Earnings Release • Mar 27, 2024
Earnings Release
Open in ViewerOpens in native device viewer

2024-03-27
Gereglementeerde informatie (voorwetenschap) verspreid door de Nationale Bank van België op 27 maart 2024 om 17.45 uur CET.
Overeenkomstig artikel 44 van de statuten heeft de Regentenraad van de Nationale Bank van België vandaag, 27 maart 2024, de jaarrekening 2023 goedgekeurd. De bedrijfsrevisor heeft bij de jaarrekening een oordeel zonder voorbehoud afgeleverd en heeft bevestigd dat de boekhoudkundige gegevens in dit persbericht overeenstemmen met de jaarrekening.
De jaarrekening en het ondernemingsverslag zijn terug te vinden op de website van de Bank.
De Bank liet in 2023 een verlies optekenen van € 3 370 miljoen, tegenover een verlies van € 580 miljoen in het voorgaande boekjaar (€ -2 790 miljoen1).
De voornaamste verklarende factoren daarvoor zijn hieronder beschreven:

Algemene structuur van het resultaat (in € miljoen)
Dat verloop van het resultaat is voornamelijk het gevolg van de forse daling van de nettorentebaten (€ -4 615 miljoen), die vooral het gevolg was van de toenemende financieringskosten van de monetairbeleidsportefeuilles: de rentelasten op de deposito's die de kredietinstellingen bij de Bank aanhouden, namen toe, terwijl de activa waaruit die portefeuilles bestaan en die meestal een lange looptijd hebben, bij aankoop een laag rendement hadden. Dat effect werd evenwel deels getemperd door de verbetering van het nettoresultaat uit financiële transacties (€ +386 miljoen) en de toename
van de terugwinning door de Bank in het kader van de verdeling van de monetaire inkomsten (€ +1 535 miljoen). De afname van de nettorentebaten wordt voornamelijk verklaard door:
Dat verloop wordt echter deels gecompenseerd door:
Het nettobedrag dat de Bank ontvangt naar aanleiding van de verdeling van de monetaire inkomsten nam aanzienlijk toe, met € 1 535 miljoen, voornamelijk als gevolg van:
De nettobaten uit financiële transacties verbeterden, voornamelijk onder invloed van de daling van de rente in dollar (€ +90 miljoen). De liquidatie van de posities in Chinese yuan en Zuid-Koreaanse won had ook een positieve invloed (€ +51 miljoen). Op de markt van de waardepapieren in euro namen de kapitaalverliezen toe als gevolg van de transacties in voor doeleinden van monetair beleid aangehouden waardepapieren (€ -10 miljoen). De ten laste van het resultaat genomen afwaarderingen op de waardepapieren in dollars daalden aanzienlijk (€ +313 miljoen). De gemiddelde depreciatie van de dollar veroorzaakte een daling van de gerealiseerde wisselkoerswinsten (€ -56 miljoen).
In 2023 lag de inflatie aanhoudend boven de door de centrale banken vastgelegde doelstelling, zodat de rente meermaals werd verhoogd, zowel in Europa als in de Verenigde Staten. Daardoor werd het renterisico waarvoor de Bank in haar voorgaande jaarverslagen waarschuwde, gedeeltelijk bewaarheid en waren de aandelen- en obligatiemarkten zeer volatiel. Door de combinatie van die elementen leed de Bank aan het einde van het boekjaar 2023 een verlies.
In het scenario dat de renteomgeving en de marktverwachtingen over het toekomstige renteverloop weerspiegelt op balansdatum, blijven de resultaten van de Bank onder druk staan. Mocht dat scenario bewaarheid worden, wat nog zeer onzeker is, zou dat bij een ongewijzigde balanssamenstelling leiden tot een gecumuleerd verlies van € 6,1 miljard over een tijdshorizon van vijf jaar. Indien de rentetarieven hoger uitkomen dan die marktverwachtingen, zou dat negatieve effect groter zijn, en omgekeerd in geval van sterkere daling van de rentetarieven. Het is onmogelijk om voldoende betrouwbare prognoses te maken over een langere periode dan vijf jaar, gelet op de vele onzekerheden. Niettemin zou de Bank in dit scenario, bij ongewijzigde omstandigheden, voorbij deze tijdshorizon geen substantiële verliezen meer boeken en opnieuw winstgevend worden.
