Annual Report • Jun 14, 2021
Annual Report
Open in ViewerOpens in native device viewer

| Brief aan de aandeelhouders | 4 |
|---|---|
| Kerncijfers 2020 | 11 |
| Bedrijfsprofiel | 12 |
| Agfa in de wereld | 14 |
| Hoogtepunten 2020 | 16 |
| JAARVERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR AAN DE AANDEELHOUDERS VAN AGFA-GEVAERT NV | |
| NIET-FINANCIEEL RAPPORT | |
| Duurzaamheid | 18 |
| Agfa's benadering van duurzaam management | 19 |
| SDGs en strategische relevantie voor Agfa-Gevaert | 21 |
| Onze materialiteitsmatrix | 23 |
| Onze stakeholders | 24 |
| Planeet | 31 |
| Mensen | 53 |
| Prestatie | 77 |
| FINANCIEEL RAPPORT | |
| Commentaar bij de jaarrekeningen | 90 |
| Commentaar bij de geconsolideerde jaarrekening | 91 |
| Commentaar bij de jaarrekening van Agfa-Gevaert NV | 95 |
| BUSINESSACTIVITEITEN IN 2020 | |
| Radiology Solutions | 96 |
| HealthCare IT | 106 |
| Digital Print & Chemicals | 114 |
| Offset Solutions | 124 |
| FINANCIEEL VERSLAG | 132 |
| Inhoudstafel Financieel verslag | 133 |
| Geconsolideerde jaarrekening | 134 |
| Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening | 141 |
| Verslag van de Commissaris aan de Algemene Vergadering | 251 |
| Statutaire jaarrekening | 257 |
| Corporate Governance verklaring | 260 |
| Remuneratieverslag | 272 |
| GRI indextabel | 280 |
| GRI milieu-indicatoren | 281 |
| Woordenlijst | 282 |
| Overzichtstabellen 2016-2020 | 286 |
| Aandeelhoudersinformatie | 289 |

Vorig jaar, vlak na de publicatie van onze jaarresultaten, werd het duidelijk dat het COVID-19-virus voor ongeziene wereldwijde uitdagingen zou gaan zorgen. Wat in januari als een epidemie begon, groeide in geen tijd uit tot een pandemie. Winkels, restaurants en scholen moesten sluiten, reizen werd onmogelijk en werken moest van thuis uit gebeuren. De mensen in de zorgsector werkten dag en nacht om het hoofd te bieden aan de nooit geziene instroom van patiënten en om, waar mogelijk, redding te brengen. De farmaceutische industrie haalde alles uit de kast in de zoektocht naar een verlossend vaccin.
Vandaag, één jaar later, is er veel veranderd, maar teruggekeerd naar het oude normaal zijn we nog niet. Na de eerste golf sloeg het virus een tweede maal toe. Of een derde golf afgewend is kunnen worden, was nog niet zeker toen dit jaarverslag samengesteld werd. De verschillende vaccins die – het moet gezegd worden – in recordtijd ontwikkeld werden en nu toegediend worden, rechtvaardigen de hoop dat het ergste nu wellicht achter ons ligt en dat we stilaan kunnen uitkijken naar het leven in een wereld zoals we die vroeger kenden.
Maar "Crisissen zijn uitdagingen", zei een van onze illustere voorgangers als CEO en Voorzitter André Leysen altijd. We zijn er bijzonder trots op dat de mensen van Agfa goed op deze nieuwe uitdaging gereageerd hebben. Al onze activiteiten werden beïnvloed, maar we hebben hard gewerkt om de impact en de verstoringen in onze activiteiten te beperken en om onze klanten op de best mogelijke manier te blijven ondersteunen. Enerzijds zorgde de pandemie voor een grote versnelling in de digitalisering van onze activiteiten. Anderzijds zette ze ons ertoe aan om kritisch te kijken naar onze manier van werken en naar de manieren waarop we ons beter kunnen organiseren om de crisis het hoofd te bieden. Met veel creativiteit en zin voor ondernemerschap zijn onze mensen er in geslaagd om afgelaste vakbeurzen te vervangen door onze eigen virtuele events, inclusief training, demosessies en persoonlijke interactie met onze experten. De hele tijd werkten de meesten van onze werknemers thuis.
Zelfs in uiterst moeilijke omstandigheden bleven we onze klanten ondersteunen. In ziekenhuizen overal ter wereld implementeerden we – vaak volledig vanop afstand – Enterprise Imaging-platformen en installeerden we mobiele Direct Radiography-systemen, die een waardevol wapen in de strijd tegen COVID-19 bleken te zijn.
De pandemie weerhield ons er evenmin van om belangrijke mijlpalen in de transformatie van onze onderneming te bereiken, beginnend met de succesvolle verkoop van een deel van de HealthCare IT-activiteiten, wat een sterke verbetering van de balans mogelijk maakte.
In mei 2020 rondden we inderdaad met succes de verkoop af van een deel van Agfa HealthCare's IT-activiteiten aan de Dedalus Groep voor een ondernemingswaarde van 975 miljoen euro. Het verkochte deel bestaat uit de activiteiten op het vlak van Healthcare Information Solutions (elektronisch gezondheidsrapport, het ORBIS-platform) en de activiteiten op het vlak van Integrated Care in Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Frankrijk en Brazilië, evenals de Imaging IT-activiteiten voor zover die in deze landen nauw geïntegreerd zijn in de Healthcare Information Solutions-activiteiten. De Healthcare IT Imaging Solutions Business, inclusief onze IMPAX- en Enterprise Imaging-systemen (PACS, RIS, CVIS, VNA, Viewer, …) in alle andere geografieën maakte geen deel uit van deze overeenkomst. De transactie vertegenwoordigt een opwindende nieuwe fase in de evolutie van de divisie. Agfa HealthCare heeft zich opgewerkt tot een leider in Enterprise Imaging, met het meest geavanceerde platform in de markt. We hebben het volste vertrouwen in onze Enterprise Imaging-strategie. De verkoop geeft ons de mogelijkheid om onze expertise en onze middelen volledig te richten op de waardeverbetering van ons Enterprise Imaging-aanbod en op het verder uitbouwen van onze rol als partner bij uitstek voor klanten in al onze markten.
CEO
Dankzij de opbrengsten van de verkoop van een deel van de HealthCare IT-activiteiten evolueerde onze netto financiële schuld van 219 miljoen euro eind 2019 naar een nettokaspositie van 502 miljoen euro.
We zijn van plan om ongeveer 350 miljoen euro van de opbrengst van de verkoop van een deel van de HealthCare IT-activiteiten te gebruiken om de financieringsgraad van de kapitaalgedekte pensioenregelingen in België, het VK en de VS op te trekken en om acties om de pensioenrisico's te beperken te implementeren. Het project verloopt volgens plan. In 2020 werd om en bij de 218 miljoen euro geïnvesteerd. De resterende 130 miljoen euro zal in de eerste helft van 2021 worden geïnvesteerd. Pascal Juéry,
Op 10 maart 2021 kondigden we een aandeleninkoopprogramma aan met een volume tot 50 miljoen euro. Het programma stelt onze aandeelhouders in staat mee te genieten van de verkoop van een deel van de HealthCare IT-activiteiten. Het bewijst eveneens ons vertrouwen in het transformatieproces.
Vorig jaar startten we een ondernemingsbreed programma over de vier divisies heen om de Agfa-Gevaert Groep voor te bereiden voor de volgende decennia. Om de huidige en toekomstige uitdagingen met succes het hoofd te bieden, herzien we het operationele model van de Groep om de transparantie en de concurrentiekracht te verhogen. Nieuwe inspanningen om de complexiteit van de Groep te verminderen moeten resulteren in vereenvoudigde processen en structuren, terwijl investeringen in systemen zullen leiden tot gestroomlijnde klantenervaringen en kostenefficiënties. Dit moet uitmonden in een meer wendbare, efficiëntere en eenvoudigere onderneming. Uiteindelijk moet het transformatieproces zorgen voor duurzame en rendabele groei.
Het programma, Lighthouse gedoopt, heeft drie focuspunten. Het eerste beoogt rendabele expansie. Om een inspirerende toekomst voor alle belanghebbenden in Agfa veilig te stellen, moeten zowel onze Groepsstrategie als de strategieën van onze divisies rendabele expansie voor ogen hebben. Onze huidige kernposities in onze verschillende markten zullen verder uitgebreid worden. Binnen onze bestaande, gestroomlijnde portfolio zullen we het rendabele groeipotentieel versnellen. Tegelijkertijd zullen we nieuwe synergieën en samenwerkingskansen voor onze kernportfolio onderzoeken.
Het tweede focuspunt heeft te maken met het nieuwe beoogde operationele model. Wendbaar, efficiënt, eenvoudig: dat zijn de sleutelelementen. Het operationele model van de Groep moet inderdaad transparanter en concurrentiëler worden. Nieuwe inspanningen om de complexiteit van de Groep te verminderen moeten uitmonden in eenvoudigere processen, terwijl investeringen in systemen moeten leiden tot gestroomlijnde klantenervaringen en kostenefficiënties. Voor onze activiteiten betekent dit dat ze eindverantwoordelijkheid krijgen over de middelen en de resultaten. Verder wordt de focus op de markt en op onze klanten versterkt en zal de implementatie van een wendbare organisatie leiden tot bijkomende capaciteit om te investeren in rendabele groei.
Het laatste focuspunt heeft betrekking op de strategische richting van de divisie Offset Solutions. Deze business ervaart verdere volume- en prijsdruk, in 2020 nog erg versterkt door de COVID-19-impact. Om een antwoord te bieden op deze trend, zal Agfa verder investeren in de optimalisatie van de go-to-market-strategie. Belangrijke elementen van deze strategie zijn een meer gestroomlijnd productaanbod en meer doelgerichte processen. Bijgevolg zal de Offset Solutions-divisie wendbaarder en slanker zijn. Het ultieme doel is het herstellen van de rendabiliteit van de divisie en de flexibiliteit creëren om deel te nemen in een mogelijke consolidatie in de industrie. In januari 2021 kondigden we ons plan aan om de Offset Solutions-activiteiten te organiseren in een zelfstandige vennootschapsstructuur en organisatie.
We hebben er alle vertrouwen in dat we zullen slagen in ons transformatieprogramma dankzij onze mensen die blijven streven naar uitmuntendheid en die altijd trachten de beste te zijn in wat ze doen. Deze gemotiveerde en bekwame mensen vormen samen met onze huidige naamsbekendheid, onze R&D-capaciteiten van wereldklasse en onze portfolio van geïntegreerde oplossingen een stevige basis voor succes.
Als onderneming hebben we de verantwoordelijkheid om een betere toekomst te creëren voor de toekomstige generaties. Daarom is duurzaamheid de voornaamste drijfveer voor al onze acties en gedragingen. Wij doen dit door duurzaamheid op te nemen in onze bedrijfsstrategie en door in gesprek te gaan met al onze partners en medewerkers over hoe we onze gedragingen en onze activiteiten kunnen verbeteren. Op basis van deze visie hebben we onze focus op dit onderwerp verscherpt en onze inspanningen op dit vlak versterkt. Hoewel duurzaamheid altijd al deel uitmaakte van het DNA van Agfa, waren de inspanningen en middelen om duurzaamheidsprioriteiten aan te pakken en om hen systematisch in de businessstrategie te integreren vooralsnog vooral gericht op het niveau van teams en divisies. In de loop van 2020 waren de meeste activiteiten erop gericht om een algemene bedrijfsaanpak te bouwen voor het aflijnen en coördineren van projecten, middelen en doelstellingen tussen verschillende geografieën en afdelingen.
Om dit te doen, linkten we Agfa's prioriteiten aan de maatschappelijke impact in het algemeen via het kader dat is aangereikt door de VN 2030 Agenda voor Duurzame Ontwikkeling. We creëerden tevens de Corporate Sustainability Office. Dit orgaan neemt de leiding over de ontwikkeling van Agfa's duurzaamheidsstrategie, coördineert de implementatie ervan, definieert een duidelijke governance en een intern beleid en steunt elk team bij het vertalen van bedrijfsdoelstellingen in teamdoelstellingen. We bouwden voort op ons eerste materialiteitsbeoordelingsproces – uitgevoerd in 2019 – om meer inzicht te krijgen in onze impact op de samenleving in het algemeen en stelden een actieplan op om op de prioritaire gebieden actie te ondernemen. We stelden een aantal doelstellingen voor 2025 vast voor de belangrijkste materiële thema's en maakten een tijdschema op voor het afronden van deze oefening voor de resterende thema's. We werkten aan de verbetering van de kwaliteit en de inhoud van onze jaarlijkse rapportering in overeenstemming met de laatste updates van de Global Reporting Initiative-normen (GRI), waaronder een oefening op het vlak van het bepalen van de KPI-overeenstemming om de robuustheid van de data te verifiëren. Tot slot versterkten we de dialoog met belanghebbenden op het vlak van duurzaamheid om hun verwachtingen te kennen en om mogelijkheden tot partnerschap en samenwerking te identificeren.
Elk jaar spendeert Agfa 5 tot 6% van zijn omzet aan R&D. Dit toont duidelijk ons engagement om innovatieve oplossingen te ontwikkelen die een aanzienlijke toegevoegde waarde bieden aan zorgverleners, drukkers en industriële klanten. In de laatste anderhalve eeuw hebben we een indrukwekkende intellectuele eigendomsportfolio uitgebouwd, die vandaag 878 actieve patentfamilies telt. Het aantal varieert van jaar tot jaar, maar met trots kunnen we zeggen dat Agfa zijn intellectueel eigendom elk jaar vernieuwt tegen een consistent ritme van 50 tot 60 nieuwe patentfamilies.
We onderzoeken voortdurend hoe we onze technologische kracht kunnen toepassen om ultramoderne, duurzame oplossingen te bieden voor een veelvoud aan toepassingen in verscheidene markten. Een goed voorbeeld is onze medische beeldvormingsapparatuur in combinatie met onze toonaangevende MUSICA-beeldverwerkingssoftware. Hiermee zetten we de standaard op het vlak van productiviteit, veiligheid, klinische waarde en kostenefficiëntie. Onze digitale radiografiesystemen bereiken een optimale balans tussen lage stralingsdoses en hoge beeldkwaliteit. Dankzij MUSICA kunnen ultrascherpe medische beelden bekomen worden terwijl de stralingsdosis voor de patiënt tot 60% verminderd wordt.
Met RUBEETM for Augmented Intelligence gaan we nog een stap verder. We introduceerden gespecialiseerde AI-algoritmes gericht op specifieke klinische noden en naadloos geïntegreerd in ons Enterprise Imaging Platform. We rollen RUBEETM momenteel uit in Noord-Europa en in bepaalde delen van Europa. De oplossing biedt een slimme weergave van de bevindingen van de AI-algoritmes en zet de gegenereerde informatie onmiddellijk in het Enterprise Imaging-systeem, pal in het midden van de bestaande radiologieworkflows. Deze aanpak is veel waardevoller en analytisch intelligenter en biedt bovendien een grotere efficiëntiewinst dan werken met afzonderlijke AI-pakketten.
Europa heeft met zijn Green Deal tot doel de netto broeikasgasuitstoot tegen 2050 tot nul terug te dringen. Zo wil het het eerste klimaatneutrale continent worden. Wij kunnen daartoe bijdragen. De laatste jaren hebben we zwaar geïnvesteerd in de ontwikkeling en productie van membranen voor de industrie van de waterstofproductie. Dat is een essentiële hoeksteen in de Europese klimaatstrategie. Onze onderneming maakt deel uit van de EU Clean Hydrogen Alliance die alle activiteiten van de betrokkenen in het project coördineert: de technologieontwerpers, de industriële actoren, de investeerders en de overheden samen met hun burgers. Dit lidmaatschap bevestigt de internationale erkenning die Agfa geniet als expert in de ontwikkeling en productie van separatormembranen voor geavanceerde alkaline elektrolyse, een essentieel onderdeel in de productie van waterstof. Een recente studie van het Fraunhofer Institute – waarbij gebruik gemaakt werd van onze Zirfon-separatormembranen – bevestigt dat alkaline elektrolysetechnologie (AEL) net zo efficiënt kan zijn als Proton Exchange Membrane-technologie en ook kan werken bij hoge stroomdichtheden. Uit de studie komt AEL naar voren als het meest efficiënte waterstofproductiesysteem en ze bevestigt de 'best-in-class'-potentie van onze Zirfon-membranen.
Dankzij zijn specifieke voordelen wordt inkjetdruktechnologie steeds meer ingezet in industriële drukprocessen. We ontwikkelen op maat gemaakte inkjetinkten voor industriële drukpersen die worden gebruikt voor heel uiteenlopende industriële toepassingen, zoals laminaatvloeren en muurdecoratie. Daarnaast ontwikkelen we ook complete industriële druksystemen, zoals de InterioJet-printer voor laminaattoepassingen of de Alussa-printer voor het printen op lederen voorwerpen zoals schoenen en handtassen.
Voor de offsetdrukindustrie focussen we met ons ECO3 -programma op ecologie, economie en extra gebruiksgemak. Dit maakt drukprocessen duurzamer doordat het de mogelijkheid geeft om de inktconsumptie te verlagen, minder afval te creëren en drukprocessen schoner, kostenefficiënter en eenvoudiger te maken. Dankzij onze ECO3 -oplossingen kunnen drukkers tot 30% besparen op papier, 40% op inkt en tot 95% op water. De afvalvolumes kunnen met 50% teruggedrongen worden. In 2020 introduceerden we verschillende nieuwe ECO3 -producten, zoals de procesvrije drukplaat Eclipse, die helemaal geen proceswater meer nodig heeft.
De effecten van de verkoop van een deel van de activiteiten van HealthCare IT in mei en wisselkoerseffecten niet meegerekend, daalde onze Groepsomzet met 12,7%. De Imaging IT-activiteiten en de Direct Radiography-activiteiten binnen de divisie Radiology Solutions presteerden goed, ondanks de impact van COVID-19 op het bedrijfsklimaat. De problemen in de offsetdrukindustrie en de COVID-19-impact op de medische filmactiviteiten en op de divisie Digital Print & Chemicals hadden een aanzienlijke invloed op de omzet van de Groep. In de tweede jaarhelft begonnen de meeste activiteiten zich te herstellen.
De brutowinstmarge van de Groep bedroeg 28,9% van de omzet, tegenover 29,9% in 2019. De divisie HealthCare IT noteerde een sterke verhoging van de brutowinstmarge op basis van de strategie om zich te richten op hoogwaardige omzetstromen. De divisie Digital Print & Chemicals toonde zich weerbaar op het vlak van rendabiliteit ondanks de met COVID-19 verbonden omzetdaling. De rendabiliteit van de divisie Offset Solutions werd sterk geraakt door COVID-19, maar de maatregelen die voor deze divisie genomen werden, begonnen tegen het einde van het jaar hun effecten te tonen. Gerelateerd aan de COVID-19-situatie en de inspanningen om de voorraden te verminderen, werden de marges ook beïnvloed door de afgenomen bezettingsgraad van onze fabrieken.
Inclusief de opbrengsten van de verkoop van een deel van de HealthCare-IT activiteiten, boekten we een nettowinst van 621 miljoen euro. Dankzij de vermindering van het werkkapitaal met zowat 100 miljoen euro genereerden we een positieve vrije kasstroom van 15 miljoen euro, exclusief de extra financiering van de pensioenen.
Soliede projectinkomsten in Noord-Amerika en met name de levering van Enterprise Imaging-oplossingen aan de AdventHealth-groep in Florida in het tweede kwartaal, hadden een positieve invloed op de resultaten van de business.
Onze Imaging IT Solutions zijn een omvattend antwoord op de cruciale noden van zorgaanbieders op het vlak van het beheer van medische beelden. Ondanks de onzekerheden in verband met COVID-19, blijven de waardecreatievooruitzichten van de Imaging IT Solutions-activiteiten sterk positief.
In de loop van het jaar noteerde de divisie een groei van de orderintake. Het totale orderboek dekt meer dan een jaar aan totale inkomsten en blijft dus op een gezond niveau.
In 2020 konden we de rendabiliteit van de divisie al verdubbelen. Uiteindelijk zal de strategie de divisie ook in staat stellen om de beoogde EBITDA-groei te bereiken: beginnend van een percentage van om en bij de 5% in 2019 tot percentages die de 20% benaderen de komende jaren.
Onze Direct Radiography-activiteiten groeiden met dubbele cijfers, onder invloed van de vernieuwende mobiele DR-systemen en van omvangrijke contracten met grote zorgorganisaties over de hele wereld. Mobiele DR-apparatuur kan gebruikt worden om kwaliteitsvolle röntgenonderzoeken te doen aan het bed van de patiënt, zelfs in afdelingen voor intensieve zorgen. Voor deze systemen wonnen we marktaandeel doordat we gepast reageerden op de marktverstoring veroorzaakt door COVID-19. Voorts verbeteren we de rendabiliteit van het DR-productgamma, deels doordat we de efficiëntie verhoogden op het vlak van service vanop afstand.
De divisie beheerde het Computed Radiography-gamma gepast en slaagde erin om de winstmarges te vrijwaren. De service-inkomsten voor deze business bleven op een behoorlijk niveau. Deels marktgedreven en deels ten gevolge van COVID-19-effecten daalde de CR-omzet. Privépraktijken in India, Latijns-Amerika en andere gebieden stellen hun investeringen in CR-apparatuur uit. Om onze concurrentiepositie te verbeteren, passen we de productiecapaciteit voor CR-apparatuur aan aan de dalende markttrend.
De omzet van het medische filmgamma werd geraakt door COVID-19 omdat ziekenhuisbezoeken die niet aan COVID-19 verbonden zijn, worden uitgesteld, wat leidde tot een afnemende vraag naar medische film in India, Latijns-Amerika en andere gebieden. Voorts begon de business in het vierde kwartaal een verhoogde prijs- en volumedruk te ondervinden van de nieuwe gecentraliseerde aankooppraktijken in China.
Onze collega's blijven er alles aan doen om ervoor te zorgen dat klanten kunnen blijven rekenen op de knowhow van de serviceteams. We steunen ziekenhuizen over de hele wereld in hun strijd tegen COVID-19 met succesvolle en snelle installaties van CR- en DR-apparatuur.
Op het vlak van digital print bleven de inktproductgamma's voor sign & display-toepassingen het goed doen. Anderzijds had COVID-19 doorheen het jaar een sterke impact op de activiteiten op het vlak van grootformaatdrukapparatuur. Veel bedrijven stellen hun investeringen in nieuwe drukmachines uit. Desondanks konden we in deze moeilijke omstandigheden ons marktaandeel behouden. Voorts blijven we investeren in onze vernieuwende productportfolio om klaar te zijn voor de post-COVID marktheropleving. In de loop van 2020 voegden we verscheidene nieuwe leden toe aan onze familie van grootformaatprinters.
De verkoop van inkten voor industriële toepassingen groeide geleidelijk. Recent brachten we oplossingen op de markt voor nieuwe digitale druktoepassingen, zoals laminaatvloeren en leder. Oplossingen voor andere nieuwe applicaties (onder meer op het vlak van verpakkingsdruk) zijn in ontwikkeling. In het vierde kwartaal introduceerden we het op water gebaseerde InterioJet-systeem voor het drukken op decorpapier dat gebruikt wordt voor binnenhuisdecoratie, zoals laminaatvloeren en meubilair.
De volumes van het gamma films en folies van de divisie daalden tegenover het voorgaande jaar omdat deze producten vooral gebruikt worden in industrieën die getroffen werden door de COVID-19-pandemie, zoals de luchtvaartindustrie, de olie- en gassector en de drukindustrie. Het specialty chemicals-segment van de divisie is goed geplaatst voor toekomstige groei met producten en oplossingen die gericht zijn op specifieke veelbelovende markten. Zo worden de Orgacon geleidende materialen gebruikt in technologie voor elektrische en hybride wagens, terwijl de Zirfon-membranen ontwikkeld zijn voor geavanceerde alkaline elektrolyse. Met deze membranen zetten we een nieuwe efficiëntiestandaard in de groene waterstofproductie.
Zonder wisselkoerseffecten daalde de omzet met 15,5% door aan COVID-19 gerelateerde effecten – waaronder ongunstige prijs/ mix-effecten – en door de structurele achteruitgang van de offsetmarkten. De pandemie veroorzaakte een terugloop in de reclameen commerciële activiteiten, wat leidde tot lagere drukvolumes en een kleinere vraag naar drukplaten. De omzet van de divisie begon zich in de tweede helft van het jaar te herstellen.
We menen dat de huidige prijsniveaus in de industrie niet duurzaam zijn. Daarom onderzoeken we manieren om het verdienmodel voor bepaalde diensten die we aan klanten leveren aan te passen. Voorts reorganiseren we onze productiecapaciteit voor drukplaten. De activiteiten in de drukplatenfabrieken in Pont-à-Marcq (Frankrijk) en Leeds (Verenigd Koninkrijk) werden in de loop van het vierde kwartaal stopgezet. De effecten van deze stappen begonnen zichtbaar te worden in de resultaten van het vierde kwartaal.
Samenvattend kunnen we stellen dat we een goede vooruitgang geboekt hebben met de herziening van het operationele model van de Groep. Dit leidde tot aanzienlijke kostenverbeteringen en een verbeterd werkkapitaalbeheer. Dat zal de volgende jaren voortgezet worden. Onze inspanningen om de rendabiliteit van Offset Solutions te herstellen, lieten in het vierde kwartaal de eerste resultaten zien. Op het vlak van de business, konden de Imaging IT-activiteiten de aangepaste EBITDA meer dan verdubbelen, terwijl de divisie Digital Print & Chemicals zich doorheen het jaar geleidelijk herstelde en de Direct Radiography-activiteiten een omzetgroei met dubbele cijfers noteerden. We zijn ervan overtuigd dat we de juiste stappen zetten om deze groeimotoren in staat te stellen om de komende jaren hun volledig potentieel te bereiken.
Door de voortdurende impact van COVID-19 en door inflatoire druk door bijvoorbeeld de kosten voor transport en grondstoffen, maar ook door de volatiliteit van de wisslkoersen,verwachten we nog een mindere eerste helft van het jaar 2021. In de tweede helft van het jaar verwachten we een aanzienlijk herstel van de activiteiten. We verwachten een aanzienlijke vooruitgang in alle divisies, met uitzondering van de divisie Radiology Solutions, waar de groei van de Direct Radiography-activiteiten de impact op de medische filmbusiness van de nieuwe gecentraliseerde aankooppraktijken in China niet zal kunnen compenseren.
Op middellange termijn zullen de meeste activiteiten van de Groep volledig herstellen van de verstoring die COVID-19 teweeg heeft gebracht. Een aantal onder hen zal zelfs voordeel kunnen halen uit post-COVID-kansen en -marktontwikkelingen. Van de vraag naar offsetproducten wordt echter geen volledig herstel verwacht.
Tot slot willen we oprecht onze klanten en distributeurs danken voor het vertrouwen dat ze in dit moeilijke jaar in onze onderneming stelden. We engageren ons ertoe om hen te blijven ondersteunen met de meest geavanceerde, kwaliteitsvolle en betrouwbare producten en diensten. We danken ook onze mensen. Zij stonden en staan aan de frontlinie van de pandemie terwijl ze onze klanten in de zorgsector en andere markten ondersteunen. Tot slot danken we ook onze aandeelhouders voor hun onverminderde steun en vertrouwen.
| MILJOEN EURO | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 (3) (4) Herwerkt |
2020 | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| WINST- EN VERLIESREKENING | |||||||||
| Opbrengsten | 2.537 | 2.443 | 2.191 | 1.975 | 1.709 | ||||
| Evolutie t.o.v. vorig jaar | -4,1% | -3,7% | -8,0% | -13,5% | |||||
| Offset Solutions | 850 | 843 | 704 | ||||||
| Aandeel in groepsomzet | 39% | 43% | 41% | ||||||
| Digital Print & Chemicals | 337 | 355 | 289 | ||||||
| Aandeel in groepsomzet | 15% | 18% | 17% | ||||||
| Radiology Solutions | 514 | 536 | 485 | ||||||
| Aandeel in groepsomzet | 24% | 27% | 28% | ||||||
| HealthCare IT | 490 | 241 | 230 | ||||||
| Aandeel in groepsomzet | 22% | 12% | 14% | ||||||
| Brutowinst | 857 | 814 | 701 | 589 | 494 | ||||
| Winst (verlies) uit bedrijfsactiviteiten | 166 | 138 | 62 | (34) | (52) | ||||
| Nettofinancieringslasten | (51) | (39) | (39) | (36) | (31) | ||||
| Winstbelastingen | (35) | (53) | (34) | (14) | (15) | ||||
| Winst (verlies) toewijsbaar aan | 80 | 45 | (15) | (48) | 621 | ||||
| Aandeelhouders van de onderneming | 70 | 37 | (24) | (53) | 613 | ||||
| Minderheidsbelangen | 10 | 8 | 9 | 5 | 7 | ||||
| Reorganisatiekosten en niet-recurrente resultaten | (42) | (31) | (66) | 111 | 88 | ||||
| Aangepaste EBIT | 208 | 169 | 128 | 77 | 36 | ||||
| Aangepaste EBITDA | 265 | 222 | 182 | 153 | 99 | ||||
| KASSTROOM | |||||||||
| Nettokasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 142 | 40 | (44) | 123 | (153) | ||||
| Investeringsuitgaven (1) | (44) | (46) | (40) | (38) | (33) | ||||
| BALANS - 31 DECEMBER | |||||||||
| Eigen vermogen | 252 | 307 | 290 | 130 | 620 | ||||
| Netto financiële schuld | (18) | 18 | 144 | 219 | (502) | ||||
| Vlottende activa verminderd met kortlopende verplichtingen (2) | 568 | 563 | 607 | 473 | 952 | ||||
| Totale activa | 2.352 | 2.233 | 2.367 | 2.294 | 2.204 | ||||
| AANDELENINFORMATIE (EURO) | |||||||||
| Winst per aandeel | 0,42 | 0,22 | (0,14) | (0,32) | 3,66 | ||||
| Nettobedrijfskasstroom per aandeel | 0,85 | 0,23 | (0,26) | 0,88 | (0,81) | ||||
| Brutodividend | - | - | - | - | - | ||||
| Aantal uitstaande aandelen op jaareinde (5) | 167.751.190 | 167.751.190 | 167.751.190 | 167.751.190 | 167.751.190 | ||||
| Gewogen gemiddelde aantal uitstaande gewone aandelen | 167.751.190 | 167.751.190 | 167.751.190 | 167.751.190 | 167.751.190 | ||||
| PERSONEELSLEDEN (op het einde van het jaar) | |||||||||
| Voltijdse equivalenten (actieven) | 10.042 | 9.840 | 9.662 | 7.892 | 7.337 |
(1) Voor immateriële activa en materiële vaste activa.
(2) Gedurende 2016 heeft de Groep het boekhoudkundig beleid consequent toegepast dat ook in voorgaande jaren gold, met uitzondering van de weergave van de handelsvorderingen, de handelsschulden, de vorderingen uit leaseovereenkomsten en de overige activa. Vanaf 31 december 2016 presenteert de Groep deze balansposten als vaste activa/langlopende verplichtingen ten belope van het deel dat langer dan 12 maanden na balansdatum verschuldigd is. Vergelijkende informatie over 2015 werd aangepast aan deze nieuwe voorstellingswijze. Bovendien heeft de Groep de boekhoudkundige behandeling van de toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement aangepast. Daardoor steeg de nettoverplichting wegens vergoedingen na uitdiensttreding op 31 december 2016 met 4 miljoen euro, wat voor hetzelfde bedrag een effect had op de niet-gerealiseerde resultaten (3) De Groep heeft IFRS 16 voor de eerste keer toegepast op 1 januari 2019, volgens de 'modified retrospective approach'. Onder deze toepassing wordt vergelijkbare informatie over voorgaande perioden niet herwerkt. Bij de eerste toepassing van IFRS 16 was er geen effect op ingehouden winsten. Cijfers voor 2018 en 2019 hebben betrekking op voortgezette activiteiten.
(4) Conform IFRS 5.33 licht de Onderneming in haar Geconsolideerde winst- en verliesrekening en Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, in één bedrag, het resultaat uit beëindigde bedrijfsactiviteiten toe. Dit bedrag omvat de winst uit operationele beëindigde activiteiten na belastingen en de winst uit de verkoop van de totale geïdentificeerde afgestoten nettoactiva. De Groep stootte in juli 2019 haar doorverkoopactiviteiten met betrekking tot 'Digital Print & Chemicals' in de Verenigde Staten af en in mei 2020 verkocht ze een deel van Agfa HealthCare's IT-activiteiten. Bijgevolg werden deze toelichtingen over voorgaande perioden, zijnde 2019, anders dan voorheen gerapporteerd. (5) Zie toelichting 12 p. 158
De Agfa-Gevaert Groep is een toonaangevende onderneming in beeldvormingstechnologie met meer dan 150 jaar ervaring. Agfa ontwikkelt, produceert en verkoopt analoge en digitale systemen voor de drukindustrie, voor de gezondheidszorg en voor specifieke industriële toepassingen. De Groep heeft vier divisies: Radiology Solutions, HealthCare IT, Digital Print & Chemicals en Offset Solutions. De financiële rapportering van de Agfa-Gevaert Groep is gebaseerd op deze divisiestructuur.

Het hoofdkantoor en de moedermaatschappij van de Agfa-Gevaert Groep zijn gevestigd in Mortsel, België. De grootste productieen onderzoekscentra van de Groep zijn gevestigd in België, de Verenigde Staten, Canada, Duitsland, Oostenrijk, China en Brazilië. De Groep is wereldwijd commercieel actief via eigen verkooporganisaties in meer dan 40 landen. In landen waar de Groep geen eigen verkooporganisatie heeft, wordt de markt bediend door een netwerk van agenten en vertegenwoordigers.
Bedrijfsprofiel
De divisie Radiology Solutions is een belangrijke speler op de markt van de diagnostische beeldvorming en levert analoge en digitale beeldvormingstechnologie om tegemoet te komen aan de behoeften van gespecialiseerde artsen in ziekenhuizen en beeldvormingscentra over de hele wereld. Agfa's innovatieve beeldvormingsapparatuur en zijn toonaangevende MUSICA-software voor beeldverwerking stellen de norm op het vlak van productiviteit, veiligheid, klinische waarde en kosteneffectiviteit. Met meer dan 150 jaar ervaring helpt Agfa zijn klanten om de kwaliteit en efficiëntie van hun patiëntenzorg te verbeteren. Elke dag opnieuw bewijst Agfa dat medische beeldvorming in zijn DNA zit.
Agfa HealthCare's IT-afdeling ondersteunt zorgverleners over de hele wereld met veilige, efficiënte en duurzame beeldbeheersystemen. Met de focus op haar robuuste en eengemaakte Enterprise Imaging-platform helpt de divisie klanten bij het beheren van de toewijzing van middelen, het verbeteren van de productiviteit en het aanbieden van betrouwbare diagnoses met op de patiënt gerichte contextuele intelligentie. Met het bieden van meerwaarde als kernengagement, voldoet Agfa HealthCare's technologie aan de noden van tal van specialisaties. Hij standaardiseert op veilige manier workflows en maakt naadloze samenwerking mogelijk tussen afdelingen en over hele gebieden heen. Van de productontwikkeling tot de implementatie zijn Agfa HealthCare's toonaangevende Imaging IT-softwaresystemen erop gericht om de complexiteit te verminderen en om zorgaanbieders te helpen om hun klinische, operationele en zakelijke strategieën waar te maken.
Agfa's Digital Printing & Chemicals-divisie bedient een grote verscheidenheid aan industrieën. Voortbouwend op Agfa's expertise in de chemie en zijn diepgaande kennis van de grafische industrie, heeft de divisie een leidende positie in inkjetdruk. Agfa biedt sign & display-drukkerijen een reeks zeer productieve en veelzijdige grootformaatinkjetprinters met aangepaste inkten, aangedreven door specifieke workflow software. Daarnaast ontwikkelt het hoogperformante inkjetinkten en vloeistoffen voor industriële inkjettoepassingen waardoor fabrikanten print kunnen integreren in hun bestaande productieprocessen. Het biedt ook speciale inkjetinkten voor specifieke hightech industrieën zoals de gedrukte elektronica-industrie. Verder levert deze divisie membranen aan de waterstofproductie-industrie en produceert ze een breed assortiment van bedrukbare synthetische papiersoorten. Het productassortiment wordt aangevuld met films voor micrografie, niet-destructief materiaalonderzoek, luchtfotografie en de productie van gedrukte schakelingen.
De divisie Offset Solutions is wereldwijd toonaangevend in de offsetdrukwereld. Ze biedt commerciële, kranten- en verpakkingsdrukkerijen het meest uitgebreide assortiment geïntegreerde drukvoorbereidings- en drukoplossingen. Deze omvatten de volledige drukvoorbereidingsworkflow tot aan de pers met computer-to-plate-systemen die gebruik maken van digitale offsetdrukplaten, pressroom supplies en state-of-the-art software voor workflow-optimalisatie, kleurbeheer, raster- en druknormalisatie. Agfa's duurzame innovaties voor offsetdruk brengen waarde voor drukkerijen op het vlak van ecologie, economie en extra comfort, kortweg ECO³.

"Agfa is toegewijd aan zijn missie: de partner bij uitstek zijn voor beeldvorming- en informatiesystemen in alle markten waarin het actief is, van de grafische industrie over de sector van de gezondheidszorg tot gespecialiseerde industriële markten. Hiertoe bieden we ultramoderne technologieën, betaalbare oplossingen en innovatieve manieren van werken aan op basis van ons diepgaand inzicht in de activiteiten en de individuele noden van onze klanten. Investeren in innovatie en het leveren van oplossingen van topkwaliteit zijn hierbij de sleutelbegrippen. We hechten echter evenveel belang aan een verantwoordelijke, duurzame en transparante manier van werken. We zijn ervan overtuigd dat dit de juiste aanpak is om het langetermijnsucces van onze onderneming te verzekeren."
Pascal Juéry, CEO van de Agfa-Gevaert Groep
AGFA'S BELANGRIJKSTE PRODUCTIE- EN O&O CENTRA
Agfa in de wereld
Duitsland Bonn München Peissenberg Peiting Schrobenhausen Wiesbaden
China Shanghai Wuxi Imaging Wuxi Printing
OFFSET SOLUTIONS RADIOLOGY SOLUTIONS HEALTHCARE IT DIGITAL PRINT & CHEMICALS
PRODUCTIE O&O

1/2
Pascal Juéry wordt de nieuwe CEO van de Agfa-Gevaert Groep.
Agfa en TFL worden strategische partners voor de ontwikkeling van Alussa, een druksysteem voor het decoreren van kwaliteitsleder.


Agfa introduceert een oplossing voor digitale tomosynthese, die een grote meerwaarde biedt voor tal van klinische toepassingen.
Sinds maart 2020 ondersteunt Agfa via de #CountOnUs- en #StrongerTogether-initiatieven de wereldwijde strijd van de zorgsector tegen COVID-19 door praktische antwoorden op de pandemie mee te ontwikkelen en te ondersteunen. Het is een geëngageerd antwoord, ontstaan uit een gevoel van solidariteit, dat is uitgegroeid tot een holistische aanpak gericht op het vinden van eenvoudige, praktische oplossingen voor uitzonderlijke problemen. In 2020 ondersteunde Agfa de strijd tegen COVID-19 door zijn geavanceerde Chest+-software voor rasterloze beeldvorming aan het bed tijdelijk gratis ter beschikking te stellen. Agfa doneerde ook PET-film voor de productie van beschermende maskers voor zorgverleners.


De Agfa-Gevaert Groep rondt met succes de verkoop af van een deel van Agfa HealthCare's IT-activiteiten aan de Dedalus Group.
In 2020 werden over hele wereld bijna alle vakbeurzen afgelast door de COVID-19-pandemie. Om toch het contact met zijn klanten te onderhouden, om hen te informeren over innovatieve oplossingen en om hen de nodige training te geven, creëerde Agfa tal van nieuwe virtuele evenementen. De vele enthousiaste reacties van klanten overtuigden Agfa ervan dat het dit duurzame en succesvolle communicatieplatform moet voortzetten.

Agfa en Microsoft verbinden hun platformen XERO Universal Viewer en Microsoft Teams om de Princess Alexandra Hospital Trust in het VK in staat te stellen om de samenwerking en het delen van beelden tussen clinici binnen en buiten het ziekenhuis te verbeteren.

Agfa introduceert Energy Verve, een offsetdrukplaat die zonder gebakken te worden oplages tot een miljoen exemplaren aankan.
Slechts zes maanden na de aftrap van het project wordt Agfa's Enterprise Imaging Platform in gebruik genomen in de Midwest-sites van AdventHealth, één van de toonaangevende zorgsystemen in de VS.


Agfa kondigt zijn plannen aan om zijn productiecapaciteit voor inkjetinkten uit te breiden. Een nieuwe productie-eenheid in Mortsel, België, zal zich concentreren op op water gebaseerde inkjetinkten.
Frank Aranzana volgt Klaus Röhrig op als Voorzitter van Agfa-Gevaert NV.


Agfa treedt toe tot de European Clean Hydrogen Alliance, die is opgericht door de Europese Commissie. De alliantie verzamelt alle betrokkenen in de veelbelovende waardeketen rond waterstof. Agfa bepaalt ook een nieuwe efficiëntienorm in de productie van groene waterstof met zijn elektrolysemembraan ZIRFON UTP 500+.
Agfa wint twee Product of the Year Awards van de PRINTING United Alliance met zijn grootformaatprinters Oberon RTR3300 en Jeti Tauro H3300.


Agfa breidt zijn Orgacon®-portfolio van functionele materialen voor gedrukte schakelingen uit met de Electronic Materials-portfolio van Clariant.
Tijdens het volledig digitale RSNA-evenement onthult Agfa RUBEE™ for IA, dat ziekenhuizen de mogelijkheid geeft om uitmuntende artificiële intelligentie in hun Enterprise Imaging Platform te integreren.

| DUURZAAMHEID | 19 |
|---|---|
| Agfa's benadering van duurzaamheidsbeheer | 19 |
| Onze SDG's en hun strategische relevantie voor Agfa-Gevaert | 21 |
| Onze bestuursstructuur | 22 |
| Materialiteitsbeoordeling | 22 |
| Onze stakeholders | 24 |
| Onze certificaten | 28 |
| PLANEET | 31 |
| Kringloopeconomie: schaarsheid en efficiënt gebruik van hulpmiddelen (grondstoffen), afvalbeheer en recyclage van producten, watergebruik en afvalwater |
33 |
| Klimaatactie: energieverbruik, uitstoot van broeikasgassen en andere emissies | 43 |
| MENSEN | 53 |
| Gezondheid en veiligheid | 55 |
| Ontwikkeling en betrokkenheid van werknemers | 60 |
| Respect voor de mensenrechten | 74 |
| PRESTATIES | 77 |
| Verantwoorde productie: productbeheer en servicekwaliteit, duurzame bedrijfsoplossingen en productie, duurzaamheid in de waardeketen |
79 |
| Innovatie & investeringen | 86 |
| Ethisch zakelijk gedrag en naleving | 88 |
| Bijlage 1: GRI-indextabel | 280 |
| Bijlage 2: GRI-milieu-indicatoren | 281 |
Wij zijn stellig van mening dat het onze plicht is om op verantwoorde, duurzame en transparante wijze zaken te doen. Deze sterke overtuiging schraagt de lange traditie van Agfa van maatschappelijk verantwoord ondernemen: streven naar winstgevende groei en in onze zakelijke strategie tegelijkertijd rekening houden met onze bredere impact op het milieu en op de samenleving als geheel.
Wij hebben een traditie van werken met een hoge mate van uitmuntendheid en voortdurende verbetering van onze processen, waarbij we de naleving van regelgeving eenvoudigweg zien als de basis voor voortschrijdende optimalisatie. De afgelopen jaren hebben wij een kritische blik geworpen op onze benadering van verantwoord zakendoen, om te zorgen dat onze werkwijze is afgestemd op de verwachtingen van onze stakeholders en ook met onze eigen kernwaarden en onze ambitie om onze rol als toonaangevende marktspeler te behouden. Door dit onderzoek beseften we dat we onze maatschappelijke verantwoordelijkheid als bedrijf op een hoger niveau moeten tillen door volledige integratie van strenge normen in verband met ESG-criteria (Environmental, Social and Governance; milieu, samenleving en bestuur) in onze dagelijkse activiteiten.
Dit inzicht, gekoppeld aan een gegroeid collectief bewustzijn van wereldwijde uitdagingen, waaronder de huidige klimaatnoodtoestand, het welzijn van onze medewerkers in deze voortdurend veranderende tijd en de strengere vereisten van de markt, hebben ons aangezet op het verfijnen van onze algehele benadering van duurzaamheid.

Kort gezegd was 2020 het jaar waarop wij onze ambitie met betrekking tot de duurzaamheidstransformatie van Agfa naar een hoger niveau hebben gebracht.
Duurzaamheid heeft altijd al in Agfa's DNA gezeten, maar de inspanningen en middelen om de duurzaamheidsprioriteiten aan te pakken en deze systematisch te integreren in de zakelijke strategie zijn tot nu toe hoofdzakelijk ingezet op het niveau van teams en divisies. De meeste van onze activiteiten in de loop van 2020 waren gericht op het opzetten van een bedrijfsbrede benadering voor het omkaderen en coördineren van projecten en middelen en van de bepaling van doelstellingen tussen de verschillende regio's en afdelingen. Dit werd als volgt aangepakt:

Het raamwerk dat wij gebruiken voor het definiëren en onderling aan elkaar koppelen van onze prioriteiten en het omschrijven van onze impact is de agenda voor duurzame ontwikkeling 2030 van de VN met zijn 17 doelstellingen voor duurzame ontwikkeling (Sustainable Development Goals; SDG's).
Dit helpt ons om de doelstellingen van onze activiteiten, de verschillende implicaties op bedrijfsvoeringsniveau en de uitwisseling met collegabedrijven te definiëren.
| SDG | SDG-doelstelling | Strategische relevantie voor Agfa-Gevaert | Materieel onderwerp |
|---|---|---|---|
| Goede gezondheid en welzijn Verzeker een goede gezondheid en promoot welzijn voor alle leeftijden |
Wij willen een veilige, zorgzame, inspirerende en inclusieve werkomgeving aanbieden aan al onze medewerkers overal ter wereld. Ook willen wij producten in de handel brengen die maatschap pelijk verantwoord zijn en bijdragen aan de gezondheid van de samenleving als geheel. |
• Gezondheid en veiligheid • Product-stewardship en kwaliteit van service • Welzijn medewerkers |
|
| Kwaliteitsonderwijs Verzeker gelijke toegang tot kwaliteitsvol onderwijs en bevorder levenslang leren voor iedereen |
Wij zien continu leren en ontwikkeling als essentieel voor de groei van het individu en van de organisatie. Daarom moeten alle medewerkers in staat zijn om hun unieke talenten en vaardig heden verder te ontwikkelen of om nieuwe en geavanceerde vaardigheden en kennis op te doen. |
• Menselijk kapitaal, onderwijs en ontwikkeling |
|
| Gendergelijkheid Bereik gendergelijkheid en empowerment voor alle vrouwen en meisjes |
Wij willen vrouwen de mogelijkheid geven om te gedijen in een diverse en inclusieve organisatie waarin verschillen worden benut om ons aanbod te versterken en de samenleving die wij willen dienen te weerspiegelen. |
• Welzijn medewerkers, menselijk kapitaal, leren en ontwikkeling |
|
| Industrie, innovatie en infrastructuur Bouw veerkrachtige infrastruc tuur, bevorder inclusieve en duurzame industrialisering en stimuleer innovatie |
Innovatie is een vast element van onze geschiede nis en ons DNA. Daarom zijn wij voortdurend op zoek naar nieuwe manieren om te voldoen aan de behoeften van onze klanten en de samenleving als geheel. |
• Duurzame zakelijke oplossingen en productie • Innovatie en investering |
|
| Verantwoorde consumptie en productie Verzeker duurzame consumptie- en productiepatronen |
Wij zijn van mening dat verantwoorde consumptie en productie beginnen met een krachtig bestuur en met het nemen van de volledige verantwoorde lijkheid voor processen in onze gehele waarde keten. Ten tweede zou een transformatie van de bedrijfsvoering gericht op een volledig circulair proces zorgen voor het realiseren van een volledig duurzame productie. |
• Afvalbeheer en recycling van producten • Watergebruik en afvalwater • Duurzaamheid in de waardeketen • Schaarsheid en efficiënt gebruik van middelen • Duurzame productie • Ethisch zakelijk gedrag en naleving van regelgeving • Respect voor mensenrechten |
|
| Klimaatactie Neem dringend actie om klimaatverandering en haar impact te bestrijden |
Wij zijn van mening dat een goed gedijende samenleving gebaseerd is op een goed gedijend ecosysteem. Daarom staan wij volledig achter de noodzaak van dingende klimaatactie en de doelstellingen vastgelegd in de overeenkomst van Parijs. Om bij te dragen aan deze wereldwijde oproep tot ac tie zetten wij ons in voor de voortdurende verbetering van onze milieuprestaties. Op de eerste plaats in onze eigen bedrijfsvoering, maar net zo belangrijk, door het in de handel brengen van duurzame producten en systemen die onze klanten helpen om bij te dragen aan dezelfde doelstellingen. |
• Uitstoot van broeikasgassen • Energiegebruik |
Het bestuur van al onze duurzaamheidsprojecten is volledig geïntegreerd in de algehele bestuursstructuur van Agfa omdat het deel uitmaakt van de kernactiviteit van onze organisatie. Zoals in detail uitgelegd in ons publiek toegankelijke Corporate Governance Charter, houdt dat in dat de Raad van Bestuur (RvB) het uiteindelijk verantwoordelijke bestuursorgaan voor de duurzaamheidsstrategie van Agfa is. De RvB heeft de uitvoering van de dagelijkse bedrijfsvoering en het toezicht op de implementatie van de duurzaamheidsstrategie van Agfa toevertrouwd aan de CEO, ondersteund door het Executive Committee (ExCo). Het Head of Sustainability rapporteert elke twee maanden rechtstreeks aan het ExCo en de RvB om deze op de hoogte te houden van de voortgang en waar nodig strategisch advies in te winnen.
In 2020 besloot het management om een Corporate Sustainability Office op te zetten, met daaraan gepaard de volledig hierop gerichte fulltimerol van Global Sustainability Manager, ter ondersteuning en coördinatie van de teams van Agfa bij hun toenemende inspanningen op het gebied van duurzaamheid.
Omdat een duurzame zakelijke praktijk moet worden ingebed in alle processen en op alle bedrijfsvoeringsniveaus, is coördinatie tussen de regio's en tussen afdelingen en business units essentieel voor een geslaagde uitvoering van de algemene strategie. Hiertoe heeft het Corporate Sustainability Office de Sustainability Advisory Group opgericht, bestaande uit topmanagers die leiding geven aan teams op het gebied van verschillende bedrijfsfuncties (zoals R&D, Procurement, Communications, Human Resources, Corporate Risk enz.). Deze groep biedt strategisch advies over duurzaamheidskwesties en zorgt voor een efficiënte uitwisseling van informatie tussen afdelingen, met name voor projecten waarbij de realisatie van duurzaamheidsdoelstellingen afhankelijk is van programma's die worden geleid door andere, reeds bestaande commissies van Agfa, bijv. de uitvoering van veiligheidsprogramma's of de opleiding van fabrieksmedewerkers door Safety & Health. Meer informatie over het specifieke bestuur voor de materiële hoofdonderwerpen vindt u in de volgende hoofdstukken van dit rapport onder 'Onze managementbenadering'.

In 2019 voerden we voor het eerst een grondige materialiteitsbeoordeling uit ter analyse van de hoofdpunten van onze niet-financiële maatschappelijke impact. De beoordeling werd uitgevoerd in het kader van een CSR-workshop, bijgewoond door de CEO, leden van het directiecomité en de hoofden van het O&O Center, het Innovation Office, de divisies, Internal Audit, Investor Relations, HR en Corporate Communications. De workshop resulteerde in het aanwijzen van de hoofdprioriteiten waarmee vorm moest worden gegeven aan onze duurzaamheidsstrategie. Zes SDG's werden gekozen als het meest relevant – gezien de potentiële gunstige impact die onze activiteiten kunnen hebben bij het verwezenlijken van deze doelstellingen – en werden in groepen ingedeeld rond drie focusgebieden: Planeet, Mensen en Prestaties.

Afbeelding 1: Bovenste kwadrant Agfa-materialiteitsmatrix
Horizontale as: potentiële (positieve of negatieve) economische, milieu- en maatschappelijke impact van Agfa Verticale as: impact van het thema op de belangrijkste stakeholders van Agfa
Het bovenste kwadrant omvat de 13 thema's met de hoogste materialiteit voor onze stakeholders en de potentiële impact van Agfa; deze worden daarom het meest gedetailleerd besproken in dit verslag.
Ons management beseft dat materialiteitsbeoordeling een proces is dat voortdurend in ontwikkeling is en regelmatig moet worden herzien. Voortdurende herzieningen stellen ons in staat om constante verbetering na te streven, waarbij wij onze ambities geleidelijk naar boven bijstellen op basis van onze graad van ontwikkeling, en ook om de relevantie van de beoordeling te waarborgen in het licht van de voortdurend veranderende maatschappelijke context waarin wij actief zijn.
Daarom zijn wij van plan om deze eerste beoordeling regelmatig te herzien om te zorgen dat onze inspanningen relevant blijven voor de zakelijke context en voor het toenemende inzicht in de impactgebieden en het bewustzijn van teams van hun bijdrage. De eerste grote herziening is ingepland voor 2021.
Wij hebben elk van de 13 materiële prioriteitsonderwerpen in 2020 intern in kaart gebracht, in nauwe samenwerking met de verschillende proceseigenaars, waarbij systemen en documentatie werden bestudeerd ter identificatie van de bestaande interne controlemechanismen, procedures en beschikbare gegevens. Dit in kaart brengen stelde ons in staat onze huidige managementbenadering in detail te omschrijven, zoals beschreven in dit jaarverslag, en om gebieden aan te wijzen waar onze processen de komende maanden en jaren moeten worden aangepast.
Dit interne onderzoek fungeerde tevens als de basis voor het vergroten van het interne bewustzijn van de duurzaamheidsreis die Agfa onderneemt en van de verwachtingen voor wat betreft de ambities voor de toekomst en van de jaarrapportage conform de GRI-normen. Ten tweede heeft dit in kaart brengen aanleiding gegeven tot interne gesprekken ter identificatie van verbeteringskansen, zowel op de korte als de lange termijn, het in goede banen leiden van lopende en toekomstige projecten en het aanwijzen van de dringendste prioriteiten. Dit is omdat onze mensen, als de motor achter onze interactie met stakeholders, niet alleen de macht hebben over de eigen duurzaamheidsprestaties van Agfa, maar ook de aangewezen personen zijn om te zorgen voor benchmarking in vergelijking met onze collegabedrijven en om verwachtingen op dit gebied te identificeren.
Wij beschouwen betrokkenheid van stakeholders als een essentieel proces om te zorgen dat we op de meest verantwoorde, efficiënte en duurzame wijze zaken doen. Regelmatige communicatie met onze stakeholders dient als input voor het definiëren van onze zakelijke strategie, om inzicht te krijgen in de verwachtingen en behoeften van het integrale systeem waar wij deel van uitmaken, om onze prestaties te vergelijken met die van collegabedrijven en om nieuwe kennis op te doen.
Het landschap van de stakeholders van Agfa is vrij divers, vanwege de verschillende markten die we bedienen en het feit dat we een beursgenoteerd bedrijf zijn en daarom verplicht zijn tot verslaglegging en transparantie. Onze stakeholders kunnen worden opgedeeld in interne, d.w.z. onze eigen Agfa-medewerkers en vakbondsvertegenwoordigers, en externe, d.w.z. alle personen die deel uitmaken van de waardeketen.

In het algemeen is de betrokkenheid van stakeholders bij Agfa gebaseerd op een plaatselijke benadering waarbij alle divisies en locaties hun eigen stakeholders moeten identificeren en moeten bepalen hoe deze het best bij het bedrijf kunnen worden betrokken. In de loop der tijd hebben wij al sterke relaties met onze stakeholders opgebouwd, maar in 2020 zijn we begonnen om onze interacties met hen, specifiek op het gebied van duurzaamheid, verder te verstevigen. Met ingang van 2021 gaan we de betrokkenheid van onze stakeholders in toenemende mate zo structureren dat de dialoog over duurzaamheid efficiënter verloopt en dat bovendien wordt verhelderd hoe deze input wordt gebruikt bij het opbouwen van onze strategie.
De mate van betrokkenheid van en interactie met elke stakeholdersgroep is afhankelijk van de relevantie van het onderwerp voor elke doelgroep en zal waarschijnlijk variëren in de loop der tijd en afhankelijk van andere zakelijke prioriteiten.
Om te zorgen voor een goede mate van betrokkenheid en van informatie-uitwisseling voor de bijna 8.000 medewerkers maakt Agfa gebruik van verschillende interne platforms, instrumenten en processen die een variabele mate van interactie mogeljik maken, sommige op plaatselijk niveau en sommige op ondernemingsbreed niveau.
Bovendien gaat Agfa in elk land waar het actief is de dialoog aan met vertegenwoordigers van de medewerkers. In de meeste landen worden de medewerkers vertegenwoordigt door een ondernemingsraad. Op Europees niveau is een Europese ondernemingsraad opgezet. Op arbogebied zijn plaatselijke comités actief, bestaande uit vertegenwoordigers van de werknemers en de werkgever.
De dialoog met klanten, distributeurs en leveranciers wordt op de eerste plaats door de divisies gevoerd door middel van direct contact met verkoop-, service-, inkoop- en marketingafdelingen bij verschillende gelegenheden zoals handelsbeurzen, open-huisevenementen of technische dagen. Er worden regelmatig klanttevredenheidsenquêtes gehouden.
In 2020 moesten veel van deze regelmatig terugkerende evenementen worden afgelast vanwege COVID. We hebben onze betrokkenheidsstrategie echter snel geherstructureerd om het contact met onze klanten op een hoog niveau te houden. In het hoofdstuk over 'Businessactiviteiten' vindt u hierover meer informatie, maar hieronder staat alvast een overzicht over hoe wij de betrokkenheid in stand hebben gehouden:
Voor sommige van onze producten, die zich in een kritieke fase van de productportolio-ontwikkeling bevinden, hebben we in 2020 een aantal persoonlijke gesprekken met plaatselijke distributeurs georganiseerd, specifiek gericht op verwachtingen op het gebied van duurzaamheid, om inzicht te krijgen in verschillende regionale behoeften en trends.
Meer informatie over hoe we contact onderhielden met onze klanten vindt u op de pagina's 96-130.
De betrokkenheid met aandeelhouders, (potentiële) beleggers en analisten worden op ondernemingsniveau gecoördineerd door de afdeling Investor Relations & Corporate Communications. Wij organiseren regelmatig evenementen voor beleggers, vergaderingen met aandeelhouders en analisten, roadshows en persoonlijke bijeenkomsten met individuele leden van het ExCo en de afdeling Investor Relations.
In 2020 hebben we:
De samenwerking met collegabedrijven, de academische wereld en beleidsmakers is essentieel voor Agfa om te kunnen bijdragen aan algemenere, sectorbrede actie voor duurzame ontwikkeling en voor het creëren van synergieën ter uitbreiding van onze kennis en capaciteit om een positieve impact te hebben. Deze samenwerkingsverbanden hebben gewoonlijk betrekking op een specifiek onderwerp/ product en worden hoofdzakelijk door de divisies beheerd door middel van direct contact via onderzoeksprojecten, monitoring van marktontwikkelingen via speciaal hierop gerichte pers-/communicatiekanalen en uitwisseling in diverse beroepsverenigingen. Op een informeler niveau worden leden van ons topmanagement vaak uitgenodigd of bieden ze zich vaak vrijwillig aan voor deelname aan openbare forums ter bespreking van onze zakelijke strategie en benadering van duurzame ontwikkeling. Dergelijke evenementen bieden een gelegenheid voor interactie met uiteenlopende groepen, waaronder business leaders, academici en de civiele samenleving.
Agfa (in de vorm van Agfa HealthCare, Agfa Radiology Solutions of Agfa-Gevaert) is een actief ondersteunend lid van de volgende verenigingen:

"Agfa draagt actief bij aan de activiteiten van verschillende netwerken zoals vakorganisaties, beroepsverenigingen, onderwijsinstellingen, maatschappelijke partners,… Wij waarderen deze betrokkenheid omdat deze essentieel is voor ons succes: hierdoor wordt dialoog met onze stakeholders gefaciliteerd, wordt onze expertise versterkt en ontstaan nieuwe partnerships."
Luc Delagaye, President van de divisie Offset Solutions en voorzitter van essenscia Vlaanderen
Agfa maakt ook deel uit van verschillende netwerken, bijvoorbeeld:
Bovendien kan Agfa via de bovengenoemde platforms deelnemen aan evenementen voor het delen van kennis en wordt het uitgenodigd om zitting te nemen in adviescommissies of ad-hocwerkgroepen opgezet door partners zoals het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) en de Belgian European Risk Management Association (BELRIM).
Wij zien onszelf als onderdeel van de gemeenschappen waar onze activiteiten plaatsvinden en waar onze medewerkers wonen. Daarom maken wij altijd tijd en middelen vrij om met hen te communiceren, ze te informeren over wat wij doen, vragen te beantwoorden en te luisteren naar suggesties en ideeën. Gewoonlijk gebeurt dit door het houden van fysieke bijeenkomsten waar wij de gemeenschap letterlijk kunnen ontmoeten, en in 2020 door benutting van de beschikbare virtuele hulpmiddelen, zoals het uitgeven van een te verspreiden tijdschrift en onze websites.
2020 was een uitzonderlijk jaar en wij wilden onze steun nog meer en op zeer concrete wijze betuigen. Daarom zetten wij een extra tandje bij om onze buren te helpen die werden geconfronteerd met de COVID-19-gezondheidscrisis.
Begin 2019 werd in de Agfa-Gevaert Groep een nieuwe organisatiestructuur geïmplementeerd om de toekomst van onze onderneming veilig te stellen door de verschillende divisies de kracht en de middelen te geven om hun eigen strategie te ontwikkelen. Tegelijkertijd werd een wereldwijd project gelanceerd om een nieuwe, eengemaakte bedrijfscultuur voor het nieuwe Agfa vorm te geven. Structuur en cultuur zijn beide essentiële elementen voor het succes van Agfa's ambitieuze transformatieproject om een meer vereenvoudigde, wendbare en efficiënte organisatie te worden.
Na het in kaart brengen van de bestaande bedrijfscultuur, werd vastgesteld dat er nood was aan nieuwe accenten. Het uiteindelijke doel is een vernieuwde bedrijfscultuur met vier basisprincipes: resultaatgericht (Results), innovatief en onderzoekend (Learning), zelfverzekerd en responsief (Authority), zorgzaam en teamgericht (Caring). Een cruciaal onderdeel van Agfa's transformatieverhaal is de oprichting van het Innovation Office, dat ons in staat stelde het innovatieconcept in onze organisatiestructuur te verankeren.
In 2020 werd een vijfde element toegevoegd: Duurzaamheid. Door deze vijfde waarde toe te voegen, benadrukken we het toenemende belang van duurzaamheid in al onze activiteiten. We geven uiting aan ons engagement om bij te dragen tot een betere inclusieve werkomgeving en tot een duurzame omgeving voor de volgende generaties.
In 2020 bereikte het programma alle 850 personeelsmanagers in de Agfa-vestigingen wereldwijd en het introduceerde hen in de basisprincipes van de nieuwe bedrijfscultuur.
Eveneens in 2020 volgden 603 werknemers face-to-face workshops en online webinars die focusten op onze culturele waarden. Bovendien werden 469 profielrapporten ingevuld. Dat zijn interne vragenlijsten die de eigen persoonlijke culturele profielen van de mensen genereren.
De informatie in dit jaarverslag heeft betrekking op het boekjaar 2020, dat liep van 1 januari 2020 tot 31 december 2020. Dit jaarverslag voldoet aan de Europese richtsnoeren voor niet-financiële verslaglegging (met ingang van 3 september 2017 omgezet in Belgische wetgeving).
Dit jaarverslag hanteert de normen van het Global Reporting Initiative (GRI) (kernoptie) als belangrijkste referentierichtsnoer. Agfa begrijpt en erkent de GRI-normen als een referentie die op incrementele wijze moet worden toegepast (zie ook p. 280).






Duitsland Bonn München Peissenberg Peiting Rottenburg Schrobenhausen Wiesbaden
MANAGEMENTSYSTEMEN VOOR MILIEU,
VEILIGHEID, ENERGIE EN KWALITEIT
China Wuxi Imaging Wuxi Printing


Wij zijn van mening dat een goed gedijende samenleving gebaseerd is op een goed gedijend ecosysteem. Daarom begrijpen wij volledig dat dringende klimaatactie vereist is en staan wij achter de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs.
Als bijdrage aan deze mondiale doelstellingen leggen wij ons ten sterkste toe op voortdurende verbetering van onze milieuprestaties: ten eerste in onze eigen bedrijfsvoering, maar even belangrijk door het in de handel brengen van duurzame producten en systemen die onze klanten helpen om bij te dragen aan dezelfde doelstellingen.
De producten van Agfa worden zo ontworpen, ontwikkeld en vervaardigd dat productie, opslag, vervoer, gebruik, maar ook het afvalbeheer aan het einde van de levensduur, een minimale impact op het milieu hebben. Ten tweede bedienen wij markten die essentieel zijn voor de overgang naar netto nul, zoals de markt voor schone energie.
Tenzij anders is vermeld hebben de voor de milieuprestaties gerapporteerde kwantitatieve gegevens betrekking op alle productielocaties en administratieve vestigingen van Agfa wereldwijd; verkooporganisaties zijn niet opgenomen in de gegevens. In 2020 werd de productie in de fabriek in Leeds beëindigd en dit veroorzaakte enkele problemen voor het rapportagesysteem voor deze locatie. Voor sommige KPI's waren de cijfers voor 2020 niet beschikbaar en in die gevallen is dit duidelijk aangegeven in het verslag en is een worstcase-schatting gemaakt.
Elke productielocatie is verantwoordelijk voor haar eigen databerekeningen. Op het contactpunt voor elke locatie wordt het wereldwijd gehanteerde document 'Definitions and Explanations' (Definities en toelichtingen) ter beschikking gesteld om te zorgen dat gegevens dienovereenkomstig worden berekend. Eenmaal per jaar verzamelt de wereldwijde SHE-afdeling, gevestigd in het hoofdkantoor van Agfa, de gegevens van de verschillende locaties voor consolidatie en externe verslaglegging met behulp van een hulpprogramma op basis van Excel.
Hoewel de kwantitatieve gegevens altijd betrekking hebben op het volledige hierboven omschreven toepassingsgebied, verstrekken we ter vereenvoudiging van het lezen van dit verslag voor sommige van de materiële onderwerpen beschrijvende details met betrekking tot de managementbenadering. Dit gebeurd alleen voor die locaties die de grootste bijdrage leveren aan de totale impact.
Kort gezegd was 2020 het jaar waarop wij onze ambitie met betrekking tot de duurzaamheidstransformatie van Agfa op een hoger niveau hebben gebracht. Duurzaamheid heeft altijd al in Agfa's DNA gezeten, maar de inspanningen en middelen om de duurzaamheidsprioriteiten aan te pakken en deze systematisch te integreren in de zakelijke strategie zijn tot nu toe hoofdzakelijk ingezet op het niveau van teams en divisies. De meeste van onze activiteiten in de loop van 2020 waren gericht op het opzetten van een bedrijfsbrede benadering voor het omkaderen en coördineren van projecten, middelen en de bepaling van doelstellingen tussen de verschillende regio's en afdelingen.
Met dit in het achterhoofd lag de belangrijkste focus in 2020 bij Agfa op het voortzetten van de inspanning om onze operationele voetafdruk te verminderen, voor wat betreft zowel energiegebruik als CO2-uitstoot, en om de circulariteit van materialen te vergroten en de afvalproductie terug te dringen. Hieronder vindt u een overzicht van de belangrijkste prestaties van 2020, het resultaat van ons constante nastreven van de strengste operationele normen.
Omdat 2020 de vijfde verjaardag van de Overeenkomst van Parijs was, die werd ondertekend in 2015, besloten we een blik terug te werpen op hoe we het gedaan hebben.

van de totale hoeveelheid van voor de productie 25,8% van drukplaten gebruikt aluminium was gerecycleerd

Wij zijn van mening dat een goed gedijende samenleving gebaseerd is op een goed gedijend ecosysteem en dat alleen volledig circulaire productieprocessen een volledig duurzame productie mogelijk kunnen maken. Maar volgens het Circularity Gap Report 2020 is de wereldeconomie op dit moment slechts 8,6% circulair, wat betekent dat acties om bedrijven circulair te maken dringend zijn en moeten worden opgevoerd.
Wij zijn van mening dat kringloopeconomie, ook al is deze het resultaat van de onderlinge koppeling van een groot aantal complexe processen, fundamenteel kan worden uitgelegd op basis van drie hoofdprincipes, zoals uitgelegd door de Ellen MacArthur Foundation:
Bij Agfa gebruiken we op onze productielocaties verschillende materialen die moeilijk te recycleren kunnen zijn binnen de bestaande infrastructuur of waarvan het productieafval moeilijk verder terug te dringen kan zijn zonder een bredere verandering van het bedrijfsmodel. Dit zijn enkele van de redenen waarom kringloopeconomie voor ons een van de grootste uitdagingen is, en daarmee een van de grootste kansen bij de transformatie naar een duurzaam systeem.
De manier waarop Agfa de beperkte hulpbronnen van de aarde op duurzame wijze gebruikt en tegelijkertijd de impact op het milieu beperkt, d.w.z. hoe wij meer waarde leveren met minder input, door het loskoppelen van productievolumes van de input van materialen.
Wij zijn ervan overtuigd dat het terugdringen van het grondstoffengebruik, in het bijzonder voor niet-hernieuwbare hulpbronnen, een essentiële stap is voor het bereiken van een kringloopeconomie. Bij Agfa doen we dat door afval en verontreiniging terug te dringen door goed ontwerp, d.w.z. zorgen voor een efficiënt gebruik van de primaire grondstoffen die bij onze activiteiten als grondstoffen worden gebruikt, en het in gebruik houden van producten en materialen, d.w.z. het maximaliseren van recyclage en hergebruik van elk gelekt en/of elk secundair materiaal.
In dit gedeelte van het verslag ligt de focus op de recyclage van grondstoffen.
Efficiënt gebruik van grondstoffen en recyclage worden op plaatselijk niveau gecoördineerd en zijn gewoonlijk specifiek voor een bepaalde materiaalstroom. Elke productielijn is verantwoordelijk voor het in kaart brengen van de massabalans tussen inputs en outputs en het identificeren van verbeteringskansen. Met name de productiemanagers zijn voortdurend op zoek naar nieuwe ideeën. Waar mogelijk worden de best beschikbare technologieën ingezet om de strengste normen bij het beheer van materiaalstromen te waarborgen, bijv. het terugdringen van verliezen, het verhogen van de output per eenheid materiaal-input, ...
Hieronder vindt u meer details over enkele belangrijke materiaalstromen.
Aluminium is voor ons een essentieel materiaal, zowel vanwege de intrinsieke waarde voor de producten van Agfa als vanwege de milieu-impact van de productie, bijv. de zeer hoge energievraag. Als bevestiging hiervan heeft de Europese Commissie in 2020 bauxiet, waaruit aluminium wordt gewonnen, opgenomen in de lijst met 30 materialen die essentieel zijn voor het functioneren en de integriteit van een reeks sectoren en waarvoor tegelijkertijd een hoog leveringsrisico geldt.
Daarom streven wij ernaar om de lat hoger te leggen voor wat betreft het duurzame gebruik van aluminium en de efficiëntie van het gebruik te verhogen door:
Voor wat betreft kunststoffen is actie nog dringender omdat de bestaande infrastructuur in veel gevallen niet in staat is om te voorzien in toereikende inzameling en behandeling van de materialen die in de handel worden gebracht. Daarom leggen wij ons aan de ene kant toe op het bijdragen aan de ontwikkeling van nieuwe technologieën en partnerships om afval om te zetten in waarde en proberen we aan de andere kant te voorzien in een markt voor secundaire grondstoffen door gerecycleerd materiaal op te nemen in ons eigen productportfolio. Agfa produceert jaarlijks meer dan 100 miljoen m² folie op polyesterbasis. Polyesterafval van het folieproductieproces of afgedankt polyester dat terugkomt van onze klanten wordt gerecycleerd in de vorm van snippers en hergebruikt in ons productieproces. Onze folie bestaat bijvoorbeeld uit 60% nieuw PET-materiaal en 40% gerecycleerde PET.
Dit zijn enkele voorbeelden van projecten waar wij aan deelnemen om bij te dragen aan het omzetten van kunststof in waarde:
Het gebruik van hernieuwbare grondstoffen in plaats van grondstoffen op fossiele basis is zeker iets dat bij onze R&D-inspanningen in de kijker staat. De mogelijkheid van het gebruik van dergelijke materialen is afhankelijk van de mogelijkheid om dezelfde technische prestaties te houden en de eindproducten economisch haalbaar te maken. Tegelijkertijd moet ernaar worden gekeken in het licht van de volledige levenscyclus, om een zinloze vervanging te vermijden. Een voorbeeld is ons project Tune2Bio, een door de overheid gesubsidieerd project (VLAIO) dat streeft naar de ontwikkeling van de vereiste kennis en expertise om de composteerbaarheid van (bio)polyesters af te stemmen op duurzamere toepassingen. Met de steun van Centexbel en KULeuven werkt Agfa in een partnership met Oleon, Sioen, B4plastics aan op folie gebaseerde producten en processen om tot 'proof of concept' te komen voor nieuwe en duurzamere producten.
Wij produceren lichtgevoelige films op basis van zilver voor beeldvormingsproducten met allerlei toepassingen. Zilverhalidetechnologie staat centraal in de röntgentechniek en andere medische toepassingen en wordt ook gebruikt voor het niet-destructief testen van de veiligheid van materialen, bijv. pijpleidingen, auto's, vliegtuigen… De gemaakte röntgenbeelden worden vastgelegd op lichtgevoelige films ten behoeve van diagnose, consulting en archivering.
Vanwege de lage contactweerstand en de hoge elektrische en thermische geleiding wordt zilver ook gebruikt in complexe gedrukte schakelingen (PCB's) die alle elektronische apparaten besturen.
Zilver is daarom een essentieel materiaal voor ons bedrijf en we spannen ons in om het zoveel mogelijk te herwinnen en recyclen. Maatregelen ter beperking van productieverliezen lopen uiteen van technische verbeteringen tot opleiding van de operatoren waar dat nodig is.

Productvolumes (ton/jaar)
In vergelijking met 2019 zijn de wereldwijde productievolumes met 21,3% gedaald, waarvan 17% te wijten is aan de afgenomen productie in onze filmfabrieken, vanwege de algehele daling van de marktvraag.
Voor wat betreft relevante veranderingen voor specifieke productlijnen daalde de (PET)-folieproductie in 2020 met ongeveer 13% en de productie van chemicaliën (waaronder ontwikkelaars) met 22,15%.
Een significante verandering van de productievolumes was toe te schrijven aan de beëindiging in de loop van 2020 van de productie in de fabrieken in Leeds (VK) en Pont-a-Marq (Frankrijk). Dit had gevolgen voor de wereldwijde productie van drukplaten, die in 2020 met 23,9% daalde.
In 2020 was 25,8% van de totale hoeveelheid voor de productie van drukplaten gebruikt aluminium gerecycleerd. De ontwikkeling over tijd van de gerapporteerde percentages wordt beïnvloed door de sluiting van de fabriek in Pont-à-Marcq, die in 2019 circa 20% van het totale plaat-naar-plaatmodel voor zijn rekening nam. Bovendien is het toepassingsgebied van de gegevens voor 2020 breder, want inclusief de bijdrage van Agfa-partner Lucky HuaGuang Graphics Co.
We zien een toename van de totale hoeveelheid gerecycleerd aluminium in 2020 vergeleken met het jaar waarin de monitoring is begonnen, maar er is een duidelijke marktbeweging waarneembaar richting recyclage van Al als secundaire grondstof. Dit is verklaarbaar door de complexiteit van het plaat-naar-plaatmodel, een oplossing die alleen haalbaar is als de partners in de waardeketen zich geografisch dicht bij elkaar bevinden, en door de toename van recyclage door klanten zelf in het algemeen.

Percentage gerecycleerd aluminium (vergeleken met het totale volume gebruikt aluminium)
Herwonnen aluminium door verzameling van gebruikte platen (van plaat naar plaat)
Voorkomen van storten door secundaire toepassingen van spaanders (van plaat naar secundair gebruik) 35
Het systeem wordt geleidelijk ingevoerd op de klantlocaties die voldoende grote volumes drukplaten verwerken en ook organisatorisch in staat zijn om zich aan te sluiten bij dit systeem, omdat er uitgebreide samenwerking en betrokkenheid door de gehele waardeketen voor nodig is.
Vanwege de relevantie van de optimalisatie van het proces dat nodig is om de efficiëntie van materialen te verhogen hebben wij in januari 2020 een van onze managers in België formeel aangesteld als coördinator, om ons proces van projectvoorstellen die kunnen bijdragen aan de kringloopeconomie, efficiënter te laten verlopen.
De manier waarop Agfa zorgt voor een zeer effectief afvalbeheer, procesinnovatie en optimalisatie gericht op het terugdringen van de totale hoeveelheid geproduceerd afval. Dit omvat tevens maatregelen gericht op het maximaliseren van de recyclage van verkochte producten.
Wij zijn er sterk van overtuigd dat een van de grondbeginselen voor een geslaagde circulaire bedrijfsstrategie ligt in het voorkomen van afval door goed ontwerp. Dit begint met het grondig in kaart brengen van afvalbronnen zodat zichtbaar kan worden waar fijnere afstemming van onze productieprocessen mogelijk is. Ten eerste onderzoeken we waar afvalstromen optreden of we de afvalproductie kunnen voorkomen; zo niet, gaan we over tot het overwegen van de mogelijkheid van intern hergebruik, waardoor vervoer wordt voorkomen, en vervolgens van de verkoop aan derden. Verbranding voor energieterugwinning en ten slotte storten worden gezien als de laatste opties. Recyclage betekent recyclage van materialen, d.w.z. dat energieterugwinning niet onder recyclage wordt geschaard. Efficiënte afvalscheiding is uitermate belangrijk voor een goed afvalbeheer.
In dit gedeelte van het verslag ligt de focus op afvalbeheer.
Bij ontstentenis van nationale definities worden in dit hoofdstuk de volgende definities gehanteerd:
Ook al valt dit buiten het hoofdstuk, toch richten we ons ook op het leveren van innovatieve producten en oplossingen die onze klanten in staat stellen hun eigen afvalproductie terug te dringen.
Afvalbeheer wordt gecoördineerd op het plaatselijke niveau en elke fabriek is verantwoordelijk voor het in kaart brengen van de eigen afvalproductie bij alle aspecten van de bedrijfsvoering en het identificeren van kansen om dit terug te dringen. De algemene motivatie is uiteraard om te zorgen dat de strengste normen voor afvalbeheer worden gehanteerd, maar het plaatselijk management van onze locaties is verantwoordelijk voor het definiëren van het specifieke afvalbeleid voor de locatie. De focus van de verschillende beleidsregels wordt op plaatselijk niveau gedefinieerd, zowel op basis van de specifieke plaatselijke en landelijke wettelijke voorschriften als op basis van het type activiteiten dat in elke fabriek wordt verricht.
Zo monitoren onze Belgische vestigingen – samen verantwoordelijk voor iets minder dan 30% van de totale afvalproductie van Agfa – de afvalproductie het gehele jaar door nauwlettend onder verantwoordelijkheid van de fabrieksafvalmanager, die jaarlijks een gedetailleerd verslag opstelt waarin de afvalbronnen per materiaal en per productielijn worden geïdentificeerd. Dit verslag wordt ter beschikking gesteld aan alle productiemanagers en wordt gebruikt als basis voor het definiëren van de 20 afvalstromen waarvan het terugdringen het volgende jaar de prioriteit krijgt.
Er zijn processen vastgesteld om minimaal te voldoen aan de richtlijnen van ISO 14001. Externe controles conform de eisen van ISO 14001 worden uitgevoerd voor de vestigingen die gecertificeerd zijn, namelijk Mortsel, Suzano, Wiesbaden en Wuxi. Mogelijk worden er ook afvalbeheercontroles uitgevoerd in het kader van de beoordeling van het milieubeheersysteem als geheel, volgens de norm die op het plaatselijk niveau als referentie wordt gehanteerd.
In samenwerking met verschillende afvalverwerkers worden optimalisatiemogelijkheden in de afvalverwerking onderzocht. Het door ons aangeleverde afval wordt door de afvalverwerkers continu bemonsterd en onderzocht om haalbare methoden voor het terugwinnen van materialen of energie te identificeren.
Naast de inspanningen om de afvalproductie op het bedrijfsvoeringsniveau terug te dringen, verwachten wij van al onze medewerkers en stakeholders dat ze op milieubewuste wijze handelen. Wij zien dit als een continu proces van het vergroten van het bewustzijn en het bijstellen en verbeteren van de afvalscheiding.
Daarom organiseert elke fabriek verschillende activiteiten om het bewustzijn van medewerkers over mogelijkheden om afval te verminderen en energie te besparen te verhogen, niet alleen op het werk, maar ook in het dagelijks leven buiten het bedrijf. Het gaat bijvoorbeeld over hoe je afgedankte batterijen veilig en correct afvoert.
c. Storting


Hoewel het absolute afvalvolume in 2020 met 12,2% is gedaald, hebben we een toename van het specifieke afvalvolume geconstateerd. Wij zetten een analyse van de afvalbronnen in om te begrijpen waarom de afvalproductie niet evenredig met de productievolumes is afgenomen en om te bepalen of er corrigerende maatregelen mogelijk zijn om deze kwestie aan te pakken. Het percentage gevaarlijk afval steeg in 2020 met 8,4%. Alle locaties blijven zich inspannen om het gevaarlijk afval verder terug te dringen. Door de sluiting van de vestiging in Leeds nam de bijdrage daarvan aan dit aandeel echter toe na buitenbedrijfstelling van de installaties.
(*) Voor de cijfers met betrekking tot afval waren de gegevens voor 2020 voor de locatie Leeds niet beschikbaar als gevolg van een storing van het rapportagesysteem. Er werd een worst-caseschatting gedaan op basis van de aanname dat de locatie dezelfde hoeveelheid afval voortbracht als in 2019, hoewel het productievolume daalde.
37
| 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Storting | 6.147 | 6.373 | 4.103 | 4.214 | 3.586 | 3.462 | 2.669 | 2,910 | 363 | 295 |
| Verbranding | 387 | 296 | 217 | 327 | 227 | 127 | 782 | 527 | 328 | 277 |
| Recycling | 39.813 | 44.690 | 37.220 | 30.879 | 29.939 | 24.603 | 24.398 | 24,293 | 22.836 | 20.231 |
| Energieterugwinning | 1.484 | 1.308 | 1.257 | 1.173 | 1.438 | 1.188 | 1.057 | 1,336 | 1.583 | 1.387 |
| Fysisch-chemische behandeling |
701 | 632 | 431 | 187 | 119 | 192 | 262 | 146 | 180 | 71 |
| Valorisatie | 2.762 | 2.431 | 2.270 | 2.581 | 2.796 | 3.141 | 2.874 | 3,020 | 2.895 | 2.453 |
| TOTAAL (ton/jaar) |
51.294 | 55.730 | 45.497 | 39.361 | 38.106 | 32.713 | 32.041 | 32,232 | 28.186 | 24.714 |
| Niet-gevaarlijk | 76% | 77% | 75% | 76% | 75% | 86% | 86% | 85% | 76% | 74% |
| Gevaarlijk | 24% | 23% | 25% | 24% | 25% | 14% | 14% | 15% | 24% | 26% |
Momenteel bedraagt het percentage niet-gevaarlijk afval 74% van het totaal. De verhouding tussen niet-gevaarlijk afval en gevaarlijk afval is nog altijd 3:1.
Voor wat betreft de bestemming van het geproduceerde afval steeg het percentage van afval waarvoor storting werd voorkomen tot een recordgetal van 92,1%. Het gedeelte van het afval dat uiteindelijk 'afval' blijft en moet worden verwijderd, neemt elk jaar verder af. Deze trend is de weerslag van onze doorlopende inzet om afval uit onze processen te verwijderen door goed ontwerp. Deze inzet vertaalt zich in een constant hoog bewustzijnsniveau en de doorlopende implementatie van kleine verbeteringen in de productie om de efficiëntie van processen te verbeteren. Zo gebruikten we in 2020 tijdens stilstanden een deel van ons chemisch afval uit Mortsel voor onze waterzuiveringsinstalatie. We begonnen ook aan een onderzoek naar het installeren van een tweede dubbele extrusiemachine om de afvalproductie van de PET-extrusielijn terug te dringen.

Operatie Clean Sweep (OCS) is een internationaal programma – ondersteund door Plastics Europe – gericht op het voorkomen van verspilling van kunststofkorrels, ofwel de grondstof voor de productie van kunststoffen. Korrels worden in grote volumes geproduceerd, opgeslagen en vervoerd; daarom wordt dit initiatief ondersteund door zowel de productie- als de vervoerssector. Bedrijven die zich aansluiten bij dit programma zeggen toe om nul verlies van korrels te verwezenlijken door monitoring, opleiding van medewerkers, investering in efficiënte afzuigsystemen enz.
Wij ondersteunen dit initiatief sinds 2018. We hebben in ons afwerkingsproces specifieke maatregelen geïmplementeerd om het verlies van korrels tot een minimum te beperken. Zo is de verlichting in de afvalopvangruimte geoptimaliseerd, worden snippers van de snijlijnen nu in gesloten in plaats van open bakken vervoerd en gelden er striktere regels voor de preventie van barsten in transportleidingen en -hoezen. Daarnaast hebben we met het bedrijf SGS gewerkt aan het opstellen van een inventaris van mogelijke emissiepunten om vast te stellen waar strikte meting vereist is.
Gezien het bovenstaande hebben we preventie- en bewustzijnsverhogingsprogramma's onder medewerkers opgezet door het opnemen van relevante informatie in onze infotoers, het plannen van observatierondes met betrekking tot dit onderwerp, het schrijven van artikels in onze interne tijdschriften en het ophangen van posters en 38 spandoeken op verschillende plaatsen in de fabriek.
Het zeer effectieve waterbeheer van Agfa voorkomt afvalwater en waterverontreiniging.
Wij erkennen dat water een gedeelde hulpbron is en dat toegang tot zoet water essentieel is voor het menselijk leven en een fundamenteel mensenrecht, zoals vastgesteld door de Verenigde Naties (VN). Daarom verbinden wij ons volledig tot het minimaliseren van onze impact in verband met water en geven wij prioriteit aan acties in gebieden waar de watervoorziening onder druk staat. Als productiebedrijf gebruiken wij water als proces- en productwater, voor hygiënedoeleinden en voor koeling. Wij streven er in de eerste plaats naar om de hoeveelheid gebruikt water te minimaliseren en ten tweede om de hoeveelheid afgevoerd water en de vervuilingsgraad daarvan zoveel mogelijk te beperken.
Waterbeheer wordt gecoördineerd op het plaatselijke niveau en elke fabriek is verantwoordelijk voor het in kaart brengen van het eigen watergebruik bij alle aspecten van de bedrijfsvoering en het identificeren van kansen om het waterverbruik te optimaliseren, lekkage te voorkomen en verdampingsverliezen en vervuilingsgraad van afvalwater terug te dringen. De algemene motivatie is uiteraard om te zorgen dat de strengste normen voor waterbeheer worden gehanteerd, maar het plaatselijk management van onze locaties is verantwoordelijk voor het definiëren van het specifieke waterbeleid voor de locatie. De focus van de verschillende beleidsregels wordt op plaatselijk niveau gedefinieerd, zowel op basis van de specifieke plaatselijke en landelijke wettelijke voorschriften als op basis van het type activiteiten dat in elke fabriek wordt verricht. Het profiel van de ontvangende wateren wordt altijd in overweging genomen bij onderhandelingen met de vergunningsinstanties.
Zo plannen wij voor al onze Belgische vestigingen – samen verantwoordelijk voor ongeveer 46% van het totale waterverbruik van Agfa – meerdere metingen per maand, uitgevoerd door een geaccrediteerd laboratorium. Het verbruik per maand wordt het hele jaar door bewaakt door de afdeling PEM om trends en afwijkingen te kunnen identificeren.
Naast de interne monitoring worden externe controles conform de eisen van ISO 14001 uitgevoerd voor de vestigingen die gecertificeerd zijn, namelijk Mortsel, Suzano, Wiesbaden en Wuxi.
Bij de processen van Agfa wordt het watergebruik hoofdzakelijk bepaald door het proces- en het koelwater, de twee relevantste gebruikscategorieën. Afvalwater wordt vóór lozing naar de gemeentelijke WZI altijd op locatie voorbehandeld om de vervuilingsgraad te verminderen. Direct hergebruik van afvalwater in onze activiteiten vóór lozing naar de WZI wordt gestimuleerd, voor zover technisch mogelijk.
Naast de inspanningen om het watergebruik op het bedrijfsvoeringsniveau te optimaliseren, verwachten wij van al onze medewerkers en stakeholders dat ze op milieubewuste wijze handelen.
Waterverbruik

Het totale waterverbruik daalde in 2020 met 36,8%, vrijwel geheel toe te schrijven aan de daling van het koelwatergebruik door de daling van de productievolumes. Het specifieke waterverbruik daalde met 19,7% tot 25,2 m³ per ton geproduceerd product. Het specifieke waterverbruik exclusief koelwater steeg met 2,9% tot 10,9 m³ per ton geproduceerd product. Inspanningen voor zuinig watergebruik blijven een aandachtspunt. Het specifieke proceswaterverbruik daalde tot 3,9 m³ per ton geproduceerd product.
Het specifieke afvalwatervolume steeg enigszins in 2020, maar is nog altijd significant kleiner dan alle vóór 2019 geregistreerde waarden. Dit blijft in de toekomst een aandachtspunt.

Totale hoeveelheid afvalwater (m3 /jaar) Specifieke volumes (m3 /ton product) Een voorbeeld van onze inspanningen om het interne hergebruik van water te maximaliseren: op onze hoofdkantoorlocatie in Mortsel hebben wij een biologisch waterzuiveringssysteem voor afvalwater geïnstalleerd; dit is zodanig aangelegd dat het effluent van de installatie als was- of koelwater kan worden hergebruikt. In 2020 werd 11,4% van het totale waterverbruik hergebruikt voor nuttige toepassingen. De daling ten opzichte van voorafgaande jaren was het gevolg van de algehele afname van het naar de waterzuivering gestuurde water vanwege teruggelopen productievolumes.

Nog een positief resultaat is daling van de specifieke vervuilingsgraad van het afvalwater dankzij de optimalisatie van het waterzuiveringssysteem, wat onder meer tot uitdrukking komt in de lagere CZV-afvalgraad. De CZV-restwaarde daalde in 2020 tot 177,8 ton/ jaar, de laagste waarde die ooit bereikt is. De stikstofwaarde (N) bleef vrijwel gelijk, terwijl de fosforwaarde (P) met 68,3% daalde, hoofdzakelijk als gevolg van de sluiting van de vestiging in Leeds.
| 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Specifiek volume (m3 /ton product) |
13,56 | 12,47 | 12,10 | 11,62 | 12,06 | 11,22 | 10,79 | 10,14 | 8,94 | 9,12 |
| CZV | 1.101,5 | 524,1 | 473,1 | 491,3 | 462,9 | 322,7 | 373,4 | 347,4 | 255,4 | 177,8 |
| N | 46,1 | 17,8 | 20,4 | 17,9 | 15,7 | 9,5 | 9,5 | 12,1 | 10,7 | 10,0 |
| P | 97,6 | 97,0 | 66,5 | 56,4 | 54,2 | 38,1 | 37,3 | 34,4 | 34,4 | 10,9 |
| AOX | 0,6 | 0,9 | 0,5 | 0,4 | 0,3 | 0,3 | 0,3 | 0,3 | 0,2 | 0,1 |
| Zware metalen exl. Al | 0,4 | 0,5 | 0,5 | 0,3 | 0,4 | 0,4 | 0,2 | 0,3 | 0,2 | 0,1 |
| Aluminium | 30,5 | 77,5 | 114,2 | 34,9 | 170,4 | 88,5 | 40,5 | 117,2 | 71,2 | 52,8 |
| TOTAAL (ton/jaar) | 1.276,8 | 717,8 | 675,1 | 601,4 | 703,9 | 459,5 | 461,2 | 511,7 | 372,1 | 251,7 |
Wij kunnen met trots constateren dat de trends in onze prestaties en de behaalde specifieke resultaten blijk geven van onze inspanningen en inzet voor een efficiënter waterbeheer. Dit is voor ons een blijvend aandachtspunt en elk jaar worden meerdere optimalisatiemaatregelen geïmplementeerd, met een wisselende impact. Zo hebben wij in 2020 – in het kader van de algehele optimalisatie van de waterzuivering op locatie voor een efficiënte bedrijfsvoering bij een wisselende waterbelasting – het CZV door NEP en methoxypropanol in Mortsel verlaagd door zuivering op locatie van het afvalwater uit de scrubbers op de PET-extrusielijn, met als gevolg een vermindering van 360 kg CZV/dag (wanneer de productie draait met die oplosmiddelen).
Nog een aspect dat wij nauw in het oog houden en dat we relevant achten als weerspiegeling van onze totale prestaties, is het aantal milieu-incidenten en -klachten. Incidenten zijn eenmalige gebeurtenissen zoals gemorste of vrijgekomen stoffen, bijvoorbeeld door een storing in een machine; klachten worden bijvoorbeeld door buren ingediend met betrekking tot geur of lawaai afkomstig uit een van onze fabrieken. Wij streven ernaar om dergelijke voorvallen zoveel mogelijk te beperken. Op basis van regelmatige monitoring worden corrigerende maatregelen gedefinieerd, afhankelijk van de ernst van het voorval. Hieronder vindt u een overzicht van de ontwikkeling over tijd van dergelijke cijfers.

