AI Terminal

MODULE: AI_ANALYST
Interactive Q&A, Risk Assessment, Summarization
MODULE: DATA_EXTRACT
Excel Export, XBRL Parsing, Table Digitization
MODULE: PEER_COMP
Sector Benchmarking, Sentiment Analysis
SYSTEM ACCESS LOCKED
Authenticate / Register Log In

Banque nationale de Belgique

Earnings Release Mar 29, 2023

3923_iss_2023-03-29_02aaef68-881b-4212-af1d-88eb83a4bacf.pdf

Earnings Release

Open in Viewer

Opens in native device viewer

2023-03-29

Gereglementeerde informatie (voorkennis) verspreid door de Nationale Bank van België op 29 maart 2023 om 17.45 uur CET.

Resultaat en bestemming van het resultaat voor het boekjaar 2022

Overeenkomstig artikel 44 van de statuten heeft de Regentenraad van de Nationale Bank van België vandaag, 29 maart 2023, de jaarrekening 2022 goedgekeurd. De bedrijfsrevisor heeft bij de jaarrekening een oordeel zonder voorbehoud afgeleverd en heeft bevestigd dat de boekhoudkundige gegevens in dit persbericht overeenstemmen met de jaarrekening.

De jaarrekening en het ondernemingsverslag zijn terug te vinden op de website van de Bank.

Resultaat

De Bank liet in 2022 een verlies optekenen van € 580 miljoen, tegenover een winst van € 355 miljoen in het voorgaande boekjaar (€ -935 miljoen1).

De voornaamste verklarende factoren daarvoor zijn hieronder beschreven:

1 In punt 3.1.1.2 geven de bedragen tussen haakjes de invloed weer op de resultatenrekening.

Dat is voor een deel het gevolg van de herwaardering van de tegen marktwaarde gewaardeerde beleggingsportefeuille van de Bank. De belangrijkste factor is echter de stijgende financieringskost voor de monetairbeleidsportefeuilles: de rentelasten op de deposito's die de kredietinstellingen bij de Bank aanhouden namen toe, terwijl de activa waaruit die portefeuilles bestaan, meestal langlopende activa, bij aankoop een laag rendement hadden.

Dat verloop van het resultaat is voornamelijk het gevolg van de forse daling van de nettorentebaten (€ -651 miljoen) en van het nettoresultaat van de financiële transacties (€ -422 miljoen). Dat effect werd evenwel deels getemperd door de daling van de bijdrage van de Bank aan de monetaire inkomsten (€ -121 miljoen) en van de vennootschapsbelasting (€ -84 miljoen). De afname van de nettorentebaten wordt voornamelijk verklaard door:

  • de rentestijging op de depositofaciliteit, de overtollige reserves en andere rekeningen-courant (€ -1 041 miljoen), in combinatie met een stijging van de volumes ervan (€ -295 miljoen);
  • de rentestijging op de Targetpositie (€ -32 miljoen);
  • de daling van het rendement op de eigen portefeuilles in euro (€ -48 miljoen).

Dat verloop wordt echter deels gecompenseerd door:

  • de daling van de rentelasten in verband met de monetairbeleidstransacties (€ +443 miljoen);
  • de volumetoename van de monetairbeleidsportefeuilles (€ +148 miljoen) in combinatie met een herinvestering van de effecten tegen een hogere rente (€ +147 miljoen);
  • de stijging van de rentetarieven op de vorderingen binnen het Eurosysteem (€ +36 miljoen).

De bijdrage van de Bank aan de verdeling van de monetaire inkomsten nam aanzienlijk af, met € 121 miljoen, voornamelijk als gevolg van:

  • de stijging van het met het Eurosysteem samengevoegde bedrag (€ -93 miljoen);
  • de stijging van de opnieuw aan de Bank toegedeelde monetaire inkomsten, die werd veroorzaakt door een toename van de totale monetaire inkomsten van het Eurosysteem (€ +214 miljoen).

De nettobaten uit financiële transacties namen af, voornamelijk onder invloed van de stijging van de rente in dollar (€ - 105 miljoen). Op de markt van de waardepapieren in euro daalden de kapitaalwinsten sterk omdat er vrijwel geen transacties in waardepapieren voor doeleinden van monetair beleid meer werden uitgevoerd (€ -77 miljoen). De ten laste van het resultaat genomen afwaarderingen op de waardepapieren in dollars stegen aanzienlijk (€ -294 miljoen).

De rubriek 'overige baten' nam in 2022 af met € 20,0 miljoen, waarvan een bedrag van € 19,3 miljoen dat gelijk is aan de boekhoudkundige meerwaarde die in 2021 werd gerealiseerd door de verkoop van het gebouw van de drukkerij.

