Annual Report • Mar 24, 2017
Annual Report
Open in ViewerOpens in native device viewer
2016 was voor Bekaert een jaar van bestendige transformatie naar betere prestaties. We behaalden een solide organische volumegroei en trokken onze winstmarges aanzienlijk op. Het onderliggende bedrijfsresultaat steeg met 32% tot € 305 miljoen, met een marge van meer dan 8%. Die degelijke prestatie resulteerde in een sterke kasstroomgeneratie met een onderliggende EBITDA van meer dan een half miljard euro.
We zijn verheugd met deze resultaten. We konden groeipercentages met dubbele cijfers voorleggen voor bruto- en bedrijfswinst, ROCE, de koers van het aandeel en het voorgesteld dividend en we zetten ons transformatietraject verder om het ware potentieel van Bekaert te benutten.
Om onze visie na te streven – de voorkeursleverancier worden voor onze staaldraadproducten en -oplossingen door voortdurend superieure waarde te creëren voor onze klanten wereldwijd – hebben we in 2016 acties ondernomen die ons als bedrijf sterker hebben gemaakt.
De wereldwijde deelname van onze medewerkers aan deze programma's heeft bijgedragen tot de collectieve kracht van onze onderneming. Samen ontwikkelen we een groei- en prestatiecultuur die wordt gekenmerkt door enthousiasme, engagement en empowerment van onze medewerkers.
Als gevolg van dit alles benutten we onze schaalgrootte en competenties op een betere manier; verbeteren onze marges; zijn we terug in een positie van waardecreatie; en vergroten we onze leiderspositie in doelmarkten over de hele wereld, zowel door organische groei als door overnames. In 2016 sloten we de grootste fusieovereenkomst in de geschiedenis van Bekaert en van de staalkabelmarkt in het algemeen. De Bridon-Bekaert Ropes Group werd eind juni opgestart en we zijn ervan overtuigd dat de combinatie van competenties en schaalgrootte op termijn waarde zal creëren.
De resultaten van 2016 zijn een weerspiegeling van ons kunnen en hebben ons zelfzekerder en ambiteuzer gemaakt voor de toekomst. Wij geloven dat we in 2017 onze huidige sterke prestaties zullen kunnen evenaren en we willen verder bouwen op onze verwezenlijkingen. Onze huidige prestaties moedigen ons aan om de transformatieprogramma's uit te breiden en grotere stappen te nemen. Rekening houdend met cyclische bewegingen en mits het uitblijven van uitzonderlijke, niet te voorziene gebeurtenissen, zullen de verbeteringen die we implementeren onze onderliggende EBIT margetrend tillen naar 10% over de volgende 5 jaar.
Op basis van de financiële resultaten van 2016 en het vertrouwen in de vastgelegde richting heeft de Raad van Bestuur beslist aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders in mei 2017 een brutodividend van € 1,10 per aandeel voor te stellen, een stijging met 22% tegenover vorig jaar. Met de dividendverhoging willen we ons engagement beklemtonen in het laten terugvloeien van waarde naar onze aandeelhouders in ruil voor het kapitaal dat ze ons verschaffen om onze bedrijfsactiviteiten te runnen en te laten groeien.
We willen onze klanten, partners en aandeelhouders bedanken voor hun blijvend vertrouwen. En we willen onze medewerkers bedanken voor hun engagement, energie en onstuitbare gedrevenheid om onze capaciteiten steeds te blijven verbeteren, als één Bekaert-team.
De voornaamste taken van de Raad van Bestuur zijn het bepalen van het algemeen beleid van de onderneming, het goedkeuren van de strategie en het opvolgen van de activiteiten. De Raad van Bestuur is het belangrijkste beslissingsorgaan van de onderneming. Enkel aangelegenheden die door de wet of de statuten zijn voorbehouden aan de Algemene Vergadering van aandeelhouders, vallen niet onder zijn bevoegdheid. De Raad van Bestuur telt momenteel vijftien leden. Hun professioneel profiel omvat verschillende vakgebieden, zoals recht, business, industriële activiteiten, banking & investment banking, marketing & sales, HR en concultancy.
Op 11 mei 2016 werd de samenstelling van de Raad van Bestuur grondig gewijzigd: Emilie van de Walle de Ghelcke, Christophe Jacobs van Merlen en Henri Jean Velge werden benoemd als lid van de Raad van Bestuur. Celia Baxter, Pamela Knapp en Martina Merz werden benoemd als onafhankelijke bestuurder. Deze benoemingen dragen bij tot de complementariteit, onafhankelijkheid, competenties en diversiteit van de professionele ervaring in de Raad van Bestuur.
De heer Bert De Graeve, Voorzitter De heer Matthew Taylor, Gedelegeerd Bestuurder Mevrouw Celia Baxter (1) De heer Alan Begg (1) De heer Leon Bekaert De heer Grégory Dalle De heer Charles de Liedekerke De heer Christophe Jacobs van Merlen De heer Hubert Jacobs van Merlen De heer Maxime Jadot Mevrouw Pamela Knapp (1) Mevrouw Martina Merz (1) Mevrouw Emilie van de Walle de Ghelcke De heer Henri Jean Velge Mevrouw Mei Ye (1)
(1) Onafhankelijke bestuuders
Lady Barbara Judge en de heer François de Visscher, de heer Bernard van de Walle de Ghelcke, de heer Baudouin Velge en de heer Manfred Wennemer waren niet herverkiesbaar of wensten hun mandaat niet te hernieuwen. Hun bestuurdersmandaten vervielen op de Algemene Vergadering van aandeelhouders van 11 mei 2016.
Het Bekaert Group Executive draagt de operationele verantwoordelijkheid voor de activiteiten van de onderneming en treedt op onder toezicht van de Raad van Bestuur. Het uitvoerend management wordt voorgezeten door Matthew Taylor, Gedelegeerd Bestuurder.
Op 29 juni 2016 ging Bridon-Bekaert Ropes Group – een fusie tussen Bekaert en Ontario Teachers', de voormalige eigenaar van Bridon - van start. Bruno Humblet, voormalig Chief Financial Officer en Algemeen Directeur Regio Latijns-Amerika, werd benoemd tot Gedelegeerd Bestuurder van Bridon-Bekaert Ropes Group. Bruno Humblet is uit het Bekaert Group Executive getreden.
Op 1 juli 2016 vervoegde mevrouw Beatríz García-Cos Muntañola Bekaert als Chief Financial Officer. Ze werd lid van het Bekaert Group Executive en van de Raad van Bestuur van Bridon-Bekaert Ropes Group.
Beatríz García-Cos Muntañola heeft de Spaanse nationaliteit en behaalde een Master Economie en Bedrijfsadministratie aan de universiteit van Barcelona in Spanje. Zij startte haar loopbaan als auditor bij Audigest SA in Barcelona en werkte gedurende 13 jaar als Accounting, Tax en Financieel Manager bij PPG Industries Inc in Rubi (Spanje) vooraleer ze in 2006 naar Vestas Wind Systems overstapte waar ze Financieel Directeur werd voor EMEA en Latijns-Amerika. Beatríz García-Cos werd benoemd tot Chief Financial Officer van de mijnbouwbusiness van Trafigura Pte Ltd in 2012.
Stijn Vanneste werd gepromoveerd tot Algemeen Directeur Europa, Zuid-Azië en Zuidoost-Azië en werd lid van het Bekaert Group Executive in april 2016. Stijn Vanneste vervoegde Bekaert in 1995 en vervulde verschillende internationale management functies in de Groep, vooraleer hij zijn meest recente functie als Senior Vice President Manufacturing Excellence opnam.
Het Bekaert Group Executive telt 9 leden en is als volgt samengesteld:
Van links naar rechts - 1e rij: Matthew Taylor. 2e rij: Beatríz García-Cos Muntañola, Lieven Larmuseau, Curd Vandekerckhove, Geert Van Haver. 3e rij: Stijn Vanneste, Piet Van Riet, Frank Vromant, Bart Wille.
Bart Wille, Chief HR Officer, heeft na 8 jaar in dienst bij Bekaert, beslist om het bedrijf te verlaten en nieuwe opportuniteiten op te zoeken. De benoeming van zijn opvolger zal binnenkort aangekondigd worden.
Bekaert is een wereldmarkt- en technologisch leider in staaldraadtransformatie en deklaagtechnologieën. Door het continu creëren van toegevoegde waarde streven we ernaar de voorkeurleverancier voor staaldraadproducten en -oplossingen te zijn voor onze klanten wereldwijd. Bekaert (Euronext Brussels: BEKB) werd opgericht in 1880 en is een globale onderneming die wereldwijd bijna 30 000 medewerkers telt, met hoofdzetel in België en een jaaromzet van € 4,4 miljard.
Staaldraad … We transformeren het, passen geavanceerde deklaagtechnologieën toe, en specialiseren ons in het voortdurend verbeteren van alle mogelijke eigenschappen van staaldraadproducten. Ontdek de Wereld van Bekaert ...
We willen de beste zijn in het begrijpen voor welke toepassingen onze klanten staaldraad gebruiken. De kennis over hoe onze staaldraadproducten functioneren in de productieprocessen en de producten van onze klanten, helpt ons immers om oplossingen te ontwikkelen en te leveren die het best aan hun vereisten voldoen – zo creëren we meerwaarde voor onze klanten.
Staaldraad transformeren en unieke deklaagoplossingen toepassen, dat zijn onze kernactiviteiten. Afhankelijk van de wensen van onze klanten trekken we draad tot diverse diameters en sterktes, zelfs tot ultrafijne vezels van één micron. We bundelen draden tot koord, kabels en strengen, weven of breien ze tot een weefsel of verwerken ze als eindproduct. Onze producten verminderen wrijving, verhogen de corrosiebestendigheid of bevorderen de adhesie met andere materialen.
better together beschrijft de unieke samenwerking binnen Bekaert en tussen Bekaert en haar zakenpartners. We creëren waarde voor onze klanten door het leveren en co-creëren van een kwaliteitsportfolio van staaldraadoplossingen en door het bieden van dienstverlening op maat in alle continenten. We geloven in blijvende relaties met onze klanten, leveranciers en andere stakeholders en we verbinden ons ertoe om hen lange-termijn waarde te leveren. We zijn ervan overtuigd dat het vertrouwen, de integriteit en de onstuitbare spirit die onze medewerkers wereldwijd verenigen als één team de fundamenten vormen van succesvolle partnerschappen waar ook ter wereld.
Onze strategie is erop gericht om consistent waarde te creëren voor onze aandeelhouders door op een kostenefficiënte manier superieure waarde te creëren voor onze klanten. Onze visie en kernstrategieën vormen de fundamenten van een transformatie van onze business naar een hoger prestatieniveau. Ze waren de basis van de prioriteiten en de acties van het bedrijf in 2016 en zullen onze focus blijven sturen in de komende jaren. Er werden vijf Must Win Battles geïntroduceerd om aan onze kernstrategieën een onmiddellijke focus te geven, met specifiek toegewezen middelen en een nauwgezette opvolging van de vooruitgang. Deze aanpak was de voorbije twee jaar heel succesvol. Aan Must Win Battles wordt speciale aandacht besteed doorheen de hele onderneming. We stellen prioriteiten op het vlak van middelen en focussen erop. Ze zijn ook gelinkt aan individuele en collectieve doelstellingen, wat belangrijk is voor hun succes.
Geleid door onze better together-aspiratie streven we er onophoudelijk naar om de voorkeursleverancier te zijn voor onze staaldraadproducten en –oplossingen. We doen dit door voortdurend superieure waarde te creëren voor onze klanten wereldwijd.
Met deze visieverklaring heeft Bekaert expliciet haar speelveld vastgelegd: het beschrijft wat we willen zijn, waarin we willen concurreren en investeren en hoe we onszelf willen onderscheiden.
Vijf kernstrategieën vormen de basis van Bekaerts prioriteiten en beslissingsprocessen die gericht zijn op het creëren van waarde en groei. Deze strategieën brengen onze visie in de praktijk en weerspiegelen de richting en de prioriteiten voor de onderneming:
Bekaert heeft altijd geloofd in samenwerking en co-creatie met klanten als drijfveren van duurzame partnerschappen en klantentevredenheid. Toch willen we beter doen en een echt klantgerichte organisatie worden. In deze strategie draait het erom inzicht te verwerven in de betekenis van waarde voor onze klanten en op basis daarvan te handelen.
Het gaat erom steeds onze klanten op de eerste plaats te stellen bij alles wat we doen, op alle niveaus en waar ook ter wereld.
De pilootprogramma's die werden gelanceerd in 2016 zijn een bewijs van het vermogen van het programma om waarde te creëren en van het veelbelovende potentieel ervan. In 2017 zal BCE evolueren van een programma naar een nieuwe manier van werken die commerciële uitmuntendheid naar een hoger niveau tilt. BCE stimuleert onder andere veranderingen in modellen voor dienstverlening aan de klant, zodat we hun noden efficiënter kunnen beantwoorden met behulp van betere accountplanninginstrumenten. De pilootprogramma's zorgden er ook voor dat we nieuwe producten en diensten sneller en via de juiste kanalen introduceren op de markt.
Klantgerichtheid gaat veel verder dan het beheer van de commerciële relaties tussen de verkoopteams van Bekaert en de aankoopteams van de klanten. Het is een mindset die alle medewerkers moeten hebben om steeds de klant voorop te stellen. Om onze medewerkers beter te laten begrijpen welke rol zij spelen bij de doelstelling om onze klanten in het hart van onze business te brengen, werden er in 2016 verschillende acties geïmplementeerd en evenementen georganiseerd.
Er werd een Europese Week van de Klant georganiseerd met een gevarieerd programma van informatiesessies, workshops en klantenbezoeken. Het doel was om elke werknemer van alle Bekaert fabrieken en kantoren in Europa te bereiken en te werken aan een beter begrip van wie onze klanten zijn en hoe iedereen kan bijdragen om hen beter van dienst te zijn.
De Europese Week van de Klant gaf klanten een gezicht in onze operaties, zodat Bekaert medewerkers beter begrijpen aan wie ze uitmuntendheid leveren.
Op 12 oktober 2016 ondertekenden Bert De Graeve, Voorzitter van Bekaert, en Dhr. Masaaki Tsuya, Gedelegeerd Bestuurder en Voorzitter van Bridgestone Corporation, een overeenkomst voor co-ontwikkeling op lange termijn. Deze overeenkomst laat Bekaert en Bridgestone toe om gezamenlijk product- en procesvernieuwingen te blijven ontwikkelen om zo nieuwe, hoogperformante duurzame banden te ontwerpen. De co-ontwikkeling houdt concrete onderzoeksopportuniteiten in voor de technologen van Bekaert en illustreert de innovatiekracht van onze onderneming, als vertrouwde partner van de grootste innovator in de bandenindustrie. De overeenkomst werd ondertekend in Tokyo tijdens een officieel staatsbezoek aan Japan van Hunne Majesteiten de Koning en de Koningin der Belgen.
Bij de implementatie van deze strategie heeft Bekaert duidelijke prioriteiten gesteld van waar we willen groeien en hoe we superieure waarde kunnen bieden om ons te onderscheiden van de concurrentie. In 2016 hebben we met succes waarde toegevoegd aan de product-mix door meer geavanceerde producten te lanceren die de totale kosten in de waardeketen verlagen. Deze strategie beoogt zowel organische groei als groei door overnames. Bovendien stuurt deze strategie ook beslissingen aan met betrekking tot het desinvesteren van activiteiten die geen potentieel hebben om in de toekomst waarde te creëren.
Eén van de voornaamste doelstellingen van het bovenvermelde Bekaert 'Customer Excellence'-programma (BCE) is om duurzame rendabele groei te stimuleren door de klant superieure waarde te bieden. Om die reden is het programma een belangrijk instrument om deze strategie te realiseren. In dat opzicht focust BCE op de ontwikkeling van gekwantificeerde waardevoorstellen, een betere productportefeuille en concrete groeiplannen voor strategische segmenten.
Onze derde kernstrategie gaat over het versnellen van Bekaerts technologisch leiderschap in lijn met onze strategie om groei aan te sturen door waardecreatie. Eén van de voornaamste principes is co-creatie: we helpen onze klanten om zich te onderscheiden in hun markten. Onze proces- en productontwikkelingsprojecten maken snelle vooruitgang en effectieve resultaten in samenwerkingsprogramma's mogelijk. Lees meer in het hoofdstuk over Technologie en Innovatie van dit Jaarverslag.
Met deze kernstrategie willen we onze schaalvoordelen benutten door complexiteit te verminderen en ons te richten op onze opportuniteiten en sterktes met meer standaardisatie op het hoogste niveau. We willen ook verzekeren dat we ons, tijdens het proces om onze klanten de best mogelijke oplossingen op het vlak van waardecreatie aan te bieden, kostenefficiënt organiseren en voor een vermindering van de totale kost zorgen via doeltreffende proces- en productinnovaties.
Het Bekaert Manufacturing System (BMS) is een programma om operationele uitmuntendheid te verzekeren in al onze processen en vestigingen wereldwijd. Dankzij dit programma zorgen de gemeenschappelijke inspanningen van alle Bekaert fabrieken in de wereld er samen voor dat we onze klanten een zo laag mogelijke totale kost kunnen bieden. Door onze manier van werken te vereenvoudigen en onze schaal beter te benutten, kunnen we de operationele kosten verlagen en de productiviteit verhogen. Zo kunnen we ons concurrentievermogen opdrijven en middelen vrijmaken voor groei.
In 2016 versnelde Bekaert de implementatie roll-out van BMS. Er werden in 20 Bekaert fabrieken wereldwijd meer dan 2 500 verbeteringsmaatregelen geïmplementeerd. Dit programma kan rekenen op het sterke engagement en de medewerking van alle werknemers en werpt duidelijk zijn vruchten af in de fabrieken en in de resultaten.
Het succes van BMS bleef niet onopgemerkt bij onze partners en joint ventures. Zowel de joint ventures van Bekaert met ArcelorMittal in Brazilië als de nieuw opgerichte Bridon-Bekaert Ropes Group hebben de aftrap gegeven voor BBMS (respectievelijk Belgo-Bekaert en Bridon-Bekaert Manufacturing System) om gelijkaardige voordelen in hun activiteiten mogelijk te maken.
Het engageren en empoweren van onze medewerkers zijn belangrijke succesfactoren doorheen ons hele transformatietraject. We empoweren onze teams met verantwoordelijkheid, autoriteit en aansprakelijkheid en rekenen op het engagement van elke Bekaert medewerker om de prestaties te verbeteren.
echte veiligheidscultuur.
In het jaarlijkse doelstellingenkader van Bekaert, waarin de objectieven, doelstellingen, strategieën en maatregelen voor het bedrijf en voor iedere individuele medewerker bepaald zijn, worden nu duidelijk de vijf kernstrategieën verwerkt in de jaarlijkse prioriteiten van elke medewerker. Zo worden de kernstrategieën van het bedrijf vertaald in concrete handelingen en ontwikkelingsmaatregelen voor alle Bekaert collega's.
In juli 2016 ontving elk lid van het Global Leadership Team een trofee voor Customer Excellence, samen met de opdracht en de verantwoordelijkheid om deze door te geven aan een collega die erkenning verdient voor zijn of haar uitmuntend engagement op het gebied van klantgerichtheid. Om de twee maanden moet elke trofee worden overhandigd aan een nieuwe collega, met een gemotiveerde nominatie waarin de volgende ontvanger wordt geprezen. Op die manier vinden de 40 trofeeën die oorspronkelijk werden uitgereikt hun weg doorheen regio's en functies en zetten ze onze medewerkers aan om getuigenissen van uitstekende klantgerichtheid te delen binnen de organisatie.
Bekaert is sterk aanwezig in verschillende sectoren. Daardoor zijn we minder gevoelig voor sector-specifieke trends en het is ook een voordeel voor onze klanten. Oplossingen die we ontwikkelen voor klanten in één sector vormen namelijk ook vaak de basis voor innovaties in andere sectoren.
Bekaert staat in dienst van klanten in een veelheid aan sectoren met een uniek portfolio van getrokken staaldraadproducten, gecoat om zo optimaal mogelijk aan de noden van de toepassingen te voldoen. Bekaerts staaldraad wordt gebruikt in auto's en vrachtwagens, in liften en mijnen, in tunnels en bruggen, thuis en op kantoor, in machines en in offshore. Als iets rijdt, hijst, filtert, versterkt, afbakent of vastmaakt, dan is er een grote kans dat het Bekaert producten bevat.
| Gezamenlijke omzet: | € 1 148 million |
|---|---|
| Investeringen in materiële vaste activa: | € 52 million |
| Totale activa: | € 881 million |
| Medewerkers: | 7 297 |
Europa kende in 2016 stabiele economische resultaten. Hoewel de totale groei van het Bruto Binnenlands Product (BBP) ongeveer hetzelfde was als in 2015 – net onder 2% – waren de toegenomen economische, financiële en politieke onzekerheden merkbaar aan de aanzienlijke verschillen tussen landen.
Meerdere landen zagen in 2016 de groei van het BBP stabiliseren of vertragen ten opzichte van een reeds zwakke ratio in 2015. Hoewel de impact van de terreuraanslagen, de vluchtelingenstromen of de politieke instabiliteit niet is bewezen, hebben deze ontwikkelingen gezorgd voor een toegenomen onzekerheid, die de groei in Turkije, Italië, Griekenland, Frankrijk en andere landen in de regio heeft aangetast.
De Oost-Europese landen behaalden in het algemeen degelijke groeipercentages. Roemenië en Slovakije vertoonden bijvoorbeeld een BBP-groei van respectievelijk 5% en 3,5%. In Rusland hield de recessie aan in 2016, hoewel de BBP-daling wel vertraagde tot minder dan -1%.
Te midden van de verschillende politieke en economische bewegingen kenden de Europese automobiel- en bouwsectoren – die cruciaal zijn voor de Europese welvaart en uitermate relevant voor Bekaerts activiteiten – in 2016 aanhoudend een sterke vraag. Energiegerelateerde markten werden echter ernstig getroffen door de terugval van de olie- en gassector.
Bekaert is aanwezig in zowel de West-Europese markten als in Centraal- en Oost-Europa. In Europa bieden we een hoogwaardige portefeuille van geavanceerde staaldraadproducten aan voor sectoren die op zoek zijn naar innovatieve producten en oplossingen van hoge kwaliteit.
De Europese marktvraag bleef degelijk gedurende het hele jaar 2016. Dat gold vooral voor de automobiel- en bouwsectoren, terwijl de vraag naar profieldraden afnam als gevolg van de vertragingen en annuleringen van investeringen in de olie- en gassector.
Bekaerts activiteiten in EMEA leverden excellente resultaten op met recordniveaus voor EBIT, EBITDA en ROCE. De door recente overnames, desinvesteringen en de verkoop van verlieslatende activiteiten versterkte businessportefeuille en de toegenomen impact van verschillende transformatieprogramma's stuwden de stevige winstbasis met dubbele cijfers naar een recordniveau: de onderliggende EBIT-marge voor het boekjaar bedroeg 12,2% of € 141 miljoen in absolute cijfers, een stijging van 10% tegenover 2015. De investeringsuitgaven (PP&E) bedroegen € 52 miljoen en betroffen capaciteitsuitbreidingen en moderniseringen, voornamelijk in Slovakije, Roemenië en België.
De wereldwijde transformatieprogramma's die de visie en de strategieën van Bekaert ondersteunen, vergroten hun implementatieschaal en snelheid. Ook in Europa:
Bekaerts wereldwijd 'manufacturing excellence'-programma richt zich op het versterken van onze concurrentiekracht door het optimaliseren van veiligheid, kwaliteit, leverbetrouwbaarheid en productiviteit. In Europa werd het programma geïmplementeerd in Zwevegem (België), Hlohovec (Slovakije), Petrovice en Bohumín (Tsjechië), Izmit en Kartepe (Turkije) en Ubisa (Spanje). Het zal verder uitgerold worden in de regio gedurende 2017 en in de daaropvolgende jaren.
Bekaert vierde 15 jaar productie-aanwezigheid in Slovakije. Er namen bijna 4000 personen deel aan de viering die plaatsvond in de Trnava City Arena. Bekaert is een belangrijke werkgever in Slovakije en wilde de verjaardag vieren samen met alle medewerkers en hun gezin.
Bekaert Combustion Technologies in het Nederlandse Assen en Bekaert Advanced Cords Aalter – nu onderdeel van Bridon-Bekaert Ropes Group – vierden in 2016 beiden hun 50e verjaardag.
In juni 2016 ontvingen Matthew Taylor (CEO), een aantal leden van het Bekaert Group Executive en van het regionaal EMEA-management, en het Bekaert Investor Relations-team de financieel analisten die Bekaert evalueren op een kapitaalmarktevent in Roemenië.
Het programma omvatte een volledige businessupdate, informatie over het Bekaert 'manufacturing excellence'-programma, een statusupdate van de oprichting van de Bridon-Bekaert Ropes Group en een presentatie over de ontwikkelingen op de bandenmarkt door een gastspreker van Continental AG. De tweede dag van het evenement reisden alle deelnemers af naar Slatina om de staalkoordfabriek van Bekaert en de naburige bandenfabriek van Pirelli te bezoeken.
Het doel van een kapitaalmarktevenement is om analisten te helpen om de strategie, markten en resultaten van Bekaert beter te begrijpen zodat ze een diepgaander beeld verkrijgen van de businessdynamiek wat hen kan ondersteunen bij hun analyse en advies.
In april 2016 legden voorzitter Bert de Graeve en burgemeester Marc Doutreluingne de eerste steen van Bekaerts nieuwe hoofdkantoor. De ceremonie vond plaats op de bouwwerf in Zwevegem.
In het nieuwe gebouw zullen 175 medewerkers worden ondergebracht die nu in 4 verschillende kantoorgebouwen in Zwevegem en Kortrijk werken.
Het aanpalende neogotische gebouw wordt gerenoveerd.
Het einde van de bouwwerken is voorzien tegen midden 2017.
| Gezamenlijke omzet: | € 512 miljoen |
|---|---|
| Investeringen in materiële vaste activa: | € 21 miljoen |
| Totale activa: | € 300 miljoen |
| Medewerkers: | 1 344 |
De groei van het Bruto Binnenlands Product (BBP) in de VS vertraagde in 2016, voornamelijk door minder investeringen omwille van de lage olieprijzen en door het dalende concurrentievermogen van Amerikaanse exportgoederen als gevolg van de sterkere Amerikaanse dollar.
Ondanks de binnenlandse uitdagingen en het wereldwijde landschap dat aan een hoog tempo evolueert, is de Amerikaanse economie nog steeds de grootste ter wereld en een belangrijke speler in sectoren zoals de automobiel- en lucht- en ruimtevaartindustrie, machinebouw, telecommunicatie en chemie. De automobielmarkten behaalden goede resultaten gedurende het hele jaar en zullen naar verwachting sterk blijven presteren onder invloed van de toenemende vraag naar in Amerika vervaardigde producten – een ontwikkeling die investeringen in de binnenlandse productiecapaciteit stimuleert, onder meer in de automobiel- en energiesector.
Bekaerts activiteiten in Noord-Amerika tekenden een sterke organische volumegroei op door de heropbouw van de fabriek in Rome, Georgia (VS).
De onderliggende EBIT is bijna verdubbeld in vergelijking met vorig jaar als gevolg van een beter capaciteitsgebruik dat werd aangestuurd door hogere volumes en de effecten van maatregelen die werden ingevoerd om ons concurrentievermogen op de doelmarkten op te krikken. De winstmarges hebben het gewenste niveau nog niet bereikt, maar de effecten van de ingevoerde maatregelen zijn duidelijk zichtbaar. De kasstroomgeneratie (onderliggende EBITDA) verbeterde met 60% ten opzichte van het jaar ervoor en ROCE steeg tot bijna 12%.
De investeringsuitgaven (PP&E) bedroegen € 21 miljoen en betroffen voornamelijk investeringen in staalkoordactiviteiten.
Het voorbije decennium zijn de markt, de klanten, de wetgeving en de concurrentie aanzienlijk geëvolueerd in de Noord-Amerikaanse regio. Door die veranderingen is het concurrentievermogen van ons bedrijfsmodel afgenomen. De winstgevendheid is gedaald naar een onaanvaardbaar peil en het Noord-Amerikaanse Bekaert-team heeft in 2016 een programma opgestart om die situatie om te keren. Hun streefdoel is om te bouwen aan Bekaerts toekomst in Noord-Amerika. Hun aanpak is een synthese van alle overige globale 'must-win battles' die zijn ingevoerd bij Bekaert. Het team heeft een gerichte en ambitieuze groeiagenda en bouwt aan een organisatie van wereldklasse die wordt ondersteund door uitmuntendheid op het vlak van productie, klanten en partners en een uitgesprokken passie om te winnen. De eerste successen van deze aanpak zijn zichtbaar in de resultaten van 2016, die het team aanmoedigen om hun uitdagend traject verder te zetten.
De Bekaert fabriek in Rogers (Arkansas) implementeert een belangrijk uitbreidingsplan om te voldoen aan de verwachte groeiende vraag van bandenproducenten die zijn gevestigd in de VS. De vraag wordt gestimuleerd door hun uitbreidingsinvesteringen en voorkeur om lokaal geproduceerde staalkoord aan te kopen. Om zich aan te passen aan de verwachte groei besliste Bekaert om de productiecapaciteit van staalkoord van de fabriek in Rogers verder op te drijven met 50%. De uitbreiding zal geleidelijk worden geïmplementeerd en zal meer dan 100 nieuwe banen creëren.
In september 2016 organiseerde Bekaert Orrville (Ohio) een ceremonie voor de start van hun uitbreidingsinvestering voor verbeterde veiligheid, afvalvermindering, betere dienstverlening en kwaliteit en energie-efficiëntie.
BMS, het Bekaert Manufacturing System, werd uitgerold in Van Buren (Arkansas), Orrville (Ohio) en Rome (Georgia) en zal in de nabije toekomst ook in de overige fabrieken worden geïmplementeerd. BCE, het 'Bekaert Customer Excellence'-programma, wordt zowel in regionale als globale business eenheden geïmplementeerd. Ook de implementaties van het recent gelanceerde 'Supply Chain Excellence'-programma en van BeCare, het 'Safety Excellence'-programma omvatten proefimplementaties in de VS.
| Gezamenlijke omzet: | € 1 320 miljoen |
|---|---|
| Geconsolideerde omzet: | € 682 miljoen |
| Investeringen in materiële vaste activa: | (*) € 14 miljoen |
| Totale activa: | (*) € 464 miljoen |
| Medewerkers: | 7 144 |
(*) geconsolideerde vennootschappen
Na vijf jaar groeivertraging werd de economische groei in Latijns-Amerika in 2016 negatief. Aanhoudende recessie in Brazilië en Venezuela en een verzwakte economie in Ecuador en Argentinië verklaren grotendeels de gezamenlijke performantie van de regio. Terwijl deze vier economieën krompen in 2016, leed de regio aan een algemene vertraging – niet alleen doordat deze is blootgesteld aan externe schokken zoals de lage olie- en grondstofprijzen en de verhoogde wisselkoersvolatiliteit, maar ook door bepaalde structurele zwakheden die het groeipotentieel van de regio hebben ondermijnd.
De economische depressie in Venezuela blijft de groei van de regio aantasten. Politieke instabiliteit, lagere olieproductie en -prijzen, de volledige instorting van de bolivar en een tekort aan vreemde valuta veroorzaken verschillende moeilijkheden met weinig tekenen van een onmiddellijke opleving.
Peru, Colombia en Chili hadden een stabiel of krimpend BBP-cijfer, dat al laag stond. Hoewel de prijzen van koper en andere grondstoffen zijn gestegen in het laatste kwartaal van 2016, waren de jaargemiddeldes laag en bleven ze de mijnbouwmarkt en de markt voor openbare infrastructuurwerken in Latijns-Amerika aantasten.
Bekaert produceert in Latijns-Amerika een uitgebreide productenportefeuille bestemd voor de bouw, mijnbouw, landbouw en een brede waaier aan industriële- en consumentenmarkten in de regio. Bekaert heeft 100%-dochterondernemingen en meerderheidsparticipaties in Costa Rica, Ecuador, Colombia, Venezuela, Peru, Chili en Brazilië, alsook joint ventures in Brazilië in een 45/55-partnerschap met ArcelorMittal.
Bekaert startte haar activiteiten in Latijns-Amerika in 1950. Vandaag vertegenwoordigen die 30% van de gezamenlijke omzet.
Bekaerts geconsolideerde omzet in Latijns-Amerika daalde met 4% als gevolg van negatieve valutaeffecten en volumeverlies in Venezuela, veroorzaakt door de tijdelijke sluitingen door een tekort aan grondstoffen.
De activiteiten van Bekaert behaalden in de meeste landen betere resultaten dan de marktgemiddelden.
EBIT en ROCE stegen met ongeveer 50% en de EBITDA-marge van 13% stimuleerde een sterke kasstroomgeneratie. Deze uitstekende cijfers waren het resultaat van:
Bekaert investeerde € 14 miljoen in materiële vaste activa in de regio, vooral in Ecuador en Chili.
De gezamenlijke omzet van Bekaert daalde lichtjes (-1%) als gevolg van het gemiddelde valutaeffect van de Braziliaanse real, ondanks de sterke stijging van die munt in de tweede jaarhelft van 2016. De resultaten van onze joint ventures in Brazilië overtroffen de zwakke economische omstandigheden in het land en droegen evenveel bij tot het nettoresultaat van Bekaert als in 2015.
Bekaerts dochterondernemingen in Latijns-Amerika staan op de implementatielijst van de globale uitmuntendheidsprogramma's die als doel hebben om waarde te creëren in alle regio's en voor alle platformen. Het 'manufacturing excellence'-programma van Bekaert (Bekaert Manufacturing System of BMS) wordt momenteel geïmplementeerd in Ecuador, Peru, Chili en Brazilië en ook het 'commercial excellence'-programma van Bekaert (BCE) wordt uitgerold met specifieke aandacht voor de bijzonderheden van de lokale markten en distributiemodellen. Vicson in Venezuela leidt de proefimplementatie van het globale veiligheidsprogramma BeCare in de regio.
Het succes van BMS bleef niet onopgemerkt door onze partners en joint ventures. De joint ventures van Bekaert met ArcelorMittal in Brazilië hebben de aftrap gegeven voor BBMS (Belgo-Bekaert Manufacturing System) om gelijkaardige voordelen mogelijk te maken in de fabrieken binnen het partnerschap.
Momenteel wordt er onderhandeld om de 100%-dochteronderneming van Bekaert in Sumaré (Brazilië), een staalkoordvestiging met hoge margecontributie die werd overgenomen van Pirelli, in te brengen in het partnerschap BMB (Belgo-Mineira Bekaert) met ArcelorMittal. Bekaert houdt 44,5% van de aandelen aan in die joint venture en zou – na overeenkomst en reglementaire goedkeuring – de resultaten van de fabriek in Sumaré niet langer opnemen in de geconsolideerde jaarrekening.
Ecuador werd in april 2016 getroffen door een verwoestende aardbeving. Honderden mensen stierven en in totaal werd ongeveer een kwart miljoen mensen getroffen door het verlies van of materiële schade aan hun huizen of werkplaatsen.
De verwoesting in de regio was zo groot door de slechte kwaliteit van de gebouwen, die niet bestand waren tegen de kracht van de aardbeving. In Ecuador wordt er veel op informele wijze gebouwd zonder bouwvergunning. Zo worden er bijvoorbeeld verdiepingen toegevoegd aan gebouwen met een te zwakke fundering.
Om zich tot dit marktsegment te richten met bouwadvies en kwaliteitsmaterialen ontwikkelde IdealAlambrec-Bekaert meer dan 5 jaar geleden een uitgebreide bouwhandleiding met constructieplannen en gedetailleerd advies voor 15 standaard sociale woningen.
Alle technische beschrijvingen voldoen aan de strenge vereisten inzake
aardbevingsbestendigheid. IdealAlambrec-Bekaert produceert ook een breed gamma van de nodige staaldraadverstevigingsproducten en beschikt over een groot netwerk van klanten en verdelers die de overige bouwmaterialen aanbieden.
De Ecuadoraanse regering nam een beslissing over de heropbouw van sociale woningen met strengere bouwvoorschriften en aardbevingsbestendige versterking. Ze nodigde mogelijke partners uit om de materialen en technisch advies te voorzien. IdealAlambrec-Bekaert was het enige bedrijf dat een onmiddellijke oplossing kon bieden dankzij de beschikbare bouwhandleiding, de materialen, de opleidingen en een breed netwerk van plaatselijke technische ondersteuning en benodigdheden. In 2016 werden er ongeveer 15 000 kits geleverd voor evenveel huizen. Voor 150 andere huizen fungeerde Bekaert als aannemer.
De business opportuniteit was niet de enige focus. Bekaert doneerde 10 huizen aan zwaar getroffen families. Lees meer in ons hoofdstuk over Duurzaam Ondernemen.
| Gezamenlijke omzet: | € 1 052 miljoen |
|---|---|
| Investeringen in materiële vaste activa: | € 59 miljoen |
| Totale activa: | € 1 115 miljoen |
| Medewerkers: | 10 563 |
De economische groei in China vertaagde lichtjes in vergelijking met 2015 maar viel binnen de door de regering vooropgestelde doelstelling van 6,5 en 7% en overtrof de meest andere grote economieën. Andere regionale spelers zoals India en Indonesië kenden een stijging van hun BBP dankzij de algemene groei en een toegenomen binnenlandse vraag.
De sterke automobielmarkten droegen in hoge mate bij tot de groei in de hele regio. De vraag van zonneenergiemarkten was sterk in het eerste jaarhelft maar kende een belangrijke daling in het derde kwartaal die werd veroorzaakt door veranderingen in terugleververgoedingen in China in juli 2016.
De economische hervormingen in India resulteerden in een indrukwekkende BBP-groei van 7,5%, niettegenstaande het geldvernietigingsprogramma dat eind 2016 de economie tijdelijk opgeschud heeft. De binnenlandse industriële productie-output was hoog gedurende 2016.
Bekaert is aanwezig in Azië met productie- en ontwikkelingscentra in China, India, Indonesië, Maleisië en Japan.
Bekaert behaalde een organische omzetgroei van 8,5% in Pacifisch-Azië ten opzichte van 2015. Onze activiteiten behaalden een sterke margetoename voor de hele regio: onderliggende EBIT steeg met 72% tot € 119 miljoen, aan een marge van 11,3%. Onderliggende EBITDA bedroeg € 222 miljoen, 25% hoger dan vorig jaar aan een marge van 21%. ROCE verdubbelde nagenoeg naar meer dan 12%.
Deze robuuste prestaties voor de regio waren het resultaat van een hoge capaciteitsbenutting, M&A activiteiten, een onmiddellijk rendement uit investeringen en de aanzienlijke impact van diverse transformatieprogramma's. Het groeiend aandeel van producten met hoge toegevoegde waarde in onze business portefeuille en de impact van de desinvestering van activiteiten met lage marges hebben bijgedragen tot de sterke winstcijfers.
De succesvolle introductie van Bekaerts 'customer excellence' programma in China heeft geleid tot een betere prioritisering van de beschikbare capaciteit om klanten met een groeistrategie te bevoorraden met een productenportefeuille met hoge toegevoegde waarde.
Bekaerts activiteiten in Indonesië en India noteerden robuuste prestaties in 2016. We hebben maatregelen geïmplementeerd om de zwakke prestaties van de activiteiten in Maleisië aan te pakken. Tegelijkertijd hebben we staalkoordcapaciteit toegevoegd in heel Azië om aan de toegenomen vraag van automobielmarkten te voldoen.
Bekaert heeft in 2016 intensief geïnvesteerd in de regio met een totaal van € 59 miljoen in materiële vaste activa, waaronder tire cord uitbreidingsinvesteringen in China, India en Indonesië.
Het 'Bekaert Manufacturing System' (BMS) werd met succes geïmplementeerd in Karawang (Indonesië) en in verschillende productievestigingen in China: Weihai, Jiangyin, Shenyang en Qingdao. Het programma wordt verdergezet en zal in de nabije toekomst eveneens uitgerold worden in de andere Aziatische vestigingen.
hestructureringsmaatregelen in voor activiteiten zonder groeipotentieel: we zijn gestart met het geleidelijk afbouwen van de Maleisische vestiging in Shah Alam en hebben een aantal productielijnen overgebracht naar onze site in Ipoh, eveneens in Maleisië.
We hebben ook de beslissing genomen om de kleine staalkoordfabriek in Huizhou in de provincie Guandong in China te sluiten. Investeringsbeperkingen in Huizhou hebben verhinderd om het potentieel van de fabriek op schaalgrootte te brengen en de kost-efficiëntie op te trekken tot het niveau van de andere vestigingen in China. Daarom werd beslist om de operaties stop te zetten in Huizhou, en te investeren in andere bestaande vestigingen in het land.
In maart 2016 heeft PT Bekaert Indonesia (PTBI), de productie-eenheid van Bekaert in Indonesië, de inhuldiging van de Garuda 5 uitbreiding en de 20ste verjaardag van de vestiging gevierd. De inhuldiging vond plaats in aanwezigheid van Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Astrid van België, die de Belgische Economische missie naar Indonesië leidde, en Bert De Graeve, Voorzitter van de Raad van Bestuur van Bekaert. De plechtigheid werd bijgewoond door politieke, diplomatieke en economische vertegenwoordigers uit België en Indonesië, alsook door klanten en andere zakenrelaties van Bekaert in Indonesië.
Bekaert en Bridgestone ondertekenden een overeenkomst voor co-ontwikkeling op lange termijn die beide partijen toelaat om gezamenlijk product- en procesvernieuwingen te blijven ontwikkelen om zo nieuwe, hoogperformante duurzame banden te ontwerpen. De co-ontwikkeling houdt concrete onderzoeksopportuniteiten in voor de technologen van Bekaert en illustreert de innovatiekracht van onze onderneming, als vertrouwde partner van de grootste innovator in de bandenindustrie. De overeenkomst werd ondertekend in Tokyo tijdens een officieel staatsbezoek aan Japan van Hunne Majesteiten de Koning en de Koningin der Belgen.
Bekaert kreeg van Bridgestone de eerste 'Development Contribution Award'. Met deze prijs beloont Bridgestone een ontwikkelingspartner die belangrijke technische ontwikkelingen heeft gerealiseerd die toegevoegde waarde creëren voor Bridgestone's productenportefeuille.
| Gezamenlijke omzet: | € 319 miljoen |
|---|---|
| Investeringen in materiële vaste activa: | € 14 miljoen |
| Totale activa: | € 613 miljoen |
| Medewerkers: | 2 514 |
De meeste kabelmarkten krompen verder in 2016. Dit gold voor de olie-en gassector en voor de mijnbouw, hoewel deze laatste bij jaareinde tekenen van een aantrekkende vraag vertoonde, ondersteund door toegenomen grondstofprijzen.
Andere markten relevant voor de kabelactiviteiten zijn – onder andere – machinebouw (kranen en hijsapparatuur), bosbouw en visvangst alsook de bouw.
Bekaert behaalde 34% omzetgroei in het kabel- en advanced cord segment als gevolg van de integratie van de Bridon-activiteiten in de Bridon-Bekaert Ropes Group. Zwakke marktomstandigheden in de olie- en gassector beïnvloedden de verkoopvolumes en de algemene capaciteitsbezetting in de meeste kabelfabrieken. De kabelvolumes kenden een lichte stijging in het vierde trimester en de advanced cords business presteerde goed doorheen het jaar.
Het BBRG management implementeert maatregelen om haar marktpositie te versterken en de voordelen van de schaalvergroting geleidelijk aan te benutten door verbeteringen aan de productie-footprint en de globale business portefeuille.
Dit houdt de sluiting in van Bridon-Bekaert ScanRope AS in Tønsberg (Noorwegen) en de herstructurering van de Belton fabriek in Texas (VS).
Bekaert en Ontario Teachers' Pension Plan, de vorige eigenaar van Bridon, hebben de definitieve fusie van hun wereldwijde kabel en advanced cords businesses succesvol afgesloten op 28 juni 2016 en een nieuwe joint venture opgericht waarin Bekaert 67 % van de aandelen bezit en Ontario's Teachers' 33 %. Bridon-Bekaert Ropes Group brengt de staalkabel- en advanced cords capaciteiten van nagenoeg 2 500 medewerkers, 18 productievestigingen in 10 landen, marktgedreven R&D, en een wereldwijd verkoop- en distributienetwerk samen. De fusie laat toe om de schaalgrootte en complementaire sterkten van Bekaert en Bridon te benutten en zal waardecreatie nastreven voor klanten en voor de nieuwe groep. Niettegenstaande de aanhoudende moeilijke marktomstandigheden voor de kabelactiviteiten, hebben de Raad van Bestuur en het managementteam van BBRG het volle vertrouwen in het toekomstpotentieel van de business. BBRG onderneemt maatregelen om haar competenties en schaal te benutten, de rentabiliteit te verbeteren en klanten wereldwijd te bedienen met een ongeëvenaarde kwaliteit en dienstverlening.
Het succes van het Bekaert Manufacturing System (BMS) is niet onopgemerkt voorbijgegaan aan de kabel business. BBRG zal dan ook begin 2017 het startschot geven voor BBMS (Bridon-Bekaert Manufacturing System) om gelijkaardige voordelen te creëren in hun vestigingen.
Technologisch leiderschap en snelheid vormen één van de vijf kernstrategieën van Bekaert. Onze activiteiten in dit domein richten zich op het creëren van toegevoegde waarde voor onze klanten ten gunste van het langetermijnsucces van onze business en al onze stakeholders. We werken samen met klanten en leveranciers over de hele wereld om voor zowel bestaande als nieuwe toepassingen technologieën te ontwikkelen, te implementeren, te upgraden en te beschermen. We luisteren naar onze klanten zodat we inzicht krijgen in hun innovatie- en procesbehoeften. Begrijpen hoe onze producten in hun productieprocessen en eindproducten functioneren is uiterst belangrijk om oplossingen met toegevoegde
waarde te ontwikkelen.
deklaagtechnologieën vormen onze kerncompetenties. Om ons technologisch leiderschap hierin verder te versterken, investeert Bekaert intensief in onderzoek en ontwikkeling en beschouwen we innovatie als een constante drijfveer voor al onze activiteiten en processen.
Om ons technologisch leiderschap te behouden en te versterken, zoeken we voortdurend naar nieuwe oplossingen in staaldraadtransformatie- en deklaagtechnologieën. Dankzij de combinatie van deze competenties kunnen we de eigenschappen van staal zoals sterkte, buigzaamheid, vermoeiing, vorm, adhesie en corrosiebestendigheid beïnvloeden. Zelfs na meer dan 135 jaar ervaring blijft er veel te ontdekken in onze zoektocht naar de optimale bulk- en oppervlakteeigenschappen van staaldraad. Door het optimaliseren van de synergie tussen de competenties van onze technologen en die van onze onderzoeks- en business partners kunnen we een wezenlijk verschil maken en oneindig veel mogelijkheden scheppen.
Twee pioniers en vaste waarden in de markt van staaldraad en kabels bundelden in 2016 de krachten om 's werelds meest toonaangevende leverancier van staalkabels en advanced cords te worden: Bridon-Bekaert, the Ropes Group. Het technologiecentrum van de Group investeert in expertise, unieke testmaterialen en forensische laboratoria om de ontwikkeling van innovatieve nieuwe technologieën te bespoedigen.
We streven continu naar de vernieuwing van ons productenaanbod met innovatieve producten en oplossingen die onze klanten toegevoegde waarde bieden; onder meer door betere kwaliteit of eenvoud van installatie; en door de totale kosten en/of de impact op het milieu van de producten en productieprocessen van onze klanten te verlagen.
Enkele voorbeelden:
In 2016 lanceerde Bekaert met succes Murfor® Compact, een nieuw type hoogperformante metselwerkwapening. Het is een stevige maas van staalkoord met hoge treksterkte, geleverd op rol voor toepassingen met lijm- en dunbedmortel. De sterke structuur van de wapening voorkomt scheurvorming en versterkt het metselwerk. Dit lichte product kan gemakkelijk worden verplaatst en geïnstalleerd. Door de rollengte kan de installatie ook sneller en efficiënter verlopen. Bovendien biedt Murfor® Compact ook voordelen voor het milieu: omdat de wapening op maat kan worden gesneden, is er praktisch geen materiaalverlies.
Murfor® Compact werd gebruikt als metselwerkwapening voor het nieuwe hoofdkantoor van Bekaert in Zwevegem (België).
Samen met een geselecteerde externe partner werd het potentieel van Bekaerts oplossing bevestigd aan de hand van een aantal specifieke vangrailontwerpen. Daarbij lag de focus op het verminderen van de ernstgraad van letsels bij ongevallen, maar ook op het inperken van de impact van zwaardere voertuigen zoals bussen en vrachtwagens. Op basis van de veelbelovende resultaten van deze simulaties zijn er in 2017 officiële crashtests gepland.
Endo Masato van Bekaert Japan (links) ontvangt de prijs van De heer Mochizuki (rechts), Vice President and Officer van Bridgestone.
We danken het Vlaams Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT) en de Belgische federale regering. De subsidies en stimuli voor R&D-projecten met hooggeschoold wetenschappelijk personeel en onderzoekers in Vlaanderen zijn essentieel voor het behoud van R&D-activiteiten in België.
Er is een groeiende trend in samenwerking met onze strategische klanten, leveranciers en een netwerk van academische onderzoeksinstellingen en universiteiten. We nemen ook corporate venturing in aanmerking: we scouten bedrijven met opkomende technologieën om mee samen te werken. Deze samenwerkingen kunnen bestaan uit investeringen, licentieovereenkomsten of gezamenlijke ontwikkelingsovereenkomsten. Onze investeringen hierin zijn minderheidsbelangen in jonge startende ondernemingen met innovatieve technologieën die de kerncompetenties van Bekaert kunnen benutten of aanvullen. Daarnaast zijn we voortdurend op zoek naar nieuwe businessopportuniteiten.
In 2016 evalueerde Bekaert de opties om supergeleidende draden te ontwikkelen en besloten we te investeren in een start-up zodat we de krachten konden bundelen en sneller vooruitgang boeken in een echte 'better together-mentaliteit.
Het samenwerkingsverband wil innovatieve draadoplossingen ontwikkelen voor bestaande toepassingen op grote schaal, zoals supergeleidende draden voor MRI-scanners, of voor verwachte nieuwe toepassingen in de energiesector.
Bekaert beoogt internationale partnerschappen met universiteiten en onderzoekscentra. In 2016 zetten we onze samenwerking met academische instellingen, technologieclusters en onderzoekspartners uit verschillende landen voort om op lange en korte termijn toegang te hebben tot externe deskundigheid, externe innovatie te integreren en ontwikkelingsprojecten te versnellen. Zie wereldkaart hieronder.
Bekaerts eigen engineering-afdeling speelt een cruciale rol in de optimalisatie en standaardisering van onze productieprocessen en -machines. Deze afdeling ontwerpt, produceert, installeert en onderhoudt de machine-uitrusting van onze fabrieken wereldwijd.
Nieuwe machines zorgen voor prestatieverbeteringen op verschillende vlakken, zoals productkwaliteit, prestatievermogen en flexibiliteit, en kostenefficiëntie. Onze focus ligt ook altijd op machine veiligheid, ergonomie en de impact op het milieu.
Onze ingenieurs en technici gebruiken hun uitgebreide ervaring om de 'Bekaert fabriek van de toekomst' te bouwen. Zij ontwikkelen aan hoogperformante innovatieve uitrusting tegen een lage operationele kost, machines die een minimale omstellingstijd vereisen, en maximale automatiserings- en
robotisatiemogelijkheden verzekeren. In fabrieken in de VS, Slovakije en China lopen logistieke pilootprojecten voor de verhandeling van bobijnen. Er worden inspanningen geleverd om uitrusting te automatiseren, waardoor machineoperatoren hun expertise optimaal kunnen inzetten op taken met toegevoegde waarde. De nieuwe machines zijn intelligent en mensgericht en signaleren relevante data over performantie en productkwaliteit.
Dankzij fabrieksautomatisering en productieinformatiesystemen kan de productiviteit geoptimaliseerd worden. Het toegenomen gebruik van sensoren en robotica getuigt van de interconnectie en digitalisering. Geavanceerde sensoren en meetinstrumenten worden steeds meer geïntegreerd in Bekaerts productie-uitrusting om de specificatietoleranties in verschillende productiestappen te controleren. Dit verhoogt de testmogelijkheden op het gebied van kwaliteitstesten in alle kritische procesfases.
Bekaert Engineering onderzoekt systematisch nieuwe technieken zoals additieve vervaardiging (bv. 3D-printen), micro-EDM (electrical discharge machining) en modellering- en simulatietechnologieën.
Door deze modellering- en simulatietechnologieën kunnen we de tijd nodig om nieuwe uitrusting te ontwikkelen ingrijpend inkorten. In vergelijking met de systematische proefondervindelijke methode brengt deze werkwijze ons veel sneller bij een ontwerp en uitvoering volgens het first time right-principe.
Voor ons gaat duurzaam ondernemen over economisch success, de veiligheid en ontwikkeling van medewerkers, milieuleiderschap en sociale vooruitgang. Op die manier vertaalt Bekaert duurzaam ondernemen in een voordeel voor alle stakeholders.
Bekaerts wereldwijde strategie voor duurzaam ondernemen is gebaseerd op vier peilers: onze verantwoordelijkheid op de werkplek, op de markt, ten aanzien van het milieu en tegenover de maatschappij. Onze CSR-inspanningen en -activiteiten zijn daarom gericht op de belangen van al onze stakeholders: medewerkers, klanten, aandeelhouders, partners, lokale overheden en de gemeenschappen waarin we actief zijn.
Bekaerts duurzaamheidsrapport 2016 is gebaseerd op de GRI G4 richtlijnen van het GRI sustainability reporting framework. De certificiëring van het rapport 2016 was nog in behandeling op de dag van de publicatie van dit jaarverslag. Global Reporting Initiative (GRI) is een non-profit organisatie die economische duurzaamheid bevordert.
In 2016 werd Bekaert opnieuw erkend door de opname in Ethibel Excellence Index (ESI) Europe – een referentiecriterium voor toppresteerders op vlak van maatschappelijk verantwoord ondernemen gebaseerd op Vigeo's onderzoek – en in die van Kempen SRI.
In 2016 kreeg Bekaert het zilveren erkenningsniveau van Ecovadis toegekend, een onafhankelijk bureau voor duurzaam ondernemen wiens methodologie opgebouwd is op internationale standaarden. Hierdoor staat Bekaert in de top 30 van de bedrijven die door Ecovadis geëvalueerd zijn. Als antwoord op de groeiende interesse doorheen de toeleveringsketen om te rapporteren rond de ecologische voetafdruk van activiteiten en logistiek, vult Bekaert ook de vragenlijsten van de Carbon Disclosure Project (CDP) omtrent de klimaatverandering en de toeleveringsketen i n
De duurzaamheidsacties en de respectievelijke indexen en certificaten hebben betrekking op de 100% dochterondernemingen van NV Bekaert SA en deze waarin NV Bekaert SA een meerderheidsparticipatie heeft. Dit omvat ook de dochterondernemingen van de Bridon-Bekaert Ropes Group, tenzij anders aangegeven.
We hechten veel belang aan het creëren van uitdagende carrière- en persoonlijke ontwikkelingsopportuniteiten voor onze medewerkers. Trainingsprogramma's omvatten niet alleen technische en job-specifieke trainingen, maar ook leiderschapsmodules die onze medewerkers helpen om zichzelf te ontwikkelen en samen te werken in een globale werkomgeving.
Om topprestaties en de voortdurende ontwikkeling van al onze medewerkers te stimuleren, worden de doelstellingen van de groep omgezet in team- en persoonlijke doelstellingen. Bekaerts performantieopvolgingssysteem laat toe dat de teams en individuen geëvalueerd worden in relatie tot deze doelstellingen en hun manier van werken. In 2016 hebben we het performantieopvolgingsproces verder bijgeschaafd. Door middel van persoonlijke beoordelingsgesprekken streven we naar transparantie, feedforward en leiderschapsgedrag.
(1)BBRG niet inbegrepen
(2)Ex-Bekaert vestigingen van BBRG inbegrepen .
Ex-Bridon vestigingen zullen soortgelijke gegevens rapporteren vanaf 2017.
In 2016 startte Bekaert de implementatie van een nieuw wereldwijd uitmuntenheidsprogramma voor veiligheid, BeCare.
We willen een risicovrije werkomgeving creëren die niemand schade berokkent. Dit geldt voor al onze medewerkers en voor iedereen die in onze vestigingen werkt of ze bezoekt.
Het BeCare programma, dat afgestemd is met het manufacturing excellence programma, is ontwikkeld als een soort roadmap om onze veiligheidsdoelstellingen te realiseren. Deze roadmap helpt ons om de veiligheidspraktijken te definiëren en te implementeren waar alle medewerkers, aannemers en bezoekers in al onze Bekaert locaties wereldwijd baat zullen bij hebben. Het programma slaat op verschillende dimensies zoals op veiligheidspraktijken en hulpmiddelen die blootstelling aan risico's verminderen en op veilig gedrag.
In de loop van 2016 werd het BeCare programma uitgerold in twee pilootfabrieken. Het zal verder geïmplementeerd worden in alle regio's gedurende dit jaar en de komende jaren. Om het uitrollen van het programma te versnellen en te vergemakkelijken, is er een BeCare Academie opgericht die als centrum van uitmuntendheid zal dienst doen.
Omdat we een gezonde werkomgeving belangrijk vinden, bleven we in 2016 investeren in de automatisatie van verhandelingsapparatuur en andere vormen van ergonomie op de werkplek. In onze fabrieken in de VS, Slovakije en China lopen momenteel pilootprojecten voor de verhandeling van bobijnen.
Bekaert besteedt ook speciale aandacht aan het omgaan met en opslaan van chemicaliën. Een centrale databank houdt alle chemicaliën bij die in onze fabrieken gebruikt worden en voorziet in strenge gezondheids- en veiligheidsnormen voor alle werknemers.
Bekaert organiseert traditioneel elk jaar wereldwijd een Gezondheids- en Veiligheidsevenement. Het centrale thema van afgelopen jaar was "Een veilig Bekaert voor iedereen". Wereldwijd werden de Bekaert fabrieken aangemoedigd om goede praktijken te delen en te leren van elkaar. Enkele gestandaardiseerde veiligheidshulpmiddelen en -technieken werden in alle fabrieken geïmplementeerd en er vonden veiligheidscontroles en Gemba walks (observatie en feedback rondes) plaats in alle locaties. Bovendien werden alle medewerkers uitgenodigd om de videoboodschap van de CEO te bekijken en te bespreken.
Bekaert heeft een OHSAS 18001 certificaat op groepsniveau. In 2016 waren 66% van alle Bekaert medewerkers gecoverd door deze standaard. Van de gemiddelde 37 uren training per medewerker in 2016, waren 7 uren gerelateerd aan veiligheid.
In 2016 hadden 2 fabrieken al meer dan 6 jaar geen veiligheidsincidenten. 3 andere hadden meer dan 3 jaar geen veiligheidsincidenten en 6 fabrieken waren 1 jaar ongevalsvrij.
(1) BBRG inbegrepen (Ex-Bekaert vestigingen voor heel het jaar 2016 , ex- Bridon vestigingen vanaf het derde kwartaal2016).
Ernstgraad = aantal dagen werkverlet als gevolg van arbeidsongevallen, per duizend gewerkte uren. (1) BBRG inbegrepen (Ex-Bekaert vestigingen voor heel het jaar 2016 , ex-
Bridon vestigingen vanaf het derde kwartaal 2016).
In 2016 stegen zowel de frequentiegraad als de ernstgraad in vergelijking met 2015. De slechtere globale resultaten zijn het gevolg van hogere frequentiegraden in bepaalde fabrieken. Het BeCare implementatieplan houdt rekening met de voorgeschiedenis op vlak van incidenten van de locaties zodat de passende maatregelen getroffen kunnen worden om de veiligheidsprestaties globaal te verbeteren.
(1) BBRG inbegrepen (Ex-Bekaert vestigingen voor heel het jaar 2016 , ex- Bridon
vestigingen vanaf het derde kwartaal 2016).
Bekaert streeft ernaar om een loyale, verantwoordelijke partner te zijn binnen de lokale gemeenschappen. We hechten er belang aan om op een transparante en constructieve manier met de lokale overheden om te gaan en de nationale wetgevingen en de collectieve arbeidsovereenkomsten na te leven. Bekaert respecteert de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en de verdragen en aanbevelingen van de Internationale Arbeidsorganisatie.
Bekaert heeft productiefaciliteiten en verkoopkantoren in 40 landen en bouwt langetermijnrelaties met klanten en leveranciers uit, waar we ook actief zijn. We werken samen met klanten en leveranciers in het ontwikkelen van projecten, het initiëren van feedback en tevredenheidsonderzoeken en in het uitwerken van industriële analyses.
In 2015 versterkte Bekaerts Aankoopafdeling haar engagement om het bewustzijn voor en de controle op duurzaam ondernemen bij onze leveranciers te verbeteren. We breidden de scope uit tot 75% van onze globale bestedingen (1). We hebben duurzaamheidsclausules afgesloten met onze belangrijkste walsdraadleveranciers, die 80% van onze walsdraad aankopen wereldwijd vertegenwoordigen. (1) In deze meerjarige overeenkomsten vormen duurzaam ondernemen, integratie in de toeleveringsketen en innovatie expliciete bouwblokken. In 2016 hebben we bovendien soortgelijke overeenkomsten met leveranciers uit andere productcategorieën afgesloten. Gedeelde objectieven en actieplannen voor 2017 werden opgezet met onze belangrijkste leveranciers om duurzaamheid doorheen de toeleveringsketen verder vooruit te stuwen. (1)Excluding BBRG
Bekaert erkent het belang van verantwoord aankopen. In 2016 hebben alle leveranciers onder het Conflict Free Sourcing Initiative (CFSI), de Bekaert Gedragscode voor Leveranciers ondertekend en vulden ze de meest recente CFSI vragenlijst in.
Dit is een initiatief van de Electronic Industry Citizenship Coalition (EICC) en de Global e-Sustainability Initiative (GeSi), die ondernemingen uit verschillende sectoren helpen om kwesties rond mineralen uit conflictregio's aan te pakken.
We werken met globale klanten actief samen in duurzaamheidsprogramma's. We steunen hun CSR programma's door specifieke acties in ons CSR beleid te implementeren en we nemen deel aan duurzaamheidsinitiatieven en standaarden om te beantwoorden aan specifieke vragen van de klant.
We streven er voortdurend naar om minder materialen te gebruiken, ons energieverbruik te reduceren en afval te verminderen.
Bekaerts zorg voor het milieu wordt toegepast in drie deelaspecten: onze voortdurende inspanningen om mileuvriendelijker productieprocessen voor onze fabrieken wereldwijd te ontwikkelen, preventie en risicobeheer, en de ontwikkeling van producten die bijdragen aan een schoner milieu.
Met uitzondering van China kwam 25% van onze elektriciteit van herbruikbare energiebronnen. China inbegrepen (waar stroom van hernieuwbare energiebronnen schaars is) kwam 15% van hernieuwbare bronnen. De slaagkans om energie van hernieuwbare bronnen aan te kopen is sterk afhankelijk van de beschikbaarheid van dergelijke bronnen en van de betrokken data.
We hebben verdere vooruitgang geboekt in het verwerken van gebruikt zoutzuur. Een groot aantal Bekaert fabrieken besteedt de verwerking van zoutzuur uit aan externe afnemers. Deze bedrijven zetten de afvalzuren om in ijzerchloride coagulanten die gebruikt worden voor waterzuivering. Er werden labtesten uitgevoerd om het gebruikte zoutzuur om te zetten in een ijzerchloride oplossing, wat het hergebruik door afnemers zal vergemakkelijken. Een alternatieve werkwijze bestaat erin het gebruikte zoutzuur ter plaatse te recupereren, te verwerken en te hergebruiken in het productieproces.
In 2016 waren 95% van de Bekaert vestigingen wereldwijd ISO 14001 gecertifieerd. ISO 14001 maakt deel uit van de internationaal erkende ISO 14000 standaard die praktische tools aanbiedt aan bedrijven die hun mileuverantwoordelijkheden beheren. ISO 14001 legt de nadruk op systemen voor mileubeheer. De certificatie van alle Bekaert fabrieken over de hele wereld blijft onze doelstelling. Het is een element in het integratieproces van nieuwe entiteiten en van vestigingen die toegevoegd worden aan de consolidatieperimeter. Bekaert ontving ook een certificaat voor ISO 14001 en ISO 19001 op groepsniveau. De ISO 9000 familie behandelt verschillende aspecten van kwaliteitsmanagement.
Bekaert ontwikkelt producten die bijdragen tot een schoner milieu. Ecologie is een aspect dat reeds in beschouwing wordt genomen vanaf de R&D fase van nieuwe producten. In veel gevallen vormt het zelfs een drijfveer in productontwikkeling. Nieuw ontwikkelde producten met ecologische voordelen worden beschreven in het Technologiehoofdstuk.
Enkele voorbeelden::
Fortifix® , een stalen tussenlaag uit staalkoord die gebruikt wordt voor niet-structurele schade aan het wegdek. Deze oplossing biedt niet alleen een hoge levensduur, het is bovendien 100% recycleerbaar.
Bij sponsoring- en andere gemeenschapsactiviteiten leggen we de nadruk op educatieve projecten. Daarenboven steunen we plaatselijke initiatieven en projecten voor sociale, culturele en economische ontwikkeling.
Wij geloven dat onderwijs en opleiding de sleutel vormen voor een duurzame toekomst. Daarom steunen wij wereldwijd initiatieven die de gemeenschappen waarin we actief zijn, helpen door middel van onderwijs en opleiding.
Onze jointventures in Brazilië steunen traditioneel educatieve projecten. In 2016 werd een educatief project opgezet om interesse voor wetenschappen en bewustwording voor het milieu te stimuleren bij studenten. Een wetenschapsbeurs waar kinderen 50 experimenten in natuurkunde, wiskunde en biologie kunnen uitvoeren en een milieu prijs die ecologische bewustwording stimuleert, maken deel uit van het project.
Sinds de vewoestende aardbeving in de Manabí regio in Ecuador in april 2016 steunt de IdealAlambrec-Bekaert fabriek (Ecuador) het onderwijsprogramma van 50 technische hogeschoolstudenten. In de eerste fase gaven onze technici 50 uren training aan 2 lokale professoren, met focus op aardbevingsbestendige bouwmethoden in risicogebieden. In een tweede fase gaven de professoren hun kennis, met de hulp van onze technici door aan 50 studenten. In totaal werden er 1200 uren training uren gegeven.
