Annual Report • Apr 27, 2017
Annual Report
Open in ViewerOpens in native device viewer
| 4 | 01. Brief aan de aandeelhouders |
|---|---|
| 7 | Kerncijfers 2016 |
| 8 | 02. Bedrijfsprofiel |
| 10 | Agfa, wereldwijd |
| 12 | Hoogtepunten 2016 |
| 14 | 03. Groei |
| 20 | 04. Innovatie |
| 26 | 05. Duurzaamheid |
| 32 | 06. Werken@Agfa |
| 36 | 07. Jaarverslag van de Raad van Bestuur aan de |
| Aandeelhouders van Agfa-Gevaert NV | |
| 37 | Commentaar bij de jaarrekeningen |
| 37 | Commentaar bij de geconsolideerde jaarrekening |
| 41 | Commentaar bij de jaarrekening van Agfa-Gevaert NV |
| 42 | 08. Agfa Graphics |
| 46 | 09. Agfa HealthCare |
| 52 | 10. Agfa Specialty Products |
| 56 | 11. Financieel verslag |
| 56 | Verklaring over het getrouwe beeld in overeenstemming met het koninklijk besluit van 14 november 2007 |
| 57 | Geconsolideerde jaarrekening |
| 57 | Winst- en verliesrekening |
| 58 | Overzicht van gerealiseerde |
| en niet-gerealiseerde resultaten | |
| 59 | Balans |
| 60 | Mutatieoverzicht van het eigen vermogen |
| 61 | Kasstroomoverzicht |
| 62 | Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening |
| 62 | 1. Verslaggevende entiteit waarover wordt gerapporteerd |
| 62 | 2. Voorstellingsbasis |
| 64 | 3. Grondslagen voor financiële verslaggeving |
De woorden die cursief worden gedrukt, worden verklaard in de Woordenlijst p.189-192
| 84 | 4. Nieuwe standaarden en interpretaties van standaarden |
|---|---|
| gepubliceerd, nog niet van kracht per einde boekjaar | |
| 88 | 5. Te rapporteren segmenten |
| 93 | 6. Overnames |
| 93 | 7. Beheer van financiële risico's |
| 107 | 8. Informatie over de aard van de kosten |
| 108 | 9. Overige bedrijfsopbrengsten |
| 108 | 10. Overige bedrijfskosten |
| 109 | 11. Nettofinancieringslasten |
| 110 | 12. Winstbelastingen |
| 115 | 13. Immateriële activa en goodwill |
| 119 | 14. Materiële vaste activa |
| 120 | 15. Geassocieerde deelnemingen en financiële activa |
| 121 | 16. Voorraden |
| 121 | 17. Overige belastingvorderingen en -verplichtingen |
| 121 | 18. Invorderbare minimale leasebetalingen |
| 123 | 19. Overige vorderingen |
| 123 | 20. Overige activa |
| 123 | 21. Geldmiddelen en kasequivalenten |
| 124 | 22. Vaste activa aangehouden voor verkoop |
| 124 | 23. Eigen vermogen |
| 128 | 24. Personeelsbeloningen |
| 142 | 25. Rentedragende verplichtingen |
| 143 | 26. Voorzieningen |
| 144 | 27. Uitgestelde opbrengsten en vooruitbetaling |
| 145 | 28. Overige te betalen posten |
| 145 | 29. Operationele leaseovereenkomsten |
| 146 | 30. Verbintenissen en buitenbalansverplichtingen |
| 147 | 31. Informatieverschaffing over verbonden partijen |
| 148 | 32. Winst per aandeel |
| 149 | 33. Investeringen in dochterondernemingen en |
| investeringen verwerkt volgens de 'equity'-methode | |
| 151 | 34. Gebeurtenissen na balansdatum |
| 151 | 35. Informatie met betrekking tot de opdrachten en |
| honoraria van de commissaris | |
| 152 | Verslag van de Commissaris aan de Algemene Vergadering |
| 155 | Statutaire jaarrekening |
| 158 | 12. Corporate Governance verklaring |
| 159 | Raad van Bestuur |
| 159 | Samenstelling van de Raad van Bestuur |
| 160 | CV's van de leden van de Raad van Bestuur |
| 163 | Comités opgericht door de Raad van Bestuur |
| 163 | Auditcomité (AC) |
|---|---|
| 163 | Benoemings- en Remuneratiecomité (BRC) |
| 163 | Management van de Vennootschap |
| 163 | CEO en Executive Committee (Exco) |
| 164 | Interne controle- en risicobeheerssystemen met betrekking |
| tot financiële rapportering | |
| 164 | Beschrijving van de risicofactoren |
| 165 | Evaluatie van de Raad van Bestuur en zijn Comités |
| 166 | Beleid inzake genderdiversiteit |
| 166 | Beleid inzake de besteding van het resultaat |
| 166 | Beleid inzake effectenhandel in aandelen van de Vennootschap |
| 166 | Belangrijke gebeurtenissen die na 31 december 2016 hebben |
| plaatsgevonden en inlichtingen over de omstandigheden die de | |
| ontwikkeling van de Groep aanmerkelijk kunnen beïnvloeden | |
| 166 | Informatie over de onderzoek- en ontwikkelingsactiviteiten |
| 166 | Informatie over het bestaan van bijkantoren van de Vennootschap |
| 166 | Informatie over het gebruik van afgeleide financiële instrumenten |
| 167 | Commissaris |
| 167 | Informatie over belangrijke deelnemingen |
| 167 | Informatie over de invoering van de EU-overnamerichtlijn |
| 168 | Algemene bedrijfsinformatie |
| 168 | Beschikbaarheid van informatie |
| 169 | 13. Remuneratieverslag |
| 170 | Remuneratiebeleid |
| 171 | Vergoedingen |
| 171 | Raad van bestuur |
| 172 | CEO |
| 172 | Executive Committee |
| 173 | Aandelen en opties |
| 173 | Verbrekingsvergoeding |
| 174 | 14. Duurzaamheidsverslag |
| 176 | Milieu |
| 187 | Human Resources |
| 189 | Woordenlijst |
| 193 | Overzichtstabellen 2012-2016 |
| 193 | Winst- en verliesrekening |
| 194 | Balans |
| 195 | Kasstroomoverzichten |
In een jaar waarin de wereld zich in een constante staat van onrust bevond, slaagde de Agfa-Gevaert Groep er in meer dan bevredigende cijfers voor te leggen. Agfa kon voor elke financiële indicator een zeer aanzienlijke vooruitgang boeken. De omzet ging in 2016 nog achteruit, maar als we de wisselkoersimpact niet meerekenen, ging de daling minder snel dan in de twee voorgaande jaren.
JULIEN DE WILDE, VOORZITTER VAN DE RAAD VAN BESTUUR In veel delen van de wereld zijn mensen op de vlucht voor de blinde terreur van het fundamentalisme. Barbaarse terroristische aanslagen teisterden de grote steden van Europa. In juni stemde het Verenigd Koninkrijk voor de Brexit, de Europese Unie in shock achterlatend. Aan het einde van het jaar maakte de verkozen president van de Verenigde Staten duidelijk dat de wereld – althans de komende vier jaar – rekening zal moeten houden met een protectionistisch ingestelde grootmacht. Al deze gebeurtenissen hadden en hebben een impact op de levens van ons allemaal, maar ook op het economische klimaat waarin we moeten werken.
In deze uitdagende omstandigheden slaagde de Agfa-Gevaert Groep er in zijn strategie te blijven volgen en zijn belangrijkste doelstellingen voor 2016 te halen. Hoewel de omzet van de Groep met 4,1% afnam (3,5% zonder de impact van de wisselkoersen) tot 2.537 miljoen euro, begon de omzettrend tegen het einde van het jaar te verbeteren. In zijn geheel bracht de
Agfa-Gevaert Groep zijn recurrente EBITDA-marge boven 10% van de omzet. Voorts stelde onze sterke focus op het genereren van kasstromen ons in staat om onze nettoschuld om te zetten in een nettocashpositie van 18 miljoen euro. Dankzij deze twee verwezenlijkingen kunnen we nu onze aandacht verleggen naar de omzetevolutie van onze activiteiten. Vergelijkbaar met wat we deden toen we enkele jaren geleden ons programma ter verbetering van de brutowinstmarge opstartten, hebben we verscheidene omzetprojecten in gang gezet. Met deze projecten willen we weerstand bieden aan de achteruitgang van onze traditionele activiteiten en een boost geven aan het succes van onze groeimotoren. Op dat vlak fungeert het voortdurende succes van onze HealthCare IT-business als voorbeeld voor onze andere groeiactiviteiten. Dankzij doelgerichte efficiëntiemaatregelen doorheen de Groep en door positieve grondstofeffecten in de businessgroep Agfa Graphics, kon de Groep zijn brutowinstmarge met bijna twee procentpunten verbeteren tot 33,8% van de omzet. Dat is het hoogste niveau sinds 2010. Bijgevolg boekte de Agfa-Gevaert Groep – voor het vierde opeenvolgende jaar – een nettowinst van 80 miljoen euro.
Laat ons nu wat dieper ingaan op de resultaten van onze businessgroepen in 2016.
Hoewel Agfa Graphics bleef kampen met de moeilijke omstandigheden in de offsetmarkt, vertraagde de omzetdaling van de businessgroep in het laatste kwartaal van het jaar.
In het drukvoorbereidingssegment had de computer-to-plate-business (CtP) af te rekenen met de hevige concurrentiedruk in de offsetmarkten en de zwakke marktomstandigheden in sommige groeilanden. Weliswaar bleven de duurzame drukplatenoplossingen wereldwijd succes kennen. De analoge computer-to-film-business (CtF) ging verder achteruit. Over het volledige jaar bleef de omzet van het inkjetsegment stabiel. Het orderboek voor deze business begon tegen het einde van het jaar enigszins te verbeteren.
Omdat structurele efficiëntiemaatregelen en positieve grondstofeffecten een tegenwicht vormden voor de concurrentiedrukeffecten, kon Agfa Graphics zijn brutowinstmarge met maar liefst 1,5 procentpunt verbeteren.
In de businessgroep Agfa HealthCare presteerde de HealthCare ITgroeimotoren sterk. Zonder wisselkoerseffecten bleef de omzet van Agfa HealthCare stabiel op 1.090 miljoen euro, vooral dankzij de goede prestatie in de laatste maanden van het jaar.
In het IT-segment presteerden zowel het HealthCare Information Solutions-gamma als het Imaging IT Solutions-gamma goed doorheen het jaar. Als onderdeel van het laatstgenoemde productengamma overtuigde het Enterprise Imaging-platform wereldwijd talrijke zorgverstrekkers. In het Imaging-segment boekte het Direct Radiography-gamma (DR) een solide omzetgroei.
In de eerste kwartalen van het jaar werd de omzet van de hardcopybusiness beïnvloed door de maatregelen die in het vierde kwartaal van 2015 werden genomen om het voorraadbeleid op het niveau van de distributeurs in overeenstemming te brengen met de economische toestand in de opkomende markten. De omzettrend begon zich te stabiliseren in het derde kwartaal, resulterend in een omzetgroei voor hardcopy in het vierde kwartaal. Onder invloed van de structurele efficiëntiemaatregelen en de verbeterde productmix kon Agfa HealthCare de brutowinstmarge optrekken.
De toekomstgerichte activiteiten Synaps Synthetic Paper en Orgacon Electronic Materials presteerden goed.
In 2017 viert de Agfa-Gevaert Groep de 150ste verjaardag van de oprichting van de Aktiengesellschaft für Anilinfabrikation (Onderneming voor Anilineproductie) in Rummelsburg nabij Berlijn. In 1867 was deze fabrikant van kleurstoffen de voorloper van wat later de toonaangevende Europese beeldvormingsonderneming zou worden, wereldwijd actief
in zeer verschillende markten waaronder de foto- en de speelfilmindustrie, de gezondheidszorg en de wereld van het niet-destructief materiaalonderzoek, de grafische industrie en verscheidene kleinere industriële nichemarkten. Tijdens deze anderhalve eeuw bouwde de Agfa-Gevaert Groep aan een indrukwekkende nalatenschap van expertise en knowhow, wat resulteerde in een sterke patent- en productportfolio. Dankzij ons vermogen om onze structuren en strategieën voortdurend aan te passen aan de steeds sneller veranderende economische realiteit, konden we met succes het hoofd bieden aan de vele uitdagingen die ons pad kruisten. Vandaag zijn we klaar om het volgende hoofdstuk in de geschiedenis van onze onderneming te schrijven. De laatste jaren hebben we getoond dat deze onderneming in staat was terug te keren naar een gezonde financiële situatie. Bijgevolg hebben we onze nettoschuld omgebogen tot een nettocashpositie. We slaagden eveneens in ons opzet om de EBITDA-marge naar 10% van de omzet te brengen. Gecombineerd met de vernieuwde, innovatieve en kwaliteitsvolle portfolio's van onze drie businessgroepen maakt dit dat we alle elementen in handen hebben om voort te bouwen op de nalatenschap van onze 150-jarige geschiedenis.
De voornaamste strategische doelstellingen in deze nieuwe fase zijn: geleidelijk aan weer aanknopen met groei en waarde creëren voor onze aandeelhouders.
Zoals we deden toen we ons enkele jaren geleden begonnen te concentreren op de verbetering van onze brutowinstmarge, hebben we verscheidene omzetprojecten op stapel gezet. Deze projecten moeten ons in staat stellen om weerstand te bieden aan de achteruitgang van onze traditionele activiteiten en om het succes van onze groeimotoren een boost te geven.
Hierbij steunen we op vier pijlers. Ten eerste zullen we actief deelnemen aan de consolidatie van onze traditionele activiteiten. Ten tweede zullen we projecten opzetten die het succes van onze groeimotoren een duw in de rug moeten geven. We zullen ook strategieën uitwerken die ons moeten helpen de activiteiten te ontwikkelen die relatief nieuw voor ons zijn. Ten derde streven we naar doelgerichte en aangepaste overnames. Onze cashsituatie biedt ons de kans om opportuniteiten te onderzoeken ter aanvulling van onze bestaande technologieportfolio, vooral op het vlak van healthcare IT. Tot slot zullen we binnen onze verkooporganisatie een cultuur ontwikkelen van op waarde gebaseerde verkoop, gericht op een verhoogde klantentevredenheid. We zullen nauw met onze klanten samenwerken om hun de meerwaarde te bieden waarnaar ze op zoek zijn.
We willen onze klanten en onze verdelers oprecht danken voor hun vertrouwen in onze onderneming. We engageren ons om hen te blijven dienen met de meest geavanceerde, kwaliteitsvolle en betrouwbare producten en diensten. We danken ook onze werknemers voor hun sterke bijdrage aan het succes van de onderneming en aan de resultaten van 2016. Bovendien zijn we ook onze aandeelhouders dankbaar voor hun steun en hun vertrouwen. De goede resultaten van het afgelopen jaar tonen duidelijk aan dat we op het juiste spoor zitten om van de transformatie van onze onderneming een succes te maken. Voor de verdere uitvoering van onze strategie zullen we alle beschikbare middelen nodig hebben. Daarom zal de Raad van Bestuur aan de Algemene Aandeelhoudersvergadering voorstellen om voor 2016 geen dividend uit te keren.
Julien De Wilde Christian Reinaudo Voorzitter van de Raad van Bestuur CEO van de Agfa-Gevaert Groep
| MILJOEN EURO | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 |
|---|---|---|---|---|---|
| WINST- EN VERLIESREKENING | |||||
| Opbrengsten | 3.091 | 2.865 | 2.620 | 2.646 | 2.537 |
| Evolutie t.o.v. vorig jaar | 2,2% | (7,3)% | (8,6)% | 1,0% | (4,1)% |
| Graphics | 1.652 | 1.491 | 1.355 | 1.358 | 1.267 |
| Aandeel in groepsomzet | 53,5% | 52,0% | 51,7% | 51,3% | 49,9% |
| HealthCare | 1.212 | 1.160 | 1.069 | 1.099 | 1.090 |
| Aandeel in groepsomzet | 39,2% | 40,5% | 40,8% | 41,5% | 43,0% |
| Specialty Products | 227 | 214 | 197 | 189 | 180 |
| Aandeel in groepsomzet | 7,3% | 7,5% | 7,5% | 7,2% | 7,1% |
| Brutowinst | 869 | 834 | 807 | 842 | 857 |
| Winst (verlies) uit bedrijfsactiviteiten | 96 | 163 | 136 | 161 | 166 |
| Nettofinancieringslasten | (85) (3) | (71) | (59) | (74) | (51) |
| Winstbelastingen | (20) | (43) | (18) | (16) | (35) |
| Winst (verlies) toewijsbaar aan | (9) (3) | 49 | 59 | 71 | 80 |
| Aandeelhouders van de onderneming | (19) (3) | 41 | 50 | 62 | 70 |
| Minderheidsbelangen | 10 | 8 | 9 | 9 | 10 |
| Winst (verlies) uit bedrijfsactiviteiten | 96 | 163 | 136 | 161 | 166 |
| Herstructureringskosten en niet-recurrente resultaten | (43) | 19 | (16) | (19) | (42) |
| Recurrente EBIT | 139 | 144 | 152 | 180 | 208 |
| Recurrente EBITDA | 225 | 224 | 222 | 240 | 265 |
| KASSTROOM | |||||
| Nettokasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 32 | 107 | 151 | 149 | 142 |
| Investeringsuitgaven (1) | (44) | (40) | (37) | (37) | (44) |
| BALANS - 31 DECEMBER | |||||
| Eigen vermogen | 169 (4) | 368 | 146 | 268 | 252 |
| Netto financiële schuld | 291 | 217 | 126 | 58 | (18) |
| Vlottende activa verminderd met kortlopende verplichtingen (2) | 808 | 699 | 550 | 567 | 568 |
| Totale activa | 2.830 | 2.568 | 2.548 | 2.402 | 2.352 |
| AANDELENINFORMATIE (EURO) | |||||
| Winst per aandeel | (0,11) (3) | 0,25 | 0,30 | 0,37 | 0,42 |
| Nettobedrijfskasstroom per aandeel | 0,19 | 0,64 | 0,90 | 0,89 | 0,85 |
| Brutodividend | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Boekwaarde per aandeel op jaareinde | 1,01 (3) | 2,19 | 0,87 | 1,36 | 1,50 |
| Aantal uitstaande aandelen op jaareinde | 167.751.190 | 167.751.190 | 167.751.190 | 167.751.190 | 167.751.190 |
| Gewogen gemiddelde aantal uitstaande gewone aandelen | 167.751.190 | 167.751.190 | 167.751.190 | 167.751.190 | 167.751.190 |
| PERSONEELSLEDEN (op het einde van het jaar) | |||||
| Voltijdse equivalenten (actieven) | 11.408 | 11.047 | 10.506 | 10.241 | 10.042 |
(1) Voor immateriële activa en materiële vaste activa.
(2) Gedurende 2016 heeft de Groep het boekhoudkundig beleid consequent toegepast dat ook in voorgaande jaren gold, met uitzondering van de weergave van de handelsvorderingen, de handelsschulden, de vorderingen uit leaseovereenkomsten en de overige activa. Vanaf 31 december 2016 presenteert de Groep deze balansposten als vaste activa/langlopende verplichtingen ten belope van het deel dat langer dan 12 maanden na balansdatum verschuldigd is. Vergelijkende informatie over 2015 werd aangepast aan deze nieuwe voorstellingswijze. Bovendien heeft de Groep de boekhoudkundige behandeling van de toegezegde bijdrageregelingen met gewaarborgd rendement aangepast. Daardoor steeg de nettoverplichting wegens vergoedingen na uitdiensttreding op 31 december 2016 met 4 miljoen euro, wat voor hetzelfde bedrag een effect had op de niet-gerealiseerde resultaten.
(3) Gedurende 2013 heeft de Groep het boekhoudkundig beleid consequent toegepast dat ook in het voorgaande jaar gold, met uitzondering van de gewijzigde regels voor verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding, meer bepaald inzake de bepaling van de pensioenkost van de periode en de nettoverplichting van de toegezegdpensioenregelingen. Deze wijzigingen zijn het gevolg van de toepassing van de aanpassingen aan de standaard IAS 19 zoals gepubliceerd in IAS 19 (gewijzigd 2011). Door de toepassing van deze herziene standaard zijn de overige financieringslasten voor 2012 verminderd met 22 miljoen euro, van 99 miljoen euro naar 77 miljoen euro. Deze herziening heeft tevens een impact gehad op de berekening van de winst per aandeel over 2012, van minus 0,24 euro naar minus 0,11 euro per aandeel.
(4) Gedurende 2013 heeft de Groep het boekhoudkundig beleid consequent toegepast dat ook in het voorgaande jaar gold, met uitzondering van de gewijzigde regels voor verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding, meer bepaald inzake de bepaling van de pensioenkost van de periode en de nettoverplichting van de toegezegdpensioenregelingen. Deze wijzigingen zijn het gevolg van de toepassing van de aanpassingen aan de standaard IAS 19 zoals gepubliceerd in IAS 19 (gewijzigd 2011). Door de toepassing van deze herziene standaard is de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen op 1 januari 2013 gestegen met 786 miljoen euro, zijnde 767 miljoen euro voor de materiële landen van de Groep en 19 miljoen euro voor de andere landen. Deze impact werd geboekt in het eigen vermogen via de ingehouden winsten voor het gedeelte dat betrekking had op de aanpassingen in de bepaling van de pensioenkost over 2012 wat resulteerde in een stijging van de ingehouden winsten met 22 miljoen euro; het overige bedrag, zijnde minus 808 miljoen euro, werd geboekt in een aparte lijn binnen het eigen vermogen zijnde 'verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding: herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen'. De impact van de gewijzigde regelgeving is gereflecteerd in de herziene openingsbalans per 1 januari 2012 en de balans per 31 december 2012 alsook in het resultaat over 2012. De impact op de balans per 31 december 2012 is hetzelfde als de impact op de balans per 1 januari 2013. De openingsbalans op 1 januari 2012 bevat herwaarderingen van de nettoverplichting uit hoofde van de toegezegdpensioenregelingen ten belope van 704 miljoen euro, zijnde 687 miljoen euro voor de materiële landen van de Groep en 17 miljoen euro voor de andere landen.
De Agfa-Gevaert Groep ontwikkelt, produceert en verdeelt een uitgebreid portfolio van analoge en digitale beeldvormingsystemen en IT-oplossingen, voornamelijk voor de grafische industrie, de gezondheidszorgsector en ook voor specifieke industriële toepassingen.
De hoofdzetel en de moedermaatschappij van Agfa bevinden zich in Mortsel, België. De operationele activiteiten van de Groep zijn onderverdeeld in drie onafhankelijke businessgroepen: Agfa Graphics, Agfa HealthCare en Agfa Specialty Products. Elk van deze groepen heeft sterke marktposities, een duidelijk omlijnde strategie en volledige verantwoordelijkheid, bevoegdheid en aansprakelijkheid.
Agfa's grootste productie- en onderzoekscentra zijn gevestigd in België, de Verenigde Staten, Canada, Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Oostenrijk, China en Brazilië. Agfa is wereldwijd commercieel actief via eigen verkooporganisaties in meer dan 40 landen. In landen waar Agfa geen eigen verkooporganisatie heeft, wordt de markt door een netwerk van agenten en tussenpersonen bediend.
Agfa Graphics biedt commerciële drukkers, krantendrukkers en verpakkingsdrukkers een uitgebreid gamma geïntegreerde drukvoorbereidingssystemen: van complete computer-to-plateoplossingen en drukplaten tot software voor kleurenmanagement, voor workflowautomatisering en voor het ontwerpen van veiligheidsdrukwerk. Voorts levert Agfa Graphics een breed gamma digitale grootformaat drukoplossingen aan sign & display-drukkers. Agfa's grootformaatprinters combineren een hoge snelheid met een uitzonderlijke drukkwaliteit. Ze maken deel uit van een volledig systeem, inclusief speciale inkten en software voor workflowautomatisering. Tot slot ontwikkelt en produceert Agfa Graphics ook kwaliteitsvolle inkten en vloeistoffen voor verscheidene industriële inkjettoepassingen. Hiermee geven ze industriële bedrijven de mogelijkheid om drukwerk in hun productieprocessen te integreren.
Agfa HealthCare is een toonaangevende leverancier van oplossingen voor medische beeldvorming en IT-systemen voor ziekenhuizen en zorgcentra over de hele wereld. De businessgroep is een belangrijke speler op de markt van de medische beeldvorming. Met analoge en digitale technologie en met IT-oplossingen voldoet Agfa HealthCare aan de eisen van gespecialiseerde clinici. Voorts heeft de businessgroep een sleutelrol op de markt van de healthcare information solutions, of informatiesystemen voor de gezondheidszorg. Deze systemen integreren de administratieve, financiële en klinische workflows voor individuele ziekenhuizen en ziekenhuisgroepen. Vandaag vertrouwen zorgorganisaties in meer dan 100 landen op Agfa HealthCare's toonaangevende technologieën, oplossingen, en diensten voor de optimalisering van hun efficiëntie en de verbetering van hun patiëntenzorg.
Agfa Specialty Products ontwikkelt, produceert en verkoopt een brede waaier producten. Zijn klanten zijn grote b2b-bedrijven in specifieke industriële nichemarkten. Enerzijds biedt de businessgroep klassieke op film gebaseerde producten aan zoals film voor niet-destructief materiaalonderzoek, film voor luchtfotografie, microfilm en film voor de productie van gedrukte schakelingen (PCB's). Anderzijds richt de businessgroep zich op veelbelovende groeimarkten met innovatieve oplossingen. Deze portfolio omvat geleidende polymeren, materialen voor de productie van sterk beveiligde identiteitsdocumenten, membranen voor de productie van waterstof en synthetische papieren die meer en meer door de markt gewaardeerd worden.
BONN MÜNCHEN PEISSENBERG PEITING ROTTENBURG SCHROBENHAUSEN TRIER WIESBADEN
Agfa is toegewijd aan zijn missie: de partner bij uitstek zijn voor beeldvorming- en informatiesystemen in alle markten waarin het actief is, van de grafische industrie over de sector van de gezondheidszorg tot gespecialiseerde industriële markten. Hiertoe bieden we ultramoderne technologieën, betaalbare oplossingen en innovatieve manieren van werken aan op basis van ons diepgaand inzicht in de activiteiten en de individuele noden van onze klanten. Investeren in innovatie en het leveren van oplossingen van topkwaliteit zijn hierbij de sleutelbegrippen. We hechten echter evenveel belang aan een verantwoordelijke, duurzame en transparante manier van werken. We zijn ervan overtuigd dat dit de juiste aanpak is om het langetermijnsucces van onze onderneming te verzekeren."
CHRISTIAN REINAUDO, CEO VAN DE AGFA-GEVAERT GROEP
AGFA GRAPHICS AGFA HEALTHCARE AGFA SPECIALTY PRODUCTS
PRODUCTIE
O&O
SHANGHAI WUXI (PRINTING) WUXI (IMAGING) CHINA
Agfa Specialty Products en Matset tekenen een overeenkomst voor de verdeling van Agfa's synthetische papier Synaps in Turkije.
Agfa HealthCare bevestigt zijn ambitie om een drijvende kracht te zijn achter de ontwikkeling van business intelligence-systemen met de overname van de Oostenrijkse TIP-groep. Tevens zet het zijn intrede in de markt van de integrated care kracht bij door een strategisch partnerschap met het Amerikaanse MphRx.
04
Agfa Graphics wint de European Logistics Association Award 2016 voor het gesloten kringmodel voor drukplaten.
Agfa Graphics introduceert Arziro Design 2.0, een compleet workflowsysteem voor de markt van algemeen veiligheidsdrukwerk.
Agfa HealthCare en Assistance Publique – Hôpitaux de Paris verlengen hun relatie voor vier jaar. Het klinisch informatiesysteem ORBIS zal geïnstalleerd worden in alle 39 ziekenhuizen van AP-HP.
Agfa Graphics introduceert inkjet- en drukvoorbereidingssystemen op drupa, waaronder een gamma Anapurna grootformaatprinters met LED UV-droogtechnologie en de thermische drukplaat Energy Elite Eco.
Agfa HealthCare vervoegt het Watson Health Imaging Center of Excellence, opgericht door IBM Watson Health. Het initiatief beoogt de ontwikkeling van cognitieve beeldvormingstechnologieën.
Agfa HealthCare tekent een DIN-PACS IV-contract met de Amerikaanse overheid. Het contract biedt de businessgroep de kans om zijn IT-systemen voor beeldvorming aan te bieden aan de gezondheidzorgorganisaties van de overheid.
Agfa Graphics wint drie Product of the Year Awards op de SGIA EXPO met zijn printers Anapurna H3200i, Jeti Mira en Jeti Tauro.
Agfa HealthCare lanceert de nieuwste versie van het innovatieve Enterprise Imaging platform dat verschillende door de klanten geïnitieerde verbeteringen bevat.
Agfa Specialty Products en LCsys Systèmes Industriels kondigen de introductie aan van ABSOLUT-ID, hun oplossing voor de geïntegreerde productie van sterk beveiligde ID-kaarten.
Agfa HealthCare introduceert verscheidene nieuwe systemen op RSNA, inclusief zijn nieuwe DR 800-röntgenkamer met MUSICA-beeldverwerkingsoftware voor dynamische beelden.
Al meer dan 100 jaar is Agfa-Gevaert een van de wereldleiders in de beeldvormingsindustrie. Sinds het begin van deze eeuw ondergaat de industrie echter radicale veranderingen. In deze periode zijn de analoge, op film gebaseerde kerntechnologieën grotendeels gedigitaliseerd.
Dit fundamentele transformatieproces had heel wat gevolgen voor de organisatie, het businessmodel, het innovatiebeleid en het personeelsbeleid van de onderneming. De overgang van de analoge filmtechnologie naar digitale oplossingen is een onmiskenbaar feit, hoewel bepaalde industrietakken en regio's sneller bewegen dan anderen. In de grafische industrie en de sector van de gezondheidszorg blijven de analoge filmmarkten krimpen. Deze trend werd in de periode 2010-2012 nog versneld door de hoge grondstofprijzen, in het bijzonder de zilverprijs. Het is dan ook vanzelfsprekend dat de kostenstructuur van de filmproductievestigingen aangepast werd aan deze structurele veranderingen in de filmindustrie.
Door de wereldwijde economische crisis is het belang van de opkomende landen voor de groeistrategie van Agfa's digitale oplossingen verder toegenomen. Ook dit zet de onderneming ertoe aan het personeelsbeleid, de productportfolio en de kostenstructuur aan te passen aan deze veeleisende markten. Ondanks de ongunstige economische omstandigheden heeft Agfa-Gevaert een doelgerichte groeistrategie uitgewerkt die het wil realiseren door organische groei en – waar mogelijk – door doelgerichte en weldoordachte overnames.
In de wetenschap dat zijn traditionele markten krimpen, streeft Agfa ernaar de ervaring en de expertise die het door de jaren heen heeft opgebouwd te gebruiken om actief te worden en verder te groeien in nieuwe domeinen. In deze context investeert de onderneming sterk in de groeimotoren industriële inkjet en IT voor de gezondheidszorg.
Ondanks de groeiende concurrentie van elektronische alternatieven zal drukwerk meerwaarde blijven bieden en een krachtig en essentieel communicatiemiddel blijven. Daarom blijft Agfa Graphics de positie van drukwerk in de totale communicatiemix promoten. De businessgroep speelt met weldoordachte strategieën in op de trends in de snel evoluerende grafische industrie. Agfa Graphics richt zich met name op de segmenten informatiedrukwerk, sign & display en industrieel drukwerk.
Het segment van het informatiedrukwerk is het werkterrein van de krantendrukkers en de commerciële drukkers, die onder meer magazines, brochures en boeken produceren.
Op wereldwijde schaal blijven de drukwerkvolumes in dit segment groeien. Deze groei komt volledig voor rekening van de opkomende markten, waar de drukindustrie de evolutie van de alfabetiseringsgraad en het bruto nationaal product volgt. Daarenboven besteden bedrijven niet-dringende drukopdrachten uit aan landen waar de kosten lager liggen. In de grotere economieën wordt het drukplatenverbruik
ondersteund door het verhoogde gebruik van kleuren en de trend om meer lokale edities van kranten en magazines uit te geven. Het segment van het informatiedrukwerk verandert aan hoog tempo. Terwijl drukkers in bepaalde opkomende landen nog aan het omschakelen zijn van computer-to-film-technologie (CtF) naar computer-to-plate (CtP), beginnen digitale drukpersen hun weg te vinden naar de commerciële drukkerijen in de ontwikkelde landen. Tezelfdertijd passen kranten- en magazine-uitgevers hun inhoud aan aan de verwachtingen van de gebruikers van digitale
toestellen, zoals smartphones en tablets. Ondanks de toenemende concurrentie van de digitale druktechnologieën en de digitale media, zal offset nog jaren de dominante technologie voor informatiedrukwerk blijven. Drukkerijen blijven investeren in nieuwe conventionele offsetmachines om hun productiecapaciteit efficiënter te maken en om een hoger rendement op de investering te verkrijgen. Offset is nog steeds de technologie bij uitstek voor het produceren van grote volumes informatiedrukwerk door de hoge kosten en de beperkte mogelijkheden van de huidige generatie digitale drukalternatieven.
In de industrietak die zich toelegt op het drukken van borden en displays (sign & display) staan de traditionele druktechnologieën onder druk van de grootformaat-inkjettechnologie. Nieuwe drukkerijen in dat segment beginnen meteen digitaal te drukken en bestaande drukkerijen installeren geavanceerde digitale systemen als aanvulling op of ter vervanging van hun traditionele systemen. De nieuwe technologieën helpen hen bij het verhogen van hun efficiëntie en bij het uitbreiden van hun dienstenaanbod aan hun klanten. Het wordt algemeen aangenomen dat inkjet de strijd gewonnen heeft om voor het grootse deel van de industrie de technologie bij uitstek te worden. Hoewel elektronische billboards ook aan belang winnen, is Agfa Graphics ervan overtuigd dat de grootformaat-inkjettechnologie de komende jaren gestaag zal blijven groeien. Verwacht wordt dat het offensief van de innovatieve inkjettechnologieën nog sterker zal zijn voor de nieuwe industriële druktoepassingen. Glaswerk, meubilair, vloertegels, gordijnen, verpakking en labels kunnen immers niet door digitale alternatieven vervangen worden. Bovendien kan met inkjettechnologie sneller en meer flexibel gewerkt worden.
Om succesvol te zijn in de uitdagende grafische industrie heeft Agfa Graphics een duidelijke strategie uitgewerkt, gebaseerd op drie pijlers: innovatie, groei en kostenefficiëntie.
Agfa Graphics investeert voortdurend in de verbetering en uitbreiding van zijn innovatieve productaanbod en zijn technologische positie in drukvoorbereiding en inkjet.
Op het vlak van de drukvoorbereiding zijn de innovaties gericht op het ECO³-kader: ECOlogie, kostenefficiëntie (ECOnomy) en extra gebruiksgemak (Extra COnvenience). De businessgroep investeert in efficiënte en krachtige oplossingen die klanten in staat stellen om hun concurrentiekracht te verhogen, om rendabele groei te realiseren en om de ecologische voetafdruk van hun drukkerij te verkleinen.
Op het vlak van inkjet investeert Agfa Graphics in de uitbreiding en verbetering van zijn brede gamma veelzijdige, ultrasnelle en kwaliteitsvolle grootformaatsystemen en in zijn uitgebreid aanbod aan inkten voor industriële inkjettoepassingen. Het ontwikkelen van kwaliteitsvolle, doch betaalbare inkjetsystemen en -producten is de boodschap.
Agfa Graphics is ervan overtuigd dat de markt van de drukvoorbereiding de komende jaren nieuwe consolidatiegolven zal ondergaan. Als één van de marktleiders in CtP-drukplaten wil Agfa Graphics de drijvende kracht achter de consolidatie zijn en zijn aandeel in deze onder druk staande markt verder uitbreiden. Agfa Graphics verwacht ook voor de markt van de grootformaatinkjetsystemen een soortgelijke consolidatiedynamiek. Daarom wil het zijn marktaandeel in dit segment uitbreiden. Agfa Graphics heeft de ambitie om met zijn grootformaatsystemen een van de drie grootste spelers te worden in de op UV-inkjet gebaseerde sign & display-markt. Voorts wil de businessgroep een stevige positie opbouwen met de digitale drukinkten voor industriële toepassingen.
Met recht en reden eisen klanten de hoogste kwaliteit aan concurrerende prijzen. Daarom is kostenefficiëntie een van de belangrijkste aandachtspunten van Agfa Graphics. Er gaat veel aandacht naar structurele hervormingen op operationeel vlak, in de supply chain en in de distributie. De businessgroep past de operationele structuur voortdurend aan de evolutie in de markten aan.
Zorgaanbieders streven voortdurend naar hogere kwaliteit, snellere service en meer tevreden patiënten. Tegelijkertijd worden ze echter door verschillende maatschappelijke trends onder druk gezet om de kosten te drukken. Hoewel een aantal overheden snoeien in de budgetten voor gezondheidszorg, wordt algemeen erkend dat digitalisering en IT noodzakelijk zijn om een evenwicht te bewerkstelligen tussen de kwaliteit van de zorgverlening, de veiligheid van de patiënt en de kostenefficiëntie.
Een belangrijke drijfveer voor de transformatie van de gezondheidszorg is de evolutie van de wereldbevolking. Volgens voorspellingen van de Verenigde Naties zou de wereldbevolking tegen 2050 tot 9,7 miljard kunnen aangroeien. Voorts wordt verwacht dat het percentage 60-plussers tegen 2050 zou kunnen groeien van ongeveer 24% vandaag tot ongeveer 33% in de ontwikkelde landen en van ongeveer 10% tot ongeveer 20% in minder ontwikkelde landen. Aangezien de behoefte aan gezondheidszorg sterk verbonden is met leeftijd, zet deze evolutie overal ter wereld de zorgsystemen onder druk. Ze maakt duidelijk dat een verhoging van de productiviteit noodzakelijk is om de groeiende patiëntenstroom op een kostenefficiënte manier te kunnen beheren.
Verbonden met de veroudering van de bevolking en met de dramatische verandering in de levensstijl van de mensen is de snelle ontwikkeling van chronische ziekten. Dit zorgt ervoor dat de focus verschuift van de curatieve geneeskunde naar de preventieve geneeskunde en dat het aantal diagnostische beeldvormingsprocedures toeneemt. Zich bewust van de noodzaak om oplossingen te vinden die kwaliteit met kostenefficiëntie combineren, promoten regeringen en lokale overheden de introductie van digitale technologieën, IT, e-health-systemen en geïntegreerde zorgsystemen. Dit geldt niet enkel voor de Westerse wereld, maar ook voor de opkomende markten met sterke economische groeicijfers.
IT-systemen die alle relevante gegevens over de patiënt bundelen, ze op een gestructureerde manier aan het medisch personeel bezorgen en de medische besluitvormingsprocessen ondersteunen zijn een hoeksteen van de hedendaagse zorgverstrekking geworden.
Agfa HealthCare streeft ernaar om zijn gunstige uitgangspositie in de radiologieafdelingen te gebruiken om bestaande en nieuwe klanten bij te staan bij hun omschakeling naar ultramoderne digitale radiografie- en IT-systemen. Agfa HealthCare blijft investeren in de verdere uitbreiding van zijn brede gamma digitale radiografiesystemen om te kunnen voldoen aan de behoeftes van alle zorgaanbieders, van onafhankelijke beeldvormingscentra en kleine ziekenhuizen in opkomende landen tot toonaangevende universitaire ziekenhuizen met meerdere beeldvormingsafdelingen. Met zijn systemen en met zijn ondersteuning en services wil Agfa HealthCare elke zorgorganisatie de kans geven om de overstap naar digitale beeldvorming te maken. Met zijn toonaangevende en kostenefficiënte systemen voor digitale radiografie en efficiëntieverhogende software helpt Agfa-HealthCare zijn klanten om hun medische beeldvorming betaalbaar te houden.
Het is Agfa HealthCare's ambitie om de voorkeurspartner te zijn voor alle types van klanten, van kleine ziekenhuizen die een digitale workflow willen installeren in hun radiologieafdelingen tot grote regionale ziekenhuisnetwerken die de productiviteit in al hun vestigingen willen verhogen. De businessgroep streeft ernaar om alle klanten actief te ondersteunen bij het beheer van hun digitale beeldvormingsworkflow. Voorts ontwikkelt Agfa HealthCare oplossingen die – ongeacht de leverancier – medische beelden integreren in het Electronic Health Record (EHR), wat zorgt voor een efficiëntere samenwerking over de medische disciplines heen, voor een snellere diagnose en uiteindelijk voor een betere patiëntenzorg.
Met zijn Hospital Information en Clinical Information Systems (HIS/CIS) en zijn systemen voor ziekenhuisbreed documentbeheer (Enterprise Content Management – ECM) helpt Agfa HealthCare ziekenhuizen bij het beheer van hun administratieve, financiële en klinische workflow. Voor Healthcare Information Solutions is Agfa HealthCare's strategie tweeledig. Enerzijds zal Agfa HealthCare zijn systemen verder uitbouwen met klinische functionaliteiten en mobiele workflows om zelfs de meest veeleisende klanten te geven wat ze verlangen. Anderzijds streeft de businessgroep ernaar om haar positie in haar huidige markten te consolideren en om haar systemen geleidelijk in bijkomende landen te introduceren. De overname van de TIP-groep in januari 2016 geeft Agfa HealthCare toegang tot de expertise van deze specialist in Business Intelligence voor ziekenhuizen. De oplossingen van TIP zullen het wereldwijde portfolio van Agfa HealthCare op een zinvolle manier uitbreiden.
Om een antwoord te bieden op de belangrijke demografische uitdagingen in de moderne maatschappij en om de gezondheidszorg duurzaam te houden, streeft Agfa HealthCare ernaar een belangrijke rol te spelen in de opkomst van geïntegreerde zorgsystemen. Deze systemen integreren alle zorgaanbieders, overheidsdiensten en ziekenfondsen, patiënten en andere betrokkenen van hele regio's en landen in een virtueel netwerk. Ze verzamelen en analyseren data van alle betrokkenen om mogelijke zorggerelateerde complicaties – zoals onder- en overcapaciteit in ziekenhuizen en medische fouten – te voorspellen en te voorkomen. Ze kunnen een belangrijke rol spelen in het beheer van chronische ziektes en ze kunnen het mogelijk maken om gezondheidsproblemen die zich in een populatie ontwikkelen in een vroeg stadium te ontdekken. In de toekomst zullen geïntegreerde zorgsystemen helpen om de gezondheidszorgkosten onder controle te houden, om de efficiëntie van zorgaanbieders te verhogen en om de patiëntenzorg en patiëntentevredenheid te verbeteren.
In januari 2016 toonde Agfa HealthCare zijn ambitie om een drijvende kracht achter de ontwikkeling van geïntegreerde zorgsystemen te worden door de strategische alliantie met het Amerikaanse My Personal Health Record Inc.
Voor de meeste industriële toepassingen worden de klassieke op film gebaseerde technologieën vervangen door digitale alternatieven. Sommige industrietakken evolueren sneller dan andere, maar over het algemeen verloopt de achteruitgang van de filmactiviteiten gestaag. Om de uitdagingen in zijn markten het hoofd te bieden heeft Agfa Specialty Products een duidelijke tweeledige strategie uitgewerkt.
Ten eerste streeft Agfa Specialty Products ernaar om zijn positie in de Classic Film-marktsegmenten te consolideren. Deze segmenten staan nog steeds in voor een groot deel van de periodieke omzet van de businessgroep. Om zijn filmproducten in de krimpende markten te kunnen blijven verkopen, concentreert Agfa Specialty Products zich op kostenefficiëntie en efficiënte productie, zonder daarbij de kwaliteit uit het oog te verliezen. De overblijvende klanten een goed product leveren aan concurrentiële prijzen is cruciaal. Met dit doel voor ogen tekende Agfa Specialty Products met zorgvuldig geselecteerde zakenpartners langetermijnovereenkomsten voor de levering van film en chemicaliën.
Ten tweede investeert Agfa Specialty Products in de creatie en uitbreiding van toekomstgerichte productfamilies op basis van zijn knowhow op het vlak van PET, coating en chemicaliën. De activiteiten op het vlak van Functional Foils en Advanced Coatings & Chemicals genereren geleidelijk een aanzienlijke en rendabele inkomstenstroom ter aanvulling van de periodieke inkomsten van de traditionelere, op film gebaseerde verbruiksgoederen. In deze context blijft de businessgroep investeren in onderzoek en ontwikkeling, marketing en productie.
20 - Agfa-Gevaert l Jaarverslag 2016
Agfa beschouwt innovatie als essentieel voor de realisatie van zijn groeistrategie zoals die in het vorige hoofdstuk van dit rapport beschreven werd. Elk jaar investeert Agfa tussen vijf en zes procent van zijn omzet aan O&O. De laatste jaren ontving de onderneming ook leningen en subsidies van verscheidene internationale en nationale organisaties en overheden ter ondersteuning van de O&O-strategie. Dit gaf Agfa de mogelijkheid om te investeren in een nieuwe O&O-infrastructuur, om nieuwe projecten op te starten en om nieuwe onderzoekers aan te trekken.
04
04
In 2016 ging Agfa Graphics door met het uitbreiden en verbeteren van zijn brede gamma drukvoorbereidings- en inkjetproducten.
Op het vlak van drukvoorbereiding is Agfa Graphics een belangrijke innovator met zijn digitale drukplaattechnologie, apparatuur en software.
De laatste tien jaar verwierf de businessgroep een positie als technologieleider voor chemievrije computer-to-plate-technologie (CtP). Deze technologie verkleint de ecologische voetafdruk van haar gebruikers, terwijl ze ook de efficiëntie en gebruiksvriendelijkheid van hun drukvoorbereidingsactiviteiten vergroot.
In 2016 introduceerde de businessgroep een nieuwe generatie van ecologisch verantwoorde, kostenefficiënte en extra gebruiksvriendelijke CtP-systemen. De nieuwe Energy Elite Ecodrukplaat gaat prat op een ongeëvenaarde oplage voor positieve thermische drukplaten die niet gebakken moeten worden. De drukplaat is zowel op mechanisch als chemisch vlak compatibel met de hedendaagse behoeftes voor zowel vellenoffset als heatsetrotatieoffset. Dankzij de combinatie met de Arkana-verwerkingsunit kunnen drukkers hun afvalvolume met 50% terugdringen en het gebruik van spoelwater volledig uitbannen.
Aan de familie van thermische CtP-systemen werden twee nieuwe plaatbelichters toegevoegd: de Avalon N4-30 – die het 4-up-segment vervolledigde – en de Avalon N8-90 die hoge beeldkwaliteit en productiviteit biedt. Voorts werd een nieuwe grootformaatversie van de chemievrije Azura-offsetdrukplaat geïntroduceerd. Deze plaat wordt gecombineerd met de nieuwe clean-out unit Azura CX150. De gereputeerde Apogee-workflowsoftware kreeg een nieuwe update in 2016. Bovendien begonnen een aantal drukkerijen deze software in de cloud te gebruiken. Deze software in de cloud is steeds up-to-date en hij maakt investeringen in hardware overbodig.
Met de introductie van PrintSphere geeft Agfa Graphics aanbieders van drukwerkdiensten nu de mogelijkheid om het versturen en ontvangen van files op een gestandaardiseerde manier te laten verlopen. PrintSphere doet tevens dienst als dashboard voor de klant en voor het beheren van taken. Bovendien voegt het nieuwe niveaus van automatisering toe aan alle bestaande workflowoplossingen van Agfa Graphics.
In het krantensegment introduceerde Agfa Graphics een palletlader voor de geavanceerde geautomatiseerde Advantage-plaatbelichters.
De Advantage N-PL kan ononderbroken tot 3.100 drukplaten belichten met een snelheid van 400 platen per uur. Daarmee brengt hij de productiviteit en de automatisering naar een hoger niveau. De Advantage N Essentialsreeks brengt de essentie van CtP-technologie, maar wel met gelijkwaardige gebruiksvriendelijkheid en betrouwbaarheid.
Nog in 2016 werd een nieuwe versie van de Arkitex Production-software gelanceerd, met nieuwe mogelijkheden op het vlak van workflowbeheer.
Agfa Graphics is ook een vernieuwer in de markt van het veiligheidsdrukwerk. In 2016 introduceerde de businessgroep Arziro Design, een plugin voor Adobe Illustrator waarmee fraudebestendige verpakkingen en labels, tickets, postzegels, bankkaarten, certificaten en diploma's ontworpen kunnen worden. Ook nieuw is Arziro Authenticate, een unieke en krachtige hybride authenticatie- en track & trace-oplossing. De Arziro Production-software maakt de beveiligingscirkel rond.
Voor het midden- en het hogere segment van de sign & displaymarkt ging Agfa Graphics door met de ontwikkeling van zijn Jetiprinterplatform. In 2016 bracht het een versie met ¾-automatisering van de hybride Jeti Tauro. Deze versie beschikt onder meer over een automatische platenlader en -losser. Op ISA (april, Orlando, VS) werd een Jeti Mira gedemonstreerd met een aansluitbaar rol-oprolsysteem, wat leidt tot minder afval en een grotere precisie. Tegen het einde van het jaar kreeg de Jeti Mira-vlakbedprinter een upgrade door de toevoeging van LED UV-droogtechnologie en geavanceerde 3D-lenstechnologie en door integratie met PrintSphere via de Asanti-software.
Agfa Graphics introduceerde de LED UV-droogtechnologie geleidelijk in het gamma Anapurna-printers voor het middensegment van de markt. LED UV-droging biedt een alternatief voor kwiklampen. Deze technologie geeft drukkers de mogelijkheid om op een grotere verscheidenheid aan media te drukken, te besparen op energie, de uptime van het systeem te verhogen en de bedrijfskosten te drukken. Nieuwe aanvullingen op het gamma waren de Anapurna H3200i LED, de Anapurna FB2540i LED-vlakbedprinter en de Anapurna RTR3200i LED-rol-op-rolprinter.
De nieuwe Acorta 2120 HD-machine vervolledigde het gamma Acorta-snijplotters. De nieuwe machine is bedoeld voor erg dikke materialen met een grote dichtheid. De Acorta-plotters helpen sign & display-drukkers om van bedrukte stijve en flexibele materialen onder meer afgewerkte decoratieproducten, verpakkingen en banners te maken.
Agfa Graphics' voor inkjet ontwikkelde Asanti-software stuurt een groeiend aantal grootformaatprinters aan. In 2016 kreeg de web-toprint software Asanti StoreFront een nieuwe upgrade.
Voorts lanceerde Agfa Graphics een aantal nieuwe UV-inkten voor zijn Jeti- en Anapurna-druksystemen, alsook nieuwe inkjetmedia.
In het industriële inkjetsegment, bouwde Agfa Graphics zijn rol als partner voor integratie van druksystemen in productieprocessen verder uit. In dit segment van de markt zijn Agfa Graphics' troeven de ontwikkeling van UV-inkjetinkten voor specifieke toepassingen en de diepgaande kennis op het vlak van de integratie van alle mogelijke elementen (inkten, printkoppen, printers) in een industrieel inkjetdrukproces. Het aantal toepassingen voor industriële inkjet groeit gestaag in een toenemend aantal industrietakken. Voorbeelden zijn vloertegels, decoratie en objecten, maar ook toepassingen in de auto-industrie en farmaceutische toepassingen. Bepaalde toepassingen kunnen bedrukt worden door geavanceerde grootformaatprinters, terwijl voor andere toepassingen drukmachines op maat ontwikkeld moeten worden. Agfa Graphics werkt samen met verscheidene OEM-inkjetintegratoren die druksystemen op maat ontwikkelen op basis van Agfa's inkjetinkten.
Klanten en grafische experts prijzen de producten van Agfa Graphics voor hun productiesnelheid, betrouwbaarheid en drukkwaliteit. In 2016 kreeg Agfa Graphics een EDP Award voor zijn vlakbeddruksysteem Jeti Mira in de categorie 'best wide format flatbed/hybrid printer up to 250 m²/h'. De European Digital Press Association keert deze awards jaarlijks uit voor de beste producten die in de loop van het jaar op de Europese markt kwamen. In september won Agfa Graphics op de SGIA Expo (Las Vegas, VS) voor het tweede jaar op rij drie Product of the Year Awards. De nieuwe Anapurna H3200i LED-printer won in de categorie UV Hybrid, de Jeti Mira-printer in de categorie UV Flatbed en de Jeti Tauro-printer in de categorie UV Hybrid High-Volume Production Class.
Op het eind van het jaar werd Agfa Graphics op de uitreiking van de 'Pini Suppliers of the Year Award' in Brazilië gehuldigd als winnaar in drie categorieën (software voor kleurenmanagement, drukplaten, apparatuur voor drukvoorbereiding). De awards worden uitgereikt aan de meest uitmuntende leveranciers in de drukindustrie.
Agfa HealthCare streeft ernaar om geïntegreerde oplossingen aan te bieden op maat van de klant. De businessgroep investeert voortdurend in de beeldvormings- en IT-systemen om zo de modernisering van de gezondheidszorgsector te sturen. In zijn streven naar meer kwaliteitsvolle, efficiënte en patiëntgerichte zorgprocedures werkt Agfa HealthCare samen met universiteiten, onderzoekcentra, ziekenhuizen en overheden. Een voorbeeld van Agfa HealthCare's innovatiecultuur is zijn onderzoekprogramma EUREKA. Het programma dat in 2011 werd opgestart, heeft als doel het creatieve potentieel van de medewerkers ten volle te benutten. Dit gebeurt door een omgeving te creëren die innovatie mogelijk maakt en die mensen aanzet om hun ideeën te delen. Eén van de doelstellingen van het programma is het aanmoedigen van zowel incrementele als ontwrichtende vernieuwingen die een belangrijke impact op de gezondheidszorg kunnen hebben. EUREKA heeft al heel wat projectvoorstellen opgeleverd. Verscheidene EUREKA-projecten werden al benut in omzetgenererende oplossingen.
Voor medische beeldvorming biedt Agfa HealthCare een compleet gamma traditionele röntgenfilmproducten, hardcopyfilm en -printers en systemen voor computed radiography (CR) en direct radiography (DR). Vandaag bevatten Agfa HealthCare's filmproducten minder zilver dan de producten van de concurrentie. De businessgroep streeft ernaar om het zilvergehalte in de filmproducten nog te verminderen en om deze producten nog milieuvriendelijker en kostenefficiënter te maken.
Voorts investeert Agfa HealthCare in de ontwikkeling van vernieuwende digitale beeldvormingsystemen. In 2016 breidde de businessgroep het innovatieve DR-gamma verder uit met een nieuwe veelzijdige DR 800- (1) röntgenkamer met Dynamic MUSICA-software. Het systeem is geschikt voor radiografie, fluoroscopie en geavanceerde klinische applicaties. Het ondersteunt Agfa HealthCare's rol als waardegericht zorgaanbieder die systemen levert die ervoor zorgen dat elk beeld telt.
De DR 800-kamer wordt geleverd met de ultrasnelle MUSICAbeeldverwerkingsoftware die nu ook bewegende beelden kan verwerken. Naast de verbeterde ruisonderdrukking en de uitstekende helderheidscontrole vermindert Dynamic MUSICA contrastverlies in de beelden. Hierdoor maakt het systeem het in veel gevallen mogelijk om de stralingsdoses te verminderen. (2)
(1) In afwachting van 510(k)-indiening. Niet beschikbaar in de VS en Canada.
Tests met officieel gecertifieerde radiologen wezen uit dat detectors op basis van Cesium Bromide (CR) en Cesium Iodide (DR) in combinatie met de MUSICA-beeldverwerkingsoftware een dosisreductie van 50 tot 60% kunnen leveren in vergelijking met traditionele Barium Fluorobromide CR-systemen. Contacteer Agfa HealthCare voor meer details. (2)
Agfa HealthCare investeert in O&O en werkt samen met academische en zakelijke partners om zijn IT-systemen voor beeldvorming voortdurend te verbeteren.
Bijvoorbeeld: Agfa HealthCare vervoegde het Watson Health-samenwerkingsverband op het vlak van medische beeldvorming. Dit wereldwijde initiatief verenigt meer dan vijftien toonaangevende zorgsystemen, academische medische centra, ambulante aanbieders van radiologiediensten en bedrijven gespecialiseerd in beeldvormingstechnologie. Deze samenwerking rond artificiële intelligentie sluit aan bij Agfa HealthCare's initiatieven op het vlak van Enterprise Imaging, Big Data en Clinical Analytics. De bedoeling is een e-health-platform voor Integrated Care en Population Health Management te creëren. In 2016 werden er opnieuw door de klanten geïnitieerde verbeteringen aan Agfa HealthCare's Enterprise Imagingplatform aangebracht. Deze verbeteringen hebben betrekking op beeldvormingsworkflows voor academische ziekenhuizen, organisaties met meerdere vestigingen, radiologieafdelingen en bijkomende medische specialisaties.
Het Enterprise Imaging-platform werd reeds door ziekenhuizen over de hele wereld omarmd. In november 2015 werd het erkend als het meest aanbevolen Enterprise Imaging-systeem in het rapport 'Trends in Medical Imaging Technology' (1).
In het KLAS-rapport over Enterprise Imaging getuigden klanten van Agfa HealthCare over hun verhoogde tevredenheid met de Enterprise Imagingoplossing van de businessgroep, inclusief het vendor neutral archive (VNA) en de universele viewer. Het KLAS-rapport werd gepubliceerd in december 2016. Het bereik van het Enterprise Imaging-platform werd uitgebreid naar twee nieuwe specialiteiten die een intensief gebruik van medische beelden vereisen: tandheelkunde en oftalmologie. Tandheelkundigen en oftalmologen kunnen dankzij de technologie hun onderzoeken op de hun vertrouwde manier bekijken, terwijl de automatische rangschikking van de beelden tijd bespaart en de efficiëntie verhoogt.
