AI Terminal

MODULE: AI_ANALYST
Interactive Q&A, Risk Assessment, Summarization
MODULE: DATA_EXTRACT
Excel Export, XBRL Parsing, Table Digitization
MODULE: PEER_COMP
Sector Benchmarking, Sentiment Analysis
SYSTEM ACCESS LOCKED
Authenticate / Register Log In

Bekaert NV

Annual Report Mar 24, 2017

3915_10-k_2017-03-24_aae4e063-a0be-4a73-868f-425a7a314649.pdf

Annual Report

Open in Viewer

Opens in native device viewer

Inhoudstafel

STRATEGIE EN LEIDERSCHAP

  • 2 Woord van de Voorzitter en de Gedelegeerd bestuurder
  • Raad van Bestuur
  • 5 Bekaert Group Executive
  • Strategie

SECTORIEEL AANBOD

PRESTATIES PER SEGMENT

  • 14 EMEA
  • Noord-Amerika
  • Latijns-Amerika
  • Pacifisch Azië
  • Bridon-Bekaert Ropes Group

TECHNOLOGIE EN INNOVATIE

30 DUURZAAM ONDERNEMEN

  • 31 Onze verantwoordelijkheid op de werkplek
  • 33 Onze verantwoordelijkheid in de markten en tegenover het milieu
  • 35 Onze verantwoordelijkheid tegenover de Maatschappij

37 VERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR CONFORM ARTIKEL 119 VAN HET WETBOEK VAN VENNOOTSCHAPPEN

  • 38 Kerncijfers
  • 39 Kerncijfers per segment
  • 40 Samenvatting van het financieel overzicht
  • 45 Corporate governance verklaring
  • 45 Raad van bestuur en Uitvoerend Management
  • 51 Renumeratieverslag
  • 57 Aandelen
  • 62 Controle en ERM
  • 65 Referenties

Financieel overzicht

  • 4 Geconsolideerde jaarrekening
  • 9 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening
  • 109 Informatie m.b.t de moedervennootschap
  • 112 Verslag van de commissaris
  • 114 Addendum

Strategie en leiderschap

Woord van de Gedelegeerd Bestuurder en de Voorzitter

Beste lezer,

2016 was voor Bekaert een jaar van bestendige transformatie naar betere prestaties. We behaalden een solide organische volumegroei en trokken onze winstmarges aanzienlijk op. Het onderliggende bedrijfsresultaat steeg met 32% tot € 305 miljoen, met een marge van meer dan 8%. Die degelijke prestatie resulteerde in een sterke kasstroomgeneratie met een onderliggende EBITDA van meer dan een half miljard euro.

We zijn verheugd met deze resultaten. We konden groeipercentages met dubbele cijfers voorleggen voor bruto- en bedrijfswinst, ROCE, de koers van het aandeel en het voorgesteld dividend en we zetten ons transformatietraject verder om het ware potentieel van Bekaert te benutten.

Om onze visie na te streven – de voorkeursleverancier worden voor onze staaldraadproducten en -oplossingen door voortdurend superieure waarde te creëren voor onze klanten wereldwijd – hebben we in 2016 acties ondernomen die ons als bedrijf sterker hebben gemaakt.

  • We hebben duidelijke prioriteiten gesteld van waar we willen groeien en hebben onze focus toegespitst op die delen van de business waar we onze sterktes kunnen benutten. We hebben ook maatregelen genomen om onze processen, fabrieksactiviteiten en partnerschapsstructuren te vereenvoudigen.
  • We hebben de scope van onze globale transformatieprogramma's uitgebreid en hun impact is nu duidelijk zichtbaar in onze fabrieken, in onze marktaanpak en in de resultaten. Daardoor doen we het in elke regio en business beter dan de markt gemiddelden.
  • We hebben de implementatie-scope en -snelheid opgedreven van ons wereldwijd 'manufacturing excellence'-programma, dat gericht is op het verhogen van het concurrentievermogen door de veiligheid, kwaliteit, leverbetrouwbaarheid en productiviteit te verbeteren.
  • Bovendien hebben we met succes een wereldwijd 'customer excellence'-transformatieprogramma gelanceerd om groei en margeperformantie te stimuleren. We geloven dat de waarde die wij vandaag creëren voor onze business rechtstreeks gerelateerd is aan het creëren van meerwaarde voor onze klanten. We brengen de klant in het hart van onze business, in elke vestiging en op elk niveau. We verbeteren ook geleidelijk aan onze businessportefeuille met producten en diensten die de totale kosten voor onze klanten verlagen.
  • Eind 2016 breidden we de scope van onze transformatiesprogramma's uit met 'supply chain excellence' en 'veiligheid' en we verwachten er de eerste voordelen van te zien in de loop van 2017.

De wereldwijde deelname van onze medewerkers aan deze programma's heeft bijgedragen tot de collectieve kracht van onze onderneming. Samen ontwikkelen we een groei- en prestatiecultuur die wordt gekenmerkt door enthousiasme, engagement en empowerment van onze medewerkers.

Als gevolg van dit alles benutten we onze schaalgrootte en competenties op een betere manier; verbeteren onze marges; zijn we terug in een positie van waardecreatie; en vergroten we onze leiderspositie in doelmarkten over de hele wereld, zowel door organische groei als door overnames. In 2016 sloten we de grootste fusieovereenkomst in de geschiedenis van Bekaert en van de staalkabelmarkt in het algemeen. De Bridon-Bekaert Ropes Group werd eind juni opgestart en we zijn ervan overtuigd dat de combinatie van competenties en schaalgrootte op termijn waarde zal creëren.

De resultaten van 2016 zijn een weerspiegeling van ons kunnen en hebben ons zelfzekerder en ambiteuzer gemaakt voor de toekomst. Wij geloven dat we in 2017 onze huidige sterke prestaties zullen kunnen evenaren en we willen verder bouwen op onze verwezenlijkingen. Onze huidige prestaties moedigen ons aan om de transformatieprogramma's uit te breiden en grotere stappen te nemen. Rekening houdend met cyclische bewegingen en mits het uitblijven van uitzonderlijke, niet te voorziene gebeurtenissen, zullen de verbeteringen die we implementeren onze onderliggende EBIT margetrend tillen naar 10% over de volgende 5 jaar.

Op basis van de financiële resultaten van 2016 en het vertrouwen in de vastgelegde richting heeft de Raad van Bestuur beslist aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders in mei 2017 een brutodividend van € 1,10 per aandeel voor te stellen, een stijging met 22% tegenover vorig jaar. Met de dividendverhoging willen we ons engagement beklemtonen in het laten terugvloeien van waarde naar onze aandeelhouders in ruil voor het kapitaal dat ze ons verschaffen om onze bedrijfsactiviteiten te runnen en te laten groeien.

We willen onze klanten, partners en aandeelhouders bedanken voor hun blijvend vertrouwen. En we willen onze medewerkers bedanken voor hun engagement, energie en onstuitbare gedrevenheid om onze capaciteiten steeds te blijven verbeteren, als één Bekaert-team.

Raad van Bestuur

De voornaamste taken van de Raad van Bestuur zijn het bepalen van het algemeen beleid van de onderneming, het goedkeuren van de strategie en het opvolgen van de activiteiten. De Raad van Bestuur is het belangrijkste beslissingsorgaan van de onderneming. Enkel aangelegenheden die door de wet of de statuten zijn voorbehouden aan de Algemene Vergadering van aandeelhouders, vallen niet onder zijn bevoegdheid. De Raad van Bestuur telt momenteel vijftien leden. Hun professioneel profiel omvat verschillende vakgebieden, zoals recht, business, industriële activiteiten, banking & investment banking, marketing & sales, HR en concultancy.

Op 11 mei 2016 werd de samenstelling van de Raad van Bestuur grondig gewijzigd: Emilie van de Walle de Ghelcke, Christophe Jacobs van Merlen en Henri Jean Velge werden benoemd als lid van de Raad van Bestuur. Celia Baxter, Pamela Knapp en Martina Merz werden benoemd als onafhankelijke bestuurder. Deze benoemingen dragen bij tot de complementariteit, onafhankelijkheid, competenties en diversiteit van de professionele ervaring in de Raad van Bestuur.

Samenstelling van de Raad van Bestuur

De heer Bert De Graeve, Voorzitter De heer Matthew Taylor, Gedelegeerd Bestuurder Mevrouw Celia Baxter (1) De heer Alan Begg (1) De heer Leon Bekaert De heer Grégory Dalle De heer Charles de Liedekerke De heer Christophe Jacobs van Merlen De heer Hubert Jacobs van Merlen De heer Maxime Jadot Mevrouw Pamela Knapp (1) Mevrouw Martina Merz (1) Mevrouw Emilie van de Walle de Ghelcke De heer Henri Jean Velge Mevrouw Mei Ye (1)

(1) Onafhankelijke bestuuders

Lady Barbara Judge en de heer François de Visscher, de heer Bernard van de Walle de Ghelcke, de heer Baudouin Velge en de heer Manfred Wennemer waren niet herverkiesbaar of wensten hun mandaat niet te hernieuwen. Hun bestuurdersmandaten vervielen op de Algemene Vergadering van aandeelhouders van 11 mei 2016.

Bekaert Group Executive

Het Bekaert Group Executive draagt de operationele verantwoordelijkheid voor de activiteiten van de onderneming en treedt op onder toezicht van de Raad van Bestuur. Het uitvoerend management wordt voorgezeten door Matthew Taylor, Gedelegeerd Bestuurder.

De samenstelling van het BGE is gewijzigd in 2016

Op 29 juni 2016 ging Bridon-Bekaert Ropes Group – een fusie tussen Bekaert en Ontario Teachers', de voormalige eigenaar van Bridon - van start. Bruno Humblet, voormalig Chief Financial Officer en Algemeen Directeur Regio Latijns-Amerika, werd benoemd tot Gedelegeerd Bestuurder van Bridon-Bekaert Ropes Group. Bruno Humblet is uit het Bekaert Group Executive getreden.

Op 1 juli 2016 vervoegde mevrouw Beatríz García-Cos Muntañola Bekaert als Chief Financial Officer. Ze werd lid van het Bekaert Group Executive en van de Raad van Bestuur van Bridon-Bekaert Ropes Group.

Beatríz García-Cos Muntañola heeft de Spaanse nationaliteit en behaalde een Master Economie en Bedrijfsadministratie aan de universiteit van Barcelona in Spanje. Zij startte haar loopbaan als auditor bij Audigest SA in Barcelona en werkte gedurende 13 jaar als Accounting, Tax en Financieel Manager bij PPG Industries Inc in Rubi (Spanje) vooraleer ze in 2006 naar Vestas Wind Systems overstapte waar ze Financieel Directeur werd voor EMEA en Latijns-Amerika. Beatríz García-Cos werd benoemd tot Chief Financial Officer van de mijnbouwbusiness van Trafigura Pte Ltd in 2012.

Stijn Vanneste werd gepromoveerd tot Algemeen Directeur Europa, Zuid-Azië en Zuidoost-Azië en werd lid van het Bekaert Group Executive in april 2016. Stijn Vanneste vervoegde Bekaert in 1995 en vervulde verschillende internationale management functies in de Groep, vooraleer hij zijn meest recente functie als Senior Vice President Manufacturing Excellence opnam.

Het Bekaert Group Executive telt 9 leden en is als volgt samengesteld:

  • Matthew Taylor, Gedelegeerd Bestuurder
  • Beatríz García-Cos Muntañola, CFO
  • Lieven Larmuseau, Algemeen Directeur Rubber Reinforcement
  • Curd Vandekerckhove, Algemeen Directeur regio Noord-Azië en Global Operations
  • Geert Van Haver, Chief Technology Officer
  • Stijn Vanneste, Algemeen Directeur regio EMEA, Zuid-Azië en Zuidoost-Azië
  • Piet Van Riet, Algemeen Directeur Industrial & Specialty Products
  • Frank Vromant, Algemeen Directeur Noord- en Zuid-Amerika
  • Bart Wille, Chief HR Officer

Van links naar rechts - 1e rij: Matthew Taylor. 2e rij: Beatríz García-Cos Muntañola, Lieven Larmuseau, Curd Vandekerckhove, Geert Van Haver. 3e rij: Stijn Vanneste, Piet Van Riet, Frank Vromant, Bart Wille.

De samenstelling van het BGE zal wijzigen in 2017

Bart Wille, Chief HR Officer, heeft na 8 jaar in dienst bij Bekaert, beslist om het bedrijf te verlaten en nieuwe opportuniteiten op te zoeken. De benoeming van zijn opvolger zal binnenkort aangekondigd worden.

Onze strategie

Wie zijn we

Bekaert is een wereldmarkt- en technologisch leider in staaldraadtransformatie en deklaagtechnologieën. Door het continu creëren van toegevoegde waarde streven we ernaar de voorkeurleverancier voor staaldraadproducten en -oplossingen te zijn voor onze klanten wereldwijd. Bekaert (Euronext Brussels: BEKB) werd opgericht in 1880 en is een globale onderneming die wereldwijd bijna 30 000 medewerkers telt, met hoofdzetel in België en een jaaromzet van € 4,4 miljard.

Staaldraad … We transformeren het, passen geavanceerde deklaagtechnologieën toe, en specialiseren ons in het voortdurend verbeteren van alle mogelijke eigenschappen van staaldraadproducten. Ontdek de Wereld van Bekaert ...

Wat doen we

We willen de beste zijn in het begrijpen voor welke toepassingen onze klanten staaldraad gebruiken. De kennis over hoe onze staaldraadproducten functioneren in de productieprocessen en de producten van onze klanten, helpt ons immers om oplossingen te ontwikkelen en te leveren die het best aan hun vereisten voldoen – zo creëren we meerwaarde voor onze klanten.

Staaldraad transformeren en unieke deklaagoplossingen toepassen, dat zijn onze kernactiviteiten. Afhankelijk van de wensen van onze klanten trekken we draad tot diverse diameters en sterktes, zelfs tot ultrafijne vezels van één micron. We bundelen draden tot koord, kabels en strengen, weven of breien ze tot een weefsel of verwerken ze als eindproduct. Onze producten verminderen wrijving, verhogen de corrosiebestendigheid of bevorderen de adhesie met andere materialen.

Onze aanpak

better together beschrijft de unieke samenwerking binnen Bekaert en tussen Bekaert en haar zakenpartners. We creëren waarde voor onze klanten door het leveren en co-creëren van een kwaliteitsportfolio van staaldraadoplossingen en door het bieden van dienstverlening op maat in alle continenten. We geloven in blijvende relaties met onze klanten, leveranciers en andere stakeholders en we verbinden ons ertoe om hen lange-termijn waarde te leveren. We zijn ervan overtuigd dat het vertrouwen, de integriteit en de onstuitbare spirit die onze medewerkers wereldwijd verenigen als één team de fundamenten vormen van succesvolle partnerschappen waar ook ter wereld.

Onze strategie

Onze strategie is erop gericht om consistent waarde te creëren voor onze aandeelhouders door op een kostenefficiënte manier superieure waarde te creëren voor onze klanten. Onze visie en kernstrategieën vormen de fundamenten van een transformatie van onze business naar een hoger prestatieniveau. Ze waren de basis van de prioriteiten en de acties van het bedrijf in 2016 en zullen onze focus blijven sturen in de komende jaren. Er werden vijf Must Win Battles geïntroduceerd om aan onze kernstrategieën een onmiddellijke focus te geven, met specifiek toegewezen middelen en een nauwgezette opvolging van de vooruitgang. Deze aanpak was de voorbije twee jaar heel succesvol. Aan Must Win Battles wordt speciale aandacht besteed doorheen de hele onderneming. We stellen prioriteiten op het vlak van middelen en focussen erop. Ze zijn ook gelinkt aan individuele en collectieve doelstellingen, wat belangrijk is voor hun succes.

Onze visie

Geleid door onze better together-aspiratie streven we er onophoudelijk naar om de voorkeursleverancier te zijn voor onze staaldraadproducten en –oplossingen. We doen dit door voortdurend superieure waarde te creëren voor onze klanten wereldwijd.

Met deze visieverklaring heeft Bekaert expliciet haar speelveld vastgelegd: het beschrijft wat we willen zijn, waarin we willen concurreren en investeren en hoe we onszelf willen onderscheiden.

Onze kernstrategieën op lange termijn

Vijf kernstrategieën vormen de basis van Bekaerts prioriteiten en beslissingsprocessen die gericht zijn op het creëren van waarde en groei. Deze strategieën brengen onze visie in de praktijk en weerspiegelen de richting en de prioriteiten voor de onderneming:

    1. De klant in het hart van onze business brengen
    1. Groei aansturen door waarde te creëren
    1. Technologisch leiderschap en snelheid
  • Onze schaalvoordelen benutten, complexiteit reduceren en de laagst mogelijke totale kost realiseren 4.
    1. Mensen engageren en empoweren

De klant in het hart van onze business brengen

Bekaert heeft altijd geloofd in samenwerking en co-creatie met klanten als drijfveren van duurzame partnerschappen en klantentevredenheid. Toch willen we beter doen en een echt klantgerichte organisatie worden. In deze strategie draait het erom inzicht te verwerven in de betekenis van waarde voor onze klanten en op basis daarvan te handelen.

Het gaat erom steeds onze klanten op de eerste plaats te stellen bij alles wat we doen, op alle niveaus en waar ook ter wereld.

  • In 2016 lanceerden we het Bekaert Customer Excellence-programma (BCE). BCE streeft ernaar om klantgerichtheid centraal te plaatsen in alles wat we doen, van technologie, tot productie, tot marketing en verkoop tot het beheer van de toeleveringsketen. BCE zal helpen om de eerste twee kernstrategieën van Bekaert te realiseren: 'De klant in het hart van onze business brengen' en 'Groei aansturen door waarde te creëren' aangezien het de verwezenlijking van vier belangrijke doelstellingen beoogt:
  • een klantgerichte mindset verankeren doorheen de organisatie
  • ons onderscheiden op de markt
  • duurzame rendabele groei aansturen door superieure klantenwaarde te bieden
  • en een uitstekende commerciële organisatie uitbouwen.

De pilootprogramma's die werden gelanceerd in 2016 zijn een bewijs van het vermogen van het programma om waarde te creëren en van het veelbelovende potentieel ervan. In 2017 zal BCE evolueren van een programma naar een nieuwe manier van werken die commerciële uitmuntendheid naar een hoger niveau tilt. BCE stimuleert onder andere veranderingen in modellen voor dienstverlening aan de klant, zodat we hun noden efficiënter kunnen beantwoorden met behulp van betere accountplanninginstrumenten. De pilootprogramma's zorgden er ook voor dat we nieuwe producten en diensten sneller en via de juiste kanalen introduceren op de markt.

Klantgerichtheid gaat veel verder dan het beheer van de commerciële relaties tussen de verkoopteams van Bekaert en de aankoopteams van de klanten. Het is een mindset die alle medewerkers moeten hebben om steeds de klant voorop te stellen. Om onze medewerkers beter te laten begrijpen welke rol zij spelen bij de doelstelling om onze klanten in het hart van onze business te brengen, werden er in 2016 verschillende acties geïmplementeerd en evenementen georganiseerd.

Er werd een Europese Week van de Klant georganiseerd met een gevarieerd programma van informatiesessies, workshops en klantenbezoeken. Het doel was om elke werknemer van alle Bekaert fabrieken en kantoren in Europa te bereiken en te werken aan een beter begrip van wie onze klanten zijn en hoe iedereen kan bijdragen om hen beter van dienst te zijn.

De Europese Week van de Klant gaf klanten een gezicht in onze operaties, zodat Bekaert medewerkers beter begrijpen aan wie ze uitmuntendheid leveren.

  • Het Shop Floor Customer Awareness-programma in India moedigt de teams van Bekaert op de werkvloer aan om de belangrijkste klanten van hun fabriek te leren kennen. Ze bouwen een sterk begrip op van de voornaamste drijfveren voor elke klant en passen hun gedrag en praktijken aan om te verzekeren dat ze de tevredenheid van elke klant kunnen optimaliseren. De klanten zijn op de hoogte van dit programma en waren er in 2016 getuige van tijdens een fabrieksbezoek. Ze waren erg onder de indruk en in 2017 zullen teams van operatoren van Bekaert Ranjangaon en verscheidene klantensites elkaars productievestigingen bezoeken om het bewustzijn en het begrip verder te verruimen.
  • In het jaarlijkse doelstellingenkader van Bekaert, waarin de objectieven, doelstellingen, strategieën en maatregelen voor het bedrijf en voor iedere individuele medewerker bepaald zijn, worden nu duidelijk de vijf kernstrategieën verwerkt in de jaarlijkse prioriteiten van elke medewerker. Bijgevolg is 'De klant in het hart van onze business brengen', zoals de andere strategieën, een prioriteit geworden binnen ieders persoonlijke ontwikkeling en performantieopvolging.
  • Het is de ultieme ambitie van Bekaert om de voorkeursleverancier te worden van al onze klanten wereldwijd. Klanten stellen vertrouwen in ons vermogen om hen producten en diensten te leveren die hen helpen om hun ambities te verwezenlijken. Om die reden concentreren we ons op acties die gericht zijn op uitmuntendheid nu en in de toekomst. Het langetermijnperpectief is vooral belangrijk bij co-creatieprogramma's.

Op 12 oktober 2016 ondertekenden Bert De Graeve, Voorzitter van Bekaert, en Dhr. Masaaki Tsuya, Gedelegeerd Bestuurder en Voorzitter van Bridgestone Corporation, een overeenkomst voor co-ontwikkeling op lange termijn. Deze overeenkomst laat Bekaert en Bridgestone toe om gezamenlijk product- en procesvernieuwingen te blijven ontwikkelen om zo nieuwe, hoogperformante duurzame banden te ontwerpen. De co-ontwikkeling houdt concrete onderzoeksopportuniteiten in voor de technologen van Bekaert en illustreert de innovatiekracht van onze onderneming, als vertrouwde partner van de grootste innovator in de bandenindustrie. De overeenkomst werd ondertekend in Tokyo tijdens een officieel staatsbezoek aan Japan van Hunne Majesteiten de Koning en de Koningin der Belgen.

Groei aansturen door waarde te creëren

Bij de implementatie van deze strategie heeft Bekaert duidelijke prioriteiten gesteld van waar we willen groeien en hoe we superieure waarde kunnen bieden om ons te onderscheiden van de concurrentie. In 2016 hebben we met succes waarde toegevoegd aan de product-mix door meer geavanceerde producten te lanceren die de totale kosten in de waardeketen verlagen. Deze strategie beoogt zowel organische groei als groei door overnames. Bovendien stuurt deze strategie ook beslissingen aan met betrekking tot het desinvesteren van activiteiten die geen potentieel hebben om in de toekomst waarde te creëren.

  • De impact van acquisities met hoge margecontributie en van de in 2015 gedesinvesteerde activiteiten die lage marges of verlies genereerden, kwam ten volle tot uiting in 2016. Die effecten droegen samen bij tot de winstgevendheid van Bekaert en verstevigden ons marktaandeel in onze doelmarkten.
  • Op 28 juni 2016 ging de Bridon-Bekaert Ropes Group van start. De nieuwe groep werd opgericht via een 67/33-joint venture met Ontario Teachers' en voegt de globale staalkabel en advanced cordsactiviteiten van Bridon en Bekaert samen. De Bridon-Bekaert Ropes Group (BBRG) zal de schaalvoordelen en aanvullende sterktes benutten om 's werelds toonaangevende leverancier van kabels en advanced cords te worden. De onderhandelingen werden afgerond in een periode waarin de olie-, gas- en mijnbouwmarkt een grote daling kenden, zodat de deal niet meteen zal leiden tot margegroei in de geconsolideerde jaarrekening van Bekaert. De aandeelhouders en het management van BBRG geloven echter sterk in het potentieel van de groep en in de strategische acties die worden geïmplementeerd om de businessportefeuille en het operationele netwerk te verbeteren en om in de toekomst waarde te creëren.
  • Om het aansturen van groei door waardecreatie mogelijk te maken, streeft Bekaert ernaar om middelen en inspanningen te besteden aan die delen van de business waar we waarde kunnen creëren voor onze klanten en voor Bekaert. Op basis van strategische marktsegmentering en inzichten hebben we een ambitiemodel ontworpen dat ons zal helpen om een succesvolle businessportefeuille uit te bouwen. Door dit alomvattend ambitiemodel is het mogelijk om op een transparante manier prioriteiten te stellen in het toewijzen van middelen voor investeringen, fusies & overnames, R&D en talentontwikkeling. Het ontwikkelt een perspectief op lange termijn waarin strategische keuzes worden gemaakt om groei door waardecreatie te stimuleren.

Eén van de voornaamste doelstellingen van het bovenvermelde Bekaert 'Customer Excellence'-programma (BCE) is om duurzame rendabele groei te stimuleren door de klant superieure waarde te bieden. Om die reden is het programma een belangrijk instrument om deze strategie te realiseren. In dat opzicht focust BCE op de ontwikkeling van gekwantificeerde waardevoorstellen, een betere productportefeuille en concrete groeiplannen voor strategische segmenten.

Technologisch leiderschap en snelheid

Onze derde kernstrategie gaat over het versnellen van Bekaerts technologisch leiderschap in lijn met onze strategie om groei aan te sturen door waardecreatie. Eén van de voornaamste principes is co-creatie: we helpen onze klanten om zich te onderscheiden in hun markten. Onze proces- en productontwikkelingsprojecten maken snelle vooruitgang en effectieve resultaten in samenwerkingsprogramma's mogelijk. Lees meer in het hoofdstuk over Technologie en Innovatie van dit Jaarverslag.

Schaalvoordelen benutten, complexiteit reduceren en de laagst mogelijke totale kost realiseren

Met deze kernstrategie willen we onze schaalvoordelen benutten door complexiteit te verminderen en ons te richten op onze opportuniteiten en sterktes met meer standaardisatie op het hoogste niveau. We willen ook verzekeren dat we ons, tijdens het proces om onze klanten de best mogelijke oplossingen op het vlak van waardecreatie aan te bieden, kostenefficiënt organiseren en voor een vermindering van de totale kost zorgen via doeltreffende proces- en productinnovaties.

Het Bekaert Manufacturing System (BMS) is een programma om operationele uitmuntendheid te verzekeren in al onze processen en vestigingen wereldwijd. Dankzij dit programma zorgen de gemeenschappelijke inspanningen van alle Bekaert fabrieken in de wereld er samen voor dat we onze klanten een zo laag mogelijke totale kost kunnen bieden. Door onze manier van werken te vereenvoudigen en onze schaal beter te benutten, kunnen we de operationele kosten verlagen en de productiviteit verhogen. Zo kunnen we ons concurrentievermogen opdrijven en middelen vrijmaken voor groei.

In 2016 versnelde Bekaert de implementatie roll-out van BMS. Er werden in 20 Bekaert fabrieken wereldwijd meer dan 2 500 verbeteringsmaatregelen geïmplementeerd. Dit programma kan rekenen op het sterke engagement en de medewerking van alle werknemers en werpt duidelijk zijn vruchten af in de fabrieken en in de resultaten.

Het succes van BMS bleef niet onopgemerkt bij onze partners en joint ventures. Zowel de joint ventures van Bekaert met ArcelorMittal in Brazilië als de nieuw opgerichte Bridon-Bekaert Ropes Group hebben de aftrap gegeven voor BBMS (respectievelijk Belgo-Bekaert en Bridon-Bekaert Manufacturing System) om gelijkaardige voordelen in hun activiteiten mogelijk te maken.

Mensen engageren en empoweren

Het engageren en empoweren van onze medewerkers zijn belangrijke succesfactoren doorheen ons hele transformatietraject. We empoweren onze teams met verantwoordelijkheid, autoriteit en aansprakelijkheid en rekenen op het engagement van elke Bekaert medewerker om de prestaties te verbeteren.

  • Het succes van excellence programma's, BMS (Bekaert Manufacturing System) en BCE (Bekaert Customer Excellence) schuilt niet enkel in de respectievelijke tools en aanpak van de programma's, maar is ook het resultaat van het uitdrukkelijke engagement van onze teams wereldwijd. Hun verwezenlijkingen overtreffen de oorspronkelijke verwachtingen. In de loop van 2016 hebben we ook een Supply Chain Excellence (SCE)-programma opgestart, dat de volledige toeleveringsketen omvat, met bijzondere aandacht voor Sales & Operations (S&OP), voorraadbeheer, productieplanning en master data - structuur en –inhoud.
  • In 2016 startte Bekaert ook de implementatie op van BeCare, een nieuw, wereldwijd excellence programma voor veiligheid. BeCare beoogt de uitwerking van een risicovrije werkomgeving die niemand schade berokkent: noch onze medewerkers noch anderen die in onze vestigingen werken of bezoeken. Het BeCare-programma is ontwikkeld als een soort roadmap om onze veiligheidsdoelstellingen te realiseren. Deze roadmap helpt ons om de veiligheidspraktijken te definiëren en te implementeren zodat alle medewerkers, in al onze Bekaert locaties wereldwijd, er baat zullen bij hebben. Het programma zal uiteindelijk leiden tot verbeterde veiligheid en een
  • echte veiligheidscultuur.

  • In het jaarlijkse doelstellingenkader van Bekaert, waarin de objectieven, doelstellingen, strategieën en maatregelen voor het bedrijf en voor iedere individuele medewerker bepaald zijn, worden nu duidelijk de vijf kernstrategieën verwerkt in de jaarlijkse prioriteiten van elke medewerker. Zo worden de kernstrategieën van het bedrijf vertaald in concrete handelingen en ontwikkelingsmaatregelen voor alle Bekaert collega's.

  • Om een beeld te krijgen van hoe sterk onze kaderleden geëngageerd zijn en in welke mate ze gefocust zijn op de strategieën van de onderneming werd er eind 2016 een Pulse Survey georganiseerd. De uitstekende respons (87% van de 1 500 kaderleden die werden gevraagd om deel te nemen) was een eerste aanwijzing van de zeer positieve resultaten wat betreft duurzaam engagement. De managers van Bekaert waardeerden in het bijzonder de duidelijke communicatie over de strategische richting van de onderneming. Ze bevestigden ook dat ze begrijpen hoe zij kunnen bijdragen tot de resultaten, nu en in de toekomst. Deze Pulse Survey voor kaderleden was een eerste stap in de richting van een wereldwijde peiling naar het engagement van alle medewerkers die zal worden georganiseerd in de tweede helft van 2017.
  • Begin 2016 werkten we ons intern communicatiekanalen bij door een nieuw Bekaert-Intranet te ontwerpen en te lanceren. Het is een plaats waar medewerkers kennis kunnen delen en bekomen, snel relevante informatie kunnen vinden, met collega's in contact komen, samenwerken met teamleden rond gemeenschappelijke ontwikkelingsprogramma's en actief kunnen bijdragen tot doeltreffende communicatie doorheen de onderneming.

11 Onze strategie

In juli 2016 ontving elk lid van het Global Leadership Team een trofee voor Customer Excellence, samen met de opdracht en de verantwoordelijkheid om deze door te geven aan een collega die erkenning verdient voor zijn of haar uitmuntend engagement op het gebied van klantgerichtheid. Om de twee maanden moet elke trofee worden overhandigd aan een nieuwe collega, met een gemotiveerde nominatie waarin de volgende ontvanger wordt geprezen. Op die manier vinden de 40 trofeeën die oorspronkelijk werden uitgereikt hun weg doorheen regio's en functies en zetten ze onze medewerkers aan om getuigenissen van uitstekende klantgerichtheid te delen binnen de organisatie.

Sectorieel aanbod

Bekaert is sterk aanwezig in verschillende sectoren. Daardoor zijn we minder gevoelig voor sector-specifieke trends en het is ook een voordeel voor onze klanten. Oplossingen die we ontwikkelen voor klanten in één sector vormen namelijk ook vaak de basis voor innovaties in andere sectoren.

Bekaert staat in dienst van klanten in een veelheid aan sectoren met een uniek portfolio van getrokken staaldraadproducten, gecoat om zo optimaal mogelijk aan de noden van de toepassingen te voldoen. Bekaerts staaldraad wordt gebruikt in auto's en vrachtwagens, in liften en mijnen, in tunnels en bruggen, thuis en op kantoor, in machines en in offshore. Als iets rijdt, hijst, filtert, versterkt, afbakent of vastmaakt, dan is er een grote kans dat het Bekaert producten bevat.

Prestaties per segment

EMEA

Gezamenlijke omzet: € 1 148 million
Investeringen in materiële vaste activa: € 52 million
Totale activa: € 881 million
Medewerkers: 7 297

Economische omgeving in 2016

Europa kende in 2016 stabiele economische resultaten. Hoewel de totale groei van het Bruto Binnenlands Product (BBP) ongeveer hetzelfde was als in 2015 – net onder 2% – waren de toegenomen economische, financiële en politieke onzekerheden merkbaar aan de aanzienlijke verschillen tussen landen.

Meerdere landen zagen in 2016 de groei van het BBP stabiliseren of vertragen ten opzichte van een reeds zwakke ratio in 2015. Hoewel de impact van de terreuraanslagen, de vluchtelingenstromen of de politieke instabiliteit niet is bewezen, hebben deze ontwikkelingen gezorgd voor een toegenomen onzekerheid, die de groei in Turkije, Italië, Griekenland, Frankrijk en andere landen in de regio heeft aangetast.

De Oost-Europese landen behaalden in het algemeen degelijke groeipercentages. Roemenië en Slovakije vertoonden bijvoorbeeld een BBP-groei van respectievelijk 5% en 3,5%. In Rusland hield de recessie aan in 2016, hoewel de BBP-daling wel vertraagde tot minder dan -1%.

Te midden van de verschillende politieke en economische bewegingen kenden de Europese automobiel- en bouwsectoren – die cruciaal zijn voor de Europese welvaart en uitermate relevant voor Bekaerts activiteiten – in 2016 aanhoudend een sterke vraag. Energiegerelateerde markten werden echter ernstig getroffen door de terugval van de olie- en gassector.

Bekaert is aanwezig in zowel de West-Europese markten als in Centraal- en Oost-Europa. In Europa bieden we een hoogwaardige portefeuille van geavanceerde staaldraadproducten aan voor sectoren die op zoek zijn naar innovatieve producten en oplossingen van hoge kwaliteit.

Activiteitenverslag

De Europese marktvraag bleef degelijk gedurende het hele jaar 2016. Dat gold vooral voor de automobiel- en bouwsectoren, terwijl de vraag naar profieldraden afnam als gevolg van de vertragingen en annuleringen van investeringen in de olie- en gassector.

Bekaerts activiteiten in EMEA leverden excellente resultaten op met recordniveaus voor EBIT, EBITDA en ROCE. De door recente overnames, desinvesteringen en de verkoop van verlieslatende activiteiten versterkte businessportefeuille en de toegenomen impact van verschillende transformatieprogramma's stuwden de stevige winstbasis met dubbele cijfers naar een recordniveau: de onderliggende EBIT-marge voor het boekjaar bedroeg 12,2% of € 141 miljoen in absolute cijfers, een stijging van 10% tegenover 2015. De investeringsuitgaven (PP&E) bedroegen € 52 miljoen en betroffen capaciteitsuitbreidingen en moderniseringen, voornamelijk in Slovakije, Roemenië en België.

Onze business transformeren

De wereldwijde transformatieprogramma's die de visie en de strategieën van Bekaert ondersteunen, vergroten hun implementatieschaal en snelheid. Ook in Europa:

Bekaerts wereldwijd 'manufacturing excellence'-programma richt zich op het versterken van onze concurrentiekracht door het optimaliseren van veiligheid, kwaliteit, leverbetrouwbaarheid en productiviteit. In Europa werd het programma geïmplementeerd in Zwevegem (België), Hlohovec (Slovakije), Petrovice en Bohumín (Tsjechië), Izmit en Kartepe (Turkije) en Ubisa (Spanje). Het zal verder uitgerold worden in de regio gedurende 2017 en in de daaropvolgende jaren.

  • Het recent opgestarte 'customer excellence'-programma streeft groei en rendement na en wordt per business eenheid in alle regio's uitgerold.
  • We hebben een 'supply chain excellence'-programma gelanceerd dat gericht is op sales & operations planning, voorraadbeheer, productieplanning en master data- structuur en -inhoud.
  • BeCare, Bekaerts nieuwe, wereldwijde uitmuntendheidsprogramma voor veiligheid, werd afgetrapt met bewustmakingssessies en opleidingen voor verbeterde veiligheid en een echt veilige bedrijfscultuur.

Warm welkom aan onze klanten

  • Bekaert organiseerde een Europese Week van de Klant met een gevarieerd programma aan informatiesessies, workshops en klantenbezoeken in alle Europese fabrieken en kantoren. Het doel was om een beter begrip op te bouwen van wie onze klanten zijn en wat iedereen kan bijdragen om hen beter van dienst te zijn.
  • In april 2016 verwelkomde Bekaert zijn klanten op Wire Düsseldorf, de grootste beurs voor staaldraadproducenten, machinebouwers en klanten in Europa.

Voorbije en toekomstige successen vieren

Bekaert vierde 15 jaar productie-aanwezigheid in Slovakije. Er namen bijna 4000 personen deel aan de viering die plaatsvond in de Trnava City Arena. Bekaert is een belangrijke werkgever in Slovakije en wilde de verjaardag vieren samen met alle medewerkers en hun gezin.

Bekaert Combustion Technologies in het Nederlandse Assen en Bekaert Advanced Cords Aalter – nu onderdeel van Bridon-Bekaert Ropes Group – vierden in 2016 beiden hun 50e verjaardag.

Capital market evenement 2016

In juni 2016 ontvingen Matthew Taylor (CEO), een aantal leden van het Bekaert Group Executive en van het regionaal EMEA-management, en het Bekaert Investor Relations-team de financieel analisten die Bekaert evalueren op een kapitaalmarktevent in Roemenië.

Het programma omvatte een volledige businessupdate, informatie over het Bekaert 'manufacturing excellence'-programma, een statusupdate van de oprichting van de Bridon-Bekaert Ropes Group en een presentatie over de ontwikkelingen op de bandenmarkt door een gastspreker van Continental AG. De tweede dag van het evenement reisden alle deelnemers af naar Slatina om de staalkoordfabriek van Bekaert en de naburige bandenfabriek van Pirelli te bezoeken.

Het doel van een kapitaalmarktevenement is om analisten te helpen om de strategie, markten en resultaten van Bekaert beter te begrijpen zodat ze een diepgaander beeld verkrijgen van de businessdynamiek wat hen kan ondersteunen bij hun analyse en advies.

Eerstesteenlegging voor het nieuwe hoofdkantoor van Bekaert

In april 2016 legden voorzitter Bert de Graeve en burgemeester Marc Doutreluingne de eerste steen van Bekaerts nieuwe hoofdkantoor. De ceremonie vond plaats op de bouwwerf in Zwevegem.

In het nieuwe gebouw zullen 175 medewerkers worden ondergebracht die nu in 4 verschillende kantoorgebouwen in Zwevegem en Kortrijk werken.

Het aanpalende neogotische gebouw wordt gerenoveerd.

Het einde van de bouwwerken is voorzien tegen midden 2017.

Noord-Amerika

Gezamenlijke omzet: € 512 miljoen
Investeringen in materiële vaste activa: € 21 miljoen
Totale activa: € 300 miljoen
Medewerkers: 1 344

Economische omgeving in 2016

De groei van het Bruto Binnenlands Product (BBP) in de VS vertraagde in 2016, voornamelijk door minder investeringen omwille van de lage olieprijzen en door het dalende concurrentievermogen van Amerikaanse exportgoederen als gevolg van de sterkere Amerikaanse dollar.

Ondanks de binnenlandse uitdagingen en het wereldwijde landschap dat aan een hoog tempo evolueert, is de Amerikaanse economie nog steeds de grootste ter wereld en een belangrijke speler in sectoren zoals de automobiel- en lucht- en ruimtevaartindustrie, machinebouw, telecommunicatie en chemie. De automobielmarkten behaalden goede resultaten gedurende het hele jaar en zullen naar verwachting sterk blijven presteren onder invloed van de toenemende vraag naar in Amerika vervaardigde producten – een ontwikkeling die investeringen in de binnenlandse productiecapaciteit stimuleert, onder meer in de automobiel- en energiesector.

Activiteitenverslag

Bekaerts activiteiten in Noord-Amerika tekenden een sterke organische volumegroei op door de heropbouw van de fabriek in Rome, Georgia (VS).

De onderliggende EBIT is bijna verdubbeld in vergelijking met vorig jaar als gevolg van een beter capaciteitsgebruik dat werd aangestuurd door hogere volumes en de effecten van maatregelen die werden ingevoerd om ons concurrentievermogen op de doelmarkten op te krikken. De winstmarges hebben het gewenste niveau nog niet bereikt, maar de effecten van de ingevoerde maatregelen zijn duidelijk zichtbaar. De kasstroomgeneratie (onderliggende EBITDA) verbeterde met 60% ten opzichte van het jaar ervoor en ROCE steeg tot bijna 12%.

De investeringsuitgaven (PP&E) bedroegen € 21 miljoen en betroffen voornamelijk investeringen in staalkoordactiviteiten.

Bouwen aan de toekomst voor Bekaert in Noord-Amerika

Het voorbije decennium zijn de markt, de klanten, de wetgeving en de concurrentie aanzienlijk geëvolueerd in de Noord-Amerikaanse regio. Door die veranderingen is het concurrentievermogen van ons bedrijfsmodel afgenomen. De winstgevendheid is gedaald naar een onaanvaardbaar peil en het Noord-Amerikaanse Bekaert-team heeft in 2016 een programma opgestart om die situatie om te keren. Hun streefdoel is om te bouwen aan Bekaerts toekomst in Noord-Amerika. Hun aanpak is een synthese van alle overige globale 'must-win battles' die zijn ingevoerd bij Bekaert. Het team heeft een gerichte en ambitieuze groeiagenda en bouwt aan een organisatie van wereldklasse die wordt ondersteund door uitmuntendheid op het vlak van productie, klanten en partners en een uitgesprokken passie om te winnen. De eerste successen van deze aanpak zijn zichtbaar in de resultaten van 2016, die het team aanmoedigen om hun uitdagend traject verder te zetten.

Investeren in de toekomst

De Bekaert fabriek in Rogers (Arkansas) implementeert een belangrijk uitbreidingsplan om te voldoen aan de verwachte groeiende vraag van bandenproducenten die zijn gevestigd in de VS. De vraag wordt gestimuleerd door hun uitbreidingsinvesteringen en voorkeur om lokaal geproduceerde staalkoord aan te kopen. Om zich aan te passen aan de verwachte groei besliste Bekaert om de productiecapaciteit van staalkoord van de fabriek in Rogers verder op te drijven met 50%. De uitbreiding zal geleidelijk worden geïmplementeerd en zal meer dan 100 nieuwe banen creëren.

In september 2016 organiseerde Bekaert Orrville (Ohio) een ceremonie voor de start van hun uitbreidingsinvestering voor verbeterde veiligheid, afvalvermindering, betere dienstverlening en kwaliteit en energie-efficiëntie.

BMS, het Bekaert Manufacturing System, werd uitgerold in Van Buren (Arkansas), Orrville (Ohio) en Rome (Georgia) en zal in de nabije toekomst ook in de overige fabrieken worden geïmplementeerd. BCE, het 'Bekaert Customer Excellence'-programma, wordt zowel in regionale als globale business eenheden geïmplementeerd. Ook de implementaties van het recent gelanceerde 'Supply Chain Excellence'-programma en van BeCare, het 'Safety Excellence'-programma omvatten proefimplementaties in de VS.

Latijns-Amerika

Gezamenlijke omzet: € 1 320 miljoen
Geconsolideerde omzet: € 682 miljoen
Investeringen in materiële vaste activa: (*) € 14 miljoen
Totale activa: (*) € 464 miljoen
Medewerkers: 7 144

(*) geconsolideerde vennootschappen

Na vijf jaar groeivertraging werd de economische groei in Latijns-Amerika in 2016 negatief. Aanhoudende recessie in Brazilië en Venezuela en een verzwakte economie in Ecuador en Argentinië verklaren grotendeels de gezamenlijke performantie van de regio. Terwijl deze vier economieën krompen in 2016, leed de regio aan een algemene vertraging – niet alleen doordat deze is blootgesteld aan externe schokken zoals de lage olie- en grondstofprijzen en de verhoogde wisselkoersvolatiliteit, maar ook door bepaalde structurele zwakheden die het groeipotentieel van de regio hebben ondermijnd.

De economische depressie in Venezuela blijft de groei van de regio aantasten. Politieke instabiliteit, lagere olieproductie en -prijzen, de volledige instorting van de bolivar en een tekort aan vreemde valuta veroorzaken verschillende moeilijkheden met weinig tekenen van een onmiddellijke opleving.

Peru, Colombia en Chili hadden een stabiel of krimpend BBP-cijfer, dat al laag stond. Hoewel de prijzen van koper en andere grondstoffen zijn gestegen in het laatste kwartaal van 2016, waren de jaargemiddeldes laag en bleven ze de mijnbouwmarkt en de markt voor openbare infrastructuurwerken in Latijns-Amerika aantasten.

Bekaert produceert in Latijns-Amerika een uitgebreide productenportefeuille bestemd voor de bouw, mijnbouw, landbouw en een brede waaier aan industriële- en consumentenmarkten in de regio. Bekaert heeft 100%-dochterondernemingen en meerderheidsparticipaties in Costa Rica, Ecuador, Colombia, Venezuela, Peru, Chili en Brazilië, alsook joint ventures in Brazilië in een 45/55-partnerschap met ArcelorMittal.

Bekaert startte haar activiteiten in Latijns-Amerika in 1950. Vandaag vertegenwoordigen die 30% van de gezamenlijke omzet.

Activiteitenverslag

Bekaerts geconsolideerde omzet in Latijns-Amerika daalde met 4% als gevolg van negatieve valutaeffecten en volumeverlies in Venezuela, veroorzaakt door de tijdelijke sluitingen door een tekort aan grondstoffen.

De activiteiten van Bekaert behaalden in de meeste landen betere resultaten dan de marktgemiddelden.

EBIT en ROCE stegen met ongeveer 50% en de EBITDA-marge van 13% stimuleerde een sterke kasstroomgeneratie. Deze uitstekende cijfers waren het resultaat van:

  • een sterkere businessportefeuille in de regio, vooral in Ecuador en Brazilië;
  • een sterke vraag en een heel goed werkend distributiemodel in Chili;
  • een beter concurrentievermogen op vlak van prijs en kosten in Peru.

Bekaert investeerde € 14 miljoen in materiële vaste activa in de regio, vooral in Ecuador en Chili.

De gezamenlijke omzet van Bekaert daalde lichtjes (-1%) als gevolg van het gemiddelde valutaeffect van de Braziliaanse real, ondanks de sterke stijging van die munt in de tweede jaarhelft van 2016. De resultaten van onze joint ventures in Brazilië overtroffen de zwakke economische omstandigheden in het land en droegen evenveel bij tot het nettoresultaat van Bekaert als in 2015.

Onze business transformeren

Bekaerts dochterondernemingen in Latijns-Amerika staan op de implementatielijst van de globale uitmuntendheidsprogramma's die als doel hebben om waarde te creëren in alle regio's en voor alle platformen. Het 'manufacturing excellence'-programma van Bekaert (Bekaert Manufacturing System of BMS) wordt momenteel geïmplementeerd in Ecuador, Peru, Chili en Brazilië en ook het 'commercial excellence'-programma van Bekaert (BCE) wordt uitgerold met specifieke aandacht voor de bijzonderheden van de lokale markten en distributiemodellen. Vicson in Venezuela leidt de proefimplementatie van het globale veiligheidsprogramma BeCare in de regio.

Het succes van BMS bleef niet onopgemerkt door onze partners en joint ventures. De joint ventures van Bekaert met ArcelorMittal in Brazilië hebben de aftrap gegeven voor BBMS (Belgo-Bekaert Manufacturing System) om gelijkaardige voordelen mogelijk te maken in de fabrieken binnen het partnerschap.

Veranderingen in het aandeelhouderschap in 2017

Momenteel wordt er onderhandeld om de 100%-dochteronderneming van Bekaert in Sumaré (Brazilië), een staalkoordvestiging met hoge margecontributie die werd overgenomen van Pirelli, in te brengen in het partnerschap BMB (Belgo-Mineira Bekaert) met ArcelorMittal. Bekaert houdt 44,5% van de aandelen aan in die joint venture en zou – na overeenkomst en reglementaire goedkeuring – de resultaten van de fabriek in Sumaré niet langer opnemen in de geconsolideerde jaarrekening.

Ecuador: heropbouw na de aardbeving

Ecuador werd in april 2016 getroffen door een verwoestende aardbeving. Honderden mensen stierven en in totaal werd ongeveer een kwart miljoen mensen getroffen door het verlies van of materiële schade aan hun huizen of werkplaatsen.

De verwoesting in de regio was zo groot door de slechte kwaliteit van de gebouwen, die niet bestand waren tegen de kracht van de aardbeving. In Ecuador wordt er veel op informele wijze gebouwd zonder bouwvergunning. Zo worden er bijvoorbeeld verdiepingen toegevoegd aan gebouwen met een te zwakke fundering.

Om zich tot dit marktsegment te richten met bouwadvies en kwaliteitsmaterialen ontwikkelde IdealAlambrec-Bekaert meer dan 5 jaar geleden een uitgebreide bouwhandleiding met constructieplannen en gedetailleerd advies voor 15 standaard sociale woningen.

Alle technische beschrijvingen voldoen aan de strenge vereisten inzake

aardbevingsbestendigheid. IdealAlambrec-Bekaert produceert ook een breed gamma van de nodige staaldraadverstevigingsproducten en beschikt over een groot netwerk van klanten en verdelers die de overige bouwmaterialen aanbieden.

De Ecuadoraanse regering nam een beslissing over de heropbouw van sociale woningen met strengere bouwvoorschriften en aardbevingsbestendige versterking. Ze nodigde mogelijke partners uit om de materialen en technisch advies te voorzien. IdealAlambrec-Bekaert was het enige bedrijf dat een onmiddellijke oplossing kon bieden dankzij de beschikbare bouwhandleiding, de materialen, de opleidingen en een breed netwerk van plaatselijke technische ondersteuning en benodigdheden. In 2016 werden er ongeveer 15 000 kits geleverd voor evenveel huizen. Voor 150 andere huizen fungeerde Bekaert als aannemer.

De business opportuniteit was niet de enige focus. Bekaert doneerde 10 huizen aan zwaar getroffen families. Lees meer in ons hoofdstuk over Duurzaam Ondernemen.

Pacifisch Azië

Gezamenlijke omzet: € 1 052 miljoen
Investeringen in materiële vaste activa: € 59 miljoen
Totale activa: € 1 115 miljoen
Medewerkers: 10 563

Economische omgeving in 2016

De economische groei in China vertaagde lichtjes in vergelijking met 2015 maar viel binnen de door de regering vooropgestelde doelstelling van 6,5 en 7% en overtrof de meest andere grote economieën. Andere regionale spelers zoals India en Indonesië kenden een stijging van hun BBP dankzij de algemene groei en een toegenomen binnenlandse vraag.

De sterke automobielmarkten droegen in hoge mate bij tot de groei in de hele regio. De vraag van zonneenergiemarkten was sterk in het eerste jaarhelft maar kende een belangrijke daling in het derde kwartaal die werd veroorzaakt door veranderingen in terugleververgoedingen in China in juli 2016.

De economische hervormingen in India resulteerden in een indrukwekkende BBP-groei van 7,5%, niettegenstaande het geldvernietigingsprogramma dat eind 2016 de economie tijdelijk opgeschud heeft. De binnenlandse industriële productie-output was hoog gedurende 2016.

Bekaert is aanwezig in Azië met productie- en ontwikkelingscentra in China, India, Indonesië, Maleisië en Japan.

Activiteitenverslag

Bekaert behaalde een organische omzetgroei van 8,5% in Pacifisch-Azië ten opzichte van 2015. Onze activiteiten behaalden een sterke margetoename voor de hele regio: onderliggende EBIT steeg met 72% tot € 119 miljoen, aan een marge van 11,3%. Onderliggende EBITDA bedroeg € 222 miljoen, 25% hoger dan vorig jaar aan een marge van 21%. ROCE verdubbelde nagenoeg naar meer dan 12%.

Deze robuuste prestaties voor de regio waren het resultaat van een hoge capaciteitsbenutting, M&A activiteiten, een onmiddellijk rendement uit investeringen en de aanzienlijke impact van diverse transformatieprogramma's. Het groeiend aandeel van producten met hoge toegevoegde waarde in onze business portefeuille en de impact van de desinvestering van activiteiten met lage marges hebben bijgedragen tot de sterke winstcijfers.

De succesvolle introductie van Bekaerts 'customer excellence' programma in China heeft geleid tot een betere prioritisering van de beschikbare capaciteit om klanten met een groeistrategie te bevoorraden met een productenportefeuille met hoge toegevoegde waarde.

Bekaerts activiteiten in Indonesië en India noteerden robuuste prestaties in 2016. We hebben maatregelen geïmplementeerd om de zwakke prestaties van de activiteiten in Maleisië aan te pakken. Tegelijkertijd hebben we staalkoordcapaciteit toegevoegd in heel Azië om aan de toegenomen vraag van automobielmarkten te voldoen.

Bekaert heeft in 2016 intensief geïnvesteerd in de regio met een totaal van € 59 miljoen in materiële vaste activa, waaronder tire cord uitbreidingsinvesteringen in China, India en Indonesië.

Transformeren voor de toekomst

Het 'Bekaert Manufacturing System' (BMS) werd met succes geïmplementeerd in Karawang (Indonesië) en in verschillende productievestigingen in China: Weihai, Jiangyin, Shenyang en Qingdao. Het programma wordt verdergezet en zal in de nabije toekomst eveneens uitgerold worden in de andere Aziatische vestigingen.

22 Pacifisch Azië

Transformatie houdt eveneens

hestructureringsmaatregelen in voor activiteiten zonder groeipotentieel: we zijn gestart met het geleidelijk afbouwen van de Maleisische vestiging in Shah Alam en hebben een aantal productielijnen overgebracht naar onze site in Ipoh, eveneens in Maleisië.

We hebben ook de beslissing genomen om de kleine staalkoordfabriek in Huizhou in de provincie Guandong in China te sluiten. Investeringsbeperkingen in Huizhou hebben verhinderd om het potentieel van de fabriek op schaalgrootte te brengen en de kost-efficiëntie op te trekken tot het niveau van de andere vestigingen in China. Daarom werd beslist om de operaties stop te zetten in Huizhou, en te investeren in andere bestaande vestigingen in het land.

PT Bekaert Indonesia viert inhuldiging van uitbreiding

In maart 2016 heeft PT Bekaert Indonesia (PTBI), de productie-eenheid van Bekaert in Indonesië, de inhuldiging van de Garuda 5 uitbreiding en de 20ste verjaardag van de vestiging gevierd. De inhuldiging vond plaats in aanwezigheid van Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Astrid van België, die de Belgische Economische missie naar Indonesië leidde, en Bert De Graeve, Voorzitter van de Raad van Bestuur van Bekaert. De plechtigheid werd bijgewoond door politieke, diplomatieke en economische vertegenwoordigers uit België en Indonesië, alsook door klanten en andere zakenrelaties van Bekaert in Indonesië.

Bekaert-Bridgestone: co-creatie op wereldschaal

Bekaert en Bridgestone ondertekenden een overeenkomst voor co-ontwikkeling op lange termijn die beide partijen toelaat om gezamenlijk product- en procesvernieuwingen te blijven ontwikkelen om zo nieuwe, hoogperformante duurzame banden te ontwerpen. De co-ontwikkeling houdt concrete onderzoeksopportuniteiten in voor de technologen van Bekaert en illustreert de innovatiekracht van onze onderneming, als vertrouwde partner van de grootste innovator in de bandenindustrie. De overeenkomst werd ondertekend in Tokyo tijdens een officieel staatsbezoek aan Japan van Hunne Majesteiten de Koning en de Koningin der Belgen.

Bekaert kreeg van Bridgestone de eerste 'Development Contribution Award'. Met deze prijs beloont Bridgestone een ontwikkelingspartner die belangrijke technische ontwikkelingen heeft gerealiseerd die toegevoegde waarde creëren voor Bridgestone's productenportefeuille.

Bridon-Bekaert Ropes Group

Gezamenlijke omzet: € 319 miljoen
Investeringen in materiële vaste activa: € 14 miljoen
Totale activa: € 613 miljoen
Medewerkers: 2 514

Economische omgeving in 2016

De meeste kabelmarkten krompen verder in 2016. Dit gold voor de olie-en gassector en voor de mijnbouw, hoewel deze laatste bij jaareinde tekenen van een aantrekkende vraag vertoonde, ondersteund door toegenomen grondstofprijzen.

Andere markten relevant voor de kabelactiviteiten zijn – onder andere – machinebouw (kranen en hijsapparatuur), bosbouw en visvangst alsook de bouw.

Activiteitenverslag

Bekaert behaalde 34% omzetgroei in het kabel- en advanced cord segment als gevolg van de integratie van de Bridon-activiteiten in de Bridon-Bekaert Ropes Group. Zwakke marktomstandigheden in de olie- en gassector beïnvloedden de verkoopvolumes en de algemene capaciteitsbezetting in de meeste kabelfabrieken. De kabelvolumes kenden een lichte stijging in het vierde trimester en de advanced cords business presteerde goed doorheen het jaar.

Het BBRG management implementeert maatregelen om haar marktpositie te versterken en de voordelen van de schaalvergroting geleidelijk aan te benutten door verbeteringen aan de productie-footprint en de globale business portefeuille.

Dit houdt de sluiting in van Bridon-Bekaert ScanRope AS in Tønsberg (Noorwegen) en de herstructurering van de Belton fabriek in Texas (VS).

Bridon-Bekaert Ropes Group gaat van start

Bekaert en Ontario Teachers' Pension Plan, de vorige eigenaar van Bridon, hebben de definitieve fusie van hun wereldwijde kabel en advanced cords businesses succesvol afgesloten op 28 juni 2016 en een nieuwe joint venture opgericht waarin Bekaert 67 % van de aandelen bezit en Ontario's Teachers' 33 %. Bridon-Bekaert Ropes Group brengt de staalkabel- en advanced cords capaciteiten van nagenoeg 2 500 medewerkers, 18 productievestigingen in 10 landen, marktgedreven R&D, en een wereldwijd verkoop- en distributienetwerk samen. De fusie laat toe om de schaalgrootte en complementaire sterkten van Bekaert en Bridon te benutten en zal waardecreatie nastreven voor klanten en voor de nieuwe groep. Niettegenstaande de aanhoudende moeilijke marktomstandigheden voor de kabelactiviteiten, hebben de Raad van Bestuur en het managementteam van BBRG het volle vertrouwen in het toekomstpotentieel van de business. BBRG onderneemt maatregelen om haar competenties en schaal te benutten, de rentabiliteit te verbeteren en klanten wereldwijd te bedienen met een ongeëvenaarde kwaliteit en dienstverlening.

Globale transformatie bij BBRG

Het succes van het Bekaert Manufacturing System (BMS) is niet onopgemerkt voorbijgegaan aan de kabel business. BBRG zal dan ook begin 2017 het startschot geven voor BBMS (Bridon-Bekaert Manufacturing System) om gelijkaardige voordelen te creëren in hun vestigingen.

Technologie en innovatie

Technologisch leiderschap en snelheid vormen één van de vijf kernstrategieën van Bekaert. Onze activiteiten in dit domein richten zich op het creëren van toegevoegde waarde voor onze klanten ten gunste van het langetermijnsucces van onze business en al onze stakeholders. We werken samen met klanten en leveranciers over de hele wereld om voor zowel bestaande als nieuwe toepassingen technologieën te ontwikkelen, te implementeren, te upgraden en te beschermen. We luisteren naar onze klanten zodat we inzicht krijgen in hun innovatie- en procesbehoeften. Begrijpen hoe onze producten in hun productieprocessen en eindproducten functioneren is uiterst belangrijk om oplossingen met toegevoegde

Staaldraadtransformatie- en unieke

waarde te ontwikkelen.

deklaagtechnologieën vormen onze kerncompetenties. Om ons technologisch leiderschap hierin verder te versterken, investeert Bekaert intensief in onderzoek en ontwikkeling en beschouwen we innovatie als een constante drijfveer voor al onze activiteiten en processen.

Innovatie in de praktijk: het voortdurend herontwikkelen van onze kerncompetenties

Om ons technologisch leiderschap te behouden en te versterken, zoeken we voortdurend naar nieuwe oplossingen in staaldraadtransformatie- en deklaagtechnologieën. Dankzij de combinatie van deze competenties kunnen we de eigenschappen van staal zoals sterkte, buigzaamheid, vermoeiing, vorm, adhesie en corrosiebestendigheid beïnvloeden. Zelfs na meer dan 135 jaar ervaring blijft er veel te ontdekken in onze zoektocht naar de optimale bulk- en oppervlakteeigenschappen van staaldraad. Door het optimaliseren van de synergie tussen de competenties van onze technologen en die van onze onderzoeks- en business partners kunnen we een wezenlijk verschil maken en oneindig veel mogelijkheden scheppen.

Innovatie in een notendop:

  • In 2016 hebben we € 64 miljoen geïnvesteerd in R&D.
  • Een internationaal team van meer dan 450 R&D-specialisten ontwikkelt nieuwe producten en procesinnovaties.
  • Bekaert heeft twee belangrijke technologiecentra: één in België en één in China. Daarnaast zijn er wereldwijd verschillende ontwikkelingscentra. Met de oprichting van de Bridon-Bekaert Ropes Group in 2016 werd het Britse Bridon Technology Centre voor het ontwikkelen en testen van staalkabels en synthetische kabels daaraan toegevoegd.

Twee pioniers en vaste waarden in de markt van staaldraad en kabels bundelden in 2016 de krachten om 's werelds meest toonaangevende leverancier van staalkabels en advanced cords te worden: Bridon-Bekaert, the Ropes Group. Het technologiecentrum van de Group investeert in expertise, unieke testmaterialen en forensische laboratoria om de ontwikkeling van innovatieve nieuwe technologieën te bespoedigen.

  • Bekaert heeft haar beschermingsstrategie voor intellectuele eigendommen (IE) aangepast en uitgerold in de loop van 2016. De IE-bescherming bij Bekaert bestaat onder andere uit octrooi- en modelbescherming, handelsgeheimen en geheimhoudingsovereenkomsten. Ze is van toepassing op zowel producten en merken, processen en uitrusting als op de exclusieve ontwikkelings- en testprogramma's in samenwerking met klanten, leveranciers en onderzoekspartners. Dankzij de succesvolle bescherming van intellectuele eigendommen is Bekaert een vertrouwde partner voor klanten wereldwijd.
  • Eind 2016 omvatte de Bekaert-portefeuille bijna 1 500 octrooien en octrooiaanvragen, waarvan 300 octrooirechten van de Bridon-Bekaert Ropes Group.

R&D als drijfveer voor waardecreatie

We streven continu naar de vernieuwing van ons productenaanbod met innovatieve producten en oplossingen die onze klanten toegevoegde waarde bieden; onder meer door betere kwaliteit of eenvoud van installatie; en door de totale kosten en/of de impact op het milieu van de producten en productieprocessen van onze klanten te verlagen.

Enkele voorbeelden:

In 2016 lanceerde Bekaert met succes Murfor® Compact, een nieuw type hoogperformante metselwerkwapening. Het is een stevige maas van staalkoord met hoge treksterkte, geleverd op rol voor toepassingen met lijm- en dunbedmortel. De sterke structuur van de wapening voorkomt scheurvorming en versterkt het metselwerk. Dit lichte product kan gemakkelijk worden verplaatst en geïnstalleerd. Door de rollengte kan de installatie ook sneller en efficiënter verlopen. Bovendien biedt Murfor® Compact ook voordelen voor het milieu: omdat de wapening op maat kan worden gesneden, is er praktisch geen materiaalverlies.

Murfor® Compact werd gebruikt als metselwerkwapening voor het nieuwe hoofdkantoor van Bekaert in Zwevegem (België).

  • Bekaert ontwikkelde voor de bouwsector ook Fortifix® , een stalen tussenlaag uit staalkoord die gebruikt wordt voor niet-structurele schade aan het wegdek. Fortifix® zorgt voor een snelle en correcte uitvoering. De tussenlaag kan eenvoudig uitgerold worden, manueel of met een machine, op een vlakke of ruwe ondergrond. Deze oplossing biedt niet alleen een lange levensduur, maar is ook 100% recycleerbaar. Fortifix® draagt bij tot de duurzaamheid van wegrenovatieprojecten. De tussenlaag kan vermalen worden met het asfalt en verwijderd worden met behulp van magneten. Dat resulteert in besparingen op zowel transport- als afvalkosten. Fortifix® levert ook voordelen voor het milieu op doordat er minder energie en grondstoffen nodig zijn.
  • Murfor® Compact en Fortifix® zijn een uitstekend bewijs van Bekaerts vermogen om ontwikkelingen en technologieën voor één sector te gebruiken als basis voor innovaties in een andere sector. Deze productontwikkelingen zijn gebaseerd op onze ervaring om staalkoord en staaldraad te verwerken in 2D- of 3D-structuren die kunnen worden ontworpen volgens de vereisten.
  • We hebben verdere vooruitgang geboekt in de ontwikkeling van onze nieuwe generatie vangrails. Deze vangrailsystemen met optimale energiespreiding zullen ons in de nabije toekomst beschermen op de weg dankzij een unieke combinatie van Bekaert-draadproducten ingebed in een thermoplastische matrix.

Samen met een geselecteerde externe partner werd het potentieel van Bekaerts oplossing bevestigd aan de hand van een aantal specifieke vangrailontwerpen. Daarbij lag de focus op het verminderen van de ernstgraad van letsels bij ongevallen, maar ook op het inperken van de impact van zwaardere voertuigen zoals bussen en vrachtwagens. Op basis van de veelbelovende resultaten van deze simulaties zijn er in 2017 officiële crashtests gepland.

  • Ons vernieuwde gamma van platte en profieldraden, vaak gebruikt in de automobielindustrie en in de olieen gassector, omvat staaltjes van microtolerantie in modellering, kwaliteit en consistente afwerking. In 2016 is Bekaert blijven investeren in en werken aan de ontwikkeling van de modelleringsmogelijkheden.
  • Bekaerts gamma van staalkoord met super- en ultrahoge treksterkte om banden te versterken, laat bandenfabrikanten toe om banden te produceren met een lager gewicht, een dunnere staalgordel en een lagere rolweerstand. Bovendien is staalkoord met ultrahoge treksterkte, wanneer de totale kost in acht wordt genomen, goedkoper dan de conventionele staalkoord die het vervangt. Dat resulteert in een lagere uitstoot van CO2 en minder brandstofverbruik voor de eindgebruiker. Bekaerts staalkoord met de hoogste treksterkte vermindert momenteel het gewicht van staalkoord in een band met 30% in vergelijking met staalkoord met een normale treksterkte. In 2016 heeft Bekaert met succes de marktpenetratie van deze staalkoordtypes met hogere toegevoegde waarde verdergezet in China. Bandenfabrikanten erkennen de waarde ervan omdat het hen toelaat om hoogwaardige banden te ontwikkelen aan een lagere totale kost.
  • Voor bandenfabrikanten is de vermoeiingsgraad van staalkoord van het grootste belang. Om deze reden toetst Bekaert de vermoeiingstestmethoden continu af met de bandenfabrikanten. In 2016 hebben we onze expertise over vermoeiing uitgebreid. Dankzij een heel nauwe samenwerking tussen de teams uit onze staalkoordfabrieken en de Bekaert Technologiecentra werden processen aangepast om de vermoeiingsgraden te verhogen en werden strikte normen bepaald met onze klanten voor de goedkeuring van zowel productstalen als massaproductie.
  • Bridon-Bekaert Ropes Group bracht met NXG (next generation) kabels en Brilube Extreme® een beloftevolle nieuwe productcombinatie voor diepwatertoepassingen op de markt. Bij onderzeese toepassingen onder hoge druk kunnen bestanddelen van smeermiddelen afbreken, vooral wanneer de kern van de staalkabels loswikkelt. Dat kan zorgen voor versnelde corrosie, een kortere levensduur van de kabels, milieuverontreiniging en een stijging van de operationele kosten. Bridon-Bekaert Ropes Group ontwikkelde NXG kabels waarvan de kern geëxtrudeerd is met druk-resistente polymeren met lage wrijvingscoëfficiënt. De voordelen zijn een betere ondersteuning van de kabelconstructie, het beperken van waterinsijpeling in de kern en als katalysator voor andere versterkers. Deze kabels werden ontwikkeld in combinatie met Brilube Extreme® , een nieuwe generatie smeermiddel dat werd ontwikkeld door Bridon-Bekaert Ropes Group en geselecteerde smeermiddelenproducenten om aan extreme diepzee-omstandigheden en grote temperatuurschommelingen te kunnen weerstaan en aan de alsmaar strenger wordende milieuvoorschriften te voldoen. Brilube® smeermiddelen worden gebruikt bij zowel de kabelproductie zelf als bij kabelassemblage op maat en bij onderhoud.

Prijzen & erkenningen

  • Het Bekaert Dramix® 5D-staalvezelgamma kreeg de Italiaanse Concrete Technology Award (ICTA) in de categorie 'Product Innovation for Materials and Admixtures for Concrete'. De jury – samengesteld uit journalisten en technische experts – prees het technische vernuft van het product.
  • Het 'London Lee Tunnel'-project won de prestigieuze Concrete Society Award en Dramix® mocht delen in de eer. De diepste tunnel ooit in het VK werd in 2016 afgewerkt en geopend na 5 jaar boor- en bouwwerken.
  • Bekaert kreeg van Bridgestone de eerste 'Development Contribution Award'. Met deze prijs beloont Bridgestone een ontwikkelingspartner die belangrijke technische ontwikkelingen heeft gerealiseerd die toegevoegde waarde creëren voor Brdigestone's productenportefeuille. Het is een duidelijke illustratie van de kracht van klantgerichte ontwikkelingen en een voorbeeld van sterke klantenrelaties.

Endo Masato van Bekaert Japan (links) ontvangt de prijs van De heer Mochizuki (rechts), Vice President and Officer van Bridgestone.

Dankbetuiging

We danken het Vlaams Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT) en de Belgische federale regering. De subsidies en stimuli voor R&D-projecten met hooggeschoold wetenschappelijk personeel en onderzoekers in Vlaanderen zijn essentieel voor het behoud van R&D-activiteiten in België.

Co-creatie en open innovatie

Er is een groeiende trend in samenwerking met onze strategische klanten, leveranciers en een netwerk van academische onderzoeksinstellingen en universiteiten. We nemen ook corporate venturing in aanmerking: we scouten bedrijven met opkomende technologieën om mee samen te werken. Deze samenwerkingen kunnen bestaan uit investeringen, licentieovereenkomsten of gezamenlijke ontwikkelingsovereenkomsten. Onze investeringen hierin zijn minderheidsbelangen in jonge startende ondernemingen met innovatieve technologieën die de kerncompetenties van Bekaert kunnen benutten of aanvullen. Daarnaast zijn we voortdurend op zoek naar nieuwe businessopportuniteiten.

In 2016 evalueerde Bekaert de opties om supergeleidende draden te ontwikkelen en besloten we te investeren in een start-up zodat we de krachten konden bundelen en sneller vooruitgang boeken in een echte 'better together-mentaliteit.

Het samenwerkingsverband wil innovatieve draadoplossingen ontwikkelen voor bestaande toepassingen op grote schaal, zoals supergeleidende draden voor MRI-scanners, of voor verwachte nieuwe toepassingen in de energiesector.

