ondernemingen waarin de groep een aanzienlijke invloed uitoefent worden volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerd, met name, Locorail NV, Coentunnel Company BV en PPP Schulen Eupen.

Evolutie van de consolidatiekring

Aantal
entiteiten
2011 2010
Integrale
methode
52 57
Proportionele
methode
153 138
Vermogensmutatiemethode 18 14
Totaal 223 209

intra-groep transacties

Alle stromen van actief-, passief- en resultatenrekeningen tussen entiteiten hernomen in de lijst van de consolidatiekring van de groep worden in de geconsolideerde staten geëlimineerd. Dit eliminatie proces wordt:

  • · helemaal verwezenlijkt als de transactie tussen twee dochterondernemingen gebeurt;
  • · ter hoogte van het percentage van de onderneming geconsolideerd volgens de proportionele methode verwezenlijkt, in het geval van een transactie tussen een onderneming geconsolideerd volgens de integrale methode en een andere volgens de proportionele methode;
  • · ter hoogte van het percentage van de onderneming geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode voor het interne resultaat verwezenlijkt, in het geval van een transactie tussen een onderneming geconsolideerd volgens de integrale methode en een andere volgens de vermogensmutatie methode.

omrekening van de financiele staten van de buitenlandse ondernemingen en instellingen

In de meeste gevallen, stemt de functionele munt van de ondernemingen en instellingen met de munt van het betrokken land overeen.

De financiële staten van de buitenlandse ondernemingen, waarvan de functionele munt verschillend is van de munt van de geconsolideerde staten van de groep, worden omgezet aan de wisselkoers van toepassing op balansdatum en aan de gemiddelde jaarkoers voor de elementen van de resultatenrekening. De wisselkoersverschillen die daaruit voortvloeien worden in "omrekeningsverschillen" onder de rubriek "geconsolideerde reserves"geboekt. De goodwill van de buitenlandse ondernemingen maken deel uit van de verkregen activa en passiva en worden om die reden tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie omgezet.

transacties in vreemde valuta

De transacties in vreemde valuta worden geboekt in EUR tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Monetaire activa en passiva in vreemde valuta worden omgerekend in EUR aan de slotkoersen van kracht op balansdatum. Winsten en verliezen die voortvloeien uit transacties worden opgenomen in de resultatenrekening, rubriek " andere financiële opbrengsten en kosten", onder de rekening "wisselresultaat".

De wisselkoersverschillen op de leningen in vreemde valuta of op derivaten uitwisseling gebruikt voor de indekking van de deelnemingen in de buitenlandse dochterondernemingen, worden in « omrekeningsverschillen » onder de rubriek « eigen vermogen » geboekt.

4. GESEGMENTEERDE INFORMATIE

operationele segmenten

De gesegmenteerde informatie is voorgesteld rekening houdend met de operationele segmenten. De gesegmenteerde informatie omvat de resultaten, activa en passiva die ofwel rechtstreeks ofwel op een redelijke basis aan een segment kunnen worden toegewezen.

De groep CFE is uit vijf operationele polen samengesteld: pool bouw, pool vastgoedontwikkeling en – beheer, pool multitechnieken, pool baggerwerken en milieu, pool PPS-concessies:

- Bouw

In het kader van de uitoefening van de activiteit 'bouw' is de pool bouw actief in het domein van de burgerlijke bouwkunde (realisatie van grote infrastructuurwerken zoals tunnels, bruggen, kaaimuren, gasterminals,…) en gebouwen (kantoren, industriële gebouwen, residenties).

- Vastgoedontwikkeling en -beheer

De pool vastgoedontwikkeling en -beheer ontwikkelt vastgoedprojecten als een ontwikkelaar-bouwheer waarbij zij de ontwikkeling van de pool vastgoedontwikkeling en -beheer associeert met de pool bouw. Bovendien, langs specifieke filialen, biedt deze pool diensten aan die complementair zijn met de kernactiviteit: projectmanagement en het beheer en onderhoud van gebouwen.

- Multitechnieken

De pool multitechnieken, via bepaalde filialen, heeft zich gespecialiseerd in elektriciteitswerken voor de dienstensector (kantoren, klinieken, parkings,…) elektrificatie en spoorwegsignalisatie alsook het installeren van hoog- en laagspanningslijnen. In 2007 werd deze pool actief in klimaatregeling door een deelneming van 25% in Druart SA (verhoogd tot 100% in 2010) en de automatisering van industriële processen door de aanschaffing van VMA NV en, in 2010, Brantegem NV.

In 2009 werd deze pool geografisch gediversifieerd door de participatie van 64,95% in Elektro Van De Maele NV en, in 2010, door de participatie van 65,04% in Brantegem NV.

- Baggerwerken en milieu

De pool baggerwerken en milieu, via het voor 50% aangehouden filiaal DEME, is actief als baggeraar (infrastructureel- en onderhoudsbaggeren), de behandeling van vervuilt slib en grond en terreinen en

marine engineering.

- PPS-concessies

De pool PPS-concessies wordt opgericht door het ontstaan van belangrijke transacties onder publiekprivate samenwerking (PPS).

De boekhoudingprincipes gebruikt in de presentatie van de gesegmenteerde informatie zijn dezelfde aan de boekhoudingprincipes gebruikt in de voorbereiding van de geconsolideerde financiële staten (zie

toelichting 2).

elementen van de geconsolideerde staat van het totaal resultaat

Omzet
EBIT
Financieel resultaat
Belastingen
2011 2010 2011 % Omzet 2010 % Omzet 2011 2010 2011 Percen

tage
2010 Percen

tage
Bouw 717.764 707.811 5.068 0,7% 10.227 1,4% (1.958) (500) (2.666) 85,7% (1.187) 11,9%
Bouw niet recurrente - - 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Vastgoedontwikkeling
en –beheer
26.046 19.829 9.391 36,1% 7.205 36,3% (2.372) (2.980) (786) 11,2% (826) 18,9%
Eliminaties: bouw –
vastgoedontwikkeling
599 11.231 (1.197) 0 (121) 0 0 0 333 27 ,8% 56 46,5%
Multitechnieken 175.617 148.604 7.398 4,2% 6.255 4,2% (940) (432) (2.159) 33,4% (1.625) 30,6%
PPS-concessies 2.911 3.353 (2.150) 0 (3.666) 0 (374) 121 (48) (1,9%) (224) (6,6%)
Eliminaties : Bouw – anderen (12.009) (15.947) (686) 0 (406) 0 0 0 - - - -
Baggerwerken
en milieu
882.906 900.305 68.665 7,8% 87.604 9,7% (10.536) (11.242) (7.714) 13,3% (15.745) 21,2%
Eliminaties tussen baggerwerken en
andere polen
- (785) - - (116) - - - - - - -
Herwerking DEME - - (1.100) - (1.115) - - - - - (36) -
Holding - - (458) - (583) - 447 1.130 (16) (145,5%) (160) 29,4%
Andere
niet recurrente
elementen
- - - (6.197) - - - - - -
Totaal
geconsol
ideerd
1.793.834 1.774.401 84.931 4,7% 99.087 5,6% (15.733) (13.903) (13.056) (18,9%) (19.747) 23,8%
Aandeel
in het
resultaat
van
ondernem
ingen
geconsol
ideerd
volgens
de
vermogensmutat
ie
methode
Resultaat
aandeel
groep
Niet-kaselementen EBITDA
2011 2010 2011 %CA 2010 %CA 2011 2010 2011 %CA 2010 %CA
Bouw - - 1.272 0,2% 8.772 1,2% 11.830 9.151 16.898 2,4% 19.377 2,7%
Vastgoedontwikkeling
en -beheer
54 (5) 6.276 24,1% 3.529 17,8% 1.372 1.943 10.763 41,3% 9.142 46,1%
Eliminaties: bouw –
vastgoedontwikkeling
- - (864) - (65) - - - (1.197) - (121) -
Multitechnieken - - 3.945 2,3% 3.681 2,5% 3.681 3.008 11.079 6,3% 9.263 6,2%
PPS-concessies 535 219 (1.877) - (3.396) - 592 1.301 (1.558) - (2.146) -
Eliminaties bouw – andere segmenten - - (686) (406) - - - (686) - (406) -
Baggerwerken
en milieu
279 (237) 52.131 5,9% 58.260 6,5% 80.486 76.358 149.151 16,9% 163.726 18,2%
Eliminaties tussen baggerwerken en
andere polen
- - - (116) - - - - (115) -
Herwerking DEME - - (1.100) - (1.151) - - - (1.100) (1.114) -
Holding - - (16) - 385 - (1.238) 286 (1.696) (298) -
Andere
niet recurrente
elementen
- - - - (6.197) - - 6.197 - - -
Totaal
geconsolideerd
868 (23) 59.081 3,3% 63.296 3,4% 96.723 98.244 181.654 10,1% 197.308 11,1%

omzet

(DUIZEND EUR)
BELGIË
ANDERE EUROPA
MIDDEN-OOSTEN
ANDERE ASIA
OCFANIE
AFRIKA
(duizend
EUR)
2011 2010
België 923.069 772.464
Andere
Europa
459.779 512.916
Midden-Oosten 60.274 130.009
Andere
Asia
57.713 67.862
Oceanïe 63.877 54.336
Afrika 143.651 143.869
Amerika 85.471 92.945
Totaal
geconsol
ideerd
1.793.834 1.774.401

De verdeling van omzet per land is afhankelijk van het land waarin de prestaties zijn uitgevoerd.

De groep heeft in 2011 geen inkomsten gegenereerd bij een significante klant die meer dan 10% van de

omzet zou bedragen.

De omzet gerealiseerd door de verkoop van goederen voor 2011 bedraagt 10.401 duizend EUR (2010: 10.882 duizend EUR). Het betreft de verkopen gerealiseerd door de filialen Voltis en Terryn Hout.

OMZET VAN DE POOL BOUW

GEBOUWEN
BURGERLIJKE BOUWKUNDE
WEGEN
ANDERE
OMZET VAN DE POOL BOUW
(duizend
EUR)
2011 2010
Gebouwen 450.089 400.373
Burgerlijke
bouwkunde
201.479 243.914
Wegen 53.446 45.621
Andere 12.750 17.903
Totaal 717.764 707.811

De groep CFE erkent, in de omzet gerealiseerd door de pool bouw, de omzet "werken" gerealiseerd voor

de pool vastgoedontwikkeling en -beheer.

De omzet van de pool vastgoedontwikkeling en -beheer omvat de omzet van de pool na aftrek van de

omzet van de pool bouw.

Aangezien er een vertraging bestaat tussen de bouw en de verkoop door de pool vastgoedontwikkeling en -beheer, wordt het intern gegenereerde omzetcijfer gestockeerd en vervolgens toegewezen op het moment van de verkoop. Het verschil tussen deze twee effecten is opgenomen in deze rubriek.

OMZET VAN DE POOL BAGGERWERKEn
OMZET VAN DE POOL BAGGERWERKEn
(duizend
EUR)
2011 2010
Baggerwerken 573.764 612.244
Oil & Gas 104.393 87.995
Milieu 101.821 119.493
Burgerlijke
werken
78.205 53.324
Andere 24.723 27.249
Totaal 882.906 900.305
ORDERBOEK
(miljoen
EUR)
2011 2010 % variatie
Bouw 1.009,9 826,4 +22,2%
Vastgoedontwikkeling
en-beheer
8,4 17,0 n.s.
Subtotaal 1.018,3 843,4 +20,7%
Baggerwerken
en milieu
1.202,0 967,5 +24,2%
Multitechnieken 162,0 128,2 +26,4%
Totaal 2.382,3 1.939,1 +22,9%

geconsolideerde balans

Per 31 december
2011
(duizend
EUR)
bouw Vastgoed

ontwikkeling
en beheer
Bagger
werken
en milieu
Multi
techn
ieken
PPS- concess
ies
Holding en
eliminaties
Inter
segmenten
eliminaties
Totaal
geconsol
ideerd
ACTIVA
Goodwill 911 19 9.969 17.826 0 0 0 28.725
Materiële vaste
activa
45.875 5.078 823.778 13.710 8.160 3.017 0 899.618
Niet-courante
leningen
aan
geconsolideerde
vennootschappen
van de groep
16.737 0 0 0 0 71.173 (87.910) 0
Andere
niet-courante
financi
ële
activa
759 10.527 9.922 1.323 4.991 3.109 0 30.631
Andere
rubrieken
van activa
- niet
courante
5.680 2.955 20.577 3.815 12.492 173.122 (164.272) 54.369
Voorraden 9.475 136.886 5.389 6.034 420 646 0 158.850
Geldmiddelen
en kasequivalenten
65.364 10.351 80.853 5.810 2.177 43.792 0 208.347
Interne
kaspositie
– Cash pooling
– activa
70.049 661 0 4.786 0 122.593 (198.089) 0
Andere
financi
ële courante
activa
– vennootschappen
van de groep
Andere
rubrieken
van
activa
-
courante
409.804 42.265 287.999 86.148 7.610 14.152 (24.422) 823.556
Totale
activa
624.654 208.742 1.238.487 139.452 35.850 431.604 (474.693) 2.204.096
PASSIVA
Eigen vermogen 36.027 39.835 350.608 54.529 1.213 186.696 (160.147) 508.761
Niet-courante
leningen
aan geconsolideerde
vennootschappen
van de groep
48.923 21.470 0 800 50 16.667 (87.910) 0
Langlopende
financi
ële
verplichtingen
3.682 17.223 305.660 5.101 3.730 99.500 0 434.896
Andere
rubrieken
van passiva
-
niet-courante
57.050 26.330 59.599 1.322 0 5.314 (4.125) 145.490
Kortlopende
financi
ële
verplichtingen
6.226 0 97.270 3.179 7.093 10.500 0 124.268
Interne
kaspositie
– Cash pooling
– passiva
27.443 74.058 0 11.087 10.005 75.496 (198.089) 0
Andere
rubrieken
van activa
courante
445.303 29.826 425.350 63.434 13.759 37.431 (24.422) 990.681
Totaal
eigen vermogen
en
verpl
ichtingen
624.654 208.742 1.238.487 139.452 35.850 431.604 (474.693) 2.204.096

geconsolideerde balans

(duizend EUR) en beheer ACTIVA Niet-courante leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep Andere rubrieken van activa - niet-

wPer 31 december
2010
(duizend
EUR)
Bouw Vastgoed

ontwikkeling
en beheer
Bagger
werken
en milieu
Multi
techn
ieken
PPS- concess
ies
Holding en
eliminaties
Inter
segmenten
eliminaties
Totaal
geconsol
ideerd
ACTIVA
Goodwill 911 77 9.941 16.964 0 0 0 27.893
Materiële vaste
activa
47.024 1.890 682.968 11.387 6.978 223 0 750.470
Niet-courante
leningen
aan
geconsolideerde
vennootschappen
van
de groep
16.795 0 0 0 0 49.981 (66.776) 0
Andere
niet-courante
financi
ële activa
968 7.404 8.857 50 4.420 3.625 0 25.324
Andere
rubrieken
van activa
- niet
courante
3.787 3.365 20.303 3.858 11.013 171.747 (163.442) 50.631
Voorraden 13.730 137.148 4.173 4.868 0 647 0 160.566
Geldmiddelen
en kasequivalenten
49.308 10.537 94.480 3.239 1.932 16.022 0 175.518
Interne
kaspositie
– Cash pooling

activa
89.048 661 0 8.901 0 134.299 (232.909) 0
Andere
financi
ële courante
activa