Tot slot evalueert en verbetert Agfa HealthCare voortdurend zijn Healthcare Information Solutions, waaronder zijn Hospital Information System (HIS)/ Clinical Information System (CIS) en zijn documentbeheersystemen. Omdat het aanpassen van deze omvangrijke internationale basissystemen aan de specifieke vereisten van het nationale zorgsysteem van een land grote O&Oinvesteringen vraagt, introduceert Agfa HealthCare zijn deze IT-oplossingen slechts geleidelijk in nieuwe markten.
Agfa HealthCare werd in het door peer60 in november 2015 gepubliceerde rapport 'Trends in Medical Imaging Technology' genoemd als 'Number 1 Enterprise Imaging IT vendor'. Het rapport is gebaseerd op een bevraging bij meer dan 500 zorgaanbieders. Het geeft de inzichten weer van de managementteams van de zorgaanbieders, bestaande uit hoofdradiologen, beeldvormingsdirecteurs, PACS-beheerders, IT-managers, leidinggevenden en anderen. (1)
ID Security Reinvented
Agfa Specialty Products
Alle activiteiten van de Agfa-Gevaert Groep op het vlak van onderzoek en ontwikkeling voor verbruiksgoederen werden gecentraliseerd in het Agfa Materials Technology Center. Op basis van kerncompetenties op het vlak van polyester en coating en van goed omlijnde technologieplatformen ondersteunt het centrum de innovatie en het onderzoek van alle businessgroepen van de Agfa-Gevaert Groep. Via het Agfa-Labs-initiatief kunnen ook derden in een sfeer van open innovatie een beroep doen op de knowhow en de onderzoeksinfrastructuur van het centrum.
Voor Agfa is duurzaamheid een element van de activiteiten dat voor alle belanghebbenden langetermijnwaarde moet creëren. Overal ter wereld investeert de onderneming in afval- en recyclageprogramma's, duurzame energieproductie, duurzame logistiek en in de recyclage van verpakkingen en water.
05
26 - Agfa-Gevaert l Jaarverslag 2016
Als wereldwijd opererende onderneming erkent Agfa de noodzaak om de milieuprestaties constant te verbeteren in de eigen activiteiten, maar ook bij de klant door het aanbieden aan milieuvriendelijke producten en systemen. Deze combinatie geeft Agfa de mogelijkheid om de balans tussen de winstgevendheid enerzijds en de sociale impact en de milieu-impact anderzijds te optimaliseren en dus te streven naar duurzaam ondernemen.
Agfa heeft een lange traditie van goed burgerschap. De onderneming streeft naar rendabele groei, maar hecht tegelijkertijd veel waarde aan de impact van de activiteiten op de omgeving, aan de gezondheid en veiligheid van de medewerkers en aan
de relaties met alle belanghebbenden. Agfa doet dit al vele jaren op vrijwillige basis en in veel gevallen gaat de onderneming verder dan wat de wet oplegt.
Agfa's managers en medewerkers zijn er dan ook vast van overtuigd dat het – met de juiste instelling – niet meer moeite kost om te ondernemen op een verantwoorde, duurzame en transparante manier. Ondernemers die bereid zijn om de platgetreden paden te verlaten, zullen bovendien nieuwe mogelijkheden zien ontstaan.
Agfa's producten zijn ontworpen, ontwikkeld en geproduceerd op een manier die ervoor zorgt dat de productie, de opslag, het transport en het gebruik ervan, evenals het afvalbeheer op het einde van de levenscyclus, een minimale impact op het milieu hebben.
Agfa's algemene beleidslijnen:
Op het vlak van duurzaamheid is Agfa Graphics een voorloper in de grafische industrie. De businessgroep biedt zijn klanten de middelen om het gebruik van chemicaliën te verminderen, om het afvalvolume terug te dringen, om het inkt- en waterverbruik te verminderen en om energie te besparen. Zijn chemievrije drukplaten zijn het perfecte voorbeeld van een milieuvriendelijk product dat echt een verschil maakt.
Agfa Graphics is er trots op de technologieleider en marktleider voor chemievrije drukplaten te zijn. Agfa Graphics' Azura-drukplaat is dan ook al meer dan tien jaar de marktleider. Ze wordt door de gebruikers niet alleen wegens zijn lage impact gewaardeerd, maar ook omdat het een gebruiks- en onderhoudsvriendelijk product is met een zeer stabiel belichtingsproces. Het systeem is niet alleen milieuvriendelijk maar ook duurzaam op verschillende vlakken. In 2016 voegde Agfa Graphics de vanuit mechanisch én chemisch oogpunt robuuste Energy Elite Eco-drukplaat toe aan zijn gamma. Gecombineerd met de Arkana-verwerkingsunit kunnen drukkers met deze drukplaat hun afvalvolume met 50% terugdringen en het gebruik van spoelwater volledig uitbannen.
Met deze nieuwe producten onderstreept Agfa Graphics zijn engagement ten opzichte van duurzame innovatie, gericht op het ECO³-kader: ECOlogie, kostenefficiëntie (ECOnomy) en extra gebruiksgemak (Extra COnvenience). De businessgroep spant zich in om schonere en kostenefficiënte drukvoorbereidingssystemen
te ontwikkelen die eenvoudiger te gebruiken en te onderhouden zijn. Hierbij gaat zowel aandacht naar chemievrije als naar conventionele drukplaatsystemen. Deze systemen stellen klanten in staat om hun concurrentiekracht te verhogen, om rendabele groei te realiseren en om de ecologische voetafdruk van hun drukkerij te verkleinen.
Op het vlak van inkjet ging Agfa Graphics door met het ontwikkelen van UV-inkten. In tegenstelling tot solventinkten bevatten de UV-inkten van Agfa Graphics geen solventen of VOS. Bovendien is er maar weinig energie nodig om UV-inkten te drogen, wat een belangrijk voordeel is ten opzichte van inkten op waterbasis. Bij de selectie van de reactieve monomeren voor zijn UV-inkten houdt Agfa Graphics steeds rekening met de mogelijke gezondheids- en veiligheidsaspecten van deze stoffen. De softwaresystemen van Agfa Graphics zijn krachtige instrumenten voor drukkerijen die efficiëntie, kwaliteit en duurzaamheid hoog in het vaandel dragen. Agfa Graphics ontwikkelt voortdurend nieuwe toevoegingen aan zijn workflowsoftwarepakketten voor commerciële drukkerijen en voor kranten. Deze softwarepakketten bieden commerciële drukkers en krantendrukkers oplossingen die tijd, geld en afval besparen. Dat gebeurt bijvoorbeeld door het gebruik van papieren 'job jackets' overbodig te maken of door het inktverbruik tot 25% te verminderen. Zij stellen drukkers ook in staat om minder droogpoeder te gebruiken en om de opstarttijd voor hun drukpersen te verkorten. Dit zorgt voor een aanzienlijke vermindering van papier- en inktafval. Bovendien zorgen deze toepassingen voor een stabielere afhandeling van de drukopdrachten. Met zijn innovatieve en duurzame oplossingen steunt Agfa Graphics
zijn klanten actief in hun omschakeling naar groenere werkwijzen. In de lente van 2016 werd Agfa Graphics' gesloten kringsysteem voor de levering van drukplaten tot project van het jaar uitgeroepen door de European Logistics Association. Het project 'duurzaamheid door recyclage via een collaboratieve supply chain' kwam tot stand in nauwe samenwerking met Agfa Graphics' aluminiumleveranciers en logistieke partners. Dankzij het project kunnen geselecteerde drukplatenklanten gebruik maken van een gesloten kringsysteem dat het hergebruik van hoogkwalitatief aluminium zonder waardeverlies mogelijk maakt. Deze aanpak garandeert dat het aluminium niet oncontroleerbaar gedowncycled wordt, maar daarentegen zijn intrinsieke waarde zo veel mogelijk behoudt. Het resultaat is een vermindering van de totale koolstofvoetafdruk van drukplaten met 70%. Het project past binnen de doelstellingen van de Europese Commissie om de Europese economische activiteiten steeds meer om te vormen naar een circulair economiemodel.
Met de groeiende wereldbevolking in gedachten investeert de businessgroep Agfa HealthCare voortdurend in de ontwikkeling van beeldvormings- en IT-systemen die helpen om de gezondheidszorg voor de komende generaties betaalbaar en duurzaam te houden. Agfa HealthCare steunt ziekenhuizen actief bij hun inspanningen om vernieuwende beeldvormingsystemen in gebruik te nemen en informatiesystemen te installeren die al hun medische en administratieve afdelingen in één virtueel netwerk verenigen. De digitalisering van de gezondheidszorg brengt niet alleen voordelen op het vlak van efficiëntie en kostenbeheersing. Agfa HealthCare's vernieuwende oplossingen helpen ook om de ecologische voetafdruk van de gezondheidszorg te verkleinen. Ze verminderen bijvoorbeeld het gebruik van verbruiksgoederen en chemicaliën en ze elimineren het transport van gegevens op film en papier tussen afdelingen of vestigingen van een ziekenhuis.
Agfa HealthCare verbindt zich tot het ontwikkelen en vermarkten van producten en oplossingen die minder afval genereren, de röntgenstralingsdoses verminderen en de levensduur van de bestaande gezondheidszorginfrastructuur van ziekenhuizen verlengen.
Doorheen de jaren is Agfa HealthCare geëvolueerd van een aanbieder van röntgenfilm tot een specialist in digitale radiografie en IT voor de gezondheidszorg. Agfa HealthCare steunt zijn klanten actief bij hun overgang van analoge naar digitale radiografie, of van chemisch ontwikkelde film naar 'droge' film, wat eveneens een aanzienlijke vermindering van de röntgenstralingsdosis meebrengt.
Dankzij Agfa HealthCare's beeldverwerkingsoftware kunnen radiologen beschikken over digitale beelden van hoge kwaliteit, geschikt voor diagnose vanaf een computerscherm.
Met zijn Enterprise Imaging-platform biedt Agfa HealthCare radiologie- en cardiologieafdelingen (en andere afdelingen die intensief met beelden werken) de middelen om efficiënt medische beelden van verscheidene beeldvormingsmodaliteiten op te slaan, te beheren en te verdelen.
Zorgorganisaties kunnen eveneens al hun beeldintensieve afdelingen samenbrengen in één digitaal netwerk, zelfs als die afdelingen zich in verschillende vestigingen bevinden. Met de Enterprise Imaging VNA-technologie (VNA staat voor vendor neutral archive) is het zelfs mogelijk om de gegevens van alle beeldintensieve afdelingen van alle zorgorganisaties in een hele regio centraal te bewaren. Dankzij de universele viewer van Agfa HealthCare kunnen zorgaanbieders van de ene organisatie beelden die zijn opgeslagen in het PACS- of VNA-systeem van de andere organisatie bekijken zonder dat de beelden verstuurd moeten worden. Digitale radiografie en geavanceerde IT-systemen voor beeldvorming verminderen het verbruik van natuurlijke rijkdommen en van energie doordat het kopiëren van files en het transport van data op fysieke dragers vermeden wordt.
Agfa HealthCare treedt ook buiten de grenzen van de medische beeldvorming. Met zijn ORBIS Hospital Information System/ Clinical Information System en zijn systeem voor ziekenhuisbreed documentbeheer is de onderneming eveneens actief in de markt voor de ondernemingsbrede IT. Met deze systemen kan Agfa HealthCare medische afdelingen en administratieve afdelingen van ziekenhuizen in één virtueel netwerk verbinden. De ondernemingsbrede IT-systemen geven ziekenhuizen niet alleen de mogelijkheid om de productiviteit op te trekken, de zorgverstrekking te verbeteren en kosten te besparen.
Ze helpen zorgcentra eveneens om hun ecologische voetafdruk te verkleinen door het gebruik van papieren documenten te verminderen en de nood aan opslagruimte te verkleinen.
De businessgroep Agfa Specialty Products streeft ernaar voor zijn uitgebreide portfolio duurzame producten aan te bieden. Wanneer producten ontwikkeld of aangepast worden, zijn duurzaamheid, recycleerbaarheid en herbruikbaarheid steeds belangrijke aandachtspunten. In bepaalde gevallen werkt de businessgroep met verscheidene partners samen aan de ontwikkeling van producten voor milieugerichte industrietakken. Verscheidene producten van de businessgroep worden gebruikt in milieuvriendelijke toepassingen.
Agfa commercialiseert met succes zijn synthetische Synapspapieren voor een groeiend aantal druktoepassingen. Synaps bestaat uit een basis PET-film (polyester) die aan beide kanten gecoat is om een uitstekende bedrukbaarheid te garanderen. Alle productieafval kan gerecycleerd en herbruikt worden.
Voor de markt van de beveiligde smartcards biedt Agfa zijn gamma PETixfilms aan. Hiermee kunnen verscheidene soorten ID-kaarten en documenten geproduceerd worden. Dankzij zijn polyester basis helpt PETix om kaarten betrouwbaarder en robuuster te maken. Het is een milieuvriendelijk alternatief voor PVC-films. PETix verlengt de levensduur van de smartcards en verkleint de ecologische voetafdruk van de kaartproductie.
Agfa Specialty Products verkoopt ook Zirfon Pearl-separatormembranen voor de productie van waterstof. Moderne installaties voor waterstofproductie gebruiken de Zirfon Pearl-membranen om hun efficiëntie en productiviteit te verbeteren. Voortbouwend op zijn kerncompetenties op het vlak van polyestersubstraten en chemische deklagen ontwikkelt Agfa Specialty Products bouwstenen voor toepassingen op het vlak van hernieuwbare energie. Een goed voorbeeld hiervan zijn Agfa's Arzona backsheet foils voor de productie van zonnepanelen.
De Agfa-Gevaert Groep werkt verder aan zijn transformatieproces. Naast de voortzetting van de last man-standing strategie voor filmproducten evolueert de onderneming verder als een internationale speler op het vlak van digitale beeldvorming- en druksystemen en van IT-oplossingen. De belangrijkste doelmarkten zijn de grafische industrie en de sector van de gezondheidszorg.
06
06
Tijdens dit transformatieproces verlaat Agfa steeds meer het vertrouwde terrein van de op film gebaseerde beeldvormingstechnologie en snijdt het nieuwe, snel evoluerende technologiedomeinen aan. Tezelfdertijd evolueert de onderneming van het louter verkopen van verbruiksgoederen naar het aanbieden van totaaloplossingen die apparatuur, diensten en verbruiksgoederen inhouden. Uiteraard heeft dit een sterke impact op de benodigde werknemersprofielen. Innovatie, flexibiliteit, technische en verkoopvaardigheden, marktkennis en ondernemerszin zijn van cruciaal belang.
Innovatie is essentieel voor de ontwikkeling van nieuwe producten en oplossingen. Deze producten en oplossingen introduceren en succesvol nieuwe markten aanboren is onmogelijk zonder afdoende ondernemers- en verkoopvaardigheden. Het betekent ook dat mensen open moeten staan voor mobiliteit en verandering. Verandering is de enige constante. De flexibiliteit van onze organisatie is dan ook cruciaal voor de toekomst.
Agfa's HR-beleid is gericht op de ontwikkeling van een aantal processen gelinkt aan de 'employee life cycle'. Een loopbaan van een werknemer kan men opdelen in verschillende fases met specifieke aandachtspunten. Hierbij denken we aan aanwerving en introductie, competentiemanagement, prestatiemanagement, continue opleiding en ontwikkeling, verloning, beoordelingen van werknemers en uitdiensttreding. Belangrijke aandachtspunten zijn het ontwikkelen van leiderschap en loopbaanbegeleiding. Onze loopbanen moeten immers aangepast blijven aan de veranderende realiteit en veel medewerkers zullen in de toekomst meer loopbaanbewegingen maken dan traditioneel het geval was. Een 'job-fitte' medewerker is dan ook noodzakelijk zodat men blijvend professioneel inzetbaar is.
Verder gaat er veel aandacht naar communicatie, gelijke rechten en veiligheid.
Agfa streeft ernaar om de juiste werknemer in de juiste functie op het juiste moment en de juiste locatie te hebben aan de juiste kost. Met die bedoeling zoekt Agfa constant de juiste balans tussen competenties aantrekken van buiten het bedrijf, intern competenties ontwikkelen en de algemene inzetbaarheid verhogen door werknemers te stimuleren om succesvol van de ene functie naar de andere over te stappen.
Het trainings- en ontwikkelingsprogramma Leading@Agfa werd verder gezet. Het programma is gericht op alle Agfa-managers. Het geeft hun toegang tot tools voor zelfanalyse, pakketten voor zelftraining tot groepstrainingsessies in verband met de verschillende aspecten van leiderschap.
Naast het langlopende 'Global Leadership Program' werd er een Europees Leadership Programma ontwikkeld dat in 2017 start. Ook op lokaal niveau worden diverse talentprogramma's opgezet. Verder komt er meer focus op het ontwikkelen van onze verkoopcompetenties en worden er trainingsprogramma's gelanceerd waar het verkopen gebaseerd op de waarde centraal komt te staan.
Op Agfa's intranet werd het Academy Learning Platform vernieuwd. 'EVOLVE' is de nieuwe naam voor het leerplatform. Het is een portal waar interactieve communicatie over leren en ontwikkelen mogelijk is. Alle medewerkers hebben toegang tot een online trainingscatalogus waar zowel productgerelateerde trainingstools, alsook trainingsprogramma's op het vlak van communicatie, management en klantgerichtheid te vinden zijn. Via deze weg wensen we een nog bredere leeromgeving te cultiveren.
Ten slotte ondersteunt ook het prestatiemanagementproces de verdere ontplooiing van Agfa's medewerkers. Voor elk van hen worden de individuele doelstellingen afgestemd op de algemene doelstellingen van de onderneming. Bovendien wordt de werknemer nauwer betrokken bij het beoordelingsproces. Veel aandacht gaat ook naar het persoonlijke ontwikkelingsplan.
WERKNEMERS PER CORPORATE FUNCTIE
(1) ALGEMEEN & ADMINISTRATIE 15,60% (2) LOGISTIEK & SUPPLY CHAIN 3,28% (3) PRODUCTIE 28,30% (4) ONDERZOEK & ONTWIKKELING 13,91% (5) VERKOOP 14,90% (6) SERVICE 23,98%
(1) CORPORATE CENTERS 0,59% (2) GLOBAL SHARED SERVICES 5,55% (HR, ICS, PURCHASING,...) (3) AGFA GRAPHICS 32,81% (4) AGFA HEALTHCARE 42,81% (5) AGFA SPECIALTY PRODUCTS 18,24%
LATIJNS-AMERIKA
NAFTA
34 - Agfa-Gevaert l Jaarverslag 2016
AANTAL WERKNEMERS EEN TOTAAL VAN 10.737 IN 2016 OF 10.360 VOLTIJDS EQUIVALENTEN
66% VAN ALLE WERKNEMERS VOLGDEN MINSTENS 1 OPLEIDING IN 2016
1.007 MEDEWERKERS VERLIETEN DE ONDERNEMING IN 2016
23,4% 76,6%
PERCENTAGE MANNELIJKE/ VROUWELIJKE MEDEWERKERS
2 - DUITSE 1.836 WERKNEMERS
3 - AMERIKAANSE 1.253 WERKNEMERS
4 - FRANSE 707 WERKNEMERS
AZIË OCEANIË AFRIKA
Jaarverslag van de Raad van Bestuur aan de Aandeelhouders van Agfa-Gevaert NV
07
De Raad van Bestuur van Agfa-Gevaert NV heeft de eer u het gecombineerde jaarverslag over het boekjaar dat eindigde op 31 december 2016, in overeenstemming met de artikels 96 en 119 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen, voor te stellen. Dit jaarverslag bevat een corporate governance verklaring en een remuneratieverslag.
07
AANDEEL IN DE GROEPSOPBRENGSTEN 2016 PER REGIO
De omzet van de Agfa-Gevaert Groep daalde met 4,1% (3,5% exclusief wisselkoerseffecten) tot 2.537 miljoen euro. De omzettrend van de Groep begon te verbeteren tegen het einde van het jaar. In de businessgroep Agfa HealthCare presteerden de HealthCare IT-groeimotoren sterk. Hoewel de businessgroep Agfa Graphics nog steeds geconfronteerd werd met de hevige concurrentiedruk in de offsetmarkten en de zwakke markt in sommige opkomende landen, begon de omzetdaling te vertragen in het laatste kwartaal van het jaar.
In het drukvoorbereidingssegment had de digitale computer-to-platebusiness (CtP) af te rekenen met de hevige concurrentiedruk in de offsetmarkten en de zwakke marktomstandigheden in sommige groeilanden. Weliswaar bleven de duurzame drukplatenoplossingen wereldwijd succes kennen. De analoge computer-to-film-business (CtF) ging verder achteruit. Over het volledige jaar bleef de omzet van het inkjetsegment stabiel. Het orderboek voor deze business begon tegen het einde van het jaar enigszins te verbeteren.
Zonder wisselkoerseffecten bleef de omzet van Agfa HealthCare stabiel dankzij de sterke prestatie in de laatste maanden van het jaar. In het ITsegment presteerden zowel het HealthCare Information Solutions-gamma als het Imaging IT Solutions-gamma goed doorheen het jaar. Als onderdeel van het laatstgenoemde productengamma overtuigde het Enterprise Imaging-platform wereldwijd talrijke zorgverstrekkers.
In het Imaging-segment boekte het Direct Radiography-gamma (DR) een solide omzetgroei. In de eerste kwartalen van het jaar werd de omzet van de hardcopy-business beïnvloed door de maatregelen die in het vierde kwartaal van 2015 werden genomen om het voorraadbeleid op het niveau van de distributeurs in overeenstemming te brengen met de economische toestand in de opkomende markten. De omzettrend voor hardcopy begon zich te stabiliseren in het derde kwartaal, resulterend in een omzetgroei in het vierde kwartaal.
De toekomstgerichte activiteiten Synaps Synthetic Paper en Orgacon Electronic Materials presteerden goed.
2015
2016
Met 49,9% van de omzet blijft Agfa Graphics de grootste businessgroep. Agfa HealthCare zorgt voor 43,0% en Agfa Specialty Products voor 7,1% van de Groepsomzet.
In 2016 werd 40,2% van de Groepsomzet in Europa geboekt (2015: 39,2%). NAFTA stond in voor 26,6% (2015: 26,4%), Azië/Oceanië/Afrika voor 25,7% (2015: 26,4%) en Latijns-Amerika voor 7,5% (2015: 7,9%).
Door gerichte efficiëntieprogramma's en positieve grondstofeffecten in de businessgroep Agfa Graphics kon de Groep de brutowinstmarge met bijna twee procentpunten verbeteren tot 33,8% van de omzet. Dat is het hoogste niveau sinds 2010.
Omdat structurele efficiëntiemaatregelen en positieve grondstofeffecten een tegenwicht vormden voor de concurrentiedrukeffecten kon Agfa Graphics zijn brutowinstmarge aanzienlijk optrekken van 28,3% van de omzet tot 29,8%. De recurrente EBITDA verbeterde van 94,7 miljoen euro (7,0% van de omzet) in 2015 tot 106,5 miljoen euro (8,4% van de omzet). De recurrente EBIT groeide van 65,3 miljoen euro (4,8% van de omzet) tot 79,8 miljoen euro (6,3% van de omzet).
Onder invloed van de structurele efficiëntiemaatregelen en de verbeterde productmix kon Agfa HealthCare de brutowinstmarge met twee procentpunten optrekken van 37,9% van de omzet in 2015 tot 39,9%. De recurrente EBITDA verbeterde sterk van 134,0 miljoen euro (12,2% van de omzet) tot 146,5 miljoen euro (13,4% van de omzet). De recurrente EBIT bedroeg 120,3 miljoen euro (11,0% van de omzet), tegenover 107,4 miljoen euro (9,8% van de omzet) in 2015.
De recurrente EBITDA van Agfa Specialty Products kwam uit op 16,5 miljoen euro (9,2% van de omzet). De recurrente EBIT bedroeg 12,9 miljoen euro (7,2% van de omzet).
Als percentage van de omzet kwamen de verkoop- en algemene beheerskosten uit op 20,1%.
De O&O-kosten bedroegen 141 miljoen euro, of 5,6% van de omzet.
De recurrente EBITDA (de som van Graphics, HealthCare, Specialty Products en het niet-toegewezen deel) verbeterde van 9,1% van de omzet in 2015 tot 10,4%. De recurrente EBIT verbeterde van 6,8% van de omzet tot 8,2%.
De reorganisatiekosten en niet-recurrente resultaten kwamen uit op een kost van 42 miljoen euro, tegenover een kost van 19 miljoen euro in 2015.
Deze kosten hadden vooral betrekking op de geplande sluiting van de drukplatenfabriek in het Italiaanse Vallese, met de beslissing om de markt van de contrastmedia te verlaten, en met een aantal diverse schikkingen. Ongeveer de helft van deze kosten heeft een invloed op de kasstroom.
De nettofinancieringskosten bedroegen 51 miljoen euro tegenover 74 miljoen euro in 2015.
De totale belastingkosten bedroegen 35 miljoen euro, tegenover 16 miljoen euro in het voorgaande jaar. De betaalde winstbelastingen bedroegen 20 miljoen euro.
Als gevolg van de bovenvermelde elementen boekte de Agfa-Gevaert Groep een stevige nettowinst van 80 miljoen euro.
Aan het eind van 2016 bedroegen de totale activa 2.352 miljoen euro, tegenover 2.402 miljoen euro eind 2015.
De voorraden bedroegen 483 miljoen euro (104 dagen), tegenover 512 miljoen euro (102 dagen) in 2015. De handelsvorderingen (min de uitgestelde opbrengsten en vooruitbetalingen) bedroegen 364 miljoen euro (49 dagen), tegenover 374 miljoen euro (50 dagen) in 2015. De handelsschulden kwamen uit op 225 miljoen euro (48 dagen), tegenover 206 miljoen euro (41 dagen).
De netto financiële schuld evolueerde tot een nettocashpositie van 18 miljoen euro. Eind 2015 bedroeg de netto financiële schuld 58 miljoen euro.
In 2016 namen de netto pensioenverplichtingen met uitzondering van de toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement voor de materiële landen toe met 90 miljoen euro. Dit was voornamelijk het gevolg van een lagere discontovoet. Daarenboven werd in 2016 in de Verenigde Staten een eenmalige afwikkeling van pensioenverplichtingen gerealiseerd. Verplichtingen voor een bedrag van 140 miljoen euro werden vereffend door de betaling van een eenmalige premie van 143 miljoen euro uit fondsbeleggingen, wat resulteerde in een afwikkelingsverlies van 3 miljoen euro.
Het eigen vermogen bedroeg 252 miljoen euro, tegenover 268 miljoen euro eind 2015.
De nettokasstromen uit bedrijfsactiviteiten, die ook rekening houden met veranderingen in het werkkapitaal, bedroegen in 2016 142 miljoen euro.
Zoals verwacht heeft de Agfa-Gevaert Groep zijn hoofddoelstelling voor 2016 gehaald: een recurrente EBITDAmarge boven 10% van de omzet. Bovendien stelde Agfa's sterke focus op het genereren van kasstromen de Onderneming in staat om van een netto schuld te evolueren naar een nettocashpositie. Dankzij deze twee verwezenlijkingen kan Agfa nu zijn aandacht richten op de verbetering van de omzetevolutie van de activiteiten. Analoog met zijn aanpak toen de Onderneming zich enkele jaren geleden concentreerde op de verbetering van de brutowinstmarge, heeft Agfa ook nu een aantal omzetprojecten geïnitieerd. Met deze projecten zal Agfa trachten om de achteruitgang van de traditionele activiteiten af te remmen en om het succes van zijn groeimotoren te stimuleren. Het voortdurende succes van de HealthCare IT-business kan hierbij als voorbeeld voor de andere groeiactiviteiten dienen.
Zonder wisselkoerseffecten verbeterde de omzettrend van de Agfa-Gevaert Groep geleidelijk gedurende de voorbije drie jaar. Verwacht wordt dat deze positieve evolutie zich in 2017 zal doorzetten, steunend op de omzetprojecten die momenteel geïmplementeerd worden.
Voorts verwacht de Groep dat ze de recurrente EBITDA-marge dichtbij of boven de 10% van de omzet zal kunnen houden.
De jaarrekening zoals ze zal worden voorgelegd aan de Algemene Vergadering van 9 mei 2017, werd door de Raad van Bestuur aan de waarderingsregels getoetst en in die vorm goedgekeurd.
Aan de Algemene Vergadering zullen de hierna volgende punten in het bijzonder ter goedkeuring worden voorgelegd:
De jaarrekening sluit met een verlies voor het boekjaar 2016 van 38.623.877,46 euro.
De Raad van Bestuur stelt uit de resultatenrekening vast dat de Vennootschap in twee opeenvolgende jaren een verlies heeft geleden. Artikel 96, 6° van het Wetboek van Vennootschappen vereist dat de Raad van Bestuur de waarderingsregels in de veronderstelling van continuïteit verantwoordt. Aangezien echter de continuïteit van een houdstervennootschap, zoals Agfa-Gevaert NV, in hoofdzaak afhankelijk is van deze van de geconsolideerde groep in haar geheel verwijst de Raad van Bestuur naar de netto cashpositie op groepsniveau ten gevolge van een sterke netto operationele kasstroom gerealiseerd tijdens 2016 alsook naar de nog beschikbare (en niet opgenomen) kredietfaciliteiten op balansdatum.
Door onttrekking aan de belastingvrije reserves van 133.332.674,16 euro komt het te bestemmen resultaat op 94.708.796,70 euro (winst).
Er wordt voorgesteld om dit resultaat als volgt toe te wijzen:
Als gevolg van wijzigingen in de boekhoudwetgeving (Koninklijk Besluit van 18 december 2015) worden de uitzonderlijke resultaten niet meer in een afzonderlijke rubriek weergegeven maar worden ze ondergebracht onder de Bedrijfsresultaten of onder de Financiële resultaten. In de vergelijkingscijfers van 2015 werd deze wijziging eveneens doorgevoerd. Een ander gevolg van deze wetgeving is dat vanaf 2016 de O&O investeringen voor 100% worden afgeschreven in het boekjaar waarin de investeringen werden gedaan (in het verleden bedroeg het afschrijvingspercentage 33,33% – pro rata temporis). De impact hiervan bedroeg 8.489.370,00 euro in 2016.
In 2016 realiseerde de vennootschap een omzet van 452,1 miljoen euro. Dit is een daling met 8,5% tegenover de omzet van 2015 (494,0 miljoen euro). Deze daling wordt verklaard door een daling van de prijzen (-0,1%), een volume/mix daling (-8,8%) en een positief wisselkoersverschil (+0,4%).
De bedrijfswinst bedraagt voor 2016 6,6 miljoen euro. Dit is een daling tegenover 2015 met 54,9 miljoen euro. Deze daling wordt veroorzaakt door een daling van de omzet en door hogere kostprijzen.
Het financieel resultaat is 31,4 miljoen euro gunstiger dan in 2015, waardoor het verlies van het boekjaar voor belasting uitkomt op -39,2 miljoen euro (2015: -15,7 miljoen euro).
Na de belastingen op het resultaat (2016: 0,6 miljoen euro, 2015: 0,2 miljoen euro) komt het verlies van het boekjaar op -38,6 miljoen euro (2015: -15,4 miljoen euro). Na onttrekking aan de belastingvrije reserves (133,3 miljoen euro) is het te bestemmen resultaat van het boekjaar 2016 94,7 miljoen euro. Dit is tegenover 2015 (-15,2 miljoen euro) een verbetering met +109,9 miljoen euro.
De vennootschap besteedde in België in 2016 11,1 miljoen euro aan onderzoek en ontwikkeling.
In 2016 is het personeelsaantal van Agfa-Gevaert NV in België met 73 eenheden gedaald tot 2.160 personeelsleden op 31 december 2016. Deze daling is de resultante van de aanwerving van 58 medewerkers, terwijl 131 medewerkers het bedrijf verlieten.
De vaste inrichting van de vennootschap in het Verenigd Koninkrijk boekte in 2016 een verlies van 5,7 miljoen euro.
Agfa Graphics
Agfa Graphics heeft tot doel om de voornaamste leverancier te zijn van geïntegreerde drukvoorbereidingssystemen voor commerciële en krantendrukkerijen en om een toonaangevende leverancier te zijn van digitale systemen voor het drukken van borden en displays en van industrieel drukwerk. Het wil grafische bedrijven in staat stellen om rendabele groei te realiseren en om hun concurrenten voor te blijven. Agfa Graphics levert geïntegreerde systemen die zowel vernieuwend en betrouwbaar als duurzaam en competitief geprijsd zijn. Ze geven klanten de mogelijkheid om zich op een kostenefficiënte manier aan te passen aan de nieuwe eisen van de markt. Het aanbod van Agfa Graphics omvat verbruiksgoederen, apparatuur, software en diensten. Het combineert eigen technologieën en knowhow met die van toonaangevende producenten.
| MILJOEN EURO | 2015 | 2016 | % evolutie |
|---|---|---|---|
| Opbrengsten | 1.358 | 1.267 | -6,7% |
| Recurrente EBITDA (1) | 94,7 | 106,5 | 12,5% |
| % van de omzet | 7,0% | 8,4% | |
| Recurrente EBIT (1) | 65,3 | 79,8 | 22,2% |
| % van de omzet | 4,8% | 6,3% | |
| Resultaten uit bedrijfsactiviteiten | 55,8 | 61,0 | 9,3% |
(1) Voor reorganisatiekosten en niet-recurrente resultaten.
De omzet van Agfa Graphics daalde met 6,7% tot 1.267 miljoen euro, tegenover 1.358 miljoen euro in 2015. De omzetdaling begon te vertragen in het laatste kwartaal van het jaar. In het drukvoorbereidingssegment had de computer-to-platebusiness (CtP) af te rekenen met de hevige concurrentiedruk in de offsetmarkten en de zwakke marktomstandigheden in sommige groeilanden. Weliswaar bleven de duurzame drukplatenoplossingen wereldwijd succes kennen. De analoge computer-to-film-business (CtF) ging verder achteruit. Over het volledige jaar bleef de omzet van het inkjetsegment stabiel. Het orderboek voor deze business begon tegen het einde van het jaar enigszins te verbeteren.
Omdat structurele efficiëntiemaatregelen en positieve grondstofeffecten een tegenwicht vormden voor de concurrentiedrukeffecten kon Agfa Graphics zijn brutowinstmarge aanzienlijk optrekken van 28,3% van de omzet tot 29,8%. De recurrente EBITDA verbeterde van 94,7 miljoen euro (7,0% van de omzet) in 2015 tot 106,5 miljoen euro (8,4% van de omzet). De recurrente EBIT groeide van 65,3 miljoen euro (4,8% van de omzet) tot 79,8 miljoen euro (6,3% van de omzet).
Agfa Graphics is een toonaangevende leverancier van geïntegreerde drukvoorbereidingssystemen en geavanceerde inkjetsystemen. Overal ter wereld vertrouwen professionele drukkers en uitgevers op de ervaring en uitmuntende technologie van de businessgroep.
De term drukvoorbereiding duidt op de processen voorafgaand aan het eigenlijke drukproces. De drukvoorbereidingsactiviteiten beginnen nadat de beslissingen over de layout van het drukwerk genomen zijn en eindigen waar het eigenlijke drukken start. Tijdens deze voorbereidende fases worden teksten en beelden bijeengebracht in een layout, wordt de kwaliteit van kleuren gecontroleerd, worden bladzijden op de juiste plaats gezet en worden digitale drukproeven gemaakt. Na goedkeuring worden deze pagina's klaargemaakt voor het drukproces. Bij offsetdruk worden ze belicht op een drukplaat. Dit gebeurt rechtstreeks met computer-to-plate-technologie (CtP), of via het tussenmedium film, met computer-to-film-technologie (CtF). Hierna wordt de belichte drukplaat op de drukpers gemonteerd. Drukkers vertrouwen op Agfa Graphics' apparatuur, verbruiksgoederen (zoals grafische film en drukplaten), software en diensten voor bijna elke stap in het voorbereidende proces. De softwarepakketten van de businessgroep bevatten workflowsoftware, op de cloud gebaseerde web-to-print-oplossingen, technologie voor het maken van digitale drukproeven en voor het rasteren van bestanden, alsook tools die zorgen voor consistentie in kleur en kwaliteit. Software is een sleutelonderdeel van de totale oplossing die aan de drukkers wordt aangeboden. De softwaresystemen automatiseren het drukvoorbereidingsproces, garanderen een betere kwaliteit en verhogen de kostenefficiëntie. Hoewel Agfa Graphics' drukvoorbereidingssystemen vooral gericht zijn op het informatiedruksegment van de grafische industrie, levert de businessgroep ook drukvoorbereidingstechnologie aan klanten die gespecialiseerd zijn in offset- en flexodruk voor verpakkingstoepassingen.
Agfa Graphics' drukvoorbereidingstechnologie wordt door meer dan 100.000 commerciële drukkerijen gebruikt. Bovendien wordt wereldwijd de helft van de kranten geproduceerd met technologie van Agfa Graphics. De businessgroep levert wereldwijd bijna een derde van alle digitale drukplaten. Het is een marktleider op het vlak van milieuvriendelijke chemievrije drukplaten. Voorts is Agfa Graphics een van de weinige nog overgebleven leveranciers van CtF-film.
De meeste mensen associëren de term 'inkjet' met de printers die ze dagelijks thuis en op kantoor gebruiken. Dat is echter niet de doelmarkt van Agfa Graphics. De businessgroep levert ultramoderne grootformaatinkjetmachines, UV-inkten en media. Drukkers van borden en displays en klanten gespecialiseerd in industriële druktoepassingen gebruiken de oplossingen van Agfa Graphics om te drukken op verschillende substraten voor een steeds groeiende verscheidenheid aan toepassingen, zoals borden, posters en displays, promotiemateriaal, verpakking en decoratie. Inkjet is nu het belangrijkste alternatief voor zeefdruk- en flexodruktechnologie. Voor het drukken van borden, displays en bepaalde decoratieve toepassingen kan grootformaat-inkjet zelfs oplossingen bieden die geen conventioneel alternatief hebben.
Ook in 2016 konden Agfa Graphics' vernieuwende drukvoorbereidings- en inkjetsystemen opnieuw talrijke nieuwe klanten over de hele wereld overtuigen.
In het commerciële druksegment kon Agfa Graphics zijn positie als technologie- en marktleider voor chemievrije computerto-plate-technologie (CtP) bevestigen. Om hun ecologische voetafdruk te verkleinen, bestellen klanten vaak volledige drukvoorbereidingssystemen van Agfa Graphics, bestaande uit ultramoderne Avalon-plaatbelichters, Apogee-software en verbruiksgoederen. Een centrale plaats in deze oplossingen is weggelegd voor het Azura-gamma van chemievrije drukplaten. Voorts bleef Agfa Graphics ook op het vlak van workflowsoftware zijn klantenbestand uitbreiden. Op het einde van het jaar waren in commerciële drukkerijen over de hele wereld meer dan 8.000 Apogee-systemen geïnstalleerd.
In dit marktsegment werd een van de belangrijkste contracten voor apparatuur en drukplaten in 2016 getekend met MM Graphia Bielefeld, een onderdeel van Mayr Melnhof Packaging (MMP). MMP is een van de belangrijkste spelers in de Duitse verpakkingsindustrie. Andere opvallende contracten voor commerciële drukvoorbereiding werden getekend met onder meer Cambrian Printers en MPC Print Solutions (beide in het VK), Primus International en DS Smith (beide in Duitsland), STI Group (Duitsland en Hongarije), Hifi Color (Slovenië), Congregação Santissimo Redentor (Brazilië) en Ajusco (Mexico).
Net als commerciële drukkerijen investeren ook drukkers in het krantensegment in milieuvriendelijke drukvoorbereidingstechnologie. Chemievrije CtP-systemen stellen hen in staat om hun impact op het milieu te verkleinen, maar ook om efficiënter te werken en om hun kosten te drukken. Net zoals in het commerciële segment geeft Agfa Graphics de toon aan. Sinds de introductie van de N94-VCFdrukplaat in 2011 is al meer dan 70% van Agfa Graphics' klanten in het krantensegment overgestapt op chemievrije technologie. Agfa Graphics is ook wereldleider op het vlak van workflowsoftware voor de automatisering van de productie van gedrukte kranten. Uitgevers kunnen deze Arkitex-workflowsystemen ter plekke in de drukvoorbereidingsafdeling bedienen, maar Agfa Graphics biedt ze ook aan als 'cloud'-oplossing.
Een van de meest uitgebreide krantencontracten van 2016 werd getekend met Johnston Press, een van de grootste lokale en regionale multimediaorganisaties in het VK. Het zeven jaar geldende contract regelt een volledige upgrade van de drukvoorbereidingsinstallaties in drie drukkerijen. Nog in het VK vernieuwde de Financial Times zijn contract met Agfa Graphics. De overeenkomst heeft betrekking op 21 vestigingen over de hele wereld en houdt onder meer een migratie naar Agfa Graphics' Arkitex Production-workflowsysteem in. Andere belangrijke krantencontracten werden getekend met onder meer Funke Mediengruppe (Duitsland), Mediaprint (Oostenrijk), the Korea Economic Daily (Korea), Asahi (Japan) en Petit Press (Slovakije).
borden en displays overtuigen van hun uitstekende drukkwaliteit en hoge productiesnelheden. Het Asanti-workflowsysteem – dat de activiteiten stroomlijnt en kleurenconsistentie garandeert – wordt door klanten van Agfa Graphics vaak genoemd als belangrijk voordeel tegenover concurrenten. In het middensegment van de sign & display-markt bleef het aantal geïnstalleerde Anapurna-grootformaatprinters gestaag groeien. Ook de op het midden- en topsegment van de markt gerichte Jeti-printers bleven succesvol. De paradepaardjes van het Jeti-gamma zijn de Jeti Tauro- en Jeti Mira-printers.
Bestaande en nieuwe klanten beslissen vaak om hun printer te combineren met een Acorta snij- en afwerkplotter en met Asanti-workflowsoftware. Op de SGIA EXPO 2016 (Las Vegas, VS) won Agfa Graphics voor het tweede jaar op rij drie Product of the Year Awards. De inkjetmachines die de prijzen wegkaapten waren de splinternieuwe Anapurna H3200i LED met LED UV-droogtechnologie, de Jeti Tauro en de Jeti Mira. Tijdens de vierjaarlijkse vakbeurs drupa (Düsseldorf, Duitsland) vereerde de European Digital Press Association Agfa Graphics met de EDP award in de categorie 'best wide format flatbed/hybrid printer up to 250 m²/h' voor zijn Jeti Mira-printer. Deze awards tonen duidelijk aan dat klanten en industrie-experts de uitstekende drukkwaliteit en de hoge productiesnelheden van Agfa Graphics' ultramoderne apparatuur erkennen. Eind 2016 waren er wereldwijd meer dan 3.000 Anapurna- en Jeti-printers geïnstalleerd.
Naast zijn systemen voor sign & display-klanten levert Agfa Graphics ook een uniek gamma performante UV-inkten voor uiteenlopende industriële toepassingen. Het aantal systeemintegratoren, OEM-klanten en andere producenten die gebruik maken van Agfa Graphics' inkten bleef in 2016 gestaag toenemen.
De Anapurna- en Jeti-grootformaatprinters en de daaraan verbonden inktenportfolio bleven overal ter wereld drukkers van
Agfa HealthCare gebruikt nieuwe technologieën en traditionele kennis om oplossingen te creëren die voldoen aan de steeds evoluerende behoeftes van zorgorganisaties. Zijn systemen voor medische beeldvorming geven zorgverstrekkers nieuwe inzichten. Zijn IT-oplossingen overstijgen de grenzen van individuele ziekenhuizen en vormen regionale netwerken. Agfa HealthCare bouwt voort op zijn grondige kennis over beeldvormingstechnologie en klinische behoeftes om professionals in de zorgsector te voorzien van betaalbare oplossingen.
09
Door hen te steunen bij hun overgang van analoge naar digitale technologie en door alle belanghebbenden in de gezondheidszorgsector naadloos met elkaar te verbinden, helpt Agfa HealthCare zijn klanten om de kwaliteit en de efficiëntie van hun patiëntenzorg te verbeteren. Zo blinkt Agfa HealthCare uit in de zorgsector.
| MILJOEN EURO | 2015 | 2016 | % evolutie | |
|---|---|---|---|---|
| Opbrengsten | 1.099 | 1.090 | -0,8% | |
| Recurrente EBITDA (1) | 134,0 | 146,5 | 9,3% | |
| % van de omzet | 12,2% | 13,4% | ||
| Recurrente EBIT (1) | 107,4 | 120,3 | 12,0% | |
| % van de omzet | 9,8% | 11,0% | ||
| Resultaten uit bedrijfsactiviteiten | 97,5 | 100,6 | 3,2% |
(1) Voor reorganisatiekosten en niet-recurrente resultaten.
Zonder wisselkoerseffecten bleef de omzet van Agfa HealthCare dankzij de sterke prestatie in de laatste maanden van het jaar stabiel op 1.090 miljoen euro.
In het IT-segment presteerden zowel het HealthCare Information Solutions-gamma als het Imaging IT Solutions-gamma goed doorheen het jaar. Als onderdeel van het laatstgenoemde productengamma overtuigde het Enterprise Imaging-platform wereldwijd talrijke zorgverstrekkers.
In het Imaging-segment boekte het Direct Radiography-gamma (DR) een solide omzetgroei. In de eerste kwartalen van het jaar werd de omzet van de hardcopy-business beïnvloed door de maatregelen die in het vierde kwartaal van 2015 werden genomen om het voorraadbeleid op het niveau van de distributeurs in overeenstemming te brengen met de economische toestand in de opkomende markten. De omzettrend begon zich te stabiliseren in het derde kwartaal, resulterend in een omzetgroei voor hardcopy in het vierde kwartaal.
Onder invloed van de structurele efficiëntiemaatregelen en de verbeterde productmix kon Agfa HealthCare de brutowinstmarge met twee procentpunten optrekken van 37,9% van de omzet in 2015 tot 39,9%. De recurrente EBITDA verbeterde sterk van 134,0 miljoen euro (12,2% van de omzet) tot 146,5 miljoen euro (13,4% van de omzet). De recurrente EBIT bedroeg 120,3 miljoen euro (11,0% van de omzet), tegenover 107,4 miljoen euro (9,8% van de omzet) in 2015.
Agfa HealthCare is een wereldwijde leverancier van systemen voor diagnostische beeldvorming en van IT-systemen voor de gezondheidszorg. De businessgroep ondersteunt ziekenhuizen en andere zorgcentra met producten en systemen voor het vastleggen, beheren en verwerken van diagnostische beelden en gegevens, alsook met oplossingen voor het stroomlijnen en beheren van de algemene klinische en administratieve informatie. Over de hele
wereld rekenen clinici op Agfa HealthCare voor steun bij het aanpakken van de uitdagingen van de hedendaagse gezondheidszorg. De activiteiten van de businessgroep Agfa HealthCare zijn georganiseerd in twee divisies: Beeldvorming en IT.
De beeldvormingsdivisie (Imaging) levert traditionele röntgenfilm, hardcopyfilm en -printers, apparatuur voor digitale radiografie en beeldverwerkingssoftware. De oorsprong van Agfa HealthCare ligt in de traditionele beeldvorming, maar in de hedendaagse zorgsector verliest traditionele röntgenfilm snel terrein aan de digitale radiografie. Door de concurrentie van de diagnose op beeldscherm gaat ook de markt voor hardcopyfilm – waarop digitale beelden afgedrukt worden – achteruit in de VS en in West-Europa. In de opkomende markten blijft dit marktsegment echter groeien.
Naast hardcopyfilm levert Agfa HealthCare ook hardcopyprinters. Deze systemen geven clinici de mogelijkheid om digitale beelden af te drukken die gemaakt zijn met radiografieapparatuur en met andere modaliteiten, zoals CT- en MRI-scanners. Agfa HealthCare's gamma geavanceerde printers bevat zowel kwaliteitsvolle tafelmodellen als netwerkprinters voor grote volumes.
In het segment van de digitale radiografie is Agfa HealthCare actief met technologie voor computed radiography (CR) en direct radiography (DR). Doordat het compatibel is met traditionele radiografieapparatuur, biedt CR ziekenhuisafdelingen die intensief met beelden werken een betaalbare instap in de digitale beeldvorming. Deze systemen zetten analoge beelden om in digitale bestanden en bieden afdelingen de kans om hun efficiëntie te verbeteren en om hun capaciteit te verhogen. DR wordt vaak gekozen door ziekenhuisafdelingen die een hogere capaciteit en de onmiddellijke beschikbaarheid van kwaliteitsvolle digitale beelden eisen. Voorts biedt DR de mogelijkheid om de stralingsdosis te verminderen zonder gevolgen voor de beeldkwaliteit. Veel ziekenhuizen combineren CR en DR om tegemoet te komen aan al hun noden op het vlak van röntgenonderzoek. Als technologische leider voor beide vakgebieden is Agfa HealthCare als geen ander in staat om zorgcentra die willen investeren in digitale beeldvorming oplossingen op maat aan te bieden.
Alle CR- en DR-systemen van Agfa HealthCare werken met de MUSICA-beeldverwerkingssoftware en het MUSICA-werkstation voor beeldidentificatie en -acquisitie en kwaliteitscontrole.
Agfa HealthCare is met zijn systemen voor beeldvorming (Imaging IT Solutions) en zorginformatieoplossingen (Healthcare Information Solutions) een toonaangevende speler in de IT-markt voor de gezondheidszorg. De businessgroep biedt zorgorganisaties de instrumenten om de algemene efficiëntie en de kwaliteit van de patïentenzorg te verbeteren. Het ultieme doel is alle betrokken partijen in de wereld van de gezondheidszorg naadloos met elkaar te verbinden. Vandaag is IT verantwoordelijk voor 44% van de omzet van Agfa HealthCare.
Agfa HealthCare's IT-systemen voor beeldvorming (Imaging IT solutions) staan bij zorgaanbieders overal ter wereld bekend voor hun betrouwbaarheid en efficiëntie. Na de introductie van digitale radiografie in de vroege jaren '90, werd Agfa HealthCare een van de eerste ondernemingen die radiologieafdelingen IT-systemen aanbood voor het efficiënt bewaren, beheren, verwerken en verdelen van digitale medische beelden van diverse beeldvormingsmodaliteiten. Deze Picture Archiving and Communication Systems (PACS) zijn vaak gekoppeld aan gespecialiseerde informatiesystemen, zoals Radiology Information Systems (RIS).
Op basis van zijn ervaring op het vlak van radiologie, ontwikkelde Agfa HealthCare een aantal IT-oplossingen voor andere ziekenhuisafdelingen die intensief met medische beelden werken, zoals cardiologie, orthopedie en nucleaire geneeskunde, alsook voor bepaalde gespecialiseerde medische disciplines, zoals vrouwengeneeskunde.
Terwijl PACS- en RIS-systemen oorspronkelijk afdelingsgebonden waren, zoeken zorgorganisaties nu Imaging IT-systemen die ervoor zorgen dat alle medisch relevante beelden hun weg vinden naar het elektronisch gezondheidsdossier (Electronic Health Record) van de patiënt. Agfa HealthCare anticipeerde op deze evolutie met zijn Enterprise Imaging-platform. Deze oplossing creëert voor elke patiënt een echt beeldvormingsdossier met alle medische beelden, in welke afdeling of vestiging die ook gemaakt zijn. Omdat het beelden en de daaraan verbonden gegevens onmiddellijk in het hele ziekenhuis, de zorgorganisatie of zelfs in alle medische centra van een regionaal
netwerk beschikbaar maakt, zorgt het Enterprise Imaging-platform voor een snellere diagnose en een betere patiëntenzorg.
Met zijn IT-systemen voor radiologieafdelingen heeft Agfa HealthCare een zeer sterke positie in Europa en groeit het marktaandeel in de VS, Canada en Latijns-Amerika. Met zijn beeldvormingsystemen die een organisatie of een regio overspannen, heeft Agfa HealthCare wereldwijd een sterke positie.
De grens van de beeldvorming overschrijdend, werpt Agfa HealthCare zich op als een toonaangevende speler in de snel groeiende markt van de ondernemingsbrede IT-systemen. Agfa HealthCare's innovatieve Hospital Information System (HIS)/Clinical Information System (CIS) verbindt medische afdelingen en administratieve ziekenhuisafdelingen in één virtueel netwerk. Het versnelt de diagnose en de behandeling door een onmiddellijke en volledige toegang te bieden tot alle relevante patiëntengegevens – inclusief medische beelden en klinische en administratieve data. Bovendien ondersteunt het de administratie, de facturatie, het inplannen van afspraken
en onderzoeken en de financiële rapportering. Het systeem kan dienen als basis voor een volwaardig elektronisch patiëntendossier (Electronic Patient Record - EPR). Kortom, het is ontwikkeld om zorgorganisaties te helpen om hun productiviteit te verhogen, hun zorgverlening te verbeteren en hun kosten te drukken. Agfa HealthCare's stapsgewijze aanpak biedt zorgorganisaties de mogelijkheid om hun HIS/CIS-oplossingen aan hun eigen tempo in te voeren. De verschillende modules kunnen afzonderlijk geïnstalleerd worden op maat van de wensen van de klant.
Het tweede belangrijke systeem in het ondernemingsbrede IT-aanbod van Agfa HealthCare is het ondernemingsbrede documentbeheersysteem. Het geeft zowel grote als kleine ziekenhuizen en zorgcentra de mogelijkheid om al hun documenten op papier en hun elektronische documenten te integreren, waardoor ze een volledig digitaal archief voor patiëntendossiers kunnen creëren. Het systeem verkleint de behoefte aan fysieke archiveringsruimte, vermindert de tijd die nodig is om dossiers op te vragen en verlaagt de kosten die daarmee verbonden zijn.
In 2016 sloot Agfa HealthCare talrijke spraakmakende contracten met ziekenhuizen en ziekenhuisgroepen overal ter wereld.
Agfa HealthCare bleef het klantenbestand voor zijn toonaangevende digitale radiografiesystemen verder uitbreiden. Aan het einde van het jaar waren over de hele wereld meer dan 55.000 digitale radiografiesystemen geïnstalleerd. Al deze systemen werken met de MUSICA-beeldverwerkingssoftware. Agfa HealthCare levert sinds 1993 systemen voor Computed Radiography (CR) en sinds 2009 ook systemen voor Direct Radiography (DR).
In 2016 bewees Agfa HealthCare zijn technologisch leiderschap op het vlak van DR met het binnenhalen van Frost & Sullivan's 2016 North American Product Leadership Award in Digital Radiography. De onderzoeksgroep gaf als commentaar dat Agfa HealthCare een stevige reputatie opgebouwd heeft op het vlak van service en betrouwbaarheid.
In de VS tekende Agfa HealthCare in de loop van 2016 verscheidene belangrijke DR- en CR-contracten. Zo besliste Kettering Health Network (Ohio) om negen DR-systemen van Agfa HealthCare te
installeren in drie van zijn ziekenhuizen. In het VK installeerde Agfa HealthCare vier Retrofit DR-systemen en twee CR-systemen voor de Bedford Hospital NHS Trust. Andere opvallende beeldvormingscontracten werden getekend met onder meer East Lancashire Hospitals NHS Trust (VK); Sunnybrook Health Sciences Centre en Milton District Hospital (beide in Canada).
In 2016 raakten opnieuw talrijke nieuwe klanten overtuigd van de kwaliteiten van Agfa HealthCare's IT-oplossingen, gaande van grote zorgorganisaties met verscheidene vestigingen en regionale zorgorganisaties tot middelgrote ziekenhuizen en kleine beeldvormingscentra.
Eind 2016 waren de IT-systemen voor beeldvorming van Agfa HealthCare in gebruik in meer dan 3.000 zorgcentra over de hele wereld.
In 2016 ging Agfa HealthCare voort met de succesvolle wereldwijde introductie van zijn innovatieve Enterprise Imaging-platform. Met de oplossing kunnen zorgorganisaties clinici de mogelijkheid geven om alle beeldvormingsgegevens die ze nodig hebben te raadplegen en
te gebruiken, ongeacht de locatie van waaruit deze clinici werken. Momenteel is de oplossing in gebruik in zorgcentra in 24 landen verspreid over Zuid-Amerika, Noord-Amerika, Afrika, Europa en het Midden-Oosten.
In het VK werd een nieuw voor 10 jaar geldend contract getekend met de Shrewsbury and Telford Hospital NHS Trust. De Trust zal zijn Agfa HealthCare PACS (Picture Archiving and Communication System) vervangen door de Enterprise Imaging for Radiology suite van de businessgroep. In Ierland tekende Agfa HealthCare ook een contractuitbreiding met Alliance Medical Ireland voor de installatie van het Enterprise Imaging-platform in zes ziekenhuisvestigingen. Voorbeelden van Amerikaanse zorgorganisaties die het Enterprise Imaging-platform selecteerden zijn Umass Memorial Health Care (de grootste zorgaanbieder in Centraal-Massachusetts), het University of Mississippi Medical Center, Augusta Health en Methodist Healthcare. Met 3.000 bedden in 12 vestigingen is Methodist Healthcare de ziekenhuisorganisatie met de meeste bedden in de VS. Voorts kende de Amerikaanse overheid Agfa HealthCare een DIN-PACS IV-contract toe. De contracttermijn omvat een basisperiode van vijf jaar en een optionele periode van nog eens vijf jaar. Het DIN-PACS IV-contract stelt zorgaanbieders van de Amerikaanse overheid in staat om IT voor diagnostische beeldvorming – inclusief het Enterprise Imaging-platform – en daaraan verbonden technologie aan te kopen. Van alle leveranciers heeft Agfa HealthCare de langste DIN-PACS-relatie met de Amerikaanse overheid. Het is de enige leverancier die de overheid al sinds de start van het programma van dienst is.