Bekaert steunt nog steeds de National 4-H council en werd een zilveren sponser. 4-H is de grootste jeugdontwikkelings- en empowerment organisatie in de VS en bereikt meer dan 7 miljoen 4-H jongeren in verstedelijkte gebieden, voorstedelijke schoolbuurten en landbouwgemeenschappen. In april 2016 lanceerde 4-H zijn Grow True Leaders campagne om de jeugd te empoweren om hun stem te laten horen en aan te tonen hoe ze een verschil maken in hun gemeenschap.
Bekaert bleef sterke relaties opbouwen met verschillende scholen in China. Voor Weihai Xiyuan Zhongxin Kindergarten heeft Bekaert een speelruimte ontworpen om de kennis van wetenschappen te stimuleren bij de kinderen en om hun logisch denken te ontwikkelen. Bekaert steunde opnieuw de Shanghai Pudong Lianying Primary School. Het Lianying School Library Enrichment Project werd opgestart door vrijwilligers van Bekaert Management Co. Ltd in Shanghai in 2013. Bekaert bleef het project steunen onder de vorm van vrijwilligerswerk en het doneren van boeken. Bekaert neemt ook deel aan gezamelijke evenementen met de school rond veiligheid en het aanleren van de Engelse taal.
We steunen maatschappelijke initiatieven voor de verbetering van sociale omstandigheden in die landen waar we actief zijn.
Toen de Manabí region in Ecuador getroffen werd door een verwoestende aardbeving in april 2016, werd de IdealAlambrec-Bekaert fabriek gecontracteerd door de overheid als primaire bedrijfspartner in een groot wederopbouwprogramma voor de woningen. De zakelijke opportuniteiten waren niet de enige focus van onze lokale teams. Bekaert Latijns-Amerika en de IdealAlambrec-Bekaert vestiging hebben samen ook 10 huizen geschonken aan getroffen families. De huizen voldoen aan de Ecuadoriaanse regelgeving met betrekking tot aardbevingsbestendigheid van gebouwen. Gedurende het bouwproces was er ook technisch toezicht om ervoor te zorgen dat aan alle voorwaarden werd voldaan. Vertegenwoordigers van de Ecuadoriaanse overheid hielpen ervoor zorgen dat de huizen werden toegekend aan die families die de hulp het best konden gebruiken.
Medewerkers van onze IdealAlambrec-Bekaert vestiging verzamelden ook vrijwillig hulpgoederen en doneerden een totale som van USD 30 000.
In Colombia werkte Bekaert samen met Œuvre Belgo-Colombienne pour l'Enfance (OB-CE), een belgische organisatie die kinderen in risicogebieden in Colombia steunt. In 2016 doneerde en installeerde Proalco-Bekaert de volledige omheining voor Los Llanerito Kindergarten, gevestigd in Villavicencio.
In het Thiruvallur district in India hebben we ons jaarlijkse gezondheidskamp initiatief voorgezet. Het werd gelanceerd in 2012 om aan zorgbehoeften van de lokale bevolking te voldoen.
| in miljoen € | 2015 | 2016 | Delta |
|---|---|---|---|
| Omzet | 4 402 | 4 351 | -1.2% |
| Investeringen | 194 | 170 | -12.4% |
| Personeel op 31 december | 27 148 | 28 863 | 6.3% |
| in miljoen € | 2015 | 2016 | Delta |
|---|---|---|---|
| Omzet | 3 671 | 3 715 | 1.2% |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 219 | 260 | 18.4% |
| EBIT-onderliggend | 231 | 305 | 31.7% |
| Financieel resultaat | -96 | -111 | 15.3% |
| Winstbelasting | -36 | -62 | 71.1% |
| Aandeel in het resultaat van joint ventures | 18 | 25 | 38.9% |
| Perioderesultaat | 105 | 112 | 6.6% |
| Groep | 102 | 105 | 3.4% |
| Minderheidsbelangen van derden | 4 | 7 | 93.9% |
| EBITDA-onderliggend | 436 | 513 | 17.7% |
| Afschrijvingen (MVA) | 190 | 192 | 0.8% |
| Waardeverminderingen en bijzondere waardeverminderingen | 31 | 30 | -4.3% |
| Negatieve goodwill | - | - | - |
| Balans | |||
|---|---|---|---|
| Eigen vermogen | 1 512 | 1 598 | 5.7% |
| Vaste activa | 1 922 | 2 137 | 11.2% |
| Investeringen (MVA) | 171 | 159 | -7.1% |
| Balanstotaal | 3 882 | 4 304 | 10.9% |
| Nettoschuld | 837 | 1 068 | 27.6% |
| Kapitaalgebruik (CE) | 2 448 | 2 650 | 8.2% |
| Werkkapitaal | 813 | 843 | 3.7% |
| Personeel op 31 december (FTE) | 23 777 | 25 572 | 7.5% |
| EBITDA op omzet | 12.0% | 13.0% |
|---|---|---|
| EBITDA-onderliggend op omzet | 11.9% | 13.8% |
| EBIT op omzet | 6.0% | 7.0% |
| EBIT-onderliggend op omzet | 6.3% | 8.2% |
| EBIT interest dekking | 4.0 | 3.9 |
| ROCE (EBIT op kapitaalgebruik) | 8.7% | 10.0% |
| ROE (winst op eigen vermogen) | 6.9% | 7.2% |
| Eigen vermogen op totaal activa | 38.9% | 37.1% |
| Nettoschuld op eigen vermogen | 55.4% | 66.8% |
| Nettoschuld op EBITDA | 1.9 | 2.2 |
| in miljoen € | 2015 | 2016 | Delta |
|---|---|---|---|
| Omzet | 731 | 636 | -13.0% |
| Bedrijfsresultaat | 75 | 75 | - |
| Winst van het boekjaar | 55 | 64 | 16.4% |
| Investeringen (MVA) | 23 | 12 | -47.8% |
| Afschrijvingen | 17 | 16 | -5.9% |
| Personeel op 31 december | 3 371 | 3 291 | -2.4% |
| Winstaandeel in consolidatie | 18 | 25 | 38.9% |
| Eigen vermogen | 111 | 142 | 27.9% |
| in € | 2015 | 2016 | Delta |
|---|---|---|---|
| EPS | 1.82 | 1.87 | 2.7% |
| Bruto-dividend* | 0.90 | 1.10 | 22.2% |
| Netto-dividend* | 0.66 | 0.77 | 17.2% |
| Valorisatie | |||
|---|---|---|---|
| in € | 2015 | 2016 | Delta |
| Koers op 31 December | 28.39 | 38.49 | 35.6% |
| Koers (gemiddelde) | 26.12 | 37.07 | 41.9% |
* Het dividend is onderhevig aan goedkeuring door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders 2017 ** FTE: Full time equivalent
in miljoen €
EBIT op omzet
Bruto-dividend Tussentijds dividend
2012 2013 2014 2015 2016
Geconsolideerde omzet
| EMEA | |
|---|---|
| Onderliggend | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| EBIT-marge op omzet | 10.9% | 12.2% |
| EBITDA-marge op omzet | 15.6% | 17.4% |
| ROCE | 19.3% | 22.1% |
| EMEAEMEA | |
|---|---|
| € 1 148 miljoen | |
| Gezamenlijke omzet | 27% |
| Onderliggend | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| EBIT-marge op omzet | 2.6% | 5.1% |
| EBITDA-marge op omzet | 4.6% | 7.6% |
| ROCE | 7.0% | 11.7% |
| Noord-Amerika € 512 miljoen Gezamenlijke omzet |
12% |
| Onderliggend | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| EBIT-marge op omzet | 6.5% | 9.8% |
| EBITDA-marge op omzet | 9.6% | 13.0% |
| ROCE | 11.1% | 16.6% |
| Latijns-Amerika € 1 320 miljoen Gezamenlijke omzet |
30% |
| Onderliggend | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| EBIT-marge op omzet | 6.8% | 11.3% |
| EBITDA-marge op omzet | 17.5% | 21.1% |
| ROCE | 6.5% | 12.2% |
| Pacifisch Azië | ||
| € 1 052 miljoen | 24% | |
| Gezamenlijke omzet |
| Onderliggend | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| EBIT-marge op omzet | 12.3% | 4.1% |
| EBITDA-marge op omzet | 18.2% | 10.8% |
| ROCE | 12.6% | 3.4% |
| Bridon-Bekaert Ropes Group € 319 miljoen Gezamenlijke omzet |
7% |
Joint ventures en geassocieerde ondernemingen (in miljoen €) Geconsolideerd (in miljoen €)
Naast de financiële informatie op IFRS-basis stelt Bekaert ook onderliggende prestatie-indicatoren van winstgevendheid en cash generatie voor om een consistentere en beter vergelijkbare indicatie te geven van de financiële prestaties van de Groep. De onderliggende prestatie-indicatoren corrigeren de IFRS-cijfers voor de eenmalige impact van herstructureringskosten, provisies voor milieusaneringsprogramma's, bijzondere waardeverminderingen, M&A gerelateerde vergoedingen en andere elementen die de analyse van de onderliggende prestaties van de Groep zouden vertekenen. 'REBIT' en 'REBITDA'- die de normale, 'onderliggende' bedrijfsprestaties reflecteren - worden nu respectievelijk 'EBIT-onderliggend' en 'EBITDAonderliggend' (1). EBIT en EBITDA worden als dusdanig aangehaald of als 'EBIT-gerapporteerd' en 'EBITDAgerapporteerd' ter verduidelijking.
(1) Definities van financiële parameters zijn beschreven in het Financieel Overzicht van dit Jaarverslag.
De vergelijkbare informatie over 2015 werd herwerkt in lijn met IAS19 en ESMA richtlijnen die in werking traden in 2016. De herwerkingselementen en effecten zijn opgenomen in het Financieel Overzicht van dit Jaarverslag.
Bekaerts onderliggende EBIT nam toe met 32% tot € 305 miljoen, aan een marge van 8,2%. Dit was het resultaat van solide volumegroei, positieve effecten van prijszetting, product-mix en voorraadaanpassingen, en aanzienlijke kostenbesparingen. Deze margeverhogende effecten werden deels tenietgedaan door de integratie van de Bridon-activiteiten in Bridon-Bekaert Ropes Group, nadelige wisselkoerseffecten, lage marges in Venezuela door volumeverliezen en wisselkoersschommelingen, en diverse andere invloeden.
Bekaert realiseerde in 2016 een geconsolideerde omzet van € 3,7 miljard, een stijging van 1% in vergelijking met vorig jaar. De geconsolideerde omzet werd gestuwd door volumegroei met 4%(1). Deze groei werd grotendeels tenietgedaan door lagere walsdraadprijzen (-1%) en prijs-mix effecten (-2%).
Het netto effect van fusies, overnames en desinvesteringen was +2,5% terwijl nadelige wisselkoerseffecten -2,5% bedroegen.
(1) 2, 7% volumegroei inclusief het effect van -1,4% door de sluitingsperiode van de Venezolaanse activiteiten als gevolg van grondstoftekorten. De impact was gelimiteerd tot -0,4% op het geconsolideerde omzetniveau en is onderdeel van de wisselkoerseffecten.
De omzet van het vierde kwartaal lag 9% hoger in vergelijking met het laatste kwartaal van 2015. Fusies en overnames voegden 6% toe en de organische omzetgroei was 3% als gevolg van sterke volumegroei in Pacifisch Azië. Wisselkoerseffecten neutraliseerden na een sterke klim van de Braziliaanse real en de Chileense peso in de afgelopen maanden.
De gezamenlijke omzet(2) telde € 4,4 miljard voor het jaar, een lichte daling (-1%) tegenover 2015 als gevolg van vlakke organische groei, een beperkt netto-effect van fusies, overnames en desinvesteringen (+1%) en ongunstige wisselkoerseffecten (-2%).
(2) De gezamenlijke omzet is de omzet gerealiseerd door de geconsolideerde ondernemingen plus 100% van de omzet gerealiseerd door joint ventures en geassocieerde ondernemingen na eliminatie van onderlinge verkopen.
De Raad van Bestuur bevestigt het vertrouwen in de strategie en de toekomstperspectieven van de onderneming en zal aan de Algemene Vergadering van aandeelhouders op 10 mei 2017 voorstellen om een brutodividend uit te keren van € 1,10 per aandeel, tegenover € 0,90 per aandeel vorig jaar. Het dividend zal, na goedkeuring door de Algemene Vergadering van aandeelhouders, betaalbaar worden vanaf 15 mei 2017.
Bekaert heeft een operationeel resultaat (onderliggende EBIT) geboekt van € 305 miljoen (tegenover € 231 miljoen in 2015). Dit stemt overeen met een marge op omzet van 8,2% (versus 6,3% in 2015).
De eenmalige elementen bedroegen € -45 miljoen (in vergelijking met € -12 miljoen in 2015) en omvatten herstructureringskosten in Turkije, Maleisië en Bridon-Bekaert Ropes Group (voor een totaal van € -27,1 miljoen), bijzondere afwaarderingen op materiële vaste activa in Huizhou, China (€ -16,2 miljoen), M&A gerelateerde honoraria (€ -8,6 miljoen) en andere eenmalige opbrengsten (€ +7 miljoen).
Inclusief deze aanpassingen bedroeg EBIT € 260 miljoen, wat neerkomt op een marge op omzet van 7,0% (tegenover € 219 miljoen of 6,0%). EBITDAonderliggend bedroeg € 513 miljoen (13,8% marge) in vergelijking met € 436 miljoen (11,9%), EBITDA bedroeg € 481 miljoen, wat een EBITDA-marge op omzet vertegenwoordigt van 13,0% (versus 12,0%).
De commerciële en administratieve kosten stegen met € 18 miljoen tot € 315 miljoen ten gevolge van fusies, overnames en desinvesteringen (€ 23 miljoen) en kosten gerelateerd aan het customer excellence programma (€ 7,8 miljoen); effecten die gedeeltelijk gecompenseerd werden door lagere overhead kosten zoals deze gerelateerd aan het manufacturing excellence programma (€ -6,7 miljoen besparingen in vergelijking met vorig jaar) en de positieve impact van wisselkoersschommelingen. Kosten voor onderzoek en ontwikkeling daalden van € 65 miljoen naar € 64 miljoen. Andere bedrijfsopbrengsten en -kosten omvatten de hierboven vermelde eenmalige elementen.
De nettorentelasten bedroegen € -73 miljoen, aanzienlijk hoger dan vorig jaar (€ -62 miljoen) als gevolg van de stijging in de brutoschuld (met € 320 miljoen) gerelateerd aan de Bridon fusie. Overige financiële opbrengsten en lasten bedroegen € -37,5 miljoen (ten opzichte van € -33,8 miljoen) als gevolg van de toename van de reële waarde van de conversie-optie van de vorige obligatie in lijn met de evolutie van de koers van het aandeel (non-cash impact van € -42,7 miljoen), en de reële waarde-aanpassing van de optie onder de nieuwe converteerbare obligatielening met een positieve impact van € +5,3 miljoen.
De overige financiële opbrengsten en lasten namen af met € 16 miljoen in de tweede helft van 2016 als gevolg van de aflossing van USD-leningen in Vicson, Venezuela, wat resulteerde in de opheffing van een provisie die hiertoe werd aangelegd.
De winstbelasting bedroeg € 62 miljoen, tegenover € 36 miljoen in 2015. De toename is te wijten aan de hogere winstgevendheid en een aanzienlijk aandeel van niet aftrekbare (niet cash) elementen, grotendeels verbonden aan de conversie van de obligatie.
Het aandeel in het resultaat van joint ventures en geassocieerde ondernemingen steeg van € 18 miljoen naar € 25 miljoen. De resultaten van de joint ventures in Brazilië waren stabiel terwijl de verliesmakende entiteiten in Xinyu, China gedeconsolideerd werden bij jaareinde 2015.
Het perioderesultaat bedroeg bijgevolg € 112 miljoen in vergelijking met € 105 miljoen in 2015. Het resultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen van derden steeg van € 4 miljoen naar € 7 miljoen. Na aftrek van het deel toerekenbaar aan minderheidsbelangen bedroeg het perioderesultaat toerekenbaar aan de Groep € 105 miljoen, vergeleken met € 102 miljoen van vorig jaar. EPS (perioderesultaat per aandeel) steeg tot € 1,87 in vergelijking met € 1,82 in 2015.
Op 31 december 2016 vertegenwoordigde het eigen vermogen 37,1% van de totale activa, tegenover 38,9% in 2015. De nettoschuld op eigen vermogen (gearing ratio) bedroeg 66,8% (tegenover 55,4%).
De nettoschuld bedroeg € 1 068 miljoen, lager dan € 1 148 miljoen op 30 juni 2016 en hoger dan € 873 miljoen bij jaareinde 2015. De aanzienlijke afname sinds 30 juni 2016 was het gevolg van sterke cash generatie. De toename tegenover 31 december 2015 betreft het effect op de nettoschuld van de Bridon fusie (€ 279 miljoen). Nettoschuld op de onderliggende EBITDA was 2,1, in vergelijking met 1,9 op 31 december 2015. Zonder het effect van de Bridon fusie zakte de nettoschuld op onderliggende EBITDA naar 1,5, dankzij de sterke cash generatie.
De nettokasstromen uit bedrijfsactiviteiten bedroegen € 400 miljoen, een afname ten opzichte van € 584 miljoen in 2015. De verbeterde cash generatie werd tenietgedaan door de hogere taxatie en het niet evenaren van de sterke daling van het werkkapitaal in 2015.
De kasstromen uit investeringsactiviteiten bedroegen € -107 miljoen (tegenover € -363 miljoen), waaronder € -159 miljoen voor investeringen in materiële vaste activa en € +41 miljoen door acquisities en desinvesteringen.
Kasstromen uit financieringsactiviteiten bedroegen € -302 miljoen (tegenover € -268 miljoen in 2015) en waren onder meer het gevolg van aflossingen van rentedragende schulden, dividenden en rentebetalingen.
De nettoschuld steeg naar € 1 068 miljoen in vergelijking met € 837 miljoen bij jaareinde 2015 en daalde in vergelijking met € 1 148 miljoen op 30 juni 2016. De nettoschuld op onderliggende EBITDA was 2,1, tegenover 1,9 op 31 december 2015. Zonder het effect van de Bridon fusie zakte de nettoschuld op onderliggende EBITDA naar 1,5 wat een aanzienlijke daling inhoudt, aangestuurd door sterke cash generatie.
Bekaert heeft op 1 maart 2017 de beslissing aangekondigd om de fabriek in Huizhou, Guandong Province (China), te sluiten. Investeringsbeperkingen in Huizhou hebben verhinderd om het potentieel van de fabriek op schaalgrootte te brengen en de kost-effeciëntie op te trekken tot op het niveau van de andere vestigingen in China. Daarom hebben we besloten om de activiteiten in Huizhou stop te zetten.
De Bridon-Bekaert ScanRope AS fabriek in Tønsberg (Norwegen) werd gesloten. Het activiteitsniveau van de fabriek werd zwaar getroffen door de terugval in olie- en gasmarkten sedert het begin van 2015.
Op 17 februari 2017 heeft het management van Bridon-Bekaert Ropes Group de herstructurering van de Bridon-Bekaert fabriek in Belton, Texas (VS) aangekondigd. Een inkrimping van het personeelsbestand gecombineerd met investeringen zullen de operaties aanpassen aan de toekomstige noden en opportuniteiten.
We voeren onderhandelingen over het inbrengen van Bekaerts dochteronderneming in Sumaré (Brazilië), een hoge-marge staalkoordfabriek overgenomen van Pirelli, in het BMB (Belgo-Mineira Bekaert) joint venture partnerschap met ArcelorMittal. Bekaert houdt 44,5% van de aandelen van de joint venture aan en zou – na het bereiken van een overeenkomst en het verkrijgen van de wettelijke goedkeuringen – niet langer de resultaten van de Sumaré fabriek opnemen in de geconsolideerde cijfers.
In 2016 werden in totaal 392 049 eigen aandelen aangeleverd wegens de uitoefening van aandelenopties en wegens verkoop aan leden van het Bekaert Group Executive in het kader van het Bekaert Personal Shareholding Requirement Plan. Bijgevolg zijn er op vandaag nog 3 885 446 eigen aandelen.
Bekaerts activiteiten in EMEA behaalden uitstekende resultaten. EBIT, EBITDA en ROCE bereikten recordhoogten.
In vergelijking met een sterk 2015 bleef de vraag van de Europese markten solide. Dit was vooral van toepassing op de automobiel- en bouwmarkten, terwijl de vraag voor profieldraad als gevolg van uitgestelde of afgelaste investeringen in de olie- en gassector, afnam. De omzet was lager in de tweede helft van het jaar door de gebruikelijke seizoenseffecten.
De versterkte business portefeuille na de recente overnames, desinvesteringen en business exits, en de verhoogde impact van diverse transformatieprogramma's stuwden EMEA's solide, dubbelcijferige winstgevendheid naar een record: de onderliggende EBIT marge voor het boekjaar bedroeg 12,2% of € 141 miljoen in absolute cijfers, hetzij een stijging met 10% tegenover 2015.
De eenmalige elementen (niet opgenomen in onderliggende EBIT) bedroegen € -5 miljoen en waren vooral gerelateerd aan de herstructureringskosten in Turkije.
De investeringsuitgaven bedroegen € 52 miljoen en betroffen capaciteitsuitbreidingen en moderniseringen, voornamelijk in Slovakije, Roemenië en België.
Bekaert verwacht een aanhoudend sterke vraag in de meeste markten behalve olie en gas. De Europese activiteiten hebben een goede start gemaakt in 2017 maar voorzien tijdelijke margedruk als gevolg van het niet onmiddellijk kunnen verrekenen van snel stijgende grondstofprijzen. Bovendien blijven we voorzichtig over de potentiële impact van groeiende onzekerheid in Europa, als gevolg van de beslissing van Groot-Brittanië om de Europese Unie te verlaten.
De Noord-Amerikaanse activiteiten van Bekaert noteerden een organische volumegroei van 8%, vooral dankzij de heropbouw van de fabriek in Rome, Georgia (VS). Deze groei werd meer dan tenietgedaan op het niveau van de omzet als gevolg van de lagere walsdraadprijzen (-4,4%) die verrekend worden aan onze klanten; ongunstige mix-effecten (-5,2%) als gevolg van sterke groei in lager geprijsde productgroepen; en het omzeteffect van desinvesteringen (-1%).
De automobiel-, landbouw- en industriële staaldraadmarkten presteerden goed, terwijl de zwakke vraag van de olie- en gassector de omzet van profieldraden aantastte.
De onderliggende EBIT verdubbelde nagenoeg in vergelijking met vorig jaar als gevolg van een verhoogde capaciteitsbenutting dankzij hogere volumes en van de impact van acties om de concurrentiekracht in onze doelmarkten te verhogen.
De winstmarges hebben nog niet het gewenste niveau bereikt maar de effecten van de ingevoerde maatregelen zijn duidelijk zichtbaar. De cashgeneratie (onderliggende EBITDA) steeg met 60% in vergelijking met vorig jaar en ROCE bedroeg bijna 12%.
In 2016 waren er geen eenmalige aanpassingen. Dit was wel het geval in 2015 door de finale afwikkeling van de verzekeringsuitkering met betrekking tot de brand in Rome, met een opbrengst van € +14 miljoen.
De investeringsuitgaven bedroegen € 21 miljoen en vonden vooral plaats in de staalkoordactiviteiten.
Bekaert verwacht in de loop van 2017 meer impact van de transformatieprogramma's en de eerste effecten van lopende uitbreidingsinvesteringen die gericht zijn op het beantwoorden van de groeiende vraag naar producten 'made in America'. We blijven voorzichtig over de effecten op de marges van het VS-handelsbeleid en de eraan gerelateerde tariefwijzigingen.
In Latijns-Amerika daalde de omzet met 4% als gevolg van het volumeverlies in Venezuela veroorzaakt door tijdelijke sluitingen in periodes van grondstoftekorten (-2%) en ongunstige wisselkoersbewegingen (-2%).
De omzet van het vierde kwartaal steeg met 2,5% in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar als gevolg van positieve wisselkoerseffecten na de sterke stijging van de Braziliaanse real en de Chileense peso in de afgelopen maanden. Aanzienlijke koersschommelingen van lokale valuta's ten opzichte van de USD verklaren de compenserende effecten van walsdraadprijzen (+7%) en de prijs-mix van verkopen in lokale valuta's (-7%) in het vierde kwartaal, jaar-op-jaar.
Bekaerts activiteiten in Latijns-Amerika overtroffen de marktgemiddelden in de meeste landen. EBIT en ROCE stegen met ongeveer 50% als gevolg van een sterkere business portefeuille in de regio, voornamelijk in Ecuador en Brazilië; een sterke vraag in Chili doorheen 2016; en betere prijszetting en kostenconcurrentie-vermogen in Peru. De EBITDA marge van 13% stuwde de cashgeneratie.
Bekaert investeerde € 14 miljoen in materiële vaste activa, voornamelijk in Ecuador en Chili. We gaan uit van een aanhoudend zwak economisch klimaat in Brazilië en algemene economische onzekerheid in de hele regio. We verwachten toenemende druk van Chinese imports als gevolg van de sterkere lokale valuta's en ondervinden enkele moeilijkheden in het tijdig verrekenen van gestegen walsdraadprijzen.
We voeren onderhandelingen over het inbrengen van Bekaerts dochteronderneming in Sumaré (Brazilië), een hoge-marge staalkoordfabriek overgenomen van Pirelli, in het BMB (Belgo-Mineira Bekaert) joint venture partnerschap met ArcelorMittal. Bekaert houdt 44,5% van de aandelen van de joint venture aan en zou – na het bereiken van een overeenkomst en het verkrijgen van de wettelijke goedkeuringen – niet langer de resultaten van de Sumaré fabriek opnemen in de geconsolideerde cijfers.
Dit zou de totale marge van het segment ongunstig beïnvloeden gezien de hogere dan gemiddelde winstgevendheid van deze entiteit.
Ondanks de economische ontwikkelingen en de evoluties met betrekking tot aandeelhouderschap, verwachten we om de voordelen te behouden van onze sterke marktposities, duurzame kostenbesparingen en toenemende impact van onze transformatieprogramma's.
De daling van de gezamenlijke omzet (-1%) was het gevolg van de gemiddelde koerseffecten van de Braziliaanse real (-4% jaar-op-jaar), ondanks de sterke klim van de munt in de tweede helft van 2016. De resultaten van onze joint ventures in Brazilië overtroffen de zwakke economische omstandigheden in het land. Hun bijdrage aan Bekaerts netto resultaat was gelijk aan dat van vorig jaar.
Bekaert behaalde een organische omzetgroei van 8,5% in Pacifisch Azie. De sterke vraag van automobielmarkten doorheen het jaar stuwden de groei in vergelijking met 2015. De impact van walsdraadprijzen (+1,5%) was het resultaat van aanzienlijke prijsdalingen in de eerste helft van het jaar gevolgd door een sterke klim in de tweede helft. Prijserosie en wisselkoerseffecten vertegenwoordigden -4% elk. Het netto-effect van fusies, overnames en desinvesteringen bedroeg minder dan +1%
De activiteiten van Bekaert in Pacifisch Azië noteerden robuuste prestaties in het laatste kwartaal van het jaar. De organische omzetgroei van 10% in vergelijking met dezelfde periode in 2015 was afkomstig van hogere volumes (+5%) en scherpe walsdraadprijsstijgingen (+10%), getemperd door prijserosie en mix-effecten (-5%). De vraag van zonne-energiemarkten veerde op vanaf de tweede helft van november, na de plotse daling in het derde kwartaal die werd veroorzaakt door veranderingen in terugleververgoedingen in China in juli 2016. Zaagdraad vertegenwoordigde 12% van Bekaerts omzet in Pacifisch Azië in 2016.
Onze activiteiten behaalden een sterke margetoename voor de hele regio: onderliggende EBIT steeg met 72% tot € 119 miljoen, aan een marge van 11,3%. Onderliggende EBITDA bedroeg € 222 miljoen, 25% hoger dan vorig jaar aan een marge van 21%. ROCE verdubbelde nagenoeg naar meer dan 12%. Deze robuuste prestaties voor de regio waren het resultaat van een hoge capaciteitsbenutting, M&A activiteiten en de aanzienlijke impact van diverse transformatieprogramma's.
Zoals eerder aangekondigd wordt de Shah Alam fabriek in Maleisië geleidelijk afgebouwd en verhuizen enkele productlijnen naar de Ipoh fabriek, ook in Maleisië. We hebben de beslissing genomen om de kleine staalkoordfabriek in Huizhou in de provincie Guandong in China te sluiten.
Investeringsbeperkingen in Huizhou hebben verhinderd om het potentieel van de fabriek op schaalgrootte te brengen en de kost-efficiëntie op te trekken tot het niveau van de andere vestigingen in China. Daarom werd beslist om de operaties stop te zetten in Huizhou, en te investeren in andere bestaande vestigingen in het land.
Bekaert investeerde aanzienlijk in de regio en rapporteerde een totaal van € 59 miljoen investeringen in materiële vaste activa in 2016, waaronder uitbreidingsinvesteringen in staalkoordactiviteiten in China, India en Indonesië.
De eenmalige aanpassingen (€ -19 miljoen) behelsden waardeverminderingen van activa met betrekking tot de Huizhou plant in China en kosten gerelateerd aan de sluiting van de Shah Alam fabriek in Maleisië.
We verwachten dat de solide vraag van bandenmarkten zal aanhouden in 2017 en voorzien een sterke start voor zonne-energiemarkten in afwachting van nieuwe aanpassingen aan de terugleververgoedingen, waarna de volatiliteit opnieuw zal toenemen. We verwachten dat onze transformatieprogramma's de hogere omzeten rendabiliteitstrends zullen blijven ondersteunen.
Bekaert behaalde 34% omzetgroei in het kabel- en advanced cords segment. De integratie van de Bridon activiteiten vertegenwoordigde een stijging van 37%. Ongunstige wisselkoerseffecten (-2%) en een lichte organische omzetdaling (-1%) temperden de groei. Zwakke marktomstandigheden in de olie- en gasindustrie tastten de verkoopvolumes en de capaciteitsbezetting in de meeste kabelfabrieken aan. De kabelvolumes kenden een lichte stijging in het vierde kwartaal en de advanced cords business presteerde goed doorheen het hele jaar.
We verwachten aanhoudende moeilijke marktomstandigheden in de olie- en gasindustrie in de nabije toekomst. We verwachten wel een resultaatsverbetering van Bridon-Bekaerts Ropes Group in de loop van 2017. Het management implementeert maatregelen om de marktpositie te versterken en geleidelijk aan de voordelen van de schaalgrootte te benutten door verbeteringen aan de productie-footprint en de globale business portefeuille. Dit houdt de sluiting in van Bridon-Bekaert ScanRope AS in Tønsberg (Noorwegen) en de recente aankondiging van de herschikkingsmaatregelen in de Belton fabriek in Texas (VS).
De eenmalige elementen bedroegen € -22 miljoen: € 9 miljoen van M&A transactiekosten en € 13 miljoen gerelateerd aan waardeverminderingen en herstructureringskosten, vooral met betrekking tot de sluiting van de ScanRope fabriek.
In uitvoering van de oorspronkelijke, in 2004 gepubliceerde, Belgische Corporate Governance Code heeft de Raad van Bestuur op 16 december 2005 het Bekaert Corporate Governance Charter goedgekeurd.
Ingevolge de publicatie van de Belgische Corporate Governance Code 2009 heeft de Raad van Bestuur op 22 december 2009 besloten de Code 2009 als referentiecode voor Bekaert te hanteren en het Bekaert Corporate Governance Charter aan te passen. Het Bekaert Corporate Governance Charter werd verder aangepast door de Raad van Bestuur op 13 november 2014 en op 28 juli 2016 (het "Bekaert Charter").
Bekaert leeft in beginsel de Belgische Corporate Governance Code na, en legt in het Bekaert Charter en in deze Corporate Governance verklaring uit waarom ze afwijkt van enkele bepalingen ervan.
De Belgische Corporate Governance Code is beschikbaar op www.corporategovernancecommittee.be.
Het Bekaert Corporate Governance Charter is beschikbaar op www.bekaert.com.
De Raad van Bestuur bestaat momenteel uit vijftien leden, die door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders benoemd worden. Acht bestuurders zijn benoemd op voordracht van de hoofdaandeelhouder. De functies van Voorzitter en van Gedelegeerd Bestuurder worden nooit door dezelfde persoon uitgeoefend. De Gedelegeerd Bestuurder is het enig lid van de Raad met een uitvoerende functie. Alle andere leden zijn niet-uitvoerende bestuurders.
Vijf bestuurders zijn onafhankelijk op grond van de criteria van artikel 526ter van het Wetboek van vennootschappen en van bepaling 2.3 van de Belgische Corporate Governance Code: Celia Baxter (voor het eerst benoemd in 2016), Alan Begg (voor het eerst benoemd in 2008), Pamela Knapp (voor het eerst benoemd in 2016), Martina Merz (voor het eerst benoemd in 2016) en Mei Ye (voor het eerst benoemd in 2014).
De Raad heeft in 2016 negen vergaderingen gehouden, zes gewone en drie buitengewone. Naast de uitoefening van zijn bevoegdheden uit hoofde van de wet, de statuten en het Bekaert Charter, behandelde de Raad van Bestuur in 2016 onder meer de volgende onderwerpen:
| Naam | Aanvang eerste mandaat |
Einde huidig mandaat als bestuurder |
Hoofdfunctie (*) | Aantal bijgewoonde gewone/buitengewone vergaderingen |
|---|---|---|---|---|
| Voorzitter | ||||
| Bert De Graeve(1) | 2006 | 2019 NV Bekaert SA | 6/3 | |
| Gedelegeerd Bestuurder | ||||
| Matthew Taylor | 2014 | 2018 NV Bekaert SA | 6/2 | |
| Leden voorgedragen door de hoofdaandeelhouder | ||||
| Leon Bekaert | 1994 | 2019 Bestuurder van vennootschappen | 6/2 | |
| Grégory Dalle | 2015 | 2019 Gedelegeerd Bestuurder, Credit Suisse International, Investment Banking and Capital Markets |
6/2 | |
| Charles de Liedekerke | 1997 | 2019 Bestuurder van vennootschappen | 5/3 | |
| François de Visscher(3) | 1992 | 2016 President, de Visscher & Co. LLC (Verenigde Staten) |
2/1 | |
| Christophe Jacobs van Merlen(2) | 2016 | 2020 Gedelegeerd Bestuurder, Bain Capital Private Equity (Europe), LLP (VK) |
4/2 | |
| Hubert Jacobs van Merlen | 2003 | 2019 Bestuurder van vennootschappen | 6/3 | |
| Maxime Jadot | 1994 | 2019 Gedelegeerd Bestuurder en Voorzitter van het Directiecomité, BNP Paribas Fortis (België) |
6/2 | |
| Bernard van de Walle de Ghelcke(3) | 2004 | 2016 Of Counsel, Linklaters LLP (België) | 2/1 | |
| Emilie van de Walle de Ghelcke(2) | 2016 | 2020 Jurist Sofina (België) | 4/2 | |
| Baudouin Velge(3) | 1998 | 2016 Managing Partner, Interel (België) | 2/1 | |
| Henri Jean Velge(2) | 2016 | 2020 Bestuurder van vennootschappen | 4/2 | |
| Onafhankelijke bestuurders | ||||
| Celia Baxter(2) | 2016 | 2020 Bestuurder van vennootschappen | 4/2 | |
| Alan Begg | 2008 | 2018 Bestuurder van vennootschappen | 6/2 | |
| Lady Barbara Judge CBE(3) | 2007 | 2016 Chairman of the UK Pension Protection Fund (Verenigd Koninkrijk) Chairman Emeritus of the UK Atomic Energy Authority (Verenigd Koninkrijk) |
2/1 | |
| Pamela Knapp(2) | 2016 | 2020 Bestuurder van vennootschappen | 4/2 | |
| Martina Merz(2) | 2016 | 2020 Bestuurder van vennootschappen | 4/2 | |
| Manfred Wennemer(3) | 2009 | 2016 Bestuurder van vennootschappen | 2/1 | |
| Mei Ye | 2014 | 2018 Onafhankelijk bestuurder en adviseur van vennootschappen |
6/3 |
(1) Bert De Graeve werd voor het eerst benoemd als lid van de Raad van Bestuur in 2006. In 2014 werd hij Voorzitter van de Raad van Bestuur.
(2) Sedert de Gewone Algemene Vergadering in mei 2016.
(3) Tot en met de Gewone Algemene Vergadering in mei 2016.
(*) Het curriculum vitae van de leden van de Raad van Bestuur is terug te vinden op www.bekaert.com.
De Raad van Bestuur heeft drie adviserende comités opgericht.
De samenstelling van het Audit en Finance Comité is conform artikel 526bis §2 van het Wetboek van vennootschappen: zijn vier leden zijn niet-uitvoerende bestuurders, en één lid, mevrouw Pamela Knapp, is onafhankelijk. De ervaring van mevrouw Knapp in boekhouding en audit blijkt uit haar vroegere posities als Chief Financial Officer van de afdeling Power Transmission and Distribution bij Siemens (van 2004 tot 2009) en Chief Financial Officer van GfK SA (van 2009 tot 2014). Het Comité wordt voorgezeten door de heer Hubert Jacobs van Merlen.
In afwijking op bepaling 5.2/4 van de Belgische Corporate Governance Code, volgens hetwelk op zijn minst een meerderheid van de leden onafhankelijk moet zijn, is Bekaert van oordeel dat het Audit en Finance Comité de evenwichtige samenstelling van de voltallige Raad moet weerspiegelen. De Gedelegeerd Bestuurder en de Chief Financial Officer zijn geen lid van het Comité, maar worden tot zijn vergaderingen uitgenodigd. Deze regeling waarborgt de noodzakelijke interactie tussen Raad van Bestuur en Uitvoerend Management.
| Naam | Einde huidig mandaat als bestuurder |
Aantal bijgewoonde gewone/buitengewone vergaderingen |
|---|---|---|
| Hubert Jacobs van Merlen | 2019 | 4/3 |
| Bert De Graeve | 2019 | 4/3 |
| Pamela Knapp(1) | 2020 | 2/3 |
| Christophe Jacobs van Merlen(1) | 2020 | 2/3 |
| Lady Barbara Judge CBE(2) | 2016 | 2/0 |
| Baudouin Velge(2) | 2016 | 2/0 |
(1) Sedert de Gewone Algemene Vergadering in mei 2016.
(2) Tot en met de Gewone Algemene Vergadering in mei 2016.
Het Comité heeft in 2016 vier gewone vergaderingen gehouden en drie buitengewone. Naast de uitoefening van zijn bevoegdheden uit hoofde van de wet en van het Bekaert Charter behandelde het Comité voornamelijk de volgende onderwerpen:
De samenstelling van het Benoemings- en Remuneratiecomité is conform artikel 526quater §2 van het Wetboek van vennootschappen: zijn drie leden zijn niet-uitvoerende bestuurders, het wordt voorgezeten door de Voorzitter van de Raad van Bestuur, en zijn twee overige leden, mevrouw Celia Baxter en de heer Alan Begg, zijn onafhankelijk. De deskundigheid van het Comité op het gebied van remuneratiebeleid blijkt uit de relevante ervaring van zijn leden.
| Naam | Einde huidig mandaat als bestuurder |
Aantal bijgewoonde vergaderingen |
|---|---|---|
| Bert De Graeve | 2019 | 2 |
| Celia Baxter(1) | 2020 | 1 |
| Alan Begg | 2018 | 2 |
| Lady Barbara Judge CBE(2) | 2016 | 1 |
(1) Sedert de Gewone Algemene Vergadering in mei 2016.
(2) Tot en met de Gewone Algemene Vergadering in mei 2016.
Eén van de door de hoofdaandeelhouder voorgedragen bestuurders wordt tot de vergaderingen van het Comité uitgenodigd zonder er lid van te zijn.
Het Comité vergaderde in 2016 tweemaal. Naast de uitoefening van zijn bevoegdheden uit hoofde van de wet en van het Bekaert Charter behandelde het Comité voornamelijk de volgende onderwerpen:
Het Strategisch Comité telt zes leden, waarvan er vijf niet-uitvoerende bestuurders zijn. Het wordt voorgezeten door de Voorzitter van de Raad van Bestuur, en bestaat voorts uit de Gedelegeerd Bestuurder en vier bestuurders.
| Naam | Einde huidig mandaat als bestuurder |
Aantal bijgewoonde vergaderingen |
|---|---|---|
| Bert De Graeve | 2019 | 4 |
| Leon Bekaert | 2019 | 4 |
| Charles de Liedekerke | 2019 | 4 |
| Maxime Jadot | 2019 | 4 |
| Martina Merz(1) | 2020 | 2 |
| Matthew Taylor | 2018 | 4 |
| Manfred Wennemer(2) | 2016 | 2 |
(1) Sedert de Gewone Algemene Vergadering in mei 2016.
(2) Tot en met de Gewone Algemene Vergadering in mei 2016.
Het Comité vergaderde in 2016 viermaal. Het besprak de strategie van Bekaert alsmede diverse strategische projecten.
De voornaamste kenmerken van de werkwijze voor het evalueren van de Raad van Bestuur, zijn Comités en de individuele bestuurders zijn beschreven in dit hoofdstuk en in paragraaf II.3.4 van het Bekaert Charter. De Voorzitter is belast met de organisatie van periodieke prestatiebeoordelingen door middel van een uitgebreide vragenlijst die betrekking heeft op:
Sedert de Gewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 11 mei 2016 voldoet de vennootschap aan de wettelijke vereiste dat ten minste één derde van de leden van de Raad van Bestuur van een ander geslacht is dan dat van de overige leden.
Het Bekaert Group Executive (BGE) draagt de collectieve verantwoordelijkheid voor het bereiken van de lange termijn en korte termijn doelstellingen van de Groep. Het wordt voorgezeten door de Gedelegeerd Bestuurder en heeft de volgende evenwichtige samenstelling:
De heer Stijn Vanneste werd op 1 april 2016 lid van het BGE.
Op 1 juli 2016 werd mevrouw Beatríz García-Cos Chief Financial Officer en lid van het BGE. Ze volgde de heer Bruno Humblet op die Chief Executive Officer werd van de Bridon-Bekaert Ropes Group.
| Naam | Functie | Benoeming |
|---|---|---|
| Matthew Taylor | Gedelegeerd Bestuurder | 2013 |
| Lieven Larmuseau |
Algemeen Directeur Business Platformen Rubberversterking |
2014 |
| Piet Van Riet | Algemeen Directeur Business Platformen Industriële Producten en Gespecialiseerde Producten |
2014 |
| Stijn Vanneste | Algemeen Directeur Europa, Zuid-Azië en Zuidoost-Azië |
2016 |
| Frank Vromant | Algemeen Directeur Noord-Amerika en Latijns-Amerika |
2011 |
| Curd Vandekerckhove |
Algemeen Directeur Noord-Azië en Globale Operaties |
2012 |
| Beatríz García-Cos |
Chief Financial Officer | 2016 |
| Geert Van Haver | Chief Technology & Engineering Officer en Algemeen Directeur |
2014 |
| Bart Wille | Chief Human Resources Officer en Algemeen Directeur |
2013 |
De samenstelling van het BGE zal wijzigen in 2017. Bart Wille, Chief HR Officer, zal in 2017 uit het BGE treden. De naam van zijn opvolger zal binnenkort aangekondigd worden.
Volgens artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen moet een lid van de Raad van Bestuur de overige leden vooraf informeren over agendapunten waaromtrent het rechtstreeks of onrechtstreeks een met de vennootschap strijdig belang van vermogensrechtelijke aard heeft en moet het zich onthouden van deelname aan de beraadslaging en de stemming daarover. Een dergelijk belangenconflict kwam in 2016 driemaal voor, waarbij telkens de bepalingen van artikel 523 nageleefd werden.
Op 23 februari 2016 moest de Raad van Bestuur zich uitspreken over de vergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder (o.a. over de voorgestelde korte termijn variabele vergoeding van € 606 375 voor de Gedelegeerd Bestuurder uit hoofde van zijn prestatie in 2015). Uittreksel uit de notulen:
Op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité:
Op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité neemt de Raad akte van het feit dat geen middellange termijn variabele vergoeding betaalbaar is uit hoofde van de periode 2013-2015.
Op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité keurt de Raad de doelstellingen goed voor de korte termijn variabele vergoeding voor de Gedelegeerd Bestuurder voor 2016.
Op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité keurt de Raad het Personal Shareholding Requirement Plan goed voor de Gedelegeerd Bestuurder en de andere leden van het BGE.
Op 10 mei 2016 moest de Raad van Bestuur beslissen over de vrijwaring door de vennootschap van de burgerlijke aansprakelijkheid van bestuurder Grégory Dalle overeenkomstig paragraaf II.7.2 van het Bekaert Charter. Uittreksel uit de notulen.
De Raad besluit de heer Grégory Dalle volledig te vrijwaren tegen alle financiële gevolgen van zijn burgerlijke aansprakelijkheid als bestuurder van de vennootschap, behalve indien deze aansprakelijkheid het gevolg is van bedrieglijk opzet of opzettelijk wangedrag.
Op 17 november 2016 moest de Raad van Bestuur zich uitspreken over de vergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder. Uittreksel uit de notulen:
Op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité besluit de Raad:
Op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité keurt de Raad het aanbod van 30 000 opties aan de Gedelegeerd Bestuurder goed.
Op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité keurt de Raad de voorgestelde prestatiedoelen goed voor de performance share units die in december 2016 zullen worden toegekend.
Het Bekaert Charter bevat gedragsregels met betrekking tot rechtstreekse en onrechtstreekse belangenconflicten van de leden van de Raad van Bestuur en van het BGE die buiten de werkingssfeer van artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen vallen. Deze leden worden geacht met Bekaert verbonden partijen te zijn, en moeten jaarlijks melding maken van rechtstreekse of onrechtstreekse transacties met Bekaert of haar dochterondernemingen. Bekaert is niet op de hoogte van enig potentieel belangenconflict betreffende dergelijke transacties in 2016 (cfr. Toelichting 7.5 bij de geconsolideerde jaarrekening).
Conform bepaling 3.7 van de Belgische Corporate Governance Code heeft de Raad van Bestuur op 27 juli 2006 de Bekaert Dealing Code uitgevaardigd. Naar aanleiding van de Europese Verordening Marktmisbruik, heeft de Raad van Bestuur op 28 juli 2016 een nieuwe versie van de Bekaert Dealing Code goedgekeurd, met inwerkingtreding op 3 juli 2016. De Bekaert Dealing Code is integraal opgenomen in het Bekaert Charter als Appendix 4. De Bekaert Dealing Code legt de leden van de Raad van Bestuur, het BGE, het senior management en bepaalde andere personen beperkingen op inzake transacties in Bekaert financiële instrumenten tijdens gesloten periodes en sperperiodes. De Code bevat ook regels aangaande de openbaarmaking van uitgevoerde transacties door de leidinggevenden en hun nauw verbonden personen middels een melding aan de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA). De Algemeen Secretaris is de Dealing Code Officer voor de Bekaert Dealing Code.
Het remuneratiebeleid voor niet-uitvoerende bestuurders wordt bepaald door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op aanbeveling van de Raad van Bestuur, die handelt op basis van voorstellen van het Benoemings- en Remuneratiecomité. Het beleid werd goedgekeurd door de Gewone Algemene Vergadering van 10 mei 2006, en gewijzigd door de Gewone Algemene Vergaderingen van 11 mei 2011 en van 14 mei 2014.
Het remuneratiebeleid voor de Gedelegeerd Bestuurder wordt bepaald door de Raad van Bestuur, die handelt op basis van voorstellen van het Benoemings- en Remuneratiecomité. De Gedelegeerd Bestuurder neemt aan deze procedure niet deel. Het Comité verzekert de conformiteit met het remuneratiebeleid van het contract van de Gedelegeerd Bestuurder met de vennootschap. Een kopie van het contract van de Gedelegeerd Bestuurder is op verzoek van een bestuurder bij de Voorzitter beschikbaar.
Het remuneratiebeleid voor de andere leden van het BGE dan de Gedelegeerd Bestuurder wordt bepaald door de Raad van Bestuur, die handelt op basis van voorstellen van het Benoemings- en Remuneratiecomité. De Gedelegeerd Bestuurder heeft een adviserende rol in deze procedure. Het Comité verzekert de conformiteit met het remuneratiebeleid van het contract van elk BGE-lid met de vennootschap. Een kopie van elk contract is op verzoek van een bestuurder bij de Voorzitter beschikbaar.
De remuneratie van de niet-uitvoerende bestuurders wordt bepaald op basis van zes gewone vergaderingen van de voltallige Raad van Bestuur per jaar. Een gedeelte van de remuneratie wordt betaald in functie van het aantal gewone vergaderingen dat de niet-uitvoerende bestuurder persoonlijk bijwoont.
Niet-uitvoerende bestuurders die lid zijn van een Comité van de Raad van Bestuur ontvangen een vergoeding voor elke Comité-vergadering die ze persoonlijk bijwonen. In zijn hoedanigheid van uitvoerend bestuurder ontvangt de Gedelegeerd Bestuurder die vergoeding niet. Indien de Raad van Bestuur in een specifieke aangelegenheid de bijstand van een bestuurder verzoekt op grond van zijn/haar onafhankelijkheid en/of bekwaamheid, is die bestuurder, voor elke sessie die een specifieke verplaatsing en tijd vergt, gerechtigd op een vergoeding gelijk aan het toepasselijke variabele bedrag voor een persoonlijk bijgewoonde vergadering van een Comité van de Raad van Bestuur. Het concrete bedrag van de vergoeding van de bestuurders wordt door de Gewone Algemene Vergadering voor het lopende boekjaar bepaald. De vergoeding van de bestuurders wordt regelmatig getoetst aan een geselecteerde korf relevante beursgenoteerde Belgische en internationale industriële referenties om te verzekeren dat personen kunnen worden aangetrokken met competenties die aan de internationale ambities van de Groep beantwoorden.
Niet-uitvoerende bestuurders hebben geen recht op prestatiegebonden remuneratie zoals bonussen, aandelengerelateerde incentiveprogramma's op lange termijn, voordelen in natura of voordelen verbonden aan pensioenplannen, noch op enig ander type variabele remuneratie, met uitzondering van de vergoeding voor de persoonlijk bijgewoonde vergaderingen van de Raad van Bestuur of van een Comité.
Uitgaven die bestuurders redelijkerwijs in het kader van de uitoefening van hun taken doen, worden terugbetaald op voorlegging van genoegzame rechtvaardigingsstukken. Bestuurders worden geacht het uitgavenbeleid voor leden van de Raad van Bestuur in acht te nemen bij het doen van uitgaven.
De remuneratie van de Voorzitter van de Raad van Bestuur wordt bij de aanvang van zijn opdracht bepaald, en wel voor de duur van die opdracht. Op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité wordt de vergoeding bepaald door de Raad van Bestuur onder voorbehoud van goedkeuring door de Gewone Algemene Vergadering.
In zijn voorstel moet het Comité rekening houden met een duidelijke omschrijving van de taken van de Voorzitter, het professionele profiel dat werd aangetrokken, de tijd die voor de Groep daadwerkelijk ter beschikking moet worden gesteld, en een gepaste remuneratie die aan de gestelde verwachtingen beantwoordt en die regelmatig wordt getoetst aan een geselecteerde korf relevante beursgenoteerde Belgische en internationale industriële referenties. De Voorzitter heeft geen recht op een bijkomende vergoeding voor het bijwonen of voorzitten van een vergadering van een Comité van de Raad van Bestuur, omdat dit in zijn totale remuneratiepakket begrepen is.
De belangrijkste elementen van het remuneratiebeleid van de Groep voor het Uitvoerend Management zijn een basissalaris, een korte termijn en een lange termijn variabele vergoeding, een pensioenbijdrage en diverse overige componenten. De Groep biedt competitieve totale remuneratiepakketten aan met het doel het beste kader- en managementtalent aan te trekken en te behouden in elk deel van de wereld waar de Groep aanwezig is.
De remuneratie van de uitvoerende managers wordt regelmatig getoetst aan een geselecteerde korf relevante beursgenoteerde Belgische en internationale industriële referenties.
Een sterke focus op prestatie en realisaties op Groepsen individueel niveau wordt gereflecteerd in het korte termijn variabele vergoedingsprogramma, dat rechtstreeks gerelateerd is aan de jaarlijkse business doelstellingen. Het lange termijn variabele vergoedingsprogramma van de Groep moet managers en kaderleden belonen voor hun bijdrage tot de creatie van hogere aandeelhouderswaarde op termijn. Dit programma is typisch gerelateerd aan de prestatie van de vennootschap op langere termijn en met de toekomstige waardevermeerdering van de aandelen van de vennootschap.
Het remuneratiepakket van de Gedelegeerd Bestuurder bestaat uit een basissalaris, een korte termijn en een lange termijn variabele vergoeding, een pensioenbijdrage en diverse overige componenten. Het remuneratiepakket moet competitief zijn en op maat van de verantwoordelijkheden van een Gedelegeerd Bestuurder die aan het hoofd staat van een wereldwijd actieve industriële groep met diverse business platforms.
Het Benoemings- en Remuneratiecomité beveelt ieder jaar een aantal doelstellingen aan die rechtstreeks van het business plan zijn afgeleid en die gebaseerd zijn op overige aan de Gedelegeerd Bestuurder toe te vertrouwen prioriteiten. Die doelstellingen bevatten zowel Groeps- als individuele financiële en niet-financiële doelen, en worden over een vooraf bepaalde periode gemeten (tot drie jaren ver). Die doelstellingen, alsmede de eindejaarsbeoordeling van de realisaties, worden door het Comité gedocumenteerd en aan de voltallige Raad van Bestuur voorgelegd. De eindbeoordeling leidt tot een waardering door de Raad van Bestuur, gebaseerd op gemeten resultaten, van alle prestatiegebonden elementen uit het remuneratiepakket van de Gedelegeerd Bestuurder.
Het remuneratiepakket van de andere leden van het BGE dan de Gedelegeerd Bestuurder bestaat uit een basissalaris, een korte termijn en een lange termijn variabele vergoeding, een pensioenbijdrage en diverse overige componenten.
Het remuneratiepakket moet competitief zijn en op maat van de rol en de verantwoordelijkheden van elk BGE-lid, dat tot een team behoort dat leiding geeft aan een wereldwijd actieve industriële groep met diverse business platforms. De Gedelegeerd Bestuurder evalueert de prestatie van ieder ander lid van het BGE, en legt zijn prestatiewaardering voor aan het Benoemings- en Remuneratiecomité. Die evaluatie gebeurt jaarlijks op basis van gedocumenteerde doelstellingen die rechtstreeks van het business plan zijn afgeleid en die rekening houden met de specifieke verantwoordelijkheden van elk lid van het BGE. De realisaties die op basis van die doelstellingen gemeten worden, bepalen alle prestatiegebonden elementen uit het remuneratiepakket van elk ander lid van het BGE dan de Gedelegeerd Bestuurder. De objectieven bevatten zowel Groeps- als individuele financiële en niet-financiële doelen, en worden over een vooraf bepaalde periode gemeten (tot drie jaren ver).
Het concrete bedrag van de vergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder en de overige leden van het BGE wordt bepaald door de Raad van Bestuur op gemotiveerde aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité.
De lange termijn variabele vergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder en de overige leden van het BGE bestaat uit het aanbod van een variabel aantal opties op aandelen volgens de regels van een aandelenoptieplan en de toekenning van een vast aantal performance share units volgens de regels van een performance share plan.
In maart 2016 introduceerde de vennootschap een Personal Shareholding Requirement Plan voor de Gedelegeerd Bestuurder en de overige leden van het BGE, in het kader waarvan vereist wordt een persoonlijke participatie in aandelen van de vennootschap op te bouwen en aan te houden en waarbij de verwerving van het vereiste aantal aandelen van de vennootschap ondersteund wordt door het zogeheten "matching"-mechanisme door de vennootschap. Het "matching"-mechanisme hield oorspronkelijk in dat de vennootschap de investering van het lid van het BGE in aandelen van de vennootschap in jaar x zou tegemoetkomen met een premie (uit te betalen aan het eind van jaar x + 2) die dan zou aangewend moeten worden door het BGE-lid om te investeren in aandelen van de vennootschap. Op voorstel van de Raad van Bestuur en mits goedkeuring door de Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 29 maart 2017 zal dit "matching"-mechanisme dusdanig aangepast worden (met retroactieve werking vanaf de start van het Personal Shareholding Requirement Plan) dat de vennootschap de investering van het BGE-lid in aandelen van de vennootschap in jaar x zal tegemoetkomen via een directe toekenning van eenzelfde aantal aandelen in de vennootschap als het aantal verworven door het BGE-lid (en zulke toekenning zal plaatsvinden aan het eind van jaar x + 2).
Het bedrag van de remuneratie en andere voordelen die rechtstreeks of onrechtstreeks aan de bestuurders werden toegekend door de vennootschap of haar dochtervennootschappen met betrekking tot 2016 wordt in de tabel hierna op individuele basis vermeld.
De vergoeding van de Voorzitter voor de uitoefening van al zijn opdrachten in de vennootschap was een vast brutobedrag van € 250 000.
De vergoeding van elke bestuurder, behalve de Voorzitter, voor de uitoefening van zijn opdracht als lid van de Raad van Bestuur bestond uit een vast bedrag van € 42 000 en uit een variabel bedrag van € 4 200 voor elke persoonlijk bijgewoonde vergadering van de Raad van Bestuur (met een maximum van € 25 200 voor zes vergaderingen per jaar).
De vergoeding van de Voorzitter van het Audit en Finance Comité, voor de uitoefening van de opdracht als Voorzitter en als lid van het Comité, bestond uit een variabel bedrag van € 4 000 voor elke persoonlijk bijgewoonde vergadering van het Comité.
De vergoeding van elke bestuurder, behalve de Voorzitter en de Gedelegeerd Bestuurder, voor de uitoefening van zijn opdracht als lid van een Comité van de Raad van Bestuur bestond uit een variabel bedrag van € 3 000 voor elke persoonlijk bijgewoonde vergadering van het Comité.
| in € | Vaste vergoeding | Variabele aanwezigheidsvergoeding Raad van Bestuur |
Variabele aanwezigheidsvergoeding Comités |
Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Voorzitter | ||||
| Bert De Graeve | 250 000 | 250 000 | ||
| Bestuurders | ||||
| Celia Baxter | 21 000 | 16 800 | 3 000 | 40 800 |
| Alan Begg | 42 000 | 25 200 | 6 000 | 73 200 |
| Leon Bekaert | 42 000 | 25 200 | 12 000 | 79 200 |
| Grégory Dalle | 42 000 | 25 200 | 0 | 67 200 |
| Charles de Liedekerke | 42 000 | 25 200 | 12 000 | 79 200 |
| François de Visscher | 21 000 | 8 400 | 0 | 29 400 |
| Christophe Jacobs van Merlen | 21 000 | 16 800 | 12 000 | 49 800 |
| Hubert Jacobs van Merlen | 42 000 | 25 200 | 22 000 | 89 200 |
| Maxime Jadot | 42 000 | 25 200 | 12 000 | 79 200 |
| Pamela Knapp | 21 000 | 16 800 | 12 000 | 49 800 |
| Lady Barbara Judge CBE | 21 000 | 8 400 | 11 000 | 40 400 |
| Martina Merz | 21 000 | 16 800 | 6 000 | 43 800 |
| Mei Ye | 42 000 | 25 200 | 0 | 67 200 |
| Matthew Taylor | 42 000 | 25 200 | 0 | 67 200 |
| Bernard van de Walle de Ghelcke | 21 000 | 8 400 | 0 | 29 400 |
| Emilie van de Walle de Ghelcke | 21 000 | 16 800 | 0 | 37 800 |
| Baudouin Velge | 21 000 | 8 400 | 6 000 | 35 400 |
| Henri Jean Velge | 21 000 | 16 800 | 0 | 37 800 |
| Manfred Wennemer | 21 000 | 8 400 | 6 000 | 35 400 |
| Totaal vergoedingen bestuurders 1 281 400 |
In zijn hoedanigheid van bestuurder heeft de Gedelegeerd Bestuurder recht op dezelfde remuneratie als de niet-uitvoerende bestuurders, behalve de vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van Comités van de Raad van Bestuur, waarvoor hij geen vergoeding ontvangt (cfr. de bovenstaande tabel). De door de Gedelegeerd Bestuurder in zijn hoedanigheid van bestuurder ontvangen vergoeding is begrepen in zijn basissalaris dat in de tabel in punt 6 hierna is vermeld.
Het remuneratiepakket van de Gedelegeerd Bestuurder en de overige leden van het BGE bevat volgende prestatiegebonden elementen:
Gedetailleerde informatie over de criteria, de voorwaarden en de methode om de prestaties te evalueren voor de lange termijn variable vergoeding is hierna te vinden in punt 8. Tegen pari niveau, bedraagt de waarde van de elementen van de variabele vergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder en de andere leden van het BGE meer dan 25% van hun totale vergoeding. Meer dan de helft van de totale betaling van deze variabele vergoeding is gebaseerd op criteria over een periode van minimum drie jaar.
Het bedrag van de remuneratie en andere voordelen die rechtstreeks of onrechtstreeks door de vennootschap of haar dochtervennootschappen aan de Gedelegeerd Bestuurder werden toegekend voor zijn opdracht als Gedelegeerd Bestuurder met betrekking tot 2016 wordt hierna vermeld.
| Matthew Taylor | Remuneratie(1) | Opmerkingen |
|---|---|---|
| Basissalaris | € 750 226 Bevat Belgisch basissalaris en alle Belgische en buitenlandse bestuurdersvergoedingen(2) |
|
| Korte termijn variabele vergoeding |
€ 636 694 Jaarlijkse variabele vergoeding, gebaseerd op prestatie in 2016(3) |
|
| Middellange termijn variabele vergoeding |
€ 181 913 Middellange termijn variabele vergoeding, gebaseerd op prestatie in 2014-2016(4) |
|
| Lange termijn variabele vergoeding: - toekenning van aandelenopties -performance share units |
25 000 opties 16 500 units |
Aantal toegekende aandelenopties Aantal toegekende performance share units |
| Pensioen | € 151 594 Toegezegde bijdrageregeling |
|
| Andere remuneratie elementen |
€ 53 083 Bevat bedrijfswagen en verzekeringen |
(1) Met betrekking tot 2016.
(2) Het basissalaris is inclusief de vergoeding door de Gedelegeerd Bestuurder ontvangen in zijn hoedanigheid van bestuurder.
(3) Inclusief de uitgestelde jaarlijkse variabele vergoeding gebaseerd op prestatie van 2016.
(4) De middellange termijn variabele vergoeding werd vervangen door nieuwe
lange termijn motiveringsplannen eind 2015.
Het bedrag van de remuneratie en andere voordelen die rechtstreeks of onrechtstreeks aan de andere leden van het BGE dan de Gedelegeerd Bestuurder werden toegekend door de vennootschap of haar dochtervennootschappen met betrekking tot 2016 wordt hierna op globale basis vermeld.
| Remuneratie(1) | Opmerkingen | |
|---|---|---|
| Basissalaris | € 2 722 139 Bevat Belgisch basissalaris en alle Belgische en buitenlandse bestuurdersvergoedingen |
|
| Korte termijn variabele vergoeding |
€ 2 016 603 Jaarlijkse variabele vergoeding, gebaseerd op prestatie in 2016 |
|
| Middellange termijn variabele vergoeding |
€ 459 333 | Middellange termijn variabele vergoeding, gebaseerd op prestatie in 2014-2016(2) |
| Lange termijn variabele vergoeding: - toekenning van aandelenopties - Performance share units |
66 250 opties 22 500 units |
Aantal toegekende aandelenopties Aantal toegekende performance share units |
| Pensioen | € 441 401 Toegezegde bijdrage- en toegezegde pensioenregeling |
|
| Andere remuneratie elementen |
€ 153 264 Bevat bedrijfswagen en verzekeringen |
(1)Met betrekking tot 2016. (2)De middellange termijn variabele vergoeding werd
vervangen door nieuwe lange termijn motiveringsplannen eind 2015.
Het aantal performance share units en het aantal aandelenopties dat in 2016 aan de Gedelegeerd Bestuurder en de overige leden van het BGE werd toegekend, en het aantal aandelenopties dat in 2016 door hen werd uitgeoefend of is vervallen, wordt op individuele basis in de onderstaande tabel vermeld.
De in 2016 aan de Gedelegeerd Bestuurder en de overige leden van het BGE toegekende aandelenopties zijn gebaseerd op het SOP2015-2017 plan dat in 2015 door de Raad van Bestuur werd voorgesteld en door een Bijzondere Algemene Vergadering werd goedgekeurd. Het plan biedt opties tot verwerving van bestaande aandelen van de vennootschap aan. Er vindt één gewoon aanbod van opties plaats in december in elk van de jaren 2015 tot en met 2017, en de opties worden toegekend op de zestigste dag volgend op de dag van het aanbod (d.i. in februari van het jaar daarop).
Het totaal aantal aan te bieden opties wordt ieder jaar door de Raad van Bestuur op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité bepaald. Het aantal aan elke individuele begunstigde aan te bieden opties is ten dele variabel, op basis van een beoordeling van de lange termijn bijdrage van de betrokken persoon tot het succes van de vennootschap. De opties worden gratis aan de begunstigden aangeboden. Elke aanvaarde optie verleent de houder het recht op verwerving van één bestaand aandeel van de vennootschap tegen betaling van de uitoefenprijs, die definitief wordt bepaald ten tijde van het aanbod en die gelijk is aan het laagste van: (i) de gemiddelde slotkoers van de aandelen van de vennootschap op de beurs gedurende dertig dagen die de dag van het aanbod voorafgaan, of (ii) de laatste slotkoers die de dag van het aanbod voorafgaat.
De uitoefenprijs van de in december 2015 aangeboden en in februari 2016 toegekende aandelenopties bedraagt € 26,375 per aandeel.
Onder voorbehoud van de gesloten periodes en de sperperiodes voor de handel in aandelen en van het planreglement kunnen de opties uitgeoefend worden vanaf het begin van het vierde jaar na de datum van hun aanbod tot het einde van het tiende kalenderjaar na de datum van hun aanbod.
De aandelenopties die in 2016 uitoefenbaar waren, zijn gebaseerd op de eerste drie toekenningen onder het SOP2010-2014 plan en de plannen die het SOP2010-2014 plan voorafgingen. De bepalingen van die plannen zijn gelijkaardig aan die van het SOP2015-2017 plan, met dien verstande dat de aan werknemers toegekende opties onder de plannen voorafgaand aan het SOP2010-2014 plan de vorm hadden van warrants die de houders het recht verlenen tot verwerving van nieuw uit te geven aandelen van de vennootschap, terwijl zelfstandige begunstigden recht hebben op verwerving van bestaande aandelen zoals in het SOP2010-2014 plan.