Wij zijn er sterk van overtuigd dat de kringloopeconomie in de toekomst een toenemende rol zal spelen als een van de centrale procesontwerpinstrumenten om een duurzame manier van zakendoen te bereiken. Daarom blijven wij ons de komende jaren inzetten voor de verbetering van onze prestaties op drie hoofdgebieden:
Een voorbeeld van de projecten in de pijplijn: in 2021 gaan wij een partnership aan met Hertecant Flanges en Magazijnen Hendrickx om regenwater op te vangen en te gebruiken op de productielocatie in Heultje. Na een onderzoek ter beoordeling van de haalbaarheid van verschillende opties zijn de partners al overeengekomen om een groot bekken aan te leggen voor de opvang van regenwater dat door Agfa en HF voor de productie gebruikt gaat worden. Nog een voorbeeld is een interne project om de efficiëntie van het gebruik van grondstoffen te maximaliseren. We zullen het volume dat we kunnen recupereren van proceswater verhogen.
Naast nieuwe technische implementaties zijn we ook van plan alle activiteiten op het gebied van opleiding en bewustzijnsverhoging rond centrale kwesties te versterken.
In de loop van 2021 gaan we ook de mogelijkheid evalueren om wereldwijde doelstellingen vast te stellen op basis van de tot nu toe gedefinieerde specifieke KPI's en gaan we de prioriteit voor actie van de specifieke materiaalstromen bepalen.
Hoe Agfa zijn energieverbruik beheert, het wil terugdringen en de gevolgen daarvan voor zijn emissies. Het omvat tevens het algehele aandeel van het bedrijf in de klimaatverandering vanwege het energiegebruik en de plannen die zijn vastgesteld of worden ontwikkeld om deze impact te beperken.
Wij staan volledig achter de algemene doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs, wat inhoudt dat wij het belang van duurzaam energieverbruik erkennen en van mening zijn dat elke organisatie zou moeten bijdragen aan een efficiënter energiegebruik. De rapportage in dit jaarverslag heeft betrekking op primaire energie, d.w.z. aardgas, stookolie enz., en secundaire energie, d.w.z. ingekochte elektriciteit en stoom. Het energieverbruik in verband met het wagenpark van de plaatselijke vestigingen wordt niet meegerekend in de hieronder vermelde indicatoren.
Hoewel dit buiten het bestek van dit hoofdstuk valt, is energierendement tevens een belangrijk beslissingscriterium bij het evalueren en inkopen van producten en diensten. Bovendien richten wij ons tevens op het leveren van innovatieve producten en oplossingen die onze klanten in staat stellen hun eigen energieverbruik terug te dringen.
Energiebeheer wordt gecoördineerd op het plaatselijke niveau en elke fabriek is verantwoordelijk voor het in kaart brengen van het eigen energiegebruik bij alle aspecten van de bedrijfsvoering en het identificeren van kansen om het energieverbruik terug te dringen. De algemene motivatie is uiteraard om te zorgen dat de strengste normen voor energiebeheer worden gehanteerd, maar het plaatselijk management van onze locaties is verantwoordelijk voor het definiëren van het specifieke energiebeleid voor de locatie. De focus van de verschillende beleidsregels wordt op plaatselijk niveau gedefinieerd, zowel op basis van de specifieke plaatselijke en landelijke wettelijke voorschriften als op basis van het type activiteiten dat in elke fabriek wordt verricht.
Ter waarborging van het hoogste rendement bij het gebruik van energie zijn onze vestigingen in Peissenberg, Suzano, Wiesbaden en Wuxi gecertificeerd volgens ISO 50001, een norm die ons een raamwerk biedt voor de constante verbetering van het energiebeheer. Er worden nadere inlichtingen verstrekt over de managementbenadering voor België, dat met drie productielocaties ongeveer 60% van het totale energiegebruik van onze Groep voor zijn rekening neemt.
Onze Belgische installaties voldoen aan de nationale energiebeleidsovereenkomst (EBO). De overheid voert elke vier jaar een energieaudit van de fabrieken uit om het potentieel voor projecten ter verhoging van het energierendement te evalueren. In de EBO zijn toepasselijkheidscriteria vastgelegd die drempelwaarden voor het gebruik van primaire energie definiëren en er wordt jaarlijks een EBO-jaarverslag opgesteld. Bovendien is een energiebeheerteam belast met de monitoring en planning van projecten die het algehele energierendement kunnen verbeteren, door het terugdringen van lekkage uit gebouwen, het upgraden van machines, de inkoop van elektriciteit, enz. Dit team rapporteert rechtstreeks aan de manager productie-installaties, die toezicht houdt op de algehele productieprestaties voor België. Naast het onderhoud van technische machinerie volgen de medewerkers regelmatig trainingen om een efficiënte bedrijfsvoering te waarborgen. Al het werk aan machines wordt uitgevoerd door erkende monteurs en elke lekkage wordt aan de overheid gemeld via een logboeksysteem.
Naast de inspanningen om het energieverbruik terug te dringen op het bedrijfsvoeringsniveau verwachten wij van onze medewerkers dat ze zich energiebewust gedragen en treffen wij maatregelen, bijv. de uitschakeling van de verwarming in lege gebouwen tijdens vakanties, met onze algehele impact in het achterhoofd.
Ter evaluatie van onze managementbenadering hebben wij in 2020 met bijstand van externe deskundigen een uitgebreide gereedheidsbeoordeling van het gegevensbeheersysteem uitgevoerd voor de KPI met betrekking tot 'Energieverbruik'. Deze oefening diende ter herziening van relevante aspecten van het gegevensbeheersysteem en om te zorgen dat er afdoende interne controlemechanismen zijn om een toereikende kwaliteit en robuustheid van gegevens te kunnen waarborgen.
Bij de oefening werd een klein aantal verbeteringsgebieden geïdentificeerd met betrekking tot een heldere definitie van het toepassingsgebied van de KPI's, richtsnoeren voor door plaatselijke vestigingen te hanteren omrekenfactoren en helderheid van de bestuursstructuur voor het rapporteren en beoordelen van de KPI's. Aan deze lacunes zal aandacht worden besteed in het kader van de algehele verbetering van de KPI-rapportage.

Het totale energieverbruik (primair en secundair samen) nam in 2020 met 11,3% af. Het algehele verbruik daalde als gevolg van de lagere productievolumes en de beëindiging van de productie in Leeds en Pont-a-Marcq. De daling van het totale energieverbruik was het gevolg van een vermindering van het gebruik van zowel primaire (aardgas, stookolie) als secundaire (elektriciteit en stoom) energie, waarvoor de totaalcijfers respectievelijk 9,7% en 15,5% daalden ten opzichte van 2019.
De vermindering van de gebruikte secundaire energie was hoofdzakelijk het gevolg van de sluiting van de vestiging in Leeds en van de verminderde hoeveelheid ingekochte elektriciteit gebruikt voor onze installatie van warmtekrachtkoppelingscentrales in de filmfabriek te Mortsel, een van de grootste factoren in ons totale wereldwijde energieverbruik.
Het specifieke energieverbruik volgde niet de dalende trend van het absolute verbruik en steeg in 2020 met 12,7% tot 18,0 GJ per ton geproduceerde producten. De reden hiervoor is dat het soms tijd kost om de organisatieprocessen die zijn ingesteld ter ondersteuning van de productie aan te passen aan de nieuwe marktvraag. Hoewel wij blij zijn dat de absolute impact van ons energieverbruik een weerspiegeling vormt van onze inzet voor voortdurende verbetering van onze processen, gaan wij de komende jaren streven naar de loskoppeling van het energieverbruik van de productie teneinde ook het specifieke verbruik terug te dringen.
In 2020 werden de volgende investeringen gedaan om ons energieverbruik te verlagen en het rendement te verbeteren:
Naast het optimaliseren van onze interne processen kan de efficiëntie van het energiegebruik ook worden gemaximaliseerd door met anderen samen te werken. 'Warmte Verzilverd' is een project in Vlaanderen met directe burgerparticipatie, gericht op het gebruik van industriële restwarmte voor de verwarming van woningen. De restwarmte van onze vestiging in Mortsel gaat 300 huishoudens voorzien van centrale verwarming en warm water.
Het project wordt gefinancierd met directe burgerparticipatie en wordt financieel ondersteund door de Vlaamse overheid.

De manier waarop Agfa zijn uitstoot van BKG evalueert, plannen om deze te verminderen en zijn algehele bijdrage aan de klimaatverandering.
Wij staan volledig achter de oproep tot dringende klimaatactie en de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs. Om bij te dragen aan deze oproep tot wereldwijde actie zet Agfa zich ten sterkste in voor een constante verbetering van zijn milieuprestaties. Ten eerste door de eigen bedrijfsvoering, maar even belangrijk, door het in de handel brengen van duurzame producten en systemen die onze eigen klanten helpen om aan de verwezenlijking van dezelfde doelstellingen bij te dragen.
Onder BKG verstaan wij de door de VN in het Protocol van Kyoto genoemde gassen.
De gegevens hebben betrekking op de vestigingen waarvan de bedrijfsvoering onder de controle van Agfa valt, d.w.z. alle productielocaties en administratieve vestigingen van Agfa wereldwijd; verkooporganisaties zijn niet opgenomen in de gegevens.
De gegevens in dit jaarverslag hebben betrekking op:
Directe uitstoot (scope 1) afkomstig van het vervoer van materialen, producten, afval, medewerkers en passagiers is niet inbegrepen. Overige indirecte uitstoot (scope 3) is op dit moment nog niet inbegrepen.
De gerapporteerde gegevens hebben betrekking op CO2 -equivalenten gegenereerd door de hierboven vermelde activiteiten. Overige uitstoot van BKG, bijv. CH4, PFK's, NF3, is niet inbegrepen in de berekeningen.
Hoewel dit buiten het bestek van dit hoofdstuk valt, is uitstoot van BKG tevens een belangrijk beslissingscriterium bij het evalueren en inkopen van producten en diensten. Bovendien richten wij ons tevens op het leveren van innovatieve producten en oplossingen die onze klanten in staat stellen hun eigen BKG-uitstoot terug te dringen.
Het beheer van BKG-uitstoot wordt gecoördineerd op het plaatselijke niveau en elke fabriek is verantwoordelijk voor het in kaart brengen van de eigen emissies bij alle aspecten van de bedrijfsvoering en het identificeren van kansen om deze terug te dringen. De algemene motivatie is uiteraard om te zorgen dat de strengste normen voor emissiebeheer worden gehanteerd, maar het plaatselijk management van onze locaties is verantwoordelijk voor het definiëren van het specifieke beleid voor de locatie. De focus van de verschillende beleidsregels wordt op plaatselijk niveau gedefinieerd, zowel op basis van de specifieke plaatselijke en landelijke wettelijke voorschriften als op basis van het type activiteiten dat in elke fabriek wordt verricht.
De directe (scope 1) uitstoot van BKG wordt berekend als ton CO2 -equivalenten door vermenigvuldiging van de hoeveelheden brandstoffen met de bijbehorende emissiefactoren. Voor aardgas, vloeibare brandstof en steenkool worden de omrekenfactoren gebruikt die worden aanbevolen door CEFIC. Voor wat betreft de berekening van de indirecte energie-uitstoot (scope 2) hangt de gehanteerde omrekenfactor af van de vestiging.
Er worden nadere inlichtingen verstrekt over de managementbenadering voor België, dat met drie productie-sites ongeveer 50% van de totale BKG-uitstoot van ons concern voor zijn rekening neemt.
Naast de bepalingen van de nationale energiebeleidsovereenkomst (EBO) voldoen onze Belgische vestigingen tevens aan de caps van de Europese regeling voor de handel in emissierechten (het ETS). Op deze basis melden wij onze BKG-uitstoot jaarlijks eind maart aan de overheid. Met ingang van 2020, dankzij optimalisatieprojecten en de aanleg van een afvalwarmtenet met lage temperatuur, valt de Belgische locatie in Heultje niet meer onder het ETS.
Bovendien is een energiebeheerteam belast met de monitoring en planning van projecten die het algehele energierendement kunnen verbeteren, door het terugdringen van lekkage uit gebouwen, het upgraden van machines, de inkoop van elektriciteit, enz. Dit team is direct ondergeschikt aan de manager productie-installaties, die toezicht houdt op de algehele productieprestaties voor België.
Naast het onderhoud van technische machinerie volgen de medewerkers regelmatig trainingen om een efficiënte bedrijfsvoering te waarborgen. Het energiebeheerteam is tevens belast met het berekenen van de jaarlijkse BKG-uitstoot. Voor wat betreft de berekening van de indirecte energie-uitstoot (scope 2) worden de CO2 -omrekenfactoren berekend volgens de aanbevelingen van de Belgische EBO en aan de hand van het gasmengsel dat elk uur van onze stroomleverancier wordt ontvangen.
Naast de inspanningen om de BKG terug te dringen op het bedrijfsvoeringsniveau verwachten wij van onze medewerkers dat ze zich milieubewust gedragen en treffen wij maatregelen met onze algehele impact in het achterhoofd.
Ter evaluatie van onze managementbenadering hebben wij in 2020 met bijstand van externe deskundigen een uitgebreide oefening ter gereedheidsbeoordeling van het gegevensbeheersysteem gehouden voor de KPI met betrekking tot 'CO2 -uitstoot'. Deze oefening diende ter herziening van relevante aspecten van het gegevensbeheersysteem en om te zorgen dat er afdoende interne controlemechanismen zijn om een toereikende kwaliteit en robuustheid van gegevens te kunnen waarborgen. Bij de oefening werd een klein aantal verbeteringsgebieden geïdentificeerd met betrekking tot een heldere definitie van het toepassingsgebied van de KPI's en helderheid van de bestuursstructuur voor het rapporteren en beoordelen van de KPI's. Aan deze lacunes zal aandacht worden besteed in het kader van de algehele verbetering van de KPI-rapportage.

(*) Voor de cijfers met betrekking tot scope 2-uitstoot waren de gegevens voor 2020 voor de locaties Bushy Park en Leeds niet beschikbaar als gevolg van een storing van het rapportagesysteem. Er werd een worst-caseschatting gedaan op basis van de aanname dat de locatie dezelfde hoeveelheid afval voortbracht als in 2019, hoewel het productievolume daalde.
In 2020 daalde de absolute hoeveelheid directe CO2 -uitstoot (scope 1) met 7,1% en de indirecte uitstoot (scope 2) met 15,8%. De specifieke CO2 -uitstoot naar de lucht volgde de dalende trend van de absolute uitstoot niet. De reden hiervoor is dat het soms tijd kost om de organisatieprocessen die zijn ingesteld ter ondersteuning van de productie aan te passen aan de nieuwe marktvraag. Hoewel wij blij zijn dat de absolute impact van onze CO2 -uitstoot een weerspiegeling vormt van onze inzet voor voortdurende verbetering van onze processen, gaan wij de komende jaren streven naar de loskoppeling van de uitstoot van de productie teneinde ook de specifieke uitstoot terug te dringen.
De vermindering van de uitstoot van BKG uit onze eigen activiteiten vormt een blijvend aandachtspunt en is uiterst belangrijk als een weerspiegeling van de inzet van ons bedrijf voor de bestrijding van klimaatverandering. Daarom worden er elk jaar verscheidene optimalisatiemaatregelen geïmplementeerd, met een wisselende impact. Zo brachten wij in 2020 naast de in het onderwerp 'energieverbruik' vermelde activiteiten tevens onze emissiebronnen gedetailleerd in kaart en werden prioriteitsgebieden voor actie aangewezen. Bovendien kijken we naar onze impact naast de directe bedrijfsvoering en hebben wij een project in gang gezet waarbij ons Belgische wagenpark de komende jaren geleidelijk zal overschakelen op elektrische voertuigen.
Naast het verminderen van de emissies van onze productie, streven wij naar het verkleinen van onze voetafdruk in alle gebieden van onze processen. Daarom zijn we, waar mogelijk, gestart met de elektrificatie van ons wagenpark. Hoewel dit proces enkele jaren in beslag zal nemen, vertegenwoordigen de elektrische voertuigen in Mortsel reeds 25% van het wagenpark.

47
De manier waarop Agfa zijn uitstoot naar de lucht evalueert van andere gassen dan broeikasgassen (BKG).
Al wordt dit onderwerp niet formeel als materieel aangemerkt in onze materialiteitsmatrix, worden andere emissies naar de lucht dan BKG gewoonlijk gezamenlijk beheerd en gaat het hierbij om verontreinigende stoffen met ongunstige effecten op klimaat, ecosystemen en luchtkwaliteit. Daarom maakt het streven naar het inperken van deze emissies deel uit van onze totale strategie van voortdurende verbetering van onze milieuprestaties en het terugdringen van onze impact.
De gegevens in dit jaarverslag hebben betrekking op:
Voor wat betreft andere onderwerpen die in strikte zin verband houden met de operationele prestaties: het beheer van emissies naar de lucht wordt gecoördineerd op het plaatselijke niveau en elke fabriek is verantwoordelijk voor het in kaart brengen van de eigen emissies bij alle aspecten van de bedrijfsvoering en het identificeren van kansen om deze terug te dringen.
Emissies naar de lucht moeten nauwlettend worden gemonitord om te voldoen aan de plaatselijke voorschriften en in sommige landen kunnen emissielimieten van toepassing zijn voor specifieke verbindingen, conform de plaatselijke richtlijnen. Er zijn processen vastgesteld om minimaal te voldoen aan de richtlijnen van ISO 14001.
Ozonlaagafbrekende stoffen
(ton CO2 -equivalenten/jaar)

In 2019 registreerden we een ongewoon hoge uitstoot van ozonlaagafbrekende stoffen. Dit kwam door een ernstige storing na onderhoudswerkzaamheden aan twee koelmachines op onze vestiging in Mortsel. Alle benodigde corrigerende maatregelen zijn getroffen om herhaling te voorkomen en als gevolg daarvan nam de hoeveelheid ozonlaagafbrekende stoffen in 2020 met de helft af. We zijn ook van plan om sommige van de koelmachines in de toekomst te vervangen door efficiëntere, waardoor deze emissies nog verder zullen kunnen worden teruggedrongen. In het kader van die corrigerende maatregelen hebben wij ook gekeken naar het gegevensverzamelingsproces en enige gebreken geconstateerd in de onderlinge afstemming van de rekenmethodieken tussen sommige van de vestigingen. Daarom rapporteren wij alleen de gegevens voor 2020 en 2019, die wij meer representatiever achten voor wat betreft vergelijkingen, omdat ze door alle vestigingen op dezelfde wijze zijn berekend.

Uitstoot van NOx , SO2 , VOS, VAS naar de lucht
| 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| NOX | 150,3 | 142,1 | 141,6 | 140,4 | 137,5 | 120,3 | 99,4 | 99,0 | 119,0 | 86,8 |
| SO2 | 40,7 | 9,7 | 23,5 | 5,1 | 1,5 | 1,5 | 0,8 | 1,5 | 2,7 | 1,1 |
| VOS | 165,6 | 171,6 | 165,2 | 129,3 | 121,8 | 106,1 | 112,7 | 88,7 | 71,9 | 43,4 |
| VAS | 48,5 | 4,0 | 2,5 | 2,0 | 1,9 | 3,5 | 2,0 | 2,8 | 2,8 | 2,4 |
| TOTAAL (ton/jaar) |
405,1 | 327,4 | 332,8 | 276,8 | 262,7 | 231,4 | 214,9 | 192,0 | 196,3 | 133,7 |

Als gevolg van doorlopende inspanningen en optimalisatie van processen vertonen de VOS-emissies een continu dalende lijn en is de absolute uitstoot in 2020 met 39,6% afgenomen. Parallel daaraan daalde de specifieke VOS-uitstoot tot 0,37 kg per ton geproduceerd product, de laagste waarde van de afgelopen 10 jaar.
Ook blijven we het terugwinningspercentage van oplosmiddelen verhogen door betere bedrijfsmethoden en aanpassingen aan de installaties. De daling is ook het gevolg van verschillende optimalisaties die mogelijk worden gemaakt door automatisering van het bijhouden van de oplosmiddelbalans.
De inzet voor het ontkoppelen van BKG-emissies en energiegebruik van de productievolumes is de komende jaren een van de focuspunten van ons werk.
Deze inzet wordt in onze bedrijfsstrategie ingebouwd door het bepalen van een wereldwijde doelstelling voor het verkleinen van onze operationele voetafdruk, door het wereldwijd geleidelijk verhogen van ons gebruik van hernieuwbare energie en door boekhoudregels te bepalen voor scope 3-emissies in onze gehele waardeketen. Wij staan ook volledig achter de ontwikkeling en implementatie van de nieuwe Europese Green Deal, een essentieel instrument voor het bereiken van duurzame ontwikkeling. Wij gaan het gebruiken als een richtinggevend kader, ook voor onze fabrieken buiten de EU. Wij achten dit van het hoogste belang om de sector als geheel richting een duurzamere productie te sturen en zullen het volledig ondersteunen, zowel via al onze sectorale organisaties als via onze eigen processen.
Ter ondersteuning van de bovengenoemde inzet zijn we naast nieuwe technische implementaties ook van plan alle activiteiten op het gebied van opleiding en bewustzijnsverhoging rond centrale kwesties te versterken.
Hieronder vindt u enkele voorbeelden van concrete projecten die al in de pijplijn zitten voor 2021. Om onze wereldambities te realiseren zijn we het volgende van plan:



Agfa dankt zijn succes aan de mensen die voor ons werken en rekent op de bekwaamheid, passie, creativiteit en het engagement van alle teams om te bouwen aan de toekomst.
Daarom verbinden wij ons in de eerste plaats aan onze medewerkers en hun gezinnen. We willen de best mogelijke werkgever zijn door het creëren van een veilige, zorgzame, inspirerende en inclusieve werkomgeving, met gelijke kansen om te groeien en te gedijen. Dit omvat ook de culturele waarden die wij als onderneming uitdragen: ons streven naar resultaten, leren op ondernemingsniveau, luisteren naar onze klanten en marktgestuurd werken.
Ten tweede richten onze inspanningen zich op de maatschappij als geheel. We helpen onze klanten om de kwaliteit en efficiëntie van de patiëntenzorg te verbeteren, waarbij hun welzijn centraal staat in de innovaties van onze gezondheidszorgactiviteiten.
De gerapporteerde kwantitatieve gegevens voor de secties onder 'MENSEN' beslaan alle entiteiten van de Agfa Groep: de wereldwijde productielocaties, de administratieve vestigingen en de verkooporganisaties. Personen die een dienstbetrekking hebben bij Agfa, inclusief contracten met de status inactief (tijdelijk opgeschort) zijn ook meegenomen. Uitbesteedde activiteiten, externe adviseurs, tijdelijk personeel dat is ingehuurd via uitzendbureaus (of op de loonlijst van het uitzendbureau staat) zijn niet meegenomen in de gegevens.
De gerapporteerde kwantitatieve gegevens in deze sectie van het jaarverslag zijn wereldwijd verzameld door de HR-afdeling, waarbij de informatie centraal is opgeslagen in een single-source SAP-database. Er wordt maandelijks een intern verslag opgesteld om wijzigingen te monitoren.
Samengevat was 2020 het jaar waarin we onze ambitie met betrekking tot de duurzaamheidstransformatie van Agfa kracht bij hebben gezet, terwijl we ondertussen voor de ongekende uitdaging stonden om de impact van een wereldwijde pandemie het hoofd te bieden.
Duurzaamheid heeft altijd in Agfa's DNA gezeten, maar de inspanningen en middelen om de duurzaamheidsprioriteiten aan te pakken en deze systematisch op te nemen in de zakelijke strategie zijn tot nu toe hoofdzakelijk ingezet op team- en divisieniveau. Het merendeel van onze activiteiten was in de loop van 2020 gericht op het opzetten van een bedrijfsbrede benadering voor het omkaderen en coördineren van projecten, middelen en de bepaling van doelstellingen tussen de verschillende regio's en afdelingen.
Met dit in het achterhoofd heeft Agfa zich in 2020 hoofdzakelijk gericht op:
Ter ondersteuning van de samenleving hebben we in 2020:
Mensen zijn onze prioriteit tijdens COVID-19: #safetyfirst #countonus #strongertogether

In 2025, 50% vrouwen als nieuwe medewerkers 15% vrouwen in hoge leidinggevende functies
Ons ultieme doel: het waarborgen van een veilige, inspirerende, diverse en inclusieve werkomgeving, met gelijke kansen om te gedijen en te groeien.

850 leidinggevenden
getraind in het programma voor de nieuwe bedrijfscultuur
De manier waarop Agfa de gezondheid en veiligheid van zijn menselijk kapitaal waarborgt, te beginnen met algemeen gezondheidsen veiligheidsmanagement, met inbegrip van bedrijfsveiligheid en industriële hygiëne.
Algemeen gezondheids- en veiligheidsmanagement (H&S - health & safety), met inbegrip van bedrijfsveiligheid en industriële hygiëne, is de reeks van processen die zijn ingesteld voor het voorkomen van arbeidsgerelateerde letsels en ongevallen, het monitoren en beoordelen van de potentiële blootstelling van medewerkers aan gevaren, zowel fysiek als psychologisch, en het waarborgen van adequate herkenning en corrigerende maatregelen in die gevallen waarbij preventieve maatregelen niet toereikend zijn. De gezondheid en veiligheid van onze medewerkers zijn voor ons van het grootste belang. We beschouwen het als een morele verplichting om werkomstandigheden te creëren die voor iedereen te allen tijde veilig zijn. Bovendien moeten alle medewerkers verantwoordelijkheid dragen voor hun eigen veiligheid en die van hun collega's en gasten. Op onveilig gedrag wordt onmiddellijk gerea-
geerd, ook tegenover bezoekers, contractoren en leveranciers: veilig werken is absoluut vereist om bij en met Agfa te mogen werken.
De verschillende activiteiten met betrekking tot H&E (health & environment) management zijn samengesteld op basis van ons interne SH&E-beleid (Corporate Safety, Health and Environment). Elke divisie wijst een SH&E-manager aan die meewerkt aan het uitrollen en de evaluatie van het SH&E-beleid en de doelen van de onderneming en is lid van de Corporate SH&E Management Committee. Het SH&E Management Committee evalueert ten minste elke drie jaar het beleid, de organisatie, het beheersysteem en de doelstellingen op het vlak van veiligheid, gezondheid en milieu. Elke manager garandeert dat elke opmerking wordt opgevolgd om te voorkomen dat deze nogmaals voorkomt. Het SH&E Management Committee monitort ook de voortdurende ontwikkeling van wetgeving wereldwijd met betrekking tot veiligheid en gezondheid op onze locaties.
Het lokale management van onze vestigingen is vervolgens verantwoordelijk voor de implementatie van het Corporate SH&E-beleid en het naleven van de lokale wet- en regelgeving die van toepassing is op het functioneren van de productielocatie zelf, onder coördinatie van de S&H-coördinator van de fabriek. Voor het waarborgen van de hoogste H&S-normen hebben we voor elke vestiging eigen beleid. De focus van de verschillende beleidslijnen wordt op lokaal niveau bepaald, zowel op basis van de specifieke lokale en nationale wettelijke vereisten als op het type activiteiten dat binnen elke fabriek wordt uitgevoerd.
Volledige naleving van dergelijke standaarden begint met 'zachte' maatregelen teneinde een hoog niveau van veiligheidsbewustzijn te waarborgen vanaf het eerste moment dat iemand ons terrein betreedt, bijv. gebruiksvriendelijke richtlijnen die voor iedereen gemakkelijk op te volgen zijn. Vervolgens hebben we strikte protocollen en controlemechanismen om preventie van arbeidsongevallen en arbeidsgerelateerd letsel te waarborgen, evenals goede zorg in die gevallen dat deze wel optreden. Afhankelijk van de specifieke activiteiten binnen elke Agfa-fabriek waarborgen we ook adequate monitoring en preventie van potentiële blootstelling van medewerkers en bezoekers aan chemicaliën.
Het lokale beleid van Agfa wordt aan alle medewerkers ter beschikking gesteld in de lokale taal (talen) en er zijn lokale trainingsprogramma's beschikbaar.
Naast het specifieke beleid van Agfa hebben de Braziliaanse vestiging in Suzano, de Duitse in Wiesbaden en de Chinese in Wuxi (printing) het OHSAS 18001-certificaat.
Observatierondgangen op de werkvloer zijn een bijzonder belangrijk instrument voor het nauwgezet onderzoeken van werkzaamheden en omgeving om onveilige situaties en omstandigheden op te sporen. In onze drukplaatfabrieken, bijvoorbeeld, is het aantal ongevallen met werkverlet over de afgelopen tien jaar spectaculair teruggedrongen van 25 naar vier. Verschillende vestigingen hebben inmiddels al jaren op rij nul ongevallen met werkverlet. Het management van elke vestiging is verantwoordelijk voor de planning van dergelijke rondgangen en besluiten omtrent frequentie en benodigd type opvolging.
Het adequaat rapporteren van voorvallen is essentieel om adequate opvolging te waarborgen en, waar nodig, ongevallen bij de autoriteiten te melden, conform nationale en lokale wetgeving. Van elk gerapporteerd incident, bijna-ongeval en ongeval wordt de oorzaak onderzocht, zodat de meest aanbevolen maatregelen kunnen worden geïmplementeerd. Belangrijke zaken worden onmiddellijk gecommuniceerd aan alle vestigingen als een SH&E-alarm en -leerpunt. Oorzaakanalyses worden uitgevoerd om specifieke acties te implementeren ter verbetering van de prestaties op het vlak van gezondheid en veiligheid.
Mentale gezondheid is ook essentieel voor het waarborgen van de gezondheid van onze medewerkers. Vanuit deze visie worden activiteiten voor het monitoren en aanpakken van eventuele zorgen bepaald op lokaal niveau, afhankelijk van de ondersteuning van de lokale overheden voor dergelijke programma's en de specifieke aard van de potentiële bedreigingen, die verschillen op basis van de in de vestigingen uitgevoerde werkzaamheden.
Voor onze vestigingen in België voeren we elke vijf jaar een enquête uit waarmee we het mentale welzijn van onze medewerkers kunnen volgen. Deze enquête wordt door al onze medewerkers ingevuld en dient om inzicht te krijgen in hun beeld van werkomstandigheden, communicatie en alle andere aspecten die stresssituaties kunnen veroorzaken. Op basis van deze enquête bepalen we de specifieke acties die we gaan inzetten om de blootgelegde verbeterpunten aan te pakken.
In sommige landen, bijv. Agfa Healthcare VK & Ierland, Scandinavië, Nederland en Noord-Amerika, houden we enquêtes voor de betrokkenheid van onze medewerkers uit, die ons waardevolle inzichten verschaffen over het mentale welzijn van onze medewerkers en mogelijke risicogebieden.
Rapporteerbare ongevallen zijn ongevallen die volgens de nationale en lokale wetgeving aan de autoriteiten moeten worden gemeld. Helaas kunnen de rapportagevereisten op basis van wetgeving enorm verschillen in verschillende landen waar Agfa werkzaam is. Daarom is er geen algemene definitie van een 'rapporteerbaar' ongeval. Daarom hebben we besloten om naar de frequentie van deze ongevallen te verwijzen en een algemene definitie te gebruiken om zo een coherente indicator te creëren.

Niet eerder waren de ernstgraad van geregistreerde ongevallen en het aantal verloren werkdagen zo laag als in 2020. Het wereldwijde cijfer voor de frequentiegraad van de rapporteerbare ongevallen is in 2020 met 2,40% gestegen in vergelijking met 2019. Hoewel het aantal ongevallen vrij stabiel was, was het totaal aantal gewerkte uren aanzienlijk lager dan in voorgaande jaren (-15,1%) ten gevolge van de impact van COVID. Niettemin is de algemene langdurige trend nog steeds dalend.

De frequentiegraad van ongevallen met meer dan één verloren werkdag is afgenomen tot 3,35 in 2020, het laagste cijfer ooit sinds we zijn gestart met het wereldwijd bijhouden van deze cijfers. De grootste afname is geregistreerd bij onze vestiging in Mortsel, vooral binnen de afdeling onderhoud & services, die in eerdere jaren juist het grootste aandeel had in het algemene cijfer. Parallel daaraan is de ernstgraad van ongevallen met meer dan één verloren werkdag afgenomen tot 0,079.
In alle vestigingen lopen programma's tot het verder terugdringen van ongevallen. Vooral het plannen en uitvoeren van observatierondes blijft het instrument bij uitstek om potentiële onveilige situaties op te sporen en te voorkomen dat ongevallen en letsel optreden. Verschillende fabrieken zijn er in geslaagd om nul ongevallen met werkverlet te realiseren, sommige al meerdere jaren op rij.
In 2020 hebben we een grondige analyse gemaakt van de ongevallen binnen al onze productievestigingen wereldwijd en hebben we een intern onderzoek opgestart om zowel de hoofdoorzaken van geografische verschillen te beoordelen als bewustzijn te creëren over de plannen voor de toekomst. Het doel van deze studie is het vergelijken van de maatregelen die op de vestigingen met het laagste aantal ongevallen (versus de locaties met het hoogste aantal) worden gebruikt en het beoordelen van de mogelijkheid voor het toepassen van die maatregelen voor vestigingen waar verbeteringen nodig zijn. We hebben deze cijfers ook afgezet tegen de wereldwijde cijfers zoals die door FEDRIS, het Belgische federale agentschap voor beroepsrisico's, zijn gepubliceerd over de beroepsongevallen gemeld door vergelijkbare bedrijfstakken. Deze vergelijking liet ons zien dat onze cijfers statistisch niet afwijken van het gemiddelde. Toch betekent die niet dat wij ons minder zullen inzetten om het aantal ongevallen zoveel mogelijk terug te brengen. Het is zelfs zo dat we in 2020 ook een doelstelling voor 2025 hebben geformuleerd om het aantal ongevallen met meer dan één verloren werkdag te verminderen met 50% (vergeleken met de baseline van 2019).
Naast de focus op het terugdringen van ongevallen hebben we ons in 2020 vooral ingezet om de COVID-19-crisis zo goed mogelijk te beheren. Hoewel dit de activiteiten en productie in enige mate verstoorde, zijn aanvullende maatregelen ingevoerd om de veiligheid van onze medewerkers te waarborgen. Dit waren bijvoorbeeld alle maatregelen die nodig waren om een veilige afstand te waarborgen, desinfectie, verstrekken van maskers, enz.
H&S vormt voor ons onze morele licentie voor het uitvoeren van onze werkzaamheden. Daarom blijven we onderzoek doen om een hoge mate van bewustzijn van en focus op preventieve maatregelen te houden, waarmee we willen voorkomen dat ons menselijk kapitaal fysiek of psychologisch letsel oploopt.
Na een doelstelling te hebben geformuleerd voor 2025 richten we ons in 2021 op het versterken van veiligheidsprogramma's op vestigingen met het hoogste aantal ongevallen, i.e. het Belgische hoofdkantoor, waaronder educatieve elementen.
2020 was een jaar zoals we dat nooit eerder hebben meegemaakt. De COVID-19-pandemie vormde niet alleen een bedreiging voor onze gezondheid, zij veroorzaakte ook enorme verstoringen voor onze families, maatschappijen en economieën over de hele wereld. Tegelijkertijd activeerde de pandemie ook ons vermogen om als bedrijf te reageren.
In het beheersen van deze onverwachte uitdaging was het beschermen van de veiligheid en gezondheid van onze medewerkers, onze klanten, onze partners en onze gemeenschappen altijd onze belangrijkste zorg.
Daarom hebben we gedurende het jaar de ontwikkeling van de COVID-19-uitbraak zorgvuldig gemonitord op wereldwijde, regionale en lokale schaal via een gecentraliseerde COVID Task Force, geleid door een van onze executives. We hebben de aanbevelingen van de WHO (World Health Organization) en andere relevante internationale richtlijnen gevolgd, naast die van lokale en regionale overheden. Dankzij deze informatie konden wij onze teams goed onderbouwd begeleiden, zowel met betrekking tot gedragsmaatregelen, met betrekking tot hygiëne en sociale afstand, alsook met betrekking tot hoe we onze werkzaamheden kunnen beheren en ons bedrijf kunnen leiden binnen het nieuwe normaal.
We hebben onze mensen regelmatig geïnformeerd over de maatregelen die op de werkplek moeten worden geïmplementeerd om de verspreiding van de pandemie te beperken. Ook hebben we onvermoeibaar samengewerkt met onze sociale partners om de economische gevolgen voor onze mensen zoveel mogelijk te beperken.
We zijn blij dat we er in 2020 in zijn geslaagd om grote uitbraken binnen onze vestigingen te vermijden.
Samen hebben we laten zien dat we over veerkracht beschikken, doordat we onze werkzaamheden hebben aangepast aan de huidige omstandigheden en de veranderende prioriteiten. Hoewel de pandemie voor ons uiteraard ook gevolgen heeft gehad, zijn we erin geslaagd uitdagingen om te zetten in kansen.
2020 was in feite het jaar waarin Agfa digitaler georiënteerd was dan ooit tevoren. Niet alleen om dat we op grote schaal op afstand zijn gaan werken, maar ook omdat we volledig virtueel zijn gaan communiceren met onze klanten. We hebben virtuele demo's tot onze nieuwe realiteit gemaakt, we hebben virtuele vakbeurzen opgezet, we hebben een continue aanvoer gewaarborgd door in kleinere en veranderende teams te werken, we hebben onze klanten op afstand ondersteund, enz.
Onze projectimplementaties vinden nu in de meeste gevallen ook virtueel plaats. Onlangs hebben we zelfs een van de grootste instellingen voor kindergeneeskunde in de Verenigde Staten geholpen om ons Enterprise Imaging Platform te lanceren, met ondersteuning 100% op afstand.
Om onze teams te ondersteunen tijdens dit traject hebben we een serie ondersteuningstools samengesteld, bijv. via online bronnen en trainingen, voor een scala aan onderwerpen, van het verbeteren van veerkracht en managementstrategieën voor een team op afstand tot optimalisatie van ergonomie, enz.
Naast het feit dat de uitbraak van COVID-19 gevolgen heeft gehad voor onze mensen, heeft het voor enorme uitdagingen op het gebied van efficiëntie en productiviteit gezorgd voor onze klanten en zorgmedewerkers onder grote druk gezet. Daarom moesten we de manier waarop wij communiceren met en zorgen voor onze waardeketen drastisch veranderen.
Dit is het initiatief van onze divisie Radiology Solutions voor het samen creëren en mogelijk maken van praktische respons op de COVID-19-crisis. Het begon als een boodschap van steun en solidariteit naar onze klanten en ontwikkelde zich, terwijl de pandemie zich uitbreidde, tot een pragmatische, holistische benadering voor het zoeken naar eenvoudige, praktische oplossingen voor uitzonderlijke problemen. Door de pandemie ontstond er vraag naar een ongekende hoeveelheid beelden, die gemaakt moesten worden door drukke professionals, die onhandige PBM droegen en ondertussen wel de beeldverwerkingsapparatuur goed moesten blijven ontsmetten. We zagen dat wij een bijdrage konden leveren door de capaciteit en de productiviteit te verhogen!
Binnen dit initiatief hebben we onze klanten wereldwijd geholpen om snellere en nauwkeurigere röntgenfoto's te maken, die helpen
in de strijd tegen de COVID-19-pandemie. We hebben ze geholpen door successen, lessen en best practices te delen om de levering van hoogwaardige gezondheidszorg in uitdagende omstandigheden te kunnen waarborgen. We zijn er trots op dat wij een faciliterende kracht hebben kunnen zijn voor onze klanten.
Als IT-partner voor de gezondheidszorg vindt Agfa HealthCare het bijzonder belangrijk om zorgverleners en de gemeenschappen waarin zij werken te ondersteunen bij de aanpak van actuele COVID-19-uitdagingen. Via de hashtag #StrongerTogether laat de divisie zien hoe haar klanten de software gebruiken voor effectieve triage, verslaglegging en samenwerking aan COVID-19-gevallen over de quarantainegrenzen heen.
Daarnaast worden er specifieke configuraties ontworpen in samenwerking met zorgverleners. Deze worden vervolgens gepubliceerd op de website van de divisie, zodat anderen hier ook van kunnen profiteren. Van prioriteitswerklijsten speciaal voor COVID-19 en tools die verslaglegging van thuis uit en regionale samenwerking mogelijk maken tot oplossingen in samenwerking met Microsoft, DELL en Barco – de focus van Agfa HealthCare ligt bij het ondersteunen van haar klanten in deze uitdagende tijden.
Dit is de TOP 10 van klantcases en configuraties die wij in 2020 gedeeld hebben:

Children's Minnesota is een van de grootste instituten voor kindergeneeskunde in de Verenigde Staten - met twee ziekenhuizen, 12 gezondheidscentra, zes revalidatieklinieken en negen locaties voor specialistische zorg. In april stond de ingebruikname van Enterprise Imaging gepland, bedoeld om de cardiovasculaire IT-systemen van het Level 1 traumacentrum te integreren in het Enterprise Imaging Platform. De toenemende zorgen met betrekking tot het coronavirus dwongen een wijziging in aanpak af, aangezien Children's een beleid instelde dat betrokkenheid van leveranciers ter plaatse beperkte. Agfa HealthCare, dat de lancering absoluut volgens planning wilde laten verlopen, schakelde daarop over naar een implementatie met support volledig op afstand. De lancering van Enterprise Imaging voor cardiologie van Children's Minnesota verliep probleemloos.

We beschouwen onszelf als een onderdeel van de gemeenschappen waarin onze werkzaamheden plaatsvinden en waar onze medewerkers wonen. Daarom plannen we altijd tijd en middelen in om met de gemeenschap in contact te treden, om ze te informeren over wat we doen, vragen te beantwoorden en te luisteren naar suggesties en ideeën. In normale tijden doen we dit door fysieke bijeenkomsten te organiseren, waar we de gemeenschap daadwerkelijk kunnen ontmoeten. In 2020 hebben we dit ook gedaan, maar dan met de beschikbare virtuele middelen, bijvoorbeeld in de vorm van een tijdschrift dat verspreid werd.
2020 was een bijzonder jaar en we wilden meer dan ooit laten zien dat we er voor de gemeenschap zijn en wel op een hele concrete manier. Daarom hebben we een tandje bijgestoken en hebben we onze buren geholpen die met de COVID-gezondheidscrisis te maken hebben.
De manier waarop Agfa het welzijn van zijn menselijk kapitaal, voorbij gezondheid en veiligheid met oog voor bredere werkomstandigheden, werk-privébalans en een inclusieve cultuur waarborgt. Dit omvat – maar is niet beperkt tot – alle initiatieven en programma's die diversiteit en inclusie, een gevoel van thuishoren en betrokkenheid, talentmanagement, werk-privébalans en verloning bevorderen.
Hoewel u in de secties hieronder meer informatie vindt over elk proces dat bijdraagt aan 'Het welzijn van werknemers, menselijk kapitaal en opleiding & ontwikkeling', vallen het algemene beheer en de belangrijkste verantwoordelijkheden voor deze taken onder de verantwoordelijkheid van de afdeling Human Resources, ten gevolge van hun belangrijke rol in de verschillende fases van betrokkenheid bij medewerkers.
Diverse wereldwijde en regionale HR Business Partners bouwen, onderhouden en ontwikkelen de relatie met hogere leidinggevenden/managers en medewerkers en fungeren als aanspreekpunt voor het management, terwijl ze betrokken zijn bij belangrijke zakelijke beslissingen.
Alle HR business partners komen jaarlijks bijeen tijdens de Annual Global HR Meeting (jaarlijkse wereldwijde HR-bijeenkomst) om doelstellingen te formuleren, vooruitgang en beleid te bespreken en best practices te delen. Een maandelijkse check-in zorgt ervoor dat opvolging en uitwisseling gedurende het jaar ook gewaarborgd wordt.
Diversiteit op het werk houdt in dat we een personeelsbestand opbouwen dat een weerspiegeling is van de maatschappij waarin het bedrijf bestaat en werkt. Voor Agfa staat diversiteit voor de verscheidenheid van alle kenmerken die afzonderlijke personen uniek maken, inclusief geslacht, ras, leeftijd, denkwijze, opleiding, enzovoort. Met inclusie verwijzen we naar de cultuur en de werkomgeving die zo zijn vormgegeven dat iedereen zich er welkom voelt en waar diversiteit als een kracht wordt gezien.
FEBRUARI 2021
Bij Agfa streven we naar een werkomgeving die veilig, inspirerend en inclusief is, met gelijke kansen om te groeien en te gedijen door een klimaat te creëren waarin vertrouwen, tolerantie en openheid centraal staan. Wij geloven dat diversiteit en, bovenal inclusie en integratie van dergelijke diversiteit, een doorslaggevende factor zijn voor het slagen van deze visie. Binnen de bedrijfscultuur van Agfa willen we bovendien een zorgzame omgeving bevorderen, waar onze mensen zich verbonden voelen met het bedrijf en het gevoel hebben hier thuis te horen - wat verder wordt versterkt door aandacht voor diversiteit en inclusie - een veilige, psychologische ruimte waar je vanuit een gevoel van erbij horen kunt gedijen.
Agfa is actief in meer dan 100 landen en heeft eigen productiecentra, O&O-centra en verkooporganisaties in meer dan 40 landen. Bij Agfa werken medewerkers van 79 nationaliteiten, met verschillende achtergronden, persoonlijkheden en visies elke dag samen. Deze diversiteit is een verrijking voor de organisatie en ze levert een directe bijdrage aan de geleverde prestaties, innovatie en de algehele cultuur van het bedrijf.

Agfa heeft beleidsmaatregelen en procedures ingesteld om de implementatie van zijn visie te waarborgen. Sinds 2003 heeft de Raad van Bestuur van Agfa beleid geïmplementeerd voor gelijke kansen op werkgelegenheid voor alle werknemers en sollicitanten. De Raad van Bestuur staat achter een non-discriminatiebeleid waarin geen ruimte is voor discriminatie op grond van ras, godsdienst, politieke overtuiging, kleur, geslacht, leeftijd, nationaliteit, beperking of eender andere wettelijk ontoelaatbare indeling. Deze beslissing werd opgenomen in 'Appendix A: Gedragscode', onderdeel van het Corporate Governance Charter en wordt verder toegelicht in het Diversiteitscharter van Agfa. Beide documenten zijn raadpleegbaar op de website van Agfa: www.agfa.com/investorrelations.
In het diversiteitscharter engageert Agfa zich tot het volgende:
Dit charter wordt volledig ondersteund door de directie van Agfa. Samen met de sociale partners engageert de directie zich om het op een actieve manier te ondersteunen. Agfa verwacht bovendien van de werknemers dat ze de rechten en eigenheden van alle individuen respecteren.
In mei 2020 is de verkoop van een deel van de Agfa HealthCare-activiteiten aan Dedalus Groep afgerond, en daarmee een overplaatsing van circa 1.500 werknemers, wat de wijziging in aantal met betrekking tot het totale aantal werknemers van 9.923 in 2019 verklaart.
WERKNEMERS PER CORPORATE FUNCTIE






Wij zijn Agfa


2.755 MEDEWERKERS

938 MEDEWERKERS
690 MEDEWERKERS
AMERIKAANSE
CHINESE

674
MEDEWERKERS

348 MEDEWERKERS Naast het gedrag dat Agfa van medewerkers verwacht, zijn de managementprocessen zodanig ontworpen dat de medewerkers worden geselecteerd, aangenomen, toegewezen, getraind, bevorderd, overgeplaatst, ontslagen en beloond op grond van hun mogelijkheden en kwaliteiten zonder enige vorm van discriminatie.
Naast de wereldwijde aanpak zijn er ook verschillende lokale activiteiten en processen ingesteld. Aan de ene kant waarborgen we zo dat we voldoen aan specifieke lokale vereisten en aan de andere kant kunnen we zo rekening houden met de bijzonderheden van de populatie van een specifieke fabriek ten aanzien van de meest relevante aspecten van diversiteit en inclusie, en ten aanzien van de volgroeidheid van de beleidsmaatregelen die van toepassing zijn als uitgangspunt.
Om een voorbeeld te geven, is de aanpak die wij gebruiken met betrekking tot diversiteit & inclusie op onze vestiging in de VS, waar circa 13% van onze mensen werkzaam is, het resultaat van een reeks verschillende processen die wij in gebruik hebben, zij het voor werving, zij het voor hoe wij het leven bij Agfa benaderen.
Wij zetten ons in voor diversiteit en inclusie ten aanzien van cultuur, etniciteit, sociaal-economische status, leeftijd, geslacht, enz. Via onze HR-diensten monitoren wij een brede set aan indicatoren. Bovendien zijn onze activiteiten op het gebied van D&I niet beperkt tot een specifiek gebied binnen het veld. We erkennen ook dat er binnen de organisatie op dit moment ruimte is voor verbetering. Onze directie heeft besloten om D&I tot een van de actieprioriteiten van de duurzamheidsroadmap voor de komende jaren te maken. Om te zorgen dat een dergelijke strategie uitvoerbaar is in zo'n breed veld is besloten om als eerste het probleem van genderdiversiteit aan te pakken. Hiervoor zijn kwantitatieve doelstellingen geformuleerd en is een concreet actieplan opgesteld. Voor Agfa houdt dit in dat we meer vrouwelijke werknemers willen aantrekken en bovenal de retentietijd en tevredenheid van deze werknemers willen verhogen. Tegelijkertijd willen we ook het aantal vrouwen in hogere managementfuncties laten groeien om diversiteit binnen besluitvormende functies te bevorderen.
De strategie die aan de basis ligt van dit actieplan zal elk jaar aan het eind van het eerste kwartaal worden herzien en aangepast, waarbij het bereik langzamerhand wordt vergroot en wordt afgestemd op beschikbare middelen, op basis van de prestaties van het voorgaande jaar.
Op basis hiervan hebben we begin 2020 twee doelstellingen geformuleerd voor 2025 waarin specifiek is gefocust op geslacht als onderdeel van een bredere aanpak voor diversiteit en inclusie:
om een fifty-fifty balans te realiseren voor nieuwe werknemers en
15% vrouwen in hoge managementfuncties (niveau 0, 1 en 2).
Sinds 2015 voldoet de samenstelling van de Raad van Bestuur (RvB) aan de wettelijke verplichtingen met betrekking tot genderdiversiteit zoals voorzien in de Belgische wet van 28 juli 2011. Meer informatie met betrekking tot diversiteit voor de RvB vindt u in de Corporate Governance-verklaring.
Met betrekking tot de ontwikkeling binnen het hele personeelsbestand vindt u hieronder de wereldwijde prestaties voor 2020.
| 2018 | 2019 | 2020 | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Headcount/managementniveau | Vrouw | Man | Vrouw | Man | Vrouw | Man |
| Niet-management | 25% | 75% | 25% | 75% | 24% | 76% |
| Lager management | 21% | 79% | 22% | 78% | 22% | 78% |
| Middenmanagement | 15% | 85% | 15% | 85% | 16% | 84% |
| Hoger management (niveau 2) | 9% | 91% | 9% | 91% | 10% | 90% |
| Hoger management (niveau 1 en 0) | 6% | 94% | 12% | 88% | 15% | 85% |
| TOTAAL | 23% | 77% | 24% | 76% | 23% | 77% |

Vrouwelijke medewerkers Mannelijke medewerkers
| <20 | 21-30 | 31-40 | 41-50 | 51-60 | 61-70 | 70< | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2015 | 3,96% | 35,32% | 29,39% | 17,63% | 10,81% | 2,32% | 0,13% |
| 2016 | 4,36% | 33,03% | 31,97% | 20,29% | 8,97% | 1,00% | 0,00% |
| 2017 | 5,16% | 34,69% | 32,57% | 16,78% | 8,93% | 1,25% | 0,00% |
| 2018 | 3,54% | 33,79% | 31,66% | 18,81% | 9,77% | 1,85% | 0,10% |
| 2019 | 6,85% | 36,34% | 29,88% | 16,98% | 8,50% | 1,10% | 0,32% |
| 2020 | 2,92% | 33,27% | 32,68% | 18,48% | 11,28% | 1,36% | - |
Voor het doel van de verslaglegging over D&I hebben we de categorie 'hogere managementfuncties' gesplitst, omdat de tools voor deze twee groepen verschillend zijn en het daarom praktischer is om ze te monitoren als afzonderlijke groepen om de impact ervan op onze activiteiten te begrijpen.
Hoewel de prestaties in 2020 met betrekking tot genderbalans voor nieuwe medewerkers grotendeels ongewijzigd is ten opzichte van 2019, zijn we heel blij dat we de tweede doelstelling al in de loop van 2020 hebben gerealiseerd voor de managementniveaus 0 en 1. In 2021 zullen we deze eerste doelstellingen echter beoordelen om te beslissen hoe we deze gaan aanpassen aan wat we hebben geleerd binnen de divisies en om te zorgen dat deze de focus op dit onderwerp voor de toekomst weerspiegelen.
Om ervoor te zorgen dat het realiseren van de gestelde doelstellingen volledig wordt ondersteund en om langzamerhand een meer ambitieuze agenda na te streven, behelst ons actieplan verschillende gebieden van onze werkzaamheden: te beginnen bij werving, waarna wordt uitgebreid naar opleiding, bijv. rondom vooringenomenheid en het beheer van diversiteit, communicatie voor bewustmaking en om meer mogelijkheden te creëren voor inbreng voor het bepalen van de strategie.
Het actieplan wordt geleidelijk uitgerold binnen de divisies van Agfa en is gericht op de veranderingen die nodig zijn op de langere termijn om ervoor te zorgen dat we onze doelstellingen kunnen realiseren.
Ter ondersteuning van de algehele managementaanpak hebben we in 2020 met begeleiding van externe experts een grondige gereedheidsbeoordeling van het databeheersysteem uitgevoerd voor de KPI voor 'Genderdiversiteit'. Dit diende om relevante aspecten van het databeheersysteem te beoordelen en te waarborgen dat er adequate interne controlemaatregelen zijn om een goede kwaliteit en robuustheid van data te waarborgen.
Hierbij werd een aantal verbetergebieden ontdekt met betrekking tot een duidelijke definitie van KPI-reikwijdte en transparante structuur voor toezicht, voor verslaglegging over en beoordeling van de KPI's. Deze hiaten worden aangepakt binnen de context van de algehele verbetering van verslaglegging met betrekking tot KPI's.
Het tewerkstellen van mensen is een strategische investering op lange termijn. Wereldwijde organisaties ervaren nog steeds concurrentie bij het werven en behouden van personeelsleden. Daarom biedt Agfa zijn medewerkers marktconforme verloningspakketten als middel om de beste talenten in de markt aan te trekken. Bovendien richten we onze op genderneutrale verloning om onze algehele inzet met betrekking tot diversiteit & inclusie verder te onderbouwen.
Voor onze Raad van Bestuur en ons Executive Management is het huidige verloningsbeleid beschreven in ons Corporate Governance Charter en worden criteria bepaald door het Nomination and Renumeration Committee. Het doel van het beleid is te waarborgen dat gekwalificeerde en deskundige professionals kunnen worden aangeworven, behouden en gemotiveerd, waarbij rekening wordt gehouden met de aard en omvang van hun individuele verantwoordelijkheden.
Voor het personeelsbestand hebben we een algemeen beloningsbeleid, wat waarborgt dat salarissen marktconform, eerlijk en consistent worden bepaald binnen verschillende regio's. Het beleid is gestoeld op het principe dat Agfa wil betalen voor prestaties en - op basis daarvan - wordt de verloning van afzonderlijke werknemers gebaseerd op de volgende parameters:
Als referentieloon voor onze medewerkers gebruiken we een 'Total Target Cash'-niveau dat gemiddeld op het 50ste percentiel van de markt ligt. Een variabel salaris is een belangrijk onderdeel van het salarispakket. Het bedrag van dit variabele deel is afhankelijk van de resultaten van de betreffende divisie en regio en van de individuele prestaties, zoals beschreven in het Global Bonus Plan. Voor verkopers en servicemedewerkers is het variabele deel gelinkt aan specifieke doelstellingen in een 'Sales Incentive Plan' of een 'Service Incentive Plan'. Het Executive Committee valideert de financieringsratio, de regionale verdeling en de definitieve verdeling van individuele prestatiebeoordelingen.
Naast het salaris streven we ernaar competitieve en kostenefficiënte kortetermijn- en langetermijnvoordelen aan te bieden, als onderdeel van de individuele pakketten. De belangrijkste voordelen zijn een pensioenplan, levensverzekering en een verzekering tegen medische kosten.
Afhankelijk van de plaatselijke regels en gewoonten, die aanzienlijk kunnen verschillen van land tot land, kunnen voordelen zijn: een auto van de zaak of aanvullende representatiekosten.
In de onderstaande tabel vindt u een overzicht van de verhouding gemiddeld salaris/managementniveau tussen mannelijke en vrouwelijke medewerkers voor de afgelopen jaren.
Deze cijfers dienen met de nodige voorzichtigheid te worden geïnterpreteerd, omdat het aantal jaren ervaring in een bepaalde functie, het land van tewerkstelling en de senioriteit niet zijn opgenomen. Het is evenwel de bedoeling om in de toekomst een bijkomende analyse op te maken en verder te focussen op genderneutrale verloning.
| Gemiddeld salaris/ | 2018 | 2019 | 2020 | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| managementniveau | Vrouw | Man | Vrouw | Man | Vrouw | Man |
| Niet-management | 90% | 103% | 89% | 104% | 88% | 104% |
| Lager management | 94% | 102% | 93% | 102% | 93% | 102% |
| Middenmanagement | 93% | 101% | 94% | 101% | 96% | 101% |
| Hoger management (niveau 2) | 92% | 101% | 97% | 100% | 106% | 99% |
| Hoger management (niveau 1 en 0) | 73% | 102% | 70% | 104% | 73% | 105% |
| TOTAAL | 87% | 104% | 87% | 104% | 87% | 104% |
Voor het beoordelen van onze managementaanpak kunnen we gebruik maken van de geldende strikte wettelijke vereisten. De Belgische overheid vereist zelfs dat er elke twee jaar een verslag over salarissen voor mannen en vrouwen wordt ingediend bij de Nationale Arbeidsraad. Hiermee wordt gegarandeerd dat de gegevens over dit aspect regelmatig worden beoordeeld door een externe partij.
Agfa streeft ernaar dat er een evenwichtige balans is tussen werk en privéleven voor zijn medewerkers. Deze balans houdt veel meer in dan de verhouding tussen werkuren en privétijd. Hoe graag iemand zijn/haar job doet – en hoeveel voldoening men eruit haalt – is minstens zo belangrijk. Ook het feit dat heel wat overheden de pensioenleeftijd recentelijk hebben opgetrokken heeft een ingrijpende invloed op het welbevinden van de medewerkers. Wij zijn ervan overtuigd dat medewerkers met een goede balans tussen werk en privé minder vaak ziek zijn, minder stress hebben en zich meer betrokken voelen. Het is ook belangrijk om te erkennen dat de goede balans voor iedereen anders kan zijn en dat de noden kunnen veranderen met de jaren.
Agfa heeft een serie maatregelen ingesteld die zijn bedoeld om te streven naar de best mogelijke balans tussen werk en privéleven:
Agfa voert bewustmakingscampagnes uit die mensen ertoe aanzetten om gezonder en bewuster te werken en te leven. Een hoeksteen hiervan is het Huis van Werkvermogen-model van de Finse professor Ilmarinen, waarbij veel aandacht wordt gegeven aan het evenwicht tussen werk en privéleven en tal van maatregelen genomen worden die het realiseren van dit evenwicht ondersteunen. In het kader van het Huis van Werkvermogen worden jaarlijks minimaal drie informatiesessies georganiseerd waarin thema's met betrekking tot welzijn op het werk, zoals bijvoorbeeld stressmanagement, worden toegelicht.
2020 is in dit opzicht zeker een uitdagend jaar geweest. Het heeft onze veerkracht en ons vermogen om op afstand en/of in een heel andere omgeving dan we gewoon zijn te werken op de proef gesteld. Net als vele anderen moesten we ons snel aanpassen aan een andere manier van werken. Daarbij moesten we onze mensen de ondersteuning bieden die zij nodig hadden om effectief te kunnen werken in omstandigheden die vaak uitdagend zijn geweest.
In de loop van 2020 hebben we telewerken op schaal getest om er zeker van te zijn dat onze mensen veilig zijn en de impact van de pandemie het hoofd kunnen bieden. Om telewerken goed te kunnen ondersteunen, hebben we diverse informatie-initiatieven gelanceerd, waarin we leerkanalen promoten voor people managers over virtueel leiderschap, voor medewerkers over werken van thuis uit zowel ten aanzien van praktische tips (bronnen en video's over het gebruiken van het WebEx-platform) en bronnen voor communicatie en welbevinden.
We hebben trainingssessies aangeboden over het ontwikkelen van veerkracht en hebben adviezen gegeven over best practices met betrekking tot telewerken.
Deze situatie bood een ongekend experiment op grote schaal met werken op afstand en andere manieren van werken. We zijn, om voorbereid op de toekomst te zijn en om te beoordelen in hoeverre de behoeften van de medewerkers van Agfa zijn veranderd, begonnen met een intern project om samen met de medewerkers te beoordelen of er bepaalde aspecten van deze nieuwe manier van werken zijn die een positieve invloed hebben gehad op de werk-privébalans en zouden moeten blijven zodra de overheidsmaatregelen opgeheven worden.
De processen voor loopbaanbegeleiding, prestatie- en talentmanagement zijn al die bestaande processen die ervoor zorgen dat elk individu binnen Agfa kan gedijen en optimaal gebruik kan maken van zijn of haar potentieel om te groeien en de algehele prestaties van het bedrijf te bevorderen.
In het bijzonder:
Loopbaanbegeleiding is het faciliteren van de medewerkers in het verkennen van hun interesses, talenten en ervaringen om mogelijke carrièremogelijkheden te identificeren. De focus ligt op loopbaanverandering, persoonlijke ontwikkeling en mogelijke andere loopbaangerelateerde zaken.
Prestatiemanagement is een voortdurend proces om te zorgen dat medewerkers formele en informele feedback krijgen op hun prestaties, getoetst aan een aantal overeengekomen doelstellingen. Het omvat het stellen van doelstellingen voor ontwikkeling en evaluatie gericht op het realiseren van de strategie en doelstellingen van de onderneming via de prestaties van de medewerkers. Talentmanagement gaat om hoe we de juiste mensen kunnen aantrekken, behouden en betrekken, op alle niveaus van de organisatie. Het omvat het definiëren van de competenties die Agfa nu (en in de toekomst) nodig heeft om succesvol te kunnen groeien en het identificeren van het aanwezige potentieel binnen de onderneming of bij uitbreiding op de arbeidsmarkt.
Een gekwalificeerd personeelsbestand en een wendbare organisatie zijn essentieel voor het voortdurende succes van onze onderneming. Als het ons niet zou lukken om talent aan te werven, ontwikkelen en behouden en betrekken om in de huidige en toekomstige behoeften van de onderneming te voorzien, zou dit onze prestaties in de weg staan.
Daarom voorziet het HR-beleid van Agfa in een aantal processen die zijn gekoppeld aan de HR-levenscyclus. De loopbaan van een medewerker kan in verschillende fases worden onderverdeeld: aanwerving en introductie, loopbaanontwikkeling en einde-van-loopbaan.
Competentiemanagement, prestatiemanagement, voortdurende opleidings- en ontwikkelingsmogelijkheden, eerlijke en concurrerende verloning en constructieve feedback zijn essentiële elementen in al deze fases.
Veel medewerkers zullen meer loopbaanstappen maken in de toekomst dan van oudsher het geval was. Een 'job-fitte' medewerker is dan ook noodzakelijk om professioneel blijvend inzetbaar te zijn. Hiertoe zet Agfa er sterk op in om zijn personeelsbestand binnen al deze fases te ondersteunen.

Er wordt een interne loopbaancoach aangewezen, die helpt om inzicht te krijgen in de sterktes en zwaktes van de medewerker, in wat belangrijk is voor de medewerker in zijn werk en leven en in toekomstige carrièremogelijkheden die voor ons liggen. Het belangrijkste doel is om medewerkers vertrouwen te geven in zichzelf en in hun professionele toekomst.
Agfa introduceerde in 2018 FeedForward als Performance Management Framework om in te spelen op de behoefte aan voortdurende feedback en om zich te concentreren op coaching en ontwikkeling in plaats van louter de prestaties uit het verleden te evalueren. Met de introductie van FeedForward ontstond een flexibelere prestatiecultuur, waarin zowel manager als medewerker een actieve rol spelen door:
Alle people managers nemen jaarlijks deel aan het People Review-proces om proactief kerntalenten in de organisatie te identificeren, om mobiliteit en jobrotatie te organiseren en om ontwikkelings-, continuïteits- en carrièreplannen uit te werken. Onze HR business partners en HR-managers worden jaarlijks getraind in het uitvoeren van deze review en om leidinggevenden door dit proces te coachen. De resultaten hiervan bepalen in belangrijke mate het actieplan voor ontwikkelingsacties en -programma's voor de rest van het kalenderjaar en worden centraal opgevolgd door Talent Development voor elke ondernemingsdivisie en elk corporate center. Specifieke leercommunity's, zoals New Leaders (die onlangs is of binnenkort wordt gepromoot door leidinggevenden), bijvoorbeeld, worden vervolgens uitgenodigd voor een verplicht 12 maanden durend leiderschapstraject.
Het Strategic Talent Review-proces is een tweejaarlijks wereldwijd proces waarbij senior managers worden bevraagd om voor hun afdeling onder meer de sleutelcompetenties voor de toekomst in kaart te brengen, een opvolgingsplanning voor sleutelfuncties op te maken en high potentials op te lijsten.
Ontwikkeling van medewerkers is een integraal onderdeel van prestatiemanagement. De werknemer en de manager moeten de persoonlijke ontwikkelingsdoelstellingen identificeren. Deze ondersteunen het bereiken van de doelstellingen op korte termijn en het bereiken van de persoonlijke loopbaanverwachtingen op lange termijn. Tot op zekere hoogte zijn financiële beloningen voor werknemers gebaseerd op de resultaten van het prestatiemanagementproces.
In 2020 hebben we ons gefocust op het ondersteunen van de managers van onze mensen in een zeer uitdagend jaar, door online middelen te bieden ter ondersteuning van het coachen en ondersteunen van teamleden, waarbij de nadruk lag op empathie en veerkracht. Onze inspanningen hebben geleid tot een 15-voudige toename in gebruik van virtuele samenwerkingscursussen.
In 2020 hebben we ook – volledig virtueel – de New Leaders Track uitgerold voor 25 mensen die onlangs leidinggevende zijn geworden. In 2021 zullen we een 360-feedback-onderzoek aanbieden aan alle medewerkers die een intern leiderschapstraject volgen. 360-feedback is een mogelijke leeractie die voortvloeit uit het jaarlijkse People Review-proces en in 2020 is de HR-community opnieuw getraind in het interpreteren van verslagen en het begeleiden en coachen van deelnemers.
Wij zijn ervan overtuigd dat voortdurend leren en zich verder ontwikkelen essentieel zijn voor individuele en organisatorische groei: bij Agfa beschouwen we leren als een mindset. De vraag is niet voor welke functies medewerkers nu kunnen worden voorbereid, maar hoe we een verschuiving in denken kunnen realiseren waardoor medewerkers gereed en geschikt zijn om te slagen in welke functies er in de toekomst ook op hun pad komen. Met die bedoeling zoekt Agfa voortdurend naar de juiste balans tussen het aantrekken van competenties van buiten het bedrijf, het ontwikkelen van interne competenties en het verhogen van de algemene inzetbaarheid van de medewerkers door het succesvol overstappen van de ene functie naar de andere te stimuleren. Opleiding en ontwikkeling is de vanzelfsprekende hefboom om de inzetbaarheid van onze medewerkers te verhogen.
Elke medewerker moet daarom in staat zijn om zijn unieke mogelijkheden en vaardigheden verder te ontwikkelen om nieuwe en geavanceerde vaardigheden en kennis te verwerven.
Voor iedere functie zijn andere vaardigheden nodig en Agfa wil zijn personeel uitrusten met flexibele vaardighedensets die een basis vormen voor succes in een dynamische en complexe omgeving. Daarom bieden we een ruime waaier interne, externe en web-based leer- en ontwikkelingsinstrumenten aan op het gebied van technische, zakelijke en soft-skills vaardigheden. Voorbeelden van dergelijke soft-skills trainingsinstrumenten zijn programma's voor sales excellence, waarin een klantgerichte aanpak voor zaken doen wordt overgebracht via workshops over methodologie en daarnaast begeleiding om de kwaliteit van bezoeken aan klanten te verbeteren. Met processen als Virtual Development Centers (VDC's) ondersteunen we medewerkers die naar meer veeleisende of uitgebreidere functies overstappen door ze gestructureerde feedback te geven over taken in hun pakket, zoals zakelijke presentaties en rollenspelen. Deze zijn gebaseerd op toekomstige functiecompetenties.
Ontwikkelingsplannen van medewerkers worden afgestemd op competentiemanagement en geïntegreerd in het FeedForward-Framework.

Voor het duidelijk bepalen van de opleidings- en ontwikkelingsroadmap voor de onderneming hebben we wereldwijd beleid ontwikkeld. Dit wordt aangevuld met lokale en divisiegebonden programma's die zijn afgestemd op de behoeften van onze teams. Het Agfa Talent Development-team gebruikt de ADDIE-aanpak voor opleiding, wat staat voor de vijf fases van een ontwikkelingsproces: analyse (Analysis), ontwerp (Design), ontwikkeling (Development), implementatie (Implementation) en evaluatie (Evaluation). Voor het ADDIE-model is het belangrijk dat elke fase in de gegeven volgorde wordt doorlopen, maar met een focus op reflectie en herhaling. Het model biedt een gestroomlijnde, gefocuste aanpak waarin feedback wordt geboden voor doorlopende verbetering.
Een belangrijke overweging is dat opleiding & ontwikkeling essentieel zijn als ondersteuning om de doelstellingen in alle gebieden van de SGD's van de onderneming te halen en bij elk nieuw project hoort altijd een trainingselement.
Vanuit dit gezichtspunt hebben we in 2020 het volgende uitgerold:
Naast het trainen van onze eigen mensen zijn we samenwerkingen met verschillende universiteiten en scholen aangegaan en zijn we stageplaatsen blijven aanbieden aan studenten in 2020, zelfs tijdens de moeilijke COVID-tijden.
In 2019 werden drie regionale talentenprogramma's uitgerold in de regio's LATAM, ASPAC en NAFTA teneinde de planning van opvolging en de doorstroming binnen de regio's te verbeteren. Er zijn impactstudies uitgevoerd om de duurzame verandering in het gedrag van de deelnemers te meten. Hieruit bleek dat meer dan 90% van de deelnemers aan het programma veranderingen in hun eigen gedrag en verbeterde leiderschapsvaardigheden rapporteerden in 2019-2020. In 2020 hebben we deze Regional Talent Programs afgerond door regionale businesscases voor te leggen aan leiderschapsteams; 90% van deze cases worden uitgerold door de onderneming en één case wordt nog verder bekeken. Dit is een hoge succesratio, wat laat zien hoezeer onze mensen een sleutelrol spelen in het succes van Agfa.
Bij Agfa zetten wij ons ervoor in om een zorgzame, inspirerende en inclusieve werkomgeving te creëren, met gelijke kansen om te gedijen en te groeien. Om dit te vertalen naar praktische en meetbare prestatie-indicatoren zijn we begonnen met de ontwikkeling van een duurzaamheidsstrategie en het formuleren van doelstellingen voor de onderneming. Hier zullen wij mee verder gaan en de reikwijdte van de doelstellingen zal in de komende jaren verbreed worden.
In 2020 zijn we begonnen met het formuleren van specifieke doelstellingen op het gebied van gendergelijkheid. Om deze doelstellingen te realiseren zullen we ons richten op het verstevigen of creëren van specifieke acties met betrekking tot begeleiding van vrouwen, het aanpassen van ons wervingsbeleid en het benutten van samenwerkingen die zowel onze vrouwelijke medewerkers als hun mannelijke collega's ten goede komen.
Dit wereldwijde engagement wordt ondersteund door concrete regionale en divisiegebonden doelstellingen, die in de komende jaren zullen worden geformuleerd op basis van de ondernemingsstrategie van de Groep en de specifieke impact die elk team kan belichamen. In 2021 wil onze fabriek in de VS, bijvoorbeeld, als onderdeel van de het Small Business Subcontracting Plan (SBA), 16% van de begrote jaaromzet spenderen aan kleine bedrijven met een diversiteit aan eigenaren, bijv. veteranen of vrouwen.
Ook zetten wij zeer stevig in op het ontwikkelen van onze mensen. SDG 4 over 'Hoogwaardig onderwijs' is zelfs een van de belangrijkste SDG's voor Agfa.

"Een nog sterkere focus op diversiteit en inclusie zal ons helpen om een sterkere Agfa-identiteit te creëren, wat een doorslaggevende factor is gebleken voor het succes in dit moeilijke jaar."
In de loop van 2021 zullen we bepalen in welke gebieden we onze inzet zullen vergroten. We zullen in 2021 zeker inzetten op leidinggevende vaardigheden die discipline-overschrijdend zijn, zoals change management, wendbaarheid, aanpassingsvermogen en veerkracht. Ook zullen we onze talenten blijven ontwikkelen via speciale divisiegebonden programma's, zoals trajecten voor servicetalent en talentprogramma's.
Het wereldwijde engagement wordt opnieuw ondersteund door concrete regionale en divisiegebonden doelstellingen. Zo zal Agfa bijvoorbeeld met ingang van september 2021 een bijdrage leveren aan het project 'Duaal leren' in België. Dit project wordt gecoördineerd door essenscia en zal wekelijks STEM-onderwijs bieden voor middelbare scholen door professionals uit de chemische industrie.

Wij geloven dat onderwijs, met perspectief voor de lange termijn, een van de sleutels is voor het bouwen aan een betere toekomst. Daarom ondersteunen we meerdere STEM-projecten (Science, Technology, Engineering and Mathematics - wetenschap, technologie, techniek en wiskunde) en gerelateerde initiatieven:
Wij leveren een bijdrage als STEM-ambassadeur en erkennen het belang van STEM voor de maatschappij nu en voor de toekomst en stimuleren de passie en interesse voor STEM-opleidingen en beroepen.
We zijn er trots op dat we dit evenement sponsoren en we helpen bij het selecteren van het beste STEM-project, met als doel om jongere kinderen (12 - 14 jaar) te stimuleren om te experimenteren en problemen op te lossen met behulp van STEM-concepten.
Duaal leren is geïntroduceerd in 2017 om studenten op te leiden voor banen in de chemische industrie door hen relevante stages te bieden. We hebben in de afgelopen jaren dergelijke kansen aan diverse studenten aangeboden en studenten begeleid.

Hoe Agfa garandeert dat de arbeidsomstandigheden van zijn medewerkers en partners in de waardeketen afgestemd zijn op de internationale normen. Mensenrechten zijn de basisrechten die het fundament vormen van vrijheid, rechtvaardigheid en vrede, en die universeel en op gelijke voet op alle landen van toepassing zijn (VN, Universele Verklaring van de Rechten van de Mens).
Bij Agfa beschouwen we het respect voor de mensenrechten als morele plicht om als bedrijf onze werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Bovendien geloven wij dat iedereen recht heeft om behandeld te worden met respect, zorg en waardigheid. Daarom leeft Agfa alle bindende wettelijke bepalingen na die van toepassing zijn op onze marktsegmenten in alle locaties en houden wij ons aan de algemene bepalingen van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.
Vanuit deze gedachte respecteert Agfa tevens het recht van zijn medewerkers om zichzelf te verenigen in vakbonden en andere organisaties die de rechten van werknemers in hun relatie met Agfa als werkgever behartigen.
Ook verwachten wij van onze leveranciers dat zij dezelfde standaarden handhaven en eenzelfde niveau van engagement hanteren als waar wij onszelf toe verbinden.
We beschouwen het vasthouden aan dergelijke waarden als de basis voor alle beleidsmaatregelen en processen en als de minimumstandaard, die aangevuld kan worden met vrijwillige maatregelen waar nodig.
In overeenstemming met de gedragscode van het bedrijf wordt van alle medewerkers van Agfa verwacht dat zij hun werk doen in overeenstemming met de hoogste standaarden op het gebied van ethisch gedrag en integriteit en dat zij alle toepasselijke wetgeving van elke jurisdictie waarin het bedrijf zakendoet volledig naleven.
Naast het gedrag dat van medewerkers van Agfa wordt verwacht, zijn de managementprocessen van Agfa zodanig ontworpen dat medewerkers worden geselecteerd, aangenomen, toegewezen, opgeleid, gepromoveerd, overgedragen, ontslagen en vergoed op basis van hun bekwaamheden en kwaliteiten zonder discriminatie ingevolge ras, huidskleur, religie, politieke overtuiging, geslacht leeftijd of nationaliteit. Voorts verbiedt de code:
Agfa's medewerkers zijn verplicht de rechten en eigenheden van alle individuen te respecteren teneinde een werkomgeving te creëren waarin elke werknemer zich individueel ten volle kan ontplooien.
Adviseurs en contracterende partijen die met het bedrijf samenwerken, zijn ook verplicht zich aan deze code te houden.
Naast de strikte toepassing van de gedragscode heeft de grote meerderheid van Agfa's dochterondernemingen een formeel systeem ingesteld voor het ondersteunen van werknemers die problemen, zoals pesterijen, discriminatie of belangenconflicten willen melden. Agfa's medewerkers kunnen te allen tijde een vraag of klacht indienen via e-mail, telefoon of brief bij hun directe leidinggevende of bij het Group Compliance Office. Klachten en vragen worden op een systematische en vertrouwelijke manier behandeld door het Group Compliance Office, dat gespecialiseerde en onafhankelijke contactpersonen heeft aangesteld.
In elk land waar het actief is, treedt Agfa in dialoog met de vertegenwoordigers van de werknemers. In de meeste landen nemen ondernemingsraden de vertegenwoordiging van de werknemers op zich. Op Europees niveau is er een Europese Ondernemingsraad. Deze wordt geleid door een lid van ons Management Committee en bestaat uit vertegenwoordigers van de verschillende bedrijfsdivisies in Europa en uit vakbondsvertegenwoordigers uit verschillende landen en divisies. Deze ondernemingsraad komt ten minste tweemaal per jaar bijeen om te worden bijgepraat over de voortgang van de verschillende zakelijke activiteiten en over de verschillende bedrijfsdivisies.
Voor sommige categorieën van werknemers, en afhankelijk van de lokale wetgeving, zijn er op nationaal niveau ook enkele collectieve onderhandelingsovereenkomsten ingesteld, waarbij Agfa afspraken maakt met vakbonden en regelmatig (her)onderhandelt over de contractuele voorwaarden voor de vertegenwoordigde categorieën. Alle bestaande collectieve overeenkomsten zijn beschikbaar voor alle medewerkers via de betreffende platforms voor intern delen, bijv. het intranet of op verzoek bij HR.
Leveranciers zijn essentieel in onze activiteiten voor het leveren van producten en diensten. Het hebben van nauwe relaties met leveranciers betekent echter dat hun reputatie een impact kan hebben op die van ons bedrijf, waardoor ons eigen reputatierisico toeneemt. Daarom verwachten we dat onze leveranciers zich aan dezelfde duurzaamheidsnormen houden. Sinds 2012 streven we ernaar om al onze leveranciers contractueel te laten instemmen met onze Agfa Gedragscode voor Leveranciers. Dit is zeker het geval voor onze belangrijkste leveranciers, die ongeveer 30% van onze totale uitgaven vertegenwoordigen.
De Gedragscode voor Leveranciers is beschikbaar op de website van de onderneming en bevat eisen op het gebied van de naleving van de wetten van de toepasselijke rechtssystemen, van het handhaven van de nalevingssystemen en van het vermogen van de leveranciers om aan te tonen dat zij de wetten en de gangbare vormen van eerlijkheid en menselijk fatsoen op een bevredigende manier naleven. De gebieden die behandeld worden zijn:
De Agfa Gedragscode voor Leveranciers is onderdeel van onze belangrijkste contracten met leveranciers en is een voorwaarde voor het aangaan van een zakelijke relatie. De Purchasing-afdeling van Agfa zorgt ervoor dat leveranciers de Gedragscode ondertekenen.
In 2020 bevatten 100% van de door onze belangrijkste leveranciers ondertekende contracten de Agfa Gedragscode voor leveranciers (2019: 100%). Het respecteren van de mensenrechten beschouwen wij als morele plicht om als bedrijf onze werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Dit blijft ook voor de toekomst een van de belangrijke pijlers voor het werk dat we doen, op basis waarvan we de partnerschappen die we aangaan en de prioriteiten voor onze bedrijfsstrategie bepalen.


Agfa streeft ernaar om zijn klanten succesvol te maken en hun voorkeurspartner te zijn voor de lange termijn, of het nu gaat om beeld- en informatiesystemen of elk ander partnerschap dat gericht is op duurzame innovatie. De onderneming doet dit door geavanceerde technologie, betaalbare oplossingen en innovatieve manieren van werken aan te bieden, gebaseerd op een diepgaand begrip van de activiteiten en de individuele behoeften van zijn klanten. Om te slagen, zijn investeren in innovatie en het leveren van oplossingen van topkwaliteit essentieel.
Op een verantwoorde, duurzame en transparante manier opereren is net zo belangrijk. We zijn ervan overtuigd dat dit de juiste aanpak is voor het succes van ons bedrijf op de lange termijn.
Tenzij anders vermeld, hebben de kwantitatieve gegevens die in dit hoofdstuk worden gerapporteerd betrekking op alle productievestigingen, administratieve vestigingen en verkooporganisaties van Agfa wereldwijd. Hoewel de kwantitatieve gegevens altijd betrekking hebben op de volledige reikwijdte, bieden we, om het lezen van dit rapport voor enkele van de materiële onderwerpen te vereenvoudigen, beschrijvende details over de managementbenadering uitsluitend voor de locaties die de grootste bijdrage leveren aan de algehele impact.
Kort gezegd, 2020 was het jaar waarin we onze ambitie met betrekking tot Agfa's duurzaamheidstransformatie hebben opgevoerd.
Hoewel duurzaamheid altijd onderdeel is geweest van Agfa's DNA, werden de inspanningen en middelen om duurzaamheidsprioriteiten aan te pakken en ze systematisch op te nemen in de bedrijfsstrategie tot dusverre voornamelijk op team- en divisieniveau aangepakt. De meeste van onze activiteiten in de loop van 2020 waren gericht op het opbouwen van een algemene bedrijfsaanpak voor het samenstellen en coördineren van projecten, middelen en doelstellingen tussen verschillende regio's en afdelingen.
Met dit in gedachten was de belangrijkste focus bij Agfa in 2020 om:
Agfa's indrukwekkende IP portfolio
878 actieve octrooifamilies
3.749 actieve octrooirechten 5,5 %
We investeren
van de omzet in O&O
van onze gebruikers van digitale drukplaten in Noord-Amerika is GREENWORKS-geaccrediteerd

Agfa's ZIRFON UTP 500+ -membraan zorgt voor een 2,5% hoger rendement van de productie van groen waterstofgas: EEN NIEUWE EFFICIËNTIESTANDAARD
We nemen de volledige verantwoordelijkheid voor onze producten en onderzoeken daarbij kritisch de veiligheids-, gezondheids- en milieueffecten en de wettelijke conformiteit in elke fase van de levenscyclus van het product. Om dat te doen, passen we een aanpak in drie stappen toe:
In deze visie zijn de principes van Agfa's bedrijfsveiligheids-, gezondheids- en milieubeleid:
De manier waarop Agfa ervoor zorgt dat zijn producten veilig zijn en de impact beheert van verschillende producten en materialen in verschillende stadia van hun productie, gebruik en verwijdering.
Zoals vermeld in ons beleid inzake veiligheid, gezondheid en milieu (SH&E), is productbeheer een van de belangrijkste verplichtingen van het bedrijf.
We kopen, gebruiken en verkopen chemische producten wereldwijd. Daarom is het proactief beheer van onze chemicaliën ter plaatse en daarbuiten, inclusief de contacten met leveranciers en downstreamgebruikers, de eerste vereiste om veilige en nuttige producten op de markt te brengen. Basis voor een succesvol productbeheer zijn de naleving van de bestaande wetgeving door regelgeving, proactief anticiperen op toekomstige vereisten en een diepgaand begrip van de impact van marktontwikkelingen op onze producten en diensten, om servicegerichte klantenrelaties te verzekeren. Deze sectie richt zich specifiek op het beheer van SH&E-regelgevingsaangelegenheden.
De verschillende activiteiten rond SH&E-management worden gebouwd op basis van ons interne Corporate Safety, Health en Environment (SH&E) beleid. Elke divisie-eenheid stelt een SH&E-manager aan die bijdraagt aan de uitrol en evaluatie van het corporate SH&E-beleid en de doelstellingen en die lid is van het Corporate SH&E Management Committee. Het beleid wordt minimaal om de drie jaar herzien, tenzij het directiecomité het relevant acht om dit vaker te doen. Het SH&E Management Committee volgt ook de voortdurende ontwikkeling van de wetgeving wereldwijd voor de chemicaliën op onze sites.
Het lokale management van onze sites is verantwoordelijk voor de implementatie van het Corporate SH&E-beleid en voor het naleven van de lokale wetgeving die van toepassing is op de werking van de productielocatie zelf, onder de coördinatie van de S&H-coördinator van de fabriek. Om de hoogste S&H-normen te garanderen, hebben we op elke locatie een ander beleid. De focus van de verschillende beleidsmaatregelen wordt op lokaal niveau bepaald, zowel op basis van de specifieke lokale en nationale wettelijke vereisten op basis het soort operaties dat in elke fabriek wordt uitgevoerd.

Er is een rationalisatiecomité voor chemische stoffen (RCC) ter ondersteuning van de algehele uitvoering van de wetgeving inzake chemicaliën. Het is samengesteld uit managers die door verschillende business lines zijn aangesteld en komt elk kwartaal bijeen om de strategie voor vervanging van chemicaliën of andere maatregelen af te stemmen om te blijven voldoen aan de huidige en toekomstige wetgeving. Door de aard van onze producten besteedt de RCC bijzondere aandacht aan bepaalde (groepen) stoffen en specifieke regelgeving:
Ons doel is om altijd te streven naar een nul-niet-nalevingsbeleid met betrekking tot de verschillende hierboven genoemde richtlijnen. Om deze reden hebben we een intern systeem om elke niet-naleving van de richtlijnen en beleidslijnen te rapporteren en te beoordelen. Wanneer een niet-naleving wordt vastgesteld, hetzij preventief door onze eigen audit, hetzij gerapporteerd door een klant of een autoriteit, zorgen we ervoor dat het proces wordt aangepast om toekomstige herhalingen te voorkomen.
In 2020 hebben we onze inspanningen voor een gezond beheer van chemicaliën voortgezet om ervoor te zorgen dat onze portefeuille volledig voldoet aan de bindende wetgeving. Naast de continue processen die dit ondersteunen, hebben we ons in 2020 gericht op:
De manier waarop Agfa het duurzaamheidsprofiel en de prestaties van producten en diensten in zijn portfolio geleidelijk verbetert en ervoor zorgt dat ze ecologisch en sociaal verantwoord zijn.
Wij geloven dat duurzame bedrijfsoplossingen en een duurzame productie essentieel zijn om onze groeistrategie te realiseren. Daarom zijn we toegewijd om duurzaamheid als een beslissingsfactor te beschouwen in onze marktintroductiestrategieën. In 2020 hebben we deze toezegging geformaliseerd door het wereldwijde doel van 'geen teruggang in duurzaamheid' voor nieuwe producten te definiëren. Dit vertaalt zich in het niet op de markt brengen van nieuwe producten zonder al in de ontwerpfase een volledige beoordeling van hun duurzaamheidsprofiel te hebben uitgevoerd, naast het beoordelen van het potentiële marktsucces. Bij een dergelijke beoordeling wordt rekening gehouden met de impact van nieuwe oplossingen gedurende de volledige levenscyclus, in termen van onze eigen ecologische en sociale voetafdruk, maar ook om ervoor te zorgen dat nieuwe oplossingen onze klanten kunnen helpen hun eigen voetafdruk te verkleinen of een consistente toegevoegde waarde te bieden aan de samenleving in het algemeen, bijvoorbeeld via duurzamere gezondheidszorg.
Het onderwerp duurzame bedrijfsoplossingen en duurzame productie is breed en het omvat veel verschillende processen en veel verschillende lagen van onze organisatiestructuur. Daarom is de managementbenadering gelaagd:
Terwijl de eerste twee lagen worden beschreven in de hoofdstukken over respectievelijk 'Duurzaamheid' en 'Planeet', wordt de ontwikkeling van nieuwe duurzame bedrijfsoplossingen aangestuurd door elke bedrijfseeneid met de steun van het Corporate Sustainability Office. Onze teams van productspecialisten, d.w.z. Product Lines Teams en Strategic Lines teams, zijn het best geplaatst om verbetermogelijkheden te identificeren en de marktbereidheid voor nieuwe ontwikkelingen te beoordelen dankzij hun kennis van ons klantenbestand en de manier waarop elke lijn intern werkt.
Om deze ambitieuze doelstellingen te bereiken, is er een reeks processen geïmplementeerd, waaronder:
Voor sommige van onze producten en diensten vertrouwen we ook op inzichten die voortkomen uit marktrichtlijnen door gebruik te maken van duurzaamheidscertificering en etiketteringsregelingen of sectorale best practices, indien die bestaan. We verwijzen bijvoorbeeld naar de GREENGUARD-certificering voor onze inkten. De GREENGUARD-certificering wordt toegekend aan producten die voldoen aan enkele van 's werelds strengste normen voor chemische emissies, waardoor luchtvervuiling binnenshuis en het risico van blootstelling aan chemicaliën worden verminderd. Onze grootformaat UV-LED-inkjetinkten hebben de GREENGUARD Gold-certificering verkregen, die gezondheidscriteria omvat voor meer dan 360 VOS en ook lagere totale VOS-emissieniveaus vereist. Dit zorgt ervoor dat de producten kunnen gebuikt worden in gevoelige binnenomgevingen, zoals scholen en zorginstellingen, en voor prints die alle wanden van een kamer bedekken – niet alleen als bewegwijzering of gedeeltelijke wanddecoratie.
Het ECO³-programma is een screening op maat van de prepress- en drukprocessen van klanten, met als doel het hele proces te optimaliseren en te besparen op het gebruik van inkt, papier en water en het ontstaan van afval te verminderen.
Zowel in het commerciële segment als in het krantensegment van de grafische industrie kunnen drukkers met deze chemievrije computer-to-plate (CtP) -systemen hun ecologische voetafdruk verkleinen, hun bedrijfskosten verlagen en hun efficiëntie verhogen. In het afgelopen decennium is al meer dan 90% van onze klanten in het krantensegment overgestapt op chemievrije technologie.
Met dit systeem kunnen drukplaten in een gesloten aanvoersysteem worden aangeboden aan grote drukkerijen, waar ze na gebruik worden verzameld en voor recyclage worden teruggestuurd naar de aluminiumproducent. Deze samenwerking in de supply chain tussen ons, de aluminiumleverancier, de logistieke partners en de drukkerij ondersteunt onze transitie naar een steeds meer circulaire economie.
Onze oplossingen voor de gezondheidszorg bieden professionals tools en vaardigheden om over te stappen van analoge naar digitale beeldtechnologie en ondersteuning om alle belanghebbenden in de gezondheidszorg met elkaar te verbinden. Geïntegreerde gezondheidszorgsystemen verzamelen en analyseren gegevens om mogelijke zorggerelateerde complicaties te voorspellen en te voorkomen, en kunnen helpen bij het beheersen van chronische ziekten en het opsporen van gezondheidsproblemen die zich in een populatie in een vroeg stadium ontwikkelen. Deze verbeteringen in de kwaliteit en efficiëntie van de patiëntenzorg gaan samen met een hoge waakzaamheid om de veiligheid van gegevens en systemen te waarborgen.
Voortdurende inspanningen om duurzame oplossingen op de markt te brengen. In het bijzonder hebben we:

Daarnaast zijn we in 2020 begonnen met het benchmarken van bestaande tools en benaderingen van vakgenoten om een systematische beoordeling te ontwikkelen in de O&O-ontwerpfase van de duurzaamheid van producten. Het doel is om deze benchmark te gebruiken als uitgangspunt om ons productportfolio helder te beoordelen, de beoordeling van duurzaamheid binnen het ontwerpkader te implementeren en ons portfolio hier kwantitatief aan af te stemmen. Dit wordt de komende jaren een belangrijke activiteit.
Het Enterprise Imaging Platform van Agfa HealthCare biedt standaard een alomvattende benadering van onze duurzaamheidsstrategie als geheel en draagt bij aan verschillende doelstellingen tegelijk:
In de loop van 2020 heeft de COVID-19-uitbraak onze klanten enorme uitdagingen op het gebied van efficiëntie en productiviteit opgeleverd. Aangezien het Enterprise Imaging Platform is ontworpen voor modulariteit en flexibele inzet, was de toegevoegde waarde voor zorgprofessionals zinvoller dan ooit. We creëerden onder meer een enkel, schaalbaar, veilig en modulair platform waarmee onze klanten in hun eigen tempo een Enterprise Imaging-strategie konden implementeren. We hebben ook de modulariteit van ons platform gebruikt om het gebruik van de workflow-engine uit te breiden tot buiten de huidige servicelijnen, bijv. radiologie, cardiologie, en om de uitdagingen op het gebied van workflowoptimalisatie aan te pakken waarmee onze klanten worden geconfronteerd. We zijn trots dat we de krachten in de frontlinies hebben gesteund in dit moeilijke jaar!
De manier waarop Agfa zijn verantwoordelijkheid jegens de duurzaamheidspraktijken van zijn toeleveringsketen beheert. Dit omvat onder meer hoe de economische impact kan worden aangepakt.
Volledige verantwoordelijkheid nemen voor onze producten betekent kijken naar onze waardeketen als geheel. Ten eerste om de bedrijfscontinuïteit te waarborgen, wat essentieel is om onze verplichtingen jegens onze belanghebbenden na te komen. Ten tweede, om ervoor te zorgen dat we zaken doen met partners die onze waarden respecteren en staan voor degenen die we kunnen ondersteunen. Dit betekent dat partnerschappen moeten worden beschouwd als een belangrijk instrument om de transformatie van de duurzaamheid van bedrijven te stimuleren. Onze waardeketens zijn uitgebreid en divers dankzij de verscheidenheid aan producten en diensten en de veelheid aan markten waarin we actief zijn. Ze omvatten het brede scala van onze leveranciers, b.v. leveranciers van grondstoffen en verpakkingen, onze distributeurs, onze klanten en nog veel meer. Basis voor het beheer van de duurzaamheid van de toeleveringsketen zijn een gedetailleerde analyse en monitoring van de toeleveringsketen, een geïnformeerde risicobeoordeling en een reeks beleidsmaatregelen om met onze partners om te gaan, bijv. Duurzaamheidsverklaring voor leveranciers (SSD), gedragscode, SH&E-prestatienorm voor leveranciers,… Een van de horizontale factoren die deze processen mogelijk maken, is de uitwisseling van informatie in de hele waardeketen. In dit gedeelte wordt specifiek ingegaan op twee van onze partnergroepen, namelijk klanten en leveranciers.
De uitwisseling van informatie in onze waardeketen vindt plaats via meerdere kanalen. Op mondiaal niveau gebruiken we onze corporate website, b.v. om veiligheidsinformatiebladen (SDS'en) voor al onze producten beschikbaar te stellen, en ons jaarverslag om de voortgang met betrekking tot onze duurzaamheidsprestaties bekend te maken. Deze worden aangevuld met een reeks instrumenten die relevant zijn op lokaal niveau en/of geschikter zijn voor specifieke markten.
In plaats daarvan is het beheer van onze opdracht normaal gesproken specifiek voor elke doelgroep.
Het engagement met onze leveranciers wordt op lokaal niveau gecoördineerd volgens de specifieke lokale en nationale wettelijke vereisten. Elke regio is verantwoordelijk voor het in kaart brengen en beoordelen van zijn eigen leveranciers via zijn Purchasingafdeling. Processen zijn ingericht om minimaal te voldoen aan de richtlijnen van ISO 9001.
Om leveranciers te beoordelen, gebruiken we een intern 'scorecard'-systeem dat kijkt naar de prestaties van de leveranciers, inclusief een beoordeling of auditbeoordeling, gezondheidsgevarenevaluaties en het aantal klachten en corrigerende maatregelen die tegen hen zijn genomen.
Bovendien hebben onze belangrijkste leveranciers en kernleveranciers, zoals reeds vermeld in het hoofdstuk 'Mensen', de Agfa Supplier Code of Conduct (CoC) ondertekend. De CoC is beschikbaar op onze bedrijfswebsite en bevat vereisten op het gebied van naleving van de wetten van de toepasselijke rechtsstelsels, het handhaven van nalevingssystemen en van het vermogen van de leveranciers om een bevredigende staat van dienst van naleving van de wetten en algemeen aanvaarde vormen aan te tonen. van eerlijkheid en menselijk fatsoen in hun gedrag.
Het engagement met onze klanten wordt op lokaal niveau gecoördineerd volgens de specifieke lokale en nationale wettelijke vereisten. Sommige regionale programma's worden op regionaal niveau opgezet, gebaseerd op de regionale context en de interesse van klanten om specifiek met duurzaamheid bezig te zijn. Zo hebben we GREENWORKS opgezet in Noord-Amerika, een klantenaccreditatieprogramma dat klanten in de grafische communicatie-industrie erkent die blijk hebben gegeven van hun verantwoordelijkheid voor het milieu en groenere resultaten hebben behaald door het gebruik van technologie, producten, diensten en praktijken.
Vanaf 2020 heeft ongeveer 20% van Agfa's gebruikers van digitale drukplaten in Noord-Amerika een GREENWORKS-accreditatie ontvangen.

