Annual Report • Apr 12, 2019
Annual Report
Open in ViewerOpens in native device viewer
| 52 | 06. Commentaar bij de jaarrekeningen |
|---|---|
| 173 174 |
17. Voorraden 18. Overige belastingvorderingen en -verplichtingen |
|---|---|
| 174 | 19. Invorderbare minimale leasebetalingen |
| 175 | 20. Overige vorderingen |
| 176 | 21. Overige activa |
| 176 | 22. Geldmiddelen en kasequivalenten |
| 176 | 23. Vaste activa aangehouden voor verkoop |
| 177 | 24. Eigen vermogen |
| 181 | 25. Personeelsbeloningen |
| 196 | 26. Rentedragende verplichtingen |
| 198 | 27. Voorzieningen |
| 199 | 28. Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten |
| 199 | 29. Overige te betalen posten |
| 200 | 30. Overige verplichtingen |
| 200 | 31. Operationele leaseovereenkomsten |
| 200 | 32. Verbintenissen en buitenbalansverplichtingen |
| 201 | 33. Informatieverschaffing over verbonden partijen |
| 203 | 34. Winst per aandeel |
| 204 | 35. Investeringen in dochterondernemingen en investeringen verwerkt volgens de 'equity'-methode |
| 207 | 36. Gebeurtenissen na balansdatum |
| 207 | 37. Informatie met betrekking tot de opdrachten en honoraria van de commissaris |
| 208 215 |
Verslag van de Commissaris aan de Algemene Vergadering Statutaire jaarrekening |
| 218 | 11. Corporate Governance verklaring |
| 219 | Raad van Bestuur |
| 219 | Samenstelling van de Raad van Bestuur |
| 221 | CV's van de leden van de Raad van Bestuur |
| 223 | Comités opgericht door de Raad van Bestuur |
| 223 | Auditcomité (AC) |
| 224 | Benoemings- en Remuneratiecomité (BRC) |
| 225 | Management van de Vennootschap |
| 225 | CEO en Executive Committee (Exco) |
| 225 | Interne controle- en risicobeheerssystemen met betrekking tot financiële rapportering |
| 226 | Beschrijving van de risicofactoren |
| 227 | Evaluatie van de Raad van Bestuur en zijn Comités |
| 228 | Beleid inzake de besteding van het resultaat |
| 228 228 |
Beleid inzake effectenhandel in aandelen van de Vennootschap Belangrijke gebeurtenissen die na 31 december 2018 hebben plaatsgevonden en inlichtingen over |
| de omstandigheden die de ontwikkeling van de Groep aanmerkelijk kunnen beïnvloeden | |
| 228 | Informatie over het bestaan van bijkantoren van de Vennootschap |
| 229 | Informatie over het gebruik van afgeleide financiële instrumenten |
| 229 | Niet-financiële informatie |
| 229 | Commissaris |
| 229 | Informatie over belangrijke deelnemingen |
| 230 | Informatie over de invoering van de EU-overnamerichtlijn |
| 230 | Algemene bedrijfsinformatie |
| 231 | Beschikbaarheid van informatie |
| 233 | 12. Remuneratieverslag |
| 233 | Remuneratiebeleid |
| 235 | Vergoedingen |
| 235 | Raad van bestuur |
| 236 | CEO |
| 236 | Executive Committee |
| 237 | Aandelen en opties |
| 237 | Verbrekingsvergoeding |
| 238 | Woordenlijst |
| 240 | Overzichtstabellen 2014-2018 |
| 240 | Winst- en verliesrekening |
| `241 | Balans |
| 242 | Kasstroomoverzichten |
| 244 | Aandeelhoudersinformatie |
2018 was een jaar met vele externe en interne uitdagingen voor de Agfa-Gevaert Groep. Hoewel de belangrijkste naweeën van de financiële crisissen van het voorbije decennium uitgewerkt lijken, toch blijft de algemene wereldeconomie haperen door de vele politieke en economische conflicten. De hoge grondstofprijzen, met voor Agfa in de eerste plaats de aluminiumprijs, en de protectionistische houding van de Verenigde Staten resulterend in handelsoorlogen met zijn voornaamste handelspartners waaronder China en Europa,… de Brexit-plannen van het Verenigd Koninkrijk, het conflict in Syrië en bij uitbreiding het hele Midden-Oosten, zorgden voor heel wat onzekerheid in de financiële markten en voor een investeringsklimaat dat nog steeds te wensen overlaat.
Nadat onze onderneming in 2016 zijn rendabiliteitsdoelstellingen – met als uitschieters een EBITDA van 10% en een positieve nettocashpositie – ruimschoots overtroffen had, volgden met 2017 en 2018 twee belangrijke overgangsjaren voor de Agfa-Gevaert Groep waarin we belangrijke initiatieven namen om de Groep klaar te maken voor toekomstige groei en daaruit voortvloeiende waardecreatie voor de aandeelhouder. Een nieuwe, vereenvoudigde bedrijfstructuur, een flexibele en efficiënte organisatie en een dynamische en ambitieuze bedrijfscultuur vormen hiervoor het fundament.
Julien De Wilde Christian Reinaudo Voorzitter van de Raad van Bestuur CEO van de Agfa-Gevaert Groep 4
De omzetevolutie van de Agfa-Gevaert Groep werd sterk beïnvloed door het stopzetten van bepaalde reseller-activiteiten op het vlak van drukvoorbereiding in de VS en door wisselkoerseffecten. Zonder deze elementen daalde de omzet met 3,2%. Verscheidene groeimotoren – waaronder Agfa HealthCare's HealthCare Information Solutions en Direct Radiographysystemen en bepaalde activiteiten van Agfa Specialty Products – boekten een omzetgroei.
Vooral door ongunstige productmix-effecten en hoge aluminiumkosten daalde de brutowinstmarge van de Groep tot 32,1% van de omzet.
Zonder de impact van de beslissing om bepaalde drukvoorbereidingsgerelateerde reseller-activiteiten in de VS stop te zetten en zonder wisselkoerseffecten, daalde de omzet van Agfa Graphics met 5,7% in 2018.
Bovenop de portfolioreorganisatie werd de omzet van het drukvoorbereidingsegment beïnvloed door de sterke marktgedreven achteruitgang voor analoge computer-to-film-producten, door de druk op de volumes voor het digitale computer-to-plate-productaanbod en door regionale mixeffecten. In de loop van 2018 werden belangrijke strategische stappen gezet die zouden moeten helpen om de omzet en de marges van het drukvoorbereidingsegment te herstellen. Het inkjetsegment werd gekenmerkt door een solide prestatie van het high-end Jeti-printergamma en door de voortdurend sterke volumegroei voor het inktaanbod.
Vooral door ongunstige product- en regionale mix-effecten en door hoge aluminiumkosten, daalde de brutowinstmarge van Agfa Graphics van 29,1% van de omzet in 2017 tot 26,4%.
In 2018 heeft Agfa Graphics een belangrijke strategische alliantie met het Chinese Lucky HuaGuang Graphics Co. Ltd. aangegaan op het vlak van drukvoorbereiding. Deze strategische alliantie heeft als doel beide ondernemingen in staat te stellen om groei te realiseren door de optimalisatie van hun respectieve sterke punten op het vlak van productie, technologie en distributie van grafische drukvoorbereidingsproducten en -diensten. Het is een belangrijke stap in de verdere ontwikkeling van onze strategie om onze klanten meer keuzemogelijkheden te geven en onze wereldwijde aanwezigheid in dit marktsegment rendabel te versterken. Nog in dit domein kondigde Agfa Graphics in september vorig jaar aan dat de drukvoorbereidingsbusiness van de Spaanse drukplatenleverancier Ipagsa Industrial S.L. heeft overgenomen. Verwacht wordt dat deze overname reeds in 2019 zal bijdragen aan Agfa Graphics' omzetgroei met een sterk EBITDA-percentage. Op het vlak van offset werd beslist om bepaalde drukvoorbereidingsgerelateerde reseller-activiteiten in de VS stop te zetten. Op het einde van het jaar werd met de sluiting van onze drukplatenfabriek in Branchburg, New Jersey (VS) een verdere stap gezet in ons strategisch plan om de wereldwijde productiecapaciteit en de supply chain voor drukplaten te optimaliseren. Dit is noodzakelijk om concurrentieel te blijven in de extreem competitieve en snel veranderende wereldmarkt van de drukvoorbereiding.
Zonder wisselkoerseffecten was de omzetdaling van Agfa HealthCare beperkt tot 1,0%. De hardcopy-business van het Imaging-segment begon te herstellen van de reorganisatie van de Chinese distributiekanalen. Verwacht wordt dat de resultaten van deze reorganisatie in de komende kwartalen zichtbaar worden. De Direct Radiography-groeimotor boekte volumegroei. In het IT-segment presteerde het HealthCare Information Solutions-gamma sterk, met een volumegroei die de dubbele cijfers benaderde. Het Imaging IT Solutions-gamma presteerde zoals verwacht, met goede prestaties in de meeste belangrijke regio's en een vertraging in de VS. In de loop van het jaar begeleidde Agfa HealthCare zijn klanten bij het invoeren van zijn nieuwe Enterprise Imaging-platform, het equivalent van het Elektronisch Medisch Dossier (EMR) voor beeldinformatie. Voorts heroriënteerde het zijn activiteiten op kerngeografieën en paste het zich aan aan het toenemende belang van door de klant zelf beheerde en gekochte infrastructuur.
Vooral door ongunstige productmix-effecten in het Imaging-segment evolueerde Agfa HealthCare's brutowinstmarge van 39,8% van de omzet in 2017 tot 39,3%.
In 2018 hebben we Agfa HealthCare's hardcopy-distributiekanalen in China gereorganiseerd en zodoende ook onze lokale time-to-market aanzienlijk verbeterd. Deze reorganisatie heeft de voorbije jaren sterk op onze hardcopy-omzet gewogen, maar zal vanaf 2019 positief bijdragen tot een rendabele groei van de businessgroep. In de Integrated Care-sector nam Agfa HealthCare Inovelan over, een Franse specialist in e-health software. Dankzij deze overname zal Agfa HealthCare de eigen integrated care-portfolio kunnen verbeteren en uitbreiden.
Op het vlak van IT voor de gezondheidszorg werd beslist om met de Imaging IT Solutions-activiteiten te focussen op kerngeografieën en om bepaalde minder belangrijke landen – waar de marges voor deze business niet duurzaam waren – te verlaten.
Zonder wisselkoerseffecten boekte Agfa Specialty Products een bescheiden omzetgroei van 0,2%. De meeste toekomstgerichte activiteiten, waaronder Synaps Synthetic Paper en de Specialty Chemicals-activiteiten (inclusief Orgacon Electronic Materials) presteerden goed.
Na de uitstekende resultaten van 2016 oordeelde de Raad van Bestuur dat de onderneming sterk genoeg was om over te gaan tot de volgende stap in de reorganisatie van de Groep. In augustus 2017 vroeg de Raad van Bestuur daarom het management van de onderneming om te bestuderen hoe de HealthCare IT-activiteiten georganiseerd kunnen worden in een alleenstaande structuur van juridische entiteiten binnen de Agfa-Gevaert Groep. Het vergroten van de zelfstandigheid van de HealthCare IT-activiteiten is een natuurlijke vooruitgang in de voortdurende transformatie van de Groep. Binnen een dergelijke structuur zou HealthCare IT de mogelijkheid krijgen om zich nog meer te focussen op de grote en attractieve markten waarin het reeds actief is. Het grootste deel van de Agfa-Gevaert Groep – dat zou bestaan uit Agfa Graphics, Agfa Specialty Products en de Imaging-activiteiten van Agfa HealthCare – wordt zo ook beter gepositioneerd om groei, rendabiliteit en nieuwe kansen na te streven.
Tijdens zijn vergadering van 10 oktober 2017 besloot de Raad van Bestuur dat het in het belang van de Vennootschap en in het belang van de belanghebbenden in het algemeen zou zijn om te beginnen met de omvorming van de Groep tot twee bedrijven die in staat zijn om te groeien. Door dit te doen zouden we niet alleen de complexiteit van de Groep aanzienlijk verminderen, maar zouden we ook beter toegang krijgen tot de noodzakelijke financiering voor de activiteiten van beide ondernemingen. Dit alles moet ons in staat stellen om waarde te creëren voor onze aandeelhouders. Wij zijn ervan overtuigd dat we na de afronding van het project twee ondernemingen zullen hebben met de kracht en de middelen om de komende jaren groei na te streven.
Dit Global Transformation Project is complex en allesomvattend en vergt veel tijd, inzet en middelen. Daarom hebben we het project in verschillende stappen opgedeeld. De eerste stap werd in 2018 gerealiseerd en bestond uit de technische opsplitsing (juridische entiteiten, IT-systemen,.....) van de Agfa-Gevaert Groep in twee organisaties: een IT-organisatie in de gezondheidszorg (Agfa HealthCare) en een meer industrieel georiënteerde beeldvormingsorganisatie (Agfa). Het nieuwe Agfa HealthCare heeft nu de mogelijkheden en de onafhankelijkheid die het nodige heeft om een leider te worden in zijn markten en zijn reeds sterke IT-portfolio verder uit te bouwen.
In een tweede stap, die in 2019 moet worden uitgevoerd, zal de strategie in de verschillende domeinen verder worden gedefinieerd. Ons doel is de toekomst van zowel Agfa HealthCare als van Agfa veilig te stellen door hen de sterkte en de middelen te geven om rendabele groei na te streven. Zoals hierboven vermeld, hebben we het voorbije jaar al belangrijke stappen gezet voor onze IT-business in de gezondheidszorg met de overname van Inovelan en voor onze prepressactiviteiten met de samenwerking met Lucky HuaGuang, de overname van Ipagsa en de sluiting van onze drukplatenfabriek in Branchburg, New Jersey. De impact van de beslissingen die we genomen hebben om de consolidatie van de offsetindustrie te sturen, mogen niet onderschat worden. De alliantie met Lucky en de overname van Ipagsa hebben niet alleen verreikende gevolgen voor onze activiteiten, maar ook voor de gehele offsetindustrie. Momenteel bestuderen we de verschillende opties die de andere activiteiten van Agfa kunnen versterken.
Voor wat Agfa HealthCare betreft, heeft de Raad van Bestuur van de Agfa-Gevaert Groep, na een evaluatie van de strategische opties, beslist om de onafhankelijkheid van Agfa HealthCare verder uit te breiden. Ten gepaste tijde zal gecommuniceerd worden over verdere details met betrekking tot de vorm en de timing van deze actie.
Belangrijk om weten is dat we vanaf 2019 resultaten zullen rapporteren voor de vier businessgroepen van de nieuwe Groepsstructuur: Agfa Radiology Solutions, Agfa Offset Solutions, Agfa Digital Print & Chemicals (tesamen vormen deze drie Agfa) en Agfa HealthCare.
Het is duidelijk dat onze ambitieuze groeistrategie, gebaseerd op de nieuwe organisatiestructuur en met als uiteindelijk doel het creëren van waarde voor de aandeelhouder, in 2018 niet alleen op interesse, maar ook op effectieve participatie van de financiële markten mocht rekenen. Midden 2018 was al duidelijk geworden dat investeringsmaatschappij AOC een belangrijk aandeel in onze onderneming aan het opbouwen was. Zoals u weet moet een aandeelhouder die een drempel van 3%, 5% of een veelvoud van 5% overschrijdt, dit telkens melden. Op datum van de publicatie van dit jaarverslag heeft AOC een belang van tussen de 10 en de 15% in Agfa-Gevaert NV. Daarmee is het meteen onze grootste aandeelhouder. Om die reden heeft de Raad van Bestuur Klaus Röhrig, oprichter van AOC, eind november 2018 met onmiddellijke ingang gecoöpteerd tot niet-uitvoerend bestuurder. AOC heeft bovendien duidelijk te kennen gegeven dat het een duurzame participatie in onze onderneming nastreeft. Vanuit die optiek vragen wij u dan ook om op 14 mei 2019 Klaus Röhrig tijdens de Algemene Vergadering tot lid van de Raad van Bestuur te willen benoemen.
Tot slot willen wij onze klanten – drukkers, ziekenhuizen en de gespecialiseerde industrie – en onze verdelers van harte bedanken voor het door hen gestelde vertrouwen in onze onderneming en voor de goede relaties die wij samen over de jaren hebben opgebouwd. Ook in de toekomst zullen wij hen blijven dienen met de meest vooruitstrevende, kwalitatieve en betrouwbare oplossingen en diensten. Wij danken ook alle medewerkers voor hun niet aflatende engagement en hun bijdrage aan het succes van de onderneming. Een aparte vermelding verdient hierbij het projectteam dat het voorbije jaar hard gewerkt heeft aan de reeds vermelde technische opdeling van de Groep. Dit complexe project in goede banen leiden naast de gebruikelijke dagelijkse activiteiten is zeker geen evidentie. Ook onze aandeelhouders willen wij danken voor hun steun en vertrouwen het voorbije jaar. Voor de verdere uitvoering van het globale transformatieproject en de uitvoering van onze groeistrategie heeft de onderneming alle beschikbare middelen nodig. Daarom zal de Raad van Bestuur aan de Algemene Aandeelhoudersvergadering voorstellen om voor 2018 geen dividend uit te keren.
Julien De Wilde Christian Reinaudo Voorzitter van de Raad van Bestuur CEO van de Agfa-Gevaert Groep
| MILJOEN EURO | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 |
|---|---|---|---|---|---|
| WINST- EN VERLIESREKENING | |||||
| Opbrengsten | 2.620 | 2.646 | 2.537 | 2.443 | 2.247 |
| Evolutie t.o.v. vorig jaar | (8,6)% | 1,0% | (4,1)% | (3,7)% | (8,0)% |
| Graphics | 1.355 | 1.358 | 1.267 | 1.195 | 1.049 |
| Aandeel in groepsomzet | 51,7% | 51,3% | 49,9% | 48,9% | 46,7% |
| HealthCare | 1.069 | 1.099 | 1.090 | 1.052 | 1.004 |
| Aandeel in groepsomzet | 40,8% | 41,5% | 43,0% | 43,1% | 44,7% |
| Specialty Products | 197 | 189 | 180 | 195 | 194 |
| Aandeel in groepsomzet | 7,5% | 7,2% | 7,1% | 8,0% | 8,6% |
| Brutowinst | 807 | 842 | 857 | 814 | 713 |
| Winst (verlies) uit bedrijfsactiviteiten | 136 | 161 | 166 | 138 | 59 |
| Nettofinancieringslasten | (59) | (74) | (51) | (39) | (39) |
| Winstbelastingen | (18) | (16) | (35) | (53) | (34) |
| Winst (verlies) toewijsbaar aan | 59 | 71 | 80 | 45 | (15) |
| Aandeelhouders van de onderneming | 50 | 62 | 70 | 37 | (24) |
| Minderheidsbelangen | 9 | 9 | 10 | 8 | 9 |
| Herstructureringskosten en niet-recurrente resultaten | (16) | (19) | (42) | (31) | (66) |
| Recurrente EBIT | 152 | 180 | 208 | 169 | 125 |
| Recurrente EBITDA | 222 | 240 | 265 | 222 | 179 |
| KASSTROOM | |||||
| Nettokasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 151 | 149 | 142 | 40 | (44) |
| Investeringsuitgaven (1) | (37) | (37) | (44) | (46) | (40) |
| BALANS - 31 DECEMBER | |||||
| Eigen vermogen | 146 | 268 | 252 | 307 | 290 |
| Netto financiële schuld | 126 | 58 | (18) | 18 | 144 |
| Vlottende activa verminderd met kortlopende verplichtingen (2) | 550 | 567 | 568 | 563 | 607 |
| Totale activa | 2.548 | 2.402 | 2.352 | 2.233 | 2.367 |
| AANDELENINFORMATIE (EURO) | |||||
| Winst per aandeel | 0,30 | 0,37 | 0,42 | 0,22 | (0,14) |
| Nettobedrijfskasstroom per aandeel | 0,90 | 0,89 | 0,85 | 0,23 | (0,26) |
| Brutodividend | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Boekwaarde per aandeel op jaareinde | 0,87 | 1,36 | 1,50 | 1,83 | 1,73 |
| Aantal uitstaande aandelen op jaareinde | 167.751.190 | 167.751.190 | 167.751.190 | 167.751.190 | 167.751.190 |
| Gewogen gemiddelde aantal uitstaande gewone aandelen | 167.751.190 | 167.751.190 | 167.751.190 | 167.751.190 | 167.751.190 |
| PERSONEELSLEDEN (op het einde van het jaar) | |||||
| Voltijdse equivalenten (actieven) | 10.506 | 10.241 | 10.042 | 9.840 | 9.662 |
(1) Voor immateriële activa en materiële vaste activa.
(2) Gedurende 2016 heeft de Groep het boekhoudkundig beleid consequent toegepast dat ook in voorgaande jaren gold, met uitzondering van de weergave van de handelsvorderingen, de handelsschulden, de vorderingen uit leaseovereenkomsten en de overige activa. Vanaf 31 december 2016 presenteert de Groep deze balansposten als vaste activa/langlopende verplichtingen ten belope van het deel dat langer dan 12 maanden na balansdatum verschuldigd is. Vergelijkende informatie over 2015 werd aangepast aan deze nieuwe voorstellingswijze. Bovendien heeft de Groep de boekhoudkundige behandeling van de toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement aangepast. Daardoor steeg de nettoverplichting wegens vergoedingen na uitdiensttreding op 31 december 2016 met 4 miljoen euro, wat voor hetzelfde bedrag een effect had op de niet-gerealiseerde resultaten.
De Agfa-Gevaert Groep ontwikkelt, produceert en verdeelt een uitgebreid portfolio van analoge en digitale beeldvormingsystemen en IT-oplossingen, voornamelijk voor de grafische industrie, de gezondheidszorgsector en ook voor specifieke industriële toepassingen.
De hoofdzetel en de moedermaatschappij van Agfa bevinden zich in Mortsel, België. De operationele activiteiten van de Groep zijn onderverdeeld in drie onafhankelijke businessgroepen: Agfa Graphics, Agfa HealthCare en Agfa Specialty Products. Elk van deze businessgroepen heeft sterke marktposities, een duidelijk omlijnde strategie en volledige verantwoordelijkheid, bevoegdheid en aansprakelijkheid.
Agfa's grootste productie- en onderzoekscentra zijn gevestigd in België, de Verenigde Staten, Canada, Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Oostenrijk, China en Brazilië. Agfa is wereldwijd commercieel actief via eigen verkooporganisaties in meer dan 40 landen. In landen waar Agfa geen eigen verkooporganisatie heeft, wordt de markt door een netwerk van agenten en tussenpersonen bediend.
Als toonaangevende leverancier in de grafische industrie biedt Agfa Graphics vernieuwende en betrouwbare oplossingen. Commerciële drukkers, krantendrukkers en verpakkingsdrukkers overal ter wereld vertrouwen op Agfa Graphics voor zijn uitgebreide gamma geïntegreerde drukvoorbereidingssystemen: van computer-toplate-oplossingen met digitale offset-drukplaten tot software voor kleurenmanagement, software voor workflowautomatisering en chemicaliën voor gebruik op de drukpers. De duurzame innovaties van Agfa Graphics bieden drukkerijen voordelen op het vlak van ecologie, kostenefficiëntie (economy) en extra gebruiksgemak (extra convenience) – of ECO³. Voorts levert Agfa Graphics sign & display-drukkers een gamma zeer productieve en veelzijdige grootformaat-inkjetprinters en inkten, evenals workflowsoftware, snijmachines en inkjetmedia. Tot slot ontwikkelt Agfa Graphics ook kwaliteitsvolle inkten en vloeistoffen voor verscheidene industriële inkjetdruksystemen en -toepassingen. Hiermee geven ze industriële bedrijven de mogelijkheid om drukwerk in hun bestaande productieprocessen te integreren.
Agfa HealthCare is een toonaangevende leverancier van oplossingen voor medische beeldvorming en IT-systemen voor ziekenhuizen en zorgcentra over de hele wereld. De businessgroep is een belangrijke speler op de markt van de medische beeldvorming. Met analoge en digitale technologie en met IT-oplossingen voldoet Agfa HealthCare aan de eisen van gespecialiseerde clinici. Voorts heeft de businessgroep een sleutelrol op de markt van de healthcare information solutions, of informatiesystemen voor de gezondheidszorg. Deze systemen integreren de administratieve, financiële en klinische workflows voor individuele ziekenhuizen en ziekenhuisgroepen. Vandaag vertrouwen zorgorganisaties in meer dan 100 landen op Agfa HealthCare's toonaangevende technologieën, oplossingen en diensten voor de optimalisering van hun efficiëntie en de verbetering van hun patiëntenzorg.
Agfa Specialty Products ontwikkelt, produceert en verkoopt een brede waaier producten. Zijn klanten zijn grote b2b-bedrijven in specifieke industriële nichemarkten. Enerzijds produceert de businessgroep klassieke op film gebaseerde producten zoals film voor niet-destructief materiaalonderzoek, film voor luchtfotografie, microfilm en film voor de productie van gedrukte schakelingen (PCB's). Anderzijds richt de businessgroep zich op veelbelovende groeimarkten met innovatieve oplossingen. Deze portfolio omvat onder meer geleidende polymeren, materialen voor de productie van sterk beveiligde identiteitsdocumenten, membranen voor de productie van waterstof en synthetische papieren die meer en meer door de markt gewaardeerd worden.
BONN MÜNCHEN PEISSENBERG PEITING ROTTENBURG SCHROBENHAUSEN TRIER WIESBADEN
SHANGHAI
CHINA
WUXI (PRINTING)
WUXI (IMAGING)
"Agfa is toegewijd aan zijn missie: de partner bij uitstek zijn voor beeldvorming- en informatiesystemen in alle markten waarin het actief is, van de grafische industrie over de sector van de gezondheidszorg tot gespecialiseerde industriële markten. Hiertoe bieden we ultramoderne technologieën, betaalbare oplossingen en innovatieve manieren van werken aan op basis van ons diepgaand inzicht in de activiteiten en de individuele noden van onze klanten. Investeren in innovatie en het leveren van oplossingen van topkwaliteit zijn hierbij de sleutelbegrippen. We hechten echter evenveel belang aan een verantwoordelijke, duurzame en transparante manier van werken. We zijn ervan overtuigd dat dit de juiste aanpak is om het langetermijnsucces van onze onderneming te verzekeren."
AGFA GRAPHICS AGFA HEALTHCARE AGFA SPECIALTY PRODUCTS
PRODUCTIE
O&O
Agfa HealthCare kondigt de implementatie aan van 80 Direct Radiography-upgrades in 18 vestigingen van Florida Hospital (onderdeel van Adventist Health System).
Agfa Graphics en Siegwerk Druckfarben, een van de toonaangevende internationale leveranciers van drukinkten voor verpakkingstoepassingen en etiketten, gaan een belangrijke strategische alliantie aan voor digitale verpakkingsinkten.
Agfa Graphics lanceert Adamas, een ecologische drukplaat die commerciële drukkers in staat stelt om resultaten van hoge kwaliteit te leveren met minder afval.
Agfa Specialty Products voegt een nieuwe vouwbare versie toe aan haar portfolio van SYNAPS synthetisch papier.
Agfa HealthCare verwerft de Franse e-health-softwarespecialist Inovelan, die Agfa HealthCare's eigen geïntegreerde zorgportfolio zal versterken en uitbreiden.
Agfa Specialty Products en het Italiaanse De Nora ondertekenen een overeenkomst voor de ontwikkeling van een oplossing voor de productie van waterstof en zuurstof op basis van het Zirfon Perl-membraan van Agfa Specialty Products.
De Agfa-Gevaert Groep herdenkt Lieven Gevaert – de oprichter van het Belgische deel van de onderneming – die 150 jaar eerder, op 26 mei 1868, werd geboren.
Agfa Graphics introduceert zijn nieuwe vlaggenschip UV LED inkjetprinter: de hybride Jeti Tauro H3300 LED. De motor garandeert zowel soepele, gedetailleerde resultaten als een snelle UV-LED-uitharding.
Agfa Graphics gaat een strategische alliantie aan met Lucky HuaGuang Graphics Co. Ltd. De alliantie moet beide bedrijven in staat stellen om hun activiteiten te laten groeien door het optimaliseren van hun respectieve sterke punten in de productie, technologie en distributie van drukvoorbereidingsproducten en -diensten.
Agfa Graphics wint vier prestigieuze Product of the Year Awards van de Specialty Graphic Imaging Association (SGIA) met de gloednieuwe Jeti Tauro H3300 LED printer, de Jeti Mira printer (winnaar in twee categorieën) en de Anapurna H3200i LED printer.
Het KLAS Performance Report 2018 identificeert Agfa HealthCare als een sterke en leidende partner voor de uitrol van gezondheidssystemen in de beeldvorming van ondernemingen.
Agfa Graphics kondigt aan dat het de drukvoorbereidingsactiviteiten van de Spaanse drukplaatleverancier Ipagsa Industrial S.L. wenst over te nemen.
Agfa HealthCare tekent een overeenkomst met China Meheco Corporation voor de distributie van DRYSTAR medische film en apparatuur aan ziekenhuizen en andere gezondheidscentra in verschillende provincies van China.
Agfa HealthCare kondigt aan dat GenesisCare Enterprise Agfa's Imaging for Cardiology zal uitrollen in al zijn cardiologieklinieken in Australië.
De Raad van Bestuur van Agfa-Gevaert NV heeft de eer u het gecombineerde jaarverslag over het boekjaar dat eindigde op 31 december 2018, in overeenstemming met de artikels 96 en 119 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen, voor te stellen. Dit jaarverslag bevat een corporate governance verklaring en een remuneratieverslag.
Agfa-Gevaert is al meer dan 150 jaar een van de wereldleiders in de beeldvormingsindustrie. Sinds het begin van deze eeuw ondergaat deze industrie echter radicale veranderingen. In de traditionele op film gebaseerde kerntechnologieën worden heel wat activiteiten in een snel tempo gedigitaliseerd. De overgang van de analoge filmtechnologie naar digitale oplossingen is onmiskenbaar. Maar bepaalde industrietakken en regio's bewegen sneller dan andere.
In de grafische industrie en de sector van de gezondheidszorg blijf het aandeel van analoge technologie krimpen. De vaak hoge grondstofprijzen, de economische crisis en het toenemende belang van de nieuwe opkomende markten hebben Agfa de voorbije jaren voor heel wat bijkomende uitdagingen gesteld. Ondanks de ongunstige economische omstandigheden heeft het management een doelgerichte groeistrategie uitgewerkt die het wil realiseren door organische groei en – waar mogelijk – door doelgerichte en weldoordachte partnerships of overnames. Innovatie en duurzaamheid zijn hierbij essentiële elementen.
Voor de realisatie van zijn groeistrategie investeert Agfa jaarlijks tussen vijf en zes procent van zijn omzet in O&O. De laatste jaren ontving de onderneming ook leningen en subsidies van verscheidene internationale en nationale organisaties en overheden ter ondersteuning van de O&O-strategie. Dit gaf Agfa de mogelijkheid om te investeren in een nieuwe O&O-infrastructuur, om nieuwe projecten op te starten en om nieuwe onderzoekers aan te trekken.
Duurzaamheid is eveneens een belangrijk element van Agfa's activiteiten, dat voor alle belanghebbenden langetermijnwaarde moet creëren. De onderneming streeft naar rendabele groei, maar hecht tegelijkertijd veel waarde aan de impact van de activiteiten op de omgeving, aan de gezondheid en veiligheid van de medewerkers en aan de relaties met alle belanghebbenden. Overal ter wereld investeert de onderneming in afval- en recyclageprogramma's, in duurzame energieproductie en logistiek en in de recyclage van verpakkingen en water. Agfa doet dit al vele jaren op vrijwillige basis en in veel gevallen gaat de onderneming verder dan wat de wet oplegt.
Als wereldwijd opererende onderneming erkent Agfa de noodzaak om de milieuprestaties constant te verbeteren in de eigen activiteiten, maar ook bij de klant door het aanbieden van milieuvriendelijke producten en systemen. Deze combinatie geeft Agfa de mogelijkheid om de balans tussen de winstgevendheid enerzijds en de sociale impact en de milieu-impact anderzijds te optimaliseren en dus te streven naar duurzaam ondernemen.
De markt van de drukvoorbereiding zal de komende jaren nieuwe consolidatiegolven ondergaan. Als één van de marktleiders in CtP-drukplaten wil Agfa de drijvende kracht achter de consolidatie zijn en zijn aandeel in deze onder druk staande markt verder uitbreiden. Agfa verwacht ook voor de markt van de grootformaat inkjetsystemen een soortgelijke consolidatiedynamiek. Agfa heeft de ambitie om met zijn grootformaatsystemen een van de drie grootste spelers te worden in de op UV-inkjet gebaseerde sign & display-markt. Voorts wil de businessgroep een stevige positie opbouwen met de digitale drukinkten voor industriële toepassingen.
Zorgaanbieders streven voortdurend naar een hogere kwaliteit, snellere service en meer tevreden patiënten. Tegelijkertijd worden ze echter door verschillende maatschappelijke trends onder druk gezet om de kosten te drukken. Hoewel een aantal overheden snoeien in de budgetten voor gezondheidszorg, wordt algemeen erkend dat digitalisering en IT noodzakelijk zijn om een evenwicht te bewerkstelligen tussen een kwaliteitsvolle zorgverlening, de veiligheid van de patiënt en de kostenefficiëntie van het zorgsysteem.
Met het recent geïntroduceerde ECO³-programma zet Agfa in op drie cruciale voordelen die haar nieuwste innovaties voor de drukindustrie typeren: kostenefficiëntie (economy), ecologie en extra gebruiksgemak (extra convenience) – kortweg ECO³. Deze drie E's zullen in alle geledingen van de drukkerij-industrie meerwaarde brengen. De focus op het ECO³-programma heeft immers niet alleen betrekking op de sterke drukvoorbereidingsportfolio van de businessgroep, maar ook op kwaliteits-, productiviteits- en efficiëntieverbeteringen in de drukkerij bij de klant.
In 2018 sloot Agfa een strategische alliantie met het Chinese Lucky HuaGuang Graphics op het vlak van drukvoorbereiding. Beide ondernemingen willen zo groei realiseren door de optimalisatie van de respectieve sterke punten op het vlak van productie, technologie en distributie van hun grafische drukvoorbereidingsproducten en -diensten.
Nog in 2018 nam Agfa de drukvoorbereidingsbusiness over van de Spaanse drukplatenleverancier Ipagsa. Ook deze stap past perfect in onze strategie voor winstgevende groei. Naast een omzettoename in drukvoorbereiding, zal de overname Agfa ook helpen om zijn EBITDAdoelstelling van gemiddeld 10% in de komende jaren, te behalen.
De transformatie van de gezondheidszorg wordt in grote mate bepaald door de evolutie van de wereldbevolking. Volgens voorspellingen van de Verenigde Naties zou de wereldbevolking tegen 2050 tot 9,7 miljard kunnen aangroeien. Voorts wordt verwacht dat het percentage 60-plussers tegen 2050 zou kunnen groeien van ongeveer 24% vandaag tot ongeveer 33% in de ontwikkelde landen en van ongeveer 10% tot ongeveer 20% in minder ontwikkelde landen. Aangezien de behoefte aan gezondheidszorg sterk verbonden is met leeftijd, zet deze evolutie overal ter wereld de zorgsystemen onder druk.
Een verhoging van de productiviteit is dus noodzakelijk om de groeiende patiëntenstroom op een kostenefficiënte manier te kunnen beheren. Verbonden met de veroudering van de bevolking en met de dramatische verandering in de levensstijl van de mensen is de snelle ontwikkeling van chronische ziekten. Dit zorgt ervoor dat de focus verschuift van de curatieve geneeskunde naar de preventieve geneeskunde en dat het aantal diagnostische beeldvormingsprocedures toeneemt. Zich bewust van de noodzaak om oplossingen te vinden die kwaliteit met kostenefficiëntie combineren, promoten regeringen en lokale overheden de introductie van digitale technologieën, IT, e-health-systemen en geïntegreerde zorgsystemen. Dit geldt niet enkel voor de Westerse wereld, maar ook voor de opkomende markten met sterke economische groeicijfers.
Agfa HealthCare blijft investeren in de verdere uitbreiding van zijn brede gamma digitale radiografiesystemen. Zo kan het aan de behoeftes van alle zorgaanbieders voldoen, van onafhankelijke beeldvormingscentra en kleine ziekenhuizen in opkomende landen tot toonaangevende universitaire ziekenhuizen met meerdere beeldvormingsafdelingen. Met zijn systemen en met zijn ondersteuning en services wil de businessgroep elke zorgorganisatie de kans geven om de overstap naar digitale beeldvorming te maken.
Met zijn toonaangevende en kostenefficiënte systemen voor digitale radiografie en efficiëntieverhogende software helpt Agfa HealthCare – binnen het kader van waardegerichte zorgverlening – zijn klanten om hun medische beeldvorming betaalbaar te houden en om hun dagelijkse zorgverstrekking te verbeteren.
IT-systemen die alle relevante gegevens over de patiënt verzamelen, ze op een gestructureerde manier aan het medisch personeel bezorgen en de medische besluitvormingsprocessen ondersteunen, zijn een hoeksteen van de hedendaagse zorgverstrekking geworden.
De uitdagingen van de moderne gezondheidszorg vereisen voortdurende waakzaamheid en nieuwe manieren om de veiligheid van data en systemen te garanderen. Ziekenhuizen en zorgaanbieders moeten zichzelf, hun netwerken, hun apparatuur en uiteraard de gegevens van hun patiënten beschermen. Agfa HealthCare verbindt zich ertoe zorgaanbieders te steunen bij de bescherming van de privacy van hun patiënten door hen veilige producten en diensten te leveren. Deze producten en diensten beschermen en vrijwaren de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van beschermde gezondheidsinformatie in de zorgorganisaties en -producten.
Agfa HealthCare's Enterprise Imaging-platform verbetert de multidisciplinaire samenwerking in het ziekenhuis dankzij op de cloud gebaseerde en mobiele technologieën en het vergroot de klinische intelligentie door gebruik te maken van AI en cognitieve technologieën. Hierdoor helpt het platform om de zorgverstrekking te verbeteren en om clinici efficiënter te laten werken. Het platform verzekert op verschillende manieren een aanzienlijk rendement op investeringen (ROI): het documenteren van alle beeldvormingsprocedures om de kwaliteits- en terugbetalingsevaluaties van het ziekenhuis te ondersteunen; het verminderen van overheadkosten die verband houden met het opladen van beelden op de zorgplek door taakgerichte standaardisatie; het verminderen van onnodige herhalingen van beeldonderzoeken; het consolideren van alle beelden van alle bronnen, afdelingen en apparaten in één register; het bevorderen van klinische samenwerking, enz.
Met zijn Hospital Information en Clinical Information Systems (HIS/CIS) en zijn systemen voor ziekenhuisbreed documentbeheer (Enterprise Content Management – ECM) helpt Agfa HealthCare ziekenhuizen bij het beheer van hun administratieve, financiële en klinische workflow. Voor Healthcare Information Solutions is Agfa HealthCare's strategie tweeledig. Enerzijds zal Agfa HealthCare zijn systemen verder uitbouwen met klinische functionaliteiten en mobiele workflows om zelfs de meest veeleisende klanten te geven wat ze verlangen. Anderzijds streeft de businessgroep ernaar om haar positie in haar huidige markten te consolideren en om haar systemen geleidelijk in bijkomende landen te introduceren.
Om een antwoord te bieden op de belangrijke demografische uitdagingen in de moderne maatschappij en om de gezondheidszorg duurzaam te houden, streeft Agfa HealthCare ernaar een belangrijke rol te spelen in de opkomst van geïntegreerde zorgsystemen. Deze systemen integreren alle zorgaanbieders, overheidsdiensten en ziekenfondsen, patiënten en andere betrokkenen van hele regio's en landen in een virtueel netwerk. Ze verzamelen en analyseren data van alle betrokkenen om mogelijke zorggerelateerde complicaties – zoals onder- en overcapaciteit in ziekenhuizen en medische fouten – te voorspellen en te voorkomen. Ze kunnen een belangrijke rol spelen in het beheer van chronische ziektes en ze kunnen het mogelijk maken om gezondheidsproblemen die zich in een populatie ontwikkelen in een vroeg stadium te ontdekken. In de toekomst zullen geïntegreerde zorgsystemen helpen om de gezondheidszorgkosten onder controle te houden, om de efficiëntie van zorgaanbieders te verhogen en om de patiëntenzorg en patiëntentevredenheid te verbeteren.
Voor de meeste industriële toepassingen worden de klassieke op film gebaseerde technologieën vervangen door digitale alternatieven. Sommige industrietakken evolueren sneller dan andere, maar over het algemeen verloopt de achteruitgang van de filmactiviteiten gestaag. Om de uitdagingen in zijn markten het hoofd te bieden heeft Agfa Specialty Products een duidelijke tweeledige strategie uitgewerkt.
Ten eerste streeft Agfa Specialty Products ernaar om zijn positie in de Classic Film-marktsegmenten te consolideren. Deze segmenten staan nog steeds in voor een groot deel van de periodieke omzet van de businessgroep. Om zijn filmproducten in de krimpende markten te kunnen blijven verkopen, concentreert Agfa Specialty Products zich op kostenefficiëntie en efficiënte productie, zonder daarbij de kwaliteit uit het oog te verliezen. Met dit doel voor ogen tekende Agfa Specialty Products met zorgvuldig geselecteerde zakenpartners langetermijnovereenkomsten voor de levering van film en chemicaliën.
Ten tweede investeert Agfa Specialty Products in de creatie en uitbreiding van toekomstgerichte productfamilies op basis van zijn knowhow op het vlak van PET, coating en chemicaliën. De activiteiten op het vlak van Functional Foils en Advanced Coatings & Chemicals genereren geleidelijk een aanzienlijke en rendabele inkomstenstroom ter aanvulling van de periodieke inkomsten van de traditionelere, op film gebaseerde verbruiksgoederen. In deze context blijft de businessgroep investeren in onderzoek en ontwikkeling, marketing en productie.
Alle activiteiten van de Agfa-Gevaert Groep op het vlak van onderzoek en ontwikkeling voor verbruiksgoederen werden gecentraliseerd in het Agfa Materials Technology Center. Op basis van kerncompetenties op het vlak van polyester en coating en van goed omlijnde technologieplatformen ondersteunt het centrum de innovatie en het onderzoek van alle businessgroepen van de Agfa-Gevaert Groep en leidt het alle desbetreffende onderzoeksprojecten. Via het Agfa-Labs-initiatief kunnen ook derden in een sfeer van open innovatie een beroep doen op de knowhow en de onderzoeksinfrastructuur van het Centrum.
Agfa-Gevaert - Jaarverslag 2018
Agfa heeft een lange traditie van goed burgerschap. De onderneming streeft naar winstgevende groei, maar hecht tegelijkertijd grote waarde aan de impact van haar activiteiten op het milieu, op de gezondheid en veiligheid van haar werknemers en op de relaties met alle belanghebbenden. Agfa doet dit al vele jaren op vrijwillige basis en in veel gevallen gaat het bedrijf verder dan enkel de naleving van de wet. We zijn ervan overtuigd dat het onze plicht is om op een verantwoordelijke, duurzame en transparante manier zaken te doen. Bovendien zijn we ervan overtuigd dat het – met de juiste instelling – niet meer inspanningen vergt om dat te doen. Tegelijkertijd zullen ondernemers die bereid zijn 'out of the box' te denken, nieuwe kansen zien ontstaan.
Voor Agfa is duurzaamheid een bedrijfsonderdeel dat bedoeld is om op lange termijn waarde te creëren voor alle belanghebbenden. Het verslag is gebaseerd op de internationale richtlijnen van het Global Reporting Initiative (GRI). Agfa begrijpt en erkent de richtlijnen van de GRI-normen als een referentie die stapsgewijs moet worden toegepast. Tot op heden heeft de Groep de nodige KPI's nog niet volledig ontwikkeld om de doeltreffendheid van het beleid met betrekking tot mensenrechten, antiomkoping, corruptie en sociale en personeelskwesties te meten.
Het rapport richt zich op de volgende twee pijlers:
Als wereldwijde ondernemer erkent Agfa de noodzaak om zijn milieuprestaties voortdurend te verbeteren, zowel in zijn eigen activiteiten als in zijn klantenactiviteiten, door ze ecologisch verantwoorde producten en systemen aan te bieden. Een combinatie die Agfa in staat stelt om de balans tussen winst en sociale impact op het milieu te optimaliseren en zo te streven naar duurzaam ondernemerschap.
Bij Agfa geloven we er sterk in dat onze mensen onze grootste troef zijn. In een wereldwijde business waar kennis en expertise essentieel zijn, bouwen we voort op onze competente, gemotiveerde en verantwoordelijke medewerkers, die een grondige kennis hebben van zowel de groep als van onze producten. Werken onder de hoogst mogelijke ethische normen is essentieel voor ons zakelijk succes. Alle werknemers en filialen van Agfa wereldwijd moeten zich houden aan de toepasselijke wetten en voorschriften van de landen waarin ze actief zijn en worden verwacht en verplicht om de inhoud van de Gedragscode na te leven. Tegelijkertijd verwachten we van onze zakenpartners, klanten en leveranciers dat ze zich ook aan de hoogst mogelijke ethische normen houden.
Zoals vermeld in de Corporate Governance-verklaring op p. 226, zijn milieuaangelegenheden één van de belangrijkste risico's die Agfa beheerst.
Agfa's algemene beleidslijnen zijn:
De ecologische impact van de productieactiviteit bestaat hoofdzakelijk uit emissies naar lucht en water, het gebruiken van grondstoffen en het opwekken en verbruiken van energie. Even belangrijk zijn de veiligheidsaspecten van de activiteiten en de inspanningen om ecologische incidenten en klachten te voorkomen.
In overeenstemming met de hierboven aangehaalde overwegingen heeft Agfa de volgende indicatoren gekozen om zijn milieuprestatie te evalueren:
| Milieustandaarden | |
|---|---|
| Productievolume | ton/jaar |
| Energieverbruik | TeraJoule/jaar |
| Specifiek energieverbruik | GigaJoule/ton product |
| Waterverbruik | m³/jaar |
| Specifiek waterverbruik | m³/ton product |
| Waterverbruik exclusief koelwater | m³/jaar |
| Specifiek waterverbruik exclusief koelwater | m³/ton product |
| CO2 -emissie naar lucht |
ton/jaar |
| Specifieke CO2 -emissie naar lucht |
kg/ton product |
| NOx -, SO2 -, VOS-, VAS-emissies naar lucht |
ton/jaar |
| Specifieke NOx -, SO2 -, VOS-, VAS-emissies naar lucht |
kg/ton product |
| Specifieke VOS-emissies naar lucht | kg/ton product |
| Afvalwatervolume | m³/jaar |
| Specifiek afvalwatervolume | m³/ton product |
| Afvalwaterbelasting | ton/jaar |
| Specifieke afvalwaterbelasting | kg/ton product |
| Afvalvolume | ton/jaar |
| Specifiek afvalvolume | kg/ton product |
| Specifiek gevaarlijk afvalvolume | kg/ton product |
| Milieu-incidenten en klachten | aantal |
Agfa streeft voor al zijn milieu-indicatoren naar verbetering overeenkomstig de algemene beleidslijnen. Agfa is vastbesloten om natuurlijke hulpbronnen te sparen, de milieu-impact van zijn activiteiten tot een minimum te beperken en zijn faciliteiten veilig te exploiteren. Het belangrijkste doel blijft de veiligheid, gezondheid en milieustandaarden hoog te houden. Hiertoe lopen in de verschillende vestigingen initiatieven op diverse vlakken.
Milieu, gezondheids- en veiligheidsinformatie worden maandelijks gepresenteerd op de besprekingen van de managementteams van de verschillende vestigingen.
De afdeling Corporate Safety, Health and Environment (SH&E) behoudt het globaal overzicht van alle informatie. Jaarlijks evalueert het SH&E Management Committee het beleid, de organisatie, het beheersysteem en de doelstellingen op het vlak van veiligheid, gezondheid en milieu.
MORTSEL
BELGIË
AGFA-GEVAERT
ISO 9001 QUALITY AGFA GRAPHICS OHSAS 18001 SAFETY AGFA HEALTHCARE ISO 50001 (DIN 16001) ENERGY ISO 13485 Q MEDICAL ISO 14001 ENVIRONMENT AGFA SPECIALTY PRODUCTS
Drukplaten CHINA WUXI (PRINTING) WUXI (IMAGING) Filmconfectie, apparatuur
Agfa-Gevaert - Jaarverslag 2018
Onderstaande tabel geeft een eerste overzicht en samenvatting van de prestaties wereldwijd naar de geselecteerde milieu-indicatoren.
| Management systemen |
Milieustandaarden Agfa heeft kwaliteits-, milieu-, energie- en veiligheidsmanagementsystemen geïnstalleerd in overeenstemming met de internationale standaarden ISO 9001, ISO 14001, ISO 50001 en OHSAS 18001. |
|---|---|
| Materialen | Productievolume Ten opzichte van 2017 bleef het wereldwijde totale productievolume op peil in 2018. Agfa handhaaft zijn positie op de wereldmarkt van analoge en digitale oplossingen voor beeldvorming. |
| Energie | Energieverbruik Het globale energieverbruik bleef ook in 2018 verder dalen met 0,7%. Opvolging, analyse en optimalisatie blijven in elk van de vestigingen aangehouden en constante opdrachten. |
| Specifiek energieverbruik Het specifiek energieverbruik daalde in 2018 ook met 0,7%. |
|
| Waterverbruik De totale waterconsumptie steeg met 3,0%, integraal toewijsbaar aan de stijging van het verbruik van koelwater. |
|
| Specifiek waterverbruik Het specifiek waterverbruik steeg eveneens met 3,0%. Deze toename is toewijsbaar aan het hogere aandeel voor koelwater. |
|
| Water | Waterverbruik exclusief koelwater Het waterverbruik exclusief koelwater daalde met 3,4%. De inspanningen op het vlak van spaarzaam omgaan met water voor onze productieprocessen blijven hierdoor hun resultaten tonen. |
| Specifiek waterverbruik exclusief koelwater Het specifiek waterverbruik exclusief koelwater daalde gelijkaardig met 3,4%. |
|
| CO2 -emissie naar lucht De CO2 -emissie naar lucht steeg met 1,8%. Deze stijging is te wijten aan een hogere inzetbaarheid van de WKK-installatie in Mortsel voor eigen energievoor ziening (elektriciteit). In deze optiek zijn CO2 -emissies voor deze energie meer direct toewijsbaar aan onze activiteiten dan bij aankoop. |
|
| Specifieke CO2 -emissie naar lucht De specifieke CO2 -emissie naar lucht steeg eveneens met 1,8%. |
|
| Emissie | NOx -, SO2 -, VOS-, VAS-emissies naar lucht Op het gebied van de NOx -, SO2 -, VOS- en VAS-emissies zien we een daling van 10,6% in 2018. |
| Specifieke NOx -, SO2 -, VOS-, VAS-emissies naar lucht Op het gebied van de specifieke NOx -, SO2 -, VOS- en VAS-emissies zien we eveneens de aangehouden daling van 10,6% in 2018. |
|
| Specifieke VOS-emissies naar lucht De specifieke VOS-emissie is met 21,2% gedaald ten opzichte van 2017, mede door de verbetering van de installaties en optimalisaties in solventgebruik in 2018. |
| Totale afvalwaterafvoer Het afvalwatervolume daalde verder met 6,0%. De vuilvracht steeg in 2018, hoofdzakelijk door een inconsistentie van de werking van de installaties. |
|
|---|---|
| Afvalwater en | Afvalvolume Het afvalvolume blijft de laatste drie jaar stabiel op een laag niveau. Inspanningen voor het voorkomen van afval blijven onze prioriteit. |
| afvalstoffen | Specifiek afvalvolume De specifieke afvalvolumes blijven met 192,1 kg/ton op het peil van 2017. |
| Specifiek gevaarlijk afvalvolume De hoeveelheid gevaarlijk afval blijft met 29,6 kg/ton op quasi hetzelfde niveau als de voorbije jaren. Dit weerspiegelt de inspanningen om deze afvaloorzaak onder controle te houden. De verhouding tussen gevaarlijk/ongevaarlijk afval blijft 1 op 6. |
|
| Naleving milieu wetgeving en -regelgeving |
Milieu-incidenten en klachten Opvolging van de milieu-incidenten en klachten werd in 2018 opgedreven om zo nog meer en sneller te kunnen anticiperen om bedreigingen en escalaties te verhinderen. |
In de onderstaande commentaren wordt de milieuprestatie in 2018 vergeleken met de prestaties in 2017. De grafieken en tabellen illustreren de trends vanaf 2009.
Eind 2018 werd de vestiging van Branchburg gesloten met herschikking van de activiteiten naar andere vestigingen. De vestiging in Mortsel omvat de sites in de Belgische stad Mortsel en de gemeenten Wilrijk, Edegem en Westerlo (Heultje).
Agfa heeft kwaliteits-, milieu-, en veiligheidsmanagementsystemen geïnstalleerd in overeenstemming met de internationale standaarden ISO 9001, ISO 14001, ISO 50001 en OHSAS 18001. De wereldkaart op p. 26 en 27 geeft een overzicht van de behaalde certificaten in de verschillende vestigingen.
Het totale productievolume in gewicht uitgedrukt, bleef in 2018 op het peil van 2017. Agfa handhaaft zijn positie op de wereldmarkt van analoge en digitale oplossingen voor beeldvorming.
De filmfabrieken kenden een daling van 1,6% voor het totale productievolume uitgedrukt in gewicht. Dit omvatte ongeveer 0,3% in filmproductie en 3,5% in productie van chemicaliën (o.a. ontwikkelvloeistoffen). In vergelijking met 2017 bleef de globale drukplatenproductie van Agfa Graphics in 2018 stabiel.
Het productievolume (uitgedrukt in gewicht) voor apparatuur steeg met 6,0% ten opzichte van 2017. Qua aantallen betekent dit ongeveer 1.800 geproduceerde stuks door Agfa Graphics (Manerbio en Mississauga) en ongeveer 29.200 stuks door Agfa HealthCare (München, Peiting, Peissenberg en Wuxi).
Hoewel het productievolume voor apparatuur steeg in 2018, stabiliseerde het volume van de inktproductie voor inkjettoepassingen.
Agfa HealthCare's röntgenfilmproductie voor herbruikbare CR-filmcassettes (Schrobenhausen) daalde met 16,0%.
Het totale energieverbruik bleef in 2018 verder dalen met 0,7%. Het specifiek energieverbruik bleef quasi stabiel met 16,3 GJ per ton geproduceerd product.
In de filmfabrieken daalde het energieverbruik nog verder met 3,1%. Het energieverbruik in de drukplatenfabricage kende een stijging met 2,8%.
Met het vernieuwen van de warmtekrachtkoppelingen (WKK) van de filmfabriek van Mortsel, daalde het aandeel van aangekochte elektriciteit met 28,2%.
Opvolging, analyse en optimalisering van het energieverbruik in alle vestigingen blijven constante opdrachten.
Het totale waterverbruik steeg in 2018 met 3,0%. Deze stijging is volledig toewijsbaar aan de stijging van het verbruik van koelwater, een gevolg van het uitzonderlijk warme weer tijdens het voorbije jaar. Het specifiek waterverbruik steeg gelijklopend met 3,0% tot 30,7 m³ per ton geproduceerd product.
Het waterverbruik exclusief koelwater daalde in 2018 verder met 3,4% onder meer door de aangehouden acties in de verschillende vestigingen om spaarzaam om te gaan met water. Het specifiek waterverbruik exclusief koelwater daalde eveneens met 3,4% tot 11,6 m³ per ton geproduceerd product.
Het specifiek proceswaterverbruik kon verder worden gereduceerd tot 5,7 m³ per ton geproduceerd product. De inspanningen voor optimalisatie van de productieprocessen blijven zo hun resultaten tonen.
De globale CO2 -emissie steeg licht met 1,8%. Deze stijging is te wijten aan een hogere inzetbaarheid van de WKK-installatie in Mortsel voor Agfa's eigen energievoorziening (elektriciteit). In deze optiek zijn CO2 -emissies voor deze energie directer toewijsbaar aan Agfa's activiteiten dan bij de aankoop ervan. Ondanks de stijging in 2018 blijven we de lage waarden sinds 2016 aanhouden.
De specifieke CO2 -emissie volgt een zelfde trend met een stijging van 1,8% tot 623 kg per ton geproduceerd product. Het stijgende patroon van de laatste jaren is een gevolg van de dalende productievolumes.
| 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| NOX | 156,2 | 160,3 | 150,3 | 142,1 | 141,6 | 140,4 | 137,5 | 120,3 | 99,4 | 99,0 |
| SO2 | 49,6 | 6,2 | 40,7 | 9,7 | 23,5 | 5,1 | 1,5 | 1,5 | 0,8 | 1,5 |
| VOS | 177,8 | 179,3 | 165,6 | 171,6 | 165,2 | 129,3 | 121,8 | 106,1 | 112,7 | 88,7 |
| VAS | 4,2 | 4,0 | 48,5 | 4,0 | 2,5 | 2,0 | 1,9 | 3,5 | 2,0 | 2,8 |
| TOTAAL (TON/JAAR) |
387,8 | 349,8 | 405,1 | 327,4 | 332,8 | 276,8 | 262,7 | 231,4 | 214,9 | 192,0 |
De luchtemissies exclusief de CO2 daalden in 2018 verder met 10,6%. Dit resulteerde in een vergelijkbare daling van 10,6% van de specifieke luchtemissies exclusief CO2 naar 1,14 kg per ton geproduceerd product.
De VOS-emissies daalden spectaculair met 21,2% tot 88 ton, waardoor de specifieke VOS-emissies afnamen tot 0,53 kg per ton geproduceerd product. Deze waarde is de laagste van de laatste tien jaren.
Door een betere exploitatie van en aanpassingen aan de installaties kon het aandeel van solventrecuperatie verhoogd worden. Verder blijft een daling ook het gevolg van verschillende optimalisaties mogelijk gemaakt door een geautomatiseerde opvolging van de solventenbalans.
De positieve trend voortzettend, daalde het afvalwatervolume verder met ruim 6,1%. Het specifiek afvalwatervolume noteerde een gelijkaardige daling met 6,1%, wat resulteerde in 10,14 m³ per ton geproduceerd product.
| 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Specifiek volume (m3 /ton product) |
13,33 | 13,00 | 13,56 | 12,47 | 12,10 | 11,62 | 12,06 | 11,22 | 10,79 | 10,14 |
| CZV | 1.580,4 | 1.727,1 | 1.101,5 | 524,1 | 473,1 | 491,3 | 462,9 | 322,7 | 373,4 | 347,4 |
| N | 116,1 | 90,8 | 46,1 | 17,8 | 20,4 | 17,9 | 15,7 | 9,5 | 9,5 | 12,1 |
| P | 112,2 | 118,7 | 97,6 | 97,0 | 66,5 | 56,4 | 54,2 | 38,1 | 37,3 | 34,4 |
| AOX | 1,2 | 0,8 | 0,6 | 0,9 | 0,5 | 0,4 | 0,3 | 0,3 | 0,3 | 0,3 |
| Zware metalen excl. Al | 0,5 | 0,5 | 0,4 | 0,5 | 0,5 | 0,3 | 0,4 | 0,4 | 0,2 | 0,3 |
| Aluminium | 147,1 | 167,5 | 30,5 | 77,5 | 114,2 | 34,9 | 170,4 | 88,5 | 40,5 | 117,2 |
| TOTAAL (ton/jaar) | 1.957,5 | 2.105,3 | 1.276,8 | 717,8 | 675,1 | 601,4 | 703,9 | 459,5 | 461,2 | 511,7 |
Afvalwatervolume
De vuilvracht steeg in 2018 met 11,0%. Dit was volledig te wijten aan een verhoging van het aluminiumslib in het afvalwater ingevolge een inconsistentie van de goede werking van de centrifuges. Hiervoor werden corrigerende acties genomen.
De specifieke vuilvracht exclusief aluminiumbelasting daalde met 6,2% in 2018, een bevestiging van de doorgevoerde optimalisatie van de waterzuivering.
De rest-COD waarde is in 2018 gedaald door een betere werking van de biologische waterzuivering van de filmfabriek in Mortsel. Hierdoor kon het lage niveau gehandhaafd blijven.
De stikstof (N)- en fosfor (P)-waarden behouden hun lage waarden van de laatste jaren.
Het totale afvalvolume steeg in 2018 licht met 0,6% in vergelijking met 2017. Het specifieke afvalvolume bleef op quasi hetzelfde niveau met 192,1 kg per ton geproduceerd product.
| 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stortplaats | 1.590 | 5.691 | 6.147 | 6.373 | 4.103 | 4.214 | 3;586 | 3.462 | 2.669 | 2.910 |
| Verbranding | 192 | 274 | 387 | 296 | 217 | 327 | 227 | 127 | 782 | 527 |
| Recyclage | 40.267 | 39.720 | 39.813 | 44.690 | 37.220 | 30.879 | 29.939 | 24.603 | 24.398 | 24.293 |
| Energieterugwinning | 1.301 | 1.358 | 1.484 | 1.308 | 1.257 | 1.173 | 1.438 | 1.188 | 1.057 | 1.336 |
| Fysico-chemische behandeling |
781 | 716 | 701 | 632 | 431 | 187 | 119 | 192 | 262 | 146 |
| Valorisatie | 2.652 | 2.925 | 2.762 | 2.431 | 2.270 | 2.581 | 2.796 | 3.141 | 2.874 | 3.020 |
| TOTAAL (ton/jaar) | 46.784 | 50.685 | 51.294 | 55.730 | 45.497 | 39.361 | 38.106 | 32.713 | 32.041 | 32.232 |
| Ongevaarlijk | 73% | 75% | 76% | 77% | 75% | 76% | 75% | 86% | 86% | 85% |
| Gevaarlijk | 27% | 25% | 24% | 23% | 25% | 24% | 25% | 14% | 14% | 15% |
Voor wat betreft het specifiek gevaarlijk afvalvolume blijft het lage niveau sinds 2016 (27,2 kg/ton) gehandhaafd met 29,6 kg per ton geproduceerd product in 2018. De verhouding ongevaarlijk en gevaarlijk afval, dat lange tijd constant bleef op 3/1, blijft 6/1.
De handhaving van het lage niveau met betrekking tot het gevaarlijk afval is toe te schrijven aan de aangehouden inspanningen om incidenten en oorzaken voor dit afval onder controle te houden.
Het nuttig gebruik van afval (recyclage, energierecuperatie, fysico-chemische behandeling en valorisatie) bedraagt 89,6% wat opnieuw een verbetering is. Het aandeel afval dat nog wordt gestort bedraagt 9,0% van het totaal.
In 2018 werd een hogere hoeveelheid afval verbrand met energierecuperatie en valorisatie. Dit duidt op een groeiende tendens bij afvalverwerkers om steeds nuttiger om te gaan met de afvalstromen.
In 2018 werden in Mortsel 21 milieu-incidenten gerapporteerd aan de lokale autoriteiten. Ze betroffen vooral inbreuken op de afvalwatervergunning.
Mortsel rapporteerde 17 klachten in 2018. Deze klachten betroffen vooral geluids- en geurhinder ten gevolge van diverse eenmalige gebeurtenissen.
Opvolging van de milieu-incidenten en klachten werd in 2018 opgedreven om zo nog meer en sneller te kunnen anticiperen om bedreigingen en escalaties te verhinderen.
Branchburg ontving een boete van 907 euro.
De Agfa-Gevaert Groep werkt verder aan zijn transformatieproces. Naast de voortzetting van de last-man-standingstrategie voor traditionele filmproducten evolueert de onderneming verder als een internationale speler op het vlak van digitale beeldvormings- en druksystemen en van IT-oplossingen. De belangrijkste doelmarkten zijn de grafische industrie en de sector van de gezondheidszorg.
In dit proces schuiven Agfa's activiteiten steeds meer op van het vertrouwde terrein van de op film gebaseerde beeldvorming naar nieuwe, snel evoluerende technologiedomeinen. Tezelfdertijd evolueert de onderneming van het louter verkopen van verbruiksgoederen naar het aanbieden van totaaloplossingen die apparatuur, diensten en verbruiksgoederen inhouden. Uiteraard heeft dit een sterke impact op de benodigde werknemersprofielen.
Innovatie, flexibiliteit, technische en verkoopvaardigheden, marktkennis en ondernemerszin zijn van cruciaal belang voor een duurzame groei.
Innovatie is essentieel voor de ontwikkeling van nieuwe producten en oplossingen. Deze producten en oplossingen introduceren en succesvol nieuwe markten aanboren is onmogelijk zonder adequate ondernemers- en verkoopvaardigheden. Het betekent ook dat mensen open moeten staan voor mobiliteit en verandering. Verandering is immers de enige constante.
Agfa's HR-beleid is gericht op de ontwikkeling van een aantal processen gelinkt aan de 'employee life cycle'. Een loopbaan van een werknemer kan men opdelen in verschillende fases met specifieke aandachtspunten: aanwerving en introductie, competentiemanagement, prestatiemanagement, continue opleiding en ontwikkeling, verloning, beoordelingen van werknemers en eindeloopbaan. Belangrijke aandachtspunten zijn het ontwikkelen van leiderschap en loopbaanbegeleiding. Onze loopbanen moeten immers aangepast blijven aan de veranderende realiteit en veel medewerkers zullen in de toekomst meer loopbaanbewegingen maken dan traditioneel het geval was. Een 'job-fitte' medewerker is dan ook noodzakelijk zodat men blijvend professioneel inzetbaar is. Verder gaat er veel aandacht naar communicatie, gelijke rechten en veiligheid.
Agfa streeft ernaar om de juiste werknemer in de juiste functie op het juiste moment en de juiste locatie te hebben aan de juiste kost. Met die bedoeling zoekt Agfa constant de juiste balans tussen competenties aantrekken van buiten het bedrijf, intern competenties ontwikkelen en de algemene inzetbaarheid verhogen door werknemers te stimuleren om succesvol van de ene functie naar de andere over te stappen.
Er is een ruim aanbod van trainings- en ontwikkelingsprogramma's. Er zijn onder meer verschillende programma's gericht op Agfa-managers. Het geeft hen toegang tot tools voor zelfanalyse, pakketten voor zelftraining en groepstrainingsessies in verband met de verschillende aspecten van leiderschap.
Naast het langlopende 'Global Leadership Program' werd er een Europees Leadership Programma opgestart. Ook op lokaal niveau worden diverse talentprogramma's opgezet. Verder kwam er meer focus op het ontwikkelen van verkoopcompetenties en werden er trainingsprogramma's gelanceerd waar het verkopen gebaseerd op de waarde centraal staat.
Verder is er ook het EVOLVE-leerplatform op het Agfa-intranet, een 'portal' voor interactieve communicatie over leren en ontwikkelen. Alle Agfa-medewerkers hebben toegang tot een online trainingscatalogus waar zowel productgerelateerde trainingstools, alsook trainingsprogramma's op het vlak van communicatie, management en klantgerichtheid te vinden zijn. Via deze weg wenst Agfa een nog bredere leeromgeving te cultiveren.
Ten slotte werd ook het prestatiemanagementproces hervormd tot een FeedForward-proces dat zich meer focust op een continue feedback, coaching en ontwikkeling in plaats van op een loutere evaluatie van voorbije verwezenlijkingen. Het uiteindelijke doel is een meer flexibele prestatiecultuur.
(1) ALGEMEEN & ADMINISTRATIE 15,60% (2) LOGISTIEK & SUPPLY CHAIN 3,24% (3) PRODUCTIE 27,23% (4) ONDERZOEK & ONTWIKKELING 14,56% (5) VERKOOP 14,87% (6) SERVICE 24,50%
(1) CORPORATE CENTERS 0,56% (2) GLOBAL SHARED SERVICES 5,38% (HR, ICS, PURCHASING,...) (3) AGFA GRAPHICS 30,91% (4) AGFA HEALTHCARE 44,42% (5) AGFA SPECIALTY PRODUCTS 18,73%
AANTAL WERKNEMERS EEN TOTAAL VAN 10.391 IN 2018 OF 10.034 VOL-TIJDS EQUIVALENTEN
1.052 NIEUWE MEDEWERKERS VERVOEGDEN AGFA IN 2018
1.194 MEDEWER-KERS VERLIETEN DE ONDERNEMING IN 2018
PERCENTAGE VROUWELIJKE/ MANNELIJKE MEDEWERKERS IN MANAGEMENTFUNCTIES
1 - BELGISCHE 3.058 WERKNEMERS
2 - DUITSE 1.840 WERKNEMERS
3 - AMERIKAANSE 945 WERKNEMERS
4 - FRANSE 717 WERKNEMERS
86% VAN ALLE WERKNEMERS VOLGDEN MINSTENS 1 OPLEIDING IN 2018
AZIË
OCEANIË
41
De HR-organisatie van de Agfa-Gevaert Groep is afgestemd op de businessgroepstructuur van het bedrijf, zowel op regionaal als op lokaal vlak. De Centers of Excellence zorgen voor een wereldwijde coördinatie van de HR-principes, -beleidslijnen, -processen en specifieke kerncompetenties.
Deze afstemming op de businessgroepstructuur maakt de HR-organisatie efficiënter en minder complex. Ze verbetert de ondersteuning die HR verleent, met respect voor de identiteit van de verschillende businessgroepen. Het personeelsbeleid wordt zo afgestemd op de specifieke noden van elke businessgroep. Hiertoe begeleiden HR-businesspartners de managementteams van de businessgroepen om zo de nodige personeelsaantallen, competenties, organisatiewijzigingen en dergelijke te kunnen plannen.
Gezien de wereldwijde aanwezigheid van Agfa, steunt de HR-organisatie ook sterk op de HR-medewerkers in de verschillende landen en regio's. De Centers of Excellence zijn verantwoordelijk voor een uniforme toepassing van de HR-principes en -beleidslijnen die wereldwijd in Agfa's verschillende organisaties toegepast worden. Deze aanpak brengt heel wat voordelen op het vlak van transparantie, uniformiteit en kostenefficiëntie.
Er zijn drie Centers of Excellence met een wereldwijde verantwoordelijkheid en specifieke hoofdactiviteit nl.:
Prestatiemanagement is een weerkerend en voortdurend proces voor het bepalen van doelstellingen en voor ontwikkeling en evaluatie gericht op het realiseren van de strategie en de doelstellingen van de Onderneming via de prestaties van de werknemers.
Agfa's processen op het vlak van prestatiemanagement zorgen ervoor dat werknemers geëvalueerd worden en dat ze formele en informele feedback krijgen over hun prestaties, getoetst aan een aantal overeengekomen doelstellingen.
De ontwikkeling van de werknemers is een integraal onderdeel van het prestatiemanagement. De werknemer en de manager moeten de persoonlijke ontwikkelingsdoelstellingen identificeren. Deze ondersteunen het bereiken van de vooropgestelde doelstellingen op korte termijn en het bereiken van de persoonlijke loopbaanverwachtingen op lange termijn.
Tot op zekere hoogte zijn financiële beloningen voor werknemers gebaseerd op de resultaten van het prestatiemanagementproces. De evaluatie richt zich zowel op de beoordeling van de bereikte resultaten (Wat) als op de gedragingen die tot deze resultaten leiden (Hoe).
Zoals eerder vermeld, werd het Performance Management-proces hervormd tot een FeedForward-proces.
De Agfa-Gevaert Groep introduceerde onlangs FeedForward als nieuw Performance Management Framework om in te spelen op de behoefte aan voortdurende feedback en om zich te concentreren op coaching en ontwikkeling in plaats van alleen maar de prestaties uit het verleden te evalueren.
Met de introductie van FeedForward wil Agfa evolueren naar een meer flexibele prestatiecultuur waarin zowel manager als werknemer een actieve rol spelen door:
Hierbij wordt een groei-mindset gepromoot waarbij we kunnen leren van feedback, successen vieren, inspanning zien als een pad naar meesterschap, veranderingen omarmen en het leren op zich zien als een continue reis met eigen verantwoordelijkheid.
Wij geloven dat performance management niet gaat over het volgen van een verplicht proces, maar wel over het regelmatig voeren van kwalitatieve 'check-in'-gesprekken tussen medewerkers en managers. In deze gesprekken onderzoeken manager en medewerker hoe zij, dag na dag, een betekenisvolle bijdrage kunnen leveren, groeien en op hun best kunnen presteren.
Een motiverend en effectief performance managementproces beoordeelt inderdaad gedrag uit het verleden, maar doet dit met het oog op continue verbetering en dus ontwikkeling. Het geven en ontvangen van regelmatige feedback op basis van de principes van de groei-mindset is de belangrijkste bouwsteen in Agfa's toekomstgerichte managementfilosofie – vandaar de naam 'FeedForward'.
Er worden regelmatig personeelsenquêtes in heel de Onderneming gehouden waarin de werknemers wordt gevraagd om continue feedback te geven en inzicht te geven in de manier waarop onderwerpen zoals feedback, ontwikkeling en leiderschap evolueren.
Agfa is ervan overtuigd dat elke werknemer in staat moet zijn om te groeien en zijn of haar unieke talenten en vaardigheden moet kunnen ontwikkelen. De plannen voor de ontwikkeling van de werknemers worden afgestemd op competentiemanagement en geïntegreerd in het FeedForward-framework.
Agfa moedigt werknemers actief aan om nieuwe en geavanceerde vaardigheden, kennis en standpunten te verwerven door het aanbieden van leer- en ontwikkelingsinstrumenten. Agfa is er van overtuigd dat voortdurend leren en zich verder ontwikkelen essentieel zijn voor individuele en organisatorische groei.
Om een continue leeromgeving te cultiveren, creëerde Agfa EVOLVE. EVOLVE is Agfa's leerportaal, een toegangspoort tot alle cursussen, middelen en instrumenten die voor de Agfa-medewerkers ter beschikking staan. EVOLVE moedigt werknemers aan om de talrijke leer- en ontwikkelingsmogelijkheden, die rond vier pijlers zijn gecentreerd, actief te verkennen:
In het loopbaanbegeleidingsproces faciliteert HR de medewerker in het verkennen van zijn interesses, talenten en ervaringen om mogelijke carrièremogelijkheden te identificeren. De focus ligt over het algemeen op loopbaanverandering, persoonlijke ontwikkeling en mogelijke andere loopbaangerelateerde zaken.
De loopbaancoach helpt om inzicht te krijgen in de sterktes en zwaktes van de medewerker, in wat belangrijk is voor de medewerker in werk en leven en in toekomstige carrièremogelijkheden die voor ons liggen. Het belangrijkste doel is om de medewerkers opnieuw vertrouwen te geven in zichzelf en in hun professionele toekomst.
De werknemers van de Agfa-Gevaert Groep hebben verschillende taalonderwijsmogelijkheden, gaande van e-learning-cursussen tot volledige 'taalbad'-programma's.
Competentiemanagement is een programma dat managers en medewerkers in staat stelt om persoonlijke ontwikkelingsplannen op te stellen die aansluiten bij de bedrijfsdoelstellingen en de professionele aspiraties van de medewerker. Generieke competenties en een toenemend aantal functie-specifieke competenties zijn gedefinieerd en worden gemeten aan de hand van een vooraf gedefinieerd vaardigheidsniveau. Eventuele lacunes in vaardigheden worden prioritair aangepakt door middel van ontwikkelingsdoelen.
Het competentiekader van de Agfa-Gevaert Groep bestaat uit tien generieke competenties. Deze competenties gelden voor alle Agfa-medewerkers en moeten worden toegepast op de werkvloer.
Door een reeks competenties te definiëren die voor alle rollen in de organisatie gelden, toont de Agfa-Gevaert Groep aan alle werknemers het soort gedrag dat gewaardeerd wordt en dat nodig is om de doelstellingen te helpen bereiken.
De tien gedragsregels van de Agfa-Gevaert Groep zijn geclusterd rond vier drijfveren:
Alle senior managers nemen deel aan het People Review proces om proactief kerntalenten in de organisatie te identificeren, om mobiliteit en jobrotatie te organiseren en om ontwikkelings-, continuïteits- en carrièreplannen uit te werken. Dit alles moet ervoor zorgen dat sleutelwerknemers aan boord blijven.
Een 'Global Leadership Program' werd ingevoerd om wereldwijd het aanwezige talent zichtbaarder te maken en om de coaching en ontwikkeling van talenten te ondersteunen. Voorts hebben verscheidene regio's ook lokale talentprogramma's opgezet.
Het tewerkstellen van mensen is een investering op lange termijn. Tegenwoordig ervaren wereldwijde organisaties meer en meer concurrentie bij het aanwerven en behouden van personeelsleden. Daarom biedt Agfa alle werknemers competitieve verloningspakketten. De meeste managers hebben een variabel deel in hun salarispakket.
De uitbetaling van dit variabele deel hangt af van de prestatie van de Agfa-Gevaert Groep, van de resultaten van de respectieve businessgroep en regio en van de individuele prestatie ('Global Bonus Plan'). Voor verkopers en servicemedewerkers is het variabele deel gelinkt aan specifieke doelstellingen in een 'Sales Incentive Plan' of een 'Service Incentive Plan'.
Om ervoor te zorgen dat het salaris overeenkomstig de markt is, gebruikt Agfa een formeel jobevaluatiesysteem en neemt het deel aan salarisonderzoeken om haar loonbeleid op een continue wijze te toetsen.
Agfa gebruikt als referentieloon voor zijn medewerkers een 'Total Target Cash'-niveau dat gemiddeld op het 67ste percentiel van de markt ligt. Het pakket van de individuele werknemer wordt aangepast op basis van zijn/haar prestaties en expertise.