De performance share units die in 2016 zijn toegekend aan de Gedelegeerd Bestuurder en aan de andere leden van het BGE zijn gebaseerd op het Performance Share Plan 2015-2017 dat in 2015 werd voorgesteld door de Raad van bestuur en door een Bijzondere Algemene Vergadering werd goedgekeurd. Het plan biedt rechten op eigen aandelen van de vennootschap aan aan de leden van het BGE, het senior management en een beperkt aantal kaderleden van de vennootschap en van enkele van haar dochtervennootschappen (de rechten, "performance share units" en de aandelen, "performance shares"). Elke performance share unit geeft de begunstigde ervan het recht om één performance share te verwerven onder de voorwaarden van het Performance Share Plan 2015-2017. De performance share units zijn definitief verworven ('gevest') na afloop van een vestingperiode van drie jaar, onder voorwaarde van het bereiken van een vooropgesteld prestatiedoel.
Het prestatiedoel wordt jaarlijks vastgesteld door de Raad van Bestuur, in lijn met de strategie van de vennootschap. De precieze mate waarin de performance share units definitief verworven ('gevest') worden, is afhankelijk van het werkelijk prestatieniveau van het vestingcriterium, met geen enkele definitieve verwerving ('vesting') indien de werkelijke prestatie lager is dan de vastgelegde minimumdrempel. Bij het behalen van deze drempel, zal een minimum van 50% van de performance share units definitief verworven ('gevest') worden; de volledige verwezenlijking van het overeengekomen vestingcriterium zal leiden tot een 'par vesting' van 100% van de performance share units, terwijl er een maximale definitieve verwerving ('vesting') zal zijn van 300% van de performance share units indien de werkelijke prestaties gelijk zijn aan, of hoger zijn dan, een overeengekomen bovengrens. Tussen deze waarden, zal de definitieve verwerving ('vesting') proportioneel zijn. Op het ogenblik van de definitieve verwerving ('vesting'), ontvangt de begunstigde ook de waarde van de dividenden over de laatste drie jaar met betrekking tot zulk(e) (aantal) performance shares waarop de definitief verworven performance share units betrekking hebben. Er vindt één toekenning van performance share units plaats in elk van de jaren 2015 tot en met 2017, en het totaal aantal toe te kennen performance share units wordt ieder jaar door de Raad van Bestuur op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité bepaald. De performance shares worden gratis aan de begunstigden aangeboden.
| Naam | Aantal in 2016 toegekende performance share units |
Aantal in februari 2016 toegekende aandelenopties |
Aantal in 2016 uitgeoefende aandelenopties |
Aantal in 2016 vervallen aandelenopties |
|---|---|---|---|---|
| Matthew Taylor | 16 500 | 25 000 | - | - |
| Beatríz García-Cos |
5 000 | - | - | - |
| Lieven Larmuseau |
2 500 | 10 000 | 26 200 | - |
| Geert Van Haver |
2 500 | 10 000 | 17 000 | - |
| Piet Van Riet | 2 500 | 10 000 | 10 800 | - |
| Curd Vandekerckhove |
2 500 | 10 000 | 20 000 | - |
| Stijn Vanneste | 2 500 | 6 250 | 3 600 | - |
| Frank Vromant | 2 500 | 10 000 | 13 400 | - |
| Bart Wille | 2 500 | 10 000 | 10 000 | - |
Het Belgisch recht en de normale praktijk vormen de basis voor de vertrekregelingen met de uitvoerende managers, behalve met de Gedelegeerd Bestuurder, de Chief Financial Officer en de Chief Human Resources Officer, van wie de ten tijde van hun benoeming overeengekomen contractuele regelingen een opzeggingstermijn van twaalf maanden voorzien.
In 2016 verliet geen enkel lid van het BGE de Groep.
Er bestaan geen bepalingen die de vennootschap het recht verlenen een variabele remuneratie terug te vorderen die aan uitvoerende managers zou zijn toegekend op basis van onjuiste financiële gegevens.
Bekaert wil haar aandeelhouders transparante financiële informatie verschaffen. We streven een continue communicatie na in open dialoog met onze aandeelhouders. Bekaert heeft er altijd voor gekozen snel te reageren op nieuwe internationale regelgeving.
De geconsolideerde jaarrekening wordt opgemaakt conform de International Financial Reporting Standards (IFRS), die door de Europese Unie zijn goedgekeurd. Zowel particuliere als institutionele beleggers kunnen rekenen op ons voortdurend streven naar transparante verslaggeving, zowel op aandeelhoudersvergaderingen als tijdens bijeenkomsten met analisten.
Het Bekaert aandeel noteert op NYSE Euronext Brussels als ISIN BE0974258874 (BEKB) en werd voor het eerst genoteerd in december 1972. De ICB-sectorcode is 2727 Diversified Industrials.
| in € | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 |
|---|---|---|---|---|---|
| Koers op 31 december | 21,875 | 25,720 26,345 | 28,385 | 38,485 | |
| Hoogste koers | 33,500 | 31,110 30,195 | 30,000 | 42,450 | |
| Laagste koers | 17,210 | 20,010 21,900 | 22,580 | 26,560 | |
| Gemiddelde koers | 22,592 | 24,926 27,155 | 26,124 | 37,065 | |
| Dagelijks volume | 218 850 126 923 82 813 120 991 123 268 | ||||
| Dagelijkse omzet (in miljoen €) | 5,0 | 3,1 | 2,1 | 3,1 | 4,5 |
| Jaarlijkse omzet (in miljoen €) | 1 313 | 796 | 527 | 804 | 1 147 |
| Omloopsnelheid (% jaarlijks) | 93 | 54 | 35 | 52 | 53 |
| Omloopsnelheid (% aangepaste free float) |
144 | 90 | 59 | 86 | 88 |
| Free float (%) | 61 | 59,9 | 55,7 | 56,7 | 59,2 |
Het gemiddelde aantal dagelijks verhandelde aandelen was met 123 000 aandelen in 2016 ongeveer 2% hoger in vergelijking met 2015. Het volume piekte op 26 februari, met 578 329 verhandelde aandelen.
Met ingang op 20 maart 2017 bekleedt Bekaert de 20ste plaats in de BEL20, op basis van een marktkapitalisatie van € 2,52 miljard en een free float marktkapitalisatie van € 1,51 miljard (59,27%* en binnen een free float band van 60%) en met een jaarlijkse omloopsnelheid van 47% en een gewicht van 1,24%.
* Noemer min eigen aandelen en aandelen gehouden door de hoofdaandeelhouder
De aandelenstructuur toont een vrij sterke internationalisering.
Naar aanleiding van de inwerkingtreding van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen (de transparantiewet) heeft Bekaert, in haar statuten, aan de wettelijke quota van 5% en van elk veelvoud van 5% de statutaire quota van 3% en 7,5% toegevoegd. Een overzicht van de actuele kennisgevingen van deelnemingen van 3% of meer is te vinden in het hoofdstuk "Informatie met betrekking tot de moedervennootschap (deelnemingen in het kapitaal)".
De Stichting Administratiekantoor Bekaert (hoofdaandeelhouder) bezit 34,41% van de aandelen, terwijl de geïdentificeerde institutionele aandeelhouders 33,25% van de aandelen bezitten. De individuele beleggers vertegenwoordigen 11,33% terwijl Private Banking goed is voor 6,69%. De eigen aandelen vertegenwoordigen 6,44%. 7,88% is ongeïdentificeerd. Van het totale aantal Bekaert aandelen is 0,34% op naam.
Per 31 december 2016 bedraagt het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap € 177 612 000, vertegenwoordigd door 60 347 525 aandelen zonder vermelding van waarde. De aandelen zijn op naam of gedematerialiseerd.
De bevoegdheid die door beslissing van de Algemene Vergadering op 9 mei 2012 aan de Raad van Bestuur werd verleend om het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap in één of meerdere malen te verhogen met een totaal maximum bedrag van € 176 000 000 (exclusief enige uitgiftepremie) bleef van kracht tot 20 juni 2016.
De Algemene Vergadering gehouden op 11 mei 2016 heeft de bevoegdheid hernieuwd en heeft aan de Raad van Bestuur de bevoegdheid verleend om het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap in één of meerdere malen te verhogen met een totaal maximum bedrag van € 176 000 000 (exclusief enige uitgiftepremie). Deze bevoegdheid geldt voor een periode van vijf jaar na 20 juni 2016 en kan worden hernieuwd overeenkomstig de toepasselijke wettelijke bepalingen. Krachtens deze bevoegdheid kan de Raad van Bestuur onder andere een kapitaalverhoging doorvoeren in het kader van het toegestaan kapitaal door middel van de uitgifte van gewone aandelen, warrants of converteerbare obligaties, en mag ze het voorkeurrecht van de aandeelhouders van de vennootschap beperken of opheffen overeenkomstig en met toepassing van artikel 596 van het Wetboek van vennootschappen. Bovendien werd de Raad van Bestuur gemachtigd om, binnen een periode van drie jaar na 20 juni 2016, gebruik te maken van het toegestaan kapitaal na ontvangst door de vennootschap van een mededeling door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) van een openbaar overnamebod op de effecten van de vennootschap.
De Raad van Bestuur heeft gebruik gemaakt van haar bevoegdheden in het kader van het toegestaan kapitaal die werden verleend door beslissing van de Algemene Vergadering op 9 mei 2012.
Op 21 mei 2014 besloot de Raad van Bestuur om niet-gesubordineerde niet-gewaarborgde converteerbare obligaties uit te geven met vervaldag op 18 juni 2018 voor een totaal bedrag van ongeveer € 300 000 000 (de "2014 Converteerbare Obligaties"). Deze converteerbare obligaties brachten een interest van 0,75% per jaar op en de conversieprijs bedroeg € 37,06 per aandeel.
De Raad van Bestuur heeft opnieuw gebruik gemaakt van haar bevoegdheden in het kader van het toegestaan kapitaal toen hij op 18 mei 2016 besloot om niet-gesubordineerde niet-gewaarborgde converteerbare obligaties uit te geven met vervaldag in juni 2021 voor een totaal bedrag van € 380 000 000 (de "2016 Converteerbare Obligaties"). Deze converteerbare obligaties dragen een zero-coupon en de conversieprijs bedraagt € 51,25 per aandeel.
Gelijktijdig met de uitgifte van de 2016 Converteerbare Obligaties, kocht de vennootschap alle uitstaande 2014 Converteerbare Obligaties terug via een "reverse bookholding" proces. Alle teruggekochte 2014 Converteerbare Obligaties werden door de vennootschap vernietigd na aflossing en op 31 december 2016 waren er geen 2014 Converteerbare Obligaties in omloop.
In verband met de uitgifte van de 2016 Converteerbare obligaties, besloot de Raad van Bestuur om het voorkeurrecht van de bestaande aandeelhouders bepaald in de artikelen 596 en volgende van het Wetboek van vennootschappen op te heffen. De voorwaarden van de converteerbare obligaties laten de vennootschap toe om, bij conversie van de obligaties, nieuwe of bestaande aandelen te leveren of een bedrag in cash te betalen.
Teneinde de verwatering voor bestaande aandeelhouders bij conversie van de 2016 Converteerbare Obligaties te verzachten, heeft de Raad van Bestuur het voornemen om waar mogelijk het bedrag in hoofdsom van de converteerbare obligaties in cash terug te betalen en, indien de dan geldende aandeelprijs boven de conversieprijs ligt, het verschil in bestaande aandelen van de vennootschap te betalen. De conversie van de 2016 Converteerbare Obligaties zou dan geen verwateringseffect voor de bestaande aandeelhouders hebben.
Bovendien laten de voorwaarden van de 2016 Converteerbare Obligaties de vennootschap toe de obligaties in bepaalde omstandigheden terug te betalen tegen hun bedrag in hoofdsom samen met de opgelopen en niet-betaalde rente, bijvoorbeeld, op of na 30 juni 2019 als de aandelen van de vennootschap worden verhandeld tegen een hogere prijs dan 130% van de conversieprijs gedurende een bepaalde periode.
Het totale aantal uitstaande, in Bekaert aandelen converteerbare warrants onder het SOP2005-2009 aandelenoptieplan bedraagt 234 486. In totaal werden 222 000 warrants uitgeoefend in 2016 onder het SOP2005-2009 aandelenoptieplan voor werknemers. Dit resulteerde in de uitgifte van 222 000 nieuwe aandelen van de vennootschap, een verhoging van het maatschappelijk kapitaal met € 655 000 en een verhoging van de uitgiftepremie met € 4 709 489.
Bovenop de 4 248 710 eigen aandelen die de vennootschap hield op 31 december 2015, kocht de vennootschap in de loop van 2016 in totaal 28 785 eigen aandelen terug. In 2016 werden in totaal 316 042 aandelenopties uitgeoefend onder het SOP2010-2014 aandelenoptieplan en 55 680 aandelenopties onder het SOP2 aandelenoptieplan. Daarvoor werden 371 722 eigen aandelen geleverd. 20 327 eigen aandelen werden verkocht aan leden van het Bekaert Group Executive in het kader van het Personal Shareholding Requirement Plan (aan een prijs gelijk aan de slotkoers op Euronext op de dag van de overdracht). In 2016 werden geen eigen aandelen vernietigd. Bijgevolg hield de vennootschap 3 885 446 aandelen in portefeuille op 31 december 2016.
De eerste toekenning van opties in het kader van het SOP2015-2017 aandelenoptieplan vond plaats op 15 februari 2016: er werden 227 250 opties toegekend. Elke optie zal kunnen worden omgezet in één bestaand aandeel van de vennootschap tegen een uitoefenprijs van € 26,375. Een tweede aanbod van 285 750 opties in het kader van het SOP2015-2017 vond plaats op 15 december 2016. Hiervan werden 273 325 opties aanvaard en toegekend op 13 februari 2017. Elke optie zal kunnen worden omgezet in één bestaand aandeel van de vennootschap tegen een uitoefenprijs van € 39,426.
Een tweede gewone toekenning van 52 450 performance share units in het kader van het Performance Share Plan 2015-2017 vond plaats op 15 december 2016. Bijkomend, werden uitzonderlijk 10 000 performance share units toegekend aan de Gedelegeerd Bestuurder op 29 februari 2016 en 2 500 performance share units aan de Chief Financial Officer op 1 juli 2016. Elke performance share unit geeft de begunstigde ervan het recht om één performance share te verwerven onder de voorwaarden van het Performance Share Plan 2015-2017. De performance share units zullen definitief verworven worden ('gevest') na afloop van een vestingperiode van drie jaar, onder voorwaarde van het bereiken van een vooropgesteld prestatiedoel. De precieze mate waarin de performance share units definitief verworven ('gevest') worden, zal afhankelijk zijn van het werkelijk prestatieniveau van het vestingcriterium, met geen enkele definitieve verwerving ('vesting') indien de werkelijke prestatie lager is dan de vastgelegde minimumdrempel. Bij het behalen van deze drempel, zal een minimum van 50% van de performance share units definitief verworven ('gevest') worden; de volledige verwezenlijking van het overeengekomen vestingcriterium zal leiden tot een 'par vesting' van 100% van de performance share units, terwijl er een maximale definitieve verwerving ('vesting') zal zijn van 300% van de performance share units indien de werkelijke prestaties gelijk zijn aan, of hoger zijn dan, een overeengekomen bovengrens. Tussen deze waarden, zal de definitieve verwerving ('vesting') proportioneel zijn.
Het SOP2015-2017 plan en zijn voorgangers zijn conform de relevante bepalingen van de wet van 26 maart 1999 en de artikelen 520ter en 525, laatste lid, van het Wetboek van vennootschappen. Detailgegevens omtrent kapitaal, aandelen en aandelenoptieplannen zijn te vinden in het Financieel Overzicht (Toelichting 6.12 bij de geconsolideerde jaarrekening.
| in € | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016* | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal brutodividend | 0,850 | 0,850 | 0,850 | 0,900 | 1,100 | |
| Nettodividend** | 0,638 | 0,638 | 0,638 | 0,657 | 0,770 | |
| Couponnummer | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 |
* Dividend onderhevig aan goedkeuring door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders 2017.
** Onderheving aan de takswetgeving van toepassing.
De Raad van Bestuur zal de op 10 mei 2017 te houden Gewone Algemene Vergadering voorstellen een brutodividend van € 1,10 per aandeel uit te keren.
De Gewone Algemene Vergadering vond plaats op 11 mei 2016. Een Buitengewone Algemene Vergadering werd op dezelfde dag gehouden. De besluiten van de vergaderingen zijn op www.bekaert.com terug te vinden.
De statuten bevatten geen beperkingen inzake de overdraagbaarheid van de aandelen, behoudens ingeval van controlewijziging, voor dewelke conform artikel 11 van de statuten de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Bestuur moet worden aangevraagd.
Voor het overige zijn de aandelen vrij overdraagbaar. De Raad van Bestuur is niet op de hoogte van enige wettelijke beperking op de overdracht van aandelen in hoofde van enige aandeelhouder.
Elk aandeel geeft recht op één stem. De statuten bevatten geen beperkingen van het stemrecht en iedere aandeelhouder kan zijn stemrecht uitoefenen op voorwaarde dat hij geldig werd toegelaten tot de Algemene Vergadering en dat zijn rechten niet werden geschorst.
De regels inzake de toelating tot de Algemene Vergadering zijn opgenomen in het Wetboek van vennootschappen en in artikelen 31 en 32 van de statuten.
Krachtens artikel 10 kan de vennootschap de uitoefening schorsen van rechten verbonden aan effecten die toebehoren aan verscheidene eigenaars. Niemand kan op de Algemene Vergadering aan een stemming deelnemen voor stemrechten die verbonden zijn aan effecten waarvan hij niet krachtens de wet tijdig kennis heeft gegeven. De Raad van Bestuur is niet op de hoogte van enige andere wettelijke beperking inzake de uitoefening van het stemrecht.
De Raad van Bestuur zijn geen
aandeelhoudersovereenkomsten bekend welke aanleiding kunnen geven tot beperking van de overdracht van effecten of van de uitoefening van het stemrecht, met uitzondering van de overeenkomsten vermeld in de kennisgevingen die opgenomen zijn in het hoofdstuk "Informatie met betrekking tot de moedervennootschap (deelnemingen in het kapitaal)".
De statuten (artikelen 15 en volgende) en het Bekaert Charter bevatten specifieke regels inzake de (her)benoeming, vorming en evaluatie van bestuurders. De bestuurders worden voor een maximale duur van vier jaar door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders benoemd, die hen ook te allen tijde kan ontslaan. Een besluit tot benoeming of ontslag behoeft de gewone meerderheid van de stemmen. De kandidaten voor de opdracht van bestuurder, die deze opdracht nog niet vervuld hebben in de vennootschap, moeten ten laatste twee maanden vóór de Gewone Algemene Vergadering de Raad van Bestuur op de hoogte brengen van hun kandidatuur.
Enkel wanneer een plaats van bestuurder vroegtijdig openvalt, kunnen de overblijvende bestuurders zelf een nieuwe bestuurder benoemen (coöpteren). In dat geval zal de eerstvolgende Algemene Vergadering de definitieve benoeming doen.
Het benoemingsproces van bestuurders wordt geleid door de Voorzitter van de Raad van Bestuur. Het Benoemings- en Remuneratiecomité doet een gemotiveerde aanbeveling aan de voltallige Raad, die op basis daarvan beslist welke kandidaten worden voorgedragen aan de Algemene Vergadering.
Bestuurders zijn in de regel herbenoembaar voor een onbeperkt aantal termijnen, met dien verstande dat bestuurders ten tijde van hun initiële benoeming niet jonger mogen zijn dan 30 jaar en niet ouder dan 66 jaar, en dat een bestuurder ontslag moet nemen in het jaar waarin hij de leeftijd van 69 jaar bereikt.
De statuten kunnen door de Buitengewone Algemene Vergadering worden gewijzigd conform de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen. Elke statutenwijziging behoeft een bijzondere meerderheid van stemmen.
De Raad van Bestuur is op grond van artikel 44 van de statuten gemachtigd om het maatschappelijk kapitaal in één of meerdere malen te verhogen met een maximum bedrag van € 176 000 000. De duur van deze machtiging bedraagt vijf jaar vanaf 20 juni 2016, doch is door de Algemene Vergadering hernieuwbaar.
In het kader van deze machtiging kan de Raad van Bestuur ook gedurende een periode van drie jaar vanaf 20 juni 2016, in geval van ontvangst door de vennootschap van een mededeling door de FSMA van een openbaar overnamebod, het maatschappelijk kapitaal verhogen voor zover:
Ook deze machtiging is hernieuwbaar door de Algemene Vergadering.
Verder is de Raad van Bestuur krachtens artikel 12 van de statuten gemachtigd om maximum het aantal aandelen te verkrijgen waarvan de gezamenlijke fractiewaarde niet hoger is dan 20% van het geplaatste kapitaal, gedurende een periode van vijf jaar vanaf 20 juni 2016 (die door de Algemene Vergadering kan worden hernieuwd), tegen een prijs die ligt tussen één euro als minimumwaarde en 30% boven het rekenkundig gemiddelde van de slotkoers van het Bekaert aandeel gedurende de laatste 30 beursdagen vóór het besluit van de Raad van Bestuur tot verkrijging als maximumwaarde. De Raad van Bestuur is gemachtigd om alle of een gedeelte van de ingekochte aandelen gedurende die periode van vijf jaar te vernietigen.
De Raad van Bestuur is tevens gemachtigd om eigen aandelen te verkrijgen wanneer dit noodzakelijk is ter voorkoming van een dreigend ernstig nadeel voor de vennootschap, zoals een openbaar overnamebod. Deze machtiging is toegekend voor een periode van drie jaar vanaf 24 april 2015, doch kan door de Algemene Vergadering verlengd worden.
Artikelen 12bis en 12ter van de statuten bevatten regels voor de vervreemding van ingekochte aandelen en voor de verwerving en vervreemding van aandelen door dochtervennootschappen.
De bevoegdheden van de Raad van Bestuur zijn in detail beschreven in de toepasselijke wettelijke bepalingen terzake, de statuten en het Bekaert Charter.
De vennootschap is partij bij een aantal belangrijke overeenkomsten die in werking treden, wijzigingen ondergaan of aflopen in geval van een wijziging van controle over de vennootschap, al dan niet na een openbaar overnamebod. In de mate waarin op grond van deze overeenkomsten aan derden rechten worden toegekend die een invloed hebben op het vermogen van de vennootschap, dan wel een schuld of een verplichting te haren laste doen ontstaan, werden deze rechten, conform artikel 556 van het Wetboek van vennootschappen, goedgekeurd door de Bijzondere Algemene Vergaderingen van 13 april 2006, 16 april 2008, 15 april 2009, 14 april 2010 en 7 april 2011 en door de Gewone Algemene Vergaderingen van 9 mei 2012, 8 mei 2013, 14 mei 2014, 13 mei 2015 en 11 mei 2016; de notulen van die vergaderingen werden op 14 april 2006, 18 april 2008, 17 april 2009, 16 april 2010, 15 april 2011, 30 mei 2012, 23 mei 2013, 20 juni 2014, 19 mei 2015 en 18 mei 2016 ter griffie van de Rechtbank van Koophandel te Gent, afdeling Kortrijk neergelegd en zijn beschikbaar op www.bekaert.com.
Het betreft in hoofdzaak joint venture overeenkomsten (die de relaties tussen partijen in het kader van een gemeenschappelijke dochtervennootschap omschrijven), overeenkomsten waarbij door financiële instellingen of particuliere investeerders geldmiddelen ter beschikking van de vennootschap of van een van haar dochtervennootschappen worden gesteld, en overeenkomsten tot levering van goederen of diensten door of aan de vennootschap. Elk van deze overeenkomsten bevat clausules die, ingeval van wijziging van de controle van de vennootschap, de wederpartij in bepaalde gevallen en onder bepaalde voorwaarden het recht verlenen om de overeenkomst vervroegd te beëindigen, en in het geval van een financiële overeenkomst tevens de vervroegde terugbetaling van de ter beschikking gestelde geldmiddelen te eisen. In het geval van joint venture overeenkomsten wordt voorzien dat, ingeval van controlewijziging van de vennootschap, de wederpartij de participatie van de vennootschap in de joint venture kan verwerven (met uitzondering van de Chinese vennootschappen, waarbij partijen in overleg dienen te bepalen of een partij de joint venture alleen voortzet, waarna deze de participatie van de andere partij dient te kopen), waarbij de waarde tegen dewelke de participatie alsdan is over te dragen wordt bepaald in functie van contractuele formules die beogen een overdracht tegen een arm's length prijs te verzekeren.
De volgende beschrijving van Bekaerts interne controle en risicobeheerssystemen is gebaseerd op de "Internal Control Integrated Framework" (1992) en de "Enterprise Risk Management Framework" (2004), gepubliceerd door het "Committee of Sponsoring Organizations of the Treadway Commission" (COSO).
De organisatie van de diensten boekhouding en controle bestaat uit drie niveaus: (i) het boekhoudkundige team in de verschillende juridische entiteiten of gezamenlijke dienstencentra, verantwoordelijk voor de voorbereiding en de rapportering van de financiële informatie, (ii) de controllers op de verschillende niveaus in de organisatie (zoals fabriek en regio), verantwoordelijk voor o.a. het nazicht van de financiële informatie in hun verantwoordelijkheidsdomein, en (iii) de dienst Groepscontrole, verantwoordelijk voor het finale nazicht van de financiële informatie van de verschillende juridische entiteiten en voor de voorbereiding van de geconsolideerde jaarrekening.
Naast bovengemelde gestructureerde controles, voert het interne audit departement een risico-gebaseerd programma uit om de doeltreffendheid van de interne controle in de verschillende processen op het niveau van de juridische entiteiten te valideren en een betrouwbare financiële rapportering te verzekeren. De geconsolideerde jaarrekening van Bekaert is opgemaakt
in overeenstemming met de "International Financial Reporting Standards" (IFRS), onderschreven door de Europese Unie. Die jaarrekening is eveneens conform de IFRS uitgegeven door de "International Accounting Standards Board". Alle IFRS-boekhoudnormen, richtlijnen en interpretaties, toe te passen door alle jurdische entiteiten, zijn gegroepeerd in het IFRS-handboek, dat beschikbaar is op het Bekaert intranet voor alle werknemers die betrokken zijn bij de financiële rapportering. Dit handboek wordt regelmatig aangepast door Groepscontrole ingeval van relevante wijzigingen in IFRS, of interpretaties ervan, en de gebruikers worden van elke dergelijke wijziging op de hoogte gebracht. IFRS-opleidingen vinden plaats in de verschillende regio's wanneer dit noodzakelijk of geschikt geacht wordt.
De overgrote meerderheid van de vennootschappen van de Groep gebruikt Bekaerts globale "enterprise resource planning" (ERP) systeem, en de boekhoudkundige transacties worden ingeboekt in een uniform rekeningenstelsel, waarbij boekhoudkundige handboeken de standaard manier van boeking voor de meest relevante transacties beschrijven. Deze boekhoudkundige handboeken worden aan de gebruikers toegelicht tijdens opleidingssessies en zijn beschikbaar op het Bekaert intranet. De recentelijk overgenomen vennootschappen van de Bridongroep gebruiken andere systemen die momenteel gealigneerd worden en naar manier van werken in overeenstemming worden gebracht met de bestaande Bekaertpraktijken.
Alle vennootschappen van de Groep gebruiken dezelfde software om de financiële gegevens te rapporteren voor consolidatie en externe rapporteringsdoeleinden. Een rapporteringhandboek is beschikbaar op het Bekaert intranet en opleidingen vinden plaats wanneer dit noodzakelijk of geschikt geacht wordt.
Er worden geschikte maatregelen genomen om een tijdige en kwalitatieve rapportering te garanderen en om de potentiële risico's die gerelateerd zijn aan het financiële rapporteringsproces te beperken, met inbegrip van: (i) goede coördinatie tussen de diensten Groepscommunicatie en Groepscontrole, (ii) zorgvuldige planning van alle activiteiten, met inbegrip van verantwoordelijken en timings, (iii) richtlijnen verdeeld door Groepscontrole naar de verantwoordelijken vóór de kwartaalrapportering, met inbegrip van relevante aandachtspunten, en (iv) opvolging en terugkoppeling van de stiptheid, kwaliteit en aandachtspunten om te streven naar continue verbetering.
Een kwartaalevaluatie vindt plaats over de financiële resultaten, bevindingen door het interne audit departement, en andere belangrijke controlegebeurtenissen, en de resultaten worden besproken met de commissaris.
Materiële wijzigingen in de IFRS-boekhoudnormen worden gecoördineerd door Groepscontrole, nagezien door de commissaris, gerapporteerd aan het Audit en Finance Comité, en geacteerd door de Raad van Bestuur van de vennootschap. Materiële wijzigingen in de statutaire boekhoudnormen van een vennootschap van de Groep worden goedgekeurd door diens Raad van Bestuur.
De correcte toepassing door de juridische entiteiten van de boekhoudnormen beschreven in het IFRS-handboek, alsmede de juistheid, de consistentie en de volledigheid van de gerapporteerde informatie, worden op een permanente basis nagezien door de controleorganisatie (zoals boven beschreven). Bovendien worden alle relevante entiteiten op periodieke basis gecontroleerd door het interne audit departement. Voor de meest belangrijke onderliggende processen (verkoop, aankoop, investeringen, thesaurie, enz.) bestaan er richtlijnen en procedures die onderhevig zijn aan (i) een evaluatie door de respectieve managementteams middels een zelfbeoordelingstool, en (ii) controle door het interne audit departement op een roterende basis.
In het ERP-systeem wordt nauw toezicht gehouden op mogelijke conflicten met betrekking tot scheiding van verantwoordelijkheden.
Bekaert heeft in de meeste groepsvennootschappen een globaal ERP-systeemplatform ingevoerd om de efficiënte verwerking van transacties te ondersteunen en het management te voorzien van transparante en betrouwbare informatie om de operationele activiteiten te beheren, te controleren en te sturen.
De verstrekking van diensten van informatietechnologie om deze systemen te laten lopen, te onderhouden en te ontwikkelen, wordt in grote mate uitbesteed aan professionele toeleveranciers van IT-diensten die gestuurd en gecontroleerd worden door geëigende IT-controlestructuren en waarvan de kwaliteit bewaakt wordt door uitgebreide dienstverleningscontracten.
Samen met haar IT-toeleveranciers heeft Bekaert adequate managementprocessen geïmplementeerd om te verzekeren dat geschikte maatregelen op dagelijkse basis getroffen worden om de prestaties, de beschikbaarheid en de integriteit van haar IT-systemen te behouden. Op regelmatige ogenblikken wordt de geschiktheid van deze procedures nagetrokken en geauditeerd en waar nodig verder geoptimaliseerd.
Een gepaste toewijzing van verantwoordelijkheden, en coördinatie tussen de betrokken afdelingen, verzekeren een efficiënt en stipt communicatieproces van periodieke financiële informatie naar de markt.
Voor het eerste en het derde kwartaal wordt een trading update gepubliceerd, terwijl alle relevante financiële informatie op halfjaarlijkse en op jaarlijkse basis wordt bekendgemaakt. Vóór de externe rapportering wordt de verkoops- en financiële informatie onderworpen aan (i) de gepaste controles door de bovengenoemde controleorganisatie, (ii) nazicht door het Audit en Finance Comité, en (iii) goedkeuring door de Raad van Bestuur van de vennootschap.
Elke beduidende wijziging in de door Bekaert toegepaste IFRS-boekhoudnormen wordt onderworpen aan nazicht door het Audit en Finance Comité en door de Raad van Bestuur van de vennootschap, met inbegrip van het eerste gebruik van IFRS in 2000.
De leden van de Raad van Bestuur worden op periodieke basis op de hoogte gehouden van de evolutie en belangrijke wijzigingen in de onderliggende IFRS-standaarden. Alle relevante financiële informatie wordt toegelicht aan het Audit en Finance Comité en de Raad van Bestuur om hen in staat te stellen de jaarrekening te analyseren. Alle gerelateerde persberichten worden goedgekeurd vóór hun verspreiding naar de markt.
Relevante bevindingen van het interne audit departement en/of de commissaris in verband met de toepassing van de boekhoudnormen, de geschiktheid van de richtlijnen en procedures, en de scheiding van verantwoordelijkheden, worden gerapporteerd aan het Audit en Finance Comité.
Er wordt ook een periodieke thesaurie-update voorgelegd aan het Audit en Finance Comité. Er bestaat een procedure om het relevante bestuursorgaan van de vennootschap op korte termijn bijeen te roepen wanneer de omstandigheden dit dicteren.
De Raad van Bestuur en het BGE hebben de Bekaert Gedragscode goedgekeurd, die voor het eerst uitgegeven werd op 1 december 2004 en aangepast werd op 1 maart 2009. De Gedragscode bepaalt de Bekaert missie en waarden, evenals de basisprincipes van het zakendoen door Bekaert. Naleving van de Gedragscode is verplicht voor alle groepsvennootschappen. De Gedragscode maakt als Appendix 3 deel uit van het Bekaert Charter en is beschikbaar op www.bekaert.com.
Meer gedetailleerde procedures en richtlijnen worden opgemaakt indien nodig om de consistente toepassing van de Gedragscode doorheen de Groep te verzekeren.
Bekaerts interne controlemodel bestaat uit een aantal groepsprocedures voor de belangrijkste bedrijfsprocessen die wereldwijd toegepast worden. Bekaert heeft diverse middelen ter beschikking om de effectiviteit en de efficiëntie van het ontwerp en de werking van het interne controlemodel constant te bewaken. Voor alle nieuwe medewerkers wordt een verplichte opleiding over interne controle georganiseerd, en er is een zelfbeoordelingstool in gebruik aan de hand waarvan de managementteams zichzelf kunnen evalueren omtrent de stand van zaken van de interne controle. Het interne audit departement bewaakt de interne controlesituatie op basis van het globale model en rapporteert op elke vergadering van het Audit en Finance Comité.
Het BGE evalueert regelmatig de exposure van de Groep aan risico's, de potentiële financiële impact daarvan, en de acties die vereist zijn om de exposure op te volgen en te beheersen. Op verzoek van de Raad van Bestuur en het Audit en Finance Comité heeft het management een globaal "enterprise risk management" (ERM) kader ontwikkeld om de Groep op een expliciete manier bij te staan bij het beheersen van onzekerheid in Bekaerts waardecreatieproces. Het kader bestaat uit de identificatie, de evaluatie en de prioritering van de voornaamste risico's waarmee Bekaert wordt geconfronteerd, en uit de permanente rapportering en opvolging van die voornaamste risico's (met inbegrip van de ontwikkeling en de implementatie van risicobeheersingsplannen).
De risico's worden in vijf categorieën geïdentificeerd: strategische, operationele, juridische, financiële en landenrisico's. De geïdentificeerde risico's worden op twee assen ondergebracht: waarschijnlijkheid, en impact of gevolgen. De evolutie van de risicogevoeligheid (afname, toename, stabiel) wordt eveneens gemeten teneinde de doeltreffendheid van de ondernomen acties en de potentiële wijzigingen in de risicocontext in aanmerking te nemen.
Bekaerts ERM-verslag over 2016 bevat o.a. de volgende potentiële risico's:
Het overzicht van de ontwikkeling en de resultaten van het bedrijf en van de positie van de gezamenlijke in de consolidatie opgenomen ondernemingen is opgenomen in het Financieel Overzicht van het Jaarverslag 2016, vanaf pagina 4. 1.
Een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden is opgenomen in de Corporate Governance Verklaring, pagina 63 in het eerste deel van het Jaarverslag 2016. Bovendien wordt verwezen naar Toelichtingen 3 (pagina's 25-27) en 7.3 (pagina's 88-100) bij de geconsolideerde jaarrekening, in het Financieel Overzicht in het Jaarverslag 2016.
Financieel overzicht
| Geconsolideerde jaarrekening 4 | |
|---|---|
| Geconsolideerde winst-en-verliesrekening 4 | |
| Geconsolideerd overzicht van het volledig perioderesultaat 5 | |
| Geconsolideerde balans 6 | |
| Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen 7 | |
| Geconsolideerd kasstroomoverzicht 8 |
| Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening 9 | ||
|---|---|---|
| 1. | Algemene informatie 9 | |
| 2. 2.1. |
Samenvatting van de belangrijkste grondslagen voor de financiële verslaggeving 9 Conformiteitsverslag 9 |
|
| - Nieuwe en gewijzigde standaarden en interpretaties 9 | ||
|---|---|---|
| 2.2. | Algemene principes 11 | |
| - Voorstellingsbasis 11 | ||
| - Consolidatieprincipes 11 |
||
| - Valutaomrekening 12 | ||
| 2.3. | Balanselementen12 | |
| - Immateriële activa 12 | ||
| - Goodwill en bedrijfscombinaties 13 |
||
| - Materiële vaste activa 14 | ||
| - Lease-overeenkomsten 14 | ||
| - Investeringssubsidies 15 | ||
| - Financiële activa 15 | ||
| - Voorraden 16 | ||
| - Kapitaal 16 | ||
| - Minderheidsbelangen 16 | ||
| - Voorzieningen 16 | ||
| - Voorzieningen voor personeelsbeloningen 16 | ||
| - Rentedragende schulden 17 | ||
| - Handelsschulden en overige verplichtingen op ten hoogste een jaar 18 | ||
| - Winstbelastingen 18 | ||
| - Derivaten, afdekking en afdekkingsreserve 18 | ||
| - Bijzondere waardevermindering van activa 19 | ||
| 2.4. | Elementen van de winst-en-verliesrekening 19 | |
| - Opname van opbrengsten 19 | ||
| - Onderliggende prestatiemaatstaven 19 | ||
| 2.5. | Overzicht van het volledig perioderesultaat en mutatieoverzicht van het eigen vermogen 20 | |
| 2.6. | Diverse 20 | |
| - Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten 20 | ||
| - Voorwaardelijke activa en verplichtingen 20 | ||
| - Gebeurtenissen na balansdatum 21 | ||
| 2.7. | Herwerkings- en herclassificatie-effecten 22 | |
| 3. | Cruciale beoordelingen en belangrijkste bronnen van schattingsonzekerheden 25 | |
| 3.1. | Cruciale beoordelingen bij de toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving 25 | |
| 3.2. | Belangrijkste bronnen van schattingsonzekerheden 26 | |
| 4. | Segmentrapportering 28 | |
| 5. | Elementen van de winst-en-verliesrekening en het volledig perioderesultaat 32 | |
| 5.1. | Bedrijfsresultaat (EBIT) per functie 32 | |
| 5.3. | Renteopbrengsten en -lasten 35 | |
|---|---|---|
| 5.4. | Overige financiële opbrengsten en lasten 35 | |
| 5.5. | Winstbelastingen 36 | |
| 5.6. | Aandeel in het resultaat van joint ventures en geassocieerde ondernemingen 37 | |
| 5.7. | Winst per aandeel 37 | |
| 6. | Balanselementen 39 | |
| 6.1. | Immateriële activa 39 | |
| 6.2. | Goodwill 40 | |
| 6.3. | Materiële vaste activa 44 | |
| 6.4. | Deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen 46 | |
| 6.5. | Overige vaste activa 49 | |
| 6.6. | Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen 50 | |
| 6.7. | Operationeel werkkapitaal 53 | |
| 6.8. | Overige vorderingen 54 | |
| 6.9. | Geldmiddelen & kasequivalenten en geldbeleggingen 54 | |
| 6.10. Overige vlottende activa 54 | ||
| 6.11. Activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop en verplichtingen verbonden met deze activa 55 | ||
| 6.12. Gewone aandelen, eigen aandelen en op aandelen gebaseerde betalingen 56 | ||
| 6.13. Overgedragen resultaten en overige Groepsreserves62 | ||
| 6.14. Minderheidsbelangen 65 | ||
| 6.15. Voorzieningen voor personeelsbeloningen 70 | ||
| 6.16. | Overige voorzieningen 79 | |
| 6.17. Rentedragende schulden 80 | ||
| 6.18. Overige verplichtingen op meer dan een jaar 81 | ||
| 6.19. Overige verplichtingen op ten hoogste een jaar 81 | ||
| 7. | Diverse elementen 82 | |
| 7.1. | Toelichtingen bij het kasstroomoverzicht 82 | |
| 7.2. | Effect van bedrijfscombinaties 85 | |
| 7.3. | Beheer van financiële risico's en derivaten 88 | |
| 7.4. | Voorwaardelijke verplichtingen en toezeggingen 101 | |
| 7.5. | Verbonden partijen102 | |
| 7.6. | Gebeurtenissen na balansdatum103 | |
| 7.7. | Opdrachten uitgevoerd door de commissaris en aanverwante personen 103 | |
| 7.8. | Dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen 104 |
| Informatie met betrekking tot de moedervennootschap 109 | |
|---|---|
| Jaarverslag van de Raad van Bestuur en jaarrekening van NV Bekaert SA 109 Voorstel van resultaatsverwerking NV Bekaert SA 2016 111 Statutaire benoemingen 111 |
| Verslag van de commissaris 112 | ||||
|---|---|---|---|---|
| -------------------------------- | -- | -- | -- | -- |
| Toe | |||
|---|---|---|---|
| in duizend € - Jaren afgesloten per 31 december | lichting | 2015 | 2016 |
| Omzet | 5.1. | 3 671 081 | 3 715 217 |
| Kostprijs van verkopen | 5.1. | -3 073 407 | -3 025 225 |
| Marge op omzet | 5.1. | 597 674 | 689 992 |
| Commerciële kosten | 5.1. | -156 106 | -175 340 |
| Administratieve kosten | 5.1. | -140 679 | -139 558 |
| Kosten voor onderzoek en ontwikkeling | 5.1. | -64 597 | -63 590 |
| Andere bedrijfsopbrengsten | 5.1. | 85 516 | 24 376 |
| Andere bedrijfskosten | 5.1. | -102 422 | -76 226 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 5.1. | 219 386 | 259 654 |
| EBIT - Onderliggend | 5.1. / 5.2. | 231 482 | 304 952 |
| Renteopbrengsten | 5.3. | 8 585 | 6 325 |
| Rentelasten | 5.3. | -70 758 | -79 493 |
| Overige financiële opbrengsten en lasten | 5.4. | -33 810 | -37 458 |
| Resultaat vóór belastingen | 123 403 | 149 028 | |
| Winstbelastingen | 5.5. | -36 259 | -62 052 |
| Resultaat na belastingen (geconsolideerde ondernemingen) | 87 144 | 86 976 | |
| Aandeel in het resultaat van joint ventures en geassocieerde ondernemingen |
5.6. | 18 320 | 25 445 |
| PERIODERESULTAAT | 105 464 | 112 421 | |
| Toerekenbaar aan | |||
| de Groep | 101 722 | 105 166 | |
| minderheidsbelangen van derden | 6.14. | 3 742 | 7 255 |
| Winst per aandeel | |||
| in € per aandeel | 5.7. | 2015 | 2016 |
| Perioderesultaat toerekenbaar aan de Groep | |||
| Basisberekening | 1,822 | 1,869 | |
| Na verwateringseffect | 1,814 | 1,849 |
De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van deze winst-en-verliesrekening. De bedragen over 2015 zijn geaffecteerd door beperkte herwerkingen (zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten').
| Toe | |||
|---|---|---|---|
| in duizend € - Jaren afgesloten per 31 december | lichting | 2015 | 2016 |
| Perioderesultaat | 105 464 | 112 421 | |
| Andere elementen van het resultaat | 6.13. | ||
| Andere elementen van het resultaat die later geherclassificeerd kunnen | |||
| worden naar de winst-en-verliesrekening | |||
| Omrekeningsverschillen | |||
| Omrekeningsverschillen van de periode m.b.t. dochterondernemingen | 9 056 | 15 717 | |
| Omrekeningsverschillen van de periode m.b.t. joint ventures en | |||
| geassocieerde ondernemingen | -26 131 | 21 120 | |
| Overboekingen naar de winst-en-verliesrekening ingevolge afstotingen | |||
| of gefaseerde overnames van entiteiten | 393 | - | |
| Inflatie-aanpassingen | 1 208 | 1 483 | |
| Kasstroomafdekkingen | |||
| Wijzigingen in reële waarde van afdekkingsinstrumenten | 6 034 | 1 284 | |
| Overboekingen naar de winst-en-verliesrekening ingevolge | |||
| resultaatseffecten op afgedekte posities | -5 859 | -542 | |
| Financiële activa beschikbaar voor verkoop | |||
| Wijzigingen in reële waarde van financiële activa beschikbaar voor verkoop |
- | 1 758 | |
| Overboekingen naar de winst-en-verliesrekening ingevolge bijzondere waardeverminderingen of afstotingen |
-2 001 | 591 | |
| Uitgestelde belastingen met betrekking tot andere elementen van het resultaat die later geherclassificeerd kunnen worden naar de winst-en |
|||
| verliesrekening | 6.6. | -67 | -135 |
| Andere elementen van het resultaat die later geherclassificeerd | |||
| kunnen worden naar de winst-en-verliesrekening, na belastingen | -17 367 | 41 276 | |
| Andere elementen van het resultaat die later niet geherclassificeerd kunnen worden naar de winst-en-verliesrekening |
|||
| Herwaarderingen van de nettoverplichting m.b.t. | |||
| toegezegdpensioenregelingen | 14 473 | -9 978 | |
| Aandeel in niet-herclassificeerbare andere elementen van het resultaat van joint ventures en geassocieerde ondernemingen |
-30 | 40 | |
| Uitgestelde belastingen met betrekking tot andere elementen van het | |||
| resultaat die later niet geherclassificeerd kunnen worden naar de winst | |||
| en-verliesrekening | 6.6. | -603 | -602 |
| Andere elementen van het resultaat die later niet geherclassificeerd | |||
| kunnen worden naar de winst-en-verliesrekening, na belastingen | 13 840 | -10 540 | |
| Andere elementen van het resultaat (opgenomen in het eigen vermogen) | -3 527 | 30 736 | |
| VOLLEDIG PERIODERESULTAAT | 101 937 | 143 157 | |
| Toerekenbaar aan | |||
| de Groep | 91 993 | 134 687 | |
| minderheidsbelangen van derden | 6.14. | 9 944 | 8 470 |
De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van dit geconsolideerd overzicht van het volledig perioderesultaat. De bedragen over 2015 zijn geaffecteerd door beperkte herwerkingen (zie toelichting 2.7. 'Herwerkingsen herclassificatie-effecten').
| Activa per 31 december | Toe | ||
|---|---|---|---|
| in duizend € | lichting | 2015 | 2016 |
| Vaste activa | 1 921 987 | 2 136 528 | |
| Immateriële activa | 6.1. | 109 448 | 140 377 |
| Goodwill | 6.2. | 35 699 | 152 345 |
| Materiële vaste activa | 6.3. | 1 490 454 | 1 514 714 |
| Deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen | 6.4. | 114 119 | 146 582 |
| Overige vaste activa | 6.5. | 39 773 | 32 142 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 6.6. | 132 494 | 150 368 |
| Vlottende activa | 1 960 422 | 2 167 785 | |
| Voorraden | 6.7. | 628 731 | 724 500 |
| Ontvangen bankwissels | 6.7. | 68 005 | 60 182 |
| Handelsvorderingen | 6.7. | 686 364 | 739 145 |
| Overige vorderingen | 6.8. | 99 286 | 108 484 |
| Geldbeleggingen | 6.9. | 10 216 | 5 342 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 6.9. | 401 771 | 365 546 |
| Overige vlottende activa | 6.10. | 66 049 | 52 225 |
| Activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop | 6.11. | - | 112 361 |
| Totaal | 3 882 409 | 4 304 313 |
| Passiva per 31 december | Toe | ||
|---|---|---|---|
| in duizend € | lichting | 2015 | 2016 |
| Eigen vermogen | 1 511 651 | 1 597 893 | |
| Kapitaal | 6.12. | 176 957 | 177 612 |
| Uitgiftepremies | 31 884 | 36 594 | |
| Overgedragen resultaten | 6.13. | 1 397 110 | 1 432 394 |
| Eigen aandelen | 6.13. | -144 747 | -127 974 |
| Overige Groepsreserves | 6.13. | -78 993 | -51 534 |
| Eigen vermogen toerekenbaar aan de Groep | 1 382 211 | 1 467 092 | |
| Minderheidsbelangen | 6.14. | 129 440 | 130 801 |
| Verplichtingen op meer dan een jaar | 1 083 412 | 1 504 487 | |
| Voorzieningen voor personeelsbeloningen | 6.15. | 172 681 | 182 641 |
| Overige voorzieningen | 6.16. | 50 198 | 63 107 |
| Rentedragende schulden | 6.17. | 792 116 | 1 161 310 |
| Overige verplichtingen op meer dan een jaar | 6.18. | 15 204 | 44 873 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 6.6. | 53 213 | 52 556 |
| Verplichtingen op ten hoogste een jaar | 1 287 346 | 1 201 933 | |
| Rentedragende schulden | 6.17. | 501 224 | 297 916 |
| Handelsschulden | 6.7. | 456 783 | 556 361 |
| Personeelsbeloningen | 6.7. / 6.15. | 131 281 | 132 913 |
| Overige voorzieningen | 6.16. | 26 973 | 17 720 |
| Verplichtingen met betrekking tot winstbelastingen | 105 832 | 101 683 | |
| Overige verplichtingen op ten hoogste een jaar | 6.19. | 65 253 | 61 840 |
| Verplichtingen verbonden met activa geclassificeerd | |||
| als aangehouden voor verkoop | 6.11. | - | 33 500 |
| Totaal | 3 882 409 | 4 304 313 |
De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van deze geconsolideerde balans. De bedragen over 2015 zijn geaffecteerd door beperkte herwerkingen (zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten').
| Overige Groeps | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| reserves 1 | |||||||||
| in duizend € | Kapitaal | Uitgifte premies |
Over gedragen resultaten |
Eigen aandelen |
Gecumu leerde om rekenings verschillen |
Overige reserves |
Eigen vermogen toerekenbaar aan de Groep |
Minder heids belangen 2 |
Totaal |
| Saldo per | |||||||||
| 1 januari 2015 (zoals | |||||||||
| eerder gerapporteerd) | 176 914 | 31 693 | 1 352 197 | -145 953 | -6 149 | -41 911 | 1 366 791 | 199 421 | 1 566 212 |
| Herwerkingen | - | - | - | - | - | -3 297 | -3 297 | -2 348 | -5 645 |
| Saldo per | |||||||||
| 1 januari 2015 (herwerkt) | 176 914 | 31 693 | 1 352 197 | -145 953 | -6 149 | -45 208 | 1 363 494 | 197 073 | 1 560 567 |
| Volledig perioderesultaat | - | - | 103 421 | - | -22 300 | 10 872 | 91 993 | 9 944 | 101 937 |
| Kapitaalverhogingen door minderheidsbelangen |
- | - | - | - | - | - | - | 14 967 | 14 967 |
| Herclassificeringen | - | - | 16 407 | - | - | -16 407 | - | - | - |
| Effect van bedrijfs | |||||||||
| combinatie met Pirelli | - | - | 227 | - | - | -227 | - | 1 732 | 1 732 |
| Effect van bedrijfs | |||||||||
| combinatie met Arrium Effect van herschikking |
- | - | - | - | - | - | - | -7 086 | -7 086 |
| Ropesbelangen met | |||||||||
| Chileense partners | - | - | -16 972 | - | -1 364 | -126 | -18 462 | -71 223 | -89 685 |
| Effect van aankoop | |||||||||
| minderheidsbelangen | - | - | -10 712 | - | -654 | 4 | -11 362 | -6 609 | -17 971 |
| Overige wijzigingen in | |||||||||
| Groepsstructuur | - | - | 548 | - | -341 | 1 | 208 | -1 967 | -1 759 |
| In eigenvermogens | |||||||||
| instrumenten | |||||||||
| afgewikkelde, op aandelen | |||||||||
| gebaseerde betalingen | - | - | - | - | - | 2 906 | 2 906 | - | 2 906 |
| Uitgifte nieuwe aandelen | 43 | 191 | - | - | - | - | 234 | - | 234 |
| Transacties eigen | |||||||||
| aandelen | - | - | - | 1 206 | - | - | 1 206 | - | 1 206 |
| Dividenden | - | - | -48 006 | - | - | - | -48 006 | -7 391 | -55 397 |
| Saldo per | |||||||||
| 31 december 2015 | 176 957 | 31 884 | 1 397 110 | -144 747 | -30 808 | -48 185 | 1 382 211 | 129 440 | 1 511 651 |
| Saldo per | |||||||||
| 1 januari 2016 | 176 957 | 31 884 | 1 397 110 | -144 747 | -30 808 | -48 185 | 1 382 211 | 129 440 | 1 511 651 |
| Volledig perioderesultaat | - | - | 107 166 | - | 35 130 | -7 609 | 134 687 | 8 470 | 143 157 |
| Effect van BBRG - | |||||||||
| bedrijfscombinatie | - | - | -16 389 | - | -126 | -20 | -16 535 | 10 548 | -5 987 |
| Overige wijzigingen in | |||||||||
| Groepsstructuur | - | - | -173 | - | 90 | -6 | -89 | 72 | -17 |
| In eigenvermogens | |||||||||
| instrumenten | |||||||||
| afgewikkelde, op aandelen | |||||||||
| gebaseerde betalingen | - | - | 4 387 | - | - | - | 4 387 | 62 | 4 449 |
| Uitgifte nieuwe aandelen | 655 | 4 710 | - | - | - | - | 5 365 | - | 5 365 |
| Transacties eigen | |||||||||
| aandelen | - | - | -9 235 | 16 773 | - | - | 7 538 | - | 7 538 |
| Dividenden | - | - | -50 472 | - | - | - | -50 472 | -17 791 | -68 263 |
| Saldo per | |||||||||
| 31 december 2016 | 177 612 | 36 594 | 1 432 394 | -127 974 | 4 286 | -55 820 | 1 467 092 | 130 801 | 1 597 893 |
1 Zie toelichting 6.13. 'Overgedragen resultaten en overige Groepsreserves'.
2 Zie toelichting 6.14. 'Minderheidsbelangen'.
De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van dit geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen. De bedragen over 2015 zijn geaffecteerd door beperkte herwerkingen (zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten').
| Toe | |||
|---|---|---|---|
| in duizend € - Jaren afgesloten per 31 december | lichting | 2015 | 2016 |
| Bedrijfsactiviteiten | |||
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 5.1. / 5.2. | 219 386 | 259 654 |
| Posten zonder kasstroomeffect verwerkt in het bedrijfsresultaat | 7.1. | 246 973 | 256 227 |
| Investeringsposten verwerkt in het bedrijfsresultaat | 7.1. | -13 551 | 1 034 |
| Gebruikte bedragen van voorzieningen voor personeelsbeloningen | |||
| en overige voorzieningen | 7.1. | -40 807 | -44 864 |
| Betaalde winstbelastingen | 5.5. / 7.1. | -56 657 | -96 388 |
| Brutokasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 355 344 | 375 663 | |
| Wijzigingen in operationeel werkkapitaal | 6.7. | 212 266 | 16 336 |
| Overige bedrijfskasstromen | 7.1. | 15 952 | 7 553 |
| Nettokasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 583 562 | 399 552 | |
| Investeringsactiviteiten | |||
| Nieuwe bedrijfscombinaties | 7.2. | -129 833 | 40 917 |
| Andere verwervingen van deelnemingen | 7.1. | -109 559 | -41 |
| Inkomsten uit verkoop van deelnemingen | 7.2. | 30 761 | 13 |
| Ontvangen dividenden | 6.4. | 18 411 | 22 422 |
| Investeringen in immateriële activa | 6.1. / 7.2. | -5 868 | -5 955 |
| Investeringen in materiële vaste activa | 6.3. | -170 702 | -158 529 |
| Overige investeringskasstromen | 7.1. | 3 806 | 1 187 |
| Nettokasstroom uit investeringsactiviteiten | -362 984 | -99 986 | |
| Financieringsactiviteiten | |||
| Ontvangen rente | 5.3. | 7 320 | 7 338 |
| Betaalde rente | 5.3. | -64 302 | -63 397 |
| Betaalde brutodividenden aan aandeelhouders van NV Bekaert SA | -48 006 | -50 472 | |
| Betaalde brutodividenden aan minderheidsbelangen | -7 560 | -17 505 | |
| Inkomsten uit rentedragende schulden op meer dan een jaar | 6.17. | 145 151 | 172 072 |
| Aflossing van rentedragende schulden op meer dan een jaar | 6.17. | -127 945 | -375 255 |
| Kasstromen m.b.t. rentedragende schulden op ten hoogste een jaar | 6.17. | -184 093 | -5 567 |
| Transacties eigen aandelen | 6.13. | 1 206 | 7 538 |
| Overige financieringskasstromen | 7.1. | 10 421 | 23 193 |
| Nettokasstroom uit financieringsactiviteiten | -267 808 | -302 055 | |
| Toename of afname (-) in geldmiddelen en kasequivalenten | -47 230 | -2 489 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten - begin van de periode | 458 542 | 401 771 | |
| Effect van wisselkoersfluctuaties | -9 541 | -25 495 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten - geherclassificeerd als aangehouden voor | |||
| verkoop | 6.11. | - | -8 241 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten - einde van de periode | 401 771 | 365 546 |
De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van dit geconsolideerd kasstroomoverzicht. De bedragen over 2015 zijn geaffecteerd door beperkte herwerkingen (zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten').
NV Bekaert SA (de 'Onderneming') is een onderneming die in België gedomicilieerd is. De geconsolideerde jaarrekening van de Onderneming omvat de Onderneming en haar dochterondernemingen (samen verder de 'Groep' of 'Bekaert' genoemd) en het belang van de Groep in joint ventures en geassocieerde ondernemingen gewaardeerd volgens de equity-methode. De geconsolideerde jaarrekening werd door de Raad van Bestuur van de Onderneming vrijgegeven voor publicatie op 22 maart 2017.
De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals aanvaard binnen de Europese Unie. Deze jaarrekening is ook in overeenstemming met de IFRS-standaarden zoals gepubliceerd door de IASB.
De belangrijkste impact uit nieuw toegepaste IFRS richtlijnen heeft betrekking op de aanpassing aan IAS 19 'Personeelsbeloningen' opgenomen in de jaarlijkse verbeteringen aan IFRS (cyclus 2012- 2014) (ingangsdatum 1 januari 2016), gepubliceerd in september 2014. Deze aanpassing stelt dat, voor valuta's waarin er geen ruim marktaanbod is van hoogwaardige bedrijfsobligaties, de te gebruiken disconteringsvoet voor verplichtingen uit vergoedingen na uitdiensttreding moet gebaseerd worden op marktrendementen op overheidsobligaties uitgedrukt in die valuta. Tevens vereist zij dat dit principe toegepast wordt vanaf het begin van de vroegste vergelijkende periode in de eerste jaarrekening waarin de entiteit deze aanpassing toepast. Deze aanpassing beïnvloedt de toe te passen disconteringsvoet in de toegezegdpensioenregeling in Ideal Alambrec SA (Ecuador), een dochteronderneming met als functionele valuta de US dollar, en heeft een effect van € -5,6 miljoen op het eigen vermogen per 1 januari 2015.
Volgende herziene standaarden werden van kracht gedurende de huidige verslagperiode. De toepassing ervan had geen impact op de gerapporteerde bedragen in deze jaarrekening, maar kan een impact hebben op toekomstige transacties of overeenkomsten.
afschrijvingsmethode verboden is voor elementen van materiële vaste activa en geen aangewezen basis is voor de afschrijving van een immaterieel vast actief. Aangezien de Groep reeds gebruik maakt van de lineaire afschrijvingsmethode voor respectievelijk materiële vaste activa en immateriële vast activa, heeft de toepassing van deze aanpassingen geen impact op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep.
De Groep heeft niet geopteerd voor vervroegde toepassing van volgende nieuwe of gewijzigde standaarden, waarvan de toepassing een impact zou kunnen hebben:
De Groep verwacht niet dat de toepassing van de IFRS 9 vereisten noch voor het 'verwachte verlies'-model, noch voor hedge accounting een significante impact zal hebben op de geconsolideerde jaarrekening. Bekaert maakt namelijk zelden gebruik van hedge accounting. Sinds de fusie met Bridon heeft de Groep een beperkt aantal kasstroomafdekkingen. Aangezien de feiten en gebeurtenissen nog kunnen wijzigen gedurende de periode voorafgaand aan de eerste toepassing van IFRS 9, welke is voorzien op 1 januari 2018 aangezien de Groep geen intentie heeft om de standaard vervroegd toe te passen, is deze beoordeling van de potentiële impact onderhevig aan verandering.
De Groep erkent opbrengsten uit de volgende bronnen: levering van producten en in een mindere mate levering van diensten, en onderhanden projecten in opdracht van derden. Gedurende 2016 heeft Bekaert voorlopig bepaald dat de levering van goederen en de levering van diensten twee afzonderlijke prestatieverplichtingen zijn. Omzet zal worden erkend voor elk van deze prestatieverplichtingen op het ogenblik dat de controle over de betrokken goederen of diensten wordt overgedragen naar de klant. Dit is in overeenstemming met de huidige identificatie van afzonderlijke opbrengstcomponenten onder IAS 18. Bijgevolg verwachten wij niet dat de allocatie van de opbrengsten aanzienlijk anders zal zijn dan hoe zij op vandaag wordt bepaald. Er wordt eveneens verwacht dat het ogenblik waarop de opbrengsten wordt erkend voor elk va deze prestatieverplichtingen in overeenstemming is met de huidige praktijk.
Wat de onderhanden projecten in opdracht van derden betreft, heeft de Groep specifiek de IFRS 15 richtlijnen in aanmerking genomen rond de combinatie van contracten, variabele vergoedingen, en de aanwezigheid van een significante financieringscomponent. De Groep heeft op basis van een voorlopige analyse geoordeeld dat de opbrengsten uit onderhanden projecten in opdracht van derden dienen opgenomen te worden in verhouding tot het stadium van afwerking aangezien de klant reeds de controle over de machines heeft gedurende de opbouw door de Groep. Daarenboven is de Groep van oordeel dat de huidige inputmethode om het stadium van afwerking te bepalen nog steeds van toepassing zal zijn onder IFRS 15.
De Groep is momenteel de volledige impact van de toepassing van IFRS 15 op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep aan het beoordelen, waardoor het op vandaag niet mogelijk is om een redelijke financiële inschatting te maken van het effect zolang deze analyse niet is afgerond. Bijgevolg is bovenstaande voorlopige analyse onderhevig aan veranderingen. Bekaert heeft geen intentie om de standaard vervroegd toe te passen en heeft de intentie om de cumulatiefeffectmethode toe te passen.
IAS 17 vereist geen opname van een 'recht op gebruik' actief of passief voor de toekomstige
Bekaert Jaarverslag 2016 Financieel overzicht 11
leasebetalingen van deze operationele leaseovereenkomsten, in plaats hiervan wordt bepaalde informatie toegelicht als operationele leasetoezeggingen in 7.4. 'Voorwaardelijke verplichtingen en toezeggingen'. Per 31 december 2016 heeft de Groep operationele leasetoezeggingen voor een nominaal bedrag van € 100,5 miljoen. Een eerste inschatting geeft aan dat deze operationele lease-overeenkomsten zullen voldoen aan de nieuwe 'on balance' definitie onder IFRS 16, en bijgevolg zal de Groep voor deze lease-overeenkomsten een 'recht op gebruik' actief en overeenkomstige schuld erkennen in de toekomst, tenzij deze overeenkomsten in aanmerking komen als kortlopende lease-overeenkomsten of leases van activa met geringe waarde. Deze nieuwe verplichting tot het erkennen van een 'recht op gebruik' actief en gerelateerde leaseschuld, zal een significante impact hebben op de bedragen opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de Groep. Momenteel wordt een inschatting gemaakt van de mogelijke impact en het is niet mogelijk om een redelijke inschatting te maken van de financiële effecten zolang deze analyse niet is afgerond.
Verwacht wordt dat de overige nieuwe of gewijzigde standaarden en interpretaties die na 2016 van kracht worden geen belangrijke effecten op de jaarrekening zullen sorteren.
De geconsolideerde rekeningen worden voorgesteld in duizend euro, op basis van de historische kostprijsmethode, behalve voor deelnemingen aangehouden voor handelsdoeleinden en beschikbaar voor verkoop, die tegen reële waarde worden opgenomen. Financiële activa waarvoor geen prijsnotering voorhanden is in een actieve markt en waarvan de reële waarde niet op een betrouwbare manier kan bepaald worden, worden tegen historische kostprijs gewaardeerd. Tenzij anders vermeld, werden de grondslagen voor financiële verslaggeving consistent met het vorig boekjaar toegepast.