vennootschappen
van de groep
Andere
rubrieken
van activa
- courante
331.988 46.699 253.966 64.683 2.822 27.251 (36.827) 690.582
Totale
activa
553.559 207.781 1.074.688 113.950 27.165 403.795 (499.954) 1.880.984
PASSIVA
Eigen vermogen 46.032 33.367 326.029 52.180 (3.123) 181.024 (160.063) 475.446
Niet-courante
leningen
aan
geconsolideerde
vennootschappen
van
de groep
47.482 1.528 0 0 1.084 16.682 (66.776) 0
Langlopende
financi
ële verplichtingen
4.852 5.083 215.459 4.061 664 53.985 0 284.104
Andere
rubrieken
van passiva
- niet
courante
44.682 16.068 47.543 771 0 8.137 (3.380) 113.821
Kortlopende
financi
ële verplichtingen
1.887 13.322 119.589 1.515 2.261 1.089 0 139.663
Interne
kaspositie
– Cash pooling

passiva
17.248 95.186 0 5.978 15.885 98.612 (232.909) 0
Andere
rubrieken
van activa
courante
391.376 43.227 366.068 49.445 10.394 44.266 (36.826) 867.950
Totaal
eigen vermogen
en
verpl
ichtingen
553.559 207.781 1.074.688 113.950 27.165 403.795 (499.954) 1.880.984
Andere
financi
ële courante
activa

vennootschappen
van de groep
Andere
rubrieken
van activa
- courante
331.988 46.699 253.966 64.683 2.822 27.251 (36.827) 690.582
Totale
activa
553.559 207.781 1.074.688 113.950 27.165 403.795 (499.954) 1.880.984
PASSIVA
Eigen vermogen 46.032 33.367 326.029 52.180 (3.123) 181.024 (160.063) 475.446
Niet-courante
leningen
aan
geconsolideerde
vennootschappen
van
de groep
47.482 1.528 0 0 1.084 16.682 (66.776) 0
Langlopende
financi
ële verplichtingen
4.852 5.083 215.459 4.061 664 53.985 0 284.104
Andere
rubrieken
van passiva
- niet
courante
44.682 16.068 47.543 771 0 8.137 (3.380) 113.821
Kortlopende
financi
ële verplichtingen
1.887 13.322 119.589 1.515 2.261 1.089 0 139.663
Interne
kaspositie
– Cash pooling

passiva
17.248 95.186 0 5.978 15.885 98.612 (232.909) 0
Andere
rubrieken
van activa
courante
391.376 43.227 366.068 49.445 10.394 44.266 (36.826) 867.950
Totaal
eigen vermogen
en

geconsolideerde financieringstabel

per 31 december
2011
(duizend
EUR)
bouw Vastgoed

ontwikkeling
en beheer
Multi
techn
ieken
Bagger
werken en
milieu
PPS
concess
ies
Holding en
eliminaties
Totaal
geconsol
ideerd
Kasstromen
uit bedrijfsactiviteiten
voor
wijziging
in bedrijfskapitaal
13.848 8.603 10.238 143.439 (2.242) (2.403) 171.483
Netto kasstromen
uit (gebruikt
in)
bedrijfsactiviteiten
9.293 (19.247) 6.852 96.521 (6.908) 16.081 102.592
Kasstromen
uit (gebruikt
in)
investeringsactiviteiten
(11.162) (77) (2.691) (157.792) (2.373) (5.029) (179.124)
Kasstromen
uit (gebruikt
in)
financieringsactiviteiten
12.845 19.138 (1.588) 48.771 9.529 22.755 111.450
Netto toename
/(afname
) in
geldm
iddelen
en kasequivalenten
10.976 (186) 2.573 (12.500) 248 33.807 34.918
per 31 december
2010
(duizend
EUR)
bouw Vastgoed

ontwikkeling
en beheer
Multi
techn
ieken
Bagger
werken en
milieu
PPS- concess
ies
Holding en
eliminaties
Totaal
geconsol
ideerd
Kasstromen
uit bedrijfsactiviteiten
voor
wijziging
in bedrijfskapitaal
17.793 7.399 9.319 158.778 (1.065) 2.742 194.966
Netto kasstromen
uit (gebruikt
in)
bedrijfsactiviteiten
(672) 3.714 2.920 170.821 (507) (7.179) 169.097
Kasstromen
uit (gebruikt
in)
investeringsactiviteiten
(9.637) (3.124) (5.100) (215.142) (6.948) (2.634) (242.585)
Kasstromen
uit (gebruikt
in)
financieringsactiviteiten
4.305 (3.682) (5.484) 66.482 4.322 12.033 77.976

Kasstromen uit financieringsactiviteiten bevatten bedragen van de cash pooling in verband met de andere segmenten. Een positief bedrag is gelijk aan een gebruik van geldmiddelen in de cash pooling. Deze rubriek wordt eveneens door externe financieringen beïnvloed, met name en hoofdzakelijk in de pool vastgoedontwikkeling en beheer, holding en baggerwerken en milieu. De pool baggerwerken en milieu maakt geen deel uit de cash pooling van de groep CFE.

overige informatie

per 31 december
2011
(duizend
EUR)
Construct
ion
Vastgoed

ontwikkeling
en beheer
Multi
techn
ieken
Bagger
werken
en milieu
PPS- concess
ies
Holding en
eliminaties
Totaal
geconsol
ideerd
Afschrijvingen (13.690) (1.032) (3.429) (81.366) (480) (1.233) (101.230)
Investeringen (13.544) (7.423) (3.380) (185.900) (6.864) (5.029) (222.140)
Waardeverminderingen 0 0 0 (120) 0 0 (120)
2010
EUR)
Construct
ion
Vastgoed

ontwikkeling
en beheer
Multi
techn
ieken
Bagger
werken
en milieu
PPS- concess
ies
Holding en
eliminaties
Totaal
geconsol
ideerd
per 31 december
(duizend
Afschrijvingen
(10.682) (255) (3.315) (76.660) (6.145) (1.168) (98.225)
Investeringen (10.204) (8.765) (2.162) (204.386) (6.680) (2.634) (234.831)

geografische segmenten

De activiteiten van de groep CFE, zonder DEME, bevinden zich voornamelijk in de Benelux en Centraal-

Europa.

De materiële vaste activa van de groep CFE, zonder DEME, bevinden zich voornamelijk in België en het Groothertogdom Luxemburg. Bij DEME waar de activiteit voornamelijk wordt uitgeoefend door de vloot welke zich in verschillende maatschappijen bevindt, stemt de juridische lokalisatie van de vloot niet overeen met de plaats waar de activiteit plaatsvindt. Bijgevolg werd er geopteerd om geen detail te geven van de materiële vaste activa per geografisch segment, opgesplitst per vennootschap. Een voorstelling die de geografische sector weergeeft waar de reële activiteit plaatsvindt, is praktisch niet

haalbaar.

5. VERWERVING EN VERKOPEN VAN DOCHTERONDERNEMINGEN

verwerving voor het boekjaar 2011

Op 14 oktober 2011, heeft de groep CFE de volledige aandelen verworven van de ondernemingen l'Entreprise de Travaux d'Electricité et de Canalisations SA (« ETEC ») en Société de Gestion de Chantiers SA (« SOGECH ») voor een aankoopprijs van 1.000 duizend EUR. Deze bedrijven gevestigd in Manage (Henegouwen) stellen 20 bedienden en kaderleden, en 160 arbeiders te werk. Zij zijn gespecialiseerd in openbare verlichting en plaatsen van ondergrondse netwerken.

De niet toegewezen goodwill van 862 duizend EUR wordt gerechtvaardigd door het feit dat de groep CFE het toepassingsgebied verbreedt van zijn pool multitechnieken en een voet aan de grond krijgt in de sector van de openbare verlichting door de versterking van haar activiteiten ondergrondse netwerken. Deze bedrijven worden geconsolideerd volgens de globale methode.

De eerste administratieve verwerking van de periode werd voorlopig vastgesteld. Bijgevolg, kan de reële waarde toegekend aan de activa en passiva nog worden gewijzigd binnen de 12 maanden na de datum van verwerving.

In de veronderstelling dat de hierboven beschreven bedrijfscombinaties zich hadden voorgedaan op 1 januari 2011, zou de impact op de omzet 16.326 duizend EUR en op de nettoresultaat (587) duizend EUR zijn geweest. Deze entiteiten hebben voor (28) duizend EUR bijgedragen aan het resultaat in 2011.

Reële waarde van activa en passiva van filialen verworven tijdens het jaar

(duizend
EUR)
Reële waarde
Immateri
ële vaste
activa
2
Materiële vaste
activa
2.619
Andere
niet-courante
activa
19
Voorraden 1.945
Handels
- en overige
vorderingen
uit operationele
activiteiten
4.236
Andere
courante
activa
1.526
Niet-courante
verplichtingen
(2.288)
Courante
voorzieningen
(264)
Handelsschulden
en andere
verplichtingen
voortvloeiend
uit operationele
activiteiten
(4.753)
Courante
verplichtingen
(2.804)
Andere
courante
passiva
(695)
Geldmiddelen
en kasequivalenten
595
Reële waarde
van activa en passiva
138
Overnamepr
ijs
1.000
Goodwill 862
Betaalde
overnameprijs
(1.000)
Geldmiddelen
en kasequivalenten
verworven
595
Liquiditeitsstroom (405)

De boekwaarde verschilt niet noemenswaardig van de reële waarde.

Overnames van dochterondernemingen gerealiseerd tijdens de eerste helft van 2011 zijn beschreven in de rubriek "vooraf" hierboven.

De acquisities gerealiseerd in de pool vastgoedontwikkeling en beheer zijn geen bedrijfscombinaties en daarom is de volledige betaalde prijs toegekend aan terreinen en gebouwen in voorraad.

Daarnaast heeft de joint venture DEME bedrijfscombinaties gerealiseerd door controle te verwerven in de bedrijven Soyo Dragagem, Geowind, Geowind Holding en DI Bulgaria, door gezamelijke controle in de bedrijven Terranova NV, MSB NV en HGO InfraSea Solutions, en het verwerven van een significante invloed in het bedrijf Otary RS NV.

verwervingen na balansdatum

CFE heeft op 22 februari 2012 de onderneming Remacom NV overgenomen. Dit bedrijf uit het Gentse is gespecialiseerd in de aanleg van treinsporen. Remacom behaalde tijdens de laatste boekjaren een

gemiddelde omzet van 4 miljoen euro. signalisatie.

Dankzij deze acquisitie breidt CFE haar activiteiten uit op spoorwegvlak. Tot de groep behoren ook Engema en Louis Stevens & Co, filialen die gespecialiseerd zijn in elektrificatie (bovenleidingen) en

verkopen voor het boekjaar 2011

Verkopen van dochterondernemingen die deel uit maken van de pool vastgoedontwikkeling en beheer werden hier boeven vermeld in de transacties in 2011 en worden geboekt als verkopen van voorraden.

TOTAAL RESULTAAt

6. OPBRENGSTEN UIT AANVERWANTE ACTIVITEITEN EN ANDERE OPERATIONELE KOSTEN

De opbrengsten uit aanverwante activiteiten bedragen 72.078 duizend EUR (2010: 50.994 duizend EUR) en omvatten meerwaarden op vaste activa voor 4.065 duizend EUR (2010: 2.349 duizend EUR), alsook ontvangen huurgelden, doorrekeningen van kosten en andere diverse vergoedingen voor 68.013 duizend EUR (2010: 48.644 duizend EUR). Deze rubriek stijgt met bijna 41% ten opzichte van vorig jaar.

De andere operationele kosten worden als volgt voorgesteld:

(duizend
EUR)
2011 2010
Diensten
en diverse
goederen
(264.443) (241.288)
Waardeverminderingen
activa
- Voorraden 248 (857)
- Handelsvorderingen 2.173 (1.188)
Toevoeging
aan de voorzieningen
(301) 1.234
Andere
operationele
kosten
(6.213) (1.313)
Totaal
geconsol
ideerd
(268.536) (243.412)

7. BEZOLDIGINGEN, SOCIALE LASTEN EN PENSIOENEN

(duizend
EUR)
2011 2010
Bezoldigingen (233.830) (228.653)
Verplichte
sociale
zekerheidsbijdragen
(65.900) (64.441)
Overige
personeelskosten
(15.481) (15.138)
Bijdragen
pensioenplannen
(toegezegde
bijdrageregeling
)
(40) (39)
Schuldtoename
pensioenplannen
(toegezegd
pensioenregeling
)
(2.675) (2.121)
Totaal
geconsol
ideerd
(317.926) (310.392)

Het gemiddeld aantal voltijdse equivalenten voor 2011 bedraagt 5.442 (2010 : 5.120).

Op 1 januari 2011 bedroeg het aantal voltijdse equivalenten 5.224 en dit aantal bedraagt 5.731 op 31 december 2011.

8. ANDERE FINANCIËLE OPBRENGSTEN EN KOSTEN

(duizend
EUR)
2011 2010
Aanpassingen
aan reële waarde
(622) (679)
Winst/(verlies
) gerealiseerde
en niet-gerealiseerde
wisselresultaten
1.935 (3.553)
Ontvangen
dividenden
van niet-geconsolideerde
ondernemingen
0 0
Andere
financi
ële kosten
en opbrengsten
(5.044) (835)
Totaal
geconsol
ideerd
(3.731) (5.067)

De evolutie van de rubriek winst/(verlies) gerealiseerde en niet gerealiseerde wisselresultaten gedurende 2011 in vergelijking met 2010 wordt voornamelijk verklaard door de wisselkoersevolutie van de EUR ten opzichte van andere functionele valuta bij filialen bij DEME.

9. MINDERHEIDSBELANGEN

Per 31 december 2011 bedraagt het aandeel van de minderheidsbelangen in het resultaat van het boekjaar (2.071) duizend EUR (2010: 2.118 duizend EUR) en heeft voornamelijk betrekking op DEME groep voor (1.437) duizend EUR en op Terryn Groep voor (836) duizend EUR.

10. BELASTINGEN

OPGENoMEN IN DE RESULTATENREKenING
(duizend
EUR)
2011 2010
Belastingen
op het resultaat
Belastingslast
in het huidig
boekjaar
11.571 17.942
Overschot
/(tekort
) voorziening
vorige
jaren
11 0
Totaal
belast
ingslast
11.582 17.942
Uitgestelde
belastingen
Opname
en terugname
van tijdelijke
verschillen
956 (2.101)
Aangewende
verliezen
van vorige
boekjaren
539 296
Uitgestelde
belastingen
op verliezen
huidig
boekjaar
(21) 0
Uitgestelde
belastingen
op definitief
belaste
inkomsten
0 0
Totaal
uitgestelde
belast
ingskosten
/(opbrengsten
)
1.474 (1.805)
Totaal
belast
ingslast
in de resultatenre
kening
13.056 19.747
RECONCILIATIE VAN HET EFFECTIEF BELASTINGSTARIEF
(duizend
EUR)
2011 2010
Winst vóór belast
ingen
69.198 85.184
Belastingen
berekend aan het tarief van 33,99%
23.520 28.954
Fiscaal
niet-aftrekbare
uitgaven
1.997 2.110
Fiscale
impact
van niet belastbare
opbrengsten
(1.184) (507)
Belastingkrediet
en impact
van de notionele
interest
(10.433) (12.013)
Andere
belastbare
opbrengsten
1.355 1.129
Effect
van verschillende
belastingtarieven
van entiteiten
in andere
rechtsgebieden
(4.740) (1.894)
Effect
van het gebruik
van fiscale
verliezen
niet
opgenomen
in
voorgaande
periodes
(3.992) (3.999)
Fiscale
impact
van correcties
in uitgestelde
en actuele
belastingen
mbt
voorgaande
periodes
(1.095) (1.112)
Fiscale
impact
niet erkenning
uitgestelde
actieve
belastinglatentie
op
verliezen
van het jaar
7.628 7.086
Belastingslast
en het effect
ieve belast
ingtar
ief van het boekjaar
13.056 19.754

De belastingslast bedraagt 13.056 duizend EUR per 31 december 2011 tegen 19.754 duizend EUR einde 2010. Het effectief belastingstarief is 18,9% tegen 23,2% per 31 december 2010.