Bekaert beoogt internationale partnerschappen met universiteiten en onderzoekscentra. In 2016 zetten we onze samenwerking met academische instellingen, technologieclusters en onderzoekspartners uit verschillende landen voort om op lange en korte termijn toegang te hebben tot externe deskundigheid, externe innovatie te integreren en ontwikkelingsprojecten te versnellen. Zie wereldkaart hieronder.

Uitgerust voor uitmuntende prestaties

Bekaerts eigen engineering-afdeling speelt een cruciale rol in de optimalisatie en standaardisering van onze productieprocessen en -machines. Deze afdeling ontwerpt, produceert, installeert en onderhoudt de machine-uitrusting van onze fabrieken wereldwijd.

Nieuwe machines zorgen voor prestatieverbeteringen op verschillende vlakken, zoals productkwaliteit, prestatievermogen en flexibiliteit, en kostenefficiëntie. Onze focus ligt ook altijd op machine veiligheid, ergonomie en de impact op het milieu.

Bouwen aan de fabriek van de toekomst

Onze ingenieurs en technici gebruiken hun uitgebreide ervaring om de 'Bekaert fabriek van de toekomst' te bouwen. Zij ontwikkelen aan hoogperformante innovatieve uitrusting tegen een lage operationele kost, machines die een minimale omstellingstijd vereisen, en maximale automatiserings- en

robotisatiemogelijkheden verzekeren. In fabrieken in de VS, Slovakije en China lopen logistieke pilootprojecten voor de verhandeling van bobijnen. Er worden inspanningen geleverd om uitrusting te automatiseren, waardoor machineoperatoren hun expertise optimaal kunnen inzetten op taken met toegevoegde waarde. De nieuwe machines zijn intelligent en mensgericht en signaleren relevante data over performantie en productkwaliteit.

Dankzij fabrieksautomatisering en productieinformatiesystemen kan de productiviteit geoptimaliseerd worden. Het toegenomen gebruik van sensoren en robotica getuigt van de interconnectie en digitalisering. Geavanceerde sensoren en meetinstrumenten worden steeds meer geïntegreerd in Bekaerts productie-uitrusting om de specificatietoleranties in verschillende productiestappen te controleren. Dit verhoogt de testmogelijkheden op het gebied van kwaliteitstesten in alle kritische procesfases.

Bekaert Engineering onderzoekt systematisch nieuwe technieken zoals additieve vervaardiging (bv. 3D-printen), micro-EDM (electrical discharge machining) en modellering- en simulatietechnologieën.

Door deze modellering- en simulatietechnologieën kunnen we de tijd nodig om nieuwe uitrusting te ontwikkelen ingrijpend inkorten. In vergelijking met de systematische proefondervindelijke methode brengt deze werkwijze ons veel sneller bij een ontwerp en uitvoering volgens het first time right-principe.

Engineering in een notendop

  • Bekaerts eigen engineeringafdeling stelt een internationaal team van 550 ingenieurs en technici te werk.
  • De engineeringteams zijn gevestigd in België, China, India, Slovakije en Brazilië. Het Belgisch team richt zich vooral op de ontwikkeling van nieuwe uitrustingen terwijl de productie van standaarduitrustingen in China gebeurt. De teams in India, Slovakije en Brazilië bieden assemblage- en onderhoudsdiensten voor alle Bekaert-vestigingen wereldwijd.
  • Naarmate Bekaert globaal uitbreidt, stemt Bekaert Engineering zijn bijkomende engineering support dichter af op deze fabrieken om optimale en snelle ondersteuning te verzekeren voor de productievestigingen.
  • Bekaerts engineeringteam is voortdurend op zoek naar mogelijkheden om de totale kosten te verlagen en disruptieve innovatieve engineeringoplossingen te bieden voor nieuwe producten en processen. Bekaert Engineering garandeert ook uitstekende dienstverlening op het vlak van assemblage, installatie en onderhoud en coördineert het beheer van wisselstukken voor Bekaert wereldwijd.

Duurzaam ondernemen

Voor ons gaat duurzaam ondernemen over economisch success, de veiligheid en ontwikkeling van medewerkers, milieuleiderschap en sociale vooruitgang. Op die manier vertaalt Bekaert duurzaam ondernemen in een voordeel voor alle stakeholders.

Bekaerts wereldwijde strategie voor duurzaam ondernemen is gebaseerd op vier peilers: onze verantwoordelijkheid op de werkplek, op de markt, ten aanzien van het milieu en tegenover de maatschappij. Onze CSR-inspanningen en -activiteiten zijn daarom gericht op de belangen van al onze stakeholders: medewerkers, klanten, aandeelhouders, partners, lokale overheden en de gemeenschappen waarin we actief zijn.

Bekaerts duurzaamheidsrapport 2016 is gebaseerd op de GRI G4 richtlijnen van het GRI sustainability reporting framework. De certificiëring van het rapport 2016 was nog in behandeling op de dag van de publicatie van dit jaarverslag. Global Reporting Initiative (GRI) is een non-profit organisatie die economische duurzaamheid bevordert.

In 2016 werd Bekaert opnieuw erkend door de opname in Ethibel Excellence Index (ESI) Europe – een referentiecriterium voor toppresteerders op vlak van maatschappelijk verantwoord ondernemen gebaseerd op Vigeo's onderzoek – en in die van Kempen SRI.

In 2016 kreeg Bekaert het zilveren erkenningsniveau van Ecovadis toegekend, een onafhankelijk bureau voor duurzaam ondernemen wiens methodologie opgebouwd is op internationale standaarden. Hierdoor staat Bekaert in de top 30 van de bedrijven die door Ecovadis geëvalueerd zijn. Als antwoord op de groeiende interesse doorheen de toeleveringsketen om te rapporteren rond de ecologische voetafdruk van activiteiten en logistiek, vult Bekaert ook de vragenlijsten van de Carbon Disclosure Project (CDP) omtrent de klimaatverandering en de toeleveringsketen i n

Monitorings- en rapporteringsdomein

De duurzaamheidsacties en de respectievelijke indexen en certificaten hebben betrekking op de 100% dochterondernemingen van NV Bekaert SA en deze waarin NV Bekaert SA een meerderheidsparticipatie heeft. Dit omvat ook de dochterondernemingen van de Bridon-Bekaert Ropes Group, tenzij anders aangegeven.

Onze verantwoordelijkheid op de werkplek

Leren en ontwikkelen

We hechten veel belang aan het creëren van uitdagende carrière- en persoonlijke ontwikkelingsopportuniteiten voor onze medewerkers. Trainingsprogramma's omvatten niet alleen technische en job-specifieke trainingen, maar ook leiderschapsmodules die onze medewerkers helpen om zichzelf te ontwikkelen en samen te werken in een globale werkomgeving.

Om topprestaties en de voortdurende ontwikkeling van al onze medewerkers te stimuleren, worden de doelstellingen van de groep omgezet in team- en persoonlijke doelstellingen. Bekaerts performantieopvolgingssysteem laat toe dat de teams en individuen geëvalueerd worden in relatie tot deze doelstellingen en hun manier van werken. In 2016 hebben we het performantieopvolgingsproces verder bijgeschaafd. Door middel van persoonlijke beoordelingsgesprekken streven we naar transparantie, feedforward en leiderschapsgedrag.

Personeels gerelateerde data

  • Een gemiddelde van 37 uren opleiding per medewerker in 2016. (1)
  • Percentage medewerkers met een perfomantieopvolging: (2)

(1)BBRG niet inbegrepen

(2)Ex-Bekaert vestigingen van BBRG inbegrepen .

Ex-Bridon vestigingen zullen soortgelijke gegevens rapporteren vanaf 2017.

BeCare: een veilig Bekaert voor iedereen

In 2016 startte Bekaert de implementatie van een nieuw wereldwijd uitmuntenheidsprogramma voor veiligheid, BeCare.

We willen een risicovrije werkomgeving creëren die niemand schade berokkent. Dit geldt voor al onze medewerkers en voor iedereen die in onze vestigingen werkt of ze bezoekt.

Het BeCare programma, dat afgestemd is met het manufacturing excellence programma, is ontwikkeld als een soort roadmap om onze veiligheidsdoelstellingen te realiseren. Deze roadmap helpt ons om de veiligheidspraktijken te definiëren en te implementeren waar alle medewerkers, aannemers en bezoekers in al onze Bekaert locaties wereldwijd baat zullen bij hebben. Het programma slaat op verschillende dimensies zoals op veiligheidspraktijken en hulpmiddelen die blootstelling aan risico's verminderen en op veilig gedrag.

In de loop van 2016 werd het BeCare programma uitgerold in twee pilootfabrieken. Het zal verder geïmplementeerd worden in alle regio's gedurende dit jaar en de komende jaren. Om het uitrollen van het programma te versnellen en te vergemakkelijken, is er een BeCare Academie opgericht die als centrum van uitmuntendheid zal dienst doen.

Een gezonde werkomgeving

Omdat we een gezonde werkomgeving belangrijk vinden, bleven we in 2016 investeren in de automatisatie van verhandelingsapparatuur en andere vormen van ergonomie op de werkplek. In onze fabrieken in de VS, Slovakije en China lopen momenteel pilootprojecten voor de verhandeling van bobijnen.

Bekaert besteedt ook speciale aandacht aan het omgaan met en opslaan van chemicaliën. Een centrale databank houdt alle chemicaliën bij die in onze fabrieken gebruikt worden en voorziet in strenge gezondheids- en veiligheidsnormen voor alle werknemers.

Internationale Gezondheids- en Veiligheidsweek

Bekaert organiseert traditioneel elk jaar wereldwijd een Gezondheids- en Veiligheidsevenement. Het centrale thema van afgelopen jaar was "Een veilig Bekaert voor iedereen". Wereldwijd werden de Bekaert fabrieken aangemoedigd om goede praktijken te delen en te leren van elkaar. Enkele gestandaardiseerde veiligheidshulpmiddelen en -technieken werden in alle fabrieken geïmplementeerd en er vonden veiligheidscontroles en Gemba walks (observatie en feedback rondes) plaats in alle locaties. Bovendien werden alle medewerkers uitgenodigd om de videoboodschap van de CEO te bekijken en te bespreken.

Veiligheidscijfers

Bekaert heeft een OHSAS 18001 certificaat op groepsniveau. In 2016 waren 66% van alle Bekaert medewerkers gecoverd door deze standaard. Van de gemiddelde 37 uren training per medewerker in 2016, waren 7 uren gerelateerd aan veiligheid.

Veiligheidskampioenen in geconsolideerde vestigingen

In 2016 hadden 2 fabrieken al meer dan 6 jaar geen veiligheidsincidenten. 3 andere hadden meer dan 3 jaar geen veiligheidsincidenten en 6 fabrieken waren 1 jaar ongevalsvrij.

Frequentiegraad = aantal ongevallen met werkvelet (LTA) per miljoen gewerkte uren.

(1) BBRG inbegrepen (Ex-Bekaert vestigingen voor heel het jaar 2016 , ex- Bridon vestigingen vanaf het derde kwartaal2016).

Ernstgraad = aantal dagen werkverlet als gevolg van arbeidsongevallen, per duizend gewerkte uren. (1) BBRG inbegrepen (Ex-Bekaert vestigingen voor heel het jaar 2016 , ex-

Bridon vestigingen vanaf het derde kwartaal 2016).

In 2016 stegen zowel de frequentiegraad als de ernstgraad in vergelijking met 2015. De slechtere globale resultaten zijn het gevolg van hogere frequentiegraden in bepaalde fabrieken. Het BeCare implementatieplan houdt rekening met de voorgeschiedenis op vlak van incidenten van de locaties zodat de passende maatregelen getroffen kunnen worden om de veiligheidsprestaties globaal te verbeteren.

(1) BBRG inbegrepen (Ex-Bekaert vestigingen voor heel het jaar 2016 , ex- Bridon

vestigingen vanaf het derde kwartaal 2016).

Onze verantwoordelijkheid in de markten en tegenover het milieu 33 Onze verantwoordelijkheid in de markten en tegenover het milieu

Onze verantwoordelijkheid in de gemeenschappen en in de markten

better together in de gemeenschappen waar we actief zijn

Bekaert streeft ernaar om een loyale, verantwoordelijke partner te zijn binnen de lokale gemeenschappen. We hechten er belang aan om op een transparante en constructieve manier met de lokale overheden om te gaan en de nationale wetgevingen en de collectieve arbeidsovereenkomsten na te leven. Bekaert respecteert de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en de verdragen en aanbevelingen van de Internationale Arbeidsorganisatie.

better together met klanten en leveranciers

Bekaert heeft productiefaciliteiten en verkoopkantoren in 40 landen en bouwt langetermijnrelaties met klanten en leveranciers uit, waar we ook actief zijn. We werken samen met klanten en leveranciers in het ontwikkelen van projecten, het initiëren van feedback en tevredenheidsonderzoeken en in het uitwerken van industriële analyses.

In 2015 versterkte Bekaerts Aankoopafdeling haar engagement om het bewustzijn voor en de controle op duurzaam ondernemen bij onze leveranciers te verbeteren. We breidden de scope uit tot 75% van onze globale bestedingen (1). We hebben duurzaamheidsclausules afgesloten met onze belangrijkste walsdraadleveranciers, die 80% van onze walsdraad aankopen wereldwijd vertegenwoordigen. (1) In deze meerjarige overeenkomsten vormen duurzaam ondernemen, integratie in de toeleveringsketen en innovatie expliciete bouwblokken. In 2016 hebben we bovendien soortgelijke overeenkomsten met leveranciers uit andere productcategorieën afgesloten. Gedeelde objectieven en actieplannen voor 2017 werden opgezet met onze belangrijkste leveranciers om duurzaamheid doorheen de toeleveringsketen verder vooruit te stuwen. (1)Excluding BBRG

Bekaert erkent het belang van verantwoord aankopen. In 2016 hebben alle leveranciers onder het Conflict Free Sourcing Initiative (CFSI), de Bekaert Gedragscode voor Leveranciers ondertekend en vulden ze de meest recente CFSI vragenlijst in.

Dit is een initiatief van de Electronic Industry Citizenship Coalition (EICC) en de Global e-Sustainability Initiative (GeSi), die ondernemingen uit verschillende sectoren helpen om kwesties rond mineralen uit conflictregio's aan te pakken.

We werken met globale klanten actief samen in duurzaamheidsprogramma's. We steunen hun CSR programma's door specifieke acties in ons CSR beleid te implementeren en we nemen deel aan duurzaamheidsinitiatieven en standaarden om te beantwoorden aan specifieke vragen van de klant.

Onze veantwoordelijkheid ten aanzien van het milieu

We streven er voortdurend naar om minder materialen te gebruiken, ons energieverbruik te reduceren en afval te verminderen.

Bekaerts zorg voor het milieu wordt toegepast in drie deelaspecten: onze voortdurende inspanningen om mileuvriendelijker productieprocessen voor onze fabrieken wereldwijd te ontwikkelen, preventie en risicobeheer, en de ontwikkeling van producten die bijdragen aan een schoner milieu.

    1. Onze ambitie om mileuvriendelijker productieprocessen voor onze fabrieken wereldwijd te ontwikkelen. In 2016 boekten we vooruitgang in enkele globale programma's
  • Het LED programma dat alle traditionele verlichting vervangt door LED verlichting wereldwijd, is verder uitgerold. Ons energieverbruik is hierdoor reeds met 63 GWh per jaar afgebouwd. We verwachten dat we het programma zullen kunnen afronden tegen eind 2017.
  • Met uitzondering van China kwam 25% van onze elektriciteit van herbruikbare energiebronnen. China inbegrepen (waar stroom van hernieuwbare energiebronnen schaars is) kwam 15% van hernieuwbare bronnen. De slaagkans om energie van hernieuwbare bronnen aan te kopen is sterk afhankelijk van de beschikbaarheid van dergelijke bronnen en van de betrokken data.

  • We hebben verdere vooruitgang geboekt in het verwerken van gebruikt zoutzuur. Een groot aantal Bekaert fabrieken besteedt de verwerking van zoutzuur uit aan externe afnemers. Deze bedrijven zetten de afvalzuren om in ijzerchloride coagulanten die gebruikt worden voor waterzuivering. Er werden labtesten uitgevoerd om het gebruikte zoutzuur om te zetten in een ijzerchloride oplossing, wat het hergebruik door afnemers zal vergemakkelijken. Een alternatieve werkwijze bestaat erin het gebruikte zoutzuur ter plaatse te recupereren, te verwerken en te hergebruiken in het productieproces.

    1. Preventie en risicobeheer in Bekaerts milieubeleid
  • Bekaerts globale procedure die voorzorgsmaatregelingen tegen bodem- en grondwaterverontreiniging(ProSoil) verzekert, werd in 2016 verder uitgewerkt met concrete actieplannen.
  • Verantwoord gebruik van water is ook een blijvende prioriteit. In 2016 werden programma's die erop gericht zijn om waterverbruik op lange termijn te verminderen verder uitgebreid. We voerden diepgaande analyses en evaluaties uit op onze waterbalans om een standaard voor Bekaert wereldwijd te bepalen.
  • In 2016 waren 95% van de Bekaert vestigingen wereldwijd ISO 14001 gecertifieerd. ISO 14001 maakt deel uit van de internationaal erkende ISO 14000 standaard die praktische tools aanbiedt aan bedrijven die hun mileuverantwoordelijkheden beheren. ISO 14001 legt de nadruk op systemen voor mileubeheer. De certificatie van alle Bekaert fabrieken over de hele wereld blijft onze doelstelling. Het is een element in het integratieproces van nieuwe entiteiten en van vestigingen die toegevoegd worden aan de consolidatieperimeter. Bekaert ontving ook een certificaat voor ISO 14001 en ISO 19001 op groepsniveau. De ISO 9000 familie behandelt verschillende aspecten van kwaliteitsmanagement.

  • Bekaert ontwikkelt producten die bijdragen tot een schoner milieu. Ecologie is een aspect dat reeds in beschouwing wordt genomen vanaf de R&D fase van nieuwe producten. In veel gevallen vormt het zelfs een drijfveer in productontwikkeling. Nieuw ontwikkelde producten met ecologische voordelen worden beschreven in het Technologiehoofdstuk.

Enkele voorbeelden::

Fortifix® , een stalen tussenlaag uit staalkoord die gebruikt wordt voor niet-structurele schade aan het wegdek. Deze oplossing biedt niet alleen een hoge levensduur, het is bovendien 100% recycleerbaar.

  • Droog- en verwarmingssystemen op gas en elektrische infrarood droogtechnologieën die de efficiëntie verhogen en het energieverbruik verminderen. Deze systemen worden gebruikt in verschillende sectoren en toepassingen zoals de papier- en kartonindustrie of voor toepassingen in metaalverwerking.
  • Laagkoolstofdraad bedekt met een watergebaseerde coating ter vervanging van deklagen op basis van solventen.
  • Zaagdraad die fabrikanten in de fotovoltaïsche industrie toelaat om polysilicium te versnijden in wafers voor de productie van zonnepanelen met een minimum aan materiaalverlies.
  • Bekaerts gamma van staalkoord met super- en ultrahoge treksterkte om banden te versterken, laat klanten toe om banden te produceren met een lager gewicht, een dunnere staalgordel en een lagere rolweerstand. Dit resulteert in een lagere uitstoot van CO2 emissies en minder brandstofverbruik voor de eindgebruiker. Bekaerts staalkoord met de hoogste treksterkte vermindert het gewicht van staalkoord in banden met 30% vergeleken met staalkoord met een normale treksterkte.
  • Bridon-Bekaert Ropes Group bracht met NXG (next generation) kabels en Brilube Extreme® een beloftevolle nieuwe productcombinatie voor diepwatertoepassingen op de markt. Bij onderzeese toepassingen onder hoge druk kunnen bestanddelen van smeermiddelen afbreken, vooral wanneer de kern van de staalkabels loswikkelt. Dat kan zorgen voor versnelde corrosie, een kortere levensduur van de kabels, milieuverontreiniging en een stijging van de operationele kosten. Bridon-Bekaert Ropes Group ontwikkelde NXG kabels waarvan de kern geëxtrudeerd is met druk-resistente polymeren met lage wrijvingscoëfficiënt. De voordelen zijn een betere ondersteuning van de kabelconstructie, het beperken van waterinsijpeling in de kern en als katalysator voor andere versterkers. Deze kabels werden ontwikkeld in combinatie met Brilube Extreme® , een nieuwe generatie smeermiddel dat werd ontwikkeld door Bridon-Bekaert Ropes Group en geselecteerde smeermiddelenproducenten om aan extreme diepzee-omstandigheden en grote temperatuurschommelingen te kunnen weerstaan en aan de alsmaar strenger wordende milieuvoorschriften te voldoen. Brilube® smeermiddelen worden gebruikt bij zowel de kabelproductie zelf als bij kabelassemblage op maat en bij onderhoud.

Onze verantwoordelijkheid tegenover de maatschappij

Bij sponsoring- en andere gemeenschapsactiviteiten leggen we de nadruk op educatieve projecten. Daarenboven steunen we plaatselijke initiatieven en projecten voor sociale, culturele en economische ontwikkeling.

Steun aan educatieve en opleidingsinitiatieven

Wij geloven dat onderwijs en opleiding de sleutel vormen voor een duurzame toekomst. Daarom steunen wij wereldwijd initiatieven die de gemeenschappen waarin we actief zijn, helpen door middel van onderwijs en opleiding.

Onze jointventures in Brazilië steunen traditioneel educatieve projecten. In 2016 werd een educatief project opgezet om interesse voor wetenschappen en bewustwording voor het milieu te stimuleren bij studenten. Een wetenschapsbeurs waar kinderen 50 experimenten in natuurkunde, wiskunde en biologie kunnen uitvoeren en een milieu prijs die ecologische bewustwording stimuleert, maken deel uit van het project.

Sinds de vewoestende aardbeving in de Manabí regio in Ecuador in april 2016 steunt de IdealAlambrec-Bekaert fabriek (Ecuador) het onderwijsprogramma van 50 technische hogeschoolstudenten. In de eerste fase gaven onze technici 50 uren training aan 2 lokale professoren, met focus op aardbevingsbestendige bouwmethoden in risicogebieden. In een tweede fase gaven de professoren hun kennis, met de hulp van onze technici door aan 50 studenten. In totaal werden er 1200 uren training uren gegeven.

Bekaert steunt nog steeds de National 4-H council en werd een zilveren sponser. 4-H is de grootste jeugdontwikkelings- en empowerment organisatie in de VS en bereikt meer dan 7 miljoen 4-H jongeren in verstedelijkte gebieden, voorstedelijke schoolbuurten en landbouwgemeenschappen. In april 2016 lanceerde 4-H zijn Grow True Leaders campagne om de jeugd te empoweren om hun stem te laten horen en aan te tonen hoe ze een verschil maken in hun gemeenschap.

Bekaert bleef sterke relaties opbouwen met verschillende scholen in China. Voor Weihai Xiyuan Zhongxin Kindergarten heeft Bekaert een speelruimte ontworpen om de kennis van wetenschappen te stimuleren bij de kinderen en om hun logisch denken te ontwikkelen. Bekaert steunde opnieuw de Shanghai Pudong Lianying Primary School. Het Lianying School Library Enrichment Project werd opgestart door vrijwilligers van Bekaert Management Co. Ltd in Shanghai in 2013. Bekaert bleef het project steunen onder de vorm van vrijwilligerswerk en het doneren van boeken. Bekaert neemt ook deel aan gezamelijke evenementen met de school rond veiligheid en het aanleren van de Engelse taal.

Steun aan sociale en maatschappelijke initiatieven

We steunen maatschappelijke initiatieven voor de verbetering van sociale omstandigheden in die landen waar we actief zijn.

Toen de Manabí region in Ecuador getroffen werd door een verwoestende aardbeving in april 2016, werd de IdealAlambrec-Bekaert fabriek gecontracteerd door de overheid als primaire bedrijfspartner in een groot wederopbouwprogramma voor de woningen. De zakelijke opportuniteiten waren niet de enige focus van onze lokale teams. Bekaert Latijns-Amerika en de IdealAlambrec-Bekaert vestiging hebben samen ook 10 huizen geschonken aan getroffen families. De huizen voldoen aan de Ecuadoriaanse regelgeving met betrekking tot aardbevingsbestendigheid van gebouwen. Gedurende het bouwproces was er ook technisch toezicht om ervoor te zorgen dat aan alle voorwaarden werd voldaan. Vertegenwoordigers van de Ecuadoriaanse overheid hielpen ervoor zorgen dat de huizen werden toegekend aan die families die de hulp het best konden gebruiken.

Medewerkers van onze IdealAlambrec-Bekaert vestiging verzamelden ook vrijwillig hulpgoederen en doneerden een totale som van USD 30 000.

In Colombia werkte Bekaert samen met Œuvre Belgo-Colombienne pour l'Enfance (OB-CE), een belgische organisatie die kinderen in risicogebieden in Colombia steunt. In 2016 doneerde en installeerde Proalco-Bekaert de volledige omheining voor Los Llanerito Kindergarten, gevestigd in Villavicencio.

In het Thiruvallur district in India hebben we ons jaarlijkse gezondheidskamp initiatief voorgezet. Het werd gelanceerd in 2012 om aan zorgbehoeften van de lokale bevolking te voldoen.

Verslag van de Raad van Bestuur

Kerncijfers

Gezamenlijke cijfers

in miljoen € 2015 2016 Delta
Omzet 4 402 4 351 -1.2%
Investeringen 194 170 -12.4%
Personeel op 31 december 27 148 28 863 6.3%

Geconsolideerde rekeningen

in miljoen € 2015 2016 Delta
Omzet 3 671 3 715 1.2%
Bedrijfsresultaat (EBIT) 219 260 18.4%
EBIT-onderliggend 231 305 31.7%
Financieel resultaat -96 -111 15.3%
Winstbelasting -36 -62 71.1%
Aandeel in het resultaat van joint ventures 18 25 38.9%
Perioderesultaat 105 112 6.6%
Groep 102 105 3.4%
Minderheidsbelangen van derden 4 7 93.9%
EBITDA-onderliggend 436 513 17.7%
Afschrijvingen (MVA) 190 192 0.8%
Waardeverminderingen en bijzondere waardeverminderingen 31 30 -4.3%
Negatieve goodwill - - -
Balans
Eigen vermogen 1 512 1 598 5.7%
Vaste activa 1 922 2 137 11.2%
Investeringen (MVA) 171 159 -7.1%
Balanstotaal 3 882 4 304 10.9%
Nettoschuld 837 1 068 27.6%
Kapitaalgebruik (CE) 2 448 2 650 8.2%
Werkkapitaal 813 843 3.7%
Personeel op 31 december (FTE) 23 777 25 572 7.5%

Ratios

EBITDA op omzet 12.0% 13.0%
EBITDA-onderliggend op omzet 11.9% 13.8%
EBIT op omzet 6.0% 7.0%
EBIT-onderliggend op omzet 6.3% 8.2%
EBIT interest dekking 4.0 3.9
ROCE (EBIT op kapitaalgebruik) 8.7% 10.0%
ROE (winst op eigen vermogen) 6.9% 7.2%
Eigen vermogen op totaal activa 38.9% 37.1%
Nettoschuld op eigen vermogen 55.4% 66.8%
Nettoschuld op EBITDA 1.9 2.2

Joint ventures en geassocieerde ondernemingen

in miljoen € 2015 2016 Delta
Omzet 731 636 -13.0%
Bedrijfsresultaat 75 75 -
Winst van het boekjaar 55 64 16.4%
Investeringen (MVA) 23 12 -47.8%
Afschrijvingen 17 16 -5.9%
Personeel op 31 december 3 371 3 291 -2.4%
Winstaandeel in consolidatie 18 25 38.9%
Eigen vermogen 111 142 27.9%

Kerncijfers per aandeel NV Bekaert SA 2015 2016 Delta Aantal aandelen op 31 december 60 125 525 60 347 525 0.37% Beurskapitalisatie op 31 december (in miljoen €) 1 107 2 322 36.1%

Per aandeel

in € 2015 2016 Delta
EPS 1.82 1.87 2.7%
Bruto-dividend* 0.90 1.10 22.2%
Netto-dividend* 0.66 0.77 17.2%
Valorisatie
in € 2015 2016 Delta
Koers op 31 December 28.39 38.49 35.6%
Koers (gemiddelde) 26.12 37.07 41.9%

* Het dividend is onderhevig aan goedkeuring door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders 2017 ** FTE: Full time equivalent

Geconsolideerde omzet

in miljoen €

EBIT op omzet

Bruto-dividend Tussentijds dividend

2012 2013 2014 2015 2016

Bruto-dividend*

Geconsolideerde omzet

Kerncijfers per segment

EMEA
Onderliggend 2015 2016
EBIT-marge op omzet 10.9% 12.2%
EBITDA-marge op omzet 15.6% 17.4%
ROCE 19.3% 22.1%
EMEAEMEA
€ 1 148 miljoen
Gezamenlijke omzet 27%

Noord-Amerika

Onderliggend 2015 2016
EBIT-marge op omzet 2.6% 5.1%
EBITDA-marge op omzet 4.6% 7.6%
ROCE 7.0% 11.7%
Noord-Amerika
€ 512 miljoen
Gezamenlijke omzet
12%

Latijns-Amerika

Onderliggend 2015 2016
EBIT-marge op omzet 6.5% 9.8%
EBITDA-marge op omzet 9.6% 13.0%
ROCE 11.1% 16.6%
Latijns-Amerika
€ 1 320 miljoen
Gezamenlijke omzet
30%

Pacifisch Azië

Onderliggend 2015 2016
EBIT-marge op omzet 6.8% 11.3%
EBITDA-marge op omzet 17.5% 21.1%
ROCE 6.5% 12.2%
Pacifisch Azië
€ 1 052 miljoen 24%
Gezamenlijke omzet

BBRG

Onderliggend 2015 2016
EBIT-marge op omzet 12.3% 4.1%
EBITDA-marge op omzet 18.2% 10.8%
ROCE 12.6% 3.4%
Bridon-Bekaert Ropes Group
€ 319 miljoen
Gezamenlijke omzet
7%

Omzet

Joint ventures en geassocieerde ondernemingen (in miljoen €) Geconsolideerd (in miljoen €)

Samenvatting van het financieel overzicht

Nota's

Naast de financiële informatie op IFRS-basis stelt Bekaert ook onderliggende prestatie-indicatoren van winstgevendheid en cash generatie voor om een consistentere en beter vergelijkbare indicatie te geven van de financiële prestaties van de Groep. De onderliggende prestatie-indicatoren corrigeren de IFRS-cijfers voor de eenmalige impact van herstructureringskosten, provisies voor milieusaneringsprogramma's, bijzondere waardeverminderingen, M&A gerelateerde vergoedingen en andere elementen die de analyse van de onderliggende prestaties van de Groep zouden vertekenen. 'REBIT' en 'REBITDA'- die de normale, 'onderliggende' bedrijfsprestaties reflecteren - worden nu respectievelijk 'EBIT-onderliggend' en 'EBITDAonderliggend' (1). EBIT en EBITDA worden als dusdanig aangehaald of als 'EBIT-gerapporteerd' en 'EBITDAgerapporteerd' ter verduidelijking.

(1) Definities van financiële parameters zijn beschreven in het Financieel Overzicht van dit Jaarverslag.

De vergelijkbare informatie over 2015 werd herwerkt in lijn met IAS19 en ESMA richtlijnen die in werking traden in 2016. De herwerkingselementen en effecten zijn opgenomen in het Financieel Overzicht van dit Jaarverslag.

Onderliggende EBIT evolutie

Bekaerts onderliggende EBIT nam toe met 32% tot € 305 miljoen, aan een marge van 8,2%. Dit was het resultaat van solide volumegroei, positieve effecten van prijszetting, product-mix en voorraadaanpassingen, en aanzienlijke kostenbesparingen. Deze margeverhogende effecten werden deels tenietgedaan door de integratie van de Bridon-activiteiten in Bridon-Bekaert Ropes Group, nadelige wisselkoerseffecten, lage marges in Venezuela door volumeverliezen en wisselkoersschommelingen, en diverse andere invloeden.

Omzet en financieel overzicht

Omzet

Bekaert realiseerde in 2016 een geconsolideerde omzet van € 3,7 miljard, een stijging van 1% in vergelijking met vorig jaar. De geconsolideerde omzet werd gestuwd door volumegroei met 4%(1). Deze groei werd grotendeels tenietgedaan door lagere walsdraadprijzen (-1%) en prijs-mix effecten (-2%).

Het netto effect van fusies, overnames en desinvesteringen was +2,5% terwijl nadelige wisselkoerseffecten -2,5% bedroegen.

(1) 2, 7% volumegroei inclusief het effect van -1,4% door de sluitingsperiode van de Venezolaanse activiteiten als gevolg van grondstoftekorten. De impact was gelimiteerd tot -0,4% op het geconsolideerde omzetniveau en is onderdeel van de wisselkoerseffecten.

De omzet van het vierde kwartaal lag 9% hoger in vergelijking met het laatste kwartaal van 2015. Fusies en overnames voegden 6% toe en de organische omzetgroei was 3% als gevolg van sterke volumegroei in Pacifisch Azië. Wisselkoerseffecten neutraliseerden na een sterke klim van de Braziliaanse real en de Chileense peso in de afgelopen maanden.

De gezamenlijke omzet(2) telde € 4,4 miljard voor het jaar, een lichte daling (-1%) tegenover 2015 als gevolg van vlakke organische groei, een beperkt netto-effect van fusies, overnames en desinvesteringen (+1%) en ongunstige wisselkoerseffecten (-2%).

(2) De gezamenlijke omzet is de omzet gerealiseerd door de geconsolideerde ondernemingen plus 100% van de omzet gerealiseerd door joint ventures en geassocieerde ondernemingen na eliminatie van onderlinge verkopen.

Dividend

De Raad van Bestuur bevestigt het vertrouwen in de strategie en de toekomstperspectieven van de onderneming en zal aan de Algemene Vergadering van aandeelhouders op 10 mei 2017 voorstellen om een brutodividend uit te keren van € 1,10 per aandeel, tegenover € 0,90 per aandeel vorig jaar. Het dividend zal, na goedkeuring door de Algemene Vergadering van aandeelhouders, betaalbaar worden vanaf 15 mei 2017.

Samenvatting van het financieel overzicht

Financiële resultaten

Bekaert heeft een operationeel resultaat (onderliggende EBIT) geboekt van € 305 miljoen (tegenover € 231 miljoen in 2015). Dit stemt overeen met een marge op omzet van 8,2% (versus 6,3% in 2015).

41 Samenvatting van het financieel overzicht

De eenmalige elementen bedroegen € -45 miljoen (in vergelijking met € -12 miljoen in 2015) en omvatten herstructureringskosten in Turkije, Maleisië en Bridon-Bekaert Ropes Group (voor een totaal van € -27,1 miljoen), bijzondere afwaarderingen op materiële vaste activa in Huizhou, China (€ -16,2 miljoen), M&A gerelateerde honoraria (€ -8,6 miljoen) en andere eenmalige opbrengsten (€ +7 miljoen).

Inclusief deze aanpassingen bedroeg EBIT € 260 miljoen, wat neerkomt op een marge op omzet van 7,0% (tegenover € 219 miljoen of 6,0%). EBITDAonderliggend bedroeg € 513 miljoen (13,8% marge) in vergelijking met € 436 miljoen (11,9%), EBITDA bedroeg € 481 miljoen, wat een EBITDA-marge op omzet vertegenwoordigt van 13,0% (versus 12,0%).

De commerciële en administratieve kosten stegen met € 18 miljoen tot € 315 miljoen ten gevolge van fusies, overnames en desinvesteringen (€ 23 miljoen) en kosten gerelateerd aan het customer excellence programma (€ 7,8 miljoen); effecten die gedeeltelijk gecompenseerd werden door lagere overhead kosten zoals deze gerelateerd aan het manufacturing excellence programma (€ -6,7 miljoen besparingen in vergelijking met vorig jaar) en de positieve impact van wisselkoersschommelingen. Kosten voor onderzoek en ontwikkeling daalden van € 65 miljoen naar € 64 miljoen. Andere bedrijfsopbrengsten en -kosten omvatten de hierboven vermelde eenmalige elementen.

De nettorentelasten bedroegen € -73 miljoen, aanzienlijk hoger dan vorig jaar (€ -62 miljoen) als gevolg van de stijging in de brutoschuld (met € 320 miljoen) gerelateerd aan de Bridon fusie. Overige financiële opbrengsten en lasten bedroegen € -37,5 miljoen (ten opzichte van € -33,8 miljoen) als gevolg van de toename van de reële waarde van de conversie-optie van de vorige obligatie in lijn met de evolutie van de koers van het aandeel (non-cash impact van € -42,7 miljoen), en de reële waarde-aanpassing van de optie onder de nieuwe converteerbare obligatielening met een positieve impact van € +5,3 miljoen.

De overige financiële opbrengsten en lasten namen af met € 16 miljoen in de tweede helft van 2016 als gevolg van de aflossing van USD-leningen in Vicson, Venezuela, wat resulteerde in de opheffing van een provisie die hiertoe werd aangelegd.

De winstbelasting bedroeg € 62 miljoen, tegenover € 36 miljoen in 2015. De toename is te wijten aan de hogere winstgevendheid en een aanzienlijk aandeel van niet aftrekbare (niet cash) elementen, grotendeels verbonden aan de conversie van de obligatie.

Het aandeel in het resultaat van joint ventures en geassocieerde ondernemingen steeg van € 18 miljoen naar € 25 miljoen. De resultaten van de joint ventures in Brazilië waren stabiel terwijl de verliesmakende entiteiten in Xinyu, China gedeconsolideerd werden bij jaareinde 2015.

Het perioderesultaat bedroeg bijgevolg € 112 miljoen in vergelijking met € 105 miljoen in 2015. Het resultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen van derden steeg van € 4 miljoen naar € 7 miljoen. Na aftrek van het deel toerekenbaar aan minderheidsbelangen bedroeg het perioderesultaat toerekenbaar aan de Groep € 105 miljoen, vergeleken met € 102 miljoen van vorig jaar. EPS (perioderesultaat per aandeel) steeg tot € 1,87 in vergelijking met € 1,82 in 2015.

Balans

Op 31 december 2016 vertegenwoordigde het eigen vermogen 37,1% van de totale activa, tegenover 38,9% in 2015. De nettoschuld op eigen vermogen (gearing ratio) bedroeg 66,8% (tegenover 55,4%).

De nettoschuld bedroeg € 1 068 miljoen, lager dan € 1 148 miljoen op 30 juni 2016 en hoger dan € 873 miljoen bij jaareinde 2015. De aanzienlijke afname sinds 30 juni 2016 was het gevolg van sterke cash generatie. De toename tegenover 31 december 2015 betreft het effect op de nettoschuld van de Bridon fusie (€ 279 miljoen). Nettoschuld op de onderliggende EBITDA was 2,1, in vergelijking met 1,9 op 31 december 2015. Zonder het effect van de Bridon fusie zakte de nettoschuld op onderliggende EBITDA naar 1,5, dankzij de sterke cash generatie.

Kasstroomoverzicht

De nettokasstromen uit bedrijfsactiviteiten bedroegen € 400 miljoen, een afname ten opzichte van € 584 miljoen in 2015. De verbeterde cash generatie werd tenietgedaan door de hogere taxatie en het niet evenaren van de sterke daling van het werkkapitaal in 2015.

De kasstromen uit investeringsactiviteiten bedroegen € -107 miljoen (tegenover € -363 miljoen), waaronder € -159 miljoen voor investeringen in materiële vaste activa en € +41 miljoen door acquisities en desinvesteringen.

Kasstromen uit financieringsactiviteiten bedroegen € -302 miljoen (tegenover € -268 miljoen in 2015) en waren onder meer het gevolg van aflossingen van rentedragende schulden, dividenden en rentebetalingen.

Investeringsupdate en overige informatie

De nettoschuld steeg naar € 1 068 miljoen in vergelijking met € 837 miljoen bij jaareinde 2015 en daalde in vergelijking met € 1 148 miljoen op 30 juni 2016. De nettoschuld op onderliggende EBITDA was 2,1, tegenover 1,9 op 31 december 2015. Zonder het effect van de Bridon fusie zakte de nettoschuld op onderliggende EBITDA naar 1,5 wat een aanzienlijke daling inhoudt, aangestuurd door sterke cash generatie.

Bekaert heeft op 1 maart 2017 de beslissing aangekondigd om de fabriek in Huizhou, Guandong Province (China), te sluiten. Investeringsbeperkingen in Huizhou hebben verhinderd om het potentieel van de fabriek op schaalgrootte te brengen en de kost-effeciëntie op te trekken tot op het niveau van de andere vestigingen in China. Daarom hebben we besloten om de activiteiten in Huizhou stop te zetten.

De Bridon-Bekaert ScanRope AS fabriek in Tønsberg (Norwegen) werd gesloten. Het activiteitsniveau van de fabriek werd zwaar getroffen door de terugval in olie- en gasmarkten sedert het begin van 2015.

Op 17 februari 2017 heeft het management van Bridon-Bekaert Ropes Group de herstructurering van de Bridon-Bekaert fabriek in Belton, Texas (VS) aangekondigd. Een inkrimping van het personeelsbestand gecombineerd met investeringen zullen de operaties aanpassen aan de toekomstige noden en opportuniteiten.

We voeren onderhandelingen over het inbrengen van Bekaerts dochteronderneming in Sumaré (Brazilië), een hoge-marge staalkoordfabriek overgenomen van Pirelli, in het BMB (Belgo-Mineira Bekaert) joint venture partnerschap met ArcelorMittal. Bekaert houdt 44,5% van de aandelen van de joint venture aan en zou – na het bereiken van een overeenkomst en het verkrijgen van de wettelijke goedkeuringen – niet langer de resultaten van de Sumaré fabriek opnemen in de geconsolideerde cijfers.

In 2016 werden in totaal 392 049 eigen aandelen aangeleverd wegens de uitoefening van aandelenopties en wegens verkoop aan leden van het Bekaert Group Executive in het kader van het Bekaert Personal Shareholding Requirement Plan. Bijgevolg zijn er op vandaag nog 3 885 446 eigen aandelen.

Segment rapporten

EMEA

Bekaerts activiteiten in EMEA behaalden uitstekende resultaten. EBIT, EBITDA en ROCE bereikten recordhoogten.

In vergelijking met een sterk 2015 bleef de vraag van de Europese markten solide. Dit was vooral van toepassing op de automobiel- en bouwmarkten, terwijl de vraag voor profieldraad als gevolg van uitgestelde of afgelaste investeringen in de olie- en gassector, afnam. De omzet was lager in de tweede helft van het jaar door de gebruikelijke seizoenseffecten.

De versterkte business portefeuille na de recente overnames, desinvesteringen en business exits, en de verhoogde impact van diverse transformatieprogramma's stuwden EMEA's solide, dubbelcijferige winstgevendheid naar een record: de onderliggende EBIT marge voor het boekjaar bedroeg 12,2% of € 141 miljoen in absolute cijfers, hetzij een stijging met 10% tegenover 2015.

De eenmalige elementen (niet opgenomen in onderliggende EBIT) bedroegen € -5 miljoen en waren vooral gerelateerd aan de herstructureringskosten in Turkije.

De investeringsuitgaven bedroegen € 52 miljoen en betroffen capaciteitsuitbreidingen en moderniseringen, voornamelijk in Slovakije, Roemenië en België.

Bekaert verwacht een aanhoudend sterke vraag in de meeste markten behalve olie en gas. De Europese activiteiten hebben een goede start gemaakt in 2017 maar voorzien tijdelijke margedruk als gevolg van het niet onmiddellijk kunnen verrekenen van snel stijgende grondstofprijzen. Bovendien blijven we voorzichtig over de potentiële impact van groeiende onzekerheid in Europa, als gevolg van de beslissing van Groot-Brittanië om de Europese Unie te verlaten.

Noord-Amerika

De Noord-Amerikaanse activiteiten van Bekaert noteerden een organische volumegroei van 8%, vooral dankzij de heropbouw van de fabriek in Rome, Georgia (VS). Deze groei werd meer dan tenietgedaan op het niveau van de omzet als gevolg van de lagere walsdraadprijzen (-4,4%) die verrekend worden aan onze klanten; ongunstige mix-effecten (-5,2%) als gevolg van sterke groei in lager geprijsde productgroepen; en het omzeteffect van desinvesteringen (-1%).

De automobiel-, landbouw- en industriële staaldraadmarkten presteerden goed, terwijl de zwakke vraag van de olie- en gassector de omzet van profieldraden aantastte.

De onderliggende EBIT verdubbelde nagenoeg in vergelijking met vorig jaar als gevolg van een verhoogde capaciteitsbenutting dankzij hogere volumes en van de impact van acties om de concurrentiekracht in onze doelmarkten te verhogen.

De winstmarges hebben nog niet het gewenste niveau bereikt maar de effecten van de ingevoerde maatregelen zijn duidelijk zichtbaar. De cashgeneratie (onderliggende EBITDA) steeg met 60% in vergelijking met vorig jaar en ROCE bedroeg bijna 12%.

43 Samenvatting van het financieel overzicht

In 2016 waren er geen eenmalige aanpassingen. Dit was wel het geval in 2015 door de finale afwikkeling van de verzekeringsuitkering met betrekking tot de brand in Rome, met een opbrengst van € +14 miljoen.

De investeringsuitgaven bedroegen € 21 miljoen en vonden vooral plaats in de staalkoordactiviteiten.

Bekaert verwacht in de loop van 2017 meer impact van de transformatieprogramma's en de eerste effecten van lopende uitbreidingsinvesteringen die gericht zijn op het beantwoorden van de groeiende vraag naar producten 'made in America'. We blijven voorzichtig over de effecten op de marges van het VS-handelsbeleid en de eraan gerelateerde tariefwijzigingen.

Latijns-Amerika

In Latijns-Amerika daalde de omzet met 4% als gevolg van het volumeverlies in Venezuela veroorzaakt door tijdelijke sluitingen in periodes van grondstoftekorten (-2%) en ongunstige wisselkoersbewegingen (-2%).

De omzet van het vierde kwartaal steeg met 2,5% in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar als gevolg van positieve wisselkoerseffecten na de sterke stijging van de Braziliaanse real en de Chileense peso in de afgelopen maanden. Aanzienlijke koersschommelingen van lokale valuta's ten opzichte van de USD verklaren de compenserende effecten van walsdraadprijzen (+7%) en de prijs-mix van verkopen in lokale valuta's (-7%) in het vierde kwartaal, jaar-op-jaar.

Bekaerts activiteiten in Latijns-Amerika overtroffen de marktgemiddelden in de meeste landen. EBIT en ROCE stegen met ongeveer 50% als gevolg van een sterkere business portefeuille in de regio, voornamelijk in Ecuador en Brazilië; een sterke vraag in Chili doorheen 2016; en betere prijszetting en kostenconcurrentie-vermogen in Peru. De EBITDA marge van 13% stuwde de cashgeneratie.

Bekaert investeerde € 14 miljoen in materiële vaste activa, voornamelijk in Ecuador en Chili. We gaan uit van een aanhoudend zwak economisch klimaat in Brazilië en algemene economische onzekerheid in de hele regio. We verwachten toenemende druk van Chinese imports als gevolg van de sterkere lokale valuta's en ondervinden enkele moeilijkheden in het tijdig verrekenen van gestegen walsdraadprijzen.

We voeren onderhandelingen over het inbrengen van Bekaerts dochteronderneming in Sumaré (Brazilië), een hoge-marge staalkoordfabriek overgenomen van Pirelli, in het BMB (Belgo-Mineira Bekaert) joint venture partnerschap met ArcelorMittal. Bekaert houdt 44,5% van de aandelen van de joint venture aan en zou – na het bereiken van een overeenkomst en het verkrijgen van de wettelijke goedkeuringen – niet langer de resultaten van de Sumaré fabriek opnemen in de geconsolideerde cijfers.

Dit zou de totale marge van het segment ongunstig beïnvloeden gezien de hogere dan gemiddelde winstgevendheid van deze entiteit.

Ondanks de economische ontwikkelingen en de evoluties met betrekking tot aandeelhouderschap, verwachten we om de voordelen te behouden van onze sterke marktposities, duurzame kostenbesparingen en toenemende impact van onze transformatieprogramma's.

De daling van de gezamenlijke omzet (-1%) was het gevolg van de gemiddelde koerseffecten van de Braziliaanse real (-4% jaar-op-jaar), ondanks de sterke klim van de munt in de tweede helft van 2016. De resultaten van onze joint ventures in Brazilië overtroffen de zwakke economische omstandigheden in het land. Hun bijdrage aan Bekaerts netto resultaat was gelijk aan dat van vorig jaar.

Pacifisch Azië

Bekaert behaalde een organische omzetgroei van 8,5% in Pacifisch Azie. De sterke vraag van automobielmarkten doorheen het jaar stuwden de groei in vergelijking met 2015. De impact van walsdraadprijzen (+1,5%) was het resultaat van aanzienlijke prijsdalingen in de eerste helft van het jaar gevolgd door een sterke klim in de tweede helft. Prijserosie en wisselkoerseffecten vertegenwoordigden -4% elk. Het netto-effect van fusies, overnames en desinvesteringen bedroeg minder dan +1%

De activiteiten van Bekaert in Pacifisch Azië noteerden robuuste prestaties in het laatste kwartaal van het jaar. De organische omzetgroei van 10% in vergelijking met dezelfde periode in 2015 was afkomstig van hogere volumes (+5%) en scherpe walsdraadprijsstijgingen (+10%), getemperd door prijserosie en mix-effecten (-5%). De vraag van zonne-energiemarkten veerde op vanaf de tweede helft van november, na de plotse daling in het derde kwartaal die werd veroorzaakt door veranderingen in terugleververgoedingen in China in juli 2016. Zaagdraad vertegenwoordigde 12% van Bekaerts omzet in Pacifisch Azië in 2016.

44 Samenvatting van het financieel overzicht

Onze activiteiten behaalden een sterke margetoename voor de hele regio: onderliggende EBIT steeg met 72% tot € 119 miljoen, aan een marge van 11,3%. Onderliggende EBITDA bedroeg € 222 miljoen, 25% hoger dan vorig jaar aan een marge van 21%. ROCE verdubbelde nagenoeg naar meer dan 12%. Deze robuuste prestaties voor de regio waren het resultaat van een hoge capaciteitsbenutting, M&A activiteiten en de aanzienlijke impact van diverse transformatieprogramma's.

Zoals eerder aangekondigd wordt de Shah Alam fabriek in Maleisië geleidelijk afgebouwd en verhuizen enkele productlijnen naar de Ipoh fabriek, ook in Maleisië. We hebben de beslissing genomen om de kleine staalkoordfabriek in Huizhou in de provincie Guandong in China te sluiten.

Investeringsbeperkingen in Huizhou hebben verhinderd om het potentieel van de fabriek op schaalgrootte te brengen en de kost-efficiëntie op te trekken tot het niveau van de andere vestigingen in China. Daarom werd beslist om de operaties stop te zetten in Huizhou, en te investeren in andere bestaande vestigingen in het land.

Bekaert investeerde aanzienlijk in de regio en rapporteerde een totaal van € 59 miljoen investeringen in materiële vaste activa in 2016, waaronder uitbreidingsinvesteringen in staalkoordactiviteiten in China, India en Indonesië.

De eenmalige aanpassingen (€ -19 miljoen) behelsden waardeverminderingen van activa met betrekking tot de Huizhou plant in China en kosten gerelateerd aan de sluiting van de Shah Alam fabriek in Maleisië.

We verwachten dat de solide vraag van bandenmarkten zal aanhouden in 2017 en voorzien een sterke start voor zonne-energiemarkten in afwachting van nieuwe aanpassingen aan de terugleververgoedingen, waarna de volatiliteit opnieuw zal toenemen. We verwachten dat onze transformatieprogramma's de hogere omzeten rendabiliteitstrends zullen blijven ondersteunen.

Bridon-Bekaert Ropes Group

Bekaert behaalde 34% omzetgroei in het kabel- en advanced cords segment. De integratie van de Bridon activiteiten vertegenwoordigde een stijging van 37%. Ongunstige wisselkoerseffecten (-2%) en een lichte organische omzetdaling (-1%) temperden de groei. Zwakke marktomstandigheden in de olie- en gasindustrie tastten de verkoopvolumes en de capaciteitsbezetting in de meeste kabelfabrieken aan. De kabelvolumes kenden een lichte stijging in het vierde kwartaal en de advanced cords business presteerde goed doorheen het hele jaar.

We verwachten aanhoudende moeilijke marktomstandigheden in de olie- en gasindustrie in de nabije toekomst. We verwachten wel een resultaatsverbetering van Bridon-Bekaerts Ropes Group in de loop van 2017. Het management implementeert maatregelen om de marktpositie te versterken en geleidelijk aan de voordelen van de schaalgrootte te benutten door verbeteringen aan de productie-footprint en de globale business portefeuille. Dit houdt de sluiting in van Bridon-Bekaert ScanRope AS in Tønsberg (Noorwegen) en de recente aankondiging van de herschikkingsmaatregelen in de Belton fabriek in Texas (VS).

De eenmalige elementen bedroegen € -22 miljoen: € 9 miljoen van M&A transactiekosten en € 13 miljoen gerelateerd aan waardeverminderingen en herstructureringskosten, vooral met betrekking tot de sluiting van de ScanRope fabriek.

Corporate governance verklaring

Raad van Bestuur en Uitvoerend Management

In uitvoering van de oorspronkelijke, in 2004 gepubliceerde, Belgische Corporate Governance Code heeft de Raad van Bestuur op 16 december 2005 het Bekaert Corporate Governance Charter goedgekeurd.

Ingevolge de publicatie van de Belgische Corporate Governance Code 2009 heeft de Raad van Bestuur op 22 december 2009 besloten de Code 2009 als referentiecode voor Bekaert te hanteren en het Bekaert Corporate Governance Charter aan te passen. Het Bekaert Corporate Governance Charter werd verder aangepast door de Raad van Bestuur op 13 november 2014 en op 28 juli 2016 (het "Bekaert Charter").

Bekaert leeft in beginsel de Belgische Corporate Governance Code na, en legt in het Bekaert Charter en in deze Corporate Governance verklaring uit waarom ze afwijkt van enkele bepalingen ervan.

De Belgische Corporate Governance Code is beschikbaar op www.corporategovernancecommittee.be.

Het Bekaert Corporate Governance Charter is beschikbaar op www.bekaert.com.

Raad van Bestuur

De Raad van Bestuur bestaat momenteel uit vijftien leden, die door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders benoemd worden. Acht bestuurders zijn benoemd op voordracht van de hoofdaandeelhouder. De functies van Voorzitter en van Gedelegeerd Bestuurder worden nooit door dezelfde persoon uitgeoefend. De Gedelegeerd Bestuurder is het enig lid van de Raad met een uitvoerende functie. Alle andere leden zijn niet-uitvoerende bestuurders.

Vijf bestuurders zijn onafhankelijk op grond van de criteria van artikel 526ter van het Wetboek van vennootschappen en van bepaling 2.3 van de Belgische Corporate Governance Code: Celia Baxter (voor het eerst benoemd in 2016), Alan Begg (voor het eerst benoemd in 2008), Pamela Knapp (voor het eerst benoemd in 2016), Martina Merz (voor het eerst benoemd in 2016) en Mei Ye (voor het eerst benoemd in 2014).

De Raad heeft in 2016 negen vergaderingen gehouden, zes gewone en drie buitengewone. Naast de uitoefening van zijn bevoegdheden uit hoofde van de wet, de statuten en het Bekaert Charter, behandelde de Raad van Bestuur in 2016 onder meer de volgende onderwerpen:

  • de voortdurende opvolging van de schuld- en liquiditeitspositie van de Groep;
  • de successieplanning op het niveau van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Management;
  • de fusie van de wereldwijde kabel en advanced cords businesses van Bekaert en Bridon;
  • het business plan voor de periode 2017-2020;
  • de terugkoop van de uitstaande niet-gesubordineerde niet-gewaarborgde in 2014 uitgegeven converteerbare obligaties en de uitgifte van nieuwe niet-gesubordineerde niet-gewaarborgde converteerbare obligaties;
  • de nieuwe regelgeving over marktmisbruik en de nieuwe Bekaert Dealing Code;
  • bespreking van Bekaerts strategie;
  • het aanbod van opties op aandelen overeenkomstig het aandelenoptieplan SOP2015-2017;
  • het prestatiedoel voor de performance shares toegekend in december 2016;
  • het Personal Shareholding Requirement Plan voor de Gedelegeerd Bestuurder en de andere leden van het Bekaert Group Executive;
  • de uitzonderlijke toekenning van performance share units voor de Gedelegeerd Bestuurder en het daaraan gekoppelde prestatiedoel, overeenkomstig het Performance Share Plan 2015-2017;
  • Bekaerts veiligheidsstrategie;
  • de inkoop van eigen aandelen;
  • het business plan voor 2017.

46 Corporate governance verklaring

Naam Aanvang
eerste
mandaat
Einde huidig
mandaat
als bestuurder
Hoofdfunctie (*) Aantal bijgewoonde
gewone/buitengewone
vergaderingen
Voorzitter
Bert De Graeve(1) 2006 2019 NV Bekaert SA 6/3
Gedelegeerd Bestuurder
Matthew Taylor 2014 2018 NV Bekaert SA 6/2
Leden voorgedragen door de hoofdaandeelhouder
Leon Bekaert 1994 2019 Bestuurder van vennootschappen 6/2
Grégory Dalle 2015 2019 Gedelegeerd Bestuurder,
Credit Suisse International, Investment
Banking and Capital Markets
6/2
Charles de Liedekerke 1997 2019 Bestuurder van vennootschappen 5/3
François de Visscher(3) 1992 2016 President, de Visscher & Co. LLC (Verenigde
Staten)
2/1
Christophe Jacobs van Merlen(2) 2016 2020 Gedelegeerd Bestuurder, Bain Capital Private
Equity (Europe), LLP (VK)
4/2
Hubert Jacobs van Merlen 2003 2019 Bestuurder van vennootschappen 6/3
Maxime Jadot 1994 2019 Gedelegeerd Bestuurder en Voorzitter van het
Directiecomité, BNP Paribas Fortis (België)
6/2
Bernard van de Walle de Ghelcke(3) 2004 2016 Of Counsel, Linklaters LLP (België) 2/1
Emilie van de Walle de Ghelcke(2) 2016 2020 Jurist Sofina (België) 4/2
Baudouin Velge(3) 1998 2016 Managing Partner, Interel (België) 2/1
Henri Jean Velge(2) 2016 2020 Bestuurder van vennootschappen 4/2
Onafhankelijke bestuurders
Celia Baxter(2) 2016 2020 Bestuurder van vennootschappen 4/2
Alan Begg 2008 2018 Bestuurder van vennootschappen 6/2
Lady Barbara Judge CBE(3) 2007 2016 Chairman of the UK Pension Protection Fund
(Verenigd Koninkrijk) Chairman Emeritus of
the
UK Atomic Energy Authority (Verenigd
Koninkrijk)
2/1
Pamela Knapp(2) 2016 2020 Bestuurder van vennootschappen 4/2
Martina Merz(2) 2016 2020 Bestuurder van vennootschappen 4/2
Manfred Wennemer(3) 2009 2016 Bestuurder van vennootschappen 2/1
Mei Ye 2014 2018 Onafhankelijk bestuurder en adviseur van
vennootschappen
6/3

(1) Bert De Graeve werd voor het eerst benoemd als lid van de Raad van Bestuur in 2006. In 2014 werd hij Voorzitter van de Raad van Bestuur.

(2) Sedert de Gewone Algemene Vergadering in mei 2016.

(3) Tot en met de Gewone Algemene Vergadering in mei 2016.

(*) Het curriculum vitae van de leden van de Raad van Bestuur is terug te vinden op www.bekaert.com.

Comités van de Raad van Bestuur

De Raad van Bestuur heeft drie adviserende comités opgericht.

Audit en Finance Comité

De samenstelling van het Audit en Finance Comité is conform artikel 526bis §2 van het Wetboek van vennootschappen: zijn vier leden zijn niet-uitvoerende bestuurders, en één lid, mevrouw Pamela Knapp, is onafhankelijk. De ervaring van mevrouw Knapp in boekhouding en audit blijkt uit haar vroegere posities als Chief Financial Officer van de afdeling Power Transmission and Distribution bij Siemens (van 2004 tot 2009) en Chief Financial Officer van GfK SA (van 2009 tot 2014). Het Comité wordt voorgezeten door de heer Hubert Jacobs van Merlen.

In afwijking op bepaling 5.2/4 van de Belgische Corporate Governance Code, volgens hetwelk op zijn minst een meerderheid van de leden onafhankelijk moet zijn, is Bekaert van oordeel dat het Audit en Finance Comité de evenwichtige samenstelling van de voltallige Raad moet weerspiegelen. De Gedelegeerd Bestuurder en de Chief Financial Officer zijn geen lid van het Comité, maar worden tot zijn vergaderingen uitgenodigd. Deze regeling waarborgt de noodzakelijke interactie tussen Raad van Bestuur en Uitvoerend Management.

Naam Einde
huidig
mandaat
als
bestuurder
Aantal bijgewoonde
gewone/buitengewone
vergaderingen
Hubert Jacobs van Merlen 2019 4/3
Bert De Graeve 2019 4/3
Pamela Knapp(1) 2020 2/3
Christophe Jacobs van Merlen(1) 2020 2/3
Lady Barbara Judge CBE(2) 2016 2/0
Baudouin Velge(2) 2016 2/0

(1) Sedert de Gewone Algemene Vergadering in mei 2016.

(2) Tot en met de Gewone Algemene Vergadering in mei 2016.

Het Comité heeft in 2016 vier gewone vergaderingen gehouden en drie buitengewone. Naast de uitoefening van zijn bevoegdheden uit hoofde van de wet en van het Bekaert Charter behandelde het Comité voornamelijk de volgende onderwerpen:

  • de financieringsstructuur van de Groep;
  • de schuld- en liquiditeitspositie;
  • de activiteitenverslagen van het interne audit departement;
  • de verslagen van de commissaris;
  • de bespreking van de voornaamste risico's en van de desbetreffende risicobeheersingsplannen uit hoofde van het "enterprise risk management" programma van Bekaert.

Benoemings- en Remuneratiecomité

De samenstelling van het Benoemings- en Remuneratiecomité is conform artikel 526quater §2 van het Wetboek van vennootschappen: zijn drie leden zijn niet-uitvoerende bestuurders, het wordt voorgezeten door de Voorzitter van de Raad van Bestuur, en zijn twee overige leden, mevrouw Celia Baxter en de heer Alan Begg, zijn onafhankelijk. De deskundigheid van het Comité op het gebied van remuneratiebeleid blijkt uit de relevante ervaring van zijn leden.

Naam Einde huidig
mandaat
als bestuurder
Aantal
bijgewoonde
vergaderingen
Bert De Graeve 2019 2
Celia Baxter(1) 2020 1
Alan Begg 2018 2
Lady Barbara Judge CBE(2) 2016 1

(1) Sedert de Gewone Algemene Vergadering in mei 2016.

(2) Tot en met de Gewone Algemene Vergadering in mei 2016.

Eén van de door de hoofdaandeelhouder voorgedragen bestuurders wordt tot de vergaderingen van het Comité uitgenodigd zonder er lid van te zijn.

Het Comité vergaderde in 2016 tweemaal. Naast de uitoefening van zijn bevoegdheden uit hoofde van de wet en van het Bekaert Charter behandelde het Comité voornamelijk de volgende onderwerpen:

  • de rekrutering van nieuwe bestuurders;
  • de rekrutering van de nieuwe Chief Financial Officer;
  • de variabele vergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder en de overige leden van het Uitvoerend Management voor 2015;
  • het basissalaris van de Gedelegeerd Bestuurder en de overige leden van het Uitvoerend Management voor 2016;
  • het Personal Shareholding Requirement Plan voor de Gedelegeerd Bestuurder en de overige leden van het Bekaert Group Executive;
  • de positionering van de vergoeding van de leden van het Uitvoerend Management;
  • de prestatiedoelen voor 2016;
  • de toekenning van lange termijn incentives;
  • de positionering van de vergoeding van de niet-uitvoerende bestuurders.

Strategisch Comité

Het Strategisch Comité telt zes leden, waarvan er vijf niet-uitvoerende bestuurders zijn. Het wordt voorgezeten door de Voorzitter van de Raad van Bestuur, en bestaat voorts uit de Gedelegeerd Bestuurder en vier bestuurders.

Naam Einde huidig
mandaat
als bestuurder
Aantal
bijgewoonde
vergaderingen
Bert De Graeve 2019 4
Leon Bekaert 2019 4
Charles de Liedekerke 2019 4
Maxime Jadot 2019 4
Martina Merz(1) 2020 2
Matthew Taylor 2018 4
Manfred Wennemer(2) 2016 2

(1) Sedert de Gewone Algemene Vergadering in mei 2016.

(2) Tot en met de Gewone Algemene Vergadering in mei 2016.

Het Comité vergaderde in 2016 viermaal. Het besprak de strategie van Bekaert alsmede diverse strategische projecten.

Evaluatie

De voornaamste kenmerken van de werkwijze voor het evalueren van de Raad van Bestuur, zijn Comités en de individuele bestuurders zijn beschreven in dit hoofdstuk en in paragraaf II.3.4 van het Bekaert Charter. De Voorzitter is belast met de organisatie van periodieke prestatiebeoordelingen door middel van een uitgebreide vragenlijst die betrekking heeft op:

  • de werking van de Raad of van het Comité;
  • de grondige voorbereiding en bespreking van belangrijke onderwerpen;
  • de individuele bijdrage van elke bestuurder;
  • de huidige samenstelling van de Raad of het Comité, vergeleken met zijn gewenste samenstelling;
  • de interactie van de Raad met het Uitvoerend Management.

Wet vertegenwoordiging vrouwen

Sedert de Gewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 11 mei 2016 voldoet de vennootschap aan de wettelijke vereiste dat ten minste één derde van de leden van de Raad van Bestuur van een ander geslacht is dan dat van de overige leden.

Uitvoerend Management

Het Bekaert Group Executive (BGE) draagt de collectieve verantwoordelijkheid voor het bereiken van de lange termijn en korte termijn doelstellingen van de Groep. Het wordt voorgezeten door de Gedelegeerd Bestuurder en heeft de volgende evenwichtige samenstelling:

  • leden die de globale business platforms vertegenwoordigen, met verantwoordelijkheid voor klanten en strategie en voor het bereiken van de lange termijn marge- en groeidoelstellingen van hun platforms;
  • leden die de regionale operaties vertegenwoordigen, met verantwoordelijkheid voor het uitvoeren en bereiken van de jaarlijkse doelstellingen in hun regio's; en
  • leden die de globale functies vertegenwoordigen, met verantwoordelijkheid voor functionele uitmuntendheid en voor compliance in hun functiegebieden.

De heer Stijn Vanneste werd op 1 april 2016 lid van het BGE.

Op 1 juli 2016 werd mevrouw Beatríz García-Cos Chief Financial Officer en lid van het BGE. Ze volgde de heer Bruno Humblet op die Chief Executive Officer werd van de Bridon-Bekaert Ropes Group.

Naam Functie Benoeming
Matthew Taylor Gedelegeerd Bestuurder 2013
Lieven
Larmuseau
Algemeen Directeur Business
Platformen Rubberversterking
2014
Piet Van Riet Algemeen Directeur Business
Platformen Industriële Producten en
Gespecialiseerde Producten
2014
Stijn Vanneste Algemeen Directeur Europa,
Zuid-Azië en Zuidoost-Azië
2016
Frank Vromant Algemeen Directeur Noord-Amerika
en Latijns-Amerika
2011
Curd
Vandekerckhove
Algemeen Directeur Noord-Azië en
Globale Operaties
2012
Beatríz
García-Cos
Chief Financial Officer 2016
Geert Van Haver Chief Technology & Engineering
Officer en Algemeen Directeur
2014
Bart Wille Chief Human Resources Officer en
Algemeen Directeur
2013

De samenstelling van het BGE zal wijzigen in 2017. Bart Wille, Chief HR Officer, zal in 2017 uit het BGE treden. De naam van zijn opvolger zal binnenkort aangekondigd worden.

Regels van behoorlijk gedrag

Wettelijke belangenconflicten in de Raad van Bestuur

Volgens artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen moet een lid van de Raad van Bestuur de overige leden vooraf informeren over agendapunten waaromtrent het rechtstreeks of onrechtstreeks een met de vennootschap strijdig belang van vermogensrechtelijke aard heeft en moet het zich onthouden van deelname aan de beraadslaging en de stemming daarover. Een dergelijk belangenconflict kwam in 2016 driemaal voor, waarbij telkens de bepalingen van artikel 523 nageleefd werden.

Op 23 februari 2016 moest de Raad van Bestuur zich uitspreken over de vergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder (o.a. over de voorgestelde korte termijn variabele vergoeding van € 606 375 voor de Gedelegeerd Bestuurder uit hoofde van zijn prestatie in 2015). Uittreksel uit de notulen:

BESLUIT

Op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité:

  • keurt de Raad de voorgestelde korte termijn variabele vergoeding goed van de Gedelegeerd Bestuurder uit hoofde van zijn prestatie in 2015 ;
  • keurt de Raad de voorgestelde verhoging van het basissalaris van de Gedelegeerd Bestuurder goed met ingang op 1 juli 2016;
  • keurt de Raad de voorgestelde uitzonderlijke toekenning van 10 000 performance share units voor de Gedelegeerd Bestuurder goed en het desbetreffende prestatiedoel, overeenkomstig het Performance Share Plan NV Bekaert SA 2015-2017.

BESLUIT

Op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité neemt de Raad akte van het feit dat geen middellange termijn variabele vergoeding betaalbaar is uit hoofde van de periode 2013-2015.

BESLUIT

Op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité keurt de Raad de doelstellingen goed voor de korte termijn variabele vergoeding voor de Gedelegeerd Bestuurder voor 2016.

BESLUIT

Op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité keurt de Raad het Personal Shareholding Requirement Plan goed voor de Gedelegeerd Bestuurder en de andere leden van het BGE.

Op 10 mei 2016 moest de Raad van Bestuur beslissen over de vrijwaring door de vennootschap van de burgerlijke aansprakelijkheid van bestuurder Grégory Dalle overeenkomstig paragraaf II.7.2 van het Bekaert Charter. Uittreksel uit de notulen.

BESLUIT

De Raad besluit de heer Grégory Dalle volledig te vrijwaren tegen alle financiële gevolgen van zijn burgerlijke aansprakelijkheid als bestuurder van de vennootschap, behalve indien deze aansprakelijkheid het gevolg is van bedrieglijk opzet of opzettelijk wangedrag.

Op 17 november 2016 moest de Raad van Bestuur zich uitspreken over de vergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder. Uittreksel uit de notulen:

BESLUIT

Op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité besluit de Raad:

  • de korte termijn variabele doelstelling voor de Gedelegeerd Bestuurder te verhogen van 60% naar 75% vanaf het jaar 2017;
  • elk jaar te overwegen, naar goeddunken van de Raad, om een uitzonderlijke lange termijn incentive van 10 000 performance share units toe te kennen aan de Gedelegeerd Bestuurder, bovenop de normale toekenning van performance share units in december.

BESLUIT

Op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité keurt de Raad het aanbod van 30 000 opties aan de Gedelegeerd Bestuurder goed.

BESLUIT

Op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité keurt de Raad de voorgestelde prestatiedoelen goed voor de performance share units die in december 2016 zullen worden toegekend.

Andere transacties met bestuurders en Uitvoerend Management

Het Bekaert Charter bevat gedragsregels met betrekking tot rechtstreekse en onrechtstreekse belangenconflicten van de leden van de Raad van Bestuur en van het BGE die buiten de werkingssfeer van artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen vallen. Deze leden worden geacht met Bekaert verbonden partijen te zijn, en moeten jaarlijks melding maken van rechtstreekse of onrechtstreekse transacties met Bekaert of haar dochterondernemingen. Bekaert is niet op de hoogte van enig potentieel belangenconflict betreffende dergelijke transacties in 2016 (cfr. Toelichting 7.5 bij de geconsolideerde jaarrekening).