Dochterondernemingen zijn entiteiten waarover NV Bekaert SA een beslissende invloed ('zeggenschap') uitoefent. Dit is het geval wanneer NV Bekaert SA blootgesteld is aan, of recht heeft op, variabele opbrengsten uit haar deelneming in de entiteit en de mogelijkheid heeft om deze opbrengsten te beïnvloeden door haar macht over de entiteit. De jaarrekeningen van dochterondernemingen worden in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen vanaf de datum van verwerving tot het einde van de zeggenschap. Alle intragroepsverrichtingen, intragroepssaldi en nietgerealiseerde winsten op intragroepsverrichtingen worden geëlimineerd; niet-gerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd tenzij het om permanente waardeverminderingen gaat. Het deel van het eigen vermogen en van het resultaat dat toewijsbaar is aan de minderheidsaandeelhouders wordt afzonderlijk vermeld in de balans, respectievelijk de winst-en-verliesrekening. Wijzigingen in het aandeelhouderschap van de Groep in dochterondernemingen waarbij de Groep de zeggenschap niet verliest, worden verwerkt als eigenvermogentransacties. Daarbij worden de nettoboekwaardes van de Groepsbelangen en van minderheidsbelangen aangepast aan de gewijzigde participatieverhoudingen in deze dochterondernemingen. Verschillen tussen de aanpassing van de minderheidsbelangen en de reële waarde van de betaalde of ontvangen overnamevergoeding worden rechtstreeks opgenomen in het eigen vermogen. Wanneer de Groep de zeggenschap in een dochteronderneming verliest, wordt de winst of het verlies op de afstoting bepaald als het verschil tussen:
Er is sprake van een gezamenlijke overeenkomst wanneer NV Bekaert SA contractueel overeengekomen is om de zeggenschap te delen met een of meerdere partijen, wat enkel het geval is wanneer beslissingen over de relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die gezamenlijke zeggenschap hebben. Een gezamenlijke overeenkomst kan behandeld worden als een gezamenlijke activiteit (wanneer NV Bekaert SA rechten heeft op de activa en verbintenissen voor de verplichtingen) of als een gezamenlijke entiteit / joint venture (wanneer NV Bekaert SA enkel recht heeft op het nettoactief). Geassocieerde ondernemingen zijn ondernemingen waarin NV Bekaert SA, rechtstreeks of onrechtstreeks, een invloed van betekenis heeft en die geen dochterondernemingen of gezamenlijke overeenkomsten zijn. Dit is verondersteld het geval te zijn indien de Groep tenminste 20% van de stemrechten verbonden met de aandelen bezit. De opgenomen financiële informatie met betrekking tot deze ondernemingen is opgesteld volgens de grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep. Wanneer de Groep gezamenlijke zeggenschap in een joint venture verwerft of een invloed van betekenis in een geassocieerde
onderneming verwerft, wordt het aandeel in de verworven activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen initieel geherwaardeerd tegen de reële waarde op de overnamedatum en verwerkt volgens de equity-methode. Indien de overnamevergoeding meer bedraagt dan de reële waarde van het verworven aandeel in de overgenomen activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen wordt dit verschil als goodwill opgenomen. Is de aldus berekende goodwill negatief, dan wordt dit verschil onmiddellijk in het resultaat verwerkt. Daarna wordt het aandeel van de Groep in het resultaat van joint ventures en geassocieerde ondernemingen overeenkomstig de equity-methode in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen tot de dag dat er een einde komt aan de gezamenlijke zeggenschap of de invloed van betekenis. Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen van een joint venture of geassocieerde onderneming groter wordt dan de boekwaarde van de deelneming, wordt de boekwaarde op nul gezet en worden bijkomende verliezen enkel nog opgenomen in de mate dat de Groep bijkomende verplichtingen op zich genomen heeft. Nietgerealiseerde winsten uit transacties met joint ventures en geassocieerde ondernemingen worden geëlimineerd ten belope van het belang van de Groep tegenover de deelneming in de joint venture of de geassocieerde onderneming. De nettoboekwaarde van deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen wordt opnieuw geëvalueerd indien er indicaties zijn van een bijzondere waardevermindering, of indicaties dat eerder opgenomen bijzondere waardeverminderingen niet langer gerechtvaardigd zijn. De deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen in de balans omvatten ook de boekwaarde van gerelateerde goodwill.
Elementen uit de jaarrekening van elk van de Groepsentiteiten worden gewaardeerd in de valuta van de primaire economische omgeving waarin de entiteit werkt (de 'functionele valuta'). De geconsolideerde jaarrekening wordt voorgesteld in euro, de functionele valuta van de onderneming en tevens de presentatievaluta van de Groep. De jaarrekeningen van buitenlandse dochterondernemingen worden als volgt omgerekend:
Wisselkoersverschillen die ontstaan bij de omrekening van de nettoinvestering in buitenlandse dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen tegen de slotkoers worden in het eigen vermogen opgenomen onder 'Gecumuleerde omrekeningsverschillen'. Bij verkoop van buitenlandse entiteiten worden de betreffende gecumuleerde omrekeningsverschillen opgenomen in de winst-en-verliesrekening als deel van de gerealiseerde meer- of minwaarde op de verkoop. In de jaarrekening van de moedervennootschap en haar dochterondernemingen worden alle monetaire activa en verplichtingen in vreemde valuta omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum, wat aanleiding geeft tot nietgerealiseerde wisselresultaten. Alle gerealiseerde en niet-gerealiseerde koerswinsten en -verliezen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen, behalve wanneer zij opgespaard worden in het eigen vermogen als in aanmerking komende kasstroomafdekkingen en afdekkingen van nettoinvesteringen. Goodwill wordt beschouwd als een actief van de overgenomen partij en wordt daarom verwerkt in de valuta van de overgenomen partij en omgerekend tegen de slotkoers.
Immateriële activa verworven in een bedrijfscombinatie worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde; afzonderlijk verworven immateriële activa worden initieel gewaardeerd tegen kostprijs. Na hun initiële opname worden immateriële activa gewaardeerd tegen kostprijs of reële waarde verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en gecumuleerde bijzondere waardeverminderingen. Immateriële activa worden lineair afgeschreven over hun naar best vermogen geschatte gebruiksduur. De afschrijvingsduur en -methode worden elk jaar opnieuw geëvalueerd bij afsluiting van het boekjaar. Een wijziging in de gebruiksduur van een immaterieel actief wordt prospectief verwerkt als een schattingswijziging. Volgens de bepalingen van IAS 38 kunnen immateriële activa een onbepaalde gebruiksduur hebben. Indien de gebruiksduur van een immaterieel actief niet kan worden bepaald, wordt er geen afschrijving opgenomen en wordt het actief minstens jaarlijks geëvalueerd met het oog op een bijzondere waardevermindering.
Uitgaven voor aangekochte licenties, patenten, handelsmerken en soortgelijke rechten worden geactiveerd en lineair afgeschreven over de contractuele looptijd, indien van toepassing, of over de geschatte gebruiksduur, die gewoonlijk ingeschat wordt op hoogstens 10 jaar.
Uitgaven met betrekking tot aankoop, ontwikkeling of onderhoud van computersoftware worden over
het algemeen ten laste van het resultaat genomen op het ogenblik dat ze zich voordoen. Alleen externe uitgaven die rechtstreeks verband houden met de aankoop en implementatie van aangekochte ERP-software worden als immateriële activa opgenomen en lineair afgeschreven over 5 jaar.
Het gebruiksrecht van terreinen wordt opgenomen als immaterieel actief en lineair afgeschreven over de contractuele periode.
Uitgaven voor onderzoeksactiviteiten met het oog op het verwerven van nieuwe wetenschappelijke of technologische kennis of inzichten worden als kosten in de winst-en-verliesrekening opgenomen op het ogenblik dat ze zich voordoen.
Uitgaven voor ontwikkelingsactiviteiten, waarbij onderzoeksresultaten toegepast worden in een plan of ontwerp voor de productie van nieuwe of substantieel verbeterde producten en processen voorafgaand aan commerciële productie of ingebruikname, worden alleen opgenomen in de balans als aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:
Geactiveerde ontwikkelingskosten worden lineair afgeschreven vanaf de start van de commerciële productie van het product over de verwachte duur van de gegenereerde voordelen. De afschrijvingsduur is normaliter hoogstens tien jaar. Een lopend onderzoeks- en ontwikkelingsproject verworven in een bedrijfscombinatie wordt afzonderlijk van goodwill geactiveerd als zijn reële waarde betrouwbaar kan bepaald worden.
Bij gebrek aan IASB-standaarden en -interpretaties betreffende de administratieve verwerking van CO2 emissierechten, heeft de Groep de 'nettobenadering' gebruikt. Deze methode houdt in dat:
opgenomen tegen de reële waarde van de aan te kopen rechten om het tekort aan te vullen op balansdatum.
Overige immateriële activa bevatten voornamelijk klantenlijsten en andere immateriële commerciële activa, zoals merknamen, die afzonderlijk of bij een bedrijfscombinatie verworven werden. Deze worden lineair afgeschreven over hun geschatte gebruiksduur.
Overnames van bedrijven worden verwerkt volgens de overnamemethode. De overgedragen overnamevergoeding in een bedrijfscombinatie wordt gewaardeerd tegen reële waarde, die berekend wordt als de som van de reële waardes op de overnamedatum van de activa afgestaan door de Groep, de verplichtingen opgenomen door de Groep tegenover de vorige eigenaars van de overgenomen activiteit en de participaties afgestaan door de Groep in ruil voor de zeggenschap in de overgenomen partij. Uitgaven in verband met de overname worden opgenomen in het resultaat zodra ze zich voordoen.
De identificeerbare overgenomen activa en opgelopen verplichtingen worden opgenomen tegen hun reële waarde op de overnamedatum. Goodwill wordt bepaald als het verschil tussen:
(ii) het saldo van de identificeerbare overgenomen activa min de opgelopen verplichtingen op de overnamedatum. Indien dit verschil, na een grondige evaluatie, negatief blijkt ('negatieve goodwill'), dan wordt het onmiddellijk in het resultaat opgenomen als een opbrengst uit een voordelige aankoop.
Minderheidsbelangen worden initieel gewaardeerd ofwel tegen reële waarde ofwel tegen hun evenredig aandeel in de opgenomen waarde van de identificeerbare nettoactiva van de overgenomen partij. Deze waarderingskeuze kan transactie per transactie gemaakt worden.
Wanneer de overname-vergoeding die de Groep verschuldigd is bij een bedrijfscombinatie voorwaardelijke vorderingen of verplichtingen omvat, wordt de voorwaardelijke vergoeding gewaardeerd tegen haar reële waarde op de overnamedatum en opgenomen in de overnamevergoeding voor de bedrijfscombinatie. Latere wijzigingen in reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding worden opgenomen in het resultaat.
Wanneer een bedrijfscombinatie in fasen tot stand komt, wordt het belang dat de Groep voorheen had in de overgenomen partij geherwaardeerd tegen de reële waarde op de overnamedatum (d.i. de datum waarop de Groep de zeggenschap verwerft), en wordt de eventuele opbrengst of last opgenomen in het resultaat. Bedragen met betrekking tot belangen in de overgenomen partij vóór de overnamedatum die voorheen rechtstreeks opgenomen werden in het eigen vermogen, worden overgedragen naar de winst-en-verliesrekening indien dat ook van toepassing zou zijn bij afstoting van de betreffende belangen.
Voor het toetsen op bijzondere waardevermindering wordt goodwill toegewezen aan de kasstroomgenererende eenheden van de Groep waarvan verwacht wordt dat zij voordelen zullen halen uit de synergieën van de bedrijfscombinatie. Kasstroomgenererende eenheden waaraan goodwill is toegewezen, worden jaarlijks getoetst op bijzondere waardeverminderingen. Dit gebeurt ook tussentijds wanneer er aanwijzingen zijn dat de boekwaarde van de eenheid hoger zou kunnen zijn dan de realiseerbare waarde. Indien de realiseerbare waarde van een kasstroomgenererende eenheid lager is dan haar boekwaarde, wordt de bijzondere waardevermindering eerst in mindering gebracht van de boekwaarde van de goodwill die aan de kasstroomgenererende eenheid werd toegewezen. Daarna wordt de bijzondere waardevermindering toegewezen aan de andere vaste activa die tot de eenheid behoren, evenredig met hun boekwaarde. Wanneer een bijzondere waardevermindering voor goodwill eenmaal is opgenomen, wordt deze in een latere periode niet teruggenomen.
De Groep heeft geopteerd voor het historischekostprijsmodel en niet voor het herwaarderingsmodel. Afzonderlijk verworven materiële vaste activa worden initieel gewaardeerd tegen kostprijs. Materiële vaste activa verworven in een bedrijfscombinatie worden initieel gewaardeerd tegen hun reële waarde, die vanaf dan geldt als hun kostprijs. Na hun initiële opname worden materiële vaste activa gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De kostprijs omvat alle directe kosten en uitgaven die opgelopen werden om het actief op de locatie en in de staat te brengen die noodzakelijk is om op de beoogde wijze te functioneren. Financieringskosten die direct toewijsbaar zijn aan de verwerving, bouw of productie van een in aanmerking komend actief worden geactiveerd als deel van de kost van dat actief. Materiële vaste activa worden lineair afgeschreven over hun verwachte gebruiksduur, naargelang van hun categorie.
De gebruiksduur en de afschrijvingsmethode worden minstens op het einde van elk boekjaar opnieuw geëvalueerd. Tenzij herzien ten gevolge van specifieke wijzigingen in de verwachte
gebruiksduur, worden volgende jaarlijkse afschrijvingspercentages toegepast:
| - terreinen | 0% |
|---|---|
| - gebouwen | 5% |
| - installaties, machines | |
| en uitrusting | 8%-25% |
| - testapparatuur voor | |
| onderzoek en ontwikkeling | 16,7%-25% |
| - meubilair en rollend materieel | 20% |
| - computermaterieel | 25% |
Activa aangehouden via financiële lease worden afgeschreven over hun verwachte gebruiksduur op dezelfde basis als activa in eigendom of – indien korter – over de relevante leaseperiode. Als de boekwaarde van een actief hoger is dan de geschatte realiseerbare waarde, wordt het onmiddellijk afgeschreven tot op de realiseerbare waarde (zie paragraaf over 'Bijzondere waardevermindering van activa'). Meer- en minwaarden bij de realisatie van vaste activa worden opgenomen in het bedrijfsresultaat.
Lease-overeenkomsten die aan de Groep vrijwel alle aan de eigendom van een actief verbonden risico's en voordelen overdragen, worden geclassificeerd als financiële lease. Materiële vaste activa verworven via een financiële lease worden in de balans opgenomen tegen hun reële waarde bij de aanvang van de lease-overeenkomst, of – indien deze lager is – tegen de contante waarde van de minimale leasebetalingen op het tijdstip van het aangaan van de lease-overeenkomst, verminderd met de gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De disconteringsvoet die gebruikt wordt bij de berekening van de contante waarde van de minimale leasebetalingen is de impliciete rentevoet van de lease-overeenkomst. Als deze niet kan achterhaald worden, wordt de marginale rentevoet van de onderneming gebruikt. Initiële directe kosten worden mee geactiveerd. Leasebetalingen worden opgesplitst in rentelasten en aflossingen van de uitstaande verplichting. Gedurende de leaseperiode worden de rentelasten aan elke periode toegerekend op een manier die resulteert in een constante periodieke rentevoet op het resterende saldo van de verplichting voor elke periode. Een financiële lease-overeenkomst geeft aanleiding tot zowel een afschrijvingslast voor het actief als een rentelast in elke periode. De afschrijvingsregels voor geleasede activa zijn consistent met deze voor activa in eigendom.
Lease-overeenkomsten waarbij alle wezenlijke risico's en voordelen inherent aan de eigendom bij de leasinggever berusten worden als operationele lease-overeenkomsten geclassificeerd. Bij een operationele lease worden de leasebetalingen als kosten opgenomen en lineair gespreid over de leaseperiode. De totale waarde van de kortingen of voordelen toegestaan door de leasinggever wordt in mindering gebracht van de leasekosten en lineair gespreid over de leaseperiode. Inrichtingskosten van gebouwen onder operationele lease worden afgeschreven over de geschatte gebruiksduur of – indien korter – over de relevante leaseperiode.
Investeringssubsidies met betrekking tot de aankoop van materiële vaste activa worden in mindering gebracht van de kostprijs van deze activa. Zij worden in de balans opgenomen tegen hun verwachte waarde op het ogenblik van de initiële goedkeuring en – indien nodig – achteraf gecorrigeerd bij de definitieve toekenning. De subsidie wordt afgeschreven over dezelfde periode als de materiële vaste activa waarvoor de subsidie werd verkregen.
De Groep classificeert zijn financiële activa in volgende categorieën: tegen reële waarde via het resultaat, leningen en vorderingen en beschikbaar voor verkoop. De classificatie hangt af van de bedoeling waarmee de financiële activa werden aangeschaft. Het management legt de classificatie van financiële activa vast bij hun initiële opname.
Financiële activa worden geclassificeerd als tegen reële waarde via het resultaat als ze aangehouden worden voor handelsdoeleinden. Financiële activa tegen RWVR worden gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij alle daaruit voortvloeiende baten of lasten in het resultaat opgenomen worden. Een financieel actief wordt in deze categorie ondergebracht als het voornamelijk aangeschaft werd om het op korte termijn te verkopen. Derivaten behoren ook tot de categorie tegen RWVR, tenzij ze aangemerkt werden en effectief zijn als afdekking.
Leningen en vorderingen zijn niet-afgeleide financiële instrumenten met vaste of bepaalbare betalingen die niet genoteerd worden in een actieve markt. Tot de categorie leningen en vorderingen van de Groep behoren – tenzij anders vermeld – volgende balanselementen: handelsvorderingen en overige vorderingen, ontvangen bankwissels, geldbeleggingen, geldmiddelen en kasequivalenten. Leningen en vorderingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieverentemethode, na aftrek van bijzondere waardeverminderingen.
Betaling door middel van bankwissels is een wijdverbreide praktijk in China. Ontvangen bankwissels worden ofwel geïnd op de vervaldag, ofwel verdisconteerd voor de vervaldag, ofwel doorgegeven aan een leverancier als betaling van een schuld. Verdisconteren gebeurt ofwel met, ofwel zonder verhaal. Met verhaal betekent dat de verdisconterende bank terugbetaling kan eisen indien de uitgever zijn verplichting niet nakomt. Wanneer een bankwissel verdisconteerd wordt met verhaal, wordt het ontvangen bedrag niet afgeboekt van de uitstaande ontvangen bankwissels, maar wordt een verplichting opgezet onder 'rentedragende schulden op ten hoogste een jaar' tot de vervaldag van de wissel.
Kasequivalenten en geldbeleggingen zijn kortlopende beleggingen die onmiddellijk kunnen worden omgezet in geldmiddelen waarvan het bedrag gekend is. Zij houden geen significant risico op waardeverandering in. Kasequivalenten zijn in hoge mate liquide en hebben een oorspronkelijke looptijd van hoogstens drie maanden, terwijl geldbeleggingen een oorspronkelijke looptijd van meer dan drie maanden en ten hoogste een jaar hebben.
Vaste activa beschikbaar voor verkoop omvatten deelnemingen in entiteiten die niet in de eerste plaats aangeschaft werden om ze op korte termijn te verkopen, en die noch integraal, noch volgens de equity-methode geconsolideerd worden. Activa in deze categorie worden gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij alle daaruit voortvloeiende baten en lasten rechtstreeks in het eigen vermogen worden opgenomen. Bij een bijzondere waardevermindering wordt het gecumuleerd verlies overgeboekt van het eigen vermogen naar de winst-en-verliesrekening. Zij worden echter tegen kostprijs gewaardeerd als er geen prijsnotering in een actieve markt voorhanden is en als hun reële waarde niet op een betrouwbare manier bepaald kan worden met behulp van alternatieve waarderingsmethoden.
Financiële activa, behalve deze tegen RWVR, worden getoetst op bijzondere waardevermindering wanneer er hiervoor objectieve aanwijzingen zijn. Een aanzienlijke of langdurige daling van de reële waarde van een belegging in een eigenvermogensinstrument beneden de kostprijs vormt een objectieve aanwijzing voor een bijzondere waardevermindering. De Groep beschouwt elke daling van meer dan 30% beneden de kostprijs als aanzienlijk en elke daling die langer dan een jaar aanhoudt als langdurig. Wanneer een daling in reële waarde van een financieel actief beschikbaar voor verkoop in andere elementen van het resultaat werd opgenomen en er objectieve aanwijzingen zijn van bijzondere waardevermindering van het actief, wordt het gecumuleerd verlies dat opgenomen werd in andere elementen van het resultaat geherclassificeerd van eigen vermogen naar de winst-en-verliesrekening als een bijzondere waardevermindering. Bijzondere
waardeverminderingen op financiële activa beschikbaar voor verkoop worden nooit teruggenomen via de winst-en-verliesrekening. Voor handelsvorderingen en ontvangen bankwissels worden oninbaar geachte bedragen op elke balansdatum afgeschreven tegenover de betreffende provisierekening. Zowel toevoegingen aan deze provisierekening als terugnames worden gerapporteerd onder 'commerciële kosten' in de winst-en-verliesrekening.
Voorraden worden gewaardeerd tegen kostprijs of tegen opbrengstwaarde indien deze lager is. De kostprijs wordt bepaald volgens de FIFO-methode (first-in, first-out). Van geproduceerde voorraden omvat de kostprijs alle directe en indirecte productiekosten die nodig zijn om de goederen tot hun afwerkingsstadium op balansdatum te brengen. De opbrengstwaarde staat gelijk met de geschatte verkoopprijs in normale marktomstandigheden, verminderd met de kosten die nodig zijn voor afwerking en verkoop.
Bij inkoop van eigen aandelen wordt de aanschaffingsprijs, samen met de direct toewijsbare transactiekosten, opgenomen als een wijziging van het eigen vermogen. Ingekochte eigen aandelen worden in de balans gerapporteerd als een vermindering van het eigen vermogen. Bij annulering of verkoop van eigen aandelen wordt het transactieresultaat opgenomen in de overgedragen resultaten.
De minderheidsbelangen vertegenwoordigen het aandeel van de minderheidsaandeelhouders in het eigen vermogen van dochterondernemingen waarin de Groep niet de volle 100% bezit. Minderheidsbelangen worden op de overnamedatum gewaardeerd ofwel tegen hun reële waarde ofwel tegen het evenredig belang van de minderheidsaandeelhouders in de reële waarde van de opgenomen nettoactiva bij verwerving van een dochteronderneming (bedrijfscombinatie). Nadien wordt hun waarde aangepast voor hun evenredig deel in latere winsten of verliezen. De verliezen die toewijsbaar zijn aan minderheidsaandeelhouders in een geconsolideerde dochteronderneming kunnen groter zijn dan hun aandeel in het eigen vermogen van de dochteronderneming. Een evenredig deel van het volledig perioderesultaat wordt toegewezen aan de minderheidsbelangen, ook al wordt het saldo van de minderheidsbelangen daardoor negatief.
Voorzieningen worden opgenomen in de balans indien de Groep op balansdatum een wettelijke of feitelijke verplichting heeft als gevolg van een
gebeurtenis in het verleden, waarvoor het waarschijnlijk nodig zal zijn middelen te besteden die economische voordelen inhouden die op een betrouwbare manier geschat kunnen worden. Elke voorziening is gebaseerd op de beste schatting van de uitgave die nodig is om aan de bestaande verplichting te voldoen op de balansdatum. Indien aangewezen, worden voorzieningen verdisconteerd.
Een voorziening voor herstructurering wordt enkel opgenomen wanneer de Groep een gedetailleerd en formeel herstructureringsplan heeft goedgekeurd en de herstructurering ofwel werd aangevat, ofwel publiekelijk werd aangekondigd vóór balansdatum. Voorzieningen voor herstructurering omvatten enkel uitgaven die een rechtstreeks gevolg zijn van de herstructurering en geen verband houden met het voortzetten van de activiteiten van de entiteit.
Voorzieningen voor bodemsanering met betrekking tot vervuilde terreinen worden opgenomen overeenkomstig het door de Groep gepubliceerde milieubeleid en de vigerende wettelijke bepalingen.
De moedervennootschap en verschillende van haar dochterondernemingen voorzien in pensioen-, overlijdens- en gezondheidszorgregelingen ten gunste van een belangrijk deel van hun werknemers.
De meeste pensioenregelingen zijn van het type 'toegezegd-pensioen', en de voordelen zijn afhankelijk van het aantal jaren dienst en het verloningsniveau. Bij toegezegdpensioenregelingen komt het in de balans opgenomen bedrag (de nettoverplichting of -vordering) overeen met de contante waarde van de brutoverplichting, verminderd met de reële waarde van de fondsbeleggingen. De contante waarde van de brutoverplichting van een toegezegdpensioenregeling is de contante waarde, vóór aftrek van de fondsbeleggingen, van de verwachte toekomstige betalingen die vereist zijn om de verplichting af te wikkelen die resulteert uit het dienstverband van de werknemer in de lopende periode en in voorgaande perioden. Voor toegezegdpensioenregelingen worden de contante waarde van de brutoverplichting en de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten en eventuele pensioenkosten van verstreken diensttijd berekend volgens de projected unit credit-methode. De disconteringsvoet komt overeen met het rendement op balansdatum op hoogwaardige bedrijfsobligaties met een resterende looptijd die vergelijkbaar is met deze van de verplichtingen van de Groep. Wanneer de reële waarde van de fondsbeleggingen groter is dan de contante waarde van de brutoverplichting, wordt de op te nemen nettovordering begrensd tot een maximumbedrag
(de asset ceiling). Het maximumbedrag komt overeen met de contante waarde van de economische voordelen die beschikbaar zijn in de vorm van terugbetalingen of verminderingen van toekomstige bijdragen tot de regeling. De nettorente op de nettoverplichting / nettovordering is gebaseerd op dezelfde disconteringsvoet. Actuariële winsten en verliezen omvatten ervaringsaanpassingen (de gevolgen van verschillen tussen de voorgaande actuariële veronderstellingen en wat zich werkelijk voorgedaan heeft) en de gevolgen van wijzigingen in actuariële veronderstellingen. Pensioenkosten van verstreken diensttijd vertegenwoordigen de wijziging in de contante waarde van de brutoverplichting voor prestaties die in voorgaande perioden door werknemers zijn verricht, en die in de verslagperiode resulteren uit planwijzigingen of inperkingen. Pensioenkosten van verstreken diensttijd worden onmiddellijk opgenomen via het resultaat. Herwaarderingen van de nettoverplichting (vordering) omvatten (a) actuariële winsten en verliezen, (b) het rendement op de fondsbeleggingen, na aftrek van de bedragen die opgenomen werden in de nettorente op de nettoverplichting (vordering) en (c) wijzigingen in het effect van de asset ceiling, na aftrek van bedragen die al vervat zitten in de nettorente op de nettoverplichting (vordering). Herwaarderingen worden onmiddellijk opgenomen via het eigen vermogen. Een afwikkeling is een transactie die alle verdere wettelijke of feitelijke verplichtingen wegneemt voor alle voordelen of een gedeelte van de voordelen voorzien door de toegezegdpensioenregeling, voor zover het niet gaat om een uitkering van voordelen aan, of in naam van, werknemers die beschreven is in de beschikkingen van de regeling en vervat zit in de actuariële veronderstellingen.
In de winst-en-verliesrekening worden de pensioenkosten zowel van het dienstjaar als van verstreken diensttijd, met inbegrip van winsten of verliezen uit afwikkelingen, opgenomen in het bedrijfsresultaat (EBIT), terwijl de nettorente op de nettoverplichting (vordering) in de rentelasten wordt opgenomen, als rentegedeelte van rentedragende voorzieningen. Brugpensioenregelingen in België en gezondheids-zorgregelingen in de Verenigde Staten worden ook verwerkt als toegezegdpensioenregelingen.
Verplichtingen aangaande bijdragen tot toegezegdebijdragenregelingen worden ten laste van de winst-en-verliesrekening genomen op het ogenblik dat zij ontstaan. In België legt de Belgische pensioenwetgeving een minimumrendement op. Tot voor 2015 werden toegezegdebijdragenregelingen in België in wezen verwerkt als toegezegdebijdragenregelingen. De nieuwe wetgeving die van kracht werd in december 2015 bracht de verplichte kwalificatie als toegezegdpensioenregeling met zich, waardoor er per jaareinde 2016 een actuariële waardering werd uitgevoerd.
Andere langetermijnpersoneelsbeloningen zoals jubileumpremies worden verwerkt volgens de projected unit credit-methode. De boekhoudkundige verwerking verschilt echter met die van de vergoedingen na uitdiensttreding, omdat actuariële winsten en verliezen onmiddellijk opgenomen worden via het resultaat.
De Groep kent op aandelen gebaseerde, in eigenvermogensinstrumenten en in geldmiddelen afgewikkelde betalingen toe aan bepaalde werknemers. De aandelenoptieplannen, het prestatieaandelenplan en het personal shareholding requirement plan die werknemers van de Groep het recht toekennen om aandelen te verwerven van NV Bekaert SA zijn van het type 'in eigenvermogensinstrumenten afgewikkeld'.
prestatieaandeeleenheden zijn van het type 'in geldmiddelen afgewikkeld', omdat ze aan de werknemers van de Groep een bonus in geldmiddelen toekennen waarvan het bedrag afhankelijk is van de koers van het Bekaertaandeel op de Euronextbeurs.
In eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen worden opgenomen tegen reële waarde op de toekenningsdatum (zonder rekening te houden met het effect van niet-marktgerelateerde toezeggingsvoorwaarden). De reële waarde op de toekenningsdatum van in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen wordt ten laste genomen van het resultaat met daartegenover een toename van het eigen vermogen. De reële waarde wordt lineair afgeschreven over de wachtperiode tot de definitieve toezegging, gebaseerd op het geschatte aantal aandelenopties van de Groep dat uiteindelijk zal toegezegd worden, en aangepast voor het effect van niet-marktgerelateerde toezeggingsvoorwaarden.
In geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen worden opgenomen als verplichtingen tegen hun reële waarde, die op elke balansdatum en op de datum van afwikkeling herbepaald wordt. Wijzigingen in de reële waarde worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening.
De Groep gebruikt een binomiaal model om de reële waarde van op aandelen gebaseerde betalingen te bepalen.
Rentedragende schulden omvatten financiële verplichtingen en leningen die initieel opgenomen worden tegen de reële waarde van de ontvangen geldmiddelen, na aftrek van transactiekosten. Later worden ze aangehouden tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieverentemethode.
Verschillen tussen het ontvangen bedrag (na aftrek van transactiekosten) en het terug te betalen bedrag op de vervaldatum worden in de winst-enverliesrekening opgenomen tijdens de duur van de verplichting. Indien financiële verplichtingen afgedekt zijn met behulp van derivaten die als reëlewaardeafdekking worden aangemerkt, worden de afdekkingsinstrumenten gewaardeerd tegen reële waarde en wordt de waardering van de afgedekte posities aangepast voor reëlewaardewijzigingen ten gevolge van het afgedekte risico (zie grondslagen voor financiële verslaggeving over derivaten en afdekking).
Handelsschulden en overige vlottende verplichtingen – met uitzondering van derivaten – worden gewaardeerd tegen kostprijs, die overeenkomt met de reële waarde van de te betalen vergoeding.
Winstbelastingen worden ingedeeld in actuele en uitgestelde belastingen. Actuele belastingen omvatten de verwachte, over de verslagperiode verschuldigde belastingen en aanpassingen aan de belastingen van vorige jaren. Uitgestelde belastingen worden volgens de balansmethode berekend op tijdelijke verschillen tussen enerzijds de belastingbasis van activa en verplichtingen en anderzijds hun nettoboekwaarde. Uitgestelde belastingen worden gewaardeerd tegen de belastingtarieven die naar verwachting van toepassing zullen zijn op de belastbare winst in de periode waarin de tijdelijke verschillen gerealiseerd of afgerekend zullen worden, op basis van de belastingtarieven die wettelijk vastliggen of zo goed als vastgelegd zijn op de balansdatum. Uitgestelde belastingvorderingen worden opgenomen in de mate dat het waarschijnlijk is dat er voldoende belastbare winst zal gerealiseerd worden waartegen de tijdelijke verschillen afgezet kunnen worden; dit criterium wordt op elke balansdatum opnieuw geëvalueerd. Uitgestelde belastingen worden ook berekend voor tijdelijke verschillen op deelnemingen in dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen, behalve in het geval dat de Groep kan beslissen over het tijdstip waarop het tijdelijk verschil teruggedraaid wordt en het onwaarschijnlijk is dat het tijdelijk verschil teruggedraaid wordt in de nabije toekomst.
De Groep gebruikt derivaten om valuta- en renterisico's af te dekken die voortvloeien uit bedrijfs-, financierings- en investeringsactiviteiten. Het nettorisico van alle dochterondernemingen van de Groep wordt centraal beheerd door de Groepsdienst Thesaurie in overeenstemming met de doelstellingen en regels die door het management vastgelegd werden. Het is de politiek
van de Groep om geen speculatieve transacties of transacties met een hefboomeffect aan te gaan.
Derivaten worden initieel opgenomen en ook nadien gewaardeerd tegen reële waarde. De reële waarde van verhandelde derivaten is hun marktwaarde. Indien er geen marktwaarde beschikbaar is, wordt de reële waarde berekend op basis van gekende financiële waarderingsmodellen, gebaseerd op relevante marktkoersen op de balansdatum.
De Groep past hedge accounting toe in overeenstemming met IAS 39 om de volatiliteit in de winsten-verliesrekening te beperken. Afhankelijk van de aard van het afgedekte risico wordt een onderscheid gemaakt tussen reëlewaardeafdekkingen, kasstroomafdekkingen en afdekkingen van netto-investeringen in buitenlandse entiteiten.
Reëlewaardeafdekkingen zijn afdekkingen van het risico van veranderingen in de reële waarde van opgenomen activa en verplichtingen. De derivaten die aangemerkt werden als reëlewaardeafdekkingen worden gewaardeerd tegen reële waarde, en de waardering van hun afgedekte posities (activa of verplichtingen) wordt aangepast voor wijzigingen in reële waarde ten gevolge van het afgedekte risico. De overeenkomstige veranderingen in reële waarde worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening. Wanneer een afdekking niet langer zeer effectief blijkt, wordt de hedge accounting stopgezet en wordt de aanpassing aan de boekwaarde van het afgedekte rentedragende financieel instrument gradueel opgenomen in de winst-en-verliesrekening tot op de vervaldag van de afgedekte positie.
Kasstroomafdekkingen zijn afdekkingen van de variabiliteit van toekomstige kasstromen die verband houden met opgenomen activa of verplichtingen, zeer waarschijnlijke verwachte toekomstige transacties, of het valutarisico op nietopgenomen vaststaande toezeggingen. Veranderingen in de reële waarde van een afdekkingsinstrument dat voldoet als zeer effectieve kasstroomafdekking worden in het eigen vermogen opgenomen, meer bepaald in de afdekkingsreserve. Het niet-effectieve deel ervan wordt onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Ingeval de afgedekte kasstroom resulteert in de opname van een niet-financieel actief of een niet-financiële verplichting, worden de voorheen in het eigen vermogen opgenomen gecumuleerde winsten en verliezen op het derivaat overgeboekt uit het eigen vermogen en opgenomen in de initiële waardering van de kostprijs of de boekwaarde van het actief of de verplichting. Bij alle andere kasstroomafdekkingen worden de gecumuleerde winsten en verliezen op het derivaat overgeboekt van de afdekkingsreserve naar de winst-en-verliesrekening op het ogenblik dat de afgedekte vaststaande toezegging of de voorziene transactie resulteert in het opnemen van een winst of een verlies. Zodra een afdekking niet langer zeer effectief blijkt, wordt de hedge accounting prospectief stopgezet. In dit geval blijven de gecumuleerde winsten en verliezen op het afdekkingsinstrument opgespaard in het eigen vermogen tot de toegezegde of voorziene
transactie zich voordoet. Wanneer verwacht wordt dat een voorziene transactie zich niet meer zal voordoen, worden de gecumuleerde winsten en verliezen overgeboekt van het eigen vermogen naar de winst-en-verliesrekening.
Indien een netto-investering in een buitenlandse entiteit wordt afgedekt, worden alle winsten en verliezen met betrekking tot het effectieve deel van het afdekkingsinstrument, samen met de winsten en verliezen als gevolg van de omrekening van de afgedekte investering, onmiddellijk opgenomen in het eigen vermogen. Winsten en verliezen op het niet-effectieve deel worden onmiddellijk opgenomen in de winst-en-verliesrekening. De gecumuleerde winsten en verliezen als gevolg van de herwaardering van het afdekkingsinstrument die voorheen werden opgenomen in het eigen vermogen en de winsten en verliezen als gevolg van de omrekening van het afgedekte instrument worden enkel opgenomen in de winst-enverliesrekening bij afstoting van de investering.
Om te voldoen aan de vereisten in IAS 39 met het oog op de toepassing van hedge accounting, documenteert de Groep – bij het aangaan van de afdekking – de strategie en het doel van de afdekking, de relatie tussen het financieel instrument dat wordt gebruikt als afdekking en de afgedekte positie, en de verwachte (prospectieve) effectiviteit. De effectiviteit van bestaande afdekkingen wordt elk kwartaal opnieuw beoordeeld. Voor niet-effectieve afdekkingen wordt de hedge accounting onmiddellijk stopgezet.
De Groep maakt ook gebruik van derivaten die niet voldoen aan de voorwaarden voor hedge accounting in IAS 39, maar als effectieve economische afdekkingen fungeren volgens het risicobeheer van de Groep. Wijzigingen in de reële waarde van dergelijke derivaten worden onmiddellijk opgenomen in de winst-en-verliesrekening.
Derivaten besloten in een basiscontract dat geen derivaat is, worden behandeld als afzonderljike derivaten indien zij voldoen aan de definitie van een derivaat, hun risico's en karakteristieken niet nauw verbonden zijn met het basiscontract en het basiscontract niet gewaardeerd is tegen reële waarde via het resultaat.
Goodwill, immateriële activa met een onbepaalde gebruiksduur en immateriële activa die nog niet gebruiksklaar zijn, worden minstens jaarlijks getoetst op bijzondere waardevermindering. Andere materiële en immateriële vaste activa worden getoetst op bijzondere waardevermindering zodra bepaalde gebeurtenissen of gewijzigde omstandigheden erop wijzen dat hun boekwaarde misschien niet meer kan gerealiseerd worden. Een bijzondere waardevermindering wordt opgenomen in de winsten-verliesrekening wanneer en in de mate dat de boekwaarde van een actief hoger is dan zijn realiseerbare waarde (zijnde het hoogste van de
reële waarde min verkoopkosten en de bedrijfswaarde). De reële waarde min verkoopkosten is de te verwachten opbrengst uit een niet-gedwongen verkoop van een actief tussen goed geïnformeerde, onafhankelijke partijen, verminderd met de verkoopkosten. De bedrijfswaarde is de contante waarde van de verwachte kasstromen uit het gebruik van een actief. Realiseerbare waarden worden geraamd voor individuele activa, of – indien dit niet mogelijk is – voor de kleinste kasstroomgenererende eenheid waartoe de activa behoren. Bijzondere waardeverminderingen opgenomen in vroegere boekjaren worden teruggenomen via de winst-en-verliesrekening wanneer er een aanwijzing is dat de vroeger opgenomen bijzondere waardeverminderingen weggevallen of gedaald zijn. Bijzondere waardeverminderingen op goodwill worden echter nooit teruggenomen.
Opbrengsten worden opgenomen als het waarschijnlijk is dat de economische voordelen met betrekking tot een transactie naar de entiteit zullen vloeien en als het bedrag van de opbrengsten op een betrouwbare manier bepaald kan worden. Omzet wordt opgenomen na aftrek van omzetbelastingen en kortingen. Opbrengsten uit de verkoop van goederen worden opgenomen als de levering en ook de volledige overdracht van risico's en voordelen plaatsgevonden heeft. Opbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten in opdracht van derden worden opgenomen in verhouding tot het stadium van afwerking als ze op een betrouwbare manier bepaald kunnen worden. Wanneer het resultaat van een onderhanden project in opdracht van derden niet op een betrouwbare manier geschat kan worden, worden enkel opbrengsten opgenomen ten belope van de kosten die waarschijnlijk gerecupereerd zullen worden. In de periode dat het vast komt te staan dat er een verlies zal ontstaan uit de afwerking van het contract, wordt het volledige bedrag van het geraamde finale verlies ten laste van de winst-enverliesrekening genomen. Er worden geen opbrengsten opgenomen in verband met ruiltransacties indien het gaat om een uitwisseling van gelijkaardige goederen of diensten. Rente wordt opgenomen op een tijdsbasis die het effectieve rendement op het actief weerspiegelt. Royalty's worden opgenomen op basis van het toerekeningsprincipe volgens de bepalingen van de overeenkomst. Dividenden worden opgenomen op het ogenblik dat het recht van de aandeelhouder op ontvangst vastgelegd is.
Om te voldoen aan de ESMA richtlijnen wordt de term 'eenmalige opbrengsten en kosten' niet langer gebruikt. De bedragen die voorheen werden
opgenomen onder deze rubriek, worden nu gerapporteerd als overige bedrijfskosten en opbrengsten. De termen 'EBIT' en 'EBITDA' blijven behouden, terwijl 'REBIT' en 'REBITDA' zijn vervangen door 'EBIT-Onderliggend' en 'EBITDA-Onderliggend'.
Bedrijfsopbrengsten en -kosten in verband met herstructureringen, bijzondere waardeverminderingen, bedrijfscombinaties, afstoting van activiteiten, milieuvoorzieningen of andere gebeurtenissen en transacties die een eenmalig effect hebben, worden uitgesloten uit de 'Onderliggende EBIT(DA)' maatstaven. Herstructureringsprogramma's omvatten voornamelijk ontslagvergoedingen, winsten en verliezen op verkoop en bijzondere waardeverminderingen van activa die betrokken zijn in een sluiting, belangrijke reorganisatie of delocatie van operaties. Indien niet verbonden met herstructureringsprogramma's, worden bijzondere waardeverminderingen enkel bestempeld als eenmalige kosten als zij het gevolg zijn van toetsen op kasstroomgenererende eenheden of van transfers binnen de Groep. Als eenmalige opbrengsten en kosten met betrekking tot bedrijfscombinaties gelden: uitgaven in verband met de overname, negatieve goodwill, winsten en verliezen bij gefaseerde overname, en overboekingen van gecumuleerde omrekeningsverschillen op het belang dat voorheen aangehouden werd. Eenmalige opbrengsten en kosten met betrekking tot afgestoten activiteiten zijn winsten en verliezen op de afstoting van activiteiten die niet als beëindigde bedrijfsactiviteiten in aanmerking komen. Deze afgestoten activiteiten kunnen bestaan uit volledige, of onderdelen (groepen activa die worden afgestoten) van, dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen. Naast milieuprovisies bestaan de overige gebeurtenissen en transacties die een eenmalig effect hebben voornamelijk uit rampen, verkopen van vastgoed en belangrijke rechtszaken. Bekaert is van mening dat de afzonderlijke presentatie van eenmalige opbrengsten en kosten essentieel is voor de lezers van de jaarrekening die vergelijkbare cijfers wensen te analyseren.
Het overzicht van het volledig perioderesultaat presenteert een overzicht van alle opbrengsten en kosten die opgenomen werden hetzij in de winst-enverliesrekening hetzij in het eigen vermogen. Volgens IAS 1 'Presentatie van de jaarrekening' kan een entiteit kiezen voor ofwel één enkel overzicht van het volledig perioderesultaat ofwel twee overzichten, namelijk een winst-en-verliesrekening onmiddellijk gevolgd door een overzicht van het
volledig perioderesultaat. De Groep heeft voor de tweede mogelijkheid geopteerd. Als gevolg van de presentatie van een overzicht van het volledig perioderesultaat beperkt de inhoud van het mutatieoverzicht van het eigen vermogen zich tot wijzigingen die verband houden met het aandeelhouderschap.
Een vast actief, of een groep activa die wordt afgestoten, wordt geclassificeerd als aangehouden voor verkoop wanneer de boekwaarde hoofdzakelijk gerealiseerd zal worden via een verkooptransactie eerder dan door het te blijven gebruiken. Deze voorwaarde is enkel vervuld als de verkoop heel waarschijnlijk geacht wordt en als het actief (of de groep activa die wordt afgestoten) klaar is voor onmiddellijke verkoop in zijn huidige staat. Een beëindigde bedrijfsactiviteit is een component van een entiteit die ofwel afgestoten is ofwel geclassificeerd als aangehouden voor verkoop, een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit of geografisch bedrijfsgebied vertegenwoordigt en zowel operationeel als voor de financiële verslaggeving onderscheiden kan worden van de rest van de entiteit.
Er kan pas sprake zijn van een zeer waarschijnlijke verkoop als de entiteit zich verbonden heeft tot een plan voor de verkoop van het actief (of de groep activa die wordt afgestoten) en als een operationeel plan opgestart is om een koper te vinden en het plan tot een goed einde te brengen. Bovendien moet de verkoop van het actief (of van de groep activa die wordt afgestoten) actief gepromoot worden tegen een redelijke prijs in verhouding tot zijn huidige reële waarde en dient de verkoopovereenkomst naar verwachting afgesloten te worden binnen het jaar na de classificatiedatum. Activa die geclassificeerd zijn als aangehouden voor verkoop worden gewaardeerd tegen reële waarde na aftrek van verkoopkosten als deze lager is dan de boekwaarde. Een eventueel overschot van de boekwaarde tegenover de reële waarde na aftrek van verkoopkosten wordt afgeboekt als een bijzondere waardevermindering. Zodra activa geclassificeerd worden als aangehouden voor verkoop worden ze niet langer afgeschreven. Vergelijkende balansinformatie voor voorgaande perioden wordt niet herwerkt om de nieuwe classificatie in de balans te weerspiegelen.
Voorwaardelijke activa worden niet opgenomen in de balans, maar worden opgenomen in de toelichtingen wanneer een instroom van economische voordelen waarschijnlijk is. Tenzij zij uit een bedrijfscombinatie ontstaan zijn, worden voorwaardelijke verplichtingen niet opgenomen in
de balans maar vermeld in de toelichtingen, tenzij de kans op een verlies gering is.
Gebeurtenissen na balansdatum die bijkomende informatie verschaffen omtrent de situatie van de Onderneming op balansdatum (adjusting events) worden verwerkt in de jaarrekening. Andere gebeurtenissen na balansdatum (non-adjusting events) worden enkel vermeld in de toelichtingen als ze belangrijk geacht worden.
De vergelijkbare informatie over 2015 is herwerkt door:
(a) De toepassing van de verbeteringen aan IAS 19 'Personeelsbeloningen' met ingang vanaf 2016.
De toepasselijke disconteringsvoet voor verplichtingen uit vergoedingen na uitdiensttreding moet worden gebaseerd op valuta's en niet langer op het land. Dit principe moet met terugwerkende kracht worden toegepast door het herwerken van de vergelijkbare periode. De nieuwe standaard heeft een effect op de toegezegdpensioenregelingen in Ecuador, waar een referentie wordt gemaakt naar de USD obligaties, zowel op de brutoverplichting (€ 5,6 miljoen) als op kostenniveau.
De vergelijkbare informatie over 2015 bevat volgende herclassificatie-effecten met betrekking tot:
(b) De richtlijnen van ESMA inzake alternatieve performantiemaatstaven.
De term 'eenmalige opbrengsten en kosten' wordt niet langer gebruikt. De bedragen die in het verleden onder 'eenmalige opbrengsten en kosten' werden gerapporteerd, zijn nu gerapporteerd als onderdeel van de andere bedrijfsopbrengsten en -kosten. 'EBIT' en 'EBITDA' blijven bestaan, terwijl 'REBIT' en 'REBITDA' hernoemd worden tot 'EBIT-Onderliggend' en 'EBITDA-Onderliggend'.
(c) Externe honoraria gerelateerd aan acquisities.
Gelijkaardig aan de behandeling van de honoraria met betrekking tot de desinvestering van een bedrijf, worden de externe honoraria gerelateerd aan acquisities gerapporteerd als andere bedrijfskosten en uitgesloten van Onderliggende EBIT(DA). Dit is niet van toepassing op vergoedingen voor integratieprogramma's van verworven ondernemingen. In dit opzicht werden de rekeningen herwerkt voor een bedrag van € 9,3 miljoen (vermindering van de administratieve kosten).
(d) Toe te rekenen renteopbrengsten en –lasten.
Overeenkomstig IFRS worden financiële activa en verplichtingen, met uitzondering van specifieke categorieën die worden gewaardeerd tegen reële waarde, gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieverentemethode, wat betekent dat de toe te rekenen renteopbrengsten en –lasten zijn inbegrepen. Om de consistentie van de presentatie te verbeteren en te beantwoorden aan de normen, werden de toe te rekenen renteopbrengsten (2015: € 1,6 miljoen) geherclassificeerd (binnen overige vlottende activa) van toe te rekenen opbrengsten naar financiële vorderingen op ten hoogste één jaar. De toe te rekenen rentelasten (2015: € 6,5 miljoen) geherclassifceerd van overige verplichtingen op ten hoogste één jaar naar rentedragende schulden op ten hoogste één jaar. Beide herclassificaties hebben een effect op de nettoschuld.
De IAS 19 herwerkingseffecten worden in het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen voorgesteld als een aanpassing van de openingsbalans. De herwerkingseffecten worden voor andere staten niet voorgesteld in de jaarrekening, maar hieronder samengevat in een beknopt formaat. Er wordt gerefereerd naar een van bovenstaande herwerkingseffecten (a, b, c of d) waar passend.
| 2015 | |||
|---|---|---|---|
| Geconsolideerde winst-en-verliesrekening | 2015 zoals | herwerkings | 2015 |
| in duizend € - Jaar afgesloten per 31 december | gepubliceerd | effecten | herwerkt |
| Kostprijs van verkopen (a) | -3 072 673 | -733 | -3 073 407 |
| Marge op omzet | 598 408 | -733 | 597 674 |
| Administratieve kosten (c) | -150 005 | 9 326 | -140 679 |
| Andere bedrijfsopbrengsten (b) | 17 120 | 68 396 | 85 516 |
| Andere bedrijfskosten (b) + (c) | -21 931 | -80 491 | -102 422 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 220 120 | -733 | 219 386 |
| Eenmalige kosten en opbrengsten (b) | -2 769 | 2 769 | - |
| EBIT - Onderliggend (b) | 222 889 | 8 593 | 231 482 |
| Rentelasten (a) | -70 941 | 183 | -70 758 |
| Resultaat vóór belastingen | 123 953 | -550 | 123 403 |
| Winstbelastingen (a) | -36 387 | 128 | -36 259 |
| Resultaat na belastingen (geconsolideerde ondernemingen) | 105 886 | -422 | 105 464 |
| PERIODERESULTAAT | 105 886 | -422 | 105 464 |
| Toerekenbaar aan | |||
| de Groep | 101 969 | -247 | 101 722 |
| minderheidsbelangen van derden | 3 917 | -176 | 3 742 |
| 2015 | |||
| Winst per aandeel | 2015 zoals | herwerkings | 2015 |
| in € per aandeel | gepubliceerd | effecten | herwerkt |
| Perioderesultaat toerekenbaar aan de Groep | |||
| Basisberekening | 1,826 | -0,004 | 1,822 |
| Na verwateringseffect | 1,819 | -0,004 | 1,814 |
| 2015 | |||
| Geconsolideerd overzicht van het volledig perioderesultaat | 2015 zoals | herwerkings | 2015 |
| in duizend € - Jaar afgesloten per 31 december | gepubliceerd | effecten | herwerkt |
| Perioderesultaat | 105 886 | -422 | 105 464 |
| Andere elementen van het resultaat | |||
| Andere elementen van het resultaat die later geherclassificeerd |
| Andere elementen van het resultaat die later geherclassificeerd | |||
|---|---|---|---|
| kunnen worden naar de winst-en-verliesrekening | |||
| Omrekeningsverschillen | |||
| Omrekeningsverschillen van de periode (a) | -16 463 | -612 | -17 075 |
| Andere elementen van het resultaat die later | |||
| geherclassificeerd kunnen worden naar de winst-en | |||
| verliesrekening, na belastingen | -16 755 | -612 | -17 367 |
| Andere elementen van het resultaat die later niet | |||
| geherclassificeerd kunnen worden naar de winst-en verliesrekening |
|||
| Herwaarderingen van de nettoverplichting m.b.t. | |||
| toegezegdpensioenregelingen (a) | 11 321 | 3 152 | 14 473 |
| Uitgestelde belastingen met betrekking tot andere elementen | |||
| van het resultaat die later niet geherclassificeerd kunnen | |||
| worden naar de winst-en-verliesrekening (a) | 130 | -733 | -603 |
| Andere elementen van het resultaat die later niet | |||
| geherclassificeerd kunnen worden naar de winst-en | |||
| verliesrekening, na belastingen | 11 421 | 2 419 | 13 840 |
| Andere elementen van het resultaat (opgenomen in het eigen | |||
| vermogen) | -5 334 | 1 808 | -3 527 |
| VOLLEDIG PERIODERESULTAAT | 100 552 | 1 385 | 101 937 |
| Toerekenbaar aan | |||
| de Groep | 91 184 | 809 | 91 993 |
| minderheidsbelangen van derden | 9 368 | 576 | 9 944 |
| 2015 | |||
|---|---|---|---|
| Activa per 31 december | 2015 zoals | herwerkings | 2015 |
| in duizend € | gepubliceerd | effecten | herwerkt |
| Vaste activa | |||
| Uitgestelde belastingvorderingen (a) | 131 204 | 1 290 | 132 494 |
| Totaal | 3 881 119 | 1 290 | 3 882 409 |
| 2015 | |||
| Passiva per 31 december | 2015 zoals | herwerkings | 2015 |
| in duizend € | gepubliceerd | effecten | herwerkt |
| Overgedragen resultaten (a) | 1 397 356 | -247 | 1 397 110 |
| Overige Groepsreserves (a) | -76 751 | -2 241 | -78 993 |
| Eigen vermogen toerekenbaar aan de Groep | 1 384 699 | -2 488 | 1 382 211 |
| Minderheidsbelangen (a) | 131 212 | -1 772 | 129 440 |
| Verplichtingen op meer dan een jaar | 1 077 862 | 5 550 | 1 083 412 |
| Voorzieningen voor personeelsbeloningen (a) | 167 131 | 5 550 | 172 681 |
| Verplichtingen op ten hoogste een jaar | 1 287 346 | - | 1 287 346 |
| Rentedragende schulden (d) | 494 714 | 6 510 | 501 224 |
| Overige verplichtingen op ten hoogste een jaar (d) | 71 763 | -6 510 | 65 253 |
| Totaal | 3 881 119 | 1 290 | 3 882 409 |
| Geconsolideerd kasstroomoverzicht in duizend € - Jaar afgesloten per 31 december |
2015 zoals gepubliceerd |
2015 herwerkings effecten |
2015 herwerkt |
|---|---|---|---|
| Bedrijfsactiviteiten | |||
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 220 120 | -733 | 219 386 |
| Posten zonder kasstroomeffect verwerkt in het bedrijfsresultaat (a) | 246 239 | 733 | 246 973 |
| Brutokasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 355 344 | - | 355 344 |
Bij de toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep is het management genoodzaakt om beoordelingen, schattingen en veronderstellingen over de boekwaarde van activa en verplichtingen te maken die niet onmiddellijk beschikbaar zijn uit enigerlei bronnen. Deze beoordelingen, schattingen en veronderstellingen worden voortdurend opnieuw geëvalueerd.
Hierna volgen de cruciale beoordelingen, met uitzondering van deze die bestaan uit schattingen (zie toelichting 3.2. 'Belangrijkste bronnen van schattingsonzekerheden') die een belangrijke invloed hebben op de gerapporteerde bedragen in deze geconsolideerde jaarrekening.
economische wisselkoers, in combinatie met inflatieboekhouding, achtte het management dit de beste keuze om een realistisch beeld van de bijdrage van de Venezolaanse operaties tot de geconsolideerde jaarrekening weer te geven. Sinds de toepassing van de economische wisselkoers op de Venezolaanse operaties neemt het belang van hun bijdrage tot de geconsolideerde financiële cijfers steeds verder af.
Ondanks de politieke en monetaire instabiliteit is het management er in geslaagd om de onderneming operationeel te houden en oordeelde bijgevolg dat het nog steeds de zeggenschap heeft. Per jaareinde 2016 bedroegen de gecumuleerde omrekeningsverschillen € -54,7 miljoen die, bij verlies van de zeggenschap, zouden overgeboekt worden naar de winst-en-verliesrekening.
rechtsgebieden voeren geregeld belastingcontroles uit die kunnen leiden tot belastingbetwistingen. Hoewel de uitkomst van dergelijke belastingcontroles onzeker is, is het management ervan overtuigd dat Bekaert, op basis van een globale evaluatie van potentiële belastingverplichtingen, voldoende belastingverplichtingen opgenomen heeft in haar geconsolideerde jaarrekening.
Hierna volgt een overzicht van de belangrijkste veronderstellingen omtrent de toekomst en de belangrijkste andere bronnen van schattingsonzekerheden op het einde van de verslagperiode die een risico inhouden op beduidende aanpassingen aan de boekwaarden van activa en verplichtingen in de komende verslagperiode.
met de inningsachterstand, de betalingshistoriek en de afdekkingsgraad van kredietrisico's. Specifieke en algemene provisies voor dubieuze debiteuren worden opgenomen op basis van beste schattingen door het management op de balansdatum (zie toelichting 6.7. 'Operationeel werkkapitaal').
gebaseerd op schattingen en
waarderingsmodellen van derden, bijvoorbeeld voor voorwaardelijke verplichtingen en immateriële activa die niet in de balans van de overgenomen partij opgenomen waren. Vaak worden interne maatstaven gebruikt voor het waarderen van specifieke productie-uitrusting. Bij elk van deze waarderingsmethoden worden assumpties gebruikt zoals verwachte toekomstige kasstromen, resterende gebruiksduur enz.
geschatte reële waarde beïnvloeden. Het gaat hier om de conversieoptie inherent aan de converteerbare obligatie uitgegeven in juni 2016 en de put-optie toegekend aan Maccaferri voor hun minderheidsbelangen in Bekaert Maccaferri Underground Solutions BVBA.
De Groep gebruikt in principe een geografische segmentatie, aangezien dit de beste manier is om de aard en de financiële prestaties van de business in zijn totaliteit te evalueren. De segmentatie reflecteert het belang van de regio's voor de globale groeistrategie van de Groep. De regionale activiteiten van de Groep worden typisch gekenmerkt door gemeenschappelijke cost drivers, een productassortiment dat gericht is op de behoeften van de regionale industrie en specifieke distributiekanalen. Zij onderscheiden zich van elkaar op het vlak van politieke, economische en valutarisico's, in termen van geografische markttrends en groeipatronen. Deze segmentatie wint nog aan relevantie doordat de Groep de overgrote meerderheid van zijn producten verkoopt binnen de regio waar zij geproduceerd worden.
Naast de vier regionale segmenten werd de nieuw opgerichte Bridon-Bekaert Ropes Group (BBRG) aangemerkt als een afzonderlijk te rapporteren segment in overeenstemming met IFRS 8 'Operationele segmenten', omdat zijn financiële informatie geregeld besproken wordt door het belangrijkste beslissingsorgaan van de Groep teneinde middelen toe te wijzen en prestaties te evalueren.
Met ingang van 2016 worden de volgende vijf segmenten gepresenteerd:
Omdat de fusie afgerond werd op 28 juni 2016, droeg de nieuwe gefusioneerde Bridon business maar voor een half jaar bij tot de bedrijfsresultaten van 2016.
De cijfers van vorig jaar werden herwerkt: alle elementen met betrekking tot Bekaerts bestaande advanced cords en globale kabelactiviteiten werden uitgelicht uit hun respectieve regionale segmenten en worden nu gepresenteerd onder BBRG.
Enkel de elementen van het kapitaalgebruik (immateriële activa, goodwill, materiële vaste activa en de elementen van het operationeel werkkapitaal) worden toegewezen aan de verscheidene segmenten. Alle andere activa en verplichtingen worden gerapporteerd als 'niet-toegewezen activa en verplichtingen'. 'Groep & Business support' omvat voornamelijk de functionele eenheid groepstechnologie en niet-doorgerekende kosten voor groepsmanagement en -diensten; het is geen rapporteerbaar segment op zich. De geografische segmentatie is gebaseerd op de lokalisatie van de Bekaert-entiteiten en niet op de lokalisatie van hun klanten. Omdat Bekaert als strategie heeft om zo dicht mogelijk bij de klanten te gaan produceren, worden de meeste klanten bediend door Bekaert-entiteiten in hun eigen regio. Eventuele verkopen tussen segmenten gebeuren tegen prijzen die beantwoorden aan het arm's length principe. Intersegment eliminaties omvatten voornamelijk eliminaties van vorderingen en schulden, en de marge eliminaties op de overdracht van vaste activa en goederen en de bijbehorende aanpassingen aan afschrijvingen en waardeverminderingen.
| Groep & | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2016 in duizend € |
EMEA | Noord Amerika |
Latijns Amerika |
Pacifisch Azië |
Business support |
BBRG | Intersegment eliminaties |
Geconsoli deerd |
| Netto-omzet | 1 148 308 | 512 331 | 681 834 | 1 052 364 | - | 320 380 | - | 3 715 217 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 135 527 | 26 043 | 66 599 | 100 431 | -63 438 | -8 699 | 3 191 | 259 654 |
| EBIT - Onderliggend | 140 660 | 26 009 | 66 851 | 119 204 | -64 209 | 13 247 | 3 190 | 304 952 |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen |
57 863 | 12 903 | 21 839 | 101 598 | 3 142 | 21 103 | -14 531 | 203 917 |
| Bijzondere waardeverminderingen | 390 | 20 | -236 | 17 247 | -40 | 481 | - | 17 862 |
| EBITDA | 193 780 | 38 966 | 88 202 | 219 276 | -60 336 | 12 885 | -11 340 | 481 433 |
| Activa van het segment | 881 478 | 299 775 | 464 210 | 1 114 595 | 175 997 | 613 364 | -198 624 | 3 350 795 |
| Niet-toegewezen activa | 953 518 | |||||||
| Totaal activa | 4 304 313 | |||||||
| Verplichtingen van het segment | 239 944 | 62 482 | 117 657 | 179 051 | 115 450 | 91 507 | -105 240 | 700 851 |
| Niet-toegewezen verplichtingen | 2 005 569 | |||||||
| Totaal verplichtingen | 2 706 420 | |||||||
| Kapitaalgebruik | 641 534 | 237 293 | 346 553 | 935 544 | 60 547 | 521 857 | -93 384 | 2 649 944 |
| Gewogen gemiddeld kapitaalgebruik | 637 681 | 222 428 | 402 515 | 976 001 | 57 042 | 384 935 | -94 896 | 2 585 706 |
| ROCE 1 | 21,3% | 11,7% | 16,5% | 10,3% | - | -2,3% | - | 10,0% |
| Investeringsuitgaven materiële vaste activa |
51 745 | 20 848 | 14 349 | 58 814 | 10 028 | 13 944 | -11 199 | 158 529 |
| Investeringsuitgaven immateriële activa |
1 779 | - | 1 315 | 850 | 2 053 | 48 | -90 | 5 955 |
| Aandeel in het resultaat van joint ventures en geassocieerde ondernemingen |
- | - | 25 445 | - | - | - | - | 25 445 |
| Deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen |
- | - | 146 582 | - | - | - | - | 146 582 |
| Aantal personeelsleden (einde jaar) 2 | 6 552 | 1 293 | 3 827 | 9 494 | 1 800 | 2 494 | - | 25 460 |
| 2015 geherdefinieerd 3 | Groep & | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| in duizend € | EMEA | Noord Amerika |
Latijns Amerika |
Pacifisch Azië |
Business support |
BBRG | Intersegment eliminaties |
Geconsoli deerd |
| Netto-omzet | 1 173 786 | 527 567 | 711 617 | 1 018 896 | - | 239 215 | - | 3 671 081 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 134 987 | 27 367 | 45 372 | 57 876 | -79 170 | 28 736 | 4 218 | 219 386 |
| EBIT - Onderliggend | 128 440 | 13 706 | 45 965 | 69 240 | -59 444 | 29 357 | 4 218 | 231 482 |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen |
55 105 | 10 460 | 23 588 | 109 164 | 10 700 | 13 831 | -14 447 | 208 401 |
| Bijzondere waardeverminderingen | 72 | - | 426 | 12 487 | -62 | 339 | - | 13 262 |
| Negatieve goodwill | - | - | - | -340 | - | - | - | -340 |
| EBITDA | 190 164 | 37 827 | 69 386 | 179 187 | -68 532 | 42 906 | -10 229 | 440 709 |
| Activa van het segment | 847 842 | 269 556 | 508 513 | 1 167 900 | 147 901 | 278 351 | -186 236 | 3 033 827 |
| Niet-toegewezen activa | 848 582 | |||||||
| Totaal activa | 3 882 409 | |||||||
| Verplichtingen van het segment | 214 016 | 61 926 | 110 076 | 160 434 | 94 560 | 34 308 | -89 852 | 585 468 |
| Niet-toegewezen verplichtingen | 1 785 290 | |||||||
| Totaal verplichtingen | 2 370 758 | |||||||
| Kapitaalgebruik | 633 826 | 207 630 | 398 437 | 1 007 466 | 53 341 | 244 043 | -96 384 | 2 448 359 |
| Gewogen gemiddeld kapitaalgebruik | 665 260 | 195 323 | 413 848 | 1 063 938 | 68 484 | 233 562 | -108 139 | 2 532 276 |
| ROCE 1 | 20,3% | 14,0% | 11,0% | 5,4% | - | 12,3% | - | 8,7% |
| Investeringsuitgaven materiële vaste activa |
44 698 | 46 425 | 18 288 | 42 584 | 4 770 | 26 290 | -12 353 | 170 702 |
| Investeringsuitgaven immateriële activa |
3 783 | - | 439 | 439 | 1 145 | 62 | - | 5 868 |
| Aandeel in het resultaat van joint ventures en geassocieerde ondernemingen |
- | - | 24 268 | -5 948 | - | - | - | 18 320 |
| Deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen |
- | - | 114 119 | - | - | - | - | 114 119 |
| Aantal personeelsleden (einde jaar) 2 | 6 459 | 1 276 | 3 995 | 8 954 | 1 731 | 1 251 | - | 23 666 |
1 ROCE: Bedrijfsresultaat (EBIT) in verhouding tot gewogen gemiddeld kapitaalgebruik (Return on Capital Employed).
2 Aantal personeelsleden: voltijdse equivalenten.
3 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.
| Groep & | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2015 zoals gerapporteerd in duizend € |
EMEA | Noord Amerika |
Latijns Amerika |
Pacifisch Azië |
Business support |
Intersegment eliminaties |
Geconsoli deerd |
| Netto-omzet | 1 227 350 | 593 013 | 764 464 | 1 086 254 | - | - | 3 671 081 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 144 937 | 33 216 | 45 206 | 70 912 | -79 169 | 5 018 | 220 120 |
| EBIT - Onderliggend | 138 963 | 19 604 | 45 799 | 82 275 | -68 770 | 5 018 | 222 889 |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen |
56 389 | 12 745 | 26 474 | 116 538 | 10 701 | -14 446 | 208 401 |
| Bijzondere waardeverminderingen | 89 | - | 426 | 12 809 | -62 | - | 13 262 |
| Negatieve goodwill | - | - | - | -340 | - | - | -340 |
| EBITDA | 201 415 | 45 961 | 72 106 | 199 919 | -68 530 | -9 428 | 441 443 |
| Activa van het segment | 883 520 | 334 539 | 582 091 | 1 269 072 | 148 149 | -183 544 | 3 033 827 |
| Niet-toegewezen activa | 847 292 | ||||||
| Totaal activa | 3 881 119 | ||||||
| Verplichtingen van het segment | 223 960 | 68 157 | 113 251 | 172 526 | 94 808 | -87 234 | 585 468 |
| Niet-toegewezen verplichtingen | 1 779 740 | ||||||
| Totaal verplichtingen | 2 365 208 | ||||||
| Kapitaalgebruik | 659 560 | 266 382 | 468 840 | 1 096 546 | 53 341 | -96 310 | 2 448 359 |
| Gewogen gemiddeld kapitaalgebruik | 687 933 | 248 822 | 486 344 | 1 149 190 | 68 523 | -108 536 | 2 532 276 |
| ROCE 1 | 21,1% | 13,3% | 9,3% | 6,2% | - | - | 8,7% |
| Investeringsuitgaven materiële vaste activa |
47 677 | 55 387 | 24 261 | 50 185 | 4 770 | -11 578 | 170 702 |
| Investeringsuitgaven immateriële activa |
3 783 | 22 | 478 | 440 | 1 145 | - | 5 868 |
| Aandeel in het resultaat van joint ventures en geassocieerde ondernemingen |
- | - | 24 268 | -5 948 | - | - | 18 320 |
| Deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen |
- | - | 114 119 | - | - | - | 114 119 |
| Aantal personeelsleden (einde jaar) 2 | 6 584 | 1 496 | 4 452 | 9 403 | 1 731 | - | 23 666 |
1 ROCE: Bedrijfsresultaat (EBIT) in verhouding tot gewogen gemiddeld kapitaalgebruik (Return on Capital Employed).
2 Aantal personeelsleden: voltijdse equivalenten.
| in duizend € | 2015 | 2016 | verschil (%) |
|---|---|---|---|
| Netto-omzet | |||
| Rubberversterkingsproducten | 1 503 081 | 1 582 363 | 5,3% |
| Andere staaldraadproducten | 1 765 544 | 1 649 297 | -6,6% |
| Roestvaste producten | 153 257 | 154 881 | 1,1% |
| Kabels en advanced cords (BBRG) | 239 215 | 320 380 | 33,9% |
| Overige | 9 984 | 8 296 | -16,9% |
| Totaal | 3 671 081 | 3 715 217 | 1,2% |
Rubberversterkingsproducten omvatten staalkoord voor banden, hieldraad en slangendraad. Andere staaldraadproducten omvatten industriële en gespecialiseerde staaldraden (met inbegrip van roestvrije draden), bouwproducten en zaagdraad. Roestvaste producten omvatten vezels en verbrandingstechnologie-producten voor verwarmings- en droogsystemen.