Bovendien is dit percentage lager dan het theoretische tarief van 33,99% (tarief van de vennootschapsbelasting in België), voornamelijk als gevolg van de lagere belastingstarieven op de resultaten van bepaalde dochterondernemingen in het buitenland en het gebruik van eerder niet erkende verliezen.

GEBOEKTE LATENTE BELASTINGEN actief passief
(duizend
EUR)
2011 2010 2011 2010
Immateri
ële vaste
activa
223 333 (34.568) (30.747)
Personeelsbeloningen 4.447 4.417 (38) (38)
Voorzieningen 53 232 (9.775) (6.874)
Reële waarde
afgeleide
instrumenten
4.715 500 0 0
Overige
elementen
45.365 38.913 (40.152) (30.615)
Fiscale
verliezen
64.745 59.700 0 0
Bruto uitgestelde
belast
ingen
actief/passief
119.548 104.095 (84.533) (68.274)
Waardevermindering
op fiscaal
overdraagbare
verliezen
(36.233) (36.722) 0 0
Belastingscompensatie (71.903) (60.340) 71.903 60.340
Netto te ontvangen
/(te betalen
) uitgestelde
belast
ing
11.412 7.033 (12.630) (7.934)

Aftrekbare belastingsverliezen en andere tijdelijke verschillen, waarop geen actieve uitgestelde belasting is geboekt, hebben een waardevermindering op uitgestelde belasting actief tot stand gebracht

voor 36.233 duizend EUR.

tijdelijke verschillen of fiscale verliezen waarop geen actieve uitgestelde

belastingen geboekt zijn

Er werden geen uitgestelde belastingen geboekt in de gevallen waarbij het onwaarschijnlijk is dat er voldoende belastbare winst beschikbaar zal zijn om de fiscale verliezen te kunnen recupereren.

uitgestelde belastingsopbrengsten (kosten) rechtstreeks verwerkt in het

eigen vermogen

(duizend
EUR)
2011 2010
Uitgestelde
belastingen
op het effectief
gedeelte
van de wijzigingen
in
reële waarde
van de cashflow
hedges
5.785 501
Totaal 5.785 501

11. RESULTAAT PER AANDEEL

Het basisresultaat per aandeel is identiek aan het verwaterd resultaat per aandeel, wegens de afwezigheid van potentiële gewone aandelen met verwateringeffect in omloop. Hij wordt als volgt berekend:

(duizend
EUR)
2011 2010
Nettoresultaat
toe te rekenen
aan de aandeelhouder
59.081 63.296
Aantal
gewone
aandelen
op afsluitingsdatum
13.092.260 13.092.260
Gewogen
gemiddelde
van het aantal
gewone
aandelen
13.092.260 13.092.260
Netto basisresultaat
(verwaterd
) per aandeel
(EUR)
4,51 4,83

BALANS

12. IMMATERIELE VASTE ACTIVA ANDER DAN GOODWILL

Aanschaff
ingswaarde
Afschr
ijvingen
en bijzondere
waardeverm
inderingen
Boekjaar 2011
(duizend
EUR)
Brevetten
en
licenties
Ontwikkelings

kosten
Totaal
Aanschaff
ingswaarde
Saldo op het einde
van het vorige
boekjaar
12.263 1.388 13.651
Netto wisselkoersverschillen 56 0 56
Verwervingen
door
middel
van bedrijfscombinaties
19 0 19
Aankopen 3.875 143 4.018
Verkopen
/Buitengebruikstellingen
(134) (2) (136)
Overdracht
naar andere
activacategorie
ën
0 (1.084) (1.084)
Wijzigingen
in de consolidatiekring
0 0 0
Saldo op het einde van het boekjaar 16.079 445 16.524
Afschr
ijvingen
en bijzondere
waardeverm
inderingen
Saldo op het einde
van het vorige
boekjaar
(4.607) (292) (4.899)
Netto wisselkoersverschillen 6 0 6
Afschrijvingen (1.867) (6) (1.873)
Bijzondere
waardeverminderingen
0 0 0
Verwervingen
door
middel
van bedrijfscombinaties
(13) 0 (13)
Verkopen
/Buitengebruikstellingen
91 2 93
Overdracht
naar andere
activacategorie
ën
0 1 1
Wijzigingen
in de consolidatiekring
0 0 0
Saldo op het einde van het boekjaar (6.390) (295) (6.685)
Netto boekwaarde
Per 1 januar
i 2011
7.656 1.096 8.752
Per 31 december
2011
9.689 150 9.839
Boekjaar 2010
(duizend
EUR)
Brevetten
en
licenties
Ontwikkelings

kosten
Totaal
Aanschaff
ingswaarde
Saldo op het einde
van het vorige
boekjaar
9.833 1.192 11.025
Netto wisselkoersverschillen 169 61 230
Verwervingen
door
middel
van bedrijfscombinaties
191 0 191
Aankopen 3.891 276 4.167
Verkopen
/Buitengebruikstellingen
(1.822) (141) (1.963)
Overdracht
naar andere
activacategorie
ën
2 0 2
Wijzigingen
in de consolidatiekring
(1) 0 (1)
Saldo op het einde van het boekjaar 12.263 1.388 13.651
Afschr
ijvingen
en bijzondere
waardeverm
inderingen
Saldo op het einde
van het vorige
boekjaar
(3.711) (401) (4.112)
Netto wisselkoersverschillen (18) 0 (18)
Afschrijvingen (933) (10) (943)
Verwervingen
door
middel
van bedrijfscombinaties
(124) 0 (124)
Bijzondere
waardeverminderingen
0 0 0
Verkopen
/Buitengebruikstellingen
180 119 299
Overdracht
naar andere
activacategorie
ën
(2) 0 (2)
Wijzigingen
in de consolidatiekring
1 0 1
Saldo op het einde van het boekjaar (4.607) (292) (4.899)
Per 31 december
2010
7.656 1.096 8.752
Per 1 januar
i 2010
6.122 790 6.913
Netto boekwaarde

De totale aankopen van immateriële vaste activa bedraagt 4.018 duizend EUR en omvat voornamelijk software licenties en concessierechten. De geboekte afschrijvingen op immateriële vaste activa zijn opgenomen in de rubriek 'Afschrijvingen' van de geconsolideerde staat van het totaal resultaat en bedragen 1.873 duizend EUR.

Alle immateriële vaste activa welke voldoen aan de definitie van IAS 38 - Immateriële vaste activa werden erkend in de mate dat toekomstige economische voordelen waarschijnlijk zijn.

13. goodwill

Aanschaffingswaarde

(duizend
EUR)
2011 2010
Aanschaff
ingswaarde
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 33.585 31.483
Verwervingen
door
middel
van bedrijfscombinaties
890 0-
Verkopen (58) 0
Overige
wijzigingen
0 2.102
Saldo op het einde van het boekjaar 34.417 33.585
Bijzondere
waardeverm
inderingen
0 0
Saldo op het einde van het vorige boekjaar (5.692) (5.692)
Bijzondere
waardeverminderingen
-
Saldo op het einde van het boekjaar (5.692) (5.692)
Netto boekwaarde
Per 31 december 28.725 27.893

De niet toegewezen goodwill ontstaat uit de gerealiseerde bedrijfscombinaties bij de groep CFE en DEME. Het betreft de goodwill tot de verwerving van de bedrijven ETEC en SOGECH (862 duizend EUR), en de bijbehorende subconsolidatie groep DEME (28 duizend EUR).

Daarnaast zijn alle aandelen van het Administratief en Maritiem Centrum Antwerpen NV (AMCA) verkocht tijdens 2011. De betreffende goodwill (58 duizend EUR) zijn opgenomen in de rubriek verkopen.

Volgens de norm IAS 36 – Bijzondere waardevermindering van activa, vormden deze goodwill de basis van de tests van de bijzondere waardeverminderingen op 31 december 2011. De volgende hypothesen werden weerhouden in de waarderingstest:

Activiteit Netto goodwill Parameters
gebruikt
in het model
met toekomstige
kasstromen
Afwaardering
van het
boekjaar
2011 2010 Groeipercentage Groeipercentage
(eindwaarde
)
Disconteringsvoet Sensibiliteitvoet
Druart 1.292 1.292 0% 0% 9,62% 5% -
Stevens 2.682 2.682 0% 0% 9,62% 5% -
VMA 11.115 11.115 0% 0% 9,62% 5% -
EVDM 1.660 1.660 0% 0% 9,62% 5% -
Amart 911 911 0% 0% 9,62% 5% -
ETEC 862 0 0% 0% 9,62% 5% -
Andere 234 292 0% 0% 9,62% 5% -
Subconsolidatie
DEME
9.969 9.941 0% 0% 9,62% 5% -
Totaal 28.725 27.893

Kasstromen gebruikt in de waardeverminderingstest werden afgeleid uit de drie jaar begrotingen voorgelegd aan het Directie comité. Uit voorzichtigheid werd er geen groeivoet toegepast in de volgende jaren, noch in de berekening van de eindwaarde.

Een sensibiliteitsanalyse werd uitgevoerd door het variëren van de kasstromen en de WACC met 5%. Aangezien de waarde van de entiteiten telkens hoger was dan hun boekwaarde, inclusief goodwill, werd er geen waardevermindering vastgesteld.

DEME, een joint venture, 50% eigendom van de groep CFE, wordt beschouwd als een kasstroomgenererende eenheid. Er werd hierbij geen waardevermindering geïdentificeerd. DEME voert ook waardeverminderingstest uit op zijn niveau. Die analyse heeft geen elementen naar voor gebracht die aanleiding zouden geven tot een waardevermindering.

14. MATERIËLE VASTE ACTIVA

Boekjaar 2011
(duizend
EUR)
Terreinen
en
gebouwen
Installaties
,
machines
en
uitrusting
Meubilair
en rollend
materieel
Overige
materi
ële
vaste
activa
Activa
in
aanbouw
Totaal
Aanschaff
ingswaarde
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 55.803 1.089.104 40.786 0 209.251 1.394.944
Netto wisselkoersverschillen (73) 1.594 (114) 0 22 1.429
Verwervingen
door
middel
van
bedrijfscombinaties
1.321 3.785 7.555 0 41.631 54.292
Aankopen 15.296 63.372 4.963 0 129.937 213.568
Overdracht
naar andere
activacategorie
ën
721 239.114 (406) 0 (239.765) (336)
Verkopen (652) (70.308) (3.810) 0 (5.172) (79.942)
Wijzigingen
in de consolidatiekring
0 0 0 0 0 0
Saldo op het einde van het boekjaar 72.416 1.326.661 48.974 0 135.904 1.583.955
Afschr
ijvingen
en bijzondere
waardeverm
inderingen
Saldo op het einde
van het vorige
boekjaar
(21.250) (589.094) (32.395) 0 (1.735) (644.474)
Netto wisselkoersverschillen (3) (412) 79 0 14 (322)
Afschrijvingen
verworven
door
middel
van
bedrijfscombinaties
(1.170) (2.846) (6.002) 0 0 (10.018)
Afschrijvingen (2.551) (92.714) (3.785) 0 369 (98.681)
Overdracht
naar andere
activacategorie
ën
154 707 301 0 14 1.176
Verkopen 274 64.238 3.377 0 93 67.982
Wijzigingen
in de consolidatiekring
0 0 0 0 0 0
Saldo op het einde van het boekjaar (24.546) (620.121) (38.425) 0 (1.245) (684.337)
Netto boekwaarde
Per 1 januar
i 2011
34.553 500.010 8.391 0 207.516 750.470
Per 31 december
2011
47.870 706.540 10.549 0 134.659 899.618

Per 31 december 2011 bedragen de aankopen van materiële vaste activa 213.568 duizend EUR en hebben voornamelijk betrekking op DEME (185.528 duizend EUR, hetzij 87% van het totaal van de investeringen). Deze kaderen in de uitvoering van het meerjaren investeringsplan waarvan de reeds gecontracteerde toekomstige investeringen 435 miljoen EUR (deel CFE, of 50%) bedragen. De investeringen per einde 2011 zijn verlaagd met 5.530 duizend EUR en dit voornamelijk bij DEME.

De afschrijvingen op materiële vaste activa per 31 december 2011 bedragen 98.681 duizend EUR (2010:

90.862 duizend EUR).

De materiële vast activa die een garantie voor bepaalde leningen vormen, bedragen 274.418 duizend EUR (2010: 302.713 duizend EUR)

Boekjaar 2010
(duizend
EUR)
Terreinen
en
gebouwen
Installaties
,
machines
en
uitrusting
Meubilair
en rollend
materieel
Overige
materi
ële vaste
activa
Activa
in
aanbouw
Totaal
Aanschaff
ingswaarde
Saldo op het einde
van het vorige
boekjaar
37.326 992.169 44.988 0 121.247 1.195.730
Netto wisselkoersverschillen 266 5.433 249 0 4 5.952
Verwervingen
door
middel
van
bedrijfscombinaties
10.855 10.802 212 0 0 21.869
Aankopen 4.520 77.714 4.147 0 132.717 219.098
Overdracht
naar andere
activacategorie
ën
6.900 42.848 (2.509) 0 (43.457) 3.782
Verkopen
/Buitengebruikstellingen
(4.064) (57.373) (6.481) 0 (1.283) (69.201)
Wijzigingen
in de consolidatiekring
0 17.511 180 0 23 17.714
Saldo op het einde van het boekjaar 55.803 1.089.104 40.786 0 209.251 1.394.944
Afschr
ijvingen
en bijzondere
waardeverm
inderingen
0
Saldo op het einde
van het vorige
boekjaar
(20.489) (539.063) (35.320) 0 0 (594.872)
Netto wisselkoersverschillen (74) (2.654) (166) 0 16 (2.878)
Afschrijvingen
verworven
door
middel
van
bedrijfscombinaties
(205) (128) (187) 0 0 (520)
Afschrijvingen (1.530) (85.434) (3.897) 0 (90.862)
Waardeverminderingen (1.751) (1.751)
Overdracht
naar andere
activacategorie
ën
46 (1.612) 1.266 0 0 (300)
Verkopen
/Buitengebruikstellingen
1.002 55.686 6.063 0 0 62.751
Wijzigingen
in de consolidatiekring
0 (15.889) (154) 0 0 (16.043)
Saldo op het einde van het boekjaar (21.250) (589.094) (32.395) 0 (1.735) (644.474)
Netto boekwaarde
Per 1 januar
i 2010
16.837 453.106 9.668 0 121.247 600.858
Per 31 december
2010
34.553 500.010 8.391 0 207.516 750.470

15. VASTGOEDBELEGGINGEN

ETTO ROEKWAADDE OD 1
(duizend
EUR)
Aanschaffings

waarde
Afschrijvingen Netto
boekwaarde
Netto boekwaarde
op 1 januar
i 2011
21.998 (11.321) 10.677
Netto wisselkoersverschillen (328) 17 (311)
Afschrijvingen (822) (822)
Aankopen 4.554 4.554
Verkopen (2.443) 155 (2.288)
Overdracht
tussen
vastgoedbeleggingen
, vastgoed
in
voorraad
, en vastgoed
gebruikt
door
de eigenaar
(3.555) (1.188) (4.743)
Netto boekwaarde
op 31 december
2011
20.226 (13.159) 7.067

Op 31 december 2011 bedraagt de boekwaarde van de vastgoedbeleggingen op de balans 7.067 duizend EUR (2010: 10.677 duizend EUR). De geschatte marktwaarde is gelijk aan de boekwaarde, of 7.067 duizend EUR (2010: 10.677 duizend EUR).