Andere belangrijke contracten voor beeldvormings-IT werden getekend met onder meer het VU Medisch Centrum Amsterdam, het Rode Kruis Ziekenhuis en het Zuyderland Medisch Centrum (allen in Nederland).
In het Enterprise Imaging-rapport dat KLAS in december 2016 publiceerde getuigden klanten van Agfa HealthCare over hun verhoogde tevredenheid met de Enterprise Imaging-oplossing van de businessgroep, inclusief het vendor neutral archive (VNA) en de universele viewer. Volgens het rapport "houden mogelijke klanten voor enterprise imaging meer dan ooit rekening met Agfa HealthCare. Agfa HealthCare's oplossing is over het algemeen betrouwbaar, ze biedt degelijke functionaliteiten en bovengemiddelde integratiemogelijkheden."
In 2016 verstevigde Agfa HealthCare zijn leiderspositie in de Europese markt voor zorginformatiesystemen met zijn ORBIS Hospital Information Systems (HIS)/Clinical Information Systems (CIS) en zijn ondernemingsbreed systeem voor het beheer van documenten.
Agfa HealthCare bevestigde de dominante positie van zijn HIS/ CIS-oplossing in de Duitstalige landen van Europa. Samen met Kreiskliniken Esslingen won Agfa HealthCare de GS1 Healthcare Award 2016 voor een project dat met een uniek barcodesysteem zorgt voor een veilige workflow voor medicatietoediening in het ziekenhuis. Het systeem vormt een beveiligde en gesloten ketting die gecontroleerd en gedocumenteerd wordt via Agfa HealthCare's ORBIS-systeem. Kreiskliniken Esslingen is van plan om de workflow in alle ziekenhuisafdelingen in te
In Frankrijk verlengden Agfa HealthCare en Assistance Publique – Hôpitaux de Paris (AP-HP) hun overeenkomst voor vier jaar. Agfa HealthCare zal zijn ORBIS-systeem installeren in alle 39 AP-HP-ziekenhuizen. Het gaat om een van de meest ambitieuze IT-projecten in de Europese gezondheidszorgmarkt.
De eerste ORBIS-overeenkomst in het VK tekende Agfa HealthCare met de Derby Teaching Hospitals NHS Foundation Trust. Derby Teaching Hospitals zal de ORBIS ICU Manager-oplossing installeren. Het systeem stelt de organisatie in staat om het verzamelen van gegevens van monitoren en apparaten in de intensieve zorgafdelingen (intensive care units – ICU) te automatiseren. Door het versnellen van de workflow en het verkleinen van het risico op mogelijke fouten kan het systeem het ziekenhuis helpen om de medische veiligheid, de efficiëntie en de kostenefficiëntie te verbeteren.
Eind 2016 was de ORBIS HIS/CIS-oplossing geïnstalleerd in meer dan 1.350 Europese zorgcentra.
Ook het aantal geïnstalleerde ondernemingsbrede systemen voor documentbeheer bleef groeien, met nieuwe installaties in onder meer Frankrijk, Canada en Brazilië.
10
Agfa
De businessgroep Agfa Specialty Products levert klanten in verschillende industriële markten een breed gamma van zowel klassieke filmproducten als vernieuwende producten. Voor de productie van polymeersubstraten en chemische coatings steunt Agfa Specialty Products op de uitgebreide kennis van de Agfa-Gevaert Groep op het vlak van filmproductie en chemische bereidingen.
10
| MILJOEN EURO | 2015 | 2016 | % evolutie | |
|---|---|---|---|---|
| Opbrengsten | 189 | 180 | -4,8% | |
| Recurrente EBITDA (1) | 16,7 | 16,5 | -1,2% | |
| % van de omzet | 8,8% | 9,2% | ||
| Recurrente EBIT (1) | 12,7 | 12,9 | 1,6% | |
| % van de omzet | 6,7% | 7,2% | ||
| Resultaten uit bedrijfsactiviteiten | 13,3 | 11,2 | -15,8% |
(1) Voor reorganisatiekosten en niet-recurrente resultaten.
De omzet van Agfa Specialty Products daalde met 4,8% tot 180 miljoen euro. De toekomstgerichte activiteiten Synaps Synthetic Paper en Orgacon Electronic Materials presteerden goed.
De recurrente EBITDA van de businessgroep kwam uit op 16,5 miljoen euro (9,2% van de omzet). De recurrente EBIT bedroeg 12,9 miljoen euro (7,2% van de omzet).
De activiteiten van Agfa Specialty Products zijn ondergebracht in de business units Classic Films, Functional Foils en Advanced Coatings & Chemicals. Voorts promoot het Materials Technology Centre een open innovatiecultuur door onderzoeksopdrachten op het vlak van materialen en deklagen uit te voeren voor externe klanten.
Agfa Specialty Products levert traditionele, op film gebaseerde verbruiksgoederen voor beeldvormingsmarkten die niet tot het vakgebied van Agfa Graphics en Agfa HealthCare behoren. In deze markten worden analoge systemen geleidelijk vervangen door digitale alternatieven. In bepaalde segmenten is film echter nog steeds de norm. Film garandeert hoge resoluties, uitstekende beeldkwaliteit en gebruiksgemak, terwijl de omschakeling naar digitale technologieën vaak aanzienlijke investeringen vergt. De activiteiten in deze markten worden als volgt onderverdeeld:
Non-Destructive Testing (NDT): Agfa Specialty Products produceert kwaliteitsvolle röntgenfilm voor niet-destructief materiaalonderzoek. Met de film worden onder meer lasnaden in pijplijnen, stalen structuren en vliegtuigrompen getest. Wanneer Agfa in 2003 zijn NDT-businessgroep aan de General Electric Company (GE) verkocht, tekenden beide partijen een langetermijnovereenkomst
waardoor Agfa röntgenfilm aan GE kon blijven leveren. Agfa treedt nu op als de exclusieve producent van GE's NDT-röntgenfilm en de daarmee verbonden chemicaliën. Door de crisis in de industriële olie- en gasmarkt bleef de vraag naar NDT-film in 2016 verder afnemen.
Aerial Photography: Voor de markt van de luchtfotografie levert Agfa Specialty Products films, chemicaliën, fotopapier en software. Agfa Specialty Products kon in 2016 zijn marktaandeel behouden, maar de omzet daalde door de digitalisering van deze markt.
Microfilm: De microfilm van Agfa Specialty Products staat bekend om zijn hoge gevoeligheid en zijn uitzonderlijke beeldkwaliteit. Door de toenemende digitalisering blijft de traditionele microfilmmarkt krimpen. Agfa Specialty Products ging met Eastman Park Micrographics (EPM) een exclusieve langetermijnovereenkomst aan voor de levering van microfilm. Volgens de overeenkomst produceert Agfa microfilm en daaraan verbonden chemicaliën voor EPM. EPM verdeelt deze producten wereldwijd onder zijn eigen merknaam. Door de digitalisering van de microfilmindustrie daalde de omzet verder in 2016.
Functional Foils groepeert Agfa Specialty Products' activiteiten als producent van gespecialiseerde films voor toepassingen op het vlak van Security, Print en andere industrieën.
Security: Door de groeiende aandacht voor veiligheid en identificatie investeren overheden in hightech elektronische ID-documenten waarvan de authenticiteit snel en efficiënt gecheckt kan worden. Agfa Specialty Products speelt in op de vraag naar fraudebestendige ID-documenten met een gamma van gespecialiseerde films. Hiermee richt het zich op toepassingen met hoge eisen op het vlak van duurzaamheid en veiligheid, zoals persoonlijke ID-documenten en bank- en kredietkaarten. Deze betrouwbare en duurzame kaartmaterialen worden op de markt gebracht onder de merknaam PETix. Ze kunnen gecombineerd worden met geavanceerde personalisatie- en beveiligingstechnieken. In november 2016 kondigden Agfa Specialty Products en LCsys Systèmes Industriels de lancering aan van ABSOLUT-ID, hun oplossing voor de geïntegreerde productie van sterk beveiligde ID-kaarten. Agfa Specialty Products
levert de technologie en de verbruiksgoederen voor het drukken van gepersonaliseerde gegevens, terwijl LCsys bijdraagt met process engineering en de productie van de apparatuur.
Print: Agfa Specialty Products ontwikkelde een gamma synthetische papieren als alternatief voor gelamineerd papier voor toepassingen met hoge eisen op het vlak van duurzaamheid. De papieren worden vermarkt onder de merknaam Synaps. Ze vallen op door hun uitzonderlijk korte droogtijd. Bovendien zijn ze bestand tegen water, scheuren en UV-licht. De Synaps-papieren kunnen bedrukt worden met standaardinkten op offsetdrukpersen en door printers die werken met droge toners. Synaps is geschikt voor een grote verscheidenheid aan toepassingen, zoals labels, displays voor binnen en buiten en hoogstaand commercieel drukwerk. In 2016 ging de businessgroep door met de uitbreiding van het dealernetwerk voor deze business. Zo werd met Paper Merchants Ireland een overeenkomst getekend voor de verdeling van het Synaps-gamma in Ierland. Een gelijkaardige overeenkomst werd getekend met Matset voor de verdeling van Synaps in Turkije. Voortbouwend op de trend van de voorgaande jaren, rapporteerde Agfa Specialty Products in 2016 een sterke omzetgroei voor deze activiteiten.
PET-films voor zonnepanelen: Agfa Specialty Products levert een gamma PET-films aan producenten van onderlagen voor zonnepanelen onder de merknaam Arzona. In 2016 ging Agfa Specialty Products door met de ontwikkeling en commercialisering van backsheet-producten, met als doelmarkt de producenten van fotovoltaïsche modules.
Industrial Foils: Agfa Specialty Products levert sterk gespecialiseerde PET-filmonderlagen, chemische materialen en hightech (half-)fabrikaten aan industriële klanten. Deze materialen kunnen op maat van de wensen van de klant gemaakt worden, bijvoorbeeld voor de productie van beeldvormingsproducten.
Op basis van zijn kerncompetenties in chemische bereidingen en filmdeklagen, ontwikkelt Agfa Specialty Products geavanceerde producten en materialen voor veelbelovende groeimarkten.
Materialen voor gedrukte elektronica: Agfa Specialty
Products is een expert op het vlak van geleidende polymeren die gebruikt worden in antistatische beschermlagen voor films en componenten. Gebaseerd op deze producten, ontwikkelde Agfa zijn Orgacon-gamma van drukinkten, pasta's en emulsies
voor gebruik in elektronische apparaten en in toepassingen als capacitieve sensoren, aanraakschermen en membraanschakelaars. In 2014 introduceerde Agfa Specialty Products zijn vernieuwende nanozilverinkten voor de productie van gedrukte elektronica. Typische toepassingen zijn gedrukte RFID-antennes, maar ze kunnen ook worden gebruikt in sensoren en aanraakschermen. Voortbouwend op de trend van de voorbije jaren, kende de Orgacon-productlijn ook in 2016 een sterke omzetgroei.
Phototooling: Agfa Specialty Products is een belangrijke producent van film voor de productie van gedrukte schakelingen (Printed Circuit Boards – PCB) voor de elektronica-industrie. Elektronicaproducenten gebruiken de film om de extreem fijne geleidende circuits op de gedrukte schakelingen te registreren. Omdat inkjet beschouwd wordt als een veelbelovende technologie voor PCB-productie, richt Agfa Specialty Products zijn O&O-inspanningen op de ontwikkeling van inkjetinkten voor PCB-toepassingen. In 2016 kon Agfa zijn marktaandeel voor film voor gedrukte schakelingen uitbreiden, maar de omzet daalde licht door de digitalisering van de industrie.
Membranen: In samenwerking met de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) ontwikkelde Agfa Specialty Products vlakke membranen voor de productie van waterstof. Zirfon Perl is een kwaliteitsvol en duurzaam membraan voor systemen op basis van alkaline waterelektrolyse.
11
De Raad van Bestuur en het Executive Management van Agfa-Gevaert NV, vertegenwoordigd door de heer Julien De Wilde, Voorzitter van de Raad van Bestuur, de heer Christian Reinaudo, President en Chief Executive Officer, en de heer Kris Hoornaert, Chief Financial Officer, verklaren hierbij dat, voor zover hen bekend,
11
De toelichtingen maken integraal deel uit van de geconsolideerde jaarrekening.
De toelichtingen op bladzijden 62 tot 151 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.
| MILJOEN EURO | Toelichting | 2015 | 2016 |
|---|---|---|---|
| Opbrengsten | 5 | 2.646 | 2.537 |
| Kostprijs van de verkopen | (1.804) | (1.680) | |
| Brutowinst | 842 | 857 | |
| Verkoopkosten | (352) | (344) | |
| Kosten van onderzoek en ontwikkeling | (144) | (141) | |
| Algemene beheerskosten | (170) | (167) | |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 9 | 110 | 98 |
| Overige bedrijfskosten | 10 | (125) | (137) |
| Winst uit bedrijfsactiviteiten | 5 | 161 | 166 |
| Financieringsbaten (-kosten) - netto | (11) | (8) | |
| Financieringsbaten | 11 | 2 | 1 |
| Financieringskosten | 11 | (13) | (9) |
| Overige financieringsbaten (-kosten) - netto | (63) | (43) | |
| Overige financieringsbaten | 11 | 14 | 14 |
| Overige financieringskosten | 11 | (77) | (57) |
| Nettofinancieringslasten | (74) | (51) | |
| Aandeel van de Groep in het netto resultaat van geassocieerde deelnemingen - na winstbelastingen |
15 | - | - |
| Winst (verlies) voor belastingen | 87 | 115 | |
| Winstbelastingen | 12 | (16) | (35) |
| Winst (verlies) over het boekjaar | 71 | 80 | |
| Winst (verlies) toewijsbaar aan: | |||
| Aandeelhouders van de Onderneming | 62 | 70 | |
| Minderheidsbelangen | 9 | 10 | |
| Winst per aandeel (euro) | |||
| Gewone winst per aandeel (euro) | 32 | 0,37 | 0,42 |
| Verwaterde winst per aandeel (euro) | 32 | 0,37 | 0,42 |
De toelichtingen op bladzijden 62 tot 151 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.
| MILJOEN EURO | Toelichting | 2015 | 2016 |
|---|---|---|---|
| Winst (verlies) over het boekjaar | 71 | 80 | |
| Niet-gerealiseerde resultaten, na winstbelastingen | |||
| Niet-gerealiseerde resultaten die geherklasseerd zijn naar de winst- en verliesrekening of in een volgende periode kunnen geherklasseerd worden naar de winst- en verliesrekening: |
|||
| Valutakoersverschillen: | 10 | 37 | |
| Valutakoersverschillen voor buitenlandse activiteiten | 23.9 | 1 | 26 |
| Valutakoersverschillen die zijn overgeboekt naar de winst- en verliesrekening naar aanleiding van de afstoting van een buitenlandse activiteit |
23.6 | 20 | 8 |
| Nettowinst (verlies) op de afdekking van de netto-investering in een buitenlandse activiteit | 23.9 | (11) | 3 |
| Winstbelasting op de nettowinst (verlies) op de afdekking van de netto-investering in een buitenlandse activiteit |
- | - | |
| Kasstroomafdekkingen: | (3) | 15 | |
| Effectief deel van veranderingen in de reële waarde van kasstroomafdekkingen | 7.1.4/7.1.8 | (27) | 5 |
| Nettoverandering in de reële waarde van kasstroomafdekkingen die is overgeboekt naar de winst- en verliesrekening |
7.1.4 | 6 | - |
| Verandering in de reële waarde die is overgeboekt naar de initiële boekwaarde van het ingedekte actief |
7.1.8 | 18 | 10 |
| Winstbelastingen | - | - | |
| Financiële activa beschikbaar voor verkoop: | 3 | (2) | |
| Reële waardeveranderingen van financiële activa beschikbaar voor verkoop | 23.3 | 3 | (2) |
| Winstbelastingen | - | - | |
| Niet-gerealiseerde resultaten die niet geherklasseerd worden naar de winst- en verliesrekening | 64 | (135) | |
| Herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen | 23.5 | 65 | (143) (1) |
| Winstbelastingen op de herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen |
23.5 | (1) | 8 |
| Niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar, na winstbelastingen | 74 | (85) | |
| Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten toewijsbaar aan | 145 | (5) | |
| Aandeelhouders van de Onderneming | 135 | (13) | |
| Minderheidsbelangen | 10 | 8 |
(1) Waarvan (4) miljoen euro betrekking heeft op een schattingswijziging met betrekking tot toegezegdebijdrageregelingen met een gewaarborgd rendement.
Deze voetnoot verwijst naar de Geconsolideerde balans op p. 59.
Gedurende 2016 heeft de Groep het boekhoudkundig beleid consequent toegepast dat ook in voorgaande jaren gold,
met uitzondering van de weergave van de handelsvorderingen, de handelsschulden, de vorderingen uit leaseovereenkomsten en de overige activa.
Vanaf 31 december 2016 presenteert de Groep deze balansposten als vaste activa/langlopende verplichtingen ten belope van het deel dat langer dan 12 maanden na balansdatum
verschuldigd is. Vergelijkende informatie over 2015 werd aangepast aan deze nieuwe voorstellingswijze.
Bovendien heeft de Groep de boekhoudkundige behandeling van de toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement aangepast.
Daardoor steeg de nettoverplichting wegens vergoedingen na uitdiensttreding op 31 december 2016 met 4 miljoen euro,
De toelichtingen op bladzijden 62 tot 151 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.
| MILJOEN EURO | Toelichting | 31 december 2015 | 31 december 2016 |
|---|---|---|---|
| ACTIVA | |||
| Vaste activa | 1.064 | 1.066 | |
| Immateriële activa en goodwill | 13 | 622 | 621 |
| Materiële vaste activa | 14 | 214 | 198 |
| Geassocieerde deelnemingen | 15 | 1 | 6 |
| Financiële activa | 15 | 16 | 10 |
| Handelsvorderingen | 7.2.2 | 6 | 12 |
| Vorderingen uit leaseovereenkomsten | 18 | 49 | 57 |
| Overige activa | 20 | 4 | 13 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 12 | 152 | 149 |
| Vlottende activa | 1.338 | 1.286 | |
| Voorraden | 16 | 512 | 483 |
| Handelsvorderingen | 7.2.2 | 509 | 493 |
| Actuele vorderingen uit winstbelastingen | 12 | 64 | 64 |
| Overige belastingvorderingen | 17 | 26 | 25 |
| Vorderingen uit leaseovereenkomsten | 18 | 33 | 30 |
| Overige vorderingen | 19 | 24 | 13 |
| Overige activa | 20 | 40 | 45 |
| Derivaten | 7 | 2 | 4 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 21 | 123 | 129 |
| Vaste activa aangehouden voor verkoop | 22 | 5 | - |
| TOTAAL ACTIVA | 2.402 | 2.352 | |
| EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | |||
| Eigen vermogen | 23 | 268 | 252 |
| Toewijsbaar aan aandeelhouders van de Onderneming | 228 | 215 | |
| Maatschappelijk kapitaal | 187 | 187 | |
| Uitgiftepremies | 210 | 210 | |
| Ingehouden winsten | 771 | 841 | |
| Reserves | (92) | (79) | |
| Valutakoersverschillen | (7) | 32 | |
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding: herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen |
(841) | (976) | |
| Toewijsbaar aan minderheidsbelangen | 40 | 37 | |
| Langlopende verplichtingen | 1.363 | 1.382 | |
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding | 24 | 1.185 | 1.269 |
| Overige personeelsbeloningen | 24 | 9 | 8 |
| Rentedragende verplichtingen | 25 | 137 | 74 |
| Voorzieningen | 26 | 6 | 4 |
| Handelsschulden | 7 | 4 | 6 |
| Overlopende rekeningen | 1 | 2 | |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 12 | 21 | 19 |
| Kortlopende verplichtingen | 771 | 718 | |
| Rentedragende verplichtingen | 25 | 44 | 37 |
| Voorzieningen | 26 | 81 | 74 |
| Handelsschulden | 7 | 202 | 219 |
| Uitgestelde opbrengsten en vooruitbetalingen | 27 | 141 | 141 |
| Actuele verplichtingen uit winstbelastingen | 12 | 60 | 56 |
| Overige belastingverplichtingen | 17 | 45 | 37 |
| Overige te betalen posten | 28 | 46 | 11 |
| Personeelsbeloningen | 24 | 130 | 132 |
| Overige verplichtingen | 5 | 3 | |
| Derivaten | 7 | 17 | 8 |
| TOTAAL EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | 2.402 | 2.352 |
De toelichtingen op bladzijden 62 tot 151 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.
| TOEWIJSBAAR AAN AANDEELHOUDERS VAN DE ONDERNEMING | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Toelichting | Maatschappelijk kapitaal | Uitgiftepremie | Ingehouden winsten | Eigen aandelen | Reële waarde reserve | Afdekkingsreserve | hoofde van toegezegd- Herwaardering van de nettoverplichting uit pensioenregelingen |
Valutakoersverschillen | TOTAAL | MINDERHEIDSBELANGEN TOEWIJSBAAR AAN |
TOTAAL EIGEN VERMOGEN |
| Balans op 1 januari 2015 | 187 | 210 | 709 | (82) | 1 | (11) | (905) | (16) | 93 | 53 | 146 | |
| Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over de periode | ||||||||||||
| Winst (verlies) over het boekjaar | - | - | 62 | - | - | - | - | - | 62 | 9 | 71 | |
| Niet-gerealiseerde resultaten na winstbelastingen |
23.9 | - | - | - | - | 3 | (3) | 64 | 9 | 73 | 1 | 74 |
| Totaal van gerealiseerde en niet gerealiseerde resultaten over het boekjaar |
- | - | 62 | - | 3 | (3) | 64 | 9 | 135 | 10 | 145 | |
| Transacties met aandeelhouders, rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen | ||||||||||||
| Dividenden | 23.8 | - | - | - | - | - | - | - | - | - | (23) | (23) |
| Totaal van transacties met aandeelhouders, rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen |
- | - | - | - | - | - | - | - | - | (23) | (23) | |
| Balans op 31 december 2015 | 187 | 210 | 771 | (82) | 4 | (14) | (841) | (7) | 228 | 40 | 268 | |
| Balans op 1 januari 2016 | 187 | 210 | 771 | (82) | 4 | (14) | (841) | (7) | 228 | 40 | 268 | |
| Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over de periode | ||||||||||||
| Winst (verlies) over het boekjaar | - | - | 70 | - | - | - | - | - | 70 | 10 | 80 | |
| Niet-gerealiseerde resultaten na winstbelastingen |
23.9 | - | - | - | - | (2) | 15 | (135) (1) | 39 | (83) | (2) | (85) |
| Totaal van gerealiseerde en niet gerealiseerde resultaten over het boekjaar |
- | - | 70 | - | (2) | 15 | (135) | 39 | (13) | 8 | (5) | |
| Transacties met aandeelhouders, rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen | ||||||||||||
| Dividenden | 23.8 | - | - | - | - | - | - | - | - | - | (11) | (11) |
| Totaal van transacties met aandeelhouders, rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen |
- | - | - | - | - | - | - | - | - | (11) | (11) | |
| Balans op 31 december 2016 | 187 | 210 | 841 | (82) | 2 | 1 | (976) | 32 | 215 | 37 | 252 |
(1) Waarvan (4) miljoen euro betrekking heeft op een schattingswijziging met betrekking tot toegezegdebijdrageregelingen met een gewaarborgd rendement.
De toelichtingen op bladzijden 62 tot 151 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.
| MILJOEN EURO | Toelichting | 2015 | 2016 |
|---|---|---|---|
| Winst (verlies) over het boekjaar | 71 | 80 | |
| Aanpassingen voor: | |||
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen | 13/14 | 61 | 72 |
| Wijzigingen in de reële waarde van derivaten | (2) | 2 | |
| Toegekende subsidies | (9) | (8) | |
| Verliezen (winsten) uit de realisatie van vaste activa | 9/10 | (4) | (12) |
| Nettofinancieringslasten | 11 | 74 | 51 |
| Winstbelastingen | 12 | 16 | 35 |
| 207 | 220 | ||
| Wijzigingen in: | |||
| Voorraden | 5 | 34 | |
| Handelsvorderingen | 31 | 25 | |
| Handelsschulden | (27) | (18) | |
| Uitgestelde opbrengsten en ontvangen vooruitbetalingen | 9 | (5) | |
| Overige kortlopende activa en verplichtingen | 10 | (22) | |
| Langlopende voorzieningen | (85) | (70) | |
| Kortlopende voorzieningen | (7) | (2) | |
| Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 143 | 162 | |
| Betaalde belastingen | 6 | (20) | |
| Nettokasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 149 | 142 | |
| Ontvangen rente | 2 | 1 | |
| Ontvangen dividenden | - | - | |
| Ontvangsten uit de verkoop van immateriële activa | 13 | 2 | 2 |
| Ontvangsten uit de verkoop van materiële vaste activa | 14 | 7 | 6 |
| Ontvangsten uit vaste activa aangehouden voor verkoop | - | 14 | |
| Investeringen in immateriële activa | 13 | (2) | (4) |
| Investeringen in materiële vaste activa | 14 | (35) | (40) |
| Ontvangsten uit de leaseportfolio | (5) | (6) | |
| Overnames na aftrek verworven geldmiddelen | 6 | (7) | - |
| Wijzigingen in overige investeringsactiviteiten | 4 | (3) | |
| Nettokasstromen uit investeringsactiviteiten | (34) | (30) | |
| Betaalde rente | (18) | (9) | |
| Betaalde dividenden aan minderheidsbelangen | 23.8 | (25) | (12) |
| Ontvangsten van leningen | 68 | - | |
| Terugbetalingen van leningen | 25.2.1 | (205) | (72) |
| Overige financieringskasstromen | (7) | (15) | |
| Nettokasstromen uit financieringsactiviteiten | (187) | (108) | |
| Nettowijziging in geldmiddelen en kasequivalenten | (72) | 4 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van het jaar | 194 | 122 | |
| Impact van valutakoersverschillen | - | 1 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten per einde boekjaar | 21 | 122 | 127 |
Agfa-Gevaert NV ('de Onderneming') is een onderneming die in België gedomicilieerd is. Het adres van de statutaire zetel van de Onderneming is Septestraat 27, 2640 Mortsel.
De geconsolideerde jaarrekening van de Groep over 2016 omvat de Onderneming en 98 geconsolideerde dochterondernemingen (2015: 101 geconsolideerde dochterondernemingen) waarover de Onderneming zeggenschap uitoefent. Investeringen in dochterondernemingen en investeringen verwerkt volgens de 'equity'-methode worden opgesomd in toelichting 33.
Minderheidsbelangen houden een materieel belang aan in zeven dochterondernemingen gelegen in Groot-China en de ASEAN-regio. De financiële gegevens van minderheidsbelangen worden toegelicht in toelichting 23.8. In Europa zijn er twee dochterondernemingen waarin minderheidsbelangen een aandeel aanhouden dat van ondergeschikt belang is voor de Groep.
De geconsolideerde jaarrekening werd opgemaakt in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) van de International Accounting Standards Board (IASB) zoals aangenomen door de Europese Unie op 31 december 2016.
Volgende nieuwe of herziene standaarden van de International Accounting Standards Board welke van toepassing zijn vanaf 1 januari 2016 werden voor de eerste maal toegepast in de geconsolideerde jaarrekening van dit Jaarlijks Financieel Verslag:
• Verbeteringen aan IFRS 2010-2012 cyclus
In december 2013, publiceerde de IASB een volgende deel van jaarlijkse verbeteringen aan bestaande standaarden, van toepassing op jaarperioden die aanvangen op of
na 1 juli 2014. Deze aanpassingen werden bekrachtigd door de Europese Unie in december 2014, met effectieve datum voor gebruik in de Europese Unie op 1 februari 2015. Het betreft een geheel van aanpassingen aan de verwoordingen van bestaande standaarden en verduidelijkingen. De aanpassingen verduidelijken de voorwaarden die bij voltooiing recht geven op 'op aandelen gebaseerde betalingen (IFRS 2)'; verduidelijken de boekhoudkundige verwerking van voorwaardelijke vergoedingen bij bedrijfscombinaties (IFRS 3); verduidelijken de vereisten om toelichtingen te verschaffen over de door het management gebruikte oordelen in de toepassing van de aggregatiecriteria van operationele segmenten en verduidelijken wanneer reconciliaties van activa en verplichtingen van het segment vereist zijn (IFRS 8); verduidelijken de reële waardebepalingen van kortetermijnvorderingen en -verplichtingen (IFRS 13); verduidelijken de herwaarderingsmethode voor materiële vaste activa en immateriële activa; verduidelijken dat een onderneming die diensten van management op sleutelposities verleent aan de verslaggevende entiteit, aanzien wordt als een verbonden partij (IAS 24).
• Aanpassingen IAS 19 Personeelsbeloningen – Toegezegdpensioenregelingen: werknemersbijdragen
In november 2013 publiceerde de IASB een beperkte aanpassing aan IAS 19 Toegezegdpensioenregelingen: werknemersbijdragen, van toepassing op jaarperioden die aanvangen op of na 1 juli 2014. Deze aanpassingen werden bekrachtigd door de Europese Unie in december 2014, met effectieve datum voor gebruik in de Europese Unie op 1 februari 2015. De aanpassingen behandelen de boekhoudkundige verwerking van door werknemers of door derden gestorte bijdragen aan toegezegdpensioenregelingen, die onafhankelijk zijn van het aantal jaren geleverde dienstprestaties door de werknemer, bijvoorbeeld in het geval de bijdragen een vast percentage zijn van het salaris gedurende de periode van tewerkstelling. Deze bijdragen mogen verwerkt worden als een vermindering van aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten in de periode waarin de prestatie geleverd werd en dienen niet gespreid te worden over de periodes van dienstprestaties.
• Aanpassingen aan IFRS 11 Gezamenlijke Overeenkomsten: Verwerking van de verwerving van een belang in een gezamenlijke bedrijfsactiviteit
In mei 2014 publiceerde de IASB een aanpassing aan IFRS 11 van toepassing op jaarperioden die aanvangen op of na
1 januari 2016. Deze aanpassing werd goedgekeurd voor gebruik in de Europese Unie in november 2015, van toepassing vanaf 1 januari 2016. Deze aanpassing verduidelijkt of dat de verwerving van een belang in een gezamenlijke bedrijfsactiviteit dient verwerkt te worden in overeenstemming met IFRS 3 Bedrijfscombinaties of dat de verwerving dient geboekt te worden als een verwerving van een groep van activa.
• Aanpassingen aan IAS 16 Materiële Vaste Activa en aan IAS 38 Immateriële Activa: Verduidelijking van aanvaardbare methoden voor afschrijvingen In mei 2014 publiceerde de IASB aanpassingen aan bestaande standaarden IAS 16 en IAS 38 van toepassing op jaarperioden die beginnen op of na januari 2016. Deze aanpassing werd goedgekeurd voor gebruik in de Europese Unie in december 2015 van toepassing vanaf 1 januari 2016. Deze aanpassingen verduidelijken dat het niet toegelaten is om een afschrijvingsmethode te gebruiken die gebaseerd is op de opbrengsten die het actief genereert.
• Jaarlijkse Verbeteringen aan IFRS 2012-2014 cyclus In september 2014 publiceerde de IASB een volgende set van jaarlijkse verbeteringen aan IFRS standaarden van toepassing op jaarperioden die beginnen op of na 1 januari 2016. Deze verbeteringen werden goedgekeurd voor gebruik in de Europese Unie in december 2015, van toepassing vanaf 1 januari 2016. Deze set van verbeteringen geven bijkomende richtlijnen bij de standaard IFRS 5 voor gevallen waar een entiteit een actief, aangehouden voor verkoop, herclasseert als actief aangehouden voor uitkering aan houders van eigenvermogensinstrumenten; geven bijkomende richtlijnen betreffende de toelichtingen vereist voor contracten voor dienstverlening; geven richtlijnen bij IAS 19 door te verduidelijken dat de hoogwaardige ondernemingsobligaties die worden gebruikt voor het schatten van de disconteringsvoet dient te worden uitgedrukt in dezelfde valuta als de vergoedingen die zullen uitbetaald worden, en verduidelijken bepaalde begrippen van IAS 34.
• Informatieverschaffing (aanpassingen aan IAS 1) In december 2014 publiceerde de IASB aanpassingen aan IAS 1 Presentatie van de Jaarrekening, van toepassing op jaarperioden die beginnen op of na 1 januari 2016. Deze aanpassingen werden goedgekeurd voor gebruik in de Europese Unie in december 2015, van toepassing vanaf 1 januari 2016. De aanpassingen verduidelijken dat het materialiteitsprincipe van toepassing is op alle delen van de jaarrekening, zelfs indien een standaard afzonderlijke informatieverschaffing vereist. Deze aanpassingen bepalen dat posten van de balans, de winst- en verliesrekening en het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten kunnen samengevoegd of gesplitst worden indien dit relevant is. De aanpassingen geven bijkomende voorbeelden voor het ordenen van de toelichting om te verduidelijken dat begrijpbaarheid en vergelijkbaarheid in beschouwing moeten worden genomen bij de bepaling van de volgorde van de toelichting.
• Beleggingsentiteiten: toepassing van de uitzondering op de consolidatieverplichting (Aanpassingen aan IFRS 10, IFRS 12, IAS 28)
In december 2014 publiceerde de IASB aanpassingen die verduidelijken welke dochterondernemingen dienen geconsolideerd te worden door een beleggingsentiteit en welke dochterondernemingen dienen aangehouden te worden aan reële waarde met waardeveranderingen in winst- en verliesrekening. Deze aanpassingen zijn van toepassing op jaarperioden die beginnen op of na 1 januari 2016. Deze aanpassingen werden goedgekeurd voor toepassing in de Europese Unie in september 2016.
Voornoemde nieuwe of herziene standaarden hebben in 2016 geen wezenlijke invloed gehad op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep.
De Groep heeft niet geopteerd voor een eerdere toepassing van IFRS-standaarden die nog niet van kracht waren in 2016. Meer informatie wordt verschaft in toelichting 4 'Nieuwe standaarden en interpretaties van standaarden gepubliceerd, nog niet van kracht per einde boekjaar'.
De geconsolideerde jaarrekening werd door de Raad van Bestuur voor publicatie vrijgegeven op 23 maart 2017.
De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld op basis van historische kostprijs, met uitzondering van de volgende van materieel belang zijnde balansposten:
De geconsolideerde jaarrekening wordt voorgesteld in euro, wat de functionele munt is van de Onderneming.
Alle financiële informatie is weergegeven in miljoen euro, afgerond naar het dichtstbijzijnde miljoen, tenzij anders aangeduid.
De opmaak van de geconsolideerde jaarrekening in overeenstemming met IFRS vereist een zekere oordeelsvorming door het management en het gebruik van bepaalde schattingen en veronderstellingen. Deze kunnen een belangrijke impact hebben op de voorstelling van de financiële toestand en/of de resultaten van de activiteiten van de Groep.
Schattingswijzigingen worden prospectief verwerkt. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden regelmatig beoordeeld maar kunnen van de actuele waarden afwijken.
De onderwerpen waarbij een hoge mate van oordeelsvorming is vereist of waarbij het gebruik van schattingen en veronderstellingen belangrijk is voor de opmaak van de geconsolideerde jaarrekening worden hierna weergegeven met verwijzing naar de betreffende toelichting waar meer informatie wordt verstrekt.
| Onderwerpen die een hoge mate van oordeelsvorming, schattingen en veronderstellingen vereisen |
Toelichtingen |
|---|---|
| De netto contante waarde van geschatte toekomstige kasstromen die wordt gebruikt bij het toetsen op bijzondere waardeverminderingen. |
Toelichting 13 'Immateriële activa en goodwill' |
| De gebruiksduur van immateriële activa met een beperkte gebruiksduur. | Toelichting 13 'Immateriële activa en goodwill' |
| Het beoordelen van de geschiktheid van de voorzieningen voor lopende of verwachte onderzoeken naar de belastingverplichtingen over voorgaande jaren. |
Toelichting 12 'Winstbelastingen' |
| Het bepalen van de recupereerbaarheid van uitgestelde belastingvorderingen. | Toelichting 12 'Winstbelastingen' |
| De actuariële veronderstellingen die gebruikt worden voor de waardering van toegezegdpensioenregelingen. |
Toelichting 24 'Personeelsbeloningen' |
| Erkenning van de opbrengsten van overeenkomsten waarin meerdere goederen en/of diensten samen worden aangeboden aan de koper ('multiple-element arrangements'). |
Toelichting 27 'Uitgestelde opbrengsten en vooruitbetalingen' |
Bedrijfscombinaties worden verwerkt op basis van de overnamemethode op overnamedatum, zijnde de datum waarop de zeggenschap overgaat naar de Groep. De Groep heeft zeggenschap over een entiteit indien zij op basis van haar betrokkenheid bij de entiteit is blootgesteld aan, dan wel recht heeft op, variabele rendementen en de mogelijkheid heeft die rendementen te beïnvloeden aan de hand van haar zeggenschap over de entiteit.
Goodwill wordt niet afgeschreven maar op bijzondere waardevermindering getoetst, op jaarlijkse basis en telkens er een aanwijzing bestaat dat de kasstroomgenererende eenheid waaraan goodwill werd toegerekend mogelijk een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Het onderzoek van kasstroomgenererende eenheden op bijzondere waardevermindering wordt toegelicht in een daartoe voorziene rubriek van deze grondslagen. Goodwill wordt gewaardeerd tegen kostprijs, verminderd met geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. Voor geassocieerde deelnemingen wordt het bedrag van de goodwill opgenomen in de boekwaarde van de investering.
De goodwill op overnamedatum wordt bepaald als:
Indien het belang van de Groep in de netto reële waarde van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen, de kostprijs van de bedrijfscombinatie overtreft, wordt dit surplus onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen. Voorwaardelijke te betalen vergoedingen worden opgenomen in de balans aan reële waarde op overnamedatum. Wijzigingen aan de reële waarde van voorwaardelijke te betalen vergoedingen, welke in de balans als verplichting zijn opgenomen, worden verwerkt via de winst- en verliesrekening.
Overnamekosten worden onmiddellijk in de winst- en verliesrekening geboekt.
Minderheidsbelangen worden gewaardeerd tegen het proportionele aandeel in de netto-identificeerbare activa van de verworven partij op overnamedatum.
Dochterondernemingen zijn deze entiteiten waarover de Groep zeggenschap uitoefent.
De Groep heeft zeggenschap over een entiteit indien zij op basis van haar betrokkenheid bij de entiteit is blootgesteld aan, dan wel recht heeft op, variabele rendementen en de mogelijkheid heeft die rendementen te beïnvloeden aan de hand van haar zeggenschap over de entiteit. De jaarrekeningen van de dochterondernemingen worden in de consolidatiekring opgenomen vanaf de datum van verwerving tot het einde van de zeggenschap.
Wijzigingen in het eigendomsbelang van een moedermaatschappij in een dochteronderneming die niet tot een verlies van zeggenschap leiden, worden verwerkt als eigenvermogenstransacties (d.w.z. transacties van aandeelhouders in hun hoedanigheid van eigenaar). In dergelijke omstandigheden moeten de boekwaarden van de meerderheids- en minderheidsbelangen worden aangepast om de wijzigingen in hun relatieve belangen in de dochteronderneming weer te geven. Aanpassingen aan minderheidsbelangen, als gevolg van verrichtingen die niet leiden tot een verlies van zeggenschap, zijn gebaseerd op een proportioneel aandeel in het nettoactief van de dochteronderneming. Elk eventueel verschil tussen het bedrag waarmee de minderheidsbelangen worden aangepast en de reële waarde van de ontvangen of betaalde vergoeding, moet rechtstreeks in het eigen vermogen worden verwerkt en aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij worden toegewezen.
Wanneer een moedermaatschappij de zeggenschap over een dochteronderneming verliest, neemt ze op de datum waarop ze de zeggenschap verliest de boekwaarde van de activa en verplichtingen van de dochteronderneming evenals de boekwaarde van minderheidsbelangen in de voormalige dochteronderneming (met inbegrip van aan die minderheidsbelangen toerekenbare componenten van niet-gerealiseerde resultaten) niet langer in de balans op. Elk verschil dat voortvloeit uit een verlies van zeggenschap wordt als een winst of verlies opgenomen. Elke investering die de Groep aanhoudt in de voormalige dochteronderneming wordt opgenomen aan reële waarde op de datum van verlies van zeggenschap. Na eerste opname wordt de investering, afhankelijk van het deelnemingspercentage, verwerkt volgens de 'equity'-methode of als een financieel actief beschikbaar voor verkoop.
Een geassocieerde deelneming is een entiteit waarin de Onderneming invloed van betekenis heeft en die geen dochteronderneming of belang in een joint venture is. Als de Onderneming tussen 20% en 50% van de stemrechten van de deelneming aanhoudt, wordt verondersteld dat de Onderneming invloed van betekenis heeft. Volgens de 'equity'-methode wordt
de investering in een geassocieerde deelneming bij eerste opname gewaardeerd aan de kostprijs.
De kostprijs van de investering omvat transactiekosten. Een investering in een geassocieerde deelneming wordt verwerkt volgens de 'equity'-methode vanaf de datum waarop de investering een geassocieerde deelneming wordt. Bij de verwerving van de investering wordt een eventueel verschil tussen de kostprijs van de investering en het aandeel van de Onderneming in de netto reële waarde van de identificeerbare activa en verplichtingen van de geassocieerde deelneming als volgt verwerkt:
Wanneer er indicatie bestaat om een bijzonder waardeverminderingsverlies met betrekking tot een investering in een geassocieerde deelneming op te nemen, zijn de grondslagen voor financiële verslaggeving met betrekking tot bijzondere waardeverminderingsverliezen van toepassing.
3.1.5.1 Eliminatie van niet-gerealiseerde winsten en verliezen op transacties met geassocieerde deelnemingen
Winsten en verliezen die voortvloeien uit 'upstream'- en 'downstream'-transacties tussen de Onderneming (met inbegrip van zijn geconsolideerde dochterondernemingen) en een geassocieerde deelneming worden alleen in de jaarrekening van de Onderneming geëlimineerd ten belope van het belang van de Onderneming in de geassocieerde deelneming. Een voorbeeld van een 'upstream'-transactie is de verkoop van activa van een geassocieerde deelneming aan de Onderneming.
Een voorbeeld van een 'downstream'-transactie is de verkoop van activa van de Onderneming aan een geassocieerde deelneming.
Vanaf de datum waarop de Onderneming invloed van betekenis over de geassocieerde deelneming verliest, wordt betreffende investering verwerkt conform IAS 39. Bij verlies van invloed van betekenis waardeert de Onderneming de investering in voormalige geassocieerde deelneming aan de reële waarde.
De Onderneming erkent in de winst- en verliesrekening alle verschillen tussen:
Een gezamenlijke overeenkomst is een overeenkomst waarover twee of meerdere partijen gezamenlijk zeggenschap uitoefenen. Gezamenlijke zeggenschap over een overeenkomst bestaat alleen wanneer contractueel is vastgesteld dat beslissingen over relevante activiteiten met unanimiteit van de betrokken partijen kunnen worden genomen. Afhankelijk van de rechten en verplichtingen van de betrokken partijen wordt een gezamenlijke overeenkomst geklasseerd als een activiteit waarover gezamenlijk de zeggenschap wordt uitgeoefend of als een joint venture.
Een activiteit waarover gezamenlijk de zeggenschap wordt uitgeoefend, betreft een overeenkomst waarbij de partijen gezamenlijk rechten hebben op de activa van de overeenkomst en verplichtingen uit hoofde van de schulden van de overeenkomst. De geconsolideerde jaarrekening omvat de activa waarover de Groep zeggenschap uitoefent en de verplichtingen die de Groep aangaat bij de uitvoering van de gezamenlijke activiteit, evenals de kosten die de Groep maakt en het aandeel van de opbrengsten dat de Groep met de gezamenlijke activiteit verdient.
Een joint venture is een overeenkomst waarover de Groep gezamenlijke zeggenschap uitoefent, waardoor de Groep rechten heeft op de nettoactiva van de overeenkomst maar geen rechten op de activa van de overeenkomst en geen verplichtingen uit hoofde
van de schulden van de overeenkomst. Een deelnemer in een joint venture neemt zijn belang in een entiteit waarover gezamenlijk de zeggenschap wordt uitgeoefend op aan kostprijs volgens de 'equity'-methode.
Alle intragroepsaldi en -transacties, met inbegrip van niet-gerealiseerde resultaten op intragroeptransacties en -dividenden, worden bij de opmaak van de geconsolideerde jaarrekening geëlimineerd.
Niet-gerealiseerde winsten en verliezen uit transacties binnen de Groep die zijn opgenomen in de activa, zoals voorraden en vaste activa, worden volledig geëlimineerd. Niet-gerealiseerde winsten uit transacties met geassocieerde deelnemingen worden geëlimineerd naar rato van het belang dat de Groep in de entiteit heeft. Niet-gerealiseerde verliezen worden op dezelfde wijze geëlimineerd als niet-gerealiseerde winsten, maar alleen voor zover er geen aanwijzing is voor een bijzondere waardevermindering.
Elementen opgenomen in de jaarrekening van de entiteiten van de Groep worden gewaardeerd in de valuta van de primaire economische omgeving waarin de entiteit actief is (de functionele valuta). De geconsolideerde jaarrekening wordt voorgesteld in euro die de functionele valuta en presentatievaluta van de Onderneming is.
Alle verrichtingen in andere dan de functionele valuta zijn verrichtingen in vreemde valuta. Verrichtingen in vreemde valuta worden omgerekend in de functionele valuta op basis van de wisselkoers die geldt op de transactiedatum. Valutakoersverschillen als gevolg van de afwikkeling van dergelijke verrichtingen en van de omrekening van monetaire activa en verplichtingen uitgedrukt in vreemde valuta aan slotkoers worden in de winst- en verliesrekening opgenomen. Niet-monetaire posten die in vreemde valuta worden uitgedrukt en tegen historische kostprijs worden gewaardeerd, worden omgerekend op basis van de wisselkoers die geldt op transactiedatum.
Een buitenlandse activiteit is een entiteit die een
dochteronderneming, geassocieerde deelneming, joint venture of filiaal van de verslaggevende entiteit is en waarvan de activiteiten zijn gebaseerd of worden uitgevoerd in een andere valuta dan euro.
De resultaten en financiële positie van al de groepsondernemingen worden voor consolidatiedoeleinden omgerekend in de presentatievaluta op de volgende wijze:
Alle resulterende valutakoersverschillen worden als een afzonderlijke component in het eigen vermogen onder 'Valutakoersverschillen' opgenomen. Het bedrag dat toewijsbaar is aan minderheidsbelangen wordt opgenomen als deel van de minderheidsbelangen.
Bij het afstoten van een buitenlandse activiteit moet het cumulatieve bedrag van de valutakoersverschillen dat verband houdt met die buitenlandse activiteit, opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten en verwerkt in de afzonderlijke component van het eigen vermogen, worden overgeboekt van het eigen vermogen naar de winst- en verliesrekening (als een herclassificatieaanpassing) op het ogenblik dat de winst of het verlies op de afstoting wordt opgenomen. Bij de afstoting van een dochteronderneming, wordt het cumulatieve bedrag van de wisselkoersverschillen dat voordien aan de minderheidsbelangen werd toegewezen, niet langer als deel van de minderheidsbelangen getoond maar opgenomen in mindering van de ingehouden winsten.
Bij gedeeltelijke afstoting van een dochteronderneming die een buitenlandse activiteit omvat, moet de entiteit het evenredige deel van het cumulatieve bedrag van de valutakoersverschillen, opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten, toewijzen aan de minderheidsbelangen in die buitenlandse activiteit. Bij elke andere gedeeltelijke afstoting van een buitenlandse activiteit moet de entiteit alleen het evenredig deel van het cumulatieve bedrag van de valutakoersverschillen, opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten, overboeken naar de winst- en verliesrekening.
Elke vermindering van het belang in een buitenlandse activiteit wordt beschouwd als een gedeeltelijke afstoting van een buitenlandse activiteit, met uitzondering van verminderingen die leiden tot:
Deze gedeeltelijke afnamen van belangen in buitenlandse activiteiten worden administratief verwerkt als afstotingen wat leidt tot een herclassificatieaanpassing van de valutakoersverschillen op deze buitenlandse activiteiten, opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten, naar de winst- en verliesrekening.
Wanneer een verplichting uitgedrukt in vreemde valuta toegewezen wordt als afdekking van de netto-investering in een buitenlandse entiteit, worden de valutakoersverschillen die voortvloeien uit de omrekening van deze verplichting naar de functionele valuta, opgenomen in de nietgerealiseerde resultaten.
Wanneer een derivaat toegewezen wordt als afdekking van een netto-investering in een buitenlandse entiteit, wordt het effectieve deel van de winst of het verlies op het afdekkinginstrument rechtstreeks opgenomen in de nietgerealiseerde resultaten terwijl het ineffectieve deel in de winst- en verliesrekening wordt opgenomen.
Bij het afstoten van een buitenlandse activiteit die het voorwerp uitmaakt van een afdekking van de nettoinvestering in die activiteit, worden de winsten en verliezen van betreffende financiële instrumenten, opgenomen in het eigen vermogen, geherclasseerd naar de winst- en verliesrekening.
Opbrengsten uit de verkoop van goederen en diensten en uit licentieovereenkomsten worden erkend als opbrengsten. Andere inkomsten uit bedrijfsactiviteiten worden erkend als overige bedrijfsopbrengsten.
Opbrengsten worden netto – na belastingen, kortingen en rabatten – geregistreerd. De Groep neemt de opbrengsten op in de winsten verliesrekening op het ogenblik dat de wezenlijke risico's en voordelen van eigendom van de goederen/diensten worden overgedragen aan de koper, het bedrag van de opbrengst op een betrouwbare wijze kan worden gewaardeerd, er geen significante onzekerheid bestaat over de inning van de vordering en/of de eventuele terugzending van de goederen, de reeds gemaakte of nog te maken kosten met betrekking tot de transactie op een betrouwbare wijze kunnen worden ingeschat en er geen sprake is van voortgezette betrokkenheid bij de goederen.
Algemeen wordt, bij de verkoop van verbruiksgoederen, chemicaliën, wisselstukken, uitrusting en softwarelicenties, aan voornoemde opnamecriteria voldaan op het ogenblik dat de goederen verscheept worden en geleverd zijn aan de koper en, afhankelijk van de leveringsvoorwaarden, de eigendomstitel overgedragen werd en acceptatie van de goederen gedaan werd.
Opbrengsten uit dienstverlening zoals onderhoud worden lineair over de contractueel vastgelegde periode gedurende dewelke de diensten worden verleend, opgenomen in de winsten verliesrekening.
Vergoedingen en royalties betaald voor het gebruik van de activa van de Onderneming worden op basis van het toerekeningsbeginsel opgenomen in overeenstemming met de voorwaarden en het voorwerp van betreffende overeenkomst. In een aantal situaties is de ontvangst van een licentievergoeding of royalty afhankelijk van het zich voordoen van een toekomstige gebeurtenis. In deze situaties worden opbrengsten uitsluitend opgenomen op het ogenblik dat er redelijke zekerheid bestaat over de inning van de vergoeding of royalty, wat over het algemeen het tijdstip is waarop de gebeurtenis plaats vindt.
De Groep sluit tevens overeenkomsten af waarin meerdere goederen en/of diensten samen aangeboden worden aan de koper ('multiple element arrangements'). Deze overeenkomsten omvatten onder meer de verkoop van software, hardware en diensten zoals opleiding, onderhoud en dienstverlening na verkoop. Voor zulke overeenkomsten wordt steeds nagekeken of de levering van elk van deze goederen en/of diensten kan beschouwd worden als een afzonderlijke boekhoudkundige eenheid waarop de opnamecriteria kunnen toegepast worden. Opbrengsten met betrekking tot de geleverde goederen en/of diensten kunnen los van elkaar in de winst- en verliesrekening opgenomen worden op voorwaarde dat:
Voor zover deze overeenkomsten geen softwareproducten bevatten die significante aanpassingen en programmatie op maat van de koper vereisen, wordt de totale verkoopprijs van de overeenkomst toegewezen aan de verschillende identificeerbare goederen en/of diensten op basis van hun reële waarde. De reële waarde van de verschillende goederen en/of diensten vervat in de overeenkomst wordt bepaald aan de hand van objectieve ondernemingsspecifieke gegevens. Deze objectieve ondernemingsspecifieke gegevens zijn de door de onderneming gehanteerde prijslijsten wanneer de goederen en/of diensten afzonderlijk verkocht worden op de markt.
Het deel van de verkoopprijs toegekend aan ieder element van de transactie zal in de winst- en verliesrekening opgenomen worden op het moment dat de levering van het product heeft plaatsgevonden, de verkoopprijs vaststaand of bepaalbaar is en de inning van de verkoopprijs met
voldoende zekerheid kan ingeschat worden en dit alles op voorwaarde dat een verkoopovereenkomst afgesloten werd met de koper.
In het geval dat de reële waarde van een of meerdere reeds geleverde goederen en/of diensten niet op een objectieve manier bepaald kan worden, maar objectieve informatie beschikbaar is van de reële waarde van alle nog niet geleverde goederen en/of diensten, dan wordt het gedeelte van de verkoopprijs, toegewezen aan de nog niet geleverde goederen en/of diensten uitgesteld en zal het residueel gedeelte van de verkoopprijs toegewezen aan de geleverde goederen en/of diensten opgenomen worden in de winst- en verliesrekening op voorwaarde dat aan alle opnamecriteria werd voldaan.
Het merendeel van de overeenkomsten waarin meerdere goederen en/of diensten samen aangeboden worden ('multiple element arrangements') binnen het segment Agfa HealthCare, vereist geen significante aanpassingen van het softwaregedeelte en geen programmatie op maat van de koper. De opnamecriteria worden toegepast op de afzonderlijke identificeerbare componenten van de transactie. Het deel van de verkoopprijs toegewezen aan de hardwarecomponent wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening op het moment dat deze geleverd is aan de koper en toegevoegde waarde creëert. Het deel van de verkoopprijs toegewezen aan de softwarecomponent wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening na succesvolle installatie bij de koper. De hieraan verbonden diensten worden opgenomen in de winst- en verliesrekening naar rato van de verrichte prestaties.
Bij de verkoop van uitrusting die een aanzienlijke installatie vereist binnen het segment Agfa Graphics, worden de opbrengsten in de winst- en verliesrekening opgenomen nadat de installatie in overeenstemming met alle contractuele bepalingen is voltooid en het systeem aldus gebruiksklaar is voor de koper.
Opbrengsten uit overeenkomsten waarin meerdere goederen en/of diensten samen aangeboden worden ('multiple element arrangements'), waarbij significante aanpassingen van het softwareonderdeel noodzakelijk zijn of die programmatie vereisen op maat van de koper, worden in de winst- en verliesrekening opgenomen volgens het stadium van voltooiing van activiteiten op rapporteringsdatum. Binnen het segment Agfa HealthCare
wordt deze werkwijze toegepast op projecten die de drie basiscriteria zoals beschreven in het 'Solution Launch Process' nog niet behaalden, de zogenaamde pilootprojecten. De mate waarin de prestaties zijn verricht, wordt bepaald naar rato van de projectkosten die tot op dat moment zijn gemaakt in verhouding tot de totale geschatte projectkosten. Indien de mate waarin prestaties zijn verricht niet met voldoende zekerheid kan bepaald worden, worden de opbrengsten in de winst- en verliesrekening opgenomen bij finale oplevering aan de koper.
Invorderbare minimale leasebetalingen waarbij de Groep als leasinggever alle aan het eigendom verbonden risico's en voordelen overdraagt naar de klant worden opgenomen als vordering voor een bedrag gelijk aan de contante waarde van de toekomstige minimale leasebetalingen. Baten uit financiële leaseovereenkomsten – gerapporteerd onder 'Overige bedrijfsopbrengsten' – worden vervolgens zodanig aan iedere periode van de totale leasetermijn toegerekend dat dit resulteert in een constante periodieke rentevoet. Op leaseovereenkomsten aangegaan uit hoofde van de producent wordt op basis van de grondslagen voor de erkenning van opbrengsten uit de verkoop van goederen een verkoopwinst erkend.
Dit betekent dat de Onderneming opbrengsten en daaraan gerelateerde winstmarge erkent op het ogenblik dat de fabriekseenheid of een verbonden onderneming Agfa Finance factureert bij het begin van de leaseovereenkomst met de eindklant. Het overgrote deel van de leaseovereenkomsten waarbij de klant als economische eigenaar van het actief wordt beschouwd, wordt afgesloten met Agfa Finance (zijnde Agfa Finance NV, haar filialen en Agfa Finance Corp.).
Overeenkomsten waarin meerdere goederen en/of diensten samen aan de koper worden aangeboden en die tevens deel uitmaken van een leaseovereenkomst volgen dezelfde principes voor de erkenning van opbrengsten alsof er geen financieringsovereenkomst zou afgesloten zijn. Een commerciële overeenkomst waarbij een bepaald toestel wordt gefinancierd door een halflange- of
langetermijnovereenkomst waarbij de klant zich verbindt
tot het kopen van een bepaalde hoeveelheid verbruiksgoederen aan een hogere waarde dan hun marktwaarde wordt een 'bundle deal' genoemd. Betalingen voor financiële leaseovereenkomsten afgesloten in de vorm van 'bundle deals' worden aangewend voor de aflossing van de openstaande invorderbare minimale leasebetalingen en de vergoeding voor de verkochte verbruiksgoederen op basis van hun relatieve reële waarden.