Productbeheer is zeker het gebied van verantwoorde productie waar onze managementaanpak al verder gevorderd is: we hebben een toegewijd team en een duidelijk beleid. Het zit al volledig verankerd in onze manier van werken en in ons DNA. Daarom zijn de toezeggingen die voor ons liggen duidelijker en gedetailleerder. Op dit gebied zullen onze inspanningen, naast het voldoen aan alle aanstaande nieuwe regelgeving, gericht zijn op de implementatie van de eisen die zijn gedefinieerd in het kader van de Green Deal en in het bijzonder de Chemie Strategie voor Duurzaamheid. We vinden dit van het grootste belang om de hele industrie naar een duurzamere productie te drijven en we zullen dit volledig ondersteunen, zowel via al onze brancheverenigingen als onze eigen processen.
In de komende jaren willen we ook onze aanpak voor het leveren van duurzame bedrijfsoplossingen en het beheer van duurzaamheid in de waardeketen beter structureren. Ook al zijn we al extreem actief op deze gebieden, we pakken deze processen vooral op divisieniveau en 'per markt' aan. Terwijl de divisies onze klanten beter kennen en verantwoordelijk blijven voor het definiëren van de juiste aanpak, structureren we de definitie van duurzaamheidsdoelen en -targets.
Een goed voorbeeld van een duurzame innovatie zijn de functionele inkjetinkten voor de Printed Circuit Board (PCB - gedrukte schakelingen) en Metal Structuring-industrieën. Als alternatieve productiemethode voor het conventionele lithografische proces vermindert inkjetprinten rechtstreeks vanuit Computer Aided Design / Computer Aided Manufacturing de installatietijd en infrastructuurbehoeften van de klant, evenals hun water- en energieverbruik. Als additief proces elimineert inkjet ook materiaalverspilling en is het zonder twijfel de milieuvriendelijkere optie voor PCB-fabricage.
Een vergelijking tussen de conventionele (lithografische) en digitale (inkjet) processen op https://www.agfa.com/specialty-products/solutions/printed-circuit-boards/solder-masking/


De manier waarop Agfa innoveert en zijn investeringen in O&O structureert om product-, proces- en applicatietechnologieën te verbeteren door middel van een klantgerichte benadering, door nieuwe toepassingen voor bestaande producten te onderzoeken en duurzaamheid en milieubescherming te verbeteren. Dit omvat de digitalisering van het huidige productportfolio.
Innoveren zit in ons DNA en wij vinden het essentieel voor het realiseren van onze groeistrategie. Elk jaar investeren we daarom 5-6% van onze omzet in O&O. Naast het ontwikkelen van nieuwe producten zijn we constant op zoek naar oplossingen die niet alleen onze eigen ecologische voetafdruk verkleinen, maar ook die van onze klanten, een bewuste focus.
Product- en technologische innovatie bij Agfa streeft naar duurzame waardecreatie voor onze klanten en andere stakeholders, een doelstelling die verankerd is in onze ideevormingsprocessen.
In 2019 hebben we het Innovation Office (IO) opgericht om ons innovatiegeneratieproces te structureren. Het IO vervult een corporate functie op mondiaal niveau, die zorgt voor volledige synergie en kruisbestuiving tussen verschillende gebieden met potentieel voor innovatie. Het IO kijkt naar maatschappelijke en markttrends om te identificeren waar Agfa nieuwe business kan ontwikkelen in aangrenzende en minder aangrenzende markten en technologieën. Dit wordt gedaan door bestaande kerncompetenties te benutten, maar ook door nieuwe markten en technologieën te ontwikkelen.
Het IO rapporteert rechtstreeks aan het Executive Committee van Agfa en wordt ondersteund door ons Materials Technology Center (MTC), een O&O-groep die van oudsher opereert als Agfa-competentiecentrum door de divisies specifiek te ondersteunen op het gebied van technologische innovatie voor materialen en processen.
Het IO stimuleert de innovatiecultuur in de hele organisatie en bevordert ondernemend gedrag, kijkend naar zowel interne als externe bronnen. In zoverre zet het IO een continu ideevormingsproces op voor het selecteren, valideren en rangschikken van voorstellen. De ideeën worden beoordeeld aan de hand van een op maat gemaakte scoremethodiek, waarbij rekening wordt gehouden met de aantrekkelijkheid van de marktsegmenten, de commerciële succesfactoren, de technische haalbaarheid en duurzaamheidscriteria met betrekking tot Mensen en Planeet.
Ook de evaluatie van veranderende businessmodellen is een belangrijk beoordelingscriterium. Een relevant voorbeeld voor ons is zeker te vinden binnen digitalisering en Software as a Service.
We betrekken onze klanten en andere belanghebbenden in de branche bij ons innovatieproces via onze verkoop- en serviceteams. Ze zijn het best geplaatst om te voorzien in de behoeften van onze klanten - en bij uitbreiding van de samenleving.
Samenwerking en open innovatie worden gestimuleerd om de introductie van oplossingen te versnellen in markten waar we vandaag niet aanwezig zijn. Samenwerking met startup- en scale-upnetwerken wordt opgezet om de verkenning en validatie van ideeën in nieuwe toepassingen of onbekende markten te versnellen, maar ook om een lerende mindset te promoten en medewerkers te stimuleren om de comfortzone te verlaten. Bijvoorbeeld door het IO en andere medewerkers te betrekken bij corporate ventureprojecten en met business angels.
Een manier waarop we onze chemie-expertise delen, is via Agfa-Labs, ons open innovatieplatform voor materiaal- en coatingonderzoek. Via dit platform ondersteunen we de industrie om het potentiële gebruik van materialen te onderzoeken in toepassingen zoals life sciences, constructie, plastic & polymeren, ...
Om de verschillende processen te ondersteunen die zorgen voor continue innovatie, investeren we elk jaar 5-6% van onze omzet in O&O en innovatie.
In 2020 hebben we 5,5% van onze omzet in O&O geïnvesteerd, wat onze sterke focus op voortdurende innovatie bevestigt. Onze sterke toewijding komt ook tot uiting in de reeks gezamenlijke innovatieprojecten die we hebben opgezet, hetzij door de overheid / EU gefinancierd, hetzij door de industrie gefinancierd, met als doel bij te dragen aan voortdurende innovatie door de prestaties van bestaande materialen te verbeteren of door nieuwe materialen te ontwikkelen.
Naast de projecten die specifiek gericht zijn op het verminderen van de milieu-impact, beschreven in het hoofdstuk 'Planeet', volgen hier enkele voorbeelden van het spectrum van innovatieactiviteiten waarin we onze middelen hebben geïnvesteerd:
Een door de EU gefinancierd project in samenwerking met een academische partner om knowhow te ontwikkelen over dunnefilmverdamping, specifiek voor uitdagende producten vanwege hun chemische aard.
Twee projecten gefinancierd door de Vlaamse overheid om flowchemie-oplossingen te ontwikkelen voor een veiligere en duurzamere productie van chemische bouwstenen. In het geval van het Atom-project maken we deel uit van een breder consortium bestaande uit vier industriële en vier academische partners.
Een project gefinancierd door de Vlaamse Overheid geleid door een consortium van drie industriële en vier academische partners om het mogelijke gebruik van ultrasone klanktechnologie op industriële schaal te evalueren. Deze technologie past heel goed in de procesintensificatiestrategie, waarbij oplossingen worden ontwikkeld voor een duurzamere chemische productie met betrekking tot grondstofgebruik, energiegebruik, afvalproductie en procesveiligheid.
Naast deze langdurige projecten, hebben we in 2020:
Eind januari 2021 bezat Agfa 878 actieve octrooifamilies, die samen 3.749 actieve octrooirechten vertegenwoordigden. Hiervan waren 2.933 patenten al verleend. De overige waren nog in behandeling. Het grootste percentage betreft producten uit onze divisie Offset Solutions.
2020 was voor ons een uitdagend transformatiejaar. Aangezien we in een proces van interne reorganisatie zitten om onze structuur aan te passen aan de veranderende markteisen, zijn we ervan overtuigd dat een voortdurende investering in onderzoek en innovatie de sleutel is om te blijven slagen in onze missie om de partner bij uitstek te zijn voor de lange termijn voor onze klanten. Daarom zullen O&O en innovatie centraal blijven staan in onze groeistrategie, waarbij we zowel gericht zijn op het verbeteren van de prestaties van bestaande oplossingen als op het ontwikkelen van nieuwe.
De manier waarop Agfa zakelijke praktijken beheert met betrekking tot ethiek, d.w.z. transparantie, integriteit, corruptie, rechtszaken en claims. Het omvat ook corporate governance.
We zijn er vast van overtuigd dat we onze volledige verantwoordelijkheid als maatschappelijk verantwoord bedrijf zullen nemen in alle landen waar we wereldwijd actief zijn. Ons doel is krachtig, onafhankelijk, ethisch en eerlijk te concurreren.
Het ethische gedrag dat we van onze medewerkers verwachten en waartoe we ons als bedrijf verbinden, wordt beschreven in onze wereldwijde gedragscode (Code of Conduct).
In de Code staan principes op hoog niveau die onze doelstelling weerspiegelen om op een duurzame manier te groeien, rekening houdend met de wensen en het welzijn van onze stakeholders. Ethisch gedrag is echter niet beperkt tot naleving van de Code, die wordt aangevuld door meer gedetailleerd bedrijfs- en/of lokaal beleid dat bepaalt hoe deze principes per domein moeten worden geïmplementeerd. De Code of Conduct is opgenomen als bijlage bij het Corporate Governance Charter, beschikbaar in de Investor Relations-sectie van onze website.
De Gedragscode bevat onder meer principes met betrekking tot:
Overtredingen van wetten, voorschriften of het beleid van de Agfa-Gevaert Groep – zoals de Gedragscode – inzake fraude, antitrust, corruptie en conflicten van belang en andere soortgelijke gebieden, kan ernstige gevolgen hebben voor de Groep. Mogelijke gevolgen zijn onder meer vervolging, boetes, sancties en contractuele, financiële en reputatieschade.
De gedragingen die onder de wereldwijde Gedragscode vallen, worden bepaald door de Raad van Bestuur en regelmatig herzien.
Van alle medewerkers wordt verwacht dat ze de regels in de Gedragscode respecteren. Bovendien wordt aan topmanagers (Hay level 21 en hoger) met regelmatige tussenpozen gevraagd te bevestigen dat ze de Gedragscode hebben gelezen en begrepen.
Om de naleving van de principes van de Code op te sporen en te verzekeren, heeft Agfa klokkenluidersregelingen geïmplementeerd om eventuele problemen op te lossen. De medewerkers van Agfa kunnen op elk moment een vraag of klacht indienen via e-mail, telefoon of brief aan hun directe leidinggevende of aan het Group Compliance Office. Klachten en vragen worden systematisch en vertrouwelijk behandeld door het Group Compliance Office, dat hiervoor gespecialiseerde en onafhankelijke contactpersonen heeft aangesteld.
Naast de wereldwijde Gedragscode is er ook een specifiek wereldwijd beleid inzake ethisch gedrag voor de Purchasing-afdeling van Agfa. Gezien de specifieke aard van de taken van deze afdeling, is ze onze belangrijkste raakvlakken met de buitenwereld. Dit beleid bouwt voort op de generieke principes van de Gedragscode en regelt specifiek de interacties met leveranciers, overheidsfunctionarissen en andere overheidsinstanties, waarbij specifieke voorbeelden worden gegeven van wat wordt beschouwd als een mogelijke schending van de regels en van hoe werknemers zich moeten gedragen in dergelijke omstandigheden.
In tegenstelling tot 2019, toen geen klachten werden gemeld, werd in 2020 via de klokkenluidersprocedure één klacht gemeld wegens een vermeende schending van Agfa's Gedragscode. De interne audit heeft de beschuldigingen geanalyseerd en concludeerde dat er geen sprake was van een inbreuk. We zijn erg trots op dit resultaat en we moedigen alle medewerkers ten zeerste aan om de Gedragscode na te leven en zullen dat ook in de toekomst blijven doen.
We kunnen opnieuw nul lopende of voltooide juridische procedures melden met betrekking tot concurrentieverstorend gedrag en schendingen van antitrust- en monopoliewetgeving, en ook geen klachten van regelgevende instanties.

Vanaf 2019 werkt de Agfa-Gevaert Groep volgens de boekhoudkundige IFRS 16-standaard. De tabellen hieronder tonen de winst- en verliescijfers met de impact van IFRS 16.
In juli 2019 heeft de Groep de doorverkoopactiviteiten voor inkjetmedia in de VS stopgezet. Om een correcte vergelijking mogelijk te maken, werden de cijfers voor het jaar 2019 gewijzigd voorgesteld. In mei 2020 sloot de Groep de verkoop af van een deel van de HealthCare IT-activiteiten. De cijfers van 2019 werden gewijzigd voorgesteld.


PER BUSINESSGROEP


PER REGIO

De effecten van de verkoop van een deel van de activiteiten van HealthCare IT in mei en wisselkoerseffecten niet meegerekend, daalde de omzet van de Agfa-Gevaert Groep met 12,7%. De Imaging IT-activiteiten en de Direct Radiography-activiteiten binnen de divisie Radiology Solutions presteerden goed, ondanks de impact van COVID-19 op het bedrijfsklimaat. De problemen in de offsetdrukindustrie en de COVID-19-impact op de medische filmactiviteiten en op de divisie Digital Print & Chemicals hadden een aanzienlijke invloed op de omzet van de Groep. In de tweede jaarhelft begonnen de meeste activiteiten zich te herstellen.
Zoals reeds gemeld, werd een deel van de activiteiten van de divisie begin mei 2020 verkocht. De ultramoderne Imaging IT Solutions-activiteiten maakten geen deel uit van de verkoop. Ze blijven kernactiviteiten voor de HealthCare IT-divisie en voor de Agfa-Gevaert Groep. Soliede projectinkomsten in Noord-Amerika en met name de levering van Enterprise Imaging-oplossingen aan de AdventHealth-groep in Florida in het tweede kwartaal, hadden een positieve invloed op de resultaten van de business. Op korte termijn heeft Agfa's strategie om met de Imaging IT Solutions te focussen op klantensegmenten en geografieën, waarvoor de Enterprise Imaging-oplossing het meest gepast is, nog een negatieve invloed op de algemene omzet. Minder gewenste omzetstromen worden immers stopgezet of afgebouwd. Zoals verwacht boekte de divisie een omzetdaling van 4,6% in 2020.
De Direct Radiography-activiteiten van Agfa groeiden met dubbele cijfers, onder invloed van de vernieuwende mobiele DR-systemen en van omvangrijke contracten met grote zorgorganisaties over de hele wereld. Mobiele DR-apparatuur kan gebruikt worden om kwaliteitsvolle röntgenonderzoeken te doen aan het bed van de patiënt, zelfs in afdelingen voor intensieve zorgen. Voor deze systemen won Agfa marktaandeel doordat het gepast reageerde op de marktverstoring veroorzaakt door COVID-19. Voorts verbetert het de rendabiliteit van het DR-productgamma, deels doordat het de efficiëntie verhoogde op het vlak van service vanop afstand.
De divisie beheerde het Computed Radiography-gamma gepast en slaagde erin om de winstmarges te vrijwaren. De service-inkomsten voor deze business bleven op een behoorlijk niveau. Deels marktgedreven en deels ten gevolge van COVID-19-effecten daalde de CR-omzet. Privépraktijken in India, Latijns-Amerika en andere gebieden stellen hun investeringen in CR-apparatuur uit. Om zijn concurrentiepositie te verbeteren, past Agfa de productiecapaciteit voor CR-apparatuur aan aan de dalende markttrend. De omzet van het medische filmgamma werd geraakt door COVID-19 omdat ziekenhuisbezoeken die niet aan COVID-19 verbonden zijn, worden uitgesteld, wat leidde tot een afnemende vraag naar medische film in India, Latijns-Amerika en andere gebieden. Voorts begon de business in het vierde kwartaal een verhoogde prijs- en volumedruk te ondervinden van de nieuwe gecentraliseerde aankooppraktijken in China.






Op het vlak van digital print bleven de inktproductgamma's voor sign & display-toepassingen het goed doen. Anderzijds had COVID-19 doorheen het jaar een sterke impact op de activiteiten op het vlak van grootformaatdrukapparatuur. Veel bedrijven stellen hun investeringen in nieuwe drukmachines uit. Desondanks kon Agfa in deze moeilijke omstandigheden zijn marktaandeel behouden. Voorts blijft Agfa investeren in zijn vernieuwende productportfolio om klaar te zijn voor de post-COVID marktheropleving. In de loop van 2020 voegde Agfa verscheidene nieuwe leden toe aan zijn familie van grootformaatprinters.
De verkoop van inkten voor industriële toepassingen groeide geleidelijk. Recent bracht Agfa oplossingen op de markt voor nieuwe digitale druktoepassingen, zoals laminaatvloeren en leder. Oplossingen voor andere nieuwe applicaties (onder meer op het vlak van verpakkingsdruk) zijn in ontwikkeling. In het vierde kwartaal introduceerde Agfa het op water gebaseerde InterioJet-systeem voor het drukken op decorpapier dat gebruikt wordt voor binnenhuisdecoratie, zoals laminaatvloeren en meubilair.
De volumes van het gamma films en folies van de divisie daalden tegenover het voorgaande jaar omdat deze producten vooral gebruikt worden in industrieën die getroffen werden door de COVID-19-pandemie, zoals de luchtvaartindustrie, de olie- en gassector en de drukindustrie.
Zonder wisselkoerseffecten daalde de omzet met 15,5% tot 704 miljoen euro door aan COVID-19 gerelateerde effecten – waaronder ongunstige prijs/mix-effecten – en door de structurele achteruitgang van de offsetmarkten. De pandemie veroorzaakte een terugloop in de reclame- en commerciële activiteiten, wat leidde tot lagere drukvolumes en een kleinere vraag naar drukplaten. De omzet van de divisie begon zich in de tweede helft van het jaar te herstellen.
Met 41% van de omzet is Offset Solutions de grootste divisie. Radiology Solutions staat in voor 28% van de Groepsomzet, HealthCare IT voor 14% en Digital Print & Chemicals voor 17%.
In 2020 stond Europa in voor 37% van de Groepsomzet (2019: 43%). NAFTA vertegenwoordigde 21% van de Groepsomzet (2019: 21%), Azië/Oceanië/Afrika 36% (2019: 29%) en Latijns-Amerika 6% (2019: 7%).
De brutowinstmarge van de Groep bedroeg 28,9% van de omzet, tegenover 29,9% in 2019. Vooral onder invloed van verbeterde service-efficiënties gerelateerd aan de verdere volgroeiing van de serviceorganisatie en het productaanbod, bereikte de brutowinstmarge van de divisie HealthCare IT 43,9% van de omzet, tegenover 39,7% vorig jaar. De aangepaste EBITDA werd meer dan verdubbeld tot 23,7 miljoen euro (10,3% van de omzet). Bovenop de genoemde elementen had dit ook te maken met het grotere aandeel van op afstand uitgevoerde verkoop- en serviceactiviteiten en met tijdelijke, aan COVID-19 gerelateerde kostenbesparingen. De aangepaste EBIT verbeterde sterk tot 14,3 miljoen euro (6,2% van de omzet), tegenover 0,7 miljoen euro (0,3% van de omzet) in 2019.
Omdat de verbeterde service-efficiënties in DR de dalende medische film- en CR-volumes niet konden compenseren, daalde de brutowinstmarge van de divisie Radiology Solutions van 37,5% van de omzet in 2019 tot 35,3%. De aangepaste EBITDA-marge van
(MILJOEN EURO)



de divisie kwam uit op 15,6% van de omzet, tegenover 18,1% in 2019. In absolute cijfers bedroeg de aangepaste EBITDA 75,8 miljoen euro (97,1 miljoen euro in 2019). De aangepaste EBIT bedroeg 51,9 miljoen euro (10,7% van de omzet) tegenover 72,4 miljoen euro (13,5% van de omzet) in het voorgaande jaar.
Ondanks de met COVID-19 verbonden omzetdaling, bleef de brutowinstmarge van de divisie Digital Print & Chemicals nagenoeg stabiel op 28,0% van de omzet. De uitdoving van de effecten van de strategische alliantie voor UV-inkten voor verpakkingsdruk met Siegwerk Druckfarben had een impact van 5,8 miljoen euro op de resultaten van de divisie. De aangepaste EBITDA-marge evolueerde van 9,5% van de omzet (33,8 miljoen euro in absolute cijfers) in 2019 tot 6,5% (18,8 miljoen euro in absolute cijfers). De aangepaste EBIT kwam uit op 8,6 miljoen euro (3,0% van de omzet), tegenover 22,4 miljoen euro (6,3% van de omzet).
De brutowinstmarge van de divisie Offset Solutions daalde van 22,9% van de omzet in 2019 tot 20,0%. De aangepaste EBITDA kwam uit op min 2,6 miljoen euro (min 0,4% van de omzet) tegenover 27,9 miljoen euro (3,3% van de omzet) in 2019. De aangepaste EBIT bedroeg min 21,9 miljoen euro (min 3,1% van de omzet), tegenover min 1,1 miljoen euro (min 0,1% van de omzet) in 2019.
De verkoop- en algemene beheerskosten werden tegenover het voorgaande jaar met bijna 60 miljoen euro (14,2%) verlaagd dankzij het lopende brede kostenbeheersingsprogramma en tijdelijke maatregelen.
De O&O-kosten bedroegen in 2020 94 miljoen euro (5,5% van de omzet), tegenover 103 miljoen euro in 2019.
De aangepaste EBITDA daalde van 153 miljoen euro (7,8% van de omzet) in 2019 tot 99 miljoen euro (5,8% van de omzet). De aangepaste EBIT nam af tot 36 miljoen euro, tegenover 77 miljoen euro in 2019.
Vooral door de aanpassing van de productiecapaciteit voor drukplaten en CR-apparatuur kwamen de reorganisatiekosten en niet-recurrente resultaten uit op een kost van 88 miljoen euro, tegenover een kost van 111 miljoen euro in 2019.
De nettofinancieringskosten bedroegen 31 miljoen euro tegenover 38 miljoen euro in 2019.
De belastingkosten bedroegen 15 miljoen euro, tegenover 14 miljoen euro in 2019. Inclusief de opbrengsten van de verkoop van een deel van de HealthCare IT-activiteiten, boekte de Agfa-Gevaert Groep een nettowinst van 621 miljoen euro.
Eind 2020 bedroegen de totale vaste activa 2.204 miljoen euro, tegenover 2.294 miljoen euro eind 2019.
Het handelswerkkapitaal verminderde aanzienlijk van 561 miljoen euro (28% van de omzet) eind 2019 tot 462 miljoen euro (27% van de omzet) eind 2020.
Dankzij de opbrengsten van de verkoop van een deel van de HealthCare IT-activiteiten evolueerde de netto financiële schuld van 219 miljoen euro eind 2019 naar een kasoverschot van 502 miljoen euro.
Zoals reeds gemeld, plant Agfa om zowat 350 miljoen euro van de opbrengst van de verkoop van een deel van de HealthCare IT-activiteiten (voor een ondernemingswaarde van 975 miljoen euro) te spenderen om de financieringsgraad van de kapitaalgedekte pensioenregelingen in België, het VK en de VS op te trekken en om acties om de pensioenrisico's te beperken te implementeren. Het project verloopt volgens plan. In 2020 werd om en bij de 218 miljoen euro geïnvesteerd. De resterende 130 miljoen euro zal in de eerste helft van 2021 bijgedragen worden.
In 2020 bedroeg het eigen vermogen 620 miljoen euro, tegenover 130 miljoen euro eind 2019.
Dankzij de vermindering van het werkkapitaal met zowat 100 miljoen euro genereerde de Groep een positieve vrije kasstroom van 15 miljoen euro, exclusief de extra financiering van de pensioenen.
Ondanks COVID-19 bereikte Agfa een aantal mijlpalen in de transformatie van de onderneming, waaronder de succesvolle verkoop van een deel van de HealthCare IT-activiteiten. Die maakte een sterke verbetering van onze balans mogelijk. Agfa boekte vooruitgang met de herziening van het bedrijfsmodel, resulterend in aanzienlijke kostenverbeteringen en een verbeterd werkkapitaalbeheer. Dat zal de volgende jaren nog voortgezet worden. De maatregelen voor het herstel van de rendabiliteit van Offset Solutions lieten in het vierde kwartaal hun eerste resultaten zien. Op het vlak van de business, konden de Imaging IT-activiteiten de aangepaste EBITDA meer dan verdubbelen, terwijl de divisie Digital Print & Chemicals zich doorheen het jaar geleidelijk herstelde en de Direct Radiography-activiteiten een omzetgroei met dubbele cijfers noteerden.
Agfa's programma's ter beheersing van de kosten en ter vermindering van het werkkapitaal zitten ook op schema. Het management van Agfa is ervan overtuigd dat de onderneming de juiste stappen zet om deze groeimotoren in staat te stellen om de komende jaren hun volledig potentieel te bereiken.
De jaarrekening zoals ze zal worden voorgelegd aan de Algemene Vergadering van 11 mei 2021, werd door de Raad van Bestuur aan de waarderingsregels getoetst en in die vorm goedgekeurd.
Aan de Algemene Vergadering zullen de hierna volgende punten in het bijzonder ter goedkeuring worden voorgelegd:
De jaarrekening sluit met een verlies voor het boekjaar 2020 van 133.890.511,61 euro.
De Raad van Bestuur stelt vast uit de resultatenrekening dat de vennootschap in twee opeenvolgende jaren een verlies heeft geleden. Artikel 3:6 1, 6° van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen vereist dat de Raad van Bestuur de waarderingsregels in de veronderstelling van continuïteit verantwoordt. Aangezien echter de continuïteit van een houdstervennootschap, zoals Agfa-Gevaert NV, in hoofdzaak afhankelijk is van deze van de geconsolideerde groep in haar geheel, verwijst de Raad van Bestuur naar de cash positie op groepsniveau alsook naar de nog beschikbare kredietfaciliteiten op balansdatum.
Er wordt voorgesteld om dit verlies toe te wijzen aan het overgedragen resultaat. Hierdoor bedraagt het overgedragen resultaat -359.416.984,86 euro (verlies).
In 2020 realiseerde de vennootschap een omzet van 369,9 miljoen euro. Dit is tegenover de omzet van 2019 (427,5 miljoen euro) een daling met 13,5%. Deze daling wordt verklaard door een stijging van de prijzen (+2,9%), een volume/mix-daling (-16,1%) en een negatief wisselkoersverschil (-0,3%).
Het bedrijfsverlies bedraagt voor 2020 51,9 miljoen euro. Dit is een daling tegenover 2019 met 55,6 miljoen euro.
Het financieel resultaat is 329,3 miljoen euro gunstiger dan in 2019, waardoor het verlies van het boekjaar voor belasting uitkomt op 134,2 miljoen euro tegenover een verlies van 407,9 miljoen euro in 2019.
Na de belastingen op het resultaat (2020: 0,3 miljoen euro, 2019: 0,5 miljoen euro) komt het verlies van het boekjaar op 133,9 miljoen euro (2019: -407,4 miljoen euro). Dit is tegenover 2019 een afname van het verlies met 273,5 miljoen euro.
De vennootschap besteedde in België in 2020 11,7 miljoen euro aan onderzoek en ontwikkeling.
In 2020 is het personeelsaantal van Agfa-Gevaert NV in België met 84 eenheden gedaald tot 1.990 personeelsleden op 31 december 2020. Deze daling is de resultante van de aanwerving van 63 medewerkers, terwijl 147 medewerkers het bedrijf verlieten. De vaste inrichting van de vennootschap in VK boekte in 2020 een verlies van 19,0 miljoen euro.
Agfa's divisie Radiology Solutions gebruikt nieuwe technologieën en traditionele knowhow om medische beeldvormingsoplossingen te creëren die zorgverstrekkers nieuwe inzichten geven en die voldoen aan de steeds veranderende noden van de zorgsector. Door hen te ondersteunen bij hun migratie van analoog naar digitaal helpt Agfa zijn klanten om de kwaliteit en de efficiëntie van hun patiëntenzorg te verbeteren. Elke dag bewijst Agfa dat medische beeldvorming in zijn DNA zit.

Radiology Solutions
De Direct Radiography-activiteiten van Agfa groeiden met dubbele cijfers, onder invloed van de vernieuwende mobiele DR-systemen en van omvangrijke contracten met grote zorgorganisaties over de hele wereld. Mobiele DR-apparatuur kan gebruikt worden om kwaliteitsvolle röntgenonderzoeken te doen aan het bed van de patiënt, zelfs in afdelingen voor intensieve zorgen. Voor deze systemen won Agfa marktaandeel doordat het gepast reageerde op de marktverstoring veroorzaakt door COVID-19. Voorts verbetert het de rendabiliteit van het DR-productgamma, deels doordat het de efficiëntie verhoogde op het vlak van service vanop afstand.
De divisie beheerde het Computed Radiography-gamma gepast en slaagde erin om de winstmarges te vrijwaren. De service-inkomsten voor deze business bleven op een behoorlijk niveau. Deels marktgedreven en deels ten gevolge van COVID-19-effecten daalde de CR-omzet. Privépraktijken in India, Latijns-Amerika en andere gebieden stellen hun investeringen in CR-apparatuur uit. Om zijn concurrentiepositie te verbeteren, past Agfa de productiecapaciteit voor CR-apparatuur aan aan de dalende markttrend.
De omzet van het medische filmgamma werd geraakt door COVID-19 omdat ziekenhuisbezoeken die niet aan COVID-19 verbonden zijn, worden uitgesteld. Dat leidde tot een afnemende vraag naar medische film in India, Latijns-Amerika en andere gebieden. Voorts begon de business in het vierde kwartaal een verhoogde prijs- en volumedruk te ondervinden van de nieuwe gecentraliseerde aankooppraktijken in China.
Omdat de verbeterde service-efficiënties in DR de dalende medische film- en CR-volumes niet konden compenseren, daalde de brutowinstmarge van de divisie van 37,5% van de omzet in 2019 tot 35,3%. De aangepaste EBITDA-marge van de divisie kwam uit op 15,6% van de omzet, tegenover 18,1% in 2019. In absolute cijfers bedroeg de aangepaste EBITDA 75,8 miljoen euro (97,1 miljoen euro in 2019). De aangepaste EBIT bedroeg 51,9 miljoen euro (10,7% van de omzet) tegenover 72,4 miljoen euro (13,5% van de omzet) in het voorgaande jaar.
| MILJOEN EURO | 2020 | 2019 | % evolutie (excl. wisselkoerseffecten) |
|
|---|---|---|---|---|
| Opbrengsten | 485 | 536 | -9,4% (-8,3%) | |
| Aangepaste EBITDA (*) | 75,8 | 97,1 | -21,9% | |
| % van de omzet | 15,6% | 18,1% | ||
| Aangepaste EBIT (*) | 51,9 | 72,4 | -28,4% | |
| % van de omzet | 10,7% | 13,5% | ||
| Resultaten uit bedrijfsactiviteiten | 20,3 | 64,2 | -68,3% |
(*) Voor reorganisatiekosten en niet-recurrente resultaten.
Agfa is een wereldwijde aanbieder van traditionele röntgenfilm, hardcopy-film en -printers, digitale radiografieapparatuur en beeldverwerkingssoftware. De oorsprong van Agfa ligt in de traditionele beeldvorming, maar in de hedendaagse zorgsector is digitale radiografie de dominante technologie geworden.
Door de concurrentie van de diagnose op beeldscherm gaat ook de markt voor hardcopy-film – waarop digitale beelden afgedrukt worden – achteruit in de VS en in West-Europa. In de opkomende markten blijft dit marktsegment echter groeien. Naast hardcopyfilm levert Agfa ook hardcopy-printers. Deze systemen geven clinici de mogelijkheid om digitale beelden af te drukken die gemaakt zijn met radiografieapparatuur en met andere modaliteiten, zoals CT- en MRI-scanners.
In het segment van de digitale radiografie is Agfa actief met technologie voor computed radiography (CR) en direct radiography (DR). Doordat het compatibel is met traditionele radiografieapparatuur, biedt CR ziekenhuisafdelingen die intensief met beelden werken een betaalbare instap in de digitale beeldvorming. DR wordt vaak gekozen door ziekenhuisafdelingen die een hogere capaciteit en de onmiddellijke beschikbaarheid van kwaliteitsvolle digitale beelden eisen. Bovendien maakt mobiele DR-apparatuur beeldonderzoeken aan het ziekenhuisbed mogelijk, bijvoorbeeld in spoedafdelingen of intensieve zorgafdelingen. Veel ziekenhuizen combineren CR en DR om tegemoet te komen aan al hun noden op het vlak van röntgenonderzoek. Als technologische leider voor beide vakgebieden is Agfa als geen ander in staat om zorgcentra die willen investeren in digitale beeldvorming oplossingen op maat aan te bieden.
Alle CR- en DR-systemen van Agfa werken met de toonaangevende MUSICA-beeldverwerkingssoftware en het MUSICA-werkstation voor beeldidentificatie en -acquisitie en kwaliteitscontrole.

Zorgorganisaties rapporteren dat Agfa's DR-systemen en MUSICA-software hen in staat stellen om de röntgenstralingsdoses met maximaal 60% (1) te verminderen en hun productiviteit met 30% te verhogen.

Agfa heeft over de hele wereld meer dan 7.500 DR-systemen geïnstalleerd. Samen staan ze in voor 440.000 beeldvormingsonderzoeken per dag. (1)
(1)Tests met gecertificeerde radiologen hebben uitgewezen dat cesiumbromidedetectoren (CR) en cesiumiodidedetectoren (DR), indien gebruikt met MUSICA-beeldverwerking, dosisverminderingen tussen 50 en 60% kunnen opleveren, vergeleken met traditionele CR-systemen op basis van bariumfluorobromide. Neem contact op met Agfa voor meer details.
Tijdens de COVID-19-pandemie zorgt Agfa er vooral voor dat zijn klanten op de knowhow van de serviceteams kunnen blijven rekenen. De onderneming helpt ziekenhuizen overal ter wereld in hun strijd tegen COVID met succesvolle en snelle installaties van CR- en DR-apparatuur. Bovendien ondersteunt Agfa ziekenhuizen met extra diensten, zoals gratis softwaretools die hen helpen om sneller en accurater röntgenbeelden te maken. Voorbeelden van hoe Agfa en zijn werknemers zorgaanbieders steunen in hun strijd tegen COVID-19 zijn te lezen in de speciale #CountOnUs-sectie van de website van de divisie.
Eind 2019 introduceerde Agfa zijn nieuwe mobiele DR 100s-systeem. In 2020 vond het systeem snel zijn weg naar zorgorganisaties over de hele wereld. Omdat het gebruikt kan worden om röntgenonderzoeken aan bed te doen, is het systeem een waardevol wapen in de strijd tegen COVID-19.

Eind 2020 introduceerde Agfa zijn SmartXR Assistant. Het systeem biedt röntgenintelligentie op maat van de echte ervaringen van radiografen. Met zijn unieke combinatie van hardware en op AI gebaseerde software, verbetert de voorspellende workflowassistentie van SmartXR de productiviteit van de radiograaf.

In 2020 beslisten talrijke ziekenhuizen en ziekenhuisgroepen om Agfa's radiografiesystemen te installeren. Aan het einde van het jaar, waren er wereldwijd 69.000 hardcopy printers van het type DRYSTAR en 81.500 digitale radiografieoplossingen van Agfa geïnstalleerd, allemaal inclusief het MUSICA Nerve Center en de MUSICA-beeldverwerkingssoftware.

101
In Barnaul, Rusland, werd het Municipal Clinical Hospital no. 11 aangesteld als COVID-19-zorgvestiging voor kinderen en zwangere vrouwen. Het ziekenhuis voegde recent drie mobiele DR Retrofit-systemen en de rasterloze borstbeeldverwerkingssoftware MUSICA Chest+ toe aan zijn gamma digitale beeldvormingssystemen van Agfa. De nieuwe apparatuur helpt het ziekenhuis om tegemoet te komen aan de nood aan snelle, kwaliteitsvolle en hygiënische beeldvorming aan het bed van de patiënt in het kader van de hogere eisen door COVID-19 en van de gewoonlijke hoge productiviteitseisen.
"Met COVID-19 moeten we de patiëntenstroom snel kunnen indelen in duidelijke en vermoedelijke gevallen. De snelheid en de mobiliteit van de DR Retrofits verhogen onze productiviteit."
Olga Larionova, hoofd van de radiografieafdeling van het Municipal Clinical Hospital no. 11

De North Middlesex University Hospital NHS Trust is een van de drukste ziekenhuizen voor dringende zorgen in Londen. In 2018 verving het ziekenhuis zijn mobiele CR-systemen door drie DX-D 100 mobiele DRsystemen van Agfa. In 2020 voegden ze twee mobiele DR 100s-systemen toe. Deze nieuwe units zijn een antwoord op de behoefte om in het hele ziekenhuis borstonderzoeken aan bed te kunnen doen: in de pediatrieafdeling, de neonatologieafdeling, de spoedafdeling, de afdeling intensieve zorgen en de reanimatieafdeling, maar ook voor ernstig zieke patiënten in de kamers.

"De DR 100s voldoet aan al onze verwachtingen. Niet alleen werken onze medewerkers er graag mee, ik ben er ook van overtuigd dat ze veiliger zijn voor onze radiografen. Daarnaast verhogen ze ook de productiviteit."
Dawn Hopkins, General Manager voor Cancer and Diagnostics in het North Middlesex University Hospital
Radiology Solutions Klantenverhalen
Het nieuwe ultramoderne Sidilega Private Hospital in Botswana koos ervoor om Agfa's veelzijdige DR 800-kamer voor direct radiography, volledig automatische DX-D 600-röntgenkamer en mobiele beeldvormingsunit DR 100e te installeren. Het Sidilega Private Hospital is het eerste ziekenhuis in Botswana dat de DR 800 in gebruik neemt. Deze veelzijdige oplossing kan het volledige gamma van radiografie- en fluoroscopieonderzoeken aan.
"We zijn ervan overtuigd dat Agfa ons apparatuur van wereldklasse biedt, die ons zal helpen bij ons doel om allesomvattende, efficiënte en kwaliteitsvolle zorgen aan te bieden in een veilige omgeving waarin de patiënt centraal staat."
Dr. Shakil Rasul, Executive Director van het Sidilega Private Hospital

Zorgnetwerk Hancock Health bedient Indiana's Hancock County en de omliggende gebieden met het Hancock Regional Hospital en meer dan 20 andere zorgcentra. Deze groeiende zorgaanbieder installeerde Agfa's veelzijdige DR 800-beeldvormingskamer om te voldoen aan zijn noden op het vlak van beeldvorming en efficiëntie.
"De DR 800 komt tegemoet aan onze specifieke noden: een veel lagere dosis, zelfs bij een hogere frame rate, fluoroscopie zonder een afzonderlijke R/F-kamer en eenvoudig gebruik met onze geavanceerde mobiele chirurgische stoelen. De installatie verliep vlot en naadloos."
Lisa Wood, Imaging Director van Hancock Health

Voor Powiatowy Szpital w Ilawie in Polen biedt de DR 800 met digitale tomosynthese een nieuwe optie: een snelle, voordelige en met een lage stralingsdosis werkende techniek om anatomische overlappingen te scheiden in diverse toepassingen.
"De digitale tomosynthese van onze DR 800 geeft ons meer beeldvormingsmogelijkheden die de diagnose versnellen. Het onthult dingen die soms niet zichtbaar zijn met klassieke röntgentechnologie. En toch kan het onderzoek gebeuren zonder dat de patiënt uit de radiologieafdeling verplaatst moet worden."
Robert Zbyslaw, Radioloog bij Ilawa Hospital

Radiology Solutions Klantenverhalen
Het ziekenhuis Agios Dionysius heeft ondervonden dat elk ziekenhuis – ongeacht hoe groot het is – zijn patiënten en medewerkers met Mammo DR Retrofit de kwaliteit en de workflowvoordelen van DR-mammografie kan bieden.

"De Mammo DR Retrofit is een goede keuze voor kleine ziekenhuizen. Ons doel is altijd om uitstekende patiëntenzorg te bieden. Daar hoort ook de mogelijkheid om met lagere doses te werken en om mammografiebeelden met hogere resoluties te maken bij. De Retrofit helpt ons daarbij."
Nektarios Lavoutas, Manager van de afdeling Procurement & Technical bij Agios Dionysius
De HealthCare IT-divisie transformeert de gezondheidszorg met 'overal, altijd, elke plaats'-toegang tot alle beeldvormingsdata van de patiënt. Voortbouwend op een lange geschiedenis in de gezondheidszorg en met bewezen capaciteiten op het vlak van innovatie, diepgaande medische kennis en strategisch advies, is de divisie de partner bij uitstek voor toonaangevende zorgorganisaties over de hele wereld. Met zijn baanbrekende Enterprise Imaging Platform en zijn andere toonaangevende Imaging IT-softwaresystemen biedt de divisie veilig, effectief en duurzaam beheer van medische beeldvormingsgegevens.

HealthCare IT
In mei 2020 werd een deel van de HealthCare IT-activiteiten verkocht. De ultramoderne Imaging IT Solutions-activiteiten maakten geen deel uit van de verkoop. Ze blijven kernactiviteiten voor de Agfa-Gevaert Groep. Agfa's Imaging IT Solutions zijn een omvattend antwoord op de cruciale noden van zorgaanbieders op het vlak van het beheer van medische beelden. Ondanks de onzekerheden in verband met COVID-19, blijven de waardecreatievooruitzichten van de Imaging IT Solutions-activiteiten sterk positief.
Soliede projectinkomsten in Noord-Amerika en met name de levering van Enterprise Imaging-oplossingen aan de Advent-Health-groep in Florida in het tweede kwartaal, hadden in 2020 een positieve invloed op de resultaten van de business.
Op korte termijn heeft de strategie om met de Imaging IT Solutions te focussen op klantensegmenten en geografieën waarvoor de Enterprise Imaging-oplossing het meest gepast is nog een negatieve invloed op de algemene omzet. Minder gewenste omzetstromen worden immers stopgezet of afgebouwd. Zoals verwacht boekte de divisie een omzetdaling van 4,6% in 2020.
De strategie vertaalt zich voorts in een voortdurende verbetering van de brutowinstmarges. Vooral onder invloed van verbeterde service-efficiënties gerelateerd aan de verdere volgroeiing van de serviceorganisatie en het productaanbod, bereikte de brutowinstmarge 43,9% van de omzet, tegenover 39,7% vorig jaar. De aangepaste EBITDA werd meer dan verdubbeld tot 23,7 miljoen euro (10,3% van de omzet). Bovenop de genoemde elementen had dit ook te maken met het grotere aandeel van op afstand uitgevoerde verkoop- en serviceactiviteiten en met tijdelijke, aan COVID-19 gerelateerde kostenbesparingen. De aangepaste EBIT verbeterde sterk tot 14,3 miljoen euro (6,2% van de omzet), tegenover 0,7 miljoen euro (0,3% van de omzet) in 2019.
| MILJOEN EURO | 2020 | 2019 Herwerkt |
% evolutie (excl. wisselkoerseffecten) |
|
|---|---|---|---|---|
| Opbrengsten | 230 | 241 | -4,6% (-3,0%) | |
| Aangepaste EBITDA (*) | 23,7 | 11,8 | 100,2% | |
| % van de omzet | 10,3% | 4,9% | ||
| Aangepaste EBIT (*) | 14,3 | 0,7 | ||
| % van de omzet | 6,2% | 0,3% | ||
| Resultaten uit bedrijfsactiviteiten | 13,2 | (6,9) | 290,3% |
(*) Voor reorganisatiekosten en niet-recurrente resultaten
Agfa HealthCare's Medical Imaging IT Solutions staan voor zorgaanbieders over de hele wereld gelijk met betrouwbaarheid en efficiëntie. Met innovatie als deel van zijn DNA en met meer dan 100 jaar ervaring, werd Agfa HealthCare in het begin van de jaren 1990 een van de eerste ondernemingen die radiologieafdelingen Picture Archiving and Communication Systems (PACS) konden aanbieden voor het efficiënt opslaan, beheren, verwerken en verdelen van digitale medische beelden.
Nu zorgnetwerken steeds groter worden en de nood aan hogere productiviteit en betere zorgverlening toeneemt, begrijpen zorgaanbieders dat het van cruciaal belang is om alle met beeldvorming samenhangende informatie efficiënt te kunnen capteren, verzamelen, delen en ontginnen. Overal ter wereld beginnen zorgorganisaties te zoeken naar een meer geïntegreerde beeldvormingsstrategie en naar manieren om hun gefragmenteerde en afzonderlijke Imaging IT-oplossingen in een meer eengemaakte ondernemingsbrede aanpak te consolideren.
Agfa HealthCare anticipeerde op deze vraag en in 2014 was het opnieuw een pionier toen het zijn toonaangevende Enterprise Imaging Platform op de markt bracht. Het eengemaakte Enterprise Imaging Platform creëert een echt longitudinaal beeldvormingsdossier voor elke patiënt. Het is bedoeld om niet alleen te dienen voor radiologie en cardiologie, maar ook voor de talrijke andere afdelingen en diensten in de zorgonderneming die verschillende vormen van medische beelden genereren. Via Agfa HealthCare's robuuste Enterprise Imaging Platform zijn beelden en de daarmee samenhangende gegevens onmiddellijk beschikbaar in het hele ziekenhuis, de hele zorgorganisatie en zelfs in alle zorgcentra van een regionaal netwerk. Zo versnelt het Enterprise Imaging Platform de diagnose, verbetert het de patiëntenzorg en ondersteunt het de business en de klinische en operationele kwaliteit van het zorgsysteem.
Van de ontwikkeling tot de installatie zijn Agfa HealthCare's toonaangevende Imaging IT-softwaresystemen erop gericht om de complexiteit te verminderen en om zorgaanbieders te helpen om hun klinische, operationele en zakelijke strategieën uit te voeren.

Als IT-partner stelt Agfa HealthCare alles in het werk om zorgaanbieders en de gemeenschappen die ze dienen te ondersteunen bij de aanpak van de huidige COVID-19-uitdagingen. Onder de hashtag #StrongerTogether deelt de divisie hoe klanten haar software gebruiken om efficiënt te triëren, te rapporteren en samen te werken rond COVID-19.
Voorts worden samen met de zorgaanbieders specifieke configuraties ontworpen. Deze worden daarna op de website van de divisie gepubliceerd, zodat anderen er ook baat bij hebben. Van specifiek aan COVID-19 aangepaste prioriteitslijsten en tools die rapportering van thuis uit en regionale samenwerking mogelijk maken tot oplossingen ontworpen in samenwerking met Microsoft, DELL en Barco: Agfa HealthCare's focus ligt steeds bij het ondersteunen van zijn klanten in deze uitdagende tijden.
Agfa HealthCare's Enterprise Imaging Platform is in gebruik in meer dan 800 zorgvestigingen over de hele wereld.
De XERO Universal Viewer van de onderneming ondersteunt de uitgebreide zorgsamenwerking in bijna 400 zorgorganisaties.

In uitdagende omstandigheden implementeerde Agfa HealthCare met succes Imaging IT-systemen bij verscheidene ziekenhuisgroepen en individuele ziekenhuizen overal ter wereld. Door COVID-19 werden deze implementaties vaak volledig vanop afstand uitgevoerd.
Children's Minnesota is een van de grootste pediatrische zorgsystemen in de Verenigde Staten. Het beheert twee ziekenhuizen, 12 eerstelijnszorgcentra, zes revalidatiecentra en negen gespecialiseerde zorgcentra. Met de ingebruikname van Enterprise Imaging die gepland was voor april, moesten de cardiovasculaire IT-systemen van het Level 1-traumacentrum in het Enterprise Imaging Platform geïntegreerd worden. De toenemende bezorgdheid over het coronavirus maakte een alternatieve aanpak noodzakelijk. Children's beperkte immers de toegang van leveranciers tot zijn vestigingen. Vastbesloten om de ingebruikname zoals gepland te laten doorgaan, schakelde Agfa HealthCare over naar een implementatie met 100% ondersteuning vanop afstand. Bijgevolg kon Children's Minnesota volledig op schema Enterprise Imaging for Cardiology in gebruik nemen.

Met bijna 50 ziekenhuizen en honderden zorgcentra in een tiental staten, is het in Florida gebaseerde AdventHealth een van de toonaangevende zorgsystemen in de VS. Agfa HealthCare begeleidt AdventHealth al meer dan 20 jaar bij zijn digitale transformatie. Om de verdere groei van zijn zorgnetwerk te ondersteunen, besliste AdventHealth in 2019 om om te schakelen naar een ondernemingsbrede IT-aanpak en om alle afzonderlijke beeldvormings-IT-systemen te consolideren in Agfa HealthCare's Enterprise Imaging Platform. Slechts zes maanden na de aftrap van het project en ondanks de COVID-19-uitdagingen, namen de Midwest-vestigingen van de groep het systeem midden juni als eerste in gebruik.

"We wilden één eengemaakt systeem installeren dat uniforme en consistente gebruikerservaringen biedt voor zowel de medewerkers als de patiënten. Agfa HealthCare's oplossing stemt volledig overeen met onze visie. Onze relatie is gebaseerd op vertrouwen en transparantie."
A.J. Scarlato, Director Enterprise Imaging Systems bij AdventHealth 110
HealthCare IT Klantenverhalen
The Yorkshire Imaging Collaborative (YIC) is een technologie- en zakelijk transformatieproject dat erop gericht is de radiologische beeldvorming en het delen van beeldvormingsrapporten van acht NHS trusts in Yorkshire te verenigen. Samen dienen de trusts meer dan 3 miljoen inwoners van Yorkshire.
In April 2020 werd de aan de gang zijnde implementatie van Enterprise Imaging en XERO Viewer in het Collaborative aangevuld met de XERO Exchange Network-technologie. Terwijl de druk op de afdelingen tijdens de COVID-19-pandemie alleen maar toenam, stelt deze technologie de aangesloten ziekenhuizen in staat om patiënten die van een vestiging naar een andere overgeplaatst zijn sneller dan voorheen te diagnosticeren.
"Deze technologie verbetert de manier waarop ziekenhuizen radiologiediensten aan hun patiënten aanbieden. De software voor het delen van beelden zal niet alleen de tijd dat patiënten in het ziekenhuis doorbrengen verkorten. Hij maakt ook een snellere diagnose mogelijk en hij verlaagt de druk op de radiologieafdelingen in onze regio tijdens deze periode van toenemende vraag."
Daniel Fascia, Clinical Lead voor de Yorkshire Imaging Collaborative

In 2019 maakte het Texas University Health System de beslissing om alle beeldvorming voor intramurale patiënten van het PACS-systeem van de radiologieafdeling over te brengen naar Agfa HealthCare's Enterprise Imaging Platform. Het uitgebreide zorgsysteem ging gebukt onder het gewicht van de niet geïntegreerde beeldbeheersystemen van talrijke verschillende leveranciers. De beeldvormingsconsolidatie kan er mee voor zorgen dat het zorgsysteem kan werken als een eengemaakte onderneming in plaats van als een lappendeken van afzonderlijke groepen. Sinds de ingebruikname zijn de resultaten spectaculair: een algemene efficiëntieverbetering van 15%, een toegenomen inzetbaarheidsduur en een geheel van tools voor samenwerking en datadelen die de zorgprofessionals van het Texas University Health System in staat stellen om zelfs tijdens de pandemie te overleggen over de patiëntenzorg.
"Ik zou zeggen dat we algemeen gezien met het Agfasysteem een efficiëntieverbetering van 15% halen vergeleken met onze vorige PACS. Bij de grootste gebruikers is dat zelfs 30%. Dat komt doordat we van beeld naar beeld kunnen gaan en doordat we over praktische werklijsten beschikken. We moeten ook niet zoeken naar beelden ter vergelijking."
Dr. Kal Clark, Vice Chair van Imaging Informatics, Texas University Health System

Bij IFO ondersteunt Enterprise Imaging de multidisciplinaire noden van het oncologische ziekenhuis en onderzoekscentrum, terwijl het ook de productiviteit van de radiologiediensten optrekt.
IFO is een vermaard centrum voor onderzoek, ziekenhuisdiensten en gezondheidszorg. Het centrum gaat er prat op dat het patiënten en personeelsleden steunt met de meest moderne technologie. Het ziekenhuis koopt regelmatig nieuwe software en apparatuur en in juni nam het Agfa HealthCare's Enterprise Imaging-systeem in gebruik. Het platform ondersteunt de multidisciplinaire noden van het oncologische ziekenhuis en onderzoekscentrum. Sinds de installatie kon het ziekenhuis de efficiëntie van zijn radiologiediensten optrekken en de multidisciplinaire aanpak versterken dankzij de snelle, veilige en makkelijke toegang tot medische beelden die het systeem biedt aan dokters en onderzoekers.
"Bij IFO wordt elke klinische case besproken door een aantal specialisten, zoals de oncoloog, de radiotherapeut en de chirurg. Enterprise Imaging maakt de uitermate belangrijke uitwisseling van informatie mogelijk."
Dr. Antonello Vidiri, Hoofdradioloog

HealthCare IT Klantenverhalen
Van de acht meest innovatieve ziekenhuizen in een recent Reaction Data-rapport, gebruiken er zes oplossingen van Agfa HealthCare. Het in Becker's Hospital Review gepubliceerde jaarlijkse Hospital Peer Review (18 mei 2020) van Reaction Data identificeert leiders op het vlak van innovatie die tegelijkertijd transformeren, kwaliteit leveren en de kosten onder controle houden.

Als antwoord op COVID-19 en op de nood aan samenwerking en beelduitwisseling tussen experten binnen en buiten de muren van het ziekenhuis werkten Agfa HealthCare en Microsoft samen om Agfa HealthCare's XERO Viewer en Microsoft Teams met elkaar te verbinden. Dankzij de installatie van de geïntegreerde oplossing in de Princess Alexandra Hospital NHS Trust in het VK kunnen meer dan 450 gebruikers in de Trust snel en veilig dringende beeldvormingsresultaten met elkaar delen.
"Het delen van beelden tussen medewerkers duurt nu maar milliseconden meer. Bovendien kan het van overal gedaan worden. Een van de weinige positieve gevolgen van de pandemie is het enthousiasme waarmee medewerkers innovaties verwelkomen. We hebben de voorbije maanden meer bereikt dan in de laatste vijf jaar. Medewerkers zien welke voordelen technologie kan bieden bij het verbeteren van de productiviteit en bij de samenwerking tussen teams en – belangrijker nog – op het vlak van de medische zorgen en van de uitkomsten voor de patiënten."
Dr. James Diss, Radiology Registrar bij de Princess Alexandra Hospital (PAH) NHS Trust.

Agfa's divisie Digital Print & Chemicals is een toonaangevende leverancier van digitale drukoplossingen voor sign & display-toepassingen en industriële toepassingen en van innovatieve producten voor niche-industrieën. De divisie ontwikkelt, produceert en verkoopt hypermoderne drukapparatuur en -software en een breed gamma van erg gespecialiseerde inkten voor specifieke toepassingen. Voorts levert de divisie klanten in verschillende industriële markten een breed gamma van klassieke films en gecoate producten.

Digital Print & Chemicals
Ondanks de met COVID-19 verbonden omzetdaling, bleef de brutowinstmarge van de divisie nagenoeg stabiel op 28,0% van de omzet. De uitdoving van de effecten van de strategische alliantie voor UV-inkten voor verpakkingsdruk met Siegwerk Druckfarben had een impact van 5,8 miljoen euro op de resultaten van de divisie. De aangepaste EBITDA-marge evolueerde van 9,5% van de omzet (33,8 miljoen euro in absolute cijfers) in 2019 tot 6,5% (18,8 miljoen euro in absolute cijfers). De aangepaste EBIT kwam uit op 8,6 miljoen euro (3,0% van de omzet), tegenover 22,4 miljoen euro (6,3% van de omzet).
Op het vlak van digital print bleven de inktproductgamma's voor sign & display-toepassingen het goed doen. Anderzijds had COVID-19 doorheen het jaar een sterke impact op de activiteiten op het vlak van grootformaatdrukapparatuur. Veel bedrijven stellen hun investeringen in nieuwe drukmachines uit. Desondanks kon Agfa in deze moeilijke omstandigheden zijn marktaandeel behouden. Voorts blijft Agfa investeren in zijn vernieuwende productportfolio om klaar te zijn voor de post-COVID marktheropleving. In de loop van 2020 voegde Agfa verscheidene nieuwe leden toe aan zijn familie van grootformaatprinters.
De verkoop van inkten voor industriële toepassingen groeide geleidelijk. Recent bracht Agfa oplossingen op de markt voor nieuwe digitale druktoepassingen, zoals laminaatvloeren en leder. Oplossingen voor andere nieuwe applicaties (onder meer op het vlak van verpakkingsdruk) zijn in ontwikkeling. In het vierde kwartaal introduceerde Agfa het op water gebaseerde Interio-Jet-systeem voor het drukken op decorpapier dat gebruikt wordt voor binnenhuisdecoratie, zoals laminaatvloeren en meubilair. De volumes van het gamma films en folies van de divisie daalden tegenover het voorgaande jaar omdat deze producten vooral gebruikt worden in industrieën die getroffen werden door de COVID-19-pandemie, zoals de luchtvaartindustrie, de olie- en gassector en de drukindustrie.
Het specialty chemicals-segment van de divisie is goed geplaatst voor toekomstige groei met producten en oplossingen die gericht zijn op specifieke veelbelovende markten. Zo heeft Agfa een Orgacon-gamma van geleidende materialen ontwikkeld die gebruikt worden in technologie voor elektrische en hybride wagens. Voorts heeft Agfa met zijn Zirfon-membranen voor geavanceerde alkaline elektrolyse een troef in handen om voordeel te halen uit de opkomst van de waterstofeconomie. Met deze membranen zet het een nieuwe efficiëntiestandaard in de groene waterstofproductie. In 2020 trad Agfa toe tot de European Clean Hydrogen Alliance, die alle betrokkenen in de waardeketen rond waterstof samenbrengt.
| MILJOEN EURO | 2020 | 2019 Herwerkt |
% evolutie (excl. wisselkoerseffecten) |
|---|---|---|---|
| Opbrengsten | 289 | 355 | -18,6% (-18,1%) |
| Aangepaste EBITDA (*) | 18,8 | 33,8 | -44,3% |
| % van de omzet | 6,5% | 9,5% | |
| Aangepaste@ EBIT (*) | 8,6 | 22,4 | -61,4% |
| % van de omzet | 3,0% | 6,3% | |
| Resultaten uit bedrijfsactiviteiten | 5,7 | 13,2 | -56,9% |
(*) Voor reorganisatiekosten en niet-recurrente resultaten
Agfa levert hypermoderne grootformaatprinters en UV-inkten en inkten op waterbasis voor de professionele grafische industrie.
Drukkers van borden en displays en klanten die gespecialiseerd zijn in industrieel drukwerk gebruiken Agfa's oplossingen om te drukken op een grote verscheidenheid aan substraten voor steeds meer verschillende toepassingen, zoals borden, posters en displays, promotiemateriaal, verpakking en decoratiemateriaal.
Inkjet is nu het belangrijkste alternatief voor zeefdruk-, gravuredruk- en flexodruktechnologie. Voor het drukken van borden, displays en bepaalde decoratieve toepassingen kan grootformaatinkjet zelfs oplossingen bieden die geen conventioneel alternatief hebben.
Agfa's nieuwe InterioJet 3300-inkjetsysteem is ontworpen voor het drukken op decorpapier voor interieurdecoratie, zoals laminaatvloeren en meubilair. Het kan gelijktijdig op twee rollen drukken – elk met een gewicht tot 600 kg – aan een snelheid tot 340 m² per uur.
Eind 2020 waren er meer dan 3.000 Anapurna- en Jeti-printers geïnstalleerd bij klanten over de hele wereld.
In 2020 had de COVID-19-pandemie een sterke impact op de markt voor grootformaatdrukapparatuur. Niettemin bleven de Anapurna- en Jeti-grootformaatprinters overal ter wereld drukkers van borden en displays overtuigen van hun uitstekende drukkwaliteit en hoge productiesnelheden. Het Asanti-workflowsysteem – dat de activiteiten stroomlijnt en kleurenconsistentie garandeert – wordt door klanten vaak genoemd als belangrijk voordeel tegenover concurrenten.
Naast apparatuur en software levert Agfa ook een gamma UV LED-inkten waarmee sign & display-klanten kwaliteitsvol drukwerk op een grote verscheidenheid aan stijve en flexibele substraten kunnen produceren. Bovenop de inkten voor sign & display-klanten levert Agfa ook een uniek gamma performante UV-inkten en op water gebaseerde inkten voor uiteenlopende industriële toepassingen.
In 2020 wonnen twee grootformaatprinters van Agfa een Product of the Year award van de PRINTING United Alliance, een van de grootste drukindustrieverenigingen ter wereld. De machines die in de prijzen vielen zijn de Oberon RTR3300 en de Jeti Tauro H3300 LED. De Oberon is een specifieke rol-op-rolprinter die aan snelheden tot 150m² per uur kan drukken met een breedte van 3,3 meter. Hij gebruikt UV-inkten die geoptimaliseerd zijn voor gebruik op flexibele media.

De Jeti Tauro H3300 LED-printer kan makkelijk extreme werkbelasting aan. Hij is geschikt voor stijve en flexibele substraten en print aan een snelheid tot 453m² per uur met een breedte tot 3,3 meter.
Om de groeiende vraag het hoofd te kunnen bieden, investeert Agfa aanzienlijk in de uitbreiding van de productiecapaciteit voor inkjetinkten. Een nieuwe productie-eenheid in Mortsel, België zal zich concentreren op de productie van op water gebaseerde inkten. Dankzij de nieuwe fabriek kan Agfa een sleutelleverancier van op water gebaseerde inkjetinkten voor een grote verscheidenheid aan nieuwe toepassingen worden. Ten eerste wordt gefocust op de groeiende markt van het drukken op decorpapier voor de productie van laminaatvloeren en meubelpanelen. Het tweede doel is de veelbelovende markt van inkjetdruk op verpakking.

Solopress is een van de grootste online drukbedrijven in het VK. Twaalf maanden na de installatie van twee Anapurna H2500i LED-grootformaatmachines van Agfa, rapporteert de onderneming een verbeterde kwaliteit en betrouwbaarheid, alsook belangrijke besparingen op inkt. Met zijn UV LED-droogtechnologie levert de hybride Anapurna H2500i LED een extreem hoge drukkwaliteit, een ongelooflijke productiviteit en baanbrekende automatiseringsmogelijkheden voor een grote verscheidenheid aan stijve en flexibele toepassingen.
"De aankoop van de twee Anapurnamachines van Agfa was zeker een van onze beste investeringen. Ze presteren zelfs beter dan verwacht op het vlak van betrouwbaarheid, kwaliteit en inktverbruik."
Jack Clifford, Head of Operations bij Solopress
TVE Reclameproducties is een onderdeel van TVE Groep, die negen in visuele communicatie voor binnen en buiten gespecialiseerde ondernemingen telt. TVA Reclameproducties was een testsite voor Agfa's Oberon RTR3300 rol-op-rol-inkjetdrukmachine. De machine combineert extreme productiviteit en kwaliteit met het vermogen om op een grote verscheidenheid aan media te drukken en met een uniek gebruiksgemak. De UV-inkten van de Oberon kregen een GREENGUARD Gold-certificatie van de hoogste categorie. Ze zijn ideaal voor naadloze behangpapiertoepassingen, geschikt voor binnenhuistoepassingen in gevoelige omgevingen als scholen en zorginstellingen.

"De Oberon is een robuuste machine, gebouwd volgens Europese normen. Het mediabereik is groot. Als je iets niet kan bedrukken met de Oberon, dan lukt het nergens mee. Agfa's service- en support-team is goed. Daarom is Agfa de eerste die bij mij aan de tafel zit wanneer ik een nieuwe stap moet zetten."
Hennie van Osch, eigenaar van TVE Reclameproducties
Digital Print & Chemicals Klantenverhalen
Al meer dan twintig jaar is de Franse sign & display-producent Créavi een specialist in het drukken in grote en erg grote formaten. De onderneming evolueerde van een zeefdrukker tot een van de grootste digitale grootformaatdrukkers van het land. In 2020 namen ze een Jeti Tauro H3300-machine met een vierkleurenconfiguratie van Agfa in gebruik. Daarnaast gebruikt het bedrijf al twee jaar een versie van deze machine in een zeskleurenconfiguratie.
"De productiviteit van de twee Jeti Tauro-machines is uitzonderlijk. We kunnen snel switchen van de ene drukopdracht naar de andere en van het ene substraat naar het andere. Omdat de machines volautomatisch zijn, werken ze bijna volledig onafhankelijk in drie shifts. Daarnaast is de drukkwaliteit uitstekend. De eisen van onze klanten op dat vlak nemen steeds toe, maar met de Jeti Tauro-machines kunnen we hen exact bieden wat ze willen. En dat alles met een laag inktverbruik."

Dominique Robert, een van de eigenaars van Créavi
TianYuan HuiBang Group is een van de grootste drukkers van materialen voor interieurdecoratie in China. In 2020 selecteerde de onderneming Agfa's InterioJet 2500-systeem voor haar gepersonaliseerde drukwerk op decorpapier in kleine oplages.
"Kiezen voor Agfa's systeem en service is een van onze beste investeringen gebleken. Het InterioJet 2500-systeem met op water gebaseerde inkten en met een analoge primer maakt de hele productie compleet. Het bedrukte papier vult ons traditionele impregnatie- en lamineringsproces perfect aan. Het helpt ons om een nieuwe business te bouwen rond kleine oplages en gepersonaliseerde toepassingen."
Reset Zhang, CEO van de TianYuan HuiBang Group

Agfa levert klanten in verscheidene industriële markten een breed gamma producten. De onderneming blijft klassieke filmtypes produceren voor beeldvormingsmarkten buiten de activiteitsdomeinen van Agfa's businessdivisies. Het gaat om film voor niet-destructief materiaalonderzoek, luchtfotografiefilm en microfilm. Voorts ontwikkelt en produceert Agfa speciale folies voor toepassingen zoals beveiligde documenten en drukwerk, evenals coatings en chemicaliën voor veelbelovende groeimarkten. Via Agfa-Labs deelt Agfa zijn onderzoekkennis en infrastructuur commercieel met derden.
Materialen voor Printed Electronics: Agfa is een erkende expert op het vlak van geleidende polymeren die gebruikt worden in antistatische beschermlagen voor films en componenten. Gebaseerd op deze producten, ontwikkelde Agfa zijn Orgacon-gamma van geleidende drukinkten, pasta's en emulsies verder voor gebruik in elektronische apparaten en in toepassingen zoals capacitieve sensoren, aanraakschermen en membraanschakelaars. De portfolio van Agfa bevat vernieuwende nanozilverinkten voor de productie van stijve en flexibele elektronische circuits. Typische toepassingen zijn gedrukte RFID-antennes en aanraaksensoren. Een veelbelovende groeimarkt voor Orgacon is die van de hybride voertuigen. Voortbouwend op de trend van de voorbije jaren, kende de Orgacon-productlijn ook in 2020 een sterke omzetgroei.

In november 2020 kondigde Agfa aan dat het eigenaar werd van de geleidende nanozilverinkten van Clariant. Hiermee breidt Agfa zijn Orgacon-portfolio voor gedrukte elektronicatoepassingen uit. Hierdoor is het nog beter geplaatst om nieuwe en bestaande klanten te bedienen met materialen en met knowhow voor het creëren van vernieuwende gedrukte elektronicaproducten in bv. de autosector, de industrie en de groene energiesector.
Materialen voor Printed Circuit Boards: Agfa is wereldwijd de belangrijkste producent van phototooling-film voor de productie van gedrukte schakelingen (Printed Circuit Boards – PCB) voor de elektronica-industrie. Elektronicaproducenten gebruiken de film om de geleidende circuits op een koperen laminaat aan te brengen. Omdat inkjet beschouwd wordt als een veelbelovende technologie voor PCB-productie, concentreert Agfa zijn O&O-inspanningen op de ontwikkeling van inkjetinkten voor de productie van gedrukte schakelingen. Deze inkten worden op de markt gebracht onder de DiPaMat-merknaam. Het gamma bestaat uit etch resist-inkten, legend-inkten en soldermask-inkten.
De phototooling-film van Agfa wordt ook gebruikt bij het proces van chemisch polijsten voor de productie van kleine mechanische onderdelen en bij metaaldecoratie.
Met zijn Idealine-gamma is Agfa wereldwijd de belangrijkste leverancier van phototooling-film. Bijgevolg heeft Agfa zeer waarschijnlijk de hand gehad in de productie van uw TV, PC, wasmachine of om het even welk ander object dat gedrukte schakelingen bevat.

zijn Zirfon-membranen is Agfa goed geplaatst om in te spelen op de opkomst van de waterstofeconomie. Agfa's membranen zijn een essentieel onderdeel van de elektrolysetechnologie voor waterstofproductie. Zirfon is een separatormembraan met een hoge opbrengst voor gebruik in geavanceerde systemen op basis van alkaline waterelektrolyse (scheiding van water in zuurstof en waterstof). Het materiaal is uitzonderlijk duurzaam, zelfs in een omgeving met dynamische stroomlevering. Zirfon groeit snel uit tot de keuze bij uitstek van belangrijke onderzoeksinstituten en systeemontwerpers als vervanging voor traditionele structuren die PPS-doek of asbest bevatten.
Synthetisch papier: Agfa ontwikkelt en verkoopt een gamma synthetische papieren als alternatief voor gelamineerd papier voor toepassingen met hoge eisen op het vlak van duurzaamheid. De papieren worden verkocht onder de merknaam Synaps. Ze worden door gebruikers op prijs gesteld voor hun drukefficiëntie. De inkt hecht zich immers uitzonderlijk snel aan het papier. Bovendien zijn de papieren bestand tegen water, scheuren en UV-licht. De Synaps-papieren kunnen op offsetdrukpersen met standaardinkten bedrukt worden, maar ook op HP Indigo-printers en printers op basis van droge toner. Synaps is geschikt voor een grote verscheidenheid aan toepassingen, zoals labels, displays voor binnen en buiten, signage en commercieel drukwerk.



In 2020 trad Agfa toe tot de European Clean Hydrogen Alliance. Deze alliantie groepeert alle betrokkenen in de waterstof-waardeketen. Met haar investeringsprogramma en haar projecten ondersteunt de alliantie de ontwikkeling van groene waterstofproductie, -toepassingen en -verdeling.
Security Documents: Door de groeiende aandacht voor veiligheid en identificatie investeren overheden in hightech elektronische ID-documenten waarvan de authenticiteit snel en efficiënt gecheckt kan worden. Agfa speelt in op de vraag naar fraudebestendige ID-documenten met een gamma van films en chemicaliën voor ABSOLUT-ID, een innovatieve oplossing voor het produceren van ID-kaarten.
Non-Destructive Testing (NDT): Agfa produceert kwaliteitsvolle röntgenfilm voor niet-destructief materiaalonderzoek. Met de film worden onder meer lasnaden in pijplijnen, stalen structuren en vliegtuigrompen getest. Wanneer Agfa in 2003 zijn NDT-businessgroep aan de General Electric Company (GE) verkocht, tekenden beide partijen een langetermijnovereenkomst waardoor Agfa röntgenfilm aan GE Inspection Technologies (nu Waygate Technologies) kon blijven leveren. Agfa is nu de exclusieve producent van NDT-röntgenfilm en de daarmee verbonden chemicaliën voor Waygate Technologies.
Aerial Photography: Voor de markt van de luchtfotografie levert Agfa films, chemicaliën en fotopapier.
Microfilm: Agfa ging met Eastman Park Micrographics (EPM) een exclusieve langetermijnovereenkomst aan voor de levering van microfilm. Volgens de overeenkomst produceert Agfa microfilm en daaraan verbonden chemicaliën voor EPM. EPM verdeelt deze producten wereldwijd onder zijn eigen merknaam. De microfilm van Agfa staat bekend om zijn hoge gevoeligheid en zijn uitzonderlijke beeldkwaliteit.
Agfa-Labs: Via Agfa-Labs hebben derden toegang tot de kennis van Agfa's onderzoekers en de installaties van Agfa's Materials Technology Center. Agfa-Labs biedt steun bij het analyseren en ontwikkelen van materialen en coatings. De website van Agfa-Labs (agfa.com/agfa-labs/cases) bevat voorbeelden van hoe Agfa bedrijven steunt bij het aanpakken van uitdagingen in verscheidene toepassingsgebieden.

Agfa's divisie Offset Solutions heeft tot doel om de voornaamste leverancier te zijn van geïntegreerde drukvoorbereidingssystemen voor commerciële, krantenen verpakkingsdrukkerijen en om een toonaangevende leverancier te zijn van software voor beveiligingsdrukwerk. Het is haar missie om grafische bedrijven in staat te stellen rendabel te groeien en de concurrentie voor te blijven. De divisie levert geïntegreerde systemen die zowel vernieuwend en betrouwbaar als duurzaam en competitief geprijsd zijn. Ze geeft klanten zo de mogelijkheid om zich op een kostenefficiënte manier aan te passen aan de nieuwe eisen van de markt. Het aanbod van Agfa omvat verbruiksgoederen, apparatuur, software en diensten. Het combineert eigen technologieën en knowhow met die van toonaangevende producenten.

Offset Solutions
Zonder wisselkoerseffecten daalde de omzet met 15,5% tot 704 miljoen euro door aan COVID-19 gerelateerde effecten – waaronder ongunstige prijs/mix-effecten – en door de structurele achteruitgang van de offsetmarkten. De pandemie veroorzaakte een terugloop in de reclame- en commerciële activiteiten, wat leidde tot lagere drukvolumes en een kleinere vraag naar drukplaten. De omzet van de divisie begon zich in de tweede helft van het jaar te herstellen.
De brutowinstmarge van de divisie Offset Solutions daalde van 22,9% van de omzet in 2019 tot 20,0%. De aangepaste EBITDA kwam uit op min 2,6 miljoen euro (min 0,4% van de omzet) tegenover 27,9 miljoen euro (3,3% van de omzet) in 2019. De aangepaste EBIT bedroeg min 21,9 miljoen euro (min 3,1% van de omzet) tegenover min 1,1 miljoen euro (min 0,1% van de omzet) in 2019.
Om de rendabiliteit te verbeteren en om de aanzienlijke achteruitgang van de marktvraag aan te pakken, herbekijkt Agfa zijn businessmodel voor offset, vereenvoudigt het zijn organisatie en stroomlijnt het zijn productaanbod. Voorts meent Agfa dat de huidige prijsniveaus in de industrie niet duurzaam zijn. Het onderzoekt manieren om het verdienmodel voor bepaalde diensten die het aan klanten levert aan te passen. Agfa reorganiseert zijn productiecapaciteit voor drukplaten. De activiteiten in de drukplatenfabrieken in Pont-à-Marcq (Frankrijk) en Leeds (Verenigd Koninkrijk) werden in de loop van het vierde kwartaal stopgezet. De effecten van deze stappen begonnen zichtbaar te worden in de resultaten van het vierde kwartaal.
In januari 2021 drukte Agfa de intentie uit om de activiteiten van Offset Solutions te organiseren in een zelfstandige vennootschapsstructuur en -organisatie binnen de Agfa-Gevaert Groep.
| MILJOEN EURO | 2020 | 2019 | % evolutie (excl. wisselkoerseffecten) |
|---|---|---|---|
| Opbrengsten | 704 | 843 | -16,5% (-15,5%) |
| Aangepaste EBITDA (*) | (2,6) | 27,9 | -109,3% |
| % van de omzet | -0,4% | 3,3% | |
| Aangepaste EBIT (*) | (21,9) | (1,1) | |
| % van de omzet | -3,1% | -0,1% | |
| Resultaten uit bedrijfsactiviteiten | (60,8) | (80,4) | 24,4% |
(*) Voor reorganisatiekosten en niet-recurrente resultaten
Agfa's divisie Offset Solutions is een toonaangevende leverancier van geïntegreerde drukvoorbereidingssystemen en software voor het beveiligen van drukwerk. Overal ter wereld vertrouwen professionele drukkers en uitgevers op de ervaring en uitmuntende technologie van de divisie.
De term drukvoorbereiding duidt op de processen voorafgaand aan het eigenlijke drukproces. De drukvoorbereidingsactiviteiten beginnen nadat de beslissingen over de layout van het drukwerk genomen zijn en eindigen waar het eigenlijke drukken start.
Drukkers vertrouwen op Agfa's apparatuur, verbruiksgoederen (zoals drukplaten en grafische film), software en diensten voor bijna elke stap in het voorbereidende proces. De softwarepakketten zijn een sleutelonderdeel van de totale oplossing die aan de drukkers wordt aangeboden. Ze automatiseren het drukvoorbereidingsproces, garanderen een betere kwaliteit en verhogen de kostenefficiëntie.
Hoewel Agfa's drukvoorbereidingssystemen vooral gericht zijn op het informatiedruksegment van de grafische industrie, levert de divisie Offset Solutions ook drukvoorbereidingstechnologie aan klanten die gespecialiseerd zijn in offset- en flexodruk voor verpakkingstoepassingen.
Agfa is een wereldleider op het vlak van digitale drukplaten en van milieuvriendelijke chemievrije drukplaten. Voorts is Agfa een van de weinige nog overgebleven leveranciers van grafische film.

40% Dankzij Agfa's screening-softwaretechnologie SPIR@L en InkTune screening kunnen drukkers het inktverbruik in hun offsetdrukproces tot 40% doen dalen.
1/2 Wereldwijd gebruikt de helft van alle krantendrukkerijen technologie van Agfa.


Bij het ontwikkelen en creëren van oplossingen – die bestaan uit apparatuur, software en verbruiksgoederen – concentreert Agfa zich op ecologie, kostenefficiëntie en extra gebruiksgemak (ecology, economy, extra convenience of ECO³). Daardoor worden drukprocessen schoner en kostenefficënter. Dankzij Agfa's ECO³-oplossingen kunnen drukkers tot 30% besparen op papier en inkt en tot 90% op water. Het afvalvolume kan met 50% teruggedrongen worden. In 2020 introduceerde Agfa verscheidene nieuwe ECO³ producten, zoals de procesvrije drukplaat Eclipse die het procesafval volledig elimineert.
Agfa biedt waardevolle softwaresystemen aan in diverse fraudegevoelige markten. Zijn speciale beveiligingspakketten helpen ontwerpers van paspoorten, belastingszegels, loterijbiljetten, verpakking en labels, concerttickets, postzegels, certificaten, … om vervalsers te slim af te zijn.

Wereldwijd gebruikt 70% van alle drukkers van bankbiljetten door Agfa ontwikkelde software voor het beveiligen van drukwerk.

Door de COVID-19-pandemie en structurele evoluties in de markt was 2020 overal ter wereld een moeilijk jaar voor drukkerijen. Agfa bleef hen ondersteunen met innovatieve oplossingen en diensten.
Zowel in het commerciële segment als in het segment van de krantendruk bevestigde Agfa in 2020 zijn sterke positie op het vlak van milieuvriendelijke drukvoorbereidingstechnologie. Met deze chemievrije computer-to-plate-systemen (CtP) kunnen drukkerijen hun ecologische voetafdruk verkleinen, hun bedrijfskosten verlagen en hun efficiëntie een boost geven. In het commerciële segment is Agfa een technologie- en marktleider met zijn chemievrije CtP-technologie. Ook in het krantensegment bepaalt Agfa de norm. De voorbije tien jaar is al meer dan 90% van Agfa's klanten in het krantensegment overgestapt op chemievrije technologie.

Naast plaatbelichters, andere apparatuur en drukplaten, omvatten CtP-oplossingen vaak ook ultramoderne workflowsoftware. Op het einde van het jaar waren in commerciële drukkerijen over de hele wereld meer dan 9.500 Apogee-systemen geïnstalleerd. Agfa is ook wereldleider op het vlak van workflowsoftware voor de automatisering van de productie van gedrukte kranten. Uitgevers kunnen deze Arkitex-workflowsystemen ter plekke in de drukvoorbereidingsafdeling bedienen, maar Agfa biedt ze ook aan als 'cloud'-oplossing.
In 2020 kwam de COVID-19-pandemie bovenop de structurele problemen in de offsetindustrie. Om de rendabiliteit te verbeteren en om de aanzienlijke daling van de marktvraag aan te pakken, herziet Agfa het businessmodel voor offset, vereenvoudigt het zijn organisatie en stroomlijnt het zijn productaanbod. Agfa reorganiseert ook de productiecapaciteit voor drukplaten. In 2020 besliste het bedrijf om de drukplatenfabrieken in Pont-à-Marcq (Frankrijk) en Leeds (VK) te sluiten. Ondanks de marktevolutie, heeft Agfa herhaaldelijk zijn engagement tegenover zijn klanten uitgedrukt. Het bedrijf is vastbesloten om hen te blijven ondersteunen met ultramoderne apparatuur, software en verbruiksgoederen.
De Deense drukkerij Kandrup maakte recent de overstap naar Agfa's baanbrekende procesvrije drukplaat Eclipse. Ze waarderen dat de plaat hun pers schoon houdt, bovenop haar uitstekende contrast en haar krasbestendigheid. Het bedrijf is gespecialiseerd in kleine oplages van verschillende soorten commercieel drukwerk. Het gebruikt zowel offsetpersen als digitale drukmachines. Kandrup is al meer dan 10 jaar een Agfa-klant. Het bedrijf bezit een volledige drukvoorbereidingsoplossing van Agfa, bestaande uit een plaatbelichter, drukplaten met het bijhorende vochtmiddel en workflow-, impositie- en kwaliteitsverbeteringssoftware.
"De nieuwe procesvrije Eclipse-drukplaat heeft een goed en stabiel contrast. Zo is er absoluut geen foutieve plaatverwisseling op de pers mogelijk. Haar krasbestendigheid is ook geweldig en we zien geen vingerafdrukken op de plaat. De mensen van Agfa bespreken nieuwe trends en ontwikkelingen met ons, ze geven ons advies, ze doen voorstellen en ze delen tips. We hebben een uitstekende samenwerking!"
Thomas Thomsen, eigenaar van Kandrup

Met een rijke geschiedenis van 118 jaar weet Burke Group uit Edmonton, Canada hoe ze succesvol doorheen de decennia moet evolueren. Vandaag is de organisatie een leider in de Canadese drukindustrie. Haar strategie bestaat erin de waarde voor klanten te verhogen door een grote verscheidenheid aan kwaliteitsvolle diensten aan te bieden, zoals drukwerk, bewegwijzering, direct mail, grafisch design en digitale diensten. In het kader van hun doelstellingen op het vlak van duurzaamheid nam Burke Group Agfa's Apogee-workflowsoftware en Energy Elite Pro thermische drukplaten in gebruik.

"Apogee is eenvoudig te gebruiken. We probeerden andere softwareoplossingen uit, maar voor ons voldeed Apogee het best aan de eisen van onze vestigingen. Werknemers trainen in het gebruik van Apogee is makkelijk. De software is eenvoudig, krachtig en intuïtief."
Brad Clark, Prepress Manager bij Burke Group
Kranten- en magazinedrukker WebPrint gebruikte jarenlang eenvoudige FTP-servers om bestanden van klanten te ontvangen en automatisch voor verwerking en plaatproductie door te sturen naar hun Arkitex Production-software. Recent stapten ze van hun traditionele FTP-servers over op Agfa's PrintSphere-systeem. Met PrintSphere heeft WebPrint nu een geautomatiseerd proces voor bestandeninput en een veilig backup- en herstelsysteem.

"Vanaf het begin geloofden we dat PrintSphere verschillende problemen met FTP-transfer kon oplossen en een veiliger en betrouwbaarder platform kon bieden. PrintSphere is eenvoudig te gebruiken. Het is makkelijk om nieuwe klanten toe te voegen en nu het volledig geautomatiseerd is, heeft het geen dagelijkse input van ons nodig."
Barry Noonan, Production Manager WebPrint

De Raad van Bestuur en het Executive Management van Agfa-Gevaert NV, vertegenwoordigd door de heer Frank Aranzana, Voorzitter van de Raad van Bestuur, de heer Pascal Juéry, President en Chief Executive Officer en de heer Dirk De Man, Chief Financial Officer, verklaren hierbij dat, voor zover hen bekend,
• de geconsolideerde jaarrekening, opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS), zoals aangenomen door de EU, een getrouw beeld geeft van het vermogen, van de financiële toestand en van de resultaten van de Vennootschap en haar geconsolideerde dochterondernemingen;
• het jaarverslag een getrouw overzicht geeft van de ontwikkeling en de resultaten van de Vennootschap en haar geconsolideerde dochterondernemingen, evenals een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden.
De toelichtingen maken integraal deel uit van de geconsolideerde jaarrekening.