Marktmisbruik

Conform bepaling 3.7 van de Belgische Corporate Governance Code heeft de Raad van Bestuur op 27 juli 2006 de Bekaert Dealing Code uitgevaardigd. Naar aanleiding van de Europese Verordening Marktmisbruik, heeft de Raad van Bestuur op 28 juli 2016 een nieuwe versie van de Bekaert Dealing Code goedgekeurd, met inwerkingtreding op 3 juli 2016. De Bekaert Dealing Code is integraal opgenomen in het Bekaert Charter als Appendix 4. De Bekaert Dealing Code legt de leden van de Raad van Bestuur, het BGE, het senior management en bepaalde andere personen beperkingen op inzake transacties in Bekaert financiële instrumenten tijdens gesloten periodes en sperperiodes. De Code bevat ook regels aangaande de openbaarmaking van uitgevoerde transacties door de leidinggevenden en hun nauw verbonden personen middels een melding aan de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA). De Algemeen Secretaris is de Dealing Code Officer voor de Bekaert Dealing Code.

Remuneratieverslag

1. Beschrijving van de in 2016 gehanteerde procedure om (i) een remuneratiebeleid te ontwikkelen voor de niet-uitvoerende bestuurders en het Uitvoerend Management, en (ii) de remuneratie te bepalen van de individuele bestuurders en uitvoerende managers

Het remuneratiebeleid voor niet-uitvoerende bestuurders wordt bepaald door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op aanbeveling van de Raad van Bestuur, die handelt op basis van voorstellen van het Benoemings- en Remuneratiecomité. Het beleid werd goedgekeurd door de Gewone Algemene Vergadering van 10 mei 2006, en gewijzigd door de Gewone Algemene Vergaderingen van 11 mei 2011 en van 14 mei 2014.

Het remuneratiebeleid voor de Gedelegeerd Bestuurder wordt bepaald door de Raad van Bestuur, die handelt op basis van voorstellen van het Benoemings- en Remuneratiecomité. De Gedelegeerd Bestuurder neemt aan deze procedure niet deel. Het Comité verzekert de conformiteit met het remuneratiebeleid van het contract van de Gedelegeerd Bestuurder met de vennootschap. Een kopie van het contract van de Gedelegeerd Bestuurder is op verzoek van een bestuurder bij de Voorzitter beschikbaar.

Het remuneratiebeleid voor de andere leden van het BGE dan de Gedelegeerd Bestuurder wordt bepaald door de Raad van Bestuur, die handelt op basis van voorstellen van het Benoemings- en Remuneratiecomité. De Gedelegeerd Bestuurder heeft een adviserende rol in deze procedure. Het Comité verzekert de conformiteit met het remuneratiebeleid van het contract van elk BGE-lid met de vennootschap. Een kopie van elk contract is op verzoek van een bestuurder bij de Voorzitter beschikbaar.

2. Verklaring over het in 2016 gehanteerde remuneratiebeleid voor de niet-uitvoerende bestuurders en de uitvoerende managers

Niet-uitvoerende bestuurders

De remuneratie van de niet-uitvoerende bestuurders wordt bepaald op basis van zes gewone vergaderingen van de voltallige Raad van Bestuur per jaar. Een gedeelte van de remuneratie wordt betaald in functie van het aantal gewone vergaderingen dat de niet-uitvoerende bestuurder persoonlijk bijwoont.

Niet-uitvoerende bestuurders die lid zijn van een Comité van de Raad van Bestuur ontvangen een vergoeding voor elke Comité-vergadering die ze persoonlijk bijwonen. In zijn hoedanigheid van uitvoerend bestuurder ontvangt de Gedelegeerd Bestuurder die vergoeding niet. Indien de Raad van Bestuur in een specifieke aangelegenheid de bijstand van een bestuurder verzoekt op grond van zijn/haar onafhankelijkheid en/of bekwaamheid, is die bestuurder, voor elke sessie die een specifieke verplaatsing en tijd vergt, gerechtigd op een vergoeding gelijk aan het toepasselijke variabele bedrag voor een persoonlijk bijgewoonde vergadering van een Comité van de Raad van Bestuur. Het concrete bedrag van de vergoeding van de bestuurders wordt door de Gewone Algemene Vergadering voor het lopende boekjaar bepaald. De vergoeding van de bestuurders wordt regelmatig getoetst aan een geselecteerde korf relevante beursgenoteerde Belgische en internationale industriële referenties om te verzekeren dat personen kunnen worden aangetrokken met competenties die aan de internationale ambities van de Groep beantwoorden.

Niet-uitvoerende bestuurders hebben geen recht op prestatiegebonden remuneratie zoals bonussen, aandelengerelateerde incentiveprogramma's op lange termijn, voordelen in natura of voordelen verbonden aan pensioenplannen, noch op enig ander type variabele remuneratie, met uitzondering van de vergoeding voor de persoonlijk bijgewoonde vergaderingen van de Raad van Bestuur of van een Comité.

Uitgaven die bestuurders redelijkerwijs in het kader van de uitoefening van hun taken doen, worden terugbetaald op voorlegging van genoegzame rechtvaardigingsstukken. Bestuurders worden geacht het uitgavenbeleid voor leden van de Raad van Bestuur in acht te nemen bij het doen van uitgaven.

De remuneratie van de Voorzitter van de Raad van Bestuur wordt bij de aanvang van zijn opdracht bepaald, en wel voor de duur van die opdracht. Op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité wordt de vergoeding bepaald door de Raad van Bestuur onder voorbehoud van goedkeuring door de Gewone Algemene Vergadering.

In zijn voorstel moet het Comité rekening houden met een duidelijke omschrijving van de taken van de Voorzitter, het professionele profiel dat werd aangetrokken, de tijd die voor de Groep daadwerkelijk ter beschikking moet worden gesteld, en een gepaste remuneratie die aan de gestelde verwachtingen beantwoordt en die regelmatig wordt getoetst aan een geselecteerde korf relevante beursgenoteerde Belgische en internationale industriële referenties. De Voorzitter heeft geen recht op een bijkomende vergoeding voor het bijwonen of voorzitten van een vergadering van een Comité van de Raad van Bestuur, omdat dit in zijn totale remuneratiepakket begrepen is.

Uitvoerende managers

De belangrijkste elementen van het remuneratiebeleid van de Groep voor het Uitvoerend Management zijn een basissalaris, een korte termijn en een lange termijn variabele vergoeding, een pensioenbijdrage en diverse overige componenten. De Groep biedt competitieve totale remuneratiepakketten aan met het doel het beste kader- en managementtalent aan te trekken en te behouden in elk deel van de wereld waar de Groep aanwezig is.

De remuneratie van de uitvoerende managers wordt regelmatig getoetst aan een geselecteerde korf relevante beursgenoteerde Belgische en internationale industriële referenties.

Een sterke focus op prestatie en realisaties op Groepsen individueel niveau wordt gereflecteerd in het korte termijn variabele vergoedingsprogramma, dat rechtstreeks gerelateerd is aan de jaarlijkse business doelstellingen. Het lange termijn variabele vergoedingsprogramma van de Groep moet managers en kaderleden belonen voor hun bijdrage tot de creatie van hogere aandeelhouderswaarde op termijn. Dit programma is typisch gerelateerd aan de prestatie van de vennootschap op langere termijn en met de toekomstige waardevermeerdering van de aandelen van de vennootschap.

Het remuneratiepakket van de Gedelegeerd Bestuurder bestaat uit een basissalaris, een korte termijn en een lange termijn variabele vergoeding, een pensioenbijdrage en diverse overige componenten. Het remuneratiepakket moet competitief zijn en op maat van de verantwoordelijkheden van een Gedelegeerd Bestuurder die aan het hoofd staat van een wereldwijd actieve industriële groep met diverse business platforms.

Het Benoemings- en Remuneratiecomité beveelt ieder jaar een aantal doelstellingen aan die rechtstreeks van het business plan zijn afgeleid en die gebaseerd zijn op overige aan de Gedelegeerd Bestuurder toe te vertrouwen prioriteiten. Die doelstellingen bevatten zowel Groeps- als individuele financiële en niet-financiële doelen, en worden over een vooraf bepaalde periode gemeten (tot drie jaren ver). Die doelstellingen, alsmede de eindejaarsbeoordeling van de realisaties, worden door het Comité gedocumenteerd en aan de voltallige Raad van Bestuur voorgelegd. De eindbeoordeling leidt tot een waardering door de Raad van Bestuur, gebaseerd op gemeten resultaten, van alle prestatiegebonden elementen uit het remuneratiepakket van de Gedelegeerd Bestuurder.

Het remuneratiepakket van de andere leden van het BGE dan de Gedelegeerd Bestuurder bestaat uit een basissalaris, een korte termijn en een lange termijn variabele vergoeding, een pensioenbijdrage en diverse overige componenten.

Het remuneratiepakket moet competitief zijn en op maat van de rol en de verantwoordelijkheden van elk BGE-lid, dat tot een team behoort dat leiding geeft aan een wereldwijd actieve industriële groep met diverse business platforms. De Gedelegeerd Bestuurder evalueert de prestatie van ieder ander lid van het BGE, en legt zijn prestatiewaardering voor aan het Benoemings- en Remuneratiecomité. Die evaluatie gebeurt jaarlijks op basis van gedocumenteerde doelstellingen die rechtstreeks van het business plan zijn afgeleid en die rekening houden met de specifieke verantwoordelijkheden van elk lid van het BGE. De realisaties die op basis van die doelstellingen gemeten worden, bepalen alle prestatiegebonden elementen uit het remuneratiepakket van elk ander lid van het BGE dan de Gedelegeerd Bestuurder. De objectieven bevatten zowel Groeps- als individuele financiële en niet-financiële doelen, en worden over een vooraf bepaalde periode gemeten (tot drie jaren ver).

Het concrete bedrag van de vergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder en de overige leden van het BGE wordt bepaald door de Raad van Bestuur op gemotiveerde aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité.

De lange termijn variabele vergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder en de overige leden van het BGE bestaat uit het aanbod van een variabel aantal opties op aandelen volgens de regels van een aandelenoptieplan en de toekenning van een vast aantal performance share units volgens de regels van een performance share plan.

In maart 2016 introduceerde de vennootschap een Personal Shareholding Requirement Plan voor de Gedelegeerd Bestuurder en de overige leden van het BGE, in het kader waarvan vereist wordt een persoonlijke participatie in aandelen van de vennootschap op te bouwen en aan te houden en waarbij de verwerving van het vereiste aantal aandelen van de vennootschap ondersteund wordt door het zogeheten "matching"-mechanisme door de vennootschap. Het "matching"-mechanisme hield oorspronkelijk in dat de vennootschap de investering van het lid van het BGE in aandelen van de vennootschap in jaar x zou tegemoetkomen met een premie (uit te betalen aan het eind van jaar x + 2) die dan zou aangewend moeten worden door het BGE-lid om te investeren in aandelen van de vennootschap. Op voorstel van de Raad van Bestuur en mits goedkeuring door de Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 29 maart 2017 zal dit "matching"-mechanisme dusdanig aangepast worden (met retroactieve werking vanaf de start van het Personal Shareholding Requirement Plan) dat de vennootschap de investering van het BGE-lid in aandelen van de vennootschap in jaar x zal tegemoetkomen via een directe toekenning van eenzelfde aantal aandelen in de vennootschap als het aantal verworven door het BGE-lid (en zulke toekenning zal plaatsvinden aan het eind van jaar x + 2).

3. Remuneratie van de bestuurders met betrekking tot 2016

Het bedrag van de remuneratie en andere voordelen die rechtstreeks of onrechtstreeks aan de bestuurders werden toegekend door de vennootschap of haar dochtervennootschappen met betrekking tot 2016 wordt in de tabel hierna op individuele basis vermeld.

De vergoeding van de Voorzitter voor de uitoefening van al zijn opdrachten in de vennootschap was een vast brutobedrag van € 250 000.

De vergoeding van elke bestuurder, behalve de Voorzitter, voor de uitoefening van zijn opdracht als lid van de Raad van Bestuur bestond uit een vast bedrag van € 42 000 en uit een variabel bedrag van € 4 200 voor elke persoonlijk bijgewoonde vergadering van de Raad van Bestuur (met een maximum van € 25 200 voor zes vergaderingen per jaar).

De vergoeding van de Voorzitter van het Audit en Finance Comité, voor de uitoefening van de opdracht als Voorzitter en als lid van het Comité, bestond uit een variabel bedrag van € 4 000 voor elke persoonlijk bijgewoonde vergadering van het Comité.

De vergoeding van elke bestuurder, behalve de Voorzitter en de Gedelegeerd Bestuurder, voor de uitoefening van zijn opdracht als lid van een Comité van de Raad van Bestuur bestond uit een variabel bedrag van € 3 000 voor elke persoonlijk bijgewoonde vergadering van het Comité.

in € Vaste vergoeding Variabele aanwezigheidsvergoeding
Raad van Bestuur
Variabele aanwezigheidsvergoeding
Comités
Totaal
Voorzitter
Bert De Graeve 250 000 250 000
Bestuurders
Celia Baxter 21 000 16 800 3 000 40 800
Alan Begg 42 000 25 200 6 000 73 200
Leon Bekaert 42 000 25 200 12 000 79 200
Grégory Dalle 42 000 25 200 0 67 200
Charles de Liedekerke 42 000 25 200 12 000 79 200
François de Visscher 21 000 8 400 0 29 400
Christophe Jacobs van Merlen 21 000 16 800 12 000 49 800
Hubert Jacobs van Merlen 42 000 25 200 22 000 89 200
Maxime Jadot 42 000 25 200 12 000 79 200
Pamela Knapp 21 000 16 800 12 000 49 800
Lady Barbara Judge CBE 21 000 8 400 11 000 40 400
Martina Merz 21 000 16 800 6 000 43 800
Mei Ye 42 000 25 200 0 67 200
Matthew Taylor 42 000 25 200 0 67 200
Bernard van de Walle de Ghelcke 21 000 8 400 0 29 400
Emilie van de Walle de Ghelcke 21 000 16 800 0 37 800
Baudouin Velge 21 000 8 400 6 000 35 400
Henri Jean Velge 21 000 16 800 0 37 800
Manfred Wennemer 21 000 8 400 6 000 35 400
Totaal vergoedingen bestuurders 1 281 400

4. Remuneratie van de Gedelegeerd Bestuurder met betrekking tot 2016 in zijn hoedanigheid van bestuurder

In zijn hoedanigheid van bestuurder heeft de Gedelegeerd Bestuurder recht op dezelfde remuneratie als de niet-uitvoerende bestuurders, behalve de vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van Comités van de Raad van Bestuur, waarvoor hij geen vergoeding ontvangt (cfr. de bovenstaande tabel). De door de Gedelegeerd Bestuurder in zijn hoedanigheid van bestuurder ontvangen vergoeding is begrepen in zijn basissalaris dat in de tabel in punt 6 hierna is vermeld.

5. Prestatiegebonden remuneratie: criteria, periode en methode van prestatie-evaluatie

Het remuneratiepakket van de Gedelegeerd Bestuurder en de overige leden van het BGE bevat volgende prestatiegebonden elementen:

  • Een korte termijn variabele vergoeding, met doelstellingen gerelateerd aan het jaarlijkse business plan. De doelstellingen worden in het begin van het jaar bepaald door het Benoemings- en Remuneratiecomité en goedgekeurd door de Raad van Bestuur. Deze doelstellingen bestaan uit een gewogen gemiddelde van zowel Groeps- als individuele financiële en niet-financiële doelen die relevant zijn bij het evalueren van de jaarlijkse financiële prestatie van de Groep en de mate van realisatie van de overeengekomen strategische doelstellingen; ze worden jaarlijks beoordeeld door de Raad van Bestuur. Eén derde van de jaarlijkse korte termijn variabele vergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder wordt gespreid over een periode van vierentwintig maanden; er is geen uitstel voor de andere leden van het BGE.
  • Een lange termijn variabele vergoeding, onder de vorm van:
  • het aanbod van een variabel aantal aandelenopties;
  • de toekenning van een vast aantal performance share units die definitief zullen verworven worden ('gevest') na afloop van een vestingperiode van drie jaar, onder voorwaarde van het bereiken van een vooropgesteld prestatiedoel.

Gedetailleerde informatie over de criteria, de voorwaarden en de methode om de prestaties te evalueren voor de lange termijn variable vergoeding is hierna te vinden in punt 8. Tegen pari niveau, bedraagt de waarde van de elementen van de variabele vergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder en de andere leden van het BGE meer dan 25% van hun totale vergoeding. Meer dan de helft van de totale betaling van deze variabele vergoeding is gebaseerd op criteria over een periode van minimum drie jaar.

6. Remuneratie van de Gedelegeerd Bestuurder met betrekking tot 2016

Het bedrag van de remuneratie en andere voordelen die rechtstreeks of onrechtstreeks door de vennootschap of haar dochtervennootschappen aan de Gedelegeerd Bestuurder werden toegekend voor zijn opdracht als Gedelegeerd Bestuurder met betrekking tot 2016 wordt hierna vermeld.

Matthew Taylor Remuneratie(1) Opmerkingen
Basissalaris € 750 226 Bevat Belgisch basissalaris
en alle Belgische en
buitenlandse
bestuurdersvergoedingen(2)
Korte termijn
variabele
vergoeding
€ 636 694 Jaarlijkse variabele
vergoeding, gebaseerd op
prestatie in 2016(3)
Middellange
termijn variabele
vergoeding
€ 181 913 Middellange termijn
variabele vergoeding,
gebaseerd op prestatie in
2014-2016(4)
Lange termijn
variabele
vergoeding:
- toekenning van
aandelenopties
-performance
share units
25 000 opties
16 500 units
Aantal toegekende
aandelenopties
Aantal toegekende
performance share units
Pensioen € 151 594 Toegezegde
bijdrageregeling
Andere
remuneratie
elementen
€ 53 083 Bevat bedrijfswagen en
verzekeringen

(1) Met betrekking tot 2016.

(2) Het basissalaris is inclusief de vergoeding door de Gedelegeerd Bestuurder ontvangen in zijn hoedanigheid van bestuurder.

(3) Inclusief de uitgestelde jaarlijkse variabele vergoeding gebaseerd op prestatie van 2016.

(4) De middellange termijn variabele vergoeding werd vervangen door nieuwe

lange termijn motiveringsplannen eind 2015.

7. Remuneratie van de overige leden van het Bekaert Group Executive met betrekking tot 2016

Het bedrag van de remuneratie en andere voordelen die rechtstreeks of onrechtstreeks aan de andere leden van het BGE dan de Gedelegeerd Bestuurder werden toegekend door de vennootschap of haar dochtervennootschappen met betrekking tot 2016 wordt hierna op globale basis vermeld.

Remuneratie(1) Opmerkingen
Basissalaris € 2 722 139 Bevat Belgisch
basissalaris en alle
Belgische en
buitenlandse
bestuurdersvergoedingen
Korte termijn variabele
vergoeding
€ 2 016 603 Jaarlijkse variabele
vergoeding, gebaseerd
op prestatie in 2016
Middellange termijn
variabele vergoeding
€ 459 333 Middellange termijn
variabele vergoeding,
gebaseerd op prestatie in
2014-2016(2)
Lange termijn variabele
vergoeding:
- toekenning van
aandelenopties
- Performance share units
66 250 opties
22 500 units
Aantal toegekende
aandelenopties
Aantal toegekende
performance share units
Pensioen € 441 401 Toegezegde bijdrage- en
toegezegde
pensioenregeling
Andere remuneratie
elementen
€ 153 264 Bevat bedrijfswagen en
verzekeringen

(1)Met betrekking tot 2016. (2)De middellange termijn variabele vergoeding werd

vervangen door nieuwe lange termijn motiveringsplannen eind 2015.

8. Aandelenopties en performance share units voor het Uitvoerend Management toegekend in 2016

Het aantal performance share units en het aantal aandelenopties dat in 2016 aan de Gedelegeerd Bestuurder en de overige leden van het BGE werd toegekend, en het aantal aandelenopties dat in 2016 door hen werd uitgeoefend of is vervallen, wordt op individuele basis in de onderstaande tabel vermeld.

De in 2016 aan de Gedelegeerd Bestuurder en de overige leden van het BGE toegekende aandelenopties zijn gebaseerd op het SOP2015-2017 plan dat in 2015 door de Raad van Bestuur werd voorgesteld en door een Bijzondere Algemene Vergadering werd goedgekeurd. Het plan biedt opties tot verwerving van bestaande aandelen van de vennootschap aan. Er vindt één gewoon aanbod van opties plaats in december in elk van de jaren 2015 tot en met 2017, en de opties worden toegekend op de zestigste dag volgend op de dag van het aanbod (d.i. in februari van het jaar daarop).

Het totaal aantal aan te bieden opties wordt ieder jaar door de Raad van Bestuur op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité bepaald. Het aantal aan elke individuele begunstigde aan te bieden opties is ten dele variabel, op basis van een beoordeling van de lange termijn bijdrage van de betrokken persoon tot het succes van de vennootschap. De opties worden gratis aan de begunstigden aangeboden. Elke aanvaarde optie verleent de houder het recht op verwerving van één bestaand aandeel van de vennootschap tegen betaling van de uitoefenprijs, die definitief wordt bepaald ten tijde van het aanbod en die gelijk is aan het laagste van: (i) de gemiddelde slotkoers van de aandelen van de vennootschap op de beurs gedurende dertig dagen die de dag van het aanbod voorafgaan, of (ii) de laatste slotkoers die de dag van het aanbod voorafgaat.

De uitoefenprijs van de in december 2015 aangeboden en in februari 2016 toegekende aandelenopties bedraagt € 26,375 per aandeel.

Onder voorbehoud van de gesloten periodes en de sperperiodes voor de handel in aandelen en van het planreglement kunnen de opties uitgeoefend worden vanaf het begin van het vierde jaar na de datum van hun aanbod tot het einde van het tiende kalenderjaar na de datum van hun aanbod.

De aandelenopties die in 2016 uitoefenbaar waren, zijn gebaseerd op de eerste drie toekenningen onder het SOP2010-2014 plan en de plannen die het SOP2010-2014 plan voorafgingen. De bepalingen van die plannen zijn gelijkaardig aan die van het SOP2015-2017 plan, met dien verstande dat de aan werknemers toegekende opties onder de plannen voorafgaand aan het SOP2010-2014 plan de vorm hadden van warrants die de houders het recht verlenen tot verwerving van nieuw uit te geven aandelen van de vennootschap, terwijl zelfstandige begunstigden recht hebben op verwerving van bestaande aandelen zoals in het SOP2010-2014 plan.

De performance share units die in 2016 zijn toegekend aan de Gedelegeerd Bestuurder en aan de andere leden van het BGE zijn gebaseerd op het Performance Share Plan 2015-2017 dat in 2015 werd voorgesteld door de Raad van bestuur en door een Bijzondere Algemene Vergadering werd goedgekeurd. Het plan biedt rechten op eigen aandelen van de vennootschap aan aan de leden van het BGE, het senior management en een beperkt aantal kaderleden van de vennootschap en van enkele van haar dochtervennootschappen (de rechten, "performance share units" en de aandelen, "performance shares"). Elke performance share unit geeft de begunstigde ervan het recht om één performance share te verwerven onder de voorwaarden van het Performance Share Plan 2015-2017. De performance share units zijn definitief verworven ('gevest') na afloop van een vestingperiode van drie jaar, onder voorwaarde van het bereiken van een vooropgesteld prestatiedoel.

56 Corporate governance verklaring

Het prestatiedoel wordt jaarlijks vastgesteld door de Raad van Bestuur, in lijn met de strategie van de vennootschap. De precieze mate waarin de performance share units definitief verworven ('gevest') worden, is afhankelijk van het werkelijk prestatieniveau van het vestingcriterium, met geen enkele definitieve verwerving ('vesting') indien de werkelijke prestatie lager is dan de vastgelegde minimumdrempel. Bij het behalen van deze drempel, zal een minimum van 50% van de performance share units definitief verworven ('gevest') worden; de volledige verwezenlijking van het overeengekomen vestingcriterium zal leiden tot een 'par vesting' van 100% van de performance share units, terwijl er een maximale definitieve verwerving ('vesting') zal zijn van 300% van de performance share units indien de werkelijke prestaties gelijk zijn aan, of hoger zijn dan, een overeengekomen bovengrens. Tussen deze waarden, zal de definitieve verwerving ('vesting') proportioneel zijn. Op het ogenblik van de definitieve verwerving ('vesting'), ontvangt de begunstigde ook de waarde van de dividenden over de laatste drie jaar met betrekking tot zulk(e) (aantal) performance shares waarop de definitief verworven performance share units betrekking hebben. Er vindt één toekenning van performance share units plaats in elk van de jaren 2015 tot en met 2017, en het totaal aantal toe te kennen performance share units wordt ieder jaar door de Raad van Bestuur op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité bepaald. De performance shares worden gratis aan de begunstigden aangeboden.

Naam Aantal in
2016
toegekende
performance
share units
Aantal in
februari 2016
toegekende
aandelenopties
Aantal in 2016
uitgeoefende
aandelenopties
Aantal in 2016
vervallen
aandelenopties
Matthew Taylor 16 500 25 000 - -
Beatríz
García-Cos
5 000 - - -
Lieven
Larmuseau
2 500 10 000 26 200 -
Geert Van
Haver
2 500 10 000 17 000 -
Piet Van Riet 2 500 10 000 10 800 -
Curd
Vandekerckhove
2 500 10 000 20 000 -
Stijn Vanneste 2 500 6 250 3 600 -
Frank Vromant 2 500 10 000 13 400 -
Bart Wille 2 500 10 000 10 000 -

9. Vertrekvergoedingen voor het Uitvoerend Management

Het Belgisch recht en de normale praktijk vormen de basis voor de vertrekregelingen met de uitvoerende managers, behalve met de Gedelegeerd Bestuurder, de Chief Financial Officer en de Chief Human Resources Officer, van wie de ten tijde van hun benoeming overeengekomen contractuele regelingen een opzeggingstermijn van twaalf maanden voorzien.

10. Vertrek van uitvoerende managers

In 2016 verliet geen enkel lid van het BGE de Groep.

11. Terugvorderingsrecht van de vennootschap

Er bestaan geen bepalingen die de vennootschap het recht verlenen een variabele remuneratie terug te vorderen die aan uitvoerende managers zou zijn toegekend op basis van onjuiste financiële gegevens.

Aandelen

Het Bekaert aandeel in 2016

Onze benadering

Bekaert wil haar aandeelhouders transparante financiële informatie verschaffen. We streven een continue communicatie na in open dialoog met onze aandeelhouders. Bekaert heeft er altijd voor gekozen snel te reageren op nieuwe internationale regelgeving.

De geconsolideerde jaarrekening wordt opgemaakt conform de International Financial Reporting Standards (IFRS), die door de Europese Unie zijn goedgekeurd. Zowel particuliere als institutionele beleggers kunnen rekenen op ons voortdurend streven naar transparante verslaggeving, zowel op aandeelhoudersvergaderingen als tijdens bijeenkomsten met analisten.

Aandeelidentificatie

Het Bekaert aandeel noteert op NYSE Euronext Brussels als ISIN BE0974258874 (BEKB) en werd voor het eerst genoteerd in december 1972. De ICB-sectorcode is 2727 Diversified Industrials.

in € 2012 2013 2014 2015 2016
Koers op 31 december 21,875 25,720 26,345 28,385 38,485
Hoogste koers 33,500 31,110 30,195 30,000 42,450
Laagste koers 17,210 20,010 21,900 22,580 26,560
Gemiddelde koers 22,592 24,926 27,155 26,124 37,065
Dagelijks volume 218 850 126 923 82 813 120 991 123 268
Dagelijkse omzet (in miljoen €) 5,0 3,1 2,1 3,1 4,5
Jaarlijkse omzet (in miljoen €) 1 313 796 527 804 1 147
Omloopsnelheid (% jaarlijks) 93 54 35 52 53
Omloopsnelheid (% aangepaste
free float)
144 90 59 86 88
Free float (%) 61 59,9 55,7 56,7 59,2

Koersverloop tegenover beursindices

Verhandelde volumes

Het gemiddelde aantal dagelijks verhandelde aandelen was met 123 000 aandelen in 2016 ongeveer 2% hoger in vergelijking met 2015. Het volume piekte op 26 februari, met 578 329 verhandelde aandelen.

Bekaert tegenover de BEL20® , NEXT100 en NEXT150

Met ingang op 20 maart 2017 bekleedt Bekaert de 20ste plaats in de BEL20, op basis van een marktkapitalisatie van € 2,52 miljard en een free float marktkapitalisatie van € 1,51 miljard (59,27%* en binnen een free float band van 60%) en met een jaarlijkse omloopsnelheid van 47% en een gewicht van 1,24%.

* Noemer min eigen aandelen en aandelen gehouden door de hoofdaandeelhouder

Bekaert tegenover de BEL20® (2016)

Bekaert tegenover de NEXT100 en NEXT150 (2016)

De aandelenstructuur toont een vrij sterke internationalisering.

Naar aanleiding van de inwerkingtreding van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen (de transparantiewet) heeft Bekaert, in haar statuten, aan de wettelijke quota van 5% en van elk veelvoud van 5% de statutaire quota van 3% en 7,5% toegevoegd. Een overzicht van de actuele kennisgevingen van deelnemingen van 3% of meer is te vinden in het hoofdstuk "Informatie met betrekking tot de moedervennootschap (deelnemingen in het kapitaal)".

De Stichting Administratiekantoor Bekaert (hoofdaandeelhouder) bezit 34,41% van de aandelen, terwijl de geïdentificeerde institutionele aandeelhouders 33,25% van de aandelen bezitten. De individuele beleggers vertegenwoordigen 11,33% terwijl Private Banking goed is voor 6,69%. De eigen aandelen vertegenwoordigen 6,44%. 7,88% is ongeïdentificeerd. Van het totale aantal Bekaert aandelen is 0,34% op naam.

Kapitaalstructuur

Per 31 december 2016 bedraagt het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap € 177 612 000, vertegenwoordigd door 60 347 525 aandelen zonder vermelding van waarde. De aandelen zijn op naam of gedematerialiseerd.

Toegestaan kapitaal

De bevoegdheid die door beslissing van de Algemene Vergadering op 9 mei 2012 aan de Raad van Bestuur werd verleend om het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap in één of meerdere malen te verhogen met een totaal maximum bedrag van € 176 000 000 (exclusief enige uitgiftepremie) bleef van kracht tot 20 juni 2016.

De Algemene Vergadering gehouden op 11 mei 2016 heeft de bevoegdheid hernieuwd en heeft aan de Raad van Bestuur de bevoegdheid verleend om het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap in één of meerdere malen te verhogen met een totaal maximum bedrag van € 176 000 000 (exclusief enige uitgiftepremie). Deze bevoegdheid geldt voor een periode van vijf jaar na 20 juni 2016 en kan worden hernieuwd overeenkomstig de toepasselijke wettelijke bepalingen. Krachtens deze bevoegdheid kan de Raad van Bestuur onder andere een kapitaalverhoging doorvoeren in het kader van het toegestaan kapitaal door middel van de uitgifte van gewone aandelen, warrants of converteerbare obligaties, en mag ze het voorkeurrecht van de aandeelhouders van de vennootschap beperken of opheffen overeenkomstig en met toepassing van artikel 596 van het Wetboek van vennootschappen. Bovendien werd de Raad van Bestuur gemachtigd om, binnen een periode van drie jaar na 20 juni 2016, gebruik te maken van het toegestaan kapitaal na ontvangst door de vennootschap van een mededeling door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) van een openbaar overnamebod op de effecten van de vennootschap.

Converteerbare obligaties

De Raad van Bestuur heeft gebruik gemaakt van haar bevoegdheden in het kader van het toegestaan kapitaal die werden verleend door beslissing van de Algemene Vergadering op 9 mei 2012.

Op 21 mei 2014 besloot de Raad van Bestuur om niet-gesubordineerde niet-gewaarborgde converteerbare obligaties uit te geven met vervaldag op 18 juni 2018 voor een totaal bedrag van ongeveer € 300 000 000 (de "2014 Converteerbare Obligaties"). Deze converteerbare obligaties brachten een interest van 0,75% per jaar op en de conversieprijs bedroeg € 37,06 per aandeel.

De Raad van Bestuur heeft opnieuw gebruik gemaakt van haar bevoegdheden in het kader van het toegestaan kapitaal toen hij op 18 mei 2016 besloot om niet-gesubordineerde niet-gewaarborgde converteerbare obligaties uit te geven met vervaldag in juni 2021 voor een totaal bedrag van € 380 000 000 (de "2016 Converteerbare Obligaties"). Deze converteerbare obligaties dragen een zero-coupon en de conversieprijs bedraagt € 51,25 per aandeel.

59 Corporate governance verklaring

Gelijktijdig met de uitgifte van de 2016 Converteerbare Obligaties, kocht de vennootschap alle uitstaande 2014 Converteerbare Obligaties terug via een "reverse bookholding" proces. Alle teruggekochte 2014 Converteerbare Obligaties werden door de vennootschap vernietigd na aflossing en op 31 december 2016 waren er geen 2014 Converteerbare Obligaties in omloop.

In verband met de uitgifte van de 2016 Converteerbare obligaties, besloot de Raad van Bestuur om het voorkeurrecht van de bestaande aandeelhouders bepaald in de artikelen 596 en volgende van het Wetboek van vennootschappen op te heffen. De voorwaarden van de converteerbare obligaties laten de vennootschap toe om, bij conversie van de obligaties, nieuwe of bestaande aandelen te leveren of een bedrag in cash te betalen.

Teneinde de verwatering voor bestaande aandeelhouders bij conversie van de 2016 Converteerbare Obligaties te verzachten, heeft de Raad van Bestuur het voornemen om waar mogelijk het bedrag in hoofdsom van de converteerbare obligaties in cash terug te betalen en, indien de dan geldende aandeelprijs boven de conversieprijs ligt, het verschil in bestaande aandelen van de vennootschap te betalen. De conversie van de 2016 Converteerbare Obligaties zou dan geen verwateringseffect voor de bestaande aandeelhouders hebben.

Bovendien laten de voorwaarden van de 2016 Converteerbare Obligaties de vennootschap toe de obligaties in bepaalde omstandigheden terug te betalen tegen hun bedrag in hoofdsom samen met de opgelopen en niet-betaalde rente, bijvoorbeeld, op of na 30 juni 2019 als de aandelen van de vennootschap worden verhandeld tegen een hogere prijs dan 130% van de conversieprijs gedurende een bepaalde periode.

Aandelenoptieplannen, performance share plan en personal shareholding requirement plan

Het totale aantal uitstaande, in Bekaert aandelen converteerbare warrants onder het SOP2005-2009 aandelenoptieplan bedraagt 234 486. In totaal werden 222 000 warrants uitgeoefend in 2016 onder het SOP2005-2009 aandelenoptieplan voor werknemers. Dit resulteerde in de uitgifte van 222 000 nieuwe aandelen van de vennootschap, een verhoging van het maatschappelijk kapitaal met € 655 000 en een verhoging van de uitgiftepremie met € 4 709 489.

Bovenop de 4 248 710 eigen aandelen die de vennootschap hield op 31 december 2015, kocht de vennootschap in de loop van 2016 in totaal 28 785 eigen aandelen terug. In 2016 werden in totaal 316 042 aandelenopties uitgeoefend onder het SOP2010-2014 aandelenoptieplan en 55 680 aandelenopties onder het SOP2 aandelenoptieplan. Daarvoor werden 371 722 eigen aandelen geleverd. 20 327 eigen aandelen werden verkocht aan leden van het Bekaert Group Executive in het kader van het Personal Shareholding Requirement Plan (aan een prijs gelijk aan de slotkoers op Euronext op de dag van de overdracht). In 2016 werden geen eigen aandelen vernietigd. Bijgevolg hield de vennootschap 3 885 446 aandelen in portefeuille op 31 december 2016.

De eerste toekenning van opties in het kader van het SOP2015-2017 aandelenoptieplan vond plaats op 15 februari 2016: er werden 227 250 opties toegekend. Elke optie zal kunnen worden omgezet in één bestaand aandeel van de vennootschap tegen een uitoefenprijs van € 26,375. Een tweede aanbod van 285 750 opties in het kader van het SOP2015-2017 vond plaats op 15 december 2016. Hiervan werden 273 325 opties aanvaard en toegekend op 13 februari 2017. Elke optie zal kunnen worden omgezet in één bestaand aandeel van de vennootschap tegen een uitoefenprijs van € 39,426.

Een tweede gewone toekenning van 52 450 performance share units in het kader van het Performance Share Plan 2015-2017 vond plaats op 15 december 2016. Bijkomend, werden uitzonderlijk 10 000 performance share units toegekend aan de Gedelegeerd Bestuurder op 29 februari 2016 en 2 500 performance share units aan de Chief Financial Officer op 1 juli 2016. Elke performance share unit geeft de begunstigde ervan het recht om één performance share te verwerven onder de voorwaarden van het Performance Share Plan 2015-2017. De performance share units zullen definitief verworven worden ('gevest') na afloop van een vestingperiode van drie jaar, onder voorwaarde van het bereiken van een vooropgesteld prestatiedoel. De precieze mate waarin de performance share units definitief verworven ('gevest') worden, zal afhankelijk zijn van het werkelijk prestatieniveau van het vestingcriterium, met geen enkele definitieve verwerving ('vesting') indien de werkelijke prestatie lager is dan de vastgelegde minimumdrempel. Bij het behalen van deze drempel, zal een minimum van 50% van de performance share units definitief verworven ('gevest') worden; de volledige verwezenlijking van het overeengekomen vestingcriterium zal leiden tot een 'par vesting' van 100% van de performance share units, terwijl er een maximale definitieve verwerving ('vesting') zal zijn van 300% van de performance share units indien de werkelijke prestaties gelijk zijn aan, of hoger zijn dan, een overeengekomen bovengrens. Tussen deze waarden, zal de definitieve verwerving ('vesting') proportioneel zijn.

Het SOP2015-2017 plan en zijn voorgangers zijn conform de relevante bepalingen van de wet van 26 maart 1999 en de artikelen 520ter en 525, laatste lid, van het Wetboek van vennootschappen. Detailgegevens omtrent kapitaal, aandelen en aandelenoptieplannen zijn te vinden in het Financieel Overzicht (Toelichting 6.12 bij de geconsolideerde jaarrekening.

Bekaerts dividendbeleid

Per aandeel

in € 2012 2013 2014 2015 2016*
Totaal brutodividend 0,850 0,850 0,850 0,900 1,100
Nettodividend** 0,638 0,638 0,638 0,657 0,770
Couponnummer 4 5 6 7 8

* Dividend onderhevig aan goedkeuring door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders 2017.

** Onderheving aan de takswetgeving van toepassing.

De Raad van Bestuur zal de op 10 mei 2017 te houden Gewone Algemene Vergadering voorstellen een brutodividend van € 1,10 per aandeel uit te keren.

Algemene Vergadering van Aandeelhouders

De Gewone Algemene Vergadering vond plaats op 11 mei 2016. Een Buitengewone Algemene Vergadering werd op dezelfde dag gehouden. De besluiten van de vergaderingen zijn op www.bekaert.com terug te vinden.

Relevante elementen bij een openbaar overnamebod

Beperkingen van de overdracht van effecten

De statuten bevatten geen beperkingen inzake de overdraagbaarheid van de aandelen, behoudens ingeval van controlewijziging, voor dewelke conform artikel 11 van de statuten de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Bestuur moet worden aangevraagd.

Voor het overige zijn de aandelen vrij overdraagbaar. De Raad van Bestuur is niet op de hoogte van enige wettelijke beperking op de overdracht van aandelen in hoofde van enige aandeelhouder.

Beperkingen van de uitoefening van het stemrecht

Elk aandeel geeft recht op één stem. De statuten bevatten geen beperkingen van het stemrecht en iedere aandeelhouder kan zijn stemrecht uitoefenen op voorwaarde dat hij geldig werd toegelaten tot de Algemene Vergadering en dat zijn rechten niet werden geschorst.

De regels inzake de toelating tot de Algemene Vergadering zijn opgenomen in het Wetboek van vennootschappen en in artikelen 31 en 32 van de statuten.

Krachtens artikel 10 kan de vennootschap de uitoefening schorsen van rechten verbonden aan effecten die toebehoren aan verscheidene eigenaars. Niemand kan op de Algemene Vergadering aan een stemming deelnemen voor stemrechten die verbonden zijn aan effecten waarvan hij niet krachtens de wet tijdig kennis heeft gegeven. De Raad van Bestuur is niet op de hoogte van enige andere wettelijke beperking inzake de uitoefening van het stemrecht.

Aandeelhoudersovereenkomsten

De Raad van Bestuur zijn geen

aandeelhoudersovereenkomsten bekend welke aanleiding kunnen geven tot beperking van de overdracht van effecten of van de uitoefening van het stemrecht, met uitzondering van de overeenkomsten vermeld in de kennisgevingen die opgenomen zijn in het hoofdstuk "Informatie met betrekking tot de moedervennootschap (deelnemingen in het kapitaal)".

Benoeming en vervanging van bestuurders

De statuten (artikelen 15 en volgende) en het Bekaert Charter bevatten specifieke regels inzake de (her)benoeming, vorming en evaluatie van bestuurders. De bestuurders worden voor een maximale duur van vier jaar door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders benoemd, die hen ook te allen tijde kan ontslaan. Een besluit tot benoeming of ontslag behoeft de gewone meerderheid van de stemmen. De kandidaten voor de opdracht van bestuurder, die deze opdracht nog niet vervuld hebben in de vennootschap, moeten ten laatste twee maanden vóór de Gewone Algemene Vergadering de Raad van Bestuur op de hoogte brengen van hun kandidatuur.

Enkel wanneer een plaats van bestuurder vroegtijdig openvalt, kunnen de overblijvende bestuurders zelf een nieuwe bestuurder benoemen (coöpteren). In dat geval zal de eerstvolgende Algemene Vergadering de definitieve benoeming doen.

Het benoemingsproces van bestuurders wordt geleid door de Voorzitter van de Raad van Bestuur. Het Benoemings- en Remuneratiecomité doet een gemotiveerde aanbeveling aan de voltallige Raad, die op basis daarvan beslist welke kandidaten worden voorgedragen aan de Algemene Vergadering.

Bestuurders zijn in de regel herbenoembaar voor een onbeperkt aantal termijnen, met dien verstande dat bestuurders ten tijde van hun initiële benoeming niet jonger mogen zijn dan 30 jaar en niet ouder dan 66 jaar, en dat een bestuurder ontslag moet nemen in het jaar waarin hij de leeftijd van 69 jaar bereikt.

Wijziging van de statuten

De statuten kunnen door de Buitengewone Algemene Vergadering worden gewijzigd conform de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen. Elke statutenwijziging behoeft een bijzondere meerderheid van stemmen.

Bevoegdheid van de Raad van Bestuur tot uitgifte of inkoop van aandelen

De Raad van Bestuur is op grond van artikel 44 van de statuten gemachtigd om het maatschappelijk kapitaal in één of meerdere malen te verhogen met een maximum bedrag van € 176 000 000. De duur van deze machtiging bedraagt vijf jaar vanaf 20 juni 2016, doch is door de Algemene Vergadering hernieuwbaar.

In het kader van deze machtiging kan de Raad van Bestuur ook gedurende een periode van drie jaar vanaf 20 juni 2016, in geval van ontvangst door de vennootschap van een mededeling door de FSMA van een openbaar overnamebod, het maatschappelijk kapitaal verhogen voor zover:

  • de daarbij uit te geven aandelen vanaf hun uitgifte volledig zijn volgestort;
  • de uitgifteprijs van deze aandelen niet minder bedraagt dan de prijs van het bod; en
  • het aantal uit te geven aandelen niet meer bedraagt dan 10% van de vóór de kapitaalverhoging uitgegeven aandelen die het kapitaal vertegenwoordigen.

Ook deze machtiging is hernieuwbaar door de Algemene Vergadering.

Verder is de Raad van Bestuur krachtens artikel 12 van de statuten gemachtigd om maximum het aantal aandelen te verkrijgen waarvan de gezamenlijke fractiewaarde niet hoger is dan 20% van het geplaatste kapitaal, gedurende een periode van vijf jaar vanaf 20 juni 2016 (die door de Algemene Vergadering kan worden hernieuwd), tegen een prijs die ligt tussen één euro als minimumwaarde en 30% boven het rekenkundig gemiddelde van de slotkoers van het Bekaert aandeel gedurende de laatste 30 beursdagen vóór het besluit van de Raad van Bestuur tot verkrijging als maximumwaarde. De Raad van Bestuur is gemachtigd om alle of een gedeelte van de ingekochte aandelen gedurende die periode van vijf jaar te vernietigen.

De Raad van Bestuur is tevens gemachtigd om eigen aandelen te verkrijgen wanneer dit noodzakelijk is ter voorkoming van een dreigend ernstig nadeel voor de vennootschap, zoals een openbaar overnamebod. Deze machtiging is toegekend voor een periode van drie jaar vanaf 24 april 2015, doch kan door de Algemene Vergadering verlengd worden.

Artikelen 12bis en 12ter van de statuten bevatten regels voor de vervreemding van ingekochte aandelen en voor de verwerving en vervreemding van aandelen door dochtervennootschappen.

De bevoegdheden van de Raad van Bestuur zijn in detail beschreven in de toepasselijke wettelijke bepalingen terzake, de statuten en het Bekaert Charter.

Wijziging van controle

De vennootschap is partij bij een aantal belangrijke overeenkomsten die in werking treden, wijzigingen ondergaan of aflopen in geval van een wijziging van controle over de vennootschap, al dan niet na een openbaar overnamebod. In de mate waarin op grond van deze overeenkomsten aan derden rechten worden toegekend die een invloed hebben op het vermogen van de vennootschap, dan wel een schuld of een verplichting te haren laste doen ontstaan, werden deze rechten, conform artikel 556 van het Wetboek van vennootschappen, goedgekeurd door de Bijzondere Algemene Vergaderingen van 13 april 2006, 16 april 2008, 15 april 2009, 14 april 2010 en 7 april 2011 en door de Gewone Algemene Vergaderingen van 9 mei 2012, 8 mei 2013, 14 mei 2014, 13 mei 2015 en 11 mei 2016; de notulen van die vergaderingen werden op 14 april 2006, 18 april 2008, 17 april 2009, 16 april 2010, 15 april 2011, 30 mei 2012, 23 mei 2013, 20 juni 2014, 19 mei 2015 en 18 mei 2016 ter griffie van de Rechtbank van Koophandel te Gent, afdeling Kortrijk neergelegd en zijn beschikbaar op www.bekaert.com.

Het betreft in hoofdzaak joint venture overeenkomsten (die de relaties tussen partijen in het kader van een gemeenschappelijke dochtervennootschap omschrijven), overeenkomsten waarbij door financiële instellingen of particuliere investeerders geldmiddelen ter beschikking van de vennootschap of van een van haar dochtervennootschappen worden gesteld, en overeenkomsten tot levering van goederen of diensten door of aan de vennootschap. Elk van deze overeenkomsten bevat clausules die, ingeval van wijziging van de controle van de vennootschap, de wederpartij in bepaalde gevallen en onder bepaalde voorwaarden het recht verlenen om de overeenkomst vervroegd te beëindigen, en in het geval van een financiële overeenkomst tevens de vervroegde terugbetaling van de ter beschikking gestelde geldmiddelen te eisen. In het geval van joint venture overeenkomsten wordt voorzien dat, ingeval van controlewijziging van de vennootschap, de wederpartij de participatie van de vennootschap in de joint venture kan verwerven (met uitzondering van de Chinese vennootschappen, waarbij partijen in overleg dienen te bepalen of een partij de joint venture alleen voortzet, waarna deze de participatie van de andere partij dient te kopen), waarbij de waarde tegen dewelke de participatie alsdan is over te dragen wordt bepaald in functie van contractuele formules die beogen een overdracht tegen een arm's length prijs te verzekeren.

Overige elementen

  • De vennootschap heeft geen effecten uitgegeven waaraan bijzondere zeggenschapsrechten verbonden zijn.
  • De zeggenschapsrechten verbonden aan de door de werknemers ingevolge de lange termijn incentiveplannen te verwerven aandelen worden rechtstreeks door de betrokken werknemers uitgeoefend.
  • Tussen de vennootschap en haar bestuurders of werknemers werden geen overeenkomsten gesloten die in vergoedingen voorzien wanneer, naar aanleiding van een openbaar overnamebod, de bestuurders ontslag nemen of zonder geldige reden moeten afvloeien of de tewerkstelling van de werknemers beëindigd wordt.

Controle en ERM

Interne controle- en risicobeheerssystemen in verband met de voorbereiding van de geconsolideerde jaarrekening

De volgende beschrijving van Bekaerts interne controle en risicobeheerssystemen is gebaseerd op de "Internal Control Integrated Framework" (1992) en de "Enterprise Risk Management Framework" (2004), gepubliceerd door het "Committee of Sponsoring Organizations of the Treadway Commission" (COSO).

Controleomgeving

De organisatie van de diensten boekhouding en controle bestaat uit drie niveaus: (i) het boekhoudkundige team in de verschillende juridische entiteiten of gezamenlijke dienstencentra, verantwoordelijk voor de voorbereiding en de rapportering van de financiële informatie, (ii) de controllers op de verschillende niveaus in de organisatie (zoals fabriek en regio), verantwoordelijk voor o.a. het nazicht van de financiële informatie in hun verantwoordelijkheidsdomein, en (iii) de dienst Groepscontrole, verantwoordelijk voor het finale nazicht van de financiële informatie van de verschillende juridische entiteiten en voor de voorbereiding van de geconsolideerde jaarrekening.

Naast bovengemelde gestructureerde controles, voert het interne audit departement een risico-gebaseerd programma uit om de doeltreffendheid van de interne controle in de verschillende processen op het niveau van de juridische entiteiten te valideren en een betrouwbare financiële rapportering te verzekeren. De geconsolideerde jaarrekening van Bekaert is opgemaakt

in overeenstemming met de "International Financial Reporting Standards" (IFRS), onderschreven door de Europese Unie. Die jaarrekening is eveneens conform de IFRS uitgegeven door de "International Accounting Standards Board". Alle IFRS-boekhoudnormen, richtlijnen en interpretaties, toe te passen door alle jurdische entiteiten, zijn gegroepeerd in het IFRS-handboek, dat beschikbaar is op het Bekaert intranet voor alle werknemers die betrokken zijn bij de financiële rapportering. Dit handboek wordt regelmatig aangepast door Groepscontrole ingeval van relevante wijzigingen in IFRS, of interpretaties ervan, en de gebruikers worden van elke dergelijke wijziging op de hoogte gebracht. IFRS-opleidingen vinden plaats in de verschillende regio's wanneer dit noodzakelijk of geschikt geacht wordt.

De overgrote meerderheid van de vennootschappen van de Groep gebruikt Bekaerts globale "enterprise resource planning" (ERP) systeem, en de boekhoudkundige transacties worden ingeboekt in een uniform rekeningenstelsel, waarbij boekhoudkundige handboeken de standaard manier van boeking voor de meest relevante transacties beschrijven. Deze boekhoudkundige handboeken worden aan de gebruikers toegelicht tijdens opleidingssessies en zijn beschikbaar op het Bekaert intranet. De recentelijk overgenomen vennootschappen van de Bridongroep gebruiken andere systemen die momenteel gealigneerd worden en naar manier van werken in overeenstemming worden gebracht met de bestaande Bekaertpraktijken.

Alle vennootschappen van de Groep gebruiken dezelfde software om de financiële gegevens te rapporteren voor consolidatie en externe rapporteringsdoeleinden. Een rapporteringhandboek is beschikbaar op het Bekaert intranet en opleidingen vinden plaats wanneer dit noodzakelijk of geschikt geacht wordt.

Risicobeheer

Er worden geschikte maatregelen genomen om een tijdige en kwalitatieve rapportering te garanderen en om de potentiële risico's die gerelateerd zijn aan het financiële rapporteringsproces te beperken, met inbegrip van: (i) goede coördinatie tussen de diensten Groepscommunicatie en Groepscontrole, (ii) zorgvuldige planning van alle activiteiten, met inbegrip van verantwoordelijken en timings, (iii) richtlijnen verdeeld door Groepscontrole naar de verantwoordelijken vóór de kwartaalrapportering, met inbegrip van relevante aandachtspunten, en (iv) opvolging en terugkoppeling van de stiptheid, kwaliteit en aandachtspunten om te streven naar continue verbetering.

Een kwartaalevaluatie vindt plaats over de financiële resultaten, bevindingen door het interne audit departement, en andere belangrijke controlegebeurtenissen, en de resultaten worden besproken met de commissaris.

63 Corporate governance verklaring

Materiële wijzigingen in de IFRS-boekhoudnormen worden gecoördineerd door Groepscontrole, nagezien door de commissaris, gerapporteerd aan het Audit en Finance Comité, en geacteerd door de Raad van Bestuur van de vennootschap. Materiële wijzigingen in de statutaire boekhoudnormen van een vennootschap van de Groep worden goedgekeurd door diens Raad van Bestuur.

Controleactiviteiten

De correcte toepassing door de juridische entiteiten van de boekhoudnormen beschreven in het IFRS-handboek, alsmede de juistheid, de consistentie en de volledigheid van de gerapporteerde informatie, worden op een permanente basis nagezien door de controleorganisatie (zoals boven beschreven). Bovendien worden alle relevante entiteiten op periodieke basis gecontroleerd door het interne audit departement. Voor de meest belangrijke onderliggende processen (verkoop, aankoop, investeringen, thesaurie, enz.) bestaan er richtlijnen en procedures die onderhevig zijn aan (i) een evaluatie door de respectieve managementteams middels een zelfbeoordelingstool, en (ii) controle door het interne audit departement op een roterende basis.

In het ERP-systeem wordt nauw toezicht gehouden op mogelijke conflicten met betrekking tot scheiding van verantwoordelijkheden.

Informatie en communicatie

Bekaert heeft in de meeste groepsvennootschappen een globaal ERP-systeemplatform ingevoerd om de efficiënte verwerking van transacties te ondersteunen en het management te voorzien van transparante en betrouwbare informatie om de operationele activiteiten te beheren, te controleren en te sturen.

De verstrekking van diensten van informatietechnologie om deze systemen te laten lopen, te onderhouden en te ontwikkelen, wordt in grote mate uitbesteed aan professionele toeleveranciers van IT-diensten die gestuurd en gecontroleerd worden door geëigende IT-controlestructuren en waarvan de kwaliteit bewaakt wordt door uitgebreide dienstverleningscontracten.

Samen met haar IT-toeleveranciers heeft Bekaert adequate managementprocessen geïmplementeerd om te verzekeren dat geschikte maatregelen op dagelijkse basis getroffen worden om de prestaties, de beschikbaarheid en de integriteit van haar IT-systemen te behouden. Op regelmatige ogenblikken wordt de geschiktheid van deze procedures nagetrokken en geauditeerd en waar nodig verder geoptimaliseerd.

Een gepaste toewijzing van verantwoordelijkheden, en coördinatie tussen de betrokken afdelingen, verzekeren een efficiënt en stipt communicatieproces van periodieke financiële informatie naar de markt.

Voor het eerste en het derde kwartaal wordt een trading update gepubliceerd, terwijl alle relevante financiële informatie op halfjaarlijkse en op jaarlijkse basis wordt bekendgemaakt. Vóór de externe rapportering wordt de verkoops- en financiële informatie onderworpen aan (i) de gepaste controles door de bovengenoemde controleorganisatie, (ii) nazicht door het Audit en Finance Comité, en (iii) goedkeuring door de Raad van Bestuur van de vennootschap.

Sturing

Elke beduidende wijziging in de door Bekaert toegepaste IFRS-boekhoudnormen wordt onderworpen aan nazicht door het Audit en Finance Comité en door de Raad van Bestuur van de vennootschap, met inbegrip van het eerste gebruik van IFRS in 2000.

De leden van de Raad van Bestuur worden op periodieke basis op de hoogte gehouden van de evolutie en belangrijke wijzigingen in de onderliggende IFRS-standaarden. Alle relevante financiële informatie wordt toegelicht aan het Audit en Finance Comité en de Raad van Bestuur om hen in staat te stellen de jaarrekening te analyseren. Alle gerelateerde persberichten worden goedgekeurd vóór hun verspreiding naar de markt.

Relevante bevindingen van het interne audit departement en/of de commissaris in verband met de toepassing van de boekhoudnormen, de geschiktheid van de richtlijnen en procedures, en de scheiding van verantwoordelijkheden, worden gerapporteerd aan het Audit en Finance Comité.

Er wordt ook een periodieke thesaurie-update voorgelegd aan het Audit en Finance Comité. Er bestaat een procedure om het relevante bestuursorgaan van de vennootschap op korte termijn bijeen te roepen wanneer de omstandigheden dit dicteren.

Algemene interne controle en ERM

De Raad van Bestuur en het BGE hebben de Bekaert Gedragscode goedgekeurd, die voor het eerst uitgegeven werd op 1 december 2004 en aangepast werd op 1 maart 2009. De Gedragscode bepaalt de Bekaert missie en waarden, evenals de basisprincipes van het zakendoen door Bekaert. Naleving van de Gedragscode is verplicht voor alle groepsvennootschappen. De Gedragscode maakt als Appendix 3 deel uit van het Bekaert Charter en is beschikbaar op www.bekaert.com.

Meer gedetailleerde procedures en richtlijnen worden opgemaakt indien nodig om de consistente toepassing van de Gedragscode doorheen de Groep te verzekeren.

64 Corporate governance verklaring

Bekaerts interne controlemodel bestaat uit een aantal groepsprocedures voor de belangrijkste bedrijfsprocessen die wereldwijd toegepast worden. Bekaert heeft diverse middelen ter beschikking om de effectiviteit en de efficiëntie van het ontwerp en de werking van het interne controlemodel constant te bewaken. Voor alle nieuwe medewerkers wordt een verplichte opleiding over interne controle georganiseerd, en er is een zelfbeoordelingstool in gebruik aan de hand waarvan de managementteams zichzelf kunnen evalueren omtrent de stand van zaken van de interne controle. Het interne audit departement bewaakt de interne controlesituatie op basis van het globale model en rapporteert op elke vergadering van het Audit en Finance Comité.

Het BGE evalueert regelmatig de exposure van de Groep aan risico's, de potentiële financiële impact daarvan, en de acties die vereist zijn om de exposure op te volgen en te beheersen. Op verzoek van de Raad van Bestuur en het Audit en Finance Comité heeft het management een globaal "enterprise risk management" (ERM) kader ontwikkeld om de Groep op een expliciete manier bij te staan bij het beheersen van onzekerheid in Bekaerts waardecreatieproces. Het kader bestaat uit de identificatie, de evaluatie en de prioritering van de voornaamste risico's waarmee Bekaert wordt geconfronteerd, en uit de permanente rapportering en opvolging van die voornaamste risico's (met inbegrip van de ontwikkeling en de implementatie van risicobeheersingsplannen).

De risico's worden in vijf categorieën geïdentificeerd: strategische, operationele, juridische, financiële en landenrisico's. De geïdentificeerde risico's worden op twee assen ondergebracht: waarschijnlijkheid, en impact of gevolgen. De evolutie van de risicogevoeligheid (afname, toename, stabiel) wordt eveneens gemeten teneinde de doeltreffendheid van de ondernomen acties en de potentiële wijzigingen in de risicocontext in aanmerking te nemen.

Bekaerts ERM-verslag over 2016 bevat o.a. de volgende potentiële risico's:

  • de algemene druk op de winstgevendheid (bv. algemene overcapaciteit in een zwak economisch klimaat);
  • politieke, economische of sociale instabiliteit in opkomende landen (bv. Venezuela, Rusland);
  • een globaliserende concurrentie;
  • de concentratie van activa en winst (bv. in één stad);
  • het intellectuele eigendomsrisico (een algemeen en permanent risico);
  • het risico van niet-naleving van lokale rechtsregels en van de Bekaert normen;
  • de volatiliteit van de walsdraadprijs en de afhankelijkheid van leveranciers;
  • de evolutie van de milieureglementering;
  • de kredietwaardigheid van klanten; en
  • het risico van ontregeling van het banksysteem in specifieke landen.

Referenties

Het overzicht van de ontwikkeling en de resultaten van het bedrijf en van de positie van de gezamenlijke in de consolidatie opgenomen ondernemingen is opgenomen in het Financieel Overzicht van het Jaarverslag 2016, vanaf pagina 4. 1.

Een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden is opgenomen in de Corporate Governance Verklaring, pagina 63 in het eerste deel van het Jaarverslag 2016. Bovendien wordt verwezen naar Toelichtingen 3 (pagina's 25-27) en 7.3 (pagina's 88-100) bij de geconsolideerde jaarrekening, in het Financieel Overzicht in het Jaarverslag 2016.

  • De belangrijkste gebeurtenissen die na het einde van boekjaar hebben plaatsgevonden worden beschreven in Toelichting 7.6 bij de geconsolideerde jaarrekening, op pagina 103 van het Financieel Overzicht in het Jaarverslag 2016. 2.
  • De werkzaamheden op het gebied van onderzoek en ontwikkeling worden beschreven in het Hoofdstuk Technologie en Innovatie, pagina 24 van het eerste deel van het Jaarverslag 2016. Bovendien wordt verwezen naar Toelichtingen 5.1 en 5.2 bij de geconsolideerde jaarrekening, pagina's 29-31 van het Financieel Overzicht in het Jaarverslag 2016. 3.
  • De informatie betreffende het gebruik van financiële instrumenten is opgenomen in Toelichting 7.3 bij de geconsolideerde jaarrekening, pagina's 88-100 van het Financieel Overzicht in het Jaarverslag 2016. 4.

Financieel overzicht

Geconsolideerde jaarrekening 4
Geconsolideerde winst-en-verliesrekening 4
Geconsolideerd overzicht van het volledig perioderesultaat 5
Geconsolideerde balans 6
Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen 7
Geconsolideerd kasstroomoverzicht 8
Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening 9
1. Algemene informatie 9
2.
2.1.
Samenvatting van de belangrijkste grondslagen voor de financiële verslaggeving 9
Conformiteitsverslag 9
- Nieuwe en gewijzigde standaarden en interpretaties 9
2.2. Algemene principes 11
- Voorstellingsbasis 11
-
Consolidatieprincipes 11
- Valutaomrekening 12
2.3. Balanselementen12
- Immateriële activa 12
-
Goodwill en bedrijfscombinaties 13
- Materiële vaste activa 14
- Lease-overeenkomsten 14
- Investeringssubsidies 15
- Financiële activa 15
- Voorraden 16
- Kapitaal 16
- Minderheidsbelangen 16
- Voorzieningen 16
- Voorzieningen voor personeelsbeloningen 16
- Rentedragende schulden 17
- Handelsschulden en overige verplichtingen op ten hoogste een jaar 18
- Winstbelastingen 18
- Derivaten, afdekking en afdekkingsreserve 18
- Bijzondere waardevermindering van activa 19
2.4. Elementen van de winst-en-verliesrekening 19
- Opname van opbrengsten 19
- Onderliggende prestatiemaatstaven 19
2.5. Overzicht van het volledig perioderesultaat en mutatieoverzicht van het eigen vermogen 20
2.6. Diverse 20
- Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten 20
- Voorwaardelijke activa en verplichtingen 20
- Gebeurtenissen na balansdatum 21
2.7. Herwerkings- en herclassificatie-effecten 22
3. Cruciale beoordelingen en belangrijkste bronnen van schattingsonzekerheden 25
3.1. Cruciale beoordelingen bij de toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving 25
3.2. Belangrijkste bronnen van schattingsonzekerheden 26
4. Segmentrapportering 28
5. Elementen van de winst-en-verliesrekening en het volledig perioderesultaat 32
5.1. Bedrijfsresultaat (EBIT) per functie 32
5.3. Renteopbrengsten en -lasten 35
5.4. Overige financiële opbrengsten en lasten 35
5.5. Winstbelastingen 36
5.6. Aandeel in het resultaat van joint ventures en geassocieerde ondernemingen 37
5.7. Winst per aandeel 37
6. Balanselementen 39
6.1. Immateriële activa 39
6.2. Goodwill 40
6.3. Materiële vaste activa 44
6.4. Deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen 46
6.5. Overige vaste activa 49
6.6. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen 50
6.7. Operationeel werkkapitaal 53
6.8. Overige vorderingen 54
6.9. Geldmiddelen & kasequivalenten en geldbeleggingen 54
6.10. Overige vlottende activa 54
6.11. Activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop en verplichtingen verbonden met deze activa 55
6.12. Gewone aandelen, eigen aandelen en op aandelen gebaseerde betalingen 56
6.13. Overgedragen resultaten en overige Groepsreserves62
6.14. Minderheidsbelangen 65
6.15. Voorzieningen voor personeelsbeloningen 70
6.16. Overige voorzieningen 79
6.17. Rentedragende schulden 80
6.18. Overige verplichtingen op meer dan een jaar 81
6.19. Overige verplichtingen op ten hoogste een jaar 81
7. Diverse elementen 82
7.1. Toelichtingen bij het kasstroomoverzicht 82
7.2. Effect van bedrijfscombinaties 85
7.3. Beheer van financiële risico's en derivaten 88
7.4. Voorwaardelijke verplichtingen en toezeggingen 101
7.5. Verbonden partijen102
7.6. Gebeurtenissen na balansdatum103
7.7. Opdrachten uitgevoerd door de commissaris en aanverwante personen 103
7.8. Dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen 104
Informatie met betrekking tot de moedervennootschap 109
Jaarverslag van de Raad van Bestuur en jaarrekening van NV Bekaert SA 109
Voorstel van resultaatsverwerking NV Bekaert SA 2016 111
Statutaire benoemingen 111
Verslag van de commissaris 112
-------------------------------- -- -- -- --

Geconsolideerde jaarrekening

Geconsolideerde winst-en-verliesrekening

Toe
in duizend € - Jaren afgesloten per 31 december lichting 2015 2016
Omzet 5.1. 3 671 081 3 715 217
Kostprijs van verkopen 5.1. -3 073 407 -3 025 225
Marge op omzet 5.1. 597 674 689 992
Commerciële kosten 5.1. -156 106 -175 340
Administratieve kosten 5.1. -140 679 -139 558
Kosten voor onderzoek en ontwikkeling 5.1. -64 597 -63 590
Andere bedrijfsopbrengsten 5.1. 85 516 24 376
Andere bedrijfskosten 5.1. -102 422 -76 226
Bedrijfsresultaat (EBIT) 5.1. 219 386 259 654
EBIT - Onderliggend 5.1. / 5.2. 231 482 304 952
Renteopbrengsten 5.3. 8 585 6 325
Rentelasten 5.3. -70 758 -79 493
Overige financiële opbrengsten en lasten 5.4. -33 810 -37 458
Resultaat vóór belastingen 123 403 149 028
Winstbelastingen 5.5. -36 259 -62 052
Resultaat na belastingen (geconsolideerde ondernemingen) 87 144 86 976
Aandeel in het resultaat van joint ventures en geassocieerde
ondernemingen
5.6. 18 320 25 445
PERIODERESULTAAT 105 464 112 421
Toerekenbaar aan
de Groep 101 722 105 166
minderheidsbelangen van derden 6.14. 3 742 7 255
Winst per aandeel
in € per aandeel 5.7. 2015 2016
Perioderesultaat toerekenbaar aan de Groep
Basisberekening 1,822 1,869
Na verwateringseffect 1,814 1,849

De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van deze winst-en-verliesrekening. De bedragen over 2015 zijn geaffecteerd door beperkte herwerkingen (zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten').

Geconsolideerd overzicht van het volledig perioderesultaat

Toe
in duizend € - Jaren afgesloten per 31 december lichting 2015 2016
Perioderesultaat 105 464 112 421
Andere elementen van het resultaat 6.13.
Andere elementen van het resultaat die later geherclassificeerd kunnen
worden naar de winst-en-verliesrekening
Omrekeningsverschillen
Omrekeningsverschillen van de periode m.b.t. dochterondernemingen 9 056 15 717
Omrekeningsverschillen van de periode m.b.t. joint ventures en
geassocieerde ondernemingen -26 131 21 120
Overboekingen naar de winst-en-verliesrekening ingevolge afstotingen
of gefaseerde overnames van entiteiten 393 -
Inflatie-aanpassingen 1 208 1 483
Kasstroomafdekkingen
Wijzigingen in reële waarde van afdekkingsinstrumenten 6 034 1 284
Overboekingen naar de winst-en-verliesrekening ingevolge
resultaatseffecten op afgedekte posities -5 859 -542
Financiële activa beschikbaar voor verkoop
Wijzigingen in reële waarde van financiële activa beschikbaar voor
verkoop
- 1 758
Overboekingen naar de winst-en-verliesrekening ingevolge bijzondere
waardeverminderingen of afstotingen
-2 001 591
Uitgestelde belastingen met betrekking tot andere elementen van het
resultaat die later geherclassificeerd kunnen worden naar de winst-en
verliesrekening 6.6. -67 -135
Andere elementen van het resultaat die later geherclassificeerd
kunnen worden naar de winst-en-verliesrekening, na belastingen -17 367 41 276
Andere elementen van het resultaat die later niet geherclassificeerd
kunnen worden naar de winst-en-verliesrekening
Herwaarderingen van de nettoverplichting m.b.t.
toegezegdpensioenregelingen 14 473 -9 978
Aandeel in niet-herclassificeerbare andere elementen van het resultaat
van joint ventures en geassocieerde ondernemingen
-30 40
Uitgestelde belastingen met betrekking tot andere elementen van het
resultaat die later niet geherclassificeerd kunnen worden naar de winst
en-verliesrekening 6.6. -603 -602
Andere elementen van het resultaat die later niet geherclassificeerd
kunnen worden naar de winst-en-verliesrekening, na belastingen 13 840 -10 540
Andere elementen van het resultaat (opgenomen in het eigen vermogen) -3 527 30 736
VOLLEDIG PERIODERESULTAAT 101 937 143 157
Toerekenbaar aan
de Groep 91 993 134 687
minderheidsbelangen van derden 6.14. 9 944 8 470

De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van dit geconsolideerd overzicht van het volledig perioderesultaat. De bedragen over 2015 zijn geaffecteerd door beperkte herwerkingen (zie toelichting 2.7. 'Herwerkingsen herclassificatie-effecten').