Opbrengsten uit operationele leaseovereenkomsten voor de verhuur van bedrijfsruimte en -uitrusting – gerapporteerd onder 'Overige bedrijfsopbrengsten' – worden lineair over de looptijd van de lease opgenomen. Een overeenkomst die niet de juridische vorm van een leaseovereenkomst heeft, wordt toch boekhoudkundig als leaseovereenkomst verwerkt als deze het gebruik van een bepaald actief of activa betreft en de overeenkomst voorziet in de toekenning van het gebruiksrecht van het actief.
Winst uit 'Sale and leaseback'-verrichtingen wordt onmiddellijk erkend als de belangrijkste aan het eigendom verbonden risico's en voordelen overdragen worden naar de koper, het terug huren het voorwerp uitmaakt van een operationele leaseovereenkomst en de verrichting aan reële waarde wordt afgesloten.
Kosten van onderzoek worden voor boekhoudkundige doeleinden gedefinieerd als kosten gemaakt voor huidige of geplande onderzoeken met het oog op het verschaffen van nieuwe wetenschappelijke of technische kennis en inzichten.
Ontwikkelingskosten worden gedefinieerd als kosten gemaakt om de onderzoeksbevindingen of de gespecialiseerde kennis aan te wenden voor het uitdenken of plannen van de productie, levering of ontwikkeling van nieuwe of substantieel verbeterde producten, diensten of processen alvorens deze in productie of gebruik te nemen.
Kosten van onderzoek en ontwikkeling betreffen zowel interne onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten als verschillende samenwerkingen op het vlak van onderzoek en ontwikkeling en allianties met derde partijen.
Kosten van onderzoek en ontwikkeling omvatten, in het bijzonder, de lopende kosten voor de onderzoeks- en ontwikkelingsdepartementen zoals personeelskosten, materiaalkosten en afschrijving van vaste activa alsook de kosten van laboratoria, faciliteiten voor de ontwikkeling van toepassingen, 'engineering' en andere departementen die onderzoeksen ontwikkelingsactiviteiten verrichten, kosten voor het contact met universiteiten en wetenschappelijke instellingen en de kosten van onderzoeks- en ontwikkelingswerk voor rekening van derden.
Onderzoekskosten kunnen niet worden geactiveerd. De voorwaarden voor activering van ontwikkelingskosten zijn strikt gedefinieerd: een immaterieel actief kan maar erkend worden, alleen wanneer er redelijke zekerheid bestaat dat toekomstige kasstromen de boekwaarde van het actief kunnen afdekken.
In 3.9.1 wordt bijkomende informatie verstrekt over de activering van ontwikkelingskosten.
Financieringsbaten (-kosten) – netto omvatten rente verschuldigd op leningen en ontvangen rente op beleggingen. Zij bevatten ontvangen en betaalde interesten met betrekking tot elementen opgenomen in de netto financiële schuldpositie. De netto financiële schuldpositie wordt gedefinieerd als de som van langlopende en kortlopende rentedragende verplichtingen verminderd met geldmiddelen en kasequivalenten.
Overige financieringsbaten (-kosten) – netto omvatten:
Inkomsten uit rente worden pro rata temporis in de winst- en verliesrekening opgenomen rekening houdend met het effectieve rendement van het actief. Inkomsten uit dividenden worden in de winst- en verliesrekening opgenomen op de dag dat het dividend wordt toegekend.
Alle rentelasten en andere financieringskosten in verband met leningen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen naarmate ze ontstaan op basis van de effectieve rentemethode. De rentelastcomponent van de betalingen voor financiële leaseovereenkomsten wordt in de winst- en verliesrekening opgenomen op basis van de effectieve rentemethode.
De interest op de nettoverplichting wegens vergoedingen na uitdiensttreding wordt berekend door de disconteringsvoet die gebruikt wordt voor de berekening van de contante waarde van de brutoverplichting toe te passen op de nettoverplichting.
Zowel de bruto- als nettoverplichting bij aanvang van de rapporteringsperiode wordt als basis genomen waarbij rekening wordt gehouden met wijzigingen in de nettoverplichting tijdens de rapporteringsperiode als gevolg van bijdragen en uitkeringen. De interestcomponent van langetermijnontslagvergoedingen omvat de impact van de afwikkeling van de verplichting evenals de impact van de gewijzigde disconteringsvoet.
De winstbelastingen omvatten de over het boekjaar verschuldigde en verrekenbare belastingen en de uitgestelde belastingen. Beide belastingen worden in de winst- en verliesrekening geboekt behalve in die gevallen waar het bestanddelen betreft die deel uitmaken van de niet-gerealiseerde resultaten. In dit laatste geval verloopt de opname via de niet-gerealiseerde resultaten.
Bij de bepaling van de over het boekjaar verschuldigde en verrekenbare winstbelastingen en uitgestelde winstbelastingen houdt de Groep rekening met het effect van onzekere belastingposities en de vraag of er nog verdere belastingen en rente verschuldigd zijn.
Onder de over de verslagperiode verschuldigde en verrekenbare belastingen verstaat men deze die drukken op de fiscale winst van het boekjaar, berekend tegen de belastingtarieven die van kracht zijn op de balansdatum, evenals de aanpassingen aan de belastingen
die verschuldigd zijn over de vorige boekjaren. Bijkomende winstbelastingen die ontstaan uit de uitkering van dividenden worden geboekt op hetzelfde moment als de verplichting voor uitbetaling van het desbetreffende dividend.
De uitgestelde belastingen worden berekend volgens de 'balance sheet'-methode en komen hoofdzakelijk voort uit de verschillen tussen de boekwaarde van activa en verplichtingen in de balans en de fiscale boekwaarde ervan (tijdelijke verschillen).
Er wordt echter geen rekening gehouden met de volgende verschillen:
Het bedrag van de uitgestelde belastingen is gebaseerd op de verwachtingen met betrekking tot de realisatie van de boekwaarde van de activa en verplichtingen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de belastingtarieven (en de belastingwetgeving) waarvan het wetgevingsproces (materieel) is afgesloten op de balansdatum. Een uitgestelde belastingvordering wordt enkel opgenomen in de balans indien het voldoende zeker is dat de verrekenbare tijdelijke verschillen, de ongebruikte belastingfaciliteiten en de ongebruikte voorwaartse verliescompensatie in de toekomst met fiscale winsten kunnen worden verrekend. Uitgestelde belastingvorderingen worden verminderd naarmate het niet langer waarschijnlijk is dat de belastingbesparing zal kunnen worden gerealiseerd.
Toegezegdpensioenregelingen kunnen aanleiding geven tot zowel belastbare als verrekenbare tijdelijke verschillen afhankelijk van de situatie: wanneer de fiscale waarde de boekwaarde van de verplichtingen in de balans overtreft spreken we over belastbare verschillen terwijl in de omgekeerde situatie sprake is van verrekenbare verschillen. Voor toegezegdpensioenregelingen die resulteren in verrekenbare verschillen wordt een uitgestelde belastingvordering enkel opgenomen in de balans
indien het voldoende zeker is dat zij in de toekomst met fiscale winsten kunnen worden verrekend.
Wanneer de geaccumuleerde herwaarderingen van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen, zijnde de impact van de eerste toepassing van de aanpassingen in 2011 aan IAS 19 en alle volgende herwaarderingen, een debitsaldo vertegenwoordigen in de niet-gerealiseerde resultaten en indien ten gevolge van deze herwaarderingen de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen heeft geleid tot een verrekenbaar tijdelijk verschil met als gevolg de erkenning van een uitgestelde belastingvordering, wordt de impact opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten in de mate dat deze betrekking heeft op de geaccumuleerde herwaarderingen. Indien in een daaropvolgend jaar een uitgestelde belastingvordering, voorheen opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten, afneemt, wordt de impact hiervan eveneens verwerkt via niet-gerealiseerde resultaten.
Wanneer de geaccumuleerde herwaarderingen van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen een creditsaldo vertegenwoordigen in de niet-gerealiseerde resultaten en indien ten gevolge van deze herwaarderingen de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen heeft geleid tot een belastbaar tijdelijk verschil met als gevolg de erkenning van een uitgestelde belastingverplichting, wordt de impact opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten in de mate dat deze betrekking heeft op de geaccumuleerde herwaarderingen. Indien in een daaropvolgend jaar een uitgestelde belastingverplichting, voorheen opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten, afneemt, wordt de impact hiervan eveneens verwerkt via niet-gerealiseerde resultaten.
De totale balanswaarde van de gecumuleerde herwaarderingen van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen wordt weergegeven in nietgerealiseerde resultaten, na winstbelasting.
Goodwill die ontstaat bij de overname van dochterondernemingen wordt opgenomen onder immateriële activa. Voor de waardering bij eerste opname verwijzen we naar toelichting 3.1.1 'Bedrijfscombinaties'.
Goodwill wordt na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, verminderd met geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. Voor geassocieerde deelnemingen die volgens de 'equity' methode worden gewaardeerd, wordt het bedrag van de goodwill opgenomen in de boekwaarde van de investering. Eventuele bijzondere waardeverminderingsverliezen worden eveneens opgenomen in de boekwaarde van de geassocieerde deelneming.
Immateriële activa met een onbepaalde gebruiksduur, zoals handelsnamen, worden gewaardeerd aan kostprijs verminderd met geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen.
Immateriële activa met een beperkte gebruiksduur worden gewaardeerd aan kostprijs verminderd met geaccumuleerde afschrijvingen en geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen.
Immateriële activa met onbepaalde gebruiksduur worden niet afgeschreven. Zij worden jaarlijks op bijzondere waardevermindering getoetst en elke keer wanneer er een aanwijzing bestaat dat zij mogelijk een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan.
Immateriële vaste activa met beperkte gebruiksduur worden gewaardeerd aan kostprijs verminderd met geaccumuleerde afschrijvingen en geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. Kosten van onderzoek en ontwikkeling worden als een kost in de winsten verliesrekening opgenomen in de periode waarin zij worden gemaakt, met uitzondering voor bepaalde kosten van ontwikkeling, welke op de balans worden opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat het ontwikkelingsproject
een succes zal zijn en wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan zoals technische uitvoerbaarheid en het kunnen aantonen dat het ontwikkelingsproject waarschijnlijke toekomstige economische voordelen zal genereren. Kosten van ontwikkeling opgenomen op de balans worden afgeschreven op een systematische manier over hun geschatte gebruiksduur.
In overeenstemming met IFRS 3 Bedrijfscombinaties is de kostprijs van een immaterieel actief verworven in een bedrijfscombinatie de reële waarde van het immaterieel actief op overnamedatum. De reële waarde van een immaterieel actief weerspiegelt de marktverwachtingen over de waarschijnlijkheid dat toekomstige economische voordelen, vervat in het actief, naar de entiteit zullen toevloeien.
Uitgaven na eerste opname worden onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen. Ze worden echter wel geactiveerd indien ze resulteren in een verhoging van het toekomstig economisch nut van de respectieve materiële vaste activa.
Immateriële activa met een beperkte gebruiksduur, zoals verworven technologie en klantenrelaties worden afgeschreven volgens de lineaire methode over de geschatte gebruiksduur, over het algemeen een periode van vijf tot vijftien jaar. Afschrijvingsmethode, gebruiksduur en restwaarde worden op rapporteringsdatum telkens opnieuw beoordeeld en indien nodig aangepast.
De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen kostprijs, verminderd met geaccumuleerde afschrijvingen en geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen.
De kostprijs van een materieel vast actief omvat:
waar het actief zich bevindt; de verplichting hiervoor wordt door de entiteit aangegaan wanneer het actief wordt verkregen, of ontstaat als gevolg van het gebruik gedurende een bepaalde periode voor andere doeleinden dan de productie van voorraden tijdens die periode;
• geactiveerde financieringskosten.
Voor zelfvervaardigde materiële vaste activa omvatten de rechtstreeks toerekenbare kosten de directe materiaalkost, directe fabricagekosten, een evenredig deel van de vaste kosten van materiaal en fabricage, en een evenredig deel van de afschrijvingen van activa gebruikt bij de vervaardiging.
De kostprijs omvat tevens een evenredig deel van de kosten voor het bedrijfspensioenplan, andere vrijwillige personeelsbeloningen van de onderneming en geactiveerde financieringskosten.
Uitgaven voor de herstellingen van materiële vaste activa worden onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen.
Ze worden echter wel geactiveerd indien ze resulteren in een verhoging van het toekomstig economisch nut van de respectieve materiële vaste activa.
Leaseovereenkomsten die vrijwel alle aan het eigendom van een actief verbonden risico's en beloningen aan de Groep overdragen, worden als financiële lease beschouwd. De activa verworven onder de vorm van financiële lease worden opgenomen voor een bedrag gelijk aan het laagste van de reële waarde en de contante waarde van de minimale leasebetalingen bij de aanvang van de leaseovereenkomst, verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen en geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen.
Materiële vaste activa worden vanaf datum van ingebruikname afgeschreven volgens de lineaire methode over de gebruiksduur van het actief tenzij op basis van het effectieve gebruik de degressieve methode meer aangewezen is. Voor materiële vaste activa aangehouden op grond van leaseovereenkomsten stemt de afschrijvingsperiode overeen met de gebruiksduur of met de looptijd van de leaseovereenkomst, indien korter.
De geschatte gebruiksduur van de respectieve activa is de volgende:
| Gebouwen | 20 tot 50 jaar |
|---|---|
| Andere bouwwerken | 10 tot 20 jaar |
| Bedrijfsinstallaties | 6 tot 20 jaar |
| Machines en uitrusting | 6 tot 12 jaar |
| Laboratorium- en onderzoekinstallaties | 3 tot 5 jaar |
| Rollend materieel | 4 tot 8 jaar |
| Computermaterieel | 3 tot 5 jaar |
| Bedrijfs- en kantooruitrusting | 4 tot 10 jaar |
De afschrijvingsperiode, economische levensduur en restwaarde van vaste activa worden op geregelde tijdstippen geëvalueerd en aangepast indien nodig.
Goodwill en immateriële activa met een onbepaalde gebruiksduur worden jaarlijks op bijzondere waardevermindering getoetst en elke keer wanneer er een aanwijzing bestaat dat zij mogelijk een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan.
Het toetsen op bijzondere waardevermindering gebeurt ieder jaar op hetzelfde ogenblik en op het niveau van de kasstroomgenererende eenheid.
De Groep bepaalt haar kasstroomgenererende eenheden in overeenkomst met de wijze waarop ze haar goodwill beheert en economische voordelen krijgt van de verworven goodwill en immateriële activa. Het toetsen op bijzondere waardevermindering gebeurt door het vergelijken van de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheden met hun realiseerbare waarde, gebaseerd op hun verwachte toekomstige kasstromen verdisconteerd tegen een gepaste disconteringsvoet voor belastingen.
De disconteringsvoet die gebruikt wordt in de bepaling van de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen is een disconteringsvoet die gebaseerd is op een gewogen gemiddelde kapitaalkost (WACC). Deze gewogen gemiddelde kapitaalkost gebruikt een verhouding vreemd vermogen versus eigen vermogen van een gemiddelde marktparticipant waarbij een extra risicocomponent toegevoegd werd aan de kost van eigen vermogen. De kost van vreemd vermogen is gebaseerd op voorwaarden die vergelijkbare bedrijven voor hun langetermijnfinanciering zouden kunnen negotiëren. Het risico verbonden aan de verwachtingen van de prijsevoluties van zilver en aluminium is weerspiegeld in de toekomstige kasstromen.
Er wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt indien de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid zijn realiseerbare waarde overtreft. Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Op iedere rapporteringsdatum dient te worden nagegaan of er een aanwijzing bestaat dat de boekwaarden van de materiële vaste activa, immateriële activa met een beperkte gebruiksduur en financiële activa mogelijk een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan. Indien een dergelijke indicatie bestaat, wordt de realiseerbare waarde van het actief geraamd. Er wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt als de boekwaarde van een actief zijn realiseerbare waarde overtreft. Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.
De realiseerbare waarde van de materiële vaste activa en immateriële activa met een beperkte gebruiksduur is de hoogste waarde van de reële waarde minus verkoopkosten en de gebruikswaarde. Voor de bepaling van de gebruikswaarde worden de geschatte toekomstige kasstromen verdisconteerd naar hun contante waarde op basis van een disconteringsvoet voor belastingen die de tijdswaarde van geld en de aan het actief verbonden specifieke risico's weerspiegelt.
Een bijzonder waardeverminderingsverlies dat in voorgaande perioden voor een actief, met uitsluiting van goodwill, werd opgenomen, wordt teruggeboekt als en slechts als er sinds de opname van het laatste bijzonder
waardeverminderingsverlies een wijziging heeft plaatsgevonden in de schattingen die gebruikt worden om de realiseerbare waarde van het actief te bepalen.
Niet-afgeleide financiële instrumenten omvatten een breed gamma aan financiële activa zoals geldmiddelen, vorderingen, investeringen in obligaties en aandelen.
Leningen en vorderingen worden in de balans opgenomen op het moment dat ze geïnitieerd worden. Alle andere financiële activa neemt de Groep op in haar balans op de transactiedatum, op het moment dat de Groep zich verbindt aan de contractuele bepalingen van het instrument.
De Groep neemt een financieel actief niet langer in de balans op vanaf het moment dat de contractuele rechten op de kasstromen uit het financieel actief aflopen of de Groep de contractuele rechten op de ontvangst van de kasstromen uit het financieel actief overdraagt in een transactie waarbij de risico's en voordelen van eigendom van het financieel actief overgedragen worden. Indien de entiteit nagenoeg alle risico's en voordelen van eigendom van het financieel actief noch overdraagt, noch behoudt, moet de entiteit vaststellen of zij zeggenschap over het financieel actief heeft behouden. In geval van verlies van zeggenschap mag de entiteit het financieel actief niet langer in de balans opnemen. Financiële activa en verplichtingen worden netto in de balans opgenomen, uitsluitend wanneer de Groep beschikt over een wettelijk recht om de bedragen netto voor te stellen en zij de intentie heeft om de betreffende activa en verplichtingen hetzij gelijktijdig hetzij netto af te wikkelen. De Groep classificeert financiële activa in de volgende vier categorieën: financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening, tot einde looptijd aangehouden beleggingen, leningen en vorderingen en voor verkoop beschikbare financiële activa.
Een financieel actief wordt geclassificeerd als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening als het wordt aangehouden voor handelsdoeleinden of als het bij eerste opname als
dusdanig is aangemerkt. Niet-afgeleide financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening omvatten investeringen in beleggingsfondsen.
De beleggingen van de Groep in waardepapieren met vaste of bepaalbare betalingen en een vaste looptijd worden door de Groep geclassificeerd in de categorie tot einde looptijd aangehouden financiële activa, op voorwaarde dat de Groep het uitdrukkelijke voornemen heeft deze beleggingen aan te houden tot einde looptijd.
Bij eerste opname worden deze financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde inclusief direct toewijsbare transactiekosten.
Na eerste opname worden tot einde looptijd aangehouden beleggingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen (zie toelichting 3.13). Tot einde looptijd aangehouden beleggingen omvatten zowel kortetermijnbeleggingen in waardepapieren die onder 'Geldmiddelen en kasequivalenten' worden getoond als langetermijnbeleggingen in waardepapieren opgenomen onder 'Financiële activa'.
Leningen en vorderingen zijn niet-afgeleide financiële activa met vaste of bepaalbare betalingen die niet op een actieve markt zijn genoteerd. Deze financiële activa worden bij eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde inclusief direct toewijsbare transactiekosten. Na eerste opname worden leningen en vorderingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen (zie toelichting 3.13). Leningen en vorderingen omvatten zowel handelsvorderingen, invorderbare minimale leasebetalingen, geldmiddelen en kortetermijndeposito's en cheques als leningen en vorderingen die opgenomen zijn onder 'Financiële activa'.
Geldmiddelen en kasequivalenten opgenomen in de categorie 'Leningen en vorderingen' omvatten geldmiddelen, deposito's en cheques met een looptijd die doorgaans korter is dan drie maanden te rekenen vanaf de datum van verwerving, waarvoor het risico op veranderingen in de reële waarde onbelangrijk is.
De Groep gebruikt deze financiële activa in het kader van haar kortetermijnverplichtingen.
Voor verkoop beschikbare financiële activa zijn niet-afgeleide financiële activa die worden aangemerkt als voor verkoop beschikbaar en die niet worden geclassificeerd in één van de voorgaande categorieën. Voor verkoop beschikbare financiële activa worden gewaardeerd aan reële waarde vermeerderd met direct toewijsbare overnamekosten, behalve niet-genoteerde effecten waarvoor de reële waarde niet op een betrouwbare manier kan worden bepaald. Deze activa worden geboekt tegen kostprijs. Winsten en verliezen die voortvloeien uit de verandering in de reële waarde van een belegging die wordt geclassificeerd als financieel actief beschikbaar voor verkoop én die geen voorwerp uitmaakt van een afdekkingrelatie, worden rechtstreeks via de niet-gerealiseerde resultaten geboekt. Beleggingen van de Groep in aandelen en sommige beleggingen in waardepapieren worden geclassificeerd als voor verkoop beschikbare financiële activa. Wanneer de belegging wordt verkocht, ontvangen of anderszins vervreemd of wanneer de boekwaarde van de belegging afgeboekt wordt als gevolg van een bijzondere waardevermindering, wordt op dat ogenblik de gecumuleerde winst (het verlies) die voordien begrepen was in het eigen vermogen overgeboekt naar de winsten verliesrekening.
Voor een financieel actief dat niet wordt gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winsten verliesrekening moet aan het eind van elk boekjaar worden beoordeeld of er objectieve aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingsverliezen.
Bij aanwezigheid van dergelijke aanwijzingen moet de entiteit de realiseerbare waarde inschatten.
Voor leningen en vorderingen en tot einde looptijd aangehouden beleggingen van de Groep die tegen geamortiseerde kostprijs worden gewaardeerd, is de realiseerbare waarde gelijk aan de
contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de oorspronkelijke effectieve rentevoet van het financieel actief (dat wil zeggen de bij eerste opname berekende effectieve rentevoet). Wanneer de boekwaarde van een financieel actief hoger is dan haar realiseerbare waarde dient de boekwaarde van het betreffende actief te worden verminderd door het vormen van een voorziening. Het verliesbedrag moet in de winst- en verliesrekening worden opgenomen.
Een bijzonder waardeverminderingsverlies dat in voorgaande perioden voor een actief werd opgenomen, wordt teruggeboekt als en slechts als er sinds de opname van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies een wijziging heeft plaatsgevonden in de schattingen die gebruikt worden om de realiseerbare waarde van het actief te bepalen.
De Onderneming beoordeelt minstens op kwartaalbasis de belangrijkste uitstaande handelsvorderingen (die in totaal ±70% van de totale uitstaande vorderingen vertegenwoordigen) individueel op hun inbaarheid.
waardeverminderingsverliezen worden gemaakt op basis van professionele oordeelsvorming en met in acht name van volgende algemene principes:
Om het kredietrisico op invorderbare minimale leasebetalingen af te dekken, beoordeelt de Onderneming minstens op kwartaalbasis alle uitstaande vorderingen
individueel op hun inbaarheid. Aanpassingen aan de rekening van de waardeverminderingsverliezen worden doorgaans gemaakt op basis van het aantal dagen dat de bedragen invorderbaar zijn. Afwijkingen blijven echter mogelijk op basis van onderliggende informatie verkregen van het 'Credit and Collections'-departement. Bij de beoordeling van de inbaarheid van invorderbare minimale leasebetalingen houdt het management rekening met de marktwaarde van het onderliggend actief, kredietverzekering en het bestaan van een kredietbrief.
Voor verkoop beschikbare financiële activa omvatten investeringen in aandelen en rentedragende instrumenten, andere dan investeringen verwerkt volgens de 'equity'-methode, en worden geboekt aan reële waarde, met uitzondering van de aandelen die niet op een actieve markt zijn genoteerd en waarvoor de reële waarde niet op een betrouwbare manier kan worden bepaald.
Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare financiële activa welke aan reële waarde worden gewaardeerd, worden opgenomen door het omboeken van de gecumuleerde verliezen tot dan opgenomen in de reële waardereserve van de niet-gerealiseerde resultaten naar de winst- en verliesrekening.
Het gecumuleerde verlies dat vanuit de niet-gerealiseerde resultaten naar de winst- en verliesrekening wordt omgeboekt, is het verschil tussen de aankoopprijs, na eventuele terugbetaling van de hoofdsom en na amortisatie, en de actuele reële waarde verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen erkend in vroegere winst- en verliesrekeningen. Wanneer, in een erop volgende periode, de reële waarde van voor verkoop beschikbare waardepapieren (andere dan aandelen) toeneemt en de toename kan met redelijke zekerheid worden toegewezen aan een gebeurtenis die heeft plaats gevonden nadat een bijzonder waardeverminderingsverlies voor een actief werd opgenomen, dan wordt het waardeverminderingsverlies teruggeboekt waarbij het bedrag van de terugboeking in de winst- en verliesrekening wordt opgenomen. In het geval dat de reële waarde van een voor verkoop beschikbaar financieel actief, waarop een bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt werd, kan gerecupereerd worden, wordt deze in de niet-gerealiseerde resultaten opgenomen.
Actuele vorderingen uit winstbelastingen voor huidige en voorgaande boekjaren worden, in de mate onbetaald, opgenomen in de balans als een verplichting. Wanneer het bedrag betaald in huidige of voorgaande boekjaren de over deze periode verschuldigde bedragen overtreft, dan wordt voor dit positief verschil een actief erkend. Actuele vorderingen en verplichtingen uit winstbelastingen worden gewaardeerd aan kostprijs.
Overige belastingvorderingen en -verplichtingen betreffen overige belastingen zoals BTW en andere indirecte belastingen. Zij worden gewaardeerd aan kostprijs.
De actuele belastingvorderingen en -verplichtingen worden gecompenseerd – zowel deze uit winstbelastingen als uit overige belastingen – wanneer ze betrekking hebben op belastingen, geheven door dezelfde belastingautoriteit en ze gewoonlijk netto worden afgewikkeld.
Overige activa omvatten uitgestelde kosten en andere niet-financiële activa. Uitgestelde kosten betreffen door de Onderneming voor balansdatum betaalde bedragen die betrekking hebben op kosten voor toekomstige boekjaren (vooruitbetalingen).
Voorbeelden van uitgestelde kosten zijn de huurgelden, interesten en verzekeringspremies, betaald voor balansdatum maar met betrekking tot een welbepaalde periode na balansdatum.
Niet-financiële activa worden gewaardeerd aan kostprijs. Uitgestelde kosten worden lineair of naarmate de betreffende diensten worden verstrekt opgenomen in de winst- en verliesrekening.
De Groep maakt gebruik van derivaten voor het beheer van het wisselkoers- en renterisico dat voortvloeit uit de operationele, financiële en investeringsactiviteiten. In het kader van haar huidige thesauriepolitiek wendt de Groep geen derivaten aan voor handelsdoeleinden.
Derivaten die economische afdekkingen zijn, doch die niet voldoen aan de strikte criteria voor 'hedge accounting' zoals voorgeschreven door IAS 39 Financiële instrumenten: opname en waardering, worden boekhoudkundig verwerkt als financiële activa of financiële verplichtingen gewaardeerd aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winsten verliesrekening.
Derivaten worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde op de datum waarop het contract werd afgesloten (transactiedatum) en worden vervolgens geherwaardeerd tegen hun reële waarde. Het effectieve gedeelte van de winsten of verliezen uit kasstroomafdekkingen en afdekkingen van een nettoinvestering in een buitenlandse entiteit wordt opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten. Het niet-effectieve gedeelte van voormelde afdekkingen wordt verwerkt in de winsten verliesrekening.
Kasstroomafdekkingen, reële-waardeafdekkingen of afdekkingen van netto-investeringen in buitenlandse entiteiten worden toegepast voor alle afdekkingen die in aanmerking komen voor 'hedge accounting' wanneer de vereiste documentatie van de afdekkingsrelatie bestaat en wanneer de afdekking effectief is.
De reële waarden van derivaten afgesloten ter afdekking van het renterisico worden berekend op basis van verdisconteerde verwachte toekomstige kasstromen, rekening houdend met actuele marktrentevoeten en de rendementscurve over de resterende looptijd van het instrument. De reële waarden van termijnwisselcontracten zijn de genoteerde marktwaarden op rapporteringsdatum, zijnde de contante waarde van de genoteerde termijnkoersen.
Winsten of verliezen die voortvloeien uit de herwaardering van derivaten die formeel werden toegewezen voor de afdekking van de veranderingen in reële waarde van een opgenomen actief of verplichting of een niet-opgenomen vaststaande toezegging worden opgenomen in de winst- en verliesrekening. De afgedekte positie wordt eveneens gewaardeerd tegen reële waarde toewijsbaar aan het afgedekte risico, waarbij winsten of verliezen op de afgedekte positie worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Het effectieve deel van de winsten of verliezen uit de reële waardeveranderingen van derivaten die als afdekkinginstrument specifiek toegewezen werden ter afdekking van de variabiliteit van kasstromen, gekoppeld aan een bepaald risico van een opgenomen actief of verplichting of een zeer waarschijnlijke verwachte toekomstige transactie, wordt opgenomen in de nietgerealiseerde resultaten.
Indien de afdekking van een verwachte toekomstige transactie tot de opname van een niet-financieel actief of een niet-financiële verplichting leidt, worden de gecumuleerde winsten of verliezen tot dan toe opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten, overgeboekt naar de initiële boekwaarde van het ingedekte actief van waaruit ze nadien overgeboekt worden naar de winsten verliesrekening, wanneer het verworven actief of de opgenomen verplichting de winst- en verliesrekening beïnvloedt. Leidt een afdekking van een verwachte toekomstige transactie tot de opname van een financieel actief of een financiële verplichting, dan wordt de cumulatieve winst of het cumulatieve verlies op het afdekkinginstrument uit de niet-gerealiseerde resultaten overgebracht naar de winst- en verliesrekening op het moment dat de toekomstige kasstroom de nettowinst of het nettoverlies beïnvloedt (voornamelijk wanneer de verwachte toekomstige transactie plaatsvindt of wanneer de variabele interestlast wordt opgenomen).
Het niet-effectieve deel wordt onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen.
Wanneer het afdekkinginstrument afloopt of wordt verkocht, beëindigd of uitgeoefend, of wanneer de afdekking niet langer voldoet aan de criteria voor 'hedge accounting', dient de cumulatieve winst of het cumulatieve verlies (op dat ogenblik) op het afdekkinginstrument in de niet-gerealiseerde resultaten opgenomen te blijven tot de verwachte toekomstige transactie plaatsvindt.
Dergelijke transacties worden verwerkt zoals beschreven in voorgaande paragraaf.
Indien de afgedekte transactie niet langer waarschijnlijk blijkt, worden alle gecumuleerde niet-gerealiseerde winsten of verliezen op dat moment overgedragen van de nietgerealiseerde resultaten naar de winst- en verliesrekening.
Grondstoffen, hulpgoederen en handelsgoederen zijn gewaardeerd aan aanschaffingswaarde.
Goederen in bewerking en afgewerkte producten zijn gewaardeerd aan kostprijs. De kostprijs omvat naast de directe productie- en materiaalkosten, een evenredig deel van de indirecte kosten ('overheads') van de productie en het materiaal en een evenredig deel van de afschrijvingen van de activa die in het productieproces werden gebruikt. Bovendien wordt een evenredig deel van de kosten voor het bedrijfspensioenplan en andere vrijwillige personeelsbeloningen toegerekend. Administratiekosten zijn inbegrepen voor zover ze verband houden met de productie.
De voorraden worden gewaardeerd volgens de methode van de gewogen gemiddelde kostprijs.
Indien de aanschaffingswaarde of de kostprijs hoger is dan de opbrengstwaarde, wordt de waardering aan de lagere opbrengstwaarde toegepast. De opbrengstwaarde is gelijk aan de geschatte normale verkoopprijs, verminderd met de geschatte kosten die nodig zijn om de verkoop te realiseren.
De aanschaffingswaarde of kostprijs van de voorraad is om volgende redenen mogelijks niet recupereerbaar:
Binnen de Groep zijn afwaarderingen van voorraden voornamelijk het gevolg van overtollige voorraden.
Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten geldmiddelen, ontvangen cheques, en saldi ten opzichte van banken en kredietinstellingen. Kasequivalenten zijn erg liquide financiële instrumenten op korte termijn die weinig onderhevig zijn aan risico's op waardeverandering, gemakkelijk te converteren zijn in geldmiddelen en een vervaldag hebben gelijk aan of minder dan dertig dagen na aanschaffing of belegging.
De Groep classificeert een vast actief (of een groep activa die wordt afgestoten) als aangehouden voor verkoop wanneer zijn boekwaarde hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd in een verkooptransactie en niet door het voortgezette gebruik ervan.
Onmiddellijk voordat het actief voor het eerst wordt geclassificeerd als aangehouden voor verkoop, waardeert de Groep de boekwaarde van het actief (of van alle activa en verplichtingen in de Groep) overeenkomstig met de van toepassing zijnde IFRS. Bij de initiële classificatie als aangehouden voor verkoop, worden vaste activa en groepen van activa die worden afgestoten, gewaardeerd tegen de laagste waarde van hun boekwaarde en hun reële waarde minus de verkoopkosten. Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden opgenomen voor elke eerste of latere afschrijving van een actief (of een groep activa die wordt afgestoten) tot de reële waarde minus verkoopkosten.
Vaste activa aangehouden voor verkoop worden niet langer afgeschreven.
Gewone aandelen worden opgenomen in het eigen vermogen.
Transactiekosten verbonden aan de uitgifte van nieuwe aandelen worden netto na aftrek van belastingen opgenomen in mindering van ingehouden winsten. Indien aandelen die het eigen vermogen vertegenwoordigen terug worden ingekocht, wordt het betaalde bedrag met inbegrip van de aanverwante kosten, netto na aftrek van belastingen, in mindering gebracht van het eigen vermogen. Ingekochte eigen aandelen worden als 'Reserve voor eigen aandelen' in mindering van het eigen vermogen gebracht. Vernietigde eigen aandelen worden getransfereerd van 'Reserve voor eigen aandelen' naar 'Ingehouden winsten'.
Voor de boekhoudkundige behandeling van pensioenen soortgelijke verplichtingen maakt IFRS een onderscheid tussen toegezegdebijdrageregelingen en toegezegdpensioenregelingen. De classificatie is afhankelijk van de partij – Onderneming of werknemer – die het actuarieel en investeringsrisico draagt. Bij een toegezegdebijdrageregeling draagt de werknemer alle
risico's en dient de Onderneming bijgevolg – met uitzondering van de te betalen bijdragen – geen verplichting op te nemen in de balans. Bij toegezegdpensioenregelingen draagt de Onderneming het actuarieel en investeringsrisico en erkent bijgevolg een verplichting in de balans.
De bijdragen voor toegezegdebijdrageregelingen worden als kost opgenomen in de winst- en verliesrekening wanneer ze verschuldigd zijn. Deze kosten worden in de winst- en verliesrekening toegewezen aan hun verschillende functies: kostprijs van verkopen, kosten van onderzoek en ontwikkeling, verkoops- en algemene beheerskosten.
Vanaf 31 december 2016 is de boekhoudkundige verwerking van toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement in lijn gebracht met de boekhoudkundige behandeling van toegezegdpensioenregelingen.
De boekwaarde op de balans van toegezegdpensioenregelingen wordt bepaald als de contante waarde van de brutoverplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen verminderd met de reële waarde van fondsbeleggingen. Wanneer deze berekening een nettosurplus oplevert, dan wordt de waarde van het hieruit resulterend opgenomen actief begrensd tot het totaal van de contante waarde van de economische voordelen die beschikbaar zijn in de vorm van terugbetalingen uit de regeling of verlagingen van toekomstige bijdragen aan de regeling.
De contante waarde van de brutoverplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen (DBO) en de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten worden door een gekwalificeerd actuaris berekend volgens de 'Projected Unit Credit'-methode (PUC). Volgens deze methode worden de toekomstige jaarlijkse uitkeringen verdisconteerd aan een veronderstelde interestvoet. De totale verplichting die hieruit voortvloeit wordt vervolgens toegerekend aan de verstreken diensttijd – die de DBO vertegenwoordigt – en aan het huidige dienstjaar – die de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten vertegenwoordigen. De te gebruiken interestvoet is de disconteringsvoet gebaseerd op interestvoeten op bedrijfsobligaties met een hoge rating die een looptijd hebben die deze van de brutoverplichtingen van de Groep benaderen. Bij het bepalen van de contante waarde van de brutoverplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen
wordt rekening gehouden met toekomstige aanpassingen in salarissen en pensioenuitkeringen.
De DBO omvat tevens de contante waarde van belastingen betaalbaar op de bijdragen voor het plan of op vergoedingen betreffende geleverde diensten.
Wat de toepassing van de PUC-methode voor Belgische toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement betreft wordt hierna bijkomende informatie verstrekt.
Het bedrag dat in de winst- en verliesrekening wordt geboekt, bestaat uit de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, de pensioenkosten van verstreken diensttijd, het effect van een inperking of afwikkeling van een toegezegdpensioenregeling, de interest op de nettoverplichting en administratieve kosten en belastingen. De aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten evenals administratieve kosten die geen verband houden met het beheer van de fondsbeleggingen worden toegewezen aan de kosten volgens hun functie: kostprijs van verkopen, kosten van onderzoek en ontwikkeling, verkoopkosten en algemene beheerskosten.
Pensioenkosten van verstreken diensttijd worden onmiddellijk als kost opgenomen onder 'Overige bedrijfskosten'. Winsten of verliezen op de inperking of afwikkeling van een toegezegdpensioenregeling worden erkend in 'Overige bedrijfsopbrengsten', respectievelijk 'Overige bedrijfskosten' op het moment dat de inperking of afwikkeling plaatsvindt.
Administratieve kosten die verbonden zijn aan het beheer van fondsbeleggingen en belastingen die rechtstreeks gelinkt zijn aan het rendement van de fondsbeleggingen en die door het plan worden gedragen zijn mee begrepen in het rendement op de fondsbeleggingen en worden opgenomen in de 'Niet-gerealiseerde resultaten, na winstbelastingen'.
De interest op de nettoverplichting van toegezegdpensioenregelingen wordt in de winsten verliesrekening opgenomen onder 'Overige financieringskosten'. Ze wordt berekend door de disconteringsvoet die gebruikt wordt voor de berekening van de contante waarde van de brutoverplichting toe te
passen op de nettoverplichting. De interest op de nettoverplichting wordt uitgesplitst over de interestopbrengsten op fondsbeleggingen en interestkosten op de contante waarde van de brutoverplichting. Het verschil tussen de interestopbrengsten en het reële rendement op fondsbeleggingen wordt weergegeven in de balans onder 'Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding: herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen' en in de 'Niet-gerealiseerde resultaten, na winstbelastingen'.
Naast het verschil tussen het reële rendement op fondsbeleggingen en de berekende interestopbrengsten op fondsbeleggingen, omvatten de 'Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding: herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen' de actuariële winsten en verliezen die bijvoorbeeld resulteren uit een aanpassing van de aanname inzake disconteringsvoet. Al deze effecten uit herwaarderingen worden getoond in de 'Niet-gerealiseerde resultaten, na winstbelastingen'.
Belgische toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement vallen onder toepassing van de wet van april 2003 op de aanvullende pensioenen. Volgens artikel 24 van deze wet hebben aangeslotenen recht op een minimum rendement op bijdragen betaald door hetzij de organisator van het plan hetzij de werknemer. Een aantal voorwaarden opgenomen in deze wet, zoals het wettelijk minimum rendement, werden aangepast bij wet van 18 december 2015. Deze wet heeft er tevens toe geleid dat de boekhoudkundige verwerking van toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement werd aangepast. Door het ontbreken van duidelijke regels in IFRS omtrent de boekhoudkundige behandeling van dergelijke hybride pensioenplannen heeft het management voor de waardering van deze plannen tot vorig jaar de intrinsieke-waardemethode gehanteerd. Deze methode werd geschikt geacht, maar na consultatie van specialisten heeft het management, rekening houdend met de verschillende feiten en omstandigheden betreffende deze plannen, anders geoordeeld. In lijn met de waardering gehanteerd voor 'zuivere' toegezegdpensioenregelingen, wordt de verplichting uit hoofde van toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement voortaan bepaald als het verschil tussen de contante waarde van de brutoverplichtingen (DBO) en de reële waarde van fondsbeleggingen. Vanaf 31 december 2016 worden de contante waarde van de brutoverplichtingen (DBO) en de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten door een gekwalificeerd actuaris berekend volgens de 'Projected Unit Credit'-methode (PUC).
Voor de algemene principes van deze methode verwijzen we naar de toelichting opgenomen onder 'Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding'.
In de Belgische entiteiten van de Groep voorzien alle verzekerde plannen in een vast gegarandeerd rendement tot aan pensionering (de zogenoemde 'Tak 21' verzekerde producten). Afhankelijk van de aard van het verzekerd plan wordt de contante waarde van de brutoverplichtingen bepaald inclusief of exclusief toekomstige bijdragen en hun toekomstig gewaarborgd rendement tot pensionering of beëindiging van deelname aan het plan. Voor het 'Top Performance Plan' werden geen toekomstige bijdragen in aanmerking genomen, voor alle ander 'Tak 21' verzekerde producten worden recurrente bijdragen betaald en bijgevolg ook in de actuariële berekeningen in aanmerking genomen.
Bij de bepaling van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement heeft de Groep paragraaf 115 van IAS 19 toegepast. Paragraaf 115 stelt "in de mate dat fondsbeleggingen verzekeringscontracten omvatten die kwalificeren als in aanmerking te nemen fondsbeleggingen waarvan bedrag en vervaldagstructuur overeenstemmen met het geheel of een deel van de toezeggingen onder het plan, wordt de marktwaarde van de verzekeringscontracten gelijk gesteld aan de contante waarde van de eraan gerelateerde verplichtingen", tot op het niveau van het door de verzekeraar gegarandeerde rendement. De toepassing van deze paragraaf 115 veronderstelt het bepalen van de verzekerde waarde van de toezeggingen bij pensionering, wat een invloed heeft op zowel de waarde van de fondsbeleggingen als de contante waarde van de brutoverplichtingen. Wat de toepassing van paragraaf 115 betreft is het management immers van mening dat de berekening van de contante waarde van de brutoverplichtingen tevens rekening dient te houden met het feit dat de werknemer aanspraak maakt op het hoogste van de bij de verzekeraar opgebouwde reserves en de gewaarborgde minimumreserves. Daarom dient de berekening van de contante waarde van de brutoverplichtingen met dit kenmerk rekening te houden en dit in elke situatie, hetzij tewerkstelling tot aan pensionering hetzij beëindiging van tewerkstelling voor pensionering.
Ontslagvergoedingen worden opgenomen als een verplichting en als een last wanneer een groepsonderneming zich aantoonbaar heeft verbonden tot ofwel:
Wanneer ontslagvergoedingen verschuldigd zijn na twaalf maanden volgend op de rapporteringsdatum, dan worden ze verdisconteerd aan een disconteringsvoet gelijk aan het marktrendement op rapporteringsdatum van bedrijfsobligaties van hoge kredietwaardigheid met een resterende looptijd die consistent is met de termijn van de verplichtingen van de Groep.
De interestimpact van de afwikkeling en waardering van ontslagvergoedingen aan de op balansdatum geldende disconteringsvoeten wordt in de winst- en verliesrekening opgenomen onder 'Overige financieringskosten'. De impact van toe- en afnamen van de verplichtingen van de Groep betreffende ontslagvergoedingen wordt opgenomen onder 'Overige bedrijfskosten' – Reorganisatiekosten.
De nettoverplichting van de Groep uit hoofde van langetermijnpersoneelsbeloningen andere dan bedrijfspensioenplannen, levensverzekeringsplannen en plannen voor medische bijstand heeft betrekking op de pensioenaanspraken die werknemers hebben opgebouwd in ruil voor hun diensten in de verslagperiode en voorgaande perioden.
Deze verplichting wordt berekend op basis van de 'projected unit credit'-methode en wordt verdisconteerd om de contante waarde te bepalen en de reële waarde van hiermee samenhangende activa wordt hierop in mindering gebracht. De gebruikte disconteringsvoet is het marktrendement op rapporteringsdatum van bedrijfsobligaties van hoge kredietwaardigheid met een resterende looptijd die consistent is met de geschatte looptijd van de verplichtingen van de Groep.
In tegenstelling tot de boekhoudkundige verwerking van toegezegdpensioenregelingen worden herwaarderingen van overige langetermijnpersoneelsbeloningen niet getoond in het overzicht van
de niet-gerealiseerde resultaten, maar erkend in de winsten verliesrekening.
De verplichtingen uit hoofde van kortetermijnpersoneelsbeloningen worden gewaardeerd op een nietverdisconteerde basis. Ze worden in de winst- en verliesrekening opgenomen in de periode waarin de gerelateerde prestaties worden geleverd. Een verplichting wordt opgenomen voor de personeelsbeloningen die betaalbaar zijn binnen de twaalf maanden op voorwaarde dat de Groep een bestaande in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft om dergelijke betalingen te doen als gevolg van verleende prestaties in het verleden en indien de verplichting op een betrouwbare manier kan worden bepaald.
De Groep verstrekt op aandelen gebaseerde beloningen daar ze aan een aantal door de Raad van Bestuur opgegeven personen 'Share appreciation rights'(SARs) heeft toegekend. SARs geven de houders ervan recht op een vergoeding in cash gelijk aan de toename in de waarde van de aandelen boven een voorafbepaalde koers en over een specifieke 'wachtperiode', vanaf de datum van toekenning tot de datum van afwikkeling. In de op aandelen gebaseerde beloningsverrichtingen participeren werknemers in de evolutie van de waarde van het onderliggend instrument, zijnde de aandelen van Agfa-Gevaert NV en de betaling in cash is gebaseerd op de koers of waarde van het aandeel.
Betreffende 'Share appreciation rights' geven maar recht op vergoeding wanneer de werknemers gedurende een specifieke periode zijn tewerkgesteld (kort 'wachtperiode' genoemd). Daarom erkent de Onderneming de kost van de beloning en de daaruit voortvloeiende verplichting, over de looptijd van voornoemde wachtperiode. De verplichting wordt initieel en gedurende voornoemde looptijd, telkens op het einde van een rapporteringsperiode, gewaardeerd aan de reële waarde van de 'Share appreciation rights' bepaald aan de hand van een aandelenoptiemodel en in de mate van de door de werknemers geleverde dienstprestaties. Wijzigingen in de reële waarden worden erkend in de
winst- en verliesrekening. Zowel de kost bij initiële waardering als het impact van de wijzigingen in de reële waarde worden opgenomen als kost van personeelsbeloningen. Het gehanteerde optiewaarderingsmodel is 'Black and Scholes'.
Voorzieningen worden in de balans opgenomen indien een onderneming van de Groep een bestaande verplichting heeft (in rechte afdwingbare of feitelijke) ten gevolge van een gebeurtenis van het verleden en als het waarschijnlijk is dat de afwikkeling van deze verplichting resulteert in een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en een betrouwbare inschatting gemaakt kan worden van het bedrag van de verplichting.
Het bedrag van de voorziening is gebaseerd op de best mogelijke schatting van de uitgaven die vereist zijn om de bestaande verplichting op de rapporteringsdatum af te wikkelen.
Indien het effect van de tijdswaarde van geld materieel is, worden voorzieningen verdisconteerd op basis van een disconteringsvoet vóór belastingen waarbij rekening wordt gehouden met de huidige marktbeoordelingen voor de tijdswaarde van het geld en de risico's die inherent zijn aan de verplichting.
Een voorziening voor reorganisatiekosten wordt geboekt indien de Groep formeel een gedetailleerd reorganisatieplan heeft goedgekeurd en bij de betrokkenen een geldige verwachting heeft gewekt dat de reorganisatie zal worden doorgevoerd door het plan te beginnen uitvoeren of door de belangrijke kenmerken ervan mee te delen aan de betrokkenen. Voor toekomstige exploitatieverliezen worden geen voorzieningen opgenomen.
Indien er terreinen vervuild zijn, dan wordt er, in overeenstemming met de gepubliceerde milieupolitiek van de Groep en de van toepassing zijnde wettelijke verplichtingen, een voorziening voor bodemsanering aangelegd.
Omzetgerelateerde voorzieningen omvatten voornamelijk te betalen bedragen aan klanten met betrekking tot tijdens het boekjaar geleverde goederen en diensten, zoals omzetkortingen en rabatten,
commissies betaalbaar aan agenten, voorzieningen voor garantieverplichtingen en commerciële betwistingen alsook voorzieningen voor verlieslatende contracten. Een voorziening voor garantieverplichtingen ter waarde van de voor de Groep ingeschatte vervangingskost wordt aangelegd op het moment dat de opbrengsten in de winst- en verliesrekening worden opgenomen.
Een voorziening wordt aangelegd voor overeenkomsten waarbij de onvermijdelijke kosten die nodig zijn om de verplichtingen uit hoofde van het contract na te komen, hoger liggen dan de economische voordelen die naar verwachting uit het contract worden ontvangen.
Niet-afgeleide financiële verplichtingen omvatten obligatieleningen, bankschulden, 'revolving' en andere kredietfaciliteiten, handelsschulden en overige te betalen posten.
Financiële verplichtingen worden opgenomen in de balans op transactiedatum, zijnde het moment dat de Groep zich verbindt aan de contractuele bepalingen van het instrument. De rentedragende verplichtingen worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde, verminderd met direct toewijsbare transactiekosten. Na de initiële waardering worden de rentedragende verplichtingen opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs, waarbij het verschil tussen het initiële bedrag en het aflossingsbedrag pro rata temporis in de winst- en verliesrekening wordt opgenomen op basis van de effectieve rentemethode.
De Groep neemt een financiële verplichting niet langer op in haar balans wanneer de contractuele verplichtingen teniet gaan, ontbonden worden of aflopen.
Bedragen die conform de contractuele bepalingen aan de klanten kunnen worden gefactureerd, maar nog niet verworven zijn, worden in de balans opgenomen als uitgestelde opbrengsten.
Zij hebben voornamelijk betrekking op overeenkomsten waarin meerdere goederen en/of diensten samen aan
de klant worden aangeboden en onderhoudscontracten. Uitgestelde opbrengsten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen conform de criteria voor het erkennen van opbrengsten zoals beschreven onder 3.3.
Naar analogie met de uitgestelde opbrengsten hebben de uitgestelde overige bedrijfsopbrengsten betrekking op overige bedrijfsopbrengsten die nog niet verworven zijn. Uitgestelde overige bedrijfsopbrengsten worden op de balans opgenomen onder 'Overlopende rekeningen – langlopende verplichtingen' en 'Overige verplichtingen – kortlopende verplichtingen.
Overheidssubsidies zijn een typisch voorbeeld van uitgestelde overige bedrijfsopbrengsten. Ze worden als bedrijfsopbrengst in de winst- en verliesrekening opgenomen zodra er redelijke zekerheid bestaat dat zij zullen worden ontvangen en dat de Groep zal voldoen of reeds voldoet aan de daaraan verbonden voorwaarden. Subsidies ter compensatie van door de Groep gemaakte kosten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen in dezelfde functionele rapporteringslijn waar tevens de kosten worden gepresenteerd.
Zij worden systematisch aan de kosten toegewezen waarop ze betrekking hebben.
Subsidies, toegekend voor de aankoop of productie van activa (immateriële activa of materiële vaste activa), worden bij eerste opname in de balans gepresenteerd als uitgestelde overige bedrijfsopbrengsten en vervolgens in de winst- en verliesrekening opgenomen, gespreid over de gebruiksduur van het actief.
Overheidssubsidies toegekend voor toekomstige kosten worden verwerkt als uitgestelde overige bedrijfsopbrengsten.
Een aantal reeds gepubliceerde IFRS-standaarden, herzieningen aan IFRS-standaarden en nieuwe interpretaties van IFRS-standaarden waren nog niet van kracht per 31 december 2016 en werden dus niet toegepast in de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening. De Groep zal deze standaarden toepassen nadat deze zijn goedgekeurd voor gebruik in de Europese Unie. Het betreft:
• IFRS 9 Financiële instrumenten
In november 2009 publiceerde de IASB, IFRS 9 Financiële instrumenten, die de classificatie en waarderingsgrondslagen van financiële activa aanpast, van toepassing op jaarperioden die beginnen op of na 1 januari 2018. Deze aanpassingen werden bekrachtigd door de Europese Unie in november 2016, met effectieve datum voor gebruik in de Europese Unie op 1 januari 2018.
In overeenstemming met IFRS 9 dient de entiteit na eerste opname alle financiële activa te waarderen ofwel tegen geamortiseerde kostprijs ofwel tegen reële waarde via de winst- en verliesrekening of via de niet-gerealiseerde resultaten en dit in overeenstemming met het business model dat de entiteit gebruikt voor het beheer van de financiële activa en overeenkomstig de kenmerken van de contractuele kasstromen verbonden aan het financieel actief. Beleggingen in schuldpapieren worden gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs indien deze worden aangehouden binnen een business model waarvan de doelstelling is om het actief aan te houden om de contractuele kasstromen te ontvangen op specifieke data die alleen betrekking hebben op het aflossen van de hoofdsom en het betalen van rente. Beleggingen in aandelen kunnen toegewezen worden aan de categorie aangehouden aan reële waarde met waardeveranderingen opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten, waarbij enkel de dividenden geboekt worden in winst- en verliesrekening. Andere financiële instrumenten worden gewaardeerd aan reële waarde met waardeveranderingen geboekt in winst- en verliesrekening. Winsten en verliezen op financiële activa gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs en niet deel uitmakend van een afdekkingsrelatie worden in de winst- en verliesrekening geboekt op het moment dat het financieel actief wordt uitgeboekt, er een bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt wordt op het financieel actief, of het financieel actief geherclassificeerd wordt.
In oktober 2010 publiceerde de IASB een aanpassing aan IFRS 9 die de standaard uitbreidt met de principes voor de boekhoudkundige verwerking van financiële verplichtingen en de vervreemding van actief- en passiefbestanddelen.
In november 2013 publiceerde de IASB een aanpassing aan IFRS 9 waarbij een nieuw model voor 'hedge accounting' werd ingevoerd, alsook nieuwe verplichtingen voor de boekhoudkundige verwerking en voorstelling van door de onderneming uitgegeven schuldbewijzen gewaardeerd aan reële waarde. Met de invoering van het nieuwe model voor 'hedge accounting', werd tevens een aanpassing gepubliceerd aan IFRS 7 Financiële instrumenten: Toelichtingen, die bijkomende toelichtingen vereist voor 'hedge accounting'.
In juli 2014 publiceerde de IASB een aanpassing waarbij nieuwe vereisten werden opgenomen inzake het boeken van bijzondere waardeverminderingsverliezen, de boekhoudkundige verwerking van afdekkingstransacties en uitboeking van activa. Het model voor het boeken van bijzondere waardeverminderingsverliezen is gebaseerd op de verwachte verliezen op het moment dat het actief voor de eerste maal geboekt wordt, vooraleer er zich een verliessituatie voorgedaan heeft.
De Groep onderzoekt momenteel de impact die de invoering van een model van verwachte waardeverminderingsverliezen zal hebben op de geconsolideerde jaarrekening. Er wordt verwacht dat de andere aspecten met betrekking tot de waardering en classificatie van financiële activa die door IFRS 9 ingevoerd worden, geen materiële impact zullen hebben op de geconsolideerde jaarrekening maar deze zullen wel de presentatie van de geconsolideerde jaarrekening veranderen.
• IFRS 15 Opbrengsten uit contracten met klanten In mei 2014 publiceerde de IASB een nieuwe standaard IFRS 15 over erkenning van opbrengsten. In september 2015 werd er een aanpassing gepubliceerd die de datum van eerste toepassing verschuift naar jaarperioden die aanvangen op of na 1 januari 2018. Deze standaard werd in september 2016 bekrachtigd door de Europese Unie, met effectieve datum voor gebruik in de Europese Unie op 1 januari 2018. Op 12 april 2016 publiceerde de IASB-verduidelijkingen bij de IFRS-standaard 15 die nog niet bekrachtigd zijn voor gebruik in de Europese Unie.
Deze standaard introduceert een vijfstappen aanpak in de bepaling van de methode voor het boeken van opbrengsten: als eerste stap dient het contract met de klant geïdentificeerd te worden, nadien dienen de prestatieverplichtingen in het contract bepaald te worden, in een derde stap dient de transactieprijs bepaald te worden, nadien wordt de transactieprijs toegewezen aan de prestatieverplichtingen in het contract en als laatste stap worden de opbrengsten geboekt wanneer de entiteit een prestatieverplichting vervult. De standaard bepaalt tevens of dat de opbrengsten dienen geboekt te worden op een bepaald moment of gespreid over een bepaalde periode. De standaard introduceert nieuwe uitgebreide toelichtingen omtrent opbrengsten.
De Groep heeft de toepassing van de vijfstappen aanpak bestudeerd en heeft geconcludeerd dat de toepassing van de nieuwe standaard IFRS 15 in vergelijking met het huidige gebruikte model voor omzeterkenning, geen impact zal hebben noch op het tijdstip dat de opbrengsten geboekt zullen worden noch op het bedrag van de opbrengsten. Op dit moment past de Groep een model toe waarbij opbrengsten uit overeenkomsten waarin meerdere goederen en/of diensten samen aan de koper worden aangeboden, en die geen significante aanpassingen en programmatie op maat van de koper vereisen, toegewezen worden aan de verschillende identificeerbare goederen en/of diensten op basis van hun reële waarde. De Groep heeft beoordeeld dat de toewijzing aan identificeerbare goederen en/of diensten in overeenstemming is met de definitie van een prestatieverplichting zoals bepaald in de nieuwe standaard. De nieuwe standaard zal de presentatie van de balans aanpassen door de vereiste dat contractuele activa en verplichtingen verbonden aan contracten met klanten apart dienen getoond te worden als een rubriek op de balans. Momenteel zitten deze activa en verplichtingen vervat in andere rubrieken van de balans.