De vastgoedbeleggingen worden afgeschreven conform dezelfde regels als de materiële vaste activa.

(duizend
EUR)
Aanschaffings

waarde
Afschrijvingen Netto
boekwaarde
Netto boekwaarde
op 1 januar
i 2010
20.026 (6.720) 13.306
Netto wisselkoersverschillen (123) 3 (120)
Afschrijvingen (617) (617)
Waardeverminderingen (4.051) (4.051)
Aankopen 11.567 11.567
Verkopen (1.355) 47 (1.308)
Overdracht
tussen
vastgoedbeleggingen
, vastgoed
in
voorraad
, en vastgoed
gebruikt
door
de eigenaar
(8.117) 17 (8.100)
Netto boekwaarde
op 31 december
2010
21.998 (11.321) 10.677

16. INVESTERINGEN IN ONDERNEMINGEN GECONSOLIDEERD VOLGENS DE VERMOGENSMUTATIEMETHODE EN GEZAMENLIJK GECONTROLEERD

ondernemingen geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode

Het aandeel in de ondernemingen geconsolideerd wordt als volgt weergegeven:

(duizend
EUR)
2011 2010
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 14.100 8.432
Wijziging
in boekhoudingprincipes
0 0
Herwerkt saldo
van het vorige boekjaar
14.100 8.432
Aankopen
en overdrachten
589 6.729
Aandeel
in het resultaat
na belastingen
en minderheidsbelangen
868 (23)
Kapitaalvermindering (248) (977)
Dividenden (181) 0
Waardeverminderingen 0 (61)
Saldo op het einde van het boekjaar 15.128 14.100
Goodwill opgenomen
in de deelnem
ing in ondernem
ingen
geconsol
ideerd
volgens
de vermogensmutat
ie methode
61 65

Alle entiteiten waarin de groep CFE een betekenisvolle invloed heeft, zijn boekhoudkundig verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode. De groep CFE beschikt niet over ondernemingen geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode welke op een publieke markt zijn genoteerd.

De lijst van de belangrijkste deelnemingen is opgenomen in toelichting 35.

Het bedrag opgenomen in de rubriek "aankopen en overdrachten" is tengevolge van een nieuwe geassocieerde maatschappij uit de DEME groep.

De samengevoegde financiële staten van deze entiteiten zien er als volgt uit:

(duizend
EUR)
2011 2010
Totale
activa
1.546.533 964.589
Totale
verplichtingen
1.594.287 918.787
Netto actief (47.754) 45.802
Aandeel
van CFE in het netto
actief
(12.957) 4.206
Opbrengsten 401.097 347.739
Netto resultaat
van het boekjaar
1.951 (1.529)
Aandeel
in de netto
resultaat
van het boekjaar
868 (23)

Zoals vermeld in de voornaamste boekhoudprincipes, wanneer het aandeel van CFE in het verlies de boekwaarde van de onderneming geconsolideerd overschrijdt, wordt de boekwaarde herleid tot nul en worden verdere verliezen niet meer in rekening gebracht, uitgezonderd in de mate waarin de groep verplichtingen heeft aangegaan met betrekking tot deze onderneming.

gezamenlijk gecontroleerde ondernemingen

De groep CFE rapporteert zijn belangen in de gezamenlijk gecontroleerde ondernemingen (met inbegrip van tijdelijke handelsvennootschappen) gebruik makend van de lijn per lijn rapportering van de proportionele consolidatiemethode.

De gecumuleerde belangen van de groep CFE in joint ventures in zijn geconsolideerde financiële staten

verhouden zich als volgt:

(duizend
EUR)
2011 2010
Vaste activa 795.148 657.743
Vlottende
activa
515.795 488.561
Niet-courante
verplichtingen
665.300 606.602
Kortlopende
verplichtingen
645.643 539.702
Opbrengsten
uit operat
ionele
activiteiten
1.128.694 1.222.614
Kosten
uit operat
ionele
activiteiten
(1.012.358) (1.078.342)

De meest betekenisvolle gezamenlijk gecontroleerde entiteiten zijn gedetailleerd in toelichting 35. Eigen vermogen van deze entiteiten worden in de rubriek 'totaal niet-courante passiva' opgenomen en bedragen 286.232 duizend EUR. Bovendien heeft de groep CFE voor de uitvoering van bepaalde werven samen met partners tijdelijke handelsvennootschappen opgericht. De meest betekenisvolle zijn THV Dialink, THV Locobouw, Coentunnel Construction VOF en Combinatie Crommelijn VOF.

17. ANDERE NIET-COURANTE FINANCIËLE ACTIVA

De andere niet-courante financiële activa bedragen 30.631 duizend EUR per 31 december 2011 (2010: 25.324 duizend EUR). De andere niet-courante financiële activa omvatten het niet-geëlimineerde deel van de achtergestelde leningen verstrekt in projecten (29.237 duizend EUR) en de participaties beschikbaar voor verkoop (1.394 duizend EUR).

(duizend
EUR)
2011 2010
Saldo op het einde van het vorige boekjaar 25.324 14.824
Wijziging
in de consolidatiemethode
(1.090) 0
Aankopen 11.361 12.436
Verkopen
en overdrachten
(4.808) (1.951)
Waardeverminderingen (139) 5
Wijzigingen
in consolidatiekring
0 15
Netto wisselkoersverschillen (17) (5)
Saldo op het einde van het boekjaar 30.631 25.324

Het saldo van andere niet-courante financiële activa is toegenomen in vergelijking met december 2010 (+5.307 duizend EUR). Dit weerspiegelt voornamelijk een netto toename van de overige niet-courante financiële activa in de pool vastgoedontwikkeling en –beheer.

De groep CFE bezit geen investeringen beschikbaar voor verkoop welke genoteerd zijn op de publieke markt. Voor niet genoteerde investeringen, wordt de reële waarde beschouwd als gelijk aan de

aanschaffingswaarde.

18. ANDERE NIET-COURANTE ACTIVA

Per 31 december 2011 bedragen de andere niet-courante activa 10.923 duizend EUR en omvatten nietcourante vorderingen die als volgt zijn samengesteld:

(duizend
EUR)
2011 2010
Lange termijnvordering
- Forem
1.312 1.890
Niet-courante
vordering
– rekening
courant
DEME
2.213 2.745
Andere
niet-courante
activa
(inbegrepen
bankdeposito
's garanties
)
7.398 5.224
Totaal
geconsol
ideerd
10.923 9.859

19. ONDERHANDEN PROJECTEN IN OPDRACHT VAN DERDEN

Het bedrag van de opgelopen kosten verhoogt met de geboekte winsten en verminderd met de geboekte verliezen alsook de tussentijdse facturatie is bepaald werf per werf. Het netto bedrag van klanten of schulden aan klanten wordt bepaald voor contract per contract door het verschil tussen deze twee posities.

(duizend
EUR)
2011 2010 2009
Gegevens
uit de balans
Ontvangen
en betaalde
voorschotten
(47.298) (58.685) (63.021)
Onderhanden
projecten
in opdracht
van derden
, activa
77.299 44.939 50.221
Onderhanden
projecten
in opdracht
van derden
, passiva
(58.834) (30.295) (25.971)
Onderhanden
projecten
in opdracht
van derden
, netto
bedrag
18.465 14.643 24.251
Gecumuleerde
geboekte
winsten
en verliezen
uit
onderhanden
werken
Gecumuleerde
kosten
met toename
van de geboekte
winsten
en
afname
van de geboekte
verliezen
2.597.186 2.009.678 1.382.705
Min tussentijdse
facturatie
(2.578.721) (1.995.035) (1.358.454)
Onderhanden
projecten
in opdracht
van derden
, netto
bedrag
18.465 14.643 24.251

Het positieve verschil tussen de gecumuleerde kosten uit onderhanden werken, de geboekte winsten en verliezen op de tussentijdse facturatie omvatten het nog niet gefactureerde deel van de contracten weergegeven in de rubrieken "Handels & overige vorderingen uit operationele activiteiten" en " overige courante activa" op de balans.

Het positieve verschil tussen de tussentijdse facturatie en de gecumuleerde kosten uit onderhanden werken en de geboekte winsten en verliezen omvatten het nog niet gefactureerde deel van de contractkosten weergegeven in de rubrieken "Handelsschulden en andere verplichtingen voortvloeiend uit operationele activiteiten" en "andere courante verplichtingen" op de balans.

De voorschotten zijn de bedragen gekregen door de ondernemer voordat de werken worden uitgevoerd.

De inhoudingen (mbt garantie) uitgevoerd door de klanten bedragen 5.190 duizend EUR en zijn opgenomen in de rubriek "Handels & overige vorderingen uit operationele activiteiten" en " overige courante activa". (zie toelichting 28.6).

20. VOORRADEN

Per 31 december 2011 bedragen de voorraden 158.850 duizend EUR (2010: 160.566 duizend EUR) en zijn

als volgt samengesteld:

(duizend
EUR)
2011 2010
Grond- en hulpstoffen 14.423 15.204
Waardeverminderingen
op voorraad
grond
– en hulpstoffen
(725) (725)
Gereed
product
en goederen
bestemd
voor
verkoop
148.071 149.254
Waarverminderingen
op voorraad
eindproducten
(2.919) (3.167)
voorraad 158.850 160.566

De evolutie van de rubriek "grond– en hulpstoffen" wordt enerzijds verklaard door de daling van de voorraden op de werven van de pool bouw, gedeeltelijk gecompenseerd door een stijging van de

voorraden van de pool baggerwerken en milieu.

Per 31 december 2011 werden geen waardeverminderingen op voorraad grond– en hulpstoffen geboekt.

De stabiliteit van de rubriek "Gereed product en goederen bestemd voor verkoop" wordt vooral door de productiecontinuïteit van de werven in vastgoedontwikkeling verklaard. De toename van de voorraad met betrekking tot de uitvoering van belangrijke vastgoedprojecten Château de Beggen, Brusilia en La Réserve Promotion wordt gecompenseerd door de daling van de voorraden als gevolg van het beëindigen

van de projecten Amca en South City Hotel.

Per 31 december 2011 werden 248 duizend EUR aan waardeverminderingen op "voorraden eindproducten" teruggenomen als gevolge van de uitvoering van projecten (zie toelichting 6).

21. HANDELS- EN OVERIGE VORDERINGEN EN SCHULDEN UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN

(duizend
EUR)
2011 2010
Handelsvorderingen 546.689 499.486
Min : provisie
voor
dubieuze
debiteuren
(7.038) (10.711)
Netto handelsvorderingen 539.651 488.775
Overige
courante
vorderingen
221.756 172.517
Totaal
geconsol
ideerd
761.407 661.292
Andere
courante
activa
60.242 28.978
Handels
- en overige
schulden
uit operationele
activiteiten
635.159 543.299
Andere
courante
verplichtingen
277.314 242.215
Totaal
geconsol
ideerd
912.473 785.514
Netto saldo
van de handels
- vorder
ingen
en schulden
(94.594) (95.244)

Wij verwijzen naar de toelichting 28 voor de analyse van het krediet risico.

22. GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN

(duizend
EUR)
2011 2010
Deposito
's op korte
termijn
71.952 78.140
Bank en kasmiddelen 136.395 97.378
Geldmiddelen
en kasequivalenten
208.347 175.518

De bank deposito's op korte termijn betreffen beleggingen bij financiële instellingen met een duurtijd van minder dan 3 maanden. De variabele vergoeding van deze beleggingen zijn voornamelijk gekoppeld aan de Euribor of de Eonia.

23. SUBSIDIES

De groep CFE heeft geen subsidies ontvangen in 2011.

24. PERSONEELSVOORDELEN

De groep CFE draagt bij tot pensioenplannen en brugpensioenplannen in verschillende landen waar de groep actief is. Deze beloningen worden verwerkt onder IAS 19 en worden beschouwd als voorzorgsplannen bij opruststelling. Per 31 december 2011 bedraagt de netto verplichting van de groep CFE voor de voorzorgsplannen bij opruststelling: 13.026 duizend EUR (2010: 14.100 duizend EUR).

Deze bedragen zijn weergegeven in de rubriek 'Personeelsvoordelen'. Deze rubriek omvat eveneens een provisie van 1.694 duizend EUR (2010: 3.684 duizend EUR) op niveau van de groep DEME voor betalingen in aandelen. Deze plannen worden beschouwd als 'cash based'.

Schulden met betrekking tot toegezegde pensioenregelingen en brugpensioenen

Contante waarde van toegekende pensioenrechten

Toegezegde pensioenregelingen Brugpensioenen Toegezegde pensioenregelingen Brugpensioenen (duizend EUR) 2011 2011 2010 2010 waartegenover beleggingen worden aangehouden (70.189) (59.695) Reële waarde van de pensioenfondsen 56.655 49.052 (13.532) (10.643) (1.716) (577) (1.569) (806) Contante waarde van de netto verplichtingen (15.248) (577) (12.212) (806)

Netto contante waarde van toegekende pensioenrechten waar tegenover beleggingen worden aangehouden

Contante waarde van toegekende pensioenrechten waar tegenover geen beleggingen worden aangehouden

Actuariële winst/(verlies) niet erkent 2.799 (1.082)

Netto activa/(passiva) geboekt in de balans (12.449) (577) (13.294) (806)

Schuld geboekt in de balans (12.449) (577) (13.294) (806)

Bewegingen in de netto schuld geboekt in de balans voor de toegezegde pensioenregelingen en

brugpensioenen

Toegezegde
pensioen
regelingen
Brug
pensioenen
Toegezegde
pensioen
regelingen
Brug
pensioenen
(duizend
EUR)
2011 2011 2010 2010
Netto vorder
ing/(schuld
) per 1 januar
i
(13.294) (806) (13.519) (847)
Fusie/aanschaffing
van plannen
(270)
Wijzigingen
in de consolidatiekring
Betaalde
bijdragen
3.700 367 4.862
Kosten
geboekt
in de resultatenrekening
(3.951) (138) (3.285) 41
Actuarieel
winst
/ (verlies
) niet herkend
1.096 (1.082)
Netto vorder
ing/(schuld
) per 31 december
(12.449) (577) (13.294) (806)

Wijzigingen in de consolidatiekring

Netto periodieke pensioenkost geboekt in de resultatenrekening

(duizend
EUR)
2011 2010
Toename
in contante
waarde
van toegekende
pensioenrechten
2.675 2.149
Intrestkost
met betrekking
tot pensioenverplichtingen
3.092 2.916
Verwachte
opbrengst
pensioenfondsen
(2.143) (1.864)
Actuari
ële winsten
/(verliezen
)
89 73
Overige 238 11
Totaal 3.951 3.285

De netto periodieke pensioenkost voor het boekjaar is opgenomen in de volgende rubrieken van de geconsolideerde staat van het totaal resultaat: 'Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen' en in het financieel resultaat.

De pensioenactiva omvatten geen specifieke financiële instrumenten van de groep CFE, noch een gebouw gebruikt door de groep CFE.