Geconsolideerde balans

Activa per 31 december Toe
in duizend € lichting 2015 2016
Vaste activa 1 921 987 2 136 528
Immateriële activa 6.1. 109 448 140 377
Goodwill 6.2. 35 699 152 345
Materiële vaste activa 6.3. 1 490 454 1 514 714
Deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen 6.4. 114 119 146 582
Overige vaste activa 6.5. 39 773 32 142
Uitgestelde belastingvorderingen 6.6. 132 494 150 368
Vlottende activa 1 960 422 2 167 785
Voorraden 6.7. 628 731 724 500
Ontvangen bankwissels 6.7. 68 005 60 182
Handelsvorderingen 6.7. 686 364 739 145
Overige vorderingen 6.8. 99 286 108 484
Geldbeleggingen 6.9. 10 216 5 342
Geldmiddelen en kasequivalenten 6.9. 401 771 365 546
Overige vlottende activa 6.10. 66 049 52 225
Activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop 6.11. - 112 361
Totaal 3 882 409 4 304 313
Passiva per 31 december Toe
in duizend € lichting 2015 2016
Eigen vermogen 1 511 651 1 597 893
Kapitaal 6.12. 176 957 177 612
Uitgiftepremies 31 884 36 594
Overgedragen resultaten 6.13. 1 397 110 1 432 394
Eigen aandelen 6.13. -144 747 -127 974
Overige Groepsreserves 6.13. -78 993 -51 534
Eigen vermogen toerekenbaar aan de Groep 1 382 211 1 467 092
Minderheidsbelangen 6.14. 129 440 130 801
Verplichtingen op meer dan een jaar 1 083 412 1 504 487
Voorzieningen voor personeelsbeloningen 6.15. 172 681 182 641
Overige voorzieningen 6.16. 50 198 63 107
Rentedragende schulden 6.17. 792 116 1 161 310
Overige verplichtingen op meer dan een jaar 6.18. 15 204 44 873
Uitgestelde belastingverplichtingen 6.6. 53 213 52 556
Verplichtingen op ten hoogste een jaar 1 287 346 1 201 933
Rentedragende schulden 6.17. 501 224 297 916
Handelsschulden 6.7. 456 783 556 361
Personeelsbeloningen 6.7. / 6.15. 131 281 132 913
Overige voorzieningen 6.16. 26 973 17 720
Verplichtingen met betrekking tot winstbelastingen 105 832 101 683
Overige verplichtingen op ten hoogste een jaar 6.19. 65 253 61 840
Verplichtingen verbonden met activa geclassificeerd
als aangehouden voor verkoop 6.11. - 33 500
Totaal 3 882 409 4 304 313

De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van deze geconsolideerde balans. De bedragen over 2015 zijn geaffecteerd door beperkte herwerkingen (zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten').

Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen

Overige Groeps
reserves 1
in duizend € Kapitaal Uitgifte
premies
Over
gedragen
resultaten
Eigen
aandelen
Gecumu
leerde om
rekenings
verschillen
Overige
reserves
Eigen
vermogen
toerekenbaar
aan de Groep
Minder
heids
belangen 2
Totaal
Saldo per
1 januari 2015 (zoals
eerder gerapporteerd) 176 914 31 693 1 352 197 -145 953 -6 149 -41 911 1 366 791 199 421 1 566 212
Herwerkingen - - - - - -3 297 -3 297 -2 348 -5 645
Saldo per
1 januari 2015 (herwerkt) 176 914 31 693 1 352 197 -145 953 -6 149 -45 208 1 363 494 197 073 1 560 567
Volledig perioderesultaat - - 103 421 - -22 300 10 872 91 993 9 944 101 937
Kapitaalverhogingen door
minderheidsbelangen
- - - - - - - 14 967 14 967
Herclassificeringen - - 16 407 - - -16 407 - - -
Effect van bedrijfs
combinatie met Pirelli - - 227 - - -227 - 1 732 1 732
Effect van bedrijfs
combinatie met Arrium
Effect van herschikking
- - - - - - - -7 086 -7 086
Ropesbelangen met
Chileense partners - - -16 972 - -1 364 -126 -18 462 -71 223 -89 685
Effect van aankoop
minderheidsbelangen - - -10 712 - -654 4 -11 362 -6 609 -17 971
Overige wijzigingen in
Groepsstructuur - - 548 - -341 1 208 -1 967 -1 759
In eigenvermogens
instrumenten
afgewikkelde, op aandelen
gebaseerde betalingen - - - - - 2 906 2 906 - 2 906
Uitgifte nieuwe aandelen 43 191 - - - - 234 - 234
Transacties eigen
aandelen - - - 1 206 - - 1 206 - 1 206
Dividenden - - -48 006 - - - -48 006 -7 391 -55 397
Saldo per
31 december 2015 176 957 31 884 1 397 110 -144 747 -30 808 -48 185 1 382 211 129 440 1 511 651
Saldo per
1 januari 2016 176 957 31 884 1 397 110 -144 747 -30 808 -48 185 1 382 211 129 440 1 511 651
Volledig perioderesultaat - - 107 166 - 35 130 -7 609 134 687 8 470 143 157
Effect van BBRG -
bedrijfscombinatie - - -16 389 - -126 -20 -16 535 10 548 -5 987
Overige wijzigingen in
Groepsstructuur - - -173 - 90 -6 -89 72 -17
In eigenvermogens
instrumenten
afgewikkelde, op aandelen
gebaseerde betalingen - - 4 387 - - - 4 387 62 4 449
Uitgifte nieuwe aandelen 655 4 710 - - - - 5 365 - 5 365
Transacties eigen
aandelen - - -9 235 16 773 - - 7 538 - 7 538
Dividenden - - -50 472 - - - -50 472 -17 791 -68 263
Saldo per
31 december 2016 177 612 36 594 1 432 394 -127 974 4 286 -55 820 1 467 092 130 801 1 597 893

1 Zie toelichting 6.13. 'Overgedragen resultaten en overige Groepsreserves'.

2 Zie toelichting 6.14. 'Minderheidsbelangen'.

De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van dit geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen. De bedragen over 2015 zijn geaffecteerd door beperkte herwerkingen (zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten').

Geconsolideerd kasstroomoverzicht

Toe
in duizend € - Jaren afgesloten per 31 december lichting 2015 2016
Bedrijfsactiviteiten
Bedrijfsresultaat (EBIT) 5.1. / 5.2. 219 386 259 654
Posten zonder kasstroomeffect verwerkt in het bedrijfsresultaat 7.1. 246 973 256 227
Investeringsposten verwerkt in het bedrijfsresultaat 7.1. -13 551 1 034
Gebruikte bedragen van voorzieningen voor personeelsbeloningen
en overige voorzieningen 7.1. -40 807 -44 864
Betaalde winstbelastingen 5.5. / 7.1. -56 657 -96 388
Brutokasstromen uit bedrijfsactiviteiten 355 344 375 663
Wijzigingen in operationeel werkkapitaal 6.7. 212 266 16 336
Overige bedrijfskasstromen 7.1. 15 952 7 553
Nettokasstroom uit bedrijfsactiviteiten 583 562 399 552
Investeringsactiviteiten
Nieuwe bedrijfscombinaties 7.2. -129 833 40 917
Andere verwervingen van deelnemingen 7.1. -109 559 -41
Inkomsten uit verkoop van deelnemingen 7.2. 30 761 13
Ontvangen dividenden 6.4. 18 411 22 422
Investeringen in immateriële activa 6.1. / 7.2. -5 868 -5 955
Investeringen in materiële vaste activa 6.3. -170 702 -158 529
Overige investeringskasstromen 7.1. 3 806 1 187
Nettokasstroom uit investeringsactiviteiten -362 984 -99 986
Financieringsactiviteiten
Ontvangen rente 5.3. 7 320 7 338
Betaalde rente 5.3. -64 302 -63 397
Betaalde brutodividenden aan aandeelhouders van NV Bekaert SA -48 006 -50 472
Betaalde brutodividenden aan minderheidsbelangen -7 560 -17 505
Inkomsten uit rentedragende schulden op meer dan een jaar 6.17. 145 151 172 072
Aflossing van rentedragende schulden op meer dan een jaar 6.17. -127 945 -375 255
Kasstromen m.b.t. rentedragende schulden op ten hoogste een jaar 6.17. -184 093 -5 567
Transacties eigen aandelen 6.13. 1 206 7 538
Overige financieringskasstromen 7.1. 10 421 23 193
Nettokasstroom uit financieringsactiviteiten -267 808 -302 055
Toename of afname (-) in geldmiddelen en kasequivalenten -47 230 -2 489
Geldmiddelen en kasequivalenten - begin van de periode 458 542 401 771
Effect van wisselkoersfluctuaties -9 541 -25 495
Geldmiddelen en kasequivalenten - geherclassificeerd als aangehouden voor
verkoop 6.11. - -8 241
Geldmiddelen en kasequivalenten - einde van de periode 401 771 365 546

De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van dit geconsolideerd kasstroomoverzicht. De bedragen over 2015 zijn geaffecteerd door beperkte herwerkingen (zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten').

Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening

1. Algemene informatie

NV Bekaert SA (de 'Onderneming') is een onderneming die in België gedomicilieerd is. De geconsolideerde jaarrekening van de Onderneming omvat de Onderneming en haar dochterondernemingen (samen verder de 'Groep' of 'Bekaert' genoemd) en het belang van de Groep in joint ventures en geassocieerde ondernemingen gewaardeerd volgens de equity-methode. De geconsolideerde jaarrekening werd door de Raad van Bestuur van de Onderneming vrijgegeven voor publicatie op 22 maart 2017.

2. Samenvatting van de belangrijkste grondslagen voor de financiële verslaggeving

2.1. Conformiteitsverslag

De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals aanvaard binnen de Europese Unie. Deze jaarrekening is ook in overeenstemming met de IFRS-standaarden zoals gepubliceerd door de IASB.

Nieuwe en gewijzigde standaarden en interpretaties

Standaarden, interpretaties en aanpassingen die van kracht werden in 2016

De belangrijkste impact uit nieuw toegepaste IFRS richtlijnen heeft betrekking op de aanpassing aan IAS 19 'Personeelsbeloningen' opgenomen in de jaarlijkse verbeteringen aan IFRS (cyclus 2012- 2014) (ingangsdatum 1 januari 2016), gepubliceerd in september 2014. Deze aanpassing stelt dat, voor valuta's waarin er geen ruim marktaanbod is van hoogwaardige bedrijfsobligaties, de te gebruiken disconteringsvoet voor verplichtingen uit vergoedingen na uitdiensttreding moet gebaseerd worden op marktrendementen op overheidsobligaties uitgedrukt in die valuta. Tevens vereist zij dat dit principe toegepast wordt vanaf het begin van de vroegste vergelijkende periode in de eerste jaarrekening waarin de entiteit deze aanpassing toepast. Deze aanpassing beïnvloedt de toe te passen disconteringsvoet in de toegezegdpensioenregeling in Ideal Alambrec SA (Ecuador), een dochteronderneming met als functionele valuta de US dollar, en heeft een effect van € -5,6 miljoen op het eigen vermogen per 1 januari 2015.

Volgende herziene standaarden werden van kracht gedurende de huidige verslagperiode. De toepassing ervan had geen impact op de gerapporteerde bedragen in deze jaarrekening, maar kan een impact hebben op toekomstige transacties of overeenkomsten.

  • Jaarlijkse verbeteringen aan IFRS (cyclus 2012- 2014) (ingangsdatum 1 januari 2016), gepubliceerd in september 2014. Deze verbeteringen hebben betrekking op IFRS 5 'Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten', waarin wijzigingen in afstotingsmethodes uitgewerkt worden; IFRS 7 'Financiële instrumenten: informatieverschaffing', waarin aanhoudende betrokkenheid in overgedragen financiële activa via servicecontracten toegelicht wordt en de toepasbaarheid van de aanpassingen in IFRS 7 op verkorte tussentijdse financiële overzichten; en IAS 34 'Tussentijdse financiële verslaggeving', waarin de presentatie van informatie elders in het tussentijds financieel verslag geregeld wordt.
  • Aanpassingen aan IFRS 11 'Verwerking van overnames van deelnemingen in gezamenlijke bedrijfsactiviteiten' (ingangsdatum 1 januari 2016), met richtlijnen inzake de verwerking van een overname van belangen in een gezamenlijke bedrijfsactiviteit die een business vormt volgens de definitie in IFRS 3 'Bedrijfscombinaties'.
  • Aanpassingen aan IFRS 10 en IAS 28 'Verkoop of inbreng van activa tussen investeerder en de geassocieerde deelneming of joint venture' (ingangsdatum 1 januari 2016), die specifiëren dat een winst uit inbreng van een bedrijfsactiviteit in een geassocieerde deelneming of joint venture niet moet geëlimineerd worden in consolidatie.
  • Aanpassingen aan IAS 1 'Presentatie van de jaarrekening' – toelichtingsproject (ingangsdatum 1 januari 2016) die verduidelijken dat er rekening moet gehouden worden met materialiteit bij het presenteren van informatie zowel in de belangrijkste financiële staten als in de toelichtingen.
  • Aanpassingen aan IAS 16 'Materiële vaste activa' en IAS 38 'Immateriële vaste activa', die specifiëren dat een op inkomsten gebaseerde

afschrijvingsmethode verboden is voor elementen van materiële vaste activa en geen aangewezen basis is voor de afschrijving van een immaterieel vast actief. Aangezien de Groep reeds gebruik maakt van de lineaire afschrijvingsmethode voor respectievelijk materiële vaste activa en immateriële vast activa, heeft de toepassing van deze aanpassingen geen impact op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep.

Standaarden, aanpassingen en interpretaties die nog niet van kracht zijn in 2016 en die niet vervroegd toegepast werden

De Groep heeft niet geopteerd voor vervroegde toepassing van volgende nieuwe of gewijzigde standaarden, waarvan de toepassing een impact zou kunnen hebben:

  • IFRS 9 'Financiële instrumenten' (ingangsdatum 1 januari 2018). Alle opgenomen financiële activa die binnen het toepassingsgebied van IAS 39 vallen, moeten later gewaardeerd worden tegen geamortiseerde kostprijs of reële waarde. Alleen schuldbeleggingen verworven met de intentie om de contractuele kasstromen te ontvangen tot aan de vervaldatum worden tegen geamortiseerde kostprijs gewaardeerd. Andere schuldinstrumenten en alle eigenvermogensinstrumenten worden gewaardeerd tegen reële waarde. IFRS 9 wijzigt ook de vereisten inzake hedge accounting en voert het 'verwachte verlies'-model in voor bijzondere waardevermindering op financiële activa.

De Groep verwacht niet dat de toepassing van de IFRS 9 vereisten noch voor het 'verwachte verlies'-model, noch voor hedge accounting een significante impact zal hebben op de geconsolideerde jaarrekening. Bekaert maakt namelijk zelden gebruik van hedge accounting. Sinds de fusie met Bridon heeft de Groep een beperkt aantal kasstroomafdekkingen. Aangezien de feiten en gebeurtenissen nog kunnen wijzigen gedurende de periode voorafgaand aan de eerste toepassing van IFRS 9, welke is voorzien op 1 januari 2018 aangezien de Groep geen intentie heeft om de standaard vervroegd toe te passen, is deze beoordeling van de potentiële impact onderhevig aan verandering.

  • IFRS 15 'Opbrengsten uit contracten met klanten' (ingangsdatum 1 januari 2018), die één allesomvattend model vastlegt voor de verwerking door entiteiten van opbrengsten uit contracten met klanten. De nieuwe standaard introduceert een 5-stappenaanpak voor opname en waardering van opbrengsten: (1) identificeer het contract met de klant; (2) identificeer de prestatieverplichtingen in het contract; (3) bepaal de transactieprijs; (4) wijs de transactieprijs toe aan de prestatieverplichtingen in het contract; (5) neem opbrengsten op wanneer (of naarmate dat) de entiteit voldoet aan een prestatieverplichting. Er worden ook uitgebreide toelichtingen vereist.

De Groep erkent opbrengsten uit de volgende bronnen: levering van producten en in een mindere mate levering van diensten, en onderhanden projecten in opdracht van derden. Gedurende 2016 heeft Bekaert voorlopig bepaald dat de levering van goederen en de levering van diensten twee afzonderlijke prestatieverplichtingen zijn. Omzet zal worden erkend voor elk van deze prestatieverplichtingen op het ogenblik dat de controle over de betrokken goederen of diensten wordt overgedragen naar de klant. Dit is in overeenstemming met de huidige identificatie van afzonderlijke opbrengstcomponenten onder IAS 18. Bijgevolg verwachten wij niet dat de allocatie van de opbrengsten aanzienlijk anders zal zijn dan hoe zij op vandaag wordt bepaald. Er wordt eveneens verwacht dat het ogenblik waarop de opbrengsten wordt erkend voor elk va deze prestatieverplichtingen in overeenstemming is met de huidige praktijk.

Wat de onderhanden projecten in opdracht van derden betreft, heeft de Groep specifiek de IFRS 15 richtlijnen in aanmerking genomen rond de combinatie van contracten, variabele vergoedingen, en de aanwezigheid van een significante financieringscomponent. De Groep heeft op basis van een voorlopige analyse geoordeeld dat de opbrengsten uit onderhanden projecten in opdracht van derden dienen opgenomen te worden in verhouding tot het stadium van afwerking aangezien de klant reeds de controle over de machines heeft gedurende de opbouw door de Groep. Daarenboven is de Groep van oordeel dat de huidige inputmethode om het stadium van afwerking te bepalen nog steeds van toepassing zal zijn onder IFRS 15.

De Groep is momenteel de volledige impact van de toepassing van IFRS 15 op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep aan het beoordelen, waardoor het op vandaag niet mogelijk is om een redelijke financiële inschatting te maken van het effect zolang deze analyse niet is afgerond. Bijgevolg is bovenstaande voorlopige analyse onderhevig aan veranderingen. Bekaert heeft geen intentie om de standaard vervroegd toe te passen en heeft de intentie om de cumulatiefeffectmethode toe te passen.

  • IFRS 16 'Lease-overeenkomsten' (ingangsdatum 1 januari 2019), die in de plaats treedt van IAS 17 'Lease-overeenkomsten' en verwante interpretaties. De nieuwe standaard verlaat de classificatie van lease-overeenkomsten als ofwel operationele leases ofwel financiële leases voor een lessee. In plaats daarvan worden alle leaseovereenkomsten in de balans opgenomen en gelijkaardig verwerkt als de financiële leases onder IAS 17, met uitzondering van kortlopende lease-overeenkomsten en leases van activa met geringe waarde. De verwerking door de lessor blijft echter vrijwel ongewijzigd.

IAS 17 vereist geen opname van een 'recht op gebruik' actief of passief voor de toekomstige

Bekaert Jaarverslag 2016 Financieel overzicht 11

leasebetalingen van deze operationele leaseovereenkomsten, in plaats hiervan wordt bepaalde informatie toegelicht als operationele leasetoezeggingen in 7.4. 'Voorwaardelijke verplichtingen en toezeggingen'. Per 31 december 2016 heeft de Groep operationele leasetoezeggingen voor een nominaal bedrag van € 100,5 miljoen. Een eerste inschatting geeft aan dat deze operationele lease-overeenkomsten zullen voldoen aan de nieuwe 'on balance' definitie onder IFRS 16, en bijgevolg zal de Groep voor deze lease-overeenkomsten een 'recht op gebruik' actief en overeenkomstige schuld erkennen in de toekomst, tenzij deze overeenkomsten in aanmerking komen als kortlopende lease-overeenkomsten of leases van activa met geringe waarde. Deze nieuwe verplichting tot het erkennen van een 'recht op gebruik' actief en gerelateerde leaseschuld, zal een significante impact hebben op de bedragen opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de Groep. Momenteel wordt een inschatting gemaakt van de mogelijke impact en het is niet mogelijk om een redelijke inschatting te maken van de financiële effecten zolang deze analyse niet is afgerond.

  • Aanpassingen aan IAS 7 'Het kasstroomoverzicht', Toelichtingsinitiatief (ingangsdatum 1 januari 2017), die meer toelichtingen vereisen over wijzigingen in verplichtingen die ontstaan uit financieringsactiviteiten.

Verwacht wordt dat de overige nieuwe of gewijzigde standaarden en interpretaties die na 2016 van kracht worden geen belangrijke effecten op de jaarrekening zullen sorteren.

2.2. Algemene principes

Voorstellingsbasis

De geconsolideerde rekeningen worden voorgesteld in duizend euro, op basis van de historische kostprijsmethode, behalve voor deelnemingen aangehouden voor handelsdoeleinden en beschikbaar voor verkoop, die tegen reële waarde worden opgenomen. Financiële activa waarvoor geen prijsnotering voorhanden is in een actieve markt en waarvan de reële waarde niet op een betrouwbare manier kan bepaald worden, worden tegen historische kostprijs gewaardeerd. Tenzij anders vermeld, werden de grondslagen voor financiële verslaggeving consistent met het vorig boekjaar toegepast.

Consolidatieprincipes

Dochterondernemingen

Dochterondernemingen zijn entiteiten waarover NV Bekaert SA een beslissende invloed ('zeggenschap') uitoefent. Dit is het geval wanneer NV Bekaert SA blootgesteld is aan, of recht heeft op, variabele opbrengsten uit haar deelneming in de entiteit en de mogelijkheid heeft om deze opbrengsten te beïnvloeden door haar macht over de entiteit. De jaarrekeningen van dochterondernemingen worden in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen vanaf de datum van verwerving tot het einde van de zeggenschap. Alle intragroepsverrichtingen, intragroepssaldi en nietgerealiseerde winsten op intragroepsverrichtingen worden geëlimineerd; niet-gerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd tenzij het om permanente waardeverminderingen gaat. Het deel van het eigen vermogen en van het resultaat dat toewijsbaar is aan de minderheidsaandeelhouders wordt afzonderlijk vermeld in de balans, respectievelijk de winst-en-verliesrekening. Wijzigingen in het aandeelhouderschap van de Groep in dochterondernemingen waarbij de Groep de zeggenschap niet verliest, worden verwerkt als eigenvermogentransacties. Daarbij worden de nettoboekwaardes van de Groepsbelangen en van minderheidsbelangen aangepast aan de gewijzigde participatieverhoudingen in deze dochterondernemingen. Verschillen tussen de aanpassing van de minderheidsbelangen en de reële waarde van de betaalde of ontvangen overnamevergoeding worden rechtstreeks opgenomen in het eigen vermogen. Wanneer de Groep de zeggenschap in een dochteronderneming verliest, wordt de winst of het verlies op de afstoting bepaald als het verschil tussen:

  • de reële waarde van de ontvangen overnamevergoeding plus de reële waarde van het eventueel resterend belang, en
  • de nettoboekwaarde van de activa (inclusief goodwill), verplichtingen en eventuele minderheidsbelangen in de dochteronderneming vóór haar afstoting.

Gezamenlijke overeenkomsten en geassocieerde ondernemingen

Er is sprake van een gezamenlijke overeenkomst wanneer NV Bekaert SA contractueel overeengekomen is om de zeggenschap te delen met een of meerdere partijen, wat enkel het geval is wanneer beslissingen over de relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die gezamenlijke zeggenschap hebben. Een gezamenlijke overeenkomst kan behandeld worden als een gezamenlijke activiteit (wanneer NV Bekaert SA rechten heeft op de activa en verbintenissen voor de verplichtingen) of als een gezamenlijke entiteit / joint venture (wanneer NV Bekaert SA enkel recht heeft op het nettoactief). Geassocieerde ondernemingen zijn ondernemingen waarin NV Bekaert SA, rechtstreeks of onrechtstreeks, een invloed van betekenis heeft en die geen dochterondernemingen of gezamenlijke overeenkomsten zijn. Dit is verondersteld het geval te zijn indien de Groep tenminste 20% van de stemrechten verbonden met de aandelen bezit. De opgenomen financiële informatie met betrekking tot deze ondernemingen is opgesteld volgens de grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep. Wanneer de Groep gezamenlijke zeggenschap in een joint venture verwerft of een invloed van betekenis in een geassocieerde

onderneming verwerft, wordt het aandeel in de verworven activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen initieel geherwaardeerd tegen de reële waarde op de overnamedatum en verwerkt volgens de equity-methode. Indien de overnamevergoeding meer bedraagt dan de reële waarde van het verworven aandeel in de overgenomen activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen wordt dit verschil als goodwill opgenomen. Is de aldus berekende goodwill negatief, dan wordt dit verschil onmiddellijk in het resultaat verwerkt. Daarna wordt het aandeel van de Groep in het resultaat van joint ventures en geassocieerde ondernemingen overeenkomstig de equity-methode in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen tot de dag dat er een einde komt aan de gezamenlijke zeggenschap of de invloed van betekenis. Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen van een joint venture of geassocieerde onderneming groter wordt dan de boekwaarde van de deelneming, wordt de boekwaarde op nul gezet en worden bijkomende verliezen enkel nog opgenomen in de mate dat de Groep bijkomende verplichtingen op zich genomen heeft. Nietgerealiseerde winsten uit transacties met joint ventures en geassocieerde ondernemingen worden geëlimineerd ten belope van het belang van de Groep tegenover de deelneming in de joint venture of de geassocieerde onderneming. De nettoboekwaarde van deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen wordt opnieuw geëvalueerd indien er indicaties zijn van een bijzondere waardevermindering, of indicaties dat eerder opgenomen bijzondere waardeverminderingen niet langer gerechtvaardigd zijn. De deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen in de balans omvatten ook de boekwaarde van gerelateerde goodwill.

Valutaomrekening

Elementen uit de jaarrekening van elk van de Groepsentiteiten worden gewaardeerd in de valuta van de primaire economische omgeving waarin de entiteit werkt (de 'functionele valuta'). De geconsolideerde jaarrekening wordt voorgesteld in euro, de functionele valuta van de onderneming en tevens de presentatievaluta van de Groep. De jaarrekeningen van buitenlandse dochterondernemingen worden als volgt omgerekend:

  • activa en verplichtingen tegen de slotkoers van de Europese Centrale Bank of, in het geval van de Venezolaanse bolivar fuerte, tegen de overeenkomstige economische wisselkoers die representatief geacht wordt voor dividendrepatriaties op de balansdatum;
  • opbrengsten, kosten en kasstromen tegen de gemiddelde dagkoers van het jaar, of, voor de Venezolaanse entiteiten, tegen de economische wisselkoers op de balansdatum, zoals vereist voor entiteiten met een functionele valuta die de valuta is van een economie met hyperinflatie in overeenstemming met IAS 21 'De gevolgen van wisselkoerswijzigingen';
  • componenten van het eigen vermogen tegen historische wisselkoers.

Wisselkoersverschillen die ontstaan bij de omrekening van de nettoinvestering in buitenlandse dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen tegen de slotkoers worden in het eigen vermogen opgenomen onder 'Gecumuleerde omrekeningsverschillen'. Bij verkoop van buitenlandse entiteiten worden de betreffende gecumuleerde omrekeningsverschillen opgenomen in de winst-en-verliesrekening als deel van de gerealiseerde meer- of minwaarde op de verkoop. In de jaarrekening van de moedervennootschap en haar dochterondernemingen worden alle monetaire activa en verplichtingen in vreemde valuta omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum, wat aanleiding geeft tot nietgerealiseerde wisselresultaten. Alle gerealiseerde en niet-gerealiseerde koerswinsten en -verliezen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen, behalve wanneer zij opgespaard worden in het eigen vermogen als in aanmerking komende kasstroomafdekkingen en afdekkingen van nettoinvesteringen. Goodwill wordt beschouwd als een actief van de overgenomen partij en wordt daarom verwerkt in de valuta van de overgenomen partij en omgerekend tegen de slotkoers.

2.3. Balanselementen

Immateriële activa

Immateriële activa verworven in een bedrijfscombinatie worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde; afzonderlijk verworven immateriële activa worden initieel gewaardeerd tegen kostprijs. Na hun initiële opname worden immateriële activa gewaardeerd tegen kostprijs of reële waarde verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en gecumuleerde bijzondere waardeverminderingen. Immateriële activa worden lineair afgeschreven over hun naar best vermogen geschatte gebruiksduur. De afschrijvingsduur en -methode worden elk jaar opnieuw geëvalueerd bij afsluiting van het boekjaar. Een wijziging in de gebruiksduur van een immaterieel actief wordt prospectief verwerkt als een schattingswijziging. Volgens de bepalingen van IAS 38 kunnen immateriële activa een onbepaalde gebruiksduur hebben. Indien de gebruiksduur van een immaterieel actief niet kan worden bepaald, wordt er geen afschrijving opgenomen en wordt het actief minstens jaarlijks geëvalueerd met het oog op een bijzondere waardevermindering.

Licenties, patenten en soortgelijke rechten

Uitgaven voor aangekochte licenties, patenten, handelsmerken en soortgelijke rechten worden geactiveerd en lineair afgeschreven over de contractuele looptijd, indien van toepassing, of over de geschatte gebruiksduur, die gewoonlijk ingeschat wordt op hoogstens 10 jaar.

Computersoftware

Uitgaven met betrekking tot aankoop, ontwikkeling of onderhoud van computersoftware worden over

het algemeen ten laste van het resultaat genomen op het ogenblik dat ze zich voordoen. Alleen externe uitgaven die rechtstreeks verband houden met de aankoop en implementatie van aangekochte ERP-software worden als immateriële activa opgenomen en lineair afgeschreven over 5 jaar.

Gebruiksrechten van terreinen

Het gebruiksrecht van terreinen wordt opgenomen als immaterieel actief en lineair afgeschreven over de contractuele periode.

Onderzoek en ontwikkeling

Uitgaven voor onderzoeksactiviteiten met het oog op het verwerven van nieuwe wetenschappelijke of technologische kennis of inzichten worden als kosten in de winst-en-verliesrekening opgenomen op het ogenblik dat ze zich voordoen.

Uitgaven voor ontwikkelingsactiviteiten, waarbij onderzoeksresultaten toegepast worden in een plan of ontwerp voor de productie van nieuwe of substantieel verbeterde producten en processen voorafgaand aan commerciële productie of ingebruikname, worden alleen opgenomen in de balans als aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:

  • het product of proces is nauwkeurig omschreven en de uitgaven zijn afzonderlijk identificeerbaar en op een betrouwbare manier meetbaar;
  • de technische haalbaarheid van het product is bewezen;
  • het product of process zal gecommercialiseerd worden of binnen de onderneming aangewend worden;
  • er wordt verwacht dat de activa toekomstige economische voordelen zullen genereren (bv. er bestaat een potentiële markt voor het product of het nut voor interne aanwending is bewezen); en
  • de nodige technische, financiële en andere middelen zijn aanwezig om het project te finaliseren.

Geactiveerde ontwikkelingskosten worden lineair afgeschreven vanaf de start van de commerciële productie van het product over de verwachte duur van de gegenereerde voordelen. De afschrijvingsduur is normaliter hoogstens tien jaar. Een lopend onderzoeks- en ontwikkelingsproject verworven in een bedrijfscombinatie wordt afzonderlijk van goodwill geactiveerd als zijn reële waarde betrouwbaar kan bepaald worden.

Emissierechten

Bij gebrek aan IASB-standaarden en -interpretaties betreffende de administratieve verwerking van CO2 emissierechten, heeft de Groep de 'nettobenadering' gebruikt. Deze methode houdt in dat:

  • emissierechten worden opgenomen als immateriële activa tegen hun kostprijs (de gratis verkregen rechten worden dus tegen nulwaarde opgenomen), en
  • indien de werkelijke emissies de opgenomen rechten overtreffen, wordt een verplichting

opgenomen tegen de reële waarde van de aan te kopen rechten om het tekort aan te vullen op balansdatum.

Overige immateriële activa

Overige immateriële activa bevatten voornamelijk klantenlijsten en andere immateriële commerciële activa, zoals merknamen, die afzonderlijk of bij een bedrijfscombinatie verworven werden. Deze worden lineair afgeschreven over hun geschatte gebruiksduur.

Goodwill en bedrijfscombinaties

Overnames van bedrijven worden verwerkt volgens de overnamemethode. De overgedragen overnamevergoeding in een bedrijfscombinatie wordt gewaardeerd tegen reële waarde, die berekend wordt als de som van de reële waardes op de overnamedatum van de activa afgestaan door de Groep, de verplichtingen opgenomen door de Groep tegenover de vorige eigenaars van de overgenomen activiteit en de participaties afgestaan door de Groep in ruil voor de zeggenschap in de overgenomen partij. Uitgaven in verband met de overname worden opgenomen in het resultaat zodra ze zich voordoen.

De identificeerbare overgenomen activa en opgelopen verplichtingen worden opgenomen tegen hun reële waarde op de overnamedatum. Goodwill wordt bepaald als het verschil tussen:

  • (i) de som van volgende elementen:
  • de overgedragen overnamevergoeding; - de minderheidsbelangen in de overgenomen partij;
  • de reële waarde van de (eventuele) participatie die de Groep voorheen had in de overgenomen partij; en

(ii) het saldo van de identificeerbare overgenomen activa min de opgelopen verplichtingen op de overnamedatum. Indien dit verschil, na een grondige evaluatie, negatief blijkt ('negatieve goodwill'), dan wordt het onmiddellijk in het resultaat opgenomen als een opbrengst uit een voordelige aankoop.

Minderheidsbelangen worden initieel gewaardeerd ofwel tegen reële waarde ofwel tegen hun evenredig aandeel in de opgenomen waarde van de identificeerbare nettoactiva van de overgenomen partij. Deze waarderingskeuze kan transactie per transactie gemaakt worden.

Wanneer de overname-vergoeding die de Groep verschuldigd is bij een bedrijfscombinatie voorwaardelijke vorderingen of verplichtingen omvat, wordt de voorwaardelijke vergoeding gewaardeerd tegen haar reële waarde op de overnamedatum en opgenomen in de overnamevergoeding voor de bedrijfscombinatie. Latere wijzigingen in reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding worden opgenomen in het resultaat.

Wanneer een bedrijfscombinatie in fasen tot stand komt, wordt het belang dat de Groep voorheen had in de overgenomen partij geherwaardeerd tegen de reële waarde op de overnamedatum (d.i. de datum waarop de Groep de zeggenschap verwerft), en wordt de eventuele opbrengst of last opgenomen in het resultaat. Bedragen met betrekking tot belangen in de overgenomen partij vóór de overnamedatum die voorheen rechtstreeks opgenomen werden in het eigen vermogen, worden overgedragen naar de winst-en-verliesrekening indien dat ook van toepassing zou zijn bij afstoting van de betreffende belangen.

Bijzondere waardeverminderingen van goodwill

Voor het toetsen op bijzondere waardevermindering wordt goodwill toegewezen aan de kasstroomgenererende eenheden van de Groep waarvan verwacht wordt dat zij voordelen zullen halen uit de synergieën van de bedrijfscombinatie. Kasstroomgenererende eenheden waaraan goodwill is toegewezen, worden jaarlijks getoetst op bijzondere waardeverminderingen. Dit gebeurt ook tussentijds wanneer er aanwijzingen zijn dat de boekwaarde van de eenheid hoger zou kunnen zijn dan de realiseerbare waarde. Indien de realiseerbare waarde van een kasstroomgenererende eenheid lager is dan haar boekwaarde, wordt de bijzondere waardevermindering eerst in mindering gebracht van de boekwaarde van de goodwill die aan de kasstroomgenererende eenheid werd toegewezen. Daarna wordt de bijzondere waardevermindering toegewezen aan de andere vaste activa die tot de eenheid behoren, evenredig met hun boekwaarde. Wanneer een bijzondere waardevermindering voor goodwill eenmaal is opgenomen, wordt deze in een latere periode niet teruggenomen.

Materiële vaste activa

De Groep heeft geopteerd voor het historischekostprijsmodel en niet voor het herwaarderingsmodel. Afzonderlijk verworven materiële vaste activa worden initieel gewaardeerd tegen kostprijs. Materiële vaste activa verworven in een bedrijfscombinatie worden initieel gewaardeerd tegen hun reële waarde, die vanaf dan geldt als hun kostprijs. Na hun initiële opname worden materiële vaste activa gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De kostprijs omvat alle directe kosten en uitgaven die opgelopen werden om het actief op de locatie en in de staat te brengen die noodzakelijk is om op de beoogde wijze te functioneren. Financieringskosten die direct toewijsbaar zijn aan de verwerving, bouw of productie van een in aanmerking komend actief worden geactiveerd als deel van de kost van dat actief. Materiële vaste activa worden lineair afgeschreven over hun verwachte gebruiksduur, naargelang van hun categorie.

De gebruiksduur en de afschrijvingsmethode worden minstens op het einde van elk boekjaar opnieuw geëvalueerd. Tenzij herzien ten gevolge van specifieke wijzigingen in de verwachte

gebruiksduur, worden volgende jaarlijkse afschrijvingspercentages toegepast:

- terreinen 0%
- gebouwen 5%
- installaties, machines
en uitrusting 8%-25%
- testapparatuur voor
onderzoek en ontwikkeling 16,7%-25%
- meubilair en rollend materieel 20%
- computermaterieel 25%

Activa aangehouden via financiële lease worden afgeschreven over hun verwachte gebruiksduur op dezelfde basis als activa in eigendom of – indien korter – over de relevante leaseperiode. Als de boekwaarde van een actief hoger is dan de geschatte realiseerbare waarde, wordt het onmiddellijk afgeschreven tot op de realiseerbare waarde (zie paragraaf over 'Bijzondere waardevermindering van activa'). Meer- en minwaarden bij de realisatie van vaste activa worden opgenomen in het bedrijfsresultaat.

Lease-overeenkomsten

Financiële lease

Lease-overeenkomsten die aan de Groep vrijwel alle aan de eigendom van een actief verbonden risico's en voordelen overdragen, worden geclassificeerd als financiële lease. Materiële vaste activa verworven via een financiële lease worden in de balans opgenomen tegen hun reële waarde bij de aanvang van de lease-overeenkomst, of – indien deze lager is – tegen de contante waarde van de minimale leasebetalingen op het tijdstip van het aangaan van de lease-overeenkomst, verminderd met de gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De disconteringsvoet die gebruikt wordt bij de berekening van de contante waarde van de minimale leasebetalingen is de impliciete rentevoet van de lease-overeenkomst. Als deze niet kan achterhaald worden, wordt de marginale rentevoet van de onderneming gebruikt. Initiële directe kosten worden mee geactiveerd. Leasebetalingen worden opgesplitst in rentelasten en aflossingen van de uitstaande verplichting. Gedurende de leaseperiode worden de rentelasten aan elke periode toegerekend op een manier die resulteert in een constante periodieke rentevoet op het resterende saldo van de verplichting voor elke periode. Een financiële lease-overeenkomst geeft aanleiding tot zowel een afschrijvingslast voor het actief als een rentelast in elke periode. De afschrijvingsregels voor geleasede activa zijn consistent met deze voor activa in eigendom.

Operationele lease

Lease-overeenkomsten waarbij alle wezenlijke risico's en voordelen inherent aan de eigendom bij de leasinggever berusten worden als operationele lease-overeenkomsten geclassificeerd. Bij een operationele lease worden de leasebetalingen als kosten opgenomen en lineair gespreid over de leaseperiode. De totale waarde van de kortingen of voordelen toegestaan door de leasinggever wordt in mindering gebracht van de leasekosten en lineair gespreid over de leaseperiode. Inrichtingskosten van gebouwen onder operationele lease worden afgeschreven over de geschatte gebruiksduur of – indien korter – over de relevante leaseperiode.

Investeringssubsidies

Investeringssubsidies met betrekking tot de aankoop van materiële vaste activa worden in mindering gebracht van de kostprijs van deze activa. Zij worden in de balans opgenomen tegen hun verwachte waarde op het ogenblik van de initiële goedkeuring en – indien nodig – achteraf gecorrigeerd bij de definitieve toekenning. De subsidie wordt afgeschreven over dezelfde periode als de materiële vaste activa waarvoor de subsidie werd verkregen.

Financiële activa

De Groep classificeert zijn financiële activa in volgende categorieën: tegen reële waarde via het resultaat, leningen en vorderingen en beschikbaar voor verkoop. De classificatie hangt af van de bedoeling waarmee de financiële activa werden aangeschaft. Het management legt de classificatie van financiële activa vast bij hun initiële opname.

Financiële activa tegen reële waarde via het resultaat (RWVR)

Financiële activa worden geclassificeerd als tegen reële waarde via het resultaat als ze aangehouden worden voor handelsdoeleinden. Financiële activa tegen RWVR worden gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij alle daaruit voortvloeiende baten of lasten in het resultaat opgenomen worden. Een financieel actief wordt in deze categorie ondergebracht als het voornamelijk aangeschaft werd om het op korte termijn te verkopen. Derivaten behoren ook tot de categorie tegen RWVR, tenzij ze aangemerkt werden en effectief zijn als afdekking.

Leningen en vorderingen

Leningen en vorderingen zijn niet-afgeleide financiële instrumenten met vaste of bepaalbare betalingen die niet genoteerd worden in een actieve markt. Tot de categorie leningen en vorderingen van de Groep behoren – tenzij anders vermeld – volgende balanselementen: handelsvorderingen en overige vorderingen, ontvangen bankwissels, geldbeleggingen, geldmiddelen en kasequivalenten. Leningen en vorderingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieverentemethode, na aftrek van bijzondere waardeverminderingen.

Ontvangen bankwissels

Betaling door middel van bankwissels is een wijdverbreide praktijk in China. Ontvangen bankwissels worden ofwel geïnd op de vervaldag, ofwel verdisconteerd voor de vervaldag, ofwel doorgegeven aan een leverancier als betaling van een schuld. Verdisconteren gebeurt ofwel met, ofwel zonder verhaal. Met verhaal betekent dat de verdisconterende bank terugbetaling kan eisen indien de uitgever zijn verplichting niet nakomt. Wanneer een bankwissel verdisconteerd wordt met verhaal, wordt het ontvangen bedrag niet afgeboekt van de uitstaande ontvangen bankwissels, maar wordt een verplichting opgezet onder 'rentedragende schulden op ten hoogste een jaar' tot de vervaldag van de wissel.

Geldmiddelen & kasequivalenten en geldbeleggingen

Kasequivalenten en geldbeleggingen zijn kortlopende beleggingen die onmiddellijk kunnen worden omgezet in geldmiddelen waarvan het bedrag gekend is. Zij houden geen significant risico op waardeverandering in. Kasequivalenten zijn in hoge mate liquide en hebben een oorspronkelijke looptijd van hoogstens drie maanden, terwijl geldbeleggingen een oorspronkelijke looptijd van meer dan drie maanden en ten hoogste een jaar hebben.

Financiële activa beschikbaar voor verkoop

Vaste activa beschikbaar voor verkoop omvatten deelnemingen in entiteiten die niet in de eerste plaats aangeschaft werden om ze op korte termijn te verkopen, en die noch integraal, noch volgens de equity-methode geconsolideerd worden. Activa in deze categorie worden gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij alle daaruit voortvloeiende baten en lasten rechtstreeks in het eigen vermogen worden opgenomen. Bij een bijzondere waardevermindering wordt het gecumuleerd verlies overgeboekt van het eigen vermogen naar de winst-en-verliesrekening. Zij worden echter tegen kostprijs gewaardeerd als er geen prijsnotering in een actieve markt voorhanden is en als hun reële waarde niet op een betrouwbare manier bepaald kan worden met behulp van alternatieve waarderingsmethoden.

Bijzondere waardevermindering van financiële activa

Financiële activa, behalve deze tegen RWVR, worden getoetst op bijzondere waardevermindering wanneer er hiervoor objectieve aanwijzingen zijn. Een aanzienlijke of langdurige daling van de reële waarde van een belegging in een eigenvermogensinstrument beneden de kostprijs vormt een objectieve aanwijzing voor een bijzondere waardevermindering. De Groep beschouwt elke daling van meer dan 30% beneden de kostprijs als aanzienlijk en elke daling die langer dan een jaar aanhoudt als langdurig. Wanneer een daling in reële waarde van een financieel actief beschikbaar voor verkoop in andere elementen van het resultaat werd opgenomen en er objectieve aanwijzingen zijn van bijzondere waardevermindering van het actief, wordt het gecumuleerd verlies dat opgenomen werd in andere elementen van het resultaat geherclassificeerd van eigen vermogen naar de winst-en-verliesrekening als een bijzondere waardevermindering. Bijzondere

waardeverminderingen op financiële activa beschikbaar voor verkoop worden nooit teruggenomen via de winst-en-verliesrekening. Voor handelsvorderingen en ontvangen bankwissels worden oninbaar geachte bedragen op elke balansdatum afgeschreven tegenover de betreffende provisierekening. Zowel toevoegingen aan deze provisierekening als terugnames worden gerapporteerd onder 'commerciële kosten' in de winst-en-verliesrekening.

Voorraden

Voorraden worden gewaardeerd tegen kostprijs of tegen opbrengstwaarde indien deze lager is. De kostprijs wordt bepaald volgens de FIFO-methode (first-in, first-out). Van geproduceerde voorraden omvat de kostprijs alle directe en indirecte productiekosten die nodig zijn om de goederen tot hun afwerkingsstadium op balansdatum te brengen. De opbrengstwaarde staat gelijk met de geschatte verkoopprijs in normale marktomstandigheden, verminderd met de kosten die nodig zijn voor afwerking en verkoop.

Kapitaal

Bij inkoop van eigen aandelen wordt de aanschaffingsprijs, samen met de direct toewijsbare transactiekosten, opgenomen als een wijziging van het eigen vermogen. Ingekochte eigen aandelen worden in de balans gerapporteerd als een vermindering van het eigen vermogen. Bij annulering of verkoop van eigen aandelen wordt het transactieresultaat opgenomen in de overgedragen resultaten.

Minderheidsbelangen

De minderheidsbelangen vertegenwoordigen het aandeel van de minderheidsaandeelhouders in het eigen vermogen van dochterondernemingen waarin de Groep niet de volle 100% bezit. Minderheidsbelangen worden op de overnamedatum gewaardeerd ofwel tegen hun reële waarde ofwel tegen het evenredig belang van de minderheidsaandeelhouders in de reële waarde van de opgenomen nettoactiva bij verwerving van een dochteronderneming (bedrijfscombinatie). Nadien wordt hun waarde aangepast voor hun evenredig deel in latere winsten of verliezen. De verliezen die toewijsbaar zijn aan minderheidsaandeelhouders in een geconsolideerde dochteronderneming kunnen groter zijn dan hun aandeel in het eigen vermogen van de dochteronderneming. Een evenredig deel van het volledig perioderesultaat wordt toegewezen aan de minderheidsbelangen, ook al wordt het saldo van de minderheidsbelangen daardoor negatief.

Voorzieningen

Voorzieningen worden opgenomen in de balans indien de Groep op balansdatum een wettelijke of feitelijke verplichting heeft als gevolg van een

gebeurtenis in het verleden, waarvoor het waarschijnlijk nodig zal zijn middelen te besteden die economische voordelen inhouden die op een betrouwbare manier geschat kunnen worden. Elke voorziening is gebaseerd op de beste schatting van de uitgave die nodig is om aan de bestaande verplichting te voldoen op de balansdatum. Indien aangewezen, worden voorzieningen verdisconteerd.

Herstructurering

Een voorziening voor herstructurering wordt enkel opgenomen wanneer de Groep een gedetailleerd en formeel herstructureringsplan heeft goedgekeurd en de herstructurering ofwel werd aangevat, ofwel publiekelijk werd aangekondigd vóór balansdatum. Voorzieningen voor herstructurering omvatten enkel uitgaven die een rechtstreeks gevolg zijn van de herstructurering en geen verband houden met het voortzetten van de activiteiten van de entiteit.

Bodemsanering

Voorzieningen voor bodemsanering met betrekking tot vervuilde terreinen worden opgenomen overeenkomstig het door de Groep gepubliceerde milieubeleid en de vigerende wettelijke bepalingen.

Voorzieningen voor personeelsbeloningen

De moedervennootschap en verschillende van haar dochterondernemingen voorzien in pensioen-, overlijdens- en gezondheidszorgregelingen ten gunste van een belangrijk deel van hun werknemers.

Toegezegdpensioenregelingen

De meeste pensioenregelingen zijn van het type 'toegezegd-pensioen', en de voordelen zijn afhankelijk van het aantal jaren dienst en het verloningsniveau. Bij toegezegdpensioenregelingen komt het in de balans opgenomen bedrag (de nettoverplichting of -vordering) overeen met de contante waarde van de brutoverplichting, verminderd met de reële waarde van de fondsbeleggingen. De contante waarde van de brutoverplichting van een toegezegdpensioenregeling is de contante waarde, vóór aftrek van de fondsbeleggingen, van de verwachte toekomstige betalingen die vereist zijn om de verplichting af te wikkelen die resulteert uit het dienstverband van de werknemer in de lopende periode en in voorgaande perioden. Voor toegezegdpensioenregelingen worden de contante waarde van de brutoverplichting en de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten en eventuele pensioenkosten van verstreken diensttijd berekend volgens de projected unit credit-methode. De disconteringsvoet komt overeen met het rendement op balansdatum op hoogwaardige bedrijfsobligaties met een resterende looptijd die vergelijkbaar is met deze van de verplichtingen van de Groep. Wanneer de reële waarde van de fondsbeleggingen groter is dan de contante waarde van de brutoverplichting, wordt de op te nemen nettovordering begrensd tot een maximumbedrag

(de asset ceiling). Het maximumbedrag komt overeen met de contante waarde van de economische voordelen die beschikbaar zijn in de vorm van terugbetalingen of verminderingen van toekomstige bijdragen tot de regeling. De nettorente op de nettoverplichting / nettovordering is gebaseerd op dezelfde disconteringsvoet. Actuariële winsten en verliezen omvatten ervaringsaanpassingen (de gevolgen van verschillen tussen de voorgaande actuariële veronderstellingen en wat zich werkelijk voorgedaan heeft) en de gevolgen van wijzigingen in actuariële veronderstellingen. Pensioenkosten van verstreken diensttijd vertegenwoordigen de wijziging in de contante waarde van de brutoverplichting voor prestaties die in voorgaande perioden door werknemers zijn verricht, en die in de verslagperiode resulteren uit planwijzigingen of inperkingen. Pensioenkosten van verstreken diensttijd worden onmiddellijk opgenomen via het resultaat. Herwaarderingen van de nettoverplichting (vordering) omvatten (a) actuariële winsten en verliezen, (b) het rendement op de fondsbeleggingen, na aftrek van de bedragen die opgenomen werden in de nettorente op de nettoverplichting (vordering) en (c) wijzigingen in het effect van de asset ceiling, na aftrek van bedragen die al vervat zitten in de nettorente op de nettoverplichting (vordering). Herwaarderingen worden onmiddellijk opgenomen via het eigen vermogen. Een afwikkeling is een transactie die alle verdere wettelijke of feitelijke verplichtingen wegneemt voor alle voordelen of een gedeelte van de voordelen voorzien door de toegezegdpensioenregeling, voor zover het niet gaat om een uitkering van voordelen aan, of in naam van, werknemers die beschreven is in de beschikkingen van de regeling en vervat zit in de actuariële veronderstellingen.

In de winst-en-verliesrekening worden de pensioenkosten zowel van het dienstjaar als van verstreken diensttijd, met inbegrip van winsten of verliezen uit afwikkelingen, opgenomen in het bedrijfsresultaat (EBIT), terwijl de nettorente op de nettoverplichting (vordering) in de rentelasten wordt opgenomen, als rentegedeelte van rentedragende voorzieningen. Brugpensioenregelingen in België en gezondheids-zorgregelingen in de Verenigde Staten worden ook verwerkt als toegezegdpensioenregelingen.

Toegezegdebijdragenregelingen

Verplichtingen aangaande bijdragen tot toegezegdebijdragenregelingen worden ten laste van de winst-en-verliesrekening genomen op het ogenblik dat zij ontstaan. In België legt de Belgische pensioenwetgeving een minimumrendement op. Tot voor 2015 werden toegezegdebijdragenregelingen in België in wezen verwerkt als toegezegdebijdragenregelingen. De nieuwe wetgeving die van kracht werd in december 2015 bracht de verplichte kwalificatie als toegezegdpensioenregeling met zich, waardoor er per jaareinde 2016 een actuariële waardering werd uitgevoerd.

Andere langetermijnpersoneelsbeloningen

Andere langetermijnpersoneelsbeloningen zoals jubileumpremies worden verwerkt volgens de projected unit credit-methode. De boekhoudkundige verwerking verschilt echter met die van de vergoedingen na uitdiensttreding, omdat actuariële winsten en verliezen onmiddellijk opgenomen worden via het resultaat.

Op aandelen gebaseerde betalingen

De Groep kent op aandelen gebaseerde, in eigenvermogensinstrumenten en in geldmiddelen afgewikkelde betalingen toe aan bepaalde werknemers. De aandelenoptieplannen, het prestatieaandelenplan en het personal shareholding requirement plan die werknemers van de Groep het recht toekennen om aandelen te verwerven van NV Bekaert SA zijn van het type 'in eigenvermogensinstrumenten afgewikkeld'.

Share appreciation rights en

prestatieaandeeleenheden zijn van het type 'in geldmiddelen afgewikkeld', omdat ze aan de werknemers van de Groep een bonus in geldmiddelen toekennen waarvan het bedrag afhankelijk is van de koers van het Bekaertaandeel op de Euronextbeurs.

In eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen worden opgenomen tegen reële waarde op de toekenningsdatum (zonder rekening te houden met het effect van niet-marktgerelateerde toezeggingsvoorwaarden). De reële waarde op de toekenningsdatum van in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen wordt ten laste genomen van het resultaat met daartegenover een toename van het eigen vermogen. De reële waarde wordt lineair afgeschreven over de wachtperiode tot de definitieve toezegging, gebaseerd op het geschatte aantal aandelenopties van de Groep dat uiteindelijk zal toegezegd worden, en aangepast voor het effect van niet-marktgerelateerde toezeggingsvoorwaarden.

In geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen worden opgenomen als verplichtingen tegen hun reële waarde, die op elke balansdatum en op de datum van afwikkeling herbepaald wordt. Wijzigingen in de reële waarde worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening.

De Groep gebruikt een binomiaal model om de reële waarde van op aandelen gebaseerde betalingen te bepalen.

Rentedragende schulden

Rentedragende schulden omvatten financiële verplichtingen en leningen die initieel opgenomen worden tegen de reële waarde van de ontvangen geldmiddelen, na aftrek van transactiekosten. Later worden ze aangehouden tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieverentemethode.

Verschillen tussen het ontvangen bedrag (na aftrek van transactiekosten) en het terug te betalen bedrag op de vervaldatum worden in de winst-enverliesrekening opgenomen tijdens de duur van de verplichting. Indien financiële verplichtingen afgedekt zijn met behulp van derivaten die als reëlewaardeafdekking worden aangemerkt, worden de afdekkingsinstrumenten gewaardeerd tegen reële waarde en wordt de waardering van de afgedekte posities aangepast voor reëlewaardewijzigingen ten gevolge van het afgedekte risico (zie grondslagen voor financiële verslaggeving over derivaten en afdekking).

Handelsschulden en overige verplichtingen op ten hoogste een jaar

Handelsschulden en overige vlottende verplichtingen – met uitzondering van derivaten – worden gewaardeerd tegen kostprijs, die overeenkomt met de reële waarde van de te betalen vergoeding.

Winstbelastingen

Winstbelastingen worden ingedeeld in actuele en uitgestelde belastingen. Actuele belastingen omvatten de verwachte, over de verslagperiode verschuldigde belastingen en aanpassingen aan de belastingen van vorige jaren. Uitgestelde belastingen worden volgens de balansmethode berekend op tijdelijke verschillen tussen enerzijds de belastingbasis van activa en verplichtingen en anderzijds hun nettoboekwaarde. Uitgestelde belastingen worden gewaardeerd tegen de belastingtarieven die naar verwachting van toepassing zullen zijn op de belastbare winst in de periode waarin de tijdelijke verschillen gerealiseerd of afgerekend zullen worden, op basis van de belastingtarieven die wettelijk vastliggen of zo goed als vastgelegd zijn op de balansdatum. Uitgestelde belastingvorderingen worden opgenomen in de mate dat het waarschijnlijk is dat er voldoende belastbare winst zal gerealiseerd worden waartegen de tijdelijke verschillen afgezet kunnen worden; dit criterium wordt op elke balansdatum opnieuw geëvalueerd. Uitgestelde belastingen worden ook berekend voor tijdelijke verschillen op deelnemingen in dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen, behalve in het geval dat de Groep kan beslissen over het tijdstip waarop het tijdelijk verschil teruggedraaid wordt en het onwaarschijnlijk is dat het tijdelijk verschil teruggedraaid wordt in de nabije toekomst.

Derivaten, afdekking en afdekkingsreserve

De Groep gebruikt derivaten om valuta- en renterisico's af te dekken die voortvloeien uit bedrijfs-, financierings- en investeringsactiviteiten. Het nettorisico van alle dochterondernemingen van de Groep wordt centraal beheerd door de Groepsdienst Thesaurie in overeenstemming met de doelstellingen en regels die door het management vastgelegd werden. Het is de politiek

van de Groep om geen speculatieve transacties of transacties met een hefboomeffect aan te gaan.

Derivaten worden initieel opgenomen en ook nadien gewaardeerd tegen reële waarde. De reële waarde van verhandelde derivaten is hun marktwaarde. Indien er geen marktwaarde beschikbaar is, wordt de reële waarde berekend op basis van gekende financiële waarderingsmodellen, gebaseerd op relevante marktkoersen op de balansdatum.

De Groep past hedge accounting toe in overeenstemming met IAS 39 om de volatiliteit in de winsten-verliesrekening te beperken. Afhankelijk van de aard van het afgedekte risico wordt een onderscheid gemaakt tussen reëlewaardeafdekkingen, kasstroomafdekkingen en afdekkingen van netto-investeringen in buitenlandse entiteiten.

Reëlewaardeafdekkingen zijn afdekkingen van het risico van veranderingen in de reële waarde van opgenomen activa en verplichtingen. De derivaten die aangemerkt werden als reëlewaardeafdekkingen worden gewaardeerd tegen reële waarde, en de waardering van hun afgedekte posities (activa of verplichtingen) wordt aangepast voor wijzigingen in reële waarde ten gevolge van het afgedekte risico. De overeenkomstige veranderingen in reële waarde worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening. Wanneer een afdekking niet langer zeer effectief blijkt, wordt de hedge accounting stopgezet en wordt de aanpassing aan de boekwaarde van het afgedekte rentedragende financieel instrument gradueel opgenomen in de winst-en-verliesrekening tot op de vervaldag van de afgedekte positie.

Kasstroomafdekkingen zijn afdekkingen van de variabiliteit van toekomstige kasstromen die verband houden met opgenomen activa of verplichtingen, zeer waarschijnlijke verwachte toekomstige transacties, of het valutarisico op nietopgenomen vaststaande toezeggingen. Veranderingen in de reële waarde van een afdekkingsinstrument dat voldoet als zeer effectieve kasstroomafdekking worden in het eigen vermogen opgenomen, meer bepaald in de afdekkingsreserve. Het niet-effectieve deel ervan wordt onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Ingeval de afgedekte kasstroom resulteert in de opname van een niet-financieel actief of een niet-financiële verplichting, worden de voorheen in het eigen vermogen opgenomen gecumuleerde winsten en verliezen op het derivaat overgeboekt uit het eigen vermogen en opgenomen in de initiële waardering van de kostprijs of de boekwaarde van het actief of de verplichting. Bij alle andere kasstroomafdekkingen worden de gecumuleerde winsten en verliezen op het derivaat overgeboekt van de afdekkingsreserve naar de winst-en-verliesrekening op het ogenblik dat de afgedekte vaststaande toezegging of de voorziene transactie resulteert in het opnemen van een winst of een verlies. Zodra een afdekking niet langer zeer effectief blijkt, wordt de hedge accounting prospectief stopgezet. In dit geval blijven de gecumuleerde winsten en verliezen op het afdekkingsinstrument opgespaard in het eigen vermogen tot de toegezegde of voorziene

transactie zich voordoet. Wanneer verwacht wordt dat een voorziene transactie zich niet meer zal voordoen, worden de gecumuleerde winsten en verliezen overgeboekt van het eigen vermogen naar de winst-en-verliesrekening.

Indien een netto-investering in een buitenlandse entiteit wordt afgedekt, worden alle winsten en verliezen met betrekking tot het effectieve deel van het afdekkingsinstrument, samen met de winsten en verliezen als gevolg van de omrekening van de afgedekte investering, onmiddellijk opgenomen in het eigen vermogen. Winsten en verliezen op het niet-effectieve deel worden onmiddellijk opgenomen in de winst-en-verliesrekening. De gecumuleerde winsten en verliezen als gevolg van de herwaardering van het afdekkingsinstrument die voorheen werden opgenomen in het eigen vermogen en de winsten en verliezen als gevolg van de omrekening van het afgedekte instrument worden enkel opgenomen in de winst-enverliesrekening bij afstoting van de investering.

Om te voldoen aan de vereisten in IAS 39 met het oog op de toepassing van hedge accounting, documenteert de Groep – bij het aangaan van de afdekking – de strategie en het doel van de afdekking, de relatie tussen het financieel instrument dat wordt gebruikt als afdekking en de afgedekte positie, en de verwachte (prospectieve) effectiviteit. De effectiviteit van bestaande afdekkingen wordt elk kwartaal opnieuw beoordeeld. Voor niet-effectieve afdekkingen wordt de hedge accounting onmiddellijk stopgezet.

De Groep maakt ook gebruik van derivaten die niet voldoen aan de voorwaarden voor hedge accounting in IAS 39, maar als effectieve economische afdekkingen fungeren volgens het risicobeheer van de Groep. Wijzigingen in de reële waarde van dergelijke derivaten worden onmiddellijk opgenomen in de winst-en-verliesrekening.

Derivaten besloten in een basiscontract dat geen derivaat is, worden behandeld als afzonderljike derivaten indien zij voldoen aan de definitie van een derivaat, hun risico's en karakteristieken niet nauw verbonden zijn met het basiscontract en het basiscontract niet gewaardeerd is tegen reële waarde via het resultaat.

Bijzondere waardevermindering van activa

Goodwill, immateriële activa met een onbepaalde gebruiksduur en immateriële activa die nog niet gebruiksklaar zijn, worden minstens jaarlijks getoetst op bijzondere waardevermindering. Andere materiële en immateriële vaste activa worden getoetst op bijzondere waardevermindering zodra bepaalde gebeurtenissen of gewijzigde omstandigheden erop wijzen dat hun boekwaarde misschien niet meer kan gerealiseerd worden. Een bijzondere waardevermindering wordt opgenomen in de winsten-verliesrekening wanneer en in de mate dat de boekwaarde van een actief hoger is dan zijn realiseerbare waarde (zijnde het hoogste van de

reële waarde min verkoopkosten en de bedrijfswaarde). De reële waarde min verkoopkosten is de te verwachten opbrengst uit een niet-gedwongen verkoop van een actief tussen goed geïnformeerde, onafhankelijke partijen, verminderd met de verkoopkosten. De bedrijfswaarde is de contante waarde van de verwachte kasstromen uit het gebruik van een actief. Realiseerbare waarden worden geraamd voor individuele activa, of – indien dit niet mogelijk is – voor de kleinste kasstroomgenererende eenheid waartoe de activa behoren. Bijzondere waardeverminderingen opgenomen in vroegere boekjaren worden teruggenomen via de winst-en-verliesrekening wanneer er een aanwijzing is dat de vroeger opgenomen bijzondere waardeverminderingen weggevallen of gedaald zijn. Bijzondere waardeverminderingen op goodwill worden echter nooit teruggenomen.

2.4. Elementen van de winsten-verliesrekening

Opname van opbrengsten

Opbrengsten worden opgenomen als het waarschijnlijk is dat de economische voordelen met betrekking tot een transactie naar de entiteit zullen vloeien en als het bedrag van de opbrengsten op een betrouwbare manier bepaald kan worden. Omzet wordt opgenomen na aftrek van omzetbelastingen en kortingen. Opbrengsten uit de verkoop van goederen worden opgenomen als de levering en ook de volledige overdracht van risico's en voordelen plaatsgevonden heeft. Opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten in opdracht van derden worden opgenomen in verhouding tot het stadium van afwerking als ze op een betrouwbare manier bepaald kunnen worden. Wanneer het resultaat van een onderhanden project in opdracht van derden niet op een betrouwbare manier geschat kan worden, worden enkel opbrengsten opgenomen ten belope van de kosten die waarschijnlijk gerecupereerd zullen worden. In de periode dat het vast komt te staan dat er een verlies zal ontstaan uit de afwerking van het contract, wordt het volledige bedrag van het geraamde finale verlies ten laste van de winst-enverliesrekening genomen. Er worden geen opbrengsten opgenomen in verband met ruiltransacties indien het gaat om een uitwisseling van gelijkaardige goederen of diensten. Rente wordt opgenomen op een tijdsbasis die het effectieve rendement op het actief weerspiegelt. Royalty's worden opgenomen op basis van het toerekeningsprincipe volgens de bepalingen van de overeenkomst. Dividenden worden opgenomen op het ogenblik dat het recht van de aandeelhouder op ontvangst vastgelegd is.

Onderliggende prestatiemaatstaven

Om te voldoen aan de ESMA richtlijnen wordt de term 'eenmalige opbrengsten en kosten' niet langer gebruikt. De bedragen die voorheen werden

opgenomen onder deze rubriek, worden nu gerapporteerd als overige bedrijfskosten en opbrengsten. De termen 'EBIT' en 'EBITDA' blijven behouden, terwijl 'REBIT' en 'REBITDA' zijn vervangen door 'EBIT-Onderliggend' en 'EBITDA-Onderliggend'.

Bedrijfsopbrengsten en -kosten in verband met herstructureringen, bijzondere waardeverminderingen, bedrijfscombinaties, afstoting van activiteiten, milieuvoorzieningen of andere gebeurtenissen en transacties die een eenmalig effect hebben, worden uitgesloten uit de 'Onderliggende EBIT(DA)' maatstaven. Herstructureringsprogramma's omvatten voornamelijk ontslagvergoedingen, winsten en verliezen op verkoop en bijzondere waardeverminderingen van activa die betrokken zijn in een sluiting, belangrijke reorganisatie of delocatie van operaties. Indien niet verbonden met herstructureringsprogramma's, worden bijzondere waardeverminderingen enkel bestempeld als eenmalige kosten als zij het gevolg zijn van toetsen op kasstroomgenererende eenheden of van transfers binnen de Groep. Als eenmalige opbrengsten en kosten met betrekking tot bedrijfscombinaties gelden: uitgaven in verband met de overname, negatieve goodwill, winsten en verliezen bij gefaseerde overname, en overboekingen van gecumuleerde omrekeningsverschillen op het belang dat voorheen aangehouden werd. Eenmalige opbrengsten en kosten met betrekking tot afgestoten activiteiten zijn winsten en verliezen op de afstoting van activiteiten die niet als beëindigde bedrijfsactiviteiten in aanmerking komen. Deze afgestoten activiteiten kunnen bestaan uit volledige, of onderdelen (groepen activa die worden afgestoten) van, dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen. Naast milieuprovisies bestaan de overige gebeurtenissen en transacties die een eenmalig effect hebben voornamelijk uit rampen, verkopen van vastgoed en belangrijke rechtszaken. Bekaert is van mening dat de afzonderlijke presentatie van eenmalige opbrengsten en kosten essentieel is voor de lezers van de jaarrekening die vergelijkbare cijfers wensen te analyseren.

2.5. Overzicht van het volledig perioderesultaat en mutatieoverzicht van het eigen vermogen

Het overzicht van het volledig perioderesultaat presenteert een overzicht van alle opbrengsten en kosten die opgenomen werden hetzij in de winst-enverliesrekening hetzij in het eigen vermogen. Volgens IAS 1 'Presentatie van de jaarrekening' kan een entiteit kiezen voor ofwel één enkel overzicht van het volledig perioderesultaat ofwel twee overzichten, namelijk een winst-en-verliesrekening onmiddellijk gevolgd door een overzicht van het

volledig perioderesultaat. De Groep heeft voor de tweede mogelijkheid geopteerd. Als gevolg van de presentatie van een overzicht van het volledig perioderesultaat beperkt de inhoud van het mutatieoverzicht van het eigen vermogen zich tot wijzigingen die verband houden met het aandeelhouderschap.

2.6. Diverse

Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten

Een vast actief, of een groep activa die wordt afgestoten, wordt geclassificeerd als aangehouden voor verkoop wanneer de boekwaarde hoofdzakelijk gerealiseerd zal worden via een verkooptransactie eerder dan door het te blijven gebruiken. Deze voorwaarde is enkel vervuld als de verkoop heel waarschijnlijk geacht wordt en als het actief (of de groep activa die wordt afgestoten) klaar is voor onmiddellijke verkoop in zijn huidige staat. Een beëindigde bedrijfsactiviteit is een component van een entiteit die ofwel afgestoten is ofwel geclassificeerd als aangehouden voor verkoop, een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit of geografisch bedrijfsgebied vertegenwoordigt en zowel operationeel als voor de financiële verslaggeving onderscheiden kan worden van de rest van de entiteit.

Er kan pas sprake zijn van een zeer waarschijnlijke verkoop als de entiteit zich verbonden heeft tot een plan voor de verkoop van het actief (of de groep activa die wordt afgestoten) en als een operationeel plan opgestart is om een koper te vinden en het plan tot een goed einde te brengen. Bovendien moet de verkoop van het actief (of van de groep activa die wordt afgestoten) actief gepromoot worden tegen een redelijke prijs in verhouding tot zijn huidige reële waarde en dient de verkoopovereenkomst naar verwachting afgesloten te worden binnen het jaar na de classificatiedatum. Activa die geclassificeerd zijn als aangehouden voor verkoop worden gewaardeerd tegen reële waarde na aftrek van verkoopkosten als deze lager is dan de boekwaarde. Een eventueel overschot van de boekwaarde tegenover de reële waarde na aftrek van verkoopkosten wordt afgeboekt als een bijzondere waardevermindering. Zodra activa geclassificeerd worden als aangehouden voor verkoop worden ze niet langer afgeschreven. Vergelijkende balansinformatie voor voorgaande perioden wordt niet herwerkt om de nieuwe classificatie in de balans te weerspiegelen.

Voorwaardelijke activa en verplichtingen

Voorwaardelijke activa worden niet opgenomen in de balans, maar worden opgenomen in de toelichtingen wanneer een instroom van economische voordelen waarschijnlijk is. Tenzij zij uit een bedrijfscombinatie ontstaan zijn, worden voorwaardelijke verplichtingen niet opgenomen in

de balans maar vermeld in de toelichtingen, tenzij de kans op een verlies gering is.

Gebeurtenissen na balansdatum

Gebeurtenissen na balansdatum die bijkomende informatie verschaffen omtrent de situatie van de Onderneming op balansdatum (adjusting events) worden verwerkt in de jaarrekening. Andere gebeurtenissen na balansdatum (non-adjusting events) worden enkel vermeld in de toelichtingen als ze belangrijk geacht worden.

2.7. Herwerkings- en herclassificatie-effecten

De vergelijkbare informatie over 2015 is herwerkt door:

(a) De toepassing van de verbeteringen aan IAS 19 'Personeelsbeloningen' met ingang vanaf 2016.

De toepasselijke disconteringsvoet voor verplichtingen uit vergoedingen na uitdiensttreding moet worden gebaseerd op valuta's en niet langer op het land. Dit principe moet met terugwerkende kracht worden toegepast door het herwerken van de vergelijkbare periode. De nieuwe standaard heeft een effect op de toegezegdpensioenregelingen in Ecuador, waar een referentie wordt gemaakt naar de USD obligaties, zowel op de brutoverplichting (€ 5,6 miljoen) als op kostenniveau.

De vergelijkbare informatie over 2015 bevat volgende herclassificatie-effecten met betrekking tot:

(b) De richtlijnen van ESMA inzake alternatieve performantiemaatstaven.

De term 'eenmalige opbrengsten en kosten' wordt niet langer gebruikt. De bedragen die in het verleden onder 'eenmalige opbrengsten en kosten' werden gerapporteerd, zijn nu gerapporteerd als onderdeel van de andere bedrijfsopbrengsten en -kosten. 'EBIT' en 'EBITDA' blijven bestaan, terwijl 'REBIT' en 'REBITDA' hernoemd worden tot 'EBIT-Onderliggend' en 'EBITDA-Onderliggend'.

(c) Externe honoraria gerelateerd aan acquisities.

Gelijkaardig aan de behandeling van de honoraria met betrekking tot de desinvestering van een bedrijf, worden de externe honoraria gerelateerd aan acquisities gerapporteerd als andere bedrijfskosten en uitgesloten van Onderliggende EBIT(DA). Dit is niet van toepassing op vergoedingen voor integratieprogramma's van verworven ondernemingen. In dit opzicht werden de rekeningen herwerkt voor een bedrag van € 9,3 miljoen (vermindering van de administratieve kosten).