Een raming van de becijferbare risico's is het uitgangspunt voor de bepaling van het minimumbedrag van de reserves. De financiële risico's van de Bank worden ofwel berekend volgens de value at risk/ expected shortfall-methodologie, waarvoor de Bank zeer voorzichtige parameters hanteert op het gebied van verdeling, probabiliteit en tijdshorizon, ofwel volgens scenario's/stresstests op lange termijn. Deze methodologieën worden ook door andere leden van het Eurosysteem toegepast.
Op basis van deze berekeningen bepaalt de Bank (i) het minimumniveau van de reserves om de geraamde risico's te dekken en (ii) het gewenste niveau van de reserves op middellange termijn, waarbij rekening wordt gehouden met uitzonderlijke restrisico's, met stressscenario's en – in toepassing van het op 27 maart 2024 aangepaste reserveringsen dividendbeleid – met de risico's die niet op de balans staan maar die snel zouden kunnen ontstaan ten gevolge van de opdrachten van de Bank als centrale bank.
De ramingen van de risico's en de prognoses voor de resultaten van de Bank zijn aan veel onzekerheden onderhevig, onder meer omtrent het toekomstige verloop van de markt en de eventuele monetairbeleidsbeslissingen van de Raad van Bestuur van de ECB. De onzekerheid is des te groter naarmate het einde van de projectiehorizon verder verwijderd is.
De ramingen eind 2023 van het minimumniveau van de reserves en van het gewenste niveau van de reserves op middellange termijn belopen respectievelijk ongeveer € 7,5 miljard en € 13,6 miljard2.
Bij de berekening van deze niveaus wordt onder meer rekening gehouden met een raming van de verwachte resultaten in de volgende jaren en met een raming van de risico's op:
Overeenkomstig het reserveringsbeleid wordt het negatieve resultaat eerst ten laste gelegd van de beschikbare reserve. Zo werd een bedrag van € 3 371,0 miljoen teruggenomen op de beschikbare reserve. Die terugneming omvat ook het bedrag dat nodig is voor de storting van het minimumdividend van € 1,5 per aandeel (6 % van het kapitaal), dat wordt gewaarborgd door het reservefonds en de beschikbare reserve, overeenkomstig de organieke wet, en dat € 0,6 miljoen bedraagt. Als gevolg van de bestemming van het resultaat bedragen de buffers van de Bank € 3,1 miljard. Rekening houdend met het minimumniveau van de reserves op de balansdatum en overeenkomstig het door de Regentenraad goedgekeurde dividendbeleid3 wordt geen tweede dividend uitgekeerd voor het boekjaar 2023. Na de terugneming op de beschikbare reserve zal de Bank overgaan tot verkopen van effecten uit de statutaire beleggingen, om te voldoen aan het vastgesteld plafond (zie punt 3.2.7.2.III.3 van de boekhoudregels).
Op grond van de organieke wet van de Bank wordt het saldo van de winst van het boekjaar toegewezen aan de Staat. Voor 2023 wordt bijgevolg geen bedrag toegekend aan de Staat.
Hoewel de resultatenrekening gedurende twee opeenvolgende jaren een verlies over het jaar laat zien, wordt de jaarrekening opgesteld volgens het continuïteitbeginsel. In voorkomend geval kan een centrale bank haar taken immers blijven uitvoeren met een negatieve kapitaalpositie zonder dat de continuïteit van de bedrijfsvoering in gevaar komt.
Het dividend zal betaalbaar zijn op de vierde bankwerkdag na de algemene vergadering van aandeelhouders die zal plaatsvinden op 21 mei 2024. Het zal op die dag automatisch worden gestort aan de houders van gedematerialiseerde aandelen en van aandelen op naam.
1000 Brussel
2 Tegenover een bedrag eind 2022 in de grootteorde van € 15,2 miljard wat het gewenste niveau betreft. Er wordt opgemerkt dat de Bank vanaf boekjaar 2023 zowel over het minimumniveau van de reserves communiceert als over het gewenste niveau op middellange termijn gelet op de aanpassing van het reserverings- en dividendbeleid d.d. 27 maart 2024.
Building tools?
Free accounts include 100 API calls/year for testing.
Have a question? We'll get back to you promptly.