Agfa streeft ernaar om competitieve maar ook kostenefficiënte kortetermijn- en langetermijnvoordelen aan te bieden. De belangrijkste voordelen zijn: een pensioenplan, een levensverzekering en een verzekering tegen medische kosten. De voordelen kunnen sterk verschillen van land tot land, naargelang de plaatselijke regels en gewoontes.
Agfa streeft ernaar een werkgever te zijn met duidelijk omschreven en toegepaste veiligheids- en gezondheidsnormen, die alle wettelijke bepalingen naleeft en zich houdt aan de algemene bepalingen van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.
Het is steeds Agfa's overtuiging geweest dat het zijn volledige verantwoordelijkheid als maatschappelijk verantwoorde onderneming moet opnemen in alle landen waarin het wereldwijd actief is. De Gedragscode is een weerspiegeling van het doel van de onderneming krachtig, onafhankelijk, ethisch en eerlijk in al zijn markten te concurreren. Alle medewerkers zijn verplicht de regels en concepten in het document te respecteren, omdat ze een afspiegeling zijn van Agfa's doelstelling om op een duurzame manier te groeien, steeds rekening houdend met de wensen en het welzijn van zijn klanten, medewerkers, buren en leveranciers en van de toekomstige generaties; kortom de wensen en het welzijn van haar stakeholders.
De Gedragscode is opgenomen in het Corporate Governance Charter van de Groep, dat te vinden is in de sectie Investor Relations op Agfa's website.
De regels en principes in de Gedragscode zijn onderverdeeld in zes categorieën. Deze principes hebben betrekking op de manier waarop het bedrijf met zijn personeel en de buitenwereld wil omgaan. Ethisch gedrag beperkt zich niet tot het naleven van de tekst van de Code. De Gedragscode is een samenvatting van de belangrijkste principes van het dagelijks bestuur, en is dus niet limiterend. De principes en regels die het bevat zijn meer in detail uitgewerkt in het bedrijfsbeleid of in het beleid dat voor de verschillende businessgroepen of dochterondernemingen werd uitgewerkt.
Schending van wetten en voorschriften of van het beleid van de Agfa Groep – zoals de Gedragscode – inzake fraude, antitrust, corruptie, belangenconflicten en andere soortgelijke gebieden kunnen ernstige gevolgen hebben voor de Groep. Mogelijke gevolgen zijn onder meer vervolging, boetes, sancties, contractuele, financiële en reputatieschade.
Diversiteit is voor Agfa een belangrijk aandachtspunt en de Onderneming heeft hieromtrent beleidsmaatregelen en procedures ingesteld. Ze worden beschreven in de gedragscode van de Onderneming en in het antidiscriminatiebeleid in de verklaring inzake ethisch zakendoen.
Agfa is actief in meer dan 100 landen en heeft eigen productiecentra, O&O-centra en verkooporganisaties in meer dan 40 landen. Bij Agfa werken medewerkers van 79 verschillende nationaliteiten, met verschillende achtergronden, verschillende persoonlijkheden en visies elke dag samen. Diversiteit is voor Agfa dan ook een natuurlijk gegeven. Deze diversiteit is een verrijking voor de organisatie en ze levert een directe bijdrage aan de geleverde prestaties en het imago van het bedrijf.
Om zijn visie op diversiteit te ondersteunen heeft de Raad van Bestuur tijdens zijn vergadering van 3 maart 2003 beslist dat het een absolute prioriteit geeft aan een beleid dat voorziet in gelijke kansen op werkgelegenheid voor alle werknemers en sollicitanten. De Raad stelde ook duidelijk dat er geen ruimte is voor discriminatie op grond van ras, godsdienst, politieke overtuiging, kleur, geslacht, leeftijd, nationaliteit, beperking of eender andere wettelijk ontoelaatbare indeling.
Deze beslissing werd opgenomen in Appendix A: Gedragscode en Verklaring inzake Ethisch Zakendoen, onderdeel van het Corporate Governance Charter, en werd verder toegelicht in het Diversiteitscharter van Agfa-Gevaert. Beide documenten zijn raadpleegbaar op de website van de Onderneming: www.agfa.com.
Met het diversiteitscharter wil Agfa onderstrepen dat het diversiteit hoog in het vaandel draagt. De organisatie wil haar engagement laten blijken voor de gelijkheid tussen man en vrouw alsook voor de culturele, etnische en sociale diversiteit in de maatschappij. Agfa onderschrijft hiermee naast het verbod van elke vorm van discriminatie ook het gelijke-kansenbeginsel.
In het diversiteitscharter engageert Agfa zich tot het volgende:
De Raad van Bestuur van de Vennootschap voldoet sedert 2015 aan de wettelijke verplichtingen met betrekking tot genderdiversiteit zoals voorzien in de Belgische wet van 28 juli 2011. Voor een verdere beschrijving van diversiteitsaspecten betreffende de leden van de Raad van Bestuur (leeftijd, geslacht, achtergrond inzake opleiding en beroepservaring) verwijzen we naar de cv's van de leden van de Raad van Bestuur die werden opgenomen in de Corporate Governance-Verklaring. De HR-grafieken op deze pagina geven een totaalbeeld van de aanwervingen binnen de Agfa-Gevaert Groep over de laatste vijf jaar. De Onderneming is van mening dat deze cijfers een objectief en evenwichtig beeld geven van hoe de Onderneming vandaag de dag omgaat met de verschillende aspecten van diversiteit.
IN DE GROEP NIEUWE MEDEWERKERS VAN DE LAATSTE VIJF JAAR TELLEN WE 75 VERSCHILLENDE NATIONALITEITEN DE VOLGENDE LANDEN VORMEN DE TOP 9
| VS | CHINA | DUITSLAND | BELGIË | CANADA | FRANKRIJK | VK | POLEN | BRAZILIË |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 15,4% | 14,7% | 13,1% | 11,2% | 6,9% | 6,9% | 4,6% | 4,06% | 3,4% |
Agfa houdt zich aan de algemene principes van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en ondersteunt en respecteert het recht van zijn werknemers om zich te verenigen in vakbonden en andere organisaties die de rechten van werknemers in hun relatie met Agfa als werkgever behartigen. In elk land waar het actief is, treedt Agfa in dialoog met de vertegenwoordigers van de werknemers. In de meeste Europese landen nemen ondernemingsraden de vertegenwoordiging van de werknemers op zich. Op Europees niveau is er een Europese ondernemingsraad werkzaam. Voor zaken op het vlak van gezondheid en veiligheid zijn vaak lokale comités, bestaande uit vertegenwoordigers van de werknemers en de werkgever, actief.
Naast de strikte toepassing van de Gedragscode heeft de grote meerderheid van Agfa's dochterondernemingen een formeel systeem ingesteld voor het ondersteunen van werknemers die problemen zoals pesterijen, discriminatie of belangenconflicten willen melden. Klachten worden op een systematische en vertrouwelijke manier behandeld en er werden gespecialiseerde en onafhankelijke contactpersonen aangesteld. Voor elke vestiging werden eveneens plaatselijke HR-contactpersonen aangesteld, zodat werknemers individuele problemen indien nodig op een vertrouwelijke manier kunnen melden.
Om een degelijke interne communicatie te verzekeren heeft Agfa specifieke communicatiekanalen opgezet. De bedoeling is de werknemers op een professionele en objectieve manier te informeren over alle bedrijfsgerelateerde onderwerpen.
Hiertoe wordt Agfa's intranet gebruikt als belangrijk intern medium dat alle bedrijfs- of afdelingsinformatie groepeert, zowel plaatselijk als wereldwijd. De informatie heeft betrekking op alle niveaus van Agfa's organisatie en geen enkele activiteit wordt uitgesloten. Collega's die op hun werkplek geen toegang tot het intranet hebben, worden geïnformeerd via alternatieve media, zoals gedrukte nieuwsbrieven.
Voorts krijgen alle werknemers een update over de kwartaalresultaten en andere belangrijke onderwerpen tijdens Infotour-presentaties die elk kwartaal in elke vestiging worden georganiseerd. Tijdens deze meetings worden de prestaties en de resultaten van de Groep en van de businessgroepen in detail besproken. Deelnemers worden uitgenodigd om deze onderwerpen en onderwerpen die hiermee te maken hebben te bespreken met hun management. Tot slot vervolledigen plaatselijke communicatie-initiatieven – zoals personeelsmagazines, nieuwsbrieven en personeelsvergaderingen,… – de hierboven vermelde communicatie.
Agfa onderschrijft het STEM Charter. Met dit charter werken de overheid, kennisinstituten, sociale partners, sectororganisaties, de onderwijssector en de zakenwereld samen om jonge mensen aan te sporen om voor een STEM-opleiding te kiezen. STEM staat voor Science (wetenschap), Technology (technologie), Engineering (ingenieurswetenschappen) en Mathematics (wiskunde).
De huidige arbeidsmarkt heeft professionals nodig die langer actief blijven, gezonder zijn en vol enthousiasme werken. In die optiek gebruikt Agfa het Huis van Werkvermogenconcept van Prof. Dr. Juhani Ilmarinen om nieuwe initiatieven te introduceren die het welzijn van de werknemers verbeteren.
Elke Agfa-vestiging heeft gezondheids- en veiligheidsstandaarden om haar werknemers en derden in de vestiging te beschermen in overeenstemming met alle specifieke wettelijke vereisten.
Gezondheids- en veiligheidsinformatie worden maandelijks gepresenteerd op de besprekingen van de managementteams. Op de besprekingen van de afdeling Corporate Safety, Health and Environment (SH&E) wordt deze informatie besproken en bijgestuurd. Jaarlijks evalueert het SH&E Management Comittee het beleid, de organisatie, het beheersysteem en de doelstellingen op het vlak van veiligheid, gezondheid en milieu.
Van elk gerapporteerd incident, bijna ongeval en ongeval wordt de oorzaak onderzocht zodat de meest aanbevolen maatregelen kunnen worden geïmplementeerd. Belangrijke zaken worden onmiddellijk gecommuniceerd aan alle vestigingen als SH&E-alarm en -leerpunt. Oorzaakanalyses worden uitgevoerd om specifieke acties te implementeren ter verbetering van de prestaties op het vlak van gezondheid en veiligheid.
De frequentiegraad van de rapporteerbare ongevallen, conform de lokale wettelijke eisen, daalde naar 1,15 in 2018 (1,88 in 2017) naar de laagste waarde ooit. Dit vertegenwoordigt negen ongevallen wereldwijd (15 in 2017).
De frequentiegraad van de ongevallen met meer dan één verloren werkdag tot gevolg daalde naar 4,34 in 2018 (5,28 in 2017) wat een verbetering is van het resultaat (4,64 in 2015) over de laatste vijf jaren.
De ernstgraad van de ongevallen met meer dan één verloren werkdag daalde naar 0,10 in 2018 (0,13 in 2017). Dit vertegenwoordigt 752 verloren werkdagen (1.043 in 2017), opnieuw het beste resultaat ooit.
Van de 14 verschillende productievestigingen noteerden er negen (65%) 'zero' ongevallen met verloren werkdag. Dit is nog een verbetering van het resultaat in 2017 en toont aan dat in de verschillende vestigingen de inspanningen naar acties op het vlak van veiligheid en gezondheid hun waarde blijven tonen.
PER BUSINESSGROEP
PER REGIO
De omzetevolutie van de Agfa-Gevaert Groep werd sterk beïnvloed door het stopzetten van bepaalde reseller-activiteiten op het vlak van drukvoorbereiding in de VS en door wisselkoerseffecten. Zonder deze elementen daalde de omzet met 3,2%. Verscheidene groeimotoren – waaronder Agfa HealthCare's Healthcare Information Solutions en Direct Radiography-systemen en bepaalde activiteiten van Agfa Specialty Products – boekten een omzetgroei.
De omzet van Agfa Graphics daalde in 2018 met 12,2%. Zonder de impact van de beslissing om bepaalde drukvoorbereidingsgerelateerde reseller-activiteiten in de VS stop te zetten en zonder wisselkoerseffecten, daalde de omzet van Agfa Graphics in 2018 met 5,7%. Bovenop de portfolioreorganisatie werd de omzet van het drukvoorbereidingsegment beïnvloed door de sterke marktgedreven achteruitgang voor analoge computer-to-film-producten, door de druk op de volumes voor het digitale computer-to-plate-productaanbod en door regionale mixeffecten. In de loop van 2019 werden belangrijke strategische stappen gezet die zouden moeten helpen om de omzet en de marges van het drukvoorbereidingsegment te herstellen. Het inkjetsegment werd gekenmerkt door een solide prestatie van het high-end Jeti-printergamma en door de voortdurend sterke volumegroei voor het inktaanbod.
De omzet van Agfa HealthCare daalde in 2018 met 4,6%. Zonder wisselkoerseffecten bleef de omzetdaling van Agfa HealthCare beperkt tot 1,0% in 2018. De hardcopy-business van het Imagingsegment begon te herstellen van de reorganisatie van de Chinese distributiekanalen. Verwacht wordt dat de resultaten van deze reorganisatie in de komende kwartalen zichtbaar worden. De Direct Radiography-groeimotor boekte volumegroei. In het IT-segment presteerde het HealthCare Information Solutions-gamma sterk, met een volumegroei die de dubbele cijfers benaderde. Het Imaging IT Solutions-gamma presteerde zoals verwacht, met goede prestaties in de meeste belangrijke regio's en een vertraging in de VS. In de loop van het jaar begeleidde Agfa HealthCare zijn klanten bij het invoeren van zijn nieuwe Enterprise Imaging-platform, het equivalent van het Elektronisch Medisch Dossier (EMR) voor beeldinformatie. Voorts heroriënteerde het zijn activiteiten op kerngeografieën en paste het zich aan aan het toenemende belang van door de klant zelf beheerde en gekochte infrastructuur.
De omzet van Agfa Specialty Products daalde in 2018 met 0,7%. Zonder wisselkoerseffecten boekte Agfa Specialty Products een bescheiden omzetgroei van 0,2%. De meeste toekomstgerichte activiteiten, waaronder Synaps Synthetic Paper en de Specialty Chemicals-activiteiten (inclusief Orgacon Electronic Materials) presteerden goed.
53
(1) Voor reorganisatiekosten en niet-recurente resultaten
Met 46,7% van de omzet blijft Agfa Graphics de grootste businessgroep. Agfa HealthCare vertegenwoordigt 44,7% en Agfa Specialty Products is goed voor 8,6% van de Groepsomzet.
In 2018 werd 44% van de Groepsomzet in Europa geboekt (2017: 42%). NAFTA stond in voor 24% (2017: 27%), Azië/Oceanië/Afrika voor 25% (2017: 24%) en Latijns-Amerika voor 7% (2017: 7%).
Vooral door ongunstige productmix-effecten en hoge aluminiumkosten daalde de brutowinstmarge van de Groep in 2018 tot 32,1% van de omzet. De brutowinstmarge van Agfa Graphics daalde van 29,1% van de omzet in 2017 tot 26,4%, hoofdzakelijk door ongunstige product- en regionale mixeffecten en door hoge aluminiumkosten. De recurrente EBITDA bedroeg 40,3 miljoen euro (3,8% van de omzet) tegenover 77,0 miljoen euro (6,4% van de omzet) in 2017. De recurrente EBIT kwam uit op 17,0 miljoen euro (1,6% van de omzet), tegenover 52,8 miljoen euro (4,4% van de omzet). Vooral door ongunstige productmix-effecten in het Imaging-segment evolueerde Agfa HealthCare's brutowinstmarge van 39,8% van de omzet in 2017 tot 39,3% in 2018. De recurrente EBITDA daalde van 131,1 miljoen euro (12,5% van de omzet) in 2017 tot 118,1 miljoen euro (11,8% van de omzet) in 2018. De recurrente EBIT kwam uit op 91,0 miljoen euro (9,1% van de omzet), tegenover 105,9 miljoen euro (10,1% van de omzet) in het voorgaande jaar. De recurrente EBITDA van de Agfa Specialty Products kwam uit op 23,2 miljoen euro (12,0% van de omzet). De recurrente EBIT bedroeg 19,3 miljoen euro (10,0% van de omzet).
De verkoop- en algemene beheerskosten daalden van 496 miljoen euro in 2017 tot 476 miljoen euro (21,2% van de omzet).
De O&O-kosten bedroegen in 2018 141 miljoen euro, of 6,3% van de omzet. De Groep blijft in innovatie investeren om de technologieleider in haar kernmarkten te blijven of te worden.
De recurrente EBITDA-marge kwam in 2018 uit op 8,0% van de omzet, tegenover 9,1% in 2017. De recurrente EBIT bereikte 5,5% van de omzet, tegenover 6,9% in het voorgaande jaar.
Vooral door investeringen in verband met de transformatie van de Agfa-Gevaert Groep, waaronder de sluiting van de drukplatenfabriek in Branchburg (VS), kwamen de reorganisatiekosten en niet-recurrente resultaten uit op een kost van 66 miljoen euro, tegenover een kost van 31 miljoen euro in het voorgaande jaar.
De nettofinancieringskosten bleven stabiel op 39 miljoen euro.
De belastingkosten bedroegen 34 miljoen euro, tegenover 53 miljoen euro in het voorgaande jaar. In 2017 zat hierin een eenmalige (non-cash) uitgestelde belastingkost van 25 miljoen euro als gevolg van wijzigingen in de fiscale regelgeving in België en de VS vervat.
Als gevolg van de bovenvermelde elementen boekte de Agfa-Gevaert Groep in 2018 een nettoverlies van 15 miljoen euro (tegenover een nettowinst van 45 miljoen euro in 2017). Zonder de investeringen in het kader van het transformatieproces zou het nettoresultaat positief geweest zijn.
Aan het eind van 2018 bedroegen de totale activa 2.367 miljoen euro, tegenover 2.233 miljoen euro eind 2017.
Het werkkapitaal evolueerde van 644 miljoen euro (26% van de omzet) eind 2017 naar 653 miljoen euro (29% van de omzet) aan het einde van 2018.
De netto financiële schuld bedroeg 144 miljoen euro, tegenover een netto financiële schuld van 18 miljoen euro eind 2017.
In 2018 nam de Agfa-Gevaert Groep verscheidene maatregelen om de risico's m.b.t. pensioenverplichtingen te verkleinen. De Groep heeft een twee jaar lopend programma opgestart dat verscheidene initiatieven bevat voor het afbouwen van de pensioenrisico's in de VS en het VK. In 2018 namen de netto pensioenverplichtingen, met uitzondering van de toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement, voor de materiële landen af met 77 miljoen euro, voornamelijk door werkgeversbijdragen en een hogere discontovoet.
Het eigen vermogen bedroeg in 2018 290 miljoen euro, tegenover 307 miljoen euro eind 2017.
De nettokasstromen uit bedrijfsactiviteiten, die ook rekening houden met veranderingen in het werkkapitaal, bedroegen in 2018 min 44 miljoen euro.
Over het algemeen stemden Agfa's resultaten voor 2018 overeen met de guidance. De omzet werd beïnvloed door maatregelen om onze productportfolio's te stroomlijnen. Voorts heeft Agfa sterk geïnvesteerd in de toekomst van de Groep. Indien de investeringen in verband met het transformatieproces buiten beschouwing worden gelaten, zou Agfa een positief nettoresultaat geboekt hebben.
In 2018 heeft Agfa belangrijke stappen gezet in de transformatie van de Groep. Dit leidde tot de afscheiding van de HealthCare IT-business (hernoemd tot Agfa HealthCare) van de rest van de activiteiten (hernoemd tot Agfa). Het nieuwe Agfa HealthCare heeft nu de middelen en de onafhankelijkheid die het nodig heeft om een leider te zijn in zijn markten en om zijn reeds sterke IT-portfolio verder uit te breiden. Voorts mogen de beslissingen die werden genomen om de consolidatie van de offsetindustrie te sturen niet onderschat worden. De alliantie met Lucky en de overname van Ipagsa hebben verstrekkende gevolgen voor Agfa's activiteiten en zelfs voor de hele offsetindustrie. De Onderneming bekijkt nu verscheidene opties om de andere activiteiten van Agfa te versterken. Het doel is om de toekomst van zowel Agfa HealthCare als Agfa veilig te stellen door hen de slagkracht en de middelen te geven die ze nodig hebben om rendabele groei na te streven.
De jaarrekening zoals ze zal worden voorgelegd aan de Algemene Vergadering van 14 mei 2019, werd door de Raad van Bestuur aan de waarderingsregels getoetst en in die vorm goedgekeurd.
Aan de Algemene Vergadering zullen de hierna volgende punten in het bijzonder ter goedkeuring worden voorgelegd: De jaarrekening sluit met een verlies voor het boekjaar 2018 van 126.808.364,23 euro.
De Raad van Bestuur stelt vast uit de resultatenrekening dat de vennootschap in twee opeenvolgende jaren eenverlies heeft geleden. Artikel 96, 6° van het Wetboek van Vennootschappen vereist dat de Raad van Bestuur de waarderingsregels in de veronderstelling van continuïteit verantwoordt. Aangezien echter de continuïteit van een houdstervennootschap, zoals Agfa-Gevaert NV, in hoofdzaak afhankelijk is van deze van de geconsolideerde groep in haar geheel verwijst de Raad van Bestuur naar de cash positie op groepsniveau alsook naar de nog beschikbare (en niet-opgenomen) kredietfaciliteiten op balansdatum.
Er wordt voorgesteld om dit verlies als volgt toe te wijzen:
• een vermindering van het overgedragen resultaat met 126.808.364,23 euro. Hierdoor bedraagt het overgedragen resultaat 181.864.622,48 euro.
In 2018 realiseerde de vennootschap een omzet van 432,1 miljoen euro. Dit is tegenover de omzet van 2017 (446,4 miljoen euro) een daling met 3,2%. Deze daling wordt verklaard door een daling van de prijzen (-1,6%), een volume/mix stijging (+0,3%) en een negatief wisselkoersverschil (-1,9%).
De bedrijfswinst bedraagt voor 2018 2,2 miljoen euro. Dit is een daling tegenover 2017 met 4,9 miljoen euro.
Het financieel resultaat is 98,5 miljoen euro ongunstiger dan in 2017, waardoor het verlies van het boekjaar voor belasting uitkomt op 127,2 miljoen euro (2017: -19,4 miljoen euro).
Na de belastingen op het resultaat (2018: +0,4 miljoen euro, 2017: -3,1 miljoen euro) komt het verlies van het boekjaar op 126,8 miljoen euro (2017: -22,5 miljoen euro). Dit is tevens het te bestemmen resultaat van het boekjaar. Dit is tegenover 2017 een vermindering van 104,3 miljoen euro.
De vennootschap besteedde in België in 2018 12,6 miljoen euro aan onderzoek en ontwikkeling.
In 2018 is het personeelsaantal van Agfa-Gevaert NV in België met 37 eenheden gedaald tot 2.131 personeelsleden op 31 december 2018. Deze daling is de resultante van de aanwerving van 103 medewerkers, terwijl 140 medewerkers het bedrijf verlieten.
De vaste inrichting van de vennootschap in VK boekte in 2018 een verlies van 7,3 miljoen euro.
Agfa HealthCare
Agfa Graphics
Agfa Graphics heeft tot doel om de voornaamste leverancier te zijn van geïntegreerde drukvoorbereidingssystemen voor commerciële en krantendrukkerijen en om een toonaangevende leverancier te zijn van digitale systemen voor het drukken van borden en displays en van industrieel drukwerk. Het wil grafische bedrijven in staat stellen om rendabele groei te realiseren en om hun concurrenten voor te blijven. Agfa Graphics levert geïntegreerde systemen die zowel vernieuwend en betrouwbaar als duurzaam en competitief geprijsd zijn. Ze geven klanten de mogelijkheid om zich op een kostenefficiënte manier aan te passen aan de nieuwe eisen van de markt. Het aanbod van Agfa Graphics omvat verbruiksgoederen, apparatuur, software en diensten. Het combineert eigen technologieën en knowhow met die van toonaangevende producenten.
In 2018 daalde de omzet van Agfa Graphics met 12,2%. Zonder de impact van de beslissing om bepaalde drukvoorbereidingsgerelateerde reseller-activiteiten in de VS stop te zetten en zonder wisselkoerseffecten, daalde de omzet van Agfa Graphics met 5,7%.
Bovenop de portfolioreorganisatie werd de omzet van het drukvoorbereidingssegment beïnvloed door de sterke marktgedreven achteruitgang voor analoge computer-to-film-producten, door de druk op de volumes voor het digitale computer-to-plate-productaanbod en door regionale mixeffecten. In de loop van 2018 werden belangrijke strategische stappen gezet die zouden moeten helpen om de omzet en de marges van het drukvoorbereidingssegment te herstellen.
Het inkjetsegment werd gekenmerkt door een solide prestatie van het high-end Jeti-printergamma en door de voortdurend sterke volumegroei voor het inktaanbod.
Vooral door ongunstige product- en regionale mix-effecten en door hoge aluminiumkosten, daalde de brutowinstmarge van Agfa Graphics van 29,1% van de omzet in 2017 tot 26,4%. De recurrente EBITDA bedroeg 40,3 miljoen euro (3,8% van de omzet) tegenover 77,0 miljoen euro (6,4% van de omzet) in 2017. De recurrente EBIT kwam uit op 17,0 miljoen euro (1,6% van de omzet), tegenover 52,8 miljoen euro (4,4% van de omzet).
Agfa Graphics is een toonaangevende leverancier van geïntegreerde drukvoorbereidingssystemen, geavanceerde inkjetsystemen en software voor het beveiligen van drukwerk. Overal ter wereld vertrouwen professionele drukkers en uitgevers op de ervaring en uitmuntende technologie van de businessgroep.
| MILJOEN EURO | 2017 | 2018 | % evolutie |
|---|---|---|---|
| Opbrengsten | 1.195 | 1.049 | -12,2% |
| Recurrente EBITDA (1) | 77,0 | 40,3 | -47,7% |
| % van de omzet | 6,4% | 3,8% | |
| Recurrente EBIT (1) | 52,8 | 17,0 | -67,9% |
| % van de omzet | 4,4% | 1,6% | |
| Resultaten uit bedrijfsactiviteiten | 36,6 | (24,1) | -165,8% |
(1) Voor reorganisatiekosten en niet-recurrente resultaten.
De term drukvoorbereiding duidt op de processen voorafgaand aan het eigenlijke drukproces. De drukvoorbereidingsactiviteiten beginnen nadat de beslissingen over de layout van het drukwerk genomen zijn en eindigen waar het eigenlijke drukken start.
Drukkers vertrouwen op Agfa Graphics' apparatuur, verbruiksgoederen (zoals grafische film en drukplaten), software en diensten voor bijna elke stap in het voorbereidende proces. De softwarepakketten zijn een sleutelonderdeel van de totale oplossing die aan de drukkers wordt aangeboden. Ze automatiseren het drukvoorbereidingsproces, garanderen een betere kwaliteit en verhogen de kostenefficiëntie.
Hoewel Agfa Graphics' drukvoorbereidingssystemen vooral gericht zijn op het informatiedruksegment van de grafische industrie, levert de businessgroep ook drukvoorbereidingstechnologie aan klanten die gespecialiseerd zijn in offset- en flexodruk voor verpakkingstoepassingen.
Agfa Graphics levert wereldwijd meer dan 20% van alle digitale drukplaten. Het is een marktleider op het vlak van milieuvriendelijke chemievrije drukplaten. Voorts is Agfa Graphics een van de weinige nog overgebleven leveranciers van CtF-film.
1/2
De helft van alle kranten ter wereld wordt geproduceerd met Agfa Graphics' technologie.
Agfa Graphics' drukvoorbereidingstechnologie wordt gebruikt door meer dan 100.000 commerciële drukkerijen.
Bij het ontwikkelen en creëren van oplossingen – die bestaan uit apparatuur, software en verbruiksgoederen – concentreert Agfa Graphics zich op ecologie, kostenefficiëntie en extra gebruiksgemak (ecology, economy, extra convenience of ECO³). Daardoor worden drukprocessen schoner en kostenefficënter. Dankzij Agfa Graphics' ECO3 -oplossingen kunnen drukkers tot 30% minder inkt en tot 90% minder water verbruiken. Het afvalvolume kan met 50% teruggedrongen worden. Ecology
In 2018 zette Agfa Graphics twee belangrijke stappen in zijn strategie om actief te participeren in de consolidatie van de drukvoorbereidingsindustrie. Ten eerste ging de businessgroep een strategische alliantie aan met Lucky HuaGuang Graphics Co. Ltd, de belangrijkste drukvoorbereidingsonderneming in China. Deze alliantie moet beide ondernemingen in staat stellen om groei te realiseren door de optimalisatie van hun respectieve sterke punten op het vlak van productie, technologie en distributie van drukvoorbereidingsproducten en -diensten. Ze zal verregaande gevolgen hebben voor zowel de activiteiten van Agfa Graphics als de drukvoorbereidingsindustrie in het algemeen. Ten tweede kocht Agfa Graphics de drukvoorbereidingsbusiness van de private Spaanse drukplatenleverancier Ipagsa Industrial S.L.
De meeste mensen associëren de term 'inkjet' met de printers die ze dagelijks thuis en op kantoor gebruiken. Dat is echter niet de doelmarkt van Agfa Graphics. De businessgroep levert ultramoderne grootformaatinkjetmachines, UV-inkten en media voor de professionele grafische industrie.
Drukkers van borden en displays en klanten gespecialiseerd in industriële druktoepassingen gebruiken de oplossingen van Agfa Graphics om te drukken op een brede waaier van substraten voor een steeds groeiende verscheidenheid aan toepassingen, zoals borden, posters en displays, promotiemateriaal, verpakking en decoratie.
Inkjet is nu het belangrijkste alternatief voor zeefdruk- en flexodruktechnologie. Voor het drukken van borden, displays en bepaalde decoratieve toepassingen kan grootformaatinkjet zelfs oplossingen bieden die geen conventioneel alternatief hebben.
Agfa Graphics biedt waardevolle softwaresystemen aan in diverse fraudegevoelige markten. Zijn speciale beveiligingspakketten helpen ontwerpers van paspoorten, belastingszegels, loterijbiljetten, verpakking en labels, concerttickets, postzegels, certificaten,… om vervalsers te slim af te zijn.
Agfa Graphics' Jeti Tauro H3300 LED-printer produceert tot 3,2 m brede, hoogstaande en UV-gedroogde afdrukken aan snelheden tot 453 m2 /u.
Eind 2018 waren er meer dan 3.000 Anapurna-, Jeti- en Avinci-printers geïnstalleerd bij klanten over de hele wereld.
In augustus won Agfa Graphics niet minder dan vier prestigieuze Product of the Year awards van de Specialty Graphic Imaging Association (SGIA). De winnende producten: de gloednieuwe Jeti Tauro H3300 LED-printer, de Jeti Mira-printer (winnaar in twee categorieën) en de Anapurna H3200i LED-printer.
Ook in 2018 konden Agfa Graphics' vernieuwende drukvoorbereiding- en inkjetsystemen opnieuw talrijke nieuwe klanten over de hele wereld overtuigen.
Zowel in het commerciële segment als in het krantensegment van de drukindustrie kon Agfa Graphics in 2018 zijn sterke positie op het vlak van ecologisch verantwoorde drukvoorbereidingstechnologie bevestigen. Met deze chemievrije computer-to-plate-systemen (CtP) kunnen drukkerijen hun ecologische voetafdruk verkleinen, hun bedrijfskosten verlagen en hun efficiëntie een boost geven. In het commerciële segment is Agfa Graphics een technologie- en marktleider met zijn chemievrije CtP-technologie. Ook in het krantensegment bepaalt Agfa Graphics de norm. De voorbije tien jaar is al meer dan 90% van Agfa Graphics' klanten in het krantensegment overgestapt op chemievrije technologie.
Naast plaatbelichters, andere apparatuur en drukplaten, omvatten CtP-oplossingen vaak ook ultramoderne workflowsoftware. Op het einde van het jaar waren in commerciële drukkerijen over de hele wereld meer dan 9.500 Apogee-systemen geïnstalleerd. Agfa Graphics is ook wereldleider op het vlak van workflowsoftware voor de automatisering van de productie van gedrukte kranten. Uitgevers kunnen deze Arkitex-workflowsystemen ter plekke in de drukvoorbereidingsafdeling bedienen, maar Agfa Graphics biedt ze ook aan als 'cloud'-oplossing.
De Anapurna-, Jeti- en Avinci-grootformaatprinters bleven overal ter wereld drukkers van borden en displays overtuigen van hun uitstekende drukkwaliteit en hoge productiesnelheden. Het Asanti-workflowsysteem – dat de activiteiten stroomlijnt en kleurenconsistentie garandeert – wordt door klanten van Agfa Graphics vaak genoemd als belangrijk voordeel tegenover concurrenten.
In het lagere segment van de sign & display-markt bleef het aantal geïnstalleerde Anapurnagrootformaatprinters gestaag groeien. Ook de op het midden- en topsegment van de markt gerichte Jetiprinters bleven succesvol, ook dankzij de introductie van de gloednieuwe Jeti Tauro H3300 LED-printer. De paradepaardjes van het Jeti-gamma zijn de Jeti Tauro-, Jeti Mira- en Jeti Ceres-printers.
Naast apparatuur en software levert Agfa Graphics ook een gamma UV LED-inkten waarmee sign & displayklanten kwaliteitsvol drukwerk op een grote verscheidenheid aan stijve en flexibele substraten kunnen produceren. Bovenop de inkten voor sign & display-klanten levert Agfa Graphics ook een uniek gamma performante UV-inkten voor uiteenlopende industriële toepassingen. Het aantal systeemintegratoren, OEMklanten en andere producenten die gebruik maken van Agfa Graphics' inkten bleef in 2018 gestaag toenemen.
In januari 2018 begon Daicolo, de grootste schoolboekendrukker van Japan, te werken met Agfa Graphics' Apogee workflowsoftware in de cloud. Zo konden ze het aantal computerservers verminderen en de efficiëntie in de drukvoorbereidingsafdeling een boost geven. Kortom: Daicolo bespaart tijd en geld door zijn drukvoorbereidingsworkflow naar de cloud te brengen. Bovendien bevat Apogee Cloud steeds de laatste beveiligingsmaatregelen.
"We waren al vertrouwd met cloudsystemen omdat we al een systeem op poten hadden gezet dat de interactie met de klanten via het internet stroomlijnt. Nu kunnen we onze service aan onze klanten nog verbeteren dankzij Apogee Cloud."
Shusaku Matsumoto, President van Daicolo
De commerciële drukkerij db Print Polska is onderdeel van een internationale groep. Ze heeft twee vestigingen in de buurt van Warschau, Polen. Het bedrijf gelooft sterk in het introduceren van de nieuwste technologieën. Goede voorbeelden daarvan zijn Agfa Graphics' PressTune- en InkTune-softwaresystemen. Deze systemen helpen db Print Polska om te besparen op inkt- en papierverbruik. Het bedrijf gebruikt ook apparatuur en drukplaten van Agfa Graphics.
"Met PressTune kunnen we de consistentie en de kwaliteit van ons drukwerk analyseren en controleren. InkTune installeerden we vooral om te besparen. Dankzij deze systemen moeten we bij het opstarten 30 tot 50 vellen minder gebruiken. We verbruiken ook 15% minder inkt."
Izabela Jasińska, Directeur bij db Print Polska
De traditionele zeefdrukkerij Screen System was op zoek naar een breedformaatinkjetprinter waarmee ze hun drukwerkaanbod konden uitbreiden en de productiesnelheid konden opdrijven. Agfa Graphics' vlakbedprinter Jeti Mira bleek de perfecte oplossing. Screen System bedrukt onder meer borden, displays, drankautomaten en vloermatten voor veeleisende klanten die actief zijn in de cosmetica-industrie, de auto-industrie en de modewereld.
"Dankzij de Jeti Mira kunnen we onze klanten drukwerktoepassingen aanbieden die voordien simpelweg niet bestonden. Wij zijn erg tevreden, net als onze klanten. Dat geldt vooral voor onze klanten uit de modewereld, want die eisen fotorealistische beelden."
Pasquale Giorgino, Managing Director bij Screen System
Northern Flags, één van de grootste textieldrukkers in het VK, ging in zee met Agfa Graphics. Het bedrijf investeerde in een Avinci-textielprinter, een hybride Anapurna-breedformaatprinter en een Asanti-workflowsysteem voor zijn vestiging in Leeds. De Avinci-printer biedt een uitstekende drukkwaliteit voor een grote verscheidenheid aan soft signage-toepassingen voor binnen en buiten, zoals banners, vlaggen, muurdecoratie, winkeldecoratie, reclamedrukwerk voor buiten, beursdisplays,…
"We werden echt omver geblazen door Agfa Graphics' Avinci printer. Hij biedt de beste digitale resultaten op de markt. We kozen voor Agfa Graphics omdat zij evenveel belang hechten aan hun oplossingen als wij aan de kwaliteit van onze producten."
Iain Clasper-Cotte, UK Managing Director voor Northern Flags
Agfa HealthCare gebruikt nieuwe technologieën en traditionele kennis om oplossingen te creëren die voldoen aan de steeds evoluerende behoeftes van zorgorganisaties. Zijn systemen voor medische beeldvorming geven zorgverstrekkers nieuwe inzichten. Zijn IT-oplossingen overstijgen de grenzen van individuele ziekenhuizen en vormen regionale netwerken. Agfa HealthCare bouwt voort op zijn grondige kennis over beeldvormingstechnologie en klinische behoeftes om professionals in de zorgsector te voorzien van betaalbare oplossingen.
Door hen te steunen bij hun overgang van analoge naar digitale technologie en door alle belanghebbenden in de gezondheidszorgsector naadloos met elkaar te verbinden, helpt Agfa HealthCare zijn klanten om de kwaliteit en de efficiëntie van hun patiëntenzorg te verbeteren. Zo blinkt Agfa HealthCare uit in de zorgsector.
In 2018 daalde Agfa HealthCare's omzet met 4,6%. Zonder wisselkoerseffecten bleef de omzetdaling beperkt tot 1,0%. De hardcopy-business van het Imaging-segment begon te herstellen van de reorganisatie van de Chinese distributiekanalen. Verwacht wordt dat de resultaten van deze reorganisatie in de komende kwartalen zichtbaar worden. De Direct Radiography-groeimotor boekte volumegroei.
In het IT-segment presteerde het HealthCare Information Solutions-gamma sterk, met een volumegroei die de dubbele cijfers benaderde. Het Imaging IT Solutions-gamma presteerde zoals verwacht, met goede prestaties in de meeste belangrijke regio's en een vertraging in de VS. In de loop van het jaar begeleidde Agfa HealthCare zijn klanten bij het invoeren van zijn nieuwe Enterprise Imaging-platform, het equivalent van het Elektronisch Medisch Dossier (EMR) voor beeldinformatie. Voorts heroriënteerde het zijn activiteiten op kerngeografieën en paste het zich aan aan het toenemende belang van door de klant zelf beheerde en gekochte infrastructuur.
Vooral door ongunstige productmix-effecten in het Imaging-segment evolueerde Agfa HealthCare's brutowinstmarge van 39,8% van de omzet in 2017 tot 39,3%. De recurrente EBITDA daalde van 131,1 miljoen euro (12,5% van de omzet) in 2017 tot 118,1 miljoen euro (11,8% van de omzet). De recurrente EBIT kwam uit op 91,0 miljoen euro (9,1% van de omzet), tegenover 105,9 miljoen euro (10,1% van de omzet) in het voorgaande jaar.
Agfa HealthCare is een wereldwijde leverancier van systemen voor diagnostische beeldvorming en van IT-systemen voor de gezondheidszorg. De businessgroep ondersteunt ziekenhuizen en andere zorgcentra met producten en systemen voor het vastleggen, beheren en verwerken van diagnostische beelden en gegevens, alsook met oplossingen voor het stroomlijnen en beheren van de algemene klinische en administratieve informatie. Over de hele wereld rekenen clinici op Agfa HealthCare voor steun bij het aanpakken van de uitdagingen van de hedendaagse gezondheidszorg. De activiteiten van de businessgroep Agfa HealthCare zijn georganiseerd in twee divisies: Imaging en IT.
| MILJOEN EURO | 2017 | 2018 | % evolutie | |
|---|---|---|---|---|
| Opbrengsten | 1.052 | 1.004 | -4,6% | |
| Recurrente EBITDA (1) | 131,1 | 118,1 | -9,9% | |
| % van de omzet | 12,5% | 11,8% | ||
| Recurrente EBIT (1) | 105,9 | 91,0 | -14,0% | |
| % van de omzet | 10,1% | 9,1% | ||
| Resultaten uit bedrijfsactiviteiten | 91,7 | 70,1 | -23,5% |
(1) Voor reorganisatiekosten en niet-recurrente resultaten.
De beeldvormingsdivisie (Imaging) levert traditionele röntgenfilm, hardcopyfilm en -printers, apparatuur voor digitale radiografie en beeldverwerkingssoftware. De oorsprong van Agfa HealthCare ligt in de traditionele beeldvorming, maar in de hedendaagse zorgsector is digitale radiografie de dominante technologie geworden.
Door de concurrentie van de diagnose op beeldscherm gaat ook de markt voor hardcopyfilm – waarop digitale beelden afgedrukt worden – achteruit in de VS en in West-Europa. In de opkomende markten blijft dit marktsegment echter groeien. Naast hardcopyfilm levert Agfa HealthCare ook hardcopyprinters. Deze systemen geven clinici de mogelijkheid om digitale beelden af te drukken die gemaakt zijn met radiografieapparatuur en met andere modaliteiten, zoals CT- en MRI-scanners.
In het segment van de digitale radiografie is Agfa HealthCare actief met technologie voor computed radiography (CR) en direct radiography (DR). Doordat het compatibel is met traditionele radiografieapparatuur, biedt CR ziekenhuisafdelingen die intensief met beelden werken een betaalbare instap in de digitale beeldvorming. DR wordt vaak gekozen door ziekenhuisafdelingen die een hogere capaciteit en de onmiddellijke beschikbaarheid van kwaliteitsvolle digitale beelden eisen. Voorts biedt DR de mogelijkheid om de stralingsdosis te verminderen zonder gevolgen voor de beeldkwaliteit. Veel ziekenhuizen combineren CR en DR om tegemoet te komen aan al hun noden op het vlak van röntgenonderzoek. Als technologische leider voor beide vakgebieden is Agfa HealthCare als geen ander in staat om zorgcentra die willen investeren in digitale beeldvorming oplossingen op maat aan te bieden.
Kinderen zijn gevoeliger voor straling en de cumulatieve effecten ervan dan volwassenen. Daarom is het voor hen zelfs nog belangrijker dat Agfa HealthCare's digitale radiografiesystemen ontworpen zijn volgens het ALARA-principe (as low as reasonably achievable – zo laag als redelijkerwijs mogelijk). Dat moet zorgen voor de optimale balans tussen lage stralingsdoses en hoge beeldkwaliteit.
Door gebruik te maken van Agfa HealthCare's DR-systemen en MUSICA-software kunnen radiologen de stralingsdosis tot 60% verlagen.(1)
Wereldwijd werken meer dan 65.000 CR- en DR-machines met MUSICA-softwaresystemen.
Tests met officieel gecertifieerde radiologen wijzen uit dat Detectoren op basis van cesiumbromide (CR) en cesiumjodide (DR) bij gebruik met MUSICA-beeldverwerkingsoftware stralingsdosisverminderingen van 50 tot 60% kunnen opleveren in vergelijking met traditionele CR-systemen op basis van bariumfluorobromide. Contacteer Agfa HealthCare voor meer details.
Agfa HealthCare is een toonaangevende speler in de IT-markt voor de gezondheidszorg met zijn systemen voor beeldvorming (Imaging IT Solutions) en zorginformatieoplossingen (Healthcare Information Solutions). Bovendien bouwt de businessgroep een sterke portfolio op het vlak van geïntegreerde gezondheidszorg (integrated care) uit. Agfa HealthCare geeft zorgorganisaties de middelen die ze nodig hebben om hun efficiëntie en de kwaliteit van de patiëntenzorg te verbeteren. Het ultieme doel is alle betrokken partijen in de wereld van de gezondheidszorg naadloos met elkaar te verbinden, beginnend vanuit de ziekenhuizen. De integrated care-portfolio van Agfa HealthCare biedt de tools om deze complexe taak te coördineren binnen het kader van de op meerwaarde gerichte zorg.
zoals vrouwengeneeskunde en digitale pathologie.
Agfa HealthCare's IT-systemen voor beeldvorming (Imaging IT Solutions) staan bij zorgaanbieders overal ter wereld bekend voor hun betrouwbaarheid en efficiëntie. Na de introductie van digitale radiografie in de vroege jaren '90, werd Agfa HealthCare een van de eerste ondernemingen die radiologieafdelingen IT-systemen aanbood voor het efficiënt bewaren, beheren, verwerken en verdelen van digitale medische beelden van diverse beeldvormingsmodaliteiten. Deze Picture Archiving and Communication Systems (PACS) zijn vaak gekoppeld aan gespecialiseerde informatiesystemen, zoals Radiology Information Systems (RIS). Op basis van zijn ervaring op het vlak van radiologie, begon Agfa HealthCare een aantal IT-oplossingen te ontwikkelen voor andere ziekenhuisafdelingen die intensief met medische beelden werken, zoals cardiologie, orthopedie en nucleaire geneeskunde, alsook voor bepaalde gespecialiseerde medische disciplines,
Terwijl PACS- en RIS-systemen oorspronkelijk afdelingsgebonden waren, zoeken zorgorganisaties nu Imaging IT-systemen die ervoor zorgen dat alle medisch relevante beelden hun weg vinden naar het elektronisch gezondheidsdossier (Electronic Health Record) van de patiënt. Agfa HealthCare anticipeerde op deze evolutie met zijn Enterprise Imaging-platform. Deze oplossing creëert voor elke patiënt een echt beeldvormingsdossier met alle medische beelden, in welke afdeling of vestiging die ook gemaakt zijn. Omdat het beelden en de daaraan verbonden gegevens onmiddellijk in het hele ziekenhuis, de zorgorganisatie of zelfs in alle medische centra van een regionaal netwerk beschikbaar maakt, zorgt het Enterprise Imaging-platform voor een snellere diagnose en een betere patiëntenzorg.
Het KLAS Performance Report 2018 noemt Agfa HealthCare een sterke en gidsende partner voor zorgsystemen die Enterprise Imaging willen invoeren. KLAS is een onderzoeksfirma gericht op het verbeteren van de zorgverstrekking. Haar rapporten zijn gebaseerd op de feedback van zorgorganisaties en medische professionals.
De grens van de beeldvorming overschrijdend, werpt Agfa HealthCare zich op als een toonaangevende speler in de snel groeiende markt van de allesomvattende, ondernemingsbrede IT-systemen. Agfa HealthCare's toonaangevende Hospital Information System (HIS)/Clinical Information System (CIS) ORBIS verbindt medische afdelingen en administratieve ziekenhuisafdelingen in één virtueel netwerk. Het versnelt de diagnose en de behandeling door een onmiddellijke en volledige toegang te bieden tot alle relevante patiëntengegevens – inclusief medische beelden en klinische en administratieve data. Bovendien ondersteunt het de administratie, de facturatie, het inplannen van afspraken en onderzoeken en de financiële rapportering. Het systeem kan dienen als basis voor een volwaardig elektronisch patiëntendossier (Electronic Patient Record - EPR). Kortom, het is ontwikkeld om zorgorganisaties te helpen om hun productiviteit te verhogen, hun zorgverlening te verbeteren en hun kosten te drukken. Agfa HealthCare's stapsgewijze aanpak biedt zorgorganisaties de mogelijkheid om hun HIS/CIS-oplossingen aan hun eigen tempo in te voeren. De verschillende modules kunnen afzonderlijk geïnstalleerd worden op maat van de wensen van de klant.
Het tweede belangrijke systeem in het ondernemingsbrede IT-aanbod van Agfa HealthCare is het ondernemingsbrede documentbeheersysteem. Het geeft zowel grote als kleine ziekenhuizen en zorgcentra de mogelijkheid om al hun documenten op papier en hun elektronische documenten te integreren, waardoor ze een volledig digitaal archief voor patiëntendossiers kunnen creëren. Het systeem verkleint de behoefte aan fysieke archiveringsruimte, vermindert de tijd die nodig is om dossiers op te vragen en verlaagt de kosten die daarmee verbonden zijn.
Agfa HealthCare zette de laatste jaren strategische stappen om de markt van de geïntegreerde zorg (integrated care) te betreden. Integrated care wordt algemeen beschouwd als een cruciaal element in de inspanningen om gezondheidzorgsystemen duurzaam te houden. Integrated care-systemen ondersteunen de samenwerking over de grenzen van zorgorganisaties en medische disciplines heen. Ze geven ziekenhuizen de mogelijkheid om actief samen te werken met alle belanghebbenden in het uitgebreide zorgproces, inclusief dokters, informele zorgverstrekkers en patiënten. Zo bieden ze de patiënt de kans om een echte partner in het eigen zorgproces te worden. Deze systemen zouden de kwaliteit van de zorg en de ervaring van de patiënt meetbaar moeten verbeteren. Daarnaast zouden ze de vraag naar dure en intensieve spoed- en ziekenhuisdiensten moeten doen afnemen.
Na gelijkaardige strategische stappen in voorgaande jaren, nam Agfa HealthCare in 2018 de Franse specialist in e-healthsoftwaresystemen over. Deze overname zal Agfa HealthCare's Integrated Care-platform verder versterken. Ze biedt voor de Franse markt een meerwaarde op het vlak van interoperabiliteit, veilige berichtenuitwisseling en het beheer van chronische ziekten.
Agfa HealthCare's Enterprise IT-platform is in gebruik in zorgcentra in 97 landen in Zuid-Amerika, Noord-Amerika, Afrika, Europa en het Midden-Oosten.
IT staat in voor 50% van de omzet van Agfa HealthCare, tegenover 34% 10 jaar geleden.
1.350
Eind 2018 was Agfa HealthCare's ORBIS HIS/CIS-oplossing geïnstalleerd in meer dan 1.350 Europese zorgcentra.
In 2018 tekende Agfa HealthCare talrijke spraakmakende contracten met ziekenhuizen en ziekenhuisgroepen overal ter wereld.
Aan het einde van het jaar waren over de hele wereld meer dan 75.000 DRYSTAR hardcopy-printers en 65.000 digitale radiografiesystemen van Agfa HealthCare geïnstalleerd. Al deze radiografiesystemen werken met de MUSICA-beeldverwerkingssoftware.
In 2018 raakten opnieuw talrijke nieuwe klanten overtuigd van de kwaliteiten van Agfa HealthCare's IToplossingen, gaande van grote zorgorganisaties met verscheidene vestigingen en regionale zorgorganisaties tot middelgrote ziekenhuizen en kleine beeldvormingscentra.
Eind 2018 waren de IT-systemen voor beeldvorming van Agfa HealthCare in gebruik in meer dan 3.000 zorgcentra over de hele wereld. Met zijn IT-systemen voor radiologieafdelingen heeft Agfa HealthCare een zeer sterke positie in Europa. Voorts groeit het marktaandeel in de VS, Canada en Latijns-Amerika. Met zijn beeldvormingsystemen die een organisatie of een regio overspannen, heeft Agfa HealthCare wereldwijd een sterke positie.
In 2018 ging Agfa HealthCare door met de introductie van zijn vernieuwende Enterprise Imaging-platform in zorgorganisaties over de hele wereld. Momenteel is de oplossing in gebruik in zorgcentra in 97 landen verspreid over Zuid-Amerika, Noord-Amerika, Afrika, Europa en het Midden-Oosten.
In 2018 bevestigde Agfa HealthCare zijn leiderspositie in Europa (vooral in Frankrijk en de Duitstalige landen) voor zorginformatiesystemen met zijn ORBIS Hospital Information Systems (HIS)/Clinical Information Systems (CIS) en zijn ondernemingsbreed systeem voor het beheer van documenten.
Eind 2018 was de ORBIS HIS/CIS-oplossing geïnstalleerd in meer dan 1.350 Europese zorgcentra. Ook het aantal geïnstalleerde ondernemingsbrede systemen voor documentbeheer bleef groeien, met verscheidene nieuwe installaties in Europa, Noord-Amerika en Zuid-Amerika.
Agfa HealthCare streeft ernaar een sleutelspeler te worden in de Integrated Care-sector van de gezondheidszorgmarkt. Nadat het in 2016 zijn eerste stappen in dit gebied zette, heeft Agfa HealthCare verscheidene Integrated Care-contracten getekend in 2017 en 2018.
Agfa HealthCare tekende een overeenkomst met China Meheco Corporation, een toonaangevende distributeur en producent van farmaceutische producten in China. Het contract heeft betrekking op de verdeling van HealthCare's DRYSTAR-film en -apparatuur aan ziekenhuizen en andere zorgcentra in verscheidene Chinese provincies. Premier Li Keqiang van China en Premier Charles Michel van België woonden de ondertekening van het contract bij.
"Agfa's sterke reputatie en ambitie om zijn hardcopy-business te doen groeien zal de aanwezigheid van Meheco in de Chinese markt voor medische apparatuur versterken."
Wang Hongxin, General Manager van China Meheco Corporation
The Royal United Hospitals Bath NHS Foundation Trust is een zorgcentrum met 732 bedden in Somerset, Engeland. In 2018 installeerde het als eerste zorgorganisatie in het VK Agfa HealthCare's veelzijdige DR 800-kamer voor fluoroscopie en algemene radiografie. Het DR 800-systeem werkt met de Dynamic MUSICA-beeldverwerkingssoftware voor zowel algemene radiografische als bewegende beelden.
"We waren erg onder de indruk van de DR 800. Hij levert niet alleen betere beeldkwaliteit en meer detail dan ons vorige fluoroscopiesysteem, hij is ook nog bruikbaar voor algemene radiografie."
Rosie Freeman, Radiology Clinical Manager, Royal United Hospitals Bath
Amsterdam UMC – locatie Academisch Medisch Centrum (AMC) besliste om Enterprise Imaging te installeren voor het beheer van de beelden van de radiologieafdeling en van alle andere afdelingen. Dankzij Agfa HealthCare's Enterprise Imaging worden alle beelden van de hele onderneming op één enkel eengemaakt platform verzameld. Hierdoor krijgt het medisch personeel een snelle toegang tot de beelden. Het systeem maakt het ook mogelijk om op een efficiënte manier beeldinformatie uit te wisselen met andere ziekenhuizen in de regio.
"We zien duidelijk grote voordelen aan het hebben van één oplossing voor het beheren en opslaan van alle medische beelden die in het ziekenhuis worden gegenereerd. We kijken ernaar uit om toegang te krijgen tot alle nieuwe functionaliteiten van Enterprise Imaging."
Wim Hogendoorn, ICT Procurement Manager van AMC
Agfa HealthCare installeerde zijn Enterprise Imaging for Radiology-platform in het Aut Even Hospital in Co. Kilkenny, Ierland. Het systeem zal jaarlijks ongeveer 20.000 radiologische onderzoeken verwerken en het beantwoordt aan de noden van zowel de radiologieafdeling als van de rest van de onderneming. Het ziekenhuis koos Agfa HealthCare's systeem als basis voor de omschakeling naar een papierloze, digitale radiologieafdeling. De beslissing maakt deel uit van de evolutie van het ziekenhuis naar een volledig digitale omgeving.
"Agfa HealthCare's kennis en ervaring deden ons geloven dat ze ons konden helpen bij onze overstap naar een digitale omgeving. Enterprise Imaging voldoet aan al onze huidige behoeften op het vlak van radiologie, terwijl het ook de mogelijkheid biedt om het in de toekomst uit te breiden naar andere afdelingen."
Stephen Naughton, RIS/PACS Manager in het Aut Even Hospital
De businessgroep Agfa Specialty Products levert zijn klanten in verschillende industriële markten een breed gamma van zowel klassieke filmproducten als vernieuwende producten. Voor de productie van polymeersubstraten en chemische coatings steunt Agfa Specialty Products op de uitgebreide kennis van de Agfa-Gevaert Groep op het vlak van filmproductie en chemische bereidingen.
In 2018 daalde de omzet van Agfa Specialty Products met 0,7%. Zonder wisselkoerseffecten boekte de businessgroep een bescheiden omzetgroei van 0,2%. De meeste toekomstgerichte activiteiten, waaronder Synaps Synthetic Paper en de Specialty Chemicals-activiteiten (inclusief Orgacon Electronic Materials) presteerden goed.
De recurrente EBITDA van de businessgroep kwam uit op 23,2 miljoen euro (12,0% van de omzet). De recurrente EBIT bedroeg 19,3 miljoen euro (10,0% van de omzet).
De marketing- en verkoopactiviteiten van Agfa Specialty Products zijn ondergebracht in de business units Classic Films, Functional Foils en Advanced Coatings & Chemicals. De O&O van de businessgroep is georganiseerd binnen het Materials Technology Centre van de Groep, dat een open innovatiecultuur promoot door onderzoeksopdrachten op het vlak van materialen en deklagen uit te voeren voor externe klanten.
| MILJOEN EURO | 2017 | 2018 | % evolutie | |
|---|---|---|---|---|
| Opbrengsten | 195 | 194 | -0,7% | |
| Recurrente EBITDA (1) | 18,0 | 23,2 | 29,5% | |
| % van de omzet | 9,2% | 12,0% | ||
| Recurrente EBIT (1) | 14,7 | 19,3 | 31,3% | |
| % van de omzet | 7,5% | 10,0% | ||
| Resultaten uit bedrijfsactiviteiten | 13,8 | 16,2 | +17,8% |
(1) Voor reorganisatiekosten en niet-recurrente resultaten.
Agfa Specialty Products levert traditionele, op film gebaseerde verbruiksgoederen voor beeldvormingsmarkten die niet tot de vakgebieden van Agfa Graphics en Agfa HealthCare behoren. In deze markten worden analoge systemen geleidelijk vervangen door digitale alternatieven. In bepaalde segmenten is film echter nog steeds de norm. Film garandeert hoge resoluties, uitstekende beeldkwaliteit en gebruiksgemak, terwijl de omschakeling naar digitale technologieën vaak aanzienlijke investeringen vergt. De activiteiten in deze markten worden als volgt onderverdeeld:
De business unit Functional Foils groepeert Agfa Specialty Products' activiteiten als producent van gespecialiseerde films voor verscheidene toepassingen, zoals beveiligde documenten, bedrukbare media en fotovoltaïsche zonnepanelen.
• Security: Door de groeiende aandacht voor veiligheid en identificatie investeren overheden in hightech elektronische ID-documenten waarvan de authenticiteit snel en efficiënt gecheckt kan worden. Agfa Specialty Products speelt in op de vraag naar fraudebestendige ID-documenten met een gamma van films en chemicaliën voor ABSOLUT-ID, een innovatieve oplossing voor het produceren van ID-kaarten.
ABSOLUT-ID werd ontwikkeld in samenwerking met het Franse bedrijf LCsys, een expert in softwaresystemen voor beeld- en databeheer en in machinebouw. ABSOLUT-ID biedt kaartproducenten een geïntegreerde en kant-en-klare oplossing voor de productie van beveiligde kaarten. Het is gebaseerd op Agfa's technologie die kaarten op een veilige manier personaliseert in één enkel rol-op-kaart productieproces. Vergeleken met bestaande kaartproductieprocessen biedt ABSOLUT-ID een extreem korte doorlooptijd en een betere kostenefficiëntie.
Op basis van zijn kerncompetenties in chemische bereidingen en filmdeklagen, ontwikkelt Agfa Specialty Products geavanceerde producten en materialen voor veelbelovende groeimarkten.
• Materials for Printed Electronics: Agfa Specialty Products is een expert op het vlak van geleidende polymeren die gebruikt worden in antistatische beschermlagen voor films en componenten. Gebaseerd op deze producten, ontwikkelde Agfa zijn Orgacon-gamma van drukinkten, pasta's en emulsies voor gebruik in elektronische apparaten en in toepassingen zoals capacitieve sensoren, aanraakschermen en membraanschakelaars. De portfolio van Agfa Specialty Products bevat vernieuwende nanozilverinkten voor de productie van gedrukte elektronica. Typische toepassingen zijn gedrukte RFID-antennes, maar ze kunnen ook worden gebruikt in sensoren en aanraakschermen. Voortbouwend op de trend van de voorbije jaren, kende de Orgacon-productlijn ook in 2018 een sterke omzetgroei.
• Phototooling: Agfa Specialty Products is een belangrijke producent van phototooling film voor de productie van gedrukte schakelingen (Printed Circuit Boards – PCB) voor de elektronica-industrie. Elektronicaproducenten gebruiken de film om de extreem fijne geleidende circuits op de gedrukte schakelingen te registreren. Omdat inkjet beschouwd wordt als een veelbelovende technologie voor PCBproductie, introduceerde Agfa Specialty Products recent zijn DiPaMat Etch Resist-inkt voor de serialisatie van gedrukte schakelingen en SolderMask, een op lak gelijkende inkt die gedrukte schakelingen tegen oxidatie beschermt en ongewenste soldeerbruggen voorkomt.
Met zijn Idealine-gamma is Agfa Specialty Products wereldwijd de belangrijkste leverancier van phototooling film. Bijgevolg heeft Agfa Specialty Products meer dan waarschijnlijk bijgedragen aan de productie van jouw TV, PC, wasmachine of om het even welk ander object dat gedrukte schakelingen bevat.
• Membranen: In samenwerking met de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) ontwikkelde Agfa Specialty Products vlakke membranen voor de productie van waterstof. Zirfon Perl is een kwaliteitsvol en duurzaam membraan voor systemen op basis van alkaline waterelektrolyse. Het heeft een bewezen duurzaamheid van 10 jaar. In 2018 tekende Agfa een technologisch partnerschap met het Italiaanse bedrijf De Nora voor de ontwikkeling van een laagspanningsysteem voor alkaline elektrolyse met een hoge stroomdichtheid.
Via Agfa-Labs hebben derden toegang tot de kennis van Agfa's onderzoekers en de installaties van Agfa's Materials Technology Center. Agfa-Labs biedt steun bij het analyseren en ontwikkelen van materialen en coatings.
GBM Company is een sterke speler in de kaartproductie-industrie. Het bedrijf biedt een breed gamma aan toepassingen, waaronder kaarten met geïntegreerde chips, ID-kaarten en lidmaatschapskaarten. Het verkiest Synaps boven andere materialen vanwege de superieure witheid en stijfheid, de perfecte beschrijfbaarheid, de bestandheid tegen hoge temperaturen en de beschikbaarheid in een groot aantal verschillende diktes.
"Met Synaps kunnen we duurzame kaarten maken die uit één enkele laag bestaan. Daardoor kan GBM een betaalbaar eindproduct met een meerwaarde leveren."
Dhr. Maeda, verkoopdirecteur bij GBM
Na een grondig kwaliteitsonderzoek dat werd uitgevoerd in samenwerking met Agfa-Labs nam Indaver zijn IndaMP-installatie voor het recupereren van edelmetalen uit afvalstromen in gebruik. Deze installatie scheidt edelmetalen af via een verdampingsproces.
"Onze samenwerking met Agfa leverde waardevolle resultaten op. Ze hielden zich strikt aan alle deadlines. Het zijn gepassioneerde en professionele probleemoplossers en ze zijn praktisch ingesteld."
Erik Moerman, Business Development Manager bij Indaver
De Raad van Bestuur en het Executive Management van Agfa-Gevaert NV, vertegenwoordigd door de heer Julien De Wilde, Voorzitter van de Raad van Bestuur, de heer Christian Reinaudo, President en Chief Executive Officer en de heer Dirk De Man, Chief Financial Officer, verklaren hierbij dat, voor zover hen bekend,
• de geconsolideerde jaarrekening, opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS), zoals aangenomen door de EU, een getrouw beeld geeft van het vermogen, van de financiële toestand en van de resultaten van de Vennootschap en haar geconsolideerde dochterondernemingen;
• het jaarverslag een getrouw overzicht geeft van de ontwikkeling en de resultaten van de Vennootschap en haar geconsolideerde dochterondernemingen, evenals een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden.
De toelichtingen maken integraal deel uit van de geconsolideerde jaarrekening.
80
De toelichtingen op bladzijden 86 tot 207 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening
| MILJOEN EURO | Toelichting | 2017 herwerkt |
2018 |
|---|---|---|---|
| Opbrengsten | 9 | 2.443 | 2.247 |
| Kostprijs van de verkopen | (1.629) | (1.533) | |
| Brutowinst | 814 | 713 | |
| Verkoopkosten | (336) | (321) | |
| Algemene beheerskosten | (169) | (172) | |
| Kosten van onderzoek en ontwikkeling | (144) | (141) | |
| Waardeverminderingsverliezen op handels- en andere vorderingen, inclusief contractuele activa verbonden aan contracten met klanten |
7.2.2 | (2) | (5) |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 10 | 68 | 56 |
| Overige bedrijfskosten | 11 | (93) | (73) |
| Resultaat uit bedrijfsactiviteiten | 5 | 138 | 59 |
| Financieringsbaten (-kosten) - netto | (7) | (8) | |
| Financieringsbaten | 12 | 1 | 2 |
| Financieringskosten | 12 | (8) | (10) |
| Overige financieringsbaten (-kosten) - netto | (32) | (31) | |
| Overige financieringsbaten | 12 | 10 | 5 |
| Overige financieringskosten | 12 | (42) | (36) |
| Nettofinancieringslasten | (39) | (39) | |
| Aandeel van de Groep in het nettoresultaat van geassocieerde deelnemingen - na winstbelastingen |
16.1 | (1) | (1) |
| Winst (verlies) voor belastingen | 98 | 19 | |
| Winstbelastingen | 13 | (53) | (34) |
| Winst (verlies) over het boekjaar | 45 | (15) | |
| Winst (verlies) toewijsbaar aan: | |||
| Aandeelhouders van de Onderneming | 37 | (24) | |
| Minderheidsbelangen | 8 | 9 | |
| Winst per aandeel (euro) | |||
| Gewone winst per aandeel (euro) | 34 | 0,22 | (0,14) |
| Verwaterde winst per aandeel (euro) | 34 | 0,22 | (0,14) |
Gedurende 2018 heeft de Groep het boekhoudkundig beleid dat ook in voorgaande jaren gold consequent toegepast, met uitzondering van de weergave van de winst- en verliesrekening en het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten. De weergave is gewijzigd ten gevolge van de toepassing van de nieuwe IFRS-standaard IFRS 9 'Financiële Instrumenten'. Volgens deze nieuwe standaard worden de waardeverminderingsverliezen op handels- en andere vorderingen nu als een aparte rubriek weergegeven in de winst- en verliesrekening.
De toelichtingen op bladzijden 86 tot 207 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening
| MILJOEN EURO | Toelichting | 2017 | 2018 |
|---|---|---|---|
| Winst (verlies) over het boekjaar | 45 | (15) | |
| Niet-gerealiseerde resultaten, na winstbelastingen | |||
| Niet-gerealiseerde resultaten die geherklasseerd zijn naar de winst- en verliesrekening of in een volgende periode kunnen geherklasseerd worden naar de winst- en verliesrekening: |
|||
| Valutakoersverschillen: | (43) | (1) | |
| Valutakoersverschillen voor buitenlandse activiteiten | 24.9 | (43) | (1) |
| Kasstroomafdekkingen: | 9 | (22) | |
| Effectief deel van veranderingen in de reële waarde van kasstroomafdekkingen | 7.1.4/7.1.8 | 35 | (18) |
| Nettoverandering in de reële waarde van kasstroomafdekkingen die is overgeboekt naar de winst- en verliesrekening |
7.1.4 | (8) | (4) |
| Verandering in de reële waarde die is overgeboekt naar de initiële boekwaarde van het ingedekte actief |
7.1.8 | (14) | (4) |
| Winstbelastingen | (4) | 4 | |
| Financiële activa beschikbaar voor verkoop: | 1 | - | |
| Reële waardeveranderingen van financiële activa beschikbaar voor verkoop | 24.3 | 1 | - |
| Niet-gerealiseerde resultaten die niet geherklasseerd worden naar de winst- en verliesrekening: | 53 | 24 | |
| Investering gewaardeerd aan reële waarde via niet-gerealiseerde resultaten - veranderingen in reële waarde (1) |
24.3 | - | (2) |
| Herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen | 24.5 | 55 | 26 |
| Winstbelastingen op de herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen |
24.5 | (2) | - |
| Niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar, na winstbelastingen | 20 | 1 | |
| Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten toewijsbaar aan | 65 | (14) | |
| Aandeelhouders van de Onderneming | 60 | (23) | |
| Minderheidsbelangen | 5 | 9 |
(1) Gedurende 2018 heeft de Groep het boekhoudkundig beleid dat ook in voorgaande jaren gold consequent toegepast, met uitzondering van de weergave van de geconsolideerde winst- en verliesrekening ten gevolge van de toepassing van de nieuwe IFRS standaard, IFRS 9 'Financiële Instrumenten'. Deze standaard vereist dat in het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten de veranderingen van investeringen gewaardeerd aan reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten (voorheen financiële activa beschikbaar voor verkoop) verschoven worden naar de sectie 'Niet gerealiseerde resultaten die niet geherklasseerd worden naar de winst- en verliesrekening.'
Onderstaande voetnoot verwijst naar de tabel Geconsolideerde balans op p.83.
Gedurende 2018 heeft de Groep het boekhoudkundig beleid dat ook in voorgaande jaren gold consequent toegepast, met uitzondering van de weergave van de geconsolideerde balans die ten gevolge van de toepassing van de nieuwe IFRS-standaard, IFRS 15 'Opbrengsten uit contracten met klanten', gewijzigd is. De Groep heeft
de nieuwe standaard IFRS 15 toegepast volgens de cumulatieve methode, waarbij het effect van eerste toepassing wordt getoond op 1 januari 2018. Dit betekent dat de Groep de nieuwe vereisten van de standaard niet toepast op vergelijkbare jaarperioden voorgesteld. De nieuwe standaard introduceert het concept van contractuele
activa en verplichtingen verbonden aan contracten met klanten. Op 31 december 2017 zaten deze activa en verplichtingen vervat in andere rubrieken van de balans.
Op 1 januari 2018 werden de 'Op te maken facturen' (84 miljoen euro) die voorheen begrepen waren in de rubriek 'Handelsvorderingen' geherklasseerd naar 'Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten'. Herklasseringen vanuit de rubriek 'voorraad' naar Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten' bedragen 11 miljoen euro en hebben voornamelijk betrekking op werken in uitvoering. Herklasseringen vanuit Overige Activa naar Contractuale activa verbonden aan contracten met klanten bedragen 10 miljoen euro en betreffen contracten die de Groep afsloot met derde leveranciers voor de levering van ondersteunende diensten die de Groep in staat stellen om onderhoudscontracten te voldoen aan haar klanten. Langs de passiefzijde bevatten 'Contractuele verplichtingen verbonden aan klanten' op 1 januari 2018 'uitgestelde opbrengsten en vooruitbetalingen' ten belope van 128 miljoen, voorheen apart gepresenteerd in een aparte rubriek van de geconsolideerde balans alsook te betalen bonussen en kortingen aan klanten voor goederen en diensten verkocht gedurende de periode ten belope van 17 miljoen euro. Deze bonussen en kortingen aan klanten werden voorheen gepresenteerd onder opbrengstgerelateerde voorzieningen.
De toelichtingen op bladzijden 86 tot 207 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening
| ACTIVA Vaste activa 985 985 Immateriële activa en Goodwill 14 589 589 Materiële vaste activa 15 190 190 Geassocieerde deelnemingen 16.1 5 5 Overige financiële activa 16.2 11 11 Handelsvorderingen 7 14 14 Vorderingen uit leaseovereenkomsten 19 55 55 Overige activa 21 6 6 Uitgestelde belastingvorderingen 13 115 115 Vlottende activa 1.248 1.248 Voorraden 17 487 476 Handelsvorderingen 7 503 419 Contractuele ativa verbonden aan contracten met klanten 9.3 - 105 Actuele vorderingen uit winstbelastingen 13 63 63 Overige belastingvorderingen 18 23 23 |
1.019 615 174 4 9 16 62 24 114 1.348 498 420 105 71 25 30 |
|---|---|
| Vorderingen uit leaseovereenkomsten 19 30 30 |
|
| Overige vorderingen 7/20 14 14 |
14 |
| Overige activa 21 44 34 |
34 |
| Derivaten 7 16 16 |
1 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten 22 68 68 |
141 |
| Vaste activa aangehouden voor verkoop 23 - - |
10 |
| TOTAAL ACTIVA 2.233 2.233 |
2.367 |
| EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | |
| Eigen vermogen 24 307 307 |
290 |
| Toewijsbaar aan aandeelhouders van de Onderneming 275 275 |
252 |
| Maatschappelijk kapitaal 187 187 |
187 |
| Uitgiftepremies 210 210 |
210 |
| Ingehouden winsten 878 878 |
854 |
| Overige Reserves (69) (69) |
(93) |
| Valutakoersverschillen (8) (8) |
(9) |
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding: herwaardering | |
| (923) (923) van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen |
(897) |
| Toewijsbaar aan minderheidsbelangen 24.8 32 32 |
38 |
| Langlopende verplichtingen 1.241 1.241 |
1.336 |
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding 25 1.149 1.149 |
1.066 |
| Overige personeelsbeloningen 25 13 13 |
13 |
| Rentedragende verplichtingen 26 47 47 |
219 |
| Voorzieningen 27 5 5 |
9 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen 13 21 21 |
22 |
| Handelsschulden 7 4 3 |
2 |
| Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten 28 - 1 |
3 |
| Overlopende rekeningen 30 2 2 |
2 |
| Kortlopende verplichtingen 685 685 |
741 |
| Rentedragende verplichtingen 26 39 39 |
66 |
| Voorzieningen 27 66 49 |
52 |
| Handelsschulden 7 220 220 |
217 |
| Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten 9.3/28 - 145 |
163 |
| Uitgestelde opbrengsten en vooruitbetalingen 128 - |
- |
| Actuele verplichtingen uit winstbelastingen 13 53 53 |
47 |
| Overige belastingverplichtingen 18 34 34 |
27 |
| Overige te betalen posten 29 12 13 |
8 |
| Personeelsbeloningen 25 128 128 |
134 |
| Overige verplichtingen 30 3 2 |
|
| Derivaten 7 2 2 TOTAAL EIGEN VERMOGEN & VERPLICHTINGEN 2.233 2.233 |
13 13 |
De toelichtingen op bladzijden 86 tot 207 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening
| TOEWIJSBAAR AAN AANDEELHOUDERS VAN DE ONDERNEMING | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Toelichting | Maatschappelijk kapitaal | Uitgiftepremie | Ingehouden winsten | Eigen aandelen | Reële waarde reserve | Afdekkingsreserve | hoofde van toegezegd- Herwaardering van de nettoverplichting uit pensioenregelingen |
Valutakoersverschillen | TOTAAL | MINDERHEIDSBELANGEN TOEWIJSBAAR AAN |
TOTAAL EIGEN VERMOGEN |
| Balans op 1 januari 2017 Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over de periode |
187 | 210 | 841 | (82) | 2 | 1 | (976) | 32 | 215 | 37 | 252 | |
| Winst (verlies) over het boekjaar | - | - | 37 | - | - | - | - | - | 37 | 8 | 45 | |
| Niet-gerealiseerde resultaten na winstbelastingen |
24.9 | - | - | - | - | 1 | 9 | 53 | (40) | 23 | (3) | 20 |
| Totaal van gerealiseerde en niet gerealiseerde resultaten over het boekjaar |
- | - | 37 | - | 1 | 9 | 53 | (40) | 60 | 5 | 65 | |
| Transacties met aandeelhouders, rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen | ||||||||||||
| Dividenden | 24.8 | - | - | - | - | - | - | - | - | - | (10) | (10) |
| Totaal van transacties met aandeelhouders, rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen |
- | - | - | - | - | - | - | - | - | (10) | (10) | |
| Balans op 31 december 2017 | 187 | 210 | 878 | (82) | 3 | 10 | (923) | (8) | 275 | 32 | 307 | |
| Balans op 1 januari 2018 | 187 | 210 | 878 | (82) | 3 | 10 | (923) | (8) | 275 | 32 | 307 | |
| Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over de periode | ||||||||||||
| Winst (verlies) over het boekjaar | - | - | (24) | - | - | - | - | - | (24) | 9 | (15) | |
| Niet-gerealiseerde resultaten na winstbelastingen |
24.9 | - | - | - | - | (2) | (22) | 26 | (1) | 1 | - | 1 |
| Totaal van gerealiseerde en niet gerealiseerde resultaten over het boekjaar |
- | - | (24) | - | (2) | (22) | 26 | (1) | (23) | 9 | (14) | |
| Transacties met aandeelhouders, rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen | ||||||||||||
| Dividenden | 24.8 | - | - | - | - | - | - | - | - | - | (3) | (3) |
| Totaal van transacties met aandeel houders, rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen |
- | - | - | - | - | - | - | - | - | (3) | (3) | |
| Balans op 31 december 2018 | 187 | 210 | 854 | (82) | (1) | (12) | (897) | (9) | 252 | 38 | 290 |
Deze voetnoot verwijst naar de tabel Geconsolideerd kasstroomoverzicht op p.85.