Financieel Verslag
| GECONSOLIDEERD FINANCIEEL VERSLAG VAN DE AGFA-GEVAERT GROEP |
||
|---|---|---|
| Winst- en verliesrekening | 134 | |
| Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | 135 | |
| Balans | 136 | |
| Eigen vermogen | 138 | |
| Kasstroomoverzicht | 139 | |
| VOORSTELLINGSBASIS | ||
| 1 | Verslaggevende entiteit waarover wordt gerapporteerd | 141 |
| 2 | Conformiteitsverklaring | 141 |
| 3 | Functionele valuta en presentatievaluta | 141 |
| 4 | Schattingen en oordelen van het management | 141 |
| 5 | Veranderingen en grondslagen voor financiële verslaggeving |
142 |
| JAARPRESTATIES VAN DE ONDERNEMING | ||
| 6 | Te rapporteren segmenten | 143 |
| 7 | Alternatieve methodes om de prestatie van de Onderneming te meten |
149 |
| 8 | Opbrengsten | 150 |
| 9 | Overige bedrijfsopbrengsten en bedrijfskosten | 154 |
| 10 | Nettofinancieringslasten | 156 |
| 11 | Informatie over de aard van de kosten | 157 |
| 12 | Winst per aandeel | 158 |
| PERSONEELSBELONINGEN | ||
| 13 | Vergoedingen na uitdiensttreding | 159 |
| 14 | Langetermijnontslagvergoedingen | 172 |
| 15 | Op aandelen gebaseerde betalingen | 172 |
| 16 | Overige personeelsvergoedingen | 172 |
| BELASTINGEN | ||
| 17 | Winstbelastingen | 173 |
| 18 | Overige belastingvorderingen en -verplichtingen | 177 |
| OVERNAMES EN AFSTOTINGEN | ||
| 19 | Overnames | 178 |
| 20 | Afstotingen | 180 |
| BEHEER VAN FINANCIËLE RISICO'S EN FINANCIËLE INSTRUMENTEN |
||
| 21 | Marktrisico | 183 |
| 22 | Kredietrisico | 191 |
| 23 | Liquiditeitsrisico | 195 |
|---|---|---|
| 24 | Kapitaalbeheer | 198 |
| 25 | Verwerkingscategorieën en reële waarden | 198 |
| 26 | Baten, kosten, winsten en verliezen uit financiële instrumenten |
202 |
| ACTIVA | ||
| 27 | Immateriële activa en goodwill | 203 |
| 28 | Materiële vaste activa | 208 |
| 29 | Recht-op-gebruik activa | 209 |
| 30 | Geassocieerde deelnemingen en overige financiële activa | 211 |
| 31 | Vorderingen uit leaseovereenkomsten | 212 |
| 32 | Voorraden | 213 |
| 33 | Overige vorderingen | 213 |
| 34 | Geldmiddelen en kasequivalenten | 213 |
| 35 | Vaste activa aangehouden voor verkoop | 214 |
| 36 | Overige activa | 214 |
| EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | ||
| 37 | Eigen vermogen | 214 |
| 38 | Rentedragende verplichtingen | 219 |
| 39 | Voorzieningen | 221 |
| 40 | Overige te betalen posten | 222 |
| 41 | Overige verplichtingen | 222 |
| LIJST VAN DOCHTERONDERNEMINGEN | ||
| 42 | Investeringen in dochterondernemingen | 222 |
| 43 | Investeringen verwerkt volgens de 'equity'-methode | 224 |
| OVERIGE INFORMATIE | ||
| 44 | Operationele leaseovereenkomsten | 224 |
| 45 | Verbintenissen en buitenbalansverplichtingen | 225 |
| 46 | Informatieverschaffing over verbonden partijen | 226 |
| 47 | Gebeurtenissen na balansdatum | 227 |
| 48 | Informatie met betrekking tot de opdrachten en honoraria van de commissaris |
227 |
| WAARDERINGSREGELS | ||
| 49 | Waarderingsbasis | 228 |
| 50 | Grondslagen voor financiële verslaggeving | 229 |
| 51 | Nieuwe standaarden en interpretaties van standaarden gepubliceerd, nog niet van kracht per einde boekjaar |
249 |
| Overzichtstabellen voor de laatste vijf jaar (winst- en verliesrekening, kasstromen, balans) |
286 |
De toelichtingen op bladzijden 141 tot 250 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.
| MILJOEN EURO | Toelichting | 2019 (1) herwerkt |
2020 |
|---|---|---|---|
| VOORTGEZETTE ACTIVITEITEN | |||
| Opbrengsten | 8 | 1.975 | 1.709 |
| Kostprijs van verkopen | (1.387) | (1.215) | |
| Brutowinst | 589 | 494 | |
| Verkoopkosten | (271) | (223) | |
| Kosten van onderzoek en ontwikkeling | (103) | (95) | |
| Algemene beheerskosten | (157) | (144) | |
| Waardeverminderingsverliezen op handels- en andere vorderingen, inclusief contractuele activa verbonden aan contracten met klanten |
22.2 | (5) | (2) |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 9 | 41 | 39 |
| Overige bedrijfskosten | 9 | (127) | (123) |
| Winst (verlies) uit bedrijfsactiviteiten | 6 | (34) | (52) |
| Financieringsbaten (-kosten) - netto | (8) | (4) | |
| Financieringsbaten | 10 | 2 | 1 |
| Financieringskosten | 10 | (10) | (6) |
| Overige financieringsbaten (-kosten) - netto | (28) | (26) | |
| Overige financieringsbaten | 10 | 8 | 2 |
| Overige financieringskosten | 10 | (36) | (28) |
| Nettofinancieringslasten | (36) | (31) | |
| Aandeel van de Groep in het nettoresultaat van geassocieerde deelnemingen - na winstbelastingen |
- | - | |
| Winst (verlies) voor belastingen | (70) | (83) | |
| Winstbelastingen | 17 | (14) | (15) |
| Winst (verlies) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | (84) | (98) | |
| BEËINDIGDE ACTIVITEITEN | |||
| Winst (verlies) van beëindigde activiteit, na winstbelastingen | 20 | 36 | 719 |
| Winst (verlies) over het boekjaar | (48) | 621 | |
| Winst (verlies) toewijsbaar aan: | |||
| Aandeelhouders van de Onderneming | (53) | 613 | |
| Minderheidsbelangen | 5 | 7 | |
| Winst per aandeel (euro) | |||
| Gewone winst/verwaterde winst per aandeel (euro) | 12 | (0,32) | 3,66 |
| Gewone winst per aandeel (euro) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 12 | (0,53) | (0,63) |
| Gewone winst per aandeel (euro) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 12 | 0,21 | 4,28 |
(1) Conform IFRS 5.33 licht de Onderneming in haar geconsolideerde winst- en verliesrekening en geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, in één bedrag, het resultaat uit beëindigde bedrijfsactiviteiten toe. Dit bedrag omvat de winst uit operationele beëindigde activiteiten na belastingen en de winst uit de verkoop van de totale geïdentificeerde afgestoten nettoactiva. De Groep stootte in juli 2019 haar doorverkoopactiviteiten met betrekking tot 'Digital Print & Chemicals' in de Verenigde Staten af en in mei 2020 verkocht ze een deel van Agfa HealthCare's IT-activiteiten. Bijgevolg worden deze toelichtingen over voorgaande perioden, zijnde FY 2019 anders dan voorheen gerapporteerd.
De toelichtingen op bladzijden 141 tot 250 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.
| MILJOEN EURO | Toelichting | 2019 (1) herwerkt |
2020 |
|---|---|---|---|
| Winst ( verlies) over het boekjaar uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | (84) | (98) | |
| Winst (verlies) over het boekjaar uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 36 | 719 | |
| Niet-gerealiseerde resultaten, na winstbelastingen | |||
| Niet-gerealiseerde resultaten die geherklasseerd zijn naar de winst- en verliesrekening of in een volgende periode kunnen geherklasseerd worden naar de winst- en verliesrekening: |
|||
| Valutakoersverschillen: | 7 | (39) | |
| Valutakoersverschillen voor buitenlandse activiteiten | 37.6 | 7 | (39) |
| Kasstroomafdekkingen: | 10 | 10 | |
| Effectief deel van veranderingen in de reële waarde van kasstroomafdekkingen |
37.4 | (7) | 7 |
| Nettoverandering in de reële waarde van kasstroomafdekkingen die is overgeboekt naar de winst- en verliesrekening |
37.4 | 3 | (1) |
| Verandering in de reële waarde die is overgeboekt naar de initiële boekwaarde van het ingedekte actief |
37.4 | 14 | 6 |
| Winstbelastingen | 37.4 | - | (2) |
| Niet-gerealiseerde resultaten die niet geherklasseerd worden naar de winst- en verliesrekening |
(132) | (100) | |
| Investering gewaardeerd aan reële waarde via niet-gerealiseerde resultaten - veranderingen in reële waarde |
37.3 | (1) | (1) |
| Herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen | 37.5 | (139) | (102) |
| Winstbelastingen op de herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen |
37.5 | 8 | 3 |
| Niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar, na winstbelastingen | (114) | (129) | |
| Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar uit voortgezette bedrijfsactiviteiten toewijsbaar aan: |
(198) | (227) | |
| Aandeelhouders van de Onderneming (voortgezette bedrijfsactiviteiten) | (204) | (232) | |
| Minderheidsbelangen (voortgezette bedrijfsactiviteiten) | 5 | 5 | |
| Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar uit beëindigde bedrijfsactiviteiten toewijsbaar aan: |
36 | 719 | |
| Aandeelhouders van de Onderneming (beëindigde bedrijfsactiviteiten) | 36 | 719 | |
| Minderheidsbelangen (beëindigde bedrijfsactiviteiten) | - | - |
(1) Conform IFRS 5.33 licht de Onderneming in haar geconsolideerde winst- en verliesrekening en geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, in één bedrag, het resultaat uit beëindigde bedrijfsactiviteiten toe. Dit bedrag omvat de winst uit operationele beëindigde activiteiten na belastingen en de winst uit de verkoop van de totale geïdentificeerde afgestoten nettoactiva. De Groep stootte in juli 2019 haar doorverkoop-activiteiten met betrekking tot 'Digital Print & Chemicals' in de Verenigde Staten af en in mei 2020 verkocht ze een deel van Agfa Health-Care's IT-activiteiten. Bijgevolg worden deze toelichtingen over voorgaande perioden, zijnde FY 2019 anders dan voorheen gerapporteerd.
De toelichtingen op bladzijden 141 tot 250 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.
| MILJOEN EURO | Toelichting | 31 december 2019 | 31 december 2020 | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| ACTIVA | ||||||
| Vaste activa | 1.060 | 714 | ||||
| Goodwill | 27 | 492 | 265 | |||
| Immateriële activa | 27 | 74 | 19 | |||
| Materiële vaste activa | 28 | 142 | 127 | |||
| Recht-op-gebruik activa | 29 | 110 | 78 | |||
| Geassocieerde deelnemingen | 30 | 4 | - | |||
| Overige financiële activa | 30 | 8 | 7 | |||
| Handelsvorderingen | 22.2 | 21 | 15 | |||
| Vorderingen uit leaseovereenkomsten | 31 | 62 | 68 | |||
| Overige activa | 36 | 24 | 16 | |||
| Uitgestelde belastingvorderingen | 18 | 125 | 120 | |||
| Vlottende activa | 1.234 | 1.490 | ||||
| Voorraden | 32 | 436 | 389 | |||
| Handelsvorderingen | 22.2 | 408 | 297 | |||
| Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten | 8.3 | 100 | 64 | |||
| Actuele vorderingen uit winstbelastingen | 17 | 75 | 63 | |||
| Overige belastingvorderingen | 18 | 25 | 15 | |||
| Financiële activa | 30 | - | 9 | |||
| Vorderingen uit leaseovereenkomsten | 31 | 34 | 29 | |||
| Overige vorderingen | 33 | 15 | 9 | |||
| Overige kortlopende activa | 36 | 21 | 18 | |||
| Derivaten | 25 | 1 | 9 | |||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 34 | 107 | 585 | |||
| Vaste activa aangehouden voor verkoop | 35 | 10 | 4 | |||
| TOTAAL ACTIVA | 2.294 | 2.204 |
De toelichtingen op bladzijden 141 tot 250 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.
| MILJOEN EURO | Toelichting | 31 december 2019 | 31 december 2020 |
|---|---|---|---|
| EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | |||
| Eigen vermogen | 37 | 130 | 620 |
| Toewijsbaar aan aandeelhouders van de Onderneming | 83 | 570 | |
| Maatschappelijk kapitaal | 187 | 187 | |
| Uitgiftepremies | 210 | 210 | |
| Ingehouden winsten | 803 | 1.412 | |
| Overige reserves | (84) | (76) | |
| Valutakoersverschillen | (5) | (42) | |
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding: herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen |
(1.028) | (1.122) | |
| Minderheidsbelangen | 47 | 51 | |
| Langlopende verplichtingen | 1.402 | 1.045 | |
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding | 13 | 1.137 | 956 |
| Overige personeelsbeloningen | 16 | 12 | 13 |
| Rentedragende verplichtingen | 38 | 225 | 54 |
| Voorzieningen | 39 | 5 | 16 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 18 | 19 | 4 |
| Handelsschulden | 23 | 2 | - |
| Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten |
8.3 | 1 | 2 |
| Overige langlopende verplichtingen | 1 | 1 | |
| Kortlopende verplichtingen | 761 | 538 | |
| Rentedragende verplichtingen | 38 | 101 | 29 |
| Voorzieningen | 39 | 45 | 63 |
| Handelsschulden | 23 | 232 | 198 |
| Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten |
8.3 | 151 | 103 |
| Actuele verplichtingen uit winstbelastingen | 17 | 49 | 23 |
| Overige belastingverplichtingen | 18 | 38 | 24 |
| Overige te betalen posten | 41 | 9 | 8 |
| Personeelsbeloningen | 16 | 130 | 88 |
| Overige kortlopende verplichtingen | 23 | 1 | 1 |
| Derivaten | 25 | 5 | 2 |
| TOTAAL EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | 2.294 | 2.204 |
De toelichtingen op bladzijden 141 tot 250 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.
| TOEWIJSBAAR AAN AANDEELHOUDERS VAN DE ONDERNEMING |
||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Toelichting | Maatschappelijk kapitaal | Uitgiftepremie | Ingehouden winsten | Eigen aandelen | Reële waardereserve | Afdekkingsreserve | toegezegdpensioenregelingen Herwaardering van de netto verplichting uit hoofde van |
Valutakoersverschillen | TOTAAL | MINDERHEIDSBELANGEN | TOTAAL EIGEN VERMOGEN |
| Boekwaarde per 1 januari 2019 | 187 | 210 | 854 | (82) | 1 | (12) | (897) | (9) | 252 | 38 | 290 | |
| Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over de periode | ||||||||||||
| Winst (verlies) over het boekjaar | - | - | (53) | - | - | - | - | - | (53) | 5 | (48) | |
| Niet-gerealiseerde resultaten na winstbelastingen |
37.9 | - | - | - | - | (1) | 10 | (131) | 7 | (114) | - | (114) |
| Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar |
- | - | (53) | - | (1) | 10 | (131) | 7 | (168) | 5 | (162) | |
| Transacties met aandeelhouders, rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen | ||||||||||||
| Dividenden | 37.7 | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Transfer van activiteiten naar minderheids belangen zonder verlies van zeggenschap |
37.8 | - | - | 2 | - | - | - | - | (3) | (1) | 1 | - |
| Oprichting van dochteronderneming met minderheidsparticipatie |
37.8 | - | - | - | - | - | - | - | - | - | 2 | 2 |
| Totaal van transacties met aandeelhouders, rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen |
- | - | 2 | - | - | - | - | (3) | (1) | 3 | 2 | |
| Boekwaarde per 31 december 2019 | 187 | 210 | 803 | (82) | 1 | (3) | (1.028) | (5) | 83 | 47 | 130 | |
| Boekwaarde per 1 januari 2020 | 187 | 210 | 803 | (82) | 1 | (3) | (1.028) | (5) | 83 | 47 | 130 | |
| Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over de periode | ||||||||||||
| Winst (verlies) over het boekjaar | - | - | 613 | - | - | - | - | - | 613 | 7 | 621 | |
| Niet-gerealiseerde resultaten na winstbelastingen |
37.9 | - | - | - | - | (1) | 10 | (99) | (37) | (127) | (2) | (129) |
| Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar |
613 | (1) | 10 | (99) | (37) | 486 | 5 | 491 | ||||
| Transacties met aandeelhouders, rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen | ||||||||||||
| Dividenden | 37.7 | - | - | - | - | - | - | - | - | - | (1) | (1) |
| Herklassering van de herwaardering van de pensioenverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen van de entiteiten die gedesinvesteerd werden naar ingehouden winsten |
37.5 | - | - | (4) | - | - | - | 4 | - | - | - | - |
| Totaal van transacties met aandeelhouders, rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen |
- | - | (4) | - | - | - | 4 | - | - | (1) | (1) | |
| Boekwaarde per 31 december 2020 | 187 | 210 | 1.412 | (82) | - | 7 | (1.122) | (42) | 570 | 51 | 620 |
De toelichtingen op bladzijden 141 tot 250 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.
| MILJOEN EURO | Toelichting | 2019 | 2020 |
|---|---|---|---|
| Winst (verlies) over het boekjaar | (48) | 621 | |
| Winstbelastingen | 17 | 28 | |
| Aandeel van de Groep in het nettoresultaat van geassocieerde deelnemingen - na winstbelastingen |
1 | ||
| Nettofinancieringslasten | 10 | 38 | |
| Bedrijfsresultaat | 19 | 660 | |
| Afschrijvingen (exclusief afschrijvingen op recht-op-gebruik activa) |
27/28 | 56 | |
| Afschrijvingen op recht-op-gebruik activa | 38 | ||
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op goodwill | 35 | ||
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op immateriële activa | 11 | ||
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op materiële vaste activa | 27 | ||
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op recht-op-gebruik activa (1) | 4 | ||
| Vrijval van resultaten uit de afdekkingsreserve | 21.4 | 3 | |
| Overheids- en andere subsidies | (9) | ||
| Winst/verlies uit de verkoop van immateriële activa en materiële vaste activa | - | ||
| Resultaat uit de verkoop van beëindigde activiteiten | 20 | (6) | (700) |
| Kosten voor verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding en ontslagvergoedingen |
36 | ||
| Opbouw van personeelsverplichtingen | 91 | ||
| Afwaarderingen/terugname op voorraden | 14 | ||
| Waardeverminderingsverliezen/terugname op vorderingen | 4 | ||
| Opbouw/terugname van voorzieningen | 24 | ||
| Valutakoersverschillen en reële waardeveranderingen van derivaten |
1 | ||
| Bedrijfskasstroom voor wijzigingen in het werkkapitaal | 348 | 205 | |
| Wijziging in de voorraden | 50 | ||
| Wijziging in de handelsvorderingen | 4 | ||
| Wijziging in de contractuele activa verbonden aan contracten met klanten | 7 | (10) | |
| Wijziging in de werkkapitaalactiva | 62 | ||
| Wijziging in de handelsschulden | 19 | ||
| Wijziging in de contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten | (13) | ||
| Wijziging in de werkkapitaalverplichtingen | 6 | ||
| Wijziging in het werkkapitaal | 68 | ||
| Uitgaande kasstroom voor personeelsbeloningen | (226) | (403) | |
| Uitgaande kasstroom voor voorzieningen | (36) | (37) | |
| Veranderingen in de leaseportfolio | (9) | ||
| Veranderingen in ander werkkapitaal | 18 | ||
| Ontvangen kasstromen uit derivaten ter indekking van operationele activiteiten | (16) | ||
| Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 147 | (136) | |
| Betaalde belastingen | (24) | (17) | |
| Nettokasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 123 | (153) | |
| waarvan met betrekking tot beëindigde bedrijfsactiviteiten |
(1) 2019 gedeeltelijk gecompenseerd door een tegendraaiing van een voorziening voor verlieslatende huurgelden ten bedrage van 3 miljoen euro.
De toelichtingen op bladzijden 141 tot 250 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.
| MILJOEN EURO | Toelichting | 2019 | 2020 |
|---|---|---|---|
| Investeringsuitgaven | (38) | (33) | |
| Ontvangsten uit de verkoop van immateriële activa en materiële vaste activa | 27/28 | 7 | 9 |
| Ontvangsten uit de verkoop van activa aangehouden voor verkoop | - | - | |
| Overnames na aftrek verworven geldmiddelen | 19 | (16) | (1) |
| Ontvangsten uit de verkoop van beëindigde activiteiten, na winstbelastingen (2) |
20 | 16 | 915 |
| Ontvangsten uit de verkoop van andere investeringen | 1 | - | |
| Ontvangen rente | 3 | 2 | |
| Ontvangen dividenden | - | - | |
| Nettokasstromen uit investeringsactiviteiten | (28) | 892 | |
| waarvan met betrekking tot beëindigde bedrijfsactiviteiten | 913 | ||
| Betaalde rente | (15) | (7) | |
| Betaalde dividenden aan minderheidsbelangen | - | - | |
| Ontvangsten van leningen | 38.5 | 127 | 59 |
| Terugbetalingen van leningen | 38.5 | (201) | (259) |
| Betaling van leaseschulden | 38.5 | (42) | (34) |
| Ontvangsten uit/(betalingen) van derivaten | 3 | (9) | |
| Andere financieringsinkomsten/(-kosten) | (3) | - | |
| Nettokasstromen uit financieringsactiviteiten | (131) | (249) | |
| waarvan met betrekking tot beëindigde bedrijfsactiviteiten | (4) | ||
| Nettowijziging in geldmiddelen en kasequivalenten | (36) | 490 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van het jaar | 136 | 99 | |
| Nettowijziging in geldmiddelen en kasequivalenten | (36) | 490 | |
| Impact van valutakoersverschillen | (1) | (3) | |
| Winst/(verlies) op kortlopende beleggingen | 22.2 | - | (1) |
| Geldmiddelen en kasequivalenten op het einde van het boekjaar (3) | 34 | 99 | 585 |
(2) De Groep heeft ervoor geopteerd om een kasstroomoverzicht te presenteren dat alle kasstromen omvat, inclusief kasstromen uit beëindigde activiteiten. (3) Negatieve banksaldi zijn gepresenteerd in mindering van kasmiddelen: (31 december 2020: 0,3 miljoen euro / 31 december 2019: 8 miljoen euro).
Agfa-Gevaert NV ('de Onderneming') is een onderneming die in België gevestigd is. Het adres van de statutaire zetel van de Onderneming is Septestraat 27, 2640 Mortsel.
De geconsolideerde jaarrekening van de Groep over 2020 omvat de Onderneming en 95 geconsolideerde dochterondernemingen (2019: 106 geconsolideerde dochterondernemingen) waarover de Onderneming zeggenschap uitoefent. Investeringen in dochterondernemingen worden opgesomd in toelichting 42.
Minderheidsbelangen houden een materieel belang aan in negen dochterondernemingen gelegen in Groot-China en de ASEAN-regio. De financiële gegevens van minderheidsbelangen worden toegelicht in toelichting 37.8. In Europa zijn er een paar dochterondernemingen waarin minderheidsbelangen een aandeel aanhouden dat van ondergeschikt belang is voor de Groep.
De geconsolideerde jaarrekening werd opgemaakt in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) van de International Accounting Standards Board (IASB) zoals aangenomen door de Europese Unie op 31 december 2020.
De Groep heeft geen IFRS standaarden vervroegd toegepast welke nog niet van toepassing waren in 2020. Verdere informatie wordt verstrekt in toelichting 51 'Nieuwe standaarden en interpretaties van standaarden gepubliceerd, nog niet van kracht per einde boekjaar'. De geconsolideerde staten werden goedgekeurd voor publicatie door de Raad van Bestuur op 23 maart 2021.
In juli 2019 stootte de Groep haar doorverkoop-activiteiten met betrekking tot 'Digital Print & Chemicals' in de Verenigde Staten af en in mei 2020 verkocht de Groep een deel van haar Agfa HealthCare's IT-activiteiten. Bijgevolg zijn de vergelijkende cijfers over het vorige boekjaar in de winst- en verliesrekening en het geconsolideerd overzicht van niet-gerealiseerde resultaten anders dan voorheen gepresenteerd door de afgestoten activiteiten apart te tonen als beëindigde bedrijfsactiviteiten. De impact van deze afgestoten bedrijfsactiviteiten wordt toegelicht in toelichting 20 'Afstotingen'.
De geconsolideerde jaarrekening wordt voorgesteld in euro, wat de functionele munt is van de Onderneming. Alle financiële informatie is weergegeven in miljoen euro, afgerond naar het dichtstbijzijnde miljoen, tenzij anders aangeduid. Door het gebruik van afrondingen is het mogelijk dat de som van individuele lijnen in een tabel niet overeenkomt met het totaal van die lijnen, daar de totalen zelf afgerond worden naar het dichtstbijzijnde miljoen.
Bij de opmaak van de geconsolideerde jaarrekening in overeenstemming met IFRS heeft het management inschattingen en veronderstellingen gemaakt die een belangrijke impact hebben op de toepassing van de waarderingsregels van de Groep en de gerapporteerde waarden van activa, verplichtingen, inkomsten en kosten.
Aanpassingen aan boekhoudkundige inschattingen worden prospectief toegepast. Boekhoudkundige inschattingen en onderliggende veronderstellingen worden op continue basis herzien en kunnen afwijken van de actuele waarden.
De onderwerpen waarbij een hoge mate van oordeelsvorming is vereist of waarbij het gebruik van schattingen en veronderstellingen belangrijk is voor de opmaak van de geconsolideerde jaarrekening worden hierna weergegeven met verwijzing naar de betreffende toelichting waar meer informatie wordt verstrekt.
| Onderwerpen die een hoge mate van oordeelsvorming, schattingen en veronderstellingen vereisen |
Toelichtingen |
|---|---|
| De netto contante waarde van geschatte toekomstige kasstromen die wordt gebruikt bij het toetsen op bijzondere waardeverminderingen |
Toelichting 27 'Immateriële activa en goodwill' |
| De gebruiksduur van immateriële activa met een beperkte gebruiksduur | Toelichting 27 'Immateriële activa en goodwill' |
| Het beoordelen van de geschiktheid van de verplichtingen voor lopende of verwachte onderzoeken naar de belastingverplichtingen over voorgaande jaren |
Toelichting 17 'Winstbelastingen' |
| Het bepalen van de recupereerbaarheid van uitgestelde belastingvorderingen |
Toelichting 17 'Winstbelastingen' |
| De actuariële veronderstellingen die gebruikt worden voor de waardering van toegezegdpensioenregelingen |
Toelichting 13 'Personeelsbeloningen' |
| Erkenning van de opbrengsten van overeenkomsten waarin meerdere goederen en/of diensten samen worden aangeboden aan de koper ('multiple-element arrangements') |
Toelichting 8 'Opbrengsten' |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op financiële activa op basis van verwachte kredietverliezen |
Toelichting 22.2 'Verwachte kredietverliezen' |
De geconsolideerde staten van de Groep zoals toegelicht in dit jaarverslag nemen de volgende standaarden en interpretaties van standaarden in acht, van toepassing vanaf 1 januari 2020. Het betreft:
Deze aanpassingen zijn ofwel niet van toepassing op de geconsolideerde financiële staten of hebben geen materiële impact gehad op de geconsolideerde financiële staten van de Groep in 2020.
De effecten van de verkoop van een deel van de activiteiten van HealthCare IT in mei en wisselkoerseffecten niet meegerekend, daalde de omzet van de Agfa-Gevaert Groep met 12,7%. De Imaging IT-activiteiten en de Direct Radiography-activiteiten binnen de divisie Radiology Solutions presteerden goed, ondanks de impact van COVID-19 op het bedrijfsklimaat. De problemen in de offsetdrukindustrie en de COVID-19-impact op de medische filmactiviteiten en op de divisie Digital Print & Chemicals hadden een aanzienlijke invloed op de omzet van de Groep. In de tweede jaarhelft begonnen de meeste activiteiten zich te herstellen.
De brutowinstmarge van de Groep bedroeg 28,9% van de omzet in 2020, tegenover 29,9% in 2019. De divisie HealthCare IT noteerde een sterke verhoging van de brutowinstmarge op basis van de strategie om zich te richten op hoogwaardige omzetstromen. De divisie Digital Print & Chemicals toonde zich weerbaar op het vlak van rendabiliteit ondanks de met COVID-19 verbonden omzetdaling. De rendabiliteit van de divisie Offset Solutions werd sterk geraakt door COVID-19, maar de maatregelen die voor deze divisie genomen werden, begonnen tegen het einde van het jaar hun effecten te tonen. Gerelateerd aan de COVID-19-situatie en inspanningen om de voorraden te verminderen, werden de marges ook beïnvloed door de afgenomen bezettingsgraad van de fabrieken.
Met betrekking tot COVID-19 heeft de Groep in de loop van 2020 in verscheidene landen gebruik kunnen maken van steunmaatregelen van diverse overheden zoals daar zijn tijdelijke werkloosheid. Deze steunmaatregelen gecombineerd met meerdere structurele en tijdelijke kostenbesparingsmaatregelen, hebben een materieel impact gehad op de mogelijkheid van de Groep tot terugschroeven van de kosten in lijn met de verminderde activiteitsniveaus. COVID-19 heeft geen materieel impact gehad op de geconsolideerd balans van de Groep.
In de tweede jaarhelft van 2021 verwacht de Groep een aanzienlijke vooruitgang in alle divisies, met uitzondering van de divisie Radiology Solutions, waar de groei van de Direct Radiography-activiteiten de marge- en volume-impact in de filmactiviteiten niet zal kunnen compenseren. Op middellange termijn zullen de meeste activiteiten van de Groep volledig herstellen van de verstoring die COVID-19 teweeg heeft gebracht. Een aantal onder hen zal zelfs voordeel kunnen halen uit post-COVID-kansen en -marktontwikkelingen. Van de vraag naar offsetproducten wordt echter geen volledig herstel verwacht.
In overweging nemend dat de Groep reeds in 2019 een aanzienlijk bijzonder waardeverminderingsverlies van 67 miljoen euro boekte op goodwill, immaterieel en materieel vaste activa toewijsbaar aan het te rapporteren segment 'Offset Solutions' en rekening houdend met de vooruitzichten inzake herstel van COVID-19 voor de andere segmenten, is de Groep van oordeel dat er geen indicatoren zijn voor het boeken van bijzondere waardeverminderingsverliezen in 2020. Gezien de Groep eveneens over een aanzienlijke netto kaspositie van 502 miljoen euro beschikt per einde 2020, stellen er zich geen kwesties inzake continuïteit van de Groep.
De activiteiten van de Groep worden gegroepeerd in vier divisies: Offset Solutions (de offsetactiviteiten van de voormalige businessgroep Agfa Graphics), Digital Print & Chemicals (de inkjetactiviteiten van de voormalige businessgroep Agfa Graphics en de activiteiten van de voormalige businessgroep Specialty Products), Radiology Solutions (de beeldvormingsactiviteiten van de voormalige businessgroep Agfa HealthCare) en HealthCare IT (de IT-activiteiten van de voormalige businessgroep Agfa HealthCare). Deze divisiestructuur is gebaseerd op technologie en op oplossingen en zal de business in staat stellen om in de toekomst partnerships te zoeken.
Het management van de Groep heeft de bovenvermelde vier divisies geïdentificeerd als haar operationele segmenten, dewelke overeenkomen met de te rapporteren segmenten. Alle operationele segmenten hebben stevige marktposities, goed gedefinieerde strategieën, en dragen volledige verantwoordelijkheid, autoriteit en leggen volledige verantwoording af.
Om een accuratere beoordeling van de businessprestaties mogelijk te maken werden bepaalde kosten van corporate functies op Groepsniveau (vb. Investor Relations, Corporate Finance, Interne Audit, Innovation Office, …) niet toegewezen aan de businessdivisies. Deze kosten worden apart getoond onder 'Corporate Services'.
De operationele segmenten van de Groep reflecteren het niveau waarop de CEO van de Groep en het Executive Committee de activiteiten beoordelen en beslissingen nemen over de toewijzing van middelen en andere operationele zaken. De te rapporteren segmenten bevatten de volgende activiteiten:
Offset Solutions is een wereldwijd toonaangevende speler in de markt van de drukvoorbereidingssystemen en biedt aan commerciële drukkers, krantendrukkers en verpakkingsdrukkers een uitgebreid gamma geïntegreerde drukvoorbereidingssystemen aan: van complete computer-to-plate oplossingen die gebruik maken van digitale offsetdrukplaten, tot pressroom-benodigheden en het nieuwste van het nieuwste in software voor workflow-automatisering, voor kleurenmanagement, screening en drukstandaardisering. Agfa biedt duurzame innovaties aan in de drukvoorbereiding die waarde bijbrengen aan de drukkerijen op het vlak van ecologie, economie, en extra gemak – of ECO³.
Agfa's Digital Print & Chemicals biedt een brede waaier aan van producten in diverse industrieën. Bouwend op Agfa's expertise in chemicaliën en haar diepgewortelde kennis in de industrie van de grafische beeldvorming, heeft de divisie een leidende positie in de inkjetdruksystemen. Verder levert de divisie een breed gamma digitale drukoplossingen aan sign & display-drukkers waaronder een gamma van zeer productieve en veelzijdige grootformaatprinters en bijhorende inkten aangedreven door specifieke werkvoorbereidingssoftware. Daar bovenop ontwikkelt en produceert Digital Print & Chemicals ook kwaliteitsvolle inkjetinkten en vloeistoffen voor verscheidene industriële inkjettoepassingen. Hiermee geven ze industriële bedrijven de mogelijkheid om drukwerk in hun productieprocessen te integreren. Het biedt tevens specifieke inkjetinkten aan hoogtechnologische industrieën zoals de industrie van de gedrukte elektronica aan. De divisie levert tevens membranen aan de waterstofproductie-industrie en een variëteit van bedrukbaar kunststofpapier. Het productassortiment wordt vervolledigd door het aanbod van micrografische film, film voor het uitvoeren van niet-destructieve testen, luchtfotografie en film voor de productie van gedrukte schakelingen.
Agfa's divisie van Radiology Solutions is een belangrijke speler op de markt van de diagnostische medische beeldvorming. Ze biedt zowel analoge als digitale beeldvormingstechnologieën aan om tegemoet te komen aan de noden van gespecialiseerd medisch personeel in hospitalen en centra voor medische beeldvorming over de hele wereld. De innovatieve medische beeldvormingsapparatuur van Agfa en haar toonaangevende software voor verwerking van medische beeldvorming, MUSICA, zetten de standaarden wat betreft productiviteit, veiligheid, klinische waarden en kostenefficiëntie. Met meer dan 150 jaar ervaring helpt Agfa haar klanten om de kwaliteit en de efficiëntie van de patiëntenbehandeling te verbeteren. Elke dag bewijst Agfa dat medische beeldvorming in haar DNA zit.
De Agfa divisie HealthCare IT ondersteunt zorgverleners en assisteert gezondheidsprofessionals over de verschillende departementen, sites en netwerken van een ziekenhuis om kwaliteitsvolle zorg te verzekeren en intelligente beslissingen te kunnen nemen voor de gemeenschap en de bevolking. Deze divisie levert IT-oplossingen voor medische beeldvorming aan ziekenhuizen en andere zorginstellingen. Het betreft oplossingen die al het medisch beeldvormingsmateriaal beheren en de gerelateerde gegevens, zijnde uitgebreide entiteitsoverkoepelende Healthcare Information Solutions en geïntegreerde zorgoplossingen. Deze intelligente oplossingen vullen elkaar aan om betrouwbare en bewezen IT-ecosystemen te creëren die elk aspect van het zorgsysteem beroeren. Een pionier in healthcare IT sinds 1990, Agfa HealthCare IT is een toonaangevende IT-onderneming in de zorg die duidelijk haar voetafdruk heeft nagelaten.
De Groep heeft hiervoor vermelde divisies aangeduid als haar operationele segmenten. De operationele segmenten zijn dezelfde als de te rapporteren segmenten. Er zijn geen transacties tussen de operationele segmenten.
Het resultaat van de te rapporteren segmenten, activa en verplichtingen wordt toegewezen aan de te rapporteren segmenten op basis van de volgende principes:
Om een meer accurate beoordeling van de prestatie van een segment te bekomen, worden sommige kosten van de overkoepelende diensten zoals Investor Relations, Corporate Finance, Interne Audit, Innovation Office,... niet toegewezen aan een te rapporteren segment. Deze kosten worden apart gepresenteerd onder 'Corporate Services'. Eveneens worden de kosten en verplichtingen van de inactieve werknemers (zie onder) en de gesloten plannen van toegezegdpensioenregelingen niet toegewezen aan een te rapporteren segment aangezien deze niet op een redelijke wijze kunnen toegewezen worden.
Deze niet toegewezen gegevens worden opgenomen in de elementen die een afstemming maken tussen de informatie van de te rapporteren segmenten en de geconsolideerde winst- en verliesrekening, het totaal van activa en verplichtingen. Deze afstemming wordt getoond in toelichting 6.3.
Inactieve werknemers worden gedefinieerd als gepensioneerden, vroegere werknemers die rechten hebben opgebouwd en andere inactieve werknemers zoals bruggepensioneerden waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij niet zullen terugkeren tot een actieve status. Werknemers die in principe slechts tijdelijk inactief zijn zoals ten gevolge van langdurige invaliditeit of ziekte, zwangerschapsverlof, legerdienst en dergelijke, worden als actieve werknemers behandeld en bijgevolg toegewezen aan een van de te rapporteren segmenten.
Activa en verplichtingen toegewezen aan een te rapporteren segment bevatten geen vorderingen en verplichtingen met betrekking tot winstbelastingen en uitgestelde belastingen (zie reconciliatie in toelichting 6.3).
De kerngegevens van de te rapporteren segmenten werden als volgt berekend:
| Te rapporteren segment | Solutions | Offset | Solutions | Radiology | Digital Print & Chemicals |
HealthCare IT | TOTAAL | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | 2019 | 2020 | 2019 | 2020 | 2019 H | 2020 | 2019 H | 2020 | 2019 H | 2020 |
| Opbrengsten | 843 | 704 | 536 | 485 | 355 | 289 | 241 | 230 | 1.975 | 1.709 |
| Evolutie | -16,5% | -9,4% | -18,6% | -4,6% | -13,5% | |||||
| Aangepaste EBIT | (1) | (22) | 72 | 52 | 22 | 9 | 1 | 14 | 94 | 53 |
| % van de opbrengsten | -0,1% | -3,1% | 13,4% | 10,7% | 6,2% | 3,1% | 0,4% | 6,1% | 4,8% | 3,1% |
| Afschrijvingen | 18 | 9 | 16 | 16 | 7 | 6 | 5 | 3 | 46 | 34 |
| Afschrijvingen recht-op gebruik activa |
11 | 10 | 8 | 8 | 4 | 4 | 6 | 6 | 29 | 28 |
| Aangepaste EBITDA | 28 | (3) | 97 | 76 | 34 | 19 | 12 | 24 | 171 | 116 |
| Resultaat van het segment | (80) | (61) | 64 | 20 | 13 | 6 | (7) | 13 | (10) | (22) |
| Activa van het segment | 511 | 421 | 445 | 389 | 230 | 219 | 792 | 385 | 1.978 | 1.414 |
| Verplichtingen van het segment |
306 | 304 | 218 | 217 | 98 | 84 | 256 | 141 | 878 | 746 |
| Nettokasstromen uit de te rapporteren segmenten |
16 | 2 | 87 | 47 | 26 | 12 | 47 | 50 | 175 | 111 |
| Investeringsuitgaven | 12 | 8 | 11 | 10 | 9 | 11 | 6 | 3 | 38 | 33 |
| Bijzondere waarde verminderingsverliezen |
69 | 1 | - | - | 3 | 1 | 3 | (1) | 76 | 1 |
| Andere niet-kaskosten (-opbrengsten) | 48 | 61 | 45 | 57 | 22 | 20 | 31 | 20 | 146 | 158 |
| Kosten van onderzoek en ontwikkeling | 27 | 21 | 20 | 16 | 21 | 20 | 32 | 31 | 100 | 88 |
| Gemiddeld aantal personeelsleden (in voltijdse equivalenten)(1) |
3.254 | 2.917 | 2.355 | 2.328 | 1.068 | 1.053 | 1.429 | 1.293 | 8.105 | 7.591 |
(1) Cijfers omvatten vaste en tijdelijke contracten.
| MILJOEN EURO | 2019 herwerkt | 2020 |
|---|---|---|
| Opbrengsten | ||
| Opbrengsten van de te rapporteren segmenten | 1.975 | 1.709 |
| Geconsolideerde opbrengsten | 1.975 | 1.709 |
| Aangepaste EBIT | ||
| Aangepaste EBIT van de te rapporteren segmenten | 94 | 53 |
| Aangepaste EBIT niet toegewezen aan de te rapporteren segmenten (1) | (17) | (17) |
| Geconsolideerde aangepaste EBIT | 77 | 36 |
| Winst- en verliesrekening | ||
| Resultaat van het segment | (10) | (22) |
| Winst (verlies) uit bedrijfsactiviteiten niet toegewezen aan de te rapporteren segmenten (1) | (24) | (31) |
| Winst (verlies) uit bedrijfsactiviteiten | (34) | (52) |
| Overige niet-toewijsbare bedragen: | ||
| Financieringsbaten (-kosten) - netto | (8) | (4) |
| Overige financieringsbaten (-kosten) - netto | (28) | (27) |
| Aandeel van de Groep in het nettoresultaat van geassocieerde deelnemingen - na winstbelastingen | - | |
| Geconsolideerde winst (verlies) voor belastingen - voortgezette activiteiten | (70) | (83) |
| Activa | ||
| Activa van de te rapporteren segmenten | 1.978 | 1.414 |
| Bedrijfsactiva niet-toegewezen aan de te rapporteren segmenten (1) | - | 3 |
| Financiële activa | 8 | 16 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 125 | 120 |
| Derivaten | 1 | 4 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 107 | 585 |
| Overige niet-toewijsbare activa | 75 | 63 |
| Geconsolideerde totale activa | 2.294 | 2.204 |
| Passiva | ||
| Verplichtingen van de te rapporteren segmenten | 878 | 746 |
| Verplichtingen voortvloeiend uit bedrijfsactiviteiten, niet-toegewezen aan de te rapporteren segmenten (1) | 887 | 725 |
| Rentedragende verplichtingen | 326 | 83 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 19 | 4 |
| Derivaten | 3 | 2 |
| Overige niet-toewijsbare verplichtingen | 50 | 24 |
| Eigen vermogen | 130 | 620 |
| Geconsolideerde totale verplichtingen | 2.294 | 2.204 |
| Kasstroomoverzicht | ||
| Nettokasstromen uit de te rapporteren segmenten | 175 | 111 |
| Bedrijfskasstromen niet-toegewezen aan de te rapporteren segmenten (1) | (127) | (320) |
| Betaalde rente en dividend betaald aan minderheidsbelangen | (12) | (5) |
| Nettoterugbetalingen van leningen | (74) | (200) |
| Overnames en afstotingen van activiteiten | 1 | 914 |
| Ontvangsten uit/betalingen van derivaten | 3 | (9) |
| Overige | (3) | - |
| Geconsolideerde nettowijziging in geldmiddelen en kasequivalenten | (36) | 490 |
(1) Bedrijfsresultaten, activa en verplichtingen en kasstromen niet toegewezen aan de te rapporteren segmenten hebben voornamelijk betrekking op corporate
functies en op inactieve werknemers.
De andere materiële posten, voorgesteld in de tabel bij toelichting 6.2, kunnen als volgt gereconcilieerd worden met de geconsolideerde cijfers:
| MILJOEN EURO | Toelichting | TOTAAL VAN DE TE RAPPORTEREN SEGMENTEN |
Aanpassingen | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|
| Investeringsuitgaven - kasstromen | 27/28 | 38 | - | 38 |
| Afschrijvingen | 27/28 | 46 | - | 46 |
| Afschrijvingen recht-op-gebruik activa | 29 | 29 | - | 29 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | 27/28/29 | 76 | - | 76 |
| Andere niet-kaskosten (-opbrengsten) | 146 | 2 | 148 | |
| Kosten van onderzoek en ontwikkeling | 100 | 3 | 103 |
| MILJOEN EURO | Toelichting | TOTAAL VAN DE TE RAPPORTEREN SEGMENTEN |
Aanpassingen | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|
| Investeringsuitgaven - kasstromen | 27/28 | 33 | - | 33 |
| Afschrijvingen | 27/28 | 34 | - | 34 |
| Afschrijvingen recht-op-gebruik activa | 29 | 28 | - | 28 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | 27/28/29 | 1 | - | 1 |
| Andere niet-kaskosten (-opbrengsten) | 158 | 7 | 165 | |
| Kosten van onderzoek en ontwikkeling | 88 | 5 | 94 |
De Groep maakt een onderscheid tussen vier geografische markten: Europa, NAFTA, Latijns-Amerika en Azië/Oceanië/Afrika. De Groep is gevestigd in België.
| 2019 herwerkt | 2020 | |
|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Opbrengsten per markt (1) | Opbrengsten per markt (1) |
| Europa | 723 | 627 |
| waarvan België | 35 | 31 |
| NAFTA | 450 | 361 |
| Latijns-Amerika | 141 | 96 |
| Azië/Oceanië/Afrika | 660 | 624 |
| TOTAAL | 1.975 | 1.709 |
| Alle buitenlandse landen | ||
| Duitsland | 143 | 126 |
| Frankrijk | 76 | 56 |
| Italië | 75 | 67 |
| Verenigd Koninkrijk | 89 | 74 |
| Verenigde Staten | 348 | 281 |
| Canada | 66 | 48 |
| Brazilië | 72 | 45 |
| India | 59 | 45 |
| China | 299 | 319 |
| Japan | 57 | 49 |
| Overige landen | 691 | 599 |
| GECONSOLIDEERDE OPBRENGSTEN | 1.975 | 1.709 |
(1) Locatie van klanten
| 2019 herwerkt | 2020 | ||
|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Vaste activa (1) | Vaste activa (1) | |
| Europa | 524 | 231 | |
| waarvan België | 168 | 174 | |
| NAFTA | 309 | 291 | |
| Latijns-Amerika | 28 | 11 | |
| Azië/Oceanië/Afrika | 75 | 61 | |
| TOTAAL | 935 | 594 | |
| Alle buitenlandse landen | |||
| Duitsland | 277 | 38 | |
| België | 168 | 174 | |
| Italië | 7 | 7 | |
| Verenigde Staten | 157 | 145 | |
| Canada | 148 | 143 | |
| Brazilië | 23 | 7 | |
| China | 34 | 29 | |
| Hong Kong | 21 | 16 | |
| Overige landen | 100 | 35 | |
| TOTAAL | 935 | 594 |
(1) Uitgezonderd uitgestelde belastingsvorderingen en volgens de locatie van de activa.
Het management van de Groep presenteert de begrippen 'Aangepaste EBIT' en 'Aangepaste EBITDA' omdat ze aan de hand van deze begrippen de prestatie van de verschillende divisies meet, daar ze van mening is dat deze termen relevant zijn om de financiële prestatie van de Groep haar de te rapporteren segmenten te begrijpen.
'Aangepaste EBIT' is het resultaat uit bedrijfsactiviteiten voor aftrek van reorganisatiekosten en voor aftrek van niet-recurrente kosten.
'Aangepaste EBITDA' is het resultaat uit bedrijfsactiviteiten voor afschrijvingen en voor aftrek van reorganisatie- en niet-recurrente kosten.
Reorganisatiekosten hebben voornamelijk betrekking op ontslagvergoedingen aan het personeel. Deze kosten worden gepresenteerd in 'Overige bedrijfskosten' (toelichting 9.2).
Per jaareinde 2020 bedragen de niet-recurrente resultaten 4 miljoen Euro en hebben betrekking op geboekte bijzondere waardeverminderingsverliezen ten belope van 3 miljoen Euro, kosten met betrekking tot strategische transformatieprojecten ten belope van 9 miljoen Euro, consultancy en advocatenkosten ten belope van 2 miljoen Euro, een éénmalige afwaardering van oninbare balansposten ten belope van 2 miljoen Euro, een geboekte kost voor een milieuvoorziening (1 miljoen Euro), een winst van 8 miljoen Euro op de verkoop van activa en een positief resultaat van 5 miljoen Euro ingevolge aanpassingen aan pensioenplannen.
Per jaareinde 2019 bedragen de niet-recurrente resultaten 79 miljoen euro en hebben betrekking op geboekte bijzondere waardeverminderingsverliezen ten belope van 67 miljoen euro (zie toelichting 27 voor bijzondere waardeverminderingsverliezen in de divisie Offset Solutions), kosten met betrekking tot strategische transformatieprojecten ter waarde van 9 miljoen euro, een uitzonderlijke afwaardering van de voorraad van 1 miljoen euro en een geboekte kost voor een milieuvoorziening (1 miljoen euro), beide gerelateerd aan de sluiting van een fabriek in de Verenigde Staten en de winst op de afgestoten activiteiten (zie toelichting 20) en een winst van 1 miljoen euro verbonden aan de aanpassing van het pensioenplan in de Verenigde Staten ten gevolge van een lijfrenteaflossing (zie toelichting 13.2).
| Te rapporteren segment | Offset Solutions |
Digital Print & Chemicals |
Radiology Solutions |
HealthCare IT | TOTAAL | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | 2019 | 2020 | 2019 H | 2020 | 2019 | 2020 | 2019 H | 2020 | 2019 H | 2020 |
| Resultaat van het segment (*) | (80) | (61) | 13 | 6 | 64 | 20 | (7) | 13 | (10) | (22) |
| Aangepaste EBIT | (1) | (22) | 22 | 9 | 72 | 52 | 1 | 14 | 94 | 53 |
| Aangepaste EBITDA | 28 | (3) | 34 | 19 | 97 | 76 | 12 | 24 | 171 | 116 |
(*) Segmentresultaat is het resultaat uit bedrijfsactiviteiten toegewezen aan een te rapporteren segment.
| Reconciliatie van het segmentresultaat van aangepaste EBIT met het resultaat uit bedrijfsactiviteiten |
2019 H | 2020 |
|---|---|---|
| Aangepaste EBIT van het segment | 94 | 53 |
| Aangepaste EBITDA uit bedrijfsactiviteiten niet toegewezen aan een segment voornamelijk met betrekking tot 'Corporate Services' |
(17) | (17) |
| Aangepaste EBIT | 77 | 36 |
| Reorganisatiekosten | (26) | (84) |
| Niet-recurrente kosten | (85) | (4) |
| Winst (verlies) uit bedrijfsactiviteiten | (34) | (52) |
| Reconciliatie van aangepaste EBIT met aangepaste EBITDA | ||
| Aangepaste EBIT | 77 | 36 |
| Afschrijvingen op immateriële activa en materiële activa | 46 | 34 |
| Afschrijvingen recht-op-gebruik activa (impact van IFRS 16) | 29 | 28 |
| Aangepaste EBITDA | 153 | 99 |
| Reconciliatie van aangepaste EBITDA toegewezen aan een segment met aangepaste EBITDA | ||
| Aangepaste EBITDA toegewezen aan een segment | 171 | 116 |
| Aangepaste EBITDA uit bedrijfsactiviteiten niet toegewezen aan een segment voornamelijk met betrekking tot 'Corporate Services' |
(17) | (17) |
| Aangepaste EBITDA | 153 | 99 |
| MILJOEN EURO | 2019 herwerkt | 2020 |
|---|---|---|
| Opbrengsten uit contracten met klanten | 1.978 | 1.708 |
| Opbrengsten uit andere bronnen: kasstroomafdekkingen | (3) | 1 |
| TOTAAL | 1.975 | 1.709 |
De effecten van de verkoop van een deel van de activiteiten van HealthCare IT in mei en wisselkoerseffecten niet meegerekend, daalde de omzet van de Agfa-Gevaert Groep met 12,7%. De Imaging IT-activiteiten en de Direct Radiography-activiteiten binnen de divisie Radiology Solutions presteerden goed, ondanks de impact van COVID-19 op het bedrijfsklimaat. De problemen in de offsetdrukindustrie en de COVID-19-impact op de medische filmactiviteiten en op de divisie Digital Print & Chemicals hadden een aanzienlijke invloed op de omzet van de Groep. In de tweede jaarhelft begonnen de meeste activiteiten zich te herstellen.
De Groep genereert opbrengsten uit de verkoop van goederen, uit dienstverlening en uit de verkoop van contracten waarin meerdere goederen en/of diensten samen worden aangeboden aan de koper.
Opbrengsten uit de verkoop van goederen omvat de verkoop van verbruiksgoederen, chemicaliën, wisselstukken, machines en softwarelicenties. Opbrengsten uit de verkoop van goederen worden erkend op het moment dat de controle van de goederen overgaat op de klant en wanneer er geen onzekerheid bestaat omtrent de inning van de verkoopprijs. In de bepaling of de inning van de verkoopprijs al dan niet waarschijnlijk is, houdt de Groep rekening met de kredietwaardigheid van de klant en diens intentie tot betalen van de verkoopprijs op vervaldag.
Opbrengsten uit dienstverlening omvat dienstverlening in verband met de installatie van software applicaties en machines, onderhoud en bijkomende post-contract dienstverlening. In overeenstemming met de huidige IFRS 15 worden de opbrengsten uit dienstverlening erkend over de looptijd van het contract aangezien de klant gelijktijdig de voordelen van deze dienstverlening ontvangt en consumeert. In de gevallen waarbij de Groep meerdere diensten gelijktijdig aanbiedt, zullen de opbrengsten over de verschillende diensten verdeeld worden gebaseerd op de verkoopprijs die van toepassing is wanneer deze diensten apart verkocht worden.
De Groep sluit tevens overeenkomsten af waarin meerdere goederen en/of diensten samen aangeboden worden aan de koper ('multiple-element arrangements'). Deze overeenkomsten omvatten de verkoop van software, licenties, hardware, installatiediensten, onderhoud en dienstverlening na verkoop. Overeenkomstig de nieuwe IFRS 15 heeft de Groep onderzocht of de verschillende goederen en/of diensten aangeboden in deze overeenkomsten, kwalificeren als aparte prestatieverplichtingen op basis van de criteria van identificeerbaarheid en op basis van het feit of de goederen en/of diensten waarde creëren voor de koper op zich of met diensten en/of goederen die vrij verkrijgbaar zijn op de markt. De Groep heeft geoordeeld dat deze criteria voldaan zijn voor overeenkomsten waarin meerdere goederen en/of diensten samen aangeboden worden en die geen softwareproducten bevatten die significante aanpassingen en programmatie op maat van de koper vereisen.
De toepassing van deze boekhoudkundige regel inzake opbrengstenerkenning van overeenkomsten waarin meerdere goederen en/of diensten samen aangeboden worden, vereist een zekere oordeelsvorming door het management inzake de allocatie van de totale verkoopprijs naar de verschillende prestatieverplichtingen, inclusief gegeven kortingen. Wijzigingen aan prestatieverplichtingen en de respectieve waarden toegewezen aan de individuele prestatieverplichtingen, kunnen een materiële impact hebben op de waarde van de bedragen in omzet erkend en de nog te erkennen bedragen.
Binnen het segment Agfa HealthCare IT en het segment Radiology Solutions vereist het merendeel van de overeenkomsten waarin meerdere goederen en/of diensten samen aangeboden worden, geen significante aanpassingen van het softwaregedeelte en geen programmatie op maat van de koper. Bij de verkoop van machines die aanzienlijke installatie vereisen binnen het segment Offset Solutions en Digital Print & Chemicals, worden de opbrengsten geboekt nadat de installatie in overeenstemming met alle contractuele bepalingen is voltooid en de machine gebruiksklaar is voor de koper. Overeenkomstig de nieuwe IFRS 15 heeft de Groep geoordeeld dat de machine en installatiediensten zeer nauw verbonden zijn en behandeld zullen worden als één prestatieverplichting, die in opbrengsten geboekt worden op het moment van succesvolle installatie bij de koper.
In het bedrijfssegment HealthCare IT heeft de Groep standaardbetalingstermijnen die verschillen per geografische regio op basis van lokaal gehanteerde praktijken. Betalingstermijnen worden zo kort mogelijk gehouden. In Europa, Latijns-Amerika, NAFTA en Azië/Pacific bedragen de betalingstermijnen doorgaans 30 dagen na factuurdatum, behalve in Zuid-Europa waar ze tussen 60-90 dagen na factuurdatum bedragen.
In de andere divisies van de Groep worden de betalingstermijnen eveneens bepaald op basis van bedrijfs- en geografische vereisten. Afwijkingen van de richtlijnen dienen steeds nagekeken en goedgekeurd te worden door de kredietcomités op basis van diverse criteria.
Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten bedragen in het segment HealthCare IT 54 miljoen euro (2019: 92 miljoen euro) en in het segment Radiology Solutions 9 miljoen euro (2019: 7 miljoen euro). In de segmenten Offset Solutions en Digital Print & Chemicals zijn er geen contractuele activa verbonden aan contracten met klanten per 31 december 2020 en per 31 december 2019. Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten bedragen 57 miljoen binnen het segment HealthCare IT (2019: 99 miljoen euro), 27 miljoen binnen het segment Radiology solutions (2019: 31 miljoen euro), 5 miljoen binnen het segment Digital Print & Chemicals (2019: 6 miljoen euro) en 15 miljoen euro binnen het segment Offset Solutions (2019: 16 miljoen euro).
De uitsplitsing van opbrengsten uit contracten met klanten volgens rapporterende entiteit op 31 december 2020 en op 31 december 2019 zoals vereist door IFRS 15 wordt als volgt voorgesteld:
| 2020 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Offset Solutions |
Digital Print & Chemicals |
Radiology Solutions |
HealthCare IT | TOTAAL | |
| Geografische regio | ||||||
| Europa | 300 | 120 | 136 | 71 | 627 | |
| NAFTA | 100 | 69 | 65 | 127 | 361 | |
| Latijns-Amerika | 40 | 5 | 42 | 8 | 96 | |
| Azië/Oceanië/Afrika | 263 | 95 | 243 | 23 | 624 | |
| Totale opbrengsten per geografische regio (destinatie principe) |
704 | 289 | 485 | 230 | 1.709 | |
| Opbrengsten naar aard | ||||||
| Opbrengsten uit de verkoop van goederen | 659 | 262 | 387 | 64 | 1.372 | |
| Opbrengsten uit de verkoop van diensten | 45 | 27 | 99 | 166 | 337 | |
| Tijdstip van opbrengstenerkenning | ||||||
| Opbrengsten erkend op een specifiek punt in de tijd |
665 | 265 | 388 | 64 | 1.382 | |
| Opbrengsten erkend volgens verloop van tijd | 39 | 25 | 97 | 166 | 327 |
| 2019 herwerkt | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Offset Solutions |
Digital Print & Chemicals |
Radiology Solutions |
HealthCare IT | TOTAAL | |
| Geografische regio | ||||||
| Europa | 377 | 139 | 133 | 74 | 723 | |
| NAFTA | 146 | 100 | 70 | 134 | 450 | |
| Latijns-Amerika | 61 | 11 | 61 | 9 | 141 | |
| Azië/Oceanië/Afrika | 259 | 106 | 271 | 24 | 660 | |
| Totale opbrengsten per geografische regio (destinatie principe) |
843 | 355 | 536 | 241 | 1.975 | |
| Opbrengsten naar aard | ||||||
| Opbrengsten uit de verkoop van goederen | 794 | 329 | 431 | 74 | 1.628 | |
| Opbrengsten uit de verkoop van diensten | 49 | 26 | 105 | 167 | 347 | |
| Tijdstip van opbrengstenerkenning | ||||||
| Opbrengsten erkend op een specifiek punt in de tijd |
810 | 342 | 431 | 69 | 1.652 | |
| Opbrengsten erkend volgens verloop van tijd | 34 | 13 | 105 | 171 | 323 |
Transactieprijzen met betrekking tot prestatieverplichtingen die nog dienen nagekomen te worden, worden niet toegelicht daar het gaat over contracten die in het algemeen een looptijd hebben van minder dan één jaar.
De Groep heeft de volgende handelsvorderingen en activa en verplichtingen verbonden aan contracten met klanten:
| MILJOEN EURO | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Handelsvorderingen | 429 | 312 |
| Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten | ||
| Activa erkend voor nog te maken kosten voor contracten met klanten | 30 | 16 |
| Op te maken facturen | 69 | 48 |
| Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten | ||
| Tussentijdse vooruitfacturaties - uitgestelde opbrengsten | 126 | 83 |
| Ontvangen vooruitbetalingen | 12 | 10 |
| Verwachte volumekortingen en andere kortingen | 13 | 12 |
Op 31 december 2020 bedroegen de activa verbonden aan contracten met klanten 64 miljoen euro. Deze hebben voornamelijk betrekking op het recht dat de Groep heeft voor verleende diensten en reeds geleverde goederen waarvoor de Groep contractueel het recht heeft om te factureren op een later tijdstip. Op te maken facturen vervat in activa verbonden aan contracten met klanten worden geherklasseerd naar handelsvorderingen op het moment dat de vordering onvoorwaardelijk wordt. Activa erkend met betrekking tot nog te maken kosten voor contracten met klanten bevatten alle kosten die direct toewijsbaar zijn aan het contract, zijnde directe loonkosten, direct toewijsbare materiaalkosten (werken in uitvoering) en kosten die expliciet kunnen doorgerekend worden aan de klanten. De Groep activeert geen kosten voor het verkrijgen van contracten met klanten aangezien de afschrijvingsperiode waarover deze kosten zouden afgeschreven worden minder is dan één jaar.
Op 31 december 2020 bedroegen de verplichtingen verbonden aan contracten met klanten 105 miljoen (103 miljoen kortlopende verplichtingen en 2 miljoen langlopende verplichtingen) en hebben betrekking op nog in opbrengsten te erkennen waarden, ontvangen vooruitbetalingen van klanten en voorziene bedragen voor verwachte volumekortingen en andere kortingen.
Verplichtingen verbonden aan contracten met klanten omvatten contractueel bepaalde gefactureerde bedragen die op basis van de prestatieverplichtingen nog niet in opbrengsten erkend kunnen worden. Ontvangen vooruitbetalingen van klanten omvatten bedragen ontvangen vanwege klanten waar nog geen facturatie voor heeft plaatsgevonden en waarvoor de Onderneming een verplichting heeft tot het leveren van goederen en/of diensten. Uitgestelde opbrengsten resulteren voornamelijk uit tussentijdse vooruitfacturaties in overeenkomsten waarin meerdere goederen en/of diensten samen aangeboden worden en uit tussentijdse vooruitfacturaties van onderhouds- en dienstverleningscontracten.
De volgende tabel geeft weer hoeveel van het in het huidige jaar erkende bedrag aan opbrengsten vervat zat in de beginbalans van contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten en hoeveel betrekking heeft op prestatieverplichtingen die gerealiseerd werden in een voorgaande periode:
| MILJOEN EURO | Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten |
Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten |
|---|---|---|
| Openingsbalans van contractuele activa en verplichtingen verbonden aan contracten met klanten |
99 | 151 |
| Opbrengsten erkend die begrepen waren in de openingsbalans van contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten |
- | (151) |
| Opbrengsten erkend met betrekking tot prestatieverplichtingen volbracht in voorgaande perioden |
- | - |
| Vooruitfacturaties aan klanten gedurende het boekjaar | - | 232 |
| Ontvangen vooruitbetalingen van klanten gedurende het boekjaar | - | 26 |
| Opbrengsten erkend gedurende het boekjaar | - | (83) |
| Contractuele activa verbonden aan klanten erkend gedurende het boekjaar | 189 | - |
| Transferten van contractuele activa verbonden aan contracten met klanten naar handelsvorderingen |
(126) | - |
| Geboekte waardeverminderingsverliezen op contractuele activa verbonden aan contracten met klanten |
- | - |
| Contractuele activa verbonden aan klanten erkend in de kostprijs van verkopen gedurende het boekjaar (Werken in uitvoering) |
(53) | - |
| Afstotingen | (41) | (66) |
| Veranderingen in verwachte volumekortingen en andere kortingen | - | (1) |
| Valutakoersverschillen | (4) | (4) |
| Eindbalans van contractuele activa en verplichtingen verbonden aan contracten met klanten |
64 | 105 |
| MILJOEN EURO | 2019 herwerkt | 2020 |
|---|---|---|
| Strategische alliantie voor UV digitale verpakkingsinkten tussen Siegwerk Druckfarben AG & Co. KGaA en Agfa NV |
6 | - |
| Valutakoersverschillen en reële waardeveranderingen van derivaten | 10 | 6 |
| Baten uit financiële leaseovereenkomsten | 6 | 6 |
| Winst uit de verkoop van materiële vaste activa | 1 | 9 |
| Winst op de inperking van de pensioenrechten in Frankrijk | - | 4 |
| Pensioenopbrengsten van verstreken diensttijd met betrekking tot pensioenplannen in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland |
- | 3 |
| Winst uit overdracht van pensioenuitkeringen voor het US Pension Plan aan de verzekeraar | 1 | - |
| Diverse overige opbrengsten | 17 | 11 |
| TOTAAL | 41 | 39 |
In de loop van 2018 tekende Agfa NV een contract met Siegwerk Druckfarben AG & Co.KGaA, één van de toonaangevende internationale leveranciers van drukinkten voor verpakkingstoepassingen en etiketten. Het contract tussen de twee bedrijven omvat een overdracht van activiteiten van Agfa NV aan Siegwerk van een geselecteerde OEM-klantenlijst, toegang tot knowhow, intellectuele eigendom en diensten op het gebied van UV-uithardende digitale inkjetinkten voor de single pass verpakkings- en labelindustrie. Het contract resulteerde in een overige bedrijfsopbrengst ten belope van 21 miljoen euro in 2018 en 6 miljoen euro in 2019.
De baten uit financiële leaseovereenkomsten bevatten hoofdzakelijk interestopbrengsten en opbrengsten uit de verkoop van invorderbare minimale leasebetalingen.
Voor 2020 had de winst uit de verkoop van materiële vaste activa voor 8 miljoen euro betrekking op de verkoop van onze voormalige productiesite in Branchburg, VS. De boekwaarde ervan was voorheen geclassificeerd als vaste activa aangehouden voor verkoop (zie toelichting 35).
De mogelijkheid voor gepensioneerden van het 'Agfa Corporation Pension Plan' om in 2019 hun rechten éénmalig af te kopen heeft geresulteerd in de erkenning van een winst uit beëindiging van deze regeling van 1 miljoen euro. In 2020 werd een pensioenopbrengst van verstreken diensttijd van 3 miljoen euro erkend, voortkomende uit de gelijkstelling voor mannen en vrouwen van een minimum gegarandeerd pensioen voor het Agfa UK Pension Plan en de inperking van regelingen voor de Duitse 'book reserve'-plannen. Verder werd in 2020 een winst op de inperking van de pensioenrechten in Frankrijk geregistreerd en dit ten gevolge van de sluiting van de fabriek in Pont-à-Marcq (Frankrijk). De pensioenkosten van verstreken diensttijd en winsten en verliezen uit belangrijke inperking en beëindiging van de regelingen erkend in 2019 en 2020 worden verder toegelicht in toelichting 13 'Vergoedingen na uitdiensttreding'.
| MILJOEN EURO | 2019 herwerkt | 2020 |
|---|---|---|
| Reorganisatiekosten | 26 | 84 |
| Geboekte bijzondere waardeverminderingsverliezen voortvloeiend uit de jaarlijkse toetsing op bijzondere waardeverminderingsverliezen van de goodwill voor het bedrijfssegment Offset Solutions |
67 | - |
| Valutakoersverschillen en reële waardeveranderingen van derivaten | 11 | 13 |
| Verlies uit de verkoop van immateriële activa en materiële vaste activa | 1 | - |
| Overige bijzondere waardeverminderingsverliezen op goodwill, immateriële vaste activa, materiële vaste activa en recht-op-gebruik activa |
9 | 2 |
| Verlies uit belangrijke inperking/beëindiging van regelingen betreffende het Agfa Corporation Pension Plan in de VS |
- | 2 |
| Huisvestingskosten met betrekking tot leegstand | 5 | 6 |
| Diverse overige kosten | 8 | 15 |
| TOTAAL | 127 | 123 |
In 2020 heeft de Groep herstructureringskosten ten bedrage van 84 miljoen euro (2019: 26 miljoen euro) erkend. Deze omvatten voornamelijk opzeggingsvergoedingen voor personeel. Voor 2020 hadden de herstructureringskosten vooral betrekking op de sluiting van de Offset-fabrieken in Leeds (VK) en Pont-à-Marcq (Frankrijk) alsook de aangekondigde reorganisatie van de activiteiten van onze fabrieken van Computed Radiography-systemen in Peissenberg en Peiting (Duitsland).
In 2019 werd de volledige goodwill en immateriële activa evenals een deel van de materiële vaste activa toewijsbaar aan de kasstroomgenererende eenheid Offset Solutions afgewaardeerd als gevolg van de jaarlijkse test op een mogelijk bijzonder waardeverminderingsverlies op goodwill (zie tevens toelichting 27 'Goodwill en Immateriële activa').
Overige bijzondere waardeverminderingsverliezen erkend in 2019 op vaste activa omvatten voor 4 miljoen euro aan waardeverminderingsverliezen op recht-op-gebruik activa als gevolg van contracten die de Onderneming meer kosten dan de eraan verbonden voordelen. De kost voor het bijzonder waardeverminderingsverlies werd ten bedrage van 3 miljoen euro gecompenseerd met het tegenboeken per 1 januari 2019 van een voorziening voor contracten voor dewelke de voordelen niet opwegen tegen de eraan verbonden kosten, dit als gevolg van de eerste toepassing van IFRS 16. De impact van deze tegenboeking is begrepen onder Overige bedrijfsopbrengsten in de rubriek 'Diverse overige opbrengsten'. De andere bijzondere waardeverminderingsverliezen erkend in 2019 betreffen voornamelijk deze toewijsbaar aan de doorverkoopactiviteit in VS.
Voor 2020 bedroeg het bijzondere waardeverminderingsverlies op materiële vaste activa 2 miljoen euro en had betrekking op activa die gebruikt werden voor de productie van fotovoltaïsche onderlagen binnen de kasstroomgenererende eenheid Digital Print & Chemicals, een activiteit die inmiddels is stopgezet.
In de loop van 2020 werden door de betaling van een éénmalige premie de toekomstige uitkeringen van een groep gepensioneerden van het Agfa Corporation Plan overdragen aan de verzekeraar. Voor dit pensioenplan vonden in 2020 ook éénmalige uitkeringen van pensioenrechten plaats. Deze acties hebben samen geleid tot een verlies uit beëindiging van de regelingen ten bedrage van 1,9 miljoen euro. Verdere toelichting wordt verstrekt in toelichting 13 'Vergoedingen na uitdiensttreding'.
| MILJOEN EURO | 2019 herwerkt | 2020 |
|---|---|---|
| Financieringsbaten | ||
| op bankdeposito's | 2 | 1 |
| TOTAAL FINANCIERINGSBATEN | 2 | 1 |
| Financieringskosten op financiële schulden gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs | ||
| op bankleningen | (8) | (6) |
| op obligatielening | (2) | - |
| TOTAAL FINANCIERINGSKOSTEN | (10) | (6) |
| Overige financieringsbaten | ||
| Valutakoersverschillen en reële waardeveranderingen van derivaten die geen deel uitmaken van een afdekkingsrelatie - nettobedrag |
1 | - |
| Financieringsbaten uit derivaten die geen deel uitmaken van een afdekkingsrelatie |
3 | 1 |
| Winsten uit de herwaardering van de uitgestelde aankoopprijs met betrekking tot overnames |
3 | - |
| Overige | 1 | 1 |
| TOTAAL OVERIGE FINANCIERINGSBATEN | 8 | 2 |
| Overige financieringskosten | ||
| Pensioenlast van de periode die als overige financiële opbrengsten/(kosten) wordt behandeld en renteaandeel op overige rentedragende verplichtingen (1) |
(24) | (16) |
| Valutakoersverschillen en reële waardeveranderingen van derivaten die geen deel uitmaken van een afdekkingsrelatie - nettobedrag |
(2) | (2) |
| Financieringslasten uit derivaten die geen deel uitmaken van een afdekkingsrelatie |
(2) | (1) |
| Financieringslasten uit derivaten die aangeduid zijn als kasstroomafdekkingen |
(2) | (2) |
| Financieringslasten op overige vorderingen | (1) | (1) |
| Financieringslasten uit leaseverplichtingen | (1) | (2) |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op kortlopende beleggingen | - | (1) |
| Overige | (4) | (4) |
| TOTAAL OVERIGE FINANCIERINGSLASTEN | (36) | (28) |
| NETTOFINANCIERINGSLASTEN | (36) (2) | (31) (2) |
| (1) Het renteaandeel op overige rentedragende verplichtingen omvat voornamelijk de interesten op de verplichtingen voor brugpensioen. (2) Bovenvermelde nettofinancieringskosten bevatten volgende financieringsbaten en financieringskosten uit financiële activa en verplichtingen die niet geclassificeerd zijn in de categorie financiële activa en verplichtingen tegen reële waarde met waardeveranderingen opgenomen in de winst- en verliesrekening. |
||
| Totale financieringsbaten op financiële activa | 2 | 1 |
Totale financieringskosten op financiële verplichtingen (11) (8)
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de belangrijkste kosten/inkomsten (inclusief herstructureringskosten) van het bedrijfsresultaat van de Groep volgens de aard van de kosten/inkomsten:
| MILJOEN EURO | Toelichting | 2019 H | 2020 |
|---|---|---|---|
| Opbrengsten | 2.267 | 1.796 | |
| Waarvan uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 1.975 | 1.709 | |
| Kostprijs van grondstoffen, goederen aangekocht voor verkoop en productiegerelateerde kosten (incl. voorraadwijzigingen) |
(844) | (703) | |
| Kostprijs van diensten en overige goederen | (412) | (333) | |
| Kosten voor personeelsbeloningen | (789) | (637) | |
| Afschrijvingen | 27/28 | (94) | (69) |
| Waarvan uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | (76) | (63) | |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op goodwill, immateriële activa en materiële activa |
(76) | (1) | |
| Afwaardering op voorraden | 32 | (16) | (12) |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op vorderingen | (4) | (2) | |
| Wijzigingen in voorzieningen (excl. reorganisatiekosten) | - | - | |
| Reorganisatiekosten | 6/7/9 | (28) | (84) |
| Waarvan uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | (26) | (84) | |
| Overige belastingkosten | (20) | (15) | |
| Diverse overige kosten | (34) | (29) | |
| Overige belastingopbrengsten | - | - | |
| Belastingkredieten met betrekking tot onderzoek en ontwikkeling |
7 | 5 | |
| Interestopbrengsten van leasingactiviteiten | 4 | 4 | |
| Geactiveerde kosten (projecten, activa in aanbouw) | 8 | 4 | |
| Winst op de verkoop van immateriële activa en materiële vaste activa | 1 | 9 | |
| Winst op de verkoop van beëindigde activiteiten | 6 | 700 | |
| Diverse overige opbrengsten | 43 | 29 | |
| Bedrijfsresultaat | 19 | 660 | |
| Eliminatie van het resultaat uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | (52) | (712) | |
| Resultaat uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | (34) | (52) |
Kostprijs van grondstoffen, goederen aangekocht voor verkoop en productiegerelateerde kosten omvat alle kosten met betrekking tot de aankoop van grondstoffen, goederen aangekocht voor verkoop, wisselstukken, voorraadwijzigingen en andere kosten die duidelijk gelieerd zijn aan het productieproces zoals kosten voor het versnijden en revisiekosten voor zover deze opgenomen zijn in de kostprijs van verkopen gedurende het boekjaar.
Kostprijs van diensten en overige goederen omvat:
De kosten voor personeelsbeloningen bedroegen in 2020 637 miljoen euro ten opzichte van 789 miljoen euro in 2019 en omvatten (zie ook toelichting 13):
In 2020 bedroeg het gemiddelde aantal personeelsleden in voltijdse equivalenten 7.591 (2019 herwerkt: 8.105). Per functie binnen de Groep kan dit gemiddelde, omvattende vaste en tijdelijke contracten, als volgt weergegeven worden:
| 2019 herwerkt | 2020 | |
|---|---|---|
| Productie en engineering | 2.703 | 2.547 |
| Onderzoek en ontwikkeling | 921 | 872 |
| Verkoop en marketing/service | 2.955 | 2.712 |
| Administratie | 1.526 | 1.460 |
| TOTAAL | 8.105 | 7.591 |
De berekening van de winst per aandeel op 31 december 2020 is gebaseerd op een toe te kennen winst aan de aandeelhouders van de Onderneming van 613 miljoen euro (2019: toe te kennen verlies van 53 miljoen euro) en een gewogen gemiddeld aantal gewone uitstaande aandelen gedurende het jaar eindigend op 31 december 2020 van 167.751.190 (2019: 167.751.190).
Het gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande aandelen werd als volgt berekend:
| Aantal uitgegeven aandelen (zie toelichting 37.1) Eigen aandelen (zie toelichting 37.2) Aantal uitstaande gewone aandelen per 1 januari 2020 Effect van opties uitgeoefend gedurende 2020 Effect van potentiële gewone aandelen die tot verwatering zullen leiden Gewogen gemiddeld aantal uitstaande aandelen op 31 december 2020 EURO Gewone winst/verwaterde winst per aandeel Winst per aandeel uit voortgezette bedrijfsactiviteiten |
171.851.042 | |
|---|---|---|
| (4.099.852) | ||
| 167.751.190 | ||
| - | ||
| - | ||
| 167.751.190 | ||
| 2019 | 2020 | |
| (0,32) | 3,66 | |
| (0,53) | (0,63) | |
| Winst per aandeel uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0,21 | 4,28 |
De gemiddelde reële waarde van een gewoon aandeel bedroeg in 2020 3,83 euro per aandeel.
| MILJOEN EURO | 31 december 2019 | 31 december 2020 |
|---|---|---|
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding | 1.125 | 947 |
| Langetermijnontslagvergoedingen | 12 | 9 |
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding en langetermijnontslagvergoedingen |
1.137 | 956 |
| Overige personeelsbeloningen | 12 | 13 |
| Langlopende verplichtingen | 1.149 | 969 |
| Kortlopende verplichtingen | 130 | 88 |
| TOTAAL VAN DE VERPLICHTINGEN AAN HET PERSONEEL | 1.279 | 1.056 |
| MILJOEN EURO | 2019 | 2020 | |
|---|---|---|---|
| Loonlijst gerelateerde uitgaven | 623 | 505 | |
| Kosten voor vergoedingen na uitdiensttreding, opgenomen in EBIT | 45 | 42 | |
| Opbouw van personeelsverplichtingen | 91 | 65 | |
| Overige personeelsgerelateerde kosten | 30 | 24 | |
| Totale pensioenkost vervat in EBIT | 789 | 637 |
In de meeste landen waarin de Groep actief is, voorzien de ondernemingen van de Groep in vergoedingen na uitdiensttreding, voornamelijk onder de vorm van toegezegdebijdrageregelingen. In een aantal landen voorziet de Groep ook in toegezegdpensioenregelingen. De nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen voor België, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten van Amerika (hierna de 'materiële' landen) vertegenwoordigen samen 96% (2019: 96%) van de totale nettoverplichting van de Groep. Een belangrijk deel van deze verplichtingen heeft betrekking op plannen waarvoor geen rechten meer kunnen worden opgebouwd. Dit is de situatie in het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten van Amerika en voor een belangrijk deel van de Duitse pensioenplannen. In België is het 'Fabriekspensioenplan' gesloten voor nieuwe managers van de Groep welke in dienst treden vanaf 1 januari 2019.
De impact van de pensioenregelingen van de Groep op de geconsolideerde balans en winst- en verliesrekening wordt weergeven in volgend overzicht, uitgesplitst over de 'materiële landen' en de overige landen van de Groep.
| 31 december 2019 | 31 december 2020 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | België / Duitsland / VK / VS |
Overige landen |
TOTAAL | België / Duitsland / VK / VS |
Overige landen |
TOTAAL | |
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding | 1.077 | 48 | 1.125 | 909 | 38 | 947 | |
| 96% | 96% | ||||||
| 31 december 2019 | 31 december 2020 | ||||||
| MILJOEN EURO | België / Duitsland / VK / VS |
Overige landen |
TOTAAL | België / Duitsland / VK / VS |
Overige landen |
TOTAAL | |
| Werkgeversbijdragen voor toegezegdebijdrageregelingen | 4 | 5 | 9 | 2 | 3 | 4 | |
| Kosten voor vergoedingen na uitdiensttreding - aan het dienstjaar toegerekend |
21 | 1 | 22 | 23 | 1 | 24 | |
| Kosten voor vergoedingen na uitdiensttreding - verstreken diensttijd |
- | - | - | (3) | - | (3) | |
| Kosten voor vergoedingen na uitdiensttreding - belangrijke inperking/beëindiging van de regelingen |
(1) | - | (1) | 2 | (4) | (3) | |
| Kosten voor Belgische toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement |
14 | - | 14 | 19 | - | 19 | |
| Kosten wegens vergoedingen na uitdiensttreding, opgenomen in EBIT |
39 | 6 | 45 | 42 | - | 42 | |
| 86% | 100% | ||||||
| Nettofinancieringskost voor verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding |
22 | 1 | 23 | 15 | 1 | 16 | |
| Totaal pensioenkosten weergegeven in de winst- en verliesrekening |
61 | 7 | 68 | 57 | 1 | 58 |
In 2020 betaalde de Groep aan openbaar of privaat beheerde pensioen- of verzekeringsfondsen 4 miljoen euro (9 miljoen euro in 2019) voor haar toegezegdebijdrageregelingen. Hiervan heeft 2 miljoen euro betrekking op de 'materiële' landen van de Groep (2019: 4 miljoen euro). Eenmaal de bijdrage is betaald, hebben de ondernemingen van de Groep geen verdere verplichtingen meer.
De periodieke bijdragen vormen een kost van het jaar waarin ze verschuldigd zijn.
Toegezegdebijdrageregelingen in België zijn inzake de toe te passen boekhoudkundige behandeling in IFRS geen toegezegdebijdrageregelingen maar toegezegdpensioenregelingen. Bijkomende informatie wordt hierna verstrekt.
Belgische toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement vallen onder toepassing van de wet van april 2003 op de aanvullende pensioenen. Volgens artikel 24 van deze wet hebben aangeslotenen recht op een minimum rendement op bijdragen betaald door hetzij de organisator van het plan hetzij de werknemer. Tot 31 december 2015 gold een minimum rendement van 3,75% op de persoonlijke bijdragen van de werknemer en 3,25% op de bijdragen van de werkgever.
De wet van 18 december 2015, van kracht vanaf 1 januari 2016, heeft een aantal wijzigingen doorgevoerd aan de wet van 28 april 2003. Vanaf 1 januari 2016 wordt het gewaarborgd rendement in lijn gebracht met een bepaald percentage (65%) van het gemiddeld rendement op 1 juni over de laatste 24 maanden van Belgische Staatsobligaties (OLO's) met een looptijd van 10 jaar, met een minimum van 1,75% en een maximum van 3,75%. Vanaf 2016 is de interestvoet vastgesteld op 1,75% en is zowel op de persoonlijke bijdragen van de werknemer als op de bijdragen van de werkgever van toepassing.
Wat de toepassing van het gewaarborgd rendement betreft bij wijziging van interestvoet voorziet de wet van 18 december 2015 in de toepassing van de 'horizontale methode' voor verzekerde plannen met een vast rendement tot aan pensionering (de zogenoemde 'Tak 21' verzekerde producten) en de 'verticale methode' voor alle andere situaties. Alle verzekerde plannen binnen de Belgische ondernemingen van de Groep zijn beheerd via 'Tak 21' verzekerde producten.
De toepassing van de 'horizontale methode' is vergelijkbaar met een depositorekening met vaste rente. Voor alle bijdragen die overeenkomstig het plan verschuldigd zijn voor de datum van vaststelling van de gewijzigde interestvoet, blijft de vorige interestvoet van toepassing tot het ogenblik waarop een van volgende situaties zich voordoet: beëindiging van de tewerkstelling, pensionering of stopzetting van het plan. De nieuwe interestvoet is dan van toepassing op alle bijdragen verschuldigd vanaf de datum van vaststelling van de gewijzigde interestvoet tot het ogenblik waarop een van voorgaande situaties zich voordoet.
Het minimum rendement van 3,25% (bijdragen van de werkgever) en 3,75% (persoonlijke bijdragen werknemer) is bijgevolg voor alle toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement nog van toepassing voor bijdragen betaald tot 31 december 2015. Op deze bijdragen hebben aangeslotenen recht op een minimum rendement van 3,25%/3,75% tot aan pensionering (beëindiging van de tewerkstelling of stopzetting van het plan). Voor bijdragen betaald vanaf 2016 is de werkgever verplicht een minimum rendement van 1,75% te garanderen tot aan pensionering (uitstapregeling of beëindiging van tewerkstelling).
De laatste jaren hebben de verzekeraars hun technische rentevoeten laten dalen. Onder technische rentevoet wordt het rendement, exclusief winstdeelname, dat een verzekeraar bereid is toe te zeggen bedoeld. Deze is over het algemeen lager dan de verplichte minimum rendementsgarantie zoals opgelegd in de wet. Aangezien de werkgever verplicht wordt een minimum rendement te garanderen worden niet alle actuariële en investeringsrisico's overgedragen naar de verzekeringsmaatschappijen die deze plannen beheren. Bijgevolg voldoen deze plannen niet aan de definitie van toegezegdebijdrageregeling zoals opgenomen in IFRS en worden ze per definitie als toegezegdpensioenregeling gerangschikt.
In lijn met de waarderingsmethode gehanteerd voor alle andere toegezegdpensioenregelingen, worden de verplichtingen uit hoofde van toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement bepaald als het verschil tussen de contante waarde van de brutoverplichtingen (DBO) en de reële waarde van fondsbeleggingen.
Op 31 december 2020 zijn volgende toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement operationeel:
Alle voornoemde plannen worden met werkgeversbijdragen gefinancierd met uitzondering van de groepsverzekering voor kaderleden en uitvoerende bestuursleden die zowel met werkgevers- als werknemersbijdragen wordt gefinancierd. In 2020 bedroeg de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkost voor de Belgische toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement 16 miljoen euro (2019: 16 miljoen euro). Voor 2021 verwacht de Groep een lagere kost.
De technische rentevoet die verzekeringsmaatschappijen in 2019 en 2020 hebben toegepast, bedraagt tussen 0,10% en 4,75%.
Bepalende factoren in deze context zijn de datum waarop een werknemer toetreedt tot een plan en of de verzekeraar een gegarandeerde interestvoet op toekomstige premies aanbiedt.
Voor elk vernoemd plan geeft onderstaand overzicht informatie over het type rendementsgarantie gegarandeerd door de verzekeraar en de evolutie van de gegarandeerde interestvoeten toegepast door de verschillende verzekeraars gedurende 2020 en voorgaande jaren.
| Benaming van het plan | Type | Interestvoeten gegarandeerd door de verzekeraar (d.i. excl. winstdeelname) |
|||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| rendementsgarantie | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | ||
| 1 | Top Performance Plan (NN Insurance en AGI) |
Gegarandeerde interestvoet op reserves |
1,00% | 0,75% | 0,75% | 0,75% | 0,50% |
| 2 | Pensioenplan voor werknemers van Agfa HealthCare NV (Gent): Axa |
Gegarandeerde interestvoet op reserves en toekomstige premies |
3,25% op zowel werkgevers- als werknemersbijdragen tot 31/12/2012; 1,75% voor nieuwe aangeslotenen vanaf januari 2013 en voor toenames in de premies tussen 31/12/2012 en 31/03/2015; 1% vanaf april 2015 tot 1/07/2016; 0,50% tot 1/04/2017; 0,25% tot 1/04/2020 en 0,10% daarna |
||||
| 3 | Pensioenplan voor kaderleden van Agfa-Gevaert NV en Agfa HealthCare NV: Axa |
Gegarandeerde interestvoet op reserves |
1,50% | 0,75% | 0,75% | 0,75% | 0,50% |
| 4 | Groepsverzekering voor kaderleden en uitvoerende bestuursleden: AGI |
Gegarandeerde interestvoet op reserves en toekomstige premies |
3,25% op zowel werkgevers- als werknemersbijdragen tot 31/12/2012; 1,75% voor nieuwe aangeslotenen vanaf januari 2013 en voor toenames in de premies tussen 31/12/2012 en 31/03/2015; 1% vanaf april 2015 tot 1/07/2016; 0,50% tot 1/04/2017; 0,25% tot 1/04/2020 en 0,10% daarna |
||||
| 5 | Groepsverzekering voor werknemers van Agfa HealthCare NV en Agfa NV: AGI |
Gegarandeerde interestvoet op reserves |
1,50% tot 1/07/2016; 1,00% vanaf juli 2016 |
1,00% tot april 2017; daarna 0,75% |
0,75% | 0,75% | 0,50% |
13.2.2 Toegezegdpensioenregelingen met uitzondering van toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement De toegezegdpensioenregelingen van de Groep omvatten voornamelijk pensioenregelingen.
Het 'Group Pension Committee', gecreëerd als een subcomité van het 'Executive Committee' van de Groep, assisteert het Executive Committee in het toezicht en de supervisie van de verschillende binnen de Groep bestaande pensioenplannen en andere overeenkomsten die voorzien in vergoedingen na uitdiensttreding.
Het comité adviseert het Executive Committee over aangelegenheden in verband met het ontwerpen van personeelsbeloningsplannen zoals het aanpassen of beëindigen – geheel of gedeeltelijk – van de personeelsbeloningsplannen en de financiering ervan. Naast het adviseren van het Executive Committee, is het 'Group Pension Committee' eveneens verantwoordelijk voor het toezicht op het plaatselijke bestuur, zijnde het lokale bestuur van het pensioenfonds en het bestuur van de verantwoordelijke werkgevers die bijdragen in dit fonds. Zij houdt toezicht op het vervullen van hun verantwoordelijkheden in pensioengerelateerde aangelegenheden.
Het 'Group Pension Committee' heeft voor de belangrijkste plannen die via een afzonderlijk pensioenfonds worden gefinancierd een strategische allocatie van de fondsbeleggingen vastgelegd. Het Comité herbekijkt op regelmatige basis de gewenste onderverdeling van fondsbeleggingen om zich zo te verzekeren dat ze aangepast blijven aan de verschillende profielen van verplichtingen van pensioenfondsen.
Voor het beheer van de beleggingsfondsen, wordt het 'Group Pension Committee' bijgestaan door het 'Group Pension Investment Committee'. Het 'Group Pension Investment Committee' heeft een 'Group Investment Guideline' uitgevaardigd welke door het 'Group Pension Committee' werd goedgekeurd. Het 'Group Pension Committee' houdt toezicht op de juiste toepassing van deze richtlijn.
De Groep onderzoekt via haar 'Group Pension Committee' oplossingen om de omvang van de verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding te verminderen alsook de eraan verbonden risico's. De laatste jaren heeft het 'Group Pension Committee' verschillende maatregelen voorgesteld en gerealiseerd zoals de sluiting van het 'Fabriekspensioenplan' voor nieuwe managers die in dienst treden vanaf 1 januari 2019, het aanbod in december 2018 om een specifiek deel van de rechten opgebouwd onder het 'Agfa UK pension plan' over te dragen aan een derde verzekeraar, de éénmalige afwikkeling in 2018 van pensioenverplichtingen aan niet-actieve leden met opgebouwde uitgestelde rechten in het pensioenplan van de Verenigde Staten van Amerika. De gepensioneerden van het 'Agfa Corporation Pension Plan' werd in 2019 de mogelijkheid geboden om hun rechten éénmalig af te kopen. In 2020 werden verdere acties ondernomen om de risico's gekoppeld aan pensioenverplichtingen van het Agfa Corporation Pension Plan in te perken door de betaling van een éénmalige premie aan de verzekeraar die de pensioenverplichtingen overneemt en de uitkering van pensioenrechten aan niet-actieve deelnemers met opgebouwde rechten en actieve deelnemers die per 1 december 2020 59,5 jaar of ouder zijn.
De belangrijkste toegezegdpensioenregelingen van de Groep gelden meestal voor alle werknemers en zijn gebaseerd op het salaris van de werknemer en het aantal jaren dienst.
De karakteristieken en de risico's van de pensioenregelingen worden hierna in detail besproken.
In België hebben de verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding voornamelijk betrekking op het basisplan, genaamd 'Fabriekspensioenplan'. Dit plan is gefinancierd via bijdragen betaald aan een afzonderlijk pensioenfonds opgericht onder de rechtsvorm OFP (Organisme voor de Financiering van Pensioenen). Dit fonds heeft als taak om de pensioenrechten die de werkgevers, die participeren in het fonds, toezeggen aan de begunstigden van het plan, uit te keren. De werkgevers die deelnemen aan het fonds zijn Agfa-Gevaert NV, Agfa NV en Agfa Finance NV. Na de splitsing op 1 juli 2018 van HealthCare IT waarbij de HealthCare Imaging activiteit en de pensioenverplichtingen van de inactieven werden overgedragen naar Agfa NV, heeft HealthCare IT de pensioenverplichtingen van de resterende 75 aangeslotenen van de HealthCare IT-activiteit op 31 oktober 2018 getransfereerd naar een verzekeraar. Fondsbeleggingen ten bedrage van 6,84 miljoen euro werden overgedragen naar de verzekeraar waardoor HealthCare IT niet langer deelneemt aan het fonds.
De meerderheid van de werknemers van voornoemde werkgevers kunnen aanspraak maken op de voordelen van het 'Fabriekspensioenplan'. Werknemers die aangeworven werden door Agfa HealthCare NV of door de rechtsvoorganger Agfa Europe NV bouwen geen rechten op onder het 'Fabriekspensioenplan' maar onder een groepsverzekering (zie plan onder punt 5 van de toegezegdpensioenregelingen met gewaarborgd rendement). Vanaf 1 januari 2019 is het 'Fabriekspensioenplan' tevens gesloten voor nieuwe managers van de Groep. De deelnemers van het 'Fabriekspensioenplan' bouwen rechten op gebaseerd op een formule op basis van een laatste jaarlijks inkomen. Daar dit gefinancierd plan nog steeds nieuwe deelnemers toelaat en werknemers nog nieuwe pensioenrechten opbouwen met uitzondering van nieuwe managers, stelt het plan de Onderneming bloot aan het risico op salarisverhoging naast andere risico's zoals het interestrisico, het beleggingsrisico en het 'longevity'-risico. Meer dan 95% van de deelnemers kiest voor een eenmalige uitkering bij pensionering, echter het plan is ontworpen als een renteplan.
Het wettelijke en regulerend kader voor het 'Fabriekspensioenplan' is gebaseerd op de toepasbare Belgische wet, zijnde de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening en de Wet op de Aanvullende Pensioenen, kort WAP genoemd, van toepassing vanaf 1 januari 2004. Op basis van deze wetgeving wordt jaarlijks in het kader van de financiering een waardering gemaakt. De waarderingsmethode gebruikt om de bijdragen aan het Belgische OFP te bepalen is de 'geaggregeerde kostmethode'.
De bijdrage, bepaald conform de berekeningsmethode zoals vastgelegd in het financieringsplan, wordt uitgedrukt als een jaarlijks vast percentage van de loonlijst gerelateerde uitgaven ten einde de aan alle dienstjaren verbonden rechten te kunnen financieren. Volgens het laatste actuariële verslag over de Belgische OFP, gedateerd januari 2020, bedraagt het LTV-financieringspercentage 108,55% (2019: 114,73%).
De Raad van Bestuur van het 'Pensioenfonds Agfa-Gevaert OFP' draagt de ultieme verantwoordelijkheid voor het beheer van de fondsbeleggingen en de verplichtingen van het 'Fabriekspensioenplan'. Ze hebben het toezicht over de fondsbeleggingen gedelegeerd aan het 'Local Investment Committee' dat opereert binnen het kader vastgelegd door het 'Group Pension Committee'. De 'Statement of Investment Principles (SIP)' dat het 'Local Investment Committee' heeft gemaakt in overeenstemming met de 'Group Investment'-richtlijnen, werd officieel goedgekeurd tijdens de Buitengewone Algemene Vergadering van het 'Pensioenfonds Agfa-Gevaert OFP' op 31 januari 2020. Het 'Local Investment Committee' dient te verzekeren dat de activa van het fonds goed en voorzichtig worden belegd, conform toepasbare wetten en in het belang van de deelnemers en begunstigden van het plan.
In Duitsland zijn er geen wettelijke of gereglementeerde minimale financieringseisen en bijgevolg zijn alle Duitse toegezegdpensioenregelingen binnen de Groep ongefinancierd. De pensioenplannen in Duitsland omvatten een basisplan dat verbonden is met het pensioengerechtigd salaris geplafonneerd tot het maximum in aanmerking te nemen salaris voor sociale zekerheid en een aanvullend plan dat de vergoedingen dekt verbonden aan het pensioengerechtigd salaris dat dit plafond overtreft.
In Duitsland maken we een onderscheid tussen het 'oude pensioenplan', zijnde het plan dat vanaf 2005 gesloten is voor nieuwe deelnemers – en waarin vanaf 2010 deelnemers ook geen pensioenrechten meer kunnen opbouwen – en het 'nieuwe pensioenplan' – dat van toepassing is voor nieuwe deelnemers vanaf 2005. De populatie die in 2010 genoot van de voordelen van het 'oude pensioenplan' waarin met ingang van 31 december 2009 geen pensioenrechten meer kunnen worden opgebouwd, bouwen tevens in het 'nieuwe pensioenplan' pensioenrechten op, maar genieten in vergelijking met de vanaf 2005 nieuw aangeslotenen, bijkomende voordelen. Beide plannen omvatten een basispensioenplan en een aanvullend plan.
Bijkomend is Agfa gehouden tot het verstrekken van een pensioenplan conform de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomsten in de chemische sector.
Onder het 'oude pensioenplan' wordt het basisplan via de Bayer Pensionskasse (Penka) beheerd. De Bayer Pensionskasse is een collectieve regeling van meerdere werkgevers die boekhoudkundig wordt verwerkt alsof het een toegezegdebijdrageregeling betreft (IAS 19.34 a). Het plan is een toegezegdpensioenregeling welke valt onder het beheer van de vroegere moederonderneming van Bayer AG. Het is boekhoudkundig verwerkt alsof het een toegezegdebijdrageregeling betreft daar we niet over de nodige informatie kunnen beschikken om het als een toegezegdpensioenregeling te verwerken. In geval van een tekort zou dit plan de Groep kunnen blootstellen aan een beleggings- en actuarieel risico. Echter de Groep is van oordeel dat deze risico's onbeduidend zijn. Vanaf 2004 heeft Agfa de verantwoordelijkheid om de rente-uitkeringen aan te passen conform Sec. 16, 1 en 2 van de 'German Pension Act (BetrAVG – Betriebsrentengesetz)'.
Het basispensioen – in de vorm van rente – evenals de vereiste aanpassing van de pensioenrente tot en met 2003 wordt, conform voornoemde wettelijke bepalingen, rechtstreeks door de Penka uitgekeerd. Bijgevolg omvat de verplichting van Agfa met betrekking tot het basisplan, zoals opgenomen in de geconsolideerde balansen van de Groep, uitsluitend de verplichting van Agfa tot aanpassing van de pensioenrente-uitkeringen.
De rechten opgebouwd onder het aanvullend plan, dat boekhoudkundig als een toegezegdpensioenregeling wordt verwerkt, zijn gebaseerd op 'bijdragen' (1) berekend als een vast percentage van het aandeel van het pensioengerechtigd salaris boven het geplafonneerd maximum in aanmerking te nemen salaris voor sociale zekerheid. Vervolgens wordt voor de omrekening van deze 'bijdragen' (1) naar individuele pensioenrechten gebruik gemaakt van een factor onafhankelijk van de leeftijd van deelnemers aan het plan. Na 31 december 2009 konden geen pensioenrechten meer worden opgebouwd onder het 'oude pensioenplan'.
Het 'oude pensioenplan' is uitsluitend van toepassing op nieuwe deelnemers vóór 2005. Zij zijn per einde 2009 gestopt met het opbouwen van pensioenrechten. Vanaf 2010 nemen de werknemers deel in het nieuwe pensioenplan (Rheinische Pensionskasse).
Het 'nieuwe pensioenplan' omvat tevens een basispensioenplan, zijnde een plan dat verbonden is met het pensioengerechtigd salaris geplafonneerd tot het maximum in aanmerking te nemen salaris voor sociale zekerheid, en een aanvullend plan waarbij rechten worden opgebouwd op het pensioengerechtigd salaris dat dit plafond overtreft. Het basisplan wordt gefinancierd via bijdragen betaald aan de Rheinische Pensionskasse. Werknemers dragen gedeeltelijk (50%) bij aan de Rheinische Pensionskasse via uitgestelde compensatie. Eenmaal de bijdrage wordt betaald aan de Rheinische Pensionskasse, hebben de ondernemingen van de Groep in principe geen verdere verplichtingen meer. Bijgevolg wordt dit plan boekhoudkundig verwerkt als een toegezegdebijdrageregeling. Het nieuwe aanvullend plan, dat in de balans wordt opgenomen als een directe verplichting vanwege de werkgever, voorziet in tegenstelling tot het vroegere plan, geen plafond voor het pensioengerechtigd salaris.
De rechten opgebouwd onder het aanvullend plan zijn gebaseerd op 'bijdragen' (1) berekend als een vast percentage van het aandeel van het pensioengerechtigd salaris boven het geplafonneerd maximum in aanmerking te nemen salaris voor sociale zekerheid. In tegenstelling tot het oude plan worden vervolgens de 'bijdragen' (1) omgerekend naar individuele pensioenrechten gebruik makend van leeftijdsgebonden factoren en rekening houdend met vooraf bepaalde vaste toenamen van deze rechten. Vanaf 2012 voorziet het plan in een optie tot uitkering van een vaste som in plaats van maandelijkse rente-uitkeringen.
Werknemers die voorheen participeerden in het 'oude pensioenplan' waarin vanaf 31 december 2009 geen rechten meer kunnen worden opgebouwd, bouwen rechten op in het aanvullend plan waarbij de omvang van de werkgeversbijdrage gekoppeld wordt aan de werknemersbijdrage. De werkgever draagt evenveel als de werknemer bij. De structuur zelf is gelijkaardig aan het nieuwe aanvullend plan zoals hierboven beschreven. Het pensioenplan conform de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst in de chemische sector is gebaseerd op 'bijdragen' (1) die aan de hand van leeftijdsgebonden factoren worden omgezet naar individuele pensioenrechten. De werknemers dragen bij in dit plan via uitgestelde compensatie. In Duitsland verstrekt Agfa in mindere mate beloningen die voortvloeien uit plannen afkomstig van vroegere acquisities. In deze plannen worden er geen rechten meer opgebouwd.
De verplichting in Duitsland wegens toegezegdpensioenregelingen omvat tevens pensioenplannen die volledig zijn gebaseerd op uitgestelde compensatiemodellen. De rechten, opgebouwd onder deze plannen, worden berekend op het bedrag per begunstigde dat jaarlijks wordt uitgesteld, vertaald naar pensioenrechten waarbij in sommige situaties rekening wordt gehouden met vooraf bepaalde jaarlijkse toenamen van deze rechten. Voor een deel van het personeel, namelijk de 'HealthCare IT'-werknemers, bestaan er pensioenplannen die door verschillende externe fondsen (Pensionskassen) worden beheerd. Deze plannen worden vooral gefinancierd via uitgestelde compensatiemodellen die boekhoudkundig als toegezegdebijdrageregelingen worden verwerkt.
Bijkomend wordt aan het management van HealthCare IT in Duitsland een plan gebaseerd op het pensioengerechtigd salaris verstrekt. Het betreft een congruent gefinancierd collectieve pensioenregeling (kongruent rückgedeckte Unterstützungskasse).
Zowel de plannen waarin geen nieuwe rechten worden opgebouwd als deze waarin werknemers nog wel pensioenrechten opbouwen, stellen de Onderneming bloot aan actuariële risico's zoals het interestrisico, het risico op indexatie van pensioenuitkeringen en het 'longevity'-risico.
De kosten voor hiervoor genoemde Duitse toegezegdebijdrageregelingen zijn begrepen in het bedrag zoals weergegeven onder toelichting 13.1 voor de 'materiële landen'.
Vanaf 2010 kunnen er geen rechten meer worden opgebouwd onder het 'Agfa UK pension plan'. Dit plan wordt gefinancierd via bijdragen betaald door de deelnemende werkgevers. Per jaareinde 2019 en 2020 zijn dit Agfa-Gevaert NV, Agfa HealthCare UK Ltd. en Agfa Graphics Ltd. De leden van het plan komen in aanmerking voor een vergoeding, bepaald via een formule op basis van een gemiddeld eindsalaris. Vanaf de leeftijd van 55 jaar kunnen rechten, opgebouwd in dit plan, gedeeltelijk via een vast bedrag worden uitbetaald waarbij het restant wordt betaald via maandelijkse uitkeringen. Wanneer de personeelsbeloning voor de normale pensioenleeftijd van 65 jaar wordt opgenomen is er een actuariële aanpassing van de waarde van de personeelsbeloning. Leden die uitgestelde rechten hebben opgebouwd, maken aanspraak op een verhoging van hun rechten tot op het ogenblik van pensionering ten belope van de inflatie, berekend op basis van de CPI (index van consumptieprijzen). Pensioenuitkeringen nemen toe in lijn met de RPI (index van de kleinhandelsprijzen) met een minimum toename van 3% en een maximum toename van 5%. Naast een inflatierisico is de Onderneming onderhevig aan actuariële risico's zoals het beleggingsrisico, het interestrisico en het 'longevity'-risico.
De toegezegdpensioenregeling wordt beheerd via een trust waarbij de beslissingsbevoegdheid genomen wordt door de Raad van Bestuur van de trust. Zij hebben de plicht om uitsluitend te handelen in de beste belangen van de begunstigden conform de regels van de trust en de wetgeving in het Verenigd Koninkrijk.
Gedurende december 2018 werd een Enhanced Transfer Value (ETV)-oefening uitgevoerd. De wetgeving in het Verenigd Koninkrijk laat toe dat niet-actieve leden van een toegezegdpensioenregeling de voor hen opgebouwde uitgestelde rechten kunnen overdragen naar een andere pensioenregeling met een derde partij. Het bedrag dat bij dergelijke verrichting wettelijk moet worden uitbetaald wordt het 'Cash Equivalent Transfer Value (CETV)' genoemd. Bij een ETV (Enhanced Transfer Value) verrichting wordt aan de leden een extra betaling bovenop de CETV aangeboden. Deze transactie heeft geresulteerd in een bijkomende uitgave vanuit de fondsbeleggingen van 5 miljoen euro in december 2018 en 33 miljoen euro in januari 2019. De Onderneming heeft een extra bijdrage gestort om het financieringsniveau op hetzelfde peil als voor de ETV-oefening te houden.
De financieringsvereisten worden bepaald op basis van een actuariële waardering die elke drie jaar wordt uitgevoerd conform de wettelijke bepalingen en veronderstellingen die in dit verband worden voorgeschreven. Bovendien wordt over de veronderstellingen een akkoord gesloten tussen de Onderneming en de trustees. Om het huidige tekort te financieren heeft Agfa conform de laatste waardering die in 2019 in het kader van de financieringsvereisten heeft plaats gevonden met de trustees in juli 2020 een overeenkomst bereikt om éénmalig 60 miljoen Pond Sterling te storten en vervolgens vaste kwartaalbijdragen voor de volgende vijf jaar.
Vanaf 2009 kunnen er geen rechten meer worden opgebouwd onder het 'Agfa Corporation Pension Plan'. Agfa Corporation, Agfa HealthCare Corporation, Agfa Materials Corporation, Agfa Finance Corporation en Agfa US Corporation zijn deelnemende werkgevers in voornoemd plan.
De begunstigden van het plan maken aanspraak op een vergoeding bepaald via een formule op basis van een gemiddeld eindsalaris. Deze gesloten toegezegdpensioenregeling stelt de Onderneming bloot aan actuariële risico's zoals het beleggingsrisico, het interestrisico en het 'longevity'-risico.
De activa van de toegezegdpensioenregeling worden beheerd via een trust. De Raad van Bestuur van Agfa Corporation, de entiteit die verantwoordelijk is voor het betalen van de bijdragen voor het plan, delegeert beleggingsbeslissingen evenals het toezicht op de beleggingen aan een lokaal beleggingscomité, het 'Benefits Plan Investment Committee (BPIC)'. De leden van het BPIC zijn ertoe gehouden uitsluitend in de beste belangen van de begunstigden te handelen, in overeenstemming met de trustovereenkomst en de wetgeving in de Verenigde Staten van Amerika. Het wettelijke en regulerend kader voor de plannen is gebaseerd op de toepasbare wetgeving in de Verenigde Staten van Amerika, zijnde de 'US legislation Employee Retirement Income Security Act (ERISA)'. Op basis van deze wetgeving wordt, in het kader van de financieringsvereisten, jaarlijks een waardering opgemaakt.
In dit plan zijn er geen persoonlijke bijdragen van de leden voorzien. De verantwoordelijke werkgever van het plan en de deelnemende werkgevers betalen bijdragen voor het plan in de mate dat dit noodzakelijk is – conform actuariële berekeningen – om de vergoedingen te kunnen uitkeren aan de leden van het plan. Minimale bijdragen zijn gebaseerd op de vereisten zoals bepaald door de 'Employee Retirement Income Security Act' (ERISA) van 1974 en de 'Pension Protection Act (PPA)' van 2006. Volgens de PPA zijn de actuarissen ertoe gehouden om elk jaar het financieringspercentage van het plan te certificeren. Door de pandemie moest Agfa het financieringspercentage voor 2020 niet certificeren in juli 2020. De Amerikaanse regering liet de sponsors van het plan toe om het financieringspercentage van 2019 voor het planjaar 2020 te gebruiken. Agfa heeft het 2020 financieringspercentage van 113,34% gecertificeerd in december 2020 (82,42% voor 2019) aangezien dit tevens implicaties heeft voor de financiering over het planjaar 2021.
Dit percentage houdt evenwel geen rekening met de impact van de transacties ter vermindering van de pensioenrisico's welke in 2020 hebben plaatsgevonden.
In de loop van 2018 werden pensioenschulden voor gepensioneerden van het 'Agfa Corporation Pension Plan' afgewikkeld via een eenmalige uitkering uit fondsbeleggingen ten bedrage van 26 miljoen euro. De mogelijkheid voor gepensioneerden van het 'Agfa Corporation Pension Plan' om in 2019 hun rechten éénmalig af te kopen heeft geresulteerd in een daling van de fondsbeleggingen en brutoverplichtingen ten bedrage van 116 miljoen Euro en de erkenning van een winst uit beëindiging van deze regeling van 1 miljoen.
In de loop van 2020 werd door de betaling van een éénmalige premie de toekomstige uitkeringen aan de begunstigden van het Agfa Corporation Plan overdragen aan de verzekeraar. Verder werd er overgegaan tot éénmalige uitkering van pensioenrechten aan niet-actieve deelnemers met opgebouwde rechten en actieve deelnemers die per 1 december 2020 59,5 jaar of ouder zijn. De begunstigden van deze laatste twee verrichtingen konden alsnog opteren voor een periodieke betaling in de plaats van een éénmalige uitkering: voor deze groep van mensen werd dan een bijkomende overdracht aan de verzekeraar geregeld. Voor deze drie verrichtingen samen bedroeg de uitkering uit de fondsbeleggingen 211 miljoen euro en het verlies uit beëindiging van de regelingen 1,9 miljoen Euro.
Onderstaande drie tabellen geven de aansluiting van de openingswaarden naar de slotwaarden van zowel de nettoverplichting als haar componenten weer.
| 2019 | 2020 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Pensioenregelingen (exclusief Belgische DC-plannen) |
Belgische DC-plannen met gewaarborgd rendment |
TOTAAL | Pensioenregelingen (exclusief Belgische DC-plannen) |
Belgische DC-plannen met gewaarborgd rendement |
TOTAAL | |
| Nettoverplichting op 1 januari | 1.001 | 5 | 1.006 | 1.068 | 9 | 1.077 | |
| Pensioenkosten weergegeven in de winst- en verliesrekening |
42 | 14 | 56 | 36 | 19 | 55 | |
| Totaal herwaarderingen opgenomen in 'Niet-gerealiseerde resultaten' |
126 | 5 | 131 | 104 | (3) | 101 | |
| Netto transferten in/(uit) inclusief de impact van overnames en afstotingen |
- | - | - | (6) | - | (6) | |
| Kasstroomoverzicht | |||||||
| Werkgeversbijdragen | (67) | (16) | (83) | (252) | (16) | (268) | |
| Uitkeringen rechtstreeks betaald door de Onderneming |
(41) | (41) | (41) | - | (41) | ||
| Valutakoersverschillen | 7 | 7 | (8) | - | (8) | ||
| Nettoverplichting op 31 december | 1.068 | 9 | 1.077 | 900 | 9 | 909 |
De bijdragen voor 2019 en 2020 zijn beïnvloed door éénmalige bijdragen in de VS (27 miljoen Euro in 2019 en 114 miljoen Euro in 2020), in het Verenigd Koninkrijk (9 miljoen Euro in 2019 en 67 miljoen Euro in 2020) en in België (37 miljoen Euro in 2020), voornamelijk met het oog op het behoud van het financieringspercentage na transacties in de VS (éénmalige uitkering van pensioenrechten en overdracht aan verzekeraar mits éénmalige premiebetaling) en de ETV-projecten in het VK.
| 2019 | 2020 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Pensioenregelingen (exclusief Belgische DC-plannen) |
Belgische DC-plannen met gewaarborgd rendement |
TOTAAL | Pensioenregelingen (exclusief Belgische DC-plannen) |
Belgische DC-plannen met gewaarborgd rendement |
TOTAAL | |
| Aan de diensttijd toewijsbare pensioenkost | |||||||
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, exclusief werknemersbijdragen |
20 | 14 | 34 | 22 | 19 | 41 | |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd |
- | - | - | (3) | - | (3) | |
| (Winsten)/verliezen uit belangrijke inperking/ beëindiging van de regelingen |
(1) | - | (1) | 2 | - | 2 | |
| Totaal aan de diensttijd toewijsbare pensioenkost |
20 | 14 | 33 | 21 | 19 | 40 | |
| Nettofinancieringskost | |||||||
| Interestkosten | 46 | 3 | 50 | 32 | 2 | 34 | |
| Interestinkomen op fondsbeleggingen | (25) | (3) | (28) | (18) | (2) | (20) | |
| Totale nettofinancieringskost | 21 | - | 21 | 14 | - | 14 | |
| Administratieve kosten en belastingen | 1 | - | 1 | 2 | - | 2 | |
| PENSIOENKOSTEN WEERGEGEVEN IN DE WINST- EN VERLIESREKENING |
42 | 14 | 56 | 36 | 19 | 55 | |
| Actuariële verliezen (winsten) | |||||||
| Aanpassingen aan de verplichtingen van de regelingen – verliezen (winsten) – op grond van ervaring |
2 | (4) | (2) | (18) | (13) | (31) | |
| Demografische veronderstellingen | (6) | - | (6) | 9 | 2 | 11 | |
| Financiële veronderstellingen | 225 | 11 | 237 | 132 | 5 | 137 | |
| Rendement op fondsbeleggingen excl. interestinkomen |
(95) | (2) | (97) | (21) | 4 | (17) | |
| Totaal herwaarderingen opgenomen in 'Niet-gerealiseerde resultaten' |
126 | 5 | 131 | 104 | (3) | 101 | |
| TOTALE PENSIOENKOST VAN DE PERIODE |
168 | 19 | 188 | 140 | 16 | 156 |
De totale pensioenkost in 2020 van toegezegdpensioenregelingen voor de materiële landen van de Groep bedroeg een kost van 156 miljoen euro (2019: 188 miljoen euro). Van dit bedrag wordt 55 miljoen euro kost opgenomen in de winst- en verliesrekening van de Groep over 2020 (2019: 56 miljoen euro kost). Het saldo, zijnde een kost van 101 miljoen euro voor 2020 (voor 2019 een kost van 131 miljoen euro) wordt opgenomen in de 'Niet-gerealiseerde resultaten' onder 'Herwaardering van de nettoverplichting'. Deze herwaardering vloeit voort uit wijzigingen in demografische en financiële veronderstellingen en aanpassingen op grond van ervaring, welke hun oorsprong vinden in zowel de verplichtingen als de fondsbeleggingen van toegezegdpensioenregelingen. Details worden hierna weergegeven.
In 2020 omvat de pensioenkost voor de materiële landen van de Groep een pensioenkost van verstreken diensttijd ten bedrage van 3 miljoen euro door de inperking van de pensioenrechten voor de Duitse 'book reserve'-plannen en de gelijktrekking tussen man en vrouw van het gewaarborgd minimumpensioen voor het Agfa UK pensioenplan.
Het nettoverlies dat in 2020 werd gerealiseerd is volledig verklaard door het 'Agfa Corporation Pension Plan' in de VS, zijnde de éénmalige uitkering van pensioenrechten aan niet-actieve deelnemers met opgebouwde rechten en actieve deelnemers die per 1 december 2020 59,5 jaar of ouder zijn.
De contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen, de fondsbeleggingen en de financiering van de regelingen in de materiële landen worden hierna weergegeven.
| 2019 | 2020 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Pensioenregelingen (exclusief Belgische DC-plannen) |
Belgische DC-plannen met gewaarborgd rendement |
TOTAAL | Pensioenregelingen (exclusief Belgische DC-plannen) |
Belgische DC-plannen met gewaarborgd rendement |
TOTAAL |
| Wijziging in de contante waarde van de brutoverplichting | ||||||
| Contante waarde van de brutoverplichting op 1 januari |
1.970 | 183 | 2.153 | 2.041 | 200 | 2.241 |
| Aan de diensttijd toewijsbare pensioenkost | ||||||
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, exclusief werknemersbijdragen |
20 | 14 | 34 | 22 | 19 | 41 |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | - | - | - | (3) | - | (3) |
| Belangrijke inperking/beëindiging van de regelingen | (1) | - | (1) | 2 | - | 2 |
| Financieringskosten | 46 | 3 | 50 | 32 | 2 | 34 |
| Kasstroomoverzicht | ||||||
| Uitkeringen | (247) | (9) | (256) | (311) | (10) | (321) |
| Werknemersbijdragen | - | 1 | 1 | - | 1 | 1 |
| Betaalde premies | - | - | - | - | - | - |
| Verhoging (verlaging) tengevolge van transferten, inclusief de impact van overnames en afstotingen |
- | - | - | (6) | (6) | (12) |
| Herwaarderingen | ||||||
| Effect van demografische veronderstellingen | (6) | - | (6) | 9 | 2 | 11 |
| Effect van financiële veronderstellingen | 226 | 11 | 237 | 132 | 5 | 137 |
| Effecten op grond van ervaring | 2 | (4) | (2) | (17) | (13) | (30) |
| Valutakoersverschillen | 31 | - | 31 | (37) | - | (37) |
| Contante waarde van de brutoverplichting op 31 december | 2.041 | 200 | 2.241 | 1.863 | 198 | 2.061 |
| Wijziging in fondsbeleggingen | ||||||
| Reële waarde van fondsbeleggingen op 1 januari | 969 | 178 | 1.147 | 973 | 191 | 1.164 |
| Financieringsbaten | 25 | 3 | 28 | 18 | 2 | 20 |
| Werkgeversbijdragen | 109 | 16 | 124 | 293 | 16 | 309 |
| Werknemersbijdragen | - | 1 | 1 | - | 1 | 1 |
| Uitkeringen | (247) | (9) | (256) | (311) | (10) | (321) |
| Administratieve kosten en belastingen | (2) | - | (2) | (2) | - | (2) |
| Betaalde premies Verhoging (verlaging) tengevolge van transferten, |
- | - | - | - | - | - |
| inclusief de impact van overnames en afstotingen | - | - | - | (1) | (5) | (6) |
| Rendement op fondsbeleggingen excl. interestinkomen | 96 | 2 | 97 | 21 | (4) | 17 |
| Valutakoersverschillen | 23 | - | 23 | (29) | - | (29) |
| Reële waarde van fondsbeleggingen op 31 december | 973 | 191 | 1.164 | 963 | 189 | 1.152 |
| Financieringspositie op 31 december | ||||||
| Financieringspositie | 1.068 | 9 | 1.077 | 900 | 9 | 909 |
| Effect van vermogensplafond | - | - | - | - | - | - |
| Nettoverplichting op 31 december | 1.068 | 9 | 1.077 | 900 | 9 | 909 |
Op 31 december 2020 bedroeg de contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen – exclusief de toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement – voor de Groep 1.863 miljoen euro (2.041 miljoen euro op 31 december 2019), waarvan 1.126 miljoen euro (1.303 miljoen euro op 31 december 2019) betrekking heeft op geheel of gedeeltelijk gefinancierde toegezegdpensioenregelingen en de overige 737 miljoen euro (738 miljoen euro op 31 december 2019) betrekking heeft op ongefinancierde toegezegdpensioenregelingen.
Het financieringstekort voor de Belgische toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement bedroeg op 31 december 2020 9 miljoen euro (9 miljoen euro op 31 december 2019). Het financieringstekort voor deze plannen is gelijk aan het verschil tussen de contante waarde van de brutoverplichtingen (DBO) ten bedrage van 198 miljoen euro (200 miljoen euro op 31 december 2019) en de fondsbeleggingen ten bedrage van 189 miljoen euro (191 miljoen euro op 31 december 2019). De verplichtingen uit hoofde van het Top Performance Plan en de Groepsverzekering voor kaderleden en uitvoerende bestuursleden vertegenwoordigen op 31 december 2020 samen 90% van de totale DBO (89% op 31 december 2019) terwijl het financieringstekort nagenoeg volledig toewijsbaar is aan het Top Performance Plan. Algemene informatie rond de toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement evenals de karakteristieken van deze plannen wordt verstrekt onder 13.3.1.
In 2019 bedroegen de uitkeringen voor de materiële landen van de Groep 256 miljoen euro en omvatten 149 miljoen euro uitkeringen voor belangrijke inperking en beëindiging van pensioenregelingen, 33 miljoen Euro in het VK en 116 miljoen euro in de VS. De uitkeringen in 2020 bedroegen 321 miljoen euro waarvan 211 miljoen met betrekking tot belangrijke inperking/beëindiging van regelingen in de VS.
| MILJOEN EURO | 31 december 2016 |
31 december 2017 |
31 december 2018 |
31 december 2019 |
31 december 2020 |
|---|---|---|---|---|---|
| Reële waarde van fondsbeleggingen | 1.227 | 1.225 | 1.147 | 1.164 | 1.152 |
| Contante waarde van de brutoverplichting |
2.410 | 2.306 | 2.153 | 2.241 | 2.061 |
| Overschot (tekort) van de regelingen |
(1.183) | (1.080) | (1.006) | (1.077) | (909) |
13.2.4 Contante waarde van de brutoverplichtingen - Belangrijke actuariële veronderstellingen op rapporteringsdatum De verplichtingen en pensioenkost van de periode met betrekking tot toegezegdpensioenregelingen van de Groep worden bepaald door gebruik te maken van actuariële waarderingen die gebaseerd zijn op actuariële veronderstellingen. Op het einde van de boekjaren 2019 en 2020, werden volgende belangrijke actuariële veronderstellingen (gewogen gemiddelden) gebruikt.
| 31 december 2019 | 31 december 2020 | |
|---|---|---|
| Disconteringsvoet | 1,60% | 1,05% |
| Toekomstige verhoging van lonen/salarissen | 3,02% | 3,03% |
De hierboven weergegeven gemiddelde disconteringsvoeten en de stijging van de lonen/salarissen worden bepaald op basis van de actuariële veronderstellingen welke toegepast worden in de verschillende toegezegdpensioenregelingen van de materiële landen van de Groep, gewogen op basis van de contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van betreffende toegezegdpensioenregelingen.
De disconteringsvoeten worden bepaald op basis van het marktrendement op balansdatum van bedrijfsobligaties van hoge kredietwaardigheid, die een kredietrating van minstens AA van een belangrijk ratingagentschap toegewezen krijgen, met een resterende looptijd die consistent is met de geschatte looptijd van de verplichtingen.
De Groep heeft de gewogen gemiddelde duratie bepaald door de gemiddelde duraties te nemen berekend via sensitiviteitsanalyse +25bps en -25bps op de disconteringsvoet voor de pensioenplannen van de materiële landen van de Groep. Op 31 december 2020 bedraagt de gewogen gemiddelde duratie 13,5 jaar (13 jaar op 31 december 2019).
Onderstaande tabel geeft de sensitiviteit weer van een verandering in bepaalde veronderstellingen op 31 december 2020 met betrekking tot de pensioenregelingen van de materiële landen van de Groep:
| MILJOEN EURO | Impact op de contante waarde van de verplichtingen op 31 december 2019 |
Impact op de contante waarde van de verplichtingen op 31 december 2020 |
|---|---|---|
| Daling in disconteringsvoet met 25 basispunten | 75 | 72 |
| Stijging in disconteringsvoet met 25 basispunten | (71) | (68) |
| Verbetering in de sterftetafel waarbij wordt veron dersteld dat werknemers één jaar langer leven |
63 | 73 |
| Verslechtering in de sterftetafel waarbij wordt ver ondersteld dat werknemers één jaar minder leven |
(61) | (71) |
Reële waarde van fondsbeleggingen onderverdeeld naar belangrijkste categorieën
De reële waarde van fondsbeleggingen onderverdeeld naar belangrijkste categorieën van de materiële landen van de Groep omvatten:
| MILJOEN EURO | 31 december 2019 | 31 december 2020 |
|---|---|---|
| Geldmiddelen, kasequivalenten en overige | 27 | 90 |
| Aandelen | 247 | 232 |
| Rentedragende instrumenten | 693 | 631 |
| Fondsbeleggingen bij verzekeraars (1) | 197 | 199 |
| TOTAAL | 1.164 | 1.152 |
(1) Toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement.
95% van de aandelen en rentedragende instrumenten werden belegd volgens de principes van passief beheer (index tracking).
De reële waarde van fondsbeleggingen omvat per jaareinde 2019 en 2020 geen aandelen of rentedragende instrumenten van de Onderneming of haar dochterondernemingen.
De Groep verwacht dat de pensioenkost op te nemen in de winst- en verliesrekening voor de materiële landen voor 2021 in totaal 41 miljoen euro zal bedragen. Dit bedrag omvat voor 34 miljoen euro aan het dienstjaar toegerekende pensioen-, administratiekosten en belastingen (waarvan 9 miljoen euro betrekking heeft op Belgische toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement) en 7 miljoen euro interestkost op de nettoverplichting.
Voor het boekjaar 2021 verwacht de Groep 183 miljoen euro bij te dragen voor haar materiële pensioenregelingen. Dit bedrag houdt geen rekening met 8 miljoen euro verwachte premiebetalingen voor de toegezegdebijdrageregelingen in België. Als we de bijdragen voor de Belgische toegezegdebijdrageregelingen buiten beschouwing laten, zijn de bijdragen over 2021 110 miljoen euro lager dan in 2020 toen de bijdragen 293 miljoen euro bedroegen. Dit bedrag omvatte 252 miljoen euro bijdragen van de werkgever en 41 miljoen uitkeringen die rechtstreeks door de Onderneming werden betaald. Om de pensioenverplichtingen af te bouwen en tegelijkertijd de eraan verbonden risico's werd in 2020 ten belope van 218 miljoen euro extra bijdragen betaald. Voor 2021 wordt een budget van 128 miljoen euro aan extra bijdragen voor de afbouw van pensioenverplichtingen voorzien.
Langetermijnontslagvergoedingen zijn het gevolg van de verplichting van de Groep om hetzij de tewerkstelling voor de normale pensioenleeftijd te beëindigen, hetzij om een ontslagvergoeding te betalen als gevolg van een aanbod ter aanmoediging van vrijwillige pensionering. Op 31 december 2020 bedroeg de langetermijnontslagvergoeding 9 miljoen euro (12 miljoen euro op 31 december 2019) en betrof hoofdzakelijk afvloeiingspremies afgesproken met werknemers in het kader van vervroegde pensionering. Deze regelingen betreffen werknemers van de Belgische ondernemingen van de Groep.
In de loop van 2020 heeft de Raad van Bestuur Mr. Pascal Juéry benoemd als CEO van de Agfa-Gevaert Groep en gedelegeerd bestuurder. Er werd een lange-termijn variabele vergoeding toegekend aan Mr. Juéry ingebed in een Stock Appreciation Rights Plan die tot een bijkomende cash bonus kan leiden.
De belangrijkste componenten van dit Stock Appreciation Rights Plan zijn de volgende:
De reële waarde van dit Stock Appreciation Rights Plan werd berekend aan de hand van een Black & Sholes model, met een verwachte levensduur van 10 jaar en verwachte volatiliteit van 44,84%. De reële waarde wordt getoond als een verplichting met reële-waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening (2020: 0,1 miljoen euro).
De opsplitsing tussen kortlopende en langlopende overige personeelsbeloningen is voorgesteld in de onderstaande tabel:
| MILJOEN EURO | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Langlopende personeelsbeloningen | 12 | 13 |
| Kortlopende personeelsbeloningen | ||
| Verplichtingen voor sociale bijdragen | 26 | 18 |
| Te betalen lonen | 3 | 3 |
| Overige kortlopende personeelsbeloningen | 101 | 67 |
| TOTAAL | 142 | 101 |
Overige langetermijnpersoneelsbeloningen hebben betrekking op een plan inzake langdurige invaliditeit in de VS, de plannen 'Jubilee' en Pensionsurlaub' in Duitsland en sommige andere vergoedingen wegens langediensttijd. Op 31 december 2020 bedroeg de totale verplichting uit overige langetermijnpersoneelsbeloningen 13 miljoen euro (12 miljoen euro op 31 december 2019).
Overige kortetermijnpersoneelsbeloningen omvatten verplichtingen met betrekking tot het personeelsbestand in ruime zin, zijnde verplichtingen voor vakantiegeld en flexi-tijdoverschot, verzekering van loon en salaris in geval van ziekte betaalbaar binnen de 12 maanden, kortetermijnvergoedingen voor arbeidsongeschiktheid, bonusvergoedingen en andere betalingen inzake overeenkomsten voor winstdeelname.
De Groep is onderworpen aan winstbelastingen in een groot aantal rechtsgebieden. Er bestaan onzekerheden betreffende de interpretaties van complexe fiscale regelgevingen in de respectieve landen. De Groep erkent verplichtingen voor elementen die tijdens een belastingcontrole mogelijk op de voorgrond kunnen treden, gebaseerd op aanvaardbare schattingen betreffende het al dan niet verschuldigd zijn van bijkomende belastingen, waarbij diverse factoren in aanmerking worden genomen zoals ervaring met vorige belastingcontroles en afwijkende interpretaties tussen enerzijds de entiteit die wordt belast en de belastingautoriteit. Verschillen die ontstaan tussen reële resultaten en gemaakte assumpties of toekomstige veranderingen aan dergelijke assumpties kunnen aanpassingen aan de belastinglast van toekomstige periodes noodzakelijk maken.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de winstbelastingen volgens aard:
| MILJOEN EURO | Toelichting | 2019 | 2020 |
|---|---|---|---|
| Betaalde of verschuldigde winstbelastingen | 29 | 19 | |
| Met betrekking tot dit boekjaar | 30 | 19 | |
| Met betrekking tot voorgaande boekjaren | - | - | |
| Uitgestelde winstbelastingen | (1) | (11) | |
| Met betrekking tot tijdelijke verschillen | (4) | (7) | |
| Met betrekking tot niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscale verrekenbare tegoeden |
3 | (4) | |
| Winstbelastingen | 28 | 8 | |
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 14 | 15 | |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 20 | 14 | (7) |
Uitgestelde winstbelastingen bedragen 11 miljoen euro (opbrengst), in vergelijking met een opbrengst van 1 miljoen euro voorgaand jaar.
De belangrijkste componenten van de winstbelastingen worden afzonderlijk toegelicht in de tabel die de aansluiting weergeeft tussen het gemiddelde effectieve belastingtarief en het toepasselijke belastingtarief in toelichting 17.3.2.
Per 31 december 2020 bedragen actuele vorderingen uit winstbelastingen 63 miljoen euro (2019: 75 miljoen euro), waarvan meer dan 70% betrekking heeft op belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling. Dit bedrag omvat een onzekere belastingvordering van 1,6 miljoen euro, gerelateerd aan een lopende fiscale procedure.
Actuele verplichtingen uit winstbelastingen bedragen 23 miljoen euro (2019: 49 miljoen euro), waarvan 16,5 miljoen euro onzekere belastingschulden. Van deze onzekere belastingschulden is 8,1 miljoen euro gerelateerd aan lopende belastingaudits, procedures en geschillen in verschillende jurisdicties. De resterende 8,4 miljoen euro aan onzekere belastingschulden betreft mogelijke herzieningen van transferprijzen. Hoewel de Groep overtuigd is dat alle intragroep transacties marktconform en gedocumenteerd zijn verlopen, worden transferprijzen continu onderworpen aan nauwkeurig onderzoek door fiscale overheden wereldwijd. Sommige onderhandelingen met fiscale overheden kunnen leiden tot dubbele belasting, waarbij de uitkomst van procedures alsnog een negatieve impact kan hebben op de uiteindelijke belastingkost.
Actuele winstbelastingen voor de huidige en voorgaande periodes, in de mate dat ze nog niet betaald zijn, zijn erkend als een verplichting. Indien het bedrag, reeds betaald met betrekking tot de huidige en voorgaande periodes, groter is dan het bedrag verschuldigd voor die periodes, is het verschil erkend als een vordering.
Actuele vorderingen uit winstbelastingen en actuele verplichtingen uit winstbelastingen worden gecompenseerd als ze betrekking hebben op winstbelastingen geheven door dezelfde belastingautoriteit en als ze bestemd zijn om te worden afgewikkeld op een netto basis.
De Groep meent op grond van de beoordeling van talrijke factoren, zoals hierboven uitgelegd, dat de opgenomen belastingverplichtingen toereikend zijn voor alle nog openstaande belastingjaren.
Uitgestelde belastingvorderingen zijn de bedragen van de winstbelastingen die terugvorderbaar zijn in toekomstige periodes met betrekking tot aftrekbare tijdelijke verschillen, niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden.
Uitgestelde belastingvorderingen worden erkend wanneer er voldoende zekerheid is over de beschikbaarheid van toekomstige belastbare winsten om de tijdelijke verschillen, niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden te kunnen gebruiken.
De Groep beoordeelt op geregelde tijdstippen de realiseerbaarheid van haar uitgestelde belastingvorderingen, voornamelijk op basis van de langetermijnplanning voor de bedrijfssegmenten Offset Solutions, Digital Print & Chemicals, Radiology Solutions en HealthCare IT en rekening houdend met de winsten uit het verleden en geschatte toekomstige fiscale winsten van de betreffende geconsolideerde entiteiten. Andere parameters zoals het verwachte tijdstip van de afwikkeling van bestaande tijdelijke verschillen en strategieën betreffende planning van de fiscale winst worden eveneens bij deze beoordeling in aanmerking genomen.
Belangrijke wijzigingen aan bedrijfsplannen en/of goederen- en dienstenstromen die de fiscale winsten of verliezen van bepaalde entiteiten van de Groep beïnvloeden, kunnen een impact hebben op de realisatie van uitgestelde belastingvorderingen. Verschillen die ontstaan tussen reële resultaten en gemaakte assumpties of toekomstige veranderingen aan dergelijke assumpties, kunnen resulteren in het tegenboeken van bepaalde uitgestelde belastingvorderingen wat aanleiding geeft tot een verhoogd effectief belastingtarief voor de Groep. Uitgestelde belastingverplichtingen zijn de bedragen van de winstbelastingen die verschuldigd zijn in toekomstige periodes met betrekking tot belastbare tijdelijke verschillen.
Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden gecompenseerd als ze betrekking hebben op winstbelastingen geheven door dezelfde belastingautoriteit.
| 31 december 2019 | 31 december 2020 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Activa | Passiva | Netto | Activa | Passiva | Netto |
| Immateriële activa en goodwill | 29 | 20 | 9 | 26 | 2 | 24 |
| Materiële vaste activa | 14 | 11 | 3 | 10 | 8 | 2 |
| Recht-op-gebruik activa | - | 29 | (29) | - | 20 | (20) |
| Geassocieerde deelnemingen en financiële vaste activa | - | 3 | (3) | - | 3 | (3) |
| Voorraden | 21 | 1 | 20 | 20 | 3 | 17 |
| Handelsvorderingen | 2 | 4 | (2) | 2 | 2 | - |
| Voorzieningen en verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding |
48 | 2 | 46 | 42 | 2 | 39 |
| Verplichtingen uit lease-overeenkomsten | 30 | - | 30 | 20 | - | 20 |
| Andere vlottende activa & overige verplichtingen | 3 | 5 | (2) | 4 | 5 | (2) |
| Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen met betrekking tot tijdelijke verschillen |
146 | 75 | 71 | 123 | 45 | 78 |
| Niet-gecompenseerde fiscale verliezen | 33 | - | 33 | 37 | - | 37 |
| Ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden | 1 | - | 1 | 2 | - | 2 |
| Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen voor saldering |
181 | 75 | 106 | 161 | 45 | 116 |
| Saldering | (58) | (58) | - | (41) | (41) | - |
| Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen | 122 | 17 | 106 | 120 | 4 | 116 |
De uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen kunnen als volgt worden toegewezen:
De beweging in tijdelijke verschillen gedurende 2019-2020 wordt toegelicht in toelichting 17.4.
Per 31 december 2020 bedragen de netto uitgestelde belastingvorderingen 116 miljoen euro, voornamelijk met betrekking tot de toegezegdpensioenregeling in Duitsland, voornamelijk met betrekking tot actieve medewerkers.
Voor de niet-gecompenseerde fiscale verliezen, de ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden en tijdelijke verschillen werden geen uitgestelde belastingvorderingen opgenomen voor onderstaande bedragen omdat het niet waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winst beschikbaar zal zijn waarmee deze kunnen worden verrekend:
De herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van de toegezegdpensioenregeling (IAS 19R) heeft een belangrijk effect op de niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen op tijdelijke verschillen.
De impact van de betreffende wijziging bevindt zich in entiteiten waarvoor het management van de Groep geoordeeld heeft dat er onvoldoende zekerheid is dat de betreffende belastingbesparing zal kunnen gerealiseerd worden.
De niet-opgenomen uitgestelde belastingvordering met betrekking tot de impact van de aanpassing van IAS 19 in 2011 en de daaropvolgende herwaarderingen van de nettoverplichting uit hoofde van de toegezegdpensioenregeling bedraagt 110 miljoen euro en zou een impact hebben in de niet-gerealiseerde resultaten indien opgenomen. De impact van de uitgestelde belastingvordering op de ongebruikte tijdelijke verschillen, de ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden en de niet-gecompenseerde fiscale verliezen vervalt als volgt:
| MILJOEN EURO | Tijdelijke verschillen |
Fiscale verliezen |
Belastingkredieten | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|
| Vervalt in: | ||||
| 2021 | - | - | - | - |
| 2022 | - | - | - | - |
| 2023 | - | - | - | - |
| 2024 | - | - | - | - |
| 2025 | - | - | - | - |
| na 2025 | - | 33 | - | 33 |
| zonder vervaldatum | 169 | 276 | 24 | 469 |
| TOTAAL | 169 | 310 | 24 | 503 |
17.3 RELATIE TUSSEN WINSTBELASTINGEN EN WINST (VERLIES) VOOR BELASTINGEN 17.3.1 Samenvatting 2019 en 2020
| MILJOEN EURO | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Winst (verlies) voor belastingen | (20) | 629 |
| Winstbelastingen | 28 | 8 |
| Belastingtarief | -135,92% | 1,30% |
| MILJOEN EURO | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Winst (verlies) voor belastingen | (20) | 629 |
| Het product van het resultaat voor belastingen en het toepasselijke belastingtarief | (7) | 192 |
| Toepasselijke belastingtarief (1) | 35,34% | 30,61% |
| Fiscaal niet-aftrekbare lasten | 6 | 18 |
| Impact van fiscaal verrekenbare tegoeden en andere verminderingen van de belastbare basis | (4) | (16) |
| Fiscale verliezen van het huidige jaar waarvoor geen uitgestelde belastingvordering werd opgenomen | 31 | 72 |
| Impact gebruikte fiscale verliezen waarvoor in het verleden geen uitgestelde belastingvordering werd opgenomen |
- | (1) |
| Uitgestelde belastingvorderingen erkend op verliezen van vorige jaren | - | (2) |
| Aanpassingen met betrekking tot vorig boekjaar | - | 9 |
| Tegenboeking van aftrekbare tijdelijke verschillen waarvoor geen uitgestelde belastingvordering werd erkend |
(11) | (31) |
| Belastingskost/(opbrengst) tengevolge van overige elementen in de belastbare winst (notionele interestaftrek, aftrek voor innovatie, overige, …) |
- | (10) |
| Impact van overnames en afstotingen | - | (225) |
| Roerende voorheffing | 2 | 1 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op goodwill en overige activa waarvoor geen uitgestelde belastingvordering werd erkend |
11 | (5) |
| Impact van wijzigingen in belastingtarieven | 1 | - |
| Overige | - | 5 |
| Winstbelastingen | 28 | 8 |
| Gemiddelde effectieve belastingtarief | -135,92% | 1,30% |
(1) Het toepasselijke belastingtarief is het gewogen gemiddelde belastingtarief van de Onderneming en al haar geconsolideerde dochterondernemingen.
| MILJOEN EURO | 31 december 2018 | Verandering in waarderingsregels | aan de individuele aangekoste bestanddelen Toewijzing van de 'excess' aankoopprijs (zie toelichting 19) |
Opgenomen in de winst-en verliesrekening | Opgenomen in de niet-gerealiseerde winsten | Valutakoersverschillen | 31 december 2019 | Verandering van consolidatiekring | Opgenomen in de winst-en verliesrekening | Opgenomen in de niet-gerealiseerde winsten | Valutakoersverschillen | 31 december 2020 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Immateriële activa en goodwill | 4 | - | 4 | - | - | - | 9 | 5 | 11 | - | (1) | 24 |
| Materiële vaste activa | (3) | - | - | 6 | - | - | 3 | (1) | - | - | (1) | 2 |
| Recht-op-gebruik activa | - | (29) | - | - | - | - | (29) | 7 | 2 | - | 1 | (20) |
| Geassocieerde deelnemingen en financiële vaste activa |
(3) | - | - | - | - | - | (3) | - | - | - | - | (3) |
| Voorraden | 21 | - | - | (2) | - | - | 20 | - | (2) | - | - | 17 |
| Handelsvorderingen | - | - | - | (2) | - | - | (2) | - | 2 | - | - | - |
| Voorzieningen en verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding |
37 | - | - | 1 | 8 | - | 46 | (3) | (6) | 3 | (1) | 39 |
| Verplichtingen uit leaseovereenkomsten |
- | 29 | - | 1 | - | - | 30 | 7 | (2) | - | (1) | 20 |
| Andere vlottende activa en overige verplichtingen |
(1) | - | - | (1) | - | - | (2) | - | 3 | (2) | - | (2) |
| Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen met betrekking tot tijdelijke verschillen |
55 | - | 4 | 4 | 8 | - | 71 | 1 | 7 | 1 | (3) | 78 |
| Niet-gecompenseerde fiscale verliezen |
35 | - | - | (1) | - | - | 33 | - | 3 | - | - | 37 |
| Ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden |
2 | - | - | (1) | - | - | 1 | - | 1 | - | - | 2 |
| Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen |
92 | - | 4 | 1 | 8 | - | 106 | 1 | 11 | 1 | (3) | 116 |
De uitgestelde belastingvordering op de voorzieningen en verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding die opgenomen zijn in de niet-gerealiseerde resultaten hebben betrekking op de herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van de toegezegdpensioenregeling (IAS 19R).
Overige belastingvorderingen bedragen 15 miljoen euro (2019: 25 miljoen euro) en overige belastingverplichtingen bedragen 24 miljoen euro (2019: 38 miljoen euro).
Overige belastingvorderingen en -verplichtingen hebben betrekking op overige belastingen, zoals BTW en andere indirecte belastingen. Overige belastingvorderingen en -verplichtingen worden gecompenseerd als ze betrekking hebben op belastingen geheven door dezelfde belastingautoriteit en er een wettelijk recht bestaat om te worden afgewikkeld op een nettobasis.
In de loop van 2020 heeft de Groep geen overnames gedaan, enkel werd de overname uit 2019 van Ningbo Hongtai Medical Equipment Ltd., een toonaangevende distributeur van hardcopy-film in China, afgerond. De nog uitstaande uitgestelde overnameprijs van 1 miljoen euro voor de overname van Ningbo Hongtai Medical Equipment Ltd. werd betaald gedurende 2020. Deze betaalde prijs wordt getoond als kasstromen voor overnames in het geconsolideerd kasstroomoverzicht.
Het geconsolideerd kasstroomoverzicht over 2019 bevat uitgaande kasstromen voor overnames ten belope van 16 miljoen euro. Deze hebben betrekking op de uitgaande kasstromen voor de acquisitie van Ningbo Hongtai Medical Equipment Ltd. (4 miljoen euro), de betaalde kasstromen met betrekking van de overnames van de overige toonaangevende distributeurs van hardcopy-film in China (2 miljoen euro), een betaalde uitgestelde overnameprijs verbonden aan de overname van IPAGSA die plaatsvond in 2018 (8 miljoen euro) en aan de overname van BODONI uit 2017 (1 miljoen euro), en een aanpassing van de overnameprijs van de overname van Inovelan SA (0,5 miljoen euro).
De onderstaande tabellen tonen de uitgaande kasstromen per overname in 2020 en 2019, de totaal verworven identificeerbare netto-activa en het bedrag aan erkende goodwill uit de overnames.
In de loop van 2020 werd de uitgestelde overnameprijs betaald voor de overname van Ningbo Hongtai Medical Equipment Ltd. (1 miljoen euro).
De overname die plaatsvond in 2019 zijnde de overname van Ningbo Hongtai Medical Equipment Ltd., en de voormalige overnames van Inovelan SA, IPAGSA en BODONI Systems Ltd. hebben het volgende effect gehad op de geconsolideerde balans en het geconsolideerd kasstroomoverzicht:
| MILJOEN EURO | Toelichting | Inovelan SA | IPAGSA | Ningbo Hongtai Medical Equipment Co. Ltd. |
Equipment Co. Ltd., Ruifeng International Development Ningbo Hongtai Medical Co. Ltd., Chengguang Trading Co. Ltd. |
Bodoni Systems Ltd. | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Immateriële activa met beperkte looptijd | |||||||
| Verworven technologie | - | - | - | - | - | - | |
| Verworven cliëntenrelaties | 27 | - | - | 5 | - | - | 5 |
| Merknamen | - | - | - | - | - | - | |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 17.4 | - | - | 1 | 3 | - | 4 |
| Totaal geïdentificeerde netto overgenomen activa | - | - | 6 | 3 | - | 9 | |
| Op de overname erkende goodwill | 27 | 1 | - | (1) | (3) | - | (3) |
| Overnameprijs | 1 | - | 5 | - | - | 5 | |
| waarvan uitgestelde overnameprijs | - | - | 1 | - | - | 1 | |
| Netto uitgaande kasstromen | (1) | (8) | (4) | (2) | (1) | (16) | |
| Winsten uit de herwaardering van de uitgestelde aankoopprijs met betrekking tot overnames (1) |
10 | - | (2) | - | - | (1) | (3) |
(1) Gedurende 2019 werd een deel van de uitgestelde overnameprijs met betrekking tot de overname van IPAGSA betaald (8 miljoen euro). Het nog uitstaande deel van de uitgestelde overnamepijs werd in Overige financieringsbaten geboekt (2019: 2 miljoen euro) aangezien de vooropgestelde doelstellingen met betrekking tot de resultaten niet gehaald werden. Gedurende 2019 werd er een deel van de uitgestelde overnameprijs van de overname van Bodoni Systems Ltd (2017) uitbetaald (1 miljoen euro) en werd er een deel van de uitgestelde overnameprijs tegengedraaid (1 miljoen euro) omwille van het feit dat de vooropgestelde doelstellingen met betrekking tot te behalen resultaten niet gehaald werden. De hieruit resulterende opbrengst werd geboekt in Overige financieringsbaten.
In het tweede kwartaal van 2018, in het kader van een reorganisatie van de hardcopy-distributiekanalen van de business groep Agfa HealthCare, heeft de Groep de distributie en dienstverlening van Agfa-producten in China, voorheen uitgevoerd door Ningbo Hongtai Medical Equipment, geïntegreerd in haar eigen organisatie. De Groep heeft cliëntenrelaties overgenomen samen met een groot deel van het personeelsbestand van Ningbo Hongtai Medical Equipment wat de Groep in staat zal stellen om haar producten en gerelateerde diensten te verdelen in bepaalde gebieden in China. De overname van deze bedrijfsactiviteit vond gradueel plaats per geografisch gebied over een periode die startte in het eerste kwartaal van 2018 en eindigde in juni 2019.
In het derde kwartaal van 2018, eveneens in het kader van de reorganisatie van de hardcopy-distributiekanalen, heeft de Groep de distributie en dienstverlening van Agfa-producten in China voorheen uitgevoerd door Ningbo Hongtai Medical equipment C.o Ltd., Ruifeng International development Co. Ltd., Chengguang Trading Co. Ltd., drie distributeurs van hardcopy-film in China geïntegreerd in haar eigen organisatie.
Overgenomen klantenrelaties gedurende 2019 bedragen 5 miljoen en worden afgeschreven over een periode van vijf jaar. Klantenrelaties uit de overname van 2018 bedragen 15 miljoen euro en worden afgeschreven over vijf jaar. De reële waarde van immateriële activa verworven werd bepaald aan de hand van de contante waarde van de toekomstige kasstromen.
In de loop van 2019 werd dit bedrag verminderd met 4 miljoen door een terugneming van een eerder erkende uitgestelde belastingverplichting op verworven klantenrelaties. De goodwill op overname bedraagt na aanpassing 1 miljoen euro en heeft voornamelijk betrekking op verwachte synergievoordelen uit de samenvoeging van de bedrijfsactiviteiten met de Groep en het personeelsbestand.
In het tweede kwartaal van 2018 heeft de Groep 100% van de aandelen verworven van Inovelan SA, een Franse vennootschap die gespecialiseerd is in e-health software en zorgcoördinatie. De overname zal het Agfa HealthCare-platform rond geïntegreerde zorg versterken, door extra waarde toe te voegen rond het beveiligd delen van patiënteninformatie en rond telegeneeskunde op de Franse markt.
De overnameprijs bedroeg 9,5 miljoen euro waarvan 0,7 miljoen euro zal betaald worden over de komende twee jaar afhankelijk van het behalen van EBIT-doelstellingen. In 2019 werd de overnameprijs aangepast met 0,5 miljoen euro.
Verworven technologie wordt afgeschreven over een periode van vijf jaar. De reële waarde van immateriële activa verworven werd bepaald aan de hand van de contante waarde van de toekomstige kasstromen.
De goodwill op overname heeft voornamelijk betrekking op verwachte synergievoordelen uit de samenvoeging van de bedrijfsactiviteiten met de Groep. Het bedrag aan goodwill is fiscaal niet aftrekbaar. Kosten verbonden aan de overname zijn immaterieel en werden vervat in algemene beheerskosten.
In november 2018 verwierf Agfa Graphics 100% van de aandelen van IPAGSA Industrial SL, een Spaanse private drukplatenleverancier en 100% van de aandelen van IPAGSA Shanghai Printing Material Ltd.
De overnameprijs bedraagt 13 miljoen euro, waarvan 3 miljoen euro betaald werd in cash en 10 miljoen euro betaald zal worden over een periode tussen 2019 en 2020. In de loop van het eerste halfjaar van 2019 werd 8 miljoen van dit bedrag betaald en 2 miljoen tegengedraaid in de winst- en verliesrekening omwille van het feit dat de vooropgestelde doelstellingen niet gehaald werden.
Verworven klantenrelaties en de merknaam worden afgeschreven over een periode van vijf jaar. De reële waarde van immateriële activa verworven werd bepaald aan de hand van de contante waarde van de toekomstige kasstromen. De goodwill op overname heeft voornamelijk betrekking op verwachte synergievoordelen uit de samenvoeging van de bedrijfsactiviteiten met de Groep en het personeelsbestand.
In juni 2017 verwierf de Groep alle aandelen van BODONI Systems Ltd., een onderneming gevestigd in het Verenigd Koninkrijk gespecialiseerd in 'color management consultancy' en verdeler van pressSign, de meest gebruikte software voor druk- en kleurstandaardisatie. Met deze overname tracht de Groep haar positie in dit segment te versterken. De overnameprijs bedroeg 5 miljoen euro waarvan 2 miljoen euro betaald werd in contanten en 3 miljoen euro gebaseerd op te behalen EBIT-doelstellingen. Gedurende 2019 werd er 1 miljoen euro van deze uitgestelde overnameprijs afgeboekt in de winst- en verliesrekening omdat de gestelde doelstellingen niet behaald werden.
Op 4 mei 2020, heeft de Groep met succes de verkoop van een stuk van haar IT-activiteiten afgerond aan de Dedalus Groep voor een ontvangen waarde van 949 miljoen euro.
Het verkochte deel bestaat uit de activiteiten op het vlak van Healthcare Information Solutions (elektronisch gezondheidsrapport, het ORBIS-platform) en de activiteiten op het vlak van Integrated Care in Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Frankrijk en Brazilië, evenals de Imaging IT-activiteiten voor zover die in deze landen nauw geïntegreerd zijn in de Healthcare Information Solutions-activiteiten.
In Noord-Amerika en alle andere internationale markten zet Agfa HealthCare zijn Imaging IT software business voort die geen deel uitmaakt van de verkoop. Op basis van het geavanceerde Enterprise Imaging-platform en de IMPAX-systemen zal Agfa HealthCare superieure kwaliteit aan zijn Imaging IT-klanten blijven bieden.
De verkoop van deze activiteiten is een belangrijke stap in Agfa's transformatieproces. Gezien de onzekerheid van de huidige economische context, kiezen we er op dit moment voor om het grootste deel van de opbrengst van de verkoop te gebruiken om de toekomst van ons bedrijf veilig te stellen, om de strategieën van onze divisies verder uit te voeren en om langetermijnverplichtingen aan te pakken. Een deel van de opbrengst van de verkoop zal worden gebruikt om de financieringspositie van de door de Vennootschap gefinancierde pensioenregelingen in België, het VK en de VS te verhogen. Dit zal de toekomstige pensioenbijdragen aanzienlijk doen verminderen.
Per einde december 2019 en per einde maart 2020, werden deze activiteiten niet geclassificeerd als 'aangehouden voor verkoop' zoals gestipuleerd door IFRS 5. Dit omwille van het feit dat deze activiteiten in hun huidige toestand niet onmiddellijk beschikbaar waren voor verkoop daar er nog aanzienlijke stappen dienden ondernomen te worden om de activiteiten los te koppelen van de andere Agfa-activiteiten. Deze stappen werden gefinaliseerd in het tweede kwartaal van 2020. De geconsolideerde winst- en verliesrekening en de geconsolideerde staten van gerealiseerde en niet-gerealiseerde winsten en verliezen werden herwerkt teneinde de resultaten uit voortgezette activiteiten apart te tonen van de resultaten uit beëindigde activiteiten. Het resultaat uit beëindigde bedrijfsactiviteiten na winstbelasting is volledig toewijsbaar aan aandeelhouders van de Onderneming.
In de loop van 2020 werd er tevens een dienstverleningsovereenkomst geactiveerd tussen de Agfa Groep en de Dedalus Groep waarbij ICS-diensten, financiële rapporteringsdiensten, HR-diensten en overige ondersteunende diensten verleend werden aan de Dedalus Groep. Voor deze dienstverlening heeft de Agfa Groep 5 miljoen gefactureerd in de loop van 2020. Sommige diensten lopen over verscheidene jaren.
| IN MILJOEN EURO | Volledig jaar 2019 | 4 maanden 2020 |
|---|---|---|
| Opbrengsten | 264 | 87 |
| Kostprijs van verkopen | (124) | (42) |
| Brutowinst | 140 | 45 |
| Verkoopkosten | (28) | (9) |
| Kosten van onderzoek en ontwikkeling | (44) | (17) |
| Algemene beheerskosten | (18) | (6) |
| Waardeverminderingsverliezen op handels- en andere vorderingen, inclusief contractuele activa verbonden aan contracten met klanten |
- | - |
| Overige bedrijfskosten | (2) | - |
| Andere bedrijfsopbrengsten | - | - |
| Winst (verlies) uit bedrijfsactiviteiten | 48 | 12 |
| Financieringsbaten (-kosten) - netto | - | - |
| Overige financieringsbaten (-kosten) - netto | (2) | (1) |
| Winstbelastingen | (14) | 7 |
| Aandeel van de Groep in het nettoresultaat van geassocieerde deelnemingen - na winstbelastingen |
(1) | - |
| Winst (verlies) na winstbelastingen | 31 | 19 |
| Winst op de verkoop van beëindigde activiteiten | - | 700 |
| Winstbelastingen uit de verkoop van beëindigde bedrijfsactiviteiten | - | - |
| Winst (verlies) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten - na winstbelasting | 31 | 719 |
| IN MILJOEN EURO | 2020 |
|---|---|
| Goodwill | (210) |
| Immateriële activa | (47) |
| Materiële vaste activa | (11) |
| Recht-op-gebruik activa | (22) |
| Geassocieerde deelnemingen | (3) |
| Uitgestelde belastingvorderingen | (11) |
| Voorraden | (2) |
| Handelsvorderingen | (38) |
| Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten | (41) |
| Actuele vorderingen uit winstbelastingen | (4) |
| Overige kortlopende activa | (2) |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | (6) |
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding | 14 |
| Langlopende leaseverplichtingen | 16 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 12 |
| Kortlopende leaseverplichtingen | |
| Voorzieningen | |
| Handelsschulden | 12 |
| Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten | 66 |
| Actuele verplichtingen uit winstbelastingen | 16 |
| Overige belastingverplichtingen | |
| Kortlopende personeelsbeloningen | 18 |
| Totaal van de identificeerbare afgestoten netto-activa | (220) |
| Ontvangen waarde | 949 |
| Direct toewijsbare kosten | (29) |
| Winst op de afstoting | 700 |
De nettokasstromen uit bedrijfsactiviteiten, investeringsactiviteiten en financieringsactiviteiten toewijsbaar aan beëindigde bedrijfsactiviteiten over 2020 worden toegelicht in het geconsolideerd kasstroomoverzicht.
181
In de loop van 2019 stootte de Groep haar doorverkoopactiviteiten af met betrekking tot 'Digital Print & Chemicals' in de Verenigde Staten. De doorverkoopactiviteiten hadden voornamelijk betrekking op de aankoop en verkoop van bij derden aangekochte producten. Deze activiteit werd niet bestempeld als kernactiviteit voor de Groep en er werd beoordeeld dat deze activiteit niet complementair is met de strategische beslissing om meer focus te leggen op de kerncompetenties van de Groep.
De tabel hieronder toont het resultaat en de kasstromen van stopgezette activiteiten:
| A. Resultaten van beëindigde bedrijfsactiviteiten | |
|---|---|
| MILJOEN EURO | 2019 |
| Opbrengsten | 28 |
| Overige bedrijfskosten | (29) |
| Winst (verlies) uit bedrijfsactiviteiten | (1) |
| Winstbelastingen | - |
| Resultaat uit bedrijfsactiviteiten - na winstbelastingen | (1) |
| Winst op de verkoop van beëindigde activiteiten | 6 |
| Winstbelastingen uit de verkoop van beëindigde bedrijfsactiviteiten | - |
| Winst (verlies) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten - na winstbelasting | 5 |
| B. Nettokasstromen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | 2019 | ||||
| Winst (verlies) uit bedrijfsactiviteiten | (1) | ||||
| Afschrijvingen | - | ||||
| Evolutie van het werkkapitaal | 15 | ||||
| Investeringen | - | ||||
| Winstbelastingen | - | ||||
| Nettokasstromen van het boekjaar | 14 |
| C. Effect van afstotingen op de geconsolideerde balans | 2019 | |
|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Toelichting | Afstoting van de doorverkoop activiteiten met betrekking tot 'Digital Print & Chemicals' in de VS |
| Contractuele klantenrelaties - aanschaffingswaarde | 27 | (5) |
| Contractuele klantenrelaties - afschrijvingen | 27 | 5 |
| Voorraden | (10) | |
| Totaal van de identificeerbare afgestoten netto-activa | (10) | |
| Ontvangen waarde | 16 | |
| Winst op de afstoting | 9 | 6 |
Bij de uitoefening van haar bedrijfsactiviteit wordt de Groep blootgesteld aan een aantal financiële risico's – zoals het valutarisico, het renterisico, het risico verbonden aan de prijsschommelingen van de grondstoffen, het liquiditeitsrisico en het kredietrisico – die de financiële positie en het bedrijfsresultaat kunnen beïnvloeden. De doelstellingen, grondslagen en procedures van de Groep voor wat betreft het beheer van deze risico's worden beschreven in deze toelichting. Voor het beheer van de financiële risico's kan de Groep gebruik maken van afgeleide financiële instrumenten. Het gebruik van deze instrumenten is onderworpen aan interne controles en uniforme regelgeving opgesteld door het centraal 'Treasury Committee' van de Groep. Gebruikte derivaten zijn 'over-the-counter' financiële instrumenten, voornamelijk termijnwisselverrichtingen.
De Groep heeft sinds een aantal jaren 'metal swap'-overeenkomsten afgesloten.
Het valutarisico is het risico dat de reële waarde of toekomstige kasstromen van een financieel instrument zullen schommelen als gevolg van wisselkoersveranderingen. In het beheer van valutarisico's wordt een onderscheid gemaakt tussen drie types van valutarisico's: het valutatransactierisico, het valutatranslatierisico en het economische risico verbonden aan transacties in vreemde munten.
De Groep is blootgesteld aan een valutatransactierisico op handelsvorderingen, handelsschulden en andere monetaire posten uitgedrukt in een andere munt dan de functionele munt van de Onderneming. Het valutatransactierisico ontstaat eveneens uit de variabiliteit van de kasstromen uit verwachte toekomstige transacties. De resultaten en financiële positie van groepsondernemingen die een functionele valuta hebben die verschillend is van de euro, zijn onderhevig aan een valutatranslatierisico. Het economische valutarisico is het risico dat de toekomstige kasstromen en resultaten van de buitenlandse activiteiten kunnen schommelen. Het economische valutarisico is in zeer hoge mate afhankelijk van andere factoren zoals de concurrentiepositie van de buitenlandse activiteit binnen een bedrijfstak, de relatie met klanten en leveranciers.
In het beheer van de valutarisico's richt het centrale thesauriedepartement zich voornamelijk op het valutatransactierisico en het valutatranslatierisico, daar waar het bedrijfsmanagement zich voornamelijk richt op het beheer van het economisch valutarisico door middel van natuurlijke dekkingen.
Elk van hogervernoemde valutarisico's beïnvloedt de jaarrekening op een verschillende manier. De volgende wisselkoersen werden toegepast:
| Gemiddelde koers | Slotkoers per einde boekjaar | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2019 | 2020 | 2019 | 2020 | |||
| EUR:USD | 1,11961 | 1,14128 | 1,12340 | 1,22710 | ||
| EUR:GBP | 0,87731 | 0,88922 | 0,85080 | 0,89903 | ||
| EUR:RMB | 7,73390 | 7,87084 | 7,82050 | 8,02250 | ||
| EUR:CAD | 1,48579 | 1,52944 | 1,45980 | 1,56330 | ||
| EUR:AUD | 1,61058 | 1,65539 | 1,59950 | 1,58960 | ||
| EUR:INR | 78,85035 | 84,57954 | 80,18700 | 89,66050 | ||
| EUR:HKD | 8,77253 | 8,85168 | 8,74730 | 9,51420 |
Het centrale thesauriedepartement controleert en beheert de valutarisico's vanuit de impact die ze hebben op zowel de balans als de winst- en verliesrekening.
De munten die aanleiding geven tot een valutatransactierisico zijn als volgt:
| Indekkingsinstrumenten | ||||
|---|---|---|---|---|
| MILJOEN VREEMDE MUNTEENHEID |
Nettopositie van vorderingen en schulden |
Geldmiddelen, kasequivalenten, leningen en deposito's |
Derivaten | Netto positie |
| 31 december 2019 | ||||
| US dollar | 48,2 | (154,5) | 104,8 | (1,5) |
| Chinese renminbi | 265,8 | (196,1) | - | 69,7 |
| Pond sterling | 7,9 | (38,5) | 33,6 | 3,0 |
| Canadese dollar | 0,3 | (4,1) | - | (3,8) |
| Australische dollar | 5,2 | (4,2) | - | 1,0 |
| Indiase roepie | 360,3 | - | (505,0) | (144,7) |
| Hong Kong dollar | 187,3 | (171,2) | - | 16,1 |
| 31 december 2020 | ||||
| US dollar | 42,9 | (16,1) | (26,6) | 0,2 |
| Chinese renminbi | 228,7 | (242,4) | - | (13,6) |
| Pond sterling | 6,1 | (10,9) | 0,9 | (3,8) |
| Canadese dollar | 0,2 | (6,2) | - | (6,0) |
| Australische dollar | 10,0 | (6,4) | - | 3,5 |
| Indiase roepie | 221,4 | - | (354,0) | (132,6) |
| Hong Kong dollar | 14,7 | (19,8) | - | (5,1) |
De Groep beschouwt geldmiddelen, kasequivalenten, deposito's en leningen aangehouden in vreemde munteenheden als natuurlijke indekkingen van het vreemde valutarisico met betrekking tot de nettopositie van vorderingen en schulden in die desbetreffende munt.
In het beheer van de impact van het valutatransactierisico op de balans, tracht de Groep om zowel de gerealiseerde als de niet-gerealiseerde wisselkoersresultaten die ontstaan uit de omrekening van balansposten, uitgedrukt in een munt verschillend van de functionele munt van de Onderneming, tot een minimum te herleiden.
Om het uitstaande risico te beperken tot vooropgestelde aangepaste risicolimieten, gebruikt het centrale thesauriedepartement derivaten zoals termijnwisselverrichtingen, ter indekking van het wisselkoersrisico verbonden aan in de balans opgenomen monetaire activa en verplichtingen. De uitstaande derivaten op 31 december 2020 zijn termijnwisselverrichtingen met looptijden van over het algemeen minder dan één jaar.
Wanneer derivaten gebruikt worden ter indekking van het wisselkoersrisico verbonden aan in de balans opgenomen monetaire activa en verplichtingen, wordt er geen 'hedge accounting' toegepast. Winsten of verliezen die voortvloeien uit de waardering van deze derivaten tegen reële waarde worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Valutakoersverschillen die voortvloeien uit de omrekening van de resultaten en financiële positie van groepsondernemingen die een functionele munt hebben die verschillend is van de presentatiemunt van de Groep, worden in de niet-gerealiseerde resultaten getoond onder valutakoersverschillen, tenzij er een afdekkingmechanisme bestaat.
Alle groepsondernemingen en geassocieerde deelnemingen hebben als functionele munt de munt van het land waarin ze operationeel zijn. Munten die aanleiding geven tot het valutatranslatierisico op de balans betreffen voornamelijk de US dollar, de Canadese dollar, de Braziliaanse real, de Mexicaanse peso, de Australische dollar en de Argentijnse peso.
| Netto-investering in een buitenlandse entiteit | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN VREEMDE MUNTEENHEID | 31 december 2019 | 31 december 2020 | |||
| US dollar | 186 | 201 | |||
| Canadese dollar | 227 | 229 | |||
| Braziliaanse real | 155 | 163 | |||
| Australische dollar | 39 | 39 | |||
| Mexicaanse peso | 232 | 234 | |||
| Argentijnse peso | 148 | 191 |
Het centrale thesauriedepartement volgt het translatierisico op kwartaalbasis op en stelt corrigerende acties voor aan het Executive Management indien nodig.
Het valutarisico dat de winst- en verliesrekening beïnvloedt, omvat het valutarisico dat ontstaat uit de variabiliteit van de kasstromen uit verwachte toekomstige transacties uitgedrukt in vreemde valuta alsook het risico verbonden aan schommelingen van de resultaten van de buitenlandse activiteiten bij de omrekening naar de presentatiemunt (euro). Het centrale thesauriedepartement beheert beide risico's samen.
De munten die het valutarisico op de winst- en verliesrekening beïnvloeden, betreffen voornamelijk de US dollar en munten die nauw verbonden zijn aan de US dollar (zoals de Hong Kong dollar), de Canadese dollar, het pond sterling, de Australische dollar, de Koreaanse won, de Indiase roepie, de Japanse yen en de Zwitserse frank.
Aan de hand van aanbevelingen van het centrale 'Treasury Committee' beslist het Executive Management over de te volgen indekkingspolitiek rekening houdend met de bestaande marktsituatie. De groepsobjectieven inzake beheer van de impact van het valutarisico op de winst- en verliesrekening dienen om de voorspelbaarheid van de financiële resultaten te verhogen en tevens de Groep toe te laten in te spelen op de snel veranderende economische omgeving. Dit gebeurt door middel van prijsaanpassingen en bijsturingen van de productie.
De Groep gebruikt termijnwisselverrichtingen om het valutarisico met betrekking tot toekomstige transacties af te dekken. Deze termijnwisselverrichtingen worden aangeduid als kasstroomafdekkingen. De Groep duidt enkel de contante prijs van het termijncontract aan als afdekkingsinstrument van het valutarisico en past een afdekkingsratio van 1:1 toe. Het rentedeel van het termijncontract wordt uitgesloten in de afdekkingsrelatie en wordt apart geboekt in het financieel resultaat. Het is de strategie van de Groep om steeds de kritische voorwaarden van het afdekkingsinstrument af te stemmen met het afgedekte risico. Het bestaan van de economische relatie tussen het afdekkingsinstrument en het afgedekte risico wordt aangetoond aan de hand van de munteenheid, bedrag en timing van de respectieve kasstromen. De Groep beoordeelt steeds of het aangeduide afdekkingsinstrument verwacht wordt om effectief te zijn en inderdaad effectief geweest is om de veranderingen in kasstromen van afdekkingsinstrument en afgedekte risico te compenseren. Hiervoor wordt de 'hypothetical derivative'-methode gebruikt. Er wordt zeer weinig ineffectiviteit verwacht uit de kasstroomafdekkingen. In deze relaties kan ineffectiviteit veroorzaakt worden door kredietwaardigheid van de tegenpartij en dat van de Groep, risico's die niet vervat zitten in de reële waarde van de termijnwisselverrichtingen. Ineffectiviteit kan eveneens veroorzaakt worden door veranderingen in de timing van de afdekkingstransacties.
In de loop van 2020 en 2019 duidde de Groep termijnwisselcontracten aan als kasstroomafdekkingen van het vreemde-valutarisico in US dollar en Chinese renminbi waaraan de Groep is blootgesteld op haar zeer waarschijnlijke toekomstige verkopen over de volgende 15 maanden.
Het effectieve deel van de winsten op de termijnwisselcontracten werd geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten (31 december 2020: 2 miljoen euro na winstbelastingen; 31 december 2019: 0 miljoen euro). In de loop van 2020 werden winsten ten belope van 4 miljoen euro rechtstreeks opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten. Winsten ten belope van 1 miljoen euro werden geherklasseerd vanuit de niet-gerealiseerde resultaten naar opbrengsten. Belastingen ten belope van 1 miljoen euro werden geboekt in mindering van de niet-gerealiseerde resultaten.
In de loop van 2019 werden verliezen ten belope van 3 miljoen euro rechtstreeks opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten. Verliezen ten belope van 3 miljoen euro werden geherklasseerd vanuit de niet-gerealiseerde resultaten naar opbrengsten. Er werden geen belastingen geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten.
Een reconciliatie in tabelformaat van de evolutie van de afdekkingsreserve wordt toegevoegd in toelichting 21.4 'Samenvattende tabel van de afdekkingsreserve'.
In de volgende tabel worden de effecten weergegeven die de kasstroomafdekkingen ter indekking van het valutarisico gehad hebben op de financiële staten:
| 2020 | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Boek waarde |
Gedurende de periode - 2020 | ||||||||||
| MILJOEN EURO | Nominaal bedrag | Activa | Passiva | afdekkingsinstrument geboekt is Positie in de balans waar het |
afdekkingsinstrumenten erkend in de Reële waardeveranderingen van niet-gerealiseerde resultaten |
afdekkingsrelatie erkend in de winst- en Ineffectiviteit van de verliesrekening |
waar de ineffectiviteit van de kasstroom Positie in de winst- en verliesrekening afdekkingen gerapporteerd wordt |
Bedragen geherklasseerd vanuit de afdekkingsreserve naar de winst- en verliesrekening |
Bedragen geherklasseerd vanuit de afdekkingsreserve naar de initiële kostprijs van voorraad |
die geaffecteerd is door de herklassering Positie in de winst- en verliesrekening |
|
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen |
84 | 1,0 | - | Derivaten | 4 | (2) | Overige financierings kosten |
(1) | - | Opbreng sten |
|
| Gedurende de periode - 2019 | |||||||||||
| 2019 | Boek waarde |
||||||||||
| MILJOEN EURO | Nominaal bedrag | Activa | Passiva | afdekkingsinstrument geboekt is Positie in de balans waar het |
afdekkingsinstrumenten erkend in de Reële waardeveranderingen van niet-gerealiseerde resultaten |
afdekkingsrelatie erkend in de winst- en Ineffectiviteit van de verliesrekening |
waar de ineffectiviteit van de kasstroom Positie in de winst- en verliesrekening afdekkingen gerapporteerd wordt |
Bedragen geherklasseerd vanuit de afdekkingsreserve naar de winst- en verliesrekening |
Bedragen geherklasseerd vanuit de afdekkingsreserve naar de initiële kostprijs van voorraad |
die geaffecteerd is door de herklassering Positie in de winst- en verliesrekening |
| Looptijd | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2020 | Tussen 1 en 3 maanden |
Tussen 3 en 12 maanden |
Meer dan 1 jaar |
|||
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen | ||||||
| Nominaal bedrag netto in miljoenen vreemde munteenheid |
USD | 13 | 55 | 18 | ||
| CNY | 102 | - | - | |||
| Gemiddelde termijnkoers EUR:USD | 1,10102 | 1,21950 | 1,21934 | |||
| Gemiddelde termijnkoers EUR:CNY | 7,67617 | - | - | |||
| Looptijd | ||||||
| 2019 | Tussen 1 en 3 maanden |
Tussen 3 en 12 maanden |
Meer dan 1 jaar |
|||
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen | ||||||
| Nominaal bedrag netto in miljoenen vreemde munteenheid |
USD | 16 | - | - | ||
| CNY | 88 | - | - | |||
| Gemiddelde termijnkoers EUR:USD | 1,13400 | - | - | |||
| Gemiddelde termijnkoers EUR:CNY | 7,64400 | - | - |
Een versterking of verzwakking van de euro met 10% ten opzichte van de munten vermeld in onderstaande tabel zou onderstaand positief of negatief effect gehad hebben op de winst- en verliesrekening, gegeven dat alle andere risicovariabelen constant gehouden worden.
De gevoeligheidsanalyse werd uitgevoerd op de gebudgetteerde nettorisicopositie ingeschat voor het jaar 2020, rekening gehouden met de impact van derivaten aangeduid als kasstroomafdekkingen.
| Winst- en verliesrekening | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2019 | 2020 | |||||
| MILJOEN EURO | Versterking van de euro met 10% |
Verzwakking van de euro met 10% |
Versterking van de euro met 10% |
Verzwakking van de euro met 10% |
||
| US dollar en andere munten nauw gerelateerd aan de US dollar: Hong Kong dollar - Chinese renminbi |
7,7 | (7,7) | 4,8 | (4,8) | ||
| Canadese dollar | 1,1 | (1,1) | (0,2) | 0,2 | ||
| Pond sterling | (2,9) | 2,9 | (3,4) | 3,4 | ||
| Australische dollar | (2,4) | 2,4 | (2,1) | 2,1 | ||
| Indiase roepie | (4,0) | 4,0 | (3,3) | 3,3 | ||
| Koreaanse won | (2,5) | 2,5 | (2,4) | 2,4 | ||
| Zwitserse frank | (1,9) | 1,9 | (1,6) | 1,6 | ||
| Japanse yen | (3,2) | 3,2 | (3,3) | 3,3 |
Het renterisico is het risico dat de reële waarde of toekomstige kasstromen van een financieel instrument zullen schommelen als gevolg van veranderingen in de marktrente. De Groep is blootgesteld aan het renterisico verbonden aan haar netto rentedragende schuldpositie inclusief valutaswaps en hun rentecomponent die leningen en deposito's tussen ondernemingen van de Groep economisch afdekken. Voor de belangrijkste munten is het renteprofiel hiervan op de balansdatum als volgt:
| Winst- en verliesrekening | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2019 | 2020 | |||||
| Uitstaand bedrag | Uitstaand bedrag | Uitstaand bedrag | Uitstaand bedrag | |||
| MILJOEN EURO | Aan vlottende interestvoet |
Aan vaste interestvoet |
Aan vlottende interestvoet |
Aan vaste interestvoet |
||
| Euro | 330 | - | (411) | - | ||
| US dollar | (99) | - | (7) | - | ||
| Pond sterling | 1 | - | (6) | - | ||
| Chinese renminbi | 7 | - | (18) | - | ||
| Australische dollar | (15) | - | (23) | - | ||
| Japanse yen | 19 | - | 17 | - | ||
| Braziliaanse real | 8 | - | 1 | - | ||
| Canadese dollar | 3 | - | (8) | - | ||
| Zwitserse frank | (9) | - | - | - | ||
| Hong Kong dollar | (7) | - | (7) | - | ||
| Poolse zloty | (5) | - | (4) | - | ||
| Koreaanse won | (4) | - | (5) | - | ||
| Zuid-Afrikaanse rand | (6) | - | (8) | - | ||
| Indiase roepie | (3) | - | (5) | - | ||
| Overige | (1) | - | (18) | - | ||
| TOTAAL | 219 | - | (502) | - | ||
| NETTO FINANCIËLE SCHULD | 219 (502) |
Een verandering van 100 basispunten ten opzichte van de interestvoeten geldend op 31 december 2020 zou onderstaande stijging (of daling) teweeg hebben gebracht in de resultaten zoals opgenomen in de winst- en verliesrekening. In deze gevoeligheidsanalyse zijn alle andere risicovariabelen, zoals wisselkoersen, constant gehouden.
| Winst- en verliesrekening | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Stijging met 100 basispunten | Daling met 100 basispunten | ||||
| 31 december 2019 | |||||
| Netto-impact | (2,19) | 2,19 | |||
| 31 december 2020 | |||||
| Netto-impact | 5,02 | (5,02) |
Het grondstoffenrisico voor de Groep is geconcentreerd rond de grondstoffen zilver en aluminium. Het grondstoffenrisico voor de Groep, zijnde het risico dat de toekomstige kasstromen en resultaten schommelen als gevolg van veranderende materiaalprijzen, hangt nauw samen met andere factoren zoals de concurrentiepositie van de Groep en relaties met klanten en leveranciers.
Om het risico op mogelijke prijsstijgingen en prijsschommelingen van de grondstoffen te beperken, past de Groep een strategie toe waarbij de grondstof aluminium wordt aangekocht aan contantkoersen gecombineerd met een systeem van 'Rolling layered forward buying'.
Het systeem van 'Rolling layered forward buying' werd voornamelijk opgezet om de fluctuaties van grondstofprijzen uit te vlakken. Volgens dit model koopt de Groep een vooraf bepaald percentage van het geplande jaarlijkse verbruik aan grondstoffen aan. Het 'Commodities Steering'-Committee houdt toezicht op de aankoop- en indekkingsstrategie. Afwijkingen van het model zijn mogelijk, waarbij de Chief Executive Officer de uiteindelijke beslissing neemt.
Het systeem van 'Rolling layered forward buying' wordt bereikt door middel van 'metal swap'-overeenkomsten. Deze 'metal swap'-overeenkomsten worden afgesloten met banken en zijn aangeduid als kasstroomafdekkingen van de verwachte prijsschommelingen van aluminium dat zal aangekocht worden in de toekomst. De Groep duidt deze 'metal swap'-overeenkomsten aan als afdekkingsinstrumenten van de veranderingen in de LME component van het afgedekte actief en past een afdekkingsratio toe van 1:1. Door enkel veranderingen in de LME component aan te duiden als afgedekt actief wordt er zeer weinig ineffectiviteit verwacht. Het bestaan van de economische relatie tussen het afdekkingsinstrument en het afgedekte risico wordt aangetoond aan de hand van de munteenheid, bedrag en timing van de respectieve kasstromen. De Groep beoordeelt steeds of het aangeduide afdekkingsinstrument verwacht wordt om effectief te zijn en inderdaad effectief geweest is om de veranderingen in kasstromen van afdekkingsinstrument en afgedekte risico te compenseren. Hiervoor wordt een regressie-analyse gebruikt. In deze relaties kan ineffectiviteit veroorzaakt worden door kredietwaardigheid van de tegenpartij en dat van de Groep, risico's die niet vervat zitten in de reële waarde van de swap-contracten. Ineffectiviteit kan eveneens veroorzaakt worden door veranderingen in de timing van de afdekkingstransacties.
Het deel van de winst of verliezen op de swap-overeenkomsten dat effectief gebleken is, werd geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten (31 december 2020: 4 miljoen euro na winstbelastingen; 31 december 2019: minus 3 miljoen euro na winstbelastingen). In de loop van 2020 werden winsten ten belope van 2 miljoen euro rechtstreeks opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten. In de loop van 2019 werden verliezen ten belope van 5 miljoen euro rechtstreeks opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten. Winstbelastingen ten belope van 1 miljoen euro werden geboekt in mindering van de niet-gerealiseerde resultaten.
Een bedrag van 6 miljoen euro werd geherklasseerd uit de niet-gerealiseerde resultaten en gekapitaliseerd in de initiële boekwaarde van de voorraad (2019: 14 miljoen euro).
Een reconciliatie in tabelformaat van de evolutie van de afdekkingsreserve wordt toegevoegd in toelichting 21.4 'Samenvattende tabel van de afdekkingsreserve'.
| 2020 | Gedurende de periode - 2020 | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde | afdekkingsinstrument geboekt is Positie in de balans waar het |
in de niet-gerealiseerde resultaten Reële waardeveranderingen van afdekkingsinstrumenten erkend |
Ineffectiviteit van kasstroomafdekkingen erkend in de winst- en verliesrekening |
waar de ineffectiviteit van de kasstroom- Positie in de winst- en verliesrekening afdekkingen gerapporteerd wordt |
Bedragen geherklasseerd vanuit de afdekkingsreserve naar de winst -en verliesrekening |
Bedragen geherklasseerd vanuit de afdekkingsreserve naar de initiële kostprijs van voorraad |
die geaffecteerd is door de herklassering Positie in de winst- en verliesrekening |
||
| MILJOEN EURO | Activa | Passiva | |||||||
| Swap-overeenkomsten aangeduid als kasstroomafdekkingen |
5 | - | Derivaten | 2 | - | - | - | 6 | - |
| 2019 | Gedurende de periode - 2019 | ||||||||
| Boekwaarde | |||||||||
| MILJOEN EURO | Activa | Passiva | afdekkingsinstrument geboekt is Positie in de balans waar het |
in de niet-gerealiseerde resultaten Reële waardeveranderingen van afdekkingsinstrumenten erkend |
Ineffectiviteit van kasstroomafdekkingen erkend in de winst- en verliesrekening |
waar de ineffectiviteit van de kasstroom- Positie in de winst- en verliesrekening afdekkingen gerapporteerd wordt |
Bedragen geherklasseerd vanuit de afdekkingsreserve naar de winst -en verliesrekening |
Bedragen geherklasseerd vanuit de afdekkingsreserve naar de initiële kostprijs van voorraad |
die geaffecteerd is door de herklassering Positie in de winst- en verliesrekening |
In de volgende tabel worden de effecten weergegeven die de kasstroomafdekkingen ter indekking van het risico verbonden aan grondstoffenprijsschommelingen gehad hebben op de financiële staten:
Verder tracht de Groep steeds het effect van gestegen grondstoffenprijzen op haar financiële positie te verlichten door verkoopprijsaanpassingen en door het nemen van kostenbesparingsmaatregelen, afhankelijk van de omvang van de grondstoffenprijsstijgingen, van de evolutie van de geldende muntkoersen en de algemene marktomstandigheden.
Kasstroomafdekkingen die het risico op prijsschommelingen in grondstoffen afdekken, hebben de volgende looptijden:
| Looptijd | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| 2020 | 1-6 maanden | 6-12 maanden | Meer dan 1 jaar | ||
| Swap-overeenkomsten | |||||
| Reële waarde (in miljoenen vreemde munteenheid) |
USD | 3 | 3 | - | |
| Gemiddelde LME termijnkoers | USD/ton | 1,896 | 1,929 | - | |
| Looptijd | |||||
| 2019 | 1-6 maanden | 6-12 maanden | Meer dan 1 jaar | ||
| Swap-overeenkomsten | |||||
| Reële waarde (in miljoenen vreemde munteenheid) |
USD | (2) | - | - | |
| Gemiddelde LME termijnkoers | USD/ton | 1,964 | 1,919 | 1,826 |
Voor 2020 is de Groep blootgesteld aan een prijsschommelingsrisico voor zilver voor een tonnage van om en bij de 121 ton (2019: 141 ton). Voor iedere verandering van de US dollar/Troy van de zilverprijs wordt de impact op de geconsolideerde winst- en verliesrekening van de Groep ingeschat op 3,9 miljoen euro (2019: 2,5 miljoen euro). Deze analyse werd uitgevoerd op het gebudgetteerde volume waaraan de Groep is blootgesteld voor 2020 omgerekend aan een gebudgetteerde wisselkoers US dollar/euro voor 2020. Voormelde blootstelling van de Groep houdt geen rekening met het feit of een deel van de schommelingen van de zilverprijs al dan niet gedeeltelijk zal kunnen doorgerekend worden aan de klant.
Voor 2020 is de Groep blootgesteld aan een prijsschommelingsrisico van aluminium voor een tonnage van om en bij de 89 kiloton (2019: 100 kiloton). Voor iedere verandering van de Europese aluminiumprijs (LME) met 100 USD/ton, wordt de impact op de uitgaven van de Groep ingeschat op 4,3 miljoen euro op jaarbasis (2019: 5,5 miljoen euro). Voor iedere verandering van de Chinese aluminiumprijs (SHME & CNAL) met 500 CNY/ton wordt de impact op de uitgaven van de Groep ingeschat op 2 miljoen euro op jaarbasis (2019: 1,6 miljoen euro). Beide analyses zijn uitgevoerd op het gebudgetteerde volume waaraan de Groep is blootgesteld voor het jaar 2020 omgerekend aan een gebudgetteerde wisselkoers van de USD en de CNY naar de euro. Voormelde blootstelling van de Groep houdt geen rekening met het feit of een deel van de schommelingen van de aluminiumprijs al dan niet zal kunnen doorgerekend worden aan de klant en houdt ook geen rekening met kasstroomafdekkingen die zijn afgesloten.
| Kasstroomafdekkingn met betrekking tot | |||
|---|---|---|---|
| Valutarisico | Risico's verbonden aan schommelingen in de prijzen van grondstoffen |
TOTAAL | |
| Niet-gerealiseerde resultaten per 1 januari 2019 | - | (12) | (12) |
| Effectief deel van veranderingen in de reële waarde van kasstroom afdekkingen geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten |
(3) | (5) | (8) |
| Netto verandering in de reële waarde van kasstroomafdekkingen die is overgeboekt naar opbrengsten |
3 | - | 3 |
| Verandering in de reële waarde die is overgeboekt naar de initiële boekwaarde van de voorraad |
- | 14 | 14 |
| Winstbelastingen | - | - | - |
| Niet-gerealiseerde resultaten per 31 december 2019 | - | (3) | (3) |
| Niet-gerealiseerde resultaten per 1 januari 2020 | - | (3) | (3) |
| Effectief deel van veranderingen in de reële waarde van kasstroom afdekkingen geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten |
4 | 2 | 6 |
| Netto verandering in de reële waarde van kasstroomafdekkingen die is overgeboekt naar opbrengsten |
(1) | - | (1) |
| Verandering in de reële waarde die is overgeboekt naar de initiële boekwaarde van de voorraad |
- | 6 | 6 |
| Winstbelastingen | (1) | (1) | (2) |
| Niet-gerealiseerde resultaten per 31 december 2020 | 2 | 4 | 7 |
De volgende tabel geeft een samenvatting van het geboekte effect in de afdekkingsreserve per type van risico :
In de afdekkingsreserve zitten geen posities vervat met betrekking tot afdekkingsrelaties waarvoor kasstroomafdekkingen niet meer wordt toegepast.
Het kredietrisico is het risico dat de tegenpartij bij een financieel instrument haar verplichtingen niet kan nakomen waardoor de Groep een financieel verlies te verwerken krijgt. De Groep beheert haar kredietrisico enerzijds door het opleggen van vooraf afgesproken kredietlimieten per tegenpartij en anderzijds door middel van diversificatie in contracterende partijen.
Het kredietrisico van de Groep komt voornamelijk voort uit handelsvorderingen, investeringen en termijnwisselverrichtingen.
De blootstelling aan het kredietrisico uit handelsvorderingen wordt continu opgevolgd door het 'Credit Committee'. Voor elke klant worden er, gebaseerd op zijn/haar kredietwaardigheid en specifieke karakteristieken, kredietlimieten bepaald die op periodieke basis herzien worden door het 'Credit Committee'. Voor de opvolging van het kredietrisico worden klanten gegroepeerd in risicocategorieën, op basis van welbepaalde financiële karakteristieken. Het beleid van de Groep voor wat betreft het beheersen van het kredietrisico bepaalt tevens om een deel van de klantenportefeuille te verzekeren via kredietverzekering om het risico op wanbetaling te beperken.
Goederen worden verkocht met behoud van eigendomstitel tot moment van betaling, zodat de Groep in geval van wanbetaling een rechtmatige eis kan stellen op de verkochte goederen. De Groep eist onder normale omstandigheden geen waarborgen met betrekking tot handels- en diverse vorderingen.
Transacties voor het afsluiten van afgeleide financiële instrumenten en deposito's met financiële instellingen dienen steeds binnen voorafbepaalde limieten te blijven. Deze limieten worden bepaald per financiële instelling op basis van de Standard & Poor's-rating van de financiële instelling. Om de concentratie van risico's verbonden aan een tegenpartij te beperken, worden afgeleide financiële instrumenten afgesloten met diverse financiële instellingen. Investeringen zijn enkel toegelaten in activa die vrij verhandelbaar zijn.
Aangezien de Groep over een brede klantenportefeuille beschikt, zijn er geen significante concentraties van kredietrisico op de balansdatum. Het maximale kredietrisico wordt gehouden binnen vooraf opgestelde grenzen. De respectieve boekwaarden van de financiële activa opgenomen in de balans geven het maximale kredietrisico weer waaraan de Groep is blootgesteld. Het maximale kredietrisico waaraan de Groep blootgesteld is op de rapporteringdatum, per categorie van financiële activa, is als volgt:
| MILJOEN EURO | Toelichting | 2019 | 2020 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Financiële activa gewaardeerd aan reële waarde met waardeveranderingen in de niet-gerealiseerde resultaten | |||||||||
| Aandelen | 30.2 | 6 | 5 | ||||||
| Financiële activa aan reële waarde met waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening | |||||||||
| Derivaten die geen deel uitmaken van een afdekkingsrelatie - activa | 25 | - | 3 | ||||||
| Financiële activa aan geamortiseerde kostprijs en contractuale activa verbonden aan contracten met klanten | |||||||||
| Handelsvorderingen | 22.2 | 429 | 312 | ||||||
| Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten | 8.3 | 100 | 64 | ||||||
| Vorderingen uit leaseovereenkomsten | 31 | 97 | 96 | ||||||
| Overige vorderingen | 33 | 15 | 9 | ||||||
| Overige investeringen en leningen aan geamortiseerde kostprijs | 30.2 | 2 | 11 | ||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 34 | 107 | 585 | ||||||
| TOTAAL | 756 | 1.085 |
Het kredietrisico met betrekking tot handelsvorderingen, contractuele activa verbonden aan contracten met klanten en lease vorderingen per geografische regio (facturerende entiteit) was als volgt op 31 december 2019 en op 31 december 2020:
| 2019 | 2020 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Handelsvorderingen | verbonden aan contracten Contractuele activa met klanten |
leaseovereenkomsten Vorderingen uit |
Handelsvorderingen | verbonden aan contracten Contractuele activa met klanten |
leaseovereenkomsten Vorderingen uit |
|
| Europa | 214 | 55 | 70 | 136 | 24 | 71 | |
| NAFTA | 67 | 36 | 26 | 47 | 33 | 25 | |
| Latijns-Amerika | 37 | 5 | - | 23 | 5 | - | |
| Azië/Oceanië/Afrika | 111 | 3 | - | 105 | 2 | - | |
| TOTAAL | 429 | 100 | 97 | 312 | 64 | 96 |
Voor de beoordeling van waardeverminderingsverliezen op handelsvorderingen, leasevorderingen en contractuele activa verbonden aan contracten met klanten past de Groep de vereenvoudigde methode toe wat inhoudt dat verwachte verliezen voor deze categorieën van activa steeds berekend worden ten belope van de verwachte verliezen over de gehele looptijd van de activa.
Waardeverminderingsverliezen worden berekend als de reële waarde van de kastekorten, zijnde het verschil tussen de verwachte kasstromen en de effectief ontvangen kasstromen.
De gebruikte input en veronderstellingen in dit verwachte verliesmodel zijn de volgende: ernstige financiële moeilijkheden waarin een tegenpartij zich zou bevinden, achterstallen van meer dan 90 dagen na vervaldatum van de factuur, een mogelijks faillissement van de tegenpartij, …
De evaluatie voor het boeken van een mogelijks bijzonder waardeverminderingsverlies houdt rekening met toekomstgerichte elementen en wordt er niet gewacht totdat er zich een verliessituatie voordoet. Alle debiteuren worden gegroepeerd in risicocategorieën gebaseerd op kwantitatieve en kwalitatieve kenmerken. Deze indeling in risicocategorieën wordt ieder jaar beoordeeld, rekening houdend met relevante toekomstgerichte informatie zoals informatie van externe kredietbeoordelingsbureaus, ouderdomsanalyse van de business, landenrisico en de individuele beoordeling van de kredietmanager. De Groep tracht het kredietrisico te beperken door gebruik te maken van kredietverzekering en andere kredietverzachtende hulpmiddelen zoals wissels, bankgaranties, hypotheek. De methodologie, gehanteerd door de Groep voor de evaluatie van bijzondere waardeverminderingsverliezen, is dus gebaseerd op individueel nazicht van de grootste uitstaande vorderingen rekening houdend met toekomstgerichte informatie.
| 2019 | 2020 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Bruto | Waardeverminderings | Bruto | Waardeverminderings | |||
| MILJOEN EURO | waarde | verliezen | Netto | waarde | verliezen | Netto |
| Handelsvorderingen | ||||||
| Niet vervallen Tussen 0 en 30 dagen na vervaldatum |
356 36 |
(4) (1) |
352 35 |
266 23 |
(3) - |
263 23 |
| Tussen 31 en 90 dagen na vervaldatum |
26 | (1) | 25 | 15 | - | 14 |
| Tussen 91 en 180 dagen na vervaldatum |
9 | (1) | 8 | 5 | (1) | 4 |
| Tussen 181 en 360 dagen na vervaldatum |
9 | (8) | 1 | 11 | (7) | 3 |
| Meer dan 360 dagen na vervaldatum |
42 | (35) | 8 | 34 | (30) | 4 |
| TOTAAL HANDELSVORDERINGEN | 478 | (49) | 429 | 354 | (43) | 312 |
| Vorderingen uit leaseovereenkomsten | ||||||
| Niet vervallen | 92 | - | 92 | 91 | - | 91 |
| Tussen 0 en 30 dagen na vervaldatum |
1 | - | 1 | 2 | - | 2 |
| Tussen 31 en 90 dagen na vervaldatum |
1 | - | 1 | 4 | - | 4 |
| Tussen 91 en 180 dagen na vervaldatum |
2 | - | 2 | - | - | - |
| Tussen 181 en 360 dagen na vervaldatum |
1 | - | 1 | - | - | - |
| Meer dan 360 dagen na vervaldatum |
1 | (2) | - | 1 | (1) | - |
| TOTAAL INVORDERBARE MINIMALE LEASEBETALINGEN |
98 | (2) | 96 | 98 | (2) | 96 |
De ouderdomsanalyse van handelsvorderingen en invorderbare minimale leasebetalingen op de rapporteringdatum is de volgende:
Vervallen bedragen meer dan 360 dagen na vervaldag hebben betrekking op België en vinden hun oorsprong in commerciële betwistingen. Vervallen bedragen zijn voor het overgrote deel afgeschreven. Achterstallen worden per regio van zeer nabij opgevolgd door de kredietcomités binnen de Groep. De Groep meent dat nog openstaande vorderingen, al meer dan dertig dagen na vervaldatum, volledig inbaar zijn. Dit op basis van betalingsgedrag uit het verleden en intensieve analyse van het individuele klantenrisico rekening houdend met toekomstige elementen.
De volgende tabel geeft informatie met betrekking tot het kredietrisico van handelsvorderingen op 31 december 2020:
| MILJOEN EURO | Gewogen gemiddeld afwaarderingspercentage |
Brutowaarde | Waardeverminderings verlies |
|---|---|---|---|
| Niet vervallen | 1,23% | 266 | (3) |
| Tussen 0 en 30 dagen na vervaldatum | 1,49% | 23 | - |
| Tussen 31 en 90 dagen na vervaldatum | 2,45% | 15 | - |
| Tussen 91 en 180 dagen na vervaldatum | 20,27% | 5 | (1) |
| Meer dan 180 dagen na vervaldatum | 84,12% | 45 | (37) |
De beweging in de waardeverminderingsverliezen met betrekking tot handelsvorderingen, vorderingen uit leaseovereenkomsten en contractuele activa verbonden aan contracten wordt getoond in de volgende tabel. Het bedrag van het waardeverminderingsverlies wordt steeds bepaald rekening houdend met verwachte verliezen over de gehele looptijd van de activa.
| 2019 | 2020 | |||
|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Waardeverminderingsverliezen op handelsvorderingen en leaseovereenkomsten vorderingen uit |
Waardeverminderingsverliezen verbonden aan contracten op contractuele activa met klanten |
Waardeverminderingsverliezen op handelsvorderingen en leaseovereenkomsten vorderingen uit |
Waardeverminderingsverliezen verbonden aan contracten op contractuele activa met klanten |
| Boekwaarde per 1 januari | 53 | 1 | 51 | 1 |
| Toevoegingen/terugnemingen ge boekt in de winst- en verliesrekening |
5 | 1 | 2 | - |
| Afboeking van de voorziening voor waardeverminderingsverliezen (1) |
(8) | - | (5) | - |
| Afstotingen | - | - | (1) | (1) |
| Valutakoersverschillen | - | - | (1) | - |
| Boekwaarde per 31 december | 51 | 1 | 45 | 1 |
(1) Afboekingen waarvoor reeds een afwaardering was geboekt.
De boekwaarde van een financieel actief wordt afgeboekt wanneer de Groep inschat dat op basis van redelijke verwachtingen het openstaand bedrag niet zal kunnen geïnd worden, in zijn geheel of een gedeelte ervan. De Groep maakt een individuele inschatting per type van financieel actief of er een redelijke kans is op inning van de vordering. Financiële activa die afgeboekt zijn, maken nog steeds deel uit van de acties die ondernomen worden ter inning van openstaande vorderingen.
Geboekte waardeverminderingsverliezen hebben betrekking op verschillende klanten die aangegeven hebben hun openstaande rekeningen niet te kunnen betalen omwille van economische omstandigheden.
De Groep heeft haar kasmiddelen gedeeltelijk geïnvesteerd in kortlopende beleggingsfondsen met een AA-kredietwaardigheid (296 miljoen euro). In de loop van 2020 werd een bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt op deze kortlopende beleggingen ten gevolge van een negatieve intrestvoet. De rest van de kasmiddelen van de Groep worden aangehouden bij banken met een A-kredietwaardigheid.
Het liquiditeitsrisico is het risico dat de Groep zijn verplichtingen in verband met financiële schulden op vervaldag niet kan nakomen.
De Groep verzekert zich ervan over voldoende liquiditeiten te beschikken om zijn verplichtingen af te lossen. Het liquiditeitsrisico wordt beheerd door het handhaven van voldoende diversificatie in fondsen. De Groep heeft een beleid geïmplementeerd om concentraties van het liquiditeitsrisico te beperken. De totaliteit van de opgenomen en niet-opgenomen schuld onder gecommitteerde kredietfaciliteiten bij één bank of bankengroep mag vooraf bepaalde limieten niet overschrijden. Risicoconcentraties worden op regelmatige basis opgevolgd door het 'Treasury Committee'.
