AI Terminal

MODULE: AI_ANALYST
Interactive Q&A, Risk Assessment, Summarization
MODULE: DATA_EXTRACT
Excel Export, XBRL Parsing, Table Digitization
MODULE: PEER_COMP
Sector Benchmarking, Sentiment Analysis
SYSTEM ACCESS LOCKED
Authenticate / Register Log In

Compagnie d'Entreprises CFE SA

Annual Report (ESEF) Mar 31, 2022

Preview not available for this file type.

Download Source File

Untitled TOGETHER SHAPING TOMORROW’S WORLD JAARVERSLAG 2021 2 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN 3 JAARVERSLAG NIETFINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN Overeenkomstig het koninklijk besluit van 14 november 2007 betreende de ver - plichtingen van emittenten van nanciële instrumenten die zijn toegelaten tot de ver - handeling op een gereglementeerde markt moet Aannemingsmaatschappij CFE haar jaarlijks nancieel verslag ter beschikking stellen van haar aandeelhouders. Dit verslag bevat: • het gecombineerd statutair en gecon - solideerd jaarverslag van de Raad van Bestuur, opgesteld overeenkomstig artikel 3:32 §1 laatste alinea van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (‘WVV’), • een verkorte versie van de statutaire jaarrekening, opgesteld overeenkomstig artikel 3:17 WVV, en • de integrale versie van de geconsoli - deerde jaarrekening. De volledige statutaire jaarrekening en het jaarverslag van de Raad van Bestuur en het verslag van de commissaris zijn neergelegd bij de Nationale Bank van België overeen - komstig artikelen 3:10 en 3:12 WVV. De commissaris heeft een oordeel zonder voor - behoud geuit over de statutaire en geconso- lideerde jaarrekeningen. Overeenkomstig artikel 12 §2, 3° van het koninklijk besluit van 14 november 2007 bevestigen de heren Piet Dejonghe, gede - legeerd bestuurder, en MSQ BV, vertegen- woordigd door de heer Fabien De Jonge, nancieel en administratief directeur, dat bij hun weten: a. de jaarrekeningen, die zijn opgesteld overeenkomstig de toepasselijke stan - daarden voor jaarrekeningen, een ge- trouw beeld geven van het vermogen, van de nanciële toestand en van de re - sultaten van Aannemingsmaatschappij CFE en in de consolidatie opgenomen vennootschappen, b. het jaarverslag een getrouw overzicht geeft van de ontwikkeling, de resultaten en de positie van Aannemingsmaat - schappij CFE en van de in de conso- lidatie opgenomen vennootschappen, alsmede een beschrijving van de voornaamste risico’s en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden. Het jaarverslag, de integrale versie van de statutaire en geconsolideerde jaarrekening en het verslag van de commissaris over de jaar - rekeningen zijn beschikbaar op de website (www.cfe.be) of kunnen gratis worden verkre - gen op eenvoudig verzoek aan het volgende adres: Herrmann-Debrouxlaan 42 – 1160 Brussel (België) – Tel. +32 2 661 18 15 – [email protected]. BELANGRIJKSTE INFORMATIE VOOR DE AANDEELHOUDERS VOORGESTELD DIVIDEND De partiële splitsing van CFE zal auto- matisch leiden tot de overdracht van een aanzienlijk deel van het eigen vermogen en van de uitkeerbare reserves van CFE aan DEME Group. De Raad van Bestuur is dan ook van mening dat het eigen vermogen van CFE moet worden versterkt en stelt bij- gevolg voor om geen dividend uit te keren voor het boekjaar 2021. Vanaf 2023 zal CFE de uitkering van een dividend hernemen. BELEGGERSRELATIES Bijkomende informatie is beschikbaar op onze website (www.cfe.be), waaronder: • de jaarverslagen en halfjaarverslagen en de driemaandelijkse persberichten; • de andere persberichten; • de presentaties voor de analisten en investeerders; • een online inschrijving om beleggers- informatie te ontvangen (aankondigingen van publicaties, persberichten ...). FINANCIËLE KALENDER 5 mei 2022: Gewone Algemene Aandeelhoudersvergadering 19 mei 2022: Tussentijdse verklaring van 31 maart 2022 Zomer 2022: Buitengewone algemene vergadering 31 augustus 2022: Halfjaarresultaten 2022 23 november 2022: Tussentijdse verklaring van 30 september 2022 JAARVERSLAG 2021 2021 4 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN Op 2 december 2021 heeft de Raad van Bestuur zijn intentie aangekondigd om de groep in twee onderschei- den beursgenoteerde vennootschappen te splitsen: CFE en DEME. Deze splitsing heeft tot doel twee toonaange- vende spelers in hun respectieve domeinen te vormen. Aangezien DEME en CFE op verschillende segmenten en in verschillende geografische markten actief zijn, elk met onderscheiden strategische prioriteiten, meent de Raad van Bestuur dat het in het belang van alle betrokkenen is om de groep in twee delen te splitsen. De splitsing moet zowel de maritieme dien- sten als contracting en vastgoedontwikkeling in de toekomst in staat stellen om zich te ontwikkelen als twee onderscheiden, autonome en solide beursgeno- teerde vennootschappen, elk met hun eigen gover- nance. De splitsing zal bovendien onze aandeelhou- ders, medewerkers en andere belanghebbenden meer duidelijkheid en transparantie verschaffen over het ondernemingsproject. Deze verduidelijking zal de strategische projecten een bijkomende dynamiek geven zodat elke onderneming een leider in haar sector blijft. De geplande transactie is een partiële splitsing van CFE, met een overdracht van haar 100% participatie in DEME NV naar een Newco, die de naam DEME Group zal dragen. Op het ogenblik van de partiële splitsing zullen alle aandeelhouders van CFE een aandeel van DEME Group ontvangen voor elk aandeel van CFE dat zij bezitten. De voorbereiding van de transacties is gaande en zal verschillende maanden duren. Ze ver- onderstelt het verkrijgen van een fiscale ruling van de Belgische Dienst Voorafgaande Beslissingen in fisca- le zaken, van het akkoord van de verschillende part- ners en van de buitengewone algemene vergadering van CFE, waarin ten minste 75% van het vertegen- woordigde kapitaal zich voor de partiële splitsing zal moeten uitspreken. Het is de bedoeling dat de trans- actie in de zomer van 2022 wordt afgerond. Ackermans & van Haaren, de meerderheidsaandeel- houder, en VINCI, die respectievelijk 62,1% en 12,1% van CFE houden, steunen de partiële splitsing. VINCI, dat reeds met CFE en DEME samenwerkt in verschei- dene projecten, zoals de Fehmarnbelt-verbinding, wenst deze samenwerking in de komende jaren voort te zetten. De aankondiging van de intentie om over te gaan tot een partiële splitsing impliceert dat de activiteiten van DEME zullen worden overgedragen aan DEME Group. Overeenkomstig de voorschriften van IFRS 5 moeten deze worden verwerkt als ‘beëindigde be- drijfsactiviteiten’. VOORAFGAANDE OPMERKING: AANKONDIGING VAN DE PARTIËLE SPLITSING VAN CFE 2021 5 JAARVERSLAG NIETFINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN Wie wij zijn Missie 006 Profiel van de groep CFE 008 Bericht van de CEO’s 010 Kerncijfers en markante feiten van het jaar 016 Hoe wij de wereld vormgeven Our value creation model 024 How we are building the future 026 How we are a great place to work 030 How we offer innovative solutions 034 How we move towards climate neutrality 038 How we are a partner for change 042 Jaarverslag Jaarverslag van de Raad van Bestuur 046 I. Statutaire jaarrekening 050 II. Geconsolideerde jaarrekening 052 III. Verklaring inzake deugdelijk bestuur 071 IV. Remuneratieverslag 087 Niet-financiële verklaring Korte beschrijving van de activiteiten van de groep 094 ESG-beleid 095 Belangrijkste risico’s met betrekking tot ESG 099 Resultaten van dit beleid 110 Niet-financiële kritieke prestatie indicatoren (KPI) 120 Europese taxonomie 130 Financiële staten I. Geconsolideerde financiële staten 138 II. Geconsolideerde financiële staten en toelichting 142 III. Statutaire financiële staten 212 Algemene informatie 214 Dit rapport is ook online beschikbaar met downloadbare secties in pdf. Raadpleeg: annualreport.cfe.be INHOUD 6 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN WELCOME TO (Y)OUR WORLD 7 JAARVERSLAG NIETFINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN MET HAAR ACTIVITEITEN IN DE WATERBOUWKUNDE, DE BOUW EN DE VASTGOEDONTWIKKELING IS DE GROEP CFE EEN BELANGRIJKE SPELER IN DE TRANSFORMATIE VAN ONZE WOONOMGEVING, ONZE STEDEN, ONS SAMENLEVEN ... ONS ENGAGEMENT: DE TOEKOMST UITDENKEN TERWIJL WE ONZE MAATSCHAPPELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID TEN VOLLE OPNEMEN EN ONZE POSITIEVE IMPACT MAXIMALISEREN. DIT JAARVERSLAG BELICHT DEZE VISIE, DIE WE VERWOORDEN MET DE SLAGZIN: ‘TOGETHER SHAPING TOMORROW’S WORLD’. Rail & Utilities zijn de drie divisies van deze activiteit, die de uitdagingen van onze tijd aangaat in het dubbele teken van duurzaam - heid en innovatie. Toekomstprojecten voor een wereld die onophoudelijk evolueert. BPI Real Estate (voortgezette activiteit): projecten ontwikkelen die de steden van morgen gestalte zullen geven, nieuwe sa - menlevingsvormen uitdenken, de ruimten voor het samenwonen van de toekomst bedenken ... Met haar vastgoedontwikkeling positioneert BPI Real Estate zich als een be - langrijke actor van verandering en verdedigt zij fundamentele waarden: duurzaamheid, hoge architecturale kwaliteit, eerbied voor het milieu en maatschappelijk engagement. DEME (beëindigde activiteit wegens geplande partiële splitsing): met een wereldvloot van meer dan honderd vaartuigen is DEME een van de internationale leiders in de water - bouwkunde. Haar vier activiteitenlijnen – baggerwerken, oshore, milieu en infra - structuur – beantwoorden aan de essentiële behoeften van onze samenleving en onze planeet. Door steeds meer innoverende oplossingen aan te bieden, legt DEME de basis voor een duurzame toekomst. CFE CONTRACTING (voortgezette acti - viteit): in het hart van onze steden transfor- meert CFE Contracting ons levenskader en bouwt de onmisbare infrastructuur van ons dagelijks leven. Bouw, Multitechnieken en 2021 Maart 2022 CFE CONTRACTING MBG VAN LAERE CONSTRUCTION CFE POLSKA CLE BOND LAMINATED STRUCTURES/ TIMBER CONSTRUCTION LAMINATED TIMBER SOLUTIONS CONSTRUCTION SITE ASSISTANCE BENELMAT BPC GROUP MULTITECHNICS MOBIX ARTHUR VANDENDORPE VMA RAIL & UTILITIES WOOD SHAPERS 8 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN WITH THREE MULTIDISCIPLINARY, HIGHLY-COOPERATIVE DIVISIONS OUR GROUP IS ASSURED OF A STRONG STRUCTURE. OUR STRUCTURE 2021 BPI LUXEMBOURG BPI POLSKA BPI BELGIUM REAL ESTATE DEVELOPMENT DREDGING BAGGERWERKEN DECLOEDT & ZN DREDGING INTERNATIONAL ASIA PACIFIC DREDGING INTERNATIONAL DRAGABRAS ISD INTERNATIONAL SEAPORT DREDGING MORDRAGA NORDSEE MEDCO MIDDLE EASTERN DREDGING COMPANY SDI SIDRA NEWWAVES SOLUTIONS ENVIRONMENTAL DE VRIES & VAN DE WIEL DEC PURAZURECOTERRES OFFSHORE DEME OFFSHORE DREDGING, OFFSHORE, ENVIRONMENTAL, INFRA CTOW DBM INFRA RENTAPORT GREEN OFFSHORE 9 JAARVERSLAG NIETFINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN Op 2 december 2021 heeft de Raad van Bestuur zijn intentie aangekondigd om de groep in twee onderscheiden beursgenoteerde vennootschappen te splitsen: CFE en DEME. Deze splitsing heeft tot doel twee toonaangevende spelers in hun respectieve domeinen te vormen. Het is de bedoeling dat de transactie in de zomer van 2022 wordt afgerond. 10 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN IN HAAR VERSCHILLENDE KERNACTIVITEITEN SPEELT DE GROEP CFE EEN ESSENTIËLE ROL IN DE EVOLUTIE VAN ONS MILIEU, IN DE BREDE BETEKENIS, EN VAN ONZE SAMENLEVING. DE DRIE POLEN – DEME, CFE CONTRACTING EN BPI REAL ESTATE – NEMEN HUN MAATSCHAPPELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID TER HARTE, ZOALS BLIJKT UIT HUN INZET VOOR DUURZAAMHEID EN HUN STREVEN OM EEN BETERE TOEKOMST TE BOUWEN VOOR IEDEREEN. EEN TERUGBLIK OP 2021, EEN JAAR IN HET TEKEN VAN HERSTEL EN TRANSFORMATIE. (Y)OUR FUTURE BEGINS WITH SUSTAINABLE THINKING BERICHT VAN DE CEO’S PIET DEJONGHE & LUC BERTRAND GEDELEGEERD BESTUURDER VAN DE GROEP CFE & VOORZITTER VAN DE RAAD VAN BESTUUR. 11 JAARVERSLAG NIETFINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN De duurzame en innoverende realisaties van de groep CFE passen in de lange - termijnvisie van onze onderneming. Alle polen bouwen aan de toekomst en com - bineren hun vakgebieden en knowhow in een steeds sterkere synergie. Luc Bertrand, Voorzitter van de Raad van Bestuur, Piet Dejonghe, Gedelegeerd Bestuurder, en de leiders van de drie polen, Jacques Lefèvre (BPI Real Estate), Raymund Trost (CFE Contracting) en Luc Vandenbulcke (DEME), maken de balans van het voor - bije jaar op en belichten de nieuwe ambi- ties van alle entiteiten. “De overwegend positieve balans van de afgelopen twaalf maanden en de record- resultaten die we boekten, bevestigen de relevantie van ons beleid en laten ons de toekomst sereen tegemoet zien”, verklaart Luc Bertrand, Voorzitter van de Raad van Bestuur. “Ondanks de moeilijke context van de wereldwijde pandemie, die alle economi - sche sectoren heeft getroen, kon de groep CFE zich in haar geheel blijven ontwikkelen en bereikte ze haar doelstellingen. De her - structureringen die zes jaar geleden werden opgestart en de soms gedurfde beslissingen die we hebben genomen, hebben vruchten afgeworpen. Onze strategische benadering van duurzaamheid heeft eveneens haar nut bewezen en is nog concreter geworden, in het bijzonder bij CFE Contracting en BPI Real Estate. Deze evoluties hebben ons in 2021 doen beslissen om onze groep in twee autonome vennootschappen te splitsen. In 2022 zal DEME zich losmaken van de twee andere polen.” EEN NIEUW HOOFDSTUK Een ingrijpende transformatie, zoals Piet Dejonghe, Gedelegeerd Bestuurder, be - nadrukt: “Deze partiële splitsing zal een BERICHT VAN DE CEO’S 12 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN duidelijkere denitie mogelijk maken van de identiteit en de ondernemingsprojecten van DEME en het nieuwe ‘CFE 3.0’. De twee ondernemingen werken op onder - scheiden markten en in onderscheiden sectoren. Ze zullen hun governance nu nog beter kunnen aanpassen aan hun eigenheid, om zich nog duidelijker te positioneren ten aanzien van hun klanten, partners en aandeelhouders, maar ook hun huidige en toekomstige medewerkers. In het voorjaar van 2022 stappen we in een nieuwe dyna - miek, mogelijk gemaakt door de uitstekende resultaten van het geheel van de groep en in het bijzonder de schitterende ontwikkeling van BPI Real Estate en CFE Contracting in de jongste jaren. Het nettoresultaat voor 2021 is verdrievoudigd tegenover 2016, wat ontegensprekelijk een buitengewoon succes is en ons beleid valideert”. “DEME gaat verder op de ingeslagen weg en blijft uiteraard een onmisbare speler in de sectoren baggerwerken en oshore windparken. De verwerving van een tweede grootschalig contract in de Verenigde Sta - ten, voor de plaatsing van de funderingen en kabels van het grootste Amerikaanse windpark tot op heden, is de beloning van 15 jaar investeringen en ontwikkeling van het marktaandeel van DEME in deze sec - tor. Dit bewijst ook het sterke internationale potentieel van deze markt. De windkracht in de VS wordt volwassen en wij werken mee aan haar succes, net zoals we dat doen in Europa en binnenkort ook in Azië. Dat is een uitstekend voorteken voor de toekomst. BPI Real Estate en CFE Contracting zullen van hun kant hun banden en synergie ver - sterken, in lijn met de vooruitgang die met name in 2021 werd geboekt.” NAAR EEN DUURZAME TOEKOMST “Operationele uitmuntendheid staat meer dan ooit centraal in ons ondernemingspro - ject. Het initiatief Fit4Future is een onder- deel en een van de beste voorbeelden van die strategie. In Fit4Future analyseren we 13 JAARVERSLAG NIETFINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN Ondanks de moeilijke context van de wereldwijde pandemie, die alle economi sche sectoren heeft getroen, kon de groep CFE zich in haar geheel blijven ontwikkelen en bereikte ze haar doelstellingen. LUC BERTRAND onze processen met het doel de resultaten structureel te verbeteren door ze stabieler en beter voorspelbaar te maken. Alle Bel - gische bouwentiteiten van de groep nemen deel aan dit grootschalige project, met werk - groepen waarin teams van Van Laere, BPC Group en MBG vertegenwoordigd zijn. Dat heeft ons al in staat gesteld om nieuwe werkmethoden en een hele reeks gedeelde digitale tools te ontwikkelen. Hier leggen we de sterke funderingen van wat CFE 3.0 zal worden, met een eciënt ontwikkelings - platform dat ons in staat zal stellen om onze missies en projecten op een volledig geïnte - greerde manier uit te voeren.” Deze evoluties gaan ook samen met een in het DNA van de groep verankerd duur - zaamheidsbeleid: “De centrale plaats van duurzaamheid in ons werk is geen opportu - nisme maar het resultaat van een diepgaan- de denkoefening. Onze strategie elimineert verspilling en minderwaardige kwaliteit, bevordert innovatie, schept nieuwe com- merciële opportuniteiten, versterkt onze groei en stelt ons in staat om onze maat - schappelijke verantwoordelijkheid ten volle op te nemen. Door uit de 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (DOD) van de Verenigde Naties de prioriteiten te se - lecteren die het relevantst zijn voor onze activiteiten, konden we key performance indicators (KPI’s) deniëren die ons in staat stellen om onze vooruitgang nauwkeurig te meten. In 2021 is in de verschillende enti - teiten van CFE Contracting en bij BPI Real Estate een reeks maatregelen concreet ge - maakt en hebben we nieuwe sustainability ocers aangesteld. De versterkte integratie die in 2022 uit de partiële splitsing van de groep zal voortvloeien, zal een nog betere uitlijning tussen de verschillende duurzaam - heidsinitiatieven mogelijk maken.” EEN GLOBALE VISIE In 2021 heeft BPI Real Estate haar drijven- de rol in de bouw van de stedelijke ruimten van de toekomst bevestigd en haar visie op lange termijn bekrachtigd, zoals CEO Jacques Lefèvre uitlegt: “Wij lopen vooruit op de evoluties van de markt en focussen met name op innovatie. Dit betekent dat we onze projecten opvatten als vastgoedactivi - teiten die echte diensten moeten bieden die ons in staat stellen om ons gaandeweg aan te passen aan de behoeften van onze klan - ten en aan de stedelijke transformaties. De benadering in verband met de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen is nu in onze procedures verankerd, zodat wij al in de conceptfase van elk project nauwkeurige en structurerende criteria kunnen analyseren en bepalen. Dit betreft met name twee es - sentiële aspecten, de koolstofvoetafdruk en het rationeel gebruik van hulpbronnen. De markt kent een extreem grote vraag naar gebouwen die in hun volledige levenscyclus rekening houden met deze problematiek. BPI Real Estate is op dat vlak een voor - loper. Wij verkrijgen al sinds enkele jaren BREEAM-certicaten voor al onze ontwik - kelingen en mikken nu systematisch op nog hogere niveaus.” “Dankzij het vermogen van BPI Real Estate om met lange cyclussen te werken, kan de groep reële antwoorden bieden op de cru - ciale problemen van de huisvesting en de stedenbouw. Onze ervaring in het domein van renovatie – ik denk dan vooral aan het project Grand Poste in Luik – of in dat van de houtbouw – met de nieuwe zetel van CFE, BPI Real Estate, BPC Group en Wood Shapers in Brussel als paradepaardje – is een LUC VANDENBULCKE (DEME) JACQUES LEFÈVRE (BPI REAL ESTATE) 14 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN sterke troef op een markt met een toene- mende vraag naar innovatie en duurzaam- heid. De synergie met de andere entiteiten, die nog zal worden versterkt door de her - structurering na de partiële splitsing van de groep, is in dat opzicht essentieel. Het delen van ervaring, coördinatie bij de bron, een gedeelde methodologie en logica, zijn alle - maal componenten van een altijd sterkere identiteit. Digitale tools zijn nu onmisbaar om op de uitdagingen van de vastgoed - ontwikkeling en de bouw van de toekomst te antwoorden. BPI Real Estate heeft een echte digitale metamorfose ingezet, met in 2021 als eerste stap een vernieuwing van het Customer Relation Management (CRM) voor commercialisering en marke - ting. Deze belangrijke stap voorwaarts zal in de komende jaren door andere transforma - ties worden gevolgd, altijd met onze interne synergie als drijvende kracht.” DE MENS CENTRAAL “Net als BPI Real Estate heeft CFE Con- tracting in 2021 een fenomenaal herstel van haar activiteit gekend dat onze verwachtin - gen ruim overtrof ”, zegt Raymund Trost, CEO van CFE Contracting. “De ontwik - kelingen in met name Polen zijn uitstekend en hebben veel bijgedragen aan dit succes. Maar toch is het in de eerste plaats aan de synergie tussen de entiteiten te danken. De uitmuntendheid van onze bouwplaatsen is het resultaat van de nauwe samenwerking tussen onze verschillende vakgebieden. Door hand in hand te werken met BPI Real Estate en Wood Shapers konden wij het innoverende project Wooden in Luxemburg realiseren. En door hun competenties te combineren kunnen BPC Group, Van Laere en VMA bijdragen aan het duurzame pro - ject ZIN in Brussel.” “Deze synergie gaat gepaard met een stre - ven om onze vakgebieden te transformeren en te verbeteren. We werken daaraan met Fit4Future, een reeks programma’s die het beheer van onze bouwactiviteiten zal herde - niëren. Wij willen de grote vooruitgang op het vlak van duurzaamheid van de afgelo - pen twee jaar bestendigen door onze opera- tionele uitmuntendheid verder te verbeteren en in te zetten op digitalisering en innovatie. We mikken daarbij ook op verscheidene groeivectoren, in het bijzonder houtbouw en industriële automatisering.” “Het concrete en proactieve aspect van ons duurzaamheidsbeleid moet worden bena - drukt. De grote investeringen in duurzaam- heid van de voorbije drie jaar bewijzen dat. Dit zijn niet zomaar mooie woorden. Het gaat wel degelijk om een diepgaande ver - andering die verband houdt met zowel de behoeften van onze samenleving als onze verantwoordelijkheid als onderneming en de vraag van de markt. CFE is een voorlo - per in deze domeinen, met name dankzij haar globale benadering met een visie op het gebouw in ruime zin, van zijn concept tot zijn impact op de omgeving. Daarnaast is er de menselijke factor, die centraal staat in onze beroepen en zonder welke wij niets kunnen bereiken. Het gaat hier in de eerste RAYMUND TROST (CFE CONTRACTING) 15 JAARVERSLAG NIETFINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN plaats om onze teams, die essentieel zijn voor het succes van onze projecten, maar ook om onze partners. In al deze relaties is duurzaamheid ook een kwestie van mensen, van talent, van knowhow.” ACTOREN VAN VERANDERING Luc Vandenbulcke, CEO van DEME, is het daar roerend mee eens: “2021 heeft opnieuw de kracht en veerkracht van onze medewerkers aangetoond. Dankzij hen konden wij de continuïteit van onze pro - jecten overal ter wereld verzekeren. De orderboeken hebben een recordniveau bereikt, wat in normale tijden al een enorm succes zou zijn maar in de context van de mondiale pandemie nog opmerkelijker is. De beslissing om de groep CFE in twee onderscheiden vennootschappen te splitsen, geeft DEME de kans om haar eigen gover - nance te ontwikkelen en haar potentieel en ambities beter in de verf te zetten ten aan - zien van de aandeelhouders, medewerkers en partners.” “Duurzaamheid blijft een fundamenteel thema waarin DEME een overwegende rol speelt, met standpunten over dit onderwerp die perfect uitgelijnd zijn tussen de drie polen van de groep. Onderliggende trends zoals de klimaatverwarming, de toenemen - de verontreiniging, de stijging van de zee- spiegel en de demograsche groei vragen om oplossingen. Na de werelddreiging van de pandemie moeten we nog meer op deze problemen focussen. DEME is op al deze terreinen sterk aanwezig, met name dankzij onze gediversieerde portfolio van oplos - singen.” “Innovatie is een cruciale factor voor ver - andering. Ons investeringsprogramma inte- greert de nieuwste technologieën aan boord van onze schepen. Daardoor kunnen wij nog duurzamere oplossingen aanbieden en de milieu-impact fors verminderen. Onze vier activiteiten – baggerwerken, oshore, milieu en infra – spelen elk een essentiële rol voor de gemeenschap en voor de toe - komst van onze planeet. We dragen hier een maatschappelijke verantwoordelijkheid in de strikte zin van het woord en we ne - men die ten volle op. Het bewijs: meer dan een miljard euro van de omzet van DEME houdt verband met hernieuwbare energie of met sanering.” Net als BPI Real Estate heeft CFE Con tracting in 2021 een fenomenaal herstel van haar activiteit gekend dat onze verwachtin gen ruim overtrof. RAYMUND TROST 505,7 NETTO FINANCIËLE SCHULD DEME BPI REAL ESTATE 392,7 -85,9 86,0 HOLDING 112,9 MLN. CONTRACTING 537,8 MLN. EBITDA DEME BPI REAL ESTATE 469,3 43,9 25,6 * Holding -1,0 CONTRACTING 7.526,6 ORDERBOEK DEME 5.906,0 1.567,0 MLN. * BPI en Holding 53,6 CONTRACTING 3.636,0 MLN. OMZET DEME BPI REAL ESTATE 2.510,6 1.039,7 106,3 * Holding en eliminaties -20,6 CONTRACTING 206,5 EBIT DEME BPI REAL ESTATE 148,5 25,3 30,1 MLN. * Holding 2,6 CONTRACTING 150,0 NETTORESULTAAT DEME BPI REAL ESTATE 110,5 13,9 23,0 MLN. * Holding 2,6 CONTRACTING 16 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN KERNCIJFERS “In 2021 realiseerde CFE een zeer sterke stijging van haar omzet en haar resultaten, terwijl de gezondheidscrisis zich nog niet heeft gestabiliseerd. Alle polen en divisies hebben bijgedragen aan deze opmerkelijke prestatie. Het orderboek bereikte opnieuw een recordniveau van maar liefst 7,5 miljard euro, met name dankzij enkele uitzonderlijke opdrachten in offshore windenergie in de Verenigde Staten. Een aanzienlijk lagere financiële schuld vervolledigt dit uiterst positieve beeld. De voortgezette activiteiten na de partiële splitsing van CFE, te weten de activiteiten vastgoedontwikkeling, bouw, multitechnieken en spoor, realiseerden een operationele marge van 5,15% en een nettowinst van 39,5 miljoen euro, een niveau dat nooit eerder werd bereikt. Het eigen vermo - gen is aanzienlijk gestegen: +40% in één jaar.” Fabien De Jonge Financieel en administratief directeur van de groep CFE 2021, EEN ZEER DUIDELIJK HERSTEL YEAR AT A GLANCE In miljoen euro 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Omzet 3.239,4 2.797,1 3.066,5 3.640,6 3.624,7 3.222,0 3.636,0 EBITDA 504,9 465,9 500,7 488,0 451,2 414,7 537,8 EBIT 265,7 226,8 249,4 227,2 177,7 119,5 206,5 Nettoresultaat - deel van de groep 175,0 168,4 180,4 171,5 133,4 64,0 150,0 Eigen vermogen - deel van de groep 1.423,3 1.521,6 1.641,9 1.720,9 1.748,7 1.787,1 1.936,3 Netto finaniële schuld 322,7 213,1 351,9 648,3 798,1 601,4 505,7 MEDERWERKERS PER POOL CFE DEME TOTAAL 2019 3.276 5.134 8.410 2020 3.250 4.976 8.226 2021 3.137 5.090 8.227 OPLEIDING In aantal uren Totaal 2020 Totaal 2021 Mannen Vrouwen Technieken 38.020 59.315 57.738 1.577 Hygiëne en veiligheid 44.919 63.446 61.620 1.826 Milieu 1.022 526 502 24 Management 6.953 12.967 12.194 773 Informatica 12.445 84.578 84.137 441 Adm/Boekh./Beh./Jur. 12.001 23.401 22.000 1.401 Talen 6.498 8.570 7.730 840 Diversiteit 8.128 244 117 127 Andere 14.342 7.392 7.041 351 Totaal 144.328 260.439 253.079 7.360 17 JAARVERSLAG NIETFINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN “Na een moeilijk jaar 2020, dat gekenmerkt werd door de gezondheidscrisis, konden we in 2021 onze strategische doelstellingen op het gebied van human resources weer op de rails krijgen. Wij hebben hard gewerkt om onze procedures te herdefiniëren door ons te richten op de behoeften van onze werknemers. Digitalisering was een sleutel- element, met een reeks nieuwe toepassingen om verlofaanvragen of aanwervingen te vergemakkelijken. Er is meer geïnvesteerd in opleiding, met name rond leiderschap en duurzaamheid. We willen onze talenten helpen om de uitdagingen van vandaag aan te gaan en daarom hebben we de basis gelegd voor de toekomstige CFE Academy, die in de loop van 2022 van start zal gaan. Het menselijke aspect blijft centraal staan en daarom hebben wij ook een kader voor telewerken ontwikkeld dat ons in staat stelt aan de huidige verwachtingen van onze collega’s te voldoen. Ons streven naar eco-verantwoor - delijkheid wordt meer dan ooit bevestigd met de vernieuwing van ons wagenpark. Het aantal orders voor hybride en elektrische voertuigen werd al aanzienlijk verhoogd en we streven naar 50% groene voertuigen op korte termijn.” Valérie Van Brabant Chief Human Resources Officer DE MENS, EEN CENTRALE WAARDE 18 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN Climate Neutral operations by 2050 -40% GHG (scope 1 -2) by 2030 relative to 2008 -40% GHG (scope 1 -2) by 2030 relative to 2020 Maintain LTIFR WW < 0,2 By 2030 LTISR Constr< 0,4 LTISR Multitech <0,5 LTISR Rail&utilities < 0,9 83.200m² constructions « Fossil Free» in 2021 35.580 tons of reused materials in our projects in 2021 0 pumped water rejected in the sewer by 2030 LTIFR: lost me injury frequency rate LTISR: lost me injury severity rate GHG: Greenhouse Gas * no gas, fuel or coal for heang “Sinds 2019 werkt de groep CFE aan het verduidelijken van haar eigen doelstellingen voor duurzame ontwikkeling op basis van de 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de VN (DOD). De groep heeft een duidelijke wens om duurzame aspecten zowel in het bouwproces als in de projecten zelf te benadrukken. Dit heeft het mogelijk gemaakt om een beleid te definiëren dat is gestructureerd rond ESG en dat al in 2020 zijn eerste concrete vormen heeft gevonden met onder meer de oprichting van een dashboard van niet-financiële indicatoren en, voor CFE Contracting, een veel regelmatigere rapportering (4x/ jaar in plaats van 1x/jaar). Verschil- lende pilootprojecten laten toe om de meest complexe thema’s zoals het transport van materialen, circulariteit of de bescherming van het milieu te monitoren. Elke indicator zorgt voor een regelmatige monitoring van de vooropgestelde prioritaire doelstellingen. De coronacrisis heeft de relevan - tie daar van bevestigd, met name de versnelling van de digitalisering en de focus op operationele uitmuntendheid, die essentieel zijn gebleken voor de voortzetting van de activiteiten op de bouwplaatsen, in de kantoren of bij het thuiswerken.” Isabelle De Bruyne Sustainability Officer PRIORITAIRE DUURZAME DOELEN Verschil lende pilootprojecten laten toe om de meest complexe thema’s zoals het transport van materialen, circulariteit of de bescherming van het milieu te monitoren. 2.00 1.60 1.20 0.80 0.40 0.00 2.00 1.60 1.20 0.80 0.40 0.00 0,07 0,69 CFE CONTRACTING DEME DEME Ernstgraad CFE Contracting Ernstgraad 19 JAARVERSLAG NIETFINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN Climate Neutral operations by 2050 -40% GHG (scope 1 -2) by 2030 relative to 2008 -40% GHG (scope 1 -2) by 2030 relative to 2020 Maintain LTIFR WW < 0,2 By 2030 LTISR Constr< 0,4 LTISR Multitech <0,5 LTISR Rail&utilities < 0,9 83.200m² constructions « Fossil Free» in 2021 35.580 tons of reused materials in our projects in 2021 0 pumped water rejected in the sewer by 2030 LTIFR: lost me injury frequency rate LTISR: lost me injury severity rate GHG: Greenhouse Gas * no gas, fuel or coal for heang “Digitalisering speelt een steeds belangrijkere rol in onze sector in het algemeen en voor onze groep in het bijzonder. Dankzij digitalisering zijn we in staat correct en effici- ent te reageren op de huidige en toekomstige uitdagingen voor al onze activiteiten. In 2021 konden we alvast een belangrijke vooruitgang boeken met een aantal initiatieven. In de eerste plaats hebben het ‘Search’ It-platform gelanceerd voor de constructie- bedrijven. Search It draagt sterk bij tot de samenwerking in onze groep omdat het een overkoepelende kennisdatabase is waarmee we onze procedures en expertise op een eenvoudige manier met elkaar kunnen delen. Daarnaast hebben we in 2021 vol ingezet op de analyse en voorbereiding van onze toekomstige ERP-oplossing binnen het Future-programma. Hiermee bouwen aan de fundamenten van onze organisatie en kunnen we nu met een duidelijk beeld op zoek gaan naar een ‘future proof’ geïntegreerd managementsoftwarepakket, waarvoor de implementatie eind 2022 zal starten. Ook de evolutie van onze digitale tools voor de human resources-afdelingen in de groep is ingezet. Er is, na een gezamenlijke analyse, een keuze gemaakt voor de rekruterings- applicatie die in 2022 voor de hele groep geïmplementeerd zal worden. Tegelijkertijd zullen we op zoek gaan naar een gezamenlijk platform waarmee e-learning en ontwik- keling op een efficiënte manier over de groep heen kan aangeboden worden. Naast al deze digitalisatie zit ook innovatie in de kern van onze filosofie. We hebben alle voor- bereidingen getroffen om in 2022 het ‘Innovate’ It-platform te lanceren, waarmee we iedereen kunnen betrekken in onze innovatie ideeën terwijl we ook een overzicht houden van wat er allemaal gaande is.” Hans Van Dromme Chief Information Officer DIGITALISERING EN INNOVATIE HAND IN HAND “De doelstelling van nul ongevallen/nul incidenten blijft de centrale doelstelling van CFE waar ook de HSEQ board (Health, Safety, Environment, Quality) zijn schouders onder zet. Dit met de nadruk op alle elementen van welzijn en preventie die onlosmakelijk verbonden zijn met echte veiligheid voor iedereen op elk moment op de werkplek. Daartoe hebben wij duidelijke prioriteiten gesteld die in concrete acties worden vertaald. Na de vaststelling van een gemeenschappelijke visie en een gemeenschappelijk beleid voor alle entiteiten en de invoering van een eengemaakte rapportering van HSEQ-statistieken, konden wij in 2021 een viervoudige aanpak ontwikkelen: ontwikkeling en uitvoering van een alcohol- en drugsstrategie, verhoging van het aantal meldingen van risicovolle handelingen of situaties, lancering van een campagne over levensreddende regels (Life Saving Rules) met de nadruk op werken op hoogte, en het opzetten van een opleidingsprogramma over Safety Awareness voor het management. Preventie en bewustmaking blijven van essentieel belang. De stijging met 24% van het aantal proactieve meldingen van handelingen of risicovolle situaties ten opzichte van 2019 getuigt van een goed collectief bewustzijn dat de basis vormt van ons veiligheidsbeleid.” VEILIG WERKEN 2021 20 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN JANUARI 2021 DEME en Van Laere bouwen mee aan de realisatie van het deelproject Rechteroever van de Oosterweelverbinding in Antwerpen. Een studie gepubliceerd door de waterstofimportcoalitie – een samenwerking van DEME, ENGIE, Exmar, Fluxys, Port of Antwerp,  Port of Zeebrugge en WaterstofNet – bevestigt het potentieel van waterstofimport. MAART 2021 De kiellegging is een belangrijke stap voor het eerste Taiwanese offshore installatieschip van de nieuwe generatie, de ‘Green Jade’. MBG en haar partner pompen het water van de bouwplaatsen Vivid en Lucid in Leuven via ondergrondse leidingen naar de naburige brouwerij Stella Artois. Het water wordt in de technische verwerkingsprocessen gebruikt. FEBRUARI 2021 Start van de bouw van het Fehmarn- project, de langste onderzeese tunnel ter wereld, die Denemarken met Duitsland zal verbinden. DEME Offshore sleept een belangrijk EPCI-contract (engineering, levering, bouw en installatie) in de wacht voor de funderingen van het offshore windpark Arcadis Ost 1 van Parkwind. De XXL monopiles van de volgende generatie, die elk bijna 2.000 ton wegen, worden de grootste van Europa. APRIL 2021 Vineyard Wind selecteert DEME Offshore US LLC voor het offshore transport en de installatie van de windturbinegeneratoren voor het Vineyard Wind 1-project, de eerste grootschalige offshore windinstallatie in de Verenigde Staten. MEI 2021 DEME organiseert de doopplechtigheid van de ‘Spartacus’, de krachtigste snijkopzui- ger ter wereld. OUR TIMELINE JUNI 2021 BPI Real Estate en AG Real Estate selecteren samen met de Brusselse bouwmeester een architectenteam voor de transformatie van ‘Aarlen-Trier’, een emblematisch gebouw uit de jaren 1970 in de Europawijk, tot een innoverend en op het welzijn van de gebruikers gericht kantoorgebouw, waarbij de bestaande kenmerkende architectuur bewaard blijft. De Belgische federale minister van Energie, Tinne Van der Straeten, doopt de ‘Groenewind’, het eerste DP2 Service Operation Vessel met dubbele romp, het begin van een nieuw tijdperk voor het onderhoud van offshore windparken. JULI 2021 BPC Group, Wood Shapers en VMA starten de bouw van het hoogste houten gebouw van het Brussels Gewest. Het kantoorproject ‘Monteco’, in het hart van de Europawijk, wordt met zijn acht verdiepingen hoge houtstructuur als het hoogste gebouw beschouwd. Het gebruikte hout is PEFC-gecertificeerd en komt uit een perimeter van maximaal 500 kilometer rond de bouwplaats. 2021 21 JAARVERSLAG NIETFINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN AUGUSTUS 2021 DEME Offshore bereidt zich met een ingrijpende upgrade van het DP2-hefvaartuig ‘Sea Installer’ voor op de turbines van de nieuwe generatie. De capaciteit van de kraan wordt opgevoerd van 900 naar 1.600 ton. SEPTEMBER 2021 Na werken die meer dan vier jaar hebben geduurd, opent La Grand Poste officieel voor het publiek. La Grand Poste verzamelt en bundelt de energie van de stad in vijf aansluitende ruimten: een (co-) workingruimte met verschillende formules; een voor iedereen toegankelijke food market, bar en rooftop; een ambachtelijke brouwerij (Brasseries de Liège); een plaats voor de begeleiding van startups en een mediacampus voor de studenten van de masteropleiding journalistiek van de universiteit van Luik. OKTOBER 2021 Op de site ZIN, in de Brusselse Noordwijk, zet CFE Contracting een belangrijke stap met de symbolische eerstesteenlegging van het nieuwe kantoorgebouw van de Vlaamse Overheid, het Marie-Elisabeth Belpaire-gebouw. Het betreft de plaatsing van de eerste schuine kolom, 100% van circulaire beton gemaakt, van de hoofdingang van het circulaire gebouw. DEME Offshore installeert de 165 ste en laatste monopile van het offshore windpark Hornsea Two, het grootste ter wereld. NOVEMBER 2021 DEME Offshore US LCC, een wereldleider in projecten voor offshore windparken, verkrijgt in een consortium met Prysmian een Balance of Plant-project (BoP) van +1,1 miljard USD van de groep Dominion Energy voor de bouw van het windpark Coastal Virginia Offshore Wind Farm (CVOW). Het grootse offshore windpark van de Verenigde Staten, met een totale waarde van +1,9 miljard USD, zal 660.000 huishoudens energie leveren. DEME Offshore bevestigt dat de installatie van het offshore windpark van Saint-Nazaire voor de helft voltooid is. Na het begin van de bouw in het voorjaar van 2021 zijn 40 van de in totaal 80 XL funderingen in een recordtijd geïnstalleerd. De groep DEME tekent een samenwerkingsakkoord met CIP en sluit zich aan bij de groep NJORD voor de bouw van een energie-eiland in de Deense Noordzee. Het akkoord is een belangrijke stap op weg naar de realisatie van het eerste energie-eiland ter wereld. DECEMBER 2021 DEME Offshore sleept een belangrijk contract in de wacht voor de verbindingskabels van het windpark Dogger Bank in het Verenigd Koninkrijk. Met een vermogen van 3,6 GW is dit momenteel het grootste offshore windpark in ontwikkeling ter wereld. De Raad van Bestuur van de Aannemingsmaatschappij CFE NV kondigt haar intentie aan om de groep in twee onderscheiden vennootschappen te splitsen: CFE en DEME. Deze partiële splitsing heeft tot doel twee toonaangevende spelers in hun respectieve activiteitensectoren te vormen. INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN 2021 22 HOE WIJ DE WERLED VORMGEVEN JAARVERSLAG NIETFINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN 2021 23 CONTRACTING URBAN SHAPERS MARINE ENGINEERING HOW WE CREATE VALUE INPUT EMPLOYEES MATERIALS & SUPPLIERS KNOWLEDGE & EXPERTISE DIGITAL TECHNOLOGIES EQUIPMENT & CAPITAL ACTIVITIES BUILD FOR THE FUTURE BE A GREAT PLACE TO WORK OFFER INNOVATIVE SOLUTIONS TOWARDS CLIMATE NEUTRALITY PARTNER FOR CHANGE IMPACT MATERIALITY & KPI’S 7 3 8 13 11 16 17 9 4 12 14 Good health and well-being for people Affordable and clean energy Sustainable cities and communities Decent work and economic growth Peace, Justice, and Strong Institutions Partnerships Climate Action Industry, Innovation and Infrastructure Quality Education Responsible consumption and production Life Below Water WAARDEN EN MAATSCHAPPELIJKE BIJDRAGE Vastgoedontwikkeling, baggerwerken en waterbouwkunde, bouw, technische installaties en rail & utilities. De groep CFE is actief in meerdere domeinen, met een sterke impact op de samenleving als gemeenschappelijk kenmerk. De kracht van de groep ligt in haar diversiteit en complementariteit om vandaag de wereld van morgen te bouwen. De analyse van de 17 doelstellingen voor duurzame ontwikkeling die werden opgesteld door de Verenigde Naties, maakte het mogelijk om voor zowel DEME als CFE Contracting en BPI Real Estate hun eigen prioritaire doelstellingen te identificeren. CFE is zich bewust van haar maatschappelijke verantwoordelijkheid en staat klaar om de cruciale uitdagingen aan te gaan van klimaatverandering, circulaire economie, verantwoorde productie en consumptie van groene energie, mobiliteit, veiligheid en het welzijn van onze medewerkers en van alle belanghebbenden bij onze projecten of zelfs toegang tot betaalbare woningen. De groep heeft een duidelijke wens om deze duurzame aspecten zowel in het bouwproces als in de projecten zelf te benadrukken. En CFE aarzelt niet om te innoveren om een maximale duurzame impact te creëren. Deze duurzame impact kan dus worden verwoord rond vijf complementaire ambities, namelijk: ‘Build for the future’, ‘Great place to work’, ‘Offer innovative solutions’, ‘Drive the energy transition towards climate neutrality’ en ‘Create sustainable shareholder value’. Deze 5 pijlers stemmen overeen met alle ESG-thema’s: Milieu, Mens (sociaal) en Governance. Daarbij staat duurzaamheid centraal in de strategie van de groep CFE. De constante dialoog met alle belanghebbenden en de ontwikkeling van solide partnerschappen ondersteunen deze duurzame aanpak en vormen de basis die nodig is om onze ambities te realiseren. 24 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN HOW WE CREATE VALUE CONTRACTING URBAN SHAPERS MARINE ENGINEERING HOW WE CREATE VALUE INPUT EMPLOYEES MATERIALS & SUPPLIERS KNOWLEDGE & EXPERTISE DIGITAL TECHNOLOGIES EQUIPMENT & CAPITAL ACTIVITIES BUILD FOR THE FUTURE BE A GREAT PLACE TO WORK OFFER INNOVATIVE SOLUTIONS TOWARDS CLIMATE NEUTRALITY PARTNER FOR CHANGE IMPACT MATERIALITY & KPI’S 7 3 8 13 11 16 17 9 4 12 14 Good health and well-being for people Affordable and clean energy Sustainable cities and communities Decent work and economic growth Peace, Justice, and Strong Institutions Partnerships Climate Action Industry, Innovation and Infrastructure Quality Education Responsible consumption and production Life Below Water * these SDG’s are DEME, CFE Contracting and BPI Real Estate related; more info in the annexes ** these SDG’s are DEME or CFE Contracting and BPI Real Estate related; more info in the annexes 25 JAARVERSLAG NIETFINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN Project ZIN - Brussel 26 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN BUILD FOR THE FUTURE Project ZIN - Brussel 27 JAARVERSLAG NIETFINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN Gelet op de aard van haar activiteiten, die rechtstreeks met hernieuwbare energie verband houden, houdt DEME al sedert verscheidene jaren in al haar processen rekening met ecologische, sociale en go - vernancecriteria (ESG). CFE Contracting en BPI Real Estate voeren sinds 2019 een nieuw proactief beleid in dit domein. Het kwam in 2020 op snelheid met de invoering van duidelijke en relevante key performance indicators (KPI’s). 2021 werd gekenmerkt door een algemene bewustmaking in alle entiteiten en op alle verantwoordelijk - heidsniveaus, ook met de aanstelling van verscheidene sustainability ocers in de verschillende structuren van de groep. Synergieën en werkgroepen, via regelmatige bijeenkomsten, hebben geleid tot het ont - staan van talrijke initiatieven. Elke business- unit krijgt een grote vrijheid van denken, om de collectieve intelligentie te stimuleren zonder de eigenheid van elke kernactiviteit in het gedrang te brengen. De basis voor een nog meer coherente gemeenschappelij - ke lijn is al gelegd en zal de groep CFE in staat stellen om in 2022 nog ambitieuzere doelstellingen te bepalen. Deze visie begint al vruchten af te werpen, zoals blijkt uit de opmerkelijke resultaten van de analyse door het ratingagentschap Sustainalytics. Met een score van 27,8 (Medium Risk) is de groep CFE een van de beste ondernemingen in haar sector op het vlak van het beheer van de ESG-risico’s. Dat betreft niet alleen de toepassing van de principes van de circulaire economie in de processen op de bouwplaatsen, maar ook een verlichte governance en resolute inves - teringen in innoverende duurzame bouw- methoden. Zo hebben CFE Contracting en BPI Real Estate hun knowhow gebundeld om Wood Shapers op te richten. Na het emblematische project Wooden in Luxem - burg, werkt Wood Shapers samen met BPC Group aan het project Monteco, het hoog - ste houten gebouw van het Brussels Gewest. DE NATUURLIJKE MILIEUS BESCHERMEN DEME, een pionier van de ESG-benade- ring, verbetert eveneens de analyse van haar energiegegevens, met de ontwikkeling in alle businessunits van dashboards voor de uit - stoot van broeikasgassen en het energiever- bruik. Gelet op de aard van de activiteiten van haar maritieme pool, zijn de bescher - ming van de biodiversiteit en de eerbied voor het evenwicht van het zeemilieu cen - trale aandachtspunten voor de groep CFE. Om die principes globaal en doorlopend te garanderen, wordt op alle sites en voor alle werken een QHSE (Quality Health Safety Environment) systeem voor risicobeheer ge - bruikt. Aan het risicomanagementsysteem is een KPI gekoppeld. De score van die indicator lokt reacties uit, ‘green initiatives’, namelijk één of meer aanpassingen van de processen, uitrustingen of installaties om de milieu-impact van het project te beperken, in de eerste plaats door afval en onnodige uitstoot te vermijden. Dankzij de KPI wor - den de leden van de betrokken teams heel concreet gesensibiliseerd. Ze kunnen de ecologische impact beter identiceren en creatieve oplossingen vinden om die te be - perken. In een recent initiatief van dit type werden de in de hydraulische systemen en voor de smering van het drijvend materieel gebruikte oliën en vetten door biologisch afbreekbare equivalenten vervangen. VOORUITLOPEN OP DE TOEKOMST BPI Real Estate denkt na over de gebouwen en de leefomgeving van de toekomst. Los van de bouwprocessen schetsen samenle - vingsconcepten in relatie met de vorm van de gebouwen nu al de contouren van onze toekomst. Een visie op lange termijn die op de behoeften van morgen vooruitloopt en vandaag al resultaten oplevert. In 2021 ver - tegenwoordigden de projecten in ontwerp of in aanbouw van BPI Real Estate 83.200 m² ‘fossil free’ constructies, 50.360 m² hout - DE STRIJD TEGEN DE KLIMAATOPWARMING IS VANDAAG MEER DAN OOIT EEN BELANGRIJKE UITDAGING. DE GROEP CFE IS ZICH SCHERP BEWUST VAN DE HUIDIGE PROBLEMEN EN VAN HAAR ROL ALS BOUWER VAN EEN VERANTWOORDELIJKE TOEKOMST VOOR IEDEREEN. MET DE ONTWIKKELING VAN BAANBREKENDE PROJECTEN, HET GEBRUIK VAN DUURZAME MATERIALEN EN HET ONTWERP VAN ECOLOGISCH VERANTWOORDE GEBOUWEN WERKT ZE AAN EEN TOEKOMSTGERICHTE DYNAMIEK. DE VERMINDERING, HET RECYCLEREN EN HET HERGEBRUIK VAN AFVAL, DE BEHEERSING VAN HET ENERGIEVERBRUIK, HET WATERBEHEER: STUK VOOR STUK CONCRETE ACTIEDOMEINEN DIE HAAR VISIE OP LANGE TERMIJN ONDERBOUWEN. constructies en 206.870 m² ‘eco friendly’ constructies. Met projecten zoals Grand Poste in Luik of BrouckR in Brussel, een multifunctioneel project dat voor het woon- en kantoorgedeelte volledig wordt verwarmd en gekoeld door middel van open geothermische energie, zonder fossiele brandstoen, en dat wooneenheden, een hotel, kantoren en winkels zal huisvesten in het centrum van de Belgische hoofdstad, legt BPI Real Estate de basis voor een nieu - we manier van leven in de stad. RECYCLEN, VERBEELDEN, INNOVEREN In het project ZIN in Brussel hebben BPC Group en Van Laere voor het eerst met circulair beton gewerkt. Deze voorlopig experimentele aanpak moet in de volgende jaren nog worden gestandaar - diseerd, maar belooft een echte vooruit- gang. Het principe: een deel van de sloop- materialen wordt tot granulaten vermalen en vervolgens aan het nieuwe beton toege - voegd. Een wenselijke ontwikkeling met een buitengewoon positieve impact op de vermindering van de CO 2 -uitstoot op alle niveaus. Meer algemeen zit de noodzaak van recycling nu in het DNA van de groep CFE. Het beheer van de energiebronnen staat centraal in alle overwegingen over de toekomst van onze planeet. VMA heeft een tool ontwikkeld die SMART en duurzaamheid hand in hand laat gaan: VMANAGER. Deze oplossing voor intelli - gent energiebeheer van gebouwen is een belangrijke technologische doorbraak. Ze verbindt de zelfstandige systemen van diver - 28 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN GRAND POSTE EEN TWEEDE JEUGD VOOR LUIK Realisatie: BPI Real Estate Een grootschalig project voor de opwaar- dering van een geklasseerd pand in het centrum van de stad, met co-working- ruimten, startups, bedrijvenincubators, handelszaken (overdekte markt voor de korte kring), horeca, een microbrouwerij... Zo ontstaat een digitale, creatieve buurt in het oude gebouw van de Grand Poste, gelinkt aan de Luikse universiteit. se leveranciers en fabrikanten met elkaar – in alle technische domeinen: verlichting, verwarming, koeling, ventilatie, branddetec - tie, toegangscontrole, geothermie, beheer van oplaadpalen enz. – en geeft een nauw - keurig beeld van de werking van het ge- bouw, terwijl ze ook tools voor een eciënt onderhoud levert. Gecombineerd met een optimalisatie van het verbruik op basis van gegarandeerde resultaten is VMANAGER een volledige tool voor het energiebeheer van gebouwen. VMANAGER is bedoeld voor nieuwbouw en renovaties, maar wordt nu ook intern gebruikt op verschillende bouwplaatsen van de groep CFE. Met zeer concrete successen. Dankzij de 24/24 monitoring kan men niet alleen het elektriciteitsverbruik van de wer - nstallaties optimaliseren, maar ook proble- men opsporen. Zo werd midden in een weekend een waterlek in een sanitaire uit - rusting van een bouwplaats gedetecteerd en stopgezet, goed voor de besparing van 12.000 liter water op één dag. Ook de mobiliteit, die centraal staat in de oplossing van de milieuproblematiek, krijgt de nodige aandacht. Dat blijkt bijvoor - beeld uit de deelname van MOBIX aan LuWa, het consortium dat de openbare verlichting van het Waalse wegennet mo - derniseert en de basis legt voor de eerste geconnecteerde autowegen. Het project van de Oosterweelverbinding in Antwer - pen, die de ring rond de grote havenstad zal sluiten en het internationale verkeer zal omleiden, is daar een ander voorbeeld van. DEME en Van Laere werken er samen aan en demonstreren eens te meer de comple - mentariteit tussen de entiteiten van de groep en hun vermogen om echte oplos - singen voor de toekomst voor te stellen. 29 JAARVERSLAG NIETFINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN Gecombineerd met een optimalisatie van het verbruik op basis van gegarandeerde resultaten is VMA NAGER een volledige tool voor het ener giebeheer van gebouwen. ZIN CIRCULARITEIT OP GROTE SCHAAL Realisatie: BPC Group, Van Laere en VMA Een multifunctioneel innoverend project voor de herontwikkeling van de huidige torens WTC 1 en 2 in de Brusselse Noordwijk. De bovengrondse oppervlakte van 110.000 m 2 zal 75.000 m² kantoren en co-workingruimten omvatten, 14.000 m 2 woningen en 16.000 m² voor een hotel, naast ruimten voor sport, recreatie, horeca en handelszaken. Van Laere en BPC Group belasten zich met de bouw en Van Laere verzorgt de multitechnieken. ZIN is een gedurfd project, zowel door zijn architectuur als door zijn concept en zijn milieu-impact. Het wordt namelijk een vrijwel energieneutraal complex. Ook voor de circulariteit is een belangrijke plaats ingeruimd. 65% van de bestaande torens wordt behouden en 95% van de materialen wordt bewaard, hergebruikt of gerecycled, terwijl 95% van de nieuwe materialen cradle-to-cradle-gecertificeerd moet zijn. 30 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN 31 JAARVERSLAG NIETFINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN Op alle bouwplaatsen van CFE is de vei- ligheid op elk moment zowel een recht als een plicht. De garantie van een veilige werkomgeving voor de medewerkers is een fundamentele eis, op alle niveaus, in alle entiteiten en voor elke activiteit. In dat perspectief heeft Benelmat de risicoana - lyses van de arbeidsplaatsen en -taken volledig vernieuwd, met een nieuwe matrix en kwantitatieve evaluaties. Het heeft een globaal preventieplan over 5 jaar en een jaarlijks actieplan met concrete doelstellin - gen gestart, samen met een bijzonder vei- ligheids- en gezondheidsplan dat rekening houdt met alle mogelijke interventies op de bouwplaats en met de specieke risico’s of situaties. De synergie met BPC Group rond de normen voor Kwaliteit-Veiligheid-Milieu is versterkt en verbeterd. VMA heeft verder gewerkt aan haar project ‘VMA VCA’, waarin alle preven - tieadviseurs hun krachten bundelen om begin 2022 in alle entiteiten van VMA een VCA-systeem in te voeren, samen met een veiligheidsstrategie op maat van elke sector. MBG heeft haar certiceringen ISO-9001, VCA en VCA-P bevestigd en ook haar be - wustmakingsbeleid versterkt, door op alle bouwplaatsen een opleidingslm over de EEN VEILIG WERKKADER AANBIEDEN WAARIN MENSEN ZICH KUNNEN ONTPLOOIEN. IEDEREEN DE KANS GEVEN OM ZIJN OF HAAR TALENTEN TE ONTWIKKELEN EN CARRIÈRE TE MAKEN. IEDEREEN IN EEN POSITIEVE OMGEVING PASSENDE OPLEIDINGSKANSEN AANBIEDEN. DIE WAARDEN ZIJN ESSENTIEEL VOOR DE GROEP CFE, DIE MET HET CONCEPT ‘TOGETHERNESS’ DE COLLEGIALITEIT VAN HAAR TEAMS IN DE VERF ZET. HET WELZIJN OP HET WERK, DE GEZONDHEID EN DE VEILIGHEID ZIJN UITERAARD FUNDAMENTEEL, ZEKER IN DE CONTEXT VAN DE GEZONDHEIDSCRISIS DIE HAAR STEMPEL OP HET AFGELOPEN JAAR GEDRUKT HEEFT. DE GROEP CFE GAAT ECHTER NOG VERDER IN HAAR STREVEN NAAR INCLUSIE EN VERANTWOORDELIJKHEID IN AL HAAR ENTITEITEN. BE A GREAT PLACE TO WORK veiligheid te tonen, waarna de personen die toegang tot de bouwplaats wensen een reeks vragen moeten beantwoorden voor ze de toelating krijgen. Bij MOBIX hebben alle directieleden en managers een Safety Aware- ness-opleiding gevolgd. De functies van de safety-app werden uitgebreid met de inspec - ties van de bouwplaatsen en de signalering van incidenten en arbeidsongevallen. VEILIGHEID IN DE PRAKTIJK De volledige herziening in 2021 van de opleiding Safety Awareness, nu aangepast aan de anciënniteit en functie van elke deel - nemer, gaat gepaard met een reeks concrete actieplannen die op zeer korte termijn het aantal incidenten moeten verminderen. Een bijzondere aandacht gaat uit naar het werk op hoogte en naar de Life Saving Rules voor alle entiteiten van CFE Contracting. Om het welzijn, de motivatie en de pres - taties van de teams te meten en te verbete- ren, hebben MBG en VMA in het project Tweewaters in Leuven samen een werfba - rometer ingevoerd. Op deze tabel met een reeks punten in verband met het werk op de bouwplaats kunnen de medewerkers hun perceptie van elk onderwerp aangeven met een kleurcode: groen, oranje of rood. Door iedereen de kans te geven om zich uit te drukken en door de menselijke factor centraal te plaatsen, kan men de arbeids - omstandigheden concreet verbeteren, wat iedereen ten goede komt. De teams van DEME, pioniers in veel do - meinen, werken vaak in complexe omstan- digheden of omgevingen. Op de schepen, op de bouwplaatsen en in de kantoren zijn veiligheid en welzijn dan ook essentieel. 32 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN MAJALAND Realisatie: CFE Polska Het tweede themapark gewijd aan Maja de Bij, uitgevoerd door CFE Polska. Na dat van Kownaty, ten oosten van Poznań, zal Majaland in Warschau een van de grootste pretparken in zijn soort zijn in de hoofdstedelijke regio. Een grondpositie van 50.000 m grond voor een gebouwde oppervlakte van bijna 10.000 m, waaronder onder andere alle ontvangstruimten voor de vele attracties en een parkeerplaats met meer dan 700 plaatsen. Het project is ook sterk verbonden met het sociale weefsel en met lokale gemeenschappen, waaronder de sponsoring van een kleuterschool, een donatie van 20.000 euro aan de gemeente Wiazowna om de renovatie van haar school te ondersteunen en een partnerschap met de ambassade van België voor het opzetten van bijenkorven om zo de productie van honing te bevorderen. Naast een constante monitoring met stren- ge KPI’s heeft DEME in 2021 verscheide- ne acties ontwikkeld, in het bijzonder de Safety Stand Down en de Safety Moment Day, met informatie over 214 successen in het domein van de veiligheid. Daarnaast was het preventieprogramma ‘Resilience and well-being at DEME’ het belangrijkste hulpmiddel dat de teams in staat stelde om ondanks de pandemie veilig te blijven wer - ken en de projecten voort te zetten. OPLEIDINGEN IN EEN RUIM PERSPECTIEF In 2021 kreeg de ontwikkeling van de competenties bijzondere aandacht in ver - scheidene entiteiten van de groep CFE. Zo introduceerde Van Laere de Van Laere Academy, die een waaier van voor iedereen toegankelijke globale opleidingen aanbiedt, aangevuld met meer specieke opleidingen voor bepaalde technische activiteiten. Voor die laatste wordt ook een beroep gedaan op de meest ervaren medewerkers, die hun knowhow en kennis doorgeven. Dezelfde aanpak zien we bij MBG, met opleidings - trajecten met mentoring, of bij MOBIX, waar de projectleiders een aan hun functie aangepast opleidingstraject van negen maanden volgen. In 2021 heeft CFE bo - vendien haar programma Traineeship for Young Project Leaders gelanceerd. Dit is een uitgebreide opleiding in niet alleen pro- jectbeheer en de planning van bouwplaat- sen, maar ook duurzaamheid en nanciën, met door experts geleide interactieve modu - les, aangevuld met bezoeken op het terrein. TALENTEN AANTREKKEN Op groepsniveau zijn de fundamenten gelegd voor de toekomstige CFE Academy, die in 2022 van start zal gaan. Hij zal de loopbaanontwikkeling van alle werknemers ondersteunen en het ook mogelijk maken nog beter extern talent aan te trekken. De aanwerving van nieuwe gekwaliceerde medewerkers blijft één van de grote uitda - gingen voor de groep CFE, zoals voor alle spelers in de bouwwereld. De digitalisering van talrijke personeelsdiensten verbetert ook het werkcomfort van iedereen en ver - sterkt de teamgeest die in alle entiteiten aanwezig is. Een gemeenschap met sterke banden die haar waarden van solidariteit tot uitdrukking heeft gebracht op alle ni - veaus, zowel in Polen met de sociale acties rond het Majaland-project als in België door de slachtoers van de overstromingen van 2021 te helpen. Een inzameling ten gunste van het Rode Kruis bracht bijna 15.000 euro op, een bedrag dat door CFE werd verdubbeld, waardoor de NGO niet minder dan 30.000 euro kon ontvangen. 33 JAARVERSLAG NIETFINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN In 2021 kreeg de ontwikkeling van de competenties bijzondere aandacht in verscheidene entiteiten van de groep CFE RODE KRUIS CFE IS SOLIDAIR Na de vreselijke overstromingen die in 2021 het oosten van België troffen, werd een inzamelingsactie bij de medewerkers gehouden om een schenking aan het Rode Kruis te doen. Vervolgens verdubbelde CFE het opgehaalde bedrag – 14.890 euro – en ontving de ngo die de slachtoffers helpt in totaal 30.000 euro. Bovendien zijn veel collega’s in hun vrije tijd als vrijwilligers op het terrein gaan helpen. 34 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN TOWARDS CLIMATE NEUTRALITY Hornsea Two 35 JAARVERSLAG NIETFINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN DEME is binnen de groep CFE zowel de voorloper als de motor inzake koolstof - neutraliteit. Haar activiteiten in oshore windenergie hebben een belangrijke lokale en internationale impact. Met de start van het project Coastal Virginia Oshore Wind (CVOW) – met een capaciteit van 2,6 giga - watt het grootste oshore windpark van de Verenigde Staten – demonstreert DEME de waarde van haar inzet van meer dan 15 jaar voor dit type hernieuwbare energie. Daarnaast noteren we de installatie van 40 van de 80 funderingen van het windpark van Saint-Nazaire in Frankrijk, de plaat - sing van de laatste van de 165 monopijlers van Hornsea Two, voor de Britse kust – dit wordt het grootste oshore windpark ter wereld – en de funderingen van het project Parkwind Arcadis Ost1 in Duitsland. DEME draagt ook bij aan de koolstofneu - traliteit door nieuwe technologieën toe te passen. Ze wil tegen 2040 haar uitstoot van broeikasgassen met 40% verminderen tegenover 2008 en zal tegen 2050 volledig koolstofneutraal worden. Dat impliceert in de eerste plaats de upgrade van haar Fleet of the Future, die haar uitstoot van broeikasgassen doorlopend verlaagt, maar ook de inplanting van een netwerk met zero uitstoot – het Emission Free Infrastructure Network – dat de energietransitie van de infrastructuursector zal versnellen. Door in het kader van de European Clean Hy - drogen Alliance deel te nemen aan twee HYPORT-projecten voor de productie van groene waterstof, in het sultanaat Oman en in Oostende, bevestigt DEME eens te meer haar streven om bij te dragen aan het door de Europese Raad vastgelegde doel van koolstofneutraliteit tegen 2050. Alleen al de Belgische site zal 500.000 tot 1.000.000 ton CO 2 per jaar uitsparen. Koolstofneutraal worden is een doel dat tot nederigheid stemt. De leden van het Sus - tainability Board – ofwel alle sustainability ocers van de verschillende entiteiten van CFE Contracting en BPI Real Estate – heb - ben dat goed begrepen en focussen vooral op bewustmaking van de milieu-uitdagin - gen én op praktische en concrete benade- ringen. Heel de groep CFE is zich van de problematiek bewust en neemt een reeks initiatieven om met name de CO 2 -uitstoot te verminderen. De verschillende entiteiten krijgen een grote vrijheid in de uitvoering van deze initiatieven, zodat de duurzaam - heidsprincipes in de eigenheid van elke kernactiviteit worden verankerd. De vol - gende etappe in 2022: een nog beter geco- ordineerd en eenvormig beleid, vertrekkend van een solide basis en met duidelijke doel - stellingen voor iedereen. De mobiliteit van het personeel, het materiaaltransport en de optimalisatie van het energieverbruik op de bouwplaatsen en in de ontwikkeling van de projecten, zijn stuk voor stuk hefbomen om te benutten. ANTICIPEREN OM TE VERMINDEREN MBG heeft in 2021 een begin gemaakt met haar certicering voor niveau 3 op de CO 2 -prestatieschaal, een niveau dat Van Laere al heeft bereikt. Deze ambitie wordt waargemaakt door de overstap naar groene energie, die nu 95% van de energiemix van de bouwplaatsen vertegenwoordigt, en door een intelligente follow-up van het verbruik. Ook de samenwerking met Benelmat heeft een grote rol gespeeld, met onderzoek naar de milieu-impact van het gebruikte mate - rieel en de keuze van zuinigere uitrusting, synoniem met de vermindering van de kool - stofuitstoot. Projecten voor het hergebruik van afvalwater, de plaatsing van fotovolta - ische panelen en nog eciëntere ventilatie worden bestudeerd en zullen in de loop van het jaar het licht zien. Ook voor BPC Group was de monitoring van het verbruik op de bouwplaatsen de hoeksteen van de beperking van de uitstoot. CFE CONTRACTING EN BPI REAL ESTATE ENGAGEERDEN ZICH TWEE JAAR GELEDEN – AANSLUITEND OP DE REEDS LANGERE INZET VAN DEME – VOOR EEN NIEUW DUURZAAMHEIDSBELEID OP BASIS VAN DE 17 DUURZAME ONTWIKKELINGSDOELSTELLINGEN VAN DE VERENIGDE NATIES. KOOLSTOFNEUTRALITEIT IS EEN VAN DE HOOFDPUNTEN VAN DEZE STRATEGIE. NA EEN ANALYSE EN DE SELECTIE VAN RELEVANTE KPI’S STOND 2021 IN HET TEKEN VAN DE CONCRETE UITVOERING, MET ACTIEPLANNEN IN ALLE ENTITEITEN EN EEN DUIDELIJKE AMBITIE OM DE DIRECTE KOOLSTOFUITSTOOT TEGEN 2030 MET 40% TE VERMINDEREN. DE GROEP CFE TOONT HAAR ENGAGEMENT DOOR ALLES IN HET WERK TE STELLEN OM DE IMPACT AL VAN BIJ HET ONTWERP VAN DE PROJECTEN TE BEPERKEN. Hornsea Two 36 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN Een netwerk van sensoren en alarmen in de kantoren, in de arbeiderslokalen en op de kranen maakt een analyse van het verbruik mogelijk om de energieprestaties te verbete - ren, en waarschuwt de teams onmiddellijk in het geval van een incident, zoals een waterlek. De proef met het Construction Consolidation Centre (CCC) – een inno - verend logistiek systeem dat de leveringen afstemt op de behoeften van de bouwplaats, geïnspireerd door een initiatief van CLE op de werf van Aurea – heeft veel bijgedragen aan de beperking van de milieu-impact van de leveringen en de aanvoer van de materialen, en heeft de opslag in zijn geheel vereenvoudigd. Het CCC wordt meer bepaald gebruikt in het project ZIN, een al even voorbeeldige bouwplaats waar BPC Group, Van Laere en VMA samen de voordelen van de cir - culaire bouw demonstreren. De renovatie van de torens WTC 1 en 2 in Brussel, die een vrijwel volledige energieneutraliteit nastreeft, hergebruikt of recyclet 95% van het gewicht van de bestaande gebouwen. 95 % van de gebruikte nieuwe materialen is Cradle to Cradle (C2C) gecerticeerd. Deze benadering levert een spectaculaire verlaging op van de koolstofvoetafdruk van de werken en van de gebouwen over hun volledige levensduur. LOKALE ACTIES VOOR DE TOEKOMST De specieke technische competenties van de groep CFE kunnen een beduidend ver - schil maken in cruciale aspecten van de glo- bale milieubalans van België en Luxemburg. Een van de vele voorbeelden is Procool, een specialist in industriële koeling en klimaat - regeling van de multitechnische cluster van VMA. Procool vervangt de schadelijke koel - gassen van vroeger door duurzame gassen als ammoniak en koolstofdioxide. Het be - drijf is een voorloper in dit domein en biedt niet alleen haar klanten – onder wie veel spelers in de voedseldistributie – oplossingen aan, maar draagt ook in samenwerking met scholen bij aan de opleiding van technici. Voor BPI Real Estate begint de klimaatambitie bij de bron, dus bij het concept van de projecten. Ze houdt systematisch rekening met de ecologische impact van elk gebouw en overweegt in elke stap van de ontwikkeling de mogelijke duurzame oplossingen. Deze benadering heeft tot projecten geleid die dankzij geothermie minder of helemaal geen fossiele energie nodig hebben – BrouckR HORNSEA TWO HERNIEUWBARE ENERGIE IN OPMARS Realisatie: DEME De ‘Innovation’, het hefschip uit de DEME-vloot, werkt mee aan de bouw van wat weldra het grootste windpark ter wereld zal zijn. Hornsea Two, voor de kust van Yorkshire, zal vanaf 2022 met een productie van 1,4 GW schone energie zijn voorganger, Hornsea One, overtreffen. DEME heeft niet minder dan 165 monopile funderingen en transitiestukken geïnstalleerd voor de turbines die met wieken van 82 meter elk 8,4 MW zullen opwekken. Een nieuwe stap in de transitie naar hernieuwbare energie, waarmee DEME eens te meer haar visie op lange termijn en haar pioniersrol illustreert. De specifieke technische competenties van de groep CFE kunnen een beduidend ver schil maken in cruciale aspecten van de glo bale milieubalans van België en Luxemburg 37 JAARVERSLAG NIETFINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN en Serenity in Brussel – of die biomassa en pellets gebruiken, zoals Gravity in Luxemburg. Dit vermogen van de vastgoedontwikkeling om op lange termijn te denken en rekening te houden met de globale problematiek is een van de troeven van de groep CFE. Of het nu is door hergebruik - 35.580 ton hergebruikte materialen in de afgelopen 12 maanden -, door de integratie van mobiliteitsaspecten, door de keuze voor revalorisatie - 60.160 m² te renoveren of projecten in renovatie in het afgelopen jaar - of door het gebruik van duurzame technologieën - resulterend in 206.870 m² ‘ CO 2 -vriendelijk’ bouwen in 2021: BPI Real Estate baant de weg naar een koolstofneutrale toekomst. SAINTNAZAIRE WINDKRACHT, ATLANTISCHE ENERGIE Realisatie: DEME Het offshore windpark Saint-Nazaire is met 80 windturbines, die 20% van het elektriciteitsverbruik van het departement Loire-Atlantique leveren, een belangrijke stap voorwaarts voor de Franse hernieuwbare energie. In 2021 vervoerde en installeerde DEME het eerste elektrische onderstation, een constructie van 1.200 ton die de geproduceerde elektriciteit verzamelt en via twee ondergrondse kabels naar het vasteland brengt. GRAVITY HET SAMENLEVEN VAN DE TOEKOMST Realisatie: BPI Real Estate en CLE Het project Gravity, aan de rand van Differdange, belichaamt alle waarden van de visie op lange termijn van BPI Real Estate. Al in de ontwerpfase van het project werd rekening gehouden met de specifieke behoeften van de stedelijke omgeving en de impact van het samenleven. Het omvat in totaal 80 gezinswoningen en 125 co-living studio’s, op een commerciële sokkel van 3.500 m ² met kantoren en diensten. Een globaal concept dat de manier van leven in de derde grootste stad van het Groothertogdom Luxemburg moderniseert. 38 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN Serenity - Brussel 39 JAARVERSLAG NIETFINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN De inzet van DEME voor nieuwe tech- nologieën voor een duurzamere toekomst komt in verschillende sectoren heel concreet tot uiting. Global Sea Mineral Resources (GSR), de divisie van DEME voor de ver - kenning van de diepzeebodem, blijft on- derzoek doen naar het verzamelen van me- taalrijke knollen op de oceaanbodem. Het prototype Patania II werd op 4.500 meter diepte ingezet, gemonitord door een panel van onafhankelijke wetenschappers, om de potentiële milieu-impact na te gaan en deze methode voor de winning van schaarse essentiële metalen te perfectioneren. Een belangrijke stap voorwaarts. DEME draagt in de European Clean Hy - drogen Alliance actief bij aan de ontwik- keling van groene waterstof. Ze werkt mee aan de bouw van twee fabrieken voor de productie van groene waterstof, als partner van de Haven van Oostende en PMV voor HYPORT ® Oostende en met OQ Alter- native Energie voor de HYPORT® Duqm Green Energy in het sultanaat Oman. Met hernieuwbare energiebronnen geprodu - ceerde ‘groene’ waterstof is een innovatie met op lange termijn een groot potentieel in het kader van de energietransitie. Ze kan immers worden gebruikt als energiebron voor de productie van elektriciteit, in de mobiliteit, voor verwarming en verbran - ding of als grondstof in de industriële reconversie. DEME blijft op innovatie en alternatie - ve brandstoen zoals vloeibaar aardgas (LNG), biodiesel en groene waterstof en methanol mikken om haar uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Dankzij technologische doorbraken verbetert de onderneming de energie-eciëntie van INNOVEREN OM VOORUIT TE GAAN EN NOG BETER TE ANTWOORDEN OP DE BEHOEFTEN VAN EEN WERELD IN CONSTANTE EVOLUTIE. MAAR OOK OM BIJ TE DRAGEN AAN DUURZAAM SAMENLEVEN. DOOR IN HAAR PROJECTEN NIEUWE PROCESSEN IN TE VOEREN, DE HABITAT VAN DE TOEKOMST TE BEDENKEN EN TECHNOLOGISCHE OPLOSSINGEN VOOR DE UITDAGINGEN VAN HET MILIEU TE ONTWIKKELEN, BEVESTIGT DE GROEP CFE HAAR STREVEN OM EEN GEWETENSVOLLE, VERANTWOORDELIJKE ROL TE SPELEN IN DE BOUW VAN DE TOEKOMST VAN ONS ALLEN. DAT IMPLICEERT OOK EEN BEREDENEERDE GOVERNANCE EN EEN DOORGEDREVEN DIGITALISERING VAN DE MANIER VAN WERKEN. OFFER INNOVATIVE SOLUTIONS 40 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN heel haar vloot, met systemen voor de omzetting van de warmte van restgassen in elektriciteit en de implementatie van tools voor de follow-up en monitoring van de energiegegevens. Het mooiste voorbeeld hiervan was de ingebruikneming in 2021 van de grootste en krachtigste zelfvarende snijkopzuiger, Spartacus die op LNG en biobrandstof vaart. COLLECTIEVE INTELLIGENTIE Het delen van ‘best practices’ en technolo- gische oplossingen tussen de verschillende entiteiten van de groep CFE draagt veel bij aan de correcte toepassing van innovaties op het terrein. Zo konden BPC Group en Benelmat dankzij overleg over duurzame ontwikkeling de elektrische uitrusting op de bouwplaatsen optimaliseren, door middel van batterijen die verbruikspieken opvangen en het mogelijk maken om het vermogen – en dus ook de koolstofvoetaf - druk – van de klassieke stroomaggregaten te verlagen. De samenwerking tussen Benelmat, VMA, BPC Group en MBG voor de installatie van smart meters en de invoering van een continue, nauwkeurige en beheerbare monitoring op afstand van het energieverbruik is een ander mooi voorbeeld. Op de bouwplaatsen is de ontwikkeling van Building Information Modeling (BIM) nu een prioriteit. Deze digitale modelvor - ming van de bouwinformatie verandert het werk van de teams ingrijpend, zowel in de voorbereiding als tijdens de operaties op het terrein. Ze verduidelijkt alle processen, van de vastgoedontwikkeling tot en met de denitieve oplevering, en vermindert in elke fase het risico van fouten. Het project Arlon-Trèves in Brussel, een ambitieuze renovatie van 18.000 m² verouderde kanto - ren bestemd voor afbraak en omgebouwd tot kantoren die aan hogere ESG-criteria voldoen, is een perfect voorbeeld hiervan. Digitalisering wordt de algemene regel voor meer en meer administratieve forma - liteiten, met name dankzij de elektronische handtekening die in 2021 werd ingevoerd. De ontwikkeling van de IT-tools maakt een RENTAPORT GREEN ENERGY ELEKTRISCHE OPSLAG: NIEUWE VOORUITGANG Realisatie: Rent-A-Port Green Energy De ontwikkeling van een grootschalige opslagcapaciteit voor elektriciteit is cruciaal voor het succes van de energietransitie. Ze maakt het mogelijk om enerzijds een duurzame en CO 2 -neutrale bevoorrading te verzekeren en anderzijds de stabiliteit van het net te vergroten, in het bijzonder wanneer veel hernieuwbare energie wordt geproduceerd. Het consortium ESTOR-LUX, waarvan Rent- A-Port Green Energy deel uitmaakt, heeft het eerste op het Belgische hoogspanningsnet aangesloten batterijenpark voor elektrische opslag in bedrijf gesteld. Het bevindt zich in Bastenaken en heeft met 480 lithium- ionmodules een geïnstalleerd vermogen van 20 MWh en een opslagcapaciteit van 10 MW. Het is ook een van de eerste Europese batterijenparken die langdurig stroom kunnen leveren (120 minuten, dus 2 tot 4 keer meer dan de bestaande systemen). Een beslissend voordeel om het evenwicht op het net te verzekeren. 41 JAARVERSLAG NIETFINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN vermindering of zelfs bijna volledige ver- dwijning van de archieven op papier mo- gelijk. Onder meer BPC Group zet de stap naar een ‘paperless’ werking die het milieu ten goede komt. In alle entiteiten leggen de vereenvoudiging en de digitalisering van documenten, rapporten of technische ches de basis voor de geconnecteerde bouw van de toekomst, met een meer rationele wer - king en meer eciëntie. NAAR DE WERELD VAN MORGEN Tegelijkertijd versterkt BPI Real Estate haar competenties in het domein van de smart buildings. De appartementen van het project PURE, in Oudergem, zijn met het Internet of Things (IoT) verbonden, zodat verschei - dene aspecten op afstand kunnen worden bestuurd: de regeling van de verwarming, de verlichting enzovoort. Deze manier van wonen voorspelt ons leven van de toekomst, net als de keuze om meer en meer in geo - thermie te investeren, een duurzame en eciënte technologie die het comfort van de gebruikers verbetert en de koolstofuitstoot vermindert. In Brussel zal Serenity, een voorbeeldig gemengd project met woningen en kantoren, worden verwarmd en gekoeld met geothermie en warmtekrachtkoppeling, zonder fossiele energie voor het kantoorge - deelte. Op het einde van zijn levenscyclus zal het gebouw bovendien demonteerbaar zijn. Door zijn ligging aan een metrostation, zal het ook Smart Oce- en Smart Par - king-systemen aanbieden. De innovatie in de groep CFE wordt in grote mate gedragen door de principes van duurzaamheid, zoals geïllustreerd door het Rent-A-Port-project voor elektrische opslag - en van circulaire econo- mie. Wooden, de recentste realisatie van Wood Shapers, de entiteit voor houtbouw van de groep, bewijst dat. Een andere illus - tratie is de Aurea-toren in Luxemburg, een project van CLE. Dankzij Hydro Circal 75R, een innoverend systeem voor de fabri - cage van het aluminium van de buitenra- men, kon de koolstofvoetafdruk met een factor acht worden verminderd. Een derde knap voorbeeld is het project ZIN in Brus - sel, een ambitieuze renovatie van de gebou- wen WTC 1 en 2. SPARTACUS EEN ECOLOGISCHE REUS VAN DE ZEEËN Realisatie: DEME De ‘Spartacus’, het nieuwe schip dat DEME in mei 2021 in de vaart nam, is een echt wonder van innovatie en duurzaamheid. De 164 meter lange snijkopzuiger ontwikkelt een totaal vermogen van 44.180 kW en kan tot op 45 meter diepte baggeren. Ze is ook de eerste ter wereld die op vloeibaar aardgas werkt. Haar twee hulpmotoren gebruiken een technologie met biobrandstof. De Spartacus beschikt over een systeem voor de recuperatie van restwarmte dat de hitte van de uitlaatgassen van de motoren in elektriciteit omzet. Met dit revolutionaire en ecologische ontwerp is de Spartacus de nieuwe referentie op de wereldmarkt van baggerwerken. ETCS2 42 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN 43 JAARVERSLAG NIETFINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN De positieve impact van de groep CFE op onze maatschappij is in het bijzonder zichtbaar in de bijdrage van DEME aan infrastructuurprojecten zoals de Ooster - weelverbinding in Antwerpen. Ze zal de grote havenstad een ringweg geven die het verkeer vlot doet verlopen en de levenskwa - liteit van alle inwoners van de regio zal ver- beteren. In dezelfde geest luidt de aanvang van de werken aan de Fehmarnbelt-ver - binding een nieuw mobiliteitstijdperk voor Noord-Europa in. DEME draagt al haar technische knowhow bij aan deze onderzee - se tunnel tussen Denemarken en Duitsland, de langste ter wereld. De spoorwegmobili - teit blijft uiteraard niet achter, met de deel- name van MOBIX aan de implementatie van het nieuwe veiligheidssysteem ETCS2 als hoogtepunt. Ook het belang van de vele vormen van samenwerking en synergie tussen de entitei - ten moet worden onderstreept. Ze zijn een voorbode van de consolidatie van de groep CFE – de hergroepering van Contracting, Vastgoedontwikkeling – los van DEME. In 2022 zal die transformatie eectief zijn. De uitwisseling van knowhow en de gemeenschappelijke projecten van MBG, BPC Group, VMA en natuurlijk Benelmat, onder meer voor de vermindering van de CO 2 -uitstoot, illustreren haar voordelen. INTERNE EN EXTERNE BANDEN In dezelfde geest van samenwerking en benutting van de technische vooruitgang hebben CFE Contracting en BPI Real Estate hun knowhow gebundeld om Wood Shapers op te richten. Deze entiteit, die zich volledig toelegt op de houtbouw, is de per- fecte illustratie van de losoe van de groep op het vlak van materiaalgebruik en opti - malisatie van de bouwtechnieken. De duur- zame aanpak van Wood Shapers en haar geïntegreerde visie op de projecten worden reeds op tal van bouwplaatsen in België en Luxemburg in de praktijk gebracht. Een voorbeeld uit 2021 is Monteco, een project dat met acht verdiepingen het hoogste hou - ten gebouw in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zal worden. Na een peiling bij 80 leveranciers kon MBG de – zeer overwegend positieve – respons en de verwachtingen van haar partners analyseren en verbeteringspunten identice - ren om de betrekkingen nog duurzamer te maken. Ze heeft maatregelen genomen om DE GROEP CFE STELT ZICH SYSTEMATISCH TEN DIENSTE VAN DE GEMEENSCHAP EN GEBRUIKT DE KNOWHOW EN DE COMPETENTIES VAN HAAR TEAMS OM DE SAMENLEVING BETER TE MAKEN. DE VERSTERKING VAN DE SOCIALE BANDEN, DE AANPAK VAN DE MILIEU-UITDAGINGEN EN DE INTEGRATIE VAN NIEUWE TECHNOLOGIEËN SPELEN MEE IN ELK PROJECT, MET DE POSITIEVE TRANSFORMATIE VAN ONS LEEFKADER ALS DOEL. DE DOOR ONZE VERSCHILLENDE ENTITEITEN GEREALISEERDE INFRASTRUCTUUR GEEFT LETTERLIJK VORM AAN ONS DAGELIJKS LEVEN. DE GROEP CFE POSITIONEERT ZICH ALS EEN PARTNER VOOR VERANDERING OP KORTE EN LANGE TERMIJN. PARTNER FOR CHANGE 44 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN bepaalde processen te verjnen, de vertrou- wensbanden te versterken en de werking op meer dan één vlak te verbeteren. Deze aan - pak toont de noodzaak om de partnerships volledig in de globale visie van de groep CFE op te nemen en echte ecosystemen op basis van uitwisselingen en wederzijds res - pect tot stand te brengen. EEN BESEF VAN DE GLOBALE UITDAGINGEN Als lid van het consortium HYVE, geleid door het Interuniversitair Micro-Elektronica Centrum (Imec) en het Vlaams Instituut voor Technologisch Onderzoek (VITO), neemt DEME actief deel aan de ontwikke - ling van echte oplossingen voor de productie door elektrolyse van groene waterstof in volumes op gigawattniveau. Het concept HYPORT is een van de hefbomen van dit initiatief: het zal de import van goedkope groene waterstof mogelijk maken om de Europese productie aan te vullen. Een echte mijlpaal op de weg naar koolstofneutraliteit. CFE blijft met VITO samenwerken aan VMANAGER. Het steunt VITO, een on - afhankelijk onderzoeksorganisme dat zich tot doel stelt om duurzaamheid de norm te maken in onze maatschappij, door globale projecten te ontwikkelen die de ecologische transitie met behulp van technologische innovaties bevorderen. Deze benadering reikt concrete antwoorden aan, maar legt ook de nadruk op het delen van kennis en op de synergie tussen de privésector en de onderzoekswereld. Als symbool van haar wil om actief mee te werken aan de bouw van een duurzame toekomst, heeft de groep CFE een partner - schap gesloten met de Belgian Alliance for Climate Action. Deze door The Shift en WWF Belgium opgerichte ngo brengt on - dernemingen uit de privésector, non-prot organisaties en academische instellingen samen rond een reeks gemeenschappelijke duurzaamheidsdoelstellingen. Met de uit - wisseling van kennis, networking en work- shops bevordert de Belgian Alliance for Climate Action de interactie tussen haar leden en versterkt ze hun acties voor het ENVES  ETCS2 BELGIË OP HET GOEDE SPOOR Realisatie: MOBIX Tegen 2025 zullen de conventionele spoorlijnen van België uitgerust zijn met niveau twee van het Europese systeem voor treincontrole (European Train Control System of ETCS). MOBIX werkt intensief mee aan dit grootschalige project van INFRABEL, de beheerder van het spoorwegnet. 2.000 kilometer sporen worden op niveau ETCS 2 gebracht en 1.500 kilometer wordt gestart. Dankzij dit nieuwe systeem worden de signalisatiegegevens continu verzonden via het GSM-R- of het GPRS-netwerk. Een belangrijke verbetering van de veiligheid die boven- dien het verkeer vlotter zal doen verlopen en het openbaar vervoeraanbod zal verbeteren. VMANAGER ENERGIE ONDER CONTROLE VMANAGER is een door VMA ontwikkelde geïntegreerde oplossing van de nieuwe generatie die zelfstandige systemen van diverse leveranciers en fabrikanten met elkaar verbindt, ongeacht het technische domein. De oplossing maakt een gecentraliseerd beheer mogelijk van de verlichting, de verwarming, de koeling, de ventilatie, de branddetectie, de toegangscontrole, de geothermie, de laadpalen ... De benutting van de gegevens uit al deze technische installaties geeft een nauwkeurig beeld van de werking van het gebouw, zodat men het energieverbruik op basis van gegaran - deerde resultaten in kaart kan brengen en verbeteren. De bijbehorende tools faciliteren ook het onderhoud en optimaliseren de efficiëntie. Deze op de meest innoverende technologische oplossingen gebaseerde monitoring is een essentieel hulpmiddel voor de ener- gieprestaties en de duurzaamheid van gebouwen, maar ook voor hun comfort en bewoonbaarheid. 45 JAARVERSLAG NIETFINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN klimaat, waarbij ze zich op rationele we- tenschappelijke gegevens baseert. CONCRETE SOCIALE VERBINTENISSEN De groep CFE is op verschillende ter- reinen sociaal betrokken om de lokale gemeenschappen te steunen. In afwach - ting van de afbraak van de Key West-site te Brussel, stelde BPI Real Estate de gebouwen ter beschikking aan de vzw Biesterbroeck, die er het co-creatie- en coworkingproject ‘le Hangar du Canal’ kon opzetten. Daarnaast verleende BPI Real Estate ook nanciële steun aan het ‘Pool is Cool’-initiatief, dat tot doel heeft het openluchtzwemmen in Brussel op - nieuw in te voeren. De werknemers van de groep CFE blijven niet achter en zijn ook betrokken bij solidariteitsacties. Twee duidelijke voorbeelden zijn de operatie Shoebox - voedseldonaties verpakt in versierde schoenendozen, georganiseerd door de non-protorganisatie Samaritans, waaraan verscheidene collega’s hebben deelgenomen - en de hulp aan slachtoers van de overstromingen, opgezet door een medewerker van BPI Real Estate, die voor het logistieke deel door Benelmat werd gesteund. Deze laatste actie heeft het mo - gelijk gemaakt talrijke schenkingen van meubilair, huishoudapparaten, matrassen, kinderverzorgingsmateriaal enz. in te za - melen voor de door de overstromingen van de zomer van 2021 getroen personen. Als symbool van haar wil om actief mee te werken aan de bouw van een duurza me toekomst, heeft de groep CFE een partnerschap gesloten met de Belgian Al liance for Climate Action. MONTECO HET GROOTSTE HOUTEN GEBOUW Realisatie: Wood Shapers en BPC Group Het project Monteco, tot op heden het grootste houten gebouw in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, is een volmaakt voorbeeld van de innoverende technologie van Wood Shapers. 3.674 m 2 kantoren op acht verdiepingen, met een groot terras, in het hart van de Europawijk. Afgezien van de kern van geprefabriceerd beton is de volledige structuur uit hout opgetrokken. Al het hout is niet alleen PEFC-gecertificeerd, maar ook uitsluitend afkomstig van leveranciers in een straal van 500 kilometer rond de bouwplaats. Een voorbeeld van innovatie en technologie. 2021 46 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN JAARVERSLAG 2021 CFE GROEPJAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 2021 47 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN JAARVERSLAG 48 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN INHOUD I. STATUTAIRE JAARREKENING 50 1. KAPITAAL EN AANDEELHOUDERSCHAP 50 2. TOELICHTINGEN BIJ DE STATUTAIRE JAARREKENING 50 2.1. Financiële toestand per 31/12/2021 50 2.2. Bestemming van het resultaat 51 2.3. Vooruitzichten 2022 51 2.4. Voornaamste risico’s en onzekerheden 51 2.5. Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum 51 2.6. Financiële instrumenten 51 2.7. Informatie 51 II. GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 52 1. TOELICHTINGEN BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 52 1.1. Financiële positie op 31/12/2021 52 1.2. Belangrijkste risico’s 64 1.3. Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum 70 1.4. Onderzoek en ontwikkeling 70 1.5. Financiële instrumenten 70 1.6. Vooruitzichten 2022 voor de voortgezette activiteiten 70 1.7. Vooruitzichten 2022 voor de beëindigde activiteiten 71 III. VERKLARING INZAKE DEUGDELIJK BESTUUR 71 1. REFERENTIECODE 71 2. RAAD VAN BESTUUR 71 2.1. Samenstelling 72 2.2. Onafhankelijk bestuurders 77 2.3. Overige bestuurders 77 2.4. Werking 78 2.5. Gedragsregels inzake belangenconflicten 78 2.6. Financiële transacties78 3. AUDIT EN RISICOBEHEERCOMITÉ 79 3.1. Samenstelling 79 3.2. Werking en activiteitenverslag 79 4. BENOEMINGS EN REMUNERATIECOMITÉ 80 4.1. Samenstelling 80 4.2. Werking en activiteitenverslag 80 5. DIVERSITEITSBELEID 81 6. SYSTEMEN VOOR INTERNE EN EXTERNE CONTROLE EN VOOR RISICOBEHEER 81 6.1. Externe controle 81 6.2. Interne controle en risicobeheer 81 6.3. Systemen voor interne controle en risicobeheer binnen de polen 83 7. STRUCTUUR VAN HET AANDEELHOUDERSCHAP 86 8. AFWIJKING VAN DE CODE 2020 87 JAARVERSLAG 2021 CFE GROEPJAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 49 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN IV. REMUNERATIEVERSLAG 87 1. REMUNERATIEBELEID 87 1.1. Governance – Procedure 87 1.2. Remuneratiebeleid voor de niet-uitvoerend bestuurders 87 1.3. Remuneratiebeleid voor de gedelegeerd bestuurder 88 1.4. Mandaten in de dochterondernemingen 88 1.5. Wijzigingen sinds het vorige remuneratiebeleid 88 1.6. Mogelijkheid tot afwijking van het remuneratiebeleid 88 2. REMUNERATIEVERSLAG 89 2.1. Remuneratie van de niet-uitvoerend bestuurders 89 2.2. Remuneratie van de gedelegeerd bestuurder 89 2.3. Jaarlijkse evolutie van de verhouding tussen de remuneratie en het loon 90 V. NIETFINANCIËLE VERKLARING 94 1. INLEIDING 94 2. KORTE BESCHRIJVING VAN DE ACTIVITEITEN VAN DE GROEP 94 2.1. Baggerwerken, Milieu, Offshore en Infra 94 2.2. Contracting 95 2.3. Vastgoedontwikkeling 95 3. ESGBELEID 95 3.1. Voor de drie polen gemeenschappelijke regels 95 3.2. ESG-beleid van DEME 96 3.3. ESG-beleid van CFE Contracting en BPI Real Estate 97 4. BELANGRIJKSTE ESGRISICO’S 99 4.1. Inleiding 99 4.2. Belangrijkste ESG-risico’s en -opportuniteiten bij DEME 99 4.3. Belangrijkste ESG-risico’s en -opportuniteiten bij CFE Contracting en BPI Real Estate 103 5. RESULTATEN VAN DIT BELEID 110 5.1. Resultaten van dit beleid bij DEME 110 5.2. Resultaten van dit beleid bij CFE Contracting en BPI Real Estate 115 6. NIETFINANCIËLE KRITISCHE PRESTATIEINDICATOREN (KPI’S) 120 6.1. Belangrijkste cijfers en duurzaamheidsambitie 120 6.2. HR-indicatoren van de groep CFE 121 6.3. Kritische prestatie-indicatoren voor DEME 122 6.4. Kritische prestatie-indicatoren voor CFE Contracting en BPI Real Estate 126 7. EUROPESE TAXONOMIE 130 7.1. Inleiding 130 7.2. Geconsolideerde resultaten: in aanmerking komende 131 7.3. Methodologie 131 50 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN Geachte aandeelhouders, Wij hebben de eer u verslag uit te brengen over de activiteit van onze vennootschap in het voorbije boekjaar en u de op 31 december 2021 afgesloten statutaire en geconsolideerde jaarrekeningen ter goedkeuring voor te leggen. Overeenkomstig artikel 3:32 §1 laatste alinea WVV zijn de jaarverslagen over de statutaire en de geconsolideerde jaarrekeningen gecombineerd tot één enkel verslag. I. STATUTAIRE JAARREKENING 1. KAPITAAL EN AANDEELHOUDERSCHAP Het kapitaal van de vennootschap is in het afgelopen boekjaar niet veranderd. Bij de sluiting van het boekjaar bedroeg het maatschappelijk kapitaal 41.329.482,42 euro, vertegenwoordigd door 25.314.482 aandelen zonder vermelding van nominale waarde. Alle aandelen zijn volledig volgestort. Elk aandeel geeft recht op één stem. Er zijn geen houders van eecten met bijzondere zeggenschap of stemrechten. Bij het afsluiten van het boekjaar 2020 zijn de aandeelhouders die 3% of meer bezitten van de stemrechten van de eecten die zij aanhouden: Ackermans & van Haaren SA Begijnenvest 113, B-2000 Antwerpen - 15.720.684 effecten (62,10%) VINCI Construction SAS 1973 Boulevard de la Défense F-92000 Nanterre - 3.066.460 effecten (12,11%) De vennootschap heeft in het boekjaar 2021 geen transparantiemelding ontvangen. Op 24 december 2013 heeft de vennootschap in het kader van de overgangsregeling van de wet van 2 mei 2007 een transparantiemelding ontvangen waarin Ackermans & van Haaren NV en VINCI Construction SAS te kennen hebben gegeven dat zij een participatie van res- pectievelijk 60,39% en 12,11% in de vennootschap aanhielden. De integrale tekst van deze melding is beschikbaar op de website van de CFE (www.cfe.be). Op 7 maart 2014 heeft de vennootschap een transparantiemelding ontvangen waaruit blijkt dat VINCI SA, VINCI Construction SAS en Ackermans & van Haaren NV hun akkoord van onderling overleg in de betekenis van de wet van 2 mei 2007, beëindigd hebben na de afsluiting van de aanvaardingsperiode van het door Ackermans & van Haaren NV op de vennootschap gelanceerde verplicht openbaar overnamebod. 2. TOELICHTINGEN BIJ DE STATUTAIRE JAARREKENING 2.1. FINANCIËLE TOESTAND PER 31/12/2021 Resultaatrekening van CFE NV (volgens Belgische normen) In miljoen euro 2021 2020 Omzet 10.192 19.065 Bedrijfsresultaat (4.570) (5.071) Netto financieel resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening 35.993 15.890 Niet-recurrente financiële opbrengsten 268 2.178 Niet-recurrente financiële kosten (2.692) (6.999) Resultaat vóór belastingen 28.999 5.998 Belastingen op het resultaat 0 (77) Resultaat van het boekjaar 28.999 5.921 De werf van het waterzuiveringsstation Brussel-Zuid, die in oktober 2021 werd opgeleverd, vertegenwoordigt een belangrijk deel van de omzet voor het boekjaar. Het nanciële resultaat is in 2021 sterk gestegen, dankzij de ontvangst van dividenden van de lialen DEME (20,4 miljoen euro), CFE Contracting (8 miljoen euro) en BPI (4 miljoen euro). JAARVERSLAG 2021 CFE GROEPJAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 51 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN Balans van CFE NV na winstverdeling (volgens Belgische normen) in miljoen euro 2021 2020 Activa Vaste activa 1.326.014 1.335.220 Vlottende activa 105.267 97.005 Totaal der activa 1.431.281 1.432.225 Passiva Eigen vermogen 1.197.943 1.168.944 Voorzieningen voor risico's en kosten 10.340 12.197 Schulden op meer dan één jaar 248 115.248 Schulden op ten hoogste één jaar 222.750 135.836 Totaal van de passiva 1.431.281 1.432.225 De vaste activa bestaan zeer overwegend uit de participaties in DEME (1,1 miljard euro), CFE Contracting en BPI. De schulden op ten hoogste één jaar omvatten leningen van 60 miljoen euro die op de bevestigde kredietlijnen werden opgenomen en 50 miljoen euro handelspapier. 2.2. BESTEMMING VAN HET RESULTAAT Winst van het boekjaar 2020 28.999.392 euro Overgedragen winst 38.909.528 euro Te bestemmen winst 67.908.920 euro Uit te keren winst 0 euro Over te dragen winst 67.908.920 euro 2.3. VOORUITZICHTEN 2022 Het resultaat van het boekjaar 2022 zal in grote mate afhangen van de door de drie belangrijkste dochtervennootschappen van CFE, namelijk DEME, CFE Contracting en BPI Real Estate Belgium, uitgekeerde dividenden. Op het ogenblik van de partiële splitsing en de overdracht van de activiteiten van DEME naar een nieuwe entiteit, zullen de vaste activa en het eigen vermogen van CFE met 1,1 miljard euro afnemen. 2.4. VOORNAAMSTE RISICO’S EN ONZEKERHEDEN Wij verwijzen naar hoofdstuk II.1.2 van de geconsolideerde jaarrekening. 2.5. BELANGRIJKE GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM Wij verwijzen naar punt II.1.3 van de geconsolideerde jaarrekening. 2.6. FINANCIËLE INSTRUMENTEN De vennootschap maakt gebruik van nanciële instrumenten voor risicobeheersing. Het betreft meer bepaald nanciële instrumenten die uitsluitend bedoeld zijn om de risico’s van de schommelingen van de rentevoeten te beheersen. De tegenpartijen in de overeenkomstige transacties zijn uitsluitend Europese eersterangsbanken. 2.7. INFORMATIE • Onderzoek en ontwikkeling CFE NV heeft geen onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteit. • Bijkantoren Bij het afsluiten van het boekjaar 2021 heeft de vennootschap de hierna volgende bijkantoren (‘vestigingseenheden’): CFE Algérie en CFE Tunisie. Deze bijkantoren hebben geen beduidende operationele activiteit meer. • Toepassing van het artikel 7:96 §1 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen In 2021 diende geen toepassing gemaakt te worden van de belangenconictenregeling voorgeschreven door artikel 7:96 §1 WVV. • Verrichtingen tussen CFE en verbonden vennootschappen (artikel 7:97 §4/1 al. 4 WVV) In het boekjaar 2021 vonden geen verrichtingen tussen de vennootschap en een verbonden vennootschap plaats die de toepassing zouden hebben vereist van artikel 7:97 §4/1 al. 4 WVV. 52 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN • Bezoldiging voor de wettelijke controle van de jaarrekeningen en bijkomende bezoldiging van de commissaris De bezoldiging van EY Bedrijfsrevisoren BV voor de wettelijke controle van de jaarrekeningen bedraagt 121.700 euro. In toepassing van artikel 3:65, §3 WVV delen wij u mee dat een toeslag van 14.000 euro voor diverse opdrachten aan EY Bedrijfsre- visoren BV werd betaald. • Inkoop of vervreemding van eigen aandelen De vennootschap heeft in het boekjaar 2021 geen eigen aandelen ingekocht of vervreemd. De vennootschap heeft in 2021 geen pre- mies voor prestaties in aandelen toegekend, noch opties of andere rechten verleend om aandelen van de vennootschap te verwerven. • Mededeling op grond van artikel 74 §7 van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen Op 24 december 2013 heeft Ackermans & van Haaren een mededeling verstuurd overeenkomstig artikel 74 §7 van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen. Uit deze mededeling blijkt dat Ackermans & van Haaren 60,39% van de aandelen met stemrecht bezit van de vennootschap en dat Stichting Administratiekantoor ‘Het Torentje’ de uiteindelijke controle heeft over Ackermans & van Haaren. • Beschermingsmechanismen in geval van openbaar overnamebod Op 2 mei 2019 heeft de buitengewone algemene vergadering de machtiging aan de Raad van Bestuur hernieuwd om in geval van openbaar overnamebod op de eecten van de vennootschap, over te gaan tot kapitaalverhoging van maximaal 5 miljoen euro, die zal worden uitgevoerd binnen de grenzen en onder de voorwaarden van artikel 7:202 WVV. De Raad van Bestuur kan deze machtiging uitoefenen indien de kennisgeving van een openbaar overnamebod door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) aan de vennootschap uiterlijk drie jaar na de datum van de voornoemde buitengewone algemene vergadering plaatsvindt (d.i. 2 mei 2022). De Raad van Bestuur is eveneens gemachtigd om gedurende een periode van drie jaar vanaf de publicatie in de Bijlagen tot het Belgisch Staatsblad (d.i. tot 22 mei 2022) maximaal 20% eigen aandelen te vervreemden of verkrijgen wanneer zulks noodzakelijk zou zijn om te voorkomen dat de vennootschap een ernstig en dreigend nadeel zou lijden. II. GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 1. TOELICHTINGEN BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 1.1. FINANCIËLE POSITIE OP 31/12/2021 VOORAFGAANDE OPMERKING De aankondiging van de intentie om over te gaan tot een partiële splitsing impliceert dat de activiteiten van DEME zullen worden overge- dragen aan DEME Group. Overeenkomstig de voorschriften van IFRS 5 moeten deze worden verwerkt als ‘beëindigde bedrijfsactiviteiten’. Concreet betekent dit dat de activa en passiva van DEME op het actief en het passief van de geconsolideerde balans per 31 december 2021 op één regel worden voorgesteld als activa en passiva aangehouden voor verkoop. Hetzelfde geldt voor de winst- en verliesrekening en het kasstroomoverzicht, waar de posten met betrekking tot DEME voor zowel het boekjaar 2021 als het boekjaar 2020 worden gehergroe- peerd. Om de lezing van de kerncijfers voor 2021 en 2020 te vereenvoudigen, werden twee kolommen met pro-formacijfers toegevoegd. De pro-formakolommen geven de kerncijfers weer zoals ze gepubliceerd zouden zijn indien CFE de activiteiten van DEME als voortgezette activiteiten zou blijven beschouwen. A. KERNCIJFERS 2021 Pro forma () Financiële rekeningen IFRS (**) In miljoen euro 2021 2020 Variatie 2021 2020 Variatie Omzet 3.636,0 3.222,0 +12,8% 1.125,3 1.026,6 +9,6% EBITDA () In % van de omzet 537,8 14,79% 414,7 12,87% +29,7% 68,5 6,09% 45,3 4,41% +51,2% Bedrijfsresultaat (EBIT) () In % van de omzet 206,5 5,68% 119,5 3,71% +72,8% 58,0 5,15% 38,1 3,71% +52,2% Resultaat - deel van de groep In % van de omzet 150,0 4,13% 64,0 1,99% +134,4% 150,0 n.s. 64,0 n.s. +134,4% Resultaat per aandeel (deel van de groep) (in euro) 5,93 2,53 +134,4% 5,93 2,53 +134,4% Dividend per aandeel (in euro) 0,00 1,00 n.s. 0,00 1,00 n.s. In miljoen euro 2021 2020 Variatie 2021 2020 Variatie Eigen vermogen - deel groep 1.936,3 1.787,1 +8,3% 1.936,3 1.787,1 +8,3% Netto financiële schuld () 505,7 601,4 -15,9% 113,0 601,4 n.s. Orderboek () 7.526,6 6.049,1 +24,4% 1.620,6 6.049,1 n.s. () Pro-formakerncijfers zoals deze zouden zijn gepubliceerd indien de activiteiten van DEME nog als voortgezette activiteiten werden beschouwd. () In de nanciële rekeningen IFRS worden de activiteiten van DEME voorgesteld als ‘beëindigd’ in overeenstemming met IFRS 5. () De denities worden gegeven in de rubriek ‘Geconsolideerde jaarrekening’ van het nancieel verslag. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEPJAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 53 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN B. KERNCIJFERS  VOORTGEZETTE ACTIVEITEN Boekjaar afgesloten op 31 december (in miljoen euro) 2021 2020 Variatie Omzet 1.125,3 1.026,6 +9,6% EBITDA () In % van de omzet 68,5 6,09% 45,3 4,41% +51,2% Bedrijfsresultaat (EBIT) () In % van de omzet 58,0 5,15% 38,1 3,71% +52,2% Resultaat - deel van de groep In % van de omzet 39,5 3,51% 17,7 1,72% +123,2% Resultaat per aandeel (deel van de groep) (in euro) 1,56 0,70 +122,9% Eigen vermogen 133,8 95,3 +40,4% Netto financiële schuld () 113,0 112,4 +0,5% Orderboek () 1.620,6 1.549,1 +4,6% () De denities worden gegeven in de rubriek ‘Geconsolideerde jaarrekening’ van het nancieel verslag. ALGEMENE UITEENZETTING De voortgezette activiteiten omvatten de activiteiten van de polen Contracting, Vastgoedontwikkeling en Holding. De rekeningen van 2021 tonen sterke stijgingen van de resultaten tegenover zowel 2020 als 2019. Het nettoresultaat, aandeel van de groep, bedraagt 39,5 miljoen euro, een niveau dat nooit eerder werd bereikt. De resultaten van alle divisies van de Groep zijn sterk gestegen. Het eigen vermogen neemt beduidend toe en de nanciële schuld blijft stabiel. POOL CONTRACTING Kerncijfers In miljoen euro 2021 2020 Variatie Omzet 1.039,7 911,9 +14,0% Bedrijfsresultaat (EBIT) () 25,3 14,9 +69,8% Resultaat - deel van de groep 13,9 5,5 +152,7% Netto financiële positie () 85,9 123,4 -30,4% Orderboek () 1.567,0 1.492,6 +5,0% () De denities worden gegeven in de rubriek ‘Geconsolideerde jaarrekening’ van het nancieel verslag. Omzet De omzet van CFE Contracting bedraagt 1.039,7 miljoen euro, een stijging met 14% tegenover 2020 en met 4,1% tegenover 2019. In de divisie Bouw is de activiteit zeer sterk toegenomen in Polen, waar CFE erin geslaagd is zich met succes te positioneren op de markt van de bouw van logistieke centra en industriële gebouwen. In België stijgt de omzet langzaam maar blijft hij onder het niveau van 2019. De nadruk ligt meer dan ooit op selectiviteit en operationele uitmuntendheid. De divisie multitechnieken (VMA) noteerde eveneens een sterke omzetstijging (+19%). Deze groei werd gestimuleerd door enkele grote projecten waarin VMA haar verschillende kernactiviteiten combineerde om haar klanten een globale technologische oplossing aan te bieden. Ook de activiteit van de divisie Rail & Utilities (MOBIX) nam in 2021 toe, dankzij verschillende grote spoorprojecten en de versnelling van het Luwa-project (vervanging van de openbare verlichting langs de hoofdassen in Wallonië). In miljoen euro 2021 2020 Variatie Bouw 718,3 634,8 +13,2% België 482,4 459,0 +5,1% Internationaal (Luxemburg, Polen) 235,9 175,8 +34,2% Multitechnieken (VMA) 196,4 164,9 +19,1% Rail & Utilities (MOBIX) 125,0 112,2 +11,4% Totaal Contracting 1.039,7 911,9 +14,0% 54 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN Bedrijfsresultaat Het bedrijfsresultaat bedraagt 25,3 miljoen euro, een stijging met 69,8% tegenover het vorige boekjaar. De bedrijfsmarge bedraagt 2,4%. De directe gevolgen van de pandemie waren in 2021 veel minder uitgesproken, maar de indirecte eecten, vooral de sterke stijging van de materiaalprijzen en de verstoring van de toeleveringsketens, wogen op de resultaten. De evolutie van de bedrijfsresultaten van de divisie Bouw is gecontrasteerd: In Polen en Luxemburg blijven de resultaten verbeteren. CFE Polska realiseerde in 2021 haar beste resultaat ooit. In Brussel en Wallonië werd BPC na twee moeilijke jaren weer winstgevend. Anderzijds blijft de activiteit in Vlaanderen verlieslatend als gevolg van operationele moeilijkheden op verscheidene bouwplaatsen, waarvan de meeste bijna voltooid zijn. Globaal verbetert de bedrijfsmarge van Bouw van 0,3% in 2020 naar 1,3% in 2021. VMA noteert een stabiel bedrijfsresultaat tegenover 2020, terwijl het bedrijfsresultaat van MOBIX gestegen is dankzij verscheidene grote spoorprojecten die tot tevredenheid van de klant werden uitgevoerd, zoals de uitrol van een automatisch stopsysteem wanneer een rood signaal wordt genegeerd. De gecombineerde operationele marge van VMA en MOBIX bedraagt 5,8% in 2021. Netoresultaat Het nettoresultaat bedraagt 13,9 miljoen euro in 2021, een stijging met 152,7% tegenover 2020. Ook tegenover 2019 was er een signi- cante stijging met 46,3%. Orderboek Het orderboek bedraagt 1,57 miljard per 31 december 2021, een stijging met 5% tegenover 31 december 2020. De belangrijkste commerciële successen van CFE Contracting zijn: • de ingrijpende renovatie van een semi-industrieel gebouw waarin de collecties van museum KANAL - Centre Pompidou in Brussel zullen worden ondergebracht; • de bouw van een fabriek voor batterijsystemen en -modules in Polen; • de bouw van een hogeschool in West-Vlaanderen; • de installatie van de technische loten van het Grand Hôpital in Charleroi; • verschillende raamcontracten voor de vervanging van bovenleidingen in Vlaanderen. In miljoen euro 2021 2020 Variatie Bouw 1.166,0 1.058,7 +10,1% België 918,1 839,8 +9,3% Internationaal (Luxemburg, Polen) 247,9 218,9 +13,3% Multitechnieken (VMA) 236,4 251,1 -5,9% Rail & Utilities (MOBIX) 164,6 182,8 -10,0% Totaal Contracting 1.567,0 1.492,6 +5,0% Netto nanciële positie De netto nanciële positie van de pool bedraagt 85,9 miljoen euro, een daling met 37,5 miljoen euro tegenover 31 december 2020. Dit wordt verklaard door de investeringen die in 2021 werden gerealiseerd (13,4 miljoen euro, exclusief toepassing van IFRS 16, waaronder de renovatie en uitbreiding van de maatschappelijke zetel van VMA in Sint-Martens-Latem) en de verhoging van de behoefte aan werkkapitaal. Overname In december 2021 versterkte VMA haar divisie Industrial Automation met de overname van de Poolse bedrijven van de Rolling Robotics Groep. Deze overname is een aanzienlijke versterking van de engineeringcapaciteit op het vlak van robotprogrammering, in het bijzonder voor het ontwerp en de oine programmering van geautomatiseerde productieketens. Rolling Robotics telt ongeveer 50 medewerkers en zal vanaf 1 januari 2022 bijdragen aan de resultaten van de pool. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEPJAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 55 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN POOL VASTGOEDONTWIKKELING Kerncijfers In miljoen euro 2021 2020 Variatie Omzet 106,3 131,1 -18,9% Bedrijfsresultaat (EBIT) () 30,1 22,9 +31,4% Resultaat - deel van de groep 23,0 13,2 +74,2% Netto financiële schuld () 86,0 106,2 -19,0% () De denities worden gegeven in de rubriek ‘Geconsolideerde jaarrekening’ van het nancieel verslag. Evolutie van het uitstaand vastgoedbestand () Spreiding volgens het ontwikkelingsstadium van het project In miljoen euro 2021 2020 Commercialiseringsbestand 0 0 Bouwbestand 6 36 Ontwikkelingsbestand 184 156 Totaal 190 192 Spreiding per land In miljoen euro 2021 2020 België 101 104 Groothertogdom Luxemburg 36 54 Polen 53 34 Totaal 190 192 () De denities worden gegeven in de rubriek ‘Geconsolideerde jaarrekening’ van het nancieel verslag. Het vastgoedbestand bedraagt 190 miljoen euro op 31 december 2021, stabiel tegenover 31 december 2020. Een veertigtal projecten is momenteel in ontwikkeling, goed voor 477.000 m² (deel van de groep), waarvan 68.000 m² in aanbouw is. Nadat er in 2020 veel nieuwe projecten werden verworven, werd 2021 gekenmerkt door de consolidatie van het bestand en de rotatie van de portfolio. In het Brussels Gewest werden in het eerste semester van 2021 verschillende belangrijke residentiële projecten opgeleverd: Ernest The Park (Elsene), de laatste fase van Les Hauts Prés (Ukkel) en de residentie Park West (Europese wijk). Meer dan 95% van de appartementen van deze projecten is verkocht. De bouw en de commercialisering van Patio (Erasmus Gardens, Anderlecht) schieten goed op. Verschillende projecten verkregen in het tweede semester hun bouwvergunning: PURE en Serenity Valley in Oudergem (Brussels Gewest) en Brouck’R (Brussel-Stad). De commercialisering en de sloop- en grondwerken werden intussen opgestart. Eind december verkocht BPI 50% van het project Samaya aan AG Real Estate. Het betreft een industriële site van ongeveer 11 hectare nabij het station van Ottignies dat zal worden getransformeerd tot een duurzaam gemengd project met nieuwe appartementen, commer- ciële ruimten en andere diensten die inspelen op de evoluerende noden van de buurt. De sloopwerken werden voltooid en op een deel van de site werden de sanerings- en wegenwerken opgestart. In Luik hebben BPI en haar partner in juli de verkoop afgerond van de vennootschap Ernst 11, de eigenaar van een kantoorgebouw van 5.000 m² dat op lange termijn wordt gehuurd door het FOREM (project Renaissance). Daarnaast verkreeg BPI de bouwvergunning voor de John Martin’s-site in Antwerpen. De gedeeltelijke verkoop van een blok aan de stad is afgerond. In Luxemburg worden momenteel vier projecten gebouwd en gecommercialiseerd. Bijna 100% van de residentiële eenheden is verkocht. In juni 2021 hebben BPI Luxemburg en haar partner en copromotor een openbare aanbesteding gewonnen voor de aankoop van een grondpositie op de site Belval, in het zuiden van de stad Luxemburg. Hier zal een gemengd project worden ontwikkeld met 2.100 m² han- delszaken, 7.000 m² kantoren, 10.500 m² wooneenheden en 260 parkeerplaatsen. De bouw en de commercialisering zouden in 2023 van start moeten gaan, nadat de bouwvergunningen verkregen zijn. De bouw van de kantoorpanden (3.700 m²) van het project ORIGIN werd eind 2021 voltooid. De oplevering wordt in het eerste kwartaal van 2022 voorzien. 56 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN In Polen heeft BPI een grondpositie in Gdansk (project Sadowa) verkocht, evenals alle commerciële oppervlakten (5.000 m²) van het project Bul- wary Ksiazece (Wroclaw), dat eind 2020 werd opgeleverd. In de loop van het jaar werden bovendien drie nieuwe sites aangekocht: • een grondpositie waarop ongeveer 240 wooneenheden (17.000 m²) zullen worden gebouwd. Dit project is ideaal gelegen, vlakbij het centraal station van Warschau; • een grondpositie in de wijk Mokotow, in het hart van een van de belangrijkste zakencentra van Warschau. Deze site beschikt reeds over een stedenbouwkundige vergunning. BPI zal er een concept van micro-living met verhuring ontwikkelen. Het programma zal ongeveer 600 wooneenheden tellen; • een grondpositie aan de rand van het hart van Wroclaw, waar 10.000 m² residentiële oppervlakte kan worden ontwikkeld, wat over- eenkomt met ongeveer 185 wooneenheden. De stedenbouwkundige vergunning voor de bouw van een duurzaam project met een hoge architecturale kwaliteit werd in het tweede semester van 2021 aangevraagd. Netto nanciële schuld De netto nanciële schuld bedraagt 86 miljoen euro, een daling met 19% tegenover 2020. Nettoresultaat Het nettoresultaat van BPI bedraagt 23 miljoen euro, een stijging met 74,2% tegenover 2020. Deze voortreelijke prestatie is vooral te danken aan de goede kwaliteit van de residentiële programma’s die momenteel op de markt worden gebracht en aan het resultaat op de verkoop van de projecten Samaya (50%), Renaissance en Sadowa. HOLDING EN ELIMINATIES TUSSEN POLEN Kerncijfers In miljoen euro 2021 2020 Variatie Omzet exclusief eliminaties tussen polen 9,8 21,9 -55,3% Eliminaties tussen polen -30,4 -38,3 n.s. Omzet inclusief eliminaties tussen polen -20,6 -16,4 n.s. Bedrijfsresultaat (EBIT) () 2,6 0,3 n.s. Resultaat - deel van de groep 2,6 -1,0 n.s. Netto financiële schuld () 112,8 129,6 -13,0% () De denities worden gegeven in de rubriek ‘Geconsolideerde jaarrekening’ van het nancieel verslag. Omzet De omzet zonder eliminaties tussen de polen bedraagt 9,8 miljoen euro in 2021. De activiteit is voornamelijk gericht op de bouw van het waterzuiveringsstation Brussel-Zuid, dat eind oktober 2021 werd opgeleverd. Bedrijfsresultaat Voor het eerst sinds vele jaren draagt de pool Holding positief bij aan de resultaten van CFE. Twee factoren verklaren deze evolutie: ener - zijds werden de laatste operationele activiteiten, een belangrijke bron van verliezen, in 2021 voltooid, en anderzijds leverden de gezamen- lijk gecontroleerde lialen, Rent-A-Port en Green Oshore, respectievelijk 1,8 miljoen en 2,5 miljoen euro winst op (aandeel van CFE). Rent-A-Port (aandeel van CFE: 50%) Rent-A-Port blijft met haar 61,4% dochteronderneming Infra Asia Investment vijf havenconcessies ontwikkelen in het noorden van Viet- nam, in de provincies Haiphong en Quang Ninh. De Covid-19-pandemie, die Vietnam tot begin 2021 relatief had gespaard, kende ver- volgens een opstoot die de autoriteiten dwong om radicale maatregelen te nemen in termen van lockdowns, de sluiting van de grenzen en de strenge beperking van reizen tussen de provincies. Deze maatregelen beletten de potentiële investeerders en klanten om Haiphong te bezoeken, wat vertragingen heeft veroorzaakt in de afronding van de verkoopcontracten van de industrieterreinen. In het eerste semester van 2021 bleven ze beperkt tot 64 hectare, tegenover 89 hectare in 2020. De verkoop van industriële terreinen die in 2021 niet kon door - gaan, werd in hoofdzaak uitgesteld tot 2022. De dienstenactiviteiten voor industriële klanten maakten in 2021 een sterke vooruitgang door en zouden in de komende jaren moeten blijven groeien. In december 2022 sloot Rent-A-Port een overeenkomst om een bijkomend belang van 32,6% in IAI te verwerven, waardoor haar totale participatie op 94% komt. De afronding van de transactie is gepland voor het eerste kwartaal van 2022. Green Oshore (aandeel van CFE: 50%) Green Oshore houdt minderheidsbelangen in de Belgische oshore windparken Rentel (12,5%) en SeaMade (8,75%) voor de Belgische kust. De twee parken hebben in 2021 samen ongeveer 2.500 GWh groene elektriciteit geproduceerd. In 2020 werd het resultaat van Green Oshore positief beïnvloed door eenmalige uitgestelde belastinginkomsten en betere weersomstan- digheden. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEPJAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 57 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN Netto nanciële schuld Op 31 december 2021 bedraagt de netto nanciële schuld van de Holding 112,8 miljoen euro, een daling met 13% tegenover 31 decem- ber 2020. De daling van de schuld wordt vooral verklaard door de inning van 11,3 miljoen euro kredietverzekering van Credendo met betrekking tot de vorderingen voor het meubilair van het Grand Hôtel van N’Djamena (Tsjaad). C. ANALYSE VAN DE ACTIVITEITEN VAN DEME Kerncijfers In miljoen euro Pro forma 2021 () Pro forma 2020 () Variatie DEME Herwerkingen DEME () Totaal DEME Herwerkingen DEME () Totaal Omzet 2.510,6 0,0 2.510,6 2.195,8 0,0 2.195,8 +14,3% EBITDA () In % van de omzet 469,3 18,69% 0,0 469,3 18,69% 369,5 16,83% 0,0 369,5 16,83% +27,0% Bedrijfsresultaat (EBIT) () In % van de omzet 153,8 6,13% -5,3 148,5 5,91% 86,7 3,95% -5,3 81,4 3,71% +82,4% Resultaat - deel van de groep In % van de omzet 114,6 4,56% -4,1 110,5 4,40% 50,4 2,30% -4,1 46,3 2,11% +138,7% Eigen vermogen 1.599,2 223,0 1.822,2 1.481,8 227,8 1.709,6 +6,6% Netto financiële schuld () 392,7 0,0 392,7 489,0 0,0 489,0 -19,7% Orderboek () 5.906,0 0,0 5.906,0 4.500,0 0,0 4.500,0 +31,2% () Pro-formakerncijfers zoals deze zouden zijn gepubliceerd indien de activiteiten van DEME nog als voortgezette activiteiten werden beschouwd. (**) Herwerkingen na de boeking van de identiceerbare activa en passiva van DEME in reële waarde na de verwerving van de bijkomende 50% van de aandelen van DEME op 24 december 2013. () De denities worden gegeven in de rubriek ‘Geconsolideerde rekeningen’ van het nancieel verslag. Omzet DEME heeft zich in 2021 goed hersteld van de terugval in het coronajaar 2020. De omzet groeide terug met 14,3% tot 2.510,6 miljoen euro, al blijft die nog net onder de 2.622,0 miljoen euro van het jaar 2019. Daarbij dient opgemerkt dat deze omzet in 2019 een hoger bedrag aan levering van aangekochte materialen (procurement) bevatte dan in 2021. Indien enkel de omzet uit eigen werken wordt verge- leken met het jaar 2019, kwam de omzet over 2021 meer dan 10% hoger uit dan in het precoronajaar 2019. Dit herstel was het krachtigst in de baggeractiviteit van DEME: de omzet steeg met 29% tot 1.132,9 miljoen euro. In Egypte werden meer- dere DEME-schepen ingezet voor de omvangrijke werken van de uitbreiding van de haven van Abu Qir, een project dat overigens nog doorloopt in 2022. De verdiepingswerken op de Elbe werden succesvol afgerond en ook de werken aan het Szczecin-project (Polen) zijn reeds ver gevorderd. Onderhoudsbaggerwerken vonden vooral plaats in België, Duitsland, Papoea-Nieuw-Guinea en op diverse plaatsen in Afrika. De intense activiteit blijkt ook uit de hoge bezettingsgraad van de vloot: 41,4 weken voor de hoppers tegenover 38,4 weken in 2020 en 25,3 weken voor de cutters tegenover 11,1 weken in 2020. In 2021 werd DEME’s baggervloot aangevuld met de Spartacus, ’s werelds krachtigste snijkopzuiger (cutter), die onmiddellijk na oplevering werd ingezet in Egypte en aan de hoge verwachtingen voldoet. DEME Oshore heeft in 2021 een omzet gerealiseerd van 899,6 miljoen euro. Dat is 35 miljoen euro minder dan in 2020, al speelt ook daarin de eerder vermelde daling van ‘procurement’ mee. De omzet van eigen werken kende daarentegen wel een lichte stijging en de bezetting van de DEME Oshore-vloot bedroeg 42,2 weken. Zoals bekend, kon DEME Oshore in 2021 nog niet beschikken over haar nieuwe installatieschip Orion en moesten daarom voor de uitvoering van een aantal complexe werven andere tuigen, ook van buiten de DEME-vloot, worden ingezet. Hoewel dat logistiek en technisch een hele uitdaging was, is dit uiteindelijk bevredigend verlopen. De groot- ste projecten waarop DEME Oshore in 2021 actief was, waren Hornsea II in het Verenigd Koninkrijk (1,4 GW, het grootste oshore windmolenpark ter wereld met 165 turbines en een capaciteit van 8 MW) en Saint-Nazaire in Frankrijk (480 MW, het eerste commerciële oshore windmolenpark dat in Franse wateren wordt geïnstalleerd). Ook in kabelwerken, steenstortingen en installaties van windturbines zorgden verschillende projecten voor een goede activiteitsgraad. Hoewel DEME Oshore reeds begonnen is met de planning en voorbereidingen van de grote projecten in de Verenigde Staten en in Azië (Japan, Taiwan), zijn de jaren 2021 en 2022 overgangsjaren in afwachting van de eectieve opstart van deze werven in 2023. DEME Infra realiseerde een inke omzetstijging tot 263,0 miljoen euro tegenover 208,8 miljoen euro in 2020, vooral door de voortgang van de werken op drie grote infrastructuurprojecten in Nederland, aangevuld met de opstartende werken aan de Fehmarnbelt (tunnelver- binding tussen Denemarken en Duitsland) en aan de Oosterweelverbinding rond Antwerpen. 58 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN Evolutie van de activiteit volgens specialisatie In % 2021 2020 Capital dredging 34% 29% Maintenance dredging 11% 11% Offshore 36% 43% Infra 10% 9% Milieu 6% 5% Overige 3% 3% Evolutie van de activiteit per geograsch gebied In % 2021 2020 Europa (EU) 50% 77% Europa (niet-EU) 24% 6% Afrika 19% 6% Overige geografische gebieden 7% 2% EBITDA en bedrijfsresultaat (zonder herwerkingen) DEME realiseerde in 2021 een EBITDA van 469,3 miljoen euro, ofwel 18,7% van de omzet, wat niet alleen een mooie stijging betekent ten opzichte van 369,5 miljoen euro in 2020, maar ook duidelijk hoger uitvalt dan de 437,0 miljoen euro in 2019. Netto resultaat (zonder herwerkingen) Het nettoresultaat over 2021 bedroeg 114,6 miljoen euro, wat meer dan een verdubbeling is ten opzichte van het coronajaar 2020, maar nog lichtjes onder het niveau van het jaar 2019 blijft. Orderboek Het orderboek van DEME steeg in 2021 aldus tot 5,9 miljard euro, tegenover 4,5 miljard euro eind 2020. In dit bedrag zijn werken die zich nog niet hebben vertaald in een denitief contract (zoals de werken in Taiwan, waarvoor DEME preferred bidder is, of die aan de Rechteroever van de Oosterweelverbinding) niet inbegrepen. DEME Oshore heeft in de loop van 2021 belangrijke contracten binnengehaald, zowel in Europa als in de Verenigde Staten: • Coastal Virginia Oshore Wind Farm (VS, 2,6 GW): BoP-contract voor het transport en de installatie van 176 monopijlerfunderingen met transitiestukken, drie oshore substations, erosiebescherming en de levering en installatie van onderzeese export- en ineld-kabel - systemen (1,1 miljard USD); • Vineyard Wind 1 (VS, 800 MW): installatie van oshore windturbines voor de eerste grootschalige oshore windinstallatie in de VS (orde van grootte: 50-150 miljoen euro), transport en installatie van de monopijlerfunderingen, transitiestukken en erosiebescherming voor de windturbinefunderingen, evenals de fundering en het platform voor het oshore elektrische substation (orde van grootte: tus- sen 150-300 miljoen euro); • Arcadis Ost 1 (Duitsland, 257 MW): EPCI van 28 XXL-monopijlerfunderingen, de grootste ooit in Europa (orde van grootte: 150- 300 miljoen euro); • de installatie van de watertoevoer van de toekomstige kerncentrale van Hinckley Point (VK). Het betreft een contract van meer dan 200 miljoen euro; • Dogger Bank C (VK, 3,6 GW): engineering, aankoop, bouw en installatie van inter-array kabels (orde van grootte: 50-150 miljoen euro); • Leucate (30 MW): eerste EPCI-contract voor drijvend oshore windpark in Frankrijk. Boekjaar afgesloten op 31 december (In miljoen euro) 2021 2020 Variatie Baggeren 1.740 2.187 -20,4% Offshore 2.807 1.131 +148,2% Infra 875 896 -2,3% Milieu 256 190 +34,7% Overige 228 96 +137,5% Totaal 5.906 4.500 +31,2% JAARVERSLAG 2021 CFE GROEPJAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 59 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN Investeringen DEME investeerde in 2021 voor 282,0 miljoen euro in de vernieuwing en uitbreiding van haar vloot (exclusief toepassing van IFRS 16). Begin augustus heeft DEME Spartacus, de krachtigste en meest innovatieve snijkopzuiger ter wereld, in ontvangst genomen. Eind juni werd Groenewind (een ‘service operation vessel’ voor het onderhoud van Belgische windparken) gedoopt. Dit schip wordt ingezet voor de oshore windmolenparken Rentel en SeaMade. Orion en Green Jade zijn nog in aanbouw en worden verwacht in resp. 2022 en 2023. Bovendien zullen Sea Installer en Sea Challenger, DP2 jack-up installatieschepen van DEME Oshore, een belangrijke kraanupgrade krij- gen. De capaciteit zal verhoogd worden van 900 ton naar 1.600 ton, waardoor de schepen windturbines van de volgende generatie zullen kunnen installeren en DEME Oshore haar leiderspositie kan behouden op het vlak van installatie van turbines. Netto nanciële schuld Niettegenstaande de duidelijk hogere activiteitsgraad bij DEME en de volgehouden investeringen, is DEME er toch in geslaagd om haar netto nanciële schuld met 96,3 miljoen euro te verminderen tot 392,7 miljoen euro op jaareinde 2021. DEME Concessions In juli heeft Hyport Coordination Company LLC, een 50% dochteronderneming van DEME Concessions gevestigd in Oman, een samen- werkingsovereenkomst getekend met de Duitse energiereus Uniper. Ze zal daar in de eerste fase een groene waterstoaciliteit van 500 MW (Hyport Duqm) ontwikkelen. De groene waterstof die wordt geproduceerd uit de elektriciteit van zonnepanelen en windturbines op het land, zal vervolgens worden omgezet in groene ammoniak en naar Europa worden vervoerd. DEME Concessions blijft investeren in de winning van diepzeemineralen via Global Sea Mineral Resources (GSR). In april heeft Patania II, de diepwaterrobot van GSR, met succes aangetoond dat hij op de zeebodem kan rijden en polymetaalknollen kan verzamelen op een diepte van 4.500 m. Net zoals in voorgaande periodes werden alle kosten m.b.t. GSR in het resultaat genomen, wat voor DEME een nega- tieve impact op het resultaat (voor belastingen) betekent van 16 miljoen euro in 2021. 60 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN D. SAMENVATTING VAN DE FINANCIËLE REKENINGEN GECONSOLIDEERDE RESULTATENREKENING EN GECONSOLIDEERDE STAAT VAN HET GLOBAAL RESULTAAT Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Omzet 1.125.346 1.026.600 Overige exploitatiebaten 50.749 64.616 Aankopen (793.536) (745.686) Bezoldigingen en sociale lasten (202.665) (189.074) Overige exploitatielasten (111.356) (109.221) Afschrijvingen (20.217) (19.674) Afschrijving van goodwill 0 0 Resultaat van de operationele activiteiten 48.321 27.561 Aandeel in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop de vermogensmutatiemethode is toegepast 9.655 10.574 Bedrijfsresultaat 57.976 38.135 Financieringslasten (3.448) (3.706) Overige financiële lasten en opbrengsten (2.591) (4.991) Financieel resultaat (6.039) (8.697) Resultaat vóór belastingen 51.937 29.438 Winstbelastingen (12.431) (11.749) Resultaat van de periode uit voortgezette activiteiten 39.506 17.689 Resultaat van de periode uit beëindigde activiteiten 113.260 47.134 Resultaat van de periode 152.766 64.823 Minderheidsbelangen - voortgezette activiteiten 0 0 Minderheidsbelangen - beëindigde activiteiten (2.758) (803) Resultaat - deel van de groep 150.008 64.020 Resultaat uit voortgezette activiteiten - deel van de groep 39.506 17.689 Resultaat uit beëindigde activiteiten - deel van de groep 110.502 46.331 Resultaat per aandeel (deel van de groep) (EUR) (basis en verwaterd) 5,93 2,53 Resultaat per aandeel (deel van de groep) uit voortgezette activiteiten (EUR) (basis en verwaterd) 1,56 0,70 Resultaat per aandeel (deel van de groep) uit beëindigde activiteiten (EUR) (basis en verwaterd) 4,37 1,83 Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Resultaat - deel van de groep 150.008 64.020 Resultaat van de periode 152.766 64.823 Financiële instrumenten – veranderingen in de reële waarde 21.373 (9.033) Wisselkoersverschillen uit de omrekening 6.393 (11.592) Uitgestelde belastingen (3.000) 446 Overige elementen van het globaal resultaat die later overgebracht zullen worden naar het nettoresultaat 24.766 (20.179) Herwaardering van de nettoverplichtingen m.b.t. toegezegde prestatie- en premieregelingen (248) (6.239) Uitgestelde belastingen 98 1.472 Overige elementen van het globaal resultaat die later niet overgebracht zullen worden naar het nettoresultaat (150) (4.767) Totaal overige elementen van het globaal resultaat die rechtstreeks in het eigen vermogen opgenomen worden 24.616 (24.946) Globaal resultaat 177.382 39.877 - Deel van de groep 174.536 38.810 - Deel van de minderheidsbelangen 2.846 1.067 Globaal resultaat (deel van de groep) per aandeel (EUR) (basis en verwaterd) 6,89 1,53 JAARVERSLAG 2021 CFE GROEPJAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 61 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN GECONSOLIDEERDE STAAT VAN DE FINANCIËLE POSITIE Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Immateriële vaste activa 1.943 111.259 Goodwill 23.763 172.127 Materiële vaste activa 82.283 2.515.052 Deelnemingen waarop de vermogensmutatiemethode is toegepast 103.418 204.095 Overige financiële vaste activa 79.313 89.196 Langlopende afgeleide financiële instrumenten 0 1.433 Overige vaste activa 13.861 15.052 Uitgestelde belastingvorderingen 8.257 127.332 Vaste activa 312.838 3.235.546 Voorraden 160.381 184.565 Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen 281.256 867.761 Overige vlottende activa uit operationele activiteiten 85.555 57.454 Overige vlottende activa uit niet-operationele activiteiten 2.416 21.731 Kortlopende afgeleide financiële instrumenten 874 7.831 Vlottende financiële activa 15.691 2.900 Geldmiddelen en kasequivalenten 143.587 759.695 Vlottende activa 689.760 1.901.937 Activa aangehouden voor verkoop 4.297.401 0 Totaal der activa 5.299.999 5.137.483 Kapitaal 41.330 41.330 Uitgiftepremie 800.008 800.008 Ingehouden winsten 1.184.100 1.059.406 Pensioenplannen met vaste bijdragen en vaste prestaties (41.976) (41.783) Reserves met betrekking tot afdekkingsverrichtingen (31.160) (49.715) Wisselkoersverschillen uit de omrekening (15.967) (22.133) Eigen vermogen – deel groep 1.936.335 1.787.113 Minderheidsbelangen 19.691 17.835 Eigen vermogen 1.956.026 1.804.948 Pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen 11.916 76.686 Langlopende voorzieningen 12.279 13.239 Overige langlopende schulden 38.267 32.287 Langlopende obligatieleningen 0 29.794 Langlopende financiële schulden 77.599 918.681 Langlopende afgeleide financiële instrumenten 0 10.095 Uitgestelde belastingverplichtingen 2.129 96.961 Langlopende verplichtingen 142.190 1.177.743 Kortlopende voorzieningen 40.744 44.163 Handelsschulden en overige schulden 277.009 1.178.012 Fiscale schulden 8.300 75.283 Kortlopende obligatieleningen 29.899 0 Kortlopende financiële schulden 149.084 412.649 Kortlopende afgeleide financiële instrumenten 1.442 7.750 Overige kortlopende verplichtingen uit operationele activiteiten 141.723 192.424 Overige kortlopende verplichtingen uit niet-operationele activiteiten 78.376 244.511 Kortlopende verplichtingen 726.577 2.154.792 Verplichtingen in verband met activa aangehouden voor verkoop 2.475.206 0 Totaal eigen vermogen en verplichtingen 5.299.999 5.137.483 62 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 OPERATIONELE ACTIVITEITEN Bedrijfsopbrengsten uit voortgezette activiteiten 48.321 27.561 Bedrijfsopbrengsten uit beëindigde activiteiten 138.692 59.692 Resultaat van de operationele activiteiten 187.013 87.253 Afschrijving op immateriële en materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen 20.217 19.674 (Afname/)toename van voorzieningen (5.118) (1.874) Waardeverminderingen op activa en overige niet-kaselementen 8.098 (104) Verlies(/winst) bij vervreemding van materiële en financiële vaste activa (2.099) (1.341) Dividenden uit deelnemingen waarop de vermogensmutatiemethode is toegepast 7.937 14.047 Beëindigde activiteiten: kasstroom uit operationele activiteiten 335.880 250.229 Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) operationele activiteiten vóór wijzigingen van het werkkapitaal 551.928 367.884 Afname(/toename) van handels- en overige kortlopende en langlopende vorderingen (22.873) 1.514 Afname(/toename) van voorraden (12.989) (30.388) Toename(/afname) van handelsschulden en overige kortlopende en langlopende schulden 5.816 (5.370) Betaalde/ontvangen winstbelastingen (13.220) (7.204) Beëindigde activiteiten: wijziging van het werkkapitaal (52.125) 91.898 Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) operationele activiteiten 456.537 418.334 INVESTERINGSACTIVITEITEN Opbrengsten uit de verkoop van immateriële en materiële vaste activa 3.371 3.778 Aankoop van immateriële en materiële vaste activa (14.557) (12.324) Overname van dochterondernemingen met aftrek van verworven geldmiddelen (2.240) 0 Wijziging van deelneming in deelnemingen waarop de vermogensmutatiemethode is toegepast 0 0 Kapitaalsvermindering(/kapitaalsverhoging) van deelnemingen waarop de vermogensmutatiemethode is toegepast (5.750) 0 Opbrengsten uit de verkoop van dochterondernemingen 0 60 Terugbetaling van (nieuwe) verstrekte leningen aan deelnemingen waarop de vermogensmutatiemethode is toegepast 1.366 (3.763) Beëindigde activiteiten: kasstroom uit investeringsactiviteiten (266.412) (147.139) Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) investeringsactiviteiten (284.222) (159.388) FINANCIERINGSACTIVITEITEN Betaalde intresten (6.765) (6.463) Ontvangen intresten 3.317 2.757 Overige financiële lasten en opbrengsten (1.885) (1.987) Opbrengsten uit nieuwe leningen 33.483 40.976 Terugbetaling van leningen (33.511) (36.312) Uitgekeerde dividenden (4.893) 0 Beëindigde activiteiten: kasstroom uit financieringsactiviteiten (250.827) (103.821) Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) financieringsactiviteiten (261.081) (104.850) Netto toename(/afname) van de geldmiddelen uit voortgezette activiteiten 6.026 3.237 Netto toename(/afname) van de geldmiddelen uit beëindigde activiteiten (94.792) 150.859 Geldmiddelen en kasequivalenten, openingsbalans 759.695 612.206 Gevolgen van wisselkoerswijzigingen voor geldmiddelen en kasequivalenten (195) (2.550) Beëindigde activiteiten: effecten van wisselkoerswijzigingen op geldmiddelen en kasequivalenten 1.485 (4.057) Overdracht naar activa aangehouden voor verkoop (528.632) 0 Geldmiddelen en kasequivalenten, slotbalans 143.587 759.695 JAARVERSLAG 2021 CFE GROEPJAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 63 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN TOELICHTINGEN BIJ HET GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE Voorafgaande opmerking Zoals in de inleiding uiteengezet, impliceert de aankondiging van een partiële splitsing dat de activiteiten van DEME moeten worden ge- boekt als beëindigde activiteiten volgens de voorschriften van IFRS 5 – Activa aangehouden voor verkoop en beëindigde activiteiten’. Dit heeft de volgende impact op de voorstelling van de nanciële overzichten: Op het niveau van de geconsolideerde winst- en verliesrekening worden de bedragen voor DEME gehergroepeerd en op drie onderschei - den regels voorgesteld: resultaat voor het boekjaar van de beëindigde activiteiten, minderheidsbelangen – beëindigde activiteiten en re- sultaat van de beëindigde activiteiten, aandeel van de groep. Deze presentatie geldt voor zowel 2021 als 2020, wat een herwerking van de geconsolideerde winst- en verliesrekening van 2020 impliceert. Op het niveau van het geconsolideerd overzicht van de nanciële positie, en alleen voor 2021, worden de activaposten met betrekking tot DEME op één regel gehergroepeerd (activa aangehouden voor verkoop) en worden de schuld- en voorzieningsposten eveneens op één regel gehergroepeerd (passiva met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop). Het dient benadrukt dat i) het eigen vermogen van DEME deel blijft uitmaken van het geconsolideerd eigen vermogen van CFE tot op de dag van inwerkingtreding van de partiële splitsing en ii) het geconsolideerd overzicht van de nanciële positie van 2020 niet wordt herwerkt. Op het niveau van het geconsolideerd kasstroomoverzicht worden de bedragen met betrekking tot DEME gehergroepeerd en op acht onderscheiden regels voorgesteld: bedrijfsresultaat van de beëindigde activiteiten, beëindigde activiteiten: kasstroom van de operationele activiteiten, beëindigde activiteiten: variatie van het werkkapitaal, beëindigde activiteiten: kasstroom van de investeringsactiviteiten, be- eindigde activiteiten: kasstroom van de nancieringsactiviteiten, netto stijging (daling) van de geldmiddelen van de beëindigde activiteiten, beëindigde activiteiten: impact van wisselkoersvariaties op de geldmiddelen en kasequivalenten en overdracht naar activa aangehouden voor verkoop. Deze presentatie geldt voor zowel 2021 als 2020, wat een herwerking van het geconsolideerd kasstroomoverzicht van 2020 impliceert. Toelichting bij het geconsolideerd overzicht van de nanciële positie per 31 december 2021 De activa aangehouden voor verkoop buiten beschouwing gelaten, bedraagt het balanstotaal 1 miljard euro. De vaste activa bestaan voornamelijk uit de nettoboekwaarde van de maatschappelijke zetels van verscheidene Belgische lialen, het materieel en het wagenpark. De volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerde participaties en de overige nanciële activa omvatten voornamelijk de participaties en aandeelhoudersleningen met betrekking tot Rent-A-Port, Green Oshore en de gezamenlijk gecontroleerde projectvennootschappen van de vastgoedontwikkeling. De voorraden bestaan in essentie uit vastgoedprojecten die worden ontwikkeld door BPI en haar volgens de globale methode geconsolideerde lialen. De geldmiddelen omvatten 72,8 miljoen euro waarover CFE NV beschikt. Het saldo wordt uitgesplitst tussen tijdelijke vennootschappen en de niet in de cash pooling opgenomen buitenlandse entiteiten. Het eigen vermogen is verdeeld in 1.822,2 miljoen euro voor de beëindigde activiteiten (DEME) en 133,8 miljoen euro voor de voortgezette activiteiten (CFE exclusief DEME). Minderheidsbelangen van 19,7 miljoen euro hebben uitsluitend betrekking op beëindigde activiteiten. De nanciële schulden en obligatieleningen bedragen in totaal 256,6 miljoen euro. De nanciële convenanten van de moedermaatschappij en haar lialen worden volledig nageleefd. Per 31 december 2021 beschikt CFE NV over 174 miljoen euro niet-gebruikte bevestigde kredietlijnen. 64 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN 1.2. BELANGRIJKSTE RISICO’S De gedelegeerd bestuurder van CFE is belast met het uitwerken van een kader van interne controle en risicobeheer, dat ter goedkeuring aan de Raad van Bestuur wordt voorgelegd. De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor de beoordeling van de implementatie van dit kader, rekening houdend met de aanbevelingen van het Auditcomité. Ten minste eenmaal per jaar evalueert het Auditcomité de door de gedelegeerd bestuurder uitgewerkte systemen van interne controle, om zich ervan te vergewissen dat de belangrijkste risico’s behoorlijk werden geïdenticeerd, gemeld en beheerd. De dochtervennootschappen van CFE zijn verantwoordelijk voor het beheer van hun eigen operationele en nanciële risico’s. Deze risico’s, die van sector tot sector variëren, worden niet centraal beheerd op het niveau van CFE. De managementteams van de dochtervennootschappen rapporteren aan hun raad van bestuur over risicobeheer. Dit hoofdstuk beschrijft in algemene termen enerzijds de risico’s waaraan CFE als holdingvennootschap blootgesteld is en anderzijds de operationele en nanciële risico’s van de verschillende polen waarin ze via haar participaties (direct of indirect) actief is. 1.2.1. RISICO’S OP HET NIVEAU VAN CFE Liquiditeitsrisico CFE waakt erover steeds over voldoende nanciële middelen te beschikken om haar verplichtingen tegenover haar schuldeisers na te leven. Haar bevestigde kredietlijnen bedragen 234 miljoen euro, waarvan 60 miljoen op 31 december 2021 gebruikt is. Daarnaast beschikt CFE over 72,8 miljoen beschikbare geldmiddelen. CFE heeft op 31 december 2020 alle nanciële ratio’s (convenants) nageleefd. De bevestigde kredietlijnen zullen ofwel worden aangepast, ofwel vervangen door nieuwe kredietlijnen en in voorkomend geval door ande- re nancieringsvormen die zullen worden ingevoerd voorafgaand aan de in de zomer van 2022 geplande partiële splitsing. Rentevoetrisico CFE is blootgesteld aan de impact van een variatie van de rentevoeten op haar nanciële schuld met variabele rente. Dit risico wordt gedeeltelijk gecompenseerd door het gebruik van rentevoetdekkingen van het type ‘Interest Rate Swap’ (IRS). Het notio- nele bedrag van de IRS bedroeg 50 miljoen euro op 31 december 2021. Wisselkoersrisico Afgezien van een niet-signicante residuele blootstelling aan de Tunesische dinar is CFE niet langer blootgesteld aan een wisselkoersrisico. Tegenpartijrisico CFE heeft geen signicante blootstelling aan het tegenpartijrisico. Voor wat de andere dan hierboven vermelde operationele risico’s van de niet aan CFE overgedragen activiteiten betreft, verwijzen we naar punt 1.2.2 hierna. 1.2.2. RISICO’S OP HET NIVEAU VAN DE DOCHTERVENNOOTSCHAPPEN Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen de gemeenschappelijke risico’s en de eigen risico’s van de drie polen. VOOR DE DRIE POLEN GEMEENSCHAPPELIJKE RISICO’S Voorafgaande opmerking Vanaf de dag van de partiële splitsing zullen alle risico’s met betrekking tot de activiteiten van DEME niet langer van invloed zijn op CFE. Risico’s met betrekking tot de uitvoering van projecten Het belangrijkste kenmerk van de vakgebieden van de groep CFE is de verbintenis bij het indienen van een oerte (of bij de verkoop van een vastgoed) om een object te realiseren dat uniek van aard is, voor een prijs waarvan de modaliteiten vooraf bepaald zijn, binnen een overeengekomen termijn. De risicofactoren hebben bijgevolg betrekking op: • het bepalen van de prijs van het te realiseren object en eventueel de afwijking tussen de voorziene prijs en de reële kostprijs na varia - ties van de eenheidsprijzen en/of de hoeveelheden die bij de inschrijving waren voorzien; • de mogelijkheid (of onmogelijkheid) om de gedane meerkosten en prijstoeslagen te dekken; • het ontwerp, indien de onderneming er verantwoordelijk voor is; • de eigenlijke realisatie; • de beheersing van de bestanddelen van de kostprijs; • de vertragingen, diverse interne en externe factoren die de leveringsdatum kunnen beïnvloeden; • de prestatieverplichtingen (kwaliteit, termijn) en hun directe en indirecte gevolgen; • de garantieverplichtingen (tienjarige garantie, onderhoud); • de naleving van het sociaal recht, uitgebreid tot de dienstverleners en in termen van de veiligheid. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEPJAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 65 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN De procedures voor het beheer van de voornoemde risico’s zijn: • Vooraf, tijdens de studiefase: - voorafgaande analyse. - behandeling in het Risicocomité voor de indiening van oertes die een bepaalde drempel overstijgen. - beoordeling van de correcte dimensionering van de verantwoordelijke teams. - inachtneming van de feedback in de studiefase. • Achteraf, tijdens de uitvoeringsfase: - organisatie van de voorbereiding van de bouwplaatsen. - invoering van specieke, aan het vakgebied aangepaste beheersystemen. - toepassing van formules voor prijsherziening. - overdracht van het risico op onderaannemers en leveranciers. - voorafgaande keuze van de technische oplossingen of uitrustingen. - dialoog met de klant en de opdrachtgever. - opstellen van contractuele clausules met wederzijdse verbintenissen. - toepassing van betalingsgaranties. - gebruik van verzekeringspolissen. Conjunctuurrisico’s De verschillende polen van CFE zijn door hun aard onderhevig aan sterke cyclische schommelingen. Deze vaststelling moet echter worden genuan- ceerd per pool of divisie, aangezien de sleutelfactoren van geval tot geval kunnen verschillen. Bijvoorbeeld: • de activiteiten baggerwerken en waterbouwkunde zijn gevoelig voor de internationale conjunctuur, de evolutie van de wereldhandel en het investeringsbeleid van de staten op het vlak van grote infrastructuurwerken en duurzame ontwikkeling. Een vertraging van de groei op een of meer markten waar DEME actief is, kan een negatieve invloed hebben op haar activiteitsniveau en haar resultaten; • de activiteiten bouw en vastgoedontwikkeling volgen voor hun kantorencomponent de klassieke conjunctuurcyclus, terwijl de activiteit privéwoningen meer direct afhankelijk is van de conjunctuur, het vertrouwen van de huishoudens en de rentevoeten. Risico’s met betrekking tot het kaderpersoneel en de arbeiders CFE Contracting lijdt aan een chronisch gebrek aan kaderpersoneel en geschoolde arbeiders. De goede realisatie van de projecten in de fase van de studie, van de voorbereiding en van de uitvoering is afhankelijk van het kwalicatie- en competentieniveau van het personeel en zijn beschikbaarheid op de arbeidsmarkt. Ook op de markt van de talenten moet DEME erin slagen uiterst gekwaliceerde medewerkers die in staat zijn om buitenlandse projecten te leiden, aan te trekken, te motiveren en te behouden. Marktrisico’s Rentevoeten DEME en BPI doen belangrijke en over lange periodes gespreide investeringen. In deze context en in het kader van de terbeschikkingstel- ling van kredieten op lange termijn, de nanciering van grote projecten en investeringen, passen deze entiteiten in voorkomend geval een beleid voor de dekking van de rentevoeten toe. Het renterisico kan echter nooit volledig worden uitgesloten. Wisselkoers Gelet op het internationale karakter van de activiteiten en de uitvoering van opdrachten in vreemde valuta, zijn de verschillende polen van de groep blootgesteld aan een wisselkoersrisico. Voor de polen Contracting en vastgoedontwikkeling is dit beperkt tot de Poolse Zloty (PLN). Om dit risico te beperken, passen ze dekkingen van het wisselkoersrisico toe of gaan ze over tot de termijnverkoop van valuta. Het wisselkoersrisico kan echter nooit volledig worden uitgesloten. Krediet Om het courante solvabiliteitrisico te beperken, controleren DEME en CFE Contracting bij de overmaking van oertes de solvabiliteit van hun klanten. Daarna volgen zij geregeld de uitstaande bedragen van hun klanten en passen zij indien nodig hun houding tegenover hen aan. Voor klanten met een niet te verwaarlozen kredietrisico worden voorschotten en/of bankgaranties van de betaling geëist vooraleer de werken beginnen. Bij grote contracten voor het buitenland, indien het land in kwestie ervoor in aanmerking komt en het risico door een kredietverzekering kan worden gedekt, dekt DEME zich in bij in dit domein competente organismen, zoals Credendo Group. Toch kan het kredietrisico nooit volledig worden uitgesloten. Liquiditeit Om het liquiditeitsrisico te beperken, hebben de vennootschappen van de groep CFE hun nancieringsbronnen gediversieerd in vier categorieën: • een obligatielening van 30 miljoen euro, uitgegeven door BPI (vervalt in 2022), • bevestigde bilaterale kredietlijnen op middellange termijn bij DEME en BPI, • leningen of leasingcontracten van het type ‘project nance’, die DEME gebruikt voor de nanciering van sommige van haar schepen en die BPI toepast voor de nanciering van haar vastgoedprojecten, • bankleningen of handelspapier voor de dekking van de kasbehoeften op korte en middellange termijn. DEME, CFE Contracting en BPI hebben op 31 december 2021 al hun nanciële convenanten nageleefd. 66 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN Risico’s met betrekking tot de prijzen van grondstoen, materialen en onderaannemers DEME en CFE Contracting zijn potentieel blootgesteld aan de prijsstijging van bepaalde grondstoen, mineralen en prestaties van onder- aannemers. Dergelijke stijgingen kunnen een nadelige invloed hebben op de rentabiliteit van de projecten. Er wordt ook aan herinnerd dat DEME specieke dekkingen toepast voor de dieselprijzen, voor contracten die geen prijsherzieningsmechanisme voorzien. Risico’s met betrekking tot de afhankelijkheid van klanten of leveranciers Gelet op de aard van haar activiteiten en haar organisatietype, dat voortvloeit uit het lokale karakter van haar markten, meent CFE dat het niet volledig afhankelijk is van een klein aantal klanten, leveranciers of onderaannemers. Milieurisico’s Zoals elke onderneming die actief is in het domein van de baggerwerken en de waterbouwkunde hecht DEME een bijzondere aandacht aan de milieurisico’s, die van tweeërlei aard zijn: • een verstoring van de ora en/of fauna of een toevallige verontreiniging kan nooit volledig worden uitgesloten, ondanks de zeer stren- ge preventiemaatrelen die de vennootschap in de uitvoering van baggerwerken toepast; • de dochtervennootschappen van DEME die in het milieudomein actief zijn, worden door hun aard geconfronteerd met de sanering van zeer verontreinigde bodems, waarbij de omvang en de precieze samenstelling van de verontreiniging niet altijd gemakkelijk vast te stellen zijn voor de start van het contract. Bovendien houden de innoverende technologieën die DEME voor de bodemsanering toe- past, door hun aard een mate van risico in. Vanwege de aard van de werken die zij uitvoert, is het mogelijk dat CFE Contracting gevaarlijke materialen moet behandelen. CFE Contracting neemt alle voorzorgen op het vlak van de veiligheid en de hygiëne van de werknemers en besteedt er veel aandacht aan, maar toch kan dit risico niet volledig worden uitgesloten. De eerbied voor het milieu is een fundamentele waarde van de verschillende polen van CFE, die alles in het werk stellen om de negatieve impact van hun activiteiten op het milieu te beperken. Juridische risico’s Gelet op de diversiteit van hun activiteiten en hun geograsche inplanting, krijgen DEME, CFE Contracting en BPI te maken met een complexe regelgevende omgeving in verband met de uitvoering van prestaties en de betrokken activiteitendomeinen. Ze zijn meer bepaald onderworpen aan regelgeving met betrekking tot administratieve contracten, overheids- en particuliere opdrachten, burgerlijke aansprake- lijkheid, de reglementering van het sociaal recht en van het arbeidsrecht. Politieke risico’s DEME is blootgesteld aan politieke risico’s die verschillende vormen kunnen aannemen: politieke instabiliteit, oorlogen, burgeroorlogen, gewapende conicten, terrorisme, gijzelneming, afpersing of sabotage. Deze risico’s zijn potentieel bedreigend voor de veiligheid van de werknemers en het materieel. Daarom worden ze van nabij gevolgd en kan een project indien nodig worden stopgezet indien de minimale veiligheid niet langer verzekerd is: het personeel en het materieel wor- den dan naar een veiligere plaats overgebracht. DEME heeft een Enterprise Security Ocer aangeworven met het oog op: • de regelmatige update van potentiële dreigingen voor de veiligheid van het personeel en materieel, • bijstand bij het invoeren van veiligheidsprocedures, • de controle van deze procedures, • de coördinatie, in voorkomend geval, van noodsituaties. Risico’s met betrekking tot de bescherming van intellectueel eigendom en knowhow DEME heeft een specieke knowhow en innoverende technologieën in verschillende domeinen ontwikkeld. Om haar industriële geheimen en de intellectuele eigendom van haar innovaties te beschermen, heeft DEME talrijke patenten aangevraagd voor meer dan honderd specieke toepassingen. Risico’s met betrekking tot de projectvennootschappen Om sommige van hun vastgoedoperaties te realiseren, in het kader van publiek-private samenwerking of concessies, participeren en blijven DEME en BPI participeren in Special Purpose Vehicles die zekerheden verstrekken ter ondersteuning van hun kredieten. Het risico bestaat dat, bij faling van dit type van vennootschappen en afroeping van de zekerheden, de opbrengsten onvoldoende zijn om het eigen vermo - gen dat ter beschikking werd gesteld voor het verkrijgen van de kredieten, geheel of gedeeltelijk terug te betalen. Risico’s met betrekking tot COVID-19 Om ieders gezondheid te beschermen, heeft het management van de verschillende polen en divisies de nodige maatregelen genomen naar aanleiding van de COVID-19 pandemie, meer bepaald reisbeperkingen, telewerken, strikte naleving van sociale afstandsregels en het houden van vergaderingen op afstand. De groep CFE zet zich in om de nadelige gevolgen van de pandemie te beperken. Ze hebben echter in 2021 nog een negatieve impact gehad op de resultaten van de groep, maar in veel mindere mate dan in 2020. De pandemie heeft geleid tot: • productiviteitsverliezen en vertragingen op sommige bouwplaatsen als gevolg van isolatie- en quarantainemaatregelen en ernstige verstoringen van de toeleveringsketen; JAARVERSLAG 2021 CFE GROEPJAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 67 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN • het in quarantaine plaatsen van bepaalde schepen na de detectie van positieve gevallen van COVID-19; • op het moment dat dit rapport wordt geschreven, lijken de gevolgen van COVID-19 voor de activiteiten van de entiteiten van de groep in Europa te vervagen. Het kan echter niet worden uitgesloten dat er een nieuwe variant van het virus opduikt. Risico’s met betrekking tot de informaticaveiligheid In een tijdperk van digitalisatie en telewerk dreigen de informaticarisico’s meer en meer de activiteiten van de vennootschappen van CFE te vertragen, of hun waardevolste middelen en gegevens in gevaar te brengen. De belangrijkste informaticarisico’s zijn: virussen en malware, phishing, hacking (cyberaanvallen), verlies van vertrouwelijke informatie, verwerkingsfouten, het fysieke risico van verlies of diefstal, en verduistering. Naarmate het wordt geïdenticeerd, is elk type risico het voorwerp van een reeks specieke maatregelen om de risico’s en in voorkomend geval hun gevolgen maximaal te beperken. Bijvoorbeeld: • de installatie en regelmatige update van professionele antivirussoftware op elke werkpost. • met regelmatige intervallen worden voor het volledige personeel opleidingen en sessies voor de bewustmaking rond social engineering georganiseerd, met een focus op de menselijke en technische opsporingsmiddelen. • aan Outlook is een professionele service toegevoegd voor de rapportage en analyse van ‘phishing’ mails. • er is een strategie met complexe wachtwoorden en een goed gecongureerde en geüpdatete multifactor-authenticatie uitgerold. • de groep doet een beroep op externe dienstverleners om een intrusietest uit te voeren. • de groep doet een beroep op externe dienstverleners om de systemen te analyseren en haar te waarschuwen voor incidenten met een mogelijke negatieve impact. • de groep doet een beroep op de chief information security ocers om audits uit te voeren van de implementatie van ons veiligheidsbeleid. • de toegang tot vertrouwelijke en gevoelige mappen wordt beperkt volgens de gebruikersproelen. De mappen en resources zijn per dienst gepartitioneerd, met authenticatie. • er is een krachtig back-upsysteem ingevoerd. • de werknemers worden systematisch opgeleid in het gebruik van de toepassingen en de software. Het boekjaar 2021 werd gekenmerkt door een groot aantal interventies van de gespecialiseerde informaticateams, zonder beduidende ge- volgen voor de betrokken dochterondernemingen. OPERATIONELE RISICO’S EIGEN AAN DE POLEN BAGGERWERKEN, MILIEU, OFFSHORE EN INFRA Risico’s met betrekking tot baggerwerken en oshore In de uitvoering van haar projecten voor baggerwerken, de plaatsing van windturbines, het leggen van onderzeese kabels en waterbouw- kunde wordt DEME geconfronteerd met diverse specieke operationele risico’s in verband met: • het bepalen van de aard en de samenstelling van de bodem; • de klimaat- en weersomstandigheden, met inbegrip van extreme klimaatgebeurtenissen (stormen, tsunami’s, aardschokken enz.); • de slijtage van het materieel; • technische incidenten en storingen die de prestaties van de schepen kunnen beïnvloeden; • de faling van onderaannemers of leveranciers, in het bijzonder in het kader van EPCI-contracten; • het ontwerp en de engineering van het project; • de evolutie van het reglementaire kader in de loop van het contract; • de betrekkingen met de onderaannemers, leveranciers en partners. Risico’s met betrekking tot de ontwikkeling van concessies DEME heeft sedert verscheidene jaren een activiteit van concessies en publiek-private samenwerkingen ontwikkeld. DEME wordt in dit kader geconfronteerd met specieke risico’s in verband met: • de evolutie van de elektriciteitsprijs (concessies voor oshore windparken); • de evolutie van het scheepvaartverkeer (havenconcessies); • de onderhoudsactiviteiten; • het vermogen om deze grootschalige projecten te nancieren. Risico’s met betrekking tot de investeringen in de vloot De activiteiten van DEME zijn voornamelijk maritiem en worden gekenmerkt door hun kapitaalintensieve karakter, met de noodzaak om regelmatig in nieuwe schepen te investeren om de vloot in de voorhoede van de technologie te houden. DEME wordt bijgevolg geconfron- teerd met complexe investeringsbeslissingen en specieke operationele risico’s in verband met: • het technische ontwerp van de investering (type vaartuig, capaciteit, vermogen ...) en de beheersing van nieuwe technologieën; • het interval tussen de investeringsbeslissing en de ingebruikneming van het schip en het vatten van de toekomstige markt; • het beheer van de uitvoering van de investering door de scheepswerf (kosten, prestatie, conformiteit ...); • de benutting van de vloot en de planning van de activiteiten; • de nanciering. 68 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN DEME beschikt over bevoegd personeel dat in staat is om nieuwe schepen te ontwerpen en grootschalige projecten te bestuderen en uit te voeren. Gelet op de aard zelf van de activiteit en het geheel van externe elementen die erin meespelen, kan het inherente risico van de activiteit echter niet volledig worden uitgesloten. Fraude- en integriteitsrisico’s DEME ziet zorgvuldig toe op haar procedures voor het vermijden van fraude- en integriteitsrisico’s. Ze ontwikkelt op de zetel een centrali- satie van de wereldwijde nanciële betalingen binnen de groep DEME. Tot slot is het kader van de interne auditfunctie gecentraliseerd en is een nieuwe verantwoordelijke voor de interne audit aangesteld. Gerechtelijk onderzoek – dossier Sabetta Zoals bekend, is het Parket in 2016 een gerechtelijk onderzoek gestart naar de omstandigheden waarin een contract onderhands werd gegund aan Mordraga, een Russische joint venture vennootschap van de DEME-groep, voor de uitvoering van baggerwerken in de haven van Sabetta (Rusland). De werken werden uitgevoerd in de zomermaanden van 2014 en 2015. Het contract werd in 2016 beëindigd. Het onderzoek werd gestart na indiening van een klacht door een concurrent, aan wie het betrokken contract niet werd toegekend in het kader van een onderhandse gunning, en steunt uitsluitend op selectieve informatie aangereikt door deze concurrent. Eind december 2020 heeft het Parket enkele vennootschappen en (ex-)personeelsleden van de DEME-groep opgeroepen om voor de raad- kamer te verschijnen. De raadkamer heeft op 21 februari 2022 beslist de zaak door te verwijzen naar de bodemrechter. Tegen de beslissing van de raadkamer zal beroep worden aangetekend. Er moet worden benadrukt dat de raadkamer zelf geen uitspraak doet over de grond van de zaak, doch enkel oordeelt over de vraag of er al dan niet voldoende bezwaren zijn om een zaak ten gronde te laten beoordelen door de bevoegde rechter. DEME behoudt het volste vertrouwen in het verdere verloop van de procedure. In de huidige omstandigheden en in het licht van het bovenstaande kan DEME de eventuele nanciële gevolgen van de lopende procedu- res niet betrouwbaar inschatten. Daarom werd er geen voorziening opgenomen per 31 december 2021, in overeenstemming met de vereis- ten van IAS 37. OPERATIONELE RISICO’S EIGEN AAN DE POOL CONTRACTING Contractuele risico’s van publiek-private samenwerkingscontracten De juridische en contractuele risico’s waarmee de pool Contracting wordt geconfronteerd, zijn groter in een publiek-privaat samenwer- kingscontract (bv. een Design, Build, Finance and Maintain (DBFM) contract, een concessiecontract), waarvan de duur van enkele jaren tot verscheidene decennia kan variëren. De risico’s worden voor de indiening van de oerte beoordeeld in de studiefase, die meestal veel langer duurt dan bij een klassiek bouwcontract. De belangrijkste risico’s van de exploitatie van werken in concessie hebben betrekking op de levens- duur van het werk in het licht van de in het concessiecontract vastgelegde doelstellingen voor het onderhoud en de herstellingen. Voor elke in het kader van een publiek-privaat samenwerkingscontract geëxploiteerde infrastructuur moeten op basis van een raming van het grote onder- houd voorzieningen worden genomen voor de kosten van de vernieuwing van de uitrusting en het onderhoud van de werken. De maatregelen voor het beheer van de risico’s van samenwerkingscontracten zijn: • de behandeling in het Risicocomité vooraleer de oerte wordt ingediend. • de montage van de operatie in een projectvennootschap, met een nanciering die grotendeels wordt verzekerd door een schuld zonder of met beperkt verhaal op de aandeelhouders. • het betrekken van kredietverstrekkers in de aanloop naar de projecten. • het beroep op externe consultants. Juridische risico’s van het sociaal recht en het arbeidsrecht Sociale risico’s De sociale risico’s waarmee CFE Contracting wordt geconfronteerd, liggen in de context van de grensoverschrijdende toeleveringsketen, voornamelijk in de bouwsector. De belangrijkste geïdenticeerde risico’s voor de werven in België zijn: de herkwalicatie van onderaannemingscontracten van eerste rang, het gebruik en het ontbreken van de checkin@work-aangifte. Elke inbreuk op de sociale wetgeving kan zowel een juridisch als een reputa- tierisico inhouden. Maatregelen voor risicobeheer Om te voorkomen dat dergelijke risico’s zich voordoen, heeft CFE Contracting een beleid voor onderaanneming en verzorgt het opleidingen in alle entiteiten. Het management van de dochtervennootschappen verzekert de toepassing van het beleid in de divisies van Contracting. Als aanvulling op deze structurerende maatregelen voor de versterking van de eectiviteit van de preventie, worden sinds 2018 sociale au- dits van de onderaannemingen op de bouwplaatsen uitgevoerd. In deze audits gaat een bijzondere aandacht naar het respecteren van de sociale verplichtingen. De sociale risico’s worden elk semester geanalyseerd en actieplannen worden opgesteld. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEPJAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 69 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN Geschillen BPC NV, een dochtervennootschap van CFE Contracting NV, werd op 19 mei 2020 veroordeeld wegens vermeende schendingen van het arbeidsrecht die naar verluidt zijn begaan door een van haar onderaannemers in 2017. BPC NV weerlegt met klem de aantijgingen die tegen haar zijn gemaakt in de beslissing in eerste aanleg en ging in beroep tegen deze beslissing. OPERATIONELE RISICO’S EIGEN AAN DE POOL VASTGOEDONTWIKKELING Risico’s met betrekking tot de economische omgeving De pool is blootgesteld aan lokale, regionale, nationale en internationale economische omstandigheden en andere gebeurtenissen met een impact op de markten waar BPI werkzaam is. Momenteel bevinden de projecten van de pool zich uitsluitend in België, het Groothertogdom Luxemburg en Polen. Een wijziging van de belangrijkste macro-economische indicatoren, van de geopolitieke omgeving of van de economische cyclus in het alge- meen kan een invloed hebben op het vertrouwen van de huishoudens, de beleggers en de private en publieke en entiteiten. Ze kan leiden tot (i) een daling van de vraag naar woningen, handelsruimten en andere categorieën van vastgoedactiva, (ii) een daling van de verkoopprijzen en een lager rendement waarop de verkoopprijs kan worden berekend en (iii) een hoger risico van faling van dienstverleners, aannemers in de bouw en andere betrokkenen. Een variatie van de hypotheekrente kan een invloed hebben op het vermogen van de huishoudens en de privébeleggers om residentiële vast- goedactiva te kopen, zodat de vraag naar deze activaklasse daalt. Op de kantoormarkt kan een variatie van de rentevoeten op lange termijn eveneens een invloed hebben op het rendement dat wordt gebruikt om de prijs van kantoorvastgoed te berekenen. Een dergelijke variatie kan dus een signicante impact hebben op het vermogen van de pool om residentiële of kantoorgebouwen te verkopen. Risico’s met betrekking tot de verwerving van vastgoed Vooraleer zij een grondpositie koopt, bestudeert BPI de nanciële, technische en stedenbouwkundige haalbaarheid van het vastgoedproject. Deze haalbaarheidsstudies, waarbij externe experts of consultants worden betrokken, vertrekken van hypothesen over de economische, markt- en andere omstandigheden (met inbegrip van ramingen van de potentiële verkoopprijzen). Ondanks de behoedzame aanpak van BPI is het mogelijk dat zij geen rekening houdt met of geen kennis heeft van alle relevante factoren om een weloverwogen beslissing te nemen. De systematische beoordeling van alle vastgoedaankopen door het Investeringscomité van de vennootschap beperkt dit risico. Risico’s met betrekking tot de ontwikkeling van vastgoed Alle projecten zijn afhankelijk van de toekenning van een stedenbouwkundige vergunning, een bouwvergunning en een milieuvergunning. De realisatie van elk project kan bijgevolg worden beïnvloed door (i) het onvermogen van de pool om de vereiste vergunningen te verkrij- gen, te behouden of te vernieuwen of (ii) elke vertraging in het verkrijgen, behouden of vernieuwen van de vergunningen en (iii) het on- vermogen van BPI om de voorwaarden van de vergunningen na te leven. Bovendien kunnen de wijzigingen die de bevoegde overheden aanbrengen aan de juridische context en de administratieve procedures met betrekking tot de indiening, de afgifte of de geldigheid van dergelijke vergunningen een negatieve weerslag hebben op het nanciële resul- taat van een project. De oplevering van de projecten kan worden vertraagd of in het gedrang worden gebracht door diverse factoren, zoals de weersomstan- digheden, ongevallen op de bouwplaats, natuurrampen, arbeidsconicten, een gebrek aan uitrustingen of bouwmaterialen, ongevallen of andere onvoorziene moeilijkheden. BPI kan bovendien bijkomende kosten oplopen in verband met de bouw of de ontwikkeling van haar projecten die de oorspronkelijke ramingen overschrijden. Wanneer een project niet binnen de vereiste termijn of volgens de overeengekomen voorwaarden kan worden ontwikkeld, kan dat tot bij- komende kosten en penaliteiten leiden. Dit risico wordt beperkt door het feit dat BPI de bouw van haar projecten vrijwel systematisch toevertrouwt aan een van de dochter- vennootschappen van CFE Contracting (forfaitaire contracten) en passende verzekeringsdekkingen neemt. Liquiditeits- en nancieringsrisico’s De ontwikkeling van projecten vereist grote investeringen, die voornamelijk met eigen middelen en externe nancieringsbronnen worden genancierd. BPI zou mogelijk niet in staat kunnen zijn de bestaande nancieringsovereenkomsten te vernieuwen of nieuwe nancieringen tegen com- mercieel wenselijke voorwaarden aan te trekken. Daarentegen en gelet op de groei van het uitstaand vastgoedbestand in de afgelopen jaren, heeft BPI haar beleid voor de diversicatie van haar nancieringsbronnen voortgezet door haar bevestigde kredietlijnen uit te breiden, gebruik te maken van haar programma voor waardepapier en orderbriefjes op middellange termijn, en door verscheidene nieuwe nancieringen van projecten te verzekeren, in België en Luxemburg, tegen vrijwel dezelfde voorwaarden als vóór de gezondheidscrisis. Per 31 december 2021 beschikt BPI over 50 miljoen euro niet-gebruikte bevestigde bilaterale kredietlijnen. 70 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN Risico’s met betrekking tot de capaciteit om de projecten te verkopen De activiteit, de nanciële positie, de resultaten en de vooruitzichten van BPI hangen bijna uitsluitend af van de verkoop van haar projecten. De investeringen in vastgoed waarvoor nog geen bouwvergunningen zijn verkregen, zijn relatief weinig liquide. Het is mogelijk dat BPI geen passende koper vindt voor dit type actief wanneer ze liquiditeiten nodig heeft. De marktomstandigheden kunnen BPI bovendien verplichten om haar projecten te verkopen voor lagere prijzen dan voorzien. Het onvermogen van de pool om een positieve kasstroom uit de verkoop van projecten te genereren, kan een negatieve invloed hebben op zijn vermogen om zijn schulden af te lossen. Dit risico wordt evenwel beperkt door een zorgvuldige marktstudie voorafgaand aan elke investering en tijdens haar ontwikkeling, en door de elasti- citeit van de vraag op de residentiële markt. Het verkoopritme van de lopende vastgoedprogramma’s blijft in 2021 op een zeer bevredigend niveau. Risico met betrekking tot de concentratie van de portfolio De pool streeft naar een gediversieerde projectportfolio. Toch bevindt meer dan 50% van zijn projecten zich in België en op de residenti- ele markt. Bijgevolg zou elke vertraging of elke wijziging van de reglementering in België of elke wijziging van de markt met een weerslag op de residentiële markt een beduidende schadelijke impact kunnen hebben op de resultaten en de operaties van de pool. BPI voert even- wel een beleid voor de diversicatie van haar portfolio. Risico’s met betrekking tot belanghebbenden De pool onderhoudt contractuele betrekkingen met verscheidene partijen, zoals partners, investeerders, huurders, aannemers, nanciële instellingen en architecten. Deze belanghebbenden kunnen storingen in hun werking ondervinden of worden blootgesteld aan nanciële moeilijkheden die tot vertragingen kunnen leiden of tot een volledige onmogelijkheid om hun contractuele verplichtingen na te leven. Hoewel de contractuele akkoorden meestal garanties bevatten, kan een falen of een faillissement van een belanghebbende de garanties geheel of gedeeltelijk onuitvoerbaar maken. Zoals reeds vermeld, wordt het risico in grote mate getemperd door het feit dat BPI de bouw van haar projecten vrijwel systematisch aan dochtervennootschappen van CFE Contracting toevertrouwt. Risico’s met betrekking tot de concurrentie De pool wordt geconfronteerd met de concurrentie van andere vastgoedontwikkelaars op de verschillende markten waar hij actief is. Een dergelijke concurrentie kan een weerslag hebben op het vermogen van de pool om de projecten tegen aantrekkelijke tarieven en prijzen te verkopen en te verhuren, en dus een schadelijk gevolg voor de activiteit, de nanciële positie, de resultaten en de vooruitzichten van de pool. Deze activiteit wordt ook gekenmerkt door de lange duur van de cyclussen van de operaties, wat de noodzaak impliceert om op de beslis- singen vooruit te lopen en verbintenissen op lange termijn aan te gaan. 1.3. BELANGRIJKE GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM 1.3.1. VOORTGEZETTE ACTIVITEITEN De Oekraïense crisis heeft geen directe gevolgen voor de voortzetting van de activiteiten van CFE aangezien CFE niet aanwezig is in deze twee landen. Dit conict heeft echter belangrijke indirecte gevolgen: de sterke stijging van de meeste materiaalprijzen en de verstoring van de toeleveringsketens zullen de voortzetting van de activiteiten van CFE in 2022 beïnvloeden. Daar er geen zicht is op de duur en de om- vang van de crisis is het echter niet mogelijk in dit stadium om de impact ervan te kwanticeren. 1.3.2. BEËINDIGDE ACTIVITEITEN Gelet op de crisis in Oekraïne en Rusland, waardoor beide landen en de mondiale nanciële markten werden gedestabiliseerd, zal onze wereldeconomie, die al verzwakt is door inatie, stijgende energieprijzen, de aanhoudende pandemie en een beperkte bevoorradingsketen, verder onder druk komen te staan. Op datum van dit verslag schatten we in dat deze crisis en de beperkende maatregelen van Europa en de VS tegen Rusland geen wezenlijke directe gevolgen hebben voor de activiteiten van DEME. De indirecte impact is op dit moment moeilijk te voorspellen. 1.4. ONDERZOEK EN ONTWIKKELING DEME verricht doorlopend onderzoek om de eciëntie van haar vloot te verbeteren. In samenwerking met de universiteiten en met het Vlaams Gewest voert zij studies uit voor de ontwikkeling van duurzame energieproductie in zee. In samenwerking met privéondernemin- gen voert ze ook studies uit naar technieken voor de exploitatie van polymetaalmodules. 1.5. FINANCIËLE INSTRUMENTEN De groep CFE heeft een systeem met beleggingslimieten ingevoerd om haar tegenpartijrisico te beheren. Dit systeem bepaalt maximale risicobereiken voor de tegenpartijen, gedenieerd volgens hun door Standard & Poor’s en Moody’s gepubliceerde kredietnoteringen. Deze limieten worden regelmatig gevolgd en bijgewerkt. 1.6. VOORUITZICHTEN 2022 VOOR DE VOORTGEZETTE ACTIVITEITEN Behoudens uitzonderlijke gebeurtenissen verwacht CFE voor haar voortgezette activiteiten een gematigde groei van haar omzet en een blijvend hoog niveau van haar nettoresultaat. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEPJAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 71 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN Met een goed gevuld orderboek zou CFE Contracting een verdere groei van haar activiteit moeten realiseren en haar operationeel resul- taat verder blijven verbeteren. Het nettoresultaat van BPI zal naar verwachtig op een hoog niveau blijven, zonder evenwel dat van 2021 te evenaren. De pool Holding zou, indien de gezondheidssituatie niet opnieuw verergert, baat moeten hebben bij het herstel van de activiteit in Viet- nam en zou zijn bijdrage aan het nettoresultaat van de groep moeten verhogen. 1.7. VOORUITZICHTEN 2022 VOOR DE BEËINDIGDE ACTIVITEITEN Op basis van haar orderboek en de huidige marktomstandigheden, voorziet DEME in 2022 een verdere stijging van zowel omzet, EBITDA als nettoresultaat. Als gevolg van de oplevering van het langverwachte en baanbrekende installatieschip Orion in de eerste jaarhelft, de aan- koop van de kabellegger Viking Neptun tegen jaareinde 2022 en de geplande onderhoudswerkzaamheden aan verschillende schepen, gaat DEME voor het jaar 2022 uit van een investeringsbudget van ongeveer 500 miljoen euro. III. VERKLARING INZAKE DEUGDELIJK BESTUUR 1. REFERENTIECODE De vennootschap neemt de Belgische Corporate Governance Code 2020 (‘Code 2020’) als referentiecode aan. De Code 2020 kan worden geraadpleegd op de website van de Commissie Corporate Governance (www.corporategovernancecommittee.be). De Raad van Bestuur van Aannemingsmaatschappij CFE heeft op 9 december 2005 de eerste versie van het Corporate Governance Char- ter (het ‘Charter’) goedgekeurd. Het Charter wordt regelmatig aangepast aan de bepalingen van de nieuwe Belgische Corporate Governance Code en aan de overige toe- passelijke regelgeving. De belangrijke wijzigingen van het Charter worden toegelicht in de verklaring van deugdelijk bestuur, die een speciek hoofdstuk uitmaakt van het jaarverslag overeenkomstig artikel 3:6 §2 WVV (de ‘Verklaring’). Sinds 9 december 2005 heeft de Raad van Bestuur de volgende wijzigingen van het Charter goedgekeurd: • 7 mei 2009: aanpassing van het Charter na de herziening van de Belgische Corporate Governance Code; • 8 december 2011: aanpassing van het Charter om het in overeenstemming te brengen met de wet van 6 april 2010 tot versterking van het deugdelijk bestuur bij de genoteerde vennootschappen en de wet van 20 december 2010 betreende de uitoefening van bepaalde rechten van aandeelhouders van genoteerde vennootschappen; • 24 december 2013: aanpassing van het Charter na de verandering van controle over de vennootschap in 2013; • 26 februari 2015: aanpassing van het Charter om het in overeenstemming te brengen met de Europese Verordening (EU) 596/2014 van 16 april 2014 betreende marktmisbruik; • 24 februari 2016: invoering in het Charter van de leeftijdslimiet voor bestuurders; • 25 februari 2017: aanpassing van het Charter met betrekking tot het dagelijks bestuur van de vennootschap; • 26 maart 2019: aanpassing van het Charter om het in overeenstemming te brengen met de wet tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren, en versoepeling van de regel inzake de leeftijdslimiet voor bestuurders; • 26 maart 2020: aanpassing van het Charter om het in overeenstemming te brengen met de Belgische Corporate Governance Code 2020, ingevoerd door het koninklijk besluit van 12 mei 2019 houdende aanduiding van de na te leven code inzake deugdelijk bestuur door genoteerde vennootschappen. Het Charter is in beide talen (Nederlands en Frans) beschikbaar op de website van de vennootschap (www.cfe.be). Dit hoofdstuk (‘Verkla- ring inzake deugdelijk bestuur’) bevat de informatie bedoeld in artikelen 3:6 §2 en 3:32 §1, tweede alinea, 7° WVV. Dit hoofdstuk behan- delt in het bijzonder de feitelijke informatie met betrekking tot het deugdelijk bestuur en geeft uitleg over bepaalde afwijkingen van de Code 2020 in het afgelopen boekjaar, volgens het beginsel ‘pas toe of leg uit’ (‘comply or explain’). 2. RAAD VAN BESTUUR De Raad van Bestuur bepaalt de oriëntaties en de waarden, de strategie en het kernbeleid van de vennootschap. Hij onderzoekt de signi- cante operaties die er betrekking op hebben en keurt ze goed, ziet toe op hun uitvoering en bepaalt elke maatregel die nodig is voor de implementatie van zijn beleid. Hij beslist over het risiconiveau dat de vennootschap bereid is te aanvaarden. De Raad van Bestuur: • keurt het algemene kader van de interne controle en het risicobeheer goed en ziet toe op zijn toepassing; • neemt alle nodige maatregelen om de integriteit van de jaarrekeningen te verzekeren; 72 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN • houdt toezicht op de prestaties van de commissaris; • onderzoekt de prestaties van de gedelegeerd bestuurder; • ziet toe op de goede werking en de eciëntie van de gespecialiseerde comités van de Raad van Bestuur. 2.1. SAMENSTELLING De samenstelling van de Raad van Bestuur mikt op een evenwicht tussen ervaring, competentie en onafhankelijkheid, met eerbied voor de diversiteit en meer bepaald de gelijkheid tussen mannen en vrouwen. De Raad van Bestuur ziet meer bepaald toe op het behoud van het evenwicht van zijn samenstelling inzake leeftijd en professionele en internationale ervaring. Hij vindt het ook belangrijk om te beschikken over personen met ervaring in het domein van de technologische en digitale transformatie. Deze evenwichten worden jaarlijks door het Benoemings- en Remuneratiecomité opnieuw beoordeeld. Op 31 december 2021 bestaat de Raad van Bestuur uit elf leden, die op de onderstaande datums in functie zijn getreden en van wie het mandaat onmiddellijk aoopt na de gewone algemene vergadering in de onderstaande jaren: Infunctietreding Einde van het mandaat Luc Bertrand 24.12.2013 2025 Piet Dejonghe () 24.12.2013 2025 John-Eric Bertrand 24.12.2013 2025 Jan Suykens 24.12.2013 2025 Koen Janssen 24.12.2013 2025 Philippe Delusinne 07.05.2009 2024 Christian Labeyrie 06.03.2002 2024 Ciska Servais BV, vertegenwoordigd door Ciska Servais 03.05.2007 2023 Pas de Mots BV, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt 07.10.2016 2024 Hélène Bostoen 06.05.2021 2025 MucH BV, vertegenwoordigd door Muriel De Lathouwer 03.05.2018 2022 () Gedelegeerd bestuurder De onderstaande tabel geeft een overzicht van de mandaten en functies van de elf bestuurders op datum van 31 december 2021. Luc Bertrand Ackermans & van Haaren Begijnenvest 113 B- 2000 Antwerpen Voorzitter van het Benoemings- en Remuneratiecomité Voorzitter van de Raad van Bestuur Luc Bertrand werd in 1951 geboren en behaalde in 1974 het diploma van handelsingenieur (KU Leuven). Luc Bertrand begon zijn loopbaan bij Bankers Trust, waar hij de functie van Vice President en Regional Sales Manager, Northern Europe, bekleedde. Hij werd in 1985 benoemd tot bestuurder van Ackermans & van Haaren en is sinds 2016 voorzitter van het Executief Comité van Ackermans & van Haaren. Uitgeoefende mandaten a. beursgenoteerde ondernemingen: - Voorzitter van de Raad van Bestuur van Ackermans & van Haaren - Voorzitter van de Raad van Bestuur van SIPEF b. niet-beursgenoteerde ondernemingen: - Voorzitter van de Raad van Bestuur van DEME - Voorzitter van de Raad van Bestuur van FinAx - Bestuurder van Baarbeek - Bestuurder van Bank J.Van Breda & C° - Voorzitter van Belfimas - Bestuurder van Delen Private Bank - Bestuurder van JM Finn & Co (UK) - Bestuurder van Verdant Bioscience - Voorzitter van Scaldis Invest c. verenigingen: - Voorzitter van de Board of Trustees van het Belgisch Instituut voor Bestuurders – Guberna - Bestuurder van het Belgisch Instituut voor Bestuurders – Guberna - Voorzitter van de Raad van Bestuur van het Institut de Duve - Voorzitter van Middelheim Promotors - Bestuurder van Europalia - Lid van de algemene raad van het Instituut voor Tropische Geneeskunde - Regent van het Museum Mayer van den Bergh - Lid van de algemene raad van Vlerick Leuven Gent School - Lid Advisory Board Deloitte JAARVERSLAG 2021 CFE GROEPJAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 73 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN Piet Dejonghe Ackermans & van Haaren Begijnenvest 113 B- 2000 Antwerpen Gedelegeerd bestuurder Piet Dejonghe, geboren in 1966, behaalde na zijn studies als licentiaat in de rechten (KU Leuven, 1989), een postgraduaat bedrijfskunde (KU Leuven, 1990) en een MBA (INSEAD, 1993). Voor hij in 1995 naar Ackermans & van Haaren kwam, was hij als advocaat verbonden aan het kantoor Loeff Claeys Verbeke en actief als consultant bij Boston Consulting Group. Uitgeoefende mandaten a. beursgenoteerde ondernemingen: - Lid van het Executief Comité van Ackermans & van Haaren - Bestuurder van Nextensa b. niet-beursgenoteerde ondernemingen: - Bestuurder van Baloise Belgium - Bestuurder van Bank J.Van Breda & C° - Bestuurder van Delen Private Bank - Bestuurder van Delen Private Bank Luxembourg - Bestuurder van DEME - Bestuurder van FinAx - Bestuurder van Profimolux - Bestuurder van AvH Growth Capital - Bestuurder van BPI Real Estate Belgium - Bestuurder van BPI Real Estate Luxemburg - Bestuurder van MBG - Bestuurder van BPC - Bestuurder van BPC Wallonie - Bestuurder van CFE Contracting - Bestuurder van Mobix Engema - Bestuurder van Mobix Stevens - Bestuurder van CLE - Bestuurder van Extensa Group - Bestuurder van Green Offshore - Bestuurder van Van Laere - Bestuurder van Bio Cap Invest - Bestuurder van HDP Charleroi c. verenigingen: - Lid van de Raad van Bestuur van SOS Kinderdorpen België 74 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN John-Eric Bertrand Ackermans & van Haaren Begijnenvest 113 B- 2000 Antwerpen Voorzitter van het Auditcomité Bestuurder John-Eric Bertrand, geboren in 1977, behaalde na zijn studies als handelsingenieur (UCL, 2001, magna cum laude), een master in International Management (CEMS, 2002) en een MBA (INSEAD, 2006). Voor hij in 2008 als Investment Manager naar Ackermans & van Haaren kwam, werkte hij bij Deloitte als senior auditor en bij Roland Berger als senior consultant. Hij maakt sinds 1 juli 2015 deel uit van het Executief Comité. Uitgeoefende mandaten a. beursgenoteerde ondernemingen: - Lid van het Executief Comité van Ackermans & van Haaren - Bestuurder van Sagar Cements b. niet-beursgenoteerde ondernemingen: - Voorzitter van de Raad van Bestuur van Agidens - Voorzitter van de Raad van Bestuur van Telemond Holding - Voorzitter van de Raad van Bestuur van Baarbeek Immo - Bestuurder van DEME - Bestuurder van AvH Growth Capital - Bestuurder van Manuchar - Bestuurder van Axe Investments - Bestuurder van VMA - Bestuurder van VMA Druart - Betuurder van VMA Nizet - Bestuurder van Profimolux - Bestuurder van Finasucre - Bestuurder van AvH Resources India - Bestuurder van AvH Singapore - Bestuurder van Venturi Partners - Lid van het Investeringscomité van Venturi - Lid van het Investeringscomité van Healthquad c. verenigingen: - Bestuurder van de Belgian Finance Club Jan Suykens Ackermans & van Haaren Begijnenvest 113 B- 2000 Antwerpen Bestuurder Jan Suykens, geboren in 1960, is licentiaat in de toegepaste economische wetenschappen (UFSIA, 1982) en behaalde een MBA (Columbia University, 1984). Hij werkte een aantal jaren bij de Generale Bank in Corporate & Investment Banking voor hij in 1990 naar Ackermans & van Haaren kwam. Uitgeoefende mandaten a. beursgenoteerde ondernemingen: - Voorzitter van het Executief Comité van Ackermans & van Haaren - Voorzitter van de Raad van Bestuur van Nextensa b. niet-beursgenoteerde ondernemingen: - Voorzitter van de Raad van Bestuur van Anima - Voorzitter van de Raad van Bestuur van de Bank J.Van Breda & C° - Voorzitter van de Raad van Bestuur van Delen Private Bank - Bestuurder van Anfima - Bestuurder van BPI Real Estate Belgium - Bestuurder van Delen Private Bank Luxembourg - Bestuurder van DEME - Bestuurder van Extensa Group - Bestuurder van FinAx - Bestuurder van Grossfeld PAP - Bestuurder van JM Finn & Co (UK) - Bestuurder van Mediacore - Bestuurder van Mediahuis - Bestuurder van Mediahuis Partners - Bestuurder van Oyens & Van Eeghen - Bestuurder van Profimolux - Bestuurder van Rent-A-Port - Bestuurder van AvH Growth Capital c. verenigingen: - Bestuurder van Antwerp Management School - Bestuurder van De Vrienden van het Rubenshuis - Lid van het Raadgevend Comité van ING Antwerp Branch - Voorzitter van het Uitvoerend Comité Steunraad Antwerpen van de Koning Boudewijnstichting JAARVERSLAG 2021 CFE GROEPJAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 75 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN Koen Janssen Ackermans & van Haaren Begijnenvest 113 B- 2000 Antwerpen Bestuurder Koen Janssen, geboren in 1970, behaalde, na zijn studies burgerlijk ingenieur elektromechanica (KU Leuven, 1993), een MBA in IEFSI (Frankrijk, 1994). Hij werkte voor Recticel, ING Investment Banking en ING Private Equity, vooraleer in 2001 in dienst te treden bij Ackermans & van Haaren. Uitgeoefende mandaten a. beursgenoteerde ondernemingen: - Lid van het Executief Comité van Ackermans & van Haaren b. niet-beursgenoteerde ondernemingen: - Bestuurder van Bedrijvencentrum Regio Mechelen - Bestuurder van DEME - Bestuurder van NMC International - Bestuurder van Rent-A-Port - Bestuurder van Infra Asia Investment - Bestuurder van RAP Green Energy - Bestuurder van Biolectric Group - Bestuurder van Green Offshore - Bestuurder van Sofinim Lux - Bestuurder van AvH Growth Capital - Bestuurder van LTS - Bestuurder van Otary RS - Bestuurder van Otary Bis - Bestuurder van Rentel - Bestuurder van Seamade - Bestuurder van North Sea Wave - Bestuurder van Estor-Lux - Bestuurder van Stichting Continuïteit IHC - Bestuurder van Finance Continuïteit IHC - Onafhankelijk bestuurder van NMC International c. verenigingen: - Bestuurder van Belgian Offshore Platform (BOP) vzw, vast vertegenwoordiger van Green Offshore Philippe Delusinne RTL Belgium Jacques Georginlaan 2 B-1030 Brussel Bestuurder Philippe Delusinne, geboren in 1957, behaalde een diploma Marketing & Distribution aan het ISEC in Brussel en een Short MBA aan het Sterling In- stitute van Harvard. Hij begon zijn loopbaan bij Ted Bates als account executive, werd vervolgens account manager bij Publicis, client service director bij Impact FCB, deputy general manager bij McCann Erikson en chief executive officer van Young & Rubicam in 1993. Sinds maart 2002 is hij chief executive officer van RTL Belgium. Uitgeoefende mandaten a. beursgenoteerde ondernemingen: - Lid van de Raad van Toezicht van Métropole Télévision - M6 b. niet-beursgenoteerde ondernemingen: - Gedelegeerd bestuurder van RTL Belgium en van Radio H - Vast vertegenwoordiger van CLT-UFA, gedelegeerd bestuurder van Cobelfra en Inadi - CEO van RTL Belux & Cie SECS en gedelegeerd bestuurder van RTL Belux - Gedelegeerd bestuurder en voorzitter van de Raad van Bestuur van IP Belgium - Vast vertegenwoordiger van CLT-UFA, gedelegeerd bestuurder en voorzitter van New Contact - Bestuurder van CLT-UFA - Bestuurder van Agence Télégraphique Belge de Presse - Vertegenwoordiger van INADI SA, bestuurder van MaRadio.be - Bestuurder van de Association pour l’Autorégulation de la Déontologie Journalistique - Vast vertegenwoordiger van RTL BELGIUM, bestuurder van AISBL Business Club Belgium Luxembourg - Voorzitter van het Koninklijk Munttheater - Voorzitter van De Vrienden van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België - Vicevoorzitter van de B19 Business Club 76 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN Christian Labeyrie VINCI 1973 Boulevard de la Défense F-92000 Nanterre Lid van het Auditcomité Bestuurder Christian Labeyrie, geboren in 1956, is adjunct-directeur-generaal, financieel directeur en lid van het Executief Comité van de groep VINCI. Voor hij in 1990 naar de groep VINCI kwam, bekleedde hij diverse functies in de groepen Rhône-Poulenc en Schlumberger. Hij begon zijn loopbaan bij de bank. Christian Labeyrie behaalde diploma’s aan de HEC, de Escuela Superior de Administración de Empresas (Barcelona) en Mc Gill University (Canada) en is houder van een Diplôme d’études comptables supérieures. Hij is Chevalier de la Légion d’honneur en Chevalier de l’ordre national du Mérite. Uitgeoefende mandaten a. beursgenoteerde ondernemingen: - Lid van het Executief Comité van de groep VINCI b. niet-beursgenoteerde ondernemingen: - Bestuurder van VINCI Deutschland - Bestuurder van Arcour - Bestuurder van het consortium Stade de France - Bestuurder van VFI - Bestuurder van SMABTP - Lid van de Raad van Bestuur van Lima Expesa (Limex) - Zaakvoerder van SCCV CESAIRE-LES GROUES - Zaak voerder van SCCV HEBERT-LES GROUES - Vast vertegenwoordiger van VINCI Innovation in de Raad van Bestuur van ASF - Voorzitter van VINCI Re Ciska Servais BV, vertegenwoordigd door Ciska Servais Boerenlegerstraat 204 B-2650 Edegem Bestuurder Ciska Servais is vennoot van het advocatenkabinet Astrea. Ze is actief in het domein van het administratief recht en in het bijzonder het milieurecht, het ruimtelijk ordeningsrecht, het vastgoedrecht en het bouwrecht. Ze bezit een rijke ervaring in advies, gerechtelijke procedures en onderhandelingen; ze geeft les en spreekt regelmatig op seminars. Ze behaalde een licentiaat rechten aan de Universiteit van Antwerpen (1989) en een aanvullende Master (LL.M) International Legal Cooperation aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB). (1990). Ze behaalde ook een bijzonder licentiaat ecologie aan de Universiteit van Antwerpen (1991). Ze begon haar stages in 1990 bij het advocatenkabinet Van Passel & Greeve. In 1994 werd ze vennoot bij Lexeco en in 2004 bij Lawfort. In 2006 was ze medeoprichter van het advocatenkabinet Astrea. Ciska Servais publiceert voornamelijk in het domein van het milieurecht, onder meer over het saneringsdecreet, de milieuverantwoordelijkheid en de reglementering over grondverplaatsing. Ze is ingeschreven aan de Antwerpse Balie. Uitgeoefende mandaten b. niet-beursgenoteerde ondernemingen: - Astrea CVBA - SYMBIOSIS SON Pas de Mots BV, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt Anne Frankstraat 1 B-9150 Kruibeke Lid van het Auditcomité Onafhankelijk bestuurder Na haar studie toegepaste economische wetenschappen aan de Universiteit van Antwerpen begon Leen Geirnaerdt haar beroepsloopbaan bij Price- waterhouseCoopers (PwC), waar ze zes jaar in de auditafdeling werkte. Vervolgens stapte ze over naar Solvus Resource Group, een beursgenoteerde Belgische onderneming, waar ze de functie van corporate controller bekleedde. Na de overname van Solvus Resource Group door de Nederlandse beurs- genoteerde onderneming USG People NV werd Leen Geirnaerdt directeur van het Belgische Shared Services Center en in 2010 chief financial officer in Nederland. Na de overname door de Japanse groep Recruit werd ze in 2016 CFO op wereldniveau van Recruit Global Staffing. Van mei 2019 tot oktober 2021 was Leen Geirnaerdt CFO van bpost. Uitgeoefende mandaten b. niet-beursgenoteerde ondernemingen: - Bestuurder en voorzitter van het Auditcomité van H. Essers JAARVERSLAG 2021 CFE GROEPJAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 77 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN MucH BV, vertegenwoordigd door Muriel De Lathouwer Jacques Pasturlaan 128 B-1180 Ukkel Lid van het Auditcomité Lid van het Benoemings- en Remuneratiecomité Onafhankelijk bestuurder Muriel De Lathouwer is burgerlijk ingenieur in kernfysica (ULB, Brussel) en heeft een MBA van INSEAD, Parijs. Ze begon haar loopbaan als IT-consulente bij Accenture en was vervolgens 7 jaar actief bij McKinsey in Brussel, waar ze als associate principal toonaan- gevende tv- en telecomoperatoren en media en hightechbedrijven wereldwijd adviseerde. Vervolgens was ze directeur Marketing en lid van het Executief Comité van de mobiele telefoonoperator BASE. Van 2014 tot 2018 was ze CEO van EVS, waar ze de digitale transformatie van de onderneming leidde. Muriel De Lathouwer is bestuurder van verscheidene internationale ondernemingen en is actief in het fonds W.I.N.G (Digital Wallonia) als lid van het operating team en het investeringscomité Deep Tech. Uitgeoefende mandaten a. beursgenoteerde ondernemingen: - lid van de Raad van Bestuur, het Remuneratiecomité en het Auditcomité van Shurgard b. niet-beursgenoteerde ondernemingen: - lid van de Raad van Bestuur en van het Benoemings- en Remuneratiecomité van Etex - lid van de Raad van Bestuur, voorzitter van het Benoemings- en Remuneratiecomité en lid van de Governance- en Investeringscomités van het beleggingsfonds Olympia - lid van de Raad van Bestuur van de bank CPH c. verenigingen: - Vicevoorzitter Coderdojo Belgium - Voorzitter van de Raad van Bestuur van ULB dev Hélène Bostoen Burgemeestersstraat 22 B-1050 Elsene Lid van het Auditcomité Lid van het Benoemings- en Remuneratiecomité Onafhankelijk bestuurder Hélène Bostoen is handelsingenieur (Solvay Business School, ULB, Brussel) en heeft een MBA van INSEAD, Singapore en Fontainebleau. Ze begon haar loopbaan bij Merrill Lynch in New York, waar ze diensten en analysetools ontwikkelde voor internationale UHNW-cliënten, meer bepaald in nauwe samenwerking met Riskmetrics. Na haar MBA richtte ze It’za Foods op (nu Mexma Food), een producent van tarwetortilla’s voor de Europese markt. In 2007 nam ze de leiding van het familiebedrijf over en lanceerde ze met name residentiële ontwikkelingsactiviteiten in België en Polen. Uitgeoefende mandaten a. beursgenoteerde ondernemingen: - Lid van de raad van bestuur van Home Invest Belgium, lid van het investeringscomité en van het projectcomité b. niet-beursgenoteerde ondernemingen: - Lid van de raad van bestuur en gedelegeerd bestuurder van Flanders-Immo JB SA - Lid van de raad van bestuur en gedelegeerd bestuurder van Fenixco SA - Lid van de raad van bestuur en zaakvoerder van FBC SPRL - Lid van de raad van bestuur van District I SPRL - Lid van de raad van bestuur van Eko Development sp.z o O. - Lid van de raad van bestuur van Abattoir NV c. verenigingen: - Co-voorzitter van de Commissie ontwikkelaars residentieel vastgoed van UPSI-BVS, Beroepsvereniging van de vastgoedsector 2.2. ONAFHANKELIJK BESTUURDERS Op 31 december 2021 zijn de bestuurders die aan de in artikel 3.5 van de Code 2020 bepaalde onafhankelijkheidscriteria voldoen: • Pas de Mots BV, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt • Hélène Bostoen • MucH BV, vertegenwoordigd door Muriel De Lathouwer 2.3. OVERIGE BESTUURDERS • Luc Bertrand • Piet Dejonghe • Jan Suykens • Koen Janssen • John-Eric Bertrand • Christian Labeyrie • Ciska Servais BV, vertegenwoordigd door Ciska Servais • Philippe Delusinne 78 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN 2.4. WERKING De Raad van Bestuur is georganiseerd om te verzekeren dat de beslissingen in het belang van de vennootschap worden genomen en zoda- nig van aard zijn dat de taken eciënt kunnen worden uitgevoerd. Vergaderingen van de Raad van Bestuur De Raad van Bestuur vergadert regelmatig, voldoende vaak om zijn taken eectief uit te voeren en telkens als het belang van de vennoot- schap het eist. In 2021 beraadslaagde de Raad van Bestuur over alle voor CFE belangrijke vraagstukken. Hij vergaderde zesmaal. De Raad van Bestuur heeft onder meer: • de jaarrekening van het boekjaar 2020 en de halfjaarlijkse nanciële staten van 2021 afgesloten; • het budget 2021 en zijn aanpassingen onderzocht; • het budget 2022 onderzocht; • de in het Risicocomité voorgestelde dossiers en de evolutie van de veiligheidsindicatoren behandeld; • de nanciële positie van CFE, de evolutie van haar schuld en haar behoefte aan werkkapitaal onderzocht; • de strategische analyse van de divisies Bouw in België en Multitechnieken (VMA) onderzocht; • de door het Auditcomité voorgedragen nieuwe commissaris voor de groep weerhouden; • de evolutie van het uitstaand vastgoedbestand onderzocht en de aankoop en verkoop goedgekeurd van verscheidene vastgoedprojec- ten met een waarde van meer dan tien miljoen euro; • op voorstel van het Benoemings- en Remuneratiecomité beslist over de bezoldigingsmodaliteiten en premies van de gedelegeerd be- stuurder en de directeuren; • beslist om de partiële splitsing van CFE voor te bereiden, die in de zomer van 2022 aan de goedkeuring van de buitengewone algeme- ne vergadering zal worden voorgelegd. Wat de actieve deelname van de bestuurders aan de vergaderingen van de raad betreft, toont de onderstaande tabel de individuele aanwe- zigheid van de bestuurders op de raden van bestuur in het boekjaar 2021. Bestuurders Aanwezigheid/aantal vergaderingen Luc Bertrand 6/6 Piet Dejonghe 6/6 Jan Suykens 6/6 Koen Janssen 6/6 John-Eric Bertrand 6/6 Christian Labeyrie 6/6 Philippe Delusinne 6/6 Ciska Servais BV, vertegenwoordigd door Ciska Servais 6/6 Pas de Mots BV, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt 6/6 MucH BV, vertegenwoordigd door Muriel De Lathouwer 6/6 Hélène Bostoen 4/4 Euro-Investment Management NV, vertegenwoordigd door Martine Van den Poel 2/2 Overeenkomstig artikel 2.7 van het Charter worden binnen de Raad van Bestuur periodieke evaluatieprocedures georganiseerd. Deze vinden plaats op initiatief en onder leiding van de voorzitter. De jaarlijkse beoordeling van de relatie tussen de Raad van Bestuur en de gedelegeerd bestuurder vond plaats op 23 februari 2020. De niet-uitvoerende bestuurders spraken hun algemene tevredenheid uit betref- fende de goede samenwerking tussen de Raad van Bestuur en de gedelegeerd bestuurder en deden hiertoe enkele suggesties. De volgende driejaarlijkse evaluatie vindt plaats in 2022. 2.5. GEDRAGSREGELS INZAKE BELANGENCONFLICTEN De Raad van Bestuur heeft in het Charter (artikel II.6.3) zijn beleid gepubliceerd inzake transacties tussen enerzijds de vennootschap of een verbonden vennootschap en anderzijds de leden van de Raad van Bestuur (of hun verwanten) die aanleiding kunnen geven tot een belangenconict (in de betekenis van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen) en in bepaalde gevallen tot de toepassing van een daartoe voorziene procedure. Bij weten van de vennootschap werd in 2021 geen enkele beslissing genomen die aanleiding gaf tot de toepassing van deze procedure. 2.6. FINANCIËLE TRANSACTIES De Raad van Bestuur heeft zijn beleid voor de preventie van marktmisbruik in het Charter gepubliceerd (hoofdstuk V.3). Tijdens de verga- dering van 26 februari 2015 werd het Charter aangepast om het in overeenstemming te brengen met de Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreende marktmisbruik. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEPJAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 79 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN 3. AUDIT- EN RISICOBEHEERCOMITÉ Dit comité volgt het opstellen en de controle van de boekhoudkundige en nanciële informatie en de eectiviteit van de systemen voor interne controle, voor toezichtmaatregelen en voor risicobeheersing. 3.1. SAMENSTELLING Op 31 december 2021 bestond dit comité uit: • John-Eric Bertrand, voorzitter • Hélène Bostoen () • Pas de Mots BV, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt () • Christian Labeyrie • MucH BV, vertegenwoordigd door Muriel De Lathouwer () () onafhankelijk bestuurders De Raad van Bestuur heeft bijzondere aandacht gewijd aan de aanwezigheid in het Auditcomité van in nanciële of boekhoudkundige aangelegenheden of in risicobeheer gespecialiseerde bestuurders: John-Eric Bertrand studeerde in een economische en nanciële richting. Hij heeft beroepsactiviteiten uitgeoefend in een revisorenkabinet en in een kabinet voor strategisch advies. Sinds 2008 is hij als investment manager bij Ackermans & van Haaren werkzaam. Christian Labeyrie is adjunct-directeur-generaal, nancieel directeur en lid van het Executief Comité van de groep VINCI. Hij behaalde diploma’s aan de HEC, de Escuela Superior de Administración de Empresas (Barcelona) en Mc Gill University (Canada) en is houder van een hoger onderwijsdiploma boekhouding. Leen Geirnaerdt heeft een diploma toegepaste economische wetenschappen van de Universiteit van Antwerpen. Ze heeft zes jaar in de au- ditafdeling van PricewaterhouseCoopers (PwC) gewerkt. Vervolgens stapte ze over naar Solvus Resource Group als corporate controller en werd ze in 2010 benoemd tot chief nancial ocer in Nederland. In 2016 werd ze benoemd tot CFO op wereldniveau van Recruit Global Stang. Van mei 2019 tot oktober 2021 was ze CFO van bpost. Muriel De Lathouwer is burgerlijk ingenieur in kernfysica (ULB, Brussel) en heeft een MBA van INSEAD, Parijs. Muriel De Lathouwer is bestuurder van verscheidene internationale ondernemingen en is actief in het fonds W.I.N.G (Digital Wallonia) als lid van het operating team en het investeringscomité Deep Tech. Hélène Bostoen behaalde een diploma Handelsingenieur aan de Université Libre de Bruxelles (1995-2000) en een MBA aan Insead (2005). Ze is momenteel gedelegeerd bestuurder van Fenixco en bestuurder van vennootschappen. 3.2. WERKING EN ACTIVITEITENVERSLAG De commissaris neemt deel aan de werkzaamheden van het Auditcomité op uitdrukkelijk verzoek van het comité. Het comité heeft in het boekjaar 2021 viermaal vergaderd. Het comité heeft het volgende onderzocht: • de jaarrekening 2020 en de halfjaarlijkse nanciële staten 2021; • de kwartaalrekeningen eind maart en eind september 2021; • het ontwerp van het budget 2022 voor zijn voorstelling aan de Raad van Bestuur; • de verslagen van de interne auditeur; • de resultaten van de belangrijkste werven; • de evolutie van de geldmiddelen en van de behoefte aan werkkapitaal van de groep; • de verbintenissen buiten balans van de groep en in het bijzonder de bankgaranties; • de impact van de partiële splitsing op de voorstelling van de nanciële staten 2021; • de verslagen van de commissaris.. Het Auditcomité heeft bijzondere aandacht gewijd aan de interne controle van de groep en heeft de door CFE ondernomen maatregelen om ze te verbeteren gevolgd. De onderstaande tabel toont de individuele aanwezigheden van de leden van het Auditcomité in het boekjaar 2021. Leden Aanwezigheid/aantal vergaderingen John-Eric Bertrand 4/4 Philippe Delusinne 1/1 Pas de Mots BV, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt 4/4 MucH BV, vertegenwoordigd door Muriel De Lathouwer 4/4 Christian Labeyrie 4/4 Hélène Bostoen 3/3 80 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN 4. BENOEMINGS- EN REMUNERATIECOMITÉ Dit comité verzekert een billijke remuneratie, rekening houdend met de reglementaire normen, de gekozen doelstellingen, de risico’s en de in het Charter vastgelegde gedragsregels. Het selecteert de beste competenties voor het toezicht op en het beheer van de vennootschap. 4.1. SAMENSTELLING Op 31 december 2021 bestaat dit comité uit: • Luc Bertrand, voorzitter • Hélène Bostoen () • MucH BV, vertegenwoordigd door Muriel De Lathouwer () () onafhankelijk bestuurders 4.2. WERKING EN ACTIVITEITENVERSLAG Het comité heeft in het boekjaar 2021 tweemaal vergaderd. In de loop van het boekjaar heeft dit comité het volgende onderzocht: • de vaste en variabele remuneratie van de gedelegeerd bestuurder • de vaste en variabele remuneratie van de directeuren • het jaarlijks remuneratieverslag • de remuneratie van de bestuurders • de evolutie van het beheer van human resources en het succession plan bij CFE, CFE Contracting en BPI • het long term incentive plan bij BPI en CFE Contracting • het bepalen van de principes van het remuneratiebeleid De onderstaande tabel toont de individuele aanwezigheden van de leden van het Benoemings- en Remuneratiecomité in het boekjaar 2021: Leden Aanwezigheid/aantal vergaderingen Euro-Investment Management NV, vertegenwoordigd door Martine Van den Poel 1/1 Luc Bertrand 2/2 Philippe Delusinne 1/1 Hélène Bostoen 1/1 MucH BV, vertegenwoordigd door Muriel De Lathouwer 1/1 De belangrijkste kenmerken van het beoordelingsproces van het Benoemings- en Remuneratiecomité zijn uiteengezet in het huishoudelijk reglement, dat in het Charter gepubliceerd is. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEPJAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 81 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN 5. DIVERSITEITSBELEID De vennootschap meent dat een gediversieerd team de kwaliteit van het besluitvormingsproces en uiteindelijk de globale prestaties ver- betert. Diversiteit en inclusie zijn globale prioriteiten voor CFE, want het zijn belangrijke factoren voor het succes van de vennootschap en haar individuen. De vennootschap meent dat haar grootste kracht schuilt in de diversiteit van haar team en dat haar werknemers het verdienen zich elke dag op het werk goed te voelen en authentiek zichzelf te zijn, ongeacht hun gender, hun etnische afkomst, hun seksuele geaardheid of andere kenmerken. De vennootschap blijft werken aan alle aspecten van de diversiteit binnen haar team van hogere kader - leden. Ze concentreert zich op de samenstelling van een pool van diverse talenten, rekening houdend met de respectieve competenties, opleidingen, ervaringen en loopbaantrajecten. De procedure voor de selectie en benoeming van de leden van de Raad van Bestuur wordt in het Charter beschreven. Zijn samenstelling mikt op een evenwicht tussen ervaring, competentie en onafhankelijkheid, met eerbied voor de diversiteit en meer bepaald de gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Momenteel zijn 4 van de 11 leden van de Raad van Bestuur vrouwen. De expertisedomeinen van de bestuur- ders vullen elkaar aan en bestrijken alle activiteiten van de groep en de bijbehorende risico’s en opportuniteiten. Sectie 2.1 van deze Verklaring van deugdelijk bestuur geeft een korte biograe van de leden van de Raad van Bestuur met hun kwalica- ties en loopbaantraject. 6. SYSTEMEN VOOR INTERNE EN EXTERNE CONTROLE EN VOOR RISICOBEHEER 6.1. EXTERNE CONTROLE De commissaris van de vennootschap is EY Bedrijfsrevisoren BV, vertegenwoordigd door Patrick Rottiers en Marnix Van Dooren. De commissaris bezorgt op jaarbasis een opinieverslag over de geconsolideerde halfjaarlijkse nanciële staten in juni en een oordeel over de geconsolideerde jaarrekening van CFE in december. De commissaris werd tijdens de gewone algemene vergadering van 6 mei 2021 be- noemd voor een mandaat van drie jaar. De bezoldiging die de commissaris in 2021 ontving voor het geheel van de groep, met inbegrip van de vennootschap, bedraagt: (in duizend euro) EY Overige Bedrag % Bedrag % Audit Commissariaat der rekeningen, certificatie, onderzoek van de individuele en geconsolideerde rekeningen 989,3 64,30% 1.750,8 21,87% Andere toebehorende opdrachten en andere auditopdrachten 124,2 8,07% 205,7 2,57% Subtotaal audit 1.113,5 72,38% 1.956,5 24,44% Andere prestaties Juridisch, fiscaal, sociaal 362,0 23,53% 1.225,4 15,31% Overige 63,0 4,09% 4.824,4 60,26% Subtotaal overige 425,0 27,62% 6.049,8 75,56% Totaal honoraria commisarissen der rekeningen 1.538,5 100% 8.006,3 100% - Toe te rekenen aan voortgezette activiteiten 751,5 48,8% 674,0 8,4% - Toe te rekenen aan niet voortgezette activiteiten - DEME 787,0 51,2% 7.332,3 91,6% 6.2. INTERNE CONTROLE EN RISICOBEHEER 6.2.1. BELANGRIJKSTE KENMERKEN De Raad van Bestuur is een collegiale instantie die belast is met het bepalen van de strategische oriëntaties van de groep CFE, het toezicht op hun toepassing en de goede werking van de vennootschap. Hij voert de controles en vericaties uit die hij opportuun acht. Hij beraad- slaagt over alle belangrijke vraagstukken van de groep. De Raad legt elk jaar in zijn jaarverslag verantwoording af over de belangrijkste risico’s en onzekerheden waarmee de groep wordt geconfronteerd. De Raad van Bestuur heeft een huishoudelijk reglement en twee ge- specialiseerde comités: een Auditcomité en een Benoemings- en Remuneratiecomité. Met de huidige voorziening wil de Raad van Bestuur zich ervan vergewissen dat de doelstellingen worden bereikt op het niveau van de groep, en wil hij op het niveau van de dochtervennootschappen de invoering volgen van voorzieningen die aangepast zijn aan elk type onderneming (omvang, type activiteiten enz.). De Raad van Bestuur waakt er ook over om te gelegener tijd alle interne en externe belanghebbenden volledige, betrouwbare en relevante informatie te verstrekken, in overeenstemming met de evaluatieregels van de groep, de internationale normen voor nanciële informatie (IFRS) en de Belgische reportingverplichtingen. Om zo goed mogelijk aan deze eisen te voldoen, zijn systemen ingevoerd voor de interne controle en het beheer van de nanciële informatie. 82 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN Het Auditcomité controleert de nanciële reporting, het systeem voor interne controle en risicobeheer en de werking van de interne en externe audits. Het Auditcomité doet hiertoe ook aanbevelingen aan de Raad van Bestuur. 6.2.2. PERIMETER VAN DE INTERNE CONTROLE MET BETREKKING TOT HET OPSTELLEN VAN DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING Naast de invoering van een eigen systeem voor de holding ziet de groep toe op de toepassing van aangepaste systemen voor risicobeheer en interne controle in elk van haar dochtervennootschappen. De organisatie van de nanciële en controlediensten omvat drie niveaus: (i) De nanciële en controledepartementen in de verschillende juridische entiteiten, divisies of polen, die belast zijn met het opstellen en de reporting van de nanciële informatie; (ii) De Interne Audit van respectievelijk DEME en CFE Contracting, die een op de risico’s gebaseerd programma heeft ingevoerd voor de validatie van de eectiviteit van de interne controle in de verschillende processen binnen de dochtervennootschappen, en die een con- troleomgeving heeft ontwikkeld die het opstellen van een kwaliteitsvolle nanciële reporting bevordert; (iii) De nanciële directie van CFE, die belast is met de uiteindelijke beoordeling van de nanciële informatie van de verschillende juridi- sche entiteiten en met het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening. 6.2.3. RISICOBEHEER Het risicobeheer inzake de nanciële informatie kan als volgt worden samengevat. Risico’s op het niveau van de dochtervennootschappen Ze zijn meestal zeer divers en worden gedekt door (i) een bestuursmandaat van een of meer bestuurders of directeuren van CFE in de raden van bestuur en de consultatieve comités (waaronder de Risicocomités) van de belangrijkste dochtervennootschappen van CFE, (ii) duidelijke instructies inzake de reporting voor de dochtervennootschappen, met termijnen en regels voor het opstellen en de beoordeling, en (iii) een halfjaarlijkse en jaarlijkse externe audit van de nanciële staten, die ook rekening houdt met de elementen van de interne con - trole en het risicobeheer op het niveau van de betrokken entiteit. Risico’s met betrekking tot de informatie Ze worden gedekt door een periodieke audit van de informatica, een proactieve benadering met updates, back-ups en wanneer nodig tests van de informatica-infrastructuur. Er zijn ook plannen voor bedrijfscontinuïteit en noodherstel opgesteld. Risico’s met betrekking tot de evolutie van de reglementering Ze worden gedekt door een monitoring van de juridische normen voor de nanciële reporting. De evoluties van het wettelijke kader van de nanciële reporting worden van nabij gevolgd en hun impact op de reporting van de groep wordt proactief besproken met de nanciële directie en de commissaris. 6.2.4. CONTROLEACTIVITEITEN In de administratieve cyclussen op het niveau van de groep is een aantal basiscontroles voorzien, zoals de scheiding van de taken en de delegatie van bevoegdheden. De vennootschap heeft in de meeste ondernemingen van de groep een ERP-systeem ingevoerd dat de directie transparante, betrouwbare informatie levert voor het beheer, de controle en de leiding van de operationele activiteiten. De levering van informaticadiensten voor het beheer, het onderhoud en de ontwikkeling van deze systemen wordt grotendeels uitbesteed aan professionele verleners van informatica- diensten, die worden geleid en gesuperviseerd door passende structuren voor de controle van de informatica en waarvan de kwaliteit wordt gecontroleerd aan de hand van volledige dienstverleningscontracten. In samenwerking met haar informaticaleveranciers heeft CFE toerei- kende processen ingevoerd die erop toezien dat in de dagelijkse praktijk passende maatregelen worden genomen om de prestaties, de be- schikbaarheid en de integriteit van haar informaticasystemen te verzekeren. De toereikendheid van deze procedures wordt met regelmatige intervallen geverieerd en geauditeerd en indien nodig worden ze geoptimaliseerd. Een passende verdeling van de verantwoordelijkheden en een coördinatie tussen de bevoegde diensten garanderen een eectieve en stipte communicatie van de periodieke nanciële informatie aan de markt. 