(1) Gedurende 2018 heeft de Groep de presentatie van het geconsolideerde kasstroomoverzicht gewijzigd door toevoeging van een aparte weergave van de volgende niet-kaskosten: afwaarderingen op voorraden, bijzondere waardeverminderingsverliezen op handelsvorderingen, toevoegingen en terugnames van provisies en opgebouwde aan de periode toegewezen kosten voor personeelsbeloningen, toegezegdpensioenregelingen en andere personeelsplannen. Deze overige niet-kaskosten werden voorheen inbegrepen in wijzigingen van overige kortlopende activa en verplichtingen en veranderingen in langlopende en kortlopende voorzieningen en personeelsverplichtingen. Het management meent dat deze gewijzigde presentatie meer relevante informatie verschaft aan de lezer van de geconsolideerde financiële staten. De Groep heeft vergelijkende informatie van het voorgaande boekjaar aangepast.
(2) Gedurende 2018 heeft de Groep het boekhoudkundig beleid dat ook in voorgaande jaren gold consequent toegepast met uitzondering van de weergave van de geconsolideerde balans en het geconsolideerd kasstroomoverzicht die beiden gewijzigd zijn tengevolge van de implementatie van IFRS 15 'Opbrengsten uit contracten met klanten'. De Groep heeft deze nieuwe standaard toegepast volgens de cumulatieve methode, waarbij het effect van eerste toepassing wordt getoond op 1 januari 2018. Dit betekent dat de Groep de nieuwe vereisten van de standaard niet toepast op vergelijkende jaarperioden die worden voorgesteld. Tengevolge de wijzigingen van de nieuwe standaard IFRS 15, zijn de kasstromen uit wijzigingen van overige kortlopende activa en verplichtingen niet vergelijkbaar met 2017 omwille van het feit dat de kas-instromen en -uitstromen van contractuele activa en verplichtingen verbonden aan contracten met klanten voor 2017 vervat zaten in wijzigingen in voorraden, wijzigingen in handelsvorderingen en wijzigingen in overige kortlopende activa en verplichtingen. Meer informatie wordt verschaft in voetnoot 1 van de geconsolideerde balans.
(3) Negatieve banksaldi zijn gepresenteerd in aftrek van kasmiddelen en voorheen inbegrepen in ontvangsten en terugbetalingen van leningen (31 december 2017: 1 miljoen euro/ 31 december 2018: 5 miljoen euro).
De toelichtingen op bladzijden 86 tot 207 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening
| MILJOEN EURO | Toelichting | 2017 herwerkt (1) |
2018 |
|---|---|---|---|
| Winst (verlies) over het boekjaar | 45 | (15) | |
| Winstbelastingen | 13 | 53 | 34 |
| Aandeel van de Groep in het nettoresultaat van geassocieerde deelnemingen - na winstbelastingen |
1 | 1 | |
| Nettofinancieringslasten | 12 | 39 | 39 |
| Bedrijfsresultaat | 138 | 59 | |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen | 14/15 | 56 | 60 |
| Vrijval van resultaten uit de afdekkingsreserve | (8) | (4) | |
| Overheids- en andere subsidies | (10) | (14) | |
| Winst / verlies uit de verkoop van immateriele activa en materiele vaste activa | 10/11 | 1 | (2) |
| Kosten voor verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding en ontslagvergoedingen | 30 | 38 | |
| Opbouw van personeelsverplichtingen | 110 | 93 | |
| Afwaarderingen / terugname op voorraden | 17 | 16 | 23 |
| Waardeverminderingsverliezen / terugname op vorderingen | 7.2.2 | 2 | 5 |
| Opbouw / terugname van voorzieningen | 13 | 30 | |
| Valutakoersverschillen en reele waardeveranderingen van derivaten | (2) | (2) | |
| Overige niet-kaskosten | 153 | 168 | |
| Wijziging in de voorraden | (41) | (57) | |
| Wijziging in de handelsvorderingen | (39) | (8) | |
| Wijziging in de contractuele activa verbonden aan contracten met klanten | - | 4 | |
| Wijziging in de werkkapitaalactiva (2) | (80) | (61) | |
| Wijziging in de handelsschulden | 7 | (4) | |
| Wijziging in de uitgestelde opbrengsten en ontvangen vooruitbetalingen | (5) | - | |
| Wijziging in de contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten | - | 25 | |
| Wijziging in de werkkapitaalverplichtingen (2) | 2 | 21 | |
| Wijziging in het werkkapitaal | (78) | (40) | |
| Uitgaande kasstroom voor personeelsbeloningen | (199) | (209) | |
| Uitgaande kasstroom voor voorzieningen | (19) | (25) | |
| Veranderingen in de leaseportfolio | - | (11) | |
| Veranderingen in ander werkkapitaal | 11 | (29) | |
| Ontvangen kasstromen uit derivaten ter indekking van operationele activiteiten | - | 13 | |
| Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 62 | (14) | |
| Betaalde belastingen | (22) | (30) | |
| Nettokasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 40 | (44) | |
| Investeringsuitgaven | 14/15 | (46) | (40) |
| Ontvangsten uit de verkoop van immateriële activa en materiele vaste activa | 14/15 | 6 | 5 |
| Overnames na aftrek verworven geldmiddelen | 6 | (2) | (25) |
| Ontvangen rente | 1 | 3 | |
| Nettokasstromen uit investeringsactiviteiten | (41) | (57) | |
| Betaalde rente | (9) | (15) | |
| Betaalde dividenden aan minderheidsbelangen | 24.8 | (10) | (3) |
| Ontvangsten van leningen | 26.4 | - | 227 |
| Terugbetalingen van leningen | 26.4 | (23) | (34) |
| Ontvangsten uit / betalingen van derivaten | - | (1) | |
| Andere financieringsinkomsten / kosten Overige financieringskasstromen |
- (13) |
(2) 2 |
|
| Nettokasstromen uit financieringsactiviteiten | (55) | 175 | |
| Nettowijziging in geldmiddelen en kasequivalenten | (56) | 74 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van het jaar | 127 | 67 (3) | |
| Nettowijziging in geldmiddelen en kasequivalenten | (56) | 74 | |
| Impact van valutakoersverschillen | (3) | (5) | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten op het einde van het boekjaar | 22 | 68 | 136 (3) |
Agfa-Gevaert NV ('de Onderneming') is een onderneming die in België gevestigd is. Het adres van de statutaire zetel van de Onderneming is Septestraat 27, 2640 Mortsel.
De geconsolideerde jaarrekening van de Groep over 2018 omvat de Onderneming en 108 geconsolideerde dochterondernemingen (2017: 103 geconsolideerde dochterondernemingen) waarover de Onderneming zeggenschap uitoefent. Investeringen in dochterondernemingen en investeringen verwerkt volgens de 'equity'-methode worden opgesomd in toelichting 35.
Minderheidsbelangen houden een materieel belang aan in zeven dochterondernemingen gelegen in Groot-China en de ASEAN-regio. De financiële gegevens van minderheidsbelangen worden toegelicht in toelichting 24.8. In Europa zijn er twee dochterondernemingen waarin minderheidsbelangen een aandeel aanhouden dat van ondergeschikt belang is voor de Groep.
De geconsolideerde jaarrekening werd opgemaakt in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) van de International Accounting Standards Board (IASB) zoals aangenomen door de Europese Unie op 31 december 2018.
De Groep heeft geen IFRS standaarden vervroegd toegepast welke nog niet van toepassing waren in 2018. Verdere informatie wordt verstrekt in toelichting 4 'Nieuwe standaarden en interpretaties van standaarden gepubliceerd, nog niet van kracht per einde boekjaar'.
De geconsolideerde staten werden goedgekeurd voor publicatie door de Raad van Bestuur op 26 maart 2019.
De geconsolideerde staten van de Groep zoals toegelicht in dit jaarverslag zijn inclusief de impact van IFRS 15 en IFRS 9, van kracht vanaf 1 januari 2018. Een aantal andere standaarden en interpretaties van standaarden zijn eveneens van toepassing vanaf 1 januari 2018 maar hebben geen materieel effect op de geconsolideerde staten van de Groep.
Als gevolg van de gekozen transitiemethodes voor de toepassing van de standaarden IFRS 15 en IFRS 9, werden de geconsolideerde financiële staten van vergelijkbare voorgestelde perioden niet aangepast, met uitzondering van de presentatie van bijzondere waardeverminderingsverliezen op handelsvorderingen en activa uit contracten met klanten die nu apart getoond worden in de winsten verliesrekening.
Deze standaard introduceert een vijfstappen aanpak in de bepaling van de methode voor het boeken van opbrengsten: als eerste stap dient het contract met de klant geïdentificeerd te worden, nadien dienen de prestatieverplichtingen in het contract bepaald te worden, in een derde stap dient de transactieprijs bepaald te worden, nadien wordt de transactieprijs toegewezen aan de prestatieverplichtingen in het contract en als laatste stap worden de opbrengsten geboekt wanneer de entiteit een prestatieverplichting vervult. De standaard bepaalt tevens of dat de opbrengsten dienen geboekt te worden op een bepaald moment of gespreid over een bepaalde periode.
De toepassing van deze nieuwe IFRS 15-standaard heeft geen impact gehad op de geconsolideerde staten noch op het tijdstip van opbrengstenerkenning noch op het bedrag van de opbrengsten in vergelijking met de vorige standaard. De Groep heeft steeds een model van opbrengstenerkenning
toegepast waarbij opbrengsten uit overeenkomsten waarin meerdere goederen en/of diensten samen aan de koper worden aangeboden, en die geen significante aanpassingen en programmatie op maat van de koper vereisen, in opbrengsten erkend worden op basis van de aan de verschillende identificeerbare goederen en/of diensten toegewezen reële waarde. De Groep heeft beoordeeld dat de toewijzing aan identificeerbare goederen en/of diensten in overeenstemming is met de definitie van een prestatieverplichting zoals bepaald in de nieuwe standaard.
Opbrengsten uit de verkoop van goederen omvat de verkoop van verbruiksgoederen, chemicaliën, wisselstukken, machines en softwarelicenties. Opbrengsten uit de verkoop van goederen werden onder de voormalige standaard erkend op het moment dat de eigendom en risico werden overgedragen aan de klant. Dit viel samen met het moment dat de goederen verscheept werden en het risico overging op de klant rekening houdend met de contractuele bepalingen. Volgens de nieuwe IFRS 15 standaard worden de opbrengsten uit de verkoop van goederen erkend op het moment dat de controle van de goederen overgaat op de klant en wanneer er geen onzekerheid bestaat omtrent de inning van de verkoopprijs. In de bepaling of de inning van de verkoopprijs al dan niet waarschijnlijk is, houdt de Groep rekening met de kredietwaardigheid van de klant en diens intentie tot betalen van de verkoopprijs op vervaldag. Opbrengsten uit de verkoop van goederen wordt onder de huidige IFRS 15 standaard erkend op een specifiek tijdstip, zijnde het moment van levering rekening houdend met de geldende incoterms.
Opbrengsten uit de verkoop van apart verkochte softwarelicenties worden erkend op een specifiek tijdstip, zijnde op het moment van de levering van de source key aan de klant. Gezien de Groep de klant toegang verleend tot de licentie op een specifiek tijdstip en een gebruiksrecht verleend tot de licentie zoals ze ontwikkeld werd op een specifiek tijdstip, worden de opbrengsten uit deze licenties eveneens erkend op een specifiek tijdstip. Niettegenstaande het feit dat de softwarelicentie geïntegreerd is in het systeem van de klant, is deze toch apart identificeerbaar door het feit dat de geleverde installatiediensten de klant niet verhinderen om voordeel te hebben van de licentie. Dit door het feit dat de installatie standaard is en deze eveneens door alternatieve leveranciers kan aangeboden worden.
De Groep zal een terugnameverplichting boeken met betrekking tot de verkoop van goederen wanneer er een teruggaverecht bestaat en wanneer er verwacht wordt dat een deel of de gehele ontvangen transactieprijs mogelijks zal vergoed worden aan de klant. Deze terugnameverplichting zal gewaardeerd worden aan de waarde van de verkoopprijs waarop de Groep verwacht geen recht te hebben.
In het geval dat er volumekortingen aangeboden worden aan de klanten, wordt er een inschatting gemaakt van de verwachte volumekorting op basis van historische consumptiepatronen van de klanten. Het bedrag van de variabele verkoopprijs is gebaseerd op de 'most likely amount' methode. De variabele vergoeding met betrekking tot volumekortingen zal pas erkend worden voorzover het zeer waarschijnlijk is dat een significante tegenboeking van het bedrag van cumulatieve opbrengsten zich niet zal voordoen.
De toepassing van de aangepaste opbrengstenerkenning volgens IFRS 15 heeft geen effect gehad op de opbrengstenerkenning uit de verkoop van goederen, noch op het tijdstip van erkenning, noch op het bedrag van opbrengstenerkenning.
Opbrengsten uit dienstverlening omvat dienstverlening in verband met de installatie van softwareapplicaties en machines, onderhoud en bijkomende dienstverlening na verkoop. Opbrengsten uit dienstverlening werden onder de vorige IAS 18 standaard lineair erkend over de contractuele looptijd waarover de diensten worden verleend. In overeenstemming met de huidige IFRS 15 worden de opbrengsten uit dienstverlening erkend over de looptijd van het contract aangezien de
klant gelijktijdig de voordelen van deze dienstverlening ontvangt en consumeert. Opbrengsten met betrekking tot installatie en implementatie van de softwarelicentie worden erkend op basis van de reeds gepresteerde kosten. De vooruitgang wordt gemeten aan de hand van inputparameters zijnde de reeds gepresteerde arbeidskosten in vergelijking tot de ingeschatte arbeidskosten. In de gevallen waarbij de Groep meerdere diensten gelijktijdig aanbiedt, zullen de opbrengsten over de verschillende diensten verdeeld worden gebaseerd op de verkoopprijs die van toepassing is wanneer deze diensten apart verkocht worden.
Uit de beoordeling van de Groep is gebleken dat de gewijzigde behandeling van opbrengstenerkenning volgens IFRS 15 geen impact heeft gehad op de opbrengsten uit dienstverlening noch met betrekking tot het in opbrengsten erkende bedrag noch met betrekking tot het tijdstip van opbrengstenerkenning.
De Groep sluit tevens overeenkomsten af waarin meerdere goederen en/of diensten samen aangeboden worden aan de koper ('multiple-element arrangements'). Deze overeenkomsten omvatten de verkoop van software, licenties, hardware, installatiediensten, onderhoud en dienstverlening na verkoop.
Onder de voormalige IAS 18-standaard Opbrengsten, werden elk van deze goederen en/of diensten beschouwd als afzonderlijke boekhoudkundige eenheden en werden de opbrengsten met betrekking tot de geleverde goederen en/of diensten apart van elkaar in opbrengsten erkend op voorwaarde dat de goederen en/of diensten onafhankelijk van elkaar waarde creëerden voor de koper en de reële waarde van de nog niet geleverde goederen en/of diensten op een betrouwbare en objectieve waarde kon bepaald worden. Voor zover deze overeenkomsten geen softwareproducten bevatten die significante aanpassingen en programmatie op maat van de koper vereisen, werd de totale verkoopprijs van de overeenkomst toegewezen aan de verschillende identificeerbare goederen en/of diensten op basis van hun reële waarde.
Overeenkomstig de nieuwe IFRS 15 heeft de Groep onderzocht of de verschillende goederen en/of diensten aangeboden in deze overeenkomsten, kwalificeren als aparte prestatieverplichtingen op basis van de criteria van identificeerbaarheid en op basis van het feit of de goederen en/of diensten waarde creëren voor de koper op zich of met diensten en/of goederen die vrij verkrijgbaar zijn op de markt. De Groep heeft geoordeeld dat deze criteria voldaan zijn voor overeenkomsten waarin meerdere goederen en/of diensten samen aangeboden worden en die geen softwareproducten bevatten die significante aanpassingen en programmatie op maat van de koper vereisen. De geïdentificeerde prestatieverplichtingen van deze overeenkomsten komen overeen met de afzonderlijke boekhoudkundige eenheid die de Groep eerder toepaste voor de opbrengstenerkenning. De totale verkoopprijs wordt toegewezen aan de afzonderlijke prestatieverplichtingen op basis van de individuele verkoopprijs van de afzonderlijke goederen en diensten wanneer deze apart verkocht worden. In geval kortingen op de verkoopprijs toegekend worden, worden deze proportioneel toegekend aan elk bestanddeel gebaseerd op hun individuele verkoopprijs.
Binnen het segment Agfa HealthCare, vereist het merendeel van de overeenkomsten waarin meerdere goederen en/of diensten samen aangeboden worden, geen significante aanpassingen van het softwaregedeelte en geen programmatie op maat van de koper. Het deel van de verkoopprijs toegewezen aan de hardwarecomponent wordt in opbrengsten erkend op het moment dat deze geleverd is aan de koper en toegevoegde waarde creëert. De hardwarecomponent wordt als een aparte prestatieverplichting beschouwd aangezien de overige componenten van de overeenkomst geen transformaties aanbrengen aan de hardware. Het deel van de softwarecomponent wordt in opbrengsten erkend na succesvolle installatie in de lokalen
van de koper en acceptatie door de koper. De softwarecomponent wordt beschouwd als een aparte prestatieverplichting aangezien de koper de software kan gebruiken met diensten en/of goederen die vrij verkrijgbaar zijn op de markt. Gezien de Groep de klant toegang verleend tot de licentie op een specifiek tijdstip en een gebruiksrecht verleend tot de licentie zoals ze ontwikkeld werd op een specifiek tijdstip, worden de opbrengsten uit deze licenties eveneens erkend op een specifiek tijdstip. De software wordt gezien als apart identificeerbaar aangezien niettegenstaande het feit dat de software geïntegreerd is in het systeem van de klant, de nog te leveren installatie de baten die de klant heeft van de softwarelicentie niet in de weg staan. De installatiediensten zijn immers routinematig en kunnen eveneens verstrekt worden door derde leveranciers. Opbrengsten met betrekking tot installatie en implementatie van de softwarelicentie worden erkend op basis van de reeds gepresteerde kosten. De vooruitgang wordt gemeten aan de hand van inputparameters zijnde de reeds gepresteerde arbeidskosten in vergelijking met de ingeschatte arbeidskosten.
In de gevallen waarbij de klant additionele garanties aankoopt zijnde garanties bovenop de wettelijke garanties die gegeven worden of waarbij een langere garantieperiode dan deze wettelijke voorzien wordt aangekocht ('extended warranty'), wordt dit beschouwd als een aparte prestatieverplichting in een overeenkomst waarbij meerdere goederen en diensten samen worden aangeboden. Garanties die aangeboden worden in het kader van wettelijke verplichtingen worden niet aanzien als aparte prestatieverplichtingen ('assurance-type warranty'). Deze laatste wordt geboekt als een kost in het opzetten van een voorziening voor garantieverplichtingen.
Bij de verkoop van overeenkomsten waarin meerdere goederen en/of diensten worden aangeboden in het segment Agfa HealthCare wordt in het overgrote deel van de gevallen gebruik gemaakt van gespreide facturatie op tussentijdse tijdstippen. Zo is de opbrengstenerkenning verschillend van de betalingstermijnen aangezien de opbrengstenerkenning gebaseerd is op het volbrengen van prestatieverplichtingen. Opbrengsten erkend waarvoor nog geen facturatie plaatsgevonden heeft, worden geboekt als contractuele activa verbonden aan contracten met klanten. Ontvangen vooruitbetalingen waarvoor nog geen opbrengsten erkend werden, worden geboekt als contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten. In geval de verkoopprijs significante financieringselementen bevat, worden de opbrengsten geboekt aan verdisconteerde waarde en het financieringselement geboekt in de nettofinancieringslasten.
Bij de verkoop van machines die aanzienlijke installatie vereisen binnen het segment Agfa Graphics, worden de opbrengsten geboekt nadat de installatie in overeenstemming met alle contractuele bepalingen is voltooid en de machine gebruiksklaar is voor de koper. Overeenkomstig de nieuwe IFRS 15 heeft de Groep geoordeeld dat de machine en installatiediensten zeer nauw verbonden zijn en behandeld zullen worden als één prestatieverplichting, die in opbrengsten erkend zullen worden op het moment van succesvolle installatie bij de koper. In het segment Agfa Graphics wordt de facturatie naar de klant toe gedaan nadat de installatie voltooid is. Dit houdt in dat het volbrengen van de prestatieverplichtingen en de eraan gerelateerde erkenning in opbrengsten samenvallen met de betalingsvoorwaarden, behalve voor onderhoudscontracten. In geval de verkoopprijs significante financieringselementen bevat, worden de opbrengsten geboekt aan verdisconteerde waarde en het financieringselement geboekt in de nettofinancieringslasten.
Uit de beoordeling van de Groep is gebleken dat de gewijzigde behandeling van opbrengstenerkenning volgens IFRS 15 geen impact heeft gehad op de opbrengsten uit 'multiple-element arrangements' noch met betrekking tot het in opbrengsten erkende bedrag noch met betrekking tot het tijdstip van opbrengstenerkenning.
De nieuwe standaard heeft de presentatie van de balans aangepast door de vereiste dat contractuele activa en verplichtingen verbonden aan contracten met klanten apart dienen getoond te worden als een rubriek op de balans. Op 31 december 2017 zaten deze activa en verplichtingen vervat in andere rubrieken van de balans.
MILJOEN EURO Boekwaarden volgens IAS 18 - 31 december 2017 Herklassificatie Boekwaarden volgens IFRS 15 - 1 januari 2018 Handelsvorderingen 517 (84) 433 Voorraden 487 (11) 476 Overige Activa 50 (10) 40 Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten 105 105 Uitgestelde opbrengsten & vooruitbetalingen 128 (128) 0 Opbrengstgerelateerde voorzieningen 45 (17) 28 Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten 145 145
Volgende herklasseringen zijn doorgevoerd naar aanleiding van de introductie van IFRS 15:
De nieuwe standaard introduceert het concept van activa en verplichtingen uit contracten met klanten en vereist dat deze als een aparte rubriek op de balans getoond worden. Op 31 december 2017 zaten deze activa en verplichtingen vervat in andere rubrieken op de balans. Op 1 januari 2018 werden de 'Op te maken facturen' (84 miljoen euro) die voorheen begrepen waren in de rubriek 'Handelsvorderingen' geherklasseerd naar 'Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten'. Herklasseringen vanuit de rubriek 'Voorraad' naar 'Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten' bedragen 11 miljoen euro en hebben voornamelijk betrekking op werken in uitvoering. Herklasseringen vanuit 'Overige Activa' naar 'Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten' bedragen 10 miljoen euro en betreffen contracten die de Groep afsloot met derden voor de levering van ondersteunende diensten die de Groep in staat stellen om onderhoudscontracten te voldoen met haar klanten. Langs de passiefzijde bevatten 'Contractuele verplichtingen uit contracten met klanten', 'Uitgestelde opbrengsten en vooruitbetalingen' ten belope van 128 miljoen euro, voorheen apart gepresenteerd in een aparte rubriek van de geconsolideerde balans alsook te betalen bonussen en kortingen aan klanten voor goederen en diensten verkocht gedurende de periode ten belope van 17 miljoen euro. Deze bonussen en kortingen aan klanten werden voorheen gepresenteerd onder opbrengst-gerelateerde voorzieningen.
• IFRS 9 Financiële instrumenten
IFRS 9 stelt een nieuw model voor met betrekking tot de classificatie en waardering van financiële activa en verplichtingen en vervangt de standaard IAS 39 Financiële instrumenten: erkenning en waardering. IFRS 9 wordt toegepast vanaf 1 januari 2018.
De toepassing van IFRS 9 Financiële Instrumenten heeft de presentatie van de winst- en verliesrekening en het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten aangepast. Deze standaard vereist dat de bijzondere waardeverminderingsverliezen op handels- en overige vordering en op activa uit contracten met klanten apart getoond worden op de winst- en verliesrekening. Vergelijkende cijfers van voorgaande periode werden aangepast. Op 31 december 2017 werd een bedrag van 3 miljoen euro geherklasseerd uit de overige financieringsbaten en een bedrag van (5) miljoen euro geherklasseerd uit de overige financieringskosten. In het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten werden de veranderingen van investeringen, gewaardeerd aan reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten, verschoven naar de sectie 'Niet gerealiseerde resultaten die niet geherklasseerd worden naar de winst- en verliesrekening'.
De standaard IFRS 9 elimineert de classificatie zoals gebruikt in de voormalige IAS 39, in de categorieën aangehouden tot einde looptijd, leningen en vorderingen en financiële activa aangehouden voor verkoop. IFRS 9 introduceert een nieuw model voor classificatie en waardering van financiële activa waarbij deze gewaardeerd dienen te worden in overeenstemming met het business model dat gebruikt wordt om deze activa te beheren en overeenkomstig de kenmerken van de kasstromen verbonden aan deze activa. Na eerste opname dienen alle financiële activa gewaardeerd te worden ofwel tegen geamortiseerde kostprijs ofwel tegen reële waarde via de winst- en verliesrekening of via de niet-gerealiseerde resultaten. Dit nieuwe model heeft geen impact gehad op de waardering van handelsvorderingen, lease vorderingen, leningen en investeringen in genoteerde ondernemingen. Op 31 december 2017 hield de Groep een belegging aan in een genoteerde onderneming die onder de voormalige standaard IAS 39 geclassificeerd werd als aangehouden voor verkoop met een boekwaarde van 9 miljoen euro. Deze belegging werd geboekt aan reële waarde met veranderingen in reële waarde geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten. Volgens de huidige standaard IFRS 9 wordt deze belegging geclassificeerd als geboekt tegen reële waarde met veranderingen in reële waarde geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten, dewelke bij afstoting niet zullen geherklaseerd worden vanuit de niet-gerealiseerde resultaten naar de winst- en verliesrekening. Behalve voor de herklassering vanuit de niet-gerealiseerde resultaten, is de behandeling van deze eigen-vermogensinstrumenten onder beide standaarden dezelfde. Overige financiële activa die onder de voormalige IAS 39-standaard geclassificeerd werden als leningen en vorderingen, worden onder de huidige IAS 39-standaard gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs. Derivaten blijven gewaardeerd aan reële waarde met reële waardeveranderingen geboekt in de winst- en verliesrekening, behalve voor de derivaten die aangeduid zijn als kasstroomafdekkingen waarbij de reële waardeveranderingen geboekt worden in de niet-gerealiseerde resultaten. Dit is geen wijziging ten opzichte van de voormalige IAS-39 standaard.
De volgende tabel geeft een vergelijking van de waarderingscategorieën en classificatie tussen beide standaarden, IAS 39 en de huidige IFRS 9, met bijhorende boekwaarden op 31 december 2017 en 1 januari 2018.
| MILJOEN EURO | Originele classificatie volgens IAS 39 |
Nieuwe classificatie volgens IFRS 9 |
Originele boekwaarde volgens IAS 39 |
Nieuwe boekwaarde volgens IFRS 9 |
|---|---|---|---|---|
| Financiële activa | ||||
| Investering in Digital Illustrate Inc. |
Financiële activa aange houden als beschikbaar voor verkoop |
Financiële activa gewaardeerd aan reële waarde met waarde veranderingen in niet gerealiseerde resultaten |
9 | 9 |
| Overige financiële activa | Leningen en vorderingen | Financiële activa aan geamortiseerde kostprijs |
2 | 2 |
| Handelsvorderingen | Leningen en vorderingen | Financiële activa aan geamortiseerde kostprijs |
517 | 517 |
| Vorderingen uit leaseovereenkomsten |
Leningen en vorderingen | Financiële activa aan geamortiseerde kostprijs |
85 | 85 |
| Overige vorderingen | Leningen en vorderingen | Financiële activa aan geamortiseerde kostprijs |
14 | 14 |
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen |
Reële waarde - afdekkingsinstrumenten |
Reële waarde - afdekkingsinstrumenten |
4 | 4 |
| Swapcontracten aangeduid als kasstroomafdekkingen |
Reële waarde - afdekkingsinstrumenten |
Reële waarde - afdekkingsinstrumenten |
10 | 10 |
| Overige termijnwissel verrichtingen en overige swapcontracten |
Geclassificeerd als aangehouden voor handelsdoeleinden |
Verplicht gewaardeerd aan reële waarde met reële waardeveran deringen in de winst-en verliesrekening |
2 | 2 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | Leningen en vorderingen | Financiële activa aan geamortiseerde kostprijs |
68 | 68 |
| TOTALE FINANCIËLE ACTIVA | 711 | 711 | ||
| Rentedragende verplichtingen | Financiële schulden | Financiële schulden aan geamortiseerde kostprijs |
86 | 86 |
| Handelsschulden | Financiële schulden | Financiële schulden aan geamortiseerde kostprijs |
224 | 224 |
| Overige verplichtingen | Financiële schulden | Financiële schulden aan geamortiseerde kostprijs |
12 | 12 |
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen |
Reële waarde - afdekkingsinstrumenten |
Reële waarde - afdekkingsinstrumenten |
1 | 1 |
| Overige termijnwissel verrichtingen en overige swapcontracten |
Geclassificeerd als aangehouden voor handelsdoeleinden |
Verplicht gewaardeerd aan reële waarde met reële waardeveran deringen in de winst- en verliesrekening |
1 | 1 |
| TOTALE FINANCIËLE VERPLICHTINGEN | 324 | 324 |
Wat 'hedge accounting' betreft, heeft de Groep ervoor gekozen om de vereisten van IFRS 9 toe te passen en er niet voor te kiezen om de 'hedge accounting' vereisten van IAS 39 voort te zetten. IFRS 9 vereist dat de aangeduide afdekkingstransacties in overeenkomst zijn met de objectieven van de Groep inzake risicobeheer en strategie en dat een meer kwalitatieve en toekomstgerichte benadering gebruikt wordt in het bepalen van de effectiviteit van de afdekkingstransactie. Deze nieuwe methodologie heeft geen impact gehad op de geconsolideerde financiële staten.
De Groep gebruikt termijnwisselcontracten om het valutarisico met betrekking tot zeer waarschijnlijke toekomstige verkopen in te dekken. Veranderingen in de reële waarde van het termijnwisselcontract ten gevolge van veranderingen in contantwisselkoersen worden aangeduid als effectief in kasstroomafdekkingen en worden bijgevolg erkend in de niet-gerealiseerde resultaten. Het verschil tussen de termijnkoers en de contantkoers werd onmiddellijk geboekt in het financieel resultaat onder de voormalige IAS 39-standaard. Overeenkomstig de huidige IFRS 9-standaard wordt het verschil tussen termijnkoers en contantkoers eveneens geboekt in de winst -en verliesrekening.
De Groep maakt gebruik van 'metal swap'-overeenkomsten die het risico op prijsschommelingen van aluminium indekken. Deze contracten zijn aangeduid als kasstroomafdekkingen en zijn afgesloten voor de levering van grondstoffen in overeenstemming met het verwachte verbruik van de Groep. Onder de voormalige IAS 39-standaard, werden veranderingen in de reële waarde van deze afdekkingsinstrumenten geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten en overgeboekt naar de initiële boekwaarde van het ingedekte actief op het moment dat de transactie leidt tot opname van een niet-financieel actief. Deze boekhoudkundige behandeling zal niet veranderen door de toepassing van IFRS 9.
De types van afdekkingsrelaties dat de Groep momenteel aanduidt, voldoen aan de vereisten van IFRS 9 en zijn in overeenstemming met de strategie en doelstellingen van de Groep inzake risicobeheer. De veranderde 'hedge accounting'-vereisten worden prospectief toegepast.
De nieuwe IFRS 9-standaard vervangt het voormalige model dat gebruikt werd voor het boeken van bijzondere waardeverminderingsverliezen en dat gebaseerd was op opgelopen verliessituaties door een model dat gebaseerd is op verwachte verliezen op het moment dat het actief voor de eerste maal geboekt wordt. Dit vereist aanzienlijke beoordelingen over hoe veranderingen in economische factoren de verwachte verliezen kunnen beïnvloeden. De Groep zal de vereenvoudigde methode toepassen voor de evaluatie van handelsvorderingen, lease vorderingen en contractuele activa verbonden aan contracten met klanten wat inhoudt dat verwachte verliezen voor deze categorieën van activa steeds berekend worden ten belope van de verwachte verliezen over de gehele looptijd van de activa. Kredietverliezen worden berekend als de verdisconteerde waarde van alle tekorten die zich voordoen in kasstromen zijnde het verschil tussen de kasstromen waar de onderneming recht op heeft en wat de onderneming verwacht te ontvangen.
De gebruikte input en veronderstellingen in dit verwachte verliesmodel zijn de volgende: ernstige financiële moeilijkheden waarin een tegenpartij zich zou bevinden, achterstallen van meer dan 90 dagen na vervaldatum van de factuur, een mogelijks faillissement van de tegenpartij, …
De evaluatie voor het boeken van een mogelijks bijzondere waardeverminderingsverliezen houdt rekening met toekomstgerichte elementen. Alle debiteuren worden gegroepeerd in risicocategorieën gebaseerd op kwantitatieve en kwalitatieve kenmerken. Deze indeling in risicocategorieën wordt ieder jaar beoordeeld, rekening houdend met relevante toekomstgerichte informatie zoals informatie van externe kredietbeoordelingsbureaus, ouderdomsanalyse van de business, landenrisico en de individuele beoordeling van de kredietmanager. De Groep tracht het kredietrisico te beperken door gebruik te maken van kredietverzekering en andere kredietverzachtende hulpmiddelen zoals wissels, bankgaranties, hypotheek.
De methodologie, gehanteerd door de Groep voor de evaluatie van bijzondere waardeverminderingsverliezen, is dus gebaseerd op individueel nazicht van uitstaande vorderingen rekening houdend met toekomstgerichte informatie. Daarom heeft de introductie van IFRS 9 geen kwantitatieve impact gehad op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep.
Aanpassingen aan overige standaarden en nieuwe standaarden die van toepassing zijn vanaf 1 januari 2018 hebben geen impact gehad op de geconsolideerde financiële staten. Deze hebben betrekking op aanpassingen aan IFRS 2 Op aandelen gebaseerde betalingen, aanpassingen aan IFRS 4 Toepassing van IFRS 9 Financiële instrumenten met IFRS 4 Verzekeringscontracten, Aanpassingen aan IAS 40 Overdrachten van vastgoedbeleggingen en Jaarlijkse Verbeteringen aan IFRS-standaarden 2014-2016 cyclus.
De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld op basis van historische kostprijs, met uitzondering van de volgende van materieel belang zijnde balansposten:
De geconsolideerde jaarrekening wordt voorgesteld in euro, wat de functionele munt is van de Onderneming. Alle financiële informatie is weergegeven in miljoen euro, afgerond naar het dichtstbijzijnde miljoen, tenzij anders aangeduid. Door het gebruik van afrondingen is het mogelijk dat de som van individuele lijnen in een tabel niet overeenkomt met het totaal van die lijnen, daar de totalen zelf afgerond worden naar het dichtstbijzijnde miljoen.
De opmaak van de geconsolideerde jaarrekening in overeenstemming met IFRS vereist een zekere oordeelsvorming door het management en het gebruik van bepaalde schattingen en veronderstellingen. Deze kunnen een belangrijke impact hebben op de voorstelling van de financiële toestand en/of de resultaten van de activiteiten van de Groep.
Schattingswijzigingen worden prospectief verwerkt. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden regelmatig beoordeeld maar kunnen van de actuele waarden afwijken.
De onderwerpen waarbij een hoge mate van oordeelsvorming is vereist of waarbij het gebruik van schattingen en veronderstellingen belangrijk is voor de opmaak van de geconsolideerde jaarrekening worden hierna weergegeven met verwijzing naar de betreffende toelichting waar meer informatie wordt verstrekt.
| Onderwerpen die een hoge mate van oordeelsvorming, schattingen en veronderstellingen vereisen |
Toelichtingen |
|---|---|
| De netto contante waarde van geschatte toekomstige kasstromen die wordt gebruikt bij het toetsen op bijzondere waardeverminderingen |
Toelichting 14 'Immateriële activa en goodwill' |
| De gebruiksduur van immateriële activa met een beperkte gebruiksduur | Toelichting 14 'Immateriële activa en goodwill' |
| Het beoordelen van de geschiktheid van de voorzieningen voor lopende of verwachte onderzoeken naar de belastingverplichtingen over voorgaande jaren |
Toelichting 13 'Winstbelastingen' |
| Het bepalen van de recupereerbaarheid van uitgestelde belastingvorderingen |
Toelichting 13 'Winstbelastingen' |
| De actuariële veronderstellingen die gebruikt worden voor de waardering van toegezegdpensioenregelingen |
Toelichting 25 'Personeelsbeloningen' |
| Erkenning van de opbrengsten van overeenkomsten waarin meerdere goederen en/of diensten samen worden aangeboden aan de koper ('multiple-element arrangements') |
Toelichting 28 'Verplichtingen verbonden aan contracten met klanten' |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op financiële activa - verwachte kredietverliezen |
Toelichting 7.2.2 'Verwachte kredietverliezen' |
Bedrijfscombinaties worden verwerkt op basis van de overnamemethode op overnamedatum, zijnde de datum waarop de zeggenschap overgaat naar de Groep. De Groep heeft zeggenschap over een entiteit indien zij op basis van haar betrokkenheid bij de entiteit is blootgesteld aan, dan wel recht heeft op, variabele rendementen en de mogelijkheid heeft die rendementen te beïnvloeden aan de hand van haar zeggenschap over de entiteit.
Goodwill wordt niet afgeschreven maar op bijzondere waardevermindering getoetst, op jaarlijkse basis en telkens er een aanwijzing bestaat dat de kasstroomgenererende eenheid waaraan goodwill werd toegerekend mogelijk een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Het onderzoek van kasstroomgenererende eenheden op bijzondere waardevermindering wordt toegelicht in een daartoe voorziene rubriek van deze grondslagen. Goodwill wordt gewaardeerd tegen kostprijs, verminderd met geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. Voor geassocieerde deelnemingen wordt het bedrag van de goodwill opgenomen in de boekwaarde van de investering.
De goodwill op overnamedatum wordt bepaald als:
Indien het belang van de Groep in de netto reële waarde van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen, de kostprijs van de bedrijfscombinatie overtreft, wordt dit surplus onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen. Voorwaardelijke te betalen vergoedingen worden opgenomen in de balans aan reële waarde op overnamedatum. Wijzigingen aan de reële waarde van voorwaardelijke te betalen vergoedingen, welke in de balans als verplichting zijn opgenomen, worden verwerkt via de winst- en verliesrekening.
Overnamekosten worden onmiddellijk in de winst- en verliesrekening geboekt.
Minderheidsbelangen worden gewaardeerd tegen het proportionele aandeel in de nettoidentificeerbare activa van de verworven partij op overnamedatum.
Dochterondernemingen zijn deze entiteiten waarover de Groep zeggenschap uitoefent. De Groep heeft zeggenschap over een entiteit indien zij op basis van haar betrokkenheid bij de entiteit is blootgesteld aan, dan wel recht heeft op, variabele rendementen en de mogelijkheid heeft die rendementen te beïnvloeden aan de hand van haar zeggenschap over de entiteit. De jaarrekeningen van de dochterondernemingen worden in de consolidatiekring opgenomen vanaf de datum van verwerving tot het einde van de zeggenschap.
Wijzigingen in het eigendomsbelang van een moedermaatschappij in een dochteronderneming die niet tot een verlies van zeggenschap leiden, worden verwerkt als eigenvermogens-transacties (d.w.z. transacties van aandeelhouders in hun hoedanigheid van eigenaar). In dergelijke omstandigheden moeten de boekwaarden van de meerderheids- en minderheidsbelangen worden aangepast om de wijzigingen in hun relatieve belangen in de dochteronderneming weer te geven. Aanpassingen aan minderheidsbelangen, als gevolg van verrichtingen die niet leiden tot een verlies van zeggenschap, zijn gebaseerd op een proportioneel aandeel in het nettoactief van de dochteronderneming. Elk eventueel verschil tussen het bedrag waarmee de minderheidsbelangen worden aangepast en de reële waarde van de ontvangen of betaalde vergoeding, moet rechtstreeks in het eigen vermogen worden verwerkt en aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij worden toegewezen.
Wanneer een moedermaatschappij de zeggenschap over een dochteronderneming verliest, neemt ze op de datum waarop ze de zeggenschap verliest de boekwaarde van de activa en verplichtingen van de dochteronderneming evenals de boekwaarde van minderheidsbelangen in de voormalige dochteronderneming (met inbegrip van aan die minderheidsbelangen toerekenbare componenten van niet-gerealiseerde resultaten) niet langer in de balans op. Elk verschil dat voortvloeit uit een verlies van zeggenschap wordt als een winst of verlies opgenomen. Elke investering die de Groep aanhoudt in de voormalige dochteronderneming wordt opgenomen aan reële waarde op de datum van verlies van zeggenschap. Na eerste opname wordt de investering, afhankelijk van het deelnemingspercentage, verwerkt volgens de 'equity'-methode of als een financieel actief beschikbaar voor verkoop.
Een geassocieerde deelneming is een entiteit waarin de Onderneming invloed van betekenis heeft en die geen dochteronderneming of belang in een joint venture is.
Als de Onderneming tussen 20% en 50% van de stemrechten van de deelneming aanhoudt, wordt verondersteld dat de Onderneming invloed van betekenis heeft. Volgens de 'equity'-methode wordt de investering in een geassocieerde deelneming bij eerste opname gewaardeerd aan de kostprijs. De kostprijs van de investering omvat transactiekosten. Een investering in een geassocieerde deelneming wordt verwerkt volgens de 'equity'-methode vanaf de datum waarop de investering een geassocieerde deelneming wordt. Bij de verwerving van de investering wordt een eventueel verschil tussen de kostprijs van de investering en het aandeel van de Onderneming in de netto reële waarde van de identificeerbare activa en verplichtingen van de geassocieerde deelneming als volgt verwerkt:
Wanneer er indicatie bestaat om een bijzonder waardeverminderingsverlies met betrekking tot een investering in een geassocieerde deelneming op te nemen, zijn de grondslagen voor financiële verslaggeving met betrekking tot bijzondere waardeverminderingsverliezen van toepassing.
Winsten en verliezen die voortvloeien uit 'upstream'- en 'downstream'-transacties tussen de Onderneming (met inbegrip van zijn geconsolideerde dochterondernemingen) en een geassocieerde deelneming, worden alleen in de jaarrekening van de Onderneming geëlimineerd ten belope van het belang van de Onderneming in de geassocieerde deelneming.
Een voorbeeld van een 'upstream'-transactie is de verkoop van activa van een geassocieerde deelneming aan de Onderneming. Een voorbeeld van een 'downstream'-transactie is de verkoop van activa van de Onderneming aan een geassocieerde deelneming.
Vanaf de datum waarop de Onderneming invloed van betekenis over de geassocieerde deelneming verliest, wordt betreffende investering verwerkt conform IFRS 9. Bij verlies van invloed van betekenis waardeert de Onderneming de investering in voormalige geassocieerde deelneming aan de reële waarde.
De Onderneming erkent in de winst- en verliesrekening alle verschillen tussen:
Een gezamenlijke overeenkomst is een overeenkomst waarover twee of meerdere partijen gezamenlijk zeggenschap uitoefenen. Gezamenlijke zeggenschap over een overeenkomst bestaat alleen wanneer contractueel is vastgesteld dat beslissingen over relevante activiteiten met unanimiteit van de betrokken partijen kunnen worden genomen. Afhankelijk van de rechten en verplichtingen van de betrokken partijen wordt een gezamenlijke overeenkomst geklasseerd als een activiteit waarover gezamenlijk de zeggenschap wordt uitgeoefend of als een joint venture.
Een activiteit waarover gezamenlijk de zeggenschap wordt uitgeoefend, betreft een overeenkomst waarbij de partijen gezamenlijk rechten hebben op de activa van de overeenkomst en verplichtingen uit hoofde van de schulden van de overeenkomst. De geconsolideerde jaarrekening omvat de activa waarover de Groep zeggenschap uitoefent en de verplichtingen die de Groep aangaat bij de uitvoering van de gezamenlijke activiteit, evenals de kosten die de Groep maakt en het aandeel van de opbrengsten dat de Groep met de gezamenlijke activiteit verdient.
Een joint venture is een overeenkomst waarover de Groep gezamenlijke zeggenschap uitoefent, waardoor de Groep rechten heeft op de netto activa van de overeenkomst, maar geen rechten op de activa van de overeenkomst en geen verplichtingen uit hoofde van de schulden van de overeenkomst.
De Groep neemt zijn belang op in een entiteit waarover gezamenlijk de zeggenschap wordt uitgeoefend volgens de 'equity'-methode.
Alle intragroepsaldi en -transacties, met inbegrip van niet-gerealiseerde resultaten op intragroeptransacties en -dividenden, worden bij de opmaak van de geconsolideerde jaarrekening geëlimineerd.
Niet-gerealiseerde winsten en verliezen uit transacties binnen de Groep die zijn opgenomen in de activa, zoals voorraden en vaste activa, worden volledig geëlimineerd. Niet-gerealiseerde winsten uit transacties met geassocieerde deelnemingen worden geëlimineerd naar ratio van het belang dat de Groep in de entiteit heeft. Niet-gerealiseerde verliezen worden op dezelfde wijze geëlimineerd als niet-gerealiseerde winsten, maar alleen voor zover er geen aanwijzing is voor een bijzondere waardevermindering.
Elementen opgenomen in de jaarrekening van de entiteiten van de Groep worden gewaardeerd in de valuta van de primaire economische omgeving waarin de entiteit actief is (de functionele valuta). De geconsolideerde jaarrekening wordt voorgesteld in euro die de functionele valuta en presentatievaluta van de Onderneming is.
Alle verrichtingen in andere dan de functionele valuta zijn verrichtingen in vreemde valuta. Verrichtingen in vreemde valuta worden omgerekend in de functionele valuta op basis van de wisselkoers die geldt op de transactiedatum. Valutakoersverschillen als gevolg van de afwikkeling van dergelijke verrichtingen en van de omrekening van monetaire activa en verplichtingen uitgedrukt in vreemde valuta aan slotkoers worden in de winst- en verliesrekening opgenomen. Niet-monetaire posten die in vreemde valuta worden uitgedrukt en tegen historische kostprijs worden gewaardeerd, worden omgerekend op basis van de wisselkoers die geldt op transactiedatum.
Een buitenlandse activiteit is een entiteit die een dochteronderneming, geassocieerde deelneming, joint venture of filiaal van de verslaggevende entiteit is en waarvan de activiteiten zijn gebaseerd of worden uitgevoerd in een andere valuta dan euro.
De resultaten en financiële positie van al de groepsondernemingen worden voor consolidatiedoeleinden omgerekend in de presentatievaluta op de volgende wijze:
Alle resulterende valutakoersverschillen worden als een afzonderlijke component in het eigen vermogen onder 'Valutakoersverschillen' opgenomen. Het bedrag dat toewijsbaar is aan minderheidsbelangen wordt opgenomen als deel van de minderheidsbelangen.
Bij het afstoten van een buitenlandse activiteit moet het cumulatieve bedrag van de valutakoersverschillen dat verband houdt met die buitenlandse activiteit, opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten en verwerkt in de afzonderlijke component van het eigen vermogen, worden overgeboekt van het eigen vermogen naar de winst- en verliesrekening (als een herclassificatie-aanpassing) op het ogenblik dat de winst of het verlies op de afstoting wordt opgenomen. Bij de afstoting van een dochteronderneming, wordt het cumulatieve bedrag van de wisselkoersverschillen dat voordien aan de minderheidsbelangen werd toegewezen, niet langer als deel van de minderheidsbelangen getoond maar opgenomen in mindering van de ingehouden winsten.
Bij gedeeltelijke afstoting van een dochteronderneming die een buitenlandse activiteit omvat, moet de entiteit het evenredige deel van het cumulatieve bedrag van de valutakoersverschillen, opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten, toewijzen aan de minderheidsbelangen in die buitenlandse activiteit. Bij elke andere gedeeltelijke afstoting van een buitenlandse activiteit moet de entiteit alleen het evenredig deel van het cumulatieve bedrag van de valutakoersverschillen, opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten, overboeken naar de winst- en verliesrekening.
Elke vermindering van het belang in een buitenlandse activiteit wordt beschouwd als een gedeeltelijke afstoting van een buitenlandse activiteit, met uitzondering van verminderingen die leiden tot:
Deze gedeeltelijke afnamen van belangen in buitenlandse activiteiten worden administratief verwerkt als afstotingen, wat leidt tot een herclassificatie-aanpassing van de valutakoersverschillen op deze buitenlandse activiteiten, opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten, naar de winst- en verliesrekening.
Wanneer een verplichting uitgedrukt in vreemde valuta toegewezen wordt als afdekking van de netto-investering in een buitenlandse entiteit, worden de valutakoersverschillen die voortvloeien uit de omrekening van deze verplichting naar de functionele valuta, opgenomen in de nietgerealiseerde resultaten.
Wanneer een derivaat toegewezen wordt als afdekking van een netto-investering in een buitenlandse entiteit, wordt het effectieve deel van de winst of het verlies op het afdekkinginstrument rechtstreeks opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten terwijl het ineffectieve deel in de winst- en verliesrekening wordt opgenomen.
Bij het afstoten van een buitenlandse activiteit die het voorwerp uitmaakt van een afdekking van de netto-investering in die activiteit, worden de winsten en verliezen van betreffende financiële instrumenten, opgenomen in het eigen vermogen, geherclasseerd naar de winst- en verliesrekening.
De grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep onderscheidt opbrengsten uit de verkoop van goederen, opbrengsten uit dienstverlening, opbrengsten uit overeenkomsten waarin meerdere goederen en/of diensten samen aan de koper worden aangeboden en opbrengsten uit royalty's.
Opbrengsten uit de verkoop van goederen omvat de verkoop van verbruiksgoederen, chemicaliën, wisselstukken, machines en softwarelicenties. Opbrengst uit dienstverlening omvat dienstverlening in verband met de installatie van software-applicaties en machines, onderhoud en bijkomende post-contract dienstverlening. De Groep sluit tevens overeenkomsten af waarin meerdere goederen en/of diensten samen aangeboden worden aan de koper ('multiple-element arrangements'). Deze overeenkomsten omvatten de verkoop van software, licenties, hardware, installatiediensten, onderhoud en dienstverlening na verkoop.
Tot 31 december 2017 worden opbrengsten opgenomen in de winst- en verliesrekening volgens de bepalingen vastgelegd in IAS 18 Opbrengsten. Vanaf 1 januari 2018 past de Groep IFRS15 Opbrengsten uit contracten met klanten toe. Het impact van de toepassing van deze nieuwe standaard wordt beschreven onder toelichting 2.
Deze standaard introduceert een vijfstappen aanpak in de bepaling van de methode voor het boeken van opbrengsten: als eerste stap dient het contract met de klant geïdentificeerd te worden, nadien dienen de prestatieverplichtingen in het contract bepaald te worden, in een derde stap dient de transactieprijs bepaald te worden, nadien wordt de transactieprijs toegewezen aan de prestatieverplichtingen in het contract en als laatste stap worden de opbrengsten geboekt wanneer de entiteit een prestatieverplichting vervult. De standaard bepaalt tevens of dat de opbrengsten dienen geboekt te worden op een bepaald moment of gespreid over een bepaalde periode. Opbrengsten worden netto – na belastingen, kortingen en rabatten – geregistreerd.
Opbrengst uit de verkoop van goederen wordt erkend op het moment dat de controle van de goederen overgaat op de klant en wanneer er geen onzekerheid bestaat omtrent de inning van de verkoopprijs. In de bepaling of de inning van de verkoopprijs al dan niet waarschijnlijk is, houdt de Groep rekening met de kredietwaardigheid van de klant en diens intentie tot betalen van de verkoopprijs op vervaldag. Opbrengst uit de verkoop van goederen wordt onder de huidige IFRS 15- standaard erkend op een specifiek tijdstip, zijnde het moment van levering rekening houdend met de geldende incoterms.
Opbrengst uit de verkoop van apart verkochte softwarelicenties wordt erkend op een specifiek tijdstip, zijnde op het moment van de levering van de source key aan de klant.
In geval dat er volumekortingen aangeboden worden aan de klanten, wordt er een inschatting gemaakt van de verwachte volumekorting op basis van historische consumptiepatronen van de klanten. Het bedrag van de variabele verkoopprijs is gebaseerd op de 'most likely amount' methode. De variabele vergoeding met betrekking tot volumekortingen zal pas erkend worden voor zover het zeer waarschijnlijk is dat een significante tegenboeking van het bedrag van cumulatieve opbrengsten zich niet zal voordoen.
In overeenstemming met de huidige IFRS 15 wordt de opbrengst uit dienstverlening erkend over de looptijd van het contract aangezien de klant gelijktijdig de voordelen van deze dienstverlening ontvangt en consumeert.
Opbrengst met betrekking tot installatie en implementatie van de softwarelicentie wordt erkend op basis van de reeds gepresteerde kosten. De vooruitgang wordt gemeten aan de hand van inputparameters zijnde de reeds gepresteerde arbeidskosten in vergelijking tot de ingeschatte arbeidskosten.
In de gevallen waarbij de Groep meerdere diensten gelijktijdig aanbiedt, zal de opbrengst over de verschillende diensten verdeeld worden gebaseerd op de verkoopprijs die van toepassing is wanneer deze diensten apart verkocht worden.
De Groep sluit tevens overeenkomsten af waarin meerdere goederen en/of diensten samen aangeboden worden aan de koper ('multiple-element arrangements'). Deze overeenkomsten omvatten de verkoop van software, licenties, hardware, installatiediensten, onderhoud en dienstverlening na verkoop. Bij overeenkomsten waarbij geen significante aanpassingen van de software noodzakelijk zijn, wordt elke van voornoemde leveringen van goederen en/of diensten als een aparte prestatieverplichting beschouwd. De totale verkoopprijs van de overeenkomst wordt toegewezen aan de verschillende identificeerbare goederen en/of diensten op basis van hun reële waarde.
Binnen het segment Agfa HealthCare vereist het merendeel van de overeenkomsten waarin meerdere goederen en/of diensten samen aangeboden worden, geen significante aanpassingen van het softwaregedeelte en geen programmatie op maat van de koper.
Het deel van de verkoopprijs toegewezen aan de hardwarecomponent wordt in omzet erkend op het moment dat deze geleverd is aan de koper en toegevoegde waarde creëert. De hardwarecomponent wordt als een aparte prestatieverplichting beschouwd aangezien de overige componenten van de overeenkomst geen transformaties aanbrengen aan de hardware.
Het deel van de softwarecomponent wordt in opbrengst erkend na succesvolle installatie in de lokalen van de koper en acceptatie door de koper. De softwarecomponent wordt beschouwd als een aparte prestatieverplichting aangezien de koper de software kan gebruiken met diensten en/of goederen die vrij verkrijgbaar zijn op de markt. Gezien de Groep de klant toegang verleend tot de licentie op een specifiek tijdstip en een gebruiksrecht verleend tot de licentie zoals ze ontwikkeld werd op een specifiek tijdstip, wordt de opbrengst uit deze licenties eveneens erkend op een specifiek tijdstip.
De opbrengst met betrekking tot installatie en implementatie van de softwarelicentie wordt erkend op basis van de reeds gepresteerde kosten. De vooruitgang wordt gemeten aan de hand van inputparameters zijnde de reeds gepresteerde arbeidskosten in vergelijking met de ingeschatte arbeidskosten.
In gevallen waarbij de klant additionele garanties aankoopt zijnde garanties bovenop de wettelijke garanties die gegeven worden of waarbij een langere garantieperiode dan deze wettelijke voorzien wordt aangekocht ('extended warranty'), wordt dit beschouwd als een aparte prestatieverplichting in een overeenkomst waarbij meerdere goederen en diensten samen worden aangeboden.
Opbrengst erkend waarvoor nog geen facturatie plaatsgevonden heeft, wordt geboekt als contractuele activa verbonden aan contracten met klanten. Ontvangen vooruitbetalingen waarvoor nog geen opbrengst erkend werd, wordt geboekt als contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten.
Bij de verkoop van machines die aanzienlijke installatie vereisen binnen het segment Agfa Graphics, worden de opbrengsten geboekt nadat de installatie in overeenstemming met alle contractuele bepalingen is voltooid en de machine gebruiksklaar is voor de koper. De machine en installatiediensten zijn zeer nauw met elkaar verbonden en worden bijgevolg behandeld als één prestatieverplichting, die in opbrengst wordt erkend op het moment van succesvolle installatie bij de koper.
Vergoedingen en royalty's betaald voor het gebruik van de activa van de Onderneming worden op basis van het toerekeningbeginsel opgenomen in overeenstemming met de voorwaarden en het voorwerp van betreffende overeenkomst. In een aantal situaties is de ontvangst van een licentievergoeding of royalty afhankelijk van het zich voordoen van een toekomstige gebeurtenis. In deze situaties worden opbrengsten uitsluitend opgenomen op het ogenblik dat er redelijke zekerheid bestaat over de inning van de vergoeding of royalty, wat over het algemeen het tijdstip is waarop de gebeurtenis plaats vindt.
De Groep neemt de opbrengsten op in de winst- en verliesrekening op het ogenblik dat de wezenlijke risico's en voordelen van eigendom van de goederen/diensten worden overgedragen aan de koper, het bedrag van de opbrengst op een betrouwbare wijze kan worden gewaardeerd, er geen significante onzekerheid bestaat over de inning van de vordering en/of de eventuele terugzending van de goederen, de reeds gemaakte of nog te maken kosten met betrekking tot de transactie op een betrouwbare wijze kunnen worden ingeschat en er geen sprake is van voortgezette betrokkenheid bij de goederen.
Opbrengsten worden netto – na belastingen, kortingen en rabatten – geregistreerd.
Algemeen wordt, bij de verkoop van verbruiksgoederen, chemicaliën, wisselstukken, uitrusting en softwarelicenties, aan voornoemde opnamecriteria voldaan op het ogenblik dat de goederen verscheept worden en geleverd zijn aan de koper en, afhankelijk van de leveringsvoorwaarden, de eigendomstitel overgedragen werd en acceptatie van de goederen gedaan werd.
Opbrengsten uit dienstverlening zoals onderhoud worden, gedurende de periode waarin de diensten worden verleend, lineair over de contractueel vastgelegde periode opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Onder IAS 18 'Opbrengsten' worden de verschillende elementen van overeenkomsten waarin meerdere goederen en/of diensten samen aan de koper worden aangeboden – zijnde software, licenties, hardware, implementatiediensten en onderhoudscontracten – beschouwd als afzonderlijke boekhoudkundige eenheden en afzonderlijk erkend in opbrengsten op voorwaarde dat de goederen en/of diensten onafhankelijk waarde creëren voor de koper en de reële waarde van de nog niet geleverde goederen en/of diensten op een betrouwbare manier kan bepaald worden. Voor zover deze overeenkomsten geen softwareproducten bevatten die significante aanpassingen en programmatie op maat van de koper vereisen, wordt de totale verkoopprijs van de overeenkomst toegewezen aan de verschillende identificeerbare goederen en/of diensten op basis van hun reële waarde.
De verkoopprijs toegekend aan ieder element van de transactie zal in de winst- en verliesrekening opgenomen worden op het moment dat de levering van het product heeft plaatsgevonden, de verkoopprijs vaststaand of bepaalbaar is en de inning van de verkoopprijs met voldoende zekerheid kan ingeschat worden en dit alles op voorwaarde dat een verkoopovereenkomst afgesloten werd met de koper. Het merendeel van de overeenkomsten waarin meerdere goederen en/of diensten samen aangeboden worden ('multiple-element arrangements') binnen het segment Agfa HealthCare, vereist geen significante aanpassingen van het softwaregedeelte en geen
programmatie op maat van de koper. De opnamecriteria worden toegepast op de afzonderlijke identificeerbare componenten van de transactie. Het deel van de verkoopprijs toegewezen aan de hardwarecomponent wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening op het moment dat deze geleverd is aan de koper en toegevoegde waarde creëert. Het deel van de verkoopprijs toegewezen aan de softwarecomponent wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening na succesvolle installatie bij de koper. Diensten verwant aan de sofwarecomponent van een overeenkomst worden opgenomen in de winst- en verliesrekening naar rato van de verrichte prestaties.
Bij de verkoop van uitrusting die een aanzienlijke installatie vereist binnen het segment Agfa Graphics, worden de opbrengsten in de winst- en verliesrekening opgenomen nadat de installatie in overeenstemming met alle contractuele bepalingen is voltooid en het systeem aldus gebruiksklaar is voor de koper.
Vergoedingen en royalty's betaald voor het gebruik van de activa van de Onderneming worden op basis van het toerekeningbeginsel opgenomen in overeenstemming met de voorwaarden en het voorwerp van betreffende overeenkomst. In een aantal situaties is de ontvangst van een licentievergoeding of royalty afhankelijk van het zich voordoen van een toekomstige gebeurtenis. In deze situaties worden opbrengsten uitsluitend opgenomen op het ogenblik dat er redelijke zekerheid bestaat over de inning van de vergoeding of royalty, wat over het algemeen het tijdstip is waarop de gebeurtenis plaats vindt.
Voor de boekhoudkundige behandeling van pensioen- en soortgelijke verplichtingen maakt IFRS een onderscheid tussen toegezegdebijdrageregelingen en toegezegdpensioenregelingen. De classificatie is afhankelijk van de partij – Onderneming of werknemer – die het actuarieel en investeringsrisico draagt. Bij een toegezegdebijdrageregeling draagt de werknemer alle risico's en dient de Onderneming bijgevolg – met uitzondering van de te betalen bijdragen – geen verplichting op te nemen in de balans. Bij toegezegdpensioenregelingen draagt de Onderneming het actuarieel en investeringsrisico en erkent bijgevolg een verplichting in de balans.
De bijdragen voor toegezegdebijdrageregelingen worden als kost opgenomen in de winst- en verliesrekening wanneer ze verschuldigd zijn. Deze kosten worden in de winst- en verliesrekening toegewezen aan hun verschillende functies: kostprijs van verkopen, kosten van onderzoek en ontwikkeling, verkoop- en algemene beheerskosten.
Vanaf 31 december 2016 is de boekhoudkundige verwerking van toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement in lijn gebracht met de boekhoudkundige behandeling van toegezegdpensioenregelingen.
De boekwaarde op de balans van toegezegdpensioenregelingen wordt bepaald als de contante waarde van de brutoverplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen verminderd met de reële waarde van fondsbeleggingen. Wanneer deze berekening een nettosurplus oplevert, dan wordt de waarde van het hieruit resulterend opgenomen actief begrensd tot het totaal van de contante waarde van de economische voordelen die beschikbaar zijn in de vorm van terugbetalingen uit de regeling of verlagingen van toekomstige bijdragen aan de regeling.
De contante waarde van de brutoverplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen (DBO) en de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten worden door een gekwalificeerd actuaris berekend volgens de 'Projected Unit Credit'-methode (PUC). Volgens deze methode worden de toekomstige jaarlijkse uitkeringen verdisconteerd aan een veronderstelde interestvoet. De totale verplichting die hieruit voortvloeit wordt vervolgens toegerekend aan de verstreken diensttijd – die de DBO vertegenwoordigt – en aan het huidige dienstjaar – die de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten vertegenwoordigen.
De te gebruiken interestvoet is de disconteringsvoet gebaseerd op interestvoeten op bedrijfsobligaties met een hoge rating die een looptijd hebben die deze van de brutoverplichtingen van de Groep benaderen. Bij het bepalen van de contante waarde van de brutoverplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen (DBO) houdt de Groep rekening met toekomstige aanpassingen in salarissen en pensioenuitkeringen. De DBO omvat tevens de contante waarde van belastingen betaalbaar op de bijdragen voor het plan of op vergoedingen betreffende geleverde diensten.
Wat de toepassing van de PUC-methode voor Belgische toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement betreft wordt hierna bijkomende informatie verstrekt.
Het bedrag dat in de winst- en verliesrekening wordt geboekt, bestaat uit de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, de pensioenkosten van verstreken diensttijd, het effect van een inperking of afwikkeling van een toegezegdpensioenregeling, de interest op de nettoverplichting en administratieve kosten en belastingen. De aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten evenals administratieve kosten die geen verband houden met het beheer van de fondsbeleggingen worden toegewezen aan de kosten volgens hun functie: kostprijs van verkopen, kosten van onderzoek en ontwikkeling, verkoopkosten en algemene beheerskosten.
Pensioenkosten van verstreken diensttijd worden onmiddellijk als kost opgenomen onder 'Overige bedrijfskosten'. Winsten of verliezen op de inperking of afwikkeling van een toegezegdpensioenregeling worden erkend in 'Overige bedrijfsopbrengsten', respectievelijk 'Overige bedrijfskosten' op het moment dat de inperking of afwikkeling plaatsvindt. Administratieve kosten die verbonden zijn aan het beheer van fondsbeleggingen en belastingen die rechtstreeks gelinkt zijn aan het rendement van de fondsbeleggingen en die door het plan worden gedragen zijn mee begrepen in het rendement op de fondsbeleggingen en worden opgenomen in de 'Niet-gerealiseerde resultaten, na winstbelastingen'.
De interest op de nettoverplichting van toegezegdpensioenregelingen wordt in de winst- en verliesrekening opgenomen onder 'Overige financieringskosten'. Ze wordt berekend door de disconteringsvoet die gebruikt wordt voor de berekening van de contante waarde van de brutoverplichting toe te passen op de nettoverplichting. De interest op de nettoverplichting wordt uitgesplitst over de interestopbrengsten op fondsbeleggingen en interestkosten op de contante waarde van de brutoverplichting. Het verschil tussen de interestopbrengsten en het reële rendement op fondsbeleggingen wordt weergegeven in de balans onder 'Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding: herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen' en in de 'Niet-gerealiseerde resultaten, na winstbelastingen'.
Naast het verschil tussen het reële rendement op fondsbeleggingen en de berekende interestopbrengsten op fondsbeleggingen, omvatten de 'Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding: herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen' de actuariële winsten en verliezen die bijvoorbeeld resulteren uit een aanpassing van de aanname inzake disconteringsvoet. Al deze effecten uit herwaarderingen worden getoond in de 'Niet-gerealiseerde resultaten, na winstbelastingen'.
Belgische toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement vallen onder toepassing van de wet van april 2003 op de aanvullende pensioenen. Volgens artikel 24 van deze wet hebben aangeslotenen recht op een minimum rendement op bijdragen betaald door hetzij de organisator van het plan hetzij de werknemer. Een aantal voorwaarden opgenomen in deze wet, zoals het wettelijk minimum rendement, werden aangepast bij wet van 18 december 2015. Deze wet heeft er tevens toe geleid dat de boekhoudkundige verwerking van toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement werd aangepast. Het management heeft voor de waardering van deze plannen tot december 2015 de intrinsieke-waardemethode gehanteerd. Vanaf december 2016 werd deze methode, na consultatie van specialisten, gewijzigd waarbij rekening werd gehouden met de verschillende feiten en omstandigheden betreffende deze plannen. In lijn met de waardering gehanteerd voor 'zuivere' toegezegdpensioenregelingen, wordt de verplichting uit hoofde van toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement voortaan bepaald als het verschil tussen de contante waarde van de brutoverplichtingen (DBO) en de reële waarde van fondsbeleggingen. Vanaf 31 december 2016 worden de contante waarde van de brutoverplichtingen (DBO) en de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten door een gekwalificeerd actuaris berekend volgens de 'Projected Unit Credit'-methode (PUC). Voor de algemene principes van deze methode verwijzen we naar de toelichting opgenomen onder 'Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding'.
In de Belgische entiteiten van de Groep voorzien alle verzekerde plannen in een vast gegarandeerd rendement tot aan pensionering (de zogenoemde 'Tak 21' verzekerde producten). Afhankelijk van de aard van het verzekerd plan wordt de contante waarde van de brutoverplichtingen bepaald inclusief of exclusief toekomstige bijdragen en hun toekomstig gewaarborgd rendement tot pensionering of beëindiging van deelname aan het plan. Voor het 'Top Performance Plan' werden geen toekomstige bijdragen in aanmerking genomen, voor alle ander 'Tak 21' verzekerde producten worden recurrente bijdragen betaald en bijgevolg ook in de actuariële berekeningen in aanmerking genomen.
Bij de bepaling van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement heeft de Groep paragraaf 115 van IAS 19 toegepast. Paragraaf 115 stelt "in de mate dat fondsbeleggingen verzekeringscontracten omvatten die kwalificeren als in aanmerking te nemen fondsbeleggingen waarvan bedrag en vervaldagstructuur overeenstemmen met het geheel of een deel van de toezeggingen onder het plan, wordt de marktwaarde van de verzekeringscontracten gelijk gesteld aan de contante waarde van de eraan gerelateerde verplichtingen", tot op het niveau van het door de verzekeraar gegarandeerde rendement. De toepassing van deze paragraaf 115 veronderstelt het bepalen van de verzekerde waarde van de toezeggingen bij pensionering, wat een invloed heeft op zowel de waarde van de fondsbeleggingen als de contante waarde van de brutoverplichtingen. Wat de toepassing van paragraaf 115 betreft is het management immers van mening dat de berekening van de contante waarde van de brutoverplichtingen tevens rekening dient te houden met het feit dat de werknemer aanspraak maakt op het hoogste van de bij de verzekeraar opgebouwde reserves en de gewaarborgde minimumreserves. Daarom dient de berekening van de contante waarde van de brutoverplichtingen met dit kenmerk rekening te houden en dit in elke situatie, hetzij tewerkstelling tot aan pensionering hetzij beëindiging van tewerkstelling voor pensionering.
Ontslagvergoedingen worden opgenomen als een verplichting en als een last wanneer een groepsonderneming zich aantoonbaar heeft verbonden tot ofwel:
Wanneer ontslagvergoedingen verschuldigd zijn na twaalf maanden volgend op de rapporteringsdatum, dan worden ze verdisconteerd aan een disconteringsvoet gelijk aan het marktrendement op rapporteringsdatum van bedrijfsobligaties van hoge kredietwaardigheid met een resterende looptijd die consistent is met de termijn van de verplichtingen van de Groep.
De interestimpact van de afwikkeling en waardering van ontslagvergoedingen aan de op balansdatum geldende disconteringsvoeten wordt in de winst- en verliesrekening opgenomen onder 'Overige financieringskosten'. De impact van toe- en afnamen van de verplichtingen van de Groep betreffende ontslagvergoedingen wordt opgenomen onder 'Overige bedrijfskosten' – Reorganisatiekosten.
De nettoverplichting van de Groep uit hoofde van langetermijnpersoneelsbeloningen andere dan bedrijfspensioenplannen, levensverzekeringsplannen en plannen voor medische bijstand heeft betrekking op de pensioenaanspraken die werknemers hebben opgebouwd in ruil voor hun diensten in de verslagperiode en voorgaande perioden.
Deze verplichting wordt berekend op basis van de 'projected unit credit'-methode en wordt verdisconteerd om de contante waarde te bepalen en de reële waarde van hiermee samenhangende activa wordt hierop in mindering gebracht. De gebruikte disconteringsvoet is het marktrendement op rapporteringsdatum van bedrijfsobligaties van hoge kredietwaardigheid met een resterende looptijd die consistent is met de geschatte looptijd van de verplichtingen van de Groep.
In tegenstelling tot de boekhoudkundige verwerking van toegezegdpensioenregelingen worden herwaarderingen van overige langetermijnpersoneelsbeloningen niet getoond in het overzicht van de niet-gerealiseerde resultaten, maar erkend in de winst- en verliesrekening.
De verplichtingen uit hoofde van kortetermijnpersoneelsbeloningen worden gewaardeerd op een niet-verdisconteerde basis. Ze worden in de winst- en verliesrekening opgenomen in de periode waarin de gerelateerde prestaties worden geleverd. Een verplichting wordt opgenomen voor de personeelsbeloningen die betaalbaar zijn binnen de twaalf maanden op voorwaarde dat de Groep een bestaande in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft om dergelijke betalingen te doen als gevolg van verleende prestaties in het verleden en indien de verplichting op een betrouwbare manier kan worden bepaald.
De Groep verstrekt op aandelen gebaseerde beloningen daar ze aan een aantal door de Raad van Bestuur opgegeven personen 'Share appreciation rights' (SARs) heeft toegekend. SARs geven de houders ervan recht op een vergoeding in cash gelijk aan de toename in de waarde van de aandelen boven een vooraf bepaalde koers en over een specifieke 'wachtperiode', vanaf de datum van toekenning tot de datum van afwikkeling.
In de op aandelen gebaseerde beloningsverrichtingen participeren werknemers in de evolutie van de waarde van het onderliggend instrument, zijnde de aandelen van Agfa-Gevaert NV en de betaling in cash is gebaseerd op de koers of waarde van het aandeel.
Betreffende 'Share appreciation rights' geven maar recht op vergoeding wanneer de werknemers gedurende een specifieke periode zijn tewerkgesteld (kort 'wachtperiode' genoemd). Daarom erkent de Onderneming de kost van de beloning en de daaruit voortvloeiende verplichting, over de looptijd van voornoemde wachtperiode. De verplichting wordt initieel en gedurende voornoemde looptijd, telkens op het einde van een rapporteringsperiode, gewaardeerd aan de reële waarde van de 'Share appreciation rights' bepaald aan de hand van een aandelenoptiemodel en in de mate van de door de werknemers geleverde dienstprestaties.
Wijzigingen in de reële waarden worden erkend in de winst- en verliesrekening. Zowel de kost bij initiële waardering als het impact van de wijzigingen in de reële waarde worden opgenomen als kost van personeelsbeloningen. Het gehanteerde optiewaarderingsmodel is 'Black and Scholes'.
Kosten van onderzoek worden voor boekhoudkundige doeleinden gedefinieerd als kosten gemaakt voor huidige of geplande onderzoeken met het oog op het verschaffen van nieuwe wetenschappelijke of technische kennis en inzichten.
Ontwikkelingskosten worden gedefinieerd als kosten gemaakt om de onderzoeksbevindingen of de gespecialiseerde kennis aan te wenden voor het uitdenken of plannen van de productie, levering of ontwikkeling van nieuwe of substantieel verbeterde producten, diensten of processen alvorens deze in productie of gebruik te nemen.
Kosten van onderzoek en ontwikkeling betreffen zowel interne onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten als verschillende samenwerkingen op het vlak van onderzoek en ontwikkeling en allianties met derde partijen.
Kosten van onderzoek en ontwikkeling omvatten, in het bijzonder, de lopende kosten voor de onderzoeks- en ontwikkelingsdepartementen zoals personeelskosten, materiaalkosten en afschrijving van vaste activa alsook de kosten van laboratoria, faciliteiten voor de ontwikkeling van toepassingen, 'engineering' en andere departementen die onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten verrichten, kosten voor het contact met universiteiten en wetenschappelijke instellingen en de kosten van onderzoeks- en ontwikkelingswerk voor rekening van derden.
Onderzoekskosten kunnen niet worden geactiveerd. De voorwaarden voor activering van ontwikkelingskosten zijn strikt gedefinieerd: een immaterieel actief kan maar erkend worden, alleen wanneer er redelijke zekerheid bestaat dat toekomstige kasstromen de boekwaarde van het actief kunnen afdekken. In 3.9.1 wordt bijkomende informatie verstrekt over de activering van ontwikkelingskosten.
Financieringsbaten (-kosten) – netto omvatten rente verschuldigd op leningen en ontvangen rente op beleggingen. Zij bevatten ontvangen en betaalde interesten met betrekking tot elementen opgenomen in de netto financiële schuldpositie. De netto financiële schuldpositie wordt gedefinieerd als de som van langlopende en kortlopende rentedragende verplichtingen verminderd met geldmiddelen en kasequivalenten.
Overige financieringsbaten (-kosten) – netto omvatten:
Inkomsten uit rente worden pro rata temporis in de winst- en verliesrekening opgenomen rekening houdend met het effectieve rendement van het actief.
Inkomsten uit dividenden worden in de winst- en verliesrekening opgenomen op de dag dat het dividend wordt toegekend.
Alle rentelasten en andere financieringskosten in verband met leningen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen naarmate ze ontstaan op basis van de effectieve rentemethode. De rentelastcomponent van de betalingen voor financiële leaseovereenkomsten wordt in de winsten verliesrekening opgenomen op basis van de effectieve rentemethode.
De interest op de nettoverplichting wegens vergoedingen na uitdiensttreding wordt berekend door de disconteringsvoet die gebruikt wordt voor de berekening van de contante waarde van de brutoverplichting toe te passen op de nettoverplichting.
Zowel de bruto- als nettoverplichting bij aanvang van de rapporteringsperiode wordt als basis genomen waarbij rekening wordt gehouden met wijzigingen in de nettoverplichting tijdens de rapporteringsperiode als gevolg van bijdragen en uitkeringen.
De interestcomponent van langetermijnontslagvergoedingen omvat de impact van de afwikkeling van de verplichting evenals de impact van de gewijzigde disconteringsvoet.
De winstbelastingen omvatten de over het boekjaar verschuldigde en verrekenbare belastingen en de uitgestelde belastingen. Beide belastingen worden in de winst- en verliesrekening geboekt, behalve in die gevallen waar het bestanddelen betreft die deel uitmaken van de niet-gerealiseerde resultaten. In dit laatste geval verloopt de opname via de niet-gerealiseerde resultaten.
Bij de bepaling van de over het boekjaar verschuldigde en verrekenbare winstbelastingen en uitgestelde winstbelastingen houdt de Groep rekening met het effect van onzekere belastingposities en de vraag of er nog verdere belastingen en rente verschuldigd zijn.
Vorderingen en verplichtingen uit overige belastingen betreffen overige belasting zoals de belasting over de toegevoegde waarde, onroerendgoedbelasting en overige indirecte belastingen. Zij worden gewaardeerd aan kostprijs.