In het beheer van het liquiditeitsrisico heeft de Groep een gecommitteerde kredietfaciliteit ter beschikking. Het nominaal bedrag van deze faciliteit bedraagt 400 miljoen euro met eindvervaldag per 17 juli 2021. Het nominaal bedrag werd ten gevolge van de verkoop van de HealthCare IT-activiteiten aan de Dedalus Groep verlaagd naar 270 miljoen euro. De overeenkomst bevatte een clausule die stipuleerde dat in het geval van een verkoop van activiteiten, de kredietlijn zou verminderd worden ten belope van 66% van de ontvangen middelen boven een zekere drempel. Het nominaal bedrag van deze kredietfaciliteit bedraagt aldus 270 miljoen euro per einde 2020.
Geldopnames onder deze kredietlijnen worden gedaan voor korte periodes maar de banken hebben zich onder de bestaande herfinancieringsovereenkomst geëngageerd om het nominaal bedrag van deze faciliteit beschikbaar te stellen tot eindvervaldag. In de analyse van contractuele kasstromen worden de terugbetalingen van opnames onder deze faciliteit geplaatst in de eerstvolgende tijdsband dat de entiteit kan gevraagd worden deze terug te betalen. Op 31 december 2020 zijn er geen opnames onder deze faciliteit (2019: 149 miljoen euro).
De contractuele looptijdanalyse voor financiële verplichtingen, inclusief aflossing van hoofdbedrag en rentebetalingen, wordt in de tabel hieronder weergegeven. De kasstromen over de contractuele resterende looptijden worden berekend op basis van de voorwaarden aangaande wisselkoersen en interestvoeten die bestonden op de rapporteringdatum.
Wat betreft derivaten omvat de looptijdanalyse de kasstromen met betrekking tot verplichtingen uit derivaten en alle ingaande en uitgaande kasstromen uit alle termijnwisselverrichtingen die op een bruto manier afgerekend worden. De contractuele kasstromen van termijnwisselverrichtingen werden berekend op basis van termijnwisselkoersen.
| MILJOEN EURO | Looptijden van contractuele kasstromen | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Boek waarde |
TOTAAL | Minder dan 3 maanden |
Tussen 3 en 12 maanden |
Tussen 1 en 5 jaar |
Meer dan 5 jaar |
||
| Financiële schulden | |||||||
| Obligatielening | - | - | - | - | - | ||
| Revolving-kredietfaciliteit (1) | 149 | 150 | 150 | - | - | ||
| EIB-lening | - | - | - | - | - | ||
| Andere rentedragende verplichtingen | 56 | 56 | 39 | 17 | - | ||
| Verplichtingen uit lease-overeenkomsten | 112 | 112 | 9 | 28 | 64 | ||
| Negatieve banksaldi | 9 | 9 | 9 | - | - | ||
| Handelsschulden | 234 | 234 | 232 | 2 | |||
| Overige te betalen posten | 9 | 9 | 9 | - | |||
| Verplichtingen uit afgeleide financiële instrumenten | |||||||
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen | |||||||
| Uitgaande kasstromen | (1) | (25) | (25) | - | - | ||
| Inkomende kasstromen | - | 24 | 24 | - | - | ||
| Overige termijnwisselverrichtingen | |||||||
| Uitgaande kasstromen | (2) | (198) | (186) | (12) | - | ||
| Inkomende kasstromen | - | 196 | 184 | 12 | - | ||
| Swap-contracten aangeduid als kasstroomafdekkingen | |||||||
| Uitgaande kasstromen | (2) | (2) | (1) | (1) | - | ||
| Inkomende kasstromen | - | - | - | - | - |
2019
(1) Transactiekosten (1 miljoen euro) worden gepresenteerd in mindering van de boekwaarde van de financiële schuld
| Looptijden van contractuele kasstromen | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Boek | Minder dan | Tussen 3 en | Tussen 1 | Meer dan | ||
| MILJOEN EURO | waarde | TOTAAL | 3 maanden | 12 maanden | en 5 jaar | 5 jaar |
| Financiële schulden | ||||||
| Obligatielening | - | - | - | - | - | - |
| Revolving-kredietfaciliteit (1) | - | - | - | - | - | - |
| EIB-lening | - | - | - | - | - | - |
| Andere rentedragende verplichtingen | 3 | 3 | 2 | 1 | - | - |
| Verplichtingen uit lease-overeenkomsten | 79 | 79 | 7 | 18 | 48 | 5 |
| Negatieve banksaldi | - | - | - | - | - | - |
| Handelsschulden | 198 | 198 | 198 | - | - | |
| Overige te betalen posten | 8 | 8 | 8 | - | - | |
| Verplichtingen uit afgeleide financiële instrumenten | ||||||
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen | ||||||
| Uitgaande kasstromen | - | (83) | (23) | (45) | (15) | - |
| Inkomende kasstromen | 1 | 84 | 24 | 45 | 15 | - |
| Overige termijnwisselverrichtingen | ||||||
| Uitgaande kasstromen | - | (168) | (86) | (82) | - | - |
| Inkomende kasstromen | 1 | 169 | 85 | 84 | - | - |
(1) Transactiekosten (0,2 miljoen euro) worden gepresenteerd in mindering van de boekwaarde van de financiële schuld
De perioden waarin de kasstromen uit derivaten aangeduid als kasstroomafdekkingen naar verwachting zullen plaatsvinden en naar verwachting de winst- en verliesrekening zullen beïnvloeden, worden in de volgende tabel weergegeven, samen met de reële waarde van het afdekkingsinstrument.
| Verwachte kasstromen | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Reële waarde |
TOTAAL | Minder dan 3 maanden |
Tussen 3 en 12 maanden |
Tussen 1 en 5 jaar |
Meer dan 5 jaar |
||
| Derivaten aangeduid als kasstroomafdekkingen | ||||||||
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen | ||||||||
| Uitgaande kasstromen | (1) | (25) | (25) | - | - | - | ||
| Inkomende kasstromen | - | 24 | 24 | - | - | - | ||
| Swap-contracten aangeduid als kasstroomafdekkingen | ||||||||
| Uitgaande kasstromen | (2) | (2) | (1) | (1) | - | - | ||
| Inkomende kasstromen | - | - | - | - | - | - |
| Verwachte kasstromen | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Reële waarde |
TOTAAL | Minder dan 3 maanden |
Tussen 3 en 12 maanden |
Tussen 1 en 5 jaar |
Meer dan 5 jaar |
|
| Derivaten aangeduid als kasstroomafdekkingen | |||||||
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen | |||||||
| Uitgaande kasstromen | - | (83) | (23) | (45) | (15) | - | |
| Inkomende kasstromen | 1 | 84 | 24 | 45 | 15 | - | |
| Swap-contracten aangeduid als kasstroomafdekkingen | |||||||
| Uitgaande kasstromen | - | - | - | - | - | - | |
| Inkomende kasstromen | 5 | 5 | 1 | 4 | - | - |
Het Executive Management houdt toezicht op de verhouding van de netto financiële schuld ten opzichte van het eigen vermogen. Het Executive Management tracht deze verhouding op een vooropgesteld niveau aan te houden. De netto financiële schuld is de som van kortlopende en langlopende rentedragende verplichtingen en leaseverplichtingen verminderd met de geldmiddelen en kasequivalenten.
De aanpak van de Groep betreffende kapitaalbeheer is niet gewijzigd gedurende het jaar.
De Groep is niet onderworpen aan wettelijk opgelegde kapitaalvereisten, met uitzondering van statutaire minimum-kapitaalvereisten van toepassing op groepsfilialen in de verschillende landen.
De reële waarde is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een verplichting kan worden afgewikkeld in een regelmatige transactie tussen marktdeelnemers op de waarderingsdatum. Alle afgeleide financiële instrumenten worden tegen reële waarde opgenomen in de balans.
De Groep groepeert haar financiële instrumenten rekening houdend met de kenmerken van deze financiële instrumenten.
De reële waarden en de boekwaarden van financiële activa en verplichtingen gegroepeerd per verwerkingscategorie alsook de reconciliatie naar de onderliggende posten in de balans worden toegelicht in de hiernavolgende tabel. De tabel bevat geen reële waarde informatie van financiële activa en verplichtingen die niet aangehouden worden aan reële waarde indien de boekwaarde een goede benadering is van de reële waarde. In 2020 en 2019 waren er geen herclassificaties van financiële activa binnen de categorieën.
De overige te betalen posten die opgenomen zijn in de categorie van financiële verplichtingen verplicht gewaardeerd aan reële waarde met waardeveranderingen geboekt in de winst- en verliesrekening in de reële waarde hiërarchie categorie 2 (2020: 3 miljoen euro, 2019: 2 miljoen euro) betreft een deposito van 3,4 ton zilver geplaatst bij een bedrijf van metaalherwinning en raffinage die gewaardeerd wordt aan reële waarde (genoteerde marktprijs). De overige te betalen posten die opgenomen zijn in de categorie van financiële verplichtingen verplicht gewaardeerd aan reële waarde met waardeveranderingen geboekt in de winst- en verliesrekening in de reële waarde hiërarchie categorie 3 (2020: 0 miljoen euro, 2019: 2 miljoen euro) hebben betrekking op het gedeelte van de variabele overnameprijs uit overnames dat op performantie gebaseerd is.
2019
| Boekwaarden van financiële activa en verplichtingen | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Toelichting | Afdekkingsinstrumenten | Verplicht gewaardeerd aan reële waarde met |
geboekt in de winst- en waardeveranderingen verliesrekening |
resultaten: investeringen in de niet-gerealiseerde veranderingen geboekt Gewaardeerd aan reële in eigen-vermogens waarde met waarde instrumenten |
geamortiseerde kostprijs Financiële activa aan |
Financiële verplichtingen aan geamortiseerde kostprijs |
TOTAAL | Reële waarde |
| Reële waarde hiërarchie | 2 | 2 | 3 | 1 | |||||
| Activa | |||||||||
| Overige financiële activa | 30 | - | - | - | 6 | 2 | - | 8 | 8 |
| Handelsvorderingen | 22.2 | - | - | - | - | 429 | - | 429 (a) | |
| Vorderingen uit leaseovereenkomsten | 31 | - | - | - | - | 97 | - | 97 (a) | |
| Overige vorderingen | 33 | - | - | - | - | 15 | - | 15 (a) | |
| Derivaten: | |||||||||
| Overige termijnwisselverrichtingen | - | - | - | - | - | - | - | - | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 34 | - | - | - | - | 107 | - | 107 | 107 |
| TOTAAL ACTIVA | - | - | - | 6 | 650 | - | 656 | ||
| Passiva | |||||||||
| Rentedragende verplichtingen | - | - | - | - | - | - | - | ||
| 'Revolving'-kredietfaciliteit | 38 | - | - | - | - | - | 149 | 149 | 150 (b) |
| Negatieve banksaldi | 38 | - | - | - | - | - | 9 | 9 | 9 |
| Overige rentedragende verplichtingen | 38 | - | - | - | - | - | 56 | 56 | 56 |
| Obligatielening | 38 | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Verplichtingen uit lease-overeenkomsten | 38.2 | 112 | 112 | 112 | |||||
| Handelsschulden | - | - | - | - | - | 234 | 234 (a) | ||
| Overige te betalen posten | 40 | - | 2 | 2 (c) | - | - | 5 | 9 (a) | |
| Derivaten: | |||||||||
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen |
1 | - | - | - | - | - | 1 | 1 | |
| Swap-contracten aangeduid als kasstroomafdekkingen |
2 | - | - | - | - | - | 2 | 2 | |
| Overige termijnwisselverrichtingen | - | 2 | - | - | - | - | 2 | 2 | |
| TOTAAL VAN DE FINANCIËLE VERPLICHTINGEN |
3 | 4 | 2 | - | - | 565 | 574 |
Reële waarde hiërarchie:
1 Reële waarde hiërarchie 1 betekent dat de reële waarde bepaald werd op basis van genoteerde prijzen in actieve markten.
2 Reële waarde hiërarchie 2 betekent dat de reële waarde gebaseerd is op data die relevant zijn voor het desbetreffende actief of verplichting, andere dan genoteerde prijzen.
3 Reële waarde hiërarchie 3 betekent dat de reële waarde niet gebaseerd is op relevante data voor het desbetreffende actief of verplichting.
(a) De Groep heeft de reële waarde van handels- en overige vorderingen en van handels- en overige schulden niet apart toegelicht daar het gaat over kortlopende vorderingen en schulden waarvan de boekwaarde een goede weergave is van de reële waarden van dergelijke activa en verplichtingen.
(b) Transactiekosten zijn in mindering geboekt van de financiële verplichtingen (1 miljoen euro).
(c) Met betrekking tot het gedeelte van de variabele overnameprijs uit overnames dat op performantie gebaseerd is. De reële waarde van dit deel van de uitgestelde overnameprijs uit overnames wordt berekend op basis van een verdisconteerd kasstroommodel. Het waarderingsmodel houdt rekening met de contante waarde van de verwachte toekomstige betalingen verdisconteerd aan een voor risico aangepaste disconteringsvoet. Relevante data zijn de toekomstige kasstromen en de disconteringsvoet. De ingeschatte reële waarde kan stijgen (dalen) als de ingeschatte te behalen doelstellingen stijgen (dalen).
2020
| Boekwaarden van financiële activa en verplichtingen | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Toelichting | Afdekkingsinstrumenten | Verplicht gewaardeerd aan reële waarde met |
geboekt in de winst- en waardeveranderingen verliesrekening |
resultaten: investeringen in de niet-gerealiseerde Gewaardeerd aan reële veranderingen geboekt waarde met waarde in eigen-vermogens instrumenten |
geamortiseerde kostprijs Financiële activa aan |
Financiële verplichtingen aan geamortiseerde kostprijs |
TOTAAL | Reële waarde |
| Reële waarde hiërarchie | 2 | 2 | 3 | 1 | |||||
| Activa | |||||||||
| Overige financiële activa | 30 | - | - | - | 5 | 10 | - | 15 | 15 |
| Handelsvorderingen | 22.2 | - | - | - | - | 312 | - | 312 (a) | |
| Vorderingen uit leaseovereenkomsten | 31 | - | - | - | - | 96 | - | 96 (a) | |
| Overige vorderingen | 33 | - | - | - | - | 9 | - | 9 (a) | |
| Derivaten: | |||||||||
| Overige termijnwisselverrichtingen | 1 | - | - | - | - | - | 1 | 1 | |
| Swap-contracten aangeduid als kasstroomafdekkingen |
5 | - | - | - | - | - | 5 | 5 | |
| Overige swap-contracten | - | 3 | - | - | - | - | 3 | 3 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 34 | - | - | - | 585 | - | 585 | 585 | |
| TOTAAL ACTIVA | 7 | 3 | - | 5 | 1.012 | - | 1.027 | ||
| Passiva | |||||||||
| Rentedragende verplichtingen | |||||||||
| 'Revolving'-kredietfaciliteit (b) | 38 | - | - | - | - | - | - | - | |
| Negatieve banksaldi | - | - | - | - | - | - | - | ||
| Overige rentedragende verplichtingen | 38 | - | - | - | - | 3 | - | 3 | 3 |
| Verplichtingen uit leaseovereenkomsten | 38.2 | - | - | - | - | 79 | - | 79 | 79 |
| Handelsschulden | - | - | - | - | 198 | - | 198 (a) | ||
| Overige te betalen posten | 40 | 3 | 5 | 8 (a) | |||||
| Derivaten: | |||||||||
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen |
- | - | - | - | - | - | - | - | |
| Swap-contracten aangeduid als kasstroomafdekkingen |
- | - | - | - | - | - | - | - | |
| Overige termijnwisselverrichtingen | - | 2 | - | - | - | - | 2 | 2 | |
| TOTAAL VAN DE FINANCIËLE VERPLICHTINGEN |
- | 5 | - | - | 285 | - | 290 |
Reële waarde hiërarchie:
De volgende tabel toont een reconciliatie tussen de openingsbalans en de slotwaarde op 31 december van de financiële activa en verplichtingen in de reële waarde hiërarchie niveau 3:
| Boekwaarde per 31 december 2019 | 2 |
|---|---|
| Winsten vervat in Overige financieringsbaten – veranderingen in reële waarde (niet-gerealiseerd) | - |
| Betaalde bedragen gedurende 2020 | (1) |
| Boekwaarde per 31 december 2020 | - |
De methoden en veronderstellingen toegepast bij het bepalen van de reële waarde van iedere categorie financiële activa of financiële verplichtingen zijn de volgende:
De reële waarde van investeringen in aandelen, andere dan investeringen verwerkt volgens de 'equity'-methode, is de genoteerde marktnotering op rapporteringsdatum.
De reële waarden van termijnwisselcontracten en swap-contracten worden berekend rekening houdend met actuele-markttermijnrentevoeten en de rendementscurve over de resterende looptijd van het instrument.
De reële waarde van de handels- en overige vorderingen en van handels- en overige verplichtingen wordt niet apart toegelicht gezien het gaat over kortetermijnvorderingen en verplichtingen waarvoor de nettoboekwaarde een goede benadering is van de reële waarde. De reële waarde van invorderbare minimale leasebetalingen is gebaseerd op de contante waarde van de minimum leasebetalingen verdisconteerd aan marktconforme interestvoeten voor vergelijkbare activa.
De reële waarde van financiële verplichtingen is de contante waarde van de toekomstige kasstromen voor de aflossing van het hoofdbedrag en de interestbetalingen, verdisconteerd aan marktconforme interestvoeten op de rapporteringdatum.
De reële waarde van de kortlopende leningen benadert de boekwaarde op rapporteringdatum, exclusief transactiekosten, gezien opnames voor een korte periode aangegaan worden.
De reële waarde van de uitgestelde overnameprijs uit overnames wordt berekend aan de hand van de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen. Het model houdt rekening met de contante waarde van de verwachte toekomstige betalingen verdisconteerd aan een voor risico aangepaste disconteringsvoet. Relevante data zijn de toekomstige kasstromen en de disconteringsvoet. De ingeschatte reële waarde kan stijgen (dalen) als de ingeschatte te behalen doelstellingen stijgen (dalen).
| 2020 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Financiële activa aan geamortiseerde kostprijs |
Derivaten | Financiële verplichtingen aan geamortiseerde kostprijs |
Financiële verplichtingen aan reële waarde |
TOTAAL | ||
| Financieringsbaten | 2 | 1 | - | - | 3 | ||
| Financieringskosten | - | (1) | (9) | - | (10) | ||
| Baten uit financiële leaseovereenkomsten | 4 | - | - | - | 4 | ||
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | (7) | - | - | - | (7) | ||
| Opbrengsten uit terugnames van bijzondere waardeverminderingsverliezen |
4 | - | - | - | 4 | ||
| Veranderingen in reële waarde van derivaten niet aangeduid als afdekkings instrumenten in een afdekkingsrelatie |
- | (2) | - | - | (2) | ||
| Nettoresultaat uit de ineffectiviteit van derivaten toegewezen als kasstroomafdekkingen |
- | (2) | - | - | (2) | ||
| Wijziging in reële waarde | - | - | - | (1) | (1) | ||
| Winsten uit de herwaardering van de uitgestelde aankoopprijs met betrekking tot overnames |
- | - | - | - | - |
| 2019 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Financiële activa aan geamortiseerde kostprijs |
Derivaten | Financiële verplichtingen aan geamortiseerde kostprijs |
Financiële verplichtingen aan reële waarde |
TOTAAL | ||
| Financieringsbaten | 2 | 3 | - | - | 5 | ||
| Financieringskosten | - | (2) | (13) | - | (15) | ||
| Baten uit financiële leaseovereenkomsten | 4 | - | - | - | 4 | ||
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | (10) | - | - | - | (10) | ||
| Opbrengsten uit terugnames van bijzondere waardeverminderingsverliezen |
5 | - | - | - | 5 | ||
| Veranderingen in reële waarde van derivaten niet aangeduid als afdekkings instrumenten in een afdekkingsrelatie |
- | 3 | - | - | 3 | ||
| Nettoresultaat uit de ineffectiviteit van derivaten toegewezen als kasstroomafdekkingen |
- | (2) | - | - | (2) | ||
| Winsten uit de herwaardering van de uitgestelde aankoopprijs met betrekking tot overnames |
- | - | - | 3 | 3 |
| gebruiksduur Onbepaalde Beperkte gebruiksduur Software, intellectuele ontwikkelingskosten informatiesystemen Cliëntencontracten Vooruitbetalingen eigendomsrechten en andere licenties op immateriële Geactiveerde Management Technologie Merknamen Merknamen en -relaties Goodwill TOTAAL activa MILJOEN EURO Aanschaffingswaarde per 624 17 43 217 134 14 124 61 - 1.234 31 december 2018 Valutakoersverschillen 9 - - 2 1 - 1 (1) - 11 Overnames (3) - - - 5 - - - - 1 Afstotingen - - - - (5) - - - - (5) Toegekende warmtekrachtcertificaten - - - - - - - 2 - 2 en emissierechten Investeringsuitgaven - - - - - - - 4 - 4 Buitengebruikstellingen - - - (6) - (8) - (5) - (19) Ingebruikname activa in aanbouw - - - - - - - - - - Overboekingen - - - - 1 - 4 (1) - 5 Aanschaffingswaarde per 630 17 43 213 135 6 129 60 - 1.234 31 december 2019 Valutakoersverschillen (21) - - (2) (2) - (4) - - (29) Overnames - - - - - - - - - - Afstotingen (259) (17) (40) (169) (90) (2) - (2) - (580) Toegekende warmtekrachtcertificaten - - - - - - - 1 - 1 en emissierechten Investeringsuitgaven - - - - - - - 1 - 2 Buitengebruikstellingen - - - - - - - (2) - (2) Ingebruikname activa in aanbouw - - - - - - - - - - Overboekingen - - - - 1 - 1 (1) - - Aanschaffingswaarde per 349 - 4 42 43 4 126 58 - 627 31 december 2020 Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderings 101 4 43 188 96 12 119 55 - 619 verliezen per 31 december 2018 Valutakoersverschillen 2 - - 2 - - 1 (1) - 4 Afstotingen - - - - (5) - - - - (5) Afschrijvingen van het jaar - - - 5 8 1 3 2 - 19 Bijzondere waardeverminderingsver 35 - - 2 5 1 1 2 - 46 liezen Buitengebruikstellingen - - - (6) - (8) - (2) - (16) - Overboekingen - - - - - - - - - Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderings 138 4 43 190 105 6 123 56 - 667 verliezen per 31 december 2019 Valutakoersverschillen (5) - - (2) (2) - (4) - - (13) Afstotingen (49) (4) (40) (148) (77) (2) - (2) - (322) Afschrijvingen van het jaar - - - 2 5 - 2 1 - 10 Bijzondere waardeverminderingsverliezen - - - - - - - - - - Buitengebruikstellingen - - - - - - - - - - Overboekingen - - - - - - 1 (1) - - |
Immateriële activa | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| en bijzondere waardeverminderings 84 - 4 42 31 4 123 55 - 342 verliezen per 31 december 2020 |
Geaccumuleerde afschrijvingen | ||||||||
| Boekwaarde per 31 december 2018 523 13 - 29 38 2 5 6 - 615 |
|||||||||
| Boekwaarde per 31 december 2019 492 13 - 23 30 - 5 3 - 566 |
|||||||||
| Boekwaarde per 31 december 2020 265 - - - 12 - 4 3 - 284 |
In 2020 bedragen de investeringsuitgaven voor immateriële activa 2 miljoen euro (2019: 4 miljoen euro) en hadden voornamelijk betrekking op aangekochte emissierechten. Afstotingen hebben betrekking op de verkoop van een deel van de HealthCare ITactiviteiten (zie toelichting 20).
Op het einde van 2019 heeft de Groep haar goodwill en immateriële activa met onbepaalde gebruiksduur getoetst op een mogelijke bijzondere waardevermindering. Het betreft merknamen met een onbepaalde gebruiksduur, die volledig toegewezen zijn aan het operationele segment HealthCare IT. Deze merknamen werden verkocht aan de Dedalus Groep in de loop van 2020.
Bovendien heeft de Groep onderzocht of er een indicatie was die wijst op een mogelijke bijzondere waardevermindering voor de immateriële activa met beperkte gebruiksduur. Dit resulteerde niet in het boeken van een bijzonder waardeverminderingsverlies.
Het management van de Groep heeft op het einde van 2020 beoordeeld of de gebruiksduur van haar belangrijkste immateriële activa nog terecht is. Dit resulteerde niet in een herziening van de afschrijvingstermijnen van immateriële activa die behoren tot de business segmenten Radiology Solutions, Digital Print & Chemicals en HealthCare IT. In 2019, werd er een bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt op alle immateriële activa in het segment Offset Solutions (zie toelichting 27.1).
Meer informatie omtrent de onderliggende veronderstellingen met betrekking tot de gebruiksduur wordt verstrekt in toelichting 27.3.
Voor de jaarrekening van de Groep wordt de goodwill jaarlijks onderzocht op bijzondere waardevermindering en telkens er een aanwijzing is die wijst op een mogelijke bijzondere waardevermindering. In het kader van het onderzoek op bijzondere waardevermindering is goodwill toegekend aan een kasstroomgenererende eenheid.
In overeenstemming met de definitie van kasstroomgenererende eenheid heeft het management van de Groep, de te rapporteren segmenten als kasstroomgenererende eenheden geïdentificeerd, zijnde Offset Solutions, Radiology Solutions, Agfa Healthcare IT en Digital Print & Chemicals. Het te rapporteren segment vertegenwoordigt het laagste niveau binnen de Groep waarop goodwill opgevolgd wordt voor interne managementdoeleinden (zie toelichting 6 Te rapporteren segmenten).
In het vierde kwartaal van 2020 werd de goodwill toebehorend aan de segmenten Radiology Solutions en het overblijvende deel van de HealthCare IT-activiteiten getest op bijzondere waardevermindering. Deze test was niet vereist noch voor het segment Digital Print & Chemicals noch voor het segment Offset Solutions, daar deze segmenten geen goodwill bevatten en daar de goodwill toegewezen aan het segment Offset Solutions reeds in 2019 volledig afgewaardeerd was.
Goodwill wordt getoetst voor bijzondere waardevermindering door de boekwaarde van elke kasstroomgenererende eenheid te vergelijken met haar realiseerbare waarde. De realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid is bepaald aan de hand van de berekende bedrijfswaarde. De bedrijfswaarde wordt bepaald als de contante waarde van verwachte toekomstige kasstromen, welke worden afgeleid van de huidige langetermijnplanning van de Groep.
De disconteringsvoet die gebruikt wordt in de bepaling van de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen is een disconteringsvoet die gebaseerd is op een gewogen gemiddelde kapitaalkost (WACC). De gewogen gemiddelde kapitaalkost is gebaseerd op deze van een gemiddelde marktdeelnemer van een groep van peers waarbij een extra risicocomponent toegevoegd werd aan de kost van eigen vermogen. De kost van vreemd vermogen is gebaseerd op voorwaarden die vergelijkbare bedrijven voor hun langetermijnfinanciering zouden kunnen onderhandelen.
De disconteringsvoet is voor elke kasstroomgenerende eenheid afzonderlijk berekend op basis van de verhouding schuldgraad versus eigen vermogen van elke groep van peers. De disconteringsvoet voor belastingen is afgeleid van de gewogen gemiddelde kapitaalkost bij wijze van iteratie.
Op 31 december 2020 omvat de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid Offset Solutions geen goodwill. Per jaareinde 2019 heeft de Groep de goodwill behorende tot de kasstroomgenererende eenheid Offset Solutions getoetst op een mogelijke bijzondere waardevermindering. Rekening houdend met de gebruikte veronderstellingen is de bedrijfswaarde van de eenheid lager dan haar boekwaarde en is er een bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt met betrekking tot goodwill van 31 miljoen euro, gelinkt aan overnames uit het verleden.
Bovenop de goodwill en in overeenstemming met IAS 36 Bijzondere waardeverminderingsverliezen op activa, heeft de Groep in 2019 alle immateriële activa behorende tot het segment Offset Solutions afgewaardeerd. Deze betroffen klantencontracten- en relaties, verworven technologie, software en licenties ten belope van 10 miljoen euro.
De Groep heeft in 2019 eveneens de nettoboekwaarde van de materiële activa toebehorend aan het segment Offset Solutions geherevalueerd en een bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt ten belope van 26 miljoen euro. Deze activa betreffen gebouwen en infrastructuur, machines en technische uitrusting.
Het totaal geboekte bijzonder waardeverminderingsverlies voor het segment Offset Solutions bedroeg in 2019 67 miljoen euro en is geboekt in Overige bedrijfskosten (toelichting 9.2).
Op 31 december 2020 bedraagt de boekwaarde van de goodwill van de kasstroomgenererende eenheid Radiology Solutions 62 miljoen euro. Per jaareinde 2020 heeft de Groep de goodwill behorende tot de kasstroomgenererende eenheid Radiology Solutions getoetst op een mogelijke bijzondere waardevermindering.
Rekening houdend met de gebruikte veronderstellingen is de bedrijfswaarde van de eenheid groter dan haar boekwaarde en is er geen bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt.
De bedrijfswaarde van de kasstroomgenererende eenheid Agfa Radiology Solutions wordt bepaald op basis van kasstroomvoorspellingen over de komende vijf jaar. De kasstroomprognoses werden bepaald op basis van een formeel door de Raad van Bestuur goedgekeurd strategisch bedrijfsplan. Na vijf jaar wordt de residuele waarde van de kasstroomgenererende eenheid bepaald, rekening houdend met een groeivoet van -3,21%. De groeivoeten zijn afgeleid van beschikbare marktinformatie.
De belangrijkste veronderstellingen gebruikt in de beoordeling van een mogelijke bijzondere waardevermindering zijn bepaald door het management van het te rapporteren segment en zijn gebaseerd op prestaties uit het verleden en de verwachtingen wat betreft marktontwikkeling.
Deze zijn als volgt:
Er werd een sensitiviteitsanalyse uitgevoerd waarbij het effect onderzocht werd van een redelijkerwijs mogelijke verhoging van de gewogen gemiddelde kapitaalkost (WACC) en een substantiële verhoging van de zilverprijs. De sensitiviteitsanalyse is gebaseerd op een mogelijkse verhoging van de zilverprijs over de lange termijnhorizon met 2 US dollar/Troz. en een verhoging van de WACC met 100 basispunten. Deze sensitiviteitsanalyses hebben geen risico op een mogelijks bijzondere waardevermindering onthuld. Op basis van voornoemde gevoeligheidsanalyse is het management ervan overtuigd dat een redelijkerwijs mogelijke wijziging in een belangrijke veronderstelling waarop het management zijn bepaling van de realiseerbare waarde van de eenheid heeft gebaseerd, geen aanleiding zal geven tot het boeken van een bijzonder waardeverminderingsverlies.
Op 31 december 2020 bedraagt de boekwaarde van de goodwill van de kasstroomgenererende eenheid Agfa HealthCare IT 203 miljoen euro. Per jaareinde 2020 heeft de Groep de goodwill behorende tot de kasstroomgenererende eenheid Agfa HealthCare IT dat niet zal afgestoten worden, getoetst op een mogelijke bijzondere waardevermindering.
Rekening houdend met de gebruikte veronderstellingen is de bedrijfswaarde van de eenheid groter dan haar boekwaarde en is er geen bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt.
De bedrijfswaarde van de kasstroomgenererende eenheid Agfa HealthCare IT wordt bepaald op basis van kasstroomvoorspellingen over de komende vijf jaar. De kasstroomprognoses werden bepaald op basis van een formeel door de Raad van Bestuur goedgekeurd strategisch bedrijfsplan. Na vijf jaar wordt de residuele waarde van de kasstroomgenererende eenheid bepaald, rekening houdend met een groeivoet voor de divisie Information Technology Solutions (IT-oplossingen) van 1,5%. Deze groeivoet is afgeleid van beschikbare marktinformatie. De belangrijkste veronderstellingen gebruikt in de beoordeling van een mogelijke bijzondere waardevermindering zijn bepaald door het management van het te rapporteren segment Agfa HealthCare en zijn gebaseerd op prestaties uit het verleden en de verwachtingen wat betreft marktontwikkeling.
Er werd een sensitiviteitsanalyse uitgevoerd waarbij het effect onderzocht werd van een redelijkerwijs mogelijke verhoging van de gewogen gemiddelde kapitaalkost (WACC) met 100 basispunten. Deze sensitiviteitsanalyses hebben geen risico op een mogelijks bijzondere waardevermindering onthuld. Op basis van voornoemde gevoeligheidsanalyse is het management ervan overtuigd dat een redelijkerwijs mogelijke wijziging in een belangrijke veronderstelling waarop het management zijn bepaling van de realiseerbare waarde van de eenheid heeft gebaseerd, geen aanleiding zal geven tot het boeken van een bijzonder waardeverminderingsverlies.
Op 31 december 2020 bevat de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid Digital Print & Chemicals geen goodwill.
Op het einde van 2019 heeft de Groep haar immateriële activa met onbepaalde gebruiksduur getoetst op een mogelijke bijzondere waardevermindering. Het betreft merknamen met een onbepaalde gebruiksduur, die volledig toegewezen zijn aan het operationele segment Agfa HealthCare IT. Dit resulteerde niet in het boeken van een bijzonder waardeverminderingsverlies. Per einde 2020, omwille van de verkoop van een deel van de HealthCare IT-activiteiten, heeft de Groep geen immateriële activa met onbepaalde gebruiksduur meer op haar balans.
De gebruiksduur van een immaterieel actief is de periode, waarin het actief verwacht wordt op een directe of op een indirecte wijze bij te dragen tot de toekomstige kasstromen van de Groep. Verworven technologie, klantencontracten en -relaties zijn de meest belangrijke immateriële activa van de Groep.
Voor verworven technologie is de schatting van de resterende gebruiksduur gebaseerd op een analyse van factoren zoals typische productlevenscycli in de industrie en technologische en economische veroudering voortkomende hoofdzakelijk uit verwachte acties van concurrenten en potentiële concurrenten.
Op 31 december 2020 bedroeg de nettoboekwaarde van de door de Groep verworven technologie 0 miljoen euro (2019: 23 miljoen euro). De verworven technologie werd verkocht aan de Dedalus Groep.
Voor verworven klantencontracten en -relaties is de schatting van de resterende gebruiksduur gebaseerd op ratio's die het verval van klantenrelaties weergeven. Voor de schatting van dergelijke ratio's beoordeelt de Groep de waarschijnlijkheid dat bestaande contracten worden hernieuwd. Voor de beoordeling van de waarschijnlijkheid dat bestaande contracten worden hernieuwd, worden de vraag, de concurrentie en andere factoren zoals technologische afhankelijkheid en daarmee verband houdende 'sunk costs' in overweging genomen.
Op 31 december 2020 bedroeg de nettoboekwaarde van de door de Groep verworven klantencontracten en -relaties 12 miljoen euro (2019: 30 miljoen euro). In de loop van 2020, werden verworven klantenrelaties ten belope van 13 miljoen euro verkocht aan de Dedalus Groep. De door de Groep verworven klantencontracten en -relaties hebben een geschatte gewogen gemiddelde resterende gebruiksduur van ongeveer drie jaar. De gebruiksduur van immateriële activa wordt regelmatig beoordeeld en herzien indien noodzakelijk.
Hoewel de Groep van oordeel is dat de gebruikte veronderstellingen (zoals de productlevenscycli en de ratio's die het verval van klantenrelaties weergeven) geschikt zijn, kunnen belangrijke verschillen in actuele ervaring een impact hebben op de toekomstige afschrijvingslast voor de Groep.
| MILJOEN EURO | Terreinen, gebouwen en infrastructuur |
Machines en technische uitrusting |
Meubilair en overige materiële vaste activa |
Vaste activa in aanbouw en vooruitbetalingen op materiële vaste activa |
TOTAAL |
|---|---|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde per 31 december 2018 | 340 | 1.442 | 171 | 22 | 1.976 |
| Valutakoersverschillen | 1 | 3 | - | - | 5 |
| Nieuwe lease-overeenkomsten | - | - | 8 | - | 8 |
| Investeringsuitgaven | 2 | 12 | 6 | 14 | 35 |
| Buitengebruikstellingen | (12) | (45) | (10) | (1) | (70) |
| Ingebruikname activa in aanbouw | - | 2 | - | (3) | - |
| Overboekingen | - | 3 | 1 | (9) | (5) |
| Aanschaffingswaarde per 31 december 2019 | 331 | 1.418 | 177 | 22 | 1.948 |
| Valutakoersverschillen | (6) | (14) | (6) | (1) | (26) |
| Nieuwe lease-overeenkomsten | 3 | 3 | |||
| Investeringsuitgaven | 2 | 18 | 5 | 7 | 31 |
| Afstotingen | (6) | - | (24) | (2) | (32) |
| Buitengebruikstellingen | - | (30) | (7) | (1) | (38) |
| Ingebruikname activa in aanbouw | - | 1 | - | (1) | - |
| Overboekingen | - | 14 | - | (11) | 3 |
| Aanschaffingswaarde per 31 december 2020 | 320 | 1.407 | 148 | 14 | 1.889 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 31 december 2018 |
285 | 1.366 | 150 | 1 | 1.802 |
| Valutakoersverschillen | 1 | 3 | - | - | 4 |
| Afschrijvingen van het jaar | 6 | 17 | 14 | - | 37 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | 10 | 13 | - | 3 | 27 |
| Buitengebruikstellingen | (12) | (44) | (10) | - | (66) |
| Overboekingen | - | - | - | 3 | 3 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 31 december 2019 |
289 | 1.354 | 154 | 8 | 1.806 |
| Valutakoersverschillen | (4) | (13) | (5) | - | (22) |
| Afschrijvingen van het jaar | 5 | 14 | 10 | - | 28 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | 1 | 1 | - | - | 2 |
| Afstotingen | (4) | - | (17) | - | (21) |
| Buitengebruikstellingen | - | (23) | (7) | - | (31) |
| Overboekingen | (1) | - | - | - | (2) |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 31 december 2020 |
287 | 1.333 | 134 | 8 | 1.762 |
| Boekwaarde per 31 december 2018 | 55 | 77 | 22 | 21 | 174 |
| Boekwaarde per 31 december 2019 | 41 | 64 | 23 | 14 | 142 |
| Boekwaarde per 31 december 2020 | 33 | 74 | 13 | 6 | 127 |
In 2020 bedroegen de investeringsuitgaven voor materiële vaste activa 31 miljoen euro (2019: 35 miljoen euro), waarvan 18 miljoen euro (2019: 12 miljoen euro) voornamelijk betrekking heeft op machines en technische uitrusting voornamelijk in België en Duitsland en waarvan 7 miljoen euro (2019: 14 miljoen euro) betrekking heeft op activa in aanbouw voor efficiëntieverhoging, instandhouding en IT-gerelateerde projecten in de productie in België en Duitsland.
De Groep, als leasinggever, heeft activa onder operationele leaseovereenkomsten opgenomen in de balans onder de rubriek 'Overige materiële vaste activa'. Per einde december 2020 bedroeg de nettoboekwaarde van de materiële vaste activa onder operationele leaseovereenkomsten 5 miljoen euro (2019: 11 miljoen euro) (zie toelichting 44).
De bijzondere waardeverminderingsverliezen op machines en technische uitrusting bedragen 2 miljoen euro en hebben betrekking op activa die werden gebruikt voor de productie van PV onderlaag toebehorend aan het segment Digital Print & Chemicals.
De bijzondere waardeverminderingsverliezen op machines en technische uitrusting in 2019 bedroegen 27 miljoen euro, waarvan 26 miljoen euro betrekking heeft op de herevaluatie van de nettoboekwaarde van machines en technische uitrusting toebehorend aan het segment Offset Solutions (zie toelichting 27.1.1).
In de loop van 2020 werden er activa ten belope van 2 miljoen euro overgeboekt van terreinen, gebouwen en infrastructuur naar vaste activa aangehouden voor verkoop met betrekking tot de geplande verkoop van de gesloten drukplatenfabriek in Leeds (Verenigd Koninkrijk), (zie toelichting 35).
Ingevolge de toepassing van IFRS 16 vanaf 2019 erkent de Groep als leasingnemer recht-op-gebruik activa, die het gebruiksrecht van het gehuurde actief vertegenwoordigen, en leaseverplichtingen, die de verplichting vertegenwoordigen om toekomstige lease betalingen te verrichten. De Groep maakt gebruik van de optionele vrijstellingen voor leaseovereenkomsten met een leaseperiode van 12 maanden of minder en voor leaseovereenkomsten waarvoor het onderliggend actief een beperkte waarde heeft, zoals het merendeel van de ICT-apparatuur van de Groep.
Bij initiële toepassing van deze standaard per 1 januari 2019, erkende de Groep een bedrag van 104 miljoen euro, voornamelijk toewijsbaar aan terreinen, gebouwen en infrastructuur (73%). Het recht-op-gebruik actief wordt initieel erkend aan kostprijs en vervolgens lineair afgeschreven over de resterende leasetermijn, tenzij de eigendom van het onderliggend actief overgaat naar de leasingnemer aan het einde van de leasetermijn of wanneer de kost van het recht-op-gebruik actief ook de uitoefenprijs van een aankoopoptie omvat. In deze gevallen wordt het recht-op-gebruik actief afgeschreven over de levensduur van het onderliggend actief, in lijn met de methodiek die ook van toepassing is voor materiële vaste activa. Bijkomende informatie over de wijziging in deze IFRS accounting standaard en de implicaties op de jaarrekening van de Groep wordt vermeld in toelichting 5 'Verandering in grondslagen voor financiële rapportering'.
Onderstaande tabel toont een reconciliatie tussen de openingsbalans bij initiële toepassing van IFRS 16 met de eindbalans per 31 december 2020 voor de recht-op-gebruik activa, uitgesplitst naar categorie. De Groep onderscheidt vier categorieën: 1) terreinen, gebouwen en infrastructuur, 2) personenwagens, 3) overige transportmiddelen, voornamelijk gerelateerd aan onze productie, en 4) overige activa.
| Recht-op-gebruik terreinen, gebouwen, |
Recht-op gebruik |
Recht-op-gebruik overige |
Recht-op gebruik |
||
|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | infrastructuur | auto's | transportmiddelen | overige activa | TOTAAL |
| Wijzigingen in IFRS waarderingsregels - openingsbalans 1 januari, 2019 |
76 | 26 | 1 | 1 | 104 |
| Nieuwe lease-overeenkomsten | 17 | 25 | 1 | 1 | 43 |
| Herwaarderingen van leaseovereenkomsten | 7 | (1) | - | - | 5 |
| Buitengebruikstellingen | - | (2) | - | - | (2) |
| Aanschaffingswaarde per 31 december 2019 | 99 | 47 | 2 | 1 | 149 |
| Valutakoersverschillen | (3) | (1) | - | - | (4) |
| Nieuwe lease-overeenkomsten | 12 | 10 | 1 | - | 23 |
| Herwaarderingen van leaseovereenkomsten | 2 | - | - | - | 2 |
| Buitengebruikstellingen | (4) | (4) | - | - | (8) |
| Afstotingen | (20) | (11) | - | - | (31) |
| Overboekingen | (1) | (2) | - | - | (3) |
| Aanschaffingswaarde per 31 december 2020 | 85 | 39 | 2 | 1 | 127 |
| Wijzigingen in IFRS waarderingsregels - openingsbalans 1 januari, 2019 |
- | - | - | - | - |
| Afschrijvingen van het jaar | (21) | (16) | (1) | - | (38) |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | (4) | - | - | - | (4) |
| Buitengebruikstellingen | - | 2 | - | - | 2 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 31 december 2019 |
(25) | (13) | (1) | - | (39) |
| Valutakoersverschillen | 1 | - | - | - | 1 |
| Afschrijvingen van het jaar | (18) | (12) | (1) | - | (31) |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | 1 | - | - | - | 1 |
| Buitengebruikstellingen | 3 | 4 | - | - | 7 |
| Afstotingen | 5 | 4 | - | - | 9 |
| Overboekingen | 1 | 1 | - | - | 2 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 31 december 2020 |
(32) | (16) | (1) | - | (49) |
| Wijzigingen in IFRS waarderingsregels - openingsbalans 1 januari, 2019 |
76 | 26 | 1 | 1 | 104 |
| Boekwaarde per 31 december 2019 | 75 | 33 | 1 | 1 | 110 |
| Boekwaarde per 31 december 2020 | 54 | 22 | 1 | - | 78 |
Nieuwe leasecontracten gesloten in de loop van 2020 bedroegen 23 miljoen euro (2019: 43 miljoen Euro) en betreffen voornamelijk gebouwen en personenwagens. De toename in recht-op-gebruik activa was hierbij gelijk aan de toename in leaseverplichtingen. Bijkomende informatie betreffende de evolutie in leaseverplichtingen wordt vermeld in toelichting 38. Herwaarderingen van leasecontracten in de loop van 2020 bedroegen 2 miljoen euro (2019: 5 miljoen Euro) en betreffen voornamelijk verlengingen van bestaande leasecontracten. Afstotingen hebben betrekking op de verkoop van een deel van de HealthCare IT activiteiten (zie toelichting 20).
In 2019 werden waardeverminderingen op recht-op-gebruik activa erkend voor een bedrag van 4 miljoen euro voor verlieslatende contracten. Deze kosten worden deels gecompenseerd door een terugname van een voorziening voor verlieslatende contracten die bestonden op 1 januari 2019, de datum van initiële toepassing van IFRS 16, ten belope van 3 miljoen euro.
Gedurende 2016 verwierf de Groep een aandeel van 26,4% in de onderneming My Personal Health Record Express Inc. (MphRx) teneinde haar positie te versterken op de geïntegreerde zorgmarkt. Het betreden van de geïntegreerde zorgmarkt maakt deel uit van Agfa HealthCare's lange termijnstrategie om het aanbod van de HealthCare IT op de globale markt uit te breiden. De geassocieerde deelneming wordt gewaardeerd volgens de 'equity'-methode. Gedurende 2019 werden verliezen ten belope van 0,6 miljoen euro geboekt met betrekking tot het aangehouden aandeel.
In de loop van 2020 werd de investering in MphRx verkocht aan de Dedalus Groep.
| MILJOEN EURO | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Boekwaarde van de investering in MphRx, inclusief goodwill | 4 | - |
| Nettoverlies van MphRx, na winstbelastingen | (2) | - |
| Aandeel van de Groep in het nettoverlies van geassocieerde deelnemingen, na winstbelastingen (2019: 26,9%) |
(1) | - |
| Niet-gerealiseerde resultaten van MphRx, na winstbelastingen | - | - |
| Aandeel van de Groep in de niet-gerealiseerde resultaten van geassocieerde deelne mingen (2019: 26,9%) |
- | - |
| Beknopte financiële informatie van MphRx | ||
| Kortlopende activa | 2 | - |
| Eigen vermogen | (1) | - |
| Kortlopende verplichtingen | 2 | - |
| Aandeel van de Groep in het eigen vermogen (2019: 26,9%) | (0) | - |
| Goodwill inbegrepen in de boekwaarde van de investering in MphRx | 5 | - |
| Boekwaarde van de investering in MphRx | 4 | - |
Per einde december 2019 en 2020 bevatten financiële activa aan reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten de investering in Digital Illustrate Inc., een Koreaanse fabrikant van UV-printers. De Groep houdt een deelneming aan van 15% in deze onderneming. De investering wordt geboekt aan reële waarde, zijnde de genoteerde beurskoers. Veranderingen in de reële waarde worden geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten. De Groep duidde deze investering aan in de categorie aangehouden aan reële waarde met waardeveranderingen in de niet-gerealiseerde resultaten, gezien deze investering door de Groep beschouwd wordt als een strategische investering met de intentie om ze voor een lange termijn aan te houden. Er werden geen dividenden ontvangen gedurende 2020 (2019: 0,2 miljoen euro).
In de loop van 2020 stegen de financiële activa aan geamortiseerde kostprijs met 9 miljoen, tengevolge van de uitgifte van een verbintenis tot inning van de vordering met betrekking tot de verkoop van de Branchburg site in de Verenigde Staten. Deze verbintenis tot inning van de vordering heeft een vervaldag in juli 2021 en draagt een interestvoet van 3,5% per jaar.
| MILJOEN EURO | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Financiële activa gewaardeerd aan reële waarde met waardeveranderingen in de niet-gerealiseerde resultaten - eigen-vermogensinstrumenten |
6 | 5 |
| Financiële activa aan geamortiseerde kostprijs | 2 | 11 |
| TOTAAL | 8 | 16 |
Leaseovereenkomsten waarbij de tegenpartij, de leasingnemer, als economische eigenaar van het actief wordt beschouwd, worden opgenomen als vordering voor een bedrag gelijk aan de contante waarde van de toekomstige minimale leasebetalingen. De contante waarden van de toekomstige minimale leasebetalingen bedroegen 98 miljoen euro op 31 december 2020 (2019: 98 miljoen euro) en zullen tot aan het einde van de leaseperiode financieringsbaten voor een bedrag van 9 miljoen euro genereren (2019: 9 miljoen euro).
Op 31 december 2020 bedroegen de waardeverminderingen op deze vorderingen 2 miljoen euro (2019: 2 miljoen euro).
| 2019 | 2020 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Totaal van de toekomstige minimale leasebetalingen |
financieringsbaten Onverdiende |
toekomstige minimale lease Contante waarde van de betalingen |
Totaal van de toekomstige minimale leasebetalingen |
financieringsbaten Onverdiende |
Contante waarde van de toekomstige minimale leasebetalingen |
|
| Niet later dan één jaar | 39 | 4 | 35 | 34 | 4 | 31 | |
| Jaar +2 | 26 | 3 | 23 | 26 | 2 | 23 | |
| Jaar +3 | 18 | 1 | 17 | 20 | 2 | 19 | |
| Jaar +4 | 12 | 1 | 12 | 14 | 1 | 13 | |
| Jaar +5 | 7 | - | 6 | 6 | - | 6 | |
| Later dan vijf jaar | 4 | - | 4 | 5 | - | 4 | |
| Totaal minimale leasebetalingen | 106 | 9 | 97 | 105 | 9 | 96 | |
| Niet gegarandeerde restwaarde | 1 | - | 1 | 2 | - | 2 | |
| TOTAAL | 107 | 9 | 98 | 107 | 9 | 98 | |
| Waardeverminderingen | (2) | (2) | |||||
| Vorderingen uit leaseovereenkomsten | 96 | 96 |
De invorderbare, minimale leasebetalingen zijn als volgt:
De Groep sluit voor bepaalde uitrusting financiële leaseovereenkomsten af voornamelijk via Agfa Finance (zijnde Agfa Finance NV, haar filialen, Agfa Finance Corp. en Agfa Finance Inc.) en via Agfa verkooporganisaties in Nieuw-Zeeland, Australië en Zuid-Afrika. Bij het aangaan van de leaseovereenkomst bedraagt de contante waarde van de minimale leasebetalingen doorgaans minstens 90% van de reële waarde van de activa die onder een financiële lease worden aangehouden.
Het overgrote deel van de leaseovereenkomsten afgesloten met Agfa Finance hebben een niet-opzegbare leaseperiode van vier jaar. Meestal voorzien de overeenkomsten in een koopoptie voor het actief na het verstrijken van de leaseperiode aan een waarde die doorgaans tussen de 2% en 5% van de bruto-investering bij het afsluiten van de leaseovereenkomst bedraagt.
In sommige gevallen wordt de reële waarde van het actief terugbetaald door middel van een koopverplichting voor verbruiksgoederen aan een hogere waarde dan hun marktwaarde.
In dit geval dient de toeslag hoog genoeg te zijn om het initieel door de leasinggever geïnvesteerde bedrag te dekken.
In deze overeenkomsten kan de toeslag en/of de leaseperiode veranderd worden.
Agfa Finance biedt haar diensten aan via haar dochterondernemingen in Frankrijk en Italië en via haar bijkantoren in Europa (Spanje, Zwitserland, Benelux, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de Scandinavische landen), via Agfa Finance Corp. in de Verenigde Staten en Agfa Finance Inc. in Canada. Op 31 december 2020 bedroeg de contante waarde van de minimale leasebetalingen voor Agfa Finance vóór verrekening van waardeverminderingen 97 miljoen euro (2019: 98 miljoen euro). Agfa-verkooporganisaties in Australië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika bieden hun klanten financiering aan voor grafische uitrusting met een gemiddelde resterende leaseperiode van twaalf maanden. Op 31 december 2020 bedroeg de contante waarde van de minimale leasebetalingen vóór verrekening van waardeverminderingen 1 miljoen euro (2019: minder dan 0,5 miljoen euro). In 2020 heeft de Groep niets van de leaseportfolio verkocht (2019: 0,5 miljoen euro).
| MILJOEN EURO | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Grond- en hulpstoffen | 66 | 56 |
| Goederen in bewerking en halfafgewerkte producten | 103 | 103 |
| Afgewerkte producten | 33 | 28 |
| Handelsgoederen inclusief wisselstukken | 224 | 190 |
| Goederen onderweg en andere voorraden | 10 | 11 |
| TOTAAL | 436 | 389 |
De afwaarderingen van de voorraden naar opbrengstwaarde bedroegen 12 miljoen euro in 2020 (2019: 16 miljoen euro). Deze afwaarderingen hebben betrekking op verouderde, beschadigde of vervallen voorraad. De kost van deze voorraad is volledig afgeschreven.
Bijgevolg heeft de Groep op 31 december 2020 geen voorraden gewaardeerd aan reële waarde minus verkoopkosten.
In de geconsolideerde winst- en verliesrekening zijn de afwaarderingen van de voorraden in de kostprijs van verkopen verwerkt.
Overige vorderingen kunnen als volgt voorgesteld worden:
| MILJOEN EURO | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Overige vorderingen | ||
| Nog niet geactiveerde leasecontracten (1) | 7 | 5 |
| Vorderingen ten opzichte van het personeel | 1 | 1 |
| Overige vorderingen | 7 | 3 |
| TOTAAL | 15 | 9 |
(1) Leasingmateriaal dat nog niet werd geïnstalleerd bij de klant ter plaatse.
De reconciliatie van geldmiddelen en kasequivalenten zoals gerapporteerd in de geconsolideerde balans kan als volgt worden weergegeven:
| MILJOEN EURO | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Kas, depositorekeningen en cheques | 107 | 585 |
| Overige kas, depositorekeningen en cheques | 107 | 585 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten zoals gerapporteerd in de geconsolideerde balans | 107 | 585 |
| Negatieve banksaldi (in de balans opgenomen onder de rubriek 'Rentedragende verplichtingen') | (9) | - |
| Geldmiddelen en kasequivalenten zoals weergegeven in het geconsolideerd kasstroomoverzicht | 99 | 585 |
De vaste activa aangehouden voor verkoop hebben betrekking op de geplande verkoop van de activa van twee gesloten offset drukplatenfabrieken, in Leeds (Verenigd Koninkrijk) en in Vallese (Italië), beide toebehorend aan het operationele segment Offset Solutions. De verkoop van deze activa is voorzien in 2021. De boekwaarde van de betreffende terreinen, gebouwen en infrastructuur, werd gewaardeerd aan hun boekwaarde op 31 december. De reële waarde na aftrek van de verkoopkosten is groter dan de boekwaarde.
De vaste activa aangehouden voor verkoop met betrekking tot Branchburg (VS) werden in de loop van 2020 verkocht met een meerwaarde van 8 miljoen Euro (zie toelichting 9.1: 'Overige bedrijfsopbrengsten').
Overige langlopende en kortlopende activa kunnen als volgt voorgesteld worden:
| MILJOEN EURO | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Langlopend | ||
| Langetermijndienstverleningscontracten met betrekking tot toekomstige boekjaren (strategische leveranciers) |
4 | 2 |
| Vooruitbetalingen (zie toelichting 46.2 'Transacties met andere partijen') | 19 | 14 |
| Totaal langlopend | 24 | 16 |
| Kortlopend | ||
| Langetermijndienstverleningscontracten met betrekking tot toekomstige boekjaren (strategische leveranciers) |
12 | 10 |
| Voorschotten op kosten | 1 | 1 |
| Waarborgen en bewaargevingen | 5 | 4 |
| Vooruitbetalingen | 3 | 3 |
| Overige | - | - |
| Totaal kortlopend | 21 | 18 |
| TOTAAL | 45 | 34 |
De diverse componenten van het eigen vermogen evenals de wijzigingen tussen 1 januari 2019 en 31 december 2020 worden weergegeven in de 'Geconsolideerde Staat van het Eigen Vermogen'.
Op 31 december 2020 en 2019 bedraagt het maatschappelijk kapitaal van de Onderneming 187 miljoen euro, verdeeld over 171.851.042 volstorte gewone aandelen zonder nominale waarde. Het aantal uitstaande aandelen bedraagt 167.751.190. Aandeelhouders hebben recht op dividenden bij beslissing tot uitkering en hebben één stem per aandeel op de Algemene Vergadering van de Onderneming.
De reserve voor eigen aandelen bevat de kostprijs van de ingekochte eigen aandelen. Per 31 december 2020 hield de Groep 4.099.852 (2019: 4.099.852) eigen aandelen aan.
De reële waardereserve bevat voornamelijk de herwaardering van de deelneming van de Groep in Digital Illustrate Inc. aangeduid als gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de niet-gerealiseerde resultaten, dewelke nooit zullen overgeboekt worden naar de winst- en verliesrekening.
Per 31 december 2020 bevat de afdekkingsreserve het effectief gedeelte van de veranderingen in reële waarde van 'metal swap'-overeenkomsten en van termijnwisselcontracten aangeduid als kasstroomafdekkingen.
Gedurende 2020 en 2019 heeft de Groep een aantal 'metal swap'-overeenkomsten afgesloten met een investeringsbank. Deze contracten werden aangeduid als kasstroomafdekkingen van het risico op prijsschommelingen van de grondstoffen welke zeer waarschijnlijk zullen worden aangekocht. Het betreft contracten die zijn afgesloten voor de levering van grondstoffen en die in overeenkomst zijn met het verwachte verbruik van de Groep. Het deel van de winsten (verliezen) op de swap-overeenkomsten, dat effectief gebleken is, werd geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten na winstbelastingen (31 december 2020: 4 miljoen euro na winstbelastingen; 31 december 2019: minus 3 miljoen euro).
In de loop van 2020 en 2019 duidde de Groep termijnwisselcontracten aan als kasstroomafdekkingen van het vreemde-valutarisico in US dollar en Chinese renminbi met betrekking tot zeer waarschijnlijke toekomstige verkopen in die respectieve munten voor de volgende 15 maanden. Het deel van de winsten op de termijnwisselcontracten, dat effectief gebleken is (31 december 2020: 2 miljoen euro, na winstbelastingen; 31 december 2019: 0 miljoen euro), werd geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten na winstbelastingen.
Een reconciliatie in tabelvorm van de evolutie van de afdekkingsreserve per type van risico werd toegevoegd in toelichting 21.4 'Samenvattende tabel van de afdekkingsreserve'.
De herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van de toegezegdpensioenregelingen bevat zowel de impact van de eerste toepassing van de aanpassing aan IAS 19 (2011) en alle erop volgende herwaarderingen van de nettoverplichting uit hoofde van de toegezegdpensioenregelingen. Herwaarderingen van de nettoverplichting uit hoofde van de toegezegdpensioenregelingen hebben voornamelijk betrekking op actuariële winsten en verliezen en het rendement op fondsbeleggingen, exclusief de bedragen die vervat zitten in interestopbrengsten op de toegezegdpensioenregelingen.
| MILJOEN EURO | 31 december 2019 | toegezegdpensioenregelingen Herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van |
van de pensioenverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen van Herklassering van de herwaardering de entiteiten die verkocht werden naar ingehouden winsten |
Belastingsimpact | 31 december 2020 | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Toelichting 13 | Toelichting 17.4 | |||||||
| Herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen | ||||||||
| Met betrekking tot materiële landen | (998) | (101) | 2 | 3 | (1.093) | |||
| Met betrekking tot niet-materiële landen | (29) | (2) | 2 | - | (29) | |||
| TOTAAL | (1.027) | (102) | 4 | 3 | (1.122) |
De evolutie over het jaar 2020 wordt weergegeven in de volgende tabel:
De evolutie van het jaar, na winstbelastingen is een daling van 95 miljoen euro. Uitgestelde belastingen met betrekking tot de herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van de toegezegdpensioenregelingen worden eveneens geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten. Het effect van winstbelastingen wordt toegelicht in toelichting 17.4.
De herwaardering van de pensioenverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen met betrekking tot de entiteiten die verkocht werden aan de Dedalus Groep, werden geherklasseerd naar de ingehouden winsten (4 miljoen euro).
215
De valutakoersverschillen bevatten zowel de valutakoersverschillen die voortvloeien uit de omrekening van de jaarrekeningen van buitenlandse activiteiten, als de valutakoersverschillen afkomstig uit de omrekening van de verplichting die de netto-investering van de Onderneming in een buitenlandse entiteit afdekt. Tot mei 2016 maakte de Groep gebruik van termijnwisselverrichtingen uitgedrukt in US dollar om het valutarisico met betrekking tot de netto-investering in één van haar dochterondernemingen in de Verenigde Staten af te dekken. Vanaf mei 2016 heeft de Groep de aanwijzing van indekking van een netto-investering ingetrokken. Het effectieve deel van de winst op de afdekkingsinstrumenten dat rechtstreeks in de niet-gerealiseerde resultaten opgenomen werd (Valutakoersverschillen 31 december 2020: 10 miljoen euro, 31 december 2019: 10 miljoen euro), zal vrijvallen in de winst- en verliesrekening op het moment van afstoting of gedeeltelijke afstoting van de buitenlandse entiteit.
In 2019 werd er geen dividend uitbetaald naar aanleiding van de beslissing van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van Agfa-Gevaert NV van 14 mei 2019. In 2020 werd er geen dividend uitbetaald naar aanleiding van de beslissing van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van Agfa-Gevaert NV van 12 mei 2020. Voor 2021 wordt er geen betaling van dividend voorgesteld door de Raad van Bestuur.
Minderheidsbelangen houden een materieel belang aan in negen dochterondernemingen, gesitueerd in Groot-China en de ASEANregio (31 december 2020: 49 miljoen euro; 31 december 2019: 46 miljoen euro). In Europa zijn er een paar dochterondernemingen waarin minderheidsbelangen een aandeel aanhouden dat van ondergeschikt belang is voor de Groep (31 december 2020: 1 miljoen euro; 31 december 2019: 1 miljoen euro).
Met ingang van 1 september 2010 bundelen Agfa Graphics NV en haar zakenpartner Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd. hun activiteiten, gericht op het versterken van de marktpositie van beide partners in Groot-China en de ASEAN-regio. Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd. houdt een participatie aan van 49% in Agfa Graphics Asia Ltd., de holding van de gecombineerde activiteiten van beide partijen.
In de loop van 2019 transfereerde de Groep twee dochtervennootschappen naar Agfa Graphics Asia Ltd., de holdingmaatschappij van deze gecombineerde activiteiten waardoor het minderheidsbelang steeg met 1 miljoen euro.
In 2019 richtte Agfa Graphics Asia Ltd. een nieuwe vennootschap op, Agfa HuaGuang (Shanghai) Graphics, waarin Lucky HuaGuang Graphics Co. Ltd. een aandeel van 49% heeft. Hierdoor stegen de minderheidsbelangen met 2 miljoen euro.
De dochterondernemingen van Agfa Graphics Asia Ltd. zijn:
Op basis van de analyse van de 'Governance'-structuren die momenteel van kracht zijn, heeft de Groep geoordeeld dat ze controle heeft in de desbetreffende dochterondernemingen. Het geaccumuleerde bedrag toewijsbaar aan de minderheidsbelangen van Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd. en Lucky HuaGuang Graphics Co. Ltd. bedraagt 42 miljoen euro per 31 december 2020. Het deel van de winst van het jaar dat toebehoort aan de minderheidsbelangen van deze zakenpartners bedraagt 7 miljoen euro.
De volgende tabel geeft de financiële informatie weer voor de dochterondernemingen waarin de zakenpartner, Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd., een minderheidsbelang aanhoudt van 49%, opgesteld in overeenstemming met IFRS. Deze vennootschap werd in 2019 door Agfa Graphics Asia, een onderneming waarin de Groep een belang aanhoudt van 51%, en door Lucky HuaGuang Graphics Co Ltd.. samen opgericht. Deze laatste houdt een deelnemingspercentage aan van 49% in deze nieuw opgerichte vennootschap. Dit brengt het minderheidsbelang in deze vennootschap op 73,99%. De informatie is voor intercompany eliminaties met andere ondernemingen van de Agfa-Gevaert Groep.
| 2019 | 2020 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Agfa Graphics Asia Ltd. ondernemingen (49%) en haar dochter |
Graphics (73,99%) Agfa HuaGuang |
ondernemingen (49%) Ltd. en haar dochter Agfa Graphics Asia |
Graphics (73,99%) Agfa HuaGuang |
|
| Vlottende activa | 72 | 42 | 75 | 45 | |
| Vaste activa | 70 | - | 55 | 1 | |
| Kortlopende verplichtingen | 52 | 38 | 35 | 41 | |
| Langlopende verplichtingen | 3 | - | 2 | - | |
| Netto-activa Agfa Graphics Asia Ltd. en haar dochterondernemingen (geconsolideerd) |
87 | 4 | 94 | 5 | |
| Netto-activa toewijsbaar aan minderheidsbelangen in Agfa Graphics Asia Ltd. en haar dochterondernemingen (49%) |
43 | - | 46 | - | |
| Netto-activa toewijsbaar aan minderheidsbelangen in Agfa HuaGuang Graphics (73,99%) |
- | 3 | - | 3 | |
| Opbrengsten | 147 | 61 | 137 | 117 | |
| Winst over het boekjaar | 11 | - | 11 | 3 | |
| Winst over het boekjaar toewijsbaar aan minderheidsbelangen in Agfa Graphics Asia Ltd. en haar dochterondernemingen (49%) |
5 | - | 5 | - | |
| Winst over het boekjaar toewijsbaar aan minderheidsbelangen in Agfa HuaGuang Graphics (73,99%) |
- | - | - | 2 | |
| Niet-gerealiseerde resultaten: valutakoersverschillen | 1 | - | (2) | ||
| Niet-gerealiseerde resultaten toewijsbaar aan minderheidsbelangen in Agfa Graphics Asia Ltd. en haar dochterondernemingen (49%) |
|||||
| Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten toewijsbaar aan minderheidsbelangen in Agfa Graphics Asia Ltd. en haar dochterondernemingen (49%) |
5 | - | 3 | - | |
| Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten toewijsbaar aan minderheidsbelangen in Agfa HuaGuang Graphics (73,99%) |
- | - | - | 2 | |
| Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 8 | - | 5 | 1 | |
| Kasstromen uit investeringsactiviteiten | (18) | - | - | - | |
| Kasstromen uit financieringsactiviteiten | 10 | 2 | 4 | (1) | |
| Dividenden betaald aan minderheidsbelangen in het boekjaar (1) | - | - | - | - |
(1) inbegrepen in kasstromen uit financieringsactiviteiten
2019
| Toewijsbaar aan aandeelhouders van de Onderneming |
|||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Valutakoersverschillen | Afdekkingsreserve | Reële waardereserve | Herwaardering van de hoofde van toegezegd nettoverplichting uit pensioenregelingen |
TOTAAL | Minderheidsbelangen | NIET-GEREALISEERDE TOTAAL OVERIGE RESULTATEN |
| Valutakoersverschillen voor buitenlandse activiteiten |
7 | - | - | - | 7 | - | 7 |
| Effectief deel van veranderingen in de reële waarde van kasstroomafdekkingen geboekt in de niet gerealiseerde resultaten, na winstbelastingen |
- | (7) | - | - | (7) | - | (7) |
| Nettoverandering in de reële waarde van kas stroomafdekkingen die is overgeboekt naar de winst- en verliesrekening, na winstbelastingen |
- | 3 | - | - | 3 | - | 3 |
| Nettoverandering van de reële waardeveranderin gen van kasstroomafdekkingen die getransfereerd werd naar de boekwaarde van het afgedekte aktief, na winstbelastingen |
- | 14 | - | - | 14 | - | 14 |
| Nettoverandering in de reële waarde van beleggingen verwerkt via de niet-gerealiseerde resultaten |
- | - | (1) | - | (1) | - | (1) |
| Herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen, na winstbelastingen |
- | - | (131) | (131) | - | (131) | |
| TOTAAL OVERIGE NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN, NA WINSTBELASTINGEN |
7 | 10 | (1) | (131) | (115) | - | (115) |
| Toewijsbaar aan aandeelhouders van de Onderneming |
|||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Valutakoersverschillen | Afdekkingsreserve | Reële waardereserve | Herwaardering van de hoofde van toegezegd nettoverplichting uit pensioenregelingen |
TOTAAL | Minderheidsbelangen | NIET-GEREALISEERDE TOTAAL OVERIGE RESULTATEN |
| Valutakoersverschillen voor buitenlandse activiteiten |
(37) | - | - | - | (37) | (2) | (39) |
| Effectief deel van veranderingen in de reële waarde van kasstroomafdekkingen geboekt in de niet gerealiseerde resultaten, na winstbelastingen |
- | 5 | - | - | 5 | - | 5 |
| Nettoverandering in de reële waarde van kas stroomafdekkingen die is overgeboekt naar de winst- en verliesrekening, na winstbelastingen |
- | (1) | - | - | (1) | - | (1) |
| Nettoverandering van de reële waardeveranderin gen van kasstroomafdekkingen die getransfereerd werd naar de boekwaarde van het afgedekte aktief, na winstbelastingen |
- | 6 | - | - | 6 | - | 6 |
| Nettoverandering in de reële waarde van beleggingen verwerkt via de niet-gerealiseerde resultaten |
- | - | (1) | (1) | - | (1) | |
| Herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen, na winstbelastingen |
- | - | - | (99) | (99) | - | (99) |
| TOTAAL OVERIGE NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN, NA WINSTBELASTINGEN |
(37) | 10 | (1) | (99) | (127) | (2) | (129) |
| MILJOEN EURO | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Langlopende verplichtingen | 225 | 54 |
| 'Revolving'-kredietfaciliteit | 149 | - |
| Verplichtingen uit lease-overeenkomsten | 75 | 54 |
| Kortlopende verplichtingen | 101 | 29 |
| Bankschulden | 56 | 3 |
| Obligatielening | - | - |
| Negatieve banksaldi | 9 | - |
| Verplichtingen uit lease-overeenkomsten | 37 | 25 |
| TOTAAL RENTEDRAGENDE VERPLICHTINGEN | 326 | 83 |
In de loop van 2015 hernieuwde de Onderneming de 'revolving'-kredietfaciliteit voor een periode tot juli 2021. Het notioneel bedrag van deze faciliteit bedraagt 400 miljoen euro. Geldopnames onder deze kredietlijn worden gedaan voor korte periodes maar de Groep heeft, onder de bestaande herfinancieringovereenkomst, de mogelijkheid om de leningen te verlengen voor langere periodes na balansdatum. Er werden geen waarborgen verstrekt voor de kredietopeningen.
2020
In de overeenkomst van de kredietfaciliteit was gestipuleerd dat in het geval van een desinvestering, het nominaal bedrag van de faciliteit verminderd zou worden met 66% van de ontvangsten uit de verkoop van de activiteiten boven een bepaald plafond. Het nominaal bedrag van de kredietfaciliteit werd aldus verlaagd tot 270 miljoen euro.
Op 31 december 2020 zijn er geen opnames onder deze faciliteit (2019: 149 miljoen euro).
De verdeling over de diverse looptijden is als volgt:
| MILJOEN EURO | Nominaal bedrag |
bedrag | Uitstaand | Valuta | Intrestvoet | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Eindvervaldag | 2019 | 2020 | 2019 | 2020 | 2019 | 2020 | |
| 2021 | 400 | 270 | 149 | - | EUR | 1,3% | - |
| TOTAAL | 400 | 270 | 149 | - |
De Groep gaat leaseverplichtingen aan voor gebouwen (kantoorgebouwen en opslagruimtes), bedrijfswagens en ander transportmateriaal (vorkheftrucks), en overig materiaal zoals computeruitrusting. De leaseverplichtingen voor gebouwen bevatten zowel de jaarlijks vernieuwbare contracten met opties om de lease te vernieuwen als de contracten met looptijden die over een langere periode vastgeklikt zijn. De leaseverplichtingen met betrekking tot gebouwen bedragen 53 miljoen euro zijnde 67% van de totale leaseverplichtingen van de Groep en hebben een gemiddelde resterende looptijd van drie jaar. De leaseverplichtingen met betrekking tot bedrijfswagens lopen over een periode van vier tot vijf jaar en bedragen 28% van de totale leaseverplichtingen van de Groep. Leaseverplichtingen voor overig materiaal bedragen 3% van de totale leaseverplichtingen en betreffen voornamelijk vorkheftrucks, printers, verpakkingsmateriaal, enz.
| MILJOEN EURO | 2019 | 2020 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Eindvervaldag | Uitstaand bedrag |
impliciete rentevoet van de lease-overeenkomst |
Uitstaand bedrag |
impliciete rentevoet van de lease-overeenkomst |
|
| < 1 jaar | 37 | 3,6% | 25 | 3,2% | |
| tussen 1 - 5 jaar | 64 | 3,7% | 49 | 3,5% | |
| > 5 jaar | 11 | 4,4% | 5 | 4,3% | |
| TOTAAL | 112 | 79 |
De leaseverplichtingen omvatten geen kosten met betrekking tot leasecontracten met een lage waarde, met betrekking tot leasecontracten met een looptijd van minder dan 12 maanden en overige kosten die buiten de omvang van de standaard vallen. Deze kosten bedragen 10 miljoen euro (2019 herwerkt: 13 miljoen euro).
Bankschulden per 31 december 2020 bevatten kortlopende rentedragende verplichtingen voornamelijk in landen van Latijns-Amerika met een gewogen gemiddelde interestvoet van 10%.
In de loop van 2019 werd de obligatielening, oorspronkelijk uitgegeven in 2005 en geruild in een openbaar ruilbod in 2014, terugbetaald. Het uitstaande bedrag dat werd terugbetaald bedroeg 42 miljoen euro.
De tabel detailleert veranderingen in verplichtingen uit financieringsactiviteiten in kasstromen uit financieringsactiviteiten en niet-kasbewegingen. Verplichtingen uit financieringsactiviteiten betreffen verplichtingen waarvan de kasstromen geclassificeerd zijn of zullen worden in kasstromen uit financieringsactiviteiten in het geconsolideerde kasstroomoverzicht.
| Kasstromen uit financierings activiteiten |
Niet-kasbewegingen | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari 2020 MILJOEN EURO |
(3) Betaalde rente |
Nettoterugbetalingen van rentedragende verplichtingen |
overeenkomsten Nieuwe lease |
valutakoersverschillen Impact van |
leaseovereenkomsten Herwaardering van |
Financieringslasten op rentedragende verplichtingen |
Afstotingen | Boekwaarde per 31 december 2020 | |
| 'Revolving'-kredietfaciliteit | 149 | - | (150) | - | - | - | - | - | - |
| Bankschulden | 56 | (6) | (50) | - | (1) | - | 6 | - | 3 |
| Obligatielening | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Verplichtingen uit lease-overeenkomsten |
112 | - | (34)(1) | 23 | (3) | 1 | 2 | (23) | 79 |
| Negatieve banksaldi (2) | 9 | - | (8) | - | - | - | - | - | - |
| Totaal rentedragende verplichtingen |
326 | (6) | (242) | 23 | (4) | 1 | 8 | (23) | 83 |
(1) Bevat betaalde rente (2 miljoen euro)
(2) De beweging van de negatieve banksaldi zit vervat in de beweging van kas en kasequivalenten in het geconsolideerd kasstroomoverzicht
(3) Betaalde interesten uit het kasstroomoverzicht omvatten betaalde interesten op de netto financiële schuld (6 miljoen euro) en betaalde interesten
op kasmiddelen en kasequivalenten (1 miljoen euro).
De voorzieningen bedroegen 79 miljoen euro op 31 december 2020 (2019: 50 miljoen euro).
| MILJOEN EURO | Milieu voorzieningen |
Omzetgerelateerde voorzieningen |
Herstructureringen | Overige | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|---|
| Voorzieningen per 31 december 2019 | 3 | 25 | 12 | 9 | 50 |
| Voorzieningen aangelegd in de loop van het boekjaar |
1 | - | 77 | 1 | 78 |
| Aanwending van voorzieningen in de loop van het boekjaar |
- | (2) | (33) | (1) | (37) |
| Afstotingen | - | (9) | - | - | (9) |
| Terugname van voorzieningen in de loop van het boekjaar |
- | (2) | - | - | (2) |
| Valutakoersverschillen | - | (1) | - | (1) | (2) |
| Overboekingen | - | 1 | - | - | 1 |
| Voorzieningen per 31 december 2020 | 3 | 12 | 55 | 9 | 79 |
De voorzieningen met betrekking tot milieubescherming dekken toekomstige aanpassingswerken van terreinen en de sanering van bodems die zijn verontreinigd door vroegere industriële activiteiten. Opbrengstgerelateerde voorzieningen op balansdatum evenals de bijhorende bewegingen in de loop van het boekjaar omvatten voornamelijk voorzieningen wegens commissies betaalbaar aan agenten, voorzieningen voor garantieverplichtingen en commerciële betwistingen. Voorzieningen voor herstructureringen omvatten voornamelijk ontslagvergoedingen voor het personeel. Het merendeel van deze voorzieningen aangelegd in de loop van het boekjaar hebben betrekking op ontslagvergoedingen voor het personeel van de twee gesloten drukplatenfabrieken in Leeds (Verenigd Koninkrijk) en Pont-à-Marcq (Frankrijk) en op de aangekondigde reorganisatie van de activiteiten van de Computed Radiographyapparatuur fabrieken in Peissenberg en Peiting (Duitsland). Andere voorzieningen omvatten een provisie voor de ontmanteling van een fabriek voor drukvoorbereidingssystemen in Duitsland, voorzieningen voor rechtszaken (inclusief advocatenkosten) en een voorziening in verband met betwistingen over invoerrechten.
De overige te betalen posten, op 31 december 2020, bedragen 8 miljoen euro (2019: 9 miljoen euro) en omvatten een financiële verplichting gewaardeerd aan reële waarde met waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening (2020: 3 miljoen euro; 2019: 2 miljoen euro) zijnde een deposito van 3,4 ton zilver geplaatst bij een firma van metaalherwinning en raffinage, gewaardeerd aan de genoteerde marktprijs. De overige verplichtingen bevatten tevens een dividend van 1 miljoen euro betaalbaar aan minderheidsbelangen, toegerekende rente en overige te betalen posten.
De overige verplichtingen, kortlopend en langlopend op 31 december 2020, bedragen 2 miljoen euro (2019: 3 miljoen euro) en omvatten voornamelijk het onverdiende deel van de overheidssubsidies.
De moedermaatschappij van de Groep, Agfa-Gevaert NV (BE 0404 021 727), Mortsel (België), is de moedermaatschappij van de volgende belangrijke dochterondernemingen:
| Geconsolideerde ondernemingen per 31 december 2020 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Naam van de onderneming | Locatie | Deelnemings-% | ||||
| Agfa (Pty.) Ltd. | Isando/Republiek Zuid-Afrika | 51 | ||||
| Agfa (Wuxi) Imaging Co. Ltd. | Wuxi/Volksrepubliek China | 99,16 | ||||
| Agfa (Wuxi) Printing Plate Co. Ltd. | Wuxi/Volksrepubliek China | 51 | ||||
| Agfa ASEAN Sdn. Bhd. | Kuala Lumpur/Maleisië | 51 | ||||
| Agfa Corporation | Elmwood Park/Verenigde Staten van Amerika | 100 | ||||
| Agfa de Mexico S.A. de C.V. | Mexico D.F./Mexico | 100 | ||||
| Agfa Finance Corp. | Wilmington/Verenigde Staten van Amerika | 100 | ||||
| Agfa Finance Inc. | Toronto/Canada | 100 | ||||
| Agfa Finance Italy SpA | Milaan/Italië | 100 | ||||
| Agfa Finance NV | Mortsel/België | 100 | ||||
| Agfa Graphics Argentina S.A. | Buenos Aires/Argentinië | 100 | ||||
| Agfa Graphics Asia Ltd. | Hong Kong/Volksrepubliek China | 51 | ||||
| Agfa Graphics Ecuador CIA. LTDA | Quito/Ecuador | 100 | ||||
| Agfa Graphics Ltd. | Leeds/Verenigd Koninkrijk | 100 | ||||
| Agfa Middle East FCZO | Dubai/Verenigde Arabische Emiraten | 100 | ||||
| Agfa NV | Mortsel/België | 100 | ||||
| Agfa Graphics S.r.l. | Milaan/Italië | 100 | ||||
| Agfa HealthCare Argentina S.A. | Buenos Aires/Argentinië | 100 | ||||
| Agfa HealthCare Australia Limited | Scoresby/Australië | 100 |
| Agfa HealthCare Brasil Importacao e Servicos Ltda. | Sao Paulo/Brazilië | 100 |
|---|---|---|
| Agfa HealthCare Chile Ltda. | Santiago de Chile/Chili | 100 |
| Agfa HealthCare Colombia Ltda. | Bogota/Colombië | 100 |
| Agfa HealthCare Corporation | Greenville/Verenigde Staten van Amerika | 100 |
| Agfa HealthCare Denmark A/S | Virum/Denemarken | 100 |
| Agfa HealthCare Finland Oy AB | Espoo/Finland | 100 |
| Agfa HealthCare Germany GmbH | Düsseldorf/Duitsland | 100 |
| Agfa HealthCare Hong Kong Ltd. | Hong Kong/Volksrepubliek China | 100 |
| Agfa HealthCare Hungary Kft. | Boedapest/Hongarije | 100 |
| Agfa HealthCare Inc. | Mississauga/Canada | 100 |
| Agfa HealthCare India Private Ltd. | Thane/Indië | 100 |
| Agfa HealthCare Luxembourg S.A. | Bertrange/Luxemburg | 100 |
| Agfa HealthCare Malaysia Sdn. Bhd. | Kuala Lumpur/Maleisië | 100 |
| Agfa HealthCare Mexico S.A. de C.V. | Mexico D.F./Mexico | 100 |
| Agfa HealthCare Norway AS | Oslo/Noorwegen | 100 |
| Agfa HealthCare NV | Mortsel/België | 100 |
| Agfa HealthCare Saudi Arabia Company Limited LLC | Riyadh/Saoedi-Arabië | 100 |
| Agfa HealthCare (Shanghai) Co. Ltd. | Shanghai/Volksrepubliek China | 100 |
| Agfa HealthCare Singapore Pte. Ltd. | Singapore/Republiek Singapore | 100 |
| Agfa HealthCare South Africa Pty. Ltd. | Gauteng/Republiek Zuid-Afrika | 100 |
| Agfa HealthCare Spain S.A.U. | Barcelona/Spanje | 100 |
| Agfa HealthCare Sweden AB | Kista/Zweden | 100 |
| Agfa HealthCare UK Limited | Brentford/Verenigd Koninkrijk | 100 |
| Agfa Imaging (Shenzhen) Co. Ltd. | Shenzhen/Volksrepubliek China | 51 |
| Agfa Inc. | Mississauga/Canada | 100 |
| Agfa Industries Korea Ltd. | Seoul/Korea | 100 |
| Agfa Limited | Dublin/Ierland | 100 |
| Agfa Materials Corporation | Wilmington/Verenigde Staten van Amerika | 100 |
| Agfa Materials Japan Ltd. | Tokyo/Japan | 100 |
| Agfa Materials Taiwan Co. Ltd. | Taipei/Taiwan | 100 |
| Agfa Scots Ltd. | Edinburgh/Verenigd Koninkrijk | 100 |
| Agfa Singapore Pte. Ltd. | Singapore/Republiek Singapore | 51 |
| Agfa Solutions SAS | Rueil-Malmaison/Frankrijk | 100 |
| Agfa Sp. z.o.o. | Warschau/Polen | 100 |
| Agfa Taiwan Co. Ltd. | Taipei/Taiwan | 51 |
| Agfa-Gevaert A.E.B.E. | Athene/Griekenland | 100 |
| Agfa-Gevaert Aktiengesellschaft für Altersversorgung | Düsseldorf/Duitsland | 100 |
| Agfa-Gevaert Argentina S.A. | Buenos Aires/Argentinië | 100 |
| Agfa-Gevaert B.V. | Rijswijk/Nederland | 100 |
| Agfa-Gevaert Colombia Ltda. | Bogota/Colombië | 100 |
| Agfa-Gevaert do Brasil Ltda. | Sao Paulo/Brazilië | 100 |
| Agfa-Gevaert Graphic Systems GmbH | Düsseldorf/Duitsland | 100 |
| Agfa-Gevaert HealthCare GmbH | Düsseldorf/Duitsland | 100 |
| Agfa-Gevaert Japan Ltd. | Tokyo/Japan | 100 |
| Agfa-Gevaert Limited | Scoresby/Australië | 100 |
| Agfa-Gevaert Limited | Brentford/Verenigd Koninkrijk | 100 |
| Agfa-Gevaert Ltda. | Santiago De Chile/Chili | 100 |
| Agfa-Gevaert GmbH | Düsseldorf/Duitsland | 100 |
|---|---|---|
| Agfa-Gevaert NZ Ltd. | Auckland/Nieuw-Zeeland | 100 |
| Agfa-Gevaert S.A.S. | Pont-à-Marcq/Frankrijk | 100 |
| Agfa-Gevaert S.p.A. | Milaan/Italië | 100 |
| Lastra Attrezzature S.r.l. | Manerbio/Italië | 60 |
| Litho Supplies (UK) Ltd. | Derby/Verenigd Koninkrijk | 100 |
| Luithagen NV | Mortsel/België | 100 |
| New ProImage America Inc. | Princeton/Verenigde Staten van Amerika | 100 |
| New ProImage Ltd. | Netanya/Israël | 100 |
| OOO Agfa Graphics | Moskou/Russische Federatie | 51 |
| OOO Agfa | Moskou/Russische Federatie | 100 |
| Agfa HealthCare Kazakhstan LLP | Almaty/Republiek Kazakhstan | 100 |
| Agfa HealthCare Ukraine LLC | Kiev/Oekraïne | 100 |
| PT Gevaert-Agfa HealthCare Indonesia | Jakarta/Indonesië | 100 |
| Bodoni Systems | Watford/Verenigd Koninkrijk | 100 |
| Agfa HealthCare Middle East FZ-LLC | Dubai/Verenigde Arabische Emiraten | 100 |
| Agfa HealthCare IT UK Limited | Middlesex/Verenigd Koninkrijk | 100 |
| Agfa South Africa (Pty) Ltd. | Gauteng/Republiek Zuid-Afrika | 100 |
| Agfa Australia Pty Ltd. | Scoresby/Australië | 100 |
| Agfa Canada Inc. | Mississauga/Canada | 100 |
| Agfa US Corp. | Greenville/Verenigde Staten van Amerika | 100 |
| IPAGSA Technologies S.L.U. | Barcelona/Spanje | 100 |
| Agfa Graphics Shanghai Co. Ltd. | Shanghai/Volksrepubliek China | 51 |
| Agfa HealthCare IT (Shanghai) Co. Ltd. | Shanghai/Volksrepubliek China | 100 |
| Agfa Hong Kong Ltd. | Hong Kong/Volksrepubliek China | 100 |
| Agfa HealthCare Vietnam Co. Ltd. | Ho Chi Minh City/Vietnam | 100 |
| IPAGSA (Shanghai) Printing Materials Co. Ltd. | Shanghai/Volksrepubliek China | 100 |
| Agfa HuaGuang (Shanghai) Graphics Equipment Ltd. | Shanghai/Volksrepubliek China | 26,01 |
| Agfa Alterssicherungs-AG | Düsseldorf/Duitsland | 100 |
Gedurende 2020 werden de investeringen verwerkt volgens de 'equity'-methode verkocht aan de Dedalus Groep.
Binnen het segment HealthCare IT biedt de Groep diensten aan onder een 'Software as a service'-model ('Saas'). Dit zijn modellen waarbij hardware, software en diensten aangeboden worden aan klanten op basis van een betaal-per-gebruik systeem of op basis van een maandelijkse of jaarlijkse fee. Deze modellen worden aangeboden ofwel ter plekke bij de klant, ofwel vanop afstand of een combinatie van beide. De Groep garandeert het beheer van het systeem over de contractuele periode en biedt dagelijks onderhoud, ondersteuning en technische handelingen aan aan de klanten. Deze contracten kunnen een operationele leasecomponent bevatten. De lease-inkomsten gerelateerd aan deze component bedroegen 6 miljoen euro in 2020 (2019: 6 miljoen euro) en werden in 'Opbrengsten' erkend op basis van het gebruik of consumptie door de klant. De Groep biedt tevens 'bundle deals' aan, zijnde contracten waarbij apparatuur gefinancierd wordt door een verhoogde prijs op consumptiegoederen. Deze contracten kunnen een operationele leasecomponent bevatten. De lease-inkomsten gerelateerd aan deze component worden in 'Opbrengsten' erkend op basis van de aankoop van de consumptiegoederen. Het totaal van activa in operationele leasecontracten op de geconsolideerde balans bedragen 5 miljoen euro per 31 december 2020 (31 december 2019: 11 miljoen euro) (zie toelichting 28).
De voorwaardelijke verplichtingen vloeiden volledig voort uit verbintenissen aan derden gegeven en omvatten:
| MILJOEN EURO | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Bankgaranties | 37 | 34 |
| Overige | 1 | - |
| Bedrijfsgaranties | 407 | 224 |
| TOTAAL | 445 | 258 |
Bedrijfsgaranties betreffen door de Onderneming gegeven garanties namens haar dochtervennootschappen aan banken en hebben voornamelijk betrekking op de 'revolving'-kredietfacilitiet (zie toelichting 38.1) en andere genegocieerde kredietlijnen.
Er zijn geen aankoopverplichtingen in het kader van belangrijke investeringsprojecten waarvoor de respectieve contracten al werden toegekend of de orders werden geplaatst.
De Groep is momenteel niet betrokken in een of ander groot geschil, met uitzondering van het geschil in verband met de insolvabiliteit van AgfaPhoto.
In verband met de verkoop van de Consumer Imaging-activiteiten van (toenmalige) Agfa-Gevaert AG en van sommige van haar (toenmalige) dochtervennootschappen had de Groep diverse contractuele relaties afgesloten met AgfaPhoto Holding GmbH, AgfaPhoto GmbH en hun dochtervennootschappen in verschillende landen (de AgfaPhoto Groep). Daarbij werd voorzien in de overdracht van haar Consumer Imaging activiteiten, inbegrepen activa, verplichtingen, contracten en personeel naar de vennootschappen behorende tot de AgfaPhoto Groep.
Na de verkoop werd een aanvraag tot faillissement ingediend door AgfaPhoto GmbH en een aantal van haar dochtervennootschappen zowel in Duitsland als in andere landen. In verschillende landen werden gerechtelijke procedures tegen de Groep ingespannen. Deze procedures zijn intussen afgesloten, met uitzondering van het volgende geschil.
In verband met deze verkoop diende de curator van AgfaPhoto GmbH verschillende aanvragen tot arbitrage in bij het ICC Internationale Arbitragehof in Parijs, Frankrijk. In de laatste nog hangende arbitrageprocedure vorderde de curator een vergoeding voor vermeende onderkapitalisatie van AgfaPhoto GmbH alsmede voor het vermeende veroorzaken van het faillissement van AgfaPhoto GmbH. In een einduitspraak dd. 31 mei 2018 heeft het ICC Tribunaal alle vorderingen van de curator afgewezen en hem de verplichting opgelegd om Agfa voor een zeer belangrijk deel van de kosten van Agfa in deze arbitrageprocedure te vergoeden. In oktober 2018 heeft de curator voor een Duitse rechtbank ('Oberlandesgericht Frankfurt/Main' of 'OLG') een verzoek tot nietigverklaring van de arbitrale einduitspraak ingediend. Bij vonnis dd. 16 januari 2020 heeft het OLG de arbitrale einduitspraak dd. 31 mei 2018 nietig verklaard. De betrokken Agfa-vennootschappen hebben tegen dit vonnis hoger beroep aangetekend voor het 'Bundesgerichtshof' ('BGH'). Het 'BGH' heeft het 'OLG'-vonnis bevestigd bij besluit dd. 26 november 2020 dat aan de Groep op 20 januari 2021 werd medegedeeld. Na verder onderzoek hebben de betrokken Agfa-vennootschappen afgezien van het aantekenen van hoger beroep voor het Duits Federaal Grondwettelijk Hof ('Bundesverfassungsgericht'). Bijgevolg is de einduitspraak dd. 31 mei 2018 definitief nietig en heeft de curator van AgfaPhoto GmbH zijn voornemen bekendgemaakt om zijn vorderingen opnieuw te doen gelden. De Groep zal zich krachtig verdedigen in dergelijke nieuwe procedures.
Andere juridische risico's van de Groep betreffen een geschil met een voormalige verdeler van producten van de Groep in Bolivië, die een compensatie claimt voor contractbreuk. De Groep meent dat het in haar verweer in dit geschil over voldoende argumenten beschikt en verdedigt haar belangen krachtdadig.
Het totaal van de beloningen voor managers op sleutelposities (exclusief patronale sociale bijdragen) opgenomen in de winst- en verliesrekening bedraagt:
| 2019 | 2020 | |||
|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Bestuurders | Executive Management |
Bestuurders | Executive Management |
| Kortlopende personeelsbeloningen | 0,6 | 4,2 | 0,5 | 7,9 |
| Ontslagvergoedingen | - | - | - | 1,6 |
| Vergoedingen na uitdiensttreding | - | 0,2 | - | 0,2 |
| Op aandelen gebaseerde betalingen | - | - | - | - |
| TOTAAL | 0,6 | 4,4 | 0,5 | 9,7 |
Op 31 december 2020 waren er geen uitstaande leningen ten behoeve van managers op sleutelposities. De verplichtingen voor vergoedingen na uitdiensttreding voor de leden en de gepensioneerde leden van het Executive Management, opgenomen in de geconsolideerde balans op 31 december 2020, bedragen 16 miljoen euro. Het totaal van de beloningen voor managers op sleutelposities is ook inbegrepen in het Remuneratieverslag p. 272-278.
Transacties met verwante partijen betreffen voornamelijk handelstransacties.
De Groep en haar zakenpartner Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd. hebben hun activiteiten gebundeld vanaf 2010, gericht op het versterken van de marktpositie van beide partners in Groot-China en de ASEAN-regio. Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd. heeft een participatie van 49% in Agfa Graphics Asia Ltd., de holding van de gecombineerde activiteiten van beide partijen. In de loop van 2019 transfereerde de Groep twee dochtervennootschappen naar Agfa Graphics Asia Ltd. In 2019 richtte Agfa Graphics Asia Ltd. een nieuwe vennootschap op, Agfa HuaGuang (Shanghai) Graphics, waarin Lucky HuaGuang Graphics Co. Ltd. een aandeel van 49% heeft. Deze strategische alliantie moet beide partners toelaten groei te realiseren door optimalisering van hun sterktes met betrekking tot productie, technologie en distributie van offset-producten en -diensten.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de transactiewaarde en het openstaand saldo tussen de Groep en haar verbonden partijen Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd. en Lucky HuaGuang Graphics Co. Ltd. In de loop van 2019 verwierf Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd. een dividend van 0,3 miljoen euro (49%). In de loop van 2020 werd aan Lucky HuaGuang Graphics Co. Ltd. een dividend ten belope van 1 miljoen Euro toegekend dat in de loop van 2021 zal worden uitbetaald.
| Transactiewaarde per jaareinde |
Openstaand saldo per jaareinde |
|||
|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | 2019 | 2020 | 2019 | 2020 |
| Verkopen aan Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd. |
22 | 37 | 4 | 1 |
| Verkopen aan Lucky HuaGuang Graphics Co. Ltd. | 7 | 10 | 1 | 2 |
| Aankopen van Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd. |
78 | 75 | 2 | 6 |
| Aankopen van Lucky HuaGuang Graphics Co. Ltd. | 68 | 104 | 28 | 31 |
| Dividend | 0,3 | 1 | - | 1 |
| Voorschot | 26 | - | 24 | 14 |
Voorschotten met een openstaand saldo van 14 miljoen euro betreffen leveranciersvoorschotten aan ondernemingen van de Shenzhen Brother Gao Deng groep voor wiens rekening de filmconversie plaatsvindt en via wie ook aluminium wordt aangekocht. Dit voorschot met een openstaand saldo van 14 miljoen euro wordt terugbetaald op basis van toekomstige filmvolumes geleverd aan Agfa Graphics Asia Ltd. In de geconsolideerde balans van de Groep wordt dit voorschot gerapporteerd als Overige activa (zie toelichting 36).
Op 5 maart 2021 heeft Agfa-Gevaert NV een 'revolving'-kredietfaciliteit van 230 miljoen euro afgesloten voor een periode van drie jaar. Er werden geen waarborgen verstrekt voor deze nieuwe kredietfaciliteit. Ze loopt tot maart 2024 maar is twee keer verlengbaar met telkens één jaar. Deze nieuwe 'revolving'-kredietfaciliteit zal gebruikt worden voor algemene bedrijfsdoeleinden. De toepasbare interestvoet is Euribor, Libor of een equivalente benchmark interestvoet (Reuters) verhoogd met een marge.
Op 10 maart 2021 heeft de Groep een programma van terugkoop van aandelen aangekondigd voor een bedrag van 50 miljoen euro. Het programma zal de aandeelhouders toelaten om voordeel te halen uit de verkoop van de HealthCare IT-activiteiten en toont het vertrouwen van de Groep in het lopende transformatieproces.
De honoraria met betrekking tot audit en aan audit gerelateerde prestaties geleverd door KPMG Bedrijfsrevisoren en zijn netwerk kan als volgt gedetailleerd worden:
| EURO | 2019 | 2020 |
|---|---|---|
| Bezoldiging van de commissaris voor de uitoefening van een mandaat van commissaris voor de Vennootschap en de Groep (België) |
784.851 | 781.516 |
| Bezoldiging van de commissaris voor uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd voor de Vennootschap en de Groep: |
||
| Andere controle | 373.051 | 142.606 |
| Belastingadvies | - | - |
| Andere opdrachten buiten de revisorale | - | - |
| SUBTOTAAL | 1.157.902 | 924.122 |
| Bezoldigingen van personen met wie de commissaris verbonden is voor de uitoefening van een mandaat van commissaris voor de Groep (Buitenlandse vennootschappen) |
1.102.348 | 716.789 |
| Bezoldiging van personen met wie de commissaris verbonden is voor uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd voor de Groep (België en buitenlandse vennootschappen) |
||
| Andere controle | 65.038 | 48.751 |
| Belastingadvies | 82.658 | 40.604 |
| Andere opdrachten buiten de revisorale | 1.522.862 | 190.965 |
| SUBTOTAAL | 2.772.906 | 997.110 |
| TOTAAL | 3.930.808 | 1.921.232 |
De honoraria voor de audit van de financiële staten bevatten honoraria voor de audit van de geconsolideerde jaarrekening alsook de honoraria voor de audit van de financiële staten van dochterondernemingen in België en in het buitenland. De andere opdrachten buiten de revisorale omvatten adviesverlening in het kader van speciale opdrachten.
De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld op basis van historische kostprijs, met uitzondering van de volgende van materieel belang zijnde balansposten:
Bedrijfscombinaties worden verwerkt op basis van de overnamemethode op overnamedatum, zijnde de datum waarop de zeggenschap overgaat naar de Groep. De Groep heeft zeggenschap over een entiteit indien zij op basis van haar betrokkenheid bij de entiteit is blootgesteld aan, dan wel recht heeft op, variabele rendementen en de mogelijkheid heeft die rendementen te beïnvloeden aan de hand van haar zeggenschap over de entiteit.
Goodwill wordt niet afgeschreven maar op bijzondere waardevermindering getoetst, op jaarlijkse basis en telkens er een aanwijzing bestaat dat de kasstroomgenererende eenheid waaraan goodwill werd toegerekend mogelijk een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Het onderzoek van kasstroomgenererende eenheden op bijzondere waardevermindering wordt toegelicht in een daartoe voorziene rubriek van deze grondslagen. Goodwill wordt gewaardeerd tegen kostprijs, verminderd met geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. Voor geassocieerde deelnemingen wordt het bedrag van de goodwill opgenomen in de boekwaarde van de investering.
De goodwill op overnamedatum wordt bepaald als:
Indien het belang van de Groep in de netto reële waarde van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen, de kostprijs van de bedrijfscombinatie overtreft, wordt dit surplus onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen. Voorwaardelijke te betalen vergoedingen worden opgenomen in de balans aan reële waarde op overnamedatum. Wijzigingen aan de reële waarde van voorwaardelijke te betalen vergoedingen, welke in de balans als verplichting zijn opgenomen, worden verwerkt via de winst- en verliesrekening.
Overnamekosten worden onmiddellijk in de winst- en verliesrekening geboekt.
Een beëindigde bedrijfsactiviteit is een onderdeel van het bedrijf van de Groep, de activiteiten en kasstromen die duidelijk onderscheiden kunnen worden van de rest van de Groep en die
De classificatie als beëindigde bedrijfsactiviteiten gebeurt op de vroegste datum van ofwel afstoting ofwel het moment dat de activiteiten voldoen aan de voorwaarden om geclassificeerd te worden als aangehouden voor verkoop. Ingeval dat de activiteiten geclassificeerd worden als beëindigde bedrijfsactiviteiten, dan worden de vergelijkende staten van de winst- en verliesrekening en de niet-gerealiseerde resultaten herwerkt alsof de activiteiten reeds beëindigd werden van bij de aanvang van de vergelijkende periode.
Minderheidsbelangen worden gewaardeerd tegen het proportionele aandeel in de netto-identificeerbare activa van de verworven partij op overnamedatum.
Dochterondernemingen zijn deze entiteiten waarover de Groep zeggenschap uitoefent.
De Groep heeft zeggenschap over een entiteit indien zij op basis van haar betrokkenheid bij de entiteit is blootgesteld aan, dan wel recht heeft op, variabele rendementen en de mogelijkheid heeft die rendementen te beïnvloeden aan de hand van haar zeggenschap over de entiteit. De jaarrekeningen van de dochterondernemingen worden in de consolidatiekring opgenomen vanaf de datum van verwerving tot het einde van de zeggenschap.
Wijzigingen in het eigendomsbelang van een moedermaatschappij in een dochteronderneming die niet tot een verlies van zeggenschap leiden, worden verwerkt als eigenvermogens-transacties (d.w.z. transacties van aandeelhouders in hun hoedanigheid van eigenaar). In dergelijke omstandigheden moeten de boekwaarden van de meerderheids- en minderheidsbelangen worden aangepast om de wijzigingen in hun relatieve belangen in de dochteronderneming weer te geven. Aanpassingen aan minderheidsbelangen, als gevolg van verrichtingen die niet leiden tot een verlies van zeggenschap, zijn gebaseerd op een proportioneel aandeel in het nettoactief van de dochteronderneming. Elk eventueel verschil tussen het bedrag waarmee de minderheidsbelangen worden aangepast en de reële waarde van de ontvangen of betaalde vergoeding, moet rechtstreeks in het eigen vermogen worden verwerkt en aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij worden toegewezen.
Wanneer een moedermaatschappij de zeggenschap over een dochteronderneming verliest, neemt ze op de datum waarop ze de zeggenschap verliest de boekwaarde van de activa en verplichtingen van de dochteronderneming evenals de boekwaarde van minderheidsbelangen in de voormalige dochteronderneming (met inbegrip van aan die minderheidsbelangen toerekenbare componenten van niet-gerealiseerde resultaten) niet langer in de balans op. Elk verschil dat voortvloeit uit een verlies van zeggenschap wordt als een winst of verlies opgenomen. Elke investering die de Groep aanhoudt in de voormalige dochteronderneming wordt opgenomen aan reële waarde op de datum van verlies van zeggenschap. Na eerste opname wordt de investering, afhankelijk van het deelnemingspercentage, verwerkt volgens de 'equity'-methode of als een financieel actief.
Een geassocieerde deelneming is een entiteit waarin de Onderneming invloed van betekenis heeft en die geen dochteronderneming of belang in een joint venture is. Als de Onderneming tussen 20% en 50% van de stemrechten van de deelneming aanhoudt, wordt verondersteld dat de Onderneming invloed van betekenis heeft. Volgens de 'equity'-methode wordt de investering in een geassocieerde deelneming bij eerste opname gewaardeerd aan de kostprijs. De kostprijs van de investering omvat transactiekosten. Een investering in een geassocieerde deelneming wordt verwerkt volgens de 'equity'-methode vanaf de datum waarop de investering een geassocieerde deelneming wordt. Bij de verwerving van de investering wordt een eventueel verschil tussen de kostprijs van de investering en het aandeel van de Onderneming in de netto reële waarde van de identificeerbare activa en verplichtingen van de geassocieerde deelneming als volgt verwerkt:
Winsten en verliezen die voortvloeien uit 'upstream'- en 'downstream'-transacties tussen de Onderneming (met inbegrip van zijn geconsolideerde dochterondernemingen) en een geassocieerde deelneming worden alleen in de jaarrekening van de Onderneming geëlimineerd ten belope van het belang van de Onderneming in de geassocieerde deelneming. Een voorbeeld van een 'upstream'-transactie is de verkoop van activa van een geassocieerde deelneming aan de Onderneming. Een voorbeeld van een 'downstream'-transactie is de verkoop van activa van de Onderneming aan een geassocieerde deelneming.
Vanaf de datum waarop de Onderneming invloed van betekenis over de geassocieerde deelneming verliest, wordt betreffende investering verwerkt conform IFRS 9. Bij verlies van invloed van betekenis waardeert de Onderneming de investering in voormalige geassocieerde deelneming aan de reële waarde.
De Onderneming erkent in de winst- en verliesrekening alle verschillen tussen:
De bedragen opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten met betrekking tot geassocieerde deelnemingen worden op dezelfde basis verwerkt alsof de geassocieerde onderneming de desbetreffende activa en verplichtingen zelf gedesinvesteerd zou hebben.
Een gezamenlijke overeenkomst is een overeenkomst waarover twee of meerdere partijen gezamenlijk zeggenschap uitoefenen. Gezamenlijk zeggenschap over een overeenkomst bestaat alleen wanneer contractueel is vastgesteld dat beslissingen over relevante activiteiten met unanimiteit van de betrokken partijen kunnen worden genomen. Afhankelijk van de rechten en verplichtingen van de betrokken partijen wordt een gezamenlijke overeenkomst geklasseerd als een activiteit waarover gezamenlijk de zeggenschap wordt uitgeoefend of als een joint venture.
Een activiteit waarover gezamenlijk de zeggenschap wordt uitgeoefend, betreft een overeenkomst waarbij de partijen gezamenlijk rechten hebben op de activa van de overeenkomst en verplichtingen uit hoofde van de schulden van de overeenkomst. De geconsolideerde jaarrekening omvat de activa waarover de Groep zeggenschap uitoefent en de verplichtingen die de Groep aangaat bij de uitvoering van de gezamenlijke activiteit, evenals de kosten die de Groep maakt en het aandeel van de opbrengsten dat de Groep met de gezamenlijke activiteit verdient.
Een joint venture is een overeenkomst waarover de Groep gezamenlijke zeggenschap uitoefent, waardoor de Groep rechten heeft op de nettoactiva van de overeenkomst, maar geen rechten op de activa van de overeenkomst en geen verplichtingen uit hoofde van de schulden van de overeenkomst. De Groep neemt zijn belang op in een entiteit waarover gezamenlijk de zeggenschap wordt uitgeoefend volgens de 'equity'-methode (zie toelichting 50.1.6).
Alle intragroepsaldi en -transacties, met inbegrip van niet-gerealiseerde resultaten op intragroeptransacties en -dividenden, worden bij de opmaak van de geconsolideerde jaarrekening geëlimineerd. Niet-gerealiseerde winsten en verliezen uit transacties binnen de Groep die zijn opgenomen in de activa, zoals voorraden en vaste activa, worden volledig geëlimineerd. Niet-gerealiseerde winsten uit transacties met geassocieerde deelnemingen worden geëlimineerd naar ratio van het belang dat de Groep in de entiteit heeft. Niet-gerealiseerde verliezen worden op dezelfde wijze geëlimineerd als niet-gerealiseerde winsten, maar alleen voor zover er geen aanwijzing is voor een bijzondere waardevermindering.
Elementen opgenomen in de jaarrekening van de entiteiten van de Groep worden gewaardeerd in de valuta van de primaire economische omgeving waarin de entiteit actief is (de functionele valuta). De geconsolideerde jaarrekening wordt voorgesteld in euro die de functionele valuta en presentatievaluta van de Onderneming is.
Alle verrichtingen in andere dan de functionele valuta zijn verrichtingen in vreemde valuta. Verrichtingen in vreemde valuta worden omgerekend in de functionele valuta op basis van de wisselkoers die geldt op de transactiedatum. Valutakoersverschillen als gevolg van de afwikkeling van dergelijke verrichtingen en van de omrekening van monetaire activa en verplichtingen uitgedrukt in vreemde valuta aan slotkoers worden in de winst- en verliesrekening opgenomen. Echter de vreemde valutakoersresultaten die voortvloeien uit de volgende transacties worden erkend in de niet-gerealiseerde resultaten:
• een investering in eigen-vermogensinstrumenten aangeduid als aan reële waarde met waardeveranderingen via de niet-gerealiseerde resultaten, behalve in het geval van een bijzonder waardeverminderingsverlies waarbij de valutaverschillen die in de niet-gerealiseerde resultaten opgenomen waren, geherclassificeerd worden naar de winst- en verliesrekening;
• kasstroomafdekkingen voor zover deze als effectief beschouwd worden.
Niet-monetaire posten die in vreemde valuta worden uitgedrukt en tegen historische kostprijs worden gewaardeerd, worden omgerekend op basis van de wisselkoers die geldt op de transactiedatum.
Een buitenlandse activiteit is een entiteit die een dochteronderneming, geassocieerde deelneming, joint venture of filiaal van de verslaggevende entiteit is en waarvan de activiteiten zijn gebaseerd of worden uitgevoerd in een andere valuta dan euro.
De resultaten en financiële positie van al de groepsondernemingen worden voor consolidatiedoeleinden omgerekend in de presentatievaluta op de volgende wijze:
Alle resulterende valutakoersverschillen worden als een afzonderlijke component in het eigen vermogen onder 'Valutakoersverschillen' opgenomen. Het bedrag dat toewijsbaar is aan minderheidsbelangen wordt opgenomen als deel van de minderheidsbelangen.
Bij het afstoten van een buitenlandse activiteit moet het cumulatieve bedrag van de valutakoersverschillen dat verband houdt met die buitenlandse activiteit, opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten en verwerkt in de afzonderlijke component van het eigen vermogen, worden overgeboekt van het eigen vermogen naar de winst- en verliesrekening (als een herclassificatie-aanpassing) op het ogenblik dat de winst of het verlies op de afstoting wordt opgenomen. Bij gedeeltelijke afstoting van een dochteronderneming die een buitenlandse activiteit omvat, moet de entiteit het evenredige deel van het cumulatieve bedrag van de valutakoersverschillen, opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten, toewijzen aan de minderheidsbelangen in die buitenlandse activiteit. Bij elke andere gedeeltelijke afstoting van een buitenlandse activiteit moet de entiteit alleen het evenredig deel van het cumulatieve bedrag van de valutakoersverschillen, opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten, overboeken naar de winst- en verliesrekening.
Elke vermindering van het belang in een buitenlandse activiteit wordt beschouwd als een gedeeltelijke afstoting van een buitenlandse activiteit, met uitzondering van verminderingen die leiden tot:
Deze gedeeltelijke afnamen van belangen in buitenlandse activiteiten worden administratief verwerkt als afstotingen wat leidt tot een herclassificatie-aanpassing van de valutakoersverschillen op deze buitenlandse activiteiten, opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten, naar de winst- en verliesrekening.
Opbrengsten uit contracten met klanten worden erkend volgens de principes zoals gestipuleerd in IFRS 15 Opbrengsten uit contracten met klanten. Deze standaard introduceert een vijfstappen aanpak in de bepaling van de methode voor het boeken van opbrengsten: als eerste stap dient het contract met de klant geïdentificeerd te worden, nadien dienen de prestatieverplichtingen in het contract bepaald te worden, in een derde stap dient de transactieprijs bepaald te worden, nadien wordt de transactieprijs toegewezen aan de prestatieverplichtingen in het contract en als laatste stap worden de opbrengsten geboekt wanneer de entiteit een prestatieverplichting vervult. De standaard bepaalt tevens dat de opbrengsten dienen geboekt te worden op een bepaald moment of gespreid over een bepaalde periode.
Opbrengsten worden netto – na belastingen, kortingen en rabatten – geregistreerd.
De Groep hanteert een verschillende aanpak wat betreft de erkenning in opbrengsten uit de verkoop van goederen, uit de verkoop van diensten en uit de verkoop van overeenkomsten waarin meerdere goederen en/of diensten samen aan de koper worden aangeboden
Opbrengsten uit de verkoop van goederen bevatten opbrengsten uit de verkoop van consumptiegoederen, chemicaliën, vervangingsonderdelen, apart verkochte apparatuur en softwarelicenties. Opbrengsten uit dienstverlening bevat diensten met betrekking tot de installatie, onderhoud en dienstverlening na verkoop. De Groep sluit tevens overeenkomsten af waarin meerdere goederen en/of diensten samen aangeboden worden aan de koper ('multiple-element arrangements'). Deze overeenkomsten omvatten de verkoop van software, licenties, hardware, installatiediensten, onderhoud en dienstverlening na verkoop. De aan klanten gefactureerde vervoerskosten worden geboekt in opbrengsten in de periode.
Omzet uit de verkoop van goederen wordt erkend op het moment dat de controle van de goederen overgaat op de klant en wanneer er geen onzekerheid bestaat omtrent de inning van de verkoopprijs. In de bepaling of de inning van de verkoopprijs al dan niet waarschijnlijk is, houdt de Groep rekening met de kredietwaardigheid van de klant en diens intentie tot betalen van de verkoopprijs op vervaldag. Omzet uit de verkoop van goederen wordt onder de huidige IFRS 15 standaard erkend op een specifiek tijdstip, zijnde het moment van levering rekening houdend met de geldende incoterms. Omzet uit de verkoop van apart verkochte softwarelicenties wordt erkend op een specifiek tijdstip, zijnde op het moment van de levering van de source key aan de klant. Opbrengstenerkenning op een specifiek tijdstip is terecht daar de Groep de klant toegang verleend tot de software op een specifiek moment en het recht verleend tot gebruik van de intellectuele eigendom zoals deze bestaat op een specifiek moment.
In geval dat er volumekortingen aangeboden worden aan de klanten, wordt er een inschatting gemaakt van de verwachte volumekorting op basis van historische consumptiepatronen van de klanten. Het bedrag van de variabele verkoopprijs is gebaseerd op de 'most likely amount'-methode. Wanneer er verwacht wordt dat de vooropgezette aankoopvolumes zullen behaald worden door de klant, wordt de omzet erkend aan een waarde die rekening houdt met de verwachte volumekorting en wordt er een contractuele verplichting verbonden aan contracten met klanten geboekt.
In overeenstemming met de huidige IFRS 15 wordt de omzet uit dienstverlening erkend over de looptijd van het contract aangezien de klant gelijktijdig de voordelen van deze dienstverlening ontvangt en consumeert. Omzet met betrekking tot installatie en implementatie van de softwarelicentie wordt erkend op basis van de reeds gepresteerde kosten. De vooruitgang wordt gemeten aan de hand van inputparameters zijnde de reeds gepresteerde arbeidskosten in vergelijking tot de ingeschatte arbeidskosten. In de gevallen waarbij de Groep meerdere diensten gelijktijdig aanbiedt, zal de omzet over de verschillende diensten verdeeld worden gebaseerd op de verkoopprijs die van toepassing is wanneer deze diensten apart verkocht worden.
De Groep sluit tevens overeenkomsten af waarin meerdere goederen en/of diensten samen aangeboden worden aan de koper ('multiple-element arrangements'). Deze overeenkomsten omvatten de verkoop van software, licenties, hardware, installatiediensten, onderhoud en dienstverlening na verkoop. Voor overeenkomsten die geen substantieve aanpassing van de software vergen, kwalificeert elk onderdeel als een aparte prestatieverplichting. De totale verkoopprijs wordt toegewezen aan de verschillende prestatieverplichtingen op basis van hun verkoopprijs wanneer ze apart verkocht worden.
In het geval dat kortingen toegekend worden, worden deze proportioneel toegekend aan elke prestatieverplichting op basis van hun prijs wanneer ze apart verkocht worden.
Binnen de segmenten Healthcare IT en Radiology Solutions vereisen de meeste overeenkomsten waarin meerdere goederen en/of diensten samen aangeboden worden, geen significante aanpassingen van het softwaregedeelte en geen programmatie op maat van de koper. Het deel van de verkoopprijs toegewezen aan de hardwarecomponent wordt in omzet erkend op het moment dat deze geleverd is aan de koper en toegevoegde waarde creëert. De hardwarecomponent wordt als een aparte prestatieverplichting beschouwd aangezien de overige componenten van de overeenkomst geen transformaties aanbrengen aan de hardware. Het deel van de softwarecomponent wordt in omzet erkend na succesvolle installatie in de lokalen van de koper en acceptatie door de koper. De softwarecomponent wordt beschouwd als een aparte prestatieverplichting aangezien de koper de software kan gebruiken met diensten en/of goederen die vrij verkrijgbaar zijn op de markt. Gezien de Groep de klant toegang verleend tot de licentie op een specifiek tijdstip en een gebruiksrecht verleend tot de licentie zoals ze ontwikkeld werd op een specifiek tijdstip, wordt de omzet uit deze licenties eveneens erkend op een specifiek tijdstip. De software wordt gezien als apart identificeerbaar aangezien niettegenstaande het feit dat de software geïntegreerd is in het systeem van de klant, de nog te leveren installatie de baten die de klant heeft van de softwarelicentie niet in de weg staan. De installatiediensten zijn immers routinematig en kunnen eveneens verstrekt worden door derde leveranciers. Omzet met betrekking tot installatie en implementatie van de softwarelicentie wordt erkend op basis van de reeds gepresteerde kosten. De vooruitgang wordt gemeten aan de hand van inputparameters zijnde de reeds gepresteerde arbeidskosten in vergelijking met de ingeschatte arbeidskosten.
In gevallen waarbij de klant additionele garanties aankoopt, zijnde garanties bovenop de wettelijke garanties die gegeven worden of waarbij een langere garantieperiode dan deze wettelijke voorzien wordt aangekocht ('extended warranty'), wordt dit beschouwd als een aparte prestatieverplichting in een overeenkomst waarbij meerdere goederen en diensten samen worden aangeboden.
Omzet erkend waarvoor nog geen facturatie plaatsgevonden heeft, wordt geboekt als contractuele activa verbonden aan contracten met klanten. Ontvangen vooruitbetalingen waarvoor nog geen omzet erkend werd, wordt geboekt als contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten.
Binnen het segment Offset Solutions en Digital Print & Chemicals worden de opbrengsten uit de verkoop van apparatuur die significante installatie vereisen, in opbrengsten geboekt nadat de installatie in overeenstemming met alle contractuele bepalingen is voltooid en de machine gebruiksklaar is voor de koper. De machine en installatiediensten zijn zeer nauw met elkaar verbonden en worden bijgevolg behandeld als één prestatieverplichting, die in opbrengst wordt erkend op het moment van succesvolle installatie bij de koper.
Voor de boekhoudkundige behandeling van pensioen- en soortgelijke verplichtingen maakt IFRS een onderscheid tussen toegezegdebijdrageregelingen en toegezegdpensioenregelingen. De classificatie is afhankelijk van de partij – Onderneming of werknemer – die het actuarieel en investeringsrisico draagt. Bij een toegezegdebijdrageregeling draagt de werknemer alle risico's en dient de Onderneming bijgevolg – met uitzondering van de te betalen bijdragen – geen verplichting op te nemen in de balans, behalve voor het onbetaalde deel van de bijdragen. Bij toegezegdpensioenregelingen draagt de Onderneming het actuarieel en investeringsrisico en erkent bijgevolg een verplichting in de balans.
De bijdragen voor toegezegdebijdrageregelingen worden als kost opgenomen in de winst- en verliesrekening wanneer ze verschuldigd zijn. Deze kosten worden in de winst- en verliesrekening toegewezen aan hun verschillende functies: kostprijs van verkopen, kosten van onderzoek en ontwikkeling, verkoop- en algemene beheerskosten, op basis van de functionele kostenplaatsen waar de betrokken werknemers aan toegewezen zijn.
Vanaf 31 december 2016 is de boekhoudkundige verwerking van toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement in lijn gebracht met de boekhoudkundige behandeling van toegezegdpensioenregelingen.
De boekwaarde op de balans van toegezegdpensioenregelingen wordt bepaald als de contante waarde van de brutoverplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen verminderd met de reële waarde van fondsbeleggingen. Wanneer deze berekening een nettosurplus oplevert, dan wordt de waarde van het hieruit resulterend opgenomen actief begrensd tot het totaal van de contante waarde van de economische voordelen die beschikbaar zijn in de vorm van terugbetalingen uit de regeling of verlagingen van toekomstige bijdragen aan de regeling.
De contante waarde van de brutoverplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen (DBO) en de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten worden door een gekwalificeerd actuaris berekend volgens de 'Projected Unit Credit'-methode (PUC). Volgens deze methode worden de toekomstige jaarlijkse uitkeringen verdisconteerd aan een veronderstelde interestvoet. De totale verplichting die hieruit voortvloeit wordt vervolgens toegerekend aan de verstreken diensttijd – die de DBO vertegenwoordigt – en aan het huidige dienstjaar – die de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten vertegenwoordigen. De te gebruiken interestvoet is de disconteringsvoet gebaseerd op interestvoeten op bedrijfsobligaties met een hoge rating die een looptijd hebben die deze van de brutoverplichtingen van de Groep benaderen. Bij het bepalen van de contante waarde van de brutoverplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen (DBO) wordt rekening gehouden met toekomstige aanpassingen in salarissen en pensioenuitkeringen.
De DBO omvat tevens de contante waarde van belastingen betaalbaar op de bijdragen voor het plan of op vergoedingen betreffende geleverde diensten.
Wat de toepassing van de PUC-methode voor Belgische toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement betreft wordt hierna bijkomende informatie verstrekt.
Het bedrag dat in de winst- en verliesrekening wordt geboekt, bestaat uit de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, de pensioenkosten van verstreken diensttijd, het effect van een inperking of afwikkeling van een toegezegdpensioenregeling, de interest op de nettoverplichting en administratieve kosten en belastingen. De aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten evenals administratieve kosten die geen verband houden met het beheer van de fondsbeleggingen worden toegewezen aan de kosten volgens hun functie: kostprijs van verkopen, kosten van onderzoek en ontwikkeling, verkoopkosten en algemene beheerskosten, op basis van de functionele kostenplaatsen waar de betrokken werknemers aan toegewezen zijn.
Pensioenkosten van verstreken diensttijd en winsten of verliezen op de inperking of afwikkeling van een toegezegdpensioenregeling worden erkend in 'Overige bedrijfsopbrengsten', respectievelijk 'Overige bedrijfskosten' op het moment dat de inperking of afwikkeling plaatsvindt. Administratieve kosten die verbonden zijn aan het beheer van fondsbeleggingen en belastingen die rechtstreeks gelinkt zijn aan het rendement van de fondsbeleggingen en die door het plan worden gedragen, zijn mee begrepen in het rendement op de fondsbeleggingen en worden opgenomen in de 'Niet-gerealiseerde resultaten, na winstbelastingen'.
De interest op de nettoverplichting van toegezegdpensioenregelingen wordt in de winst- en verliesrekening opgenomen onder 'Overige financieringskosten'. Ze wordt berekend door de disconteringsvoet die gebruikt wordt voor de berekening van de contante waarde van de brutoverplichting toe te passen op de nettoverplichting. De interest op de nettoverplichting wordt uitgesplitst over de interestopbrengsten op fondsbeleggingen en interestkosten op de contante waarde van de brutoverplichting. Het verschil tussen de interestopbrengsten en het reële rendement op fondsbeleggingen wordt weergegeven in de balans onder 'Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding: herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen' en in de 'Niet-gerealiseerde resultaten, na winstbelastingen'.
Naast het verschil tussen het reële rendement op fondsbeleggingen en de berekende interestopbrengsten op fondsbeleggingen, omvatten de 'Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding: herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen' de actuariële winsten en verliezen die bijvoorbeeld resulteren uit een aanpassing van de aanname inzake disconteringsvoet. Al deze effecten uit herwaarderingen worden getoond in de 'Niet-gerealiseerde resultaten, na winstbelastingen'.
Belgische toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement vallen onder toepassing van de wet van april 2003 op de aanvullende pensioenen. Volgens artikel 24 van deze wet hebben aangeslotenen recht op een minimum rendement op bijdragen betaald door hetzij de organisator van het plan hetzij de werknemer. Een aantal voorwaarden opgenomen in deze wet, zoals het wettelijk minimum rendement, werden aangepast bij wet van 18 december 2015. In lijn met de waardering gehanteerd voor 'zuivere' toegezegdpensioenregelingen, wordt de verplichting uit hoofde van toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement voortaan bepaald als het verschil tussen de contante waarde van de brutoverplichtingen (DBO) en de reële waarde van fondsbeleggingen. Vanaf 31 december 2016 worden de contante waarde van de brutoverplichtingen (DBO) en de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten door een gekwalificeerd actuaris berekend volgens de 'Projected Unit Credit'-methode (PUC).
Voor de algemene principes van deze methode verwijzen we naar de toelichting opgenomen onder 'Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding'.
In de Belgische entiteiten van de Groep voorzien alle verzekerde plannen in een vast gegarandeerd rendement tot aan pensionering (de zogenoemde 'Tak 21' verzekerde producten). Afhankelijk van de aard van het verzekerd plan wordt de contante waarde van de brutoverplichtingen bepaald inclusief of exclusief toekomstige bijdragen en hun toekomstig gewaarborgd rendement tot pensionering of beëindiging van deelname aan het plan. Voor het 'Top Performance Plan' werden geen toekomstige bijdragen in aanmerking genomen, voor alle ander 'Tak 21' verzekerde producten worden recurrente bijdragen betaald en bijgevolg ook in de actuariële berekeningen in aanmerking genomen. Bij de bepaling van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement heeft de Groep paragraaf 115 van IAS 19 toegepast. Paragraaf 115 stelt "in de mate dat fondsbeleggingen verzekeringscontracten omvatten die kwalificeren als in aanmerking te nemen fondsbeleggingen waarvan bedrag en vervaldagstructuur overeenstemmen met het geheel of een deel van de toezeggingen onder het plan, wordt de marktwaarde van de verzekeringscontracten gelijkgesteld aan de contante waarde van de eraan gerelateerde verplichtingen", tot op het niveau van het door de verzekeraar gegarandeerde rendement.
Vergelijkbaar met de Belgische toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement, worden de toegezegdebijdrageregelingen in Zwitserland verwerkt zoals een toegezegdpensioenregeling volgens IAS 19. Voor de waardering van de nettoverplichting van toegezegdebijdrageregelingen in België en Zwitserland wordt paragraaf 115 van IAS 19 toegepast. Paragraaf 115 stelt dat daar waar activa van het plan in aanmerking komende verzekeringspolissen bevatten die exact overeenkomen in tijdstip en bedrag van de te betalen voordelen gestipuleerd in het plan, de reële waarde van deze verzekeringspolissen gelijk is aan de reële waarde van de verplichtingen en dit ten belope van de gegarandeerde waarde door de verzekeraar. De toepassing van deze paragraaf 115 veronderstelt het bepalen van de verzekerde waarde van de toezeggingen bij pensionering, wat een invloed heeft op zowel de waarde van de fondsbeleggingen als de contante waarde van de brutoverplichtingen. Wat de toepassing van paragraaf 115 betreft is het management immers van mening dat de berekening van de contante waarde van de brutoverplichtingen tevens rekening dient te houden met het feit dat de werknemer aanspraak maakt op het hoogste van de bij de verzekeraar opgebouwde reserves en de gewaarborgde minimumreserves. Daarom dient de berekening van de contante waarde van de brutoverplichtingen met dit kenmerk rekening te houden en dit in elke situatie, hetzij tewerkstelling tot aan pensionering hetzij beëindiging van tewerkstelling voor pensionering.
Ontslagvergoedingen worden opgenomen als een verplichting en als een last wanneer een groepsonderneming zich aantoonbaar heeft verbonden tot ofwel:
Wanneer ontslagvergoedingen verschuldigd zijn na twaalf maanden volgend op de rapporteringsdatum, dan worden ze verdisconteerd aan een disconteringsvoet gelijk aan het marktrendement op rapporteringsdatum van bedrijfsobligaties van hoge kredietwaardigheid met een resterende looptijd die consistent is met de termijn van de verplichtingen van de Groep.
De interestimpact van de afwikkeling en waardering van ontslagvergoedingen aan de op balansdatum geldende disconteringsvoeten wordt in de winst- en verliesrekening opgenomen onder 'Overige financieringskosten'. De impact van toe- en afnamen van de verplichtingen van de Groep betreffende ontslagvergoedingen wordt opgenomen onder 'Overige bedrijfskosten' – Reorganisatiekosten.
De nettoverplichting van de Groep uit hoofde van langetermijnpersoneelsbeloningen andere dan bedrijfspensioenplannen, levensverzekeringsplannen en plannen voor medische bijstand heeft betrekking op de pensioenaanspraken die werknemers hebben opgebouwd in ruil voor hun diensten in de verslagperiode en voorgaande perioden. Deze verplichting wordt berekend op basis van de 'Projected Unit Credit'-methode en wordt verdisconteerd om de contante waarde te bepalen en de reële waarde van hiermee samenhangende activa wordt hierop in mindering gebracht. De gebruikte disconteringsvoet is het marktrendement op rapporteringsdatum van bedrijfsobligaties van hoge kredietwaardigheid met een resterende looptijd die consistent is met de geschatte looptijd van de verplichtingen van de Groep.
In tegenstelling tot de boekhoudkundige verwerking van toegezegdpensioenregelingen worden herwaarderingen van overige langetermijnpersoneelsbeloningen niet getoond in het overzicht van de 'Niet-gerealiseerde resultaten', maar erkend in de 'Winsten verliesrekening'.
De verplichtingen uit hoofde van kortetermijnpersoneelsbeloningen worden gewaardeerd op een niet-verdisconteerde basis. Ze worden in de 'Winst- en verliesrekening' opgenomen in de periode waarin de gerelateerde prestaties worden geleverd. Een verplichting wordt opgenomen voor de personeelsbeloningen die betaalbaar zijn binnen de twaalf maanden op voorwaarde dat de Groep een bestaande in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft om dergelijke betalingen te doen als gevolg van verleende prestaties in het verleden en indien de verplichting op een betrouwbare manier kan worden bepaald.
De Groep heeft op aandelen gebaseerde beloningen toegekend aan haar CEO onder de vorm van een langetermijn variabel compensatie vervat in een stock optie plan. Dit plan kan resulteren in een bijkomende cash bonus.
In de op aandelen gebaseerde beloningsverrichtingen participeert de betrokken persoon in de evolutie van de waarde van het onderliggend instrument, zijnde de aandelen van Agfa-Gevaert NV en de betaling in cash is gebaseerd op de koers of waarde van het aandeel.
Betreffende 'Share appreciation rights' geven maar recht op vergoeding wanneer de betrokken persoon gedurende een specifieke periode is tewerkgesteld (kort 'wachtperiode' genoemd). Daarom erkent de Onderneming de kost van de beloning en de daaruit voortvloeiende verplichting, over de looptijd van voornoemde wachtperiode. De verplichting wordt initieel en gedurende voornoemde looptijd, telkens op het einde van een rapporteringsperiode, gewaardeerd aan de reële waarde van de 'Share Appreciation Rights' bepaald aan de hand van een aandelenoptiemodel en in de mate van de door de werknemers geleverde dienstprestaties. Wijzigingen in de reële waarden worden erkend in de winst- en verliesrekening. Zowel de kost bij initiële waardering als de impact van de wijzigingen in de reële waarde worden opgenomen als kost van personeelsbeloningen. Het gehanteerde optiewaarderingsmodel is 'Black and Scholes'.
Kosten van onderzoek worden voor boekhoudkundige doeleinden gedefinieerd als kosten gemaakt voor huidige of geplande onderzoeken met het oog op het verschaffen van nieuwe wetenschappelijke of technische kennis en inzichten.
Ontwikkelingskosten worden gedefinieerd als kosten gemaakt om de onderzoeksbevindingen of de gespecialiseerde kennis aan te wenden voor het uitdenken of plannen van de productie, levering of ontwikkeling van nieuwe of substantieel verbeterde producten, diensten of processen alvorens deze in productie of gebruik te nemen.
Kosten van onderzoek en ontwikkeling betreffen zowel interne onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten als verschillende samenwerkingen op het vlak van onderzoek en ontwikkeling en allianties met derde partijen.
Kosten van onderzoek en ontwikkeling omvatten, in het bijzonder, de lopende kosten voor de onderzoeks- en ontwikkelingsdepartementen zoals personeelskosten, materiaalkosten en afschrijving van vaste activa alsook de kosten van laboratoria, faciliteiten voor de ontwikkeling van toepassingen, 'engineering' en andere departementen die onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten verrichten, kosten voor het contact met universiteiten en wetenschappelijke instellingen en de kosten van onderzoeks- en ontwikkelingswerk voor rekening van derden.
Onderzoekskosten kunnen niet worden geactiveerd. De voorwaarden voor activering van ontwikkelingskosten zijn strikt gedefinieerd: een immaterieel actief kan maar erkend worden, alleen wanneer er redelijke zekerheid bestaat dat toekomstige kasstromen de boekwaarde van het actief kunnen afdekken.
Financieringsbaten (-kosten) – netto omvatten rente verschuldigd op leningen en ontvangen rente op beleggingen. Zij bevatten ontvangen en betaalde interesten met betrekking tot elementen opgenomen in de netto financiële schuldpositie. De netto financiële schuldpositie wordt gedefinieerd als de som van langlopende en kortlopende rentedragende verplichtingen en leaseverplichtingen verminderd met geldmiddelen en kasequivalenten.
Overige financieringsbaten (-kosten) – netto omvatten:
Inkomsten uit rente worden pro rata temporis in de winst- en verliesrekening opgenomen rekening houdend met het effectieve rendement van het actief. Inkomsten uit dividenden worden in de winst- en verliesrekening opgenomen op de dag dat het dividend wordt toegekend.
Alle rentelasten en andere financieringskosten in verband met leningen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen naarmate ze ontstaan op basis van de effectieve rentemethode. De rentelastcomponent van de betalingen voor leaseovereenkomsten wordt in de winst- en verliesrekening opgenomen op basis van de effectieve rentemethode.
De interest op de nettoverplichting wegens vergoedingen na uitdiensttreding wordt berekend door de disconteringsvoet die gebruikt wordt voor de berekening van de contante waarde van de brutoverplichting toe te passen op de nettoverplichting.
Zowel de bruto- als nettoverplichting bij aanvang van de rapporteringsperiode wordt als basis genomen waarbij rekening wordt gehouden met wijzigingen in de nettoverplichting tijdens de rapporteringsperiode als gevolg van bijdragen en uitkeringen.
De interestcomponent van langetermijnontslagvergoedingen omvat de impact van de afwikkeling van de verplichting evenals de impact van de gewijzigde disconteringsvoet.
De winstbelastingen omvatten de over het boekjaar verschuldigde en verrekenbare belastingen en de uitgestelde belastingen.
Beide belastingen worden in de winst- en verliesrekening geboekt behalve in die gevallen waar het bestanddelen betreft die deel uitmaken van de niet-gerealiseerde resultaten. In dit laatste geval verloopt de opname via de niet-gerealiseerde resultaten of in het geval van bedrijfscombinaties waarbij de opname verloopt via goodwil.
Bij de bepaling van de over het boekjaar verschuldigde en verrekenbare winstbelastingen en uitgestelde winstbelastingen houdt de Groep rekening met het effect van onzekere belastingposities en de vraag of er nog verdere belastingen en rente verschuldigd zijn.
Overige belastingvorderingen en schulden hebben betrekking op overige belastingen zoals BTW, onroerend goed belasting en andere indirecte belastingen. Ze worden gewaardeerd aan kostprijs. Overige belastingvorderingen en schulden worden gecompenseerd in de balans wanneer ze geheven worden door dezelfde belastingauthoriteit en afgelost worden op een nettobasis en er een wettelijk recht is om deze te compenseren.
Onder de over de verslagperiode verschuldigde en verrekenbare belastingen verstaat men deze die drukken op de fiscale winst van het boekjaar, berekend tegen de belastingtarieven die van kracht zijn op de balansdatum, evenals de aanpassingen aan de belastingen die verschuldigd zijn over de vorige boekjaren. Bijkomende winstbelastingen die ontstaan uit de uitkering van dividenden worden geboekt op hetzelfde moment als de verplichting voor uitbetaling van het desbetreffende dividend. Verschuldigde winstbelastingen met betrekking tot de lopende en voorgaande perioden, voor zover deze nog onbetaald zijn, worden erkend als schulden. Ingeval het reeds betaalde bedrag aan winstbelastingen groter is dan het verschuldigde bedrag voor die perioden, dan wordt dit overschot gepresenteerd als een actief.
De uitgestelde belastingen worden berekend volgens de 'balance sheet'-methode en komen vooral voort uit de verschillen tussen de boekwaarde van activa en verplichtingen in de balans en de fiscale boekwaarde ervan (tijdelijke verschillen).
Er wordt echter geen rekening gehouden met de volgende verschillen:
• tijdelijke verschillen met betrekking tot investeringen in dochterondernemingen in de mate dat zij waarschijnlijk niet zullen afgewikkeld worden in de nabije toekomst.
Het bedrag van de uitgestelde belastingen is gebaseerd op de verwachtingen met betrekking tot de realisatie van de boekwaarde van de activa en verplichtingen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de belastingtarieven (en de belastingwetgeving) waarvan het wetgevingsproces (materieel) is afgesloten op de balansdatum. Een uitgestelde belastingvordering wordt enkel opgenomen in de balans indien het voldoende zeker is dat de verrekenbare tijdelijke verschillen, de ongebruikte belastingfaciliteiten en de ongebruikte voorwaartse verliescompensatie in de toekomst met fiscale winsten kunnen worden verrekend. Uitgestelde belastingvorderingen worden verminderd naarmate het niet langer waarschijnlijk is dat de belastingbesparing zal kunnen worden gerealiseerd. Uitgestelde belastingvorderingen en -schulden worden gecompenseerd in de balans indien de entiteit een wettelijk recht heeft om verschuldigde winstbelastingen netto af te rekenen en indien de uitgestelde belastingbedragen geheven worden door dezelfde belastingsautoriteit en de entiteit de intentie heeft om de vordering en de verplichting op hetzelfde moment te innen en te betalen.
Goodwill wordt na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, verminderd met geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. Voor geassocieerde deelnemingen die volgens de 'equity'-methode worden gewaardeerd, wordt het bedrag van de goodwill opgenomen in de boekwaarde van de investering. Eventuele bijzondere waardeverminderingsverliezen worden eveneens opgenomen in de boekwaarde van de geassocieerde deelneming.
Immateriële activa met een onbepaalde gebruiksduur, zoals handelsnamen, worden gewaardeerd aan kostprijs verminderd met geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. Immateriële activa met een beperkte gebruiksduur worden gewaardeerd aan kostprijs verminderd met geaccumuleerde afschrijvingen en geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen.
Immateriële activa met onbepaalde gebruiksduur worden niet afgeschreven. Zij worden jaarlijks op bijzondere waardevermindering getoetst en elke keer wanneer er een aanwijzing bestaat dat zij mogelijk een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan.
Immateriële vaste activa met beperkte gebruiksduur worden gewaardeerd aan kostprijs verminderd met geaccumuleerde afschrijvingen en geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen.
Kosten van onderzoek en ontwikkeling worden als een kost in de winst- en verliesrekening opgenomen in de periode waarin zij worden gemaakt, met uitzondering voor bepaalde kosten van ontwikkeling, welke op de balans worden opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat het ontwikkelingsproject een succes zal zijn en wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan zoals technische uitvoerbaarheid en het kunnen aantonen dat het ontwikkelingsproject waarschijnlijke toekomstige economische voordelen zal genereren. Kosten van ontwikkeling opgenomen op de balans worden afgeschreven op een systematische manier over hun geschatte gebruiksduur.
In overeenstemming met IFRS 3 Bedrijfscombinaties is de kostprijs van een immaterieel actief verworven in een bedrijfscombinatie de reële waarde van het immaterieel actief op overnamedatum. De reële waarde van een immaterieel actief weerspiegelt de marktverwachtingen over de waarschijnlijkheid dat toekomstige economische voordelen, vervat in het actief, naar de entiteit zullen toevloeien.
Uitgaven na eerste opname worden onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen. Ze worden echter wel geactiveerd indien ze resulteren in een verhoging van het toekomstig economisch nut van de respectieve materiële vaste activa.
Immateriële activa met een beperkte gebruiksduur, zoals verworven technologie en klantenrelaties worden afgeschreven volgens de lineaire methode over de geschatte gebruiksduur, over het algemeen een periode van vijf tot vijftien jaar. Afschrijvingsmethode, gebruiksduur en restwaarde worden op rapporteringsdatum telkens opnieuw beoordeeld en indien nodig aangepast.
De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen kostprijs, verminderd met geaccumuleerde afschrijvingen en geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen.
De kostprijs van een materieel vast actief omvat:
Voor zelfvervaardigde materiële vaste activa omvatten de rechtstreeks toerekenbare kosten de directe materiaalkost, directe fabricagekosten, een evenredig deel van de vaste kosten van materiaal en fabricage, en een evenredig deel van de afschrijvingen van activa gebruikt bij de vervaardiging. De kostprijs omvat tevens een evenredig deel van de kosten voor het bedrijfspensioenplan, andere vrijwillige personeelsbeloningen van de Onderneming en geactiveerde financieringskosten.
Uitgaven voor de herstellingen en onderhoud van materiële vaste activa worden onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen.
Ze worden echter wel geactiveerd indien ze resulteren in een verhoging van het toekomstig economisch nut van de respectieve materiële vaste activa.
Materiële vaste activa worden vanaf datum van ingebruikname afgeschreven volgens de lineaire methode over de gebruiksduur van het actief. Voor materiële vaste activa aangehouden op grond van leaseovereenkomsten stemt de afschrijvingsperiode overeen met de gebruiksduur of met de looptijd van de leaseovereenkomst, indien korter.
De geschatte gebruiksduur van de respectieve activa is de volgende:
| Gebouwen | 20 tot 50 jaar |
|---|---|
| Andere bouwwerken | 10 tot 20 jaar |
| Bedrijfsinstallaties | 6 tot 20 jaar |
| Machines en uitrusting | 6 tot 12 jaar |
| Laboratorium- en onderzoekinstallaties | 3 tot 5 jaar |
| Rollend materieel | 4 tot 8 jaar |
| Computermaterieel | 3 tot 5 jaar |
| Bedrijfs- en kantooruitrusting | 4 tot 10 jaar |
De afschrijvingsperiode, economische levensduur en restwaarde van vaste activa worden op geregelde tijdstippen geëvalueerd en aangepast indien nodig.
De Groep classificeert een vast actief (of een groep activa die wordt afgestoten) als aangehouden voor verkoop wanneer zijn boekwaarde hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd in een verkooptransactie en niet door het voortgezette gebruik ervan.
Onmiddellijk voordat het actief voor het eerst wordt geclassificeerd als aangehouden voor verkoop, waardeert de Groep de boekwaarde van het actief (of van alle activa en verplichtingen in de Groep) overeenkomstig met de van toepassing zijnde IFRS. Bij de initiële classificatie als aangehouden voor verkoop, worden vaste activa en groepen van activa die worden afgestoten, gewaardeerd tegen de laagste waarde van hun boekwaarde en hun reële waarde minus de verkoopkosten. Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden opgenomen voor elke eerste of latere afschrijving van een actief (of een groep activa die wordt afgestoten) tot de reële waarde minus verkoopkosten.
Vaste activa aangehouden voor verkoop worden niet langer afgeschreven.
Financiële activa omvatten investeringen in obligaties en aandelen van een ander bedrijf, geldmiddelen, leningen, handelsvorderingen, vorderingen uit leaseovereenkomsten en overige vorderingen evenals derivaten.
Leningen en vorderingen worden in de balans opgenomen op het moment dat ze geïnitieerd worden. Alle andere financiële activa neemt de Groep op in haar balans op de transactiedatum, op het moment dat de Groep zich verbindt aan de contractuele bepalingen van het instrument. Bij eerste opname wordt een handelsvordering zonder significante financieringscomponent gewaardeerd aan reële waarde vermeerderd met direct toewijsbare transactiekosten. Transactiekosten met betrekking tot financiële activa en verplichtingen gewaardeerd aan reële waarde met waardeveranderingen geboekt in de winst- en verliesrekening, worden geboekt in de winst– en verliesrekening. De Groep neemt een financieel actief niet langer in de balans op vanaf het moment dat de contractuele rechten op de kasstromen uit het financieel actief aflopen of de Groep de contractuele rechten op de ontvangst van de kasstromen uit het financieel actief overdraagt in een transactie waarbij de risico's en voordelen van eigendom van het financieel actief overgedragen worden. Indien de entiteit nagenoeg alle risico's en voordelen van eigendom van het financieel actief niet overdraagt, noch behoudt, moet de entiteit vaststellen of zij zeggenschap over het financieel actief heeft behouden. In geval van verlies van zeggenschap mag de entiteit het financieel actief niet langer in de balans opnemen. Financiële activa en verplichtingen worden netto in de balans opgenomen, uitsluitend wanneer de Groep beschikt over een wettelijk recht om de bedragen netto voor te stellen en zij de intentie heeft om de betreffende activa en verplichtingen hetzij gelijktijdig hetzij netto af te wikkelen. De Groep houdt de volgende categorieën aan van financiële instrumenten: financiële activa aan geamortiseerde kostprijs, financiële activa aan reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten. De classificatie is gebaseerd op het ondernemingsmodel van waaruit de activa beheerd worden en op de kenmerken van hun kasstromen.
Na eerste opname worden de financiële activa gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs wanneer het financiële activa betreft die contractueel recht geven op de ontvangst van kasstromen en de contractuele voorwaarden aanleiding geven tot kasuitgaven op specifieke data ten belope van de hoofdsom en de interesten op het openstaand saldo. De vorderingen van de Groep, zijnde handelsvorderingen, vorderingen uit lease-overeenkomsten en overige vorderingen, en geld-middelen en kasequivalenten voldoen allemaal aan de definitie en worden bijgevolg gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs.
De financiële activa worden gewaardeerd aan reële waarde via de niet gerealiseerde winsten wanneer het financiële activa betreft die contractueel recht geven op zowel de ontvangst van kasstromen als de verkoop van financiële activa en de contractuele voorwaarden aanleiding geven tot kasuitgaven op specifieke data ten belope van de hoofdsom en de interesten op het openstaand saldo. Interestinkomsten worden berekend volgens de effectieve rentemethode; valutakoersverschillen en bijzondere waardeverminderingsverliezen worden geboekt in de winst-en verliesrekening. Overige nettowinsten en -verliezen worden geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten. Bij verkoop worden de winsten en verliezen uit de niet-gerealiseerde resultaten overgeboekt naar de winst- en verliesrekening. De Groep's investering in Dilli Illustrate Inc voldoet aan de voorwaarden opgelegd aan financiële activa gewaardeerd aan reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten. De impact van de waardering na eerste opname van deze aandelenparticipatie wordt opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten onder de 'Overige reserves'. Dit item zal niet op een later tijdstip vanuit de niet-gerealiseerde resultaten in de winst- en verliesrekening worden opgenomen.
Financiële verplichtingen omvatten obligatieleningen, bankschulden, 'revolving'- en andere kredietfaciliteiten, handelsschulden en overige te betalen posten evenals derivaten. Financiële verplichtingen worden opgenomen in de balans op transactiedatum, zijnde het moment dat de Groep zich verbindt aan de contractuele bepalingen van het instrument.
Bij eerste opname waardeert de Groep financiële verplichtingen aan reële waarde verminderd met de direct toewijsbare transactiekosten bij de uitgave van de financiële verplichting. Niet-afgeleide financiële verplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs met uitzondering van de financiële verplichtingen die hun oorsprong vinden in een overdracht van financiële activa die niet in aanmerking komt voor afboeking of wanneer er nog betrokkenheid bij het afgestoten financieel actief van toepassing is. De rentedragende verplichtingen worden na initiële opname gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs, waarbij het verschil tussen het initiële bedrag en het aflossingsbedrag pro rata temporis in de winst- en verliesrekening wordt opgenomen op basis van de effectieve rentemethode. Wanneer een overdracht van financiële activa niet resulteert in afboeking van het actief omdat de entiteit de risico's en voordelen van de eigendom van het betreffende actief behouden heeft, blijft de Groep het getransfereerde actief opnemen in de balans en erkent een financiële verplichting ten belope van de ontvangen vergoeding. Volgend op de eerste opname erkent de Groep een opbrengst op het getransfereerde actief en een kost op de financiële verplichting.
Wanneer de Groep de wezenlijke risico's en voordelen gekoppeld aan de eigendom van het getransfereerde actief niet overdraagt noch behoudt, blijft de entiteit het getransfereerde actief opnemen in de balans ten belope van de betrokkenheid van de entiteit en erkent tegelijkertijd een bijhorende verplichting. De betrokkenheid van de Groep in het getransfereerde actief is de mate waaraan zij aan wijzigingen in de waarde van het actief wordt blootgesteld.
De waarde van het getransfereerde actief en daarbij horende verplichting wordt bepaald op basis van de rechten en verplichtingen die de entiteit heeft behouden. De bijhorende verplichting wordt gewaardeerd zodanig dat de nettoboekwaarde van het getransfereerde actief en bijhorende verplichting de geamortiseerde kostprijs is van de rechten en verplichtingen behouden door de Groep ervan uitgaande dat het getransfereerde actief aan geamortiseerde kost wordt gewaardeerd. De Groep neemt een financiële verplichting niet langer op in haar balans wanneer de contractuele verplichtingen ophouden, ontbonden worden of aflopen. De Groep neemt een financiële verplichting niet langer op in geval de voorwaarden van de financiële verplichtingen aangepast werden en de kasstromen uit deze aangepaste financiële verplichting aanzienlijk verschillend zijn. In dat geval wordt de financiële verplichting gebaseerd op de aangepaste modaliteiten opgenomen aan reële waarde. Op het moment van de afboeking van de oorspronkelijke financiële verplichting, wordt het verschil tussen de afgeboekte verplichting en het betaalde bedrag geboekt in de winst- en verliesrekening.
De Groep maakt gebruik van derivaten voor het beheer van het wisselkoersrisico dat voortvloeit uit de operationele, financiële en investeringsactiviteiten. De Groep gebruikt volgende types van derivaten: wisselkoers- en andere swap-contracten gebruikt als afdekkingsinstrument waarvoor 'hedge accounting' wordt toegepast en overige wisselkoers- en andere swap-contracten.
De Groep gebruikt termijnwisselcontracten om de variabiliteit in te dekken van de kasstromen afkomstig van wisselkoersfluctuaties verbonden aan toekomstige verkopen. De Groep gebruikt eveneens 'metal-swap'-overeenkomsten om fluctuaties in te dekken van zeer waarschijnlijke aankopen van aluminium. Deze contracten zijn aangeduid als kasstroomafdekkingen van aankopen van grondstoffen in lijn met het verwachte gebruik van grondstoffen door de Groep. Derivaten die niet aangeduid zijn als kasstroomafdekkingen worden opgenomen aan reële waarde met waardeveranderingen opgenomen in de winst– en verliesrekening. In het kader van haar huidige thesauriepolitiek wendt de Groep geen derivaten aan voor handelsdoeleinden.
Derivaten worden initieel, op het ogenblik dat het derivaat wordt afgesloten, opgenomen aan reële waarde en vervolgens geherwaardeerd aan reële waarde. Wanneer 'cashflow hedge accounting' of 'net investment hedge accounting' wordt toegepast, wordt het effectieve deel van de winst of verlies opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten, het niet-effectieve deel wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening. Transactiekosten met betrekking tot financiële activa en passiva gewaardeerd aan reële waarde met waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening worden in de winst- en verliesrekening geboekt.
De Groep heeft volgende categorieën van derivaten: Afdekkingsinstrumenten en derivaten geclassificeerd als aangehouden voor handelsdoeleinden.
Termijnwisselcontracten en swapcontracten aangeduid als kasstroomafdekkingen kwalificeren beide als 'Afdekkingsinstrumenten'. Na eerste opname worden ze gewaardeerd tegen reële waarde. Wanneer aan alle voorwaarden opgelegd voor 'hedge accounting' is voldaan, wordt deze toegepast. Dit betekent dat de vereiste documentatie voorhanden is, dat de afdekkingsrelatie kan worden aangetoond en dat de afdekking effectief is. Wanneer hedge-accounting wordt toegepast wordt het effectieve gedeelte van de reële waardeveranderingen opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten, het deel dat niet effectief is wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Wat 'hedge accounting' betreft, heeft de Groep ervoor gekozen om de vereiste van IFRS 9 toe te passen en er niet voor te kiezen om de 'hedge accounting' vereisten van IAS 39 voort te zetten. IFRS 9 vereist dat de aangeduide afdekkingstransacties in overeenkomst zijn met de objectieven van de Groep inzake risicobeheer en strategie en dat een meer kwalitatieve en toekomstgerichte benadering gebruikt wordt in het bepalen van de effectiviteit van de afdekkingstransactie. De Groep gebruikt termijnwisselcontracten om het valutarisico met betrekking tot zeer waarschijnlijke toekomstige verkopen in te dekken. Veranderingen in de reële waarde van het termijnwisselcontract ten gevolge van veranderingen in contantwisselkoersen worden aangeduid als effectief in kasstroomafdekkingen en worden bijgevolg erkend in niet-gerealiseerde resultaten. Overeenkomstig de huidige IFRS 9 standaard zal het verschil tussen termijnkoers en contantkoers eveneens geboekt worden in de winst- en verliesrekening in de nettofinancieringslasten.
De Groep maakt gebruik van 'metal swap'-overeenkomsten die het risico op prijsschommelingen van aluminium indekken. Deze contracten zijn aangeduid als kasstroomafdekkingen en zijn afgesloten voor de levering van grondstoffen in overeenstemming met het verwachte verbruik van de Groep. Onder de voormalige IAS 39 standaard en ook onder de huidige IFRS 9, worden veranderingen in de reële waarde van deze afdekkingsinstrumenten geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten en overgeboekt naar de initiële boekwaarde van de voorraad. De types van afdekkingsrelaties dat de Groep momenteel aanduidt, voldoen aan de vereisten van IFRS 9 en zijn in overeenstemming met de strategie en doelstellingen van de Groep inzake risicobeheer.
Ingeval de afdekking niet meer voldoet aan de vereisten van 'hedge accounting' of ingeval het afdekkingsinstrument verkocht wordt, vervalt, beëindigd of uitgeoefend wordt, dan wordt de afdekkingsrelatie voor de nog resterende periode beëindigd. Wanneer de 'hedge accounting' beëindigd wordt, dan blijft het bedrag dat in de niet-gerealiseerde resultaten geboekt werd daar behouden tot het moment dat het afgedekte item erkend wordt in de gevallen dat het gaat over een niet-financieel afgedekt actief. In de gevallen dat het gaat over andere kasstroomafdekkingen, dan wordt de reële waarde van de afdekkingsinstrumenten tot dan geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten afgeboekt in de winst- en verliesrekening op het moment dat het afgedekte actief eveneens in de winst- en verliesrekening geboekt wordt. In de gevallen dat de toekomstige transactie niet meer geacht wordt plaats te vinden, dan wordt de reële waarde van de afdekkingsinstrumenten onmiddellijk geherklasseerd vanuit de niet-gerealiseerde resultaten naar de winst- en verliesrekening.
Derivaten die economische afdekkingen zijn, doch die niet voldoen aan de strikte criteria voor 'hedge accounting' zoals voorgeschreven door IFRS 9 Financiële instrumenten, worden boekhoudkundig verwerkt als financiële activa of financiële verplichtingen gewaardeerd aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening en worden opgenomen in de categorie 'Verplicht gewaardeerd aan reële waarde met reële waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening'. In de winst- en verliesrekening worden de waardeveranderingen opgenomen onder de overige bedrijfsopbrengsten/-kosten of de nettofinancieringslasten afhankelijk van de aard van het actief dat economisch ingedekt is.
Goodwill en immateriële activa met een onbepaalde gebruiksduur worden jaarlijks op bijzondere waardevermindering getoetst en elke keer wanneer er een aanwijzing bestaat dat zij mogelijk een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan. Het toetsen op bijzondere waardevermindering gebeurt ieder jaar op hetzelfde ogenblik en op het niveau van de kasstroomgenererende eenheid.
De Groep bepaalt haar kasstroomgenererende eenheden in overeenkomst met de wijze waarop ze haar goodwill beheert en economische voordelen krijgt van de verworven goodwill en immateriële activa. Het toetsen op bijzondere waardevermindering gebeurt door het vergelijken van de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheden met hun realiseerbare waarde, gebaseerd op hun verwachte toekomstige kasstromen verdisconteerd tegen een gepaste disconteringsvoet voor belastingen.
De disconteringsvoet die gebruikt wordt in de bepaling van de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen is een disconteringsvoet die gebaseerd is op een gewogen gemiddelde kapitaalkost (WACC). Deze gewogen gemiddelde kapitaalkost gebruikt een verhouding vreemd vermogen versus eigen vermogen van een gemiddelde marktparticipant waarbij een extra risicocomponent toegevoegd werd aan de kost van eigen vermogen. De kost van vreemd vermogen is gebaseerd op voorwaarden die vergelijkbare bedrijven voor hun langetermijnfinanciering zouden kunnen negotiëren. Het risico verbonden aan de verwachtingen van de prijsevoluties van zilver en aluminium is weerspiegeld in de toekomstige kasstromen. Er wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt indien de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid zijn realiseerbare waarde overtreft. Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Op iedere rapporteringsdatum dient te worden nagegaan of er een aanwijzing bestaat dat de boekwaarden van de materiële vaste activa, immateriële activa met een beperkte gebruiksduur en financiële activa mogelijk een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan. Indien een dergelijke indicatie bestaat, wordt de realiseerbare waarde van het actief geraamd. Er wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt als de boekwaarde van een actief zijn realiseerbare waarde overtreft. Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening en de boekwaarde van het desbetreffende actief wordt verminderd door gebruik te maken van een aparte rekening. De realiseerbare waarde van de materiële vaste activa en immateriële activa met een beperkte gebruiksduur is de hoogste waarde van de reële waarde minus verkoopkosten en de gebruikswaarde. Voor de bepaling van de gebruikswaarde worden de geschatte toekomstige kasstromen verdisconteerd naar hun contante waarde op basis van een disconteringsvoet voor belastingen die de tijdswaarde van geld en de aan het actief verbonden specifieke risico's weerspiegelt.
Een bijzonder waardeverminderingsverlies dat in voorgaande perioden voor een actief, met uitsluiting van goodwill, werd opgenomen, wordt teruggeboekt als en slechts als er sinds de opname van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies een wijziging heeft plaatsgevonden in de schattingen die gebruikt worden om de realiseerbare waarde van het actief te bepalen.
Op elke rapporteringsdatum analyseert de Groep al haar recht-op-gebruik activa om na te gaan of er geen bijzondere waardevermindering dient geboekt te worden. Een indicatie tot mogelijk bijzonder waardeverminderingsverlies kan zijn dat een contract aangegaan als leasingnemer verlieslatend wordt in welk geval een bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt wordt, zijnde de laagste reële waarde van de verwachte kost om het contract te beëindigen en de verwachte nettokost om het contract toch verder te laten lopen. Een geboekt bijzonder waardeverminderingsverlies wordt tegengedraaid, enkel wanneer de boekwaarde van het actief niet hoger is dan de waarde die zou zijn vastgesteld na aftrek van afschrijvingen indien er geen bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt zou zijn geweest.
De IFRS 9-standaard vervangt het model dat gebruikt wordt voor het boeken van bijzondere waardeverminderingsverliezen en dat gebaseerd is op opgelopen verliessituaties door een model dat gebaseerd is op verwachte verliezen op het moment dat het actief voor de eerste maal geboekt wordt. Dit vereist aanzienlijke beoordelingen over hoe veranderingen in economische factoren de verwachte verliezen kunnen beïnvloeden. De Groep zal de vereenvoudigde methode toepassen voor de evaluatie van handelsvorderingen, leasevorderingen en contractuele activa verbonden aan contracten met klanten wat inhoudt dat verwachte verliezen voor deze categorieën van activa steeds berekend worden ten belope van de verwachte verliezen over de gehele looptijd van de activa. Kredietverliezen worden berekend als de verdisconteerde waarde van alle tekorten in kasstromen zijnde het verschil tussen de kasstromen waar de onderneming recht op heeft en wat de onderneming verwacht te ontvangen. Een financieel actief is mogelijk in waarde verminderd door kredietverliezen indien één of meerdere voorvallen zich hebben voorgedaan die een nadelig effect hebben op de toekomstige kasstromen van het financieel actief.
De gebruikte input en veronderstellingen in dit verwachte verliesmodel zijn de volgende: ernstige financiële moeilijkheden waarin een tegenpartij zich zou bevinden, achterstallen van meer dan 90 dagen na vervaldatum van de factuur, een mogelijks faillissement van de tegenpartij, …
De evaluatie voor het boeken van eventuele bijzondere waardeverminderingsverliezen houdt rekening met toekomstgerichte elementen. Alle debiteuren worden gegroepeerd in risicocategorieën gebaseerd op kwantitatieve en kwalitatieve kenmerken. Deze indeling in risicocategorieën wordt ieder jaar beoordeeld, rekening houdend met relevante toekomstgerichte informatie zoals informatie van externe kredietbeoordelingsbureaus, ouderdomsanalyse van de business, landenrisico en de individuele beoordeling van de kredietmanager. De Groep tracht het kredietrisico te beperken door gebruik te maken van kredietverzekering en andere kredietverzachtende hulpmiddelen zoals wissels, bankgaranties, hypotheek.
De methodologie, gehanteerd door de Groep voor de evaluatie van bijzondere waardeverminderingsverliezen, is dus gebaseerd op individueel nazicht van uitstaande vorderingen rekening houdend met toekomstgerichte informatie. Daarom heeft de introductie van IFRS 9 geen kwantitatieve impact gehad op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep.
Waardeverminderingen op financiële activa aan geamortiseerde kostprijs worden geboekt in de winst- en verliesrekening en netto gepresenteerd van de brutowaarden in de geconsolideerde balans. Waardeverminderingen op financiële activa gewaardeerd aan reële waarde met waardeveranderingen in de niet-gerealiseerde resultaten worden geboekt in de winst- en verliesrekening.
De brutowaarde van de financiële activa worden afgeboekt wanneer er geen redelijke verwachtingen zijn dat het financieel actief in zijn geheel of gedeeltelijk kan gerecupereerd worden. De Groep maakt een individuele inschatting per type van actief of dat er al dan niet een redelijke verwachting van recuperatie kan zijn. Afgeboekte waarden maken nog steeds deel uit van acties die de Groep onderneemt ter recuperatie van de uitstaande waarden.
Bij het aangaan van een overeenkomst beoordeelt de Groep of het contract al dan niet een leasecomponent bevat. Een overeenkomst bevat een leasecomponent als de overeenkomst het gebruiksrecht van een gespecifieerd actief bestanddeel overbrengt in ruil voor een vergoeding. Ter beoordeling van het feit of dat het contract al dan niet een gebruiksrecht overdraagt, baseert de Groep zich op de definitie van een leaseovereenkomst uit de standaard IFRS 16.
Bij aanvang of aanpassing van een contract dat een leasecomponent bevat, zal de Groep de verkoopprijs van het contract toewijzen naar elke leasecomponent op basis van de relatieve verkoopprijs wanneer deze componenten apart verkocht worden. De Groep heeft ervoor geopteerd om de niet-leasecomponenten niet af te zonderen en zal zowel de leasecomponenten als de niet-leasecomponenten behandelen als éénzelfde leaseovereenkomst.
Op de aanvangsdatum van de lease erkent de Groep een met een gebruiksrecht overeenstemmend actief en een leaseverplichting. Het gebruiksrecht wordt initieel bij eerste opname geboekt aan kostprijs, die bestaat uit het bedrag van eerste waardering van de leaseverplichting, alle op of voor de aanvangsdatum verrichte leasebetalingen, vermeerderd met alle door de leasingnemer gemaakte initiële directe kosten en een schatting van de door de leasingnemer te maken kosten voor ontmanteling en verwijdering van het onderliggend actief en van het herstel van het terrein waar het zich bevindt, verminderd met alle ontvangen lease-incentives.
Het gebruiksrecht wordt na eerste opname lineair afgeschreven vanaf aanvangsdatum tot einde looptijd van het contract. Indien de leaseovereenkomst de eigendom van het onderliggende actief aan het einde van de leaseperiode aan de leasingnemer overdraagt of indien de kosten van het met een gebruiksrecht overeenstemmende actief weerspiegelen dat de leasingnemer een aankoopoptie zal uitoefenen, moet de leasingnemer het met een gebruiksrecht overeenstemmende actief afschrijven vanaf de aanvangsdatum tot aan het einde van de gebruiksduur van het onderliggende actief. Anders moet de leasingnemer het met een gebruiksrecht overeenstemmende actief afschrijven vanaf de aanvangsdatum tot het vroegste van de volgende twee momenten: het einde van de gebruiksduur van het met een gebruiksrecht overeenstemmende actief of het einde van de leaseperiode. Het gebruiksrecht dient periodiek verminderd te worden met eventuele bijzondere waardeverminderingsverliezen, en aangepast worden voor bepaalde herwaarderingen van de leaseverplichting. Op de aanvangsdatum moet een leasingnemer de leaseverplichting waarderen tegen de contante waarde van de leasebetalingen die op die datum niet zijn verricht. De leasebetalingen moeten worden gedisconteerd op basis van de impliciete rentevoet van de leaseovereenkomst, mits die op eenvoudige wijze kan worden bepaald. Indien die rentevoet niet op eenvoudige wijze kan worden bepaald, moet de leasingnemer de marginale rentevoet van de Groep gebruiken. De Groep gebruikt in het algemeen haar marginale rentevoet als verdisconteringsvoet. De verdisconteringsvoet wordt tweemaal per jaar berekend als het rendement op een overheidsobligatie per land met vergelijkbare resterende looptijd (bron: Reuters), verhoogd met een risicopremie die het risicoprofiel van de Groep weergeeft. Deze risicopremie verschilt van het landenrisico volgens de OESO. Afhankelijk van een laag, medium of hoog landenrisico wordt een verschillende risicocomponent toegevoegd. Op deze manier wordt er een matrix van marginale rentevoeten samengesteld met zes verschillende looptijdcategorieën en 50 landen.
De leasebetalingen vervat in de waardering van de leaseverplichting omvatten:
De leaseverplichting wordt gewaardeerd tegen de contante waarde op basis van de effectieve interestmethode. De leaseverplichting dient geherwaardeerd te worden bij veranderingen in de leasebetalingen ten gevolge van wijzigingen in een index of rentevoet indien er een aanpassing is van de beoordeling of een aankoopoptie al dan niet zal uitgeoefend worden, een verlenging zal doorgevoerd worden van de leasetermijn of een vervroegde beëindiging, of indien er een wijziging is van de in wezen vaste betaalde leaseverplichtingen. Het bedrag van de herwaardering van de leaseverplichting wordt opgenomen als een aanpassing van het met een gebruiksrecht overeenstemmende actief. Indien de boekwaarde van het met een gebruiksrecht overeenstemmende actief echter tot nul is afgeboekt en er van een verdere vermindering van de waardering van de leaseverplichting sprake is, moet een leasingnemer elk resterend bedrag van de herwaardering in winst of verlies opnemen.
De Groep heeft ervoor geopteerd om geen gebruiksrecht en geen leaseverplichtingen te erkennen voor leaseovereenkomsten met een lage waarde (voornamelijk IT-materiaal) en leasecontracten met een korte looptijd van minder dan 12 maanden. De Groep erkent de leasebetalingen voor deze contracten in de winst- en verliesrekening evenredig gespreid over de leasetermijn.
In de geconsolideerde balans worden de gebruiksrechten apart voorgesteld en zitten de leaseverplichtingen vervat in rentedragende verplichtingen. De leasebetalingen die vervallen binnen de 12 maanden na balansdatum worden voorgesteld als kortlopende verplichtingen, deze die vervallen meer dan 12 maanden na balansdatum worden voorgesteld als langlopende verplichtingen.
Wanneer de Groep leasinggever is, wordt bij aanvang van het leasecontract bepaald of de lease een financiële lease dan wel een operationele lease is. Om elk contract te classificeren, maakt de Groep een algemene inschatting of dat de leaseovereenkomst al dan niet alle aan het eigendom verbonden risico's en voordelen overdraagt naar de klant. Als dit het geval is wordt het contract behandeld als een financiële leaseovereenkomst, indien niet dan wordt het behandeld als een operationele leaseovereenkomst. De algemene inschatting houdt rekening met bepaalde indicatoren zoals of dat de leaseovereenkomst aangegaan wordt voor het belangrijkste deel van de economische levensduur van het actief.
Het overgrote deel van de leaseovereenkomsten waarbij de klant als economische eigenaar van het actief wordt beschouwd, wordt afgesloten met Agfa Finance (zijnde Agfa Finance NV, haar filialen en Agfa Finance Corp. en Agfa Finance Inc.).
Op leaseovereenkomsten aangegaan uit hoofde van de producent wordt op basis van de grondslagen voor de erkenning van opbrengsten uit de verkoop van goederen een verkoopwinst erkend. Dit betekent dat de Onderneming opbrengsten en daaraan gerelateerde winstmarge erkent op het ogenblik dat de fabriekseenheid of een verbonden onderneming Agfa Finance factureert bij het begin van de leaseovereenkomst met de eindklant. Een commerciële overeenkomst waarbij een bepaald toestel wordt gefinancierd door een halflange- of langetermijnovereenkomst waarbij de klant zich verbindt tot het kopen van een bepaalde hoeveelheid verbruiksgoederen aan een hogere waarde dan hun marktwaarde wordt een 'bundle deal' genoemd. Betalingen voor financiële leaseovereenkomsten afgesloten in de vorm van 'bundle deals' worden aangewend voor de aflossing van de openstaande invorderbare minimale leasebetalingen en de vergoeding voor de verkochte verbruiksgoederen op basis van hun verkoopprijs wanneer ze apart worden verkocht.
Invorderbare minimale leasebetalingen waarbij de Groep als leasinggever alle aan het eigendom verbonden risico's en voordelen overdraagt naar de klant worden opgenomen als vordering voor een bedrag gelijk aan de contante waarde van de toekomstige minimale leasebetalingen. Baten uit financiële leaseovereenkomsten – gerapporteerd onder 'Overige bedrijfsopbrengsten' – worden vervolgens zodanig aan iedere periode van de totale leasetermijn toegerekend dat dit resulteert in een constante periodieke rentevoet.
In de balans worden vorderingen uit financiële leaseovereenkomsten apart gepresenteerd. Vorderingen uit financiële leaseovereenkomsten die vervallen binnen het jaar worden gepresenteerd als kortlopende activa. Vorderingen uit financiële leaseovereenkomsten die vervallen op meer dan één jaar na balansdatum worden gepresenteerd als langlopende activa.
De Groep hanteert de regelgeving omtrent uitboeking en bijzondere waardevermindering zoals gestipuleerd door IFRS 9 op het netto investeringsbedrag van de lease.
Opbrengsten uit operationele leaseovereenkomsten voor de verhuur van bedrijfsruimte en -uitrusting – gerapporteerd onder 'Overige bedrijfsopbrengsten' – worden lineair over de looptijd van de lease opgenomen.
Overige activa omvatten uitgestelde kosten en andere niet-financiële activa. Uitgestelde kosten betreffen door de Onderneming voor balansdatum betaalde bedragen die betrekking hebben op kosten voor toekomstige boekjaren (vooruitbetalingen). Voorbeelden van uitgestelde kosten zijn de huurgelden, interesten en verzekeringspremies, betaald voor balansdatum maar met betrekking tot een welbepaalde periode na balansdatum.
Niet-financiële activa worden gewaardeerd aan kostprijs. Uitgestelde kosten worden lineair of naarmate de betreffende diensten worden verstrekt, opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Grondstoffen, hulpgoederen en handelsgoederen zijn gewaardeerd aan aanschaffingswaarde. Goederen in bewerking en afgewerkte producten zijn gewaardeerd aan kostprijs. De kostprijs omvat naast de directe productie- en materiaalkosten, een evenredig deel van de indirecte kosten ('overheads') van de productie en het materiaal en een evenredig deel van de afschrijvingen van de activa die in het productieproces werden gebruikt. Bovendien wordt een evenredig deel van de kosten voor het bedrijfspensioenplan en andere vrijwillige personeelsbeloningen toegerekend. Administratiekosten zijn inbegrepen voor zover ze verband houden met de productie. De voorraden worden gewaardeerd volgens de methode van de gewogen gemiddelde kostprijs. Indien de aanschaffingswaarde of de kostprijs hoger is dan de opbrengstwaarde, wordt de waardering aan de lagere opbrengstwaarde toegepast. De opbrengstwaarde is gelijk aan de geschatte normale verkoopprijs, verminderd met de geschatte kosten die nodig zijn om de verkoop te realiseren.
De aanschaffingswaarde of kostprijs van de voorraad is om volgende redenen mogelijks niet recupereerbaar:
Binnen de Groep zijn afwaarderingen van voorraden voornamelijk het gevolg van overtollige voorraden.
Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten geldmiddelen, ontvangen cheques, en saldi ten opzichte van banken en kredietinstellingen. Kasequivalenten zijn erg liquide financiële instrumenten op korte termijn die weinig onderhevig zijn aan risico's op waardeverandering, gemakkelijk te converteren zijn in geldmiddelen en een vervaldag hebben gelijk aan of minder dan drie maanden na aanschaffing van de belegging.
Gewone aandelen worden opgenomen in het eigen vermogen.
Transactiekosten verbonden aan de uitgifte van nieuwe aandelen worden netto na aftrek van belastingen opgenomen in mindering van ingehouden winsten.
Indien aandelen die het eigen vermogen vertegenwoordigen terug worden ingekocht, wordt het betaalde bedrag met inbegrip van de aanverwante kosten, netto na aftrek van belastingen, in mindering gebracht van het eigen vermogen. Ingekochte eigen aandelen worden als 'Reserve voor eigen aandelen' in mindering van het eigen vermogen gebracht. Vernietigde eigen aandelen worden getransfereerd van 'Reserve voor eigen aandelen' naar 'Ingehouden winsten'. Eigen aandelen die verkocht worden, worden de ontvangsten uit de verkoop geboekt als een stijging van het eigen vermogen en het eventuele surplus/deficit op de transactie zal gepresenteerd worden in Uitgiftepremie.
Voorzieningen worden in de balans opgenomen indien een onderneming van de Groep een bestaande verplichting heeft (in rechte afdwingbare of feitelijke) ten gevolge van een gebeurtenis van het verleden en als het waarschijnlijk is dat de afwikkeling van deze verplichting resulteert in een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en een betrouwbare inschatting gemaakt kan worden van het bedrag van de verplichting. Het bedrag van de voorziening is gebaseerd op de best mogelijke schatting van de uitgaven die vereist zijn om de bestaande verplichting op de rapporteringsdatum af te wikkelen. Indien het effect van de tijdswaarde van geld materieel is, worden voorzieningen verdisconteerd op basis van een disconteringsvoet vóór belastingen waarbij rekening wordt gehouden met de huidige marktbeoordelingen voor de tijdswaarde van het geld en de risico's die inherent zijn aan de verplichting.
Een voorziening voor reorganisatiekosten wordt geboekt indien de Groep formeel een gedetailleerd reorganisatieplan heeft goedgekeurd en bij de betrokkenen een geldige verwachting heeft gewekt dat de reorganisatie zal worden doorgevoerd door het plan te beginnen uitvoeren of door de belangrijke kenmerken ervan mee te delen aan de betrokkenen. Voor toekomstige exploitatieverliezen worden geen voorzieningen opgenomen.
Indien er terreinen vervuild zijn, dan wordt er, in overeenstemming met de gepubliceerde milieupolitiek van de Groep en de van toepassing zijnde wettelijke verplichtingen, een voorziening voor bodemsanering aangelegd.
Omzetgerelateerde voorzieningen omvatten voornamelijk commissies op opbrengsten, voorzieningen voor garantieverplichtingen en commerciële betwistingen. Een voorziening voor garantieverplichtingen gerelateerd aan producten wordt aangelegd op moment van opbrengstenerkenning en reflecteert de verwachte vervangingskost voor de Groep.
Een voorziening voor verlieslatende contracten wordt erkend wanneer de verwachte voordelen van een contract voor de Groep lager zijn dan de onvermijdbare kosten van het contract. Deze provisies worden geboekt voor dreigende verliezen uit aankoop- en verkoopcontracten ten belope van de verwachte verliezen.
De Groep past IFRS 15 Opbrengsten uit contracten met klanten toe. IFRS 15 heeft de begrippen 'Contractuele activa en contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten' geïntroduceerd.
Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten omvatten uitgestelde opbrengsten en vooruitbetalingen evenals de tijdens het jaar opgebouwde verplichtingen voor omzetkortingen en rabatten met betrekking tot tijdens het boekjaar geleverde goederen en diensten.
Overige verplichtingen hebben voornamelijk betrekking op bedrijfsopbrengsten die nog niet verworven zijn. Overheidssubsidies zijn een typisch voorbeeld van uitgestelde overige bedrijfsopbrengsten. Ze worden als bedrijfsopbrengst in de winst- en verliesrekening opgenomen zodra er redelijke zekerheid bestaat dat zij zullen worden ontvangen en dat de Groep zal voldoen of reeds voldoet aan de daaraan verbonden voorwaarden. Subsidies ter compensatie van door de Groep gemaakte kosten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen in dezelfde functionele rapporteringslijn waar tevens de kosten worden gepresenteerd. Zij worden systematisch aan de kosten toegewezen waarop ze betrekking hebben. Subsidies, toegekend voor de aankoop of productie van activa (immateriële activa of materiële vaste activa), worden bij eerste opname in de balans gepresenteerd als uitgestelde overige bedrijfsopbrengsten en vervolgens in de winst- en verliesrekening opgenomen, gespreid over de gebruiksduur van het actief. Overheidssubsidies toegekend voor toekomstige kosten worden verwerkt als uitgestelde overige bedrijfsopbrengsten.
Een aantal reeds gepubliceerde IFRS-standaarden, herzieningen aan IFRS-standaarden en nieuwe interpretaties van IFRS-standaarden waren nog niet van kracht per 31 december 2020 en werden dus niet toegepast in de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening. De Groep zal deze standaarden toepassen nadat deze zijn goedgekeurd voor gebruik in de Europese Unie. Het betreft:
• Aanpassingen aan IAS 1 Presentatie van financiële staten: Classificatie van verplichtingen als langlopend of als kortlopend
In januari 2020 publiceerde de IASB-aanpassingen aan IAS 1 met betrekking tot de classificatie van verplichtingen. Deze aanpassingen zijn van toepassing op jaarperioden die aanvangen op of na 1 januari 2022 en dienen retroactief toegepast te worden. De aanpassingen aan Classificatie van verplichtingen als langlopend of als kortlopend (IAS 1 aanpassingen) hebben enkel betrekking op de presentatie van verplichtingen in de balans en niet op het bedrag noch op het tijdstip van erkenning van een activa, verplichting, inkomsten of kosten noch op de toelichtingen omtrent deze items.
Een onderneming classificeert verplichtingen als langlopend indien deze het recht heeft om de terugbetaling ervan uit te stellen tot 12 maanden na rapporteringsdatum. De aanpassingen aan de standaard specificeren dat de classificatie van verplichtingen als langlopend of als kortlopend gebaseerd dient te zijn op rechten die reeds bestonden op balansdatum. Ze verduidelijken tevens dat de classificatie losstaat van het feit of dat de entiteit de intentie heeft om al dan niet gebruik te maken om de terugbetaling uit te stellen.
Op 15 juli 2020 heeft de IASB een uitstel van effectieve datum gepubliceerd onder Classificatie van verplichtingen als langlopend of als kortlopend – uitstel van toepassingsdatum (aanpassing aan IAS 1). De effectieve datum werd uitgesteld met 1 jaar naar jaarperioden die aanvangen op of na 1 januari 2023. Deze aanpassingen werden nog niet bekrachtigd door de Europese Unie. De Groep zal deze aanpassing toepassen na bekrachtiging door de Europese Unie. De toepassing van deze aanpassing zal geen materieel impact hebben op de geconsolideerde financiële staten van de Groep.
In mei 2020 publiceerde de IASB kleinere aanpassingen zoals verduidelijkingen van verwoordingen of toelichtingen van kleinere consequenties, elementen die over het hoofd zouden gezien zijn en conflicten tussen de vereisten van verschillende standaarden:
Deze aanpassingen zijn van toepassing voor jaarperioden die aanvangen op of na 1 januari 2022. De aanpassingen werden reeds bekrachtigd door de Europese Unie. De Groep past de aanpassingen toe na bekrachtiging door de Europese Unie. De aanpassingen zullen geen materieel impact hebben op de geconsolideerde staten van de Groep.
In augustus 2020 publiceerde de IASB, aanpassingen die kwesties behandelen die de financiële rapportering kunnen beïnvloeden gedurende een intrestvoethervorming, zoals daar zijn de effecten op veranderingen in de contractuele kasstromen of op afdekkingsrelaties voortvloeiend uit een vervanging van een intrestreferentiepunt door een alternatief referentiepunt.
De aanpassingen zijn retrospectief van toepassing vanaf 1 januari 2021 met eerdere toepassing toegelaten. Deze aanpassingen zijn nog niet bekrachtigd door de Europese Unie. De Groep zal ze toepassen na bekrachtiging door de Europese Unie. Deze aanpassingen zullen geen materieel impact hebben op de geconsolideerde staten van de Groep.
Volgende veranderingen werden niet verder toegelicht omdat ze niet relevant zijn voor de Groep. Het betreft:
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Agfa-Gevaert NV (de "Vennootschap") en zijn dochterondernemingen (samen de "Groep"), leggen wij u ons commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2020, alsook de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Dit vormt een geheel en is ondeelbaar.
Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van 14 mei 2019, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité en op voordracht van de ondernemingsraad. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2021. Wij zijn niet in staat geweest de datum van onze initiële benoeming te bepalen. Wij kunnen bevestigen dat we de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Agfa-Gevaert NV hebben uitgevoerd gedurende tenminste 43 opeenvolgende boekjaren.
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep over het boekjaar afgesloten op 31 december 2020 opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften. Deze geconsolideerde jaarrekening omvat de geconsolideerde balans op 31 december 2020, alsook de geconsolideerde winst- en verliesrekening, het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum evenals de toelichting bestaande uit een overzicht van de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige informatieverschaffing. Het totaal van de geconsolideerde balans bedraagt 2.204 miljoen euro en de geconsolideerde winst- en verliesrekening sluit af met een winst van het boekjaar van 621 miljoen euro.
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en de financiële toestand van de Groep op 31 december 2020, alsook van haar geconsolideerde resultaten en van haar geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA's) zoals van toepassing in België. Wij hebben bovendien de door IAASB goedgekeurde internationale controlestandaarden toegepast die van toepassing zijn op de huidige afsluitdatum en nog niet goedgekeurd zijn op nationaal niveau. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie "Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening" van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.
We verwijzen naar de toelichting 27 "Immateriële activa en goodwill" en naar toelichting 50.13 "Bijzondere waardeverminderingen" van de geconsolideerde jaarrekening.
De Groep is actief in bedrijfssectoren waar de financiële resultaten worden beïnvloed door concurrentiedruk, een dalende vraag en volatiele grondstofprijzen (zilver en aluminium).
Goodwill en immateriële activa met onbeperkte levensduur worden jaarlijks getoetst voor bijzondere waardevermindering in overeenstemming met IAS 36. Het management maakt een inschatting van de realiseerbare waarde door een verdiscontering van verwachte toekomstige kasstromen om te bepalen of deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen op 31 december 2020 en om de grootte van deze bijzondere waardeverminderingen te bepalen. Deze beoordeling wordt uitgevoerd op het niveau van de kasstroomgenererende eenheid.
Bijzondere waardeverminderingen op goodwill en immateriële activa met onbeperkte levensduur is een kernpunt van controle door: • de omvang van deze balanspositie (zijnde 12% van 'Totaal Activa'); en
• het vereiste inschattingsvermogen van het management om de analyse met betrekking tot de bijzondere waardeverminderingen te beoordelen. Met name de inputs die worden gebruikt bij zowel het voorspellen als verdisconteren van toekomstige kasstromen ter bepaling van de realiseerbare waarde.
Onze controlewerkzaamheden omvatten, onder meer:
We verwijzen naar toelichting 17 "Winstbelastingen" en 50.7.2 "Uitgestelde winstbelastingen" van de geconsolideerde jaarrekening.
De Groep heeft aanzienlijke fiscale verliezen en aftrekbare tijdelijke verschillen opgebouwd uit het verleden waarvoor een uitgestelde belastingvordering van 120 miljoen euro werd erkend.
Er bestaat een inherente onzekerheid bij het beoordelen van de beschikbaarheid van toekomstige belastbare winsten, hetgeen bepaalt in welke mate uitgestelde belastingvorderingen al dan niet worden erkend.
Vanwege de omvang van deze positie alsook het inschattingsvermogen nodig om deze rubriek te beoordelen, is dit een kernpunt van onze controle.
Onze controlewerkzaamheden omvatten, onder meer:
• We hebben de gepastheid van de aannames en inschattingen van de Groep bij het bepalen van het niveau van de fiscale verliezen en de aftrekbare tijdelijke verschillen waarvoor uitgestelde belastingvorderingen worden erkend beoordeeld.
We verwijzen naar toelichting 13 "Vergoedingen na uitdiensttreding" en 50.4 "Personeelsbeloningen" van de geconsolideerde jaarrekening.
In de meeste landen waarin de Groep actief is bestaan er regelingen met betrekking tot vergoedingen na uitdiensttreding. Vergoedingen na uitdiensttreding worden toegekend onder de vorm van toegezegde-bijdrageregelingen en toegezegde pensioenregelingen. De Groep financiert haar verplichtingen in dit kader via verzekeringsplannen en via gescheiden activa in pensioenfondsen. De nettoverplichting voor België, Duitsland, VK en VS vertegenwoordigt samen 96% van de totale nettoverplichting. Personeelsbeloningen zijn een kernpunt van onze controle wegens:
Onze controlewerkzaamheden omvatten, onder meer:
We verwijzen naar toelichting 8 "Opbrengsten" en 50.3 "Opbrengsten" van de geconsolideerde jaarrekening.
Het boekjaar afgesloten op 31 december 2020 boekte de Groep opbrengsten voor een bedrag van 1.709 miljoen euro. We identificeerden erkenning van opbrengsten als een kernpunt van onze controle omdat opbrengsten een van de belangrijkste prestatie-indicatoren van de Groep zijn (inclusief bonusregelingen) en daarom onderhevig is aan een inherent risico van manipulatie door het management om doelstellingen of verwachtingen te behalen en omdat fouten bij de erkenning van opbrengsten een materiële invloed kunnen hebben op de winst van de Groep voor het jaar.
Onze controlewerkzaamheden omvatten, onder meer:
• Evaluatie van het ontwerp, de implementatie en de werking van de belangrijkste controles (inclusief de IT-omgeving) betreffende het bestaan, de accuraatheid en timing van de omzeterkenning.
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor de interne beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de Groep om haar continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de Groep te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA's is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden.
Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader dat van toepassing is op de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België na. Een wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening biedt evenwel geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de Groep, noch omtrent de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee het bestuursorgaan de bedrijfsvoering van de Groep ter hand heeft genomen of zal nemen. Onze verantwoordelijkheden inzake de door het bestuursorgaan gehanteerde continuïteitsveronderstelling staan hieronder beschreven.
Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA's, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:
Wij communiceren met het auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle.
Wij verschaffen aan het auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen. Uit de aangelegenheden die met het auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport.
In het kader van onze opdracht en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA's), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport, te verifiëren, alsook verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.
Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar en is opgesteld overeenkomstig het artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
In de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen in de controle, of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport, zijnde:
een afwijking van materieel belang bevatten, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, hebben wij geen afwijking van materieel belang te melden
De niet-financiële informatie zoals vereist op grond van artikel 3:32 §2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, werd opgenomen in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, dat deel uitmaakt van sectie Niet-Financieel Rapport van het jaarrapport. De Vennootschap heeft zich bij het opstellen van deze niet-financiële informatie gebaseerd op Global Reporting Initiative (GRI) Standaarden. Overeenkomstig 3:80 §1, eerste lid, 5° van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen spreken wij ons evenwel niet uit over de vraag of deze niet-financiële informatie is opgesteld in overeenstemming met de vermelde GRI-standaarden.
• Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014.
Antwerpen, 9 april 2021
KPMG Bedrijfsrevisoren Commissaris vertegenwoordigd door
H. Van Donink Bedrijfsrevisor
De volgende bladzijden zijn uittreksels van de statutaire jaarrekening van Agfa-Gevaert NV, opgesteld overeenkomstig de Belgische boekhoudkundige regels. Het verslag van de Raad van Bestuur aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders en de jaarrekening van Agfa-Gevaert NV zullen samen met het verslag van de commissarisrevisor gedeponeerd worden bij de Nationale Bank van België binnen de statutair bepaalde termijn. Deze documenten zijn op aanvraag verkrijgbaar bij de afdeling Investor Relations van de Vennootschap en beschikbaar op www.agfa.com/investorrelations.
Alleen de geconsolideerde jaarrekening vervat in de voorafgaande bladzijden geeft een correct en betrouwbaar beeld van de financiële situatie en de prestaties van de Agfa-Gevaert Groep. Het statutair verslag van de commissaris-revisor bevat geen bemerkingen en verklaart dat de niet-geconsolideerde jaarrekening van Agfa-Gevaert NV over het jaar, dat eindigde op 31 december 2020, een correct en betrouwbaar beeld geeft van de financiële situatie en de resultaten van de Vennootschap, en dit in overeenstemming met alle wettelijke en statutaire bepalingen.