6.2.5. BEOORDELING Tijdens de driemaandelijkse Auditcomités worden de driemaandelijkse nanciële resultaten en de vaststellingen van de interne audit voor- gesteld aan de bestuurders die lid zijn van het comité en aan de commissaris. Elke signicante wijziging van de interne controleomgeving of van de IFRS-boekhoudnormen die de groep toepast, wordt onderworpen aan het onderzoek door het Auditcomité en de goedkeuring van de Raad van Bestuur. De leden van de Raad van Bestuur worden periodiek geïnformeerd over de evolutie en de signicante wijzigingen van de onderliggende IFRS-normen. Alle relevante nanciële informatie wordt meegedeeld aan het Auditcomité en aan de Raad van Bestuur, zodat zij de reke - ningen kunnen analyseren. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEPJAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 83 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN 6.3. SYSTEMEN VOOR INTERNE CONTROLE EN RISICOBEHEER BINNEN DE POLEN Om elke verantwoordelijke van een entiteit in staat te stellen om snel toereikende operationele beslissingen te nemen, is een gedecentrali- seerde organisatie ingevoerd in de polen Baggerwerken, Milieu, Oshore en Infra, Contracting en Vastgoedontwikkeling. De polen beschikken over hun eigen systemen voor de controle van de operaties, aangepast aan de eigenheid van hun activiteit. CFE oefent echter een regelmatige controle uit, met de aanwezigheid van bestuurders en/of vertegenwoordigers van CFE in de raden van bestuur en de consultatieve comités van haar dochtervennootschappen. 6.3.1. DEME CFE controleert haar dochtervennootschap DEME op vijf verschillende niveaus: • De Raad van Bestuur. Deze is samengesteld uit zeven bestuurders, onder wie vijf bestuurders van CFE en de administratief en nan- cieel directeur van CFE. De Raad van Bestuur controleert het beheer door het management, sluit de halfjaarlijkse staten en jaarreke- ningen af en keurt onder meer de strategie en het investeringsbeleid van DEME goed. In 2021 heeft de Raad van Bestuur achtmaal vergaderd; • Het Technisch Comité. Dit is samengesteld uit een bestuurder van CFE, naast de leden van het Executief Comité. Dit comité houdt toezicht op de belangrijkste bouwplaatsen en op de lopende geschillen. Het bereidt ook de investeringsdossiers voor; • Het Risicocomité. Dit bestaat uit een bestuurder van CFE, de CEO, de SOD, de CFO en de vertegenwoordigers van de betrokken pool in het Executief Comité. Het Risicocomité analyseert en geeft zijn goedkeuring voor alle bindende oertes voor EPCI- en Design & Build-contracten en alle contracten voor een bedrag van meer dan 100 miljoen euro (baggerwerken) of 25 miljoen euro (niet-baggerwerken); • Het Auditcomité. Dit telt drie vertegenwoordigers van CFE (een bestuurder, de nancieel en administratief directeur en de directeur Finance & Controlling). Het Auditcomité inspecteert, bij elke kwartaalafsluiting, de nanciële staten van DEME, de evolutie van de resultaten van de verschillende projecten en de bijwerking van de budgetten. Het kan ook worden bijeengeroepen om specieke nan - ciële punten te behandelen. Het heeft in 2021 achtmaal vergaderd; • Het in 2018 door de Raad van Bestuur opgerichte Steering Committee. Het volgt de toepassing van de interne controleprocedures en ziet toe op hun strikte naleving in de groep. Dit comité bestaat uit vier leden, onder wie twee bestuurders van CFE en een vertegen- woordiger van CFE. • Het interne controlesysteem van DEME wordt uitgevoerd door haar Executief Comité en door de SOD van DEME, met de steun van het Management Team en onder de verantwoordelijkheid van de Raad van Bestuur. DEME heeft in dit kader meerdere initiatieven genomen om de interne controle van haar activiteiten te versterken. In het bijzonder: • De meeste lialen van DEME gebruiken hetzelfde transactionele systeem, namelijk Microsoft Dynamics. Dit systeem wordt centraal gestuurd en is ontworpen voor alle basisgegevens en alle ingebouwde controles, zodat de gegevens binnen de groep uniform worden verwerkt. In het domein van de digitalisatie werkt DEME verder aan de automatische gegevensherkenning en de elektronische factu - rering (e-invoicing). • Het reportingsysteem, een op maat ontwikkelde multidimensionale database, is volledig met de transactionele systemen geïntegreerd en ontvangt informatie in reële tijd. De geconsolideerde jaarrekeningen en de managementverslagen zijn er eveneens automatisch aan gekoppeld, wat een volledige coherentie tussen de verschillende reportings mogelijk maakt. De uniforme reporting is een prioriteit voor DEME. • De kredietovereenkomsten voor de bankgaranties en kredieten zijn geharmoniseerd. • Het ‘Opportunity and Risk Management’ (ORM) voorziet voor alle projecten die DEME uitvoert drie stappen: - een proactieve detectie van de opportuniteiten en de risico’s; - een focus op het beheer van de opportuniteiten en de uit te voeren acties; - een transparant en gericht delen – via een gemeenschappelijke en voor het personeel toegankelijke database – van de ervaring en de kennis van het ORM met alle betrokken departementen, in de fase van de indiening en van de uitvoering. • Gedetailleerde en interactieve ORM-dashboards maken een doorlopende monitoring van alle opportuniteiten en alle risico’s mogelijk, zodat men de nodige beslissingen en acties kan (onder)nemen. • Met de hulp van een externe consultant zijn nieuwe systemen voor het kasbeheer geselecteerd. De ingebruikname sinds eind 2019 van een systeem voor kasbeheer werd voltooid en vanaf 2020 algemeen in gebruik genomen. Met het oog op een verdere verbetering van de eciëntie van de betaalstromen in alle landen waar DEME actief is, werd in 2020 gewerkt aan de invoering van een betaalcen- trum (‘payment factory’), dat in 2021 en het eerste kwartaal van 2022 verder in de groep werd geïmplementeerd. • DEME heeft een duidelijk beleid uitgewerkt dat haar in staat stelt om al haar activiteiten op een integere wijze uit te voeren en geen enkele vorm van corruptie te aanvaarden. Naast de Ethische en integriteitscode heeft DEME een volledig programma voor corporate compliance ingevoerd met onder meer een volwaardig anticorruptiebeleid. Dit anticorruptiebeleid is een integraal onderdeel van het jaarlijkse programma voor de bewustmaking van alle werknemers. In 2020 werden de procedures voor de uitvoering van dit beleid verder geoptimaliseerd. Meer bepaald het proces van de selectie van derden werd op basis van een nieuwe risicoanalyse verjnd. In 2021 werd het proces gedigitaliseerd. Dankzij het betaalcentrum dat de thesaurie heeft ingevoerd en dat de uitvoering van de betalin- 84 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN gen van de verschillende entiteiten – indien het technisch / juridisch kan – via één enkel kanaal (SWIFT) mogelijk maakt, worden nu bijkomende controles uitgeoefend op de uitgaande betalingen. Nog voor de betalingen via SWIFT naar de verschillende banken wor - den verzonden, worden ze door een tool gelterd op basis van een lijst van sancties (‘sanctions screening’), zodat betalingen aan door sancties getroen begunstigden worden vermeden. • In 2019 heeft DEME een departement Interne Audit opgericht. Deze derdelijnsverdediging zal de tweedelijnsverdediging controle- ren. Indien geen tweedelijnsverdediging beschikbaar is, zal ze de eerstelijnsverdediging auditeren. Het departement Interne Audit is een onafhankelijke functie die verantwoording aegt aan het Auditcomité. Deze dienst heeft tot doel het risicobeheer en de interne controle van DEME te analyseren en de directie te adviseren met het oog op de versterking van de globale controleperimeter. • Het jaarlijkse auditplan wordt aangevuld met bijkomende opdrachten op verzoek van het Auditcomité en/of het Executief Comité van DEME. De belangrijkste resultaten worden jaarlijks voorgesteld aan de leden van het Auditcomité en aan de leden van het Exe- cutief Comité en de directie van DEME. De Interne Audit staat eveneens in voor de vordering van de actieplannen. 6.3.2. CFE CONTRACTING CFE controleert haar dochtervennootschap CFE Contracting op vier verschillende niveaus: • De Raad van Bestuur. Deze is samengesteld uit vier bestuurders, onder wie de gedelegeerd bestuurder van CFE, de CEO van CFE Contract- ing, de nancieel en administratief directeur van CFE en een vertegenwoordiger van de meerderheidsaandeelhouder van CFE. De Raad van Bestuur controleert het Executief Comité, sluit de halfjaarlijkse nanciële staten en jaarrekeningen af en bepaalt de strategie van de pool. • Het Executief Comité. Dit wordt voorgezeten door de CEO van CFE Contracting en is samengesteld uit de gedelegeerd bestuurder van CFE, de nancieel en administratief directeur van CFE, de directeur human resources van CFE Contracting, de algemeen directeur van de divisies multitechnieken (VMA) en rail & utilities (MOBIX), de gedelegeerd bestuurder van BPC en BPC Wallonie en de CEO van Van Laere, die ook executief voorzitter is van MBG. Het Executief Comité is belast met het dagelijks bestuur van de pool en de uitvoering van de door de Raad van Bestuur bepaalde strategie. • Het Risicocomité . Dit is samengesteld uit de gedelegeerd bestuurder van CFE, de nancieel en administratief directeur van CFE en een vertegenwoordiger van de meerderheidsaandeelhouder van CFE, naast de CEO van CFE Contracting, de voorzitter van het Risicocomité van CFE Contracting, een lid van het Executief Comité van de dochtervennootschap en de operationele of functionele vertegenwoordigers van de entiteit. De projecten met een hoog risicoproel en de projecten voor een bedrag van meer dan 50 miljoen euro in bouw of meer dan 10 mil- joen euro in multitechnieken of rail & utilities moeten door het Risicocomité worden goedgekeurd voor de oerte wordt ingediend. Het comité onderzoekt de technische, commerciële, contractuele en nanciële risico’s van de projecten die het voorgelegd krijgt. • De driemaandelijkse vergaderingen voor de herziening van het budget . Aan deze vergaderingen nemen deel de gedelegeerd bestuur- der, de nancieel en administratief directeur en de directeur Finance & Controlling van CFE, de voorzitter van het Executief Comité, de nancieel directeur van CFE Contracting, de CEO van de betrokken divisie, de gedelegeerd bestuurder of de algemeen directeur van de betrokken dochtervennootschappen, haar operationeel directeur en haar nancieel en administratief directeur. • De volgende onderwerpen worden behandeld: - de budgetten (en hun driemaandelijkse aanpassing); - de transactievolumes van het lopende boekjaar, de staat van het orderboek; - de laatste meegedeelde jaarrekening (balans en resultaatrekening); - het voorlopige resultaat van het prot center en het detail van de marges per project; - de analyse van de balans van de dochtervennootschap; - de analyse van de lopende risico’s en meer bepaald een presentatie van de hangende geschillen; - de staat van de gegeven garanties; - de investeringsbehoeften of de desinvesteringen; - de geldmiddelen en hun toekomstige evolutie over twaalf maanden. In 2014 heeft CFE Contracting een departement Interne audit opgericht dat de opdracht heeft de interne controles en de procedures binnen haar dochtervennootschappen te beoordelen. De onafhankelijkheid van de Interne Audit is gegarandeerd en hij rapporteert recht- streeks aan het Auditcomité. Het departement Interne Audit vervult de volgende taken: • Interne controle: de interne controle omvat de follow-up van de algemene regels van de pool Contracting zoals bepaald in het Char- ter, het Handboek van interne procedures en de Anti-corruptiecode. Deze algemene gedragsregels, die op het intranet beschikbaar zijn, hebben voornamelijk betrekking op: - het beleid voor de aanvaarding van zaken; - het beleid voor de follow-up van de projecten; - het beleid voor het nemen van participaties in tijdelijke vennootschappen en in het kapitaal van vennootschappen; - het beleid voor aankopen en onderaanneming; - het investeringsbeleid; - het boekhoudkundig en nancieel beleid; - het beleid voor human resources; JAARVERSLAG 2021 CFE GROEPJAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 85 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN - het juridisch en scaal beleid en het beleid voor de verzekeringen - het beleid voor interne en externe communicatie - het integriteitsbeleid - het beleid voor de informatieveiligheid - het beleid voor de verwerking van persoonsgegevens. • Het updaten van het in kaart brengen van de risico’s opgesteld voor de belangrijkste lialen van de pool Contracting. Dit in kaart brengen wordt elke twee jaar herzien. Het betreft: - het inventariseren van de belangrijkste bronnen van identiceerbare interne of externe risico’s die hindernissen vormen voor het bereiken van de doelstellingen van de pool; ze kunnen nancieel of menselijk zijn of betrekking hebben op zijn reputatie; - het beoordelen, op een kwalitatieve schaal, van het kritieke karakter van de risico’s, door rekening te houden met hun potentiële impact, de waarschijnlijkheid dat ze zich zullen voordoen en de mate waarin ze kunnen worden beheerst; - het invoeren van een passende aanpak van deze risico’s. Op basis van de cartograeën van de belangrijkste entiteiten worden voor elk vakgebied risicomatrices opgesteld die een voorstelling en een homogene evaluatie mogelijk maken van de gebeurtenis - sen die een impact kunnen hebben op de projecten die door de bevoegde organen van de entiteiten onderzocht zijn. In de loop van het boekjaar 2021 werden 8 auditopdrachten uitgevoerd. Ze hebben geen dysfuncties aan het licht gebracht die een signican- te invloed zouden kunnen hebben op de activiteit en de nanciële overzichten van de groep. Deze audits hadden met name betrekking op: • de toepassing van de principes van het goede projectbeheer zoals bepaald door het Executief Comité; • de naleving van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (‘AVG’); • de werking van het Risicocomité en het Selectiecomité; • de toepassing van het IT-beveiligingsbeleid; • risicobeheer van onderaannemers; • het beheer van de rekeningen; • Checkin@Work; • simulatie van cyberaanvallen. Het resultaat van de audits wordt voorgelegd aan de leden van het Auditcomité van CFE en aan het Executief Comité van CFE Contract- ing teneinde verbeteringsmaatregelen overeen te komen. In de loop van het boekjaar 2021 werden verschillende acties ondernomen om de interne controle van CFE Contracting te versterken, waaronder de lancering van het programma Fit4Future dat de prestaties in de 3 bouwentiteiten in België moet verbeteren. Dit programma omvat 9 onderdelen, waarvan de doelstellingen hieronder worden uiteengezet. • Selective Bidding: verbetering van de governance en het selectieproces voor aanbestedingen om de rentabiliteit van projecten te verhogen • Lean Organization: optimalisering van de algemene onkosten • Lean site: maximaliseren van operationele uitmuntendheid op de bouwplaatsen • Procurement excellence: benutten van schaalvoordelen op het gebied van aankopen • Risk management: verbetering van bestaande systemen voor opportuniteiten- en risicobeheer (ORM) • Change order management: betere benutting van contractuele wijzigingen • Futureproof workforce: optimalisering van de arbeidskrachten op de bouwplaats • Transparency and performance management: betere rapportage van relevante informatie op de bouwplaats • Capability and culture: ontwikkeling van de cultuur en de competenties van de organisatie met het oog op continue verbetering. De eerste resultaten zullen in 2022 zichtbaar zijn. In 2021 heeft CFE Contracting een project gelanceerd voor de implementatie van een nieuw ERP-systeem voor de bouwentiteiten in een eerste fase, en voor de multitechnische activiteiten in een tweede fase. De doelstellingen zijn (i) de digitalisering en de operationele eciëntie van de activiteiten te bevorderen, (ii) de controle van de activiteiten te vergroten en (iii) te zorgen voor een transparante rapportering die geïntegreerd is in de transactiesystemen. De eerste fase van de analyse van de huidige situatie in elke entiteit is in 2021 voltooid. De keuze van een nieuw ERP voor de bouw zal in 2022 worden bepaald. 6.3.3. BPI CFE controleert haar dochtervennootschap BPI op twee verschillende niveaus: • De Raad van Bestuur. Deze is samengesteld uit zes bestuurders, onder wie twee bestuurders van CFE (onder wie de gedelegeerd be- stuurder) en de nancieel en administratief directeur van CFE, de gedelegeerd bestuurder van BPI en een externe bestuurder. De Raad van Bestuur controleert het beheer door het management, sluit de halfjaarlijkse nanciële staten en jaarrekeningen af en keurt onder meer de strategie en het investeringsbeleid van BPI goed. De Raad van Bestuur is als enige bevoegd voor de goedkeuring, na gunstig advies van de Raad van Bestuur van CFE, van (i) de inves- teringen met een waarde van meer dan 10 miljoen euro voor het aandeel van BPI, en (ii) de vorming van elke samenwerking voor een project met een waarde van meer dan 10 miljoen euro voor het aandeel van BPI. 86 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN • Het Strategisch en investeringscomité. Dit is samengesteld uit de bestuurders van BPI en de Head of Legal, de Head(s) of Develop- ment en de betrokken Country Manager(s) van BPI. De Finance Director van BPI en de auteur van het investeringsdossier worden op de vergaderingen uitgenodigd. De missie van het Strategisch- en investeringscomité is het analyseren en goedkeuren van alle vastgoedinvesteringen van BPI. Voor investeringen met een waarde groter dan 10 miljoen euro is ook de goedkeuring van de Raad van Bestuur van BPI en CFE vereist. De bevoegdheid van het Strategisch en investeringscomité strekt zich niet uit tot de vertegenwoordiging van de vennootschap en sluit die van de Raad van Bestuur niet uit. De Raad van Bestuur kan op elk ogenblik elk investerings- of desinvesteringsproject, ongeacht het bedrag, naar zich toe trekken en in voorkomend geval in plaats van het Strategisch en investeringscomité beslissen. De gedelegeerd bestuurder van BPI is belast met de toepassing van het door de Raad van Bestuur gekozen systeem voor interne controle. De gedelegeerd bestuurder laat zich in zijn taak bijstaan door een operationeel Comité. Het operationeel Comité identiceert de risico’s op progressieve wijze en analyseert ze op adequate wijze. Het stelt passende maatregelen voor om de geïdenticeerde risico’s te aanvaarden, te matigen, over te dragen of te vermijden. 7. STRUCTUUR VAN HET AANDEELHOUDERSCHAP De meerderheidsaandeelhouder van de vennootschap is Ackermans & van Haaren, dat 15.720.684 aandelen (62,10%) van de vennoot- schap aanhoudt. Ackermans & van Haaren wordt gecontroleerd door Scaldis Invest, dat 33% aanhoudt. Belmas bezit 92,25% van het kapitaal van Scaldis Invest. De uiteindelijke controle over Scaldis Invest wordt uitgeoefend door Stichting Administratiekantoor ‘Het Torentje’. Controle BELFIMAS NV 92,25% SCALDIS INVEST 33% 62,10% CFE SA / NV Beursgenoteerd op Euronext Brussels Stichting Administratiekantoor ‘Het Torentje’ Ultiem controlerende aandeelhouder ACKERMANS & VAN HAAREN Beursgenoteerd op Euronext Brussels JAARVERSLAG 2021 CFE GROEPJAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 87 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN 8. AFWIJKING VAN DE CODE 2020 De afwijkingen van de Code 2020 hebben uitsluitend betrekking op de vergoeding van niet-uitvoerende bestuurders en de gedelegeerd bestuurder, en in het bijzonder op principes 7.6 tot 7.9 van de Code 2020. De gerechtvaardigde redenen voor deze vrijstelling worden uiteengezet in het remuneratiebeleid in punt IV.1 hieronder. IV. REMUNERATIEVERSLAG 1. REMUNERATIEBELEID Het remuneratiebeleid van de vennootschap is opgesteld in het kader van artikel 7:89/1 van het Wetboek van Vennootschappen en Ver- enigingen en de Belgische Corporate Governance Code 2020. Het remuneratiebeleid geldt voor de niet-uitvoerend bestuurders en de gedelegeerd bestuurder. De vennootschap heeft geen executief of soortgelijk comité. Het remuneratiebeleid is van toepassing sinds 1 januari 2021, goedgekeurd door de gewone algemene vergadering van 6 mei 2021. Het remuneratiebeleid blijft van toepassing tot 2025, tenzij er een belangrijke wijziging plaatsvindt. Het remuneratiebeleid is ontworpen om de prestatiecultuur en de waardecreatie op lange termijn van de vennootschap te ondersteunen. Het heeft tot doel bestuurders aan te trekken en te behouden die over een grote variëteit van competenties beschikken in de verschillende domeinen die nodig zijn voor de groei van de activiteiten van de vennootschap. 1.1. GOVERNANCE  PROCEDURE Het remuneratiebeleid wordt opgesteld door de Raad van Bestuur op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité. Zoals reeds vermeld, wordt het vervolgens ter goedkeuring voorgelegd aan de algemene vergadering. De individuele remuneratie van de niet-uitvoerend bestuurders wordt goedgekeurd door de algemene vergadering en in voorkomend geval wordt de individuele remuneratie van de gedelegeerd bestuurder goedgekeurd door de Raad van Bestuur van de vennootschap. Deze re- muneratie wordt in alle gevallen bepaald op basis van het remuneratiebeleid, op advies van het Benoemings- en Remuneratiecomité. Om de schijn van belangenconicten te vermijden, wordt de gedelegeerd bestuurder niet uitgenodigd om deel te nemen aan de bespre- kingen van het Benoemings- en Remuneratiecomité en van de Raad van Bestuur over zijn eigen remuneratie. Bovendien worden de regels van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen gevolgd telkens als ze van toepassing zijn. 1.2. REMUNERATIEBELEID VOOR DE NIETUITVOEREND BESTUURDERS De remuneratie bestaat uit: • een vast jaarlijks bedrag; en • zitpenningen: deze worden aan de niet-uitvoerend bestuurders toegekend voor hun aanwezigheid op de vergaderingen van de Raad van Bestuur en in voorkomend geval hun aanwezigheid op de vergaderingen van het Auditcomité en het Benoemings- en Remuneratiecomité. De bestuurders die door de Raad van Bestuur met bijzondere opdrachten worden belast, ontvangen eveneens zitpenningen. In voorkomend geval hebben de niet-uitvoerend bestuurders ook recht op een bijkomende vaste vergoeding door de levering van specieke diensten, zoals het voorzitterschap van de Raad van Bestuur of van een comité. Bovendien worden de niet-uitvoerend bestuurders vergoed voor de kosten die de uitoefening van hun mandaat met zich kan brengen, vol- gens de door de Raad van Bestuur bepaalde voorwaarden. De niet-uitvoerend bestuurders ontvangen geen variabele remuneratie zoals bonussen of aandelenopties. Zij ontvangen evenmin voordelen in natura of voordelen in verband met pensioenplannen. Bestuurders worden uitgenodigd, maar zijn niet verplicht om aandelen in het bedrijf te bezitten. Deze afwijking van het principe 7.6 van de Belgische Corporate Governance Code 2020 wordt gerechtvaardigd door het feit dat het beleid van de vennootschap op toereikende wijze een perspectief op lange termijn bevordert. Daarnaast worden verscheidene bestuurders in het kader van de functies die zij in Acker- mans & van Haaren (‘AvH’) uitoefenen reeds blootgesteld aan de evolutie van de waarde van de vennootschap, gelet op het aantal aande- len in AvH dat zij houden en waarvan de waarde gedeeltelijk afhangt van die van de vennootschap. De niet-uitvoerend bestuurders kunnen een bestuurdersmandaat uitoefenen in dochterondernemingen van de vennootschap. De eventuele bezoldigingen die zij voor de uitoefening van deze mandaten ontvangen, worden opgenomen in het remuneratieverslag van de vennootschap. De niet-uitvoerend bestuurders oefenen hun functies uit in de hoedanigheid van zelfstandige en kunnen ad nutum worden ontslagen, zonder schadeloosstelling. 88 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN 1.3. REMUNERATIEBELEID VOOR DE GEDELEGEERD BESTUURDER 1.3.1. STRUCTUUR VAN DE REMUNERATIE De remuneratie van de gedelegeerd bestuurder omvat uitsluitend de volgende elementen: • een jaarlijkse vaste remuneratie van hetzelfde niveau als die van de niet-uitvoerend bestuurders; en • bezoldigingen die worden toegekend in het kader van de uitoefening van bestuurdersmandaten in bepaalde dochterondernemingen van de groep CFE, waarbij deze bedragen verband houden met de actieve deelname van de gedelegeerd bestuurder in deze dochter- ondernemingen. De gedelegeerd bestuurder ontvangt geen variabele remuneratie en geen optieplan. Hij dient evenmin een minimumaantal aandelen in de vennootschap te houden. Deze afwijkingen van de principes 7.7 tot 7.9 van de Belgische Governance Code 2020 worden gerechtvaardigd door het feit dat de gede- legeerd bestuurder reeds een remuneratie ontvangt op het niveau van AvH in zijn hoedanigheid als lid van het Executief Comité van deze vennootschap. Als zodanig is de remuneratie van de gedelegeerd bestuurder in het kader van de functies die hij in AvH uitoefent gedeel- telijk gekoppeld aan zijn prestatie in het kader van zijn functies als gedelegeerd bestuurder in de vennootschap. Dit maakt het mogelijk de belangen van de gedelegeerd bestuurder van de vennootschap af te stemmen op de waardecreatie in de groep AvH waarvan de vennoot- schap deel uitmaakt. Bovendien worden alle bezoldigingen die de gedelegeerd bestuurder ontvangt (namelijk zijn vaste remuneratie) door hem aan AvH afgestaan krachtens een overeenkomst die hen bindt. De Raad van Bestuur en het benoemings- en remuneratiecomité menen bijgevolg dat het niet nodig is een variabele remuneratie in de vennootschap te voorzien en de gedelegeerd bestuurder te verplichten aandelen van de vennootschap te houden, vanwege zijn positie in de groep AvH en de structuur van de remuneratie die hij in deze groep ontvangt. De gedelegeerd bestuurder ontvangt geen andere voordelen in natura zoals pensioenplannen, verzekeringen of een bedrijfswagen. 1.3.2. CONTRACTUELE VOORWAARDEN VAN DE GEDELEGEERD BESTUURDER De gedelegeerd bestuurder is niet met een speciek contract met de vennootschap verbonden. Er is geen ontslagvergoeding voorzien op het eind van zijn mandaat, ongeacht of hij vrijwillig of gedwongen, vroegtijdig of op het normale einde van de termijn vertrekt. 1.4. MANDATEN IN DE DOCHTERONDERNEMINGEN De gedelegeerd bestuurder kan een mandaat als uitvoerend of niet-uitvoerend bestuurder uitoefenen in dochterondernemingen van de ven- nootschap. De bezoldigingen die hij voor de uitoefening van deze mandaten ontvangt, worden opgenomen in het remuneratieverslag van de vennootschap. Er wordt evenwel aan herinnerd dat deze bezoldigingen eveneens vast zijn en aan AvH worden afgestaan krachtens een over- eenkomst die de gedelegeerd bestuurder en AvH bindt. Aangezien de dochterondernemingen van de vennootschap niet beursgenoteerd zijn, vallen zij niet in het toepassingsdomein van de regels van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen met betrekking tot het remuneratiebeleid en het remuneratieverslag. De vennootschap ziet er evenwel op toe dat haar verschillende dochterondernemingen een gezond en toereikend remuneratiebeleid toepas- sen. In dit kader en om de nadruk te leggen op de waardecreatie op korte en op lange termijn, ziet de vennootschap erop toe dat in haar dochterondernemingen een op de individuele prestaties en de prestaties van de onderneming gebaseerde remuneratie wordt gehanteerd. Bo- vendien moet worden benadrukt dat de contracten van de uitvoerend directeuren in de dochteronderneming (met uitzondering van de functie van gedelegeerd bestuurder van de vennootschap) de terugvordering voorzien van de variabele remuneratie die zou zijn toegekend op basis van foutieve nanciële informatie. Tenzij anders tussen de partijen overeengekomen, leidt het einde van de relatie tussen de vennootschap en de gedelegeerd bestuurder tot het einde van de in de dochteronderneming uitgeoefende mandaten. 1.5. WIJZIGINGEN SINDS HET VORIGE REMUNERATIEBELEID Er is geen signicante wijziging tussen wat in dit remuneratiebeleid wordt uiteengezet en wat werd uiteengezet in het in 2021 gepubliceer- de remuneratieverslag (met betrekking tot het remuneratiebeleid). 1.6. MOGELIJKHEID TOT AFWIJKING VAN HET REMUNERATIEBELEID In het geval van uitzonderlijke omstandigheden die een afwijking van het remuneratiebeleid noodzakelijk maken om de belangen van de vennootschap in haar geheel op lange termijn te dienen of haar leefbaarheid te verzekeren, is de Raad van Bestuur gemachtigd om op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité de remuneratie van de niet-uitvoerend bestuurders of de gedelegeerd bestuurder tijdelijk te wijzigen. Deze wijziging kan betrekking hebben op om het even welk element van de remuneratie, met inachtneming van de respectieve bevoegdheden van de Raad van Bestuur en de algemene vergadering. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEPJAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 89 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN 2. REMUNERATIEVERSLAG De remuneratie van de niet-uitvoerend bestuurders en van de gedelegeerd bestuurder voor 2021 wordt in dit verslag gedetailleerd beschre- ven. Per 31 december 2021 zijn er geen andere leden van het directiecomité van de vennootschap die in het toepassingsdomein van de regels voor het remuneratiebeleid en het remuneratieverslag vallen. Deze remuneratie stemt overeen met het remuneratiebeleid in het in 2021 gepubliceerde remuneratieverslag, dat met een meerderheid van 98,9% van de uitgebrachte stemmen en zonder bijzonder commentaar van de aandeelhouders werd goedgekeurd. 2.1. REMUNERATIE VAN DE NIETUITVOEREND BESTUURDERS In 2021 werd een totaal bedrag van 420.000 euro uitgekeerd aan de niet-uitvoerend bestuurders, verdeeld zoals aangegeven in de onder- staande tabel. De vennootschap heeft hen geen andere bezoldigingen, voordelen, leningen of waarborgen toegekend. 2021 (EUR) Vaste remuneratie Presentiegeld Auditcomité Remuneratiecomité Totaal Remuneratie Luc Bertrand 100.000 - - 3.000 103.000 Philippe Delusinne 20.000 12.000 1.000 1.000 34.000 Christian Labeyrie 20.000 12.000 4.000 - 36.000 Ciska Servais BV, vertegenwoordigd door Ciska Servais 20.000 12.000 4.000 - 32.000 Koen Janssen 20.000 12.000 - - 32.000 Pas de Mots BV, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt 20.000 12.000 4.000 - 36.000 Jan Suykens 20.000 12.000 - - 32.000 John-Eric Bertrand 20.000 12.000 8.000 - 40.000 Euro-Invest Management NV, vertegenwoordigd door Martine Van den Poel 6.900 4.000 - 2.000 12.900 MucH BV, vertegenwoordigd door Muriel De Lathouwer 20.000 12.000 4.000 1.000 37.000 Hélène Bostoen 13.100 8.000 3.000 1.000 25.100 Totaal 280.000 108.000 24.000 8.000 420.000 • John-Eric Bertrand ontving, naast zijn mandaat als bestuurder (32.000 euro) en naast zijn mandaat als voorzitter van het Auditcomité (8.000 euro), een bedrag van 115.000 euro voor de uitoefening van activiteiten binnen verschillende vennootschappen van de groep CFE, meer bepaald binnen Druart, VMA en VMA Nizet. Al deze vergoedingen worden aan Ackermans & van Haaren terugbetaald op grond van een overeenkomst die hen bindt. • Koen Janssen ontving, naast zijn mandaat als bestuurder (32.000 euro), een bedrag van 15.000 euro voor de uitoefening van activi- teiten binnen verschillende dochtervennootschappen van de groep CFE, binnen de groep Terryn. Al deze vergoedingen worden aan Ackermans & van Haaren terugbetaald op grond van een overeenkomst die hen bindt. • Euro-Invest Management, vertegenwoordigd door Martine Van den Poel, ontving, naast haar mandaat als bestuurder tot 6 mei 2021 (12.900 euro), een bedrag van 19.100 euro voor haar diensten voorafgaand aan haar mandaat als bestuurder. 2.2. REMUNERATIE VAN DE GEDELEGEERD BESTUURDER De gedelegeerd bestuurder van de vennootschap is lid van het Executief Comité van AvH. Bijgevolg bestaat zijn remuneratie in de ven- nootschap uitsluitend uit de volgende elementen, in overeenstemming met sectie 1.3 van het remuneratiebeleid: • een jaarlijkse vaste remuneratie van hetzelfde niveau als die van de niet-uitvoerend bestuurders; • bezoldigingen toegekend in het kader van de uitoefening van mandaten als niet-uitvoerend bestuurder in bepaalde dochteronderne- mingen van de groep CFE. - De in 2021 aan de gedelegeerd bestuurder uitgekeerde remuneratie was dus als volgt: vaste remuneratie toegekend wegens zijn hoedanigheid als lid van de Raad van Bestuur van de vennootschap: 20.000 euro; - Zitpenningen voor zijn deelname aan de vergaderingen van de Raad van Bestuur van de vennootschap: 12.000 euro; Daarnaast was de jaarlijkse remuneratie van de gedelegeerd bestuurder voor verschillende mandaten als niet-uitvoerend bestuurder in dochterondernemingen van de groep CFE als volgt: • CFE Contracting: 75.000 euro; • BPC: 75.000 euro; • MBG: 75.000 euro; • VAN LAERE: 75.000 euro; • Mobix ENGEMA: 45.000 euro. In overeenstemming met wat het remuneratiebeleid voorziet, ontvangt de gedelegeerd bestuurder geen variabele remuneratie en geen voordelen in natura zoals pensioenplannen, verzekeringen of een bedrijfswagen. Alle in deze sectie vermelde bezoldigingen worden door de gedelegeerd bestuurder afgestaan aan AvH krachtens een overeenkomst die hen bindt. 90 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN 2.3. JAARLIJKSE EVOLUTIE VAN DE VERHOUDING TUSSEN DE REMUNERATIE EN HET LOON De onderstaande tabel geeft een overzicht van de jaarlijkse evolutie van de remuneratie van elke niet-uitvoerend bestuurder, de gedele- geerd bestuurder en de werknemers (gemiddelde op basis van een voltijds equivalent). Hij geeft ook een overzicht van de jaarlijkse evolutie van de prestaties van de vennootschap. Jaarlijkse evolutie % 2017 vs 2016 (%) 2018 vs 2017 (%) 2019 vs 2018 (%) 2020 vs 2019 (%) 2021 vs 2020 (%) 1. Remuneratie van bestuurders (niet-uitvoerend) (totaal) Naam Luc Bertrand 102.000 (+32,64%) 102.000 (+0%) 102.000 (+0%) 102.000 (+0%) 103.000 (+1%) Philippe Delusinne 40.000 (+18,00%) 31.000 (-22,00%) 35.000 (+12,29%) 38.000 (+12,50%) 34.000 (-11,77%) Christian Labeyrie 38.000 (18,75%) 32.000 (-15,79%) 32.000 (+0%) 36.000 (+12,50%) 36.000 (+0%) Ciska Servais BV, vertegenwoordigd door Ciska Servais 41.000 (+7.89%) 40.000 (-2,44%) 33.000 (-17,5%) 32.000 (-3,04%) 32.000 (+0%) Koen Janssen 34.000 (+13,33%) 30.000 (-11,76%) 30.000 (+0%) 32.000 (+6,67%) 32.000 (+0%) Pas de Mots BV, vertegenwoordigd door Leen Geirnaerdt 35.000 (+262.88%) 36.000 (+2,86%) 31.000 (-13,89%) 33.000 (+6.45%) 36.000 (+9%) Jan Suykens 34.000 (+6,25%) 30.000 (-11,76%) 30.000 (+0%) 32.000 (+6,66%) 32.000 (+0%) John-Eric Bertrand 42.000 (+7,69%) 40.000 (-5,26%) 38.000 (-5,26%) 40.000 (-5,26%) 40.000 (+0%) Euro-Invest Management NV, vertegenwoordigd door Martine Van den Poel 19.260 35.000 (+81,72%) 3 36.000 (+2,87%) 12.900 (-81,72%) Much BV, vertegenwoordigd door Muriel De Lathouwer 21.260 33.000 (+55,22%) 3 36.000 (+9%) 37.000 (+2.78%) Hélène Bostoen / / / / 25.100 Piet Dejonghe 34.000 (+6,25%) 32.000 (-6,25%) 30.000 (-6,25%) 32.000 (+6,25%) 32.000 (+0%) 2. Remuneratie van de gedelegeerd bestuurder (in euro) Naam Piet Dejonghe 1 - 345.000 345.000 345.000 345.000 3. Bedrijfsprestaties (in duizend euro) 2017 2018 2019 2020 2021 Criterium 1: Geconsolideerd nettoresultaat van de groep CFE 180.442 171.530 133.424 64.020 150.008 Criterium 2: EBITDA voor DEME 455.500 458.901 437.011 369.457 469.308 Criterium 3: resultaat vóór belastingen voor CFE Contracting 27.077 20.652 17.973 12.374 23.224 Criterium 4: rendement op eigen vermogen voor BPI (segment CFE) 52,1% 14,5% 17,0% 17.3% 26,9% 4. Gemiddelde remuneratie van voltijds equivalente werknemers (in duizend euro)  (in duizend euro) 2017 2018 2019 2020 2021 Medewerkers 87.086,15 (+4.59%) 81.236,35 (-6,72%) 85.012,02 (+4.65%) 86.061,31 (+1.23%) 80.180,10 (-7,33%) 5. Toelichtingen  Deze bezoldigingen worden door de gedelegeerd bestuurder volledig afgestaan aan AvH krachtens een overeenkomst die hen bindt.  Gemiddelde van de bruto maandelijkse vergoeding van de 100% werknemers van de maand december voor de op 31/12 aanwezige personen.  De omvang van de variatie resulteert uit het in aanmerking nemen van de tijdens een onvolledig boekjaar uitgekeerde remuneratie vanwege het in functie treden of het ontslag uit de functie in de loop van het jaar. De remuneratieverhouding tussen de persoon met de hoogste en de persoon met de laagste remuneratie in de vennootschap bedraagt 3,35 in 2021. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEPJAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 91 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN 2021 92 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN NIET-FINANCIËLE VERKLARING JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 2021 93 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN NIET-FINANCIËLE VERKLARING 94 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN V. NIET-FINANCIËLE VERKLARING Overeenkomstig artikel 3:32 §2 WVV moet het jaarverslag een niet-nanciële verklaring bevatten. Deze verklaring is opgenomen in het volgende hoofdstuk van dit jaarverslag, waarvan het integraal deel uitmaakt. In naam van de Raad van Bestuur, 25 maart 2022. Luc BERTRAND Voorzitter van de Raad van Bestuur Deze verklaring van niet-nanciële informatie (de ‘Verklaring’) is opgesteld overeenkomstig artikel 3:32 van het Wetboek van Vennoot- schappen en Verenigingen en heeft betrekking op het boekjaar dat op 31 december 2021 werd afgesloten. 1. INLEIDING Aangezien CFE samen met haar lialen opgenomen is in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening van Ackermans & van Haaren, is zij in principe vrijgesteld van de verplichting om een niet-nanciële verklaring op te stellen. Desondanks en rekening houdend met het belang dat CFE en haar lialen aan de duurzaamheid hechten, hebben wij beslist om geen gebruik te maken van deze wettelijke vrijstelling en bijgevolg een niet-nanciële verklaring op te stellen als aanvulling van de niet-nanciële verklaring van AvH, en om de aandeelhouders van CFE meer gedetailleerd te informeren over het beleid inzake ESG (‘Environmental, Social, Governance’) in de groep CFE, de in dit kader gevoerde acties en hun resultaat. Voor wat DEME betreft, verwijzen wij naar het ESG-verslag in het jaarverslag van DEME. Het klimaat, de energie, het hergebruik van materialen en de beperking van de afvalproductie zijn stuk voor stuk mondiale vraagstukken waarvoor DEME, CFE Contracting en BPI Real Estate duurzame oplossingen kunnen bieden. Een relevante materialiteitsanalyse stelde de drie divisies in staat om de ESG-thema’s te deniëren waarop ze een reële impact kunnen hebben. Deze analyse, gekoppeld aan dui- delijke beleidslijnen en ambities, stelt de verschillende dochterondernemingen van de groep in staat om de echte actoren van duurzame verandering te zijn. 2. KORTE BESCHRIJVING VAN DE ACTIVITEITEN VAN DE GROEP 2.1. BAGGERWERKEN, MILIEU, OFFSHORE EN INFRA De groep DEME is in vier verschillende segmenten actief. BAGGERWERKEN DEME is betrokken bij enorme, complexe baggerprojecten overal ter wereld en biedt haar klanten geavanceerde oplossingen aan. De groep DEME voert grootschalige infrastructuurwerken in de waterbouwkunde uit, zoals de ontwikkeling van nieuwe havens, vaargeulen, luchthavens, kunstmatige eilanden, residentiële en recreatiezones, industriezones enz., op alle continenten. DEME beschikt over een liaal dat gespeciali- seerd is in de winning, het transport, de behandeling (wassen, vermalen, kalibreren) en de levering van mariene aggregaten voor de Europese bouwsector. De granulaten zijn afkomstig uit verschillende mariene concessies voor zand en grind van de groep DEME en licenties van derden. OFFSHORE Voor de klanten die actief zijn in hernieuwbare energie levert de groep DEME exibele oplossingen voor het transport en de installatie van funderingen en turbines, de installatie van kabels, operationele en onderhoudsactiviteiten, tot en met volledige EPCI-contracten (En- gineering, Procurement, Construction and Installation). Voor de olie- en gasmaatschappijen en andere oshore klanten omvatten de dien- sten oshore civieltechnische werken, steenbestorting, zwaar transport, onderzeese bouw, het leggen van voedingskabels en de installatie en ontmanteling van oshore platformen. MILIEU De groep DEME omvat gespecialiseerde milieubedrijven met meer dan 20 jaar ervaring in de sanering van verontreinigde terreinen. Deze ondernemingen hanteren een proactieve aanpak voor de sanering van verlaten industrieterreinen, met vastgoedontwikkelaars als partners. Hun activiteiten omvatten de sanering van bodems, de behandeling van vervuilde bodems en baggerslib en de behandeling van verontreinigd grondwater en verontreinigde bodems met behulp van innoverende technieken. De pool voert zijn activiteiten uit via DEC en haar lialen. MARINE ENGINEERING De groep DEME is ook actief in de bouw van maritieme infrastructuur en realiseert civieltechnische werken die de activiteiten van de groep aanvullen en versterken. Dit omvat het ontwerp en de bouw van hydraulische en maritieme werken voor steigers en haventerminals, sluizen, overstorten, geboorde, onderwater- of ‘cut & cover’-tunnels, funderingen en maritieme werken voor bruggen en oshore construc- ties, civieltechnische werken voor de bouw van haveninfrastructuur, dammen, kanalen, kademuren en werken voor de bescherming van havens en kusten. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 95 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN 2.2. CONTRACTING De pool Contracting omvat de activiteiten Bouw, Multitechnieken en Rail & Utilities. De divisie Bouw is actief in België, het Groothertogdom Luxemburg en Polen. Ze is gespecialiseerd in de bouw en renovatie van kantoor- gebouwen, woningen, hotels, scholen en universiteiten, parkings, winkel- en vrijetijdscentra, ziekenhuizen en industriegebouwen. De multitechnische activiteiten zijn voornamelijk in België geconcentreerd, met de divisie VMA voor tertiaire elektriciteit, HVAC (He- ating, Ventilation & Air Conditioning), elektrotechnische installaties, telecommunicatienetten, automatisering in de autonijverheid, de farmacie en de agrovoeding, geautomatiseerd beheer van technische gebouwinstallaties, elektromechanica van weg- en spoorweginfrastruc- tuur (tunnels ...) en onderhoud op lange termijn van technische installaties. De activiteiten Rail & Utilities worden uitgevoerd door de divisie MOBIX. Ze omvatten spoorwerken (plaatsen van sporen en bovenleidin- gen), signalisatie, transport van energie en openbare verlichting in België. 2.3. VASTGOEDONTWIKKELING BPI Real Estate, de hoofdvennootschap van de pool Vastgoedontwikkeling, ontwikkelt vastgoedprojecten in België, het Groothertogdom Luxemburg en Polen. 3. ESG-BELEID 3.1. VOOR DE DRIE POLEN GEMEENSCHAPPELIJKE REGELS Aangezien CFE op een gedecentraliseerd besluitvormingsmodel gebaseerd is, voert elke pool zijn ESG-beleid. Als aandeelhouder ziet CFE evenwel toe op de convergentie van deze verschillende beleidsmodellen in een vergelijkbare globale aanpak, die op zijn beurt in het ESG-be- leid van de groep Ackermans & van Haaren (AvH) past. EEN VOLLEDIG PROCES In 2019 is AvH in haar belangrijkste dochterondernemingen, waaronder CFE, begonnen met een proces voor de uitlijning van het ESG-beleid en de bijbehorende rapportage van de dochterondernemingen met het ESG-beleid van de groep AvH. CFE werd dus ver- zocht een materialiteitsanalyse uit te voeren. Ze heeft haar belangrijkste risico’s en opportuniteiten op het vlak van ESG geïdenticeerd en gekoppeld aan een strategische visie, key performance indicators (KPI’s), doelstellingen en concrete acties om ze te bereiken. Eind 2019 werden deze doelstellingen door de Raad van Bestuur van CFE goedgekeurd. Voor meer details over dit proces verwijzen we naar de Niet-nanciële verklaring van de vennootschap in het Jaarverslag 2019 (bijlagen 1 tot 4). In een streven naar doorlopende verbetering wordt dit proces jaarlijks herzien, zonder de nagestreefde ambities te wijzigen. IMPACT EN MATERIALITEIT Aangezien ze geen beslissende impact kan hebben op alle ESG-uitdagingen van de wereld, focust CFE op materiële onderwerpen die het verschil kunnen maken in de sectoren waarin de groep actief is. Er gaat ook bijzondere aandacht uit naar de ESG-aspecten die een bedui- dend risico of een beduidende opportuniteit voor de groep kunnen inhouden. Via haar vertegenwoordigers in de bestuursorganen verze- kert CFE zich ervan dat deze analyses opgenomen zijn in de strategische en beleidsplannen van haar polen en dat de plannen regelmatig worden geëvalueerd. De dochterondernemingen voeren dan het door hun Raad van Bestuur goedgekeurde beleid uit en brengen verslag uit over zijn signicante aspecten. De polen laten zich onder meer inspireren door de methodologieën die de Verenigde Naties aanbevelen. Daarnaast baseren ze hun rapporten en de keuze van de relevante indicatoren op gemeenschappelijke denities en prioriteiten van de sectoren waarin ze werken. 96 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN BIJDRAGE AAN DE 17 DOD’S De drie polen koppelen hun duurzaamheidsbenadering aan de zeventien Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (DOD’s) van de Ver- enigde Naties. Het geheel van de groep CFE is ervan overtuigd dat elk individu en elke onderneming moet bijdragen aan de aanpak van de grote uitdagingen van onze wereld. De groep CFE staat achter de Agenda 2030 van de Verenigde Naties en de methodologie van de DOD’s, die ze als internationaal kader voor haar beleid gebruikt. Dankzij de keuze van de DOD’s kan men bovendien de GRI-methodologie (Global Reporting Initiative) als inspiratiebron gebruiken, ge- zien de bestaande concordantietabellen. DOORLOPENDE VERBETERING EN OPPORTUNITEITEN De duurzame aanpak wil de activiteiten doorlopend verbeteren en hun negatieve impact zoveel mogelijk beperken. Hij schept ook oppor- tuniteiten voor een doorlopende creatie van nieuwe duurzame waarde en voor de verkenning en ontwikkeling van nieuwe markten. EUROPESE TAXONOMIE De Europese Taxonomie heeft tot doel een classicatiesysteem te scheppen voor wat uit ecologisch en sociaal oogpunt als ‘duurzaam’ wordt beschouwd. Ze schept een kader en biedt principes voor de evaluatie van de economische activiteiten, met inachtneming van zes milieudoelstellingen: ‘climate change mitigation’, ‘climate change adaptation’, ‘the sustainable use and protection of water and marine resources’, ‘the transition to a circular economy’, ‘pollution prevention and control’ en ‘the protection and restoration of biodiversity and ecosystems’. Ze werkt als volgt: een activiteit kan als ‘duurzaam’ worden beschouwd als ze wezenlijk bijdraagt aan een van de zes milieudoelstellingen, zonder de vijf andere doelstellingen ernstig in het gedrang te brengen. Een activiteit moet ook sociale basiscriteria respecteren om als ‘duurzaam’ te worden beschouwd. De activiteiten van CFE worden geanalyseerd in hoofdstuk 7. PARTNERS VOOR VERANDERING Last but not least is de groep CFE ervan overtuigd dat deze benadering alleen succes kan hebben met de medewerking van de verschillen- de actoren die bij onze activiteiten betrokken zijn: medewerkers, leveranciers, onderaannemers, overheden, opdrachtgevers ... Samen aan verandering werken, is de sleutel van het succes van een duurzame strategie. De 17 DOD’s wijzen ons de te volgen weg. In deze geest heeft de Groep CFE van bij het begin verschillende (interne en externe) stakeholders bij haar denkoefening rond duurzaamheid betrokken. 3.2. ESGBELEID VAN DEME DEME, dat de DOD’s sinds 2017 implementeert, heeft in haar duurzaamheidsbenadering een reeks thema’s en acties ontwikkeld waar- mee het aan de zeventien DOD’s kan bijdragen. Al deze thema’s en acties worden gedetailleerd beschreven in het Duurzaamheidsverslag 2021 van DEME. DEME heeft de ambitie om fundamenteel bij te dragen aan het onderzoek naar duurzame oplossingen voor de ecologische, sociale en eco- nomische uitdagingen die de wereld vandaag confronteren. Wij dragen elke dag bij aan een brede waaier van complexe en grootschalige pro- jecten overal ter wereld, van baggerwerken en landwinning tot mariene infrastructuur en milieu en energiewerken op zee. Al deze projecten hebben een potentiële – positieve of negatieve, kleine of grote – impact op de gemeenschappen, de lokale economie en het algemene klimaat. Wij zullen ons altijd inspannen om de duurzaamheid van onze eigen werking te verbeteren. In al onze activiteiten voltrekt zich een intern samenwerkingsproces dat uitmondt in een tweedimensionale strategie voor duurzame prestaties. 01 DUURZAME COMMERCIËLE OPLOSSINGEN VERKENNEN door onze portfolio van duurzame activiteiten voortdurend uit te breiden en onze zakelijke beslissingen uit te lijnen op de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen waarop DEME de grootste impact kan hebben. 02 UITBLINKEN IN ONZE ACTIVITEITEN door in onze dagelijkse operaties een duurzame prestatie in stand te houden en te verster- ken. Het programma EXCEL vindt dankzij een innoverende aanpak de best mogelijke toepassingen van het wetenschappelijk onderzoek en de bestaande technologieën. De dimensie EXCEL moet dus verzekeren dat de uitvoering van de projecten niet alleen eciënt en ren- dabel maar ook duurzaam is. Deze strategie zal ons helpen om duurzame waarde te scheppen voor onze klanten, voor DEME en voor de samenleving. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 97 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN EXPLORE SUSTAINABLE BUSINESS SOLUTIONS EXCEL IN OUR OPERATIONS SUSTAINABLE DEVELOPMENT GOALS Bij DEME was de implicatie en de steun van alle medewerkers een drijvende factor bij het bepalen van de duurzame doelstellingen. Het resultaat van deze uitgebreide en systematische raadpleging van de interne en externe stakeholders, die al in 2017 begon, is een reeks van acht kernthema’s voor DEME, de drijfkrachten van onze duurzaamheidsprestatie. Dankzij de denitie van deze acht thema’s kan de on - derneming haar beslissingen afstemmen op de DOD’s waarop DEME de grootste impact heeft. De acht thema’s zijn: ‘Climate & Energy’, ‘Nature Capital’, ‘Sustainable Innovation’, ‘Waste and Resource Management’, ‘Health, Safety & Well-being’, ‘Diversity and Opportunity’, ‘Ethical Business’ en ‘Local Communities’. Al deze thema’s worden gedetailleerd beschreven in hoofdstuk 4.2.1 en in het Duurzaamheidsverslag van DEME (www.deme-group.com/sustainability). Tegelijkertijd is het essentieel dat DEME – een wereldbedrijf dat op tal van plaatsen en sites werkt – goede betrekkingen met alle stakehold- ers onderhoudt maar ook alle actoren sensibiliseert voor de duurzaamheidsaanpak van de onderneming. In 2020 hebben wij deze tweedimensionale duurzaamheidsstrategie en onze acht duurzaamheidsthema’s verder verjnd, met een focus op de domeinen die het relevantst zijn voor onze activiteit en voor onze externe stakeholders. We hebben bijgevolg een operationeel kader van duidelijk gedenieerde duurzaamheidsprogramma’s ingevoerd die onze ambities op een coherente, gestructureerde manier koppelen aan doelstellingen, actieplannen en duidelijke KPI’s. Deze duurzame programma’s leggen de link tussen de duurzame strategische visie van DEME (visie op lange termijn) en de concrete jaarlijkse actieplannen. Concreet heeft DEME voor elk van de acht thema’s (Excel en Explore) minstens één programma gedenieerd. Elk programma, geldig voor een periode van 3 tot 5 jaar, heeft zijn eigen indicatoren en ambities en een link met jaarlijkse actieplannen. OPERATIONAL FRAMEWORK CORPORATED ALIGNED VALID FOR 3-5 YEARS RELATED TO SPECIFIC TARGETS & INDICATORS RELATED TO THE ACTIVITIES CONCRETE ACTIONS IN LINE WITH THE ACTIVITIES VALID FOR 1 YEAR SMART GOALS & CLEAR TIMING STRATEGIC FRAMEWORK LONG-TIME VISION HIGH LEVEL OBJECTIVES & KPIS EXCEL & EXPLORE: 8 KEY THEMES LINK WITH UNDERLYING SDGS SUSTAINABILITY FRAMEWORK SUSTAINABILITY PROGRAMS YEARLY ACTION PLANS Tot slot heeft DEME in 2021 haar materialiteitsmatrix geüpdatet door middel van een grootschalige peiling bij haar belangrijkste stakehold- ers (klanten, belangrijkste leveranciers, nanciële instellingen, onderzoekscentra, ngo’s ...). Dit was in de eerste plaats bedoeld om beter rekening te houden met de standpunten van de externe stakeholders over de relevantie van de ecologische, sociale en governancethema’s (ESG) voor DEME. Dankzij deze oefening heeft DEME haar thema’s met hoge materialiteit kunnen bevestigen. 3.3. ESGBELEID VAN CFE CONTRACTING EN BPI REAL ESTATE Net als DEME hebben CFE Contracting en BPI Real Estate een gestructureerd ESG-beleid rond de DOD’s gedenieerd. De Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (DOD’s) 3, 4, 7, 8, 11, 12, 13, 16 en 17 werden als richtsnoeren voor dit beleid gekozen. CFE Contracting en BPI Real Estate zijn zich bewust van hun maatschappelijke verantwoordelijkheid en zijn klaar om de cruciale uitda- gingen aan te gaan, met name de klimaatverandering, de circulaire economie, de mobiliteit en de toegang tot betaalbaar wonen, dit alles om nu al de wereld van morgen vorm te geven. 98 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN CFE Contracting en BPI Real Estate hebben drie hefbomen om hun duurzame ambities waar te maken: DUURZAAM ZIJN IN ONZE WERKING (HOW WE BUILD): CFE Contracting en BPI Real Estate streven naar operationele uitmuntendheid. Verbetering van de bouwprocessen, digitalisering, optima- lisering van de middelen en de energie die we op onze bouwplaatsen gebruiken … allemaal mogelijkheden om de koolstofvoetafdruk van onze werken te verlagen en de kwaliteit en rentabiliteit te verbeteren. DUURZAME PROJECTEN REALISEREN (WHAT WE BUILD): De gebouwen die BPI Real Estate ontwikkelt of die de dochterondernemingen van CFE Contracting bouwen, maar ook de spoorwegen die de teams van MOBIX aanleggen of de installaties van de teams van multitechnieken, zijn stuk voor stuk mogelijkheden om een reële positieve impact op de maatschappij te hebben. INNOVERENDE EN DUURZAME OPLOSSINGEN ONTWIKKELEN (OUR TOTAL SOLUTIONS & INNOVATIONS): CFE Contracting en BPI Real Estate ontwikkelen bovendien innoverende oplossingen voor het globale energiebeheer van nieuwe projec- ten of renovaties. Rekening houdend met hun cruciale maatschappelijke uitdagingen en hun actiemiddelen hebben CFE en BPI Real Estate een duurzame strategie geformaliseerd via een eenvoudige visie: SUSTAINABLE OPERATIONS SUSTAINABLE PRODUCTS SUSTAINABLE INNOVATIONS & SOLUTIONS TOGETHER SHAPING TOMORROW’S WORLD WITH and have a positive impact on: people, mobility, energy & materials GOVERNANCE PARTNERSHIPS People - Health, safety & wellbeing Mobility - Green fleet - Logistic on & to the site Energy - Energy on site optimisation - Green machines Materials - Waste reduction - Reuse of materials Severity rate CO 2 Fleet Intensity CO 2 Energy Intensity Tons of waste % re-use materials NO pumped water to the sewer Go for 0 SR Construction < 0,4 SR Multitech < 0,5 SR Rail&Utilities < 0,9 -40% in 2030 (-90% for company cars -25% for the vans -15% for the trucks) -40% in 2030 (100% green energy by 2025) -x% in 2030 +x% in 2030 100% in 2030 Om deze duurzame ambities waar te maken, wordt een monitoring met KPI’s gerealiseerd en zijn doelstellingen op tien jaar bepaald. SUSTAINABLE OPERATIONS SUSTAINABLE PRODUCTS SUSTAINABLE INNOVATIONS & SOLUTIONS TOGETHER SHAPING TOMORROW’S WORLD WITH and have a positive impact on: people, mobility, energy & materials GOVERNANCE PARTNERSHIPS People - Health, safety & wellbeing Mobility - Green fleet - Logistic on & to the site Energy - Energy on site optimisation - Green machines Materials - Waste reduction - Reuse of materials Severity rate CO 2 Fleet Intensity CO 2 Energy Intensity Tons of waste % re-use materials NO pumped water to the sewer Go for 0 SR Construction < 0,4 SR Multitech < 0,5 SR Rail&Utilities < 0,9 -40% in 2030 (-90% for company cars -25% for the vans -15% for the trucks) -40% in 2030 (100% green energy by 2025) -x% in 2030 +x% in 2030 100% in 2030 () De te behalen doelstelling wordt in de loop van 2022 bepaald. Vervolgens vertaalt elke dochteronderneming dit strategische kader naar haar eigen vakgebied en specieke realiteit. Zo heeft elke dochteronderneming zich de duurzaamheidconcepten eigen kunnen maken, om ze in haar dagelijkse werking op te nemen aan de hand van specieke jaarlijkse actieplannen en eigen SMART-indicatoren. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 99 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN - Strategy at the level of CFE Contracting & BPI - Long term vision - High level objectives & KPIs - Related to the global sustainable strategy - Strategy at the level of the subsidiaries but corporated aligned - Mid term vision - Specific objectives & KPIs related to the specific activities - Specific for the subsidiaries - In lign with the activities - SMART goals GLOBAL SUSTAINABILITY FRAMEWORK LOCAL SUSTAINABILITY FRAMEWORK YEARLY ACTION PLAN 4. BELANGRIJKSTE ESG-RISICO’S 4.1. INLEIDING De analyse van de opportuniteiten is voor de drie polen even belangrijk als de analyse van de risico’s van onze beroepen. De duurzaam- heidsstrategieën – en de materialiteitsoefening die de thema’s met de grootste impact op elk van de drie polen bepaalt – zijn in die zin ontwikkeld. 4.2. BELANGRIJKSTE ESGRISICO’S EN OPPORTUNITEITEN BIJ DEME 4.2.1. ESGTHEMA’S EN VERBAND MET DE DOD’S Het valt niet te ontkennen dat de wereld wordt geconfronteerd met een groot aantal uitdagingen die, als we niet meteen optreden, ernstige gevolgen kunnen hebben voor de samenleving en het milieu. De VN hebben met hun 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (DOD’s) hun prioriteiten bepaald om tegen 2030 een betere wereld te bouwen. De doelstellingen hebben betrekking op verschillende thema’s en aspecten van duurzaamheid, maar zijn allemaal met elkaar verbonden. Samen zullen ze ons helpen om de armoede in de wereld te overwinnen, de klimaatverandering tegen te houden en de ongelijkheid te bestrijden, opdat we allemaal in een betere wereld zouden leven. Wij bij DEME engageren ons ten volle om bij te dragen aan de realisatie van de DOD’s. Deze doelstellingen helpen ons om de econo- mische, ecologische en sociale impact van onze activiteiten te begrijpen, terwijl wij op weg zijn naar een portfolio van sterk op duurzame ontwikkeling gerichte projecten. Aangezien alle doelstellingen van de Verenigde Naties onderling verbonden zijn, engageert DEME zich om op de 17 DOD’s te antwoor- den. DEME draagt evenwel niet op dezelfde manier aan alle doelstellingen bij. We hebben de 17 DOD’s in 8 cruciale duurzaamheidsthe- ma’s ingedeeld: ‘Climate & Energy’, ‘Nature capital’, ‘Sustainable innovation’, ‘Waste and resource management’, ‘Health and well-being’, ‘Diversity and opportunity’, ‘Ethical business’ en ‘Local communities’. CLIMATE & ENERGY NATURAL CAPITAL SUSTAINABLE INNOVATION WASTE AND RESOURCE MANAGEMENT HEALTH, SAFETY & WELL BEING DIVERSITY AND OPPORTUNITY ETHICAL BUSINESS LOCAL COMMUNITIES In lijn met zowel de operationele als de strategische benadering die in hoofdstuk 3.2 worden beschreven, zijn de acht thema’s systematisch in deze twee richtingen uitgewerkt (Excel en Explore). Met deze doelstellingen kan DEME een reële duurzame waarde scheppen. Alle thema’s worden hieronder voorgesteld. Raadpleeg voor meer details het duurzaamheidsverslag van DEME (www.deme-group.com/sustainability). 100 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN CLIMATE & ENERGY Duurzame commerciële oplossingen verkennen: onze benadering ‘Explore’ voor de realisatie van onze klimaat- en energievisie focust op de infrastructuur. Wij bouwen aan een infrastructuur die klaar is voor de klimaatverandering en beter aangepast is aan de onzekerheden van het klimaat. Bovendien bevorderen we de energietransitie door onze oplossingen voor hernieuwbare energie te ontwikkelen. Wij blij- ven nieuwe maritieme oplossingen voor energieproductie verkennen. Samen verbeteren deze projecten de toegang tot betaalbare energie, versterken ze het aandeel van de hernieuwbare bronnen en verhogen ze de energie-eciëntie. Operationele uitmuntendheid: onze benadering ‘Explore’ om klimaatneutraal te worden, is al begonnen, met een evolutie naar klimaat - neutrale schepen en programma’s die de uitstoot van broeikasgassen in de waardeketen van onze projecten verlagen. NATURAL CAPITAL Duurzame commerciële oplossingen verkennen: onze benadering ‘Explore’ mikt op de preventie en beperking van de vervuiling van de zee, terwijl we zones in zee, aan de kust en in het binnenland, bevaarbare waterwegen en ecosystemen op het land op duurzame wijze weer tot leven brengen en herstellen. Operationele uitmuntendheid: onze benadering ‘Excel’ focust op een benadering van de natuur die de milieu-impact van onze activiteiten tot het minimum beperkt en in de mate van het mogelijke een positieve netto-impact heeft op de biodiversiteit en de ecosystemen. SUSTAINABLE INNOVATION Duurzame commerciële oplossingen verkennen: onze benadering ‘Explore’ streeft naar partnerschappen met meerdere partijen en naar inter- en intra-industriële samenwerking voor de transitie naar een duurzame ontwikkeling en holistische oplossingen. Onze benadering ‘Excel’ verbetert het wetenschappelijke onderzoek, moderniseert de technologische capaciteiten en moedigt duurzame ontwikkeling en innovatie in onze projecten aan. WASTE AND RESOURCE MANAGEMENT Duurzame commerciële oplossingen verkennen: onze benadering ‘Explore’ werkt aan een transitie in de keuze van hulpbronnen, met het oog op de uitbreiding van een duurzaam aanbod van hulpbronnen. Operationele uitmuntendheid: onze benadering ‘Excel’ van afval en hulpbronnen levert duurzame alternatieven voor bouwmaterialen en mineralen. Onze technologie hergebruikt het afval van materialen na hun verwerking, om een eciënt en circulair materiaalgebruik in het geheel van de projecten te maximaliseren. HEALTH, SAFETY & WELL BEING Duurzame commerciële oplossingen verkennen: onze benadering ‘Explore’ van de gezondheid, de veiligheid en het welzijn ontwikkelt duurzame infrastructuren die de welvaart en het welzijn ten goede komen en een veilige omgeving verzekeren. Operationele uitmuntendheid: onze benadering ‘Excel’ schept een veilige en gezonde werkomgeving voor iedereen die bij onze activiteiten betrokken is. DIVERSITY AND OPPORTUNITY Duurzame commerciële oplossingen verkennen: onze benadering ‘Explore’ van de diversiteit steunt op de opportuniteit van het scheppen van fatsoenlijke banen en op de mogelijkheden voor loopbaanontwikkeling binnen de groep, afhankelijk van de kwalicaties, de ervaring en de juiste opleidingen. Operationele uitmuntendheid: onze benadering ‘Excel’ garandeert een inclusieve werkplek waar iedereen gelijk, met waardigheid en met respect wordt behandeld. Bovendien versterken wij de competenties van de medewerkers door de ontwikkeling van talenten te bevorderen en duurzame ontwikkeling in de hand te werken. ETHICAL BUSINESS Duurzame commerciële oplossingen verkennen: in onze benadering ‘Explore’ verbinden we ons tot integer zakendoen, om elke vorm van corruptie of fraude actief en proactief te bestrijden. Ons ethisch engagement maakt deel uit van onze STRIVE-waarden. Operationele uitmuntendheid: onze benadering ‘Excel’ houdt in dat wij een ethische mentaliteit in onze organisatie integreren en alleen samenwerken met derden die dezelfde normen toepassen. Dit omvat maar beperkt zich niet tot het respect van de rechten van de mens zoals de Universele Verklaring van de Verenigde Naties ze heeft vastgelegd. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 101 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN LOCAL COMMUNITIES Duurzame commerciële oplossingen verkennen: onze benadering ‘Explore’ wil de weerbaarheid van de gemeenschappen tegenover de economische, ecologische en maatschappelijke uitdagingen versterken. Operationele uitmuntendheid: onze benadering ‘Excel’ schept samenwerkingsrelaties met de plaatselijke gemeenschappen door middel van raadpleging, engagement en participatie. 4.2.2. MATERIALITEITSMATRIX MATERIALITEITSPRINCIPE De materialiteitsanalyse die DEME heeft uitgevoerd, heeft tot doel de thema’s te bepalen die voor DEME het belangrijkst zijn. Dit zijn thema’s waar DEME een sterke reële impact kan hebben, zowel commercieel als in termen van het belang voor de verschillende stakehol- ders. Deze analyse moet regelmatig worden herzien om te verzekeren dat ze de realiteit van een voortdurend veranderende buitenwereld volgt. De materialiteitsoefening bestrijkt zowel de ecologische als de sociale en governance-uitdagingen (ESG). De beoordeling van de materialiteit heeft DEME in staat gesteld om haar strategie voor duurzame ontwikkeling te deniëren, resulterend in acht prioritaire thema’s voor duurzame ontwikkeling als drivers van onze duurzaamheidsprestatie. METHODOLOGIE Om de belangrijkste duurzame ontwikkelingsdoelstellingen en thema’s te begrijpen waarop DEME de grootste impact heeft, werden in 2017 en 2018 de (interne en externe) stakeholders uitgebreid geraadpleegd. DEME heeft op basis van 8 kernthema’s (beschreven in hoofd- stuk 4.2.1) een reeks ESG-onderwerpen bepaald. De evaluatie van de impact van DEME op deze ESG-onderwerpen leverde een eerste materialiteitsmatrix op, die als referentie voor de uitlijning van de duurzaamheidsambities van DEME heeft gediend. In de loop van 2021 heeft DEME deze materialiteitsmatrix geüpdatet. Dit was in de eerste plaats bedoeld om beter rekening te houden met de standpunten van de externe stakeholders over de relevantie van de ecologische, sociale en governancethema’s (ESG) voor DEME. Daartoe hebben wij: • De ESG- en duurzaamheidsdoelstellingen in de bestaande materialiteitsmatrix 2018 van DEME onderzocht en in onze sector vergele- ken met sommige van onze collega’s en met de relevante ESG-onderwerpen die door de ratingagentschappen worden gebruikt; • Een anonieme online peiling verzonden naar meer dan 200 van onze belangrijkste externe stakeholders (klanten, leveranciers, nanci- ele instellingen, onderzoekspartners, ngo’s en aandeelhouders), om hen te vragen de relevantie van de in de vorige stap gekozen ESG- en duurzaamheidsonderwerpen te beoordelen volgens hun verwachtingen ten aanzien van DEME en haar activiteitensector; • De resultaten van het onderzoek en de online peiling gecompileerd in de in 2021 vernieuwde materialiteitsmatrix, en ze gevalideerd aan de hand van ons governancemodel. De vernieuwde materialiteitsmatrix 2021 van DEME helpt ons dus om het relatieve belang van specieke ESG- en duurzaamheidsonder- werpen voor de externe stakeholders beter te identiceren en te begrijpen, en stelt ons in staat om onze commerciële beslissingen uit te lijnen op de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen waarop DEME de grootse impact kan hebben. 102 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN De onderwerpen met hoge materialiteit hebben betrekking op zowel ecologische als sociale en governanceaspecten. SOCIALE EN PERSONEELSASPECTEN Iedereen heeft het recht om in een veilige, zekere en gezonde omgeving te werken. Vanwege de aard van onze activiteiten vinden veel pro- jecten in uiterst moeilijke werkomgevingen plaats. De gezondheid, het welzijn en de veiligheid op de werkplek – van ons eigen personeel en van de onderaannemers, leveranciers, partners en andere stakeholders – zijn onze absolute prioriteiten. Wij willen iedereen een veilige, zekere en gezonde werkomgeving bieden. De veiligheid is altijd de allereerste prioriteit van DEME geweest. In de loop der jaren hebben wij de nodige beheersystemen, actieplannen en dashboards ingevoerd. Dit is uiteraard een continu proces en wij blijven altijd inspanningen voor de veiligheid leveren. Terwijl wij onophoudelijk werken om het aantal verwondingen en milieu-incidenten te verlagen, moedigen wij de werknemers ook krachtig aan om elk incident of bijna-ongeval en elke gevaarlijke situatie te melden. DEME is ervan overtuigd, en beschikt over bewijzen, dat hoe meer incidenten worden gemeld, hoe meer ernstige ongevallen in de toekomst kunnen worden vermeden. Wanneer we deze incidenten beter begrijpen, kunnen we de veiligheidsprocedures verbeteren en voorkomen dat hetzelfde probleem zich herhaalt. In feite ontwikkelen we een beleid en procedures op basis van incidenten in het verleden en ongevallen in de organisatie die op het laatste ogenblik werden vermeden. RELEVANT ESGONDERWERP MET HOGE MATERIALITEIT: ‘SAFETY’ MILIEUASPECTEN De klimaatverandering is een van de grootste dreigingen voor onze planeet en onze samenleving. De toename van de wereldtemperaturen als gevolg van de uitstoot van broeikasgassen leidt tot de stijging van de zeespiegel, de verwarming van de oppervlakte van de oceanen en meer volatiele weersfenomenen die droogten, branden en overstromingen veroorzaken. Tegelijkertijd bestaat er een groeiende behoefte aan betaalbare, betrouwbare en duurzame energie. DEME stelt oplossingen voor om de weerbaarheid van de samenleving tegen de im- pact van de klimaatverandering te vergroten en de lang verhoopte energietransitie te versnellen. In lijn met onze ambitie om tegen 2050 klimaatneutraal te werken, nemen wij onze verantwoordelijkheid in de voorhoede van de duurza- me ontwikkeling op. Wij nemen onze verantwoordelijkheid op om tegen 2050 een leider in de sector te zijn op het vlak van de integratie van technologieën die het klimaat eerbiedigen en van de energie-uitmuntendheid van onze activiteiten. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 103 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN RELEVANT ESGONDERWERP MET HOGE MATERIALITEIT: ‘ENERGY TRANSITION’, ‘ENERGY EFFICIENCY’, ‘AIR EMISSIONS’ EN ‘CLIMATE ADAPTATION’ CORPORATE GOVERNANCE In het kader van onze dagelijkse activiteiten werken wij nauw samen met ambtenaren en met derden zoals partners (joint venture), on- deraannemers en rekruteringsagentschappen. Bovendien zijn wij vaak actief in landen met een hoger risico van onethische praktijken (bijvoorbeeld met een lage score op de Corruption Perceptions Index van Transparency International). Vanwege deze factoren moeten wij een grote waakzaamheid aan de dag leggen en erop toezien dat onze ethische normen te allen tijde worden nageleefd. In lijn met onze ambities om een op lange termijn duurzame onderneming te zijn, streven wij naar een integere werking en naar de actieve en proactieve preventie van alle vormen van corruptie of omkoping. Wij eerbiedigen en beschermen de rechten van de werknemers in het kader van onze activiteiten. En vooral is een ethische mentaliteit in onze organisatie verankerd en hechten wij veel belang aan een transpa- rante communicatie over onze ethische prestaties. RELEVANT ESGONDERWERP MET HOGE MATERIALITEIT: ‘BRIBERY & CORRUPTION’ INNOVATIE Innovatie is de hoeksteen van onze realisaties. Wij blijven onze grenzen verleggen met de ontwikkeling van nieuwe diensten en oplossingen met toegevoegde waarde. RELEVANT ESGONDERWERP MET HOGE MATERIALITEIT: ‘SUSTAINABLE INNOVATION’ ESGONDERWERPEN MET HOGE MATERIALITEIT EN DUURZAAMHEIDSSTRATEGIE De onderwerpen met hoge materialiteit worden in de strategie van DEME als prioriteiten beschouwd en zijn verzameld in vier thema’s met hoge materialiteit voor DEME: - Climate & Energy - Sustainable innovation - Ethical business - Health, safety & wellbeing De vier andere thema’s: - Natural capital - Waste & resource management - Diversity & opportunity - Local communities worden als thema’s met gemiddelde materialiteit beschouwd. De materialiteitsoefening van 2021 bevestigt de hoge materialiteit van de in het verleden gekozen prioritaire thema’s. 4.3. BELANGRIJKSTE ESGRISICO’S EN OPPORTUNITEITEN BIJ CFE CONTRACTING EN BPI REAL ESTATE 4.3.1. ESGTHEMA’S EN VERBAND MET DE DOD’S De huidige grote risicotrends voor de bouwsector en het vastgoed zijn: • ‘Veiligheid’: de risico’s op een bouwplaats zijn talrijk. Ze bedreigen zowel de medewerkers als derden. Arbeidsongevallen kunnen ern- stig zijn en zware gevolgen hebben. Daarom is de toepassing van de veiligheidsregels op de bouwplaats van primordiaal belang. • ‘De oorlog om het talent’: de menselijke factor staat meer dan ooit centraal in onze activiteiten. Toch blijft het moeilijk om bekwame mensen te rekruteren en te behouden voor banen in de bouwsector, wat met name verband houdt met imagoproblemen en met ar - beidsomstandigheden die minder aantrekkelijk kunnen lijken (nacht- en weekendwerk, interventies en bouwplaatsen in de open lucht). Bovendien hebben de jonge nieuwkomers vaak een gebrek aan kwalicaties en moeten ze een aanvullende opleiding krijgen. • ‘Complexe samenwerkingsvormen’: de bouwsector is even boeiend als complex, in het bijzonder op het vlak van het aantal actoren (architecten, studiebureaus, instellingen, klanten, leveranciers ...) en hun onderlinge betrekkingen in heel het proces van het ontwerp en de realisatie. • ‘Gebrek aan visie op lange termijn’: het blijft nog altijd erg moeilijk om de actoren te overhalen tot de globale langetermijnvisie van de ‘life cycle costs’. De soms te kortzichtige visie van sommige projectontwerpers zet een rem op de innovatie, de technologische optimali - satie of het gebruik van meer ecologische materialen. Gelukkig heeft BPI Real Estate duurzaamheid tot haar prioriteit gemaakt bij de ontwikkeling van haar projecten, wat de gezamenlijke innovatieve aanpak tussen de twee polen enorm vergemakkelijkt. • ‘Schaarsheid van hulpbronnen en afvalbeheer’: het beheer van de hulpbronnen maar ook van het afval – door het te beperken, te hergebruiken of te recyclen – is een cruciale uitdaging. Circulariteit is meer dan ooit een grote uitdaging voor onze beroepen. • ‘Complexe wetgeving’: de verschillende strenge Europese, nationale of gewestelijke reglementeringen maken ons werk soms buitensporig complex en beperken de innovatiemogelijkheden. 104 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN • ‘Mobiliteit’: vooral in België en Luxemburg is het transport van mensen en materialen een handicap in ons werk. De medewerkers, de onderaannemers en de leveranciers verliezen veel tijd in het transport. Aangezien jaar na jaar meer auto’s en vrachtwagens op de weg komen, wordt het probleem alleen maar groter. Het leidt tot demotiverende en lange reizen voor het personeel en problemen met een eciënt beheer van de leveringen. • ‘Cyberveiligheid’: in het tijdperk van digitalisatie en telewerk dreigen de informaticarisico’s meer en meer de activiteiten van de be - drijven van de groep te vertragen, of de integriteit van hun waardevolste middelen en gegevens in gevaar te brengen. De belangrijkste informaticarisico’s zijn: virussen en malware, phishing, hacking (cyberaanvallen), verlies van vertrouwelijke informatie, verwerkings- fouten, het fysieke risico van verlies of diefstal en verduistering. Dit bijzondere risico wordt meer gedetailleerd behandeld in het hoofd- stuk over de IT-risico’s, hoofdstuk II.1.2 van de geconsolideerde jaarrekening. Toch zijn er ook veel ESG-opportuniteiten: innovatie en digitalisatie, fabricage van bouwelementen buiten de bouwplaats, hergebruik van materialen, gebruik van innoverende of biologische materialen ... In deze ‘outside-in’ analyse van de risico’s moet ook bijzondere aandacht worden gewijd aan de risico’s en de positieve of negatieve impact van onze werken: productie van CO 2 en andere broeikasgassen, productie van afval, verbruik van energie en grondstoen, ontwikkeling van tools voor energie-optimalisatie, verbetering van het aanbod van mobiliteit over het spoor ... Met het oog op een globale analyse moet dus een bidirectionele en holistische benadering worden gehanteerd. Deze volledige oefening werd in overleg met alle dochterondernemin- gen van CFE Contracting en BPI Real Estate gevoerd en heeft een dertigtal concrete duurzaamheidsdoelstellingen opgeleverd. Deze doelstellingen werden in vier duidelijke thema’s verzameld die samen de visie van CFE Contracting en BPI Real Estate op duurzame ontwikkeling deniëren: ‘Build for the future’, ‘Be a great place to work’, ‘Oer innovative solutions’, ‘Towards climate neutrality’. Al deze thema’s steunen altijd op het idee van partnerschap. OUR AMBITION: BE A REFERENT IN SUSTAINABILITY THEREFORE: PARTNER FOR CHANGE BUILD FOR THE FUTURE TOWARDS CLIMATE NEUTRALITY BE A GREAT PLACE TO WORK OFFER INNOVATIVE SOLUTIONS Het verband met de DOD’s blijft altijd bewaard, om te verzekeren dat de doelstelling in de logica van de zeventien DOD’s past. BUILD FOR THE FUTURE Als ontwerpers en bouwers zijn wij de cruciale actoren om de stad van morgen te bedenken en aan haar transformatie mee te werken. Een andere visie op de manier van werken, in een streven naar duurzaamheid, schept ook tal van nieuwe kansen. Door de gebruikte materia- len op duurzaamheid te selecteren, de productie van afval te beperken, te recyclen of circulair te denken, kunnen we de bouwmethoden duurzaam aanpassen. Modulariteit en prefabricage beperken niet alleen het afval maar verbeteren ook de arbeidsomstandigheden van de medewerkers en beperken de hinder voor de buurt. Tot slot is het van fundamenteel belang dat we vanaf de ontwerpfase nieuwe energie- oplossingen voorstellen en actief bijdragen aan de evolutie van het vastgoedpark en van onze steden. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 105 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN OUR MAIN OBJECTIVES TO BUILD FOR THE FUTURE WASTE AND PACKAGING REDUCTION   MODULAR & CIRCULAR PRINCIPLES IN OUR PROJECTS     WATER MANAGEMENT   EASE OF MAINTENANCE    RE-USE OR RECYCLING OF CONSTRUCTION WASTE   ECOFRIENDLY CONSTRUCTION MATERIALS USE   ANTICIPATION OF CLIMATE RISKS IN OUR PROJECTS   PARTNERSHIPS WITH NGO OR LOCAL ASSOCIATIONS    SUSTAINABLE INFRASTRUCTURE UPGRADE   PUBLIC PRIVATE INVESTMENTS   RELATIONSHIPS WITH AFFECTED NEIGHBORHOODS   BE A GREAT PLACE TO WORK De menselijke factor is meer dan ooit een centraal aandachtspunt voor CFE Contracting en BPI Real Estate. Het welzijn en de lichamelij- ke en geestelijke gezondheid van alle medewerkers en alle actoren in onze projecten zijn absolute prioriteiten. Het is essentieel dat elke medewerker zijn talenten kan ontwikkelen en naargelang van zijn of haar competenties in onze organisatie kan groeien. CFE stelt alles in het werk om een klimaat van vertrouwen te ontwikkelen dat elke medewerker de kans geeft om zijn of haar competenties ten volle te verruimen en zo bij te dragen aan een gezonde bedrijfscultuur. Natuurlijk moet ook iedereen de fundamentele waarden van respect, transparantie en integriteit waarmaken en uitdragen. OUR MAIN OBJECTIVES TO BE A GREAT PLACE TO WORK HEALTH & SAFETY   DECENT WORKING CONDITIONS FOR ALL    TALENT ATTRACTION, TRAINING & RETENTION    STRONG CORPORATE GOVERNANCE    CAREER DEVELOPMENT FOR ALL EMPLOYEES    CLEAR SUSTAINABILITY REPORTING   DIVERSITY & INCLUSION    OFFER INNOVATIVE SOLUTIONS De digitalisatie, de doorlopende verbetering van onze processen, het zoeken naar innoverende oplossingen in onze werken en in het geheel van de productieketen zijn stuk voor stuk benaderingen om onze activiteiten in een geest van duurzaamheid te herzien. OUR MAIN OBJECTIVES TO OFFER INNOVATIVE SOLUTIONS INNOVATION (ACROSS OUR BUSINESSES & SUPPLY CHAINS)    "PRODUCT AS A SERVICE" IN OUR BUSINESS OFFERINGS   IMPLEMENTATION OF THE LEAN PHILOSOPHY IN EACH ACTIVITY   ADMINISTRATIVE PROCEDURES SIMPLIFICATION   GO TOWARDS CLIMATE NEUTRALITY CFE Contracting en BPI Real Estate zijn alert voor de impact van hun werk op de samenleving en het milieu. Het domein van het trans- port wordt een belangrijke uitdaging voor de toekomst, vandaar dat wij nu al een innoverende mobiliteitsstrategie voor de medewerkers, voor de bouwplaatsen en voor onze klanten ontwikkelen. De beperking van de CO2-productie impliceert ook een reductie van de uitstoot van onze zetels, kantoren en werfmachines, samen met een geoptimaliseerd gebruik van hernieuwbare energie op onze bouwplaatsen en in de vastgoedprojecten. Daarnaast werken we aan de optimalisatie van het transport van de materialen en van het afval. 106 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN OUR MAIN OBJECTIVES TO GO TOWARDS CLIMATE NEUTRALITY MATERIAL AND WASTE TRANSPORT OPTIMISATION   GHG EMISSIONS REDUCTION (FLEET)   ALTERNATIVE TRANSPORT MODES PROMOTION   100% RENEWABLE ELECTRICITY PROCUREMENT    GHG EMISSIONS REDUCTION (OFFICES & SITES)   RENEWABLE ENERGY PRODUCTION    GHG EMISSIONS REDUCTION (EQUIPMENT)   BIODIVERSITY   ENERGY STORAGE   SOIL POLLUTION   4.3.2. MATERIALITEITSMATRIX VAN CFE CONTRACTING EN BPI REAL ESTATE De materialiteitsoefening werd in parallel uitgevoerd bij CFE Contracting en BPI Real Estate. Ze heeft uiteraard evidente vormen van synergie en complementariteit opgeleverd. MATERIALITEITSPRINCIPE De jaarlijkse evaluatie van de materialiteit stelt ons in staat om de impact van de verschillende doelstellingen regelmatig opnieuw te evalu- eren en zo op de meest strategische onderwerpen te focussen, altijd in een geest van doorlopende verbetering. Deze evaluatie vereist niet alleen een interne analyse, maar ook een bewustzijn van de reële behoeften van de buitenwereld en van haar evolutie. METHODOLOGIE Elke doelstelling (zoals vermeld in punt 4.3) is opgenomen in een materialiteitsmatrix, rekening houdend met haar belang voor de ver- schillende stakeholders en haar impact op de business. Aan de ene kant wordt dus het belang van een doelstelling voor de verschillende stakeholders beoordeeld. Er zijn drie niveaus van belangrijkheid: laag, gemiddeld en hoog. Als aanvulling van de interne raadpleging van de medewerkers werden de huidige trends in de sector in aanmerking genomen. De medewerkers werden in heel het proces bij het initiatief betrokken, ook bij het bepalen van de materialiteit. Daarnaast werd het belang van de doelstelling in termen van haar impact op de business geëvalueerd. De analyse gebeurde in overleg met de uitvoerend comités van CFE Contracting. Op basis van hun grondige kennis van hun vakgebied werd de impact van elke doelstelling als laag, gemiddeld of sterk beoordeeld. Alle ‘doelstellingen met hoge materialiteit’ (prioritaire doelstellingen), die dus een grote impact hebben op de business van CFE Contrac- ting en BPI Real Estate en zeer belangrijk zijn voor de stakeholders, zullen het voorwerp van een bijzondere follow-up vormen. Voor elk van deze doelstellingen zijn maatregelen op korte, middellange en lange termijn bepaald. Met behulp van specieke KPI’s zal de impact van die maatregelen worden gevolgd, wat een heldere communicatie mogelijk zal maken, zowel intern als met alle stakeholders. Bepaalde doelstellingen met gemiddelde materialiteit zullen op dezelfde manier als de doelstellingen met hoge materialiteit worden be- handeld. De andere doelstellingen met gemiddelde materialiteit, en die met lage materialiteit, zullen in eerste instantie geen bijzondere follow-up krijgen. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 107 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN 4.3.2.1 MATERIALITEIT VOOR CFE CONTRACTING De 12 prioritaire doelstellingen die werden gekozen, hebben betrekking op alle ESG-domeinen. BUILD FOR THE FUTURE TOWARDS CLIMATE NEUTRALITY BE A GREAT PLACE TO WORK OFFER INNOVATIVE SOLUTIONS LOW MEDIUM HIGH LOW MEDIUM HIGH Importance to stakeholders Impact on business MOBILITY MODULAR & CIRCULAR PRINCIPLES IN OUR PROJECTS WASTE AND PACKAGING REDUCTION WATER EFFICIENT & DECENT ENERGY HEALTH & SAFETY DECENT WORKING CONDITIONS FOR ALL TALENT ATTRACTION, TRAINING & RETENTION CORPORATE GOVERNANCE INNOVATION (ACROSS OUR BUSINESSES & SUPPLY CHAINS) LOGISTIC OPTIMIZATION CLEAR SUSTAINABILITY REPORTING SOCIALE EN PERSONEELSASPECTEN De menselijke factor is een centraal aandachtspunt voor de Groep CFE. De aandacht voor de veiligheid zit in het DNA van de groep, want iedereen wil na het werk veilig weer naar huis! Ook het welzijn en de gezondheid in de ruime betekenis van alle medewerkers zijn prioriteiten. Preventie, bewustmaking en opleiding zijn in deze context de beste tools. In dezelfde geest moet de mentale en fysieke gezond- heid van alle medewerkers worden beschermd. De prioritaire doelstelling voor dit thema is: ‘Health & safety’ De verschillende deelnemers aan onze projecten en in het bijzonder de onderaannemers verdienen dezelfde aandacht. Het corporate gover- nance charter en de procedures beschrijven de minimale maatregelen inzake ethiek, non-discriminatie en eerbiediging van de mensenrechten. Daarnaast is het onze verantwoordelijkheid als onderneming om te verzekeren dat iedereen die bij onze projecten betrokken is, fatsoenlijk wordt behandeld. De prioritaire doelstelling voor dit thema is: ‘Guarantee respectful and decent working conditions for all’. MILIEUASPECTEN CFE Contracting is ook gevoelig voor de impact van haar werk op de samenleving en het milieu. Het domein van het transport wordt een belangrijke uitdaging voor de toekomst, vandaar dat wij nu al een innoverende mobiliteitsstrategie voor materialen en afval maar ook voor de medewerkers ontwikkelen. De prioritaire doelstellingen zijn: ‘Logistic optimisation en ‘Mobility’. Op onze bouwplaatsen en in onze kantoren verdient een rationeel beheer van grondstoen, water en energie bijzondere aandacht. Hun onderlinge synergie stelt de twee polen in staat om van bij het begin gebouwen te ontwerpen met een innovatieve aanpak van de architectuur of de stabiliteit en de speciale technieken. De introductie van nieuwe materialen, de modulariteit of de circulariteit is daarbij een doel op zich. De prioritaire doelstellingen zijn: ‘Waste & packaging reduction’, ‘Modular & circular principles in our projects’, ‘Ecient and decent energy’ en ‘Water’. GOVERNANCE CFE Contracting verzekert een krachtige governance met behulp van een charter en concrete procedures. De prioritaire doelstelling voor dit thema is: ‘Corporate governance’. Om een totale transparantie en een heldere rapportage over de duurzaamheid te verzekeren, zullen we een regelmatige interne communi- catie met alle medewerkers invoeren. De implementatie van specieke KPI’s voor elke doelstelling maakt een echte transparantie mogelijk, samen met een recurrente evaluatie van de geboekte vooruitgang en de impact van de genomen maatregelen. De prioritaire doelstelling voor dit thema is: ‘Clear sustainability reporting’. 108 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN INNOVATIE Al deze doelstellingen vereisen een nauwe samenwerking tussen de entiteiten, maar ook met alle andere partners. Bovendien moeten we innovatie niet alleen in onze verschillende activiteiten aanmoedigen, maar ook in het geheel van de waardeketen. De openheid voor de buitenwereld en voor andere partners mag niet worden verwaarloosd. De prioritaire doelstelling voor dit thema is: ‘Develop systemic innovative solutions across our divisions and throughout our supply chains’. 4.3.2.2 MATERIALITEIT VOOR BPI REAL ESTATE Omdat hun activiteitendomeinen nauw met elkaar verbonden zijn, hebben CFE Contracting en BPI Real Estate van bij het begin samen- gewerkt aan de ontwikkeling van hun duurzaamheidsstrategieën. LOW MEDIUM HIGH LOW MEDIUM HIGH Importance to stakeholders Impact on business INNOVATION CLEAN AND AFFORDABLE ENERGY MOBILITY CIRCULARITY & MODULARITY CUSTOMER CENTRICITY CORPORATE GOVERNANCE Als ontwikkelaar van vastgoedprojecten ziet BPI Real Estate haar duurzame impact al bij het concept van een nieuw project beginnen. BPI Real Estate heeft de volgende thema’s als prioritair voor haar strategie gedenieerd: MILIEUASPECTEN • Circulariteit: de materiaalkeuze is een cruciale uitdaging voor de koolstofbalans van een gebouw. • De integratie van circulaire materialen kan slechts eciënt gebeuren als die aanpak al in de conceptfase wordt gehanteerd. Daarom werkt BPI Real Estate in haar projecten met veel duurzame materialen, waaronder de houten structuren van Wood Shapers. • BPI Real Estate engageert zich ook voor renovatie, om afval en het gebruik van grondstoen te beperken. • Betaalbare en schone energie: energiezuinige gebouwen leveren, de beste energieoplossingen aanbieden en een wereld bouwen die minder of geen fossiele energie nodig heeft: dat is een van de eerste missies van BPI Real Estate als ontwerper van vastgoedprojec- ten en speler in de stad van morgen. • Mobiliteit: als ‘Urban Shapers’ wil BPI Real Estate de mobiliteit in haar stadsprojecten integreren. Het aanbod van actieve mobili- teitsoplossingen en multimodale keuzes voor met name de burgers van de stad van morgen is een essentieel kenmerk van de vastgoed- projecten van BPI Real Estate. SOCIALE EN PERSONEELSASPECTEN De menselijke factor is voor BPI Real Estate een fundamentele waarde. • Teamwerk, professionaliteit, engagement en verantwoordelijkheidsbesef zijn waarden die door het hele team van BPI Real Estate worden gedeeld. BPI Real Estate telt meer dan 90 ervaren medewerkers: architecten, ingenieurs, stedenbouwkundigen, commerciële, nanciële en juridische adviseurs. Hun gedeelde enthousiasme en hun creativiteit berusten op een lange ervaring en stellen hen in staat om te antwoorden op de ambities en de wensen van de kopers. • BPI Real Estate luistert altijd naar de behoeften van haar klanten en toekomstige bewoners. Een geest van openheid en luisterbereidheid voedt haar kracht en passie. BPI Real Estate stimuleert uitwisselingen en dialoog met haar kopers. Dit streven naar transparantie stelt de kopers in staat om de bouw van wat vaak een levensproject is op de voet te volgen. • De kwaliteit van onze partners (banken, architecten, studiebureaus, co-promotors ...) is eveneens een positieve kracht en een garan- tie van hoge kwaliteit. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 109 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN INNOVATIE Om in al deze domeinen optimaal te presteren, mikt BPI Real Estate op innovatie en anticipeert ze op de wereld van morgen. Alle elementen van een project – van Smart Oce tot Smart Parking, nieuwe materialen of nieuwe servicegerichte juridische vormen – worden samen met de partners onderzocht om op nieuwe tendensen vooruit te lopen en ‘Futureproof ’ projecten te creëren. 4.3.2.3 SYNERGIE EN COMPLEMENTARITEIT VAN DEZE BENADERINGEN Alle prioritaire doelstellingen van CFE Contracting en BPI Real Estate focussen op 4 kernthema’s: people, mobility, energy & materials. Deze thema’s worden uit de invalshoek van zowel de uitvoering als de vastgoedontwikkeling beschouwd. Aangezien de activiteiten van CFE Contracting en BPI Real Estate buitengewoon complementair zijn, kunnen de twee bedrijven een reële impact op de vier doelthema’s hebben. Door gebruik te maken van drie hefbomen: • DUURZAAM ZIJN IN ONZE ACTIVITEITEN • DUURZAME PROJECTEN REALISEREN EN ONTWIKKELEN • INNOVERENDE OPLOSSINGEN ONTWIKKELEN kunnen CFE Contracting en BPI Real Estate een eciënte synergie tot stand brengen en impact hebben. Deze complementaire visie past dus volledig in de globale duurzaamheidsvisie van CFE Contracting en BPI Real Estate. SUSTAINABLE OPERATIONS SUSTAINABLE PRODUCTS SUSTAINABLE INNOVATIONS & SOLUTIONS TOGETHER SHAPING TOMORROW’S WORLD WITH and have a positive impact on: people, mobility, energy & materials GOVERNANCE PARTNERSHIPS People - Health, safety & wellbeing Mobility - Green fleet - Logistic on & to the site Energy - Energy on site optimisation - Green machines Materials - Waste reduction - Reuse of materials Severity rate CO 2 Fleet Intensity CO 2 Energy Intensity Tons of waste % re-use materials NO pumped water to the sewer Go for 0 SR Construction < 0,4 SR Multitech < 0,5 SR Rail&Utilities < 0,9 -40% in 2030 (-90% for company cars -25% for the vans -15% for the trucks) -40% in 2030 (100% green energy by 2025) -x% in 2030 +x% in 2030 100% in 2030 110 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN 5. RESULTATEN VAN DIT BELEID VOORBEELDEN ALS BEWIJS De verschillende voorbeelden en projecten die op pagina [15] worden gepresenteerd, tonen de impact van het ESG-beleid op de drie po- len. Ook dit jaar bevestigt de groep CFE haar duurzaamheidsambitie, met zowel acties op onze bouwplaatsen als de realisatie van op zich duurzame projecten. CERTIFICERINGEN BEWIJZEN ONS DUURZAAM ENGAGEMENT Dankzij een duurzame benadering en een doeltreend beheer van de ESG-risico’s behaalde de groep CFE opmerkelijke resultaten in de analyse van deze risico’s door het ratingagentschap Sustainalytics. Met een score van 27,8 (Medium Risk) is de groep CFE op wereldvlak een van de beste leerlingen in haar sector. Deze score is het resultaat van een gedetailleerde analyse van het beleid en de procedures inzake ESG van de groep CFE en van haar vele KPI’s. In oktober 2021 ontving DEME ocieel het internationale certicaat ‘SDG Pioneer’ van de Verenigde Naties, het United Nations Institu- te for Training and Research (UNITAR) en het Vlaams Netwerk van Ondernemingen (VOKA). DE EUROPESE TAXONOMIE De inzet van DEME in duurzame sectoren komt rechtstreeks tot uiting in de resultaten van de analyse van haar activiteiten volgens de Europese taxonomie. De activiteiten van DEME in oshore wind zullen immers op basis van de huidige interpretatie van de regels zowel als ‘duurzaam’ aangemerkt als grotendeels ‘in overeenstemming’ met de EU-taxonomie zijn. 28% van de totale omzet is ‘aangemerkt’ en 24% is ‘in overeenstemming’ op basis van de huidige denities. De omzet van CFE Contracting en BPI Real Estate is grotendeels (meer dan 95%) als duurzaam aangemerkt volgens de EU-taxonomie. CFE Contracting en BPI Real Estate voeren een actieve analyse uit van de technische criteria voor de overeenstemming en houden er in de lopende projecten en ontwikkelingen rekening mee. De details van deze analyse zijn te vinden op pagina’s 130-132. HET EFFECT VAN DE ACTIES METEN Het werken met duidelijke KPI’s en een zo stipt mogelijke monitoring is een prioriteit voor de drie polen van de groep. Dit maakt het im- mers mogelijk het eect van de ondernomen acties zo snel mogelijk te beoordelen en ze eventueel aan te passen. Deze gegevensverzameling gaat samen met een uitlijning van de acties per pool in de verschillende entiteiten, om een signicante impact te verzekeren. Er zijn gekwanticeerde doelstellingen en gestructureerde acties ingevoerd. BPI Real Estate heeft twee tools in ontwikkeling voor de meting van enerzijds de CO 2 -impact van elk project en anderzijds de impact op de DOD’s in ruime zin. Deze tools zijn niet alleen bedoeld om de huidige portfolio te meten, maar ook en vooral om de projecten in ont- wikkeling te ontwerpen en op de proef te stellen. De tools zijn ontwikkeld om zo ‘agile’ mogelijk te zijn, om rekening te houden met de mogelijke evolutie van de ESG-criteria in de tijd en dus gelijke tred te houden met de maatschappelijke ontwikkelingen. EEN KWESTIE VAN MENTALITEIT Tot slot willen de drie polen de duurzaamheid bij alle medewerkers verankeren, zodat ze een echte bedrijfscultuur wordt. Dat gebeurt met gerichte acties voor grootschalige projecten en eenvoudige, kleine ingrepen in de dagelijkse praktijk. Die laatste, hoe eenvoudig ook, maken sensibilisering van alle medewerkers mogelijk. Vervolgens is ook de integratie van alle schakels van de productieketen in deze aanpak van fundamenteel belang, net als de vorming van echt duurzame partnerships. In de drie polen verzekeren specieke duurzaamheids- en innovatieteams de follow-up van het ESG-beleid, de evolutie van de KPI’s naar de doelstellingen toe en de ingevoerde actieplannen. 5.1. RESULTATEN VAN DIT BELEID BIJ DEME In oktober 2021 kreeg DEME de titel ‘SDG Pioneer’ van de Verenigde Naties zelf en van het United Nations Institute for Training and Research (UNITAR), als erkenning van haar inspanningen om de planeet duurzamer te maken. DEME ontving een ocieel internatio- naal certicaat. Deze beloning is het resultaat van de geslaagde deelname gedurende drie opeenvolgende jaren aan het VOKA Charter Duurzaam Onder- nemen. Met haar acties in het kader van het Charter heeft DEME een positieve bijdrage geleverd aan elk van de 17 Duurzame Ontwikke- lingsdoelstellingen. DEME is bijzonder trots op dit resultaat, dat de grote inspanningen in de verf zet van al haar enthousiaste medewer- kers, die zich van bij het begin hebben geëngageerd en elke dag meewerken aan de realisatie van deze ambitieuze visie op een duurzame toekomst. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 111 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN Om haar ambitieuze duurzaamheidsdoelstellingen in alle aspecten van haar activiteiten te bereiken, heeft de groep DEME haar portfolio van leningen op lange termijn volledig getransformeerd en ze allemaal omgezet in leningen met een duurzaam karakter. Dit sterke engage- ment bewijst de wil van DEME om aan een duurzame toekomst te werken en vertegenwoordigt leningen voor een totaal bedrag van 579 miljoen euro. De commerciële voorwaarden van de leningen bij de relatiebanken van de groep zijn nu rechtstreeks gekoppeld aan de duurzaamheidsprestaties van DEME in twee specieke domeinen: arbeidsveiligheid en koolstofarme brandstoen. De kritische pres- tatie-indicatoren (KPI’s) zullen tot een aanpassing van de op deze leningen toegepaste rentemarges leiden. Zo wordt DEME de eerste onderneming in de sector die haar duurzaamheidsdoelstellingen opneemt in al haar nancieringsovereen - komsten op lange termijn. Dit is een sterk signaal voor alle stakeholders, dat toont dat DEME in het geheel van de onderneming rekening houdt met haar duurzaamheidsdoelstellingen en deze met concrete acties steunt. 5.1.1. SOCIAAL VEILIGHEID DEME is een grote werkgever, met 5.090 medewerkers, en is overtuigd van de noodzaak van aandacht voor het sociale en fysieke welzijn van al haar personeel, eigen werknemers en anderen. Als pionier in de sector moet DEME vaak in erg moeilijke omstandigheden werken. Een veilige en gezonde werkomgeving voor iedereen – op de schepen en projectsites en in de kantoren – is daarom een constant aandachtspunt. De veiligheidsnormen worden doorlopend gemo- nitord met proactieve KPI’s (zoals observaties en inspecties) en reactieve KPI’s (zoals tijdig gemelde incidenten). Elke potentieel gevaarlijke situatie wordt geanalyseerd om de risico’s op een aanvaardbaar peil te houden. Alle indicatoren worden door een interne richtlijn bepaald en opgenomen in een mondiaal QHSE-S-dashboard. Ze worden gedetailleerd besproken in hoofdstuk 6.2 (pagina 121). Deze specieke veiligheidsparameters worden door elk directieteam en door de Raad van Bestuur gevolgd. De realisatie van de doelstellingen voor de veiligheid is opgenomen in het bonusbeleid. De veiligheid is een absolute prioriteit voor DEME. Ze werd daarom gekozen als eerste doelstelling voor een aanpassing van de rentemar- ges op de door DEME aangegane groene leningen. Deze KPI, die vaak op de invoering van innoverende projecten in moeilijke, verafgele- gen omgevingen berust, eist dat de onderneming haar veiligheidsprestaties doorlopend verbetert. DEME heeft reeds de beheersystemen en actieplannen ingevoerd die nodig zijn om haar veiligheidsdoelstellingen te bereiken, maar de onderneming blijft waakzaam. De verbete- ring van de veiligheid vereist doorlopende inspanningen. DEME wil bijvoorbeeld haar frequentiegraad (LTIFR) onder 0,2 houden. In 2021 vonden verscheidene initiatieven op ondernemingsschaal plaats, met name de Safety Stand-Down en de Safety Moment Day, met informatie over 214 successen in het domein van de veiligheid. VEERKRACHT EN WELZIJN In april werd DEME een van de drie nalisten van de Duurzaamheidsaward 2021 van de Haven van Antwerpen met betrekking tot DOD 3, voor haar preventieve gezondheidsprogramma ‘Veerkracht en welzijn bij DEME’, dat de weerbaarheid van de medewerkers tegenover de uitdagingen van COVID-19 heeft versterkt. Heel het jaar lang werkten verscheidene teams 24 uur op 24 en 7 dagen op 7 om de projec- ten tijdens de pandemie volstrekt veilig te kunnen voortzetten. PLAATSELIJKE GEMEENSCHAPPEN DEME wijdt eveneens veel aandacht aan de plaatselijke gemeenschappen in de landen waar ze actief is en draagt bij aan diverse sociale projecten. Tot slot schaart DEME zich achter de Verklaring van de Rechten van de Mens. 112 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN 5.1.2. MILIEU PRODUCTIE VAN GROENE ENERGIE TEN DIENSTE VAN DE ENERGIETRANSITIE De klimaatverandering is een van de grootste dreigingen voor onze planeet en onze samenleving. De stijging van de temperaturen op we- reldschaal als gevolg van de uitstoot van broeikasgassen leidt tot een stijging van de zeespiegel, een verwarming van het oppervlak van de oceaan en een toename van extreme weersverschijnselen met droogte, (bos)branden en overstromingen tot gevolg. Tegelijkertijd bestaat er een groeiende behoefte aan betaalbare, betrouwbare en duurzame energie. DEME werkt verder aan haar ambitieuze strategie voor de versnelling van de energietransitie en de versterking van de weerbaarheid van de samenleving tegenover de impact van de klimaatverandering. Dat komt in heel de onderneming tot uiting en in het bijzonder in de sector van de oshore windkracht, waar DEME in 2021 onder meer aan de windparken Triton Knoll, Hornsea Two, Saint-Nazaire en Dolwin6 heeft gewerkt. In het afgelopen jaar heeft DEME echt opmerkelijke contracten in de wacht gesleept, met name het eerste EPCI-contract voor een drijvend oshore windpark in Frankrijk en het T&I-contract voor de turbines en funderingen van Vineyard, het eerste grootschalige oshore windpark in de Verenigde Staten. Dit con- tract werd snel gevolgd door een belangrijk ‘Balance of Plant’-contract voor de bouw van het project Coastal Virginia Oshore Wind van 2,6 GW. Dit is het grootste contract voor de installatie van oshore windturbines dat ooit in de Verenigde Staten werd gegund. Parallel aan haar realisaties in het domein van oshore windenergie werkt DEME ook aan andere vormen van hernieuwbare energie, zoals de productie, de opslag en het transport van groene waterstof. Ze is een pionier met diverse initiatieven ‘van wind en zon naar water- stof ’, zoals HYPORT ® Oostende, HYPORT ® Duqm en PosHYdon. Midden juli ondertekende HYPORT® Duqm, een initiatief van DEME Concessions en OQ, haar partner in Oman, een samenwerkings- akkoord met Uniper om de bevoorrading met groene ammoniak te verkennen. In mei 2021 is DEME lid geworden van Hyve, een consortium dat mikt op een duurzame, rendabele productie van waterstof op gigawattniveau. In 2020 trad DEME Oshore toe tot PosHYdon, ‘s werelds eerste oshore proefproject met groene waterstof op een werkplatform. In 2021 kende de Nederlandse regering een subsidie van 3,6 miljoen euro toe die de start van het proefproject in de Noordzee mogelijk maakte. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 113 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN OP WEG NAAR DE KLIMAATNEUTRALITEIT DEME wil tegen 2030 haar uitstoot van broeikasgassen met 40% verlagen tegenover 2008, het jaar dat de Internatio- nale Maritieme Organisatie (IMO) als referentie heeft gekozen. DEME wil tegen 2050 een klimaatneutrale onderne- ming zijn. Aangezien meer dan 90% van de uitstoot van broeikasgassen aan het brandstofverbruik van de schepen kan worden toegeschreven, voert DEME een investeringsplan over meerdere jaren uit om haar vloot van de meest geavanceerde technologie te voorzien en brandstoen met lage emissie te gebruiken, zoals LNG, biodiesel en de toekomstige ecologische brandstoen met waterstof, zoals groene methanol en groene waterstof. Daarnaast werkt DEME continu aan de verbetering van de energie-eciëntie van de volledige vloot door middel van verschillende technologische maatregelen, zoals systemen voor de recuperatie van de warmte van restgassen voor de opwekking van elek - trische energie. De nadruk ligt ook doorlopend op de optimalisatie van de processen en de verbetering van de productiviteit. Daarom werd de stijging van het percentage koolstofarme brandstoen die de onderneming verbruikt als tweede doelstelling gekozen voor een aanpassing van de rentemarges op de door DEME aangegane groene leningen. DEME bouwt dus verder aan haar toekomstbestendige vloot. De mega cutter ‘Spartacus’, de krachtigste snijkopzuiger ter wereld, is in bedrijf genomen. Het schip kan op LNG varen en heeft verscheidene energiebesparende kenmerken. De ‘Groenewind’, een speciaal voor het onderhoud van oshore windparken ontworpen schip dat tot 50% brandstof kan besparen, kwam eveneens bij de vloot. DEME heeft bovendien verbeteringsprogramma’s om de milieu-impact tijdens de uitvoering van de projecten verder te beperken. Speci- eke programma’s mikken op verdere reductie van de uitstoot van broeikasgassen die aan de klimaatverandering bijdragen, en van andere verontreinigde stoen die de lokale luchtkwaliteit aantasten. De totale CO 2 -uitstoot van DEME (scope 1 en 2) is in 2021 gestegen naar 833 kt CO 2 -eq., tegenover 660 kt CO 2 -eq. in 2020. De toename van de uitstoot is vooral het gevolg van een grotere benutting van de schepen in 2021. Het gebruik van de hoppers en cutters lag ongeveer 15% hoger dan vorig jaar. Dit is vooral het gevolg van de activiteiten in grote projecten, zoals de havenprojecten Abu Qir I en II in Egypte. MILIEUCERTIFICERINGEN DEME verkreeg in 2021 voor het eerst de ISO 50001-certicering voor het beheer en de doorlopende verbetering van haar energiepresta- ties. Ze stelt DEME ook in staat om het energiebeheer en de eraan verbonden CO 2 -uitstoot te integreren. In de Benelux is DEME gecerticeerd volgens de eisen van de CO 2 -prestatieschaal, die de ondernemingen aanmoedigt om hun CO 2 -uit- stoot in kaart te brengen en te verlagen. Sinds 2012 worden onze processen en resultaten geverieerd door LRQA (een erkende onafhan- kelijke partij). In 2018 slaagde DEME met het hoogste kwalicatieniveau (niveau 5) voor de vernieuwingsaudit. De CO 2 -prestatieschaal is een veelgebruikt instrument dat organisaties helpt om hun koolstofuitstoot te verminderen in de uitvoering van projecten en in hun com- merciële activiteiten. Het principe bestaat erin dat de CO 2 -inspanningen economisch worden beloond: hoe hoger de score op de schaal, hoe beter de evaluatie van de onderneming in de aanbestedingsprocedures. De CO 2 -prestatieschaal is eigendom van en wordt beheerd door de Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden & Ondernemen (SKAO). INNOVATIES TEGEN DE KLIMAATRISICO’S DEME levert al tientallen jaren oplossingen voor de bouw van een infrastructuur die beter aangepast is aan de klimaatrisico’s, zoals een bescherming tegen overstromingsrisico’s. Naast pionierprojecten zoals Coastbusters, gericht op door de natuur geïnspireerde concepten, is het project Bankbusters van start gegaan. Samen met haar partners zal DEME een kunstmatig moeras bestuderen en ontwerpen. 