Vorderingen en verplichtingen uit winstbelastingen en overige belastingen worden gecompenseerd als ze gegeven worden door dezelfde belastingautoriteit en als ze bestemd zijn om te worden afgewikkeld op een nettobasis.
Onder de over de verslagperiode verschuldigde en verrekenbare belastingen verstaat men deze die drukken op de fiscale winst van het boekjaar, berekend tegen de belastingtarieven die van kracht zijn op de balansdatum, evenals de aanpassingen aan de belastingen die verschuldigd zijn over de vorige boekjaren. Bijkomende winstbelastingen die ontstaan uit de uitkering van dividenden worden geboekt op hetzelfde moment als de verplichting voor uitbetaling van het desbetreffende dividend.
Actuele winstbelastingen voor de huidige en voorgaande periodes, in de mate dat ze nog niet betaald zijn, zijn erkend als een verplichting.
Indien het bedrag reeds betaald met betrekking tot de huidige en voorgaande periodes groter is dan het bedrag verschuldigd voor die periodes, is het verschil erkend als een vordering. Vorderingen en verplichtingen uit winstbelastingen worden gewaardeerd aan kostprijs.
De uitgestelde belastingen worden berekend volgens de 'balance sheet'-methode en komen hoofdzakelijk voort uit de verschillen tussen de boekwaarde van activa en verplichtingen in de balans en de fiscale boekwaarde ervan (tijdelijke verschillen).
Er wordt echter geen rekening gehouden met de volgende verschillen:
Het bedrag van de uitgestelde belastingen is gebaseerd op de verwachtingen met betrekking tot de realisatie van de boekwaarde van de activa en verplichtingen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de belastingtarieven (en de belastingwetgeving) waarvan het wetgevingsproces (materieel) is afgesloten op de balansdatum. Een uitgestelde belastingvordering wordt enkel opgenomen in de balans indien het voldoende zeker is dat de verrekenbare tijdelijke verschillen, de ongebruikte belastingfaciliteiten en de ongebruikte voorwaartse verliescompensatie in de toekomst met fiscale winsten kunnen worden verrekend. Uitgestelde belastingvorderingen worden verminderd naarmate het niet langer waarschijnlijk is dat de belastingbesparing zal kunnen worden gerealiseerd.
Goodwill die ontstaat bij de overname van dochterondernemingen wordt opgenomen onder immateriële activa. Voor de waardering bij eerste opname verwijzen we naar toelichting 3.1.1 'Bedrijfscombinaties'.
Goodwill wordt na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, verminderd met geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. Voor geassocieerde deelnemingen die volgens de 'equity'-methode worden gewaardeerd, wordt het bedrag van de goodwill opgenomen in de boekwaarde van de investering. Eventuele bijzondere waardeverminderingsverliezen worden eveneens opgenomen in de boekwaarde van de geassocieerde deelneming.
Immateriële activa met een onbepaalde gebruiksduur, zoals handelsnamen, worden gewaardeerd aan kostprijs verminderd met geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. Immateriële activa met een beperkte gebruiksduur worden gewaardeerd aan kostprijs verminderd met geaccumuleerde afschrijvingen en geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen.
Immateriële activa met onbepaalde gebruiksduur worden niet afgeschreven. Zij worden jaarlijks op bijzondere waardevermindering getoetst en elke keer wanneer er een aanwijzing bestaat dat zij mogelijk een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan.
Immateriële vaste activa met beperkte gebruiksduur worden gewaardeerd aan kostprijs verminderd met geaccumuleerde afschrijvingen en geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. Kosten van onderzoek en ontwikkeling worden als een kost in de winst- en verliesrekening opgenomen in de periode waarin zij worden gemaakt, met uitzondering voor bepaalde kosten van ontwikkeling, welke op de balans worden opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat het ontwikkelingsproject een succes zal zijn en wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan zoals technische uitvoerbaarheid en het kunnen aantonen dat het ontwikkelingsproject waarschijnlijke toekomstige economische voordelen zal genereren. Kosten van ontwikkeling opgenomen op de balans worden afgeschreven op een systematische manier over hun geschatte gebruiksduur.
In overeenstemming met IFRS 3 Bedrijfscombinaties is de kostprijs van een immaterieel actief verworven in een bedrijfscombinatie de reële waarde van het immaterieel actief op overnamedatum. De reële waarde van een immaterieel actief weerspiegelt de marktverwachtingen over de waarschijnlijkheid dat toekomstige economische voordelen, vervat in het actief, naar de entiteit zullen toevloeien.
Uitgaven na eerste opname worden onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen. Ze worden echter wel geactiveerd indien ze resulteren in een verhoging van het toekomstig economisch nut van de respectieve materiële vaste activa.
Immateriële activa met een beperkte gebruiksduur, zoals verworven technologie en klantenrelaties worden afgeschreven volgens de lineaire methode over de geschatte gebruiksduur, over het algemeen een periode van vijf tot vijftien jaar.
Afschrijvingsmethode, gebruiksduur en restwaarde worden op rapporteringsdatum telkens opnieuw beoordeeld en indien nodig aangepast.
De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen kostprijs, verminderd met geaccumuleerde afschrijvingen en geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen.
De kostprijs van een materieel vast actief omvat:
Voor zelfvervaardigde materiële vaste activa omvatten de rechtstreeks toerekenbare kosten de directe materiaalkost, directe fabricagekosten, een evenredig deel van de vaste kosten van materiaal en fabricage, en een evenredig deel van de afschrijvingen van activa gebruikt bij de vervaardiging. De kostprijs omvat tevens een evenredig deel van de kosten voor het bedrijfspensioenplan, andere vrijwillige personeelsbeloningen van de onderneming en geactiveerde financieringskosten.
Uitgaven voor de herstellingen van materiële vaste activa worden onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen.
Ze worden echter wel geactiveerd indien ze resulteren in een verhoging van het toekomstig economisch nut van de respectieve materiële vaste activa.
Leaseovereenkomsten die vrijwel alle aan het eigendom van een actief verbonden risico's en beloningen aan de Groep overdragen, worden als financiële lease beschouwd. De activa verworven onder de vorm van financiële lease worden opgenomen voor een bedrag gelijk aan het laagste van de reële waarde en de contante waarde van de minimale leasebetalingen bij de aanvang van de leaseovereenkomst, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen en geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen.
Materiële vaste activa worden vanaf datum van ingebruikname afgeschreven volgens de lineaire methode over de gebruiksduur van het actief tenzij op basis van het effectieve gebruik de degressieve methode meer aangewezen is. Voor materiële vaste activa aangehouden op grond van leaseovereenkomsten stemt de afschrijvingsperiode overeen met de gebruiksduur of met de looptijd van de leaseovereenkomst, indien korter.
De geschatte gebruiksduur van de respectieve activa is de volgende:
| Gebouwen | 20 tot 50 jaar |
|---|---|
| Andere bouwwerken | 10 tot 20 jaar |
| Bedrijfsinstallaties | 6 tot 20 jaar |
| Machines en uitrusting | 6 tot 12 jaar |
| Laboratorium- en onderzoekinstallaties | 3 tot 5 jaar |
| Rollend materieel | 4 tot 8 jaar |
| Computermaterieel | 3 tot 5 jaar |
| Bedrijfs- en kantooruitrusting | 4 tot 10 jaar |
De afschrijvingsperiode, economische levensduur en restwaarde van vaste activa worden op geregelde tijdstippen geëvalueerd en aangepast indien nodig.
De Groep classificeert een vast actief (of een groep activa die wordt afgestoten) als aangehouden voor verkoop wanneer zijn boekwaarde hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd in een verkooptransactie en niet door het voortgezette gebruik ervan.
Onmiddellijk voordat het actief voor het eerst wordt geclassificeerd als aangehouden voor verkoop, waardeert de Groep de boekwaarde van het actief (of van alle activa en verplichtingen in de Groep) overeenkomstig met de van toepassing zijnde IFRS. Bij de initiële classificatie als aangehouden voor verkoop, worden vaste activa en groepen van activa die worden afgestoten, gewaardeerd tegen de laagste waarde van hun boekwaarde en hun reële waarde minus de verkoopkosten. Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden opgenomen voor elke eerste of latere afschrijving van een actief (of een groep activa die wordt afgestoten) tot de reële waarde minus verkoopkosten.
Vaste activa aangehouden voor verkoop worden niet langer afgeschreven.
Tot 31 december 2017 worden financiële instrumenten in de balans erkend en gewaardeerd volgens de criteria bepaald in IAS 39 'Financiële instrumenten: erkenning en waardering'. Vanaf 1 januari 2018 past de Groep IFRS 9 'Financiële instrumenten' toe. Het impact van de initiële toepassing van deze nieuwe standaard wordt toegelicht onder toelichting 2. IFRS 9 legt een nieuw model voor de classificatie en waardering van financiële activa en verplichtingen vast. Volgend overzicht geeft een vergelijking van de waarderingscategorieën en classificatie tussen beide standaarden, IAS 39 en de huidige IFRS 9.
| Classificatie volgens IAS 39 | Classificatie volgens IFRS 9 | |||
|---|---|---|---|---|
| Financiële activa | ||||
| Investering in Digital Illustrate Inc. |
Financiële activa aangehouden als beschikbaar voor verkoop |
Financiële activa gewaardeerd aan reële waarde met waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten |
||
| Overige financiële activa | Leningen en vorderingen | Financiële activa aan geamortiseerde kostprijs | ||
| Handelsvorderingen | Leningen en vorderingen | Financiële activa aan geamortiseerde kostprijs | ||
| Vorderingen uit leaseovereenkomsten |
Leningen en vorderingen | Financiële activa aan geamortiseerde kostprijs | ||
| Overige vorderingen | Leningen en vorderingen | Financiële activa aan geamortiseerde kostprijs | ||
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen |
Reële waarde - afdekkingsinstrumenten | Reële waarde - afdekkingsinstrumenten | ||
| Swapcontracten aangeduid als kasstroomafdekkingen |
Reële waarde - afdekkingsinstrumenten | Reële waarde - afdekkingsinstrumenten | ||
| Overige termijnwisselverrichtin gen en overige swapcontracten |
Geclassificeerd als aangehouden voor handelsdoeleinden |
Verplicht gewaardeerd aan reële waarde met reële waardeveranderingen in de winst en verliesrekening |
||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | Leningen en vorderingen | Financiële activa aan geamortiseerde kostprijs | ||
| TOTALE FINANCIËLE ACTIVA | ||||
| Rentedragende verplichtingen | Financiële schulden | Financiële schulden aan geamortiseerde kostprijs | ||
| Handelsschulden | Financiële schulden | Financiële schulden aan geamortiseerde kostprijs | ||
| Overige verplichtingen | Financiële schulden | Financiële schulden aan geamortiseerde kostprijs | ||
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen |
Reële waarde - afdekkingsinstrumenten | Reële waarde - afdekkingsinstrumenten | ||
| Overige termijnwisselverrichtin gen en overige swapcontracten |
Geclassificeerd als aangehouden voor handelsdoeleinden |
Verplicht gewaardeerd aan reële waarde met reële waardeveranderingen in de winst en verliesrekening |
||
| TOTALE FINANCIËLE VERPLICHTINGEN |
Financiële activa omvatten investeringen in obligaties en aandelen van een ander bedrijf, geldmiddelen, leningen, handelsvorderingen, vorderingen uit leaseovereenkomsten en overige vorderingen evenals derivaten.
Leningen en vorderingen worden in de balans opgenomen op het moment dat ze geïnitieerd worden. Alle andere financiële activa neemt de Groep op in haar balans op de transactiedatum, op het moment dat de Groep zich verbindt aan de contractuele bepalingen van het instrument. Bij eerste opname waardeert de Groep haar financiële activa tegen reële waarde verhoogd met de transactiekosten die rechtstreeks toewijsbaar zijn aan de verwerving van de financiële activa. De Groep neemt een financieel actief niet langer in de balans op vanaf het moment dat de contractuele rechten op de kasstromen uit het financieel actief aflopen of de Groep de contractuele rechten op de ontvangst van de kasstromen uit het financieel actief overdraagt in een transactie waarbij de risico's en voordelen van eigendom van het financieel actief overgedragen worden. Indien de entiteit nagenoeg alle risico's en voordelen van eigendom van het financieel actief noch overdraagt, noch behoudt, moet de entiteit vaststellen of zij zeggenschap over het financieel actief heeft behouden. In geval van verlies van zeggenschap mag de entiteit het financieel actief niet langer in de balans opnemen.
Financiële activa en verplichtingen worden netto in de balans opgenomen, uitsluitend wanneer de Groep beschikt over een wettelijk recht om de bedragen netto voor te stellen en zij de intentie heeft om de betreffende activa en verplichtingen hetzij gelijktijdig hetzij netto af te wikkelen.
De Groep heeft volgende categorieën van niet afgeleide financiële activa: financiële activa gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs en financiële activa gewaardeerd aan reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten. De classificatie reflecteert het 'business' model dat gebruikt wordt om deze financiële activa alsook de kenmerkende kasstromen te beheren.
Na eerste opname worden de financiële activa gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs wanneer het financiële activa betreft die contractueel recht geven op de ontvangst van kasstromen en de contractuele voorwaarden aanleiding geven tot kasuitgaven op specifieke data ten belope van de hoofdsom en de interesten op het openstaand saldo.
De vorderingen van de Groep en geldmiddelen en kasequivalenten voldoen allemaal aan de definitie en worden bijgevolg gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs.
De financiële activa worden gewaardeerd aan reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten wanneer het financiële activa betreft die contractueel recht geven op zowel de ontvangst van kasstromen als de verkoop van financiële activa en de contractuele voorwaarden aanleiding geven tot kasuitgaven op specifieke data ten belope van de hoofdsom en de interesten op het openstaand saldo.
De Groep's investering in Digital Illustrate Inc. voldoet aan de voorwaarden opgelegd aan financiële activa gewaardeerd aan reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten. Het impact van de waardering na eerste opname van deze aandelenparticipatie wordt opgenomen in nietgerealiseerde resultaten onder de 'Overige reserves'. Dit item zal niet op een later tijdstip vanuit de niet-gerealiseerde resultaten in de winst- en verliesrekening worden opgenomen.
Tot 31 december 2017 classificeerde de Groep niet-afgeleide financiële activa als 'Leningen en vorderingen' ofwel als 'Voor verkoop beschikbare financiële activa'.
Leningen en vorderingen zijn niet-afgeleide financiële activa met vaste of bepaalbare betalingen die niet op een actieve markt zijn genoteerd.
Na eerste opname worden deze financiële activa gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen. Leningen en vorderingen omvatten zowel handelsvorderingen, invorderbare minimale leasebetalingen, geldmiddelen en kortetermijndeposito's en cheques evenals leningen en vorderingen begrepen onder de financiële activa. Geldmiddelen en kasequivalenten opgenomen in de categorie 'Leningen en vorderingen' omvatten geldmiddelen, deposito's en cheques met een looptijd die doorgaans korter is dan drie maanden te rekenen vanaf de datum van verwerving, waarvoor het risico op veranderingen in de reële waarde onbelangrijk is. De Groep gebruikt deze financiële activa in het beheer van haar kortetermijnverplichtingen.
Voor verkoop beschikbare financiële activa zijn niet-afgeleide financiële activa die worden aangemerkt als voor verkoop beschikbaar en die niet worden geclassificeerd in één van de voorgaande categorieën.
Voor verkoop beschikbare financiële activa worden gewaardeerd aan reële waarde vermeerderd met direct toewijsbare transactiekosten, met uitzondering van de niet-genoteerde effecten waarvoor de reële waarde niet op een betrouwbare manier kan worden bepaald.
Deze activa worden geboekt aan kostprijs. Winsten en verliezen die voortvloeien uit de verandering in de reële waarde van een belegging die wordt geclassificeerd als financieel actief beschikbaar voor verkoop én die geen voorwerp uitmaakt van een afdekkingrelatie, worden rechtstreeks via de niet-gerealiseerde resultaten geboekt. Beleggingen van de Groep in aandelen en sommige beleggingen in waardepapieren worden geclassificeerd als voor verkoop beschikbare financiële activa. Wanneer de belegging wordt verkocht, ontvangen, vervreemd of wanneer de boekwaarde van de belegging afgeboekt wordt als gevolg van een bijzondere waardevermindering, wordt op dat ogenblik de gecumuleerde winst (het verlies) die voordien begrepen was in het eigen vermogen overgeboekt naar de winst- en verliesrekening.
Financiële verplichtingen omvatten obligatieleningen, bankschulden, 'revolving' en andere kredietfaciliteiten, handelsschulden en overige te betalen posten evenals derivaten. Financiële verplichtingen worden opgenomen in de balans op transactiedatum, zijnde het moment dat de Groep zich verbindt aan de contractuele bepalingen van het instrument. Bij eerste opname waardeert de Groep financiële verplichtingen aan reële waarde verminderd met de direct toewijsbare transactiekosten bij de uitgave van de financiële verplichting. Niet-afgeleide financiële verplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs met uitzondering van de financiële verplichtingen die hun oorsprong vinden in een overdracht van financiële activa die niet in aanmerking komt voor afboeking of wanneer er nog betrokkenheid bij het afgestoten financieel actief van toepassing is. De rentedragende verplichtingen worden na initiële opname gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs, waarbij het verschil tussen het initiële bedrag en het aflossingsbedrag pro rata temporis in de winst- en verliesrekening wordt opgenomen op basis van de effectieve rentemethode. Wanneer een overdracht van financiële activa niet resulteert in afboeking van het actief omdat de entiteit de risico's en voordelen van de eigendom van het betreffende actief behouden heeft, blijft de Groep het getransfereerde actief opnemen in de balans en erkent een financiële verplichting ten belope van de ontvangen vergoeding. Volgend op de eerste opname erkent de Groep een opbrengst op het getransfereerde actief en een kost op de financiële verplichting. Wanneer de Groep de wezenlijke risico's en voordelen gekoppeld aan de eigendom van het getransfereerde actief niet overdraagt noch behoudt, blijft de entiteit het getransfereerde actief opnemen in de balans ten belope van de betrokkenheid van de entiteit en erkent tegelijkertijd een bijhorende verplichting.
De betrokkenheid van de Groep in het getransfereerde actief is de mate waaraan zij aan wijzigingen in de waarde van het actief wordt blootgesteld.
De waarde van het getransfereerde actief en daarbij horende verplichting wordt bepaald op basis van de rechten en verplichtingen die de entiteit heeft behouden. De bijhorende verplichting wordt gewaardeerd zodanig dat de nettoboekwaarde van het getransfereerde actief en bijhorende verplichting de geamortiseerde kostprijs is van de rechten en verplichtingen
behouden door de Groep ervan uitgaande dat het getransfereerde actief aan geamortiseerde kost wordt gewaardeerd.
De Groep neemt een financiële verplichting niet langer op in haar balans wanneer de contractuele verplichtingen ophouden, ontbonden worden of aflopen.
Niet-afgeleide financiële verplichtingen van de Groep behoren allemaal tot de categorie 'Overige financiële verplichtingen'.
Met uitzondering van de classificatie heeft IFRS 9 geen impact op de waardering van financiële verplichtingen. De principes van erkenning en waardering worden toegelicht onder 3.12.2.
Volgens IAS 39 worden niet-afgeleide financiële verplichtingen opgenomen onder de 'Financiële verplichtingen'.
De toepasbare principes qua erkenning en waardering worden toegelicht onder 3.12.2.
De Groep maakt gebruik van derivaten voor het beheer van het wisselkoersrisico dat voortvloeit uit de operationele, financiële en investeringsactiviteiten.
De Groep gebruikt volgende types van derivaten: wisselkoers- en andere swapcontracten gebruikt als afdekkingsinstrument waarvoor 'hedge accounting' wordt toegepast en overige wisselkoersen andere swapcontracten.
De Groep maakt gebruik van termijnwisselcontracten om het valutarisico dat ontstaat uit de variabiliteit van de kasstromen van verwachte toekomstige transacties af te dekken. De Groep maakt gebruik van metaalswapovereenkomsten om het grondstoffenrisico dat ontstaat ten gevolge van veranderende grondstoffenprijzen met betrekking tot zeer waarschijnlijke aankopen van aluminium, af te dekken. Deze contracten worden aangeduid als kasstroomafdekkingen. Het betreft contracten die zijn afgesloten voor de levering van grondstoffen in overeenkomst met het verwachte gebruik van aluminium door de Groep.
In het kader van haar huidige thesauriepolitiek wendt de Groep geen derivaten aan voor handelsdoeleinden.
Derivaten worden initieel, op het ogenblik dat het derivaat wordt afgesloten, opgenomen aan reële waarde en vervolgens geherwaardeerd aan reële waarde. Wanneer 'cashflow hedge accounting' wordt toegepast wordt het effectieve deel van de winst of verlies opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten, het niet-effectieve deel wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening.
De Groep heeft volgende categorieën van derivaten: reële waarde-afdekkingsinstrumenten en derivaten verplicht gewaardeerd aan reële waarde met reële waardeveranderingen in de winsten verliesrekening.
Termijnwisselcontracten en swapcontracten aangeduid als kasstroomafdekkingen kwalificeren beide als 'Reële waarde-afdekkingsinstrumenten'. Na eerste opname worden ze gewaardeerd tegen reële waarde. Wanneer aan alle voorwaarden opgelegd voor 'hedge accounting' is voldaan wordt deze toegepast. Dit betekent dat de vereiste documentatie voorhanden is, dat de afdekkingsrelatie kan worden aangetoond en dat de afdekking effectief is. Wanneer hedgeaccounting wordt toegepast wordt het effectieve gedeelte van de reële waardeveranderingen opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten, het deel dat niet effectief is wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Wat 'hedge accounting' betreft, heeft de Groep ervoor gekozen om de vereiste van IFRS 9 toe te passen en er niet voor te kiezen om de 'hedge accounting' vereisten van IAS 39 voort te zetten. IFRS 9 vereist dat de aangeduide afdekkingstransacties in overeenkomst zijn met de objectieven van de Groep inzake risicobeheer en strategie en dat een meer kwalitatieve en toekomstgerichte benadering gebruikt wordt in het bepalen van de effectiviteit van de afdekkingstransactie. De Groep gebruikt termijnwisselcontracten om het valutarisico met betrekking tot zeer waarschijnlijke toekomstige verkopen in te dekken. Veranderingen in de reële waarde van het termijnwisselcontract ten gevolge van veranderingen in contantwisselkoersen worden aangeduid als effectief in kasstroomafdekkingen en worden bijgevolg erkend in niet-gerealiseerde resultaten. Het verschil tussen de termijnkoers en de contantkoers werd onmiddellijk geboekt in het financieel resultaat onder de voormalige IAS 39-standaard. Overeenkomstig de huidige IFRS 9-standaard zal het verschil tussen termijnkoers en contantkoers eveneens geboekt worden in de winst- en verliesrekening.
De Groep maakt gebruik van 'metal swap'-overeenkomsten die het risico op prijsschommelingen van aluminium indekken. Deze contracten zijn aangeduid als kasstroomafdekkingen en zijn afgesloten voor de levering van grondstoffen in overeenstemming met het verwachte verbruik van de Groep. Onder de voormalige IAS 39-standaard, werden veranderingen in de reële waarde van deze afdekkingsinstrumenten geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten en overgeboekt naar de initiële boekwaarde van het ingedekte actief op het moment dat de transactie leidt tot opname van een niet-financieel actief. Deze boekhoudkundige behandeling zal niet veranderen door de toepassing van IFRS 9.
De types van afdekkingsrelaties dat de Groep momenteel aanduidt, voldoen aan de vereisten van IFRS 9 en zijn in overeenstemming met de strategie en doelstellingen van de Groep inzake risicobeheer. De veranderde 'hedge accounting'-vereisten worden prospectief toegepast.
Derivaten die economische afdekkingen zijn, doch die niet voldoen aan de strikte criteria voor 'hedge accounting' zoals voorgeschreven door IFRS 9 'Financiële instrumenten', worden boekhoudkundig verwerkt als financiële activa of financiële verplichtingen gewaardeerd aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening en worden opgenomen in de categorie 'Verplicht gewaardeerd aan reële waarde met reële waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening'. In de winst- en verliesrekening worden de waardeveranderingen opgenomen onder de overige bedrijfsopbrengsten/-kosten of de nettofinancieringslasten afhankelijk van de aard van het actief dat economisch ingedekt is.
3.12.3.2 Derivaten – grondslagen voor financiële verslaggeving van toepassing tot 31 december 2017 De reële waarden van termijnwisselcontracten zijn de genoteerde marktwaarden op rapporteringsdatum, zijnde de contante waarde van de genoteerde termijnkoersen.
Het effectieve deel van de winsten of verliezen uit de reële waardeveranderingen van derivaten die als afdekkinginstrument specifiek toegewezen werden ter afdekking van de variabiliteit van kasstromen, gekoppeld aan een bepaald risico van een opgenomen actief of verplichting of een zeer waarschijnlijke verwachte toekomstige transactie, wordt opgenomen in de nietgerealiseerde resultaten.
Indien de afdekking van een verwachte toekomstige transactie tot de opname van een nietfinancieel actief of een niet-financiële verplichting leidt, worden de gecumuleerde winsten of verliezen tot dan toe opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten, overgeboekt naar de initiële boekwaarde van het ingedekte actief van waaruit ze nadien overgeboekt worden naar de winst- en verliesrekening, wanneer het verworven actief of de opgenomen verplichting de winst- en verliesrekening beïnvloedt. Leidt een afdekking van een verwachte toekomstige transactie tot de opname van een financieel actief of een financiële verplichting, dan wordt de cumulatieve winst of het cumulatieve verlies op het afdekkinginstrument uit de niet-gerealiseerde resultaten overgebracht naar de winst- en verliesrekening op het moment dat de toekomstige kasstroom de nettowinst of het nettoverlies beïnvloedt (voornamelijk wanneer de verwachte toekomstige transactie plaatsvindt of wanneer de variabele interestlast wordt opgenomen). Het niet-effectieve deel wordt onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen. Wanneer het afdekkinginstrument afloopt of wordt verkocht, beëindigd of uitgeoefend, of wanneer de afdekking niet langer voldoet aan de criteria voor 'hedge accounting', dient de cumulatieve winst of het cumulatieve verlies (op dat ogenblik) op het afdekkinginstrument in de niet-gerealiseerde resultaten opgenomen te blijven tot de verwachte toekomstige transactie plaatsvindt. Dergelijke transacties worden verwerkt zoals beschreven in voorgaande paragraaf. Indien de afgedekte transactie niet langer waarschijnlijk blijkt, worden alle gecumuleerde niet- gerealiseerde winsten of verliezen op dat moment overgedragen van de niet-gerealiseerde resultaten naar de winst- en verliesrekening.
Derivaten die economische afdekkingen zijn, doch die niet voldoen aan de strikte criteria voor 'hedge accounting' zoals voorgeschreven door IAS 39 Financiële instrumenten: opname en waardering, worden boekhoudkundig verwerkt als financiële activa of financiële verplichtingen gewaardeerd aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening.
Goodwill en immateriële activa met een onbepaalde gebruiksduur worden jaarlijks op bijzondere waardevermindering getoetst en elke keer wanneer er een aanwijzing bestaat dat zij mogelijk een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan.
Het toetsen op bijzondere waardevermindering gebeurt ieder jaar op hetzelfde ogenblik en op het niveau van de kasstroomgenererende eenheid.
De Groep bepaalt haar kasstroomgenererende eenheden in overeenkomst met de wijze waarop ze haar goodwill beheert en economische voordelen krijgt van de verworven goodwill en immateriële activa. Het toetsen op bijzondere waardevermindering gebeurt door het vergelijken van de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheden met hun realiseerbare waarde, gebaseerd op hun verwachte toekomstige kasstromen verdisconteerd tegen een gepaste disconteringsvoet voor belastingen.
De disconteringsvoet die gebruikt wordt in de bepaling van de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen is een disconteringsvoet die gebaseerd is op een gewogen gemiddelde kapitaalkost (WACC). Deze gewogen gemiddelde kapitaalkost gebruikt een verhouding vreemd vermogen versus eigen vermogen van een gemiddelde marktparticipant waarbij een extra risicocomponent toegevoegd werd aan de kost van eigen vermogen. De kost van vreemd vermogen is gebaseerd op voorwaarden die vergelijkbare bedrijven voor hun langetermijnfinanciering zouden kunnen negotiëren. Het risico verbonden aan de verwachtingen van de prijsevoluties van zilver en aluminium is weerspiegeld in de toekomstige kasstromen.
Er wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt indien de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid zijn realiseerbare waarde overtreft. Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Op iedere rapporteringsdatum dient te worden nagegaan of er een aanwijzing bestaat dat de boekwaarden van de materiële vaste activa, immateriële activa met een beperkte gebruiksduur en financiële activa mogelijk een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan. Indien een dergelijke indicatie bestaat, wordt de realiseerbare waarde van het actief geraamd. Er wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt als de boekwaarde van een actief zijn realiseerbare waarde overtreft. Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.
De realiseerbare waarde van de materiële vaste activa en immateriële activa met een beperkte gebruiksduur is de hoogste waarde van de reële waarde minus verkoopkosten en de gebruikswaarde. Voor de bepaling van de gebruikswaarde worden de geschatte toekomstige kasstromen verdisconteerd naar hun contante waarde op basis van een disconteringsvoet voor belastingen die de tijdswaarde van geld en de aan het actief verbonden specifieke risico's weerspiegelt.
Een bijzonder waardeverminderingsverlies dat in voorgaande perioden voor een actief, met uitsluiting van goodwill, werd opgenomen, wordt teruggeboekt als en slechts als er sinds de opname van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies een wijziging heeft plaatsgevonden in de schattingen die gebruikt worden om de realiseerbare waarde van het actief te bepalen.
De nieuwe IFRS 9 standaard vervangt het huidige model dat gebruikt wordt voor het boeken van bijzondere waardeverminderingsverliezen en dat gebaseerd is op opgelopen verliessituaties door een model dat gebaseerd is op verwachte verliezen op het moment dat het actief voor de eerste maal geboekt wordt. Dit vereist aanzienlijke beoordelingen over hoe veranderingen in economische factoren de verwachte verliezen kunnen beïnvloeden. De Groep zal de vereenvoudigde methode toepassen voor de evaluatie van handelsvorderingen, lease vorderingen en contractuele activa verbonden aan contracten met klanten wat inhoudt dat verwachte verliezen voor deze categorieën van activa steeds berekend worden ten belope van de verwachte verliezen over de gehele looptijd van de activa. Kredietverliezen worden berekend als de verdisconteerde waarde van alle tekorten die zich voordoen in kasstromen zijnde het verschil tussen de kasstromen waar de onderneming recht op heeft en wat de onderneming verwacht te ontvangen.
De gebruikte input en veronderstellingen in dit verwachte verliesmodel zijn de volgende: ernstige financiële moeilijkheden waarin een tegenpartij zich zou bevinden, achterstallen van meer dan 90 dagen na vervaldatum van de factuur, een mogelijks faillissement van de tegenpartij, … De evaluatie voor het boeken van een mogelijks bijzondere waardeverminderingsverliezen houdt rekening met toekomstgerichte elementen. Alle debiteuren worden gegroepeerd in risicocategorieën gebaseerd op kwantitatieve en kwalitatieve kenmerken. Deze indeling in risicocategorieën wordt ieder jaar beoordeeld, rekening houdend met relevante toekomstgerichte informatie zoals informatie van externe kredietbeoordelingsbureaus, ouderdomsanalyse van de business, landenrisico en de individuele beoordeling van de kredietmanager. De Groep tracht het kredietrisico te beperken door gebruik te maken van kredietverzekering en andere kredietverzachtende hulpmiddelen zoals wissels, bankgaranties, hypotheek. De methodologie, gehanteerd door de Groep voor de evaluatie van bijzondere waardeverminderingsverliezen, is dus gebaseerd op individueel nazicht van uitstaande vorderingen rekening houdend met toekomstgerichte informatie. Daarom heeft de introductie van IFRS 9 geen kwantitatieve impact gehad op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep.
Voor een financieel actief dat niet wordt gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening moet aan het eind van elk boekjaar worden beoordeeld of er objectieve aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingsverliezen. Bij aanwezigheid van dergelijke aanwijzingen moet de entiteit de realiseerbare waarde inschatten.
Voor leningen en vorderingen en tot einde looptijd aangehouden beleggingen van de Groep die tegen geamortiseerde kostprijs worden gewaardeerd, is de realiseerbare waarde gelijk aan de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de oorspronkelijke effectieve rentevoet van het financieel actief (dat wil zeggen de bij eerste opname berekende effectieve rentevoet). Wanneer de boekwaarde van een financieel actief hoger is dan haar realiseerbare waarde dient de boekwaarde van het betreffende actief te worden verminderd door het vormen van een voorziening. Het verliesbedrag moet in de winst- en verliesrekening worden opgenomen.
Een bijzonder waardeverminderingsverlies dat in voorgaande perioden voor een actief werd opgenomen, wordt teruggeboekt als en slechts als er sinds de opname van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies een wijziging heeft plaatsgevonden in de schattingen die gebruikt worden om de realiseerbare waarde van het actief te bepalen.
De Onderneming beoordeelt minstens op kwartaalbasis de belangrijkste uitstaande handelsvorderingen (die in totaal ±70% van de totale uitstaande vorderingen vertegenwoordigen) individueel op hun inbaarheid.
Aanpassingen aan de rekening van de waardeverminderingsverliezen worden gemaakt op basis van professionele oordeelsvorming en met in acht name van volgende algemene principes:
• uitstaande vorderingen afgedekt door een kredietbrief worden niet afgewaardeerd.
Om het kredietrisico op invorderbare minimale leasebetalingen af te dekken, beoordeelt de Onderneming minstens op kwartaalbasis alle uitstaande vorderingen individueel op hun inbaarheid. Aanpassingen aan de rekening van de waardeverminderingsverliezen worden doorgaans gemaakt op basis van het aantal dagen dat de bedragen invorderbaar zijn. Afwijkingen blijven echter mogelijk op basis van onderliggende informatie verkregen van het 'Credit and Collections'-departement. Bij de beoordeling van de inbaarheid van invorderbare minimale leasebetalingen houdt het management rekening met de marktwaarde van het onderliggend actief, kredietverzekering en het bestaan van een kredietbrief.
Voor verkoop beschikbare financiële activa omvatten investeringen in aandelen en rentedragende instrumenten, andere dan investeringen verwerkt volgens de 'equity'-methode, en worden geboekt aan reële waarde, met uitzondering van de aandelen die niet op een actieve markt zijn genoteerd en waarvoor de reële waarde niet op een betrouwbare manier kan worden bepaald.
Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare financiële activa welke aan reële waarde worden gewaardeerd, worden opgenomen door het omboeken van de gecumuleerde verliezen tot dan opgenomen in de reële waardereserve van de niet-gerealiseerde resultaten naar de winst- en verliesrekening.
Het gecumuleerde verlies dat vanuit de niet-gerealiseerde resultaten naar de winst- en verliesrekening wordt omgeboekt, is het verschil tussen de aankoopprijs, na eventuele terugbetaling van de hoofdsom en na amortisatie, en de actuele reële waarde verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen erkend in vroegere winst- en verliesrekeningen. Wanneer, in een erop volgende periode, de reële waarde van voor verkoop beschikbare waardepapieren (andere dan aandelen) toeneemt en de toename kan met redelijke zekerheid worden toegewezen aan een gebeurtenis die heeft plaats gevonden nadat een bijzonder waardeverminderingsverlies voor een actief werd opgenomen, dan wordt het waardeverminderingsverlies teruggeboekt waarbij het bedrag van de terugboeking in de winsten verliesrekening wordt opgenomen.
In het geval dat de reële waarde van een voor verkoop beschikbaar financieel actief, waarop een bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt werd, kan gerecupereerd worden, wordt deze in de niet-gerealiseerde resultaten opgenomen.
Invorderbare minimale leasebetalingen waarbij de Groep als leasinggever alle aan het eigendom verbonden risico's en voordelen overdraagt naar de klant worden opgenomen als vordering voor een bedrag gelijk aan de contante waarde van de toekomstige minimale leasebetalingen. Baten uit financiële leaseovereenkomsten – gerapporteerd onder 'Overige bedrijfsopbrengsten' – worden vervolgens zodanig aan iedere periode van de totale leasetermijn toegerekend dat dit resulteert in een constante periodieke rentevoet. Op leaseovereenkomsten aangegaan uit hoofde van de producent wordt op basis van de grondslagen voor de erkenning van opbrengsten uit de verkoop van goederen een verkoopwinst erkend.
Dit betekent dat de Onderneming opbrengsten en daaraan gerelateerde winstmarge erkent op het ogenblik dat de fabriekseenheid of een verbonden onderneming Agfa Finance factureert bij het begin van de leaseovereenkomst met de eindklant. Het overgrote deel van de leaseovereenkomsten waarbij de klant als economische eigenaar van het actief wordt beschouwd, wordt afgesloten met Agfa Finance (zijnde Agfa Finance NV, haar filialen en Agfa Finance Corp.).
Overeenkomsten waarin meerdere goederen en/of diensten samen aan de koper worden aangeboden en die tevens deel uitmaken van een leaseovereenkomst volgen dezelfde principes voor de erkenning van opbrengsten alsof er geen financieringsovereenkomst zou afgesloten zijn. Een commerciële overeenkomst waarbij een bepaald toestel wordt gefinancierd door een halflange- of langetermijnovereenkomst waarbij de klant zich verbindt tot het kopen van een bepaalde hoeveelheid verbruiksgoederen aan een hogere waarde dan hun marktwaarde wordt een 'bundle deal' genoemd. Betalingen voor financiële leaseovereenkomsten afgesloten in de vorm van 'bundle deals' worden aangewend voor de aflossing van de openstaande invorderbare minimale leasebetalingen en de vergoeding voor de verkochte verbruiksgoederen op basis van hun relatieve reële waarden.
Opbrengsten uit operationele leaseovereenkomsten voor de verhuur van bedrijfsruimte en -uitrusting – gerapporteerd onder 'Overige bedrijfsopbrengsten' – worden lineair over de looptijd van de lease opgenomen. Een overeenkomst die niet de juridische vorm van een leaseovereenkomst heeft, wordt toch boekhoudkundig als leaseovereenkomst verwerkt als deze het gebruik van een bepaald actief of activa betreft en de overeenkomst voorziet in de toekenning van het gebruiksrecht van het actief.
Winst uit 'Sale and leaseback'-verrichtingen wordt onmiddellijk erkend wanneer de belangrijkste aan het eigendom verbonden risico's en voordelen overgedragen worden naar de koper, het terug huren het voorwerp uitmaakt van een operationele leaseovereenkomst en de verrichting aan reële waarde wordt afgesloten.
Overige activa omvatten uitgestelde kosten en andere niet-financiële activa. Uitgestelde kosten betreffen door de Onderneming voor balansdatum betaalde bedragen die betrekking hebben op kosten voor toekomstige boekjaren (vooruitbetalingen).
Voorbeelden van uitgestelde kosten zijn de huurgelden, interesten en verzekeringspremies, betaald voor balansdatum maar met betrekking tot een welbepaalde periode na balansdatum.
Niet-financiële activa worden gewaardeerd aan kostprijs. Uitgestelde kosten worden lineair of naarmate de betreffende diensten worden verstrekt opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Grondstoffen, hulpgoederen en handelsgoederen zijn gewaardeerd aan aanschaffingswaarde. Goederen in bewerking en afgewerkte producten zijn gewaardeerd aan kostprijs. De kostprijs omvat naast de directe productie- en materiaalkosten, een evenredig deel van de indirecte kosten ('overheads') van de productie en het materiaal en een evenredig deel van de afschrijvingen van de activa die in het productieproces werden gebruikt. Bovendien wordt een evenredig deel van de kosten voor het bedrijfspensioenplan en andere vrijwillige personeelsbeloningen toegerekend. Administratiekosten zijn inbegrepen voor zover ze verband houden met de productie. De voorraden worden gewaardeerd volgens de methode van de gewogen gemiddelde kostprijs. Indien de aanschaffingswaarde of de kostprijs hoger is dan de opbrengstwaarde, wordt de waardering aan de lagere opbrengstwaarde toegepast. De opbrengstwaarde is gelijk aan de geschatte normale verkoopprijs, verminderd met de geschatte kosten die nodig zijn om de verkoop te realiseren.
De aanschaffingswaarde of kostprijs van de voorraad is om volgende redenen mogelijks niet recupereerbaar:
Binnen de Groep zijn afwaarderingen van voorraden voornamelijk het gevolg van overtollige voorraden.
Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten geldmiddelen, ontvangen cheques, en saldi ten opzichte van banken en kredietinstellingen. Kasequivalenten zijn erg liquide financiële instrumenten op korte termijn die weinig onderhevig zijn aan risico's op waardeverandering, gemakkelijk te converteren zijn in geldmiddelen en een vervaldag hebben gelijk aan of minder dan dertig dagen na aanschaffing of belegging.
Gewone aandelen worden opgenomen in het eigen vermogen. Transactiekosten verbonden aan de uitgifte van nieuwe aandelen worden netto na aftrek van belastingen opgenomen in mindering van ingehouden winsten.
Indien aandelen die het eigen vermogen vertegenwoordigen terug worden ingekocht, wordt het betaalde bedrag met inbegrip van de aanverwante kosten, netto na aftrek van belastingen, in mindering gebracht van het eigen vermogen. Ingekochte eigen aandelen worden als 'Reserve voor eigen aandelen' in mindering van het eigen vermogen gebracht. Vernietigde eigen aandelen worden getransfereerd van 'Reserve voor eigen aandelen' naar 'Ingehouden winsten'.
Voorzieningen worden in de balans opgenomen indien een onderneming van de Groep een bestaande verplichting heeft (in rechte afdwingbare of feitelijke) ten gevolge van een gebeurtenis van het verleden en als het waarschijnlijk is dat de afwikkeling van deze verplichting resulteert in een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en een betrouwbare inschatting gemaakt kan worden van het bedrag van de verplichting.
Het bedrag van de voorziening is gebaseerd op de best mogelijke schatting van de uitgaven die vereist zijn om de bestaande verplichting op de rapporteringsdatum af te wikkelen.
Indien het effect van de tijdswaarde van geld materieel is, worden voorzieningen verdisconteerd op basis van een disconteringsvoet vóór belastingen waarbij rekening wordt gehouden met de huidige marktbeoordelingen voor de tijdswaarde van het geld en de risico's die inherent zijn aan de verplichting.
Een voorziening voor reorganisatiekosten wordt geboekt indien de Groep formeel een gedetailleerd reorganisatieplan heeft goedgekeurd en bij de betrokkenen een geldige verwachting heeft gewekt dat de reorganisatie zal worden doorgevoerd door het plan te beginnen uitvoeren of door de belangrijke kenmerken ervan mee te delen aan de betrokkenen. Voor toekomstige exploitatie-verliezen worden geen voorzieningen opgenomen.
Indien er terreinen vervuild zijn, dan wordt er, in overeenstemming met de gepubliceerde milieupolitiek van de Groep en de van toepassing zijnde wettelijke verplichtingen, een voorziening voor bodemsanering aangelegd.
Ten gevolge van de invoering op 1 januari 2018 van IFRS 15 'Opbrengsten uit contracten met klanten' worden de tijdens het jaar opgebouwde verplichtingen voor opbrengstkortingen en rabatten met betrekking tot tijdens het boekjaar geleverde goederen en diensten – tot en met 2017 opgenomen onder de opbrengstgerelateerde voorzieningen – voortaan opgenomen onder de contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten. Voor 2018 omvatten opbrengstgerelateerde voorzieningen voornamelijk voorzieningen wegens commissies betaalbaar aan agenten en voorzieningen voor garantieverplichtingen en commerciële betwistingen. Een voorziening voor garantieverplichtingen ter waarde van de voor de Groep ingeschatte vervangingskost wordt aangelegd op het moment dat de opbrengsten in de winst- en verliesrekening worden opgenomen.
Opbrengstgerelateerde voorzieningen omvatten voornamelijk te betalen bedragen aan klanten met betrekking tot tijdens het boekjaar geleverde goederen en diensten, zoals opbrengstkortingen en rabatten, commissies betaalbaar aan agenten en voorzieningen voor garantieverplichtingen en commerciële betwistingen.
Een voorziening wordt aangelegd voor overeenkomsten waarbij de onvermijdelijke kosten die nodig zijn om de verplichtingen uit hoofde van het contract na te komen, hoger liggen dan de economische voordelen die naar verwachting uit het contract worden ontvangen. Provisies voor dreigende verliezen uit aan-en verkoopcontracten worden geboekt in opbrengstgerelateerde voorzieningen aan de waarde van de verwachte verliezen.
Tot 31 december 2017 worden opbrengsten opgenomen in de winst- en verliesrekening volgens de bepalingen vastgelegd in IAS 18 'Opbrengsten'. Vanaf 1 januari 2018 past de Groep IFRS 15 'Opbrengsten uit contracten met klanten' toe. De nieuwe standaard heeft de begrippen 'Contractuele activa en contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten' geïntroduceerd. Uitgestelde opbrengsten en vooruitbetalingen – tot en met 31 december 2017 in de balans getoond als een aparte rubriek – zijn nu begrepen onder de contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten.
Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten omvatten uitgestelde opbrengsten en vooruitbetalingen evenals de tijdens het jaar opgebouwde verplichtingen voor omzetkortingen en rabatten met betrekking tot tijdens het boekjaar geleverde goederen en diensten. Beide posten werden tot 31 december 2017 opgenomen in andere balansrubrieken.
Bedragen die conform de contractuele bepalingen aan de klanten kunnen worden gefactureerd, maar nog niet verworven zijn, worden in de balans opgenomen als uitgestelde opbrengsten. Zij hebben voornamelijk betrekking op overeenkomsten waarin meerdere goederen en/of diensten samen aan de klant worden aangeboden en onderhoudscontracten. Uitgestelde opbrengsten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen conform de criteria voor het erkennen van opbrengsten zoals beschreven onder 3.3.
Overige verplichtingen hebben voornamelijk betrekking op uitgestelde overige bedrijfsopbrengsten. Naar analogie met de uitgestelde opbrengsten hebben de uitgestelde overige bedrijfsopbrengsten betrekking op overige bedrijfsopbrengsten die nog niet verworven zijn. Uitgestelde overige bedrijfsopbrengsten worden op de balans opgenomen onder 'Overige verplichtingen – langlopende verplichtingen' en 'Overige verplichtingen – kortlopende verplichtingen'. Overheidssubsidies zijn een typisch voorbeeld van uitgestelde overige bedrijfsopbrengsten. Ze worden als bedrijfsopbrengst in de winst- en verliesrekening opgenomen zodra er redelijke zekerheid bestaat dat zij zullen worden ontvangen en dat de Groep zal voldoen of reeds voldoet aan de daaraan verbonden voorwaarden. Subsidies ter compensatie van door de Groep gemaakte kosten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen in dezelfde functionele rapporteringslijn waar tevens de kosten worden gepresenteerd. Zij worden systematisch aan de kosten toegewezen waarop ze betrekking hebben. Subsidies, toegekend voor de aankoop of productie van activa (immateriële activa of materiële vaste activa), worden bij eerste opname in de balans gepresenteerd als uitgestelde overige bedrijfsopbrengsten en vervolgens in de winst- en verliesrekening opgenomen, gespreid over de gebruiksduur van het actief. Overheidssubsidies toegekend voor toekomstige kosten worden verwerkt als uitgestelde overige bedrijfsopbrengsten.
Een aantal reeds gepubliceerde IFRS-standaarden, herzieningen aan IFRS-standaarden en nieuwe interpretaties van IFRS-standaarden waren nog niet van kracht op 31 december 2018 en werden dus niet toegepast in de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening. De Groep zal deze standaarden toepassen nadat deze zijn goedgekeurd voor gebruik in de Europese Unie. Het betreft:
IFRS 16 Leaseovereenkomsten – gepubliceerd op 13 januari 2016 – maakt een verschil tussen dienstverleningscontracten en leaseovereenkomsten op basis van de aanwezigheid van zeggenschap door de klant over het gehuurde actief en introduceert hierbij een nieuwe boekhoudkundige verwerking waarbij alle leaseovereenkomsten op de balans van de lessee zullen komen. Bij aanvang van de leaseperiode neemt de lessee een "recht op gebruik" actief en een leaseverplichting op. De nieuwe standaard voorziet optionele vrijstellingen in het geval van leaseovereenkomsten met een leaseperiode van 12 maanden of minder en voor leaseovereenkomsten waarvoor het onderliggend actief een beperkte waarde heeft. Voor lessors (verhuurders) blijft de benadering van IFRS 16 grotendeels ongewijzigd in vergelijking met de huidige standaard IAS 17. Dit betekent voornamelijk dat lessors leaseovereenkomsten nog steeds moeten classificeren als operationele of financiële leaseovereenkomsten op basis van hun aard. Voor de lessors zijn er slechts beperkte wijzigingen ten opzichte van de huidige boekhoudkundige verwerking onder IAS 17 Leaseovereenkomsten.
De standaard vervangt IAS 17 Leaseovereenkomst, IFRIC 4 Vaststelling of een overeenkomst een leaseovereenkomst bevat, SIC 15 Operationele leases – incentives en SIC 27 Evaluatie van de economische realiteit van transacties in de juridische vorm van een leaseovereenkomst. De standaard is van toepassing voor boekjaren die starten op of na 1 januari 2019. Vervroegde toepassing is mogelijk voor entiteiten die op dat moment IFRS 15 Opbrengsten uit contracten met klanten ook reeds toepassen. Deze standaard werd bekrachtigd door de EU. Het management van de Groep heeft besloten de standaard niet vervroegd toe te passen, waardoor deze vanaf 1 januari 2019 van toepassing wordt.
Het management van de Groep heeft beslist om de 'Modified retrospective transition approach' toe te passen, waarbij vergelijkende cijfers met betrekking tot voorgaande jaren niet worden herwerkt. In plaats daarvan wordt het cumulatieve effect door toepassing van de standaard erkend door aanpassing van de ingehouden winsten (of een andere component van het eigen vermogen) per 1 januari 2019. De standaard voorziet in verschillende opties om het bedrag van de leaseschuld en het "recht op gebruik" actief op die datum te bepalen.
Volgende opties zullen worden toegepast:
De toepassing van IFRS 16 zal de vaste activa doen toenemen door de erkenning van "recht op gebruik" activa. Rentedragende verplichtingen zullen voor quasi hetzelfde bedrag worden verhoogd. In de geconsolideerde winst- en verliesrekening zullen de afschrijvingslast van het "recht op gebruik" actief en de interestkost op de leaseverplichting erkend worden in plaats van de kosten voor operationele leaseovereenkomsten. In het geconsolideerd kasstroomoverzicht zal IFRS 16 resulteren in een verbetering van de kasstromen uit bedrijfsactiviteiten door vermindering van de uitgaande kasstromen voor bedrijfsactiviteiten, terwijl de terugbetaling van de leaseverplichtingen en de interestkost opgenomen worden in de 'Nettokasstromen uit financieringsactiviteiten'.
De Onderneming heeft een inschatting gemaakt van het aantal, het type en de geografische ligging van de leaseovereenkomsten uit hoofde van de leasingnemer. Ze hebben voornamelijk betrekking op gebouwen (in waarde) en auto's (in aantal contracten). De nieuwe standaard werd besproken met interne belanghebbenden zoals Aankoop, het management van de bedrijfssegmenten en de verschillende financiële departementen van de Groep. Het management heeft inmiddels ook een IT-applicatie geïmplementeerd die de berekeningen en journaalposten conform IFRS 16 ondersteunt. De Onderneming heeft alle informatie uit leaseovereenkomsten verzameld die inzake de implementatie van IFRS 16 relevant is.
Op basis van de beschikbare informatie, heeft de Groep een inschatting gemaakt van de verwachte impact van IFRS 16 op de geconsolideerde balans en resultatenrekening.
De voornaamste verwachte effecten zijn:
Het bedrag aan leaseverplichtingen van ongeveer 140 miljoen euro op 1 januari 2019 onder IFRS 16 is lager dan het bedrag aan operationele leaseverplichtingen van 148 miljoen euro zoals gerapporteerd in § 31.1.
Elementen die verschillen tussen beide kunnen verklaren, zijn onder andere:
In mei 2017 publiceerde de IASB een nieuwe standaard IFRS 17 Verzekeringscontracten van toepassing op jaarperioden die beginnen op of na 1 januari 2021. Deze standaard werd nog niet bekrachtigd voor gebruik binnen de Europese Unie. Vanaf 2021 zal deze nieuwe standaard de bestaande IFRS 4 over verzekeringscontracten vervangen. Deze nieuwe standaard vereist dat verplichtingen uit verzekeringscontracten gewaardeerd worden tegen uitvoeringswaarde en vereist een uniforme waardering en presentatie van alle verzekeringscontracten. Deze standaard zal geen impact hebben op de geconsolideerde jaarrekening.
In juni 2017 publiceerde de IASB een nieuwe IFRIC Interpretatie IFRC 23 Onzekerheid omtrent inkomstenbelastingen van toepassing op jaarperioden die beginnen op of na 1 januari 2019. Deze interpretatie werd bekrachtigd voor toepassing binnen de Europese Unie in oktober 2018. De Groep zal IFRIC 23 retroactief toepassen bij eerste toepassing.
De Interpretatie verduidelijkt hoe inkomstenbelastingen geboekt dienen te worden ingeval er onzekerheid bestaat of de belastingdiensten al dan niet de belastingaangifte van de onderneming zullen aanvaarden. Voorbeelden van onzekerheid kunnen hun oorsprong vinden in aftrekbaarheid van bepaalde kosten voor taks doeleinden, van belasting vrijgestelde inkomsten en transfer prijs overeenkomsten die inkomsten toewijzen aan bepaalde jurisdicties. De huidige IAS omtrent Inkomstenbelastingen behandelt niet hoe men deze onzekerheden boekhoudkundig dient te behandelen. De onderneming zal volgens de interpretatie IFRIC 23 dienen te evalueren of het waarschijnlijk is dat de belastingdiensten akkoord zullen gaan met de principes gehanteerd in de aangifte. Indien de onderneming oordeelt dat dit mogelijks niet het geval zal zijn, dient de onderneming rekening te houden met het meest waarschijnlijke bedrag of verwachte waarde van de aanslag bij het bepalen van het belastbaar resultaat, de taks basis, ongebruikte belastingverliezen, ongebruikte belastingkredieten en belastingvoeten.
De nieuwe interpretatie zal geen impact hebben op de geconsolideerde jaarrekening.
In oktober 2017 publiceerde de IASB een aanpassing aan IFRS 9 Aflossingskenmerken met ongunstige compensatie van toepassing op jaarperioden die beginnen op of na 1 januari 2019. Deze aanpassing werd bekrachtigd voor toepassing binnen de Europese Unie in maart 2018.
Deze aanpassing bepaalt dat er meer financiële activa kunnen gewaardeerd worden aan geamortiseerde kostprijs dan onder de vorige versie van IFRS 9, meer bepaald activa die vervroegd kunnen terugbetaald worden door het betalen van een redelijke afkoopsom. Deze aanpassing zal geen impact hebben op de geconsolideerde jaarrekening.
In oktober 2017 publiceerde de IASB een aanpassing aan IAS 28 Langetermijninvesteringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures van toepassing op jaarperioden die beginnen op of na 1 januari 2019. Deze aanpassing werd bekrachtigd voor toepassing binnen de Europese Unie in februari 2019.
Deze aanpassing verduidelijkt dat een onderneming zijn investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures, die niet verwerkt worden volgens de vermogensmutatiemethode, dient te waarderen in overeenstemming met IFRS 9 Financiële Instrumenten. Deze aanpassing is momenteel niet van toepassing op de Groep.
In december 2017, publiceerde de IASB een volgende set aan jaarlijkse aanpassingen aan IFRS-standaarden van toepassing op jaarperioden die aanvangen op of na 1 januari 2019. Deze aanpassingen werden nog niet bekrachtigd voor toepassing binnen de Europese Unie. Deze aanpassingen verduidelijken dat ingeval een onderneming controle verwerft over een activiteit waarover gezamenlijk de zeggenschap wordt uitgeoefend, de reeds aangehouden belangen in deze onderneming dienen geherwaardeerd te worden (IFRS 3). De aanpassingen aan IFRS 11 verduidelijken dat bij veranderingen in het belangenpercentage in een onderneming waarover gezamenlijk de zeggenschap wordt uitgeoefend maar waarbij de onderneming controle behoudt, de reeds aangehouden belangen niet dienen geherwaardeerd te worden. Aanpassingen aan IAS 12 verduidelijken dat alle belastingimplicaties van dividenden dienen verwerkt te worden in overeenstemming met de onderliggende transactie die uitkeerbare winsten genereren en
geboekt worden in winst- en verliesrekening, niet-gerealiseerde resultaten of eigen vermogen. Aanpassingen aan IAS 23 specificeren dat leningen aangegaan voor de aankoop van specifieke activa die een boekwaarde hebben nadat het actief klaar is voor gebruik of verkoop, deze leningen deel uitmaken van de algemene leningen wanneer het kapitalisatiepercentage berekend wordt. Deze aanpassingen zullen geen impact hebben op de geconsolideerde jaarrekening.
In februari 2018 publiceerde de IASB een aanpassing aan IAS 19 Personeelsbeloningen, van toepassing op jaarperioden die aanvangen op 1 januari 2019. Deze aanpassingen werden nog niet bekrachtigd voor toepassing binnen de Europese Unie.
Deze aanpassing verduidelijkt dat een entiteit geactualiseerde actuariële veronderstellingen gebruikt voor de bepaling van de pensioenkost en de interestkost voor de rest van de periode na een planwijziging, inperking of afwikkeling zonder rekening te houden met het effect van het actiefplafond. De gebruikte actuariële veronderstellingen dienen in lijn te zijn met deze gebruikt voor de berekening van de planwijziging, inperking of afwikkeling. De wijziging verduidelijkt verder dat de entiteit eerst de pensioenkosten van verstreken diensttijd of de winst of verlies bij afwikkeling bepaalt zonder rekening te houden met het actiefplafond. Dit bedrag wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening. Het effect van het actiefplafond na wijziging wordt geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten. De Groep zal deze aanpassingen toepassen in geval van planwijzigingen, inperkingen en afwikkelingen vanaf 1 januari 2019 na goedkeuring voor gebruik binnen de Europese Unie.
In maart 2018 publiceerde de IASB Wijzigingen in referenties naar het conceptueel kader in IFRS-standaarden, van toepassing voor jaarperioden die beginnen op of na 1 januari 2020. Deze aanpassingen werden nog niet bekrachtigd voor toepassing binnen de Europese Unie. Deze aanpassingen bevatten een aantal fundamentele concepten van financiële verslaggeving die het conceptueel kader voor financiële verslaggeving uitgegeven in 2010 vervangen. Het conceptueel kader voor financiële verslaggeving beschrijft het objectief en de concepten van financiële verslaggeving. Het bevat een nieuw hoofdstuk aangaande waardering, begeleiding inzake rapportering van financiële prestaties, verbeterde definities van activa en verplichtingen, en verduidelijkingen van enkele belangrijke domeinen zoals de neutraliteit, het voorzichtigheidsprincipe en het omgaan met onzekerheden in financiële rapportering. De Groep zal deze begrippen toepassen vanaf 1 januari 2020 na bekrachtiging voor gebruik binnen de Europese Unie.
In oktober 2018 publiceerde de IASB aanpassingen aan IFRS 3 Bedrijfscombinaties van toepassing op jaarperioden die beginnen op of na 1 januari 2020. Deze aanpassingen werden nog niet bekrachtigd voor toepassing binnen de Europese Unie. Deze aanpassingen verduidelijken wanneer een transactie dient verwerkt te worden als een bedrijfscombinatie of eerder als een aankoop van activa. De IASB introduceert een optionele concentratietest. Dit betreft een vereenvoudigde beoordeling die zal resulteren in de boekhoudkundige verwerking als een aankoop van activa indien de reële waarde van de activa vrijwel volledig geconcentreerd is in één enkel identificeerbaar actief of een groep vergelijkbare activa. Als de test negatief blijkt, dient er een gedetailleerde oefening gemaakt te worden op basis van de vereisten van IFRS 3 Bedrijfscombinaties. De Groep zal deze aanpassingen toepassen voor acquisities vanaf 1 januari 2020.
In oktober 2018 publiceerde de IASB aanpassingen aan IAS 1 en IAS 8 van toepassing op jaarperioden die beginnen op of na 1 januari 2020. Deze aanpassingen werden nog niet bekrachtigd voor toepassing binnen de Europese Unie. De aanpassingen brengen een nieuwe definitie van 'Materieel bedrag' en verduidelijken dat een bedrag aanzien wordt als materieel
ingeval de weglating, verkeerde voorstelling of onduidelijkheid invloed zou hebben op beslissingen die de primaire gebruikers van financiële overzichten maken. De wijzigingen verduidelijken dat materialiteit zal afhangen van de aard en omvang van de informatie. De Groep zal deze aanpassingen toepassen vanaf 1 januari 2020.
Het management van de Groep heeft drie operationele segmenten geïdentificeerd: Agfa Graphics, Agfa HealthCare en Agfa Specialty Products. Elk van deze operationele segmenten heeft sterke marktposities, een duidelijk omlijnde strategie en volledige verantwoordelijkheid, bevoegdheid en aansprakelijkheid.
De operationele segmenten van de Groep reflecteren het niveau waarop de CEO van de Groep en het Executive Committee de activiteiten beoordelen en beslissingen nemen over de toewijzing van middelen en andere operationele zaken.
De te rapporteren segmenten van de Groep zijn dezelfde als zijn operationele segmenten.
De te rapporteren segmenten Agfa Graphics, Agfa HealthCare en Agfa Specialty Products omvatten de volgende activiteiten:
Agfa Graphics biedt commerciële drukkers, krantendrukkers en verpakkingsdrukkers een uitgebreid gamma geïntegreerde drukvoorbereidingssystemen: van complete computer-to-plate oplossingen en drukplaten tot software voor kleurenmanagement, voor workflow-automatisering en voor het ontwerpen van veiligheidsdrukwerk. Verder levert Agfa Graphics een breed gamma digitale drukoplossingen aan sign & display-drukkers. De grootformaatprinters van Agfa combineren een hoge snelheid met een uitzonderlijke printkwaliteit. Ze maken deel uit van een volledig pakket, inclusief speciale inkten en software voor workflow-automatisering.
Tot slot ontwikkelt en produceert Agfa Graphics ook kwaliteitsvolle inkten en vloeistoffen voor verscheidene industriële inkjettoepassingen. Hiermee geven ze industriële bedrijven de mogelijkheid om drukwerk in hun productieprocessen te integreren.
Agfa HealthCare is een toonaangevende leverancier van systemen voor medische beeldvorming en IT-systemen voor ziekenhuizen en zorgcentra over de hele wereld. De businessgroep is een belangrijke speler op de markt van de medische beeldvorming. Met analoge, digitale en ITsystemen voldoet Agfa HealthCare wereldwijd aan de eisen van gespecialiseerde clinici. Voorts heeft de businessgroep een sleutelrol op de markt van de ziekenhuisbrede IT-systemen. Deze systemen integreren de administratieve, financiële en klinische workflows voor individuele ziekenhuizen en ziekenhuisgroepen. Vandaag vertrouwen zorgorganisaties in meer dan honderd landen op toonaangevende technologieën van Agfa HealthCare, oplossingen en diensten voor de optimalisering van hun efficiëntie en de verbetering van hun patiëntenzorg.
Agfa Specialty Products biedt een brede waaier producten voor grote industriële klanten die niet tot de grafische en gezondheidszorgmarkten behoren. Enerzijds biedt dit segment klassieke filmgebaseerde producten aan zoals film voor niet-destructief materiaalonderzoek, film voor luchtfotografie, microfilm en film voor de productie van gedrukte schakelingen (PCB's). Anderzijds richt Agfa Specialty Products zich op veelbelovende groeimarkten met innovatieve oplossingen. Voorbeelden hiervan zijn synthetisch papier, geleidende polymeren, materialen voor de productie van beveiligde identiteitsdocumenten en membranen voor de productie van waterstof.
Het resultaat van een te rapporteren segment omvat de opbrengsten en kosten die rechtstreeks door een segment worden gegenereerd, inclusief het relevante deel van de opbrengsten en kosten dat redelijkerwijs aan het segment kan worden toegewezen. De operationele segmenten omvatten geen opbrengsten uit transacties met andere operationele segmenten van de Groep.
De activa en verplichtingen van een segment omvatten de activa en verplichtingen die direct zijn toe te wijzen aan een segment, inclusief de activa en verplichtingen die redelijkerwijs aan het segment kunnen worden toegewezen. De activa en verplichtingen van een segment worden weergegeven exclusief actuele vorderingen en verplichtingen uit winstbelastingen en uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen.
De toewijzing van activa en verplichtingen die door meer dan één te rapporteren segment worden aangewend, kan als volgt worden samengevat:
De algemene regel is dat elk bestanddeel van de activa van het segment in zijn geheel wordt toegewezen aan een van de te rapporteren segmenten, met andere woorden een actiefbestanddeel zoals een kantoorgebouw wordt toegewezen aan één enkel segment. Als het desbetreffende actiefbestanddeel door meer dan één te rapporteren segment wordt gebruikt, heeft één segment het activum in eigendom terwijl de andere segmenten het huren (doorbelasting door middel van dienstenovereenkomsten). Hetzelfde geldt voor bedrijfsverplichtingen zoals verplichtingen ten opzichte van het personeel. Aangezien al de personeelsleden, met uitzondering van de werknemers die tot het Corporate Center of de Global Shared Services (ICS, HR en Aankoop) behoren en de inactieve werknemers (zie verder), toegewezen zijn aan een specifiek te rapporteren segment, worden alle daaraan verbonden verplichtingen en voorzieningen toegewezen aan het segment waartoe de betrokken werknemer behoort.
De productie-eenheid Materials produceert film en chemicaliën voor Agfa Graphics, Agfa HealthCare en Agfa Specialty Products wereldwijd. De operationele activa toegewezen aan de productie-eenheid Materials zijn eigendom van de drie te rapporteren segmenten. Dit is een uitzondering op bovenstaand principe dat elk actief bestanddeel eigendom is van één te rapporteren segment.
Bedrijfsopbrengsten en -kosten en bedrijfsactiva en -verplichtingen die betrekking hebben op het Corporate Center en de Global Shared Services, alsook op de productie van filmverbruiksgoederen, worden verdeeld over de verschillende te rapporteren segmenten met behulp van verdeelsleutels.
De resultaten, activa en verplichtingen die betrekking hebben op inactieve werknemers kunnen niet toegewezen worden aan een of meer te rapporteren segmenten. Deze gegevens zijn begrepen in de reconciliatie tussen het totaal van de te rapporteren segmenten en het totaal van de geconsolideerde winst- en verliesrekening, totale activa en totale verplichtingen (zie toelichting 5.3). Inactieve werknemers worden gedefinieerd als gepensioneerden, vroegere werknemers die rechten hebben opgebouwd en andere inactieve werknemers zoals bruggepensioneerden waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij niet zullen terugkeren tot een actieve status. Werknemers die in principe slechts tijdelijk inactief zijn zoals ten gevolge van langdurige invaliditeit of ziekte, zwangerschapsverlof, legerdienst en dergelijke worden als actieve werknemers behandeld en bijgevolg toegewezen aan een van de te rapporteren segmenten.
De kerngegevens van de te rapporteren segmenten werden als volgt berekend:
| Te rapporteren segment | Agfa Graphics | Agfa HealthCare | Products | Agfa Specialty | TOTAAL | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | 2017 | 2018 | 2017 | 2018 | 2017 | 2018 | 2017 | 2018 |
| Opbrengsten | 1.195 | 1.049 | 1.053 | 1.004 | 195 | 194 | 2.443 | 2.247 |
| Evolutie | (5,7)% | (12,2)% | (3,5)% | (4,6)% | 8,3% | (0,7)% | (3,7)% | (8,0)% |
| Recurrente EBIT | 53 | 17 | 106 | 91 | 15 | 19 | 174 | 127 |
| % van de opbrengsten | 4,4% | 1,6% | 10,1% | 9,1% | 7,7% | 10,0% | 7,1% | 5,5% |
| Afschrijvingen | 24 | 23 | 25 | 27 | 4 | 4 | 53 | 54 |
| EBITDA | 77 | 40 | 131 | 118 | 18 | 23 | 226 | 181 |
| Resultaat van het segment | 37 | (24) | 92 | 70 | 14 | 16 | 143 | 62 |
| Activa van het segment | 715 | 698 | 1.161 | 1.223 | 101 | 110 | 1.977 | 2.031 |
| Verplichtingen van het segment | 362 | 333 | 450 | 475 | 43 | 47 | 855 | 855 |
| Nettokasstromen uit de te rapporteren segmenten | 24 | (39) | 37 | 9 | 15 | 2 | 76 | (28) |
| Investeringsuitgaven | 21 | 18 | 21 | 17 | 4 | 5 | 46 | 40 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | 3 | 6 | - | - | - | - | 3 | 6 |
| Andere niet-kaskosten (-opbrengsten) | 69 | 76 | 70 | 80 | 12 | 11 | 151 | 167 |
| Kosten van onderzoek en ontwikkeling | 43 | 43 | 93 | 90 | 8 | 7 | 144 | 141 |
| Gemiddeld aantal personeelsleden (in voltijdse equivalenten)(1) |
3.982 | 3.866 | 5.482 | 5.489 | 622 | 663 | 10.086 | 10.018 |
(1) Cijfers omvatten vaste en tijdelijke contracten.
| MILJOEN EURO | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Opbrengsten | ||
| Opbrengsten van de te rapporteren segmenten | 2.443 | 2.247 |
| Geconsolideerde opbrengsten | 2.443 | 2.247 |
| Recurrente EBIT | ||
| Recurrente EBIT van de te rapporteren segmenten | 174 | 127 |
| Recurrente EBIT niet toegewezen aan de te rapporteren segmenten(1) | (5) | (3) |
| Geconsolideerde recurrente EBIT | 169 | 125 |
| Winst- en verliesrekening | ||
| Resultaat van het segment | 143 | 62 |
| Winst (verlies) uit bedrijfsactiviteiten niet toegewezen aan de te rapporteren segmenten(1) | (5) | (3) |
| Winst uit bedrijfsactiviteiten | 138 | 59 |
| Overige niet-toewijsbare bedragen: | ||
| Financieringsbaten (-kosten) - netto | (7) | (8) |
| Overige financiële opbrengsten (kosten) - netto | (32) | (31) |
| Aandeel van de Groep in het nettoresultaat van geassocieerde deelnemingen - na winstbelastingen |
(1) | (1) |
| Geconsolideerde winst (verlies) voor belastingen | 98 | 19 |
| Activa | ||
| Activa van de te rapporteren segmenten | 1.977 | 2.031 |
| Bedrijfsactiva niet-toegewezen aan de te rapporteren segmenten(1) | 1 | - |
| Financiële activa | 2 | 9 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 115 | 114 |
| Derivaten | 7 | 1 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 68 | 141 |
| Actuele vorderingen uit winstbelastingen | 63 | 71 |
| Geconsolideerde totale activa | 2.233 | 2.367 |
| Verplichtingen | ||
| Verplichtingen van de te rapporteren segmenten | 855 | 855 |
| Verplichtingen voortvloeiend uit bedrijfsactiviteiten, niet-toegewezen aan de te rapporteren segmenten(1) |
906 | 860 |
| Rentedragende verplichtingen | 86 | 285 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 21 | 22 |
| Derivaten | 2 | 2 |
| Actuele verplichtingen uit winstbelastingen en opgebouwde interestverplichtingen | 55 | 51 |
| Eigen vermogen | 307 | 290 |
| Geconsolideerde totale verplichtingen | 2.233 | 2.367 |
| Kasstromen | ||
| Nettokasstromen uit de te rapporteren segmenten | 76 | (28) |
| Bedrijfskasstromen niet-toegewezen aan de te rapporteren segmenten(1) | (79) | (74) |
| Betaalde rente en dividend betaald aan minderheidsbelangen | (18) | (18) |
| Nettoterugbetalingen van leningen | (23) | 193 |
| Overige | (13) | (1) |
| Geconsolideerde nettowijziging in geldmiddelen en kasequivalenten | (56) | 74 |
(1) Bedrijfsresultaten, activa en verplichtingen en kasstromen niet toegewezen aan de te rapporteren segmenten hebben voornamelijk betrekking op inactieve werknemers.
De andere materiële posten, voorgesteld in de tabel bij toelichting 5.2, kunnen als volgt gereconcilieerd worden met de geconsolideerde cijfers:
| MILJOEN EURO | Toelich ting |
TOTAAL VAN DE TE RAPPORTEREN SEGMENTEN |
Aanpassingen | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|
| Investeringsuitgaven - kasstromen | 14/15 | 46 | - | 46 |
| Afschrijvingen | 14/15 | 53 | - | 53 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | 14/15 | 3 | - | 3 |
| Andere niet-kaskosten (-opbrengsten) | 151 | 1 | 153 | |
| Kosten van onderzoek en ontwikkeling | 144 | - | 144 |
| MILJOEN EURO | Toelich ting |
TOTAAL VAN DE TE RAPPORTEREN SEGMENTEN |
Aanpassingen | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|
| Investeringsuitgaven - kasstromen | 14/15 | 40 | - | 40 |
| Afschrijvingen | 14/15 | 54 | - | 54 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | 14/15 | 6 | - | 6 |
| Andere niet-kaskosten (-opbrengsten) | 167 | 1 | 168 | |
| Kosten van onderzoek en ontwikkeling | 141 | - | 141 |
De Groep maakt een onderscheid tussen vier geografische markten: Europa, NAFTA, Latijns-Amerika en Azië/Oceanië/Afrika. De Groep is gevestigd in België.
| MILJOEN EURO | Opbrengsten per markt(1) | Vaste activa (2) |
|---|---|---|
| Europa | 1.015 | 506 |
| waarvan België | 38 | 178 |
| NAFTA | 648 | 306 |
| Latijns-Amerika | 182 | 27 |
| Azië/Oceanië/Afrika | 598 | 31 |
| TOTAAL | 2.443 | 870 |
(1) Locatie van klanten.
(2) Uitgezonderd uitgestelde belastingsvorderingen en volgens de locatie van de activa.
| MILJOEN EURO | Opbrengsten per markt(1) | Vaste activa (2) |
|---|---|---|
| Europa | 985 | 513 |
| waarvan België | 37 | 188 |
| NAFTA | 538 | 300 |
| Latijns-Amerika | 157 | 23 |
| Azië/Oceanië/Afrika | 567 | 69 |
| TOTAAL | 2.247 | 905 |
(1) Locatie van klanten.
(2) Uitgezonderd uitgestelde belastingsvorderingen en volgens de locatie van de activa.
Gedurende 2018 heeft de Groep vier ondernemingen verworven. De uitgaande kasstromen voor deze overnames na aftrok van verworven kasmiddelen bedraagt 24 miljoen euro. Gedurende 2018 betaalde de Groep eveneens een bedrag van 1 miljoen euro voor de variabele verkoopprijs van Bodoni Systems Ltd., een acquisitie van 2017. Verdere toelichtingen worden hieronder verstrekt.
In het tweede kwartaal van 2018 heeft de Groep 100% van de aandelen verworven van Inovelan SA, een Franse vennootschap die gespecialiseerd is in e-health software en zorgcoördinatie. De overname zal het Agfa HealthCare platform rond geïntegreerde zorg versterken, door extra waarde toe te voegen rond het beveiligd delen van patiënteninformatie en rond telegeneeskunde op de Franse markt.
De overnameprijs bedroeg 9,5 miljoen euro waarvan 0,7 miljoen euro zal betaald worden over de komende 2 jaar afhankelijk van het behalen van EBIT-doelstellingen. In 2018, bedragen de uitgaande kasstromen voor de overname van Inovelan SA 7 miljoen euro, na aftrok van verworven kasmiddelen.
Verworven identificeerbare activa en verplichtingen zijn gewaardeerd aan hun reële waarde op overnamedatum.
Verworven identificeerbare activa en verplichtingen worden weergegeven in de volgende tabel:
| MILJOEN EURO | Toelichting | INOVELAN SA |
|---|---|---|
| Verworven technologie | 14 | 2 |
| Verworven cliëntencontracten- en relaties |
14 | 1 |
| Handelsvorderingen | 2 | |
| Kasmiddelen | 1 | |
| Overige verplichtingen | (1) | |
| Bankleningen | 26.4 | (1) |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | (1) | |
| Totaal verworven identificeerbare netto-activa |
3 |
Verworven technologie wordt afgeschreven over een periode van vijf jaar. De reële waarde van immateriële activa verworven werd bepaald aan de hand van de contante waarde van de toekomstige kasstromen. Handelsvorderingen omvatten bruto contractuele bedragen ten belope van 2 miljoen euro waarvan op overnamedatum verwacht wordt dat deze volledig geïnd zullen worden. De goodwill op overname bedraagt 6 miljoen euro en werd als volgt berekend:
| MILJOEN EURO | Toelichting | INOVELAN SA |
|---|---|---|
| Betaalde overnameprijs | 9 | |
| Reële waarde van de identificeerbare netto-activa |
(3) | |
| Goodwill | 14 | 6 |
De goodwill op overname heeft voornamelijk betrekking op verwachte synergievoordelen uit de samenvoeging van de bedrijfsactiviteiten met de Groep. Het bedrag aan goodwill is fiscaal niet aftrekbaar. Kosten verbonden aan de overname zijn immaterieel en werden vervat in algemene beheerskosten. De winst- en verliesrekening van de Groep bevat opbrengsten ten belope van 2 miljoen euro. Het effect op EBIT van de Groep is immaterieel.