(d) Toe te rekenen renteopbrengsten en –lasten.

Overeenkomstig IFRS worden financiële activa en verplichtingen, met uitzondering van specifieke categorieën die worden gewaardeerd tegen reële waarde, gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieverentemethode, wat betekent dat de toe te rekenen renteopbrengsten en –lasten zijn inbegrepen. Om de consistentie van de presentatie te verbeteren en te beantwoorden aan de normen, werden de toe te rekenen renteopbrengsten (2015: € 1,6 miljoen) geherclassificeerd (binnen overige vlottende activa) van toe te rekenen opbrengsten naar financiële vorderingen op ten hoogste één jaar. De toe te rekenen rentelasten (2015: € 6,5 miljoen) geherclassifceerd van overige verplichtingen op ten hoogste één jaar naar rentedragende schulden op ten hoogste één jaar. Beide herclassificaties hebben een effect op de nettoschuld.

De IAS 19 herwerkingseffecten worden in het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen voorgesteld als een aanpassing van de openingsbalans. De herwerkingseffecten worden voor andere staten niet voorgesteld in de jaarrekening, maar hieronder samengevat in een beknopt formaat. Er wordt gerefereerd naar een van bovenstaande herwerkingseffecten (a, b, c of d) waar passend.

2015
Geconsolideerde winst-en-verliesrekening 2015 zoals herwerkings 2015
in duizend € - Jaar afgesloten per 31 december gepubliceerd effecten herwerkt
Kostprijs van verkopen (a) -3 072 673 -733 -3 073 407
Marge op omzet 598 408 -733 597 674
Administratieve kosten (c) -150 005 9 326 -140 679
Andere bedrijfsopbrengsten (b) 17 120 68 396 85 516
Andere bedrijfskosten (b) + (c) -21 931 -80 491 -102 422
Bedrijfsresultaat (EBIT) 220 120 -733 219 386
Eenmalige kosten en opbrengsten (b) -2 769 2 769 -
EBIT - Onderliggend (b) 222 889 8 593 231 482
Rentelasten (a) -70 941 183 -70 758
Resultaat vóór belastingen 123 953 -550 123 403
Winstbelastingen (a) -36 387 128 -36 259
Resultaat na belastingen (geconsolideerde ondernemingen) 105 886 -422 105 464
PERIODERESULTAAT 105 886 -422 105 464
Toerekenbaar aan
de Groep 101 969 -247 101 722
minderheidsbelangen van derden 3 917 -176 3 742
2015
Winst per aandeel 2015 zoals herwerkings 2015
in € per aandeel gepubliceerd effecten herwerkt
Perioderesultaat toerekenbaar aan de Groep
Basisberekening 1,826 -0,004 1,822
Na verwateringseffect 1,819 -0,004 1,814
2015
Geconsolideerd overzicht van het volledig perioderesultaat 2015 zoals herwerkings 2015
in duizend € - Jaar afgesloten per 31 december gepubliceerd effecten herwerkt
Perioderesultaat 105 886 -422 105 464
Andere elementen van het resultaat
Andere elementen van het resultaat die later geherclassificeerd
Andere elementen van het resultaat die later geherclassificeerd
kunnen worden naar de winst-en-verliesrekening
Omrekeningsverschillen
Omrekeningsverschillen van de periode (a) -16 463 -612 -17 075
Andere elementen van het resultaat die later
geherclassificeerd kunnen worden naar de winst-en
verliesrekening, na belastingen -16 755 -612 -17 367
Andere elementen van het resultaat die later niet
geherclassificeerd kunnen worden naar de winst-en
verliesrekening
Herwaarderingen van de nettoverplichting m.b.t.
toegezegdpensioenregelingen (a) 11 321 3 152 14 473
Uitgestelde belastingen met betrekking tot andere elementen
van het resultaat die later niet geherclassificeerd kunnen
worden naar de winst-en-verliesrekening (a) 130 -733 -603
Andere elementen van het resultaat die later niet
geherclassificeerd kunnen worden naar de winst-en
verliesrekening, na belastingen 11 421 2 419 13 840
Andere elementen van het resultaat (opgenomen in het eigen
vermogen) -5 334 1 808 -3 527
VOLLEDIG PERIODERESULTAAT 100 552 1 385 101 937
Toerekenbaar aan
de Groep 91 184 809 91 993
minderheidsbelangen van derden 9 368 576 9 944
2015
Activa per 31 december 2015 zoals herwerkings 2015
in duizend € gepubliceerd effecten herwerkt
Vaste activa
Uitgestelde belastingvorderingen (a) 131 204 1 290 132 494
Totaal 3 881 119 1 290 3 882 409
2015
Passiva per 31 december 2015 zoals herwerkings 2015
in duizend € gepubliceerd effecten herwerkt
Overgedragen resultaten (a) 1 397 356 -247 1 397 110
Overige Groepsreserves (a) -76 751 -2 241 -78 993
Eigen vermogen toerekenbaar aan de Groep 1 384 699 -2 488 1 382 211
Minderheidsbelangen (a) 131 212 -1 772 129 440
Verplichtingen op meer dan een jaar 1 077 862 5 550 1 083 412
Voorzieningen voor personeelsbeloningen (a) 167 131 5 550 172 681
Verplichtingen op ten hoogste een jaar 1 287 346 - 1 287 346
Rentedragende schulden (d) 494 714 6 510 501 224
Overige verplichtingen op ten hoogste een jaar (d) 71 763 -6 510 65 253
Totaal 3 881 119 1 290 3 882 409
Geconsolideerd kasstroomoverzicht
in duizend € - Jaar afgesloten per 31 december
2015 zoals
gepubliceerd
2015
herwerkings
effecten
2015
herwerkt
Bedrijfsactiviteiten
Bedrijfsresultaat (EBIT) 220 120 -733 219 386
Posten zonder kasstroomeffect verwerkt in het bedrijfsresultaat (a) 246 239 733 246 973
Brutokasstromen uit bedrijfsactiviteiten 355 344 - 355 344

3. Cruciale beoordelingen en belangrijkste bronnen van schattingsonzekerheden

Bij de toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep is het management genoodzaakt om beoordelingen, schattingen en veronderstellingen over de boekwaarde van activa en verplichtingen te maken die niet onmiddellijk beschikbaar zijn uit enigerlei bronnen. Deze beoordelingen, schattingen en veronderstellingen worden voortdurend opnieuw geëvalueerd.

3.1. Cruciale beoordelingen bij de toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving

Hierna volgen de cruciale beoordelingen, met uitzondering van deze die bestaan uit schattingen (zie toelichting 3.2. 'Belangrijkste bronnen van schattingsonzekerheden') die een belangrijke invloed hebben op de gerapporteerde bedragen in deze geconsolideerde jaarrekening.

  • Het management is van oordeel dat er een feitelijke verplichting bestaat om te voorzien in brugpensioenregelingen voor zijn werknemers vanaf de eerste dag dat zij in dienst zijn (zie toelichting 6.15. 'Voorzieningen voor personeelsbeloningen') en bijgevolg worden brugpensioenregelingen verwerkt als toegezegdpensioenregelingen volgens de projected unit credit-methode.
  • Het management is van oordeel dat er niet voldaan werd aan de voorwaarden om uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling op te nemen in de balans (zie toelichting 6.1. 'Immateriële activa').
  • Het management maakt een beoordeling bij het bepalen van de functionele valuta van ondernemingen binnen de Groep op basis van de huidige economische context van de transacties die relevant zijn voor deze ondernemingen. Standaard is de functionele valuta degene van het land waarin de onderneming opereert. Zie toelichting 7.8. 'Dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen' voor een volledige lijst van entiteiten met hun functionele valuta.
  • Met betrekking tot de activiteiten in Venezuela, heeft het management besloten om vanaf 31 december 2012 de economische wisselkoers te gebruiken om de in VEF uitgedrukte jaarrekeningen te vertalen naar de presentatievaluta in consolidatie. In het licht van de beperkingen op dividendrepatriatie voor buitenlandse investeerders sinds 2009, en gezien de aanhoudende spectaculaire verzwakking van de

economische wisselkoers, in combinatie met inflatieboekhouding, achtte het management dit de beste keuze om een realistisch beeld van de bijdrage van de Venezolaanse operaties tot de geconsolideerde jaarrekening weer te geven. Sinds de toepassing van de economische wisselkoers op de Venezolaanse operaties neemt het belang van hun bijdrage tot de geconsolideerde financiële cijfers steeds verder af.

Ondanks de politieke en monetaire instabiliteit is het management er in geslaagd om de onderneming operationeel te houden en oordeelde bijgevolg dat het nog steeds de zeggenschap heeft. Per jaareinde 2016 bedroegen de gecumuleerde omrekeningsverschillen € -54,7 miljoen die, bij verlies van de zeggenschap, zouden overgeboekt worden naar de winst-en-verliesrekening.

  • Het management is van oordeel dat Bekaert, gezien haar deelnemingspercentage van 13,0% op jaareinde 2016, geen invloed van betekenis heeft in Shougang Concord Century Holdings Ltd en verwerkt daarom deze deelneming als een financieel vast actief beschikbaar voor verkoop tegen reële waarde via eigen vermogen. Aangezien een aanzienlijke of langdurige daling in reële waarde een objectieve aanwijzing vormt voor een bijzondere waardevermindering, is het management overeengekomen om elke daling in reële waarde (a) die meer dan 30% van de kost bedraagt als aanzienlijk te beschouwen en (b) die langer dan een jaar aanhoudt als langdurig te beschouwen.
  • Het management is van oordeel dat de Onderneming de zeggenschap heeft over Bekaert Ansteel Tire Cord (Chongqing) Co Ltd.
  • Het management is van oordeel dat de Onderneming de zeggenschap heeft over BBRG omwille van de voorwaarden opgenomen in de aandeelhoudersovereenkomst.
  • Het management is van oordeel dat de Onderneming de zeggenschap heeft over Bekaert Maccaferri Underground Solutions BVBA, omwille van de aandelenoptieclausules waartoe de partijen zich verbonden hebben.
  • Ondanks haar deelnemingspercentage van 40% is het management van oordeel dat het geen invloed van betekenis heeft in Bekaert (Xinyu) New Materials Co Ltd en Bekaert Xinyu Metal Products Co Ltd en herclassificeerde hen als deelnemingen beschikbaar voor verkoop.
  • Gezien haar wereldwijde aanwezigheid is Bekaert blootgesteld aan belastingrisico's in vele rechtsgebieden. Belastingautoriteiten in deze

rechtsgebieden voeren geregeld belastingcontroles uit die kunnen leiden tot belastingbetwistingen. Hoewel de uitkomst van dergelijke belastingcontroles onzeker is, is het management ervan overtuigd dat Bekaert, op basis van een globale evaluatie van potentiële belastingverplichtingen, voldoende belastingverplichtingen opgenomen heeft in haar geconsolideerde jaarrekening.

  • De Groep voert onderhandelingen over het inbrengen van Bekaerts dochteronderneming in Sumaré (Brazilië) in het joint venture partnerschap met ArcelorMittal in BMB (Belgo-Mineira Bekaert). Bijgevolg is het management van oordeel dat de activa en geassocieerde verplichtingen van deze onderneming dienen te worden geherclassificeerd op balansdatum als aangehouden voor verkoop, maar dat het hier geen beëindigde bedrijfsactiviteit betreft.

3.2. Belangrijkste bronnen van schattingsonzekerheden

Hierna volgt een overzicht van de belangrijkste veronderstellingen omtrent de toekomst en de belangrijkste andere bronnen van schattingsonzekerheden op het einde van de verslagperiode die een risico inhouden op beduidende aanpassingen aan de boekwaarden van activa en verplichtingen in de komende verslagperiode.

  • Uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot ongebruikte overgedragen fiscale verliezen, fiscaal verrekenbare tegoeden en tijdelijke verschillen worden maar opgenomen in zoverre het waarschijnlijk is dat er binnen afzienbare tijd belastbare winst zal zijn. Bij zijn inschatting neemt het management elementen in overweging als langetermijnstrategie en opportuniteiten voor belastingplanning (zie toelichting 5.5. 'Winstbelastingen' en 6.6. 'Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen'.
  • Omdat de verwachte gebruiksduur van welbepaalde productlijnen beduidend lager ingeschat wordt dan het gemiddelde, worden hogere afschrijvingspercentages toegepast voor specifieke activa waarvan niet verwacht wordt dat deze toegewezen zullen worden aan een andere productlijn. Bijgevolg worden voor bepaalde installaties, machines en uitrusting afschrijvingspercentages toegepast gaande van 10% tot 25% in plaats van 8%. Testapparatuur voor onderzoek en ontwikkeling gericht op specifieke productlijnen wordt ook afgeschreven tegen 25% per jaar, terwijl alle andere testapparatuur voor onderzoek en ontwikkeling tegen 16,7% per jaar afgeschreven wordt.
  • Kredietrisico met betrekking tot klanten: het management volgt de uitstaande handelsvorderingen van dichtbij op, rekening houdend

met de inningsachterstand, de betalingshistoriek en de afdekkingsgraad van kredietrisico's. Specifieke en algemene provisies voor dubieuze debiteuren worden opgenomen op basis van beste schattingen door het management op de balansdatum (zie toelichting 6.7. 'Operationeel werkkapitaal').

  • Voorzieningen voor personeelsbeloningen: de toegezegdpensioenverplichtingen zijn gebaseerd op actuariële veronderstellingen zoals de disconteringsvoet en salarisverhogingen, die uitgebreid aan bod komen in toelichting 6.15. 'Voorzieningen voor personeelsbeloningen'.
  • Voorzieningen voor milieuproblemen: op elk jaareinde wordt een schatting gemaakt van de toekomstige kosten voor het wegwerken van bodemverontreiniging op basis van het advies van een externe deskundige (zie toelichting 6.16. 'Overige voorzieningen').
  • Bijzondere waardeverminderingen: de Groep voert jaarlijks bijzondere waardeverminderingstoetsen uit op goodwill en op kasstroomgenererende eenheden waarvoor er aanwijzingen zijn dat de nettoboekwaarde misschien hoger is dan de realiseerbare waarde. Deze analyse is gebaseerd op veronderstellingen zoals marktevolutie, marktaandeel, marge-evolutie en disconteringsvoet (zie toelichting 6.2. 'Goodwill').
  • Overeenkomstig de Chinese belastingwetgeving en -regulering wordt aan bepaalde entiteiten van de Groep die genieten van investeringssubsidies in de vorm van verlaagde belastingtarieven, een graduele overgang naar het normale belastingtarief toegestaan, gespreid over een periode van vijf jaar. Op basis van de gangbare praktijk is het management van oordeel dat de investeringen voldoen aan de criteria voor deze belastingtegemoetkoming. Mocht de regulering of praktijk inzake deze materie echter wijzigen, dan kan de Onderneming genoodzaakt zijn om haar belastingverplichtingen en -voorzieningen te herzien.
  • Reëlewaardeaanpassingen naar aanleiding van bedrijfscombinaties: in overeenstemming met IFRS 3, 'Bedrijfscombinaties', herwaardeert Bekaert de activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen verworven bij een bedrijfscombinatie tegen reële waarde. Ook de overnamevergoedingen (met inbegrip van vergoedingen in aandelen), voorwaardelijke overnamevergoedingen en eventuele belangen in de overgenomen partij voorafgaand aan de bedrijfscombinatie worden tegen reële waarde gewaardeerd. Bij het verwerven van een invloed van betekenis in een geassocieerde onderneming of gezamenlijke zeggenschap in een joint venture herwaardeert Bekaert ook het aandeel in de overgenomen activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen van een joint venture of geassocieerde onderneming tegen reële waarde op de overnamedatum. Waar mogelijk worden reëlewaardeaanpassingen

gebaseerd op schattingen en

waarderingsmodellen van derden, bijvoorbeeld voor voorwaardelijke verplichtingen en immateriële activa die niet in de balans van de overgenomen partij opgenomen waren. Vaak worden interne maatstaven gebruikt voor het waarderen van specifieke productie-uitrusting. Bij elk van deze waarderingsmethoden worden assumpties gebruikt zoals verwachte toekomstige kasstromen, resterende gebruiksduur enz.

  • In het licht van de geopolitieke situatie in Rusland, die een aanwijzing voor een bijzondere waardevermindering vormt, heeft het management sinds 2014 een bijzondere waardevermindering van 215 miljoen roebel geboekt op de activa van zijn Russische activiteiten.
  • Reëlewaardebepalingen die niet volledig op waarneembare marktgegevens gebaseerd kunnen worden, vergen inschattingen die de

geschatte reële waarde beïnvloeden. Het gaat hier om de conversieoptie inherent aan de converteerbare obligatie uitgegeven in juni 2016 en de put-optie toegekend aan Maccaferri voor hun minderheidsbelangen in Bekaert Maccaferri Underground Solutions BVBA.

  • Belastingvordering (ICMS) in Brazilië: de inbaarheid van de belastingvorderingen van Belgo Bekaert Arames Ltda en BMB-Belgo Mineira Bekaert Artefatos de Arame Ltda wordt zeer waarschijnlijk geacht aangezien verschillende actieplannen reeds met succes uitgevoerd zijn. Voor andere belastingvorderingen in Brazilië, onder meer voor betwistingen aangaande de belastbaarheid van ICMStegemoetkomingen toegekend aan Belgo Bekaert Arames Ltda, werd op basis van juridisch advies geen voorziening aangelegd (zie toelichting 6.4. 'Deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen').

4. Segmentrapportering

De Groep gebruikt in principe een geografische segmentatie, aangezien dit de beste manier is om de aard en de financiële prestaties van de business in zijn totaliteit te evalueren. De segmentatie reflecteert het belang van de regio's voor de globale groeistrategie van de Groep. De regionale activiteiten van de Groep worden typisch gekenmerkt door gemeenschappelijke cost drivers, een productassortiment dat gericht is op de behoeften van de regionale industrie en specifieke distributiekanalen. Zij onderscheiden zich van elkaar op het vlak van politieke, economische en valutarisico's, in termen van geografische markttrends en groeipatronen. Deze segmentatie wint nog aan relevantie doordat de Groep de overgrote meerderheid van zijn producten verkoopt binnen de regio waar zij geproduceerd worden.

Naast de vier regionale segmenten werd de nieuw opgerichte Bridon-Bekaert Ropes Group (BBRG) aangemerkt als een afzonderlijk te rapporteren segment in overeenstemming met IFRS 8 'Operationele segmenten', omdat zijn financiële informatie geregeld besproken wordt door het belangrijkste beslissingsorgaan van de Groep teneinde middelen toe te wijzen en prestaties te evalueren.

Met ingang van 2016 worden de volgende vijf segmenten gepresenteerd:

  • 1) EMEA Europa, het Midden-Oosten en Afrika: 31% van de geconsolideerde omzet (2015: 32%)
  • 2) Noord-Amerika: 14% van de geconsolideerde omzet (2015: 14%)
  • 3) Latijns-Amerika: 18% van de geconsolideerde omzet (2015: 19%)
  • 4) Pacifisch Azië: 28% van de geconsolideerde omzet (2015: 28%)
  • 5) BBRG: 9% van de geconsolideerde omzet (2015: 7%)

Omdat de fusie afgerond werd op 28 juni 2016, droeg de nieuwe gefusioneerde Bridon business maar voor een half jaar bij tot de bedrijfsresultaten van 2016.

De cijfers van vorig jaar werden herwerkt: alle elementen met betrekking tot Bekaerts bestaande advanced cords en globale kabelactiviteiten werden uitgelicht uit hun respectieve regionale segmenten en worden nu gepresenteerd onder BBRG.

Kerngegevens per rapporteringssegment

Enkel de elementen van het kapitaalgebruik (immateriële activa, goodwill, materiële vaste activa en de elementen van het operationeel werkkapitaal) worden toegewezen aan de verscheidene segmenten. Alle andere activa en verplichtingen worden gerapporteerd als 'niet-toegewezen activa en verplichtingen'. 'Groep & Business support' omvat voornamelijk de functionele eenheid groepstechnologie en niet-doorgerekende kosten voor groepsmanagement en -diensten; het is geen rapporteerbaar segment op zich. De geografische segmentatie is gebaseerd op de lokalisatie van de Bekaert-entiteiten en niet op de lokalisatie van hun klanten. Omdat Bekaert als strategie heeft om zo dicht mogelijk bij de klanten te gaan produceren, worden de meeste klanten bediend door Bekaert-entiteiten in hun eigen regio. Eventuele verkopen tussen segmenten gebeuren tegen prijzen die beantwoorden aan het arm's length principe. Intersegment eliminaties omvatten voornamelijk eliminaties van vorderingen en schulden, en de marge eliminaties op de overdracht van vaste activa en goederen en de bijbehorende aanpassingen aan afschrijvingen en waardeverminderingen.

Groep &
2016
in duizend €
EMEA Noord
Amerika
Latijns
Amerika
Pacifisch
Azië
Business
support
BBRG Intersegment
eliminaties
Geconsoli
deerd
Netto-omzet 1 148 308 512 331 681 834 1 052 364 - 320 380 - 3 715 217
Bedrijfsresultaat (EBIT) 135 527 26 043 66 599 100 431 -63 438 -8 699 3 191 259 654
EBIT - Onderliggend 140 660 26 009 66 851 119 204 -64 209 13 247 3 190 304 952
Afschrijvingen en
waardeverminderingen
57 863 12 903 21 839 101 598 3 142 21 103 -14 531 203 917
Bijzondere waardeverminderingen 390 20 -236 17 247 -40 481 - 17 862
EBITDA 193 780 38 966 88 202 219 276 -60 336 12 885 -11 340 481 433
Activa van het segment 881 478 299 775 464 210 1 114 595 175 997 613 364 -198 624 3 350 795
Niet-toegewezen activa 953 518
Totaal activa 4 304 313
Verplichtingen van het segment 239 944 62 482 117 657 179 051 115 450 91 507 -105 240 700 851
Niet-toegewezen verplichtingen 2 005 569
Totaal verplichtingen 2 706 420
Kapitaalgebruik 641 534 237 293 346 553 935 544 60 547 521 857 -93 384 2 649 944
Gewogen gemiddeld kapitaalgebruik 637 681 222 428 402 515 976 001 57 042 384 935 -94 896 2 585 706
ROCE 1 21,3% 11,7% 16,5% 10,3% - -2,3% - 10,0%
Investeringsuitgaven materiële
vaste activa
51 745 20 848 14 349 58 814 10 028 13 944 -11 199 158 529
Investeringsuitgaven
immateriële activa
1 779 - 1 315 850 2 053 48 -90 5 955
Aandeel in het resultaat van joint
ventures en geassocieerde
ondernemingen
- - 25 445 - - - - 25 445
Deelnemingen in joint ventures en
geassocieerde ondernemingen
- - 146 582 - - - - 146 582
Aantal personeelsleden (einde jaar) 2 6 552 1 293 3 827 9 494 1 800 2 494 - 25 460
2015 geherdefinieerd 3 Groep &
in duizend € EMEA Noord
Amerika
Latijns
Amerika
Pacifisch
Azië
Business
support
BBRG Intersegment
eliminaties
Geconsoli
deerd
Netto-omzet 1 173 786 527 567 711 617 1 018 896 - 239 215 - 3 671 081
Bedrijfsresultaat (EBIT) 134 987 27 367 45 372 57 876 -79 170 28 736 4 218 219 386
EBIT - Onderliggend 128 440 13 706 45 965 69 240 -59 444 29 357 4 218 231 482
Afschrijvingen en
waardeverminderingen
55 105 10 460 23 588 109 164 10 700 13 831 -14 447 208 401
Bijzondere waardeverminderingen 72 - 426 12 487 -62 339 - 13 262
Negatieve goodwill - - - -340 - - - -340
EBITDA 190 164 37 827 69 386 179 187 -68 532 42 906 -10 229 440 709
Activa van het segment 847 842 269 556 508 513 1 167 900 147 901 278 351 -186 236 3 033 827
Niet-toegewezen activa 848 582
Totaal activa 3 882 409
Verplichtingen van het segment 214 016 61 926 110 076 160 434 94 560 34 308 -89 852 585 468
Niet-toegewezen verplichtingen 1 785 290
Totaal verplichtingen 2 370 758
Kapitaalgebruik 633 826 207 630 398 437 1 007 466 53 341 244 043 -96 384 2 448 359
Gewogen gemiddeld kapitaalgebruik 665 260 195 323 413 848 1 063 938 68 484 233 562 -108 139 2 532 276
ROCE 1 20,3% 14,0% 11,0% 5,4% - 12,3% - 8,7%
Investeringsuitgaven materiële
vaste activa
44 698 46 425 18 288 42 584 4 770 26 290 -12 353 170 702
Investeringsuitgaven
immateriële activa
3 783 - 439 439 1 145 62 - 5 868
Aandeel in het resultaat van joint
ventures en geassocieerde
ondernemingen
- - 24 268 -5 948 - - - 18 320
Deelnemingen in joint ventures en
geassocieerde ondernemingen
- - 114 119 - - - - 114 119
Aantal personeelsleden (einde jaar) 2 6 459 1 276 3 995 8 954 1 731 1 251 - 23 666

1 ROCE: Bedrijfsresultaat (EBIT) in verhouding tot gewogen gemiddeld kapitaalgebruik (Return on Capital Employed).

2 Aantal personeelsleden: voltijdse equivalenten.

3 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.

Groep &
2015 zoals gerapporteerd
in duizend €
EMEA Noord
Amerika
Latijns
Amerika
Pacifisch
Azië
Business
support
Intersegment
eliminaties
Geconsoli
deerd
Netto-omzet 1 227 350 593 013 764 464 1 086 254 - - 3 671 081
Bedrijfsresultaat (EBIT) 144 937 33 216 45 206 70 912 -79 169 5 018 220 120
EBIT - Onderliggend 138 963 19 604 45 799 82 275 -68 770 5 018 222 889
Afschrijvingen en
waardeverminderingen
56 389 12 745 26 474 116 538 10 701 -14 446 208 401
Bijzondere waardeverminderingen 89 - 426 12 809 -62 - 13 262
Negatieve goodwill - - - -340 - - -340
EBITDA 201 415 45 961 72 106 199 919 -68 530 -9 428 441 443
Activa van het segment 883 520 334 539 582 091 1 269 072 148 149 -183 544 3 033 827
Niet-toegewezen activa 847 292
Totaal activa 3 881 119
Verplichtingen van het segment 223 960 68 157 113 251 172 526 94 808 -87 234 585 468
Niet-toegewezen verplichtingen 1 779 740
Totaal verplichtingen 2 365 208
Kapitaalgebruik 659 560 266 382 468 840 1 096 546 53 341 -96 310 2 448 359
Gewogen gemiddeld kapitaalgebruik 687 933 248 822 486 344 1 149 190 68 523 -108 536 2 532 276
ROCE 1 21,1% 13,3% 9,3% 6,2% - - 8,7%
Investeringsuitgaven materiële
vaste activa
47 677 55 387 24 261 50 185 4 770 -11 578 170 702
Investeringsuitgaven
immateriële activa
3 783 22 478 440 1 145 - 5 868
Aandeel in het resultaat van joint
ventures en geassocieerde
ondernemingen
- - 24 268 -5 948 - - 18 320
Deelnemingen in joint ventures en
geassocieerde ondernemingen
- - 114 119 - - - 114 119
Aantal personeelsleden (einde jaar) 2 6 584 1 496 4 452 9 403 1 731 - 23 666

1 ROCE: Bedrijfsresultaat (EBIT) in verhouding tot gewogen gemiddeld kapitaalgebruik (Return on Capital Employed).

2 Aantal personeelsleden: voltijdse equivalenten.

Omzet per productlijn

in duizend € 2015 2016 verschil
(%)
Netto-omzet
Rubberversterkingsproducten 1 503 081 1 582 363 5,3%
Andere staaldraadproducten 1 765 544 1 649 297 -6,6%
Roestvaste producten 153 257 154 881 1,1%
Kabels en advanced cords (BBRG) 239 215 320 380 33,9%
Overige 9 984 8 296 -16,9%
Totaal 3 671 081 3 715 217 1,2%

Rubberversterkingsproducten omvatten staalkoord voor banden, hieldraad en slangendraad. Andere staaldraadproducten omvatten industriële en gespecialiseerde staaldraden (met inbegrip van roestvrije draden), bouwproducten en zaagdraad. Roestvaste producten omvatten vezels en verbrandingstechnologie-producten voor verwarmings- en droogsystemen.

BBRG producten worden afzonderlijk gepresenteerd. De andere productgroepen worden verkocht in alle regionale segmenten. De productmix is zeer vergelijkbaar in EMEA en Noord-Amerika, terwijl in Azië rubberversterkingsproducten overheersend zijn. In Latijns-Amerika maken andere staaldraadproducten het grootste deel uit van de business.

Bijkomende informatie per land

De tabel hieronder toont het relatief gewicht van België (land waar de Onderneming is gevestigd), Chili, China, de Verenigde Staten en Slovakije in termen van omzet en vaste activa (immateriële activa, goodwill en materiële vaste activa).

% van % van
in duizend € 2015 totaal 2016 totaal
Netto-omzet vanuit België 326 590 9% 324 179 9%
Netto-omzet vanuit Chili 312 832 9% 318 082 9%
Netto-omzet vanuit China 746 433 20% 774 198 21%
Netto-omzet vanuit de VS 536 905 15% 551 703 15%
Netto-omzet vanuit Slovakije 276 089 8% 297 834 8%
Netto-omzet vanuit andere landen 1 472 232 39% 1 449 221 38%
Totaal netto-omzet 3 671 081 100% 3 715 217 100%
Vaste activa gelokaliseerd in België 114 319 7% 123 312 7%
Vaste activa gelokaliseerd in Chili 96 475 6% 103 216 6%
Vaste activa gelokaliseerd in China 568 863 35% 466 890 26%
Vaste activa gelokaliseerd in de VS 137 566 8% 163 200 9%
Vaste activa gelokaliseerd in Slovakije 151 732 9% 142 917 8%
Vaste activa gelokaliseerd in andere landen 566 646 35% 807 901 44%
Totaal vaste activa 1 635 601 100% 1 807 436 100%

5. Elementen van de winst-en-verliesrekening en het volledig perioderesultaat

5.1. Bedrijfsresultaat (EBIT) per functie

in duizend € 2015 2016 verschil
Omzet 3 671 081 3 715 217 44 136
Kostprijs van verkopen 1 -3 073 407 -3 025 225 48 182
Marge op omzet 597 674 689 992 92 318
Commerciële kosten -156 106 -175 340 -19 234
Administratieve kosten 1 -140 679 -139 558 1 121
Kosten voor onderzoek en ontwikkeling -64 597 -63 590 1 007
Andere bedrijfsopbrengsten 1 85 516 24 376 -61 140
Andere bedrijfskosten 1 -102 422 -76 226 26 196
Bedrijfsresultaat (EBIT) 219 386 259 654 40 268
EBIT - Onderliggend 231 482 304 952 73 470

1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.

Omzet en marge op omzet

Omzet en marge op omzet
in duizend €
2015 2016 verschil (%)
Omzet 3 671 081 3 715 217 1,2%
Kostprijs van verkopen 1 -3 073 407 -3 025 225 -1,6%
Marge op omzet 597 674 689 992 15,4%
Marge op omzet in % van omzet 16,3% 18,6%

1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.

Bekaert realiseerde een omzetgroei van 1,2% in vergelijking met vorig jaar. De organische volumegroei van 4,1% (na aftrek van Vicson) werd gedreven door de sterke vraag in de wereldwijde automobielmarkten en de gestaag stijgende verkoopvolumes in industriële staaldraad- en bouwmarkten. De groei werd grotendeels tenietgedaan op het niveau van omzet als gevolg van lagere walsdraadprijzen en prijsmixeffecten (-3,4%). Het netto-effect van fusies (integratie van Bridon kabelfabrieken) en desinvesteringen (roestvaste activiteiten) verklaarde 2,6% van de omzetgroei. Ongunstige wisselkoersbewegingen (-2,2%) (hoofdzakelijk gerelateerd aan Chinese renminbi, Chileense en Colombiaanse peso) zwakten deze evolutie af.

De marge op omzet nam toe met 15,4% tegenover 2015 en bereikte een niveau van 18,6%, wat voornamelijk het succes van de transformatieprogramma's weerspiegelt waarmee Bekaert mikt op uitmuntendheid, kostenbesparingen en het realiseren van waardecreërende groei. De nieuwe overgenomen activiteiten dragen bij voor 2,4% terwijl er een beperkte impact van negatieve wisselkoersbewegingen was (-0,3%).

Overheadkosten
in duizend € 2015 2016 verschil (%)
Commerciële kosten -156 106 -175 340 12,3%
Administratieve kosten 1 -140 679 -139 558 -0,8%
Kosten voor onderzoek en ontwikkeling -64 597 -63 590 -1,6%
Totaal -361 382 -378 488 4,7%
1

1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.

De overheadkosten zijn licht gestegen tot 10,2% van de omzet. De toename van de commerciële kosten (€ 19,2 miljoen) geeft in grote mate de impact van acquisities/desinvesteringen (€ 9,6 miljoen) en de consultancykosten voor het 'Customer Excellence' programma (€ 7,8 miljoen) weer, gedeeltelijk gecompenseerd door een positieve impact van wisselkoersbewegingen (€ 2,8 miljoen). De administratieve kosten namen licht af (€ 1,1 miljoen). De impact van acquisities/desinvesteringen (€ 13,7 miljoen) werd meer dan gecompenseerd door besparingen van overheadkosten. Onder andere, de consultancykosten met betrekking tot het 'Manufacturing Excellence' programma werden gereduceerd tot het minimum (€ 6,7 miljoen besparingen). Een beter projectmanagement kon de kosten voor onderzoek en ontwikkeling (€ 1,0 miljoen) doen afnemen.

Andere bedrijfsopbrengsten 1

in duizend € 2015 2016 verschil
Ontvangen royalty's 9 227 8 996 -231
Winsten op verkoop van materiële en immateriële vaste activa 610 565 -45
Gerealiseerde wisselresultaten op verkopen en aankopen -950 -1 258 -308
Overheidssubsidies 415 915 500
Terugnemingen bijzondere waardeverminderingen (herstructurering en
andere) 1 469 2 146 677
Herstructurering - overige opbrengsten 5 005 3 975 -1 030
Terugnemingen afschrijvingen voorraden/handelsvorderingen - 1 077 1 077
Winsten bij verkoop van activiteiten 16 553 - -16 553
Negatieve goodwill bij bedrijfscombinaties 340 - -340
Overige opbrengsten 52 847 7 960 -44 887
Totaal 85 516 24 376 -61 140

1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.

Overheidssubsidies hebben voornamelijk betrekking op subsidies in China. Er zijn geen aanwijzingen dat er niet zal kunnen voldaan worden aan de voorwaarden voor deze subsidies en dus ook niet dat de subsidies mogelijk teruggestort moeten worden in de toekomst.

'Overige opbrengsten' in 2015 tonen voornamelijk de vergoedingen door de verzekeringsmaatschappij na de brand in de fabriek in Rome (Verenigde Staten) in 2014.

Andere bedrijfskosten 1

in duizend € 2015 2016 verschil
Betaalde royalty's -2 762 53 2 815
Verliezen op verkoop van materiële en immateriële vaste activa -1 970 -1 490 480
Afschrijvingen op immateriële vaste activa -2 970 -2 849 121
Bankkosten -3 019 -2 933 86
Aan belastingen gerelateerde kosten (andere dan winstbelastingen) -2 705 -2 360 345
Bijzondere waardeverminderingen (herstructurering en andere) -12 595 -17 886 -5 291
Herstructurering - overige kosten -24 863 -27 487 -2 624
Verliezen bij verkoop van activiteiten -3 292 - 3 292
Verliezen bij gefaseerde overnames -1 098 - 1 098
Kosten in verband met overnames 1 -9 326 -8 639 687
Overige kosten -37 822 -12 635 25 187
Totaal -102 422 -76 226 26 196

1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.

De andere bedrijfskosten hebben in hoofdzaak betrekking op de herstructureringskosten in Turkije, Maleisië en de Bridon-Bekaert Ropes Groep (€ -27,1 miljoen), bijzondere waardeverminderingen op vast actief in Huizhou, China (€ -16,2 miljoen) en M&A transactiekosten (€ -8,6 miljoen).

'Overige kosten' in 2015 hebben vooral betrekking op de verliezen ten gevolge van de onderbreking van de activiteiten na de brand in de fabriek in Rome (Verenigde Staten) in 2014.

Reconciliatie Onderliggende EBIT
in duizend € 2015 2016 verschil
Bedrijfsresultaat (EBIT) 219 386 259 654 40 268
Terugnemingen bijzondere waardeverminderingen (herstructurering en
andere) 1 469 2 146 677
Herstructurering - overige opbrengsten 5 005 3 975 -1 030
Terugnemingen afschrijvingen voorraden/handelsvorderingen - 1 077 1 077
Winsten bij verkoop van activiteiten 16 553 - -16 553
Negatieve goodwill bij bedrijfscombinaties 340 - -340
Overige opbrengsten 45 029 4 697 -40 332
Bijzondere waardeverminderingen (herstructurering en andere) -12 595 -17 886 -5 291
Herstructurering - overige kosten -24 863 -27 487 -2 624
Verliezen bij verkoop van activiteiten -3 292 - 3 292
Verliezen bij gefaseerde overnames -1 098 - 1 098
Kosten in verband met overnames -9 326 -8 639 687
Overige kosten -29 318 -3 181 26 137
EBIT - Onderliggend 231 482 304 952 73 470

5.2. Bedrijfsresultaat (EBIT) per aard van opbrengsten en kosten

De onderstaande tabel levert bijkomende informatie over de toewijzing van de voornaamste componenten van het bedrijfsresultaat (EBIT) per aard van de opbrengsten en kosten.

in duizend € 2015 2016
Omzet 3 671 081 100% 3 715 217 100%
Andere bedrijfsopbrengsten 84 047 - 22 230 -
Totaal bedrijfsopbrengsten 3 755 128 - 3 737 447 -
Zelfgeproduceerde materiële vaste activa 53 014 1,4% 53 859 1,4%
Grondstoffen -1 279 035 -34,8% -1 182 873 -31,8%
Halfproducten en handelsgoederen -256 000 -7,0% -282 910 -7,6%
Voorraadwijziging goederen in bewerking en gereed product -15 031 -0,4% 5 657 0,2%
Personeelskosten 1 -743 590 -20,3% -772 547 -20,8%
Afschrijvingen en waardeverminderingen -208 401 -5,7% -203 917 -5,5%
Bijzondere waardeverminderingen -13 262 -0,4% -17 862 -0,5%
Vervoer- en verhandelingskosten gereed product -165 922 -4,5% -159 342 -4,3%
Hulpstoffen en wisselstukken -260 683 -7,1% -266 388 -7,2%
Kosten voor nutsvoorzieningen -264 203 -7,2% -255 285 -6,9%
Onderhouds- en herstellingskosten -60 260 -1,6% -60 975 -1,6%
Uitgaven voor operationele leasing -23 286 -0,6% -26 955 -0,7%
Commissies in commerciële kosten -3 690 -0,1% -6 170 -0,2%
Douane en accijnzen -30 428 -0,8% -30 271 -0,8%
ICT-kosten -29 595 -0,8% -32 728 -0,9%
Reclame- en promotiekosten -7 203 -0,2% -7 191 -0,2%
Reis-, restaurant- en hotelkosten -25 239 -0,7% -28 150 -0,8%
Consultancy en overige honoraria -40 456 -1,1% -41 799 -1,1%
Kantoorbenodigdheden en -uitrusting -12 863 -0,4% -13 071 -0,4%
Durfkapitaalfondsen O&O -1 819 0,0% -2 180 -0,1%
Tijdelijke of externe personeelskosten -25 619 -0,7% -27 031 -0,7%
Verzekeringskosten -8 768 -0,2% -6 989 -0,2%
Diverse bedrijfskosten -113 402 -3,1% -112 675 -3,0%
Totaal bedrijfskosten -3 535 742 -96,3% -3 477 793 -93,6%
Bedrijfsresultaat (EBIT) 219 386 6,0% 259 654 7,0%

1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.

5.3. Renteopbrengsten en -lasten

in duizend € 2015 2016
Renteopbrengsten van financiële activa niet geclassificeerd als tegen RWVR 8 585 6 325
Renteopbrengsten 8 585 6 325
Rentelasten van financiële verplichtingen niet geclassificeerd als tegen RWVR -55 864 -64 581
Overige schuldgerelateerde rentelasten -8 123 -7 673
Rentelasten -63 987 -72 254
Rentegedeelte van rentedragende voorzieningen 1 -6 771 -7 239
Rentelasten -70 758 -79 493
Totaal -62 173 -73 168

1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.

De hogere financiële schulden in de tweede helft van 2016 (Bridon-Bekaert Ropes Group) en de gemiddeld hogere rentevoeten verklaren de hogere rentelasten. Rentelasten van financiële verplichtingen niet geclassificeerd als tegen reële waarde via het resultaat (RWVR) hebben betrekking op alle schuldinstrumenten van de Groep, met uitzondering van afdekkingsinstrumenten en renterisicobeperkende derivaten aangemerkt als economische afdekkingen.

Het rentegedeelte van rentedragende voorzieningen heeft voornamelijk betrekking op de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen (zie toelichting 6.15. 'Voorzieningen voor personeelsbeloningen') en overige voorzieningen (zie toelichting 6.16 'Overige voorzieningen').

5.4. Overige financiële opbrengsten en lasten

in duizend € 2015 2016
Waardeaanpassingen van derivaten 14 973 -30 916
Waardeaanpassingen van afgedekte posities -2 424 -
Wisselresultaten op afgedekte posities -29 784 -14 556
Nettoimpact van derivaten en afgedekte posities -17 235 -45 472
Overige wisselresultaten -7 172 -8 088
Bijzondere waardeverminderingen op financiële activa beschikbaar voor verkoop -302 -591
Effecten van inflatieboekhouden 5 280 5 818
Winsten & verliezen op verkoop van financiële vaste activa -76 1
Winsten en verliezen uit de afwikkeling van financiële schulden - -2 467
Dividenden van niet-geconsolideerde deelnemingen 742 374
Bankkosten en heffingen op financiële transacties -5 388 -2 540
Bijzondere waardeverminderingen op leningen en overige vorderingen -9 235 12
Terugnemingen van bijzondere waardeverminderingen op leningen en overige
vorderingen - 16 326
Overige -424 -831
Totaal -33 810 -37 458

Waardeaanpassingen omvatten de wijzigingen in reële waarde van alle derivaten die niet als kasstroomafdekkingen worden aangemerkt, alsook van schulden die afgedekt zijn door een reëlewaardeafdekking. De hier getoonde nettoimpact van derivaten en afgedekte posities omvat geen effecten die opgenomen werden in andere rubrieken van de winst-en-verliesrekening zoals rentelasten, kostprijs van verkopen of andere bedrijfsopbrengsten en -kosten. Voor meer details betreffende de nettoimpact van derivaten en afgedekte posities, zie toelichting 7.3. 'Beheer van financiële risico's en derivaten'.

In 2016 werd een reëlewaardeverlies van € 42,7 miljoen opgenomen (2015: winst van € 2,1 miljoen) op de conversieoptie gerelateerd met de converteerbare obligatielening die werd afgewikkeld in juni 2016 (zie de sectie 'Financiële instrumenten volgens de hiërarchie van reëlewaardebepalingen' in toelichting 7.3. 'Beheer van financiële risico's en derivaten'), terwijl de conversieoptie op de nieuwe converteerbare obligatielening een reëlewaardewinst van € 5,3 miljoen heeft gegenereerd. Daarnaast werd bij de afwikkeling van de financiële schuld een verlies van € 2,5 miljoen geboekt op de terugkoop van de obligaties die niet ingeruild werden voor nieuwe obligaties.

Effecten van inflatieboekhouden hebben betrekking op de Venezolaanse activiteiten. Gedurende 2016 werd de voorziening voor een groepsgarantie voor € 16,3 miljoen teruggenomen gerelateerd aan Vicson SA (Venezuela) (2015: € -9,2 miljoen). Daarnaast werden wisselkoersverschillen geboekt voor € -9,8 miljoen op intragroepsvorderingen op Vicson SA. Vorig jaar omvatten de bankkosten en heffingen op financiële transacties een zegelrecht van € 3,2 miljoen op de bedrijfscombinatie met Arrium.

5.5. Winstbelastingen

in duizend € 2015 2016
Verschuldigde belastingen over het lopend jaar -55 725 -91 970
Verschuldigde belastingen over de voorbije jaren 2 473 -1 034
Uitgestelde belastingen wegens wijzigingen in tijdelijke verschillen 16 518 43 628
Uitgestelde belastingen wegens wijzigingen in belastingvoeten 347 -395
Uitgestelde belastingen - aanpassingen inzake overgedragen verliezen van voorbije jaren 128 -12 281
Totale belastinglast -36 259 -62 052

Verband tussen de totale belastinglast en winst vóór belastingen

In onderstaande tabel wordt met winst vóór belastingen bedoeld: resultaat vóór belastingen.

in duizend € 2015 2016
Resultaat vóór belastingen 1 123 403 149 028
Belastinglast op resultaten van fiscale entiteiten tegen de theoretische lokale
belastingvoet van de betrokken landen 1 -26 958 -37 302
Belastinglast op de uitkering van overgedragen winsten -1 965 -5 240
Totale theoretische belastinglast 1 -28 923 -42 542
Theoretische belastingvoet 2 -23,4% -28,5%
Belastingimpact van:
Fiscaal niet-aftrekbare uitgaven -16 903 -14 722
Andere belastingvoeten en speciale belastingregimes 3 139 7 837
Niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen 4 -21 849 -11 913
Aanwending van voorheen niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen 5 34 684 18 135
Belastingen met betrekking tot voorgaande jaren 2 473 -13 315
Fiscaal vrijgestelde inkomsten 6 2 432 68
Overige 7 -8 312 -5 600
Totale belastinglast -36 259 -62 052
Werkelijke belastingvoet -29,4% -41,6%

1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.

2 De theoretische belastingvoet wordt berekend als een gewogen gemiddelde. De stijging in 2016 tegenover 2015 is voornamelijk het gevolg van hogere belastbare winsten in landen met hogere belastingvoeten.

3 In 2016 hebben de speciale belastingregimes betrekking op belastingstimulansen in België, Nederland, Slovakije en Peru.

4 In 2016 hebben niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen voornamelijk betrekking op bijzondere waardeverminderingen van activa in China, verliezen in de Verenigde Staten en een herstructureringsprovisie in Noorwegen, terwijl in 2015 deze vooral betrekking hebben op verliezen in China, Maleisië en India.

5 De aanwending van voorheen niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen omvat in 2016 vooral overgedragen verliezen in entiteiten die winstgevend geworden zijn en een verwachte transactie in 2017. In 2015 bevatten deze een effect ten belope van € 20,1 miljoen van een reorganisatie in afwachting van de Bridon Bekaert Ropes Group-transactie die belastbare winsten zal genereren in de nabije toekomst.

6 Houdt in 2015 hoofdzakelijk verband met de verkoop van de Carding Solutions-activiteiten en de deconsolidatie van Bekaert (Xinyu) New Materials Co Ltd en Bekaert Xinyu Metal Products Co Ltd.

7 Omvat zowel in 2016 als in 2015 vooral ingehouden roerende voorheffing op royalties, intresten, diensten en dividenden. Bovendien bevat dit in 2015 € -5,0 miljoen belastingen in verband met een aandelenoverdracht binnen de Groep in Chili.

5.6. Aandeel in het resultaat van joint ventures en geassocieerde ondernemingen

Bijkomende financiële informatie met betrekking tot deze Braziliaanse joint ventures wordt verstrekt onder toelichting 6.4. 'Deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen'.

in thousands of € 2015 2016
Joint ventures
BOSFA Pty Ltd 1 Australia 43 -
Belgo Bekaert Arames Ltda Brazil 21 725 20 574
BMB-Belgo Mineira Bekaert Artefatos de Arame Ltda Brazil 2 543 4 871
Bekaert (Xinyu) New Materials Co Ltd 2 China -4 404 -
Bekaert Xinyu Metal Products Co Ltd 2 China -1 587 -
Total 18 320 25 445

1 Vanaf 12 juni 2015 heeft Bekaert de resterende belangen van BOSFA Pty Ltd (Australië) verworven.

2 Eind 2015 heeft Bekaert niet langer een betekenisvolle invloed in Bekaert (Xinyu) New Materials Co Ltd en Bekaert Xinyu Metal Products Co Ltd.

5.7. Winst per aandeel

2016 Aantal
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen (basisberekening) 56 263 172
Verwateringseffect van uitgegeven warrants en opties 623 410
Verwateringseffect van de converteerbare obligatieleningen -
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen (na verwateringseffect) 56 886 582
in duizend € Basis
berekening
Na
verwaterings
effect
Perioderesultaat toerekenbaar aan de Groep en aan de gewone aandeelhouders 105 166 105 166
Effect van de converteerbare obligatieleningen 1 - -
Winst 105 166 105 166
Winst per aandeel (in €) 1,869 1,849

1 Niet te vermelden als het effect van de converteerbare obligatie antidilutief is, d.i. als het effect zodanig is dat het de EPS-ratio zou verbeteren (zie verder).

De winst per aandeel (earnings per share, 'EPS') is het bedrag van de winst na belastingen toewijsbaar aan elk aandeel. De basisberekening van de winst per aandeel komt overeen met het resultaat van de periode toerekenbaar aan de Groep gedeeld door het gewogen gemiddeld aantal uitstaande aandelen gedurende het jaar. De winst per aandeel na verwateringseffect weerspiegelt de verplichtingen van de Groep tot het uitgeven van aandelen in de toekomst. Daartoe behoren warrants, opties en de converteerbare obligatieleningen. Warrants en opties zijn slechts dilutief in de mate dat hun uitoefenprijs lager is dan de gemiddelde slotkoers van de periode. Het verwateringseffect van warrants en opties is beperkt tot het gewogen gemiddeld aantal aandelen gebruikt in de noemer van de EPS-ratio; er is geen effect op het perioderesultaat dat opgenomen wordt in de teller van de EPS-ratio. De converteerbare obligatielening heeft meestal een effect op zowel de noemer als de teller van de EPS-ratio. Het verwateringseffect van de converteerbare obligatielening op de winst (te gebruiken in de teller van de EPS-ratio) bestaat uit het terugdraaien van alle opbrengsten en kosten in direct verband met de converteerbare obligatielening en die de 'basis'-winst voor de periode beïnvloed hebben. Volgende elementen van de winst-en-verliesrekening werden beïnvloed door de converteerbare obligatielening:

  • (a) de effectieve rentelast van € -7,7 miljoen (2015: € -8,3 miljoen),
  • (b) transactiekosten van € -3,0 miljoen (2015: geen),
  • (c) reëlewaardeverliezen van € -37,4 miljoen op het derivaat dat de conversieoptie vertegenwoordigt (2015: € 2,1 miljoen).

De converteerbare obligatieleningen waren antidilutief in 2016 omdat de EPS-ratio na verwatering erdoor zou verbeteren. Om de impact te berekenen, wordt verondersteld dat alle dilutieve warrants en opties worden uitgeoefend en dat ook de conversieoptie van de converteerbare obligatielening wordt uitgeoefend in zijn totaliteit bij het begin van de periode, of, als de instrumenten uitgegeven werden gedurende de periode, op uitgiftedatum. De kenmerken van de conversieoptie zijn van die aard dat enkel de verhoging van de aandelenprijs boven de conversieprijs converteerbaar is in aandelen, en dat Bekaert een call-optie heeft wanneer de aandelenprijs de

conversieprijs met 30,0% overstijgt. Het aantal aandelen dat kan geconverteerd worden, werd op die manier gelimiteerd tot 1 711 069. Aangezien het management reeds het maximum aantal aandelen heeft ingekocht dat kon worden geconverteerd onder de oude obligatielening (1 868 033) om kasuitstromen naar aanleiding van de uitgifte van de converteerbare obligatielening in te perken, dient er bijgevolg geen nieuw terugkoopprogramma te worden gestart.

2015 Aantal
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen (basisberekening) 55 841 843
Verwateringseffect van uitgegeven warrants en opties 218 834
Verwateringseffect van de converteerbare obligatieleningen -
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen (na verwateringseffect) 56 060 677
in duizend € Basis
berekening
Na
verwaterings
effect
Perioderesultaat toerekenbaar aan de Groep en aan de gewone aandeelhouders 101 722 101 722
Effect van de converteerbare obligatieleningen 1 - -
Winst 101 722 101 722
Winst per aandeel (in €) 1,822 1,814

1 Niet te vermelden als het effect van de converteerbare obligatie antidilutief is, d.i. als het effect zodanig is dat het de winst per aandeel ratio zou verbeteren (zie verder).

De gemiddelde slotkoers tijdens 2016 was € 37,07 per aandeel (2015: € 26,12 per aandeel). De volgende opties en warrants hebben een uitoefenprijs die hoger lag dan de gewogen gemiddelde slotkoers en waren dus antidilutief tijdens de verslagperiode:

Niet-dilutieve instrumenten Datum van
toekenning
Uitoefenprijs
(in €)
Aantal toegekend Aantal uitstaand
SOP 2010-2014 - opties 14.02.2011 77,000 360 925 295 725

Voor meer informatie i.v.m. warrants en opties, zie toelichting 6.12. 'Gewone aandelen, eigen aandelen en op aandelen gebaseerde betalingen'.

6. Balanselementen

6.1. Immateriële activa

Licenties,
patenten en Gebruiks Ontwik
Aanschaffingswaarde soortgelijke Computer recht kelings
in duizend € rechten software terreinen uitgaven Overige Totaal
Per 1 januari 2015 23 483 71 683 72 856 19 24 081 192 121
Aanschaffingen 26 5 389 194 - 259 5 868
Verkopen en buitengebruikstellingen -23 -601 -16 - -79 -719
Overdrachten 1 - 119 7 738 - - 7 857
Eerste consolidatie 674 258 5 843 - 919 7 694
Uit consolidatie genomen -425 -20 -2 703 - -353 -3 501
Omrekeningswinsten en
-verliezen (-) 9 1 533 3 850 - 1 497 6 889
Per 31 december 2015 23 744 78 360 87 762 19 26 324 216 208
Per 1 januari 2016 23 744 78 360 87 762 19 26 324 216 208
Aanschaffingen - 5 629 325 - - 5 954
Verkopen en buitengebruikstellingen -130 -439 - - - -569
Overdrachten 1 - -28 - - 29 1
Herclassificering als (-) / uit
aangehouden voor verkoop - -894 -10 218 - - -11 112
Eerste consolidatie - 955 - - 50 714 51 669
Omrekeningswinsten en
-verliezen (-) 21 532 -2 250 - -2 939 -4 636
Per 31 december 2016 23 635 84 115 75 619 19 74 128 257 515
waardeverminderingen
Per 1 januari 2015
8 350 58 878 11 157 19 15 631 94 034
Afschrijvingen van het boekjaar 1 647 4 160 1 751 - 2 154 9 712
Bijzondere waardeverminderingen - 11 1 534 - 241 1 786
Verkopen en buitengebruikstellingen -23 -601 - - -79 -703
Uit consolidatie genomen -425 -18 -537 - -352 -1 332
Omrekeningswinsten (-) en
-verliezen 33 1 240 719 - 1 271 3 263
Per 31 december 2015
Per 1 januari 2016
9 582
9 582
63 670
63 670
14 624
14 624
19
19
18 866
18 866
106 760
106 760
Afschrijvingen van het boekjaar 1 585 4 698 1 665 - 5 227 13 175
Bijzondere waardeverminderingen - 484 73 - - 557
Terugname van bijzondere
waardeverminderingen en
afschrijvingen - 5 - - - 5
Verkopen en buitengebruikstellingen -130 -414 - - - -544
Overdrachten 68 - - - -68 -
Herclassificering als (-) / uit
aangehouden voor verkoop - -1 -1 589 - - -1 590
Omrekeningswinsten (-) en
-verliezen 10 435 -375 - -1 295 -1 225
Per 31 december 2016 11 115 68 877 14 398 19 22 730 117 138
Nettoboekwaarde
per 31 december 2015
Nettoboekwaarde
14 162 14 690 73 138 - 7 458 109 448

1Overdrachten vallen op nul wanneer de totalen van immateriële activa en materiële vaste activa (zie toelichting 6.3.) worden opgeteld.

De aanschaffingen van software zijn voornamelijk gerelateerd aan het Satellietproject (verkoop en logistiek), het MES-project (Manufacturing Excellence System) en ERP-software (SAP).

Eerste consolidatie in 2016 is gerelateerd aan de fusie met Bridon (zie toelichting 7.2. 'Effect van bedrijfscombinaties'), deze bevatten de handelsmerken (€ 45,5 miljoen), klantenportefeuille (€ 4,8 miljoen) en het orderboek (€ 0,4 miljoen). De gebruiksduur van de handelsmerken wordt ingeschat op 15 jaar terwijl de klantenportefeuille wordt afgeschreven op 12 jaar.

Het bedrag vermeld onder voor herclassificeringen als aangehouden voor verkoop is voornamelijk gerelateerd aan Bekaert (Huizhou) Steel Cord Co Ltd, hiervoor verwijzen we naar toelichting 6.11. 'Activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop en verplichtingen verbonden met deze activa'.

Op balansdatum waren er geen immateriële vaste activa met een onbepaalde gebruiksduur.

6.2. Goodwill

Deze toelichting behelst hoofdzakelijk goodwill op verwerving van dochterondernemingen. Goodwill met betrekking tot joint ventures en geassocieerde ondernemingen zit ook vervat in toelichting 6.4. 'Deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen'.

Aanschaffingswaarde
in duizend €
2015 2016
Per 1 januari 38 018 53 977
Toenames 16 701 116 245
Uit consolidatie genomen -1 010 -
Omrekeningswinsten en -verliezen (-) 268 701
Per 31 december 53 977 170 923
Bijzondere waardeverminderingen
in duizend €
2015 2016
Per 1 januari 19 535 18 278
Uit consolidatie genomen -1 010 -
Omrekeningswinsten (-) en -verliezen -247 300
Per 31 december 18 278 18 578
Nettoboekwaarde per 31 december 35 699 152 345

De toename in goodwill in 2016 heeft betrekking op de BBRG-bedrijfscombinatie. Meer informatie over de goodwillberekening is voorzien in toelichting 7.2. 'Effect van bedrijfscombinaties'. In 2015 waren de toenames het gevolg van de bedrijfscombinatie met Pirelli (€ 3,5 miljoen) en de overname van de Ropesactiviteiten van Arrium in Australië (€ 13,2 miljoen).

Goodwill per kasstroomgenererende eenheid

De goodwill verworven ten gevolge van een bedrijfscombinatie wordt toegewezen aan de kasstroomgenererende eenheden waarvan verwacht wordt dat zij voordeel zullen halen uit deze bedrijfscombinatie. De nettoboekwaarde van de goodwill en de eraan verbonden bewegingen zijn als volgt toegewezen:

Segment Groep van
kasstroomgenererende
Nettoboek
waarde per
Bijzondere
waarde
Omrekenings Nettoboek
waarde per
in duizend € eenheden 1 jan 2015 Toename vermindering verschillen 31 dec 2015
Dochterondernemingen
EMEA Cold Drawn Products Ltd 2 874 - - 176 3 050
EMEA Verbrandingstechnologie -
verwarming EMEA 3 027 - - - 3 027
EMEA Bouwproducten 71 - - - 71
EMEA Rubberversterkingsproducten 713 3 542 - - 4 255
Noord-Amerika Productie-eenheid Orrville
(USA) 9 662 - - 1 112 10 774
Latijns-Amerika Inchalam-groep 860 - - -40 820
Latijns-Amerika Bekaert Ideal SL
vennootschappen 844 - - - 844
Pacifisch Azië Bekaert (Qingdao) Wire
Products Co Ltd 385 - - - 385
Pacifisch Azië Bekaert-Jiangying Wire
Products Co Ltd 47 - - - 47
BBRG BBRG - 13 160 - -734 12 426
Subtotaal 18 483 16 702 - 514 35 699
Joint ventures en geassocieerde
ondernemingen
Latijns-Amerika Belgo Bekaert Arames Ltda 4 667 - - -1 181 3 486
Subtotaal 4 667 - - -1 181 3 486
Totaal 23 150 16 702 - -667 39 185
Segment
in duizend €
Groep van
kasstroomgenererende
eenheden
Nettoboek
waarde per
1 jan 2016
Toename Bijzondere
waarde
vermindering
Omrekenings
verschillen
Nettoboek
waarde per
31 dec 2016
Dochterondernemingen
EMEA Cold Drawn Products Ltd 3 050 - - -435 2 615
EMEA Verbrandingstechnologie -
verwarming EMEA
3 027 - - - 3 027
EMEA Bouwproducten 71 - - - 71
EMEA Rubberversterkingsproducten 4 255 - - - 4 255
Noord-Amerika Productie-eenheid Orrville
(USA)
10 774 - - 354 11 128
Latijns-Amerika Inchalam-groep 820 - - 79 899
Latijns-Amerika Bekaert Ideal SL
vennootschappen 844 - - - 844
Pacifisch Azië Bekaert (Qingdao) Wire
Products Co Ltd
385 - - - 385
Pacifisch Azië Bekaert-Jiangying Wire
Products Co Ltd
47 - - - 47
BBRG BBRG 12 426 116 245 - 403 129 074
Subtotaal 35 699 116 245 - 401 152 345
Joint ventures en geassocieerde
ondernemingen
Latijns-Amerika Belgo Bekaert Arames Ltda 3 486 - - 895 4 381
Subtotaal 3 486 - - 895 4 381
Totaal 39 185 116 245 - 1 296 156 726

In het model voor het toetsen op bijzondere waardevermindering van de goodwill voortvloeiend uit de BBRGbedrijfscombinatie werden volgende karakteristieken verwerkt:

  • een tijdshorizon van 6 jaar voor de kasstroomprognose (in lijn met de laatste update van het businessplan), gevolgd door een eindwaarde op basis van een nominale perpetuele groeivoet van 2%, die in hoofdzaak berust op een conservatieve inschatting van de industriële BNP-evolutie;
  • kasstromen weerspiegelen de evolutie op basis van overeengekomen actieplannen en de huidige toestand van de activa, zonder effecten van toekomstige herstructureringen mee te rekenen die nog niet vastgelegd zijn;
  • er wordt enkel rekening gehouden met investeringsuitgaven vereist voor het instandhouden van de activa, dus niet met toekomstige uitgaven om de prestaties van activa te verhogen tegenover hun oorspronkelijk ingeschatte prestatienorm;
  • kasuitstromen met betrekking tot het werkkapitaal zijn berekend als een percentage van de omzettoename, gebaseerd op de voorbije prestaties van BBRG.

Voor het toetsen van goodwill voortvloeiend uit eerdere transacties werd hetzelfde model gebruikt als de laatste jaren, weliswaar bijgewerkt met de laatste informatie over de business. De belangrijkste verschillen met het model dat gebruikt werd voor BBRG zijn de volgende:

  • een tijdshorizon van 12 jaar, in lijn met de gemiddelde gebruiksduur van productieuitrusting;
  • een eindwaarde gebaseerd op de nettoboekwaarde van de ingezette middelen op het einde van de tijdshorizon van 12 jaar.

Dit model is over het algemeen conservatiever en wordt minder vaak gebruikt. Toch werd het nog eens toegepast, mede omdat het te toetsen goodwillbedrag eerder gering was in deze gevallen. Met het oog op eenvormigheid zal in de toekomst voor alle toetsen van goodwill op bijzondere waardervermindering hetzelfde model gebruikt worden als voor BBRG.

De disconteringsvoet is gebaseerd op de (langetermijn-)kapitaalkosten vóór belastingen en de risico's zitten ingebed in de kasstromen. Er wordt een gewogen gemiddelde kapitaalkost (weighted average cost of capital = WACC) bepaald voor de regio's waarin de euro, de US dollar en de Chinese renminbi de dominante valuta's zijn. Voor landen of activiteiten met een hoger ingeschat risico wordt de WACC opgetrokken met een risicopremie die specifiek is voor dit land of deze activiteit. In het geval van BBRG werd een verhoging van 1% op de risicopremie voor het eigen vermogen toepasselijk geacht in het licht van de specifieke businesscontext in vergelijking met de algemene businesscontext van de Groep. De WACC wordt bepaald vóór belastingen omdat de relevante kasstromen ook vóór belastingen bepaald worden. De weging van kapitaalkosten voor schulden en eigen vermogen is gebaseerd op een streefcijfer van 50% gearing (nettoschuld in verhouding tot het eigen vermogen). Voor kasstroommodellen die in reële termen uitgedrukt zijn (zonder inflatie), wordt de nominale WACC aangepast voor de verwachte inflatievoet. Voor kasstroommodellen die in nominale termen uitgedrukt zijn wordt de nominale WACC gebruikt. Alle parameters die de berekening van de disconteringsvoeten beïnvloeden, worden minstens jaarlijks herzien.

Disconteringsvoeten voor toetsen op bijzondere

Disconteringsvoeten voor toetsen op bijzondere
waardevermindering
EUR-regio USD-regio CNY-regio
Streefcijfers voor de Groep
Gearing: nettoschuld / eigen vermogen 50%
% schulden 33%
% eigen vermogen 67%
% langetermijnschulden 75%
% kortetermijnschulden 25%
Schuldkost voor Bekaert 2,4% 3,3% 6,0%
Langetermijnrentevoet 2,8% 3,9% 6,2%
Kortetermijnrentevoet 1,2% 1,7% 5,4%
+ b . Em
= Rf
Eigenvermogenkost voor Bekaert
8,2% 9,7% 12,4%
Risicovrije rentevoet = Rf 0,7% 2,1% 4,9%
Beta = b 1,2
Marktrisicopremie voor eigen vermogen = Em 6,3%
Belastingvoet 27%
Eigenvermogenkost vóór belastingen voor Bekaert 11,3% 13,2% 17,1%
Bekaert WACC - nominaal 8,3% 9,9% 13,4%
Verwachte inflatie 1,6% 1,8% 2,0%
Bekaert WACC in reële termen 6,8% 8,1% 11,3%

Op basis van de gegevens die op vandaag gekend zijn, zouden redelijkerwijs mogelijke veranderingen in de voornaamste veronderstellingen (waaronder de disconteringsvoet, de omzet- en marge-evolutie) geen aanleiding geven tot bijzondere waardeverminderingen voor één van de overige kasstroomgenererende eenheden waaraan goodwill werd toegewezen.

Op vandaag wordt de bufferruimte voor bijzondere waardeverminderingen op de goodwill van BBRG, d.i. het overschot van de realiseerbare waarde tegenover de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid van BBRG, geschat op € 335 miljoen. Sensitiviteitsanalyses uitgevoerd op redelijkerwijs mogelijke wijzigingen in de sleutelassumpties hebben aangetoond dat de bufferruimte voor bijzondere waardevermindering volledig zou opgebruikt zijn indien:

  • de EBITDA zou terugvallen tot onder de 80% van het huidig businessplan en de disconteringsvoet tezelfdertijd zou toenemen met 2% bij een gelijkblijvende perpetuele groeivoet;
  • de perpetuele groeivoet zou terugvallen tot nul en de disconteringsvoet tezelfdertijd zou toenemen met 4% bij gelijkblijvende EBITDA-niveaus gedurende de tijdshorizon van de prognoses.

6.3. Materiële vaste activa

Instal
Terreinen laties,
machines
Meubilair Overige
materiële
en en en rollend Financiële vaste Activa in
Aanschaffingswaarde
in duizend €
gebouwen uitrusting materieel leasing activa aanbouw Totaal
Per 1 januari 2015 1 049 850 2 395 062 94 418 9 738 6 129 90 339 3 645 537
Aanschaffingen 31 088 125 478 7 584 2 319 2 156 4 606 173 231
Verkopen en buitengebruikstellingen -15 242 -16 486 -8 389 - -434 -2 -40 553
Eerste consolidatie 48 939 30 210 1 573 - - 343 81 065
Uit consolidatie genomen -18 299 -30 680 -1 513 - -750 -5 638 -56 880
Overdrachten 1 - - - - - -7 857 -7 857
Omrekeningswinsten en
-verliezen (-) 27 546 108 619 3 250 -356 108 3 510 142 677
Inflatie-effecten op de openingssaldi 1 952 2 326 237 - - 7 4 522
Overige inflatie-effecten - - - - - 45 45
Per 31 december 2015 1 125 834 2 614 529 97 160 11 701 7 209 85 354 3 941 787
Per 1 januari 2016 1 125 834 2 614 529 97 160 11 701 7 209 85 354 3 941 787
Aanschaffingen 18 176 80 984 8 728 47 1 994 50 226 160 155
Verkopen en buitengebruikstellingen -853 -31 706 -3 806 -35 -56 - -36 456
Eerste consolidatie 22 652 69 286 483 33 - 1 788 94 242
Overdrachten 1 - - - - - -1 -1
Herclassificering als (-) / uit
aangehouden voor verkoop -44 775 -11 032 -412 - - -969 -57 188
Omrekeningswinsten en
-verliezen (-) 8 405 -13 398 -198 737 -98 3 376 -1 176
255 - - 55 4 694
Inflatie-effecten op de openingssaldi 1 996 2 388
Overige inflatie-effecten - - - - - -6 -6
Per 31 december 2016 1 131 435 2 711 051 102 210 12 483 9 049 139 823 4 106 051
Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen
Per 1 januari 2015
445 691 1 663 470 79 156 1 686 3 354 - 2 193 357
Afschrijvingen van het boekjaar 42 002 141 470 7 531 340 433 - 191 776
2 064 10 750 132 - - - 12 946
Bijzondere waardeverminderingen
Terugname van bijzondere
waardeverminderingen en
afschrijvingen -29 -1 520 -99 - - - -1 648
Verkopen en buitengebruikstellingen -13 556 -16 855 -7 800 - -64 - -38 275
Overdrachten 47 -60 16 - -2 - -
Uit consolidatie genomen -3 708 -14 738 -1 229 - -145 - -19 820
Omrekeningswinsten (-) en
-verliezen 19 591 78 299 2 800 -23 69 - 100 736
Inflatie-effecten op de openingssaldi 539 1 243 207 - - - 1 989
Per 31 december 2015 492 641 1 862 059 80 714 2 003 3 645 - 2 441 061
Per 1 januari 2016 492 641 1 862 059 80 714 2 003 3 645 - 2 441 061
Afschrijvingen van het boekjaar 43 120 141 781 7 129 451 450 - 192 931
Bijzondere waardeverminderingen 11 906 7 412 133 - - - 19 451
Terugname van bijzondere
waardeverminderingen en
afschrijvingen 5 -2 067 59 -27 - - -2 030
Verkopen en buitengebruikstellingen -448 -30 107 -3 659 -35 -10 - -34 259
Herclassificering als (-) / uit
aangehouden voor verkoop -20 808 -3 331 -169 - - - -24 308
Omrekeningswinsten (-) en
-verliezen -187 -13 381 -503 -37 -84 - -14 192
Inflatie-effecten op de openingssaldi
Per 31 december 2016
626
526 855
1 452
1 963 818
220
83 924
-
2 355
-
4 001
-
-
2 298
2 580 952

1 Overdrachten vallen op nul wanneer de totalen van immateriële activa (zie toelichting 6.1.) en materiële vaste activa worden opgeteld.

in duizend € Terreinen
en
gebouwen
Instal
laties,
machines
en
uitrusting
Meubilair
en rollend
materieel
Financiële
leasing
Overige
materiële
vaste
activa
Activa in
aanbouw
Totaal
Nettoboekwaarde per
31 december 2015 vóór
investeringssubsidies en
herclassificering van leasing 633 193 752 470 16 447 9 698 3 564 85 354 1 500 726
Netto-investeringssubsidies -7 739 -2 535 - - - - -10 274
Financiële leasing per categorie van
activa 7 314 2 308 76 -9 698 - - -
Nettoboekwaarde
per 31 december 2015 632 768 752 243 16 523 - 3 564 85 354 1 490 452
Nettoboekwaarde per
31 december 2016 vóór
investeringssubsidies en
herclassificering van leasing 604 580 747 233 18 287 10 128 5 048 139 823 1 525 099
Netto-investeringssubsidies -7 050 -2 201 - - - -1 134 -10 385
Financiële leasing per categorie van
activa 7 822 2 185 120 -10 128 - - -
Nettoboekwaarde
per 31 december 2016 605 352 747 217 18 407 - 5 048 138 689 1 514 714

De investeringsprogramma's in België, Chili, China, Indonesië, Roemenië, Slovakije en de Verenigde Staten vertegenwoordigden het grootste deel van de aanschaffingen. De netto-omrekeningswinst van dit jaar heeft voornamelijk betrekking op activa opgenomen in Chinese renminbi (€ -19,3 miljoen), Chileense peso (€ 9,1 miljoen), US dollar (€ 12,3 miljoen) en Braziliaanse real (€ 9,9 miljoen).