• Verkoop of inbreng van activa tussen een investeerder en zijn joint venture of geassocieerde deelneming (Aanpassing aan IFRS 10 Geconsolideerde Jaarrekening en aan IAS 28 Investeringen in geassocieerde deelnemingen en samenwerkingsverbanden)
In september 2014 publiceerde de IASB een beperkte aanpassing om een inconsistentie tussen de standaarden IFRS 10 en IAS 28 te verduidelijken met betrekking tot de verkoop of inbreng van activa tussen een investeerder en zijn joint venture of geassocieerde deelneming. De aanpassing verduidelijkt wanneer de winst of het verlies volledig wordt opgenomen. In december 2015 werd er een aanpassing gepubliceerd die de eerste toepassingsdatum, initieel voorzien voor jaarperioden die beginnen op of na 1 januari 2016, voor een onbeperkte periode verschuift.
Een nieuwe toepassingsdatum dient bepaald te worden door de IASB. De aanpassingen zullen geen materieel effect hebben op de geconsolideerde jaarrekening.
In januari 2016 publiceerde de IASB een nieuwe standaard over leaseovereenkomsten, van toepassing op jaarperioden die beginnen op of na 1 januari 2019. De standaard werd nog niet goedgekeurd voor gebruik in de Europese Unie. Deze nieuwe standaard vervangt de huidige standaard IAS 17 aangaande de boekhoudkundige verwerking van leaseovereenkomsten. IFRS 16 schrapt de classificatie van leaseovereenkomsten tussen operationele en financiële leaseovereenkomsten voor de leasingnemer en introduceert één enkel model voor de boekhoudkundige verwerking van leaseovereenkomsten voor de leasingnemer. Alle overeenkomsten, behalve de kortlopende leaseovereenkomsten van minder dan twaalf maanden en de overeenkomsten met immateriële waarde, dienen in de balans geboekt te worden aan de contante waarde van de toekomstige minimale leasebetalingen.
Deze worden getoond als een 'right-of-use' actief in de balans van de leasingnemer. Leasebetalingen die worden betaald over de looptijd van het contract worden gepresenteerd als een financiële schuld.
In de winst- en verliesrekening dient de afschrijvingslast met betrekking tot het geleasde actief apart gepresenteerd te worden van de interestlast op de financiële verplichting. Voor leasinggevers zijn er geen substantiële veranderingen in deze nieuwe standaard IFRS 16. De leasinggever zal de leaseovereenkomsten blijven voorstellen als ofwel operationele ofwel financiële leaseovereenkomsten. De boekhoudkundige verwerking van
beide types van overeenkomsten voor de leasinggever blijft verschillend. De Groep onderzoekt momenteel de impact dat de toepassing van deze nieuwe standaard zal hebben op de geconsolideerde jaarrekening.
• IAS 12 Inkomstenbelastingen: Erkenning van uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot niet-gerealiseerde verliezen
In januari 2016 publiceerde de IASB een aanpassing aan IAS 12, van toepassing op jaarperioden die beginnen op of na 1 januari 2017. Deze aanpassing werd nog niet goedgekeurd voor gebruik in de Europese Unie. Deze aanpassing verduidelijkt de boekhoudkundige verwerking van uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot schuldinstrumenten aangehouden tegen reële waarde. Deze aanpassing zal geen impact hebben op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep.
• Aanpassing aan IAS 7 Kasstroomoverzicht – Toelichtingen
In januari 2016 publiceerde de IASB aanpassing aan IAS 7 Kasstroomoverzicht, als deel van een initiatie betreffende toelichtingen, van toepassing op jaarperioden die beginnen op of na 1 januari 2017. Deze aanpassing werd nog niet goedgekeurd voor gebruik in de Europese Unie. Deze aanpassing vereist toelichtingen betreffende verplichtingen uit financieringsactiviteiten, meer bepaald een uitsplitsing tussen wijzigingen in financieringsactiviteiten die een echte kasstroom teweegbrengen en niet-kasbewegingen. De Groep zal de toelichtingen verstrekken in overeenkomst met deze aanpassing aan de standaard.
• Aanpassing aan IFRS 2: Op aandelen gebaseerde betalingen
In juni 2016 publiceerde de IASB aanpassingen aan IFRS 2 Op aandelen gebaseerde betalingen van toepassing op jaarperioden die aanvangen op of na 1 januari, 2018. Deze aanpassing werd nog niet bekrachtigd voor gebruik in de Europese Unie. Deze aanpassing verduidelijkt de classificatie en waardering van bepaalde op aandelen gebaseerde betalingen en heeft de intentie om diversiteit in toepassing van bepaalde op aandelen gebaseerde betalingen transacties te elimineren. De aanpassingen zijn zeer beperkt in omvang. De aanpassing zal geen materiële impact hebben op de geconsolideerde jaarrekening.
• Aanpassing aan IFRS 4: Toepassing van IFRS 9 Financiële instrumenten met IFRS 4 Verzekeringscontracten In september 2016, publiceerde de IASB een aanpassing aan IFRS 4 van toepassing op jaarperioden die aanvangen op of na 1 januari 2018. Deze aanpassing werd nog niet bekrachtigd voor toepassing binnen de Europese Unie. Deze aanpassing werd gepubliceerd om tegemoet te komen aan de moeilijkheden op boekhoudkundig vlak die het gevolg zijn van verschillende effectieve toepassingsdata van de standaarden IFRS 9 Financiële instrumenten en IFRS 4 Verzekeringscontracten. De aanpassing biedt de mogelijkheid aan ondernemingen die verzekeringscontracten uitgeven die binnen het toepassingsgebied van IFRS 4 vallen te kiezen tussen twee mogelijkheden, de 'overlay' aanpak en de tijdelijke uitzonderingsoptie. De 'overlay' optie biedt de mogelijkheid aan uitgevers van verzekeringscontracten om welbepaalde inkomsten of kosten te herklasseren van de winst- en verliesrekening naar niet-gerealiseerde resultaten daar waar de
tijdelijke uitzonderingsoptie de mogelijkheid biedt om de toepassing van IFRS 9 uit te stellen, op voorwaarde dat hun belangrijkste activiteit bestaat uit het uitgeven van verzekeringscontracten. Deze aanpassing zal geen impact hebben op de geconsolideerde jaarrekening.
• Jaarlijkse Verbeteringen aan IFRS standaarden 2014-2016 cyclus
In december 2016, publiceerde de IASB een volgende set aan jaarlijkse aanpassingen aan IFRS standaarden van toepassing op jaarperioden die aanvangen op of na 1 januari 2017 en op of na 1 januari 2018. Deze aanpassingen werden nog niet bekrachtigd voor toepassing binnen de Europese Unie.
Deze verbeteringen schrappen de kortetermijnuitzonderingen voor eerste toepassing van IFRS; verduidelijken het toepassingsgebied van IFRS 12 Informatieverschaffing over belangen in andere entiteiten door te bepalen dat de toelichtingsvereisten bepaald in deze standaard eveneens van toepassing zijn op activa aangehouden voor verkoop of uitkering of als stopgezette activiteit; en verduidelijken dat organisaties die durfkapitaal verstrekken de keuze hebben om investeringen in geassocieerde deelnemingen of joint ventures te waarderen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening en dit voor elke investering afzonderlijk.
Deze aanpassingen zullen geen effect hebben op de geconsolideerde jaarrekening.
In december 2016, publiceerde de IASB een IFRIC interpretatie van toepassing op jaarperioden die beginnen op of na 1 januari 2018. Deze interpretatie werd nog niet bekrachtigd voor gebruik binnen de Europese Unie. IFRIC 22 verduidelijkt de boekhoudkundige behandeling van verrichtingen waarvoor de entiteit een vergoeding ontvangt in vreemde valuta, waarbij de entiteit een actief opneemt met betrekking tot een voorafbetaling of een verplichting met betrekking tot uitgestelde opbrengsten die niet-monetair is. De interpretatie verduidelijkt dat de transactiedatum, voor het bepalen van de wisselkoers, overeenkomt met de datum dat het niet-monetair actief of de niet-monetaire verplichting initieel werd opgenomen. Indien er verschillende betalingen worden uitgevoerd, wordt een transactiedatum bepaald voor elke betaling. Er wordt niet verwacht dat de toepassing van deze interpretatie een materiële impact zal hebben op de geconsolideerde jaarrekening.
In december 2016, publiceerde de IASB een aanpassing aan IAS 40 Overdrachten van vastgoedbeleggingen, van toepassing op jaarperioden die beginnen op of na 1 januari 2018. Deze aanpassing werd nog niet bekrachtigd voor toepassing in de Europese Unie.
Deze aanpassing verduidelijkt dat een entiteit vastgoed van of naar de rubriek Vastgoedbeleggingen dient over te dragen indien er indicaties zijn van wijzigingen van gebruik. Een wijziging van gebruik doet zich eveneens voor in de gevallen dat een vastgoed niet langer voldoet aan de definitie van vastgoedbeleggingen. Een wijziging in de intenties van het management met betrekking tot het gebruik van het vastgoed is op zich geen wijziging van gebruik. Deze aanpassing zal geen effect hebben op de geconsolideerde jaarrekening.
Het management van de Groep heeft drie operationele segmenten geïdentificeerd: Agfa Graphics, Agfa HealthCare en Agfa Specialty Products. Elk van deze operationele segmenten heeft sterke marktposities, een duidelijk
omlijnde strategie en volledige verantwoordelijkheid, bevoegdheid en aansprakelijkheid.
De operationele segmenten van de Groep reflecteren het niveau waarop de CEO van de Groep en het Executive Committee de activiteiten beoordelen en beslissingen nemen over de toewijzing van middelen en andere operationele zaken. De te rapporteren segmenten van de Groep zijn dezelfde als zijn operationele segmenten.
De te rapporteren segmenten Agfa Graphics, Agfa HealthCare en Agfa Specialty Products omvatten de volgende activiteiten:
Agfa Graphics biedt commerciële drukkers, krantendrukkers en verpakkingsdrukkers een uitgebreid gamma geïntegreerde drukvoorbereidingssystemen: van complete computer-to-plate oplossingen en drukplaten tot software voor kleurenmanagement, voor workflow-automatisering en voor het ontwerpen van veiligheidsdrukwerk. Verder levert Agfa Graphics een breed gamma digitale drukoplossingen aan sign & displaydrukkers. De grootformaatprinters van Agfa combineren een hoge snelheid met een uitzonderlijke printkwaliteit. Ze maken deel uit van een volledig pakket, inclusief speciale inkten en software voor workflowautomatisering. Tot slot ontwikkelt en produceert Agfa Graphics ook kwaliteitsvolle inkten en vloeistoffen voor verscheidene industriële inkjettoepassingen. Hiermee geven ze industriële bedrijven de mogelijkheid om drukwerk in hun productieprocessen te integreren.
Agfa HealthCare is een toonaangevende leverancier van systemen voor medische beeldvorming en IT-systemen voor ziekenhuizen en zorgcentra over de hele wereld. De businessgroep is een belangrijke speler op de markt van de medische beeldvorming. Met analoge, digitale en IT-systemen voldoet Agfa HealthCare wereldwijd aan de eisen van gespecialiseerde clinici. Voorts heeft de businessgroep een sleutelrol op de markt van de ziekenhuisbrede IT-systemen. Deze systemen integreren de administratieve, financiële en klinische workflows voor individuele ziekenhuizen en ziekenhuisgroepen. Vandaag vertrouwen zorgorganisaties in meer dan 100 landen op toonaangevende technologieën van Agfa HealthCare, oplossingen en diensten voor de optimalisering van hun efficiëntie en de verbetering van hun patiëntenzorg.
Agfa Specialty Products biedt een brede waaier producten voor grote industriële klanten die niet tot de grafische en gezondheidszorgmarkten behoren. Enerzijds biedt dit segment klassieke filmgebaseerde producten aan zoals film voor niet-destructief materiaalonderzoek, film voor luchtfotografie, microfilm en film voor de productie van gedrukte schakelingen (PCB's). Anderzijds richt Agfa Specialty Products zich op veelbelovende groeimarkten met innovatieve oplossingen. Voorbeelden hiervan zijn synthetisch papier, geleidende polymeren, materialen voor de productie van beveiligde identiteitsdocumenten en membranen voor de productie van waterstof.
Het resultaat van een te rapporteren segment omvat de opbrengsten en kosten die rechtstreeks door een segment worden gegenereerd, inclusief het relevante deel van de opbrengsten en kosten dat redelijkerwijs aan het segment kan worden toegewezen. De operationele segmenten omvatten geen opbrengsten uit transacties met andere operationele segmenten van de Groep.
De activa en verplichtingen van een segment omvatten de activa en verplichtingen die direct zijn toe te wijzen aan een segment, inclusief de activa en verplichtingen die redelijkerwijs aan het segment kunnen worden toegewezen. De activa en verplichtingen van een segment worden weergegeven exclusief actuele vorderingen en verplichtingen uit winstbelastingen en uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen.
De toewijzing van activa en verplichtingen die door meer dan één te rapporteren segment worden aangewend, kan als volgt worden samengevat:
De algemene regel is dat elk bestanddeel van de activa van het segment in zijn geheel wordt toegewezen aan één van de te rapporteren segmenten, met andere woorden een actiefbestanddeel zoals een kantoorgebouw wordt toegewezen aan één enkel segment. Als het desbetreffende actiefbestanddeel door meer dan één te rapporteren
segment wordt gebruikt, heeft één segment het activum in eigendom terwijl de andere segmenten het huren (doorbelasting door middel van dienstenovereenkomsten). Hetzelfde geldt voor bedrijfsverplichtingen zoals verplichtingen ten opzichte van het personeel. Aangezien al de personeelsleden, met uitzondering van de werknemers die tot het Corporate Center of de Global Shared Services (ICS, HR en Aankoop) behoren en de inactieve werknemers (zie verder), toegewezen zijn aan een specifiek te rapporteren segment, worden alle daaraan verbonden verplichtingen en voorzieningen toegewezen aan het segment waartoe de betrokken werknemer behoort.
De productie-eenheid Materials produceert film en chemicaliën voor Agfa Graphics, Agfa HealthCare en Agfa Specialty Products wereldwijd. De operationele activa toegewezen aan de productieeenheid Materials zijn eigendom van de drie te rapporteren segmenten. Dit is een uitzondering op bovenstaand principe dat elk actief bestanddeel eigendom is van één te rapporteren segment.
Bedrijfsopbrengsten en -kosten en bedrijfsactiva en -verplichtingen die betrekking hebben op het Corporate Center en de Global Shared Services, alsook op de productie van filmverbruiksgoederen, worden verdeeld over de verschillende te rapporteren segmenten met behulp van verdeelsleutels.
De resultaten, activa en verplichtingen die betrekking hebben op inactieve werknemers kunnen niet toegewezen worden aan één of meer te rapporteren segmenten. Deze gegevens zijn begrepen in de reconciliatie tussen het totaal van de te rapporteren segmenten en het totaal van de geconsolideerde winst- en verliesrekening, totale activa en totale verplichtingen (zie toelichting 5.3). Inactieve werknemers worden gedefinieerd als gepensioneerden, vroegere werknemers die rechten hebben opgebouwd en andere inactieve werknemers zoals bruggepensioneerden waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij niet zullen terugkeren tot een actieve status. Werknemers die in principe slechts tijdelijk inactief zijn zoals ten gevolge van langdurige invaliditeit of ziekte, zwangerschapsverlof, legerdienst en dergelijke worden als actieve werknemers behandeld en bijgevolg toegewezen aan één van de te rapporteren segmenten. Het verschil tussen het totaal van de segmentactiva en -verplichtingen en het balanstotaal omvat saldi voortkomend uit de verkoop in 2004 tussen de Groep en de AgfaPhoto Groep van het vroegere segment Consumer Imaging.
De kerngegevens van de te rapporteren segmenten werden als volgt berekend:
de verplichtingen van een segment zijn de verplichtingen die voortvloeien uit de bedrijfsactiviteiten van een te rapporteren segment;
de nettokasstromen uit de te rapporteren segmenten vertegenwoordigen het verschil tussen de kasontvangsten en de kasuitgaven die voortvloeien uit een te rapporteren segment. De financieringskasstromen, de ontvangen rente en kasstromen uit overige investeringsactiviteiten zijn niet toegewezen aan een te rapporteren segment;
| Te rapporteren segment | Agfa Graphics | Agfa HealthCare | Products | Agfa Specialty | TOTAAL | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | 2015 | 2016 | 2015 | 2016 | 2015 | 2016 | 2015 | 2016 |
| Opbrengsten | 1.358 | 1.267 | 1.099 | 1.090 | 189 | 180 | 2.646 | 2.537 |
| Evolutie | 0,2% | (6,7)% | 2,8% | (0,8)% | (3,6)% | (4,8)% | 1,0% | (4,1)% |
| Recurrente EBIT | 65 | 80 | 107 | 120 | 13 | 13 | 185 | 213 |
| % van de opbrengsten | 4,8 % | 6,3% | 9,7% | 11,0% | 6,9% | 7,2% | 7,0% | 8,4% |
| Resultaat van het segment | 56 | 61 | 98 | 101 | 13 | 11 | 167 | 173 |
| Activa van het segment | 722 | 695 | 1.137 | 1.125 | 107 | 98 | 1.966 | 1.918 |
| Verplichtingen van het segment | 379 | 383 | 469 | 475 | 44 | 41 | 892 | 899 |
| Nettokasstromen uit de te rapporteren segmenten | 54 | 88 | 120 | 97 | 13 | 11 | 187 | 196 |
| Investeringsuitgaven | 17 | 21 | 18 | 20 | 2 | 3 | 37 | 44 |
| Afschrijvingen | 29 | 27 | 27 | 26 | 4 | 4 | 60 | 57 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | - | 9 | 1 | 6 | - | - | 1 | 15 |
| Andere niet-kaskosten (-opbrengsten) | 81 | 86 | 94 | 90 | 16 | 14 | 191 | 190 |
| Kosten van onderzoek en ontwikkeling | 45 | 43 | 90 | 92 | 9 | 6 | 144 | 141 |
| Gemiddeld aantal personeelsleden (in voltijdse equivalenten) (1) |
4.237 | 4.200 | 5.544 | 5.500 | 645 | 628 | 10.426 | 10.329 |
(1) Cijfers omvatten vaste en tijdelijke contracten.
| MILJOEN EURO | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Opbrengsten | ||
| Opbrengsten van de te rapporteren segmenten | 2.646 | 2.537 |
| Geconsolideerde opbrengsten | 2.646 | 2.537 |
| Recurrente EBIT | ||
| Recurrente EBIT van de te rapporteren segmenten | 185 | 213 |
| Recurrente EBIT niet toegewezen aan de te rapporteren segmenten (1) | (5) | (5) |
| Geconsolideerde recurrente EBIT | 180 | 208 |
| Winst- en verliesrekening | ||
| Resultaat van het segment | 167 | 173 |
| Winst (verlies) uit bedrijfsactiviteiten niet toegewezen aan de te rapporteren segmenten (1) | (6) | (7) |
| Winst uit bedrijfsactiviteiten | 161 | 166 |
| Overige niet-toewijsbare bedragen: | ||
| Financieringsbaten (-kosten) - netto | (11) | (8) |
| Overige financiële opbrengsten (kosten) - netto | (63) | (43) |
| Geconsolideerde winst (verlies) voor belastingen | 87 | 115 |
| Activa | ||
| Activa van de te rapporteren segmenten | 1.966 | 1.918 |
| Bedrijfsactiva niet-toegewezen aan de te rapporteren segmenten (1) | 1 | 1 |
| Financiële activa | 6 | 2 |
| Geassocieerde deelnemingen | 1 | - |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 152 | 149 |
| Invorderbare minimale leasebetalingen | 82 | 87 |
| Derivaten | 2 | 2 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 123 | 129 |
| Overige niet-toewijsbare activa | 69 | 64 |
| Geconsolideerde totale activa | 2.402 | 2.352 |
| Verplichtingen | ||
| Verplichtingen van de te rapporteren segmenten | 892 | 899 |
| Verplichtingen voortvloeiend uit bedrijfsactiviteiten, niet-toegewezen aan de te rapporteren segmenten (1) |
971 | 1.003 |
| Rentedragende verplichtingen | 181 | 111 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 21 | 19 |
| Derivaten | 4 | 8 |
| Overige niet-toewijsbare verplichtingen | 65 | 60 |
| Geconsolideerde totale verplichtingen | 2.134 | 2.100 |
| Kasstromen | ||
| Nettokasstromen uit de te rapporteren segmenten | 187 | 196 |
| Bedrijfskasstromen niet-toegewezen aan de te rapporteren segmenten (1) | (78) | (82) |
| Netto betaalde rente en dividend betaald aan minderheidsbelangen | (41) | (20) |
| Nettoterugbetalingen van leningen | (137) | (72) |
| Overige financieringskasstromen | (7) | (15) |
| Wijzigingen in overige investeringsactiviteiten | 4 | (3) |
| Geconsolideerde nettowijziging in geldmiddelen en kasequivalenten | (72) | 4 |
(1) Bedrijfsresultaten, activa en verplichtingen en kasstromen niet toegewezen
aan de te rapporteren segmenten hebben voornamelijk betrekking op inactieve werknemers.
De andere materiële posten, voorgesteld in de tabel bij toelichting 5.2, kunnen als volgt gereconcilieerd worden met de geconsolideerde cijfers:
| MILJOEN EURO | Toelichting | Totaal van de te rapporteren segmenten |
Aanpassingen | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|
| Investeringsuitgaven - kasstromen | 13/14 | 37 | - | 37 |
| Afschrijvingen | 13/14 | 60 | - | 60 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | 13/14 | 1 | - | 1 |
| Andere niet-kaskosten (-opbrengsten) | 191 | - | 191 | |
| Kosten van onderzoek en ontwikkeling | 144 | - | 144 |
| MILJOEN EURO | Toelichting | Totaal van de te rapporteren segmenten |
Aanpassingen | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|
| Investeringsuitgaven - kasstromen | 13/14 | 44 | - | 44 |
| Afschrijvingen | 13/14 | 57 | - | 57 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | 13/14 | 15 | - | 15 |
| Andere niet-kaskosten (-opbrengsten) | 190 | - | 190 | |
| Kosten van onderzoek en ontwikkeling | 141 | - | 141 |
De Groep maakt een onderscheid tussen vier geografische markten: Europa, NAFTA, Latijns-Amerika en Azië/Oceanië/ Afrika. De Groep is gevestigd in België.
| MILJOEN EURO | Opbrengsten per markt (1) | Vaste activa (2) |
|---|---|---|
| Europa | 1.038 | 526 |
| waarvan België | 40 | 172 |
| NAFTA | 698 | 331 |
| Latijns-Amerika | 209 | 25 |
| Azië/Oceanië/Afrika | 701 | 30 |
| TOTAAL | 2.646 | 912 |
(1) locatie van klanten
(2) uitgezonderd uitgestelde belastingvorderingen en volgens de locatie van de activas
| MILJOEN EURO | Opbrengsten per markt (1) | Vaste activa (2) |
|---|---|---|
| Europa | 1.018 | 509 |
| waarvan België | 36 | 174 |
| NAFTA | 675 | 344 |
| Latijns-Amerika | 191 | 30 |
| Azië/Oceanië/Afrika | 653 | 34 |
| TOTAAL | 2.537 | 917 |
(1) locatie van klanten
(2) uitgezonderd uitgestelde belastingvorderingen en volgens de locatie van de activas
Er waren geen overnames gedurende 2016.
In december 2015 heeft de Groep alle aandelen van de TIP GROUP Holding GmbH overgenomen, een gespecialiseerde ontwikkelaar van 'business intelligence' software en ERPsystemen met bedrijfsactiviteiten in Oostenrijk, Duitsland en Zwitserland. De TIP GROUP Holding GmbH houdt
100%-investeringen aan in drie dochterondernemingen: in Oostenrijk, Duitsland en Zwitserland.
De overname breidt de portfolio van Agfa HealthCare uit met 'business intelligence' en brengt een oplossing die is afgestemd op de behoeften aan data-integratie en analyse van het ziekenhuis. De aankooprijs bedroeg 7 miljoen euro. De verworven identificeerbare activa en de overgenomen verplichtingen zijn gewaardeerd aan hun reële waarde op overnamedatum.
Verworven identificeerbare activa en de overgenomen verplichtingen worden weergegeven in de volgende tabel:
| MILJOEN EURO | Toelichting | TIP Group Holding GmbH en dochterondernemingen |
|---|---|---|
| Verworven technologie | 13 | 1 |
| Verworven cliëntencontracten en -relaties | 13 | 6 |
| Handelsvorderingen | 2 | |
| Overige belastingvorderingen | 1 | |
| Overige belastingschulden | (1) | |
| Uitgestelde opbrengsten | (2) | |
| Bankschulden | (1) | |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | (2) | |
| TOTAAL VERWORVEN IDENTIFICEERBARE NETTO-ACTIVA | 4 |
Verworven technologie en verworven cliëntencontracten en -relaties worden beide afgeschreven over een looptijd van 15 jaar. De reële waarde van de verworven immateriële activa werd bepaald aan de hand van de contante waarde van de toekomstige kasstromen. Handelsvorderingen
omvatten bruto contractuele bedragen ten belope van 2 miljoen euro waarvan op overnamedatum verwacht wordt dat deze volledig geïnd zullen worden. De goodwill op overname bedraagt 3 miljoen euro en werd als volgt berekend:
| MILJOEN EURO | Toelichting | TIP Group Holding GmbH en dochterondernemingen |
|---|---|---|
| Betaalde overnameprijs | 7 | |
| Reële waarde van de identificeerbare netto-activa | (4) | |
| Goodwill | 13 | 3 |
De goodwill op overname heeft voornamelijk betrekking op verwachte synergievoordelen uit de samenvoeging van de bedrijfsactiviteiten met de Groep. Het bedrag van goodwill is fiscaal niet aftrekbaar. Kosten verbonden aan de overname betreffen betaalde vergoedingen aan externe adviseurs en 'due diligence' kosten. Deze kosten zijn immaterieel en werden geboekt in de algemene beheerskosten van de winst-en verliesrekening. De winsten verliesrekening van de Groep bevat geen omzet en geen andere opbrengsten en kosten van de overgenomen groep omwille van het feit dat de TIP GROUP Holding GmbH overgenomen is op 31 december 2015.
Bij de uitoefening van haar bedrijfsactiviteit wordt de Groep blootgesteld aan een aantal financiële risico's – zoals het valutarisico, het renterisico, het risico verbonden aan de prijsschommelingen van de grondstoffen, het liquiditeitsrisico en het kredietrisico – die de financiële positie en het bedrijfsresultaat kunnen beïnvloeden. De doelstellingen, grondslagen en procedures van de Groep voor wat betreft het beheer van deze risico's worden beschreven in deze toelichting. Voor het beheer van de financiële risico's kan de Groep gebruik maken van
afgeleide financiële instrumenten. Het gebruik van deze instrumenten is onderworpen aan interne controles en uniforme regelgeving opgesteld door het centraal 'Treasury Committee' van de Groep.
Gebruikte derivaten zijn 'over-the-counter' financiële instrumenten, voornamelijk termijnwisselverrichtingen. De Groep heeft sinds een aantal jaren 'metal swap' overeenkomsten afgesloten.
Het valutarisico is het risico dat de reële waarde of toekomstige kasstromen van een financieel instrument zullen schommelen als gevolg van wisselkoersveranderingen. In het beheer van valutarisico's wordt een onderscheid gemaakt tussen drie types van valutarisico's: het valutatransactierisico, het valutatranslatierisico en het economische risico verbonden aan transacties in vreemde munten.
De Groep is blootgesteld aan een valutatransactierisico op handelsvorderingen, handelsschulden en andere monetaire posten uitgedrukt in een andere munt dan de functionele munt van de Onderneming. Het valutatransactierisico
ontstaat eveneens uit de variabiliteit van de kasstromen uit verwachte toekomstige transacties. De resultaten en financiële positie van groepsondernemingen die een functionele valuta hebben die verschillend is van de euro, zijn onderhevig aan een valutatranslatierisico. Het economische valutarisico is het risico dat de toekomstige kasstromen en resultaten van de buitenlandse activiteiten kunnen schommelen. Het economische valutarisico is in zeer hoge mate afhankelijk van andere factoren zoals de concurrentiepositie van de buitenlandse activiteit binnen een bedrijfstak, de relatie met klanten en leveranciers. In het beheer van de valutarisico's richt het centrale thesauriedepartement zich voornamelijk op het valutatransactierisico en het valutatranslatierisico, daar waar het bedrijfsmanagement zich voornamelijk richt op het beheer van het economisch valutarisico door middel van natuurlijke dekkingen.
Elk van hoger vernoemde valutarisico's beïnvloedt de jaarrekening op een verschillende manier. Het centrale thesauriedepartement controleert en beheert de valutarisico's vanuit de impact die ze hebben op zowel de balans als de winst- en verliesrekening.
De munten die aanleiding geven tot een valutatransactierisico zijn als volgt:
| Indekkingsinstrumenten | ||||
|---|---|---|---|---|
| MILJOEN VREEMDE MUNTEENHEID |
Nettopositie van vorderingen en schulden |
Geldmiddelen, kasequivalenten, leningen en deposito's |
Derivaten | Nettopositie |
| 31 december 2015 | ||||
| US dollar | 68,6 | (131,6) | 73,8 | 10,8 |
| Chinese renminbi | 75,0 | (72,7) | - | 2,3 |
| Pond sterling | 3,2 | (36,8) | 33,1 | (0,5) |
| Canadese dollar | (3,6) | (4,1) | - | (7,7) |
| Indiase roepie | 567,4 | - | (608) | (40,6) |
| Hong Kong dollar | 56,5 | (53,8) | - | 2,7 |
| Koreaanse won | 6.393 | - | (8.600) | (2.207) |
| Poolse zloty | 29 | (25,2) | - | 3,8 |
| Australische dollar | 11,0 | (9,3) | - | 1,7 |
| 31 december 2016 | ||||
| US dollar | 57,6 | (158,9) | 117 | 15,7 |
| Chinese renminbi | 38 | (54,1) | - | (16,1) |
| Pond sterling | 13.9 | (57,7) | 41,3 | (2,5) |
| Canadese dollar | (12,2) | 0.2 | - | (12,1) |
| Hong Kong dollar | 46,6 | (73,7) | 36 | 8,9 |
| Koreaanse won | 6.830,8 | - | (8.184,9) | (1.354,1) |
| Australische dollar | 10,6 | (10,8) | - | (0,2) |
In het beheer van de impact van het valutatransactierisico op de balans, tracht de Groep om zowel de gerealiseerde als de niet-gerealiseerde wisselkoersresultaten die ontstaan uit de omrekening van balansposten, uitgedrukt in een munt verschillend van de functionele munt van de Onderneming, tot een minimum te herleiden.
Om het uitstaande risico te beperken tot vooropgestelde aangepaste risicolimieten, gebruikt het centrale thesauriedepartement derivaten zoals termijnwisselverrichtingen, ter indekking van het wisselkoersrisico verbonden aan in de balans opgenomen monetaire activa en verplichtingen.
De uitstaande derivaten per 31 december 2016, zijn termijnwisselverrichtingen met looptijden van minder dan één jaar.
Wanneer derivaten gebruikt worden ter indekking van het wisselkoersrisico verbonden aan in de balans opgenomen monetaire activa en verplichtingen, wordt er geen 'hedge accounting' toegepast. Winsten of verliezen die voortvloeien uit de waardering van deze derivaten tegen reële waarde worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Valutakoersverschillen die voortvloeien uit de omrekening van de resultaten en financiële positie van groepsondernemingen die een functionele munt hebben die verschillend is van de presentatiemunt van de Groep, worden in de niet-gerealiseerde resultaten getoond onder valutakoersverschillen, tenzij er een afdekkingmechanisme bestaat.
Alle groepsondernemingen en investeringen verwerkt volgens de 'equity'-methode hebben als functionele munt de munt van het land waarin ze operationeel zijn. Munten die aanleiding geven tot het valutatranslatierisico op de balans betreffen voornamelijk de US dollar, de Canadese dollar, het pond sterling, de Chinese renminbi en de Braziliaanse real.
| Netto-investering in een buitenlandse entiteit | ||||
|---|---|---|---|---|
| MILJOEN VREEMDE MUNTEENHEID | 31 december 2015 | 31 december 2016 | ||
| US dollar | 199 | 237 | ||
| Canadese dollar | 205 | 207 | ||
| Chinese renminbi | 581 | 592 | ||
| Pond sterling | (43) | (94) | ||
| Braziliaanse real | 100 | 108 |
In de loop van 2016 werd een bedrag van 8 miljoen euro geherclasseerd van Valutakoersverschillen in het eigen vermogen naar Overige financieringskosten in de winsten verliesrekening naar aanleiding van de stopzetting van operationele activiteiten in Venezuela. Per einde 2015 werd een bedrag van 20 miljoen euro geherclasseerd van Valutakoersverschillen in het eigen vermogen naar Overige financieringskosten in de winst- en verliesrekening naar aanleiding van de stopzetting van de bedrijfsactiviteiten in twee productie-eenheden in het buitenland, waarvoor een herstructureringskost van 8 miljoen euro geboekt werd in 2015.
Het centrale thesauriedepartement volgt het translatierisico op kwartaalbasis op en stelt corrigerende acties voor aan het Executive Management indien nodig.
Tot mei 2016 maakte de Groep gebruik van termijnwisselverrichtingen uitgedrukt in US dollar (notioneel bedrag 120 miljoen US dollar) om het valutarisico met betrekking
tot de netto-investering in één van haar dochterondernemingen in de Verenigde Staten (Agfa Corporation) af te dekken. Vanaf mei 2016 heeft de Groep de aanwijzing van indekking van een nettoinvestering ingetrokken. Het effectieve deel van de winst op de afdekkingsinstrumenten dat rechtstreeks in de niet-gerealiseerde resultaten opgenomen werd (Valutakoersverschillen: 31 december 2016: 10 miljoen euro, 31 december 2015: 7 miljoen euro), zal vrijvallen in de winst- en verliesrekening op het moment van afstoting of gedeeltelijke afstoting van de buitenlandse entiteit.
Het valutarisico dat de winst- en verliesrekening beïnvloedt, omvat het valutarisico dat ontstaat uit de variabiliteit van de kasstromen uit verwachte toekomstige transacties uitgedrukt in vreemde valuta alsook het risico verbonden aan schommelingen van de resultaten van de buitenlandse activiteiten bij de omrekening naar de presentatiemunt (euro). Het centrale thesauriedepartement beheert beide risico's samen.
De munten die het valutarisico op de winst- en verliesrekening beïnvloeden, betreffen voornamelijk de US dollar en munten die nauw verbonden zijn aan de US dollar (zoals de Hong Kong dollar), de Canadese dollar, het pond sterling, de Australische dollar, Koreaanse won, de Indiase roepie en de Zwitsere frank.
Aan de hand van aanbevelingen van het centrale 'Treasury Committee' beslist het Executive Management over de te volgen indekkingspolitiek rekening houdend met de bestaande marktsituatie. De groepsobjectieven inzake beheer van de impact van het valutarisico op de winst- en verliesrekening, zijn om de voorspelbaarheid van de financiële resultaten te verhogen en tevens de Groep toe te laten in te spelen op de snel veranderende economische omgeving. Dit gebeurt door middel van prijsaanpassingen en bijsturingen van de productie.
In 2016 duidde de Groep termijnwisselcontracten aan als kasstroomafdekkingen van het vreemde-valutarisico in US dollar, pond sterling en Chinese renminbi waaraan de Groep is blootgesteld op haar zeer waarschijnlijke toekomstige verkopen over de volgende 15 maanden.
Het effectieve deel van de winsten op de termijnwisselcontracten werd geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten (31 december 2016: min 1 miljoen euro). In de loop van 2016 werden verliezen ten belope van 2 miljoen euro rechtstreeks opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten.
Belastingen ten belope van 1 miljoen euro werden geboekt in niet-gerealiseerde resultaten.
In 2015 duidde de Groep termijnwisselcontracten aan als kasstroomafdekkingen van het vreemde-valutarisico in pond sterling waaraan de Groep is blootgesteld op haar zeer waarschijnlijke toekomstige verkopen over de volgende 12 maanden.
Het effectieve deel van de winsten op de termijnwisselcontracten werd geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten (31 december 2015: 0 miljoen euro). In de loop van 2015 werden verliezen ten belope van 2 miljoen euro rechtstreeks opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten. Verliezen ten belope van 6 miljoen euro werden geherclasseerd uit de niet-gerealiseerde resultaten naar de winst- en verliesrekening en geboekt in mindering van 'Opbrengsten'.
Een versterking of verzwakking van de euro met 10% ten opzichte van de munten vermeld in onderstaande tabel zou onderstaand positief of negatief effect gehad hebben op de winst- en verliesrekening, gegeven dat alle andere risicovariabelen constant gehouden worden.
De gevoeligheidsanalyse werd uitgevoerd op de gebudgetteerde nettorisicopositie ingeschat voor het jaar 2016, rekening gehouden met de impact van derivaten aangeduid als kasstroomafdekkingen.
De gebudgetteerde nettorisicopositie van de US dollar is gedaald ten opzichte van 2015 door het feit dat management kasstroomafdekkingen afgesloten heeft gedurende 2016 daar waar deze er niet waren in 2015.
| Winst- en verliesrekening | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2015 | 2016 | |||||||
| MILJOEN EURO | Versterking van de euro met 10% |
Verzwakking van de euro met 10% |
Versterking van de euro met 10% |
Verzwakking van de euro met 10% |
||||
| US dollar en andere munt en nauw gerelateerd aan de US dollar: Hong Kong dollar - Chinese renminbi |
(16,4) | 16,4 | (1,7) | 1,7 | ||||
| Canadese dollar | 0,4 | (0,4) | 1.0 | (1,0) | ||||
| Pond sterling | (3,1) | 3,1 | (1,7) | 1,7 | ||||
| Australische dollar | (3,3) | 3,3 | (3,3) | 3,3 | ||||
| Indiase roepie | (3,3) | 3,3 | (4,2) | 4,2 | ||||
| Koreaanse won | (2,6) | 2,6 | (3,3) | 3,3 | ||||
| Zwitserse frank | (1,4) | 1,4 | (2,3) | 2,3 |
Het renterisico is het risico dat de reële waarde of toekomstige kasstromen van een financieel instrument zullen schommelen als gevolg van veranderingen in de marktrente.
De Groep is blootgesteld aan het renterisico verbonden aan haar netto rentedragende schuldpositie inclusief valutaswaps en hun rentecomponent die leningen en deposito's tussen ondernemingen van de Groep economisch afdekken. Voor de belangrijkste munten is het renteprofiel hiervan op de balansdatum als volgt:
| 2015 | 2016 | |||
|---|---|---|---|---|
| Opgenomen bedrag aan rentedragende verplichtingen | Opgenomen bedrag aan rentedragende verplichtingen | |||
| MILJOEN EURO | Aan vlottende interestvoet | Aan vaste interestvoet | Aan vlottende interestvoet | Aan vaste interestvoet |
| Euro | (20) | 125 | 90 | 100 |
| US dollar | 43 | - | (112) | - |
| Pond sterling | (46) | - | (50) | - |
| Chinese renminbi | (39) | - | (26) | - |
| Australische dollar | (4) | - | (9) | - |
| Japanse yen | 11 | - | 13 | - |
| Overige munten | (12) | (24) | - | |
| TOTAAL | (67) | 125 | (118) | 100 |
| NETTO FINANCIËLE SCHULD | 58 | (18) |
Een verandering van 100 basispunten ten opzichte van de interestvoeten geldend per 31 december 2016, zou onderstaande stijging (of daling) teweeg hebben gebracht in de resultaten zoals opgenomen in de winst- en verliesrekening. In deze gevoeligheidsanalyse zijn alle andere risicovariabelen, zoals wisselkoersen, constant gehouden. De gevoeligheidsanalyse werd voor 2015 op dezelfde basis uitgevoerd.
| Winst- en verliesrekening | |||
|---|---|---|---|
| Stijging met 100 basispunten | Daling met 100 basispunten | ||
| 31 december 2015 | |||
| Netto-impact | 0,7 | (0,7) | |
| 31 december 2016 | |||
| Netto-impact | 1,2 | (1,2) |
Het grondstoffenrisico voor de Groep is geconcentreerd rond de grondstoffen zilver en aluminium. Het grondstoffenrisico voor de Groep, zijnde het risico dat de toekomstige kasstromen en resultaten schommelen als gevolg van veranderende materiaalprijzen, hangt nauw samen met andere factoren zoals concurrentiepositie van de Groep en relaties met klanten en leveranciers.
Om het risico op mogelijke prijsstijgingen en
prijsschommelingen van de grondstoffen te beperken, past de Groep een strategie toe waarbij de grondstof aluminium wordt aangekocht aan contantkoersen gecombineerd met een systeem van 'Rolling layered forward buying'.
Het systeem van 'Rolling layered forward buying' werd voornamelijk opgezet om de fluctuaties van grondstofprijzen uit te vlakken. Volgens dit model koopt de Groep een vooraf bepaald percentage van het geplande jaarlijkse verbruik aan grondstoffen aan. Het 'Commodity Steering'-Committee houdt toezicht op de aankoop- en indekkingsstrategie. Afwijkingen van het model zijn mogelijk, waarbij de Chief Executive Officer de uiteindelijke beslissing neemt.
Het systeem van 'Rolling layered forward buying' wordt bereikt door middel van 'metal swap'-overeenkomsten. Deze 'metal swap' overeenkomsten worden afgesloten met banken en zijn aangeduid als kasstroomafdekkingen van de verwachte prijsschommelingen van aluminium dat zal aangekocht worden in de toekomst. Het deel van de winst of verliezen op de swap-overeenkomsten
dat effectief gebleken is, werd geboekt in de nietgerealiseerde resultaten (31 december 2016: 2 miljoen euro na winstbelastingen; 31 december 2015: min 14 miljoen euro). In de loop van 2016 werden winsten ten belope van 7 miljoen euro rechtstreeks opgenomen in de nietgerealiseerde resultaten. Een bedrag van 10 miljoen euro werd geherclasseerd uit de niet-gerealiseerde resultaten en geboekt in de initiële boekwaarde van de voorraad. Belastingen ten belope van min 1 miljoen euro werden geboekt in niet-gerealiseerde resultaten.
Verder tracht de Groep steeds het effect van gestegen grondstoffenprijzen op haar financiële positie te verlichten door verkoopprijsaanpassingen en door het nemen van kostenbesparingsmaatregelen, afhankelijk van de omvang van de grondstoffenprijsstijgingen, van de evolutie van de geldende muntkoersen en de algemene marktomstandigheden.
Het kredietrisico is het risico dat de tegenpartij bij een financieel instrument haar verplichtingen niet kan nakomen waardoor de Groep een financieel verlies te verwerken krijgt. De Groep beheert haar kredietrisico enerzijds door het opleggen van vooraf afgesproken kredietlimieten per tegenpartij en anderzijds door middel van diversificatie in contracterende partijen. Het kredietrisico van de Groep komt voornamelijk voort uit handelsvorderingen, investeringen en termijnwisselverrichtingen.
De blootstelling aan het kredietrisico uit handelsvorderingen wordt continu opgevolgd door het 'Credit Committee'. Voor elke klant worden er, gebaseerd op zijn/haar kredietwaardigheid en specifieke karakteristieken, kredietlimieten bepaald die op periodieke basis herzien worden door het 'Credit Committee'. Voor de opvolging van het kredietrisico worden klanten gegroepeerd in risicocategorieën, op basis van welbepaalde financiële karakteristieken. Het beleid van de Groep voor wat betreft het beheersen van het kredietrisico bepaalt tevens om een deel van de klantenportefeuille te verzekeren via kredietverzekering om het risico op wanbetaling te beperken.
Goederen worden verkocht met behoud van eigendomstitel tot moment van betaling, zodat de Groep in geval van wanbetaling een rechtmatige eis kan stellen op de verkochte goederen. De Groep eist onder normale omstandigheden geen waarborgen met betrekking tot handels- en diverse vorderingen.
Het is enkel toegelaten om afgeleide financiële instrumenten af te sluiten met tegenpartijen die over een hoge kredietwaardigheid beschikken. Om de concentratie van risico's verbonden aan een tegenpartij te beperken, worden afgeleide financiële instrumenten afgesloten met diverse financiële instellingen. Investeringen zijn enkel toegelaten in activa die vrij verhandelbaar zijn.
Aangezien de Groep over een brede klantenportefeuille beschikt, zijn er geen significante concentraties van kredietrisico op de balansdatum. Het maximale kredietrisico wordt gehouden binnen vooraf opgestelde grenzen.
De respectieve boekwaarden van de financiële activa opgenomen in de balans geven het maximale kredietrisico weer waaraan de Groep is blootgesteld. Het maximale kredietrisico waaraan de Groep blootgesteld is op de rapporteringdatum, per categorie van financiële activa, is als volgt:
| MILJOEN EURO | Toelichting | 2015 | 2016 | |
|---|---|---|---|---|
| Voor verkoop beschikbare financiële activa | ||||
| Begrepen in financiële activa | 15 | 15 | 8 | |
| Tot einde looptijd aangehouden beleggingen | ||||
| Begrepen in geldmiddelen en kasequivalenten | 21 | 8 | 10 | |
| Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening | ||||
| Begrepen in financiële activa | 15 | - | - | |
| Derivaten die geen deel uitmaken van een afdekkingsrelatie - activa | 7.5 | 2 | 1 | |
| Leningen en vorderingen | ||||
| Handelsvorderingen | 7 | 515 | 505 | |
| Vorderingen uit leaseovereenkomsten | 18 | 82 | 87 | |
| Overige vorderingen | 19 | 24 | 13 | |
| Leningen en vorderingen begrepen in financiële activa | 15 | 1 | 2 | |
| Kas, depositorekeningen en cheques | 21 | 115 | 119 |
De Groep beoordeelt ieder kwartaal of er objectieve aanwijzingen zijn voor het boeken van waardeverminderingsverliezen op een financieel actief of op een groep van financiële activa.
Deze waardeverminderingsverliezen worden geboekt voor het verschil tussen de boekwaarde van de vorderingen en de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen.
Individueel belangrijke financiële activa worden op individuele basis beoordeeld op waardeverminderingsverliezen in overleg met het 'Credit Committee'. Bij niet belangrijke financiële activa geschiedt de beoordeling op collectieve basis.
De ouderdomsanalyse van handelsvorderingen en invorderbare minimale leasebetalingen op de rapporteringdatum is de volgende:
| 2015 | 2016 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Bruto waarde |
Waardeverminderings verliezen |
Netto waarde |
Bruto waarde |
Waardeverminderings verliezen |
Netto waarde |
| Handelsvorderingen | ||||||
| Niet vervallen | 459 | (1) | 458 | 459 | (1) | 458 |
| Tussen 0 en 30 dagen na vervaldatum | 25 | (1) | 24 | 25 | (1) | 24 |
| Tussen 31 en 90 dagen na vervaldatum | 13 | (1) | 12 | 14 | (1) | 13 |
| Meer dan 90 dagen na vervaldatum | 82 | (61) | 21 | 71 | (61) | 10 |
| TOTAAL HANDELSVORDERINGEN | 579 | (64) | 515 | 569 | (64) | 505 |
| Invorderbare minimale leasebetalingen | ||||||
| Niet vervallen | 80 | (1) | 79 | 86 | (1) | 85 |
| Tussen 0 en 30 dagen na vervaldatum | 1 | - | 1 | 1 | - | 1 |
| Tussen 31 en 90 dagen na vervaldatum | 2 | - | 2 | - | - | - |
| Meer dan 90 dagen na vervaldatum | 1 | (1) | - | 1 | - | 1 |
| TOTAAL INVORDERBARE MINIMALE LEASEBETALINGEN | 84 | (2) | 82 | 88 | (1) | 87 |
Er worden geen waardeverminderingsverliezen geboekt voor vervallen bedragen waarvoor de inning meer dan waarschijnlijk is of waarvoor voldoende waarborgen verkregen werden. De Groep meent dat nog openstaande vorderingen, al meer dan dertig dagen na vervaldatum,
volledig inbaar zijn. Dit op basis van betalingsgedrag uit het verleden en intensieve analyse van het individuele klantenrisico.
De beweging in de waardeverminderingsverliezen met betrekking tot leningen en vorderingen is de volgende:
| MILJOEN EURO | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari | 67 | 66 |
| Toevoegingen/terugnemingen geboekt in de winst- en verliesrekening | 2 | 7 |
| Afboeking van de voorziening voor waardeverminderingsverliezen (1) | (3) | (8) |
| Wisselkoersverschillen | - | - |
| Boekwaarde per 31 december | 66 | 65 |
(1) Afboekingen waarvoor vroeger een voorziening voor waardeverminderingsverliezen geboekt was.
Het liquiditeitsrisico is het risico dat de Groep zijn verplichtingen in verband met financiële schulden op vervaldag niet kan nakomen.
De Groep verzekert zich ervan over voldoende liquiditeiten te beschikken om zijn verplichtingen af te lossen. Het liquiditeitsrisico wordt beheerd door het handhaven van voldoende diversificatie in fondsen.
De Groep heeft een beleid geïmplementeerd om concentraties van het liquiditeitsrisico te beperken. De totaliteit van de opgenomen en niet-opgenomen schuld onder gecommitteerde kredietfaciliteiten bij één bank of bankengroep mag vooraf bepaalde limieten niet overschrijden. Risicoconcentraties worden op regelmatige basis opgevolgd door het 'Treasury Committee'.
In het beheer van zijn liquiditeitsrisico heeft de Groep een gecommitteerde kredietfaciliteit ter beschikking. In de loop van 2015 werd deze faciliteit opnieuw onderhandeld voor een periode tot 17 juli 2020. Het notioneel bedrag van deze
hernieuwde faciliteit bedraagt 400 miljoen euro. Geldopnamen onder deze kredietlijnen worden gedaan voor korte periodes maar de Groep heeft, onder de bestaande herfinancieringovereenkomst, de mogelijkheid om de leningen te verlengen voor langere periodes na balansdatum.
In de looptijdanalyse zoals hieronder voorgesteld zijn de terugbetalingen van de 'revolving'- kredietfaciliteit inbegrepen in de vroegste tijdsband dat de Groep verplicht zou kunnen worden tot terugbetaling van de opgenomen verplichtingen. Per 31 december 2016 zijn er geen opnames onder deze faciliteit.
De contractuele looptijdanalyse voor financiële verplichtingen, inclusief aflossing van hoofdbedrag en rentebetalingen, wordt in de tabel hieronder weergegeven. De kasstromen over de contractuele resterende looptijden worden berekend op basis van de voorwaarden aangaande wisselkoersen en interestvoeten die bestonden op de rapporteringdatum. Wat betreft derivaten omvat de looptijdanalyse de kasstromen met betrekking tot verplichtingen uit derivaten en alle ingaande en uitgaande kasstromen uit alle termijnwisselverrichtingen die op een bruto manier afgerekend worden. De contractuele kasstromen van termijnwisselverrichtingen werden berekend op basis van termijnwisselkoersen.
| Looptijden van contractuele kasstromen | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Boek waarde |
TOTAAL | Minder dan 3 maanden |
Tussen 3 en 12 maanden |
Tussen 1 en 5 jaar |
Meer dan 5 jaar |
||
| Financiële schulden | ||||||||
| Obligatielening | 41 | 51 | - | 2 | 49 | - | ||
| Revolving-kredietfaciliteit (1) | 38 | 40 | 40 | - | - | - | ||
| EIB-lening | 84 | 91 | 15 | 15 | 61 | - | ||
| Andere rentedragende verplichtingen | 18 | 18 | 8 | 10 | - | - | ||
| Handelsschulden | 206 | 206 | 202 | 4 | - | |||
| Overige te betalen posten | 46 | 46 | 46 | - | - | |||
| Verplichtingen uit afgeleide financiële instrumenten | ||||||||
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als afdekking van de netto-investering in een buitenlandse entiteit | ||||||||
| Uitgaande kasstromen | (1) | (109) | (109) | - | - | - | ||
| Inkomende kasstromen | - | 108 | 108 | - | - | - | ||
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen | ||||||||
| Uitgaande kasstromen | - | (9) | (9) | - | - | - | ||
| Inkomende kasstromen | - | 9 | 9 | - | - | - | ||
| Andere termijnwisselverrichtingen | ||||||||
| Uitgaande kasstromen | (3) | (205) | (205) | - | - | - | ||
| Inkomende kasstromen | 1 | 203 | 203 | - | - | - | ||
| Swap-contracten aangeduid als kasstroomafdekkingen | ||||||||
| Uitgaande kasstromen | (13) | (13) | (2) | (10) | (1) | - | ||
| Inkomende kasstromen | - | - | - | - | - | - |
(1) De transactiekosten ten belope van 2 miljoen euro zijn geboekt in mindering van de boekwaarde van de financiële schuld.
| Looptijden van contractuele kasstromen | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Boek waarde |
TOTAAL | Minder dan 3 maanden |
Tussen 3 en 12 maanden |
Tussen 1 en 5 jaar |
Meer dan 5 jaar |
|
| Financiële schulden | |||||||
| Obligatielening | 42 | 48 | - | 2 | 46 | - | |
| Revolving-kredietfaciliteit (1) | (2) | - | - | - | - | - | |
| EIB-lening | 58 | 61 | 14 | 14 | 33 | - | |
| Andere rentedragende verplichtingen | 13 | 14 | 9 | 3 | 2 | - | |
| Handelsschulden | 225 | 225 | 219 | 6 | - | ||
| Overige te betalen posten | 11 | 11 | 11 | - | - | ||
| Verplichtingen uit afgeleide financiële instrumenten | |||||||
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen | |||||||
| Uitgaande kasstromen | (3) | (187) | (43) | (114) | (30) | - | |
| Inkomende kasstromen | 1 | 185 | 41 | 114 | 30 | - | |
| Andere termijnwisselverrichtingen | |||||||
| Uitgaande kasstromen | (3) | (247) | (237) | (10) | - | - | |
| Inkomende kasstromen | 1 | 245 | 235 | 10 | - | - | |
| Andere swap-contracten | |||||||
| Uitgaande kasstromen | (2) | (8) | (8) | - | - | - | |
| Inkomende kasstromen | 6 | 6 | - | - | - |
(1) De transactiekosten ten belope van 2 miljoen euro zijn geboekt in mindering van de boekwaarde van de financiële schuld.
De perioden waarin de kasstromen uit derivaten aangeduid als kasstroomafdekkingen naar verwachting zullen plaatsvinden en naar verwachting de winst- en
verliesrekening zullen beïnvloeden, worden in de volgende tabel weergegeven, samen met de reële waarde van het afdekkinginstrument.
| Verwachte kasstromen | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Reële waarde |
TOTAAL | Minder dan 3 maanden |
Tussen 3 en 12 maanden |
Tussen 1 en 5 jaar |
Meer dan 5 jaar |
|||
| Derivaten aangeduid als kasstroomafdekkingen en afdekking van een netto-investering | |||||||||
| Termijnwisselverrichtingen: | |||||||||
| Uitgaande kasstromen | (1) | (118) | (118) | - | - | - | |||
| Inkomende kasstromen | - | 117 | 117 | - | - | - | |||
| Swap-overeenkomsten: | |||||||||
| Uitgaande kasstromen | (13) | (13) | (2) | (10) | (1) | - | |||
| Inkomende kasstromen | - | - | - | - | - | - |
| Verwachte kasstromen | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Reële waarde |
TOTAAL | Minder dan 3 maanden |
Tussen 3 en 12 maanden |
Tussen 1 en 5 jaar |
Meer dan 5 jaar |
|||
| Derivaten aangeduid als kasstroomafdekkingen | |||||||||
| Termijnwisselverrichtingen: | |||||||||
| Uitgaande kasstromen | (3) | (187) | (43) | (114) | (30) | - | |||
| Inkomende kasstromen | 1 | 185 | 41 | 114 | 30 | - | |||
| Swap-overeenkomsten: | |||||||||
| Uitgaande kasstromen | - | - | - | - | - | - | |||
| Inkomende kasstromen | 2 | 2 | - | 2 | - | - |
Het Executive Management houdt toezicht op de verhouding van de netto financiële schuld ten opzichte van het eigen vermogen. Het Executive Management tracht deze verhouding op een vooropgesteld niveau aan te houden. De netto financiële schuld is de som van kortlopende en langlopende rentedragende verplichtingen verminderd met de geldmiddelen en kasequivalenten. De aanpak van de Groep betreffende kapitaalbeheer is niet gewijzigd gedurende het jaar.
De Groep is niet onderworpen aan wettelijk opgelegde kapitaalvereisten, met uitzondering van statutaire minimumkapitaalvereisten van toepassing op groepsfilialen in de verschillende landen.
Gedurende de voorbije jaren kocht de Groep eigen aandelen in op de markt. Deze aandelen dienen ter indekking van de aandelenoptieplannen die in de toekomst uitgegeven zullen worden. De Groep heeft geen vooraf gedefinieerd beleid aangaande terugkoop van eigen aandelen.
De reële waarde is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een verplichting kan worden afgewikkeld in een regelmatige transactie tussen marktdeelnemers op de waarderingsdatum. Alle afgeleide financiële instrumenten worden tegen reële waarde opgenomen in de balans.