In het tweede kwartaal van 2018, in het kader van een reorganisatie van de hardcopydistributiekanalen van de business groep Agfa HealthCare, heeft de Groep de distributie en dienstverlening van Agfa producten in China voorheen uitgevoerd door Ningbo Hongtai Medical Equipment, geïntegreerd in haar eigen organisatie. De overname van deze bedrijfsactiviteit zal gradueel plaatsvinden per geografisch gebied over een periode die start in het eerste kwartaal van 2018 en eindigt per einde juni 2019.
Met betrekking tot de overname die plaatsvond in 2018 bedraagt de overnameprijs 5 miljoen euro. Voor de transfer van bedrijfsactiviteit die zal plaatsvinden in 2019 bedraagt de overnameprijs 5 miljoen euro, die zal betaald worden gebaseerd op getransfereerde volumes per geografisch gebied.
In het derde kwartaal van 2018, eveneens in het kader van de reorganisatie van de hardcopydistributiekanalen van de business groep Agfa HealthCare heeft de Groep de distributie en dienstverlening van Agfa producten in China voorheen uitgevoerd door Ningbo Haoyi Medical equipment Co Ltd, Ruifeng International development Co Ltd, Chengguang Trading Co Ltd, drie distributeurs van hardcopy film in China geïntegreerd in haar eigen organisatie.
De overnameprijs bedraagt 13 miljoen euro, waarvan 7 miljoen euro betaald werd in cash en 6 miljoen euro betaald zal worden over een periode tussen 2018 en 2019 gebaseerd op getransfereerde volumes.
In 2018 bedragen de uitgaande kasstromen voor de overname van de activiteiten van beide Chinese dealers 14 miljoen euro.
| MILJOEN EURO | Toe lichting |
NINGBO HONGTAI MEDICAL EQUIPMENT LIMITED |
NINGBO HAOYI MEDICAL EQUIPMENT CO, LTD, RUIFENG INTERNATIONAL DEVELOPMENT CO, LTD, CHENGGUANG TRADING CO LTD |
|---|---|---|---|
| Verworven klanten contracten en -relaties |
14 | 5 | 11 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen |
(1) | (2) | |
| Totaal verworven identifi ceerbare netto-activa |
4 | 9 |
Verworven identificeerbare activa en verplichtingen worden weergegeven in de volgende tabel:
Klantenrelaties en goodwill uit de acquisitie van de verworven activiteiten van Ningbo Hongtai Medical Equipment Limited, zullen gradueel in de tijd erkend worden per geografische regio daar de controle overgedragen wordt per zone die getransfereerd wordt. Het bedrag aan goodwill geboekt op 31 december 2018 bedraagt 1 miljoen euro, het bedrag aan klantenrelaties erkend bedraagt 5 miljoen euro. Een bedrag van 3 miljoen euro goodwill en 6 miljoen euro klantenrelaties zullen erkend worden in de loop van 2019 naarmate de controle overgaat. Klantenrelaties worden afgeschreven over een periode van vijf jaar. De reële waarde van immateriële activa verworven werd bepaald aan de hand van de contante waarde van de toekomstige kasstromen.
Met betrekking tot de acquisitie van de verworven activiteiten van Ningbo Haoyi Medical Equipment Co Ltd, Ruifeng International Development Co Ltd, Chengguang Trading Co Ltd, werden de klantenrelaties en goodwill erkend op verwervingsdatum.
| MILJOEN EURO | Toe lichting |
NINGBO HONGTAI MEDICAL EQUIPMENT LIMITED |
NINGBO HAOYI MEDICAL EQUIPMENT CO, LTD, RUIFENG INTERNATIONAL DEVELOPMENT CO, LTD, CHENGGUANG TRADING CO LTD |
|---|---|---|---|
| Betaalde overnameprijs | 5 | 13 | |
| Reële waarde van de identificeerbare netto-activa |
(4) | (9) | |
| Goodwill | 14 | 1 | 4 |
De goodwill op overname heeft voornamelijk betrekking op verwachte synergievoordelen uit de samenvoeging van de bedrijfsactiviteiten met de Groep. Het bedrag aan goodwill is fiscaal niet aftrekbaar. Kosten verbonden aan de overname zijn immaterieel en werden vervat in algemene beheerskosten.
In november 2018 verwierf Agfa Graphics 100% van de aandelen van IPAGSA Industrial SL, een Spaanse private drukplatenleverancier en 100% van de aandelen van IPAGSA Shanghai Printing Material Ltd. Deze acquisitie is een stap in de strategie voor winstgevende groei en een verhoging van het marktaandeel in de prepress-industrie. Agfa zal via deze overname in staat zijn om de prijsgevoelige regio's en segmenten van de wereldwijde drukmarkt beter aan te pakken. Met deze overname wil Agfa een onafhankelijke lage kost aanbieder worden van drukplaten los van het Agfa merk, onder de IPAGSA merknaam.
De overnameprijs bedraagt 13 miljoen euro, waarvan 3 miljoen euro betaald werd in cash en 10 miljoen euro betaald zal worden over een periode tussen 2019 en 2020. In 2018 bedragen de uitgaande kasstromen voor de overname van IPAGSA 3 miljoen euro.
Verworven identificeerbare activa en verplichtingen worden weergegeven in de volgende tabel:
| MILJOEN EURO | Toelichting | IPAGSA |
|---|---|---|
| Verworven technologie | 14 | 4 |
| Verworven merknamen | 14 | 1 |
| Voorraden | 8 | |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | (1) | |
| Totaal verworven identificeerbare netto-activa | 12 |
Verworven klantenrelaties en de merknaam worden afgeschreven over een periode van 5 jaar. De reële waarde van immateriële activa verworven werd bepaald aan de hand van de contante waarde van de toekomstige kasstromen. De goodwill op overname bedraagt 1 miljoen euro en werd als volgt berekend:
| MILJOEN EURO | Toelichting | IPAGSA |
|---|---|---|
| Betaalde overnameprijs | 13 | |
| Reële waarde van de identificeerbare netto-activa | (12) | |
| Goodwill | 14 | 1 |
De goodwill op overname heeft voornamelijk betrekking op verwachte synergievoordelen uit de samenvoeging van de bedrijfsactiviteiten met de Groep. Het bedrag aan goodwill is fiscaal niet aftrekbaar. Kosten verbonden aan de overname zijn immaterieel en werden vervat in algemene beheerskosten. De winst- en verliesrekening van de Groep bevat opbrengsten ten belope van 5 miljoen euro. Het effect op EBIT van de Groep is immaterieel.
In juni 2017 verwierf de Groep alle aandelen van BODONI Systems Limited, een onderneming gevestigd in het Verenigd Koninkrijk gespecialiseerd in 'colour management consultancy' en verdeler van pressSign, de meest gebruikte software voor druk- en kleurstandaardisatie. Met deze overname tracht de Groep haar positie in dit segment te versterken.
De aankoopprijs bedroeg 5 miljoen euro, waarvan 2 miljoen euro betaald werd in contanten en 3 miljoen euro zal betaald worden over een periode van twee jaar afhankelijk van het behalen van EBIT-doelstellingen door deze verworven onderneming. In 2018 bedragen de uitgaande kasstromen voor de variabele verkoopprijs 1 miljoen euro.
De verworven identificeerbare activa en de overgenomen verplichtingen zijn gewaardeerd aan hun reële waarde op overnamedatum. Verworven identificeerbare activa en de overgenomen verplichtingen worden weergegeven in de volgende tabel:
| MILJOEN EURO | Toelichting | BODONI Systems Ltd. |
|---|---|---|
| Verworven technologie | 14 | 3 |
| Kasmiddelen | 1 | |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | (1) | |
| Totaal verworven identificeerbare netto-activa | 3 |
Verworven technologie wordt afgeschreven over een looptijd van 8 jaar. De reële waarde van de verworven immateriële activa werd bepaald aan de hand van de contante waarde van de toekomstige kasstromen. De goodwill op overname bedraagt 2 miljoen euro en werd als volgt berekend:
| MILJOEN EURO | Toelichting | BODONI Systems Ltd. |
|---|---|---|
| Betaalde overnameprijs | 5 | |
| Reële waarde van de identificeerbare netto-activa | (3) | |
| Goodwill | 14 | 2 |
De goodwill op overname heeft voornamelijk betrekking op verwachte synergievoordelen uit de samenvoeging van de bedrijfsactiviteiten met de Groep. Het bedrag van goodwill is fiscaal niet aftrekbaar. Kosten verbonden aan de overname betreffen betaalde vergoedingen aan externe adviseurs en 'due diligence' kosten. Deze kosten zijn immaterieel en werden geboekt in de algemene beheerskosten van de winst- en verliesrekening. De winst- en verliesrekening van de Groep bevat opbrengsten ten belope van 1 miljoen euro. Het effect op EBIT van de Groep is immaterieel.
Bij de uitoefening van haar bedrijfsactiviteit wordt de Groep blootgesteld aan een aantal financiële risico's – zoals het valutarisico, het renterisico, het risico verbonden aan de prijsschommelingen van de grondstoffen, het liquiditeitsrisico en het kredietrisico – die de financiële positie en het bedrijfsresultaat kunnen beïnvloeden.
De doelstellingen, grondslagen en procedures van de Groep voor wat betreft het beheer van deze risico's worden beschreven in deze toelichting. Voor het beheer van de financiële risico's kan de Groep gebruik maken van afgeleide financiële instrumenten. Het gebruik van deze instrumenten is onderworpen aan interne controles en uniforme regelgeving opgesteld door het centraal 'Treasury Committee' van de Groep.
Gebruikte derivaten zijn 'over-the-counter' financiële instrumenten, voornamelijk termijnwisselverrichtingen. De Groep heeft sinds een aantal jaren 'metal swap'-overeenkomsten afgesloten.
Het valutarisico is het risico dat de reële waarde of toekomstige kasstromen van een financieel instrument zullen schommelen als gevolg van wisselkoersveranderingen. In het beheer van valutarisico's wordt een onderscheid gemaakt tussen drie types van valutarisico's: het valutatransactierisico, het valutatranslatierisico en het economische risico verbonden aan transacties in vreemde munten.
De Groep is blootgesteld aan een valutatransactierisico op handelsvorderingen, handelsschulden en andere monetaire posten uitgedrukt in een andere munt dan de functionele munt van de Onderneming. Het valutatransactierisico ontstaat eveneens uit de variabiliteit van de kasstromen uit verwachte toekomstige transacties. De resultaten en financiële positie van groepsondernemingen die een functionele valuta hebben die verschillend is van de euro, zijn onderhevig aan een valutatranslatierisico. Het economische valutarisico is het risico dat de toekomstige kasstromen en resultaten van de buitenlandse activiteiten kunnen schommelen. Het economische valutarisico is in zeer hoge mate afhankelijk van andere factoren zoals de concurrentiepositie van de buitenlandse activiteit binnen een bedrijfstak, de relatie met klanten en leveranciers.
In het beheer van de valutarisico's richt het centrale thesauriedepartement zich voornamelijk op het valutatransactierisico en het valutatranslatierisico, daar waar het bedrijfsmanagement zich voornamelijk richt op het beheer van het economisch valutarisico door middel van natuurlijke dekkingen.
Elk van hoger vernoemde valutarisico's beïnvloedt de jaarrekening op een verschillende manier. Het centrale thesauriedepartement controleert en beheert de valutarisico's vanuit de impact die ze hebben op zowel de balans als de winst- en verliesrekening.
De munten die aanleiding geven tot een valutatransactierisico zijn als volgt:
| Indekkingsinstrumenten | ||||
|---|---|---|---|---|
| MILJOEN VREEMDE MUNTEENHEID |
Nettopositie van vorderingen en schulden |
Geldmiddelen, kasequivalenten, leningen en deposito's |
Derivaten | Nettopositie |
| 31 december 2017 | ||||
| US dollar | 37,2 | (159) | 117 | (4,8) |
| Chinese renminbi | 187,2 | (193,7) | - | (6,5) |
| Pond sterling | 14,3 | (50,9) | 35,4 | (1,2) |
| Canadese dollar | (5,9) | (0,7) | - | (6,6) |
| Australische dollar | 8,2 | (6,3) | - | 1,9 |
| Indiase roepie | 487,5 | - | (500,5) | (13) |
| Hong Kong dollar | 22,4 | (53,7) | 45 | 13,7 |
| 31 december 2018 | ||||
| US dollar | 51,5 | (148,9) | 94,6 | (2,8) |
| Chinese renminbi | 386,3 | (394,8) | - | (8,5) |
| Pond sterling | 10,8 | (44,7) | 36,5 | 2,6 |
| Canadese dollar | (1,5) | (1,8) | - | (3,3) |
| Australische dollar | 7,9 | (6,8) | - | 1,1 |
| Indiase roepie | 774,7 | - | (710,7) | 64 |
| Hong Kong dollar | 92,9 | (81,2) | - | 11,7 |
In het beheer van de impact van het valutatransactierisico op de balans, tracht de Groep om zowel de gerealiseerde als de niet-gerealiseerde wisselkoersresultaten die ontstaan uit de omrekening van balansposten, uitgedrukt in een munt verschillend van de functionele munt van de Onderneming, tot een minimum te herleiden.
Om het uitstaande risico te beperken tot vooropgestelde aangepaste risicolimieten, gebruikt het centrale thesauriedepartement derivaten zoals termijnwisselverrichtingen, ter indekking van het wisselkoersrisico verbonden aan in de balans opgenomen monetaire activa en verplichtingen. De uitstaande derivaten op 31 december 2018, zijn termijnwisselverrichtingen met looptijden van over het algemeen minder dan één jaar.
Wanneer derivaten gebruikt worden ter indekking van het wisselkoersrisico verbonden aan in de balans opgenomen monetaire activa en verplichtingen, wordt er geen 'hedge accounting' toegepast. Winsten of verliezen die voortvloeien uit de waardering van deze derivaten tegen reële waarde worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Valutakoersverschillen die voortvloeien uit de omrekening van de resultaten en financiële positie van groepsondernemingen die een functionele munt hebben die verschillend is van de presentatiemunt van de Groep, worden in de niet-gerealiseerde resultaten getoond onder valutakoersverschillen, tenzij er een afdekkingmechanisme bestaat.
Alle groepsondernemingen en geassocieerde deelnemingen hebben als functionele munt de munt van het land waarin ze operationeel zijn. Munten die aanleiding geven tot het valutatranslatierisico op de balans betreffen voornamelijk de US dollar, de Canadese dollar, de Chinese renminbi, het pond sterling en de Braziliaanse real.
| MILJOEN | Netto-investering in een buitenlandse entiteit | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| VREEMDE MUNTEENHEID | 31 december 2017 | 31 december 2018 | ||||
| US dollar | 235 | 202 | ||||
| Canadese dollar | 216 | 228 | ||||
| Chinese renminbi | 518 | 429 | ||||
| Pond sterling | (74) | (44) | ||||
| Braziliaanse real | 120 | 132 |
Het centrale thesauriedepartement volgt het translatierisico op kwartaalbasis op en stelt corrigerende acties voor aan het Executive Management indien nodig.
Het valutarisico dat de winst- en verliesrekening beïnvloedt, omvat het valutarisico dat ontstaat uit de variabiliteit van de kasstromen uit verwachte toekomstige transacties uitgedrukt in vreemde valuta alsook het risico verbonden aan schommelingen van de resultaten van de buitenlandse activiteiten bij de omrekening naar de presentatiemunt (euro). Het centrale thesauriedepartement beheert beide risico's samen.
De munten die het valutarisico op de winst- en verliesrekening beïnvloeden, betreffen voornamelijk de US dollar en munten die nauw verbonden zijn aan de US dollar (zoals de Hong Kong dollar), de Canadese dollar, het pond sterling, de Australische dollar, Koreaanse won, de Indiase roepie, de Japanse yen en de Zwitserse frank.
Aan de hand van aanbevelingen van het centrale 'Treasury Committee' beslist het Executive Management over de te volgen indekkingspolitiek rekening houdend met de bestaande marktsituatie. De groepsobjectieven inzake beheer van de impact van het valutarisico op de winst- en verliesrekening, zijn om de voorspelbaarheid van de financiële resultaten te verhogen en tevens de Groep toe te laten in te spelen op de snel veranderende economische omgeving. Dit gebeurt door middel van prijsaanpassingen en bijsturingen van de productie.
De Groep gebruikt termijnwisselverrichtingen om het valutarisico met betrekking tot toekomstige transacties af te dekken. Deze termijnwisselverrichtingen worden aangeduid als kasstroomafdekkingen. De groep duidt enkel de contante prijs van het termijncontract aan als afdekkingsinstrument van het valutarisico en past een afdekkingsratio van 1:1 toe. Het rentedeel van het termijncontract wordt uitgesloten in de afdekkingsrelatie en wordt apart geboekt in het financieel resultaat. Het is de strategie van de Groep om steeds de kritische voorwaarden van het afdekkingsinstrument af te stemmen met het afgedekte risico. Het bestaan van de economische relatie tussen het afdekkingsinstrument en het afgedekte risico wordt aangetoond aan de hand van de munteenheid, bedrag en timing van de respectieve kasstromen. De Groep beoordeelt steeds of het aangeduide afdekkingsinstrument verwacht wordt om effectief te zijn en inderdaad effectief geweest is om de veranderingen in kasstromen van afdekkingsinstrument en afgedekte risico te compenseren. Hiervoor wordt de 'hypothetical derivative'-methode gebruikt. Er wordt zeer weinig ineffectiviteit verwacht uit de kasstroomafdekkingen. In deze relaties kan ineffectiviteit veroorzaakt worden door kredietwaardigheid van de tegenpartij en dat van de Groep, risico's die niet vervat zitten in de reële waarde van de termijnwisselverrichtingen. Ineffectiviteit kan eveneens veroorzaakt worden door veranderingen in de timing van de afdekkingstransacties.
In 2018 duidde de Groep termijnwisselcontracten aan als kasstroomafdekkingen van het vreemdevalutarisico in US dollar en Chinese renminbi waaraan de Groep is blootgesteld op haar zeer waarschijnlijke toekomstige verkopen over de volgende 15 maanden.
Het effectieve deel van de winsten op de termijnwisselcontracten werd geboekt in de nietgerealiseerde resultaten (31 december 2018: 0 miljoen euro). In de loop van 2018 werden verliezen ten belope van 0 miljoen euro rechtstreeks opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten. Winsten ten belope van 4 miljoen euro werden geherklasseerd vanuit de niet-gerealiseerde resultaten naar opbrengsten. Belastingen ten belope van 1 miljoen euro werden geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten.
In 2017 duidde de Groep termijnwisselcontracten aan als kasstroomafdekkingen van het vreemde-valutarisico in US dollar, pond sterling en Chinese renminbi waaraan de Groep is blootgesteld op haar zeer waarschijnlijke toekomstige verkopen over de volgende 15 maanden.
Het effectieve deel van de winsten op de termijnwisselcontracten werd geboekt in de nietgerealiseerde resultaten (31 december 2017: 3 miljoen euro). In de loop van 2017 werden winsten ten belope van 13 miljoen euro rechtstreeks opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten. Winsten ten belope van 8 miljoen euro werden geherklasseerd vanuit de niet-gerealiseerde resultaten naar opbrengsten (6 miljoen euro) en overige bedrijfsopbrengsten (2 miljoen euro). Belastingen ten belope van 1 miljoen euro werden geboekt in mindering van niet-gerealiseerde resultaten.
In de volgende tabel worden de effecten weergegeven die de kasstroomafdekkingen gehad hebben op de financiële staten:
| 2018 | Over de periode 2018 | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Notioneel bedrag |
Boekwaarde | |||||||||
| MILJOEN EURO | Activa | Verplichtingen | balans waarin het afdekkingsin strument gerapporteerd wordt Positie in de geconsolideerde |
van het afdekkingsinstrument niet-gerealiseerde resultaten Reëlewaardeveranderingen geboekt in de |
Ineffectiviteit van kasstroom winst- en verliesrekening afdekkingen erkend in |
rekening waar de ineffectiviteit van de kasstroomafdekkingen Positie in de winst-en verlies gerapporteerd wordt |
Veranderingen in reële waarde van het afdekkingsinstrument die zijn overgeboekt uit van afdekkingsreserve naar de winst-en verliesrekening |
dekkingsreserve naar de voorraad van het afdekkingsinstrument die Veranderingen in reële waarde zijn overgeboekt uit van af |
rekening waar de overboeking van de kasstroomafdekkingen Positie in de winst-en verlies gerapporteerd wordt |
|
| Termijnwissel verrichtingen aangeduid als kasstroom afdekkingen |
23 | 0.2 | (1,3) | Derivaten | 0 | (3) | Overige financie ringskosten |
4 | - | Opbrengsten |
| 2017 | Over de periode 2017 | |||||||||
| Notioneel bedrag |
Boekwaarde | |||||||||
| MILJOEN EURO | Activa | Verplichtingen | balans waarin het afdekkingsin strument gerapporteerd wordt Positie in de geconsolideerde |
van het afdekkingsinstrument niet-gerealiseerde resultaten Reëlewaardeveranderingen geboekt in de |
afdekkingen erkend in winst-en Ineffectiviteit van kasstroom verliesrekening |
rekening waar de ineffectiviteit van de kasstroomafdekkingen Positie in de winst-en verlies gerapporteerd wordt |
Veranderingen in reële waarde van het afdekkingsinstrument die zijn overgeboekt uit van afdekkingsreserve naar de winst-en verliesrekening |
dekkingsreserve naar de voorraad van het afdekkingsinstrument die Veranderingen in reële waarde zijn overgeboekt uit van af |
rekening waar de overboeking van de kasstroomafdekkingen Positie in de winst-en verlies gerapporteerd wordt |
Op 31 december 2018 hield de Groep volgende instrumenten aan aangeduid als kasstroomafdekkingen van het valutarisico:
| 2018 | Looptijd | |||
|---|---|---|---|---|
| MILJOENEN VREEMDE MUNTEENHEID | 1-6 maanden | 6-12 maanden | Meer dan 1 jaar | |
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen | ||||
| USD | 9 | - | - | |
| Notioneel bedrag, netto | GBP | - | - | - |
| CNY | 127 | - | - | |
| Gewogen gemiddelde termijnkoers EUR:USD | 1,222 | - | - | |
| Gewogen gemiddelde termijnkoers EUR:GBP | - | - | - | |
| Gewogen gemiddelde termijnkoers EUR:CNY | 8,246 | - | - | |
| 2017 | Looptijd | |||
| MILJOENEN VREEMDE MUNTEENHEID | 1-6 maanden | 6-12 maanden | Meer dan 1 jaar | |
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen | ||||
| USD | 42 | 17 | 9 | |
| Notioneel bedrag, netto | GBP | 7 | - | - |
| CNY | 127 | 255 | 127 | |
| Gewogen gemiddelde termijnkoers EUR:USD | 1,107 | 1,209 | 1,222 | |
| Gewogen gemiddelde termijnkoers EUR:GBP | 0,859 | - | - | |
| Gewogen gemiddelde termijnkoers EUR:CNY | 7,957 | 8,100 | 8,246 |
Een versterking of verzwakking van de euro met 10% ten opzichte van de munten vermeld in onderstaande tabel zou onderstaand positief of negatief effect gehad hebben op de winst- en verliesrekening, gegeven dat alle andere risicovariabelen constant gehouden worden. De gevoeligheidsanalyse werd uitgevoerd op de gebudgetteerde nettorisicopositie ingeschat voor het jaar 2018, rekening gehouden met de impact van derivaten aangeduid als kasstroomafdekkingen.
| Winst- en verliesrekening | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2017 | 2018 | ||||||
| MILJOEN EURO | Versterking van de euro met 10% |
Verzwakking van de euro met 10% |
Versterking van de euro met 10% |
Verzwakking van de euro met 10% |
|||
| US dollar en andere munten nauw gerelateerd aan de US dollar: Hong Kong dollar - Chinese renminbi |
0,3 | (0,3) | 0,5 | (0,5) | |||
| Canadese dollar | 1,4 | (1,4) | 1,9 | (1,9) | |||
| Pond sterling | (2,2) | 2,2 | (3,7) | 3,7 | |||
| Australische dollar | (2,7) | 2,7 | (2,2) | 2,2 | |||
| Indiase roepie | (4,2) | 4,2 | (3,9) | 3,9 | |||
| Koreaanse won | (2,9) | 2,9 | (3,1) | 3,1 | |||
| Zwitserse frank | (1,9) | 1,9 | (1,9) | 1,9 | |||
| Japanese yen | (2,6) | 2,6 | (3,4) | 3,4 |
Het renterisico is het risico dat de reële waarde of toekomstige kasstromen van een financieel instrument zullen schommelen als gevolg van veranderingen in de marktrente.
De Groep is blootgesteld aan het renterisico verbonden aan haar netto rentedragende schuldpositie inclusief valutaswaps en hun rentecomponent die leningen en deposito's tussen ondernemingen van de Groep economisch afdekken. Voor de belangrijkste munten is het renteprofiel hiervan op de balansdatum als volgt:
| 2017 | 2018 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Opgenomen bedrag aan rentedragende verplichtingen |
Opgenomen bedrag aan rentedragende verplichtingen |
||||
| MILJOEN EURO | Aan vlottende interestvoet |
Aan vaste interestvoet |
Aan vlottende interestvoet |
Aan vaste interestvoet |
|
| Euro | 120 | 74 | 266 | 48 | |
| US dollar | (98) | - | (81) | - | |
| Pond sterling | (41) | - | (39) | - | |
| Chinese renminbi | (8) | - | (15) | - | |
| Australische dollar | (9) | - | (14) | - | |
| Japanse yen | 11 | - | 9 | - | |
| Braziliaanse real | (5) | - | - | - | |
| Overige munten | (26) | - | - | ||
| TOTAAL | (56) | 74 | 96 | 48 | |
| NETTO FINANCIËLE SCHULD | 18 | 144 |
Een verandering van 100 basispunten ten opzichte van de interestvoeten geldend op 31 december 2018, zou onderstaande stijging (of daling) teweeg hebben gebracht in de resultaten zoals opgenomen in de winst- en verliesrekening. In deze gevoeligheidsanalyse zijn alle andere risicovariabelen, zoals wisselkoersen, constant gehouden.
De gevoeligheidsanalyse werd voor 2017 op dezelfde basis uitgevoerd.
| Winst- en verliesrekening | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Stijging met 100 basispunten Daling met 100 basispunten |
||||||
| 31 december 2017 | ||||||
| Netto-impact | 0,6 | (0,6) | ||||
| 31 december 2018 | ||||||
| Netto-impact | (0,9) | 0,9 |
Het grondstoffenrisico voor de Groep is geconcentreerd rond de grondstoffen zilver en aluminium. Het grondstoffenrisico voor de Groep, zijnde het risico dat de toekomstige kasstromen en resultaten schommelen als gevolg van veranderende materiaalprijzen, hangt nauw samen met andere factoren zoals de concurrentiepositie van de Groep en relaties met klanten en leveranciers.
Om het risico op mogelijke prijsstijgingen en prijsschommelingen van de grondstoffen te beperken, past de Groep een strategie toe waarbij de grondstof aluminium wordt aangekocht aan contantkoersen gecombineerd met een systeem van 'Rolling layered forward buying'.
Het systeem van 'Rolling layered forward buying' werd voornamelijk opgezet om de fluctuaties van grondstofprijzen uit te vlakken. Volgens dit model koopt de Groep een vooraf bepaald percentage van het geplande jaarlijkse verbruik aan grondstoffen aan. Het 'Commodity Steering'-Committee houdt toezicht op de aankoop- en indekkingsstrategie. Afwijkingen van het model zijn mogelijk, waarbij de Chief Executive Officer de uiteindelijke beslissing neemt.
Het systeem van 'Rolling layered forward buying' wordt bereikt door middel van 'metal swap' overeenkomsten. Deze 'metal swap'-overeenkomsten worden afgesloten met banken en zijn aangeduid als kasstroomafdekkingen van de verwachte prijsschommelingen van aluminium dat zal aangekocht worden in de toekomst. De Groep duidt deze 'metal swap'-overeenkomsten aan als afdekkingsinstrumenten van de veranderingen in de LME component van het afgedekte aktief en past een afdekkingsratio toe van 1:1. Door enkel veranderingen in de LME component aan te duiden als afgedekt aktief wordt er zeer weinig ineffectiviteit verwacht. Het bestaan van de economische relatie tussen het afdekkingsinstrument en het afgedekte risico wordt aangetoond aan de hand van de munteenheid, bedrag en timing van de respectieve kasstromen. De Groep beoordeelt steeds of het aangeduide afdekkingsinstrument verwacht wordt om effectief te zijn en inderdaad effectief geweest is om de veranderingen in kasstromen van afdekkingsinstrument en afgedekte risico te compenseren. Hiervoor wordt een regressie-analyse gebruikt. In deze relaties kan ineffectiviteit veroorzaakt worden door kredietwaardigheid van de tegenpartij en dat van de Groep, risico's die niet vervat zitten in de reële waarde van de swapcontracten. Ineffectiviteit kan eveneens veroorzaakt worden door veranderingen in de timing van de afdekkingstransacties.
Het deel van de winst of verliezen op de swapovereenkomsten dat effectief gebleken is, werd geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten (31 december 2018: minus 12 miljoen euro na winstbelastingen; 31 december 2017: 7 miljoen euro na winstbelasting). In de loop van 2018 werden verliezen ten belope van 18 miljoen euro rechtstreeks opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten. In de loop van 2017 werden winsten ten belope van 22 miljoen euro geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten. Een bedrag van 4 miljoen euro werd geherklasseerd uit de niet-gerealiseerde resultaten en geboekt in de initiële boekwaarde van de voorraad (2017: 14 miljoen euro).
Belastingen ten belope van minus 3 miljoen euro werden geboekt in niet-gerealiseerde resultaten (2017: minus 3 miljoen euro).
In de volgende tabel worden de effecten weergegeven die de kasstroomafdekkingen gehad hebben op de financiële staten:
| Over het boekjaar 2018 | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO |
Boekwaarde Activa |
Verplichtingen | Positie in de geconsolideerde afdekkingsinstrument gerapporteerd wordt balans waarin het |
van het afdekkingsinstrument niet-gerealiseerde resultaten Reëlewaardeveranderingen geboekt in de |
kasstroomafdekkingen erkend in winst-en verliesrekening Ineffectiviteit van |
verliesrekening waar de kasstroomafdekkingen Positie in de winst- en ineffectiviteit van de gerapporteerd wordt |
van het afdekkingsinstrument die Veranderingen in reële waarde afdekkingsreserve naar de winst- en verliesrekening is overgeboekt uit van |
is overgeboekt uit van afdekkings van het afdekkingsinstrument die Veranderingen in reële waarde reserve naar de voorraad |
rekening waar de overboeking Positie in de winst- en verlies de kasstroomafdekkingen gerapporteerd wordt van |
|
| Swapover eenkomsten aangeduid als kasstroomaf dekkingen |
- | (11) | Derivaten | (18) | - | - | - | (4) | - | |
| Over het boekjaar 2017 | ||||||||||
| Boekwaarde | ||||||||||
| MILJOEN EURO |
Activa | Verplichtingen | Positie in de geconsolideerde afdekkingsinstrument gerapporteerd wordt balans waarin het |
van het afdekkingsinstrument niet-gerealiseerde resultaten Reëlewaardeveranderingen geboekt in de |
kasstroomafdekkingen erkend in winst-en verliesrekening Ineffectiviteit van |
verliesrekening waar de kasstroomafdekkingen Positie in de winst- en ineffectiviteit van de gerapporteerd wordt |
van het afdekkingsinstrument die Veranderingen in reële waarde afdekkingsreserve naar de winst- en verliesrekening is overgeboekt uit van |
is overgeboekt uit van afdekkings van het afdekkingsinstrument die Veranderingen in reële waarde reserve naar de voorraad |
rekening waar de overboeking Positie in de winst- en verlies de kasstroomafdekkingen gerapporteerd wordt van |
Op 31 december 2018 hield de Groep volgende instrumenten aan aangeduid als kasstroomafdekkingen van risico's verbonden aan de schommelingen in de prijzen van de grondstoffen:
| 2018 | Looptijd | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN VREEMDE MUNTEENHEID | 1-6 maanden | 6-12 maanden | Meer dan 1 jaar | ||||
| swapovereenkomsten | |||||||
| Reële waarde | USD | (8) | (4) | (1) | |||
| Gemiddelde LME swapkoers | 2,191 | 2,135 | 2,060 | ||||
| 2017 | Looptijd | ||||||
| MILJOEN VREEMDE MUNTEENHEID | 1-6 maanden | 6-12 maanden | Meer dan 1 jaar | ||||
| swapovereenkomsten | |||||||
| Reële waarde | USD | 7 | 3 | 1 | |||
| Gemiddelde LME swapkoers | 1,939 | 2,094 | 2,138 |
Verder tracht de Groep steeds het effect van gestegen grondstoffenprijzen op haar financiële positie te verlichten door verkoopprijsaanpassingen en door het nemen van kostenbesparings- maatregelen, afhankelijk van de omvang van de grondstoffenprijsstijgingen, van de evolutie van de geldende muntkoersen en de algemene marktomstandigheden.
Het kredietrisico is het risico dat de tegenpartij bij een financieel instrument haar verplichtingen niet kan nakomen waardoor de Groep een financieel verlies te verwerken krijgt. De Groep beheert haar kredietrisico enerzijds door het opleggen van vooraf afgesproken kredietlimieten per tegenpartij en anderzijds door middel van diversificatie in contracterende partijen. Het kredietrisico van de Groep komt voornamelijk voort uit handelsvorderingen, investeringen en termijnwisselverrichtingen.
De blootstelling aan het kredietrisico uit handelsvorderingen wordt continu opgevolgd door het 'Credit Committee'. Voor elke klant worden er, gebaseerd op zijn/haar kredietwaardigheid en specifieke karakteristieken, kredietlimieten bepaald die op periodieke basis herzien worden door het 'Credit Committee'. Voor de opvolging van het kredietrisico worden klanten gegroepeerd in risicocategorieën,
op basis van welbepaalde financiële karakteristieken. Het beleid van de Groep voor wat betreft het beheersen van het kredietrisico bepaalt tevens om een deel van de klantenportefeuille te verzekeren via kredietverzekering om het risico op wanbetaling te beperken.
Goederen worden verkocht met behoud van eigendomstitel tot moment van betaling, zodat de Groep in geval van wanbetaling een rechtmatige eis kan stellen op de verkochte goederen. De Groep eist onder normale omstandigheden geen waarborgen met betrekking tot handels- en diverse vorderingen.
Transacties voor het afsluiten van afgeleide financiële instrumenten en deposito's met financiële instellingen dienen steeds binnen voorafbepaalde limieten te blijven. Deze limieten worden bepaald per financiële instelling op basis van de Standard & Poor's-rating van de financiële instelling. Om de concentratie van risico's verbonden aan een tegenpartij te beperken, worden afgeleide financiële instrumenten afgesloten met diverse financiële instellingen. Investeringen zijn enkel toegelaten in activa die vrij verhandelbaar zijn.
Aangezien de Groep over een brede klantenportefeuille beschikt, zijn er geen significante concentraties van kredietrisico op de balansdatum. Het maximale kredietrisico wordt gehouden binnen vooraf opgestelde grenzen. De respectieve boekwaarden van de financiële activa opgenomen in de balans geven het maximale kredietrisico weer waaraan de Groep is blootgesteld. Het maximale kredietrisico waaraan de Groep blootgesteld is op de rapporteringdatum, per categorie van financiële activa, is als volgt:
| MILJOEN EURO | Toelichting | 1 jan. 2018 | 31 dec. 2018 |
|---|---|---|---|
| Financiële activa gewaardeerd aan reële waarde met waardeveraderingen in de niet-gerealiseerde resultaten (voorheen financiële activa beschikbaar voor verkoop) |
16 | 9 | 7 |
| Financiële activa aan geamortiseerde kostprijs (voorheen leningen en vorderingen) |
16 | 2 | 2 |
| Handelsvorderingen | 7 | 433 | 436 |
| Vorderingen uit leaseovereenkomsten | 19 | 85 | 92 |
| Overige vorderingen | 20 | 14 | 14 |
| Derivaten die geen deel uitmaken van een afdekkingsrelatie | 7.5 | 2 | 1 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 22 | 68 | 141 |
| TOTAAL | 613 | 693 |
Het kredietrisico met betrekking tot handelsvorderingen per geografische regio (facturerende entiteit) was als volgt op 31 december 2018:
| MILJOEN EURO | 1 jan. 2018 | 31 dec. 2018 |
|---|---|---|
| Europa | 223 | 232 |
| NAFTA | 81 | 72 |
| Latijns-Amerika | 37 | 39 |
| Azië/Oceanië/Afrika | 92 | 93 |
| TOTAAL | 433 | 436 |
Voor de beoordeling van waardeverminderingsverliezen op handelsvorderingen, leasevorderingen en contractuele activa verbonden aan contracten met klanten past de Groep de vereenvoudigde methode toe wat inhoudt dat verwachte verliezen voor deze categorieën van activa steeds berekend worden ten belope van de verwachte verliezen over de gehele looptijd van de activa.
De gebruikte input en veronderstellingen in dit verwachte verliesmodel zijn de volgende: ernstige financiële moeilijkheden waarin een tegenpartij zich zou bevinden, achterstallen van meer dan 90 dagen na vervaldatum
van de factuur, een mogelijks faillissement van de tegenpartij, …
De evaluatie voor het boeken van een mogelijks bijzonder waarverminderingsverlies houdt rekening met toekomstgerichte elementen en wordt er niet gewacht totdat er zich een verliessituatie voordoet. Alle debiteuren worden gegroepeerd in risicocategorieën gebaseerd op kwantitatieve en kwalitatieve kenmerken. Deze indeling in risicocategorieën wordt ieder jaar beoordeeld, rekening houdend met relevante toekomstgerichte informatie zoals informatie van externe kredietbeoordelingsbureaus, ouderdomsanalyse van de business, landenrisico en de individuele beoordeling van de kredietmanager. De Groep tracht het kredietrisico te beperken door gebruik te maken van kredietverzekering en andere kredietverzachtende hulpmiddelen zoals wissels, bankgaranties, hypotheek.
De methodologie, gehanteerd door de Groep voor de evaluatie van bijzondere
waardeverminderingsverliezen, is dus gebaseerd op individueel nazicht van de grootste uitstaande vorderingen rekening houdend met toekomstgerichte informatie.
De ouderdomsanalyse van handelsvorderingen en invorderbare minimale leasebetalingen op de rapporteringdatum is de volgende:
| 2017 | 2018 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Bruto waarde |
Waardevermin deringsverliezen |
Netto waarde * |
Bruto waarde |
Waardevermin deringsverliezen |
Netto waarde |
| Handelsvorderingen | ||||||
| Niet-vervallen | 465 | (3) | 462 | 384 | (1) | 383 |
| Tussen 0 en 30 dagen na vervaldatum | 28 | (1) | 27 | 31 | (4) | 27 |
| Tussen 31 en 90 dagen na vervaldatum | 15 | - | 15 | 20 | (2) | 18 |
| Tussen 91 en 180 dagen na vervaldatum | 64 | (51) | 13 | 4 | (2) | 2 |
| Tussen 181 en 360 dagen na vervaldatum | ** | ** | ** | 10 | (9) | 1 |
| Meer dan 360 dagen na vervaldatum | ** | ** | ** | 38 | (34) | 4 |
| TOTAAL HANDELSVORDERINGEN | 572 | (55) | 517 | 487 | (52) | 435 |
| Invorderbare minimale leasebetalingen | ||||||
| Niet-vervallen | 82 | (1) | 81 | 89 | - | 89 |
| Tussen 0 en 30 dagen na vervaldatum | 1 | - | 1 | 2 | - | 2 |
| Tussen 31 en 90 dagen na vervaldatum | 1 | - | 1 | 1 | - | 1 |
| Tussen 91 en 180 dagen na vervaldatum | 2 | - | 2 | - | - | - |
| Tussen 181 en 360 dagen na vervaldatum | ** | ** | ** | 1 | (1) | - |
| Meer dan 360 dagen na vervaldatum | ** | ** | ** | - | - | - |
| TOTAAL INVORDERBARE MINIMALE LEASEBETALINGEN |
86 | (1) | 85 | 93 | (1) | 92 |
* De handelsvorderingen bevatten op 31 december 2017 contractuele activa verbonden aan contracten met klanten ten belope van 84 miljoen euro. Deze worden nu apart gepresenteerd in de geconsolideerde balans. Deze contractuele activa verbonden aan contracten met klanten werden getoond in de sectie 'niet vervallen' van deze vervaldaganalyse in 2017.
** Met de introductie van de nieuwe vereisten van IFRS 9 in 2018, werd de vervaldaganalyse van de handelsvorderingen en de invorderbare minimale leasebetalingen uitgebreid. Vergelijkende informatie werd niet aangepast.
Vervallen bedragen meer dan 360 dagen na vervaldag hebben betrekking op België en vinden hun oorsprong in commerciële betwistingen. Vervallen bedragen zijn voor het overgrote deel afgeschreven. Achterstallen worden per regio van zeer nabij opgevolgd door de kredietcommitee's binnen de Groep. De Groep meent dat nog openstaande vorderingen, al meer dan dertig dagen na vervaldatum, volledig inbaar zijn. Dit op basis van betalingsgedrag uit het verleden en intensieve analyse van het individuele klantenrisico.
De volgende tabel geeft informatie met betrekking tot het kredietrisico van handelsvorderingen op 31 december 2018:
| MILJOEN EURO | Gewogen gemiddeld afwaarderings percentage |
Brutowaarde | Waardever minderingsverlies |
|---|---|---|---|
| Niet vervallen | 0,26% | 384 | (1) |
| Tussen 0 en 30 dagen na vervaldatum | 12,90% | 31 | (4) |
| Tussen 31 en 90 dagen na vervaldatum | 10% | 20 | (2) |
| Tussen 91 en 180 dagen na vervaldatum | 50% | 4 | (2) |
| Meer dan 180 dagen na vervaldatum | 90% | 48 | (43) |
| 2017 | 2018 | |||
|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Waardeverminde Waardeverminde ringsverliezen op ringsverliezen op handelsvorderingen contractuele activa en vorderingen uit verbonden aan con leaseovereenkomsten tracten met klanten |
Waardeverminde ringsverliezen op handelsvorderingen en vorderingen uit leaseovereenkomsten |
Waardeverminde ringsverliezen op contractuele activa verbonden aan con tracten met klanten |
|
| Boekwaarde op 1 januari | 65 | - | 56 | - |
| Toevoegingen/terugnemingen geboekt in de winst- en verliesrekening |
2 | - | 4 | 1 |
| Afboeking van de voorziening voor waardeverminderingsverliezen (1) |
(10) | - | (7) | - |
| Wisselkoersverschillen | (1) | - | - | - |
| Boekwaarde op 31 december | 56 | - | 53 | 1 |
De beweging in de waardeverminderingsverliezen met betrekking tot handelsvorderingen en contractuele activa verbonden aan contracten is de volgende:
(1) Afboekingen waarvoor vroeger een voorziening voor waardeverminderingsverliezen geboekt was.
Het liquiditeitsrisico is het risico dat de Groep zijn verplichtingen in verband met financiële schulden op vervaldag niet kan nakomen.
De Groep verzekert zich ervan over voldoende liquiditeiten te beschikken om zijn verplichtingen af te lossen. Het liquiditeitsrisico wordt beheerd door het handhaven van voldoende diversificatie in fondsen. De Groep heeft een beleid geïmplementeerd om concentraties van het liquiditeitsrisico te beperken. De totaliteit van de opgenomen en niet-opgenomen schuld onder gecommitteerde kredietfaciliteiten bij één bank of bankengroep mag vooraf bepaalde limieten niet overschrijden. Risicoconcentraties worden op regelmatige basis opgevolgd door het 'Treasury Committee'. In het beheer van het liquiditeitsrisico heeft de Groep een gecommitteerde kredietfaciliteit ter beschikking. In de loop van 2015 werd deze faciliteit opnieuw onderhandeld voor een periode tot 17 juli 2021. Het notioneel bedrag van deze hernieuwde faciliteit bedraagt 400 miljoen euro. Geldopname onder deze kredietlijnen worden gedaan voor korte periodes maar de banken hebben zich onder de bestaande herfinancieringsovereenkomst gecommitteerd om het notioneel bedrag van deze faciliteit beschikbaar te stellen tot eindvervaldag. Op 31 december 2018 bedragen de opnames onder deze faciliteit 220 miljoen euro.
De contractuele looptijdanalyse voor financiële verplichtingen, inclusief aflossing van hoofdbedrag en rentebetalingen, wordt in de tabel hieronder weergegeven. De kasstromen over de contractuele resterende looptijden worden berekend op basis van de voorwaarden aangaande wisselkoersen en interestvoeten die bestonden op de rapporteringdatum.
Wat betreft derivaten omvat de looptijdanalyse de kasstromen met betrekking tot verplichtingen uit derivaten en alle ingaande en uitgaande kasstromen uit alle termijnwisselverrichtingen die op een bruto manier afgerekend worden. De contractuele kasstromen van termijnwisselverrichtingen werden berekend op basis van termijnwisselkoersen.
| Looptijden van contractuele kasstromen | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Boek waarde |
TOTAAL | Minder dan 3 maanden |
Tussen 3 en 12 maanden |
Tussen 1 en 5 jaar |
Meer dan 5 jaar |
| Financiële schulden | ||||||
| Obligatielening | 42 | 46 | - | 2 | 44 | - |
| Revolving-kredietfaciliteit (1) | (1) | - | - | - | - | - |
| EIB-lening | 32 | 33 | 14 | 13 | 6 | - |
| Andere rentedragende verplichtingen | 13 | 13 | 8 | 5 | - | - |
| Handelsschulden | 224 | 224 | 220 | 4 | - | |
| Overige te betalen posten | 12 | 12 | 12 | - | - | |
| Verplichtingen uit afgeleide financiële instrumenten | ||||||
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen | ||||||
| Uitgaande kasstromen | (1) | (128) | (36) | (69) | (23) | - |
| Inkomende kasstromen | 4 | 131 | 39 | 69 | 23 | - |
| Andere termijnwisselverrichtingen | ||||||
| Uitgaande kasstromen | (1) | (222) | (210) | (12) | - | - |
| Inkomende kasstromen | 1 | 222 | 209 | 13 | - | - |
(1) Op 31 december 2017 waren er geen opnames van de revolving-kredietfaciliteit. Transactiekosten (1 miljoen euro) zijn geboekt in mindering van de boekwaarde van de financiële schuld.
| Looptijden van contractuele kasstromen | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Boek waarde |
TOTAAL | Minder dan 3 maanden |
Tussen 3 en 12 maanden |
Tussen 1 en 5 jaar |
Meer dan 5 jaar |
|
| Financiële schulden | |||||||
| Obligatielening | 42 | 44 | - | 44 | - | - | |
| Revolving-kredietfaciliteit (1) | 219 | 220 | 220 | - | - | - | |
| EIB-lening | 6 | 6 | 6 | - | - | - | |
| Andere rentedragende verplichtingen | 18 | 18 | 13 | 5 | - | - | |
| Handelsschulden | 219 | 219 | 217 | 2 | - | ||
| Overige te betalen posten | 8 | 8 | 8 | - | - | ||
| Verplichtingen uit afgeleide financiële instrumenten | |||||||
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen | |||||||
| Uitgaande kasstromen | (1) | (24) | (24) | - | - | - | |
| Inkomende kasstromen | - | 23 | 23 | - | - | - | |
| Andere termijnwisselverrichtingen | |||||||
| Uitgaande kasstromen | (1) | (203) | (196) | (7) | - | - | |
| Inkomende kasstromen | 1 | 203 | 196 | 7 | - | - | |
| Swapcontracten aangeduid als kasstroomafdekkingen | |||||||
| Uitgaande kasstromen | (11) | (11) | (2) | (8) | (1) | - | |
| Inkomende kasstromen | - | - | - | - | - | - |
(1) De transactiekosten ten belope van 1 miljoen euro zijn geboekt in mindering van de boekwaarde van de financiële schuld.
De perioden waarin de kasstromen uit derivaten aangeduid als kasstroomafdekkingen naar verwachting zullen plaatsvinden en naar verwachting de winst- en verliesrekening zullen beïnvloeden, worden in de volgende tabel weergegeven, samen met de reële waarde van het afdekkingsinstrument.
| Verwachte kasstromen | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Reële waarde |
TOTAAL | Minder dan 3 maanden |
Tussen 3 en 12 maanden |
Tussen 1 en 5 jaar |
Meer dan 5 jaar |
||
| Derivaten aangeduid als kasstroomafdekkingen | ||||||||
| Termijnwisselverrichtingen: | ||||||||
| Uitgaande kasstromen | (1) | (128) | (36) | (69) | (23) | - | ||
| Inkomende kasstromen | 4 | 131 | 39 | 69 | 23 | - | ||
| Swap-overeenkomsten: | ||||||||
| Uitgaande kasstromen | - | - | - | - | - | - | ||
| Inkomende kasstromen | 10 | 10 | 2 | 8 | - | - |
| Verwachte kasstromen | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Reële waarde |
TOTAAL | Minder dan 3 maanden |
Tussen 3 en 12 maanden |
Tussen 1 en 5 jaar |
Meer dan 5 jaar |
|
| Derivaten aangeduid als kasstroomafdekkingen | |||||||
| Termijnwisselverrichtingen: | |||||||
| Uitgaande kasstromen | (1) | (24) | (24) | - | - | - | |
| Inkomende kasstromen | - | 23 | 23 | - | - | - | |
| Swap-overeenkomsten: | |||||||
| Uitgaande kasstromen | (11) | (11) | (2) | (8) | (1) | - | |
| Inkomende kasstromen | - | - | - | - | - | - |
Het Executive Management houdt toezicht op de verhouding van de netto financiële schuld ten opzichte van het eigen vermogen. Het Executive Management tracht deze verhouding op een vooropgesteld niveau aan te houden. De netto financiële schuld is de som van kortlopende en langlopende rentedragende verplichtingen verminderd met de geldmiddelen en kasequivalenten.
De aanpak van de Groep betreffende kapitaalbeheer is niet gewijzigd gedurende het jaar.
De Groep is niet onderworpen aan wettelijk opgelegde kapitaalvereisten, met uitzondering van statutaire minimum-kapitaalvereisten van toepassing op groepsfilialen in de verschillende landen. Gedurende de voorbije jaren kocht de Groep eigen aandelen in op de markt. Deze aandelen dienen ter indekking van de aandelenoptieplannen die in de toekomst uitgegeven zullen worden. De Groep heeft geen vooraf gedefinieerd beleid aangaande terugkoop van eigen aandelen.
De reële waarde is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een verplichting kan worden afgewikkeld in een regelmatige transactie tussen marktdeelnemers op de waarderingsdatum. Alle afgeleide financiële instrumenten worden tegen reële waarde opgenomen in de balans. De Groep groepeert haar financiële instrumenten rekening houdend met de kenmerken van deze financiële instrumenten. De reële waarden en de boekwaarden van financiële activa en verplichtingen gegroepeerd per verwerkingscategorie alsook de reconciliatie naar de onderliggende posten in de balans worden toegelicht in de hiernavolgende tabel. De tabel bevat geen reële waarde informatie van financiële activa en verplichtingen die niet aangehouden worden aan reële waarde indien de boekwaarde een goede benadering is van de reële waarde.
| 2017 | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarden van financiële activa en verplichtingen | |||||||||
| Gewaardeerd aan reële waarde | Gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs |
||||||||
| MILJOEN EURO | Toelichting | Geclassificeerd als aangehouden voor handelsdoeleinden |
afdekkingsinstrumenten Reële waarde - |
Gewaardeerd aan reële waarde via de winst en verliesrekening |
Aangehouden als beschikbaar voor verkoop |
Tot einde looptijd aangehouden beleggingen |
financiële schulden vorderingen en Leningen en |
Boekwaarde op de balans | Reële waarde |
| Reële waarde hiërarchie | (2) | (2) | (2) | (1) | (1) (2) | ||||
| Activa | |||||||||
| Financiële activa | 16 | - | - | - | 9 | - | 2 | 11 | 11 |
| Handelsvorderingen | 7 | - | - | - | - | - | 517 | 517 (a) | |
| Vorderingen uit financiële leaseovereenkomsten |
19 | - | - | - | - | - | 85 | 85 (a) | |
| Overige vorderingen | 20 | - | - | - | - | - | 14 | 14 (a) | |
| Derivaten | |||||||||
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroom afdekkingen |
- | 4 | - | - | - | - | 4 | 4 | |
| Swapcontracten aangeduid als kasstroomafdekkingen |
- | 10 | - | - | - | - | 10 | 10 | |
| Overige termijnwissel verrichtingen |
1 | - | - | - | - | - | 1 | 1 | |
| Overige swapcontracten | 1 | - | - | - | - | - | 1 | 1 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten |
22 | - | - | - | - | - | 68 | 68 | 68 |
| TOTAAL VAN DE FINANCIËLE ACTIVA |
2 | 14 | - | 9 | - | 686 | 711 | ||
| Financiële verplichtingen | |||||||||
| Rentedragende verplichtingen | 26 | ||||||||
| EIB-lening | - | - | - | - | - | 32 | 32 | 33 | |
| Overige rentedragende verplichtingen |
- | - | - | - | - | 12 | 12 (b) | 13 | |
| Obligatielening | - | - | - | - | - | 42 | 42 | 44 | |
| Handelsschulden | 7 | - | - | - | - | - | 224 | 224 (a) | |
| Overige verplichtingen | 29 | - | - | - | - | - | 12 | 12 (a) | |
| Derivaten | |||||||||
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroom afdekkingen |
- | 1 | - | - | - | - | 1 | 1 | |
| Overige termijnwissel verrichtingen |
1 | - | - | - | - | - | 1 | 1 | |
| TOTAAL VAN DE FINANCIËLE VERPLICHTINGEN |
1 | 1 | - | - | - | 322 | 324 |
Reële waarde hiërarchie:
(1) Reële waarde hiërarchie 1 betekent dat de reële waarde bepaald werd op basis van genoteerde prijzen in actieve markten.
(2) Reële waarde hiërarchie 2 betekent dat de reële waarde gebaseerd is op data die relevant zijn voor het desbetreffende aktief of verplichting, andere dan genoteerde prijzen.
(3) Reële waarde hiërarchie 3 betekent dat de reële waarde niet gebaseerd is op relevante data voor het desbetreffende aktief of verplichting.
(a) De Groep heeft de reële waarde van handels- en overige vorderingen en van handels- en overige schulden niet apart toegelicht daar de boekwaarde een goede weergave is van de reële waarden van dergelijke activa en verplichtingen.
(b) Transactiekosten zijn in aftrek geboekt van de financiële verplichtingen (1 miljoen euro).
Uitgestelde variabele overnameprijzen met betrekking tot overnames die plaatsvonden in 2017 bedragen 3 miljoen euro en zitten vervat in 'Overige verplichtingen' (toelichting 30).
| 2018 | |
|---|---|
| ------ | -- |
| Boekwaarden van financiële activa en verplichtingen | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Toelichting | afdekkingsinstrumenten Reële waarde - |
geboekt in winst-en verliesrekening waarde met waardeveranderingen Verplicht gewaardeerd aan reële |
Gewaardeerd aan reële waarde met waardeveranderingen geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten - vermogensinstrumenten Investeringen in eigen |
geamortiseerde kostprijs Financiële activa aan |
Financiële verplichtingen aan geamortiseerde kostprijs |
Boekwaarde op de balans | Reële waarde |
| Reële waarde hiërarchie | (2) | (2) | (1) | (1) (2) | ||||
| Activa | ||||||||
| Financiële activa | 16 | - | - | 7 | 2 | - | 9 | 9 |
| Handelsvorderingen | 7 | - | - | - | 436 | - | 436 (a) | |
| Vorderingen uit financiële leaseovereenkomsten |
19 | - | - | - | 92 | - | 92 (a) | |
| Overige vorderingen | 20 | - | - | - | 14 | - | 14 (a) | |
| Derivaten | ||||||||
| Overige termijnwissel verrichtingen |
- | 1 | - | - | - | 1 | 1 | |
| Geldmiddelen en kas equivalenten |
22 | - | - | - | 141 | - | 141 | 141 |
| TOTAAL VAN DE FINANCIËLE ACTIVA |
- | 1 | 7 | 685 | - | 693 | ||
| Financiële verplichtingen | ||||||||
| Rentedragende verplichtingen | 26 | |||||||
| Revolving-kredietfaciliteit | - | - | - | - | 219 | 219 | 220 (b) | |
| EIB-lening | - | - | - | - | 6 | 6 | 6 | |
| Overige rentedragende verplichtingen |
- | - | - | - | 18 | 18 | 18 | |
| Obligatielening | - | - | - | - | 42 | 42 | 43 | |
| Handelsschulden | - | - | - | - | 219 | 219 (a) | ||
| Overige verplichtingen | 29 | - | - | - | - | 8 | 8 (a) | |
| Derivaten | ||||||||
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomaf dekkingen |
1 | - | - | - | - | 1 | 1 | |
| Swapcontracten aangeduid als kasstroomafdekkingen |
11 | - | - | - | - | 11 | 11 | |
| Overige termijnwissel verrichtingen |
- | 1 | - | - | - | 1 | 1 | |
| TOTAAL VAN DE FINANCIËLE VERPLICHTINGEN |
12 | 1 | - | - | 512 | 525 |
Reële waarde hiërarchie:
(1) Reële waarde hiërarchie 1 betekent dat de reële waarde bepaald werd op basis van genoteerde prijzen in actieve markten.
(2) Reële waarde hiërarchie 2 betekent dat de reële waarde gebaseerd is op data die relevant zijn voor het desbetreffende aktief of verplichting, andere dan genoteerde prijzen.
(3) Reële waarde hiërarchie 3 betekent dat de reële waarde niet gebaseerd is op relevante data voor het desbetreffende aktief of verplichting.
(a) De Groep heeft de reële waarde van handels- en overige vorderingen en van handels- en overige schulden niet apart toegelicht daar de boekwaarde
een goede weergave is van de reële waarden van dergelijke activa en verplichtingen.
(b) Transactiekosten zijn in aftrek geboekt van de financiële verplichtingen (1 miljoen euro).
Uitgestelde variabele overnameprijzen met betrekking tot overnames die plaatsvonden in 2017 en 2018 bedragen 8 miljoen euro en zitten vervat in 'Overige verplichtingen' (toelichting 30).
De methoden en veronderstellingen toegepast bij het bepalen van de reële waarde van iedere categorie financiële activa of financiële verplichtingen zijn de volgende: De reële waarde van investeringen in aandelen, andere dan investeringen verwerkt volgens de 'equity'-methode, is de genoteerde marktnotering op rapporteringsdatum. De reële waarden van termijnwisselcontracten en swapcontracten worden berekend rekening houdend met actuele markt termijnrentevoeten en de rendementscurve over de resterende looptijd van het instrument. De reële waarde van swapcontracten wordt berekend als de verdisconteerde waarde van de verwachte toekomstige kasstromen gebaseerd op genoteerde swapkoersen. De reële waarde van de handels- en overige vorderingen en van handels- en overige verplichtingen wordt niet apart toegelicht gezien het gaat over korte termijn vorderingen en verplichtingen waarvoor de nettoboekwaarde een goede benadering is van de reële waarde. De reële waarde van invorderbare minimale leasebetalingen is gebaseerd op de contante waarde van de minimum leasebetalingen verdisconteerd aan marktconforme interestvoeten voor vergelijkbare activa. De reële waarde van financiële verplichtingen is de contante waarde van de toekomstige kasstromen voor de aflossing van het hoofdbedrag en de interestbetalingen, verdisconteerd aan marktconforme interestvoeten op de rapporteringdatum. De reële waarde van de obligatielening is de genoteerde marktprijs op de rapporteringdatum (level 1). De reële waarde van de EIB-lening wordt berekend op waarneembare gegevens voor de financiële verplichting (level 2). De reële waarde van de kortlopende leningen benadert de boekwaarde op rapporteringdatum, exclusief transactiekosten, gezien opnames voor een korte periode aangegaan worden.
| 2017 | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Leningen en vorderingen |
Tot einde looptijd aangehouden beleggingen |
Financiële activa beschik baar voor verkoop |
Derivaten | Financiële verplichtingen aan ge amortiseerde kostprijs |
TOTAAL | |||
| Financieringsbaten | 1 | - | - | 3 | - | 4 | |||
| Financieringskosten | - | - | - | (6) | (8) | (14) | |||
| Inkomsten uit financiële leaseovereenkomsten | 6 | - | - | - | - | 6 | |||
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | (5) | - | - | - | - | (5) | |||
| Opbrengsten uit terugnames van bijzondere waardeverminderingsverliezen |
3 | - | - | - | - | 3 | |||
| Veranderingen in reële waarde van derivaten niet aangeduid als afdekkingsinstrumenten in een afdekkingsrelatie |
- | - | - | 5 | - | 5 | |||
| Nettoresultaat uit de ineffectiviteit van deri vaten toegewezen als kasstroomafdekkingen |
- | - | - | 2 | - | 2 |
| 2018 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Financiële activa aan geamortiseerde kostprijs |
Derivaten | Financiële verplichtingen aan geamortiseerde kostprijs |
TOTAAL | ||
| Financieringsbaten | - | 3 | 2 | 5 | ||
| Financieringskosten | - | (3) | (10) | (13) | ||
| Inkomsten uit financiële leaseovereenkomsten | 6 | - | - | 6 | ||
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | (11) | - | - | (11) | ||
| Opbrengsten uit terugnames van bijzondere waardeverminderingsverliezen |
6 | - | - | 6 | ||
| Veranderingen in reële waarde van derivaten niet aangeduid als afdekkingsinstrumenten in een afdekkingsrelatie |
- | 8 | - | 8 | ||
| Nettoresultaat uit de ineffectiviteit van deri vaten toegewezen als kasstroomafdekkingen |
- | (3) | - | (3) |
In 2018 paste de Groep een nieuw datamodel toe waardoor er meer relevante informatie beschikbaar is over de aard van de kosten. De vergelijkende informatie van het voorgaand boekjaar werd hieraan aangepast.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de belangrijkste kosten naar aard.
| MILJOEN EURO | Toelichting | 2017 herwerkt |
2018 |
|---|---|---|---|
| Opbrengsten | 2.443 | 2.247 | |
| Kostprijs van grondstoffen, goederen aangekocht voor verkoop en productiegerelateerde kosten (incl. voorraadwijzigingen) |
(910) | (810) | |
| Kostprijs van diensten en overige goederen | (464) | (467) | |
| Kosten voor personeelsbeloningen | 25 | (852) | (819) |
| Afschrijvingen | 14/15 | (53) | (54) |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op goodwill, immateriële activa en materiële activa (incl. ingevolge reorganisatie) |
(3) | (6) | |
| Afwaardering op voorraden (incl. ingevolge reorganisatie) | 17 | (16) | (23) |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op vorderingen | (2) | (5) | |
| Wijzigingen in voorzieningen (excl. reorganisatiekosten) | (4) | (5) | |
| Reorganisatiekosten | 11 | (14) | (28) |
| Overige belastingkosten | (22) | (21) | |
| Overige kosten | (52) | (44) | |
| Overige belastingopbrengsten | 4 | 1 | |
| Belastingkredieten met betrekking tot onderzoek en ontwikkeling | 6 | 12 | |
| Interestopbrengsten van leasingactiviteiten | 3 | 3 | |
| Geactiveerde kosten (projecten, activa in aanbouw) | 7 | 9 | |
| Winst op de verkoop van immateriële activa en materiële vaste activa | 1 | 3 | |
| Overige opbrengsten | 66 | 66 | |
| Resultaat uit bedrijfsactiviteiten | 138 | 59 |
Kostprijs van grondstoffen, goederen aangekocht voor verkoop en productiegerelateerde kosten omvat alle kosten met betrekking tot de aankoop van grondstoffen, goederen aangekocht voor verkoop, wisselstukken, voorraadwijzigingen en andere kosten die duidelijk gelieerd zijn aan het productieproces zoals kosten voor het versnijden en revisiekosten voor zover deze opgenomen zijn in de kostprijs van verkopen gedurende het boekjaar.
Kostprijs van diensten en overige goederen omvat:
De kosten voor personeelsbeloningen bedroegen in 2018 819 miljoen euro ten opzichte van 852 miljoen euro in 2017 en omvatten (zie ook toelichting 25.1):
• Alle personeelsgerelateerde kosten zoals lonen, salarissen en sociale zekerheidsbijdragen;
In 2018 bedroeg het gemiddelde aantal personeelsleden in voltijdse equivalenten 10.018 (2017: 10.086). Per functie binnen de Groep kan dit gemiddelde, omvattende vaste en tijdelijke contracten, als volgt weergegeven worden:
| Gemiddeld aantal personeelsleden in voltijdse equivalenten | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Productie en engineering | 2.924 | 2.900 |
| Onderzoek en ontwikkeling | 1.406 | 1.413 |
| Verkoop en marketing/service | 4.119 | 4.089 |
| Administratie | 1.637 | 1.616 |
| TOTAAL | 10.086 | 10.018 |
| MILJOEN EURO | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Opbrengsten uit contracten met klanten | 2.437 | 2.243 |
| Opbrengsten uit andere bronnen: kasstroomafdekkingen | 6 | 4 |
| TOTAAL | 2.443 | 2.247 |
De Groep heeft de IFRS 15 standaard toegepast volgens de cumulatieve methode, waarbij het effect van de eerste toepassing wordt getoond op 1 januari 2018. Dit betekent dat de Groep de nieuwe vereisten van de IFRS 15 standaard niet toepast op de voorgestelde vergelijkbare periodes. Op 1 januari 2018 werd er geen effect erkend in ingehouden winsten. Meer toelichtingen hieromtrent worden gegeven in toelichting 2.1 van dit jaarverslag.
De Groep genereert opbrengsten uit de verkoop van goederen, uit dienstverlening en uit de verkoop van contracten waarin meerdere goederen en/of diensten samen worden aangeboden aan de koper.
Opbrengsten uit de verkoop van goederen omvat de verkoop van verbruiksgoederen, chemicaliën, wisselstukken, machines en softwarelicenties. Opbrengsten uit de verkoop van goederen worden erkend op het moment dat de controle van de goederen overgaat op de klant en wanneer er geen onzekerheid bestaat omtrent de inning van de verkoopprijs. In de bepaling of de inning van de verkoopprijs al dan niet waarschijnlijk is, houdt de Groep rekening met de kredietwaardigheid van de klant en diens intentie tot betalen van de verkoopprijs op vervaldag.
Opbrengsten uit dienstverlening omvat dienstverlening in verband met de installatie van software-applicaties en machines, onderhoud en bijkomende post-contract dienstverlening. In overeenstemming met de huidige IFRS 15 worden de opbrengsten uit dienstverlening erkend over de looptijd van het contract aangezien de klant gelijktijdig de voordelen van deze dienstverlening ontvangt en consumeert. In de gevallen waarbij de Groep meerdere diensten gelijktijdig aanbiedt, zullen de opbrengsten over de verschillende diensten verdeeld worden gebaseerd op de verkoopprijs die van toepassing is wanneer deze diensten apart verkocht worden.
De Groep sluit tevens overeenkomsten af waarin meerdere goederen en/of diensten samen aangeboden worden aan de koper ('multiple-element arrangements'). Deze overeenkomsten omvatten de verkoop van software, licenties, hardware, installatiediensten, onderhoud en dienstverlening na verkoop. Overeenkomstig de nieuwe IFRS 15 heeft de Groep onderzocht of de verschillende goederen en/of diensten aangeboden in deze overeenkomsten, kwalificeren als aparte prestatieverplichtingen op basis van de criteria van identificeerbaarheid en op basis van het feit of de goederen en/of diensten waarde creëren voor de koper op zich of met diensten en/of goederen die vrij verkrijgbaar zijn op de markt. De Groep heeft geoordeeld dat deze criteria voldaan zijn voor overeenkomsten waarin meerdere goederen en/of diensten samen
aangeboden worden en die geen softwareproducten bevatten die significante aanpassingen en programmatie op maat van de koper vereisen. De geïdentificeerde prestatieverplichtingen van deze overeenkomsten komen overeen met de afzonderlijke boekhoudkundige eenheid die de Groep eerder toepaste voor de opbrengstenerkenning.
Binnen het segment Agfa HealthCare, vereist het merendeel van de overeenkomsten waarin meerdere goederen en/of diensten samen aangeboden worden, geen significante aanpassingen van het softwaregedeelte en geen programmatie op maat van de koper. Bij de verkoop van machines die aanzienlijke installatie vereisen binnen het segment Agfa Graphics, worden de opbrengsten geboekt nadat de installatie in overeenstemming met alle contractuele bepalingen is voltooid en de machine gebruiksklaar is voor de koper. Overeenkomstig de nieuwe IFRS 15 heeft de Groep geoordeeld dat de machine en installatiediensten zeer nauw verbonden zijn en behandeld zullen worden als één prestatieverplichting, die in opbrengsten geboekt worden op het moment van succesvolle installatie bij de koper.
De uitsplitsing van opbrengsten uit contracten met klanten volgens rapporterende entiteit op 31 december 2018 zoals vereist door IFRS 15 wordt als volgt voorgesteld:
| MILJOEN EURO | Agfa Graphics |
Agfa HealthCare |
Agfa Specialty Products |
|---|---|---|---|
| Geografische regio | |||
| Europa | 495 | 542 | 83 |
| NAFTA | 264 | 216 | 50 |
| Latijns-Amerika | 71 | 69 | - |
| Azië/Oceanië/Afrika | 219 | 177 | 61 |
| Totale opbrengsten per geografische regio | 1.049 | 1.004 | 194 |
| Opbrengsten naar aard | |||
| Opbrengsten uit de verkoop van goederen | 970 | 554 | 194 |
| Opbrengsten uit de verkoop van diensten | 79 | 450 | - |
| Tijdstip van opbrengstenerkenning | |||
| Opbrengsten erkend op een specifiek punt in de tijd | 970 | 554 | 194 |
| Opbrengsten erkend volgens verloop van tijd | 79 | 450 | - |
Transactieprijzen met betrekking tot prestatieverplichtingen die nog dienen nagekomen te worden, worden niet toegelicht daar het gaat over contracten die in het algemeen een looptijd hebben van minder dan één jaar.
De Groep heeft de volgende handelsvorderingen en activa en verplichtingen verbonden aan contracten met klanten op 31 december 2018:
| MILJOEN EURO | 1 januari 2018 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|---|
| Handelsvorderingen | 433 | 436 | |
| Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten | |||
| Activa erkend voor nog te maken kosten voor contracten met klanten | 21 | 31 | |
| Op te maken facturen | 84 | 74 | |
| Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten | |||
| Tussentijdse vooruitfacturaties - uitgestelde opbrengsten | 116 | 125 | |
| Ontvangen vooruitbetalingen | 12 | 27 | |
| Verwachte volumekortingen en andere kortingen | 17 | 14 |
Activa verbonden aan contracten met klanten hebben voornamelijk betrekking op het recht dat de Groep heeft voor verleende diensten en reeds geleverde goederen waarvoor de Groep contractueel het recht heeft om te factureren op een later tijdstip. Op te maken facturen vervat in activa verbonden aan contracten met klanten worden geherklasseerd naar handelsvorderingen op het moment dat de vordering onvoorwaardelijk wordt. Activa erkend met betrekking tot nog te maken kosten voor contracten met klanten bevatten alle kosten die direct toewijsbaar zijn aan het contract zijnde directe loonkosten, direct toewijsbare materiaalkost (werken in uitvoering) en kosten die expliciet kunnen doorgerekend worden aan de klanten. De Groep activeert geen kosten voor het verkrijgen van contracten met klanten aangezien de afschrijvingsperiode waarover deze kosten zouden afgeschreven worden lager is dan één jaar.
De volgende tabel geeft weer hoeveel van het in het huidige jaar erkende bedrag aan opbrengsten vervat zat in de beginbalans van contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten en hoeveel betrekking heeft op prestatieverplichtingen die gerealiseerd werden in een voorgaande periode:
| Contractuele activa verbonden aan contracten |
Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten |
|
|---|---|---|
| MILJOEN EURO Openingsbalans van contractuele activa en verplichtingen verbonden aan contracten met klanten |
met klanten 105 |
met klanten 145 |
| Geboekte opbrengsten die begrepen waren in de openingsbalans van contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten |
- | (145) |
| Geboekte opbrengsten met betrekking tot prestatieverplichtingen volbracht in voorgaande perioden |
- | - |
| Vooruitfacturaties aan klanten gedurende het boekjaar | - | 327 |
| Ontvangen vooruitbetalingen van klanten gedurende het boekjaar | - | 44 |
| Uitgestelde opbrengsten erkend gedurende het boekjaar | - | (199) |
| Contractuele activa verbonden aan klanten geboekt gedurende het boekjaar |
310 | - |
| Transferten van contractuele activa verbonden aan contracten met klanten naar handelsvorderingen |
(246) | - |
| Geboekte waardeverminderingsverliezen op contractuele activa verbonden aan contracten met klanten |
(1) | - |
| Contractuele activa verbonden aan klanten erkend in kosten gedurende het boekjaar (werken in uitvoering) |
(67) | - |
| Veranderingen in verwachte volumekortingen en andere kortingen | - | (2) |
| Herklasseringen | 4 | (4) |
| Eindbalans van contractuele activa en verplichtingen verbonden aan contracten met klanten |
105 | 166 |
| MILJOEN EURO | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Valutakoersverschillen en reële waardeveranderingen van derivaten | 42 | 7 |
| Doorrekening naar klanten | 8 | 6 |
| Terugname van niet-gebruikte voorzieningen geboekt in voorgaande jaren | 1 | 3 |
| Strategische alliantie voor UV digitale verpakkingsinkten tussen Siegwerk Druckfarben AG & Co.KGaA en Agfa NV |
- | 21 |
| Baten uit financiële leaseovereenkomsten | 6 | 6 |
| Winst uit de verkoop van materiële vaste activa | 1 | 2 |
| Diverse overige opbrengsten | 10 | 11 |
| TOTAAL | 68 | 56 |
Inkomsten uit doorbelastingen aan klanten bevatten voornamelijk doorbelastingen van vrachtkosten en kosten van Onderzoek en Ontwikkeling.
De baten uit financiële leaseovereenkomsten bevatten hoofdzakelijk interestopbrengsten en opbrengsten uit de verkoop van invorderbare minimale leasebetalingen.
In de loop van 2018 tekende Agfa NV een contract met Siegwerk Druckfarben AG & Co.KGaA, één van de toonaangevende internationale leveranciers van drukinkten voor verpakkingstoepassingen en etiketten. Het contract tussen de twee bedrijven omvat een overdracht van activiteiten van Agfa NV aan Siegwerk van een geselecteerde OEM-klantenlijst, toegang tot knowhow, intellectueel eigendom en diensten op het gebied van UV-uithardende digitale inkjetinkten voor de single pass verpakkings- en labelindustrie. Het contract resulteerde in een overige bedrijfsopbrengst ten belope van 21 miljoen euro.
| MILJOEN EURO | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Valutakoersverschillen en reële waardeveranderingen van derivaten | 43 | 8 |
| Reorganisatiekosten | 14 | 28 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op goodwill en immateriële vaste activa en materiële vaste activa |
3 | 6 |
| Kosten van de verkoop van immateriële activa en materiële vaste activa | 1 | 1 |
| Voorzieningen en bankkosten | 8 | 3 |
| Diverse overige kosten | 24 | 27 |
| TOTAAL | 93 | 73 |
In 2018 registreerde de Groep reorganisatiekosten ten belope van 28 miljoen euro (2017: 14 miljoen euro). Deze kosten omvatten voornamelijk kosten naar aanleiding van de sluiting van de fabriek in Branchburg (VS) en opzeggingsvergoedingen. Bijkomend werden 1 miljoen euro waardeverminderingen op voorraden ook erkend als reorganisatiekosten, maar gepresenteerd onder kostprijs van de verkopen.