Bewegingen in de contante waarde van de toegezegde pensioenregelingen

(duizend
EUR)
2011 2010
Contante
waarde
van toegekende
pensioenrechten
op 1 januari
61.264 63.077
Kosten
van de diensten
2.675 2.149
Intrestkost
met betrekking
tot pensioenverplichtingen
3.092 2.916
Betaalde
bijdragen
(5.409) (4.862)
Actuari
ële winsten
/(verliezen
)
(1.114) (2.438)
Contributie
van medewerkers
696 422
Overdrachten
in/uit
10.701 0
Contante
waarde
van toege
kende pensioenrechten
op 31 december
71.905 61.264

Bewegingen in de reële waarde van de vorderingen van het plan

(duizend
EUR)
2011 2010
Reële waarde
van de vorderingen
op 1 januari
49.052 52.018
Verwacht
rendement
(84) 2.194
Bijdrage
van de werkgever
4.341 3.986
Bijdrage
van de werknemer
696 613
Betaalde
bijdragen
(5.409) (4.862)
Overdracht
in/uit
8.059 0
Actuari
ële winsten
/(verliezen
)
0 (4.897)
Reële waarde
van de vorder
ingen
op 31 december
56.655 49.052

Voornaamste actuariële veronderstellingen op balansdatum (uitgedrukt als gewogen gemiddelden)

2011 2010
Disconteringsvoet
per 31 december
5,00% 4,35%
Verwachte
opbrengst
fondsbeleggingen
per 31 december
4,00% 4,00%
Toekomstige
loonsverhogingen
3,70% < 60 jaar
en 2,20% > 60 jaar
3,40% < 60 jaar
en 1,90% > 60 jaar
Inflatie 2,20% 1,90%

De sensibiliteitsanalyse toont aan dat een stijging van de discontovoet met 25 basispunten, de contante waarde van toegekende pensioenrechten met 1,9% en de kosten van de diensten met 4,0% doet dalen.

Deze analyse toont aan dat een stijging van de inflatie met 25 basispunten, de contante waarde van de verplichtingen met 1,4% en de kosten van de diensten met 1,0% doet stijgen.

25. ANDERE VOORZIENINGEN DAN PERSONEELSVOORDELEN

Per 31 december bedragen deze voorzieningen 58.200 duizend EUR, een daling van 132 duizend EUR ten

opzichte van 2010 (58.332 duizend EUR).

(duizend
EUR)
Verliezen
einde
werf
Diensten
na
Andere
verkoop
courante
Andere
niet
courante
Totaal
Saldo op het einde van het vorige
boekjaar
17.817 9.458 17.512 13.545 58.332
Netto wisselkoersverschillen (111) (178) (153) (21) (463)
Overdrachten
naar
andere
rubrieken
0 0 1.461 (9.899) (8.438)
Voorzieningen
: toevoegingen
9.065 2.317 10.836 6.613 28.831
Voorzieningen
: bestedingen
(9.895) (1.480) (8.120) 1.362 (18.133)
Voorzieningen
: terugnemingen
(836) 0 (106) (987) (1.929)
Saldo
op het einde
van
het
boekjaar
16.040 10.117 21.430 10.613 58.200

waarvan: courante: 47.587 niet courante: 10.613

De voorziening voor verliezen einde werf is met 1.777 duizend EUR afgenomen en bedraagt 16.040 duizend EUR eind 2011. De voorzieningen voor verliezen einde werf worden in de boeken opgenomen wanneer de verwachte economische opbrengsten van deze contracten lager zijn dan de onvermijdelijke kosten welke voortvloeien uit de verplichtingen van deze contracten. De bestedingen van de verliezen einde werf zijn te wijten aan de uitvoering van desbetreffende contracten.

De voorziening voor na verkoop diensten is met 659 duizend EUR gestegen en bedraagt 10.117 duizend EUR eind 2011. De evolutie einde 2011 wordt verklaard door de toevoegingen en/of terugnemingen van voorzieningen geboekt in verband met tienjarige garanties.

De voorzieningen voor andere courante risico's verhogen met 3.918 duizend EUR en bedragen 21.430 duizend EUR eind 2011. Deze omvatten voorzieningen voor klantengeschillen (4.903 duizend EUR), voorzieningen voor uit te voeren werken (1.260 duizend EUR), voorzieningen voor sociale risico's (243 duizend EUR) alsook andere courante risico's (15.024 duizend EUR). Daar de onderhandelingen met de klanten nog lopen, kunnen we geen verdere informatie verstrekken betreffende de weerhouden assumpties, noch over het moment van waarschijnlijke kasuitgaven.

De andere niet-courante risico's omvatten de voorzieningen voor herstructurering en andere risico's niet verbonden met de operationele cyclus van de lopende werven.

26. MOGELIJKE ACTIVA EN PASSIVA

Volgens de beschikbare informatie hebben we geen kennis van niet uitgedrukte activa & passiva tussen de afsluitingsdatum en de datum waarop de financiële staten zijn goedgekeurd door de raad van bestuur behalve dat mogelijke activa en passiva gerelateerd aan onderhanden projecten in opdracht van derden (bijvoorbeeld de eisen van de groep ten opzichte van de klanten of de eisen van de toeleveranciers) wat normaal in de bouwsector is.

27. INFORMATIE BETREFFENDE NETTO FINANCIËLE SCHULD

27.1. De netto financiële schuld, zoals bepaald door de groep, analyseert zich als volgt:

31/12/2011 31/12/2010
Duizend
EUR
Niet
courante
Courante Totaal Niet
courante
Courante Totaal
Bankleningen
en andere
financi
ële schulden
(319.801) (62.718) (382.519) (216.283) (70.611) (286.894)
Opname
van kredietlijnen
(99.500) (9.500) (109.000) (49.851) - (49.851)
Leningen
mbt financi
ële leasing
(15.595) (4.257) (19.852) (17.969) (4.506) (22.475)
Totaal
van de langlopende
financiële schuld
(434.896) (76.475) (511.371) (284.103) (75.117) (359.220)
Financi
ële schuld
op korte
termijn
- (47.793) (47.793) - (64.547) (64.547)
Kasequivalenten - 71.952 71.952 - 78.140 78.140
Beschikbare
middelen
- 136.395 136.395 - 97.378 97.378
Totaal
van de kortlopende
netto
financiële schuld
(of besch
ikbare
middelen
)
- 160.554 160.554 - 110.971 110.971
Totaal
van de netto
financiële
schuld
(434.896) 84.079 (350.817) (284.103) 35.854 (248.249)
Financiële derivaten

Intrest
indekking
(14.764) (1.760) (16.524) (6.420) (1.711) (8.131)

Van de totale langlopende financiële schulden, maken 19,9 miljoen EUR niet het voorwerp van een onderpand of hypotheek.

27.2. Tijdschema van de financiële schulden

(Duizend
EUR)
Vervallen
binnen
het
jaar
Vervallen
tussen
1 en
2 jaar
Vervallen
tussen
2
en 3 jaar
Vervallen
tussen
3
en 5 jaar
Vervallen
tussen
5
en 10 jaar
Vervallen
meer dan
10 jaar
Totaal
Bankleningen
en
andere
financi
ële
schulden
(62.718) (99.319) (64.791) (104.089) (51.602) 0 (382.519)
Opname
van
kredietlijnen
(9.500) (49.000) (50.500) 0 0 0 (109.000)
Leningen
mbt
financi
ële leasing
(4.257) (3.970) (2.805) (3.192) (5.628) 0 (19.852)
Totaal
van de
langlopende
financiële schuld
(76.475) (152.289) (118.096) (107.281) (57.230) 0 (511.371)
Financi
ële schuld
op
korte
termijn
(47.793) - - - - - (47.793)
Kasequivalenten 71.952 - - - - - 71.952
Beschikbare
middelen
136.395 - - - - - 136.395
Totaal
van de
kortlopende
financiële netto
schuld
160.554 - - - - - 160.554
Totaal
van de
financiële netto
schuld
84.079 (152.289) (118.096) (107.281) (57.230) 0 (350.817)

financiële netto schuld

De huidige waarde van de verplichtingen betreffende leasingovereenkomsten bedraagt 4.257 duizend EUR (2010: 4.506 duizend EUR). Deze financiële leasingovereenkomsten betreffen hoofdzakelijk de groep DEME, het gebouw van de dochtermaatschappij Louis Stevens & Co NV en de gebouwen en machines bij groep Terryn en haar filialen.

27.3. Kredietlijnen en termijnbankleningen

De groep CFE (behalve DEME) beschikt op 31 december 2011 over saldo van een niet gebruikte kredietlijn ('gesyndiceerd krediet' ondertekend in april 2008) van 82 miljoen EUR waarvan 46 miljoen EUR werd getrokken eind 2011 die in april 2013 vervalt.

Bovendien beschikt de groep CFE op 31 december 2011 over bevestigde bankkredietlijnen tot middel termijn van 68 miljoen EUR waarvan 54,5 miljoen EUR getrokken eind 2011.

Betreffende de financiering van de bouw van de spoorweglijn tussen Zaventem en Antwerpen, heeft de groep CFE een 'revolver' kredietlijn van 40 miljoen EUR verkregen waarvan 8,5 miljoen EUR werd aangewend eind 2011.

De bankleningen en andere financiële schulden betreffen hoofdzakelijk DEME of kredieten van vastgoedprojecten en zijn zonder verhaal op CFE.

27.4. Financiële voorwaarden (convenants)

Het gesyndiceerd krediet bij het International Finance Center CFE en andere bilaterale kredieten zijn onderworpen aan welbepaalde voorwaarden (convenants) die rekening houden met onder andere de schuldpositie en de relatie tussen deze en het eigen vermogen, vaste activa en de gegenereerde cashflow. De voorwaarden (convenants) werden integraal gerespecteerd.

28. INFORMATIE BETREFFENDE HET BEHEER VAN DE FINANCIËLE RISICO'S

28.1. Intrestrisico

Het beheer van het intrestrisico wordt binnen de groep verzekerd door een onderscheid te maken tussen de concessies, de vastgoedontwikkeling en -beheer, de holding, de bouwactiviteiten, de multitechnieken en de baggerwerken (DEME).

Voor de concessies wordt het intrestrisico beheerd zowel op lange als op korte termijn; op lange termijn, namelijk het economische evenwicht van de concessie veiligstellen en optimaliseren en op korte termijn, de gemiddelde kosten van de schuld te optimaliseren. Om het renterisico in te dekken, gebruikt men rentevoetswaps (SWAP). Deze indekkinginstrumenten hebben zoveel mogelijk dezelfde nominale bedragen evenals dezelfde vervaldata dan de ingedekte schulden. Deze producten worden boekhoudkundig als kasstroomindekking (cashflow hedge) gekwalificeerd.

Betreffende baggerwerken, wordt de groep CFE, door zijn dochtermaatschappij DEME, geconfronteerd met belangrijke financieringen in verband met investering in baggertuigen. Het doel is een optimaal evenwicht te bekomen tussen de financieringskost en de volatiliteit van de financiële resultaten. Om het intrestrisico in te dekken, gebruikt DEME rentevoetswaps. Deze indekkinginstrumenten hebben in het algemeen dezelfde nominale bedragen alsmede in het algemeen dezelfde vervaldata dan de ingedekte schulden. Deze producten kunnen al dan niet boekhoudkundig als kasstroomindekking (cashflow hedge) worden gekwalificeerd.

De bouwactiviteiten en multitechnieken evenals deze van de holding worden door een overschot aan kasmiddelen gekenmerkt. Zij compenseren gedeeltelijk de verplichtingen binnen de vastgoedsector. Het beheer is grotendeels gecentraliseerd via een cash pooling.

Effectieve
gemiddelde
intrestvoet
vóór effect
van financi
ële derivaten
Vaste intrestvoet Variabele intrestvoet Totaal
Soort schulden Bedrag Aandeel Intrestvoet Bedrag Aandeel Intrestvoet Bedrag Aandeel Intrestvoet
Bankleningen
en andere
financi
schulden
ële 65.574 76,76% 4,40% 316.945 74,41% 3,01% 382.519 74,80% 3,25%
Opname
van kredietlijnen
- - - 109.000 25,59% 2,28% 109.000 21,32% 2,28%
Leningen
mbt financi
ële
leasingovereenkomsten
19.852 23,24% 4,51% - - - 19.852 3,88% 4,51%
Totaal 85.426 100% 4,43% 425.945 100% 2,82% 511.371 100% 3,09%
Effectieve
gemiddelde
intrestvoet na effect van financi ële derivaten
Vaste intrestvoet Variabele intrestvoet 'Caped' variabele intrestvoet
inflatie
+ Totaal
Soort schulden Bedrag Aandeel Intrest

voet
Bedrag Aandeel Intrest

voet
Bedrag Aandeel Intrest

voet
Bedrag Aandeel Intrest

voet
Bankleningen
en andere
financi
ële schulden
371.422 87,34% 4,23% 11.097 30,74% 2,44% - - - 382.519 74,80% 4,18%
Opname
van kredietlijnen
34.000 7,99% 2,74% 25.000 69,26% 2,74% 50.000 100% 2,02% 109.000 21,32% 2,41%
Leningen
mbt financi
ële
leasingovereenkomsten
19.852 4,67% 4,51% - - - - - - 19.852 3,88% 4,51%
Totaal 425.274 100% 4,12% 36.097 100% 2,65% 50.000 100% 2,02% 511.371 100% 3,81%

28.2. Sensibiliteit van het intrestrisico

De groep CFE wordt geconfronteerd met volatiliteitrisico van intresten op zijn resultaat rekening

houdend met:

  • de kasstromen van financiële instrumenten tegen variabele koers na indekking - financiële instrumenten tegen vaste koers, erkent tegen reële waarde in de balans via het resultaat; - derivaten die niet als indekking gekwalificeerd zijn.

Daarentegen wordt de wijziging in de reële waarde van derivaten als kasstroomindekking gekwalificeerd, niet in de resultatenrekening erkend, maar rechtstreeks in het eigen vermogen. De volgende analyse veronderstelt dat het bedrag van financiële schulden en derivaten op 31 december 2011 constant blijft gedurende een jaar. Een wijziging van de intrestvoeten met 50 basispunten op afsluitingsdatum zou bijgevolg een stijging of een vermindering van het eigen vermogen en het resultaat gekend hebben ter hoogte van de hieronder aangegeven bedragen. Met het oog op deze analyse, werden andere variabelen als constant beschouwd.

Niet-courante schulden (+ deze vervallende in het jaar) met variabele rente na indekking

31/12/2011
(duizend
EUR)
Resultaat Eigen vermogen
Impact
van
sensibiliteits

berekening
+50bp
Impact
van
sensibiliteits

berekening
-50bp
Impact
van
sensibiliteits

berekening
+50bp
Impact
van
sensibiliteits

berekening
-50bp
Niet-courante
schulden
(+ deze vervallende
in het
jaar) met variabele
rente
na indekking
(430) 430 - -
Netto financi
ële schuld
(korte
termijn
) (*)
(339) 339 - -
Derivaten
boekhoudkundig
niet gekwalificeerd
als
indekking
145 (150)
Als indekking
gekwalificeerde
derivaten
(kasstroom
zeker
of
hoogstwaarschijnlijk
)
4.530 (4.707)

Netto financiële schuld

Derivaten boekhoudkundig niet gekwalificeerd als indekking

(*) exclusief beschikbare middelen.