De Groep groepeert haar financiële instrumenten rekening houdend met de kenmerken van deze financiële instrumenten. De reële waarden en de boekwaarden van financiële activa en verplichtingen gegroepeerd per verwerkingscategorie alsook de reconciliatie naar de onderliggende posten in de balans worden toegelicht in de hiernavolgende tabel.
| Boekwaarden van financiële activa en verplichtingen | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Gewaardeerd aan reële waarde | Gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs |
||||||||
| MILJOEN EURO | Toelichting | Geclassificeerd als aan gehouden voor handels doeleinden |
afdekkingsinstrumenten Reële waarde - |
Gewaardeerd aan reële waarde via de winst en verliesrekening |
beschikbaar voor verkoop Aangehouden als |
aangehouden beleggingen Tot einde looptijd |
Leningen en vorderingen | Boekwaarde op de balans | Reële waarde |
| Activa | |||||||||
| Financiële activa | 15 | - | - | - | 15 | - | 1 | 16 | 16 |
| Handelsvorderingen | 7 | - | - | - | - | - | 515 | 515 (1) | |
| Vorderingen uit financiële leaseovereenkomsten |
18 | - | - | - | - | - | 82 | 82 (1) | |
| Overige vorderingen | 19 | - | - | - | - | - | 24 | 24 (1) | |
| Derivaten: | |||||||||
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen |
- | - | - | - | - | - | - | ||
| Overige termijnwisselverrichtingen | 1 | - | - | - | - | - | 1 | 1 | |
| Overige swap-contracten | 1 | - | - | - | - | - | 1 | 1 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 21 | - | - | - | - | 8 (2) | 115 | 123 | 123 |
| TOTAAL VAN DE FINANCIËLE ACTIVA | 2 | - | - | 15 | 8 | 737 | 762 | ||
| Financiële verplichtingen | |||||||||
| Rentedragende verplichtingen | 25 | ||||||||
| EIB-lening | - | - | - | - | - | 84 | 84 | 86 | |
| Overige rentedragende verplichtingen | - | - | - | - | - | 56 | 56 | 58 | |
| Obligatielening | - | - | - | - | - | 41 | 41 | 44 | |
| Handelsschulden | 7 | - | - | - | - | - | 206 | 206 (1) | |
| Overige te betalen posten | 28 | - | - | - | - | - | 46 | 46 (1) | |
| Derivaten: | |||||||||
| Swap-contracten aangeduid als kasstroomafdekkingen |
- | 13 | - | - | - | - | 13 | 13 | |
| Termijnwisselverrichtingen aan geduid als kasstroomafdekkingen |
- | 1 | - | - | - | - | 1 | 1 | |
| Overige termijnwisselverrichtingen | 3 | - | - | - | - | - | 3 | 3 | |
| TOTAAL VAN DE FINANCIËLE VERPLICHTINGEN |
3 | 14 | - | - | - | 433 | 450 |
| Boekwaarden van financiële activa en verplichtingen | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Gewaardeerd aan reële waarde | Gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs |
||||||||
| MILJOEN EURO | Toelichting | Geclassificeerd als aan gehouden voor handels doeleinden |
afdekkingsinstrumenten Reële waarde - |
Gewaardeerd aan reële waarde via de winst en verliesrekening |
beschikbaar voor verkoop Aangehouden als |
aangehouden beleggingen Tot einde looptijd |
Leningen en vorderingen | Boekwaarde op de balans | Reële waarde |
| Activa | |||||||||
| Financiële activa | 15 | - | - | - | 8 | - | 2 | 10 | 10 |
| Handelsvorderingen | 7 | - | - | - | - | - | 505 | 505 (1) | |
| Vorderingen uit financiële leaseovereenkomsten |
18 | - | - | - | - | - | 87 | 87 (1) | |
| Overige vorderingen | 19 | - | - | - | - | - | 13 | 13 (1) | |
| Derivaten: | |||||||||
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen |
- | 1 | - | - | - | - | 1 | 1 | |
| Swap-contracten aangeduid als kasstroomafdekkingen |
- | 2 | - | - | - | - | 2 | 2 | |
| Overige termijnwisselverrichtingen | 1 | - | - | - | - | - | 1 | 1 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 21 | - | - | - | - | 10 (2) | 119 | 129 | 129 |
| TOTAAL VAN DE FINANCIËLE ACTIVA | 1 | 3 | - | 8 | 10 | 726 | 748 | ||
| Financiële verplichtingen | |||||||||
| Rentedragende verplichtingen | 25 | ||||||||
| EIB-lening | - | - | - | - | 58 | 58 | 60 | ||
| Overige rentedragende verplichtingen | - | - | - | - | 11 | 11 | 13 | ||
| Obligatielening | - | - | - | - | 42 | 42 | 44 | ||
| Handelsschulden | 7 | - | - | - | - | 225 | 225 (1) | ||
| Overige te betalen posten | 28 | - | - | - | - | 11 | 11 (1) | ||
| Derivaten: | |||||||||
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen |
- | 3 | - | - | - | - | 3 | 3 | |
| Overige termijnwisselverrichtingen | 3 | - | - | - | - | - | 3 | 3 | |
| Overige swap-contracten | 2 | - | - | - | - | - | 2 | 2 | |
| TOTAAL VAN DE FINANCIËLE VERPLICHTINGEN |
5 | 3 | - | - | - | 347 | 355 |
(1) De reële waarde van de handels- en overige vorderingen en van handels- en overige schulden wordt niet apart toegelicht aangezien het voornamelijk kortlopende vorderingen en schulden betreft waarvoor de boekwaarde een goede benadering van reële waarde is. (2) De reële waarde van de leningen en vorderingen aangehouden tot einde looptijd benadert de boekwaarde.
De methoden en veronderstellingen toegepast bij het bepalen van de reële waarde van iedere categorie financiële activa of financiële verplichtingen zijn de volgende:
Investeringen in aandelen, andere dan investeringen verwerkt volgens de 'equity'-methode, worden geclassificeerd als financiële activa beschikbaar voor verkoop en worden geboekt aan reële waarde, met uitzondering van de aandelen die niet op een actieve markt zijn genoteerd en waarbij de reële waarde niet op een betrouwbare manier kan worden bepaald. De reële waarde van financiële activa beschikbaar voor verkoop is hun genoteerde marktnotering op de rapporteringdatum.
De reële waarden van termijnwisselcontracten en swap-contracten zijn de genoteerde marktwaarden op de rapporteringdatum rekening houdend met actuele marktrentevoeten en de rendementscurve over de resterende looptijd van het instrument.
De reële waarde van handelsvorderingen en overige financiële vorderingen is de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen, verdisconteerd aan de marktconforme interestvoeten op de rapporteringdatum. De reële waarde van de handels- en overige vorderingen en van handels- en overige verplichtingen wordt niet
apart toegelicht gezien het gaat over korte termijn vorderingen en verplichtingen waarvoor de netto boekwaarde een goede benadering is van de reële waarde. De reële waarde van invorderbare minimale leasebetalingen is gebaseerd op de contante waarde van de minimum leasebetalingen verdisconteerd aan marktconforme interestvoeten voor vergelijkbare activa.
De reële waarde is de contante waarde van de toekomstige kasstromen voor de aflossing van het hoofdbedrag en de interestbetalingen, verdisconteerd aan marktconforme interestvoeten op de rapporteringdatum. De reële waarde van de obligatielening is de genoteerde marktprijs op de rapporteringdatum. De reële waarde van de kortlopende leningen benadert de boekwaarde op rapporteringdatum, exclusief transactiekosten, gezien opnames voor een korte periode aangegaan worden.
Gegevens gebruikt voor de reële-waardebepalingen van financiële instrumenten geboekt tegen reële waarde, zijn geclassificeerd in de reële-waardetabel hierna volgens niveau van betekenis. De reëlewaardetabel heeft volgende hiërarchische niveaus:
| 31 december 2015 | 31 december 2016 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Hiërarchie van reële-waardeberekeningen |
Hiërarchie van reële-waardeberekeningen |
||||||
| MILJOEN EURO | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | |
| A. Financiële activa beschikbaar voor verkoop | |||||||
| Gewaardeerd tegen reële waarde | 15 | - | - | 8 | - | - | |
| B. Financiële activa en verplichtingen gewaardeerd aan reële waarde via de winst- en verliesrekening | |||||||
| B.1. Geclassificeerd als aangehouden voor handelsdoeleinden | |||||||
| Derivaten niet aangeduid als afdekkingsinstrumenten in een afdekkingsrelatie: | |||||||
| Activa | - | 2 | - | - | 1 | - | |
| Verplichtingen | - | (3) | - | - | (5) | - | |
| B.2. Geclassificeerd als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening |
- | - | - | - | - | - | |
| C. Reële waarde - afdekkingsinstrumenten | |||||||
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als afdekking van de netto-investering in een buitenlandse entiteit: | |||||||
| Activa | - | - | - | - | - | - | |
| Verplichtingen | - | (1) | - | - | - | - | |
| Swap-contracten aangeduid als kasstroomafdekkingen: | |||||||
| Activa | - | - | - | - | 2 | - | |
| Verplichtingen | - | (13) | - | - | - | - | |
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen: | |||||||
| Activa | - | - | - | - | 1 | - | |
| Verplichtingen | - | - | - | - | (3) | - |
| 2015 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Leningen en vorderingen |
Tot einde looptijd aangehouden beleggingen |
Financiële activa beschikbaar voor verkoop |
Derivaten | Financiële ver plichtingen aan geamortiseerde kostprijs |
TOTAAL |
| Financieringsbaten | 2 | - | - | 1 | - | 3 |
| Financieringskosten | - | - | - | (4) | (13) | (17) |
| Inkomsten uit financiële leaseovereenkomsten | 7 | - | - | - | - | 7 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | (5) | - | - | - | - | (5) |
| Opbrengsten uit terugnames van bijzondere waardeverminderingsverliezen |
3 | - | - | - | - | 3 |
| Veranderingen in reële waarde van derivaten niet aangeduid als afdekkingsinstrumenten in een afdekkingsrelatie |
- | - | - | (2) | - | (2) |
| Nettoresultaat uit de ineffectiviteit van derivaten toegewezen als kasstroomafdekkingen |
- | - | - | - | - | - |
| 2016 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Leningen en vorderingen |
Tot einde looptijd aangehouden beleggingen |
Financiële activa beschikbaar voor verkoop |
Derivaten | Financiële ver plichtingen aan geamortiseerde kostprijs |
TOTAAL |
| Financieringsbaten | 1 | - | - | 2 | - | 3 |
| Financieringskosten | - | - | - | (5) | (9) | (14) |
| Inkomsten uit financiële leaseovereenkomsten | 6 | - | - | - | - | 6 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | (9) | - | - | - | - | (9) |
| Opbrengsten uit terugnames van bijzondere waardeverminderingsverliezen |
2 | - | - | - | - | 2 |
| Veranderingen in reële waarde van derivaten niet aangeduid als afdekkingsinstrumenten in een afdekkingsrelatie |
- | - | - | (3) | - | (3) |
| Nettoresultaat uit de ineffectiviteit van derivaten toegewezen als kasstroomafdekkingen |
- | - | - | - | - | - |
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de belangrijkste
kosten naar aard.
| MILJOEN EURO | Toelichting | 2015 | 2016 |
|---|---|---|---|
| Kostprijs van grondstoffen, goederen aangekocht voor verkoop en productiegerelateerde kosten |
1.142 | 1.053 | |
| Kostprijs van diensten | 78 | 78 | |
| Kosten voor personeelsbeloningen | 24 | 890 | 870 |
| Reorganisatiekosten | 10 | 17 | 38 |
| Afschrijvingen | 13/14 | 60 | 57 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op immateriële en materiële activa | 13/14 | 1 | 15 |
| Afwaardering op voorraden | 16 | 21 | 16 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op leningen en vorderingen | 10 | 5 | 9 |
De kostprijs van de grondstoffen, de goederen aangekocht voor verkoop en productiegerelateerde kosten betreft het totale bedrag aan leveringen van derden (inclusief aankopen van elektriciteit en andere nutsvoorzieningen) voor zover deze opgenomen zijn in de kostprijs van verkopen gedurende het boekjaar.
De kostprijs van diensten betreft het extern voorbereidende werk voor de verwerking of productie van producten en projecten in opdracht van de onderneming voor zover deze
opgenomen zijn in de kostprijs van verkopen gedurende het boekjaar.
In 2016 bedroegen de kosten voor personeelsbeloningen 870 miljoen euro ten opzichte van 890 miljoen euro in 2015. In 2016 resulteerde de daling van 97 van het gemiddeld aantal werknemers (voltijdse equivalenten) in een daling van de kosten voor personeelsbeloningen, die versterkt werd door een positieve koersimpact. Details over de inhoud van kosten voor personeelsbeloningen staan in toelichting 24.
In 2016 bedroeg het gemiddelde aantal personeelsleden in voltijdse equivalenten 10.329 (2015: 10.426). Per functie binnen de Groep kan dit gemiddelde, omvattende vaste en tijdelijke contracten, als volgt weergegeven worden:
| 2015 | 2016 | |
|---|---|---|
| Productie en engineering | 3.124 | 3.094 |
| Onderzoek en ontwikkeling | 1.408 | 1.396 |
| Verkoop en marketing/service | 4.094 | 4.104 |
| Administratie | 1.800 | 1.735 |
| TOTAAL | 10.426 | 10.329 |
| MILJOEN EURO | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Valutakoersverschillen en reële waardeveranderingen van financiële instrumenten die geen deel uitmaken van een afdekkingsrelatie (nettobedrag) |
62 | 47 |
| Doorrekening naar klanten | 14 | 10 |
| Terugname van niet-gebruikte voorzieningen geboekt in voorgaande jaren | 8 | 2 |
| Terugname van bijzondere waardeverminderingsverliezen op vorderingen | 3 | 2 |
| Baten uit financiële leaseovereenkomsten | 7 | 6 |
| Winsten uit belangrijke inperking / beëindiging van pensioenregelingen | 1 | - |
| Impact herwaardering van het plan inzake langdurig ziekteverzuim in de VS | 2 | - |
| Winst uit de geplande verkoop van materiële vaste activa (zie toelichting 22) | - | 10 |
| Winst uit de verkoop van materiële vaste activa | 4 | 2 |
| Diverse overige opbrengsten | 9 | 19 |
| TOTAAL | 110 | 98 |
Inkomsten uit doorbelastingen aan klanten bevatten voornamelijk doorbelastingen van vrachtkosten en kosten van Onderzoek en Ontwikkeling.
verkoop van invorderbare minimale leasebetalingen. Een herstructurering in 2015 in een dochteronderneming in Frankrijk resulteerde in een belangrijke inperking van de pensioenregeling ten belope van 1 miljoen euro.
De baten uit de financiële leaseovereenkomsten bevatten hoofdzakelijk interestopbrengsten en opbrengsten uit de
| MILJOEN EURO | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Valutakoersverschillen en reële waardeveranderingen van financiële instrumenten die geen deel uitmaken van een afdekkingsrelatie (nettobedrag) |
69 | 45 |
| Reorganisatiekosten | 17 | 38 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op vorderingen | 5 | 9 |
| Voorzieningen | 6 | 4 |
| Bankkosten | 3 | 4 |
| Kosten van operationele en financiële leaseovereenkomsten | 1 | - |
| Impact herwaardering van het plan inzake langdurig ziekteverzuim in de VS | - | 1 |
| Kosten uit belangrijke inperking / beëindiging van pensioenregelingen in VS en Canada | - | 6 |
| Diverse overige kosten | 24 | 30 |
| TOTAAL | 125 | 137 |
In 2016 registreerde de Groep reorganisatiekosten ten belope van 38 miljoen euro (2015: 17 miljoen euro). Deze kosten omvatten opzeggingsvergoedingen ten belope van 16 miljoen euro (2015: 16 miljoen euro) en 22 miljoen niet personeelsgebonden kosten (2015: 1 miljoen euro).
De kosten hebben voornamelijk betrekking op de sluiting van de drukplatenfabriek in Vallese, Italië en met de beslissing om de markt van de contrastmedia te verlaten.
Een verklaring in verband met de pensioenkosten in de VS en Canada kan worden gevonden in toelichting 24.
| MILJOEN EURO | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Financieringsbaten | ||
| Op bankdeposito's | 2 | 1 |
| TOTAAL FINANCIERINGSBATEN | 2 | 1 |
| Financieringskosten op financiële schulden gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs | ||
| Op bankleningen | (8) | (7) |
| Op obligatielening | (5) | (2) |
| TOTAAL FINANCIERINGSKOSTEN | (13) | (9) |
| Overige financieringsbaten | ||
| Valutakoersverschillen en reële waardeveranderingen van derivaten die geen deel uitmaken van een afdekkingsrelatie - netto bedrag |
5 | 11 |
| Financiële activa gewaardeerd aan reële waarde via de winst- en verliesrekening | ||
| Geclassificeerd als aangehouden voor handelsdoeleinden | 1 | 2 |
| Financiële activa beschikbaar voor verkoop | ||
| Winsten uit de verkoop van financiële activa beschikbaar voor verkoop | - | 1 |
| Overige | 8 | - |
| TOTAAL OVERIGE FINANCIERINGSBATEN | 14 | 14 |
| Overige financieringskosten | ||
| Pensioenlast van de periode die als overige financiële opbrengsten/(kosten) wordt behandeld en renteaandeel op overige rentedragende verplichtingen (1) |
(29) | (32) |
| Valutakoersverschillen en reële waardeveranderingen van derivaten die geen deel uitmaken van een afdekkingsrelatie - netto bedrag |
(12) | (7) |
| Valutakoersverschillen geherclasseerd naar de winst- en verliesrekening ten gevolge van de afstoting van een buitenlandse activiteit |
(20) | (8) |
| Financiële activa gewaardeerd aan reële waarde via de winst- en verliesrekening | ||
| Geclassificeerd als aangehouden voor handelsdoeleinden | (4) | (5) |
| Overige | (12) | (5) |
| TOTAAL OVERIGE FINANCIERINGSKOSTEN | (77) | (57) |
| NETTOFINANCIERINGSLASTEN | (74) (2) | (51) (2) |
(1) Het renteaandeel op overige rentedragende verplichtingen omvat voornamelijk de interesten op de verplichtingen voor brugpensioen.
(2) Bovenvermelde nettofinancieringskosten bevatten volgende financieringsbaten en financieringskosten uit financiële activa en verplichtingen die niet geclassificeerd zijn in de categorie financiële activa en verplichtingen tegen reële waarde met waardeveranderingen opgenomen in de winst- en verliesrekening.
| Totale financieringsbaten op financiële activa 2 |
1 |
|---|---|
| Totale financieringskosten op financiële verplichtingen (13) |
(9) |
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de winstbelastingen volgens aard:
| MILJOEN EURO | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Betaalde of verschuldigde winstbelastingen | ||
| Met betrekking tot dit boekjaar | 20 | 27 |
| Met betrekking tot voorgaande boekjaren | (23) | (1) |
| Totaal betaalde of verschuldigde winstbelastingen | (3) | 26 |
| Uitgestelde winstbelastingen | ||
| Met betrekking tot tijdelijke verschillen | 7 | 3 |
| Met betrekking tot niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscale verrekenbare tegoeden |
12 | 6 |
| Totaal uitgestelde winstbelastingen | 19 | 9 |
| Winstbelastingen | 16 | 35 |
Voor sommige entiteiten van de Groep resulteerde de tax audit over de voorgaande jaren in de loop van 2015 in een positieve afwikkeling. De Groep heeft voor 2016 een herbeoordeling gedaan van de belastingcontrolerisico's met betrekking tot de openstaande belastingjaren en heeft toereikende belastingverplichtingen opgenomen.
De belangrijkste componenten van de winstbelastingen worden afzonderlijk toegelicht in de tabel die de aansluiting weergeeft tussen het gemiddelde effectieve belastingtarief en het toepasselijke belastingtarief in toelichting 12.3.4.
Actuele vorderingen uit winstbelastingen bedragen 64 miljoen euro (2015: 64 miljoen euro) en actuele verplichtingen uit winstbelastingen bedragen 56 miljoen euro (2015: 60 miljoen euro).
Actuele winstbelastingen voor de huidige en voorgaande periodes, in de mate dat ze nog niet betaald zijn, zijn erkend als een verplichting. Indien het bedrag, reeds betaald met betrekking tot de huidige en voorgaande periodes, groter is dan het bedrag verschuldigd voor die periodes, is het verschil erkend als een vordering.
De Groep is onderworpen aan winstbelastingen in een groot aantal rechtsgebieden. Er bestaan onzekerheden betreffende de interpretaties van complexe fiscale regelgevingen in de respectieve landen. De Groep erkent verplichtingen voor elementen die tijdens een belastingcontrole mogelijk op de voorgrond kunnen treden, gebaseerd op aanvaardbare schattingen betreffende het al dan niet verschuldigd zijn van bijkomende belastingen, waarbij diverse factoren in aanmerking worden genomen zoals ervaring met vorige belastingcontroles en afwijkende interpretaties tussen enerzijds de entiteit die wordt belast en de belastingautoriteit. Verschillen die ontstaan tussen reële resultaten en gemaakte assumpties of toekomstige veranderingen aan dergelijke assumpties kunnen aanpassingen aan de belastinglast van toekomstige periodes noodzakelijk maken.
De Groep meent op grond van de beoordeling van talrijke factoren, zoals hierboven uitgelegd, dat de opgenomen belastingverplichtingen toereikend zijn voor alle nog openstaande belastingjaren.
Actuele vorderingen uit winstbelastingen en actuele verplichtingen uit winstbelastingen worden gecompenseerd als ze betrekking hebben op winstbelastingen geheven door dezelfde belastingautoriteit en als ze bestemd zijn om te worden afgewikkeld op een nettobasis.
Uitgestelde belastingvorderingen zijn de bedragen van de winstbelastingen die terugvorderbaar zijn in toekomstige periodes met betrekking tot aftrekbare tijdelijke verschillen, niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden.
Uitgestelde belastingverplichtingen zijn de bedragen van de winstbelastingen die verschuldigd zijn in toekomstige periodes met betrekking tot belastbare tijdelijke verschillen.
De uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen kunnen als volgt worden toegewezen:
| 31 december 2015 | 31 december 2016 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Activa | Verplichtingen | Netto | Activa | Verplichtingen | Netto | |
| Immateriële activa en goodwill | 58 | 29 | 29 | 52 | 24 | 28 | |
| Materiële vaste activa | 8 | 19 | (11) | 11 | 18 | (7) | |
| Geassocieerde deelnemingen en financiële vaste activa | - | - | - | - | - | - | |
| Voorraden | 22 | 2 | 20 | 22 | 5 | 17 | |
| Vorderingen | 3 | 1 | 2 | 4 | 3 | 1 | |
| Voorzieningen en verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding | 27 | 3 | 24 | 36 | 3 | 33 | |
| Andere vlottende activa & overige verplichtingen | 4 | 1 | 3 | 1 | 1 | - | |
| Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen met betrekking tot tijdelijke verschillen |
122 | 55 | 67 | 126 | 54 | 72 | |
| Niet-gecompenseerde fiscale verliezen | 61 | - | 61 | 55 | - | 55 | |
| Ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden | 3 | - | 3 | 3 | - | 3 | |
| Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen voor saldering | 186 | 55 | 131 | 184 | 54 | 130 | |
| Saldering | (34) | (34) | - | (35) | (35) | - | |
| Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen | 152 | 21 | 131 | 149 | 19 | 130 |
De beweging in tijdelijke verschillen gedurende 2015-2016 wordt toegelicht in 12.4.
Uitgestelde belastingvorderingen worden erkend wanneer er voldoende zekerheid is over de beschikbaarheid van toekomstige belastbare winsten om de tijdelijke verschillen, niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden te kunnen gebruiken. De Groep beoordeelt op geregelde tijdstippen de realiseerbaarheid van haar uitgestelde belastingvorderingen, voornamelijk op basis van de langetermijnplanning voor de bedrijfssegmenten Agfa Graphics en Agfa HealthCare en rekening houdend met de winsten uit het verleden en geschatte toekomstige fiscale winsten van de betreffende geconsolideerde entiteiten. Andere parameters zoals het verwachte tijdstip van de afwikkeling van bestaande tijdelijke verschillen en strategieën betreffende planning van de fiscale winst worden eveneens bij deze beoordeling in aanmerking genomen.
Belangrijke wijzigingen aan bedrijfsplannen en/of goederen- en dienstenstromen die de fiscale winsten of verliezen van bepaalde entiteiten van de Groep beïnvloeden, kunnen een impact hebben op de realisatie van uitgestelde belastingvorderingen. Verschillen die ontstaan tussen reële resultaten en gemaakte assumpties of toekomstige veranderingen aan dergelijke assumpties, kunnen resulteren in het tegenboeken van bepaalde uitgestelde belastingvorderingen wat aanleiding geeft tot een verhoogd effectief belastingtarief voor de Groep.
Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden gecompenseerd als ze betrekking hebben op winstbelastingen geheven door dezelfde belastingautoriteit.
Voor de niet-gecompenseerde fiscale verliezen, de ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden en tijdelijke verschillen werden geen uitgestelde belastingvorderingen opgenomen voor onderstaande bedragen omdat het niet waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winst beschikbaar zal zijn waarmee deze kunnen worden verrekend:
De herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van de toegezegdpensioenregeling (IAS 19R) heeft een belangrijk effect op de niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen op tijdelijke verschillen. De impact van de betreffende wijziging bevindt zich in entiteiten waarvoor het management van de Groep geoordeeld heeft dat er onvoldoende zekerheid is dat de betreffende belastingbesparing zal kunnen gerealiseerd worden. De niet-opgenomen uitgestelde belastingvordering met
betrekking tot de impact van de 2011 aanpassing van IAS 19 en de daaropvolgende herwaarderingen van de nettoverplichting uit hoofde van de toegezegdpensioenregeling bedraagt 193 miljoen euro en zou een impact hebben in de niet-gerealiseerde resultaten indien opgenomen.
De impact van de uitgestelde belastingvordering op de ongebruikte tijdelijke verschillen, de ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden en de niet-gecompenseerde fiscale verliezen vervalt als volgt:
| MILJOEN EURO | Tijdelijke verschillen |
Fiscale verliezen |
Belasting kredieten |
TOTAAL |
|---|---|---|---|---|
| Vervalt in: | ||||
| 2017 | - | 4 | 2 | 6 |
| 2018 | - | 1 | 13 | 14 |
| 2019 | - | - | - | - |
| 2020 | - | - | - | - |
| 2021 | - | - | - | - |
| na | - | 12 | 2 | 14 |
| Zonder vervaldag | 285 | 233 | 18 | 536 |
| TOTAAL | 285 | 250 | 35 | 570 |
| MILJOEN EURO | |
|---|---|
| Winst (verlies) voor belastingen | 87 |
| Winstbelastingen | 16 |
| Belastingtarief | 18,39% |
| MILJOEN EURO | |
|---|---|
| Winst (verlies) voor belastingen | 87 |
| Het product van het resultaat voor belastingen en het toepasselijke belastingtarief | 25 |
| Toepasselijke belastingtarief (1) | 28,74% |
| Fiscaal niet-aftrekbare lasten | 4 |
| Impact van fiscaal verrekenbare tegoeden en andere verminderingen van de belastbare basis | (9) |
| Fiscale verliezen waarvoor geen uitgestelde belastingvordering werd opgenomen | 16 |
| Valutakoersverschillen overgeboekt naar de winst- en verliesrekening | 6 |
| Tegenboeking van voorheen geboekte uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen, voornamelijk met betrek king tot fiscaal verrekenbare tegoeden |
3 |
| Tegenboeking van aftrekbare tijdelijke verschillen waarvoor geen uitgestelde belastingvordering werd erkend | (6) |
| Impact van de herbeoordeling van voorzieningen voor winstbelastingen | (5) |
| Netto impact van belastingcontroles | (16) |
| Overige | (2) |
| Winstbelastingen | 16 |
| Gemiddelde effectieve belastingtarief | 18,39% |
(1) Het toepasselijke belastingtarief is het gewogen gemiddelde belastingtarief van de Onderneming en al haar geconsolideerde dochterondernemingen.
| MILJOEN EURO | |
|---|---|
| Winst (verlies) voor belastingen | 115 |
| Winstbelastingen | 35 |
| Belastingtarief | 30,43% |
| MILJOEN EURO | |
|---|---|
| Winst (verlies) voor belastingen | 115 |
| Het product van het resultaat voor belastingen en het toepasselijke belastingtarief | 33 |
| Toepasselijke belastingtarief (1) | 28,70% |
| Fiscaal niet-aftrekbare lasten | 6 |
| Impact van fiscaal verrekenbare tegoeden en andere verminderingen van de belastbare basis | (10) |
| Fiscale verliezen van het huidige jaar waarvoor geen uitgestelde belastingvordering werd opgenomen | 13 |
| Impact gebruikte fiscale verliezen in 2016 waarvoor in het verleden geen uitgestelde belastingvordering werd opgenomen | (37) |
| Uitgestelde belastingvorderingen erkend op verliezen van vorige jaren | (7) |
| Belastbaarstelling van voorheen van belasting vrijgestelde reserves | 45 |
| Impact van niet-belastbare valutakoersverschillen overgeboekt naar de winst- en verliesrekening | 3 |
| Tegenboeking van aftrekbare tijdelijke verschillen waarvoor geen uitgestelde belastingvordering werd erkend | (15) |
| Roerende voorheffing | 4 |
| Winstbelastingen | 35 |
| Gemiddelde effectieve belastingtarief | 30,43% |
(1) Het toepasselijke belastingtarief is het gewogen gemiddelde belastingtarief van de Onderneming en al haar geconsolideerde dochterondernemingen.
In 2016 waren er geen wijzigingen aan de toepasselijke
belastingtarieven in vergelijking tot het vorige boekjaar die
een belangrijke impact hebben gehad op de winstbelastingen.
| MILJOEN EURO | 31 december 2014 | consolidatiekring Wijziging in |
opgenomen in winst- en verliesrekening Verschillen |
Opgenomen in het eigen vermogen |
Valutakoers- verschillen |
31 december 2015 | consolidatiekring Wijziging in |
opgenomen in winst- en verliesrekening Verschillen |
Opgenomen in het eigen vermogen |
Valutakoers- verschillen |
31 december 2016 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Immateriële activa en goodwill | 39 | (2) | (9) | - | 1 | 29 | - | (1) | - | - | 28 |
| Materiële vaste activa | (11) | - | - | - | - | (11) | - | 4 | - | - | (7) |
| Geassocieerde deelnemingen en financiële vaste activa |
2 | - | (2) | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Voorraden | 10 | - | 7 | - | 3 | 20 | - | (3) | - | - | 17 |
| Vorderingen | 1 | - | 1 | - | - | 2 | - | (1) | - | - | 1 |
| Voorzieningen en verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding |
31 | - | (5) | (1) | (1) | 24 | - | 1 | 8 | - | 33 |
| Andere vlottende activa en overige verplichtingen | 5 | - | 1 | - | (3) | 3 | - | (3) | - | - | |
| Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen met betrekking tot tijdelijke verschillen |
77 | (2) | (7) | (1) | - | 67 | - | (3) | 8 | 72 | |
| Niet-gecompenseerde fiscale verliezen | 69 | - | (11) | - | 3 | 61 | - | (6) | - | 55 | |
| Ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden | 4 | - | (1) | - | - | 3 | - | - | - | - | 3 |
| Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen |
150 | (2) | (19) | (1) | 3 | 131 | - | (9) | 8 | 130 |
De uitgestelde belastingvordering op de voorzieningen en verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding die opgenomen zijn in de niet-gerealiseerde resultaten hebben betrekking op de herwaardering van de nettoverplichting uit
hoofde van de toegezegdpensioenregeling (IAS 19R). De grondslag voor financiële verslaggeving voor de opname van de uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot deze herwaarderingen is uitgelegd in toelichting 3.7.2.1.
| Immateriële activa | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 0nbepaalde gebruiks duur |
Beperkte gebruiksduur | |||||||||
| MILJOEN EURO | Goodwill | Merknamen | ontwikkelingskosten Geactiveerde |
Technologie | Cliëntencontracten en -relaties |
Merknamen | Management infor- matiesystemen |
Industriële eigendoms- rechten en andere licenties |
Vooruitbetalingen op immateriële activa |
TOTAAL |
| Aanschaffingswaarde per 31 december 2014 |
612 | 17 | 42 | 214 | 107 | 14 | 111 | 67 | - | 1.184 |
| Valutakoersverschillen | 7 | - | - | (2) | 1 | - | 4 | 1 | - | 11 |
| Wijziging in consolidatiekring | 3 | - | - | 1 | 6 | - | - | - | - | 10 |
| Investeringsuitgaven | - | - | - | - | 1 | - | 1 | 3 | - | 5 |
| Buitengebruikstellingen | - | - | - | - | - | - | - | (9) | - | (9) |
| Overboekingen | - | - | - | - | - | - | 4 | - | - | 4 |
| Aanschaffingswaarde per 31 december 2015 |
622 | 17 | 42 | 213 | 115 | 14 | 120 | 62 | - | 1.205 |
| Valutakoersverschillen | 14 | - | - | 2 | 1 | - | 1 | - | - | 18 |
| Wijziging in consolidatiekring | - | - | - | - | - | - | - | - | - | |
| Investeringsuitgaven | - | - | - | - | 3 | - | 1 | 3 | - | 7 |
| Buitengebruikstellingen | - | - | - | - | - | - | - | (6) | - | (6) |
| Overboekingen | - | - | - | - | - | - | 1 | 3 | - | 4 |
| Aanschaffingswaarde per 31 december 2016 |
636 | 17 | 42 | 215 | 119 | 14 | 123 | 62 | - | 1.228 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderings verliezen per 31 december 2014 |
92 | 4 | 42 | 173 | 82 | 9 | 107 | 60 | - | 569 |
| Valutakoersverschillen | 1 | - | - | (2) | 1 | - | 4 | 1 | - | 5 |
| Wijziging in consolidatiekring | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Afschrijvingen van het jaar | - | - | - | 5 | 4 | 1 | 3 | 2 | - | 15 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Buitengebruikstellingen | - | - | - | - | - | - | - | (6) | - | (6) |
| Overboekingen | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bij zondere waardeverminderingsverliezen per 31 december 2015 |
93 | 4 | 42 | 176 | 87 | 10 | 114 | 57 | - | 583 |
| Valutakoersverschillen | 3 | - | - | 2 | - | - | 2 | - | - | 7 |
| Wijziging in consolidatiekring | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Afschrijvingen van het jaar | - | - | - | 4 | 4 | 1 | 3 | 2 | - | 14 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | 7 | - | - | - | - | - | - | - | - | 7 |
| Buitengebruikstellingen | - | - | - | - | - | - | - | (4) | - | (4) |
| Overboekingen | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bij zondere waardeverminderingsverliezen per 31 december 2016 |
103 | 4 | 42 | 182 | 91 | 11 | 119 | 55 | - | 607 |
| Boekwaarde per 31 december 2014 | 520 | 13 | - | 41 | 25 | 5 | 4 | 7 | - | 615 |
| Boekwaarde per 31 december 2015 | 529 | 13 | - | 37 | 28 | 4 | 6 | 5 | - | 622 |
| Boekwaarde per 31 december 2016 | 533 | 13 | - | 33 | 28 | 3 | 4 | 7 | - | 621 |
In 2016 bedragen de investeringsuitgaven voor immateriële activa 7 miljoen euro (2015: 5 miljoen euro). De investeringen in immateriële activa zoals weergegeven in het geconsolideerde kasstroomoverzicht bedragen 4 miljoen euro (2015: 2 miljoen euro). Het verschil van 3 miljoen euro (2015: 3 miljoen euro) betreft toegekende warmtekrachtcertificaten en emissierechten die niet resulteerden in kasuitgaven.
Als onderdeel van het herstructureringsplan met betrekking tot de beslissing om de markt van de contrastmedia te verlaten en de sluiting van een drukplatenfabriek in het Grafische segment, werden er individuele bijzondere waardeverminderingsverliezen geboekt op goodwill ten belope van 7 miljoen euro (segment Agfa HealthCare: 6 miljoen euro; segment Agfa Graphics: 1 miljoen euro).
Op het einde van 2015 en 2016 heeft de Groep haar goodwill en immateriële activa met onbepaalde gebruiksduur getoetst op een mogelijke bijzondere waardevermindering. Het betreft merknamen met een onbepaalde gebruiksduur, die volledig toegewezen zijn aan het operationele segment Agfa HealthCare. Er waren echter geen indicaties tot mogelijke bijzondere waardevermindering. Bovendien heeft de Groep onderzocht of er een indicatie was die wijst op een mogelijke bijzondere waardevermindering voor de immateriële activa met beperkte gebruiksduur. Dit resulteerde niet in het boeken van een bijzonder waardeverminderingsverlies.
Het management van de Groep heeft op het einde van 2016 beoordeeld of de gebruiksduur van haar belangrijkste immateriële activa nog terecht is. Dit resulteerde niet in een herziening van de afschrijvingstermijnen. In rubriek 13.3 worden de onderliggende veronderstellingen van de gebruiksduur verder toegelicht.
Voor de jaarrekening van de Groep wordt de goodwill jaarlijks onderzocht op bijzondere waardevermindering en telkens er een aanwijzing is die wijst op een mogelijke bijzondere waardevermindering. In het kader van het
onderzoek op bijzondere waardevermindering is goodwill toegerekend aan een kasstroomgenererende eenheid.
In overeenstemming met de definitie van kasstroomgenererende eenheid heeft het management van de Groep, de te rapporteren segmenten als kasstroomgenererende eenheden geïdentificeerd, zijnde Agfa Graphics, Agfa HealthCare en Agfa Specialty Products. Het te rapporteren segment vertegenwoordigt het laagste niveau binnen de Groep waarop goodwill opgevolgd wordt voor interne managementdoeleinden.
Goodwill wordt getoetst voor bijzondere waardevermindering door de boekwaarde van elke kasstroomgenererende eenheid te vergelijken met haar realiseerbare waarde. De realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid is bepaald aan de hand van de berekende bedrijfswaarde.
De bedrijfswaarde wordt bepaald als de contante waarde van verwachte toekomstige kasstromen, welke worden afgeleid van de huidige langetermijnplanning van de Groep.
De disconteringsvoet die gebruikt wordt in de bepaling van de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen is een disconteringsvoet die gebaseerd is op een gewogen gemiddelde kapitaalkost (WACC).
De gewogen gemiddelde kapitaalkost is gebaseerd op deze van een gemiddelde marktdeelnemer van een groep van peers waarbij een extra risicocomponent toegevoegd werd aan de kost van eigen vermogen.
De kost van vreemd vermogen is gebaseerd op voorwaarden die vergelijkbare bedrijven voor hun langetermijnfinanciering zouden kunnen onderhandelen.
De disconteringsvoet is voor elke kasstroomgenerende eenheid afzonderlijk berekend op basis van de verhouding schuldgraad versus eigen vermogen van elke groep van peers. De disconteringsvoet voor belastingen is afgeleid van de gewogen gemiddelde kapitaalkost bij wijze van iteratie. Er dient tevens vermeld te worden dat de Groep het effect van gestegen zilverprijzen op haar financiële positie zal trachten te verlichten onder andere door verkoopprijsaanpassingen en door het nemen van kostenbesparingsmaatregelen, afhankelijk van de omvang van de grondstoffenprijsstijgingen, van de evolutie van de geldende muntkoersen en de algemene marktomstandigheden.
Per 31 december 2016 omvat de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid Agfa Graphics goodwill ten belope van 36 miljoen euro.
Per jaareinde 2016 heeft de Groep de goodwill behorende tot de kasstroomgenererende eenheid Agfa Graphics getoetst op een mogelijke bijzondere waardevermindering. Rekening houdend met de gebruikte veronderstellingen is de bedrijfswaarde van de eenheid groter dan haar boekwaarde en is er geen bijzondere waardevermindering geboekt.
De bedrijfswaarde van de kasstroomgenererende eenheid Agfa Graphics is bepaald op basis van kasstroomvoorspellingen over de komende vijf jaar. De kasstroomprognoses werden bepaald op basis van een formeel door de Raad van Bestuur goedgekeurd strategisch bedrijfsplan. Na vijf jaar wordt de residuele waarde van de kasstroomgenererende eenheid bepaald, rekening houdend met een groeivoet van -2,0% in de 'prepress'-activiteit, van +2,0% in de 'inkjet'-toepassingen en een groeivoet van 0,0% in de verpakkingsactiviteiten. De groeivoeten zijn afgeleid van beschikbare marktinformatie.
De belangrijkste veronderstellingen gebruikt in de beoordeling van een mogelijke bijzondere waardevermindering zijn bepaald door het management van het segment Agfa Graphics en zijn gebaseerd op prestaties uit het verleden en de verwachtingen betreffende marktontwikkeling.
Deze zijn als volgt:
• opbrengsten en brutowinstmarge: de opbrengsten en de brutowinstmarge reflecteren de verwachtingen van het management gebaseerd op ervaringen uit het verleden en rekening houdend met risico's specifiek voor het te rapporteren segment.
Er werden sensitiviteitsanalyses uitgevoerd waarbij het effect onderzocht werd van een redelijkerwijs mogelijke wijziging van de belangrijkste gehanteerde veronderstellingen op de bedrijfswaarde van de eenheid, zijnde substantieel verhoogde grondstofprijzen (zilver en aluminium) en een verhoging van de gewogen gemiddelde kapitaalkost (WACC).
De gevoeligheidsanalyse is gebaseerd op een stijging van de zilver- en de aluminiumprijs en op een stijging van 100 basispunten van de WACC. Op basis van voornoemde gevoeligheidsanalyses is het management ervan overtuigd dat een redelijkerwijs mogelijke wijziging in een belangrijke veronderstelling waarop management zijn bepaling van de realiseerbare waarde van de eenheid heeft gebaseerd, geen aanleiding zal geven tot het boeken van een bijzonder waardeverminderingsverlies.
Per 31 december 2016 bedraagt de boekwaarde van de goodwill van de kasstroomgenererende eenheid Agfa HealthCare 497 miljoen euro. Per jaareinde 2016 heeft de Groep de goodwill behorende tot de kasstroomgenererende eenheid Agfa HealthCare getoetst op een mogelijke bijzondere waardevermindering.
Rekening houdend met de gebruikte veronderstellingen is de bedrijfswaarde van de eenheid groter dan haar boekwaarde en is er geen bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt.
De bedrijfswaarde van de kasstroomgenererende eenheid Agfa HealthCare wordt bepaald op basis van kasstroomvoorspellingen over de komende vijf jaar. De kasstroomprognoses werden bepaald op basis van een formeel door de Raad van Bestuur goedgekeurd strategisch bedrijfsplan. Na vijf jaar wordt de residuele waarde van de kasstroomgenererende eenheid bepaald, rekening houdend met een groeivoet voor de divisie Information Technology Solutions (IT-oplossingen) van 2,01% en een groeivoet voor de divisie Imaging Systems van -1,74%. De groeivoeten zijn afgeleid van beschikbare marktinformatie.
De belangrijkste veronderstellingen gebruikt in de beoordeling van een mogelijke bijzondere waardevermindering zijn bepaald door het management van het te rapporteren segment Agfa HealthCare en zijn gebaseerd op prestaties uit het verleden en de verwachtingen wat betreft marktontwikkeling.
Deze zijn als volgt:
Er werd een sensitiviteitsanalyse uitgevoerd waarbij het effect onderzocht werd van een redelijkerwijs mogelijke verhoging van de gewogen gemiddelde kapitaalkost (WACC) en een substantiële verhoging van de zilverprijs. De sensitiviteitsanalyse is gebaseerd op een mogelijkse verhoging van de zilverprijs over de lange termijnhorizon met 8 USD/Troz. en een verhoging van de WACC met 100 basispunten. Deze sensitiviteitsanalyses hebben geen risico op een mogelijks bijzondere waardevermindering onthuld. Op basis van voornoemde gevoeligheidsanalyse is het management ervan overtuigd dat een redelijkerwijs mogelijke wijziging in een belangrijke veronderstelling waarop management zijn bepaling van de realiseerbare waarde van de eenheid heeft gebaseerd, geen aanleiding zal geven tot het boeken van een bijzonder waardeverminderingsverlies.
Per 31 december 2016 omvat de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid Agfa Specialty Products geen goodwill.
Op het einde van 2015 en 2016 heeft de Groep haar immateriële activa met onbepaalde gebruiksduur getoetst op een mogelijke bijzondere waardevermindering. Het betreft merknamen met een onbepaalde gebruiksduur, die volledig toegewezen zijn aan het operationele segment Agfa HealthCare. Dit resulteerde niet in het boeken van een bijzonder waardeverminderingsverlies.
De gebruiksduur van een immaterieel actief is de periode, waarin het actief verwacht wordt op een directe of op een indirecte wijze bij te dragen tot de toekomstige kasstromen van de Groep. Verworven technologie, klantencontracten en -relaties zijn de meest belangrijke immateriële activa van de Groep. Voor verworven technologie is de schatting van de resterende gebruiksduur gebaseerd op een analyse van factoren zoals typische productlevenscycli in de industrie en technologische en economische veroudering voortkomende hoofdzakelijk uit verwachte acties van concurrenten en potentiële concurrenten. Op 31 december 2016 bedroeg de nettoboekwaarde van de door de Groep verworven technologie 33 miljoen euro (2015: 37 miljoen euro). De door de Groep verworven technologie heeft een geschatte gewogen gemiddelde resterende gebruiksduur van ongeveer acht jaar. De gebruiksduur van immateriële activa wordt regelmatig beoordeeld en herzien indien noodzakelijk.
Voor verworven cliëntencontracten en -relaties is de schatting van de resterende gebruiksduur gebaseerd op ratio's die het verval van cliëntenrelaties weergeven.
Voor de schatting van dergelijke ratio's beoordeelt de Groep de waarschijnlijkheid dat bestaande contracten worden hernieuwd. Voor de beoordeling van de waarschijnlijkheid dat bestaande contracten worden hernieuwd, worden de vraag, de concurrentie en andere factoren zoals technologische afhankelijkheid en daarmee verband houdende 'sunk costs' in overweging genomen. Op 31 december 2016 bedroeg de nettoboekwaarde van de door de Groep verworven cliëntencontracten en -relaties 28 miljoen euro (2015: 28 miljoen euro). De door de Groep verworven cliëntencontracten en -relaties hebben een geschatte gewogen gemiddelde resterende gebruiksduur van ongeveer acht jaar. De gebruiksduur van immateriële activa wordt regelmatig beoordeeld en herzien indien noodzakelijk.
Hoewel de Groep van oordeel is dat de gebruikte veronderstellingen (zoals de productlevenscycli en de ratio's die het verval van cliëntenrelaties weergeven)
geschikt zijn, kunnen belangrijke verschillen in actuele ervaring een impact hebben op de toekomstige afschrijvingslast voor de Groep.
| MILJOEN EURO | Terreinen, gebouwen en infrastructuur |
Machines en technische uitrusting |
Meubilair en overige materiële vaste activa |
Vaste activa in aanbouw en vooruitbetalingen op materiële vaste activa |
TOTAAL |
|---|---|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde per 31 december 2014 | 360 | 1.529 | 212 | 15 | 2.116 |
| Valutakoersverschillen | 4 | 17 | (1) | - | 20 |
| Wijziging in consolidatiekring | - | - | - | - | - |
| Investeringsuitgaven | 1 | 11 | 12 | 13 | 37 |
| Buitengebruikstellingen | (13) | (29) | (10) | - | (52) |
| Overboekingen | (7) | 7 | 1 | (14) | (13) |
| Aanschaffingswaarde per 31 december 2015 | 345 | 1.535 | 214 | 14 | 2.108 |
| Valutakoersverschillen | 2 | 1 | 3 | - | 6 |
| Wijziging in consolidatiekring | - | - | - | - | - |
| Investeringsuitgaven | 3 | 10 | 15 | 13 | 41 |
| Buitengebruikstellingen | (9) | (54) | (21) | (1) | (85) |
| Overboekingen | 17 | (13) | 2 | (11) | (5) |
| Aanschaffingswaarde per 31 december 2016 | 358 | 1.479 | 213 | 15 | 2.065 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 31 december 2014 |
274 | 1.418 | 190 | - | 1.882 |
| Valutakoersverschillen | 2 | 17 | - | - | 19 |
| Wijziging in consolidatiekring | - | - | - | - | - |
| Afschrijvingen van het jaar | 7 | 28 | 10 | - | 45 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | - | 1 | - | - | 1 |
| Buitengebruikstellingen | (12) | (29) | (8) | - | (49) |
| Overboekingen | (4) | - | - | - | (4) |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 31 december 2015 |
267 | 1.435 | 192 | - | 1.894 |
| Valutakoersverschillen | 1 | - | 2 | - | 3 |
| Wijziging in consolidatiekring | - | - | - | - | - |
| Afschrijvingen van het jaar | 7 | 24 | 12 | - | 43 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | 4 | 4 | - | - | 8 |
| Buitengebruikstellingen | (8) | (53) | (20) | - | (81) |
| Overboekingen | 10 | (10) | - | - | - |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 31 december 2016 |
281 | 1.400 | 186 | - | 1.867 |
| Boekwaarde per 31 december 2014 | 86 | 111 | 22 | 15 | 234 |
| Boekwaarde per 31 december 2015 | 78 | 100 | 22 | 14 | 214 |
| Boekwaarde per 31 december 2016 | 77 | 80 | 26 | 15 | 198 |
In 2016 bedroegen de investeringsuitgaven voor materiële vaste activa 41 miljoen euro (2015: 37 miljoen euro), waarvan 13 miljoen euro (2015: 13 miljoen euro) voornamelijk betrekking heeft op activa in aanbouw voor efficiëntieverhoging, instandhouding en IT gerelateerde projecten in de productie in België, Duitsland, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk en China.
De investeringen in materiële vaste activa zoals weergegeven in het geconsolideerde kasstroomoverzicht bedragen 40 miljoen euro. Het verschil van 1 miljoen euro betreft activa getransfereerd uit voorraad die niet resulteerden in kasuitgaven.
De Groep, als leasinggever, heeft ook een aantal activa onder operationele lease in haar balans opgenomen onder de rubriek 'Overige materiële vaste activa'.
Per eind december 2016 bedroeg de nettoboekwaarde van de materiële vaste activa onder operationele lease 7 miljoen euro (2015: 2 miljoen euro).
De minimale leasebetalingen onder niet-opzegbare operationele leaseovereenkomsten worden weergegeven in toelichting 29. In de loop van 2015 werd een bedrag van 5 miljoen euro getransfereerd van terreinen, gebouwen en infrastructuur naar vaste activa aangehouden voor verkoop. In toelichting 22 wordt verdere informatie weergegeven.
Als onderdeel van het herstructureringsplan met betrekking tot de sluiting van een Italiaanse drukplatenfabriek in Agfa Graphics werden er bijzondere waardeverminderingsverliezen geboekt op gebouwen, infrastructuur, machines en technische uitrusting ten belope van 7 miljoen euro.
Gedurende 2016 verwierf de Groep een aandeel van 26,4 % in de onderneming My Personal Health Record Express Inc. (MphRx) teneinde haar positie te versterken op de geïntegreerde zorgmarkt. Het betreden van de geïntegreerde zorgmarkt maakt deel uit van Agfa HealthCare's lange termijnstrategie om het aanbod van de HealthCare IT op de globale markt uit te breiden.
Voor de verwerving van het aandeel van 26,4% in MphRx, een Amerikaans-Indisch bedrijf, heeft de Groep 6 miljoen euro betaald. De geassocieerde deelneming wordt gewaardeerd volgens de 'equity'-methode. Gedurende 2016 werden verliezen ten belope van 0,5 miljoen euro geboekt met betrekking tot het aangehouden aandeel.
In de loop van 2016 werd de investering in PlanOrg Informatik GmbH verkocht.
Onderstaande tabel geeft de boekwaarde weer van geassocieerde deelnemingen, het aandeel in de winst- en verliesrekening en in de niet-gerealiseerde resultaten alsook samengevatte financiële informatie.
| MILJOEN EURO | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Boekwaarde van de investering in PlanOrg Informatik GmbH | 1 | - |
| Boekwaarde van de investering in MphRx, inclusief goodwill | - | 6 |
| Netto verlies van MphRx, na winstbelastingen | - | (2) |
| Aandeel van de Groep in het netto verlies van geassocieerde deelnemingen, na winstbelastingen (26,4%) |
- | (0,5) |
| Niet-gerealiseerde resultaten van MphRx, na winstbelastingen | - | - |
| Aandeel van de Groep in de niet-gerealiseerde resultaten van geassocieerde deelnemingen, na winstbelastingen (26,4%) |
- | - |
| Beknopte financiële informatie van MphRx | ||
| Kortlopende activa | - | 4 |
| Eigen vermogen | - | 4 |
| Aandeel van de Groep in het eigen vermogen (26,4%) | - | 1 |
| Goodwill inbegrepen in de boekwaarde van de investering in MphRx | - | 5 |
| Boekwaarde van de investering in MphRx | - | 6 |
| MILJOEN EURO | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Voor verkoop beschikbare financiële activa | 15 | 8 |
| Leningen en vorderingen | 1 | 2 |
| TOTAAL | 16 | 10 |
Per 31 december 2016 omvat de categorie voor verkoop beschikbare financiële activa, investeringen in genoteerde ondernemingen geboekt aan reële waarde met veranderingen in reële waarde geboekt in het eigen vermogen. In de loop van 2016 werd de belegging in een obligatiefonds verkocht.
Per 31 december 2015 omvat de categorie voor verkoop beschikbare financiële activa, investeringen in genoteerde ondernemingen en een belegging in een obligatiefonds. Deze activa zijn geboekt aan reële waarde met veranderingen in reële waarde geboekt in het eigen vermogen.
| MILJOEN EURO | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Grond- en hulpstoffen | 69 | 70 |
| Goederen in bewerking en halfafgewerkte producten | 121 | 107 |
| Afgewerkte producten | 47 | 39 |
| Handelsgoederen inclusief wisselstukken | 213 | 201 |
| Goederen onderweg en andere voorraden | 62 | 66 |
| TOTAAL | 512 | 483 |
De afwaarderingen van de voorraden naar opbrengstwaarde bedroegen 16 miljoen euro in 2016 (2015: 21 miljoen euro). Deze afwaarderingen hebben betrekking op verouderde, beschadigde of vervallen voorraad. De kost van deze voorraad is volledig afgeschreven. Bijgevolg heeft de Groep op 31 december 2016 geen voorraden gewaardeerd aan reële waarde minus verkoopkosten.
In de geconsolideerde winst- en verliesrekening zijn de afwaarderingen van de voorraden in de kostprijs van verkopen verwerkt.
Overige belastingvorderingen bedragen 25 miljoen euro (2015: 26 miljoen euro) en overige belastingverplichtingen bedragen 37 miljoen euro (2015: 45 miljoen euro).
Overige belastingvorderingen en -verplichtingen hebben betrekking op overige belastingen, zoals BTW en andere indirecte belastingen.
Overige belastingvorderingen en -verplichtingen worden gecompenseerd als ze betrekking hebben op belastingen geheven door dezelfde belastingautoriteit en als ze bestemd zijn om te worden afgewikkeld op een nettobasis.
Leaseovereenkomsten waarbij de tegenpartij, de leasingnemer, als economische eigenaar van het actief wordt beschouwd, worden opgenomen als vordering voor een bedrag gelijk aan de contante waarde van de toekomstige minimale leasebetalingen. De contante waarden van de toekomstige minimale leasebetalingen bedroegen 88 miljoen euro (2015: 84 miljoen euro) per 31 december 2016 en zullen tot aan het einde van de leaseperiode financieringsbaten voor een bedrag van 10 miljoen euro genereren (2015: 8 miljoen euro). Per 31 december 2016 bedroegen de waardeverminderingen op deze vorderingen 1 miljoen euro (2015: 2 miljoen euro).
De invorderbare, minimale leasebetalingen zijn als volgt:
| 2015 | 2016 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Totaal van de toekomstige minimale leasebetalingen |
Onverdiende financierings baten |
Contante waarde van de toekoms tige minimale leasebetalingen |
Totaal van de toekomstige minimale leasebetalingen |
Onverdiende financierings baten |
Contante waarde van de toekomstige minimale leasebetalingen |
||
| Niet later dan één jaar | 38 | 4 | 34 | 35 | 4 | 31 | ||
| Later dan één jaar en niet later dan vijf jaar |
53 | 4 | 49 | 61 | 6 | 55 | ||
| Later dan vijf jaar | 1 | - | 1 | 2 | - | 2 | ||
| TOTAAL | 92 | 8 | 84 | 98 | 10 | 88 | ||
| Waardeverminderingen | (2) | (1) | ||||||
| Invorderbare minimale leasebetalingen |
82 | 87 |
De Groep sluit voor bepaalde uitrusting financiële leaseovereenkomsten af voornamelijk via Agfa Finance (zijnde Agfa Finance NV, haar filialen, Agfa Finance Corp. en Agfa Finance Inc.) en via Agfa verkooporganisaties in Nieuw-Zeeland en Australië.
Bij het aangaan van de leaseovereenkomst bedraagt de contante waarde van de minimale leasebetalingen doorgaans minstens 90% van de reële waarde van de activa die onder een financiële lease worden aangehouden.
Het overgrote deel van de leaseovereenkomsten afgesloten met Agfa Finance hebben een niet-opzegbare leaseperiode van vier jaar. Meestal voorzien de overeenkomsten in een koopoptie voor het actief na het verstrijken van de leaseperiode aan een waarde die doorgaans tussen de 2% en 5% van de bruto-investering bij het afsluiten van de leaseovereenkomst bedraagt. In sommige gevallen wordt de reële waarde van het actief terugbetaald door middel van een koopverplichting voor verbruiksgoederen aan een hogere waarde dan hun marktwaarde.