BBRG producten worden afzonderlijk gepresenteerd. De andere productgroepen worden verkocht in alle regionale segmenten. De productmix is zeer vergelijkbaar in EMEA en Noord-Amerika, terwijl in Azië rubberversterkingsproducten overheersend zijn. In Latijns-Amerika maken andere staaldraadproducten het grootste deel uit van de business.
De tabel hieronder toont het relatief gewicht van België (land waar de Onderneming is gevestigd), Chili, China, de Verenigde Staten en Slovakije in termen van omzet en vaste activa (immateriële activa, goodwill en materiële vaste activa).
| % van | % van | |||
|---|---|---|---|---|
| in duizend € | 2015 | totaal | 2016 | totaal |
| Netto-omzet vanuit België | 326 590 | 9% | 324 179 | 9% |
| Netto-omzet vanuit Chili | 312 832 | 9% | 318 082 | 9% |
| Netto-omzet vanuit China | 746 433 | 20% | 774 198 | 21% |
| Netto-omzet vanuit de VS | 536 905 | 15% | 551 703 | 15% |
| Netto-omzet vanuit Slovakije | 276 089 | 8% | 297 834 | 8% |
| Netto-omzet vanuit andere landen | 1 472 232 | 39% | 1 449 221 | 38% |
| Totaal netto-omzet | 3 671 081 | 100% | 3 715 217 | 100% |
| Vaste activa gelokaliseerd in België | 114 319 | 7% | 123 312 | 7% |
| Vaste activa gelokaliseerd in Chili | 96 475 | 6% | 103 216 | 6% |
| Vaste activa gelokaliseerd in China | 568 863 | 35% | 466 890 | 26% |
| Vaste activa gelokaliseerd in de VS | 137 566 | 8% | 163 200 | 9% |
| Vaste activa gelokaliseerd in Slovakije | 151 732 | 9% | 142 917 | 8% |
| Vaste activa gelokaliseerd in andere landen | 566 646 | 35% | 807 901 | 44% |
| Totaal vaste activa | 1 635 601 | 100% | 1 807 436 | 100% |
| in duizend € | 2015 | 2016 | verschil |
|---|---|---|---|
| Omzet | 3 671 081 | 3 715 217 | 44 136 |
| Kostprijs van verkopen 1 | -3 073 407 | -3 025 225 | 48 182 |
| Marge op omzet | 597 674 | 689 992 | 92 318 |
| Commerciële kosten | -156 106 | -175 340 | -19 234 |
| Administratieve kosten 1 | -140 679 | -139 558 | 1 121 |
| Kosten voor onderzoek en ontwikkeling | -64 597 | -63 590 | 1 007 |
| Andere bedrijfsopbrengsten 1 | 85 516 | 24 376 | -61 140 |
| Andere bedrijfskosten 1 | -102 422 | -76 226 | 26 196 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 219 386 | 259 654 | 40 268 |
| EBIT - Onderliggend | 231 482 | 304 952 | 73 470 |
1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.
| Omzet en marge op omzet in duizend € |
2015 | 2016 | verschil (%) |
|---|---|---|---|
| Omzet | 3 671 081 | 3 715 217 | 1,2% |
| Kostprijs van verkopen 1 | -3 073 407 | -3 025 225 | -1,6% |
| Marge op omzet | 597 674 | 689 992 | 15,4% |
| Marge op omzet in % van omzet | 16,3% | 18,6% |
1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.
Bekaert realiseerde een omzetgroei van 1,2% in vergelijking met vorig jaar. De organische volumegroei van 4,1% (na aftrek van Vicson) werd gedreven door de sterke vraag in de wereldwijde automobielmarkten en de gestaag stijgende verkoopvolumes in industriële staaldraad- en bouwmarkten. De groei werd grotendeels tenietgedaan op het niveau van omzet als gevolg van lagere walsdraadprijzen en prijsmixeffecten (-3,4%). Het netto-effect van fusies (integratie van Bridon kabelfabrieken) en desinvesteringen (roestvaste activiteiten) verklaarde 2,6% van de omzetgroei. Ongunstige wisselkoersbewegingen (-2,2%) (hoofdzakelijk gerelateerd aan Chinese renminbi, Chileense en Colombiaanse peso) zwakten deze evolutie af.
De marge op omzet nam toe met 15,4% tegenover 2015 en bereikte een niveau van 18,6%, wat voornamelijk het succes van de transformatieprogramma's weerspiegelt waarmee Bekaert mikt op uitmuntendheid, kostenbesparingen en het realiseren van waardecreërende groei. De nieuwe overgenomen activiteiten dragen bij voor 2,4% terwijl er een beperkte impact van negatieve wisselkoersbewegingen was (-0,3%).
| Overheadkosten | |||
|---|---|---|---|
| in duizend € | 2015 | 2016 | verschil (%) |
| Commerciële kosten | -156 106 | -175 340 | 12,3% |
| Administratieve kosten 1 | -140 679 | -139 558 | -0,8% |
| Kosten voor onderzoek en ontwikkeling | -64 597 | -63 590 | -1,6% |
| Totaal | -361 382 | -378 488 | 4,7% |
| 1 |
1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.
De overheadkosten zijn licht gestegen tot 10,2% van de omzet. De toename van de commerciële kosten (€ 19,2 miljoen) geeft in grote mate de impact van acquisities/desinvesteringen (€ 9,6 miljoen) en de consultancykosten voor het 'Customer Excellence' programma (€ 7,8 miljoen) weer, gedeeltelijk gecompenseerd door een positieve impact van wisselkoersbewegingen (€ 2,8 miljoen). De administratieve kosten namen licht af (€ 1,1 miljoen). De impact van acquisities/desinvesteringen (€ 13,7 miljoen) werd meer dan gecompenseerd door besparingen van overheadkosten. Onder andere, de consultancykosten met betrekking tot het 'Manufacturing Excellence' programma werden gereduceerd tot het minimum (€ 6,7 miljoen besparingen). Een beter projectmanagement kon de kosten voor onderzoek en ontwikkeling (€ 1,0 miljoen) doen afnemen.
| in duizend € | 2015 | 2016 | verschil |
|---|---|---|---|
| Ontvangen royalty's | 9 227 | 8 996 | -231 |
| Winsten op verkoop van materiële en immateriële vaste activa | 610 | 565 | -45 |
| Gerealiseerde wisselresultaten op verkopen en aankopen | -950 | -1 258 | -308 |
| Overheidssubsidies | 415 | 915 | 500 |
| Terugnemingen bijzondere waardeverminderingen (herstructurering en | |||
| andere) | 1 469 | 2 146 | 677 |
| Herstructurering - overige opbrengsten | 5 005 | 3 975 | -1 030 |
| Terugnemingen afschrijvingen voorraden/handelsvorderingen | - | 1 077 | 1 077 |
| Winsten bij verkoop van activiteiten | 16 553 | - | -16 553 |
| Negatieve goodwill bij bedrijfscombinaties | 340 | - | -340 |
| Overige opbrengsten | 52 847 | 7 960 | -44 887 |
| Totaal | 85 516 | 24 376 | -61 140 |
1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.
Overheidssubsidies hebben voornamelijk betrekking op subsidies in China. Er zijn geen aanwijzingen dat er niet zal kunnen voldaan worden aan de voorwaarden voor deze subsidies en dus ook niet dat de subsidies mogelijk teruggestort moeten worden in de toekomst.
'Overige opbrengsten' in 2015 tonen voornamelijk de vergoedingen door de verzekeringsmaatschappij na de brand in de fabriek in Rome (Verenigde Staten) in 2014.
| in duizend € | 2015 | 2016 | verschil |
|---|---|---|---|
| Betaalde royalty's | -2 762 | 53 | 2 815 |
| Verliezen op verkoop van materiële en immateriële vaste activa | -1 970 | -1 490 | 480 |
| Afschrijvingen op immateriële vaste activa | -2 970 | -2 849 | 121 |
| Bankkosten | -3 019 | -2 933 | 86 |
| Aan belastingen gerelateerde kosten (andere dan winstbelastingen) | -2 705 | -2 360 | 345 |
| Bijzondere waardeverminderingen (herstructurering en andere) | -12 595 | -17 886 | -5 291 |
| Herstructurering - overige kosten | -24 863 | -27 487 | -2 624 |
| Verliezen bij verkoop van activiteiten | -3 292 | - | 3 292 |
| Verliezen bij gefaseerde overnames | -1 098 | - | 1 098 |
| Kosten in verband met overnames 1 | -9 326 | -8 639 | 687 |
| Overige kosten | -37 822 | -12 635 | 25 187 |
| Totaal | -102 422 | -76 226 | 26 196 |
1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.
De andere bedrijfskosten hebben in hoofdzaak betrekking op de herstructureringskosten in Turkije, Maleisië en de Bridon-Bekaert Ropes Groep (€ -27,1 miljoen), bijzondere waardeverminderingen op vast actief in Huizhou, China (€ -16,2 miljoen) en M&A transactiekosten (€ -8,6 miljoen).
'Overige kosten' in 2015 hebben vooral betrekking op de verliezen ten gevolge van de onderbreking van de activiteiten na de brand in de fabriek in Rome (Verenigde Staten) in 2014.
| Reconciliatie Onderliggende EBIT | |||
|---|---|---|---|
| in duizend € | 2015 | 2016 | verschil |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 219 386 | 259 654 | 40 268 |
| Terugnemingen bijzondere waardeverminderingen (herstructurering en | |||
| andere) | 1 469 | 2 146 | 677 |
| Herstructurering - overige opbrengsten | 5 005 | 3 975 | -1 030 |
| Terugnemingen afschrijvingen voorraden/handelsvorderingen | - | 1 077 | 1 077 |
| Winsten bij verkoop van activiteiten | 16 553 | - | -16 553 |
| Negatieve goodwill bij bedrijfscombinaties | 340 | - | -340 |
| Overige opbrengsten | 45 029 | 4 697 | -40 332 |
| Bijzondere waardeverminderingen (herstructurering en andere) | -12 595 | -17 886 | -5 291 |
| Herstructurering - overige kosten | -24 863 | -27 487 | -2 624 |
| Verliezen bij verkoop van activiteiten | -3 292 | - | 3 292 |
| Verliezen bij gefaseerde overnames | -1 098 | - | 1 098 |
| Kosten in verband met overnames | -9 326 | -8 639 | 687 |
| Overige kosten | -29 318 | -3 181 | 26 137 |
| EBIT - Onderliggend | 231 482 | 304 952 | 73 470 |
De onderstaande tabel levert bijkomende informatie over de toewijzing van de voornaamste componenten van het bedrijfsresultaat (EBIT) per aard van de opbrengsten en kosten.
| in duizend € | 2015 | 2016 | ||
|---|---|---|---|---|
| Omzet | 3 671 081 | 100% | 3 715 217 | 100% |
| Andere bedrijfsopbrengsten | 84 047 | - | 22 230 | - |
| Totaal bedrijfsopbrengsten | 3 755 128 | - | 3 737 447 | - |
| Zelfgeproduceerde materiële vaste activa | 53 014 | 1,4% | 53 859 | 1,4% |
| Grondstoffen | -1 279 035 | -34,8% | -1 182 873 | -31,8% |
| Halfproducten en handelsgoederen | -256 000 | -7,0% | -282 910 | -7,6% |
| Voorraadwijziging goederen in bewerking en gereed product | -15 031 | -0,4% | 5 657 | 0,2% |
| Personeelskosten 1 | -743 590 | -20,3% | -772 547 | -20,8% |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | -208 401 | -5,7% | -203 917 | -5,5% |
| Bijzondere waardeverminderingen | -13 262 | -0,4% | -17 862 | -0,5% |
| Vervoer- en verhandelingskosten gereed product | -165 922 | -4,5% | -159 342 | -4,3% |
| Hulpstoffen en wisselstukken | -260 683 | -7,1% | -266 388 | -7,2% |
| Kosten voor nutsvoorzieningen | -264 203 | -7,2% | -255 285 | -6,9% |
| Onderhouds- en herstellingskosten | -60 260 | -1,6% | -60 975 | -1,6% |
| Uitgaven voor operationele leasing | -23 286 | -0,6% | -26 955 | -0,7% |
| Commissies in commerciële kosten | -3 690 | -0,1% | -6 170 | -0,2% |
| Douane en accijnzen | -30 428 | -0,8% | -30 271 | -0,8% |
| ICT-kosten | -29 595 | -0,8% | -32 728 | -0,9% |
| Reclame- en promotiekosten | -7 203 | -0,2% | -7 191 | -0,2% |
| Reis-, restaurant- en hotelkosten | -25 239 | -0,7% | -28 150 | -0,8% |
| Consultancy en overige honoraria | -40 456 | -1,1% | -41 799 | -1,1% |
| Kantoorbenodigdheden en -uitrusting | -12 863 | -0,4% | -13 071 | -0,4% |
| Durfkapitaalfondsen O&O | -1 819 | 0,0% | -2 180 | -0,1% |
| Tijdelijke of externe personeelskosten | -25 619 | -0,7% | -27 031 | -0,7% |
| Verzekeringskosten | -8 768 | -0,2% | -6 989 | -0,2% |
| Diverse bedrijfskosten | -113 402 | -3,1% | -112 675 | -3,0% |
| Totaal bedrijfskosten | -3 535 742 | -96,3% | -3 477 793 | -93,6% |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 219 386 | 6,0% | 259 654 | 7,0% |
1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.
| in duizend € | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Renteopbrengsten van financiële activa niet geclassificeerd als tegen RWVR | 8 585 | 6 325 |
| Renteopbrengsten | 8 585 | 6 325 |
| Rentelasten van financiële verplichtingen niet geclassificeerd als tegen RWVR | -55 864 | -64 581 |
| Overige schuldgerelateerde rentelasten | -8 123 | -7 673 |
| Rentelasten | -63 987 | -72 254 |
| Rentegedeelte van rentedragende voorzieningen 1 | -6 771 | -7 239 |
| Rentelasten | -70 758 | -79 493 |
| Totaal | -62 173 | -73 168 |
1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.
De hogere financiële schulden in de tweede helft van 2016 (Bridon-Bekaert Ropes Group) en de gemiddeld hogere rentevoeten verklaren de hogere rentelasten. Rentelasten van financiële verplichtingen niet geclassificeerd als tegen reële waarde via het resultaat (RWVR) hebben betrekking op alle schuldinstrumenten van de Groep, met uitzondering van afdekkingsinstrumenten en renterisicobeperkende derivaten aangemerkt als economische afdekkingen.
Het rentegedeelte van rentedragende voorzieningen heeft voornamelijk betrekking op de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen (zie toelichting 6.15. 'Voorzieningen voor personeelsbeloningen') en overige voorzieningen (zie toelichting 6.16 'Overige voorzieningen').
| in duizend € | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Waardeaanpassingen van derivaten | 14 973 | -30 916 |
| Waardeaanpassingen van afgedekte posities | -2 424 | - |
| Wisselresultaten op afgedekte posities | -29 784 | -14 556 |
| Nettoimpact van derivaten en afgedekte posities | -17 235 | -45 472 |
| Overige wisselresultaten | -7 172 | -8 088 |
| Bijzondere waardeverminderingen op financiële activa beschikbaar voor verkoop | -302 | -591 |
| Effecten van inflatieboekhouden | 5 280 | 5 818 |
| Winsten & verliezen op verkoop van financiële vaste activa | -76 | 1 |
| Winsten en verliezen uit de afwikkeling van financiële schulden | - | -2 467 |
| Dividenden van niet-geconsolideerde deelnemingen | 742 | 374 |
| Bankkosten en heffingen op financiële transacties | -5 388 | -2 540 |
| Bijzondere waardeverminderingen op leningen en overige vorderingen | -9 235 | 12 |
| Terugnemingen van bijzondere waardeverminderingen op leningen en overige | ||
| vorderingen | - | 16 326 |
| Overige | -424 | -831 |
| Totaal | -33 810 | -37 458 |
Waardeaanpassingen omvatten de wijzigingen in reële waarde van alle derivaten die niet als kasstroomafdekkingen worden aangemerkt, alsook van schulden die afgedekt zijn door een reëlewaardeafdekking. De hier getoonde nettoimpact van derivaten en afgedekte posities omvat geen effecten die opgenomen werden in andere rubrieken van de winst-en-verliesrekening zoals rentelasten, kostprijs van verkopen of andere bedrijfsopbrengsten en -kosten. Voor meer details betreffende de nettoimpact van derivaten en afgedekte posities, zie toelichting 7.3. 'Beheer van financiële risico's en derivaten'.
In 2016 werd een reëlewaardeverlies van € 42,7 miljoen opgenomen (2015: winst van € 2,1 miljoen) op de conversieoptie gerelateerd met de converteerbare obligatielening die werd afgewikkeld in juni 2016 (zie de sectie 'Financiële instrumenten volgens de hiërarchie van reëlewaardebepalingen' in toelichting 7.3. 'Beheer van financiële risico's en derivaten'), terwijl de conversieoptie op de nieuwe converteerbare obligatielening een reëlewaardewinst van € 5,3 miljoen heeft gegenereerd. Daarnaast werd bij de afwikkeling van de financiële schuld een verlies van € 2,5 miljoen geboekt op de terugkoop van de obligaties die niet ingeruild werden voor nieuwe obligaties.
Effecten van inflatieboekhouden hebben betrekking op de Venezolaanse activiteiten. Gedurende 2016 werd de voorziening voor een groepsgarantie voor € 16,3 miljoen teruggenomen gerelateerd aan Vicson SA (Venezuela) (2015: € -9,2 miljoen). Daarnaast werden wisselkoersverschillen geboekt voor € -9,8 miljoen op intragroepsvorderingen op Vicson SA. Vorig jaar omvatten de bankkosten en heffingen op financiële transacties een zegelrecht van € 3,2 miljoen op de bedrijfscombinatie met Arrium.
| in duizend € | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Verschuldigde belastingen over het lopend jaar | -55 725 | -91 970 |
| Verschuldigde belastingen over de voorbije jaren | 2 473 | -1 034 |
| Uitgestelde belastingen wegens wijzigingen in tijdelijke verschillen | 16 518 | 43 628 |
| Uitgestelde belastingen wegens wijzigingen in belastingvoeten | 347 | -395 |
| Uitgestelde belastingen - aanpassingen inzake overgedragen verliezen van voorbije jaren | 128 | -12 281 |
| Totale belastinglast | -36 259 | -62 052 |
In onderstaande tabel wordt met winst vóór belastingen bedoeld: resultaat vóór belastingen.
| in duizend € | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Resultaat vóór belastingen 1 | 123 403 | 149 028 |
| Belastinglast op resultaten van fiscale entiteiten tegen de theoretische lokale | ||
| belastingvoet van de betrokken landen 1 | -26 958 | -37 302 |
| Belastinglast op de uitkering van overgedragen winsten | -1 965 | -5 240 |
| Totale theoretische belastinglast 1 | -28 923 | -42 542 |
| Theoretische belastingvoet 2 | -23,4% | -28,5% |
| Belastingimpact van: | ||
| Fiscaal niet-aftrekbare uitgaven | -16 903 | -14 722 |
| Andere belastingvoeten en speciale belastingregimes 3 | 139 | 7 837 |
| Niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen 4 | -21 849 | -11 913 |
| Aanwending van voorheen niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen 5 | 34 684 | 18 135 |
| Belastingen met betrekking tot voorgaande jaren | 2 473 | -13 315 |
| Fiscaal vrijgestelde inkomsten 6 | 2 432 | 68 |
| Overige 7 | -8 312 | -5 600 |
| Totale belastinglast | -36 259 | -62 052 |
| Werkelijke belastingvoet | -29,4% | -41,6% |
1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.
2 De theoretische belastingvoet wordt berekend als een gewogen gemiddelde. De stijging in 2016 tegenover 2015 is voornamelijk het gevolg van hogere belastbare winsten in landen met hogere belastingvoeten.
3 In 2016 hebben de speciale belastingregimes betrekking op belastingstimulansen in België, Nederland, Slovakije en Peru.
4 In 2016 hebben niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen voornamelijk betrekking op bijzondere waardeverminderingen van activa in China, verliezen in de Verenigde Staten en een herstructureringsprovisie in Noorwegen, terwijl in 2015 deze vooral betrekking hebben op verliezen in China, Maleisië en India.
5 De aanwending van voorheen niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen omvat in 2016 vooral overgedragen verliezen in entiteiten die winstgevend geworden zijn en een verwachte transactie in 2017. In 2015 bevatten deze een effect ten belope van € 20,1 miljoen van een reorganisatie in afwachting van de Bridon Bekaert Ropes Group-transactie die belastbare winsten zal genereren in de nabije toekomst.
6 Houdt in 2015 hoofdzakelijk verband met de verkoop van de Carding Solutions-activiteiten en de deconsolidatie van Bekaert (Xinyu) New Materials Co Ltd en Bekaert Xinyu Metal Products Co Ltd.
7 Omvat zowel in 2016 als in 2015 vooral ingehouden roerende voorheffing op royalties, intresten, diensten en dividenden. Bovendien bevat dit in 2015 € -5,0 miljoen belastingen in verband met een aandelenoverdracht binnen de Groep in Chili.
Bijkomende financiële informatie met betrekking tot deze Braziliaanse joint ventures wordt verstrekt onder toelichting 6.4. 'Deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen'.
| in thousands of € | 2015 | 2016 | |
|---|---|---|---|
| Joint ventures | |||
| BOSFA Pty Ltd 1 | Australia | 43 | - |
| Belgo Bekaert Arames Ltda | Brazil | 21 725 | 20 574 |
| BMB-Belgo Mineira Bekaert Artefatos de Arame Ltda | Brazil | 2 543 | 4 871 |
| Bekaert (Xinyu) New Materials Co Ltd 2 | China | -4 404 | - |
| Bekaert Xinyu Metal Products Co Ltd 2 | China | -1 587 | - |
| Total | 18 320 | 25 445 |
1 Vanaf 12 juni 2015 heeft Bekaert de resterende belangen van BOSFA Pty Ltd (Australië) verworven.
2 Eind 2015 heeft Bekaert niet langer een betekenisvolle invloed in Bekaert (Xinyu) New Materials Co Ltd en Bekaert Xinyu Metal Products Co Ltd.
| 2016 | Aantal | |
|---|---|---|
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen (basisberekening) | 56 263 172 | |
| Verwateringseffect van uitgegeven warrants en opties | 623 410 | |
| Verwateringseffect van de converteerbare obligatieleningen | - | |
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen (na verwateringseffect) | 56 886 582 | |
| in duizend € | Basis berekening |
Na verwaterings effect |
| Perioderesultaat toerekenbaar aan de Groep en aan de gewone aandeelhouders | 105 166 | 105 166 |
| Effect van de converteerbare obligatieleningen 1 | - | - |
| Winst | 105 166 | 105 166 |
| Winst per aandeel (in €) | 1,869 | 1,849 |
1 Niet te vermelden als het effect van de converteerbare obligatie antidilutief is, d.i. als het effect zodanig is dat het de EPS-ratio zou verbeteren (zie verder).
De winst per aandeel (earnings per share, 'EPS') is het bedrag van de winst na belastingen toewijsbaar aan elk aandeel. De basisberekening van de winst per aandeel komt overeen met het resultaat van de periode toerekenbaar aan de Groep gedeeld door het gewogen gemiddeld aantal uitstaande aandelen gedurende het jaar. De winst per aandeel na verwateringseffect weerspiegelt de verplichtingen van de Groep tot het uitgeven van aandelen in de toekomst. Daartoe behoren warrants, opties en de converteerbare obligatieleningen. Warrants en opties zijn slechts dilutief in de mate dat hun uitoefenprijs lager is dan de gemiddelde slotkoers van de periode. Het verwateringseffect van warrants en opties is beperkt tot het gewogen gemiddeld aantal aandelen gebruikt in de noemer van de EPS-ratio; er is geen effect op het perioderesultaat dat opgenomen wordt in de teller van de EPS-ratio. De converteerbare obligatielening heeft meestal een effect op zowel de noemer als de teller van de EPS-ratio. Het verwateringseffect van de converteerbare obligatielening op de winst (te gebruiken in de teller van de EPS-ratio) bestaat uit het terugdraaien van alle opbrengsten en kosten in direct verband met de converteerbare obligatielening en die de 'basis'-winst voor de periode beïnvloed hebben. Volgende elementen van de winst-en-verliesrekening werden beïnvloed door de converteerbare obligatielening:
De converteerbare obligatieleningen waren antidilutief in 2016 omdat de EPS-ratio na verwatering erdoor zou verbeteren. Om de impact te berekenen, wordt verondersteld dat alle dilutieve warrants en opties worden uitgeoefend en dat ook de conversieoptie van de converteerbare obligatielening wordt uitgeoefend in zijn totaliteit bij het begin van de periode, of, als de instrumenten uitgegeven werden gedurende de periode, op uitgiftedatum. De kenmerken van de conversieoptie zijn van die aard dat enkel de verhoging van de aandelenprijs boven de conversieprijs converteerbaar is in aandelen, en dat Bekaert een call-optie heeft wanneer de aandelenprijs de
conversieprijs met 30,0% overstijgt. Het aantal aandelen dat kan geconverteerd worden, werd op die manier gelimiteerd tot 1 711 069. Aangezien het management reeds het maximum aantal aandelen heeft ingekocht dat kon worden geconverteerd onder de oude obligatielening (1 868 033) om kasuitstromen naar aanleiding van de uitgifte van de converteerbare obligatielening in te perken, dient er bijgevolg geen nieuw terugkoopprogramma te worden gestart.
| 2015 | Aantal | |
|---|---|---|
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen (basisberekening) | 55 841 843 | |
| Verwateringseffect van uitgegeven warrants en opties | 218 834 | |
| Verwateringseffect van de converteerbare obligatieleningen | - | |
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen (na verwateringseffect) | 56 060 677 | |
| in duizend € | Basis berekening |
Na verwaterings effect |
| Perioderesultaat toerekenbaar aan de Groep en aan de gewone aandeelhouders | 101 722 | 101 722 |
| Effect van de converteerbare obligatieleningen 1 | - | - |
| Winst | 101 722 | 101 722 |
| Winst per aandeel (in €) | 1,822 | 1,814 |
1 Niet te vermelden als het effect van de converteerbare obligatie antidilutief is, d.i. als het effect zodanig is dat het de winst per aandeel ratio zou verbeteren (zie verder).
De gemiddelde slotkoers tijdens 2016 was € 37,07 per aandeel (2015: € 26,12 per aandeel). De volgende opties en warrants hebben een uitoefenprijs die hoger lag dan de gewogen gemiddelde slotkoers en waren dus antidilutief tijdens de verslagperiode:
| Niet-dilutieve instrumenten | Datum van toekenning |
Uitoefenprijs (in €) |
Aantal toegekend | Aantal uitstaand |
|---|---|---|---|---|
| SOP 2010-2014 - opties | 14.02.2011 | 77,000 | 360 925 | 295 725 |
Voor meer informatie i.v.m. warrants en opties, zie toelichting 6.12. 'Gewone aandelen, eigen aandelen en op aandelen gebaseerde betalingen'.
| Licenties, | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| patenten en | Gebruiks | Ontwik | ||||
| Aanschaffingswaarde | soortgelijke | Computer | recht | kelings | ||
| in duizend € | rechten | software | terreinen | uitgaven | Overige | Totaal |
| Per 1 januari 2015 | 23 483 | 71 683 | 72 856 | 19 | 24 081 | 192 121 |
| Aanschaffingen | 26 | 5 389 | 194 | - | 259 | 5 868 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | -23 | -601 | -16 | - | -79 | -719 |
| Overdrachten 1 | - | 119 | 7 738 | - | - | 7 857 |
| Eerste consolidatie | 674 | 258 | 5 843 | - | 919 | 7 694 |
| Uit consolidatie genomen | -425 | -20 | -2 703 | - | -353 | -3 501 |
| Omrekeningswinsten en | ||||||
| -verliezen (-) | 9 | 1 533 | 3 850 | - | 1 497 | 6 889 |
| Per 31 december 2015 | 23 744 | 78 360 | 87 762 | 19 | 26 324 | 216 208 |
| Per 1 januari 2016 | 23 744 | 78 360 | 87 762 | 19 | 26 324 | 216 208 |
| Aanschaffingen | - | 5 629 | 325 | - | - | 5 954 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | -130 | -439 | - | - | - | -569 |
| Overdrachten 1 | - | -28 | - | - | 29 | 1 |
| Herclassificering als (-) / uit | ||||||
| aangehouden voor verkoop | - | -894 | -10 218 | - | - | -11 112 |
| Eerste consolidatie | - | 955 | - | - | 50 714 | 51 669 |
| Omrekeningswinsten en | ||||||
| -verliezen (-) | 21 | 532 | -2 250 | - | -2 939 | -4 636 |
| Per 31 december 2016 | 23 635 | 84 115 | 75 619 | 19 | 74 128 | 257 515 |
| waardeverminderingen Per 1 januari 2015 |
8 350 | 58 878 | 11 157 | 19 | 15 631 | 94 034 |
| Afschrijvingen van het boekjaar | 1 647 | 4 160 | 1 751 | - | 2 154 | 9 712 |
| Bijzondere waardeverminderingen | - | 11 | 1 534 | - | 241 | 1 786 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | -23 | -601 | - | - | -79 | -703 |
| Uit consolidatie genomen | -425 | -18 | -537 | - | -352 | -1 332 |
| Omrekeningswinsten (-) en | ||||||
| -verliezen | 33 | 1 240 | 719 | - | 1 271 | 3 263 |
| Per 31 december 2015 Per 1 januari 2016 |
9 582 9 582 |
63 670 63 670 |
14 624 14 624 |
19 19 |
18 866 18 866 |
106 760 106 760 |
| Afschrijvingen van het boekjaar | 1 585 | 4 698 | 1 665 | - | 5 227 | 13 175 |
| Bijzondere waardeverminderingen | - | 484 | 73 | - | - | 557 |
| Terugname van bijzondere | ||||||
| waardeverminderingen en | ||||||
| afschrijvingen | - | 5 | - | - | - | 5 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | -130 | -414 | - | - | - | -544 |
| Overdrachten | 68 | - | - | - | -68 | - |
| Herclassificering als (-) / uit | ||||||
| aangehouden voor verkoop | - | -1 | -1 589 | - | - | -1 590 |
| Omrekeningswinsten (-) en | ||||||
| -verliezen | 10 | 435 | -375 | - | -1 295 | -1 225 |
| Per 31 december 2016 | 11 115 | 68 877 | 14 398 | 19 | 22 730 | 117 138 |
| Nettoboekwaarde | ||||||
| per 31 december 2015 Nettoboekwaarde |
14 162 | 14 690 | 73 138 | - | 7 458 | 109 448 |
1Overdrachten vallen op nul wanneer de totalen van immateriële activa en materiële vaste activa (zie toelichting 6.3.) worden opgeteld.
De aanschaffingen van software zijn voornamelijk gerelateerd aan het Satellietproject (verkoop en logistiek), het MES-project (Manufacturing Excellence System) en ERP-software (SAP).
Eerste consolidatie in 2016 is gerelateerd aan de fusie met Bridon (zie toelichting 7.2. 'Effect van bedrijfscombinaties'), deze bevatten de handelsmerken (€ 45,5 miljoen), klantenportefeuille (€ 4,8 miljoen) en het orderboek (€ 0,4 miljoen). De gebruiksduur van de handelsmerken wordt ingeschat op 15 jaar terwijl de klantenportefeuille wordt afgeschreven op 12 jaar.
Het bedrag vermeld onder voor herclassificeringen als aangehouden voor verkoop is voornamelijk gerelateerd aan Bekaert (Huizhou) Steel Cord Co Ltd, hiervoor verwijzen we naar toelichting 6.11. 'Activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop en verplichtingen verbonden met deze activa'.
Op balansdatum waren er geen immateriële vaste activa met een onbepaalde gebruiksduur.
Deze toelichting behelst hoofdzakelijk goodwill op verwerving van dochterondernemingen. Goodwill met betrekking tot joint ventures en geassocieerde ondernemingen zit ook vervat in toelichting 6.4. 'Deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen'.
| Aanschaffingswaarde in duizend € |
2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Per 1 januari | 38 018 | 53 977 |
| Toenames | 16 701 | 116 245 |
| Uit consolidatie genomen | -1 010 | - |
| Omrekeningswinsten en -verliezen (-) | 268 | 701 |
| Per 31 december | 53 977 | 170 923 |
| Bijzondere waardeverminderingen in duizend € |
2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Per 1 januari | 19 535 | 18 278 |
| Uit consolidatie genomen | -1 010 | - |
| Omrekeningswinsten (-) en -verliezen | -247 | 300 |
| Per 31 december | 18 278 | 18 578 |
| Nettoboekwaarde per 31 december | 35 699 | 152 345 |
De toename in goodwill in 2016 heeft betrekking op de BBRG-bedrijfscombinatie. Meer informatie over de goodwillberekening is voorzien in toelichting 7.2. 'Effect van bedrijfscombinaties'. In 2015 waren de toenames het gevolg van de bedrijfscombinatie met Pirelli (€ 3,5 miljoen) en de overname van de Ropesactiviteiten van Arrium in Australië (€ 13,2 miljoen).
De goodwill verworven ten gevolge van een bedrijfscombinatie wordt toegewezen aan de kasstroomgenererende eenheden waarvan verwacht wordt dat zij voordeel zullen halen uit deze bedrijfscombinatie. De nettoboekwaarde van de goodwill en de eraan verbonden bewegingen zijn als volgt toegewezen:
| Segment | Groep van kasstroomgenererende |
Nettoboek waarde per |
Bijzondere waarde |
Omrekenings | Nettoboek waarde per |
|
|---|---|---|---|---|---|---|
| in duizend € | eenheden | 1 jan 2015 | Toename | vermindering | verschillen | 31 dec 2015 |
| Dochterondernemingen | ||||||
| EMEA | Cold Drawn Products Ltd | 2 874 | - | - | 176 | 3 050 |
| EMEA | Verbrandingstechnologie - | |||||
| verwarming EMEA | 3 027 | - | - | - | 3 027 | |
| EMEA | Bouwproducten | 71 | - | - | - | 71 |
| EMEA | Rubberversterkingsproducten | 713 | 3 542 | - | - | 4 255 |
| Noord-Amerika | Productie-eenheid Orrville | |||||
| (USA) | 9 662 | - | - | 1 112 | 10 774 | |
| Latijns-Amerika | Inchalam-groep | 860 | - | - | -40 | 820 |
| Latijns-Amerika | Bekaert Ideal SL | |||||
| vennootschappen | 844 | - | - | - | 844 | |
| Pacifisch Azië | Bekaert (Qingdao) Wire | |||||
| Products Co Ltd | 385 | - | - | - | 385 | |
| Pacifisch Azië | Bekaert-Jiangying Wire | |||||
| Products Co Ltd | 47 | - | - | - | 47 | |
| BBRG | BBRG | - | 13 160 | - | -734 | 12 426 |
| Subtotaal | 18 483 | 16 702 | - | 514 | 35 699 | |
| Joint ventures en geassocieerde ondernemingen |
||||||
| Latijns-Amerika | Belgo Bekaert Arames Ltda | 4 667 | - | - | -1 181 | 3 486 |
| Subtotaal | 4 667 | - | - | -1 181 | 3 486 | |
| Totaal | 23 150 | 16 702 | - | -667 | 39 185 |
| Segment in duizend € |
Groep van kasstroomgenererende eenheden |
Nettoboek waarde per 1 jan 2016 |
Toename | Bijzondere waarde vermindering |
Omrekenings verschillen |
Nettoboek waarde per 31 dec 2016 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Dochterondernemingen | ||||||
| EMEA | Cold Drawn Products Ltd | 3 050 | - | - | -435 | 2 615 |
| EMEA | Verbrandingstechnologie - verwarming EMEA |
3 027 | - | - | - | 3 027 |
| EMEA | Bouwproducten | 71 | - | - | - | 71 |
| EMEA | Rubberversterkingsproducten | 4 255 | - | - | - | 4 255 |
| Noord-Amerika | Productie-eenheid Orrville (USA) |
10 774 | - | - | 354 | 11 128 |
| Latijns-Amerika | Inchalam-groep | 820 | - | - | 79 | 899 |
| Latijns-Amerika | Bekaert Ideal SL | |||||
| vennootschappen | 844 | - | - | - | 844 | |
| Pacifisch Azië | Bekaert (Qingdao) Wire Products Co Ltd |
385 | - | - | - | 385 |
| Pacifisch Azië | Bekaert-Jiangying Wire Products Co Ltd |
47 | - | - | - | 47 |
| BBRG | BBRG | 12 426 | 116 245 | - | 403 | 129 074 |
| Subtotaal | 35 699 | 116 245 | - | 401 | 152 345 | |
| Joint ventures en geassocieerde ondernemingen |
||||||
| Latijns-Amerika | Belgo Bekaert Arames Ltda | 3 486 | - | - | 895 | 4 381 |
| Subtotaal | 3 486 | - | - | 895 | 4 381 | |
| Totaal | 39 185 | 116 245 | - | 1 296 | 156 726 |
In het model voor het toetsen op bijzondere waardevermindering van de goodwill voortvloeiend uit de BBRGbedrijfscombinatie werden volgende karakteristieken verwerkt:
Voor het toetsen van goodwill voortvloeiend uit eerdere transacties werd hetzelfde model gebruikt als de laatste jaren, weliswaar bijgewerkt met de laatste informatie over de business. De belangrijkste verschillen met het model dat gebruikt werd voor BBRG zijn de volgende:
Dit model is over het algemeen conservatiever en wordt minder vaak gebruikt. Toch werd het nog eens toegepast, mede omdat het te toetsen goodwillbedrag eerder gering was in deze gevallen. Met het oog op eenvormigheid zal in de toekomst voor alle toetsen van goodwill op bijzondere waardervermindering hetzelfde model gebruikt worden als voor BBRG.
De disconteringsvoet is gebaseerd op de (langetermijn-)kapitaalkosten vóór belastingen en de risico's zitten ingebed in de kasstromen. Er wordt een gewogen gemiddelde kapitaalkost (weighted average cost of capital = WACC) bepaald voor de regio's waarin de euro, de US dollar en de Chinese renminbi de dominante valuta's zijn. Voor landen of activiteiten met een hoger ingeschat risico wordt de WACC opgetrokken met een risicopremie die specifiek is voor dit land of deze activiteit. In het geval van BBRG werd een verhoging van 1% op de risicopremie voor het eigen vermogen toepasselijk geacht in het licht van de specifieke businesscontext in vergelijking met de algemene businesscontext van de Groep. De WACC wordt bepaald vóór belastingen omdat de relevante kasstromen ook vóór belastingen bepaald worden. De weging van kapitaalkosten voor schulden en eigen vermogen is gebaseerd op een streefcijfer van 50% gearing (nettoschuld in verhouding tot het eigen vermogen). Voor kasstroommodellen die in reële termen uitgedrukt zijn (zonder inflatie), wordt de nominale WACC aangepast voor de verwachte inflatievoet. Voor kasstroommodellen die in nominale termen uitgedrukt zijn wordt de nominale WACC gebruikt. Alle parameters die de berekening van de disconteringsvoeten beïnvloeden, worden minstens jaarlijks herzien.
| Disconteringsvoeten voor toetsen op bijzondere waardevermindering |
EUR-regio | USD-regio | CNY-regio | |
|---|---|---|---|---|
| Streefcijfers voor de Groep | ||||
| Gearing: nettoschuld / eigen vermogen | 50% | |||
| % schulden | 33% | |||
| % eigen vermogen | 67% | |||
| % langetermijnschulden | 75% | |||
| % kortetermijnschulden | 25% | |||
| Schuldkost voor Bekaert | 2,4% | 3,3% | 6,0% | |
| Langetermijnrentevoet | 2,8% | 3,9% | 6,2% | |
| Kortetermijnrentevoet | 1,2% | 1,7% | 5,4% | |
| + b . Em = Rf Eigenvermogenkost voor Bekaert |
8,2% | 9,7% | 12,4% | |
| Risicovrije rentevoet = Rf | 0,7% | 2,1% | 4,9% | |
| Beta = b | 1,2 | |||
| Marktrisicopremie voor eigen vermogen = Em | 6,3% | |||
| Belastingvoet | 27% | |||
| Eigenvermogenkost vóór belastingen voor Bekaert | 11,3% | 13,2% | 17,1% | |
| Bekaert WACC - nominaal | 8,3% | 9,9% | 13,4% | |
| Verwachte inflatie | 1,6% | 1,8% | 2,0% | |
| Bekaert WACC in reële termen | 6,8% | 8,1% | 11,3% |
Op basis van de gegevens die op vandaag gekend zijn, zouden redelijkerwijs mogelijke veranderingen in de voornaamste veronderstellingen (waaronder de disconteringsvoet, de omzet- en marge-evolutie) geen aanleiding geven tot bijzondere waardeverminderingen voor één van de overige kasstroomgenererende eenheden waaraan goodwill werd toegewezen.
Op vandaag wordt de bufferruimte voor bijzondere waardeverminderingen op de goodwill van BBRG, d.i. het overschot van de realiseerbare waarde tegenover de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid van BBRG, geschat op € 335 miljoen. Sensitiviteitsanalyses uitgevoerd op redelijkerwijs mogelijke wijzigingen in de sleutelassumpties hebben aangetoond dat de bufferruimte voor bijzondere waardevermindering volledig zou opgebruikt zijn indien:
| Instal | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Terreinen | laties, machines |
Meubilair | Overige materiële |
||||
| en | en | en rollend | Financiële | vaste | Activa in | ||
| Aanschaffingswaarde in duizend € |
gebouwen | uitrusting | materieel | leasing | activa | aanbouw | Totaal |
| Per 1 januari 2015 | 1 049 850 | 2 395 062 | 94 418 | 9 738 | 6 129 | 90 339 | 3 645 537 |
| Aanschaffingen | 31 088 | 125 478 | 7 584 | 2 319 | 2 156 | 4 606 | 173 231 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | -15 242 | -16 486 | -8 389 | - | -434 | -2 | -40 553 |
| Eerste consolidatie | 48 939 | 30 210 | 1 573 | - | - | 343 | 81 065 |
| Uit consolidatie genomen | -18 299 | -30 680 | -1 513 | - | -750 | -5 638 | -56 880 |
| Overdrachten 1 | - | - | - | - | - | -7 857 | -7 857 |
| Omrekeningswinsten en | |||||||
| -verliezen (-) | 27 546 | 108 619 | 3 250 | -356 | 108 | 3 510 | 142 677 |
| Inflatie-effecten op de openingssaldi | 1 952 | 2 326 | 237 | - | - | 7 | 4 522 |
| Overige inflatie-effecten | - | - | - | - | - | 45 | 45 |
| Per 31 december 2015 | 1 125 834 | 2 614 529 | 97 160 | 11 701 | 7 209 | 85 354 | 3 941 787 |
| Per 1 januari 2016 | 1 125 834 | 2 614 529 | 97 160 | 11 701 | 7 209 | 85 354 | 3 941 787 |
| Aanschaffingen | 18 176 | 80 984 | 8 728 | 47 | 1 994 | 50 226 | 160 155 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | -853 | -31 706 | -3 806 | -35 | -56 | - | -36 456 |
| Eerste consolidatie | 22 652 | 69 286 | 483 | 33 | - | 1 788 | 94 242 |
| Overdrachten 1 | - | - | - | - | - | -1 | -1 |
| Herclassificering als (-) / uit | |||||||
| aangehouden voor verkoop | -44 775 | -11 032 | -412 | - | - | -969 | -57 188 |
| Omrekeningswinsten en | |||||||
| -verliezen (-) | 8 405 | -13 398 | -198 | 737 | -98 | 3 376 | -1 176 |
| 255 | - | - | 55 | 4 694 | |||
| Inflatie-effecten op de openingssaldi | 1 996 | 2 388 | |||||
| Overige inflatie-effecten | - | - | - | - | - | -6 | -6 |
| Per 31 december 2016 | 1 131 435 | 2 711 051 | 102 210 | 12 483 | 9 049 | 139 823 | 4 106 051 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen Per 1 januari 2015 |
445 691 | 1 663 470 | 79 156 | 1 686 | 3 354 | - | 2 193 357 |
| Afschrijvingen van het boekjaar | 42 002 | 141 470 | 7 531 | 340 | 433 | - | 191 776 |
| 2 064 | 10 750 | 132 | - | - | - | 12 946 | |
| Bijzondere waardeverminderingen | |||||||
| Terugname van bijzondere waardeverminderingen en |
|||||||
| afschrijvingen | -29 | -1 520 | -99 | - | - | - | -1 648 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | -13 556 | -16 855 | -7 800 | - | -64 | - | -38 275 |
| Overdrachten | 47 | -60 | 16 | - | -2 | - | - |
| Uit consolidatie genomen | -3 708 | -14 738 | -1 229 | - | -145 | - | -19 820 |
| Omrekeningswinsten (-) en | |||||||
| -verliezen | 19 591 | 78 299 | 2 800 | -23 | 69 | - | 100 736 |
| Inflatie-effecten op de openingssaldi | 539 | 1 243 | 207 | - | - | - | 1 989 |
| Per 31 december 2015 | 492 641 | 1 862 059 | 80 714 | 2 003 | 3 645 | - | 2 441 061 |
| Per 1 januari 2016 | 492 641 | 1 862 059 | 80 714 | 2 003 | 3 645 | - | 2 441 061 |
| Afschrijvingen van het boekjaar | 43 120 | 141 781 | 7 129 | 451 | 450 | - | 192 931 |
| Bijzondere waardeverminderingen | 11 906 | 7 412 | 133 | - | - | - | 19 451 |
| Terugname van bijzondere | |||||||
| waardeverminderingen en | |||||||
| afschrijvingen | 5 | -2 067 | 59 | -27 | - | - | -2 030 |
| Verkopen en buitengebruikstellingen | -448 | -30 107 | -3 659 | -35 | -10 | - | -34 259 |
| Herclassificering als (-) / uit | |||||||
| aangehouden voor verkoop | -20 808 | -3 331 | -169 | - | - | - | -24 308 |
| Omrekeningswinsten (-) en | |||||||
| -verliezen | -187 | -13 381 | -503 | -37 | -84 | - | -14 192 |
| Inflatie-effecten op de openingssaldi Per 31 december 2016 |
626 526 855 |
1 452 1 963 818 |
220 83 924 |
- 2 355 |
- 4 001 |
- - |
2 298 2 580 952 |
1 Overdrachten vallen op nul wanneer de totalen van immateriële activa (zie toelichting 6.1.) en materiële vaste activa worden opgeteld.
| in duizend € | Terreinen en gebouwen |
Instal laties, machines en uitrusting |
Meubilair en rollend materieel |
Financiële leasing |
Overige materiële vaste activa |
Activa in aanbouw |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Nettoboekwaarde per | |||||||
| 31 december 2015 vóór | |||||||
| investeringssubsidies en | |||||||
| herclassificering van leasing | 633 193 | 752 470 | 16 447 | 9 698 | 3 564 | 85 354 | 1 500 726 |
| Netto-investeringssubsidies | -7 739 | -2 535 | - | - | - | - | -10 274 |
| Financiële leasing per categorie van | |||||||
| activa | 7 314 | 2 308 | 76 | -9 698 | - | - | - |
| Nettoboekwaarde | |||||||
| per 31 december 2015 | 632 768 | 752 243 | 16 523 | - | 3 564 | 85 354 | 1 490 452 |
| Nettoboekwaarde per | |||||||
| 31 december 2016 vóór | |||||||
| investeringssubsidies en | |||||||
| herclassificering van leasing | 604 580 | 747 233 | 18 287 | 10 128 | 5 048 | 139 823 | 1 525 099 |
| Netto-investeringssubsidies | -7 050 | -2 201 | - | - | - | -1 134 | -10 385 |
| Financiële leasing per categorie van | |||||||
| activa | 7 822 | 2 185 | 120 | -10 128 | - | - | - |
| Nettoboekwaarde | |||||||
| per 31 december 2016 | 605 352 | 747 217 | 18 407 | - | 5 048 | 138 689 | 1 514 714 |
De investeringsprogramma's in België, Chili, China, Indonesië, Roemenië, Slovakije en de Verenigde Staten vertegenwoordigden het grootste deel van de aanschaffingen. De netto-omrekeningswinst van dit jaar heeft voornamelijk betrekking op activa opgenomen in Chinese renminbi (€ -19,3 miljoen), Chileense peso (€ 9,1 miljoen), US dollar (€ 12,3 miljoen) en Braziliaanse real (€ 9,9 miljoen).
De methodologie voor het toetsen op bijzondere waardeverminderingen is consistent met deze die uitgelegd wordt in toelichting 6.2. 'Goodwill'. Voor meer details inzake eerste consolidatie en uit consolidatie genomen entiteiten verwijzen we naar toelichting 7.2. 'Effect van bedrijfscombinaties'. De eerste consolidatie is voornamelijk gerelateerd aan de fusie met Bridon.
Voor herclassificeringen als aangehouden voor verkoop verwijzen we naar toelichting 6.11. 'Activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop en verplichtingen verbonden met deze activa'. Inflatie-effecten hebben betrekking op de toepassing van inflatieboekhouden in Venezuela.
Er werden geen materiële vaste activa verpand als waarborg voor leningen.
De Groep heeft geen deelnemingen in ondernemingen die worden geclassificeerd als geassocieerde ondernemingen.
| Nettoboekwaarde | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2015 | 2016 |
| Per 1 januari | 151 067 | 110 633 |
| Resultaat van het boekjaar | 18 320 | 25 445 |
| Dividenden | -18 682 | -22 732 |
| Omrekeningswinsten en -verliezen | -34 660 | 28 814 |
| Uit consolidatie genomen | -5 382 | - |
| Andere elementen van het resultaat | -30 | 41 |
| Per 31 december | 110 633 | 142 201 |
In vergelijking met 2015 worden de betere resultaten in 2016 voornamelijk gestuwd door de deconsolidatie van de verliesmakende Xinyu-entiteiten. Voor een analyse van het resultaat van het boekjaar verwijzen we naar toelichting 5.6. ' Aandeel in het resultaat van joint ventures en geassocieerde ondernemingen'.
Omrekeningswinsten en –verliezen hebben voornamelijk betrekking op de aanzienlijke wijziging in de slotkoers van de Braziliaanse real tegenover de euro (3,4 in 2016 tegenover 4,3 in 2015).
Het bedrag als zijnde uit de consolidatie genomen in 2015 relateert aan het verwerven van de resterende belangen van BOSFA Pty Ltd en het verlies van betekenisvolle invloed in Bekaert (Xinyu) New Materials Co Ltd en Bekaert Xinyu Metal Products Co Ltd.
| 4 667 -1 181 |
3 486 895 |
|---|---|
| 3 486 | 4 381 |
| 3 486 | 4 381 |
| 114 119 | 146 582 |
| in duizend € | 2015 | 2016 | |
|---|---|---|---|
| Joint ventures | |||
| Belgo Bekaert Arames Ltda | Brazilië | 98 621 | 125 228 |
| BMB-Belgo Mineira Bekaert Artefatos de Arame Ltda | Brazilië | 12 012 | 16 973 |
| Totaal joint ventures, exclusief gerelateerde goodwill | 110 633 | 142 201 | |
| Nettoboekwaarde van gerelateerde goodwill | 3 486 | 4 381 | |
| Totaal joint ventures, inclusief gerelateerde goodwill | 114 119 | 146 582 |
Er werden geen belangrijke voorwaardelijke activa met betrekking tot de joint ventures geïdentificeerd op balansdatum. De voornaamste voorwaardelijke verplichtingen op balansdatum houden verband met belastingen in Belgo Bekaert Arames Ltda en BMB-Belgo Mineira Bekaert Artefatos de Arame Ltda. Deze Braziliaanse joint ventures proberen al een tijd om ICMS-belastingvorderingen te compenseren voor een totale nettoboekwaarde van € 4,7 miljoen (2015: € 6,6 miljoen). Daarbij worden zij ook geconfronteerd met geschillen die betrekking hebben op ICMS-tegemoetkomingen voor een totaal bedrag van € 22,1 miljoen (2015: € 9,0 miljoen) en met andere belastinggeschillen, waarvan de meeste al jaren hangend zijn, voor een totaal nominaal bedrag van € 15,3 miljoen (2015: € 12,9 miljoen). Het is evident dat eventuele verliezen voortvloeiend uit bovenvermelde potentiële problemen de Groep slechts zouden affecteren in de mate van hun participatie in de betrokken joint ventures (i.e. 45%). Op balansdatum heeft de Groep geen niet-opgenomen engagement met betrekking tot haar belangen in joint ventures (2015: geen).
In overeenstemming met IFRS 12 'Informatieverschaffing over betrokkenheid in andere entiteiten' wordt de volgende informatie verstrekt voor belangrijke joint ventures. De twee Braziliaanse joint ventures werden samengevoegd om het overwicht van de samenwerking met ArcelorMittal te benadrukken bij het analyseren van het relatief belang van de joint ventures.
| Naam van de joint venture | |||
|---|---|---|---|
| in duizend € | Land | 2015 | 2016 |
| Belgo Bekaert Arames Ltda | Brazilië | 45,0% (50,0%) | 45,0% (50,0%) |
| BMB-Belgo Mineira Bekaert Artefatos de Arame Ltda | Brazilië | 44,5% (50,0%) | 44,5% (50,0%) |
Belgo Bekaert Arames Ltda produceert en verkoopt een grote variëteit van draadproducten die meestal bestemd zijn voor industriële klanten, terwijl BMB hoofdzakelijk draad en kabels ter versterking van rubberbanden produceert en verkoopt.
| Braziliaanse joint ventures: winst-en-verliesrekening | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2015 | 2016 |
| Omzet | 709 597 | 661 718 |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 79 665 | 74 541 |
| Renteopbrengsten | 3 998 | 4 107 |
| Rentelasten | -6 447 | -3 560 |
| Overige financiële opbrengsten en lasten | -5 899 | -961 |
| Winstbelastingen | -9 391 | -10 449 |
| Perioderesultaat | 61 926 | 63 678 |
| Andere elementen van het resultaat | -73 | 89 |
| Volledig perioderesultaat | 61 853 | 63 767 |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | 18 084 | 20 280 |
| EBITDA | 97 749 | 94 821 |
| Dividenden ontvangen van de entiteit | 18 682 | 22 732 |
| Braziliaanse joint ventures: balans | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2015 | 2016 |
| Vlottende activa | 184 355 | 243 364 |
| Vaste activa | 172 056 | 209 986 |
| Verplichtingen op ten hoogste een jaar | -84 319 | -104 001 |
| Verplichtingen op meer dan een jaar | -27 363 | -34 400 |
| Nettoactiva | 244 729 | 314 949 |
| Braziliaanse joint ventures: nettoschuldelementen | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2015 | 2016 |
| Rentedragende schulden op meer dan een jaar | - | - |
| Rentedragende schulden op ten hoogste een jaar 1 | 14 930 | 11 726 |
| Totaal financiële schulden | 14 930 | 11 726 |
| Financiële vorderingen en kaswaarborgen op meer dan een jaar | -83 | -23 521 |
| Leningen op ten hoogste een jaar | - | -2 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | -13 700 | -14 809 |
| Nettoschuld | 1 147 | -26 606 |
1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.
| Braziliaanse joint ventures: aansluiting met nettoboekwaarde in duizend € |
2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Nettoactiva van Belgo Bekaert Arames Ltda | 218 323 | 277 404 |
| Deelnemingspercentage van de Groep | 45,0% | 45,0% |
| Proportionele nettoactiva | 98 245 | 124 832 |
| Consolidatie-aanpassingen | 377 | 397 |
| Nettoboekwaarde van de deelneming van de Groep in Belgo Bekaert Arames Ltda | 98 622 | 125 229 |
| Nettoactiva van BMB-Belgo Mineira Bekaert Artefatos de Arame Ltda | 26 406 | 37 544 |
| Deelnemingspercentage van de Groep | 44,5% | 44,5% |
| Proportionele nettoactiva | 11 751 | 16 707 |
| Consolidatie-aanpassingen | 261 | 265 |
| Nettoboekwaarde van de deelneming van de Groep in BMB-Belgo Mineira Bekaert | ||
| Artefatos de Arame Ltda | 12 012 | 16 972 |
| Nettoboekwaarde van de deelneming van de Groep in de Braziliaanse joint | ||
| ventures | 110 634 | 142 201 |
| in duizend € | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Aandeel van de Groep in het resultaat uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | -5 948 | - |
| Aandeel van de Groep in het volledig perioderesultaat | -5 948 | - |
| Geaggregeerde nettoboekwaarde van het aandeel van de Groep in deze joint ventures | - | - |
| 2015 | 2016 |
|---|---|
| 9 694 | 6 664 |
| 8 549 | 7 937 |
| 5 897 | - |
| 7 | 42 |
| 15 626 | 17 499 |
| 39 773 | 32 142 |
| Nettoboekwaarde | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2015 | 2016 |
| Per 1 januari | 9 979 | 15 626 |
| Aanschaffingen | 100 | 41 |
| Verkopen | -123 | -3 |
| Veranderingen in reële waarde | -2 001 | 2 349 |
| Waardeverminderingen | -302 | -591 |
| Eerste consolidatie | - | 3 |
| Overboekingen | 8 007 | - |
| Omrekeningswinsten en -verliezen | -34 | 74 |
| Per 31 december | 15 626 | 17 499 |
De financiële vaste activa beschikbaar voor verkoop hebben in hoofdzaak betrekking op de deelneming in:
Het bedrag geregistreerd als aanschaffing is gerelateerd aan Transportes Puelche Ltda.
| Nettoboekwaarde | Vorderingen | Verplichtingen | |||
|---|---|---|---|---|---|
| in duizend € | 2015 | 2016 | 2015 | 2016 | |
| Per 1 januari 1 | 102 977 | 132 494 | 54 253 | 53 213 | |
| Toename of afname via resultaat 1 | 27 010 | 18 436 | 10 017 | -12 516 | |
| Toename of afname via OCI 1 | -670 | -737 | - | - | |
| Eerste consolidatie | 8 174 | 9 480 | 292 | 22 861 | |
| Uit consolidatie genomen | -291 | - | - | - | |
| Herclassificering als aangehouden voor verkoop | - | -449 | - | -4 486 | |
| Omrekeningswinsten en -verliezen 1 | 2 723 | 1 010 | -3 920 | 3 350 | |
| Saldering vorderingen en verplichtingen | -7 429 | -9 866 | -7 429 | -9 866 | |
| Per 31 december | 132 494 | 150 368 | 53 213 | 52 556 |
1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten':
- Openingssaldo: € 1,7 miljoen
- Toename via resultaat: € 0,1 miljoen
- Afname via OCI: € -0,7 miljoen
- Omrekeningswinsten en -verliezen: € 0,2 miljoen
- Slotsaldo: € 1,3 miljoen
Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen zijn toe te wijzen aan de volgende rubrieken:
| Vorderingen | Verplichtingen | Nettovorderingen | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| in duizend € | 2015 | 2016 | 2015 | 2016 | 2015 | 2016 | |
| Immateriële activa | 7 550 | 45 407 | 6 845 | 11 718 | 705 | 33 689 | |
| Materiële vaste activa | 45 486 | 45 349 | 44 638 | 51 385 | 848 | -6 036 | |
| Financiële vaste activa | 7 | 11 | 24 804 | 16 484 | -24 797 | -16 473 | |
| Voorraden | 10 726 | 10 517 | 2 980 | 4 003 | 7 746 | 6 514 | |
| Vorderingen | 9 296 | 10 470 | 3 769 | 264 | 5 527 | 10 206 | |
| Andere vlottende activa | 977 | 267 | 3 428 | 3 623 | -2 451 | -3 356 | |
| Voorzieningen voor | |||||||
| personeelsbeloningen 1 | 26 975 | 29 582 | 105 | 144 | 26 870 | 29 438 | |
| Overige voorzieningen | 5 921 | 7 160 | 5 959 | 677 | -38 | 6 483 | |
| Overige verplichtingen | 14 180 | 13 137 | 8 395 | 21 835 | 5 785 | -8 698 | |
| Overdraagbare fiscaal | |||||||
| aftrekbare verliezen, | |||||||
| aftrekposten en | |||||||
| terugvorderbare belastingen | 59 086 | 46 045 | - | - | 59 086 | 46 045 | |
| Belastingvorderingen / | |||||||
| -verplichtingen | 180 204 | 207 945 | 100 923 | 110 133 | 79 281 | 97 812 | |
| Saldering vorderingen en | |||||||
| verplichtingen | -47 710 | -57 577 | -47 710 | -57 577 | - | - | |
| Nettobelastingvorderingen / | |||||||
| -verplichtingen | 132 494 | 150 368 | 53 213 | 52 556 | 79 281 | 97 812 |
1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.
De uitgestelde belastingverplichtingen met betrekking tot materiële vaste activa komen voornamelijk voort uit verschillen in gebruiksduur tussen IFRS en de fiscale boeken, terwijl de uitgestelde belastingverplichtingen gerelateerd aan immateriële vaste activa gegenereerd zijn door de eliminatie van intragroepswinsten in de geconsolideerde jaarrekening. De uitgestelde belastingverplichtingen met betrekking tot financiële vaste activa hebben voornamelijk te maken met tijdelijke verschillen die ontstaan uit niet-uitgekeerde winsten bij dochterondernemingen en joint ventures.
De evolutie van uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen is als volgt te verklaren:
| Opgenomen | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| via winst-en | Overnames en |
Omreke | |||||
| 2015 in duizend € |
Per 1 januari |
verlies rekening |
Opgenomen via OCI |
afstotingen 2 | Herclassifi ceringen |
ningswinsten en -verliezen |
Per 31 december |
| Tijdelijke verschillen | |||||||
| Immateriële activa | 1 543 | -178 | - | -3 | - | -657 | 705 |
| Materiële vaste activa | -7 984 | -3 173 | - | 6 485 | - | 5 520 | 848 |
| Financiële vaste activa | -16 064 | -9 149 | -67 | - | - | 483 | -24 797 |
| Voorraden | 5 582 | 4 429 | - | -1 666 | - | -599 | 7 746 |
| Vorderingen | 7 811 | -2 627 | - | -3 | - | 346 | 5 527 |
| Andere vlottende | |||||||
| activa | -8 034 | 5 663 | - | 31 | - | -111 | -2 451 |
| Voorzieningen voor | |||||||
| personeelsbeloningen 1 | 30 892 | -6 250 | -603 | 1 496 | - | 1 335 | 26 870 |
| Overige voorzieningen | 1 800 | -2 631 | - | 553 | - | 240 | -38 |
| Overige verplichtingen | 11 308 | -5 750 | - | 351 | - | -124 | 5 785 |
| Overdraagbare fiscaal aftrekbare verliezen, aftrekposten en terugvorderbare |
|||||||
| belastingen | 21 870 | 36 659 | - | 347 | - | 210 | 59 086 |
| Totaal | 48 724 | 16 993 | -670 | 7 591 | - | 6 643 | 79 281 |
| Opgenomen via winst-en |
Overnames | Omreke | |||||
| 2016 | Per | verlies | Opgenomen | en | Herclassifi | ningswinsten | Per |
| in duizend € | 1 januari | rekening | via OCI | afstotingen 2 | ceringen 3 | en -verliezen | 31 december |
| Tijdelijke verschillen | |||||||
| Immateriële activa | 705 | 41 579 | - | -9 255 | - | 660 | 33 689 |
| Materiële vaste activa | 848 | 3 319 | - | -10 793 | 4 393 | -3 803 | -6 036 |
| Financiële vaste activa | -24 797 | 9 019 | - | -523 | 87 | -259 | -16 473 |
| Voorraden | 7 746 | 311 | - | -1 347 | - | -196 | 6 514 |
| Vorderingen | 5 527 | 4 756 | - | 41 | - | -118 | 10 206 |
| Andere vlottende | |||||||
| activa | -2 451 | -905 | - | -20 | - | 20 | -3 356 |
| Voorzieningen voor | |||||||
| personeelsbeloningen | 26 870 | 93 | -601 | 2 534 | - | 542 | 29 438 |
| Overige voorzieningen | -38 | 4 735 | - | 1 626 | - | 160 | 6 483 |
| Overige verplichtingen Overdraagbare fiscaal aftrekbare verliezen, aftrekposten en terugvorderbare |
5 785 | -14 265 | -136 | 390 | -443 | -29 | -8 698 |
| belastingen | 59 086 | -17 690 | - | 3 966 | - | 683 | 46 045 |
1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.