5.1.3. GOVERNANCE DEME is vaak actief in landen met een hoger risicoproel in termen van onethische praktijken. Ze streeft altijd naar integer zakendoen en de proactieve preventie van corruptie en omkoping. De onderneming verbindt zich ook actief tot de eerbiediging en bescherming van de mensenrechten en de arbeidsrechten, zoals blijkt uit haar ‘Code voor ethiek en integer zakendoen’ en haar ‘Ethische code voor de handel- spartners’. Deze code weerspiegelt de fundamentele waarden van DEME, samengevat in het acroniem ‘STRIVE’: Safety, Technical Leadership, Res - pect & Integrity, Innovation, Value Creation and Environment (veiligheid, technisch leiderschap, respect en integriteit, innovatie, waarde- creatie en milieu). Naast de naleving van de wet, een conditio sine qua non, zijn respect en integriteit van het allergrootste belang voor alle mensen van DEME, en iedereen die met DEME wil samenwerken, moet dezelfde normen respecteren. 114 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN SAFETY INNOVATION TECHNICAL LEADERSHIP VALUE CREATION RESPECT & INTEGRITY ENVIRONMENT SAFETY INNOVATION TECHNICAL LEADERSHIP VALUE CREATION RESPECT & INTEGRITY ENVIRONMENT Alle personeelsleden van DEME worden billijk behandeld, met waardigheid en respect, ongeacht hun persoonlijke kenmerken, geloof, nationale of etnische afkomst, cultuur, godsdienst, leeftijd, gender en seksuele geaardheid, geestelijke of lichamelijke vermogens. DEME biedt een werkplek aan waar alle werknemers billijk en zonder discriminatie worden behandeld. EERBIEDIGING VAN DE MENSENRECHTEN DEME eerbiedigt en beschermt de mensenrechten in het algemeen, samen met de fundamentele rechten en vrijheden zoals ze in de Uni- versele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties gedenieerd zijn. De groep tolereert nooit slavernij, kinderarbeid, dwangarbeid of verplichte arbeid of mensenhandel. De toepassing van het beleid heeft ervoor gezorgd dat alle partners zich bewust zijn van het belang van de eerbiediging van de mensenrechten en dat zij weten hoe en waar zij eventuele inbreuken kunnen melden. DEME is vaak actief in landen met een hoger risicoproel voor onethische praktijken. De speciciteit van haar activiteiten vereist een grote waakzaamheid opdat de ethische normen altijd zouden worden gerespecteerd. Het is altijd de ambitie om integer zaken te doen en proactief corruptie in om het even welke vorm te voorkomen. DEME zet zich actief in voor de eerbiediging en bescherming van de arbeidsrechten en de mensenrechten in haar activiteiten. Met dat doel beschikt DEME over een ‘code voor ethiek en integer zakendoen’, naast verschillende specieke beleidslijnen (‘Compliancebeleid en praktijken’, ‘Mensenrechtenbeleid’ en ‘Meldingsbeleid en -procedures’). De code voor ethiek en integer zakendoen gaat gepaard met een verplichte jaarlijkse opleiding, met in 2021 een slaagcijfer van 99% (voor het voltallige personeel met uitzondering van de bemanningsle- den). Voor de bemanningsleden werd een aan COVID-19 aangepaste benadering ontwikkeld. Een goede selectie van bureaus, agentschappen en andere derden is bijgevolg een voorafgaande voorwaarde voor men contracten afsluit en de samenwerking begint. Het beleid van DEME voor respect in het algemeen en de eerbiediging van de mensenrechten in het bijzonder wordt altijd duidelijk in de contracten gedenieerd. Een voor de bureaus en agentschappen ontwikkelde procedure, die zowel voor als na de aanwerving wordt toegepast, maakt onze normen en de manier waarop ze moeten worden nageleefd zeer zichtbaar. Regelmatige audits en inspecties van de bureaus, agentschappen en andere derden die personeel op de sites van DEME inzetten, garande- ren dat onze normen worden nageleefd en eciënt zijn. BESTRIJDING VAN FRAUDE EN CORRUPTIE DEME heeft een duidelijk beleid om al haar activiteiten integer uit te voeren en elke vorm van corruptie te bestrijden. Naast de ethische en integriteitscode heeft DEME een volledig complianceprogramma geïmplementeerd dat onder meer een uitgebreid anticorruptiebeleid omvat. Het anticorruptiebeleid is in het kader van dit complianceprogramma opgenomen in het jaarlijkse programma voor de bewustma- king van de werknemers. Het beleid zelf wordt bovendien aangevuld met specieke procedures die zijn eectiviteit in de dagelijkse werking verzekeren. De due diligence van het beleid tegenover derden, het beleid voor de integriteit van de uitgaande betalingen en het beleid voor de toelevering tot en met de betaling van belangrijke derden, en ook een opleidingsprogramma voor het personeel dat bij dergelijke acti- viteiten betrokken is, dragen eectief bij tot de strijd tegen fraude en corruptie. DEME is wereldwijd actief, ook in landen met een hogere score op de ‘corruptieperceptie-index’. Mogelijke gevallen van corruptie betekenen een risico voor het imago van de groep. Daarom heeft DEME een due-diligenceprocedure ingevoerd, niet alleen voor dit type landen met hoog risico, maar ook voor alle situaties waarin een verhoogd risico van fraude en corruptie bestaat. Om te beginnen raadt DEME aan om zo weinig mogelijk gebruik te maken van sponsors of agenten. Als dat niet kan worden vermeden, moeten deze partijen vooraf worden onderzocht, met een diepgang die afhangt van het risiconiveau. Daarnaast voert de groep een follow-up uit van de derden met wie zij zaken doet. In onze contracten zijn specieke clausules opgenomen waarmee de partijen zich ertoe verbinden altijd te handelen in overeenstemming met het door DEME geëiste conformiteits- niveau. Ten slotte verzekert DEME zich ervan dat deze partijen het beleid en de procedures inzake corruptie eectief naleven. Daarnaast beperkt DEME deze risico’s zoveel mogelijk aan de hand van beleidsregels en procedures die iedereen goed kent en die in het geheel van de organisatie worden toegepast. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 115 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN 5.1.4. INNOVATIE In termen van innovatie focust DEME op de gezamenlijke waardecreatie door het vormen van partnerschappen met meerdere partijen en door een grotere concentratie op intern ondernemerschap. In de loop van het jaar werden verscheidene opmerkelijke innovaties gerealiseerd. DEME is lid van de innovatiepool ‘The Blue Cluster’, die focust op de duurzame groei op zee. MPVAqua won de Blue Innovation Swell Award 2021. De partners in deze samenwerking hebben zich verbonden tot de ontwikkeling van grootschalige oshore zonneparken. Het project ‘Bankbusters’ werd eveneens gestart. Samen met haar partners zal DEME een kunstmatig moeras bestuderen en ontwerpen. Het innoverende karakter schuilt in de integratie van biologische en technologische aspecten voor de bescherming van de oevers van getij- derivieren tegen erosie. De verworven basiskennis wordt gebruikt voor de bouw van DRECO’s (Dredged Ecological Compartment - con- ceptual building blocks). In die laatste worden nieuwe technieken en procedures toegepast voor de behandeling, installatie en dehydratie van zacht baggermateriaal. De DRECO’s vormen een basis voor de toepassing van op de natuur gebaseerde oplossingen (NbS), het her- gebruik en de stabilisatie van zacht sediment en de bouw van een duurzame bescherming van de oevers tegen erosie. Daarnaast worden passende meetinstrumenten en een benadering voor de monitoring van de erosiebescherming uitgewerkt. DEME blijft ook via haar dochter GSR investeren in de duurzame mijnexploitatie in diep water. In april bewees de ‘Patania II’, de diep- zeerobot van GSR, met succes dat hij zich op de zeebodem kon verplaatsen en op 4,5 km diepte polymetaalknollen kon verzamelen. DEME focust sterk op internationale samenwerking, bijvoorbeeld door zich aan te sluiten bij de European Clean Hydrogen Alliance, het Sustainable Ocean Business Action Platform en het Global Partnership for Plastics Action van het World Economic Forum. Als steun voor het interne ondernemerschap werden verscheidene innovatieprogramma’s gestart om enerzijds nieuwe ideeën te verzame- len en anderzijds gerealiseerde initiatieven te belonen. In het volledige innovatieproces is de duurzaamheid een van de evaluatiecriteria. 5.2. RESULTATEN VAN DIT BELEID BIJ CFE CONTRACTING EN BPI REAL ESTATE EEN GEZAMENLIJKE EN MULTIDISCIPLINAIRE AANPAK De reële impact op de belangrijke ESG-thema’s mens, energie, mobiliteit en materialen wordt verzekerd door een gezamenlijke en mul- tidisciplinaire aanpak bij de verschillende entiteiten van CFE Contracting en BPI Real Estate. De duurzaamheid wordt dus al tijdens het ontwerp van de projecten van BPI Real Estate en Wood Shapers in aanmerking genomen en staat ook centraal in de uitvoering van de projecten door de verschillende entiteiten van CFE Contracting. De innovatie en de uitvoering van gezamenlijke acties door de verschillen- de entiteiten versterken de impact. PROEFPROJECTEN VOOR DE MEEST COMPLEXE THEMA’S In verscheidene proefprojecten worden de meest complexe thema’s, zoals het materiaaltransport en de circulaire economie, van nabij gevolgd. Zo wordt de zeer geslaagde proef in België en Luxemburg voor de optimalisatie van de bouwplaatslogistiek door het gebruik van consolidatie- centra in nieuwe projecten herhaald. AMBITIEUZE DOELSTELLINGEN MET DE SBT CFE Contracting heeft zich aangesloten bij de Belgian Alliance for Climate Action. Ze onderschrijft daarmee het initiatief Science Based Targets (SBT). Deze aanpak zal het mogelijk maken om duurzame doelstellingen te valideren die antwoorden op de ambities van de ak- koorden van Parijs. Zo kon CFE Contracting in 2021 haar berekening van de uitstoot van broeikasgassen voor scope 1 en 2 bevestigen en heeft ze haar emis- sies voor scope 3 volledig in kaart gebracht. CFE Contracting heeft haar concrete doelstellingen voor scope 1 en 2 in lijn met de SBT gevalideerd en verbindt zich tot de vermindering tegen 2030 met 40% van haar directe CO 2 -uitstoot (scope 1 en 2) tegenover 2020. Ze beschikt daartoe over verscheidene middelen: de vergroening van haar wagenpark, de optimalisatie van de bouwplaatslogistiek, de mo- nitoring en optimalisatie van het energieverbruik, het gebruik van 100% groene energie op de bouwplaatsen en het rationele beheer van water en grondstoen. 5.2.1. SOCIAAL De mens staat centraal in de bouwprocessen van CFE. CFE is een belangrijke werkgever, zowel direct (3.155 werknemers) als indirect via de verschillende onderaannemers en leveranciers. In 2020 heeft CFE Contracting een campagne voor ‘employer branding’ gelanceerd die het concept ‘Framily’ (family & friends) dat haar kenmerkt in de verf zette. De lialen op mensenmaat en de soliditeit van de groep zijn samen met haar vele vormen van synergie de kracht en de bijzonderheid van CFE. Het aantrekken van nieuwe talenten is een grote uitda- ging voor de groep. HEALTH & SAFETY CFE wenst ook een maximale aandacht te schenken aan de veiligheid en de gezondheid op de werkplek. De ernst en de frequentie van arbeidsongevallen krijgen in elke raad van bestuur bijzondere aandacht. CFE presteert in dit domein beter dan het Belgische sectorgemid- delde. Dat belet niet dat CFE Contracting haar score elk jaar wil verbeteren. In dat opzicht is het beleid voor sensibilisering, voor opleiding en voor preventie een belangrijk instrument. Ook de ‘lean’ methode draagt eraan bij. De bouwplaatsen worden regelmatig bezocht om de naleving van de procedures te controleren. Om rekening te houden met het specieke karakter en het risiconiveau van de verschillende activiteiten van de teams van CFE Contrac- ting zijn specieke doelstellingen bepaald. CFE Contracting gebruikt de ernstgraad (LTIGR) als indicator voor de follow-up van het eect van acties voor de veiligheid. Ze streeft naar een ernstgraad van minder dan 0,4 voor de bouwactiviteiten, een ernstgraad van minder dan 0,5 voor de multitechnische activi- teiten en een ernstgraad van minder dan 0,9 voor de activiteiten van rail & utilities. Al deze doelstellingen moeten tegen 2030 worden bereikt. 116 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN Om dat te doen, wordt voorrang gegeven aan een proactieve aanpak. Een maandelijks dashboard meet de acties op onze bouwplaatsen en hun impact op de frequentie en de ernstgraad van de ongevallen. De veiligheid is de verantwoordelijkheid van elke medewerker en proactieve en constructieve interventies worden sterk aangemoedigd. De HSEQ board (Health, Safety, Environment, Quality) heeft meerdere doelstellingen. Hij wil vooral de strategische doelstellingen van de Groep CFE omzetten in concrete acties en duidelijke prioriteitsplannen. De beslissingen worden geleid door het principe ‘think global, act local’ en mikken op veiligheid voor iedereen, op elk moment. Om zero ongevallen/zero incidenten te bereiken, werkt de board aan de doorlopende verbetering van de processen en het delen van best practices door middel van constructief overleg, met duurzaamheid als rode draad. In 2020 heeft de board een gemeenschappelijke visie en een gemeenschappelijk beleid voor alle entiteiten gedenieerd en een eenvormige rapportage van de HSEQ-statistieken ingevoerd. Dat heeft hem in staat gesteld om in 2021 een strategie op verschillende ni- veaus te ontwikkelen, met name de Awareness Training, een project op lange termijn dat de veiligheidscompetenties van de managers zal verbeteren, en de bewustmaking rond de Life Saving Rules, naast een preventiecampagne over het gebruik van alcohol en drugs. Het welzijn op de bouwplaatsen wordt eveneens concreet gemeten. In het project Tweewaters van MBG werd een proef gehouden met een welzijnsbarometer waarop de werknemers hun beleving kunnen aangeven. FATSOENLIJKE ARBEIDSVOORWAARDEN VOOR IEDEREEN De eerbied voor de mens geldt niet alleen voor onze eigen werknemers, maar ook voor het personeel van de onderaannemers en leveran- ciers. Deze losoe is opgenomen in een integriteitscode die de eerbied voor de rechten van de mens omvat. In deze optiek verlopen de procedures voor de selectie van en de interactie met de onderaannemers schriftelijk. In 2021 werd geen enkele schending van de mensen- rechten vastgesteld. Alle veiligheidsregels gelden natuurlijk niet alleen voor ons eigen personeel, maar ook voor dat van de verschillende onderaannemers of an- dere actoren op onze bouwplaatsen. De naleving van de veiligheidsvoorschriften en van de arbeidsvoorwaarden wordt nauwkeurig gevolgd. De maandelijkse veiligheidsdashboards registreren dus ook de incidenten en ongevallen bij onze onderaannemers of uitzendkrachten. OPLEIDINGEN OP MAAT Ook dit jaar ontvingen de medewerkers van CFE Contracting meer dan 40.000 opleidingsuren. De opleidingen lopen sterk uiteen en heb- ben betrekking op zowel technische onderwerpen als management, veiligheid, talen of IT. CFE Contracting en BPI Real Estate willen het aantal opleidingsuren tegen 2030 verdrievoudigen om tot 5 opleidingsdagen per persoon te komen. In 2021 werden ook gerichte acties ondernomen. Zo lanceerde Van Laere de Van Laere Academy, een volledig programma om het leer- proces van jonge projectleiders te voltooien. 5.2.2. MILIEU Energie, mobiliteit en materialen zijn cruciale uitdagingen voor CFE Contracting en BPI Real Estate. Dankzij de gezamenlijke acties van de verschillende entiteiten op de bouwplaatsen, maar ook en vooral tijdens het ontwerp van de projecten, heeft CFE een zeer grote impact op deze verschillende thema’s. Innoverende nieuwe benaderingen van onze beroepen en nieuwe technologische oplossingen versterken deze ambities. ANDERS GAAN DENKEN OVER MOBILITEIT Het vervoer van personen en materialen heeft een aanzienlijke weerslag op de directe CO 2 -uitstoot. Bijna 65% van de directe CO 2 -uitstoot (scope 1 en 2) is aan het vervoer van de werknemers toe te schrijven. Daarom is een nieuw beleid voor de vergroening van het wagenpark van de verschillende entiteiten ingevoerd. Elektrische voertuigen, alternatieve transportoplossingen (ets, openbaar vervoer ...), vulpercentage van de bestelwagens, vernieuwing van het vrachtwagenpark zijn stuk voor stuk toegepaste oplossingen. Om deze transitie te bevorderen, worden op de verschillende bouwplaat- sen geleidelijk aan elektrische laadpalen geïnstalleerd. CFE Contracting en BPI Real Estate willen de koolstontensiteit van hun vloot tegen 2030 met 40% verlagen. De behoefte aan transport voor materialen en afval herzien, kan eveneens helpen om de impact te verkleinen. De op de verschillende bouwplaatsen toegepaste ‘lean’ bouwprocessen dragen er eveneens toe bij. Sinds 2020 hebben verscheidene bouwplaatsen in België en Luxemburg hun logistiek herzien door met consolidatiecentra te werken. Deze logistieke hubs verminderen het aantal vrachtwagens voor de bevoorrading van de bouwplaatsen in aanzienlijke mate en maken bovendien de leveringsplanning betrouwbaarder. In Brussel worden ook alternatieve leveringswijzen gebruikt, zoals levering via de waterweg. Dat heeft een onmiddellijke impact op de CO 2 -uitstoot. Doorgedreven studies op de bouwplaats Auréa in Luxemburg hebben aangetoond dat het gebruik van logistieke hubs de productie van CO 2 in het materiaaltransport met tot 46% verminderde. Na het succes van de proefpro- jecten wordt deze aanpak in nieuwe projecten in België en Luxemburg overgenomen. In de Luxemburgse projecten wordt zelfs de terugrit van de vrachtwagens geoptimaliseerd, zodat ze bouwafval kunnen meenemen en de sortering, verwerking en recyclage van het afval wor- den vergemakkelijkt. De projecten die BPI Real Estate als Urban Shaper ontwikkelt, liggen door hun aard in het centrum van de stad en houden altijd rekening met een multimodale mobiliteit. Naast de bouwplaatslogistiek en de mobiliteit van haar werknemers ijvert BPI Real Estate ook voor een koolstofvrije mobiliteit voor haar klanten en stedelijke partners. De teams van MOBIX blijven de Belgische spoorwegen renoveren en spelen daarmee een belangrijke rol voor de zachte mobiliteit in Bel- gië. Deze grootschalige werken worden mogelijk gemaakt door de grote expertise van MOBIX en door haar vermogen om totaaloplossin- gen aan te bieden: vernieuwing van de sporen en de signalisatie, elektricatie. JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN RATIONEEL MATERIAALGEBRUIK Volgens studies is de materiaalkeuze een doorslaggevende factor in de analyse van de CO 2 -kosten van een gebouw. Renovatie, het gebruik van kringloopmaterialen of hergebruik zijn oplossingen voor de vermindering van de koolstofvoetafdruk. Ook de keuze van meer duurza- me materialen draagt daar toe bij. CFE Contracting en BPI Real Estate hebben daarom begin 2020 hun knowhow gebundeld om de joint venture Wood Shapers op te rich - ten. De beheersing van de materialen (en in het bijzonder van hout) en van bouwtechnieken voor een geoptimaliseerde structuur staan samen met een geïntegreerde projectvisie centraal in de duurzame benadering van Wood Shapers. In 2021 heeft Wood Shapers samenge- werkt met BPC aan het project Monteco, momenteel het hoogste houten gebouw in het Brussels Gewest. Met haar drie lialen, Van Laere, BPC en VMA, heeft CFE Contracting het project ZIN in de Brusselse Noordwijk opgestart. Dit inno- verende project van meer dan 110.000 m² legt de nadruk op circulariteit. De circulaire benadering begint met het behoud van 65% van de bestaande WTC-torens, wat de hoeveelheid sloopafval en het gebruik van nieuwe bouwmaterialen beperkt. Dit is het eerste project in België dat de circulariteitsprincipes op deze schaal toepast. Concreet zal in totaal 95% van het materiaal worden bewaard, hergebruikt of gerecycleerd en zal 95% van de nieuwe materialen voor de kantoren C2C-gecerticeerd zijn. BPI Real Estate houdt al bij het ontwerp van haar projecten rekening met het hergebruik van materialen. Vooraleer de renovatie of sloop van een oud gebouw begint, wordt een inventaris gemaakt van de materialen of producten die men ter plekke of in andere projecten zou kunnen hergebruiken. Dit jaar kon ongeveer 35.580 ton materialen worden hergebruikt. Het betreft voornamelijk beton dat ter plekke werd hergebruikt voor de bekisting en het wegbed van het project Samaya. Als het project het mogelijk maakt, verkiest BPI Real Estate renoveren boven slopen en herbouwen. Dat betreft dit jaar ongeveer 60.000 m² ter studie, met bouwvergunning in aanvraag, of in uitvoering. Er gaat bijzondere aandacht naar het water dat wij op onze bouwplaatsen verbruiken of oppompen. CFE Contracting verbindt zich ertoe om tegen 2030 geen pompwater meer in de riolering te lozen. In 2021 hebben knappe initiatieven in die zin het licht gezien. Zo kwamen de teams van het project Tweewater in Leuven op het slimme idee om met de brouwerij Stella Artois samen te werken om het pompwater van de bouwplaats te hergebruiken. Meer algemeen wordt het waterverbruik op vele bouwplaatsen gemonitord. Dankzij deze analyse kan men het verbruik optimaliseren en een abnormaal verbruik of lekken detecteren. CFE Contracting heeft zich aangesloten bij het initiatief Co-station. CFE Contracting zal samen met Bemmo, Juunoo en het architecten- bureau Sia een tool ontwikkelen die het opstellen van inventarissen en de circulaire economie ten goede komt. HET ENERGIEVERBRUIK BEPERKEN Een andere aanpak om de CO 2 -productie te beperken, is de vermindering van het energieverbruik van zowel de gebouwen als de bouw- plaatsinstallaties. Het energieverbruik op de bouwplaatsen wordt gemonitord, zodat men het kan optimaliseren, met name door abnormaal oververbruik op te sporen. Het begrip van dit verbruik gaat samen met een betere isolatie van de werfcontainers en met diverse verbeteringsmaatregelen. Op veel bouwplaatsen worden bovendien zonnepanelen geïnstalleerd. CFE Contracting heeft zich ertoe verbonden om tegen 2050 uitsluitend groene stroom te gebruiken op haar bouwplaatsen in België en Luxemburg, en tegen 2030 de koolstontensiteit van haar energieverbruik met 40% te verminderen. Mobix project 118 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN Via haar liaal VEMAS levert CFE Contracting ESCO-diensten met gegarandeerde energieprestaties aan de klanten die het wensen. CFE Contracting lanceerde eind 2021 VMANAGER, een software en app gericht op energiebesparing, het beheer van de energiestromen en meer algemeen het beheer van de gebouwtechnieken. Deze innoverende tool maakt een intelligent en duurzaam beheer mogelijk van nieuwe of gerenoveerde gebouwen. Hij combineert de technische expertise van VMA met intensieve monitoring en tools voor de supervi- sie en controle van de reële energieprestaties. De ontwikkeling van VMANAGER levert in combinatie met de knowhow van VEMAS een totaaloplossing voor het energiebeheer op. In haar vastgoedontwikkelingen streeft BPI Real Estate naar de optimalisatie van het energieverbruik van de gebouwen en het gebruik van verwarmingstechnieken zonder fossiele brandstoen (gas, steenkool en stookolie). Dit jaar voorzien 206.870 m² projecten ter studie of in ontwikkeling warmtekrachtkoppeling, een warmtenet met biomassa/pellets of geothermie. 83.200 m² krijgt een volledig ‘fossil free’ ver- warmingssysteem. De toekomst van groene energie in België kan niet zonder de ontwikkeling van batterijen. Het consortium EStor-Lux (SRIW, Ackermans & van Haaren, CFE, BEWATT, SOCOFE, IDELUX, SOFILUX) is op 9 december 2021 van start gegaan met de volledige commerciële activiteit van het eerste op het Belgische hoogspanningsnet aangesloten park van opslagbatterijen. Met een geïnstalleerd vermogen van 10 MW en een opslagcapaciteit van 20 MWh is dit park van 480 modules met lithium-ionbatterijen, geïnstalleerd in een datacenter van Kyndryl in Bastenaken, de grootste actieve batterijensite van de Benelux in termen van opslagcapaciteit. Het is bovendien een van de eer- ste Europese batterijenparken die langdurig stroom kunnen leveren (120 minuten, dus 2 tot 4 keer meer dan de bestaande systemen). Dit is een beslissend voordeel, want het maakt veel frequentere en langere activeringen mogelijk om het net in evenwicht te houden vooraleer frequentieafwijkingen ontstaan, terwijl de huidige batterijenparken beperkt zijn tot de compensatie van afwijkingen na hun ontstaan. 5.2.3. INNOVATIE CFE Contracting lanceerde eind 2021 haar VMANAGER, gericht op energiebesparing, het beheer van de energiestromen en meer al- gemeen het beheer van de gebouwtechnieken. Deze innoverende tool maakt een intelligent en duurzaam beheer mogelijk van nieuwe of gerenoveerde gebouwen. Hij combineert de technische expertise van VMA met intensieve monitoring en tools voor de supervisie en con- trole van de reële energieprestaties. VMANAGER is dus een geïntegreerde oplossing, een combinatie van: • VMANAGER Connect: een digitale ‘stekkerdoos’ die alle technische installaties van uw gebouw met elkaar verbindt. • VMANAGER Performance, dat speciek gericht is op energiebesparing en energiebeheer in nieuwbouw en bestaande gebouwen. De innovatie impliceert ook samenwerkingen met universiteiten en onderzoekscentra. Zo werden de proefprojecten voor de logistieke hubs gevolgd door het WTCB, de VUB en de Confederatie van de Bouw in België en door LIST in Luxemburg. BPI Real Estate en CFE Contracting hebben met het initiatief Co-station samengewerkt om innovatieve oplossingen voor smart building en de circulaire economie te ontwikkelen. CFE blijft voor VEMAS samenwerken met VITO. Ze steunt dit onafhankelijke onderzoeksorganisme dat zich tot doel stelt om duurzaam- heid de norm te maken in onze maatschappij, door globale projecten te ontwikkelen die de ecologische transitie met behulp van technolo- gische innovaties bevorderen. Deze benadering reikt concrete antwoorden aan, maar legt ook de nadruk op het delen van kennis en op de synergie tussen de privésector en de onderzoekswereld. ZIN Brussel JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 119 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN Ook intern wordt kennis gedeeld. Elk bedrijf van CFE Contracting bezit een solide kennisbasis. Maar elke entiteit bouwt die op haar eigen manier op. Daarom is het Digitalization & Innovation Board op het idee gekomen om een zoekpagina aan te bieden waar men de experti- se en gegevens vlot en transversaal kan delen. Dit platform heet Search-it. 5.2.4. GOVERNANCE Een Corporate Governance Charter met concrete en begrijpelijke procedures moet de grootst mogelijk impact op de werking garanderen. In 2021 werden het corporate governance charter en alle cruciale beleidslijnen en procedures door zowel CFE als CFE Contracting geüp- datet. Charters deniëren de structuur van CFE Contracting en BPI Real Estate, de rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende raden en comités, en de minimale toepasselijke procedures. Vervolgens worden ze in een reeks interne beleidslijnen uitgewerkt. Het beleid voor de eerbiediging van de mensenrechten en dat voor de bestrijding van fraude en corruptie verdienen een bijzondere ver- melding. EERBIEDIGING VAN DE MENSENRECHTEN De eerbiediging van de mensenrechten is een van de fundamentele waarden die aan de basis liggen van het algemene beleid van de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling. Deze eerbied komt tot uiting in een geformuleerd beleid met een speciek op de integriteit van de medewerkers gerichte gedragscode, die het algemene kader vormt waarvan de toepassing door individuele informatie en interne audits wordt verzekerd. In de aanwerving, maar ook in bijvoorbeeld de dagelijkse werkrelaties en de opportuniteiten voor opleiding, interne mobiliteit of promotie, is elke discriminatie op grond van gender, leeftijd, nationaliteit, afkomst, overtuiging of handicap verboden. Het algemene beleid omvat ook de eerbiediging van de wetten met betrekking tot de privacy van de medewerkers, wat in de dochterondernemingen tot uiting komt in maatregelen op het vlak van de informatica om de veiligheid van de persoonsgegevens van de medewerkers te verzekeren. Dit algemene beleid wordt ook weerspiegeld in de contractuele bepalingen met de onderaannemers, bepalingen die de eerbiediging van de wetten met betrekking tot de mensenrechten eisen. Bij de selectie van buitenlandse onderaannemers voeren wij de vereiste controles uit, bijvoorbeeld inzake de sociale zekerheid en de betaling van het minimumloon. De polen Contracting en Vastgoedontwikkeling hebben tot op heden geen enkele inbreuk op hun mensenrechtenbeleid vastgesteld. BESTRIJDING VAN FRAUDE EN CORRUPTIE De door CFE opgestelde anticorruptiecode, die in 2021 werd bijgewerkt, richt zich tot alle medewerkers, ongeacht hun functie. Ze ver- klaart duidelijk dat elke vorm van corruptie of corrupte praktijken, direct of indirect, verboden is, zowel op het niveau van de onderne- mingen als op dat van de natuurlijke personen. Om de eectiviteit en het goede begrip van de uitgevaardigde ethische regels te verzekeren, geeft de code concrete details met betrekking tot in commerciële betrekkingen courante gewoonten, zoals voordelen, geschenken, voor- rechten en blijken van gastvrijheid: ze preciseert wat wel en niet toegelaten is, de grenzen die men moet respecteren enzovoort, rekening houdend met de nationale (van België en/of het betrokken buitenland) en de internationale reglementeringen. Het engagement van de dochterondernemingen en hun medewerkers, het ethische besef en de wil om in een geest van samenwerking en vertrouwen te werken, samen met de invoering van een aantal interne procedures die de mogelijkheid van fraude en corruptie beperken, zijn stuk voor stuk ele- menten die een goede naleving van de bepalingen tegen fraude en corruptie hebben verzekerd. CFE Contracting heeft in 2020 en 2021 haar inspanningen verdubbeld om haar operationele personeel op te leiden in de kennis en het begrip van de sociale wetgeving. Zo ont- vingen meer dan 450 operationele medewerkers van de verschillende dochterondernemingen van CFE Contracting een opleiding ‘Best Practices: contract management & social law’ om een goed begrip van de toepasselijke reglementering inzake contracten en sociale wetten te verzekeren. INTERNE AUDIT De cel interne audit onderwerpt elke entiteit regelmatig aan een analyse van de risico’s en de procedures. De interne audit is een onafhan- kelijke functie met als belangrijkste opdracht de ondersteuning en begeleiding van het management voor een betere beheersing van de risico’s. De interne audit rapporteert functioneel aan het Auditcomité van CFE, door het jaarlijkse auditplan, de belangrijkste resultaten van de uitgevoerde audits en een follow-up van de actieplannen voor te leggen. Indien nodig kunnen bijkomende opdrachten worden uitgevoerd op verzoek van het Auditcomité of het Executief Comité van CFE Contracting. 120 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN 6. NIET-FINANCIËLE KRITISCHE PRESTATIE-INDICATOREN (KPI’S) De denitie, de verzameling en de analyse van KPI’s maken integraal deel uit van de duurzaamheidsstrategie van CFE. Voor elk thema met hoge materialiteit werd ten minste één KPI gekozen. Voor sommige meer complexe thema’s, zoals het transport, werd de voorkeur ge- geven aan de analyse van proefprojecten. De analyse en de regelmatige follow-up van al deze KPI’s aan de hand van specieke dashboards maken een nauwkeurige validatie van de toegepaste actieplannen mogelijk. De kwaliteit van de verzamelde gegevens wordt elk jaar kritisch geanalyseerd met het oog op haar doorlopende verbetering. 6.1. BELANGRIJKSTE CIJFERS EN DUURZAAMHEIDSAMBITIE 6.1.1. BIJ DEME De duurzame thema’s met hoge materialiteit van DEME zijn ‘Climate & energy’, ‘Innovation’, ‘Ethical Business’ en ‘Health, Safety & wellbeing’. Voor deze thema’s zijn strategische KPI’s en concrete streefdoelen bepaald. KPI Unit 2020 2021 Target 2030 Climate & Energy Koolstofvoetafdruk BKG-emissies scope 1 en 2 (wereldwijd) (1) Ton CO 2 -eq 660.000 832.800 De BKG-emissies (scope 1 en 2) tegen 2030 met 40% verminderen (tegenover het referentiejaar 2008) Innovation Duurzame innovatie Goedgekeurde innovatie-initiatieven (2) # 18 14 De aanvaarding verzekeren van duurzaamheid als onderdeel van elke uitdaging in elke innovatiecampagne Ethical Business Bewustmaking inzake compliance Percentage van het personeel dat een opleiding over compliance heeft ontvangen % 97 99 Zich ervan verzekeren dat elke medewerker frequente opleidingen voor ethische bewustmaking heeft gevolgd Health, Safety & Wellbeing Frequentiegraad LTIFR (3) Ratio 0,19 0,19 ≤ 0,2 (1) Bepaald op basis van de protocollen over de broeikasgassen en de norm GRI 305 Emissies. (2) Het totale aantal goedgekeurde innovatie-initiatieven na de innovatiecampagnes van DEME tijdens de rapportageperiode. (3) De frequentiegraad is het aantal incidenten met verwonding die tot meer dan een dag werkverlet per team hebben geleid (de dag van het incident niet meegerekend) en de dodelijke ongevallen, gedeeld door het aantal gepresteerde werkuren maal 200.000. Ziekte, incidenten die geen verband houden met het werk en verkeersincidenten worden niet meegeteld. De totale CO 2 -uitstoot van DEME (scope 1 en 2) is in 2021 gestegen naar 833 kt CO 2 -eq., tegenover 660 kt CO 2 -eq in 2020. De toename van de uitstoot is vooral het gevolg van een grotere benutting van de schepen in 2021. Het gebruik van de schepen lag ongeveer 15% ho- ger dan vorig jaar. 6.1.2. BIJ CFE CONTRACTING EN BPI REAL ESTATE De belangrijkste duurzaamheidsonderwerpen voor CFE Contracting en BPI Real Estate zijn mens, mobiliteit, energie en grondstoen. Dit heeft zowel betrekking op de ontwikkeling van de projecten van BPI Real Estate als op de uitvoering van de werken door de teams van CFE Contracting. Voor deze thema’s zijn strategische KPI’s en concrete streefdoelen bepaald. KPI Unit 2020 2021 Target 2030 People Veiligheid Ernstgraad (1) Ratio 0,61 0,69 SrConstr < 0,4 SrMultitech <0,5 SrRail&utilities < 0,9 Opleidingen Aantal opleidingsdagen per werknemer (2) d/VTE 1,75 1,65 5 Mobility Directe CO 2 -uitstoot (scope 1 en 2) Koolstofintensiteit (3) Ton CO 2 /k€ 19,4 15,9 11,63 (daling met 40% tegenover de waarden van 2020) Energy Groene energie Verhouding groene energie (4) % 40,09 54,9 100% Materials Hergebruik van materialen Ton in de projecten hergebruikte materialen (5) Ton - 35.580 te bevestigen Rationeel watergebruik Percentage hergebruikt pompwater (6) % - - 100% (1) Ernstgraad = aantal kalenderdagen afwezigheid x 1.000 gedeeld door het aantal gewerkte uren. Gelet op de speciciteit van de beroepen werden verschillende doelstellingen bepaald voor bouw, multitechnieken en rail. Deze doelstelling komt overeen met een vermindering met 50% tegenover de Belgische sectorgemiddelden in 2020. (2) Het aantal opleidingsdagen per werknemer wordt berekend met een hypothese van 8 werkuren per dag. De doelstelling is ten minste vijf opleidingsdagen (alle categorieën samen) per medewerker. (3) De koolstontensiteit wordt berekend door de hoeveelheid CO2 scope 1 en 2 die CFE Contracting en BPI Real Estate produceren, te delen door de omzet van in het voorbije jaar. De doelstelling is dus de verlaging van deze koolstontensiteit met 40% tegen 2030 tegenover de gegevens van het referentiejaar 2020. (4) De verhouding groene energie is de ratio tussen de groene energie en de totale verbruikte energie (op de bouwplaatsen en in de verschillende maatschappelijke zetels). * De doelstelling van 100% is voor 2025 bepaald. (5) In dit stadium betreft het de kwanticering van het gewicht aan hergebruikte materialen in de projecten van BPI Real Estate. De doelstelling en de horizon om ze te bereiken, moeten nog worden bepaald. (6) Het pompwater van de bouwplaatsen wordt momenteel vaak rechtstreeks in de riolering geloosd. CFE Contracting heeft de ambitie om geen pompwater meer in de riolering te lozen en dus een manier te vinden om 100% van het pompwater te hergebruiken. Deze gegevens zullen vanaf 2022 worden gemonitord. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 121 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN 6.2. HRINDICATOREN VAN DE GROEP CFE De medewerkers zijn de grootste waarde van een onderneming. De teams van Human Resources staan doorlopend voor de uitdaging om gezonde, ontplooide en voldoende opgeleide medewerkers te vinden. Ze kunnen deze elementen dankzij verscheidene kritische presta- tie-indicatoren zorgvuldig volgen. Aantal medewerkers per pool CFE Contracting & BPI Real Estate DEME Totaal 2019 3.276 5.134 8.410 2020 3.250 4.976 8.226 2021 3.137 5.090 8.227 Aantal medewerkers volgens statuut 2021 Arbeiders Bedienden Totaal CFE 1.620 1.517 3.137 DEME 2.201 2.889 5.090 Totaal 3.821 4.406 8.227 Aantal medewerkers per type contract Arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur Arbeidsovereen komst van bepaalde duur Alternerend leren Totaal 2019 8.065 334 11 8.410 2020 7.895 327 4 8.226 2021 7.953 261 13 8.227 Leeftijdspiramide 2019 2020 2021 < 25 380 331 324 26-30 1.165 1.086 1.026 31-35 1.242 1.213 1.269 36-40 1.250 1.267 1.285 41-45 1.176 1.147 1.113 46-50 973 974 994 51-55 1.026 1.025 987 56-60 785 773 833 > 60 413 410 396 Anciënniteit 2019 2020 2021 <1 912 648 1.019 1-5 2.928 3.034 2.701 6-10 1.509 1.508 1.519 11-15 1.352 1.327 1.309 16-20 685 637 636 21-25 344 409 400 >25 680 663 643 122 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN Aantal mannen/vrouwen Bedienden (M) Bedienden (V) Arbeiders Arbeidsters % mannen % vrouwen 2019 3.289 1.115 3.934 72 85,9% 14,1% 2020 3.106 1.132 3.916 72 85,4% 14,6% 2021 3.201 1.156 3.809 61 85,2% 14,8% Opleidingen In aantal uren per aard van de opleiding Totaal 2019 Totaal 2020 Totaal 2020 Mannen Vrouwen Technieken 68.119 38.020 59.315 57.738 1.577 Hygiëne en veiligheid 60.580 44.919 63.446 61.620 1.826 Milieu 907 1.022 526 502 24 Management 17.129 6.953 12.967 12.194 773 Informatica 17.656 12.445 84.578 84.137 441 Adm/Boekh/Beheer/Jur. 14.039 12.001 23.401 22.000 1.401 Talen 8.598 6.498 8.570 7.730 840 Mix 310 8.128 244 117 127 Overige 13.247 14.342 7.392 7.041 351 Totaal 200.585 144.328 260.439 253.079 7.360 Aantal uren per VTE 23,9 17,5 31,7 Aantal dagen per VTE (op basis van 8 u./dag) 3,0 2,2 4,0 Absenteïsme 2019 2020 2021 Aantal dagen afwezigheid wegens ziekte 90,498 68,312 87,216 Aantal dagen afwezigheid wegens arbeidsongeval 6,957 4,203 3,533 Aantal dagen afwezigheid wegens ongeval op de weg naar/van het werk 122 256 264 Aantal dagen afwezigheid wegens beroepsziekte 0 0 0 Aantal gewerkte dagen 1.802.571 1.805.789 1.869.756 Afwezigheidsgraad 5,41% 4,03% 4,87% Alle HR-indicatoren zijn in de voorbije drie jaar relatief stabiel gebleven, wat na de Covid-periodes opmerkelijk is. In het bijzonder bij de opleidingen zien we een mooie evolutie, die zelfs de pre-covidwaarden overtreft. 6.3. KRITISCHE PRESTATIEINDICATOREN VOOR DEME Na de materialiteitsoefening, zoals beschreven in hoofdstuk [4.2.2], werden de onderwerpen met hoge materialiteit voor DEME in vier thema’s verzameld: • Climate & Energy (E) • Health, safety & wellbeing (S) • Ethical Business (G) • Sustainable Innovation (I) De kritische prestatie-indicatoren en de doelstellingen van DEME worden beschreven in hoofdstuk 6.1.1. Enkele aanvullende KPI’s die een volledige follow-up van de evolutie van deze thema’s mogelijk maken, worden behandeld in 6.3.1. De ESG-thema’s met gemiddelde materialiteit: • Natural capital (E) • Waste & resources management (E) • Diversity & opportunity (S) • Local communities (S) hebben eveneens hun eigen KPI’s, beschreven in hoofdstuk 6.3.2 6.3.1. KPI’S VOOR DE ESGONDERWERPEN MET HOGE MATERIALITEIT 6.3.1.1. KPI’s voor het milieu Klimaat en energie is als thema met hoge materialiteit gekozen. Dit thema kan vanuit de invalshoek van EXCEL en EXPLORE worden benaderd. Zo zal men de afname van de productie van CO 2 in de activiteiten van DEME meten, evenals de evolutie van de productie van groene energie, in het bijzonder via de installatie van oshore windturbines. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 123 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN DEME volgt het Greenhouse Gas Protocol en meldt haar uitstoot van broeikasgassen volgens de operationele benadering van de drie scopes: SCOPE 1 De directe uitstoot van broeikasgassen (BKG) houdt verband met het gebruik van fossiele brandstoen. Het betreft uitsluitend aangekochte fossiele brandstoen die in de eigen installaties, machines en schepen of in de eigen projecten worden gebruikt. Deze scope 1 omvat ook de in de eigen elektriciteitsgeneratoren gebruikte brandstof. SCOPE 2 De indirecte uitstoot van broeikasgassen (BKG) houdt verband met het gebruik van aangekochte elektriciteit. De elektriciteit die de onder- nemingen aankopen, is vaak afkomstig uit zowel hernieuwbare als niet-hernieuwbare bronnen. Slechts wanneer de hoeveelheid energie die een bedrijf aankoopt uitdrukkelijk contractueel vastgelegd is, kan men die in de twee delen splitsen. In het andere geval kan men de eec- tief ontvangen hoeveelheid hernieuwbare energie niet nauwkeurig kennen. Dit verslag geeft dus geen uitsplitsing in dit opzicht. SCOPE 3 Dit betreft de andere indirecte uitstoot van broeikasgassen. Deze uitstoot is het gevolg van de activiteiten van DEME, maar is afkomstig van bronnen die DEME niet controleert en waarvan ze niet de eigenaar is. In dit geval hebben de verzamelde gegevens uitsluitend betrek- king op uitstoot in verband met vliegreizen. DDEME neemt de uitstoot van koolstofdioxide (CO 2 ), stikstofprotoxide (N 2 O) en methaan (CH 4 ) op in haar koolstofvoetafdruk. De mondi- ale metingen en de metingen voor België en Nederland worden afzonderlijk geanalyseerd. DEME gebruikt, uitsluitend voor Nederland en België, specieke emissiefactoren volgens de CO 2 -prestatieschaal (https://www.co2emissiefactoren.nl). Voor de mondiale uitstoot van broeikasgassen van DEME worden twee types emissiefactoren gebruikt: • In de selectie van de emissie- of conversiefactoren gebruikt men voor de schepen de sectorale emissiefactoren van de IMO. • Voor alle andere uitrustingen gebruikt men de mondiale emissiefactoren van het DEFRA (het Britse ministerie van milieu, voeding en landbouwaangelegenheden). BROEIKASGASSEN SCOPE 123 DEME DEME (wereldwijd) Eenheid 2019 2020 2021 GHG(CO 2 +N 2 O+CH 4 )-uitstoot (scope 1) Ton CO 2 -eq. 676.000 659.000 832.000 GHG(CO 2 +N 2 O+CH 4 )-uitstoot (scope 2) Ton CO 2 -eq. 5.000 1.000 800 GHG(CO 2 +N 2 O+CH 4 )-uitstoot (scope 3) Ton CO 2 -eq. 12.000 10.000 11.000 CO 2 -uitstoot (scope 1, 2 & 3) Ton CO 2 -eq. 693.000 670.000 843.800 CO 2 UITSTOOT BE + NL (VOLGENS DE CO 2 PRESTATIELADDER) DEME België + Nederland Eenheid 2019 2020 2021 GHG(CO 2 +N 2 O+CH 4 )-uitstoot (scope 1) Ton CO 2 148.773 191.000 133.000 GHG(CO 2 +N 2 O+CH 4 )-uitstoot (scope 2) Ton CO 2 7.796 2.000 700 CO 2 -uitstoot (scope 1, 2 & 3) Ton CO 2 156.569 193.000 133.700 SPECIFIEKE DOELSTELLINGEN VOOR DE VERMINDERING VAN CO 2 DEME heeft specieke verbeteringsprogramma’s om de milieu-impact tijdens de uitvoering van de projecten verder te beperken. Specie- ke programma’s mikken op de verdere reductie van de uitstoot van broeikasgassen die aan de klimaatverandering bijdragen, en van andere verontreinigende stoen die de lokale luchtkwaliteit aantasten. DEME wil tegen 2030 haar uitstoot van broeikasgassen met 40% verlagen tegenover 2008, het jaar dat de Internatio- nale Maritieme Organisatie (IMO) als referentie heeft gekozen. DEME wil tegen 2050 een klimaatneutrale onderne- ming zijn. Aangezien meer dan 90% van de uitstoot van broeikasgassen kan worden toegeschreven aan het brandstofverbruik van schepen, voert DEME hiervoor een meerjareninvesteringsplan uit, waarbij het zijn nieuwe vloot voorziet van de meest geavanceerde technologie op vlak van brandstof. Om dit te bereiken vertrouwt DEME op besparingen op het brandstofverbruik en het gebruik van emissiearme brandstof- fen zoals LNG, biodiesel en toekomstige groene brandstoen die waterstof bevatten, zoals groene methanol of groene waterstof. Daar- naast werkt DEME continu aan de verbetering van de energie-eciëntie van de volledige vloot door middel van verschillende technologi- sche maatregelen, zoals systemen voor de recuperatie van de warmte van restgassen voor de opwekking van elektrische energie. De nadruk ligt ook doorlopend op de optimalisatie van de processen en de verbetering van de productiviteit. Tot slot heeft DEME zich in 2020 ook ingespannen om de registratie van haar energiegegevens verder te optimaliseren, een geïntegreerde gegevensstructuur in te voeren en de nodige monitoringtools te ontwikkelen. 124 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN De evolutie van het windpark (in het bijzonder de oshore parken) en de productie van groene energie is eveneens opmerkelijk. Eenheid 2019 2020 2021 # MW geïnstalleerde windturbines MW 1.057 1.477 2.378 6.3.1.2. Sociale KPI’s Bij de sociale of maatschappelijke thema’s heeft DEME het thema ‘Health, Safety & wellbeing’ gekozen. De frequentiegraad en de ernstgraad zijn de internationaal erkende indicatoren voor de analyse van de veiligheid. Veiligheid voor DEME 2019 2020 2021 Sector- gemiddelde * Frequentiegraad 0,24 0,19 0,19 4,23 Ernstgraad 0,097 0,04 0,07 0,75 * Sectorgemiddelde 2020, bron: fedris.be (NACE-codes 08.12, 39, 42.13, 42.911 en 42.919) Frequentiegraad DEME = aantal ongevallen met arbeidsongeschiktheid (wereldwijd) vermenigvuldigd met 200.000 en gedeeld door het aantal gewerkte uren Ernstgraad DEME = aantal kalenderdagen afwezigheid (wereldwijd) x 1000 en gedeeld door het aantal gewerkte uren DEME heeft een dashboard voor de veiligheid ontwikkeld dat niet alleen rekening houdt met de frequentie- en ernstgraad die in punt 6.2.1 worden behandeld, maar ook met de deelname aan toolboxmeetings, het aantal incidenten, het aantal tijdig gemelde incidenten enz. Deze informatie wordt weergegeven in de onderstaande tabel. Een volledig verslag over het veiligheidsbeleid is beschikbaar op de site van DEME (https://www.deme-group.com/publications). Naam van de KPI Definitie van de KPI Eenheid 2019 2020 2021 HIPO-incidenten Een HIPO-incident (high potential) is een incident met mogelijk ernstige gevolgen voor de kwaliteit, de gezondheid, de veiligheid of het milieu. Dit omvat ook incidenten bij derden, zoals onderaannemers, klanten of partners in joint ventures. # 406 262 258 Deelname aan toolboxes Het personeel/de bemanning van alle projecten, schepen en kantoren moet ten minste eenmaal per week aan een toolboxmeeting deelnemen. De toolboxmeetings omvatten de veiligheidsmomentdag, de veiligheidsvergadering van het schip/project en een voorbereidende vergadering voor het werk begint. # 447.137 345.312 283.684 Tijdig gemelde incidenten Alle incidenten met schade, bijna-ongelukken/gevaarlijke situaties en klachten/niet-conformiteiten moeten binnen 24 uur in IMPACT worden gemeld. # 1.174 1.181 1.272 Tijdig afgesloten acties Alle acties die voortvloeien uit incidenten & onderzoeken, audits, managementbeoordelingen en jaaractieplannen moeten binnen de gestelde termijn worden afgesloten. # 1.218 1.394 2.260 Observaties Het personeel/de bemanning van alle projecten, schepen en kantoren moet ten minste 3 observaties per jaar invullen/voltooien. # 23.191 17.133 12.117 Inspecties De volgende functies moeten QHSE-S-inspecties uitvoeren: • Functies van supervisor tot projectleider voeren elk 1 inspectie per maand van het project uit. • Het scheepsmanagement (gezagvoerder, eerste machinist) voert 1 inspectie per maand aan boord uit. # 14.605 11.593 9.645 Onderzoeken van incidenten Alle incidenten die volgens de procedure voor incidentbeheer van DEME een onderzoek vereisen, moeten worden onderzocht. # 381 379 2.869 Al deze KPI’s zijn op interne richtlijnen gebaseerd. Alle indicatoren staan in het groen. Deze uitstekende resultaten zijn te danken aan een ernstig veiligheidsbeleid. Let ook op de zeer positie- ve evolutie van de proactieve analyses (bijvoorbeeld analyse van incidenten en inachtneming van incidenten). 6.3.1.3. KPI’s voor de governance Deze KPI’s en hun doelstellingen worden beschreven in hoofdstuk 6.1.1. Deze KPI’s zijn zeer goed en stabiel gebleven. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 125 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN 6.3.2. OVERIGE KPI’S THEMA MET GEMIDDELDE MATERIALITEIT:  NATURAL CAPITAL (E) Als meting van de aandacht voor de bescherming van het natuurlijke kapitaal registreert DEME het aantal jaarlijks goedgekeurde groene initiatieven. DEME wil ten minste één groen initiatief implementeren voor elk project met een duur van meer dan 3 maanden. Naam van de KPI Definitie van de KPI Eenheid 2019 2020 2021 Totaal aantal goedgekeurde groene initiatieven Een ‘groen initiatief’ is elk initiatief, elke wijziging of aanpassing van een proces, uitrusting of installatie dat de milieu-impact van het project verkleint. # 105 128 125 THEMA MET GEMIDDELDE MATERIALITEIT:  WASTE AND RESOURCE MANAGEMENT (E) Sommige ‘groene initiatieven’ hebben speciek betrekking op het beheer van de hulpbronnen en het hergebruik van materialen. Naam van de KPI Definitie van de KPI Eenheid 2019 2020 2021 Goedgekeurde groene initiatieven voor een slim gebruik van natuurlijke hulpbronnen Een ‘groen initiatief’ is elk initiatief, elke wijziging of aanpassing van een proces, uitrusting of installatie dat de milieu-impact van het project verkleint. # NC 35 15 Goedgekeurde groene initiatieven voor het vermijden en het hergebruik van afval Een ‘groen initiatief’ is elk initiatief, elke wijziging of aanpassing van een proces, uitrusting of installatie dat de milieu-impact van het project verkleint. # NC 12 36 THEMA MET GEMIDDELDE MATERIALITEIT: DIVERSITY & OPPORTUNITY (S) De indicatoren voor het aantal opleidingsuren en de verdeling tussen mannen/vrouwen (en andere HR-verdelingen van de medewerkers) werden reeds vermeld in punt 6.2. Wat het aantal werknemers, mannen/vrouwen betreft, wil DEME alle medewerkers gelijke kansen bieden op het vlak van de interne mo- biliteit en hen actief in dat proces begeleiden en sturen. In 2019 werd een nieuwe prestatie-indicator voor de prestaties en de loopbaanontwikkeling ingevoerd. Hij weerspiegelt de participatie aan het programma voor prestatiemeting ‘Time To’, een grootschalige op de competenties gebaseerde prestatietool. De managers gebruiken deze tool voor de follow-up en evaluatie van alle doelstellingen in verband met de prestaties en de ontwikkeling van onder meer technische en managementcompetenties. Wij hebben in 2020 de uitrol van dit programma voortgezet en het uitgebreid naar de bemanningen. Om de persoonlijke en professionele ontwikkeling van alle medewerkers te steunen, biedt DEME een intern digitaal opleidingsplatform aan, ‘My Learning’, met meer dan 600 verschillende opleidingen die elke medewerker in staat stellen om een leertraject op maat te vinden of samen te stellen. Naam van de KPI Definitie van de KPI Eenheid 2019 2020 2021 Prestatie en loopbaanontwikkeling Deelname aan het programma voor prestatiemeting Time To van al het personeel en alle bemanningen tijdens de verslagperiode % (1) TIMETOSTAFF = 85 (2) TIMETOCREW = 70 (1) TIMETOSTAFF = 86 (2) TIMETOCREW = 80 (1) TIMETOSTAFF = 71 (2) TIMETOCREW = 73 DEME is in veel landen actief en werkt met mensen uit alle landen. Ze telt ongeveer 80 verschillende nationaliteiten. Dit cijfer is in de voorbije drie jaar stabiel gebleven. Naam van de KPI Definitie van de KPI Eenheid 2019 2020 2021 Aantal nationaliteiten Het totale aantal nationaliteiten bij de vaste werknemers van de organisatie op 31 december. # 82 80 80 THEMA MET LAGE MATERIALITEIT: LOCAL COMMUNITIES (S) In lijn met haar ambities om een op lange termijn duurzame onderneming tot stand te brengen, knoopt DEME door middel van raad- pleging, engagement en participatie samenwerkingsrelaties met de lokale gemeenschappen aan. Veel van deze initiatieven gaan uit van de medewerkers, die vaak jarenlang ter plekke actief zijn en steun en samenwerking verlenen aan de lokale liefdadige organisaties van de gemeenschappen waar ze wonen en werken. Er is geen specieke KPI voor dit thema, maar DEME streeft naar: • De ondersteuning van een grote variëteit van sociale projecten wereldwijd. • De bevordering van de inzet van de medewerkers ten gunste van participatie in de gemeenschap. 126 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN 6.4. KRITISCHE PRESTATIEINDICATOREN VOOR CFE CONTRACTING EN BPI REAL ESTATE Na de materialiteitsoefening, zoals beschreven in hoofdstuk [4.3.2], werden de onderwerpen met hoge materialiteit voor CFE Contracting en BPI Real Estate in vier thema’s verzameld: • People (S) • Mobility (E) • Energy (E) • Materials (E) Waaraan men Governance en Innovation kan toevoegen. De kritische prestatie-indicatoren en de doelstellingen worden beschreven in hoofdstuk 6.1.2. Enkele aanvullende KPI’s die een volledige follow-up van de evolutie van deze thema’s mogelijk maken, worden behandeld in 6.3.1. 6.4.1. KPI’S VOOR DE ESGONDERWERPEN MET HOGE MATERIALITEIT 6.4.1.1. KPI’s voor het milieu Voor CFE Contracting en BPI REal Estate is het thema klimaat en energie van cruciaal belang. Zo zal men de afname van de productie van CO 2 in de activiteiten van CFE Contracting en BPI Real Estate meten. Dit heeft betrekking op scopes 1 en 2 van de benadering van het Greenhouse Gas Protocol: SCOPE 1 De directe uitstoot van broeikasgassen (BKG) houdt verband met het gebruik van fossiele brandstoen. Alleen de productie van CO 2 wordt in aanmerking genomen, de andere uitstoot van broeikasgassen wordt buiten beschouwing gelaten. Het betreft uitsluitend aangekochte fossiele brandstoen die in de eigen installaties, machines en vloot of in de eigen projecten worden gebruikt. Deze scope 1 omvat ook de in de eigen elektriciteitsgeneratoren gebruikte brandstof. SCOPE 2 De indirecte uitstoot van broeikasgassen (BKG) houdt verband met het gebruik van aangekochte elektriciteit. Alleen de productie van CO 2 wordt in aanmerking genomen, de andere uitstoot van broeikasgassen wordt buiten beschouwing gelaten. De elektriciteit die de onderne- mingen aankopen, is vaak afkomstig uit zowel hernieuwbare als niet-hernieuwbare bronnen. Slechts wanneer de hoeveelheid energie die een bedrijf aankoopt uitdrukkelijk contractueel vastgelegd is, kan men die in de twee delen splitsen. In het andere geval kan men de eec- tief ontvangen hoeveelheid hernieuwbare energie niet nauwkeurig kennen. Dit verslag geeft dus geen uitsplitsing in dit opzicht. Voor CFE Contracting en BPI Real Estate wordt de koolstofbalansmethode van het ADEME gebruikt. Eenheid 2019 2020 2021 CO 2 -uitstoot scope 1 Ton CO 2 14.754,00 15.812,22 14.569,75 CO 2 -uitstoot scope 2 Ton CO 2 3.063,00 1.871,57 1.919,06 CO 2 -uitstoot scope 1+2 Ton CO 2 17.817,00 17.683,78 16.488,81 We stellen in het algemeen vast dat de CO 2 -uitstoot van de bouwbedrijven van CFE Contracting bijzonder wordt beïnvloed door het type bouwplaats en uitgevoerde werken in de loop van het jaar. Vooral bouwplaatsen met omvangrijke ruwbouwwerken vereisen een groot verbruik van elektriciteit en diesel voor de werking van de bouwmachines en de kranen. Bouwplaatsen en afwerkingen in de winterperiode vereisen dan weer een grote inbreng van energie voor de verwarming en het drogen van de gebouwen. Het verbruik van de voertuigen zal eveneens sterk worden beïnvloed door de afstand woning-werk. Al deze elementen variëren sterk van jaar tot jaar. Uit de analyse van deze KPI’s blijkt een lichte overschatting van de CO 2 -uitstoot in het jaarverslag van 2020. Deze overschatting is niet materieel en vereist geen wezenlijke correctie van de in het verleden meegedeelde cijfers. Het belangrijkste was de zekerheid dat men in de rapportage 2021 met een solide basis zou werken, wat door externe consultants bevestigd is. CFE Contracting en BPI Real Estate hebben dit jaar aan scope 3 gewerkt. Voor CFE Contracting betreft dit het in kaart brengen van scope 3, om de grootste bronnen voor de productie van beton te identiceren en een eerste gekwanticeerde raming voor deze scope te maken. Voor BPI Real Estate betreft het de ontwikkeling van een tool om rekening te houden met de CO 2 -uitstoot van het ontwerp van de gebouwen en om de koolstofvoetafdruk van de huidige portfolio te beoordelen. Deze tool zal duurzame keuzes vanaf de ontwerpfase ver- gemakkelijken. LCA’s (Life Cycle Assessment) zijn ook uitgevoerd op emblematische BPI Real Estate-projecten en zullen geleidelijk worden veralgemeend, vooral in het kader van de Europese taxonomie. KPI’s voor de mobiliteit In dit stadium is er geen KPI voor het transport van materialen, ook al is dit een onderwerp met hoge materialiteit. Om een totaalbeeld van de problematiek op de schaal van een project te krijgen, heeft men voor proefprojecten met logistieke consolidatiecentra gekozen. De eerste resultaten zijn zeer bemoedigend, want een zeer gedetailleerde studie in Luxemburg toont een theoretische vermindering van de CO 2 -uitstoot van het materiaaltransport met 46%, dankzij de optimalisatie en het gebruik van een consolidatiecentrum. Het hergebruik van sloopmateriaal op de bouwplaats is ook een piste die bij BPI Real Estate wordt onderzocht om de omzet van vrachtwagens met afval te verminderen. Het werd in 2021 geïmplementeerd op de Samaya-site. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 127 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN Wat de mobiliteit van de bedienden en arbeiders van CFE Contracting en BPI Real Estate betreft, wordt het verbruik van de voertuigen (auto’s, bestelwagens en vrachtwagens) gemeten. Deze metingen worden ook omgezet in CO 2 in de globale berekening voor scope 1 + 2. Wagenpark Eenheid 2.020 2.021 Diesel - Auto Liter 2.755.474 3.155.234 Hybride - Auto Liter 1.870 7.168 Loodvrij - Auto Liter 287.367 384.526 Diesel - Vrachtwagen Liter 670.768 732.281 Hybride - Vrachtwagen Liter 0 0 Loodvrij - Vrachtwagen Liter 4.198 3.914 Auto’s # 1.909 1.855 Vrachtwagens # 108 138 Verbruik auto’s / aantal auto’s Liter/# 1.595 1.912 Verbruik trucks / aantal vrachtwagens Liter/# 6.250 5.335 De mobiliteit van de bedienden en arbeiders is een belangrijke uitdaging, want ze vertegenwoordigt bijna 65% van de CO 2 -uitstoot scope 1 en 2. KPI’s voor energie (Ecient & decent Energy) Voor dit thema meten we zowel het energieverbruik op de bouwplaatsen van CFE Contracting als het gebruik van duurzame verwar- mingssystemen in de projecten van BPI Real Estate. Het energieverbruik wordt rechtstreeks gemeten op de bouwplaatsen, die in de meeste gevallen met smart meters uitgerust zijn. Energie Eenheid 2.020 2.021 Elektriciteit Kwh 12.990.826 15.369.337 Gas Kwh 3.195.251 4.844.905 Stookolie Kwh 11.064.479 12.050.850 TOTAAL Kwh 27.252.576 32.267.113 TOTAAL/omzet Kwh/k€ 30 31 In haar vastgoedontwikkelingen streeft BPI Real Estate naar de optimalisatie van het energieverbruik van de gebouwen en het gebruik van verwarmingstechnieken zonder fossiele brandstoen (gas, steenkool en stookolie). Dit jaar voorzien 206.870 m² projecten ter studie of in ontwikkeling warmtekrachtkoppeling, een warmtenet met biomassa/pellets of geothermie. 83.200 m² krijgt een volledig ‘fossil free’ verwarmingssysteem. Deze gegevens worden regelmatig bijgewerkt en zijn beschikbaar op de website van BPI Real Estate (https://www.bpi-realestate.com/nl/be/duurzame-ontwikkeling). Dit aspect is van belang in het kader van de levenscyclusanalyse van het gebouw (Life Cycle Assessment - LCA) waar het aandeel van het verbruik vaak de overhand heeft om duurzame gebouwen te ont- wikkelen. KPI’s voor materialen Het thema materialen betreft de keuze van materialen voor de bouw, het hergebruik van materialen, de beperking van afval of het rationele beheer van natuurlijke hulpbronnen zoals water. De materiaalkeuze is van invloed, met name op het gebied van: CO 2 uitstoot. Bij BPI Real Estate wordt het steeds vaker geanalyseerd via Life Cycle Assessment (LCA). Uiteraard spelen renovatie en her- gebruik hierbij een belangrijke rol. Het hergebruik kan worden gemonitord op het niveau van de ontwikkelaar (BPI Real Estate) en op dat van de uitvoerende teams (CFE Contracting). In het kader van de analyse op de bouwplaats analyseerde CFE Contracting alle gegevens van het project ZIN, dat als proef dient voor het bepalen van de meest ‘SMART’ KPI’s en van ambitieuze maar realistische doelstellingen. BPI Real Estate past een nauwkeurige monitoring toe van de in haar projecten hergebruikte materialen. Dat begint met inventarissen voorafgaand aan de sloop van bestaande gebouwen. Dit jaar kon ongeveer 35.580 ton materialen worden hergebruikt. Sinds begin 2020 volgen alle dochterondernemingen van CFE Contracting een nieuwe indicator gerelateerd aan afval. De vijf belangrijk - ste afvalfracties worden viermaal per jaar gemeten en opgenomen in het milieudashboard. In 2022 zal deze monitoring ook focussen op de recyclage door de ophalers van gemengde containers, om zo het totale recyclagecijfer van het opgehaalde afval te meten. 128 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN Afval Eenheid 2.020 2.021 Gemengd (ton) Ton 9.498 10.672 Hout (ton) Ton 3.855 2.896 Inert (ton) Ton 9.498 6.222 Gevaarlijk (ton) Ton 38 33,6 Staal (ton) Ton 542 6.750,21 TOTAAL Ton 23.431 28.595 TOTAAL/omzet Ton/M€ 25,69 27,50 De rapportage van het pompwater start in 2022. CFE Contracting en BPI Real Estate analyseren ook de technische criteria van de Europese taxonomie om hun doelstellingen voor het thema materialen en water te valideren. 6.4.1.2. Sociale KPI’s KPI’s voor de veiligheid, de gezondheid en het welzijn Omdat de veiligheid een doorlopend aandachtspunt is, heeft CFE Contracting QHSE-dashboards ontwikkeld, zodat het de evolutie van de statistieken nauwkeurig kan volgen en zo snel mogelijk de nodige verbeteringsmaatregelen kan nemen. Dit dashboard met de belangrijkste informatie voor elke dochteronderneming wordt ten minste eenmaal per maand bijgewerkt om de veiligheidsgegevens zo stipt mogelijk te monitoren. De informatie over de ernstgraad is opgenomen in hoofdstuk 6.1.2. De veiligheid van de onderaannemers en het uitzendpersoneel krijgt uiteraard evenveel aandacht als die van het eigen personeel. Alle veiligheidsindicatoren houden rekening met de onderaannemers. Veiligheid voor CFE Contracting 2019 2020 2021 Sector- gemiddelde * Frequentiegraad 13,72 26,12 22,37 28,57 Ernstgraad 0,44 0,61 0,69 0,96 * Sectorgemiddelde 2019, bron: fedris.be (NACE-codes 41, 42 en 43) Frequentiegraad CFE = aantal ongevallen met arbeidsongeschiktheid x 1 miljoen gedeeld door het aantal gewerkte uren Ernstgraad = aantal kalenderdagen afwezigheid x 1.000 gedeeld door het aantal gewerkte uren Fatal & Serious With Incapacity Without Incapacity First Aid Incidents 23 154 103 80 283 0 Employees Incl. Subcontractors & Interims Fatal 2020 Fatal & Serious With Incapacity Without Incapacity First Aid Incidents 30 130 80 91 1566 0 Employees Incl. Subcontractors & Interims Fatal 2021 KPI’s voor het aantrekken, opleiden en behoud van talenten De HR-indicatoren worden vermeld in hoofdstuk 6.2. Er gaat een bijzondere aandacht uit naar de opleidingen. Zo hebben CFE Contracting en BPI Real Estate de ambitie om in 2030 ten min- ste 5 opleidingsdagen per medewerker aan te bieden. 2018 2019 2020 2021 Opleidingsuren 48.116 58.350 46.273 41.343 Aantal werknemers 3.524 3.276 3.250 3.137 Ratio (u/VTE) 14 18 14 13 Ratio (d/VTE) 1,7 2,2 1,8 1,6 * op basis van een werkdag van 8 u. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 129 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN 6.4.1.3. KPI’s voor de governance Het bestaan van charters en procedures zorgt voor een goed bestuur van de verschillende divisies. CFE CFE Contracting BPI DEME Corporate governance charter ok ok ok ok Procedures * ok ok ok Anticorruptiecode * ok ok ok * overgedragen aan CFE Contracting en BPI ** intern beleid inzake nanciële transacties In 2021 heeft de analyse door Sustainalytics van het beheer van de ESG-risico’s mogelijke verbeteringen van het ESG-beleid geïdenti- ceerd. Het beleid werd in die zin aangepast. In het algemeen worden alle governancedocumenten regelmatig herzien om de geldende reglementeringen na te leven. Elk jaar voert onze interne auditor een reeks audits uit om de correcte naleving en kennis van het beleid en de procedures te veriëren. Er werd geen enkele ernstige inbreuk vastgesteld. In een streven naar doorlopende verbetering wordt het resultaat van de audits voorgelegd aan de leden van het Auditcomité van CFE en aan het Executief Comité van CFE, om verbeteringsmaatregelen overeen te komen. Met het oog op de transparantie worden de dashboards voor veiligheid, human resources en milieu regelmatig gepubliceerd (maandelijks of viermaal per jaar, naargelang van het onderwerp) en bezorgd aan het management van CFE Contracting en de directiecomités van alle entiteiten. Deze dashboards verzekeren een transparante communicatie met de verschillende directieniveaus en informeren alle medewerkers zo vaak mogelijk. Dankzij deze regelmatige follow-up kan men ook de ondernomen acties zo snel mogelijk bijstellen. 6.4.1.4. KPI’s voor innovatie In 2020 hebben CFE Contracting en BPI Real Estate vorderingen geboekt in de ontwikkeling van een gestructureerde innovatiestrategie. De twee polen hebben respectievelijk een ‘Chief Digital Ocer’ en een ‘Development & Innovation Director’ aangesteld. Deze twee ver - antwoordelijken zijn belast met het uitwerken en de follow-up van de innovatiestrategie. Een board, het ‘innovation core team’ van de twee polen, vergadert ten minste eenmaal per maand. In 2021 werden de governance met betrekking tot innovatie (ieders rol en verantwoordelijkheden) en een duidelijk proces voor de structu- rering van de innovatie gedenieerd. Dit heeft het mogelijk gemaakt om te bepalen in welke thema’s men moet innoveren en dus de nodi- ge middelen voor een ambitieus en eectief beleid moet inzetten. Bovendien heeft men in 2021 een tool ontwikkeld voor het verzamelen en centraliseren van innoverende ideeën van de medewerkers en het bepalen van het gevolg dat eraan zal worden gegeven. Hij zal begin 2022 ter beschikking van de medewerkers worden gesteld. Deze aanpak zal worden begeleid door duidelijke, gestructureerde communicatie. 130 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN 7. EUROPESE TAXONOMIE 7.1. INLEIDING De taxonomie van de EU beoogt de transformatie naar een koolstofarme economie, door ‘groene’ activiteiten te deniëren en aan te ge- ven hoe men ze moet rapporteren. De Europese Taxonomie heeft tot doel een classicatiesysteem te scheppen voor wat uit ecologisch en sociaal oogpunt als ‘duurzaam’ wordt beschouwd. Ze schept een kader en principes voor de evaluatie van de economische activiteiten, met inachtneming van zes milieudoelstellingen: mitigatie van de klimaatverandering, aanpassing aan de klimaatverandering, duurzaam gebruik en bescherming van water en mariene hulpbronnen, de transitie naar een circulaire economie, preventie en bestrijding van verontreiniging en de bescherming en het herstel van de biodiversiteit en de ecosystemen. Ze werkt als volgt: een activiteit kan als ‘duurzaam’ worden beschouwd als ze wezenlijk bijdraagt aan een van de zes milieudoelstellingen, zonder de vijf andere doelstellingen ernstig in het gedrang te brengen. Een activiteit moet ook sociale basiscriteria respecteren om als ‘duurzaam’ te worden beschouwd. Substantieel bijdraagt aan ten minste een van de zes milieu- doelstellingen Geen erstige afbreuk doet aan andere milieudoelstellingen Wordt verricht met inachtneming van de sociale normen Een economische activiteit is duurzaam als ze ... + += In dit stadium zijn slechts concrete prestatiedrempels (zogenaamde ‘technische screeningcriteria’, TSC) uitgewerkt voor een eerste reeks economische activiteiten die wezenlijk bijdragen aan de mitigatie van en de adaptatie aan de klimaatverandering. Voor de vier andere mi- lieudoelstellingen moeten de drempels in de loop van het jaar 2022 worden bepaald. De criteria voor activiteiten die ernstig afbreuk doen, zijn al voor de zes categorieën bekend. Mitigatie van de klimaatverandering Adaptatie aan de klimaatverandering Duurzaam gebruik en bescherming van water Transitie naar een circulaire economie Preventie en bestrijding van verontreiniging Bescherming en herstel van biodiversiteit en ecosystemen Merk op dat de denities niet altijd duidelijk zijn en dat ze kunnen evolueren. Dit vereist ook ingrijpende aanpassingen van de methodolo- gie en de processen voor de rapportage van deze denities. Voor 2021 moet de groep CFE aangeven of haar activiteiten als ‘groen’ worden aangemerkt en dus onder de Europese taxonomie vallen. CFE moet dus drie kritische prestatie-indicatoren (KPI’s) publiceren: • Aandeel van de omzet dat als duurzaam kan worden aangemerkt • Aandeel van de investeringsuitgaven (CapEx) dat als duurzaam kan worden aangemerkt • Aandeel van de bedrijfsuitgaven (OpEx) dat als duurzaam kan worden aangemerkt. In 2022 zal men bepalen of deze activiteiten overeenstemmen met de EU-taxonomie door na te gaan of ze aan de TSC’s voldoen en geen ernstige schade veroorzaken (Do Not Signicantly Harm - DNSH) aan de andere in de EU-taxonomie bepaalde doelstellingen. Aangezien de wetgeving zeer ambitieuze TSC’s formuleert, ziet het ernaar uit dat veel activiteiten die een positieve bijdrage aan het klimaat leveren, niet noodzakelijk als duurzaam zullen worden beschouwd. Ook hier is de publicatie van de drie KPI’s vereist (in aanmerking komen EN in overeenstemming zijn). CFE rapporteert de Europese taxonomie op basis van haar boekhoudkundige consolidatiekring. De verschillende polen hebben een con - servatieve benadering toegepast om te bepalen of een activiteit wel of niet aan de voorwaarden van de Europese taxonomie beantwoordt. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 131 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN 7.2. GECONSOLIDEERDE RESULTATEN: IN AANMERKING KOMENDE EUROPESE TAXONOMIE Aandeel voor de taxonomie in aanmerking komende economische activiteiten (%) Aandeel niet voor de taxonomie in aanmerking komende economische activiteiten (%) OMZET 50% 50% CAPEX 36% 64% OPEX (1) - - (1) Bedrijfskosten, zoals gedenieerd in de EU-taxonomie, bevatten een beperkende lijst van niet-geactiveerde kosten. Aangezien de jaarrekening wordt opgesteld op basis van IFRS-normen, zijn deze kosten reeds opgenomen in de investeringsuitgaven. 7.3. METHODOLOGIE 7.3.1. BIJ DEME EUROPESE TAXONOMIE Aandeel voor de taxonomie in aanmerking komende economische activiteiten (%) Aandeel economische activiteit waarschijnlijk in aanmerking (‘likely eligible’) voor de taxonomie (%) Aandeel economische activiteit potentieel ‘eligible’ voor de taxonomie (eligible and likely eligible) (%) Geschat aandeel van in aanmerking komende activiteiten EN afgestemd op de taxonomie (%) OMZET 28% 43% 28% - 71% 24% CAPEX 32% 61% 32% - 93% 32% OPEX (1) - - - - (1) De operationele uitgaven, zoals gedenieerd in het kader van de EU-taxonomie, omvatten een beperkende lijst van niet-gekapitaliseerde kosten. Aangezien de nan- ciële overzichten op basis van de IFRS-normen worden opgesteld, zijn deze kosten al inbegrepen in de kapitaaluitgaven. De activiteiten van DEME in oshore wind zullen op basis van de huidige interpretatie zowel ‘aangemerkt’ als grotendeels ‘in overeenstem- ming’ met de EU-taxonomie zijn. 28% van de totale omzet is ‘aangemerkt’ en 24% is al ‘in overeenstemming’ op basis van de huidige de- nities. Daarnaast is 32% van de totale kapitaaluitgaven ‘aangemerkt’ en kan het reeds als ‘in overeenstemming’ worden beschouwd. DEME voert ook andere ‘groene’ activiteiten uit, zoals de bouw van bruggen en tunnels voor de spoorweginfrastructuur en de bouw of modernisering van haveninfrastructuur. Voor deze activiteiten laat de taxonomie ruimte voor interpretatie, daarom worden deze activiteiten momenteel beschouwd als ‘waarschijnlijk in aanmerking komend’, goed voor 43% van de totale inkomsten. Bovendien kan 61% van de totale kapitaaluit- gaven worden beschouwd als ‘waarschijnlijk in aanmerking komend’. Een meer gedetailleerde analyse van de EU-taxonomie is beschikbaar in het duurzaamheidsrapport van DEME. De evaluatie van het in aanmerking komen in de loop van het boekjaar 2021 werd op projectniveau gerealiseerd, te beginnen met het onder- zoek van het einddoel van het project en door de link te leggen met de relevante bijdragende sector, de voor de taxonomie aangemerkte activi- teit en de NACE-code(s). Alle projecten van de activiteitenlijnen ‘Oshore’, ‘Baggerwerken’ en ‘Infra’ van DEME werden beoordeeld op hun wezenlijke bijdrage aan de mitigatie van en adaptatie aan de klimaatverandering. De projecten van de activiteitenlijnen ‘Milieu’ en Overige van DEME werden niet beoordeeld. Voor de grondige beoordeling van de afstemming van de taxonomie van oshore-windprojecten van DEME werden, naast de beoordeling van een aanzienlijke bijdrage tot de beperking van de klimaatverandering, twee extra stappen ondernomen. Deze projecten zijn ook getoetst aan alle relevante criteria van de ‘geen signicante schade’-aanpak. Ten slotte werd de naleving van de minimale sociale waarborgen (OE- SO-richtlijnen en UN Guiding Principles on Business and Human Rights) geverieerd door de relevante informatie in DEME’s vorige duur- zaamheidsverslag, het mensenrechtenbeleid, onze code voor bedrijfsethiek en integriteit en DEME’s GRI-inhoudsindex te onderzoeken. De berekening van het aandeel van de Taxonomy in aanmerking komende en niet in aanmerking komende activiteiten in de investeringsuit- gaven is gebaseerd op het investeringsplan van DEME per 31 december 2021. 132 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN 7.3.2. BIJ CFE CONTRACTING EN BPI REAL ESTATE CFEC EUROPESE TAXONOMIE Aandeel voor de taxonomie in aanmerking komende economische activiteiten (%) Aandeel niet voor de taxonomie in aanmerking komende economische activiteiten (%) OMZET 98% 2% CAPEX 100% 0% OPEX (1) - - BPI EUROPESE TAXONOMIE Aandeel voor de taxonomie in aanmerking komende economische activiteiten (%) Aandeel niet voor de taxonomie in aanmerking komende economische activiteiten (%) OMZET 100% 0% CAPEX - - OPEX (1) - - (1) De operationele uitgaven die de EU-taxonomie denieert, omvatten een beperkende lijst van niet-gekapitaliseerde kosten. Aangezien de nanciële overzichten op basis van de IFRS-normen worden opgesteld, zijn deze kosten al inbegrepen in de kapitaaluitgaven. Vertrekkend van de geconsolideerde jaarrekening is een totaalbeeld tot stand gebracht van de aard van de activiteiten en de NACE-codes van de verschillende entiteiten van de groep. De lijst van de NACE-codes is een Europees kader dat alle economische activiteiten in ver- schillende codes indeelt. Hij is opgenomen in de taxonomie van de EU en dient als basis om een onderscheid te maken tussen de activitei- ten van de groep die wel en niet in aanmerking komen. Meer dan 95% van de omzet en de investeringen van CFE Contracting en BPI Real Estate komt in aanmerking voor de EU-taxonomie en is geconcentreerd in de sector van de bouw, de elektrische en multitechnische installaties, de spoorweginfrastructuur en de vastgoedont- wikkeling (BPI Real Estate). De uiteindelijke analyse van de ‘overeenstemming’ zal in 2022 worden voltooid. De criteria voor de overeen- stemming staan centraal in de studies van CFE Contracting en BPI Real Estate. Het betreft onder meer het waterverbruik van het sanitair van tertiaire gebouwen, het afvalbeheer op de bouwplaatsen en tijdens de eventuele sloop van bestaande gebouwen, of de analyses van het GWP/de koolstofuitstoot van de projecten in ontwikkeling. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 133 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN 2021 134 HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN WIE WE ZIJN INHOUD 134 JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 2021 135 FINANCIËLE STATEN NIET-FINANCIËLE VERKLARING JAARVERSLAG FINANCIËLE STATEN JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 1 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN DEFINITIES ......................................................................................................................................................................................................... 138 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING .................................................................................................................................................................. 139 GECONSOLIDEERDE RESULTATENREKENING..................................................................................................................................................................... 139 GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN HET TOTAALRESULTAAT ................................................................................................................................................ 139 GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE ................................................................................................................................................. 140 GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT ..................................................................................................................................................................... 141 GECONSOLIDEERD MUTATIEOVERZICHT VAN HET EIGEN VERMOGEN ..................................................................................................................................... 142 KAPITAAL EN RESERVES ............................................................................................................................................................................................. 142 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING EN TOELICHTING........................................................................................................................................ 143 1. ALGEMENE PRINCIPES ........................................................................................................................................................................... 147 2. GRONDSLAGEN BIJ DE OPSTELLING VAN DE JAARREKENING .................................................................................................................. 148 3. CONSOLIDATIEMETHODEN .................................................................................................................................................................... 160 CONSOLIDATIEKRING ................................................................................................................................................................................................ 160 VERRICHTINGEN BINNEN DE GROEP .............................................................................................................................................................................. 160 OMREKENING VAN DE JAARREKENINGEN VAN DE BUITENLANDSE VENNOOTSCHAPPEN EN VESTIGINGEN ......................................................................................... 160 TRANSACTIES IN VREEMDE VALUTA............................................................................................................................................................................... 160 4. GESEGMENTEERDE INFORMATIE ........................................................................................................................................................... 161 OPERATIONELE SEGMENTEN VAN DE VOORTGEZETTE ACTIVITEITEN ....................................................................................................................................... 161 OPERATIONELE SEGMENT VAN DE BEËINDIGDE ACTIVITEITEN - DEME .................................................................................................................................... 161 ELEMENTEN VAN HET GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE RESULTATENREKENING ................................................................................................................. 162 OPSPLITSING VAN DE OMZET VAN DE VOORTGEZETTE ACTIVITEITEN ...................................................................................................................................... 163 ORDERBOEK VOOR DE VOORTGEZETTE ACTIVITEITEN ......................................................................................................................................................... 163 GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE ................................................................................................................................................. 164 GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT ..................................................................................................................................................................... 165 OVERIGE INFORMATIE ............................................................................................................................................................................................... 165 GEOGRAFISCHE INFORMATIE ....................................................................................................................................................................................... 165 5. OVERNAMES EN VERVREEMDINGEN VAN DOCHTERONDERNEMINGEN ................................................................................................. 166 OVERNAMES OVER DE PERIODE AFGESLOTEN PER 31 DECEMBER 2021 ................................................................................................................................. 166 VERVREEMDINGEN OVER DE PERIODE AFGESLOTEN PER 31 DECEMBER 2021 ......................................................................................................................... 166 ACTIVA AANGEHOUDEN MET HET OOG VOOR VERKOOP EN VERBONDEN VERPLICHTINGEN VOOR DE PERIODE AFGESLOTEN PER 31 DECEMBER 2021 ............................... 166 6. OVERIGE EXPLOITATIEBATEN EN EXPLOITATIELASTEN ........................................................................................................................... 171 7. BEZOLDIGINGEN EN SOCIALE LASTEN..................................................................................................................................................... 171 8. FINANCIEEL RESULTAAT ......................................................................................................................................................................... 171 9. RESULTAAT PER AANDEEL ...................................................................................................................................................................... 172 10. BELASTINGEN OP HET RESULTAAT ......................................................................................................................................................... 172 11. IMMATERIËLE VASTE ACTIVA ANDERS DAN GOODWILL ......................................................................................................................... 174 12. GOODWILL............................................................................................................................................................................................. 175 13. MATERIËLE VASTE ACTIVA ..................................................................................................................................................................... 176 14. DEELNEMINGEN WAAROP VERMOGENSMUTATIEMETHODE IS TOEGEPAST .......................................................................................... 178 15. OVERIGE FINANCIËLE VASTE ACTIVA ...................................................................................................................................................... 180 16. BOUWCONTRACTEN .............................................................................................................................................................................. 180 17. VOORRADEN ......................................................................................................................................................................................... 181 18. EVOLUTIE VAN DE HANDELSVORDERINGEN, HANDELSSCHULDEN EN OVERIGE VORDERINGEN EN SCHULDEN UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN ..................................................................................................................................................................................................... 181 136 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN DEFINITIES ......................................................................................................................................................................................................... 138 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING .................................................................................................................................................................. 139 GECONSOLIDEERDE RESULTATENREKENING..................................................................................................................................................................... 139 GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN HET TOTAALRESULTAAT ................................................................................................................................................ 139 GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE ................................................................................................................................................. 140 GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT ..................................................................................................................................................................... 141 GECONSOLIDEERD MUTATIEOVERZICHT VAN HET EIGEN VERMOGEN ..................................................................................................................................... 142 KAPITAAL EN RESERVES ............................................................................................................................................................................................. 142 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING EN TOELICHTING........................................................................................................................................ 143 1. ALGEMENE PRINCIPES ........................................................................................................................................................................... 147 2. GRONDSLAGEN BIJ DE OPSTELLING VAN DE JAARREKENING .................................................................................................................. 148 3. CONSOLIDATIEMETHODEN .................................................................................................................................................................... 160 CONSOLIDATIEKRING ................................................................................................................................................................................................ 160 VERRICHTINGEN BINNEN DE GROEP .............................................................................................................................................................................. 160 OMREKENING VAN DE JAARREKENINGEN VAN DE BUITENLANDSE VENNOOTSCHAPPEN EN VESTIGINGEN ......................................................................................... 160 TRANSACTIES IN VREEMDE VALUTA............................................................................................................................................................................... 160 4. GESEGMENTEERDE INFORMATIE ........................................................................................................................................................... 161 OPERATIONELE SEGMENTEN VAN DE VOORTGEZETTE ACTIVITEITEN ....................................................................................................................................... 161 OPERATIONELE SEGMENT VAN DE BEËINDIGDE ACTIVITEITEN - DEME .................................................................................................................................... 161 ELEMENTEN VAN HET GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE RESULTATENREKENING ................................................................................................................. 162 OPSPLITSING VAN DE OMZET VAN DE VOORTGEZETTE ACTIVITEITEN ...................................................................................................................................... 163 ORDERBOEK VOOR DE VOORTGEZETTE ACTIVITEITEN ......................................................................................................................................................... 163 GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE ................................................................................................................................................. 164 GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT ..................................................................................................................................................................... 165 OVERIGE INFORMATIE ............................................................................................................................................................................................... 165 GEOGRAFISCHE INFORMATIE ....................................................................................................................................................................................... 165 5. OVERNAMES EN VERVREEMDINGEN VAN DOCHTERONDERNEMINGEN ................................................................................................. 166 OVERNAMES OVER DE PERIODE AFGESLOTEN PER 31 DECEMBER 2021 ................................................................................................................................. 166 VERVREEMDINGEN OVER DE PERIODE AFGESLOTEN PER 31 DECEMBER 2021 ......................................................................................................................... 166 ACTIVA AANGEHOUDEN MET HET OOG VOOR VERKOOP EN VERBONDEN VERPLICHTINGEN VOOR DE PERIODE AFGESLOTEN PER 31 DECEMBER 2021 ............................... 166 6. OVERIGE EXPLOITATIEBATEN EN EXPLOITATIELASTEN ........................................................................................................................... 171 7. BEZOLDIGINGEN EN SOCIALE LASTEN..................................................................................................................................................... 171 8. FINANCIEEL RESULTAAT ......................................................................................................................................................................... 171 9. RESULTAAT PER AANDEEL ...................................................................................................................................................................... 172 10. BELASTINGEN OP HET RESULTAAT ......................................................................................................................................................... 172 11. IMMATERIËLE VASTE ACTIVA ANDERS DAN GOODWILL ......................................................................................................................... 174 12. GOODWILL............................................................................................................................................................................................. 175 13. MATERIËLE VASTE ACTIVA ..................................................................................................................................................................... 176 14. DEELNEMINGEN WAAROP VERMOGENSMUTATIEMETHODE IS TOEGEPAST .......................................................................................... 178 15. OVERIGE FINANCIËLE VASTE ACTIVA ...................................................................................................................................................... 180 16. BOUWCONTRACTEN .............................................................................................................................................................................. 180 17. VOORRADEN ......................................................................................................................................................................................... 181 18. EVOLUTIE VAN DE HANDELSVORDERINGEN, HANDELSSCHULDEN EN OVERIGE VORDERINGEN EN SCHULDEN UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN ..................................................................................................................................................................................................... 181 19. GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN ................................................................................................................................................. 182 20. KAPITAALSUBSIDIES ............................................................................................................................................................................... 182 21. PERSONEELSBELONINGEN...................................................................................................................................................................... 182 22. ANDERE VOORZIENINGEN DAN PENSIOENVERPLICHTINGEN EN PERSONEELS-BELONINGEN .................................................................. 186 23. MOGELIJKE ACTIVA EN PASSIVA VOOR DE VOORTGEZETTE ACTIVITEITEN .............................................................................................. 186 24. NETTO FINANCIËLE SCHULD ................................................................................................................................................................... 187 ANALYSE VAN DE NETTO FINANCIËLE SCHULD ZOALS BEPAALD DOOR DE GROEP ....................................................................................................................... 187 TIJDSCHEMA VAN DE FINANCIËLE SCHULDEN ................................................................................................................................................................... 187 KASSTROMEN MET BETREKKING TOT FINANCIËLE SCHULDEN ............................................................................................................................................... 187 KREDIETLIJNEN EN TERMIJNBANKLENINGEN .................................................................................................................................................................... 188 FINANCIËLE CONVENANTEN ........................................................................................................................................................................................ 188 25. INFORMATIE BETREFFENDE HET BEHEER VAN DE FINANCIËLE RISICO’S .................................................................................................. 189 BEHEER VAN DE FINANCIËLE MIDDELEN ......................................................................................................................................................................... 189 RENTEVOETRISICO .................................................................................................................................................................................................... 189 GEVOELIGHEID VAN HET RENTEVOETRISICO .................................................................................................................................................................... 189 BESCHRIJVING VAN DE KASSTROOMINDEKKINGSOPERATIES ................................................................................................................................................. 190 VALUTARISICO ........................................................................................................................................................................................................ 190 RISICO VERBONDEN AAN GRONDSTOFFEN ...................................................................................................................................................................... 191 KREDIET- EN TEGENPARTIJRISICO ................................................................................................................................................................................. 191 LIQUIDITEITSRISICO .................................................................................................................................................................................................. 192 BOEKWAARDE EN REËLE WAARDE PER BOEKHOUDCATEGORIE ............................................................................................................................................. 192 26. ANDERE GEGEVEN VERPLICHTINGEN ..................................................................................................................................................... 194 27. ANDERE ONTVANGEN VERPLICHTINGEN ................................................................................................................................................ 194 28. GESCHILLEN ........................................................................................................................................................................................... 194 29. VERBONDEN PARTIJEN .......................................................................................................................................................................... 195 30. BEZOLDIGING VAN DE COMMISSARISSEN .............................................................................................................................................. 196 31. BELANGRIJKE GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM VOOR DE VOORTGEZETTE ACTIVITEITEN............................................................... 197 32. ONDERNEMINGEN BEHORENDE TOT DE GROEP CFE .............................................................................................................................. 197 AFSTEMMING VAN ALTERNATIEVE FINANCIËLE INDICATOREN .......................................................................................................................... 203 VERKLARING OVER HET GETROUWE BEELD VAN DE FINANCIËLE STATEN EN HET GETROUWE OVERZICHT IN HET BEHEERSVERSLAG ................. 205 ALGEMENE INLICHTINGEN OVER DE VENNOOTSCHAP ....................................................................................................................................... 206 VERSLAG VAN DE COMMISSARIS AAN DE ALGEMENE VERGADERING VAN AANNEMINGSMAATSCHAPPIJ CFE NV OVER HET BOEKJAAR AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2021 – GECONSOLIDEERDE JAARREKENING ...................................................................................................... 207 STATUTAIRE FINANCIËLE STATEN ....................................................................................................................................................................... 212 STATUTAIR OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE EN RESULTATENREKENING (BEGAAP) ........................................................................................................ 212 ANALYSE VAN DE FINANCIËLE POSITIE EN VAN HET TOTAALRESULTAAT ................................................................................................................................... 