In 2017 registreerde de Groep reorganisatiekosten ten belope van 14 miljoen euro. Deze kosten omvatten voornamelijk opzeggingsvergoedingen. Bijkomend hebben 3 miljoen euro bijzondere waardeverminderingsverliezen op goodwill ook betrekking op reorganisatiekosten.
| MILJOEN EURO | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Financieringsbaten | ||
| Op bankdeposito's | 1 | 2 |
| TOTAAL FINANCIERINGSBATEN | 1 | 2 |
| Financieringskosten op financiële schulden gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs | ||
| Op bankleningen | (6) | (8) |
| Op obligatielening | (2) | (2) |
| TOTAAL FINANCIERINGSKOSTEN | (8) | (10) |
| Overige financieringsbaten | ||
| Valutakoersverschillen en reële waardeveranderingen van derivaten die geen deel uitmaken van een afdekkingsrelatie - nettobedrag |
4 | 1 |
| Financieringsbaten uit derivaten die geen deel uitmaken van een afdekkingsrelatie | 3 | 3 |
| Financieringsbaten op handelsvorderingen en overige vorderingen | 1 | - |
| Overige | 2 | 1 |
| TOTAAL OVERIGE FINANCIERINGSBATEN | 10 | 5 |
| Overige financieringskosten | ||
| Pensioenlast van de periode die als overige financiële opbrengsten/(kosten) wordt behandeld en renteaandeel op overige rentedragende verplichtingen (1) |
(25) | (24) |
| Valutakoersverschillen en reële waardeveranderingen van derivaten die geen deel uitmaken van een afdekkingsrelatie - nettobedrag |
(6) | (2) |
| Financieringslasten uit derivaten die geen deel uitmaken van een afdekkingsrelatie | - | (3) |
| Financieringslasten uit derivaten die aangeduid zijn als kasstroomafdekkingen | (6) | (3) |
| Financieringslasten op overige vorderingen | - | (1) |
| Overige | (5) | (3) |
| TOTAAL OVERIGE FINANCIERINGSKOSTEN | (42) | (36) |
| NETTOFINANCIERINGSLASTEN | (39) (2) | (39) (2) |
(1) Het renteaandeel op overige rentedragende verplichtingen omvat voornamelijk de interesten op de verplichtingen voor brugpensioen. (2) Bovenvermelde nettofinancieringslasten bevatten volgende financieringsbaten en financieringskosten uit financiële activa en verplichtingen die niet geclassificeerd zijn in de categorie financiële activa en verplichtingen tegen reële waarde metwaardeveranderingen opgenomen in de winst- en verliesrekening. Totale financieringsbaten op financiële activa 1 2
Totale financieringskosten op financiële verplichtingen (8) (10)
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de winstbelastingen volgens aard:
| MILJOEN EURO | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Betaalde of verschuldigde winstbelastingen | 27 | 32 |
| Met betrekking tot dit boekjaar | 27 | 40 |
| Met betrekking tot voorgaande boekjaren | - | (7) |
| Uitgestelde winstbelastingen | 26 | 1 |
| Met betrekking tot tijdelijke verschillen | 9 | (1) |
| Met betrekking tot niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscale verrekenbare tegoeden |
17 | 3 |
| Winstbelastingen | 53 | 34 |
De opbrengsten uit winstbelastingen met betrekking tot voorgaande boekjaren hebben hoofdzakelijk betrekking op de terugname van voorzieningen voor tax audits.
Uitgestelde winstbelastingen bedroegen in 2018 1 miljoen euro, in vergelijking met 26 miljoen euro voorgaand jaar. De evolutie is voornamelijk te verklaren door een éénmalige kost voor uitgestelde winstbelastingen van 25 miljoen euro vorig jaar die het gevolg was van gewijzigde wetgeving in België en de VS.
De belangrijkste componenten van de winstbelastingen worden afzonderlijk toegelicht in de tabel die de aansluiting weergeeft tussen het gemiddelde effectieve belastingtarief en het toepasselijke belastingtarief in toelichting 13.3.4.
Actuele vorderingen uit winstbelastingen bedragen 71 miljoen euro (2017: 63 miljoen euro) en actuele verplichtingen uit winstbelastingen bedragen 47 miljoen euro (2017: 53 miljoen euro).
Actuele winstbelastingen voor de huidige en voorgaande periodes, in de mate dat ze nog niet betaald zijn, zijn erkend als een verplichting. Indien het bedrag, reeds betaald met betrekking tot de huidige en voorgaande periodes, groter is dan het bedrag verschuldigd voor die periodes, is het verschil erkend als een vordering.
De Groep is onderworpen aan winstbelastingen in een groot aantal rechtsgebieden. Er bestaan onzekerheden betreffende de interpretaties van complexe fiscale regelgevingen in de respectieve landen. De Groep erkent verplichtingen voor elementen die tijdens een belastingcontrole mogelijk op de voorgrond kunnen treden, gebaseerd op aanvaardbare schattingen betreffende het al dan niet verschuldigd zijn van bijkomende belastingen, waarbij diverse factoren in aanmerking worden genomen zoals ervaring met vorige belastingcontroles en afwijkende interpretaties tussen enerzijds de entiteit die wordt belast en de belastingautoriteit. Verschillen die ontstaan tussen reële resultaten en gemaakte assumpties of toekomstige veranderingen aan dergelijke assumpties kunnen aanpassingen aan de belastinglast van toekomstige periodes noodzakelijk maken.
De Groep meent op grond van de beoordeling van talrijke factoren, zoals hierboven uitgelegd, dat de opgenomen belastingverplichtingen toereikend zijn voor alle nog openstaande belastingjaren.
Actuele vorderingen uit winstbelastingen en actuele verplichtingen uit winstbelastingen worden gecompenseerd als ze betrekking hebben op winstbelastingen geheven door dezelfde belastingautoriteit en als ze bestemd zijn om te worden afgewikkeld op een nettobasis.
Uitgestelde belastingvorderingen zijn de bedragen van de winstbelastingen die terugvorderbaar zijn in toekomstige periodes met betrekking tot aftrekbare tijdelijke verschillen, nietgecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden.
Uitgestelde belastingverplichtingen zijn de bedragen van de winstbelastingen die verschuldigd zijn in toekomstige periodes met betrekking tot belastbare tijdelijke verschillen.
| 31 december 2017 | 31 december 2018 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Activa | Verplichtingen | Netto | Activa | Verplichtingen | Netto |
| Immateriële activa en goodwill | 37 | 21 | 16 | 31 | 26 | 4 |
| Materiële vaste activa | 8 | 12 | (4) | 8 | 11 | (3) |
| Geassocieerde deelnemingen en Financiële vaste activa | - | - | - | - | 3 | (3) |
| Voorraden | 19 | 3 | 16 | 22 | 1 | 21 |
| Handelsvorderingen | 3 | 2 | 1 | - | - | - |
| Voorzieningen en verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding |
32 | 2 | 30 | 38 | 1 | 37 |
| Andere vlottende activa & overige verplichtingen | (1) | 5 | (6) | - | 1 | (1) |
| Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen met betrekking tot tijdelijke verschillen |
98 | 45 | 53 | 98 | 42 | 55 |
| Niet-gecompenseerde fiscale verliezen | 37 | - | 37 | 35 | - | 35 |
| Ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden | 4 | - | 4 | 2 | - | 2 |
| Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen voor saldering |
139 | 45 | 94 | 135 | 42 | 92 |
| Saldering | (24) | (24) | - | (20) | (20) | - |
| Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen | 115 | 21 | 94 | 114 | 22 | 92 |
De uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen kunnen als volgt worden toegewezen:
De beweging in tijdelijke verschillen gedurende 2017-2018 wordt toegelicht in 13.4.
Uitgestelde belastingvorderingen worden erkend wanneer er voldoende zekerheid is over de beschikbaarheid van toekomstige belastbare winsten om de tijdelijke verschillen, niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden te kunnen gebruiken.
De Groep beoordeelt op geregelde tijdstippen de realiseerbaarheid van haar uitgestelde belastingvorderingen, voornamelijk op basis van de langetermijnplanning voor de bedrijfssegmenten Agfa Graphics en Agfa HealthCare en rekening houdend met de winsten uit het verleden en geschatte toekomstige fiscale winsten van de betreffende geconsolideerde entiteiten. Andere parameters zoals het verwachte tijdstip van de afwikkeling van bestaande tijdelijke verschillen en strategieën betreffende planning van de fiscale winst worden eveneens bij deze beoordeling in aanmerking genomen.
Belangrijke wijzigingen aan bedrijfsplannen en/of goederen- en dienstenstromen die de fiscale winsten of verliezen van bepaalde entiteiten van de Groep beïnvloeden, kunnen een impact hebben op de realisatie van uitgestelde belastingvorderingen. Verschillen die ontstaan tussen reële resultaten en gemaakte assumpties of toekomstige veranderingen aan dergelijke assumpties, kunnen resulteren in het tegenboeken van bepaalde uitgestelde belastingvorderingen wat aanleiding geeft tot een verhoogd effectief belastingtarief voor de Groep.
Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden gecompenseerd als ze betrekking hebben op winstbelastingen geheven door dezelfde belastingautoriteit.
Voor de niet-gecompenseerde fiscale verliezen, de ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden en tijdelijke verschillen werden geen uitgestelde belastingvorderingen opgenomen voor onderstaande bedragen omdat het niet waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winst beschikbaar zal zijn waarmee deze kunnen worden verrekend:
De herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van de toegezegdpensioenregeling (IAS 19R) heeft een belangrijk effect op de niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen op tijdelijke verschillen. De impact van de betreffende wijziging bevindt zich in entiteiten waarvoor het management van de Groep geoordeeld heeft dat er onvoldoende zekerheid is dat de betreffende belastingbesparing zal kunnen gerealiseerd worden.
De niet-opgenomen uitgestelde belastingvordering met betrekking tot de impact van de 2011 aanpassing van IAS 19 en de daaropvolgende herwaarderingen van de nettoverplichting uit hoofde van de toegezegdpensioenregeling bedraagt 127 miljoen euro en zou een impact hebben in de niet-gerealiseerde resultaten indien opgenomen.
De impact van de uitgestelde belastingvordering op de ongebruikte tijdelijke verschillen, de ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden en de niet-gecompenseerde fiscale verliezen vervalt als volgt:
| MILJOEN EURO | Tijdelijke verschillen |
Fiscale verliezen |
Belasting kredieten |
TOTAAL |
|---|---|---|---|---|
| Vervalt in: | ||||
| 2019 | - | - | - | - |
| 2020 | - | - | - | - |
| 2021 | - | - | - | - |
| 2022 | - | - | - | - |
| 2023 | - | - | - | - |
| na 2023 | - | 13 | - | 13 |
| zonder vervaldatum | 186 | 201 | 18 | 405 |
| TOTAAL | 186 | 215 | 18 | 419 |
| MILJOEN EURO | |
|---|---|
| Winst (verlies) voor belastingen | 99 |
| Winstbelastingen | 53 |
| Belastingtarief | 53,53% |
In 2017 waren er wijzigingen aan de toepasselijke belastingtarieven in vergelijking tot het vorige boekjaar die een belangrijke impact hebben gehad op de winstbelastingen, en dit voornamelijk in België en de Verenigde Staten.
| MILJOEN EURO | |
|---|---|
| Winst (verlies) voor belastingen | 99 |
| Het product van het resultaat voor belastingen en het toepasselijke belastingtarief | 32 |
| Toepasselijke belastingtarief (1) | 32,32% |
| Fiscaal niet aftrekbare lasten | 8 |
| Impact van fiscaal verrekenbare tegoeden en andere verminderingen van de belastbare basis |
(6) |
| Fiscale verliezen van het huidige jaar waarvoor geen uitgestelde belastingvordering werd opgenomen |
17 |
| Impact gebruikte fiscale verliezen in 2017 waarvoor in het verleden geen uitgestelde belastingvordering werd opgenomen |
(1) |
| Uitgestelde belastingvorderingen erkend op verliezen van vorige jaren | (1) |
| Toename van aftrekbare tijdelijke verschillen waarvoor geen uitgestelde belastingvordering werd erkend |
7 |
| Tegenboeking van aftrekbare tijdelijke verschillen waarvoor geen uitgestelde belastingvordering werd erkend |
(34) |
| Roerende voorheffing | 4 |
| Impact van wijzigingen in de fiscale regelgeving in België en de VS op uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen |
25 |
| Overige | 2 |
| Winstbelastingen | 53 |
| Gemiddelde effectieve belastingtarief | 53,53% |
(1) Het toepasselijke belastingtarief is het gewogen gemiddelde belastingtarief van de Onderneming en al haar geconsolideerde dochterondernemingen.
| MILJOEN EURO | |
|---|---|
| Winst (verlies) voor belastingen | 19 |
| Winstbelastingen | 34 |
| Belastingtarief | 181,07% |
| MILJOEN EURO | |
|---|---|
| Winst (verlies) voor belastingen | 19 |
| Het product van het resultaat voor belastingen en het toepasselijke belastingtarief | 5 |
| Toepasselijke belastingtarief (1) | 27,49% |
| Fiscaal niet aftrekbare lasten | 12 |
| Impact van fiscaal verrekenbare tegoeden en andere verminderingen van de belastbare basis | (9) |
| Fiscale verliezen van het huidige jaar waarvoor geen uitgestelde belastingvordering werd opgenomen | 47 |
| Impact gebruikte fiscale verliezen in 2018 waarvoor in het verleden geen uitgestelde belastingvordering werd opgenomen |
(1) |
| Tegenboeking van aftrekbare tijdelijke verschillen waarvoor geen uitgestelde belastingvordering werd erkend |
(20) |
| Roerende voorheffing | 1 |
| Overige | (2) |
| Winstbelastingen | 34 |
| Gemiddelde effectieve belastingtarief | 181,07% |
(1) Het toepasselijke belastingtarief is het gewogen gemiddelde belastingtarief van de Onderneming en al haar geconsolideerde dochterondernemingen.
| MILJOEN EURO | 31 december 2016 | consolidatiekring Wijziging in |
Verschillen opgenomen in win- en verliesrekening |
Opgenomen in het eigen vermogen |
Valutakoersverschillen | 31 december 2017 | consolidatiekring Wijziging in |
Verschillen opgenomen in win- en verliesrekening |
Opgenomen in het eigen vermogen |
Valutakoersverschillen | 31 december 2018 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Immateriële activa en goodwill | 28 | - | (12) | - | - | 16 | (6) | (6) | - | - | 4 |
| Materiële vaste activa | (7) | - | 3 | - | - | (4) | - | 1 | - | - | (3) |
| Geassocieerde deelnemingen en Financiële vaste activa |
- | - | - | - | - | - | - | (3) | - | - | (3) |
| Voorraden | 17 | - | - | - | (1) | 16 | - | 5 | - | - | 21 |
| Vorderingen | 1 | - | - | - | - | 1 | - | (1) | - | - | - |
| Voorzieningen en verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding |
33 | - | - | (2) | (1) | 30 | - | 7 | - | - | 37 |
| Andere vlottende activa & overige verplichtingen |
- | - | - | (4) | (2) | (6) | - | (1) | 5 | - | (1) |
| Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen met betrekking tot tijdelijke verschillen |
72 | - | (9) | (6) | (4) | 53 | (6) | 1 | 5 | - | 55 |
| Niet-gecompenseerde fiscale verliezen |
55 | - | (18) | - | - | 37 | - | (2) | - | - | 35 |
| Ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden |
3 | - | 1 | - | - | 4 | - | (1) | - | - | 2 |
| Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen |
130 | - | (26) | (6) | (4) | 94 | (6) | (1) | 5 | - | 92 |
De uitgestelde belastingvordering op de voorzieningen en verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding die opgenomen zijn in de niet-gerealiseerde resultaten hebben betrekking op de herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van de toegezegdpensioenregeling (IAS 19R).
| Immateriële activa | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Onbepaalde gebruiks duur |
Beperkte gebruiksduur | |||||||||
| MILJOEN EURO | Goodwill | Merknamen | ontwikkelingskosten Geactiveerde |
Technologie | Klantencontracten en -relaties |
Merknamen | informatiesystemen Management- |
Industriële eigen domsrechten en andere licenties |
Vooruitbetalingen op immateriële activa |
TOTAAL |
| Aanschaffingswaarde op 31 december 2016 | 636 | 17 | 42 | 215 | 119 | 14 | 123 | 62 | - | 1.228 |
| Valutakoersverschillen | (28) | - | - | (2) | (3) | - | (6) | (1) | - | (40) |
| Wijziging in consolidatiekring | 2 | - | 1 | 3 | - | - | - | - | - | 6 |
| Investeringsuitgaven | - | - | - | - | - | - | 1 | 3 | - | 4 |
| Buitengebruikstellingen | - | - | - | - | - | - | - | (3) | - | (3) |
| Overboekingen | - | - | - | - | - | - | 3 | (2) | - | 1 |
| Aanschaffingswaarde op 31 december 2017 | 610 | 17 | 43 | 216 | 116 | 14 | 121 | 59 | - | 1.196 |
| Valutakoersverschillen | 2 | - | - | (1) | (1) | - | 2 | 1 | - | 4 |
| Wijziging in consolidatiekring | 12 | - | - | 2 | 21 | 1 | - | - | - | 36 |
| Toegekende warmtekrachtcertificaten en emissierechten |
- | - | - | - | - | - | - | 2 | - | 2 |
| Investeringsuitgaven | - | - | - | - | - | - | - | 2 | - | 2 |
| Buitengebruikstellingen | - | - | - | - | (3) | - | - | (3) | - | (7) |
| Ingebruikname activa in aanbouw | - | - | - | - | - | - | 1 | 1 | - | 1 |
| Overboekingen | - | - | - | - | - | - | 1 | (1) | - | - |
| Aanschaffingswaarde op 31 december 2018 | 624 | 17 | 43 | 217 | 134 | 14 | 124 | 61 | - | 1.234 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen op 31 december 2016 |
103 | 4 | 42 | 182 | 91 | 11 | 119 | 55 | - | 607 |
| Valutakoersverschillen | (5) | - | - | (1) | (3) | - | (6) | - | - | (15) |
| Wijziging in consolidatiekring | - | - | 1 | - | - | - | - | - | - | 1 |
| Afschrijvingen van het jaar | - | - | - | 4 | 4 | 1 | 3 | 2 | - | 14 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | 3 | - | - | - | - | - | - | - | - | 3 |
| Buitengebruikstellingen | - | - | - | - | - | - | (1) | (1) | - | (2) |
| Overboekingen | - | - | - | - | - | - | 1 | (2) | - | (1) |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen op 31 december 2017 |
101 | 4 | 43 | 185 | 92 | 12 | 116 | 54 | - | 607 |
| Valutakoersverschillen | - | - | - | (1) | - | - | 2 | 1 | - | 2 |
| Wijziging in consolidatiekring | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Afschrijvingen van het jaar | - | - | - | 5 | 5 | 1 | 2 | 2 | - | 16 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | 1 | - | - | - | - | - | - | - | - | 1 |
| Buitengebruikstellingen | - | - | - | - | (2) | - | - | (3) | - | (5) |
| Overboekingen | - | - | - | - | - | - | (2) | 2 | - | (1) |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen op 31 december 2018 |
101 | 4 | 43 | 188 | 96 | 12 | 119 | 55 | - | 619 |
| Boekwaarde op 31 december 2016 | 533 | 13 | - | 33 | 28 | 3 | 4 | 7 | - | 621 |
| Boekwaarde op 31 december 2017 | 509 | 13 | - | 31 | 24 | 2 | 5 | 5 | - | 589 |
In 2018 bedragen de investeringsuitgaven voor immateriële activa 2 miljoen euro (2017: 4 miljoen euro). De investeringen in immateriële activa zoals weergegeven in het geconsolideerde kasstroomoverzicht bedragen 2 miljoen euro (2017: 3 miljoen euro). Het verschil van 1 miljoen euro met betrekking tot 2017 betreft toegekende warmtekrachtcertificaten en emissierechten die niet resulteerden in kasuitgaven.
Als onderdeel van het herstructureringsplan, met betrekking tot de beslissing van de sluiting van een drukplatenfabriek in Branchburg, VS, werden er in de loop van 2018 individuele bijzondere waardeverminderingsverliezen geboekt op goodwill ten belope van 1 miljoen euro in het Grafische segment.
Als onderdeel van het herstructureringsplan, met betrekking tot de beslissing om bepaalde reseller activiteiten in de VS te stopzetten, werden er in de loop van 2017 individuele bijzondere waardeverminderingsverliezen geboekt op goodwill ten belope van 3 miljoen euro in het Grafische segment.
Op het einde van 2017 en 2018 heeft de Groep haar goodwill en immateriële activa met onbepaalde gebruiksduur getoetst op een mogelijke bijzondere waardevermindering. Het betreft merknamen met een onbepaalde gebruiksduur, die volledig toegewezen zijn aan het operationele segment Agfa HealthCare. Er waren echter geen indicaties tot mogelijke bijzondere waardevermindering. Bovendien heeft de Groep onderzocht of er een indicatie was die wijst op een mogelijke bijzondere waardevermindering voor de immateriële activa met beperkte gebruiksduur. Dit resulteerde niet in het boeken van een bijzonder waardeverminderingsverlies.
Het management van de Groep heeft op het einde van 2018 beoordeeld of de gebruiksduur van haar belangrijkste immateriële activa nog terecht is. Dit resulteerde niet in een herziening van de afschrijvingstermijnen. In rubriek 14.3 worden de onderliggende veronderstellingen van de gebruiksduur verder toegelicht.
Voor de jaarrekening van de Groep wordt de goodwill jaarlijks onderzocht op bijzondere waardevermindering en telkens er een aanwijzing is die wijst op een mogelijke bijzondere waardevermindering. In het kader van het onderzoek op bijzondere waardevermindering is goodwill toegerekend aan een kasstroomgenererende eenheid.
In overeenstemming met de definitie van kasstroomgenererende eenheid heeft het management van de Groep, de te rapporteren segmenten als kasstroomgenererende eenheden geïdentificeerd, zijnde Agfa Graphics, Agfa HealthCare en Agfa Specialty Products. Het te rapporteren segment vertegenwoordigt het laagste niveau binnen de Groep waarop goodwill opgevolgd wordt voor interne managementdoeleinden.
Goodwill wordt getoetst voor bijzondere waardevermindering door de boekwaarde/reële waarde minus verkoopkosten (alleen voor het Grafische segment) van elke kasstroomgenererende eenheid te vergelijken met haar realiseerbare waarde.
De realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid is bepaald aan de hand van de berekende bedrijfswaarde.
De bedrijfswaarde wordt bepaald als de contante waarde van verwachte toekomstige kasstromen, welke worden afgeleid van de huidige langetermijnplanning van de Groep.
De disconteringsvoet die gebruikt wordt in de bepaling van de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen is een disconteringsvoet die gebaseerd is op een gewogen gemiddelde kapitaalkost (WACC).
De gewogen gemiddelde kapitaalkost is gebaseerd op deze van een gemiddelde marktdeelnemer van een groep van peers waarbij een extra risicocomponent toegevoegd werd aan de kost van eigen vermogen.
De kost van vreemd vermogen is gebaseerd op voorwaarden die vergelijkbare bedrijven voor hun langetermijnfinanciering zouden kunnen onderhandelen.
De disconteringsvoet is voor elke kasstroomgenerende eenheid afzonderlijk berekend op basis van de verhouding schuldgraad versus eigen vermogen van elke groep van peers. De disconteringsvoet voor belastingen is afgeleid van de gewogen gemiddelde kapitaalkost bij wijze van iteratie.
Er dient tevens vermeld te worden dat de Groep het effect van gestegen zilverprijzen op haar financiële positie zal trachten te verlichten onder andere door verkoopprijsaanpassingen en door het nemen van kostenbesparingsmaatregelen, afhankelijk van de omvang van de grondstoffenprijsstijgingen, van de evolutie van de geldende muntkoersen en de algemene marktomstandigheden.
Op 31 december 2018 omvat de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid Agfa Graphics goodwill ten belope van 35 miljoen euro.
Per jaareinde 2018 heeft de Groep de goodwill behorende tot de kasstroomgenererende eenheid Agfa Graphics getoetst op een mogelijke bijzondere waardevermindering. Rekening houdend met de gebruikte veronderstellingen is de bedrijfswaarde/reële waarde minus verkoopkosten (alleen voor het Grafische segment) van de eenheid groter dan haar boekwaarde en is er geen bijzondere waardevermindering geboekt.
De bedrijfswaarde/reële waarde minus verkoopkosten (alleen voor het Grafische segment) van de kasstroomgenererende eenheid Agfa Graphics is bepaald op basis van kasstroomvoorspellingen over de komende vijf jaar.
De kasstroomprognoses werden bepaald op basis van een formeel door de Raad van Bestuur goedgekeurd strategisch bedrijfsplan.
Na vijf jaar wordt de residuele waarde van de kasstroomgenererende eenheid bepaald, rekening houdend met een groeivoet van -2,0% in de 'prepress'-activiteit en van +2,0% in de 'inkjet' toepassingen. De groeivoeten zijn afgeleid van beschikbare marktinformatie.
De belangrijkste veronderstellingen gebruikt in de beoordeling van een mogelijke bijzondere waardevermindering zijn bepaald door het management van het segment Agfa Graphics en zijn gebaseerd op prestaties uit het verleden en de verwachtingen betreffende marktontwikkeling.
Deze zijn als volgt:
Er werden sensitiviteitsanalyses uitgevoerd waarbij het effect onderzocht werd van een redelijkerwijs mogelijke wijziging van de belangrijkste gehanteerde veronderstellingen op de bedrijfswaarde van de eenheid, zijnde substantieel verhoogde grondstofprijzen (zilver en aluminium) en een verhoging van de gewogen gemiddelde kapitaalkost (WACC).
De gevoeligheidsanalyse is gebaseerd op een stijging van de zilver- en de aluminiumprijs en op een stijging van 100 basispunten van de WACC. Op basis van voornoemde gevoeligheidsanalyses is het management ervan overtuigd dat een redelijkerwijs mogelijke wijziging in een belangrijke veronderstelling waarop management zijn bepaling van de realiseerbare waarde van de eenheid heeft gebaseerd, geen aanleiding zal geven tot het boeken van een bijzonder waardeverminderingsverlies.
Op 31 december 2018 bedraagt de boekwaarde van de goodwill van de kasstroomgenererende eenheid Agfa HealthCare 488 miljoen euro. Per jaareinde 2018 heeft de Groep de goodwill behorende tot de kasstroomgenererende eenheid Agfa HealthCare getoetst op een mogelijke bijzondere waardevermindering.
Rekening houdend met de gebruikte veronderstellingen is de bedrijfswaarde van de eenheid groter dan haar boekwaarde en is er geen bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt.
De bedrijfswaarde van de kasstroomgenererende eenheid Agfa HealthCare wordt bepaald op basis van kasstroomvoorspellingen over de komende vijf jaar. De kasstroomprognoses werden bepaald op basis van een formeel door de Raad van Bestuur goedgekeurd strategisch bedrijfsplan. Na vijf jaar wordt de residuele waarde van de kasstroomgenererende eenheid bepaald, rekening houdend met een groeivoet voor de divisie Information Technology Solutions (IT-oplossingen) van 2,17% en een groeivoet voor de divisie Imaging Systems van -2,80%. De groeivoeten zijn afgeleid van beschikbare marktinformatie.
De belangrijkste veronderstellingen gebruikt in de beoordeling van een mogelijke bijzondere waardevermindering zijn bepaald door het management van het te rapporteren segment Agfa HealthCare en zijn gebaseerd op prestaties uit het verleden en de verwachtingen wat betreft marktontwikkeling.
Deze zijn als volgt:
Er werd een sensitiviteitsanalyse uitgevoerd waarbij het effect onderzocht werd van een redelijkerwijs mogelijke verhoging van de gewogen gemiddelde kapitaalkost (WACC) en een substantiële verhoging van de zilverprijs. De sensitiviteitsanalyse is gebaseerd op een mogelijkse verhoging van de zilverprijs over de lange termijnhorizon met 8 USD/Troz. en een verhoging van de WACC met 100 basispunten. Deze sensitiviteitsanalyses hebben geen risico op een mogelijks bijzondere waardevermindering onthuld. Op basis van voornoemde gevoeligheidsanalyse is het management ervan overtuigd dat een redelijkerwijs mogelijke wijziging in een belangrijke veronderstelling waarop management zijn bepaling van de realiseerbare waarde van de eenheid heeft gebaseerd, geen aanleiding zal geven tot het boeken van een bijzonder waardeverminderingsverlies.
Op 31 december 2018 omvat de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid Agfa Specialty Products geen goodwill.
Op het einde van 2017 en 2018 heeft de Groep haar immateriële activa met onbepaalde gebruiksduur getoetst op een mogelijke bijzondere waardevermindering. Het betreft merknamen met een onbepaalde gebruiksduur, die volledig toegewezen zijn aan het operationele segment Agfa HealthCare. Dit resulteerde niet in het boeken van een bijzonder waardeverminderingsverlies.
De gebruiksduur van een immaterieel actief is de periode, waarin het actief verwacht wordt op een directe of op een indirecte wijze bij te dragen tot de toekomstige kasstromen van de Groep. Verworven technologie, klantencontracten en -relaties zijn de meest belangrijke immateriële activa van de Groep.
Voor verworven technologie is de schatting van de resterende gebruiksduur gebaseerd op een analyse van factoren zoals typische productlevenscycli in de industrie en technologische en economische veroudering voortkomende hoofdzakelijk uit verwachte acties van concurrenten en potentiële concurrenten.
Op 31 december 2018 bedroeg de nettoboekwaarde van de door de Groep verworven technologie 29 miljoen euro (2017: 31 miljoen euro). De door de Groep verworven technologie heeft een geschatte gewogen gemiddelde resterende gebruiksduur van ongeveer zes jaar. De gebruiksduur van immateriële activa wordt regelmatig beoordeeld en herzien indien noodzakelijk. Voor verworven cliëntencontracten en -relaties is de schatting van de resterende gebruiksduur gebaseerd op ratio's die het verval van cliëntenrelaties weergeven. Voor de schatting van dergelijke ratio's beoordeelt de Groep de waarschijnlijkheid dat bestaande contracten worden hernieuwd. Voor de beoordeling van de waarschijnlijkheid dat bestaande contracten worden hernieuwd, worden de vraag, de concurrentie en andere factoren zoals technologische afhankelijkheid en daarmee verband houdende 'sunk costs' in overweging genomen. Op 31 december 2018 bedroeg de nettoboekwaarde van de door de Groep verworven cliëntencontracten en -relaties 38 miljoen euro (2017: 24 miljoen euro). De door de Groep verworven cliëntencontracten en -relaties hebben een geschatte gewogen gemiddelde resterende gebruiksduur van ongeveer zes jaar. De gebruiksduur van immateriële activa wordt regelmatig beoordeeld en herzien indien noodzakelijk.
Hoewel de Groep van oordeel is dat de gebruikte veronderstellingen (zoals de productlevenscycli en de ratio's die het verval van cliëntenrelaties weergeven) geschikt zijn, kunnen belangrijke verschillen in actuele ervaring een impact hebben op de toekomstige afschrijvingslast voor de Groep.
| MILJOEN EURO | Terreinen, gebouwen en infrastructuur |
Machines en technische uitrusting |
Meubilair en overige materiële vaste activa |
Vaste activa in aanbouw en vooruitbetalingen op materiële vaste activa |
TOTAAL |
|---|---|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde op 31 december 2016 | 358 | 1.479 | 213 | 15 | 2.065 |
| Valutakoersverschillen | (11) | (27) | (6) | (1) | (45) |
| Wijziging in consolidatiekring | - | - | - | - | - |
| Investeringsuitgaven | 2 | 14 | 12 | 16 | 44 |
| Buitengebruikstellingen | (4) | (29) | (5) | (1) | (39) |
| Overboekingen | 1 | 2 | 3 | (10) | (4) |
| Aanschaffingswaarde op 31 december 2017 | 346 | 1.439 | 217 | 19 | 2.021 |
| Valutakoersverschillen | 1 | 1 | (1) | (1) | - |
| Wijziging in consolidatiekring | - | - | - | - | - |
| Nieuwe leaseovereenkomsten | - | - | 1 | - | 1 |
| Investeringsuitgaven | 2 | 17 | 6 | 13 | 38 |
| Buitengebruikstellingen | (2) | (47) | (23) | (1) | (73) |
| Ingebruikname activa in aanbouw | 2 | 2 | - | (6) | (1) |
| Overboekingen | (8) | 30 | (28) | (3) | (10) |
| Aanschaffingswaarde op 31 december 2018 | 340 | 1.442 | 171 | 22 | 1.976 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen op 31 december 2016 |
281 | 1.400 | 186 | - | 1.867 |
| Valutakoersverschillen | (7) | (25) | (5) | - | (37) |
| Wijziging in consolidatiekring | - | - | - | - | - |
| Afschrijvingen van het jaar | 7 | 19 | 13 | - | 39 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | - | - | - | - | - |
| Buitengebruikstellingen | (2) | (28) | (5) | - | (35) |
| Overboekingen | - | (5) | 1 | 1 | (3) |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen op 31 december 2017 |
279 | 1,361 | 190 | 1 | 1,831 |
| Valutakoersverschillen | - | 2 | (1) | - | 1 |
| Wijziging in consolidatiekring | - | - | - | - | - |
| Afschrijvingen van het jaar | 6 | 19 | 14 | - | 39 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | 1 | 5 | - | - | 5 |
| Buitengebruikstellingen | (1) | (47) | (22) | - | (71) |
| Overboekingen | - | 26 | (30) | - | (4) |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen op 31 december 2018 |
285 | 1.366 | 150 | 1 | 1.802 |
| Boekwaarde op 31 december 2016 | 77 | 80 | 26 | 15 | 198 |
| Boekwaarde op 31 december 2017 | 67 | 78 | 27 | 18 | 190 |
| Boekwaarde op 31 december 2018 | 55 | 77 | 22 | 21 | 174 |
In 2018 bedroegen de investeringsuitgaven voor materiële vaste activa 38 miljoen euro (2017: 44 miljoen euro), waarvan 17 miljoen euro (2017: 14 miljoen euro) voornamelijk betrekking heeft op machines en technische uitrusting voornamelijk in België en Duitsland en waarvan 13 miljoen euro (2017: 16 miljoen euro) betrekking heeft op activa in aanbouw voor efficiëntieverhoging, instandhouding en IT-gerelateerde projecten in de productie in België, Duitsland, Frankrijk, Brazilië, Verenigd Koninkrijk en China.
De bijzondere waardeverminderingsverliezen op machines en technische uitrusting ten belope van 5 miljoen euro op 31 december 2018 hebben betrekking op de gesloten drukplatenfabriek in Branchburg, VS.
In de loop van 2018 werden er activa ten belope van 10 miljoen euro overgeboekt van terreinen gebouwen en infrastructuur naar vaste activa aangehouden voor verkoop (zie toelichting 23).
De Groep, als leasinggever, heeft ook een aantal activa onder operationele lease in haar balans opgenomen onder de rubriek 'Overige materiële vaste activa'.
Eind december 2018 bedroeg de nettoboekwaarde van de materiële vaste activa onder operationele lease 9 miljoen euro (2017: 9 miljoen euro).
De minimale leasebetalingen onder niet-opzegbare operationele leaseovereenkomsten worden weergegeven in toelichting 31.
Gedurende 2016 verwierf de Groep een aandeel van 26,4% in de onderneming My Personal Health Record Express Inc. (MphRx) teneinde haar positie te versterken op de geïntegreerde zorgmarkt. Het betreden van de geïntegreerde zorgmarkt maakt deel uit van Agfa HealthCare's lange termijnstrategie om het aanbod van de HealthCare IT op de globale markt uit te breiden. Voor de verwerving van het aandeel van 26,4% in MphRx, een Amerikaans-Indisch bedrijf, heeft de Groep 6 miljoen euro betaald. De geassocieerde deelneming wordt gewaardeerd volgens de 'equity'-methode. Gedurende 2018 werden verliezen ten belope van 0,8 miljoen euro geboekt met betrekking tot het aangehouden aandeel (2017: -0,6 miljoen euro).
Tengevolge van een transactie tot terugkoop van aandelen en een financieringstransactie, verhoogde het aandeel dat de Groep aanhoudt in MphRx tot 27,4% einde december 2017. Onderstaande tabel geeft de boekwaarde weer van geassocieerde deelnemingen, het aandeel in de winst- en verliesrekening en in de niet-gerealiseerde resultaten alsook samengevatte financiële informatie.
| MILJOEN EURO | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Boekwaarde van de investering in MphRx, inclusief goodwill | 5 | 4 |
| Nettoverlies van MphRx, na winstbelastingen | (2) | (2) |
| Aandeel van de Group in het nettoverlies van geassocieerde deelnemingen, na winstbelastingen (27,4%) |
(0,6) | (0,8) |
| Niet-gerealiseerde resultaten van MphRx, na winstbelastingen | - | - |
| Aandeel van de Group in de niet-gerealiseerde resultaten van geassocieerde deelnemingen, na winstbelastingen (27,4%) |
- | - |
| Beknopte financiële informatie van MphRx | ||
| Kortlopende activa | 2.3 | 1.5 |
| Eigen vermogen | 2.3 | 0.3 |
| Kortlopende verplichtingen | - | 1.2 |
| Aandeel van de Groep in het eigen vermogen (27,4%) | - | - |
| Goodwill inbegrepen in de boekwaarde van de investering in MphRx | 5 | 5 |
| Boekwaarde van de investering in MphRx | 5 | 4 |
Op 31 december 2018 omvat de categorie financiële activa gewaardeerd aan reële waarde met waardeveranderingen geboekt in niet-gerealiseerde resultaten, investeringen in genoteerde ondernemingen geboekt aan reële waarde met veranderingen in reële waarde geboekt in het eigen vermogen. Onder de voormalige standaard IAS 39 (op 31 december 2017) maakten deze activa deel uit van de categorie beschikbaar voor verkoop.
| MILJOEN EURO | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Voor verkoop beschikbare financiële activa | 9 | - |
| Financiële activa gewaardeerd aan reële waarde met waardeveranderingen in de niet-gerealiseerde resultaten - eigenvermogensinstrumenten |
- | 7 |
| Leningen en vorderingen | 2 | 2 |
| TOTAAL | 11 | 9 |
| MILJOEN EURO | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Grond- en hulpstoffen | 74 | 73 |
| Goederen in bewerking en halfafgewerkte producten (1) | 101 | 110 |
| Afgewerkte producten | 44 | 46 |
| Handelsgoederen inclusief wisselstukken | 224 | 257 |
| Goederen onderweg en andere voorraden | 33 | 11 |
| TOTAAL | 476 | 498 |
(1) Herklasseringen vanuit de rubriek 'Voorraad' naar 'Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten' bedragen 11 miljoen euro en hebben voornamelijk betrekking op werken in uitvoering.
De afwaarderingen van de voorraden naar opbrengstwaarde bedroegen 23 miljoen euro in 2018 (2017: 16 miljoen euro). Deze afwaarderingen hebben betrekking op verouderde, beschadigde of vervallen voorraad. De kost van deze voorraad is volledig afgeschreven. Bijgevolg heeft de Groep op 31 december 2018 geen voorraden gewaardeerd aan reële waarde minus verkoopkosten.
In de geconsolideerde winst- en verliesrekening zijn de afwaarderingen van de voorraden in de kostprijs van verkopen verwerkt.
Overige belastingvorderingen bedragen 25 miljoen euro (2017: 23 miljoen euro) en overige belastingverplichtingen bedragen 27 miljoen euro (2017: 34 miljoen euro).
Overige belastingvorderingen en -verplichtingen hebben betrekking op overige belastingen, zoals BTW en andere indirecte belastingen.
Overige belastingvorderingen en -verplichtingen worden gecompenseerd als ze betrekking hebben op belastingen geheven door dezelfde belastingautoriteit en er een wettelijk recht bestaat om te worden afgewikkeld op een nettobasis.
Leaseovereenkomsten waarbij de tegenpartij, de leasingnemer, als economische eigenaar van het actief wordt beschouwd, worden opgenomen als vordering voor een bedrag gelijk aan de contante waarde van de toekomstige minimale leasebetalingen. De contante waarden van de toekomstige minimale leasebetalingen bedroegen 94 miljoen euro (2017: 86 miljoen euro) op 31 december 2018 en zullen tot aan het einde van de leaseperiode financieringsbaten voor een bedrag van 10 miljoen euro genereren (2017: 8 miljoen euro).
Op 31 december 2018 bedroegen de waardeverminderingen op deze vorderingen 2 miljoen euro (2017: 1 miljoen euro).
| 2017 | 2018 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Totaal van de toekomstige minimale leasebetalingen |
financieringsbaten Onverdiende |
Contante waarde van de toekomstige minimale leasebetalingen |
Totaal van de toekomstige minimale leasebetalingen |
financieringsbaten Onverdiende |
Contante waarde van de toekomstige minimale leasebetalingen |
| Niet later dan één jaar | 35 | 4 | 31 | 36 | 4 | 32 |
| Later dan één jaar en niet later dan vijf jaar |
57 | 4 | 53 | 62 | 6 | 56 |
| Later dan vijf jaar | 2 | - | 2 | 6 | - | 6 |
| TOTAAL | 94 | 8 | 86 | 104 | 10 | 94 |
| Waardeverminderingen | (1) | (2) | ||||
| Invorderbare minimale leasebetalingen | 85 | 92 |
De invorderbare, minimale leasebetalingen zijn als volgt:
De Groep sluit voor bepaalde uitrusting financiële leaseovereenkomsten af voornamelijk via Agfa Finance (zijnde Agfa Finance NV, haar filialen, Agfa Finance Corp. en Agfa Finance Inc.) en via Agfa verkooporganisaties in de Verenigde Staten, Nieuw-Zeeland, Australië en Zuid-Afrika.
Bij het aangaan van de leaseovereenkomst bedraagt de contante waarde van de minimale leasebetalingen doorgaans minstens 90% van de reële waarde van de activa die onder een financiële lease worden aangehouden.
Het overgrote deel van de leaseovereenkomsten afgesloten met Agfa Finance hebben een nietopzegbare leaseperiode van vier jaar. Meestal voorzien de overeenkomsten in een koopoptie voor het actief na het verstrijken van de leaseperiode aan een waarde die doorgaans tussen de 2% en 5% van de bruto-investering bij het afsluiten van de leaseovereenkomst bedraagt. In sommige gevallen wordt de reële waarde van het actief terugbetaald door middel van een koopverplichting voor verbruiksgoederen aan een hogere waarde dan hun marktwaarde. In dit geval dient de toeslag hoog genoeg te zijn om het initieel door de leasinggever geïnvesteerde bedrag te dekken.
In deze overeenkomsten kan de toeslag en/of de leaseperiode veranderd worden.
Agfa Finance biedt haar diensten aan via haar dochterondernemingen in Frankrijk en Italië en via haar bijkantoren in Europa (Spanje, Zwitserland, Benelux, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de Scandinavische landen) via Agfa Finance Corp. in de Verenigde Staten en Agfa Finance Inc. in Canada. Op 31 december 2018 bedroeg de contante waarde van de minimale leasebetalingen voor Agfa Finance vóór verrekening van waardeverminderingen 93 miljoen euro (2017: 85 miljoen euro). Agfa-verkooporganisaties in de Verenigde Staten, Australië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika bieden hun klanten financiering aan voor grafische uitrusting met een gemiddelde resterende leaseperiode van twaalf maanden. Op 31 december 2018 bedroeg de contante waarde van de minimale leasebetalingen vóór verrekening van waardeverminderingen 1 miljoen euro (2017: 1 miljoen euro).
In 2018 heeft de Groep een deel van de leaseportfolio ter waarde van 1,5 miljoen Euro verkocht (2017: geen verkoop).
MILJOEN EURO 2017 2018 Overige vorderingen Nog niet geactiveerde leasecontracten (1) 8 7 Vorderingen ten opzichte van het personeel 1 1 Overige 5 6 TOTAAL 14 14
Overige vorderingen kunnen als volgt voorgesteld worden:
(1) Leasingmateriaal dat nog niet werd geïnstalleerd bij de klant ter plaatse.
Overige langlopende en kortlopende activa kunnen als volgt voorgesteld worden:
| MILJOEN EURO | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Langlopend | ||
| Lange termijndienstverleningscontracten met betrekking tot toekomstige boekjaren (strategische leveranciers) |
6 | 5 |
| Vooruitbetalingen (toelichting 33.2) | - | 19 |
| Totaal langlopend | 6 | 24 |
| Kortlopend | ||
| Lange termijndienstverleningscontracten met betrekking tot toekomstige boekjaren (strategische leveranciers)(1) |
13 | 13 |
| Voorschotten op kosten (voornamelijk mbt douane-expediteurs) | 7 | 6 |
| Waarborgen en bewaargevingen | 4 | 4 |
| Vooruitbetalingen | 9 | 11 |
| Overige | 1 | - |
| Totaal kortlopend | 34 | 34 |
| TOTAAL | 40 | 58 |
(1) Herklasseringen vanuit de rubriek 'Overige activa' naar 'Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten' bedragen 10 miljoen Euro en hebben betrekking op 'underpinning' contracten i.e. contracten die de Groep afsloot met derde leveranciers voor de levering van ondersteunende diensten die de Groep in staat stellen om onderhoudscontracten te voldoen aan haar klanten.
De reconciliatie van geldmiddelen en kasequivalenten zoals gerapporteerd in de geconsolideerde balans kan als volgt worden weergegeven:
| MILJOEN EURO | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Effecten beschikbaar voor verkoop | - | - |
| Kas, depositorekeningen en cheques | 68 | 141 |
| Onderpand voor derivaten (metal swaps) | - | - |
| Overige kas, depositorekeningen en cheques | 68 | 141 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten zoals gerapporteerd in de geconsolideerde balans |
68 | 141 |
| Negatieve banksaldi (in de balans opgenomen onder de rubriek 'Rentedragende verplichtingen') |
- | (5) |
| Geldmiddelen en kasequivalenten zoals weergegeven in het geconsolideerd kasstroomoverzicht |
68 | 136 |
De vaste activa aangehouden voor verkoop hebben betrekking op de geplande verkoop van de activa van twee gesloten offset drukplatenfabrieken, in Branchburg, VS, en in Vallese, Italië, beide toebehorend aan het operationele segment Agfa Graphics. De verkoop van deze activa zal in 2019 plaatsvinden. De boekwaarde van de betreffende terreinen, gebouwen en infrastructuur, werd gewaardeerd aan hun boekwaarde op 31 december 2018. De reële waarde na aftrek van de verkoopkosten is groter dan de boekwaarde.
In 2017 waren er geen materiële vaste activa aangehouden voor verkoop.
De diverse componenten van het eigen vermogen evenals de wijzigingen tussen 1 januari 2016 en 31 december 2018 worden weergegeven in de Geconsolideerde Staat van het Eigen vermogen.
Op 31 december 2018 bedraagt het maatschappelijk kapitaal van de Onderneming 187 miljoen euro, verdeeld over 171.851.042 volstorte gewone aandelen zonder nominale waarde.
De reserve voor eigen aandelen bevat de kostprijs van de ingekochte eigen aandelen. Op 31 december 2018 hield de Groep 4.099.852 (2017: 4.099.852) eigen aandelen aan.
De reële waardereserve bevat voornamelijk de herwaardering van de deelneming van de Groep in Digital Illustrate Inc. Onder de voormalige standaard IAS 39 was deze investering aangeduid als financieel aktief beschikbaar voor verkoop. Onder de huidige IFRS 9 standaard wordt deze investering aangeduid als gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de niet-gerealiseerde resultaten, dewelke nooit zullen overgeboekt worden naar de winst- en verliesrekening.
Op 31 december 2018 bevat de afdekkingsreserve het effectief gedeelte van de veranderingen in reële waarde van 'metal swap'-overeenkomsten en van termijnwisselcontracten aangeduid als kasstroomafdekkingen.
Gedurende 2017 en 2018 heeft de Groep een aantal 'metal swap'-overeenkomsten afgesloten met een investeringsbank. Deze contracten werden aangeduid als kasstroomafdekkingen van het risico op prijsschommelingen van de grondstoffen welke zeer waarschijnlijk zullen worden aangekocht. Het betreft contracten die zijn afgesloten voor de levering van grondstoffen en die in overeenkomst zijn met het verwachte verbruik van de Groep.
Het deel van de winsten (verliezen) op de swap-overeenkomsten, dat effectief gebleken is, werd geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten na winstbelastingen (31 december 2017: 7 miljoen euro; 31 december 2018: minus 12 miljoen euro).
In de loop van 2018 duidde de Groep termijnwisselcontracten aan als kasstroomafdekkingen van het vreemde-valutarisico in US dollar en Chinese renminbi met betrekking tot zeer waarschijnlijke toekomstige verkopen in die respectieve munten voor de volgende 15 maanden. In de loop van 2017 duidde de Groep termijnwisselcontracten aan als kasstroomafdekkingen van het vreemdevalutarisico in pond sterling, US dollar en Chinese renminbi met betrekking tot zeer waarschijnlijke toekomstige verkopen in die respectieve munten voor de volgende 15 maanden. Het deel van de winsten op de termijnwisselcontracten, dat effectief gebleken is (31 december 2017: 3 miljoen euro; 31 december 2018: 0 miljoen euro), werd geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten na winstbelastingen.
De herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van de toegezegdpensioenregelingen bevat zowel de impact van de eerste toepassing van de aanpassing aan IAS 19 (2011) en alle erop volgende herwaarderingen van de nettoverplichting uit hoofde van de toegezegdpensioenregelingen.
Herwaarderingen van de nettoverplichting uit hoofde van de toegezegdpensioenregelingen hebben voornamelijk betrekking op actuariële winsten en verliezen en het rendement op fondsbeleggingen, exclusief de bedragen die vervat zitten in interestopbrengsten op de toegezegdpensioenregelingen.
| MILJOEN EURO | 31 december 2017 |
Herwaardering van de nettoverplichting van toegezegd pensioenregelingen |
Winst belastingen |
31 december 2018 |
|---|---|---|---|---|
| Toelichting 25.3.3 |
Toelichting 13.4 |
|||
| Herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen |
||||
| Met betrekking tot materiële landen | (903) | 26 | - | (877) |
| Met betrekking tot niet-materiële landen | (20) | - | - | (20) |
| TOTAAL | (923) | 26 | - | (897) |
De evolutie over het jaar 2018 wordt weergegeven in de volgende tabel:
De evolutie van het jaar, na winstbelastingen is een daling van 26 miljoen euro. Uitgestelde belastingen met betrekking tot de herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van de toegezegdpensioenregelingen worden eveneens geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten. Het effect van winstbelastingen wordt toegelicht in toelichting 13.4.
De valutakoersverschillen bevatten zowel de valutakoersverschillen die voortvloeien uit de omrekening van de jaarrekeningen van buitenlandse activiteiten, als de valutakoersverschillen afkomstig uit de omrekening van de verplichting die de netto-investering van de Onderneming in een buitenlandse entiteit afdekt.
Tot mei 2016 maakte de Groep gebruik van termijnwisselverrichtingen uitgedrukt in US dollar om het valutarisico met betrekking tot de netto-investering in één van haar dochterondernemingen in de Verenigde Staten af te dekken. Vanaf mei 2016 heeft de Groep de aanwijzing van indekking van een netto-investering ingetrokken. Het effectieve deel van de winst op de afdekkingsinstrumenten dat rechtstreeks in de niet-gerealiseerde resultaten opgenomen werd (Valutakoersverschillen 31 december 2018: 10 miljoen euro; 31 december 2017: 10 miljoen euro), zal vrijvallen in de winst- en verliesrekening op het moment van afstoting of gedeeltelijke afstoting van de buitenlandse entiteit.
In 2017 werd er geen dividend uitbetaald naar aanleiding van de beslissing van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van Agfa-Gevaert NV van 9 mei 2017. In 2018 werd er geen dividend uitbetaald naar aanleiding van de beslissing van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van Agfa-Gevaert NV van 8 mei 2018.
Voor 2019 wordt er geen betaling van dividend voorgesteld door de Raad van Bestuur.
Minderheidsbelangen houden een materieel belang aan in zeven dochterondernemingen, gesitueerd in Groot-China en de ASEAN-regio (31 december 2018: 37 miljoen euro; 31 december 2017: 31 miljoen euro). In Europa zijn er twee dochterondernemingen waarin minderheidsbelangen een aandeel aanhouden dat van ondergeschikt belang is voor de Groep (31 december 2018: 1 miljoen euro; 31 december 2017: 1 miljoen euro).
Met ingang van 1 september 2010 bundelen Agfa Graphics NV en haar zakenpartner Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd. hun activiteiten, gericht op het versterken van de marktpositie van beide partners in Groot-China en de ASEAN-regio. Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd houdt een participatie aan van 49% in Agfa Graphics Asia Ltd., de holding van de gecombineerde activiteiten van beide partijen.
De dochterondernemingen van Agfa Graphics Asia Ltd. zijn:
Op basis van de analyse van de 'Governance'-structuren die momenteel van kracht zijn, heeft de Groep geoordeeld dat ze controle heeft in de desbetreffende dochterondernemingen. Het geaccumuleerde bedrag toewijsbaar aan de minderheidsbelangen van Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd. bedraagt 37 miljoen euro.
Het deel van de winst van het jaar dat toebehoort aan de minderheidsbelangen van deze zakenpartner bedraagt 9 miljoen euro. In de loop van 2018 en 2017 werd een dividend betaald aan Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd. (2018: 3 miljoen euro; 2017: 10 miljoen euro). De volgende tabel geeft de financiële informatie weer voor de dochterondernemingen waarin de zakenpartner, Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd., een minderheidsbelang aanhoudt van 49%, opgesteld in overeenstemming met IFRS. De informatie is voor intercompany eliminaties met andere ondernemingen van de Agfa-Gevaert Groep.
| MILJOEN EURO | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Vlottende activa | 67 | 66 |
| Vaste activa | 15 | 36 |
| Kortlopende verplichtingen | 17 | 26 |
| Langlopende verplichtingen | 1 | - |
| Netto-activa Agfa Graphics Asia Ltd. en haar dochterondernemingen (geconsolideerd) | 64 | 76 |
| Netto-activa toewijsbaar aan minderheidsbelangen in Agfa Graphics Asia Ltd. en haar dochterondernemingen |
31 | 37 |
| Opbrengsten | 114 | 123 |
| Winst over het boekjaar | 15 | 18 |
| Winst over het boekjaar toewijsbaar aan minderheidsbelangen in Agfa Graphics Asia Ltd. en haar dochterondernemingen |
8 | 9 |
| Niet-gerealiseerde resultaten: valutakoersverschillen | (5) | - |
| Niet-gerealiseerde resultaten toewijsbaar aan minderheidsbelangen in Agfa Graphics Asia Ltd. en haar dochterondernemingen |
(3) | - |
| Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten toewijsbaar aan minderheidsbelangen in Agfa Graphics Asia Ltd. en haar dochterondernemingen |
5 | 9 |
| Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 7 | 9 |
| Kasstromen uit investeringsactiviteiten | (1) | - |
| Kasstromen uit financieringsactiviteiten | (19) | (6) |
| Dividenden betaald aan minderheidsbelangen in het boekjaar (1) | (10) | (3) |
(1) Inbegrepen in kasstromen uit financieringsactviteiten.
| 2017 | |
|---|---|
| Toewijsbaar aan aandeelhouders van de Onderneming | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Valutakoersverschillen | Afdekkingsreserve | Reële waarde reserve | hoofde van toegezegd- Herwaardering van de nettoverplichting uit pensioenregelingen |
TOTAAL | Minderheidsbelangen | TOTAAL NIET-GEREALI SEERDE RESULTATEN |
| Valutakoersverschillen voor buitenlandse activiteiten | (40) | - | - | - | (40) | (3) | (43) |
| Nettowinst (verlies) op de afdekking van de netto-investering in een buitenlandse activiteit, na winstbelastingen |
- | - | - | - | - | - | - |
| Valutakoersverschillen geherclasseerd naar de winst- en verliesrekening ten gevolge van de stopzetting van een buitenlandse activiteit |
- | - | - | - | - | - | - |
| Effectief gedeelte van reële waardeveranderingen van derivaten aangeduid als kasstroomafdekkingen, na winstbelastingen |
- | 28 | - | - | 28 | - | 28 |
| Nettoverandering in de reële waarde van kasstroomafdekkingen die is overgeboekt naar de winst- en verliesrekening, na winstbelastingen |
- | (5) | - | - | (5) | - | (5) |
| Nettoverandering in de reële waarde van kasstroomafdekkingen die is overgeboekt naar de initiële boekwaarde van het afgedekte actief, na winstbelastingen |
- | (14) | - | - | (14) | - | (14) |
| Reële waardeveranderingen van financiële activa beschikbaar voor verkoop | - | - | 1 | - | 1 | - | 1 |
| Herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegd pensioenregelingen, na winstbelastingen |
- | - | - | 53 | 53 | - | 53 |
| NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN NA WINSTBELASTINGEN | (40) | 9 | 1 | 53 | 23 | (3) | 20 |
| Toewijsbaar aan aandeelhouders van de Onderneming | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Valutakoersverschillen | Afdekkingsreserve | Reële waarde reserve | hoofde van toegezegd- Herwaardering van de nettoverplichting uit pensioenregelingen |
TOTAAL | Minderheidsbelangen | TOTAAL NIET-GEREALI SEERDE RESULTATEN |
| Valutakoersverschillen voor buitenlandse activiteiten | (1) | - | - | - | (1) | - | (1) |
| Nettowinst (verlies) op de afdekking van de netto-investering in een buitenlandse activiteit, na winstbelastingen |
- | - | - | - | - | - | - |
| Valutakoersverschillen geherclasseerd naar de winst- en verliesrekening ten gevolge van de stopzetting van een buitenlandse activiteit |
- | - | - | - | - | - | - |
| Effectief gedeelte van reële waardeveranderingen van derivaten aangeduid als kasstroomafdekkingen, na winstbelastingen |
- | (15) | - | - | (15) | - | (15) |
| Nettoverandering in de reële waarde van kasstroomafdekkingen die is overgeboekt naar de winst- en verliesrekening, na winstbelastingen |
- | (3) | - | - | (3) | - | (3) |
| Nettoverandering in de reële waarde van kasstroomafdekkingen die is overgeboekt naar de initiële boekwaarde van het afgedekte actief, na winstbelastingen |
- | (4) | - | - | (4) | - | (4) |
| Reële waardeveranderingen van eigenvermogensinstrumenten aangehouden aan reële waarde met waardeveranderingen in de niet-gerealiseerde resultaten |
- | - | (2) | - | (2) | - | (2) |
| Herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen, na winstbelastingen |
- | - | - | 26 | 26 | - | 26 |
| NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN NA WINSTBELASTINGEN | (1) | (22) | (2) | 26 | 1 | - | 1 |
| MILJOEN EURO | 31 december 2017 | 31 december 2018 |
|---|---|---|
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding | 1.121 | 1.046 |
| Langetermijnontslagvergoedingen | 28 | 20 |
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding en langetermi jnontslagvergoedingen |
1.149 | 1.066 |
| Overige personeelsbeloningen | 13 | 13 |
| Langlopende verplichtingen | 1.162 | 1.079 |
| Kortlopende verplichtingen | 128 | 134 |
| Totaal van de verplichtingen aan het personeel | 1.290 | 1.213 |
| MILJOEN EURO | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Loonlijst gerelateerde uitgaven | 696 | 647 |
| Kosten voor vergoedingen na uitdiensttreding opgenomen in EBIT | 46 | 47 |
| Opbouw van personeelsverplichtingen | 77 | 93 |
| Overige personeelsgerelateerde kosten | 33 | 33 |
| Totaal van de kosten voor personeelsbeloningen opgenomen in EBIT | 852 | 819 |
| 31 december 2017 | 31 december 2018 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | België / Duitsland / VK / US |
Overige landen |
TOTAAL | België / Duitsland / VK / VS |
Overige landen |
TOTAAL |
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding |
1.080 | 41 | 1.121 | 1.006 | 40 | 1.046 |
| % van het totaal | 96% | 96% | ||||
| 2017 | 2018 | |||||
| MILJOEN EURO | België / Duitsland / VK / US |
Overige landen |
TOTAAL | België / Duitsland / VK / VS |
Overige landen |
TOTAAL |
| Werkgeversbijdragen voor toegezegdebijdrageregelingen |
5 | 4 | 9 | 4 | 5 | 9 |
| Kosten voor vergoedingen na uitdiensttreding - aan het dienstjaar toegerekend |
22 | 1 | 23 | 22 | 1 | 24 |
| Kosten voor vergoedingen na uitdiensttreding - verstreken diensttijd |
14 | - | 14 | 14 | - | 14 |
| Kosten voor Belgische toegezegdebijdrage regelingen met gewaarborgd rendement |
41 | 5 | 46 | 41 | 6 | 47 |
| % van het totaal | 89% | 83% | ||||
| Nettofinancieringskost voor verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding |
24 | 1 | 25 | 22 | 1 | 23 |
| Totaal pensioenkosten weergegeven in de winst- en verliesrekening |
65 | 6 | 71 | 63 | 7 | 70 |
In de meeste landen waarin de Groep actief is, voorzien de ondernemingen van de Groep in vergoedingen na uitdiensttreding. Vergoedingen na uitdiensttreding worden toegekend onder de vorm van toegezegdebijdrageregelingen en toegezegdpensioenregelingen. De nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen voor België, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten van Amerika (hierna de 'materiële' landen) vertegenwoordigen samen 96% (2017: 96%) van de totale nettoverplichting van de Groep. De toegezegdpensioenregelingen van de 'materiële landen' van de Groep worden verder in 25.2 en 25.3 toegelicht.
Langetermijnontslagvergoedingen zijn het gevolg van de verplichting van de Groep om hetzij de tewerkstelling voor de normale pensioenleeftijd te beëindigen, hetzij om een ontslagvergoeding te betalen als gevolg van een aanbod ter aanmoediging van vrijwillige pensionering. Op 31 december 2018 bedroeg de langetermijnontslagvergoeding 20 miljoen euro (28 miljoen euro op 31 december 2017) en betrof hoofdzakelijk afvloeiingspremies afgesproken met werknemers in het kader van vervroegde pensionering. Deze regelingen betreffen werknemers van de Belgische ondernemingen van de Groep. Het saldo op 31 december 2018 wordt naar verwachting gradueel over de komende acht jaren afgebouwd.
Overige langetermijnpersoneelsbeloningen hebben betrekking op een plan inzake langdurige invaliditeit in de VS, de plannen 'Jubilee' en 'Pensionsurlaub' in Duitsland en sommige andere vergoedingen wegens langediensttijd. Op 31 december 2018 bedroeg de totale verplichting uit overige langetermijnpersoneelsbeloningen 13 miljoen euro (13 miljoen euro op 31 december 2017).
Op 31 december 2018 bedroegen de kortetermijnpersoneelsbeloningen 134 miljoen euro (128 miljoen euro op 31 december 2017). Zij omvatten te betalen sociale lasten voor 26 miljoen euro (25 miljoen euro op 31 december 2017), verplichtingen met betrekking tot personeelsbezoldigingen voor 9 miljoen euro (8 miljoen euro op 31 december 2017) en overige verplichtingen aan het personeel zoals verplichtingen in verband met jaarlijkse vakantie, jaarlijkse variabele vergoedingen, ziekte en ontslag voor in totaal 98 miljoen euro (95 miljoen euro op 31 december 2017).
In 2018 zijn de kosten voor personeelsbeloningen met 33 miljoen euro gedaald, van 852 miljoen euro in 2017 naar 819 miljoen euro in 2018.
In 2018 betaalde de Groep aan openbaar of privaat beheerde pensioen- of verzekeringsfondsen 11 miljoen euro (9 miljoen euro in 2017) voor haar toegezegdebijdrageregelingen. Eenmaal de bijdrage is betaald, hebben de ondernemingen van de Groep geen verdere verplichtingen meer. De periodieke bijdragen vormen een kost van het jaar waarin ze verschuldigd zijn.
Toegezegdebijdrageregelingen in België zijn inzake de toe te passen boekhoudkundige behandeling in IFRS geen toegezegdebijdrageregelingen maar toegezegdpensioenregelingen. Bijkomende informatie wordt hierna verstrekt.
Belgische toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement vallen onder toepassing van de wet van april 2003 op de aanvullende pensioenen. Volgens artikel 24 van deze wet hebben aangeslotenen recht op een minimum rendement op bijdragen betaald door hetzij de organisator van het plan hetzij de werknemer. Tot 31 december 2015 gold een minimum rendement van 3,75% op de persoonlijke bijdragen van de werknemer en 3,25% op de bijdragen van de werkgever.
De wet van 18 december 2015, van kracht vanaf 1 januari 2016, heeft een aantal wijzigingen doorgevoerd aan de wet van 28 april 2003. Vanaf 1 januari 2016 wordt het gewaarborgd rendement in lijn gebracht met een bepaald percentage (65%) van het gemiddeld rendement op 1 juni over de laatste 24 maanden van Belgische Staatsobligaties (OLO's) met een looptijd van 10 jaar, met een minimum van 1,75% en een maximum van 3,75%. Vanaf 2016 is de interestvoet vastgesteld op 1,75% en is zowel op de persoonlijke bijdragen van de werknemer als op de bijdragen van de werkgever van toepassing.
Wat de toepassing van het gewaarborgd rendement betreft bij wijziging van interestvoet voorziet de wet van 18 december 2015 in de toepassing van de 'horizontale methode' voor verzekerde plannen met een vast rendement tot aan pensionering (de zogenoemde 'Tak 21' verzekerde producten) en de 'verticale methode' voor alle andere situaties. Alle verzekerde plannen binnen de Belgische ondernemingen van de Groep zijn beheerd via 'Tak 21' verzekerde producten. De toepassing van de 'horizontale methode' is vergelijkbaar met een depositorekening met vaste rente. Voor alle bijdragen die overeenkomstig het plan verschuldigd zijn voor de datum van vaststelling van de gewijzigde interestvoet, blijft de vorige interestvoet van toepassing tot het ogenblik waarop een van volgende situaties zich voordoet: beëindiging van de tewerkstelling, pensionering of stopzetting van het plan. De nieuwe interestvoet is dan van toepassing op alle bijdragen verschuldigd vanaf de datum van vaststelling van de gewijzigde interestvoet tot het ogenblik waarop een van voorgaande situaties zich voordoet.
Het minimum rendement van 3,25% (persoonlijke bijdragen werknemer) en 3,75% (bijdragen van de werkgever) is bijgevolg voor alle toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement nog van toepassing voor bijdragen betaald tot 31 december 2015. Op deze bijdragen hebben aangeslotenen recht op een minimum rendement van 3,25%/3,75% tot aan pensionering (beëindiging van de tewerkstelling of stopzetting van het plan). Voor bijdragen betaald vanaf 2016 is de werkgever verplicht een minimum rendement van 1,75% te garanderen tot aan pensionering (uitstapregeling of beëindiging van tewerkstelling).
De laatste jaren hebben de verzekeraars hun technische rentevoeten laten dalen. Onder technische rentevoet wordt het rendement, exclusief winstdeelname, dat een verzekeraar bereid is toe te zeggen bedoeld. Deze is over het algemeen lager dan de verplichte minimum rendementsgarantie zoals opgelegd in de wet. Aangezien de werkgever verplicht wordt een minimum rendement te garanderen worden niet alle actuariële en investeringsrisico's overgedragen naar de verzekeringsmaatschappijen die deze plannen beheren. Bijgevolg voldoen deze plannen niet aan de definitie van toegezegdebijdrageregeling zoals opgenomen in IFRS en worden ze per definitie als toegezegdpensioenregeling gerangschikt.
De wet van 18 december 2015 heeft tevens een impact op de boekhoudkundige verwerking van toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement. In lijn met de waardering gehanteerd voor alle andere toegezegdpensioenregelingen, wordt de verplichting uit hoofde van toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement voortaan bepaald als het verschil tussen de contante waarde van de brutoverplichtingen (DBO) en de reële waarde van fondsbeleggingen.
Op 31 december 2018 zijn volgende toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement operationeel:
Alle voornoemde plannen worden met werkgeversbijdragen gefinancierd met uitzondering van de groepsverzekering voor kaderleden en uitvoerende bestuursleden die zowel met werkgevers- als werknemersbijdragen wordt gefinancierd. In de loop van 2018, als gevolg van de herallocatie van de HealthCare IT en HealthCare Imaging activiteiten over verschillende legale entiteiten, werden de planregelingen bedoeld onder bovenstaande punten 3 en 5 aangepast om Agfa HealthCare NV, respectievelijk Agfa NV op te nemen als sponsor van het plan.
In 2018 bedroeg de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkost voor de Belgische toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement 14 miljoen euro (2017: 15 miljoen euro). Voor 2019 verwacht de Groep een gelijkaardige kost.
De technische rentevoet die verzekeringsmaatschappijen in 2017 en 2018 hebben toegepast bedraagt tussen 0,25% en 4,75%. Bepalende factoren in deze context zijn de datum waarop een werknemer toetreedt tot een plan en of de verzekeraar een gegarandeerde interestvoet op toekomstige premies aanbiedt.
Voor elk vernoemd plan geeft onderstaand overzicht informatie over het type rendementsgarantie gegarandeerd door de verzekeraar en de evolutie van de gegarandeerde interestvoeten toegepast door de verschillende verzekeraars gedurende 2018 en voorgaande jaren.
| Benaming van het plan | Type rendements garantie |
Interestvoeten gegarandeerd door de verzekeraar (dit is exclusief winstdeelname) |
||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2014 | 2015 | 2016 | 2017 2018 |
|||||
| 1 | Top Performance Plan | Gegarandeerde interestvoet op reserves |
2% | 1,50% | 1% | 0,75 % | 0,75% | |
| 2 | Pensioenplan voor werknemers van Agfa HealthCare NV (Gent) |
Gegarandeerde interestvoet op reserves en toe komstige premies |
3,25% op zowel werkgevers- als werknemersbijdragen tot 31/12/2012; 1,75% voor nieuw aangeslotenen vanaf januari 2013 en voor toenames in de premies tussen 31/12/2012 en 31/03/2015; 0,50% vanaf juli 2015 tot 1/10/2016; en 0,25% daarna |
|||||
| 3 | Pensioenplan voor kaderleden van Agfa-Gevaert NV en Agfa HealthCare NV |
Gegarandeerde interestvoet op reserves |
1,75% | 1,75% | 1,50 % | 0,75% | 0,75% | |
| 4 | Groepsverzekering voor kaderleden en uitvoerende bestuursleden |
Gegarandeerde interestvoet op reserves en toe komstige premies |
3,25% op zowel werkgevers- als werknemersbijdragen tot 31/12/2012; 1,75% voor nieuw aangeslotenen vanaf januari 2013 en voor toenames in de premies tussen 31/12/2012 en 31/03/2015; 1,0% vanaf april 2015 tot 1/07/2016; 0,50% tot 1/04/2017; en 0,25% daarna |
|||||
| 5 | Groepsverzekering voor werknemers van Agfa HealthCare NV en Agfa NV |
Gegarandeerde interestvoet op reserves |
2,25% | 2,25% tot 1/07/2015; 1,5% vanaf juli 2015 |
1,50% tot 1/07/2016; 1,0% vanaf juli 2016 |
1,50% tot 1/07/2016; 1,0% vanaf juli 2016 tot april 2017; en 0,75% daarna |
0,75% |
De toegezegdpensioenregelingen van de Groep omvatten voornamelijk pensioenregelingen.
Het 'Group Pension Committee', gecreëerd als een subcomité van het 'Executive Committee' van de Groep, assisteert het Executive Committee in het toezicht en de supervisie van de verschillende binnen de Groep bestaande pensioenplannen en andere overeenkomsten die voorzien in vergoedingen na uitdiensttreding.
Het comité adviseert het Executive Committee over aangelegenheden in verband met het ontwerpen van personeelsbeloningsplannen zoals het aanpassen of beëindigen – geheel of gedeeltelijk – van de personeelsbeloningsplannen en de financiering ervan. Naast het adviseren van het Executive Committee, is het 'Group Pension Committee' eveneens verantwoordelijk voor het toezicht op het plaatselijke bestuur, zijnde het lokale bestuur van het pensioenfonds en het bestuur van de verantwoordelijke werkgevers die bijdragen in dit fonds. Zij houdt toezicht op het vervullen van hun verantwoordelijkheden in pensioengerelateerde aangelegenheden. Het 'Group Pension Committee' heeft voor de belangrijkste plannen die via een afzonderlijk pensioenfonds worden gefinancierd een strategische allocatie van de fondsbeleggingen vastgelegd. Het Comité herbekijkt op regelmatige basis de gewenste onderverdeling van fondsbeleggingen om zich zo te verzekeren dat ze aangepast blijven aan de verschillende profielen van verplichtingen van pensioenfondsen.
Voor het beheer van de beleggingsfondsen, wordt het 'Group Pension Committee' bijgestaan door het 'Group Pension Investment Committee'. Het 'Group Pension Investment Committee' heeft een 'Group Investment Guideline' uitgevaardigd welke door het 'Group Pension Committee' werd goedgekeurd. Het 'Group Pension Committee' houdt toezicht op de juiste toepassing van deze richtlijn.
De Groep onderzoekt via haar 'Group Pension Committee' oplossingen om de omvang van de verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding te verminderen alsook de eraan verbonden risico's. Het beleggingsrisico en het risico op het langer leven van de aangeslotenen ('longevity risk') zijn twee risico's die specifiek worden onderzocht.
De laatste jaren heeft het 'Group Pension Committee' verschillende maatregelen voorgesteld en gerealiseerd zoals de aanpassing van het medisch plan na pensionering in de Verenigde Staten van Amerika (2013), de afwikkeling van het pensioenplan in Canada (2016), het aanbod tot eenmalige afwikkeling van pensioenverplichtingen aan niet-actieve leden met opgebouwde uitgestelde rechten in het pensioenplan van de Verenigde Staten van Amerika (2013 en 2018) en het project tot eenmalige uitkering van pensioenverplichtingen in het 'Fabriekspensioenplan' in België (2014) en het pensioenplan van de Verenigde Staten van Amerika (2016). In 2018 besloot de Groep om vanaf 1 januari 2019 het 'Fabriekspensioenplan' te sluiten voor nieuwe managers.
De belangrijkste toegezegdpensioenregelingen van de Groep gelden meestal voor alle werknemers en zijn gebaseerd op het salaris van de werknemer en het aantal jaren dienst. De karakteristieken en de risico's van de pensioenregelingen worden hierna in detail besproken.
In België hebben de verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding voornamelijk betrekking op het basisplan, genaamd 'Fabriekspensioenplan'. Dit plan is gefinancierd via bijdragen betaald aan een afzonderlijk pensioenfonds opgericht onder de rechtsvorm OFP (Organisme voor de Financiering van Pensioenen). Dit fonds heeft als taak om de pensioenrechten die de werkgevers, die participeren in het fonds, toezeggen aan de begunstigden van het plan, uit te keren. De werkgevers die deelnemen aan het fonds zijn Agfa-Gevaert NV, Agfa NV en Agfa Finance NV. Na de splitsing op 1 juli 2018 van Agfa HealthCare NV waarbij de HealthCare Imaging activiteit en de pensioenverplichtingen van de inactieven werden overgedragen naar Agfa NV, heeft Agfa HealthCare NV de pensioenverplichtingen van de resterende 75 aangeslotenen van de HealthCare IT-activiteit op 31 oktober 2018 getransfereerd naar een verzekeraar. Fondsbeleggingen ten bedrage van 6,84 miljoen euro werden overgedragen naar de verzekeraar waardoor Agfa HealthCare NV niet langer deelneemt aan het fonds.
De meerderheid van de werknemers van voornoemde werkgevers kunnen aanspraak maken op de voordelen van het 'Fabriekspensioenplan'. Werknemers die aangeworven werden door Agfa HealthCare NV of door de rechtsvoorganger Agfa Europe NV bouwen geen rechten op onder het 'Fabriekspensioenplan' maar onder een groepsverzekering (Zie plan onder punt 5 van de toegezegdpensioenregelingen met gewaarborgd rendement). Vanaf 1 januari 2019 is het 'Fabriekspensioenplan' tevens gesloten voor nieuwe managers van de Groep.
De deelnemers van het 'Fabriekspensioenplan' bouwen rechten op gebaseerd op een formule op basis van een laatste jaarlijks inkomen. Daar dit gefinancierd plan nog steeds nieuwe deelnemers toelaat en werknemers nog nieuwe pensioenrechten opbouwen met uitzondering van nieuwe managers, stelt het plan de Onderneming bloot aan het risico op salarisverhoging naast andere risico's zoals het interestrisico, het beleggingsrisico en het 'longevity'-risico. Meer dan 95% van de deelnemers kiest voor een eenmalige uitkering bij pensionering, echter het plan is ontworpen als een renteplan. Het wettelijke en regulerend kader voor het 'Fabriekspensioenplan' is gebaseerd op de toepasbare Belgische wet, zijnde de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening en de Wet op de Aanvullende Pensioenen, kort WAP genoemd, van toepassing vanaf 1 januari 2004. Op basis van deze wetgeving wordt jaarlijks in het kader van de financiering een waardering gemaakt. De waarderingsmethode gebruikt om de bijdragen aan het Belgische OFP te bepalen is de 'geaggregeerde kostmethode'.
Met het oog op de financiering van de verplichting over de volledige diensttijd wordt de bijdrage berekend als een jaarlijks vast percentage van de loonkost. Het recentste financieringsplan, opgesteld op basis van gegevens op 31 december 2016 heeft geresulteerd in verhoogde bijdragen vanaf 2018, voornamelijk als gevolg van een daling in de disconteringsvoet. Volgens het laatste actuariële verslag over de Belgische OFP bedraagt het financieringspercentage 122,74% (2017: 121,53%).
De Raad van Bestuur van het 'Pensioenfonds Agfa-Gevaert OFP' draagt de ultieme verantwoordelijkheid voor het beheer van de fondsbeleggingen en de verplichtingen van het 'Fabriekspensioenplan'. Ze hebben het toezicht over de fondsbeleggingen gedelegeerd aan het 'Local Investment Committee' dat opereert binnen het kader vastgelegd door het 'Group Pension Committee'. De 'Statement of Investment Principles (SIP)' dat het 'Local Investment Committee' heeft gemaakt in overeenstemming met de 'Group Investment'-richtlijnen, werd officieel goedgekeurd tijdens de Buitengewone Algemene Vergadering van het 'Pensioenfonds Agfa-Gevaert OFP' op 7 februari 2014. Het 'Local Investment Committee' dient te verzekeren dat de activa van het fonds goed en voorzichtig worden belegd, conform toepasbare wetten en in het belang van de deelnemers en begunstigden van het plan.
In Duitsland zijn er geen wettelijke of gereglementeerde minimale financieringseisen en bijgevolg zijn alle Duitse toegezegdpensioenregelingen binnen de Groep ongefinancierd.