| MILJOEN EURO | 2019 | 2020 | |
|---|---|---|---|
| I. Bedrijfsopbrengsten | |||
| A. | Omzet | 428 | 370 |
| B. | Voorraad goederen in bewerking en gereed product en bestellingen in uitvoering (toename +, afname -) |
(1) | 2 |
| C. | Geproduceerde vaste activa | 19 | 20 |
| D. | Andere bedrijfsopbrengsten | 91 | 102 |
| E. | Niet-recurrente bedrijfsopbrengsten | - | - |
| TOTALE BEDRIJFSOPBRENGSTEN | 537 | 494 | |
| II. Bedrijfskosten | |||
| A. | Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen | ||
| 1. Aankopen | 198 | 172 | |
| 2. Voorraad (toename -, afname +) | 2 | 2 | |
| B. | Diensten en diverse goederen | 84 | 100 |
| C. | Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen | 203 | 233 |
| D. | Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten op immateriële en materiële vaste activa |
30 | 29 |
| E. | Waardeverminderingen op voorraden, op bestellingen in uitvoering en op handels vorderingen (toevoegingen +, terugnemingen -) |
2 | (1) |
| F. | Voorzieningen voor risico's en kosten (toevoegingen +, bestedingen en terugnemingen -) |
(7) | (4) |
| G. | Andere bedrijfskosten | 18 | 14 |
| H. | Niet-recurrente bedrijfskosten | 3 | 1 |
| TOTALE BEDRIJFSKOSTEN | 533 | 546 | |
| III. | Bedrijfswinst (-verlies) | 4 | (52) |
| IV. | Financiële opbrengsten | 93 | 66 |
| V. | Financiële kosten | (505) | (148) |
| VI. | Winst (verlies) van het boekjaar vóór belasting | (408) | (134) |
| VII. | Overboeking aan de uitgestelde belastingen | - | - |
| VIII. | Belastingen op het resultaat | 1 | - |
| IX. | Winst (verlies) van het boekjaar | (407) | (134) |
| X. | Onttrekking aan de belastingvrije reserves | - | - |
| XI. | Te bestemmen winst (verlies) van het boekjaar | (407) | (134) |
| Resultaatverwerking | |||
| A. | Te bestemmen winstsaldo | (226) | (360) |
| 1. Te bestemmen winst (verlies) van het boekjaar | (407) | (134) | |
| 2. Overgedragen winst van het vorig boekjaar | 181 | (226) | |
| B. | Onttrekking aan het eigen vermogen | - | - |
| C. | Toevoeging aan het eigen vermogen | - | - |
| D. | Over te dragen winst (verlies) | (226) | (360) |
| F. | Uit te keren winst | - | - |
| MILJOEN EURO | 31 december 2019 | 31 december 2020 | |
|---|---|---|---|
| Activa | |||
| I. | Oprichtingskosten | 1 | - |
| II. | Immateriële vaste activa | 21 | 20 |
| III. | Materiële vaste activa | 28 | 34 |
| IV. | Financiële vaste activa | 2.775 | 986 |
| V. | Vorderingen op meer dan één jaar | 5 | 5 |
| VI. | Voorraden en bestellingen in uitvoering | 104 | 104 |
| VII. | Vorderingen op ten hoogste één jaar | 262 | 218 |
| VIII. | Geldbeleggingen | 19 | 370 |
| IX. | Liquide middelen | 2 | 112 |
| X. | Overlopende rekeningen | 4 | 4 |
| 3.221 | 1.853 | ||
| Passiva | |||
| I. | Kapitaal | 187 | 187 |
| II. | Uitgiftepremies | 211 | 211 |
| IV. | Reserves | 416 | 416 |
| V. | Overgedragen winst | (226) | (360) |
| VI. | Kapitaalsubsidies | 1 | 1 |
| 589 | 455 | ||
| VII. | Voorzieningen en uitgestelde belastingen | 20 | 17 |
| VIII. | Schulden op meer dan één jaar | 150 | - |
| IX. | Schulden op ten hoogste één jaar | 2.461 | 1.381 |
| X. | Overlopende rekeningen | 1 | - |
| 3.221 | 1.853 |
De Vennootschap heeft beslist om met ingang van het boekjaar 2020 de Belgische Corporate Governance Code 2020 als referentiecode toe te passen. Deze Code kan worden geraadpleegd op de website www.corporategovernancecommittee.be. In het boekjaar 2020 werden ook de statuten van de Vennootschap in overeenstemming gebracht met het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (Wet van 23 maart 2019) dat werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 4 april 2019.
De Raad van Bestuur heeft het Corporate Governance Charter van de Vennootschap herzien, met het oog op de aanpassing van dit Charter aan de bepalingen van de Belgische Corporate Governance Code 2020. Bij deze herziening werd ook de keuze voor de monistische bestuursstructuur geëvalueerd en bevestigd. Het volledige Corporate Governance Charter van de Vennootschap is gepubliceerd op de website: www.agfa.com/investorrelations.
Tenzij anders aangegeven in de relevante secties van deze verklaring paste de Vennootschap gedurende het boekjaar 2020 de Belgische Corporate Governance Code 2020 volledig toe.
De bestuursstructuur van de Vennootschap is opgebouwd rond de Raad van Bestuur, de Chief Executive Officer (CEO) en het Executive Committee (Exco). De Raad van Bestuur wordt bijgestaan door een Benoemings- en Remuneratiecomité en een Auditcomité.