De methodologie voor het toetsen op bijzondere waardeverminderingen is consistent met deze die uitgelegd wordt in toelichting 6.2. 'Goodwill'. Voor meer details inzake eerste consolidatie en uit consolidatie genomen entiteiten verwijzen we naar toelichting 7.2. 'Effect van bedrijfscombinaties'. De eerste consolidatie is voornamelijk gerelateerd aan de fusie met Bridon.

Voor herclassificeringen als aangehouden voor verkoop verwijzen we naar toelichting 6.11. 'Activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop en verplichtingen verbonden met deze activa'. Inflatie-effecten hebben betrekking op de toepassing van inflatieboekhouden in Venezuela.

Er werden geen materiële vaste activa verpand als waarborg voor leningen.

6.4. Deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen

De Groep heeft geen deelnemingen in ondernemingen die worden geclassificeerd als geassocieerde ondernemingen.

Deelnemingen exclusief gerelateerde goodwill

Nettoboekwaarde
in duizend € 2015 2016
Per 1 januari 151 067 110 633
Resultaat van het boekjaar 18 320 25 445
Dividenden -18 682 -22 732
Omrekeningswinsten en -verliezen -34 660 28 814
Uit consolidatie genomen -5 382 -
Andere elementen van het resultaat -30 41
Per 31 december 110 633 142 201

In vergelijking met 2015 worden de betere resultaten in 2016 voornamelijk gestuwd door de deconsolidatie van de verliesmakende Xinyu-entiteiten. Voor een analyse van het resultaat van het boekjaar verwijzen we naar toelichting 5.6. ' Aandeel in het resultaat van joint ventures en geassocieerde ondernemingen'.

Omrekeningswinsten en –verliezen hebben voornamelijk betrekking op de aanzienlijke wijziging in de slotkoers van de Braziliaanse real tegenover de euro (3,4 in 2016 tegenover 4,3 in 2015).

Het bedrag als zijnde uit de consolidatie genomen in 2015 relateert aan het verwerven van de resterende belangen van BOSFA Pty Ltd en het verlies van betekenisvolle invloed in Bekaert (Xinyu) New Materials Co Ltd en Bekaert Xinyu Metal Products Co Ltd.

Gerelateerde goodwill

Aanschaffingswaarde

4 667
-1 181
3 486
895
3 486 4 381
3 486 4 381
114 119 146 582
in duizend € 2015 2016
Joint ventures
Belgo Bekaert Arames Ltda Brazilië 98 621 125 228
BMB-Belgo Mineira Bekaert Artefatos de Arame Ltda Brazilië 12 012 16 973
Totaal joint ventures, exclusief gerelateerde goodwill 110 633 142 201
Nettoboekwaarde van gerelateerde goodwill 3 486 4 381
Totaal joint ventures, inclusief gerelateerde goodwill 114 119 146 582

Er werden geen belangrijke voorwaardelijke activa met betrekking tot de joint ventures geïdentificeerd op balansdatum. De voornaamste voorwaardelijke verplichtingen op balansdatum houden verband met belastingen in Belgo Bekaert Arames Ltda en BMB-Belgo Mineira Bekaert Artefatos de Arame Ltda. Deze Braziliaanse joint ventures proberen al een tijd om ICMS-belastingvorderingen te compenseren voor een totale nettoboekwaarde van € 4,7 miljoen (2015: € 6,6 miljoen). Daarbij worden zij ook geconfronteerd met geschillen die betrekking hebben op ICMS-tegemoetkomingen voor een totaal bedrag van € 22,1 miljoen (2015: € 9,0 miljoen) en met andere belastinggeschillen, waarvan de meeste al jaren hangend zijn, voor een totaal nominaal bedrag van € 15,3 miljoen (2015: € 12,9 miljoen). Het is evident dat eventuele verliezen voortvloeiend uit bovenvermelde potentiële problemen de Groep slechts zouden affecteren in de mate van hun participatie in de betrokken joint ventures (i.e. 45%). Op balansdatum heeft de Groep geen niet-opgenomen engagement met betrekking tot haar belangen in joint ventures (2015: geen).

In overeenstemming met IFRS 12 'Informatieverschaffing over betrokkenheid in andere entiteiten' wordt de volgende informatie verstrekt voor belangrijke joint ventures. De twee Braziliaanse joint ventures werden samengevoegd om het overwicht van de samenwerking met ArcelorMittal te benadrukken bij het analyseren van het relatief belang van de joint ventures.

Deelnemingspercentage (en stemrechtenpercentage) aangehouden door de Groep op jaareinde

Naam van de joint venture
in duizend € Land 2015 2016
Belgo Bekaert Arames Ltda Brazilië 45,0% (50,0%) 45,0% (50,0%)
BMB-Belgo Mineira Bekaert Artefatos de Arame Ltda Brazilië 44,5% (50,0%) 44,5% (50,0%)

Belgo Bekaert Arames Ltda produceert en verkoopt een grote variëteit van draadproducten die meestal bestemd zijn voor industriële klanten, terwijl BMB hoofdzakelijk draad en kabels ter versterking van rubberbanden produceert en verkoopt.

Braziliaanse joint ventures: winst-en-verliesrekening
in duizend € 2015 2016
Omzet 709 597 661 718
Bedrijfsresultaat (EBIT) 79 665 74 541
Renteopbrengsten 3 998 4 107
Rentelasten -6 447 -3 560
Overige financiële opbrengsten en lasten -5 899 -961
Winstbelastingen -9 391 -10 449
Perioderesultaat 61 926 63 678
Andere elementen van het resultaat -73 89
Volledig perioderesultaat 61 853 63 767
Afschrijvingen en waardeverminderingen 18 084 20 280
EBITDA 97 749 94 821
Dividenden ontvangen van de entiteit 18 682 22 732

Braziliaanse joint ventures: balans

Braziliaanse joint ventures: balans
in duizend € 2015 2016
Vlottende activa 184 355 243 364
Vaste activa 172 056 209 986
Verplichtingen op ten hoogste een jaar -84 319 -104 001
Verplichtingen op meer dan een jaar -27 363 -34 400
Nettoactiva 244 729 314 949
Braziliaanse joint ventures: nettoschuldelementen
in duizend € 2015 2016
Rentedragende schulden op meer dan een jaar - -
Rentedragende schulden op ten hoogste een jaar 1 14 930 11 726
Totaal financiële schulden 14 930 11 726
Financiële vorderingen en kaswaarborgen op meer dan een jaar -83 -23 521
Leningen op ten hoogste een jaar - -2
Geldmiddelen en kasequivalenten -13 700 -14 809
Nettoschuld 1 147 -26 606

1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.

Braziliaanse joint ventures: aansluiting met nettoboekwaarde

Braziliaanse joint ventures: aansluiting met nettoboekwaarde
in duizend €
2015 2016
Nettoactiva van Belgo Bekaert Arames Ltda 218 323 277 404
Deelnemingspercentage van de Groep 45,0% 45,0%
Proportionele nettoactiva 98 245 124 832
Consolidatie-aanpassingen 377 397
Nettoboekwaarde van de deelneming van de Groep in Belgo Bekaert Arames Ltda 98 622 125 229
Nettoactiva van BMB-Belgo Mineira Bekaert Artefatos de Arame Ltda 26 406 37 544
Deelnemingspercentage van de Groep 44,5% 44,5%
Proportionele nettoactiva 11 751 16 707
Consolidatie-aanpassingen 261 265
Nettoboekwaarde van de deelneming van de Groep in BMB-Belgo Mineira Bekaert
Artefatos de Arame Ltda 12 012 16 972
Nettoboekwaarde van de deelneming van de Groep in de Braziliaanse joint
ventures 110 634 142 201

Geaggregeerde informatie van de overige joint ventures

in duizend € 2015 2016
Aandeel van de Groep in het resultaat uit voortgezette bedrijfsactiviteiten -5 948 -
Aandeel van de Groep in het volledig perioderesultaat -5 948 -
Geaggregeerde nettoboekwaarde van het aandeel van de Groep in deze joint ventures - -

6.5. Overige vaste activa

2015 2016
9 694 6 664
8 549 7 937
5 897 -
7 42
15 626 17 499
39 773 32 142

Financiële vaste activa beschikbaar voor verkoop

Nettoboekwaarde
in duizend € 2015 2016
Per 1 januari 9 979 15 626
Aanschaffingen 100 41
Verkopen -123 -3
Veranderingen in reële waarde -2 001 2 349
Waardeverminderingen -302 -591
Eerste consolidatie - 3
Overboekingen 8 007 -
Omrekeningswinsten en -verliezen -34 74
Per 31 december 15 626 17 499

De financiële vaste activa beschikbaar voor verkoop hebben in hoofdzaak betrekking op de deelneming in:

  • Shougang Concord Century Holdings Ltd, een vennootschap die genoteerd is op de beurs van Hong Kong. Op deze deelneming werd een bijzondere waardevermindering van € 0,6 miljoen opgenomen in het resultaat. Op dezelfde deelneming werd een toename in reële waarde (€ 2,3 miljoen) opnieuw opgenomen in het eigen vermogen in overeenstemming met IAS 39, 'Financiële instrumenten: opname en waardering'.
  • Bekaert (Xinyu) New Materials Co Ltd en Bekaert Xinyu Metal Products Co Ltd.
  • Transportes Puelche Ltda, een deelneming aangehouden door Acma SA (Chili).

Het bedrag geregistreerd als aanschaffing is gerelateerd aan Transportes Puelche Ltda.

6.6. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen

Nettoboekwaarde Vorderingen Verplichtingen
in duizend € 2015 2016 2015 2016
Per 1 januari 1 102 977 132 494 54 253 53 213
Toename of afname via resultaat 1 27 010 18 436 10 017 -12 516
Toename of afname via OCI 1 -670 -737 - -
Eerste consolidatie 8 174 9 480 292 22 861
Uit consolidatie genomen -291 - - -
Herclassificering als aangehouden voor verkoop - -449 - -4 486
Omrekeningswinsten en -verliezen 1 2 723 1 010 -3 920 3 350
Saldering vorderingen en verplichtingen -7 429 -9 866 -7 429 -9 866
Per 31 december 132 494 150 368 53 213 52 556

1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten':

- Openingssaldo: € 1,7 miljoen

- Toename via resultaat: € 0,1 miljoen

- Afname via OCI: € -0,7 miljoen

- Omrekeningswinsten en -verliezen: € 0,2 miljoen

- Slotsaldo: € 1,3 miljoen

Opgenomen uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen

Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen zijn toe te wijzen aan de volgende rubrieken:

Vorderingen Verplichtingen Nettovorderingen
in duizend € 2015 2016 2015 2016 2015 2016
Immateriële activa 7 550 45 407 6 845 11 718 705 33 689
Materiële vaste activa 45 486 45 349 44 638 51 385 848 -6 036
Financiële vaste activa 7 11 24 804 16 484 -24 797 -16 473
Voorraden 10 726 10 517 2 980 4 003 7 746 6 514
Vorderingen 9 296 10 470 3 769 264 5 527 10 206
Andere vlottende activa 977 267 3 428 3 623 -2 451 -3 356
Voorzieningen voor
personeelsbeloningen 1 26 975 29 582 105 144 26 870 29 438
Overige voorzieningen 5 921 7 160 5 959 677 -38 6 483
Overige verplichtingen 14 180 13 137 8 395 21 835 5 785 -8 698
Overdraagbare fiscaal
aftrekbare verliezen,
aftrekposten en
terugvorderbare belastingen 59 086 46 045 - - 59 086 46 045
Belastingvorderingen /
-verplichtingen 180 204 207 945 100 923 110 133 79 281 97 812
Saldering vorderingen en
verplichtingen -47 710 -57 577 -47 710 -57 577 - -
Nettobelastingvorderingen /
-verplichtingen 132 494 150 368 53 213 52 556 79 281 97 812

1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.

De uitgestelde belastingverplichtingen met betrekking tot materiële vaste activa komen voornamelijk voort uit verschillen in gebruiksduur tussen IFRS en de fiscale boeken, terwijl de uitgestelde belastingverplichtingen gerelateerd aan immateriële vaste activa gegenereerd zijn door de eliminatie van intragroepswinsten in de geconsolideerde jaarrekening. De uitgestelde belastingverplichtingen met betrekking tot financiële vaste activa hebben voornamelijk te maken met tijdelijke verschillen die ontstaan uit niet-uitgekeerde winsten bij dochterondernemingen en joint ventures.

De evolutie van uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen is als volgt te verklaren:

Opgenomen
via winst-en Overnames
en
Omreke
2015
in duizend €
Per
1 januari
verlies
rekening
Opgenomen
via OCI
afstotingen 2 Herclassifi
ceringen
ningswinsten
en -verliezen
Per
31 december
Tijdelijke verschillen
Immateriële activa 1 543 -178 - -3 - -657 705
Materiële vaste activa -7 984 -3 173 - 6 485 - 5 520 848
Financiële vaste activa -16 064 -9 149 -67 - - 483 -24 797
Voorraden 5 582 4 429 - -1 666 - -599 7 746
Vorderingen 7 811 -2 627 - -3 - 346 5 527
Andere vlottende
activa -8 034 5 663 - 31 - -111 -2 451
Voorzieningen voor
personeelsbeloningen 1 30 892 -6 250 -603 1 496 - 1 335 26 870
Overige voorzieningen 1 800 -2 631 - 553 - 240 -38
Overige verplichtingen 11 308 -5 750 - 351 - -124 5 785
Overdraagbare fiscaal
aftrekbare verliezen,
aftrekposten en
terugvorderbare
belastingen 21 870 36 659 - 347 - 210 59 086
Totaal 48 724 16 993 -670 7 591 - 6 643 79 281
Opgenomen
via winst-en
Overnames Omreke
2016 Per verlies Opgenomen en Herclassifi ningswinsten Per
in duizend € 1 januari rekening via OCI afstotingen 2 ceringen 3 en -verliezen 31 december
Tijdelijke verschillen
Immateriële activa 705 41 579 - -9 255 - 660 33 689
Materiële vaste activa 848 3 319 - -10 793 4 393 -3 803 -6 036
Financiële vaste activa -24 797 9 019 - -523 87 -259 -16 473
Voorraden 7 746 311 - -1 347 - -196 6 514
Vorderingen 5 527 4 756 - 41 - -118 10 206
Andere vlottende
activa -2 451 -905 - -20 - 20 -3 356
Voorzieningen voor
personeelsbeloningen 26 870 93 -601 2 534 - 542 29 438
Overige voorzieningen -38 4 735 - 1 626 - 160 6 483
Overige verplichtingen
Overdraagbare fiscaal
aftrekbare verliezen,
aftrekposten en
terugvorderbare
5 785 -14 265 -136 390 -443 -29 -8 698
belastingen 59 086 -17 690 - 3 966 - 683 46 045

1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.

2 In 2016 heeft dit betrekking op de bedrijfscombinaties zoals beschreven in toelichting 7.2. 'Effect van bedrijfscombinaties'. In 2015 omvat dit het effect van de de overname van Pirelli's staalkoordvestigingen, de overname van Arrium's Ropes business in Australië, de gefaseerde overname van BOSFA Pty Ltd in Australië en de verkoop van de Carding Solutions-activiteiten aan Groz-Beckert.

3 Zie toelichting 6.11. 'Activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop en verplichtingen verbonden met deze activa'.

Uitgestelde belastingen in verband met andere elementen van het resultaat (OCI)

2015 Voor Na
in duizend € belastingen Belastingen belastingen
Omrekeningsverschillen 1 -16 682 - -16 682
Inflatie-aanpassingen 1 208 - 1 208
Kasstroomafdekkingen 175 -67 108
Financiële activa beschikbaar voor verkoop -2 001 - -2 001
Winsten en verliezen uit herwaardering van toegezegdpensioenregelingen 1 14 473 -603 13 870
Aandeel in de andere elementen van het resultaat van joint ventures en
geassocieerde ondernemingen -30 - -30
Totaal -2 857 -670 -3 527
2016 Voor Na
in duizend € belastingen Belastingen belastingen
Omrekeningsverschillen 36 837 - 36 837
Inflatie-aanpassingen 1 483 - 1 483
Kasstroomafdekkingen 742 -136 606
Financiële activa beschikbaar voor verkoop 2 349 - 2 349
Winsten en verliezen uit herwaardering van toegezegdpensioenregelingen -9 978 -601 -10 579
Aandeel in de andere elementen van het resultaat van joint ventures en
geassocieerde ondernemingen 40 - 40
Totaal 31 473 -737 30 736

1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.

Niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen

Er werden geen uitgestelde belastingvorderingen opgenomen met betrekking tot volgende aftrekbare elementen (brutowaarden):

in duizend € 2015 2016 Verschil
Aftrekbare tijdelijke verschillen 298 863 295 937 -2 926
Beleggingsverliezen 26 627 23 534 -3 093
Operationele verliezen 658 063 714 552 56 489
Aftrekposten 50 866 47 551 -3 315
Totaal 1 034 419 1 081 574 47 155

Beleggingsverliezen, operationele verliezen en aftrekposten per vervaldatum

Onderstaande tabel geeft de vervaldatum terug voor alle gevallen (opgenomen en niet-opgenomen).

2015
in duizend €
Te vervallen
binnen 1 jaar
Te vervallen
tussen 1 en 5
jaar
Te vervallen
na meer dan
5 jaar
Niet
vervallend
Totaal
Beleggingsverliezen - - - 26 627 26 627
Operationele verliezen 13 673 154 015 71 946 604 398 844 032
Aftrekposten - 57 052 - 35 942 92 994
Totaal 13 673 211 067 71 946 666 967 963 653
2016
in duizend €
Te vervallen
binnen 1 jaar
Te vervallen
tussen 1 en 5
jaar
Te vervallen
na meer dan
5 jaar
Niet
vervallend
Totaal
Beleggingsverliezen - - - 23 534 23 534
Operationele verliezen 45 281 100 416 50 864 692 349 888 910
Aftrekposten - 56 856 - 10 781 67 637
Totaal 45 281 157 272 50 864 726 664 980 081

6.7. Operationeel werkkapitaal

in duizend € 2015 2016
Grond- en hulpstoffen en wisselstukken 199 091 229 894
Goederen in bewerking en gereed product 323 451 384 359
Handelsgoederen 106 189 110 247
Voorraden 628 731 724 500
Handelsvorderingen 686 364 739 145
Ontvangen bankwissels 68 005 60 182
Betaalde voorschotten 15 126 19 531
Handelsschulden -456 783 -556 361
Ontvangen voorschotten -3 137 -12 732
Schulden m.b.t. verloning en sociale zekerheid -117 532 -123 559
Belastingen m.b.t. personeel -8 016 -8 198
Operationeel werkkapitaal 812 758 842 508
Nettoboekwaarde
in duizend € 2015 2016
Per 1 januari 974 611 812 758
Organische toename of afname -212 266 -16 336
Afwaarderingen en terugname van afwaarderingen -8 281 1 175
Eerste consolidatie 58 899 52 003
Uit consolidatie genomen -8 465 -
Impact inflatieboekhouden 1 241 2 361
Herclassificering als / uit (-) aangehouden voor verkoop - -26 347
Omrekeningswinsten en -verliezen (-) 7 019 16 894
Per 31 december 812 758 842 508

Het gemiddeld operationeel werkkapitaal vertegenwoordigde 22,6% van de omzet (2015: 24,8%).

Bijkomende informatie volgt hieronder:

  • Voorraden

De kostprijs van verkopen bevat vervoer- en verhandelingskosten van gereed product voor € 159,3 miljoen (2015: € 165,9 miljoen), die nooit werden gekapitaliseerd in voorraden. De bewegingen in de voorraden omvatten nettoafwaarderingen in 2016 voor € 5,1 miljoen (2015: nettoafwaarderingen voor € 6,8 miljoen). Er werden net als in 2015 geen voorraden verpand als waarborg voor leningen.

  • Handelsvorderingen

De volgende tabel stelt de bewegingen in waardeverminderingen op handelsvorderingen voor:

Waardeverminderingen voor dubieuze vorderingen

in duizend € 2015 2016
Per 1 januari -41 767 -45 076
Opgenomen verliezen in huidig jaar -8 614 -8 287
Opgenomen verliezen in vorige jaren - aangewende bedragen 4 140 1 787
Opgenomen verliezen in vorige jaren - terugname van niet aangewende
bedragen 3 013 2 391
Uit consolidatie genomen 52 -
Herclassificering als / uit (-) aangehouden voor verkoop - 849
Omrekeningswinsten en verliezen (-) -1 900 534
Per 31 december -45 076 -47 802

De volgende tabel geeft verdere informatie omtrent waardeverminderingen en vervallen vorderingen:

Handelsvorderingen en ontvangen bankwissels
in duizend € 2015 2016
Brutoboekwaarde 799 445 847 129
Waardeverminderingen voor dubieuze vorderingen (afgewaardeerd) -45 076 -47 802
Nettoboekwaarde 754 369 799 327
waarvan vervallen maar niet afgewaardeerd
bedrag 93 097 95 844
gemiddeld aantal dagen uitstaand 106 78

Betreffende de handelsvorderingen die niet afgewaardeerd en niet vervallen zijn, zijn er geen aanwijzingen dat de debiteuren hun betalingsverplichtingen niet zullen nakomen. Voor meer informatie over

kredietverbeteringstechnieken verwijzen wij naar toelichting 7.3. 'Beheer van financiële risico's en derivaten'.

6.8. Overige vorderingen

Nettoboekwaarde
in duizend €
2015
2016
Per 1 januari
106 627
99 286
Toename of afname
-12 483
14 072
Waardeverminderingen en terugnemingen van waardeverminderingen
1 556
8
Eerste consolidatie
3 219
4 261
Uit consolidatie genomen
-3 165
-
Herclassificeringen
-
-11 613
Omrekeningswinsten en -verliezen
3 532
2 470
Per 31 december
99 286
108 484

Overige vorderingen hebben voornamelijk betrekking op winstbelastingen (€ 40,1 miljoen (2015: € 40,3 miljoen)), BTW en overige belastingen (€ 55,5 miljoen (2015: € 49,7 miljoen)) en sociale leningen aan personeel (€ 2,2 miljoen (2015: € 3,0 miljoen)).

6.9. Geldmiddelen & kasequivalenten en geldbeleggingen

Nettoboekwaarde
in duizend €
2015 2016
Geldmiddelen en kasequivalenten 401 771 365 546
Geldbeleggingen 10 216 5 342

Voor de wijzigingen in geldmiddelen en kasequivalenten: zie het geconsolideerd kasstroomoverzicht en toelichting 7.1. 'Toelichtingen bij het kasstroomoverzicht'. Kasequivalenten en geldbeleggingen omvatten op de balansdatum geen marktgenoteerde schuldinstrumenten of eigenvermogensinstrumenten en worden zonder uitzondering geclassificeerd als leningen en vorderingen.

6.10. Overige vlottende activa

Nettoboekwaarde
in duizend € 2015 2016
Leningen en financiële vorderingen op ten hoogste een jaar 1 34 773 13 991
Betaalde voorschotten 15 126 19 531
Derivaten (zie toelichting 7.3.) 9 747 7 037
Overlopende rekeningen (actief) 1 6 403 11 665
Per 31 december 66 049 52 225
1

1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.

De leningen en financiële vorderingen op ten hoogste een jaar hebben voornamelijk betrekking op leningen aan partners in China (€ 10,4 miljoen), en op diverse kaswaarborgen (€ 3,0 miljoen).

6.11. Activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop en verplichtingen verbonden met deze activa

Nettoboekwaarde
in duizend € 2015 2016
Per 1 januari - -
Toenames en afnames (-) - 100 848
Omrekeningswinsten en -verliezen - 11 513
Per 31 december - 112 361
in duizend € 2015 2016
Immateriële activa - 9 939
Materiële vaste activa - 36 674
Overige vaste activa - 5 651
Uitgestelde belastingvorderingen - 505
Voorraden - 10 140
Handelsvorderingen - 27 880
Overige vorderingen - 13 326
Geldmiddelen en kasequivalenten - 8 241
Overige vlottende activa - 5
Totaal activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop - 112 361
Voorzieningen voor personeelsbeloningen op meer dan een jaar - 33
Overige voorzieningen op meer dan een jaar - 6 444
Rentedragende schulden op meer dan een jaar - 551
Uitgestelde belastingverplichtingen - 5 045
Rentedragende schulden op ten hoogste een jaar - 662
Handelsschulden - 7 117
Personeelsbeloningen - 1 240
Verplichtingen met betrekking tot winstbelastingen - 10 705
Overige verplichtingen op ten hoogste een jaar - 1 703
Totaal verplichtingen verbonden met activa geclassificeerd als
aangehouden voor verkoop - 33 500

Bekaert is in onderhandeling met ArcelorMittal om de Sumaré plant onder te brengen in een gelijkaardige joint venture structuur als de overige Braziliaanse operaties. Er wordt verwacht dat deze onderhandelingen zullen afgerond worden in 2017. Overige bewegingen hebben voornamelijk betrekking op gebruiksrechten voor terreinen van Bekaert (Huizhou) Steel Cord Co Ltd.

De gecumuleerde wisselkoersverschillen gerelateerd aan Bekaert Sumaré Ltda bedragen € -0,3 miljoen op balansdatum.

6.12. Gewone aandelen, eigen aandelen en op aandelen gebaseerde betalingen

2015
Geplaatst kapitaal Nominale Aantal 2016
Nominale
Aantal
in duizend € waarde aandelen waarde aandelen
1 Per 1 januari 176 914 60 111 405 176 957 60 125 525
Bewegingen van het jaar
Uitgifte van nieuwe aandelen 43 14 120 655 222 000
Per 31 december 176 957 60 125 525 177 612 60 347 525
2 Structuur
2.1 Soorten aandelen
Gewone aandelen zonder nominale
waarde 176 957 60 125 525 177 612 60 347 525
2.2 Aandelen op naam 148 202 207 619
Gedematerialiseerde aandelen 59 977 323 60 139 906
Toegestaan niet-geplaatst kapitaal 152 175 176 000

In totaal werden 222 000 warrants uitgeoefend in 2016 in het kader van het SOP 2005-2009-aandelenoptieplan, wat geresulteerd heeft in de uitgifte van 222 000 nieuwe aandelen van de Onderneming.

Van de 4 248 710 eigen aandelen die de Onderneming in portefeuille had per 31 december 2015, heeft de Onderneming er 392 049 verkocht in het kader van op aandelen gebaseerde betalingen. Er werden 28 785 eigen aandelen ingekocht en er werden geen eigen aandelen vernietigd in 2016. Bijgevolg had de Onderneming een totaal van 3 885 446 eigen aandelen in bezit per 31 december 2016.

Aandelenoptieplannen

In onderstaande tabellen zijn de details van de aandelenoptieplannen weergegeven die hetzij op de balansdatum, hetzij op de vorige balansdatum nog een uitstaand saldo vertoonden:

Overzicht aandelenoptieplan SOP1

Datum van
toekenning
Uitoefen Aantal warrants Eerste Laatste
Datum van
aanbod
Datum van
uitgifte van
warrants
prijs
(in €)
Toege
kend
Uitge
oefend
Verbeurd
verklaard
Uitstaand uitoefen
periode
uitoefen
periode
22.05 - 22.05 -
12.07.2002 10.09.2002 25.09.2002 15,825 106 152 105 432 720 - 30.06.2006 15.06.2015
106 152 105 432 720 -

Overzicht aandelenoptieplan SOP2

Aantal opties
Laatste
uitoefen
periode
Eerste
uitoefen
periode
Uitstaand Verbeurd
verklaard
Uitge
oefend
Toege
kend
Uitoefen
Datum van
Datum van
prijs
toekenning
(in €)
aanbod
15.11 - 22.05 -
15.12.2021 30.06.2010 10 000 - 27 500 37 500 30,175 19.02.2007 21.12.2006
15.11 - 22.05 -
15.12.2017 30.06.2011 - - 12 870 12 870 28,335 18.02.2008 20.12.2007
15.11 - 22.05 -
15.12.2022 30.06.2011 19 320 - 11 310 30 630 28,335 18.02.2008 20.12.2007
15.11 - 22.05 -
15.12.2018 30.06.2012 14 000 - 50 500 64 500 16,660 16.02.2009 18.12.2008
15.11 - 22.05 -
15.12.2019 30.06.2013 44 500 - 5 000 49 500 33,990 15.02.2010 17.12.2009
87 820 - 107 180 195 000

Overzicht aandelenoptieplan SOP 2005-2009

Aantal warrants
Laatste
uitoefen
periode
Eerste
uitoefen
periode
Uitstaand Verbeurd
verklaard
Uitge
oefend
Toege
kend
Uitoefen
prijs
(in €)
Datum van
uitgifte van
warrants
Datum van
toekenning
Datum van
aanbod
15.11 - 22.05 -
15.12.2020 30.06.2009 7 716 15 182 967 190 698 23,795 22.03.2006 20.02.2006 22.12.2005
15.11 - 22.05 -
15.12.2021 30.06.2010 8 970 600 144 240 153 810 30,175 22.03.2007 19.02.2007 21.12.2006
15.11 - 22.05 -
15.12.2017 30.06.2011 1 000 9 900 3 200 14 100 28,335 22.04.2008 18.02.2008 20.12.2007
15.11 - 22.05 -
15.12.2022 30.06.2011 61 150 12 700 141 250 215 100 28,335 22.04.2008 18.02.2008 20.12.2007
15.11 - 22.05 -
15.12.2018 30.06.2012 39 100 19 500 229 550 288 150 16,660 20.10.2009 16.02.2009 18.12.2008
15.11 - 22.05 -
15.12.2019 30.06.2013 116 550 52 500 56 400 225 450 33,990 08.09.2010 15.02.2010 17.12.2009
234 486 95 215 757 607 1 087 308

Overzicht aandelenoptieplan SOP 2010-2014

Aantal opties
Datum van
aanbod
Datum van
toekenning
prijs
(in €)
Toege
kend
Uitge
oefend
Verbeurd
verklaard
Uitstaand uitoefen
periode
Laatste
uitoefen
periode
28.02 - Medio nov.-
16.12.2010 14.02.2011 77,000 360 925 - 65 200 295 725 13.04.2014 15.12.2020
Medio nov. -
22.12.2011 20.02.2012 25,140 287 800 166 900 2 600 118 300 12.04.2015 21.12.2021
Medio nov. -
20.12.2012 18.02.2013 19,200 267 200 175 442 2 700 89 058 10.04.2016 19.12.2022
Eind feb. -
09.04.2017 28.03.2023
Medio nov. -
09.04.2017 18.12.2023
Medio nov. -
18.12.2014 16.02.2015 26,055 349 810 - 2 100 347 710 08.04.2018 17.12.2024
1 899 185
29.03.2013
19.12.2013
28.05.2013
17.02.2014
Uitoefen
21,450
25,380
260 000
373 450
-
-
-
2 400
260 000
371 050
Eerste
27.02. -
Eind feb. -
Eind feb. -
Eind feb. -
Eind feb. -
342 342
75 000
1 481 843

Overzicht aandelenoptieplan SOP 2015-2017

Aantal opties
Datum van
aanbod
Datum van
toekenning
Uitoefen
prijs
(in €)
Toege
kend
Uitge
oefend
Verbeurd
verklaard
Uitstaand Eerste
uitoefen
periode
Laatste
uitoefen
periode
Eind febr. - Medio nov. -
17.12.2015 15.02.2016 26,375 227 250 - - 227 250 07.04.2019 16.12.2025
227 250 - - 227 250
2015 Gewogen 2016 Gewogen
gemiddelde
uitoefenprijs
gemiddelde
uitoefenprijs
Aandelenoptieplan SOP1 Aantal warrants (in €) Aantal warrants (in €)
Uitstaand op 1 januari 720 15,825 - -
Uitgeoefend gedurende het jaar -720 15,825 - -
Uitstaand op 31 december - - - -
2015 2016
Gewogen Gewogen
gemiddelde
uitoefenprijs
gemiddelde
uitoefenprijs
Aandelenoptieplan SOP2 Aantal opties (in €) Aantal opties (in €)
Uitstaand op 1 januari 143 500 25,166 143 500 25,166
Uitgeoefend gedurende het jaar - - -55 680 18,254
Uitstaand op 31 december 143 500 25,166 87 820 29,549
2015 2016
Gewogen Gewogen
gemiddelde gemiddelde
uitoefenprijs uitoefenprijs
Aandelenoptieplan SOP 2005-2009 Aantal warrants (in €) Aantal warrants (in €)
Uitstaand op 1 januari 489 386 26,720 456 486 26,710
Verbeurd verklaard gedurende het jaar -19 500 33,873 - -
Uitgeoefend gedurende het jaar -13 400 16,660 -222 000 24,164
Uitstaand op 31 december 456 486 26,710 234 486 29,120
2015 Gewogen
gemiddelde
uitoefenprijs
2016 Gewogen
gemiddelde
uitoefenprijs
Aandelenoptieplan SOP 2010-2014 Aantal opties (in €) Aantal opties (in €)
Uitstaand op 1 januari 1 498 075 34,413 1 821 585 32,942
Toegekend gedurende het jaar 349 810 26,055 - -
Uitgeoefend gedurende het jaar -26 300 25,140 -316 042 21,843
Verbeurd verklaard gedurende het jaar - - -23 700 67,259
Uitstaand op 31 december 1 821 585 32,942 1 481 843 34,760
2015 2016
Gewogen Gewogen
gemiddelde gemiddelde
uitoefenprijs uitoefenprijs
Aandelenoptieplan SOP 2015-2017 Aantal opties (in €) Aantal opties (in €)
Toegekend gedurende het jaar - - 227 250 26,375
Uitstaand op 31 december - - 227 250 26,375
Gewogen gemiddelde resterende contractuele looptijd
in jaren
2015
2016
SOP2
3,7
3,2
SOP 2005-2009
4,5
3,7
SOP 2010-2014
7,1
6,3
SOP 2015-2017
-
9,0

In 2016 was de gewogen gemiddelde aandelenkoers niet van toepassing voor de SOP1-warrants (2015: € 26,22), € 40,69 voor de SOP2-opties (2015: niet van toepassing), € 39,45 voor de SOP 2005-2009-warrants (2015: € 26,36) en € 35,42 voor de SOP 2010-2014-opties (2015: € 27,09). De uitoefenprijs van de warrants en opties is gelijk aan het laagste van (i) de gemiddelde slotkoers van het aandeel van de Onderneming op de beurs gedurende dertig dagen die het aanbod voorafgaan en (ii) de laatste slotkoers die voorafgaat aan de dag van het aanbod. Wanneer de warrants onder het SOP1-plan of het SOP 2005-2009-plan uitgeoefend worden, wordt het eigen vermogen verhoogd met de ontvangen opbrengsten. Volgens de voorwaarden van de SOP1- en SOP2 plannen waren alle tot in 2004 toegekende warrants of opties onmiddellijk verworven.

Onder de voorwaarden van het aandelenoptieplan SOP 2010-2014 werden opties tot het verwerven van bestaande aandelen van de Onderneming aangeboden aan de leden van het Bekaert Group Executive, de Senior Vice Presidents en een aantal hogere kaderleden gedurende de periode 2010-2014. De toekenningsdata van elk aanbod waren gepland in de periode 2011-2015. De uitoefenprijs van het aandelenoptieplan SOP 2010-2014 werd op dezelfde manier bepaald als van de voorgaande plannen. De toezeggingsvoorwaarden van zowel de SOP 2010-2014-toekenningen, de SOP2005-2009-toekenningen als de SOP2-toekenningen vanaf 2006 zijn zo opgesteld dat de warrants of opties volledig verworven zullen zijn op 1 januari van het vierde jaar na de datum van het aanbod. In het kader van de Economische Herstelwet van 27 maart 2009 werd de uitoefenperiode van de SOP2-opties en de SOP 2005-2009-warrants toegekend in 2006, 2007 en 2008 met vijf jaar verlengd in het voordeel van begunstigden die onderworpen waren aan de Belgische inkomstenbelastingen op het ogenblik dat de verlenging werd aangeboden.De toename in reële waarde toegekend als gevolg van de verlengde uitoefenperiode bedraagt € 0,3 miljoen.

De opties toegekend onder SOP2 en SOP 2010-2014 en de warrants toegekend onder SOP 2005-2009 worden opgenomen tegen reële waarde op de toekenningsdatum in overeenstemming met IFRS 2 (zie toelichting 6.13. 'Overgedragen resultaten en overige Groepsreserves'). De reële waarde van de opties wordt bepaald door middel van een binomiaal waarderingsmodel. Inputs en uitkomsten van het optiewaarderingsmodel worden hieronder gedetailleerd:

Waarderingsmodel
Aandelenoptieplannen
Toegekend in
februari 2015
Toegekend in
februari 2016
Toegekend in
februari 2017 1
Inputs van het model
Aandelenkoers op toekenningsdatum
(in €) 25,65 27,25 39,39
Uitoefenprijs (in €) 26,06 26,38 39,43
Verwachte volatiliteit 39% 39% 39%
Verwacht dividendrendement 3% 3% 3%
Wachtperiode (jaren) 3 3 3
Contractduur (jaren) 10 10 10
Uitstroom van personeel 3% 3% 3%
Risicovrije rentevoet 0,05% 0,05% 0,05%
Uitoefenfactor 1,40 1,40 1,40
Uitkomst van het model
Reële waarde (in €) 6,71 7,44 10,32
Toegekende opties 349 810 227 250 273 325

1 Zie toelichting 7.6. 'Gebeurtenissen na balansdatum'.

Het model houdt rekening met een vervroegde uitoefening door middel van een uitoefenfactor. Een uitoefenfactor van 1,40 staat voor de veronderstelling dat de gemiddelde begunstigde de opties en warrants uitoefent na de wachtperiode zodra de aandelenkoers de uitoefenprijs 40% overstijgt (gemiddeld).

In de loop van 2016 werden 227 250 opties (2015: 349 810) toegekend onder SOP 2015-2017 met een reële waarde van € 7,44 (2015: € 6,71) per eenheid. De Groep heeft een last tegenover het eigen vermogen opgenomen voor een bedrag van € 3,3 miljoen (2015: € 2,9 miljoen) op basis van een lineaire afschrijving over de toezeggingsperiode van de reële waarde van de opties en warrants.

Prestatieaandelenplan

De leden van het Bekaert Group Executive, het senior management en een beperkt aantal kaderleden van de Onderneming en van enkele van haar dochtervennootschappen ontvingen gedurende 2015 en 2016 prestatieaandeeleenheden die de begunstigde het recht geven prestatieaandelen te ontvangen volgens de voorwaarden van het Performance Share Plan 2015-2017. Deze prestatieaandeeleenheden zullen uitoefenbaar zijn na een wachttijd van drie jaar op voorwaarde dat een vooraf vastgelegde prestatiedoelstelling bereikt wordt. De prestatiedoelstelling werd vastgelegd door de Raad van Bestuur, in lijn met de strategie van de Groep.

De prestatieaandeeleenheden toegekend onder het Performance Share Plan 2015-2017 worden opgenomen tegen reële waarde op de toekenningsdatum in overeenstemming met IFRS 2 (zie toelichting 6.13. 'Overgedragen resultaten en overige Groepsreserves'). De reële waarde van de prestatieaandeeleenheden wordt bepaald door middel van een binomiaal waarderingsmodel. Inputs en uitkomsten van het optiewaarderingsmodel worden hieronder gedetailleerd:

Toegekend in
Waarderingsmodel
Prestatieaandelenplan
december
2015
februari
2016
juli
2016
december
2016 1
februari
2017 2
Inputs van het model
Aandelenkoers op toekennings
datum (in €) 27,25 32,00 38,38 39,49 46,90
Verwachte volatiliteit 39% 39% 39% 39% 39%
Verwacht dividendrendement 3% 3% 3% 3% 3%
Wachtperiode (jaren) 3 2,83 3 3 2,83
Uitstroom van personeel 3% 3% 3% 3% 0%
Risicovrije rentevoet -0,20% -0,41% -0,56% -0,53% -0,53%
Uitkomst van het model
Reële waarde (in €) 36,08 46,89 50,30 52,15 46,90
Toegekende prestatieaandeel
eenheden 50 850 10 000 2 500 52 450 10 000

1 In het resultaat opgenomen vanaf 1 januari 2017.

2 Zie toelichting 7.6. 'Gebeurtenissen na balansdatum'.

In 2016 werd een aanbod van 52 450 prestatieaandeeleenheden (2015: 50 850) gedaan in het kader van Performance Share Plan 2015-2017. De toegekende eenheden vertegenwoordigen een reële waarde van € 2,7 miljoen (2015: € 1,8 miljoen). Daarnaast werd een uitzonderlijk aanbod gedaan van

10 000 prestatieaandeeleenheden aan de Chief Executive Officer op 29 februari 2016 en een uitzonderlijk aanbod van 2 500 prestatieaandeeleenheden aan de nieuw aangeworven Chief Financial Officer op 1 juli 2016. De Groep heeft een last tegenover het eigen vermogen opgenomen voor een bedrag van € 0,8 miljoen op basis van een lineaire afschrijving over de toezeggingsperiode van de reële waarde van de aangeboden Prestatieaandeeleenheden.

Personal Shareholding Requirement Plan

In maart 2016 introduceerde de Onderneming het Personal Shareholding Requirement Plan voor de Chief Executive Officer en andere leden van het Bekaert Group Executive ('BGE'), op grond waarvan ze verplicht zijn een persoonlijk belang in aandelen van de Onderneming op te bouwen en waarbij de verwerving van het vereiste aantal aandelen van de Onderneming wordt ondersteund door een zogenaamd matching-mechanisme door de Onderneming. Oorspronkelijk bestond het matching-mechanisme van de Onderneming erin dat de Onderneming de investering van de BGE-leden in aandelen van de Onderneming in jaar x zou evenaren met een premie (uit te betalen op het einde van jaar x+2) die dan zou moeten worden gebruikt door het BGE-lid om te investeren in aandelen van de Onderneming. Op voorstel van de Raad van Bestuur en onder voorbehoud van de goedkeuring door de Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 29 maart 2017, zou dit matchingmechanisme van de Onderneming worden aangepast (met retroactief effect vanaf de start van het Personal Shareholding Requirement Plan), in die zin dat de Onderneming de investering van de BGE-leden in aandelen van de Onderneming in jaar x zal evenaren door een direct aanbod van een gelijk aantal aandelen van de Onderneming als verworven door het BGE-lid (zulk aanbod zal gedaan worden op het einde van jaar x+2).

De matching shares toegekend onder het Personal Shareholding Requirement Plan 2016 worden opgenomen tegen reële waarde op de toekenningsdatum in overeenstemming met IFRS 2 (zie toelichting 6.13. 'Overgedragen resultaten en overige Groepsreserves'). De reële waarde van de matching shares wordt bepaald door middel van een binomiaal waarderingsmodel. Inputs en uitkomsten van het waarderingsmodel worden hieronder gedetailleerd:

Waarderingsmodel Toe te kennen
Matching share december 2018
Inputs van het model
Aandelenkoers op startdatum (in €) 35,71
Verwachte volatiliteit 39%
Verwacht dividendrendement 3%
Wachtperiode (jaren) 2,8
Uitstroom van personeel 4%
Risicovrije rentevoet -0,40%
Uitkomst van het model
Reële waarde (in €) 29,27
Toe te kennen matching shares 20 327

In 2018 zal een aanbod van 20 327 matching shares worden gedaan onder de voorwaarden van Personal Shareholding Requirement Plan 2016. De matching shares vertegenwoordigen een reële waarde van € 0,6 miljoen. De Groep heeft een last tegenover het eigen vermogen opgenomen voor een bedrag van € 0,2 miljoen op basis van een lineaire afschrijving over de toezeggingsperiode van de reële waarde van de aan te bieden matching shares.

6.13. Overgedragen resultaten en overige Groepsreserves

2015 2016
-148
2 446
-80 743
-8 206
30 831
-55 820
4 286
-51 534
-144 747 -127 974
1 397 110 1 432 394
-
97
-70 771
-8 200
30 689
-48 185
-30 808
-78 993

1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.

De bewegingen in de diverse elementen van de Groepsreserves zijn als volgt:

Afdekkingsreserve in duizend € 2015 2016 Per 1 januari 132 - Wijzigingen in Groepsstructuur - -594 Nieuwe afdekkingen - -213 Afgewikkelde afdekkingen - 1 099 Overboekingen naar de winst-en-verliesrekening -6 166 -325 Wijzigingen in reële waarde van afdekkingsinstrumenten 6 034 -115 Per 31 december - -148 Waarvan Termijnwisselcontracten (in Bridon International Ltd) - -148

Wijzigingen in reële waarde van afdekkingsinstrumenten die worden aangemerkt als effectieve kasstroomafdekkingen worden elk kwartaal berekend en rechtstreeks in het eigen vermogen opgenomen. In overeenstemming met de IFRS-voorschriften voor hedge accounting met betrekking tot kasstroomafdekkingen worden de wisselresultaten als gevolg van de omrekening van de onderliggende schulden tegen slotkoers gecompenseerd door de betrokken bedragen elk kwartaal over te boeken van de afdekkingsreserve naar de winst-enverliesrekening.

Herwaarderingsreserve voor financiële activa beschikbaar voor verkoop

in duizend € 2015 2016
Per 1 januari 2 098 97
Overboekingen naar de winst-en-verliesrekening 302 591
Wijzigingen in reële waarde -2 303 1 758
Per 31 december 97 2 446
Waarvan
Participatie in Shougang Concord Century Holdings Ltd 97 2 446

De herwaardering van de deelneming in Shougang Concord Century Holdings Ltd is gebaseerd op de slotkoers op de beurs van Hongkong. Midden 2016 werd een bedrag van € 0,6 miljoen overgeboekt naar de winst-enverliesrekening als gevolg van een bijzondere waardevermindering (€ 0,3 miljoen op jaareinde 2015). De aandelenkoers herstelde zich substantieel gedurende het tweede semester van 2016, wat af te lezen is aan de positieve wijzigingen in reële waarde.

Herwaarderingen van toegezegdpensioenregelingen
in duizend €
2015 2016
Per 1 januari (zoals gerapporteerd) -79 146 -70 771
Herwerkingen 1 -4 295 -
Per 1 januari (herwerkt) -83 441 -70 771
Herwaarderingen van de periode 1 13 808 -9 615
Inflatie-effecten -430 -538
Wijzigingen in Groepsstructuur -708 181
Per 31 december -70 771 -80 743

1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'. De herwaarderingen resulteren uit het gebruik van gewijzigde actuariële veronderstellingen bij de bepaling van de toegezegdpensioenverplichtingen en uit verschillen tegenover de werkelijke rendementen van fondsbeleggingen op de balansdatum (zie toelichting 6.15. 'Voorzieningen voor personeelsbeloningen'). De openingsbalans van 2015 werd herwerkt als gevolg van een IAS 19-wijziging die vereist dat een verdisconteringsvoet gebruikt wordt die gebaseerd is op de valuta eerder dan het land. Deze reserve omvat geen herwaarderingen toerekenbaar aan minderheidsbelangen van derden.

Er werden geen beduidende bewegingen opgenomen in de overige herwaarderingsreserves. Deze reserves bestaan vrijwel uitsluitend uit een verplichting van € 8,2 miljoen die initieel opgezet werd tegen reële waarde via eigen vermogen. Deze verplichting vertegenwoordigt de put-optie die aan Maccaferri verleend werd op hun resterende minderheidsbelangen in Bekaert Maccaferri Underground Solutions BVBA. Alle latere reëlewaardewijzigingen met betrekking tot deze financiële verplichting worden in overeenstemming met IFRS opgenomen via de winst-en-verliesrekening.

Uitgestelde belastingen opgenomen in het eigen vermogen

in duizend € 2015 2016
Per 1 januari (zoals gerapporteerd) 29 722 30 689
Herwerkingen 1 999 -
Per 1 januari (herwerkt) 30 721 30 689
Uitgestelde belastingen met betrekking tot andere elementen van het resultaat 1 -520 -433
Inflatie-effecten 146 183
Wijzigingen in Groepsstructuur 342 393
Per 31 december 30 689 30 832

1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.

Uitgestelde belastingen met betrekking tot andere elementen van het resultaat ('OCI' = Other Comprehensive Income) worden eveneens opgenomen via OCI (zie toelichting 6.6. 'Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen'). De herwerking van de openingsbalans van 2015 weerspiegelt het uitgesteldebelastingseffect van de IAS 19-herwerking toegepast op de Ecuadoriaanse toegezegdpensioenregelingen.

Eigen aandelen
in duizend €
2015 2016
Per 1 januari -145 953 -144 747
Ingekochte aandelen - -1 114
Verkochte aandelen 1 206 17 887
Per 31 december -144 747 -127 974

Er werden 28 785 aandelen ingekocht in 2016 zowel om verwatering tegen te gaan als om het kasstroomrisico van op aandelen gebaseerde betalingsregelingen af te dekken, terwijl er 392 049 eigen aandelen verkocht werden aan de begunstigden van de op aandelen gebaseerde betalingsregelingen van de Groep. In 2015 hadden de enige eigenaandelentransacties betrekking op de uitoefening van 26 300 opties (zie toelichting 6.12. 'Gewone aandelen, eigen aandelen en op aandelen gebaseerde betalingen'). Zie ook de bewegingen in de overgedragen resultaten verder in deze toelichting.

Gecumuleerde omrekeningsverschillen

Gecumuleerde omrekeningsverschillen
in duizend € 2015 2016
Per 1 januari -6 149 -30 808
Omrekeningsverschillen op goedgekeurde dividenden -5 296 -352
Overboekingen naar de winst-en-verliesrekening in verband met afgestoten
entiteiten of gefaseerde overnames 393 -
Wijzigingen in Groepsstructuur -2 359 -37
Bewegingen ontstaan uit wisselkoersfluctuaties 1 -17 397 35 483
Per 31 december -30 808 4 286
Waarvan gerelateerd aan entiteiten met volgende functionele valuta's
Chinese renminbi 158 720 138 100
US dollar 1 35 554 43 121
Braziliaanse real -170 636 -118 483
Chileense peso -9 370 -1 128
Venezolaanse bolivar -42 344 -54 682
Indische roepie -3 183 -2 720
Tsjechische kroon 7 557 7 511
Britse pond 783 -8 201
Russische roebel -5 433 -1 728
Andere valuta's -2 456 2 496

1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'. De schommelingen in omrekeningsverschillen weerspiegelen zowel de wisselkoersevolutie als het relatief belang van de nettoactiva opgenomen in de vermelde valuta's.

Overgedragen resultaten
------------------------- --
Overgedragen resultaten
in duizend € 2015 2016
Per 1 januari 1 352 197 1 397 110
Herclassificeringen naar overige reserves 16 407 -
Toegekende eigenvermogensinstrumenten - 4 387
Resultaat van de periode toerekenbaar aan de Groep 101 722 105 166
Dividenden -48 006 -50 472
Inflatie-effecten 1 698 2 000
Eigenaandelentransacties - -9 235
Wijzigingen in Groepstructuur -26 908 -16 562
Per 31 december 1 397 110 1 432 394

Herclassificeringen in 2015 hadden betrekking op historische reëlewaardeaanpassingen naar aanleiding van bedrijfscombinaties van vóór 2011 (€ 8,7 miljoen) en in eigenvermogensinstrumenten, op aandelen gebaseerde betalingsregelingen (€ -25,1 miljoen) die niet langer in een afzonderlijke reserve verwerkt worden vanaf 2016. Hiervan getuigen ook de toegekende eigenvermogensinstrumenten (€ 4,4 miljoen) die rechtstreeks in de overgedragen resultaten geboekt werden in 2016. Inflatie-effecten zijn het gevolg van het gebruik van inflatieboekhouding in Venezuela, zoals door IFRS vereist in een hyperinflatoire economie. Eigenaandelentransacties (€ -9,2 miljoen) vertegenwoordigen het verschil tussen de opbrengsten en de FIFO-boekwaarde van de verkochte aandelen. Wijzigingen in Groepsstructuur in 2015 (€ -26,9 miljoen) hadden voornamelijk betrekking op de inkoop van minderheidsbelangen (€ -27,7 miljoen) en bedrijfscombinaties en afstotingen van activiteiten (€ 0,8 miljoen), terwijl ze in 2016 overwegend betrekking hadden op de BBRG-bedrijfscombinatie (€ -16,4 miljoen).

6.14. Minderheidsbelangen

Nettoboekwaarde
in duizend € 2015 2016
Per 1 januari (zoals gerapporteerd) 199 421 129 440
Herwerkingen 1 -2 348 -
Per 1 januari (herwerkt) 197 073 129 440
Wijzigingen in Groepsstructuur -85 152 10 620
Aandeel in het perioderesultaat 1 3 742 7 255
Aandeel in andere elementen van het resultaat behalve CTA 1 655 29
Uitgekeerde dividenden -7 391 -17 037
Kapitaalverhogingen 14 967 -
Omrekeningswinsten en -verliezen (-) 1 5 546 494
Per 31 december 129 440 130 801

1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.

De wijzigingen in Groepsstructuur in 2016 houden hoofdzakelijk verband met de fusie met Bridon. In 2015 kwamen de wijzigingen in Groepsstructuur voornamelijk voort uit de transactie waarbij Bekaert de resterende minderheidsbelangen in de Ropes-entiteiten overnam van de Chileense partners in december. De overige wijzigingen waren het gevolg van de bedrijfscombinatie met Pirelli, de overname van de resterende minderheidsbelangen in twee Chinese entiteiten en in de Maleisische en Indonesische 'Southern Wire'-entiteiten van Southern Steel, en het verlies van de zeggenschap in Bekaert (Xinyu) New Materials Co Ltd.

In 2016 verbeterde het aandeel in het perioderesultaat dankzij de positieve bijdrage van de Wire-entiteiten, terwijl de BBRG-entiteiten getroffen werden door de sterk teruglopende vraag in de olie- en gassector.

In overeenstemming met IFRS 12, 'Informatieverschaffing over belangen in andere entiteiten', wordt volgende informatie verschaft met betrekking tot dochterondernemingen waarin derden minderheidsbelangen aanhouden die van materieel belang zijn voor de Groep. De bedoeling van IFRS 12 is om van een entiteit bijkomende toelichting te vereisen die de lezers van haar jaarrekening toelaten volgende elementen te evalueren: (a) de aard van haar belangen in andere entiteiten en de daaraan verbonden risico's en (b) de effecten van deze belangen op haar financiële positie, winstgevendheid en kasstromen. Bekaert heeft vele partnerschappen over de hele wereld, waarvan de meeste individuele entiteiten niet zouden voldoen aan redelijke materialiteitscriteria. Daarom heeft de Groep drie groepen van entiteiten met minderheidsbelangen geïdentificeerd die onderling verbonden zijn door de aard van hun activiteiten en aandeelhouderstructuur: (1) de BBRG-entiteiten, een globale business waarin Bekaert recent haar wereldwijde voetafdruk heeft uitgebreid; (2) de Wire-entiteiten in Chili en Peru, waarin de minderheidsbelangen hoofdzakelijk in handen zijn van de Chileense partners, en (3) de Wire-entiteiten in de Andinaregio, waarin de minderheidsbelangen hoofdzakelijk in handen zijn van de Ecuadoriaanse familie Kohn en ArcelorMittal. Bij de groepering van deze informatie werden enkel de intragroepseffecten binnen elke groep van entiteiten geëlimineerd, terwijl alle andere entiteiten van de Groep als derden werden behandeld.

Entiteiten opgenomen in de toelichting m.b.t. materiële Aandeel van minderheidsbelangen
minderheidsbelangen op jaareinde
Land 2015 2016
BBRG-entiteiten
Acma Inversiones SA Chili 0,0% 40,0%
BBRG (Purchaser) Ltd Verenigd Koninkrijk 0,0% 40,0%
BBRG (Subsidiary) Ltd Verenigd Koninkrijk 0,0% 40,0%
BBRG Finance (UK) Ltd Verenigd Koninkrijk 0,0% 40,0%
BBRG Holding (UK) Ltd Verenigd Koninkrijk 0,0% 40,0%
BBRG Operations (UK) Ltd Verenigd Koninkrijk 0,0% 40,0%
BBRG Production (UK) Ltd Verenigd Koninkrijk 0,0% 40,0%
Bekaert (Shenyang) Advanced Cords Co, Ltd China 0,0% 40,0%
Bekaert Advanced Cords Aalter NV België 0,0% 40,0%
Bekaert Cimaf Cabos Brazilië 0,0% 40,0%
Bekaert Wire Rope Industry NV België 0,0% 40,0%
Bekaert Wire Ropes Pty Ltd Australië 0,0% 40,0%
Bridge Finco LLC Verenigde Staten 0,0% 40,0%
Bridon (Hangzhou) Ropes Co Ltd China 0,0% 40,1%
Bridon (South East Asia) Ltd China 0,0% 40,1%
Bridon Australia Pty Ltd Australië 0,0% 40,1%
Bridon Coatbridge Limited Verenigd Koninkrijk 0,0% 40,0%
Bridon do Brasil Representaçŏes Comércio e Indústria de Cabos Ltda Brazilië 0,0% 40,1%
Bridon Holdings Ltd Verenigd Koninkrijk 0,0% 40,1%
Bridon Hong Kong Limited China 0,0% 40,1%
Bridon International GmbH Duitsland 0,0% 40,0%
Bridon International Limited Verenigd Koninkrijk 0,0% 40,0%
Bridon Ltd Verenigd Koninkrijk 0,0% 40,0%
Bridon New Zealand Limited Nieuw Zeeland 0,0% 40,1%
Bridon Pension Trust (No Two) Limited Verenigd Koninkrijk 0,0% 40,0%
Bridon Scanrope AS Noorwegen 0,0% 40,1%
Bridon Scheme Trustees Ltd Verenigd Koninkrijk 0,0% 40,0%
Bridon Singapore (Pte) Ltd Singapore 0,0% 40,1%
Bridon-American Corporation Verenigde Staten 0,0% 40,0%
Bridon-Bekaert Ropes Group (UK) Ltd Verenigd Koninkrijk 0,0% 40,0%
Bridon-Bekaert Ropes Group Ltd Verenigd Koninkrijk 0,0% 40,0%
British Ropes Limited Verenigd Koninkrijk 0,0% 40,0%
Gloucester Rope & Tackle Company Limited Verenigd Koninkrijk 0,0% 40,0%
NV Bridon Ropes SA België 0,0% 40,1%
Procables SA Peru 3,9% 42,3%
Procables Wire Ropes SA Chili 0,0% 40,0%
Prodinsa SA Chili 0,0% 40,0%
PT Bridon Indonesië 0,0% 40,1%
Wire Rope Industries Ltd/Industries de Câbles d'Acier Ltée Canada 0,0% 40,0%
Wire Rope Industries USA, Inc Verenigde Staten 0,0% 40,0%
Wire-entiteiten Chili en Peru
Acma SA Chili 48,0% 48,0%
Acmanet SA Chili 48,0% 48,0%
Industrias Acmanet Ltda Chili 48,0% 48,0%
Industrias Chilenas de Alambre - Inchalam SA Chili 48,0% 48,0%
Procercos SA Chili 48,0% 48,0%
Prodalam SA Chili 48,0% 48,0%
Impala SA Panama 48,0% 48,0%
Productos de Acero Cassadó SA Peru 62,5% 62,5%
Prodac Contrata SAC Peru 62,5% 62,5%
Prodac Selva SAC Peru 62,5% 62,5%
Wire-entiteiten Andina regio
Bekaert Ideal SL Spanje 20,0% 20,0%
Productora de Alambres Colombianos - Proalco SAS Colombia 20,0% 20,0%
Bekaert Costa Rica SA Costa Rica 41,6% 41,6%
BIA Alambres Costa Rica SA Costa Rica 41,6% 41,6%
Ideal Alambrec SA Ecuador 41,6% 41,6%
InverVicson SA Venezuela 20,0% 20,0%
Vicson SA Venezuela 20,0% 20,0%

De hoofdactiviteit van de voornaamste entiteiten in bovenstaande lijst is de productie en verkoop van draad, staalkabel en andere draadproducten, in hoofdzaak voor de lokale markt. De volgende entiteiten zijn in wezen holdings die deelnemingen aanhouden in één of meer van de overige entiteiten in deze lijst: Acma Inversiones SA, Procables Wire Ropes SA, Bekaert Wire Rope Industry NV, BBRG (Purchaser) Ltd, BBRG (Subsidiary) Ltd, BBRG Finance (UK) Ltd, BBRG (Holding) Ltd, BBRG Operations (UK) Ltd, BBRG Production (UK) Ltd, Bridon Holdings Ltd, Bridon-Bekaert Ropes Group (UK) Ltd, Bridon-Bekaert Ropes Group Ltd, Industrias Acmanet Ltda, Procercos SA, Impala SA en Bekaert Ideal SL. De volgende tabel toont het relatief belang van de entiteitgroepen met materiële minderheidsbelangen in termen van resultaten en eigen vermogen toerekenbaar aan minderheidsbelangen.

Perioderesultaat
Materiële en overige minderheidsbelangen toerekenbaar aan
minderheidsbelangen
Eigen vermogen toerekenbaar
aan minderheidsbelangen
in duizend € 2015 2016 2015 2016
BBRG-entiteiten 957 -14 492 250 -9 506
Wire-entiteiten Chili en Peru 6 295 10 622 83 886 86 918
Wire-entiteiten Andina regio 1 -1 919 2 677 18 571 17 731
Consolidatieaanpassingen op materiële
minderheidsbelangen 1 -1 612 3 014 -31 998 -24 327
Bijdrage van de materiële minderheidsbelangen tot de
geconsolideerde minderheidsbelangen
3 721 1 821 70 709 70 816
Overige minderheidsbelangen 21 5 434 58 731 59 985
Totaal minderheidsbelangen 3 742 7 255 129 440 130 801

1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.

De substantiële consolidatieaanpassingen aan het eigen vermogen toerekenbaar aan materiële minderheidsbelangen in 2016 houden verband met BBRG-entiteiten, meer bepaald de fusie met Bridon.

De onderstaande tabellen geven een beknopt overzicht van de financiële staten voor deze entiteitgroepen:

BBRG-entiteiten
in duizend € 2015 2016
Vlottende activa 89 233 271 084
Vaste activa 125 131 356 840
Verplichtingen op ten hoogste een jaar 184 034 152 743
Verplichtingen op meer dan een jaar 41 618 499 908
Eigen vermogen toerekenbaar aan de Groep -11 538 -15 221
Eigen vermogen toerekenbaar aan
minderheidsbelangen 250 -9 506

De Bridon-Bekaert Ropes Group heeft een Senior Facilities Agreement aangegaan voor het financieren van de nieuwe entiteit.

Deze Senior Facilities Agreement houdt volgende beduidende beperkingen in voor de ontlener om toegang te krijgen tot of gebruik te maken van zijn activa voor het vereffenen van zijn schulden:

  • 1) De ontlener kan vooruitbetaalde sommen van de Term Facilities (2016: USD 324,9 miljoen) of enige Additional Term Facility (2016: nul) nooit opnieuw opnemen.
  • 2) Jaarlijks zal een bedrag, afhankelijk van de leverage (de verhouding tussen nettoschuld en aangepaste onderliggende EBITDA), gelijk aan het relevante percentage van het gegenereerde cashflowoverschot voor dat boekjaar dienen tot de vooruitbetaling van de facilities. Dit wordt als volgt gespecifieerd:
  • Leverage groter dan of gelijk aan 2,75: 50%,
  • Leverage kleiner dan 2,75 maar groter dan 2,00: 25%,
  • Leverage kleiner dan 2,00: 0%,

waarbij een drempelwaarde gelijk aan USD 5,0 miljoen mag afgehouden worden van het te betalen bedrag.

3) Overname- en verzekeringsopbrengsten (nettovergoedingen van claims die betrekking hebben op overnames en verzekeringen na aftrek van gerelateerde kosten en belastingen) hoger dan USD 2,5 miljoen moeten terugbetaald worden aan de leners.

  • 4) Tenzij daarvoor toestemming verleend wordt, zal de Moedermaatschappij (nl. BBRG Production (UK) Ltd) of eender welke van haar dochterondernemingen geen:
  • dividend of een andere uitkering (of interesten hierop) goedkeuren, uitkeren of betalen,
  • kapitaal of uitgiftepremies aflossen, terugkopen, intrekken of terugbetalen.
  • 5) Er gelden strikte beperkingen op het terugbetalen, vooruitbetalen of uitwisselen van de aandeelhoudersleningen (2016: USD 94,4 miljoen) en interesten op de aandeelhoudersleningen. Aandeelhoudersleningen zijn ondergeschikt aan de Senior Facilities Agreement in alle belangrijke aspecten.

BBRG-entiteiten

BBRG-entiteiten
in duizend € 2015 2016
Omzet 144 732 303 158
Kosten -150 105 -339 795
Perioderesultaat -5 373 -36 637
Perioderesultaat toerekenbaar aan de Groep -6 330 -22 145
Perioderesultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen 957 -14 492
Andere elementen van het resultaat -16 531 3 748
Andere elementen van het resultaat toerekenbaar aan de Groep -11 907 2 246
Andere elementen van het resultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen -4 624 1 502
Volledig perioderesultaat -21 904 -32 889
Volledig perioderesultaat toerekenbaar aan de Groep -18 237 -19 899
Volledig perioderesultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen -3 667 -12 990
Uitbetaalde dividenden aan minderheidsbelangen - -
Nettokasinstroom (-uitstroom) uit bedrijfsactiviteiten 6 398 -44 254
Nettokasinstroom (-uitstroom) uit investeringsactiviteiten -189 666 -89 958
Nettokasinstroom (-uitstroom) uit financieringsactiviteiten 184 465 179 691
Nettokasinstroom (-uitstroom) 1 197 45 479

De resultaten in 2016 voor de BBRG-entiteiten werden negatief beïnvloed door de sterk teruglopende vraag in de olie- en gassector.

Wire-entiteiten Chili en Peru

Wire-entiteiten Chili en Peru
in duizend € 2015 2016
Vlottende activa 181 799 201 110
Vaste activa 140 010 146 329
Verplichtingen op ten hoogste een jaar 112 300 136 513
Verplichtingen op meer dan een jaar 51 123 46 651
Eigen vermogen toerekenbaar aan de Groep 74 500 77 357
Eigen vermogen toerekenbaar aan
minderheidsbelangen 83 886 86 918

Wire-entiteiten Chili en Peru

in duizend € 2015 2016
Omzet 434 933 422 946
Kosten -422 039 -402 663
Perioderesultaat 12 894 20 283
Perioderesultaat toerekenbaar aan de Groep 6 599 9 662
Perioderesultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen 6 295 10 622
Andere elementen van het resultaat -1 273 11 059
Andere elementen van het resultaat toerekenbaar aan de Groep -1 428 5 636
Andere elementen van het resultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen 155 5 423
Volledig perioderesultaat 11 621 31 342
Volledig perioderesultaat toerekenbaar aan de Groep 5 171 15 298
Volledig perioderesultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen 6 450 16 045
Uitbetaalde dividenden aan minderheidsbelangen -5 532 -12 264
Nettokasinstroom (-uitstroom) uit bedrijfsactiviteiten 52 954 45 281
Nettokasinstroom (-uitstroom) uit investeringsactiviteiten -9 502 -8 321
Nettokasinstroom (-uitstroom) uit financieringsactiviteiten -36 885 -35 103
Nettokasinstroom (-uitstroom) 6 567 1 857

De stijging in vlottende en vaste activa is voornamelijk te wijten aan investeringen en werkkapitaal. De stijging in verplichtingen ligt voornamelijk aan de handelsschulden en de rentedragende schulden op ten hoogste één jaar. Het dalende omzetcijfer in Prodac en Inchalam werd gecompenseerd door de stijging in Prodalam en Acma. Het operationeel resultaat verbeterde in alle entiteiten. Andere elementen van het resultaat bevatten voornamelijk wisselkoerseffecten, dewelke in grote mate beïnvloed werden door de zwakkere Chileense peso.

De stijging in het werkkapitaal is de voornaamste oorzaak van de afgenomen kasstromen uit bedrijfsactiviteiten.

Wire-entiteiten Andina regio

in duizend € 2015 2016
Vlottende activa 110 021 102 623
Vaste activa 1 73 875 72 892
Verplichtingen op ten hoogste een jaar 101 758 103 960
Verplichtingen op meer dan een jaar 1 29 994 28 753
Eigen vermogen toerekenbaar aan de Groep 33 573 25 071
Eigen vermogen toerekenbaar aan
minderheidsbelangen 18 571 17 731

1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.

Wire-entiteiten Andina regio
in duizend €
2015 2016
Omzet 204 551 184 668
Kosten 1 -208 333 -179 714
Perioderesultaat -3 783 4 953
Perioderesultaat toerekenbaar aan de Groep 1 -1 864 2 276
Perioderesultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen 1 -1 919 2 677
Andere elementen van het resultaat 3 464 -11 185
Andere elementen van het resultaat toerekenbaar aan de Groep 1 1 007 -9 293
Andere elementen van het resultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen 1 2 457 -1 892
Volledig perioderesultaat -319 -6 232
Volledig perioderesultaat toerekenbaar aan de Groep 1 -857 -7 017
Volledig perioderesultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen 1 538 785
Uitbetaalde dividenden aan minderheidsbelangen -850 -1 651
Nettokasinstroom (-uitstroom) uit bedrijfsactiviteiten 11 221 31 230
Nettokasinstroom (-uitstroom) uit investeringsactiviteiten -6 901 -4 626
Nettokasinstroom (-uitstroom) uit financieringsactiviteiten 7 679 -6 980
Nettokasinstroom (-uitstroom) 11 999 19 624

1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.

De voornaamste balanssubtotalen bleven vrijwel constant, hoewel de nettoactiva in Venezuela verder wegsmolten als gevolg van de spectaculaire ontwaarding van de bolivar. Verplichtingen op ten hoogste een jaar in Venezuela daalden omwille van de terugbetaling van schuld in vreemde valuta.

De omzet kende een stijging in alle landen uitgezonderd Venezuela en Ecuador. Ecuador en Costa Rica kenden een belangrijke verbetering in het operationeel resultaat.

Vicson SA (Venezuela) blijft gebonden aan beperkingen op de repatriatie van geldmiddelen vanwege de regulering van het deviezenverkeer in Venezuela.