De pensioenplannen in Duitsland omvatten een basisplan dat verbonden is met het pensioengerechtigd salaris geplafonneerd tot het maximum in aanmerking te nemen salaris voor sociale zekerheid en een aanvullend plan dat de vergoedingen dekt verbonden aan het pensioengerechtigd salaris dat dit plafond overtreft.
In Duitsland maken we een onderscheid tussen het 'oude pensioenplan', zijnde het plan dat vanaf 2005 gesloten is voor nieuwe deelnemers en waarin vanaf 2010 deelnemers ook geen pensioenrechten meer kunnen opbouwen en het 'nieuwe pensioenplan' – dat van toepassing is voor nieuwe deelnemers vanaf 2005. De populatie die in 2010 genoot van de voordelen van het 'oude pensioenplan' waarin met ingang van 31 december 2009 geen pensioenrechten meer kunnen worden opgebouwd, bouwen tevens in het 'nieuwe pensioenplan' pensioenrechten op, maar genieten in vergelijking met de vanaf 2005 nieuw aangeslotenen, bijkomende voordelen. Beide plannen omvatten een basispensioenplan en een aanvullend plan.
Bijkomend is Agfa gehouden tot het verstrekken van een pensioenplan conform de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomsten in de chemische sector.
Onder het 'oude pensioenplan', wordt het basisplan via de Bayer Pensionskasse (Penka) beheerd. De Bayer Pensionskasse is een collectieve regeling van meerdere werkgevers die boekhoudkundig wordt verwerkt alsof het een toegezegdebijdrageregeling betreft (IAS 19.34 a). Het plan is een toegezegdpensioenregeling welke valt onder het beheer van de vroegere moederonderneming van Bayer AG. Het is boekhoudkundig verwerkt alsof het een toegezegdebijdrageregeling betreft daar we niet over de nodige informatie kunnen beschikken om het als een toegezegdpensioenregeling te verwerken. In geval van een tekort zou dit plan de Groep kunnen blootstellen aan een beleggings- en actuarieel risico. Echter de Groep is van oordeel dat deze risico's onbeduidend zijn. Vanaf 2004 heeft Agfa de verantwoordelijkheid om de rente-uitkeringen aan te passen conform Sec.16, 1 en 2 van de 'German Pension Act (BetrAVG – Betriebsrentengesetz)'.
Het basispensioen – in de vorm van rente – evenals de vereiste aanpassing van de pensioenrente tot en met 2003 wordt, conform voornoemde wettelijke bepalingen, rechtstreeks door de Penka uitgekeerd. Bijgevolg omvat de verplichting van Agfa met betrekking tot het basisplan, zoals opgenomen in de geconsolideerde balansen van de Groep, uitsluitend de verplichting van Agfa tot aanpassing van de pensioenrenteuitkeringen.
De rechten opgebouwd onder het aanvullend plan, dat boekhoudkundig als een toegezegdpensioenregeling wordt verwerkt, zijn gebaseerd op 'bijdragen' (1) berekend als een vast percentage van het aandeel van het pensioengerechtigd salaris boven het geplafonneerd maximum in aanmerking te nemen salaris voor sociale zekerheid. Vervolgens wordt voor de omrekening van deze 'bijdragen' (1) naar individuele pensioenrechten gebruik gemaakt van een factor onafhankelijk van de leeftijd van deelnemers aan het plan.
Na 31 december 2009 konden geen pensioenrechten meer worden opgebouwd onder het 'oude pensioenplan'.
Het 'oude pensioenplan' is uitsluitend van toepassing op nieuwe deelnemers vóór 2005. Zij zijn per einde 2009 gestopt met het opbouwen van pensioenrechten. Vanaf 2010 nemen de werknemers deel in het nieuwe pensioenplan (Rheinische Pensionskasse).
Het 'nieuwe pensioenplan' omvat tevens een basispensioenplan, zijnde een plan dat verbonden is met het pensioengerechtigd salaris geplafonneerd tot het maximum in aanmerking te nemen salaris voor sociale zekerheid, en een aanvullend plan waarbij rechten worden opgebouwd op het pensioengerechtigd salaris dat dit plafond overtreft. Het basisplan wordt gefinancierd via bijdragen betaald aan de Rheinische Pensionskasse. Werknemers dragen gedeeltelijk (50%) bij aan de Rheinische Pensionskasse via uitgestelde compensatie. Eenmaal de bijdrage wordt betaald aan de Rheinische Pensionskasse, hebben de ondernemingen van de Groep in principe geen verdere verplichtingen meer. Bijgevolg wordt dit plan boekhoudkundig verwerkt als een toegezegdebijdrageregeling. Het nieuwe aanvullend plan, dat in de balans wordt opgenomen als een directe verplichting vanwege de werkgever, voorziet in tegenstelling tot het vroegere plan, geen plafond voor het pensioengerechtigd salaris.
De rechten opgebouwd onder het aanvullend plan zijn gebaseerd op 'bijdragen' (1) berekend als een vast percentage van het aandeel van het pensioengerechtigd salaris boven het geplafonneerd maximum in aanmerking te nemen salaris voor sociale zekerheid. In tegenstelling tot het oude plan worden vervolgens de 'bijdragen' (1) omgerekend naar individuele pensioenrechten gebruik makend van leeftijdsgebonden factoren en rekening houdend met vooraf bepaalde vaste toenamen van deze rechten.
Vanaf 2012 voorziet het plan in een optie tot uitkering van een vaste som in plaats van maandelijkse rente-uitkeringen.
Werknemers die voorheen participeerden in het 'oude pensioenplan' waarin vanaf 31 december 2009 geen rechten meer kunnen worden opgebouwd, bouwen rechten op in het aanvullend plan waarbij de omvang van de werkgeversbijdrage gekoppeld wordt aan de werknemersbijdrage. De werkgever draagt evenveel als de werknemer bij. De structuur zelf is gelijkaardig aan het nieuwe aanvullend plan zoals hierboven beschreven.
Het pensioenplan conform de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst in de chemische sector is gebaseerd op 'bijdragen' (1) die aan de hand van leeftijdsgebonden factoren worden omgezet naar individuele pensioenrechten. De werknemers dragen bij in dit plan via uitgestelde compensatie.
In Duitsland verstrekt Agfa in mindere mate beloningen die voortvloeien uit plannen afkomstig van vroegere acquisities. In deze plannen worden er geen rechten meer opgebouwd.
De verplichting in Duitsland wegens toegezegdpensioenregelingen omvat tevens pensioenplannen die volledig zijn gebaseerd op uitgestelde compensatiemodellen. De rechten, opgebouwd onder deze plannen, worden berekend op het bedrag per begunstigde dat jaarlijks wordt uitgesteld, vertaald naar pensioenrechten waarbij in sommige situaties rekening wordt gehouden met vooraf
bepaalde jaarlijkse toenamen van deze rechten.
Voor een deel van het personeel, namelijk de 'HealthCare IT'-werknemers, bestaan er pensioenplannen die door verschillende externe fondsen (Pensionskassen) worden beheerd. Deze plannen worden vooral gefinancierd via uitgestelde compensatiemodellen die boekhoudkundig als toegezegdebijdrageregelingen worden verwerkt.
Bijkomend wordt aan het management van Agfa HealthCare IT in Duitsland een plan gebaseerd op het pensioengerechtigd salaris verstrekt. Het betreft een congruent gefinancierd collectieve pensioenregeling (kongruent rückgedeckte Unterstützungskasse).
Zowel de plannen waarin geen nieuwe rechten worden opgebouwd als deze waarin werknemers nog wel pensioenrechten opbouwen, stellen de Onderneming bloot aan actuariële risico's zoals het interestrisico, het risico op indexatie van pensioenuitkeringen en het 'longevity'-risico.
In het Verenigd Koninkrijk worden er vanaf 30 juni 2002 geen nieuwe deelnemers in de toegezegdpensioenregeling, genaamd 'Agfa UK pension plan', meer toegelaten. Vanaf 1 januari 2010 kunnen deelnemers ook geen rechten meer opbouwen via dit plan. Vanaf 2010 hebben leden de mogelijkheid om rechten op te bouwen via een toegezegdebijdrageregeling.
Het gesloten 'Agfa UK pension plan' wordt gefinancierd via bijdragen betaald door de deelnemende werkgevers. Per jaareinde 2018 zijn dit Agfa-Gevaert NV, Agfa HealthCare UK Ltd. en Agfa Graphics Ltd. De leden van het plan komen in aanmerking voor een vergoeding, bepaald via een formule op basis van een gemiddeld eindsalaris. Vanaf de leeftijd van 55 kunnen rechten, opgebouwd in dit plan, gedeeltelijk via een vast bedrag worden uitbetaald waarbij het restant wordt betaald via maandelijkse uitkeringen.
Wanneer de personeelsbeloning voor de normale pensioenleeftijd van 65 jaar wordt opgenomen is er een actuariële aanpassing van de waarde van de personeelsbeloning.
Leden die uitgestelde rechten hebben opgebouwd, maken aanspraak op een verhoging van hun rechten tot op het ogenblik van pensionering ten belope van de inflatie, berekend op basis van de CPI (index van consumptieprijzen).
Pensioenuitkeringen nemen toe in lijn met de RPI (index van de kleinhandelsprijzen) met een minimum toename van 3% en een maximum toename van 5%. Naast een inflatierisico is de Onderneming onderhevig aan actuariële risico's zoals: beleggingsrisico, interestrisico en het 'longevity'-risico.
De toegezegdpensioenregeling wordt beheerd via een trust waarbij de beslissingsbevoegdheid genomen wordt door de Raad van Bestuur van de trust. Zij hebben de plicht om uitsluitend te handelen in de beste belangen van de begunstigden conform de regels van de trust en de wetgeving in het Verenigd Koninkrijk.
De financieringsvereisten worden bepaald op basis van een actuariële waardering die elke drie jaar wordt uitgevoerd conform de wettelijke bepalingen en veronderstellingen die in dit verband worden voorgeschreven. Bovendien wordt over de veronderstellingen een akkoord gesloten tussen de Onderneming en de Trustees. Volgens de meest recente waardering in het kader van de financieringsvereisten, welke in 2016 heeft plaats gevonden, heeft Agfa in januari 2017 met de trustees een overeenkomst bereikt om 48 vaste kwartaalbijdragen te betalen voor de volgende 12 jaar, beginnend vanaf 1 januari 2017.
Gedurende december 2018 werd een Enhanced Transfer Value (ETV)-oefening uitgevoerd. De wetgeving in het Verenigd Koninkrijk laat toe dat niet-actieve leden van een toegezegdpensioenregeling de voor hen opgebouwde uitgestelde rechten kunnen overdragen naar een andere pensioenregeling met een derde partij. Het bedrag dat bij dergelijke verrichting wettelijk moet worden uitbetaald wordt het 'Cash Equivalent Transfer Value (CETV)' genoemd. Bij een ETV (Enhanced Transfer Value)-verrichting wordt aan de leden een extra betaling bovenop de CETV aangeboden. De uitvoering in december 2018 van dergelijke transactie heeft geresulteerd in een bijkomende uitgave vanuit de fondsbeleggingen van 5 miljoen euro (4 miljoen pond sterling).
In de Verenigde Staten neemt Agfa Corporation de verantwoordelijkheid op zich voor één belangrijke toegezegdpensioenregeling, het 'Agfa Corporation Pension Plan.' In dit plan worden geen nieuwe deelnemers meer toegelaten. Agfa Corporation, Agfa HealthCare Corporation, Agfa Materials Corporation, Agfa Finance Corporation en Agfa US Corporation zijn deelnemende werkgevers in voornoemd plan.
De begunstigden van het plan maken aanspraak op een vergoeding bepaald via een formule op basis van een gemiddeld eindsalaris. Deze gesloten toegezegdpensioenregeling stelt de Onderneming bloot aan actuariële risico's zoals het beleggingsrisico, het interestrisico en het 'longevity'-risico.
De activa van de toegezegdpensioenregeling worden beheerd via een trust. De Raad van Bestuur van Agfa Corporation, de entiteit die verantwoordelijk is voor het betalen van de bijdragen voor het plan, delegeert beleggingsbeslissingen evenals het toezicht op de beleggingen aan een lokaal beleggingscomité, het 'Benefits Plan Investment Committee (BPIC)'. De leden van het BPIC zijn ertoe gehouden uitsluitend in de beste belangen van de begunstigden te handelen, in overeenstemming met de trustovereenkomst en de wetgeving in de Verenigde Staten van Amerika. Het wettelijke en regulerend kader voor de plannen is gebaseerd op de toepasbare wetgeving in de Verenigde Staten van Amerika, zijnde de 'US legislation Employee Retirement Income Security Act (ERISA)'. Op basis van deze wetgeving wordt, in het kader van de financieringsvereisten, jaarlijks een waardering opgemaakt.
In dit plan zijn er geen persoonlijke bijdragen van de leden voorzien. De verantwoordelijke werkgever van het plan en de deelnemende werkgevers betalen bijdragen voor het plan in de mate dat dit noodzakelijk is – conform actuariële berekeningen – om de vergoedingen te kunnen uitkeren aan de leden van het plan. Minimale bijdragen zijn gebaseerd op de vereisten zoals bepaald door de 'Employee Retirement Income Security Act' (ERISA) van 1974 en de 'Pension Protection Act (PPA)' van 2006. Volgens de PPA zijn de actuarissen ertoe gehouden om elk jaar het financieringspercentage van het plan te certificeren. Deze certificatie is gebaseerd op de actuariële veronderstellingen zoals opgelegd door het IRS (Federale Belastingdienst van de Verenigde Staten). Op 29 maart 2018 certificeerde de actuaris het financieringspercentage op 80,34% (81,96 voor 2017).
In de loop van 2018 werden pensioenschulden voor gepensioneerden van het 'Agfa Corporation Pension Plan' afgewikkeld via een eenmalige uitkering uit fondsbeleggingen ten bedrage van 26 miljoen euro (31 miljoen USD).
Onderstaande drie tabellen geven de aansluiting van de openingswaarden naar de slotwaarden van zowel de nettoverplichting als haar componenten weer.
| 2017 | 2018 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Pensioenregelin gen (exclusief Belgische DC-plannen) |
Belgische DC-plannen met gewaarborgd rendement |
TOTAAL | Pensioenregelin gen (exclusief Belgische DC-plannen) |
Belgische DC-plannen met gewaarborgd rendement |
TOTAAL |
| Nettoverplichting op 1 jan. | 1.179 | 4 | 1.183 | 1.078 | 2 | 1.080 |
| Pensioenkosten weer gegeven in de winst- en verliesrekening |
46 | 15 | 61 | 45 | 14 | 59 |
| Totaal herwaarderingen opgenomen in 'Niet gerealiseerde resultaten' |
(54) | (2) | (56) | (29) | 2 | (27) |
| Uitgaande kasstromen | ||||||
| Werkgeversbijdragen | (26) | (15) | (41) | (56) | (13) | (69) |
| Uitkeringen rechtstreeks betaald door de Onderneming |
(43) | - | (43) | (42) | - | (42) |
| Valutakoersverschillen | (25) | - | (25) | 5 | - | 5 |
| Nettoverplichting op 31 dec. | 1.078 | 2 | 1.080 | 1.001 | 5 | 1.006 |
De bijdragen voor 2018 zijn voor in totaal 26 miljoen euro beïnvloed door éénmalige uitkeringen in de VS.
| 2017 | 2018 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Pensioen regelingen (exclusief Belgische DC-plannen) |
Belgische DC-plannen met ge waarborgd rendement |
TOTAAL | Pensioen regelingen (exclusief Belgische DC-plannen) |
Belgische DC-plannen met ge waarborgd rendement |
TOTAAL |
| Aan de diensttijd toewijsbare pensioenkost | ||||||
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, exclusief werknemersbijdragen |
22 | 14 | 36 | 20 | 14 | 35 |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | - | - | - | 1 | - | 1 |
| (Winsten)/verliezen uit belangrijke inperking/ beëindiging van de regelingen |
- | - | - | - | - | - |
| Totaal aan de diensttijd toewijsbare pensioenkost | 22 | 14 | 36 | 21 | 14 | 36 |
| Nettofinancieringskost | ||||||
| Interestkosten | 50 | 3 | 53 | 48 | 3 | 51 |
| Interestinkomen op fondsbeleggingen | (26) | (3) | (29) | (26) | (3) | (29) |
| Totale nettofinancieringskost | 24 | - | 24 | 22 | - | 22 |
| Administratieve kosten en belastingen | 1 | - | 1 | 1 | - | 1 |
| PENSIOENKOSTEN WEERGEGEVEN IN DE WINST- EN VERLIESREKENING |
47 | 14 | 61 | 45 | 14 | 59 |
| Herwaarderingen begrepen in de 'niet-gerealiseerde resultaten' |
||||||
| Aanpassingen aan de verplichtingen van de regelingen – verliezen (winsten) – op grond van ervaring |
- | - | - | (10) | (16) | (26) |
| Demografische veronderstellingen | (32) | - | (32) | (11) | - | (11) |
| Financiële veronderstellingen | 24 | (3) | 21 | (74) | (1) | (75) |
| Rendement op fondsbeleggingen excl. interestinkomen | (44) | (1) | (45) | 66 | 19 | 85 |
| TOTAAL HERWAARDERINGEN BEGREPEN IN DE 'NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN' |
(52) | (4) | (56) | (29) | 2 | (27) |
| TOTALE PENSIOENKOST VAN DE PERIODE | (5) | 10 | 5 | 16 | 16 | 33 |
De totale pensioenkost in 2018 van toegezegdpensioenregelingen voor de materiële landen van de Groep bedroeg een kost van 33 miljoen euro (2017: 5 miljoen euro). Van dit bedrag wordt 59 miljoen euro kost weergegeven in de winst- en verliesrekening van de Groep over 2018 (2017: 61 miljoen euro kost). Het saldo, zijnde 27 miljoen euro positief effect voor 2018 (56 miljoen voor 2017) wordt opgenomen in de 'Niet-gerealiseerde resultaten' onder 'Herwaardering van de nettoverplichting'. Deze herwaardering vloeit voort uit wijzigingen in demografische en financiële veronderstellingen en aanpassingen op grond van ervaring, welke hun oorsprong vinden in zowel de verplichtingen als de fondsbeleggingen van toegezegdpensioenregelingen. Details worden hierna weergegeven.
In 2018 omvat de pensioenkost voor de materiële landen van de Groep een pensioenkost van verstreken diensttijd van 1 miljoen euro die in de winst- en verliesrekening werd erkend met betrekking tot het Agfa UK pensioenplan als gevolg van de gelijktrekking tussen man en vrouw van het gewaarborg minimum pensioen.
De contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen, de fondsbeleggingen en de financiering van de regelingen in de materiële landen worden hierna weergegeven.
| 2017 | 2018 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Pensioen regelingen (excl. Belgische |
Belgische DC-plannen met ge waarborgd |
Pensioen regelingen (excl. Belgische |
Belgische DC-plannen met ge waarborgd |
|||||
| MILJOEN EURO | DC-plannen) | rendement | TOTAAL | DC-plannen) | rendement | TOTAAL | ||
| WIJZIGING IN DE CONTANTE WAARDE VAN DE BRUTOVERPLICHTING | ||||||||
| Contante waarde van de brutoverplichting op 1 januari |
2.220 | 190 | 2.410 | 2.110 | 195 | 2.306 | ||
| Aan de diensttijd toewijsbare pensioenkost | ||||||||
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioen kosten, exclusief werknemersbijdragen |
22 | 14 | 36 | 20 | 14 | 35 | ||
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | - | - | - | 1 | - | 1 | ||
| Belangrijke inperking/beëindiging van de regelingen |
- | - | - | - | - | - | ||
| Interestkosten | 50 | 3 | 53 | 48 | 3 | 51 | ||
| Uitgaande kasstromen | ||||||||
| Uitkeringen | (100) | (13) | (113) | (127) | (14) | (141) | ||
| Werknemersbijdragen | - | 2 | 2 | - | 1 | 1 | ||
| Betaalde premies | (1) | (1) | (2) | - | - | - | ||
| Herwaarderingen | ||||||||
| Effect van demografische veronderstellingen | (32) | - | (32) | (11) | - | (11) | ||
| Effect van financiële veronderstellingen | 24 | (3) | 21 | (74) | (1) | (75) | ||
| Effecten op grond van ervaring | (2) | 2 | - | (10) | (16) | (26) | ||
| Valutakoersverschillen | (71) | - | (71) | 13 | - | 13 | ||
| Contante waarde van de brutoverplichting op 31 december |
2.110 | 195 | 2.306 | 1.970 | 183 | 2.153 | ||
| WIJZIGING IN FONDSBELEGGINGEN | ||||||||
| Reële waarde van fondsbeleggingen op 1 januari | 1.041 | 186 | 1.227 | 1.033 | 193 | 1.225 | ||
| Interestinkomen | 26 | 3 | 29 | 26 | 3 | 29 | ||
| Werkgeversbijdragen | 69 | 15 | 84 | 98 | 13 | 111 | ||
| Werknemersbijdragen | - | 2 | 2 | - | 1 | 1 | ||
| Uitkeringen | (100) | (13) | (113) | (127) | (14) | (141) | ||
| Administratieve kosten en belastingen | (1) | - | (1) | (2) | - | (2) | ||
| Betaalde premies | (1) | (1) | (2) | - | - | - | ||
| Uitgaande transferten | - | - | - | - | - | - | ||
| Rendement op fondsbeleggingen excl. interestinkomen |
44 | 1 | 45 | (65) | (19) | (85) | ||
| Valutakoersverschillen | (46) | - | (46) | 8 | - | 8 | ||
| Reële waarde van fondsbeleggingen op 31 december |
1.033 | 193 | 1.225 | 969 | 178 | 1.147 | ||
| FINANCIERINGSPOSITIE OP 31 DECEMBER | ||||||||
| Financieringspositie | 1.078 | 2 | 1.080 | 1.001 | 5 | 1.006 | ||
| Effect van vermogensplafond | - | - | - | - | - | - | ||
| Nettoverplichting op 31 december | 1.078 | 2 | 1.080 | 1.001 | 5 | 1.006 |
Op 31 december 2018 bedroeg de contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen – exclusief de toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement – voor de Groep 1.970 miljoen euro (2.110 miljoen euro op 31 december 2017), waarvan 1.284 miljoen euro (1.391 miljoen euro op 31 december 2017) betrekking heeft op geheel of gedeeltelijk gefinancierde toegezegdpensioenregelingen en de overige 686 miljoen euro (719 miljoen euro op 31 december 2017) betrekking heeft op ongefinancierde toegezegdpensioenregelingen.
Het financieringstekort voor de Belgische toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement bedroeg op 31 december 2018 5 miljoen euro (2 miljoen euro op 31 december 2017). Het financieringstekort voor deze plannen is gelijk aan het verschil tussen de contante waarde van de brutoverplichtingen (DBO) ten bedrage van 183 miljoen euro (195 miljoen euro op 31 december 2017) en de fondsbeleggingen ten bedrage van 178 miljoen euro (193 miljoen euro op 31 december 2017). De verplichtingen uit hoofde van het Top Performance Plan en de Groepsverzekering voor kaderleden en uitvoerende bestuursleden vertegenwoordigen op 31 december 2018 samen 89% van de totale DBO (89% op 31 december 2017) terwijl het financieringstekort nagenoeg volledig toewijsbaar is aan het Top Performance Plan. Algemene informatie rond de toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement evenals de karakteristieken van deze plannen wordt verstrekt onder 25.3.1.
In 2018 bedroegen de uitkeringen voor de materiële landen van de Groep 141 miljoen euro en omvatten 26 miljoen euro uitkeringen voor een project rond de eenmalige afwikkeling van pensioenverplichtingen betreffende het 'Agfa Corporation Pension Plan' in de VS en 5 miljoen euro uitkeringen voor het ETV-project betreffende het 'Agfa UK pensioenplan'. In 2017 bedroegen de totale uitkeringen 113 miljoen euro.
| MILJOEN EURO | 31 december 2014 |
31 december 2015 |
31 december 2016 |
31 december 2017 |
31 december 2018 |
|---|---|---|---|---|---|
| Reële waarde van fondsbeleggingen |
1.131 | 1.156 | 1.227 | 1.225 | 1.147 |
| Contante waarde van de brutoverplichting |
2.280 | 2.245 | 2.410 | 2.306 | 2.153 |
| Overschot (Tekort) van de regelingen |
(1.149) | (1.089) | (1.183) | (1.080) | (1.006) |
De verplichtingen en pensioenkost van de periode met betrekking tot toegezegdpensioenregelingen van de Groep worden bepaald door gebruik te maken van actuariële waarderingen die gebaseerd zijn op actuariële veronderstellingen. Op het einde van de boekjaren 2017 en 2018, werden volgende belangrijke actuariële veronderstellingen (gewogen gemiddelden) gebruikt.
| MILJOEN EURO | 31 december 2017 | 31 december 2018 |
|---|---|---|
| Disconteringsvoet | 2,27% | 2,51% |
| Toekomstige verhoging van lonen/salarissen |
2,29% | 2,26% |
De hierboven weergegeven gemiddelde disconteringsvoeten en de stijging van de lonen/ salarissen worden bepaald op basis van de actuariële veronderstellingen welke toegepast worden in de verschillende toegezegdpensioenregelingen van de materiële landen van de Groep, gewogen op basis van de contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van betreffende toegezegdpensioenregelingen.
De disconteringsvoeten worden bepaald op basis van het marktrendement op balansdatum van bedrijfsobligaties van hoge kredietwaardigheid, die een kredietrating van minstens AA van een belangrijk ratingagentschap toegewezen krijgen, met een resterende looptijd die consistent is met de geschatte looptijd van de verplichtingen.
De Groep heeft de gewogen gemiddelde duratie bepaald door de gemiddelde duraties te nemen berekend via sensitiviteitsanalyse +25bps en -25bps op de disconteringsvoet voor de pensioenplannen van de materiële landen van de Groep. Op 31 december 2018 bedraagt de gewogen gemiddelde duratie 13 jaar (13 jaar op 31 december 2017).
Onderstaande tabel geeft de sensitiviteit weer van een verandering in bepaalde veronderstellingen op 31 december 2018 met betrekking tot de pensioenregelingen van de materiële landen van de Groep:
| MILJOEN EURO | Impact op de contante waarde van de verplichtingen op 31 december 2017 |
Impact op de contante waarde van de verplichtingen op 31 december 2018 |
|---|---|---|
| Daling in disconteringsvoet met 25 basispunten | 78 | 71 |
| Stijging in disconteringsvoet met 25 basispunten | (75) | (65) |
| Verbetering in de sterftetafel waarbij wordt veron dersteld dat werknemers één jaar langer leven |
54 | 54 |
| Verslechtering in de sterftetafel waarbij wordt veron dersteld dat werknemers één jaar minder leven |
(55) | (51) |
De reële waarde van fondsbeleggingen onderverdeeld naar belangrijkste categorieën van de materiële landen van de Groep omvatten:
| MILJOEN EURO | 31 december 2017 | 31 december 2018 |
|---|---|---|
| Geldmiddelen, kasequivalenten en overige | 6 | 33 |
| Aandelen | 378 | 322 |
| Rentedragende instrumenten | 645 | 604 |
| Fondsbeleggingen bij verzekeraars (1) | 196 | 188 |
| TOTAAL | 1.225 | 1.147 |
(1) Toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement.
95 procent van de aandelen en rentedragende instrumenten werden belegd volgens de principes van passief beheer (index tracking).
De reële waarde van fondsbeleggingen omvat per jaareinde 2017 en 2018 geen aandelen of rentedragende instrumenten van de Onderneming of haar dochterondernemingen.
De Groep verwacht dat de pensioenkost op te nemen in de winst- en verliesrekening voor de materiële landen voor 2019 in totaal 58 miljoen euro zal bedragen. Dit bedrag is exclusief de kost voor de toegezegdebijdrageregelingen in België en omvat voor 35 miljoen euro aan het dienstjaar toegerekende pensioen-, administratiekosten en belastingen (waarvan 14 miljoen euro betrekking heeft op Belgische toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement) en 23 miljoen euro interestkost op de nettoverplichting.
Voor het boekjaar 2019 verwacht de Groep 106 miljoen euro bij te dragen voor haar materiële pensioenregelingen. Dit bedrag houdt geen rekening met 12 miljoen euro verwachte premiebetalingen voor de toegezegdebijdrageregelingen in België.
De uitgaande kasstroom voor 2018 die 98 miljoen euro bedroeg exclusief de premiebetalingen voor de toegezegdebijdrageregelingen in België omvatten werkgeversbijdragen ten belope van 56 miljoen euro en 42 miljoen euro uitkeringen die rechtstreeks door de Onderneming werden betaald. De verwachte uitgaande kasstroom voor 2019 bedraagt dus 8 miljoen euro meer dan in 2018.
Met het oog op een afbouw van de pensioenverplichtingen van de Groep alsook de eraan verbonden risico's heeft de Groep in 2018 bovenop de bijdragen verschuldigd volgens de locale financieringsregels 25 miljoen euro extra betaald. Voor 2019 wordt opnieuw een extra budget voorzien, met name 35 miljoen euro, voor een verdere afbouw van de pensioenverplichtingen en -risico's. Dit bedrag is reeds gereflecteerd in voornoemde 106 miljoen euro verwachte bijdrage voor de materiële pensioenregelingen van de Groep.
Op 1 maart 2016 creëerde de Groep een op aandelen gebaseerd betalingstransactieplan dat in geldmiddelen afgewikkeld wordt, voor welbepaalde deelnemers aangeduid door de Raad van Bestuur. Deelnemers tot het plan worden 'share appreciation rights' toegekend, op grond waarvan zij recht hebben op een toekomstige cash bonus gebaseerd op de stijging van de aandelenprijs van de Groep op Euronext Brussel over een referentieperiode van drie jaar.
In totaliteit zijn er 657.000 'stock appreciation rights' toegekend aan de deelnemers van het plan, die voorwaardelijk worden over een periode van drie jaar met ingang van 1 maart 2016. De reële waarde van de toegekende rechten wordt berekend volgens het Black & Scholes-model op elke afsluitdatum. De berekende reële waarde wordt geboekt als verplichting met veranderingen in de reële waarde geboekt in de winst- en verliesrekening (2018: 0,2 miljoen euro; 2017: 0,3 miljoen euro).
Op 31 december 2018, bedroeg het aantal uitstaande op aandelen gebaseerde betalingen 524,000. Volgende parameters werden gebruikt in het waarderingsmodel:
| Reële waarde van de 'Share Appreciation Rights' op 31 december 2018 | 3,35 euro |
|---|---|
| Aandelenprijs op toekenningsdatum | 3,47 euro |
| Verwachte volatiliteit | 35,7% |
| Toekenningsdatum | 1 maart 2016 |
| MILJOEN EURO | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Langlopende rentedragende verplichtingen | 47 | 219 |
| 'Revolving'-kredietfaciliteit | (1) | 219 |
| EIB-lening | 6 | - |
| Overige bankschulden | - | - |
| Obligatieleningen | 42 | - |
| Kortlopende rentedragende verplichtingen | 39 | 66 |
| EIB-lening | 26 | 6 |
| Overige bankschulden | 12 | 13 |
| Obligatieleningen | - | 42 |
| Negatieve banksaldi | 1 | 5 |
In de loop van 2015 hernieuwde de Onderneming de 'revolving'-kredietfaciliteit voor een periode tot juli 2021. Het notioneel bedrag van deze faciliteit bedraagt 400 miljoen euro. Geldopnames onder deze kredietlijn worden gedaan voor korte periodes maar de Groep heeft, onder de bestaande herfinancieringovereenkomst, de mogelijkheid om de leningen te verlengen voor langere periodes na balansdatum. Er werden geen waarborgen verstrekt voor de kredietopeningen.
Op 31 december 2018 bedragen de opnames onder deze faciliteit 220 miljoen euro. Op 31 december 2017 waren er geen opnames onder deze faciliteit. Transactiekosten voor een bedrag van 1 miljoen euro werden geboekt in mindering van de initiële boekwaarde van de financiële verplichting en worden gespreid in winst- en verliesrekening geboekt volgens de effectieve interestmethode.
De verdeling over de diverse looptijden is als volgt:
| MILJOEN EURO | Nominaal bedrag | Opgenomen bedrag | Rentevoet | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Eindvervaldag | 2017 | 2018 | 2017 | 2018 | Munt | 2017 | 2018 | ||
| 2021 | 400 | 400 | (1) | 219 | - | 1,1% | |||
| TOTAAL | 400 | 400 | (1) | 219 | EUR |
De langlopende rentedragende verplichtingen hebben volgende eindvervaldagen:
| MILJOEN EURO | 2017 | 2018 | ||
|---|---|---|---|---|
| Eindvervaldag | Opgenomen bedrag |
Rentevoet | Opgenomen bedrag |
Rentevoet |
| tussen 1 - 5 jaar: EIB-lening | 6 | 4,33% - 4,36% | - | - |
| tussen 1 - 5 jaar: overige leningen | - | - | - | - |
| > 5 jaar | - | - | - | - |
| TOTAAL | 6 | - | - |
Kortlopende rentedragende verplichtingen bevatten het kortlopende gedeelte van de EIB-lening (6 miljoen euro) die vervallen in februari 2019.
In mei 2005 gaf de Onderneming een obligatielening uit met een nominale waarde van 200 miljoen euro. De obligatielening droeg een coupon van 4,375% en verviel in juni 2015. De interesten zijn jaarlijks betaalbaar na verloop van termijn. De uitgifteprijs bedroeg 101,956%. De obligatielening wordt gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.
In mei 2014 lanceerde de Onderneming een openbaar ruilbod op hierboven vernoemde obligatielening. De houders van de bestaande obligatielening werd de mogelijkheid geboden om hun huidige obligaties in te ruilen tegen nieuw uitgegeven obligaties met een nominale waarde van 1.000 euro en een bruto vaste coupon van 5,35% per jaar met vervaldag in juni 2019. Bestaande obligaties voor een totaalbedrag van 42 miljoen euro werden geruild in dit openbaar ruilbod. Bestaande obligaties voor een totaalbedrag van 147 miljoen euro werden terugbetaald in juni 2015.
De tabel detailleert veranderingen in verplichtingen uit financieringsactiviteiten in kasstromen uit financieringsactiviteiten en niet-kasbewegingen. Verplichtingen uit financieringsactiviteiten betreffen verplichtingen waarvan de kasstromen geclassificeerd zijn of zullen worden in kasstromen uit financieringsactiviteiten in het geconsolideerde kasstroomoverzicht.
| Kasstromen uit financieringsactiviteiten |
Niet-kasbewegingen | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Boekwaarde op 1 januari 2018 |
Bedrijfscombinaties | Betaalde rente | Terugbetalingen van leningen - netto Opnames / |
Valutakoers verschillen |
Gekapitaliseerde transactiekosten |
Financieringskosten op financiële schulden |
31 december 2018 Boekwaarde op |
| 'Revolving'-kredietfaciliteit | (1) | - | (1) | 220 | - | - | 1 | 219 |
| EIB-lening | 32 | - | (1) | (26) | - | - | 1 | 6 |
| Overige bankschulden | 12 | 1 | (6) | (1) | 1 | - | 6 | 13 |
| Obligatieleningen | 42 | - | (2) | - | - | - | 2 | 42 |
| Negatieve banksaldi | 1 | - | - | 4 (2) | - | - | - | 5 |
| Totaal rentedragende verplichtingen |
86 | 1 | (10) (1) | 197 | 1 | - | 10 | 285 |
(1) Betaalde rente in het geconsolideerd kasstroomoverzicht bevat tevens betaalde rente op belastingsverplichtingen en overige verplichtingen (2) Opnames en terugbetalingen van negative banksaldi zit in het geconsolideerde kasstroomoverzicht vervat in de lijn de kasmiddelen en kasequivalenten per einde boekjaar.
De voorzieningen bedroegen 61 miljoen euro op 31 december 2018 (2017: 54 miljoen euro).
| Milieu | Opbrengst gerelateerde |
||||
|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | voorzieningen | voorzieningen | Herstructureringen | Andere | TOTAAL |
| Voorzieningen op 31 december 2017 |
3 | 28 | 10 | 13 | 54 |
| Voorzieningen aangelegd in de loop van het boekjaar |
- | 3 | 25 | 2 | 30 |
| Aanwending van voorzieningen in de loop van het boekjaar |
- | (5) | (17) | (3) | (25) |
| Terugname van voorzieningen in de loop van het boekjaar |
- | - | - | - | - |
| Valutakoersverschillen | - | - | - | - | - |
| Overboekingen | - | 2 | - | - | 2 |
| Voorzieningen op 31 december 2018 |
3 | 28 | 18 | 12 | 61 |
De voorzieningen met betrekking tot milieubescherming dekken toekomstige aanpassingswerken van terreinen en de sanering van bodems die zijn verontreinigd door vroegere industriële activiteiten. Opbrengstgerelateerde voorzieningen op balansdatum evenals de bijhorende bewegingen in de loop van het boekjaar omvatten voornamelijk voorzieningen wegens commissies betaalbaar aan agenten, voorzieningen voor garantieverplichtingen en commerciële betwistingen. Voorzieningen voor herstructureringen omvatten voornamelijk ontslagvergoedingen voor het personeel. Andere voorzieningen omvatten provisies voor leegstaande gebouwen, voorzieningen voor rechtszaken (inclusief advocatenkosten) en een voorziening in verband met betwistingen over invoerrechten.
Op 31 december 2018 bedroegen de contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten 166 miljoen euro (163 miljoen euro kortlopend en 3 miljoen euro langlopend) en bevatten 'Uitgestelde opbrengsten en vooruitbetalingen ontvangen van klanten' en te betalen bonussen en kortingen aan klanten voor verkochte goederen en diensten in 2018.
Uitgestelde opbrengsten omvat zowel gefactureerde bedragen als bedragen die conform de contractuele bepalingen aan de klanten kunnen worden gefactureerd maar nog niet in de winsten verliesrekening kunnen worden opgenomen. De vooruitbetalingen geven de bedragen weer die de Onderneming heeft ontvangen maar nog niet aan haar klanten heeft gefactureerd daar zij haar verplichting ten aanzien van deze klanten nog dient te voltooien, zijnde de levering van goederen en/of diensten.
De uitgestelde opbrengsten resulteren voornamelijk uit tussentijdse facturatie in overeenkomsten waarin meerdere goederen zoals software en hardware en/of diensten samen worden aangeboden ('multiple element'-regelingen) en uit vooruitfacturatie van de dienstverleningsen onderhoudscontracten.
De toepassing van de huidige richtlijn betreffende de opname van opbrengsten in de winsten verliesrekening uit 'multiple element'-regelingen vereist oordeelsvorming vanwege het management. Er dient te worden beoordeeld of de opnamecriteria afzonderlijk kunnen worden toegepast op de in de overeenkomst aangeboden goederen en/of diensten en zo ja, of er een betrouwbare en objectieve reële waarde voor de aangeboden goederen en/of diensten afzonderlijk kan worden bepaald. De toewijzing van de verkoopprijs van de overeenkomst aan de verschillende goederen en/of diensten op basis van ondernemingsspecifieke objectieve gegevens van reële waarde – inclusief de toewijzing van kortingen – steunt op oordeelsvorming en belangrijke schattingen vanwege het management. Wijzigingen in de door het management aangenomen veronderstellingen met betrekking tot de afzonderlijk identificeerbare goederen en/of diensten in een overeenkomst en de daaraan toegewezen reële waarde, zouden een belangrijke impact kunnen hebben op de opbrengsten opgenomen in de winst- en verliesrekening.
De overige te betalen posten op 31 december 2018 bedroegen 8 miljoen euro en omvatten voornamelijk toegerekende niet-vervallen rente op verplichtingen, verplichtingen aan het personeel wegens compensaties voor door hen gemaakte reis- en andere kosten, financiële leasing en overige te betalen posten.
De overige verplichtingen, kortlopend en langlopend op 31 december 2018, bedroegen 15 miljoen euro en omvatten voornamelijk overheidssubsidies en de uitgestelde overnameprijs met betrekking tot de acquisitie van Bodoni Systems Limited, Ipagsa Technologies S.L.U., Ipagsa (Shanghai) Printing Materials Co Ltd, Inovelan S.A. en de overeenkomst met de verdelers van hardcopy film in China.
De Groep huurt voornamelijk gebouwen en wagens op basis van operationele leaseovereenkomsten. De vervaldagstructuur van de toekomstige minimale leasebetalingen onder deze niet-opzegbare leaseovereenkomsten is:
| MILJOEN EURO | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Niet later dan één jaar | 41 | 40 |
| Later dan één jaar en niet later dan vijf jaar | 76 | 88 |
| Later dan vijf jaar | 7 | 20 |
| TOTAAL | 124 | 148 |
De Groep verhuurt bedrijfsruimte en overige materiële vaste activa op basis van operationele leases. De toekomstige minimale leasebetalingen uit hoofde van niet-opzegbare leaseovereenkomsten bedragen 1 miljoen euro op 31 december 2018 (2017: 1 miljoen euro).
De voorwaardelijke verplichtingen vloeiden volledig voort uit verbintenissen aan derden gegeven en omvatten:
| MILJOEN EURO | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Bankgaranties | 41 | 41 |
| Andere | 1 | 1 |
| TOTAAL | 42 | 42 |
De totale aankoopverplichtingen in het kader van belangrijke investeringsprojecten waarvoor de respectieve contracten al werden toegekend of de orders werden geplaatst, bedroegen op 31 december 2018 1 miljoen euro (2017: 1 miljoen euro).
De Groep is momenteel niet betrokken in een of ander groot geschil, met uitzondering van het geschil in verband met de insolvabiliteit van AgfaPhoto.
In verband met de verkoop van de Consumer Imaging activiteiten van (toenmalige) Agfa-Gevaert AG en van sommige van haar (toenmalige) dochtervennootschappen in 2004 had de Groep diverse contractuele relaties afgesloten met AgfaPhoto Holding GmbH, AgfaPhoto GmbH en hun dochtervennootschappen in verschillende landen (de AgfaPhoto Groep). Daarbij werd voorzien in de overdracht van haar Consumer Imaging activiteiten, inbegrepen activa, verplichtingen, contracten en personeel naar de vennootschappen behorende tot de AgfaPhoto Groep.
Na de verkoop werd een aanvraag tot faillissement ingediend door AgfaPhoto GmbH en een aantal van haar dochtervennootschappen zowel in Duitsland als in andere landen. In verschillende landen werden gerechtelijke procedures tegen de Groep ingespannen. Deze procedures zijn intussen afgesloten, met uitzondering van het volgende geschil.
In verband met deze verkoop, diende de curator van AgfaPhoto GmbH verschillende aanvragen tot arbitrage in bij het ICC Internationale Arbitragehof in Parijs, Frankrijk. In de laatste nog hangende arbitrageprocedure vorderde de curator een vergoeding voor vermeende onderkapitalisatie van AgfaPhoto GmbH alsmede voor het vermeende veroorzaken van het faillissement van AgfaPhoto GmbH. In een einduitspraak dd. 31 mei 2018 heeft het ICC Tribunaal alle vorderingen van de curator afgewezen en hem de verplichting opgelegd om Agfa voor een zeer belangrijk deel van de kosten van Agfa in deze arbitrageprocedure te vergoeden. In oktober 2018 heeft de curator voor een Duitse rechtbank een verzoek tot nietigverklaring van de arbitrale einduitspraak ingediend. Deze procedure is hangende.
Het totaal van de beloningen voor managers op sleutelposities (exclusief patronale sociale bijdragen) opgenomen in de winst- en verliesrekening bedraagt:
| 2017 | 2018 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Bestuurders | Executive Management |
Bestuurders | Executive Management |
|
| Kortlopende personeelsbeloningen | 0,6 | 3,7 | 0,5 | 4,1 | |
| Ontslagvergoedingen | - | - | - | 1,3 | |
| Vergoedingen na uitdiensttreding | - | 0.3 | - | 0,2 | |
| Op aandelen gebaseerde betalingen | - | - | - | - | |
| TOTAAL | 0,6 | 4,0 | 0,5 | 5,7 |
Op 31 december 2018 waren er geen uitstaande leningen ten behoeve van managers op sleutelposities. De verplichtingen voor vergoedingen na uitdiensttreding voor de leden en de gepensioneerde leden van het Executive Management, opgenomen in de geconsolideerde balans op 31 december 2018, bedragen 17 miljoen euro.
Het totaal van de beloningen voor managers op sleutelposities is ook inbegrepen in het Remuneratieverslag p. 233-237.
Transacties met verwante partijen betreffen voornamelijk handelstransacties. De kosten en opbrengsten met betrekking tot deze transacties zijn immaterieel in het kader van de geconsolideerde jaarrekening.
De Groep en haar zakenpartner Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd. hebben hun activiteiten gebundeld vanaf 2010, gericht op het versterken van de marktpositie van beide partners in Groot-China en de ASEAN-regio. Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd. heeft een participatie van 49% in Agfa Graphics Asia Ltd., de holding van de gecombineerde activiteiten van beide partijen. Zie ook toelichting 24.8 Minderheidsbelangen.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de transactiewaarde en het openstaand saldo tussen de Groep en Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd. In de loop van 2018 verwierf Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd. een dividend van 3 miljoen euro (49%).
| Transactiewaarde per jaareinde |
Openstaand saldo per jaareinde |
|||
|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | 2017 | 2018 | 2017 | 2018 |
| Verkopen aan Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd. |
20 | 22 | 4 | 5 |
| Aankopen van Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd. |
23 | 9 | 1 | 1 |
| Dividend | 10 | 3 | - | - |
| Voorschot | - | 25 | - | 25 |
Het voorschot ten belope van 25 miljoen euro (200 miljoen CNY) betreft een leveranciersvoorschot aan een onderneming van de Shenzhen Brother Gao Deng groep voor wiens rekening de filmconversie plaatsvindt. Dit voorschot wordt terugbetaald op basis van toekomstige filmvolumes geleverd aan Agfa Graphics Asia Ltd. In de geconsolideerde balans van de Groep wordt dit voorschot gerapporteerd als Overige activa (zie toelichting 21: 19 miljoen als langlopend en 6 miljoen als kortlopend).
De berekening van de gewone winst per aandeel is gebaseerd op een toe te kennen verlies aan de aandeelhouders van de Onderneming van 24 miljoen euro (2017: toe te kennen winst van 37 miljoen euro) en een gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande aandelen gedurende het jaar 2018 van 167.751.190 (2017: 167.751.190).
Het gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande aandelen werd als volgt berekend:
| Aantal uitstaande gewone aandelen op 1 januari 2018 |
Effect van opties uitgeoefend gedurende 2018 |
Gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande aandelen op 31 december 2018 |
|---|---|---|
| 167.751.190 | - | 167.751.190 |
| EURO | 2017 | 2018 |
| Gewone winst per aandeel | 0,22 | (0,14) |
De berekening van de verwaterde winst per aandeel is gebaseerd op een toe te kennen verlies aan de aandeelhouders van de Onderneming van 24 miljoen euro (2017: toe te kennen winst van 37 miljoen euro) en een gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande verwaterde aandelen gedurende het jaar 2018 van 167.751.190 (2017: 167.751.190).
Er dient te worden opgemerkt dat er geen openstaande aandelenoptieplannen meer zijn op 31 december 2018.
Het gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande verwaterde aandelen werd als volgt berekend:
| Aantal uitstaande gewone aandelen op 1 januari 2018 |
Effect van potentiële gewone aandelen die tot verwatering zullen leiden |
Gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande verwaterde aandelen op 31 december 2018 |
|---|---|---|
| 167.751.190 | - | 167.751.190 |
| EURO | 2017 | 2018 |
| Verwaterde winst per aandeel | 0,22 | (0,14) |
De gemiddelde reële waarde van een gewoon aandeel bedroeg in 2018 3,64 euro per aandeel.
De moedermaatschappij van de Groep, Agfa-Gevaert NV (BE 0404 021 727), Mortsel (België), is de moedermaatschappij van de volgende belangrijke dochterondernemingen:
| Geconsolideerde ondernemingen op 31 december 2018 | ||
|---|---|---|
| Naam van de onderneming | Locatie | Deelnemings-% |
| Agfa (Pty.) Ltd. | Isando/Republiek Zuid-Afrika | 100 |
| Agfa (Wuxi) Imaging Co., Ltd. | Wuxi/Volksrepubliek China | 99,16 |
| Agfa (Wuxi) Printing Plate Co. Ltd. | Wuxi/Volksrepubliek China | 51 |
| Agfa ASEAN Sdn. Bhd. | Kuala Lumpur/Maleisië | 51 |
| Agfa Corporation | Elmwood Park/Verenigde Staten van Amerika | 100 |
| Agfa de Mexico S.A. de C.V. | Mexico D.F./Mexico | 100 |
| Agfa Finance Corp. | Wilmington/Verenigde Staten van Amerika | 100 |
| Agfa Finance Inc. | Toronto/Canada | 100 |
| Agfa Finance Italy SpA | Milaan/Italië | 100 |
| Agfa Finance NV - BE 0436 501 879 | Mortsel/België | 100 |
| Agfa Finco NV - BE 0810 156 470 | Mortsel/België | 100 |
| Agfa Graphics Argentina S.A. | Buenos Aires/Argentinië | 100 |
| Agfa Graphics Asia Ltd. | Hong Kong/Volksrepubliek China | 51 |
| Agfa Graphics Ecuador CIA. LTDA | Quito/Ecuador | 100 |
| Agfa Graphics Ltd. | Leeds/Verenigd Koninkrijk | 100 |
| Agfa Middle East FCZO | Dubai/Verenigde Arabische Emiraten | 100 |
| Agfa NV - BE 0456 366 588 | Mortsel/België | 100 |
| Agfa Graphics S.r.l. | Milaan/Italië | 100 |
| Agfa HealthCare - Knightsbridge GmbH | Wenen/Oostenrijk | 60 |
| Agfa HealthCare AG | Dübendorf/Zwitserland | 100 |
| Agfa HealthCare Argentina S.A. | Buenos Aires/Argentinië | 100 |
| Agfa HealthCare Australia Limited | Scoresby/Australië | |
| Agfa HealthCare Brasil Importacao e Servicos Ltda. | Sao Paulo/Brazilië | 100 |
| Agfa HealthCare Chile Ltda. | Santiago de Chile/Chili | 100 |
| Agfa HealthCare Colombia Ltda. | Bogota/Colombië | 100 |
| Agfa HealthCare Corporation | Greenville/Verenigde Staten van Amerika | 100 |
| Agfa HealthCare Denmark A/S | Kopenhagen/Denemarken | 100 |
| Agfa HealthCare France S.A. | Artigues près Bordeaux/Frankrijk | 100 |
| Agfa Healthcare Equipments Portugal Lda. | Sintra/Portugal | 100 |
| Agfa HealthCare Finland Oy AB | Espoo/Finland | 100 |
| Agfa HealthCare Germany GmbH | Bonn/Duitsland | 100 |
| Agfa HealthCare Ges.mbH | Wenen/Oostenrijk | 100 |
| Agfa HealthCare GmbH | Bonn/Duitsland | 100 |
| Agfa HealthCare Hellas A.E.B.E. | Athene/Griekenland | 100 |
| Agfa HealthCare Hong Kong Ltd. | Hong Kong/Volksrepubliek China | 100 |
| Agfa HealthCare Hungary Kft. | Boedapest/Hongarije | 100 |
| Agfa HealthCare Imaging Agents GmbH | Bonn/Duitsland | 100 |
| Agfa HealthCare Inc. | Mississauga/Canada | 100 |
|---|---|---|
| Agfa HealthCare India Private Ltd. | Thane/Indië | 100 |
| Agfa HealthCare Luxembourg S.A. | Bertrange/Luxemburg | 100 |
| Agfa HealthCare Malaysia Sdn. Bhd. | Kuala Lumpur/Maleisië | 100 |
| Agfa HealthCare Mexico S.A. de C.V. | Mexico D.F./Mexico | 100 |
| Agfa HealthCare Norway AS | Oslo/Noorwegen | 100 |
| Agfa HealthCare NV - BE 0403 003 524 | Mortsel/België | 100 |
| Agfa HealthCare Saudi Arabia Company Limited LLC | Riyadh/Saoedi-Arabië | 100 |
| Agfa HealthCare (Shanghai) Co Ltd. | Shanghai/Volksrepubliek China | 100 |
| Agfa HealthCare Singapore Pte. Ltd. | Singapore/Republiek Singapore | 100 |
| Agfa HealthCare South Africa Pty. Ltd. | Gauteng/Republiek Zuid-Afrika | 100 |
| Agfa HealthCare Spain S.A.U. | Barcelona/Spanje | 100 |
| Agfa HealthCare Sweden AB | Kista/Zweden | 100 |
| Agfa HealthCare Systems Taiwan Co. Ltd. | Taipei/Taiwan | 100 |
| Agfa HealthCare UK Limited | Brentford/Verenigd Koninkrijk | 100 |
| Agfa Imaging (Shenzhen) Co. Ltd. | Shenzhen/Volksrepubliek China | 51 |
| Agfa Inc. | Mississauga/Canada | 100 |
| Agfa Industries Korea Ltd. | Seoul/Korea | 100 |
| Agfa Limited | Dublin/Ierland | 100 |
| Agfa Materials Corporation | Wilmington/Verenigde Staten van Amerika | 100 |
| Agfa Materials Japan Ltd. | Tokyo/Japan | 100 |
| Agfa Materials Taiwan Co. Ltd. | Taipei/Taiwan | 100 |
| Agfa Scots Ltd. | Edinburgh/Verenigd Koninkrijk | 100 |
| Agfa Singapore Pte. Ltd. | Singapore/Republiek Singapore | 51 |
| Agfa Solutions SAS | Rueil-Malmaison/Frankrijk | 100 |
| Agfa Sp. z.o.o. | Warschau/Polen | 100 |
| Agfa Taiwan Co. Ltd. | Taipei/Taiwan | 51 |
| Agfa-Gevaert A.E.B.E. | Athene/Griekenland | 100 |
| Agfa-Gevaert Aktiengesellschaft für Altersversorgung | Düsseldorf/Duitsland | 100 |
| Agfa-Gevaert Argentina S.A. | Buenos Aires/Argentinië | 100 |
| Agfa-Gevaert B.V. | Rijswijk/Nederland | 100 |
| Agfa-Gevaert Colombia Ltda. | Bogota/Colombië | 100 |
| Agfa-Gevaert de Venezuela S.A. | Caracas/Venezuela | 100 |
| Agfa-Gevaert do Brasil Ltda. | Sao Paulo/Brazilië | 100 |
| Agfa-Gevaert Graphic Systems GmbH | Düsseldorf/Duitsland | 100 |
| Agfa-Gevaert HealthCare GmbH | Düsseldorf/Duitsland | 100 |
| Agfa-Gevaert Japan, Ltd. | Tokyo/Japan | 100 |
| Agfa-Gevaert Limited | Scoresby/Australië | 100 |
| Agfa-Gevaert Limited | Brentford/Verenigd Koninkrijk | 100 |
| Agfa-Gevaert Ltda. | Santiago De Chile/Chili | 100 |
| Agfa-Gevaert GmbH | Düsseldorf/Duitsland | 100 |
| Agfa-Gevaert NZ Ltd. | Auckland/Nieuw-Zeeland | 100 |
| Agfa-Gevaert S.A. | Pont-à-Marcq/Frankrijk | 99,99 |
| Agfa-Gevaert S.p.A. | Milaan/Italië | 100 |
| Agfa HealthCare Imaging Agents France S.r.l. | Marcq en Baroeul/Frankrijk | 100 |
| Lastra Attrezzature S.r.l. | Manerbio/Italië 60 |
||
|---|---|---|---|
| Litho Supplies (UK) Ltd. | Derby/Verenigd Koninkrijk | 100 | |
| Luithagen NV - BE 0425 745 668 | Mortsel/België | 100 | |
| New ProImage America Inc. | Princeton/Verenigde Staten van Amerika | 100 | |
| New ProImage Ltd. | Netanya/Israël | 100 | |
| OOO Agfa Graphics | Moskou/Russische Federatie | 100 | |
| OOO Agfa | Moskou/Russische Federatie | 100 | |
| Agfa HealthCare Algérie Sarl | Alger/Algerië | 100 | |
| Agfa HealthCare Kazakhstan LLP | Almaty/Republiek Kazakhstan | 100 | |
| Agfa HealthCare Ukraine LLC | Kiev/Oekraïne | 100 | |
| PT Gevaert-Agfa HealthCare Indonesia | Jakarta/Indonesië | 100 | |
| Agfa HealthCare IT Brasil Servicis E Serviços Ltda. | Barueri/Brazilië | 100 | |
| Bodoni Systems | Middlesex/Verenigd Koninkrijk | 100 | |
| Agfa HealthCare Middle East FZ-LLC | Dubai/Verenigde Arabische Emiraten | 100 | |
| Agfa HealthCare IT UK Limited | Middlesex/Verenigd Koninkrijk | 100 | |
| Agfa South Africa (Pty) Ltd. | Gauteng/Republiek Zuid-Afrika | 100 | |
| Agfa Australia Pty Ltd. | Scoresby/Australië | 100 | |
| Agfa Canada Inc. | Mississauga/Canada | 100 | |
| Agfa US Corp. | Greenville/Verenigde Staten van Amerika | 100 | |
| Ipagsa Technologies S.L.U. | Barcelona/Spanje | 100 | |
| Agfa Graphics Shanghai Co. Ltd. | Shanghai/Volksrepubliek China | 51 | |
| Inovelan S.A. | Saint-André-lez-Lille/ Frankrijk | 100 | |
| Agfa HealthCare IT (Shanghai) Co Ltd | Shanghai/Volksrepubliek China | 100 | |
| Agfa Hong Kong Ltd. | Hong Kong/Volksrepubliek China | 100 | |
| Agfa HealthCare Vietnam Co. Ltd. | Ho Chi Minh City/Vietnam | 100 | |
| Ipagsa (Shanghai) Printing Materials Co Ltd | Shanghai/Volksrepubliek China | 100 | |
| Investeringen verwerkt volgens de 'equity'-methode op 31 december 2018 | |||
| Naam van de onderneming | Locatie | Deelnemings-% | |
| My Personal Health Record Express Inc. | New York/Verenigde Staten van Amerika | 27,45 |
Er vonden geen bijzondere gebeurtenissen na balansdatum plaats.
De honoraria met betrekking tot audit en aan audit gerelateerde prestaties geleverd door KPMG Bedrijfsrevisoren en zijn netwerk kan als volgt gedetailleerd worden:
| EURO | 2017 | 2018 |
|---|---|---|
| Bezoldiging van de commissaris voor de uitoefening van een mandaat van commissaris voor de Vennootschap en de Groep (België) |
549.388 | 771.129 |
| Bezoldiging van de commissaris voor uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd voor de Vennootschap en de Groep: |
||
| Andere controle | 50.268 | 178.210 |
| Belastingadvies | - | - |
| Andere opdrachten buiten de revisorale | - | - |
| SUBTOTAAL | 599.656 | 949.339 |
| Bezoldigingen van personen met wie de commissaris verbonden is voor de uitoefening van een mandaat van commissaris voor de Groep (Buitenlandse vennootschappen) |
1.073.850 | 969.497 |
| Bezoldiging van personen met wie de commissaris verbonden is voor uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd voor de Groep (België en buitenlandse vennootschappen) |
||
| Andere controle | 64.276 | 65.013 |
| Belastingadvies | 180.179 | 102.432 |
| Andere opdrachten buiten de revisorale | 1.180.544 | 393.250 |
| SUBTOTAAL | 2.498.849 | 1.530.192 |
| TOTAAL | 3.098.505 | 2.479.531 |
De honoraria voor de audit van de financiële staten bevatten honoraria voor de audit van de geconsolideerde jaarrekening alsook de honoraria voor de audit van de financiële staten van dochterondernemingen in België en in het buitenland. De andere opdrachten buiten de revisorale omvatten adviesverlening in het kader van speciale opdrachten.
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Agfa-Gevaert NV (de 'Vennootschap') en zijn dochterondernemingen (samen de 'Groep'), leggen wij u ons commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2018, alsook de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Dit vormt een geheel en is ondeelbaar. Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van 10 mei 2016, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité en op voordracht van de ondernemingsraad. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt
over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2018. Wij hebben de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Agfa-Gevaert NV uitgevoerd gedurende tenminste 41 opeenvolgende boekjaren.
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep over het boekjaar afgesloten op 31 december 2018 opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften. Deze geconsolideerde jaarrekening omvat de geconsolideerde balans op 31 december 2018, alsook de geconsolideerde winst- en verliesrekening, het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum evenals de toelichting bestaande uit een overzicht van de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige informatieverschaffing. Het totaal van de geconsolideerde balans bedraagt 2.367 miljoen euro en de geconsolideerde winst- en verliesrekening sluit af met een verlies van het boekjaar van 15 miljoen euro. Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en de financiële toestand van de Groep op 31 december 2018, alsook van zijn geconsolideerde resultaten en van zijn geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA's) zoals van toepassing in België. Wij hebben bovendien de door IAASB goedgekeurde internationale controlestandaarden toegepast die van toepassing zijn op de huidige afsluitdatum en nog niet goedgekeurd op nationaal niveau. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie 'Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening' van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.
We verwijzen naar de toelichting 3.13.1 'Bijzondere waardeverminderingen van goodwill, immateriële activa en materiële vaste activa' en naar toelichting 14 'Immateriële activa en goodwill' van de geconsolideerde jaarrekening.
De Groep is actief in bedrijfssectoren waar de financiële resultaten worden beïnvloed door concurrentiedruk en volatiele grondstofprijzen (zilver en aluminium). Bovendien is de Groep in transitie naar nieuwe groeimotoren (Inkjet en Healthcare IT).
Goodwill en immateriële activa met onbeperkte levensduur worden jaarlijks getoetst voor bijzondere waardevermindering in overeenstemming met IAS 36. Het management maakt een inschatting van de realiseerbare waarde door een verdiscontering van verwachte toekomstige kasstromen om te bepalen of deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen op 31 december 2018 en om de grootte van deze bijzondere waardeverminderingen te bepalen.
Bijzondere waardeverminderingen op goodwill en immateriële activa met onbeperkte levensduur is een kernpunt van controle door:
Onze controlewerkzaamheden omvatten, onder meer:
We verwijzen naar de toelichting 3.7 'Winstbelastingen en overige belastingen' en naar toelichting 13 'Winstbelastingen' van de geconsolideerde jaarrekening.
De Groep heeft aanzienlijke fiscale verliezen en aftrekbare tijdelijke verschillen opgebouwd uit het verleden waarvoor een uitgestelde belastingvordering van 114 miljoen euro werd erkend.
Er bestaat een inherente onzekerheid bij het beoordelen van de beschikbaarheid van toekomstige belastbare winsten, hetgeen bepaalt in welke mate uitgestelde belastingvorderingen al dan niet worden erkend. Vanwege de omvang van deze positie alsook het inschattingsvermogen nodig om deze rubriek te beoordelen, is dit een kernpunt van onze controle.
Onze controlewerkzaamheden omvatten, onder meer:
We verwijzen naar toelichting 3.4 'Personeelsbeloningen' en toelichting 25 'Personeelsbeloningen' van de geconsolideerde jaarrekening.
In de meeste landen waarin de Groep actief is bestaan er regelingen met betrekking tot vergoedingen na uitdiensttreding. Vergoedingen na uitdiensttreding worden toegekend onder de vorm van toegezegdebijdrageregelingen en toegezegde pensioenregelingen.
De Groep financiert haar verplichtingen in dit kader via verzekeringsplannen en via gescheiden activa in pensioenfondsen.
De netto verplichting voor België, Duitsland, VK en VS vertegenwoordigt samen 96% van de totale netto verplichting.
Personeelsbeloningen zijn een kernpunt van onze controle wegens:
Onze controlewerkzaamheden omvatten, onder meer:
We verwijzen naar toelichting 3.3 'Opbrengsten' en toelichting 9 'Opbrengsten' in de geconsolideerde jaarrekening.
Het boekjaar afgesloten op 31 december 2018 boekte de Groep opbrengsten voor een bedrag van 2.247 miljoen euro.
We identificeerden erkenning van opbrengsten als een kernpunt van onze controle omdat opbrengsten een van de belangrijkste prestatie-indicatoren van de Groep zijn (inclusief bonusregelingen) en daarom onderhevig is aan een inherent risico van manipulatie door het management om doelstellingen of verwachtingen te behalen en omdat fouten bij de erkenning van opbrengsten een materiële invloed kunnen hebben op de winst van de Groep voor het jaar.
Onze controlewerkzaamheden omvatten, onder meer:
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor de interne beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten. Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de Groep om zijn continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de Groep te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA's is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden.
Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader dat van toepassing is op de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België na.
Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA's, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:
belang bestaat met betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden die significante twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de Groep om zijn continuïteit te handhaven. Indien wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij ertoe gehouden om de aandacht in ons commissarisverslag te vestigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de geconsolideerde jaarrekening, of, indien deze toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan te passen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van ons commissarisverslag. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de Groep zijn continuïteit niet langer kan handhaven;
Wij communiceren met het auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle.
Wij verschaffen aan het auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.
Uit de aangelegenheden die met het auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport.
In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm (herzien in 2018) bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA's), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport, te verifiëren, alsook verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.
Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar en is opgesteld overeenkomstig het artikel 119 van het Wetboek van vennootschappen, met uitzondering van het punt met betrekking tot de niet-financiële informatie hierna vermeld. In de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen in de controle, of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport, zijnde: • Hoofdstuk 1 Brief aan de aandeelhouders en kerncijfers 2018
een afwijking van materieel belang bevatten, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, hebben wij geen afwijking van materieel belang te melden.
De groep heeft de vereisten van artikel 119 §2 van het Wetboek van vennootschappen geanalyseerd op basis van de Global Reporting Initiative (GRI) Standaarden, maar de implementatie ervan werd nog niet volledig afgerond. Overeenkomstig artikel 148§1, 5° van het Wetboek van vennootschappen spreken wij ons niet uit over de vraag of deze niet-financiële informatie is opgesteld in overeenstemming met de vermelde GRI-standaarden.
• Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014.
Antwerpen, 18 april 2019
KPMG Bedrijfsrevisoren Commissaris vertegenwoordigd door
H. Van Donink Bedrijfsrevisor
De volgende bladzijden zijn uittreksels van de statutaire jaarrekening van Agfa-Gevaert NV, opgesteld overeenkomstig de Belgische boekhoudkundige regels. Het verslag van de Raad van Bestuur aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders en de jaarrekening van Agfa-Gevaert NV zullen samen met het verslag van de commissarisrevisor gedeponeerd worden bij de Nationale Bank van België binnen de statutair bepaalde termijn. Deze documenten zijn op aanvraag verkrijgbaar bij de afdeling Investor Relations van de Vennootschap en beschikbaar op www.agfa.com/investorrelations.
Alleen de geconsolideerde jaarrekening vervat in de voorafgaande bladzijden geeft een correct en betrouwbaar beeld van de financiële situatie en de prestaties van de Agfa-Gevaert Groep. Het statutair verslag van de commissaris-revisor bevat geen bemerkingen en verklaart dat de niet-geconsolideerde jaarrekening van Agfa-Gevaert NV over het jaar, dat eindigde op 31 december 2018, een correct en betrouwbaar beeld geeft van de financiële situatie en de resultaten van de Vennootschap, en dit in overeenstemming met alle wettelijke en statutaire bepalingen.
Agfa-Gevaert - Jaarverslag 2018
| MILJOEN EURO | 2017 | 2018 | |
|---|---|---|---|
| I. Bedrijfsopbrengsten | |||
| A. | Omzet | 446 | 432 |
| B. | Voorraad goederen in bewerking en gereed product en bestellingen in uitvoering (toename +, afname -) |
7 | (3) |
| C. | Geproduceerde vaste activa | 22 | 28 |
| D. | Andere bedrijfsopbrengsten | 103 | 99 |
| E. | Niet-recurrente bedrijfsopbrengsten | 1 | 0 |
| TOTALE BEDRIJFSOPBRENGSTEN | 579 | 556 | |
| II. Bedrijfskosten | |||
| A. | Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen | ||
| 1. Aankopen | 242 | 215 | |
| 2. Voorraad (toename -, afname +) | (2) | (1) | |
| B. | Diensten en diverse goederen | 99 | 97 |
| C. | Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen | 202 | 207 |
| D. | Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten op immateriële en materiële vaste activa |
33 | 33 |
| E. | Waardeverminderingen op voorraden, op bestellingen in uitvoering en op handelsvorderingen (toevoegingen +, terugnemingen -) |
(1) | (1) |
| F. | Voorzieningen voor risico's en kosten (toevoegingen +, bestedingen en terugnemingen -) |
(7) | (3) |
| G. | Andere bedrijfskosten | 6 | 11 |
| H. | Niet-recurrente bedrijfskosten | 0 | 0 |
| TOTALE BEDRIJFSKOSTEN | 572 | 558 | |
| III. | Bedrijfswinst/verlies | 7 | (2) |
| IV. | Financiële opbrengsten | 120 | 88 |
| V. | Financiële kosten | (146) | (213) |
| VI. | Winst/verlies van het boekjaar vóór belasting | (19) | (127) |
| VII. | Overboeking aan de uitgestelde belastingen | 0 | 0 |
| VIII. | Belastingen op het resultaat | (3) | 0 |
| IX. | Winst/verlies van het boekjaar | (22) | (127) |
| X. | Onttrekking aan de belastingvrije reserves | 0 | 0 |
| XI. | Te bestemmen winst/verlies van het boekjaar | (22) | (127) |
| Resultaatverwerking | |||
| A. | Te bestemmen winstsaldo | 309 | 182 |
| 1. Te bestemmen winst/verlies van het boekjaar | (22) | (127) | |
| 2. Overgedragen winst van het vorig boekjaar | 331 | 309 | |
| B. | Onttrekking aan het eigen vermogen | 0 | 0 |
| C. | Toevoeging aan het eigen vermogen | 0 | 0 |
| D. | Over te dragen winst (verlies) | 309 | 182 |
| F. | Uit te keren winst | 0 | 0 |
| MILJOEN EURO | 31 december 2017 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|---|
| Activa | |||
| I. | Oprichtingskosten | 2 | 1 |
| II. | Immateriële vaste activa | 16 | 19 |
| III. | Materiële vaste activa | 23 | 29 |
| IV. | Financiële vaste activa | 2.764 | 2.824 |
| V. | Vorderingen op meer dan één jaar | 0 | 5 |
| VI. | Voorraden en bestellingen in uitvoering | 109 | 108 |
| VII. | Vorderingen op ten hoogste 1 jaar | 302 | 289 |
| VIII. | Geldbeleggingen | 16 | 14 |
| IX. | Liquide middelen | 13 | 7 |
| X. | Overlopende rekeningen | 3 | 3 |
| 3.248 | 3.299 | ||
| Passiva | |||
| I. | Kapitaal | 187 | 187 |
| II. | Uitgiftepremies | 211 | 211 |
| IV. | Reserves | 416 | 416 |
| V. | Overgedragen winst | 309 | 182 |
| VI. | Kapitaalsubsidies | 1 | 1 |
| 1.124 | 997 | ||
| VII. | Voorzieningen en uitgestelde belastingen | 30 | 27 |
| VIII. | Schulden op meer dan 1 jaar | 48 | 220 |
| IX. | Schulden op ten hoogste 1 jaar | 2.044 | 2.052 |
| X. | Overlopende rekeningen | 2 | 3 |
| 3.248 | 3.299 |
De Vennootschap heeft beslist om de Belgische Corporate Governance Code 2009 als referentiecode toe te passen. Deze Code kan worden geraadpleegd op de website www.corporategovernancecommittee.be.
Tenzij anders aangegeven in de relevante secties van deze verklaring past de Vennootschap de Belgische Corporate Governance Code 2009 volledig toe. Het volledige Corporate Governance Charter van de Vennootschap is gepubliceerd op de website: www.agfa.com/investorrelations.
Deze Corporate Governance Verklaring is tevens in overeenstemming met de Corporate Governance Wet van 6 april 2010, zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 23 april 2010. Deze Corporate Governance Wet kan worden geraadpleegd op de website van het Belgisch Staatsblad: www.staatsblad.be.
Het Remuneratieverslag maakt deel uit van deze Corporate Governance Verklaring. De bestuursstructuur van de Vennootschap is opgebouwd rond de Raad van Bestuur, de Chief Executive Officer (CEO) en het Executive Committee (Exco). De Raad van Bestuur wordt bijgestaan door een Benoemings- en Remuneratiecomité en een Auditcomité.
De Raad van Bestuur is als hoogste bestuursorgaan bevoegd om alle handelingen te verrichten die noodzakelijk of nuttig zijn voor de verwezenlijking van het maatschappelijk doel, met uitzondering van die waarvoor volgens de wet alleen de Algemene Aandeelhoudersvergadering bevoegd is (onder meer de wijziging van de statuten, kapitaalverhoging buiten toegestaan kapitaal, kapitaalvermindering).
De bevoegdheden en de werking van de Raad van Bestuur worden in extenso beschreven in het Corporate Governance Charter. De statuten bepalen dat de Raad van Bestuur vergadert wanneer het belang van de Vennootschap dit vereist of wanneer twee bestuurders hierom verzoeken.
In 2018 vonden er acht effectieve vergaderingen plaats, evenals enkele korte besprekingen per 'conference call'.
De Raad van Bestuur vergaderde en besliste tijdens 2018 onder meer over: het bepalen van de bedrijfsstrategie en van de belangrijkste beleidslijnen, de vooruitzichten voor 2019 en de actieplannen voor de volgende jaren, de aanbevelingen gedaan door de verschillende Comités van de Raad van Bestuur, het risicomanagement, de goedkeuring van budgetten, kostenbeheersingscenario's, de evolutie van belangrijke juridische geschillen en de goedkeuring van de jaarrekeningen.
Bestuurders die mogelijkerwijs een belangenconflict hebben met betrekking tot een agendapunt moeten dit voor iedere beraadslaging melden en moeten zich onthouden van beraadslaging en stemming over dat onderwerp. Meer in het bijzonder mogen bestuurders zich niet in conflictsituaties plaatsen zoals beschreven in het Corporate Governance Charter van de Vennootschap. Wanneer een dergelijke situatie zich tegen hun wil in alsnog voordoet, dan moeten zij dit bekendmaken voor enige beraadslaging met betrekking tot het bewuste agendapunt plaatsvindt en zich onthouden van beraadslaging en stemming hierover.
In 2018 hebben er zich geen situaties voorgedaan waarbij een bestuurder rechtstreeks of onrechtstreeks een belangenconflict had met een beslissing van de Raad van Bestuur.
De statuten bepalen dat de Raad van Bestuur samengesteld is uit ten minste zes leden, al dan niet aandeelhouders, die benoemd worden voor een hernieuwbare termijn van maximum vier jaar. Minstens de helft van de leden zijn'nietuitvoerende bestuurders' en minstens drie van hen zijn onafhankelijk.
Aan de mandaten van Pamica NV (1), met als vaste vertegenwoordiger Michel Akkermans en van Willy Duron, als bestuurders van de Vennootschap was een einde gekomen onmiddellijk na de jaarvergadering van 8 mei 2018. Geen van beiden stelde zich herkiesbaar. Om er voor te zorgen dat er op het niveau van de Raad van Bestuur een voldoende aantal onafhankelijke bestuurders aanwezig zou zijn, werd aan de aandeelhouders voorgesteld om MRP Consulting BVBA, met als vaste vertegenwoordiger de heer Mark Pensaert, te benoemen tot onafhankelijk bestuurder voor een periode van vier jaar.
Bovendien werd op 12 november 2018 de heer Klaus Röhrig gecoöpteerd door de Raad van Bestuur. Derhalve bestaat deze op heden uit de hiernavolgende zeven leden:
(1) Onafhankelijk bestuurder in de zin van artikel 526ter van het Wetboek van Vennootschappen.
Aan de mandaten van Julien De Wilde, Hilde Laga, Viviane Reding en Klaus Röhrig, als bestuurders van de Vennootschap zal een einde komen onmiddellijk na de jaarvergadering van 14 mei 2019. Hilde Laga en Klaus Röhrig stellen zich herkiesbaar. Viviane Reding en Julien De Wilde hebben omwille van leeftijdsredenen beslist om hun mandaat als bestuurder van de Vennootschap neer te leggen na de jaarvergadering van 14 mei 2019 en zich derhalve niet herverkiesbaar te stellen.
Tevens zal aan de aandeelhouders tijdens de jaarvergadering van 14 mei 2019 worden voorgesteld om Helen Routh en Vantage Consulting BVBA, met als vaste vertegenwoordiger Frank Aranzana, te benoemen tot onafhankelijke bestuurders voor een periode van vier jaar. De Raad van Bestuur is ervan overtuigd dat deze kandidaten de juiste competenties en kwaliteiten hebben om waardevolle leden van de Raad te worden, zoals blijkt uit onderstaande CV's.
Frank Aranzana (°1958 - Fransman) behaalde een bachelor in Economics and Political Sciences aan de IEP Parijs, een bachelor in de Rechten aan de universiteit van Nice en later een master in management aan de ESSEC Parijs. Hij begon zijn carrière in 1986 bij Dow Chemical, waar hij werkte in verkoop, marketing en business management. In 1996 werd hij Business Director bij DuPont Dow Elastomers en in 1999 werd hij bij UCB Bestuurder van de Radcure business unit en daarna van de Specialty Chemicals, die in 2005 werden verkocht aan Cytec industries. Hij werd Vice President van Cytec Surface Specialties en in 2008 werd hij President van Cytec Specialty Chemicals, lid van Cytec's Executive Leadership team en Officer van Cytec Industries Inc. In 2013 werd hij CEO van Allnex, de toonaangevende producent van coatingharsen die overgenomen werd door Advent International Private Equity en in 2016 werd hij een Advent Operating partner, zetelend in Allnex's Advisory Committee.