In dit geval dient de toeslag hoog genoeg te zijn om het initieel door de leasinggever geïnvesteerde bedrag te dekken. In deze overeenkomsten kan de toeslag en/of de leaseperiode veranderd worden.
Agfa Finance biedt haar diensten aan via haar dochterondernemingen in Frankrijk en Italië en via haar bijkantoren in Europa (Spanje, Zwitserland, Benelux, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de Scandinavische landen) via Agfa Finance Corp. in de Verenigde Staten en Agfa Finance Inc. in Canada. Per 31 december 2016 bedroeg de contante waarde van de minimale leasebetalingen voor Agfa Finance vóór verrekening van waardeverminderingen 87 miljoen euro (2015: 82 miljoen euro). Agfa-verkooporganisaties in Australië en Nieuw-Zeeland bieden hun klanten financiering aan voor grafische uitrusting met een gemiddelde resterende leaseperiode van twaalf maanden. Per 31 december 2016 bedroeg de contante waarde van de minimale leasebetalingen vóór verrekening van waardeverminderingen 1 miljoen euro (2015: 2 miljoen euro).
In 2016 heeft de Groep een deel van de leaseportfolio ter waarde van 3 miljoen euro verkocht (2015: 6 miljoen euro).
Overige vorderingen zoals gepresenteerd in de geconsolideerde balans ten belope van 13 miljoen euro (2015: 24 miljoen euro) omvatten nog niet geactiveerde leasecontracten 6 miljoen euro (2015: 9 miljoen euro), vorderingen ten opzichte van het personeel 2 miljoen euro (2015: 2 miljoen euro) en overige 5 miljoen euro (2015: 13 miljoen euro).
| MILJOEN EURO | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Overige vorderingen | ||
| Nog niet geactiveerde leasecontracten (1) | 9 | 6 |
| Vorderingen ten opzichte van het personeel | 2 | 2 |
| Overige | 13 | 5 |
| TOTAAL | 24 | 13 |
(1) Leasing materiaal dat nog niet werd geïnstalleerd bij de klant ter plaatse.
Overige langlopende en kortlopende activa kunnen als
volgt voorgesteld worden:
| MILJOEN EURO | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Langlopend | ||
| Lange termijndienstverleningscontracten met betrekking tot toekomstige boekjaren (strategische leveranciers) |
4 | 13 |
| Totaal langlopend | 4 | 13 |
| Kortlopend | ||
| Lange termijndienstverleningscontracten met betrekking tot toe komstige boekjaren (strategische leveranciers) |
16 | 21 |
| Voorschotten op kosten (voornamelijk mbt douane-expediteurs) | 6 | 7 |
| Waarborgen en bewaargevingen | 6 | 6 |
| Overige | 12 | 11 |
| Totaal kortlopend | 40 | 45 |
| TOTAAL | 44 | 58 |
De reconciliatie van geldmiddelen en kasequivalenten zoals gerapporteerd in de geconsolideerde balans kan als volgt worden weergegeven:
| MILJOEN EURO | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Effecten beschikbaar voor verkoop | 8 | 10 |
| Kas, depositorekeningen en cheques | 115 | 119 |
| Onderpand voor derivaten (metal swaps) | 9 | - |
| Overige kas, depositorekeningen en cheques | 106 | 119 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten zoals gerapporteerd in de geconsolideerde balans |
123 | 129 |
| Vorderingen ingevolge liquiditeitsovereenkomst (in de balans opgenomen onder de rubriek 'Overige vorderingen') |
- | - |
| Schulden ingevolge liquiditeitsovereenkomst (in de balans opgenomen onder de rubriek 'Overige verplichtingen') |
(1) | (2) |
| Geldmiddelen en kasequivalenten zoals weergegeven in het geconsolideerd kasstroomoverzicht |
122 | 127 |
De vaste activa aangehouden voor verkoop hadden in 2015 betrekking op de geplande verkoop van de activa van de gesloten offsetdrukplatenfabriek in Banwol, Zuid-Korea die toebehoort aan het operationele segment Agfa Graphics. De verkoop van de activa vond plaats in 2016.
De boekwaarde van de betreffende terreinen, gebouwen en infrastructuur werd gewaardeerd aan hun boekwaarde per 31 december 2015. De reële waarde na aftrek van verkoopkosten was groter dan de boekwaarde. De gerealiseerde meerwaarde op de verkoop van deze vaste activa aangehouden voor verkoop bedroeg 10 miljoen euro. Deze meerwaarde is inbegrepen in Overige bedrijfsopbrengsten (zie toelichting 9).
De diverse componenten van het eigen vermogen evenals de wijzigingen tussen 1 januari 2015 en 31 december 2016 worden weergegeven in de Geconsolideerde Staat van het Eigen Vermogen.
Op 31 december 2016 bedraagt het maatschappelijk kapitaal van de Onderneming 187 miljoen euro, verdeeld over 171.851.042 volstorte gewone aandelen zonder nominale waarde.
De reserve voor eigen aandelen bevat de kostprijs van de ingekochte eigen aandelen.
Per 31 december 2016 hield de Groep 4.099.852 (2015: 4.099.852) eigen aandelen aan.
De reële waardereserve bevat voornamelijk de herwaardering van de deelneming van de Groep in Digital Illustrate Inc. en is aangeduid als financieel actief beschikbaar voor verkoop.
Per 31 december 2016 bevat de afdekkingsreserve het effectief gedeelte van de veranderingen in reële waarde van 'metal swap'-overeenkomsten en van termijnwisselcontracten aangeduid als kasstroomafdekkingen. Gedurende 2015 en 2016 heeft de Groep een aantal 'metal swap' overeenkomsten afgesloten met een investeringsbank. Deze contracten werden aangeduid als kasstroomafdekkingen van het risico op prijsschommelingen van de grondstoffen welke zeer waarschijnlijk zullen worden aangekocht. Het betreft contracten die zijn afgesloten voor de levering van grondstoffen en die in overeenkomst zijn met het verwachte verbruik van de Groep. Het deel van de winsten (verliezen) op de swap-overeenkomsten, dat effectief gebleken is, werd geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten (31 december 2016: 2 miljoen euro; 31 december 2015: min 14 miljoen euro).
In de loop van 2016 duidde de Groep termijnwisselcontracten aan als kasstroomafdekkingen van het vreemde-valutarisico in pond sterling, US dollar en Chinese Renminbi met betrekking tot zeer waarschijnlijke toekomstige verkopen in die respectieve munten voor de volgende 12 maanden. In de loop van 2015 duidde de Groep termijnwisselcontracten aan als kasstroomafdekkingen van het vreemde-valutarisico in pond sterling met betrekking tot zeer waarschijnlijke toekomstige verkopen in die respectieve munten voor de volgende 12 maanden. Het deel van de winsten op de termijnwisselcontracten, dat effectief gebleken is (31 december 2016: min 1 miljoen euro; 31 december 2015: 0 miljoen euro), werd geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten.
De herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van de toegezegdpensioenregelingen bevat zowel de impact van de eerste toepassing van de aanpassing aan IAS19 (2011) en alle erop volgende herwaarderingen van de nettoverplichting uit hoofde van de toegezegdpensioenregelingen.
Herwaarderingen van de nettoverplichting uit hoofde van de toegezegdpensioenregelingen hebben voornamelijk betrekking op actuariële winsten en verliezen en het rendement op fondsbeleggingen, exclusief de bedragen die vervat zitten in interestopbrengsten op de toegezegdpensioenregelingen.
De evolutie over het jaar 2016 wordt weergegeven in de volgende tabel:
| MILJOEN EURO | 31 december 2015 |
Herwaardering van de nettoverplichting van toegezegdpensioen regelingen |
Winst belastingen |
31 december 2016 |
|---|---|---|---|---|
| Toelichting 24.3.3 |
Toelichting 12.4 |
|||
| Herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen |
||||
| Met betrekking tot materiële landen | (824) | (140) (1) | 8 | (956) |
| Met betrekking tot niet-materiële landen | (17) | (3) | - | (20) |
| TOTAAL | (841) | (143) | 8 | (976) |
(1) Waarvan (4) miljoen euro betrekking heeft op een schattingswijziging met betrekking tot toegezegdebijdrageregelingen met een gewaarborgd rendement.
De evolutie van het jaar, na winstbelastingen is een daling van 135 miljoen euro. Uitgestelde belastingen met betrekking tot de herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van de toegezegdpensioenregelingen worden eveneens geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten. Het effect van winstbelastingen wordt toegelicht in toelichting 12.4.
De valutakoersverschillen bevatten zowel de valutakoersverschillen die voortvloeien uit de omrekening van de jaarrekeningen van buitenlandse activiteiten, als de valutakoersverschillen afkomstig uit de omrekening van de verplichting die de netto-investering van de Onderneming in een buitenlandse entiteit afdekt. Tot mei 2016 maakte de Groep gebruik van termijnwisselverrichtingen uitgedrukt in US dollar om het valutarisico met betrekking tot de nettoinvestering in één van haar dochterondernemingen in de Verenigde Staten af te dekken (zie toelichting 7.1.3). Vanaf mei 2016 heeft de Groep de aanwijzing van indekking van een netto-investering ingetrokken. Het effectieve deel van de winst op de afdekkingsinstrumenten dat rechtstreeks in de niet-gerealiseerde resultaten opgenomen werd (Valutakoersverschillen: 31 december 2016: 10 miljoen euro, 31 december 2015: 7 miljoen euro), zal vrijvallen in de winst- en verliesrekening op het moment van afstoting of gedeeltelijke afstoting van de buitenlandse entiteit. In de loop van 2016 werd een bedrag van 8 miljoen euro geherclasseerd van Valutakoersverschillen in het eigen vermogen naar Overige financieringskosten in de winst- en verliesrekening naar aanleiding van de stopzetting van operationele activiteiten in Venezuela.
Per einde 2015 werd een bedrag van 20 miljoen euro geherclasseerd van Valutakoersverschillen in het eigen vermogen naar Overige financieringskosten in de winst- en verliesrekening naar aanleiding van de stopzetting van de bedrijfsactiviteiten in twee productieeenheden in het buitenland, waarvoor een herstructureringskost van 8 miljoen euro geboekt werd in 2015.
In 2015 werd er geen dividend uitbetaald naar aanleiding van de beslissing van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van Agfa-Gevaert NV van 12 mei 2015. In 2016 werd er geen dividend uitbetaald naar aanleiding van de beslissing van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van Agfa-Gevaert NV van 10 mei 2016. Voor 2017 wordt er geen betaling van dividend voorgesteld door de Raad van Bestuur.
Minderheidsbelangen houden een materieel belang aan in zeven dochterondernemingen, gesitueerd in Groot-China en de ASEANregio (31 december 2016: 36 miljoen euro; 31 december 2015: 39 miljoen euro). In Europa zijn er twee dochterondernemingen waarin minderheidsbelangen een aandeel aanhouden dat van ondergeschikt belang is voor de Groep (31 december 2016: 1 miljoen euro; 31 december 2015: 1 miljoen euro).
Met ingang van 1 september 2010 bundelen Agfa Graphics NV en haar zakenpartner Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd. hun activiteiten, gericht op het versterken van de marktpositie van beide partners in Groot-China en de ASEAN-regio. Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd houdt een participatie aan van 49% in Agfa Graphics Asia Ltd., de holding van de gecombineerde activiteiten van beide partijen.
De dochterondernemingen van Agfa Graphics Asia Ltd. zijn
Op basis van de analyse van de 'Governance' structuren die momenteel van kracht zijn, heeft de Groep geoordeeld dat ze controle heeft in de desbetreffende dochterondernemingen. Het geaccumuleerde bedrag toewijsbaar aan de minderheidsbelangen van Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd. bedraagt 36 miljoen euro. Het deel van de winst van het jaar dat toebehoort aan de minderheidsbelangen van deze zakenpartner bedraagt 10 miljoen euro. Valutakoersverschillen toewijsbaar aan de minderheidsbelangen van deze zakenpartner bedragen 2 miljoen euro over 2016.
In de loop van 2016 werd een dividend betaald aan Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd. (2016: 12 miljoen euro; 2015: 25 miljoen euro). In het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen zijn dividenden gepresenteerd aan historische koers, zijnde 11 miljoen euro.
Het verschil tussen historische koers en gemiddelde koers (12 miljoen euro) wordt getoond in de niet-gerealiseerde resultaten toewijsbaar aan minderheidsbelangen (2016 : 1 miljoen euro; 2015: 2 miljoen euro).
De volgende tabel geeft de financiële informatie weer voor de dochterondernemingen waarin de zakenpartner, Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd., een minderheidsbelang aanhoudt van 49%, opgesteld in overeenstemming met IFRS. De informatie is voor intercompany eliminaties met andere ondernemingen van de Agfa-Gevaert Groep.
| MILJOEN EURO | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Vlottende activa | 85 | 79 |
| Vaste activa | 17 | 17 |
| Kortlopende verplichtingen | 22 | 23 |
| Langlopende verplichtingen | 1 | 1 |
| Netto-activa Agfa Graphics Asia Ltd. en haar dochterondernemingen (geconsolideerd) |
79 | 72 |
| Netto-activa toewijsbaar aan minderheidsbelangen in Agfa Graphics Asia Ltd en haar dochterondernemingen |
39 | 36 |
| Opbrengsten | 139 | 128 |
| Winst over het boekjaar | 18 | 20 |
| Winst over het boekjaar toewijsbaar aan minderheidsbelangen in Agfa Graphics Asia Ltd en haar dochterondernemingen |
9 | 10 |
| Niet-gerealiseerde resultaten | 2 | (4) |
| Niet-gerealiseerde resultaten toewijsbaar aan minderheidsbelan gen in Agfa Graphics Asia Ltd en haar dochterondernemingen |
1 | (2) |
| Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten toewijs baar aan minderheidsbelangen in Agfa Graphics Asia Ltd en haar dochterondernemingen |
10 | 8 |
| Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 28 | 18 |
| Kasstromen uit investeringsactiviteiten | - | (3) |
| Kasstromen uit financieringsactiviteiten | (50) | (25) |
| Dividenden betaald aan minderheidsbelangen in het boekjaar (1) | (25) | (12) |
(1) Inbegrepen in kasstromen uit financieringsactviteiten.
2015
| Toewijsbaar aan aandeelhouders van de Onderneming | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | ||||||||
| Valutakoersverschillen voor buitenlandse activiteiten | - | - | - | - | - | - | 1 | 1 |
| Nettowinst (verlies) op de afdekking van de netto-investering in een buitenlandse activiteit, na winstbelastingen |
(11) | - | - | - | - | (11) | - | (11) |
| Valutakoersverschillen geherclasseerd naar de winst- en verliesrekening ten gevolge van de stopzetting van een buitenlandse activiteit |
20 | - | - | - | - | 20 | - | 20 |
| Effectief gedeelte van reële waardeveranderingen van derivaten aangeduid als kasstroomafdekkingen, na winstbelastingen |
- | (27) | - | - | - | (27) | - | (27) |
| Nettoverandering in de reële waarde van kasstroomafdekkingen die is overgeboekt naar de winst- en verliesrekening, na winstbelastingen |
- | 6 | - | - | - | 6 | - | 6 |
| Nettoverandering in de reële waarde van kasstroomafdekkingen die is overgeboekt naar de initiële boekwaarde van het afgedekte actief, na winstbelastingen |
- | 18 | - | - | - | 18 | - | 18 |
| Reële waardeveranderingen van financiële activa beschikbaar voor verkoop |
- | - | 3 | - | 3 | - | 3 | |
| Herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen, na winstbelastingen |
- | - | 64 | 64 | 64 | |||
| NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN NA WINSTBELASTINGEN | 9 | (3) | 3 | 64 | - | 73 | 1 | 74 |
| MILJOEN EURO | Valutakoersverschillen | Afdekkingsreserve | Reële waarde reserve | toegezegdpensioenregelingen Herwaardering van de netto- verplichting uit hoofde van |
Ingehouden winsten | TOTAAL | Minderheidsbelangen | TOTAAL NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Valutakoersverschillen voor buitenlandse activiteiten | - | - | - | - | - | - | 1 | 1 |
| Nettowinst (verlies) op de afdekking van de netto-investering in een buitenlandse activiteit, na winstbelastingen |
(11) | - | - | - | - | (11) | - | (11) |
| Valutakoersverschillen geherclasseerd naar de winst- en verliesrekening ten gevolge van de stopzetting van een buitenlandse activiteit |
20 | - | - | - | - | 20 | - | 20 |
| Effectief gedeelte van reële waardeveranderingen van derivaten aangeduid als kasstroomafdekkingen, na winstbelastingen |
- | (27) | - | - | - | (27) | - | (27) |
| Nettoverandering in de reële waarde van kasstroomafdekkingen die is overgeboekt naar de winst- en verliesrekening, na winstbelastingen |
- | 6 | - | - | - | 6 | - | 6 |
| Nettoverandering in de reële waarde van kasstroomafdekkingen die is overgeboekt naar de initiële boekwaarde van het afgedekte actief, na winstbelastingen |
- | 18 | - | - | - | 18 | - | 18 |
| Reële waardeveranderingen van financiële activa beschikbaar voor verkoop |
- | - | 3 | - | 3 | - | 3 | |
| Herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen, na winstbelastingen |
- | - | 64 | 64 | 64 | |||
| NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN NA WINSTBELASTINGEN | 9 | (3) | 3 | 64 | - | 73 | 1 | 74 |
| 2016 | Toewijsbaar aan aandeelhouders van de Onderneming | |||||||
| MILJOEN EURO | Valutakoersverschillen | Afdekkingsreserve | Reële waarde reserve | toegezegdpensioenregelingen Herwaardering van de netto verplichting uit hoofde van |
Ingehouden winsten | TOTAAL | Minderheidsbelangen | TOTAAL NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN |
| Valutakoersverschillen voor buitenlandse activiteiten Nettowinst (verlies) op de afdekking van de netto-investering in een buiten |
28 3 |
- - |
- - |
- - |
- - |
28 3 |
(2) - |
26 3 |
| landse activiteit, na winstbelastingen Valutakoersverschillen geherclasseerd naar de winst- en verliesrekening |
8 | - | - | - | - | 8 | - | 8 |
| ten gevolge van de stopzetting van een buitenlandse activiteit Effectief gedeelte van reële waardeveranderingen van derivaten aangeduid als kasstroomafdekkingen, na winstbelastingen |
- | 5 | - | - | - | 5 | - | 5 |
| Nettoverandering in de reële waarde van kasstroomafdekkingen die is overgeboekt naar de winst- en verliesrekening, na winstbelastingen |
- | - | - | - | - | - | - | - |
| Nettoverandering in de reële waarde van kasstroomafdekkingen die is overgeboekt naar de initiële boekwaarde van het afgedekte actief, na winstbelastingen |
- | 10 | - | - | - | 10 | - | 10 |
| Reële waardeveranderingen van financiële activa beschikbaar voor verkoop |
- | - | (2) | - | - | (2) | - | (2) |
| Herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioen regelingen, na winstbelastingen |
- | - | - | (135) | - | (135) | - | (135) |
| MILJOEN EURO | 31 december 2015 | 31 december 2016 |
|---|---|---|
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding | 1.135 | 1.231 |
| Langetermijnontslagvergoedingen | 50 | 38 |
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding en langetermijnontslagvergoedingen |
1.185 | 1.269 |
| Overige personeelsbeloningen | 9 | 8 |
| Langlopende verplichtingen | 1.194 | 1.277 |
| Kortlopende verplichtingen | 130 | 132 |
| Totaal van de verplichtingen aan het personeel | 1.324 | 1.409 |
| MILJOEN EURO | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Lonen en salarissen | 675 | 661 |
| Sociale zekerheidsbijdragen | 137 | 128 |
| Kosten voor vergoedingen na uitdiensttreding | 78 | 81 |
| Op aandelen gebaseerde personeelsbeloningen | - | - |
| Totaal van de kosten voor personeelsbeloningen | 890 | 870 |
| MILJOEN EURO | 31 december 2015 | 31 december 2016 | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| België / Duitsland / VK / VS |
Overige landen | TOTAAL | België / Duitsland / VK / VS |
Overige landen | TOTAAL | |
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding |
1.094 | 41 | 1.135 | 1.188 | 43 | 1.231 |
| 96% | 97% |
| MILJOEN EURO | 2015 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| België / Duitsland / VK / VS |
Overige landen | TOTAAL | België / Duitsland / VK / VS |
Overige landen | TOTAAL | |
| Werkgeversbijdragen voor toegezegdebijdrageregelingen |
6 | 4 | 10 | 6 | 4 | 10 |
| Werkgeversbijdragen voor toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement |
12 | - | 12 | 14 | - | 14 |
| Pensioenkosten betreffende toegezegdpensioenregelingen weergegeven in de winst- en verliesrekening |
54 | 2 | 56 | 55 | 2 | 57 |
| Kosten wegens vergoedingen na uitdiensttreding |
72 | 6 | 78 | 75 | 6 | 81 |
| 92% | 93% |
In de meeste landen waarin de Groep actief is, voorzien de ondernemingen van de Groep in vergoedingen na uitdiensttreding. Vergoedingen na uitdiensttreding worden toegekend onder de vorm van toegezegdebijdrageregelingen en toegezegdpensioenregelingen. De nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen voor België, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten van Amerika (hierna de 'materiële' landen) vertegenwoordigen samen 97% (2015: 96%) van de totale nettoverplichting van de Groep. De toegezegdpensioenregelingen van de 'materiële landen' van de Groep worden verder in 24.2 en 24.3 toegelicht.
Langetermijnontslagvergoedingen zijn het gevolg van de verplichting van de Groep om hetzij de tewerkstelling voor de normale pensioenleeftijd te beëindigen, hetzij om een ontslagvergoeding te betalen als gevolg van een aanbod ter aanmoediging van vrijwillige pensionering. Op 31 december 2016 bedroeg de langetermijnontslagvergoeding 38 miljoen euro (50 miljoen euro op 31 december 2015) en betrof hoofdzakelijk afvloeiingspremies afgesproken met werknemers in het kader van vervroegde pensionering. Deze regelingen betreffen werknemers van de Belgische ondernemingen van de Groep. Het saldo op 31 december 2016 wordt naar verwachting gradueel over de komende vijf jaren afgebouwd.
Overige langetermijnpersoneelsbeloningen hebben betrekking op een plan inzake langdurige invaliditeit in de VS en andere vergoedingen wegens langediensttijd. Op 31 december 2016 bedroeg de totale verplichting uit overige langetermijnpersoneelsbeloningen 8 miljoen euro (9 miljoen euro op 31 december 2015).
Op 31 december 2016 bedroegen de kortetermijnpersoneelsbeloningen 132 miljoen euro (130 miljoen euro op 31 december 2015). Zij omvatten te betalen sociale lasten voor 25 miljoen euro (28 miljoen euro op 31 december 2015), verplichtingen met betrekking tot personeelsbezoldigingen voor 8 miljoen euro (9 miljoen euro op 31 december 2015) en overige verplichtingen aan het personeel zoals verplichtingen in verband met jaarlijkse vakantie, jaarlijkse variabele vergoedingen, ziekte en ontslag voor in totaal 99 miljoen euro (93 miljoen euro op 31 december 2015).
In 2016 bedroegen kosten voor personeelsbeloningen 870 miljoen euro (2015: 890 miljoen euro). De evolutie in het gemiddeld aantal werknemers (10.329 per 31 december 2016 in vergelijking met 10.426 per december 2015) samen met de verminderde sociale bijdragen verklaren voornamelijk de daling met 20 miljoen euro.
In 2016 betaalde de Groep aan openbaar of privaat beheerde pensioen- of verzekeringsfondsen 10 miljoen euro (10 miljoen euro in 2015) voor haar toegezegdebijdrageregelingen. Eenmaal de bijdrage is betaald, hebben de ondernemingen van de Groep geen verdere verplichtingen meer. De periodieke bijdragen vormen een kost van het jaar waarin ze verschuldigd zijn.
Toegezegdebijdrageregelingen in België zijn inzake de toe te passen boekhoudkundige behandeling in IFRS geen toegezegdebijdrageregelingen maar toegezegdpensioenregelingen. Bijkomende informatie wordt hierna verstrekt.
Belgische toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement vallen onder toepassing van de wet van april 2003 op de aanvullende pensioenen. Volgens artikel 24 van deze wet hebben aangeslotenen recht op een minimum rendement op bijdragen betaald door hetzij de organisator van het plan hetzij de werknemer. Tot 31 december 2015 gold een minimum rendement van 3,75% op de persoonlijke bijdragen van de werknemer en 3,25% op de bijdragen van de werkgever.
De wet van 18 december 2015, van kracht vanaf 1 januari 2016, heeft een aantal wijzigingen doorgevoerd aan de wet van 28 april 2003. Vanaf 1 januari 2016 wordt het gewaarborgd rendement in lijn gebracht met een bepaald percentage (65% in 2016 en 2017) van het gemiddeld rendement per 1 juni over de laatste 24 maanden van Belgische Staatsobligaties (OLO's) met een looptijd van 10 jaar, met een minimum van 1,75% en een maximum van 3,75%. Per 1 januari 2016 is de interestvoet vastgesteld op 1,75%. Daarnaast voorziet de nieuwe wet voortaan in één enkele interestvoet voor zowel de persoonlijke bijdragen van de werknemer als de bijdragen van de werkgever.
Wat de toepassing van het gewaarborgd rendement betreft bij wijziging van interestvoet voorziet de wet van 18 december 2015 in de toepassing van de 'horizontale methode' voor verzekerde plannen met een vast rendement tot aan pensionering (de zogenoemde 'Tak 21' verzekerde producten) en de 'verticale methode' voor alle andere situaties. Alle verzekerde plannen binnen de Belgische ondernemingen van de Groep zijn beheerd via 'Tak 21' verzekerde producten.
De toepassing van de 'horizontale methode' is vergelijkbaar met een depositorekening met vaste rente. Voor alle bijdragen die overeenkomstig het plan verschuldigd zijn voor de datum van vaststelling van de gewijzigde interestvoet, blijft de vorige interestvoet van toepassing tot het ogenblik waarop één van volgende situaties zich voordoet: beëindiging van de tewerkstelling, pensionering of stopzetting van het plan. De nieuwe interestvoet is dan van toepassing op alle bijdragen verschuldigd vanaf de datum van vaststelling van de gewijzigde interestvoet tot het ogenblik waarop één van voorgaande situaties zich voordoet.
Het minimum rendement van 3,25% (persoonlijke bijdragen werknemer) en 3,75% (bijdragen van de werkgever) is bijgevolg voor alle toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement nog van toepassing voor bijdragen betaald tot 31 december 2015. Op deze bijdragen hebben aangeslotenen recht op een minimum rendement van 3,25%/3,75% tot aan pensionering (beëindiging van de tewerkstelling of stopzetting van het plan). Voor bijdragen betaald vanaf 2016 is de werkgever verplicht een minimum rendement van 1,75% te garanderen tot aan pensionering (uitstap regeling of beëindiging van tewerkstelling).
De laatste jaren hebben de verzekeraars hun technische rentevoeten laten dalen. Onder technische rentevoet wordt het rendement, exclusief winstdeelname, dat een verzekeraar bereid is toe te zeggen bedoeld. Deze is over het algemeen lager dan de verplichte minimum rendementsgarantie zoals opgelegd in de wet. Aangezien de werkgever verplicht wordt een minimum rendement te garanderen worden niet alle actuariële en investeringsrisico's overgedragen naar de verzekeringsmaatschappijen die deze plannen beheren.
Bijgevolg voldoen deze plannen niet aan de definitie van toegezegdebijdrageregeling zoals opgenomen in IFRS en worden ze per definitie als toegezegdpensioenregeling gerangschikt.
De wet van 18 december 2015 heeft tevens een impact op de boekhoudkundige verwerking van toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement. Door het ontbreken van duidelijke regels in IFRS omtrent de boekhoudkundige behandeling van dergelijke hybride pensioenplannen heeft het management voor de waardering van deze plannen tot vorig jaar de intrinsieke-waardemethode gehanteerd. Deze methode werd geschikt bevonden, maar na consultatie van specialisten heeft het management anders geoordeeld. In lijn met de waardering gehanteerd voor 'zuivere' toegezegdpensioenregelingen, wordt de verplichting uit hoofde van toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement voortaan bepaald als het verschil tussen de contante waarde van de brutoverplichtingen (DBO) en de reële waarde van fondsbeleggingen. Voor de bepaling van de contante waarde van de brutoverplichtingen en de fondsbeleggingen werd geen rekening gehouden met niet-actieve leden met opgebouwde uitgestelde rechten daar op jaareinde 2016 de verzekeraars voor deze populatie geen tekort in intrinsieke waarde hadden gemeld. Op 31 december 2016 heeft de Groep de contante waarde van de brutoverplichtingen bepaald volgens de 'Projected Unit Credit' methode (PUC). Volgens deze methode worden de toekomstige jaarlijkse uitkeringen verdisconteerd aan een veronderstelde interestvoet. De totale verplichting die hieruit voortvloeit wordt vervolgens toegerekend aan de verstreken diensttijd – die de DBO vertegenwoordigt – en aan het huidige dienstjaar – die de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten vertegenwoordigen. Afhankelijk van de aard van het verzekerd plan wordt de contante waarde van de brutoverplichtingen bepaald inclusief of exclusief toekomstige bijdragen en hun toekomstig gewaarborgd rendement tot aan pensionering of beëindiging van tewerkstelling.
Rekening houdend met de specifieke aard van de verzekeringsproducten die behoren tot 'Tak 21' heeft de Groep bij de bepaling van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement paragraaf 115 van IAS 19 toegepast. Paragraaf 115 stelt "in de mate dat fondsbeleggingen verzekeringscontracten omvatten die kwalificeren als in aanmerking te nemen fondsbeleggingen waarvan bedrag en vervaldagstructuur overeenstemmen met het geheel of een deel van de toezeggingen onder het plan,
wordt de marktwaarde van de verzekeringscontracten gelijk gesteld aan de contante waarde van de eraan gerelateerde verplichtingen", tot op het niveau van het door de verzekeraar gegarandeerde rendement. De toepassing van deze paragraaf 115 veronderstelt het bepalen van de verzekerde waarde van de toezeggingen bij pensionering, wat een invloed heeft op zowel de waarde van de fondsbeleggingen als de contante waarde van de brutoverplichtingen. Wat de toepassing van paragraaf 115 betreft is het management immers van mening dat de berekening van de contante waarde van de brutoverplichtingen tevens rekening dient te houden met het feit dat de werknemer aanspraak maakt op het hoogste van de bij de verzekeraar opgebouwde reserves en de gewaarborgde minimumreserves. Daarom dient de berekening van de contante waarde van de brutoverplichtingen met dit kenmerk rekening te houden en dit in elke situatie, hetzij tewerkstelling tot aan pensionering hetzij beëindiging van tewerkstelling voor pensionering.
De eerste toepassing van voornoemde methode heeft geleid tot de erkenning van een verplichting uit hoofde van toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement ten bedrage van 4 miljoen euro. Deze impact is weergegeven in de 'Niet-gerealiseerde resultaten'. Bijgevolg omvat de nettoverplichting dit bedrag per 31 december 2016 van de materiële landen van de Groep. De evolutie in de contante waarde van de brutoverplichtingen en fondsbeleggingen omvatten 190 miljoen euro, respectievelijk 186 miljoen euro met betrekking tot toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement (zie tabellen onder 24.3.3). Per 31 december 2016 zijn volgende toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement operationeel:
Dit plan voorziet in uitgestelde compensatie voor bonussen toegekend aan werknemers van Agfa-Gevaert NV, Agfa Graphics NV, Agfa HealthCare NV en Agfa Finance NV. Gegeven het feit dat dit plan geen vooraf vastgelegde bijdragen voorziet, werd de PUC-methode exclusief toekomstige bijdragen gebruikt.
Dit plan voorziet in recurrente bijdragen voor de kaderleden van Agfa-Gevaert NV. De PUC-methode inclusief toekomstige bijdragen werd toegepast.
Alle voornoemde plannen worden met werkgeversbijdragen gefinancierd met uitzondering van de groepsverzekering voor kaderleden die zowel met werkgevers- als werknemersbijdragen wordt gefinancierd.
In 2016 betaalde de werkgever voor 14 miljoen euro aan bijdragen voor Belgische toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement (2015: 12 miljoen euro). Voor 2017 verwacht de Groep een gelijkaardig bedrag bij te dragen.
De technische rentevoet die verzekeringsmaatschappijen in 2016 hebben toegepast bedraagt tussen 0,50% en 4,75% (1,00% tot 4,75% in 2015). Bepalende factoren in deze context zijn de datum waarop een werknemer toetreedt tot een plan en of de verzekeraar een gegarandeerde interestvoet op toekomstige premies aanbiedt.
Voor elk voornoemd plan geeft onderstaand overzicht informatie over het type rendementsgarantie, de evolutie van de gegarandeerde interestvoeten gedurende 2016 en voorgaande jaren evenals de door de verzekeraar voorgestelde rendementsgarantie voor 2017.
| Benaming van het plan | Type rendementsgarantie | Interestvoeten gegarandeerd door de verzekeraar (dit is exclusief winstdeelname) |
||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | |||
| 1 | Top Performance Plan | Gegarandeerde interestvoet op reserves |
3,25% | 2% | 1,50% | 1% |
| 2 | Pensioenplan voor werknemers van Agfa HealthCare NV |
Gegarandeerde interestvoet op reserves en toekomstige premies |
3,25% op zowel werkgevers- als werknemersbijdragen tot 31/12/2012; 1,75% voor nieuw aangeslotenen vanaf januari 2013 en voor toenames in de premies tussen 31/12/2012 en 31/03/2015; 0,50% vanaf juli 2015 tot 1/10/2016; en 0,25% daarna |
|||
| 3 | Pensioenplan voor kaderleden | Gegarandeerde interestvoet op reserves |
1,75% | 1,75% | 1,50% | 0,75% |
| 4 | Groepsverzekering voor kaderleden van Agfa-Gevaert NV |
Gegarandeerde interestvoet op reserves en toekomstige premies |
3,25% op zowel werkgevers- als werknemersbijdragen tot 31/12/2012; 1,75% voor nieuw aangeslotenen vanaf januari 2013 en voor toenames in de premies tussen 31/12/2012 en 31/03/2015; 0,50% vanaf juli 2015 tot 1/10/2016; en 0,25% daarna |
|||
| 5 | Groepsverzekering voor kaderleden van Agfa Finance NV |
Gegarandeerde interestvoet op reserves en toekomstige premies |
3,25% op zowel werkgevers- als werknemersbijdragen tot 31/12/2012; 1,75% voor nieuw aangeslotenen vanaf januari 2013 en voor toenames in de premies tussen 31/12/2012 en 31/03/2015; 0,50% vanaf juli 2015 tot 1/10/2016; en 0,25% daarna |
|||
| 6 | Groepsverzekering voor werk nemers van Agfa HealthCare NV |
Gegarandeerde interestvoet op reserves |
2,25% | 2,25% | 2,25% tot 1/07/2015; 1,5% vanaf juli 2015 |
1,50% tot 1/07/2016; 1,0% vanaf juli 2016 tot april 2017; en 0,75% daarna |
De toegezegdpensioenregelingen van de Groep omvatten pensioenregelingen en andere langediensttijdpersoneelsbeloningen. Andere langediensttijdpersoneelsbeloningen hebben voornamelijk betrekking op Duitse werknemers.
Het 'Group Pension Committee', gecreëerd als een subcomité van het 'Executive Committee ('Exco')' van de Groep assisteert het Exco in het toezicht en de supervisie van de verschillende binnen de Groep bestaande pensioenplannen en andere overeenkomsten die voorzien in vergoedingen na uitdiensttreding. Het comité adviseert het Exco over aangelegenheden in verband met het ontwerpen van personeelsbeloningsplannen zoals het aanpassen of beëindigen – geheel of gedeeltelijk – van de personeelsbeloningsplannen en de financiering ervan. Naast het adviseren van het Exco, is het 'Group Pension Committee' eveneens verantwoordelijk voor het toezicht op het plaatselijke bestuur, zijnde het lokale bestuur van het pensioenfonds en het bestuur van de verantwoordelijke werkgevers die bijdragen in dit fonds. Zij houdt toezicht op het vervullen van hun verantwoordelijkheden in pensioengerelateerde aangelegenheden.
Het 'Group Pension Committee' heeft voor de belangrijkste plannen die via een afzonderlijk pensioenfonds worden gefinancierd een strategische allocatie van de fondsbeleggingen vastgelegd. Het
Comité herbekijkt op regelmatige basis de gewenste onderverdeling van fondsbeleggingen om zich zo te verzekeren dat ze aangepast blijven aan de verschillende profielen van verplichtingen van pensioenfondsen.
Voor het beheer van de beleggingsfondsen, wordt het 'Group Pension Committee' bijgestaan door het 'Group Pension Investment Committee'. Het 'Group Pension Investment Committee' heeft een 'Group Investment Guideline' uitgevaardigd welke door het 'Group Pension Committee' werd goedgekeurd. Het 'Group Pension Committee' houdt toezicht op de juiste toepassing van deze richtlijn.
De Groep onderzoekt via haar 'Group Pension Committee' oplossingen om de omvang van de verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding te verminderen alsook de eraan verbonden risico's. Het beleggingsrisico en het risico op het langer leven van de aangeslotenen ('longevity risk') zijn twee risico's die specifiek worden onderzocht. De laatste jaren heeft het 'Group Pension Committee' verschillende maatregelen voorgesteld en gerealiseerd zoals de aanpassing van het medisch plan na pensionering in de Verenigde Staten van Amerika (2013), het aanbod tot eenmalige afwikkeling van pensioenverplichtingen aan niet-actieve leden met opgebouwde uitgestelde rechten in het pensioenplan van de Verenigde Staten van Amerika (2013) en het project tot eenmalige uitkering van pensioenverplichtingen in het Fabriekspensioenplan in België (2014). Voor de gepensioneerde aangeslotenen van het Agfa Corporation Pension Plan, heeft het management, mits betaling van een eenmalige premie van 143 miljoen euro, een eenmalige afwikkeling van pensioenschuld gerealiseerd. In totaal werd voor 140 miljoen euro aan verplichtingen, gelinkt aan maandelijkse uitkeringen van 1.000 US dollar of minder, afgewikkeld. Bovendien werd in 2016 het pensioenplan in Canada afgewikkeld. De contante waarde van de afgewikkelde brutoverplichtingen bedroeg 26 miljoen euro. Elk van deze afwikkelingen resulteerde in een verlies van 3 miljoen euro.
De belangrijkste toegezegdpensioenregelingen van de Groep gelden meestal voor alle werknemers en zijn gebaseerd op het salaris van de werknemer en het aantal jaren dienst. De karakteristieken en de risico's van de pensioenregelingen worden hierna in detail besproken.
In België heeft meer dan 95% van de verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding betrekking op het basisplan, genaamd 'Fabriekspensioen'. Dit plan is gefinancierd via bijdragen betaald aan een afzonderlijk pensioenfonds opgericht onder de rechtsvorm OFP (Organisme voor de Financiering van Pensioenen). Dit fonds heeft als taak om de pensioenrechten die de werkgevers, die participeren in het fonds, toezeggen aan de begunstigden van het plan, uit te keren.
De werkgevers die deelnemen aan het fonds zijn Agfa-Gevaert NV, Agfa Graphics NV, Agfa HealthCare NV en Agfa Finance NV. De meerderheid van de werknemers van voornoemde werkgevers kunnen aanspraak maken op de voordelen van het 'Fabriekspensioen' plan. Nieuwe deelnemers van Agfa Europe NV, waarvan de bedrijfsactiviteit werd overgedragen aan de rechtsopvolger Agfa HealthCare NV of aan Agfa Graphics NV, bouwen vanaf januari 2000 hun rechten onder een andere toegezegdpensioenregeling op, zijnde een toegezegdebijdrageregeling met gewaarborgd rendement. Dezelfde toegezegdpensioenregeling is van toepassing op de nieuwe deelnemers van Agfa HealthCare NV.
De deelnemers van het 'Fabriekspensioen' bouwen rechten op gebaseerd op een formule op basis van een laatste jaarlijks inkomen. Daar dit gefinancierd plan nog steeds nieuwe deelnemers toelaat en werknemers nog nieuwe pensioenrechten opbouwen, stelt het plan de Onderneming bloot aan het risico op salarisverhoging naast andere risico's zoals het interestrisico, het beleggingsrisico en het 'longevity'-risico. Meer dan 95% van de deelnemers kiest voor een eenmalige uitkering bij pensionering, echter het plan is ontworpen als een renteplan.
Het wettelijke en regulerend kader voor het 'Fabriekspensioen' is gebaseerd op de toepasbare Belgische wet, zijnde de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening en de Wet op de Aanvullende Pensioenen, kort WAP genoemd, van toepassing vanaf 1 januari 2004. Op basis van deze wetgeving wordt jaarlijks in het kader van de financiering een waardering gemaakt. De waarderingsmethode gebruikt om de bijdragen aan het Belgische OFP te bepalen is de 'geaggregeerde kostmethode'. Met het oog op de financiering van de verplichting over de volledige diensttijd wordt de bijdrage berekend als een jaarlijks vast percentage van de loonkost. Het nieuwe financieringsplan, opgesteld op basis van gegevens per 31 december 2015 hebben geresulteerd in een daling van de jaarlijkse vaste bijdrage met als gevolg van aangepaste assumpties omtrent salaris en pensioenleeftijd. Volgens voornoemd financieringsplan bedraagt het financieringspercentage 135%.
De Raad van Bestuur van het 'Pensioenfonds Agfa-Gevaert OFP' draagt de ultieme verantwoordelijkheid voor het beheer van de fondsbeleggingen en de verplichtingen van het 'Fabriekspensioen'-plan. Ze hebben het toezicht over de fondsbeleggingen gedelegeerd aan het 'Local Investment Committee' dat opereert binnen het kader vastgelegd door het 'Group Pension Committee'. De 'Statement of Investment Principles (SIP)' dat het 'Local Investment Committee' heeft gemaakt in overeenstemming met de 'Group Investment'-richtlijnen, werd officieel goedgekeurd tijdens de Buitengewone Algemene Vergadering van het 'Pensioenfonds Agfa-Gevaert OFP' op 7 februari 2014. Afwijkingen moeten voorafgaandelijk door het 'Group Pension Committee' worden goedgekeurd. Het 'Local Investment Committee' dient te verzekeren dat de activa van het fonds goed en voorzichtig worden belegd, conform toepasbare wetten en in het belang van de deelnemers en begunstigden van het plan.
In Duitsland zijn er geen wettelijke of gereglementeerde minimale financieringseisen en bijgevolg zijn alle Duitse toegezegdpensioenregelingen binnen de Groep ongefinancierd.
De pensioenplannen in Duitsland omvatten een basisplan dat verbonden is met het pensioengerechtigd salaris geplafonneerd tot het maximum in aanmerking te nemen salaris voor sociale zekerheid en een aanvullend plan dat de vergoedingen dekt verbonden aan het pensioengerechtigd salaris dat dit plafond overtreft. In Duitsland maken we een onderscheid tussen het 'oude pensioenplan', zijnde het plan dat vanaf 2005 gesloten is voor nieuwe deelnemers en waarin vanaf 2010 deelnemers ook geen pensioenrechten meer kunnen opbouwen en het 'nieuwe pensioenplan' – dat van toepassing is voor nieuwe deelnemers vanaf 2005. De populatie die in 2010 genoot van de voordelen van het 'oude pensioenplan' waarin met ingang van 31 december 2009 geen pensioenrechten meer kunnen worden opgebouwd, bouwen tevens in het 'nieuwe pensioenplan' pensioenrechten op, maar genieten in vergelijking met de vanaf 2005 nieuw aangeslotenen, bijkomende voordelen. Beide plannen omvatten een basispensioenplan en een aanvullend plan. Bijkomend is Agfa gehouden tot het verstrekken van een
pensioenplan conform de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomsten in de chemische sector.
Onder het 'oude pensioenplan', wordt het basisplan via de Bayer Pensionskasse (Penka) beheerd. De Bayer Pensionskasse is een collectieve regeling van meerdere werkgevers die boekhoudkundig wordt verwerkt alsof het een toegezegdebijdrageregeling betreft (IAS 19.34 a). Het plan is een toegezegdpensioenregeling welke valt onder het beheer van de vroegere moederonderneming van Bayer AG. Het is boekhoudkundig verwerkt alsof het een toegezegdebijdrageregeling betreft daar we niet over de nodige informatie kunnen beschikken om het als een toegezegdpensioenregeling te verwerken. In geval van een tekort zou dit plan de Groep kunnen blootstellen aan een beleggings- en actuarieel risico. Echter de Groep is van oordeel dat deze risico's onbeduidend zijn. Vanaf 2004 heeft Agfa de verantwoordelijkheid om de renteuitkeringen aan te passen conform Sec.16, 1 en 2 van de 'German Pension Act (BetrAVG – Betriebsrentengesetz)'. Het basispensioen – in de vorm van rente – evenals de vereiste aanpassing van de pensioenrente tot en met 2003 wordt, conform voornoemde wettelijke bepalingen, rechtstreeks door de Penka uitgekeerd. Bijgevolg omvat de verplichting van Agfa met betrekking tot het basisplan, zoals opgenomen in de geconsolideerde balansen van de Groep, uitsluitend de verplichting van Agfa tot aanpassing van de pensioenrenteuitkeringen.
De rechten opgebouwd onder het aanvullend plan, dat boekhoudkundig als een toegezegdpensioenregeling wordt verwerkt, zijn gebaseerd op 'bijdragen' (1) berekend als een vast percentage van het aandeel van het pensioengerechtigd salaris boven het geplafonneerd maximum in aanmerking te nemen salaris voor sociale zekerheid. Vervolgens wordt voor de omrekening van deze 'bijdragen' (1) naar individuele pensioenrechten gebruik gemaakt van een factor onafhankelijk van de leeftijd van deelnemers aan het plan.
Na 31 december 2009 konden geen pensioenrechten meer worden opgebouwd onder het 'oude pensioenplan'.
Het oude pensioenplan is uitsluitend van toepassing op nieuwe deelnemers vóór 2005. Zij zijn per einde 2009 gestopt met het opbouwen van pensioenrechten. Vanaf 2010 nemen de werknemers deel in het nieuwe pensioenplan (Rheinische Pensionskasse).
Het 'nieuwe pensioenplan' omvat tevens een basispensioenplan, zijnde een plan dat verbonden is met het pensioengerechtigd salaris geplafonneerd tot het maximum in aanmerking te nemen
(1) 'Bijdragen' in deze context betekent een berekeningsbasis voor de bepaling van de pensioenrechten.
salaris voor sociale zekerheid, en een aanvullend plan waarbij rechten worden opgebouwd op het pensioengerechtigd salaris dat dit plafond overtreft. Het basisplan wordt gefinancierd via bijdragen betaald aan de Rheinische Pensionskasse.
Werknemers dragen gedeeltelijk (50%) bij aan de Rheinische Pensionskasse via uitgestelde compensatie. Eenmaal de bijdrage wordt betaald aan de Rheinische Pensionskasse, hebben de ondernemingen van de Groep in principe geen verdere verplichtingen meer. Bijgevolg wordt dit plan boekhoudkundig verwerkt als een toegezegdebijdrageregeling. Het nieuwe aanvullend plan, dat in de balans wordt opgenomen als een directe verplichting vanwege de werkgever, voorziet in tegenstelling tot het vroegere plan, geen plafond voor het pensioengerechtigd salaris. De rechten opgebouwd onder het aanvullend plan zijn gebaseerd op 'bijdragen' (1) berekend als een vast percentage van het aandeel van het pensioengerechtigd salaris boven het geplafonneerd maximum in aanmerking te nemen salaris voor sociale zekerheid. In tegenstelling tot het oude plan worden vervolgens de 'bijdragen' (1) omgerekend naar individuele pensioenrechten gebruik makend van leeftijdsgebonden factoren en rekening houdend met vooraf bepaalde vaste toenamen van deze rechten. Vanaf 2012 voorziet het plan in een optie tot uitkering van een vaste som in plaats van maandelijkse rente-uitkeringen.
Werknemers die voorheen participeerden in het 'oude pensioenplan' waarin vanaf 31 december 2009 geen rechten meer kunnen worden opgebouwd, bouwen rechten op in het aanvullend plan waarbij de omvang van de werkgeversbijdrage gekoppeld wordt aan de werknemersbijdrage. De werkgever draagt evenveel als de werknemer bij. De structuur zelf is gelijkaardig aan het nieuwe aanvullend plan zoals hierboven beschreven.
Het pensioenplan conform de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst in de chemische sector is gebaseerd op 'bijdragen' (1) die aan de hand van leeftijdsgebonden factoren worden omgezet naar individuele pensioenrechten. De werknemers dragen bij in dit plan via uitgestelde compensatie.
In Duitsland verstrekt Agfa in mindere mate beloningen die voortvloeien uit plannen afkomstig van vroegere acquisities. In deze plannen worden er geen rechten meer opgebouwd.
De verplichting in Duitsland wegens toegezegdpensioenregelingen omvat tevens pensioenplannen die volledig zijn gebaseerd op uitgestelde compensatiemodellen.
De rechten, opgebouwd onder deze plannen, worden berekend op het bedrag per begunstigde dat jaarlijks wordt uitgesteld, vertaald naar pensioenrechten waarbij in sommige situaties rekening wordt gehouden met vooraf bepaalde jaarlijkse toenamen van deze rechten.
Voor een deel van het personeel, namelijk de 'HealthCare IT' werknemers, bestaan er pensioenplannen die door verschillende externe fondsen (Pensionskassen) worden beheerd. Deze plannen worden vooral gefinancierd via uitgestelde compensatiemodellen die boekhoudkundig als toegezegdebijdrageregelingen worden verwerkt.
Bijkomend wordt aan het management van Agfa HealthCare IT in Duitsland een plan gebaseerd op pensioengerechtigd salaris verstrekt. Het betreft een congruent gefinancierd collectieve pensioenregeling (kongruent rückgedeckte Unterstützungskasse). De bijdragen, volledig door Agfa betaald, bedragen 5% van het pensioengerechtigd salaris.
Zowel de plannen waarin geen nieuwe rechten worden opgebouwd als deze waarin werknemers nog wel pensioenrechten opbouwen, stellen de Onderneming bloot aan actuariële risico's zoals het interestrisico, het risico op indexatie van pensioenuitkeringen en het 'longevity'-risico.
In het Verenigd Koninkrijk worden er vanaf 30 juni 2002 geen nieuwe deelnemers in de toegezegdpensioenregeling, genaamd 'Agfa UK pension plan', meer toegelaten. Vanaf 1 januari 2010 kunnen deelnemers ook geen rechten meer opbouwen via dit plan. Vanaf 2010 hebben leden de mogelijkheid om rechten op te bouwen via een toegezegdebijdrageregeling.
Het gesloten 'Agfa UK pension plan' wordt gefinancierd via bijdragen betaald door de deelnemende werkgevers. Per jaareinde 2016 zijn dit Agfa-Gevaert NV, Agfa HealthCare UK Ltd. en Agfa Graphics Ltd. De leden van het plan komen in aanmerking voor een vergoeding, bepaald via een formule op basis van een gemiddeld eindsalaris. Vanaf de leeftijd van 55 kunnen rechten, opgebouwd in dit plan, gedeeltelijk via een vast bedrag worden uitbetaald waarbij het restant wordt betaald via maandelijkse uitkeringen. Wanneer de personeelsbeloning voor de normale pensioenleeftijd van 65 wordt opgenomen is er een actuariële aanpassing van de waarde van de personeelsbeloning.
Leden die uitgestelde rechten hebben opgebouwd, maken aanspraak op een verhoging van hun rechten tot op het ogenblik van pensionering ten belope van de inflatie, berekend op basis van de CPI (index van consumptieprijzen). Pensioenuitkeringen nemen toe in lijn met de RPI (index van de kleinhandelsprijzen) met een minimum toename van 3% en een maximum toename van 5%. Naast een inflatierisico is de Onderneming onderhevig aan actuariële risico's zoals: beleggingsrisico, interestrisico en het 'longevity'-risico.
De toegezegdpensioenregeling wordt beheerd via een trust waarbij de beslissingsbevoegdheid genomen wordt door de Raad van Bestuur van de trust. Zij hebben de plicht om uitsluitend te handelen in de beste belangen van de begunstigden conform de regels van de trust en de wetgeving in het Verenigd Koninkrijk. De financieringsvereisten worden bepaald op basis van een actuariële waardering die elke drie jaar wordt uitgevoerd conform de wettelijke bepalingen en veronderstellingen die in dit verband worden voorgeschreven. Bovendien wordt over de veronderstellingen een akkoord gesloten tussen de Onderneming en de Trustees. Volgens de meest recente waardering in het kader van de financieringsvereisten, welke in 2016 heeft plaats gevonden, heeft Agfa in januari 2017 met de trustees een overeenkomst bereikt om 48 vaste kwartaalbijdragen te betalen voor de volgende 12 jaar, beginnend vanaf 1 januari 2017. Anticiperend op deze overeenkomst heeft de Onderneming in 2016 een eenmalige bijdrage van 6 miljoen euro (£ 5 miljoen) betaald.
In de Verenigde Staten neemt Agfa Corporation de verantwoordelijkheid op zich voor één belangrijke toegezegdpensioenregeling, het 'Agfa Corporation Pension Plan.'
Er worden geen nieuwe deelnemers meer toegelaten tot dit plan en de werknemers bouwen geen pensioenrechten meer op. Agfa HealthCare Corporation, Agfa Materials Corporation en Agfa Finance Corporation zijn deelnemende werkgevers in voornoemd plan. De begunstigden van het plan maken aanspraak op een vergoeding bepaald via een formule op basis van een gemiddeld eindsalaris. Deze gesloten toegezegdpensioenregeling stelt de Onderneming bloot aan actuariële risico's zoals het beleggingsrisico, het interestrisico en het 'longevity'-risico.
De activa van de toegezegdpensioenregeling worden beheerd via een trust. De Raad van Bestuur van Agfa Corporation, de entiteit die verantwoordelijk is voor het betalen van de bijdragen voor het plan, delegeert beleggingsbeslissingen evenals het toezicht op de beleggingen aan een lokaal beleggingscomité, het 'Benefits Plan Investment Committee (BPIC)'. De leden van het BPIC zijn ertoe gehouden uitsluitend in de beste belangen van de begunstigden te handelen, in overeenstemming met de trustovereenkomst en de wetgeving in de Verenigde Staten van Amerika. Het wettelijke en regulerend kader voor de plannen is gebaseerd op de toepasbare wetgeving in de Verenigde Staten van Amerika, zijnde de 'US legislation Employee Retirement Income Security Act (ERISA)'. Op basis van deze wetgeving wordt, in het kader van de financieringsvereisten, jaarlijks een waardering opgemaakt. In dit plan zijn er geen persoonlijke bijdragen van de leden voorzien. De verantwoordelijke werkgever van het plan en de deelnemende werkgevers betalen bijdragen voor het plan in de mate dat dit noodzakelijk is – conform actuariële berekeningen – om de vergoedingen te kunnen uitkeren aan de leden van het plan.
Minimale bijdragen zijn gebaseerd op de vereisten zoals bepaald door de 'Employee Retirement Income Security Act' van 1974 (ERISA) en de 'Pension Protection Act (PPA)' van 2006. Volgens de PPA zijn de actuarissen ertoe gehouden om elk jaar het financieringspercentage van het plan te certificeren. De laatste certificatie voor het plan heeft plaatsgevonden voor het jaar 2016 en maakt gebruik van de actuariële veronderstellingen zoals opgelegd door het IRS (Federale Belastingdienst van de Verenigde Staten). De actuaris bepaalde het financieringspercentage op 91,95% (2015: 94,8%).
Met betrekking tot het 'Agfa Corporation Pension Plan', heeft het management een eenmalige afwikkeling van pensioenschuld gerealiseerd voor aangeslotenen met een maandelijkse uitkering van 1.000 US dollar of minder. Verplichtingen voor een bedrag van 140 miljoen euro werden afgewikkeld door betaling van een eenmalige premie van 143 miljoen euro uit fondsbeleggingen, wat resulteerde in een afwikkelingsverlies van 3 miljoen euro. In 2016 werd een extra bijdrage van 9 miljoen euro (10 miljoen dollar) betaald.