Corporate Governance
Verklaring
De Raad van Bestuur is als hoogste bestuursorgaan bevoegd om alle handelingen te verrichten die noodzakelijk of nuttig zijn voor de verwezenlijking van het maatschappelijk doel, met uitzondering van die waarvoor volgens de wet alleen de Algemene Aandeelhoudersvergadering bevoegd is (onder meer de wijziging van de statuten, kapitaalverhoging buiten toegestaan kapitaal, kapitaalvermindering). De bevoegdheden en de werking van de Raad van Bestuur worden in extenso beschreven in het Corporate Governance Charter. De statuten bepalen dat de Raad van Bestuur vergadert wanneer het belang van de Vennootschap dit vereist of wanneer twee bestuurders hierom verzoeken.
In 2020 vonden er acht effectieve vergaderingen plaats, evenals enkele korte besprekingen per 'conference call'.
De Raad van Bestuur vergaderde en besliste tijdens 2020 onder meer over: het bepalen van de bedrijfsstrategie en van de belangrijkste beleidslijnen, het transformatieproces van de Agfa-Gevaert Group, de opvolging van de Voorzitter en de CEO, de vooruitzichten voor 2021 en de actieplannen voor de volgende jaren, de aanbevelingen gedaan door de verschillende Comités van de Raad van Bestuur, het risicomanagement, de goedkeuring van budgetten, kostenbeheersingscenario's, de evolutie van belangrijke juridische geschillen en de goedkeuring van de jaarrekeningen.
Bestuurders die mogelijkerwijs een belangenconflict hebben met betrekking tot een agendapunt moeten dit voor iedere beraadslaging melden en moeten zich onthouden van beraadslaging en stemming over dat onderwerp. Meer in het bijzonder mogen bestuurders zich niet in conflictsituaties plaatsen zoals beschreven in het Corporate Governance Charter van de Vennootschap. Wanneer een dergelijke situatie zich tegen hun wil in alsnog voordoet, dan moeten zij dit bekendmaken voor enige beraadslaging met betrekking tot het bewuste agendapunt plaatsvindt en zich onthouden van beraadslaging en stemming hierover.
De statuten bepalen dat de Raad van Bestuur samengesteld is uit ten minste zes leden, al dan niet aandeelhouders, die benoemd worden voor een hernieuwbare termijn van maximum vier jaar. De meerderheid van de leden zijn niet-uitvoerende bestuurders en minstens drie van hen zijn onafhankelijk. Op 11 mei 2020 heeft Mercodi BV, met als vaste vertegenwoordiger de heer Jo Cornu, zijn mandaat als bestuurder neergelegd.
Aan geen enkel mandaat als bestuurder van de Vennootschap was een einde gekomen onmiddellijk na de jaarvergadering van 12 mei 2020. Er werd wel aan de aandeelhouders voorgesteld om PJY Management BV, met als vaste vertegenwoordiger de heer Pascal Juéry, te benoemen tot uitvoerend bestuurder voor een periode van vier (4) jaar.
Tijdens de vergadering van de Raad van Bestuur van 25 augustus 2020 werd beslist dat Vantage Consulting BV, met als vaste vertegenwoordiger de heer Frank Aranzana, de heer Klaus Röhrig zal vervangen als Voorziter van de Raad van Bestuur. Omwille van haar vereffening, heeft de vennootschap CRBA Management BV haar mandaat neergelegd tijdens de vergadering van de Raad van Bestuur gehouden op 20 januari 2021. Tijdens dezelfde vergadering heeft de Raad van Bestuur de heer Christian Reinaudo gecoöpteerd als niet-uitvoerend bestuurder. Derhalve bestaat de Raad van Bestuur op heden uit de hiernavolgende zeven leden:
(1) Onafhankelijk bestuurder in de zin van artikel 7:87§1 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen
Aan het bestuurdersmandaat van Christian Reinaudo zal een einde komen onmiddellijk na de jaarvergadering. Aan de aandeelhouders zal tijdens de jaarvergadering worden voorgesteld om de heer Christian Reinaudo te herbenoemen tot niet-uitvoerend bestuurder voor een periode van vier (4) jaar.