Bestemming van het resultaat

In 2022 steeg de inflatie snel en onverwacht, zodat de rentevoeten meermaals werden verhoogd, zowel in Europa als in de Verenigde Staten. Daardoor werd het renterisico waarvoor de Bank in haar voorgaande jaarverslagen waarschuwde, gedeeltelijk bewaarheid en daalden de aandelen- en obligatiemarkten die bovendien zeer volatiel waren. Door de combinatie van die elementen leed de Bank aan het einde van het boekjaar 2022 een verlies.

Het wenselijke minimumbedrag van de reserves van de Bank wordt geraamd aan de hand van de becijferbare financiële risico's. Alle financiële risico's van de Bank worden ofwel berekend volgens de expected shortfall-methodologie, waarvoor de Bank zeer voorzichtige parameters op het gebied van verdeling, probabiliteit en tijdshorizon hanteert, ofwel volgens scenario's/stresstests op lange termijn. Het basisscenario, dat de marktverwachtingen weerspiegelt, resulteerde in 2022 voor het eerst in verlies. Bijgevolg heeft de Bank de methode voor de berekening van het gewenste reserveniveau aangepast om rekening te houden met de verwachte verliezen in de volgende jaren en de impact ervan op de reserves.

In het basisscenario, dat de renteomgeving en de marktverwachtingen over het toekomstige renteverloop weerspiegelt op balansdatum, blijven de resultaten van de Bank onder druk staan. Mocht dat scenario bewaarheid worden, wat nog zeer onzeker is, zou dat bij een ongewijzigde balanssamenstelling leiden tot een gecumuleerd verlies van € 10,8 miljard

de Berlaimontlaan 14 1000 Brussel

tel. + 32 2 221 46 28 www.nbb.be

over een tijdshorizon van vijf jaar. Indien de rentetarieven hoger uitkomen dan deze marktverwachtingen, zou dat negatieve effect groter zijn, en omgekeerd in geval van daling van de rentetarieven. Het is onmogelijk om voldoende betrouwbare prognoses te maken over een langere periode dan vijf jaar, gelet op de vele onzekerheden. Niettemin zou de Bank in dit scenario, bij ongewijzigde omstandigheden, voorbij deze tijdshorizon geen substantiële verliezen meer boeken en opnieuw winstgevend worden.

De raming van de gewenste ondergrens voor de reserves eind 2022 houdt zowel rekening met de verwachte toekomstige resultaten op basis van de marktverwachtingen als met een raming van de financiële risico's waaraan de Bank is blootgesteld. Ze beloopt een bedrag in de orde van grootte van € 15,2 miljard, tegen € 5,8 miljard eind 2021.

Dat bedrag van € 15,2 miljard omvat tegelijkertijd een raming van de verwachte resultaten in de volgende jaren en een raming van de risico's op:

  • de eigen effectenportefeuilles van de Bank in euro en in deviezen;
  • de in de balans van de Bank opgenomen krediettransacties en voor doeleinden van monetair beleid aangehouden effectenportefeuilles, waarvoor zij alleen de risico's draagt;
  • de krediettransacties en voor doeleinden van monetair beleid aangehouden effectenportefeuilles op de balans van alle NCB's van het Eurosysteem, waarvan het risico over deze NCB's wordt verdeeld (zie toelichtingen 5 en 7 van de toelichting bij de jaarrekening).

De ramingen van de risico's en de prognoses voor de resultaten van de Bank zijn aan veel onzekerheden onderhevig, onder meer omtrent het toekomstige verloop van de markt en de eventuele monetairbeleidsbeslissingen van de Raad van Bestuur van de ECB. De onzekerheid is des te groter naarmate het einde van de projectiehorizon verder verwijderd is.

Overeenkomstig het reserveringsbeleid wordt het negatieve resultaat eerst ten laste gelegd van de beschikbare reserve. Zo werd een bedrag van € 580,2 miljoen teruggenomen op de beschikbare reserve. Die terugneming omvat ook het bedrag dat nodig is voor de storting van het minimumdividend van € 1,5 per aandeel (6 % van het kapitaal), dat wordt gewaarborgd door het reservefonds en de beschikbare reserve, overeenkomstig de organieke wet, en dat € 0,6 miljoen bedraagt. Als gevolg van de bestemming van het resultaat bedragen de buffers van de Bank € 6,5 miljard. Rekening houdend met het gewenste geraamde niveau voor de reserves op de balansdatum en overeenkomstig het dividendbeleid goedgekeurd door de Regentenraad2 wordt geen tweede dividend uitgekeerd voor het boekjaar 2022.

Op grond van de organieke wet van de Bank wordt het saldo van de winst van het boekjaar toegewezen aan de Staat. Voor 2022 wordt bijgevolg geen bedrag toegekend aan de Staat.

Het dividend zal betaalbaar zijn op de vierde bankwerkdag na de algemene vergadering van aandeelhouders die zal plaatsvinden op 15 mei 2023. Het zal op die dag automatisch worden gestort aan de houders van gedematerialiseerde aandelen en van aandelen op naam.

Talk to a Data Expert

Have a question? We'll get back to you promptly.