6.15. Voorzieningen voor personeelsbeloningen

Per 31 december 2016 bedroegen de totale nettovoorzieningen voor personeelsbeloningen € 316,8 miljoen (€ 304,0 miljoen per jaareinde end 2015), met volgende samenstelling:

in duizend € 2015 2016
Voorzieningen voor
Toegezegdpensioenregelingen 1 165 491 172 213
Andere langetermijnpersoneelsbeloningen 6 077 6 333
In geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen 1 946 3 594
Kortetermijnpersoneelsbeloningen 117 532 124 799
Ontslagvergoedingen 12 915 9 888
Totaal voorzieningen in de balans 303 961 316 827
waarvan
Verplichtingen op meer dan een jaar 1 172 680 182 641
Verplichtingen op ten hoogste een jaar 131 281 132 913
Verplichtingen verbonden met activa aangehouden voor verkoop 2 - 1 273
Activa voor
Toegezegdpensioenregelingen -7 -42
Totaal activa in de balans -7 -42
Totaal nettovoorzieningen 303 954 316 785

1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.

2 Zie toelichting 6.11. 'Activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop en verplichtingen verbonden met deze activa'.

Vergoedingsregelingen na uitdiensttreding

In overeenstemming met IAS 19, 'Personeelsbeloningen', worden vergoedingsregelingen na uitdiensttreding opgedeeld in toegezegdebijdragenregelingen en toegezegdpensioenregelingen.

Toegezegdebijdragenregelingen

Bij toegezegdebijdragenregelingen of defined-contribution (DC) plans betaalt Bekaert bijdragen aan publieke of private pensioenfondsen of aan verzekeringsmaatschappijen. Eenmaal de bijdragen zijn betaald, heeft de Groep geen verdere betalingsverplichtingen. Deze bijdragen worden ten laste genomen van de periode waarin de verplichting ontstaat.

De Belgische toegezegdebijdragenregelingen zijn bij wet onderworpen aan gewaarborgde minimumrendementen. Eind 2015 werd de pensioenwetgeving aangepast en definieert dat het minimum gegarandeerd rendement vanaf 1 januari 2016 een variabel procent is, gelinkt aan het rendement op overheidsobligaties waargenomen op de markt. Voor 2016 wordt het minimum gegarandeerd rendement 1,75% op werkgevers- en werknemersbijdragen. De vroegere rendementen (3,25% op werkgeversbijdragen en 3,75% op werknemersbijdragen) worden verder toegepast op de gecumuleerde bijdragen van het verleden in de groepsverzekering op 31 december 2015. Bijgevolg werden de toegezegdebijdragenregelingen geherclassificeerd als toegezegdpensioenregelingen op jaareinde, waarbij een actuariële waardering werd uitgevoerd.

In Nederland neemt Bekaert deel aan een collectieve toegezegdpensioenregeling van meerdere werkgevers die gefinancierd wordt via het Pensioenfonds Metaal & Techniek. Deze regeling wordt geclassificeerd als toegezegdebijdragenregeling omdat er geen informatie beschikbaar is met betrekking tot de fondsbeleggingen toerekenbaar aan Bekaert. De bijdragen met betrekking tot deze regeling bedroegen € 0,9 miljoen (2015: € 0,8 miljoen).

Toegezegdebijdragenregelingen
in duizend € 2015 2016
Opgenomen kosten 18 545 14 169

Toegezegdpensioenregelingen

Meerdere ondernemingen van de Groep voorzien in toegezegdpensioenregelingen of defined-benefit (DB) plans voor pensioenen en andere vergoedingen na uitdiensttreding. Dergelijke regelingen gelden meestal voor alle werknemers en zijn gebaseerd op hun bezoldiging en aantal dienstjaren.

De recentste actuariële IAS 19-waarderingen werden voor alle significante toegezegdpensioenregelingen na uitdiensttreding uitgevoerd op 31 december 2016 door onafhankelijke actuarissen. In België, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk (nieuw sinds 2016) bevinden zich de belangrijkste toegezegdpensioenregelingen voor de Groep. Zij vertegenwoordigen 87,1% (2015: 84,3%) van de brutoverplichtingen en 99,8% (2015: 99,8%) van de fondsbeleggingen van de Groep.

Regelingen in België

De gefinancierde pensioenregelingen vertegenwoordigen een brutoverplichting van € 189,4 miljoen (2015: € 164,1 miljoen) en € 168,5 miljoen activa (2015: € 147,3 miljoen). Deze bevatten de toegezegdpensioenregelingen gefinancierd door groepsverzekeringen.

De traditionele toegezegdpensioenregelingen voorzien in de betaling van een éénmalige kapitaalsuitkering bij pensionering en in geval van overlijden of invaliditeit voorafgaand aan pensionering. Deze regelingen worden extern gefinancierd door twee instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBP) in eigen beheer. Op regelmatige basis wordt een Asset Liability Matching (ALM) studie uitgevoerd, waarin de gevolgen van strategische investeringsrichtlijnen worden geanalyseerd in termen van risico-en rendementsprofielen. Uit deze studie worden de investeringsprincipes en het financieringsbeleid afgeleid. Het is de bedoeling de beleggingen afdoende te diversifiëren teneinde het risico onder controle te houden. De investerings- en aansprakelijkheidsrisico's worden op kwartaalbasis opgevolgd. De financieringspolitiek heeft als doel om minstens volledig gefinancierd te zijn in termen van statutaire minimumvereisten (dit is een voorzichtige schatting van de pensioenverplichtingen).

Andere regelingen hebben in hoofdzaak betrekking op brugpensioenen (brutoverplichting € 20,7 miljoen (2015: € 23,2 miljoen)), die niet extern gefinancierd zijn. Een bedrag van € 8,9 miljoen (2015: € 8,5 miljoen) heeft betrekking op werknemers in actieve dienst die nog geen brugpensioenovereenkomst hebben afgesloten.

Regelingen in de Verenigde Staten

De gefinancierde pensioenregelingen in de Verenigde Staten vertegenwoordigen een brutoverplichting van € 146,3 miljoen (2015: € 142,2 miljoen) en € 99,7 miljoen activa (2015: € 92,4 miljoen). De plannen voorzien in levenslange rentebetalingen aan de deelnemers, maar werden gesloten voor nieuwe deelnemers. In 2016 werd ook het grootste plan eveneens gesloten voor verdere toekomstige opbouw. De activa zijn geïnvesteerd in obligaties en in aandelen. Op basis van een Asset Liability Matching studie werd de allocatie van de activa verschoven naar meer obligaties met langere looptijd. De financieringspolitiek is erop gericht om voldoende gefinancierd te zijn in termen van de vereisten van de Pension Protection Act, om te vermijden dat er uitkeringsbeperkingen van kracht worden of dat de regelingen een at risk-status verwerven.

Niet-gefinancierde regelingen hebben in hoofdzaak betrekking op medische zorgen (brutoverplichting € 5,0 miljoen (2015: € 5,5 miljoen)), die niet extern gefinancierd zijn.

Regelingen in Groot-Brittanië

De entiteit in het Verenigd Koninkrijk financiert de Bridon Group (2013) Pension Scheme, een gefinancierde toegezegdpensioenregeling voor in aanmerking komende Britse werknemers. De regeling wordt beheerd door een aparte Raad van Bestuur die juridisch los staat van de onderneming. De Raad van Bestuur is samengesteld uit vertegenwoordigers van zowel werkgevers als werknemers. De bestuurders zijn wettelijk verplicht om te handelen in het belang van alle betrokken begunstigden en zijn verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van de activa en het dagelijks bestuur van de regeling.

De laatste actuariële berekening onder IAS 19 werd uitgevoerd per 31 december 2016 door onafhankelijke actuarissen en resulteerde in een toegezegdpensioenverplichting van € 98,3 miljoen en € 96,1 miljoen activa. De pensioenverplichting bestaat uit voordelen voor deelnemers met uitgestelde rechten en rentetrekkers. In grote lijnen zijn ongeveer 95% van de verplichtingen toe te schrijven aan inactieven en 5% aan gepensioneerden.

Britse wetgeving vereist dat pensioenregelingen op prudente wijze worden gefinancierd, dat wil zeggen met behulp van voorzichtige assumpties, in tegenstelling tot IAS 19 waar uitgegaan wordt van assumpties volgend uit de beste mogelijke inschatting. De laatste waardering ter bepaling van de financiering werd uitgevoerd door een erkende actuaris per 31 december 2013 en resulteerde in een tekort van GBP 12,4 miljoen. De entiteit heeft ingestemd tot het betalen van herstelplan bijdragen om het tekort aan te vullen. Deze bijdragen werden geacht het tekort weg te werken tegen 31 december 2017. De volgende waardering ter bepaling van de financiering dient te gebeuren per 31 december 2016 – in te dienen bij de Pension Regulator tegen maart 2018 – op dat moment zal de voortgang richting volledige financiering worden beoordeeld.

Volgende bedragen werden opgenomen in de balans:

in duizend € 2015 2016
België
Contante waarde van gefinancierde verplichtingen 164 091 189 422
Reële waarde van de fondsbeleggingen -147 325 -168 520
Deficit / surplus (-) van gefinancierde verplichtingen 16 766 20 902
Contante waarde van niet-gefinancierde verplichtingen 25 618 23 286
Totaal deficit / surplus (-) van verplichtingen 42 384 44 188
Verenigde Staten
Contante waarde van gefinancierde verplichtingen 142 225 146 289
Reële waarde van de fondsbeleggingen -92 386 -99 704
Deficit / surplus (-) van gefinancierde verplichtingen 49 839 46 585
Contante waarde van niet-gefinancierde verplichtingen 9 884 10 762
Totaal deficit / surplus (-) van verplichtingen 59 723 57 347
Verenigd Koninkrijk
Contante waarde van gefinancierde verplichtingen - 98 336
Reële waarde van de fondsbeleggingen - -96 087
Deficit / surplus (-) van gefinancierde verplichtingen - 2 249
Contante waarde van niet-gefinancierde verplichtingen - -
Totaal deficit / surplus (-) van verplichtingen - 2 249
Andere
Contante waarde van gefinancierde verplichtingen 666 874
Reële waarde van de fondsbeleggingen -458 -782
Deficit / surplus (-) van gefinancierde verplichtingen 208 92
Contante waarde van niet-gefinancierde verplichtingen 1 63 169 68 294
Totaal deficit / surplus (-) van verplichtingen 63 377 68 386
Totaal
Contante waarde van gefinancierde verplichtingen 306 982 434 921
Reële waarde van de fondsbeleggingen -240 169 -365 093
Deficit / surplus (-) van gefinancierde verplichtingen 66 813 69 828
Contante waarde van niet-gefinancierde verplichtingen 1 98 671 102 342
Totaal deficit / surplus (-) van verplichtingen 165 484 172 170

1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'. De evolutie van de brutoverplichting, de fondsbeleggingen en de nettovoorziening en –vordering over het jaar zijn als volgt:

Netto
Bruto Fonds Bedragen niet voorzieningen/
in duizend € verplichting beleggingen herkend als activa vorderingen (-)
Per 1 januari 2015 1 355 978 -178 146 169 630
Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten 1 14 190 - 14 190
Pensioenkosten van verstreken diensttijd 2 787 - 2 787
Winsten (-) / verliezen uit afwikkelingen 169 - 169
Rentelasten / -opbrengsten (-) 1 11 087 -5 299 5 788
Kosten / opbrengsten (-) via het resultaat 28 233 -5 299 22 934
Componenten opgenomen in EBIT - - 17 146
Componenten opgenomen in het financieel resultaat - - 5 788
Herwaarderingen
Rendement op fondsbeleggingen, met uitzondering van
bedragen opgenomen in de rentelasten /
-opbrengsten (-) - 3 025 3 025
Winsten (-) / verliezen door wijziging in demografische
assumpties
Winsten (-) / verliezen door wijziging in financiële -6 660 - -6 660
assumpties 1
-13 185 - -13 185
Winsten (-) / verliezen bij ervaringsaanpassingen 1 2 347 - 2 347
Wijzigingen geboekt via het eigen vermogen -17 498 3 025 -14 473
Bijdragen
Werkgeversbijdragen / uitbetaalde vergoedingen - -30 053 -30 053
Werknemersbijdragen 162 -162 -
Uitbetalingen van het plan
Uitbetaalde vergoedingen -30 438 30 438 -
Herclassificeringen 48 861 -50 321 -1 460
Acquisities 3 446 - 3 446
Afstotingen -164 81 -83
Effecten van omrekening van vreemde valuta 1 17 073 -9 731 7 342
Per 31 december 2015 405 653 -240 168 165 485
Per 1 januari 2016 405 653 -240 168 165 485
Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten 17 990 - 17 990
Pensioenkosten van verstreken diensttijd -6 070 - -6 070
Winsten (-) / verliezen uit afwikkelingen -1 905 3 075 1 170
Rentelasten / -opbrengsten (-) 13 533 -8 093 87 5 527
Kosten / opbrengsten (-) via het resultaat 23 549 -5 018 87 18 618
Componenten opgenomen in EBIT - - 13 090
Componenten opgenomen in het financieel resultaat - - 5 527
Herwaarderingen
Rendement op fondsbeleggingen, met uitzondering van
bedragen opgenomen in de rentelasten /
-opbrengsten (-) - -17 476 -17 476
Winsten (-) / verliezen door wijziging in demografische
assumpties -2 286 - -2 286
Winsten (-) / verliezen door wijziging in financiële
assumpties 26 716 - 26 716
Winsten (-) / verliezen bij ervaringsaanpassingen 9 340 - 9 340
Verandering in oninbare overschotten behalve rente - - -6 318 -6 318
Wijzigingen geboekt via het eigen vermogen 33 769 -17 476 -6 318 9 975
Bijdragen
Werkgeversbijdragen / uitbetaalde vergoedingen - -32 268 -32 268
Werknemersbijdragen 145 -145 -
Uitbetalingen van het plan
Uitbetaalde vergoedingen -25 149 25 149 -
Acquisities 96 222 -95 202 6 477 7 497
Effecten van omrekening van vreemde valuta 3 074 36 -246 2 863
Per 31 december 2016 537 263 -365 093 - 172 170

1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'. De pensioenkosten van verstreken diensttijd hebben voornamelijk betrekking op het bevroren pensioenplan in de Verenigde Staten, de herstructurering in Maleisië en een wijziging in the retirement gratuity plan in Peru. De afwikkelingskosten zijn in hoofdzaak gerelateerd aan de herstructurering in Turkije. De wijziging in asset ceiling betreft het Verenigd Koninkrijk waar de initiële asset ceiling bij acquisitie gedurende het jaar werd geannuleerd door de evolutie van de activa en de voorzieningen. In de winst-en-verliesrekening worden zowel de pensioenkosten toegerekend aan het dienstjaar als van verstreken diensttijd, inclusief de winsten en verliezen uit afwikkelingen, opgenomen in het bedrijfsresultaat (EBIT). De nettorentelast of -opbrengst maakt deel uit van de rentelasten, onder rentegedeelte van rentedragende voorzieningen.

Restitutierechten voortkomend uit herverzekeringscontracten met betrekking tot pensioenen, overlijdens- en invaliditeitsvergoedingen in Duitsland bedragen € 0,3 miljoen (2015: € 0,3 miljoen).

Voor 2017 worden volgende bijdragen en uitbetaalde vergoedingen verwacht:

Verwachte bijdragen en uitbetaalde vergoedingen
in duizend €
2017
Pensioenregelingen 27 174
Totaal 27 174

De reële waarde van de fondsbeleggingen per 31 december was als volgt samengesteld:

in duizend € 2015 2016
België
Obligaties 33 032 34 120
Aandelen 55 165 62 290
Geldmiddelen 8 807 9 404
Verzekeringen 50 321 62 706
Totaal België 147 325 168 520
Verenigde Staten
Obligaties
USD langetermijnobligaties 49 132 53 532
USD vastrentende effecten 9 358 9 956
USD gewaarborgde deposito's 5 937 5 522
Aandelen
USD aandelen 20 084 22 251
Niet-USD aandelen 7 875 8 443
Totaal Verenigde Staten 92 386 99 704
Verenigd Koninkrijk
Obligaties - 9 911
Afgeleide producten - 45 738
Aandelen - 39 695
Geldmiddelen - 743
Totaal Verenigd Koninkrijk - 96 087
Andere
Obligaties 458 782
Totaal Andere 458 782
Totaal 240 169 365 093

In de Verenigde Staten wordt voornamelijk geïnvesteerd via beleggingsfondsen en gekantonneerde fondsen van verzekeringsmaatschappijen in genoteerde aandelen en obligaties. In België wordt voornamelijk belegd via beleggingsfondsen in genoteerde aandelen en obligaties. De beleggingen zijn afdoende gediversifieerd zodat een faling van één enkele belegging geen materiële impact zou hebben op het globale niveau van de activa. De fondsbeleggingen van de Groep omvatten geen directe positie in Bekaertaandelen of -obligaties, noch vastgoed dat wordt gebruikt door een Bekaertentiteit.

De voornaamste actuariële veronderstellingen op balansdatum (gewogen gemiddelden gebaseerd op uitstaande brutoverplichtingen) zijn:

Actuariële veronderstellingen 2015 2016
Disconteringsvoet 1 3,1% 2,7%
Jaarlijkse verhoging van bezoldigingen 3,4% 3,1%
Onderliggende inflatie 2,8% 2,6%
Toename gezondheidszorgkost (initieel) 6,3% 6,6%
Toename gezondheidszorgkost (uiteindelijk) 4,5% 4,8%
Gezondheidszorg (jaren voor het bereiken van het uiteindelijke percentage) 8 7

1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.

De disconteringsvoet voor de Verenigde Staten en België is een weerspiegeling van zowel de huidige renteomgeving als van de specifieke karakteristieken van de planverplichtingen. In eerste instantie worden de geprojecteerde toekomstige uitbetalingen gekoppeld aan de toepasselijke contantkoersen, op basis waarvan de contante waarde berekend wordt. Daarna wordt teruggerekend wat de gemiddelde disconteringsvoet is die dezelfde contante waarde oplevert. De contantkoersen worden afgeleid van een rentecurve gebaseerd op hoogwaardige bedrijfsobligaties met een AA-kredietstatus uitgegeven in de munt van de toepasselijke regionale markt.

Dit resulteert in de volgende disconteringsvoeten:

2015
Disconteringsvoet
2016
België
2,0%
1,5%
Verenigde Staten
4,2%
4,0%
Verenigd Koninkrijk
-
2,6%
Overige 1
4,2%
3,4%

1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.

Assumpties met betrekking tot toekomstige sterfte zijn gebaseerd op actuarieel advies in overeenstemming met gepubliceerde statistieken en ervaring voor elke regio. Deze assumpties worden vertaald in een gemiddelde levensverwachting in jaren voor een gepensioneerde die uit dienst treedt op de leeftijd van 65:

2015 2016
Levensverwachting voor een man van 65 (jaren) op de balansdatum 20,9 20,7
Levensverwachting voor een vrouw van 65 (jaren) op de balansdatum 23,1 23,3
Levensverwachting voor een man van 65 (jaren) tien jaar na de balansdatum 21,7 21,7
Levensverwachting voor een vrouw van 65 (jaren) tien jaar na de balansdatum 24,0 24,4

Een sensitiviteitsanalyse levert volgende effecten op:

Sensitiviteitsanalyse
in duizend €
Wijziging in
veronder
stelling
Impact op toegezegd
pensioenregelingen
Disconteringsvoet -0,50% Stijging met 34 657 6,5%
Salarisstijging 0,50% Stijging met 11 347 2,1%
Gezondheidszorgkost 0,50% Stijging met 192 0,04%
Levensverwachting Stijging met Stijging met 7 185 1,3%
1 jaar

Bij bovenstaande sensitiviteitsanalyse werden alle andere veronderstellingen constant gehouden.

De Groep is door zijn toegezegdpensioenregelingen blootgesteld aan een aantal risico's, waarvan de belangrijkste hieronder zijn toegelicht:

Volatiliteit van de activa De verplichtingen van het plan worden berekend met behulp van een disconteringsvoet
gebaseerd op bedrijfsobligatierendementen; wanneer de fondsbeleggingen dit rendement niet
behalen, zal dit een tekort veroorzaken.
Wijzigingen in obligatie
rendementen
Een afname van de rendementen op bedrijfsobligaties leidt tot een toename van de
verplichtingen, hoewel dit gedeeltelijk zal worden gecompenseerd door een waardestijging van
de obligaties in portefeuille.
Salarisrisico De brutoverplichtingen van de meeste regelingen worden berekend op basis van de toekomstige
verloning van de deelnemers. Bijgevolg zal een hoger dan verwachte salarisstijging leiden tot
hogere verplichtingen.
Langlevenrisico Belgische pensioenplannen voorzien in de betaling van een éénmalige kapitaalsuitkering bij
pensionering. Zodoende is er weinig of geen langlevenrisico. Pensioenplannen in de Verenigde
Staten voorzien in voordelen voor de deelnemers zolang zij leven, dus zal een toename in
levensverwachting resulteren in een toename van de planverplichtingen.

De gewogen gemiddelde vervaltermijnen van de brutoverplichtingen waren als volgt:

Gewogen gemiddelde vervaltermijnen van de brutoverplichtingen

in jaren 2016
België 12,5
Verenigde Staten 12,6
Verenigd Koninkrijk 23,5
Overige 10,8
Totaal 14,4

Andere langetermijnpersoneelsbeloningen

De andere langetermijnpersoneelsbeloningen hebben betrekking op jubileumpremies. De toename van de verplichtingen is het gevolg van acquisities en de herclassificatie van een plan in Italië.

In geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen

Stock appreciation rights

De Groep kent aan bepaalde werknemers Stock Appreciation Rights (SARs) toe die hen het recht geven om op de uitoefendag de intrinsieke waarde van de SARs te ontvangen. Deze SARs worden verwerkt als in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen in overeenstemming met IFRS 2. De reële waarde van elke toekenning wordt herberekend op balansdatum, gebruik makend van hetzelfde binomiaal waarderingsmodel als voor de in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde aandelenoptieplannen (zie toelichting 6.12. 'Gewone aandelen, eigen aandelen en op aandelen gebaseerde betalingen'). Gebaseerd op de lokale regulering is de uitoefenprijs voor elke toekenning onder de SAR-plannen in de VS gelijk aan de gemiddelde slotkoers van het aandeel van de Onderneming gedurende de dertig dagen volgend op de datum van het aanbod. De uitoefenprijs van de andere SAR-plannen is bepaald op dezelfde wijze als voor de in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde aandelenoptieplannen: als de laagste waarde van (i) de gemiddelde slotkoers van het aandeel van de Onderneming gedurende dertig dagen voorafgaand aan de datum van het aanbod, en (ii) de laatste slotkoers voorafgaand aan de datum van het aanbod.

Het model houdt rekening met volgende inputs voor alle toekenningen: de aandelenkoers op balansdatum: € 38,49 (2015: € 28,39), verwachte volatiliteit van 39% (2015: 39%), een verwacht dividend van 3,0% (2015: 3,0%), een wachtperiode van 3 jaar, een gemiddelde contractduur van 10 jaar, een uitstroom van personeel van 4% in Azië (2015: 4%) en 3% in andere landen (2015: 3%) en een uitoefenfactor van 1,40 (2015: 1,40). De input voor de risicovrije rente varieert per toekenning en is gebaseerd op het rendement van de Belgische OLO's (Obligation Linéaire / Lineaire Obligatie) met een looptijd gelijk aan de looptijd van de bewuste SAR-toekenning.

onderstaande tabel:
De uitoefenprijzen en reële waardes van de uitstaande SARs per toekenning worden weergegeven in
Details van VS SAR-plannen per toekenning Reële waarde per Reële waarde per
in € Uitoefenprijs 31 dec 2015 31 dec 2016
Toekenning 2009 16,58 11,20 -
Toekenning 2010 37,05 2,69 5,62
Toekenning 2011 83,43 1,16 2,15
Toekenning 2012 27,63 6,44 12,23
Toekenning 2013 22,09 8,36 16,52
Exceptionele toekenning 2013 22,51 9,45 16,13
Toekenning 2014 25,66 7,85 13,59
Toekenning 2015 25,45 8,39 14,54
Toekenning 2016 28,38 7,80 13,40
Toekenning 2017 1 38,86 - 10,36
Details van andere SAR-plannen per toekenning Reële waarde per Reële waarde per
in € Uitoefenprijs 31 dec 2015 31 dec 2016
Toekenning 2007 30,17 3,06 -
Toekenning 2008 28,33 4,83 10,47
Toekenning 2009 16,66 11,37 20,71
Toekenning 2010 33,99 4,56 8,89
Toekenning 2011 77,00 1,31 2,48
Toekenning 2012 25,14 7,08 13,85
Toekenning 2013 19,20 9,84 19,29
Exceptionele toekenning 2013 21,45 9,93 17,11
Toekenning 2014 25,38 7,84 13,68
Toekenning 2015 26,06 7,96 14,05
Toekenning 2016 26,38 8,01 13,93
Toekenning 2017 1 39,43 - 9,84

1 De reële waarde van deze toekenning werd bepaald op toekenningsdatum. Zie toelichting 7.6. 'Gebeurtenissen na balansdatum'.

Op 31 december 2016 bedroeg de totale verplichting voor de VS SAR-plannen € 1,4 miljoen (2015: € 0,9 miljoen), terwijl de totale verplichting voor andere SAR plannen € 2,0 miljoen bedroeg (2015: € 1,1 miljoen).

De Groep nam een totale last van € 1,4 miljoen op (2015: last van € 0,3 miljoen) tijdens het jaar in verband met SARs.

Prestatieaandeeleenheden

Gedurende 2016 kende de Groep aan bepaalde werknemers in geldmiddelen afgewikkelde prestatieaandeeleenheden toe die de begunstigde het recht geven de waarde van de prestatieaandelen te ontvangen volgens de voorwaarden van het Performance Share Plan 2015-2017. Deze prestatieaandeeleenheden zullen uitoefenbaar zijn na een wachttijd van drie jaar afhankelijk van het bereiken van vooraf vastgelegde prestatiedoelstellingen. De prestatiedoelstellingen werden vastgelegd door de Raad van Bestuur, in lijn met de strategie van de Groep.

In het kader van het in geldmiddelen afgewikkelde gebaseerde prestatieaandelenplan werd op 15 december 2016 een aanbod van 13 100 prestatieaandeeleenheden gedaan. De aangeboden eenheden vertegenwoordigen een reële waarde van € 0,6 miljoen.

Deze prestatieaandeeleenheden worden verwerkt als in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen in overeenstemming met IFRS 2. De reële waarde van elke toekenning wordt herberekend op balansdatum, gebruik makend van hetzelfde binomiaal waarderingsmodel als voor de in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde aandelenoptieplannen (zie toelichting 6.12. 'Gewone aandelen, eigen aandelen en op aandelen gebaseerde betalingen').

Het model houdt rekening met volgende inputs voor alle toekenningen: de aandelenkoers op balansdatum: € 38,49 (2015: € 28,39), verwachte volatiliteit van 39% (2015: 39%), een verwacht dividend van 3,0% (2015: 3,0%), een wachtperiode van 3 jaar en een uitstroom van personeel van 4% (2015: 4%). De input voor de risicovrije rentevoet varieert per toekenning en is gebaseerd op het rendement van de Belgische OLO's met een looptijd gelijk aan de looptijd van de bewuste toekenning van prestatieaandeeleenheden.

De reële waarde van de uitstaande prestatieaandeeleenheden per toekenning worden weergegeven in onderstaande tabel:

Details van prestatieaandeeleenheden per toekenning
in €
Reële waarde per
31 dec 2015
Reële waarde per
31 dec 2016
Toekenning 2015 38,29 73,63
Toekenning 2016 1 - 47,93

1 De reële waarde van deze toekenning werd bepaald op toekenningsdatum. Zie toelichting 7.6. 'Gebeurtenissen na balansdatum'.

Op 31 december 2016 bedroeg de totale verplichting voor de VS prestatieaandeeleenheden € 0,1 miljoen, terwijl de totale verplichting voor de andere prestatieaandeeleenheden € 0,2 miljoen bedroeg.

De Groep nam een totale last van € 0,3 miljoen op tijdens het jaar in verband met prestatieaandeeleenheden.

Kortetermijnpersoneelsbeloningen

Kortetermijnpersoneelsbeloningen hebben betrekking op verplichtingen voor verloning en sociale zekerheid die volledig betaalbaar zijn binnen de 12 maanden na het einde van de periode waarin werknemers de gerelateerde prestaties verrichten.

6.16. Overige voorzieningen

Herstruc
in duizend € turering Geschillen Milieu Overige Totaal
Per 1 januari 2016 5 266 5 907 29 929 36 069 77 171
Bijkomende voorzieningen 6 544 4 277 - 8 110 18 931
Terugnemingen ongebruikte
bedragen -1 603 -1 357 -48 -17 857 -20 865
Toename in contante waarde - 121 44 1 517 1 682
Opgenomen in de winst-en
verliesrekening 4 941 3 041 -4 -8 230 -252
Eerste consolidatie 833 7 511 662 7 534 16 540
Herclassificering als (-) / uit
aangehouden voor verkoop - -2 755 - -2 975 -5 730
Aanwendingen van het jaar -2 109 -1 542 -471 -3 500 -7 622
Omrekeningswinsten (-) en -verliezen -78 -55 132 721 720
Per 31 december 2016 8 853 12 107 30 248 29 619 80 827
Waarvan
op ten hoogste een jaar 7 520 3 792 3 478 2 930 17 720
op meer dan 1 en ten hoogste 5
jaar 1 333 8 284 9 688 23 028 42 333
op meer dan vijf jaar - 31 17 082 3 661 20 774

De toename van de voorzieningen voor herstructurering hebben voornamelijk betrekking op de wijzing van de productie-infrastructuur in Maleisië en het sluiten van de Scanrope operaties in Noorwegen. Een aantal acties werd reeds ondernomen en verklaren, samen met eerder aangekondigde programma's in andere vestigingen, de aanwending van het jaar.

Voorzieningen voor geschillen houden in hoofdzaak verband met productkwaliteitsklachten en productgaranties in meerdere entiteiten. Als deel van de openingsbalans gerelateerd aan de fusie met Bridon werd een voorwaardelijke verplichting opgenomen (zie toelichting 7.2. 'Effect van bedrijfscombinaties').

Milieuvoorzieningen hebben voornamelijk betrekking op vestigingen in EMEA. De verwachte bodemsaneringskosten worden elk jaar opnieuw geschat, gebaseerd op een evaluatie door een extern expert. Het is onzeker wanneer de kosten zullen worden gemaakt, want dit hangt vaak af van beslissingen inzake de bestemming van de sites.

De terugname bij de overige voorzieningen bevat het tegendraaien van groepsgaranties voor een dochteronderneming in Venezuela (€ -16,3 miljoen). De 'Eerste consolidatie' en de bijkomende overige voorzieningen bevatten een bezwarende huurovereenkomst voor de Scanropefabriek in Noorwegen.

6.17. Rentedragende schulden

Hieronder volgt informatie over de contractuele vervaltermijnen van de rentedragende schulden van de Groep, zowel op ten hoogste een jaar als op meer dan een jaar:

2016 Vervallend Vervallend
over meer
dan 1 en ten
Vervallend
over meer
in duizend € binnen het jaar hoogste 5 jaar dan 5 jaar Totaal
Rentedragende schulden
Financiële leasing 635 3 220 - 3 855
Kredietinstellingen 295 390 257 184 229 341 781 915
Obligatieleningen 1 890 340 614 - 342 504
Converteerbare obligatieleningen - 330 951 - 330 951
Totaal financiële schulden 297 915 931 969 229 341 1 459 225
2015
in duizend €
Vervallend
binnen het jaar
Vervallend
over meer
dan 1 en ten
hoogste 5 jaar
Vervallend
over meer
dan 5 jaar
Totaal
Rentedragende schulden
Financiële leasing 219 3 545 - 3 764
Kredietinstellingen 1 294 799 163 737 - 458 536
Obligatieleningen 205 000 340 614 - 545 614
Converteerbare obligatieleningen 1 206 284 220 - 285 426
Totaal financiële schulden 501 224 792 116 - 1 293 340

1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.

De stijging van de totale financiële schulden is het gevolg van de oprichting van de Bridon-Bekaert Ropes Group. In december 2016 heeft de Groep een Eurobond terugbetaald van € 205 miljoen. In de loop van 2016 heeft de Groep meer actief gebruik gemaakt van kortetermijnkredietfaciliteiten (commercieel programma en niettoegezegde kredietfaciliteiten).

In principe gaan entiteiten van de Groep leningen aan in hun lokale valuta om valutarisico's te vermijden. Als de financiering in een andere valuta gebeurt, zonder enige compenserende balanspositie, dekken de entiteiten het valutarisico af door middel van derivaten (cross-currency interest-rate swaps of termijnwisselcontracten). Obligatieleningen, commercial paper en schulden tegenover kredietinstellingen zijn niet gewaarborgd, met uitzondering van een factoring-programma dat opgezet is met KBC en BNP Paribas Fortis.

Voor meer informatie over het beheer van financiële risico's verwijzen wij naar toelichting 7.3. 'Beheer van financiële risico's en derivaten'.

Berekening van de nettoschuld

De nettoschuld houdt geen rekening met het derivaat dat de in de converteerbare obligatie besloten conversieoptie vertegenwoordigt (€ 35,2 miljoen tegenover € 5,8 miljoen in 2015). De volgende tabel geeft een overzicht van de berekening van de nettoschuld.

in duizend € 2015 2016
Rentedragende schulden op meer dan een jaar 792 116 1 161 310
Rentedragende schulden op ten hoogste een jaar 1 501 224 297 915
Totaal financiële schulden 1 293 340 1 459 225
Financiële vorderingen en kaswaarborgen op meer dan een jaar -9 694 -6 664
Leningen op ten hoogste een jaar 1 -34 773 -13 991
Geldbeleggingen -10 216 -5 342
Geldmiddelen en kasequivalenten -401 771 -365 546
Nettoschuld 836 886 1 067 683

1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.

6.18. Overige verplichtingen op meer dan een jaar

Nettoboekwaarde
in duizend € 2015 2016
Overige schulden op meer dan een jaar 820 518
Derivaten (zie toelichting 7.3.) 14 384 44 355
Totaal 15 204 44 873

De derivaten hebben betrekking op het financieel instrument (€ 35,2 miljoen (2015: € 5,8 miljoen)) dat besloten zit in de converteerbare obligatielening (zie toelichting 6.17. en 7.3.) en de put-optie (€ 8,8 miljoen (2015: € 8,6 miljoen)) op een minderheidsbelang van een investering.

6.19. Overige verplichtingen op ten hoogste een jaar

Nettoboekwaarde
2015
in duizend €
2016
Overige verplichtingen
4 453
7 322
Derivaten (zie toelichting 7.3.)
22 236
7 767
Ontvangen voorschotten
3 137
12 733
Overige belastingen
28 117
26 862
Overlopende rekeningen (passief) 1
7 310
7 156
Totaal
65 253
61 840

1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.

De derivaten bevatten voornamelijk CCIRSs (€ 6,3 miljoen (2015: € 17,7 miljoen)) en termijnwisselcontracten (€ 1,5 miljoen (2015: € 4,5 miljoen)). Overige belastingen hebben in hoofdzaak betrekking op BTW, afhoudingen op lonen en wedden en andere winstbelastingen. De toe te rekenen rentelasten voor € 6,3 miljoen (2015: € 6,5 miljoen) werden geherclassificeerd naar de rentedragende schulden op ten hoogste één jaar (zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten').

7. Diverse elementen

7.1. Toelichtingen bij het kasstroomoverzicht

Samenvatting in duizend € 2015 2016 EBIT 219 386 259 654 Posten zonder kasstroomeffect opnieuw bijgeteld bij EBIT 221 323 221 779 EBITDA 440 709 481 433 Overige brutokasstromen uit bedrijfsactiviteiten -85 365 -105 770 Brutokasstromen uit bedrijfsactiviteiten 355 344 375 663 Wijzigingen in operationeel werkkapitaal 212 266 16 336 Overige bedrijfskasstromen 15 952 7 553 Nettokasstroom uit bedrijfsactiviteiten 583 562 399 552 Nettokasstroom uit investeringsactiviteiten -362 984 -99 986 Nettokasstroom uit financieringsactiviteiten -267 808 -302 055 Toename of afname in geldmiddelen en kasequivalenten -47 230 -2 489

Het overzicht van de kasstromen uit bedrijfsactiviteitein is opgesteld volgens de indirecte methode, terwijl de directe methode gevolgd werd voor de kasstromen uit andere activiteiten. De directe methode is gericht op het classificeren van brutokasinstromen en brutokasuitstromen per categorie.

Nettokasstroom uit bedrijfsactiviteiten

Brutokasstromen uit bedrijfsactiviteiten zijn toegenomen met € 20,3 miljoen dankzij betere operationele prestaties (€ +40,7 miljoen EBITDA), hogere toevoegingen voor overige posten zonder kasstroomeffect (€ +8,8 miljoen, voornamelijk provisies en in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen) en gunstige effecten van investeringsposten (€ +14,6 miljoen), gecompenseerd door hogere gebruikte bedragen op voorzieningen (€ -4,1 miljoen) en beduidend hogere betalingen van winstbelastingen (€ -39,7 miljoen). De winst bij de gefaseerde overname en de negatieve goodwill in 2015 hebben betrekking op de gefaseerde overname van BOSFA Pty Ltd.

Investeringsposten verwerkt in het bedrijfsresultaat speelden een bescheiden rol in 2016, in tegenstelling tot het voorgaande jaar, toen de belangrijkste posten bestonden uit winsten bij verkoop van activiteiten (vóór overboeking van gecumuleerde omrekeningsverschillen) met betrekking tot Carding Solutions en de Xinyuentiteiten.

Verdere inspanningen om het werkkapitaal te verlagen leverden kasinstromen van € 16,3 miljoen op in 2016 (zie organische toename in toelichting 6.7 'Operationeel werkkapitaal'). In 2015 leverden drastische verminderingen van het werkkapitaal een spectaculaire bijdrage van € 212,3 miljoen tot de kasstromen uit bedrijfsactiviteiten. Wat betreft de 'overige bedrijfskasstromen' in 2015 hadden de bewegingen in overige vlottende activa en verplichtingen op ten hoogste een jaar grotendeels te maken met de in 2014 geprovisioneerde, maar in 2015 ontvangen verzekeringsvergoedingen voor de brand in Rome.

Betaalde winstbelastingen waren € 39,7 miljoen hoger dan in 2015, waarvan € 13,5 miljoen in België, € 7,6 miljoen in China, € 6,6 miljoen in Chili, € 4,9 miljoen in Indonesië en € 4,7 miljoen in Slovakije.

Volgende tabel verschaft meer details in verband met geselecteerde bedrijfskasstromen:

Details van geselecteerde bedrijfskasstromen
in duizend € 2015 2016
Posten zonder kasstroomeffect verwerkt in bedrijfsresultaat
Afschrijvingen en waardeverminderingen 1 208 401 203 917
Bijzondere waardeverminderingen op activa 13 262 17 862
Negatieve goodwill -340 -
Posten zonder kasstroomeffect opnieuw bijgeteld bij EBIT 221 323 221 779
Winst (-) of verlies bij gefaseerde overnames 1 098 -
Voorzieningen voor personeelsbeloningen: aanleg / terugname (-) van ongebruikte
bedragen 2 17 500 15 606
Overige voorzieningen: aanleg / terugname (-) van ongebruikte bedragen 3 752 14 393
CTA overgeboekt naar resultaat bij afstoten van activiteiten 393 -
In eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen 2 906 4 449
Overige posten zonder kasstroomeffect verwerkt in bedrijfsresultaat 25 649 34 448
Totaal 246 972 256 227
Investeringsposten verwerkt in bedrijfsresultaat
Winst (-) of verlies bij verkoop van activiteiten -13 653 -
Winst (-) of verlies bij verkoop van immateriële en materiële vaste activa 102 1 034
Totaal -13 551 1 034
Terugname gebruikte bedragen op voorzieningen voor personeelsbeloningen en
overige voorzieningen
Voorzieningen voor personeelsbeloningen: gebruikte bedragen -33 493 -37 242
Overige voorzieningen: gebruikte bedragen -7 314 -7 622
Totaal -40 807 -44 864
Betaalde winstbelastingen
Actuele winstbelastingen -53 251 -93 004
Toename of afname (-) in nettoverplichtingen m.b.t. winstbelastingen -3 406 -3 384
Totaal -56 657 -96 388
Overige bedrijfskasstromen
Bewegingen in overige vlottende activa en verplichtingen op ten hoogste een jaar 12 748 6 321
Overige 3 203 1 232
Totaal 15 951 7 553

1 Inclusief € -1,2 miljoen (2015: € 8,3 miljoen) afwaarderingen / (terugnames van afwaarderingen) op voorraden en handelsvorderingen (zie toelichting 6.7. 'Operationeel werkkapitaal').

2 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.

Nettokasstroom uit investeringsactiviteiten

Het bedrag m.b.t. 'nieuwe bedrijfscombinaties' in 2016 slaat op de verworven geldmiddelen bij de totstandkoming van de Bridon-Bekaert Ropes Group (zie toelichting 7.2. 'Effect van bedrijfscombinaties'). In 2015 genereerden nieuwe bedrijfscombinaties een nettokasuitstroom van € -129,8 miljoen, voornamelijk als gevolg van de eindfase van de overname van de staalkoordfabrieken van Pirelli en de overname van de Ropesactiviteiten van Arrium. Andere verwervingen van deelnemingen bestonden in hoofdzaak uit verwervingen van minderheidsbelangen in bepaalde entiteiten waarin Bekaert haar eigen strategische koers wil varen. Inkomsten uit verkoop van deelnemingen in 2015 (€ 30,8 miljoen) hadden voornamelijk betrekking op de afstoting van de Cardingactiviteit en de ontvangst van uitgestelde vergoedingen voor de afstoting van de industriëledeklagenactiviteit in 2012. Investeringen in materiële vaste activa bleven op een hoog niveau (€ -158,5 miljoen), hoewel iets onder het recordniveau van 2015 (€ -170,7 miljoen) dat behaald werd dankzij de heropbouw van de hieldraadfabriek in Rome (Georgia, VS) die in 2014 vernield werd door een brand.

Volgende tabel verschaft meer details in verband met geselecteerde investeringskasstromen:

Details van geselecteerde investeringskasstromen
2015
in duizend €
2016
Overige portfolio-investeringen
Aankoop van minderheidsbelangen in Ropes-entiteiten
-91 488
-
Aankoop van minderheidsbelangen in Southern Wire-entiteiten
-5 270
-
Aankoop van minderheidsbelangen in Chinese entiteiten
-12 700
-
Overige investeringen
-101
-41
Totaal
-109 559
-41
Overige investeringskasstromen
Inkomsten uit verkoop van immateriële activa
17
14
Inkomsten uit verkoop van materiële vaste activa
3 789
1 172
Totaal
3 806
1 186

Overige investeringskasstromen zoals opbrengsten uit verkoop van materiële vaste activa waren eerder onbeduidend zowel in 2015 als in 2016.

Nettokasstroom uit financieringsactiviteiten

De inkomsten uit rentedragende schulden op meer dan een jaar (€ 172,1 miljoen) slaan vooral op financieringstransacties in België, China en Australië. De € 380 miljoen ontvangst van de converteerbare obligatielening bestond voor € 114,6 miljoen uit nieuwe schuld en voor het resterende bedrag uit een inruil van bestaande converteerbare obligaties. Aflossingen van langetermijnschulden (€ -375,3 miljoen) hadden voornamelijk betrekking op het vervallen van een Eurobond van € 205,0 miljoen en een bedrag van € 84,3 miljoen voor de afwikkeling van de bestaande converteerbare obligatielening door NV Bekaert SA, naast andere terugbetalingen in China (€ -66,8 miljoen) en Latijns-Amerika (€ -12,9 miljoen). Er was een kleine afname (€ -5,6 miljoen) in rentedragende schulden op ten hoogste een jaar in 2016. Eigenaandelentransacties in 2016 (€ 7,5 miljoen) omvatten terugkopen van aandelen (€ -1,1 miljoen) en inkomsten uit de uitoefening van aandelenopties (€ 8,6 miljoen).

Volgende tabel verschaft meer details in verband met geselecteerde financieringskasstromen:

Details van geselecteerde financieringskasstromen

in duizend € 2015 2016
Overige financieringsstromen
Nieuwe aandelen uitgegeven voor uitgeoefende warrants 234 5 365
Deelname van minderheidsaandeelhouders in kapitaalverhoging 14 967 -
Toename (-) of afname van kort- en langlopende leningen en financiële vorderingen 2 041 17 138
Toename (-) of afname van financiële activa op ten hoogste een jaar 9 616 4 148
Overige financiële opbrengsten en lasten -16 437 -3 458
Totaal 10 421 23 193

Inkomsten uit overige financieringskasstromen kwamen voort uit kapitaalverhogingen (€ 5,4 miljoen), nettoontvangsten uit leningen en overige vorderingen (€ 17,1 miljoen) en geldbeleggingen (€ 4,1 miljoen). De voornaamste verschuiving in leningen en vorderingen heeft betrekking op de afwikkeling van de leningen door de Xinyu-entiteiten waarin Bekaert sinds eind 2015 niet langer een invloed van betekenis heeft. Overige financiële opbrengsten en lasten omvatten in hoofdzaak belastingen en bankkosten op financiële transacties (€ -2,5 miljoen).

7.2. Effect van bedrijfscombinaties

De oprichting van Bridon-Bekaert Ropes Group

Op 7 december 2015 maakte Bekaert bekend dat het een overeenkomst getekend had met Ontario Teachers' Pension Plan (Ontario Teachers'), de eigenaar van Bridon, voor de oprichting van Bridon-Bekaert Ropes Group, een nieuwe joint venture waarin Bekaert en Ontario Teachers' voorzagen een belang van respectievelijk 67% en 33% te hebben. De nieuwe groep zal de kabel- en advanced cords-activiteiten samenvoegen, die bestaan uit 19 productievestigingen in 11 landen, marktgedreven R&D en een wereldwijd verkoops- en distributienetwerk.

Op 28 juni 2016 hebben Bekaert en Ontario Teachers' de finale fusie van de wereldwijde kabel- en advanced cords-activiteiten van Bekaert en Bridon succesvol afgerond. Bekaert brengt zijn advanced cords-activiteiten in en zijn stevig uitgebouwde aanwezigheid in staalkabels in Latijns-Amerika, Canada en Australië. Bridon heeft met kabeldraad, strengen, staalkabels en synthetische kabels sterke posities in Europa en de VS. De fusie zal aanleiding geven tot zowel operationele als commerciële synergieën. De complementariteit inzake geografisch en sectorieel profiel moet het mogelijk maken om sterker te groeien dan de markt; het samenvoegen van sterktes in kabeltechnologie en draadtechnologie zal een platform creëren voor sterke differentiatie in de hoogwaardige kabelmarkten. Uit deze fusie ontstaat 's werelds leidende kabelgroep met een jaaromzet van ongeveer USD 650 miljoen (huidig equivalent van € 580 miljoen) in een genormaliseerde businesscontext. Deze ambitie verklaart waarom Bekaert bereid was een aanzienlijke overnamevergoeding te betalen, met als gevolg een goodwill van € 116,2 milljoen.

De groep zal in een genormaliseerde businesscontext naar schatting ongeveer USD 350 miljoen (€ 315 miljoen aan huidige koersen) toevoegen aan Bekaerts geconsolideerde omzet op jaarbasis. De Groep verwacht lagere cijfers in de eerstkomende twee jaar omwille van de huidige vraaginstabiliteit in de olie-en-gassector en de mijnbouw.

  • Bekaert heeft de volgende vestigingen ingebracht in Bridon-Bekaert Ropes Group: de WRI staalkabelfabrieken in Canada, de VS en Australië, Bekaert Cimaf in Brazilië, Prodinsa in Chili, Procables in Peru en de advanced cords-activiteiten in Aalter (België) en Shenyang (China). Ook de verkoop en klantendiensten van de geïntegreerde staalkabelactiviteiten binnen Bekaerts draadvestigingen in Qingdao (China) en Shah Alam (Maleisië) worden vanaf nu beheerd door de nieuwe groep. Ongeveer 1 000 medewerkers hebben Bridon-Bekaert Ropes Group vervoegd.
  • Ontario Teachers' heeft zijn volle eigendomsbelang in Bridon ingebracht in Bridon-Bekaert Ropes Group, waaronder: de staaldraad-, staalkabel- en synthetischekabelfabrieken in Doncaster, Newcastle en Coatbridge (UK), in Exeter, Hanover en Wilkes Barre (PA, VS), in Gelsenkirchen (Duitsland), Hangzhou (China), Jakarta (Indonesië) en de ScanRope fabriek in Tønsberg (Noorwegen). Bovendien werden ook alle commerciële en dienstencentra wereldwijd geïntegreerd in de nieuwe groep. Ongeveer 1 500 medewerkers hebben Bridon-Bekaert Ropes Group vervoegd.

De initiële verwerking van de bedrijfscombinatie die in het tussentijds verslag van juni 2016 weergegeven werd was uiteraard voorlopig, aangezien de overname pas afgerond werd op het einde van het eerste semester. Gedurende het tweede semester heeft Bekaert een uitgebreide analyse gemaakt om de overgenomen nettoactiva en verplichtingen in kaart te brengen en de reële waarde ervan te bepalen.

De overgenomen immateriële vaste activa werden geïdentificeerd en gewaardeerd door een externe expert. De reëlewaardebepalingen van de materiële vaste activa werden gebaseerd op recente externe waarderingsverslagen voor terreinen en gebouwen en op interne waarderingsverslagen voor installaties, machines en uitrusting. Uitgestelde belastingvorderingen en –verplichtingen voortvloeiend uit de bijhorende waardeaanpassingen werden opgenomen tegen de toepasselijke belastingvoeten in de betrokken rechtsgebieden.

Het toewijzingsproces van de aankoopprijs resulteerde in een negatief nettoactivatotaal van € -114,6 miljoen. De belangrijkste reden hiervoor ligt bij de in hoge mate door schulden gedragen financieringsstructuur van Bridon, waardoor de overgenomen nettoschuld oploopt tot € 278,7 miljoen.

De minderheidsbelangen die ontstaan in de overgenomen entiteiten werden gewaardeerd tegen hun aandeel in de reële waarde van de verworven nettoactiva. Aangezien de overnamevergoeding bestond uit een belang van 33% in Bekaerts advanced cords- en wereldwijde kabelactiviteiten, werd deze gewaardeerd tegen de reële waarde van de afgestane minderheidsbelangen, op basis van de tussen de partners overeengekomen aandelenwaardering en additionele financieringsovereenkomsten.

De volgende tabel geeft een overzicht van de verworven nettoactiva per balanspost, vóór en na het effect van reëlewaardeaanpassingen overeenkomstig IFRS 3, 'Bedrijfscombinaties', en de goodwillberekening voor de transactie. Tevens wordt hierin het bedrag verduidelijkt dat in het geconsolideerd kasstroomoverzicht getoond wordt als 'nieuwe bedrijfscombinaties'.

Totaal Boekwaarde vóór Reëlewaarde
in duizend € overname aanpassingen Reële waarde
Immateriële activa 46 637 5 032 51 669
Materiële vaste activa 116 783 -22 542 94 241
Uitgestelde belastingvorderingen 1 571 7 909 9 480
Leningen en vorderingen op meer dan een jaar 1 319 - 1 319
Overige vaste activa 4 - 4
Voorraden 56 892 3 189 60 081
Handelsvorderingen 36 583 - 36 583
Betaalde voorschotten 887 - 887
Overige vorderingen 4 261 - 4 261
Geldmiddelen en kasequivalenten 40 918 - 40 918
Overige vlottende activa 2 629 - 2 629
Voorzieningen voor personeelsbeloningen op meer
dan een jaar -7 722 - -7 722
Overige voorzieningen op meer dan een jaar -9 435 -4 940 -14 375
Rentedragende schulden op meer dan een jaar -293 111 8 546 -284 565
Uitgestelde belastingverplichtingen -20 703 -2 158 -22 861
Overige verplichtingen op meer dan een jaar -16 - -16
Rentedragende schulden op ten hoogste een jaar -35 672 - -35 672
Handelsschulden -39 243 - -39 243
Personeelsbeloningen op ten hoogste een jaar -4 156 - -4 156
Overige voorzieningen op ten hoogste een jaar -2 165 - -2 165
Verplichtingen m.b.t. winstbelastingen -407 - -407
Ontvangen voorschotten -1 486 - -1 486
Overige verplichtingen op ten hoogste een jaar -4 004 - -4 004
Totaal van de nettoactiva verworven in een
bedrijfscombinatie -109 636 -4 964 -114 600
Overnamevergoeding (afgestane
minderheidsbelangen) -39 807
Ontstane minderheidsbelangen in de overgenomen
entiteiten 38 162
Goodwill 116 245
Overnamevergoeding vereffend in geldmiddelen -
Verworven geldmiddelen - - 40 918
Nieuwe bedrijfscombinaties 40 918

De voornaamste immateriële activa omvatten de merknamen (€ 45,5 miljoen), de klantenrelaties (€ 4,8 milljoen) en het orderboek (€ 0,4 miljoen). Als gevolg van de eerdere overname van Bridon door OTPP waren de merknamen en klantenrelaties al opgenomen in de boeken van Bridon. De herziene waardebepaling resulteerde in een toename met € 5,0 miljoen.

De negatieve reëlewaardeaanpassingen van materiële vaste activa hebben voornamelijk betrekking op installaties, machines en uitrusting in het Verenigd Koninkrijk (€ -7,3 milljoen), de VS (€ -12,6 miljoen) en China (€ -4,9 miljoen). De positieve reëlewaardeaanpassingen van voorraden weerspiegelen in hoofdzaak de verwachte marge op goederen in bewerking en gereed product bij hun verkoop. De waardeverminderingen op dubieuze debiteuren ten belope van € -0,4 miljoen die opgenomen waren in de boeken van de overgenomen entiteiten werden toereikend geacht in het licht van de ingeschatte kredietrisico's.

In verband met klantenbetwistingen werden voor een totaal van € 4,9 miljoen voorwaardelijke verplichtingen vastgesteld bij Bridon International Ltd.

De volgende tabel toont het effect van de bedrijfscombinatie op de geconsolideerde omzet en het volledig perioderesultaat (na kosten in verband met de overname):

Datum van Omzet voor de Volledig
in duizend € overname periode perioderesultaat
Bridonentiteiten 28 juni 2016 109 168 -58 136
waarvan
Bedrijfsresultaat (EBIT) overgenomen entiteiten -23 209
Kosten in verband met de overname -8 639
Totaal bedrijfsresultaat (EBIT) -31 848
Renteopbrengsten en -lasten -23 401
Overige financiële opbrengsten en lasten 2 790
Resultaat vóór belastingen -52 459
Winstbelastingen 1 571
Perioderesultaat -50 888
Andere elementen van het resultaat (opgenomen in
het eigen vermogen) -7 248

De kosten in verband met de overname, die voornamelijk bestonden uit honoraria van consultants, bedroegen € 16,7 miljoen (waarvan € 8,1 miljoen opgelopen in 2015) en werden opgenomen in andere bedrijfskosten. Mochten alle Bridonentiteiten overgenomen zijn sinds 1 januari 2016, dan zou de Groep bijkomend € 122,7 miljoen omzet en € 80,3 perioderesultaat (d.i. voor het eerste semester) opgenomen hebben, met inbegrip van eenmalige winsten op schuldherfinanciering van € 89,7 miljoen.

7.3. Beheer van financiële risico's en derivaten

Principes van financieel risicobeheer

De Groep is blootgesteld aan risico's als gevolg van bewegingen in wisselkoersen, rentevoeten en marktprijzen die haar activa en verplichtingen beïnvloeden. Het financieel risicobeheer van de Groep heeft tot doel om de effecten van deze marktrisico's als gevolg van haar operationele en financiële activiteiten te beperken. Naargelang het ingeschatte risico worden daartoe welbepaalde derivaten als afdekkingsinstrumenten ingezet. De Groep dekt voornamelijk risico's af die de kasstromen beïnvloeden. Derivaten worden enkel gebruikt als afdekkingsinstrument en niet voor handels- of speculatieve doeleinden. Om het kredietrisico te beperken, worden afdekkingstransacties over het algemeen enkel aangegaan met financiële instellingen die tenminste een Akredietscore hebben.

De richtlijnen en principes van het financieel risicobeheer van Bekaert worden vastgelegd door het Audit en Finance Comité en gecontroleerd door de Raad van Bestuur van de Groep. De Groepsdienst Thesaurie is verantwoordelijk voor de implementatie van het financieel risicobeleid. Dit houdt in dat gepaste richtlijnen worden gedefinieerd en effectieve controle- en verslaggevingsprocedures worden ingezet. Het Audit en Finance Comité wordt geregeld geïnformeerd over de blootstelling aan valuta- en renterisico's.

Valutarisico

Het valutarisico van de Groep kan opgedeeld worden in twee categorieën: valutatranslatierisico en valutatransactierisico.

Valutatranslatierisico

Een valutatranslatierisico ontstaat wanneer de financiële gegevens van buitenlandse dochterondernemingen omgezet worden naar de presentatievaluta van de Groep, de euro. De voornaamste valuta's zijn de Chinese renminbi, de US dollar, de Tsjechische kroon, de Braziliaanse real, de Chileense peso, de Russische roebel, de Indische roepie, de pond sterling en de Venezolaanse bolivar (cf. gecumuleerde omrekeningsverschillen in toelichting 6.13. 'Overgedragen resultaten en overige Groepsreserves'). Aangezien er geen kasstroomeffect is, dekt de Groep dit risico gewoonlijk niet af.

Valutatransactierisico

De Groep is blootgesteld aan valutatransactierisico's die voortvloeien uit haar investerings-, financierings- en bedrijfsactiviteiten.

Valutarisico's op het vlak van investeringen ontstaan uit de overname of de verkoop van deelnemingen in buitenlandse vennootschappen, en soms ook uit te ontvangen dividenden vanuit buitenlandse deelnemingen. Indien materieel geacht, worden deze risico's afgedekt door middel van termijnwisselcontracten.

Valutarisico's op het vlak van financiering ontstaan uit financiële verplichtingen in vreemde valuta's. De Groepsdienst Thesaurie dekt deze risico's af in overeenstemming met haar beleidsrichtlijnen en maakt hiervoor gebruik van cross-currency interest-rate swaps en termijnwisselcontracten om financiële verplichtingen in vreemde valuta's om te zetten naar de functionele valuta van de betrokken entiteit. Op de verslagdatum bestonden de verplichtingen in vreemde valuta waarvoor het valutarisico werd afgedekt voornamelijk uit intragroepsleningen in euro en US dollar.

Valutarisico's in het kader van bedrijfsactiviteiten vloeien voort uit commerciële activiteiten met aan- en verkopen in vreemde valuta, alsook betalingen en ontvangsten van royalty's. De Groep gebruikt termijnwisselcontracten om het valutarisico op de verwachte kasinstromen en kasuitstromen voor de volgende drie maanden te beperken. Belangrijke blootstellingen en vaststaande toezeggingen buiten dit tijdskader kunnen ook afgedekt worden.

Valutagevoeligheidasanalyse

Valutagevoeligheid met betrekking tot de bedrijfsactiviteiten

Volgende tabel geeft een samenvatting van de nettoposities van de Groep voor de belangrijkste valutaparen met betrekking tot bedrijfs-, investerings- en financiële vorderingen en schulden in vreemde valuta op de verslagdatum. De nettoposities van de valuta zijn vóór eliminaties van intragroepsverrichtingen. Een positief bedrag betekent dat de Groep een nettovordering heeft in de eerste valuta. In de tabel vertegenwoordigt de kolom 'Totaal risico' de balanspositie, terwijl de kolom 'Totaal derivaten' alle derivaten omvat ter afdekking van zowel de balanspositie als de verwachte transacties.

Valutapaar - 2016

Valutapaar - 2016
in duizend € Totaal risico Totaal derivaten Nettopositie
AUD/USD 3 716 -3 634 81
EUR/BRL -13 670 - -13 670
EUR/CAD -14 223 - -14 223
EUR/CNY -103 187 34 138 -69 049
EUR/GBP 25 170 -2 150 23 020
EUR/USD -7 488 - -7 488
IDR/USD 8 616 - 8 616
JPY/CNY 5 076 -4 449 627
NZD/GBP -9 605 - -9 605
RUB/EUR 21 649 -21 650 -1
TRY/EUR 14 256 - 14 256
USD/CAD 14 923 - 14 923
USD/CLP 8 510 - 8 510
USD/CNY -163 998 149 531 -14 467
USD/COP -9 854 14 153 4 299
USD/EUR 236 431 -314 559 -78 128
USD/GBP 94 265 -11 861 82 404
USD/INR -46 915 33 522 -13 393
USD/SGD -25 675 - -25 675

Valutapaar - 2015

USD/SGD -25 675 - -25 675
Valutapaar - 2015
in duizend €
Totaal risico Totaal derivaten Nettopositie
CNY/EUR 15 702 -4 249 11 453
CZK/EUR -12 100 4 165 -7 935
EUR/CNY -66 349 65 723 -626
EUR/USD 28 305 -30 000 -1 695
IDR/USD 9 222 - 9 222
USD/BRL -8 120 - -8 120
USD/CAD 12 680 -3 572 9 108
USD/CLP 74 670 - 74 670
USD/CNY -244 088 215 519 -28 569
USD/EUR 461 769 -485 210 -23 441
USD/INR -63 897 47 511 -16 386
USD/SGD -24 298 - -24 298

Indien de valuta's verzwakt of versterkt waren met de redelijkerwijs mogelijke procenten en indien alle andere variabelen constant gebleven waren, zou het perioderesultaat vóór belastingen € 2,7 miljoen (2015: € 1,6 miljoen) lager respectievelijk hoger geweest zijn. De redelijkerwijs mogelijke schommelingen die gebruikt worden in deze berekening, zijn gebaseerd op de volatiliteit op jaarbasis met betrekking tot de dagelijkse wisselkoersbewegingen gedurende de verslagperiode, met een betrouwbaarheidsinterval van 95%.

Valutagevoeligheid bij hedge accounting

Per 31 december 2016 maakt de Groep slechts in een beperkt aantal gevallen gebruik van hedge accounting, met name in Bridon International Ltd (UK) waar het valutarisico gelinkt aan operationele kasstromen wordt afgedekt door vreemde valuta contracten aangeduid als kasstroomafdekkingen. De voornaamste valutarisico's die worden afgedekt zijn EUR/GBP en USD/GBP. Indien de GBP verzwakt of versterkt was met de redelijkerwijs mogelijke procenten en indien alle andere variabelen constant gebleven waren, zou de afdekkingsreserve € 2,5 miljoen hoger respectievelijk lager geweest zijn op jaareinde 2016. De Groep maakte geen gebruik van hedge accounting per vorig jaareinde.

Renterisico

De Groep is onderworpen aan renterisico en dit voornamelijk op schulden in US dollar, Chinese renminbi en euro. Om het effect van rentevoetfluctuaties in deze regio's te minimaliseren, wordt het renterisico op de nettoschuld uitgedrukt in deze valuta's afzonderlijk beheerd. De volgende algemene richtlijnen worden toegepast om het renterisico af te dekken:

  • de beoogde gemiddelde duur van langlopende schulden bedraagt vier jaar; en
  • de verdeling tussen variabele en vaste rentevoeten moet voor langlopende schulden beantwoorden aan de limieten bepaald door het Audit en Finance Comité.

De Groepsdienst Thesaurie gebruikt interest-rate swaps en cross-currency interest-rate swaps om ervoor te zorgen dat de vaste/variabele renteverhouding van langlopende schulden binnen de limieten blijft.

Het volgende overzicht toont de gewogen gemiddelde rentevoeten op balansdatum.

De converteerbare obligatielening en de leningen gelinkt aan de Bridon fusie worden aangehouden tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieverentemethode wat resulteert in de spreiding van de transactiekosten over de duur van de verplichting via de intrestlasten. Bijgevolg zullen de effectieve intrestlasten hoger zijn dan de nominale intrestlasten.

Lange termijn
2016 Vaste Vlottende Korte Totaal
rentevoet rentevoet Totaal termijn
US dollar 10,60% 4,45% 5,54% 1,81% 2,65%
Chinese renminbi 6,00% - 6,00% 3,38% 5,38%
Euro 2,78% 6,20% 3,42% 0,43% 3,27%
Overige 7,74% - 7,74% 5,14% 5,82%
Totaal 3,21% 5,61% 3,79% 2,28% 3,30%
Lange termijn
2015 Vaste
Vlottende
rentevoet
rentevoet
Korte
Totaal termijn Totaal
US dollar 4,63% - 4,63% 1,27% 1,35%
Chinese renminbi 5,81% - 5,81% 3,24% 5,65%
Euro 2,99% - 2,99% 0,53% 2,90%
Overige 7,34% 3,00% 7,16% 4,75% 5,58%
Totaal 3,41% 3,00% 3,41% 1,82% 2,80%

Rentegevoeligheidsanalyse

Rentegevoeligheid van de financiële schuld

Zoals vermeld in toelichting 6.17. 'Rentedragende schulden' bedroeg de totale financiële schuld van de Groep € 1 459,2 miljoen op 31 december 2016 (2015: € 1 293,3 miljoen). De volgende tabel toont het valutakoers- en renteprofiel, d.i. de procentuele verdeling van de totale financiële schuld per munt en per type van rentevoet (vast, vlottend).

Valutakoers- en renteprofiel Lange termijn Korte termijn
2016 Vaste Vlottende vlottende
rentevoet rentevoet rentevoet Totaal
US dollar 1,20% 5,50% 23,20% 29,90%
Chinese renminbi 0,70% - 0,20% 0,90%
Euro 47,40% 10,90% 3,10% 61,40%
Overige 2,00% - 5,80% 7,80%
Totaal 51,30% 16,40% 32,30% 100,00%
Valutakoers- en renteprofiel Lange termijn Korte termijn
2015 Vaste
rentevoet
Vlottende
rentevoet
vlottende
rentevoet Totaal
US dollar 0,80% - 29,70% 30,50%
Chinese renminbi 3,80% - 0,20% 4,00%
Euro 53,90% - 2,00% 55,90%
Overige 3,20% 0,10% 6,30% 9,60%
Totaal 61,70% 0,10% 38,20% 100,00%

De volgende tabel toont voor de belangrijkste valuta's de redelijkerwijs mogelijke schommelingen met een 95% betrouwbaarheidsinterval; de cijfers zijn gebaseerd op de volatiliteit op jaarbasis van de dagelijkse noteringen van de Interbank Offered Rate op 3 maanden in 2016 en 2015.

Valuta Rentevoet per
31 dec 2016
Redelijkerwijs mogelijke
schommelingen (+/-)
Chinese renminbi 1 3,09% 0,51%
Euro 0,00% 0,00%
US dollar 1,00% 0,18%
Valuta Rentevoet per
31 dec 2015
Redelijkerwijs mogelijke
schommelingen (+/-)
Chinese renminbi 1 2,41% 0,40%
Euro 0,00% 0,03%
US dollar 0,61% 0,19%

1Voor de Chinese renminbi werd de PBOC-referentievoet voor leningen op hoogstens 6 maand genomen.

Indien we de geschatte mogelijke renteschommelingen toepassen op de schuld met vlottende rentevoet – in de veronderstelling dat alle andere variabelen constant bleven – zou het perioderesultaat vóór belastingen € 1,8 miljoen (2015: € 0,8 miljoen) hoger/lager geweest zijn.

Rentegevoeligheid bij hedge accounting

De Groep maakt geen gebruik van hedge accounting per 31 december 2016. Er werd dan ook geen sensitiviteitsanalyse uitgevoerd.

Kredietrisico

De Groep is blootgesteld aan kredietrisico's ten gevolge van haar bedrijfsactiviteiten en bepaalde financieringsactiviteiten. In het kader van haar bedrijfsactiviteiten heeft de Groep een kredietbeleid opgezet dat rekening houdt met het risicoprofiel van de klanten in functie van het marktsegment waartoe zij behoren. Op basis van hun activiteitenplatform, productsegment en regio wordt het kredietrisico van de klanten geanalyseerd en wordt beslist om het kredietrisico af te dekken. De blootstelling aan kredietrisico's wordt continu opgevolgd en de kredietwaardigheid van alle klanten wordt geregeld geëvalueerd. Omwille van het specifieke karakter van sommige staaldraadactiviteiten die slechts een beperkt aantal wereldwijd opererende klanten tellen, wordt het concentratierisico van dichtbij opgevolgd en wordt – overeenkomstig de kredietbeleidslijnen – indien nodig onmiddellijk actie ondernomen. Er dient geen enkele van de volgens IFRS 8 §34 vereiste toelichtingen in verband met individuele klanten (of groepen van klanten onder gezamenlijke zeggenschap) verstrekt, aangezien geen enkele klant van de Groep instaat voor meer dan 10% van de omzet. Op 31 december 2016 was 57,8% (2015: 65,4%) van het kredietrisico afgedekt door kredietverzekeringspolissen en handelsfinancieringsinstrumenten. In het kader van financieringsactiviteiten worden transacties in principe enkel afgesloten met tegenpartijen die minstens een A-kredietscore hebben. Daarnaast worden kredietlimieten vastgelegd voor elke tegenpartij in functie van haar kredietwaardigheid. Dankzij deze aanpak acht de Groep de risico's bij staking van betaling door de tegenpartij beperkt, zowel wat bedrijfsactiviteiten als wat financieringsactiviteiten betreft.

Liquiditeitsrisico

Liquiditeitsrisico betekent het risico dat de Groep haar verplichtingen niet kan nakomen op de vervaldag omdat ze niet in staat is om activa te gelde te maken of de nodige kredieten te bekomen. Om de liquiditeit en de financiële flexibiliteit te allen tijde te garanderen, beschikt de Groep, naast de beschikbare geldmiddelen, over verscheidene kortlopende, niet-toegezegde kredietlijnen in de belangrijkste valuta's en voor bedragen die geacht worden toereikend te zijn voor de huidige en toekomstige financiële behoeften. Deze kredietfaciliteiten hebben meestal een gemengd karakter en kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt voor voorschotten, kaskredieten, acceptkredieten en verdisconteringen. De Groep heeft ook toegezegde kredietfaciliteiten ter beschikking voor een maximumbedrag van € 50 miljoen (2015: € 50 miljoen) tegen variabele rentevoeten met vaste marges. Op jaareinde was van deze kredietlijnen niets (2015: niets) opgenomen. Bovendien beschikt de Groep over een commercial paper & medium-term note program voor een bedrag van € 123,9 miljoen (2015: € 123,9 miljoen). Per jaareinde 2016, waren er voor € 50 miljoen aan uitstaande commercial paper notes (2015: niets). De externe bankschuld van € 316 miljoen, gerelateerd aan de Bridon-Bekaert Ropes Group, was op jaareinde 2016 onderworpen aan schuldconvenanten (2015: niets). De Groep (met uitzondering van BBRG) heeft een gezamenlijk factoring-programma met BNP Paribas Fortis en KBC dat de mogelijkheid biedt om tot € 77 miljoen (2015: € 90 miljoen) op te nemen voor twee maanden, maar er waren geen bedragen opgenomen voor jaareinde (2015: geen).

BBRG wordt gefinancierd door een bankensyndicaat van 11 ontleners. De leningstructuur bestaat uit een senior debt (A en B tranche), een reeds bestaande pre-fusie schuld in België en Australië (schuld aan BNP), een revolving credit facility (RCF) en aangevuld met diverse schulden uit bestaande faciliteiten (Overige schuld). De financieringsovereenkomst werd afgesloten op 29 juni 2016. Voor financiële doeleinden is BBRG afgeschermd, wat betekent dat (i) het geen steun (zoals intragroepsleningen, groepsgaranties, inpandgevingen, elke vorm van borgstelling) kan krijgen van andere Bekaert ondernemingen buiten haar consolidatieperimeter om haar activiteiten te financieren, (ii) haar bankensyndicaat zal geen enkel verhaal hebben tegenover de Bekaert Groep. Bijgevolg treedt BBRG op als een onafhankelijke groep voor financiële doeleinden. BBRG is ingestapt in een afzonderlijk factoring-programma met BNP Paribas Fortis in de UK en Duitsland dat de mogelijkheid biedt om tot € 15 miljoen (2015: niets) op te nemen en waarvan er voor jaareinde reeds voor € 6 miljoen werd opgenomen (2015: geen).