28.3. Beschrijving van de kasstroomindekking operaties

Op afsluitingsdatum, hebben de als kasstroomindekking gekwalificeerde instrumenten de volgende

kenmerken :

Voor bouw-, multitechnieken, vastgoedontwikkeling en -beheer en holdingactiviteiten:

31/12/2011
(duizend
EUR)
<1 jaar Tussen
1
en 2 jaar
Tussen
3 en 5
jaar
> 5 jaar Onder
liggende
Reële
waarde
activa
Reële
waarde
passiva
Renteswap
variabele
intrestvoet
ontvangen
en vaste
intrestvoet
betaald
- 45.000 20.000 - 65.000 - (562)
Intrestvoet
opties
(cap, collar
)
Intrestvoet
derivaten
: indekking
van hoogst
waarsch
ijnlijk
verwachte
kasstromen
- 45.000 20.000 - 65.000 - (562)
Renteswap
variabele
intrestvoet
ontvangen
en vaste
intrestvoet
betaald
14.500 3.000 57.000 - 74.500 - (488)
Intrestvoet
opties
(cap, collar
)
Intrestvoet
derivaten
: indekking
van zekere kasstromen
14.500 3.000 57.000 - 74.500 - (488)

Intrestvoet derivaten: indekking van hoogstwaarschijnlijk verwachte kasstromen

Renteswap variabele intrestvoet ontvangen en vaste intrestvoet betaald

Intrestvoet opties (cap, collar)

Intrestvoet derivaten: indekking

31/12/2010
(duizend
EUR)
<1 jaar Tussen
1
en 2 jaar
Tussen
3 en 5
jaar
> 5 jaar Onder
liggende
Reële
waarde
activa
Reële
waarde
passiva
Renteswap
variabele
intrestvoet
ontvangen
en vaste
intrestvoet
betaald
26.000 - - - 26.000 74
Intrestvoet
opties
(cap, collar
)
Intrestvoet
derivaten
: indekking
van hoogst
waarsch
ijnlijk
verwachte
kasstromen
26.000 - - - 26.000 74
Renteswap
variabele
intrestvoet
ontvangen
en vaste
intrestvoet
betaald
59.000 2.000 3.000 - 64.000 7 (1.149)
Intrestvoet
opties
(cap, collar
)
Intrestvoet
derivaten
: indekking
van zekere kasstromen
59.000 2.000 3.000 - 64.000 7 (1.149)

Voor baggerwerken

31/12/2011
(duizend
EUR)
<1 jaar Tussen
1
en 2 jaar
Tussen
3 en 5
jaar
> 5 jaar Onder
liggende
Reële
waarde
activa
Reële
waarde
passiva
Renteswap
variabele
intrestvoet
ontvangen
en vaste
intrestvoet
betaald
10.250 10.000 38.393 - 58.643 - (682)
Intrestvoet
opties
(cap, collar
)
Intrestvoet
derivaten
: indekking
van
hoogst
waarsch
ijnlijk
verwachte
kasstromen
10.250 10.000 38.393 - 58.643 - (682)
Renteswap
variabele
intrestvoet
ontvangen
en vaste
intrestvoet
betaald
2.000 2.250 69.257 252.823 326.330 - (14.937)
Intrestvoet
opties
(cap, collar
)
Intrestvoet
derivaten
: indekking
van zekere kasstromen
2.000 2.250 69.257 252.823 326.330 - (14.937)
31/12/2010
(duizend
EUR)
<1 jaar Tussen
1
en 2 jaar
Tussen
3 en 5
jaar
> 5 jaar Onder
liggende
Reële
waarde
activa
Reële
waarde
passiva
Renteswap
variabele
intrestvoet
ontvangen
en vaste
intrestvoet
betaald
- 250 23.739 - 23.989 - (430)
Intrestvoet
opties
(cap, collar
)
Intrestvoet
derivaten
: indekking
van hoogst
waarsch
ijnlijk
verwachte
kasstromen
- 250 23.739 - 23.989 - (430)
Renteswap
variabele
intrestvoet
ontvangen
en vaste
intrestvoet
betaald
54.535 97.343 69.527 33.655 255.060 210 (6.878)
Intrestvoet
opties
(cap, collar
)
Intrestvoet
derivaten
: indekking
van zekere kasstromen
54.535 97.343 69.527 33.655 255.060 210 (6.878)

28.4. Valutarisico

Soorten risico's waaraan de groep wordt blootgesteld

De groep CFE en haar filialen hebben geen politiek ter indekking van het valutarisico voor de bouwactiviteiten, vastgoedontwikkeling en -beheer en multitechnieken daar de activiteiten zich bevinden in de euro zone. Door het internationaal karakter van DEME en bijgevolg de uitvoering van contracten in vreemde valuta doet de pool baggerwerken en milieu beroep op een indekkingpolitiek van valutarisico's. Deze laatste worden opgenomen in onderhanden werken en de variatie in de reële waarde worden beschouwd als kosten voor onderhanden werken. De voornaamste munten waaraan deze risico's zijn verbonden zijn weergegeven in toelichting 2. Wanneer toch het valutarisico gelinkt is met de operationele activiteiten, bestaat de politiek van de groep CFE erin om de blootstelling aan fluctuaties van deze vreemde valuta te beperken.

Verdeling van de financiële schulden op lange termijn per valuta

Het bedrag van schulden (buiten leasingverplichtingen die bij meerderheid in EUR zijn) per valuta is:

(duizend
EUR)
2011 2010
Euro 508.717 350.426
US Dollar 2.654 1.713
Andere 0 7.081
Totaal
langlopende
financiële verpl
ichtingen
511.371 359.220

Onderstaande tabel geeft de reële waarde en de onderliggende waarde weer van de financiële

wisselkoersinstrumenten:

Onderl
iggende
waarde
Reële waarde
(duizend EUR) USD
US Dollar
andere
verbonden
met usd
GBP
Pound
andere Totaal USD
US Dollar
andere
verbonden
met usd
GBP
Pound
andere Totaal
Termijnaankopen 59.974 12.690 15.284 40.899 128.847 563 292 325 506 1.686
Termijnverkopen 150.758 10.650 10.230 98.613 270.251 (4.256) (62) (275) (767) (5.360)

De wijziging in de reële waarde van de wisselkoersinstrumenten wordt als 'bouwkosten' beschouwd en in resultaat genomen volgens de voortgang van het project waarmee de instrumenten verbonden zijn. Deze wijziging wordt als een operationeel resultaat voorgesteld.

De groep CFE, in het bijzonder langs zijn dochtermaatschappij DEME, wordt aan valutarisico's op zijn

resultaat blootgesteld.

De volgende analyse wordt uitgevoerd door te veronderstellen dat het bedrag van de financiële activa en passiva en de derivaten op 31 december 2011 constant blijven gedurende het jaar.

Een verandering van 5% van de wisselkoersen (appreciatie van de EURO) op afsluitingsdatum zou voor gevolg hebben gehad een stijging of een vermindering van het eigen vermogen en resultaat op het niveau van de hieronder aangegeven bedragen. Met het oog op deze analyse, werden de andere variabelen verondersteld constant te blijven.

31/12/2011
(duizend
EUR)
Resultaat
Impact
van de
sensitiviteits
-berekening
-
vermindering
EUR 5%
Impact
van de sensitiviteits

berekening
- verhoging
EUR 5%
Niet-courante
schuld
(+ vervallend
in het jaar) aan
veranderlijke
koersen
na boekhoudkundige
indekking
1.072 (1.021)
Netto financi
ële schuld
op korte
termijn
(527) 502
Werkkapitaal (2.307) 2.197

28.5. Risico verbonden aan grondstoffen

Grond- en hulpstoffen opgenomen in de werken, vormen een belangrijk element van de kostprijs.

Hoewel bepaalde contracten prijsherzieningsformules bevatten en de groep CFE in bepaalde concrete gevallen prijsdekking toepast (gas-oil), is het risico van prijsfluctuaties van grondstoffen niet volledig uitgesloten.

DEME dekt zich in tegen fluctuaties van gasoil door de aankoop van olieopties. De wijziging van de reële waarde van deze instrumenten wordt als 'bouwkosten' beschouwd en in resultaat genomen volgens de voortgang van het project waarmee de instrumenten verbonden zijn. Deze wijziging wordt als een operationeel resultaat voorgesteld.

De reële waarde van deze instrumenten, eind 2011, bedraagt - 211 duizend EUR.

28.6. Krediet en tegenpartij risico

De groep CFE is blootgesteld aan kredietrisico in geval van in gebreke blijven van zijn klanten. De groep wordt aan het tegenpartijrisico blootgesteld in het kader van de belegging van zijn beschikbare middelen, de intekening in verhandelbare vorderingen, financiële activa en derivaten.

Voorts heeft de groep CFE procedures opgesteld om de concentratie van het kredietrisico te vermijden en te beperken.

Met betrekking tot de uitvoer, in zoverre het land in aanmerking komt en dat het risico door de kredietverzekering kan gedekt worden, dekken DEME en CFE zich regelmatig in bij de bevoegde instanties op dit gebied (Delcredere dienst).

Financiële instrumenten

De groep CFE heeft een systeem ingevoerd welke de limiet bepaald van de beleggingen bij een partij teneinde zijn tegenpartijrisico te beheren. Dit systeem bepaalt de maxima per tegenpartijen gedefinieerd in functie van hun kredietnotaties zoals gepubliceerd door Standard & Poor's en Moody's. Deze limieten worden regelmatig opgevolgd en bijgewerkt.

Klanten

De groep CFE heeft procedures opgesteld teneinde het risico te beperken van zijn klantenvorderingen. Echter wordt een groot deel van de geconsolideerde omzet met een openbare of semi openbare klanten gerealiseerd. Verder is CFE van mening dat de concentratie van het tegenpartijrisico voor klanten wordt beperkt door het grote aantal klanten.

Om het courante risico in te dijken, volgt de groep CFE geregeld de uitstaande klantenbedragen op en stelt zijn positie bij ten opzichte van hen. Toch kan het kredietrisico nooit volledig worden uitgesloten, maar is beperkt.

De analyse van de betalingsachterstand eind 2011 en eind 2010 is als volgt:

Totaal
netto
bedragen
488.775 175.620 71.004 28.266 22.331 54.019
Totale
voorzieningen
(10.711) (10.711) (2 .253) (8.458)
Voorz. – Klanten
– inhoud
van
garantie
(275) (275) (275)
Voorz. – Klanten
– gefactureerde
producten
(10.436) (10.436) (2.253) (8.183)
Totaal
bruto
499.486 165.826 71.004 28.266 4.079 62.477
Klanten
– inhoud
van garantie
7.037 3.772 694 1.325 27 1.726
Klanten
– gefactureerde
producten
492.449 182.559 70.310 26.941 24.557 60.751
de periode maanden maanden
Per 31 december
2010
(duizend
EUR)
Op het
einde
van
Niet
vervallen
< 3
maanden
> 3
maanden
en < 6
> 6
maanden
en < 12
> 1 jaar
Totaal
netto
bedragen
531.242 317.306 79.118 65.734 18.361 50.723
garantie
Totale
voorzieningen
(7.038) (573) (6) (73) (397) (5.989)
Voorz. – Klanten
– inhoud
van
(64) 0 0 (23) 0 (41)
Voorz. – Klanten
– gefactureerde
producten
(6.974) (573) (6) (50) (397) (5.948)
Totaal
bruto
538.280 317.879 79.124 65.807 18.758 56.712
Klanten
– inhoud
van garantie
5.190 3.736 242 25 415 772
Klanten
– gefactureerde
producten
533.090 314.143 78.882 65.782 18.343 55.940
Per 31 december
2011
(duizend
EUR)
Op het
einde
van
de periode
Niet
vervallen
< 3
maanden
> 3
maanden
en < 6
maanden
> 6
maanden
en < 12
maanden
> 1 jaar

De vervallende bedragen betreffen grotendeels afrekeningen en bijkomende verrekeningen die door de klanten worden erkend, maar die nog het voorwerp uitmaken van budgettaire inschrijvingen of die deel

uitmaken van een globaal akkoord.

28.7. Liquiditeitsrisico

De afname van de liquiditeit en de moeilijkheid om kredieten te verkrijgen tegen economisch aanvaardbare voorwaarden, blijven van kracht. CFE slaagde er in de loop van het boekjaar in om zijn posities te vrijwaren door de thesaurie strikt te beheren. Voor de 150 leidinggevende kaderleden werden informatiesessies georganiseerd rond het thema van de liquiditeit en het dagelijkse thesauriebeheer. De procedures voor thesauriebeheer werden bijgewerkt en de directeurs van de dochterondernemingen of filialen zijn persoonlijk betrokken bij de thesaurieprognoses en de goede realisatie ervan.

28.8. Kost van netto financiële schuld

(duizend
eur)
2011 2010
Inkomsten
beschikbare
middelen
4.299 4.418
Financi
ële derivaten
347 (1.816)
Rentelasten (16.648) (15.070)
Totaal
geconsol
ideerd
(12.002) (12.468)

Veranderingen in de rentelasten weerspiegelt de evolutie van de rente op korte termijn in 2011 ten

opzichte van 2010.

28.9. Boekwaarde en reële waarde per boekhoudcategorie

De volgende tabel toont de boekwaarde van activa en passiva balans per boekhoudcategorie gedefinieerd volgende de norm IAS 39 alsook de reële waarde:

31/12/2011 Financi
ële instrumenten
aan reële waarde
resultaatrekening
via de
Financi
ële
instrumenten
aangehouden
tot het
einde
van de
transactie
Financi
ële
instrumenten
aangewezen
als zijnde
reële waarde
via de
resultaten
rekening
Afgeleide
instrument
gekwalificeerd
als indekking
Financi
ële
instrumenten
beschikbaar
voor
verkoop
Leningen
en
vorderingen
Activa en
verpl
ichtingen
aan
afgeschreven
kost
Reële
waarde
van de
categor
ie
Financiële niet-courante
activa
1.394 40.160 40.160 41.554
Deelnemingen
(1)
1.394 1.394
Financi
ële vorderingen
en
schulden
(1)
40.160 40.160 40.160
Intrestvoet
derivaten

kasstromen
indekking
Financiële courante
activa
1.907 969.754 969.754 971.661
Intrestvoet
derivaten
– niet
gekwalificeerd
als indekking
148
Handels
- en overige
vorderingen
uit operationele
activiteiten
761.407 761.407 761.407
Financi
ële activa
kasbeheer
1.759
Kasequivalenten
(2)
71.952 71.952 71.952
Beschikbare
middelen
(2)
136.395 136.395 136.395
Totaal
activa
1.907 1.394 1.009.914 1.009.914 1.013.215
Langlopende
financiële
verpl
ichtingen
9.783 14.911 434.896 434.896 459.590
Financi
ële verplichtingen
434.896 434.896 434.896
Intrestvoet
derivaten

kasstromen
indekking
14.911 14.911
Andere
afgeleide
instrumenten
9.783 9.783
Kortlopende
financiële
5.646 759.327 759.327 764.973
verpl
ichtingen
Intrestvoet
derivaten
indekking
van hoogst
waarschijnlijk
verwachte
kasstromen
683 683
Intrestvoet
derivaten

kasstromen
indekking
1.078 1.078
Wisselkoers
derivaten
– niet
gekwalificeerd
als indekking
3.674 3.674
Anderen
afgeleide
instrumenten
– niet
gekwalificeerd
als indekking
211 211
Handelsschulden
en
andere
voortvloeiend
uit
operationele
activiteiten
635.159 635.159 635.159
Financi
ële verplichtingen
124.268 124.268 124.268

(1) Gepresenteerd in de rubriek « andere niet courante financiële activa » et « andere niet courante activa »

(2) Gepresenteerd in de rubriek « kas en kasequivalenten »

De boekhoudwaarde is niet significant verschillend van de reële waarde.

De reële waarde van de afgeleide instrumenten is bepaald op basis van waarderingsmodellen en de toekomstige intrestvoet of aankoopprijs ('level 3').