Helen Routh (°1962 - Britse/Amerikaanse) is een wereldwijde healthcare executive die vooral actief is in het oplossen van complexe problemen die zich situeren op het snijvlak van innovatie en zakelijkheid. Ze behaalde een doctoraat in de fysica, met specialisatie in medische echografie, aan het University College Cardiff (VK). Tot 2017 had ze bij Philips diverse zakelijke en functionele rollen in de healthcare-tak, met vooral focus op producten, software en services. Zij was General Manager van Philips Research in Noord-Amerika en General Manager van Philips Clinical Informatics business wereldwijd. Als Senior VP Strategy & Innovation leidde zij de ontwikkeling van de Innovatiestrategie bij Royal Philips en was ze het hoofd van het Integrated Solutions-team. Helen Routh is momenteel voorzitter van de raad van bestuur van Ultronics, een resultaatgericht AI-bedrijf afgesplitst van de Universiteit van Oxford. Zij werkt ook als strategieadviseur voor een UK health innovation partnership, dat de industrie verbindt met ziekenhuizen, universiteiten en onderzoek. Zij is een veel gevraagde keynote speaker en is panellid voor zowel technische als zakelijke onderwerpen. Momenteel maakt ze deel uit van het International Scientific Committee van het ESPCI in Parijs.
• Voorzitter Ultronics.
Christian Reinaudo (°1954 - Fransman) studeerde af aan de 'Ecole de Physique et de Chimie Industrielles de Paris' en heeft een doctoraat van de Universiteit van Parijs (Frankrijk). Hij startte zijn loopbaan bij Alcatel (toen nog 'Compagnie Générale d'Electricité') in 1978 in het Onderzoeks- en Ontwikkelingscentrum van Marcoussis (Frankrijk). Tijdens zijn periode bij Alcatel leidde hij activiteiten met een omzet van verschillende miljarden euro en internationale verkoop- en serviceorganisaties. Van 1984 tot 1996 bekleedde hij verschillende functies binnen de 'Cable'-Groep van Alcatel (nu Nexans), van onderzoek en ontwikkeling tot productie, aankoop, verkoopondersteuning en diensten. Begin 1997 werd hij President van de Submarine Networks Divisie. Nadat hij in 1999 tot President van de hele Optics Groep werd benoemd, trad hij begin 2000 toe tot het Directiecomité van Alcatel als Executive Vice-President. In 2003 werd hij benoemd tot President van Alcatel Asia Pacific en verhuisde hij naar Shanghai (China), waar hij verbleef tot 2006. In die periode was hij ook de Ondervoorzitter van de Raad van Bestuur van Alcatel Shanghai Bell, de Chinese joint venture tussen Alcatel en de Chinese overheid. Na zijn terugkeer naar Parijs in 2006 werd hij verantwoordelijk voor het management van het integratie- en transitieproces als gevolg van de fusie van Alcatel en Lucent Technologies. Hij ging ook deel uitmaken van de Raad van Bestuur van Draka Comteq (Nederland). In 2007 werd hij benoemd tot President van Alcatel-Lucent Noord- en Oost-Europa en trad hij toe tot de Raad van Bestuur van Alcatel-Lucent (België). Begin 2008 stapte Christian Reinaudo over naar Agfa-Gevaert, waar hij President van Agfa HealthCare werd.
Jo Cornu (°1944 - Belg) studeerde af als burgerlijk ingenieur elektro-techniek en werktuigkunde aan de Katholieke Universiteit Leuven (België) en hij behaalde een PhD diploma elektronica aan de Carlton University in Ottawa (Canada). Jo Cornu was CEO van Mietec van 1982 tot 1984 en daarna General Manager van Bell Telephone tot 1987. Van 1988 tot 1995 was hij lid van het Directiecomité van Alcatel NV en van 1995 tot 1999 COO van Alcatel Telecom. Daarna werd hij adviseur van de Voorzitter van de Raad van Bestuur van Alcatel. Van 2005 tot 2007 was Jo Cornu voorzitter van de ISTAG groep (Information Society Technologies Advisory Group) van de Europese Commissie. Van begin maart 2007 tot einde januari 2008 was hij voorzitter van Medea+, de Eureka Cluster voor Micro-elektronica Research in Europa. Van december 2012 tot november 2013 was hij Voorzitter van de Raad van Bestuur van Electrawinds SE. Hij was CEO van de NMBS van november 2013 tot maart 2017 .
Jo Cornu trad toe tot de Raad van Bestuur van Agfa-Gevaert in 2002. Eind november 2007 werd Jo Cornu tot CEO van Agfa-Gevaert benoemd. Hij legde zijn mandaat van CEO neer met ingang van 1 mei 2010.
Hilde Laga (°1956 - Belgische) wordt algemeen erkend als een Belgische autoriteit inzake adviesverlening op het vlak van vennootschapsrecht. Tot 2014 combineerde zij haar werk als advocaat met een erg gewaardeerde academische carrière. Nadat ze een doctoraat behaalde in de rechten aan de KU Leuven (België), richtte zij het advocatenkantoor Laga op, dat zij leidde als managing partner en als hoofd van de corporate M&A-praktijk tot in 2013. Het kantoor bestaat uit ongeveer 150 advocaten. Als professor aan de universiteit van Leuven, doceerde Hilde Laga vennootschapsrecht. Over dit onderwerp heeft zij talrijke nationale en internationale publicaties op haar naam. Zij is thans verbonden als bijzonder gasthoogleraar. Hilde Laga is lid van de Belgische Corporate Governance Commissie en ze was verscheidene jaren lid van de Raad van Toezicht van de FSMA (vroeger CBFA).
Mark Pensaert (°1964 - Belg) studeerde af als Licenciaat Rechtsgeleerdheid aan de UGent (België) en behaalde daarna een Master of Law aan het St. Catharine's College van de Cambridge University. Hij startte zijn loopbaan in 1988 in Londen bij Lazard Brothers & Co, één van de vooraanstaande onafhankelijke global investment banks met hoofdkantoren in New York, Parijs en Londen. Tussen 1992 en 1996 was hij financieel directeur bij Interbuild NV en Rombouts NV. In 1996 werd hij CFO van Carestel NV (thans deel van de Autogrill Group). Tussen 2000 en 2004 keerde hij terug naar de internationale M&A business door opnieuw aan de slag te gaan bij Lazard Frères in Parijs met als doel het helpen oprichten van een M&A platform voor Lazard in de BeNeLux. In 2004 werd hij Partner en startte hij het Amsterdams kantoor dat de hele BeNeLux overzag. In 2008 kwam hij als CEO bij Leonardo & Co, een spin-off van Lazard, om er een netwerk uit te bouwen op het Europese vasteland en van september 2015 tot juli 2018 was hij Voorzitter van de investment banking divisie van Alantra Partners, een global investment banking en asset management-groep met beursnotering in Madrid.
Mark Pensaert trad toe tot de Raad van Bestuur van Agfa-Gevaert in 2018.
Klaus Röhrig (°1977 - Oostenrijker) behaalde een master in economie en bedrijfskunde aan de Vienna University of Economics and Business Administration. In 2000 startte Klaus Röhrig zijn carrière bij Credit Suisse First Boston in Londen waar hij zich vooral toelegde op bedrijfsfinanciering en M&A voor technologiebedrijven. In 2006 trad hij in dienst bij Elliott Associates, waar hij verantwoordelijk was voor de investeringsfondsen in de Duitstalige landen, evenals voor geselecteerde beleggingen in schulden, aandelen en overheden. In 2015 richtte Klaus Röhrig Active Ownership Capital SARL (AOC) op. Hij is voorzitter van de Raad van Toezicht van het beursgenoteerde Francotyp-Postalia Holding AG en niet-uitvoerende voorzitter van het beursgenoteerde exceet Groep SE. Tijdens zijn hele loopbaan richtte hij zich op het identificeren van investeringsmogelijkheden, het structureren van investeringen en procesgestuurde waardecreatie.
Klaus Röhrig (AOC) werd gecoöpteerd als niet-uitvoerend bestuurder in november 2018.
Het Auditcomité vervult de taken zoals omschreven in artikel 526bis§4 van het Wetboek van Vennootschappen en staat de Raad van Bestuur bij in het uitoefenen van zijn opdracht van controle in de ruimste betekenis van het woord. Zijn bevoegdheden en werking worden in extenso beschreven in hoofdstuk 5.1 van het Corporate Governance Charter.
Het Auditcomité bestaat sinds 19 juni 2018 uit drie niet-uitvoerende bestuurders: de heer M. Pensaert, Voorzitter, de heer J. De Wilde en mevrouw H. Laga. Twee ervan zijn onafhankelijke bestuurders. Al deze leden voldoen aan de vereisten van artikel 526bis§2 van het Wetboek van Vennootschappen inzake deskundigheid op het gebied van boekhouding en audit. Aangezien de heer J. De Wilde zich niet herkiesbaar stelt als bestuurder, zal hij na de Algemene Vergadering van 14 mei 2019 vervangen worden in dit comité.
Het Comité had vijf zittingen in 2018. Onder meer de volgende agendapunten werden behandeld: het nazicht van de jaarrekeningen van 2017, de kwartaalresultaten van 2018 en de rapporten van de interne auditafdeling, de opvolging van belangrijke juridische zaken zoals het AgfaPhoto-dossier en de evaluatie van het risicomanagement in de Groep.
Het Benoemings- en Remuneratiecomité werd door de Raad van Bestuur belast met verantwoordelijkheden inzake de voordracht voor benoeming, herbenoeming en ontslag van Bestuurders en leden van het Executive Management, het remuneratiebeleid en de individuele remuneratie van Bestuurders en leden van het Executive Management. De taken en werking van het Benoemings- en Remuneratiecomité worden in extenso beschreven in hoofdstuk 5.2 van het Corporate Governance Charter. Het Benoemings- en Remuneratiecomité bestaat uitsluitend uit niet-uitvoerende bestuurders.
Het Comité bestaat sinds 19 juni 2018 uit drie niet-uitvoerende bestuurders: de heer J. Cornu, Voorzitter, mevrouw H. Laga en mevrouw V. Reding. Twee ervan zijn onafhankelijke bestuurders. Aangezien mevrouw V. Reding zich niet herkiesbaar stelt als bestuurder, zal zij na de Algemene Vergadering van 14 mei 2019 vervangen worden in dit comité.
Het Comité had vier zittingen in 2018 en onder meer de volgende agendapunten werden behandeld: de samenstelling van de Raad van Bestuur en de Comités, het remuneratiebeleid, de prestaties en de remuneratie van het Executive Management en Senior Executives, de pensioenverplichtingen en de opstelling van het Remuneratieverslag.
| Raad | AC | BRC | |
|---|---|---|---|
| Dhr. Julien De Wilde | 8/8 | 5/5 | |
| Dhr. Christian Reinaudo | 8/8 | ||
| Dhr. Michel Akkermans (1) | 2/3 | 1/2 | |
| Dhr. Jo Cornu | 8/8 | 4/4 | |
| Dhr. Willy Duron (2) | 2/3 | 2/2 | |
| Mevr. Hilde Laga (3) | 6/8 | 5/5 | 2/2 |
| Mevr. Viviane Reding | 7/8 | 4/4 | |
| Dhr. Mark Pensaert (4) | 5/5 | 3/3 | |
| Dhr. Klaus Röhrig (5) | 1/1 |
(1) Bestuurder en lid BRC tot 8 mei 2018.
(2) Bestuurder en lid AC tot 8 mei 2018.
(3) Bestuurder en lid AC en tevens lid van het BRC vanaf 19 juni 2018. (4) Bestuurder vanaf 9 mei 2018 en Voorzitter AC vanaf 19 juni 2018.
(5) Bestuurder vanaf 12 november 2018.
Het uitvoerend management van de Vennootschap werd toevertrouwd aan een gedelegeerd bestuurder/CEO, CRBA Management BVBA, met als vaste vertegenwoordiger de heer Christian Reinaudo, die wordt bijgestaan door een Exco. Samen vormen zij het Executive Management.
De CEO is belast met de uitvoering van het ondernemingsbeleid en de strategie bepaald door de Raad van Bestuur. Hij ontving bijgevolg de meest uitgebreide bevoegdheden inzake dagelijks bestuur en een aantal specifieke bijzondere volmachten. Deze bevoegdheden zijn in extenso opgenomen in het Corporate Governance Charter.
De CEO brengt regelmatig verslag uit over zijn werkzaamheden en over de evolutie van de dochtervennootschappen en van de deelnemingen, om de Raad van Bestuur de mogelijkheid te geven hierop controle uit te oefenen.
Sinds 9 mei 2018 is het Exco samengesteld als volgt:
Agfa's Executive Management is verantwoordelijk voor de interne controle- en risicobeheerssystemen van de Groep, inclusief die met betrekking tot financiële rapportering, zoals goedgekeurd door de Raad van Bestuur. De interne controle op de financiële rapportering behelst de beoordeling van de relevante risico's en de identificatie van en het toezicht op kerncontroles en acties die genomen worden ter correctie van gebreken wanneer die geïdentificeerd worden. Het Auditcomité beoordeelt de effectiviteit van de systemen voor interne controle en risicobeheer.
Agfa's controleomgeving bestond in 2018 uit centrale finance-functies zoals consolidatie en rapportering, belastingen, treasury en investor relations enerzijds en uit finance-functies op het niveau van de drie businessgroepen anderzijds.
Alle finance-functies rapporteren (on)rechtstreeks aan de Chief Financial Officer. Alle Groepsentiteiten volgen de uniforme centrale boekhoudkundige regels en rapporteringsvereisten die zijn beschreven in Agfa's 'Group Consolidation Accounting Manual'.
Gebaseerd op maandelijkse beoordelingsvergaderingen met de centrale functies en met het management van de businessgroepen, had het Executive Management in 2018 een proces in gebruik om op regelmatige basis de risico's, inclusief de risico's m.b.t. het financiële rapporteringsproces, te identificeren, beoordelen en op te volgen. Het rapporteert aan het Auditcomité over deze risico's. Deze risico's worden geëvalueerd door het Auditcomité, dat verdere acties kan definiëren voor het Executive Management.
Elke businessgroep was in 2018 verantwoordelijk voor het controleren van de financiële prestaties en verwachtingen. Elke businessgroep rapporteerde maandelijks aan het Executive Management. Het consolidatieproces, gebaseerd op meer uitgebreide rapportering, werd elk kwartaal uitgevoerd. Het wordt beoordeeld door het Executive Management en het Auditcomité, die acties kunnen definiëren voor de businessgroepen en de centrale functies.
Alle entiteiten gebruiken uniforme centrale rapporteringstools en rapporteren in overeenstemming met de instructies en de rapporteringsrichtlijnen opgesteld door de centrale rapporteringsafdeling. Financiële informatie (inclusief 'key performance indicators') werd op een consistente basis voorbereid voor elke businessgroep en op het geconsolideerde niveau. Ze werd gecontroleerd door de aangewezen verantwoordelijke. Het Executive Management rapporteert regelmatig aan het Auditcomité over alle 'key risk factors'.
Een van de verantwoordelijkheden van de financiële afdelingen is de verbetering van de procedures die gebruikt worden voor de voorbereiding en verwerking van financiële informatie. Er worden regelmatig controles uitgevoerd op de belangrijkste controleprocedures in de voorbereiding van financiële informatie in de dochterondernemingen en op Groepsniveau om te verzekeren dat de instructies en richtlijnen over financiële rapportering correct worden toegepast. Interne Audit ziet toe op de controle van interne beleidslijnen, richtlijnen en controles m.b.t. financiële rapportering en operationele aspecten, zoals verkoop, productie en O&O. Interne Audit rapporteert aan het Auditcomité, dat toeziet op de doeltreffendheid.
De Secretaris van de Vennootschap werd benoemd tot compliance officer om de naleving te controleren van de beleidslijnen van de Vennootschap inzake de voorkoming van handel met voorwetenschap en marktmanipulatie door de Bestuurders en andere welbepaalde personen.
Zoals elke onderneming wordt Agfa geconfronteerd met markt- en concurrentierisico's. De traditionele beeldvormingsactiviteiten in zowel Graphics als HealthCare hebben af te rekenen met snelle technologische veranderingen. Ze werden in het verleden ook gekenmerkt door prijserosie.
Voorts introduceert Agfa ook een groot aantal nieuwe technologieën, zoals industriële inkjetsystemen in Graphics en systemen voor computed radiography en direct radiography en informatiesystemen in HealthCare. De markt voor digitale beeldvorming en informatietechnologie waarin Agfa meer en meer actief is, is uiterst competitief en onderhevig aan snelle veranderingen.
Agfa doet een beroep op andere ondernemingen voor de levering van bepaalde basisgrondstoffen. De belangrijkste grondstoffen zijn aluminium en zilver. Wijzigingen in de grondstofprijzen en het niet tijdig ontvangen van de nodige grondstoffen zouden Agfa's bedrijfsvoering, bedrijfsresultaten en financiële toestand negatief kunnen beïnvloeden. Voorts kan Agfa ervoor opteren om een deel of het geheel van zijn afhankelijkheid van de grondstofprijzen in te dekken, wanneer het dit opportuun acht.
De activiteiten van de Groep kunnen Agfa blootstellen aan vorderingen voor productaansprakelijkheid. Vooral op het vlak van de HealthCare-activiteiten volgt Agfa verscheidene regulatorische systemen in verschillende landen. Om het risico van vorderingen in verband met productaansprakelijkheid te beperken, heeft Agfa een strikt beleid op het vlak van kwaliteit en kwaliteitscontrole ingevoerd en heeft het een algemene verzekeringspolis afgesloten. Agfa heeft nooit aanzienlijke verliezen geleden met betrekking tot vorderingen op het vlak van productaansprakelijkheid, maar er kan geen zekerheid bestaan dat dit in de toekomst nooit zal voorvallen.
Agfa is onderworpen aan verscheidene milieuvereisten in de verschillende landen waarin het actief is, inclusief de vereisten in verband met luchtverontreiniging, lozing van afvalwater, beheer van gevaarlijke stoffen, het voorkomen van het lekken van stoffen en sanering. Agfa doet aanzienlijke bedrijfs- en kapitaaluitgaven om de toepasselijke normen te respecteren. Huidige en redelijkerwijze te voorziene kosten voor het naleven van wettelijke voorschriften en voor sanering zijn gedekt.
Agfa bezit, heeft aanvragen in behandeling voor en heeft licenties voor tal van patenten die betrekking hebben op een veelheid van producten en softwaresystemen. De Vennootschap vertrouwt op een combinatie van octrooi-, auteurs- en merkenrecht en de wetten op handelsmerken en geheimen, vertrouwelijkheidsprocedures, handelsgeheimen, contractuele bepalingen en licentieregelingen om de eigendomsrechten vast te leggen en te beschermen.
Anderzijds voert de Groep een beleid dat erop gericht is de intellectuele eigendomsrechten van derden strikt te respecteren. Hoewel Agfa er zich niet van bewust is dat er producten de intellectuele eigendomsrechten van anderen schenden, is het niet uitgesloten dat derden in de toekomst zulke inbreuken claimen.
Agfa is momenteel niet betrokken in enig belangrijk geschil, met uitzondering van de geschillen in verband met de insolventie van AgfaPhoto. Deze geschillen worden in detail behandeld in toelichting 32.2 p.200-201 bij de geconsolideerde jaarrekening.
Verder zijn er risico's die een negatieve invloed op de Vennootschap en haar activiteiten kunnen hebben en waarmee dus rekening moet worden gehouden. Voorbeelden hiervan zijn onder meer risico's in verband met de continuïteit van de productie, bijzondere waardeverminderingen op vaste activa, pensioenverplichtingen, wisselkoersschommelingen en overnames.
De voornaamste elementen en kenmerken van het evaluatieproces voor de Raad van Bestuur en de Comités betreffen de beoordeling van de wijze waarop de Raad van Bestuur en de Comités werken, het nagaan of belangrijke onderwerpen grondig worden voorbereid en besproken, de beoordeling van de werkelijke bijdrage van elke bestuurder en zijn betrokkenheid bij de bespreking en besluitvorming. Het volledige evaluatieproces wordt in extenso uiteengezet in de hoofdstukken 3, 4 en 5 van het eerder vermelde Corporate Governance Charter.
De laatste formele evaluatie vond plaats in 2016, waarbij er op initiatief van de Voorzitter van de Raad van Bestuur en in samenwerking met de Voorzitter van het Benoemings- en Remuneratiecomité een intern evaluatieproces werd opgestart. Hierbij werden er contacten gelegd met de leden van de Raad van Bestuur en van het Executive Management om enerzijds de werking van de Raad en het Executive Management (zowel als college als individueel) en anderzijds de samenwerking en de relatie tussen beide colleges te evalueren.
De criteria die in overweging genomen werden tijdens de evaluatie betroffen zowel de omvang, de samenstelling en de performantie van de Raad van Bestuur en de Comités als de kwaliteit van de interactie tussen Raad van Bestuur en Executive Management. De resultaten werden enerzijds bepaald op basis van de antwoorden die gegeven werden op een vragenlijst (bestaande uit een zeventigtal vragen onderverdeeld in een tiental hoofdstukken), en anderzijds de feedback die gegeven werd tijdens individuele gesprekken.
In de jaren dat er geen formele evaluatie plaatsvindt, informeert de Voorzitter van de Raad van Bestuur zich op regelmatige tijdstippen informeel bij de leden van de Raad van Bestuur en van het Executive Management over het functioneren van de verschillende organen.
Zie p. 46-47.
De voorstellen van de Raad van Bestuur aan de Algemene Aandeelhoudersvergadering met betrekking tot de besteding en verdeling van het resultaat houden rekening met verscheidene factoren, zoals de financiële situatie van de Vennootschap, de resultaten uit bedrijfsactiviteiten, de huidige en verwachte kasstromen en de expansieplannen.
Agfa-Gevaert stelde onmiddellijk na de beursgang in 1999, overeenkomstig haar principes en waarden, een Verhandelingscode (Code of Dealing) op. Die Code bevat de regels die door de bestuurders en het senior management moeten worden nageleefd in het geval zij financiële instrumenten van de Vennootschap willen verhandelen. De Code verbiedt voormelde personen o.m. om te handelen gedurende welomschreven periodes voor de bekendmaking van haar financiële resultaten en voor de bekendmaking van andere koersgevoelige informatie.
Agfa-Gevaert heeft in het licht van de Verordening Marktmisbruik die van toepassing is geworden op 3 juli 2016, de voormelde Code aangepast om ze in overeenstemming te brengen met de huidige wettelijke reglementering terzake. De aangepaste versie van de Code bevindt zich op de website en op het intranet van de Vennootschap als onderdeel van het Corporate Governance Charter
Zie toelichting 36 p. 207.
Zie hoofdstuk Groei.Innovatie.Duurzaamheid. van p. 17 tot p. 21.
Agfa-Gevaert NV heeft een bijhuis in het Verenigd Koninkrijk (Agfa Materials UK).
Om het risico van de wisselkoersen en de interestwijzigingen te minimaliseren worden passende dekkingscontracten ingezet. Daartoe behoren voornamelijk termijnverrichtingen in vreemde munten, optiecontracten en interest-swaps. Het inzetten ervan gebeurt volgens uniforme richtlijnen, is onderworpen aan interne controles en blijft beperkt tot het indekken van de operationele activiteiten en de daarmee verbonden geldbeleggingen en financiële transacties. Meer informatie hierover is te vinden in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening.
Zie hoofdstuk Niet-financieel rapport p. 16 tot 51.
De commissaris van Agfa-Gevaert NV is KPMG Bedrijfsrevisoren, vertegenwoordigd door de heer Harry Van Donink. De commissaris werd op de Jaarvergadering van 10 mei 2016 herbenoemd voor een periode van drie jaar. Zijn mandaat zal ten einde lopen onmiddellijk na de Jaarvergadering van 14 mei 2019. Aan de aandeelhouders zal op deze Jaarvergadering worden voorgesteld KPMG Bedrijfsrevisoren, vertegenwoordigd door de heer Harry Van Donink, als commissaris te herbenoemen voor een termijn van drie jaar.
Meer details over de honoraria in verband met diensten geleverd door KPMG Bedrijfsrevisoren is te vinden in toelichting 37 op p. 207.
Op grond van de informatie waarover de Vennootschap beschikt ingevolge transparantieverklaringen die overeenkomstig de wettelijke en statutaire bepalingen ter zake werden ontvangen, zijn de belangrijkste aandeelhouders op datum van dit jaarverslag:
Aangezien de Vennootschap momenteel in het bezit is van 2,39% eigen aandelen, ligt de 'free float' momenteel tussen 67,61% en 78,61%.
De Raad van Bestuur verklaart hierbij dat het Jaarverslag is opgesteld in overeenstemming met artikel 34 van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007. In verband hiermee licht de Raad van Bestuur het volgende toe:
Agfa-Gevaert NV (Ondernemingsnummer 0404.021.727, Rechtspersonenregister Antwerpen) is een naamloze vennootschap naar Belgisch recht die een publiek beroep op het spaarwezen heeft gedaan, opgericht op 10 juni 1964. De maatschappelijke zetel van de Vennootschap is gevestigd in de Septestraat 27, 2640 Mortsel, België.
De volledige en becommentarieerde financiële gegevens zijn beschikbaar op de website, www.agfa.com, of verkrijgbaar bij de Vennootschap. Informatie met betrekking tot de milieuaspecten is terug te vinden in het Duurzaamheidsverslag van de Groep dat in dit jaarverslag is opgenomen.
De statuten van de Vennootschap liggen ter inzage bij de Griffie van de Rechtbank van Koophandel van Antwerpen (België) en op de maatschappelijke zetel. Ze zijn ook terug te vinden op de website, www.agfa.com.
Het Corporate Governance Charter en de Verhandelingscode (Code of Dealing) kunnen worden geraadpleegd op de Investor Relations-pagina's van de website, www.agfa.com. De jaarrekeningen worden neergelegd bij de Nationale Bank van België.
De jaarrekeningen worden elk jaar, samen met de bijbehorende verslagen, meegedeeld aan de aandeelhouders op naam en een ieder die erom verzoekt.
Het Jaarverslag, de statutaire en geconsolideerde jaarrekening, inclusief het verslag van de commissaris, zijn consulteerbaar op de website www.agfa.com en kunnen worden ingezien op de maatschappelijke zetel.
De oproeping voor de Algemene Aandeelhoudersvergadering wordt gepubliceerd in de financiële pers en is tevens beschikbaar op de website. Inzake financiële berichtgeving worden de financiële resultaten en de overige verplichte informatie gepubliceerd op de website van de Vennootschap, in overeenstemming met de richtlijnen van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA).
De besluiten betreffende de benoeming en het ontslag van de leden van de Raad van Bestuur worden bekendgemaakt in de Bijlagen tot het Belgisch Staatsblad.
Iedere geïnteresseerde kan zich gratis registreren op www.agfa.com om de persberichten en de verplichte financiële informatie per e-mail te ontvangen.
Het Jaarverslag is op de website, www.agfa.com, beschikbaar in het Nederlands en het Engels.
Het Benoemings- en Remuneratiecomité (BRC) komt minimum drie keer per jaar samen om onder meer voorstellen aan de Raad van Bestuur uit te werken over het remuneratiebeleid en -niveau voor Bestuurders en leden van het Executive Management.
De remuneratiecriteria beogen het aantrekken, behouden en motiveren van Bestuurders en leden van het Executive Management die voldoen aan het profiel bepaald door de Raad van Bestuur. De remuneratie van de niet-uitvoerende Bestuurders houdt rekening met hun algemene rol van lid van de Raad van Bestuur en met specifieke rollen als Voorzitter van de Raad van Bestuur, Voorzitter of lid van een Comité van de Raad van Bestuur, evenals hun verantwoordelijkheden en tijdsbesteding die daaruit voortvloeien.
Het BRC bepaalt het niveau en de structuur van de remuneratie van de leden van het Executive Management in functie van het aantrekken, behouden en motiveren van gekwalificeerde en deskundige professionelen, rekening houdend met de aard en draagwijdte van hun individuele verantwoordelijkheden.
Als algemeen uitgangspunt voor haar remuneratiebeleid voor management gebruikt Agfa een 'marktprijs' die gebaseerd is op de vergelijking tussen het jaarlijks 'Total Target Cash' salaris en de '67ste percentiel van de Algemene Markt'.
'Total Target Cash' is de som van het jaarlijks basissalaris, andere vaste vergoedingen, alsook alle "on target" variabele vergoedingen, met name het 'Global Bonus Plan', de 'Sales Incentive Plans (SIP)', de 'Service Incentive Plans (SEP)' en diverse lokale variabele vergoedingen.
Om de individuele positionering te meten ten aanzien van de Algemene Markt, gebruikt Agfa de CompaRatio, zijnde het percentage dat men bekomt indien men het huidige salarispakket deelt door de marktprijs.
Deze positionering laat Agfa toe om:
Om duidelijke informatie te hebben over de markt, gebruikt Agfa zowel de functie-evaluatiemethode als de globale salarisoverzichten van Hay (Korn Ferry Group).
Het globale budget dat is toegelaten voor loonsverhogingen wordt jaarlijks vastgesteld en is gebaseerd op verschillende elementen:
Agfa gelooft in 'Betalen voor Prestaties'. Bijgevolg wordt de evolutie van de verloning gebaseerd op de volgende vijf parameters:
Variabilisering. De 'Total Target Cash' dient in lijn te zijn met Agfa's globaal beleid, en interne en externe billijkheid in een langetermijnvisie.
Global Bonus Plan (GBP): alle managers met een variabele vergoeding die niet verbonden zijn aan een SIP of een SEP, zijn verbonden met een GBP. Dit is een multiplicatief plan gebaseerd op een collectieve en een individuele factor:
Vastleggen van het Globaal Budget: een globale bonusenveloppe (of 'funding ratio') wordt vastgelegd op het niveau van respectievelijk Agfa en Agfa HealthCare. De 'bonus funding ratio' bepaalt het deel van de totale-on-target-bonus dat zal worden uitbetaald.
De bonusenveloppe is een gesloten enveloppe. Dit betekent dat uitbetaling nooit hoger kan zijn dan de 200% die zal worden uitbetaald wanneer de uiteindelijke EBITDA-resultaten minstens 150% bedragen van de gebudgetteerde EBITDA.
De Raad van Bestuur heeft, op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité, in 2015 beslist om het Global Bonus Plan van het Executive Management te herzien, met de bedoeling om ook een midden- tot langetermijncomponent op te nemen in dat plan. Vanaf het jaar 2017 was de graduele transitie naar het nieuwe plan volledig verwezenlijkt.
Bijgevolg bestaat dit Global Bonus Plan nu uit vier elementen:
In 2019 zal de Agfa-Gevaert Groep opnieuw enkele exceptionele projecten moeten opleveren die een belangrijke invloed zullen hebben op de toekomstige evolutie en ontwikkeling van de Groep. Een van deze projecten heeft betrekking op de succesvolle implementatie van de strategische alliantie voor Offset Solutions met Lucky HuaGuang Graphics Co. Ltd., die op 28 augustus 2018 werd aangekondigd. Een ander project heeft betrekking op de implementatie van de volgende fase in de verzelfstandiging van Agfa HealthCare.
Gegeven het exceptionele karakter en de aard van deze projecten en gegeven hun belang voor de Agfa-Gevaert Groep en zijn stakeholders, heeft de Raad van Bestuur, op aanbeveling van het Nominatie- en Remuneratiecomité, beslist om een uitzonderlijke bonus in het vooruitzicht te stellen voor de leden van het Executive Management indien deze projecten behoorlijk worden opgeleverd binnen de afgesproken deadlines en overeenkomstig de businessplannen. Deze bonus zal bovenop het Global Bonus Plan van het Executive Management komen, doch werd dusdanig opgesteld dat de som van deze uitzonderlijke bonus opgeteld met de bonus waarop de leden van het Executive Management recht hebben op basis van het Global Bonus Plan voor EMM, nooit de maximum pay-out kan overschrijden die voorzien is in het Global Bonus Plan voor het EMM. Op aanbeveling van het BRC initieerde de Raad van Bestuur in 2019 een herziening van de Global Bonus Plans om te bepalen of zij nog steeds overeenstemmen met de noden van de Agfa-Gevaert Groep.
Er is geen automatische aanpassing van de vergoedingen voorzien, doch ze worden regelmatig herbekeken om na te gaan of ze nog conform zijn aan het beleid. De laatste aanpassing voor de leden van de Raad van Bestuur dateert van de Jaarvergadering van 2006. De vergoeding van de Voorzitter werd vastgelegd bij zijn benoeming in 2008.
Er wordt een vaste jaarlijkse standaardvergoeding voorzien die verschilt voor de vergaderingen van de Raad van Bestuur enerzijds en de vergaderingen van de Comités anderzijds. Tevens wordt er een onderscheid gemaakt tussen de vergoeding van de Voorzitter en deze van de leden. Deze vergoeding dekt een vooraf bepaald aantal vergaderingen. Bij overschrijding op individuele basis wordt er in een bijkomende vergoeding per bijkomende vergadering voorzien.
| Raad van Bestuur (voor maximaal zeven vergaderingen per kalenderjaar) | ||||
|---|---|---|---|---|
| Voorzitter (1) | 180.000 euro | |||
| Leden | 50.000 euro | |||
| AC (voor maximaal vijf vergaderingen per kalenderjaar) | ||||
| Voorzitter | 25.000 euro | |||
| Leden | 12.500 euro | |||
| BRC (voor maximaal drie vergaderingen per kalenderjaar) | ||||
| Voorzitter | 15.000 euro | |||
| Leden | 7.500 euro |
Volgende jaarlijkse vaste standaardvergoedingen worden voorzien:
(1) Deze vergoeding is allesomvattend. Ze omvat dus ook de vergoeding voor het mandaat in het AC alsook eventuele bijkomende vaste vergoedingen zoals van toepassing bij overschrijding van het maximum aantal vergaderingen.
Bijkomende vaste vergoeding van 2.500 euro voor elke vergadering bovenop het maximale aantal van zeven, vijf of drie per kalenderjaar, afhankelijk of het de vaste vergoeding voor de Raad van Bestuur, het AC of BRC betreft.
De niet-uitvoerende bestuurders ontvangen geen prestatiegebonden remuneratie.
De jaarlijkse individuele remuneratie toegekend aan de leden van de Raad van Bestuur (zowel uitvoerende als niet-uitvoerende) voor de uitoefening van hun mandaat voor de periode tussen de jaarvergaderingen van 2018 en 2019 is als volgt:
| EURO | Raad van bestuur |
Comités | TOTAAL |
|---|---|---|---|
| Dhr. Jo Cornu (1) | 52.500,00 | 17.500,00 | 70.000.00 |
| Dhr. Julien De Wilde | 180.000,00 | - | 180.000,00 |
| Mevr. Hilde Laga | 50.000,00 | 20.000,00 | 70.000,00 |
| Dhr. Mark Pensaert (2) | 50.000,00 | 25.000,00 | 75.000,00 |
| Mevr. Viviane Reding | 50.000,00 | 10.000,00 | 60.000,00 |
| Dhr. Christian Reinaudo (3) | 52.500,00 | - | 52.500,00 |
| Dhr. Klaus Röhrig | 25.000,00 | - | 25.000,00 |
| TOTAAL | 460.000,00 | 72.500,00 | 532.500,00 |
(1) Vaste vertegenwoordiger voor MERCODI BVBA.
(2) Vaste vertegenwoordiger voor MRP Consulting BVBA.
(3) Uitvoerend bestuurder en vaste vertegenwoordiger voor CRBA Management BVBA.
De Raad van Bestuur heeft na de Jaarvergadering van 27 april 2010 CRBA Management BVBA, vertegenwoordigd door de heer Christian Reinaudo, aangesteld als Gedelegeerd Bestuurder/CEO. De overeenkomst met CRBA Management BVBA voorziet geen automatische aanpassing. Deze vergoeding wordt regelmatig herbekeken om na te gaan of ze nog conform is aan het beleid. De vaste jaarlijkse vergoeding van de CEO, CRBA Management BVBA, vertegenwoordigd door de heer Christian Reinaudo, werd vastgelegd op 1.136.800 euro. Deze vergoeding bevat ook bestuurdersvergoedingen van de heer Reinaudo, vanwege mandaten in enkele Agfa-dochtermaatschappijen. Er werd eveneens een jaarlijkse variabele vergoeding 'on target' voorzien van 435.500 euro.
Voor 2018 bedraagt de CEO-vergoeding:
(1) Incl. vergoedingen uitgekeerd aan de heer Christian Reinaudo voor bestuurdersmandaten in Agfa-entiteiten.
Voor de CEO werden geen pensioen- of groepsverzekeringsbijdragen betaald. De cash-component van de variabele vergoeding werd voor 50% verdiend op korte termijn (ten hoogste één jaar) en voor 50% op basis van meerjaarse doelstellingen.
Er is geen automatische aanpassing van de vergoedingen voorzien, maar deze vergoedingen worden regelmatig herbekeken om na te gaan of ze nog conform zijn aan het beleid.
De globale vaste brutoremuneratie voor het Exco bedroeg 1.653.350,60 euro in 2018 (exclusief patronale sociale bijdragen). De totale jaarlijkse 'on target' variabele vergoeding bedroeg 826.588,47 euro.
Voor 2018 bedraagt de globale variabele vergoeding 779.809,00 euro (exclusief patronale sociale bijdragen). Voor de leden van het Exco wordt deze vergoeding gedeeltelijk, afhankelijk van hun persoonlijke situatie, omgezet in een pensioenpremie. Voor deze leden werden pensioenbijdragen betaald voor een bedrag van 241.500,14 euro en 63.388,65 euro onder de vorm van voordelen in natura.
De cashcomponent van de variabele vergoeding werd voor 50% verdiend op korte termijn (ten hoogste één jaar) en voor 50% op basis van meerjaarse doelstellingen. De voordelen in natura, die kunnen verschillen van lid tot lid, omvatten: een bedrijfswagen, een representatievergoeding, maaltijdcheques en diverse verzekeringen (bestuurdersaansprakelijkheid, reisbijstand, hospitalisatie, privéongevallen). Tijdens haar vergadering van 23 januari 2018 heeft de Raad van Bestuur,
op voorstel van het Benoemings- en Remuneratiecomité, beslist dat de heer Kris Hoornaert bij zijn vertrek in aanmerking komt voor een vertrekvergoeding berekend op basis van de voorwaarden voorzien in zijn arbeidsovereenkomst. De Raad van Bestuur motiveerde haar beslissing door te verwijzen naar de impact die de uitvoering van het transformatieproject zal hebben op de functie van CFO binnen de Agfa-Gevaert Groep. De verbrekingsvergoeding bedroeg 1.333.498,81 Euro. Er is in de overeenkomsten met de leden van het Executive Management geen contractueel terugvorderingsrecht voorzien van de variabele verloning die wordt toegekend op basis van onjuiste financiële gegevens.
Er werden noch aan de CEO, noch aan de leden van het Exco, aandelen toegekend als onderdeel van hun remuneratie. Voor 2018 heeft de Raad van Bestuur ervoor geopteerd, zoals in vorige jaren, geen opties aan het Executive Management toe te kennen.
Er zijn geen openstaande aandelenopties meer of andere rechten die werden toegekend aan de leden van het Executive Management om aandelen te verwerven.
Tijdens de Jaarvergadering van 2014 hebben de aandeelhouders besloten om het voorstel goed te keuren van de Raad van Bestuur om onder bepaalde voorwaarden de negende tranche van het 'Long Term Incentive Plan' te activeren. De belangrijkste parameters van deze tranche zijn dat het een Long Term Incentive Plan is voor in aanmerking komende leden van het Executive Management, kaderleden van niveau I en II en bepaalde andere werknemers, waarbij ongeveer 4.060.000 opties toegekend kunnen worden vanaf het ogenblik dat de slotkoers van de aandelen op Euronext Brussels gedurende de laatste 30 kalenderdagen voorafgaand aan de datum van aanbieding hoger is dan 3,45 euro per aandeel. Na reflectie binnen het BRC over de vraag of een aandelenoptieplan nog steeds de best mogelijke vorm van Long Term Incentive Plan is voor de Agfa-Gevaert Groep, heeft de Raad van Bestuur in de loop van 2016 beslist om een 'Stock Appreciation Rights Bonus'-plan te lanceren. Bijgevolg werden er nog steeds geen aandelenopties toegekend onder de negende tranche van het Long Term Incentive Plan. De CEO en de leden van het Exco waren geen begunstigden van de eerste en voorlopige enige tranche van het 'Stock Appreciation Rights Bonus'-plan.
De bepalingen in verband met verbreking in de contracten van de verschillende leden van het uitvoerend management, kunnen als volgt samengevat worden:
De Raad van Bestuur kan de benoeming van CRBA Management BVBA, vertegenwoordigd door de heer C. Reinaudo, met onmiddellijke ingang intrekken. In dat geval heeft CRBA Management BVBA recht op een schadevergoeding gelijk aan negen maanden remuneratie.
Het bedrag is te berekenen op basis van het vaste inkomen dat CRBA Management BVBA en de heer Christian Reinaudo jaarlijks wereldwijd van de Agfa-Gevaert Groep ontvangen, met uitzondering van enige bestuurdersvergoeding betaald door Agfa-Gevaert NV aan CRBA Management BVBA of aan de heer Reinaudo. Indien er een intrekking van benoeming zou gebeuren op basis van een ernstige fout (vastgesteld en bevestigd via een bepaalde interne procedure van de Raad van Bestuur), is er geen schadevergoeding verschuldigd.
In het geval van een beëindiging van het contract door de Vennootschap (en met uitzondering van een ernstige fout), heeft de heer Thijs recht op een opzegtermijn berekend conform het minimum voorzien in art. 82§5 van de wet van 3 juli 1978 (drie maanden per vijf jaar anciënniteit), gecorrigeerd, in voorkomend geval, in overeenstemming met de voorzieningen van de Wet van 26 december 2013. De heer Vanhooren heeft geen expliciete contractuele verbrekingclausule en valt onder de toepassing van de algemene Belgische wetgeving terzake. In het geval van een beëindiging van het contract door de Vennootschap (en met uitzondering van een ernstige fout), hebben de heren Delagaye en De Man recht op een opzegtermijn berekend op basis van een zeker schema, gecorrigeerd, in voorkomend geval, in overeenstemming met de voorzieningen van de Wet van 26 december 2013. Dit schema voorziet in een minimale opzegtermijn van zes maanden en een maximum van 15 maanden bij pensionering voor de heer Delagaye en een maximum van 12 maanden voor de heer De Man.
In de gevallen dat ze zich dienen te houden aan het contractuele niet-concurrentiebeding, hebben de heren De Man, Vanhooren, Delagaye en Thijs bovendien recht op een bijkomende schadevergoeding gelijk aan 75% van de brutoremuneratie voor de 12 maanden van het niet-concurrentiebeding.
Technologie ontworpen als aanvulling op de menselijke intelligentie. Zo kan AI-technologie ingezet worden om enorme datastromen te analyseren met als doel snel en efficiënt patronen en verbanden te vinden.
De som van de organische halogeenverbindingen in water die onder gestandaardiseerde omstandigheden kunnen geabsorbeerd worden door geactiveerde koolstof.
Deze software analyseert digitale medische beelden en past automatisch beeldverbeteringstechnieken toe om alle details beter in beeld te brengen. Ze verbetert de workflow in de radiografieafdelingen en ze geeft de radioloog de mogelijkheid om sneller en accurater te werken. Agfa HealthCare's MUSICA-software wordt algemeen erkend als een norm in deze markt.
Een capacitieve sensor detecteert alles wat geleidbaar is of wat een andere diëlektriciteit heeft dan lucht. Capacitieve sensoren vervangen mechanische drukknoppen.
Een drukplaat die na de belichting geen extra chemische behandelingen nodig heeft.
Deze uitgebreide, geïntegreerde IT-systemen zijn ontworpen voor het verzamelen, opslaan, bewerken en beschikbaar maken van klinische informatie met belang voor de zorgverstrekking. Clinical Information Systems kunnen beperkt zijn tot een bepaald vakgebied (bv. IT-systemen voor de laboratoria, systemen voor het beheer van electrocardiogrammen), maar er bestaan ook uitgebreide systemen die betrekking hebben op vrijwel alle klinische informatie (bv. elektronische patiëntendossiers of electronic patient records).
Koolstofdioxide. Komt vrij bij de verbranding van organische brandstof.
Technologie waarbij röntgenbeelden gemaakt worden met conventionele röntgenapparatuur, maar waarbij de beelden vastgelegd worden op herbruikbare platen, in plaats van op röntgenfilm. De informatie op de platen wordt gelezen door een digitizer, wat een digitaal beeld oplevert. Aangepaste beeldverwerkingssoftware (zoals Agfa HealthCare's MUSICA) kan gebruikt worden om de kwaliteit van de beelden automatisch te optimaliseren voor het stellen van diagnoses. De digitale beelden kunnen ook aangevuld worden met manuele input (aantekeningen, afmetingen,…). Ze worden beheerd en gearchiveerd op een Picture Archiving and Communication System. zie ook direct radiography
Een proces waarbij de pagina's of de illustraties van drukwerk – bijvoorbeeld de pagina's van kranten of magazines – rechtstreeks vanaf computerfiles digitaal belicht worden op een (transparante) film. De films worden dan chemisch ontwikkeld en gebruikt om drukplaten te maken. zie ook computer-to-plate
Een proces waarbij de pagina's of de illustraties van drukwerk – bijvoorbeeld de pagina's van kranten of magazines – rechtstreeks vanaf computerfiles digitaal belicht worden op drukplaten, zonder dat daarbij film nodig is. zie ook computer-to-film
Een CT-scanner gebruikt een reeks röntgenstralen om 'beeldschijven' van het lichaam te maken. Agfa's product-portfolio bevat geen CT-scanners, maar zijn Picture Archiving and Communication Systems worden gebruikt voor het beheer en de 3D-visualisatie van de digitale beelden. Met Agfa's hardcopyprinters kunnen hoogkwalitatieve afdrukken van de beelden gemaakt worden.
zie computer-to-film
zie computer-to-plate
Chemisch zuurstofverbruik: de hoeveelheid zuurstof die nodig is voor de chemische oxidatie van in water aanwezige stoffen.
Een vorm van röntgenonderzoek waarbij digitale technologie gebruikt wordt in plaats van traditionele fotografische röntgenfilm. De meest gebruikelijke technologieën voor digitale radiografie zijn computed radiography en direct radiography.
Radiografische technologie die röntgenenergie omzet in digitale gegevens zonder als tussenstap gebruik te maken van film of platen voor het vastleggen van beelden. Deze digitale data genereren een diagnostisch beeld op een PC. Het feit dat het om digitale gegevens gaat, opent een hele reeks mogelijkheden op het gebied van beeldoptimalisering en -aanvulling en van archivering op Picture Archiving and Communication Systems. DRsystemen worden meestal gebruikt in gecentraliseerde radiologieomgevingen. zie ook computed radiography
Drukplaten die bestaan uit een hoogkwalitatief aluminium-substraat en een deklaag die ontworpen is om te weerstaan aan relatief hoge hoeveelheden ultravioletenergie (UV). Een belichte film wordt vacuüm in contact gebracht met een plaat. De UV-lichtbron kopieert de gegevens van de film op de plaat. De afbeeldingen en tekst zijn de opake delen van de film, de rest is transparant. Het UV-licht treft de plaat alleen waar de film transparant is. Een chemisch ontwikkelingsprocédé etst de belichte delen van de plaat, terwijl de niet-belichte delen onveranderd blijven. De inkt hecht zich aan de belichte – of chemisch behandelde – delen tijdens het drukproces.
Drukplaten die bestaan uit een hoogkwalitatief geruwd en geanodiseerd aluminiumsubstraat en een deklaag (uit zilver of fotopolymeer) die duizend keer gevoeliger is dan die van CtF-platen. De lasers die gebruikt worden voor het belichten van deze platen werken met thermische energie of zichtbaar licht. De deklaag reageert op de laserenergie waardoor chemische/fysische veranderingen aan het oppervlak van de plaat ontstaan. Net als de CtFplaten worden de CtP-platen daarna ontwikkeld om een plaat te creëren waarmee gedrukt kan worden. Bij enkele technologieën is er geen ontwikkeling van de plaat meer nodig.
De voorbereiding en verwerking van beelden, tekst en documentgegevens voordat ze op drukplaten overgebracht worden, inclusief het scannen met hoge resolutie van beelden, de separatie van kleuren, de verschillende types van drukproeven, enz.
Term voor het gebruik van informatie- en communicatietechnologie in de gezondheidszorgsector.
Wanneer het Electronic Patient Record van een persoon gekoppeld wordt aan zijn/ haar niet-medische elektronische dossiers van organisaties als overheden en verzekeringsmaatschappijen, ontstaat een EHR.
Het elektronisch alternatief voor het patiëntendossier op papier. Het EPR bevat alle gegevens van een patiënt, zoals demografische info, de onderzoekopdrachten en -resultaten, laboratoriumrapporten, radiologische beelden en rapporten, behandelingsplannen, speciale dieetvereisten, enz. Het kan eenvoudig in het hele ziekenhuis en eventueel zelfs daarbuiten geraadpleegd worden.
Agfa HealthCare's Enterprise Imaging-platform verenigt afdelingsgebonden PACS, RIS, geavanceerde 3D-functionaliteiten, spraakherkenning, archivering, viewer- en mobiele functionaliteiten. De oplossing verbetert en versnelt het nemen en terugvinden van beelden, optimaliseert de efficiëntie en de performantie, verbetert de patiëntenzorg en maakt samenwerking mogelijk over afdelingen, ziekenhuizen en regio's heen.
Druktechniek waarbij flexibele, rubberen of kunststof drukplaten bevestigd worden op drukrollen. De inkt wordt op de drukplaten aangebracht, die dan als een stempel tegen het papier of ander substraat gedrukt worden.
Een dunne plaat (ook bord genoemd) waarop chips en andere elektronische componenten bevestigd worden. Computers bevatten een of meer borden. Gedrukte schakelingen worden ook printplaten of printed circuit boards genoemd.
Deze systemen integreren alle zorgaanbieders, overheidsdiensten en ziekenfondsen, patiënten en andere betrokkenen van hele regio's en landen in een virtueel netwerk. Ze verzamelen en analyseren data van alle betrokkenen om mogelijke zorggerelateerde complicaties – zoals onder- en overcapaciteit in ziekenhuizen en medische fouten – te voorspellen en te voorkomen. Ze kunnen een belangrijke rol spelen in het beheer van chronische ziektes en ze kunnen het mogelijk maken om gezondheidsproblemen die zich in een populatie ontwikkelen in een vroeg stadium te ontdekken.
Ook breedformaatprinter genoemd. Digitale printer die op vellen of rollen van 24 inch/60 cm of breder drukt.
Een hardcopy is de uitgeprinte versie van een digitaal beeld. De hardcopy-printers van Agfa HealthCare kunnen medische beelden printen die afkomstig zijn van verschillende bronnen: CT-scanners, MRI-scanners, systemen voor computed radiography (CR) en direct radiography (DR),... Agfa's gamma bevat zowel zogenaamde 'natte' als 'droge' printers. Natte lasertechnologie maakt gebruik van waterige chemische oplossingen voor de ontwikkeling van het beeld. De milieuvriendelijke droge technologie print het beeld rechtstreeks van de computer op een speciale film door middel van thermische effecten.
Deze uitgebreide, geïntegreerde IT-systemen beheren de medische, administratieve, financiële, en legale aspecten van een zorgorganisatie.
Elke printer die extreem kleine inktdruppels op het papier aanbrengt om een beeld te creëren. Het kan gaan van kleine apparaten voor gebruik in kantoren, over middelgrote printers voor bijvoorbeeld het printen van posters tot grote systemen voor industriële toepassingen.
Een dunne, flexibele laag van een materiaal dat ontworpen is om componenten van een oplossing van elkaar te scheiden.
Een membraanschakelaar is een elektrische schakelaar om een circuit aan of uit te schakelen. Membraanschakelaars zijn interfaces tussen gebruiker en apparaat. Het kunnen zowel heel eenvoudige schakelaars zijn, zoals verlichtingsschakelaars, als heel complexe, zoals membraankeyboards en schakelpanelen voor computers.
Hiermee worden in dit verslag de verschillende beeldvormingssystemen bedoeld, waaronder radiografieapparatuur, MRI-scanners en CT-scanners. Deze systemen kunnen worden aangesloten op een Picture Archiving and Communication System (PACS) van Agfa HealthCare.
De MRI-scanner creëert een magnetisch veld rond de patiënt. Het systeem produceert beelden door radiogolven te pulseren, gericht op de te onderzoeken lichaamsdelen. Agfa HealthCare's productportfolio bevat geen MRI-scanners, maar zijn Picture Archiving and Communication Systems (PACS) worden gebruikt om de digitale beelden te beheren en te visualiseren. Met Agfa HealthCare's hardcopy-printers kunnen hoogkwalitatieve afdrukken van de beelden gemaakt worden.
Stikstof.
Bij deze onderzoeksmethode worden de structuur en de tolerantie van materialen gecheckt zonder ze te beschadigen of te vervormen.
Stikstofoxide. Komt bijvoorbeeld tot stand door verbranding met lucht.
Druktechniek waarbij dunne aluminium drukplaten om een cilinder gebogen worden. Al roterend nemen de drukplaten op de juiste plaatsen respectievelijk inkt of water aan. De inkt wordt overgebracht op een rubberen doek dat op een tweede cilinder is bevestigd. Vervolgens wordt de inkt van het rubber op het te bedrukken oppervlak overgebracht.
Internationale norm voor gezondheids- en veiligheidsbeheersystemen. OHSAS staat voor Occupational Health and Safety Assessment System.
zie Picture Archiving and Communication System
Polyethyleentereftalaat of polyester wordt geproduceerd op basis van ethyleenglycol en tereftaalzuur. Het is de basisgrondstof voor het substraat van fotografische film. Het wordt gecoat met verschillende types van chemische lagen voor, bijvoorbeeld, medische of grafische doeleinden.
PACS-systemen waren oorspronkelijk bedoeld om de diagnostische beelden van radiologieafdelingen efficiënt te archiveren en ter beschikking te stellen van de gebruikers. Dankzij specifieke softwareontwikkelingen zijn Agfa HealthCare's systemen ook geschikt gemaakt voor gebruik in andere ziekenhuisafdelingen, zoals cardiologie, orthopedie en vrouwengeneeskunde.
Uitgebreide PACS-systemen kunnen alle ziekenhuisafdelingen die intensief met beelden werken in een netwerk verbinden.
Met Agfa HealthCare's MUSICA-software kunnen beelden op het PACS-systeem bewerkt en geoptimaliseerd worden.
Een plaatbelichter 'kopieert' op een digitale manier gegevens van de computer op drukplaten, die dan ontwikkeld en op de drukpers geplaatst worden.
Een polymeer is een grote molecule die is opgebouwd uit aan elkaar gekoppelde kleinere eenheden (monomeren). Er bestaan zowel natuurlijke (bv. eiwitten en rubber) als synthetische (bv. plastic, nylon) polymeren. Geleidende polymeren geleiden elektriciteit. Orgacon™ is de merknaam voor Agfa Specialty Products' productlijn op basis van geleidende polymeren.
RIS zijn computergestuurde oplossingen voor de planning, de follow- up en de communicatie van alle gegevens over patiënten en hun onderzoeken in de radiologieafdeling, startend vanaf het moment dat een onderzoek werd aangevraagd tot en met het rapport van de radioloog. Het RIS hangt nauw samen met het Picture Archiving and Communication System (PACS) (voor de beelden die deel uitmaken van de onderzoeken).
RFID staat voor Radio Frequency Identification, of identificatie met radiogolven. Het staat voor de techniek van automatische identificatie waarbij gebruik gemaakt wordt van radiosignalen om informatie uit te sturen vanuit zogenaamde tags die vastgehecht zijn aan voorwerpen of ingebouwd zijn in ID-kaarten. Er is geen fysiek contact nodig tussen de tag en het identificatieapparaat omdat de gegevens overgedragen worden via een antenne die eveneens in – bijvoorbeeld – de ID-kaart ingebed zit.
UV LED-inkt (of UV LED curable ink) bestaat vooral uit acryl-monomeren. Na het drukken wordt de inkt door een hoge dosis UV LED-licht getransformeerd tot een harde gepolymeriseerde film. UV LED staat voor ultraviolet light emitting diode (ultraviolette lichtgevende diode). UV LED-inkt droogt onmiddellijk, kan gedrukt worden op een grote verscheidenheid aan dragers en zorgt voor een heel duurzaam beeld. Hij bevat geen schadelijke bestanddelen zoals VOS (Vluchtige Organische Stoffen) of solventen en hij verdampt niet.
Vluchtige anorganische stoffen.
Vluchtige organische stoffen.
Software die operatoren in staat stelt het drukvoorbereidingsproces te controleren via een interface. Hij stroomlijnt de opdrachten door de individuele stappen in het drukvoorbereidingsproces te automatiseren, wat tijd bespaart en kosten reduceert.
Drukproces waarbij de inkt door een metalen of nylon zeef op het papier wordt gegoten. De zeef is door middel van sjablonen waterdicht gemaakt op de plaatsen waar het papier niet bedrukt moet worden.
| MILJOEN EURO | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 |
|---|---|---|---|---|---|
| Opbrengsten | 2.620 | 2.646 | 2.537 | 2.443 | 2.247 |
| Kostprijs van verkopen | (1.813) | (1.804) | (1.680) | (1.629) | (1.533) |
| Brutowinst | 807 | 842 | 857 | 814 | 713 |
| Verkoopkosten | (336) | (352) | (344) | (336) | (321) |
| Algemene beheerskosten | (172) | (170) | (167) | (169) | (172) |
| Kosten van onderzoek en ontwikkeling | (146) | (144) | (141) | (144) | (141) |
| Waardeverminderingsverliezen op handels- en andere vorderingen, inclusief contractuele activa verbonden aan contracten met klanten |
- | - | - | (2) | (5) |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 90 | 110 | 98 | 68 | 56 |
| Overige bedrijfskosten | (107) | (125) | (137) | (93) | (73) |
| Resultaat uit bedrijfsactiviteiten | 136 | 161 | 166 | 138 | 59 |
| Financieringsbaten (-kosten) - netto | (15) | (11) | (8) | (7) | (8) |
| Overige financieringsbaten (-kosten) - netto | (44) | (63) | (43) | (32) | (31) |
| Nettofinancieringslasten | (59) | (74) | (51) | (39) | (39) |
| Aandeel van de Groep in het nettoresultaat van geassocieerde deelnemingen - na winstbelastingen |
- | - | - | (1) | (1) |
| Winst (verlies) voor belastingen | 77 | 87 | 115 | 98 | 19 |
| Winstbelastingen | (18) | (16) | (35) | (53) | (34) |
| Winst (verlies) over het boekjaar | 59 | 71 | 80 | 45 | (15) |
| Winst (verlies) toewijsbaar aan: | |||||
| Aandeelhouders van de Onderneming | 50 | 62 | 70 | 37 | (24) |
| Minderheidsbelangen | 9 | 9 | 10 | 8 | 9 |
| Winst per aandeel (euro) | |||||
| Gewone winst per aandeel (euro) | 0,30 | 0,37 | 0,42 | 0,22 | (0,14) |
| Verwaterde winst per aandeel (euro) | 0,30 | 0,37 | 0,42 | 0,22 | (0,14) |
Gedurende 2018 heeft de Groep het boekhoudkundig beleid dat ook in voorgaande jaren gold consequent toegepast, met uitzondering van de weergave van de winst- en verliesrekening en het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten. De weergave is gewijzigd ten gevolge van de toepassing van de nieuwe IFRS-standaard IFRS 9 'Financiële Instrumenten'. Volgens deze nieuwe standaard worden de waardeverminderingsverliezen op handels- en andere vorderingen nu als een aparte rubriek weergegeven in de winst- en verliesrekening.
Onderstaande voetnoot verwijst naar de tabel Geconsolideerde balans op p. 241.
Gedurende 2018 heeft de Groep het boekhoudkundig beleid dat ook in voorgaande jaren gold consequent toegepast, met uitzondering van de weergave van de geconsolideerde balans die ten gevolge van de toepassing van de nieuwe IFRS-standaard, IFRS 15 'Opbrengsten uit contracten met klanten', gewijzigd is. De Groep heeft
de nieuwe standaard IFRS 15 toegepast volgens de cumulatieve methode, waarbij het effect van eerste toepassing wordt getoond op 1 januari 2018. Dit betekent dat de Groep de nieuwe vereisten van de standaard niet toepast op vergelijkbare jaarperioden voorgesteld. De nieuwe standaard introduceert het concept van contractuele
activa en verplichtingen verbonden aan contracten met klanten. Op 31 december 2017 zaten deze activa en verplichtingen vervat in andere rubrieken van de balans.
Op 1 januari 2018 werden de 'Op te maken facturen' (84 miljoen euro) die voorheen begrepen waren in de rubriek 'Handelsvorderingen' geherklasseerd naar 'Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten'. Herklasseringen vanuit de rubriek 'voorraad' naar Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten' bedragen 11 miljoen euro en hebben voornamelijk betrekking op werken in uitvoering. Herklasseringen vanuit Overige Activa naar Contractuale activa verbonden aan contracten met klanten bedragen 10 miljoen euro en betreffen contracten die de Groep afsloot met derde leveranciers voor de levering van ondersteunende diensten die de Groep in staat stellen om onderhoudscontracten te voldoen aan haar klanten. Langs de passiefzijde bevatten 'Contractuele verplichtingen verbonden aan klanten' op 1 januari 2018 'uitgestelde opbrengsten en vooruitbetalingen' ten belope van 128 miljoen, voorheen apart gepresenteerd in een aparte rubriek van de geconsolideerde balans alsook te betalen bonussen en kortingen aan klanten voor goederen en diensten verkocht gedurende de periode ten belope van 17 miljoen euro. Deze bonussen en kortingen aan klanten werden voorheen gepresenteerd onder opbrengstgerelateerde voorzieningen.
| MILJOEN EURO | 31 dec. 2014 |
31 dec. 2015 |
31 dec. 2016 |
31 dec. 2017 |
31 dec. 2018 |
|---|---|---|---|---|---|
| ACTIVA | |||||
| Vaste activa | 1.039 | 1.064 | 1.066 | 985 | 1.019 |
| Immateriële activa en goodwill | 615 | 622 | 621 | 589 | 615 |
| Materiële vaste activa | 234 | 214 | 198 | 190 | 174 |
| Geassocieerde deelnemingen | 1 | 1 | 6 | 5 | 4 |
| Overige financiële activa | 16 | 16 | 10 | 11 | 9 |
| Handelsvorderingen | - | 6 | 12 | 14 | 16 |
| Vorderingen uit leaseovereenkomsten | - | 49 | 57 | 55 | 62 |
| Overige activa | - | 4 | 13 | 6 | 24 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 173 | 152 | 149 | 115 | 114 |
| Vlottende activa | 1.509 | 1.338 | 1.286 | 1.248 | 1.348 |
| Voorraden | 512 | 512 | 483 | 487 | 498 |
| Handelsvorderingen | 538 | 509 | 493 | 503 | 420 |
| Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten | - | - | - | - | 105 |
| Actuele vorderingen uit winstbelastingen | 62 | 64 | 64 | 63 | 71 |
| Overige belastingvorderingen | 45 | 26 | 25 | 23 | 25 |
| Vorderingen uit leaseovereenkomsten | - | 33 | 30 | 30 | 30 |
| Overige vorderingen | 103 | 24 | 13 | 14 | 14 |
| Overige activa | 51 | 40 | 45 | 44 | 34 |
| Derivaten | 2 | 2 | 4 | 16 | 1 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 196 | 123 | 129 | 68 | 141 |
| Vaste activa aangehouden voor verkoop | - | 5 | - | - | 10 |
| TOTAAL ACTIVA | 2.548 | 2.402 | 2.352 | 2.233 | 2.367 |
| EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | |||||
| Eigen vermogen | 146 | 268 | 252 | 307 | 290 |
| Toewijsbaar aan aandeelhouders van de Onderneming | 93 | 228 | 215 | 275 | 252 |
| Maatschappelijk kapitaal | 187 | 187 | 187 | 187 | 187 |
| Uitgiftepremies | 210 | 210 | 210 | 210 | 210 |
| Ingehouden winsten | 709 | 771 | 841 | 878 | 854 |
| Overige reserves | (92) | (92) | (79) | (69) | (93) |
| Valutakoersverschillen | (16) | (7) | 32 | (8) | (9) |
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding: herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen |
(905) | (841) | (976) | (923) | (897) |
| Toewijsbaar aan minderheidsbelangen | 53 | 40 | 37 | 32 | 38 |
| Langlopende verplichtingen | 1.443 | 1.363 | 1.382 | 1.241 | 1.336 |
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding | 1.267 | 1.185 | 1.264 | 1.149 | 1.066 |
| Overige personeelsvergoedingen | 12 | 9 | 13 | 13 | 13 |
| Rentedragende verplichtingen | 125 | 137 | 74 | 47 | 219 |
| Voorzieningen | 14 | 6 | 4 | 5 | 9 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 23 | 21 | 19 | 21 | 22 |
| Handelsschulden | - | 4 | 6 | 4 | 2 |
| Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten | - | - | - | - | 3 |
| Overlopende rekeningen | 2 | 1 | 2 | 2 | 2 |
| Kortlopende verplichtingen | 959 | 771 | 718 | 685 | 741 |
| Rentedragende verplichtingen | 197 | 44 | 37 | 39 | 66 |
| Voorzieningen | 87 | 81 | 74 | 66 | 52 |
| Handelsschulden | 230 | 202 | 219 | 220 | 217 |
| Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten | - | - | - | - | 163 |
| Uitgestelde opbrengsten en vooruitbetalingen | 125 | 141 | 141 | 128 | - |
| Actuele verplichtingen uit winstbelastingen | 61 | 60 | 56 | 53 | 47 |
| Overige belastingverplichtingen | 63 | 45 | 37 | 34 | 27 |
| Overige te betalen posten | 49 | 46 | 11 | 12 | 8 |
| Personeelsbeloningen | 129 | 130 | 132 | 128 | 134 |
| Overige verplichtingen | 4 | 5 | 3 | 3 | 13 |
| Derivaten | 14 | 17 | 8 | 2 | 13 |
| TOTAAL EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | 2.548 | 2.402 | 2.352 | 2.233 | 2.367 |
| MILJOEN EURO | 2014 | 2015 | 2016 |
|---|---|---|---|
| Winst (verlies) over het boekjaar | 59 | 71 | 80 |
| Aanpassingen voor: | |||
| - Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen | 69 | 61 | 72 |
| - Wijzigingen in de reële waarde van derivaten | - | (2) | 2 |
| - Toegekende subsidies | (9) | (9) | (8) |
| - (Winsten) verliezen uit de verkoop van vaste activa | (1) | (4) | (12) |
| - Nettofinancieringslasten | 59 | 74 | 51 |
| - Aandeel van de Groep in het nettoresultaat van geassocieerde deelnemingen - na winstbelastingen |
- | - | - |
| - Winstbelastingen | 18 | 16 | 35 |
| 195 | 207 | 220 | |
| Wijzigingen in: | |||
| - Voorraden | 46 | 5 | 34 |
| - Handelsvorderingen | 64 | 31 | 25 |
| - Handelsschulden | (5) | (27) | (18) |
| - Uitgestelde opbrengsten en ontvangen vooruitbetalingen | (3) | 9 | (5) |
| - Overige kortlopende activa en verplichtingen | (15) | 10 | (22) |
| - Langlopende voorzieningen | (89) | (85) | (70) |
| - Kortlopende voorzieningen | (18) | (7) | (2) |
| Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 175 | 143 | 162 |
| Betaalde belastingen | (24) | 6 | (20) |
| Nettokasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 151 | 149 | 142 |
| Ontvangen rente | 2 | 2 | 1 |
| Ontvangsten uit de verkoop van immateriële activa | 4 | 2 | 2 |
| Ontvangsten uit de verkoop van materiële vaste activa | 4 | 7 | 6 |
| Ontvangsten uit de verkoop van activa aangehouden voor verkoop | - | - | 14 |
| Investeringen in immateriële activa | (1) | (2) | (4) |
| Investeringen in materiële vaste activa | (36) | (35) | (40) |
| Ontvangsten uit de leaseportfolio | 6 | (5) | (6) |
| Overnames | - | (7) | - |
| Wijzigingen in overige investeringsactiviteiten | (6) | 4 | (3) |
| Nettokasstromen uit investeringsactiviteiten | (27) | (34) | (30) |
| Betaalde rente | (17) | (18) | (9) |
| Betaalde dividenden aan minderheidsbelangen | (5) | (25) | (12) |
| Kapitaalverhoging | - | - | - |
| Leningen | (22) | (137) | (72) |
| Overige financieringskasstromen | (11) | (7) | (15) |
| Nettokasstromen uit financieringsactiviteiten | (55) | (187) | (108) |
| Nettowijziging in geldmiddelen en kasequivalenten | 69 | (72) | 4 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten op 1 januari | 125 | 194 | 122 |
| Impact van valutakoersverschillen | - | - | 1 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten op 31 december | 194 | 122 | 127 |
| MILJOEN EURO | 2017 herwerkt (1) |
2018 |
|---|---|---|
| Winst (verlies) over het boekjaar | 45 | (15) |
| Winstbelastingen | 53 | 34 |
| Aandeel van de Groep in het nettoresultaat van geassocieerde deelnemingen - na winstbelastingen | 1 | 1 |
| Nettofinancieringslasten | 39 | 39 |
| Bedrijfsresultaat | 138 | 59 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen | 56 | 60 |
| Overige niet-kaskosten | 153 | 168 |
| Wijziging in de voorraden | (41) | (57) |
| Wijziging in de handelsvorderingen | (39) | (8) |
| Wijziging in de contractuele activa verbonden aan contracten met klanten | - | 4 |
| Wijziging in de werkkapitaalactiva (2) | (80) | (61) |
| Wijziging in de handelsschulden | 7 | (4) |
| Wijziging in de uitgestelde opbrengsten en ontvangen vooruitbetalingen | (5) | - |
| Wijziging in de contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten | - | 25 |
| Wijziging in de werkkapitaalverplichtingen (2) | 2 | 21 |
| Wijziging in het werkkapitaal | (78) | (40) |
| Uitgaande kasstroom voor personeelsbeloningen | (199) | (209) |
| Uitgaande kasstroom voor voorzieningen | (19) | (25) |
| Veranderingen in de leaseportfolio | - | (11) |
| Veranderingen in ander werkkapitaal | 11 | (29) |
| Ontvangen kasstromen uit derivaten ter indekking van operationele activiteiten | - | 13 |
| Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 62 | (14) |
| Betaalde belastingen | (22) | (30) |
| Nettokasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 40 | (44) |
| Investeringsuitgaven | (46) | (40) |
| Ontvangsten uit de verkoop van immateriële activa en materiële vaste activa | 6 | 5 |
| Overnames na aftrek verworven geldmiddelen | (2) | (25) |
| Ontvangen rente | 1 | 3 |
| Nettokasstromen uit investeringsactiviteiten | (41) | (57) |
| Betaalde rente | (9) | (15) |
| Betaalde dividenden aan minderheidsbelangen | (10) | (3) |
| Ontvangsten van leningen | - | 227 |
| Terugbetalinen van leningen | (23) | (34) |
| Ontvangsten uit / betalingen van derivaten | - | (1) |
| Andere financieringsinkomsten / -kosten | - | (2) |
| Overige financieringskasstromen | (13) | 2 |
| Nettokasstromen uit financieringsactiviteiten | (55) | 175 |
| Nettowijziging in geldmiddelen en kasequivalenten | (56) | 74 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van de periode | 127 | 67 (3) |
| Nettowijziging in geldmiddelen en kasequivalenten | (56) | 74 |
| Impact van valutakoersverschillen | (3) | (5) |
| Geldmiddelen en kasequivalenten op het einde van het boekjaar | 68 | 136 (3) |
(1) Gedurende 2018 heeft de Groep de presentatie van het geconsolideerde kasstroomoverzicht gewijzigd door toevoeging van een aparte weergave van de volgende niet-kaskosten: afwaarderingen op voorraden, bijzondere waardeverminderingsverliezen op handelsvorderingen, toevoegingen en terugnames van provisies en opgebouwde aan de periode toegewezen kosten voor personeelsbeloningen, toegezegdpensioenregelingen en andere personeelsplannen. Deze overige niet-kaskosten werden voorheen inbegrepen in wijzigingen van overige kortlopende activa en verplichtingen en veranderingen in langlopende en kortlopende voorzieningen en personeelsverplichtingen. Het management meent dat deze gewijzigde presentatie meer relevante informatie verschaft aan de lezer van de geconsolideerde financiële staten. De Groep heeft vergelijkende informatie van het voorgaande boekjaar aangepast.
(2) Gedurende 2018 heeft de Groep het boekhoudkundig beleid dat ook in voorgaande jaren gold consequent toegepast met uitzondering van de weergave van de geconsolideerde balans en het geconsolideerd kasstroomoverzicht die beiden gewijzigd zijn tengevolge van de implementatie van IFRS 15 'Opbrengsten uit contracten met klanten'. De Groep heeft deze nieuwe standaard toegepast volgens de cumulatieve methode, waarbij het effect van eerste toepassing wordt getoond op 1 januari 2018. Dit betekent dat de Groep de nieuwe vereisten van de standaard niet toepast op vergelijkende jaarperioden die worden voorgesteld. Tengevolge de wijzigingen van de nieuwe standaard IFRS 15, zijn de kasstromen uit wijzigingen van overige kortlopende activa en verplichtingen niet vergelijkbaar met 2017 omwille van het feit dat de kas-instromen en -uitstromen van contractuele activa en verplichtingen verbonden aan contracten met klanten voor 2017 vervat zaten in wijzigingen in voorraden, wijzigingen in handelsvorderingen en wijzigingen in overige kortlopende activa en verplichtingen. Meer informatie wordt verschaft in voetnoot 1 van de geconsolideerde balans.
(3) Negatieve banksaldi zijn gepresenteerd in aftrek van kasmiddelen en voorheen inbegrepen in ontvangsten en terugbetalingen van leningen (31 december 2017: 1 miljoen euro/ 31 december 2018: 5 miljoen euro).
| Notering | AANDELENBEURS VAN BRUSSEL |
|---|---|
| Reuters Ticker | AGFAt.BR |
| Bloomberg Ticker | AGFB: BB/AGE GR |
| Datastream | B:AGF |
| AANDELENINFORMATIE | |
|---|---|
| Eerste notering | 1 juni 1999 |
| Aantal uitstaande aandelen op 31 december 2018 | 167.751.190 |
| Beurskapitalisatie op 31 december 2018 | 559 miljoen Euro |
Op grond van de informatie waarover de Vennootschap beschikt ingevolge transparantieverklaringen die overeenkomstig de wettelijke en statutaire bepalingen ter zake werden ontvangen, zijn de belangrijkste aandeelhouders momenteel:
Aangezien de Vennootschap momenteel in het bezit is van 2,39% eigen aandelen, ligt de 'free float' momenteel tussen 67,61% en 78,61%.
| EURO | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 |
|---|---|---|---|---|---|
| Winst per aandeel | 0,30 | 0,37 | 0,42 | 0,22 | (0,14) |
| Nettobedrijfskasstroom per aandeel | 0,90 | 0,89 | 0,85 | 0,23 | (0,26) |
| Brutodividend | - | - | - | - | - |
| Beurskoers aan het einde van het jaar | 2,09 | 5,24 | 3,673 | 3,887 | 3,330 |
| Hoogste beurskoers van het jaar | 2,78 | 5,40 | 5,117 | 4,934 | 4,336 |
| Laagste beurskoers van het jaar | 1,73 | 1,994 | 2,609 | 3,601 | 2,914 |
| Gemiddelde volume verhandelde aandelen/dag |
260.663 | 389.059 | 438.204 | 269.123 | 425.481 |
| Gewogen gemiddelde aantal uitstaande gewone aandelen |
167.751.190 | 167.751.190 | 167.751.190 | 167.751.190 | 167.751.190 |
Afdeling Investor Relations Septestraat 27, B-2640 Mortsel, België
Tel. +32-(0)3-444 7124 Fax +32-(0)3-444 4485 [email protected] www.agfa.com/investorrelations
| Jaarlijkse Algemene Vergadering | 14 mei 2019 |
|---|---|
| Resultaten eerste kwartaal 2019 | 14 mei 2019 |
| Resultaten tweede kwartaal 2019 | 28 augustus 2019 |
| Resultaten derde kwartaal 2019 | 6 november 2019 |
Uitgegeven door Agfa-Gevaert NV Corporate Communication Septestraat 27, B-2640 Mortsel, België
T +32 3 444 71 24
Agfa, de Agfa-rombus en andere vermelde Agfa-producten en -diensten zijn geregistreerde handelsmerken van de Agfa Groep. Ze kunnen in bepaalde jurisdicties geregistreerd zijn in naam van Agfa, België, of een van zijn filialen. Alle andere handelsmerken, productnamen en bedrijfsnamen of -logo's die in dit verslag vermeld worden, zijn eigendom van hun respectieve eigenaars.
Vormgeving Mathildestudios, Grembergen (België)
Building tools?
Free accounts include 100 API calls/year for testing.
Have a question? We'll get back to you promptly.