2 In 2016 heeft dit betrekking op de bedrijfscombinaties zoals beschreven in toelichting 7.2. 'Effect van bedrijfscombinaties'. In 2015 omvat dit het effect van de de overname van Pirelli's staalkoordvestigingen, de overname van Arrium's Ropes business in Australië, de gefaseerde overname van BOSFA Pty Ltd in Australië en de verkoop van de Carding Solutions-activiteiten aan Groz-Beckert.
3 Zie toelichting 6.11. 'Activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop en verplichtingen verbonden met deze activa'.
| 2015 | Voor | Na | |
|---|---|---|---|
| in duizend € | belastingen | Belastingen | belastingen |
| Omrekeningsverschillen 1 | -16 682 | - | -16 682 |
| Inflatie-aanpassingen | 1 208 | - | 1 208 |
| Kasstroomafdekkingen | 175 | -67 | 108 |
| Financiële activa beschikbaar voor verkoop | -2 001 | - | -2 001 |
| Winsten en verliezen uit herwaardering van toegezegdpensioenregelingen 1 | 14 473 | -603 | 13 870 |
| Aandeel in de andere elementen van het resultaat van joint ventures en | |||
| geassocieerde ondernemingen | -30 | - | -30 |
| Totaal | -2 857 | -670 | -3 527 |
| 2016 | Voor | Na | |
| in duizend € | belastingen | Belastingen | belastingen |
| Omrekeningsverschillen | 36 837 | - | 36 837 |
| Inflatie-aanpassingen | 1 483 | - | 1 483 |
| Kasstroomafdekkingen | 742 | -136 | 606 |
| Financiële activa beschikbaar voor verkoop | 2 349 | - | 2 349 |
| Winsten en verliezen uit herwaardering van toegezegdpensioenregelingen | -9 978 | -601 | -10 579 |
| Aandeel in de andere elementen van het resultaat van joint ventures en | |||
| geassocieerde ondernemingen | 40 | - | 40 |
| Totaal | 31 473 | -737 | 30 736 |
1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.
Er werden geen uitgestelde belastingvorderingen opgenomen met betrekking tot volgende aftrekbare elementen (brutowaarden):
| in duizend € | 2015 | 2016 | Verschil |
|---|---|---|---|
| Aftrekbare tijdelijke verschillen | 298 863 | 295 937 | -2 926 |
| Beleggingsverliezen | 26 627 | 23 534 | -3 093 |
| Operationele verliezen | 658 063 | 714 552 | 56 489 |
| Aftrekposten | 50 866 | 47 551 | -3 315 |
| Totaal | 1 034 419 | 1 081 574 | 47 155 |
Onderstaande tabel geeft de vervaldatum terug voor alle gevallen (opgenomen en niet-opgenomen).
| 2015 in duizend € |
Te vervallen binnen 1 jaar |
Te vervallen tussen 1 en 5 jaar |
Te vervallen na meer dan 5 jaar |
Niet vervallend |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Beleggingsverliezen | - | - | - | 26 627 | 26 627 |
| Operationele verliezen | 13 673 | 154 015 | 71 946 | 604 398 | 844 032 |
| Aftrekposten | - | 57 052 | - | 35 942 | 92 994 |
| Totaal | 13 673 | 211 067 | 71 946 | 666 967 | 963 653 |
| 2016 in duizend € |
Te vervallen binnen 1 jaar |
Te vervallen tussen 1 en 5 jaar |
Te vervallen na meer dan 5 jaar |
Niet vervallend |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Beleggingsverliezen | - | - | - | 23 534 | 23 534 |
| Operationele verliezen | 45 281 | 100 416 | 50 864 | 692 349 | 888 910 |
| Aftrekposten | - | 56 856 | - | 10 781 | 67 637 |
| Totaal | 45 281 | 157 272 | 50 864 | 726 664 | 980 081 |
| in duizend € | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Grond- en hulpstoffen en wisselstukken | 199 091 | 229 894 |
| Goederen in bewerking en gereed product | 323 451 | 384 359 |
| Handelsgoederen | 106 189 | 110 247 |
| Voorraden | 628 731 | 724 500 |
| Handelsvorderingen | 686 364 | 739 145 |
| Ontvangen bankwissels | 68 005 | 60 182 |
| Betaalde voorschotten | 15 126 | 19 531 |
| Handelsschulden | -456 783 | -556 361 |
| Ontvangen voorschotten | -3 137 | -12 732 |
| Schulden m.b.t. verloning en sociale zekerheid | -117 532 | -123 559 |
| Belastingen m.b.t. personeel | -8 016 | -8 198 |
| Operationeel werkkapitaal | 812 758 | 842 508 |
| Nettoboekwaarde | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2015 | 2016 |
| Per 1 januari | 974 611 | 812 758 |
| Organische toename of afname | -212 266 | -16 336 |
| Afwaarderingen en terugname van afwaarderingen | -8 281 | 1 175 |
| Eerste consolidatie | 58 899 | 52 003 |
| Uit consolidatie genomen | -8 465 | - |
| Impact inflatieboekhouden | 1 241 | 2 361 |
| Herclassificering als / uit (-) aangehouden voor verkoop | - | -26 347 |
| Omrekeningswinsten en -verliezen (-) | 7 019 | 16 894 |
| Per 31 december | 812 758 | 842 508 |
Het gemiddeld operationeel werkkapitaal vertegenwoordigde 22,6% van de omzet (2015: 24,8%).
Bijkomende informatie volgt hieronder:
De kostprijs van verkopen bevat vervoer- en verhandelingskosten van gereed product voor € 159,3 miljoen (2015: € 165,9 miljoen), die nooit werden gekapitaliseerd in voorraden. De bewegingen in de voorraden omvatten nettoafwaarderingen in 2016 voor € 5,1 miljoen (2015: nettoafwaarderingen voor € 6,8 miljoen). Er werden net als in 2015 geen voorraden verpand als waarborg voor leningen.
De volgende tabel stelt de bewegingen in waardeverminderingen op handelsvorderingen voor:
| in duizend € | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Per 1 januari | -41 767 | -45 076 |
| Opgenomen verliezen in huidig jaar | -8 614 | -8 287 |
| Opgenomen verliezen in vorige jaren - aangewende bedragen | 4 140 | 1 787 |
| Opgenomen verliezen in vorige jaren - terugname van niet aangewende | ||
| bedragen | 3 013 | 2 391 |
| Uit consolidatie genomen | 52 | - |
| Herclassificering als / uit (-) aangehouden voor verkoop | - | 849 |
| Omrekeningswinsten en verliezen (-) | -1 900 | 534 |
| Per 31 december | -45 076 | -47 802 |
De volgende tabel geeft verdere informatie omtrent waardeverminderingen en vervallen vorderingen:
| Handelsvorderingen en ontvangen bankwissels | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2015 | 2016 |
| Brutoboekwaarde | 799 445 | 847 129 |
| Waardeverminderingen voor dubieuze vorderingen (afgewaardeerd) | -45 076 | -47 802 |
| Nettoboekwaarde | 754 369 | 799 327 |
| waarvan vervallen maar niet afgewaardeerd | ||
| bedrag | 93 097 | 95 844 |
| gemiddeld aantal dagen uitstaand | 106 | 78 |
Betreffende de handelsvorderingen die niet afgewaardeerd en niet vervallen zijn, zijn er geen aanwijzingen dat de debiteuren hun betalingsverplichtingen niet zullen nakomen. Voor meer informatie over
kredietverbeteringstechnieken verwijzen wij naar toelichting 7.3. 'Beheer van financiële risico's en derivaten'.
| Nettoboekwaarde | |
|---|---|
| in duizend € 2015 |
2016 |
| Per 1 januari 106 627 |
99 286 |
| Toename of afname -12 483 |
14 072 |
| Waardeverminderingen en terugnemingen van waardeverminderingen 1 556 |
8 |
| Eerste consolidatie 3 219 |
4 261 |
| Uit consolidatie genomen -3 165 |
- |
| Herclassificeringen - |
-11 613 |
| Omrekeningswinsten en -verliezen 3 532 |
2 470 |
| Per 31 december 99 286 |
108 484 |
Overige vorderingen hebben voornamelijk betrekking op winstbelastingen (€ 40,1 miljoen (2015: € 40,3 miljoen)), BTW en overige belastingen (€ 55,5 miljoen (2015: € 49,7 miljoen)) en sociale leningen aan personeel (€ 2,2 miljoen (2015: € 3,0 miljoen)).
| Nettoboekwaarde in duizend € |
2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 401 771 | 365 546 |
| Geldbeleggingen | 10 216 | 5 342 |
Voor de wijzigingen in geldmiddelen en kasequivalenten: zie het geconsolideerd kasstroomoverzicht en toelichting 7.1. 'Toelichtingen bij het kasstroomoverzicht'. Kasequivalenten en geldbeleggingen omvatten op de balansdatum geen marktgenoteerde schuldinstrumenten of eigenvermogensinstrumenten en worden zonder uitzondering geclassificeerd als leningen en vorderingen.
| Nettoboekwaarde | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2015 | 2016 |
| Leningen en financiële vorderingen op ten hoogste een jaar 1 | 34 773 | 13 991 |
| Betaalde voorschotten | 15 126 | 19 531 |
| Derivaten (zie toelichting 7.3.) | 9 747 | 7 037 |
| Overlopende rekeningen (actief) 1 | 6 403 | 11 665 |
| Per 31 december | 66 049 | 52 225 |
| 1 |
1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.
De leningen en financiële vorderingen op ten hoogste een jaar hebben voornamelijk betrekking op leningen aan partners in China (€ 10,4 miljoen), en op diverse kaswaarborgen (€ 3,0 miljoen).
| Nettoboekwaarde | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2015 | 2016 |
| Per 1 januari | - | - |
| Toenames en afnames (-) | - | 100 848 |
| Omrekeningswinsten en -verliezen | - | 11 513 |
| Per 31 december | - | 112 361 |
| in duizend € | 2015 | 2016 |
| Immateriële activa | - | 9 939 |
| Materiële vaste activa | - | 36 674 |
| Overige vaste activa | - | 5 651 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | - | 505 |
| Voorraden | - | 10 140 |
| Handelsvorderingen | - | 27 880 |
| Overige vorderingen | - | 13 326 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | - | 8 241 |
| Overige vlottende activa | - | 5 |
| Totaal activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop | - | 112 361 |
| Voorzieningen voor personeelsbeloningen op meer dan een jaar | - | 33 |
| Overige voorzieningen op meer dan een jaar | - | 6 444 |
| Rentedragende schulden op meer dan een jaar | - | 551 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | - | 5 045 |
| Rentedragende schulden op ten hoogste een jaar | - | 662 |
| Handelsschulden | - | 7 117 |
| Personeelsbeloningen | - | 1 240 |
| Verplichtingen met betrekking tot winstbelastingen | - | 10 705 |
| Overige verplichtingen op ten hoogste een jaar | - | 1 703 |
| Totaal verplichtingen verbonden met activa geclassificeerd als | ||
| aangehouden voor verkoop | - | 33 500 |
Bekaert is in onderhandeling met ArcelorMittal om de Sumaré plant onder te brengen in een gelijkaardige joint venture structuur als de overige Braziliaanse operaties. Er wordt verwacht dat deze onderhandelingen zullen afgerond worden in 2017. Overige bewegingen hebben voornamelijk betrekking op gebruiksrechten voor terreinen van Bekaert (Huizhou) Steel Cord Co Ltd.
De gecumuleerde wisselkoersverschillen gerelateerd aan Bekaert Sumaré Ltda bedragen € -0,3 miljoen op balansdatum.
| 2015 | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Geplaatst kapitaal | Nominale | Aantal | 2016 Nominale |
Aantal | |
| in duizend € | waarde | aandelen | waarde | aandelen | |
| 1 | Per 1 januari | 176 914 | 60 111 405 | 176 957 | 60 125 525 |
| Bewegingen van het jaar | |||||
| Uitgifte van nieuwe aandelen | 43 | 14 120 | 655 | 222 000 | |
| Per 31 december | 176 957 | 60 125 525 | 177 612 | 60 347 525 | |
| 2 | Structuur | ||||
| 2.1 | Soorten aandelen | ||||
| Gewone aandelen zonder nominale | |||||
| waarde | 176 957 | 60 125 525 | 177 612 | 60 347 525 | |
| 2.2 | Aandelen op naam | 148 202 | 207 619 | ||
| Gedematerialiseerde aandelen | 59 977 323 | 60 139 906 | |||
| Toegestaan niet-geplaatst kapitaal | 152 175 | 176 000 |
In totaal werden 222 000 warrants uitgeoefend in 2016 in het kader van het SOP 2005-2009-aandelenoptieplan, wat geresulteerd heeft in de uitgifte van 222 000 nieuwe aandelen van de Onderneming.
Van de 4 248 710 eigen aandelen die de Onderneming in portefeuille had per 31 december 2015, heeft de Onderneming er 392 049 verkocht in het kader van op aandelen gebaseerde betalingen. Er werden 28 785 eigen aandelen ingekocht en er werden geen eigen aandelen vernietigd in 2016. Bijgevolg had de Onderneming een totaal van 3 885 446 eigen aandelen in bezit per 31 december 2016.
In onderstaande tabellen zijn de details van de aandelenoptieplannen weergegeven die hetzij op de balansdatum, hetzij op de vorige balansdatum nog een uitstaand saldo vertoonden:
| Datum van toekenning |
Uitoefen | Aantal warrants | Eerste | Laatste | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Datum van aanbod |
Datum van uitgifte van warrants |
prijs (in €) |
Toege kend |
Uitge oefend |
Verbeurd verklaard |
Uitstaand | uitoefen periode |
uitoefen periode |
|
| 22.05 - | 22.05 - | ||||||||
| 12.07.2002 | 10.09.2002 | 25.09.2002 | 15,825 | 106 152 | 105 432 | 720 | - | 30.06.2006 | 15.06.2015 |
| 106 152 | 105 432 | 720 | - | ||||||
| Aantal opties | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Laatste uitoefen periode |
Eerste uitoefen periode |
Uitstaand | Verbeurd verklaard |
Uitge oefend |
Toege kend |
Uitoefen Datum van Datum van prijs toekenning (in €) |
aanbod | |
| 15.11 - | 22.05 - | |||||||
| 15.12.2021 | 30.06.2010 | 10 000 | - | 27 500 | 37 500 | 30,175 | 19.02.2007 | 21.12.2006 |
| 15.11 - | 22.05 - | |||||||
| 15.12.2017 | 30.06.2011 | - | - | 12 870 | 12 870 | 28,335 | 18.02.2008 | 20.12.2007 |
| 15.11 - | 22.05 - | |||||||
| 15.12.2022 | 30.06.2011 | 19 320 | - | 11 310 | 30 630 | 28,335 | 18.02.2008 | 20.12.2007 |
| 15.11 - | 22.05 - | |||||||
| 15.12.2018 | 30.06.2012 | 14 000 | - | 50 500 | 64 500 | 16,660 | 16.02.2009 | 18.12.2008 |
| 15.11 - | 22.05 - | |||||||
| 15.12.2019 | 30.06.2013 | 44 500 | - | 5 000 | 49 500 | 33,990 | 15.02.2010 | 17.12.2009 |
| 87 820 | - | 107 180 | 195 000 |
| Aantal warrants | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Laatste uitoefen periode |
Eerste uitoefen periode |
Uitstaand | Verbeurd verklaard |
Uitge oefend |
Toege kend |
Uitoefen prijs (in €) |
Datum van uitgifte van warrants |
Datum van toekenning |
Datum van aanbod |
| 15.11 - | 22.05 - | ||||||||
| 15.12.2020 | 30.06.2009 | 7 716 | 15 | 182 967 | 190 698 | 23,795 | 22.03.2006 | 20.02.2006 | 22.12.2005 |
| 15.11 - | 22.05 - | ||||||||
| 15.12.2021 | 30.06.2010 | 8 970 | 600 | 144 240 | 153 810 | 30,175 | 22.03.2007 | 19.02.2007 | 21.12.2006 |
| 15.11 - | 22.05 - | ||||||||
| 15.12.2017 | 30.06.2011 | 1 000 | 9 900 | 3 200 | 14 100 | 28,335 | 22.04.2008 | 18.02.2008 | 20.12.2007 |
| 15.11 - | 22.05 - | ||||||||
| 15.12.2022 | 30.06.2011 | 61 150 | 12 700 | 141 250 | 215 100 | 28,335 | 22.04.2008 | 18.02.2008 | 20.12.2007 |
| 15.11 - | 22.05 - | ||||||||
| 15.12.2018 | 30.06.2012 | 39 100 | 19 500 | 229 550 | 288 150 | 16,660 | 20.10.2009 | 16.02.2009 | 18.12.2008 |
| 15.11 - | 22.05 - | ||||||||
| 15.12.2019 | 30.06.2013 | 116 550 | 52 500 | 56 400 | 225 450 | 33,990 | 08.09.2010 | 15.02.2010 | 17.12.2009 |
| 234 486 | 95 215 | 757 607 | 1 087 308 |
| Aantal opties | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Datum van aanbod |
Datum van toekenning |
prijs (in €) |
Toege kend |
Uitge oefend |
Verbeurd verklaard |
Uitstaand | uitoefen periode |
Laatste uitoefen periode |
| 28.02 - | Medio nov.- | |||||||
| 16.12.2010 | 14.02.2011 | 77,000 | 360 925 | - | 65 200 | 295 725 | 13.04.2014 | 15.12.2020 |
| Medio nov. - | ||||||||
| 22.12.2011 | 20.02.2012 | 25,140 | 287 800 | 166 900 | 2 600 | 118 300 | 12.04.2015 | 21.12.2021 |
| Medio nov. - | ||||||||
| 20.12.2012 | 18.02.2013 | 19,200 | 267 200 | 175 442 | 2 700 | 89 058 | 10.04.2016 | 19.12.2022 |
| Eind feb. - | ||||||||
| 09.04.2017 | 28.03.2023 | |||||||
| Medio nov. - | ||||||||
| 09.04.2017 | 18.12.2023 | |||||||
| Medio nov. - | ||||||||
| 18.12.2014 | 16.02.2015 | 26,055 | 349 810 | - | 2 100 | 347 710 | 08.04.2018 | 17.12.2024 |
| 1 899 185 | ||||||||
| 29.03.2013 19.12.2013 |
28.05.2013 17.02.2014 |
Uitoefen 21,450 25,380 |
260 000 373 450 |
- - |
- 2 400 |
260 000 371 050 |
Eerste 27.02. - Eind feb. - Eind feb. - Eind feb. - Eind feb. - 342 342 75 000 1 481 843 |
| Aantal opties | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Datum van aanbod |
Datum van toekenning |
Uitoefen prijs (in €) |
Toege kend |
Uitge oefend |
Verbeurd verklaard |
Uitstaand | Eerste uitoefen periode |
Laatste uitoefen periode |
|
| Eind febr. - | Medio nov. - | ||||||||
| 17.12.2015 | 15.02.2016 | 26,375 | 227 250 | - | - | 227 250 | 07.04.2019 | 16.12.2025 | |
| 227 250 | - | - | 227 250 | ||||||
| 2015 | Gewogen | 2016 | Gewogen | |
|---|---|---|---|---|
| gemiddelde uitoefenprijs |
gemiddelde uitoefenprijs |
|||
| Aandelenoptieplan SOP1 | Aantal warrants | (in €) | Aantal warrants | (in €) |
| Uitstaand op 1 januari | 720 | 15,825 | - | - |
| Uitgeoefend gedurende het jaar | -720 | 15,825 | - | - |
| Uitstaand op 31 december | - | - | - | - |
| 2015 | 2016 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Gewogen | Gewogen | ||||
| gemiddelde uitoefenprijs |
gemiddelde uitoefenprijs |
||||
| Aandelenoptieplan SOP2 | Aantal opties | (in €) | Aantal opties | (in €) | |
| Uitstaand op 1 januari | 143 500 | 25,166 | 143 500 | 25,166 | |
| Uitgeoefend gedurende het jaar | - | - | -55 680 | 18,254 | |
| Uitstaand op 31 december | 143 500 | 25,166 | 87 820 | 29,549 |
| 2015 | 2016 | |||
|---|---|---|---|---|
| Gewogen | Gewogen | |||
| gemiddelde | gemiddelde | |||
| uitoefenprijs | uitoefenprijs | |||
| Aandelenoptieplan SOP 2005-2009 | Aantal warrants | (in €) | Aantal warrants | (in €) |
| Uitstaand op 1 januari | 489 386 | 26,720 | 456 486 | 26,710 |
| Verbeurd verklaard gedurende het jaar | -19 500 | 33,873 | - | - |
| Uitgeoefend gedurende het jaar | -13 400 | 16,660 | -222 000 | 24,164 |
| Uitstaand op 31 december | 456 486 | 26,710 | 234 486 | 29,120 |
| 2015 | Gewogen gemiddelde uitoefenprijs |
2016 | Gewogen gemiddelde uitoefenprijs |
|
|---|---|---|---|---|
| Aandelenoptieplan SOP 2010-2014 | Aantal opties | (in €) | Aantal opties | (in €) |
| Uitstaand op 1 januari | 1 498 075 | 34,413 | 1 821 585 | 32,942 |
| Toegekend gedurende het jaar | 349 810 | 26,055 | - | - |
| Uitgeoefend gedurende het jaar | -26 300 | 25,140 | -316 042 | 21,843 |
| Verbeurd verklaard gedurende het jaar | - | - | -23 700 | 67,259 |
| Uitstaand op 31 december | 1 821 585 | 32,942 | 1 481 843 | 34,760 |
| 2015 | 2016 | |||
|---|---|---|---|---|
| Gewogen | Gewogen | |||
| gemiddelde | gemiddelde | |||
| uitoefenprijs | uitoefenprijs | |||
| Aandelenoptieplan SOP 2015-2017 | Aantal opties | (in €) | Aantal opties | (in €) |
| Toegekend gedurende het jaar | - | - | 227 250 | 26,375 |
| Uitstaand op 31 december | - | - | 227 250 | 26,375 |
| Gewogen gemiddelde resterende contractuele looptijd | |
|---|---|
| in jaren 2015 |
2016 |
| SOP2 3,7 |
3,2 |
| SOP 2005-2009 4,5 |
3,7 |
| SOP 2010-2014 7,1 |
6,3 |
| SOP 2015-2017 - |
9,0 |
In 2016 was de gewogen gemiddelde aandelenkoers niet van toepassing voor de SOP1-warrants (2015: € 26,22), € 40,69 voor de SOP2-opties (2015: niet van toepassing), € 39,45 voor de SOP 2005-2009-warrants (2015: € 26,36) en € 35,42 voor de SOP 2010-2014-opties (2015: € 27,09). De uitoefenprijs van de warrants en opties is gelijk aan het laagste van (i) de gemiddelde slotkoers van het aandeel van de Onderneming op de beurs gedurende dertig dagen die het aanbod voorafgaan en (ii) de laatste slotkoers die voorafgaat aan de dag van het aanbod. Wanneer de warrants onder het SOP1-plan of het SOP 2005-2009-plan uitgeoefend worden, wordt het eigen vermogen verhoogd met de ontvangen opbrengsten. Volgens de voorwaarden van de SOP1- en SOP2 plannen waren alle tot in 2004 toegekende warrants of opties onmiddellijk verworven.
Onder de voorwaarden van het aandelenoptieplan SOP 2010-2014 werden opties tot het verwerven van bestaande aandelen van de Onderneming aangeboden aan de leden van het Bekaert Group Executive, de Senior Vice Presidents en een aantal hogere kaderleden gedurende de periode 2010-2014. De toekenningsdata van elk aanbod waren gepland in de periode 2011-2015. De uitoefenprijs van het aandelenoptieplan SOP 2010-2014 werd op dezelfde manier bepaald als van de voorgaande plannen. De toezeggingsvoorwaarden van zowel de SOP 2010-2014-toekenningen, de SOP2005-2009-toekenningen als de SOP2-toekenningen vanaf 2006 zijn zo opgesteld dat de warrants of opties volledig verworven zullen zijn op 1 januari van het vierde jaar na de datum van het aanbod. In het kader van de Economische Herstelwet van 27 maart 2009 werd de uitoefenperiode van de SOP2-opties en de SOP 2005-2009-warrants toegekend in 2006, 2007 en 2008 met vijf jaar verlengd in het voordeel van begunstigden die onderworpen waren aan de Belgische inkomstenbelastingen op het ogenblik dat de verlenging werd aangeboden.De toename in reële waarde toegekend als gevolg van de verlengde uitoefenperiode bedraagt € 0,3 miljoen.
De opties toegekend onder SOP2 en SOP 2010-2014 en de warrants toegekend onder SOP 2005-2009 worden opgenomen tegen reële waarde op de toekenningsdatum in overeenstemming met IFRS 2 (zie toelichting 6.13. 'Overgedragen resultaten en overige Groepsreserves'). De reële waarde van de opties wordt bepaald door middel van een binomiaal waarderingsmodel. Inputs en uitkomsten van het optiewaarderingsmodel worden hieronder gedetailleerd:
| Waarderingsmodel Aandelenoptieplannen |
Toegekend in februari 2015 |
Toegekend in februari 2016 |
Toegekend in februari 2017 1 |
|---|---|---|---|
| Inputs van het model | |||
| Aandelenkoers op toekenningsdatum | |||
| (in €) | 25,65 | 27,25 | 39,39 |
| Uitoefenprijs (in €) | 26,06 | 26,38 | 39,43 |
| Verwachte volatiliteit | 39% | 39% | 39% |
| Verwacht dividendrendement | 3% | 3% | 3% |
| Wachtperiode (jaren) | 3 | 3 | 3 |
| Contractduur (jaren) | 10 | 10 | 10 |
| Uitstroom van personeel | 3% | 3% | 3% |
| Risicovrije rentevoet | 0,05% | 0,05% | 0,05% |
| Uitoefenfactor | 1,40 | 1,40 | 1,40 |
| Uitkomst van het model | |||
| Reële waarde (in €) | 6,71 | 7,44 | 10,32 |
| Toegekende opties | 349 810 | 227 250 | 273 325 |
1 Zie toelichting 7.6. 'Gebeurtenissen na balansdatum'.
Het model houdt rekening met een vervroegde uitoefening door middel van een uitoefenfactor. Een uitoefenfactor van 1,40 staat voor de veronderstelling dat de gemiddelde begunstigde de opties en warrants uitoefent na de wachtperiode zodra de aandelenkoers de uitoefenprijs 40% overstijgt (gemiddeld).
In de loop van 2016 werden 227 250 opties (2015: 349 810) toegekend onder SOP 2015-2017 met een reële waarde van € 7,44 (2015: € 6,71) per eenheid. De Groep heeft een last tegenover het eigen vermogen opgenomen voor een bedrag van € 3,3 miljoen (2015: € 2,9 miljoen) op basis van een lineaire afschrijving over de toezeggingsperiode van de reële waarde van de opties en warrants.
De leden van het Bekaert Group Executive, het senior management en een beperkt aantal kaderleden van de Onderneming en van enkele van haar dochtervennootschappen ontvingen gedurende 2015 en 2016 prestatieaandeeleenheden die de begunstigde het recht geven prestatieaandelen te ontvangen volgens de voorwaarden van het Performance Share Plan 2015-2017. Deze prestatieaandeeleenheden zullen uitoefenbaar zijn na een wachttijd van drie jaar op voorwaarde dat een vooraf vastgelegde prestatiedoelstelling bereikt wordt. De prestatiedoelstelling werd vastgelegd door de Raad van Bestuur, in lijn met de strategie van de Groep.
De prestatieaandeeleenheden toegekend onder het Performance Share Plan 2015-2017 worden opgenomen tegen reële waarde op de toekenningsdatum in overeenstemming met IFRS 2 (zie toelichting 6.13. 'Overgedragen resultaten en overige Groepsreserves'). De reële waarde van de prestatieaandeeleenheden wordt bepaald door middel van een binomiaal waarderingsmodel. Inputs en uitkomsten van het optiewaarderingsmodel worden hieronder gedetailleerd:
| Toegekend in | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Waarderingsmodel Prestatieaandelenplan |
december 2015 |
februari 2016 |
juli 2016 |
december 2016 1 |
februari 2017 2 |
| Inputs van het model | |||||
| Aandelenkoers op toekennings | |||||
| datum (in €) | 27,25 | 32,00 | 38,38 | 39,49 | 46,90 |
| Verwachte volatiliteit | 39% | 39% | 39% | 39% | 39% |
| Verwacht dividendrendement | 3% | 3% | 3% | 3% | 3% |
| Wachtperiode (jaren) | 3 | 2,83 | 3 | 3 | 2,83 |
| Uitstroom van personeel | 3% | 3% | 3% | 3% | 0% |
| Risicovrije rentevoet | -0,20% | -0,41% | -0,56% | -0,53% | -0,53% |
| Uitkomst van het model | |||||
| Reële waarde (in €) | 36,08 | 46,89 | 50,30 | 52,15 | 46,90 |
| Toegekende prestatieaandeel | |||||
| eenheden | 50 850 | 10 000 | 2 500 | 52 450 | 10 000 |
1 In het resultaat opgenomen vanaf 1 januari 2017.
2 Zie toelichting 7.6. 'Gebeurtenissen na balansdatum'.
In 2016 werd een aanbod van 52 450 prestatieaandeeleenheden (2015: 50 850) gedaan in het kader van Performance Share Plan 2015-2017. De toegekende eenheden vertegenwoordigen een reële waarde van € 2,7 miljoen (2015: € 1,8 miljoen). Daarnaast werd een uitzonderlijk aanbod gedaan van
10 000 prestatieaandeeleenheden aan de Chief Executive Officer op 29 februari 2016 en een uitzonderlijk aanbod van 2 500 prestatieaandeeleenheden aan de nieuw aangeworven Chief Financial Officer op 1 juli 2016. De Groep heeft een last tegenover het eigen vermogen opgenomen voor een bedrag van € 0,8 miljoen op basis van een lineaire afschrijving over de toezeggingsperiode van de reële waarde van de aangeboden Prestatieaandeeleenheden.
In maart 2016 introduceerde de Onderneming het Personal Shareholding Requirement Plan voor de Chief Executive Officer en andere leden van het Bekaert Group Executive ('BGE'), op grond waarvan ze verplicht zijn een persoonlijk belang in aandelen van de Onderneming op te bouwen en waarbij de verwerving van het vereiste aantal aandelen van de Onderneming wordt ondersteund door een zogenaamd matching-mechanisme door de Onderneming. Oorspronkelijk bestond het matching-mechanisme van de Onderneming erin dat de Onderneming de investering van de BGE-leden in aandelen van de Onderneming in jaar x zou evenaren met een premie (uit te betalen op het einde van jaar x+2) die dan zou moeten worden gebruikt door het BGE-lid om te investeren in aandelen van de Onderneming. Op voorstel van de Raad van Bestuur en onder voorbehoud van de goedkeuring door de Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 29 maart 2017, zou dit matchingmechanisme van de Onderneming worden aangepast (met retroactief effect vanaf de start van het Personal Shareholding Requirement Plan), in die zin dat de Onderneming de investering van de BGE-leden in aandelen van de Onderneming in jaar x zal evenaren door een direct aanbod van een gelijk aantal aandelen van de Onderneming als verworven door het BGE-lid (zulk aanbod zal gedaan worden op het einde van jaar x+2).
De matching shares toegekend onder het Personal Shareholding Requirement Plan 2016 worden opgenomen tegen reële waarde op de toekenningsdatum in overeenstemming met IFRS 2 (zie toelichting 6.13. 'Overgedragen resultaten en overige Groepsreserves'). De reële waarde van de matching shares wordt bepaald door middel van een binomiaal waarderingsmodel. Inputs en uitkomsten van het waarderingsmodel worden hieronder gedetailleerd:
| Waarderingsmodel | Toe te kennen |
|---|---|
| Matching share | december 2018 |
| Inputs van het model | |
| Aandelenkoers op startdatum (in €) | 35,71 |
| Verwachte volatiliteit | 39% |
| Verwacht dividendrendement | 3% |
| Wachtperiode (jaren) | 2,8 |
| Uitstroom van personeel | 4% |
| Risicovrije rentevoet | -0,40% |
| Uitkomst van het model | |
| Reële waarde (in €) | 29,27 |
| Toe te kennen matching shares | 20 327 |
In 2018 zal een aanbod van 20 327 matching shares worden gedaan onder de voorwaarden van Personal Shareholding Requirement Plan 2016. De matching shares vertegenwoordigen een reële waarde van € 0,6 miljoen. De Groep heeft een last tegenover het eigen vermogen opgenomen voor een bedrag van € 0,2 miljoen op basis van een lineaire afschrijving over de toezeggingsperiode van de reële waarde van de aan te bieden matching shares.
| 2015 | 2016 |
|---|---|
| -148 | |
| 2 446 | |
| -80 743 | |
| -8 206 | |
| 30 831 | |
| -55 820 | |
| 4 286 | |
| -51 534 | |
| -144 747 | -127 974 |
| 1 397 110 | 1 432 394 |
| - 97 -70 771 -8 200 30 689 -48 185 -30 808 -78 993 |
1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.
De bewegingen in de diverse elementen van de Groepsreserves zijn als volgt:
Wijzigingen in reële waarde van afdekkingsinstrumenten die worden aangemerkt als effectieve kasstroomafdekkingen worden elk kwartaal berekend en rechtstreeks in het eigen vermogen opgenomen. In overeenstemming met de IFRS-voorschriften voor hedge accounting met betrekking tot kasstroomafdekkingen worden de wisselresultaten als gevolg van de omrekening van de onderliggende schulden tegen slotkoers gecompenseerd door de betrokken bedragen elk kwartaal over te boeken van de afdekkingsreserve naar de winst-enverliesrekening.
Herwaarderingsreserve voor financiële activa beschikbaar voor verkoop
| in duizend € | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Per 1 januari | 2 098 | 97 |
| Overboekingen naar de winst-en-verliesrekening | 302 | 591 |
| Wijzigingen in reële waarde | -2 303 | 1 758 |
| Per 31 december | 97 | 2 446 |
| Waarvan | ||
| Participatie in Shougang Concord Century Holdings Ltd | 97 | 2 446 |
De herwaardering van de deelneming in Shougang Concord Century Holdings Ltd is gebaseerd op de slotkoers op de beurs van Hongkong. Midden 2016 werd een bedrag van € 0,6 miljoen overgeboekt naar de winst-enverliesrekening als gevolg van een bijzondere waardevermindering (€ 0,3 miljoen op jaareinde 2015). De aandelenkoers herstelde zich substantieel gedurende het tweede semester van 2016, wat af te lezen is aan de positieve wijzigingen in reële waarde.
| Herwaarderingen van toegezegdpensioenregelingen in duizend € |
2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Per 1 januari (zoals gerapporteerd) | -79 146 | -70 771 |
| Herwerkingen 1 | -4 295 | - |
| Per 1 januari (herwerkt) | -83 441 | -70 771 |
| Herwaarderingen van de periode 1 | 13 808 | -9 615 |
| Inflatie-effecten | -430 | -538 |
| Wijzigingen in Groepsstructuur | -708 | 181 |
| Per 31 december | -70 771 | -80 743 |
1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'. De herwaarderingen resulteren uit het gebruik van gewijzigde actuariële veronderstellingen bij de bepaling van de toegezegdpensioenverplichtingen en uit verschillen tegenover de werkelijke rendementen van fondsbeleggingen op de balansdatum (zie toelichting 6.15. 'Voorzieningen voor personeelsbeloningen'). De openingsbalans van 2015 werd herwerkt als gevolg van een IAS 19-wijziging die vereist dat een verdisconteringsvoet gebruikt wordt die gebaseerd is op de valuta eerder dan het land. Deze reserve omvat geen herwaarderingen toerekenbaar aan minderheidsbelangen van derden.
Er werden geen beduidende bewegingen opgenomen in de overige herwaarderingsreserves. Deze reserves bestaan vrijwel uitsluitend uit een verplichting van € 8,2 miljoen die initieel opgezet werd tegen reële waarde via eigen vermogen. Deze verplichting vertegenwoordigt de put-optie die aan Maccaferri verleend werd op hun resterende minderheidsbelangen in Bekaert Maccaferri Underground Solutions BVBA. Alle latere reëlewaardewijzigingen met betrekking tot deze financiële verplichting worden in overeenstemming met IFRS opgenomen via de winst-en-verliesrekening.
| in duizend € | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Per 1 januari (zoals gerapporteerd) | 29 722 | 30 689 |
| Herwerkingen 1 | 999 | - |
| Per 1 januari (herwerkt) | 30 721 | 30 689 |
| Uitgestelde belastingen met betrekking tot andere elementen van het resultaat 1 | -520 | -433 |
| Inflatie-effecten | 146 | 183 |
| Wijzigingen in Groepsstructuur | 342 | 393 |
| Per 31 december | 30 689 | 30 832 |
1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.
Uitgestelde belastingen met betrekking tot andere elementen van het resultaat ('OCI' = Other Comprehensive Income) worden eveneens opgenomen via OCI (zie toelichting 6.6. 'Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen'). De herwerking van de openingsbalans van 2015 weerspiegelt het uitgesteldebelastingseffect van de IAS 19-herwerking toegepast op de Ecuadoriaanse toegezegdpensioenregelingen.
| Eigen aandelen in duizend € |
2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Per 1 januari | -145 953 | -144 747 |
| Ingekochte aandelen | - | -1 114 |
| Verkochte aandelen | 1 206 | 17 887 |
| Per 31 december | -144 747 | -127 974 |
Er werden 28 785 aandelen ingekocht in 2016 zowel om verwatering tegen te gaan als om het kasstroomrisico van op aandelen gebaseerde betalingsregelingen af te dekken, terwijl er 392 049 eigen aandelen verkocht werden aan de begunstigden van de op aandelen gebaseerde betalingsregelingen van de Groep. In 2015 hadden de enige eigenaandelentransacties betrekking op de uitoefening van 26 300 opties (zie toelichting 6.12. 'Gewone aandelen, eigen aandelen en op aandelen gebaseerde betalingen'). Zie ook de bewegingen in de overgedragen resultaten verder in deze toelichting.
| Gecumuleerde omrekeningsverschillen | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2015 | 2016 |
| Per 1 januari | -6 149 | -30 808 |
| Omrekeningsverschillen op goedgekeurde dividenden | -5 296 | -352 |
| Overboekingen naar de winst-en-verliesrekening in verband met afgestoten | ||
| entiteiten of gefaseerde overnames | 393 | - |
| Wijzigingen in Groepsstructuur | -2 359 | -37 |
| Bewegingen ontstaan uit wisselkoersfluctuaties 1 | -17 397 | 35 483 |
| Per 31 december | -30 808 | 4 286 |
| Waarvan gerelateerd aan entiteiten met volgende functionele valuta's | ||
| Chinese renminbi | 158 720 | 138 100 |
| US dollar 1 | 35 554 | 43 121 |
| Braziliaanse real | -170 636 | -118 483 |
| Chileense peso | -9 370 | -1 128 |
| Venezolaanse bolivar | -42 344 | -54 682 |
| Indische roepie | -3 183 | -2 720 |
| Tsjechische kroon | 7 557 | 7 511 |
| Britse pond | 783 | -8 201 |
| Russische roebel | -5 433 | -1 728 |
| Andere valuta's | -2 456 | 2 496 |
1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'. De schommelingen in omrekeningsverschillen weerspiegelen zowel de wisselkoersevolutie als het relatief belang van de nettoactiva opgenomen in de vermelde valuta's.
| Overgedragen resultaten | |
|---|---|
| ------------------------- | -- |
| Overgedragen resultaten | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2015 | 2016 |
| Per 1 januari | 1 352 197 | 1 397 110 |
| Herclassificeringen naar overige reserves | 16 407 | - |
| Toegekende eigenvermogensinstrumenten | - | 4 387 |
| Resultaat van de periode toerekenbaar aan de Groep | 101 722 | 105 166 |
| Dividenden | -48 006 | -50 472 |
| Inflatie-effecten | 1 698 | 2 000 |
| Eigenaandelentransacties | - | -9 235 |
| Wijzigingen in Groepstructuur | -26 908 | -16 562 |
| Per 31 december | 1 397 110 | 1 432 394 |
Herclassificeringen in 2015 hadden betrekking op historische reëlewaardeaanpassingen naar aanleiding van bedrijfscombinaties van vóór 2011 (€ 8,7 miljoen) en in eigenvermogensinstrumenten, op aandelen gebaseerde betalingsregelingen (€ -25,1 miljoen) die niet langer in een afzonderlijke reserve verwerkt worden vanaf 2016. Hiervan getuigen ook de toegekende eigenvermogensinstrumenten (€ 4,4 miljoen) die rechtstreeks in de overgedragen resultaten geboekt werden in 2016. Inflatie-effecten zijn het gevolg van het gebruik van inflatieboekhouding in Venezuela, zoals door IFRS vereist in een hyperinflatoire economie. Eigenaandelentransacties (€ -9,2 miljoen) vertegenwoordigen het verschil tussen de opbrengsten en de FIFO-boekwaarde van de verkochte aandelen. Wijzigingen in Groepsstructuur in 2015 (€ -26,9 miljoen) hadden voornamelijk betrekking op de inkoop van minderheidsbelangen (€ -27,7 miljoen) en bedrijfscombinaties en afstotingen van activiteiten (€ 0,8 miljoen), terwijl ze in 2016 overwegend betrekking hadden op de BBRG-bedrijfscombinatie (€ -16,4 miljoen).
| Nettoboekwaarde | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2015 | 2016 |
| Per 1 januari (zoals gerapporteerd) | 199 421 | 129 440 |
| Herwerkingen 1 | -2 348 | - |
| Per 1 januari (herwerkt) | 197 073 | 129 440 |
| Wijzigingen in Groepsstructuur | -85 152 | 10 620 |
| Aandeel in het perioderesultaat 1 | 3 742 | 7 255 |
| Aandeel in andere elementen van het resultaat behalve CTA 1 | 655 | 29 |
| Uitgekeerde dividenden | -7 391 | -17 037 |
| Kapitaalverhogingen | 14 967 | - |
| Omrekeningswinsten en -verliezen (-) 1 | 5 546 | 494 |
| Per 31 december | 129 440 | 130 801 |
1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.
De wijzigingen in Groepsstructuur in 2016 houden hoofdzakelijk verband met de fusie met Bridon. In 2015 kwamen de wijzigingen in Groepsstructuur voornamelijk voort uit de transactie waarbij Bekaert de resterende minderheidsbelangen in de Ropes-entiteiten overnam van de Chileense partners in december. De overige wijzigingen waren het gevolg van de bedrijfscombinatie met Pirelli, de overname van de resterende minderheidsbelangen in twee Chinese entiteiten en in de Maleisische en Indonesische 'Southern Wire'-entiteiten van Southern Steel, en het verlies van de zeggenschap in Bekaert (Xinyu) New Materials Co Ltd.
In 2016 verbeterde het aandeel in het perioderesultaat dankzij de positieve bijdrage van de Wire-entiteiten, terwijl de BBRG-entiteiten getroffen werden door de sterk teruglopende vraag in de olie- en gassector.
In overeenstemming met IFRS 12, 'Informatieverschaffing over belangen in andere entiteiten', wordt volgende informatie verschaft met betrekking tot dochterondernemingen waarin derden minderheidsbelangen aanhouden die van materieel belang zijn voor de Groep. De bedoeling van IFRS 12 is om van een entiteit bijkomende toelichting te vereisen die de lezers van haar jaarrekening toelaten volgende elementen te evalueren: (a) de aard van haar belangen in andere entiteiten en de daaraan verbonden risico's en (b) de effecten van deze belangen op haar financiële positie, winstgevendheid en kasstromen. Bekaert heeft vele partnerschappen over de hele wereld, waarvan de meeste individuele entiteiten niet zouden voldoen aan redelijke materialiteitscriteria. Daarom heeft de Groep drie groepen van entiteiten met minderheidsbelangen geïdentificeerd die onderling verbonden zijn door de aard van hun activiteiten en aandeelhouderstructuur: (1) de BBRG-entiteiten, een globale business waarin Bekaert recent haar wereldwijde voetafdruk heeft uitgebreid; (2) de Wire-entiteiten in Chili en Peru, waarin de minderheidsbelangen hoofdzakelijk in handen zijn van de Chileense partners, en (3) de Wire-entiteiten in de Andinaregio, waarin de minderheidsbelangen hoofdzakelijk in handen zijn van de Ecuadoriaanse familie Kohn en ArcelorMittal. Bij de groepering van deze informatie werden enkel de intragroepseffecten binnen elke groep van entiteiten geëlimineerd, terwijl alle andere entiteiten van de Groep als derden werden behandeld.
| Entiteiten opgenomen in de toelichting m.b.t. materiële | Aandeel van minderheidsbelangen | ||
|---|---|---|---|
| minderheidsbelangen | op jaareinde | ||
| Land | 2015 | 2016 | |
| BBRG-entiteiten | |||
| Acma Inversiones SA | Chili | 0,0% | 40,0% |
| BBRG (Purchaser) Ltd | Verenigd Koninkrijk | 0,0% | 40,0% |
| BBRG (Subsidiary) Ltd | Verenigd Koninkrijk | 0,0% | 40,0% |
| BBRG Finance (UK) Ltd | Verenigd Koninkrijk | 0,0% | 40,0% |
| BBRG Holding (UK) Ltd | Verenigd Koninkrijk | 0,0% | 40,0% |
| BBRG Operations (UK) Ltd | Verenigd Koninkrijk | 0,0% | 40,0% |
| BBRG Production (UK) Ltd | Verenigd Koninkrijk | 0,0% | 40,0% |
| Bekaert (Shenyang) Advanced Cords Co, Ltd | China | 0,0% | 40,0% |
| Bekaert Advanced Cords Aalter NV | België | 0,0% | 40,0% |
| Bekaert Cimaf Cabos | Brazilië | 0,0% | 40,0% |
| Bekaert Wire Rope Industry NV | België | 0,0% | 40,0% |
| Bekaert Wire Ropes Pty Ltd | Australië | 0,0% | 40,0% |
| Bridge Finco LLC | Verenigde Staten | 0,0% | 40,0% |
| Bridon (Hangzhou) Ropes Co Ltd | China | 0,0% | 40,1% |
| Bridon (South East Asia) Ltd | China | 0,0% | 40,1% |
| Bridon Australia Pty Ltd | Australië | 0,0% | 40,1% |
| Bridon Coatbridge Limited | Verenigd Koninkrijk | 0,0% | 40,0% |
| Bridon do Brasil Representaçŏes Comércio e Indústria de Cabos Ltda | Brazilië | 0,0% | 40,1% |
| Bridon Holdings Ltd | Verenigd Koninkrijk | 0,0% | 40,1% |
| Bridon Hong Kong Limited | China | 0,0% | 40,1% |
| Bridon International GmbH | Duitsland | 0,0% | 40,0% |
| Bridon International Limited | Verenigd Koninkrijk | 0,0% | 40,0% |
| Bridon Ltd | Verenigd Koninkrijk | 0,0% | 40,0% |
| Bridon New Zealand Limited | Nieuw Zeeland | 0,0% | 40,1% |
| Bridon Pension Trust (No Two) Limited | Verenigd Koninkrijk | 0,0% | 40,0% |
| Bridon Scanrope AS | Noorwegen | 0,0% | 40,1% |
| Bridon Scheme Trustees Ltd | Verenigd Koninkrijk | 0,0% | 40,0% |
| Bridon Singapore (Pte) Ltd | Singapore | 0,0% | 40,1% |
| Bridon-American Corporation | Verenigde Staten | 0,0% | 40,0% |
| Bridon-Bekaert Ropes Group (UK) Ltd | Verenigd Koninkrijk | 0,0% | 40,0% |
| Bridon-Bekaert Ropes Group Ltd | Verenigd Koninkrijk | 0,0% | 40,0% |
| British Ropes Limited | Verenigd Koninkrijk | 0,0% | 40,0% |
| Gloucester Rope & Tackle Company Limited | Verenigd Koninkrijk | 0,0% | 40,0% |
| NV Bridon Ropes SA | België | 0,0% | 40,1% |
| Procables SA | Peru | 3,9% | 42,3% |
| Procables Wire Ropes SA | Chili | 0,0% | 40,0% |
| Prodinsa SA | Chili | 0,0% | 40,0% |
| PT Bridon | Indonesië | 0,0% | 40,1% |
| Wire Rope Industries Ltd/Industries de Câbles d'Acier Ltée | Canada | 0,0% | 40,0% |
| Wire Rope Industries USA, Inc | Verenigde Staten | 0,0% | 40,0% |
| Wire-entiteiten Chili en Peru | |||
| Acma SA | Chili | 48,0% | 48,0% |
| Acmanet SA | Chili | 48,0% | 48,0% |
| Industrias Acmanet Ltda | Chili | 48,0% | 48,0% |
| Industrias Chilenas de Alambre - Inchalam SA | Chili | 48,0% | 48,0% |
| Procercos SA | Chili | 48,0% | 48,0% |
| Prodalam SA | Chili | 48,0% | 48,0% |
| Impala SA | Panama | 48,0% | 48,0% |
| Productos de Acero Cassadó SA | Peru | 62,5% | 62,5% |
| Prodac Contrata SAC | Peru | 62,5% | 62,5% |
| Prodac Selva SAC | Peru | 62,5% | 62,5% |
| Wire-entiteiten Andina regio | |||
| Bekaert Ideal SL | Spanje | 20,0% | 20,0% |
| Productora de Alambres Colombianos - Proalco SAS | Colombia | 20,0% | 20,0% |
| Bekaert Costa Rica SA | Costa Rica | 41,6% | 41,6% |
| BIA Alambres Costa Rica SA | Costa Rica | 41,6% | 41,6% |
| Ideal Alambrec SA | Ecuador | 41,6% | 41,6% |
| InverVicson SA | Venezuela | 20,0% | 20,0% |
| Vicson SA | Venezuela | 20,0% | 20,0% |
De hoofdactiviteit van de voornaamste entiteiten in bovenstaande lijst is de productie en verkoop van draad, staalkabel en andere draadproducten, in hoofdzaak voor de lokale markt. De volgende entiteiten zijn in wezen holdings die deelnemingen aanhouden in één of meer van de overige entiteiten in deze lijst: Acma Inversiones SA, Procables Wire Ropes SA, Bekaert Wire Rope Industry NV, BBRG (Purchaser) Ltd, BBRG (Subsidiary) Ltd, BBRG Finance (UK) Ltd, BBRG (Holding) Ltd, BBRG Operations (UK) Ltd, BBRG Production (UK) Ltd, Bridon Holdings Ltd, Bridon-Bekaert Ropes Group (UK) Ltd, Bridon-Bekaert Ropes Group Ltd, Industrias Acmanet Ltda, Procercos SA, Impala SA en Bekaert Ideal SL. De volgende tabel toont het relatief belang van de entiteitgroepen met materiële minderheidsbelangen in termen van resultaten en eigen vermogen toerekenbaar aan minderheidsbelangen.
| Perioderesultaat | ||||
|---|---|---|---|---|
| Materiële en overige minderheidsbelangen | toerekenbaar aan minderheidsbelangen |
Eigen vermogen toerekenbaar aan minderheidsbelangen |
||
| in duizend € | 2015 | 2016 | 2015 | 2016 |
| BBRG-entiteiten | 957 | -14 492 | 250 | -9 506 |
| Wire-entiteiten Chili en Peru | 6 295 | 10 622 | 83 886 | 86 918 |
| Wire-entiteiten Andina regio 1 | -1 919 | 2 677 | 18 571 | 17 731 |
| Consolidatieaanpassingen op materiële | ||||
| minderheidsbelangen 1 | -1 612 | 3 014 | -31 998 | -24 327 |
| Bijdrage van de materiële minderheidsbelangen tot de geconsolideerde minderheidsbelangen |
3 721 | 1 821 | 70 709 | 70 816 |
| Overige minderheidsbelangen | 21 | 5 434 | 58 731 | 59 985 |
| Totaal minderheidsbelangen | 3 742 | 7 255 | 129 440 | 130 801 |
1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.
De substantiële consolidatieaanpassingen aan het eigen vermogen toerekenbaar aan materiële minderheidsbelangen in 2016 houden verband met BBRG-entiteiten, meer bepaald de fusie met Bridon.
De onderstaande tabellen geven een beknopt overzicht van de financiële staten voor deze entiteitgroepen:
| BBRG-entiteiten | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2015 | 2016 |
| Vlottende activa | 89 233 | 271 084 |
| Vaste activa | 125 131 | 356 840 |
| Verplichtingen op ten hoogste een jaar | 184 034 | 152 743 |
| Verplichtingen op meer dan een jaar | 41 618 | 499 908 |
| Eigen vermogen toerekenbaar aan de Groep | -11 538 | -15 221 |
| Eigen vermogen toerekenbaar aan | ||
| minderheidsbelangen | 250 | -9 506 |
De Bridon-Bekaert Ropes Group heeft een Senior Facilities Agreement aangegaan voor het financieren van de nieuwe entiteit.
Deze Senior Facilities Agreement houdt volgende beduidende beperkingen in voor de ontlener om toegang te krijgen tot of gebruik te maken van zijn activa voor het vereffenen van zijn schulden:
waarbij een drempelwaarde gelijk aan USD 5,0 miljoen mag afgehouden worden van het te betalen bedrag.
3) Overname- en verzekeringsopbrengsten (nettovergoedingen van claims die betrekking hebben op overnames en verzekeringen na aftrek van gerelateerde kosten en belastingen) hoger dan USD 2,5 miljoen moeten terugbetaald worden aan de leners.
| BBRG-entiteiten | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2015 | 2016 |
| Omzet | 144 732 | 303 158 |
| Kosten | -150 105 | -339 795 |
| Perioderesultaat | -5 373 | -36 637 |
| Perioderesultaat toerekenbaar aan de Groep | -6 330 | -22 145 |
| Perioderesultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 957 | -14 492 |
| Andere elementen van het resultaat | -16 531 | 3 748 |
| Andere elementen van het resultaat toerekenbaar aan de Groep | -11 907 | 2 246 |
| Andere elementen van het resultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen | -4 624 | 1 502 |
| Volledig perioderesultaat | -21 904 | -32 889 |
| Volledig perioderesultaat toerekenbaar aan de Groep | -18 237 | -19 899 |
| Volledig perioderesultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen | -3 667 | -12 990 |
| Uitbetaalde dividenden aan minderheidsbelangen | - | - |
| Nettokasinstroom (-uitstroom) uit bedrijfsactiviteiten | 6 398 | -44 254 |
| Nettokasinstroom (-uitstroom) uit investeringsactiviteiten | -189 666 | -89 958 |
| Nettokasinstroom (-uitstroom) uit financieringsactiviteiten | 184 465 | 179 691 |
| Nettokasinstroom (-uitstroom) | 1 197 | 45 479 |
De resultaten in 2016 voor de BBRG-entiteiten werden negatief beïnvloed door de sterk teruglopende vraag in de olie- en gassector.
| Wire-entiteiten Chili en Peru | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2015 | 2016 |
| Vlottende activa | 181 799 | 201 110 |
| Vaste activa | 140 010 | 146 329 |
| Verplichtingen op ten hoogste een jaar | 112 300 | 136 513 |
| Verplichtingen op meer dan een jaar | 51 123 | 46 651 |
| Eigen vermogen toerekenbaar aan de Groep | 74 500 | 77 357 |
| Eigen vermogen toerekenbaar aan | ||
| minderheidsbelangen | 83 886 | 86 918 |
| in duizend € | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Omzet | 434 933 | 422 946 |
| Kosten | -422 039 | -402 663 |
| Perioderesultaat | 12 894 | 20 283 |
| Perioderesultaat toerekenbaar aan de Groep | 6 599 | 9 662 |
| Perioderesultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 6 295 | 10 622 |
| Andere elementen van het resultaat | -1 273 | 11 059 |
| Andere elementen van het resultaat toerekenbaar aan de Groep | -1 428 | 5 636 |
| Andere elementen van het resultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 155 | 5 423 |
| Volledig perioderesultaat | 11 621 | 31 342 |
| Volledig perioderesultaat toerekenbaar aan de Groep | 5 171 | 15 298 |
| Volledig perioderesultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 6 450 | 16 045 |
| Uitbetaalde dividenden aan minderheidsbelangen | -5 532 | -12 264 |
| Nettokasinstroom (-uitstroom) uit bedrijfsactiviteiten | 52 954 | 45 281 |
| Nettokasinstroom (-uitstroom) uit investeringsactiviteiten | -9 502 | -8 321 |
| Nettokasinstroom (-uitstroom) uit financieringsactiviteiten | -36 885 | -35 103 |
| Nettokasinstroom (-uitstroom) | 6 567 | 1 857 |
De stijging in vlottende en vaste activa is voornamelijk te wijten aan investeringen en werkkapitaal. De stijging in verplichtingen ligt voornamelijk aan de handelsschulden en de rentedragende schulden op ten hoogste één jaar. Het dalende omzetcijfer in Prodac en Inchalam werd gecompenseerd door de stijging in Prodalam en Acma. Het operationeel resultaat verbeterde in alle entiteiten. Andere elementen van het resultaat bevatten voornamelijk wisselkoerseffecten, dewelke in grote mate beïnvloed werden door de zwakkere Chileense peso.
De stijging in het werkkapitaal is de voornaamste oorzaak van de afgenomen kasstromen uit bedrijfsactiviteiten.
| in duizend € | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Vlottende activa | 110 021 | 102 623 |
| Vaste activa 1 | 73 875 | 72 892 |
| Verplichtingen op ten hoogste een jaar | 101 758 | 103 960 |
| Verplichtingen op meer dan een jaar 1 | 29 994 | 28 753 |
| Eigen vermogen toerekenbaar aan de Groep | 33 573 | 25 071 |
| Eigen vermogen toerekenbaar aan | ||
| minderheidsbelangen | 18 571 | 17 731 |
1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.
| Wire-entiteiten Andina regio in duizend € |
2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Omzet | 204 551 | 184 668 |
| Kosten 1 | -208 333 | -179 714 |
| Perioderesultaat | -3 783 | 4 953 |
| Perioderesultaat toerekenbaar aan de Groep 1 | -1 864 | 2 276 |
| Perioderesultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen 1 | -1 919 | 2 677 |
| Andere elementen van het resultaat | 3 464 | -11 185 |
| Andere elementen van het resultaat toerekenbaar aan de Groep 1 | 1 007 | -9 293 |
| Andere elementen van het resultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen 1 | 2 457 | -1 892 |
| Volledig perioderesultaat | -319 | -6 232 |
| Volledig perioderesultaat toerekenbaar aan de Groep 1 | -857 | -7 017 |
| Volledig perioderesultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen 1 | 538 | 785 |
| Uitbetaalde dividenden aan minderheidsbelangen | -850 | -1 651 |
| Nettokasinstroom (-uitstroom) uit bedrijfsactiviteiten | 11 221 | 31 230 |
| Nettokasinstroom (-uitstroom) uit investeringsactiviteiten | -6 901 | -4 626 |
| Nettokasinstroom (-uitstroom) uit financieringsactiviteiten | 7 679 | -6 980 |
| Nettokasinstroom (-uitstroom) | 11 999 | 19 624 |
1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.
De voornaamste balanssubtotalen bleven vrijwel constant, hoewel de nettoactiva in Venezuela verder wegsmolten als gevolg van de spectaculaire ontwaarding van de bolivar. Verplichtingen op ten hoogste een jaar in Venezuela daalden omwille van de terugbetaling van schuld in vreemde valuta.
De omzet kende een stijging in alle landen uitgezonderd Venezuela en Ecuador. Ecuador en Costa Rica kenden een belangrijke verbetering in het operationeel resultaat.
Vicson SA (Venezuela) blijft gebonden aan beperkingen op de repatriatie van geldmiddelen vanwege de regulering van het deviezenverkeer in Venezuela.
Per 31 december 2016 bedroegen de totale nettovoorzieningen voor personeelsbeloningen € 316,8 miljoen (€ 304,0 miljoen per jaareinde end 2015), met volgende samenstelling:
| in duizend € | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Voorzieningen voor | ||
| Toegezegdpensioenregelingen 1 | 165 491 | 172 213 |
| Andere langetermijnpersoneelsbeloningen | 6 077 | 6 333 |
| In geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen | 1 946 | 3 594 |
| Kortetermijnpersoneelsbeloningen | 117 532 | 124 799 |
| Ontslagvergoedingen | 12 915 | 9 888 |
| Totaal voorzieningen in de balans | 303 961 | 316 827 |
| waarvan | ||
| Verplichtingen op meer dan een jaar 1 | 172 680 | 182 641 |
| Verplichtingen op ten hoogste een jaar | 131 281 | 132 913 |
| Verplichtingen verbonden met activa aangehouden voor verkoop 2 | - | 1 273 |
| Activa voor | ||
| Toegezegdpensioenregelingen | -7 | -42 |
| Totaal activa in de balans | -7 | -42 |
| Totaal nettovoorzieningen | 303 954 | 316 785 |
1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.
2 Zie toelichting 6.11. 'Activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop en verplichtingen verbonden met deze activa'.
In overeenstemming met IAS 19, 'Personeelsbeloningen', worden vergoedingsregelingen na uitdiensttreding opgedeeld in toegezegdebijdragenregelingen en toegezegdpensioenregelingen.
Bij toegezegdebijdragenregelingen of defined-contribution (DC) plans betaalt Bekaert bijdragen aan publieke of private pensioenfondsen of aan verzekeringsmaatschappijen. Eenmaal de bijdragen zijn betaald, heeft de Groep geen verdere betalingsverplichtingen. Deze bijdragen worden ten laste genomen van de periode waarin de verplichting ontstaat.
De Belgische toegezegdebijdragenregelingen zijn bij wet onderworpen aan gewaarborgde minimumrendementen. Eind 2015 werd de pensioenwetgeving aangepast en definieert dat het minimum gegarandeerd rendement vanaf 1 januari 2016 een variabel procent is, gelinkt aan het rendement op overheidsobligaties waargenomen op de markt. Voor 2016 wordt het minimum gegarandeerd rendement 1,75% op werkgevers- en werknemersbijdragen. De vroegere rendementen (3,25% op werkgeversbijdragen en 3,75% op werknemersbijdragen) worden verder toegepast op de gecumuleerde bijdragen van het verleden in de groepsverzekering op 31 december 2015. Bijgevolg werden de toegezegdebijdragenregelingen geherclassificeerd als toegezegdpensioenregelingen op jaareinde, waarbij een actuariële waardering werd uitgevoerd.
In Nederland neemt Bekaert deel aan een collectieve toegezegdpensioenregeling van meerdere werkgevers die gefinancierd wordt via het Pensioenfonds Metaal & Techniek. Deze regeling wordt geclassificeerd als toegezegdebijdragenregeling omdat er geen informatie beschikbaar is met betrekking tot de fondsbeleggingen toerekenbaar aan Bekaert. De bijdragen met betrekking tot deze regeling bedroegen € 0,9 miljoen (2015: € 0,8 miljoen).
| Toegezegdebijdragenregelingen | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2015 | 2016 |
| Opgenomen kosten | 18 545 | 14 169 |
Meerdere ondernemingen van de Groep voorzien in toegezegdpensioenregelingen of defined-benefit (DB) plans voor pensioenen en andere vergoedingen na uitdiensttreding. Dergelijke regelingen gelden meestal voor alle werknemers en zijn gebaseerd op hun bezoldiging en aantal dienstjaren.
De recentste actuariële IAS 19-waarderingen werden voor alle significante toegezegdpensioenregelingen na uitdiensttreding uitgevoerd op 31 december 2016 door onafhankelijke actuarissen. In België, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk (nieuw sinds 2016) bevinden zich de belangrijkste toegezegdpensioenregelingen voor de Groep. Zij vertegenwoordigen 87,1% (2015: 84,3%) van de brutoverplichtingen en 99,8% (2015: 99,8%) van de fondsbeleggingen van de Groep.
De gefinancierde pensioenregelingen vertegenwoordigen een brutoverplichting van € 189,4 miljoen (2015: € 164,1 miljoen) en € 168,5 miljoen activa (2015: € 147,3 miljoen). Deze bevatten de toegezegdpensioenregelingen gefinancierd door groepsverzekeringen.
De traditionele toegezegdpensioenregelingen voorzien in de betaling van een éénmalige kapitaalsuitkering bij pensionering en in geval van overlijden of invaliditeit voorafgaand aan pensionering. Deze regelingen worden extern gefinancierd door twee instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBP) in eigen beheer. Op regelmatige basis wordt een Asset Liability Matching (ALM) studie uitgevoerd, waarin de gevolgen van strategische investeringsrichtlijnen worden geanalyseerd in termen van risico-en rendementsprofielen. Uit deze studie worden de investeringsprincipes en het financieringsbeleid afgeleid. Het is de bedoeling de beleggingen afdoende te diversifiëren teneinde het risico onder controle te houden. De investerings- en aansprakelijkheidsrisico's worden op kwartaalbasis opgevolgd. De financieringspolitiek heeft als doel om minstens volledig gefinancierd te zijn in termen van statutaire minimumvereisten (dit is een voorzichtige schatting van de pensioenverplichtingen).
Andere regelingen hebben in hoofdzaak betrekking op brugpensioenen (brutoverplichting € 20,7 miljoen (2015: € 23,2 miljoen)), die niet extern gefinancierd zijn. Een bedrag van € 8,9 miljoen (2015: € 8,5 miljoen) heeft betrekking op werknemers in actieve dienst die nog geen brugpensioenovereenkomst hebben afgesloten.
De gefinancierde pensioenregelingen in de Verenigde Staten vertegenwoordigen een brutoverplichting van € 146,3 miljoen (2015: € 142,2 miljoen) en € 99,7 miljoen activa (2015: € 92,4 miljoen). De plannen voorzien in levenslange rentebetalingen aan de deelnemers, maar werden gesloten voor nieuwe deelnemers. In 2016 werd ook het grootste plan eveneens gesloten voor verdere toekomstige opbouw. De activa zijn geïnvesteerd in obligaties en in aandelen. Op basis van een Asset Liability Matching studie werd de allocatie van de activa verschoven naar meer obligaties met langere looptijd. De financieringspolitiek is erop gericht om voldoende gefinancierd te zijn in termen van de vereisten van de Pension Protection Act, om te vermijden dat er uitkeringsbeperkingen van kracht worden of dat de regelingen een at risk-status verwerven.
Niet-gefinancierde regelingen hebben in hoofdzaak betrekking op medische zorgen (brutoverplichting € 5,0 miljoen (2015: € 5,5 miljoen)), die niet extern gefinancierd zijn.
De entiteit in het Verenigd Koninkrijk financiert de Bridon Group (2013) Pension Scheme, een gefinancierde toegezegdpensioenregeling voor in aanmerking komende Britse werknemers. De regeling wordt beheerd door een aparte Raad van Bestuur die juridisch los staat van de onderneming. De Raad van Bestuur is samengesteld uit vertegenwoordigers van zowel werkgevers als werknemers. De bestuurders zijn wettelijk verplicht om te handelen in het belang van alle betrokken begunstigden en zijn verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van de activa en het dagelijks bestuur van de regeling.