De reële waarde van de afgeleide instrumenten evolueert als volgt:

28.10. Bepaling van de reële waarde van financiële activa per niveau

Financiële instrumenten aan reële waarde via de resultaatrekening

Andere afgeleide instrumenten welke niet kwalificeren

31 december
2011
(duizend
EUR)
Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Financiële instrumenten
aan reële waarde
via de
resultaatre
kening
Afgeleide
financi
ële activa
148 148
Andere
afgeleide
instrumenten
welke
niet kwalificeren
onder
kasstroomindekking
1.759 1.759
Financiële instrumenten
besch
ikbaar
voor
verkoop
Geconverteerde
aandelen
Niet genoteerde
aandelen
1.394 1.394
Totaal 3.301 3.301
Financiële schulden
gewaardeerd
tegen
reële waarde
via de resultatenre
kening
Schuld
op minderheidsbelangen
(9.783) (9.783)
Andere
financi
ële instrumenten
(20.557) (20.557)
Totaal (30.340) (30.340)

Financiële schulden gewaardeerd tegen reële waarde via de resultatenrekening

Er waren geen transfers tussen de verschillende niveaus tijdens de periode.

28.11. Bepaling van de reële waarde van financiële activa detail per niveau

31 december 2011 (duizend EUR)

Totaal winst / verlies - andere elementen van het resultaat

31 december
2011
(duizend
EUR)
Reële waarde
via de
resultaten
rekening
Beschikbaar
voor
verkoop
Totaal
Per 31 december
2010
522 505 1.027
Totaal
winst
/ verlies
- via de resultatenrekening
(319) (319)
- andere
elementen
van het resultaat
Transfers 1.704 (383) 1.321
Verwervingen 1.272 1.272
Uitgiften
Verkopen
Per 31 december
2011
1.907 1.394 3.301

29. OPERATIONELE LEASING

Huurgelden van niet verbreekbare operationele leasingcontracten zijn als volgt betaalbaar:

(duizend
eur)
2011 2010
Minder
dan één jaar
5.288 4.239
Tussen
één en vijf jaar
8.770 7.846
Meer dan vijf jaar 12.835 10.972
Totaal 26.893 23.057

30. ANDERE GEGEVEN VERPLICHTINGEN

Het totaal van de gegeven verplichtingen andere dan de zakelijke zekerheden voor de groep CFE voor de boekhoudperiode 2011 bedraagt 592.021 duizend EUR (2010: 576.005 duizend EUR) en bestaat uit:

  • goede uitvoering (inbegrepen performances bonds) voor een bedrag van 312.075 duizend EUR (2010: 328.550 duizend EUR) omvat de garantie gegeven in het kader van de uitvoering van werken. In het geval van in gebreke van bouwheer, zal de bank de klant vergoeden ten belopen van de garantie;
  • biedingen voor 13.830 duizend EUR (2010: 4.399 duizend EUR) zijn garanties gegeven in het kader van aanbestedingen voor werken;
  • teruggaven voorschotten voor 15.057 duizend EUR (2010: 23.383 duizend EUR) betreffen garanties geleverd door banken aan de klant welke de teruggaven van de voorschotten garandeert; hoofdzakelijk bij DEME,
  • de garantie inhouding voor 30.840 duizend EUR (2010: 49.169 duizend EUR) houdt de door de bank aan de klant geleverde garanties in ter vervanging van de garantie inhouding;
  • de verplichtingen gegeven aan een leverancier voor 27.784 duizend EUR (2010: 49.175 duizend EUR) garandeert de betaling van de leveranciersschulden;
  • andere verplichtingen gegeven voor een bedrag van 192.435 duizend EUR (2010: 121.329 duizend EUR) waarvan 53.933 duizend EUR de corporate garantie bij DEME.

31. ANDERE ONTVANGEN VERPLICHTINGEN

De ontvangen verplichtingen andere dan de zakelijke zekerheden voor de groep CFE bedragen 99.559 duizend EUR (2010: 106.208 duizend EUR) eind 2011. Het betreft voornamelijk ontvangen verplichtingen in het kader van de goede uitvoering.

32. GESCHILLEN

De groep CFE kent een aantal geschillen dat men als normaal kan beschouwen in de bouwsector. In het merendeel van de gevallen tracht de groep CFE een dading te sluiten met de tegenpartij wat bijgevolg het aantal procedures sterk heeft verminderd in 2011.

De groep CFE tracht tevens de bedragen terug te vorderen bij zijn klanten. Het is echter onmogelijk om een inschatting te geven van dit potentieel actief.

33. TRANSACTIES MET VERBONDEN PARTIJEN

  • VINCI Construction, vereenvoudigde naamloze vennootschap naar Frans recht, is referentieaandeelhouder en bezit 6.132.880 aandelen, zijnde 46,84% van het kapitaal van CFE.

  • Het personeel op de sleutelposten wordt vertegenwoordigd door de CFE directie en de Afgevaardigd Bestuurder. Het bedrag erkent als last voor pensioenplannen van het type toegekende bijdrageregelingen of andere personeelsvoordelen voor personeel op sleutelposten bedraagt 3.866,2 duizend EUR voor 2011 (2010: 3.996,7 duizend EUR). Dit bedrag omvat: vaste vergoedingen (2.343,6 duizend EUR; 2010: 2.289,6 duizend EUR), variabele vergoedingen (785,9 duizend EUR; 2010: 910,8 duizend EUR) en andere (736,7 duizend EUR; 2010: 796,3 duizend EUR) zoals extralegale pensioenen, voorzorgplan, arbeidsongevallen, verzekering voor privaatongevallen, hospitalisatieverzekering en Wit/Geel Kruis.

  • Op 24 oktober 2001 heeft CFE een dienstenovereenkomst afgesloten met zijn referentieaandeelhouder VINCI Construction. De betaalde vergoedingen in het kader van het contract bedragen 1.190 duizend EUR en zijn volledig betaald voor 2011.

  • Er zijn geen andere transacties met de Afgevaardigd bestuurder dan zijn remuneratiepakket. Bovendien zijn er geen transacties met de vennootschappen Frédéric Claes NV en Artist Valley NV dan hun remuneratiepakket van de directieleden vertegenwoordigd door deze vennootschappen.

  • Voor de uitvoering van bepaalde werken doet de groep CFE beroep op tijdelijke handelsvennootschappen met andere partners. De groep stelt personeel en materieel ter beschikking of factureert de kosten door. Het bedrag dat aan deze entiteiten is gefactureerd bedraagt 22.605 duizend EUR en is opgenomen in de rubriek 'Opbrengsten uit aanverwante

  • activiteiten'.

  • Op 31 december 2011 oefent de groep CFE gezamenlijke controle uit op bepaalde entiteiten: DEME NV en Rent-A-Port NV en hun filialen. We refereren naar toelichting 36 voor een uitgebreide lijst. Deze entiteiten worden geconsolideerd volgens de proportionele methode.

34. BEZOLDING VAN DE COMMISSARISSEN

Bezolding van de commissarissen voor het geheel van de groep, inclusief CFE NV (boekjaar 2011)

bedraagt tot:

(duizend
eur)
Deloitte anderen
Bedrag % Bedrag %
Audit
Commissariaat
der rekeningen
, certificatie
, controle
van de individuele
en geconsolideerde
rekeningen
740,4 79,51% 337,3 41,85%
Andere
toebehorende
opdrachten
en andere
auditopdrachten
79,4 8,52% 41,0 5,09%
Subtotaal
audit
819,8 88,03% 378,3 46,94%
Andere
prestat
ies
Juridisch
, fiscal
, sociaal
48,3 5,19% 405,8 50,34%
Andere 63,2 6,78% 63,0 7,81%
Subtotaal
andere
111,5 11,97% 468,8 58,15%
Total honorar
ia comm
issarissen der rekeningen
931,3 100% 847,1 100%

35. BELANGRIJKSTE GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM

CFE heeft op 22 februari 2012 de onderneming Remacom NV overgenomen. Dit bedrijf uit het Gentse is gespecialiseerd in de aanleg van treinsporen. Remacom behaalde tijdens de laatste boekjaren een gemiddelde omzet van 4 miljoen euro. Dankzij deze acquisitie breidt CFE haar activiteiten uit op spoorwegvlak. Tot de groep behoren ook Engema en Louis Stevens & Co, filialen die gespecialiseerd zijn in elektrificatie (bovenleidingen) en signalisatie.

36. ONDERNEMINGEN BEHORENDE TOT DE GROEP CFE

Lijst van de belangrijkste integraal geconsolideerde ondernemingen

NAAM ZETEL DEEL VAN HET KAPITAAL (%)
België
AANNEMINGEN VAN WELLEN NV Kapellen 100%
ABEB NV antwerpen 100%
AMART NV brussel 100%
BATIMENTS ET PONTS CONSTRUCTION NV brussel 100%
BATIPONT IMMOBILIER NV brussel 100%
BE.MAINTENANCE NV brussel 100%
BENELMAT SA Limelette 100%
BRANTEGEM NV Aalst 65,04%
BRUSILIA BUILDING NV brussel 100%
CONSTRUCTION MANAGEMENT NV brussel 100%
ENGEMA NV brussel 100%
ETABLISSEMENTS DRUART SA Péronne
-lez-Binche
100%
ETEC Manage 100%
GROEP TERRYN NV Moorslede 55,04%
INTERNATIONAAL FINANCE CENTER CFE NV brussel 100%
LOUIS STEVENS NV Halen 100%
NIZET ENTREPRISES SA Louvain
-la-Neuve
100%
PRE DE LA PERCHE NV brussel 100%
SOGESMAINT – CBRE NV brussel 66,014%
VAN DE MAELE MULTI-TECHNIEK NV Meulebeke 64,95%
VAN MAERLANT NV brussel 100%
VANDERHOYDONCKS NV Alken 100%
VMA NV Sint-Martens
-Latem
100%
VOLTIS SA Louvain
-la-Neuve
100%
Groothertogdom
Luxemburg
COMPAGNIE LUXEMBOURGEOISE D'ENTREPRISES CLE SA Strassen 100%
COMPAGNIE LUXEMBOURGEOISE IMMOBILIERE CLİ SA Strassen 100%
COMPAGNIE IMMOBILIERE DE WEIMERSKIRCH SA Strassen 100%
SOCIETE FINANCIERE D'ENTREPRISES SFE SA Strassen 100%
SOGESMAINT CBRE LUXEMBOURG SA Strassen 66,014%
Hongar
ije
CFE HUNGARY CONSTRUCTION LLC Boedapest 100%
Nederland
CFE NEDERLAND BV Dordrecht 100%
GEKA BV Dordrecht 100%
polen
CFE POLSKA S.P. ZOO Varsovie 100%
BPI OBOZOWA Varsovie 98%
Qatar
CFE MIDDLE EAST CO. WLL Doha 100%
Roemen
CFE CONTRACTING AND ENGINEERING SRL Bucarest 100%
Slowakije
CFE SLOVAKIA STAVEBNA FIRMA Bratislava 100%
VMA SLOVAKIA SRO Trencin 100%
Tsjaad
CFE TCHAD Ndjamena 100%
Tunesië
CONSTRUCTION MANAGEMENT TUNISIE SA Tunis 99,96%

Met uitzondering van Aanneming Van Wellen die op 30 november afsluit en Van De Maele Multi-techniek NV die op 30 juni afsluit, hebben alle filialen 31 december als afsluitdatum.

Lijst van de belangrijkste gezamenlijk gecontroleerd ondernemingen die proportioneel geconsolideerde worden

NAAM ZETEL AANDEEL VAN DE GROEP IN %
(ECONOMISCH AANDEEL)
België
BARBARAHOF NV Leuven 40%
DREDGING, ENVIRONMENTAL AND MARINE ENGINEERING NV en
haar
filialen
Zwijndrecht 50%
ESPACE MIDI NV Brussel 20%
ESPACE ROLIN NV Brussel 33,33%
IMMOANGE NV Brussel 50%
IMMOBILIERE DU BERREVELD NV Brussel 50%
LA RESERVE PROMOTION NV Kapellen 33%
PROJECT RK BRUGMANN NV Antwerpen 50%
REGENT TWO NV Brussel 50%
RENT-A-PORT NV en haar
filialen
Antwerpen 45%
SOUTH CITY HOTEL NV Brussel 20%
VICTORESTATE Brussel 50%
VICTORPROPERTIES Brussel 50%
Groothertogdom
Luxemburg
ELINVEST SA Strassen 50%
CHATEAU DE BEGGEN Strassen 50%
Hongar
ije
BETON PLATFORM KFT Boedapest 50%
Nigeria
COBEL CONTRACTING NIGERIA Ltd Lagos 50%
Tunesië
BIZERTE CAP 3000 SA en haar
filiaal
Tunis 25%

Lijst van de belangrijkste verbonden ondernemingen geconsolideerd volgens de vermogensmutatie

methode

België

NAAM ZETEL AANDEEL VAN DE GROEP IN %
(ECONOMISCH AANDEEL)
België
INVESTISSEMENT LEOPOLD Brussel 24,14%
LOCORAIL NV Wilrijk 25,00%
PPP BETRIEB SCHULEN EUPEN Eupen 25,00%
PPP SCHULEN EUPEN SA Eupen 19,00%
VM PROPERTY I Brussel 40,00%
VM PROPERTY II Brussel 40,00%
VAN MAERLANT RESIDENTIAL Brussel 40,00%
VM OFFICE Brussel 40,00%
TZZ Bruges 38,90%
Nederland
COENTUNNEL COMPANY BV Amsterdam 20,50%

VERKLARING OVER HET GETROUW BEELD VAN DE JAARREKE-NINGEN EN HET GETROUWE OVERZICHT IN HET JAARVERSLAG

(Artikel 12, par 2, 3° van het Koninklijk besluit van 14.11.2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt)

We verklaren, namens en voor rekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV en onder verantwoordelijkheid van de maatschappij dat, voor zover ons bekend,

    1. de jaarrekeningen, die zijn opgesteld overeenkomstig de toepasselijke standaarden voor jaarrekeningen, een getrouw beeld geven van het vermogen, van de financiële toestand en van de resultaten van Aannemingsmaatschappij CFE NV en van de in de consolidatie opgenomen ondernemingen;
    1. het jaarverslag een getrouw overzicht geeft van de ontwikkeling en de resultaten van het bedrijf en van de positie van Aannemingsmaatschappij CFE NV en van de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, alsmede een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden.

Handtekening

Naam : Jacques Ninanne Renaud Bentégeat Functie : Adjunct directeur generaal corporate - Gedelegeerd bestuurder. Financieel en administratief directeur

23 februari 2012

ALGEMENE INLICHTINGEN OP DE VENNOOTSCHAP EN ZIJN

KAPITAAL

Identiteit van de vennootschap: Aannemingsmaatschappij CFE Maatschappelijke zetel: Herrmann-Debrouxlaan 40-42, 1160 Brussel

Telefoon: + 32 2 661 12 11 Juridische vorm: naamloze vennootschap Wetgeving: Belgische Oprichting: 21 juni 1880 Duurtijd: niet bepaald van de vennootschap

Boekjaar: vanaf 1 januari tot 31 december van elk jaar Handelsregister: RPR Brussel 0400 464 795 – BTW 400.464.795 Plaats waar de juridische documenten kunnen geraadpleegd worden: op de maatschappelijke zetel

Sociaal doel (artikel 2 van de statuten)

« De vennootschap heeft als doel het bestuderen en uitvoeren, in België alsmede in het buitenland, hetzij alleen hetzij gezamenlijk met andere natuurlijke of rechtspersonen, publiek- of privaatrechtelijk, voor eigen rekening of voor rekening van publiek- of privaatrechtelijke derden, van welkdanige aanneming van werken en bouwwerken, in alle en elk van haar beroepen, onder andere elektriciteit en milieu.