Frank Aranzana (°1958 - Fransman) behaalde een Bachelor in Economics and Political Sciences aan de IEP Parijs, een Bachelor in de Rechten aan de Universiteit van Nice en behaalde later een Master in Management aan de ESSEC Parijs. Hij begon zijn carrière in 1986 bij Dow Chemical, waar hij werkte in de verkoop, marketing en business management. In 1996 werd hij Business Director bij DuPont Dow Elastomers en in 1999 werd hij bij UCB Bestuurder van de Radcure business unit en daarna van de Specialty Chemicals, die in 2005 werden verkocht aan Cytec industries. Hij werd Vice President van Cytec Surface Specialties en in 2008 werd hij President van Cytec Specialty Chemicals, lid van Cytec's Executive Leadership team en Officer van Cytec Industries Inc. In 2013 werd hij CEO van Allnex, de toonaangevende producent van coatingharsen die overgenomen werd door Advent International Private Equity en in 2016 werd hij een Operating partner, zetelend in Allnex's Advisory Committee.
Frank Aranzana trad toe tot de Raad van Bestuur in mei 2019. Hij werd verkozen tot Voorzitter van de Raad van Bestuur in augustus 2020.

Pascal Juéry (°1965 – Fransman) studeerde af aan de ESCP Business School in Parijs, Frankrijk. Hij heeft meer dan 30 jaar ervaring in de chemische en geavanceerde materialenindustrie. Pascal Juéry begon zijn carrière in financiën en al snel demonstreerde hij zijn vermogen om verscheidene wereldwijde activiteiten te leiden en om functionele sleutelposities te bekleden. De voorbije tien jaar was hij lid van de uitvoerende comités van eerst Rhodia en daarna Solvay. Bij Solvay speelde hij een actieve rol in de transformatie van de portfolio en de activiteiten van de groep.
Pascal Juéry trad toe tot de Raad van Bestuur in 2020. Sedert 1 februari 2020 is hij CEO van Agfa-Gevaert.

Hilde Laga (°1956 - Belgische) wordt algemeen erkend als een Belgische autoriteit inzake adviesverlening op het vlak van vennootschapsrecht. Tot 2014 combineerde zij haar werk als advocaat met een erg gewaardeerde academische carrière. Nadat ze een doctoraat behaalde in de rechten aan de KU Leuven (België), richtte zij het advocatenkantoor Laga (thans Deloitte Legal Lawyers) op, dat zij leidde als managing partner en als hoofd van de corporate M&A-praktijk tot in 2013. Als professor aan de universiteit van Leuven, doceerde Hilde Laga vennootschapsrecht. Over dit onderwerp heeft zij talrijke nationale en internationale publicaties op haar naam. Zij is thans verbonden als bijzonder gasthoogleraar. Hilde Laga is lid van de Belgische Corporate Governance Commissie en ze was verscheidene jaren lid van de Raad van Toezicht van de FSMA.

Mark Pensaert (°1964 - Belg) studeerde af als Licenciaat Rechtsgeleerdheid aan de UGent (België) en behaalde daarna een Master of Law aan het St. Catharine's College van de Cambridge University. Hij startte zijn loopbaan in 1988 in Londen bij Lazard Brothers & Co, één van de vooraanstaande onafhankelijke global investment banks met hoofdkantoren in New York, Parijs en Londen. Tussen 1992 en 1996 was hij financieel directeur bij Interbuild NV en Rombouts NV. In 1996 werd hij CFO van Carestel NV (thans deel van de Autogrill Group). Tussen 2000 en 2004 keerde hij terug naar de internationale M&A business door opnieuw aan de slag te gaan bij Lazard Frères in Parijs met als doel het helpen oprichten van een M&A platform voor Lazard in de BeNeLux. In 2004 werd hij Partner en startte hij het Amsterdams kantoor dat de hele BeNeLux overzag. In 2008 kwam hij als CEO bij Leonardo & Co, een spin-off van Lazard, om er een netwerk uit te bouwen op het Europese vasteland en van september 2015 tot juli 2018 was hij Voorzitter van de investment banking divisie van Alantra Partners, een global investment banking en asset management-groep met beursnotering in Madrid.
• Lid van de Raad van Commissarissen van Rabobank

Christian Reinaudo (°1954 - Fransman) studeerde af aan de 'Ecole de Physique et de Chimie Industrielles de Paris' en heeft een doctoraat van de Universiteit van Parijs (Frankrijk). Hij startte zijn loopbaan bij Alcatel (toen nog 'Compagnie Générale d'Electricité') in 1978 in het Onderzoeks- en Ontwikkelingscentrum van Marcoussis (Frankrijk). Tijdens zijn periode bij Alcatel leidde hij activiteiten met een omzet van verschillende miljarden euro en internationale verkoop- en serviceorganisaties. Van 1984 tot 1996 bekleedde hij verschillende functies binnen de 'Cable'-Groep van Alcatel (nu Nexans), van onderzoek en ontwikkeling tot productie, aankoop, verkoopondersteuning en diensten. Begin 1997 werd hij President van de Submarine Networks Divisie. Nadat hij in 1999 tot President van de hele Optics Groep werd benoemd, trad hij begin 2000 toe tot het Directiecomité van Alcatel als Executive Vice President. In 2003 werd hij benoemd tot President van Alcatel Asia Pacific en verhuisde hij naar Shanghai (China), waar hij verbleef tot 2006. In die periode was hij ook de Ondervoorzitter van de Raad van Bestuur van Alcatel Shanghai Bell, de Chinese joint venture tussen Alcatel en de Chinese overheid. Na zijn terugkeer naar Parijs in 2006 werd hij verantwoordelijk voor het management van het integratie- en transitieproces als gevolg van de fusie van Alcatel en Lucent Technologies. Hij ging ook deel uitmaken van de Raad van Bestuur van Draka Comteq (Nederland). In 2007 werd hij benoemd tot President van Alcatel-Lucent Noord- en Oost-Europa en trad hij toe tot de Raad van Bestuur van Alcatel-Lucent (België). Begin 2008 stapte Christian Reinaudo over naar Agfa-Gevaert, waar hij President van Agfa HealthCare werd.
Christian Reinaudo trad toe tot de Raad van Bestuur van Agfa-Gevaert in 2010. Van 1 mei 2010 tot 1 februari 2020 was hij tevens CEO van Agfa-Gevaert.

Klaus Röhrig (°1977 - Oostenrijker) behaalde een Master in Economie en Bedrijfskunde aan de Vienna University of Economics and Business Administration. In 2000 startte Klaus Röhrig zijn carrière bij Credit Suisse First Boston in Londen waar hij zich vooral toelegde op bedrijfsfinanciering en M&A voor technologiebedrijven. In 2006 trad hij in dienst bij Elliott Associates, waar hij verantwoordelijk was voor de investeringsfondsen in de Duitstalige landen, evenals voor geselecteerde beleggingen in schulden, aandelen en overheden. In 2015 richtte Klaus Röhrig Active Ownership Group op, een Luxemburgse investeringsgroep. Tijdens zijn hele loopbaan richtte hij zich op het identificeren van investeringsmogelijkheden, het structureren van investeringen en procesgestuurde waardecreatie.
Klaus Röhrig (AOC) trad toe tot de Raad van Bestuur als niet-uitvoerend bestuurder in november 2018. Hij was Voorzitter van de Raad van Bestuur van mei 2019 tot oktober 2020.

Helen Routh (°1962 - Brits/Amerikaans) is een wereldwijde healthcare executive die zich vooral bezighoudt met het oplossen van complexe problemen die zich situeren op het snijvlak van innovatie en zakelijkheid. Ze behaalde een doctoraat in de fysica, met specialisatie in medische echografie, aan het University College Cardiff (VK). Tot 2017 had ze bij Philips diverse zakelijke en functionele rollen in de healthcare-tak, met vooral focus op producten, software en services. Zij was de General Manager van Philips Research in Noord-Amerika en General Manager van Philips Clinical Informatics business wereldwijd. Als Senior VP Strategy en Innovation leidde zij de ontwikkeling van de Innovation Strategie bij Royal Philips en was hoofd van het Integrated Solutions-team.
Zij is een veel gevraagde keynote-speaker en is panellid voor zowel technische als zakelijke onderwerpen. Ze treedt ook op als raadgever voor zowel kleine als grote bedrijven en voor academische en medische organisaties in Europa en de Verenigde Staten.
Helen Routh trad toe tot de Raad van Bestuur in mei 2019.
Het Auditcomité vervult de taken zoals omschreven in artikel 7:99 §4 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen en staat de Raad van Bestuur bij in het uitoefenen van zijn opdracht van controle in de ruimste betekenis van het woord. Zijn bevoegdheden en werking worden in extenso beschreven in hoofdstuk 5.1 van het Corporate Governance Charter.
Het Auditcomité bestaat sinds 14 mei 2019 uit drie niet-uitvoerende bestuurders: de heer M. Pensaert, Voorzitter, de heer K. Röhrig en mevrouw H. Routh. Twee ervan zijn onafhankelijke bestuurders. Al deze leden voldoen aan de vereisten van artikel 7:99§2 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen inzake deskundigheid op het gebied van boekhouding en audit.
Het Comité had vijf zittingen in 2020. Onder meer de volgende agendapunten werden behandeld: het nazicht van de jaarrekeningen van 2019, de kwartaalresultaten van 2020, de rapporten van de interne auditafdeling, de opvolging van belangrijke juridische zaken zoals het AgfaPhoto-dossier, Information Security en de evaluatie van het risicomanagement in de Groep.
Het Benoemings- en Remuneratiecomité werd door de Raad van Bestuur belast met verantwoordelijkheden inzake de voordracht voor benoeming, herbenoeming en ontslag van Bestuurders en leden van het Executive Management, het remuneratiebeleid en de individuele remuneratie van Bestuurders en leden van het Executive Management. De taken en werking van het Benoemings- en Remuneratiecomité worden in extenso beschreven in hoofdstuk 5.2 van het Corporate Governance Charter. Het Benoemings- en Remuneratiecomité bestaat uitsluitend uit niet-uitvoerende bestuurders.
Het Comité bestaat sinds mei 2020 uit de volgende drie niet-uitvoerende bestuurders: de heer C. Reinaudo, Voorzitter, mevrouw H. Laga en de heer F. Aranzana. Twee ervan zijn onafhankelijke bestuurders. Het Comité had vier zittingen in 2020 en onder meer de volgende agendapunten werden behandeld: de samenstelling van de Raad van Bestuur en de Comités, de opvolging van de CEO, het remuneratiebeleid, de prestaties en de remuneratie van het Executive Management en Senior Executives, de pensioenverplichtingen en de opstelling van het Remuneratieverslag.
| Raad van Bestuur | AC | BRC | |
|---|---|---|---|
| Dhr. Frank Aranzana | 8/8 | 4/4 | |
| Dhr. Christian Reinaudo (1) | 8/8 | 1/1 | |
| Mevr. Helen Routh | 8/8 | 5/5 | |
| Dhr. Jo Cornu (2) | 3/3 | 3/3 | |
| Dhr. Pascal Juéry (3) | 5/5 | ||
| Mevr. Hilde Laga | 7/8 | 3/4 | |
| Dhr. Mark Pensaert | 7/8 | 4/5 | |
| Dhr. Klaus Röhrig | 8/8 | 5/5 |
(1) Lid BRC vanaf 12 mei 2020
(2) Bestuurder en lid BRC tot 12 mei 2020
(3) Bestuurder vanaf 12 mei 2020
Het uitvoerend management van de Vennootschap werd toevertrouwd aan een gedelegeerd bestuurder/CEO die wordt bijgestaan door een Exco. Samen vormen zij het Executive Management.
De CEO is belast met de uitvoering van het ondernemingsbeleid en de strategie bepaald door de Raad van Bestuur. Hij ontving bijgevolg de meest uitgebreide bevoegdheden inzake dagelijks bestuur en een aantal specifieke bijzondere volmachten. Deze bevoegdheden zijn in extenso opgenomen in het Corporate Governance Charter.
De CEO brengt regelmatig verslag uit over zijn werkzaamheden en over de evolutie van de dochtervennootschappen en van de deelnemingen, om de Raad van Bestuur de mogelijkheid te geven hierop controle uit te oefenen. CRBA Management BV, met als vaste vertegenwoordiger de heer Christian Reinaudo, heeft op de vergadering van de Raad van Bestuur van 8 januari 2020 meegedeeld dat hij zijn mandaat als CEO van de Vennootschap wenst neer te leggen met ingang van 1 februari 2020. De Raad van Bestuur besliste om PJY Management BV, met als vaste vertegenwoordiger de heer Pascal Juéry, aan te duiden als zijn opvolger.
Sinds 30 juni 2020, datum waarop Dhr. Stefaan Vanhooren het Exco heeft verlaten, is het Exco samengesteld als volgt:
Op 1 mei 2021 zal de heer V. Wille het Exco vervoegen als President Agfa Digital Print & Chemicals.
Vincent Wille (°1976, Belg) behaalde een MBA in General Management aan de Vlerick Business School en een masterdiploma in Bio-Engineering aan de Universiteit Gent. Hij begon zijn loopbaan bij de wereldwijd opererende consultancy-onderneming Arthur D. Little. In 2009 trad hij in dienst bij Tessenderlo Group, een wereldwijde speler in de chemische industrie. Daar had hij verschillende functies, waaronder die van Sitedirecteur, Directeur van de business unit Water Treatment en Directeur Global Sales and Marketing voor de business unit Gelatins. Zes jaar later vervoegde Vincent het wereldwijd opererende mijn- en mineralenbedrijf Lhoist. Bij Lhoist had hij managementfuncties in België en de VS. In 2019 werd hij er Global Head of Procurement en Chief Innovation Officer.
Agfa's Executive Management is verantwoordelijk voor de interne controle- en risicobeheerssystemen van de Groep, inclusief die met betrekking tot financiële rapportering, zoals goedgekeurd door de Raad van Bestuur. De interne controle op de financiële rapportering behelst de beoordeling van de relevante risico's en de identificatie van en het toezicht op kerncontroles en acties die genomen worden ter correctie van gebreken wanneer die geïdentificeerd worden. Het Auditcomité beoordeelt de effectiviteit van de systemen voor interne controle en risicobeheer.
Agfa's controleomgeving bestond in 2020 uit centrale finance-functies zoals consolidatie en rapportering, belastingen, treasury en investor relations enerzijds en uit finance-functies op het niveau van de vier divisies anderzijds. Alle finance-functies rapporteren (on)rechtstreeks aan de Chief Financial Officer. Alle Groepsentiteiten volgen de uniforme centrale boekhoudkundige regels en rapporteringsvereisten die zijn beschreven in Agfa's 'Group Consolidation Accounting Manual'.
Gebaseerd op beoordelingsvergaderingen met de centrale functies en met het management van de businessgroepen, had het Executive Management in 2020 een proces in gebruik om op regelmatige basis de risico's, inclusief de risico's m.b.t. het financiële rapporteringsproces, te identificeren, beoordelen en op te volgen. Het rapporteert aan het Auditcomité over deze risico's. Deze risico's worden geëvalueerd door het Auditcomité, dat verdere acties kan definiëren voor het Executive Management.
Elke businessgroep was in 2020 verantwoordelijk voor het controleren van de financiële prestaties en verwachtingen. Elke businessgroep rapporteerde aan het Executive Management. Het consolidatieproces, gebaseerd op meer uitgebreide rapportering, werd elk kwartaal uitgevoerd. Het wordt beoordeeld door het Executive Management en het Auditcomité, die acties kunnen definiëren voor de businessgroepen en de centrale functies.
Alle entiteiten gebruiken uniforme centrale rapporteringstools en rapporteren in overeenstemming met de instructies en de rapporteringsrichtlijnen opgesteld door de centrale rapporteringsafdeling. Financiële informatie (inclusief 'key performance indicators') werd op een consistente basis voorbereid voor elke businessgroep en op het geconsolideerde niveau. Ze werd gecontroleerd door de aangewezen verantwoordelijke. Het Executive Management rapporteert regelmatig aan het Auditcomité over alle 'key risk factors'.
Een van de verantwoordelijkheden van de financiële afdelingen is de verbetering van de procedures die gebruikt worden voor de voorbereiding en verwerking van financiële informatie. Er worden regelmatig controles uitgevoerd op de belangrijkste controleprocedures in de voorbereiding van financiële informatie in de dochterondernemingen en op Groepsniveau om te verzekeren dat de instructies en richtlijnen over financiële rapportering correct worden toegepast. Interne Audit ziet toe op de controle van interne beleidslijnen, richtlijnen en controles m.b.t. financiële rapportering en operationele aspecten, zoals verkoop, productie en O&O. Interne Audit rapporteert aan het Auditcomité, dat toeziet op de doeltreffendheid. De Secretaris van de Vennootschap werd benoemd tot compliance officer om de naleving te controleren van de beleidslijnen van de Vennootschap inzake de voorkoming van handel met voorwetenschap en marktmanipulatie door de Bestuurders en andere welbepaalde personen.
Zoals elke onderneming wordt Agfa voortdurend geconfronteerd met markt- en concurrentierisico's. In al zijn activiteiten wordt Agfa geconfronteerd met snelle veranderingen in de technologie. De Offset business wordt ook gekenmerkt door uitdagende marktomstandigheden en prijserosie. Agfa introduceert veel nieuwe technologieën, zoals industriële inkjet, directe radiografie en IT-systemen voor de gezondheidszorgmarkt. De markt voor IT-systemen in de gezondheidszorg is zeer competitief en onderhevig aan snelle veranderingen.
Agfa doet een beroep op andere ondernemingen voor de levering van bepaalde basisgrondstoffen. De belangrijkste grondstoffen zijn aluminium en zilver. Wijzigingen in de grondstofprijzen en het niet tijdig ontvangen van de nodige grondstoffen zouden Agfa's bedrijfsvoering, bedrijfsresultaten en financiële toestand negatief kunnen beïnvloeden. Voorts kan Agfa ervoor opteren om een deel of het geheel van zijn afhankelijkheid van de grondstofprijzen in te dekken, wanneer het dit opportuun acht.
De activiteiten van de Groep kunnen Agfa blootstellen aan vorderingen voor productaansprakelijkheid. Vooral op het vlak van de HealthCare-activiteiten volgt Agfa verscheidene regulatorische systemen in verschillende landen. Om het risico van vorderingen in verband met productaansprakelijkheid te beperken, heeft Agfa een strikt beleid op het vlak van kwaliteit en kwaliteitscontrole ingevoerd en heeft het een algemene verzekeringspolis afgesloten. Agfa heeft nooit aanzienlijke verliezen geleden met betrekking tot vorderingen op het vlak van productaansprakelijkheid, maar er kan geen zekerheid bestaan dat dit in de toekomst nooit zal voorvallen.
Agfa is onderworpen aan verscheidene milieuvereisten in de verschillende landen waarin het actief is, inclusief de vereisten in verband met luchtverontreiniging, lozing van afvalwater, beheer van gevaarlijke stoffen, het voorkomen van het lekken van stoffen en sanering. Agfa doet aanzienlijke bedrijfs- en kapitaaluitgaven om de toepasselijke normen te respecteren. Huidige en redelijkerwijze te voorziene kosten voor het naleven van wettelijke voorschriften en voor sanering zijn gedekt.
Agfa bezit, heeft aanvragen in behandeling voor en heeft licenties voor tal van patenten die betrekking hebben op een veelheid van producten en softwaresystemen. De Vennootschap vertrouwt op een combinatie van octrooi-, auteurs- en merkenrecht en de wetten op handelsmerken en geheimen, vertrouwelijkheidsprocedures, handelsgeheimen, contractuele bepalingen en licentieregelingen om de eigendomsrechten vast te leggen en te beschermen. Anderzijds voert de Groep een beleid dat erop gericht is de intellectuele eigendomsrechten van derden strikt te respecteren. Hoewel Agfa er zich niet van bewust is dat er producten de intellectuele eigendomsrechten van anderen schenden, is het niet uitgesloten dat derden in de toekomst zulke inbreuken claimen.
Agfa is momenteel niet betrokken in enig belangrijk geschil, met uitzondering van de geschillen in verband met de insolventie van AgfaPhoto. Deze geschillen worden in detail behandeld in toelichting 45.2 p. 225 bij de geconsolideerde jaarrekening.
Verder zijn er risico's die een negatieve invloed op de Vennootschap en haar activiteiten kunnen hebben en waarmee dus rekening moet worden gehouden. Voorbeelden hiervan zijn onder meer risico's in verband met de continuïteit van de productie, cyber security risico's, verlies van management en personeel op sleutelposities, buitengewone waardevermindering van activa, pensioenverplichtingen, veranderingen in wisselkoersen en acquisities.
De voornaamste elementen en kenmerken van het evaluatieproces voor de Raad van Bestuur en de Comités betreffen de beoordeling van de wijze waarop de Raad van Bestuur en de Comités werken, het nagaan of belangrijke onderwerpen grondig worden voorbereid en besproken, de beoordeling van de werkelijke bijdrage van elke bestuurder en zijn betrokkenheid bij de bespreking en besluitvorming. Het volledige evaluatieproces wordt in extenso uiteengezet in de hoofdstukken 3, 4 en 5 van het eerder vermelde Corporate Governance Charter.
De laatste formele evaluatie vond plaats in 2016, waarbij er op initiatief van de Voorzitter van de Raad van Bestuur en in samenwerking met de Voorzitter van het Benoemings- en Remuneratiecomité een intern evaluatieproces werd opgestart. Hierbij werden er contacten gelegd met de leden van de Raad van Bestuur en van het Executive Management om enerzijds de werking van de Raad en het Executive Management (zowel als college als individueel) en anderzijds de samenwerking en de relatie tussen beide colleges te evalueren. Aangezien de meerderheid van de leden van de Raad van Bestuur pas in of na 2018 benoemd werden, heeft de Raad van Bestuur beslist om, in afwijking van de bepalingen van de Corporate Governance Code, de eerstvolgende formele evaluatie pas door te voeren in 2021. De Raad van Bestuur is van mening dat dit uitstel nodig is om tot een goede evaluatie van het functioneren van de nieuw samengestelde Raad te kunnen komen.
De criteria die in overweging genomen werden tijdens de evaluatie betroffen zowel de omvang, de samenstelling en de performantie van de Raad van Bestuur en de Comités als de kwaliteit van de interactie tussen Raad van Bestuur en Executive Management. De resultaten werden enerzijds bepaald op basis van de antwoorden die gegeven werden op een vragenlijst (bestaande uit een zeventigtal vragen onderverdeeld in een tiental hoofdstukken), en anderzijds de feedback die gegeven werd tijdens individuele gesprekken.
In de jaren dat er geen formele evaluatie plaatsvindt, informeert de Voorzitter van de Raad van Bestuur zich op regelmatige tijdstippen informeel bij de leden van de Raad van Bestuur en van het Executive Management over het functioneren van de verschillende organen.
Agfa heeft beleidsmaatregelen en procedures ingesteld om de implementatie van zijn visie te waarborgen. Sinds 2003 heeft de raad van bestuur van Agfa beleid geïmplementeerd voor gelijke kansen op werkgelegenheid voor alle werknemers en sollicitanten. De raad van bestuur staat achter een non-discriminatiebeleid waarin geen ruimte is voor discriminatie op grond van ras, godsdienst, politieke overtuiging, kleur, geslacht, leeftijd, nationaliteit, beperking of eender andere wettelijk ontoelaatbare indeling. Zie p.60-61.
De voorstellen van de Raad van Bestuur aan de Algemene Aandeelhoudersvergadering met betrekking tot de besteding en verdeling van het resultaat houden rekening met verscheidene factoren, zoals de financiële situatie van de Vennootschap, de resultaten uit bedrijfsactiviteiten, de huidige en verwachte kasstromen en de expansieplannen.
Agfa-Gevaert stelde onmiddellijk na de beursgang in 1999, overeenkomstig haar principes en waarden, een Verhandelingscode (Code of Dealing) op. Die Code bevat de regels die door de bestuurders en het senior management moeten worden nageleefd in het geval zij financiële instrumenten van de Vennootschap willen verhandelen. De Code verbiedt voormelde personen o.m. om te handelen gedurende welomschreven periodes voor de bekendmaking van haar financiële resultaten en voor de bekendmaking van andere koersgevoelige informatie.
Agfa-Gevaert heeft in het licht van de Verordening Marktmisbruik die van toepassing is geworden op 3 juli 2016, de voormelde Code aangepast om ze in overeenstemming te brengen met de huidige wettelijke reglementering terzake. De Verhandelingscode werd een laatste maal aangepast op 12 mei 2020. De aangepaste versie van de Code bevindt zich op de website en op het intranet van de Vennootschap als onderdeel van het Corporate Governance Charter.
Zie toelichting 47 p. 227.
Zie hoofdstuk Innovatie van p. 86 tot p. 87.
Agfa-Gevaert NV heeft een bijhuis in het Verenigd Koninkrijk (Agfa Materials UK).
Om het risico van de wisselkoersen en de interestwijzigingen te minimaliseren worden passende dekkingscontracten ingezet. Daartoe behoren voornamelijk termijnverrichtingen in vreemde munten, optiecontracten en interest-swaps. Het inzetten ervan gebeurt volgens uniforme richtlijnen, is onderworpen aan interne controles en blijft beperkt tot het indekken van de operationele activiteiten en de daarmee verbonden geldbeleggingen en financiële transacties. Meer informatie hierover is te vinden in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening.
Zie hoofdstuk Niet-financieel rapport van p. 18 tot p. 89.
De commissaris van Agfa-Gevaert NV is KPMG Bedrijfsrevisoren, vertegenwoordigd door de heer Harry Van Donink. De commissaris werd op de Jaarvergadering van 14 mei 2019 herbenoemd voor een periode van drie jaar. Zijn mandaat zal ten einde lopen onmiddellijk na de Jaarvergadering van 2022.
Zie p. 289.
De Raad van Bestuur verklaart hierbij dat het Jaarverslag is opgesteld in overeenstemming met artikel 34 van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007. In verband hiermee licht de Raad van Bestuur het volgende toe:
Agfa-Gevaert NV (Ondernemingsnummer 0404.021.727, Rechtspersonenregister Antwerpen) is een beursgenoteerde onderneming naar Belgisch recht, opgericht op 10 juni 1964.
De maatschappelijke zetel van de Vennootschap is gevestigd in de Septestraat 27, 2640 Mortsel, België.
De volledige en becommentarieerde financiële gegevens zijn beschikbaar op de website, www.agfa.com, of verkrijgbaar bij de Vennootschap. Informatie met betrekking tot de milieuaspecten is terug te vinden in het Duurzaamheidsverslag van de Groep dat in dit jaarverslag is opgenomen.
De statuten van de Vennootschap liggen ter inzage bij de Griffie van de Rechtbank van Koophandel van Antwerpen (België) en op de maatschappelijke zetel. Ze zijn ook terug te vinden op de website, www.agfa.com.
Het Corporate Governance Charter en de Verhandelingscode (Code of Dealing) kunnen worden geraadpleegd op de Investor Relationspagina's van de website, www.agfa.com. De jaarrekeningen worden neergelegd bij de Nationale Bank van België.
De jaarrekeningen worden elk jaar, samen met de bijbehorende verslagen, meegedeeld aan de aandeelhouders op naam en een ieder die erom verzoekt.
Het jaarverslag, het remuneratiebeleid, de statutaire en geconsolideerde jaarrekening, inclusief het verslag van de commissaris, zijn consulteerbaar op de website www.agfa.com en kunnen worden ingezien op de maatschappelijke zetel.
De oproeping voor de Algemene Aandeelhoudersvergadering wordt gepubliceerd in de financiële pers en is tevens beschikbaar op de website. Inzake financiële berichtgeving worden de financiële resultaten en de overige verplichte informatie gepubliceerd op de website van de Vennootschap, in overeenstemming met de richtlijnen van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA).
De besluiten betreffende de benoeming en het ontslag van de leden van de Raad van Bestuur worden bekendgemaakt in de Bijlagen tot het Belgisch Staatsblad.
Iedere geïnteresseerde kan zich gratis registreren op www.agfa.com om de persberichten en de verplichte financiële informatie per e-mail te ontvangen.
Het jaarverslag is op de website, www.agfa.com, beschikbaar in het Nederlands en het Engels.
Het Benoemings- en Remuneratiecomité (BRC) komt minimum drie keer per jaar samen om onder meer voorstellen aan de Raad van Bestuur uit te werken over het remuneratiebeleid en -niveau voor Bestuurders en leden van het Executive Management.
Het BRC had vier zittingen in 2020 en onder meer de volgende agendapunten werden behandeld: de samenstelling van de Raad van Bestuur en de Comités, de opvolging van de CEO, het remuneratiebeleid, de prestaties en de remuneratie van het Executive Management en Senior Executives, de pensioenverplichtingen en de opstelling van het Remuneratieverslag.
Het BRC heeft in 2020 vooral aandacht gehad voor wijzigingen die zich opdrongen ten gevolge van nieuwe regelgeving (zoals SRD II, het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen en de Belgische Corporate Governance Code 2020), en heeft deze wijzigingen aangegrepen om het remuneratiebeleid van de Groep in detail te herzien. Het BRC verwijst graag naar het Jaarlijks Financieel Verslag van de Groep voor een gedetailleerde beschrijving van de bedrijfsresultaten die van invloed zijn geweest op de resultaten van de verschillende divisies van de Groep, en bijgevolg op de remuneratie van het Executive Management.
Er zijn in de loop van het jaar 2020 verschillende wijzigingen geweest in de samenstelling van de Raad van Bestuur en de Comités. Deze wijzigingen hebben een impact gehad op de verloning van de bestuurders, en dienen dus in overweging genomen te worden wanneer men met verloningen in voorgaande jaren wil vergelijken. De heer Jo Cornu (als vaste vertegenwoordiger van Mercodi BV) heeft in 2020 zijn mandaat als bestuurder neergelegd. In de Raad van Bestuur werd hij vervangen door de heer Pascal Juéry (als vaste vertegenwoordiger van PJY Management BV) en als lid en voorzitter van het BRC werd hij vervangen door de heer Christian Reinaudo. De heer Klaus Röhrig heeft zijn opdracht als Voorzitter van de Raad van Bestuur neergelegd en werd in die rol vervangen door de heer Frank Aranzana (als vaste vertegenwoordiger van Vantage Consulting BV).
Er waren ook wijzigingen op het niveau van het Executive Management. De heer Pascal Juéry heeft in februari 2020 de CEO-rol overgenomen van de heer Christian Reinaudo. De heer Stefaan Vanhooren, lid van het Executive Comité, heeft per eind juni 2020 het bedrijf verlaten.

Remuneratieverslag
Het nieuwe remuneratiebeleid, dat ter goedkeuring aan de aandeelhouders zal worden voorgelegd tijdens de jaarvergadering te houden op 11 mei 2021, is beschikbaar op de website van de Vennootschap: www.agfa.com/investorrelations. Na goedkeuring door de aandeelhouders, zal Agfa-Gevaert een remuneratiebeleid hebben dat aangepast is aan de Richtlijn Aandeelhoudersrechten II, het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen en de Corporate Governance Code 2020.
Het huidige remuneratiebeleid voor Bestuurders en leden van de Comités werd vastgelegd tijdens de jaarvergadering gehouden in 2006 en varieert in functie van het aantal vergaderingen waaraan ze hebben deelgenomen. De remuneratie van de Voorzitter van de Raad van Bestuur werd vastgelegd in 2008 en is een alomvattende vergoeding. Omwille van de impact van het SARS-CoV-2 virus, besloten alle leden van de Raad van Bestuur afstand te doen van 10% van de vergoedingen die betaald dienden te worden in 2020. Verdere details over de vergoeding voor het boekjaar 2020 worden later in dit remuneratieverslag verschaft.
- Bonusvergoedingen. De bonusvergoeding voor de CEO wordt verder in dit rapport beschreven. In overeenstemming met het huidige remuneratiebeleid bestaat het Global Bonus Plan voor de overige leden van het Executive Management momenteel uit vier elementen:
De impact van het Global Bonus Plan op de verloning van het Executive Committee in het jaar 2020 wordt verder in dit Remuneratieverslag gespecifieerd. Het Executive Management zag af van enige bonusbetaling met betrekking tot de persoonlijke doelstellingen voor 2020, hoewel de meeste hiervan werden behaald.
- SARS-CoV-2. Het Executive Management deed gedurende drie maanden een vrijwillige looninlevering van 10% en de uitbetaling van bonussen verdiend onder het Global Bonus Plan 2019 werd met enkele maanden verdaagd.
- Exceptionele projecten. In 2020 heeft het Executive Management enkele exceptionele projecten opgeleverd, die een belangrijke invloed hebben op de toekomstige ontwikkeling van de Groep, zoals de verkoop van een gedeelte van de Agfa HealthCare activiteiten aan Dedalus en de verdere implementatie van de strategische alliantie met Lucky HuaGuang Graphics Co. Ltd. Gegeven het exceptionele karakter en de aard van deze projecten en gegeven hun belang voor de Agfa-Gevaert Groep en zijn stakeholders, had de Raad van Bestuur, op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité, beslist om een uitzonderlijke bonus (bovenop het Global Bonus Plan) in het vooruitzicht te stellen voor de leden van het Executive Management als deze projecten behoorlijk werden opgeleverd binnen de afgesproken deadlines en overeenkomstig de businessplannen. De impact hiervan op de verloning van het Executive Management in het jaar 2020 wordt verder in dit Remuneratieverslag gespecifieerd.
De jaarvergadering gehouden op 12 mei 2020 heeft het vorige remuneratieverslag goedgekeurd met 99,4% van de stemmen. Bij het opstellen en herzien van zijn remuneratiebeleid houdt Agfa-Gevaert rekening met de stemmen en suggesties van haar aandeelhouders. Agfa-Gevaert nodigt haar aandeelhouders uit tot een open en transparante communicatie over haar remuneratiebeleid en andere Corporate Governance aspecten.
Zoals bepaald in het huidige beleid, ontvangen de niet-uitvoerende bestuurders een vaste vergoeding en eventueel een aanwezigheidsvergoeding. De niet-uitvoerende bestuurders ontvangen géén prestatiegebonden remuneratie die rechtstreeks verband houdt met de resultaten van de Vennootschap. De niet-uitvoerende bestuurders ontvingen voor het boekjaar 2020 eveneens géén deel van hun remuneratie in de vorm van aandelen van de Vennootschap. Overeenkomstig het beleid, krijgen niet-uitvoerende bestuurders geen vergoeding in aandelen zoals aanbevolen in bepaling 7.6 van de Corporate Governance Code 2020. Agfa past Principe 6 van de Code toe en meent dat een volledige vergoeding van niet-uitvoerende bestuurders in cash beter het vermijden van enig belangenconflict dient en hun volledige onafhankelijkheid van geest garandeert. Onkosten (bv voor intercontinentale of internationale reizen) worden afzonderlijk vergoed.
De CEO ontvangt enkel vergoedingen als lid van het Executive Management. Hij ontvangt geen afzonderlijke vergoeding voor zijn rol als uitvoerend bestuurder.
Het remuneratiebeleid werd herzien toen de heer Juéry het bedrijf vervoegde als CEO. Het nieuwe remuneratiebeleid dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de jaarvergadering te houden in 2021 borduurt verder op de aanpak die gevolgd werd in de contractafspraken met de heer Juéry. Dit nieuwe beleid, indien goedgekeurd, zal verder uitgerold worden naarmate nieuwe leden het Executive Comité vervoegen of telkens wanneer de huidige leden van het Executive Comité hun bestaande contractuele afspraken wensen aan te passen aan dergelijk nieuw beleid. Het BRC verifieert op regelmatige basis of de verloning van het Executive Management nog gepast is, en doet voor zover nodig voorstellen tot wijziging aan de Raad van Bestuur.
De verloning van de CEO bestaat uit een vaste vergoeding, een korte termijn variabele vergoeding en een lange termijn variabele vergoeding. De toekenning en het bedrag van de korte termijn variabele vergoeding is afhankelijk van de Groepsresultaten en van het behalen van persoonlijke doelstellingen die worden vastgelegd door de Raad van Bestuur. De lange termijn variabele vergoeding werd ingebed in een Stock Appreciation Rights Plan en kan leiden tot een bijkomende cash bonus.
De belangrijkste elementen van dit Stock Appreciation Rights Plan zijn:
Daarnaast heeft de heer Juéry recht op de vergoeding van redelijke internationale reisonkosten en representatiekosten.
De verloning van de huidige leden van het Executive Comité bestaat uit een vaste vergoeding en een variabele vergoeding. De cash-component van de variabele vergoeding wordt voor 50% verdiend op basis van de realisatie van doelstellingen op ten hoogste één jaar en voor 50% op basis van meerjaarse doelstellingen. De variabele vergoeding kan eventueel gedeeltelijk omgezet worden in een pensioenpremie. Daarnaast hebben de leden van het Executive Comité recht op bepaalde voordelen in natura, zoals een bedrijfswagen, een representatievergoeding, maaltijdcheques en diverse verzekeringen.
Tabel 1 – Vergoeding van de bestuurders over het gerapporteerde boekjaar. De bestuurders ontvangen geen vergoeding vanwege andere vennootschappen van de Agfa-Gevaert Groep.
| Vaste remuneratie | Variabele remuneratie | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| IN EURO | Raad van Bestuur fee |
Comité fee |
Bijkomende voordelen |
Eén-jaar variabel |
Meer jaren variabel |
Uitzonderlijke items |
Pensioen | REMUNERATIE TOTALE |
remuneratie | Verhouding vaste en variabele |
| Frank Aranzana (1) | 126.875 | 3.125 | - | - | - | - | - | 130.000 | ||
| Pascal Juéry (2) | - | - | - | - | - | - | - | - | ||
| Mark Pensaert (3) | 50.000 | 25.000 | - | - | - | - | - | 75.000 | ||
| Christian Reinaudo (4) | 52.500 | 7.500 | - | - | - | - | - | 60.000 | ||
| Klaus Röhrig (5) | 105.625 | 7.292 | - | - | - | - | - | 112.917 | ||
| Helen Routh (6) | 52.500 | 12.500 | - | - | - | - | - | 65.000 | ||
| Hilde Laga (7) | 50.000 | 7.500 | - | - | - | - | - | 57.500 | ||
| Vast: | 100,00% | |||||||||
| TOTAAL | 437.500 | 62.917 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 500.417 | Variabel: | 0,00% |
Tabel 2 – Vergoeding van de CEO. Met ingang van 1 februari 2020 heeft de heer P. Juéry de CEO-positie overgenomen van de heer C. Reinaudo.
| Vaste remuneratie | Variabele remuneratie | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| IN EURO | Basis vergoeding |
Fees | Bijko mende voordelen |
Eén jaar variabel |
Meer jaren variabel |
Uitzonderlijke items |
Pensioen | REMUNERATIE TOTALE |
Verhouding vaste en variabele remuneratie (*) |
|
| Pascal Juéry (2) - CEO | 642.000 | - | - | - | - | - | - | 642,000 | ||
| Christian Reinaudo (4) | 87.358 | 11.400 | 18.531 | 36.292 | - | 3.826.194 | - | 3.979.775 Vast: | 95,44% | |
| TOTAAL | 729.358 | 11.400 | 18.531 | 36.292 | - | 3.826.194 | - | 4.621.775 Variabel: | 4,56% |
(1) Voorzitter van de Raad en lid van het Benoemings- en Remuneratiecomité. Vaste vertegenwoordiger van Vantage Consulting BV.
(2) Uitvoerend bestuurder (CEO). Vaste vertegenwoordiger van PJY Management BV.
(3) Niet-uitvoerend bestuurder en Voorzitter van het Auditcomité. Vaste vertegenwoordiger van MRP Consulting BV.
(4) Niet-uitvoerend bestuurder en Voorzitter van het Benoemings- en Remuneratiecomité. Vaste vertegenwoordiger van CRBA Management BV tot eind januari 2021. Als natuurlijk persoon vanaf februari 2021.
(5) Niet-uitvoerend bestuurder and lid van het Auditcomité.
(6) Niet-uitvoerend bestuurder en lid van het Auditcomité.
(7) Niet-uitvoerend bestuurder en lid van het Benoemings- en Remuneratiecomité.
(*) Uitzonderlijke items werden niet in overweging genomen voor de berekening van de verhouding tussen vaste en variabele remuneratie.
Tabel 3 – Vergoeding van het Executive Comité, zijnde de andere personen belast met de leiding van de Groep
| Vaste remuneratie | Variabele remuneratie |
|||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| IN EURO | Basisvergoeding | Fees | Bijkomende voordelen |
Eén jaar variabel | Meer jaren variabel | Uitzonderlijke items | Pensioen | TOTALE REMUNERATIE | Verhouding vaste en variabele remuneratie (*) |
|
| Executive Comité |
1.100.555 | 307.800 | 63.158 | - | - | 1.821.397 | 238.818 | 3.531.729 | Vast: | 100,00% |
| TOTAAL | 1.100.555 | 307.800 | 63.158 | - | - | 1.821.397 | 238.818 | 3.531.729 | Variabel: | 0,00% |
(*) Uitzonderlijke items werden niet in overweging genomen voor de berekening van de verhouding tussen vaste en variabele remuneratie.
De variabele vergoeding van de leden van het Executive Management werd negatief beïnvloed door de resultaten van de Onderneming aangezien de gerealiseerde EBITDA niet leidde tot een bonusbetaling. Bovendien zag het Executive Management ook af van enige bonusbetaling met betrekking tot de persoonlijke doelstellingen, hoewel de meeste hiervan werden behaald.
In de kolom 'Uitzonderlijke items' werd de uitzonderlijke bonus voor leden van het Executive Management met betrekking tot de verkoop van een deel van de Agfa HealthCare-activiteiten aan Dedalus en de verdere implementatie van de strategische alliantie met Lucky HuaGuang Graphics Co. opgenomen. Voor sommige leden van het Executive Comité is een tweede deel van de betaling uitgesteld tot 2021.
Met deze buitengewone en uitzonderlijke items is geen rekening gehouden bij de berekening van de verhouding tussen vaste en variabele beloning.
De heer Pascal Juéry is de enige persoon binnen het Executive Management die een aandelen-gerelateerde vergoeding krijgt als lange-termijn variabele vergoeding.
Tabel 4 - Remuneratie in aandelen-gerelateerde plannen
| Informatie mbt het financieel jaar waarover wordt gerapporteerd |
||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Belangrijkste bepalingen van het plan | Openings balans |
In de loop van het jaar | Eindbalans | |||||||
| Idenficatie van het plan | Datum van verwerving | Einde van de retentieperiode | Rechten bij het |
a) # Verwor ven rechten |
||||||
| a) # Rechten toegekend |
b) Waarde onderliggende aandelen @ verwervings datum |
|||||||||
| Datum van toekenning | b) Waarde onderliggende |
c) Waarde @ uitoefenprijs |
Rechten | |||||||
| Uitoefenperiode | Uitoefenprijs | begin van het jaar |
aandelen @ datum toekenning |
d) Meerwaarde @ verwer vingsdatum |
toegekend en niet verworven |
|||||
| SAR 2020 |
1/02/2020 | 1/02/2021 | 2/1/2023 | 1/02/2023 - | 4,75 euro | - | a) 200.000 | a) 0 | 200.000 | |
| Pascal Juéry (1) | SAR 2020 |
1/02/2022 | onbeperkt (*) | b) 405.935 euro | b) 0 | |||||
| SAR 2020 |
1/02/2023 | c) 0 |
(1) Uitvoerend bestuurder (CEO). Vaste vertegenwoordiger van PJY Management BV.
(*) Maar niet later dan 31 december van het jaar volgende op het jaar waarin de overeenkomst met de CEO tot een einde komt.
De heer Vanhooren heeft in de loop van het jaar 2020 het bedrijf verlaten. Hij had geen expliciete contractuele verbrekingclausule en viel bijgevolg onder de toepassing van de algemene Belgische wetgeving terzake. Bij zijn vertrek, heeft de Groep geen beroep gedaan op het contractuele niet-concurrentiebeding. Bijgevolg had de heer Vanhooren geen recht op een bijkomende schadevergoeding gelijk aan 75% van de brutoremuneratie voor de 12 maanden van het niet-concurrentiebeding. De vertrekvergoeding voor de heer Vanhooren bedroeg bijgevolg 1.641.473 euro.
Tabel 5 geeft vergelijkende informatie met betrekking tot de jaarlijkse verandering in remuneraties en prestaties, evenals de ratio tussen de hoogste remuneratie van leden van het Executive Management en de laagste verloning (in voltijds equivalent) van de werknemers.
Er is alleen rekening gehouden met bestuurders in functie.
De evolutie van de vergoeding voor de CEO is een combinatie van de remuneratie gerelateerd aan de prestaties van de Onderneming en de verandering van CEO in 2020. Er werd geen rekening gehouden met buitengewone items om de vergelijking te vergemakkelijken.
De evolutie in de geaggregeerde vergoeding voor de leden van het Executive Comité is een combinatie van remuneratie gerelateerd aan de prestaties van de Onderneming en enkele veranderingen in het Executive Management gedurende het jaar. Er is geen rekening gehouden met buitengewone items, noch met vertrekvergoedingen, om de vergelijking te vergemakkelijken.
We rapporteren voor het eerst de gemiddelde verloning van de medewerkers op basis van een voltijds equivalent. Voor de gemiddelde verloning van de werknemers van de Vennootschap werden enkel werknemers in België in aanmerking genomen. De gemiddelde verloning beloning van de medewerkers van de Groep houdt rekening met alle medewerkers wereldwijd.
Tabel 5 - Vergelijkende tabel over de remuneratie en prestaties van de Vennootschap gedurende de vijf laatst gerapporteerde boekjaren (RBJ)
| RBJ-4 vs RBJ-5 | RBJ-3 vs RBJ-4 | RBJ-2 vs RBJ-3 | RBJ-1 vs RBJ-2 | RBJ vs RBJ-1 | Informatie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2016/2017 | 2017/2018 | 2018/2019 | 2020/2021 | betreffende het RBJ |
||
| Frank Aranzana (1) | 141% | Werd Voorzitter |
||||
| Mark Pensaert (2) | -7% | 8% | ||||
| Christian Reinaudo (3) | 0% | 0% | 0% | -10% | 27% | |
| Klaus Röhrig (4) | -30% | Niet langer Voorzitter |
||||
| Helen Routh (5) | 16% | |||||
| Hilde Laga (6) | 50% | 0% | 12% | -10% | -9% | |
| CEO (excl. Agfa-Gevaert NV bestuurders fee) |
7% | -15% | 10% | 3% | -50% | |
| Executive Comité | 10% | -17% | 14% | 1% | -43% | |
| Prestaties van de Vennootschap | ||||||
| Financiële metric A: inkomsten | -4% | -4% | -10% | 2% | -24% | |
| Financiële metric B: EBITDA | 10% | -16% | -18% | 21% | -55% | |
| Financiële metric C: Netto winst | 13% | -44% | -133% | -220% | -4% |
| Gemiddelde remuneratie van de werknemers, op basis van voltijds equivalenten | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Werknemers van de Vennootschap | 71.885 euro | ||||
| Werknemers van de Groep | 61.070 euro | ||||
| Ratio hoogste/laagste remuneratie | 22,5 | ||||
(1) Voorzitter van de Raad en lid van het Benoemings- en Remuneratiecomité. Vaste vertegenwoordiger van Vantage Consulting BV.
(2) Niet-uitvoerend bestuurder en Voorzitter van het Auditcomité. Vaste vertegenwoordiger van MRP Consulting BV.
(3) Niet-uitvoerend bestuurder en Voorzitter van het Benoemings- en Remuneratiecomité. Vaste vertegenwoordiger van CRBA Management BV tot eind januari 2021. Als natuurlijk persoon vanaf februari 2021.
(4) Niet-uitvoerend bestuurder and lid van het Auditcomité.
(5) Niet-uitvoerend bestuurder en lid van het Auditcomité.
(6) Niet-uitvoerend bestuurder en lid van het Benoemings- en Remuneratiecomité.

| Openbaarmaking | GRI | Beschrijving | Kruisverwijzing |
|---|---|---|---|
| 102-1 | Naam van de organisatie | Jaarverslag p. 271 Corporate Governance Charter 1.1 op www.agfa.com |
|
| 102-2 | Voornaamste merken, producten en/of diensten | Jaarverslag p. 12-13 Jaarverslag p. 96-130 |
|
| 102-3 | Locatie van het hoofdkantoor van de organisatie | Jaarverslag p. 12-15 | |
| 102-4 | Locatie van de activiteiten | Jaarverslag p. 12-15 | |
| 102-5 | Eigendomsstructuur en rechtsvorm | Jaarverslag p. 271 Jaarverslag p. 289 |
|
| 102-6 | Afzetmarkten | Jaarverslag p. 12-13 Jaarverslag p. 96-130 |
|
| Organisatieprofiel | 102-7 | Omvang van de verslaggevende organisatie | Jaarverslag p. 11 Jaarverslag p. 222-224 |
| 102-8 | Samenstelling medewerkersbestand | Jaarverslag p. 53-75 | |
| 102-9 | Beschrijving van de toeleveringsketen van de organisatie | Agfa Supplier Code of Conduct op www.agfa.com | |
| 102-10 | Significante veranderingen tijdens de verslagperiode | Jaarverslag p. 128 | |
| 102-11 | Uitleg over de toepassing van het voorzorgsprincipe door de verslaggevende organisatie |
Jaarverslag p. 85 | |
| 102-12 | Extern ontwikkelde economische, milieu-gerelateerde en sociale handvesten, principes die door de organisatie worden onderschreven |
REACH, ISO | |
| 102-13 | Lidmaatschappen van verenigingen (zoals brancheverenigingen) en nationale en internationale belangenorganisaties |
Jaarverslag p. 26 | |
| Strategie | 102-14 | Verklaring van de hoogste beslissingsbevoegde | Jaarverslag p. 9 |
| Ethiek en integriteit | 102-16 | Gehanteerde waarden, principes, standaarden en gedragsnormen | Jaarverslag p. 88-89 Code of Conduct op www.agfa.com |
| 102-18 | De bestuursstructuur van het hoogste bestuurslichaam en de commissies die verantwoordelijk zijn voor de besluitvorming ten aanzien van sociale, milieu en economische impact |
Jaarverslag p. 260-271 Corporate Governance Charter op www.agfa.com |
|
| Bestuursstructuur | 102-32 | Rol van het hoogste bestuursorgaan in duurzaamheidsverslaglegging | Jaarverslag p. 22 |
| 102-40 | Lijst van betrokken stakeholders | Jaarverslag p. 24 | |
| 102-41 | Werknemers onder een CAO | Jaarverslag p. 75 | |
| Overleg met | 102-42 | Uitgangspunten voor inventarisatie/selectie van stakeholders | Jaarverslag p. 24 |
| stakeholders | 102-43 | Wijze waarop stakeholders worden betrokken | Jaarverslag p. 18 |
| 102-44 | Belangrijkste onderwerpen en vraagstukken die uit het overleg met stakeholders naar voren zijn gekomen |
Jaarverslag p. 24-27 | |
| 102-45 | Ondernemingen in de jaarrekening die onder dit verslag vallen | Jaarverslag p. 222-224 | |
| 102-46 | Proces voor het bepalen van de inhoud en specifieke afbakening | Jaarverslag p. 19-27 | |
| 102-47 | Vastgestelde materiële onderwerpen | Jaarverslag p. 4-9 en 22-23 | |
| 102-48 | Gevolgen van een eventuele herformulering van informatie | Jaarverslag p. 19-21 | |
| 102-49 | Significante veranderingen ten opzichte van vorige verslagperiodes | Jaarverslag p. 90 | |
| 102-50 | Verslagperiode waarop de verstrekte informatie betrekking heeft | 1 januari 2020 - 31 december 2020 | |
| Verslagprofiel | 102-51 | Datum van het meest recente, vorige verslag | April 2020 |
| 102-52 | Verslaggevingscyclus | Jaarlijks | |
| 102-53 | Contactpersoon voor vragen over het verslag | Investor Relations zie Jaarverslag p. 289 | |
| 102-54 | GRI-toepassingsniveau | Jaarverslag p. 17 | |
| 102-55 | GRI-tabel | Jaarverslag p. 280 | |
| 102-56 | Beleid met betrekking tot assurance | n.n.v.t. |
| GRI 300 | Beheerssystemen |
|---|---|
| GRI 301-2 | Gerecycleerde materialen |
| GRI 302-1 | Energieverbruik binnen de organisatie |
| GRI 302-3 | Energie-intensiteit |
| GRI 302-4 | Vermindering van energieverbruik |
| GRI 303-5 | Waterverbruik |
| GRI 305-1 | Directe (scope 1) broeikasgasemissies |
| GRI 305-2 | Indirecte energie (scope 2) GHG-emissies |
| GRI 305-3 | Andere indirecte (scope 3) GHG-emissies |
| GRI 305-4 | Intensiteit van broeikasgasemissies |
| GRI 305-5 | Vermindering van broeikasgasemissies |
| GRI 305-6 | Emissies van ozonafbrekende stoffen (ODS) |
| GRI 305-7 | Stikstofoxiden (NOX), zwaveloxiden (SOX) en andere significante luchtemissies |
| GRI 306-3 | Voortgebracht afval |
| GRI 306-4 | Afval onttrokken aan verwijdering |
| GRI 306-5 | Afval bestemd voor verwijdering |
De som van de organische halogeenverbindingen in water die onder gestandaardiseerde omstandigheden kunnen geabsor- beerd worden door geactiveerde koolstof.
Deze software analyseert digitale medische beelden en past automatisch beeldverbeteringstechnieken toe om alle details beter in beeld te brengen. Ze verbetert de workflow in de radiografie- afdelingen en ze geeft de radioloog de mogelijkheid om snelleren accurater te werken. Agfa HealthCare's MUSICA-software wordt algemeen erkend als een norm in deze markt.
Een capacitieve sensor detecteert alles wat geleidbaar is of wat een andere diëlektriciteit heeft dan lucht. Capacitieve sensoren vervan- gen mechanische drukknoppen.
Een drukplaat die na de belichting geen extra chemische behan- delingen nodig heeft.
Koolstofdioxide. Komt vrij bij de verbranding van organische brandstof.
Technologie waarbij röntgenbeelden gemaakt worden met con- ventionele röntgenapparatuur, maar waarbij de beelden vastgelegd worden op herbruikbare platen, in plaats van op röntgenfilm. De informatie op de platen wordt gelezen door een digitizer, wat een digitaal beeld oplevert. Aangepaste beeldverwerkingssoftware (zoals Agfa HealthCare's MUSICA) kan gebruikt worden om de kwaliteit van de beelden automatisch te optimaliseren voor het stellen van diagnoses. De digitale beelden kunnen ook aangevuld worden met manuele input (aantekeningen, afmetingen,…). Ze worden beheerd en gearchiveerd op een Picture Archiving and Communication System. zie ook direct radiography
Een proces waarbij de pagina's of de illustraties van drukwerk – bijvoorbeeld de pagina's van kranten of magazines – rechtstreeks vanaf computerfiles digitaal belicht worden op drukplaten, zonder dat daarbij film nodig is.
Een CT-scanner gebruikt een reeks röntgenstralen om 'beeldschijven' van het lichaam te maken. Agfa's product-portfolio bevat geen CT-scanners, maar zijn Picture Archiving and Communication Systems worden gebruikt voor het beheer en de 3D-visualisatie van de digitale beelden. Met Agfa's hardcopyprinters kunnen hoogkwalitatieve afdrukken van de beelden gemaakt worden.
zie computer-to-plate
Chemisch zuurstofverbruik: de hoeveelheid zuurstof die nodig is voor de chemische oxidatie van in water aanwezige stoffen.
Een vorm van röntgenonderzoek waarbij digitale technologie gebruikt wordt in plaats van traditionele fotografische röntgenfilm. De meest gebruikelijke technologieën voor digitale radiografie zijn computed radiography en direct radiography.
Radiografische technologie die röntgenenergie omzet in digitale gegevens zonder als tussenstap gebruik te maken van film of platen voor het vastleggen van beelden. Deze digitale data genereren een diagnostisch beeld op een PC. Het feit dat het om digitale gegevens gaat, opent een hele reeks mogelijkheden op het gebied van beeldoptimalisering en -aanvulling en van archivering op Picture Archiving and Communication Systems. DR-systemen worden meestal gebruikt in gecentraliseerde radiologieomgevingen. zie ook computed radiography
Drukplaten die bestaan uit een hoogkwalitatief geruwd en geanodiseerd aluminiumsubstraat en een deklaag (uit zilver of fotopolymeer) die duizend keer gevoeliger is dan die van CtF-platen. De lasers die gebruikt worden voor het belichten van deze platen werken met thermische energie of zichtbaar licht. De deklaag reageert op de laserenergie waardoor chemische/fysische ve- randeringen aan het oppervlak van de plaat ontstaan. Net als de CtF-platen worden de CtP-platen daarna ontwikkeld om een plaat te creëren waarmee gedrukt kan worden. Bij enkele technologieën is er geen ontwikkeling van de plaat meer nodig.
De voorbereiding en verwerking van beelden, tekst en document- gegevens voordat ze op drukplaten overgebracht worden, inclusief het scannen met hoge resolutie van beelden, de separatie van kleuren, de verschillende types van drukproeven, enz.
Term voor het gebruik van informatie- en communicatietechnologie in de gezondheidszorgsector.
Wanneer het Electronic Patient Record van een persoon gekoppeld wordt aan zijn/haar niet-medische elektronische dossiers van organisaties als overheden en verzekeringsmaatschappijen, ontstaat een EHR.
Agfa HealthCare's Enterprise Imaging-platform verenigt afdelingsgebonden PACS, RIS, geavanceerde 3D-functionaliteiten, spraakherkenning, archivering, viewer- en mobiele functionaliteiten. De oplossing verbetert en versnelt het nemen en terugvinden van beelden, optimaliseert de efficiëntie en de performantie, verbetert de patiëntenzorg en maakt samenwerking mogelijk over afdelingen, ziekenhuizen en regio's heen.
Druktechniek waarbij flexibele, rubberen of kunststof drukplaten bevestigd worden op drukrollen. De inkt wordt op de drukplaten aangebracht, die dan als een stempel tegen het papier of ander substraat gedrukt worden.
Een dunne plaat (ook bord genoemd) waarop chips en andere elektronische componenten bevestigd worden. Computers bevatten een of meer borden. Gedrukte schakelingen worden ook printplaten of printed circuit boards genoemd.
Deze systemen integreren alle zorgaanbieders, overheidsdiensten en ziekenfondsen, patiënten en andere betrokkenen van hele regio's en landen in een virtueel netwerk. Ze verzamelen en analyseren data van alle betrokkenen om mogelijke zorggerelateerde compli- caties – zoals onder- en overcapaciteit in ziekenhuizen en medische fouten – te voorspellen en te voorkomen. Ze kunnen een belangrijke rol spelen in het beheer van chronische ziektes en ze kunnen het mogelijk maken om gezondheidsproblemen die zich in een populatie ontwikkelen in een vroeg stadium te ontdekken.
Geleidende inkten worden typisch gebruikt voor gedrukte elektronica- toepassingen zoals: gedrukte busbars en geleiders in membraan- toetsenborden en -schakelaars, RFID-antennes, aanraakscherm- panelen,... Agfa's ORGACON nano-zilverinkten hebben een zeer hoog ge- leidingsvermogen met een lage zilverdepositie en ondersteunen patronen met een hoge resolutie. De voordelen van ORGACON zijn: patronen van micro-rasterelektroden door middel van zeefdruk, hooggeleidende sporen bij lage dikte en breedte, vervormbaarheid en flexibiliteit.
Ook breedformaatprinter genoemd. Digitale printer die op vellen of rollen van 24 inch/60 cm of breder drukt.
Een hardcopy is de uitgeprinte versie van een digitaal beeld. De hardcopy-printers van Agfa HealthCare kunnen medische beelden printen die afkomstig zijn van verschillende bronnen: CT-scanners, MRI-scanners, systemen voor computed radiography (CR) en direct radiography (DR),... Agfa's gamma bevat zowel zogenaamde 'natte' als 'droge' printers. Natte lasertechnologie maakt gebruik van waterige chemische oplossingen voor de ontwikkeling van het beeld. De milieuvriendelijke droge technologie print het beeld rechtstreeks van de computer op een speciale film door middel van thermische effecten.
Deze uitgebreide, geïntegreerde IT-systemen beheren de medische, administratieve, financiële, en legale aspecten van een zorgorganisatie.
Elke printer die extreem kleine inktdruppels op het papier aanbrengt om een beeld te creëren. Het kan gaan van kleine apparaten voor gebruik in kantoren, over middelgrote printers voor bijvoorbeeld het printen van posters tot grote systemen voor industriële toepassingen.
Een dunne, flexibele laag van een materiaal dat ontworpen is om componenten van een oplossing van elkaar te scheiden.
Een membraanschakelaar is een elektrische schakelaar om een circuit aan of uit te schakelen. Membraanschakelaars zijn interfaces tussen gebruiker en apparaat. Het kunnen zowel heel eenvoudige schakelaars zijn, zoals verlichtingsschakelaars, als heel complexe, zoals membraankeyboards en schakelpanelen voor computers.
Hiermee worden in dit verslag de verschillende beeldvormingssys- temen bedoeld, waaronder radiografieapparatuur, MRI-scanners en CT-scanners. Deze systemen kunnen worden aangesloten op een Picture Archiving and Communication System (PACS) van Agfa HealthCare.
De MRI-scanner creëert een magnetisch veld rond de patiënt. Het systeem produceert beelden door radiogolven te pulseren, gericht op de te onderzoeken lichaamsdelen. Agfa HealthCare's product- portfolio bevat geen MRIscanners, maar haar Picture Archiving and Communication Systems (PACS) worden gebruikt om de digitale beelden te beheren en te visualiseren. Met Agfa HealthCare's hardcopy-printers kunnen hoogkwalitatieve afdrukken van de beelden gemaakt worden.
Stikstof.
Bij deze onderzoeksmethode worden de structuur en de tolerantie van materialen gecheckt zonder ze te beschadigen of te vervormen.
Stikstofoxide. Komt bijvoorbeeld tot stand door verbranding met lucht.
Druktechniek waarbij dunne aluminium drukplaten om een cilinder gebogen worden. Al roterend nemen de drukplaten op de juiste plaatsen respectievelijk inkt of water aan. De inkt wordt overge- bracht op een rubberen doek dat op een tweede cilinder is beves- tigd. Vervolgens wordt de inkt van het rubber op het te bedrukken oppervlak overgebracht.
Internationale norm voor gezondheids- en veiligheidsbeheersystemen. OHSAS staat voor Occupational Health and Safety Assessment System.
Fosfor.
zie Picture Archiving and Communication System
PET (polyethyleentereftalaat of polyester) Polyethyleentereftalaat of polyester wordt geproduceerd op basis van ethyleenglycol en tereftaalzuur. Het is de basisgrondstof voor het substraat van fotografische film. Het wordt gecoat met verschillende types van chemische lagen voor, bijvoorbeeld, medische of grafische doeleinden.
PACS-systemen waren oorspronkelijk bedoeld om de diagnostische beelden van radiologieafdelingen efficiënt te archiveren en ter beschikking te stellen van de gebruikers. Dankzij specifieke softwareontwikkelingen zijn Agfa HealthCare's systemen ook geschikt gemaakt voor gebruik in andere ziekenhuisafdelingen, zoals cardiologie, orthopedie en vrouwengeneeskunde. Uitgebreide PACS-systemen kunnen alle ziekenhuisafdelingen die intensief met beelden werken in een netwerk verbinden. Met Agfa HealthCare's MUSICA-software kunnen beelden op het PACS-systeem bewerkt en geoptimaliseerd worden.
Een plaatbelichter 'kopieert' op een digitale manier gegevens van de computer op drukplaten, die dan ontwikkeld en op de drukpers geplaatst worden.
Een polymeer is een grote molecule die is opgebouwd uit aan elkaar gekoppelde kleinere eenheden (monomeren). Er bestaan zowel natuurlijke (bv. eiwitten en rubber) als synthetische (bv. plastic, nylon) polymeren. Geleidende polymeren geleiden elektriciteit. Orgacon™ is de merknaam voor Agfa's productlijn op basis van geleidende polymeren.
RIS zijn computergestuurde oplossingen voor de planning, de follow-up en de communicatie van alle gegevens over patiënten en hun onderzoeken in de radiologieafdeling, startend vanaf het moment dat een onderzoek werd aangevraagd tot en met het rapport van de radioloog. Het RIS hangt nauw samen met het Picture Archiving and Communication System (PACS) (voor de beelden die deel uitmaken van de onderzoeken).
RFID staat voor Radio Frequency Identification, of identificatie met radiogolven. Het staat voor de techniek van automatische identificatie waarbij gebruik gemaakt wordt van radiosignalen om informatie uit te sturen vanuit zogenaamde tags die vastgehecht zijn aan voorwerpen of ingebouwd zijn in ID-kaarten. Er is geen fysiek contact nodig tussen de tag en het identificatieapparaat omdat de gegevens overgedragen worden via een antenne die eveneens in – bijvoorbeeld – de ID-kaart ingebed zit.
UV LED-inkt (of UV LED curable ink) bestaat vooral uit acryl-mono- meren. Na het drukken wordt de inkt door een hoge dosis UV LED- licht getransformeerd tot een harde gepolymeriseerde film. UV LED staat voor ultraviolet light emitting diode (ultraviolette lichtgevende diode). UV LED-inkt droogt onmiddellijk, kan gedrukt worden op een grote verscheidenheid aan dragers en zorgt voor een heel duurzaam beeld. Hij bevat geen schadelijke bestanddelen zoals VOS (Vluchtige Organische Stoffen) of solventen en hij verdampt niet.
Vluchtige anorganische stoffen.
Vluchtige organische stoffen.
Software die operatoren in staat stelt het drukvoorbereidingsproces te controleren via een interface. Hij stroomlijnt de opdrachten door de individuele stappen in het drukvoorbereidingsproces te automa- tiseren, wat tijd bespaart en kosten reduceert.

| MILJOEN EURO | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 herwerkt |
2020 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Opbrengsten | 2.537 | 2.443 | 2.191 | 1.975 | 1.709 | |
| Kostprijs van verkopen | (1.680) | (1.629) | (1.489) | (1.387) | (1.215) | |
| Brutowinst | 857 | 814 | 701 | 589 | 494 | |
| Verkoopkosten | (344) | (336) | (306) | (271) | (223) | |
| Algemene beheerskosten | (167) | (169) | (172) | (157) | (144) | |
| Kosten van onderzoek en ontwikkeling | (141) | (144) | (141) | (103) | (95) | |
| Waardeverminderingsverliezen op handels- en andere vorderingen, incl. contractuele activa verbonden aan contracten met klanten |
- | (2) | (5) | (5) | (2) | |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 98 | 68 | 56 | 41 | 39 | |
| Overige bedrijfskosten | (137) | (93) | (73) | (127) | (123) | |
| Resultaat uit bedrijfsactiviteiten | 166 | 138 | 62 | (34) | (52) | |
| Financieringsbaten (-kosten) - netto | (8) | (7) | (8) | (8) | (4) | |
| Overige financieringsbaten (-kosten) - netto | (43) | (32) | (31) | (28) | (26) | |
| Nettofinancieringslasten | (51) | (39) | (39) | (36) | (31) | |
| Aandeel van de Groep in het nettoresultaat van geassocieerde deelnemingen - na winstbelastingen |
- | (1) | (1) | - | - | |
| Winst (verlies) voor belastingen | 115 | 98 | 22 | (70) | (83) | |
| Winstbelastingen | (35) | (53) | (34) | (14) | (15) | |
| Winst (verlies) uit de voortgezette bedrijfsactiviteiten | 80 | 45 | (12) | (84) | (98) | |
| Winst (verlies) van beëindigde activiteiten, na winstbelastingen |
- | - | (3) | 36 | 719 | |
| Winst (verlies) over de verslagperiode | 80 | 45 | (15) | (48) | 621 | |
| Winst (verlies) toewijsbaar aan: | ||||||
| Aandeelhouders van de Onderneming | 70 | 37 | (24) | (53) | 613 | |
| Minderheidsbelangen | 10 | 8 | 9 | 5 | 7 | |
| Winst per aandeel (euro) | ||||||
| Gewone winst per aandeel (euro) | 0,42 | 0,22 | (0,14) | (0,32) | 3,66 | |
| Verwaterde winst per aandeel (euro) | 0,42 | 0,22 | (0,14) | (0,32) | 3,.66 |
Gedurende 2018 heeft de Groep het boekhoudkundig beleid dat ook in voorgaande jaren gold consequent toegepast, met uitzondering van de weergave van de winst- en verliesrekening en het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten. De weergave is gewijzigd ten gevolge van de toepassing van de nieuwe IFRSstandaard IFRS 9 'Financiële Instrumenten'. Volgens deze nieuwe standaard worden de waardeverminderingsverliezen op handels- en andere vorderingen nu als een aparte rubriek weergegeven in de winst- en verliesrekening.
De Groep heeft IFRS 16 voor de eerste keer toegepast op 1 januari 2019, volgens de 'modified retrospective approach'. Onder deze toepassing wordt vergelijkbare informatie over
voorgaande perioden niet herwerkt. Bij de eerste toepassing van IFRS 16 was er geen effect op ingehouden winsten.
Conform IFRS 5.33 licht de Onderneming in haar Geconsolideerde winst- en verliesrekening en Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, in één bedrag, het resultaat uit beëindigde bedrijfsactiviteiten toe. Dit bedrag omvat de winst uit operationele beëindigde activiteiten na belastingen en de winst uit de verkoop van de totale geïdentificeerde afgestoten nettoactiva. De Groep stootte in juli 2019 haar doorverkoopactiviteiten met betrekking tot 'Digital Print & Chemicals' in de Verenigde Staten af en in mei 2020 verkocht ze een deel van Agfa HealthCare's IT-activiteiten. Bijgevolg werden deze toelichtingen over voorgaande perioden, zijnde 2019, anders dan voorheen gerapporteerd.
Gedurende 2018 heeft de Groep het boekhoudkundig beleid dat ook in voorgaande jaren gold consequent toegepast, met uitzondering van de weergave van de geconsolideerde balans die ten gevolge van de toepassing van de nieuwe IFRS-standaard, IFRS 15 'Opbrengsten uit contracten met klanten', gewijzigd is. De Groep heeft de nieuwe standaard IFRS 15 toegepast volgens de cumulatieve methode, waarbij het effect van eerste toepassing wordt getoond op 1 januari 2018. Dit betekent dat de Groep de nieuwe vereisten van de standaard niet toepast op vergelijkbare jaarperioden voorgesteld. De nieuwe standaard introduceert het concept van contractuele activa en verplichtingen verbonden aan contracten met klanten. Op 31 december 2017 zaten deze activa en verplichtingen vervat in andere rubrieken van de balans. Op 1 januari 2018 werden de 'Op te maken facturen' (84 miljoen euro) die voorheen begrepen waren in de rubriek 'Handelsvorderingen' geherklasseerd naar 'Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten'. Herklasseringen vanuit de rubriek 'voorraad' naar Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten' bedragen 11 miljoen euro en hebben voornamelijk betrekking op werken in uitvoering. Herklasseringen vanuit Overige Activa naar Contractuale activa verbonden aan contracten met klanten bedragen 10 miljoen euro en betreffen contracten die de Groep afsloot met derde leveranciers voor de levering van ondersteunende diensten die de Groep in staat stellen om onderhoudscontracten te voldoen aan haar klanten. Langs de passiefzijde bevatten 'Contractuele verplichtingen verbonden aan klanten' op 1 januari 2018 'uitgestelde opbrengsten en vooruitbetalingen' ten belope van 128 miljoen, voorheen apart gepresenteerd in een aparte rubriek van de geconsolideerde balans alsook te betalen bonussen en kortingen aan klanten voor goederen en diensten verkocht gedurende de periode ten belope van 17 miljoen euro. Deze bonussen en kortingen aan klanten werden voorheen gepresenteerd onder 286 opbrengstgerelateerde voorzieningen.
| MILJOEN EURO | 31 dec. 2016 | 31 dec. 2017 | 31 dec. 2018 | 31 dec. 2019 | 31 dec. 2020 |
|---|---|---|---|---|---|
| ACTIVA | |||||
| Vaste activa | 1.066 | 985 | 1.019 | 1.060 | 714 |
| Immateriële activa en goodwill | 621 | 589 | 615 | 566 | 284 |
| Materiële vaste activa | 198 | 190 | 174 | 142 | 127 |
| Recht-op-gebruik activa | - | - | - | 110 | 78 |
| Geassocieerde deelnemingen | 6 | 5 | 4 | 4 | - |
| Overige financiële activa | 10 | 11 | 9 | 8 | 7 |
| Handelsvorderingen | 12 | 14 | 16 | 21 | 15 |
| Vorderingen uit leaseovereenkomsten | 57 | 55 | 62 | 62 | 68 |
| Overige activa | 13 | 6 | 24 | 24 | 16 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 149 | 115 | 114 | 125 | 120 |
| Vlottende activa | 1.286 | 1.248 | 1.348 | 1.234 | 1.490 |
| Voorraden | 483 | 487 | 498 | 436 | 389 |
| Handelsvorderingen | 493 | 503 | 420 | 408 | 297 |
| Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten | - | - | 105 | 100 | 64 |
| Actuele vorderingen uit winstbelastingen | 64 | 63 | 71 | 75 | 63 |
| Overige belastingvorderingen | 25 | 23 | 25 | 25 | 15 |
| Financiële activa | - | - | - | - | 9 |
| Vorderingen uit leaseovereenkomsten | 30 | 30 | 30 | 34 | 29 |
| Overige vorderingen | 13 | 14 | 14 | 15 | 9 |
| Overige kortlopende activa | 45 | 44 | 34 | 21 | 18 |
| Derivaten | 4 | 16 | 1 | 1 | 9 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 129 | 68 | 141 | 107 | 585 |
| Vaste activa aangehouden voor verkoop | - | - | 10 | 10 | 4 |
| TOTAAL ACTIVA | 2.352 | 2.233 | 2.367 | 2.294 | 2.204 |
| EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | |||||
| Eigen vermogen | 252 | 307 | 290 | 130 | 620 |
| Toewijsbaar aan aandeelhouders van de Onderneming | 215 | 275 | 252 | 83 | 570 |
| Maatschappelijk kapitaal | 187 | 187 | 187 | 187 | 187 |
| Uitgiftepremies | 210 | 210 | 210 | 210 | 210 |
| Ingehouden winsten | 841 | 878 | 854 | 803 | 1,412 |
| Overige reserves | (79) | (69) | (93) | (84) | (76) |
| Valutakoersverschillen | 32 | (8) | (9) | (5) | (42) |
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding: herwaardering | |||||
| van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen | (976) | (923) | (897) | (1.028) | (1.122) |
| Toewijsbaar aan minderheidsbelangen | 37 | 32 | 38 | 47 | 51 |
| Langlopende verplichtingen | 1.382 | 1.241 | 1.336 | 1.402 | 1.045 |
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding | 1.264 | 1.149 | 1,.066 | 1.137 | 956 |
| Overige personeelsbeloningen | 13 | 13 | 13 | 12 | 13 |
| Rentedragende verplichtingen | 74 | 47 | 219 | 225 | 54 |
| Voorzieningen | 4 | 5 | 9 | 5 | 16 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 19 | 21 | 22 | 19 | 4 |
| Handelsschulden | 6 | 4 | 2 | 2 | - |
| Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten | - | - | 3 | 1 | 2 |
| Overige langlopende verplichtingen | 2 | 2 | 2 | 1 | 1 |
| Kortlopende verplichtingen | 718 | 685 | 740 | 761 | 538 |
| Rentedragende verplichtingen | 37 | 39 | 66 | 101 | 29 |
| Voorzieningen | 74 | 66 | 52 | 45 | 63 |
| Handelsschulden | 219 | 220 | 217 | 232 | 198 |
| Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten | - | - | 163 | 151 | 103 |
| Uitgestelde opbrengsten en vooruitbetalingen | 141 | 128 | - | - | - |
| Actuele verplichtingen uit winstbelastingen | 56 | 53 | 47 | 49 | 23 |
| Overige belastingverplichtingen | 37 | 34 | 27 | 38 | 24 |
| Overige te betalen posten | 11 | 12 | 17 | 9 | 8 |
| Personeelsbeloningen | 132 | 128 | 134 | 130 | 88 |
| Overige kortlopende verplichtingen | 3 | 3 | 4 | 1 | 1 |
| Derivaten | 8 | 2 | 13 | 5 | 2 |
| TOTAAL EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | 2.352 | 2.233 | 2.367 | 2.294 | 2.204 |
| MILJOEN EURO | 2017 herwerkt (1) |
2018 | 2019 | 2020 |
|---|---|---|---|---|
| Winst (verlies) over de periode | 45 | (15) | (48) | 621 |
| Winstbelastingen | 53 | 34 | 28 | 8 |
| Aandeel van de Groep in het nettoresultaat van geassocieerde deelnemingen - | 1 | 1 | 1 | - |
| na winstbelastingen | ||||
| Nettofinancieringslasten | 39 | 39 | 38 | 31 |
| Bedrijfsresultaat Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen |
138 56 |
59 60 |
19 171 |
660 70 |
| Overige niet-kaskosten | 153 | 168 | 159 | (526) |
| Wijziging in de voorraden Wijziging in de handelsvorderingen |
(41) (39) |
(57) (8) |
50 4 |
25 50 |
| Wijziging in de contractuele activa verbonden aan contracten met klanten Wijziging in de werkkapitaalactiva (2) |
- (80) |
4 (61) |
7 62 |
(10) 64 |
| Wijziging in de handelsschulden | 7 | (4) | 19 | 2 |
| Wijziging in de uitgestelde opbrengsten en ontvangen vooruitbetalingen | (5) | - | - | - |
| Wijziging in de contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten | - | 25 | (13) | 23 |
| Wijziging in de werkkapitaalverplichtingen (2) | 2 | 21 | 6 | 25 |
| Wijziging in het werkkapitaal | (78) | (40) | 68 | 89 |
| Uitgaande kasstroom voor personeelsbeloningen | (199) | (209) | (226) | (403) |
| Uitgaande kasstroom voor voorzieningen | (19) | (25) | (36) | (37) |
| Veranderingen in de leaseportfolio | - | (11) | (9) | (3) |
| Veranderingen in ander werkkapitaal | 11 | (29) | 18 | 15 |
| Ontvangen kasstromen uit derivaten ter indekking van operationele activiteiten | - | 13 | (16) | (3) |
| Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 62 | (14) | 147 | (136) |
| Betaalde belastingen | (22) | (30) | (24) | (17) |
| Nettokasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 40 | (44) | 123 | (153) |
| Investeringsuitgaven | (46) | (40) | (38) | (33) |
| Ontvangsten uit de verkoop van immateriële activa en materiële vaste activa | 6 | 5 | 7 | 9 |
| Overnames na aftrek verworven geldmiddelen | (2) | (25) | (16) | (1) |
| Ontvangsten uit de verkoop van beëindigde activiteiten, na winstbelastingen | - | - | 16 | 915 |
| Ontvangsten uit de verkoop van andere investeringen | - | - | 1 | - |
| Ontvangen rente | 1 | 3 | 3 | 2 |
| Nettokasstromen uit investeringsactiviteiten | (41) | (57) | (28) | 892 |
| Betaalde rente | (9) | (15) | (15) | (7) |
| Betaalde dividenden aan minderheidsbelangen | (10) | (3) | - | - |
| Ontvangsten van leningen | - | 227 | 127 | 59 |
| Terugbetalingen van leningen | (23) | (34) | (201) | (259) |
| Betalingen van leaseschulden | - | (1) | (42) | (34) |
| Wijzigingen in leningen | (23) | 192 | (116) | (234) |
| Ontvangsten uit / (betalingen) van derivaten | - | (1) | 3 | (9) |
| Andere financieringsinkomsten / (-kosten) | - | (2) | (3) | - |
| Overige financieringskasstromen | (13) | 2 | - | - |
| Nettokasstromen uit financieringsactiviteiten | (55) | 175 | (131) | (249) |
| Nettowijziging in geldmiddelen en kasequivalenten | (56) | 74 | (36) | 490 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van de periode | 127 | 67 (3) | 136 | 99 |
| Nettowijziging in geldmiddelen en kasequivalenten | (56) | 74 | (36) | 490 |
| Winst/(verlies) op kortlopende beleggingen | - | - | - | (1) |
| Impact van valutakoersverschillen op aangehouden geldmiddelen | (3) | (5) | (1) | (3) |
| Geldmiddelen en kasequivalenten op het einde van het boekjaar | 68 | 136 (3) | 99 | 585 |
(1) Gedurende 2018 heeft de Groep de presentatie van het geconsolideerde kasstroomoverzicht gewijzigd door toevoeging van een aparte weergave van de volgende niet-kaskosten: afwaarderingen op voorraden, bijzondere waardeverminderingsverliezen op handelsvorderingen, toevoegingen en terugnames van provisies en opgebouwde aan de periode toegewezen kosten voor personeelsbeloningen, toegezegdpensioenregelingen en andere personeelsplannen. Deze overige niet-kaskosten werden voorheen inbegrepen in wijzigingen van overige kortlopende activa en verplichtingen en veranderingen in langlopende en kortlopende voorzieningen en personeelsverplichtingen. Het management meent dat deze gewijzigde presentatie meer relevante informatie verschaft aan de lezer van de geconsolideerde financiële staten. De Groep heeft vergelijkende informatie van het voorgaande boekjaar aangepast.
(2) Gedurende 2018 heeft de Groep het boekhoudkundig beleid dat ook in voorgaande jaren gold consequent toegepast met uitzondering van de weergave van de geconsolideerde balans en het geconsolideerd kasstroomoverzicht die beiden gewijzigd zijn tengevolge van de implementatie van IFRS 15 'Opbrengsten uit contracten met klanten'. De Groep heeft deze nieuwe standaard toegepast volgens de cumulatieve methode, waarbij het effect van eerste toepassing wordt getoond op 1 januari 2018. Dit betekent dat de Groep de nieuwe vereisten van de standaard niet toepast op vergelijkende jaarperioden die worden voorgesteld. Tengevolge de wijzigingen van de nieuwe standaard IFRS 15, zijn de kasstromen uit wijzigingen van overige kortlopende activa en verplichtingen niet vergelijkbaar met 2017 omwille van het feit dat de kas-instromen en -uitstromen van contractuele activa en verplichtingen verbonden aan contracten met klanten voor 2017 vervat zaten in wijzigingen in voorraden, wijzigingen in handelsvorderingen en wijzigingen in overige kortlopende activa en verplichtingen. Meer informatie wordt verschaft in voetnoot 1 van de geconsolideerde balans.
(3) Negatieve banksaldi zijn gepresenteerd in aftrek van kasmiddelen en voorheen inbegrepen in ontvangsten en terugbetalingen van leningen (31 december 2017: 1 miljoen euro/ 31 december 2018: 5 miljoen euro). 288
| Notering | AANDELENBEURS VAN BRUSSEL | |
|---|---|---|
| Reuters Ticker | AGFAt.BR | |
| Bloomberg Ticker | AGFB: BB/AGE GR | |
| Datastream | B:AGF |
| AANDELENINFORMATIE | |
|---|---|
| Eerste notering | 1 juni 1999 |
| Aantal uitstaande aandelen op 31 december 2020 | 167.751.190 |
| Beurskapitalisatie op 31 december 2020 | 654 miljoen euro |
Op grond van de informatie waarover de Vennootschap beschikt ingevolge transparantieverklaringen die overeenkomstig de wettelijke en statutaire bepalingen ter zake werden ontvangen, zijn de belangrijkste aandeelhouders momenteel:
Aangezien de Vennootschap momenteel in het bezit is van 2,39% eigen aandelen, ligt de 'free float' momenteel tussen 67,61% en 78,61%.
| EURO | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 |
|---|---|---|---|---|---|
| Winst per aandeel | 0,42 | 0,22 | (0,14) | (0,32) | 3,66 |
| Nettobedrijfskasstroom per aandeel | 0,85 | 0,23 | (0,26) | 0,88 | (0,81) |
| Brutodividend | - | - | - | - | - |
| Beurskoers aan het einde van het jaar | 3,673 | 3,887 | 3,330 | 4,618 | 3,900 |
| Hoogste beurskoers van het jaar | 5,117 | 4,934 | 4,336 | 4,860 | 4,830 |
| Laagste beurskoers van het jaar | 2,609 | 3,601 | 2,914 | 3,214 | 2,900 |
| Gemiddelde volume verhandelde aandelen/dag |
438.204 | 269.123 | 425.481 | 281.280 | 272.995 |
| Gewogen gemiddelde aantal uitstaande gewone aandelen |
167.751.190 | 167.751.190 | 167.751.190 | 167.751.190 | 167.751.190 |
Afdeling Investor Relations Septestraat 27, B-2640 Mortsel, België
Tel. +32-(0)3-444 7124 Fax +32-(0)3-444 4485 [email protected] www.agfa.com/investorrelations
| Jaarlijkse Algemene Vergadering | 11 mei 2021 |
|---|---|
| Resultaten eerste kwartaal 2021 | 11 mei 2021 |
| Resultaten tweede kwartaal 2021 | 25 augustus 2021 |
| Resultaten derde kwartaal 2021 | 9 november 2021 |
Uitgegeven door Agfa-Gevaert NV Corporate Communication Septestraat 27, B-2640 Mortsel, België
T +32 3 444 71 24
Agfa, de Agfa-rombus en andere vermelde Agfa-producten en -diensten zijn geregistreerde handelsmerken van de Agfa Groep. Ze kunnen in bepaalde jurisdicties geregistreerd zijn in naam van Agfa, België, of een van zijn filialen. Alle andere handelsmerken, productnamen en bedrijfsnamen of -logo's die in dit verslag vermeld worden, zijn eigendom van hun respectieve eigenaars.
Mathildestudios, Grembergen (België)

Building tools?
Free accounts include 100 API calls/year for testing.
Have a question? We'll get back to you promptly.