De laatste actuariële berekening onder IAS 19 werd uitgevoerd per 31 december 2016 door onafhankelijke actuarissen en resulteerde in een toegezegdpensioenverplichting van € 98,3 miljoen en € 96,1 miljoen activa. De pensioenverplichting bestaat uit voordelen voor deelnemers met uitgestelde rechten en rentetrekkers. In grote lijnen zijn ongeveer 95% van de verplichtingen toe te schrijven aan inactieven en 5% aan gepensioneerden.
Britse wetgeving vereist dat pensioenregelingen op prudente wijze worden gefinancierd, dat wil zeggen met behulp van voorzichtige assumpties, in tegenstelling tot IAS 19 waar uitgegaan wordt van assumpties volgend uit de beste mogelijke inschatting. De laatste waardering ter bepaling van de financiering werd uitgevoerd door een erkende actuaris per 31 december 2013 en resulteerde in een tekort van GBP 12,4 miljoen. De entiteit heeft ingestemd tot het betalen van herstelplan bijdragen om het tekort aan te vullen. Deze bijdragen werden geacht het tekort weg te werken tegen 31 december 2017. De volgende waardering ter bepaling van de financiering dient te gebeuren per 31 december 2016 – in te dienen bij de Pension Regulator tegen maart 2018 – op dat moment zal de voortgang richting volledige financiering worden beoordeeld.
Volgende bedragen werden opgenomen in de balans:
| in duizend € | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| België | ||
| Contante waarde van gefinancierde verplichtingen | 164 091 | 189 422 |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | -147 325 | -168 520 |
| Deficit / surplus (-) van gefinancierde verplichtingen | 16 766 | 20 902 |
| Contante waarde van niet-gefinancierde verplichtingen | 25 618 | 23 286 |
| Totaal deficit / surplus (-) van verplichtingen | 42 384 | 44 188 |
| Verenigde Staten | ||
| Contante waarde van gefinancierde verplichtingen | 142 225 | 146 289 |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | -92 386 | -99 704 |
| Deficit / surplus (-) van gefinancierde verplichtingen | 49 839 | 46 585 |
| Contante waarde van niet-gefinancierde verplichtingen | 9 884 | 10 762 |
| Totaal deficit / surplus (-) van verplichtingen | 59 723 | 57 347 |
| Verenigd Koninkrijk | ||
| Contante waarde van gefinancierde verplichtingen | - | 98 336 |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | - | -96 087 |
| Deficit / surplus (-) van gefinancierde verplichtingen | - | 2 249 |
| Contante waarde van niet-gefinancierde verplichtingen | - | - |
| Totaal deficit / surplus (-) van verplichtingen | - | 2 249 |
| Andere | ||
| Contante waarde van gefinancierde verplichtingen | 666 | 874 |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | -458 | -782 |
| Deficit / surplus (-) van gefinancierde verplichtingen | 208 | 92 |
| Contante waarde van niet-gefinancierde verplichtingen 1 | 63 169 | 68 294 |
| Totaal deficit / surplus (-) van verplichtingen | 63 377 | 68 386 |
| Totaal | ||
| Contante waarde van gefinancierde verplichtingen | 306 982 | 434 921 |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | -240 169 | -365 093 |
| Deficit / surplus (-) van gefinancierde verplichtingen | 66 813 | 69 828 |
| Contante waarde van niet-gefinancierde verplichtingen 1 | 98 671 | 102 342 |
| Totaal deficit / surplus (-) van verplichtingen | 165 484 | 172 170 |
1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'. De evolutie van de brutoverplichting, de fondsbeleggingen en de nettovoorziening en –vordering over het jaar zijn als volgt:
| Netto | ||||
|---|---|---|---|---|
| Bruto | Fonds | Bedragen niet | voorzieningen/ | |
| in duizend € | verplichting | beleggingen | herkend als activa | vorderingen (-) |
| Per 1 januari 2015 1 | 355 978 | -178 146 | 169 630 | |
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten 1 | 14 190 | - | 14 190 | |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | 2 787 | - | 2 787 | |
| Winsten (-) / verliezen uit afwikkelingen | 169 | - | 169 | |
| Rentelasten / -opbrengsten (-) 1 | 11 087 | -5 299 | 5 788 | |
| Kosten / opbrengsten (-) via het resultaat | 28 233 | -5 299 | 22 934 | |
| Componenten opgenomen in EBIT | - | - | 17 146 | |
| Componenten opgenomen in het financieel resultaat | - | - | 5 788 | |
| Herwaarderingen | ||||
| Rendement op fondsbeleggingen, met uitzondering van | ||||
| bedragen opgenomen in de rentelasten / | ||||
| -opbrengsten (-) | - | 3 025 | 3 025 | |
| Winsten (-) / verliezen door wijziging in demografische assumpties |
||||
| Winsten (-) / verliezen door wijziging in financiële | -6 660 | - | -6 660 | |
| assumpties 1 | ||||
| -13 185 | - | -13 185 | ||
| Winsten (-) / verliezen bij ervaringsaanpassingen 1 | 2 347 | - | 2 347 | |
| Wijzigingen geboekt via het eigen vermogen | -17 498 | 3 025 | -14 473 | |
| Bijdragen | ||||
| Werkgeversbijdragen / uitbetaalde vergoedingen | - | -30 053 | -30 053 | |
| Werknemersbijdragen | 162 | -162 | - | |
| Uitbetalingen van het plan | ||||
| Uitbetaalde vergoedingen | -30 438 | 30 438 | - | |
| Herclassificeringen | 48 861 | -50 321 | -1 460 | |
| Acquisities | 3 446 | - | 3 446 | |
| Afstotingen | -164 | 81 | -83 | |
| Effecten van omrekening van vreemde valuta 1 | 17 073 | -9 731 | 7 342 | |
| Per 31 december 2015 | 405 653 | -240 168 | 165 485 | |
| Per 1 januari 2016 | 405 653 | -240 168 | 165 485 | |
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 17 990 | - | 17 990 | |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | -6 070 | - | -6 070 | |
| Winsten (-) / verliezen uit afwikkelingen | -1 905 | 3 075 | 1 170 | |
| Rentelasten / -opbrengsten (-) | 13 533 | -8 093 | 87 | 5 527 |
| Kosten / opbrengsten (-) via het resultaat | 23 549 | -5 018 | 87 | 18 618 |
| Componenten opgenomen in EBIT | - | - | 13 090 | |
| Componenten opgenomen in het financieel resultaat | - | - | 5 527 | |
| Herwaarderingen | ||||
| Rendement op fondsbeleggingen, met uitzondering van | ||||
| bedragen opgenomen in de rentelasten / | ||||
| -opbrengsten (-) | - | -17 476 | -17 476 | |
| Winsten (-) / verliezen door wijziging in demografische | ||||
| assumpties | -2 286 | - | -2 286 | |
| Winsten (-) / verliezen door wijziging in financiële | ||||
| assumpties | 26 716 | - | 26 716 | |
| Winsten (-) / verliezen bij ervaringsaanpassingen | 9 340 | - | 9 340 | |
| Verandering in oninbare overschotten behalve rente | - | - | -6 318 | -6 318 |
| Wijzigingen geboekt via het eigen vermogen | 33 769 | -17 476 | -6 318 | 9 975 |
| Bijdragen | ||||
| Werkgeversbijdragen / uitbetaalde vergoedingen | - | -32 268 | -32 268 | |
| Werknemersbijdragen | 145 | -145 | - | |
| Uitbetalingen van het plan | ||||
| Uitbetaalde vergoedingen | -25 149 | 25 149 | - | |
| Acquisities | 96 222 | -95 202 | 6 477 | 7 497 |
| Effecten van omrekening van vreemde valuta | 3 074 | 36 | -246 | 2 863 |
| Per 31 december 2016 | 537 263 | -365 093 | - | 172 170 |
1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'. De pensioenkosten van verstreken diensttijd hebben voornamelijk betrekking op het bevroren pensioenplan in de Verenigde Staten, de herstructurering in Maleisië en een wijziging in the retirement gratuity plan in Peru. De afwikkelingskosten zijn in hoofdzaak gerelateerd aan de herstructurering in Turkije. De wijziging in asset ceiling betreft het Verenigd Koninkrijk waar de initiële asset ceiling bij acquisitie gedurende het jaar werd geannuleerd door de evolutie van de activa en de voorzieningen. In de winst-en-verliesrekening worden zowel de pensioenkosten toegerekend aan het dienstjaar als van verstreken diensttijd, inclusief de winsten en verliezen uit afwikkelingen, opgenomen in het bedrijfsresultaat (EBIT). De nettorentelast of -opbrengst maakt deel uit van de rentelasten, onder rentegedeelte van rentedragende voorzieningen.
Restitutierechten voortkomend uit herverzekeringscontracten met betrekking tot pensioenen, overlijdens- en invaliditeitsvergoedingen in Duitsland bedragen € 0,3 miljoen (2015: € 0,3 miljoen).
Voor 2017 worden volgende bijdragen en uitbetaalde vergoedingen verwacht:
| Verwachte bijdragen en uitbetaalde vergoedingen in duizend € |
2017 |
|---|---|
| Pensioenregelingen | 27 174 |
| Totaal | 27 174 |
De reële waarde van de fondsbeleggingen per 31 december was als volgt samengesteld:
| in duizend € | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| België | ||
| Obligaties | 33 032 | 34 120 |
| Aandelen | 55 165 | 62 290 |
| Geldmiddelen | 8 807 | 9 404 |
| Verzekeringen | 50 321 | 62 706 |
| Totaal België | 147 325 | 168 520 |
| Verenigde Staten | ||
| Obligaties | ||
| USD langetermijnobligaties | 49 132 | 53 532 |
| USD vastrentende effecten | 9 358 | 9 956 |
| USD gewaarborgde deposito's | 5 937 | 5 522 |
| Aandelen | ||
| USD aandelen | 20 084 | 22 251 |
| Niet-USD aandelen | 7 875 | 8 443 |
| Totaal Verenigde Staten | 92 386 | 99 704 |
| Verenigd Koninkrijk | ||
| Obligaties | - | 9 911 |
| Afgeleide producten | - | 45 738 |
| Aandelen | - | 39 695 |
| Geldmiddelen | - | 743 |
| Totaal Verenigd Koninkrijk | - | 96 087 |
| Andere | ||
| Obligaties | 458 | 782 |
| Totaal Andere | 458 | 782 |
| Totaal | 240 169 | 365 093 |
In de Verenigde Staten wordt voornamelijk geïnvesteerd via beleggingsfondsen en gekantonneerde fondsen van verzekeringsmaatschappijen in genoteerde aandelen en obligaties. In België wordt voornamelijk belegd via beleggingsfondsen in genoteerde aandelen en obligaties. De beleggingen zijn afdoende gediversifieerd zodat een faling van één enkele belegging geen materiële impact zou hebben op het globale niveau van de activa. De fondsbeleggingen van de Groep omvatten geen directe positie in Bekaertaandelen of -obligaties, noch vastgoed dat wordt gebruikt door een Bekaertentiteit.
De voornaamste actuariële veronderstellingen op balansdatum (gewogen gemiddelden gebaseerd op uitstaande brutoverplichtingen) zijn:
| Actuariële veronderstellingen | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Disconteringsvoet 1 | 3,1% | 2,7% |
| Jaarlijkse verhoging van bezoldigingen | 3,4% | 3,1% |
| Onderliggende inflatie | 2,8% | 2,6% |
| Toename gezondheidszorgkost (initieel) | 6,3% | 6,6% |
| Toename gezondheidszorgkost (uiteindelijk) | 4,5% | 4,8% |
| Gezondheidszorg (jaren voor het bereiken van het uiteindelijke percentage) | 8 | 7 |
1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.
De disconteringsvoet voor de Verenigde Staten en België is een weerspiegeling van zowel de huidige renteomgeving als van de specifieke karakteristieken van de planverplichtingen. In eerste instantie worden de geprojecteerde toekomstige uitbetalingen gekoppeld aan de toepasselijke contantkoersen, op basis waarvan de contante waarde berekend wordt. Daarna wordt teruggerekend wat de gemiddelde disconteringsvoet is die dezelfde contante waarde oplevert. De contantkoersen worden afgeleid van een rentecurve gebaseerd op hoogwaardige bedrijfsobligaties met een AA-kredietstatus uitgegeven in de munt van de toepasselijke regionale markt.
Dit resulteert in de volgende disconteringsvoeten:
| 2015 Disconteringsvoet |
2016 |
|---|---|
| België 2,0% |
1,5% |
| Verenigde Staten 4,2% |
4,0% |
| Verenigd Koninkrijk - |
2,6% |
| Overige 1 4,2% |
3,4% |
1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.
Assumpties met betrekking tot toekomstige sterfte zijn gebaseerd op actuarieel advies in overeenstemming met gepubliceerde statistieken en ervaring voor elke regio. Deze assumpties worden vertaald in een gemiddelde levensverwachting in jaren voor een gepensioneerde die uit dienst treedt op de leeftijd van 65:
| 2015 | 2016 | |
|---|---|---|
| Levensverwachting voor een man van 65 (jaren) op de balansdatum | 20,9 | 20,7 |
| Levensverwachting voor een vrouw van 65 (jaren) op de balansdatum | 23,1 | 23,3 |
| Levensverwachting voor een man van 65 (jaren) tien jaar na de balansdatum | 21,7 | 21,7 |
| Levensverwachting voor een vrouw van 65 (jaren) tien jaar na de balansdatum | 24,0 | 24,4 |
Een sensitiviteitsanalyse levert volgende effecten op:
| Sensitiviteitsanalyse in duizend € |
Wijziging in veronder stelling |
Impact op toegezegd pensioenregelingen |
||
|---|---|---|---|---|
| Disconteringsvoet | -0,50% | Stijging met | 34 657 | 6,5% |
| Salarisstijging | 0,50% | Stijging met | 11 347 | 2,1% |
| Gezondheidszorgkost | 0,50% | Stijging met | 192 | 0,04% |
| Levensverwachting | Stijging met | Stijging met | 7 185 | 1,3% |
| 1 jaar |
Bij bovenstaande sensitiviteitsanalyse werden alle andere veronderstellingen constant gehouden.
De Groep is door zijn toegezegdpensioenregelingen blootgesteld aan een aantal risico's, waarvan de belangrijkste hieronder zijn toegelicht:
| Volatiliteit van de activa | De verplichtingen van het plan worden berekend met behulp van een disconteringsvoet gebaseerd op bedrijfsobligatierendementen; wanneer de fondsbeleggingen dit rendement niet behalen, zal dit een tekort veroorzaken. |
|---|---|
| Wijzigingen in obligatie rendementen |
Een afname van de rendementen op bedrijfsobligaties leidt tot een toename van de verplichtingen, hoewel dit gedeeltelijk zal worden gecompenseerd door een waardestijging van de obligaties in portefeuille. |
| Salarisrisico | De brutoverplichtingen van de meeste regelingen worden berekend op basis van de toekomstige verloning van de deelnemers. Bijgevolg zal een hoger dan verwachte salarisstijging leiden tot hogere verplichtingen. |
| Langlevenrisico | Belgische pensioenplannen voorzien in de betaling van een éénmalige kapitaalsuitkering bij pensionering. Zodoende is er weinig of geen langlevenrisico. Pensioenplannen in de Verenigde Staten voorzien in voordelen voor de deelnemers zolang zij leven, dus zal een toename in levensverwachting resulteren in een toename van de planverplichtingen. |
De gewogen gemiddelde vervaltermijnen van de brutoverplichtingen waren als volgt:
| in jaren | 2016 |
|---|---|
| België | 12,5 |
| Verenigde Staten | 12,6 |
| Verenigd Koninkrijk | 23,5 |
| Overige | 10,8 |
| Totaal | 14,4 |
De andere langetermijnpersoneelsbeloningen hebben betrekking op jubileumpremies. De toename van de verplichtingen is het gevolg van acquisities en de herclassificatie van een plan in Italië.
De Groep kent aan bepaalde werknemers Stock Appreciation Rights (SARs) toe die hen het recht geven om op de uitoefendag de intrinsieke waarde van de SARs te ontvangen. Deze SARs worden verwerkt als in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen in overeenstemming met IFRS 2. De reële waarde van elke toekenning wordt herberekend op balansdatum, gebruik makend van hetzelfde binomiaal waarderingsmodel als voor de in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde aandelenoptieplannen (zie toelichting 6.12. 'Gewone aandelen, eigen aandelen en op aandelen gebaseerde betalingen'). Gebaseerd op de lokale regulering is de uitoefenprijs voor elke toekenning onder de SAR-plannen in de VS gelijk aan de gemiddelde slotkoers van het aandeel van de Onderneming gedurende de dertig dagen volgend op de datum van het aanbod. De uitoefenprijs van de andere SAR-plannen is bepaald op dezelfde wijze als voor de in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde aandelenoptieplannen: als de laagste waarde van (i) de gemiddelde slotkoers van het aandeel van de Onderneming gedurende dertig dagen voorafgaand aan de datum van het aanbod, en (ii) de laatste slotkoers voorafgaand aan de datum van het aanbod.
Het model houdt rekening met volgende inputs voor alle toekenningen: de aandelenkoers op balansdatum: € 38,49 (2015: € 28,39), verwachte volatiliteit van 39% (2015: 39%), een verwacht dividend van 3,0% (2015: 3,0%), een wachtperiode van 3 jaar, een gemiddelde contractduur van 10 jaar, een uitstroom van personeel van 4% in Azië (2015: 4%) en 3% in andere landen (2015: 3%) en een uitoefenfactor van 1,40 (2015: 1,40). De input voor de risicovrije rente varieert per toekenning en is gebaseerd op het rendement van de Belgische OLO's (Obligation Linéaire / Lineaire Obligatie) met een looptijd gelijk aan de looptijd van de bewuste SAR-toekenning.
| onderstaande tabel: | |
|---|---|
| De uitoefenprijzen en reële waardes van de uitstaande SARs per toekenning worden weergegeven in |
| Details van VS SAR-plannen per toekenning | Reële waarde per | Reële waarde per | |
|---|---|---|---|
| in € | Uitoefenprijs | 31 dec 2015 | 31 dec 2016 |
| Toekenning 2009 | 16,58 | 11,20 | - |
| Toekenning 2010 | 37,05 | 2,69 | 5,62 |
| Toekenning 2011 | 83,43 | 1,16 | 2,15 |
| Toekenning 2012 | 27,63 | 6,44 | 12,23 |
| Toekenning 2013 | 22,09 | 8,36 | 16,52 |
| Exceptionele toekenning 2013 | 22,51 | 9,45 | 16,13 |
| Toekenning 2014 | 25,66 | 7,85 | 13,59 |
| Toekenning 2015 | 25,45 | 8,39 | 14,54 |
| Toekenning 2016 | 28,38 | 7,80 | 13,40 |
| Toekenning 2017 1 | 38,86 | - | 10,36 |
| Details van andere SAR-plannen per toekenning | Reële waarde per | Reële waarde per | |
|---|---|---|---|
| in € | Uitoefenprijs | 31 dec 2015 | 31 dec 2016 |
| Toekenning 2007 | 30,17 | 3,06 | - |
| Toekenning 2008 | 28,33 | 4,83 | 10,47 |
| Toekenning 2009 | 16,66 | 11,37 | 20,71 |
| Toekenning 2010 | 33,99 | 4,56 | 8,89 |
| Toekenning 2011 | 77,00 | 1,31 | 2,48 |
| Toekenning 2012 | 25,14 | 7,08 | 13,85 |
| Toekenning 2013 | 19,20 | 9,84 | 19,29 |
| Exceptionele toekenning 2013 | 21,45 | 9,93 | 17,11 |
| Toekenning 2014 | 25,38 | 7,84 | 13,68 |
| Toekenning 2015 | 26,06 | 7,96 | 14,05 |
| Toekenning 2016 | 26,38 | 8,01 | 13,93 |
| Toekenning 2017 1 | 39,43 | - | 9,84 |
1 De reële waarde van deze toekenning werd bepaald op toekenningsdatum. Zie toelichting 7.6. 'Gebeurtenissen na balansdatum'.
Op 31 december 2016 bedroeg de totale verplichting voor de VS SAR-plannen € 1,4 miljoen (2015: € 0,9 miljoen), terwijl de totale verplichting voor andere SAR plannen € 2,0 miljoen bedroeg (2015: € 1,1 miljoen).
De Groep nam een totale last van € 1,4 miljoen op (2015: last van € 0,3 miljoen) tijdens het jaar in verband met SARs.
Gedurende 2016 kende de Groep aan bepaalde werknemers in geldmiddelen afgewikkelde prestatieaandeeleenheden toe die de begunstigde het recht geven de waarde van de prestatieaandelen te ontvangen volgens de voorwaarden van het Performance Share Plan 2015-2017. Deze prestatieaandeeleenheden zullen uitoefenbaar zijn na een wachttijd van drie jaar afhankelijk van het bereiken van vooraf vastgelegde prestatiedoelstellingen. De prestatiedoelstellingen werden vastgelegd door de Raad van Bestuur, in lijn met de strategie van de Groep.
In het kader van het in geldmiddelen afgewikkelde gebaseerde prestatieaandelenplan werd op 15 december 2016 een aanbod van 13 100 prestatieaandeeleenheden gedaan. De aangeboden eenheden vertegenwoordigen een reële waarde van € 0,6 miljoen.
Deze prestatieaandeeleenheden worden verwerkt als in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen in overeenstemming met IFRS 2. De reële waarde van elke toekenning wordt herberekend op balansdatum, gebruik makend van hetzelfde binomiaal waarderingsmodel als voor de in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde aandelenoptieplannen (zie toelichting 6.12. 'Gewone aandelen, eigen aandelen en op aandelen gebaseerde betalingen').
Het model houdt rekening met volgende inputs voor alle toekenningen: de aandelenkoers op balansdatum: € 38,49 (2015: € 28,39), verwachte volatiliteit van 39% (2015: 39%), een verwacht dividend van 3,0% (2015: 3,0%), een wachtperiode van 3 jaar en een uitstroom van personeel van 4% (2015: 4%). De input voor de risicovrije rentevoet varieert per toekenning en is gebaseerd op het rendement van de Belgische OLO's met een looptijd gelijk aan de looptijd van de bewuste toekenning van prestatieaandeeleenheden.
De reële waarde van de uitstaande prestatieaandeeleenheden per toekenning worden weergegeven in onderstaande tabel:
| Details van prestatieaandeeleenheden per toekenning in € |
Reële waarde per 31 dec 2015 |
Reële waarde per 31 dec 2016 |
|---|---|---|
| Toekenning 2015 | 38,29 | 73,63 |
| Toekenning 2016 1 | - | 47,93 |
1 De reële waarde van deze toekenning werd bepaald op toekenningsdatum. Zie toelichting 7.6. 'Gebeurtenissen na balansdatum'.
Op 31 december 2016 bedroeg de totale verplichting voor de VS prestatieaandeeleenheden € 0,1 miljoen, terwijl de totale verplichting voor de andere prestatieaandeeleenheden € 0,2 miljoen bedroeg.
De Groep nam een totale last van € 0,3 miljoen op tijdens het jaar in verband met prestatieaandeeleenheden.
Kortetermijnpersoneelsbeloningen hebben betrekking op verplichtingen voor verloning en sociale zekerheid die volledig betaalbaar zijn binnen de 12 maanden na het einde van de periode waarin werknemers de gerelateerde prestaties verrichten.
| Herstruc | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| in duizend € | turering | Geschillen | Milieu | Overige | Totaal |
| Per 1 januari 2016 | 5 266 | 5 907 | 29 929 | 36 069 | 77 171 |
| Bijkomende voorzieningen | 6 544 | 4 277 | - | 8 110 | 18 931 |
| Terugnemingen ongebruikte | |||||
| bedragen | -1 603 | -1 357 | -48 | -17 857 | -20 865 |
| Toename in contante waarde | - | 121 | 44 | 1 517 | 1 682 |
| Opgenomen in de winst-en | |||||
| verliesrekening | 4 941 | 3 041 | -4 | -8 230 | -252 |
| Eerste consolidatie | 833 | 7 511 | 662 | 7 534 | 16 540 |
| Herclassificering als (-) / uit | |||||
| aangehouden voor verkoop | - | -2 755 | - | -2 975 | -5 730 |
| Aanwendingen van het jaar | -2 109 | -1 542 | -471 | -3 500 | -7 622 |
| Omrekeningswinsten (-) en -verliezen | -78 | -55 | 132 | 721 | 720 |
| Per 31 december 2016 | 8 853 | 12 107 | 30 248 | 29 619 | 80 827 |
| Waarvan | |||||
| op ten hoogste een jaar | 7 520 | 3 792 | 3 478 | 2 930 | 17 720 |
| op meer dan 1 en ten hoogste 5 | |||||
| jaar | 1 333 | 8 284 | 9 688 | 23 028 | 42 333 |
| op meer dan vijf jaar | - | 31 | 17 082 | 3 661 | 20 774 |
De toename van de voorzieningen voor herstructurering hebben voornamelijk betrekking op de wijzing van de productie-infrastructuur in Maleisië en het sluiten van de Scanrope operaties in Noorwegen. Een aantal acties werd reeds ondernomen en verklaren, samen met eerder aangekondigde programma's in andere vestigingen, de aanwending van het jaar.
Voorzieningen voor geschillen houden in hoofdzaak verband met productkwaliteitsklachten en productgaranties in meerdere entiteiten. Als deel van de openingsbalans gerelateerd aan de fusie met Bridon werd een voorwaardelijke verplichting opgenomen (zie toelichting 7.2. 'Effect van bedrijfscombinaties').
Milieuvoorzieningen hebben voornamelijk betrekking op vestigingen in EMEA. De verwachte bodemsaneringskosten worden elk jaar opnieuw geschat, gebaseerd op een evaluatie door een extern expert. Het is onzeker wanneer de kosten zullen worden gemaakt, want dit hangt vaak af van beslissingen inzake de bestemming van de sites.
De terugname bij de overige voorzieningen bevat het tegendraaien van groepsgaranties voor een dochteronderneming in Venezuela (€ -16,3 miljoen). De 'Eerste consolidatie' en de bijkomende overige voorzieningen bevatten een bezwarende huurovereenkomst voor de Scanropefabriek in Noorwegen.
Hieronder volgt informatie over de contractuele vervaltermijnen van de rentedragende schulden van de Groep, zowel op ten hoogste een jaar als op meer dan een jaar:
| 2016 | Vervallend | Vervallend over meer dan 1 en ten |
Vervallend over meer |
|
|---|---|---|---|---|
| in duizend € | binnen het jaar | hoogste 5 jaar | dan 5 jaar | Totaal |
| Rentedragende schulden | ||||
| Financiële leasing | 635 | 3 220 | - | 3 855 |
| Kredietinstellingen | 295 390 | 257 184 | 229 341 | 781 915 |
| Obligatieleningen | 1 890 | 340 614 | - | 342 504 |
| Converteerbare obligatieleningen | - | 330 951 | - | 330 951 |
| Totaal financiële schulden | 297 915 | 931 969 | 229 341 | 1 459 225 |
| 2015 in duizend € |
Vervallend binnen het jaar |
Vervallend over meer dan 1 en ten hoogste 5 jaar |
Vervallend over meer dan 5 jaar |
Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Rentedragende schulden | ||||
| Financiële leasing | 219 | 3 545 | - | 3 764 |
| Kredietinstellingen 1 | 294 799 | 163 737 | - | 458 536 |
| Obligatieleningen | 205 000 | 340 614 | - | 545 614 |
| Converteerbare obligatieleningen | 1 206 | 284 220 | - | 285 426 |
| Totaal financiële schulden | 501 224 | 792 116 | - | 1 293 340 |
1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.
De stijging van de totale financiële schulden is het gevolg van de oprichting van de Bridon-Bekaert Ropes Group. In december 2016 heeft de Groep een Eurobond terugbetaald van € 205 miljoen. In de loop van 2016 heeft de Groep meer actief gebruik gemaakt van kortetermijnkredietfaciliteiten (commercieel programma en niettoegezegde kredietfaciliteiten).
In principe gaan entiteiten van de Groep leningen aan in hun lokale valuta om valutarisico's te vermijden. Als de financiering in een andere valuta gebeurt, zonder enige compenserende balanspositie, dekken de entiteiten het valutarisico af door middel van derivaten (cross-currency interest-rate swaps of termijnwisselcontracten). Obligatieleningen, commercial paper en schulden tegenover kredietinstellingen zijn niet gewaarborgd, met uitzondering van een factoring-programma dat opgezet is met KBC en BNP Paribas Fortis.
Voor meer informatie over het beheer van financiële risico's verwijzen wij naar toelichting 7.3. 'Beheer van financiële risico's en derivaten'.
De nettoschuld houdt geen rekening met het derivaat dat de in de converteerbare obligatie besloten conversieoptie vertegenwoordigt (€ 35,2 miljoen tegenover € 5,8 miljoen in 2015). De volgende tabel geeft een overzicht van de berekening van de nettoschuld.
| in duizend € | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Rentedragende schulden op meer dan een jaar | 792 116 | 1 161 310 |
| Rentedragende schulden op ten hoogste een jaar 1 | 501 224 | 297 915 |
| Totaal financiële schulden | 1 293 340 | 1 459 225 |
| Financiële vorderingen en kaswaarborgen op meer dan een jaar | -9 694 | -6 664 |
| Leningen op ten hoogste een jaar 1 | -34 773 | -13 991 |
| Geldbeleggingen | -10 216 | -5 342 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | -401 771 | -365 546 |
| Nettoschuld | 836 886 | 1 067 683 |
1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.
| Nettoboekwaarde | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2015 | 2016 |
| Overige schulden op meer dan een jaar | 820 | 518 |
| Derivaten (zie toelichting 7.3.) | 14 384 | 44 355 |
| Totaal | 15 204 | 44 873 |
De derivaten hebben betrekking op het financieel instrument (€ 35,2 miljoen (2015: € 5,8 miljoen)) dat besloten zit in de converteerbare obligatielening (zie toelichting 6.17. en 7.3.) en de put-optie (€ 8,8 miljoen (2015: € 8,6 miljoen)) op een minderheidsbelang van een investering.
| Nettoboekwaarde | |
|---|---|
| 2015 in duizend € |
2016 |
| Overige verplichtingen 4 453 |
7 322 |
| Derivaten (zie toelichting 7.3.) 22 236 |
7 767 |
| Ontvangen voorschotten 3 137 |
12 733 |
| Overige belastingen 28 117 |
26 862 |
| Overlopende rekeningen (passief) 1 7 310 |
7 156 |
| Totaal 65 253 |
61 840 |
1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.
De derivaten bevatten voornamelijk CCIRSs (€ 6,3 miljoen (2015: € 17,7 miljoen)) en termijnwisselcontracten (€ 1,5 miljoen (2015: € 4,5 miljoen)). Overige belastingen hebben in hoofdzaak betrekking op BTW, afhoudingen op lonen en wedden en andere winstbelastingen. De toe te rekenen rentelasten voor € 6,3 miljoen (2015: € 6,5 miljoen) werden geherclassificeerd naar de rentedragende schulden op ten hoogste één jaar (zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten').
Het overzicht van de kasstromen uit bedrijfsactiviteitein is opgesteld volgens de indirecte methode, terwijl de directe methode gevolgd werd voor de kasstromen uit andere activiteiten. De directe methode is gericht op het classificeren van brutokasinstromen en brutokasuitstromen per categorie.
Brutokasstromen uit bedrijfsactiviteiten zijn toegenomen met € 20,3 miljoen dankzij betere operationele prestaties (€ +40,7 miljoen EBITDA), hogere toevoegingen voor overige posten zonder kasstroomeffect (€ +8,8 miljoen, voornamelijk provisies en in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen) en gunstige effecten van investeringsposten (€ +14,6 miljoen), gecompenseerd door hogere gebruikte bedragen op voorzieningen (€ -4,1 miljoen) en beduidend hogere betalingen van winstbelastingen (€ -39,7 miljoen). De winst bij de gefaseerde overname en de negatieve goodwill in 2015 hebben betrekking op de gefaseerde overname van BOSFA Pty Ltd.
Investeringsposten verwerkt in het bedrijfsresultaat speelden een bescheiden rol in 2016, in tegenstelling tot het voorgaande jaar, toen de belangrijkste posten bestonden uit winsten bij verkoop van activiteiten (vóór overboeking van gecumuleerde omrekeningsverschillen) met betrekking tot Carding Solutions en de Xinyuentiteiten.
Verdere inspanningen om het werkkapitaal te verlagen leverden kasinstromen van € 16,3 miljoen op in 2016 (zie organische toename in toelichting 6.7 'Operationeel werkkapitaal'). In 2015 leverden drastische verminderingen van het werkkapitaal een spectaculaire bijdrage van € 212,3 miljoen tot de kasstromen uit bedrijfsactiviteiten. Wat betreft de 'overige bedrijfskasstromen' in 2015 hadden de bewegingen in overige vlottende activa en verplichtingen op ten hoogste een jaar grotendeels te maken met de in 2014 geprovisioneerde, maar in 2015 ontvangen verzekeringsvergoedingen voor de brand in Rome.
Betaalde winstbelastingen waren € 39,7 miljoen hoger dan in 2015, waarvan € 13,5 miljoen in België, € 7,6 miljoen in China, € 6,6 miljoen in Chili, € 4,9 miljoen in Indonesië en € 4,7 miljoen in Slovakije.
Volgende tabel verschaft meer details in verband met geselecteerde bedrijfskasstromen:
| Details van geselecteerde bedrijfskasstromen | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2015 | 2016 |
| Posten zonder kasstroomeffect verwerkt in bedrijfsresultaat | ||
| Afschrijvingen en waardeverminderingen 1 | 208 401 | 203 917 |
| Bijzondere waardeverminderingen op activa | 13 262 | 17 862 |
| Negatieve goodwill | -340 | - |
| Posten zonder kasstroomeffect opnieuw bijgeteld bij EBIT | 221 323 | 221 779 |
| Winst (-) of verlies bij gefaseerde overnames | 1 098 | - |
| Voorzieningen voor personeelsbeloningen: aanleg / terugname (-) van ongebruikte | ||
| bedragen 2 | 17 500 | 15 606 |
| Overige voorzieningen: aanleg / terugname (-) van ongebruikte bedragen | 3 752 | 14 393 |
| CTA overgeboekt naar resultaat bij afstoten van activiteiten | 393 | - |
| In eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen | 2 906 | 4 449 |
| Overige posten zonder kasstroomeffect verwerkt in bedrijfsresultaat | 25 649 | 34 448 |
| Totaal | 246 972 | 256 227 |
| Investeringsposten verwerkt in bedrijfsresultaat | ||
| Winst (-) of verlies bij verkoop van activiteiten | -13 653 | - |
| Winst (-) of verlies bij verkoop van immateriële en materiële vaste activa | 102 | 1 034 |
| Totaal | -13 551 | 1 034 |
| Terugname gebruikte bedragen op voorzieningen voor personeelsbeloningen en overige voorzieningen |
||
| Voorzieningen voor personeelsbeloningen: gebruikte bedragen | -33 493 | -37 242 |
| Overige voorzieningen: gebruikte bedragen | -7 314 | -7 622 |
| Totaal | -40 807 | -44 864 |
| Betaalde winstbelastingen | ||
| Actuele winstbelastingen | -53 251 | -93 004 |
| Toename of afname (-) in nettoverplichtingen m.b.t. winstbelastingen | -3 406 | -3 384 |
| Totaal | -56 657 | -96 388 |
| Overige bedrijfskasstromen | ||
| Bewegingen in overige vlottende activa en verplichtingen op ten hoogste een jaar | 12 748 | 6 321 |
| Overige | 3 203 | 1 232 |
| Totaal | 15 951 | 7 553 |
1 Inclusief € -1,2 miljoen (2015: € 8,3 miljoen) afwaarderingen / (terugnames van afwaarderingen) op voorraden en handelsvorderingen (zie toelichting 6.7. 'Operationeel werkkapitaal').
2 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.
Het bedrag m.b.t. 'nieuwe bedrijfscombinaties' in 2016 slaat op de verworven geldmiddelen bij de totstandkoming van de Bridon-Bekaert Ropes Group (zie toelichting 7.2. 'Effect van bedrijfscombinaties'). In 2015 genereerden nieuwe bedrijfscombinaties een nettokasuitstroom van € -129,8 miljoen, voornamelijk als gevolg van de eindfase van de overname van de staalkoordfabrieken van Pirelli en de overname van de Ropesactiviteiten van Arrium. Andere verwervingen van deelnemingen bestonden in hoofdzaak uit verwervingen van minderheidsbelangen in bepaalde entiteiten waarin Bekaert haar eigen strategische koers wil varen. Inkomsten uit verkoop van deelnemingen in 2015 (€ 30,8 miljoen) hadden voornamelijk betrekking op de afstoting van de Cardingactiviteit en de ontvangst van uitgestelde vergoedingen voor de afstoting van de industriëledeklagenactiviteit in 2012. Investeringen in materiële vaste activa bleven op een hoog niveau (€ -158,5 miljoen), hoewel iets onder het recordniveau van 2015 (€ -170,7 miljoen) dat behaald werd dankzij de heropbouw van de hieldraadfabriek in Rome (Georgia, VS) die in 2014 vernield werd door een brand.
Volgende tabel verschaft meer details in verband met geselecteerde investeringskasstromen:
| Details van geselecteerde investeringskasstromen | |
|---|---|
| 2015 in duizend € |
2016 |
| Overige portfolio-investeringen | |
| Aankoop van minderheidsbelangen in Ropes-entiteiten -91 488 |
- |
| Aankoop van minderheidsbelangen in Southern Wire-entiteiten -5 270 |
- |
| Aankoop van minderheidsbelangen in Chinese entiteiten -12 700 |
- |
| Overige investeringen -101 |
-41 |
| Totaal -109 559 |
-41 |
| Overige investeringskasstromen | |
| Inkomsten uit verkoop van immateriële activa 17 |
14 |
| Inkomsten uit verkoop van materiële vaste activa 3 789 |
1 172 |
| Totaal 3 806 |
1 186 |
Overige investeringskasstromen zoals opbrengsten uit verkoop van materiële vaste activa waren eerder onbeduidend zowel in 2015 als in 2016.
De inkomsten uit rentedragende schulden op meer dan een jaar (€ 172,1 miljoen) slaan vooral op financieringstransacties in België, China en Australië. De € 380 miljoen ontvangst van de converteerbare obligatielening bestond voor € 114,6 miljoen uit nieuwe schuld en voor het resterende bedrag uit een inruil van bestaande converteerbare obligaties. Aflossingen van langetermijnschulden (€ -375,3 miljoen) hadden voornamelijk betrekking op het vervallen van een Eurobond van € 205,0 miljoen en een bedrag van € 84,3 miljoen voor de afwikkeling van de bestaande converteerbare obligatielening door NV Bekaert SA, naast andere terugbetalingen in China (€ -66,8 miljoen) en Latijns-Amerika (€ -12,9 miljoen). Er was een kleine afname (€ -5,6 miljoen) in rentedragende schulden op ten hoogste een jaar in 2016. Eigenaandelentransacties in 2016 (€ 7,5 miljoen) omvatten terugkopen van aandelen (€ -1,1 miljoen) en inkomsten uit de uitoefening van aandelenopties (€ 8,6 miljoen).
Volgende tabel verschaft meer details in verband met geselecteerde financieringskasstromen:
| in duizend € | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Overige financieringsstromen | ||
| Nieuwe aandelen uitgegeven voor uitgeoefende warrants | 234 | 5 365 |
| Deelname van minderheidsaandeelhouders in kapitaalverhoging | 14 967 | - |
| Toename (-) of afname van kort- en langlopende leningen en financiële vorderingen | 2 041 | 17 138 |
| Toename (-) of afname van financiële activa op ten hoogste een jaar | 9 616 | 4 148 |
| Overige financiële opbrengsten en lasten | -16 437 | -3 458 |
| Totaal | 10 421 | 23 193 |
Inkomsten uit overige financieringskasstromen kwamen voort uit kapitaalverhogingen (€ 5,4 miljoen), nettoontvangsten uit leningen en overige vorderingen (€ 17,1 miljoen) en geldbeleggingen (€ 4,1 miljoen). De voornaamste verschuiving in leningen en vorderingen heeft betrekking op de afwikkeling van de leningen door de Xinyu-entiteiten waarin Bekaert sinds eind 2015 niet langer een invloed van betekenis heeft. Overige financiële opbrengsten en lasten omvatten in hoofdzaak belastingen en bankkosten op financiële transacties (€ -2,5 miljoen).
Op 7 december 2015 maakte Bekaert bekend dat het een overeenkomst getekend had met Ontario Teachers' Pension Plan (Ontario Teachers'), de eigenaar van Bridon, voor de oprichting van Bridon-Bekaert Ropes Group, een nieuwe joint venture waarin Bekaert en Ontario Teachers' voorzagen een belang van respectievelijk 67% en 33% te hebben. De nieuwe groep zal de kabel- en advanced cords-activiteiten samenvoegen, die bestaan uit 19 productievestigingen in 11 landen, marktgedreven R&D en een wereldwijd verkoops- en distributienetwerk.
Op 28 juni 2016 hebben Bekaert en Ontario Teachers' de finale fusie van de wereldwijde kabel- en advanced cords-activiteiten van Bekaert en Bridon succesvol afgerond. Bekaert brengt zijn advanced cords-activiteiten in en zijn stevig uitgebouwde aanwezigheid in staalkabels in Latijns-Amerika, Canada en Australië. Bridon heeft met kabeldraad, strengen, staalkabels en synthetische kabels sterke posities in Europa en de VS. De fusie zal aanleiding geven tot zowel operationele als commerciële synergieën. De complementariteit inzake geografisch en sectorieel profiel moet het mogelijk maken om sterker te groeien dan de markt; het samenvoegen van sterktes in kabeltechnologie en draadtechnologie zal een platform creëren voor sterke differentiatie in de hoogwaardige kabelmarkten. Uit deze fusie ontstaat 's werelds leidende kabelgroep met een jaaromzet van ongeveer USD 650 miljoen (huidig equivalent van € 580 miljoen) in een genormaliseerde businesscontext. Deze ambitie verklaart waarom Bekaert bereid was een aanzienlijke overnamevergoeding te betalen, met als gevolg een goodwill van € 116,2 milljoen.
De groep zal in een genormaliseerde businesscontext naar schatting ongeveer USD 350 miljoen (€ 315 miljoen aan huidige koersen) toevoegen aan Bekaerts geconsolideerde omzet op jaarbasis. De Groep verwacht lagere cijfers in de eerstkomende twee jaar omwille van de huidige vraaginstabiliteit in de olie-en-gassector en de mijnbouw.
De initiële verwerking van de bedrijfscombinatie die in het tussentijds verslag van juni 2016 weergegeven werd was uiteraard voorlopig, aangezien de overname pas afgerond werd op het einde van het eerste semester. Gedurende het tweede semester heeft Bekaert een uitgebreide analyse gemaakt om de overgenomen nettoactiva en verplichtingen in kaart te brengen en de reële waarde ervan te bepalen.
De overgenomen immateriële vaste activa werden geïdentificeerd en gewaardeerd door een externe expert. De reëlewaardebepalingen van de materiële vaste activa werden gebaseerd op recente externe waarderingsverslagen voor terreinen en gebouwen en op interne waarderingsverslagen voor installaties, machines en uitrusting. Uitgestelde belastingvorderingen en –verplichtingen voortvloeiend uit de bijhorende waardeaanpassingen werden opgenomen tegen de toepasselijke belastingvoeten in de betrokken rechtsgebieden.
Het toewijzingsproces van de aankoopprijs resulteerde in een negatief nettoactivatotaal van € -114,6 miljoen. De belangrijkste reden hiervoor ligt bij de in hoge mate door schulden gedragen financieringsstructuur van Bridon, waardoor de overgenomen nettoschuld oploopt tot € 278,7 miljoen.
De minderheidsbelangen die ontstaan in de overgenomen entiteiten werden gewaardeerd tegen hun aandeel in de reële waarde van de verworven nettoactiva. Aangezien de overnamevergoeding bestond uit een belang van 33% in Bekaerts advanced cords- en wereldwijde kabelactiviteiten, werd deze gewaardeerd tegen de reële waarde van de afgestane minderheidsbelangen, op basis van de tussen de partners overeengekomen aandelenwaardering en additionele financieringsovereenkomsten.
De volgende tabel geeft een overzicht van de verworven nettoactiva per balanspost, vóór en na het effect van reëlewaardeaanpassingen overeenkomstig IFRS 3, 'Bedrijfscombinaties', en de goodwillberekening voor de transactie. Tevens wordt hierin het bedrag verduidelijkt dat in het geconsolideerd kasstroomoverzicht getoond wordt als 'nieuwe bedrijfscombinaties'.
| Totaal | Boekwaarde vóór | Reëlewaarde | |
|---|---|---|---|
| in duizend € | overname | aanpassingen | Reële waarde |
| Immateriële activa | 46 637 | 5 032 | 51 669 |
| Materiële vaste activa | 116 783 | -22 542 | 94 241 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 1 571 | 7 909 | 9 480 |
| Leningen en vorderingen op meer dan een jaar | 1 319 | - | 1 319 |
| Overige vaste activa | 4 | - | 4 |
| Voorraden | 56 892 | 3 189 | 60 081 |
| Handelsvorderingen | 36 583 | - | 36 583 |
| Betaalde voorschotten | 887 | - | 887 |
| Overige vorderingen | 4 261 | - | 4 261 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 40 918 | - | 40 918 |
| Overige vlottende activa | 2 629 | - | 2 629 |
| Voorzieningen voor personeelsbeloningen op meer | |||
| dan een jaar | -7 722 | - | -7 722 |
| Overige voorzieningen op meer dan een jaar | -9 435 | -4 940 | -14 375 |
| Rentedragende schulden op meer dan een jaar | -293 111 | 8 546 | -284 565 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | -20 703 | -2 158 | -22 861 |
| Overige verplichtingen op meer dan een jaar | -16 | - | -16 |
| Rentedragende schulden op ten hoogste een jaar | -35 672 | - | -35 672 |
| Handelsschulden | -39 243 | - | -39 243 |
| Personeelsbeloningen op ten hoogste een jaar | -4 156 | - | -4 156 |
| Overige voorzieningen op ten hoogste een jaar | -2 165 | - | -2 165 |
| Verplichtingen m.b.t. winstbelastingen | -407 | - | -407 |
| Ontvangen voorschotten | -1 486 | - | -1 486 |
| Overige verplichtingen op ten hoogste een jaar | -4 004 | - | -4 004 |
| Totaal van de nettoactiva verworven in een | |||
| bedrijfscombinatie | -109 636 | -4 964 | -114 600 |
| Overnamevergoeding (afgestane | |||
| minderheidsbelangen) | -39 807 | ||
| Ontstane minderheidsbelangen in de overgenomen | |||
| entiteiten | 38 162 | ||
| Goodwill | 116 245 | ||
| Overnamevergoeding vereffend in geldmiddelen | - | ||
| Verworven geldmiddelen | - | - | 40 918 |
| Nieuwe bedrijfscombinaties | 40 918 |
De voornaamste immateriële activa omvatten de merknamen (€ 45,5 miljoen), de klantenrelaties (€ 4,8 milljoen) en het orderboek (€ 0,4 miljoen). Als gevolg van de eerdere overname van Bridon door OTPP waren de merknamen en klantenrelaties al opgenomen in de boeken van Bridon. De herziene waardebepaling resulteerde in een toename met € 5,0 miljoen.
De negatieve reëlewaardeaanpassingen van materiële vaste activa hebben voornamelijk betrekking op installaties, machines en uitrusting in het Verenigd Koninkrijk (€ -7,3 milljoen), de VS (€ -12,6 miljoen) en China (€ -4,9 miljoen). De positieve reëlewaardeaanpassingen van voorraden weerspiegelen in hoofdzaak de verwachte marge op goederen in bewerking en gereed product bij hun verkoop. De waardeverminderingen op dubieuze debiteuren ten belope van € -0,4 miljoen die opgenomen waren in de boeken van de overgenomen entiteiten werden toereikend geacht in het licht van de ingeschatte kredietrisico's.
In verband met klantenbetwistingen werden voor een totaal van € 4,9 miljoen voorwaardelijke verplichtingen vastgesteld bij Bridon International Ltd.
De volgende tabel toont het effect van de bedrijfscombinatie op de geconsolideerde omzet en het volledig perioderesultaat (na kosten in verband met de overname):
| Datum van | Omzet voor de | Volledig | |
|---|---|---|---|
| in duizend € | overname | periode | perioderesultaat |
| Bridonentiteiten | 28 juni 2016 | 109 168 | -58 136 |
| waarvan | |||
| Bedrijfsresultaat (EBIT) overgenomen entiteiten | -23 209 | ||
| Kosten in verband met de overname | -8 639 | ||
| Totaal bedrijfsresultaat (EBIT) | -31 848 | ||
| Renteopbrengsten en -lasten | -23 401 | ||
| Overige financiële opbrengsten en lasten | 2 790 | ||
| Resultaat vóór belastingen | -52 459 | ||
| Winstbelastingen | 1 571 | ||
| Perioderesultaat | -50 888 | ||
| Andere elementen van het resultaat (opgenomen in | |||
| het eigen vermogen) | -7 248 |
De kosten in verband met de overname, die voornamelijk bestonden uit honoraria van consultants, bedroegen € 16,7 miljoen (waarvan € 8,1 miljoen opgelopen in 2015) en werden opgenomen in andere bedrijfskosten. Mochten alle Bridonentiteiten overgenomen zijn sinds 1 januari 2016, dan zou de Groep bijkomend € 122,7 miljoen omzet en € 80,3 perioderesultaat (d.i. voor het eerste semester) opgenomen hebben, met inbegrip van eenmalige winsten op schuldherfinanciering van € 89,7 miljoen.
De Groep is blootgesteld aan risico's als gevolg van bewegingen in wisselkoersen, rentevoeten en marktprijzen die haar activa en verplichtingen beïnvloeden. Het financieel risicobeheer van de Groep heeft tot doel om de effecten van deze marktrisico's als gevolg van haar operationele en financiële activiteiten te beperken. Naargelang het ingeschatte risico worden daartoe welbepaalde derivaten als afdekkingsinstrumenten ingezet. De Groep dekt voornamelijk risico's af die de kasstromen beïnvloeden. Derivaten worden enkel gebruikt als afdekkingsinstrument en niet voor handels- of speculatieve doeleinden. Om het kredietrisico te beperken, worden afdekkingstransacties over het algemeen enkel aangegaan met financiële instellingen die tenminste een Akredietscore hebben.
De richtlijnen en principes van het financieel risicobeheer van Bekaert worden vastgelegd door het Audit en Finance Comité en gecontroleerd door de Raad van Bestuur van de Groep. De Groepsdienst Thesaurie is verantwoordelijk voor de implementatie van het financieel risicobeleid. Dit houdt in dat gepaste richtlijnen worden gedefinieerd en effectieve controle- en verslaggevingsprocedures worden ingezet. Het Audit en Finance Comité wordt geregeld geïnformeerd over de blootstelling aan valuta- en renterisico's.
Het valutarisico van de Groep kan opgedeeld worden in twee categorieën: valutatranslatierisico en valutatransactierisico.
Een valutatranslatierisico ontstaat wanneer de financiële gegevens van buitenlandse dochterondernemingen omgezet worden naar de presentatievaluta van de Groep, de euro. De voornaamste valuta's zijn de Chinese renminbi, de US dollar, de Tsjechische kroon, de Braziliaanse real, de Chileense peso, de Russische roebel, de Indische roepie, de pond sterling en de Venezolaanse bolivar (cf. gecumuleerde omrekeningsverschillen in toelichting 6.13. 'Overgedragen resultaten en overige Groepsreserves'). Aangezien er geen kasstroomeffect is, dekt de Groep dit risico gewoonlijk niet af.
De Groep is blootgesteld aan valutatransactierisico's die voortvloeien uit haar investerings-, financierings- en bedrijfsactiviteiten.
Valutarisico's op het vlak van investeringen ontstaan uit de overname of de verkoop van deelnemingen in buitenlandse vennootschappen, en soms ook uit te ontvangen dividenden vanuit buitenlandse deelnemingen. Indien materieel geacht, worden deze risico's afgedekt door middel van termijnwisselcontracten.
Valutarisico's op het vlak van financiering ontstaan uit financiële verplichtingen in vreemde valuta's. De Groepsdienst Thesaurie dekt deze risico's af in overeenstemming met haar beleidsrichtlijnen en maakt hiervoor gebruik van cross-currency interest-rate swaps en termijnwisselcontracten om financiële verplichtingen in vreemde valuta's om te zetten naar de functionele valuta van de betrokken entiteit. Op de verslagdatum bestonden de verplichtingen in vreemde valuta waarvoor het valutarisico werd afgedekt voornamelijk uit intragroepsleningen in euro en US dollar.
Valutarisico's in het kader van bedrijfsactiviteiten vloeien voort uit commerciële activiteiten met aan- en verkopen in vreemde valuta, alsook betalingen en ontvangsten van royalty's. De Groep gebruikt termijnwisselcontracten om het valutarisico op de verwachte kasinstromen en kasuitstromen voor de volgende drie maanden te beperken. Belangrijke blootstellingen en vaststaande toezeggingen buiten dit tijdskader kunnen ook afgedekt worden.
Volgende tabel geeft een samenvatting van de nettoposities van de Groep voor de belangrijkste valutaparen met betrekking tot bedrijfs-, investerings- en financiële vorderingen en schulden in vreemde valuta op de verslagdatum. De nettoposities van de valuta zijn vóór eliminaties van intragroepsverrichtingen. Een positief bedrag betekent dat de Groep een nettovordering heeft in de eerste valuta. In de tabel vertegenwoordigt de kolom 'Totaal risico' de balanspositie, terwijl de kolom 'Totaal derivaten' alle derivaten omvat ter afdekking van zowel de balanspositie als de verwachte transacties.
| Valutapaar - 2016 | |||
|---|---|---|---|
| in duizend € | Totaal risico | Totaal derivaten | Nettopositie |
| AUD/USD | 3 716 | -3 634 | 81 |
| EUR/BRL | -13 670 | - | -13 670 |
| EUR/CAD | -14 223 | - | -14 223 |
| EUR/CNY | -103 187 | 34 138 | -69 049 |
| EUR/GBP | 25 170 | -2 150 | 23 020 |
| EUR/USD | -7 488 | - | -7 488 |
| IDR/USD | 8 616 | - | 8 616 |
| JPY/CNY | 5 076 | -4 449 | 627 |
| NZD/GBP | -9 605 | - | -9 605 |
| RUB/EUR | 21 649 | -21 650 | -1 |
| TRY/EUR | 14 256 | - | 14 256 |
| USD/CAD | 14 923 | - | 14 923 |
| USD/CLP | 8 510 | - | 8 510 |
| USD/CNY | -163 998 | 149 531 | -14 467 |
| USD/COP | -9 854 | 14 153 | 4 299 |
| USD/EUR | 236 431 | -314 559 | -78 128 |
| USD/GBP | 94 265 | -11 861 | 82 404 |
| USD/INR | -46 915 | 33 522 | -13 393 |
| USD/SGD | -25 675 | - | -25 675 |
| USD/SGD | -25 675 | - | -25 675 |
|---|---|---|---|
| Valutapaar - 2015 in duizend € |
Totaal risico | Totaal derivaten | Nettopositie |
| CNY/EUR | 15 702 | -4 249 | 11 453 |
| CZK/EUR | -12 100 | 4 165 | -7 935 |
| EUR/CNY | -66 349 | 65 723 | -626 |
| EUR/USD | 28 305 | -30 000 | -1 695 |
| IDR/USD | 9 222 | - | 9 222 |
| USD/BRL | -8 120 | - | -8 120 |
| USD/CAD | 12 680 | -3 572 | 9 108 |
| USD/CLP | 74 670 | - | 74 670 |
| USD/CNY | -244 088 | 215 519 | -28 569 |
| USD/EUR | 461 769 | -485 210 | -23 441 |
| USD/INR | -63 897 | 47 511 | -16 386 |
| USD/SGD | -24 298 | - | -24 298 |
Indien de valuta's verzwakt of versterkt waren met de redelijkerwijs mogelijke procenten en indien alle andere variabelen constant gebleven waren, zou het perioderesultaat vóór belastingen € 2,7 miljoen (2015: € 1,6 miljoen) lager respectievelijk hoger geweest zijn. De redelijkerwijs mogelijke schommelingen die gebruikt worden in deze berekening, zijn gebaseerd op de volatiliteit op jaarbasis met betrekking tot de dagelijkse wisselkoersbewegingen gedurende de verslagperiode, met een betrouwbaarheidsinterval van 95%.
Per 31 december 2016 maakt de Groep slechts in een beperkt aantal gevallen gebruik van hedge accounting, met name in Bridon International Ltd (UK) waar het valutarisico gelinkt aan operationele kasstromen wordt afgedekt door vreemde valuta contracten aangeduid als kasstroomafdekkingen. De voornaamste valutarisico's die worden afgedekt zijn EUR/GBP en USD/GBP. Indien de GBP verzwakt of versterkt was met de redelijkerwijs mogelijke procenten en indien alle andere variabelen constant gebleven waren, zou de afdekkingsreserve € 2,5 miljoen hoger respectievelijk lager geweest zijn op jaareinde 2016. De Groep maakte geen gebruik van hedge accounting per vorig jaareinde.
De Groep is onderworpen aan renterisico en dit voornamelijk op schulden in US dollar, Chinese renminbi en euro. Om het effect van rentevoetfluctuaties in deze regio's te minimaliseren, wordt het renterisico op de nettoschuld uitgedrukt in deze valuta's afzonderlijk beheerd. De volgende algemene richtlijnen worden toegepast om het renterisico af te dekken:
De Groepsdienst Thesaurie gebruikt interest-rate swaps en cross-currency interest-rate swaps om ervoor te zorgen dat de vaste/variabele renteverhouding van langlopende schulden binnen de limieten blijft.
Het volgende overzicht toont de gewogen gemiddelde rentevoeten op balansdatum.
De converteerbare obligatielening en de leningen gelinkt aan de Bridon fusie worden aangehouden tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieverentemethode wat resulteert in de spreiding van de transactiekosten over de duur van de verplichting via de intrestlasten. Bijgevolg zullen de effectieve intrestlasten hoger zijn dan de nominale intrestlasten.
| Lange termijn | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| 2016 | Vaste | Vlottende | Korte | Totaal | |
| rentevoet | rentevoet | Totaal | termijn | ||
| US dollar | 10,60% | 4,45% | 5,54% | 1,81% | 2,65% |
| Chinese renminbi | 6,00% | - | 6,00% | 3,38% | 5,38% |
| Euro | 2,78% | 6,20% | 3,42% | 0,43% | 3,27% |
| Overige | 7,74% | - | 7,74% | 5,14% | 5,82% |
| Totaal | 3,21% | 5,61% | 3,79% | 2,28% | 3,30% |
| Lange termijn | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| 2015 | Vaste Vlottende rentevoet rentevoet |
Korte | |||
| Totaal | termijn | Totaal | |||
| US dollar | 4,63% | - | 4,63% | 1,27% | 1,35% |
| Chinese renminbi | 5,81% | - | 5,81% | 3,24% | 5,65% |
| Euro | 2,99% | - | 2,99% | 0,53% | 2,90% |
| Overige | 7,34% | 3,00% | 7,16% | 4,75% | 5,58% |
| Totaal | 3,41% | 3,00% | 3,41% | 1,82% | 2,80% |
Zoals vermeld in toelichting 6.17. 'Rentedragende schulden' bedroeg de totale financiële schuld van de Groep € 1 459,2 miljoen op 31 december 2016 (2015: € 1 293,3 miljoen). De volgende tabel toont het valutakoers- en renteprofiel, d.i. de procentuele verdeling van de totale financiële schuld per munt en per type van rentevoet (vast, vlottend).
| Valutakoers- en renteprofiel | Lange termijn | Korte termijn | ||
|---|---|---|---|---|
| 2016 | Vaste | Vlottende | vlottende | |
| rentevoet | rentevoet | rentevoet | Totaal | |
| US dollar | 1,20% | 5,50% | 23,20% | 29,90% |
| Chinese renminbi | 0,70% | - | 0,20% | 0,90% |
| Euro | 47,40% | 10,90% | 3,10% | 61,40% |
| Overige | 2,00% | - | 5,80% | 7,80% |
| Totaal | 51,30% | 16,40% | 32,30% | 100,00% |
| Valutakoers- en renteprofiel | Lange termijn | Korte termijn | ||
|---|---|---|---|---|
| 2015 | Vaste rentevoet |
Vlottende rentevoet |
vlottende | |
| rentevoet | Totaal | |||
| US dollar | 0,80% | - | 29,70% | 30,50% |
| Chinese renminbi | 3,80% | - | 0,20% | 4,00% |
| Euro | 53,90% | - | 2,00% | 55,90% |
| Overige | 3,20% | 0,10% | 6,30% | 9,60% |
| Totaal | 61,70% | 0,10% | 38,20% | 100,00% |
De volgende tabel toont voor de belangrijkste valuta's de redelijkerwijs mogelijke schommelingen met een 95% betrouwbaarheidsinterval; de cijfers zijn gebaseerd op de volatiliteit op jaarbasis van de dagelijkse noteringen van de Interbank Offered Rate op 3 maanden in 2016 en 2015.
| Valuta | Rentevoet per 31 dec 2016 |
Redelijkerwijs mogelijke schommelingen (+/-) |
|---|---|---|
| Chinese renminbi 1 | 3,09% | 0,51% |
| Euro | 0,00% | 0,00% |
| US dollar | 1,00% | 0,18% |
| Valuta | Rentevoet per 31 dec 2015 |
Redelijkerwijs mogelijke schommelingen (+/-) |
| Chinese renminbi 1 | 2,41% | 0,40% |
| Euro | 0,00% | 0,03% |
| US dollar | 0,61% | 0,19% |
1Voor de Chinese renminbi werd de PBOC-referentievoet voor leningen op hoogstens 6 maand genomen.
Indien we de geschatte mogelijke renteschommelingen toepassen op de schuld met vlottende rentevoet – in de veronderstelling dat alle andere variabelen constant bleven – zou het perioderesultaat vóór belastingen € 1,8 miljoen (2015: € 0,8 miljoen) hoger/lager geweest zijn.
De Groep maakt geen gebruik van hedge accounting per 31 december 2016. Er werd dan ook geen sensitiviteitsanalyse uitgevoerd.
De Groep is blootgesteld aan kredietrisico's ten gevolge van haar bedrijfsactiviteiten en bepaalde financieringsactiviteiten. In het kader van haar bedrijfsactiviteiten heeft de Groep een kredietbeleid opgezet dat rekening houdt met het risicoprofiel van de klanten in functie van het marktsegment waartoe zij behoren. Op basis van hun activiteitenplatform, productsegment en regio wordt het kredietrisico van de klanten geanalyseerd en wordt beslist om het kredietrisico af te dekken. De blootstelling aan kredietrisico's wordt continu opgevolgd en de kredietwaardigheid van alle klanten wordt geregeld geëvalueerd. Omwille van het specifieke karakter van sommige staaldraadactiviteiten die slechts een beperkt aantal wereldwijd opererende klanten tellen, wordt het concentratierisico van dichtbij opgevolgd en wordt – overeenkomstig de kredietbeleidslijnen – indien nodig onmiddellijk actie ondernomen. Er dient geen enkele van de volgens IFRS 8 §34 vereiste toelichtingen in verband met individuele klanten (of groepen van klanten onder gezamenlijke zeggenschap) verstrekt, aangezien geen enkele klant van de Groep instaat voor meer dan 10% van de omzet. Op 31 december 2016 was 57,8% (2015: 65,4%) van het kredietrisico afgedekt door kredietverzekeringspolissen en handelsfinancieringsinstrumenten. In het kader van financieringsactiviteiten worden transacties in principe enkel afgesloten met tegenpartijen die minstens een A-kredietscore hebben. Daarnaast worden kredietlimieten vastgelegd voor elke tegenpartij in functie van haar kredietwaardigheid. Dankzij deze aanpak acht de Groep de risico's bij staking van betaling door de tegenpartij beperkt, zowel wat bedrijfsactiviteiten als wat financieringsactiviteiten betreft.
Liquiditeitsrisico betekent het risico dat de Groep haar verplichtingen niet kan nakomen op de vervaldag omdat ze niet in staat is om activa te gelde te maken of de nodige kredieten te bekomen. Om de liquiditeit en de financiële flexibiliteit te allen tijde te garanderen, beschikt de Groep, naast de beschikbare geldmiddelen, over verscheidene kortlopende, niet-toegezegde kredietlijnen in de belangrijkste valuta's en voor bedragen die geacht worden toereikend te zijn voor de huidige en toekomstige financiële behoeften. Deze kredietfaciliteiten hebben meestal een gemengd karakter en kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt voor voorschotten, kaskredieten, acceptkredieten en verdisconteringen. De Groep heeft ook toegezegde kredietfaciliteiten ter beschikking voor een maximumbedrag van € 50 miljoen (2015: € 50 miljoen) tegen variabele rentevoeten met vaste marges. Op jaareinde was van deze kredietlijnen niets (2015: niets) opgenomen. Bovendien beschikt de Groep over een commercial paper & medium-term note program voor een bedrag van € 123,9 miljoen (2015: € 123,9 miljoen). Per jaareinde 2016, waren er voor € 50 miljoen aan uitstaande commercial paper notes (2015: niets). De externe bankschuld van € 316 miljoen, gerelateerd aan de Bridon-Bekaert Ropes Group, was op jaareinde 2016 onderworpen aan schuldconvenanten (2015: niets). De Groep (met uitzondering van BBRG) heeft een gezamenlijk factoring-programma met BNP Paribas Fortis en KBC dat de mogelijkheid biedt om tot € 77 miljoen (2015: € 90 miljoen) op te nemen voor twee maanden, maar er waren geen bedragen opgenomen voor jaareinde (2015: geen).