213 JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 137 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN DEFINITIES B B e e h h o o e e f f t t e e a a a a n n w w e e r r k k k k a a p p i i t t a a a a l l Voorraden + handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen + overige vlottende activa – handelsschulden en overige schulden – fiscale schulden – overige kortlopende verplichtingen V V a a s s t t g g o o e e d d b b e e s s t t a a n n d d Eigen vermogen pool vastgoedontwikkeling + netto financiële schuld pool vastgoedontwikkeling N N e e t t t t o o f f i i n n a a n n c c i i ë ë l l e e s s c c h h u u l l d d ( ( N N F F S S ) ) Langlopende en kortlopende obligatieleningen + langlopende en kortlopende financiële schulden – geldmiddelen en kasequivalenten R R e e s s u u l l t t a a a a t t v v a a n n d d e e o o p p e e r r a a t t i i o o n n e e l l e e a a c c t t i i v v i i t t e e i i t t e e n n Omzet + overige exploitatiebaten + aankopen + bezoldigingen en sociale lasten + overige exploitatielasten + afschrijvingen + afschrijving van goodwill B B e e d d r r i i j j f f s s r r e e s s u u l l t t a a a a t t ( ( E E B B I I T T ) ) Resultaat van de operationele activiteiten + aandeel in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop vermogensmutatie- methode is toegepast E E B B I I T T D D A A Resultaat van de operationele activiteiten + afschrijvingen en waardeverminderingen op (im)materiële vaste activa en goodwill R R e e n n d d e e m m e e n n t t o o p p e e i i g g e e n n v v e e r r m m o o g g e e n n ( ( R R O O E E ) ) Resultaat - deel van de groep / eigen vermogen - deel groep O O r r d d e e r r b b o o e e k k De te realiseren omzet voor de projecten waarvan het contract ondertekend is en in werking is getreden (met name na het verkrijgen van het aanvangsbevel of de opheffing van de opschortende voorwaarden) en waarvoor de projectfinanciering rond is. 138 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN GECONSOLIDEERDE JAARREKENING GECONSOLIDEERDE RESULTATENREKENING Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) Toelichting 2021 2020 herwerkt Omzet 4 1.125.346 1.026.600 Overige exploitatiebaten 6 50.749 64.616 Aankopen (793.536) (745.686) Bezoldigingen en sociale lasten 7 (202.665) (189.074) Overige exploitatielasten 6 (111.356) (109.221) Afschrijvingen 11-13 (20.217) (19.674) Afschrijving van goodwill 12 0 0 Resultaat van de operationele activiteiten 48.321 27.561 Aandeel in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast 14 9.655 10.574 Bedrijfsresultaat 57.976 38.135 Financieringslasten 8 (3.448) (3.706) Overige financiële lasten en opbrengsten 8 (2.591) (4.991) Financieel resultaat (6.039) (8.697) Resultaat vóór belastingen 51.937 29.438 Winstbelastingen 10 (12.431) (11.749) Resultaat van de periode uit voortgezette activiteiten 39.506 17.689 Resultaat van de periode uit beëindigde activiteiten 5 113.260 47.134 Resultaat van de periode 152.766 64.823 Minderheidsbelangen - voortgezette activiteiten 0 0 Minderheidsbelangen - beëindigde activiteiten 5 (2.758) (803) Resultaat - deel van de groep 150.008 64.020 Resultaat uit voortgezette activiteiten - deel van de groep 39.506 17.689 Resultaat van beëindigde activiteiten - deel van de groep 5 110.502 46.331 Resultaat per aandeel (deel van de groep) (EUR) (basis en verwaterd) 9 5,93 2,53 Resultaat per aandeel (deel van de groep) uit voortgezette activiteiten (EUR) (basis en verwaterd) 9 1,56 0,70 Resultaat per aandeel (deel van de groep) uit beëindigde activiteiten (EUR) (basis en verwaterd) 9 4,37 1,83 GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN HET TOTAALRESULTAAT Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) Toelichting 2021 2020 Resultaat - deel van de groep 150.008 64.020 Resultaat van de periode 152.766 64.823 Financiële instrumenten – veranderingen in de reële waarde 21.373 (9.033) Wisselkoersverschillen uit de omrekening 6.393 (11.592) Uitgestelde belastingen 10 (3.000) 446 Overige elementen van het totaalresultaat die later overgebracht zullen worden naar het nettoresultaat 24.766 (20.179) Herwaardering van de nettoverplichtingen m.b.t. toegezegde prestatie- en premieregelingen 21 (248) (6.239) Uitgestelde belastingen 10 98 1.472 Overige elementen van het totaalresultaat die later niet overgebracht zullen worden naar het nettoresultaat (150) (4.767) Totaal overige elementen van het totaalresultaat die rechtstreeks in het eigen vermogen opgenomen worden 24.616 (24.946) Totaalresultaat : 177.382 39.877 - Deel van de groep 174.536 38.810 - Deel van de minderheidsbelangen 2.846 1.067 Totaalresultaat (deel van de groep) per aandeel (EUR) (basis en verwaterd) 9 6,89 1,53 JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 139 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) Toelichting 2021 2020 Immateriële vaste activa 11 1.943 111.259 Goodwill 12 23.763 172.127 Materiële vaste activa 13 82.283 2.515.052 Deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast 14 103.418 204.095 Overige financiële vaste activa 15 79.313 89.196 Langlopende afgeleide financiële instrumenten 25 0 1.433 Overige vaste activa 13.861 15.052 Uitgestelde belastingvorderingen 10 8.257 127.332 Vaste activa 312.838 3.235.546 Voorraden 17 160.381 184.565 Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen 18 281.256 867.761 Overige vlottende activa uit operationele activiteiten 18 85.555 57.454 Overige vlottende activa uit niet-operationele activiteiten 18 2.416 21.731 Kortlopende afgeleide financiële instrumenten 25 874 7.831 Vlottende financiële activa 15.691 2.900 Geldmiddelen en kasequivalenten 19 143.587 759.695 Vlottende activa 689.760 1.901.937 Activa aangehouden voor verkoop 5 4.297.401 0 Totaal der activa 5.299.999 5.137.483 Kapitaal 41.330 41.330 Uitgiftepremie 800.008 800.008 Ingehouden winsten 1.184.100 1.059.406 Pensioenplannen met vaste bijdragen en vaste prestaties (41.976) (41.783) Reserves met betrekking tot afdekkingsverrichtingen (31.160) (49.715) Wisselkoersverschillen uit de omrekening (15.967) (22.133) Eigen vermogen – deel groep 1.936.335 1.787.113 Minderheidsbelangen 19.691 17.835 Eigen vermogen 1.956.026 1.804.948 Pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen 21 11.916 76.686 Langlopende voorzieningen 22 12.279 13.239 Overige langlopende schulden 38.267 32.287 Langlopende obligatieleningen 24 0 29.794 Langlopende financiële schulden 24 77.599 918.681 Langlopende afgeleide financiële instrumenten 25 0 10.095 Uitgestelde belastingverplichtingen 10 2.129 96.961 Langlopende verplichtingen 142.190 1.177.743 Kortlopende voorzieningen 22 40.744 44.163 Handelsschulden en overige schulden 18 277.009 1.178.012 Fiscale schulden 8.300 75.283 Kortlopende obligatieleningen 24 29.899 0 Kortlopende financiële schulden 24 149.084 412.649 Kortlopende afgeleide financiële instrumenten 25 1.442 7.750 Overige kortlopende verplichtingen uit operationele activiteiten 18 141.723 192.424 Overige kortlopende verplichtingen uit niet-operationele activiteiten 18 78.376 244.511 Kortlopende verplichtingen 726.577 2.154.792 Verplichtingen in verband met activa aangehouden voor verkoop 5 2.475.206 0 Totaal eigen vermogen en verplichtingen 5.299.999 5.137.483 140 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) Toelichting 2021 2020 herwerkt Operationele activiteiten Bedrijfsopbrengsten uit voortgezette activiteiten 48.321 27.561 Bedrijfsopbrengsten uit beëindigde activiteiten 5 138.692 59.692 Resultaat van de operationele activiteiten 187.013 87.253 Afschrijving op immateriële en materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen 20.217 19.674 (Afname)/toename van voorzieningen (5.118) (1.874) Waardeverminderingen op activa en overige niet-kaselementen 8.098 (104) Verlies/(winst) bij vervreemding van materiële en financiële vaste activa (2.099) (1.341) Dividenden uit deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast 7.937 14.047 Beëindigde activiteiten: kasstroom uit operationele activiteiten 5 335.880 250.229 Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) operationele activiteiten vóór wijzigingen van het werkkapitaal 551.928 367.884 Afname/(toename) van handels- en overige kortlopende en langlopende vorderingen (22.873) 1.514 Afname/(toename) van voorraden (12.989) (30.388) Toename/(afname) van handelsschulden en overige kortlopende en langlopende schulden 5.816 (5.370) Betaalde/ontvangen winstbelastingen (13.220) (7.204) Beëindigde activiteiten: wijziging van het werkkapitaal 5 (52.125) 91.898 Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) operationele activiteiten 456.537 418.334 Investeringsactiviteiten Opbrengsten uit de verkoop van immateriële en materiële vaste activa 3.371 3.778 Aankoop van immateriële en materiële vaste activa (14.557) (12.324) Overname van dochterondernemingen met aftrek van verworven geldmiddelen (2.240) 0 Wijziging van deelneming in deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast 0 0 Kapitaalsvermindering/(kapitaalsverhoging) van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast 14 (5.750) 0 Opbrengsten uit de verkoop van dochterondernemingen 5 0 60 Terugbetaling (nieuwe) van verstrekte leningen aan deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast 1.366 (3.763) Beëindigde activiteiten: kasstroom uit investeringsactiviteiten 5 (266.412) (147.139) Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) investeringsactiviteiten (284.222) (159.388) Financieringsactiviteiten Betaalde intresten (6.765) (6.463) Ontvangen intresten 3.317 2.757 Overige financiële lasten en opbrengsten (1.885) (1.987) Opbrengsten uit nieuwe leningen 24.3 33.483 40.976 Terugbetaling van leningen 24.3 (33.511) (36.312) Uitgekeerde dividenden (4.893) 0 Beëindigde activiteiten: kasstroom uit financieringsactiviteiten 5 (250.827) (103.821) Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) financieringsactiviteiten (261.081) (104.850) Netto toename/(afname) van de geldmiddelen uit voortgezette activiteiten 6.026 3.237 Netto toename/(afname) van de geldmiddelen uit beëindigde activiteiten 5 (94.792) 150.859 Geldmiddelen en kasequivalenten, openingsbalans 759.695 612.206 Gevolgen van wisselkoerswijzigingen voor geldmiddelen en kasequivalenten (195) (2.550) Beëindigde activiteiten: effecten van wisselkoerswijzigingen op geldmiddelen en kasequivalenten 5 1.485 (4.057) Overdracht naar activa aangehouden voor verkoop 5 (528.632) 0 Geldmiddelen en kasequivalenten, slotbalans 19 143.587 759.695 De overnames en afstotingen van dochterondernemingen na aftrek van geldmiddelen omvatten niet de entiteiten die niet onder bedrijfscombinaties vallen (pool vastgoedontwikkeling); deze worden dus niet beschouwd als investeringsactiviteiten en worden binnen de kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) operationele activiteiten opgenomen. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 141 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN GECONSOLIDEERD MUTATIEOVERZICHT VAN HET EIGEN VERMOGEN (duizend euro) Kapitaal Uitgiftepremie Ingehouden winsten Pensioenplannen met vaste bijdragen en vaste prestaties Reserves met betrekking tot afdekkingsverrichtingen Wisselkoersverschillen uit de omrekening Eigen vermogen – deel groep Minderheidsbelangen Totaal December 2020 41.330 800.008 1.059.406 (41.783) (49.715) (22.133) 1.787.113 17.835 1.804.948 Totaalresultaat voor de periode 150.008 (193) 18.555 6.166 174.536 2.846 177.382 Dividenden aan aandeelhouders (25.314) (25.314) (25.314) Dividenden van minderheidsbelangen (1.008) (1.008) Wijziging consolidatiekring en andere wijzigingen 0 18 18 December 2021 41.330 800.008 1.184.100 (41.976) (31.160) (15.967) 1.936.335 19.691 1.956.026 Het eigen vermogen van de groep bedraagt 1.956.026 duizend euro per 31 december 2021, waarvan 133.831 duizend euro met betrekking tot de voortgezette activiteiten en 1.822.195 met betrekking tot de beëindigde activiteiten. De veranderingen in de reële waarde van de pensioenplannen met vaste bijdragen en vaste prestaties en de veranderingen met betrekking tot afgeleide instrumenten worden respectievelijk toegelicht in toelichtingen 21 Personeelsbeloningen en 14 Deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast. Het aan de aandeelhouders uitbetaalde dividend, namelijk 25.314 duizend euro, wordt voor 4.893 duizend euro in de kasstromen van de financieringsactiviteiten van de voorgezette activiteiten voorgesteld en voor 20.421 in de kasstromen van de financieringsactiviteiten van de beëindigde activiteiten. Het aan de minderheidsaandeelhouders uitbetaalde dividend, 1.008 duizend euro, wordt volledig voorgesteld in de kasstromen van de financieringsactiviteiten van de beëindigde activiteiten. (duizend euro) Kapitaal Uitgiftepremie Ingehouden winsten Pensioenplannen met vaste bijdragen en vaste prestaties Reserves met betrekking tot afdekkingsverrichtingen Wisselkoersverschillen uit de omrekening Eigen vermogen – deel groep Minderheidsbelangen Totaal December 2019 41.330 800.008 995.786 (37.089) (40.892) (10.440) 1.748.703 11.607 1.760.310 Totaalresultaat voor de periode 64.020 (4.694) (8.823) (11.693) 38.810 1.067 39.877 Dividenden aan aandeelhouders 0 0 0 Dividenden van minderheidsbelangen 72 72 Wijziging consolidatiekring en andere wijzigingen (400) (400) 5.089 4.689 December 2020 41.330 800.008 1.059.406 (41.783) (49.715) (22.133) 1.787.113 17.835 1.804.948 KAPITAAL EN RESERVES Het kapitaal op 31 december 2021 bestaat uit 25.314.482 gewone aandelen. Het zijn aandelen zonder aanduiding van nominale waarde. De houders van gewone aandelen hebben het recht om dividenden te ontvangen en hebben recht op één stem per aandeel op de algemene vergadering van aandeelhouders. Aangezien de gedeeltelijke splitsing mechanisch tot de overdracht van een wezenlijk deel van de eigen middelen en de beschikbare reserves van CFE naar DEME Group zal leiden, meent de raad van bestuur dat het eigen vermogen van CFE moet worden versterkt en heeft hij voorgesteld geen dividend uit te keren voor het boekjaar 2021. Dit voorstel zal tijdens de algemene vergadering door de aandeelhouders moeten worden goedgekeurd. De raad van bestuur had voor het boekjaar 2020 een dividend van 25.314 duizend euro voorgesteld, wat overeenstemt met 1,00 euro bruto per aandeel, dat op de algemene vergadering werd goedgekeurd. 142 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN GECONSOLIDEERD MUTATIEOVERZICHT VAN HET EIGEN VERMOGEN (duizend euro) Kapitaal Uitgiftepremie Ingehouden winsten Pensioenplannen met vaste bijdragen en vaste prestaties Reserves met betrekking tot afdekkingsverrichtingen Wisselkoersverschillen uit de omrekening Eigen vermogen – deel groep Minderheidsbelangen Totaal December 2020 41.330 800.008 1.059.406 (41.783) (49.715) (22.133) 1.787.113 17.835 1.804.948 Totaalresultaat voor de periode 150.008 (193) 18.555 6.166 174.536 2.846 177.382 Dividenden aan aandeelhouders (25.314) (25.314) (25.314) Dividenden van minderheidsbelangen (1.008) (1.008) Wijziging consolidatiekring en andere wijzigingen 0 18 18 December 2021 41.330 800.008 1.184.100 (41.976) (31.160) (15.967) 1.936.335 19.691 1.956.026 Het eigen vermogen van de groep bedraagt 1.956.026 duizend euro per 31 december 2021, waarvan 133.831 duizend euro met betrekking tot de voortgezette activiteiten en 1.822.195 met betrekking tot de beëindigde activiteiten. De veranderingen in de reële waarde van de pensioenplannen met vaste bijdragen en vaste prestaties en de veranderingen met betrekking tot afgeleide instrumenten worden respectievelijk toegelicht in toelichtingen 21 Personeelsbeloningen en 14 Deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast. Het aan de aandeelhouders uitbetaalde dividend, namelijk 25.314 duizend euro, wordt voor 4.893 duizend euro in de kasstromen van de financieringsactiviteiten van de voorgezette activiteiten voorgesteld en voor 20.421 in de kasstromen van de financieringsactiviteiten van de beëindigde activiteiten. Het aan de minderheidsaandeelhouders uitbetaalde dividend, 1.008 duizend euro, wordt volledig voorgesteld in de kasstromen van de financieringsactiviteiten van de beëindigde activiteiten. (duizend euro) Kapitaal Uitgiftepremie Ingehouden winsten Pensioenplannen met vaste bijdragen en vaste prestaties Reserves met betrekking tot afdekkingsverrichtingen Wisselkoersverschillen uit de omrekening Eigen vermogen – deel groep Minderheidsbelangen Totaal December 2019 41.330 800.008 995.786 (37.089) (40.892) (10.440) 1.748.703 11.607 1.760.310 Totaalresultaat voor de periode 64.020 (4.694) (8.823) (11.693) 38.810 1.067 39.877 Dividenden aan aandeelhouders 0 0 0 Dividenden van minderheidsbelangen 72 72 Wijziging consolidatiekring en andere wijzigingen (400) (400) 5.089 4.689 December 2020 41.330 800.008 1.059.406 (41.783) (49.715) (22.133) 1.787.113 17.835 1.804.948 KAPITAAL EN RESERVES Het kapitaal op 31 december 2021 bestaat uit 25.314.482 gewone aandelen. Het zijn aandelen zonder aanduiding van nominale waarde. De houders van gewone aandelen hebben het recht om dividenden te ontvangen en hebben recht op één stem per aandeel op de algemene vergadering van aandeelhouders. Aangezien de gedeeltelijke splitsing mechanisch tot de overdracht van een wezenlijk deel van de eigen middelen en de beschikbare reserves van CFE naar DEME Group zal leiden, meent de raad van bestuur dat het eigen vermogen van CFE moet worden versterkt en heeft hij voorgesteld geen dividend uit te keren voor het boekjaar 2021. Dit voorstel zal tijdens de algemene vergadering door de aandeelhouders moeten worden goedgekeurd. De raad van bestuur had voor het boekjaar 2020 een dividend van 25.314 duizend euro voorgesteld, wat overeenstemt met 1,00 euro bruto per aandeel, dat op de algemene vergadering werd goedgekeurd. GECONSOLIDEERDE JAARREKENING EN TOELICHTING VOORAF De Aannemingsmaatschappij CFE NV (hierna ‘de vennootschap’ of ‘CFE’ genoemd) is een vennootschap naar Belgisch recht, gevestigd in België. De geconsolideerde jaarrekening voor de periode afgesloten op 31 december 2021 bevat de jaarrekening van de vennootschap, van haar dochterondernemingen (‘groep CFE’) en haar belangen in de deelnemingen waarop vermogensmutatie is toegepast. CFE wordt voor 62,1 % gecontroleerd door de Belgische investeringsgroep Ackermans & van Haaren (XBRU BE0003764785). CFE en Ackermans & van Haaren zijn op Euronext Brussels genoteerde vennootschappen. De raad van bestuur heeft toestemming gegeven voor de publicatie van de geconsolideerde jaarrekening van de groep CFE op 25 maart 2022. De geconsolideerde jaarrekening van de groep CFE moet gelezen worden in samenhang met het beheersverslag van de raad van bestuur. VOORNAAMSTE TRANSACTIES IN 2021 EN 2020 MET GEVOLGEN VOOR DE CONSOLIDATIEKRING VAN DE GROEP CFE TRANSACTIES IN 2021 VOOR DE VOORTGEZETTE ACTIVITEITEN 1 1 . . P P o o o o l l C C o o n n t t r r a a c c t t i i n n g g De belangrijkste wijzigingen in het jaar 2021 van de consolidatiekring van de pool Contracting van de groep CFE zijn als volgt: - De vennootschap Mobix Coghe NV, een 100 % dochteronderneming, volgens de globale methode geconsolideerd, werd opgeslorpt door de vennootschap Mobix Remacom NV, zelf een 100 % dochteronderneming en volgens de globale methode geconsolideerd, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2021 ; - De vennootschap Procool SA, een 100 % dochteronderneming, volgens de globale methode geconsolideerd, werd opgeslorpt door de vennootschap VMA Druart SA, zelf een 100 % dochteronderneming en volgens de globale methode geconsolideerd, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2021 ; - De vennootschap CFE Bau GmbH, een 100 % dochteronderneming van de groep CFE, werd opgericht. Deze vennootschap wordt volgens de globale methode geconsolideerd ; - De vennootschap Anmeco NV, een 100 % dochteronderneming van de groep CFE, werd vereffend. Deze vennootschap werd volgens de globale methode geconsolideerd ; - De vennootschap VMA NV, een 100 % dochteronderneming van de groep CFE, verhoogde haar participatie in de vennootschap VMA R. Robotics Sp. z o.o. van 51 % naar 100 %. Deze vennootschap werd in het verleden volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd en wordt nu volgens de globale methode geconsolideerd. Wij verwijzen naar toelichting 5 van dit verslag ; - De vennootschap VMA NV, een 100 % dochteronderneming van de groep CFE, verwierf 100 % van de aandelen van de vennootschappen Rolling Robotics Sp. z o.o., Rolling Robotics Sp. komandytowa, Power Automation Sp. z o.o. en Power Automation Sp. komandytowa. Deze vennootschappen worden volgens de globale methode geconsolideerd. Wij verwijzen naar toelichting 5 van dit verslag ; - De vennootschap CFE Sénégal SASU, een 100 % dochteronderneming van de groep CFE, werd vereffend. Deze vennootschap werd volgens de globale methode geconsolideerd. 2 2 . . P P o o o o l l v v a a s s t t g g o o e e d d o o n n t t w w i i k k k k e e l l i i n n g g De belangrijkste wijzigingen in het jaar 2021 van de consolidatiekring van de pool vastgoedontwikkeling van de groep CFE zijn als volgt: - De vennootschap BPI Real Estate Poland Sp. z o.o. verwierf: o 100 % van de nieuw opgerichte vennootschap BPI Project VIII Sp. z o.o. ; o 100 % van de nieuw opgerichte vennootschap BPI Project IX Sp. z o.o. De bovengenoemde verworven entiteiten worden volgens de globale methode geconsolideerd ; - De vennootschap BPI Real Estate Luxembourg SA verwierf: o 50 % van de nieuw opgerichte vennootschap The Roots Real Estate S.à r.l. ; o 50 % van de nieuw opgerichte vennootschap The Roots Office S.à r.l. De bovengenoemde verworven entiteiten worden volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd ; - De vennootschap BPI Real Estate Poland Sp. z o.o. vereffende al haar aandelen (100 %) in de vennootschap Immo Wola Sp. z o.o. Deze vennootschap werd volgens de globale methode geconsolideerd ; - De vennootschap BPI Real Estate Poland Sp. z o.o. verlaagde haar participatie in de vennootschap BPI Project V Sp. z o.o. van 100 % naar 50 % en deze laatste veranderde haar naam in BPI-Revive Matejki Sp. z o.o. Deze vennootschap werd in het verleden volgens de globale methode geconsolideerd en wordt nu volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd ; JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 143 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN - De naam van de vennootschappen BPI Project III Sp. z o.o., BPI Project VI Sp. z o.o. en BPI Project VII Sp. z o.o. werd gewijzigd in respectievelijk BPI Obrzezna Sp. z o.o., BPI Jaracza Sp. z o.o. en BPI Chmielna Sp. z o.o. ; - De vennootschap BPI Real Estate Luxembourg SA verwierf 100 % van de aandelen van de vennootschap Livingstone Retail S.à r.l. die voordien werden gehouden door de vennootschap M1 SA, een dochteronderneming voor 33,33 % van de groep CFE. Na deze overdracht veranderde de vennootschap haar naam in Mimosas Real Estate S.à r.l. Deze vennootschap werd in het verleden volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd en wordt nu volgens de globale methode geconsolideerd ; - De vennootschap BPI Real Estate Belgium SA verwierf 37,5 % van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Tervuren Square SA. Deze vennootschap wordt volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd ; - De vennootschap BPI Real Estate Belgium SA verlaagde haar participatie in de vennootschap Samaya Development SA van 100 % naar 50 %. Deze vennootschap werd in het verleden volgens de globale methode geconsolideerd en wordt nu volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd ; - De vennootschap BPI Real Estate Belgium SA verkocht al haar aandelen (50 %) in de vennootschap Ernest 11 SA. Deze vennootschap werd volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd. 3 3 . . W W o o o o d d S S h h a a p p e e r r s s – – P P a a r r t t n n e e r r s s c c h h a a p p t t u u s s s s e e n n d d e e p p o o o o l l C C o o n n t t r r a a c c t t i i n n g g e e n n d d e e p p o o o o l l v v a a s s t t g g o o e e d d o o n n t t w w i i k k k k e e l l i i n n g g In de loop van het jaar 2021 verwierf de vennootschap Wood Shapers SA 50 % van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Wood Gardens SA. Deze vennootschap werd volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd. 4 4 . . P P o o o o l l H H o o l l d d i i n n g g De belangrijkste wijzigingen in het jaar 2021 van de consolidatiekring van de pool Holding van de groep CFE zijn als volgt: - De vennootschap CFE Tchad SA, een 100 % dochteronderneming van de groep CFE, werd verkocht. Deze vennootschap werd volgens de globale methode geconsolideerd ; - De vennootschap Société Franco-Belge de Constructions Internationales SAS, een 100 % dochteronderneming van de groep CFE, werd vereffend. Deze vennootschap werd volgens de globale methode geconsolideerd. TRANSACTIES IN 2021 VOOR DE BEËINDIGDE ACITIVITEITEN – DEME De belangrijkste wijzigingen in het jaar 2021 van de consolidatiekring van de activiteiten van DEME zijn als volgt: 1. - DEME verwierf: o 100 % van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Thistle Wind Partners Ltd; o 70 % van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Hyport Oostende Holdco NV. De bovengenoemde verworven entiteiten worden volgens de globale methode geconsolideerd ; o 46,6 % van de aandelen van de vennootschap Nou Vela SA en 23,77 % van de aandelen van haar filiaal Port La Nouvelle SEMOP ; o 37,45 % van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Wérisol SA ; o 16,67 % van de aandelen van het consortium Hyve BV ; o 28 % van de aandelen van de vennootschap Rhama Port Hub SRL ; o 50 % van de aandelen van de vennootschap Hyport Coordination Company LLC ; o 14,7 % van de aandelen van de vennootschap Asyad Terminals DUQM LLC ; o 26 % van de aandelen van de vennootschap DUQM Logistic Lands and Investment Company LLC ; o 20 % van de aandelen van de vennootschap Zeeboerderij Westdiep BV ; o 49 % van de aandelen van de vennootschap Japan Offshore Marine Ltd ; o 49,99 % van de aandelen van de vennootschap CDWE Green Jade Shipowner Ltd. De bovengenoemde verworven entiteiten worden volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd ; - DEME verhoogde haar participatie in de vennootschappen G-tec Offshore SA, G-tec SAS, G-tec NV en G-tec BV van 72,5 % naar 100 %. Deze vennootschappen blijven volgens de globale methode geconsolideerd ; - DEME verhoogde haar participatie in de vennootschap Hydrogeo SARL, een 60 % dochteronderneming van G-tec, van 43,5 % naar 60 %. Deze vennootschap werd in het verleden volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd en wordt nu volgens de globale methode geconsolideerd ; - DEME verhoogde haar participatie in de vennootschap PT Dredging International Indonesia van 60 % naar 95 %. Deze vennootschap blijft volgens de globale methode geconsolideerd ; - DEME verhoogde haar participatie in de vennootschap High Wind NV van 99,1 % naar 100 %. Deze vennootschap blijft volgens de globale methode geconsolideerd ; - DEME vereffende al haar aandelen (100 %) in de vennootschappen DEME Concessions Infrastructure NV, Mascarenes Dredging & Management Ltd, DEME Shipping Company Ltd, Middle East Marine Contracting Ltd en Dredging International Services Middle East DMCEST. Deze vennootschappen werden volgens de globale methode geconsolideerd ; 144 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN - De naam van de vennootschappen BPI Project III Sp. z o.o., BPI Project VI Sp. z o.o. en BPI Project VII Sp. z o.o. werd gewijzigd in respectievelijk BPI Obrzezna Sp. z o.o., BPI Jaracza Sp. z o.o. en BPI Chmielna Sp. z o.o. ; - De vennootschap BPI Real Estate Luxembourg SA verwierf 100 % van de aandelen van de vennootschap Livingstone Retail S.à r.l. die voordien werden gehouden door de vennootschap M1 SA, een dochteronderneming voor 33,33 % van de groep CFE. Na deze overdracht veranderde de vennootschap haar naam in Mimosas Real Estate S.à r.l. Deze vennootschap werd in het verleden volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd en wordt nu volgens de globale methode geconsolideerd ; - De vennootschap BPI Real Estate Belgium SA verwierf 37,5 % van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Tervuren Square SA. Deze vennootschap wordt volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd ; - De vennootschap BPI Real Estate Belgium SA verlaagde haar participatie in de vennootschap Samaya Development SA van 100 % naar 50 %. Deze vennootschap werd in het verleden volgens de globale methode geconsolideerd en wordt nu volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd ; - De vennootschap BPI Real Estate Belgium SA verkocht al haar aandelen (50 %) in de vennootschap Ernest 11 SA. Deze vennootschap werd volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd. 33.. WWoooodd SShhaappeerrss –– PPaarrttnneerrsscchhaapp ttuusssseenn ddee ppooooll CCoonnttrraaccttiinngg eenn ddee ppooooll vvaassttggooeeddoonnttwwiikkkkeelliinngg In de loop van het jaar 2021 verwierf de vennootschap Wood Shapers SA 50 % van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Wood Gardens SA. Deze vennootschap werd volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd. 44.. PPooooll HHoollddiinngg De belangrijkste wijzigingen in het jaar 2021 van de consolidatiekring van de pool Holding van de groep CFE zijn als volgt: - De vennootschap CFE Tchad SA, een 100 % dochteronderneming van de groep CFE, werd verkocht. Deze vennootschap werd volgens de globale methode geconsolideerd ; - De vennootschap Société Franco-Belge de Constructions Internationales SAS, een 100 % dochteronderneming van de groep CFE, werd vereffend. Deze vennootschap werd volgens de globale methode geconsolideerd. TRANSACTIES IN 2021 VOOR DE BEËINDIGDE ACITIVITEITEN – DEME De belangrijkste wijzigingen in het jaar 2021 van de consolidatiekring van de activiteiten van DEME zijn als volgt: 1. - DEME verwierf: o 100 % van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Thistle Wind Partners Ltd; o 70 % van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Hyport Oostende Holdco NV. De bovengenoemde verworven entiteiten worden volgens de globale methode geconsolideerd ; o 46,6 % van de aandelen van de vennootschap Nou Vela SA en 23,77 % van de aandelen van haar filiaal Port La Nouvelle SEMOP ; o 37,45 % van de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Wérisol SA ; o 16,67 % van de aandelen van het consortium Hyve BV ; o 28 % van de aandelen van de vennootschap Rhama Port Hub SRL ; o 50 % van de aandelen van de vennootschap Hyport Coordination Company LLC ; o 14,7 % van de aandelen van de vennootschap Asyad Terminals DUQM LLC ; o 26 % van de aandelen van de vennootschap DUQM Logistic Lands and Investment Company LLC ; o 20 % van de aandelen van de vennootschap Zeeboerderij Westdiep BV ; o 49 % van de aandelen van de vennootschap Japan Offshore Marine Ltd ; o 49,99 % van de aandelen van de vennootschap CDWE Green Jade Shipowner Ltd. De bovengenoemde verworven entiteiten worden volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd ; - DEME verhoogde haar participatie in de vennootschappen G-tec Offshore SA, G-tec SAS, G-tec NV en G-tec BV van 72,5 % naar 100 %. Deze vennootschappen blijven volgens de globale methode geconsolideerd ; - DEME verhoogde haar participatie in de vennootschap Hydrogeo SARL, een 60 % dochteronderneming van G-tec, van 43,5 % naar 60 %. Deze vennootschap werd in het verleden volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd en wordt nu volgens de globale methode geconsolideerd ; - DEME verhoogde haar participatie in de vennootschap PT Dredging International Indonesia van 60 % naar 95 %. Deze vennootschap blijft volgens de globale methode geconsolideerd ; - DEME verhoogde haar participatie in de vennootschap High Wind NV van 99,1 % naar 100 %. Deze vennootschap blijft volgens de globale methode geconsolideerd ; - DEME vereffende al haar aandelen (100 %) in de vennootschappen DEME Concessions Infrastructure NV, Mascarenes Dredging & Management Ltd, DEME Shipping Company Ltd, Middle East Marine Contracting Ltd en Dredging International Services Middle East DMCEST. Deze vennootschappen werden volgens de globale methode geconsolideerd ; - DEME wijzigde haar integratiepercentage in de vennootschap DIAP Thailand Co LTD van 98 % in 48,9 %. Deze vennootschap werd in het verleden volgens de globale methode geconsolideerd en wordt nu volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd ; - De vennootschappen Agroviro NV en Purazur NV, 74,9 % dochterondernemingen en geconsolideerd volgens de globale methode, werden opgeslorpt door de vennootschap DEME Environmental Contractors NV, zelf een 74,9 % dochteronderneming en geconsolideerd volgens de globale methode. Na deze fusie werd de naam van de opslorpende vennootschap gewijzigd in DEME Environmental NV ; - De vennootschappen Dredging International Luxembourg SA en Société de dragage Luxembourg SA, 100 % dochterondernemingen van DEME en volgens de globale methode geconsolideerd, werden opgeslorpt door de vennootschap Safindi SA, zelf een 100 % dochteronderneming en geconsolideerd volgens de globale methode. Na deze fusie werd de naam van de opslorpende vennootschap gewijzigd in DEME Luxembourg SA ; - De naam van de vennootschap Maritime Services & Solutions SA werd gewijzigd in Spartacus Shipping SA. TRANSACTIES IN 2020 VOOR DE VOORTGEZETTE ACTIVITEITEN 1 1 . . P P o o o o l l C C o o n n t t r r a a c c t t i i n n g g De belangrijkste wijzigingen in het jaar 2020 van de consolidatiekring van de pool Contracting van de groep CFE zijn als volgt: - De vennootschap VMA Vanderhoydoncks NV werd opgeslorpt door VMA NV, een 100 % dochteronderneming van CFE Contracting, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2020 ; - De vennootschap Bâtiments et Ponts Construction SA (BPC SA), een 100 % dochteronderneming van CFE Contracting, bracht met terugwerkende kracht tot 1 januari 2020 de activiteitstakken BPC Hainaut, BPC Liège en BPC Namur in bij de vennootschap Thiran SA, eveneens een 100 % dochteronderneming van CFE Contracting. Na deze gedeeltelijke splitsing zonder ontbinding van de gesplitste vennootschap werd de naam van de vennootschap Thiran SA gewijzigd in BPC Wallonie SA ; - De vennootschap Algemeen Bouw- en Betonbedrijf NV (ABEB NV), een 100 % dochteronderneming van CFE Contracting, werd vereffend. Deze vennootschap werd volgens de globale methode geconsolideerd ; - De vennootschap Spanbo NV, een 100 % dochteronderneming van CFE Contracting, veranderde haar naam in Groep Terryn Construct NV. 2 2 . . P P o o o o l l v v a a s s t t g g o o e e d d o o n n t t w w i i k k k k e e l l i i n n g g De belangrijkste wijzigingen in het jaar 2020 van de consolidatiekring van de pool vastgoedontwikkeling van de groep CFE zijn als volgt: - De vennootschap BPI Real Estate Belgium SA (BPI) verwierf: o 100 % van de nieuw opgerichte vennootschap BPI Serenity Valley SA ; o 100 % van de nieuw opgerichte vennootschap Samaya Development SA. De bovengenoemde verworven entiteiten werden volgens de globale methode geconsolideerd ; o 50 % van de nieuw opgerichte vennootschap Arlon 53 SA ; o 50 % van de vennootschap Mobius I SA die gedeeltelijk werd gesplitst door de oprichting van twee vennootschappen, Debrouckère Office SA en Debrouckère Leisure SA, zonder ontbinding van de gesplitste vennootschap, die haar naam veranderde in Debrouckère Land SA. Deze twee nieuwe vennootschappen worden voor 50 % gehouden. De bovengenoemde verworven entiteiten werden volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd ; - De vennootschap BPI Real Estate Poland Sp. z o.o., een 100 % dochteronderneming, verhoogde haar participatie in de vennootschap ACE 14 Sp. z o.o. van 90 % naar 100 %, en deze laatste veranderde haar naam in BPI Wolare Sp. z o.o. Deze vennootschap blijft geconsolideerd volgens de globale methode ; - De vennootschap BPI Project VII Sp. z o.o. werd opgericht. Deze vennootschap wordt voor 100 % gehouden door BPI Real Estate Poland Sp. z o.o. Deze vennootschap werd volgens de globale methode geconsolideerd ; - De vennootschappen BPI Project I Sp. z o.o. en BPI Project IV Sp. z o.o., 100 % dochterondernemingen van BPI Real Estate Poland Sp. z o.o., veranderden hun naam in respectievelijk BPI Bernadowo Sp. z o.o. en BPI Wagrowska Sp. z o.o. ; - De vennootschap BPI Real Estate Luxembourg, een 100 % dochteronderneming, verwierf: o 100 % van de vennootschap Herrenberg SA; o 100 % van de nieuw opgerichte vennootschap Central Parc S.à r.l. De bovengenoemde verworven entiteiten werden volgens de globale methode geconsolideerd ; o 50 % van de nieuw opgerichte vennootschap Immo Marial S.à r.l ; o 50 % van de nieuw opgerichte vennootschap Wooden SA. De bovengenoemde verworven entiteiten werden volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd ; - De vennootschap Prince Henri S.à r.l. werd opgericht. Deze vennootschap wordt voor 100 % gehouden door Central Parc S.à.r.l. Deze vennootschap wordt volgens de globale methode geconsolideerd ; - De vennootschap Livingstone Retail S.à r.l. werd opgericht. Deze vennootschap wordt voor 100 % gehouden door M1 SA, een 33,33 % dochteronderneming van BPI Real Estate Luxembourg SA. Deze vennootschap werd volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd ; JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 145 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN - De vennootschap Pourpelt SA werd opgericht. Deze vennootschap wordt voor 100 % gehouden door BPI Real Estate Luxembourg SA. Deze vennootschap werd volgens de globale methode geconsolideerd ; - De vennootschap BPI Real Estate Luxemburg SA verlaagde haar participatie in de vennootschap Gravity SA van 100 % naar 50 %. Deze vennootschap, die volgens de globale methode werd geconsolideerd, wordt voortaan volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd ; - De vennootschappen Bedford Finance SRL en Bayside Finance SRL, 40 % dochterondernemingen van BPI, vereffenden hun participatie in de vennootschappen VM Property I SA en VM Property II SA. Er werden volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd ; - De vennootschap BPI Real Estate Luxembourg SA verkocht al haar aandelen (100 %) in de vennootschap Arlon 23 SA. Deze vennootschap werd volgens de globale methode geconsolideerd ; - De vennootschap Van Maerlant SA, een 100 % dochteronderneming van BPI Real Estate Belgium SA, veranderde haar naam in BPI Pure SA. 3 3 . . P P o o o o l l H H o o l l d d i i n n g g De belangrijkste wijziging in het jaar 2020 van de consolidatiekring van de pool Holding van de groep CFE is als volgt: - De vennootschap CFE Middle East Co WLL, een 100 % dochteronderneming van de groep CFE, werd gedeconsolideerd. Deze vennootschap werd volgens de globale methode geconsolideerd. TRANSACTIES IN 2020 VOOR DE BEËINDIGDE ACITIVITEITEN – DEME De belangrijkste wijzigingen in het jaar 2020 van de consolidatiekring van de activiteiten van DEME zijn als volgt: - DEME verwierf: o 100 % van de nieuw opgerichte vennootschap Dredging International Argentina SA; o 100 % van de nieuw opgerichte vennootschap Deeptech NV ; o 100 % van de nieuw opgerichte vennootschap Meuse River Shipping SA ; o 95 % van de nieuw opgerichte vennootschap Dredging International Bahrain WLL ; o 100 % van de nieuw opgerichte vennootschap Delta River Shipping SA ; o 100 % van de vennootschappen SPT Offshore Holding BV, Seatec Holding BV, Seatec Subsea Systems BV, SPT Equipment BV, SPT Offshore BV, SPT Offshore UK Ltd en SPT Offshore SDN BHD, die de groep SPT Offshore vormen. De bovengenoemde verworven vennootschappen worden geconsolideerd volgens de globale methode ; o 37,45 % van de vennootschap Blue Site SA ; o 19,47 % van de vennootschap Feluy M2M SA ; o 37,68 % van de vennootschap Combined Marine Terminal Operations Marafi LLC. De bovengenoemde verworven vennootschappen werden geïntegreerd volgens de vermogensmutatiemethode ; - DEME verhoogde haar belang in de vennootschap CBD SAS van 50 % naar 100 %. Deze vennootschap, die volgens de vermogensmutatiemethode werd geïntegreerd, wordt nu volgens de globale methode geconsolideerd. Deze vennootschap werd later opgeslorpt door de vennootschap Société de Dragage International (SDI), zelf een 100 % dochteronderneming en volgens de globale methode geconsolideerd ; - DEME verhoogde haar belang in de vennootschap International Seaport Dredging PVT LTD van 89,61 % naar 93,64 %. Deze vennootschap blijft geconsolideerd volgens de globale methode ; - DEME wijzigde haar integratiepercentage in de vennootschap DIAP Thailand Co LTD van 48,90 % naar 98 %, na de ondertekening van een aandeelhoudersovereenkomst waarin de lokale partner haar 98 % economische belangen toekent. Deze vennootschap, die volgens de vermogensmutatiemethode werd geïntegreerd, wordt nu volgens de globale methode geconsolideerd ; - DEME verhoogde haar belang in de vennootschap High Wind NV van 50,4 % naar 99,1 %. Deze vennootschap, die volgens de vermogensmutatiemethode werd geïntegreerd, wordt nu volgens de globale methode geconsolideerd ; - DEME verlaagde haar belang in de vennootschap Terranova NV van 43,73 % naar 24,96 %. Deze vennootschap blijft volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerd ; - DEME verlaagde haar belang in de vennootschap DUQM Industrial Land Company LLC van 34,90 % naar 27,55 %. Deze vennootschap blijft volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerd ; - DEME deed al haar aandelen (12,5 %) in de vennootschap Merkur Offshore GmbH van de hand. Deze vennootschap werd op 31 december 2019 gepresenteerd als activa bestemd voor verkoop ; - DEME vereffende de vennootschap Thor Crewing Luxembourg SA waarvan het alle aandelen hield. Deze vennootschap werd geconsolideerd volgens de globale methode ; 146 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN - De vennootschap Pourpelt SA werd opgericht. Deze vennootschap wordt voor 100 % gehouden door BPI Real Estate Luxembourg SA. Deze vennootschap werd volgens de globale methode geconsolideerd ; - De vennootschap BPI Real Estate Luxemburg SA verlaagde haar participatie in de vennootschap Gravity SA van 100 % naar 50 %. Deze vennootschap, die volgens de globale methode werd geconsolideerd, wordt voortaan volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd ; - De vennootschappen Bedford Finance SRL en Bayside Finance SRL, 40 % dochterondernemingen van BPI, vereffenden hun participatie in de vennootschappen VM Property I SA en VM Property II SA. Er werden volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd ; - De vennootschap BPI Real Estate Luxembourg SA verkocht al haar aandelen (100 %) in de vennootschap Arlon 23 SA. Deze vennootschap werd volgens de globale methode geconsolideerd ; - De vennootschap Van Maerlant SA, een 100 % dochteronderneming van BPI Real Estate Belgium SA, veranderde haar naam in BPI Pure SA. 33.. PPooooll HHoollddiinngg De belangrijkste wijziging in het jaar 2020 van de consolidatiekring van de pool Holding van de groep CFE is als volgt: - De vennootschap CFE Middle East Co WLL, een 100 % dochteronderneming van de groep CFE, werd gedeconsolideerd. Deze vennootschap werd volgens de globale methode geconsolideerd. TRANSACTIES IN 2020 VOOR DE BEËINDIGDE ACITIVITEITEN – DEME De belangrijkste wijzigingen in het jaar 2020 van de consolidatiekring van de activiteiten van DEME zijn als volgt: - DEME verwierf: o 100 % van de nieuw opgerichte vennootschap Dredging International Argentina SA; o 100 % van de nieuw opgerichte vennootschap Deeptech NV ; o 100 % van de nieuw opgerichte vennootschap Meuse River Shipping SA ; o 95 % van de nieuw opgerichte vennootschap Dredging International Bahrain WLL ; o 100 % van de nieuw opgerichte vennootschap Delta River Shipping SA ; o 100 % van de vennootschappen SPT Offshore Holding BV, Seatec Holding BV, Seatec Subsea Systems BV, SPT Equipment BV, SPT Offshore BV, SPT Offshore UK Ltd en SPT Offshore SDN BHD, die de groep SPT Offshore vormen. De bovengenoemde verworven vennootschappen worden geconsolideerd volgens de globale methode ; o 37,45 % van de vennootschap Blue Site SA ; o 19,47 % van de vennootschap Feluy M2M SA ; o 37,68 % van de vennootschap Combined Marine Terminal Operations Marafi LLC. De bovengenoemde verworven vennootschappen werden geïntegreerd volgens de vermogensmutatiemethode ; - DEME verhoogde haar belang in de vennootschap CBD SAS van 50 % naar 100 %. Deze vennootschap, die volgens de vermogensmutatiemethode werd geïntegreerd, wordt nu volgens de globale methode geconsolideerd. Deze vennootschap werd later opgeslorpt door de vennootschap Société de Dragage International (SDI), zelf een 100 % dochteronderneming en volgens de globale methode geconsolideerd ; - DEME verhoogde haar belang in de vennootschap International Seaport Dredging PVT LTD van 89,61 % naar 93,64 %. Deze vennootschap blijft geconsolideerd volgens de globale methode ; - DEME wijzigde haar integratiepercentage in de vennootschap DIAP Thailand Co LTD van 48,90 % naar 98 %, na de ondertekening van een aandeelhoudersovereenkomst waarin de lokale partner haar 98 % economische belangen toekent. Deze vennootschap, die volgens de vermogensmutatiemethode werd geïntegreerd, wordt nu volgens de globale methode geconsolideerd ; - DEME verhoogde haar belang in de vennootschap High Wind NV van 50,4 % naar 99,1 %. Deze vennootschap, die volgens de vermogensmutatiemethode werd geïntegreerd, wordt nu volgens de globale methode geconsolideerd ; - DEME verlaagde haar belang in de vennootschap Terranova NV van 43,73 % naar 24,96 %. Deze vennootschap blijft volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerd ; - DEME verlaagde haar belang in de vennootschap DUQM Industrial Land Company LLC van 34,90 % naar 27,55 %. Deze vennootschap blijft volgens de vermogensmutatiemethode geconsolideerd ; - DEME deed al haar aandelen (12,5 %) in de vennootschap Merkur Offshore GmbH van de hand. Deze vennootschap werd op 31 december 2019 gepresenteerd als activa bestemd voor verkoop ; - DEME vereffende de vennootschap Thor Crewing Luxembourg SA waarvan het alle aandelen hield. Deze vennootschap werd geconsolideerd volgens de globale methode ; - DEME en haar partner vereffenden de vennootschap DEME Environmental Contractors UK LTD. Deze vennootschap werd geconsolideerd volgens de globale methode (DEME: 74,9 %) ; - De vennootschappen Innovation Holding BV en Innovation Shipowner BV, 100 % dochterondernemingen en geconsolideerd volgens de globale methode, werden opgeslorpt door de vennootschap DEME Offshore Shipping BV, zelf een 100 % dochteronderneming en geconsolideerd volgens de globale methode ; - De vennootschap Innovation Shipping BV, een 100 % dochteronderneming en geconsolideerd volgens de globale methode, werd opgeslorpt door de vennootschap DEME Offshore NL BV, zelf een 100 % dochteronderneming en geconsolideerd volgens de globale methode ; - De vennootschap Paes Maritiem BV, een 100 % dochteronderneming en geconsolideerd volgens de globale methode, werd opgeslorpt door de vennootschap DBM NL BV, zelf een 100 % dochteronderneming en geconsolideerd volgens de globale methode. 1. ALGEMENE PRINCIPES IFRS ZOALS AANVAARD DOOR DE EUROPESE UNIE De voor het opstellen en de voorstelling van de geconsolideerde jaarrekening van CFE op 31 december 2021 gekozen boekhoudkundige principes zijn conform de op 31 december 2021 door de Europese Unie goedgekeurde IFRS-normen en -interpretaties. De op 31 december 2021 gekozen boekhoudprincipes zijn dezelfde als degene die werden gebruikt voor het opstellen van de jaarlijkse financiële overzichten per 31 december 2020, met uitzondering van de hierna beschreven door de Europese Unie aangenomen standaarden en/of aanpassingen die vanaf 1 januari 2021 verplicht van toepassing zijn. STANDAARDEN EN INTERPRETATIES DIE VAN TOEPASSING ZIJN VOOR HET BOEKJAAR BEGINNEND OP 1 JANUARI 2021 - Aanpassingen aan IFRS 9, IAS 39, IFRS 7, IFRS 4 en IFRS 16 Hervorming van de Referentierentevoeten – fase 2 (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2021) - Aanpassingen aan IFRS 16 Leaseovereenkomsten: Huurconcessies in verband met COVID-19 na 30 juni (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 april 2021) - Aanpassing aan IFRS 4 Verzekeringscontracten – verlenging van de tijdelijke vrijstelling van de toepassing van IFRS 9 tot 1 januari 2023 (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2021) De toepassing van deze standaarden en interpretaties heeft geen materiële gevolgen op de geconsolideerde jaarrekening van de groep CFE. UITGEBRACHTE STANDAARDEN EN INTERPRETATIES DIE ECHTER NOG NIET VAN TOEPASSING ZIJN VOOR HET BOEKJAAR BEGINNEND OP 1 JANUARI 2021 De Groep heeft beslist om niet te anticiperen op de standaarden en interpretaties waarvan de toepassing op 31 december 2021 niet verplicht is. - Aanpassingen aan IAS 16 Materiële vaste activa: inkomsten verkregen voor het beoogde gebruik (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2022) - Aanpassingen aan IAS 37 Voorzieningen, voorwaardelijke verplichtingen en voorwaardelijke activa: verlieslatende contracten – kost om het contract na te leven (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2022) - Aanpassingen aan IFRS 3 Bedrijfscombinaties: referenties naar het conceptueel raamwerk (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2022) - Jaarlijkse verbeteringen 2018–2020 (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2022) - IFRS 17 Verzekeringscontracten : eerste toepassing op IFRS 17 en IFRS 9 (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2023) - Aanpassingen aan IAS 1 Presentatie van de jaarrekening: classificatie van verplichtingen als kortlopend of langlopend (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2023, maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie) - Aanpassingen aan IAS 1 Presentatie van de jaarrekening en uiteenzetting van de praktijken in IFRS 2: Te verstrekken informatie over de grondslagen voor financiële verslaggeving (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2023 maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie) - Aanpassingen aan IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten: Definitie van schattingen (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2023 maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie) - Aanpassingen aan IAS 12 Winstbelastingen: Uitgestelde belastingen met betrekking tot activa en passiva uit eenzelfde transactie (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2023 maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie) JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 147 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN 2. GRONDSLAGEN BIJ DE OPSTELLING VAN DE JAARREKENING (A) OVEREENSTEMMINGSVERKLARING De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld in overeenstemming met de standaarden voor financiële verslaglegging (IFRS - International Financial Reporting Standards) zoals goedgekeurd binnen de Europese Unie. (B) PRESENTATIEBASIS De geconsolideerde jaarrekening wordt uitgedrukt in duizenden euro, afgerond naar het dichtstbijzijnde duizendtal. Eigenvermogensinstrumenten of afgeleide financiële instrumenten worden echter gewaardeerd tegen historische kostprijs wanneer er voor die instrumenten geen prijs op een actieve markt beschikbaar is en wanneer andere redelijke waarderingsmethoden van de reële waarde ongeschikt en/of onuitvoerbaar zijn. De boekhoudprincipes worden consistent toegepast. De geconsolideerde jaarrekening wordt gepresenteerd vóór de bestemming van het resultaat van de moedermaatschappij zoals voorgesteld aan de algemene vergadering van aandeelhouders. (C) SAMENVATTING VAN BELANGRIJKE GRONDSLAGEN VOOR FINANCIËLE VERSLAGGEVING Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening volgens de IFRS-normen, worden schattingen verricht en veronderstellingen geformuleerd die een invloed hebben op de bedragen opgenomen in die jaarrekening, met name wat betreft : - de afschrijvingsperiode van de vaste activa ; - de waardering van de voorzieningen en de pensioenverplichtingen ; - de waardering van het resultaat volgens de vooruitgang van de bouwcontracten ; - de in de waardeverminderingstests gebruikte waarderingen ; - de in de waardering van inkomstenbelastingen of onzekere belastingposities gebruikte schattingen ; - de waardering van de financiële instrumenten tegen reële waarde ; - de beoordeling van de controle op deelvennootschappen ; - de kwalificatie, bij de overname van een bedrijf, van de transactie (bedrijfscombinatie of verwerving van activa) ; en - de veronderstellingen die gebruikt werden voor de bepaling van de financiële verplichting in overeenstemming met IFRS 16. Deze schattingen gaan ervan uit dat de continuïteit van de bedrijfsactiviteiten gewaarborgd is en worden gemaakt op basis van de op dat ogenblik beschikbare informatie. De schattingen kunnen herzien worden wanneer de omstandigheden waarop ze gebaseerd zijn evolueren of wanneer nieuwe informatie beschikbaar wordt. De uiteindelijke resultaten kunnen afwijken van deze schattingen. (D) CONSOLIDATIEPRINCIPES Deze geconsolideerde jaarrekening bevat de jaarrekening van de vennootschap en haar dochterondernemingen. Dochterondernemingen zijn entiteiten waarover de Groep zeggenschap heeft. Er is sprake van zeggenschap indien de Groep : - macht heeft over de deelneming - blootgesteld is aan of rechten heeft op veranderlijke opbrengsten uit hoofde van haar betrokkenheid bij de deelneming ; - over de mogelijkheid beschikt deze opbrengsten via haar macht over de deelneming te beïnvloeden. Indien de groep CFE niet de meerderheid van de stemrechten in een uitgevende instelling houdt, heeft zij stemrechten die volstaan om haar zeggenschap te geven wanneer zij in de praktijk eenzijdig de relevante activiteiten van de uitgevende instelling kan sturen. In haar beoordeling of de stemrechten die zij in de uitgevende instelling houdt, volstaan om haar zeggenschap te geven, houdt de groep CFE rekening met alle feiten en omstandigheden, met inbegrip van: - het aantal stemrechten dat de groep CFE houdt, in verhouding met het aantal stemrechten van andere houders van stemrechten en met hun verspreiding; - de potentiële stemrechten die de groep CFE, de andere houders van stemrechten of andere partijen houden; - de rechten die voortvloeien uit andere contractuele akkoorden; - de andere feiten en omstandigheden, indien zij bestaan, die aangeven of de groep CFE wel of niet in staat is om de relevante activiteiten te sturen op het ogenblik dat de beslissingen moeten worden genomen, met inbegrip van de tendensen van de stemmingen tijdens de vorige aandeelhoudersvergaderingen. De groep CFE consolideert de dochteronderneming vanaf de datum waarop zij er de controle over verkrijgt, en consolideert ze niet langer wanneer zij de controle verliest. Meer bepaald worden de winsten en verliezen van een dochteronderneming die in de loop van het boekjaar wordt verworven of verkocht, opgenomen in de geconsolideerde resultatenrekening en het geconsolideerd overzicht van het totaalresultaat vanaf de datum waarop de groep CFE de controle over de dochteronderneming verwerft en tot de datum waarop zij de controle verliest. 148 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN 2. GRONDSLAGEN BIJ DE OPSTELLING VAN DE JAARREKENING (A) OVEREENSTEMMINGSVERKLARING De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld in overeenstemming met de standaarden voor financiële verslaglegging (IFRS - International Financial Reporting Standards) zoals goedgekeurd binnen de Europese Unie. (B) PRESENTATIEBASIS De geconsolideerde jaarrekening wordt uitgedrukt in duizenden euro, afgerond naar het dichtstbijzijnde duizendtal. Eigenvermogensinstrumenten of afgeleide financiële instrumenten worden echter gewaardeerd tegen historische kostprijs wanneer er voor die instrumenten geen prijs op een actieve markt beschikbaar is en wanneer andere redelijke waarderingsmethoden van de reële waarde ongeschikt en/of onuitvoerbaar zijn. De boekhoudprincipes worden consistent toegepast. De geconsolideerde jaarrekening wordt gepresenteerd vóór de bestemming van het resultaat van de moedermaatschappij zoals voorgesteld aan de algemene vergadering van aandeelhouders. (C) SAMENVATTING VAN BELANGRIJKE GRONDSLAGEN VOOR FINANCIËLE VERSLAGGEVING Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening volgens de IFRS-normen, worden schattingen verricht en veronderstellingen geformuleerd die een invloed hebben op de bedragen opgenomen in die jaarrekening, met name wat betreft : - de afschrijvingsperiode van de vaste activa ; - de waardering van de voorzieningen en de pensioenverplichtingen ; - de waardering van het resultaat volgens de vooruitgang van de bouwcontracten ; - de in de waardeverminderingstests gebruikte waarderingen ; - de in de waardering van inkomstenbelastingen of onzekere belastingposities gebruikte schattingen ; - de waardering van de financiële instrumenten tegen reële waarde ; - de beoordeling van de controle op deelvennootschappen ; - de kwalificatie, bij de overname van een bedrijf, van de transactie (bedrijfscombinatie of verwerving van activa) ; en - de veronderstellingen die gebruikt werden voor de bepaling van de financiële verplichting in overeenstemming met IFRS 16. Deze schattingen gaan ervan uit dat de continuïteit van de bedrijfsactiviteiten gewaarborgd is en worden gemaakt op basis van de op dat ogenblik beschikbare informatie. De schattingen kunnen herzien worden wanneer de omstandigheden waarop ze gebaseerd zijn evolueren of wanneer nieuwe informatie beschikbaar wordt. De uiteindelijke resultaten kunnen afwijken van deze schattingen. (D) CONSOLIDATIEPRINCIPES Deze geconsolideerde jaarrekening bevat de jaarrekening van de vennootschap en haar dochterondernemingen. Dochterondernemingen zijn entiteiten waarover de Groep zeggenschap heeft. Er is sprake van zeggenschap indien de Groep : - macht heeft over de deelneming - blootgesteld is aan of rechten heeft op veranderlijke opbrengsten uit hoofde van haar betrokkenheid bij de deelneming ; - over de mogelijkheid beschikt deze opbrengsten via haar macht over de deelneming te beïnvloeden. Indien de groep CFE niet de meerderheid van de stemrechten in een uitgevende instelling houdt, heeft zij stemrechten die volstaan om haar zeggenschap te geven wanneer zij in de praktijk eenzijdig de relevante activiteiten van de uitgevende instelling kan sturen. In haar beoordeling of de stemrechten die zij in de uitgevende instelling houdt, volstaan om haar zeggenschap te geven, houdt de groep CFE rekening met alle feiten en omstandigheden, met inbegrip van: - het aantal stemrechten dat de groep CFE houdt, in verhouding met het aantal stemrechten van andere houders van stemrechten en met hun verspreiding; - de potentiële stemrechten die de groep CFE, de andere houders van stemrechten of andere partijen houden; - de rechten die voortvloeien uit andere contractuele akkoorden; - de andere feiten en omstandigheden, indien zij bestaan, die aangeven of de groep CFE wel of niet in staat is om de relevante activiteiten te sturen op het ogenblik dat de beslissingen moeten worden genomen, met inbegrip van de tendensen van de stemmingen tijdens de vorige aandeelhoudersvergaderingen. De groep CFE consolideert de dochteronderneming vanaf de datum waarop zij er de controle over verkrijgt, en consolideert ze niet langer wanneer zij de controle verliest. Meer bepaald worden de winsten en verliezen van een dochteronderneming die in de loop van het boekjaar wordt verworven of verkocht, opgenomen in de geconsolideerde resultatenrekening en het geconsolideerd overzicht van het totaalresultaat vanaf de datum waarop de groep CFE de controle over de dochteronderneming verwerft en tot de datum waarop zij de controle verliest. De jaarrekeningen van de dochterondernemingen worden indien nodig aangepast opdat hun waarderingsgrondslagen overeenstemmen met de waarderingsgrondslagen van de groep CFE. Alle intercompanysaldi en -transacties inclusief ongerealiseerde resultaten op intercompanytransacties worden volledig geëlimineerd. Een wijziging in het eigendomsbelang in een dochteronderneming zonder verlies van zeggenschap wordt verwerkt als een eigen-vermogenstransactie. De boekwaarden van het belang van de CFE Groep en de minderheidsbelangen worden bijgevolg rechtstreeks in het eigen vermogen aangepast om de nieuwe proportionele belangen in de dochteronderneming te weerspiegelen. Wanneer de CFE groep de minderheidsaandeelhouders van een dochteronderneming een verkoopoptie verleent (‘put’ op de minderheidsbelangen), wordt de overeenkomstige financiële verplichting initieel in het eigen vermogen verwerkt als een daling van de minderheidsbelangen. Een geassocieerde onderneming is een entiteit waarin de groep CFE een invloed van betekenis heeft. Een invloed van betekenis is het vermogen om deel te nemen aan de beslissingen over het financiële en operationele beleid van een uitgevende instelling, zonder echter een controle of gezamenlijke controle uit te oefenen over dat beleid. Een joint venture is een partnerschap waarin de partijen die samen de controle over de onderneming uitoefenen rechten hebben op netto-activa van de onderneming. Gezamenlijke controle betekent het contractueel overeengekomen delen van de controle over een onderneming, dat alleen bestaat wanneer de beslissingen over de relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die de controle delen. De resultaten en de activa en passiva van de geassocieerde deelnemingen of joint ventures worden in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode, tenzij de deelneming of er een gedeelte ervan wordt geclassificeerd als aangehouden voor verkoop; in dat geval wordt ze opgenomen volgens IFRS 5. Volgens de vermogensmutatiemethode wordt een participatie in een geassocieerde onderneming of een joint venture aanvankelijk tegen kostprijs opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening en vervolgens aangepast om het aandeel van de groep op te nemen in het nettoresultaat en de andere elementen van het totaalresultaat van de geassocieerde onderneming of de joint venture. Als het aandeel van de groep in de verliezen van een geassocieerde onderneming of een joint venture groter is dan haar participatie erin, neemt de groep CFE haar aandeel in de toekomstige verliezen niet langer op. De bijkomende verliezen worden alleen opgenomen indien de groep CFE een wettelijke of impliciete verplichting heeft aangegaan of betalingen heeft verricht in naam van de geassocieerde onderneming of de joint venture. Een deelneming in een geassocieerde onderneming of joint venture wordt opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode vanaf de datum waarop de entiteit een geassocieerde deelneming of joint venture wordt. Bij de verwerving van de deelneming in een geassocieerde onderneming of een joint venture, wordt elk overschot van de verkrijgingsprijs op het aan de groep toerekenbare aandeel in de reële waarden van de individuele activa en verplichtingen van de entiteit opgenomen als goodwill, die is inbegrepen in de boekwaarde van de deelneming. Bij de verwerving van de deelneming wordt een negatief verschil tussen het aan de groep toerekenbare aandeel in de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva verkrijgingsprijs (na herwaardering), onmiddellijk opgenomen in het nettoresultaat van de periode van de verwerving van de deelneming. Een gezamenlijke onderneming is een partnerschap waarin de partijen die samen de controle over de onderneming uitoefenen rechten hebben op de activa en plichten met betrekking tot de passiva van de onderneming. Gezamenlijke controle betekent het contractueel overeengekomen delen van de controle over een onderneming, dat alleen bestaat wanneer de beslissingen over de relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die de controle delen.Wanneer een entiteit van de groep CFE haar activiteiten onderneemt in het kader van een joint venture, moet de groep CFE als medepartner de volgende elementen opnemen voor haar belangen in de joint venture: - haar activa, met inbegrip van haar aandeel in de gezamenlijk gehouden activa ; - haar passiva, met inbegrip van haar aandeel in de gezamenlijk gedragen passiva, in voorkomend geval ; - de winst die zij ontvangt uit de verkoop van haar aandeel in de productie die de joint venture voortbrengt ; - haar aandeel in de winst uit de verkoop van de productie die de joint venture voortbrengt ; - de verliezen die zij draagt, met inbegrip van haar aandeel in de gezamenlijk gedragen verliezen, in voorkomend geval. (E) VREEMDE VALUTA (1) TRANSACTIES IN VREEMDE VALUTA Transacties in vreemde valuta worden geboekt tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Monetaire activa en verplichtingen in vreemde valuta worden omgerekend tegen de slotkoers. Winsten en verliezen die voortvloeien uit deze transacties en uit de omrekening van de monetaire activa en verplichtingen die in vreemde valuta zijn uitgedrukt, worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening. Niet-monetaire activa en verplichtingen uitgedrukt in vreemde valuta, worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. (2) JAARREKENINGEN VAN BUITENLANDSE ENTITEITEN De activa en verplichtingen van vennootschappen van de groep CFE die andere functionele valuta dan de euro gebruiken, worden omgerekend in euro tegen de wisselkoers op de balansdatum. Opbrengsten, kosten en kasstromen van buitenlandse dochterondernemingen, met uitsluiting van entiteiten die hun activiteiten uitoefenen in een economie met hyperinflatie, worden omgerekend in euro tegen de gemiddelde wisselkoers van het boekjaar (die de wisselkoers op de transactiedatum benadert). De eigenvermogenscomponenten worden omgerekend tegen de historische wisselkoers. De wisselkoersverschillen die voortvloeien uit deze omrekening worden opgenomen in een aparte rubriek van het eigen vermogen, met name ‘omrekeningsverschillen’. Deze verschillen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening in het boekjaar waarin de entiteit wordt verkocht of vereffenend. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 149 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN (3) WISSELKOERSEN Valuta Slotkoers 2021 Gemiddelde koers 2021 Slotkoers 2020 Gemiddelde koers 2020 Poolse zloty 4,60 4,56 4,56 4,44 US dollar 1,13 1,18 1,23 1,14 Singaporese dollar 1,53 1,59 1,62 1,57 Tunesische dinar 3,25 3,29 3,29 3,20 CFA frank 655,96 655,96 655,96 655,96 Australische dollar 1,56 1,57 1,59 1,65 Nigeriaanse naira 465,25 484,15 484,55 435,36 Russische roebel 85,30 87,16 91,46 82,72 Egyptische pound 17,86 18,56 19,26 18,06 Taiwanese dollar 31,33 33,08 34,49 33,59 1 euro = X vreemde valuta (F) IMMATERIËLE VASTE ACTIVA (1) ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSKOSTEN Kosten voor onderzoeksactiviteiten, aangegaan met het oog op het verwerven van nieuwe wetenschappelijke of technische kennis en inzichten, worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt. De ontwikkelingskosten, dankzij welke de onderzoeksresultaten worden toegepast voor de planning of het ontwerp van de productie van nieuwe of verbeterde producten en processen, worden opgenomen als activa als het product of het proces technisch en commercieel realiseerbaar is, de vennootschap voldoende middelen heeft om de ontwikkeling te realiseren en de toerekenbare kosten op betrouwbare wijze kunnen worden bepaald. De onder de activa opgenomen kosten omvatten alle kosten die rechtstreeks toe te schrijven zijn aan dit actief, die noodzakelijk zijn voor de productie en ontwikkeling met het oog op het geplande gebruik. De andere ontwikkelingskosten worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt. De onder de activa opgenomen ontwikkelingskosten worden in de balans opgenomen tegen hun kostprijs, verminderd met de gecumuleerde afschrijvingen (zie hieronder) en bijzondere waardeverminderingen. (2) OVERIGE IMMATERIËLE VASTE ACTIVA De overige immateriële vaste activa verworven door de vennootschap, worden in de balans opgenomen tegen kostprijs, verminderd met de gecumuleerde afschrijvingen (zie verder) en bijzondere waardeverminderingen. Kosten met betrekking tot goodwill en intern gegenereerde merken worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt. (3) KOSTEN NA EERSTE OPNAME Kosten na eerste opname voor geactiveerde immateriële vaste activa worden maar als activa opgenomen indien ze toekomstige economische voordelen kunnen opleveren die het oorspronkelijk bepaalde prestatieniveau overschrijden. Alle andere kosten worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt. (4) AFSCHRIJVINGEN De immateriële vaste activa worden volgens de lineaire methode afgeschreven over hun verwachte levensduur tegen de volgende percentages: Minstens 5 % De concessieovereenkomsten 20 % - 33,33 % De software (G) BEDRIJFSCOMBINATIES Bedrijfscombinaties worden verwerkt volgens de overnamemethode. De kostprijs van een acquisitie wordt bepaald op het totaal van de overgedragen vergoeding (bepaald op de reële waarde per de overnamedatum). De aan de overname verbonden kosten worden opgenomen in de winst-en- verliesrekening op het moment dat ze worden gemaakt. Wanneer een door de groep overgedragen vergoeding in het kader van een bedrijfscombinatie een voorwaardelijke vergoedingsovereenkomst omvat, wordt de voorwaardelijke vergoeding gewaardeerd tegen haar reële waarde op de overnamedatum. Veranderingen in de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding die beantwoorden aan aanpassingen van de waarderingsperiode (zie hieronder) worden met terugwerkende kracht geboekt; alle andere veranderingen in de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Wanneer een bedrijfscombinatie in verschillende fasen wordt gerealiseerd, wordt het voorheen aangehouden belang van de groep geherwaardeerd tegen de reële waarde op de overnamedatum (d.i. de datum waarop de groep de zeggenschap heeft verkregen) en de eventuele nettowinst of -verlies geboekt. 150 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN (3) WISSELKOERSEN Valuta Slotkoers 2021 Gemiddelde koers 2021 Slotkoers 2020 Gemiddelde koers 2020 Poolse zloty 4,60 4,56 4,56 4,44 US dollar 1,13 1,18 1,23 1,14 Singaporese dollar 1,53 1,59 1,62 1,57 Tunesische dinar 3,25 3,29 3,29 3,20 CFA frank 655,96 655,96 655,96 655,96 Australische dollar 1,56 1,57 1,59 1,65 Nigeriaanse naira 465,25 484,15 484,55 435,36 Russische roebel 85,30 87,16 91,46 82,72 Egyptische pound 17,86 18,56 19,26 18,06 Taiwanese dollar 31,33 33,08 34,49 33,59 1 euro = X vreemde valuta (F) IMMATERIËLE VASTE ACTIVA (1) ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSKOSTEN Kosten voor onderzoeksactiviteiten, aangegaan met het oog op het verwerven van nieuwe wetenschappelijke of technische kennis en inzichten, worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt. De ontwikkelingskosten, dankzij welke de onderzoeksresultaten worden toegepast voor de planning of het ontwerp van de productie van nieuwe of verbeterde producten en processen, worden opgenomen als activa als het product of het proces technisch en commercieel realiseerbaar is, de vennootschap voldoende middelen heeft om de ontwikkeling te realiseren en de toerekenbare kosten op betrouwbare wijze kunnen worden bepaald. De onder de activa opgenomen kosten omvatten alle kosten die rechtstreeks toe te schrijven zijn aan dit actief, die noodzakelijk zijn voor de productie en ontwikkeling met het oog op het geplande gebruik. De andere ontwikkelingskosten worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt. De onder de activa opgenomen ontwikkelingskosten worden in de balans opgenomen tegen hun kostprijs, verminderd met de gecumuleerde afschrijvingen (zie hieronder) en bijzondere waardeverminderingen. (2) OVERIGE IMMATERIËLE VASTE ACTIVA De overige immateriële vaste activa verworven door de vennootschap, worden in de balans opgenomen tegen kostprijs, verminderd met de gecumuleerde afschrijvingen (zie verder) en bijzondere waardeverminderingen. Kosten met betrekking tot goodwill en intern gegenereerde merken worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt. (3) KOSTEN NA EERSTE OPNAME Kosten na eerste opname voor geactiveerde immateriële vaste activa worden maar als activa opgenomen indien ze toekomstige economische voordelen kunnen opleveren die het oorspronkelijk bepaalde prestatieniveau overschrijden. Alle andere kosten worden als last opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt. (4) AFSCHRIJVINGEN De immateriële vaste activa worden volgens de lineaire methode afgeschreven over hun verwachte levensduur tegen de volgende percentages: Minstens 5 % De concessieovereenkomsten 20 % - 33,33 % De software (G) BEDRIJFSCOMBINATIES Bedrijfscombinaties worden verwerkt volgens de overnamemethode. De kostprijs van een acquisitie wordt bepaald op het totaal van de overgedragen vergoeding (bepaald op de reële waarde per de overnamedatum). De aan de overname verbonden kosten worden opgenomen in de winst-en- verliesrekening op het moment dat ze worden gemaakt. Wanneer een door de groep overgedragen vergoeding in het kader van een bedrijfscombinatie een voorwaardelijke vergoedingsovereenkomst omvat, wordt de voorwaardelijke vergoeding gewaardeerd tegen haar reële waarde op de overnamedatum. Veranderingen in de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding die beantwoorden aan aanpassingen van de waarderingsperiode (zie hieronder) worden met terugwerkende kracht geboekt; alle andere veranderingen in de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Wanneer een bedrijfscombinatie in verschillende fasen wordt gerealiseerd, wordt het voorheen aangehouden belang van de groep geherwaardeerd tegen de reële waarde op de overnamedatum (d.i. de datum waarop de groep de zeggenschap heeft verkregen) en de eventuele nettowinst of -verlies geboekt. Op de overnamedatum worden de identificeerbare verworven activa en overgenomen verplichtingen opgenomen op basis van hun reële waarde, met uitzondering van: - de uitgestelde belastingvorderingen of -verplichtingen en de verplichtingen en activa uit hoofde van de personeelsbeloningen, die respectievelijk overeenkomstig IAS 12 Winstbelastingen en IAS 19 Personeelsbeloningen worden opgenomen en gewaardeerd ; - de verplichtingen of eigenvermogensinstrumenten ingevolge betalingsovereenkomsten op basis van aandelen van de verworven onderneming of betalingsovereenkomsten op basis van de aandelen van de groep, gesloten ter vervanging van betalingsovereenkomsten op basis van aandelen van de verworven onderneming, die gewaardeerd worden overeenkomstig IFRS 2 Aandelen gebaseerde betalingen , op de overnamedatum ; - de activa (of groepen activa die worden afgestoten) geclassificeerd als bestemd voor verkoop overeenkomstig IFRS 5 Vaste activa aangehouden met het oog op verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten , die gewaardeerd worden in overeenstemming met deze standaard. Als de initiële verwerking van een bedrijfscombinatie niet voltooid is op het einde van het boekjaar waarin de bedrijfscombinatie plaatsvond presenteert de groep de voorlopige bedragen voor de posten die nog niet volledig zijn verwerkt. Deze voorlopige bedragen worden tijdens de waarderingsperiode aangepast (zie hieronder), of bijkomende activa of verplichtingen worden opgenomen om rekening te houden met nieuwe informatie over de feiten en omstandigheden die golden op de overnamedatum en die, indien gekend, een invloed zou hebben gehad op de waardering van de toen opgenomen bedragen. De aanpassingen van de waarderingsperiode vloeien voort uit aanvullende informatie over feiten en omstandigheden die golden op de overnamedatum, verkregen tijdens de ‘waarderingsperiode’ (maximum een jaar vanaf de overnamedatum). (1) POSITIEVE GOODWILL Goodwill ontstaan uit een bedrijfscombinatie wordt opgenomen als een actief op de datum dat de zeggenschap wordt verkregen (de overnamedatum). De goodwill wordt gewaardeerd als het surplus van de totale overgedragen vergoeding, het bedrag van de minderheidsbelangen in de overgenomen onderneming en (in voorkomend geval) de reële waarde van het eventuele voorheen aangehouden belang van de groep in de verworven onderneming) ten opzichte van het nettobedrag op de overnamedatum, van de identificeerbare verworven activa en overgenomen verplichtingen. De minderheidsbelangen worden initieel gewaardeerd op basis van de reële waarde, of het aandeel van het minderheidsbelang in de opgenomen identificeerbare verworven netto-activa van de overgenomen onderneming. De keuze van de waarderingsgrondslag gebeurt voor elke transactie afzonderlijk. Goodwill wordt niet afgeschreven, maar getoetst op bijzondere waardeverminderingen. Dit gebeurt jaarlijks, of frequenter als er aanwijzingen zijn dat de kasstroomgenererende eenheid waaraan hij wordt toegekend (meestal een dochter) een bijzondere waardevermindering zou hebben kunnen ondergaan. De goodwill wordt uitgedrukt in de valuta van de dochteronderneming waarop hij betrekking heeft. Indien de realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid lager is dan haar boekwaarde wordt de bijzondere waardevermindering eerst in mindering gebracht van alle aan die eenheid toegewezen goodwill en pas daarna van de andere activa van die eenheid, evenredig met hun boekwaarde. De goodwill wordt in de balans opgenomen tegen de aanschaffingswaarde, min de bijzondere waardeverminderingen. Een voor goodwill opgenomen bijzondere waardevermindering, wordt niet teruggenomen in latere periodes. Bij vervreemding van een dochteronderneming worden de goodwill die eruit voortvloeit evenals het cumulatieve bedrag van de niet-gerealiseerde resultaten in aanmerking genomen voor het bepalen van het nettoresultaat van de vervreemding. Voor vennootschappen waarop de vermogensmutatie wordt toegepast, is de boekwaarde van de goodwill inbegrepen in de boekwaarde van dit belang. (2) NEGATIEVE GOODWILL Indien het nettobedrag van de identificeerbare verworven netto-activa en overgenomen verplichtingen, op de overnamedatum, het totaal van de overgedragen vergoeding, het bedrag van de minderheidsbelangen in de overgenomen onderneming en (in voorkomend geval) de reële waarde van het vroegere belang van de groep in de verworven onderneming overschrijdt, dan wordt het surplus onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen als een winst op een voordelige koop. (H) MATERIËLE VASTE ACTIVA (1) OPNAME EN WAARDERING Materiële vaste activa worden maar als activa opgenomen als het waarschijnlijk is dat ze toekomstige economische voordelen zullen genereren en als de kosten op betrouwbare wijze gewaardeerd kunnen worden. Deze criteria zijn van toepassing bij de eerste opname en voor latere uitgaven. Alle materiële vaste activa worden in de balans opgenomen tegen hun historische kostprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De historische kostprijs omvat de initiële aankoopprijs, de tijdens de bouwperiode aangegane financieringskosten en de andere directe bijkomende kosten (zoals niet terugvorderbare belastingen of vervoerkosten). De kostprijs van de door de onderneming geproduceerde activa omvat de prijs van de materialen, de directe loonkosten en een evenredig deel van de overheadkosten. (2) KOSTEN NA EERSTE OPNAME Kosten na eerste opname worden maar als een actief opgenomen wanneer ze de toekomstige economische voordelen voortgebracht door de materiële vaste activa vergroten. Herstellings- en onderhoudskosten die de toekomstige economische voordelen van de activa waarop ze betrekking hebben niet vergroten, dienen als last te worden opgenomen op het moment dat ze worden aangegaan. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 151 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN (3) AFSCHRIJVINGEN De afschrijvingen worden berekend vanaf de datum waarop het actief klaar is voor gebruik. De afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode en op basis van de geschatte gebruiksduur van die activa, namelijk: vrachtwagens: 5 jaar voertuigen: 3 à 5 jaar ander materieel: 5 jaar informaticamaterieel: 3 jaar kantoormaterieel: 5 jaar kantoormeubilair: 10 jaar renovatie van gebouwen/nieuwbouw: 20-33 jaar hoofdcomponent van de Trailing suction hopper dredgers, Cutter suction dredgers, Cable Lay Vessels and DP3 Offshore crane vessels en Jack-Up: 20 jaar met restwaarde van 1 % pontons, bakken, werkschepen en boosters: 18 jaar zonder restwaarde transportschepen, bakken: 25 jaar met restwaarde van 1 % kranen: 8-12 jaar met/zonder restwaarde van 1 % grondverzetmaterieel: 7 jaar zonder restwaarde leidingen: 3 jaar zonder restwaarde containers en werfinstallaties: 5 jaar divers werfmaterieel: 5 jaar Terreinen worden niet afgeschreven aangezien ze worden geacht een onbeperkte gebruiksduur te hebben. Financieringskosten die rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de verwerving, bouw of productie van een actief waarvoor een lange voorbereidingstijd nodig is, zijn in de prijs van dat actief inbegrepen. (4) BOEKHOUDKUNDIGE VERWERKING VAN DE HOOFDVLOOT VAN DEME De aanschaffingswaarde wordt in twee delen verdeeld: een hoofdcomponent die overeenkomt met 90 % van de aanschaffingswaarde, lineair afgeschreven tegen het afschrijvingspercentage bepaald per type schip, en een secundaire component die overeenkomt met 10 % van de aanschaffingswaarde en die lineair wordt afgeschreven over 10 jaar. Voor ‘Jack-Up’ vaartuigen, bedragen de hoofdcomponent en de secundaire component respectievelijk 66 % en 34 %. Bovendien worden het hefsysteem en de kraan lineair afgeschreven op 10 jaar. Bij de verwerving van een schip worden de vervangingsonderdelen gekapitaliseerd in verhouding met de aankopen met een maximum van 8 % van de totale aankoopprijs van het schip (100 %) en worden ze lineair afgeschreven over de resterende gebruiksduur vanaf de datum waarop het actief beschikbaar is voor gebruik. Bovendien worden de droogdokkosten van de hoofdvloot opgenomen in de boekwaarde van het schip wanneer deze worden gemaakt en afgeschreven over de periode tot de volgende droogdokking (5 jaar). (I) LEASEOVEREENKOMSTEN CFE treedt hoofdzakelijk op als huurder in het kader van huurcontracten. Leaseovereenkomsten worden in de balans opgenomen als gebruiksrechten en leaseverplichtingen tegen de contante waarde van de toekomstige leasebetalingen. De gebruiksrechten worden lineair afgeschreven over de gebruiksduur of over de looptijd van de lease indien de leaseovereenkomst niet voorziet in de overdracht van de eigendom aan het einde van de leaseperiode. De overeenkomstige verplichtingen worden geboekt als financiële schulden. Betalingen met betrekking tot huurcontracten met een maximale looptijd van 12 maanden en huurcontracten waarbij de waarde van de onderliggende waarde laag is, worden ten laste genomen in de periode waarin het actief wordt gebruikt. Alle minimumhuren zijn deels opgenomen als financieringskosten en deels als terugbetaling van de leaseverplichting, zodat dit resulteert in een constante periodieke rente op het resterende saldo van de verplichting. De financiële kosten worden rechtstreeks ten laste van de winst-en-verliesrekening gebracht. Bij vroegtijdige beëindiging van een leaseovereenkomst, wordt iedere aan de leasegever betaalde vergoeding ten laste genomen in de periode waarin de beëindiging zich voordoet. (J) FINANCIËLE ACTIVA Financiële activa worden initieel opgenomen aan reële waarde. Voor de latere waardering worden financiële activa onderverdeeld in volgende categorieën: (1) OBLIGATIES EN ANDERE FINANCIËLE ACTIVA Deze financiële worden gepresenteerd als financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden en worden gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs, bepaald op basis van de effectieve-rentemethode wanneer aan de volgende twee voorwaarden is voldaan: - het criterium ‘Solely Payment of Principal and Interests’, zoals gedefinieerd door IFRS 9 ; - activa aangehouden met het oog op het ontvangen van contractuele kasstromen. De methode van effectieve rente is een methode voor het berekenen van de geamortiseerde kostprijs en de verdeling van de rentebaten en -lasten over de relevante periode. De effectieve rentevoet is de rentevoet die de geschatte toekomstige contante betalingen of ontvangsten tijdens de verwachte 152 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN (3) AFSCHRIJVINGEN De afschrijvingen worden berekend vanaf de datum waarop het actief klaar is voor gebruik. De afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode en op basis van de geschatte gebruiksduur van die activa, namelijk: vrachtwagens: 5 jaar voertuigen: 3 à 5 jaar ander materieel: 5 jaar informaticamaterieel: 3 jaar kantoormaterieel: 5 jaar kantoormeubilair: 10 jaar renovatie van gebouwen/nieuwbouw: 20-33 jaar hoofdcomponent van de Trailing suction hopper dredgers, Cutter suction dredgers, Cable Lay Vessels and DP3 Offshore crane vessels en Jack-Up: 20 jaar met restwaarde van 1 % pontons, bakken, werkschepen en boosters: 18 jaar zonder restwaarde transportschepen, bakken: 25 jaar met restwaarde van 1 % kranen: 8-12 jaar met/zonder restwaarde van 1 % grondverzetmaterieel: 7 jaar zonder restwaarde leidingen: 3 jaar zonder restwaarde containers en werfinstallaties: 5 jaar divers werfmaterieel: 5 jaar Terreinen worden niet afgeschreven aangezien ze worden geacht een onbeperkte gebruiksduur te hebben. Financieringskosten die rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de verwerving, bouw of productie van een actief waarvoor een lange voorbereidingstijd nodig is, zijn in de prijs van dat actief inbegrepen. (4) BOEKHOUDKUNDIGE VERWERKING VAN DE HOOFDVLOOT VAN DEME De aanschaffingswaarde wordt in twee delen verdeeld: een hoofdcomponent die overeenkomt met 90 % van de aanschaffingswaarde, lineair afgeschreven tegen het afschrijvingspercentage bepaald per type schip, en een secundaire component die overeenkomt met 10 % van de aanschaffingswaarde en die lineair wordt afgeschreven over 10 jaar. Voor ‘Jack-Up’ vaartuigen, bedragen de hoofdcomponent en de secundaire component respectievelijk 66 % en 34 %. Bovendien worden het hefsysteem en de kraan lineair afgeschreven op 10 jaar. Bij de verwerving van een schip worden de vervangingsonderdelen gekapitaliseerd in verhouding met de aankopen met een maximum van 8 % van de totale aankoopprijs van het schip (100 %) en worden ze lineair afgeschreven over de resterende gebruiksduur vanaf de datum waarop het actief beschikbaar is voor gebruik. Bovendien worden de droogdokkosten van de hoofdvloot opgenomen in de boekwaarde van het schip wanneer deze worden gemaakt en afgeschreven over de periode tot de volgende droogdokking (5 jaar). (I) LEASEOVEREENKOMSTEN CFE treedt hoofdzakelijk op als huurder in het kader van huurcontracten. Leaseovereenkomsten worden in de balans opgenomen als gebruiksrechten en leaseverplichtingen tegen de contante waarde van de toekomstige leasebetalingen. De gebruiksrechten worden lineair afgeschreven over de gebruiksduur of over de looptijd van de lease indien de leaseovereenkomst niet voorziet in de overdracht van de eigendom aan het einde van de leaseperiode. De overeenkomstige verplichtingen worden geboekt als financiële schulden. Betalingen met betrekking tot huurcontracten met een maximale looptijd van 12 maanden en huurcontracten waarbij de waarde van de onderliggende waarde laag is, worden ten laste genomen in de periode waarin het actief wordt gebruikt. Alle minimumhuren zijn deels opgenomen als financieringskosten en deels als terugbetaling van de leaseverplichting, zodat dit resulteert in een constante periodieke rente op het resterende saldo van de verplichting. De financiële kosten worden rechtstreeks ten laste van de winst-en-verliesrekening gebracht. Bij vroegtijdige beëindiging van een leaseovereenkomst, wordt iedere aan de leasegever betaalde vergoeding ten laste genomen in de periode waarin de beëindiging zich voordoet. (J) FINANCIËLE ACTIVA Financiële activa worden initieel opgenomen aan reële waarde. Voor de latere waardering worden financiële activa onderverdeeld in volgende categorieën: (1) OBLIGATIES EN ANDERE FINANCIËLE ACTIVA Deze financiële worden gepresenteerd als financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden en worden gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs, bepaald op basis van de effectieve-rentemethode wanneer aan de volgende twee voorwaarden is voldaan: - het criterium ‘Solely Payment of Principal and Interests’, zoals gedefinieerd door IFRS 9 ; - activa aangehouden met het oog op het ontvangen van contractuele kasstromen. De methode van effectieve rente is een methode voor het berekenen van de geamortiseerde kostprijs en de verdeling van de rentebaten en -lasten over de relevante periode. De effectieve rentevoet is de rentevoet die de geschatte toekomstige contante betalingen of ontvangsten tijdens de verwachte toekomstige levensduur van het financiële instrument vertegenwoordigt of, in voorkomend geval, een korte periode voor het verkrijgen van netto boekwaarde van de actief of financiële verplichting. De winst of het verlies wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Waardeverminderingen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen. (2) HANDELSVORDERINGEN We verwijzen naar paragraaf (L). (3) FINANCIËLE ACTIVA TEGEN REËLE WAARDE IN WINST-EN-VERLIESREKENING Afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen reële waarde in winst en verlies, tenzij er een gedocumenteerde indekkingsrelatie bestaat (paragraaf X). (K) VOORRADEN Voorraden worden gewaardeerd tegen de gewogen gemiddelde kostprijs of de netto-realiseerbare waarde indien deze lager is. De kostprijs van afgewerkte producten en producten in bewerking omvat de grondstoffen, hulpstoffen, directe loonkosten en andere directe kosten, de financieringskosten voor zover het goed een lange bouwperiode vereist en een aandeel van de vaste en variabele algemene productiekosten, gebaseerd op de normale capaciteit van de productie-installaties. De netto realiseerbare waarde stemt overeen met de geschatte verkoopprijs bij een normale gang van zaken, verminderd met de geschatte kosten nodig voor de verdere afwerking en verkoop van het product. (L) HANDELSVORDERINGEN Kortlopende handelsvorderingen worden gewaardeerd op basis van hun nominale waarde, met aftrek van de bijzondere waardeverminderingen. De waardering van financiële activa gebeurt op basis van het geschatte verliesmodel, dat vereist dat rekening wordt gehouden met de verdisconteerde waarde van geschatte verliezen als de debiteur in gebreke blijkt te zijn. Geraamde verliezen worden berekend op basis van het gewogen gemiddelde van de verwachte verliezen in verschillende scenario’s. Deze analyse wordt per geval uitgevoerd, op het niveau van elke werf. (M) GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten cash en termijndeposito’s met een looptijd van minder dan drie maanden. (N) BIJZONDERE WAARDEVERMINDERING VAN NIET-FINANCIËLE ACTIVA De boekwaarde van de vaste activa (met uitzondering van financiële activa die onder het toepassingsgebied van IFRS 9 vallen, uitgestelde belastingen en vaste activa aangehouden voor verkoop) wordt op elke balansdatum herzien om na te gaan of er een aanwijzing is dat een actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Indien een dergelijke indicatie bestaat, dient de realiseerbare waarde van het actief te worden geschat. Voor immateriële activa met onbeperkte gebruiksduur en voor goodwill, wordt de realiseerbare waarde op elke balansdatum geschat. Een bijzondere waardevermindering wordt opgenomen wanneer de boekwaarde van het actief of de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort, hoger is dan de realiseerbare waarde. Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening. (1) SCHATTING VAN DE REALISEERBARE WAARDE De realiseerbare waarde van de niet-financiële activa is de hoogste waarde van de bedrijfswaarde en de reële waarde minus verkoopkosten van de activa. De bedrijfswaarde is de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen. Om de bedrijfswaarde te bepalen, worden de verwachte toekomstige kasstromen verdisconteerd tegen een rentevoet vóór belastingen, die zowel de actuele marktrente als de specifieke risico’s met betrekking tot het actief weergeeft. Voor activa die zelf geen kasstromen genereren, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe die activa behoren. (2) TERUGNEMING VAN BIJZONDERE WAARDEVERMINDERINGEN Er gebeuren geen terugnemingen van bijzondere waardeverminderingen met betrekking tot goodwill. Met betrekking tot niet-financiële activa wordt een bijzondere waardevermindering teruggenomen indien er een wijziging is geweest in de schattingen die gebruikt worden om de realiseerbare waarde vast te stellen. Een bijzondere waardevermindering van een actief wordt slechts teruggenomen als de boekwaarde van het actief, verhoogd ingevolge terugneming van een bijzonder waardevermindering, niet hoger ligt dan de boekwaarde na afschrijvingen, die zou zijn vastgesteld als er geen bijzonder waardevermindering voor het actief was opgenomen. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 153 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN (O) KAPITAAL INKOOP VAN EIGEN AANDELEN Wanneer aandelen van de vennootschap door die vennootschap of door een vennootschap van de groep CFE worden ingekocht, wordt het betaalde bedrag, inclusief de direct aan de aankoop toe te rekenen kosten, in mindering gebracht op het eigen vermogen. De opbrengst van de verkoop van aandelen wordt direct opgenomen in het totaal eigen vermogen, zonder impact op de winst-en-verliesrekening. (P) VOORZIENINGEN Voorzieningen worden aangelegd wanneer de vennootschap een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg van gebeurtenissen in het verleden, het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen genereren vereist zal zijn om die verplichting af te wikkelen en wanneer het bedrag van die verplichting betrouwbaar kan worden bepaald. Het als voorziening opgenomen bedrag stemt overeen met de beste schatting van de uitgaven die vereist zijn om de bestaande verplichting op de balansdatum af te wikkelen. Deze schatting wordt verricht op basis van een rentevoet vóór belastingen die zowel de actuele marktramingen als de specifieke risico’s van de schuld weerspiegelt. Voorzieningen voor herstructurering worden aangelegd wanneer de vennootschap een gedetailleerd en geformaliseerd herstructureringsplan heeft goedgekeurd en wanneer de herstructurering ofwel werd aangevat ofwel publiek werd bekendgemaakt. Voor kosten verbonden aan de normale activiteiten van de vennootschap worden geen voorzieningen aangelegd. Kortlopende voorzieningen zijn voorzieningen welke direct verbonden zijn met de specifieke exploitatiecyclus van elke activiteit, ongeacht de verwachte vervaldata. De voorzieningen voor diensten na verkoop dekken de verplichtingen van de groep CFE in het kader van de wettelijke garantieverplichtingen met betrekking tot opgeleverde werven. Zij worden geschat op basis van statistische informatie van vastgestelde uitgaven in voorgaande boekjaren en op individuele basis voor specifiek geïdentificeerde problemen. De voorzieningen voor diensten na verkoop worden aangelegd vanaf de start van de werken. Een voorziening voor verlieslatende contracten wordt aangelegd wanneer de verwachte economische voordelen van een contract lager liggen dan de onvermijdelijke kosten om aan de contractuele verplichtingen te voldoen. De voorzieningen voor geschillen in het kader van de activiteit betreffen hoofdzakelijk geschillen met klanten, onder- of medeaannemers of leveranciers. De overige kortlopende voorzieningen voor risico’s bestaan hoofdzakelijk uit voorzieningen voor laattijdigheidsboetes en andere bedrijfsrisico’s. Langlopende voorzieningen zijn voorzieningen die niet direct verband houden met de exploitatiecyclus en waarvan de looptijd doorgaans meer dan een jaar bedraagt. (Q) PERSONEELSBELONINGEN (1) VERPLICHTINGEN INZAKE PENSIOEN De pensioenverplichtingen omvatten de pensioenplannen en de levensverzekeringen. De vennootschap past wereldwijd een aantal pensioenplannen toe van het type ‘met vaste prestaties’ en het type ‘met vaste bijdragen’. In België zijn bepaalde op toegezegde bijdragen gebaseerde pensioenplannen het voorwerp van een door de werkgever wettelijk gewaarborgd minimumrendement en worden ze dus beschouwd als toegezegde pensioenregelingen. De activa van die pensioenplannen worden in het algemeen beheerd door aparte instellingen en gefinancierd door bijdragen van de betrokken dochterondernemingen en van de werknemers. Deze bijdragen worden bepaald op basis van de aanbevelingen van onafhankelijke actuarissen. De pensioenverplichtingen van de groep CFE zijn al dan niet gedekt door fondsen. a a ) ) P P e e n n s s i i o o e e n n p p l l a a n n n n e e n n v v a a n n h h e e t t t t y y p p e e “ “ v v a a s s t t e e b b i i j j d d r r a a g g e e n n ” ” De bijdragen aan deze pensioenplannen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening van het boekjaar waarin ze betaald worden. b b ) ) P P e e n n s s i i o o e e n n p p l l a a n n n n e e n n v v a a n n h h e e t t t t y y p p e e “ “ v v a a s s t t e e p p r r e e s s t t a a t t i i e e s s ” ” Voor deze pensioenplannen worden de kosten van elk plan afzonderlijk geschat op basis van de ‘projected unit credit’-methode. De methode van de geprojecteerde kredieteenheden stelt dat elke tewerkstellingsperiode recht geeft op een bijkomende voordeeleenheid en beschouwt elke eenheid afzonderlijk. Volgens deze methode worden de pensioenkosten ten laste genomen in de winst-en-verliesrekening zodat de kosten op regelmatige wijze gespreid worden over de resterende diensttijd van de deelnemende werknemers, dit op basis van de aanbevelingen van actuarissen die deze plannen jaarlijks aan een grondige beoordeling onderwerpen. De in de winst-en-verliesrekening opgenomen bedragen omvatten de kostprijs van de verleende diensten, de rentelasten, de verwachte inkomsten uit de dekkingsactiva en de kosten van ontvangen diensten. 154 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN (O) KAPITAAL INKOOP VAN EIGEN AANDELEN Wanneer aandelen van de vennootschap door die vennootschap of door een vennootschap van de groep CFE worden ingekocht, wordt het betaalde bedrag, inclusief de direct aan de aankoop toe te rekenen kosten, in mindering gebracht op het eigen vermogen. De opbrengst van de verkoop van aandelen wordt direct opgenomen in het totaal eigen vermogen, zonder impact op de winst-en-verliesrekening. (P) VOORZIENINGEN Voorzieningen worden aangelegd wanneer de vennootschap een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg van gebeurtenissen in het verleden, het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen genereren vereist zal zijn om die verplichting af te wikkelen en wanneer het bedrag van die verplichting betrouwbaar kan worden bepaald. Het als voorziening opgenomen bedrag stemt overeen met de beste schatting van de uitgaven die vereist zijn om de bestaande verplichting op de balansdatum af te wikkelen. Deze schatting wordt verricht op basis van een rentevoet vóór belastingen die zowel de actuele marktramingen als de specifieke risico’s van de schuld weerspiegelt. Voorzieningen voor herstructurering worden aangelegd wanneer de vennootschap een gedetailleerd en geformaliseerd herstructureringsplan heeft goedgekeurd en wanneer de herstructurering ofwel werd aangevat ofwel publiek werd bekendgemaakt. Voor kosten verbonden aan de normale activiteiten van de vennootschap worden geen voorzieningen aangelegd. Kortlopende voorzieningen zijn voorzieningen welke direct verbonden zijn met de specifieke exploitatiecyclus van elke activiteit, ongeacht de verwachte vervaldata. De voorzieningen voor diensten na verkoop dekken de verplichtingen van de groep CFE in het kader van de wettelijke garantieverplichtingen met betrekking tot opgeleverde werven. Zij worden geschat op basis van statistische informatie van vastgestelde uitgaven in voorgaande boekjaren en op individuele basis voor specifiek geïdentificeerde problemen. De voorzieningen voor diensten na verkoop worden aangelegd vanaf de start van de werken. Een voorziening voor verlieslatende contracten wordt aangelegd wanneer de verwachte economische voordelen van een contract lager liggen dan de onvermijdelijke kosten om aan de contractuele verplichtingen te voldoen. De voorzieningen voor geschillen in het kader van de activiteit betreffen hoofdzakelijk geschillen met klanten, onder- of medeaannemers of leveranciers. De overige kortlopende voorzieningen voor risico’s bestaan hoofdzakelijk uit voorzieningen voor laattijdigheidsboetes en andere bedrijfsrisico’s. Langlopende voorzieningen zijn voorzieningen die niet direct verband houden met de exploitatiecyclus en waarvan de looptijd doorgaans meer dan een jaar bedraagt. (Q) PERSONEELSBELONINGEN (1) VERPLICHTINGEN INZAKE PENSIOEN De pensioenverplichtingen omvatten de pensioenplannen en de levensverzekeringen. De vennootschap past wereldwijd een aantal pensioenplannen toe van het type ‘met vaste prestaties’ en het type ‘met vaste bijdragen’. In België zijn bepaalde op toegezegde bijdragen gebaseerde pensioenplannen het voorwerp van een door de werkgever wettelijk gewaarborgd minimumrendement en worden ze dus beschouwd als toegezegde pensioenregelingen. De activa van die pensioenplannen worden in het algemeen beheerd door aparte instellingen en gefinancierd door bijdragen van de betrokken dochterondernemingen en van de werknemers. Deze bijdragen worden bepaald op basis van de aanbevelingen van onafhankelijke actuarissen. De pensioenverplichtingen van de groep CFE zijn al dan niet gedekt door fondsen. aa)) PPeennssiiooeennppllaannnneenn vvaann hheett ttyyppee ““vvaassttee bbiijjddrraaggeenn”” De bijdragen aan deze pensioenplannen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening van het boekjaar waarin ze betaald worden. bb)) PPeennssiiooeennppllaannnneenn vvaann hheett ttyyppee ““vvaassttee pprreessttaattiieess”” Voor deze pensioenplannen worden de kosten van elk plan afzonderlijk geschat op basis van de ‘projected unit credit’-methode. De methode van de geprojecteerde kredieteenheden stelt dat elke tewerkstellingsperiode recht geeft op een bijkomende voordeeleenheid en beschouwt elke eenheid afzonderlijk. Volgens deze methode worden de pensioenkosten ten laste genomen in de winst-en-verliesrekening zodat de kosten op regelmatige wijze gespreid worden over de resterende diensttijd van de deelnemende werknemers, dit op basis van de aanbevelingen van actuarissen die deze plannen jaarlijks aan een grondige beoordeling onderwerpen. De in de winst-en-verliesrekening opgenomen bedragen omvatten de kostprijs van de verleende diensten, de rentelasten, de verwachte inkomsten uit de dekkingsactiva en de kosten van ontvangen diensten. De in de balans opgenomen pensioenverplichtingen worden gewaardeerd op basis van de contante waarde van de geschatte toekomstige uitgaven, berekend op basis van rentevoeten gelijk aan die van bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit met een looptijd die deze van de pensioenverplichtingen benadert, na aftrek van de niet-opgenomen kosten van verstreken diensttijd en de reële waarde van de activa. De actuariële winsten en verliezen worden afzonderlijk berekend voor elk type regeling met vaste prestaties. De actuariële winsten en verliezen omvatten het effect van de verschillen tussen actuariële veronderstellingen en de werkelijkheid en het effect van wijzigingen in de actuariële veronderstellingen. De actuariële verschillen met betrekking tot de verplichtingen of tot de activa die verbonden zijn met de voordelen bij uitdiensttreding en die resulteren uit de verrekeningen van het arbeidsverleden en/of de wijzigingen van actuariële veronderstellingen worden opgenomen onder andere elementen van het totaalresultaat in de periode waarin ze zijn opgelopen en maken het voorwerp uit van een afzonderlijke reserve in het eigen vermogen. Deze verschillen en de schommelingen van de limiet van de opgenomen activa worden voorgesteld in het overzicht van de staat van het totaalresultaat. De rentekosten als gevolg van de afwikkeling van de verdiscontering van de pensioenvoordelen en soortgelijke verplichtingen en de financiële opbrengsten van het verwachte rendement van de activa van de regeling worden opgenomen in het financieel resultaat. De invoering of de wijziging van een nieuwe regeling bij uitdiensttreding of van andere regelingen op lange termijn kan de geactualiseerde waarde verhogen van de verplichting uit hoofde van een regeling met vaste prestaties voor de diensten die verleend zijn in de vorige periodes, d.w.z. de kosten van ontvangen diensten. De kosten van ontvangen diensten die verband houden met de regelingen bij uitdiensttreding worden lineair over de gemiddelde periode opgenomen als resultaat totdat de overeenkomstige voordelen aanvaard zijn door de werknemers. De voordelen die aanvaard zijn als gevolg van het aannemen of het wijzigen van een regeling bij uitdiensttreding, en de kosten van ontvangen diensten verbonden met de andere voordelen op lange termijn, worden onmiddellijk opgenomen als resultaat. De actuariële berekeningen van de verplichtingen bij uitdiensttreding en van de andere voordelen op lange termijn gebeuren door onafhankelijke actuarissen. (2) BONUSSEN De bonussen toegekend aan bedienden en hogere kaderleden worden berekend op basis van te bereiken financiële kernindicatoren. Het geschatte bedrag van de bonussen wordt opgenomen als last van het boekjaar waarop ze betrekking hebben. (R) RENTEDRAGENDE LENINGEN (1) VERPLICHTINGEN GEWAARDEERD TEGEN GEAMORTISEERDE KOSTPRIJS Rentedragende leningen worden initieel verwerkt tegen reële waarde, verminderd met toerekenbare transactiekosten. Na de eerste opname worden rentedragende leningen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, waarbij elk verschil tussen het bedrag bij de eerste opname en het aflossingsbedrag op basis van de effectieve-rentemethode in de winst- en verliesrekening wordt opgenomen over de looptijd van de leningen. We verwijzen naar paragraaf J (2) voor de definitie van deze methode. (2) FINANCIËLE VERPLICHTINGEN TEGEN REËLE WAARDE IN WINT-EN-VERLIESREKENING Afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen reële waarde in winst-en-verliesrekening, tenzij er een gedocumenteerde indekkingsrelatie bestaat (paragraaf X). (S) HANDELSSCHULDEN EN OVERIGE SCHULDEN De handelsschulden en overige kortlopende schulden worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. (T) WINSTBELASTINGEN Belastingen op het resultaat omvatten de verschuldigde belastingen en de uitgestelde belastingen. De belastingen worden opgenomen in de winst-en- verliesrekening, tenzij ze betrekking hebben op elementen die in andere elementen van het totaalresultaat werden geboekt; in dat geval worden ook de uitgestelde belastingen die categorieën opgenomen. De verschuldigde belasting omvat het bedrag van de verschuldigde belastingen op de belastbare inkomsten van het afgelopen jaar, evenals alle aanpassingen van betaalde of te betalen belastingen met betrekking tot vorige jaren. De belastingen worden berekend op basis van de belastingtarieven die van toepassing zijn op de balansdatum. Uitgestelde belastingen worden berekend op basis van de tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en de belastinggrondslag van een actief/verplichting (‘liability method’). De uitgestelde belastingen worden berekend op basis van de belastingtarieven die van toepassing zijn op de balansdatum. Volgens deze methode moet de vennootschap, in geval van een bedrijfscombinatie, voorzieningen aanleggen voor uitgestelde belastingen tot dekking van het verschil tussen de reële waarde van het verworven netto-actief en de belastinggrondslag. De volgende tijdelijke verschillen worden niet opgenomen: fiscaal niet-aftrekbare goodwill, eerste opname van activa en verplichtingen die geen invloed hebben op de boekhoudkundige winst noch op de belastbare winst en verschillen met betrekking tot belangen in dochterondernemingen in zover een tegenboeking in de voorzienbare toekomst niet waarschijnlijk is. Uitgestelde belastingvorderingen worden enkel opgenomen als het waarschijnlijk is dat er in de toekomst een belastbare winst beschikbaar zal zijn om het belastingvoordeel te compenseren. De uitgestelde belastingvordering wordt verminderd wanneer het niet langer waarschijnlijk is dat het eraan verbonden belastingvoordeel zal gerealiseerd worden. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 155 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN IFRIC 23, in werking getreden op 1 januari 2019, verduidelijkt hoe opname- en waarderingsvereisten voor winstbelastingen moeten worden toegepast wanneer onzekerheid bestaat over de fiscale behandeling van actuele of uitgestelde belastingen. In bepaalde gevallen zal de aanvaardbaarheid van een specifieke fiscale behandeling pas in de toekomst gekend zijn, wanneer een bevoegde belastingautoriteit of een rechtbank er uitspraak over heeft gedaan. Bij de beoordeling of en hoe een onzekere fiscale behandeling de bepaling van het belastbaar inkomen beïnvloedt, gaat de groep uit van het principe dat een belastingautoriteit de bedragen zal onderzoeken die zij gerechtigd is te onderzoeken en dat zij bij deze onderzoeken volledig kennis heeft van alle relevante informatie. Als de groep besluit dat het waarschijnlijk is dat de belastingautoriteit een onzekere fiscale behandeling zal aanvaarden, bepaalt zij het belastbare resultaat op basis van de fiscale behandeling die in haar belastingaangiften wordt gebruikt of naar verwachting zal worden gebruikt. Als de groep besluit dat het niet waarschijnlijk is dat een belastingautoriteit een onzekere fiscale behandeling zal aanvaarden, weerspiegelt zij het effect van de onzekerheid in haar boekhoudkundige belastingpositie. Als de mogelijke resultaten binair zijn of geconcentreerd zijn op één enkele waarde, wordt de onzekere belastingpositie gewaardeerd op basis van het meest waarschijnlijke bedrag. Als er een reeks mogelijke resultaten is die niet binair en niet op één waarde geconcentreerd zijn, kan de som van de gewogen bedragen binnen een reeks mogelijke resultaten de oplossing van de onzekerheid beter voorspellen. (U) OPBRENGSTEN VAN BOUW- EN DIENSTVERLENINGSCONTRACTEN Wanneer de winst of het verlies van een aannemingscontract op een betrouwbare manier ingeschat kan worden, worden de inkomsten en uitgaven van het contract, inclusief de financieringskosten die gemaakt worden wanneer het contract de boekhoudperiode overschrijdt, in de tijd gespreid opgenomen in de winst-en-verliesrekening, in verhouding tot het voltooiingspercentage van het contract op balansdatum. Het voltooiingspercentage wordt berekend als de verhouding tussen de contractkosten op de balansdatum en de geschatte totale contractkosten. Het grootste deel van de inkomsten wordt in de tijd gespreid opgenomen als aan een van de volgende criteria voldaan is: - de klant ontvangt en verbruikt simultaan de voordelen van de prestaties van de vennootschap terwijl ze presteert ; - de prestaties van de vennootschap creëren of verbeteren een actief dat de klant controleert terwijl het actief gecreëerd of verbeterd wordt ; - de prestaties van de vennootschap creëren een actief zonder mogelijk alternatief nut voor de vennootschap en de vennootschap heeft een afdwingbaar recht op betaling voor de prestaties die tot dusver geleverd zijn. (1) PROJECTKOSTEN Projectkosten worden opgenomen als een uitgave in de winst-en-verliesrekening in de boekhoudperiodes waarin het werk waarop ze betrekking hebben uitgevoerd wordt, en gemaakte kosten die betrekking hebben op toekomstige activiteiten in het project worden gekapitaliseerd als het waarschijnlijk is dat ze terugverdiend zullen worden. Er wordt een correctie toegepast voor de kosten van materiaal dat aangekocht werd maar nog niet vervaardigd werd of in productie is op de verslagdatum. Wanneer het waarschijnlijk is dat de totale projectkosten hoger zullen zijn dan de totale projectopbrengsten, wordt het verwachte verlies onmiddellijk erkend als een last. (2) PROJECTOPBRENGSTEN Opbrengsten van een aannemingscontract omvatten het initiële bedrag van de opbrengsten dat in het contract vastgesteld wordt en wijzigingen in de werkzaamheden die door het contract gespecificeerd worden, vorderingen en prestatiebonussen voor zover het zeer waarschijnlijk is dat een significante terugboeking van opgenomen cumulatieve opbrengsten niet zal plaatsvinden wanneer de onzekerheid met betrekking tot de variabele vergoeding vervolgens opgelost wordt. Wanneer het resultaat van een aannemingscontract niet op een betrouwbare manier ingeschat kan worden, worden de projectopbrengsten opgenomen tot het bedrag van de gemaakte projectkosten die waarschijnlijk terugverdiend zullen worden. De transactieprijs wordt gewaardeerd tegen de reële waarde van de ontvangen of te ontvangen vergoeding en wordt toegerekend aan de prestatieverplichting op basis van individuele verkoopprijzen. De individuele verkoopprijzen worden geschat op basis van de verwachte kosten. Een wijziging van het contract kan leiden tot een stijging of daling van de transactieprijs. Dit is een instructie van de klant voor een wijziging in de omvang van de werkzaamheden die in het kader van het contract uitgevoerd moeten worden. Bij de toepassing van dit principe worden de prestatiebonus en de inkomsten uit vorderingen over het algemeen alleen als onderdeel van de transactieprijs beschouwd wanneer met de klant een contract is gesloten. De meest voorkomende variabele elementen zoals de prijs van staal, het brandstofverbruik of wijzigingen in de ontwerpprijs worden slechts in de transactieprijs opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er geen significante terugname van de erkende opbrengsten zal plaatsvinden. Prestatiebonussen maken deel uit van de projectopbrengsten wanneer het op basis van het voltooiingspercentage van het project waarschijnlijk is dat het gespecificeerde prestatieniveau zal worden bereikt of overschreden en het bedrag van de prestatiebonus op een betrouwbare manier gemeten kan worden. (3) PROJECTTEGOEDEN Een contractactief is het recht op een vergoeding in ruil voor goederen of diensten die overgedragen worden. Als de entiteit goederen of diensten aan een klant levert vóór de klant de vergoeding betaalt of vóór de betaling verschuldigd is, wordt een contractactief opgenomen voor de verdiende vergoeding die voorwaardelijk is. Een contractverplichting is de verplichting om goederen of diensten over te dragen aan de klant waarvoor de groep een vergoeding heeft ontvangen vóór de vennootschap goederen of diensten aan de klant overdraagt. Een contractverplichting wordt opgenomen op het moment dat de betaling uitgevoerd is of de betaling verschuldigd is (afhankelijk van wat het vroegste is). Contractverplichtingen worden opgenomen als opbrengsten wanneer de vennootschap werkzaamheden uitvoert in het kader van het contract. (4) KOSTEN OM EEN CONTRACT TE VERKRIJGEN OF UIT TE VOEREN De groep CFE heeft vastgesteld dat de kosten voor het aantrekken van een contract (bv. betaalde commissies) en de kosten voor de uitvoering van een contract dat niet gedekt wordt door een specifieke IFRS-norm (bv. mobilisatiekosten) die normaal gesproken gekapitaliseerd moeten worden, zoals gedefinieerd in IFRS 15, wanneer ze voldoen aan bepaalde specifieke criteria, geen materiële impact hebben op de opname van opbrengsten en de marge 156 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN IFRIC 23, in werking getreden op 1 januari 2019, verduidelijkt hoe opname- en waarderingsvereisten voor winstbelastingen moeten worden toegepast wanneer onzekerheid bestaat over de fiscale behandeling van actuele of uitgestelde belastingen. In bepaalde gevallen zal de aanvaardbaarheid van een specifieke fiscale behandeling pas in de toekomst gekend zijn, wanneer een bevoegde belastingautoriteit of een rechtbank er uitspraak over heeft gedaan. Bij de beoordeling of en hoe een onzekere fiscale behandeling de bepaling van het belastbaar inkomen beïnvloedt, gaat de groep uit van het principe dat een belastingautoriteit de bedragen zal onderzoeken die zij gerechtigd is te onderzoeken en dat zij bij deze onderzoeken volledig kennis heeft van alle relevante informatie. Als de groep besluit dat het waarschijnlijk is dat de belastingautoriteit een onzekere fiscale behandeling zal aanvaarden, bepaalt zij het belastbare resultaat op basis van de fiscale behandeling die in haar belastingaangiften wordt gebruikt of naar verwachting zal worden gebruikt. Als de groep besluit dat het niet waarschijnlijk is dat een belastingautoriteit een onzekere fiscale behandeling zal aanvaarden, weerspiegelt zij het effect van de onzekerheid in haar boekhoudkundige belastingpositie. Als de mogelijke resultaten binair zijn of geconcentreerd zijn op één enkele waarde, wordt de onzekere belastingpositie gewaardeerd op basis van het meest waarschijnlijke bedrag. Als er een reeks mogelijke resultaten is die niet binair en niet op één waarde geconcentreerd zijn, kan de som van de gewogen bedragen binnen een reeks mogelijke resultaten de oplossing van de onzekerheid beter voorspellen. (U) OPBRENGSTEN VAN BOUW- EN DIENSTVERLENINGSCONTRACTEN Wanneer de winst of het verlies van een aannemingscontract op een betrouwbare manier ingeschat kan worden, worden de inkomsten en uitgaven van het contract, inclusief de financieringskosten die gemaakt worden wanneer het contract de boekhoudperiode overschrijdt, in de tijd gespreid opgenomen in de winst-en-verliesrekening, in verhouding tot het voltooiingspercentage van het contract op balansdatum. Het voltooiingspercentage wordt berekend als de verhouding tussen de contractkosten op de balansdatum en de geschatte totale contractkosten. Het grootste deel van de inkomsten wordt in de tijd gespreid opgenomen als aan een van de volgende criteria voldaan is: - de klant ontvangt en verbruikt simultaan de voordelen van de prestaties van de vennootschap terwijl ze presteert ; - de prestaties van de vennootschap creëren of verbeteren een actief dat de klant controleert terwijl het actief gecreëerd of verbeterd wordt ; - de prestaties van de vennootschap creëren een actief zonder mogelijk alternatief nut voor de vennootschap en de vennootschap heeft een afdwingbaar recht op betaling voor de prestaties die tot dusver geleverd zijn. (1) PROJECTKOSTEN Projectkosten worden opgenomen als een uitgave in de winst-en-verliesrekening in de boekhoudperiodes waarin het werk waarop ze betrekking hebben uitgevoerd wordt, en gemaakte kosten die betrekking hebben op toekomstige activiteiten in het project worden gekapitaliseerd als het waarschijnlijk is dat ze terugverdiend zullen worden. Er wordt een correctie toegepast voor de kosten van materiaal dat aangekocht werd maar nog niet vervaardigd werd of in productie is op de verslagdatum. Wanneer het waarschijnlijk is dat de totale projectkosten hoger zullen zijn dan de totale projectopbrengsten, wordt het verwachte verlies onmiddellijk erkend als een last. (2) PROJECTOPBRENGSTEN Opbrengsten van een aannemingscontract omvatten het initiële bedrag van de opbrengsten dat in het contract vastgesteld wordt en wijzigingen in de werkzaamheden die door het contract gespecificeerd worden, vorderingen en prestatiebonussen voor zover het zeer waarschijnlijk is dat een significante terugboeking van opgenomen cumulatieve opbrengsten niet zal plaatsvinden wanneer de onzekerheid met betrekking tot de variabele vergoeding vervolgens opgelost wordt. Wanneer het resultaat van een aannemingscontract niet op een betrouwbare manier ingeschat kan worden, worden de projectopbrengsten opgenomen tot het bedrag van de gemaakte projectkosten die waarschijnlijk terugverdiend zullen worden. De transactieprijs wordt gewaardeerd tegen de reële waarde van de ontvangen of te ontvangen vergoeding en wordt toegerekend aan de prestatieverplichting op basis van individuele verkoopprijzen. De individuele verkoopprijzen worden geschat op basis van de verwachte kosten. Een wijziging van het contract kan leiden tot een stijging of daling van de transactieprijs. Dit is een instructie van de klant voor een wijziging in de omvang van de werkzaamheden die in het kader van het contract uitgevoerd moeten worden. Bij de toepassing van dit principe worden de prestatiebonus en de inkomsten uit vorderingen over het algemeen alleen als onderdeel van de transactieprijs beschouwd wanneer met de klant een contract is gesloten. De meest voorkomende variabele elementen zoals de prijs van staal, het brandstofverbruik of wijzigingen in de ontwerpprijs worden slechts in de transactieprijs opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er geen significante terugname van de erkende opbrengsten zal plaatsvinden. Prestatiebonussen maken deel uit van de projectopbrengsten wanneer het op basis van het voltooiingspercentage van het project waarschijnlijk is dat het gespecificeerde prestatieniveau zal worden bereikt of overschreden en het bedrag van de prestatiebonus op een betrouwbare manier gemeten kan worden. (3) PROJECTTEGOEDEN Een contractactief is het recht op een vergoeding in ruil voor goederen of diensten die overgedragen worden. Als de entiteit goederen of diensten aan een klant levert vóór de klant de vergoeding betaalt of vóór de betaling verschuldigd is, wordt een contractactief opgenomen voor de verdiende vergoeding die voorwaardelijk is. Een contractverplichting is de verplichting om goederen of diensten over te dragen aan de klant waarvoor de groep een vergoeding heeft ontvangen vóór de vennootschap goederen of diensten aan de klant overdraagt. Een contractverplichting wordt opgenomen op het moment dat de betaling uitgevoerd is of de betaling verschuldigd is (afhankelijk van wat het vroegste is). Contractverplichtingen worden opgenomen als opbrengsten wanneer de vennootschap werkzaamheden uitvoert in het kader van het contract. (4) KOSTEN OM EEN CONTRACT TE VERKRIJGEN OF UIT TE VOEREN De groep CFE heeft vastgesteld dat de kosten voor het aantrekken van een contract (bv. betaalde commissies) en de kosten voor de uitvoering van een contract dat niet gedekt wordt door een specifieke IFRS-norm (bv. mobilisatiekosten) die normaal gesproken gekapitaliseerd moeten worden, zoals gedefinieerd in IFRS 15, wanneer ze voldoen aan bepaalde specifieke criteria, geen materiële impact hebben op de opname van opbrengsten en de marge van projecten. Als zodanig worden deze kosten om een contract aan te trekken of uit te voeren niet afzonderlijk verwerkt in overeenstemming met IFRS 15, maar worden ze opgenomen in de projectboekhouding en derhalve opgenomen als gemaakte kosten. (5) BIJZONDERE OVERWEGINGEN MET BETREKKING TOT INKOMSTEN PER POOL a a ) ) I I n n k k o o m m s s t t e e n n v v a a n n d d e e p p o o o o l l D D E E M M E E ( ( b b e e ë ë i i n n d d i i g g d d e e a a c c t t i i v v i i t t e e i i t t e e n n ) ) De activiteiten van DEME omvatten baggerwerken, bodemsanering, waterbouwkundige werken, diensten voor de offshore olie- en gasindustrie en de sector van de hernieuwbare energie. De omzet uit het merendeel van de bouw- en servicecontracten worden opgenomen als één enkele prestatieverplichting die geleidelijk aan wordt gerealiseerd. De Groep meent dat de opbrengsten uit bouw- en servicecontracten moeten worden opgenomen op basis van het stadium van voltooiing, waarbij gebruik wordt gemaakt van een kostprijsmethode. Als zodanig bepaalt het model dat opbrengsten worden opgenomen op basis van het stadium van voltooiing van de prestatieverplichting, dat overeenkomt met de overdracht van de zeggenschap over de goederen of diensten aan een klant. Kosten en opbrengsten worden opgenomen volgens het stadium van voltooiing van het uit te voeren contract aan het einde van de periode, gemeten als het toegezegde deel van de projectkosten voor de uitvoering van het contract tot op heden, rekening houdend met de geschatte totale kosten, behalve wanneer dit niet representatief is voor het stadium van voltooiing. Er zal een correctie worden aangebracht voor de kosten van materieel dat is aangeschaft maar nog niet is vervaardigd of nog in bewerking is op de verslagdatum. Indien het contract meerdere afzonderlijke prestatieverplichtingen bevat, wijst de groep de totale contractprijs toe aan elke prestatieverplichting in overeenstemming met de bepalingen van IFRS 15. Voor een beperkt aantal EPCI-contracten binnen de pool DEME (offshore windparken) werden meerdere prestatieverplichtingen geïdentificeerd. Deze prestatieverplichtingen hebben betrekking op enerzijds inkoopactiviteiten en anderzijds transport- en installatieactiviteiten. b b ) ) I I n n k k o o m m s s t t e e n n u u i i t t b b o o u u w w c c o o n n t t r r a a c c t t e e n n CFE staat in voor het globale beheer van een project waarin verschillende goederen en diensten zijn opgenomen, zoals afbraak, grondwerken, bodemsanering, funderingswerken, aankoop van materialen, bouw van de ruwbouw en de gevels, installatie van de technische percelen (elektriciteit, HVAC, enz.) en de afwerking. Prestatieverplichtingen om goederen en diensten over te dragen worden in het kader van het contract niet afzonderlijk behandeld, omdat de entiteit een belangrijke dienst verleent door goederen en diensten (de inputs) te integreren in het gebouw (het gecombineerde product) waarvoor de klant een overeenkomst heeft gesloten. Daarom zijn goederen en diensten niet gescheiden. De entiteit neemt alle goederen en diensten in het contract op als één enkele prestatieverplichting. Opbrengsten uit bouwcontracten worden opgenomen naar rato van het stadium van voltooiing op basis van de kostenmethode, d.w.z. op basis van het aandeel van de tot dan toe gemaakte projectkosten in de totale geschatte kosten. Voor zover het contract expliciet elke eenheid afzonderlijk identificeert en de klant van elke eenheid afzonderlijk kan profiteren, moet de constructie van elke eenheid worden beschouwd als een afzonderlijke prestatieverplichting en worden de producten afzonderlijk erkend voor elke prestatieverplichting. Voor sommige contracten, voornamelijk in het multitechnische segment, beslaan de installatie- en uitvoeringswerkzaamheden een zeer korte periode. Voor dergelijke contracten worden de opbrengsten verantwoord wanneer de werkzaamheden zijn voltooid. c c ) ) V V a a s s t t g g o o e e d d o o n n t t w w i i k k k k e e l l i i n n g g e e n n De groep CFE staat in voor het globale beheer van de vastgoedprojecten waarbij verschillende blokken van gebouwen in aanbouw (of nog te bouwen) aan de klant(en) worden verkocht. Hoewel de lokale regulator de eigendomsoverdracht aan de eindklant regelt, wordt de prestatieverplichting geleidelijk of op een specifiek moment nagekomen. Opbrengsten worden opgenomen zodra de materiële risico’s en voordelen van eigendom in wezen zijn overgedragen aan de koper en er geen onzekerheid bestaat over de inning van de verschuldigde bedragen, de daaraan verbonden kosten of de eventuele terugzending van de goederen. De zogenaamde gemengde projecten, namelijk vastgoedontwikkelingen die residentiële eenheden, kantoren en/of handelsruimten omvatten, zullen naargelang de verschillende ontwikkelde eenheden wel of niet onderscheiden zijn in de betekenis van IFRS 15, worden onderverdeeld in een of meer prestatieverplichtingen. Voor het overige zullen de ontwikkeling van het project en de follow-up van zijn bouw afhankelijk van het contractuele kader als een enkele of als twee onderscheiden prestatieverplichtingen worden beschouwd. De opbrengst wordt geboekt wanneer elke individueel genomen prestatieverplichting voldaan is, namelijk: - indien de lokale wetgever de eigendom van de bouw geleidelijk overdraagbaar maakt gedurende de uitvoering van de bouwwerkzaamheden en indien de groep contractueel verplicht is de eigendommen door te verkopen naar andere klanten en een afdwingbaar recht heeft op betaling voor de uitgevoerde werkzaamheden, zullen de opbrengsten uit de bouw van deze woningen derhalve geleidelijk worden opgenomen. Het voltooiingspercentage wordt berekend volgens het aandeel in de cumulatieve contractkosten die gemaakt werden voor de realisatie gesplitst door de geschatte totale kosten en volgens de mate van eigendomsoverdracht op de balansdatum; - indien de wetgever bepaalt dat de overdracht van risico’s en voordelen en het afdwingbare recht op betaling pas wordt vastgesteld wanneer de wooneenheid volledig is gebouwd en geleverd, worden de inkomsten pas op een specifiek moment erkend: bij de ondertekening van de notariële akte of het overdrachtsprotocol tussen CFE en de eindklant. Indien de ontwikkeling van een project en de follow-up van zijn bouw als twee onderscheiden verplichtingen worden beschouwd, zal de opbrengst van de ontwikkeling van het project in het algemeen worden opgenomen op een welbepaald ogenblik, bij de verkoop, en zal de opbrengst van de follow-up van de bouw zoals vroeger worden opgenomen volgens het voltooiingspercentage. (V) OVERIGE INKOMSTEN (1) HUURINKOMSTEN EN -KOSTEN Huurinkomsten en -kosten uit gewone huurcontracten worden lineair opgenomen over de looptijd van de huurovereenkomst. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 157 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN (2) OVERHEIDSSUBSIDIES Een overheidssubsidie wordt initieel opgenomen in het geconsolideerd overzicht van de financiële positie als uitgestelde baten wanneer er een redelijke zekerheid bestaat dat deze ontvangen zal worden en dat de onderneming zal voldoen aan de voorwaarden die eraan verbonden zijn. Subsidies die de onderneming vergoeden voor gemaakte kosten worden systematisch opgenomen als overige exploitatiebaten gedurende de periode waarin de overeenkomstige kosten gemaakt worden die door de subsidie gedekt moeten worden. Kapitaalsubsidies die de onderneming vergoeden voor de kostprijs van een actief worden systematisch opgenomen als aftrek van de kosten voor deze vaste activa. Ze worden opgenomen tegen hun verwachte waarde op de datum van de eerste opname in het geconsolideerd overzicht van de financiële positie en in mindering gebracht op de afschrijvingskosten van het onderliggend actief over zijn gebruiksduur in de winst-en-verliesrekening. (W) LASTEN (1) FINANCIËLE LASTEN De financiële lasten omvatten de verschuldigde rente op leningen, de wisselkoersverliezen en verliezen afkomstig van de afdekkingsinstrumenten opgenomen in de winst-en-verliesrekening. Alle renten en andere gemaakte kosten in verband met leningen, behalve die welke in aanmerking kwamen voor activering, worden als financieringskosten in de winst-en-verliesrekening opgenomen. De rentekosten met betrekking tot de huurcontracten worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen volgens de effectieve-rentemethode. (2) ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSKOSTEN, RECLAME- EN PROMOTIEKOSTEN EN ONTWIKKELINGSKOSTEN VAN INFORMATIESYSTEMEN De onderzoeks-, reclame- en promotiekosten worden opgenomen in het boekjaar waarin deze kosten worden gemaakt. Ontwikkelingskosten en ontwikkelingskosten van informatiesystemen worden ten laste genomen wanneer ze worden gemaakt, wanneer ze niet voldoen aan de criteria voor immateriële vaste activa. (X) BOEKHOUDKUNDIGE VERWERKING VAN AFDEKKINGSTRANSACTIES De vennootschap gebruikt afgeleide financiële instrumenten hoofdzakelijk om de risico’s te beperken die voortvloeien uit ongunstige schommelingen van de rentevoeten, wisselkoersen, grondstoffenprijzen en andere marktrisico’s. Het beleid van de vennootschap verbiedt het gebruik van deze instrumenten voor speculatiedoeleinden. De groep houdt geen derivaten aan voor handelsdoeleinden en de groep geeft deze ook niet uit. Derivaten die echter niet in aanmerking komen voor hedge accounting worden verwerkt als instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden. Afgeleide financiële instrumenten worden bij de eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde. De winst of het verlies uit fluctuaties van de reële waarde wordt onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen. Indien echter derivaten voor hedge accounting in aanmerking komen, is de opname van een resulterende winst of een resulterend verlies afhankelijk van de aard van de post die wordt afgedekt. De reële waarde van renteswaps is het geschatte bedrag dat de groep zou ontvangen of betalen om de swap per balansdatum te beëindigen, waarbij rekening wordt gehouden met de actuele rente en met de kredietwaardigheid van de tegenpartijen en van de groep. De reële waarde van valutatermijncontracten is de contante waarde van de genoteerde termijnkoers per balansdatum. De administratieve verwerking van afdekkingstransacties is van toepassing als aan de voorwaarden van IFRS 9 voldaan is: - de afdekkingsrelatie moet duidelijk, van de datum waarop het afdekkingsinstrument ten uitvoer is gelegd, aangemerkt en gedocumenteerd worden; - het economisch verband tussen de afgedekte positie en het afdekkingsinstrument moet gedocumenteerd worden, evenals de potentiële bronnen van inefficiëntie; - de retrospectieve inefficiëntie moet bij elk besluit gemeten worden; - de afdekkingsrelatie bestaat uitsluitend uit in aanmerking komende afdekkingsinstrumenten en in aanmerking komende afgedekte posities; - de afdekkingsverhouding in de afdekkingsrelatie is dezelfde als die welke voortvloeit uit de hoeveelheid van de afgedekte positie die de entiteit feitelijk afdekt en de hoeveelheid van het afdekkingsinstrument dat de entiteit feitelijk gebruikt om die hoeveelheid van de afgedekte positie af te dekken. De veranderingen in de reële waarde van de ene periode naar de andere worden anders verwerkt, afhankelijk van de boek- houdkundige kwalificatie van het instrument: (1) KASSTROOMAFDEKKING (CASHFLOW HEDGES) Wanneer een afgeleid financieel instrument de mogelijke variabiliteit van kasstromen van een opgenomen verplichting, een vaststaande toezegging of een verwachte toekomstige transactie van de vennootschap afdekt, wordt het effectieve deel van de winst of verlies op het afgeleide financieel instrument rechtstreeks in andere elementen van het totaalresultaat en in een aparte categorie van ingehouden winsten in het eigen vermogen opgenomen. Wanneer de vaststaande verbintenis of de verwachte toekomstige transactie leidt tot opname van een niet-financiële actief of verplichting, worden de cumulatieve winsten of verliezen verwijderd uit de rubriek ‘eigen vermogen’ en worden ze in de initiële waardering van het actief of de verplichting opgenomen. 158 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN (2) OVERHEIDSSUBSIDIES Een overheidssubsidie wordt initieel opgenomen in het geconsolideerd overzicht van de financiële positie als uitgestelde baten wanneer er een redelijke zekerheid bestaat dat deze ontvangen zal worden en dat de onderneming zal voldoen aan de voorwaarden die eraan verbonden zijn. Subsidies die de onderneming vergoeden voor gemaakte kosten worden systematisch opgenomen als overige exploitatiebaten gedurende de periode waarin de overeenkomstige kosten gemaakt worden die door de subsidie gedekt moeten worden. Kapitaalsubsidies die de onderneming vergoeden voor de kostprijs van een actief worden systematisch opgenomen als aftrek van de kosten voor deze vaste activa. Ze worden opgenomen tegen hun verwachte waarde op de datum van de eerste opname in het geconsolideerd overzicht van de financiële positie en in mindering gebracht op de afschrijvingskosten van het onderliggend actief over zijn gebruiksduur in de winst-en-verliesrekening. (W) LASTEN (1) FINANCIËLE LASTEN De financiële lasten omvatten de verschuldigde rente op leningen, de wisselkoersverliezen en verliezen afkomstig van de afdekkingsinstrumenten opgenomen in de winst-en-verliesrekening. Alle renten en andere gemaakte kosten in verband met leningen, behalve die welke in aanmerking kwamen voor activering, worden als financieringskosten in de winst-en-verliesrekening opgenomen. De rentekosten met betrekking tot de huurcontracten worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen volgens de effectieve-rentemethode. (2) ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSKOSTEN, RECLAME- EN PROMOTIEKOSTEN EN ONTWIKKELINGSKOSTEN VAN INFORMATIESYSTEMEN De onderzoeks-, reclame- en promotiekosten worden opgenomen in het boekjaar waarin deze kosten worden gemaakt. Ontwikkelingskosten en ontwikkelingskosten van informatiesystemen worden ten laste genomen wanneer ze worden gemaakt, wanneer ze niet voldoen aan de criteria voor immateriële vaste activa. (X) BOEKHOUDKUNDIGE VERWERKING VAN AFDEKKINGSTRANSACTIES De vennootschap gebruikt afgeleide financiële instrumenten hoofdzakelijk om de risico’s te beperken die voortvloeien uit ongunstige schommelingen van de rentevoeten, wisselkoersen, grondstoffenprijzen en andere marktrisico’s. Het beleid van de vennootschap verbiedt het gebruik van deze instrumenten voor speculatiedoeleinden. De groep houdt geen derivaten aan voor handelsdoeleinden en de groep geeft deze ook niet uit. Derivaten die echter niet in aanmerking komen voor hedge accounting worden verwerkt als instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden. Afgeleide financiële instrumenten worden bij de eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde. De winst of het verlies uit fluctuaties van de reële waarde wordt onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen. Indien echter derivaten voor hedge accounting in aanmerking komen, is de opname van een resulterende winst of een resulterend verlies afhankelijk van de aard van de post die wordt afgedekt. De reële waarde van renteswaps is het geschatte bedrag dat de groep zou ontvangen of betalen om de swap per balansdatum te beëindigen, waarbij rekening wordt gehouden met de actuele rente en met de kredietwaardigheid van de tegenpartijen en van de groep. De reële waarde van valutatermijncontracten is de contante waarde van de genoteerde termijnkoers per balansdatum. De administratieve verwerking van afdekkingstransacties is van toepassing als aan de voorwaarden van IFRS 9 voldaan is: - de afdekkingsrelatie moet duidelijk, van de datum waarop het afdekkingsinstrument ten uitvoer is gelegd, aangemerkt en gedocumenteerd worden; - het economisch verband tussen de afgedekte positie en het afdekkingsinstrument moet gedocumenteerd worden, evenals de potentiële bronnen van inefficiëntie; - de retrospectieve inefficiëntie moet bij elk besluit gemeten worden; - de afdekkingsrelatie bestaat uitsluitend uit in aanmerking komende afdekkingsinstrumenten en in aanmerking komende afgedekte posities; - de afdekkingsverhouding in de afdekkingsrelatie is dezelfde als die welke voortvloeit uit de hoeveelheid van de afgedekte positie die de entiteit feitelijk afdekt en de hoeveelheid van het afdekkingsinstrument dat de entiteit feitelijk gebruikt om die hoeveelheid van de afgedekte positie af te dekken. De veranderingen in de reële waarde van de ene periode naar de andere worden anders verwerkt, afhankelijk van de boek- houdkundige kwalificatie van het instrument: (1) KASSTROOMAFDEKKING (CASHFLOW HEDGES) Wanneer een afgeleid financieel instrument de mogelijke variabiliteit van kasstromen van een opgenomen verplichting, een vaststaande toezegging of een verwachte toekomstige transactie van de vennootschap afdekt, wordt het effectieve deel van de winst of verlies op het afgeleide financieel instrument rechtstreeks in andere elementen van het totaalresultaat en in een aparte categorie van ingehouden winsten in het eigen vermogen opgenomen. Wanneer de vaststaande verbintenis of de verwachte toekomstige transactie leidt tot opname van een niet-financiële actief of verplichting, worden de cumulatieve winsten of verliezen verwijderd uit de rubriek ‘eigen vermogen’ en worden ze in de initiële waardering van het actief of de verplichting opgenomen. In het andere geval worden de cumulatieve winsten of verliezen verwijderd uit het eigen vermogen en opgenomen in de winst-en-verliesrekening op hetzelfde ogenblik als de afgedekte transactie. Het niet-effectieve deel van de winst of het verlies op het financieel instrument wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen. De winsten en verliezen afkomstig van de tijdelijke waarde van het afgeleid financieel instrument worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Wanneer een afdekkingsinstrument of afdekkingsrelatie ten einde loopt maar de afgedekte transactie nog moet plaatshebben, blijft de op dat ogenblik niet-gerealiseerde cumulatieve winst of verlies in de rubriek ‘eigen vermogen’ en wordt dan opgenomen volgens het bovenbeschreven principe wanneer de transactie plaatsvindt. Wanneer men niet meer verwacht dat de afgedekte transactie zal plaatsvinden, wordt de niet-gerealiseerde cumulatieve winst of verlies die opgenomen werd in het eigen vermogen, onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen. (2) REËLE-WAARDEAFDEKKING Voor ieder afgeleid financieel instrument dat de mogelijke veranderingen in de reële waarde van een opgenomen vordering of schuld afdekt, wordt de winst of het verlies uit herwaardering van het afdekkinginstrument in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Ook de waarde van het afgedekte element wordt gewaardeerd tegen de reële waarde die toe te rekenen is aan het afgedekte risico. De ermee verbonden winst of verlies wordt opgenomen in de winst-en-verliesrekening. De reële waarde van de afgedekte elementen in verband met het afgedekte risico, zijn de boekwaarden op de balansdatum, omgerekend in euro tegen de wisselkoers die geldt op de balansdatum. (3) AFDEKKING VAN EEN NETTO-INVESTERING IN BUITENLANDSE ACTIVITEITEN Als een schuld in vreemde valuta een investering in een buitenlandse entiteit afdekt, worden de wisselkoersverschillen ingevolge de omzetting van de schuld in euro rechtstreeks opgenomen als omrekeningverschillen onder de rubriek ‘eigen vermogen’. Als een afgeleid financieel instrument een netto-investering met betrekking tot buitenlandse activiteiten afdekt, dan wordt het effectieve deel van de winst of het verlies op het financieel instrument rechtstreeks opgenomen als ‘omrekeningverschil’ onder de rubriek ‘eigen vermogen’, terwijl het niet-effectieve deel wordt opgenomen in de winst-en-verliesrekening. (4) INSTRUMENTEN GEKOPPELD AAN BOUWCONTRACTEN Indien een afgeleid financieel instrument de mogelijke variabiliteit van kasstromen van een opgenomen verplichting, een vaststaande toezegging of een verwachte toekomstige transactie van de vennootschap in het kader van een bouwcontract afdekt (voornamelijk termijnaankopen van grondstoffen, en termijnaankopen of -verkopen van valuta), dan maakt dit instrument niet het voorwerp uit van een documentatie van de afdekking van de kasstroom zoals beschreven onder punt (1) hierboven. De winsten of verliezen die op het afgeleid financieel instrument worden gerealiseerd, worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening als financiële baten of lasten. De winsten of verliezen die op het afgeleid financieel instrument worden gerealiseerd, worden beschouwd als kosten van het bouwcontract (zie sectie (U) hierboven). Dit element speelt echter niet mee bij de bepaling van de mate van voortgang van het contract. (Y) ACTIVA AANGEHOUDEN VOOR VERKOOP EN BEËINDIGDE ACTIVITEITEN De vervreemde vaste activa en groepen van activa worden geclassificeerd als aangehouden voor verkoop indien hun boekwaarde in het kader van een afstoting wordt gerealiseerd en niet door hun voortgezette gebruik. Deze voorwaarde wordt slechts als vervuld beschouwd indien het afstoten van deze activa, door verkoop of anderszins, zeer waarschijnlijk is en de activa of groepen van activa in hun huidige toestand onmiddellijk beschikbaar voor verkoop zijn. De directie moet zich hebben verbonden tot het afsluiten van de verkoop in het jaar dat op de datum van de classificatie volgt. Activa bestemd voor verkoop worden gewaardeerd tegen de laagste tussen de boekwaarde en de reële waarde verminderd met de verkoopkosten. Deze worden samen met de overeenkomstige passiva in een aparte rubriek van de geconsolideerde staat van de financiële positie gerapporteerd. Het resultaat en de kasstromen van de beëindigde activiteiten worden respectievelijk in de geconsolideerde resultaatrekening en de geconsolideerde tabel van de kasstromen gepresenteerd. De als aangehouden voor verkoop geclassificeerde vaste activa worden niet langer afgeschreven of in waarde verminderd. Per 31 december 2021 betreft het de activiteiten van de pool DEME. Op 2 december 2021 heeft de raad van bestuur zijn intentie aangekondigd om de groep in twee onderscheiden vennootschappen te splitsen: CFE en DEME. Deze splitsing heeft tot doel twee toonaangevende actoren in hun respectieve activiteitensectoren te scheppen. (Z) GESEGMENTEERDE INFORMATIE Een segment is een onderscheiden onderdeel van de groep CFE dat opbrengsten genereert en kosten meebrengt, en waarvan de operationele resultaten regelmatig door de directie worden bekeken om beslissingen te nemen of de prestaties van het segment na te gaan. De voortgezette activiteiten van de groep CFE bestaat uit drie operationele polen: de pool Contracting, de pool Vastgoedontwikkeling en de pool Holding. De beëindigde activiteiten bestaan uitsluitend uit de activiteiten van de groep DEME. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 159 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN 3. CONSOLIDATIEMETHODEN CONSOLIDATIEKRING Vennootschappen waarvan de groep direct of indirect de meerderheid van de stemrechten bezit en waarover ze dus zeggenschap heeft, worden geconsolideerd volgens de integrale consolidatiemethode. De vennootschappen waarover de groep een gezamenlijke zeggenschap heeft samen met andere aandeelhouders, worden geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode. Dit heeft met name betrekking op Rent-A-Port en bepaalde dochterondernemingen van BPI en DEME (beëindigde activiteiten). De evolutie van de consolidatiekring van de groep CFE tussen 2020 en 2021 voor de voortgezette activiteiten en de beëindigde activiteiten wordt als volgt samengevat: Aantal entiteiten - voortgezette activiteiten 2021 2020 Integrale methode 80 80 Vermogensmutatiemethode 93 93 Totaal 173 173 Aantal entiteiten - beëindigde activiteiten 2021 2020 Integrale methode 122 130 Vermogensmutatiemethode 60 50 Totaal 182 180 VERRICHTINGEN BINNEN DE GROEP De wederzijdse verrichtingen en transacties van activa en verplichtingen, baten en lasten tussen opgenomen ondernemingen worden in de geconsolideerde jaarrekening geëlimineerd. Deze eliminatie gebeurt: - volledig, als de transactie plaatsheeft tussen twee dochterondernemingen die volgens de integrale consolidatiemethode worden geconsolideerd; en - naar rato van het belang in de onderneming waarop vermogensmutatie wordt toegepast voor het interne resultaat gerealiseerd tussen een integraal geconsolideerde onderneming en een onderneming geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode. OMREKENING VAN DE JAARREKENINGEN VAN DE BUITENLANDSE VENNOOTSCHAPPEN EN VESTIGINGEN In de meeste gevallen stemt de functionele valuta van de vennootschappen en vestigingen overeen met de valuta van het betrokken land. De jaarrekeningen van de buitenlandse vennootschappen waarvan de functionele valuta verschilt van de presentatievaluta van de geconsolideerde jaarrekening van de groep CFE, worden omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum wat betreft de posten van de balans en tegen de gemiddelde koers over de periode voor de posten van de resultatenrekening. De omrekeningsverschillen die daaruit voortvloeien, worden in de geconsolideerde reserves opgenomen als wisselkoersverschillen die uit de omrekening resulteren. De goodwill met betrekking tot de buitenlandse vennootschappen wordt geacht deel uit te maken van de verworven activa en verplichtingen en wordt uit dien hoofde omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum. TRANSACTIES IN VREEMDE VALUTA De transacties in vreemde valuta worden omgerekend in euro tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Aan het eind van de periode worden de monetaire activa en verplichtingen die uitgedrukt zijn in vreemde valuta, omgerekend in euro tegen de wisselkoers op de balansdatum. De winsten en verliezen die hieruit voortvloeien worden opgenomen in de rubriek wisselresultaten en worden in de resultatenrekening gepresenteerd als overige financiële lasten en opbrengsten. De wisselkoersverschillen op leningen in vreemde valuta of op afgeleide producten gebruikt voor afdekking van belangen in de buitenlandse dochterondernemingen, worden opgenomen in de rubriek van de wisselkoersverschillen uit de omrekening onder de overige elementen van het totaalresultaat en zijn het voorwerp van een afzonderlijke reserve in het eigen vermogen. 160 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN 3. CONSOLIDATIEMETHODEN CONSOLIDATIEKRING Vennootschappen waarvan de groep direct of indirect de meerderheid van de stemrechten bezit en waarover ze dus zeggenschap heeft, worden geconsolideerd volgens de integrale consolidatiemethode. De vennootschappen waarover de groep een gezamenlijke zeggenschap heeft samen met andere aandeelhouders, worden geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode. Dit heeft met name betrekking op Rent-A-Port en bepaalde dochterondernemingen van BPI en DEME (beëindigde activiteiten). De evolutie van de consolidatiekring van de groep CFE tussen 2020 en 2021 voor de voortgezette activiteiten en de beëindigde activiteiten wordt als volgt samengevat: Aantal entiteiten - voortgezette activiteiten 2021 2020 Integrale methode 80 80 Vermogensmutatiemethode 93 93 Totaal 173 173 Aantal entiteiten - beëindigde activiteiten 2021 2020 Integrale methode 122 130 Vermogensmutatiemethode 60 50 Totaal 182 180 VERRICHTINGEN BINNEN DE GROEP De wederzijdse verrichtingen en transacties van activa en verplichtingen, baten en lasten tussen opgenomen ondernemingen worden in de geconsolideerde jaarrekening geëlimineerd. Deze eliminatie gebeurt: - volledig, als de transactie plaatsheeft tussen twee dochterondernemingen die volgens de integrale consolidatiemethode worden geconsolideerd; en - naar rato van het belang in de onderneming waarop vermogensmutatie wordt toegepast voor het interne resultaat gerealiseerd tussen een integraal geconsolideerde onderneming en een onderneming geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode. OMREKENING VAN DE JAARREKENINGEN VAN DE BUITENLANDSE VENNOOTSCHAPPEN EN VESTIGINGEN In de meeste gevallen stemt de functionele valuta van de vennootschappen en vestigingen overeen met de valuta van het betrokken land. De jaarrekeningen van de buitenlandse vennootschappen waarvan de functionele valuta verschilt van de presentatievaluta van de geconsolideerde jaarrekening van de groep CFE, worden omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum wat betreft de posten van de balans en tegen de gemiddelde koers over de periode voor de posten van de resultatenrekening. De omrekeningsverschillen die daaruit voortvloeien, worden in de geconsolideerde reserves opgenomen als wisselkoersverschillen die uit de omrekening resulteren. De goodwill met betrekking tot de buitenlandse vennootschappen wordt geacht deel uit te maken van de verworven activa en verplichtingen en wordt uit dien hoofde omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum. TRANSACTIES IN VREEMDE VALUTA De transacties in vreemde valuta worden omgerekend in euro tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Aan het eind van de periode worden de monetaire activa en verplichtingen die uitgedrukt zijn in vreemde valuta, omgerekend in euro tegen de wisselkoers op de balansdatum. De winsten en verliezen die hieruit voortvloeien worden opgenomen in de rubriek wisselresultaten en worden in de resultatenrekening gepresenteerd als overige financiële lasten en opbrengsten. De wisselkoersverschillen op leningen in vreemde valuta of op afgeleide producten gebruikt voor afdekking van belangen in de buitenlandse dochterondernemingen, worden opgenomen in de rubriek van de wisselkoersverschillen uit de omrekening onder de overige elementen van het totaalresultaat en zijn het voorwerp van een afzonderlijke reserve in het eigen vermogen. 4. GESEGMENTEERDE INFORMATIE OPERATIONELE SEGMENTEN VAN DE VOORTGEZETTE ACTIVITEITEN De gesegmenteerde informatie wordt voorgesteld rekening houdend met de operationele segmenten. De resultaten en activa en verplichtingen van de segmenten omvatten elementen die ofwel rechtstreeks, ofwel op basis van een logische verdeling toe te wijzen zijn aan een segment. De voortgezette activiteiten van de groep CFE bestaan uit de volgende drie operationele polen: C C o o n n t t r r a a c c t t i i n n g g De pool Contracting omvat de activiteiten Bouw, Multitechnieken en Rail & Utilities. De bouwactiviteit is geconcentreerd in België, het Groothertogdom Luxemburg en Polen. CFE Contracting is gespecialiseerd in de bouw en renovatie van kantoorgebouwen, woningen, hotels, scholen en universiteiten, parkings, winkel- en vrijetijdscentra, ziekenhuizen en industriële gebouwen. De afdelingen multitechnieken, Rail & Utilities zijn voornamelijk actief in België via twee clusters: - de VMA-cluster die bestaat uit tertiaire elektriciteit, HVAC (verwarming, ventilatie en airconditioning), elektrotechnische installaties, telecommunicatienetwerken, automatisering in de sector van de autonijverheid, de farmacie en de agrovoeding, geautomatiseerd beheer van technische gebouwinstallaties, elektromechanica van weg- en spoorweginfrastructuur (tunnels, enz.), het onderhoud op lange termijn van technische installaties en projecten van het ESCO-type (energieverbetering van gebouwen); - de MOBIX-cluster, met spoorwerken (plaatsen van sporen en bovenleidingen), signalisatie, transport van energie en openbare verlichting. V V a a s s t t g g o o e e d d o o n n t t w w i i k k k k e e l l i i n n g g De pool vastgoedontwikkeling ontwikkelt vastgoedprojecten in België, Luxemburg en Polen. H H o o l l d d i i n n g g Naast de activiteiten die een holding eigen zijn, verzamelt deze pool ook: - participaties in Rent-A-Port, Green Offshore en twee contracten van het type Design Build Finance and Maintenance in België; - de Contracting-activiteiten die niet werden overgedragen aan CFE Contracting SA, waaronder verschillende civieltechnische projecten in België en bouwprojecten in Afrika (met uitzondering van Tunesië) en Centraal-Europa (met uitzondering van Polen). OPERATIONELE SEGMENT VAN DE BEËINDIGDE ACTIVITEITEN - DEME De activiteiten van DEME omvatten baggerwerken (investerings- en onderhoudsbaggerwerken), de plaatsing van offshore windmolens en onderzeese kabels, de bescherming van pijpleidingen in zee, de behandeling van vervuilde gronden en slib en marine engineering. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 161 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN ELEMENTEN VAN HET GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE RESULTATENREKENING Per 31 december 2021 (duizend euro) DEME Herwerkingen DEME () Totaal beëindigde activiteiten Contracting Vastgoed- ontwikkeling Holding Eliminaties tussen polen Totaal voortgezette activiteiten Totaal geconsolideerd Omzet 0 0 1.039.658 106.300 9.789 (30.401) 1.125.346 1.125.346 Resultaat van de operationele activiteiten 0 0 25.164 24.695 (1.856) 318 48.321 48.321 Aandeel in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast 0 0 105 5.399 4.151 0 9.655 9.655 Bedrijfsresultaat (EBIT) 0 0 25.269 30.094 2.295 318 57.976 57.976 % Omzet 2,43% 28,31% 5,15% 5,15% Financieel resultaat 0 0 (2.045) (4.134) 140 0 (6.039) (6.039) Winstbelastingen 0 0 (9.319) (2.990) (27) (95) (12.431) (12.431) Resultaat uit voortgezette activiteiten - deel van de groep 0 0 13.905 22.970 2.408 223 39.506 39.506 % Omzet 1,34% 21,61% 3,51% 3,51% Resultaat van beëindigde activiteiten - deel van de groep 114.581 (4.079) 110.502 110.502 Resultaat - deel van de groep 114.581 (4.079) 110.502 13.905 22.970 2.408 223 39.506 150.008 Niet-kaselementen 0 0 18.708 878 631 0 20.217 20.217 EBITDA 0 0 43.872 25.573 (1.225) 318 68.538 68.538 % Omzet 4,22% 24,06% 6,09% 6,09% Per 31 december 2020 (duizend euro) DEME Herwerkingen DEME () Totaal beëindigde activiteiten Contracting Vastgoed- ontwikkeling Holding Eliminaties tussen polen Totaal voortgezette activiteiten Totaal geconsolideerd Omzet 0 0 911.898 131.105 21.859 (38.262) 1.026.600 1.026.600 Resultaat van de operationele activiteiten 0 0 14.709 18.279 (5.165) (262) 27.561 27.561 Aandeel in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast 0 0 190 4.650 5.734 0 10.574 10.574 Bedrijfsresultaat (EBIT) 0 0 14.899 22.929 569 (262) 38.135 38.135 % Omzet 1,63% 17,49% 3,71% 3,71% Financieel resultaat 0 0 (2.525) (4.908) (1.264) 0 (8.697) (8.697) Winstbelastingen 0 0 (6.867) (4.800) (82) 0 (11.749) (11.749) Resultaat uit voortgezette activiteiten - deel van de groep 0 0 5.507 13.221 (777) (262) 17.689 17.689 % Omzet 0,60% 10,08% 1,72% 1,72% Resultaat van beëindigde activiteiten - deel van de groep 50.410 (4.079) 46.331 46.331 Resultaat - deel van de groep 50.410 (4.079) 46.331 5.507 13.221 (777) (262) 17.689 64.020 Niet-kaselementen 0 0 18.403 1.127 (1.833) 0 17.697 17.697 EBITDA 0 0 33.112 19.406 (6.998) (262) 45.258 45.258 % Omzet 3,63% 14,80% 4,41% 4,41% () Herwerkingen na de boeking van de identificeerbare activa en passiva van DEME in reële waarde ingevolge de verwerving van de bijkomende 50% aandelen van DEME op 24 december 2013. 162 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN ELEMENTEN VAN HET GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE RESULTATENREKENING Per 31 december 2021 (duizend euro) DEME Herwerkingen DEME () Totaal beëindigde activiteiten Contracting Vastgoed- ontwikkeling Holding Eliminaties tussen polen Totaal voortgezette activiteiten Totaal geconsolideerd Omzet 0 0 1.039.658 106.300 9.789 (30.401) 1.125.346 1.125.346 Resultaat van de operationele activiteiten 0 0 25.164 24.695 (1.856) 318 48.321 48.321 Aandeel in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast 0 0 105 5.399 4.151 0 9.655 9.655 Bedrijfsresultaat (EBIT) 0 0 25.269 30.094 2.295 318 57.976 57.976 % Omzet 2,43% 28,31% 5,15% 5,15% Financieel resultaat 0 0 (2.045) (4.134) 140 0 (6.039) (6.039) Winstbelastingen 0 0 (9.319) (2.990) (27) (95) (12.431) (12.431) Resultaat uit voortgezette activiteiten - deel van de groep 0 0 13.905 22.970 2.408 223 39.506 39.506 % Omzet 1,34% 21,61% 3,51% 3,51% Resultaat van beëindigde activiteiten - deel van de groep 114.581 (4.079) 110.502 110.502 Resultaat - deel van de groep 114.581 (4.079) 110.502 13.905 22.970 2.408 223 39.506 150.008 Niet-kaselementen 0 0 18.708 878 631 0 20.217 20.217 EBITDA 0 0 43.872 25.573 (1.225) 318 68.538 68.538 % Omzet 4,22% 24,06% 6,09% 6,09% Per 31 december 2020 (duizend euro) DEME Herwerkingen DEME () Totaal beëindigde activiteiten Contracting Vastgoed- ontwikkeling Holding Eliminaties tussen polen Totaal voortgezette activiteiten Totaal geconsolideerd Omzet 0 0 911.898 131.105 21.859 (38.262) 1.026.600 1.026.600 Resultaat van de operationele activiteiten 0 0 14.709 18.279 (5.165) (262) 27.561 27.561 Aandeel in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast 0 0 190 4.650 5.734 0 10.574 10.574 Bedrijfsresultaat (EBIT) 0 0 14.899 22.929 569 (262) 38.135 38.135 % Omzet 1,63% 17,49% 3,71% 3,71% Financieel resultaat 0 0 (2.525) (4.908) (1.264) 0 (8.697) (8.697) Winstbelastingen 0 0 (6.867) (4.800) (82) 0 (11.749) (11.749) Resultaat uit voortgezette activiteiten - deel van de groep 0 0 5.507 13.221 (777) (262) 17.689 17.689 % Omzet 0,60% 10,08% 1,72% 1,72% Resultaat van beëindigde activiteiten - deel van de groep 50.410 (4.079) 46.331 46.331 Resultaat - deel van de groep 50.410 (4.079) 46.331 5.507 13.221 (777) (262) 17.689 64.020 Niet-kaselementen 0 0 18.403 1.127 (1.833) 0 17.697 17.697 EBITDA 0 0 33.112 19.406 (6.998) (262) 45.258 45.258 % Omzet 3,63% 14,80% 4,41% 4,41% () Herwerkingen na de boeking van de identificeerbare activa en passiva van DEME in reële waarde ingevolge de verwerving van de bijkomende 50% aandelen van DEME op 24 december 2013. OPSPLITSING VAN DE OMZET VAN DE VOORTGEZETTE ACTIVITEITEN OPSPLITSING PER GEOGRAFISCH GEBIED Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 herwerkt België 803.152 742.668 Polen 156.295 170.902 Luxemburg 137.735 90.166 Overig Europa 17.468 16.068 Ander 10.696 6.796 Totaal geconsolideerd 1.125.346 1.026.600 De verdeling van de omzet per land is afhankelijk van het land waarin de prestaties zijn uitgevoerd. De groep heeft in 2021 geen inkomsten afkomstig van een significante klant ten belope van meer dan 10 % van de omzet. OPSPLITSING PER ACTIVITEIT Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 herwerkt Bouw 718.278 634.744 Multitechnieken (VMA) 196.375 164.945 Rail & Utilities (MOBIX) 125.005 112.209 Totaal Contracting 1.039.658 911.898 Totaal Vastgoedontwikkeling 106.300 131.105 Totaal Holding en eliminaties tussen polen (20.612) (16.403) Totaal voortgezette activiteiten 1.125.346 1.026.600 De groep CFE erkent, wat betreft de omzet van de bouwactiviteiten, de omzet ‘bouw’ gerealiseerd via de pool vastgoedontwikkeling. De eliminatie van de gemeenschappelijke omzet tussen de pool Contracting en de pool Vastgoedontwikkeling gebeurt ter hoogte van de eliminatie tussen polen. Aangezien er een vertraging bestaat tussen de bouw en de verkoop door de pool vastgoedontwikkeling, wordt het interne omzetcijfer tijdens de bouwperiode opgeslagen en pas toegewezen op het moment van de verkoop. ORDERBOEK VOOR DE VOORTGEZETTE ACTIVITEITEN Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Variatie Bouw 1.166.070 1.058.658 +10,1% Multitechnieken (VMA) 236.359 251.120 -5,9% Rail & Utilities (MOBIX) 164.620 182.815 -10,0% Totaal Contracting 1.567.049 1.492.593 +5,0% Totaal Vastgoedontwikkeling 43.510 40.721 +6,8% Totaal Holding 10.060 15.747 -36,1% Totaal voortgezette activiteiten 1.620.619 1.549.061 +4,6% JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 163 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE Boekjaar afgesloten op 31 december 2021 (duizend euro) DEME Contracting Vastgoed- ontwikkeling Holding Eliminaties tussen polen Totaal geconsolideerd ACTIVA Goodwill 0 23.763 0 0 0 23.763 Materiële vaste activa 0 79.785 1.121 1.377 0 82.283 Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep 0 0 0 20.000 (20.000) 0 Overige financiële vaste activa 0 9 68.350 10.954 0 79.313 Overige vaste activa 0 11.989 58.132 1.303.276 (1.245.918) 127.479 Voorraden 0 16.894 141.222 3.090 (825) 160.381 Geldmiddelen en kasequivalenten 0 62.884 6.326 74.377 0 143.587 Interne kaspositie - Cash pooling - actief 0 69.287 49.675 3.586 (122.548) 0 Overige vlottende activa 0 351.267 25.199 21.097 (11.771) 385.792 Activa aangehouden voor verkoop 4.297.401 0 0 0 0 4.297.401 Totaal der activa 4.297.401 615.878 350.025 1.437.757 (1.401.062) 5.299.999 VERPLICHTINGEN Eigen vermogen 1.822.195 90.377 104.362 1.189.373 (1.250.281) 1.956.026 Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep 0 0 20.000 0 (20.000) 0 Langlopende obligatieleningen 0 0 0 0 0 0 Langlopende financiële schulden 0 33.270 43.954 375 0 77.599 Overige langlopende verplichtingen 0 14.402 36.426 13.763 0 64.591 Kortlopende obligatieleningen 0 0 29.899 0 0 29.899 Kortlopende financiële schulden 0 9.393 29.350 110.341 0 149.084 Interne kaspositie - Cash pooling - passief 0 3.641 18.845 100.061 (122.547) 0 Overige kortlopende verplichtingen 0 464.795 67.189 23.844 (8.234) 547.594 Verplichtingen in verband met activa aangehouden voor verkoop 2.475.206 0 0 0 0 2.475.206 Totaal der passiva 2.475.206 525.501 245.663 248.384 (150.781) 3.343.973 Totaal eigen vermogen en verplichtingen 4.297.401 615.878 350.025 1.437.757 (1.401.062) 5.299.999 Boekjaar afgesloten op 31 december 2020 (duizend euro) DEME Contracting Vastgoed- ontwikkeling Holding Eliminaties tussen polen Totaal geconsolideerd ACTIVA Goodwill 150.567 21.560 0 0 0 172.127 Materiële vaste activa 2.431.361 79.796 2.070 1.825 0 2.515.052 Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep 0 0 0 20.000 (20.000) 0 Overige financiële vaste activa 32.813 0 37.858 18.525 0 89.196 Overige vaste activa 348.275 14.132 58.090 1.284.587 (1.245.913) 459.171 Voorraden 10.456 16.536 153.850 5.349 (1.626) 184.565 Geldmiddelen en kasequivalenten 621.937 73.514 5.707 58.537 0 759.695 Interne kaspositie - Cash pooling - actief 0 86.830 1.457 1.741 (90.028) 0 Overige vlottende activa 596.476 295.223 35.319 37.974 (7.315) 957.677 Totaal der activa 4.191.885 587.591 294.351 1.428.538 (1.364.882) 5.137.483 VERPLICHTINGEN Eigen vermogen 1.709.637 78.365 85.532 1.178.951 (1.247.537) 1.804.948 Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep 0 0 20.000 0 (20.000) 0 Langlopende obligatieleningen 0 0 29.794 0 0 29.794 Langlopende financiële schulden 735.053 25.318 42.701 115.609 0 918.681 Overige langlopende verplichtingen 172.966 16.566 37.628 2.108 0 229.268 Kortlopende obligatieleningen 0 0 0 0 0 0 Kortlopende financiële schulden 375.913 8.919 17.488 10.329 0 412.649 Interne kaspositie - Cash pooling - passief 0 2.708 3.376 83.944 (90.028) 0 Overige kortlopende verplichtingen 1.198.316 455.715 57.832 37.597 (7.317) 1.742.143 Totaal der passiva 2.482.248 509.226 208.819 249.587 (117.345) 3.332.535 Totaal eigen vermogen en verplichtingen 4.191.885 587.591 294.351 1.428.538 (1.364.882) 5.137.483 164 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE Boekjaar afgesloten op 31 december 2021 (duizend euro) DEME Contracting Vastgoed- ontwikkeling Holding Eliminaties tussen polen Totaal geconsolideerd ACTIVA Goodwill 0 23.763 0 0 0 23.763 Materiële vaste activa 0 79.785 1.121 1.377 0 82.283 Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep 0 0 0 20.000 (20.000) 0 Overige financiële vaste activa 0 9 68.350 10.954 0 79.313 Overige vaste activa 0 11.989 58.132 1.303.276 (1.245.918) 127.479 Voorraden 0 16.894 141.222 3.090 (825) 160.381 Geldmiddelen en kasequivalenten 0 62.884 6.326 74.377 0 143.587 Interne kaspositie - Cash pooling - actief 0 69.287 49.675 3.586 (122.548) 0 Overige vlottende activa 0 351.267 25.199 21.097 (11.771) 385.792 Activa aangehouden voor verkoop 4.297.401 0 0 0 0 4.297.401 Totaal der activa 4.297.401 615.878 350.025 1.437.757 (1.401.062) 5.299.999 VERPLICHTINGEN Eigen vermogen 1.822.195 90.377 104.362 1.189.373 (1.250.281) 1.956.026 Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep 0 0 20.000 0 (20.000) 0 Langlopende obligatieleningen 0 0 0 0 0 0 Langlopende financiële schulden 0 33.270 43.954 375 0 77.599 Overige langlopende verplichtingen 0 14.402 36.426 13.763 0 64.591 Kortlopende obligatieleningen 0 0 29.899 0 0 29.899 Kortlopende financiële schulden 0 9.393 29.350 110.341 0 149.084 Interne kaspositie - Cash pooling - passief 0 3.641 18.845 100.061 (122.547) 0 Overige kortlopende verplichtingen 0 464.795 67.189 23.844 (8.234) 547.594 Verplichtingen in verband met activa aangehouden voor verkoop 2.475.206 0 0 0 0 2.475.206 Totaal der passiva 2.475.206 525.501 245.663 248.384 (150.781) 3.343.973 Totaal eigen vermogen en verplichtingen 4.297.401 615.878 350.025 1.437.757 (1.401.062) 5.299.999 Boekjaar afgesloten op 31 december 2020 (duizend euro) DEME Contracting Vastgoed- ontwikkeling Holding Eliminaties tussen polen Totaal geconsolideerd ACTIVA Goodwill 150.567 21.560 0 0 0 172.127 Materiële vaste activa 2.431.361 79.796 2.070 1.825 0 2.515.052 Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep 0 0 0 20.000 (20.000) 0 Overige financiële vaste activa 32.813 0 37.858 18.525 0 89.196 Overige vaste activa 348.275 14.132 58.090 1.284.587 (1.245.913) 459.171 Voorraden 10.456 16.536 153.850 5.349 (1.626) 184.565 Geldmiddelen en kasequivalenten 621.937 73.514 5.707 58.537 0 759.695 Interne kaspositie - Cash pooling - actief 0 86.830 1.457 1.741 (90.028) 0 Overige vlottende activa 596.476 295.223 35.319 37.974 (7.315) 957.677 Totaal der activa 4.191.885 587.591 294.351 1.428.538 (1.364.882) 5.137.483 VERPLICHTINGEN Eigen vermogen 1.709.637 78.365 85.532 1.178.951 (1.247.537) 1.804.948 Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep 0 0 20.000 0 (20.000) 0 Langlopende obligatieleningen 0 0 29.794 0 0 29.794 Langlopende financiële schulden 735.053 25.318 42.701 115.609 0 918.681 Overige langlopende verplichtingen 172.966 16.566 37.628 2.108 0 229.268 Kortlopende obligatieleningen 0 0 0 0 0 0 Kortlopende financiële schulden 375.913 8.919 17.488 10.329 0 412.649 Interne kaspositie - Cash pooling - passief 0 2.708 3.376 83.944 (90.028) 0 Overige kortlopende verplichtingen 1.198.316 455.715 57.832 37.597 (7.317) 1.742.143 Totaal der passiva 2.482.248 509.226 208.819 249.587 (117.345) 3.332.535 Totaal eigen vermogen en verplichtingen 4.191.885 587.591 294.351 1.428.538 (1.364.882) 5.137.483 GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT Boekjaar afgesloten op 31 december 2021 (duizend euro) Contracting Vastgoed- ontwikkeling Holding Totaal voortgezette activiteiten Beëindigde activiteiten - DEME Totaal geconsolideerd Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) operationele activiteiten vóór wijzigingen van het werkkapitaal 44.492 34.117 (1.253) 77.356 474.572 551.928 Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) operationele activiteiten (8.698) 28.243 14.545 34.090 422.447 456.537 Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) investeringsactiviteiten (12.744) (692) (4.374) (17.810) (266.412) (284.222) Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) financieringsactiviteiten 10.953 (26.879) 5.672 (10.254) (250.827) (261.081) Netto toename/(afname) van de geldmiddelen (10.489) 672 15.843 6.026 (94.792) (88.766) Boekjaar afgesloten op 31 december 2020 (duizend euro) Contracting Vastgoed- ontwikkeling Holding Totaal voortgezette activiteiten Beëindigde activiteiten - DEME Totaal geconsolideerd Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) operationele activiteiten vóór wijzigingen van het werkkapitaal 31.793 29.288 (3.118) 57.963 309.921 367.884 Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) operationele activiteiten 46.809 (21.730) (8.564) 16.515 401.819 418.334 Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) investeringsactiviteiten (8.102) (278) (3.869) (12.249) (147.139) (159.388) Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) financieringsactiviteiten (30.565) 21.670 7.866 (1.029) (103.821) (104.850) Netto toename/(afname) van de geldmiddelen 8.142 (338) (4.567) 3.237 150.859 154.096 De kasstroom uit hoofde van (gebruikt in) financieringsactiviteiten bevat de cash-poolingbedragen ten opzichte van de andere segmenten. Een positief bedrag stemt overeen met een gebruik van geldmiddelen in de cash pooling. Deze rubriek wordt ook beïnvloed door externe financiering, met name en hoofdzakelijk in de polen Vastgoedontwikkeling en Holding en bij DEME. De pool DEME maakt geen deel uit de cash pooling van de groep CFE. OVERIGE INFORMATIE Boekjaar afgesloten op 31 december 2021 (duizend euro) Contracting Vastgoed- ontwikkeling Holding Totaal voortgezette activiteiten Beëindigde activiteiten - DEME Totaal geconsolideerd Afschrijvingen (18.708) (878) (631) (20.217) (325.286) (345.503) Investeringen 19.741 1.190 124 21.055 323.347 344.402 Waardeverminderingen 0 0 0 0 (5.018) (5.018) Boekjaar afgesloten op 31 december 2020 (duizend euro) Contracting Vastgoed- ontwikkeling Holding Totaal voortgezette activiteiten Beëindigde activiteiten - DEME Totaal geconsolideerd Afschrijvingen (17.982) (967) (701) (19.650) (300.723) (320.373) Investeringen 20.281 1.283 280 21.844 214.583 236.427 Waardeverminderingen (24) 0 0 (24) (4.042) (4.066) De investeringen omvatten de verwervingen van materiële en immateriële vaste activa. De verwervingen door middel van bedrijfscombinaties zijn niet opgenomen in deze bedragen. GEOGRAFISCHE INFORMATIE De operaties van de groep in de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling bevinden zich voornamelijk in België, Luxemburg en Polen. De materiële vaste activa in de polen Contracting en Vastgoedontwikkeling bevinden zich voornamelijk in België. Wat de beëindigde activiteiten betreft, wordt bij DEME de hoofdactiviteit verricht door de vloot die verspreid is over verschillende maatschappijen en weerspiegelt de juridische lokalisatie niet de economische realiteit van de activiteit die door die vloot voor die maatschappijen wordt uitgevoerd. Daarom wordt geen detail gegeven van de materiële vaste activa per vennootschap. Een presentatie die de geografische zones waar de activiteit plaatsvindt weerspiegelt, is praktisch niet haalbaar. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 165 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN 5. OVERNAMES EN VERVREEMDINGEN VAN DOCHTERONDERNEMINGEN OVERNAMES OVER DE PERIODE AFGESLOTEN PER 31 DECEMBER 2021 Op 22 december 2021 heeft de vennootschap VMA NV, een 100 % dochteronderneming van de groep CFE, haar participatie in de vennootschap VMA R. Robotics Sp. z o.o. verhoogd van 51 % naar 100 %. Deze vennootschap werd in het verleden volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd en wordt nu volgens de globale methode geconsolideerd. Daarnaast werd de historische participatie van 51 % geherwaardeerd naar haar reële waarde, met een effect in de resultaatrekening. Op 22 december 2021 heeft de vennootschap VMA NV, een 100 % dochteronderneming van de groep CFE, ook 100 % verworven van de aandelen van de vennootschappen Rolling Robotics Sp. z o.o., Rolling Robotics Sp. komandytowa, Power Automation Sp. z o.o. en Power Automation Sp. komandytowa. Deze vennootschappen worden geconsolideerd volgens de globale methode. De waardering van de identificeerbare activa en passiva tegen hun reële waarde werd tijdig voor de jaarlijkse afsluiting voltooid. Deze waardering volgens de boekhoudkundige methoden van de groep CFE is definitief per 31 december 2021. De reële waarden die aan de identificeerbare verworven activa en passiva werden toegewezen, kunnen als volgt worden samengevat: (duizend euro) Immateriële vaste activa 54 Goodwill 0 Materiële vaste activa 64 Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen 1.468 Geldmiddelen en kasequivalenten 1.063 Pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen (16) Kortlopende en langlopende financiële schulden 0 Overige vaste activa en langlopende schulden (16) Handelsschulden en overige schulden (1.138) Totaal van de netto verworven activa - deel van de groep 1.479 Goodwill 2.203 Waardering van het historische belang - 51% in VMA R. Robotics Sp. z o.o. 379 Aanschaffingswaarde 3.303 De betaalde overnameprijs en de complementaire geldmiddelen van de nieuwe geïntegreerde vennootschappen leiden tot een nettodaling van de geldmiddelen met 2,2 miljoen euro. De residuele goodwill bedraagt 2,2 miljoen euro. De opname van een residuele goodwill wordt gerechtvaardigd door het feit dat de groep CFE haar competenties vervolledigt; in het bijzonder op het vlak van het ontwerp en de programmering buiten geautomatiseerde productieketens. VERVREEMDINGEN OVER DE PERIODE AFGESLOTEN PER 31 DECEMBER 2021 Op het niveau van de polen Contracting en Holding vond in 2021 geen verkoop in de zin van de norm ‘IFRS 3 Bedrijfscombinaties’ met een materiële impact plaats. De gerealiseerde overnames en verkopen op het niveau van de pool vastgoedontwikkeling betreffen geen bedrijfscombinaties en bijgevolg is het totaal van de betaalde prijs toegekend aan terreinen en gebouwen aangehouden in voorraad. De voornaamste gerealiseerde verwervingen en verkopen op het niveau van de pool vastgoedontwikkeling werden in de inleiding beschreven. ACTIVA AANGEHOUDEN MET HET OOG VOOR VERKOOP EN VERBONDEN VERPLICHTINGEN VOOR DE PERIODE AFGESLOTEN PER 31 DECEMBER 2021 Op 2 december 2021 heeft de raad van bestuur zijn intentie aangekondigd om de groep in twee onderscheiden beursgenoteerde vennootschappen te splitsen: CFE en DEME. Deze splitsing heeft tot doel twee toonaangevende spelers in hun respectieve domeinen te vormen. Aangezien DEME en CFE op verschillende segmenten en in verschillende geografische markten actief zijn, elk met onderscheiden strategische prioriteiten, meent de raad van bestuur dat het in het belang van alle betrokkenen is om de groep in twee delen te splitsen. De splitsing moet zowel de maritieme diensten als contracting en vastgoedontwikkeling in de toekomst in staat stellen om zich te ontwikkelen als twee onderscheiden, autonome en solide beursgenoteerde vennootschappen, elk met hun eigen governance. De splitsing zal bovendien onze aandeelhouders, medewerkers en andere belanghebbenden meer duidelijkheid en transparantie verschaffen over het ondernemingsproject. Deze verduidelijking zal de strategische projecten een bijkomende dynamiek geven zodat elke onderneming een leider in haar sector blijft. De geplande transactie is een partiële splitsing van CFE, met een overdracht van haar 100% participatie in DEME NV naar een Newco, die de naam DEME Group zal dragen. Op het ogenblik van de partiële splitsing zullen alle aandeelhouders van CFE een aandeel van DEME Group ontvangen voor elk aandeel van CFE dat zij bezitten. De voorbereiding van de transactie is gaande en zal verschillende maanden duren. Ze veronderstelt het verkrijgen van een fiscale ruling van de Belgische Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken, en van het akkoord van de verschillende partners en van de buitengewone algemene vergadering van CFE, waarin ten minste 75% van het vertegenwoordigde kapitaal zich voor de partiële splitsing zal moeten uitspreken. Het is de bedoeling dat de transactie in de zomer van 2022 wordt afgerond. Ackermans & van Haaren, de meerderheidsaandeelhouder, en 166 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN 5. OVERNAMES EN VERVREEMDINGEN VAN DOCHTERONDERNEMINGEN OVERNAMES OVER DE PERIODE AFGESLOTEN PER 31 DECEMBER 2021 Op 22 december 2021 heeft de vennootschap VMA NV, een 100 % dochteronderneming van de groep CFE, haar participatie in de vennootschap VMA R. Robotics Sp. z o.o. verhoogd van 51 % naar 100 %. Deze vennootschap werd in het verleden volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd en wordt nu volgens de globale methode geconsolideerd. Daarnaast werd de historische participatie van 51 % geherwaardeerd naar haar reële waarde, met een effect in de resultaatrekening. Op 22 december 2021 heeft de vennootschap VMA NV, een 100 % dochteronderneming van de groep CFE, ook 100 % verworven van de aandelen van de vennootschappen Rolling Robotics Sp. z o.o., Rolling Robotics Sp. komandytowa, Power Automation Sp. z o.o. en Power Automation Sp. komandytowa. Deze vennootschappen worden geconsolideerd volgens de globale methode. De waardering van de identificeerbare activa en passiva tegen hun reële waarde werd tijdig voor de jaarlijkse afsluiting voltooid. Deze waardering volgens de boekhoudkundige methoden van de groep CFE is definitief per 31 december 2021. De reële waarden die aan de identificeerbare verworven activa en passiva werden toegewezen, kunnen als volgt worden samengevat: (duizend euro) Immateriële vaste activa 54 Goodwill 0 Materiële vaste activa 64 Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen 1.468 Geldmiddelen en kasequivalenten 1.063 Pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen (16) Kortlopende en langlopende financiële schulden 0 Overige vaste activa en langlopende schulden (16) Handelsschulden en overige schulden (1.138) Totaal van de netto verworven activa - deel van de groep 1.479 Goodwill 2.203 Waardering van het historische belang - 51% in VMA R. Robotics Sp. z o.o. 379 Aanschaffingswaarde 3.303 De betaalde overnameprijs en de complementaire geldmiddelen van de nieuwe geïntegreerde vennootschappen leiden tot een nettodaling van de geldmiddelen met 2,2 miljoen euro. De residuele goodwill bedraagt 2,2 miljoen euro. De opname van een residuele goodwill wordt gerechtvaardigd door het feit dat de groep CFE haar competenties vervolledigt; in het bijzonder op het vlak van het ontwerp en de programmering buiten geautomatiseerde productieketens. VERVREEMDINGEN OVER DE PERIODE AFGESLOTEN PER 31 DECEMBER 2021 Op het niveau van de polen Contracting en Holding vond in 2021 geen verkoop in de zin van de norm ‘IFRS 3 Bedrijfscombinaties’ met een materiële impact plaats. De gerealiseerde overnames en verkopen op het niveau van de pool vastgoedontwikkeling betreffen geen bedrijfscombinaties en bijgevolg is het totaal van de betaalde prijs toegekend aan terreinen en gebouwen aangehouden in voorraad. De voornaamste gerealiseerde verwervingen en verkopen op het niveau van de pool vastgoedontwikkeling werden in de inleiding beschreven. ACTIVA AANGEHOUDEN MET HET OOG VOOR VERKOOP EN VERBONDEN VERPLICHTINGEN VOOR DE PERIODE AFGESLOTEN PER 31 DECEMBER 2021 Op 2 december 2021 heeft de raad van bestuur zijn intentie aangekondigd om de groep in twee onderscheiden beursgenoteerde vennootschappen te splitsen: CFE en DEME. Deze splitsing heeft tot doel twee toonaangevende spelers in hun respectieve domeinen te vormen. Aangezien DEME en CFE op verschillende segmenten en in verschillende geografische markten actief zijn, elk met onderscheiden strategische prioriteiten, meent de raad van bestuur dat het in het belang van alle betrokkenen is om de groep in twee delen te splitsen. De splitsing moet zowel de maritieme diensten als contracting en vastgoedontwikkeling in de toekomst in staat stellen om zich te ontwikkelen als twee onderscheiden, autonome en solide beursgenoteerde vennootschappen, elk met hun eigen governance. De splitsing zal bovendien onze aandeelhouders, medewerkers en andere belanghebbenden meer duidelijkheid en transparantie verschaffen over het ondernemingsproject. Deze verduidelijking zal de strategische projecten een bijkomende dynamiek geven zodat elke onderneming een leider in haar sector blijft. De geplande transactie is een partiële splitsing van CFE, met een overdracht van haar 100% participatie in DEME NV naar een Newco, die de naam DEME Group zal dragen. Op het ogenblik van de partiële splitsing zullen alle aandeelhouders van CFE een aandeel van DEME Group ontvangen voor elk aandeel van CFE dat zij bezitten. De voorbereiding van de transactie is gaande en zal verschillende maanden duren. Ze veronderstelt het verkrijgen van een fiscale ruling van de Belgische Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken, en van het akkoord van de verschillende partners en van de buitengewone algemene vergadering van CFE, waarin ten minste 75% van het vertegenwoordigde kapitaal zich voor de partiële splitsing zal moeten uitspreken. Het is de bedoeling dat de transactie in de zomer van 2022 wordt afgerond. Ackermans & van Haaren, de meerderheidsaandeelhouder, en VINCI, die respectievelijk 62,1% en 12,1% van CFE bezitten, steunen de partiële splitsing. VINCI, dat reeds met CFE en DEME samenwerkt in verscheidene projecten, zoals de Fehmarnbelt-verbinding, wenst deze samenwerking in de komende jaren voort te zetten. De aankondiging van de intentie om over te gaan tot een partiële splitsing impliceert dat de activiteiten van DEME zullen worden overgedragen aan DEME Group. Overeenkomstig de voorschriften van IFRS 5 moeten deze worden verwerkt als ‘beëindigde bedrijfsactiviteiten’. Concreet betekent dit dat de activa en passiva van DEME op het actief en het passief van de geconsolideerde balans per 31 december 2021 op één regel worden voorgesteld als activa en passiva aangehouden voor verkoop zonder herwerking van de respectieve saldi per 31 december 2020. A A c c t t i i v v a a a a a a n n g g e e h h o o u u d d e e n n v v o o o o r r v v e e r r k k o o o o p p Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 Saldo op het einde van het vorige boekjaar 0 Geherklasseerd naar activa aangehouden voor verkoop in de periode 4.297.401 Vervreemdingen 0 Saldo op het einde van het boekjaar 4.297.401 V V e e r r p p l l i i c c h h t t i i n n g g e e n n i i n n v v e e r r b b a a n n d d m m e e t t a a c c t t i i v v a a a a a a n n g g e e h h o o u u d d e e n n v v o o o o r r v v e e r r k k o o o o p p Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 Saldo op het einde van het vorige boekjaar 0 Geherklasseerd naar verplichtingen in verband met activa aangehouden voor verkoop in de periode 2.475.206 Vervreemdingen 0 Saldo op het einde van het boekjaar 2.475.206 G G e e c c o o n n s s o o l l i i d d e e e e r r d d o o v v e e r r z z i i c c h h t t v v a a n n d d e e f f i i n n a a n n c c i i ë ë l l e e p p o o s s i i t t i i e e v v a a n n d d e e b b e e ë ë i i n n d d i i g g d d e e a a c c t t i i v v i i t t e e i i t t e e n n In het geconsolideerd overzicht van de financiële positie per 31 december 2021 zijn de activa en passiva van de activiteiten van DEME geclassificeerd als aangehouden voor verkoop. De onderstaande tabel toont de hergeclassificeerde activa en passiva: Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 ACTIVA Goodwill 153.793 Materiële vaste activa 2.363.428 Overige financiële vaste activa 33.450 Overige vaste activa 391.369 Voorraden 12.168 Geldmiddelen en kasequivalenten 528.632 Overige vlottende activa 782.105 Activa aangehouden voor verkoop 32.456 Totaal der activa 4.297.401 VERPLICHTINGEN Eigen vermogen 1.822.195 Langlopende obligatieleningen 0 Langlopende financiële schulden 577.970 Overige langlopende verplichtingen 194.024 Kortlopende obligatieleningen 0 Kortlopende financiële schulden 343.340 Overige kortlopende verplichtingen 1.359.872 Totaal der passiva 2.475.206 Totaal eigen vermogen en verplichtingen 4.297.401 Elementen opgenomen in het cumulatief totaalresultaat : Reserves gewaardeerd tegen reële waarde (89.816) Uitgestelde belastingen op reserves 22.661 Wisselkoersverschillen uit de omrekening (8.881) Totaal van de elementen opgenomen in het cumulatief totaalresultaat (76.036) JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 167 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN De goodwill op de activiteiten van DEME komt in essentie voort uit de boeking van de identificeerbare activa en passiva van DEME in reële waarde na de verwerving van het bijkomende 50 % van de aandelen van DEME op 24 december 2013. Voorafgaand aan zijn herclassificatie als activa aangehouden voor verkoop, werd deze goodwill aan een waardeverminderingstest onderworpen. CFE gebruikte daartoe de meest recente gedetailleerde berekening van de realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid DEME, uitgevoerd per 31 december 2020, aangezien alle volgende criteria voldaan zijn: (a) de activa en passiva die de kasstroomgenererende eenheid DEME vormen zijn niet significant gewijzigd sedert eind 2020, (b) de realiseerbare waarde eind 2020 was beduidend hoger dan de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid DEME en (c) op basis van een analyse van de gebeurtenissen die zich hebben voorgedaan en de omstandigheden die zijn gewijzigd sedert 31 december 2020, is de waarschijnlijkheid zeer laag dat een bepaling van de huidige realiseerbare waarde lager zou zijn dan de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid DEME. Bijgevolg werd geen waardeverminderingsverlies op deze goodwill vastgesteld per 31 december 2021. De vloot van schepen vertegenwoordigt de grote meerderheid van de materiële vaste activa. De schepen in aanbouw vertegenwoordigen een bedrag van 309 miljoen euro. Het betreft voornamelijk de Orion. Het hefvaartuig Thor werd geherclassificeerd als activa aangehouden voor verkoop. De overige vaste activa zijn voornamelijk participaties in gezamenlijk gecontroleerde vennootschappen, zoals concessiehouders van offshore windparken of ondernemingen die schepen in mede-eigendom houden. De geldmiddelen en kasequivalenten van DEME bedragen 528,6 miljoen euro. DEME is niet opgenomen in het systeem voor cash pooling van CFE maar beschikt over haar eigen cash pooling met haar filialen. De overige vlottende activa bedragen 782,1 miljoen euro en bestaan voornamelijk uit handelsvorderingen en overige vorderingen uit operationele activiteiten. De langlopende en kortlopende financiële schulden bedragen in totaal 921,3 miljoen euro per 31 december 2021. Ze bestaan voornamelijk uit bilaterale leningen op middellange termijn die begin 2022 werden omgezet in duurzame financiering in de vorm van ‘ sustainable linked loans’ . DEME komt per 31 december 2021 al haar bankconvenanten na. De overige kortlopende verplichtingen bedragen 1.359,9 miljoen euro en omvatten voornamelijk leveranciersschulden, sociale zekerheids- en belastingschulden evenals ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen. De directie van DEME beoordeelt periodiek de in de belastingaangiften gekozen standpunten voor situaties waarin de toepasselijke belastingreglementering voor interpretatie vatbaar is en neemt in voorkomend geval voorzieningen. Deze voorzieningen voor onzekere fiscale posities worden opgenomen als een uitgestelde belastingverplichting (inbegrepen in de rubriek overige langlopende verplichtingen). E E l l e e m m e e n n t t e e n n v v a a n n h h e e t t g g e e c c o o n n s s o o l l i i d d e e e e r r d d o o v v e e r r z z i i c c h h t t v v a a n n d d e e r r e e s s u u l l t t a a t t e e n n r r e e k k e e n n i i n n g g v v a a n n d d e e b b e e ë ë i i n n d d i i g g d d e e a a c c t t i i v v i i t t e e i i t t e e n n De resultaten van de activiteiten van DEME zijn in de geconsolideerde winst-en-verliesrekening op een afzonderlijke regel geboekt: ‘resultaat van de periode uit beëindigde activiteiten’. De onderstaande tabel toont de resultaten van de activiteiten van DEME die als beëindigde activiteiten opgenomen zijn in de geconsolideerde winst- en verliesrekening : Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Omzet 2.510.607 2.195.828 Exploitatielasten (exclusief afschrijvingen) (2.041.299) (1.826.371) EBITDA 469.308 369.457 Afschrijvingen (330.616) (309.765) Resultaat van de operationele activiteiten 138.692 59.692 Aandeel in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast 9.818 21.666 Bedrijfsresultaat (EBIT) 148.510 81.358 Financieel resultaat (5.412) (25.651) Resultaat vóór belastingen 143.098 55.707 Winstbelastingen (29.839) (8.573) Resultaat - deel van de groep 110.502 46.331 De opsplitsing van de omzet van de activiteiten van DEME per land en per activiteitensector is als volgt: Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 België 279.247 427.199 Overige Europa 1.585.647 1.380.755 Afrika 491.058 133.735 Azië 73.733 158.831 Amerika 42.359 51.011 Oceanië 37.285 37.188 Midden-Oosten 1.278 7.109 Totaal 2.510.607 2.195.828 168 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN De goodwill op de activiteiten van DEME komt in essentie voort uit de boeking van de identificeerbare activa en passiva van DEME in reële waarde na de verwerving van het bijkomende 50 % van de aandelen van DEME op 24 december 2013. Voorafgaand aan zijn herclassificatie als activa aangehouden voor verkoop, werd deze goodwill aan een waardeverminderingstest onderworpen. CFE gebruikte daartoe de meest recente gedetailleerde berekening van de realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid DEME, uitgevoerd per 31 december 2020, aangezien alle volgende criteria voldaan zijn: (a) de activa en passiva die de kasstroomgenererende eenheid DEME vormen zijn niet significant gewijzigd sedert eind 2020, (b) de realiseerbare waarde eind 2020 was beduidend hoger dan de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid DEME en (c) op basis van een analyse van de gebeurtenissen die zich hebben voorgedaan en de omstandigheden die zijn gewijzigd sedert 31 december 2020, is de waarschijnlijkheid zeer laag dat een bepaling van de huidige realiseerbare waarde lager zou zijn dan de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid DEME. Bijgevolg werd geen waardeverminderingsverlies op deze goodwill vastgesteld per 31 december 2021. De vloot van schepen vertegenwoordigt de grote meerderheid van de materiële vaste activa. De schepen in aanbouw vertegenwoordigen een bedrag van 309 miljoen euro. Het betreft voornamelijk de Orion. Het hefvaartuig Thor werd geherclassificeerd als activa aangehouden voor verkoop. De overige vaste activa zijn voornamelijk participaties in gezamenlijk gecontroleerde vennootschappen, zoals concessiehouders van offshore windparken of ondernemingen die schepen in mede-eigendom houden. De geldmiddelen en kasequivalenten van DEME bedragen 528,6 miljoen euro. DEME is niet opgenomen in het systeem voor cash pooling van CFE maar beschikt over haar eigen cash pooling met haar filialen. De overige vlottende activa bedragen 782,1 miljoen euro en bestaan voornamelijk uit handelsvorderingen en overige vorderingen uit operationele activiteiten. De langlopende en kortlopende financiële schulden bedragen in totaal 921,3 miljoen euro per 31 december 2021. Ze bestaan voornamelijk uit bilaterale leningen op middellange termijn die begin 2022 werden omgezet in duurzame financiering in de vorm van ‘ sustainable linked loans’ . DEME komt per 31 december 2021 al haar bankconvenanten na. De overige kortlopende verplichtingen bedragen 1.359,9 miljoen euro en omvatten voornamelijk leveranciersschulden, sociale zekerheids- en belastingschulden evenals ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen. De directie van DEME beoordeelt periodiek de in de belastingaangiften gekozen standpunten voor situaties waarin de toepasselijke belastingreglementering voor interpretatie vatbaar is en neemt in voorkomend geval voorzieningen. Deze voorzieningen voor onzekere fiscale posities worden opgenomen als een uitgestelde belastingverplichting (inbegrepen in de rubriek overige langlopende verplichtingen). EElleemmeenntteenn vvaann hheett ggeeccoonnssoolliiddeeeerrdd oovveerrzziicchhtt vvaann ddee rreessuullttaatteennrreekkeenniinngg vvaann ddee bbeeëëiinnddiiggddee aaccttiivviitteeiitteenn De resultaten van de activiteiten van DEME zijn in de geconsolideerde winst-en-verliesrekening op een afzonderlijke regel geboekt: ‘resultaat van de periode uit beëindigde activiteiten’. De onderstaande tabel toont de resultaten van de activiteiten van DEME die als beëindigde activiteiten opgenomen zijn in de geconsolideerde winst- en verliesrekening : Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Omzet 2.510.607 2.195.828 Exploitatielasten (exclusief afschrijvingen) (2.041.299) (1.826.371) EBITDA 469.308 369.457 Afschrijvingen (330.616) (309.765) Resultaat van de operationele activiteiten 138.692 59.692 Aandeel in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast 9.818 21.666 Bedrijfsresultaat (EBIT) 148.510 81.358 Financieel resultaat (5.412) (25.651) Resultaat vóór belastingen 143.098 55.707 Winstbelastingen (29.839) (8.573) Resultaat - deel van de groep 110.502 46.331 De opsplitsing van de omzet van de activiteiten van DEME per land en per activiteitensector is als volgt: Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 België 279.247 427.199 Overige Europa 1.585.647 1.380.755 Afrika 491.058 133.735 Azië 73.733 158.831 Amerika 42.359 51.011 Oceanië 37.285 37.188 Midden-Oosten 1.278 7.109 Totaal 2.510.607 2.195.828 Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Baggeren 1.132.897 877.045 Offshore 899.590 934.565 Infra 262.976 208.822 Milieu 143.040 118.727 Overige 72.104 56.669 Totaal 2.510.607 2.195.828 O O r r d d e e r r b b o o e e k k v v a a n n d d e e b b e e ë ë i i n n d d i i g g d d e e a a c c t t i i v v i i t t e e i i t t e e n n Het aan de activiteiten van DEME toe te schrijven orderboek wordt samengevat als volgt: Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Variatie Baggeren 1.740.000 2.187.000 -20,4% Offshore 2.807.000 1.131.000 +148,2% Infra 875.000 896.000 -2,3% Milieu 256.000 190.000 +34,7% Overige 228.000 96.000 +137,5% Totaal 5.906.000 4.500.000 +31,2% G G e e c c o o n n s s o o l l i i d d e e e e r r d d k k a a s s s s t t r r o o o o m m o o v v e e r r z z i i c c h h t t v v a a n n d d e e b b e e ë ë i i n n d d i i g g d d e e a a c c t t i i v v i i t t e e i i t t e e n n De kasstromen toe te schrijven aan de operationele activiteiten, investeringen en financieringen met betrekking tot de activiteiten van DEME worden samengevat als volgt: Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) operationele activiteiten 422.447 401.819 Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) investeringsactiviteiten (266.412) (147.139) Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) financieringsactiviteiten (250.827) (103.821) Netto toename/(afname) van de geldmiddelen (94.792) 150.859 M M o o g g e e l l i i j j k k e e a a c c t t i i v v a a e e n n p p a a s s s s i i v v a a v v a a n n d d e e b b e e ë ë i i n n d d i i g g d d e e a a c c t t i i v v i i t t e e i i t t e e n n Volgens de beschikbare informatie op de datum waarop de financiële staten zijn goedgekeurd door de raad van bestuur hebben we geen kennis van mogelijke activa en verplichtingen behalve mogelijke activa en verplichtingen gerelateerd aan bouwcontracten (bijvoorbeeld de eisen van de groep ten opzichte van de klanten of de eisen van de toeleveranciers) wat normaal is in de baggersector en wordt behandeld door het bepalen van het resultaat van de werf bij de toepassing van de methode van het voltooiingspercentage. DEME ziet er ook op toe dat de ondernemingen van de groep zich organiseren om de geldende wetten en reglementen na te leven, met inbegrip van de ‘complianceregels’. Het Parket is in 2016 een gerechtelijk onderzoek gestart naar de omstandigheden waarin een contract onderhands werd gegund aan Mordraga, een Russische joint venture vennootschap van de DEME Groep, voor de uitvoering van baggerwerken in de haven van Sabetta (Rusland). De werken werden uitgevoerd in de zomermaanden van 2014 en 2015. Het contract werd in 2016 beëindigd. Het onderzoek werd gestart na indiening van een klacht door een concurrent, aan wie het betrokken contract niet werd toegekend in het kader van een onderhandse gunning, en steunt uitsluitend op selectieve informatie aangereikt door deze concurrent. Eind december 2020 heeft het Parket enkele vennootschappen en (ex)-personeelsleden van de DEME-groep opgeroepen om voor de raadkamer te verschijnen. De raadkamer heeft op 21 februari 2022 beslist de zaak door te verwijzen naar de correctionele rechtbank. Tegen de beslissing van de raadkamer werd beroep aangetekend. Er weze benadrukt dat de raadkamer geen uitspraak doet over de grond van de zaak, doch enkel oordeelt over de vraag of er al dan niet voldoende bezwaren zijn om een zaak ten gronde te laten beoordelen door de bevoegde rechter. DEME behoudt het volste vertrouwen in het verdere verloop van de procedure. In de huidige omstandigheden en in het licht van het bovenstaande kan DEME de eventuele financiële gevolgen van de lopende procedures niet betrouwbaar inschatten. Daarom werd er geen voorziening opgenomen per 31 december 2021, in overeenstemming met de vereisten van IAS 37. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 169 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN F F i i n n a a n n c c i i ë ë l l e e c c o o n n v v e e n n a a n n t t e e n n v v a a n n d d e e b b e e ë ë i i n n d d i i g g d d e e a a c c t t i i v v i i t t e e i i t t e e n n De op het niveau van de geconsolideerde rekening van DEME gedefinieerde convenanten per 31 december 2021 worden hierna verder uiteengezet : Naam van de ratio Formule Vereiste December 2021 December 2020 DEME NV, IFRS-geconsolideerde rekeningen Solvabiliteitsratio (Eigen vermogen, deel groep - immateriële vaste activa - goodwill) / (Totaal activa - immateriële activa - uitgestelde belastingvorderingen) >25% 38,10% 36,30% Schuldratio Netto financiële schuld / EBITDA <3,0 0,63 1,20 Rentedekkingspercentage EBITDA / Kosten van schulden >4,0 171,34 46,36 A A f f s s t t e e m m m m i i n n g g v v a a n n a a l l t t e e r r n n a a t t i i e e v v e e f f i i n n a a n n c c i i ë ë l l e e i i n n d d i i c c a a t t o o r r e e n n v v a a n n d d e e b b e e ë ë i i n n d d i i g g d d e e a a c c t t i i v v i i t t e e i i t t e e n n De indicatoren voor de netto financiële schuld en de EBITDA worden berekend op basis van het geconsolideerd overzicht van de financiële positie en de geconsolideerde resultatenrekening: Geconsolideerde netto financiële schuld (duizend euro) 2021 Langlopende obligatieleningen 0 + Langlopende financiële schulden 577.970 + Kortlopende obligatieleningen 0 + Kortlopende financiële schulden 343.340 Financiële schulden 921.310 - Geldmiddelen en kasequivalenten (528.632) Geldmiddelen en kasequivalenten (528.632) Geconsolideerde netto financiële schuld 392.678 EBITDA (duizend euro) 2021 2020 Resultaat van de operationele activiteiten 138.692 59.692 Afschrijvingen op vaste activa (im)materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen 330.616 309.765 (Afname)/toename van voorzieningen 0 0 Waardeverminderingen op activa en overige niet-kaselementen 0 0 Niet-kaselementen 330.616 309.765 EBITDA 469.308 369.457 B B e e l l a a n n g g r r i i j j k k e e g g e e b b e e u u r r t t e e n n i i s s s s e e n n n n a a b b a a l l a a n n s s d d a a t t u u m m v v a a n n d d e e b b e e ë ë i i n n d d i i g g d d e e a a c c t t i i v v i i t t e e i i t t e e n n Door de Rusland-Oekraïne crisis, waardoor beide landen en de mondiale financiële markten werden gedestabiliseerd, zal onze wereldeconomie, die al verzwakt is door inflatie, stijgende energieprijzen, de aanhoudende pandemie en een beperkte bevoorradingsketen, verder onder druk komen te staan. Op datum van dit verslag schatten we in dat deze crisis en de beperkende maatregelen van Europa en de VS tegen Rusland geen wezenlijke directe gevolgen hebben voor de activiteiten van DEME. De indirecte impact is op dit moment moeilijk te voorspellen. 170 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN FFiinnaanncciiëëllee ccoonnvveennaanntteenn vvaann ddee bbeeëëiinnddiiggddee aaccttiivviitteeiitteenn De op het niveau van de geconsolideerde rekening van DEME gedefinieerde convenanten per 31 december 2021 worden hierna verder uiteengezet : Naam van de ratio Formule Vereiste December 2021 December 2020 DEME NV, IFRS-geconsolideerde rekeningen Solvabiliteitsratio (Eigen vermogen, deel groep - immateriële vaste activa - goodwill) / (Totaal activa - immateriële activa - uitgestelde belastingvorderingen) >25% 38,10% 36,30% Schuldratio Netto financiële schuld / EBITDA <3,0 0,63 1,20 Rentedekkingspercentage EBITDA / Kosten van schulden >4,0 171,34 46,36 AAffsstteemmmmiinngg vvaann aalltteerrnnaattiieevvee ffiinnaanncciiëëllee iinnddiiccaattoorreenn vvaann ddee bbeeëëiinnddiiggddee aaccttiivviitteeiitteenn De indicatoren voor de netto financiële schuld en de EBITDA worden berekend op basis van het geconsolideerd overzicht van de financiële positie en de geconsolideerde resultatenrekening: Geconsolideerde netto financiële schuld (duizend euro) 2021 Langlopende obligatieleningen 0 + Langlopende financiële schulden 577.970 + Kortlopende obligatieleningen 0 + Kortlopende financiële schulden 343.340 Financiële schulden 921.310 - Geldmiddelen en kasequivalenten (528.632) Geldmiddelen en kasequivalenten (528.632) Geconsolideerde netto financiële schuld 392.678 EBITDA (duizend euro) 2021 2020 Resultaat van de operationele activiteiten 138.692 59.692 Afschrijvingen op vaste activa (im)materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen 330.616 309.765 (Afname)/toename van voorzieningen 0 0 Waardeverminderingen op activa en overige niet-kaselementen 0 0 Niet-kaselementen 330.616 309.765 EBITDA 469.308 369.457 BBeellaannggrriijjkkee ggeebbeeuurrtteenniisssseenn nnaa bbaallaannssddaattuumm vvaann ddee bbeeëëiinnddiiggddee aaccttiivviitteeiitteenn Door de Rusland-Oekraïne crisis, waardoor beide landen en de mondiale financiële markten werden gedestabiliseerd, zal onze wereldeconomie, die al verzwakt is door inflatie, stijgende energieprijzen, de aanhoudende pandemie en een beperkte bevoorradingsketen, verder onder druk komen te staan. Op datum van dit verslag schatten we in dat deze crisis en de beperkende maatregelen van Europa en de VS tegen Rusland geen wezenlijke directe gevolgen hebben voor de activiteiten van DEME. De indirecte impact is op dit moment moeilijk te voorspellen. 6. OVERIGE EXPLOITATIEBATEN EN EXPLOITATIELASTEN De overige exploitatiebaten bedragen 50.749 duizend euro (2020 herwerkt : 64.616 duizend euro) en hebben voornamelijk betrekking op : - doorberekeningen van kosten en andere diverse vergoedingen voor 49.392 duizend euro (2020 herwerkt : 63.507 duizend euro) ; - meerwaarden op de verkoop van materiële en immateriële vaste activa voor 1.357 duizend euro (2020 herwerkt : 1.109 duizend euro). De overige exploitatielasten zijn als volgt samengesteld: Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 herwerkt Diverse diensten en goederen (107.892) (104.302) Bijzondere waardevermindering van activa - Voorraden (1.072) (199) - Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen (5.331) 301 Netto toevoeging aan de voorzieningen (behalve toevoeging voor pensioenverplichtingen) 4.149 988 Overige exploitatielasten (1.210) (6.009) Totaal geconsolideerd (111.356) (109.221) De diverse diensten en goederen omvatten voornamelijk de algemene kosten, diverse belastingen, verkoopcommissies en diverse honoraria. 7. BEZOLDIGINGEN EN SOCIALE LASTEN Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 herwerkt Bezoldigingen (140.925) (130.743) Verplichte socialezekerheidsbijdragen (41.308) (39.753) Overige loonkosten (16.214) (14.537) Bijdragen pensioenplannen (met vaste prestaties) (4.218) (4.041) Totaal geconsolideerd (202.665) (189.074) Het gemiddeld aantal voltijdse equivalenten (gemiddeld totaal personeelsbestand) van de voortgezette activiteiten voor 2021 bedraagt 3.043 (2020: 3.137), wat overeenkomt met 3.250 personen per 1 januari 2021 (2020: 3.276) en 3.137 per 31 december 2021 (2020: 3.250). 8. FINANCIEEL RESULTAAT Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 herwerkt Financieringslasten (3.448) (3.706) Leningen en vorderingen - Opbrengsten 3.317 2.757 Verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs - Rentelasten (6.765) (6.463) Overige financiële lasten en opbrengsten (2.591) (4.991) Winst (verlies) uit gerealiseerde en niet-gerealiseerde wisselresultaten (549) (2.510) Rentekosten en opbrengsten uit regelingen met vaste prestaties (38) (178) Waardevermindering op financiële activa (14) 0 Overige (1.990) (2.303) Financieel resultaat (6.039) (8.697) De evolutie van de winst (het verlies) uit gerealiseerde en niet-gerealiseerde wisselresultaten en overige per 31 december 2021 wordt voornamelijk verklaard door de devaluatie van zloty tegenover de euro bij BPI en CFE Contracting. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 171 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN 9. RESULTAAT PER AANDEEL Het basisresultaat per aandeel is identiek aan het verwaterd resultaat per aandeel, gezien de afwezigheid van potentiële gewone aandelen met verwateringseffect in omloop. Het wordt als volgt berekend: Boekjaar afgesloten op 31 December (duizend euro) 2021 2020 herwerkt Resultaat van de periode uit voortgezette activiteiten - deel van de groep 39.506 17.689 Resultaat van de periode uit beëindigde activiteiten - deel van de groep 110.502 46.331 Resultaat van de periode - deel van de groep 150.008 64.020 Totaalresultaat - deel van de groep 174.536 38.810 Aantal gewone aandelen op afsluitingdatum 25.314.482 25.314.482 Resultaat per aandeel, op basis van het aantal gewone aandelen op balansdatum (basis) : Resultaat van de periode per aandeel (deel van de groep) uit voortgezette activiteiten (in euro) 1,56 0,70 Resultaat van de periode per aandeel (deel van de groep) uit beëindigde activiteiten (in euro) 4,37 1,83 Resultaat van de periode per aandeel (deel van de groep) (in euro) 5,93 2,53 Totaalresultaat (deel van de groep) per aandeel (in euro) 6,89 1,53 10. BELASTINGEN OP HET RESULTAAT OPGENOMEN IN HET TOTAALRESULTAAT Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 herwerkt Actuele belastingen Lasten uit hoofde van belastingen in het huidig boekjaar 11.248 9.593 Overschot (tekort) voorziening vorige boekjaren 107 (198) Totaal actuele lasten uit hoofde van belastingen 11.355 9.395 Uitgestelde belastingen Opname en terugname van uitgestelde belastingen m.b.t. verliezen in voorgaande periodes 1.867 1.284 Opname en terugname van tijdelijke verschillen (791) 1.070 Totaal kosten/(opbrengsten) uit hoofde van uitgestelde belastingen 1.076 2.354 Belastingen op het resultaat van het boekjaar 12.431 11.749 Opbrengsten/kosten rechtstreeks opgenomen in andere elementen van het totaalresultaat (2.902) 1.918 Totaal belastinglast in het totaalresultaat 9.529 13.667 AFSTEMMING VAN HET EFFECTIEVE BELASTINGTARIEF Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 herwerkt Resultaat vóór belastingen 51.937 29.438 waarvan het aandeel in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast 9.655 10.574 Winst vóór belastingen, exclusief deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast 42.282 18.864 Winstbelasting berekend aan het tarief van 25% 10.571 4.716 Fiscale impact van niet-aftrekbare uitgaven 4.027 3.403 Fiscale impact van niet-belastbare opbrengsten (3.061) (1.624) Belastingkrediet en de impact van de notionele interest (157) 17 Effect van verschillende belastingtarieven van dochterondernemingen in andere rechtsgebieden (586) (1.338) Fiscale gevolgen van het gebruik van fiscale verliezen niet opgenomen in voorgaande periodes (3.048) (1.357) Fiscale impact van correcties in uitgestelde en actuele belastingen m.b.t. voorgaande periodes 1.134 1.123 Fiscale impact van niet-erkenning uitgestelde actieve belastinglatentie op verliezen van het jaar 3.551 6.808 Belastinglast 12.431 11.749 Effectieve belastingtarief van het boekjaar 29,40% 62,28% De belastingkosten bedragen 12.431 duizend euro per 31 december 2021, tegenover 11.749 duizend euro eind 2020. Het effectieve belastingtarief bedraagt 29,40% tegenover 62,28% in 2020. 172 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN 9. RESULTAAT PER AANDEEL Het basisresultaat per aandeel is identiek aan het verwaterd resultaat per aandeel, gezien de afwezigheid van potentiële gewone aandelen met verwateringseffect in omloop. Het wordt als volgt berekend: Boekjaar afgesloten op 31 December (duizend euro) 2021 2020 herwerkt Resultaat van de periode uit voortgezette activiteiten - deel van de groep 39.506 17.689 Resultaat van de periode uit beëindigde activiteiten - deel van de groep 110.502 46.331 Resultaat van de periode - deel van de groep 150.008 64.020 Totaalresultaat - deel van de groep 174.536 38.810 Aantal gewone aandelen op afsluitingdatum 25.314.482 25.314.482 Resultaat per aandeel, op basis van het aantal gewone aandelen op balansdatum (basis) : Resultaat van de periode per aandeel (deel van de groep) uit voortgezette activiteiten (in euro) 1,56 0,70 Resultaat van de periode per aandeel (deel van de groep) uit beëindigde activiteiten (in euro) 4,37 1,83 Resultaat van de periode per aandeel (deel van de groep) (in euro) 5,93 2,53 Totaalresultaat (deel van de groep) per aandeel (in euro) 6,89 1,53 10. BELASTINGEN OP HET RESULTAAT OPGENOMEN IN HET TOTAALRESULTAAT Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 herwerkt Actuele belastingen Lasten uit hoofde van belastingen in het huidig boekjaar 11.248 9.593 Overschot (tekort) voorziening vorige boekjaren 107 (198) Totaal actuele lasten uit hoofde van belastingen 11.355 9.395 Uitgestelde belastingen Opname en terugname van uitgestelde belastingen m.b.t. verliezen in voorgaande periodes 1.867 1.284 Opname en terugname van tijdelijke verschillen (791) 1.070 Totaal kosten/(opbrengsten) uit hoofde van uitgestelde belastingen 1.076 2.354 Belastingen op het resultaat van het boekjaar 12.431 11.749 Opbrengsten/kosten rechtstreeks opgenomen in andere elementen van het totaalresultaat (2.902) 1.918 Totaal belastinglast in het totaalresultaat 9.529 13.667 AFSTEMMING VAN HET EFFECTIEVE BELASTINGTARIEF Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 herwerkt Resultaat vóór belastingen 51.937 29.438 waarvan het aandeel in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast 9.655 10.574 Winst vóór belastingen, exclusief deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast 42.282 18.864 Winstbelasting berekend aan het tarief van 25% 10.571 4.716 Fiscale impact van niet-aftrekbare uitgaven 4.027 3.403 Fiscale impact van niet-belastbare opbrengsten (3.061) (1.624) Belastingkrediet en de impact van de notionele interest (157) 17 Effect van verschillende belastingtarieven van dochterondernemingen in andere rechtsgebieden (586) (1.338) Fiscale gevolgen van het gebruik van fiscale verliezen niet opgenomen in voorgaande periodes (3.048) (1.357) Fiscale impact van correcties in uitgestelde en actuele belastingen m.b.t. voorgaande periodes 1.134 1.123 Fiscale impact van niet-erkenning uitgestelde actieve belastinglatentie op verliezen van het jaar 3.551 6.808 Belastinglast 12.431 11.749 Effectieve belastingtarief van het boekjaar 29,40% 62,28% De belastingkosten bedragen 12.431 duizend euro per 31 december 2021, tegenover 11.749 duizend euro eind 2020. Het effectieve belastingtarief bedraagt 29,40% tegenover 62,28% in 2020. OPGENOMEN UITGESTELDE BELASTINGVORDERINGEN EN -VERPLICHTINGEN Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) Activa Verplichtingen 2021 2020 2021 2020 Immateriële en materiële vaste activa 0 27.546 (1.058) (87.629) Personeelsbeloningen 2.243 15.131 0 0 Voorzieningen 1.796 2.296 0 (22.110) Reële waarde van afgeleide instrumenten 0 3.468 0 (364) Behoefte aan werkkapitaal 4.420 48.170 (1.352) (8.412) Overige elementen 137 158 (98) (36.838) Fiscale verliezen 66.481 147.998 0 0 Bruto uitgestelde belastingen activa/verplichtingen 75.077 244.767 (2.508) (155.353) Niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen (66.441) (59.043) 0 0 Belastingverrekening (379) (58.392) 379 58.392 Netto te ontvangen (te betalen) uitgestelde belasting 8.257 127.332 (2.129) (96.961) Overdraagbare fiscale verliezen en andere tijdelijke verschillen waarop geen uitgestelde belastingvordering is opgenomen, bedragen 265.764 duizend euro. Fiscale verliezen betreffen meestal Belgische vennootschappen en hebben bijgevolg geen tijdbeperking. Het betreft voornamelijk fiscale verliezen van CFE NV; in het kader van de in de zomer van 2022 geplande partiële splitsing, zal de meerderheid van de overdraagbare fiscale verliezen van CFE worden getransfereerd naar DEME Group volgens de toepasselijke fiscale voorschriften. De post ‘belastingverrekening’ geeft de verrekening weer die is uitgevoerd tussen uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen per entiteit. Per 31 december 2020 bedroeg de bijdrage van de beëindigde activiteiten aan de uitgestelde belastingvorderingen en –verplichtingen respectievelijk 117.958 en 94.986 duizend euro. FISCALE VERLIEZEN WAAROP GEEN ACTIEVE UITGESTELDE BELASTINGVORDERING GEBOEKT IS Er werd geen uitgestelde belastingvordering geboekt in de gevallen waarbij het onwaarschijnlijk is dat er voldoende belastbare winst beschikbaar zal zijn voor de dochtermaatschappijen om de fiscale verliezen te kunnen recupereren. UITGESTELDE BELASTINGOPBRENGSTEN (-KOSTEN) OPGENOMEN IN ANDERE ELEMENTEN VAN HET TOTAALRESULTAAT Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Uitgestelde belastingen op het effectieve deel van de wijzigingen in reële waarde in kasstroomafdekking (3.000) 446 Uitgestelde belastingen op de herwaardering van het passief m.b.t. regelingen met vaste prestaties 98 1.472 Totaal (2.902) 1.918 De uitgestelde belastingopbrengsten (-kosten) opgenomen in andere elementen van het totaalresultaat bedragen (2.902) duizend euro, waarvan (1.567) duizend euro betrekking heeft op de beëindigde activiteiten en (1.335) duizend euro op de voortgezette activiteiten. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 173 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN 11. IMMATERIËLE VASTE ACTIVA ANDERS DAN GOODWILL Boekjaar afgesloten op 31 december 2021 (duizend euro) Concessies, brevetten en licenties Ontwikkelingskosten Totaal Aanschaffingswaarde Saldo op het einde van het vorige boekjaar 152.276 4.454 156.730 Netto wisselkoersverschillen (6) 0 (6) Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 54 0 54 Verwervingen 2.858 23 2.881 Afstotingen (1.772) (2) (1.774) Overdracht naar andere activacategorieën () (146.835) (4.007) (150.842) Saldo op het einde van het boekjaar 6.575 468 7.043 Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen Saldo op het einde van het vorige boekjaar (41.059) (4.412) (45.471) Netto wisselkoersverschillen 4 0 4 Afschrijvingen van het boekjaar (4.263) (28) (4.291) Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 0 Afstotingen 1.772 2 1.774 Overdracht naar andere activacategorieën () 38.877 4.007 42.884 Saldo op het einde van het boekjaar (4.669) (431) (5.100) Netto boekwaarde Per 1 januari 2021 111.217 42 111.259 Per 31 december 2021 1.906 37 1.943 () De overdrachten naar andere activacategorieën houden voornamelijk verband met de afzonderlijke voorstelling op de balans van de immateriële vaste activa aangehouden voor verkoop volgens de norm IFRS 5 Vaste activa aangehouden met het oog op verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten . Bijgevolg omvatten de overdrachten van 2021 de immateriële vaste activa van DEME die geclassificeerd zijn als vaste activa aangehouden voor verkoop per 31 december 2021 voor een netto boekwaarde van 110.040 duizend euro (2020 : 109.462 duizend euro). Wij verwijzen naar toelichting 5 van dit verslag. De verwervingen voor de periode bedragen 2.881 duizend euro (2020 : 3.890 duizend euro) en hebben voornamelijk betrekking op investeringen in softwarelicenties en concessierechten. De afschrijvingen op immateriële vaste activa bedragen (4.291) duizend euro per 31 december 2021. In 2020 bedroegen de acquisities die voortvloeien uit wijzigingen van de consolidatiekring 19.254 duizend euro en hadden ze voornamelijk betrekking op de verwerving van de vennootschap SPT Offshore bij DEME. De immateriële vaste activa die beantwoorden aan de definitie van de norm IAS 38 Immateriële vaste activa werden erkend in de mate dat toekomstige economische voordelen waarschijnlijk zijn. Boekjaar afgesloten op 31 december 2020 (duizend euro) Concessies, brevetten en licenties Ontwikkelingskosten Totaal Aanschaffingswaarde Saldo op het einde van het vorige boekjaar 130.729 4.262 134.991 Netto wisselkoersverschillen (40) 0 (40) Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 19.261 0 19.261 Verwervingen 3.505 385 3.890 Afstotingen (1.822) (152) (1.974) Overdracht naar andere activacategorieën 643 (41) 602 Saldo op het einde van het boekjaar 152.276 4.454 156.730 Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen Saldo op het einde van het vorige boekjaar (40.623) (4.107) (44.730) Netto wisselkoersverschillen 29 0 29 Afschrijvingen van het boekjaar (2.236) (498) (2.734) Effect van wijzigingen in de consolidatiekring (7) 0 (7) Afstotingen 1.631 152 1.783 Overdracht naar andere activacategorieën 147 41 188 Saldo op het einde van het boekjaar (41.059) (4.412) (45.471) Netto boekwaarde Per 1 januari 2020 90.106 155 90.261 Per 31 december 2020 111.217 42 111.259 174 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN 11. IMMATERIËLE VASTE ACTIVA ANDERS DAN GOODWILL Boekjaar afgesloten op 31 december 2021 (duizend euro) Concessies, brevetten en licenties Ontwikkelingskosten Totaal Aanschaffingswaarde Saldo op het einde van het vorige boekjaar 152.276 4.454 156.730 Netto wisselkoersverschillen (6) 0 (6) Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 54 0 54 Verwervingen 2.858 23 2.881 Afstotingen (1.772) (2) (1.774) Overdracht naar andere activacategorieën () (146.835) (4.007) (150.842) Saldo op het einde van het boekjaar 6.575 468 7.043 Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen Saldo op het einde van het vorige boekjaar (41.059) (4.412) (45.471) Netto wisselkoersverschillen 4 0 4 Afschrijvingen van het boekjaar (4.263) (28) (4.291) Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 0 Afstotingen 1.772 2 1.774 Overdracht naar andere activacategorieën () 38.877 4.007 42.884 Saldo op het einde van het boekjaar (4.669) (431) (5.100) Netto boekwaarde Per 1 januari 2021 111.217 42 111.259 Per 31 december 2021 1.906 37 1.943 () De overdrachten naar andere activacategorieën houden voornamelijk verband met de afzonderlijke voorstelling op de balans van de immateriële vaste activa aangehouden voor verkoop volgens de norm IFRS 5 Vaste activa aangehouden met het oog op verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten . Bijgevolg omvatten de overdrachten van 2021 de immateriële vaste activa van DEME die geclassificeerd zijn als vaste activa aangehouden voor verkoop per 31 december 2021 voor een netto boekwaarde van 110.040 duizend euro (2020 : 109.462 duizend euro). Wij verwijzen naar toelichting 5 van dit verslag. De verwervingen voor de periode bedragen 2.881 duizend euro (2020 : 3.890 duizend euro) en hebben voornamelijk betrekking op investeringen in softwarelicenties en concessierechten. De afschrijvingen op immateriële vaste activa bedragen (4.291) duizend euro per 31 december 2021. In 2020 bedroegen de acquisities die voortvloeien uit wijzigingen van de consolidatiekring 19.254 duizend euro en hadden ze voornamelijk betrekking op de verwerving van de vennootschap SPT Offshore bij DEME. De immateriële vaste activa die beantwoorden aan de definitie van de norm IAS 38 Immateriële vaste activa werden erkend in de mate dat toekomstige economische voordelen waarschijnlijk zijn. Boekjaar afgesloten op 31 december 2020 (duizend euro) Concessies, brevetten en licenties Ontwikkelingskosten Totaal Aanschaffingswaarde Saldo op het einde van het vorige boekjaar 130.729 4.262 134.991 Netto wisselkoersverschillen (40) 0 (40) Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 19.261 0 19.261 Verwervingen 3.505 385 3.890 Afstotingen (1.822) (152) (1.974) Overdracht naar andere activacategorieën 643 (41) 602 Saldo op het einde van het boekjaar 152.276 4.454 156.730 Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen Saldo op het einde van het vorige boekjaar (40.623) (4.107) (44.730) Netto wisselkoersverschillen 29 0 29 Afschrijvingen van het boekjaar (2.236) (498) (2.734) Effect van wijzigingen in de consolidatiekring (7) 0 (7) Afstotingen 1.631 152 1.783 Overdracht naar andere activacategorieën 147 41 188 Saldo op het einde van het boekjaar (41.059) (4.412) (45.471) Netto boekwaarde Per 1 januari 2020 90.106 155 90.261 Per 31 december 2020 111.217 42 111.259 12. GOODWILL Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Aanschaffingswaarde Saldo op het einde van het vorige boekjaar 401.731 401.731 Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 2.221 0 Overdracht naar andere activacategorieën () (374.149) 0 Overige wijzigingen (18) 0 Saldo op het einde van het boekjaar 29.785 401.731 Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen Saldo op het einde van het vorige boekjaar (229.604) (224.604) Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen van het boekjaar (311) (5.000) Overdracht naar andere activacategorieën () 223.893 0 Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 Saldo op het einde van het boekjaar (6.022) (229.604) Netto boekwaarde per 31 december 23.763 172.127 () De overdrachten naar andere activacategorieën houden uitsluitend verband met de afzonderlijke voorstelling op de balans van de goodwill aangehouden voor verkoop volgens de norm IFRS 5 Vaste activa aangehouden met het oog op verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten . Bijgevolg omvatten de overdrachten van 2021 de goodwill van DEME die geclassificeerd is als vaste activa aangehouden voor verkoop per 31 december 2021. Wij verwijzen naar toelichting 5 van dit verslag. De impact van wijzigingen in de consolidatiekring heeft uitsluitend betrekking op de verwerving van 100 % van de aandelen van de vennootschappen Rolling Robotics Sp. z o.o., Rolling Robotics Sp. komandytowa, Power Automation Sp. z o.o. en Power Automation Sp. komandytowa. Wij verwijzen naar toelichting 5 van dit verslag. Volgens de norm IAS 36 Bijzondere waardevermindering van activa werd een waarderingstest uitgevoerd op de waarde van deze goodwill per 31 december 2021. De volgende hypothesen werden aangenomen in de waardeverminderingstests: Activiteit Netto waarde goodwill Parameters gebruikt in het model met toekomstige kasstromen Bruto waarde goodwill Afwaardering van het boekjaar Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Groeipercentage (eindwaarde) Actualiserings- voet Gevoeligheids- percentage VMA 11.115 11.115 0,50% 8,50% 5% 11.115 - Mobix Remacom 5.346 5.346 0,50% 8,50% 5% 5.346 - Mobix Stevens 2.682 2.682 0,50% 8,50% 5% 2.682 - VMA Rrobotics 2.202 0 0,50% 8,50% 5% 2.202 - VMA Druart 1.507 1.507 0,50% 8,50% 5% 3.360 - BPC 911 911 0,50% 8,50% 5% 911 - Totaal 23.763 21.561 25.616 0 De kasstromen die gebruikt werden in de waardeverminderingstests werden afgeleid uit de initiële begroting die werd voorgelegd aan het directiecomité van CFE Contracting. Een groeivoet van 0,5 % werd toegepast voor de bepaling van de eindwaarde. Een gevoeligheidsanalyse werd uitgevoerd door de kasstromen en de WACC met 5 % te laten variëren. Aangezien de gebruikswaarde van de entiteiten telkens hoger was dan hun boekwaarde, inclusief goodwill, werd er geen waardevermindering vastgesteld. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 175 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN 13. MATERIËLE VASTE ACTIVA Boekjaar afgesloten op 31 december 2021 (duizend euro) Terreinen en gebouwen Installaties, machines en uitrusting Meubiliair en rollend materieel Overige materiële vaste activa Activa in aanbouw Totaal Aanschaffingswaarde Saldo op het einde van het vorige boekjaar 244.206 4.163.313 109.589 0 506.270 5.023.378 Netto wisselkoersverschillen 1.128 5.605 42 0 0 6.775 Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 35 121 0 0 156 Verwervingen 41.375 149.807 23.018 0 127.321 341.521 Overdracht naar andere activacategorieën () (199.140) (4.071.769) (56.303) 0 (632.167) (4.959.379) Afstotingen (15.737) (141.780) (16.221) 0 (348) (174.086) Saldo op het einde van het boekjaar 71.832 105.211 60.246 0 1.076 238.365 Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen Saldo op het einde van het vorige boekjaar (88.153) (2.350.014) (70.159) 0 0 (2.508.326) Netto wisselkoersverschillen (465) (4.249) 41 0 0 (4.673) Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 (92) 0 0 (92) Afschrijvingen (19.288) (307.238) (19.704) 0 0 (346.230) Overdracht naar andere activacategorieën () 74.826 2.454.820 32.218 0 0 2.561.864 Afstotingen 8.424 117.272 15.679 0 0 141.375 Saldo op het einde van het boekjaar (24.656) (89.409) (42.017) 0 0 (156.082) Netto boekwaarde Per 1 januari 2021 156.053 1.813.299 39.430 0 506.270 2.515.052 Per 31 december 2021 47.176 15.802 18.229 0 1.076 82.283 () De overdrachten naar andere activacategorieën houden voornamelijk verband met de afzonderlijke voorstelling op de balans van de materiële vaste activa aangehouden voor verkoop volgens de norm IFRS 5 Vaste activa aangehouden met het oog op verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten . Bijgevolg omvatten de overdrachten van 2021 de materiële vaste activa van DEME die geclassificeerd zijn als vaste activa aangehouden voor verkoop per 31 december 2021 voor een netto boekwaarde van 2.363.428 duizend euro (2020 : 2.431.361 duizend euro). Wij verwijzen naar toelichting 5 van dit verslag. Per 31 december 2021 bedragen de verwervingen van materiële vaste activa 341.521 duizend euro, waarvan 20.082 duizend euro voor de voortgezette activiteiten en 321.439 duizend euro voor de beëindigde activiteiten. De afschrijvingen op materiële vaste activa bedragen (346.230) duizend euro (2020 : (321.705) duizend euro). Boekjaar afgesloten op 31 december 2020 (duizend euro) Terreinen en gebouwen Installaties, machines en uitrusting Meubiliair en rollend materieel Overige materiële vaste activa Activa in aanbouw Totaal Aanschaffingswaarde Saldo op het einde van het vorige boekjaar 229.873 4.070.355 102.912 0 540.374 4.943.514 Netto wisselkoersverschillen (1.445) (10.172) (905) 0 (5) (12.527) Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 1.983 5.994 656 0 1.071 9.704 Verwervingen 18.912 95.627 18.045 0 99.953 232.537 Overdracht naar andere activacategorieën 2.862 125.054 1.398 0 (135.123) (5.809) Afstotingen (7.979) (123.545) (12.517) 0 0 (144.041) Saldo op het einde van het boekjaar 244.206 4.163.313 109.589 0 506.270 5.023.378 Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen Saldo op het einde van het vorige boekjaar (72.676) (2.192.432) (63.242) 0 0 (2.328.350) Netto wisselkoersverschillen 570 7.470 704 0 0 8.744 Effect van wijzigingen in de consolidatiekring (64) (1.965) (212) 0 0 (2.241) Afschrijvingen (18.992) (284.754) (17.959) 0 0 (321.705) Overdracht naar andere activacategorieën 99 (209) 392 0 0 282 Afstotingen 2.910 121.876 10.158 0 0 134.944 Saldo op het einde van het boekjaar (88.153) (2.350.014) (70.159) 0 0 (2.508.326) Netto boekwaarde Per 1 januari 2020 157.197 1.877.923 39.670 0 540.374 2.615.164 Per 31 december 2020 156.053 1.813.299 39.430 0 506.270 2.515.052 176 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN 13. MATERIËLE VASTE ACTIVA Boekjaar afgesloten op 31 december 2021 (duizend euro) Terreinen en gebouwen Installaties, machines en uitrusting Meubiliair en rollend materieel Overige materiële vaste activa Activa in aanbouw Totaal Aanschaffingswaarde Saldo op het einde van het vorige boekjaar 244.206 4.163.313 109.589 0 506.270 5.023.378 Netto wisselkoersverschillen 1.128 5.605 42 0 0 6.775 Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 35 121 0 0 156 Verwervingen 41.375 149.807 23.018 0 127.321 341.521 Overdracht naar andere activacategorieën () (199.140) (4.071.769) (56.303) 0 (632.167) (4.959.379) Afstotingen (15.737) (141.780) (16.221) 0 (348) (174.086) Saldo op het einde van het boekjaar 71.832 105.211 60.246 0 1.076 238.365 Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen Saldo op het einde van het vorige boekjaar (88.153) (2.350.014) (70.159) 0 0 (2.508.326) Netto wisselkoersverschillen (465) (4.249) 41 0 0 (4.673) Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 (92) 0 0 (92) Afschrijvingen (19.288) (307.238) (19.704) 0 0 (346.230) Overdracht naar andere activacategorieën () 74.826 2.454.820 32.218 0 0 2.561.864 Afstotingen 8.424 117.272 15.679 0 0 141.375 Saldo op het einde van het boekjaar (24.656) (89.409) (42.017) 0 0 (156.082) Netto boekwaarde Per 1 januari 2021 156.053 1.813.299 39.430 0 506.270 2.515.052 Per 31 december 2021 47.176 15.802 18.229 0 1.076 82.283 (*) De overdrachten naar andere activacategorieën houden voornamelijk verband met de afzonderlijke voorstelling op de balans van de materiële vaste activa aangehouden voor verkoop volgens de norm IFRS 5 Vaste activa aangehouden met het oog op verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten . Bijgevolg omvatten de overdrachten van 2021 de materiële vaste activa van DEME die geclassificeerd zijn als vaste activa aangehouden voor verkoop per 31 december 2021 voor een netto boekwaarde van 2.363.428 duizend euro (2020 : 2.431.361 duizend euro). Wij verwijzen naar toelichting 5 van dit verslag. Per 31 december 2021 bedragen de verwervingen van materiële vaste activa 341.521 duizend euro, waarvan 20.082 duizend euro voor de voortgezette activiteiten en 321.439 duizend euro voor de beëindigde activiteiten. De afschrijvingen op materiële vaste activa bedragen (346.230) duizend euro (2020 : (321.705) duizend euro). Boekjaar afgesloten op 31 december 2020 (duizend euro) Terreinen en gebouwen Installaties, machines en uitrusting Meubiliair en rollend materieel Overige materiële vaste activa Activa in aanbouw Totaal Aanschaffingswaarde Saldo op het einde van het vorige boekjaar 229.873 4.070.355 102.912 0 540.374 4.943.514 Netto wisselkoersverschillen (1.445) (10.172) (905) 0 (5) (12.527) Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 1.983 5.994 656 0 1.071 9.704 Verwervingen 18.912 95.627 18.045 0 99.953 232.537 Overdracht naar andere activacategorieën 2.862 125.054 1.398 0 (135.123) (5.809) Afstotingen (7.979) (123.545) (12.517) 0 0 (144.041) Saldo op het einde van het boekjaar 244.206 4.163.313 109.589 0 506.270 5.023.378 Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen Saldo op het einde van het vorige boekjaar (72.676) (2.192.432) (63.242) 0 0 (2.328.350) Netto wisselkoersverschillen 570 7.470 704 0 0 8.744 Effect van wijzigingen in de consolidatiekring (64) (1.965) (212) 0 0 (2.241) Afschrijvingen (18.992) (284.754) (17.959) 0 0 (321.705) Overdracht naar andere activacategorieën 99 (209) 392 0 0 282 Afstotingen 2.910 121.876 10.158 0 0 134.944 Saldo op het einde van het boekjaar (88.153) (2.350.014) (70.159) 0 0 (2.508.326) Netto boekwaarde Per 1 januari 2020 157.197 1.877.923 39.670 0 540.374 2.615.164 Per 31 december 2020 156.053 1.813.299 39.430 0 506.270 2.515.052 De nettowaarde van de materiële activa met een gebruiksrecht van de voortgezette activiteiten bedraagt 35.272 duizend euro per 31 december 2021 tegenover 37.671 duizend euro voor de voortgezette activiteiten en 75.917 duizend euro voor de beëindigde activiteiten per 31 december 2020. Deze activa hebben voornamelijk betrekking op het wagenpark van de groep CFE en de maatschappelijke zetels en de uitrustingen van bepaalde dochterondernemingen van de pool Contracting. De evolutie van de materiële vaste activa met een gebruiksrecht is als volgt: Boekjaar afgesloten op 31 december 2021 (duizend euro) Terreinen en gebouwen Installaties, machines en uitrusting Meubiliair en rollend materieel Totaal Aanschaffingswaarde Saldo op het einde van het vorige boekjaar 102.430 18.975 49.289 170.694 Netto wisselkoersverschillen 1.121 295 98 1.514 Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 0 0 Verwervingen 27.168 4.377 18.078 49.623 Overdracht naar andere activacategorieën () (91.314) (9.279) (36.936) (137.529) Afstotingen (12.873) (2.812) (6.070) (21.755) Saldo op het einde van het boekjaar 26.532 11.556 24.459 62.547 Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen Saldo op het einde van het vorige boekjaar (26.473) (11.080) (19.553) (57.106) Netto wisselkoersverschillen (456) (115) (48) (619) Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 0 0 Afschrijvingen (13.690) (4.246) (14.349) (32.285) Overdracht naar andere activacategorieën () 24.376 6.006 16.809 47.191 Afstotingen 7.231 2.769 5.544 15.544 Saldo op het einde van het boekjaar (9.012) (6.666) (11.597) (27.275) Netto boekwaarde Per 1 januari 2021 75.957 7.895 29.736 113.588 Per 31 december 2021 17.520 4.890 12.862 35.272 () De overdrachten naar andere activacategorieën houden voornamelijk verband met de afzonderlijke voorstelling op de balans van de materiële vaste activa aangehouden voor verkoop volgens de norm IFRS 5 Vaste activa aangehouden met het oog op verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten . Bijgevolg omvatten de overdrachten van 2021 de materiële vaste activa met een beruiksrecht van DEME die geclassificeerd zijn als vaste activa aangehouden voor verkoop per 31 december 2021. Boekjaar afgesloten op 31 december 2020 (duizend euro) Terreinen en gebouwen Installaties, machines en uitrusting Meubiliair en rollend materieel Totaal Aanschaffingswaarde Saldo op het einde van het vorige boekjaar 96.715 111.674 39.324 247.713 Netto wisselkoersverschillen (1.186) (684) (117) (1.987) Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 1.983 0 300 2.283 Verwervingen 9.598 4.817 14.226 28.641 Overdracht naar andere activacategorieën (27) (95.101) (215) (95.343) Afstotingen (4.653) (1.731) (4.229) (10.613) Saldo op het einde van het boekjaar 102.430 18.975 49.289 170.694 Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen Saldo op het einde van het vorige boekjaar (14.115) (59.902) (10.167) (84.184) Netto wisselkoersverschillen 350 174 63 587 Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 0 0 Afschrijvingen (14.300) (8.563) (12.097) (34.960) Overdracht naar andere activacategorieën 153 55.752 451 56.356 Afstotingen 1.439 1.459 2.197 5.095 Saldo op het einde van het boekjaar (26.473) (11.080) (19.553) (57.106) Netto boekwaarde Per 1 januari 2020 82.600 51.772 29.157 163.529 Per 31 december 2020 75.957 7.895 29.736 113.588 JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 177 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN 14. DEELNEMINGEN WAAROP VERMOGENSMUTATIEMETHODE IS TOEGEPAST WIJZIGINGEN VAN DE PERIODE De belangen in deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast worden als volgt weergegeven: Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Saldo op het einde van het vorige boekjaar 204.095 167.653 Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties 0 0 Overdracht naar andere activacategorieën () (139.401) (158) Aandeel in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast 19.473 32.240 Kapitaalverhoging/(vermindering) 19.077 33.412 Dividenden (18.416) (29.127) Wijzigingen in de consolidatiekring 2.456 17.338 Overige wijzigingen 16.134 (17.263) Saldo op het einde van het boekjaar 103.418 204.095 () De overdrachten naar andere activacategorieën houden voornamelijk verband met de afzonderlijke voorstelling op de balans van de deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast aangehouden voor verkoop volgens de norm IFRS 5 Vaste activa aangehouden met het oog op verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten . Bijgevolg omvatten de overdrachten van 2021 de deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast van DEME die geclassificeerd zijn als vaste activa aangehouden voor verkoop per 31 december 2021 voor een waarde van 141.527 duizend euro (2020 : 116.201 duizend euro). Wij verwijzen naar toelichting 5 van dit verslag. Alle entiteiten waarin de groep CFE een betekenisvolle invloed heeft, worden boekhoudkundig verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode. De groep CFE beschikt niet over deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast die op een publieke markt zijn genoteerd. Het aandeel van de groep CFE in de winst van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast bedraagt 19.473 duizend euro (tegenover 32.240 duizend euro in 2020) en is voornamelijk afkomstig uit de activiteiten van de pool Vastgoedontwikkeling en de participaties van DEME en Green Offshore in de concessiebedrijven van offshore windparken zoals Rentel, SeaMade en C-Power. De kapitaalverhogingen in deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast bedragen 19.077 duizend euro en hebben voornamelijk betrekking op Rent-A-Port NV en CSBC DEME Wind Engineering Co Ltd (CDWE, Taiwan) bij DEME. De door de deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast uitgekeerde dividenden bedragen 18.416 duizend euro en zijn voornamelijk afkomstig van de projectvennootschappen van de pool Vastgoedontwikkeling. Overige wijzigingen zijn voornamelijk het gevolg van veranderingen in de marktwaarde van de afdekkingsinstrumenten (voornamelijk rente-hedges bij Rentel en SeaMade) en van de variatie in wisselkoersverschillen bij de integratie van de participaties in valuta. FINANCIËLE INFORMATIE BETREFFENDE DEELNEMINGEN WAAROP VERMOGENSMUTATIEMETHODE IS TOEGEPAST De belangrijkste deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast, zijn opgenomen in toelichting 32, volgens hun participatie binnen de groep CFE, de activiteitssector waarin ze actief zijn en de geografische regio waar hun maatschappelijke zetel ligt. De per pool gegroepeerde financiële informatie die hieronder volgt, is afkomstig uit rekeningen opgesteld op basis van de IFRS-boekhoudmethoden voor de deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast, of bij gebrek daaraan op hun statutaire rekeningen. De transacties binnen bedrijven werden niet geneutraliseerd. De afstemming tussen het statutaire eigen vermogen en de bijdrage aan de geconsolideerde rekeningen wordt voorgesteld na de financiële indicatoren. December 2021 (duizend euro) DEME Vastgoedontwikkeling en Contracting Holding Totaal 100% E/A 100% E/A 100% E/A 100% E/A Resultatenrekening Omzet 0 0 110.842 41.995 54.388 26.093 165.230 68.088 Resultaat - deel van de groep 0 0 21.666 7.410 9.009 4.269 30.675 11.679 Balans Vaste activa 0 0 116.931 51.299 237.229 89.248 354.160 140.547 Vlottende activa 0 0 432.575 185.269 174.423 82.449 606.998 267.718 Eigen vermogen 0 0 74.516 31.395 144.746 75.904 219.262 107.299 Langlopende verplichtingen 0 0 131.490 59.965 149.493 49.079 280.983 109.044 Kortlopende verplichtingen 0 0 343.500 145.208 117.413 46.714 460.913 191.922 Netto financiële schuld 0 0 132.161 63.991 153.006 44.189 285.167 108.180 178 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN 14. DEELNEMINGEN WAAROP VERMOGENSMUTATIEMETHODE IS TOEGEPAST WIJZIGINGEN VAN DE PERIODE De belangen in deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast worden als volgt weergegeven: Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Saldo op het einde van het vorige boekjaar 204.095 167.653 Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties 0 0 Overdracht naar andere activacategorieën () (139.401) (158) Aandeel in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast 19.473 32.240 Kapitaalverhoging/(vermindering) 19.077 33.412 Dividenden (18.416) (29.127) Wijzigingen in de consolidatiekring 2.456 17.338 Overige wijzigingen 16.134 (17.263) Saldo op het einde van het boekjaar 103.418 204.095 () De overdrachten naar andere activacategorieën houden voornamelijk verband met de afzonderlijke voorstelling op de balans van de deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast aangehouden voor verkoop volgens de norm IFRS 5 Vaste activa aangehouden met het oog op verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten . Bijgevolg omvatten de overdrachten van 2021 de deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast van DEME die geclassificeerd zijn als vaste activa aangehouden voor verkoop per 31 december 2021 voor een waarde van 141.527 duizend euro (2020 : 116.201 duizend euro). Wij verwijzen naar toelichting 5 van dit verslag. Alle entiteiten waarin de groep CFE een betekenisvolle invloed heeft, worden boekhoudkundig verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode. De groep CFE beschikt niet over deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast die op een publieke markt zijn genoteerd. Het aandeel van de groep CFE in de winst van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast bedraagt 19.473 duizend euro (tegenover 32.240 duizend euro in 2020) en is voornamelijk afkomstig uit de activiteiten van de pool Vastgoedontwikkeling en de participaties van DEME en Green Offshore in de concessiebedrijven van offshore windparken zoals Rentel, SeaMade en C-Power. De kapitaalverhogingen in deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast bedragen 19.077 duizend euro en hebben voornamelijk betrekking op Rent-A-Port NV en CSBC DEME Wind Engineering Co Ltd (CDWE, Taiwan) bij DEME. De door de deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast uitgekeerde dividenden bedragen 18.416 duizend euro en zijn voornamelijk afkomstig van de projectvennootschappen van de pool Vastgoedontwikkeling. Overige wijzigingen zijn voornamelijk het gevolg van veranderingen in de marktwaarde van de afdekkingsinstrumenten (voornamelijk rente-hedges bij Rentel en SeaMade) en van de variatie in wisselkoersverschillen bij de integratie van de participaties in valuta. FINANCIËLE INFORMATIE BETREFFENDE DEELNEMINGEN WAAROP VERMOGENSMUTATIEMETHODE IS TOEGEPAST De belangrijkste deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast, zijn opgenomen in toelichting 32, volgens hun participatie binnen de groep CFE, de activiteitssector waarin ze actief zijn en de geografische regio waar hun maatschappelijke zetel ligt. De per pool gegroepeerde financiële informatie die hieronder volgt, is afkomstig uit rekeningen opgesteld op basis van de IFRS-boekhoudmethoden voor de deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast, of bij gebrek daaraan op hun statutaire rekeningen. De transacties binnen bedrijven werden niet geneutraliseerd. De afstemming tussen het statutaire eigen vermogen en de bijdrage aan de geconsolideerde rekeningen wordt voorgesteld na de financiële indicatoren. December 2021 (duizend euro) DEME Vastgoedontwikkeling en Contracting Holding Totaal 100% E/A 100% E/A 100% E/A 100% E/A Resultatenrekening Omzet 0 0 110.842 41.995 54.388 26.093 165.230 68.088 Resultaat - deel van de groep 0 0 21.666 7.410 9.009 4.269 30.675 11.679 Balans Vaste activa 0 0 116.931 51.299 237.229 89.248 354.160 140.547 Vlottende activa 0 0 432.575 185.269 174.423 82.449 606.998 267.718 Eigen vermogen 0 0 74.516 31.395 144.746 75.904 219.262 107.299 Langlopende verplichtingen 0 0 131.490 59.965 149.493 49.079 280.983 109.044 Kortlopende verplichtingen 0 0 343.500 145.208 117.413 46.714 460.913 191.922 Netto financiële schuld 0 0 132.161 63.991 153.006 44.189 285.167 108.180 De vaste en vlottende activa van de polen Vastgoedontwikkeling en Contracting bestaan voornamelijk uit de vennootschappen Gravity SA : 52.839 duizend euro (a rato van 100%), Wooden SA : 44.641 duizend euro (a rato van 100%), M1 SA : 43.883 duizend euro (a rato van 100%), The Roots Office SàRL : 31.624 duizend euro (a rato van 100%), Erasmus Gardens SA : 31.441 duizend euro (a rato van 100%), BPI-Revive Matejki Sp. z o.o. : 27.993 duizend euro (a rato van 100%), Grand Poste SA : 24.239 duizend euro (a rato van 100%), Debrouckère Land SA : 23.469 duizend euro (a rato van 100%), Bavière Development SA : 19.883 duizend euro (a rato van 100%), Goodways SA : 19.681 duizend euro (a rato van 100%), MG Immo SPRL : 16.726 duizend euro (a rato van 100%), Pré de la Perche Construction SA : 15.853 duizend euro (a rato van 100%), Debrouckère Office SA : 15.387 duizend euro (a rato van 100%), Key West SA : 13.161 duizend euro (a rato van 100%), Arlon 53 SA : 12.924 duizend euro (a rato van 100%) en Victor Estate SA : 10.973 duizend euro (a rato van 100%). Voor de pool Holding heeft de netto financiële schuld betrekking op de concessievennootschappen PPP Schulen à Eupen : 70.619 duizend euro (a rato van 100%) en de vennootschappen Rent-A-Port NV : 44.029 duizend euro (a rato van 100%) en Green Offshore NV : 8.073 duizend euro (a rato van 100%). December 2020 (duizend euro) DEME Vastgoedontwikkeling en Contracting Holding Totaal 100% E/A 100% E/A 100% E/A 100% E/A Resultatenrekening Omzet 0 0 181.215 69.117 77.089 37.294 258.304 106.411 Resultaat - deel van de groep 0 0 16.572 6.600 14.116 6.588 30.688 13.188 Balans Vaste activa 3.324.251 475.653 134.735 45.940 216.200 78.176 3.675.186 599.769 Vlottende activa 888.981 179.570 382.495 144.272 181.131 85.861 1.452.607 409.703 Eigen vermogen 710.951 99.985 87.995 39.469 111.291 59.343 910.237 198.797 Langlopende verplichtingen 3.052.761 449.887 205.774 73.765 168.935 57.812 3.427.470 581.464 Kortlopende verplichtingen 449.520 105.351 223.461 76.978 117.105 46.882 790.086 229.211 Netto financiële schuld 2.582.286 366.927 153.776 52.919 198.573 66.250 2.934.635 486.096 In de pool DEME betreffen de vaste activa voornamelijk de vennootschappen C-Power NV : 720.043 duizend euro (a rato van 100%), SeaMade : 1.233.494 duizend euro (a rato van 100%) en Rentel : 885.795 duizend euro (a rato van 100%). De bijdrage van deze vennootschappen aan de gecondenseerde netto financiële schuld bedraagt respectievelijk 443.550 duizend euro (a rato van 100%), 1.008.619 duizend euro (a rato van 100%) en 728.742 duizend euro (a rato van 100%). De bijdrage van deze ondernemingen aan het gecondenseerde nettoresultaat bedraagt respectievelijk 23.150 duizend euro (a rato van 100%), 44.602 duizend euro (a rato van 100%) en 61.017 duizend euro (a rato van 100%). De vaste en vlottende activa van de polen Vastgoedontwikkeling en Contracting bestaan voornamelijk uit de vennootschappen M1 SA : 43.866 duizend euro (a rato van 100%), Gravity SA : 27.027 duizend euro (a rato van 100%), Debrouckère Land SA : 25.740 duizend euro (a rato van 100%), Erasmus Gardens SA : 24.866 duizend euro (a rato van 100%), Grand Poste SA : 24.239 duizend euro (a rato van 100%), Wooden SA : 23.458 duizend euro (a rato van 100%), Pré de la Perche Construction SA : 22.663 duizend euro (a rato van 100%), Goodways SA : 19.136 duizend euro (a rato van 100%), Debrouckère Office SA : 16.249 duizend euro (a rato van 100%), Ernest 11 SA : 12.038 duizend euro (a rato van 100%), Key West SA : 11.029 duizend euro (a rato van 100%), Victor Estate SA : 10.976 duizend euro (a rato van 100%), Les 2 Princes Development SA : 10.464 duizend euro (a rato van 100%), Bavière Development SA : 10.249 duizend euro (a rato van 100%) en Arlon 53 SA : 10.314 duizend euro (a rato van 100%). Voor de pool Holding heeft de netto financiële schuld betrekking op de concessiemaatschappij PPP Schulen à Eupen : 73.652 duizend euro (a rato van 100%) ainsi qu’aux sociétés Rent-A-Port NV : 81.600 duizend euro (a rato van 100%) en Green Offshore NV : 13.875 duizend euro (a rato van 100%). De afstemming tussen het evenredig aandeel van de groep CFE in het statutaire eigen vermogen van deze vennootschappen en de boekwaarde van de deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast, wordt samengevat in onderstaande tabel: December 2021 (duizend euro, als evenredig aandeel van CFE) DEME Vastgoedontwikkeling en Contracting Holding Totaal Nettoactiva van partners vóór reconciliatieposten 0 31.395 75.904 107.299 Afstemmingselementen 0 8.532 (20.983) (12.451) Negatieve deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast 0 8.570 0 8.570 Boekwaarde van de participatie van CFE 0 48.497 54.922 103.418 December 2020 (duizend euro, als evenredig aandeel van CFE) DEME Vastgoedontwikkeling en Contracting Holding Totaal Nettoactiva van partners vóór reconciliatieposten 99.985 39.469 59.343 198.797 Afstemmingselementen 10.283 6.554 (20.810) (3.973) Negatieve deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast 5.933 3.338 0 9.271 Boekwaarde van de participatie van CFE 116.201 49.361 38.533 204.095 De opgenomen afstemmingselementen voor de segmenten DEME, Vastgoedontwikkeling en Contracting betreffen in hoofdzaak de erkenning van de inkomsten in overeenstemming met de boekhoudregels van de groep en de eliminaties binnen de groep. De deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast zijn ondernemingen waarvoor groep CFE meent een verplichting te hebben om deze vennootschappen en hun projecten te ondersteunen. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 179 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN 15. OVERIGE FINANCIËLE VASTE ACTIVA De overige financiële vaste activa bedragen 79.313 duizend euro per 31 december 2021, een daling tegenover december 2020 (89.196 duizend euro). Ze omvatten per 31 december 2021 uitsluitend leningen toegekend aan deelnemingen waarop de vermogensmutatiemethode is toegepast (2020: 81.811 duizend euro). De stijging in 2020 van het bedrag van deze langlopende financiële vorderingen had voornamelijk betrekking op de financieringsactiviteiten van de concessiebedrijven van de windparken van de pool DEME en de projectvennootschappen van de pool vastgoedontwikkeling. De daling in 2021 van het bedrag van deze financiële vorderingen wordt voornamelijk verklaard door: - de overdrachten naar andere activacategorieën (), die voornamelijk verband houden met de afzonderlijke voorstelling op de balans van de overige financiële vaste activa aangehouden voor verkoop volgens de norm IFRS 5 Vaste activa aangehouden met het oog op verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten . Bijgevolg omvatten zij de overige financiële vaste activa van DEME die geclassificeerd zijn als vaste activa aangehouden voor verkoop per 31 december 2021 voor een bedrag van 33.450 duizend euro (2020: 32.813 duizend euro). Deze daling wordt gedeeltelijk gecompenseerd door : - de door BPI Real Estate Poland Sp. z o.o. toegekende leningen voor het stadsproject Matejki in Poznan. Nadat BPI recentelijk 50 % van haar aandelen in het project heeft afgestaan, wordt de vennootschap nu volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd ; en - de toekenningen en terugbetalingen van leningen aan de projectvennootschappen van de pool vastgoedontwikkeling en aan de concessievennootschappen van de windparken bij DEME. Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Saldo aan het einde van het vorige boekjaar 89.196 83.913 Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 14.130 10.757 Verhogingen 19.534 16.276 Verminderingen (9.572) (19.825) Overdracht naar andere activacategorieën () (33.957) (1.732) Waardeverminderingen/tegenboeking waardeverminderingen (14) 0 Netto wisselkoersverschillen (4) (193) Saldo op het einde van het boekjaar 79.313 89.196 16. BOUWCONTRACTEN Het bedrag van de opgelopen kosten verhoogd met de geboekte winsten en verminderd met de geboekte verliezen, alsook de tussentijdse facturatie wordt werf per werf bepaald. Het nettobedrag verschuldigd door klanten of verschuldigd aan klanten wordt contract per contract bepaald door het verschil tussen deze twee posities. Zoals beschreven in paragrafen (L) en (U) van het deel betreffende de belangrijke boekhoudprincipes, worden de kosten en opbrengsten van de bouwcontracten respectievelijk geboekt als lasten en als opbrengsten afhankelijk van de vorderingsgraad van de activiteit van het contract op de datum van afsluiting (methode van het voltooiingspercentage). De voltooiingsgraad van de activiteit wordt berekend volgens de ‘cost to cost’ methode. Een verwacht verlies op het bouwcontract wordt onmiddellijk als last geboekt. We verwijzen naar toelichting 22 Andere voorzieningen dan pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen . Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Gegevens uit de balans Ontvangen en betaalde voorschotten (6.080) (65.034) Onderhanden projecten van derden - activa 114.660 343.236 Onderhanden projecten van derden - verplichtingen (66.210) (210.503) Onderhanden projecten van derden - netto bedrag 48.450 132.733 Gecumuleerde geboekte winsten en verliezen uit onderhanden werken : Gecumuleerde kosten met toename van de geboekte winsten en afname van de geboekte verliezen 2.422.140 6.637.364 Verminderd met de tussentijdse facturatie (2.373.690) (6.504.631) Onderhanden projecten van derden - netto bedrag 48.450 132.733 Per 31 december 2020 bedroeg de bijdrage van DEME 94.949 duizend euro. Per 31 december 2021 bedraagt het netto deel van de lopende bouwcontracten voor de beëindigde activiteiten 145.590 duizend euro. Het positieve verschil uit de gecumuleerde kosten en de geboekte winsten en verliezen op de tussentijdse facturatie omvatten het nog niet gefactureerde deel van de contracten weergegeven in de rubriek ‘handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen’ van het geconsolideerd overzicht van de financiële positie en het positieve verschil met betrekking tot de onderhanden werken opgenomen in de rubriek ‘overige vlottende activa uit operationele activiteiten’. 180 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN 15. OVERIGE FINANCIËLE VASTE ACTIVA De overige financiële vaste activa bedragen 79.313 duizend euro per 31 december 2021, een daling tegenover december 2020 (89.196 duizend euro). Ze omvatten per 31 december 2021 uitsluitend leningen toegekend aan deelnemingen waarop de vermogensmutatiemethode is toegepast (2020: 81.811 duizend euro). De stijging in 2020 van het bedrag van deze langlopende financiële vorderingen had voornamelijk betrekking op de financieringsactiviteiten van de concessiebedrijven van de windparken van de pool DEME en de projectvennootschappen van de pool vastgoedontwikkeling. De daling in 2021 van het bedrag van deze financiële vorderingen wordt voornamelijk verklaard door: - de overdrachten naar andere activacategorieën (), die voornamelijk verband houden met de afzonderlijke voorstelling op de balans van de overige financiële vaste activa aangehouden voor verkoop volgens de norm IFRS 5 Vaste activa aangehouden met het oog op verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten . Bijgevolg omvatten zij de overige financiële vaste activa van DEME die geclassificeerd zijn als vaste activa aangehouden voor verkoop per 31 december 2021 voor een bedrag van 33.450 duizend euro (2020: 32.813 duizend euro). Deze daling wordt gedeeltelijk gecompenseerd door : - de door BPI Real Estate Poland Sp. z o.o. toegekende leningen voor het stadsproject Matejki in Poznan. Nadat BPI recentelijk 50 % van haar aandelen in het project heeft afgestaan, wordt de vennootschap nu volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd ; en - de toekenningen en terugbetalingen van leningen aan de projectvennootschappen van de pool vastgoedontwikkeling en aan de concessievennootschappen van de windparken bij DEME. Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Saldo aan het einde van het vorige boekjaar 89.196 83.913 Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 14.130 10.757 Verhogingen 19.534 16.276 Verminderingen (9.572) (19.825) Overdracht naar andere activacategorieën () (33.957) (1.732) Waardeverminderingen/tegenboeking waardeverminderingen (14) 0 Netto wisselkoersverschillen (4) (193) Saldo op het einde van het boekjaar 79.313 89.196 16. BOUWCONTRACTEN Het bedrag van de opgelopen kosten verhoogd met de geboekte winsten en verminderd met de geboekte verliezen, alsook de tussentijdse facturatie wordt werf per werf bepaald. Het nettobedrag verschuldigd door klanten of verschuldigd aan klanten wordt contract per contract bepaald door het verschil tussen deze twee posities. Zoals beschreven in paragrafen (L) en (U) van het deel betreffende de belangrijke boekhoudprincipes, worden de kosten en opbrengsten van de bouwcontracten respectievelijk geboekt als lasten en als opbrengsten afhankelijk van de vorderingsgraad van de activiteit van het contract op de datum van afsluiting (methode van het voltooiingspercentage). De voltooiingsgraad van de activiteit wordt berekend volgens de ‘cost to cost’ methode. Een verwacht verlies op het bouwcontract wordt onmiddellijk als last geboekt. We verwijzen naar toelichting 22 Andere voorzieningen dan pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen . Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Gegevens uit de balans Ontvangen en betaalde voorschotten (6.080) (65.034) Onderhanden projecten van derden - activa 114.660 343.236 Onderhanden projecten van derden - verplichtingen (66.210) (210.503) Onderhanden projecten van derden - netto bedrag 48.450 132.733 Gecumuleerde geboekte winsten en verliezen uit onderhanden werken : Gecumuleerde kosten met toename van de geboekte winsten en afname van de geboekte verliezen 2.422.140 6.637.364 Verminderd met de tussentijdse facturatie (2.373.690) (6.504.631) Onderhanden projecten van derden - netto bedrag 48.450 132.733 Per 31 december 2020 bedroeg de bijdrage van DEME 94.949 duizend euro. Per 31 december 2021 bedraagt het netto deel van de lopende bouwcontracten voor de beëindigde activiteiten 145.590 duizend euro. Het positieve verschil uit de gecumuleerde kosten en de geboekte winsten en verliezen op de tussentijdse facturatie omvatten het nog niet gefactureerde deel van de contracten weergegeven in de rubriek ‘handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen’ van het geconsolideerd overzicht van de financiële positie en het positieve verschil met betrekking tot de onderhanden werken opgenomen in de rubriek ‘overige vlottende activa uit operationele activiteiten’. Het positieve verschil tussen de tussentijdse facturatie en de gecumuleerde kosten en de geboekte winsten en verliezen omvatten het nog niet gefactureerde deel van de contractkosten weergegeven in de rubriek ‘handelsschulden en overige schulden’ van het geconsolideerd overzicht van de financiële positie en het positieve verschil met betrekking tot de onderhanden werken opgenomen in de rubriek ‘overige kortlopende verplichtingen uit operationele activiteiten’. De voorschotten zijn de bedragen ontvangen door de ondernemer voordat de werken worden uitgevoerd. We verwijzen naar toelichting 18 Handelsvorderingen, handelsschulden en overige vorderingen en schulden uit operationele activiteiten . De resterende prestatieverplichtingen, d.w.z. de te behalen omzet, in de volgende jaren voor de projecten die per 31 december 2021 in uitvoering zijn, bedragen 1.143 miljoen euro, waarvan 398 miljoen euro in 2022 uitgevoerd zouden moeten worden. 17. VOORRADEN Per 31 december 2021 bedragen de voorraden 160.381 duizend euro (2020 : 184.565 duizend euro), als volgt samengesteld: Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Grond- en hulpstoffen 9.600 18.071 Waardeverminderingen op voorraad grond- en hulpstoffen (29) (17) Eindproducten en onroerende goederen bestemd voor verkoop 152.102 167.337 Waardeverminderingen op voorraad eindproducten en onroerende goederen bestemd voor verkopp (1.292) (826) Voorraden 160.381 184.565 De daling van de eindproducten en onroerende goederen bestemd voor verkoop ((15.235) duizend euro) is vooral het gevolg van een perimetereffect na de verkoop van 50 % van de aandelen van BPI Real Estate Poland Sp. z o.o. in de stedelijke projectvennootschap Matejki in Poznan in Polen, gecompenseerd door de verwerving door de pool Vastgoedontwikkeling van te ontwikkelen terreinen, voornamelijk in Polen. Per 31 december 2021 bedragen de aan DEME toe te schrijven voorraden met betrekking tot grond- en hulpstoffen en opgenomen in de activa aangehouden voor verkoop 12.168 duizend euro (2020 : 10.456 duizend euro). 18. EVOLUTIE VAN DE HANDELSVORDERINGEN, HANDELSSCHULDEN EN OVERIGE VORDERINGEN EN SCHULDEN UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Handelsvorderingen 208.496 526.696 Min: provisie voor dubieuze debitoren (19.044) (64.609) Netto handelsvorderingen 189.452 462.087 Overige vorderingen uit operationele activiteiten 91.804 405.674 Totaal geconsolideerd 281.256 867.761 Overige vlottende activa uit operationele activiteiten 85.555 57.454 Overige vlottende activa uit niet-operationele activiteiten 2.416 21.731 Handelsschulden en overige schulden 277.009 1.178.012 Overige kortlopende verplichtingen uit operationele activiteiten 141.723 192.424 Overige kortlopende verplichtingen uit niet-operationele activiteiten 78.376 244.511 Totaal geconsolideerd 497.108 1.614.947 Netto saldo van de handelsvorderingen en schulden (127.881) (668.001) Per 31 december 2021 bedraagt de nettopositie van de handels- en operationele vorderingen en schulden, toe te schrijven aan DEME en hergeclassificeerd als activa aangehouden voor verkoop en verbonden verplichtingen (486.303) duizend euro (2020 : (535.584) duizend euro). Wij verwijzen naar toelichting 25 voor de analyse van het kredietrisico en tegenpartijrisico. De handelsvorderingen van dochterondernemingen die in toelichting 16 – Bouwcontracten werden beschouwd, bedragen 152.371 duizend euro. Per 31 december 2020 was de bijdrage van DEME in de handelsvorderingen van de in toelichting 16 Bouwcontracten beschouwde entiteiten 270.623 duizend euro tegenover 332.842 duizend euro per 31 december 2021. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 181 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN 19. GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Deposito's op korte termijn 13.596 15.965 Bank- en kasmiddelen 129.991 743.730 Geldmiddelen en kasequivalenten 143.587 759.695 D e bankdeposito’s op korte termijn betreffen beleggingen bij financiële instellingen met een oorspronkelijke duurtijd van minder dan 3 maanden. De variabele vergoeding van deze beleggingen zijn voornamelijk gekoppeld aan de Euribor of de Eonia met een floor op 0 %. Per 31 december 2021 bedragen de aan DEME toe te schrijven geldmiddelen en kasequivalenten, opgenomen in de activa aangehouden met het oog op verkoop, 528.632 duizend euro (2020 : 621.937 duizend euro). 20. KAPITAALSUBSIDIES De groep CFE heeft geen belangrijke kapitaalsubsidies ontvangen in 2021. 21. PERSONEELSBELONINGEN De groep CFE draagt bij tot pensioenplannen en brugpensioenplannen in verschillende landen waar de groep actief is. Deze voordelen worden verwerkt in overeenstemming met IAS 19 en worden beschouwd als 'post-employment' en 'long-term benefit plans'. Per 31 december 2021 bedraagt de netto verplichting van de groep CFE voor de voordelen 'post employment' voor pensioenen en brugpensioenen 11.916 duizend euro (2020: 76.686 duizend euro). Deze bedragen zijn opgenomen in de rubriek ‘Pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen’. Deze rubriek omvat eveneens een provisie van 154 duizend euro voor overige personeelsbeloningen (2020: 2.950 duizend euro) voornamelijk uitgegeven door de groep DEME in 2020. BELANGRIJKSTE ELEMENTEN VAN TOEGEZEGDE VOORDEELPLANNEN VAN DE GROEP CFE De toegezegde voordeelplannen kunnen opgesplitst worden in regelingen met vaste bijdragen en regelingen met vaste prestaties. REGELINGEN MET VASTE BIJDRAGEN De pensioenplannen met vaste bijdragen zijn plannen volgens dewelke de onderneming de bijdragen – zoals bepaald in het overeengekomen plan – betaalt aan een vennootschap of aan een apart fonds. Eenmaal deze bijdragen vereffend zijn, is er geen bijkomende verplichting voor de onderneming. REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES Alle regelingen die geen regelingen met vaste bijdragen zijn, worden verondersteld regelingen met vaste prestaties te zijn. Deze plannen zijn ofwel extern gefinancierd door pensioenfondsen of verzekeringsinstellingen (‘gefinancierde plannen’), ofwel binnen de groep CFE gefinancierd (‘niet gefinancierde plannen’). Er wordt een jaarlijkse actuariële evaluatie gemaakt door een onafhankelijke actuaris voor de belangrijkste pensioenregelingen. De toegezegde voordeelplannen van de groep CFE kennen aan haar personeelsleden een voordeel toe in geval van pensionering alsook in geval van overlijden. Alle plannen van de voortgezette activiteiten worden extern gefinancierd door een verzekeringsmaatschappij die geen banden heeft met de groep CFE. De verplichtingen in hoofde van vaste prestaties voor de voortgezette activiteiten zijn uitsluitend in België. De toegezegde voordeelplannen in België zijn van het type 'Tak 21' hetgeen inhoudt dat de verzekeraar een minimum rendement op de betaalde bijdragen moet garanderen. Al deze plannen zijn conform aan het lokaal gereglementeerd kader en voldoen aan de minimale vereisten inzake financiering. Het merendeel van de toegezegde voordeelplannen van de groep CFE zijn van het type ‘met vaste prestaties’. BELANGRIJKSTE ELEMENTEN VAN DE REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES BELGISCHE PENSIOENPLANNEN VAN HET TYPE “TAK 21” Sommige personeelsleden genieten van een regeling met vaste bijdragen die door een verzekeringsmaatschappij van ‘Tak 21’ wordt gefinancierd. De Belgische wetgeving vereist dat een werkgever op de regelingen met vaste bijdragen een minimuminterest van 3,25 % garandeert op zijn eigen bijdragen aan de plannen en van 3,75 % op de bijdragen van de begunstigden gestort voor 1 januari 2016 en een minimuminterest van 1,75 % op de bijdragen gestort sinds 1 januari 2016. Gezien de wijziging van de wetgeving eind 2015 werden deze pensioenregelingen in de boekhouding opgenomen als pensioenregelingen met vaste prestaties. De arbeiders van de bouwsector genieten van een pensioenregeling met vaste bijdragen die gefinancierd wordt door het multi-werkgever pensioenfonds ‘fbz-fse Constructiv’. Dit pensioenplan is ook onderworpen aan de hierboven genoemde Belgische wetgeving aangaande het gewaarborgd minimumrendement. 182 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN 19. GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Deposito's op korte termijn 13.596 15.965 Bank- en kasmiddelen 129.991 743.730 Geldmiddelen en kasequivalenten 143.587 759.695 De bankdeposito’s op korte termijn betreffen beleggingen bij financiële instellingen met een oorspronkelijke duurtijd van minder dan 3 maanden. De variabele vergoeding van deze beleggingen zijn voornamelijk gekoppeld aan de Euribor of de Eonia met een floor op 0 %. Per 31 december 2021 bedragen de aan DEME toe te schrijven geldmiddelen en kasequivalenten, opgenomen in de activa aangehouden met het oog op verkoop, 528.632 duizend euro (2020 : 621.937 duizend euro). 20. KAPITAALSUBSIDIES De groep CFE heeft geen belangrijke kapitaalsubsidies ontvangen in 2021. 21. PERSONEELSBELONINGEN De groep CFE draagt bij tot pensioenplannen en brugpensioenplannen in verschillende landen waar de groep actief is. Deze voordelen worden verwerkt in overeenstemming met IAS 19 en worden beschouwd als 'post-employment' en 'long-term benefit plans'. Per 31 december 2021 bedraagt de netto verplichting van de groep CFE voor de voordelen 'post employment' voor pensioenen en brugpensioenen 11.916 duizend euro (2020: 76.686 duizend euro). Deze bedragen zijn opgenomen in de rubriek ‘Pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen’. Deze rubriek omvat eveneens een provisie van 154 duizend euro voor overige personeelsbeloningen (2020: 2.950 duizend euro) voornamelijk uitgegeven door de groep DEME in 2020. BELANGRIJKSTE ELEMENTEN VAN TOEGEZEGDE VOORDEELPLANNEN VAN DE GROEP CFE De toegezegde voordeelplannen kunnen opgesplitst worden in regelingen met vaste bijdragen en regelingen met vaste prestaties. REGELINGEN MET VASTE BIJDRAGEN De pensioenplannen met vaste bijdragen zijn plannen volgens dewelke de onderneming de bijdragen – zoals bepaald in het overeengekomen plan – betaalt aan een vennootschap of aan een apart fonds. Eenmaal deze bijdragen vereffend zijn, is er geen bijkomende verplichting voor de onderneming. REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES Alle regelingen die geen regelingen met vaste bijdragen zijn, worden verondersteld regelingen met vaste prestaties te zijn. Deze plannen zijn ofwel extern gefinancierd door pensioenfondsen of verzekeringsinstellingen (‘gefinancierde plannen’), ofwel binnen de groep CFE gefinancierd (‘niet gefinancierde plannen’). Er wordt een jaarlijkse actuariële evaluatie gemaakt door een onafhankelijke actuaris voor de belangrijkste pensioenregelingen. De toegezegde voordeelplannen van de groep CFE kennen aan haar personeelsleden een voordeel toe in geval van pensionering alsook in geval van overlijden. Alle plannen van de voortgezette activiteiten worden extern gefinancierd door een verzekeringsmaatschappij die geen banden heeft met de groep CFE. De verplichtingen in hoofde van vaste prestaties voor de voortgezette activiteiten zijn uitsluitend in België. De toegezegde voordeelplannen in België zijn van het type 'Tak 21' hetgeen inhoudt dat de verzekeraar een minimum rendement op de betaalde bijdragen moet garanderen. Al deze plannen zijn conform aan het lokaal gereglementeerd kader en voldoen aan de minimale vereisten inzake financiering. Het merendeel van de toegezegde voordeelplannen van de groep CFE zijn van het type ‘met vaste prestaties’. BELANGRIJKSTE ELEMENTEN VAN DE REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES BELGISCHE PENSIOENPLANNEN VAN HET TYPE “TAK 21” Sommige personeelsleden genieten van een regeling met vaste bijdragen die door een verzekeringsmaatschappij van ‘Tak 21’ wordt gefinancierd. De Belgische wetgeving vereist dat een werkgever op de regelingen met vaste bijdragen een minimuminterest van 3,25 % garandeert op zijn eigen bijdragen aan de plannen en van 3,75 % op de bijdragen van de begunstigden gestart voor 1 januari 2016 en een minimuminterest van 1,75 % op de bijdragen gestart sinds 1 januari 2016. Gezien de wijziging van de wetgeving eind 2015 werden deze pensioenregelingen in de boekhouding opgenomen als pensioenregelingen met vaste prestaties. De arbeiders van de bouwsector genieten van een pensioenregeling met vaste bijdragen die gefinancierd wordt door het multi-werkgever pensioenfonds ‘fbz-fse Constructiv’. Dit pensioenplan is ook onderworpen aan de hierboven genoemde Belgische wetgeving aangaande het gewaarborgd minimumrendement. INFORMATIE MET BETREKKING TOT DE RISICO’S VAN DE REGELINGEN VAN VASTE PRESTATIES Bij stelsels met vaste prestaties draagt over het algemeen de werkgever het actuarieel risico, zoals het risico inherent aan renteschommelingen, aan de evolutie van de salarissen alsook het risico verbonden aan de evolutie van het inflatiepercentage. De mogelijke impact van de evolutie van deze risico’s is toegelicht in de gevoeligheidsanalyse hieronder. Het risico verbonden aan de spreiding in de tijd van de prestaties is beperkt in die zin dat de meerderheid van de plannen in de uitbetaling van een kapitaal voorziet. De optie van een jaarlijkse uitkering werd toch voorzien. In dit geval is de jaarlijkse uitkering in handen van een verzekeringsinstelling die het kapitaal omzet naar jaarlijkse annuïteiten. Het overlijdensrisico tijdens de actieve loopbaan is eveneens verzekerd bij een verzekeringsinstantie. Het risico op insolvabiliteit van de verzekeringsinstelling kan als onbestaand worden beschouwd. INFORMATIE MET BETREKKING TOT HET BEHEER VAN DE REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES De administratie en het beheer van de verzekeringen zijn toevertrouwd aan de verzekeringsinstelling. CFE verzekert de naleving door de verzekeringsmaatschappijen van de gerelateerde pensioenwetgeving. INFORMATIE MET BETREKKING TOT DE ACTIVA VAN DE REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES De activa van de plannen geïnvesteerd bij een verzekeringsinstelling zijn niet onderhevig aan marktbewegingen. De reële waarde van de verzekeringscontracten komt overeen met de geactiveerde waarde van de betaalde bijdragen rekening houdend met het contractueel rendement overeengekomen met de verzekeringsmaatschappij (België). De activa van de plannen bevatten geen financiële instrumenten van de groep CFE, noch enig gebouw dat gebruikt wordt door de groep CFE. SCHULDEN MET BETREKKING TOT REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES EN BRUGPENSIOEN Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Nettovorderingen (-verplichtingen) uit hoofde van gefinancierde te bereiken doel plannen (11.762) (73.362) Contante waarde van volledig of gedeeltelijk gefinancierde verplichtingen (69.997) (323.083) Reële waarde van fondsbeleggingen 58.235 249.721 Op de balans voorziene verplichtingen (11.762) (73.362) Verplichtingen (11.762) (73.362) Activa 0 0 VARIATIES VAN DE VERPLICHTINGEN UIT HOOFDE VAN REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES EN BRUGPENSIOEN Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Saldo op 1 januari (73.362) (67.319) Nettolasten opgenomen in de resultatenrekening (18.500) (17.321) Nettolasten opgenomen in overige elementen van het totaalresultaat (276) (6.239) Bijdragen van werkgever 18.069 17.379 Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 Overige bewegingen 94 138 Overdrachten naar verplichtingen in verband met activa aangehouden voor verkoop 62.213 0 Saldo op 31 december (11.762) (73.362) De rubriek ‘Overdrachten naar de verplichtingen in verband met activa aangehouden voor verkoop’ heeft uitsluitend betrekking op de verplichtingen uit hoofde van DEME die worden voorgesteld als ‘verplichtingen in verband met activa aangehouden voor verkoop’ per eind december 2021. NETTOLASTEN OPGENOMEN IN DE RESULTATENREKENING MET BETREKKING TOT REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES EN BRUGPENSIOEN Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 herwerkt Nettolasten opgenomen in de resultatenrekening (4.256) (4.219) Kosten van geleverde diensten (4.218) (4.041) Rentekosten (281) (447) Rendement op fondsbeleggingen (-) 238 379 Niet-opgenomen kosten van ontvangen diensten 5 (110) De nettolasten opgenomen in de resultatenrekening met betrekking tot regelingen met vaste prestaties en brugpensioen van DEME bedragen 14.243 duizend euro (2020: 13.102 duizend euro). JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 183 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN NETTOLASTEN OPGENOMEN IN DE OVERIGE ELEMENTEN VAN HET TOTAALRESULTAAT MET BETREKKING TOT REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES EN BRUGPENSIOEN Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Nettolasten opgenomen in overige elementen van het totaalresultaat (276) (6.239) Actuariële verschillen 7.550 (10.440) Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd bedragen in renteopbrengsten (4.784) 4.184 Wisselkoerseffecten (3.042) 17 BEWEGINGEN IN DE VERPLICHTINGEN UIT HOOFDE VAN REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES EN BRUGPENSIOEN Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Saldo op 1 januari (323.083) (310.971) Kosten van geleverde diensten (18.134) (16.814) Rentekosten (1.504) (2.055) Bijdragen van werkgever (794) (906) Betalingen aan begunstigden (-) 19.660 15.631 Opgenomen actuariële (winsten) verliezen, netto 4.415 (10.549) Actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit demografische veronderstellingen (7.270) 0 Actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit financiële assumpties 14.020 (5.601) Ervarings(winsten)/verliezen (2.335) (4.948) Niet-opgenomen kosten van ontvangen diensten 0 0 Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 Afname door bedrijfsafsplitsing 0 0 Wisselkoerseffecten 0 0 Overige bewegingen 249.443 2.581 Saldo op 31 december (69.997) (323.083) De rubriek ‘Overige bewegingen’ heeft voornamelijk betrekking op verbintenissen van de beëindigde activiteiten, namelijk 246.857 duizend euro. BEWEGINGEN IN DE FONDSBELEGGINGEN VAN DE REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES EN BRUGPENSIOEN Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Saldo op 1 januari 249.721 243.652 Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd bedragen in renteopbrengsten (4.643) 4.184 Rendement op fondsbeleggingen 1.220 1.651 Bijdragen van werkgever 18.863 18.108 Betalingen aan begunstigden (-) (19.660) (15.631) Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 Afname door bedrijfsafsplitsing 0 0 Wisselkoerseffecten 0 0 Opnamen van Belgische pensionplannen met gewaarborgd minimum rendement 0 0 Overige bewegingen (187.266) (2.243) Saldo op 31 december 58.235 249.721 De rubriek ‘Overige bewegingen’ heeft voornamelijk betrekking op afdekkingsactiva van de beëindigde activiteiten, namelijk 184.686 duizend euro. 184 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN NETTOLASTEN OPGENOMEN IN DE OVERIGE ELEMENTEN VAN HET TOTAALRESULTAAT MET BETREKKING TOT REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES EN BRUGPENSIOEN Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Nettolasten opgenomen in overige elementen van het totaalresultaat (276) (6.239) Actuariële verschillen 7.550 (10.440) Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd bedragen in renteopbrengsten (4.784) 4.184 Wisselkoerseffecten (3.042) 17 BEWEGINGEN IN DE VERPLICHTINGEN UIT HOOFDE VAN REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES EN BRUGPENSIOEN Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Saldo op 1 januari (323.083) (310.971) Kosten van geleverde diensten (18.134) (16.814) Rentekosten (1.504) (2.055) Bijdragen van werkgever (794) (906) Betalingen aan begunstigden (-) 19.660 15.631 Opgenomen actuariële (winsten) verliezen, netto 4.415 (10.549) Actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit demografische veronderstellingen (7.270) 0 Actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit financiële assumpties 14.020 (5.601) Ervarings(winsten)/verliezen (2.335) (4.948) Niet-opgenomen kosten van ontvangen diensten 0 0 Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 Afname door bedrijfsafsplitsing 0 0 Wisselkoerseffecten 0 0 Overige bewegingen 249.443 2.581 Saldo op 31 december (69.997) (323.083) De rubriek ‘Overige bewegingen’ heeft voornamelijk betrekking op verbintenissen van de beëindigde activiteiten, namelijk 246.857 duizend euro. BEWEGINGEN IN DE FONDSBELEGGINGEN VAN DE REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES EN BRUGPENSIOEN Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Saldo op 1 januari 249.721 243.652 Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd bedragen in renteopbrengsten (4.643) 4.184 Rendement op fondsbeleggingen 1.220 1.651 Bijdragen van werkgever 18.863 18.108 Betalingen aan begunstigden (-) (19.660) (15.631) Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 Afname door bedrijfsafsplitsing 0 0 Wisselkoerseffecten 0 0 Opnamen van Belgische pensionplannen met gewaarborgd minimum rendement 0 0 Overige bewegingen (187.266) (2.243) Saldo op 31 december 58.235 249.721 De rubriek ‘Overige bewegingen’ heeft voornamelijk betrekking op afdekkingsactiva van de beëindigde activiteiten, namelijk 184.686 duizend euro. VOORNAAMSTE ACTUARIËLE VERONDERSTELLINGEN OP AFSLUITINGSDATUM (IN GEWOGEN GEMIDDELDE ) 2021 2020 Disconteringsvoet op 31 december 0,89% 0,46% Verwacht percentage van loonsverhogingen 3,29% 3,09% Inflatie 1,90% 1,70% Toegepaste sterftetabellen MR/FR MR/FR OVERIGE VERONDERSTELLINGEN INZAKE PENSIOENREGELINGEN MET VASTE PRESTATIES 2021 2020 Looptijd (in jaren) 13,50 13,29 Gemiddeld reëel rendement van de pensioenactiva -2,40% 2,39% Voorziene bijdragen te storten voor pensioenplannen in de loop van volgend boekjaar 4.264 17.133 De kenmerken van de regelingen met vaste prestaties hebben uitsluitend betrekking op de pensioenverbintenissen van de voortgezette activiteiten. GEVOELIGHEIDSANALYSE (INVLOED OP HET BEDRAG VAN DE VERPLICHTINGEN) 2021 2020 Disconteringsvoet Toename met 25 basispunten -3,02% -3,63% Afname met 25 basispunten 3,15% 3,85% Verwacht percentage van loonsverhogingen Toename met 25 basispunten 2,15% 1,96% Afname met 25 basispunten -2,03% -1,86% JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 185 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN 22. ANDERE VOORZIENINGEN DAN PENSIOENVERPLICHTINGEN EN PERSONEELS- BELONINGEN Per 31 december 2021, bedragen deze voorzieningen 53.023 duizend euro, een daling met 4.379 duizend euro ten opzichte van eind 2020 (57.402 duizend euro). (duizend euro) Diensten na verkoop Voorzieningen voor negatieve deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast Overige risico's Totaal Saldo op het einde van het vorige boekjaar 15.387 9.272 32.743 57.402 Netto wisselkoersverchillen (13) 0 (44) (57) Effect van wijzigingen in de consolidatiekring (253) 0 3 (250) Overdracht naar andere rubrieken () 0 (701) (5.154) (5.855) Voorzieningen : toevoegingen 1.409 0 15.951 17.360 Voorzieningen : bestedingen (2.060) 0 (13.517) (15.577) Voorzieningen : terugnemingen 0 0 0 0 Saldo op het einde van het boekjaar 14.470 8.571 29.982 53.023 waarvan kortlopende : 14.470 0 26.274 40.744 langlopende : 0 8.571 3.708 12.279 () De overdrachten naar andere rubrieken houden voornamelijk verband met de overdracht van verplichtingen met betrekking tot de activiteiten van DEME naar de verplichtingen verbonden aan vaste activa aangehouden voor verkoop volgens de norm IFRS 5 Vaste activa aangehouden met het oog op verkoop en stopgezette bedrijfsactiviteiten . Bijgevolg omvatten per 31 december 2021 de overdrachten in 2021 de voorzieningen van DEME geclassificeerd als verplichtingen verbonden aan vaste activa aangehouden voor verkoop voor een bedrag van 2.827 duizend euro (2020: 0 duizend euro). We verwijzen naar toelichting 5 van dit verslag. De voorziening voor diensten na verkoop daalt met 917 duizend euro en bedraagt 14.470 duizend euro eind 2021. De evolutie eind 2021 wordt voornamelijk verklaard door het nemen en/of terugnemen van voorzieningen in het kader van de tienjarige garanties. De voorzieningen voor overige risico’s dalen met 2.761 duizend euro en bedraagt 29.982 duizend euro eind 2021. Deze evolutie eind 2021 wordt verklaard door de overdracht van voorzieningen met betrekking tot de activiteiten van DEME naar de verplichtingen in verband met activa aangehouden voor verkoop. De voorzieningen voor overige kortlopende risico’s (26.274 duizend euro) omvatten: - de voorzieningen voor lopende geschillen (5.406 duizend euro) alsook overige kortlopende risico’s (9.888 duizend euro). Daar de onderhandelingen met de klanten nog lopen, kunnen we geen verdere informatie verstrekken over de toegepaste veronderstellingen en over het moment van de waarschijnlijke kasuitgaven ; - de voorzieningen voor verliezen einde werf (10.955 duizend euro) worden in de boeken opgenomen wanneer de verwachte economische opbrengsten van deze contracten lager zijn dan de onvermijdelijke kosten welke voortvloeien uit de verplichtingen van deze contracten. De benutting van de verliezen einde werf houdt verband met de uitvoering van de betreffende contracten. Als het aandeel van de groep CFE in de verliezen van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast wordt toegepast hoger is dan de boekwaarde van de deelneming, wordt deze laatste tot nul teruggebracht. De verliezen boven dit bedrag worden niet geboekt, met uitzondering van het bedrag van de verbintenissen van de groep CFE tegenover deze entiteiten. Het bedrag van deze verbintenissen wordt geboekt in de langlopende voorzieningen aangezien de groep CFE meent dat ze een verplichting heeft om deze entiteiten en hun projecten te ondersteunen. De overige langlopende risico’s omvatten de voorzieningen voor risico’s die niet rechtstreeks verband houden met de operationele cyclus van de lopende werven. 23. MOGELIJKE ACTIVA EN PASSIVA VOOR DE VOORTGEZETTE ACTIVITEITEN Volgens de beschikbare informatie op de datum waarop de financiële staten zijn goedgekeurd door de raad van bestuur hebben we geen kennis van mogelijke activa en verplichtingen behalve dat mogelijke activa en verplichtingen gerelateerd aan bouwcontracten (bijvoorbeeld de eisen van de groep ten opzichte van de klanten of de eisen van de toeleveranciers) wat normaal is in de contractingsector en wordt behandeld door het bepalen van het resultaat van de werf bij de toepassing van de methode van het voltooiingspercentage. CFE ziet er ook op toe dat de ondernemingen van de groep zich organiseren om de geldende wetten en reglementen na te leven, met inbegrip van de ‘complianceregels’. 186 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN 22. ANDERE VOORZIENINGEN DAN PENSIOENVERPLICHTINGEN EN PERSONEELS- BELONINGEN Per 31 december 2021, bedragen deze voorzieningen 53.023 duizend euro, een daling met 4.379 duizend euro ten opzichte van eind 2020 (57.402 duizend euro). (duizend euro) Diensten na verkoop Voorzieningen voor negatieve deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast Overige risico's Totaal Saldo op het einde van het vorige boekjaar 15.387 9.272 32.743 57.402 Netto wisselkoersverchillen (13) 0 (44) (57) Effect van wijzigingen in de consolidatiekring (253) 0 3 (250) Overdracht naar andere rubrieken () 0 (701) (5.154) (5.855) Voorzieningen : toevoegingen 1.409 0 15.951 17.360 Voorzieningen : bestedingen (2.060) 0 (13.517) (15.577) Voorzieningen : terugnemingen 0 0 0 0 Saldo op het einde van het boekjaar 14.470 8.571 29.982 53.023 waarvan kortlopende : 14.470 0 26.274 40.744 langlopende : 0 8.571 3.708 12.279 () De overdrachten naar andere rubrieken houden voornamelijk verband met de overdracht van verplichtingen met betrekking tot de activiteiten van DEME naar de verplichtingen verbonden aan vaste activa aangehouden voor verkoop volgens de norm IFRS 5 Vaste activa aangehouden met het oog op verkoop en stopgezette bedrijfsactiviteiten . Bijgevolg omvatten per 31 december 2021 de overdrachten in 2021 de voorzieningen van DEME geclassificeerd als verplichtingen verbonden aan vaste activa aangehouden voor verkoop voor een bedrag van 2.827 duizend euro (2020: 0 duizend euro). We verwijzen naar toelichting 5 van dit verslag. De voorziening voor diensten na verkoop daalt met 917 duizend euro en bedraagt 14.470 duizend euro eind 2021. De evolutie eind 2021 wordt voornamelijk verklaard door het nemen en/of terugnemen van voorzieningen in het kader van de tienjarige garanties. De voorzieningen voor overige risico’s dalen met 2.761 duizend euro en bedraagt 29.982 duizend euro eind 2021. Deze evolutie eind 2021 wordt verklaard door de overdracht van voorzieningen met betrekking tot de activiteiten van DEME naar de verplichtingen in verband met activa aangehouden voor verkoop. De voorzieningen voor overige kortlopende risico’s (26.274 duizend euro) omvatten: - de voorzieningen voor lopende geschillen (5.406 duizend euro) alsook overige kortlopende risico’s (9.888 duizend euro). Daar de onderhandelingen met de klanten nog lopen, kunnen we geen verdere informatie verstrekken over de toegepaste veronderstellingen en over het moment van de waarschijnlijke kasuitgaven ; - de voorzieningen voor verliezen einde werf (10.955 duizend euro) worden in de boeken opgenomen wanneer de verwachte economische opbrengsten van deze contracten lager zijn dan de onvermijdelijke kosten welke voortvloeien uit de verplichtingen van deze contracten. De benutting van de verliezen einde werf houdt verband met de uitvoering van de betreffende contracten. Als het aandeel van de groep CFE in de verliezen van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast wordt toegepast hoger is dan de boekwaarde van de deelneming, wordt deze laatste tot nul teruggebracht. De verliezen boven dit bedrag worden niet geboekt, met uitzondering van het bedrag van de verbintenissen van de groep CFE tegenover deze entiteiten. Het bedrag van deze verbintenissen wordt geboekt in de langlopende voorzieningen aangezien de groep CFE meent dat ze een verplichting heeft om deze entiteiten en hun projecten te ondersteunen. De overige langlopende risico’s omvatten de voorzieningen voor risico’s die niet rechtstreeks verband houden met de operationele cyclus van de lopende werven. 23. MOGELIJKE ACTIVA EN PASSIVA VOOR DE VOORTGEZETTE ACTIVITEITEN Volgens de beschikbare informatie op de datum waarop de financiële staten zijn goedgekeurd door de raad van bestuur hebben we geen kennis van mogelijke activa en verplichtingen behalve dat mogelijke activa en verplichtingen gerelateerd aan bouwcontracten (bijvoorbeeld de eisen van de groep ten opzichte van de klanten of de eisen van de toeleveranciers) wat normaal is in de contractingsector en wordt behandeld door het bepalen van het resultaat van de werf bij de toepassing van de methode van het voltooiingspercentage. CFE ziet er ook op toe dat de ondernemingen van de groep zich organiseren om de geldende wetten en reglementen na te leven, met inbegrip van de ‘complianceregels’. 24. NETTO FINANCIËLE SCHULD ANALYSE VAN DE NETTO FINANCIËLE SCHULD ZOALS BEPAALD DOOR DE GROEP 2021 2020 (duizend euro) Langlopende Kortlopende Totaal Langlopende Kortlopende Totaal Bankleningen en andere financiële schulden 53.172 45.682 98.854 751.194 212.264 963.458 Obligatieleningen 0 29.899 29.899 29.794 0 29.794 Opname van kredietlijnen 0 60.000 60.000 81.000 0 81.000 Leasingschulden 24.427 9.402 33.829 86.487 27.435 113.922 Totaal van de langlopende financiële schuld 77.599 144.983 222.582 948.475 239.699 1.188.174 Financiële schulden op korte termijn 0 34.000 34.000 0 172.950 172.950 Kasequivalenten 0 (13.596) (13.596) 0 (15.965) (15.965) Geldmiddelen 0 (129.991) (129.991) 0 (743.730) (743.730) Totaal van de kortlopende netto financiële schuld (of beschikbare middelen) 0 (109.587) (109.587) 0 (586.745) (586.745) Totaal van de netto financiële schuld 77.599 35.396 112.995 948.475 (347.046) 601.429 Financiële derivaten - interestindekking 0 568 568 10.047 4.405 14.452 Bankleningen en andere financiële schulden (98.854 duizend euro) betreffen voornamelijk bankleningen op middellange termijn van de pool Vastgoedontwikkeling met betrekking tot de financiering van bepaalde projecten, door CFE NV en BPI NV uitgegeven handelspapier en de financiering van de nieuwe zetel van VMA. De enige resterende obligatielening is op het niveau van BPI. Deze obligatielening werd uitgegeven op 19 december 2017 voor een bedrag van 30 miljoen euro. Ze genereert een rentepercentage van 3,75 % en is terugbetaalbaar op 19 december 2022. De leasingschulden (33.829 duizend euro) hebben betrekking op contracten die voldoen aan de criteria van het toepassingsdomein van de norm IFRS 16 Leaseovereenkomsten . De kortlopende financiële schulden bedragen 34.000 duizend euro eind december 2021 en hebben betrekking op de uitgifte van handelspapier op minder dan een jaar door CFE NV en BPI NV. De sterke daling van de financiële schuld houdt voornamelijk verband met de herindeling van de financiële schulden en geldmiddelen van DEME naar respectievelijk verplichtingen in verband met activa aangehouden voor verkoop en activa aangehouden voor verkoop. We verwijzen naar toelichting 5 van dit verslag. TIJDSCHEMA VAN DE FINANCIËLE SCHULDEN (duizend euro) Vervallen binnen het jaar Vervallen tussen 1 en 2 jaar Vervallen tussen 2 en 3 jaar Vervallen tussen 3 en 5 jaar Vervallen tussen 5 en 10 jaar Vervallen na meer dan 10 jaar Totaal Bankleningen en andere financiële schulden 45.682 21.617 697 24.021 3.452 3.385 98.854 Obligatieleningen 29.899 0 0 0 0 0 29.899 Opname van kredietlijnen 60.000 0 0 0 0 0 60.000 Leasingschulden 9.402 5.588 4.774 6.220 6.633 1.212 33.829 Totaal van de langlopende financiële schuld 144.983 27.205 5.471 30.241 10.085 4.597 222.582 Financiële schulden op korte termijn 34.000 0 0 0 0 0 34.000 Kasequivalenten (13.596) 0 0 0 0 0 (13.596) Geldmiddelen (129.991) 0 0 0 0 0 (129.991) Totaal van de kortlopende netto financiële schuld (of beschikbare middelen) (109.587) 0 0 0 0 0 (109.587) Totaal van de netto financiële schuld 35.396 27.205 5.471 30.241 10.085 4.597 112.995 KASSTROMEN MET BETREKKING TOT FINANCIËLE SCHULDEN (duizend euro) Niet-contante bewegingen 2020 Kasstromen Overdrachten Overige wijzigingen Totaal niet- contante bewegingen 2021 Langlopende financiële schulden Obligatieleningen 29.794 0 (29.899) 105 (29.794) 0 Overige langlopende financiële schulden 918.681 (192.156) (577.970) (70.956) (648.926) 77.599 Kortlopende financiële schulden Obligatieleningen 0 0 29.899 0 29.899 29.899 Overige kortlopende financiële schulden 412.649 (34.146) (343.340) 113.921 (229.419) 149.084 Totaal 1.361.124 (226.302) (921.310) 43.070 (878.240) 256.582 JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 187 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN Per 31 december 2021 bedragen de financiële schulden van de groep CFE 256.582 duizend euro, een daling met 1.104.542 duizend euro ten opzichte van 31 december 2020. Dit wordt voornamelijk verklaard door: - de herclassering van de schulden met betrekking tot de beëindigde activiteiten naar verplichtingen verbonden aan activa aangehouden met het oog op verkoop (921.310 duizend euro) ; - de kasstromen van het jaar (226.302) duizend euro waarvan (226.274) duizend euro met betrekking tot de beëindigde activiteiten en (28) duizend euro met betrekking tot de voortgezette activiteiten ; en - de overige variaties, 43.070 duizend euro waarvan 36.617 duizend euro betrekking heeft op de beëindigde activiteiten en 6.453 duizend euro op de voortgezette activiteiten. Dit heeft voornamelijk betrekking op de stijging van de huurschulden (42.051 duizend euro waarvan 35.698 duizend euro betrekking heeft op de beëindigde activiteiten en 6.353 duizend euro op de voortgezette activiteiten). KREDIETLIJNEN EN TERMIJNBANKLENINGEN Per 31 december 2021 beschikt CFE NV over bevestigde langlopende bankkredietlijnen ten bedrage van 234 miljoen euro, waarvan 60 miljoen euro wordt gebruikt per 31 december 2021. Gelet op de aangekondigde splitsing van de groep zal in de loop van het eerste semester 2022 opnieuw over deze kredietlijnen worden onderhandeld. CFE NV kan ook handelspapier ten bedrage van 50 miljoen euro uitgeven. Deze financieringsbron wordt op 31 december 2021 volledig gebruikt. Per 31 december 2021 beschikt BPI Real Estate Belgium NV over bevestigde langlopende bankkredietlijnen ten bedrage van 50 miljoen euro, die per 31 december 2021 niet worden gebruikt. BPI Real Estate Belgium NV heeft eveneens de mogelijkheid om handelspapier uit te geven ten bedrage van 40 miljoen euro. Deze financieringsbron wordt op 31 december 2021 gebruikt ten bedrage van 27,25 miljoen euro. FINANCIËLE CONVENANTEN De bilaterale kredieten zijn onderworpen aan specifieke convenanten die rekening houden met onder andere de schuldpositie en haar verhouding tot het eigen vermogen of de vaste activa, alsook met de gegenereerde cashflow. Gelet op de aangekondigde splitsing van de groep, zullen de financieringen op het niveau van de groep CFE NV in de loop van het 1ste semester 2022 worden herzien. De bestaande convenanten met betrekking tot de geconsolideerde jaarrekening van de groep CFE en met betrekking tot de statutaire jaarrekening van CFE NV worden per 31 december 2021 volledig nageleefd. De convenanten worden eveneens nageleefd op basis van de pro forma geconsolideerde rekeningen (met DEME voorgesteld als voortgezette activiteiten). Wij verwijzen naar het beheerverslag voor de belangrijkste financiële indicatoren van de pro forma rekeningen. De convenanten met betrekking tot de geconsolideerde stand-alone IFRS-rekeningen van BPI Real Estate Belgium worden eind december 2021 volledig nageleefd en worden hierna verder uiteengezet. Naam van de ratio Formule Vereiste December 2021 December 2020 BPI Real Estate Belgium SA, IFRS-geconsolideerde rekeningen – Stand Alone Minimum eigen vermogen Eigen vermogen van de groep + Achtergestelde schulden >70 M€ 132,0 110,5 Solvabiliteitsratio Netto financiële schuld / (Eigen vermogen + achtergestelde schulden) <1,65 0,64 0,96 188 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN Per 31 december 2021 bedragen de financiële schulden van de groep CFE 256.582 duizend euro, een daling met 1.104.542 duizend euro ten opzichte van 31 december 2020. Dit wordt voornamelijk verklaard door: - de herclassering van de schulden met betrekking tot de beëindigde activiteiten naar verplichtingen verbonden aan activa aangehouden met het oog op verkoop (921.310 duizend euro) ; - de kasstromen van het jaar (226.302) duizend euro waarvan (226.274) duizend euro met betrekking tot de beëindigde activiteiten en (28) duizend euro met betrekking tot de voortgezette activiteiten ; en - de overige variaties, 43.070 duizend euro waarvan 36.617 duizend euro betrekking heeft op de beëindigde activiteiten en 6.453 duizend euro op de voortgezette activiteiten. Dit heeft voornamelijk betrekking op de stijging van de huurschulden (42.051 duizend euro waarvan 35.698 duizend euro betrekking heeft op de beëindigde activiteiten en 6.353 duizend euro op de voortgezette activiteiten). KREDIETLIJNEN EN TERMIJNBANKLENINGEN Per 31 december 2021 beschikt CFE NV over bevestigde langlopende bankkredietlijnen ten bedrage van 234 miljoen euro, waarvan 60 miljoen euro wordt gebruikt per 31 december 2021. Gelet op de aangekondigde splitsing van de groep zal in de loop van het eerste semester 2022 opnieuw over deze kredietlijnen worden onderhandeld. CFE NV kan ook handelspapier ten bedrage van 50 miljoen euro uitgeven. Deze financieringsbron wordt op 31 december 2021 volledig gebruikt. Per 31 december 2021 beschikt BPI Real Estate Belgium NV over bevestigde langlopende bankkredietlijnen ten bedrage van 50 miljoen euro, die per 31 december 2021 niet worden gebruikt. BPI Real Estate Belgium NV heeft eveneens de mogelijkheid om handelspapier uit te geven ten bedrage van 40 miljoen euro. Deze financieringsbron wordt op 31 december 2021 gebruikt ten bedrage van 27,25 miljoen euro. FINANCIËLE CONVENANTEN De bilaterale kredieten zijn onderworpen aan specifieke convenanten die rekening houden met onder andere de schuldpositie en haar verhouding tot het eigen vermogen of de vaste activa, alsook met de gegenereerde cashflow. Gelet op de aangekondigde splitsing van de groep, zullen de financieringen op het niveau van de groep CFE NV in de loop van het 1ste semester 2022 worden herzien. De bestaande convenanten met betrekking tot de geconsolideerde jaarrekening van de groep CFE en met betrekking tot de statutaire jaarrekening van CFE NV worden per 31 december 2021 volledig nageleefd. De convenanten worden eveneens nageleefd op basis van de pro forma geconsolideerde rekeningen (met DEME voorgesteld als voortgezette activiteiten). Wij verwijzen naar het beheerverslag voor de belangrijkste financiële indicatoren van de pro forma rekeningen. De convenanten met betrekking tot de geconsolideerde stand-alone IFRS-rekeningen van BPI Real Estate Belgium worden eind december 2021 volledig nageleefd en worden hierna verder uiteengezet. Naam van de ratio Formule Vereiste December 2021 December 2020 BPI Real Estate Belgium SA, IFRS-geconsolideerde rekeningen – Stand Alone Minimum eigen vermogen Eigen vermogen van de groep + Achtergestelde schulden >70 M€ 132,0 110,5 Solvabiliteitsratio Netto financiële schuld / (Eigen vermogen + achtergestelde schulden) <1,65 0,64 0,96 25. INFORMATIE BETREFFENDE HET BEHEER VAN DE FINANCIËLE RISICO’S BEHEER VAN DE FINANCIËLE MIDDELEN Eind 2021 bedragen de financiële middelen van de groep CFE een netto financiële schuld van 112.995 duizend euro (toelichting 24) en eigen vermogen van 1.956.026 duizend euro waarvan 1.822.195 duizend euro verband houdt met de beëindigde activiteiten en 133.831 duizend euro verband houdt met de voortgezette activiteiten. Bovendien beschikt CFE NV over bevestigde kredietlijnen (toelichting 24), terwijl CFE NV en BPI NV handelspapier kunnen uitschrijven. Het eigen vermogen van groep CFE bestaat uit kapitaal, uitgiftepremies, ingehouden winsten en minderheidsbelangen. De groep CFE beschikt noch over eigen aandelen, noch over converteerbare obligaties. Het geheel van het eigen vermogen is bestemd voor aan het financieren van operationele activiteiten voorzien in het maatschappelijk doel van de vennootschap. RENTEVOETRISICO Het beheer van het rentevoetrisico wordt binnen de groep op het niveau van de verschillende polen verzekerd. De activiteiten van Contracting worden gekenmerkt door een overschot van geldmiddelen. Het beleid is grotendeels gecentraliseerd in het kader van de cash pooling. Anderzijds gebruikt CFE NV ook afgeleide producten (IRS) om het renterisico van de opnames op haar bevestigde kredietlijnen in te dekken. Effectieve gemiddelde rentevoet vóór effect van financiële derivaten Vaste rentevoet Variabele rentevoet Totaal Soort schulden Bedragen Aandeel Rentevoet Bedragen Aandeel Rentevoet Bedragen Aandeel Rentevoet Bankleningen en andere financiële schulden 53.571 57,31% 1,42% 45.283 47,52% 1,82% 98.854 52,37% 1,60% Obligatieleningen 29.899 31,99% 3,75% 0 0,00% 0,00% 29.899 15,84% 3,75% Opname van kredietlijnen 10.000 10,70% 1,40% 50.000 52,48% 0,53% 60.000 31,79% 0,68% Totaal 93.470 100% 2,16% 95.283 100% 1,15% 188.753 100% 1,65% Effectieve gemiddelde rentevoet na effect van financiële derivaten Vaste rentevoet Variabele rentevoet Variabele rentevoet + inflatie Totaal Soort schulden Bedragen Aandeel Rentevoet Bedragen Aandeel Rentevoet Bedragen Aandeel Rentevoet Bedragen Aandeel Rentevoet Bankleningen en andere financiële schulden 53.571 37,34% 1,42% 45.283 100,00% 1,82% 0 0,00% 0,00% 98.854 52,37% 1,60% Obligatieleningen 29.899 20,84% 3,75% 0 0,00% 0,00% 0 0,00% 0,00% 29.899 15,84% 3,75% Opname van kredietlijnen 60.000 41,82% 1,40% 0 0,00% 0,00% 0 0,00% 0,00% 60.000 31,79% 1,40% Totaal 143.470 100% 1,89% 45.283 100% 1,82% 0 0,00% 0,00% 188.753 100% 1,88% GEVOELIGHEID VAN HET RENTEVOETRISICO De groep CFE wordt geconfronteerd met het risico van volatiliteit van de rentevoeten op zijn resultaat, gelet op: - de kasstromen van financiële instrumenten tegen variabele koers na indekking; - financiële instrumenten tegen vaste koers, erkend tegen reële waarde in de balans via het resultaat; - derivaten die niet als indekking gekwalificeerd zijn. Daarentegen wordt de wijziging in de reële waarde van derivaten als kasstroomindekking gekwalificeerd, niet in de winst-en-verliesrekening erkend, maar rechtstreeks in andere elementen van het totaalresultaat. Indien de waarde van het derivaat wordt hergebruikt, wordt de impact in de winst-en- verliesrekening verantwoord. De volgende analyse veronderstelt dat het bedrag van financiële schulden en derivaten op 31 december 2021 constant blijft gedurende een jaar. Een wijziging van de rentevoeten met 50 basispunten op afsluitingsdatum zou bijgevolg een stijging of een vermindering van het eigen vermogen en het resultaat gekend hebben ter hoogte van de hieronder aangegeven bedragen. Met het oog op deze analyse, werden de andere variabelen verondersteld constant te blijven. 31-12-2021 (duizend euro) Resultaat Eigen vermogen Impact van sensibiliteitsberekening Impact van sensibiliteitsberekening Impact van sensibiliteitsberekening Impact van sensibiliteitsberekening +50bp -50bp +50bp -50bp Langlopende schulden (+ vervallend binnen het jaar) aan variabele renten na boekhoudkundige indekking 1.113 (1.113) Netto financiële schuld (korte termijn) () 170 (170) Derivaten boekhoudkundig niet gekwalificeerd als indekking Als indekking gekwalificeerde derivaten (kasstroom zeker of hoogstwaarschijnlijk) 329 (265) () exclusief beschikbare middelen JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 189 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN BESCHRIJVING VAN DE KASSTROOMINDEKKINGSOPERATIES Op afsluitingsdatum hebben de als kasstroomindekking gekwalificeerde instrumenten van CFE NV de volgende kenmerken: 31-12-2021 (duizend euro) < 1 jaar Tussen 1 en 2 jaar Tussen 2 en 5 jaar > 5 jaar Onderliggende Reële waarde activa Reële waarde passiva Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald Rentevoet opties (cap, collar) Rentevoetderivaten: indekking van hoogstwaarschijnlijk verwachte kastromen 0 Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald 50.000 0 0 0 50.000 0 (568) Rentevoet opties (cap, collar) Rentevoetderivaten: indekking van zekere kastromen 50.000 0 0 0 50.000 0 (568) 31-12-2020 (duizend euro) < 1 jaar Tussen 1 en 2 jaar Tussen 2 en 5 jaar > 5 jaar Onderliggende Reële waarde activa Reële waarde passiva Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald Rentevoet opties (cap, collar) Rentevoetderivaten: indekking van hoogstwaarschijnlijk verwachte kastromen 0 Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald 194.551 181.045 367.949 115.536 859.081 0 (14.452) Rentevoet opties (cap, collar) Rentevoetderivaten: indekking van zekere kastromen 194.551 181.045 367.949 115.536 859.081 0 (14.452) VALUTARISICO SOORTEN RISICO’S WAARAAN DE GROEP WORDT BLOOTGESTELD De groep CFE en haar dochterondernemingen dekken de valutarisico’s in voor de activiteiten van Contracting in Polen. VERDELING VAN DE FINANCIËLE SCHULDEN OP LANGE TERMIJN PER VALUTA Het bedrag van de schulden (buiten leasingverplichtingen die voor het grootste deel in euro zijn) per valuta is: (duizend euro) 2021 2020 Euro 188.753 1.074.252 US dollar 0 0 Overige valuta 0 0 Totale langlopende financiële verplichtingen 188.753 1.074.252 Per 31 december 2020 bedroegen de uitstaande schulden (exclusief lease verplichtingen) in verband met de beëindigde activiteiten en de voortgezette activiteiten respectievelijk 887.702 en 186.550 duizend euro. Onderstaande tabel geeft de reële waarde en de onderliggende waarde weer van de financiële wisselkoersinstrumenten (forward verkoop / aankoop contracten) (+ : activa / - : passiva): 31-12-2021 PLN - Poolse zloty (duizend euro) Onderliggende Reële waarde Termijnaankopen 0 0 Termijnverkopen 67.667 (874) De variatie in de reële waarde van de wisselkoersinstrumenten wordt als ‘bouwkosten’ beschouwd. Deze variatie wordt als een operationeel resultaat voorgesteld. De groep CFE wordt aan valutarisico’s op haar resultaat blootgesteld. De volgende analyse wordt uitgevoerd door te veronderstellen dat het bedrag van de financiële activa en passiva en de derivaten op 31 december 2021 constant blijven gedurende het jaar. 190 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN BESCHRIJVING VAN DE KASSTROOMINDEKKINGSOPERATIES Op afsluitingsdatum hebben de als kasstroomindekking gekwalificeerde instrumenten van CFE NV de volgende kenmerken: 31-12-2021 (duizend euro) < 1 jaar Tussen 1 en 2 jaar Tussen 2 en 5 jaar > 5 jaar Onderliggende Reële waarde activa Reële waarde passiva Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald Rentevoet opties (cap, collar) Rentevoetderivaten: indekking van hoogstwaarschijnlijk verwachte kastromen 0 Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald 50.000 0 0 0 50.000 0 (568) Rentevoet opties (cap, collar) Rentevoetderivaten: indekking van zekere kastromen 50.000 0 0 0 50.000 0 (568) 31-12-2020 (duizend euro) < 1 jaar Tussen 1 en 2 jaar Tussen 2 en 5 jaar > 5 jaar Onderliggende Reële waarde activa Reële waarde passiva Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald Rentevoet opties (cap, collar) Rentevoetderivaten: indekking van hoogstwaarschijnlijk verwachte kastromen 0 Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste rentevoet betaald 194.551 181.045 367.949 115.536 859.081 0 (14.452) Rentevoet opties (cap, collar) Rentevoetderivaten: indekking van zekere kastromen 194.551 181.045 367.949 115.536 859.081 0 (14.452) VALUTARISICO SOORTEN RISICO’S WAARAAN DE GROEP WORDT BLOOTGESTELD De groep CFE en haar dochterondernemingen dekken de valutarisico’s in voor de activiteiten van Contracting in Polen. VERDELING VAN DE FINANCIËLE SCHULDEN OP LANGE TERMIJN PER VALUTA Het bedrag van de schulden (buiten leasingverplichtingen die voor het grootste deel in euro zijn) per valuta is: (duizend euro) 2021 2020 Euro 188.753 1.074.252 US dollar 0 0 Overige valuta 0 0 Totale langlopende financiële verplichtingen 188.753 1.074.252 Per 31 december 2020 bedroegen de uitstaande schulden (exclusief lease verplichtingen) in verband met de beëindigde activiteiten en de voortgezette activiteiten respectievelijk 887.702 en 186.550 duizend euro. Onderstaande tabel geeft de reële waarde en de onderliggende waarde weer van de financiële wisselkoersinstrumenten (forward verkoop / aankoop contracten) (+ : activa / - : passiva): 31-12-2021 PLN - Poolse zloty (duizend euro) Onderliggende Reële waarde Termijnaankopen 0 0 Termijnverkopen 67.667 (874) De variatie in de reële waarde van de wisselkoersinstrumenten wordt als ‘bouwkosten’ beschouwd. Deze variatie wordt als een operationeel resultaat voorgesteld. De groep CFE wordt aan valutarisico’s op haar resultaat blootgesteld. De volgende analyse wordt uitgevoerd door te veronderstellen dat het bedrag van de financiële activa en passiva en de derivaten op 31 december 2021 constant blijven gedurende het jaar. Een variatie van 5 % van de wisselkoersen (appreciatie van de euro) op afsluitingsdatum zou een stijging of een vermindering van het eigen vermogen en resultaat op het niveau van de hieronder aangegeven bedragen voor gevolg hebben gehad. Met het oog op deze analyse, werden de andere variabelen verondersteld constant te blijven. 31-12-2021 (duizend euro) Resultaat Impact van de sensitiviteitsberekening - vehoging EUR 5% Impact van de sensitiviteitsberekening - vermindering EUR 5% Langlopende schulden (+ vervallend binnen het jaar) met variabele renten na boekhoudkundige indekking 5.306 (4.800) Netto financiële schuld op korte termijn (1.461) 1.321 Werkkapitaal 96 (87) RISICO VERBONDEN AAN GRONDSTOFFEN Grond- en hulpstoffen opgenomen in de werken, vormen een belangrijk element van de kostprijs. Hoewel bepaalde contracten prijsherzieningsformules bevatten, blijft het risico van prijsfluctuaties van grondstoffen groot. KREDIET- EN TEGENPARTIJRISICO De groep CFE is blootgesteld aan kredietrisico in geval van in gebreke blijven van zijn klanten. De groep wordt aan het tegenpartijrisico blootgesteld in het kader van de belegging van zijn beschikbare middelen, de intekening in verhandelbare vorderingen, financiële activa en derivaten. Voorts heeft de groep CFE procedures opgesteld om de concentratie van het kredietrisico te vermijden en te beperken. FINANCIËLE INSTRUMENTEN De groep heeft een systeem met beleggingslimieten ingevoerd om haar tegenpartijrisico te beheren. Dit systeem bepaalt maximale risicolijnen per tegenpartijen gedefinieerd in functie van hun kredietnotaties zoals gepubliceerd door Standard & Poor's en Moody's. Deze limieten worden regelmatig opgevolgd en bijgewerkt. KLANTEN De groep heeft procedures opgesteld teneinde het risico van haar klantenvorderingen te beperken. Merk op dat een niet te verwaarlozen deel van de geconsolideerde omzet met openbare of semi-openbare klanten wordt gerealiseerd. Verder is de groep CFE van mening dat de concentratie van het tegenpartijrisico voor klanten wordt beperkt door het grote aantal klanten. Om het courante risico in te dijken, volgt de groep CFE regelmatig de uitstaande klantenbedragen op en stelt ze haar positie ten opzichte daarvan bij. De analyse van de betalingsachterstand eind 2021 en eind 2020 is als volgt: Situatie per 31 december 2021 (duizend euro) Op het einde van de periode Niet vervallen < 3 maanden < 1 jaar > 1 jaar Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen 303.803 226.565 28.072 20.089 29.077 Totaal bruto 303.803 226.565 28.072 20.089 29.077 Voorzieningen - Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen (22.547) (117) 0 (4.800) (17.630) Totaal voorzieningen (22.547) (117) 0 (4.800) (17.630) Totaal nettobedragen 281.256 226.448 28.072 15.289 11.447 Situatie per 31 december 2020 (duizend euro) Op het einde van de periode Niet vervallen < 3 maanden < 1 jaar > 1 jaar Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen 934.586 715.672 56.177 30.445 132.698 Totaal bruto 934.586 715.672 56.177 30.445 132.698 Voorzieningen - Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen (66.825) 0 0 0 (66.825) Totaal voorzieningen (66.825) 0 0 0 (66.825) Totaal nettobedragen 867.761 715.672 56.177 30.445 65.873 JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 191 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN De waardeverminderingen op handelsvorderingen en op overige bedrijfsvorderingen tonen de volgende evolutie: (duizend euro) 2021 2020 Gecumuleerde waardeverminderingen - beginsaldo (66.825) (70.813) Wijziging van de consolidatiekring 39.360 0 Waardeverminderingen / tegenboeking waardeverminderingen tijdens het boekjaar (8.517) 4.153 Wisselkoersverschillen en overdrachten naar andere activacategorieën 13.435 (165) Gecumuleerde waardeverminderingen - eindsaldo (22.547) (66.825) De in de loop van het jaar teruggenomen en opgenomen waardeverminderingen bedragen (8.517) duizend euro (2020: 4.153 duizend euro) waarvan (5.332) duizend euro met betrekking tot de voortgezette activiteiten (2020: 301 duizend euro) en (3.185) duizend euro met betrekking tot de beëindigde activiteiten (2020: 3.852 duizend euro). De rubriek ‘wisselkoersverschillen en overdrachten naar andere activacategorieën’ hebben voornamelijk betrekking op de herclassering van de vorderingen van DEME naar de rubriek activa aangehouden voor verkoop (18.423 duizend euro). De rubriek ‘wijziging van de consolidatiekring’ heeft uitsluitend betrekking op het niet langer opnemen van de waardeverminderingen (en bijbehorende vorderingen) van CFE Tchad na de verkoop van alle aandelen. LIQUIDITEITSRISICO CFE NV en BPI NV beschikken over bilaterale kredietlijnen die hen in staat stellen het liquiditeitsrisico beduidend te beperken. In het kader van de partiële splitsing van de groep CFE zal in de loop van het eerste semester 2022 opnieuw worden onderhandeld over de kredietlijnen van CFE NV. BOEKWAARDE EN REËLE WAARDE PER BOEKHOUDCATEGORIE 31 december 2021 (duizend euro) FAVGRW / FVGRW (3) -Afgeleide instrumenten niet gekwalificeerd als indekking FAVGRW / FVGRW (3) - Afgeleide instrumenten gekwalificeerd als indekking Activa/ verplichtingen aan afgeschreven kost Totale boekwaarde Bepaling van de reële waarde per niveau Reële waarde van de categorïe Financiële vaste activa 0 0 79.313 79.313 79.313 Deelnemingen (1) 0 0 0 0 Niveau 2 0 Financiële leningen en vorderingen (1) 0 0 79.313 79.313 Niveau 2 79.313 Rentevoetderivaten 0 0 0 0 Niveau 2 0 Financiële vlottende activa 0 874 424.843 425.717 425.717 Handels- en overige vorderingen uit operationele activiteiten 0 0 281.256 281.256 Niveau 2 281.256 Rentevoetderivaten 0 874 0 874 Niveau 2 874 Kasequivalenten (2) 0 0 13.596 13.596 Niveau 1 13.596 Beschikbare middelen (2) 0 0 129.991 129.991 Niveau 1 129.991 Totaal activa 0 874 504.156 505.030 505.030 Langlopende financiële verplichtingen 0 0 77.599 77.599 77.599 Obligatielening 0 0 0 0 Niveau 1 0 Financiële schulden 0 0 77.599 77.599 Niveau 2 77.599 Rentevoetderivaten 0 0 0 0 Niveau 2 0 Kortlopende financiële verplichtingen 0 1.442 455.992 457.434 457.434 Handelsschulden en andere voortvloeiend uit operationele activiteiten 0 0 277.009 277.009 Niveau 2 277.009 Obligatielening 0 0 29.899 29.899 Niveau 1 29.899 Financiële schulden 0 0 149.084 149.084 Niveau 2 149.084 Rentevoetderivaten 0 1.442 0 1.442 Niveau 2 1.442 Totaal passiva 0 1.442 533.591 535.033 535.033 192 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN De waardeverminderingen op handelsvorderingen en op overige bedrijfsvorderingen tonen de volgende evolutie: (duizend euro) 2021 2020 Gecumuleerde waardeverminderingen - beginsaldo (66.825) (70.813) Wijziging van de consolidatiekring 39.360 0 Waardeverminderingen / tegenboeking waardeverminderingen tijdens het boekjaar (8.517) 4.153 Wisselkoersverschillen en overdrachten naar andere activacategorieën 13.435 (165) Gecumuleerde waardeverminderingen - eindsaldo (22.547) (66.825) De in de loop van het jaar teruggenomen en opgenomen waardeverminderingen bedragen (8.517) duizend euro (2020: 4.153 duizend euro) waarvan (5.332) duizend euro met betrekking tot de voortgezette activiteiten (2020: 301 duizend euro) en (3.185) duizend euro met betrekking tot de beëindigde activiteiten (2020: 3.852 duizend euro). De rubriek ‘wisselkoersverschillen en overdrachten naar andere activacategorieën’ hebben voornamelijk betrekking op de herclassering van de vorderingen van DEME naar de rubriek activa aangehouden voor verkoop (18.423 duizend euro). De rubriek ‘wijziging van de consolidatiekring’ heeft uitsluitend betrekking op het niet langer opnemen van de waardeverminderingen (en bijbehorende vorderingen) van CFE Tchad na de verkoop van alle aandelen. LIQUIDITEITSRISICO CFE NV en BPI NV beschikken over bilaterale kredietlijnen die hen in staat stellen het liquiditeitsrisico beduidend te beperken. In het kader van de partiële splitsing van de groep CFE zal in de loop van het eerste semester 2022 opnieuw worden onderhandeld over de kredietlijnen van CFE NV. BOEKWAARDE EN REËLE WAARDE PER BOEKHOUDCATEGORIE 31 december 2021 (duizend euro) FAVGRW / FVGRW (3) -Afgeleide instrumenten niet gekwalificeerd als indekking FAVGRW / FVGRW (3) - Afgeleide instrumenten gekwalificeerd als indekking Activa/ verplichtingen aan afgeschreven kost Totale boekwaarde Bepaling van de reële waarde per niveau Reële waarde van de categorïe Financiële vaste activa 0 0 79.313 79.313 79.313 Deelnemingen (1) 0 0 0 0 Niveau 2 0 Financiële leningen en vorderingen (1) 0 0 79.313 79.313 Niveau 2 79.313 Rentevoetderivaten 0 0 0 0 Niveau 2 0 Financiële vlottende activa 0 874 424.843 425.717 425.717 Handels- en overige vorderingen uit operationele activiteiten 0 0 281.256 281.256 Niveau 2 281.256 Rentevoetderivaten 0 874 0 874 Niveau 2 874 Kasequivalenten (2) 0 0 13.596 13.596 Niveau 1 13.596 Beschikbare middelen (2) 0 0 129.991 129.991 Niveau 1 129.991 Totaal activa 0 874 504.156 505.030 505.030 Langlopende financiële verplichtingen 0 0 77.599 77.599 77.599 Obligatielening 0 0 0 0 Niveau 1 0 Financiële schulden 0 0 77.599 77.599 Niveau 2 77.599 Rentevoetderivaten 0 0 0 0 Niveau 2 0 Kortlopende financiële verplichtingen 0 1.442 455.992 457.434 457.434 Handelsschulden en andere voortvloeiend uit operationele activiteiten 0 0 277.009 277.009 Niveau 2 277.009 Obligatielening 0 0 29.899 29.899 Niveau 1 29.899 Financiële schulden 0 0 149.084 149.084 Niveau 2 149.084 Rentevoetderivaten 0 1.442 0 1.442 Niveau 2 1.442 Totaal passiva 0 1.442 533.591 535.033 535.033 31 december 2020 (duizend euro) FAVGRW / FVGRW (3) -Afgeleide instrumenten niet gekwalificeerd als indekking FAVGRW / FVGRW (3) - Afgeleide instrumenten gekwalificeerd als indekking Activa/ verplichtingen aan afgeschreven kost Totale boekwaarde Bepaling van de reële waarde per niveau Reële waarde van de categorïe Financiële vaste activa 909 524 89.196 90.629 90.629 Deelnemingen (1) 0 0 7.385 7.385 Niveau 2 7.385 Financiële leningen en vorderingen (1) 0 0 81.811 81.811 Niveau 2 81.811 Rentevoetderivaten 909 524 0 1.433 Niveau 2 1.433 Financiële vlottende activa 5.394 2.437 1.627.456 1.635.287 1.635.287 Handels- en overige vorderingen uit operationele activiteiten 0 0 867.761 867.761 Niveau 2 867.761 Rentevoetderivaten 5.394 2.437 0 7.831 Niveau 2 7.831 Kasequivalenten (2) 0 0 15.965 15.965 Niveau 1 15.965 Beschikbare middelen (2) 0 0 743.730 743.730 Niveau 1 743.730 Totaal activa 6.303 2.961 1.716.652 1.725.916 1.725.916 Langlopende financiële verplichtingen 48 10.047 948.475 958.570 963.683 Obligatielening 0 0 29.794 29.794 Niveau 1 29.794 Financiële schulden 0 0 918.681 918.681 Niveau 2 923.794 Rentevoetderivaten 48 10.047 0 10.095 Niveau 2 10.095 Kortlopende financiële verplichtingen 568 7.182 1.590.661 1.598.411 1.600.084 Handelsschulden en andere voortvloeiend uit operationele activiteiten 0 0 1.178.012 1.178.012 Niveau 2 1.178.012 Obligatielening 0 0 0 0 Niveau 1 0 Financiële schulden 0 0 412.649 412.649 Niveau 2 414.322 Rentevoetderivaten 568 7.182 0 7.750 Niveau 2 7.750 Totaal passiva 616 17.229 2.539.136 2.556.981 2.563.767 (1) Gepresenteerd in de rubriek “overige financiële vaste activa” en “overige vaste activa” (2) Gepresenteerd in de rubriek “kas en kasequivalenten” (3) FAVGRW : Financiële vaste activa, verplicht gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening FVGRW : Financiële verplichtingen, gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeverminderingen in de winst- en verliesrekening De reële waarde van financiële instrumenten kunnen in drie niveaus (1 tot 3) geclassificeerd worden naargelang de inputs gebruikt voor de waardering waarneembaar zijn: - de reële waardering van niveau 1 zijn gebaseerd op genoteerde prijzen (niet gecorrigeerd) voor identieke activa en verplichtingen ; - de reële waardering van niveau 2 zijn gebaseerd op inputs, andere dan in niveau 1 opgenomen genoteerde prijzen, die direct (via prijzen) of indirect (via inputs afgeleid van prijzen) voor het actief of de verplichting waarneembaar zijn ; - de reële waardering van niveau 3 zijn gebaseerd op waarderingstechnieken die inputs omvatten die niet waarneembaar zijn voor het actief of de verplichting. De juiste waarde van de financiële instrumenten werd aan de hand van de volgende technieken berekend : - voor kortlopende financiële instrumenten zoals de handelsvorderingen en handelsschulden werd de juiste waarde beschouwd als niet significant verschillend van de boekwaarde aan afgeschreven kostprijs ; - voor leningen met een variabele interestvoet, werd de juiste waarde beschouwd als niet significant verschillend van de boekwaarde aan afgeschreven kostprijs ; - voor financiële instrumenten zoals rentevoet derivaten, wisselkoers derivaten of toekomstige kasstromen derivaten, wordt de juiste waarde bepaalde aan de hand van een verdisconteringsmodel van de toekomstige kasstromen rekening houdend met toekomstige rentecurves, wisselkoerscurves, of andere termijnprijscurves ; - voor overige afgeleide financiële instrumenten, werd de juiste waard bepaald op basis van een verdisconteringsmodel van toekomstige geschatte kasstromen ; - voor beursgenoteerde obligaties uitgeschreven door BPI werd de juiste waarde bepaald op basis van de beurskoers op afsluitingsdatum ; - voor leningen met vaste rentevoet, werd de juiste waarde beschouwd als niet significant verschillend van de boekwaarde aan afgeschreven kostprijs aangezien vaste en variabele rentevoeten niet significant verschillen. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 193 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN 26. ANDERE GEGEVEN VERPLICHTINGEN Het totaal van de gegeven verplichtingen andere dan de zakelijke zekerheden voor de groep CFE voor het boekjaar tot 31 december 2021 bedraagt 246.810 duizend euro (2020 : 1.566.108 duizend euro) en is als volgt samengesteld volgens aard : Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Goede uitvoering en performance bonds (a) 239.681 1.388.480 Biedingen (b) 559 18.144 Teruggaven voorschotten (c) 0 0 Garantie-inhouding (d) 1.700 19.724 Betaling op termijn van de onderaannemers en leveranciers (e) 0 37.561 Overige gegeven verplichtingen 4.870 102.199 Totaal 246.810 1.566.108 Per 31 december 2020 bedroeg de bijdrage van DEME 1.329.399 duizend euro. Per 31 december 2021 bedroegen de voor de beëindigde activiteiten gegeven verplichtingen 1.378.146 duizend euro. (a) Garanties gegeven in het kader van de uitvoering van de overeenkomsten inzake werken. In geval van wanprestatie van de bouwonderneming, verbindt de bank (of de verzekeringsmaatschappij) zich ertoe de klant tot aan het bedrag van de garantie te vergoeden. (b) Garanties gegeven in het kader van aanbestedingen in verband met de overeenkomsten inzake werken. (c) Garanties gegeven door de bank aan een klant waarin de teruggave van de voorschotten op contracten wordt gegarandeerd. (d) Garanties gegeven door de bank aan een klant dat ze het ingehouden garantiebedrag overneemt. (e) Garantie van de betaling van de schuld jegens een leverancier of een onderaannemer. 27. ANDERE ONTVANGEN VERPLICHTINGEN Het totaal van de ontvangen verplichtingen voor de groep CFE voor het boekjaar tot 31 december 2021 bedraagt 73.547 duizend euro (2020 : 440.094 duizend euro) en is als volgt samengesteld volgens aard: Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Goede uitvoering en performance bonds 69.870 435.733 Andere ontvangen verplichtingen 3.677 4.361 Totaal 73.547 440.094 Per 31 december 2020 bedroeg de bijdrage van DEME 399.936 duizend euro. Per 31 december 2021 bedroegen de voor de beëindigde activiteiten ontvangen verplichtingen 241.035 duizend euro. 28. GESCHILLEN De groep CFE kent een aantal geschillen dat men als normaal kan beschouwen in de bagger en bouwsector. In het merendeel van de gevallen tracht de groep CFE een dading te sluiten met de tegenpartij, wat bijgevolg het aantal procedures sterk heeft verminderd. De groep CFE tracht tevens de bedragen terug te vorderen bij haar klanten. Het is echter onmogelijk om een inschatting te geven van dit potentieel actief. 194 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN 26. ANDERE GEGEVEN VERPLICHTINGEN Het totaal van de gegeven verplichtingen andere dan de zakelijke zekerheden voor de groep CFE voor het boekjaar tot 31 december 2021 bedraagt 246.810 duizend euro (2020 : 1.566.108 duizend euro) en is als volgt samengesteld volgens aard : Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Goede uitvoering en performance bonds (a) 239.681 1.388.480 Biedingen (b) 559 18.144 Teruggaven voorschotten (c) 0 0 Garantie-inhouding (d) 1.700 19.724 Betaling op termijn van de onderaannemers en leveranciers (e) 0 37.561 Overige gegeven verplichtingen 4.870 102.199 Totaal 246.810 1.566.108 Per 31 december 2020 bedroeg de bijdrage van DEME 1.329.399 duizend euro. Per 31 december 2021 bedroegen de voor de beëindigde activiteiten gegeven verplichtingen 1.378.146 duizend euro. (a) Garanties gegeven in het kader van de uitvoering van de overeenkomsten inzake werken. In geval van wanprestatie van de bouwonderneming, verbindt de bank (of de verzekeringsmaatschappij) zich ertoe de klant tot aan het bedrag van de garantie te vergoeden. (b) Garanties gegeven in het kader van aanbestedingen in verband met de overeenkomsten inzake werken. (c) Garanties gegeven door de bank aan een klant waarin de teruggave van de voorschotten op contracten wordt gegarandeerd. (d) Garanties gegeven door de bank aan een klant dat ze het ingehouden garantiebedrag overneemt. (e) Garantie van de betaling van de schuld jegens een leverancier of een onderaannemer. 27. ANDERE ONTVANGEN VERPLICHTINGEN Het totaal van de ontvangen verplichtingen voor de groep CFE voor het boekjaar tot 31 december 2021 bedraagt 73.547 duizend euro (2020 : 440.094 duizend euro) en is als volgt samengesteld volgens aard: Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Goede uitvoering en performance bonds 69.870 435.733 Andere ontvangen verplichtingen 3.677 4.361 Totaal 73.547 440.094 Per 31 december 2020 bedroeg de bijdrage van DEME 399.936 duizend euro. Per 31 december 2021 bedroegen de voor de beëindigde activiteiten ontvangen verplichtingen 241.035 duizend euro. 28. GESCHILLEN De groep CFE kent een aantal geschillen dat men als normaal kan beschouwen in de bagger en bouwsector. In het merendeel van de gevallen tracht de groep CFE een dading te sluiten met de tegenpartij, wat bijgevolg het aantal procedures sterk heeft verminderd. De groep CFE tracht tevens de bedragen terug te vorderen bij haar klanten. Het is echter onmogelijk om een inschatting te geven van dit potentieel actief. 29. VERBONDEN PARTIJEN Ackermans & van Haaren (AvH) bezit 15.720.684 aandelen van CFE op 31 december 2021 en is bijgevolg de voornaamste aandeelhouder van CFE met 62,10 % van de aandelen. Piet Dejonghe, gedelegeerd bestuurder, ontving naast de bezoldiging voor zijn bestuurdersmandaat (32 duizend euro) een totale vergoeding van 345 duizend euro voor zijn functie als bestuurder in verschillende dochterondernemingen van de groep. Deze bezoldigingen worden volledig afgestaan aan Ackermans & van Haaren op grond van een overeenkomst die hen bindt. In 2021 heeft CFE aan Piet Dejonghe, gedelegeerd bestuurder, geen vergoedingen in aandelen, opties of andere rechten om aandelen van de vennootschap te verwerven toegekend. John-Eric Bertrand ontving, naast de bezoldiging voor zijn bestuurdersmandaat (32 duizend euro) en zijn mandaat als voorzitter van het auditcomité (8 duizend euro) een bedrag van 115 duizend euro voor de uitoefening van activiteiten in verscheidene ondernemingen van de groep CFE, meer bepaald VMA Druart, VMA en VMA Nizet. Deze bezoldigingen worden volledig afgestaan aan Ackermans & van Haaren op grond van een overeenkomst die hen bindt. Koen Janssen ontving, naast de bezoldiging voor zijn bestuursmandaat (32 duizend euro), een bedrag van 15 duizend euro voor de uitoefening van activiteiten in verscheidene dochterondernemingen van de groep CFE, in de groep Terryn. Deze bezoldigingen worden volledig afgestaan aan Ackermans & van Haaren op grond van een overeenkomst die hen bindt. Euro-Invest Management, vertegenwoordigd door Martine Van den Poel, ontving naast de bezoldiging voor haar bestuurdersmandaat tot 6 mei 2021 (12.900 €) een bedrag van 19.100 € voor haar prestaties voorafgaand aan haar bestuurdersmandaat. De verschillende dochterondernemingen van de groep CFE worden als volgt geleid: - De activiteit van DEME (DEME) wordt geleid door een uitvoerend comité, samengesteld uit een CEO, Luc Vandebulcke, en vier andere leden, Philip Hermans, Eric Tancré, Els Verbraecken, en Hugo Bouvy. - De pool Contracting (CFE Contracting) wordt geleid door een uitvoerend comité, samengesteld uit een CEO, Trorema BV, vertegenwoordigd door Raymund Trost, en vijf andere leden: AHO Consulting BV, vertegenwoordigd door Alexander Hodac, MSQ BV, vertegenwoordigd door Fabien De Jonge, 8822 BV, vertegenwoordigd door Yves Weyts, Almacon BV, vertegenwoordigd door Manu Coppens, en Focus2LER BV vertegenwoordigd door Valérie Van Brabant. - De activiteit vastgoedontwikkeling (BPI) staat onder de verantwoordelijkheid van een gedelegeerd bestuurder, Artist Valley SA, vertegenwoordigd door Jacques Lefèvre. Leningen werden toegestaan aan bepaalde leden van het uitvoerend comité van CFE Contracting in het kader van de hen toegekende aandelenoptieplannen. In het kader van de bestaande regeling van opties voor de aankoop van aandelen voor de leden van het uitvoerend comité van CFE Contracting, heeft de groep in de afgelopen jaren opties voor aankoop van aandelen van CFE Contracting uitgegeven. In augustus 2021 werd een gedeelte van deze aankoopopties uitgeoefend, met gedeeltelijke financiering door een lening van de groep. De door deze minderheidsaandeelhouders gehouden aandelen geven geen zeggenschap en worden in de geconsolideerde jaarrekening niet als eigen vermogen behandeld aangezien ze geen aanleiding geven tot participaties die zeggenschap geven volgens de norm IFRS 10 Geconsolideerde jaarrekening . Met uitzondering van regelingen voor opties voor de aankoop van aandelen zijn er geen transacties met de vennootschappen Trorema BV, AHO Consulting BV, 8822 BV, Artist Valley SA, MSQ BV, Almacon BV en Focus2LER BV behoudens de facturatie van die vennootschappen in verband met hun dienstencontracten. De CEO’s, de leden van de directiecomités en de gedelegeerd bestuurders van de hierboven vermelde dochterondernemingen worden ‘uitvoerende managers’ van de dochterondernemingen van de groep CFE genoemd. Het bedrag van de bezoldigingen en andere voordelen die rechtstreeks of onrechtstreeks aan de uitvoerende managers van de dochterondernemingen van de groep CFE worden toegekend is als volgt (bedragen uitgedrukt in een globaal bedrag): Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Vaste vergoedingen 3.965 4.184 Variabele vergoedingen op korte termijn 4.973 5.382 Overige voordelen 458 433 Totaal 9.396 9.999 DEME en CFE NV hebben een dienstencontract afgesloten met Ackermans & van Haaren NV. De door DEME en CFE NV verschuldigde vergoedingen op grond van dit contract bedragen 1.235 duizend euro en 674 duizend euro. Op 31 december 2021 oefent de groep CFE een gezamenlijke controle uit over met name Rent-A-Port NV, Green Offshore NV en hun dochterondernemingen. De transacties met verbonden partijen betreffen voornamelijk de operaties met de vennootschappen in welke CFE een opmerkelijke invloed of een gemeenschappelijke controle heeft. Deze transacties zijn op basis van de marktprijs uitgevoerd. In 2021 werd er geen significante verandering vastgesteld in de aard van transacties tussen verbonden partijen in vergelijking met 31 december 2020. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 195 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN De commerciële transacties of financieringstransacties tussen de groep en de geassocieerde ondernemingen en partnerschappen van de voortgezette activiteiten, geïntegreerd volgens de vermogensmutatiemethode, zijn als volgt: Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Activa met verbonden partijen 104.729 78.528 Financiële vaste activa 84.120 61.154 Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen 15.154 9.454 Overige vlottende activa 5.455 7.920 Passiva met verbonden partijen 14.785 9.053 Overige langlopende schulden 15.061 9.269 Handelsschulden en overige schulden (276) (216) Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Lasten en opbrengsten met verbonden partijen 50.736 51.142 Omzet en overige exploitatiebaten 48.090 48.907 Aankopen en overige exploitatiebaten (49) (126) Financiële lasten en opbrengsten 2.695 2.361 De commerciële transacties of financieringstransacties tussen de groep en de geassocieerde ondernemingen en partnerschappen van de beëindigde activiteiten, geïntegreerd volgens de vermogensmutatiemethode, zijn als volgt: Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Activa met verbonden partijen 39.557 55.310 Financiële vaste activa 25.668 25.422 Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen 13.889 29.888 Overige vlottende activa 0 0 Passiva met verbonden partijen 20.996 29.531 Overige langlopende schulden 0 0 Handelsschulden en overige schulden 20.996 29.531 Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Lasten en opbrengsten met verbonden partijen 179.022 269.527 Omzet en overige exploitatiebaten 194.362 288.395 Aankopen en overige exploitatiebaten (17.456) (21.915) Financiële lasten en opbrengsten 2.116 3.047 30. BEZOLDIGING VAN DE COMMISSARISSEN Bezoldiging van de commissarissen voor het geheel van de groep, inclusief CFE NV (boekjaar 2021) bedraagt: (duizend euro) Ernst & Young Overige Bedrag % Bedrag % Audit Commissariaat der rekeningen, certificatie, controle van de individuele en geconsolideerde rekeningen 989,3 64,30% 1.750,8 21,87% Overige toebehorende opdrachten en andere auditopdrachten 124,2 8,07% 205,7 2,57% Subtotaal audit 1.113,5 72,38% 1.956,5 24,44% Overige prestaties Juridisch, fiscaal, sociaal 362,0 23,53% 1.225,4 15,31% Overige 63,0 4,09% 4.824,4 60,26% Subtotaal overige 425,0 27,62% 6.049,8 75,56% Totaal honoraria commissarissen der rekeningen 1.538,5 100% 8.006,3 100% - Toe te schrijven aan voortgezette activiteiten 751,5 48,8% 674,0 8,4% - Toe te schrijven aan beëindigde activiteiten - DEME 787,0 51,2% 7.332,3 91,6% 196 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN De commerciële transacties of financieringstransacties tussen de groep en de geassocieerde ondernemingen en partnerschappen van de voortgezette activiteiten, geïntegreerd volgens de vermogensmutatiemethode, zijn als volgt: Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Activa met verbonden partijen 104.729 78.528 Financiële vaste activa 84.120 61.154 Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen 15.154 9.454 Overige vlottende activa 5.455 7.920 Passiva met verbonden partijen 14.785 9.053 Overige langlopende schulden 15.061 9.269 Handelsschulden en overige schulden (276) (216) Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Lasten en opbrengsten met verbonden partijen 50.736 51.142 Omzet en overige exploitatiebaten 48.090 48.907 Aankopen en overige exploitatiebaten (49) (126) Financiële lasten en opbrengsten 2.695 2.361 De commerciële transacties of financieringstransacties tussen de groep en de geassocieerde ondernemingen en partnerschappen van de beëindigde activiteiten, geïntegreerd volgens de vermogensmutatiemethode, zijn als volgt: Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Activa met verbonden partijen 39.557 55.310 Financiële vaste activa 25.668 25.422 Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen 13.889 29.888 Overige vlottende activa 0 0 Passiva met verbonden partijen 20.996 29.531 Overige langlopende schulden 0 0 Handelsschulden en overige schulden 20.996 29.531 Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Lasten en opbrengsten met verbonden partijen 179.022 269.527 Omzet en overige exploitatiebaten 194.362 288.395 Aankopen en overige exploitatiebaten (17.456) (21.915) Financiële lasten en opbrengsten 2.116 3.047 30. BEZOLDIGING VAN DE COMMISSARISSEN Bezoldiging van de commissarissen voor het geheel van de groep, inclusief CFE NV (boekjaar 2021) bedraagt: (duizend euro) Ernst & Young Overige Bedrag % Bedrag % Audit Commissariaat der rekeningen, certificatie, controle van de individuele en geconsolideerde rekeningen 989,3 64,30% 1.750,8 21,87% Overige toebehorende opdrachten en andere auditopdrachten 124,2 8,07% 205,7 2,57% Subtotaal audit 1.113,5 72,38% 1.956,5 24,44% Overige prestaties Juridisch, fiscaal, sociaal 362,0 23,53% 1.225,4 15,31% Overige 63,0 4,09% 4.824,4 60,26% Subtotaal overige 425,0 27,62% 6.049,8 75,56% Totaal honoraria commissarissen der rekeningen 1.538,5 100% 8.006,3 100% - Toe te schrijven aan voortgezette activiteiten 751,5 48,8% 674,0 8,4% - Toe te schrijven aan beëindigde activiteiten - DEME 787,0 51,2% 7.332,3 91,6% 31. BELANGRIJKE GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM VOOR DE VOORTGEZETTE ACTIVITEITEN De Oekraïense crisis heeft geen directe gevolgen voor de voortzetting van de activiteiten van CFE aangezien CFE niet aanwezig is in deze twee landen. Dit conflict heeft echter belangrijke indirecte gevolgen: de sterke stijging van de meeste materiaalprijzen en de verstoring van de toeleveringsketens zullen de voortzetting van de activiteiten van CFE in 2022 beïnvloeden. Daar er echter geen zicht is op de duur en de omvang van de crisis, is het in dit stadium niet mogelijk het effect ervan te kwantificeren. 32. ONDERNEMINGEN BEHORENDE TOT DE GROEP CFE VOORTGEZETTE ACTIVITEITEN – LIJST VAN DE BELANGRIJKSTE INTEGRAAL GECONSOLIDEERDE DOCHTER- ONDERNEMINGEN NAMEN ZETEL ACTIVITEITENPOOL AANDEEL VAN DE GROEP IN % EUROPA België ARTHUR VANDENDORPE NV Zedelgem Contracting 93,12% () BATIMENTS ET PONTS CONSTRUCTION SA Brussel Contracting 93,12% () BENELMAT SA Gembloux Contracting 93,12% () BPC WALLONIE SA Grâce-Hollogne Contracting 93,12% () BRANTEGEM NV Aalst Contracting 93,12% () CFE CONTRACTING SA Brussel Contracting 93,12% () DESIGN & ENGINEERING SA Brussel Contracting 93,12% () GROEP TERRYN NV Moorslede Contracting 93,12% () HOFKOUTER NV Zwijndrecht Contracting 93,12% () MBG NV Wilrijk Contracting 93,12% () MOBIX ENGEMA SA Brussel Contracting 93,12% () MOBIX ENGETEC SA Manage Contracting 93,12% () MOBIX REMACOM NV Lochristi Contracting 93,12% () MOBIX STEVENS NV Halen Contracting 93,12% () VANLAERE NV Zwijndrecht Contracting 93,12% () VMA NV Sint-Martens-Latem Contracting 93,12% () VMA DRUART SA Jumet Contracting 93,12% () VMA BE.MAINTENANCE SA Brussel Contracting 93,12% () VMA FOOD & PHARMA NV Sint-Martens-Latem Contracting 93,12% () VMA NIZET SA Louvain-la-Neuve Contracting 93,12% () VMA WEST NV Waregem Contracting 93,12% () WEFIMA NV Zwijndrecht Contracting 93,12% () HDP CHARLEROI SA Brussel Holding 100% BPI PURE SA Brussel Vastgoed 100% BPI REAL ESTATE BELGIUM SA Brussel Vastgoed 100% BPI SAMAYA SA Brussel Vastgoed 100% BPI SERENITY VALLEY SA Brussel Vastgoed 100% BPI PARK WEST SA Brussel Vastgoed 100% DEVELOPPEMENT D'HABITATIONS BRUXELLOISES SA Brussel Vastgoed 100% PROJECTONTWIKKELING VAN WELLEN NV Brussel Vastgoed 100% WOLIMMO SA Brussel Vastgoed 100% ZEN FACTORY SA Brussel Vastgoed 100% WOOD SHAPERS SA Brussel Contracting/ Vastgoed 96,56% () Groothertogdom Luxemburg COMPAGNIE LUXEMBOURGEOISE D’ENTREPRISES CLE SA Strassen Contracting 93,12% () SOCIETE FINANCIERE D’ENTREPRISES SFE SA Strassen Holding 100% BPI REAL ESTATE LUXEMBOURG S.à R.L. Strassen Vastgoed 100% CENTRAL PARC S.à R.L. Luxemburg Vastgoed 100% HERRENBERG SA Grevenmacher Vastgoed 100% MIMOSAS REAL ESTATE S.à R.L. Strassen Vastgoed 100% POURPELT SA Strassen Vastgoed 100% PRINCE HENRI S.à R.L. Strassen Vastgoed 100% IMMO-BECHEL CLE S.à R.L. Strassen Contracting/ Vastgoed 96,56% () WOOD SHAPERS LUXEMBOURG SA Strassen Contracting/ Vastgoed 96,56% () Polen CFE POLSKA SP. Z O.O. Warschau Contracting 93,12% () POWER AUTOMATION SP. Z O.O. Ruda Śląska Contracting 93,12% () POWER AUTOMATION SP. KOMANDYTOWA Ruda Śląska Contracting 93,12% () JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 197 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN ROLLING ROBOTICS SP. Z O.O. Sosnowiec Contracting 93,12% () ROLLING ROBOTICS SP. KOMANDYTOWA Sosnowiec Contracting 93,12% () VMA POLSKA SP. Z O.O. Warschau Contracting 93,12% () VMA R. ROBOTICS SP. Z O.O. Sosnowiec Contracting 93,12% () BPI BERNADOWO SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100% BPI PROJECT II SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100% BPI OBRZEZNA SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100% BPI WAGROWSKA SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100% BPI JARACZA SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100% BPI CHMIELNA SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100% BPI PROJECT VIII SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100% BPI PROJECT IX SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100% BPI VILDA PARK SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100% BPI BARSKA SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100% BPI CZYSTA SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100% BPI REAL ESTATE POLAND SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100% BPI SADOWA SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100% BPI WOLARE SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100% BPI WROCLAW SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100% Andere Europese landen CFE BAU GMBH Berlijn, Duitsland Contracting 93,12% () VMA MIDLANDS LTD Yorkshire, Groot-Brittannië Contracting 93,12% () VMA SLOVAKIA SRO Trencin, Slowakije Contracting 93,12% () CFE CONTRACTING AND ENGINEERING SRL Bucarest, Roemenië Holding 100% CFE HUNGARY EPITOIPARI KFT Budapest, Hongarije Holding 100% CONTRACTORS OVERSEAS LTD Nicosia, Cyprus Holding 100% AFRIKA Tunisië COMPAGNIE TUNISIENNE D'ENTREPRISES SA Tunis Contracting 93,12% () CONSTRUCTION MANAGEMENT TUNISIE SA Tunis Holding 99,96% () AMERIKA Verenigde staten VMA US INC South Carolina Contracting 93,12% () () De door deze minderheidsaandeelhouders (6,88 %) gehouden aandelen geven geen zeggenschap en worden in de geconsolideerde jaarrekening niet als eigen vermogen behandeld aangezien ze geen aanleiding geven tot participaties die zeggenschap geven volgens de norm IFRS 10 Geconsolideerde jaarrekening . VOORTGEZETTTE ACTIVITEITEN – LIJST VAN DE BELANGRIJKSTE VOLGENS DE VERMOGENSMUTATIEMETHODE GECONSOLIDEERDE VERBONDEN ENTITEITEN NAMEN ZETEL ACTIVITEITENPOOL AANDEEL VAN DE GROEP IN % EUROPA België LUWA SA Wierde Contracting 11,17% LUWA MAINTENANCE SA Wierde Contracting 23,28% BPG CONGRES SA Brussel Holding 49% BPG HOTEL SA Brussel Holding 49% PPP BETRIEB SCHULEN EUPEN SA Eupen Holding 25% PPP SCHULEN EUPEN SA Eupen Holding 19% GREEN OFFSHORE NV Antwerpen Holding 50% RENT-A-PORT NV en haar dochterondernemingen Antwerpen Holding 50% ARLON 53 SA Luxemburg Vastgoed 50% BARBARAHOF NV Leuven Vastgoed 40% BAVIERE DEVELOPPEMENT SA Luik Vastgoed 30% BATAVES 1521 SA Brussel Vastgoed 50% DEBROUCKERE DEVELOPMENT SA Brussel Vastgoed 50% DEBROUCKERE LAND SA Brussel Vastgoed 50% DEBROUCKERE LEISURE SA Brussel Vastgoed 50% DEBROUCKERE OFFICE SA Brussel Vastgoed 50% ERASMUS GARDENS SA Brussel Vastgoed 50% ERNEST 11 SA Brussel Vastgoed 50% ESPACE ROLIN SA Brussel Vastgoed 33,33% EUROPEA HOUSING SA Brussel Vastgoed 33% FONCIERE DE BAVIERE SA Luik Vastgoed 30% FONCIERE DE BAVIERE A SA Luik Vastgoed 30% FONCIERE DE BAVIERE C SA Luik Vastgoed 30% GOODWAYS SA Antwerpen Vastgoed 50% GRAND POSTE SA Luik Vastgoed 24,97% 198 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN ROLLING ROBOTICS SP. Z O.O. Sosnowiec Contracting 93,12% () ROLLING ROBOTICS SP. KOMANDYTOWA Sosnowiec Contracting 93,12% () VMA POLSKA SP. Z O.O. Warschau Contracting 93,12% () VMA R. ROBOTICS SP. Z O.O. Sosnowiec Contracting 93,12% () BPI BERNADOWO SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100% BPI PROJECT II SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100% BPI OBRZEZNA SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100% BPI WAGROWSKA SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100% BPI JARACZA SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100% BPI CHMIELNA SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100% BPI PROJECT VIII SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100% BPI PROJECT IX SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100% BPI VILDA PARK SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100% BPI BARSKA SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100% BPI CZYSTA SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100% BPI REAL ESTATE POLAND SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100% BPI SADOWA SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100% BPI WOLARE SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100% BPI WROCLAW SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 100% Andere Europese landen CFE BAU GMBH Berlijn, Duitsland Contracting 93,12% () VMA MIDLANDS LTD Yorkshire, Groot-Brittannië Contracting 93,12% () VMA SLOVAKIA SRO Trencin, Slowakije Contracting 93,12% () CFE CONTRACTING AND ENGINEERING SRL Bucarest, Roemenië Holding 100% CFE HUNGARY EPITOIPARI KFT Budapest, Hongarije Holding 100% CONTRACTORS OVERSEAS LTD Nicosia, Cyprus Holding 100% AFRIKA Tunisië COMPAGNIE TUNISIENNE D'ENTREPRISES SA Tunis Contracting 93,12% () CONSTRUCTION MANAGEMENT TUNISIE SA Tunis Holding 99,96% () AMERIKA Verenigde staten VMA US INC South Carolina Contracting 93,12% () () De door deze minderheidsaandeelhouders (6,88 %) gehouden aandelen geven geen zeggenschap en worden in de geconsolideerde jaarrekening niet als eigen vermogen behandeld aangezien ze geen aanleiding geven tot participaties die zeggenschap geven volgens de norm IFRS 10 Geconsolideerde jaarrekening . VOORTGEZETTTE ACTIVITEITEN – LIJST VAN DE BELANGRIJKSTE VOLGENS DE VERMOGENSMUTATIEMETHODE GECONSOLIDEERDE VERBONDEN ENTITEITEN NAMEN ZETEL ACTIVITEITENPOOL AANDEEL VAN DE GROEP IN % EUROPA België LUWA SA Wierde Contracting 11,17% LUWA MAINTENANCE SA Wierde Contracting 23,28% BPG CONGRES SA Brussel Holding 49% BPG HOTEL SA Brussel Holding 49% PPP BETRIEB SCHULEN EUPEN SA Eupen Holding 25% PPP SCHULEN EUPEN SA Eupen Holding 19% GREEN OFFSHORE NV Antwerpen Holding 50% RENT-A-PORT NV en haar dochterondernemingen Antwerpen Holding 50% ARLON 53 SA Luxemburg Vastgoed 50% BARBARAHOF NV Leuven Vastgoed 40% BAVIERE DEVELOPPEMENT SA Luik Vastgoed 30% BATAVES 1521 SA Brussel Vastgoed 50% DEBROUCKERE DEVELOPMENT SA Brussel Vastgoed 50% DEBROUCKERE LAND SA Brussel Vastgoed 50% DEBROUCKERE LEISURE SA Brussel Vastgoed 50% DEBROUCKERE OFFICE SA Brussel Vastgoed 50% ERASMUS GARDENS SA Brussel Vastgoed 50% ERNEST 11 SA Brussel Vastgoed 50% ESPACE ROLIN SA Brussel Vastgoed 33,33% EUROPEA HOUSING SA Brussel Vastgoed 33% FONCIERE DE BAVIERE SA Luik Vastgoed 30% FONCIERE DE BAVIERE A SA Luik Vastgoed 30% FONCIERE DE BAVIERE C SA Luik Vastgoed 30% GOODWAYS SA Antwerpen Vastgoed 50% GRAND POSTE SA Luik Vastgoed 24,97% IMMOANGE SA Brussel Vastgoed 50% IMMO PA 33 1 SA Brussel Vastgoed 50% IMMO PA 44 1 SA Brussel Vastgoed 50% IMMO PA 44 2 SA Brussel Vastgoed 50% JOMA 2060 NV Brussel Vastgoed 70% KEYWEST DEVELOPMENT SA Brussel Vastgoed 50% LA RESERVE PROMOTION NV Kapellen Vastgoed 33% LES JARDINS DE OISQUERCQ SPRL Brussel Vastgoed 50% LES 2 PRINCES DEVELOPMENT SA Brussel Vastgoed 50% LIFE SHAPERS NV Brussel Vastgoed 70% LRP DEVELOPMENT BVBA Gent Vastgoed 33% MG IMMO SPRL Brussel Vastgoed 50% PRE DE LA PERCHE CONSTRUCTION SA Brussel Vastgoed 50% PROMOTION LEOPOLD SA Brussel Vastgoed 30,44% SAMAYA DEVELOPMENT SA Brussel Vastgoed 50% TERVUREN SQUARE SA Brussel Vastgoed 37,5% TULIP ANTWERP NV Brussel Vastgoed 70% VICTOR BARA SA Brussel Vastgoed 50% VICTOR SPAAK SA Brussel Vastgoed 50% VICTOR ESTATE SA Brussel Vastgoed 50% VICTOR PROPERTIES SA Brussel Vastgoed 50% VAN MAERLANT RESIDENTIAL SA Brussel Vastgoed 40% WOOD GARDENS SA Brussel Contracting/ Vastgoed 46,56% Groothertogdom Luxemburg BAYSIDE FINANCE SRL Luxemburg Vastgoed 40% BEDFORD FINANCE SRL Luxemburg Vastgoed 40% CHATEAU DE BEGGEN SA Strassen Vastgoed 50% GRAVITY SA Luxemburg Vastgoed 50% IMMO MARIAL S.à R.L. Strassen Vastgoed 50% M1 SA Strassen Vastgoed 33,33% M7 SA Strassen Vastgoed 33,33% THE ROOTS REAL ESTATE S.à R.L. Luxemburg Vastgoed 50% THE ROOTS OFFICE S.à R.L. Luxemburg Vastgoed 50% WOODEN SA Hesperange Vastgoed 50% Polen BPI-REVIVE MATEJKI SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 50% IMMOMAX SP. Z O.O. Warschau Vastgoed 47% AFRIKA Tunisië BIZERTE CAP 3000 SA en haar dochteronderneming Tunis Holding 20% BEËINDIGDE ACTIVITEITEN – LIJST VAN DE BELANGRIJKSTE INTEGRAAL GECONSOLIDEERDE DOCHTERONDERNEMINGEN NAMEN ZETEL ACTIVITEITENPOOL AANDEEL VAN DE GROEP IN % EUROPA Duitsland DEME OFFSHORE DE GMBH Bremen DEME 100% NORDSEE NASSBAGGER UND TIEFBAU GMBH Bremen DEME 100% OAM-DEME MINERALIEN GMBH Grosshansdorf DEME 70% België BAGGERWERKEN DECLOEDT EN ZOON NV Oostende DEME 100% CATHIE ASSOCIATES HOLDING CVBA Diegem DEME 100% COMBINED MARINE TERMINAL OPERATIONS WORLDWIDE NV (CTOW) Zwijndrecht DEME 54,38% DEEPTECH NV Oostende DEME 100% DEME BLUE ENERGY NV Zwijndrecht DEME 69,99% DEME BUILDING MATERIALS NV Zwijndrecht DEME 100% DEME ENVIRONMENTAL NV Zwijndrecht DEME 74,90% DEME NV Zwijndrecht DEME 100% DEME COORDINATION CENTER NV Zwijndrecht DEME 100% DEME CONCESSIONS NV Zwijndrecht DEME 100% DEME CONCESSIONS WIND NV Zwijndrecht DEME 100% DEME INFRASEA SOLUTIONS NV (DISS) Zwijndrecht DEME 100% DEME INFRA MARINE CONTRACTORS NV (DIMCO NV) Zwijndrecht DEME 100% DEME OFFSHORE BE NV Zwijndrecht DEME 100% DEME OFFSHORE HOLDING NV Zwijndrecht DEME 100% DREDGING INTERNATIONAL NV Zwijndrecht DEME 100% ECOTERRES SA Farciennes DEME 74,90% EKOSTO NV Sint-Gillis-Waas DEME 74,90% FILTERRES SA Farciennes DEME 56,10% JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 199 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN GEOWIND NV Zwijndrecht DEME 100% GLOBAL SEA MINERAL RESOURCES NV Oostende DEME 100% GROND RECYCLAGE CENTRUM NV Zwijndrecht DEME 52,43% GRC ZOLDER NV Zwijndrecht DEME 36,70% G-TEC OFFSHORE SA Vottem DEME 100% G-TEC SA Vottem DEME 100% HIGH WIND NV Zwijndrecht DEME 100% HYPORT OOSTENDE HOLDCO NV Zwijndrecht DEME 70% LOGIMARINE SA Berchem DEME 100% Cyprus BELLSEA LTD Nicosia DEME 100% DEME CYPRUS LTD Nicosia DEME 100% DREDGING INTERNATIONAL CYPRUS LTD Nicosia DEME 100% DREDGING INTERNATIONAL SERVICES CYPRUS LTD Nicosia DEME 100% DEME OFFSHORE CY LTD Nicosia DEME 100% NOVADEAL LTD Nicosia DEME 100% TCMC THE CHANNEL MANAGEMENT COMPANY LTD Nicosia DEME 100% Frankrijk G-TEC SAS Lambersart DEME 100% DEME OFFSHORE FR SAS Lambersart DEME 100% SOCIETE DE DRAGAGE INTERNATIONAL SA Lambersart DEME 100% Groot-Brittannië DEME BUILDING MATERIALS LTD Weybridge DEME 100% NEWWAVES SOLUTIONS LTD Weybridge DEME 100% SPT OFFSHORE UK LTD Manchester DEME 100% THISTLE WIND PARTNERS LTD Weybridge DEME 100% Groothertogdom Luxemburg APOLLO SHIPPING SA Luxemburg DEME 100% BONNY RIVER SHIPPING SA Luxemburg DEME 100% CRIVER SHIPPING SA Luxemburg DEME 100% DELTA RIVER SHIPPING SA Luxemburg DEME 100% DEME LUXEMBOURG SA Luxemburg DEME 100% DEME OFFSHORE LU SA Luxemburg DEME 100% DEME OFFSHORE PROCUREMENT & SHIPPING LU SA Luxemburg DEME 100% SPARTACUS SHIPPING SA Luxemburg DEME 100% MEUSE RIVER SHIPPING SA Luxemburg DEME 100% SAFINDI RE SA Luxemburg DEME 100% Nederland AANNEMINGSMAATSCHAPPIJ DE VRIES & VAN DE WIEL BV Amsterdam DEME 74,90% DEME BUILDING MATERIALS BV Ritthem DEME 100% DEME CONCESSIONS MERKUR BV Breda DEME 100% DEME CONCESSIONS NETHERLANDS BV Breda DEME 100% DEME OFFSHORE NL BV Breda DEME 100% DE VRIES & VAN DE WIEL BEHEER BV Amsterdam DEME 74,90% DE VRIES & VAN DE WIEL KUST EN OEVERWERKEN BV Amsterdam DEME 74,90% DEME INFRA MARINE CONTRACTORS BV (DIMCO BV) Dordrecht DEME 100% DEME OFFSHORE SHIPPING BV Breda DEME 100% DREDGING INTERNATIONAL NETHERLANDS BV Breda DEME 100% G-TEC BV Delft DEME 100% MILIEUTECHNIEK DE VRIES & VAN DE WIEL BV Amsterdam DEME 74,90% SEATEC HOLDING BV Colijnsplaat DEME 100% SEATEC SUBSEA SYSTEMS BV Colijnsplaat DEME 100% SPT OFFSHORE HOLDING BV Woerden DEME 100% SPT EQUIPMENT BV Woerden DEME 100% SPT OFFSHORE BV Woerden DEME 100% ZANDEXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ DE VRIES & VAN DE WIEL BV Amsterdam DEME 74,90% Andere Europese landen DEME OFFSHORE DK A/S Fredericia, Denemarken DEME 100% DREDGING INTERNATIONAL ESPANA SA Alicante, Spanje DEME 100% NAVIERA LIVING STONE SLU Alicante, Spanje DEME 100% SOCIETA ITALIANA DRAGAGGI SPA Rome, Italië DEME 100% BERIN ENGENHARIA DRAGAGENS E AMBIENTE SA Lisbonne, Portugal DEME 100% DRAGMORSTROY LLC Sint-Petersburg, Rusland DEME 100% DREDGING INTERNATIONAL UKRAINE LLC Odessa, Oekraïne DEME 100% AFRIKA Angola DRAGAGEM ANGOLA SERVICOS LDA Luanda DEME 100% SOYO DRAGAGEM LDA Luanda DEME 100% Nigeria COMBINED MARINE TERMINAL OPERATORS NIGERIA LTD (CMTON) Lagos DEME 54,43% DREDGING AND ENVIRONMENTAL SERVICES NIGERIA LTD Lagos DEME 100% 200 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN GEOWIND NV Zwijndrecht DEME 100% GLOBAL SEA MINERAL RESOURCES NV Oostende DEME 100% GROND RECYCLAGE CENTRUM NV Zwijndrecht DEME 52,43% GRC ZOLDER NV Zwijndrecht DEME 36,70% G-TEC OFFSHORE SA Vottem DEME 100% G-TEC SA Vottem DEME 100% HIGH WIND NV Zwijndrecht DEME 100% HYPORT OOSTENDE HOLDCO NV Zwijndrecht DEME 70% LOGIMARINE SA Berchem DEME 100% Cyprus BELLSEA LTD Nicosia DEME 100% DEME CYPRUS LTD Nicosia DEME 100% DREDGING INTERNATIONAL CYPRUS LTD Nicosia DEME 100% DREDGING INTERNATIONAL SERVICES CYPRUS LTD Nicosia DEME 100% DEME OFFSHORE CY LTD Nicosia DEME 100% NOVADEAL LTD Nicosia DEME 100% TCMC THE CHANNEL MANAGEMENT COMPANY LTD Nicosia DEME 100% Frankrijk G-TEC SAS Lambersart DEME 100% DEME OFFSHORE FR SAS Lambersart DEME 100% SOCIETE DE DRAGAGE INTERNATIONAL SA Lambersart DEME 100% Groot-Brittannië DEME BUILDING MATERIALS LTD Weybridge DEME 100% NEWWAVES SOLUTIONS LTD Weybridge DEME 100% SPT OFFSHORE UK LTD Manchester DEME 100% THISTLE WIND PARTNERS LTD Weybridge DEME 100% Groothertogdom Luxemburg APOLLO SHIPPING SA Luxemburg DEME 100% BONNY RIVER SHIPPING SA Luxemburg DEME 100% CRIVER SHIPPING SA Luxemburg DEME 100% DELTA RIVER SHIPPING SA Luxemburg DEME 100% DEME LUXEMBOURG SA Luxemburg DEME 100% DEME OFFSHORE LU SA Luxemburg DEME 100% DEME OFFSHORE PROCUREMENT & SHIPPING LU SA Luxemburg DEME 100% SPARTACUS SHIPPING SA Luxemburg DEME 100% MEUSE RIVER SHIPPING SA Luxemburg DEME 100% SAFINDI RE SA Luxemburg DEME 100% Nederland AANNEMINGSMAATSCHAPPIJ DE VRIES & VAN DE WIEL BV Amsterdam DEME 74,90% DEME BUILDING MATERIALS BV Ritthem DEME 100% DEME CONCESSIONS MERKUR BV Breda DEME 100% DEME CONCESSIONS NETHERLANDS BV Breda DEME 100% DEME OFFSHORE NL BV Breda DEME 100% DE VRIES & VAN DE WIEL BEHEER BV Amsterdam DEME 74,90% DE VRIES & VAN DE WIEL KUST EN OEVERWERKEN BV Amsterdam DEME 74,90% DEME INFRA MARINE CONTRACTORS BV (DIMCO BV) Dordrecht DEME 100% DEME OFFSHORE SHIPPING BV Breda DEME 100% DREDGING INTERNATIONAL NETHERLANDS BV Breda DEME 100% G-TEC BV Delft DEME 100% MILIEUTECHNIEK DE VRIES & VAN DE WIEL BV Amsterdam DEME 74,90% SEATEC HOLDING BV Colijnsplaat DEME 100% SEATEC SUBSEA SYSTEMS BV Colijnsplaat DEME 100% SPT OFFSHORE HOLDING BV Woerden DEME 100% SPT EQUIPMENT BV Woerden DEME 100% SPT OFFSHORE BV Woerden DEME 100% ZANDEXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ DE VRIES & VAN DE WIEL BV Amsterdam DEME 74,90% Andere Europese landen DEME OFFSHORE DK A/S Fredericia, Denemarken DEME 100% DREDGING INTERNATIONAL ESPANA SA Alicante, Spanje DEME 100% NAVIERA LIVING STONE SLU Alicante, Spanje DEME 100% SOCIETA ITALIANA DRAGAGGI SPA Rome, Italië DEME 100% BERIN ENGENHARIA DRAGAGENS E AMBIENTE SA Lisbonne, Portugal DEME 100% DRAGMORSTROY LLC Sint-Petersburg, Rusland DEME 100% DREDGING INTERNATIONAL UKRAINE LLC Odessa, Oekraïne DEME 100% AFRIKA Angola DRAGAGEM ANGOLA SERVICOS LDA Luanda DEME 100% SOYO DRAGAGEM LDA Luanda DEME 100% Nigeria COMBINED MARINE TERMINAL OPERATORS NIGERIA LTD (CMTON) Lagos DEME 54,43% DREDGING AND ENVIRONMENTAL SERVICES NIGERIA LTD Lagos DEME 100% DREDGING INTERNATIONAL SERVICES NIGERIA LTD Lagos DEME 100% EARTH MOVING INTERNATIONAL NIGERIA Port Harcourt DEME 100% NOVADEAL EKO FZE Lagos DEME 100% Andere Afrikaanse landen DRAGAMOZ LDA Maputo, Mozambique DEME 100% HYDROGEO SARL Hey El-Fat Rabat, Marokko DEME 60% DREDGING INTERNATIONAL SOUTH AFRICA PTY LTD Durban, Zuid-Afrika DEME 100% AZIË India DREDGING INTERNATIONAL INDIA PVT LTD New Delhi DEME 99,97% INTERNATIONAL SEAPORT DREDGING PVT LTD Chennai DEME 93,64% Maleisië DREDGING INTERNATIONAL MALAYSIA SDN BHD Kuala Lumpur DEME 100% SPT OFFSHORE SDN BHD Kuala Lumpur DEME 100% Andere Aziatische landen DREDGING INTERNATIONAL SAUDI ARABIA LTD Al-Khobar, Saoedi-Arabië DEME 100% DREDGING INTERNATIONAL BAHRAIN WLL Manama, Bahreïn DEME 95% DREDGING INTERNATIONAL MANAGEMENT CONSULTING SHANGHAI LTD Shanghai, China DEME 100% DREDGING INTERNATIONAL RAK FZ LLC Ras Al Khaimah, Verenigde Arabische Emiraten DEME 100% FAR EAST DREDGING LTD Hong Kong DEME 100% PT DREDGING INTERNATIONAL INDONESIA Jakarta, Indonesië DEME 95% MIDDLE EAST DREDGING COMPANY QSC (MEDCO) Doha, Qatar DEME 95% DREDGING INTERNATIONAL ASIA PACIFIC PTE LTD (DIAP) Singapore DEME 100% AMERIKA Verenigde Staten DEME OFFSHORE US INC East Boston DEME 100% DEME OFFSHORE US LLC East Boston DEME 100% MARINE CONSTRUCTION & SOLUTIONS HOLDING LLC Texas DEME 100% MARINE CONSTRUCTION & SOLUTIONS LLC Texas DEME 100% Brazilië DEC DO BRASIL ENGENHARIA AMBIENTAL LTDA Rio de Janeiro DEME 74,90% DRAGABRAS SERVICOS DE DRAGAGEM LTDA Rio de Janeiro DEME 100% Mexico DREDGING INTERNATIONAL MEXICO SA DE CV Mexico DEME 100% LOGIMARINE SA DE CV Mexico DEME 100% Panama CORPORACION ARENERA MARINA SA Panama DEME 100% DREDGING INTERNATIONAL DE PANAMA SA Panama DEME 100% Andere Amerikaanse landen DREDGING INTERNATIONAL ARGENTINA SA Buenos Aires, Argentinië DEME 100% DEME OFFSHORE CA LTD Halifax, Canada DEME 100% SERVICIOS MARITIMOS SERVIMAR SA Caracas, Venezuela DEME 100% OCEANIË Australië DREDGING INTERNATIONAL AUSTRALIA PTY LTD Brisbane DEME 100% GEOSEA AUSTRALIA PTY LTD Brisbane DEME 100% Papoea-Nieuw-Guinea DREDECO (PNG) LTD Port Moresby DEME 100% BEËINDIGDE ACTIVITEITEN – LIJST VAN DE BELANGRIJKSTE VOLGENS DE VERMOGENSMUTATIEMETHODE GECONSOLIDEERDE VERBONDEN ENTITEITEN NAMEN ZETEL ACTIVITEITENPOOL AANDEEL VAN DE GROEP IN % EUROPA België BLUECHEM BUILDING NV Gent DEME 25,47% BLUEPOWER NV Zwijndrecht DEME 35% BLUE OPEN NV Zwijndrecht DEME 49,94% BLUE GATE ANTWERP DEVELOPMENT NV Zwijndrecht DEME 25,46% BLUE SITE SA Farciennes DEME 37,45% CONSORTIUM ANTWERP PORT (OMAN) NV Zwijndrecht DEME 60% CONSORTIUM ANTWERP PORT INDUSTRIAL PORT LAND NV Zwijndrecht DEME 50% C-POWER NV Oostende DEME 6,46% C-POWER HOLDCO NV Zwijndrecht DEME 10% FELUY M2M SA Farciennes DEME 19,47% HYVE BV Leuven DEME 16,67% LA VELORIE SA Doornik DEME 12,48% NORTH SEA WAVE NV Oostende DEME 13,22% JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 201 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN OTARY BIS NV Oostende DEME 18,89% OTARY RS NV Oostende DEME 18,89% POWER@SEA NV Zwijndrecht DEME 51,10% RENTEL NV Oostende DEME 18,89% SCALDIS SALVAGE & MARINE CONTRACTORS NV Antwerpen DEME 54,38% SEDISOL SA Farciennes DEME 37,45% SEAMADE NV Oostende DEME 13,22% SILVAMO NV Roeselare DEME 37,45% TERRANOVA NV Zwijndrecht DEME 24,96% TERRANOVA SOLAR NV Stabroek DEME 16,01% TOP WALLONIE SA Moeskroen DEME 37,45% TRANSTERRA NV Stabroek DEME 50% WERISOL SA Luik DEME 37,45% ZEEBOERDERIJ WESTDIEP BV Halle DEME 20% Groot-Brittannië BNS JV LTD Camberley DEME 50% WEST ISLAY TIDAL ENERGY PARK LTD Glasgow DEME 35% Frankrijk NOU VELA SA Port-la-nouvelle DEME 46,6% PORT LA NOUVELLE SEMOP Port-la-nouvelle DEME 23,77% Nederland BAAK BLANKENBURG-VERBINDING BV Nieuwegein DEME 15% DBM-BONTRUP BV Amsterdam DEME 50% DEEPROCK BV Breda DEME 50% DEEPROCK BEHEER CV Breda DEME 50% K3 DEME BV Amsterdam DEME 50% OVERSEAS CONTRACTING & CHARTERING SERVICES BV Papendrecht DEME 50% Andere Europese landen EARTH MOVING WORLDWIDE LTD Nicosia, Cyprus DEME 50% MORDRAGA LLC Sint-Petersburg, Rusland DEME 40% NORMALUX MARITIME SA Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg DEME 37,50% RHAMA PORT HUB SRL Ravenna, Italië DEME 28% AMERIKA Brazilië D.E.M.E. BRAZIL SERVICOS DE DRAGAGEM LTDA Rio de Janeiro DEME 50% MSB MINERACOES SUSTENTAVEIS DO BRASIL SA Sao Paulo DEME 51% AZIË Oman ASYAS TERMINALS DUQM LLC Duqm DEME 14,7% COMBINE MARINE TERMINAL OPERATIONS MARAFI LLC Duqm DEME 37,68% DUQM INDUSTRIAL LAND COMPANY LLC Duqm DEME 27,55% DUQM LOGISTIC LANDS AND INVESTMENT COMPANY LLC Duqm DEME 26% HYPORT COORDINATION COMPANY LLC Duqm DEME 50% PORT OF DUQM COMPANY SAOC Duqm DEME 30% Singapore DIAP DAELIM JOINT VENTURE PTE LTD Singapore DEME 51% DIAP-SHAP JOINT VENTURE PTE LTD Singapore DEME 51% DRAGAFI ASIA PACIFIC PTE LTD Singapore DEME 40% Andere Aziatische landen JAPAN OFFSHORE MARINE LTD Tokyo, Japan DEME 49% CSBC DEME WIND ENGINEERING CO LTD Taipei, Taiwan DEME 49,99% CDWE GREEN JADE SHIPOWNER LTD Taipei, Taiwan DEME 49,99% GUANGZHOU COSCOCS DEME NEW ENERGY ENGINEERING CO LTD Guangzhou, China DEME 50% DIAP THAILAND CO LTD Bangkok, Thaïland DEME 48,9% GULF EARTH MOVING QATAR WLL Doha, Qatar DEME 50% EARTH MOVING MIDDLE EAST CONTRACTING DMCEST Dubaï, Verenigde Arabische Emiraten DEME 50% 202 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN OTARY BIS NV Oostende DEME 18,89% OTARY RS NV Oostende DEME 18,89% POWER@SEA NV Zwijndrecht DEME 51,10% RENTEL NV Oostende DEME 18,89% SCALDIS SALVAGE & MARINE CONTRACTORS NV Antwerpen DEME 54,38% SEDISOL SA Farciennes DEME 37,45% SEAMADE NV Oostende DEME 13,22% SILVAMO NV Roeselare DEME 37,45% TERRANOVA NV Zwijndrecht DEME 24,96% TERRANOVA SOLAR NV Stabroek DEME 16,01% TOP WALLONIE SA Moeskroen DEME 37,45% TRANSTERRA NV Stabroek DEME 50% WERISOL SA Luik DEME 37,45% ZEEBOERDERIJ WESTDIEP BV Halle DEME 20% Groot-Brittannië BNS JV LTD Camberley DEME 50% WEST ISLAY TIDAL ENERGY PARK LTD Glasgow DEME 35% Frankrijk NOU VELA SA Port-la-nouvelle DEME 46,6% PORT LA NOUVELLE SEMOP Port-la-nouvelle DEME 23,77% Nederland BAAK BLANKENBURG-VERBINDING BV Nieuwegein DEME 15% DBM-BONTRUP BV Amsterdam DEME 50% DEEPROCK BV Breda DEME 50% DEEPROCK BEHEER CV Breda DEME 50% K3 DEME BV Amsterdam DEME 50% OVERSEAS CONTRACTING & CHARTERING SERVICES BV Papendrecht DEME 50% Andere Europese landen EARTH MOVING WORLDWIDE LTD Nicosia, Cyprus DEME 50% MORDRAGA LLC Sint-Petersburg, Rusland DEME 40% NORMALUX MARITIME SA Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg DEME 37,50% RHAMA PORT HUB SRL Ravenna, Italië DEME 28% AMERIKA Brazilië D.E.M.E. BRAZIL SERVICOS DE DRAGAGEM LTDA Rio de Janeiro DEME 50% MSB MINERACOES SUSTENTAVEIS DO BRASIL SA Sao Paulo DEME 51% AZIË Oman ASYAS TERMINALS DUQM LLC Duqm DEME 14,7% COMBINE MARINE TERMINAL OPERATIONS MARAFI LLC Duqm DEME 37,68% DUQM INDUSTRIAL LAND COMPANY LLC Duqm DEME 27,55% DUQM LOGISTIC LANDS AND INVESTMENT COMPANY LLC Duqm DEME 26% HYPORT COORDINATION COMPANY LLC Duqm DEME 50% PORT OF DUQM COMPANY SAOC Duqm DEME 30% Singapore DIAP DAELIM JOINT VENTURE PTE LTD Singapore DEME 51% DIAP-SHAP JOINT VENTURE PTE LTD Singapore DEME 51% DRAGAFI ASIA PACIFIC PTE LTD Singapore DEME 40% Andere Aziatische landen JAPAN OFFSHORE MARINE LTD Tokyo, Japan DEME 49% CSBC DEME WIND ENGINEERING CO LTD Taipei, Taiwan DEME 49,99% CDWE GREEN JADE SHIPOWNER LTD Taipei, Taiwan DEME 49,99% GUANGZHOU COSCOCS DEME NEW ENERGY ENGINEERING CO LTD Guangzhou, China DEME 50% DIAP THAILAND CO LTD Bangkok, Thaïland DEME 48,9% GULF EARTH MOVING QATAR WLL Doha, Qatar DEME 50% EARTH MOVING MIDDLE EAST CONTRACTING DMCEST Dubaï, Verenigde Arabische Emiraten DEME 50% AFSTEMMING VAN ALTERNATIEVE FINANCIËLE INDICATOREN Zoals hierna voorgesteld, gebruikt de groep CFE alternatieve prestatie-indicatoren voor de meting van haar financiële prestatie. De definities van deze indicatoren zijn te vinden in de sectie ‘glossarium’ van dit verslag. De indicatoren Netto financiële schuld en EBITDA worden berekend op basis van de verkorte geconsolideerde winst-en-verliesrekening en het geconsolideerd overzicht van de financiële positie: Netto financiële schuld Boekjaar afgesloten op 31 december 2021 (duizend euro) DEME Contracting Vastgoed- ontwikkeling Holding Eliminaties tussen polen Totaal Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep () 0 0 20.000 0 (20.000) 0 + Langlopende obligatieleningen 0 0 0 0 0 0 + Langlopende financiële schulden 0 33.270 43.954 375 0 77.599 + Kortlopende obligatieleningen 0 0 29.899 0 0 29.899 + Kortlopende financiële schulden 0 9.393 29.350 110.341 0 149.084 + Interne kaspositie - Cash pooling - passief () 0 3.641 18.845 100.061 (122.547) 0 Financiële schulden 0 46.304 142.048 210.777 (142.547) 256.582 - Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep () 0 0 0 (20.000) 20.000 0 - Geldmiddelen en kasequivalenten 0 (62.884) (6.326) (74.377) 0 (143.587) - Interne kaspositie - Cash pooling - actief () 0 (69.287) (49.675) (3.586) 122.548 - Geldmiddelen en kasequivalenten 0 (132.171) (56.001) (97.963) 142.548 (143.587) Netto financiële schuld 0 (85.867) 86.047 112.814 0 112.995 Netto financiële schuld Boekjaar afgesloten op 31 december 2020 (duizend euro) DEME Contracting Vastgoed- ontwikkeling Holding Eliminaties tussen polen Totaal Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep () 0 0 20.000 0 (20.000) 0 + Langlopende obligatieleningen 0 0 29.794 0 0 29.794 + Langlopende financiële schulden 735.053 25.318 42.701 115.609 0 918.681 + Kortlopende obligatieleningen 0 0 0 0 0 0 + Kortlopende financiële schulden 375.913 8.919 17.488 10.329 0 412.649 + Interne kaspositie - Cash pooling - passief () 0 2.708 3.376 83.944 (90.028) 0 Financiële schulden 1.110.966 36.945 113.359 209.882 (110.028) 1.361.124 - Langlopende leningen aan geconsolideerde vennootschappen van de groep () 0 0 0 (20.000) 20.000 0 - Geldmiddelen en kasequivalenten (621.937) (73.514) (5.707) (58.537) 0 (759.695) - Interne kaspositie - Cash pooling - actief () 0 (86.830) (1.457) (1.741) 90.028 0 Geldmiddelen en kasequivalenten (621.937) (160.344) (7.164) (80.278) 110.028 (759.695) Netto financiële schuld 489.029 (123.399) 106.195 129.604 0 601.429 () Deze rekeningen hebben betrekking op de kasposities tegenover de entiteiten die deel uitmaken van de andere divisies van de groep (voornamelijk CFE NV) Per 31 december 2021 bedraagt de netto financiële schuld van de beëindigde activiteiten opgenomen in de activa aangehouden voor verkoop en de verplichtingen in verband met de activa aangehouden voor verkoop 392.678 duizend euro. We verwijzen naar toelichting 5 van dit verslag. Behoefte aan werkkapitaal Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Voorraden 160.381 184.565 + Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen 281.256 867.761 + Vlottende activa uit operationele activiteiten 85.555 57.454 + Overige vlottende activa uit niet-operationele activiteiten 2.416 21.731 - Handelsschulden en overige schulden (277.009) (1.178.012) - Fiscale schulden (8.300) (75.283) - Overige kortlopende verplichtingen uit operationele activiteiten (141.723) (192.424) - Overige kortlopende verplichtingen uit niet-operationele activiteiten (78.376) (244.511) Behoefte aan werkkapitaal 24.200 (558.719) Per 31 december 2020 bedroeg de behoefte aan werkkapitaal (591.465) duizend euro voor de beëindigde activiteiten en 32.746 duizend euro voor de voortgezette activiteiten. JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 203 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN Per 31 december 2021 bedroeg de behoefte aan werkkapitaal van de beëindigde activiteiten opgenomen in de activa aangehouden voor verkoop en verplichtingen in verband met de activa aangehouden voor verkoop (518.050) duizend euro. We verwijzen naar toelichting 5 van dit verslag. EBITDA Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 herwerkt Resultaat van de operationele activiteiten 48.321 27.561 Afschrijvingen op vaste activa (im)materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen 20.217 19.674 (Afname)/toename van voorzieningen 0 (1.874) Waardeverminderingen op activa en overige niet-kaselementen 0 (103) Niet-kaselementen 20.217 17.697 Geconsolideerde EBITDA 68.538 45.258 Tot 31 december 2020 waren de niet-kas elementen opgenomen in de EBITDA, de afschrijvingen, de waardeverminderingen en de andere niet- kaselementen. Vanaf 2021 zijn de niet-kaselementen beperkt tot afschrijvingen en waardeverminderingen op (im)materiële vaste activa en goodwill. Volgens deze nieuwe definitie bedroeg de EBITDA van de voortgezette activiteiten per 31 december 2020 47.235 duizend euro of 4,6 % van de omzet. Het uitstaand vastgoedbestand wordt berekend op basis van het geconsolideerd overzicht van de financiële positie per segment : Vastgoedbestand Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Eigen vermogen - vastgoedontwikkeling 104.362 85.532 Netto financiële schuld - vastgoedontwikkeling 86.047 106.195 Vastgoedbestand 190.409 191.727 204 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN Per 31 december 2021 bedroeg de behoefte aan werkkapitaal van de beëindigde activiteiten opgenomen in de activa aangehouden voor verkoop en verplichtingen in verband met de activa aangehouden voor verkoop (518.050) duizend euro. We verwijzen naar toelichting 5 van dit verslag. EBITDA Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 herwerkt Resultaat van de operationele activiteiten 48.321 27.561 Afschrijvingen op vaste activa (im)materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen 20.217 19.674 (Afname)/toename van voorzieningen 0 (1.874) Waardeverminderingen op activa en overige niet-kaselementen 0 (103) Niet-kaselementen 20.217 17.697 Geconsolideerde EBITDA 68.538 45.258 Tot 31 december 2020 waren de niet-kas elementen opgenomen in de EBITDA, de afschrijvingen, de waardeverminderingen en de andere niet- kaselementen. Vanaf 2021 zijn de niet-kaselementen beperkt tot afschrijvingen en waardeverminderingen op (im)materiële vaste activa en goodwill. Volgens deze nieuwe definitie bedroeg de EBITDA van de voortgezette activiteiten per 31 december 2020 47.235 duizend euro of 4,6 % van de omzet. Het uitstaand vastgoedbestand wordt berekend op basis van het geconsolideerd overzicht van de financiële positie per segment : Vastgoedbestand Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Eigen vermogen - vastgoedontwikkeling 104.362 85.532 Netto financiële schuld - vastgoedontwikkeling 86.047 106.195 Vastgoedbestand 190.409 191.727 VERKLARING OVER HET GETROUWE BEELD VAN DE FINANCIËLE STATEN EN HET GETROUWE OVERZICHT IN HET BEHEERSVERSLAG (Artikel 12, par 2, 3° van het Koninklijk besluit van 14.11.2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt) We verklaren, namens en voor rekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV en onder verantwoordelijkheid van de maatschappij dat, voor zover ons bekend, 1. de jaarrekeningen, die zijn opgesteld overeenkomstig de toepasselijke standaarden voor jaarrekeningen, een getrouw beeld geven van het vermogen, van de financiële toestand en van de resultaten van Aannemingsmaatschappij CFE NV en van de in de consolidatie opgenomen ondernemingen; 2. het jaarverslag een getrouw overzicht geeft van de ontwikkeling en de resultaten van het bedrijf en van de positie van Aannemingsmaatschappij CFE NV en van de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, alsmede een beschrijving van de voornaamste risico’s en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden. HANDTEKENINGEN Naam: Fabien De Jonge Piet Dejonghe Functie: Financieel en administratief directeur. Gedelegeerd bestuurder. Datum: 25 maart 2022 JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 205 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN ALGEMENE INLICHTINGEN OVER DE VENNOOTSCHAP Identiteit van de vennootschap: Aannemingsmaatschappij CFE Zetel: Herrmann-Debrouxlaan 42, 1160 Brussel Telefoon: + 32 2 661 12 11 Rechtsvorm: Naamloze vennootschap Wetgeving: Belgisch Oprichting: 21 juni 1880 Duur: onbepaald Boekjaar: vanaf 1 januari tot 31 december van elk jaar Handelsregister: RPM Brussel 0400 464 795 – BTW 400.464.795 Plaatsen waar de juridische documenten kunnen worden geraadpleegd: op de maatschappelijke zetel van de vennootschap SOCIAAL DOEL (ARTIKEL 2 VAN DE STATUTEN) « De vennootschap heeft als doel het bestuderen en uitvoeren, in België alsmede in het buitenland, hetzij alleen hetzij gezamenlijk met andere natuurlijke of rechtspersonen, publiek- of privaatrechtelijk, voor eigen rekening of voor rekening van publiek- of privaatrechtelijke derden, van welkdanige aanneming van werken en bouwwerken, in alle en elk van haar beroepen, onder andere elektriciteit en milieu. Zij kan eveneens diensten aanverwant aan deze activiteiten verlenen, voor de promotie ervan zorgen, deze direct of indirect uitbaten of in concessie brengen, alsmede eender welke aankoop-, verkoop- huur-, verhuur-, of leasingverrichting uitvoeren die verband houdt met deze aannemingen. Zij kan direct of indirect deelnemingen verwerven, houden of overdragen in iedere bestaande of op te richten vennootschap of maatschappij, bij wijze van verwerving, fusie, splitsing of anderszins. Zij kan alle commerciële, industriële, administratieve, financiële verrichtingen uitvoeren, roerend of onroerend, die direct of indirect verband houden met haar doel, zelfs gedeeltelijk, of van aard zijn om de verwezenlijking ervan te vergemakkelijken of te ontwikkelen, zowel voor haarzelf als voor haar dochtervennootschappen. De algemene vergadering mag het maatschappelijk doel wijzigen onder de bij artikel vijfhonderd negenenvijftig van het Wetboek van vennootschappen bepaalde voorwaarden. » 206 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN ALGEMENE INLICHTINGEN OVER DE VENNOOTSCHAP Identiteit van de vennootschap: Aannemingsmaatschappij CFE Zetel: Herrmann-Debrouxlaan 42, 1160 Brussel Telefoon: + 32 2 661 12 11 Rechtsvorm: Naamloze vennootschap Wetgeving: Belgisch Oprichting: 21 juni 1880 Duur: onbepaald Boekjaar: vanaf 1 januari tot 31 december van elk jaar Handelsregister: RPM Brussel 0400 464 795 – BTW 400.464.795 Plaatsen waar de juridische documenten kunnen worden geraadpleegd: op de maatschappelijke zetel van de vennootschap SOCIAAL DOEL (ARTIKEL 2 VAN DE STATUTEN) « De vennootschap heeft als doel het bestuderen en uitvoeren, in België alsmede in het buitenland, hetzij alleen hetzij gezamenlijk met andere natuurlijke of rechtspersonen, publiek- of privaatrechtelijk, voor eigen rekening of voor rekening van publiek- of privaatrechtelijke derden, van welkdanige aanneming van werken en bouwwerken, in alle en elk van haar beroepen, onder andere elektriciteit en milieu. Zij kan eveneens diensten aanverwant aan deze activiteiten verlenen, voor de promotie ervan zorgen, deze direct of indirect uitbaten of in concessie brengen, alsmede eender welke aankoop-, verkoop- huur-, verhuur-, of leasingverrichting uitvoeren die verband houdt met deze aannemingen. Zij kan direct of indirect deelnemingen verwerven, houden of overdragen in iedere bestaande of op te richten vennootschap of maatschappij, bij wijze van verwerving, fusie, splitsing of anderszins. Zij kan alle commerciële, industriële, administratieve, financiële verrichtingen uitvoeren, roerend of onroerend, die direct of indirect verband houden met haar doel, zelfs gedeeltelijk, of van aard zijn om de verwezenlijking ervan te vergemakkelijken of te ontwikkelen, zowel voor haarzelf als voor haar dochtervennootschappen. De algemene vergadering mag het maatschappelijk doel wijzigen onder de bij artikel vijfhonderd negenenvijftig van het Wetboek van vennootschappen bepaalde voorwaarden. » VERSLAG VAN DE COMMISSARIS AAN DE ALGEMENE VERGADERING VAN AANNEMINGSMAATSCHAPPIJ CFE NV OVER HET BOEKJAAR AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2021 – GECONSOLIDEERDE JAARREKENING Overeenkomstig de wettelijke en statutaire bepalingen, brengen wij u verslag uit in het kader van ons mandaat van commissaris van Aannemingsmaatschappij CFE NV (de “Vennootschap”) en van de dochterondernemingen (samen de “Groep”). Dit verslag omvat ons oordeel over het geconsolideerd overzicht van de financiële positie op 31 december 2021, de geconsolideerde resultatenrekening en het geconsolideerd overzicht van het globaal resultaat, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht van het boekjaar afgesloten op 31 december 2021 en over de toelichting (alle stukken gezamenlijk de “Geconsolideerde Jaarrekening”) en omvat tevens ons verslag betreffende overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Deze verslagen zijn één en ondeelbaar. Wij werden als commissaris benoemd door de algemene vergadering op 6 mei 2021, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité en op voordracht van de ondernemingsraad. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die zal beraadslagen over de Geconsolideerde Jaarrekening afgesloten op 31 december 2023. We hebben de wettelijke controle van de Geconsolideerde Jaarrekening van de Groep voor één boekjaar uitgevoerd. Verslag over de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening Oordeel zonder voorbehoud Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de Geconsolideerde Jaarrekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV, die het geconsolideerd overzicht van de financiële positie op 31 december 2021 omvat, alsook de geconsolideerde resultatenrekening en het geconsolideerd overzicht van het globaal resultaat, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum en de toelichting, met een geconsolideerd balanstotaal van € 5.299.999.000 en waarvan de geconsolideerde resultatenrekening afsluit met een winst van het boekjaar van € 152.766.000. Naar ons oordeel geeft de Geconsolideerde Jaarrekening een getrouw beeld van het geconsolideerde eigen vermogen en van de geconsolideerde financiële positie van de Groep op 31 december 2021, alsook van de geconsolideerde resultaten en de geconsolideerde kasstromen voor het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards zoals goedgekeurd door de Europese Unie (“IFRS”) en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften. Basis voor ons oordeel zonder voorbehoud We hebben onze controle uitgevoerd in overeenstemming met de International Standards on Auditing (“ISAs”). Onze verantwoordelijkheden uit hoofde van die standaarden zijn nader beschreven in het gedeelte “Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening” van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid. Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Overige aangelegenheid De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2020 werd door een andere commissaris gecontroleerd die op 26 maart 2021 een oordeel zonder voorbehoud over deze geconsolideerde jaarrekening tot uitdrukking heeft gebracht. Kernpunten van de controle De kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die volgens ons professioneel oordeel het meest significant waren bij onze controle van de Geconsolideerde Jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden werden behandeld in de context van onze controle van de Geconsolideerde Jaarrekening als een geheel en bij het vormen van ons oordeel hieromtrent en derhalve formuleren wij geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden. Geplande splitsing van DEME: Classificatie en presentatie van activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten Beschrijving van het kernpunt Op 2 december 2021 kondigde de Groep de geplande splitsing aan van de activiteiten van het operationele segment DEME in een nieuwe beursgenoteerde entiteit via een beursintroductie (IPO) in de loop van 2022. Als gevolg hiervan, en in overeenstemming met IFRS 5 "Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten", werden de activa met betrekking tot DEME gepresenteerd als activa aangehouden voor verkoop (€ 4.297,4 miljoen) en werden de passiva met betrekking tot DEME gepresenteerd als verplichtingen verbonden met activa aangehouden voor verkoop (€ 2.475,2 miljoen) in de Geconsolideerde Jaarrekening per 31 december 2021. Eveneens in overeenstemming met IFRS 5, worden alle opbrengsten en kosten met betrekking tot de activiteiten van DEME in de winst- en verliesrekening van 2021 gerapporteerd op één lijn als ”Resultaten van beëindigde bedrijfsactiviteiten” (€ 113,3 miljoen), en werd de vergelijkende winst- en verliesrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2020 aangepast aan de 2021 presentatie. De presentatie van het kasstroomoverzicht en de toelichtingen van de Geconsolideerde JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 207 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN Jaarrekening werden eveneens aangepast in overeenstemming met de vereisten van IFRS 5. Wij beschouwen de classificatie en presentatie van activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten als een kernpunt van onze controle vanwege de specifieke IFRS- vereisten waaraan deze classificatie moet voldoen voor en wegens de significante impact van deze presentatie op de Geconsolideerde Jaarrekening in zijn geheel. Samenvatting van de uitgevoerde procedures • We hebben geverifieerd of de voorwaarden van IFRS 5 waren voldaan om de classificatie toe te laten als activa aangehouden voor verkoop en als beëindigde bedrijfsactiviteiten. In het bijzonder hebben wij geëvalueerd of de Vennootschap zich op 31 December 2021 geëngageerd had om DEME af te splitsen en of het splitsingsproces actief in gang had gezet. We hebben de inschatting van de directie beoordeeld inzake de waarschijnlijkheid dat DEME in zijn huidige staat beschikbaar is voor onmiddellijke in splitsing en of het zeer waarschijnlijk is dat de splitsing zal plaatsvinden 2022. • We hebben de accuraatheid gecontroleerd van de classificatie en presentatie van DEME als activa en verplichtingen verbonden met activa aangehouden voor verkoop, en als beëindigde bedrijfsactiviteiten in de Geconsolideerde Jaarrekening, en of die beëindigde activiteiten op passende wijze gescheiden werden van de voortgezette activiteiten. • We hebben ook onderzocht of de vergelijkende cijfers met betrekking tot de beëindigde bedrijfsactiviteiten voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2020 correct werden aangepast, voor zover vereist door IFRS 5. • We hebben de volledigheid en nauwkeurigheid van Toelichting 5 "Overnames en afstotingen van dochterondernemingen” van de Geconsolideerde Jaarrekening geëvalueerd. Omzeterkenning en boekhoudkundige verwerking van projecten (segment Contracting en niet-voortgezette activiteiten DEME) Beschrijving van het kernpunt Voor het gros van haar projecten (hierna “contracten” of “projecten”) erkent de groep opbrengsten en winst à rato van de voortschrijding der werken, die gedefinieerd wordt als het aandeel van de gemaakte projectkosten voor de tot de balansdatum verrichte werkzaamheden versus de geschatte totale kosten bij voltooiing van het project. De erkenning van omzet en winst worden aldus gebaseerd op schattingen van de verwachte totale kosten per project. Kosten voor onvoorziene omstandigheden kunnen ook in deze schattingen worden opgenomen om rekening te houden met specifieke onzekere risico's of claims tegen de Groep. De omzet uit projecten kan ook variatie-orders en claims omvatten die per contract worden opgenomen wanneer de bijkomende opbrengsten met een hoge mate van zekerheid kunnen worden gewaardeerd. Omzeterkenning en boekhoudkundige verwerking van projecten omvat vaak een hoge mate van oordeelsvorming vanwege de complexiteit van projecten, onzekerheid over de nog op te lopen kosten en onzekerheid over de uitkomst van gesprekken met opdrachtgevers over variatie-orders en claims. Dit is een kernpunt van onze controle wegens een hoge graad van risico en bijhorende oordeelsvorming door de directie inzake de inschatting van de te erkennen omzet en winst of verlies, en wijzigingen in deze schattingen kunnen aanleiding geven tot belangrijke afwijkingen. Samenvatting van de uitgevoerde procedures • Wij hebben inzicht verkregen in het proces van contractopvolging, de erkenning van omzet en winst en, voor zover van toepassing, de voorzieningen voor verlieslatende contracten. We hielden rekening met het ontwerp van de belangrijkste interne controles, inclusief de controles uitgevoerd door de directie. • Op basis van kwantitatieve en kwalitatieve criteria hebben wij een steekproef van contracten geselecteerd om de belangrijkste en meest complexe schattingen en oordeelsvormingen te beoordelen. Tijdens deze testen hebben wij inzicht verworven in de huidige status en historiek van het project, en hebben we de inschattingen m.b.t. deze projecten besproken met het senior uitvoerend en financieel management. We analyseerden de verschillen met eerdere projectinschattingen en evalueerden de consistentie met de ontwikkelingen van het project gedurende het jaar. • We hebben de accurate berekening van het percentage van de voortschrijding der werken (“percentage of completion”) en de bijhorende erkenning van omzet en winst voor een steekproef van projecten nagegaan. • We vergeleken de financiële prestaties van projecten ten opzichte van budgetten en historische trends. • We voerden werfbezoeken uit voor bepaalde projecten, en observeerden de voortschrijding der werken van die projecten en bespraken met het personeel ter plaatse de status en complexiteiten van het project die de verwachte totale kosten zouden kunnen beïnvloeden. • We analyseerden de correspondentie met klanten over variatie-orders en claims, en beoordeelden of deze informatie consistent is met de gemaakte inschattingen door de directie. • We inspecteerden belangrijke clausules voor een selectie van contracten. We identificeerden de relevante contract- clausules die een invloed hebben op de (ont)bundeling van contracten, boetes voor vertragingen, bonussen of succes- vergoedingen, en we beoordeelden of deze clausules naar behoren zijn weerspiegeld in de bedragen die zijn opgenomen in de Geconsolideerde Jaarrekening. • We beoordeelden of de informatie in de toelichtingen 2 en 16 van de Geconsolideerde Jaarrekening gepast is . Omzeterkenning en waardering van voorraden (segment Vastgoedontwikkeling) Beschrijving van het kernpunt De waardering van de grondposities en de gemaakte bouwkosten voor residentiële ontwikkelingsprojecten is gebaseerd op de historische kostprijs of de lagere netto-realisatiewaarde. De beoordeling van de netto-realisatiewaarden omvat veronderstellingen met betrekking tot toekomstige marktontwikkelingen, vergunningsbeslissingen van overheidsinstanties, verdisconteringsvoeten en toekomstige 208 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN Jaarrekening werden eveneens aangepast in overeenstemming met de vereisten van IFRS 5. Wij beschouwen de classificatie en presentatie van activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten als een kernpunt van onze controle vanwege de specifieke IFRS- vereisten waaraan deze classificatie moet voldoen voor en wegens de significante impact van deze presentatie op de Geconsolideerde Jaarrekening in zijn geheel. Samenvatting van de uitgevoerde procedures • We hebben geverifieerd of de voorwaarden van IFRS 5 waren voldaan om de classificatie toe te laten als activa aangehouden voor verkoop en als beëindigde bedrijfsactiviteiten. In het bijzonder hebben wij geëvalueerd of de Vennootschap zich op 31 December 2021 geëngageerd had om DEME af te splitsen en of het splitsingsproces actief in gang had gezet. We hebben de inschatting van de directie beoordeeld inzake de waarschijnlijkheid dat DEME in zijn huidige staat beschikbaar is voor onmiddellijke in splitsing en of het zeer waarschijnlijk is dat de splitsing zal plaatsvinden 2022. • We hebben de accuraatheid gecontroleerd van de classificatie en presentatie van DEME als activa en verplichtingen verbonden met activa aangehouden voor verkoop, en als beëindigde bedrijfsactiviteiten in de Geconsolideerde Jaarrekening, en of die beëindigde activiteiten op passende wijze gescheiden werden van de voortgezette activiteiten. • We hebben ook onderzocht of de vergelijkende cijfers met betrekking tot de beëindigde bedrijfsactiviteiten voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2020 correct werden aangepast, voor zover vereist door IFRS 5. • We hebben de volledigheid en nauwkeurigheid van Toelichting 5 "Overnames en afstotingen van dochterondernemingen” van de Geconsolideerde Jaarrekening geëvalueerd. Omzeterkenning en boekhoudkundige verwerking van projecten (segment Contracting en niet-voortgezette activiteiten DEME) Beschrijving van het kernpunt Voor het gros van haar projecten (hierna “contracten” of “projecten”) erkent de groep opbrengsten en winst à rato van de voortschrijding der werken, die gedefinieerd wordt als het aandeel van de gemaakte projectkosten voor de tot de balansdatum verrichte werkzaamheden versus de geschatte totale kosten bij voltooiing van het project. De erkenning van omzet en winst worden aldus gebaseerd op schattingen van de verwachte totale kosten per project. Kosten voor onvoorziene omstandigheden kunnen ook in deze schattingen worden opgenomen om rekening te houden met specifieke onzekere risico's of claims tegen de Groep. De omzet uit projecten kan ook variatie-orders en claims omvatten die per contract worden opgenomen wanneer de bijkomende opbrengsten met een hoge mate van zekerheid kunnen worden gewaardeerd. Omzeterkenning en boekhoudkundige verwerking van projecten omvat vaak een hoge mate van oordeelsvorming vanwege de complexiteit van projecten, onzekerheid over de nog op te lopen kosten en onzekerheid over de uitkomst van gesprekken met opdrachtgevers over variatie-orders en claims. Dit is een kernpunt van onze controle wegens een hoge graad van risico en bijhorende oordeelsvorming door de directie inzake de inschatting van de te erkennen omzet en winst of verlies, en wijzigingen in deze schattingen kunnen aanleiding geven tot belangrijke afwijkingen. Samenvatting van de uitgevoerde procedures • Wij hebben inzicht verkregen in het proces van contractopvolging, de erkenning van omzet en winst en, voor zover van toepassing, de voorzieningen voor verlieslatende contracten. We hielden rekening met het ontwerp van de belangrijkste interne controles, inclusief de controles uitgevoerd door de directie. • Op basis van kwantitatieve en kwalitatieve criteria hebben wij een steekproef van contracten geselecteerd om de belangrijkste en meest complexe schattingen en oordeelsvormingen te beoordelen. Tijdens deze testen hebben wij inzicht verworven in de huidige status en historiek van het project, en hebben we de inschattingen m.b.t. deze projecten besproken met het senior uitvoerend en financieel management. We analyseerden de verschillen met eerdere projectinschattingen en evalueerden de consistentie met de ontwikkelingen van het project gedurende het jaar. • We hebben de accurate berekening van het percentage van de voortschrijding der werken (“percentage of completion”) en de bijhorende erkenning van omzet en winst voor een steekproef van projecten nagegaan. • We vergeleken de financiële prestaties van projecten ten opzichte van budgetten en historische trends. • We voerden werfbezoeken uit voor bepaalde projecten, en observeerden de voortschrijding der werken van die projecten en bespraken met het personeel ter plaatse de status en complexiteiten van het project die de verwachte totale kosten zouden kunnen beïnvloeden. • We analyseerden de correspondentie met klanten over variatie-orders en claims, en beoordeelden of deze informatie consistent is met de gemaakte inschattingen door de directie. • We inspecteerden belangrijke clausules voor een selectie van contracten. We identificeerden de relevante contract- clausules die een invloed hebben op de (ont)bundeling van contracten, boetes voor vertragingen, bonussen of succes- vergoedingen, en we beoordeelden of deze clausules naar behoren zijn weerspiegeld in de bedragen die zijn opgenomen in de Geconsolideerde Jaarrekening. • We beoordeelden of de informatie in de toelichtingen 2 en 16 van de Geconsolideerde Jaarrekening gepast is. Omzeterkenning en waardering van voorraden (segment Vastgoedontwikkeling) Beschrijving van het kernpunt De waardering van de grondposities en de gemaakte bouwkosten voor residentiële ontwikkelingsprojecten is gebaseerd op de historische kostprijs of de lagere netto-realisatiewaarde. De beoordeling van de netto-realisatiewaarden omvat veronderstellingen met betrekking tot toekomstige marktontwikkelingen, vergunningsbeslissingen van overheidsinstanties, verdisconteringsvoeten en toekomstige veranderingen in kosten en verkoopprijzen. Deze schattingen hebben betrekking op verschillende elementen en zijn gevoelig voor gebruikte scenario's en assumpties en houden als zodanig een significante inschatting in van het management. Het risico bestaat dat mogelijke bijzondere waardeverminderingen van voorraden niet adequaat worden verwerkt in de Geconsolideerde Jaarrekening. Opbrengsten en resultaten worden erkend voor zover componenten (huisvestingseenheden) verkocht zijn, en à rato van de voortschrijding der werken. Omzet- en winsterkenning worden aldus verantwoord op basis van schattingen met betrekking tot de verwachte totale kosten per project. Vaak is er een hoge mate van inschatting vanwege de complexiteit van projecten en de onzekerheid over de verwachte kosten. Dit is een kernpunt van onze controle omdat er een hoge graad van risico gekoppeld is aan het inschatten van het bedrag van opbrengsten en winst die door de groep moet worden erkend in de periode, en wijzigingen in deze schattingen kunnen aanleiding geven tot belangrijke afwijkingen. Samenvatting van de uitgevoerde procedures • Wij hebben inzicht verkregen in het proces van contractopvolging, de erkenning van omzet en winst, en we hielden rekening met het ontwerp van de belangrijkste interne controles, inclusief de controles uitgevoerd door de directie. • Wij hebben een steekproef van projectontwikkelingen getest en verifieerden de tot op heden gemaakte kosten met betrekking tot grondaankopen en onderhanden werk. We herrekenden ook het percentage van voortschrijding der werken op balansdatum, sloten verkoopwaarde aan met contracten, controleerden de accuraatheid van de formule van winsterkenning. • We hebben de berekeningen van de netto realisatiewaarden nagekeken, en hebben de redelijkheid en consistentie van de door het management gehanteerde assumpties en modellen beoordeeld. • We evalueerden de financiële prestaties van specifieke projecten ten opzichte van het budget en historische trends, met name om de redelijkheid van de kosten tot afwerking te beoordelen. • We beoordeelden of de informatie in de toelichtingen 2 en 17 van de Geconsolideerde Jaarrekening gepast is. Onzekere belastingposities (niet-voortgezette activiteiten DEME) Beschrijving van het kernpunt DEME is wereldwijd actief in diverse landen en aldus onderworpen aan verschillende belastingstelsels. De belasting van haar activiteiten kan afhankelijk zijn van inschattingen die aanleiding geven tot geschillen met de lokale belastingautoriteiten, waarvan de oplossing meerdere jaren neemt. Indien het bedrag van de belastingschuld onzeker is, legt de directie op basis van haar beste inschatting een voorziening aan voor het waarschijnlijk verschuldigde bedrag. De directie oefent een belangrijk oordeelsvermogen uit bij de inschatting van het bedrag van voorzieningen voor onzekere belastingposities, en wijzigingen in deze schattingen kunnen aanleiding geven tot belangrijke afwijkingen. Samenvatting van de uitgevoerde procedures • Wij hebben inzicht verkregen in het proces van de boekhoudkundige verwerking van (uitgestelde) belastingposities, en hebben het ontwerp van de bijbehorende controles in aanmerking genomen. • We hebben de geschatte waarschijnlijkheid van het geïdentificeerde belastingrisico geëvalueerd alsook de inschatting door de directie van de potentiële uitstroom van middelen, via besprekingen met de directie en via de analyse van onderliggende documentatie (wijzigingen in fiscale wetgeving, correspondentie met belastingautoriteiten en fiscale adviseurs, beschikbare rulings). • We hebben beroep gedaan op onze belastingspecialisten om ons bij te staan bij de evaluatie van de assumpties en de toepassing van de relevante belastingwetgeving en regelgeving die de directie hanteert bij de bepaling van de onzekere belastingposities van de Groep. • We beoordeelden of de informatie in de toelichtingen 2 en 10 van de Geconsolideerde Jaarrekening gepast is. Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan voor het opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met IFRS en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor een systeem van interne beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten. In het kader van de opstelling van de Geconsolideerde Jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de Vennootschap om haar continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de Vennootschap te vereffenen of om de bedrijfsactiviteiten stop te zetten of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen. Onze verantwoordelijkheden voor de controle over de Geconsolideerde Jaarrekening Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de Geconsolideerde Jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISAs is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van de Geconsolideerde Jaarrekening, beïnvloeden. Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader dat van toepassing is op de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening in België na. De JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 209 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN wettelijke controle biedt geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de Vennootschap en van de Groep, noch omtrent de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee het bestuursorgaan de bedrijfsvoering van de Vennootschap en van de Groep ter hand heeft genomen of zal nemen. Onze verantwoordelijkheden inzake de door het bestuursorgaan gehanteerde continuïteitsveronderstelling staan hieronder beschreven. Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISAs, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit: • het identificeren en inschatten van de risico’s dat de Geconsolideerde Jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of fouten, het bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden die op deze risico’s inspelen en het verkrijgen van controle- informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten om transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van het systeem van interne beheersing; • het verkrijgen van inzicht in het systeem van interne beheersing dat relevant is voor de controle, met als doel controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de effectiviteit van het systeem van interne beheersing van de Vennootschap en van de Groep; • het evalueren van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van de door het bestuursorgaan gemaakte schattingen en van de daarop betrekking hebbende toelichtingen; • het concluderen van de aanvaardbaarheid van de door het bestuursorgaan gehanteerde continuïteitsveronderstelling, en op basis van de verkregen controle-informatie, concluderen of er een onzekerheid van materieel belang bestaat met betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden die significante twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de Vennootschap en de Groep om de continuïteit te handhaven. Als we besluiten dat er sprake is van een onzekerheid van materieel belang, zijn wij ertoe gehouden om de aandacht in ons commissarisverslag te vestigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de Geconsolideerde Jaarrekening of, indien deze toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan te passen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot op de datum van ons commissarisverslag. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de continuïteit van de Vennootschap of van de Groep niet langer gehandhaafd kan worden; • het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud van de Geconsolideerde Jaarrekening, en of deze Geconsolideerde Jaarrekening de onderliggende transacties en gebeurtenissen weergeeft op een wijze die leidt tot een getrouw beeld. Wij communiceren met het auditcomité binnen het bestuursorgaan, onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die we identificeren gedurende onze controle. Omdat we de eindverantwoordelijkheid voor ons oordeel dragen, zijn we ook verantwoordelijk voor het organiseren, het toezicht en het uitvoeren van de controle van de dochterondernemingen van de Groep. In die zin hebben wij de aard en omvang van de controleprocedures voor deze entiteiten van de Groep bepaald. We verstrekken aan het auditcomité binnen het bestuursorgaan een verklaring dat we de relevante deontologische vereisten inzake onafhankelijkheid naleven en we melden hierin alle relaties en andere aangelegenheden die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid zouden kunnen beïnvloeden, alsook, voor zover van toepassing, de bijbehorende maatregelen die we getroffen hebben om onze onafhankelijkheid te waarborgen. Aan de hand van de aangelegenheden die met het auditcomité binnen het bestuursorgaan besproken worden, bepalen we de aangelegenheden die het meest significant waren bij de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening over de huidige periode en die daarom de kernpunten van onze controle uitmaken. We beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving. Verslag betreffende de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening en de verklaring van niet-financiële informatie gehecht aan dit jaarverslag. Verantwoordelijkheden van de commissaris In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm (Herzien) bij de in België van toepassing zijnde ISAs, is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening, de verklaring van niet-financiële informatie gehecht aan dit jaarverslag te verifiëren, alsook verslag over deze aangelegenheden uit te brengen. Aspecten betreffende het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening Naar ons oordeel, na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening, stemt dit jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening overeen met de Geconsolideerde Jaarrekening voor hetzelfde boekjaar, enerzijds, en is dit jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening opgesteld overeenkomstig artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, anderzijds. 210 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN wettelijke controle biedt geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de Vennootschap en van de Groep, noch omtrent de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee het bestuursorgaan de bedrijfsvoering van de Vennootschap en van de Groep ter hand heeft genomen of zal nemen. Onze verantwoordelijkheden inzake de door het bestuursorgaan gehanteerde continuïteitsveronderstelling staan hieronder beschreven. Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISAs, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit: • het identificeren en inschatten van de risico’s dat de Geconsolideerde Jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of fouten, het bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden die op deze risico’s inspelen en het verkrijgen van controle- informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten om transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van het systeem van interne beheersing; • het verkrijgen van inzicht in het systeem van interne beheersing dat relevant is voor de controle, met als doel controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de effectiviteit van het systeem van interne beheersing van de Vennootschap en van de Groep; • het evalueren van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van de door het bestuursorgaan gemaakte schattingen en van de daarop betrekking hebbende toelichtingen; • het concluderen van de aanvaardbaarheid van de door het bestuursorgaan gehanteerde continuïteitsveronderstelling, en op basis van de verkregen controle-informatie, concluderen of er een onzekerheid van materieel belang bestaat met betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden die significante twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de Vennootschap en de Groep om de continuïteit te handhaven. Als we besluiten dat er sprake is van een onzekerheid van materieel belang, zijn wij ertoe gehouden om de aandacht in ons commissarisverslag te vestigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de Geconsolideerde Jaarrekening of, indien deze toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan te passen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot op de datum van ons commissarisverslag. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de continuïteit van de Vennootschap of van de Groep niet langer gehandhaafd kan worden; • het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud van de Geconsolideerde Jaarrekening, en of deze Geconsolideerde Jaarrekening de onderliggende transacties en gebeurtenissen weergeeft op een wijze die leidt tot een getrouw beeld. Wij communiceren met het auditcomité binnen het bestuursorgaan, onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die we identificeren gedurende onze controle. Omdat we de eindverantwoordelijkheid voor ons oordeel dragen, zijn we ook verantwoordelijk voor het organiseren, het toezicht en het uitvoeren van de controle van de dochterondernemingen van de Groep. In die zin hebben wij de aard en omvang van de controleprocedures voor deze entiteiten van de Groep bepaald. We verstrekken aan het auditcomité binnen het bestuursorgaan een verklaring dat we de relevante deontologische vereisten inzake onafhankelijkheid naleven en we melden hierin alle relaties en andere aangelegenheden die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid zouden kunnen beïnvloeden, alsook, voor zover van toepassing, de bijbehorende maatregelen die we getroffen hebben om onze onafhankelijkheid te waarborgen. Aan de hand van de aangelegenheden die met het auditcomité binnen het bestuursorgaan besproken worden, bepalen we de aangelegenheden die het meest significant waren bij de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening over de huidige periode en die daarom de kernpunten van onze controle uitmaken. We beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving. Verslag betreffende de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening en de verklaring van niet-financiële informatie gehecht aan dit jaarverslag. Verantwoordelijkheden van de commissaris In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm (Herzien) bij de in België van toepassing zijnde ISAs, is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening, de verklaring van niet-financiële informatie gehecht aan dit jaarverslag te verifiëren, alsook verslag over deze aangelegenheden uit te brengen. Aspecten betreffende het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening Naar ons oordeel, na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening, stemt dit jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening overeen met de Geconsolideerde Jaarrekening voor hetzelfde boekjaar, enerzijds, en is dit jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening opgesteld overeenkomstig artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, anderzijds. In de context van onze controle van de Geconsolideerde Jaarrekening zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, op basis van de kennis verkregen in de controle, of het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport, zijnde: • Kerncijfers • Afstemming van alternatieve financiële indicatoren • Statutaire financiële staten een afwijking van materieel belang bevat, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, hebben wij geen afwijking van materieel belang te melden. De niet-financiële informatie zoals vereist op grond van artikel 3:32, § 2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, werd gehecht aan het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening. De Groep heeft zich bij het opstellen van deze niet-financiële informatie gebaseerd op het Global Reporting Initiative ("GRI") referentiemodel. Wij spreken ons evenwel niet uit over de vraag of deze niet-financiële informatie in alle van materieel belang zijnde opzichten is opgesteld in overeenstemming met het GRI referentiemodel. Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten verricht die onverenigbaar zijn met de wettelijke controle van de Geconsolideerde Jaarrekening en zijn in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Vennootschap. De honoraria voor de bijkomende opdrachten die verenigbaar zijn met de wettelijke controle van de Geconsolideerde Jaarrekening bedoeld in artikel 3:65 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen werden correct vermeld en uitgesplitst in de toelichting bij de Geconsolideerde Jaarrekening. Europees uniform elektronisch formaat (“ESEF”) Wij hebben, overeenkomstig de norm inzake de controle van de overeenstemming van de financiële overzichten met het Europees uniform elektronisch formaat (hierna “ESEF”), de controle uitgevoerd van de overeenstemming van het ESEF- formaat met de technische reguleringsnormen vastgelegd door de Europese Gedelegeerde Verordening nr. 2019/815 van 17 december 2018 (hierna “Gedelegeerde Verordening”). Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen, in overeenstemming met de ESEF-vereisten, van de geconsolideerde financiële overzichten in de vorm van een elektronisch bestand in ESEF-formaat (hierna “de digitale geconsolideerde financiële overzichten”) opgenomen in het jaarlijks financieel verslag beschikbaar op het portaal van de FSMA (https://www.fsma.be/nl/data-portal). Het is onze verantwoordelijkheid voldoende en geschikte onderbouwende informatie te verkrijgen om te concluderen dat het formaat en de markeertaal van de digitale geconsolideerde financiële overzichten in alle van materieel belang zijnde opzichten voldoen aan de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening. Op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn wij van oordeel dat het formaat en de markering van informatie in de digitale geconsolideerde financiële overzichten van de Vennootschap per 31 december 2021 opgenomen in het jaarlijks financieel verslag beschikbaar op het portaal van de FSMA (https://www.fsma.be/nl/data-portal) in alle van materieel belang zijnde opzichten in overeenstemming zijn met de ESEF- vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening. Andere vermeldingen Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014. Diegem, 30 maart 2022 EY Bedrijfsrevisoren BV Commissaris Vertegenwoordigd door Marnix Van Dooren * Partner * Handelend in naam van een BV Patrick Rottiers * Partner * Handelend in naam van een BV JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 211 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN STATUTAIRE FINANCIËLE STATEN STATUTAIR OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE EN RESULTATENREKENING (BEGAAP) Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Oprichtingskosten 0 0 Vaste activa 1.326.014 1.335.220 Immateriële vaste activa 72 92 Materiële vaste activa 742 987 Financiële vaste activa 1.325.200 1.334.141 - Verbonden ondernemingen 1.325.195 1.334.124 - Overige 5 17 Vlottende activa 105.267 97.005 Vorderingen op meer dan één jaar 2.334 0 Voorraden en bestellingen in uitvoering 3.325 6.013 Vorderingen op ten hoogste één jaar 24.621 31.033 - Handelsvorderingen 9.015 23.899 - Overige vorderingen 15.606 7.134 Geldbeleggingen 0 0 Liquide middelen 74.334 59.256 Overlopende rekeningen 653 703 Totaal der activa 1.431.281 1.432.225 Eigen vermogen 1.197.943 1.168.944 Kapitaal 41.330 41.330 Uitgiftepremies 592.651 592.651 Herwaarderingsmeerwaarden 487.399 487.399 Reserves 8.654 8.654 Overdragen winst (+) of overgedragen verlies (-) 67.909 38.910 Voorzieningen en uitgestelde belastingen 10.340 12.197 Schulden 222.998 251.084 Schulden op meer dan één jaar 248 115.248 Schulden op ten hoogste één jaar 222.501 135.467 - Financiële schulden 110.000 10.792 - Handelsschulden 6.852 9.341 - Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en social lasten en ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen 4.645 4.867 - Overige schulden 101.004 110.467 Overlopende rekeningen 249 369 Totaal van de passiva 1.431.281 1.432.225 Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 RESULTATEN Bedrijfsopbrengsten 14.441 32.074 Bedrijfskosten (19.014) (37.145) - Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen (7.670) (23.215) - Diensten en diverse goederen (8.035) (8.609) - Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen (4.293) (3.965) - Afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen 1.515 (986) - Overige (531) (370) Bedrijfsresultaat (4.573) (5.071) Financiële opbrengsten 35.667 21.808 Financiële kosten (2.095) (10.739) Resultaat vóór belastingen 28.999 5.998 Belastingen (heffingen en regularisering) 0 (77) Resultaat van het boekjaar 28.999 5.921 BESTEMMING Resultaat van het boekjaar 28.999 5.921 Overgedragen resultaat van het vorige boekjaar 38.910 58.303 Vergoeding van het kapitaal 0 (25.314) Beschikbare reserves 0 0 Wettelijke reserves 0 0 Over te dragen resultaat 67.909 38.910 212 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN STATUTAIRE FINANCIËLE STATEN STATUTAIR OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE EN RESULTATENREKENING (BEGAAP) Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 Oprichtingskosten 0 0 Vaste activa 1.326.014 1.335.220 Immateriële vaste activa 72 92 Materiële vaste activa 742 987 Financiële vaste activa 1.325.200 1.334.141 - Verbonden ondernemingen 1.325.195 1.334.124 - Overige 5 17 Vlottende activa 105.267 97.005 Vorderingen op meer dan één jaar 2.334 0 Voorraden en bestellingen in uitvoering 3.325 6.013 Vorderingen op ten hoogste één jaar 24.621 31.033 - Handelsvorderingen 9.015 23.899 - Overige vorderingen 15.606 7.134 Geldbeleggingen 0 0 Liquide middelen 74.334 59.256 Overlopende rekeningen 653 703 Totaal der activa 1.431.281 1.432.225 Eigen vermogen 1.197.943 1.168.944 Kapitaal 41.330 41.330 Uitgiftepremies 592.651 592.651 Herwaarderingsmeerwaarden 487.399 487.399 Reserves 8.654 8.654 Overdragen winst (+) of overgedragen verlies (-) 67.909 38.910 Voorzieningen en uitgestelde belastingen 10.340 12.197 Schulden 222.998 251.084 Schulden op meer dan één jaar 248 115.248 Schulden op ten hoogste één jaar 222.501 135.467 - Financiële schulden 110.000 10.792 - Handelsschulden 6.852 9.341 - Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en social lasten en ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen 4.645 4.867 - Overige schulden 101.004 110.467 Overlopende rekeningen 249 369 Totaal van de passiva 1.431.281 1.432.225 Boekjaar afgesloten op 31 december (duizend euro) 2021 2020 RESULTATEN Bedrijfsopbrengsten 14.441 32.074 Bedrijfskosten (19.014) (37.145) - Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen (7.670) (23.215) - Diensten en diverse goederen (8.035) (8.609) - Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen (4.293) (3.965) - Afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen 1.515 (986) - Overige (531) (370) Bedrijfsresultaat (4.573) (5.071) Financiële opbrengsten 35.667 21.808 Financiële kosten (2.095) (10.739) Resultaat vóór belastingen 28.999 5.998 Belastingen (heffingen en regularisering) 0 (77) Resultaat van het boekjaar 28.999 5.921 BESTEMMING Resultaat van het boekjaar 28.999 5.921 Overgedragen resultaat van het vorige boekjaar 38.910 58.303 Vergoeding van het kapitaal 0 (25.314) Beschikbare reserves 0 0 Wettelijke reserves 0 0 Over te dragen resultaat 67.909 38.910 ANALYSE VAN DE FINANCIËLE POSITIE EN VAN HET TOTAALRESULTAAT De vaste activa bestaan zeer overwegend uit de participaties in DEME (1,1 miljard euro), CFE Contracting en BPI. De schulden op ten hoogste één jaar omvatten leningen van 60 miljoen euro die op de bevestigde kredietlijnen werden opgenomen en 50 miljoen euro handelspapier. De werf van het waterzuiveringsstation Brussel-Zuid, die in oktober 2021 werd opgeleverd, vertegenwoordigt een belangrijk deel van de omzet voor het boekjaar. Het financiële resultaat is in 2021 sterk gestegen, dankzij de ontvangst van dividenden van de filialen DEME (20,4 miljoen euro), CFE Contracting (8 miljoen euro) en BPI (4 miljoen euro). JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 213 JAARVERSLAG NIET-FINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN 214 INHOUD WIE WE ZIJN HOE WIJ DE WERELD VORMGEVEN ALGEMENE INFORMATIE OVER DE VENNOOTSCHAP 1. ADRES VAN DE ZETEL Herrmann-Debrouxlaan 42, 1160 Brussel RPR Brussel nr. 0400.464.795 E-mail: [email protected] Website: https://www.cfe.be 2. DATUM VAN DE OPRICHTING, LAATSTE WIJZIGING VAN DE STATUTEN De vennootschap werd opgericht bij notariële akte van 24 juni 1880, gepubliceerd in de Bijlagen van het Belgisch Staatsblad van 27 juni 1880. De statuten werden herhaaldelijk gewijzigd, het laatst bij notariële akte van 2 mei 2019, gepubliceerd in de Bijlagen van het Belgisch Staatsblad van 22 mei 2019 onder het nummer 19068846. 3. DUUR VAN DE VENNOOTSCHAP Onbepaald 4. VENNOOTSCHAPSVORM – TOEPASSELIJK RECHT Naamloze vennootschap naar Belgisch recht 5. VOORWERP VAN DE VENNOOTSCHAP De vennootschap heeft als doel het bestuderen en uitvoeren, in België alsmede in het buitenland, hetzij alleen hetzij gezamenlijk met an- dere natuurlijke of rechtspersonen, publiek- of privaatrechtelijk, voor eigen rekening of voor rekening van publiek- of privaatrechtelijke derden, van elke aanneming van werken en bouwwerken, in alle en elk van haar beroepen, onder andere elektriciteit en milieu. Zij kan eveneens diensten aanverwant aan deze activiteiten verlenen, voor de promotie ervan zorgen, deze rechtstreeks of onrechtstreeks uitbaten of in concessie brengen, alsmede eender welke aankoop-, verkoop- huur-, verhuur-, of leasingverrichting uitvoeren die verband houdt met deze aannemingen. Zij kan rechtstreeks of onrechtstreeks deelnemingen verwerven, houden of overdragen in iedere bestaande of op te richten vennootschap of maatschappij, bij wijze van verwerving, fusie, splitsing of anderszins. Zij kan alle commerciële, industriële, administratieve, nanciële verrichtingen uitvoeren, roerend of onroerend, die rechtstreeks of onre- chtstreeks verband houden met haar doel, zelfs gedeeltelijk, of van aard zijn om de verwezenlijking ervan te vergemakkelijken of te ontwikkelen, zowel voor haarzelf als voor haar dochtervennootschappen. 6. KAPITAAL VAN DE VENNOOTSCHAP GEPLAATST KAPITAAL Bij de sluiting van het boekjaar bedroeg het maatschappelijk kapitaal 41.329.482,42 euro, vertegenwoordigd door 25.314.482 aandelen zonder vermelding van nominale waarde. Alle aandelen zijn volledig volgestort. KAPITAALVERHOGING De laatste kapitaalverhoging dateert van 24 december 2013, na de inbreng in natura door de naamloze vennootschap Ackermans & van Haaren van de naamloze vennootschap Dredging, Environmental & Marine Engineering. TOEGESTAAN KAPITAAL Overeenkomstig de beslissing van de buitengewone algemene vergadering van 2 mei 2019 kan de Raad van Bestuur in de 5 jaren vanaf 22 mei 2019 het kapitaal eenmalig of meermaals verhogen met een maximumbedrag van 5.000.000 euro, met of zonder uitgifte van nieuwe aandelen of van wel of niet ondergeschikte obligaties of van warrants of andere roerende waarden, wel of niet gebonden aan andere ef- fecten van de vennootschap. De Raad van Bestuur kan het toegestaan kapitaal ook gebruiken in het geval van een openbaar overnamebod op door de vennootschap uitgegeven eecten, onder de voorwaarden en binnen de grenzen van artikel 7:202 van het Wetboek van Vennootschappen en Vereni- gingen. De Raad van Bestuur kan deze bevoegdheden uitoefenen indien het openbaar overnamebod door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) aan de vennootschap wordt meegedeeld uiterlijk drie jaar na de datum van de voornoemde buitengewone algemene vergadering (namelijk 2 mei 2022). JAARVERSLAG 2021 CFE GROEP 215 JAARVERSLAG NIETFINANCIËLE VERKLARING FINANCIËLE STATEN Deze toelating omvat ook het vermogen om over te gaan tot: • kapitaalverhogingen of de uitgifte van converteerbare obligaties of inschrijvingsrechten waarbij het voorkeurrecht van de aandeelhou- ders wordt opgeheven of beperkt; • kapitaalverhogingen of de uitgifte van converteerbare obligaties waarbij het voorkeurrecht van de aandeelhouders wordt opgeheven of beperkt ten voordele van een of meer vooraf bepaalde personen die geen personeelsleden van de vennootschap of haar lialen zijn; en • kapitaalverhogingen door de omzetting van reserves. 7. AARD VAN DE EFFECTEN De aandelen van de vennootschap zijn volledig volgestort en zijn op naam of gedematerialiseerd. Elke houder kan op elk ogenblik, op eigen kosten, de omzetting van zijn volledig volgestorte eecten in een andere vorm vragen, binnen de grenzen van de wet. de eigendom, het vruchtgebruik of de blote eigendom opschorten. De mede-eigenaren, de vruchtgebruikers en de blote eigenaars dienen zich respec- tievelijk te laten vertegenwoordigen door een gemeenschappelijke vertegenwoordiger en de vennootschap daarvan op de hoogte te bren- gen. In het geval van vruchtgebruik zal de blote eigenaar van het aandeel tegenover de vennootschap worden vertegenwoordigd door de vruchtgebruiker, tenzij anders overeengekomen tussen de partijen. 8. PLAATS WAAR DE DOCUMENTEN VAN DE VENNOOTSCHAP KUNNEN WORDEN GERAADPLEEGD De statutaire en geconsolideerde jaarrekening van de vennootschap wordt neergelegd bij de Nationale Bank van België. De gecoör- dineerde versie van de statuten van de vennootschap kan worden geraadpleegd op de grie van de ondernemingsrechtbank van Brussel, afdeling Brussel. Het jaarlijks nancieel verslag wordt toegezonden aan de aandeelhouders op naam en aan elke persoon die het verzoekt. De gecoördineerde versie van de statuten en het jaarlijks nancieel verslag zijn eveneens beschikbaar op de website (www.cfe.be). COLOFON COPYRIGHT VAN FOTOS EN MONTAGES, IN ALFABETISCHE VOLGORDE: CONCEPT, DESIGN EN REALISATIE: Brandelicious/Anne Thys - anne.thysbrandelicious.be Make/Paul Thomas – www.makecontact.nl Dit jaarverslag is verkrijgbaar in het Nederlands, Frans en Engels. In geval van verschillen primeert de Franse versie. 5493003N7PPOYDZI1G902021-01-012021-12-315493003N7PPOYDZI1G902020-01-012020-12-315493003N7PPOYDZI1G902021-12-315493003N7PPOYDZI1G902020-12-315493003N7PPOYDZI1G902019-12-315493003N7PPOYDZI1G902020-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember5493003N7PPOYDZI1G902021-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember5493003N7PPOYDZI1G902020-12-31ifrs-full:SharePremiumMember5493003N7PPOYDZI1G902021-12-31ifrs-full:SharePremiumMember5493003N7PPOYDZI1G902020-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember5493003N7PPOYDZI1G902021-01-012021-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember5493003N7PPOYDZI1G902021-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember5493003N7PPOYDZI1G902020-12-31ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember5493003N7PPOYDZI1G902021-01-012021-12-31ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember5493003N7PPOYDZI1G902021-12-31ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember5493003N7PPOYDZI1G902020-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember5493003N7PPOYDZI1G902021-01-012021-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember5493003N7PPOYDZI1G902021-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember5493003N7PPOYDZI1G902020-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember5493003N7PPOYDZI1G902021-01-012021-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember5493003N7PPOYDZI1G902021-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember5493003N7PPOYDZI1G902020-12-31ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember5493003N7PPOYDZI1G902021-01-012021-12-31ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember5493003N7PPOYDZI1G902021-12-31ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember5493003N7PPOYDZI1G902020-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember5493003N7PPOYDZI1G902021-01-012021-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember5493003N7PPOYDZI1G902021-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember5493003N7PPOYDZI1G902019-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember5493003N7PPOYDZI1G902019-12-31ifrs-full:SharePremiumMember5493003N7PPOYDZI1G902019-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember5493003N7PPOYDZI1G902020-01-012020-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember5493003N7PPOYDZI1G902019-12-31ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember5493003N7PPOYDZI1G902020-01-012020-12-31ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember5493003N7PPOYDZI1G902019-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember5493003N7PPOYDZI1G902020-01-012020-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember5493003N7PPOYDZI1G902019-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember5493003N7PPOYDZI1G902020-01-012020-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember5493003N7PPOYDZI1G902019-12-31ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember5493003N7PPOYDZI1G902020-01-012020-12-31ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember5493003N7PPOYDZI1G902019-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember5493003N7PPOYDZI1G902020-01-012020-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMemberiso4217:EURiso4217:EURxbrli:sharesxbrli:shares

Talk to a Data Expert

Have a question? We'll get back to you promptly.