Zij kan eveneens diensten aanverwant aan deze activiteiten verlenen, voor de promotie ervan zorgen, deze rechtstreeks of onrechtstreeks uitbaten of in concessie brengen, alsmede welkdanige aankoop-, verkoop- huur-, verhuur-, of leasingverrichting uitvoeren die verband houdt met deze aannemingen.

Zij kan rechtstreeks of onrechtstreeks deelnemingen verwerven, houden of overdragen in iedere bestaande of op te richten vennootschap of maatschappij, bij wijze van verwerving, fusie, splitsing of

andersom.

Zij kan alle commerciële, industriële, administratieve, financiële verrichtingen uitvoeren, roerend of onroerend, die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met haar doel, zelfs gedeeltelijk, of van aard zijn om de verwezenlijking ervan te vergemakkelijken of te ontwikkelen, zowel voor haarzelf als

voor haar dochtervennootschappen.

De algemene vergadering mag het maatschappelijk doel wijzigen onder de bij artikel vijfhonderd negenenvijftig van het Wetboek van vennootschappen bepaalde voorwaarden. »

Naar ons oordeel, en op basis van de verslagen van de andere revisoren, geven de geconsolideerde financiële staten een getrouw beeld van de financiële toestand van de groep per 31 december 2011, en van haar resultaat en kasstromen voor het boekjaar eindigend op die datum, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards zoals aanvaard binnen de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften.

Bijkomende vermelding

Het opstellen en de inhoud van het geconsolideerde jaarverslag vallen onder de verantwoordelijkheid

van de raad van bestuur.

Het is onze verantwoordelijkheid om in ons verslag de volgende bijkomende vermelding op te nemen die niet van aard is om de draagwijdte van onze verklaring over de geconsolideerde financiële staten te

wijzigen:

. Het geconsolideerde jaarverslag behandelt de door de wet vereiste inlichtingen en stemt overeen met de geconsolideerde financiële staten. Wij kunnen ons echter niet uitspreken over de beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee de groep wordt geconfronteerd, alsook van haar positie, haar voorzienbare evolutie of de aanmerkelijke invloed van bepaalde feiten op haar toekomstige ontwikkeling. Wij kunnen evenwel bevestigen dat de verstrekte gegevens geen onmiskenbare inconsistenties vertonen met de informatie waarover wij beschikken in het kader van ons mandaat.

Diegem, 24 februari 2012 De commissaris

DELOITTE Bedrijfsrevisoren BV o.v.v.e. CVBA Vertegenwoordigd door Pierre-Hugues Bonnefoy

VERSLAG VAN DE COMMISSARIS OVER DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2011 GERICHT TOT DE ALGEMENE VERGADERING VAN AANDEELHOUDERS

Aan de aandeelhouders

Overeenkomstig de wettelijke en statutaire bepalingen, brengen wij u verslag uit in het kader van het mandaat van commissaris dat ons werd toevertrouwd. Dit verslag omvat ons oordeel over de geconsolideerde financiële staten evenals de vereiste bijkomende vermelding.

Verklaring over de geconsolideerde financiële staten zonder voorbehoud

Wij hebben de controle uitgevoerd van de geconsolideerde financiële staten van Aannemingsmaatschappij CFE NV ("de vennootschap") en haar dochterondernemingen (samen "de groep"), opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards zoals aanvaard binnen de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften. Deze geconsolideerde financiële staten bestaan uit de geconsolideerde balans op 31 december 2011, de geconsolideerde staat van het totaal resultaat, het geconsolideerde kasstroomoverzicht en het geconsolideerde mutatieoverzicht van het eigen vermogen voor het boekjaar eindigend op die datum, alsmede een overzicht van de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en toelichtingen. Het geconsolideerde balanstotaal bedraagt 2.204.096 (000) EUR en de geconsolideerde winst (aandeel van de groep) van het boekjaar bedraagt 59.081 (000) EUR.

De jaarrekeningen/financiële staten van een aantal belangrijke vennootschappen opgenomen in de consolidatiekring werden gecontroleerd door andere revisoren. Onze verklaring over de hierbij gevoegde geconsolideerde financiële staten is, voor zover deze betrekking heeft op bedragen betreffende deze vennootschappen, gesteund op de verslagen van deze andere revisoren.

Het opstellen van de geconsolideerde financiële staten valt onder de verantwoordelijkheid van de raad van bestuur. Deze verantwoordelijkheid omvat onder meer: het ontwerpen, implementeren en in stand houden van een interne controle met betrekking tot het opstellen en de getrouwe weergave van de geconsolideerde financiële staten zodat deze geen afwijkingen van materieel belang, als gevolg van fraude of van fouten, bevatten, het kiezen en toepassen van geschikte grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van boekhoudkundige ramingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.

Het is onze verantwoordelijkheid een oordeel over deze geconsolideerde financiële staten tot uitdrukking te brengen op basis van onze controle. Wij hebben onze controle uitgevoerd overeenkomstig de wettelijke bepalingen en de in België geldende controlenormen, zoals uitgevaardigd door het Instituut van de Bedrijfsrevisoren. Deze controlenormen vereisen dat onze controle zo wordt georganiseerd en uitgevoerd dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de geconsolideerde financiële staten geen afwijkingen van materieel belang bevatten.

Overeenkomstig deze controlenormen, hebben wij controlewerkzaamheden uitgevoerd ter verkrijging van controle-informatie over de in de geconsolideerde financiële staten opgenomen bedragen en toelichtingen. De selectie van deze controlewerkzaamheden is afhankelijk van onze beoordeling welke een inschatting omvat van het risico dat de geconsolideerde financiële staten afwijkingen van materieel belang bevatten als gevolg van fraude of van fouten. Bij het maken van onze risicoinschatting houden wij rekening met de bestaande interne controle van de groep met betrekking tot het opstellen en de getrouwe weergave van de geconsolideerde financiële staten ten einde in de gegeven omstandigheden de gepaste werkzaamheden te bepalen maar niet om een oordeel over de effectiviteit van de interne controle van de groep te geven. Wij hebben tevens de gegrondheid van de grondslagen voor financiële verslaggeving, de redelijkheid van de boekhoudkundige ramingen gemaakt door de vennootschap, alsook de voorstelling van de geconsolideerde financiële staten als geheel beoordeeld. Ten slotte, hebben wij van de raad van bestuur en van de verantwoordelijken van de vennootschap de voor onze controlewerkzaamheden vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie, samen met de verslagen van andere revisoren waarop wij gesteund hebben, een redelijke basis vormt voor het uitbrengen van ons oordeel.

Boekjaar afgesloten
op 31 december
(duizend
EUR)
2011 2010
RESULTATEN
Bedrijfsopbrengsten 431.649 434.947
Bedrijfskosten (430.986) (438.657)
- Handelsgoederen
, grond
- en hulpstoffen
(304.580) (303.398)
- Diensten
en diverse
goederen
(38.876) (44.240)
- Bezoldigingen
, sociale
lasten
en pensioenen
(73.193) (70.977)
- Afschrijvingen
, waardeverminderingen
en voorzieningen
(3.628) (18.782)
- Andere
bedrijfskosten
(10.709) (1.260)
Bedrijfswinst 663 (3.710)
Financi
ële opbrengsten
37.134 33.352
Financi
ële kosten
(6.372) (4.805)
Winst uit de gewone
bedrijfsuitoefening
, vóór belasting
31.425 24.837
Uitzonderlijke
opbrengsten
696 0
Uitzonderlijke
kosten
(175) (5.007)
Winst van het boekjaar
vóór belasting
31.946 19.830
Belastingen
(onttrekking
en regularisering
)
190 (138)
Winst van het boekjaar 32.136 19.692
Resultaatver
werking
Winst van het boekjaar 32.136 19.692
Overgedragen
winst
29.058 25.731
Vergoeding
van het kapitaal
(15.056) (16.365)
Wettelijke
reserve
0 0
Over te dragen
winst
46.138 29.058

analyse van de resultatenrekening en balans

De omzet van CFE NV is licht gedaald (3,5%) en bedraagt 361,5 miljoen EUR. Deze lichte daling is te wijten aan de vermindering van de activiteiten burgerlijke bouwkunde.

De bedrijfswinst is verbeterd en bedraagt 0,7 miljoen EUR, boekjaar 2010 werd gekenmerkt door provisies op lopende rekeningen of waardeverminderingen op deelnemingen.

De financiële opbrengsten zijn fors hoger door de stijging van de dividenden betaald door de

dochterondernemingen.

De uitzonderlijke opbrengsten bedragen 0,7 miljoen EUR en de uitzonderlijke kosten 0,2 miljoen EUR. Boekjaar 2010 werd gekenmerkt door een uitzonderlijke provisie van 5 miljoen EUR voor de waardevermindering op de projecten Bizerte Cap 3000 en Tunesië.

Het resultaat na belastingen stijgt met 60% en bedraagt 32,1 miljoen EUR.

Statutaire financiële staten

resultatenrekening en balans

Boekjaar afgesloten
op 31 december
(duizend
EUR)
2011 2010
Vaste Activa 306.139 299.121
Oprichtingskosten 156 176
Immateri
ële vaste
activa
3.052 2.050
Materiële vaste
activa
6.547 14.189
Financi
ële vaste
activa
296.384 282.706
A. Verbonden
ondernemingen
294.900 280.737
B. Andere
financi
ële activa
1.484 1.969
Vlottende
activa
316.370 296.119
Vorderingen
op meer dan één jaar
380 130
Voorraden
en bestellingen
in uitvoering
91.371 60.556
Vorderingen
op ten hoogste
één jaar
193.897 214.381
- Handelsvorderingen 155.627 163.533
- Overige
vorderingen
38.270 50.848
Geldbeleggingen 3.980 3.648
Liquide middelen 23.838 15.730
Overlopende
rekeningen
2.904 1.674
Totaal
van de activa
622.509 595.240
Eigen vermogen 163.991 146.911
Kapitaal 21.375 21.375
Uitgiftepremies 62.606 62.606
Herwaarderingsmeerwaarden 12.395 12.395
Reserves 21.477 21.477
Overgedragen
winst
(+) of overgedragen
verlies
(-)
46.138 29.058
Voorzieningen
en uitgestelde
belast
ingen
53.020 64.128
Schulden 405.498 384.201
Schulden
op meer dan één jaar
Schulden
op ten hoogste
één jaar
42.945
359.078
58.073
323.884
- Financi
ële schulden
- Handelsschulden
9.500
128.776
1.000
125.864
- Schulden
met betrekking
tot belastingen
en ontvangen
vooruitbetalingen
op bestellingen
95.671 68.074
- Overige
schulden
125.131 128.946
Overlopende
rekeningen
3.475 2.244
Totaal
van de passiva
622.509 595.240

Bijkomende vermeldingen

Het opstellen en de inhoud van het jaarverslag, alsook het naleven door de vennootschap van het Wetboek van Vennootschappen en van de statuten, vallen onder de verantwoordelijkheid van de raad

van bestuur.

Het is onze verantwoordelijkheid om in ons verslag de volgende bijkomende vermeldingen op te nemen die niet van aard zijn om de draagwijdte van onze verklaring over de jaarrekening te wijzigen:

. Het jaarverslag behandelt de door de wet vereiste inlichtingen en stemt overeen met de jaarrekening. Wij kunnen ons echter niet uitspreken over de beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee de vennootschap wordt geconfronteerd, alsook van haar positie, haar voorzienbare evolutie of de aanmerkelijke invloed van bepaalde feiten op haar toekomstige ontwikkeling. Wij kunnen evenwel bevestigen dat de verstrekte gegevens geen onmiskenbare inconsistenties vertonen met de informatie waarover wij beschikken in het kader van ons mandaat. . Onverminderd formele aspecten van ondergeschikt belang, werd de boekhouding gevoerd overeenkomstig de in België van toepassing zijnde wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften. . Wij dienen u geen verrichtingen of beslissingen mede te delen die in overtreding met de statuten of het Wetboek van Vennootschappen zijn gedaan of genomen. De verwerking van het resultaat die aan de algemene vergadering wordt voorgesteld, stemt overeen met de wettelijke en statutaire bepalingen.

Diegem, 24 februari 2012 De commissaris

DELOITTE Bedrijfsrevisoren BV o.v.v.e. CVBA Vertegenwoordigd door Pierre-Hugues Bonnefoy

VERSLAG VAN DE COMMISSARIS OVER HET BOEKJAAR AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2011 GERICHT TOT DE ALGEMENE VERGADERING VAN AANDEELHOUDERS

Aan de aandeelhouders

Overeenkomstig de wettelijke en statutaire bepalingen brengen wij u verslag uit in het kader van het mandaat van commissaris dat ons werd toevertrouwd. Dit verslag omvat ons oordeel over de jaarrekening evenals de vereiste bijkomende vermeldingen.

Verklaring over de jaarrekening zonder voorbehoud

Wij hebben de controle uitgevoerd van de jaarrekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2011, opgesteld op basis van het in België van toepassing zijnde boekhoudkundig referentiestelsel, met een balanstotaal van 622.509 (000) EUR en waarvan de resultatenrekening afsluit met een winst van het boekjaar van 32.136 (000) EUR.

Het opstellen van de jaarrekening valt onder de verantwoordelijkheid van de raad van bestuur. Deze verantwoordelijkheid omvat onder meer: het ontwerpen, implementeren en in stand houden van een interne controle met betrekking tot het opstellen en de getrouwe weergave van de jaarrekening zodat deze geen afwijkingen van materieel belang, als gevolg van fraude of van fouten, bevat, het kiezen en toepassen van geschikte waarderingsregels, en het maken van boekhoudkundige ramingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.

Het is onze verantwoordelijkheid een oordeel over deze jaarrekening tot uitdrukking te brengen op basis van onze controle. Wij hebben onze controle uitgevoerd overeenkomstig de wettelijke bepalingen en volgens de in België geldende controlenormen, zoals uitgevaardigd door het Instituut van de Bedrijfsrevisoren. Deze controlenormen vereisen dat onze controle zo wordt georganiseerd en uitgevoerd dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.

Overeenkomstig deze controlenormen, hebben wij controlewerkzaamheden uitgevoerd ter verkrijging van controle-informatie over de in de jaarrekening opgenomen bedragen en toelichtingen. De selectie van deze controlewerkzaamheden is afhankelijk van onze beoordeling welke een inschatting omvat van het risico dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fraude of van fouten. Bij het maken van onze risico-inschatting houden wij rekening met de bestaande interne controle van de vennootschap met betrekking tot het opstellen en de getrouwe weergave van de jaarrekening ten einde in de gegeven omstandigheden de gepaste werkzaamheden te bepalen maar niet om een oordeel over de effectiviteit van de interne controle van de vennootschap te geven. Wij hebben tevens de gegrondheid van de waarderingsregels, de redelijkheid van de boekhoudkundige ramingen gemaakt door de vennootschap, alsook de voorstelling van de jaarrekening als geheel beoordeeld. Ten slotte, hebben wij van de raad van bestuur en van de verantwoordelijken van de vennootschap de voor onze controlewerkzaamheden vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie een redelijke basis vormt voor het uitbrengen van ons oordeel.

Naar ons oordeel geeft de jaarrekening afgesloten op 31 december 2011 een getrouw beeld van het vermogen, de financiële toestand en de resultaten van de vennootschap, in overeenstemming met het in België van toepassing zijnde boekhoudkundig referentiestelsel.

notes notes

notes

Talk to a Data Expert

Have a question? We'll get back to you promptly.