BBRG wordt gefinancierd door een bankensyndicaat van 11 ontleners. De leningstructuur bestaat uit een senior debt (A en B tranche), een reeds bestaande pre-fusie schuld in België en Australië (schuld aan BNP), een revolving credit facility (RCF) en aangevuld met diverse schulden uit bestaande faciliteiten (Overige schuld). De financieringsovereenkomst werd afgesloten op 29 juni 2016. Voor financiële doeleinden is BBRG afgeschermd, wat betekent dat (i) het geen steun (zoals intragroepsleningen, groepsgaranties, inpandgevingen, elke vorm van borgstelling) kan krijgen van andere Bekaert ondernemingen buiten haar consolidatieperimeter om haar activiteiten te financieren, (ii) haar bankensyndicaat zal geen enkel verhaal hebben tegenover de Bekaert Groep. Bijgevolg treedt BBRG op als een onafhankelijke groep voor financiële doeleinden. BBRG is ingestapt in een afzonderlijk factoring-programma met BNP Paribas Fortis in de UK en Duitsland dat de mogelijkheid biedt om tot € 15 miljoen (2015: niets) op te nemen en waarvan er voor jaareinde reeds voor € 6 miljoen werd opgenomen (2015: geen).
De totale schuld per eind december 2016 bedraagt (in nominale bedragen):
| Totale schuld BBRG in miljoen USD |
31 dec 2016 |
|---|---|
| Lening A | 73,0 |
| Lening B | 193,3 |
| Schuld aan BNP | 33,9 |
| RCF | 24,6 |
| Overige schuld | 6,3 |
| Totale schuld | 331,2 |
De belangrijkste vereisten vanuit het bankensyndicaat hebben betrekking op een maandelijkse, kwartaal- en jaarlijkse verslaggeving, communicatie rond het budget alsook de verplichting om te voldoen aan twee convenanten.
De eerste is een leverage convenant die de relatie beoordeelt tussen de aangepaste Onderliggende EBITDA en de nettoschuld. De Onderliggende EBITDA wordt verhoogd met het verschil tussen de jaarlijkse impact van geïdentificeerde besparingen, en de gerealizeerde besparingen, in om het even welke periode gebaseerd op een voortschrijdend gemiddelde van twaalf maanden, dewelke dan wordt geherdefinieerd als aangepaste Onderliggende EBITDA. De tweede convenant beoordeelt de relatie tussen de aangepaste Onderliggende EBITDA en de rentelast van BBRG.
De convenanten per eind december 2016 zijn als volgt
| 2016 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| in miljoen USD | 31 dec 2016 | Convenant | Inbreuk | |||
| Nettoschuld | 274,9 | |||||
| Leverage -convenant | Aangep. Onderliggende EBITDA | = 59,8 |
= | 4,60 | 5,95 | Nee |
| Aangep. Onderliggende EBITDA | 59,8 | |||||
| Renteconvenant | Rentelasten | = 20,6 |
= | 2,90 | 2,50 | Nee |
BBRG is geslaagd voor de convenant testen met voldoende bufferruimte. De bufferruimte op de aangepaste Onderliggende EBITDA bedraagt USD 13,8 miljoen per eind december 2016. Gebaseerd op de huidige bedrijfsresultaten, verwacht BBRG om ook in de toekomst voldoende bufferruimte te hebben.
De volgende tabel toont de contractueel overeengekomen, niet-verdisconteerde kasuitstromen met betrekking tot financiële verplichtingen (inclusief financiële verplichtingen verbonden met activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop). Enkel nettorentebetalingen en kapitaalsaflossingen zijn hierin vervat.
| 2016 | 2022 | |||
|---|---|---|---|---|
| in duizend € | 2017 | 2018 | 2019-2021 | en later |
| Financiële verplichtingen - hoofdsom | ||||
| Handelsschulden | -563 479 | - | - | - |
| Overige verplichtingen | -20 060 | -518 | - | - |
| Rentedragende schulden | -312 864 | -144 752 | -830 018 | -247 111 |
| Derivaten - bruto afgewikkeld | -325 736 | -11 943 | -5 086 | - |
| Financiële verplichtingen - rente | ||||
| Rentedragende schulden | -47 148 | -42 023 | -83 147 | -37 679 |
| Derivaten - netto afgewikkeld | -346 | -346 | -173 | - |
| Derivaten - bruto afgewikkeld | -5 858 | -1 717 | -557 | - |
| Totaal niet-verdisconteerde kasstromen | -1 275 491 | -201 299 | -918 981 | -284 790 |
| 2015 | 2021 | |||
|---|---|---|---|---|
| in duizend € | 2016 | 2017 | 2018-2020 | en later |
| Financiële verplichtingen - hoofdsom | ||||
| Handelsschulden | -456 783 | - | - | - |
| Overige verplichtingen | -7 590 | -820 | - | - |
| Rentedragende schulden | -494 714 | -13 343 | -778 773 | - |
| Derivaten - bruto afgewikkeld | -512 735 | - | -11 872 | - |
| Financiële verplichtingen - rente | ||||
| Rentedragende schulden | -36 401 | -22 744 | -39 025 | - |
| Derivaten - netto afgewikkeld | - | - | - | - |
| Derivaten - bruto afgewikkeld | -7 240 | -1 153 | -1 153 | - |
| Totaal niet-verdisconteerde kasstromen | -1 515 463 | -38 060 | -830 823 - |
Hierin zijn alle instrumenten begrepen die aangehouden werden op de balansdatum en waarvoor de betalingen reeds contractueel werden vastgelegd. Voorspellingen met betrekking tot toekomstige nieuwe verplichtingen zijn niet meegerekend. Bedragen in vreemde valuta werden omgerekend tegen de slotkoers op de balansdatum. Variabele rentebetalingen met betrekking tot financiële instrumenten werden berekend op basis van de toepasselijke termijnrentevoeten.
Alle financiële derivaten die de Groep aangaat, hebben betrekking op een onderliggende transactie of een verwacht risico. In functie van het verwachte effect op de winst-en-verliesrekening en als voldaan is aan de strikte criteria van IAS 39, beslist de Groep geval per geval of hedge accounting zal toegepast worden. In de volgende secties worden de transacties beschreven waarvoor hedge accounting wordt toegepast en de transacties die niet in aanmerking komen voor hedge accounting, maar als een economische afdekking fungeren.
Per 31 december 2016 maakt de Groep slechts in een beperkt aantal gevallen gebruik van hedge accounting, met name in Bridon International Ltd (UK) waar het valutarisico gelinkt aan operationele kasstromen wordt afgedekt door vreemde valuta contracten aangeduid als kasstroomafdekkingen. Tot maart 2015 maakten bepaalde derivaten nog deel uit van effectieve kasstroomafdekkingen en reëlewaardeafdekkingen met betrekking tot de euro-obligatielening van € 100 miljoen, uitgegeven in 2005 met vervaldatum in maart 2015.
Er zijn geen reëlewaardeafdekkingen in 2016.
In 2005 bracht de entiteit de blootstelling aan vlottende betalingen in US dollar terug van € 50 miljoen tot € 30,9 miljoen. De Groep merkte het deel van € 30,9 miljoen van de euro-obligatielening van 2005 aan als afgedekte positie in een reëlewaardeafdekking (het resterende deel van € 69,1 miljoen werd behandeld als een afgedekte positie in een kasstroomafdekking – zie volgende sectie). Hierdoor werden reëlewaardewijzigingen van de afgedekte posities als gevolg van schommelingen van de contantkoers USD/EUR afgezet tegenover reëlewaardewijzigingen van de cross-currency interest rate swaps. Met deze afdekkingstransacties werden geen kredietrisico's beoogd of afgedekt. De reëlewaardeafdekkingen hebben de winst-en-verliesrekening van 2015 als volgt beïnvloed:
| Afgedekte positie |
Afdekkings instrument |
Impact op winst-en verlies rekening |
|---|---|---|
| Reëlewaarde | Reëlewaarde | |
| veranderingen | veranderingen | |
| -2 424 | 2 445 | 21 |
| - | - | 144 |
| 165 | ||
| -2 424 2 445 |
| 2016 in duizend € |
Afgedekte positie |
Afdekkings instrument |
Impact op winst-en verlies rekening |
Verwerkt in het eigen vermogen (OCI) |
|---|---|---|---|---|
| Contantkoers | Reëlewaarde | |||
| Kasstroomafdekkingen | veranderingen | veranderingen | ||
| Valutarisico op operationele kasstromen | -542 | 1 284 | - | 742 |
| Totaal | -542 | 1 284 | - | 742 |
De kasstroomafdekkingen in 2016 hebben betrekking op Bridon International Ltd. waar het valutarisico gelinkt aan operationele kasstromen wordt afgedekt door vreemde valuta contracten.
| Afgedekte positie |
Afdekkings instrument |
winst-en verlies rekening |
Verwerkt in het eigen vermogen (OCI) |
|---|---|---|---|
| Contantkoers | Reëlewaarde | ||
| veranderingen | veranderingen | ||
| - | |||
| - | - | -326 | - |
| - | - | -14 | 14 |
| 14 | |||
| -5 873 | 6 034 | Impact op 161 -5 873 6 034 -179 |
De kasstroomafdekkingen in 2015 hielden verband met de stopgezette afdekkingsrelatie gerelateerd aan de Eurobond die uitgegeven werd in 2005 en verviel in 2015. Het saldo in de afdekkingsreserve werd volledig overgeboekt naar de winst-en-verliesrekening.
De Groep gebruikt ook financiële instrumenten die als economische afdekking fungeren, maar waarvoor geen hedge accounting wordt toegepast, ofwel omdat niet voldaan is aan de criteria die IAS 39, 'Financiële instrumenten: opname en waardering', vooropstelt om in aanmerking te komen voor hedge accounting, ofwel omdat de Groep bewust besloten heeft om geen hedge accounting toe te passen. Deze derivaten worden verwerkt als afzonderlijke instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden.
schuldcomponent en het conversiederivaat in evenredigheid met hun respectieve reële waarde bij aanvang. Het eerste deel van de transactiekosten (€ 5,1 miljoen) werd opgenomen in de initiële boekwaarde van de schuldcomponent terwijl het tweede deel (€ 0,6 miljoen) onmiddellijk in het resultaat werd opgenomen.
Het volgende overzicht presenteert de notionele bedragen van de derivaten volgens hun vervaldatum. Voor derivaten aangemerkt voor hedge accounting conform IAS 39 wordt getoond of deze deel uitmaken van een reëlewaardeafdekking (FVH) of een kasstroomafdekking (CFH):
| Vervallend binnen het jaar |
Vervallend hoogste 5 jaar |
Vervallend over meer dan 5 jaar |
|---|---|---|
| 18 487 | - | - |
| 278 239 | - | - |
| - | 69 253 | - |
| 355 810 | 5 086 | - |
| - | 380 000 | - |
| - | ||
| 652 536 | over meer dan 1 en ten 454 339 |
| Vervallend binnen het jaar |
over meer dan 1 en ten hoogste 5 jaar |
Vervallend over meer dan 5 jaar |
|---|---|---|
| 370 847 | - | - |
| 561 109 | 11 872 | - |
| - | 300 000 | - |
| - | ||
| 931 956 | 311 872 |
Het volgende overzicht vat de reële waarden van de verschillende derivaten samen. Voor derivaten aangemerkt voor hedge accounting conform IAS 39, wordt getoond of deze deel uitmaken van een reëlewaardeafdekking (FVH) of een kasstroomafdekking (CFH):
| Reële waarde van korte- en langetermijnderivaten | Vorderingen | Verplichtingen | ||
|---|---|---|---|---|
| in duizend € | 2015 | 2016 | 2015 | 2016 |
| Financiële instrumenten | ||||
| Hedge accounting | ||||
| Interest-rate swaps /CFH | - | - | - | 595 |
| Aangehouden voor handelsdoeleinden | ||||
| Termijnwisselcontracten | 3 900 | 5 712 | 4 525 | 865 |
| Interest-rate swaps | - | 436 | - | - |
| Interest-rate caps | - | - | - | 19 |
| Cross-currency interest-rate swaps | 11 744 | 889 | 17 711 | 6 591 |
| Put -opties gerelateerd aan minderheidsbelangen 1 | - | - | 8 559 | 8 845 |
| Conversiederivaat | - | - | 5 825 | 35 207 |
| Totaal | 15 644 | 7 037 | 36 620 | 52 122 |
| Op meer dan een jaar | 5 897 | 436 | 14 384 | 44 374 |
| Op ten hoogste een jaar | 9 747 | 6 601 | 22 236 | 7 748 |
| Totaal | 15 644 | 7 037 | 36 620 | 52 122 |
1Verplichting met betrekking tot het commerciële partnerschap met Maccaferri voor ondergrondse toepassingen aangekondigd in juni 2014.
De Groep heeft geen financiële activa en verplichtingen die gesaldeerd worden voorgesteld in de balans overeenkomstig IAS 32. De Groep gaat ISDA-raamovereenkomsten aan met de tegenpartijen voor al haar derivaten, die de tegenpartijen toelaten om vorderingen uit derivaten te salderen met verplichtingen uit derivaten bij het afwikkelen in geval van wanbetaling. Bij deze overeenkomsten worden geen waarborgen uitgewisseld, noch in geldmiddelen noch in beleggingsinstrumenten.
Het potentieel effect van het salderen van derivatencontracten wordt hierna weegegeven:
| Effect van afdwingbare salderingsovereenkomsten | Vorderingen | Verplichtingen | ||
|---|---|---|---|---|
| in duizend € | 2015 | 2016 | 2015 | 2016 |
| Totaal derivaten opgenomen in de balans | 15 644 | 7 037 | 36 620 | 52 122 |
| Afdwingbare salderingen | -5 847 | -889 | -5 847 | -889 |
| Nettobedragen | 9 797 | 6 148 | 30 773 | 51 233 |
De volgende tabellen tonen de verschillende klassen van financiële activa en verplichtingen met hun nettoboekwaarde en reële waarde, ingedeeld naargelang hun waarderingscategorie volgens IAS 39, 'Financiële instrumenten: opname en waardering'.
Geldmiddelen en kasequivalenten, geldbeleggingen, handelsvorderingen, overige vorderingen, ontvangen bankwissels en leningen en financiële vorderingen vervallen meestal op korte termijn. Daarom benadert hun nettoboekwaarde op de verslagdatum hun reële waarde. Ook handelsschulden en overige verplichtingen vervallen meestal op korte termijn en om dezelfde reden benadert hun nettoboekwaarde hun reële waarde. De Groep heeft overigens geen posities in collateralized debt obligations (CDO's).
Volgende afkortingen voor categorieën worden hierna gebruikt:
| Afkorting | Categorie volgens IAS 39 |
|---|---|
| L&V | Leningen & vorderingen |
| BV | Beschikbaar voor verkoop |
| FARWR | Financiële activa tegen reële waarde via het resultaat |
| FVtGK | Financiële verplichtingen tegen geamortiseerde kostprijs |
| AVAfd | Administratieve verwerking van afdekkingstransacties |
| Financiële verplichtingen tegen reële waarde via het | |
| FVRWR | resultaat |
| n.v.t. | Niet van toepassing |
| Netto | |||
|---|---|---|---|
| 2016 | boekwaarde | Reële waarde | |
| in duizend € | Categorie volgens IAS 39 | 2016 | 2016 |
| Activa | |||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | L&V | 365 546 | 365 546 |
| Geldbeleggingen | L&V | 5 342 | 5 342 |
| Handelsvorderingen | L&V | 739 145 | 739 145 |
| Ontvangen bankwissels | L&V | 60 182 | 60 182 |
| Overige vorderingen | L&V | 38 239 | 38 239 |
| Leningen en financiële vorderingen | L&V | 28 020 | 28 020 |
| Financiële activa beschikbaar voor verkoop | BV | 17 499 | 17 499 |
| Vorderingen uit derivaten | |||
| - zonder afdekkingsrelatie | FARWVR | 7 037 | 7 037 |
| - met afdekkingsrelatie | Hedge accounting | - | - |
| Verplichtingen | |||
| Rentedragende schulden | |||
| - financiële leases | n.v.t. | 3 855 | 3 855 |
| - kredietinstellingen | FVtGK | 781 915 | 781 915 |
| - obligatieleningen | FVtGK | 673 455 | 715 186 |
| Handelsschulden | FVtGK | 556 361 | 556 361 |
| Overige verplichtingen | FVtGK | 20 572 | 20 572 |
| Verplichtingen uit derivaten | |||
| - zonder afdekkingsrelatie | FVRWVR | 51 528 | 51 528 |
| - met afdekkingsrelatie | Hedge accounting | 595 | 595 |
| Getotaliseerd per categorie volgens IAS 39 | |||
| Leningen en financiële vorderingen | L&V | 1 236 474 | 1 236 474 |
| Financiële activa beschikbaar voor verkoop | BV | 17 499 | 17 499 |
| Financiële activa tegen reële waarde via het resultaat | |||
| Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen | FARWVR | 7 037 | 7 037 |
| geamortiseerde kostprijs | FVtGK | 2 032 303 | 2 074 034 |
| Financiële verplichtingen met afdekkingsrelatie | AVAfd | 595 | 595 |
| Financiële verplichtingen tegen reële waarde via het | |||
| resultaat | FVRWVR | 51 528 | 51 528 |
| Netto | |||
| 2015 | boekwaarde | Reële waarde | |
| Categorie volgens IAS 39 | 2015 | 2015 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | L&V | 401 771 | |
| Geldbeleggingen | L&V | 10 216 | |
| Handelsvorderingen | L&V | 686 364 | |
| Ontvangen bankwissels | L&V | 68 005 | |
| Overige vorderingen | L&V | 28 418 | |
| Leningen en financiële vorderingen | L&V | 51 428 | |
| Financiële activa beschikbaar voor verkoop | BV | 15 626 | |
| Vorderingen uit derivaten | |||
| - zonder afdekkingsrelatie | FARWVR | 15 644 | |
| Rentedragende schulden | |||
| - financiële leases | n.v.t. | 3 764 | |
| - kredietinstellingen | FVtGK | 458 536 | |
| - obligatieleningen | FVtGK | 831 040 | |
| Handelsschulden | FVtGK | 456 783 | |
| Overige verplichtingen | FVtGK | 8 411 | |
| Verplichtingen uit derivaten | |||
| - zonder afdekkingsrelatie | FVRWVR | 36 620 | |
| Leningen en financiële vorderingen | L&V | 1 246 202 | |
| Financiële activa beschikbaar voor verkoop | BV | 15 626 | |
| Financiële activa tegen reële waarde via het resultaat | FARWVR | 15 644 | |
| Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen | |||
| in duizend € Activa Verplichtingen Getotaliseerd per categorie volgens IAS 39 geamortiseerde kostprijs |
FVtGK | 1 754 770 | 401 771 10 216 686 364 68 005 28 418 51 428 15 626 15 644 3 764 458 536 869 422 456 783 8 411 36 620 1 246 202 15 626 15 644 1 793 152 |
| Financiële verplichtingen tegen reële waarde via het resultaat |
FVRWVR | 36 620 | 36 620 |
De reëlewaardebepaling van financiële activa en verplichtingen kan worden getypeerd op een van de volgende manieren:
| Converteerbare obligatielening uitgegeven in 2014 | Op uitgifte datum |
Op 31 dec 2015 |
Op 19 mei 20161 |
|---|---|---|---|
| Niveau-1-inputs | |||
| Koers van het aandeel | € 27,97 | € 28,39 | € 37,97 |
| Niveau-2-inputs | |||
| Referentieswaprate | 0,54% | 0,01% | -0,15% |
| Niveau-3-inputs | |||
| Volatiliteit | 25,40% | 20,00% | 30,00% |
| Kredietmarge | 210 bps | 200 bps | 175 bps |
| 300 000 | 298 014 | 345 281 |
|---|---|---|
| 278 700 | 292 189 | 296 730 |
| 21 300 | 5 825 | 48 551 |
1Aankondigingsdatum van het aanbod tot vervroegde terugbetaling.
| Converteerbare obligatielening uitgegeven in 2016 | Op uitgifte datum |
Op 31 dec 2016 |
|---|---|---|
| Niveau-1-inputs | ||
| Koers van het aandeel | € 37,97 | € 38,49 |
| Niveau-2-inputs | ||
| Referentieswaprate | 0,03% | 0,02% |
| Niveau-3-inputs | ||
| Volatiliteit | 29,00% | 29,15% |
| Kredietmarge | 225 bps | 175 bps |
in duizend €
| Reële waarde van de converteerbare schuld | 380 000 | 386 734 |
|---|---|---|
| Reële waarde van de plain vanilla- schuld | 339 509 | 351 527 |
| Reële waarde van de conversie-optie | 40 491 | 35 207 |
De nettoboekwaarde (d.i. de reële waarde) van het niveau-3-verplichtingen is als volgt geëvolueerd:
| Level 3 - financiële verplichtingen in duizend € |
2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Per 1 januari | 7 921 | 14 384 |
| Herclassificatie-effecten | 8 272 | - |
| Bij uitgifte van de converteerbare obligatie (14 juni 2016) | - | 40 491 |
| (Winst) / Verlies in reële waarde | -1 809 | -10 823 |
| Per 31 december | 14 384 | 44 052 |
De volgende tabel toont de sensitiviteit van de reëlewaardeberekening aan de belangrijkste inputs van niveau 3.
| Sensitiviteitsanalyse in duizend € |
Impact op derivaat Wijziging (verplichting) |
|
|---|---|---|
| Impliciete volatiliteit | 3,5% toename met | 13 292 |
| -3,5% afname met | -13 308 | |
| Kredietmarge | 25 bps toename met | 3 810 |
| -25 bps afname met |
-3 861 | |
De reële waarde van alle financiële instrumenten die tegen geamortiseerde kostprijs gewaardeerd worden in de balans, volgens IAS 39 of IAS 17, werd bepaald door middel van waarderingstechnieken van 'Niveau 2'. De volgende tabel toont een analyse van financiële instrumenten die tegen reële waarde worden gewaardeerd in de balans volgens de hoger beschreven hiërarchie van reëlewaardebepalingen:
| 2016 | ||||
|---|---|---|---|---|
| in duizend € | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
| Financiële activa - met afdekkingsrelatie | ||||
| Vorderingen uit derivaten | - | - | - | - |
| Financiële activa tegen reële waarde via het resultaat | ||||
| Vorderingen uit derivaten | - | 7 037 | - | 7 037 |
| Financiële activa beschikbaar voor verkoop | ||||
| Deelnemingen | 7 951 | 8 514 | - | 16 465 |
| Totaal activa | 7 951 | 15 551 | - | 23 502 |
| Financiële verplichtingen - met afdekkingsrelatie | ||||
| Rentedragende schulden | - | - | - | - |
| Verplichtingen uit derivaten | - | 595 | - | 595 |
| Financiële verplichtingen tegen reële waarde via het | ||||
| resultaat | ||||
| Put-opties gerelateerd aan minderheidsbelangen | - | - | 8 845 | 8 845 |
| Verplichtingen uit derivaten | - | 7 476 | 35 207 | 42 683 |
| Totaal verplichtingen | - | 8 071 | 44 052 | 52 123 |
| 2015 | ||||
|---|---|---|---|---|
| in duizend € | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
| Financiële activa - met afdekkingsrelatie | ||||
| Vorderingen uit derivaten | - | - | - | - |
| Financiële activa tegen reële waarde via het resultaat | ||||
| Vorderingen uit derivaten | - | 15 644 | - | 15 644 |
| Financiële activa beschikbaar voor verkoop | ||||
| Deelnemingen | 6 193 | 8 514 | - | 14 707 |
| Totaal activa | 6 193 | 24 158 | - | 30 351 |
| Financiële verplichtingen - met afdekkingsrelatie | ||||
| Rentedragende schulden | - | - | - | - |
| Verplichtingen uit derivaten | - | - | - | - |
| Financiële verplichtingen tegen reële waarde via het | ||||
| resultaat | ||||
| Put-opties gerelateerd aan minderheidsbelangen | - | - | 8 559 | 8 559 |
| Verplichtingen uit derivaten | - | 22 236 | 5 825 | 28 061 |
| Totaal verplichtingen | - | 22 236 | 14 384 | 36 620 |
Er waren geen overdrachten tussen niveau 1 en 2 tijdens de periode.
De Groep beheert haar kapitaal om te verzekeren dat haar entiteiten in staat zullen zijn hun activiteiten verder te zetten, en met de bedoeling de rentabiliteit voor haar aandeelhouders te maximaliseren door de verhouding van nettoschuld tegenover eigen vermogen te optimaliseren. De Groep heeft haar strategie in dit verband niet gewijzigd tegenover 2015.
De kapitaalstructuur van de Groep bestaat uit nettoschuld, zoals gedefinieerd in toelichting 6.17. 'Rentedragende schulden', en eigen vermogen (zowel toerekenbaar aan de Groep als aan minderheidsbelangen).
Het Audit en Finance Comité van de Groep controleert de kapitaalstructuur op halfjaarlijkse basis. Als onderdeel van deze controle wordt de kapitaalkost herzien en worden de risico's geëvalueerd die verband houden met elke vorm van kapitaalverstrekking. De Groep beoogt een gearing ratio van 50%, gedefinieerd als de verhouding van nettoschuld tegenover eigen vermogen.
| Gearing in duizend € |
2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Nettoschuld 1 | 836 886 | 1 067 683 |
| Eigen vermogen 1 | 1 511 651 | 1 597 893 |
| Nettoschuld op eigen vermogen | 55,4% | 66,8% |
1 Zie toelichting 2.7. 'Herwerkings- en herclassificatie-effecten'.
Per 31 december had de Groep de volgende belangrijke toezeggingen en voorwaardelijke activa en verplichtingen:
| in duizend € | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Voorwaardelijke verplichtingen | 29 031 | 27 659 |
| Toezeggingen tot aankoop van vaste activa | 13 796 | 30 177 |
| Toezeggingen tot deelneming in durfkapitaalfondsen | 3 644 | 2 051 |
De voorwaardelijke verplichtingen hebben voornamelijk betrekking op milieuverplichtingen, waarvan de meeste gedekt zijn door groepsgaranties.
De entiteiten van de Groep worden geregeld onderworpen aan belastingcontroles in hun rechtsgebied. Hoewel het eindresultaat van belastingcontroles onzeker is, heeft Bekaert de kwaliteit van haar aangiftes getoetst in een algemene evaluatie van potentiële belastingverplichtingen en geconcludeerd dat de Groep toereikende belastingverplichtingen opgenomen heeft in deze geconsolideerde jaarrekening voor eventuele risico's op dit vlak. Bijgevolg acht Bekaert het ook onwaarschijnlijk dat potentiële belastingrisico's, bovenop de bedragen die in deze geconsolideerde jaarrekening als verplichtingen opgenomen werden, van betekenis kunnen zijn voor haar financiële positie (zie toelichting 6.4. 'Deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen' voor voorwaardelijke belastingverplichtingen met betrekking tot de Braziliaanse joint ventures).
De Groep heeft verscheidene huurcontracten aangegaan, die geclassificeerd worden als operationele leaseovereenkomsten, vooral voor rollend materieel en gebouwen, grotendeels in Europa. Een groot aantal van deze contracten bevat een verlengingsclausule, behalve de meeste contracten voor rollend materieel en uitrusting. De activa worden niet onderverhuurd aan derden.
De stijging in leaseovereenkomsten is voornamelijk toe te schrijven aan de bijkomende Bridonentiteiten (€ 54,6 miljoen).
| Toekomstige betalingen | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2015 | 2016 |
| Binnen het jaar | 17 101 | 22 498 |
| Over meer dan 1 en ten hoogste 5 jaar | 30 488 | 42 796 |
| Over meer dan 5 jaar | 749 | 35 161 |
| Totaal | 48 338 | 100 455 |
| Kosten | ||
| in duizend € | 2015 | 2016 |
| Rollend materieel | 10 369 | 10 103 |
| Industriële gebouwen | 4 228 | 8 463 |
| Uitrusting | 3 809 | 5 114 |
| Kantoren | 3 528 | 4 722 |
| Gronden | 18 | 132 |
| Overige | 1 306 | 1 562 |
| Totaal | 23 258 | 30 096 |
| 2016 | Gewogen gemiddelde | |
| in jaren | leaseperiode | |
| Rollend materieel | 4 | |
| Industriële gebouwen | 16 | |
| Uitrusting | 3 | |
| Kantoren | 3 | |
| Gronden Overige |
1 1 |
|
| 2015 | Gewogen gemiddelde | |
| in jaren | leaseperiode | |
| 4 | ||
| 5 | ||
| 3 | ||
| Rollend materieel Industriële gebouwen Uitrusting Kantoren Gronden |
4 1 |
Transacties tussen de Onderneming en haar dochterondernemingen, die verbonden partijen zijn, werden geëlimineerd in de consolidatie en worden bijgevolg niet opgenomen in deze toelichting. Transacties met andere verbonden partijen worden hieronder toegelicht.
| Transacties met joint ventures | ||
|---|---|---|
| in duizend € | 2015 | 2016 |
| Verkopen van goederen | 15 224 | 5 527 |
| Aankopen van goederen | 17 916 | 19 885 |
| Geleverde diensten | 237 | 263 |
| Ontvangen royalty's en managementvergoedingen | 8 956 | 8 957 |
| Rente- en soortgelijke opbrengsten | 690 | - |
| Ontvangen dividenden | 17 674 | 22 491 |
| Uitstaande balansposities tegenover joint ventures | ||
| in duizend € | 2015 | 2016 |
| Handelsvorderingen | 2 542 | 3 795 |
|---|---|---|
| Overige kortetermijnvorderingen | 869 | 1 861 |
| Handelsschulden | 2 411 | 4 633 |
| Overige kortetermijnverplichtingen | - | 51 |
Geen enkele van de verbonden partijen heeft bepaalde transacties aangegaan die voldoen aan de criteria van IAS 24, 'Informatieverschaffing over verbonden partijen'.
Het Key Management omvat de Raad van Bestuur, de CEO, de leden van het Bekaert Group Executive en de Senior Vice Presidents (zie laatste pagina van het Financieel overzicht).
| Vergoedingen Key Management in duizend € |
2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Aantal personen | 41 | 35 |
| Kortetermijnpersoneelsbeloningen | ||
| Basisvergoedingen | 6 887 | 7 156 |
| Variabele vergoedingen | 2 349 | 4 422 |
| Vergoedingen als bestuurders van dochterondernemingen | 679 | 624 |
| Vergoedingen na uitdiensttreding | ||
| Toegezegdpensioenregelingen | 518 | 533 |
| Toegezegdebijdragenregelingen | 608 | 687 |
| Op aandelen gebaseerde betalingen | 2 376 | 3 783 |
| Totaal brutovergoedingen | 13 417 | 17 205 |
| Gemiddelde brutovergoeding per persoon | 327 | 492 |
| Aantal toegekende opties en stock appreciation rights | 267 000 | 163 750 |
| Aantal in aandelen en in geldmiddelen afgewikkelde toegekende prestatie | ||
| aandeeleenheden | - | 55 250 |
| Aantal toe toe te kennen matching shares | - | 20 327 |
Voor de toelichtingen die betrekking hebben op de Belgische Corporate Governance Code verwijzen wij naar het hoofdstuk 'Corporate Governance' in dit jaarverslag.
Gedurende 2016 werden er door de commissaris en met hem beroepshalve in samenwerkingsverband opererende personen bijkomende opdrachten uitgevoerd ten belope van € 1 111 447.
Deze opdrachten betroffen in essentie verdere assurance-opdrachten (€ 71 500), belastingadviesdiensten (€ 997 624) en andere niet-controlediensten (€ 42 323). De bijkomende opdrachten werden goedgekeurd door het Audit en Finance Comité.
De vergoedingen voor controlediensten voor NV Bekaert SA en haar dochterondernemingen bedroegen € 2 482 464.
| Met industriële activiteit | |
|---|---|
| Met industriële activiteit | Adres | 1 FV |
% |
|---|---|---|---|
| EMEA | |||
| Bekaert Advanced Cords Aalter NV | Aalter, België | EUR | 60 |
| Bekaert Bohumín sro | Bohumín, Tsjechië | CZK | 100 |
| Bekaert Combustion Technology BV | Assen, Nederland | EUR | 100 |
| Bekaert Figline SpA | Milaan, Italië | EUR | 100 |
| Bekaert Hlohovec as | Hlohovec, Slovakije | EUR | 100 |
| Bekaert Izmit Çelik Kord Sanayi ve Ticaret AS Bekaert Kartepe Çelik Kord Sanayi ve Ticaret AS |
Izmit, Turkije Kartepe, Turkije |
EUR EUR |
100 100 |
| Bekaert Petrovice sro | Petrovice, Tsjechië | CZK | 100 |
| Bekaert Sardegna SpA | Assemini, Italië | EUR | 100 |
| Bekaert Slatina SRL | Slatina, Roemenië | RON | 80 |
| Bekaert Slovakia sro | Sládkovičovo, Slovakije | EUR | 100 |
| Bekintex NV | Wetteren, België | EUR | 100 |
| Bridon International GmbH | Gelsenkirchen, Duitsland | EUR | 60 |
| Bridon International Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | GBP | 60 |
| Bridon Scanrope AS | Tonsberg, Noorwegen | NOK | 60 |
| Cold Drawn Products Ltd | Bradford, Verenigd Koninkrijk | GBP | 100 |
| Industrias del Ubierna SA | Burgos, Spanje | EUR | 100 |
| OOO Bekaert Lipetsk | Gryazi, Rusland | RUB | 100 |
| Solaronics SA | Armentières, Frankrijk | EUR | 100 |
| Noord-Amerika | |||
| Bekaert Corporation | Wilmington (Delaware), Verenigde Staten | USD | 100 |
| Bridon-American Corporation | New York, Verenigde Staten | USD | 60 |
| Wire Rope Industries Ltd/Industries de Câbles d'Acier Ltée Wire Rope Industries USA Inc |
Pointe-Claire, Canada Wilmington (Delaware), Verenigde Staten |
CAD USD |
60 60 |
| Latijns-Amerika | |||
| Acma SA | Santiago, Chili | CLP | 52 |
| Acmanet SA | Talcahuano, Chili | CLP | 52 |
| Bekaert Cimaf Cabos Ltda | São Paulo, Brazilië | BRL | 60 |
| Bekaert Costa Rica SA | San José-Santa Ana, Costa Rica | USD | 58 |
| Bekaert Sumaré Ltda | Sumaré, Brazilië | BRL | 100 |
| BIA Alambres Costa Rica SA | San José-Santa Ana, Costa Rica | USD | 58 |
| Ideal Alambrec SA | Quito, Ecuador | USD | 58 |
| Industrias Chilenas de Alambre - Inchalam SA Procables SA |
Talcahuano, Chili Callao, Peru |
CLP PEN |
52 58 |
| Prodinsa SA | Maipú, Chili | CLP | 60 |
| Productora de Alambres Colombianos Proalco SAS | Bogotá, Colombia | COP | 80 |
| Productos de Acero Cassadó SA | Callao, Peru | USD | 38 |
| Vicson SA | Valencia, Venezuela | VEF | 80 |
| Pacifisch Azië | |||
| Bekaert Ansteel Tire Cord (Chongqing) Co Ltd | Chongqing, China | CNY | 50 |
| Bekaert Applied Material Technology (Shanghai) Co Ltd | Shanghai, China | CNY | 100 |
| Bekaert Binjiang Steel Cord Co Ltd | Jiangyin (provincie Jiangsu), China | CNY | 90 |
| Bekaert (China) Technology Research and Development Co | Jiangyin (provincie Jiangsu), China | CNY | 100 |
| Ltd | |||
| Bekaert (Huizhou) Steel Cord Co Ltd | Huizhou (provincie Guangdong), China | CNY | 100 |
| Bekaert Industries Pvt Ltd | Taluka Shirur, District Pune, India | INR | 100 |
| Bekaert Ipoh Sdn Bhd Bekaert (Jining) Steel Cord Co Ltd |
Kuala Lumpur, Maleisië Jining City, Yanzhou district (provincie Shandong), |
MYR CNY |
100 80 |
| China | |||
| Bekaert Jiangyin Wire Products Co Ltd | Jiangyin (provincie Jiangsu), China | CNY | 100 |
1 Functionele valuta
| Bekaert Mukand Wire Industries Pvt Ltd | Pune, India | INR | 100 |
|---|---|---|---|
| Bekaert New Materials (Suzhou) Co Ltd | Suzhou (provincie Jiangsu), China | CNY | 100 |
| Bekaert (Qingdao) Wire Products Co Ltd | Qingdao (provincie Shandong), China | CNY | 100 |
| Bekaert Shah Alam Sdn Bhd | Kuala Lumpur, Maleisië | MYR | 100 |
| Bekaert (Shandong) Tire Cord Co Ltd | Weihai (provincie Shandong), China | CNY | 100 |
| Bekaert (Shenyang) Advanced Cords Co Ltd | Shenyang (provincie Liaoning), China | CNY | 60 |
| Bekaert Shenyang Advanced Products Co Ltd | Shenyang (provincie Liaoning), China | CNY | 100 |
| Bekaert Toko Metal Fiber Co Ltd | Tokio, Japan | JPY | 70 |
| Bekaert Wire Ropes Pty Ltd | Mayfield East, Australië | AUD | 60 |
| Bridon (Hangzhou) Ropes Co Ltd | Hangzhou (provincie Zhejiang), China | CNY | 60 |
| China Bekaert Steel Cord Co Ltd | Jiangyin (provincie Jiangsu), China | CNY | 90 |
| PT Bekaert Indonesia | Karawang, Indonesië | USD | 100 |
| PT Bekaert Southern Wire | Karawang, Indonesië | USD | 100 |
| PT Bridon | Bekasi, West Java, Indonesië | USD | 60 |
| Verkoopkantoren, magazijnen en andere | Adres | 1 FV |
% |
|---|---|---|---|
| EMEA | |||
| Bekaert AS | Vejle, Denemarken | DKK | 100 |
| Bekaert Emirates LLC | Dubai, Verenigde Arabische Emiraten | AED | 49 |
| Bekaert France SAS | Armentières, Frankrijk | EUR | 100 |
| Bekaert Ges mbH | Wenen, Oostenrijk | EUR | 100 |
| Bekaert GmbH | Neu-Anspach, Duitsland | EUR | 100 |
| Bekaert Ltd | Bradford, Verenigd Koninkrijk | GBP | 100 |
| Bekaert Maccaferri Underground Solutions BVBA | Aalst (Erembodegem), België | EUR | 50 |
| Bekaert Maccaferri Underground Solutions Srl | Zola Predosa, Bologna, Italië | EUR | 50 |
| Bekaert Middle East LLC | Dubai, Verenigde Arabische Emiraten | AED | 49 |
| Bekaert Norge AS | Oslo, Noorwegen | NOK | 100 |
| Bekaert Poland Sp z oo | Warsaw, Polen | PLN | 100 |
| Bekaert (Schweiz) AG | Baden, Zwitserland | CHF | 100 |
| Bekaert Svenska AB | Göteborg, Zweden | SEK | 100 |
| Bridon Coatbridge Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | GBP | 60 |
| Bridon Pension Trust (No Two) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | GBP | 60 |
| Bridon Scheme Trustees Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | GBP | 60 |
| British Ropes Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | GBP | 60 |
| Gloucester Rope & Tackle Company Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | GBP | 60 |
| Leon Bekaert SpA | Milaan, Italië | EUR | 100 |
| NV Bridon Ropes SA | Brussel, België | EUR | 60 |
| OOO Bekaert Wire | Moskou, Rusland | RUB | 100 |
| Rylands-Whitecross Ltd | Bradford, Verenigd Koninkrijk | GBP | 100 |
| Scheldestroom NV | Zwevegem, België | EUR | 100 |
| Twil Company | Bradford, Verenigd Koninkrijk | GBP | 100 |
| Noord-Amerika | |||
| Bekaert Carding Solutions Inc / Bekaert Solutions de Cardage | Saint John, Canada | CAD | 100 |
| Inc | |||
| Bekaert Specialty Films de Mexico SA de CV | Monterrey, Mexico | MXN | 100 |
| Bekaert Trade Mexico S de RL de CV | Mexico Stad, Mexico | MXN | 100 |
| Specialty Films de Services Company SA de CV | Monterrey, Mexico | MXN | 100 |
| Latijns-Amerika | |||
| Bekaert Guatemala SA | Guatemala Stad, Guatemala | GTQ | 100 |
| Bekaert Trade Latin America NV | Curaçao, Nederlandse Antillen | USD | 100 |
| Bridon do Brasil Representaçŏes Comércio e Indústria de | Rio de Janeiro, Brazilië | BRL | 60 |
| Cabos Ltda | |||
| Prodac Contrata SAC | Callao, Peru | USD | 38 |
| Prodac Selva SAC | Ucayali, Peru | USD | 38 |
| Prodalam SA | Santiago, Chili | CLP | 52 |
| Prodinsa Ingeniería y Proyectos SA | Santiago, Chili | CLP | 60 |
| Pacifisch Azië | |||
| Bekaert Advanced Products (Shanghai) Co Ltd | Shanghai, China | CNY | 100 |
| Bekaert Japan Co Ltd | Tokio, Japan | JPY | 100 |
| Bekaert Korea Ltd | Seoel, Korea | KRW | 100 |
| Bekaert Management (Shanghai) Co Ltd | Shanghai, China | CNY | 100 |
1 Functionele valuta
| Bekaert Singapore Pte Ltd Bekaert Taiwan Co Ltd BOSFA Pty Ltd Bridon Australia Pty Ltd Bridon Hong Kong Ltd Bridon New Zealand Ltd Bridon Singapore (Pte) Ltd PT Bekaert Trade Indonesia |
Singapore Taipei, Taiwan Port Melbourne, Australië Sydney, Australië Hong Kong, China Aukland, Nieuw Zeeland Singapore Karawang, Indonesië |
SGD TWD AUD AUD HKD NZD SGD USD |
100 100 100 60 60 60 60 100 |
|---|---|---|---|
| Financiële ondernemingen | Adres | 1 FV |
% |
| Acma Inversiones SA BBRG Finance (UK) Ltd BBRG Holding (UK) Ltd BBRG Operations (UK) Ltd BBRG Production (UK) Ltd BBRG (Purchaser) Ltd BBRG (Subsidiary) Ltd Becare DAC Bekaert Building Products Hong Kong Ltd Bekaert Carding Solutions Hong Kong Ltd Bekaert Coördinatiecentrum NV Bekaert do Brasil Ltda Bekaert Holding Hong Kong Ltd Bekaert Ibérica Holding SL Bekaert Ideal SL Bekaert Investments NV Bekaert Investments Italia SpA Bekaert North America Management Corporation Bekaert Services Hong Kong Ltd Bekaert Singapore Holding Pte Ltd Bekaert Specialty Wire Products Hong Kong Ltd Bekaert Stainless Products Hong Kong Ltd Bekaert Steel Cord Products Hong Kong Ltd Bekaert Strategic Partnerships Hong Kong Ltd Bekaert Wire Products Hong Kong Ltd Bekaert Wire Rope Industry NV Bekaert Xinyu Hong Kong Ltd Bridge Finco LLC Bridon-Bekaert Ropes Group Ltd Bridon-Bekaert Ropes Group (UK) Ltd Bridon Holdings Ltd Bridon Ltd Bridon (South East Asia) Ltd Impala SA Industrias Acmanet Ltda Inversiones Bekaert Andean Ropes SA InverVicson SA Procables Wire Ropes SA Procercos SA |
Maipú, Chili Doncaster, Verenigd Koninkrijk Doncaster, Verenigd Koninkrijk Doncaster, Verenigd Koninkrijk Doncaster, Verenigd Koninkrijk Doncaster, Verenigd Koninkrijk Doncaster, Verenigd Koninkrijk Dublin, Ierland Hong Kong, China Hong Kong, China Zwevegem, België Contagem, Brazilië Hong Kong, China Burgos, Spanje Burgos, Spanje Zwevegem, België Milaan, Italië Wilmington (Delaware), Verenigde Staten Hong Kong, China Singapore Hong Kong, China Hong Kong, China Hong Kong, China Hong Kong, China Hong Kong, China Aalst (Erembodegem), België Hong Kong, China Wilmington (Delaware), Verenigde Staten Doncaster, Verenigd Koninkrijk Doncaster, Verenigd Koninkrijk Doncaster, Verenigd Koninkrijk Doncaster, Verenigd Koninkrijk Hong Kong, China Panama, Panama Talcahuano, Chili Santiago, Chili Valencia, Venezuela Maipú, Chili Talcahuano, Chili |
CLP EUR EUR EUR EUR EUR EUR EUR EUR EUR EUR BRL EUR EUR EUR EUR EUR USD EUR SGD EUR EUR EUR EUR EUR EUR EUR USD EUR EUR GBP GBP HKD USD CLP CLP VEF CLP CLP |
60 60 60 60 60 60 60 100 100 100 100 100 100 100 80 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 60 100 60 60 60 60 60 60 52 52 100 80 60 52 |
| Joint ventures | |||
| Met industriële activiteit | Adres | 1 FV |
% |
| Latijns-Amerika | |||
| Belgo Bekaert Arames Ltda BMB-Belgo Mineira Bekaert Artefatos de Arame Ltda |
Contagem, Brazilië Vespasiano, Brazilië |
BRL BRL |
45 45 |
| Verkoopkantoren, magazijnen en andere | Adres | 1 FV |
% |
| EMEA | |||
| Netlon Sentinel Ltd | Blackburn, Verenigd Koninkrijk | GBP | 50 |
| Pacifisch Azië Bekaert Engineering (India) Pvt Ltd |
New Delhi, India | INR | 40 |
1 Functionele valuta
| Dochterondernemingen | Adres | % |
|---|---|---|
| BBRG (Purchaser) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | 60 |
| Bekaert Advanced Cords Aalter NV | Aalter, België | 60 |
| Bekaert (Shenyang) Advanced Cords Co Ltd | Shenyang (provncie Liaoning), China | 60 |
| Dochterondernemingen | Adres | % |
|---|---|---|
| BBRG Finance (UK) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | From 0% to 60% |
| BBRG Operations (UK) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | From 0% to 60% |
| BBRG Production (UK) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | From 0% to 60% |
| Bridge Finco LLC | Wilmington (Delaware), Verenigde | From 0% to 60% |
| Staten | ||
| Bridon-American Corporation | New York, Verenigde Staten | From 0% to 60% |
| Bridon Australia Pty Ltd | Sydney, Australië | From 0% to 60% |
| Bridon-Bekaert Ropes Group Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | From 0% to 60% |
| Bridon-Bekaert Ropes Group (UK) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | From 0% to 60% |
| Bridon Coatbridge Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | From 0% to 60% |
| Bridon do Brasil Representaçŏes Comércio e Indústria de | Rio de Janeiro, Brazilië | From 0% to 60% |
| Cabos Ltda | ||
| Bridon (Hangzhou) Ropes Co Ltd | Hangzhou (provincie Zhejiang), China | From 0% to 60% |
| Bridon Holdings Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | From 0% to 60% |
| Bridon Hong Kong Ltd | Hong Kong, China | From 0% to 60% |
| Bridon International GmbH | Gelsenkirchen, Duitsland | From 0% to 60% |
| Bridon International Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | From 0% to 60% |
| Bridon Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | From 0% to 60% |
| Bridon New Zealand Ltd | Aukland, Nieuw Zeeland | From 0% to 60% |
| Bridon Pension Trust (No Two) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | From 0% to 60% |
| Bridon Scanrope AS | Tonsberg, Noorwegen | From 0% to 60% |
| Bridon Scheme Trustees Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | From 0% to 60% |
| Bridon Singapore (Pte) Ltd | Singapore | From 0% to 60% |
| Bridon (South East Asia) Ltd | Hong Kong, China | From 0% to 60% |
| British Ropes Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | From 0% to 60% |
| Gloucester Rope & Tackle Company Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | From 0% to 60% |
| NV Bridon Ropes SA | Brussel, België | From 0% to 60% |
| PT Bridon | Bekasi, West Java, Indonesië | From 0% to 60% |
| Dochterondernemingen | Adres | % |
|---|---|---|
| Acma Inversiones SA | Maipú, Chili | From 100% to 60% |
| BBRG Holding (UK) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | From 100% to 60% |
| BBRG (Subsidiary) Ltd | Doncaster, Verenigd Koninkrijk | From 100% to 60% |
| Bekaert Canada Ltd | Vancouver, Canada | From 100% to 60% |
| Bekaert Cimaf Cabos Ltda | São Paulo, Brazilië | From 100% to 60% |
| Bekaert Wire Rope Industry NV | Aalst (Erembodegem), België | From 100% to 60% |
| Bekaert Wire Ropes Pty Ltd | Mayfield East, Australië | From 100% to 60% |
| Procables SA | Callao, Peru | From 96% to 58% |
| Procables Wire Ropes SA | Maipú, Chili | From 100% to 60% |
| Prodinsa Ingeniería y Proyectos SA | Santiago, Chili | From 100% to 60% |
| Prodinsa SA | Maipú, Chili | From 100% to 60% |
| Wire Rope Industries Ltd/Industries de Câbles d'Acier Ltée | Pointe-Claire, Canada | From 100% to 60% |
| Wire Rope Industries USA Inc | Wilmington (Delaware), Verenigde Staten |
From 100% to 60% |
| Dochterondernemingen | Gefusioneerd met |
|---|---|
| Bekaert Binjiang Advanced Products Co Ltd | Bekaert Binjiang Steel Cord Co Ltd |
| Bekaert Canada Ltd | Wire Rope Industries Ltd/Industries de Câbles d'Acier Ltée |
| Nieuwe naam | Vorige naam |
|---|---|
| BBRG Holding (UK) Ltd | Blue Topco Ltd |
| BBRG (Subsidiary) Ltd | Blue Subsidiary Ltd |
| Becare DAC | Becare Ltd |
| Bekaert Jiangyin Wire Products Co Ltd | Bekaert-Jiangyin Wire Products Co Ltd |
| Ondernemingen | Adres |
|---|---|
| Cempaka Raya Sdn Bhd | Kuala Lumpur, Maleisië |
In overeenstemming met de Belgische wetgeving geeft onderstaande tabel de kruispuntbanknummers van de Belgische ondernemingen weer.
| Ondernemingen | Kruispuntbanknummer |
|---|---|
| Bekaert Advanced Cords Aalter NV | BTW BE 0645 654 071 RPR Gent |
| Bekaert Coördinatiecentrum NV | BTW BE 0426.824.150 RPR Kortrijk |
| Bekaert Investments NV | BTW BE 0406.207.096 RPR Kortrijk |
| Bekaert Maccaferri Underground Solutions BVBA | BTW BE 0561.750.457 RPR Dendermonde |
| Bekaert Wire Rope Industry NV | BTW BE 0550 983 358 RPR Dendermonde |
| Bekintex NV | BTW BE 0452.746.609 RPR Dendermonde |
| NV Bekaert SA | BTW BE 0405.388.536 RPR Kortrijk |
| NV Bridon Ropes SA | BTW BE 0401 637 507 RPR Brussel |
| Scheldestroom NV | BTW BE 0403.676.188 RPR Kortrijk |
Het jaarverslag van de Raad van Bestuur en de statutaire jaarrekening van de moedervennootschap NV Bekaert SA worden hierna in verkorte vorm weergegeven.
Het verslag van de Raad van Bestuur ex artikel 96 van het Wetboek van vennootschappen is niet integraal opgenomen in het verslag ex artikel 119.
Exemplaren van het volledig verslag van de Raad van Bestuur en van de volledige statutaire jaarrekening van NV Bekaert SA zijn op verzoek gratis beschikbaar op volgend adres:
NV Bekaert SA Bekaertstraat 2 BE-8550 Zwevegem België www.bekaert.com
De commissaris heeft een goedkeurende verklaring zonder voorbehoud gegeven met betrekking tot de statutaire jaarrekening van NV Bekaert SA.
Conform de wet zullen het jaarverslag van de Raad van Bestuur en de jaarrekening van NV Bekaert SA samen met het verslag van de commissaris worden neergelegd bij de Nationale Bank van België.
| in duizend € - Jaren afgesloten op 31 december | 2015 1 | 2016 |
|---|---|---|
| Omzet | 419 945 | 358 292 |
| Bedrijfsresultaat vóór niet-recurrente resultaten | 17 454 | -8 131 |
| Niet-recurrente bedrijfsopbrengsten en -kosten | -5 229 | -3 898 |
| Bedrijfsresultaat na niet-recurrente resultaten | 12 225 | -12 029 |
| Financieel resultaat vóór niet-recurrente resultaten | 343 872 | 33 121 |
| Niet-recurrente financiële opbrengsten en -kosten | -3 429 | -49 098 |
| Financieel resultaat na niet-recurrente resultaten | 340 443 | -15 977 |
| Resultaat voor belastingen | 352 668 | -28 006 |
| Belastingen op het resultaat | 2 472 | 3 691 |
| Perioderesultaat | 355 140 | -24 315 |
1 Herwerkte cijfers: uitzonderlijk resultaat wordt niet langer gebruikt, eenmalige elementen worden nu voorgesteld in het bedrijfs- of financieel resultaat.
| in duizend € - 31 december | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Vaste activa | 1 768 547 | 1 964 152 |
| Oprichtingskosten en immateriële vaste activa | 97 148 | 91 490 |
| Materiële vaste activa | 38 694 | 41 916 |
| Financiële vaste activa | 1 632 705 | 1 830 746 |
| Vlottende activa | 379 409 | 382 388 |
| Totaal der activa | 2 147 956 | 2 346 540 |
| Eigen vermogen | 835 111 | 753 719 |
| Kapitaal | 176 957 | 177 612 |
| Uitgiftepremies | 31 884 | 36 594 |
| Herwaarderingsmeerwaarden | 1 995 | 1 995 |
| Wettelijke reserve | 17 696 | 17 696 |
| Onbeschikbare reserves | 120 621 | 127 947 |
| Beschikbare reserves en overgedragen resultaten | 485 958 | 391 875 |
| Voorzieningen en uitgestelde belastingen | 73 328 | 64 881 |
| Schulden | 1 239 517 | 1 527 940 |
| Schulden op meer dan een jaar | 715 764 | 795 764 |
| Schulden op ten hoogste een jaar | 523 753 | 732 176 |
| Totaal der passiva | 2 147 956 | 2 346 540 |
De waarderings- en omrekeningsregels toegepast in de statutaire jaarrekening van de moedervennootschap zijn gebaseerd op het Belgisch boekhoudrecht.
De omzet van de in België gevestigde vennootschap bedroeg € 358,3 miljoen, een daling met 15% in vergelijking met 2015.
Het operationeel verlies vóór niet-recurrente resultaten bedroeg € -8,1 miljoen, vergeleken met een winst van € 17,5 miljoen vorig jaar en was te wijten aan de stopzetting van de verkoop van roestvrije staaldraad aan externe klanten en hogere afschrijvingen als gevolg van de kapitalisatie van de kosten van onderzoek en ontwikkeling. De niet-recurrente elementen in de operationele resultaten bedroegen € -3,9 miljoen in 2016, vergeleken met € -5,2 miljoen vorig jaar.
Het financieel resultaat bedroeg € -16,0 miljoen (€ 340,4 miljoen in 2015) hoofdzakelijk als gevolg van een nietrecurrente nettoimpact van de BBRG-oprichting van € -49,1 miljoen in 2016 en van tijdelijk hogere dividendinkomsten in 2015.
Dit leidde tot een perioderesultaat van € -24,3 miljoen in 2016 in vergelijking met € +355,1 miljoen in 2015.
De voorzieningen voor milieusaneringsprogramma's zijn gedaald tot € 22,2 miljoen (2015: € 22,6 miljoen).
Meer informatie omtrent de activiteiten van de Onderneming inzake onderzoek en ontwikkeling vindt u in het hoofdstuk 'Technologie en Innovatie' in het 'Verslag van de Raad van Bestuur'.
Naar aanleiding van de inwerkingtreding van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen (de transparantiewet) heeft NV Bekaert SA aan de wettelijke quota van 5% en van elk veelvoud van 5% de statutaire quota van 3% en 7,50% toegevoegd. Hierna volgt een overzicht van de actuele kennisgevingen. Op 31 december 2016 bedroeg het totale aantal effecten met stemrecht 60 347 525.
Gedetailleerde informatie kan gevonden worden op: http://www.bekaert.com/other-regulated-information.
| Kennisgeving van | Kennisgever | Noemer | Aantal stemrechten |
Percentage stemrechten |
|---|---|---|---|---|
| 16 februari 2016 | Stichting Administratiekantoor Bekaert | 60 125 525 | 21 773 265 | 36,21% |
| 23 maart 2016 | Kiltearn Partners LLP | 60 125 525 | 1 714 240 | 2,85% |
| 18 oktober 2016 | Norges Bank | 60 315 513 | 1 822 211 | 3,02% |
| 1 november 2016 | Norges Bank | 60 315 513 | 1 755 553 | 2,91% |
| 10 november 2016 | Norges Bank | 60 315 513 | 1 810 260 | 3,00% |
| Norges Bank | 1 775 759 | 2,94% | ||
| 22 november 2016 | Norges Bank | 60 315 513 | 1 864 660 | 3,09% |
| 25 november 2016 | Norges Bank | 60 315 513 | 1 718 780 | 2,85% |
| 13 maart 2017 | Norges Bank | 60 347 525 | 1 812 832 | 3,00% |
Het resultaat van het boekjaar na belastingen bedraagt € -24 314 992 tegenover € 355 139 604 vorig boekjaar.
De Raad van Bestuur heeft voorgesteld dat de Gewone Algemene Vergadering van 10 mei 2017 het resultaat als volgt zal bestemmen:
| in € | |
|---|---|
| Te bestemmen resultaat van het boekjaar | -24 314 992 |
| Overgedragen winst van het vorig boekjaar | - |
| Toevoeging aan de wettelijke reserve | - |
| Toevoeging aan de overige reserves | 86 756 428 |
| Uit te keren winst | 62 441 436 |
De Raad van Bestuur heeft voorgesteld dat de Gewone Algemene Vergadering een brutodividend zal uitkeren van € 1,10 per aandeel (2015: € 0,90 per aandeel).
Het dividend is in euro betaalbaar op 15 mei 2017 bij de loketten van:
Geen van de bestuurders' ambtstermijn loopt af in 2017.
| Matthew Taylor | Gedelegeerd Bestuurder |
|---|---|
| Beatríz García-Cos Muntañola | Chief Financial Officer |
| Lieven Larmuseau | Algemeen Directeur Rubber Reinforcement Business Platforms |
| Geert Van Haver | Chief Technology & Engineering Officer |
| Piet Van Riet | Algemeen Directeur Industrial and Specialty Products Business Platforms |
| Curd Vandekerckhove | Algemeen Directeur Regio's Noord-Azië en Algemene Operaties |
| Stijn Vanneste | Algemeen Directeur Regio's Europa, Zuid-Azië en Zuid-Oost-Azië |
| Frank Vromant | Algemeen Directeur Americas |
| Bart Wille | Chief Human Resources Officer |
| Axel Ampolini | Senior Vice President Industrial Steel Wire Global |
|---|---|
| Marco Cipparrone | Senior Vice President Rubber Reinforcement Europe |
| Bruno Cluydts | Chief Operations Officer BBRG |
| Philip Eyskens | Senior Vice President Legal, IT and Mergers & Acquisitions |
| Oliver Forberich | Senior Vice President Stainless Technologies Global |
| Ton Geurts | Chief Purchasing Officer & Senior Vice President Supply Chain Excellence |
| Bruno Humblet | Chief Executive Officer BBRG |
| Jun Liao | Senior Vice President Rubber Reinforcement North Asia |
| Patrick Louwagie | Senior Vice President Brazil |
| Dirk Moyson | Senior Vice President Manufacturing Excellence |
| Alejandro Sananez | Senior Vice President Latin America |
| Demet Tunç | Chief Marketing Officer & Senior Vice President Customer Excellence |
| Luc Vankemmelbeke | Senior Vice President Industrial Products & Specialty Steel Wire Europe |
| Geert Voet | Chief Strategy Officer BBRG & EVP Southern Hemisphere BBRG |
| Zhigao Yu | Senior Vice President Technology & Engineering China |
Isabelle Vander Vekens
Deloitte Bedrijfsrevisoren
T +32 56 23 05 71 [email protected] F +32 56 23 05 48 [email protected] [email protected]
Katelijn Bohez www.bekaert.com
Het jaarverslag betreffende het boekjaar 2016 is beschikbaar op het internet in het Engels en het Nederlands op annualreport.bekaert.com
| Boekwaarde per aandeel | Eigen vermogen toerekenbaar aan de Groep gedeeld door het aantal uitstaande aandelen op balansdatum. |
|---|---|
| Dividendrendement | Brutodividend als een percentage van de aandelenkoers op 31 december. |
| Dochterondernemingen | Ondernemingen waarin Bekaert de zeggenschap heeft en over het algemeen meer dan 50% van de stemrechten bezit. |
| EBIT | Bedrijfsresultaat (earnings before interest and taxation). |
| EBIT – Onderliggend | Bedrijfsresultaat (earnings before interest and taxation) vóór bedrijfsopbrengsten en –kosten in verband met herstructureringen, bijzondere waardeverminderingen, bedrijfscombinaties, afgestoten activiteiten, milieu-voorzieningen en andere gebeurtenissen en transacties die een eenmalig effect hebben. |
| EBIT interestdekking | Bedrijfsresultaat gedeeld door de nettorentelasten. |
| EBITDA (Bedrijfscashflow) | Bedrijfsresultaat (EBIT) + afschrijvingen, waardeverminderingen en bijzondere waardeverminderingen van activa en negatieve goodwill. |
| EBITDA – Onderliggend | Bedrijfscashflow vóór bedrijfsopbrengsten en –kosten in verband met herstructureringen, bijzondere waardeverminderingen, bedrijfscombinaties, afgestoten activiteiten, milieu-voorzieningen en andere gebeurtenissen en transacties die een eenmalig effect hebben. |
| Equity-methode | Waarderingsmethode waarbij de deelneming (in een joint venture of geassocieerde onderneming) initieel opgenomen wordt tegen kostprijs en later aangepast wordt voor wijzigingen in het aandeel van de investeerder in de nettoactiva (= het eigen vermogen) van de joint venture of geassocieerde onderneming. De winst-en-verliesrekening toont het aandeel van de investeerder in het nettoresultaat van de joint venture of geassocieerde onderneming. |
| Financiële autonomie | Eigen vermogen in verhouding tot totaal activa. |
| Gearing | Nettoschuld in verhouding tot het eigen vermogen. |
| Geassocieerde ondernemingen | Ondernemingen waarin Bekaert een invloed van betekenis heeft, meestal vertegenwoordigd door een belang van minstens 20%. Geassocieerde ondernemingen worden gewaardeerd volgens de equity-methode. |
| Gezamenlijke cijfers | Som van de geconsolideerde vennootschappen plus 100% van de joint ventures en de geassocieerde ondernemingen, na eliminatie van onderlinge transacties (indien van toepassing). Voorbeelden: omzet, investeringen, personeelsaantal. |
| Joint ventures | Ondernemingen met een gezamenlijke zeggenschap waarbij Bekaert ongeveer 50% bezit. Joint ventures worden gewaardeerd volgens de equity-methode. |
| Kapitaalgebruik | Werkkapitaal + nettoboekwaarde van goodwill, immateriële en materiële vaste activa. Het gemiddeld kapitaalgebruik wordt gewogen met het aantal perioden dat een entiteit bijgedragen heeft tot het geconsolideerd perioderesultaat. |
| Nettokapitalisatie | Nettoschuld + eigen vermogen. |
| Nettoschuld | Rentedragende schulden, veminderd met vorderingen uit leningen, geldbeleggingen, financiële vorderingen op ten hoogste één jaar en kaswaarborgen op meer dan één jaar, geldmiddelen en kasequivalenten. |
| ROCE | Bedrijfsresultaat (EBIT) in verhouding tot gewogen gemiddeld kapitaalgebruik. (Return on Capital Employed). |
| ROIC | NOPLAT op geïnvesteerd kapitaal. NOPLAT is EBIT na belastingen (gebruik makend van een doelbelastingvoet van 27%) en omvat het deel toerekenbaar aan de Groep van de NOPLAT van zijn joint ventures en geassocieerde ondernemingen. Het geïnvesteerd kapitaal is de som van het totaal eigen vermogen, de nettoschuld, de voorzieningen voor personeelsbeloningen op meer dan één jaar en de andere voorzieningen op meer dan één jaar en is inclusief het deel toerekenbaar aan de Groep voor de nettoschuld van zijn joint ventures en geassocieerde ondernemingen. |
| ROE | Perioderesultaat in verhouding tot gemiddeld eigen vermogen (Return on Equity). |
| Toegevoegde waarde | Bedrijfsresultaat (EBIT) + bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen + afschrijvingen, waardeverminderingen en bijzondere waardeverminderingen van activa en negatieve goodwill. |
Gewogen gemiddelde kapitaal- De kost van het vreemd vermogen en de kost van het eigen vermogen gewogen kost (WACC) met een beoogde gearing-ratio (nettoschuld/eigen vermogen) na belastingen (gebruik makend van een doelbelastingvoet van 27%). Bekaert berekent een WACC voor zijn drie belangrijkste vreemde munten (EUR, USD en CNY), het gemiddelde ervan (7,6%) werd afgerond naar 8% als langetermijndoelstelling (weighted average cost of capital).
Werkkapitaal (operationeel) Voorraden + handelsvorderingen + ontvangen bankwissels + betaalde voorschotten - handelsschulden – ontvangen voorschotten – schulden m.b.t. verloning en sociale zekerheid – belastingen m.b.t. personeel.
De ondertekenende personen verklaren dat, voorzover hen bekend:
Namens de Raad van Bestuur:
Gedelegeerd Bestuurder Voorzitter van de Raad van Bestuur
Dit rapport kan toekomstgerichte verklaringen bevatten. Die verklaringen reflecteren de huidige inzichten van de bedrijfsleiding aangaande toekomstige gebeurtenissen, en zijn onderhevig aan bekende en onbekende risico's, onzekerheden en andere factoren die ertoe kunnen leiden dat de werkelijke resultaten aanzienlijk verschillen van toekomstige resultaten of prestaties die door die toekomstgerichte verklaringen worden uitgedrukt of die daaruit zouden kunnen worden afgeleid. Bekaert verstrekt de in dit rapport opgenomen informatie per huidige datum en neemt geen enkele verplichting op om de toekomstgerichte verklaringen in het licht van nieuwe informatie, toekomstige gebeurtenissen of anderszins te actualiseren. Bekaert wijst elke aansprakelijkheid af voor verklaringen die door derden worden afgelegd of gepubliceerd, en neemt geen enkele verplichting op om onnauwkeurige gegevens, informatie, conclusies of opinies te corrigeren die door derden worden gepubliceerd met betrekking tot dit of enig ander rapport of persbericht dat door Bekaert wordt verspreid.
bezoek: http://www.bekaert.com/financialcalendar
www.bekaert.com
Aandeelhoudersbrochure 2016: investor's data center op bekaert.com
Bekaertstraat 2 BE-8550 Zwevegem België T +32 56 23 05 11
[email protected] www.bekaert.com
© Bekaert 2017
Building tools?
Free accounts include 100 API calls/year for testing.
Have a question? We'll get back to you promptly.