De totale schuld per eind december 2016 bedraagt (in nominale bedragen):

Totale schuld BBRG
in miljoen USD
31 dec 2016
Lening A 73,0
Lening B 193,3
Schuld aan BNP 33,9
RCF 24,6
Overige schuld 6,3
Totale schuld 331,2

De belangrijkste vereisten vanuit het bankensyndicaat hebben betrekking op een maandelijkse, kwartaal- en jaarlijkse verslaggeving, communicatie rond het budget alsook de verplichting om te voldoen aan twee convenanten.

De eerste is een leverage convenant die de relatie beoordeelt tussen de aangepaste Onderliggende EBITDA en de nettoschuld. De Onderliggende EBITDA wordt verhoogd met het verschil tussen de jaarlijkse impact van geïdentificeerde besparingen, en de gerealizeerde besparingen, in om het even welke periode gebaseerd op een voortschrijdend gemiddelde van twaalf maanden, dewelke dan wordt geherdefinieerd als aangepaste Onderliggende EBITDA. De tweede convenant beoordeelt de relatie tussen de aangepaste Onderliggende EBITDA en de rentelast van BBRG.

De convenanten per eind december 2016 zijn als volgt

2016
in miljoen USD 31 dec 2016 Convenant Inbreuk
Nettoschuld 274,9
Leverage -convenant Aangep. Onderliggende EBITDA =
59,8
= 4,60 5,95 Nee
Aangep. Onderliggende EBITDA 59,8
Renteconvenant Rentelasten =
20,6
= 2,90 2,50 Nee

BBRG is geslaagd voor de convenant testen met voldoende bufferruimte. De bufferruimte op de aangepaste Onderliggende EBITDA bedraagt USD 13,8 miljoen per eind december 2016. Gebaseerd op de huidige bedrijfsresultaten, verwacht BBRG om ook in de toekomst voldoende bufferruimte te hebben.

De volgende tabel toont de contractueel overeengekomen, niet-verdisconteerde kasuitstromen met betrekking tot financiële verplichtingen (inclusief financiële verplichtingen verbonden met activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop). Enkel nettorentebetalingen en kapitaalsaflossingen zijn hierin vervat.

2016 2022
in duizend € 2017 2018 2019-2021 en later
Financiële verplichtingen - hoofdsom
Handelsschulden -563 479 - - -
Overige verplichtingen -20 060 -518 - -
Rentedragende schulden -312 864 -144 752 -830 018 -247 111
Derivaten - bruto afgewikkeld -325 736 -11 943 -5 086 -
Financiële verplichtingen - rente
Rentedragende schulden -47 148 -42 023 -83 147 -37 679
Derivaten - netto afgewikkeld -346 -346 -173 -
Derivaten - bruto afgewikkeld -5 858 -1 717 -557 -
Totaal niet-verdisconteerde kasstromen -1 275 491 -201 299 -918 981 -284 790
2015 2021
in duizend € 2016 2017 2018-2020 en later
Financiële verplichtingen - hoofdsom
Handelsschulden -456 783 - - -
Overige verplichtingen -7 590 -820 - -
Rentedragende schulden -494 714 -13 343 -778 773 -
Derivaten - bruto afgewikkeld -512 735 - -11 872 -
Financiële verplichtingen - rente
Rentedragende schulden -36 401 -22 744 -39 025 -
Derivaten - netto afgewikkeld - - - -
Derivaten - bruto afgewikkeld -7 240 -1 153 -1 153 -
Totaal niet-verdisconteerde kasstromen -1 515 463 -38 060 -830 823
-

Hierin zijn alle instrumenten begrepen die aangehouden werden op de balansdatum en waarvoor de betalingen reeds contractueel werden vastgelegd. Voorspellingen met betrekking tot toekomstige nieuwe verplichtingen zijn niet meegerekend. Bedragen in vreemde valuta werden omgerekend tegen de slotkoers op de balansdatum. Variabele rentebetalingen met betrekking tot financiële instrumenten werden berekend op basis van de toepasselijke termijnrentevoeten.

Afdekking

Alle financiële derivaten die de Groep aangaat, hebben betrekking op een onderliggende transactie of een verwacht risico. In functie van het verwachte effect op de winst-en-verliesrekening en als voldaan is aan de strikte criteria van IAS 39, beslist de Groep geval per geval of hedge accounting zal toegepast worden. In de volgende secties worden de transacties beschreven waarvoor hedge accounting wordt toegepast en de transacties die niet in aanmerking komen voor hedge accounting, maar als een economische afdekking fungeren.

Hedge accounting

Per 31 december 2016 maakt de Groep slechts in een beperkt aantal gevallen gebruik van hedge accounting, met name in Bridon International Ltd (UK) waar het valutarisico gelinkt aan operationele kasstromen wordt afgedekt door vreemde valuta contracten aangeduid als kasstroomafdekkingen. Tot maart 2015 maakten bepaalde derivaten nog deel uit van effectieve kasstroomafdekkingen en reëlewaardeafdekkingen met betrekking tot de euro-obligatielening van € 100 miljoen, uitgegeven in 2005 met vervaldatum in maart 2015.

Reëlewaardeafdekkingen

Er zijn geen reëlewaardeafdekkingen in 2016.

In 2005 bracht de entiteit de blootstelling aan vlottende betalingen in US dollar terug van € 50 miljoen tot € 30,9 miljoen. De Groep merkte het deel van € 30,9 miljoen van de euro-obligatielening van 2005 aan als afgedekte positie in een reëlewaardeafdekking (het resterende deel van € 69,1 miljoen werd behandeld als een afgedekte positie in een kasstroomafdekking – zie volgende sectie). Hierdoor werden reëlewaardewijzigingen van de afgedekte posities als gevolg van schommelingen van de contantkoers USD/EUR afgezet tegenover reëlewaardewijzigingen van de cross-currency interest rate swaps. Met deze afdekkingstransacties werden geen kredietrisico's beoogd of afgedekt. De reëlewaardeafdekkingen hebben de winst-en-verliesrekening van 2015 als volgt beïnvloed:

Afgedekte
positie
Afdekkings
instrument
Impact op
winst-en
verlies
rekening
Reëlewaarde Reëlewaarde
veranderingen veranderingen
-2 424 2 445 21
- - 144
165
-2 424
2 445

Kasstroomafdekkingen

2016
in duizend €
Afgedekte
positie
Afdekkings
instrument
Impact op
winst-en
verlies
rekening
Verwerkt in
het eigen
vermogen
(OCI)
Contantkoers Reëlewaarde
Kasstroomafdekkingen veranderingen veranderingen
Valutarisico op operationele kasstromen -542 1 284 - 742
Totaal -542 1 284 - 742

De kasstroomafdekkingen in 2016 hebben betrekking op Bridon International Ltd. waar het valutarisico gelinkt aan operationele kasstromen wordt afgedekt door vreemde valuta contracten.

Afgedekte
positie
Afdekkings
instrument
winst-en
verlies
rekening
Verwerkt in
het eigen
vermogen
(OCI)
Contantkoers Reëlewaarde
veranderingen veranderingen
-
- - -326 -
- - -14 14
14
-5 873 6 034 Impact op
161
-5 873
6 034
-179

De kasstroomafdekkingen in 2015 hielden verband met de stopgezette afdekkingsrelatie gerelateerd aan de Eurobond die uitgegeven werd in 2005 en verviel in 2015. Het saldo in de afdekkingsreserve werd volledig overgeboekt naar de winst-en-verliesrekening.

Economische afdekkingen en andere afzonderlijke derivaten

De Groep gebruikt ook financiële instrumenten die als economische afdekking fungeren, maar waarvoor geen hedge accounting wordt toegepast, ofwel omdat niet voldaan is aan de criteria die IAS 39, 'Financiële instrumenten: opname en waardering', vooropstelt om in aanmerking te komen voor hedge accounting, ofwel omdat de Groep bewust besloten heeft om geen hedge accounting toe te passen. Deze derivaten worden verwerkt als afzonderlijke instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden.

  • De Groep gebruikt cross-currency interest-rate swaps en termijnwisselcontracten om het valutarisico van intragroepsleningen tussen twee entiteiten met verschillende functionele valuta's af te dekken. Tot op heden heeft de Groep ervoor gekozen om geen hedge accounting zoals gedefinieerd in IAS 39 toe te passen. Aangezien nagenoeg alle cross-currency interest-rate swaps vlottend-vlottend zijn, wordt verwacht dat de wijziging in de reële waarde van het financieel instrument het omrekeningsresultaat als gevolg van de herwaardering van de intragroepsleningen zal compenseren. De belangrijkste betrokken valuta's zijn de US dollar, de euro en de Russische roebel.
  • Om het renterisico te beheren, gebruikt de Groep interest-rate swaps om haar schulden met variabele rentevoet om te zetten in schulden met vaste rentevoet voor een bedrag van USD 73,0 miljoen (2015: geen).
  • De Groep gebruikt termijnwisselcontracten om haar valutarisico op diverse operationele en financiële transacties te beperken. De Group maakt slechts in een beperkt aantal gevallen gebruik van hedge accounting, met name in Bridon International Ltd (UK) waar het valutarisico gelinkt aan operationele kasstromen wordt afgedekt door vreemde valuta contracten aangeduid als kasstroomafdekkingen. Alle overige reëlewaardewijzigingen van termijnwisselcontracten worden onmiddellijk opgenomen in overige financiële opbrengsten en lasten.
  • In juni 2016 werd een uitstaande converteerbare obligatielening van € 300 miljoen met looptijd tot 2018 teruggekocht met de opbrengst van een nieuwe converteerbare obligatielening van € 380 miljoen met looptijd tot 2021. De uitstaande lening had een jaarlijkse coupon van 0,75% terwijl de nieuwe lening een nulcoupon inhoudt. Aan de houders van de uitstaande obligaties werd een premie van 15,1% boven pari aangeboden om hun oude obligaties in te ruilen tegen nieuwe obligaties, plus opgelopen couponrente. De karakteristieken van zowel de bestaande als de nieuwe converteerbare obligatielening zijn van die aard dat de conversieoptie een in het contract besloten derivaat vormt zonder nauw verband dat, in overeenstemming met IAS 39, afgezonderd wordt van het basiscontract. Op de nieuwe obligaties werd voor 75,9% ingeschreven door bestaand obligatiehouders. Overeenkomstig de 10%-regel opgelegd door IAS 39, §40, werden de condities van de nieuwe obligatielening niet substantieel verschillend van de condities van de bestaande obligatielening bevonden, omdat de netto actuele waarde van de kasstromen onder de nieuwe condities, met inbegrip van de betaalde transactiekosten en verdisconteerd tegen de originele effectieve rentevoet, minder dan 10% afweek van de netto actuele waarde van de resterende kasstromen van de bestaande obligatielening. Bijgevolg werd 75,9% van de nieuwe obligatielening verwerkt als een uitwisseling van financiële verplichtingen, terwijl 24,1% werd verwerkt als een afwikkeling van financiële verplichtingen. Op de datum dat de transactie gelanceerd werd, bedroeg de reële waarde van het bestaande conversiederivaat € 48,6 miljoen terwijl de reële waarde van het nieuwe conversiederivaat € 40,5 miljoen bedroeg. Het uitwisselingsscenario had tot gevolg dat 75,9% van het reëlewaardeverschil werd opgenomen als een verhoging met € 6,1 miljoen van de boekwaarde van de nieuwe obligatielening. De resterende reële waarde van het bestaande conversiederivaat resulteerde in een verlies van € 42,7 miljoen dat werd opgenomen in overige financiële lasten. De reële waarde van het conversiederivaat van de nieuwe obligatielening bedroeg € 35,2 miljoen op 31 december 2016 (tegenover € 40,5 miljoen bij aanvang), waardoor er een winst van € 5,3 miljoen opgenomen werd in overige financiële opbrengsten. Verder werd er nog een verlies van € 2,5 miljoen opgelopen op de inkoop van obligaties die niet ingeruild werden voor nieuwe obligaties. Het basiscontract (de pure schuldcomponent zonder de conversieoptie) is opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs met behulp van de effectieverentemethode; de effectieve rentelast bedraagt € 5,6 miljoen (2015: € 3,3 miljoen). De transactiekosten met betrekking tot de emissie van de converteerbare obligatielening beliepen € 5,7 miljoen en werden toegewezen aan de

schuldcomponent en het conversiederivaat in evenredigheid met hun respectieve reële waarde bij aanvang. Het eerste deel van de transactiekosten (€ 5,1 miljoen) werd opgenomen in de initiële boekwaarde van de schuldcomponent terwijl het tweede deel (€ 0,6 miljoen) onmiddellijk in het resultaat werd opgenomen.

  • De optie met betrekking tot de bedrijfscombinatie met Maccaferri aangegaan in 2014 dient verwerkt als een financiële verplichting tegen reële waarde via het resultaat en wordt gerapporteerd als een derivaatverplichting op meer dan een jaar. De reëlewaardeaanpassingen opgenomen in overige financiële opbrengsten en lasten leidden tot een verlies van € 0,3 miljoen (2015: verlies van € 0,3 miljoen).

Derivaten

Het volgende overzicht presenteert de notionele bedragen van de derivaten volgens hun vervaldatum. Voor derivaten aangemerkt voor hedge accounting conform IAS 39 wordt getoond of deze deel uitmaken van een reëlewaardeafdekking (FVH) of een kasstroomafdekking (CFH):

Vervallend
binnen het
jaar
Vervallend
hoogste 5 jaar
Vervallend
over meer dan
5 jaar
18 487 - -
278 239 - -
- 69 253 -
355 810 5 086 -
- 380 000 -
-
652 536 over meer dan
1 en ten
454 339
Vervallend
binnen het
jaar
over meer dan
1 en ten
hoogste 5 jaar
Vervallend
over meer dan
5 jaar
370 847 - -
561 109 11 872 -
- 300 000 -
-
931 956 311 872

Het volgende overzicht vat de reële waarden van de verschillende derivaten samen. Voor derivaten aangemerkt voor hedge accounting conform IAS 39, wordt getoond of deze deel uitmaken van een reëlewaardeafdekking (FVH) of een kasstroomafdekking (CFH):

Reële waarde van korte- en langetermijnderivaten Vorderingen Verplichtingen
in duizend € 2015 2016 2015 2016
Financiële instrumenten
Hedge accounting
Interest-rate swaps /CFH - - - 595
Aangehouden voor handelsdoeleinden
Termijnwisselcontracten 3 900 5 712 4 525 865
Interest-rate swaps - 436 - -
Interest-rate caps - - - 19
Cross-currency interest-rate swaps 11 744 889 17 711 6 591
Put -opties gerelateerd aan minderheidsbelangen 1 - - 8 559 8 845
Conversiederivaat - - 5 825 35 207
Totaal 15 644 7 037 36 620 52 122
Op meer dan een jaar 5 897 436 14 384 44 374
Op ten hoogste een jaar 9 747 6 601 22 236 7 748
Totaal 15 644 7 037 36 620 52 122

1Verplichting met betrekking tot het commerciële partnerschap met Maccaferri voor ondergrondse toepassingen aangekondigd in juni 2014.

De Groep heeft geen financiële activa en verplichtingen die gesaldeerd worden voorgesteld in de balans overeenkomstig IAS 32. De Groep gaat ISDA-raamovereenkomsten aan met de tegenpartijen voor al haar derivaten, die de tegenpartijen toelaten om vorderingen uit derivaten te salderen met verplichtingen uit derivaten bij het afwikkelen in geval van wanbetaling. Bij deze overeenkomsten worden geen waarborgen uitgewisseld, noch in geldmiddelen noch in beleggingsinstrumenten.

Het potentieel effect van het salderen van derivatencontracten wordt hierna weegegeven:

Effect van afdwingbare salderingsovereenkomsten Vorderingen Verplichtingen
in duizend € 2015 2016 2015 2016
Totaal derivaten opgenomen in de balans 15 644 7 037 36 620 52 122
Afdwingbare salderingen -5 847 -889 -5 847 -889
Nettobedragen 9 797 6 148 30 773 51 233

Bijkomende toelichting met betrekking tot financiële instrumenten per klasse en categorie

De volgende tabellen tonen de verschillende klassen van financiële activa en verplichtingen met hun nettoboekwaarde en reële waarde, ingedeeld naargelang hun waarderingscategorie volgens IAS 39, 'Financiële instrumenten: opname en waardering'.

Geldmiddelen en kasequivalenten, geldbeleggingen, handelsvorderingen, overige vorderingen, ontvangen bankwissels en leningen en financiële vorderingen vervallen meestal op korte termijn. Daarom benadert hun nettoboekwaarde op de verslagdatum hun reële waarde. Ook handelsschulden en overige verplichtingen vervallen meestal op korte termijn en om dezelfde reden benadert hun nettoboekwaarde hun reële waarde. De Groep heeft overigens geen posities in collateralized debt obligations (CDO's).

Volgende afkortingen voor categorieën worden hierna gebruikt:

Afkorting Categorie volgens IAS 39
L&V Leningen & vorderingen
BV Beschikbaar voor verkoop
FARWR Financiële activa tegen reële waarde via het resultaat
FVtGK Financiële verplichtingen tegen geamortiseerde kostprijs
AVAfd Administratieve verwerking van afdekkingstransacties
Financiële verplichtingen tegen reële waarde via het
FVRWR resultaat
n.v.t. Niet van toepassing
Netto
2016 boekwaarde Reële waarde
in duizend € Categorie volgens IAS 39 2016 2016
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten L&V 365 546 365 546
Geldbeleggingen L&V 5 342 5 342
Handelsvorderingen L&V 739 145 739 145
Ontvangen bankwissels L&V 60 182 60 182
Overige vorderingen L&V 38 239 38 239
Leningen en financiële vorderingen L&V 28 020 28 020
Financiële activa beschikbaar voor verkoop BV 17 499 17 499
Vorderingen uit derivaten
- zonder afdekkingsrelatie FARWVR 7 037 7 037
- met afdekkingsrelatie Hedge accounting - -
Verplichtingen
Rentedragende schulden
- financiële leases n.v.t. 3 855 3 855
- kredietinstellingen FVtGK 781 915 781 915
- obligatieleningen FVtGK 673 455 715 186
Handelsschulden FVtGK 556 361 556 361
Overige verplichtingen FVtGK 20 572 20 572
Verplichtingen uit derivaten
- zonder afdekkingsrelatie FVRWVR 51 528 51 528
- met afdekkingsrelatie Hedge accounting 595 595
Getotaliseerd per categorie volgens IAS 39
Leningen en financiële vorderingen L&V 1 236 474 1 236 474
Financiële activa beschikbaar voor verkoop BV 17 499 17 499
Financiële activa tegen reële waarde via het resultaat
Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen FARWVR 7 037 7 037
geamortiseerde kostprijs FVtGK 2 032 303 2 074 034
Financiële verplichtingen met afdekkingsrelatie AVAfd 595 595
Financiële verplichtingen tegen reële waarde via het
resultaat FVRWVR 51 528 51 528
Netto
2015 boekwaarde Reële waarde
Categorie volgens IAS 39 2015 2015
Geldmiddelen en kasequivalenten L&V 401 771
Geldbeleggingen L&V 10 216
Handelsvorderingen L&V 686 364
Ontvangen bankwissels L&V 68 005
Overige vorderingen L&V 28 418
Leningen en financiële vorderingen L&V 51 428
Financiële activa beschikbaar voor verkoop BV 15 626
Vorderingen uit derivaten
- zonder afdekkingsrelatie FARWVR 15 644
Rentedragende schulden
- financiële leases n.v.t. 3 764
- kredietinstellingen FVtGK 458 536
- obligatieleningen FVtGK 831 040
Handelsschulden FVtGK 456 783
Overige verplichtingen FVtGK 8 411
Verplichtingen uit derivaten
- zonder afdekkingsrelatie FVRWVR 36 620
Leningen en financiële vorderingen L&V 1 246 202
Financiële activa beschikbaar voor verkoop BV 15 626
Financiële activa tegen reële waarde via het resultaat FARWVR 15 644
Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen
in duizend €
Activa
Verplichtingen
Getotaliseerd per categorie volgens IAS 39
geamortiseerde kostprijs
FVtGK 1 754 770 401 771
10 216
686 364
68 005
28 418
51 428
15 626
15 644
3 764
458 536
869 422
456 783
8 411
36 620
1 246 202
15 626
15 644
1 793 152
Financiële verplichtingen tegen reële waarde via het
resultaat
FVRWVR 36 620 36 620

Financiële instrumenten volgens de hiërarchie van reëlewaardebepalingen

De reëlewaardebepaling van financiële activa en verplichtingen kan worden getypeerd op een van de volgende manieren:

  • 'Niveau 1'-reëlewaardebepaling: de reële waarden van financiële activa en verplichtingen met standaardbepalingen en -condities en die verhandeld worden op actieve, liquide markten berusten op marktprijsnoteringen in die actieve markten voor identieke activa en verplichtingen. Dit is voornamelijk het geval voor financiële activa beschikbaar voor verkoop, zoals de deelneming in Shougang Concord Century Holdings Ltd (zie toelichting 6.5. 'Overige vaste activa').
  • 'Niveau 2'-reëlewaardebepaling: de reële waarden van andere financiële activa en verplichtingen worden bepaald volgens algemeen aanvaarde waarderingsmodellen die gebaseerd zijn op verdisconteerde kasstroomanalyse en gebruik maken van beschikbare prijzen van recente markttransacties en prijsopgaven van handelaars in vergelijkbare instrumenten. Dit is voornamelijk het geval voor derivaten. Termijnwisselcontracten worden gewaardeerd op basis van beschikbare termijnwisselkoersen en rentecurves afgeleid van rentevoetnoteringen met termijnen die overeenkomen met de contracten. Interest-rate swaps worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de toekomstige kasstromen en verdisconteerd met gebruik van de toepasselijke rentecurves afgeleid van rentevoetnoteringen. De reëlewaardebepaling van cross-currency interest-rate swaps is gebaseerd op verdisconteerde geschatte kasstromen met behulp van beschikbare termijnwisselkoersen en rentevoeten en de toepasselijke rentecurves hiervan afgeleid.
  • 'Niveau 3'-reëlewaardebepaling: de reële waarden van de overblijvende financiële activa en verplichtingen worden bepaald met waarderingstechnieken waarvan sommige inputs niet berusten op waarneembare marktgegevens. De aandelenconversieoptie in de converteerbare obligatielening uitgegeven in juni 2014 en juni 2016 is een in het contract besloten derivaat, zonder nauw verband, dat dient afgezonderd van het basisschuldinstrument en gewaardeerd tegen reële waarde via het resultaat. De reële waarde van de conversieoptie wordt bepaald als het verschil tussen de reële waarde van de converteerbare obligatielening in haar geheel (bron: Bloomberg) en de reële waarde van het basiscontract bepaald via een waarderingsmodel op basis van de vigerende marktrentevoet voor gelijkaardige schuldinstrumenten. De belangrijkste factoren die de reële waarde van de conversieoptie beïnvloeden zijn de koers van het Bekaertaandeel (niveau 1), de referentie swap rate (niveau 2), de volatiliteit van het Bekaertaandeel (niveau 3) en de kredietmarge (niveau 3). Daarom werd de conversieoptie geclassificeerd als een financieel instrument van niveau 3. Ook de reële waarde van de put-optie met betrekking tot de minderheidsbelangen is niet gebaseerd op waarneembare marktdata, maar op het businessplan dat overeengekomen werd tussen de partners in de bedrijfscombinatie met Maccaferri. De reële waarde ervan werd bepaald met behulp van verdisconteerde kasstromen.
Converteerbare obligatielening uitgegeven in 2014 Op uitgifte
datum
Op 31 dec
2015
Op 19 mei
20161
Niveau-1-inputs
Koers van het aandeel € 27,97 € 28,39 € 37,97
Niveau-2-inputs
Referentieswaprate 0,54% 0,01% -0,15%
Niveau-3-inputs
Volatiliteit 25,40% 20,00% 30,00%
Kredietmarge 210 bps 200 bps 175 bps

Inputs voor het optiewaarderingsmodel

Uitkomsten van het model

300 000 298 014 345 281
278 700 292 189 296 730
21 300 5 825 48 551

1Aankondigingsdatum van het aanbod tot vervroegde terugbetaling.

Converteerbare obligatielening uitgegeven in 2016 Op uitgifte
datum
Op 31 dec
2016
Niveau-1-inputs
Koers van het aandeel € 37,97 € 38,49
Niveau-2-inputs
Referentieswaprate 0,03% 0,02%
Niveau-3-inputs
Volatiliteit 29,00% 29,15%
Kredietmarge 225 bps 175 bps

Uitkomsten van het model

in duizend €

Reële waarde van de converteerbare schuld 380 000 386 734
Reële waarde van de plain vanilla- schuld 339 509 351 527
Reële waarde van de conversie-optie 40 491 35 207

De nettoboekwaarde (d.i. de reële waarde) van het niveau-3-verplichtingen is als volgt geëvolueerd:

Level 3 - financiële verplichtingen

Level 3 - financiële verplichtingen
in duizend €
2015 2016
Per 1 januari 7 921 14 384
Herclassificatie-effecten 8 272 -
Bij uitgifte van de converteerbare obligatie (14 juni 2016) - 40 491
(Winst) / Verlies in reële waarde -1 809 -10 823
Per 31 december 14 384 44 052

De volgende tabel toont de sensitiviteit van de reëlewaardeberekening aan de belangrijkste inputs van niveau 3.

Sensitiviteitsanalyse
in duizend €
Impact op derivaat
Wijziging
(verplichting)
Impliciete volatiliteit 3,5% toename met 13 292
-3,5% afname met -13 308
Kredietmarge 25 bps toename met 3 810
-25 bps
afname met
-3 861

De reële waarde van alle financiële instrumenten die tegen geamortiseerde kostprijs gewaardeerd worden in de balans, volgens IAS 39 of IAS 17, werd bepaald door middel van waarderingstechnieken van 'Niveau 2'. De volgende tabel toont een analyse van financiële instrumenten die tegen reële waarde worden gewaardeerd in de balans volgens de hoger beschreven hiërarchie van reëlewaardebepalingen:

2016
in duizend € Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Financiële activa - met afdekkingsrelatie
Vorderingen uit derivaten - - - -
Financiële activa tegen reële waarde via het resultaat
Vorderingen uit derivaten - 7 037 - 7 037
Financiële activa beschikbaar voor verkoop
Deelnemingen 7 951 8 514 - 16 465
Totaal activa 7 951 15 551 - 23 502
Financiële verplichtingen - met afdekkingsrelatie
Rentedragende schulden - - - -
Verplichtingen uit derivaten - 595 - 595
Financiële verplichtingen tegen reële waarde via het
resultaat
Put-opties gerelateerd aan minderheidsbelangen - - 8 845 8 845
Verplichtingen uit derivaten - 7 476 35 207 42 683
Totaal verplichtingen - 8 071 44 052 52 123
2015
in duizend € Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Financiële activa - met afdekkingsrelatie
Vorderingen uit derivaten - - - -
Financiële activa tegen reële waarde via het resultaat
Vorderingen uit derivaten - 15 644 - 15 644
Financiële activa beschikbaar voor verkoop
Deelnemingen 6 193 8 514 - 14 707
Totaal activa 6 193 24 158 - 30 351
Financiële verplichtingen - met afdekkingsrelatie
Rentedragende schulden - - - -
Verplichtingen uit derivaten - - - -
Financiële verplichtingen tegen reële waarde via het
resultaat
Put-opties gerelateerd aan minderheidsbelangen - - 8 559 8 559
Verplichtingen uit derivaten - 22 236 5 825 28 061
Totaal verplichtingen - 22 236 14 384 36 620

Er waren geen overdrachten tussen niveau 1 en 2 tijdens de periode.

Kapitaalrisicobeheer

De Groep beheert haar kapitaal om te verzekeren dat haar entiteiten in staat zullen zijn hun activiteiten verder te zetten, en met de bedoeling de rentabiliteit voor haar aandeelhouders te maximaliseren door de verhouding van nettoschuld tegenover eigen vermogen te optimaliseren. De Groep heeft haar strategie in dit verband niet gewijzigd tegenover 2015.

De kapitaalstructuur van de Groep bestaat uit nettoschuld, zoals gedefinieerd in toelichting 6.17. 'Rentedragende schulden', en eigen vermogen (zowel toerekenbaar aan de Groep als aan minderheidsbelangen).

Gearing ratio

Het Audit en Finance Comité van de Groep controleert de kapitaalstructuur op halfjaarlijkse basis. Als onderdeel van deze controle wordt de kapitaalkost herzien en worden de risico's geëvalueerd die verband houden met elke vorm van kapitaalverstrekking. De Groep beoogt een gearing ratio van 50%, gedefinieerd als de verhouding van nettoschuld tegenover eigen vermogen.

Gearing
in duizend €
2015 2016
Nettoschuld 1 836 886 1 067 683
Eigen vermogen 1 1 511 651 1 597 893
Nettoschuld op eigen vermogen 55,4% 66,8%

1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.

7.4. Voorwaardelijke verplichtingen en toezeggingen

Per 31 december had de Groep de volgende belangrijke toezeggingen en voorwaardelijke activa en verplichtingen:

in duizend € 2015 2016
Voorwaardelijke verplichtingen 29 031 27 659
Toezeggingen tot aankoop van vaste activa 13 796 30 177
Toezeggingen tot deelneming in durfkapitaalfondsen 3 644 2 051

De voorwaardelijke verplichtingen hebben voornamelijk betrekking op milieuverplichtingen, waarvan de meeste gedekt zijn door groepsgaranties.

De entiteiten van de Groep worden geregeld onderworpen aan belastingcontroles in hun rechtsgebied. Hoewel het eindresultaat van belastingcontroles onzeker is, heeft Bekaert de kwaliteit van haar aangiftes getoetst in een algemene evaluatie van potentiële belastingverplichtingen en geconcludeerd dat de Groep toereikende belastingverplichtingen opgenomen heeft in deze geconsolideerde jaarrekening voor eventuele risico's op dit vlak. Bijgevolg acht Bekaert het ook onwaarschijnlijk dat potentiële belastingrisico's, bovenop de bedragen die in deze geconsolideerde jaarrekening als verplichtingen opgenomen werden, van betekenis kunnen zijn voor haar financiële positie (zie toelichting 6.4. 'Deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen' voor voorwaardelijke belastingverplichtingen met betrekking tot de Braziliaanse joint ventures).

De Groep heeft verscheidene huurcontracten aangegaan, die geclassificeerd worden als operationele leaseovereenkomsten, vooral voor rollend materieel en gebouwen, grotendeels in Europa. Een groot aantal van deze contracten bevat een verlengingsclausule, behalve de meeste contracten voor rollend materieel en uitrusting. De activa worden niet onderverhuurd aan derden.

De stijging in leaseovereenkomsten is voornamelijk toe te schrijven aan de bijkomende Bridonentiteiten (€ 54,6 miljoen).

Toekomstige betalingen
in duizend € 2015 2016
Binnen het jaar 17 101 22 498
Over meer dan 1 en ten hoogste 5 jaar 30 488 42 796
Over meer dan 5 jaar 749 35 161
Totaal 48 338 100 455
Kosten
in duizend € 2015 2016
Rollend materieel 10 369 10 103
Industriële gebouwen 4 228 8 463
Uitrusting 3 809 5 114
Kantoren 3 528 4 722
Gronden 18 132
Overige 1 306 1 562
Totaal 23 258 30 096
2016 Gewogen gemiddelde
in jaren leaseperiode
Rollend materieel 4
Industriële gebouwen 16
Uitrusting 3
Kantoren 3
Gronden
Overige
1
1
2015 Gewogen gemiddelde
in jaren leaseperiode
4
5
3
Rollend materieel
Industriële gebouwen
Uitrusting
Kantoren
Gronden
4
1

7.5. Verbonden partijen

Transacties tussen de Onderneming en haar dochterondernemingen, die verbonden partijen zijn, werden geëlimineerd in de consolidatie en worden bijgevolg niet opgenomen in deze toelichting. Transacties met andere verbonden partijen worden hieronder toegelicht.

Transacties met joint ventures
in duizend € 2015 2016
Verkopen van goederen 15 224 5 527
Aankopen van goederen 17 916 19 885
Geleverde diensten 237 263
Ontvangen royalty's en managementvergoedingen 8 956 8 957
Rente- en soortgelijke opbrengsten 690 -
Ontvangen dividenden 17 674 22 491
Uitstaande balansposities tegenover joint ventures
in duizend € 2015 2016
Handelsvorderingen 2 542 3 795
Overige kortetermijnvorderingen 869 1 861
Handelsschulden 2 411 4 633
Overige kortetermijnverplichtingen - 51

Geen enkele van de verbonden partijen heeft bepaalde transacties aangegaan die voldoen aan de criteria van IAS 24, 'Informatieverschaffing over verbonden partijen'.

Het Key Management omvat de Raad van Bestuur, de CEO, de leden van het Bekaert Group Executive en de Senior Vice Presidents (zie laatste pagina van het Financieel overzicht).

Vergoedingen Key Management
in duizend €
2015 2016
Aantal personen 41 35
Kortetermijnpersoneelsbeloningen
Basisvergoedingen 6 887 7 156
Variabele vergoedingen 2 349 4 422
Vergoedingen als bestuurders van dochterondernemingen 679 624
Vergoedingen na uitdiensttreding
Toegezegdpensioenregelingen 518 533
Toegezegdebijdragenregelingen 608 687
Op aandelen gebaseerde betalingen 2 376 3 783
Totaal brutovergoedingen 13 417 17 205
Gemiddelde brutovergoeding per persoon 327 492
Aantal toegekende opties en stock appreciation rights 267 000 163 750
Aantal in aandelen en in geldmiddelen afgewikkelde toegekende prestatie
aandeeleenheden - 55 250
Aantal toe toe te kennen matching shares - 20 327

Voor de toelichtingen die betrekking hebben op de Belgische Corporate Governance Code verwijzen wij naar het hoofdstuk 'Corporate Governance' in dit jaarverslag.

7.6. Gebeurtenissen na balansdatum

  • Op 15 december 2016 werd een aanbod van 285 750 opties gedaan in het kader van het SOP 2015-2017 aandelenoptieplan. 273 325 van deze opties werden aanvaard en werden toegekend op 13 februari 2017. De uitoefenprijs bedraagt € 39,43. De toegekende opties vertegenwoordigen een reële waarde van € 2,8 miljoen.
  • Op 15 december 2016 werd een aanbod van 25 375 Stock Appreciation Rights gedaan in het kader van de SAR-regeling voor de VS. Al deze SARs werden aanvaard en zullen toegekend worden bij het vervallen van de aanvaardingstermijn op 25 maart 2017. De uitoefenprijs bedraagt € 38,86. De toegekende SARs vertegenwoordigen een reële waarde van € 0,3 miljoen.
  • Op 15 december 2016 werden in totaal 53 000 Stock Appreciation Rights aangeboden in het kader van de overige SAR-regelingen. 51 750 van deze rechten werden aanvaard en werden toegekend op 13 februari 2017. De uitoefenprijs bedraagt € 39,43. De toegekende SARs vertegenwoordigen een reële waarde van € 0,5 miljoen.
  • Op 6 maart 2017 werd een uitzonderlijk aanbod gedaan van 10 000 prestatieaandelen voor de Chief Executive Officer. De aangeboden rechten vertegenwoordigen een reële waarde van € 0,5 miljoen.
  • Een totaal van 303 350 eigen aandelen zijn verkocht wegens de uitoefening van aandelenopties sedert 1 januari 2017.

7.7. Opdrachten uitgevoerd door de commissaris en aanverwante personen

Gedurende 2016 werden er door de commissaris en met hem beroepshalve in samenwerkingsverband opererende personen bijkomende opdrachten uitgevoerd ten belope van € 1 111 447.

Deze opdrachten betroffen in essentie verdere assurance-opdrachten (€ 71 500), belastingadviesdiensten (€ 997 624) en andere niet-controlediensten (€ 42 323). De bijkomende opdrachten werden goedgekeurd door het Audit en Finance Comité.

De vergoedingen voor controlediensten voor NV Bekaert SA en haar dochterondernemingen bedroegen € 2 482 464.

7.8. Dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen

Vennootschappen die deel uitmaken van de Groep op 31 december 2016

Dochterondernemingen

Met industriële activiteit
Met industriële activiteit Adres 1
FV
%
EMEA
Bekaert Advanced Cords Aalter NV Aalter, België EUR 60
Bekaert Bohumín sro Bohumín, Tsjechië CZK 100
Bekaert Combustion Technology BV Assen, Nederland EUR 100
Bekaert Figline SpA Milaan, Italië EUR 100
Bekaert Hlohovec as Hlohovec, Slovakije EUR 100
Bekaert Izmit Çelik Kord Sanayi ve Ticaret AS
Bekaert Kartepe Çelik Kord Sanayi ve Ticaret AS
Izmit, Turkije
Kartepe, Turkije
EUR
EUR
100
100
Bekaert Petrovice sro Petrovice, Tsjechië CZK 100
Bekaert Sardegna SpA Assemini, Italië EUR 100
Bekaert Slatina SRL Slatina, Roemenië RON 80
Bekaert Slovakia sro Sládkovičovo, Slovakije EUR 100
Bekintex NV Wetteren, België EUR 100
Bridon International GmbH Gelsenkirchen, Duitsland EUR 60
Bridon International Ltd Doncaster, Verenigd Koninkrijk GBP 60
Bridon Scanrope AS Tonsberg, Noorwegen NOK 60
Cold Drawn Products Ltd Bradford, Verenigd Koninkrijk GBP 100
Industrias del Ubierna SA Burgos, Spanje EUR 100
OOO Bekaert Lipetsk Gryazi, Rusland RUB 100
Solaronics SA Armentières, Frankrijk EUR 100
Noord-Amerika
Bekaert Corporation Wilmington (Delaware), Verenigde Staten USD 100
Bridon-American Corporation New York, Verenigde Staten USD 60
Wire Rope Industries Ltd/Industries de Câbles d'Acier Ltée
Wire Rope Industries USA Inc
Pointe-Claire, Canada
Wilmington (Delaware), Verenigde Staten
CAD
USD
60
60
Latijns-Amerika
Acma SA Santiago, Chili CLP 52
Acmanet SA Talcahuano, Chili CLP 52
Bekaert Cimaf Cabos Ltda São Paulo, Brazilië BRL 60
Bekaert Costa Rica SA San José-Santa Ana, Costa Rica USD 58
Bekaert Sumaré Ltda Sumaré, Brazilië BRL 100
BIA Alambres Costa Rica SA San José-Santa Ana, Costa Rica USD 58
Ideal Alambrec SA Quito, Ecuador USD 58
Industrias Chilenas de Alambre - Inchalam SA
Procables SA
Talcahuano, Chili
Callao, Peru
CLP
PEN
52
58
Prodinsa SA Maipú, Chili CLP 60
Productora de Alambres Colombianos Proalco SAS Bogotá, Colombia COP 80
Productos de Acero Cassadó SA Callao, Peru USD 38
Vicson SA Valencia, Venezuela VEF 80
Pacifisch Azië
Bekaert Ansteel Tire Cord (Chongqing) Co Ltd Chongqing, China CNY 50
Bekaert Applied Material Technology (Shanghai) Co Ltd Shanghai, China CNY 100
Bekaert Binjiang Steel Cord Co Ltd Jiangyin (provincie Jiangsu), China CNY 90
Bekaert (China) Technology Research and Development Co Jiangyin (provincie Jiangsu), China CNY 100
Ltd
Bekaert (Huizhou) Steel Cord Co Ltd Huizhou (provincie Guangdong), China CNY 100
Bekaert Industries Pvt Ltd Taluka Shirur, District Pune, India INR 100
Bekaert Ipoh Sdn Bhd
Bekaert (Jining) Steel Cord Co Ltd
Kuala Lumpur, Maleisië
Jining City, Yanzhou district (provincie Shandong),
MYR
CNY
100
80
China
Bekaert Jiangyin Wire Products Co Ltd Jiangyin (provincie Jiangsu), China CNY 100

1 Functionele valuta

Bekaert Mukand Wire Industries Pvt Ltd Pune, India INR 100
Bekaert New Materials (Suzhou) Co Ltd Suzhou (provincie Jiangsu), China CNY 100
Bekaert (Qingdao) Wire Products Co Ltd Qingdao (provincie Shandong), China CNY 100
Bekaert Shah Alam Sdn Bhd Kuala Lumpur, Maleisië MYR 100
Bekaert (Shandong) Tire Cord Co Ltd Weihai (provincie Shandong), China CNY 100
Bekaert (Shenyang) Advanced Cords Co Ltd Shenyang (provincie Liaoning), China CNY 60
Bekaert Shenyang Advanced Products Co Ltd Shenyang (provincie Liaoning), China CNY 100
Bekaert Toko Metal Fiber Co Ltd Tokio, Japan JPY 70
Bekaert Wire Ropes Pty Ltd Mayfield East, Australië AUD 60
Bridon (Hangzhou) Ropes Co Ltd Hangzhou (provincie Zhejiang), China CNY 60
China Bekaert Steel Cord Co Ltd Jiangyin (provincie Jiangsu), China CNY 90
PT Bekaert Indonesia Karawang, Indonesië USD 100
PT Bekaert Southern Wire Karawang, Indonesië USD 100
PT Bridon Bekasi, West Java, Indonesië USD 60
Verkoopkantoren, magazijnen en andere Adres 1
FV
%
EMEA
Bekaert AS Vejle, Denemarken DKK 100
Bekaert Emirates LLC Dubai, Verenigde Arabische Emiraten AED 49
Bekaert France SAS Armentières, Frankrijk EUR 100
Bekaert Ges mbH Wenen, Oostenrijk EUR 100
Bekaert GmbH Neu-Anspach, Duitsland EUR 100
Bekaert Ltd Bradford, Verenigd Koninkrijk GBP 100
Bekaert Maccaferri Underground Solutions BVBA Aalst (Erembodegem), België EUR 50
Bekaert Maccaferri Underground Solutions Srl Zola Predosa, Bologna, Italië EUR 50
Bekaert Middle East LLC Dubai, Verenigde Arabische Emiraten AED 49
Bekaert Norge AS Oslo, Noorwegen NOK 100
Bekaert Poland Sp z oo Warsaw, Polen PLN 100
Bekaert (Schweiz) AG Baden, Zwitserland CHF 100
Bekaert Svenska AB Göteborg, Zweden SEK 100
Bridon Coatbridge Ltd Doncaster, Verenigd Koninkrijk GBP 60
Bridon Pension Trust (No Two) Ltd Doncaster, Verenigd Koninkrijk GBP 60
Bridon Scheme Trustees Ltd Doncaster, Verenigd Koninkrijk GBP 60
British Ropes Ltd Doncaster, Verenigd Koninkrijk GBP 60
Gloucester Rope & Tackle Company Ltd Doncaster, Verenigd Koninkrijk GBP 60
Leon Bekaert SpA Milaan, Italië EUR 100
NV Bridon Ropes SA Brussel, België EUR 60
OOO Bekaert Wire Moskou, Rusland RUB 100
Rylands-Whitecross Ltd Bradford, Verenigd Koninkrijk GBP 100
Scheldestroom NV Zwevegem, België EUR 100
Twil Company Bradford, Verenigd Koninkrijk GBP 100
Noord-Amerika
Bekaert Carding Solutions Inc / Bekaert Solutions de Cardage Saint John, Canada CAD 100
Inc
Bekaert Specialty Films de Mexico SA de CV Monterrey, Mexico MXN 100
Bekaert Trade Mexico S de RL de CV Mexico Stad, Mexico MXN 100
Specialty Films de Services Company SA de CV Monterrey, Mexico MXN 100
Latijns-Amerika
Bekaert Guatemala SA Guatemala Stad, Guatemala GTQ 100
Bekaert Trade Latin America NV Curaçao, Nederlandse Antillen USD 100
Bridon do Brasil Representaçŏes Comércio e Indústria de Rio de Janeiro, Brazilië BRL 60
Cabos Ltda
Prodac Contrata SAC Callao, Peru USD 38
Prodac Selva SAC Ucayali, Peru USD 38
Prodalam SA Santiago, Chili CLP 52
Prodinsa Ingeniería y Proyectos SA Santiago, Chili CLP 60
Pacifisch Azië
Bekaert Advanced Products (Shanghai) Co Ltd Shanghai, China CNY 100
Bekaert Japan Co Ltd Tokio, Japan JPY 100
Bekaert Korea Ltd Seoel, Korea KRW 100
Bekaert Management (Shanghai) Co Ltd Shanghai, China CNY 100

1 Functionele valuta

Bekaert Singapore Pte Ltd
Bekaert Taiwan Co Ltd
BOSFA Pty Ltd
Bridon Australia Pty Ltd
Bridon Hong Kong Ltd
Bridon New Zealand Ltd
Bridon Singapore (Pte) Ltd
PT Bekaert Trade Indonesia
Singapore
Taipei, Taiwan
Port Melbourne, Australië
Sydney, Australië
Hong Kong, China
Aukland, Nieuw Zeeland
Singapore
Karawang, Indonesië
SGD
TWD
AUD
AUD
HKD
NZD
SGD
USD
100
100
100
60
60
60
60
100
Financiële ondernemingen Adres 1
FV
%
Acma Inversiones SA
BBRG Finance (UK) Ltd
BBRG Holding (UK) Ltd
BBRG Operations (UK) Ltd
BBRG Production (UK) Ltd
BBRG (Purchaser) Ltd
BBRG (Subsidiary) Ltd
Becare DAC
Bekaert Building Products Hong Kong Ltd
Bekaert Carding Solutions Hong Kong Ltd
Bekaert Coördinatiecentrum NV
Bekaert do Brasil Ltda
Bekaert Holding Hong Kong Ltd
Bekaert Ibérica Holding SL
Bekaert Ideal SL
Bekaert Investments NV
Bekaert Investments Italia SpA
Bekaert North America Management Corporation
Bekaert Services Hong Kong Ltd
Bekaert Singapore Holding Pte Ltd
Bekaert Specialty Wire Products Hong Kong Ltd
Bekaert Stainless Products Hong Kong Ltd
Bekaert Steel Cord Products Hong Kong Ltd
Bekaert Strategic Partnerships Hong Kong Ltd
Bekaert Wire Products Hong Kong Ltd
Bekaert Wire Rope Industry NV
Bekaert Xinyu Hong Kong Ltd
Bridge Finco LLC
Bridon-Bekaert Ropes Group Ltd
Bridon-Bekaert Ropes Group (UK) Ltd
Bridon Holdings Ltd
Bridon Ltd
Bridon (South East Asia) Ltd
Impala SA
Industrias Acmanet Ltda
Inversiones Bekaert Andean Ropes SA
InverVicson SA
Procables Wire Ropes SA
Procercos SA
Maipú, Chili
Doncaster, Verenigd Koninkrijk
Doncaster, Verenigd Koninkrijk
Doncaster, Verenigd Koninkrijk
Doncaster, Verenigd Koninkrijk
Doncaster, Verenigd Koninkrijk
Doncaster, Verenigd Koninkrijk
Dublin, Ierland
Hong Kong, China
Hong Kong, China
Zwevegem, België
Contagem, Brazilië
Hong Kong, China
Burgos, Spanje
Burgos, Spanje
Zwevegem, België
Milaan, Italië
Wilmington (Delaware), Verenigde Staten
Hong Kong, China
Singapore
Hong Kong, China
Hong Kong, China
Hong Kong, China
Hong Kong, China
Hong Kong, China
Aalst (Erembodegem), België
Hong Kong, China
Wilmington (Delaware), Verenigde Staten
Doncaster, Verenigd Koninkrijk
Doncaster, Verenigd Koninkrijk
Doncaster, Verenigd Koninkrijk
Doncaster, Verenigd Koninkrijk
Hong Kong, China
Panama, Panama
Talcahuano, Chili
Santiago, Chili
Valencia, Venezuela
Maipú, Chili
Talcahuano, Chili
CLP
EUR
EUR
EUR
EUR
EUR
EUR
EUR
EUR
EUR
EUR
BRL
EUR
EUR
EUR
EUR
EUR
USD
EUR
SGD
EUR
EUR
EUR
EUR
EUR
EUR
EUR
USD
EUR
EUR
GBP
GBP
HKD
USD
CLP
CLP
VEF
CLP
CLP
60
60
60
60
60
60
60
100
100
100
100
100
100
100
80
100
100
100
100
100
100
100
100
100
100
60
100
60
60
60
60
60
60
52
52
100
80
60
52
Joint ventures
Met industriële activiteit Adres 1
FV
%
Latijns-Amerika
Belgo Bekaert Arames Ltda
BMB-Belgo Mineira Bekaert Artefatos de Arame Ltda
Contagem, Brazilië
Vespasiano, Brazilië
BRL
BRL
45
45
Verkoopkantoren, magazijnen en andere Adres 1
FV
%
EMEA
Netlon Sentinel Ltd Blackburn, Verenigd Koninkrijk GBP 50
Pacifisch Azië
Bekaert Engineering (India) Pvt Ltd
New Delhi, India INR 40

1 Functionele valuta

Wijzigingen in 2016

1. Nieuwe deelnemingen

Dochterondernemingen Adres %
BBRG (Purchaser) Ltd Doncaster, Verenigd Koninkrijk 60
Bekaert Advanced Cords Aalter NV Aalter, België 60
Bekaert (Shenyang) Advanced Cords Co Ltd Shenyang (provncie Liaoning), China 60

2. Dochterondernemingen verworven uit bedrijfscombinaties

Dochterondernemingen Adres %
BBRG Finance (UK) Ltd Doncaster, Verenigd Koninkrijk From 0% to 60%
BBRG Operations (UK) Ltd Doncaster, Verenigd Koninkrijk From 0% to 60%
BBRG Production (UK) Ltd Doncaster, Verenigd Koninkrijk From 0% to 60%
Bridge Finco LLC Wilmington (Delaware), Verenigde From 0% to 60%
Staten
Bridon-American Corporation New York, Verenigde Staten From 0% to 60%
Bridon Australia Pty Ltd Sydney, Australië From 0% to 60%
Bridon-Bekaert Ropes Group Ltd Doncaster, Verenigd Koninkrijk From 0% to 60%
Bridon-Bekaert Ropes Group (UK) Ltd Doncaster, Verenigd Koninkrijk From 0% to 60%
Bridon Coatbridge Ltd Doncaster, Verenigd Koninkrijk From 0% to 60%
Bridon do Brasil Representaçŏes Comércio e Indústria de Rio de Janeiro, Brazilië From 0% to 60%
Cabos Ltda
Bridon (Hangzhou) Ropes Co Ltd Hangzhou (provincie Zhejiang), China From 0% to 60%
Bridon Holdings Ltd Doncaster, Verenigd Koninkrijk From 0% to 60%
Bridon Hong Kong Ltd Hong Kong, China From 0% to 60%
Bridon International GmbH Gelsenkirchen, Duitsland From 0% to 60%
Bridon International Ltd Doncaster, Verenigd Koninkrijk From 0% to 60%
Bridon Ltd Doncaster, Verenigd Koninkrijk From 0% to 60%
Bridon New Zealand Ltd Aukland, Nieuw Zeeland From 0% to 60%
Bridon Pension Trust (No Two) Ltd Doncaster, Verenigd Koninkrijk From 0% to 60%
Bridon Scanrope AS Tonsberg, Noorwegen From 0% to 60%
Bridon Scheme Trustees Ltd Doncaster, Verenigd Koninkrijk From 0% to 60%
Bridon Singapore (Pte) Ltd Singapore From 0% to 60%
Bridon (South East Asia) Ltd Hong Kong, China From 0% to 60%
British Ropes Ltd Doncaster, Verenigd Koninkrijk From 0% to 60%
Gloucester Rope & Tackle Company Ltd Doncaster, Verenigd Koninkrijk From 0% to 60%
NV Bridon Ropes SA Brussel, België From 0% to 60%
PT Bridon Bekasi, West Java, Indonesië From 0% to 60%

3. Wijzigingen in deelnemingspercentage met behoud van zeggenschap

Dochterondernemingen Adres %
Acma Inversiones SA Maipú, Chili From 100% to 60%
BBRG Holding (UK) Ltd Doncaster, Verenigd Koninkrijk From 100% to 60%
BBRG (Subsidiary) Ltd Doncaster, Verenigd Koninkrijk From 100% to 60%
Bekaert Canada Ltd Vancouver, Canada From 100% to 60%
Bekaert Cimaf Cabos Ltda São Paulo, Brazilië From 100% to 60%
Bekaert Wire Rope Industry NV Aalst (Erembodegem), België From 100% to 60%
Bekaert Wire Ropes Pty Ltd Mayfield East, Australië From 100% to 60%
Procables SA Callao, Peru From 96% to 58%
Procables Wire Ropes SA Maipú, Chili From 100% to 60%
Prodinsa Ingeniería y Proyectos SA Santiago, Chili From 100% to 60%
Prodinsa SA Maipú, Chili From 100% to 60%
Wire Rope Industries Ltd/Industries de Câbles d'Acier Ltée Pointe-Claire, Canada From 100% to 60%
Wire Rope Industries USA Inc Wilmington (Delaware), Verenigde
Staten
From 100% to 60%

4. Fusies/omvormingen

Dochterondernemingen Gefusioneerd met
Bekaert Binjiang Advanced Products Co Ltd Bekaert Binjiang Steel Cord Co Ltd
Bekaert Canada Ltd Wire Rope Industries Ltd/Industries de Câbles d'Acier Ltée

5. Naamswijzigingen

Nieuwe naam Vorige naam
BBRG Holding (UK) Ltd Blue Topco Ltd
BBRG (Subsidiary) Ltd Blue Subsidiary Ltd
Becare DAC Becare Ltd
Bekaert Jiangyin Wire Products Co Ltd Bekaert-Jiangyin Wire Products Co Ltd

6. Gesloten

Ondernemingen Adres
Cempaka Raya Sdn Bhd Kuala Lumpur, Maleisië

In overeenstemming met de Belgische wetgeving geeft onderstaande tabel de kruispuntbanknummers van de Belgische ondernemingen weer.

Ondernemingen Kruispuntbanknummer
Bekaert Advanced Cords Aalter NV BTW BE 0645 654 071 RPR Gent
Bekaert Coördinatiecentrum NV BTW BE 0426.824.150 RPR Kortrijk
Bekaert Investments NV BTW BE 0406.207.096 RPR Kortrijk
Bekaert Maccaferri Underground Solutions BVBA BTW BE 0561.750.457 RPR Dendermonde
Bekaert Wire Rope Industry NV BTW BE 0550 983 358 RPR Dendermonde
Bekintex NV BTW BE 0452.746.609 RPR Dendermonde
NV Bekaert SA BTW BE 0405.388.536 RPR Kortrijk
NV Bridon Ropes SA BTW BE 0401 637 507 RPR Brussel
Scheldestroom NV BTW BE 0403.676.188 RPR Kortrijk

Informatie met betrekking tot de moedervennootschap

Jaarverslag van de Raad van Bestuur en jaarrekening van NV Bekaert SA

Het jaarverslag van de Raad van Bestuur en de statutaire jaarrekening van de moedervennootschap NV Bekaert SA worden hierna in verkorte vorm weergegeven.

Het verslag van de Raad van Bestuur ex artikel 96 van het Wetboek van vennootschappen is niet integraal opgenomen in het verslag ex artikel 119.

Exemplaren van het volledig verslag van de Raad van Bestuur en van de volledige statutaire jaarrekening van NV Bekaert SA zijn op verzoek gratis beschikbaar op volgend adres:

NV Bekaert SA Bekaertstraat 2 BE-8550 Zwevegem België www.bekaert.com

De commissaris heeft een goedkeurende verklaring zonder voorbehoud gegeven met betrekking tot de statutaire jaarrekening van NV Bekaert SA.

Conform de wet zullen het jaarverslag van de Raad van Bestuur en de jaarrekening van NV Bekaert SA samen met het verslag van de commissaris worden neergelegd bij de Nationale Bank van België.

Verkorte resultatenrekening

in duizend € - Jaren afgesloten op 31 december 2015 1 2016
Omzet 419 945 358 292
Bedrijfsresultaat vóór niet-recurrente resultaten 17 454 -8 131
Niet-recurrente bedrijfsopbrengsten en -kosten -5 229 -3 898
Bedrijfsresultaat na niet-recurrente resultaten 12 225 -12 029
Financieel resultaat vóór niet-recurrente resultaten 343 872 33 121
Niet-recurrente financiële opbrengsten en -kosten -3 429 -49 098
Financieel resultaat na niet-recurrente resultaten 340 443 -15 977
Resultaat voor belastingen 352 668 -28 006
Belastingen op het resultaat 2 472 3 691
Perioderesultaat 355 140 -24 315

1 Herwerkte cijfers: uitzonderlijk resultaat wordt niet langer gebruikt, eenmalige elementen worden nu voorgesteld in het bedrijfs- of financieel resultaat.

Verkorte balans na resultaatsverwerking

in duizend € - 31 december 2015 2016
Vaste activa 1 768 547 1 964 152
Oprichtingskosten en immateriële vaste activa 97 148 91 490
Materiële vaste activa 38 694 41 916
Financiële vaste activa 1 632 705 1 830 746
Vlottende activa 379 409 382 388
Totaal der activa 2 147 956 2 346 540
Eigen vermogen 835 111 753 719
Kapitaal 176 957 177 612
Uitgiftepremies 31 884 36 594
Herwaarderingsmeerwaarden 1 995 1 995
Wettelijke reserve 17 696 17 696
Onbeschikbare reserves 120 621 127 947
Beschikbare reserves en overgedragen resultaten 485 958 391 875
Voorzieningen en uitgestelde belastingen 73 328 64 881
Schulden 1 239 517 1 527 940
Schulden op meer dan een jaar 715 764 795 764
Schulden op ten hoogste een jaar 523 753 732 176
Totaal der passiva 2 147 956 2 346 540

Waarderingsregels

De waarderings- en omrekeningsregels toegepast in de statutaire jaarrekening van de moedervennootschap zijn gebaseerd op het Belgisch boekhoudrecht.

Samenvatting van het jaarverslag van de Raad van Bestuur

De omzet van de in België gevestigde vennootschap bedroeg € 358,3 miljoen, een daling met 15% in vergelijking met 2015.

Het operationeel verlies vóór niet-recurrente resultaten bedroeg € -8,1 miljoen, vergeleken met een winst van € 17,5 miljoen vorig jaar en was te wijten aan de stopzetting van de verkoop van roestvrije staaldraad aan externe klanten en hogere afschrijvingen als gevolg van de kapitalisatie van de kosten van onderzoek en ontwikkeling. De niet-recurrente elementen in de operationele resultaten bedroegen € -3,9 miljoen in 2016, vergeleken met € -5,2 miljoen vorig jaar.

Het financieel resultaat bedroeg € -16,0 miljoen (€ 340,4 miljoen in 2015) hoofdzakelijk als gevolg van een nietrecurrente nettoimpact van de BBRG-oprichting van € -49,1 miljoen in 2016 en van tijdelijk hogere dividendinkomsten in 2015.

Dit leidde tot een perioderesultaat van € -24,3 miljoen in 2016 in vergelijking met € +355,1 miljoen in 2015.

Milieuprogramma's

De voorzieningen voor milieusaneringsprogramma's zijn gedaald tot € 22,2 miljoen (2015: € 22,6 miljoen).

Informatie omtrent onderzoek en ontwikkeling

Meer informatie omtrent de activiteiten van de Onderneming inzake onderzoek en ontwikkeling vindt u in het hoofdstuk 'Technologie en Innovatie' in het 'Verslag van de Raad van Bestuur'.

Deelnemingen in het kapitaal

Naar aanleiding van de inwerkingtreding van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen (de transparantiewet) heeft NV Bekaert SA aan de wettelijke quota van 5% en van elk veelvoud van 5% de statutaire quota van 3% en 7,50% toegevoegd. Hierna volgt een overzicht van de actuele kennisgevingen. Op 31 december 2016 bedroeg het totale aantal effecten met stemrecht 60 347 525.

Gedetailleerde informatie kan gevonden worden op: http://www.bekaert.com/other-regulated-information.

Kennisgeving van Kennisgever Noemer Aantal
stemrechten
Percentage
stemrechten
16 februari 2016 Stichting Administratiekantoor Bekaert 60 125 525 21 773 265 36,21%
23 maart 2016 Kiltearn Partners LLP 60 125 525 1 714 240 2,85%
18 oktober 2016 Norges Bank 60 315 513 1 822 211 3,02%
1 november 2016 Norges Bank 60 315 513 1 755 553 2,91%
10 november 2016 Norges Bank 60 315 513 1 810 260 3,00%
Norges Bank 1 775 759 2,94%
22 november 2016 Norges Bank 60 315 513 1 864 660 3,09%
25 november 2016 Norges Bank 60 315 513 1 718 780 2,85%
13 maart 2017 Norges Bank 60 347 525 1 812 832 3,00%

Voorstel van resultaatsverwerking NV Bekaert SA 2016

Het resultaat van het boekjaar na belastingen bedraagt € -24 314 992 tegenover € 355 139 604 vorig boekjaar.

De Raad van Bestuur heeft voorgesteld dat de Gewone Algemene Vergadering van 10 mei 2017 het resultaat als volgt zal bestemmen:

in €
Te bestemmen resultaat van het boekjaar -24 314 992
Overgedragen winst van het vorig boekjaar -
Toevoeging aan de wettelijke reserve -
Toevoeging aan de overige reserves 86 756 428
Uit te keren winst 62 441 436

De Raad van Bestuur heeft voorgesteld dat de Gewone Algemene Vergadering een brutodividend zal uitkeren van € 1,10 per aandeel (2015: € 0,90 per aandeel).

Het dividend is in euro betaalbaar op 15 mei 2017 bij de loketten van:

  • ING Belgium, BNP Paribas Fortis, KBC Bank, Bank Degroof Petercam en Belfius Bank in België;
  • Société Générale in Frankrijk;
  • ABN AMRO Bank in Nederland;
  • UBS in Zwitserland.

Statutaire benoemingen

Geen van de bestuurders' ambtstermijn loopt af in 2017.

Per einde maart 2017:

Bekaert Group Executive

Matthew Taylor Gedelegeerd Bestuurder
Beatríz García-Cos Muntañola Chief Financial Officer
Lieven Larmuseau Algemeen Directeur Rubber Reinforcement Business Platforms
Geert Van Haver Chief Technology & Engineering Officer
Piet Van Riet Algemeen Directeur Industrial and Specialty Products Business
Platforms
Curd Vandekerckhove Algemeen Directeur Regio's Noord-Azië en Algemene Operaties
Stijn Vanneste Algemeen Directeur Regio's Europa, Zuid-Azië en Zuid-Oost-Azië
Frank Vromant Algemeen Directeur Americas
Bart Wille Chief Human Resources Officer

Senior Vice Presidents

Axel Ampolini Senior Vice President Industrial Steel Wire Global
Marco Cipparrone Senior Vice President Rubber Reinforcement Europe
Bruno Cluydts Chief Operations Officer BBRG
Philip Eyskens Senior Vice President Legal, IT and Mergers & Acquisitions
Oliver Forberich Senior Vice President Stainless Technologies Global
Ton Geurts Chief Purchasing Officer &
Senior Vice President Supply Chain Excellence
Bruno Humblet Chief Executive Officer BBRG
Jun Liao Senior Vice President Rubber Reinforcement North Asia
Patrick Louwagie Senior Vice President Brazil
Dirk Moyson Senior Vice President Manufacturing Excellence
Alejandro Sananez Senior Vice President Latin America
Demet Tunç Chief Marketing Officer & Senior Vice President Customer Excellence
Luc Vankemmelbeke Senior Vice President Industrial Products & Specialty Steel Wire Europe
Geert Voet Chief Strategy Officer BBRG & EVP Southern Hemisphere BBRG
Zhigao Yu Senior Vice President Technology & Engineering China

Company Secretary

Isabelle Vander Vekens

Commissaris

Deloitte Bedrijfsrevisoren

Communications Documentatie & Investor relations

T +32 56 23 05 71 [email protected] F +32 56 23 05 48 [email protected] [email protected]

Katelijn Bohez www.bekaert.com

Het jaarverslag betreffende het boekjaar 2016 is beschikbaar op het internet in het Engels en het Nederlands op annualreport.bekaert.com

Financiële definities

Boekwaarde per aandeel Eigen vermogen toerekenbaar aan de Groep gedeeld door het aantal uitstaande
aandelen op balansdatum.
Dividendrendement Brutodividend als een percentage van de aandelenkoers op 31 december.
Dochterondernemingen Ondernemingen waarin Bekaert de zeggenschap heeft en over het algemeen
meer dan 50% van de stemrechten bezit.
EBIT Bedrijfsresultaat (earnings before interest and taxation).
EBIT – Onderliggend Bedrijfsresultaat (earnings before interest and taxation) vóór bedrijfsopbrengsten
en –kosten in verband met herstructureringen, bijzondere waardeverminderingen,
bedrijfscombinaties, afgestoten activiteiten, milieu-voorzieningen en andere
gebeurtenissen en transacties die een eenmalig effect hebben.
EBIT interestdekking Bedrijfsresultaat gedeeld door de nettorentelasten.
EBITDA (Bedrijfscashflow) Bedrijfsresultaat (EBIT) + afschrijvingen, waardeverminderingen en bijzondere
waardeverminderingen van activa en negatieve goodwill.
EBITDA – Onderliggend Bedrijfscashflow vóór bedrijfsopbrengsten en –kosten in verband met
herstructureringen, bijzondere waardeverminderingen, bedrijfscombinaties,
afgestoten activiteiten, milieu-voorzieningen en andere gebeurtenissen en
transacties die een eenmalig effect hebben.
Equity-methode Waarderingsmethode waarbij de deelneming (in een joint venture of
geassocieerde onderneming) initieel opgenomen wordt tegen kostprijs en later
aangepast wordt voor wijzigingen in het aandeel van de investeerder in de
nettoactiva (= het eigen vermogen) van de joint venture of geassocieerde
onderneming. De winst-en-verliesrekening toont het aandeel van de investeerder
in het nettoresultaat van de joint venture of geassocieerde onderneming.
Financiële autonomie Eigen vermogen in verhouding tot totaal activa.
Gearing Nettoschuld in verhouding tot het eigen vermogen.
Geassocieerde ondernemingen Ondernemingen waarin Bekaert een invloed van betekenis heeft, meestal
vertegenwoordigd door een belang van minstens 20%. Geassocieerde
ondernemingen worden gewaardeerd volgens de equity-methode.
Gezamenlijke cijfers Som van de geconsolideerde vennootschappen plus 100% van de joint ventures
en de geassocieerde ondernemingen, na eliminatie van onderlinge transacties
(indien van toepassing). Voorbeelden: omzet, investeringen, personeelsaantal.
Joint ventures Ondernemingen met een gezamenlijke zeggenschap waarbij Bekaert ongeveer
50% bezit. Joint ventures worden gewaardeerd volgens de equity-methode.
Kapitaalgebruik Werkkapitaal + nettoboekwaarde van goodwill, immateriële en materiële vaste
activa. Het gemiddeld kapitaalgebruik wordt gewogen met het aantal perioden dat
een entiteit bijgedragen heeft tot het geconsolideerd perioderesultaat.
Nettokapitalisatie Nettoschuld + eigen vermogen.
Nettoschuld Rentedragende schulden, veminderd met vorderingen uit leningen,
geldbeleggingen, financiële vorderingen op ten hoogste één jaar en
kaswaarborgen op meer dan één jaar, geldmiddelen en kasequivalenten.
ROCE Bedrijfsresultaat (EBIT) in verhouding tot gewogen gemiddeld kapitaalgebruik.
(Return on Capital Employed).
ROIC NOPLAT op geïnvesteerd kapitaal. NOPLAT is EBIT na belastingen (gebruik
makend van een doelbelastingvoet van 27%) en omvat het deel toerekenbaar aan
de Groep van de NOPLAT van zijn joint ventures en geassocieerde
ondernemingen. Het geïnvesteerd kapitaal is de som van het totaal eigen
vermogen, de nettoschuld, de voorzieningen voor personeelsbeloningen op meer
dan één jaar en de andere voorzieningen op meer dan één jaar en is inclusief het
deel toerekenbaar aan de Groep voor de nettoschuld van zijn joint ventures en
geassocieerde ondernemingen.
ROE Perioderesultaat in verhouding tot gemiddeld eigen vermogen (Return on Equity).
Toegevoegde waarde Bedrijfsresultaat (EBIT) + bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen +
afschrijvingen, waardeverminderingen en bijzondere waardeverminderingen van
activa en negatieve goodwill.

Gewogen gemiddelde kapitaal- De kost van het vreemd vermogen en de kost van het eigen vermogen gewogen kost (WACC) met een beoogde gearing-ratio (nettoschuld/eigen vermogen) na belastingen (gebruik makend van een doelbelastingvoet van 27%). Bekaert berekent een WACC voor zijn drie belangrijkste vreemde munten (EUR, USD en CNY), het gemiddelde ervan (7,6%) werd afgerond naar 8% als langetermijndoelstelling (weighted average cost of capital).

Werkkapitaal (operationeel) Voorraden + handelsvorderingen + ontvangen bankwissels + betaalde voorschotten - handelsschulden – ontvangen voorschotten – schulden m.b.t. verloning en sociale zekerheid – belastingen m.b.t. personeel.

Verklaring van de verantwoordelijke personen

De ondertekenende personen verklaren dat, voorzover hen bekend:

  • de geconsolideerde jaarrekening van NV Bekaert SA en haar dochterondernemingen per 31 december 2016 opgesteld is overeenkomstig de International Financial Reporting Standards, en een getrouw beeld geeft van het vermogen, van de financiële toestand en van de resultaten van de gezamenlijke in de consolidatie opgenomen ondernemingen; en
  • het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening een getrouw overzicht geeft van de ontwikkeling en de resultaten van het bedrijf en van de positie van de gezamenlijke in de consolidatie opgenomen ondernemingen, alsmede een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden.

Namens de Raad van Bestuur:

Gedelegeerd Bestuurder Voorzitter van de Raad van Bestuur

Matthew Taylor Bert De Graeve

Disclaimer

Dit rapport kan toekomstgerichte verklaringen bevatten. Die verklaringen reflecteren de huidige inzichten van de bedrijfsleiding aangaande toekomstige gebeurtenissen, en zijn onderhevig aan bekende en onbekende risico's, onzekerheden en andere factoren die ertoe kunnen leiden dat de werkelijke resultaten aanzienlijk verschillen van toekomstige resultaten of prestaties die door die toekomstgerichte verklaringen worden uitgedrukt of die daaruit zouden kunnen worden afgeleid. Bekaert verstrekt de in dit rapport opgenomen informatie per huidige datum en neemt geen enkele verplichting op om de toekomstgerichte verklaringen in het licht van nieuwe informatie, toekomstige gebeurtenissen of anderszins te actualiseren. Bekaert wijst elke aansprakelijkheid af voor verklaringen die door derden worden afgelegd of gepubliceerd, en neemt geen enkele verplichting op om onnauwkeurige gegevens, informatie, conclusies of opinies te corrigeren die door derden worden gepubliceerd met betrekking tot dit of enig ander rapport of persbericht dat door Bekaert wordt verspreid.

Financiële kalender

bezoek: http://www.bekaert.com/financialcalendar

Meer weten over Bekaert ?

www.bekaert.com

Aandeelhoudersbrochure 2016: investor's data center op bekaert.com

NV Bekaert SA

Bekaertstraat 2 BE-8550 Zwevegem België T +32 56 23 05 11

[email protected] www.bekaert.com

© Bekaert 2017

Talk to a Data Expert

Have a question? We'll get back to you promptly.