Onderstaande drie tabellen geven de aansluiting van de openingswaarden naar de slotwaarden van zowel de nettoverplichting als haar componenten weer.
| 2015 | 2016 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Pensioen regelingen |
Andere lange diensttijd personeels beloningen |
TOTAAL | Pensioen regelingen |
Andere lange diensttijd personeels beloningen |
TOTAAL | |
| Nettoverplichting op 1 januari | 1.149 | 6 | 1.155 | 1.089 | 5 | 1.094 | |
| Pensioenkosten weergegeven in de winst en verliesrekening |
54 | - | 54 | 55 | - | 55 | |
| Totaal herwaarderingen opgenomen in 'Niet-gerealiseerde resultaten' |
(62) | - | (62) | 136 | - | 136 | |
| Nettotransferten | 1 | - | 1 | - | - | - | |
| Schattingswijzigingen betreffende DC-plannen met gewaarborgd rendement |
- | - | - | 4 | - | 4 | |
| Uitgaande kasstromen | |||||||
| Werkgeversbijdragen | (36) | - | (36) | (38) | - | (38) | |
| Uitkeringen rechtstreeks betaald door de Onderneming |
(43) | (1) | (44) | (44) | - | (44) | |
| Valutakoersverschillen | 26 | - | 26 | (19) | - | (19) | |
| Nettoverplichting op 31 december | 1.089 | 5 | 1.094 | 1.183 | 5 | 1.188 |
Per 31 december 2016 omvat de nettoverplichting voor de materiële landen van de Groep een bedrag van 4 miljoen euro als gevolg van de toevoeging in de rapportering van de toegezegdebijdrageregelingen in België.
| Pensioenkosten betreffende toegezegdpensioenregelingen | ||
|---|---|---|
| MILJOEN EURO | 2015 | 2016 |
| Aan de diensttijd toewijsbare pensioenkost | ||
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, exclusief werknemersbijdragen |
25 | 22 |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | - | - |
| (Winsten) / verliezen uit belangrijke inperking / beëindiging van de regelingen |
- | 3 |
| Totaal aan de diensttijd toewijsbare pensioenkost | 25 | 25 |
| Nettofinancieringskost | ||
| Interestkosten | 65 | 67 |
| Interestinkomen op fondsbeleggingen | (37) | (38) |
| Totale nettofinancieringskost | 28 | 29 |
| Herwaardering van andere lange diensttijd personeelsbeloningen | - | - |
| Administratieve kosten en belastingen | 1 | 1 |
| PENSIOENKOSTEN WEERGEGEVEN IN DE WINST EN VERLIESREKENING |
54 | 55 |
| Actuariële verliezen (winsten) | ||
| Aanpassingen aan de verplichtingen van de regelingen - verliezen (winsten) - op grond van ervaring |
(9) | (19) |
| Demografische veronderstellingen | (19) | (5) |
| Financiële veronderstellingen | (56) | 226 |
| Totaal actuariële verliezen (winsten) | (84) | 202 |
| Rendement op fondsbeleggingen excl. interestinkomen | 22 | (66) |
| TOTAAL HERWAARDERINGEN BEGREPEN IN DE 'NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN' |
(62) | 136 |
| TOTALE PENSIOENKOST VAN DE PERIODE | (8) | 191 |
De totale pensioenkost in 2016 van toegezegdpensioenregelingen voor de materiële landen van de Groep bedroeg een kost van 191 miljoen euro (2015: 8 miljoen euro opbrengst). Van dit bedrag wordt 55 miljoen euro kost weergegeven in de winst- en verliesrekening van de Groep over 2016 (2015: 54 miljoen euro kost). Het saldo, zijnde 136 miljoen euro negatief effect voor 2016 (62 miljoen positief effect voor 2015) wordt opgenomen in de 'Niet-gerealiseerde resultaten' onder 'Herwaardering van de nettoverplichting'. Deze herwaardering vloeit voort
uit wijzigingen in demografische en financiële veronderstellingen en aanpassingen op grond van ervaring, welke hun oorsprong vinden in zowel de verplichtingen als de fondsbeleggingen van toegezegdpensioenregelingen. Details worden hierna weergegeven.
In 2016 omvat de pensioenkost voor de materiële landen van de Groep een afwikkelingsverlies van 3 miljoen euro die in de winsten verliesrekening werd erkend als gevolg van een project rond eenmalige afwikkeling van pensioenverplichtingen betreffende het 'Agfa Corporation Pension Plan' in de VS.
Evolutie in 2015 en 2016 van de contante waarde van de brutoverplichtingen, de fondsbeleggingen en de financiering ervan
De contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen, de fondsbeleggingen en de financiering van de regelingen in de materiële landen worden hierna weergegeven.
| 2015 | 2016 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Pensioen | Andere langediensttijd | Pensioen | Andere langediensttijd | |||
| MILJOEN EURO | regelingen | personeelsbeloningen | TOTAAL | regelingen | personeelsbeloningen | TOTAAL |
| WIJZIGING IN DE CONTANTE WAARDE VAN DE BRUTOVERPLICHTING | ||||||
| Contante waarde van de brutoverplichting op 1 januari | 2.280 | 6 | 2.286 | 2.245 | 5 | 2.250 |
| Aan de diensttijd toewijsbare pensioenkost | ||||||
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, exclusief werknemersbijdragen |
25 | - | 25 | 22 | - | 22 |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | - | - | - | - | - | - |
| Belangrijke inperking/beëindiging van de regelingen | - | - | - | 3 | - | 3 |
| Interestkosten | 65 | - | 65 | 67 | - | 67 |
| Uitgaande kasstromen | ||||||
| Uitkeringen | (130) | (1) | (131) | (249) | - | (249) |
| Werknemersbijdragen | - | - | - | - | - | - |
| Betaalde premies | (2) | - | (2) | (1) | - | (1) |
| Herwaarderingen | ||||||
| Effect van demografische veronderstellingen | (19) | - | (19) | (6) | - | (6) |
| Effect van financiële veronderstellingen | (56) | - | (56) | 226 | - | 226 |
| Effecten op grond van ervaring | (9) | - | (9) | (19) | - | (19) |
| Valutakoersverschillen | 91 | - | 91 | (68) | - | (68) |
| Contante waarde van de brutoverplichting op 31 december, excl. DC-plannen met gewaarborgd rendement |
2.245 | 5 | 2.250 | 2.220 | 5 | 2.225 |
| Schattingswijzigingen betreffende DC-plannen met gewaarborgd rendement |
190 | 190 | ||||
| Contante waarde van de brutoverplichting op 31 december |
2.410 | 2.415 | ||||
| WIJZIGING IN FONDSBELEGGINGEN | ||||||
| Reële waarde van fondsbeleggingen op 1 januari | 1.131 | - | 1.131 | 1.156 | - | 1.156 |
| Interestinkomen | 37 | - | 37 | 38 | - | 38 |
| Werkgeversbijdragen | 79 | 1 | 80 | 82 | - | 82 |
| Uitkeringen | (130) | (1) | (131) | (249) | - | (249) |
| Administratieve kosten en belastingen | (1) | - | (1) | (1) | - | (1) |
| Betaalde premies | (2) | - | (2) | (1) | - | (1) |
| Uitgaande transferten | (1) | - | (1) | - | - | - |
| Rendement op fondsbeleggingen excl. interestinkomen |
(22) | - | (22) | 66 | - | 66 |
| Valutakoersverschillen | 65 | - | 65 | (50) | - | (50) |
| Reële waarde van fondsbeleggingen op 31 december, excl. DC-plannen met gewaarborgd rendement |
1.156 | - | 1.156 | 1.041 | - | 1.041 |
| Schattingswijzigingen betreffende DC-plannen met gewaarborgd rendement |
186 | 186 | ||||
| Reële waarde van fondsbeleggingen op 31 december | 1.227 | 1.227 | ||||
| FINANCIERINGSPOSITIE OP 31 DECEMBER | ||||||
| Financieringspositie | 1.089 | 5 | 1.094 | 1.179 | 5 | 1.184 |
| Effect van vermogensplafond | - | - | - | - | - | - |
| Nettoverplichting op 31 december, excl. DC-plannen met gewaarborgd rendement |
1.089 | 5 | 1.094 | 1.179 | 5 | 1.184 |
| Schattingswijzigingen betreffende DC-plannen met gewaarborgd rendement |
4 | 4 | ||||
| Nettoverplichting op 31 december | 1.183 | 5 | 1.188 |
Op 31 december 2016 bedroeg de contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen – exclusief de toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement – voor de Groep 2.225 miljoen euro (2.250 miljoen euro op 31 december 2015), waarvan 1.456 miljoen euro (1.525 miljoen euro op 31 december 2015) betrekking heeft op geheel of gedeeltelijk gefinancierde toegezegdpensioenregelingen en de overige 769 miljoen euro (725 miljoen euro op 31 december 2015) betrekking heeft op ongefinancierde toegezegdpensioenregelingen.
Het financieringstekort voor de Belgische toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement bedroeg op 31 december 2016 4 miljoen euro en wordt vanaf heden ingevolge een schattingswijziging getoond als een financieringstekort uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen. Het financieringstekort voor deze plannen is gelijk aan het verschil tussen de contante waarde van de brutoverplichtingen (DBO) ten bedrage van 190 miljoen euro en de fondsbeleggingen ten bedrage van 186 miljoen euro. De verplichtingen uit hoofde van het Top Performance Plan en de Groepsverzekering voor kaderleden Agfa-Gevaert NV vertegenwoordigen per 31 december 2016 samen 89% van de totale DBO terwijl het financieringstekort nagenoeg volledig toewijsbaar is aan het Top Performance Plan. Algemene informatie rond de toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement evenals de karakteristieken van deze plannen wordt verstrekt onder 24.3.1.
In 2016 bedroegen de uitkeringen voor de materiële landen van de Groep 249 miljoen euro en omvatten een eenmalige premie van 143 miljoen euro voor een project rond eenmalige afwikkeling van pensioenverplichtingen betreffende het 'Agfa Corporation Pension Plan' in de VS.
Historiek van de fondsbeleggingen, contante waarde van de brutoverplichting, overschot/tekort van de pensioenregelingen voor de periode 2012 tot 2016
| MILJOEN EURO | 31 december 2012 |
31 december 2013 |
31 december 2014 |
31 december 2015 |
31 december 2016 |
|
|---|---|---|---|---|---|---|
| Excl. DC plannen met gegarandeerd rendement |
Incl. DC plannen met gegarandeerd rendement |
|||||
| Reële waarde van fondsbeleggingen | 1.023 | 1.006 | 1.131 | 1.156 | 1.041 | 1.227 |
| Contante waarde van de brutoverplichting | 2.192 | 1.889 | 2.286 | 2.250 | 2.225 | 2.415 |
| Overschot (Tekort) van de regelingen | (1.169) | (883) | (1.155) | (1.094) | (1.184) | (1.188) |
De verplichtingen en pensioenkost van de periode met betrekking tot toegezegdpensioenregelingen van de Groep worden bepaald door gebruik te maken van actuariële waarderingen die gebaseerd zijn op actuariële veronderstellingen. Op het einde van de boekjaren 2015 en 2016, werden volgende belangrijke actuariële veronderstellingen (gewogen gemiddelden) gebruikt.
| MILJOEN EURO | 31 december 2015 | 31 december 2016 |
|---|---|---|
| Disconteringsvoet | 3,18% | 2,31% |
| Toekomstige verhoging van lonen/salarissen | 2,17% | 2,15% |
De hierboven weergegeven gemiddelden betreffende disconteringsvoet en de stijging van de lonen/salarissen worden bepaald op basis van de actuariële veronderstellingen welke toegepast worden in de verschillende toegezegdpensioenregelingen van de materiële landen van de Groep, gewogen op basis van de contante
waarde van de brutoverplichting uit hoofde van betreffende toegezegdpensioenregelingen.
De disconteringsvoeten worden bepaald op basis van het marktrendement op balansdatum van bedrijfsobligaties van hoge kredietwaardigheid, die een krediet rating van minstens AA van een belangrijk 'rating' agentschap toegewezen krijgen, met een resterende looptijd die consistent is met de geschatte looptijd van de verplichtingen.
De Groep heeft de gewogen gemiddelde duratie bepaald door de gemiddelde duraties te nemen berekend via sensitiviteitsanalyse +25bps en -25bps op de
disconteringsvoet voor de pensioenplannen van de materiële landen van de Groep. Per 31 december 2016 bedraagt de gewogen gemiddelde duratie 14 jaar (13 jaar per 31 december 2015).
Onderstaande tabel geeft de sensitiviteit weer van een verandering in bepaalde veronderstellingen op 31 december 2016 met betrekking tot de pensioenregelingen van de materiële landen van de Groep:
| MILJOEN EURO | Impact op de contante waarde van de verplichtingen op 31 december 2015 |
Impact op de contante waarde van de verplichtingen op 31 december 2016 |
|---|---|---|
| Daling in disconteringsvoet met 25 basispunten | 78 | 87 |
| Stijging in disconteringsvoet met 25 basispunten | (73) | (80) |
| Verbetering in de sterftetafel waarbij wordt verondersteld dat werknemers één jaar langer leven |
72 | 58 |
De reële waarde van fondsbeleggingen onderverdeeld naar belangrijkste categorieën van de materiële landen van de Groep omvatten:
De reële waarde van fondsbeleggingen omvat per jaareinde 2015 en 2016 geen aandelen of rentedragende instrumenten van de Onderneming of haar dochterondernemingen.
| MILJOEN EURO | 31 december 2015 | 31 december 2016 |
|---|---|---|
| Geldmiddelen, kasequivalenten en overige | 13 | 41 |
| Aandelen | 493 | 309 |
| Rentedragende instrumenten | 650 | 691 |
| Fondsbeleggingen bij verzekeraars (1) | - | 186 |
| TOTAAL | 1.156 | 1.227 |
(1) Toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement.
De Groep verwacht dat de pensioenkost op te nemen in de winst- en verliesrekening voor de materiële landen voor 2017 in totaal 47 miljoen euro zal bedragen. Dit bedrag is exclusief de kost voor de toegezegdebijdrageregelingen in België en omvat voor 23 miljoen euro aan het dienstjaar toegerekende pensioen-, administratiekosten, belastingen en 24 miljoen euro interestkost op de nettoverplichting.
Voor het boekjaar 2017 verwacht de Groep tussen 71 en 75 miljoen euro bij te dragen voor haar materiële pensioenregelingen en andere langetermijnpersoneelsbeloningen. Dit bedrag houdt geen rekening met de premiebetalingen voor de toegezegdebijdrageregelingen in België. Dit is lager dan de uitgaande kasstroom voor 2016 die 82 miljoen euro bedroeg, zijnde werkgeversbijdragen ten belope van 38 miljoen euro en 44 miljoen euro uitkeringen die rechtstreeks door de Onderneming werden betaald. De bijdragen voor 2016 zijn voor in totaal 15 miljoen euro beïnvloed door eenmalige bijdragen in de VS en VK.
Op 1 maart 2016 creëerde de Groep een op aandelen gebaseerd betalingstransactieplan dat in geldmiddelen afgewikkeld wordt, voor welbepaalde deelnemers aangeduid door de Raad van Bestuur. Deelnemers tot het plan worden 'share appreciation rights' toegekend, op grond waarvan zij recht hebben op een toekomstige cash bonus gebaseerd op de stijging van de aandelenprijs van de Groep op Euronext Brussel over een referentieperiode van 3 jaren.
In totaliteit zijn er 657.000 'stock appreciation rights' toegekend aan de deelnemers van het plan, die voorwaardelijk worden over een periode van 3 jaar met ingang van 1 maart 2016. De reële waarde van de toegekende rechten wordt berekend volgens het Black & Scholes-model op elke afsluitdatum. De berekende reële waarde wordt geboekt als verplichting met veranderingen in de reële waarde geboekt in de winst- en verliesrekening (2016: 0,2 miljoen euro). Volgende parameters werden gebruikt in het waarderingsmodel:
| Reële waarde van de 'Share Appreciation Rights' per 31 december 2016 | 0,98 euro |
|---|---|
| Aandelenprijs op toekenningsdatum | 3,47 euro |
| Verwachte volatiliteit | 47% |
| Toekenningsdatum | 1 maart 2016 |
| MILJOEN EURO | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Langlopende rentedragende verplichtingen | 137 | 74 |
| 'Revolving'-kredietfaciliteit | 38 | (2) |
| EIB-lening | 58 | 32 |
| Overige bankschulden | - | 2 |
| Obligatieleningen | 41 | 42 |
| Kortlopende rentedragende verplichtingen | 44 | 37 |
| EIB-lening | 26 | 26 |
| Overige bankschulden | 18 | 11 |
In de loop van 2015 hernieuwde de Onderneming de revolving kredietfaciliteit voor een periode tot juli 2020. Het notioneel bedrag van deze faciliteit bedraagt 400 miljoen euro. Geldopnames onder deze kredietlijn worden gedaan voor korte periodes maar de Groep heeft, onder de bestaande herfinancieringovereenkomst, de mogelijkheid om de leningen te verlengen voor langere periodes na balansdatum. Er werden geen waarborgen verstrekt voor de kredietopeningen.
Op 31 december 2016 waren er geen opnames onder deze faciliteit. Transactiekosten voor een bedrag van 2 miljoen
euro werden geboekt in mindering van de initiële boekwaarde van de financiële verplichting en worden gespreid in winst- en verliesrekening geboekt volgens de effectieve intrestmethode. Op 31 december 2015 bedroegen de opnames onder deze faciliteit 40 miljoen euro. Transactiekosten ten belope van 2 miljoen euro werden geboekt in mindering van de initiële boekwaarde van de financiële verplichting en worden gespreid in winst- en verliesrekening geboekt volgens de effectieve intrestmethode.
De verdeling over de diverse looptijden is als volgt:
| MILJOEN EURO Nominaal bedrag |
Opgenomen bedrag | Rentevoet | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Eindvervaldag | 2015 | 2016 | 2015 | 2016 | Munt | 2015 | 2016 |
| 2020 | 400 | 400 | 38 | (2) | 1,1% | - | |
| TOTAAL | 400 | 400 | 38 | (2) | EUR |
De langlopende rentedragende verplichtingen hebben
volgende eindvervaldagen:
Langlopende rentedragende verplichtingen omvatten voor-
| MILJOEN EURO | 2015 | 2016 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Eindvervaldag | Opgenomen bedrag | Rentevoet | Opgenomen bedrag | Rentevoet | |
| tussen 1 - 5 jaar: EIB lening | 58 | 4,33% - 4,36% | 32 | 4,33% - 4,36% | |
| tussen 1 - 5 jaar: overige leningen | - | - | 2 | lokale rentevoet + spread |
|
| > 5 jaar | - | - | - | - | |
| TOTAAL | 58 | 34 |
namelijk de leningsovereenkomst die de Groep in het vierde kwartaal van 2010 afsloot met de Europese Investeringsbank (EIB). De EIB stelt een bedrag van 130 miljoen euro ter beschikking voor de financiering van onderzoek-, ontwikkelings- en innovatieprojecten binnen het segment Agfa HealthCare Information Technology. De gefinancierde projecten betreffen onderzoek-, ontwikkelings- en innovatieprojecten in de periode vanaf 2010 tot 2013. Het bedrag van de toegestane lening zal niet hoger zijn dan 50% van de totale kostprijs van de projecten. Een eerste schijf van 70 miljoen euro werd beschikbaar gesteld en opgenomen in 2011 met eindvervaldag tot augustus 2018. Een tweede schijf van 60 miljoen euro werd beschikbaar gesteld en opgenomen in 2012, met eindvervaldag tot februari 2019. Het langlopende deel van de EIB lening bedraagt 32 miljoen euro.
In de loop van 2014 werd een lening afgesloten met Export Development Canada (EDC) voor een nominaal bedrag van 50 miljoen euro. EDC stelt een bedrag van 50 miljoen euro ter beschikking voor de financiering van onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten in de dochteronderneming Agfa HealthCare Inc. (Canada). De lening heeft een eindvervaldag in juni 2019. Fondsen konden opgenomen worden over een periode van 2 jaar, die eindigde in juni 2016. De onderneming heeft beslist om geen gebruik te maken van deze faciliteit.
Overige langlopende rentedragende verplichtingen betreffen een lokale leningsovereenkomst in Argentinië met vervaldatum in 2018. De lokale variabele rentevoet is de 'Badlar Privada Corregia Promedio' + 5,5% spread.
Kortlopende rentedragende verplichtingen bevatten het kortlopende gedeelte van de EIB lening (26 miljoen euro) en andere kortlopende lokale bankleningen in Latijns-Amerika die voor het merendeel niet gewaarborgd zijn. De gewogen gemiddelde rentevoet van deze lokale bankleningen bedraagt 8,99% (2015: 7,92%).
In mei 2005 gaf de Onderneming een obligatielening uit met een nominale waarde van 200 miljoen euro. De obligatielening droeg een coupon van 4,375% en verviel in juni 2015. De interesten zijn jaarlijks betaalbaar na verloop van termijn.
De uitgifteprijs bedroeg 101,956%. De obligatielening wordt gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.
In mei 2014 lanceerde de Onderneming een openbaar ruilbod op hierboven vernoemde obligatielening. De houders van de bestaande obligatielening werd de mogelijkheid geboden om hun huidige obligaties in te ruilen tegen nieuw uitgegeven obligaties met een nominale waarde van 1.000 euro en een bruto vaste coupon van 5,35% per jaar met vervaldag in juni 2019. Bestaande obligaties voor een totaal bedrag van 42 miljoen euro werden geruild in dit openbaar ruilbod. Bestaande obligaties voor een totaal bedrag van 147 miljoen euro werden terugbetaald in juni 2015.
Langlopende voorzieningen bedroegen 4 miljoen euro op 31 december 2016 (2015: 6 miljoen euro). Andere langlopende voorzieningen omvatten een voorziening voor
leegstaande gebouwen en een voorziening voor afbraakkosten.
| MILJOEN EURO | Milieu voorzieningen |
Herstruc tureringen |
Andere | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|
| Voorzieningen per 31 december 2015 | 1 | - | 5 | 6 |
| Voorzieningen aangelegd in de loop van het boekjaar | - | - | - | - |
| Aanwending van voorzieningen in de loop van het boekjaar | - | - | (1) | (1) |
| Terugname van voorzieningen in de loop van het boekjaar | - | - | - | - |
| Valutakoersverschillen | - | - | - | - |
| Overboekingen | - | - | (1) | (1) |
| Voorzieningen per 31 december 2016 | 1 | - | 3 | 4 |
De kortlopende voorzieningen bedroegen 74 miljoen euro op 31 december 2016 (2015: 81 miljoen euro).
| MILJOEN EURO | Milieu voorzieningen |
Omzet gerelateerde voorzieningen |
Herstruc tureringen |
Andere | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|---|
| Voorzieningen per 31 december 2015 | 5 | 47 | 15 | 14 | 81 |
| Voorzieningen aangelegd in de loop van het boekjaar |
- | 71 | 18 | 4 | 93 |
| Aanwending van voorzieningen in de loop van het boekjaar |
(1) | (71) | (16) | (5) | (93) |
| Terugname van voorzieningen in de loop van het boekjaar |
- | (4) | (1) | (3) | (8) |
| Valutakoersverschillen | - | 1 | - | (1) | - |
| Overboekingen | - | 1 | - | - | 1 |
| Voorzieningen per 31 december 2016 | 4 | 45 | 16 | 9 | 74 |
De voorzieningen met betrekking tot milieubescherming dekken toekomstige aanpassingswerken van terreinen en de sanering van bodems die zijn verontreinigd door vroegere industriële activiteiten.
Omzetgerelateerde voorzieningen op balansdatum evenals de bijhorende bewegingen in de loop van het boekjaar omvatten onder meer te betalen bedragen aan klanten met betrekking tot geleverde goederen en diensten gedurende het boekjaar, zoals omzetkortingen en rabatten, commissies betaalbaar aan agenten en bijkomende verplichtingen in verband met aan- en verkoopcontracten, voorzieningen voor commerciële betwistingen en verlieslatende contracten.
Voorzieningen voor herstructureringen omvatten voornamelijk kosten met betrekking tot de sluiting van de Italiaanse drukplatenfabriek in Agfa Graphics ten belope van 7 miljoen euro, kosten met betrekking tot de beslissing om de markt van de contrastmedia te verlaten in Agfa HealthCare ten belope van 4 miljoen euro alsook ontslagvergoedingen voor het personeel. Andere kortlopende voorzieningen omvatten provisies voor leegstaande gebouwen, voorzieningen voor betwistingen met vroegere werknemers en een voorziening in verband met betwistingen over invoerrechten.
Uitgestelde opbrengsten omvat zowel gefactureerde bedragen als bedragen die conform de contractuele bepalingen aan de klanten kunnen worden gefactureerd maar nog niet in de winst- en verliesrekening kunnen worden opgenomen. De vooruitbetalingen geven de bedragen weer die de Onderneming heeft ontvangen maar nog niet aan haar klanten heeft gefactureerd daar zij haar verplichting ten aanzien van deze klanten nog dient te voltooien, zijnde de levering van goederen en/of diensten.
De uitgestelde opbrengsten en vooruitbetalingen bedroegen 141 miljoen euro op 31 december 2016 (2015: 141 miljoen euro) en resulteren voornamelijk uit tussentijdse facturatie in overeenkomsten waarin meerdere goederen zoals software en hardware en/of diensten samen worden aangeboden ('multiple element'-regelingen) en uit vooruit-facturatie van de dienstverlenings- en onderhoudscontracten.
De toepassing van de huidige richtlijn betreffende de opname van opbrengsten in de winst- en verliesrekening uit 'multiple element' regelingen vereist oordeelsvorming vanwege het management. Er dient te worden beoordeeld of de opnamecriteria afzonderlijk kunnen worden toegepast op de in de overeenkomst aangeboden goederen en/of diensten en zo ja, of er een betrouwbare en objectieve reële waarde voor de aangeboden goederen en/of diensten afzonderlijk kan worden bepaald.
De toewijzing van de verkoopprijs van de overeenkomst aan de verschillende goederen en/of diensten op basis van ondernemingsspecifieke objectieve gegevens van reële waarde – inclusief de toewijzing van kortingen – steunt op oordeelsvorming en belangrijke schattingen vanwege het management. Wijzigingen in de door het management aangenomen veronderstellingen met betrekking tot de afzonderlijk identificeerbare goederen en/of diensten in een overeenkomst en de daaraan toegewezen reële waarde, zouden een belangrijke impact kunnen hebben op de opbrengsten opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Op 31 december 2015 bedroegen de 'Overige te betalen posten' 46 miljoen euro en omvatten voornamelijk te ontvangen facturen van leveranciers, welke in de loop
van 2016 werden ondergebracht in de rubriek 'Handelsschulden'. De overige te betalen posten per 31 december 2016 bedroegen 11 miljoen euro en omvatten voornamelijk toegerekende niet-vervallen rente op verplichtingen, verplichtingen ingevolge liquiditeitsovereenkomsten en verplichtingen aan het personeel wegens compensaties voor door hen gemaakte reis- en andere kosten.
De Groep huurt voornamelijk gebouwen en wagens op basis van operationele leaseovereenkomsten. De vervaldagstructuur van de toekomstige minimale leasebetalingen onder deze niet-opzegbare leaseovereenkomsten is:
| MILJOEN EURO | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Niet later dan één jaar | 44 | 43 |
| Later dan één jaar en niet later dan vijf jaar | 94 | 83 |
| Later dan vijf jaar | 13 | 10 |
| TOTAAL | 151 | 136 |
De Groep verhuurt bedrijfsruimte en overige materiële vaste activa op basis van operationele leases. De toekomstige minimale leasebetalingen uit hoofde van niet-opzegbare leaseovereenkomsten luiden als volgt:
| MILJOEN EURO | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Niet later dan één jaar | 2 | 1 |
| Later dan één jaar en niet later dan vijf jaar | 2 | 1 |
| Later dan vijf jaar | - | - |
| TOTAAL | 4 | 2 |
De voorwaardelijke verplichtingen vloeiden volledig voort uit verbintenissen aan derden gegeven en omvatten:
| MILJOEN EURO | 2015 | 2016 |
|---|---|---|
| Bankgaranties | 46 | 46 |
| Andere | 1 | 1 |
| TOTAAL | 47 | 47 |
De totale aankoopverplichtingen in het kader van belangrijke investeringsprojecten waarvoor de respectieve contracten al werden toegekend of de orders werden geplaatst, bedroegen op 31 december 2016 1 miljoen euro (2015: 1 miljoen euro).
De Groep is momenteel niet betrokken in één of ander groot geschil, met uitzondering van het geschil in verband met de insolvabiliteit van AgfaPhoto.
In verband met de verkoop van de Consumer Imagingactiviteiten van Agfa-Gevaert AG en van sommige van haar (toenmalige) dochtervennootschappen in 2004 had de Groep diverse contractuele relaties afgesloten met AgfaPhoto Holding GmbH, AgfaPhoto GmbH en hun dochtervennootschappen in verschillende landen (de AgfaPhoto groep). Daarbij werd voorzien in de overdracht van haar Consumer Imagingactiviteiten, inbegrepen activa, verplichtingen, contracten en personeel naar de vennootschappen behorende tot de AgfaPhoto groep.
Na de verkoop werd een aanvraag tot faillissement ingediend door AgfaPhoto GmbH en een aantal van haar dochtervennootschappen zowel in Duitsland als in andere landen. In verschillende landen werden gerechtelijke procedures tegen de Groep ingespannen. De Groep meent dat het in haar verweer in deze rechtszaken over voldoende argumenten beschikt en verdedigt haar belangen krachtdadig.
In verband met deze verkoop diende de curator van AgfaPhoto GmbH verschillende aanvragen tot arbitrage in bij het ICC Internationale Arbitragehof in Parijs, Frankrijk. In de enige nog hangende arbitrageprocedure vordert de curator een vergoeding voor vermeende onderkapitalisatie van AgfaPhoto GmbH en voor het vermeende veroorzaken van het faillissement van AgfaPhoto GmbH. De Groep meent dat het in haar verweer met betrekking tot deze vorderingen over voldoende argumenten beschikt en verdedigt haar belangen krachtdadig. Omwille van wat wij denken, zijnde een hoog speculatieve aard van de vorderingen van de curator van AgfaPhoto GmbH, acht de Groep het onmogelijk om tot een betrouwbare schatting te komen van de financiële gevolgen van deze arbitrageprocedure.
Wanneer er zich nieuwe ontwikkelingen voordoen of wanneer er meer informatie beschikbaar is, bestaat de mogelijkheid dat de veronderstellingen en schattingen in deze zaken gewijzigd dienen te worden.
Het totaal van de beloningen voor managers op sleutelposities (exclusief patronale sociale bijdragen) opgenomen in de winst- en verliesrekening bedraagt:
| 2015 | 2016 | |||
|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Bestuurders | Executive Management |
Bestuurders | Executive Management |
| Kortlopende personeelsbeloningen | 0,5 | 4,0 | 0,6 | 4,4 |
| Vergoedingen na uitdiensttreding | - | 0,3 | - | 0,4 |
| Op aandelen gebaseerde betalingen | - | - | - | - |
| TOTAAL | 0,5 | 4,3 | 0,6 | 4,8 |
Per 31 december 2016 waren er geen uitstaande leningen ten behoeve van managers op sleutelposities.
De verplichtingen voor vergoedingen na uitdiensttreding voor de leden en de gepensioneerde leden van het Executive Management, opgenomen in de geconsolideerde balans op 31 december 2016, bedragen 18 miljoen euro. Het totaal van de beloningen voor managers op sleutelposities is ook inbegrepen in het Remuneratieverslag bladzijden 169 - 173.
Transacties met verwante partijen betreffen voornamelijk handelstransacties. De kosten en opbrengsten met betrekking tot deze transacties zijn immaterieel in het kader van de geconsolideerde jaarrekening.
De Groep en haar zakenpartner Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd. hebben hun activiteiten gebundeld vanaf 2010, gericht op het versterken van de marktpositie van beide partners in Groot-China en de ASEAN-regio. Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd. heeft een participatie van 49% in Agfa Graphics Asia Ltd., de holding van de gecombineerde activiteiten van beide partijen. Zie ook toelichting 23.8 Minderheidsbelangen.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de transactiewaarde en het openstaand saldo tussen de Groep en Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd. In de loop van 2016 verwierf Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd. een dividend van 12 miljoen euro (49%).
| Transactiewaarde per jaareinde | Openstaand saldo per jaareinde | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | 2015 | 2016 | 2015 | 2016 | |
| Verkopen aan Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd. |
32 | 37 | 5 | 10 | |
| Aankopen van Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd. |
44 | 33 | 1 | 1 | |
| Dividend | 25 | 12 | - | - |
De berekening van de gewone winst per aandeel is gebaseerd op een toe te kennen winst (verlies) aan de aandeelhouders van de Onderneming van 70 miljoen
euro (2015: 62 miljoen euro) en een gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande aandelen gedurende het jaar 2016 van 167.751.190 (2015: 167.751.190).
Het gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande aandelen werd als volgt berekend:
| Aantal uitstaande gewone aandelen op 1 januari 2016 | Effect van opties uitgeoefend gedurende 2016 |
Gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande aandelen op 31 december 2016 |
|---|---|---|
| 167.751.190 | - | 167.751.190 |
| EURO | 2015 | 2016 |
| Gewone winst per aandeel | 0,37 | 0,42 |
De berekening van de verwaterde winst per aandeel is gebaseerd op een toe te kennen winst (verlies) aan de aandeelhouders van de Onderneming van 70 miljoen euro (2015: 62 miljoen euro) en een gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande verwaterde aandelen gedurende
het jaar 2016 van 167.751.190 (2015: 167.751.190). Er dient te worden opgemerkt dat er geen openstaande aandelenoptieplannen meer zijn op 31 december 2016.
Het gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande verwaterde aandelen werd als volgt berekend:
| Aantal uitstaande gewone aandelen op 1 januari 2016 | Effect van potentiële gewone aandelen die tot verwatering zullen leiden |
Gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande verwaterde aandelen op 31 december 2016 |
|---|---|---|
| 167.751.190 | - | 167.751.190 |
| EURO | 2015 | 2016 |
| Verwaterde winst per aandeel | 0,37 | 0,42 |
De gemiddelde reële waarde van een gewoon aandeel bedroeg in 2016 3,44 euro per aandeel.
De moedermaatschappij van de Groep, Agfa-Gevaert NV (BE 0404 021 727), Mortsel (België), is de moedermaatschappij van de volgende belangrijke dochterondernemingen:
| Geconsolideerde ondernemingen per 31 december 2016 | ||||
|---|---|---|---|---|
| Naam van de onderneming | Locatie | Deelnemings-% | ||
| Agfa (Pty.) Ltd. | Isando/Republiek Zuid-Afrika | 100 | ||
| Agfa (Wuxi) Imaging Co., Ltd. | Wuxi/Volksrepubliek China | 99,16 | ||
| Agfa (Wuxi) Printing Plate Co. Ltd. | Wuxi/Volksrepubliek China | 51 | ||
| Agfa ASEAN Sdn. Bhd. | Kuala Lumpur/Maleisië | 51 | ||
| Agfa Corporation | Elmwood Park/Verenigde Staten van Amerika | 100 | ||
| Agfa de Mexico S.A. de C.V. | Mexico D.F./Mexico | 100 | ||
| Agfa Finance Corp. | Wilmington/Verenigde Staten van Amerika | 100 | ||
| Agfa Finance Inc. | Toronto/Canada | 100 | ||
| Agfa Finance Italy SpA | Milaan/Italië | 100 | ||
| Agfa Finance NV - BE 0436 501 879 | Mortsel/België | 100 | ||
| Agfa Finco NV - BE 0810 156 470 | Mortsel/België | 100 | ||
| Agfa Graphics Argentina S.A. | Buenos Aires/Argentinië | 100 | ||
| Agfa Graphics Asia Ltd. | Hong Kong/Volksrepubliek China | 51 | ||
| Agfa Graphics Ecuador CIA. LTDA | Quito/Ecuador | 100 | ||
| Agfa Graphics Ltd. | Leeds/Verenigd Koninkrijk | 100 | ||
| Agfa Graphics Middle East Fzco | Dubai/Verenigde Arabische Emiraten | 100 | ||
| Agfa Graphics NV - BE 0456 366 588 | Mortsel/België | 100 | ||
| Agfa Graphics S.r.l. | Milaan/Italië | 100 | ||
| Agfa HealthCare - Knightsbridge GmbH | Wenen/Oostenrijk | 60 | ||
| Agfa HealthCare AG | Dübendorf/Zwitserland | 100 | ||
| Agfa HealthCare Argentina S.A. | Buenos Aires/Argentinië | 100 | ||
| Agfa HealthCare Australia Limited | Scoresby/Australië | 100 | ||
| Agfa HealthCare Brasil Importacao e Servicos Ltda. | Sao Paulo/Brazilië | 100 | ||
| Agfa HealthCare Chile Ltda. | Santiago de Chile/Chili | 100 | ||
| Agfa HealthCare Colombia Ltda. | Bogota/Colombië | 100 | ||
| Agfa HealthCare Corporation | Greenville/Verenigde Staten van Amerika | 100 | ||
| Agfa HealthCare Denmark A/S | Kopenhagen/Denemarken | 100 | ||
| Agfa HealthCare France S.A. | Artigues près Bordeaux/Frankrijk | 100 | ||
| Agfa HealthCare Equipments Portugal Lda. | Sintra/Portugal | 100 | ||
| Agfa HealthCare Finland Oy AB | Espoo/Finland | 100 | ||
| Agfa HealthCare Germany GmbH | Bonn/Duitsland | 100 | ||
| Agfa HealthCare Ges.mbH | Wenen/Oostenrijk | 100 | ||
| Agfa HealthCare GmbH | Bonn/Duitsland | 100 | ||
| Agfa HealthCare Hellas A.E.B.E. | Peristeri/Griekenland | 100 | ||
| Agfa HealthCare Hong Kong Ltd. | Hong Kong/Volksrepubliek China | 100 | ||
| Agfa HealthCare Hungary Kft. | Boedapest/Hongarije | 100 | ||
| Agfa HealthCare Imaging Agents GmbH | Keulen/Duitsland | 100 | ||
| Agfa HealthCare Inc. | Mississauga/Canada | 100 | ||
| Agfa HealthCare India Private Ltd. | Thane/Indië | 100 | ||
| Agfa HealthCare Luxembourg S.A. | Bertrange/Luxemburg | 100 | ||
| Agfa HealthCare Malaysia Sdn. Bhd. | Kuala Lumpur/Maleisië | 100 |
| Agfa HealthCare Mexico S.A. de C.V. | Mexico D.F./Mexico | 100 |
|---|---|---|
| Agfa HealthCare Norway AS | Oslo/Noorwegen | 100 |
| Agfa HealthCare NV - BE 0403 003 524 | Mortsel/België | 100 |
| Agfa HealthCare Saudi Arabia Company Limited LLC | Riyadh/Saoedi-Arabië | 100 |
| Agfa HealthCare (Shanghai) Co Ltd. | Shanghai/Volksrepubliek China | 100 |
| Agfa HealthCare Singapore Pte. Ltd. | Singapore/Republiek Singapore | 100 |
| Agfa HealthCare Solutions LLC | Dubai/Verenigde Arabische Emiraten | 100 |
| Agfa HealthCare South Africa Pty. Ltd. | Isando/Republiek Zuid-Afrika | 100 |
| Agfa HealthCare Spain S.A.U. | Barcelona/Spanje | 100 |
| Agfa HealthCare Sweden AB | Kista/Zweden | 100 |
| Agfa HealthCare Systems Taiwan Co. Ltd. | Taipei/Taiwan | 100 |
| Agfa HealthCare UK Limited | Brentford/Verenigd Koninkrijk | 100 |
| Agfa Imaging (Shenzhen) Co. Ltd. | Shenzhen/Volksrepubliek China | 51 |
| Agfa Inc. | Mississauga/Canada | 100 |
| Agfa Industries Korea Ltd. | Seoul/Korea | 100 |
| Agfa Limited | Dublin/Ierland | 100 |
| Agfa Materials Corporation | Wilmington/Verenigde Staten van Amerika | 100 |
| Agfa Materials Japan Ltd. | Tokyo/Japan | 100 |
| Agfa Materials Taiwan Co. Ltd. | Taipei/Taiwan | 100 |
| Agfa Scots Ltd. | Edinburgh/Verenigd Koninkrijk | 100 |
| Agfa Singapore Pte. Ltd. | Singapore/Republiek Singapore | 51 |
| Agfa Solutions SAS | Rueil-Malmaison/Frankrijk | 100 |
| Agfa Sp. z.o.o. | Warschau/Polen | 100 |
| Agfa Taiwan Co. Ltd. | Taipei/Taiwan | 51 |
| Agfa-Gevaert A.E.B.E. | Athene/Griekenland | 100 |
| Agfa-Gevaert Aktiengesellschaft für Altersversorgung | Keulen/Duitsland | 100 |
| Agfa-Gevaert Argentina S.A. | Buenos Aires/Argentinië | 100 |
| Agfa-Gevaert B.V. | Rijswijk/Nederland | 100 |
| Agfa-Gevaert Colombia Ltda. | Bogota/Colombië | 100 |
| Agfa-Gevaert de Venezuela S.A. | Caracas/Venezuela | 100 |
| Agfa-Gevaert do Brasil Ltda. | Sao Paulo/Brazilië | 100 |
| Agfa-Gevaert Graphic Systems GmbH | Keulen/Duitsland | 100 |
| Agfa-Gevaert HealthCare GmbH | Keulen/Duitsland | 100 |
| Agfa-Gevaert Japan, Ltd. | Tokyo/Japan | 100 |
| Agfa-Gevaert Limited | Scoresby/Australië | 100 |
| Agfa-Gevaert Limited | Brentford/Verenigd Koninkrijk | 100 |
| Agfa-Gevaert Ltda. | Santiago de Chile/Chili | 100 |
| Agfa-Gevaert GmbH | Keulen/Duitsland | 100 |
| Agfa-Gevaert NZ Ltd. | Auckland/Nieuw-Zeeland | 100 |
| Agfa-Gevaert S.A. | Rueil-Malmaison/Frankrijk | 99,99 |
| Agfa-Gevaert S.p.A. | Milaan/Italië | 100 |
| Agfa HealthCare Imaging Agents France S.r.l. | Marcq en Baroeul/Frankrijk | 100 |
| Lastra Attrezzature S.r.l. | Manerbio/Italië | 60 |
| Litho Supplies (UK) Ltd. | Derby/Verenigd Koninkrijk | 100 |
| Luithagen NV - BE 0425 745 668 | Mortsel/België | 100 |
| New ProImage America Inc. | Princeton/Verenigde Staten van Amerika | 100 |
| New ProImage Ltd. | Netanya/Israël | 100 |
| OOO Agfa Graphics | Moskou/Russische Federatie | 100 |
| OOO Agfa | Moskou/Russische Federatie | 100 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Shanghai Agfa Imaging Products Co., Ltd. | Shanghai/Volksrepubliek China | 51 | |||
| Agfa HealthCare Algérie Sarl | Alger/Algerië | 100 | |||
| Agfa HealthCare Kazakhstan LLP | Almaty/Republiek Kazakhstan | 100 | |||
| Agfa HealthCare Ukraine LLC | Kiev/Oekraïne | 100 | |||
| PT Gevaert-Agfa HealthCare Indonesia | Jakarta/Indonesië | 100 | |||
| TIP Management AG | Zürich/Zwitserland | 100 | |||
| TIP Group Deutschland GmbH | Düsseldorf/Duitsland | 100 | |||
| Agfa HealthCare Middle East FZ-LLC | Dubai/Verenigde Arabische Emiraten | 100 | |||
| Investeringen verwerkt volgens de 'equity'-methode per 31 december 2016 | |||||
| Naam van de onderneming | Locatie | Deelnemings-% | |||
| My Personal Health Record Express Inc. | New York/ Verenigde Staten van Amerika | 26,40 |
Geen gebeurtenissen na balansdatum.
| EURO | 2015 | 2016 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Bezoldiging van de commissaris voor de uitoefening van een man daat van commissaris voor de Vennootschap en de Groep (België) |
538.544 | 536.067 | |||
| Bezoldiging van de commissaris voor uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd voor de Vennootschap en de Groep: |
|||||
| Andere controle | 34.450 | 29.425 | |||
| Belastingadvies | 156.183 | 175.758 | |||
| Andere opdrachten buiten de revisorale | 327.290 | 193.695 | |||
| SUBTOTAAL | 1.056.467 | 934.945 | |||
| Bezoldigingen van personen met wie de commissaris verbonden is voor de uitoefening van een mandaat van commissaris voor de Groep (Buitenlandse vennootschappen) |
1.183.283 | 1.108.367 | |||
| Bezoldiging van personen met wie de commissaris verbonden is voor uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd voor de Groep: |
|||||
| Andere controle | 65.861 | 62.415 | |||
| Belastingadvies | 29.588 | 31.706 | |||
| Andere opdrachten buiten de revisorale | 155.858 | 71.201 | |||
| SUBTOTAAL | 1.434.590 | 1.273.689 | |||
| TOTAAL | 2.491.057 | 2.208.634 |
De honoraria voor de audit van de financiële staten bevatten honoraria voor de audit van de geconsolideerde jaarrekening alsook de honoraria voor de audit van de
financiële staten van dochterondernemingen in België en in het buitenland. De andere opdrachten buiten de revisorale omvatten adviesverlening in het kader van speciale opdrachten.
Overeenkomstig de wettelijke bepalingen, brengen wij u verslag uit in het kader van ons mandaat van commissaris. Dit verslag omvat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2016, zoals hieronder gedefinieerd, en omvat tevens ons verslag betreffende overige door wet- en regelgeving gestelde eisen.
Wij hebben de controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van Agfa-Gevaert NV ('de Vennootschap') en haar dochterondernemingen (samen 'de Groep') opgesteld in overeenstemming met International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften. Deze geconsolideerde jaarrekening omvat de geconsolideerde balans op 31 december 2016, de geconsolideerde winst- en verliesrekening en geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, het geconsolideerde mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerde kasstroomoverzicht voor het boekjaar afgesloten op die datum, evenals een toelichting die een overzicht van de voornaamste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige informatieverschaffing bevat. Het geconsolideerde balanstotaal bedraagt 2.352 miljoen euro en de geconsolideerde winst- en verliesrekening sluit af met een winst van het boekjaar van 80 miljoen euro.
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met International Financial Reporting Standards (IFRS), zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor het implementeren van een interne beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van een geconsolideerde jaarrekening die geen afwijkingen van materieel belang bevat, die het gevolg zijn van fraude of van fouten.
Het is onze verantwoordelijkheid een oordeel over deze geconsolideerde jaarrekening tot uitdrukking te brengen op basis van onze controle. Wij hebben onze controle volgens de internationale controlestandaarden (ISA's) zoals deze in België werden aangenomen, uitgevoerd. Die standaarden vereisen dat wij aan de deontologische vereisten voldoen alsook de controle plannen en uitvoeren om een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen dat de geconsolideerde jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.
Een controle omvat werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen bedragen en toelichtingen. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de beoordeling door de commissaris, met inbegrip van diens inschatting van de risico's van een afwijking van materieel belang in de geconsolideerde jaarrekening als gevolg van fraude of van fouten. Bij het maken van die risico-inschatting neemt de commissaris de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opstellen door de Vennootschap van de geconsolideerde jaarrekening, die een getrouw beeld geeft, teneinde controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet gericht zijn op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de Groep. Een controle omvat tevens een evaluatie van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van door het bestuursorgaan gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van de presentatie van de geconsolideerde jaarrekening als geheel.
Wij hebben van de verantwoordelijken en van het bestuursorgaan van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om daarop ons oordeel zonder voorbehoud te baseren.
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en de geconsolideerde financiële toestand van de Groep op 31 december 2016 evenals van haar geconsolideerde resultaten en geconsolideerde kasstromen voor het boekjaar eindigend op die datum, in overeenstemming met International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening.
In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden, is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, de naleving van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften na te gaan. Op grond hiervan doen wij de volgende bijkomende verklaring die niet van aard is om de draagwijdte van ons oordeel over de geconsolideerde jaarrekening te wijzigen:
• Het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening behandelt de door de wet vereiste inlichtingen, stemt overeen met de geconsolideerde jaarrekening en bevat geen van materieel belang zijnde inconsistenties ten aanzien van de informatie waarover wij beschikken in het kader van ons mandaat.
Kontich, 7 april 2017
KPMG Bedrijfsrevisoren Commissaris vertegenwoordigd door
H. Van Donink Bedrijfsrevisor
De volgende bladzijden zijn uittreksels van de statutaire jaarrekening van Agfa-Gevaert NV, opgesteld overeenkomstig de Belgische boekhoudkundige regels. Het verslag van de Raad van Bestuur aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders en de jaarrekening van Agfa-Gevaert NV zullen samen met het verslag van de commissarisrevisor gedeponeerd worden bij de Nationale Bank van België binnen de statutair bepaalde termijn. Deze documenten zijn op aanvraag verkrijgbaar bij de afdeling Investor Relations van de Vennootschap en beschikbaar op www.agfa.com/investorrelations.
Alleen de geconsolideerde jaarrekening vervat in de voorafgaande bladzijden geeft een correct en betrouwbaar beeld van de financiële situatie en de prestaties van de Agfa-Gevaert Groep. Het statutair verslag van de commissaris-revisor bevat geen bemerkingen en verklaart dat de niet-geconsolideerde jaarrekening van Agfa-Gevaert NV over het jaar, dat eindigde op 31 december 2016, een correct en betrouwbaar beeld geeft van de financiële situatie en de resultaten van de Vennootschap, en dit in overeenstemming met alle wettelijke en statutaire bepalingen.
| MILJOEN EURO | 2015 (1) | 2016 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| I. Bedrijfsopbrengsten | |||||
| A. | Omzet | 494 | 452 | ||
| B. | Voorraad goederen in bewerking en gereed product en bestellingen in uitvoering (toename +, afname -) |
14 | (9) | ||
| C. | Geproduceerde vaste activa | 20 | 18 | ||
| D. | Andere bedrijfsopbrengsten | 106 | 103 | ||
| E. | Niet-recurrente bedrijfsopbrengsten | 2 | 1 | ||
| TOTALE BEDRIJFSOPBRENGSTEN | 636 | 565 | |||
| II. Bedrijfskosten | |||||
| A. | Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen | ||||
| 1. Aankopen | 255 | 225 | |||
| 2. Voorraad (toename -, afname +) | (5) | (1) | |||
| B. | Diensten en diverse goederen | 93 | 93 | ||
| C. | Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen | 210 | 205 | ||
| D. | Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten op immateriële en materiële vaste activa |
26 | 34 | ||
| E. | Waardeverminderingen op voorraden, op bestellingen in uitvoering en op handelsvorderingen (toevoegingen +, terugnemingen -) |
2 | (1) | ||
| F. | Voorzieningen voor risico's en kosten (toevoegingen +, bestedingen en terugnemingen -) |
(13) | (12) | ||
| G. | Andere bedrijfskosten | 6 | 7 | ||
| H. | Niet-recurrente bedrijfskosten | 0 | 8 | ||
| TOTALE BEDRIJFSKOSTEN | 574 | 558 | |||
| III. | Bedrijfswinst/verlies | 62 | 7 | ||
| IV. | Financiële opbrengsten | 128 | 116 | ||
| V. | Financiële kosten | (206) | (162) | ||
| VI. | Winst/verlies van het boekjaar vóór belasting | (16) | (39) | ||
| VII. | Overboeking aan de uitgestelde belastingen | 0 | 0 | ||
| VIII. | Belastingen op het resultaat | 1 | 0 | ||
| IX. | Winst/verlies van het boekjaar | (15) | (39) | ||
| X. | Onttrekking aan de belastingvrije reserves | 0 | 134 | ||
| XI. | Te bestemmen winst/verlies van het boekjaar | (15) | 95 | ||
| Resultaatverwerking | |||||
| A. | Te bestemmen winstsaldo | 370 | 465 | ||
| 1. Te bestemmen winst/verlies van het boekjaar | (15) | 95 | |||
| 2. Overgedragen winst van het vorig boekjaar | 385 | 370 | |||
| B. | Onttrekking aan het eigen vermogen | 0 | 0 | ||
| C. | Toevoeging aan het eigen vermogen | 0 | 134 | ||
| D. | Over te dragen winst (verlies) | 370 | 331 | ||
| F. | Uit te keren winst | 0 | 0 |
(1) Als gevolg van wijzigingen in de boekhoudwetgeving (Koninklijk Besluit van 18 december 2015) worden de uitzonderlijke resultaten niet meer in een afzonderlijke rubriek weergegeven maar worden ze ondergebracht onder de bedrijfsresultaten of onder de financiële resultaten. In de vergelijkingscijfers van 2015 werd deze wijziging eveneens doorgevoerd.
| MILJOEN EURO | 31 december 2015 | 31 december 2016 | |
|---|---|---|---|
| Activa | |||
| I. | Oprichtingskosten | 3 | 2 |
| II. | Immateriële vaste activa | 32 | 21 |
| III. | Materiële vaste activa | 16 | 17 |
| IV. | Financiële vaste activa | 3.186 | 2.791 |
| V. | Vorderingen op meer dan één jaar | 0 | 0 |
| VI. | Voorraden en bestellingen in uitvoering | 107 | 99 |
| VII. | Vorderingen op ten hoogste 1 jaar | 271 | 588 |
| VIII. | Geldbeleggingen | 23 | 17 |
| IX. | Liquide middelen | 27 | 59 |
| X. | Overlopende rekeningen | 3 | 3 |
| 3.668 | 3.597 | ||
| Passiva | |||
| I. | Kapitaal | 187 | 187 |
| II. | Uitgiftepremies | 211 | 211 |
| IV. | Reserves | 416 | 416 |
| V. | Overgedragen winst | 370 | 331 |
| VI. | Kapitaalsubsidies | 1 | 1 |
| 1.185 | 1.146 | ||
| VII. | Voorzieningen en uitgestelde belastingen | 49 | 37 |
| VIII. | Schulden op meer dan 1 jaar | 144 | 75 |
| IX. | Schulden op ten hoogste 1 jaar | 2.279 | 2.332 |
| X. | Overlopende rekeningen | 11 | 7 |
| 3.668 | 3.597 |
De Vennootschap heeft beslist om de Belgische Corporate Governance Code 2009 als referentiecode toe te passen. Deze Code kan worden geraadpleegd op de website www.corporategovernancecommittee.be.
Tenzij anders aangegeven in de relevante secties van deze verklaring past de Vennootschap de Belgische Corporate Governance Code 2009 volledig toe. Het volledige Corporate Governance Charter van de Vennootschap is gepubliceerd op de website: www.agfa.com/investorrelations.
Deze Corporate Governance Verklaring is tevens in overeenstemming met de Corporate Governance Wet van 6 april 2010, zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 23 april 2010. Deze Corporate Governance Wet kan worden geraadpleegd op de website van het Belgisch Staatsblad: www.staatsblad.be. Het Remuneratieverslag maakt deel uit van deze Corporate Governance Verklaring.
De bestuursstructuur van de Vennootschap is opgebouwd rond de Raad van Bestuur, de Chief Executive Officer (CEO) en het Executive Committee (Exco). De Raad van Bestuur wordt bijgestaan door een Benoemings- en Remuneratiecomité en een Auditcomité.
12
De Raad van Bestuur is als hoogste bestuursorgaan bevoegd om alle handelingen te verrichten die noodzakelijk of nuttig zijn voor de verwezenlijking van het maatschappelijk doel, met uitzondering van die waarvoor volgens de wet alleen de Algemene Aandeelhoudersvergadering bevoegd is (onder meer de wijziging van de statuten, kapitaalverhoging buiten toegestaan kapitaal, kapitaalvermindering).
De bevoegdheden en de werking van de Raad van Bestuur worden in extenso beschreven in het Corporate Governance Charter.
De statuten bepalen dat de Raad van Bestuur vergadert wanneer het belang van de Vennootschap dit vereist of wanneer twee bestuurders hierom verzoeken. In 2016 vonden er acht effectieve vergaderingen plaats, evenals enkele korte besprekingen per 'conference call'.
De Raad van Bestuur vergaderde en besliste tijdens 2016 onder meer over: het bepalen van de bedrijfsstrategie en van de belangrijkste beleidslijnen, de vooruitzichten voor 2017 en de actieplannen voor de volgende jaren, de aanbevelingen gedaan door de verschillende Comités van de Raad van Bestuur, het risicomanagement, de goedkeuring van budgetten, kostenbeheersingscenario's, de evolutie van belangrijke juridische geschillen en de goedkeuring van de jaarrekeningen.
Bestuurders die mogelijkerwijs een belangenconflict hebben met betrekking tot een agendapunt moeten dit voor iedere beraadslaging melden en moeten zich onthouden van beraadslaging en stemming over dat onderwerp. Meer in het bijzonder mogen bestuurders zich niet in conflictsituaties plaatsen zoals beschreven in het Corporate Governance Charter van de Vennootschap. Wanneer een dergelijke situatie zich tegen hun wil in alsnog voordoet, dan moeten zij dit bekendmaken voor enige beraadslaging met betrekking tot het bewuste agendapunt plaatsvindt en zich onthouden van beraadslaging en stemming hierover. In 2016 hebben er zich geen situaties voorgedaan waarbij een bestuurder rechtstreeks of onrechtstreeks een belangenconflict had met een beslissing van de Raad van Bestuur.
De statuten bepalen dat de Raad van Bestuur samengesteld is uit ten minste zes leden, al dan niet aandeelhouders, die benoemd worden voor een hernieuwbare termijn van maximum vier jaar. Minstens de helft van de leden zijn 'niet-uitvoerende bestuurders' en minstens drie van hen zijn onafhankelijk.
Sinds 12 mei 2015 bestaat de Raad van Bestuur uit de hiernavolgende zeven leden:
(1) Onafhankelijk bestuurder in de zin van artikel 526ter van het Wetboek van Vennootschappen.
Aan de mandaten van CRBA Management BVBA, met als vaste vertegenwoordiger Christian Reinaudo, en van Mercodi BVBA, met als vaste vertegenwoordiger Jo Cornu, als bestuurders van de Vennootschap zal een einde komen onmiddellijk na de Jaarvergadering van 9 mei 2017. Beiden stellen zich herkiesbaar.
Aan de aandeelhouders zal tijdens de Jaarvergadering op 9 mei 2017 worden voorgesteld CRBA Management BVBA, met als vaste vertegenwoordiger Christian Reinaudo, en van Mercodi BVBA, met als vaste vertegenwoordiger Jo Cornu, respectievelijk als uitvoerend bestuurder en niet-uitvoerend bestuurder te herbenoemen voor een nieuwe termijn van vier (4) jaar.
Julien De Wilde trad toe tot Agfa's Raad van Bestuur in 2006. Sinds april 2008 is hij Voorzitter van de Raad van Bestuur.
Christian Reinaudo trad toe tot de Raad van Bestuur van Agfa-Gevaert in 2010. Op 1 mei 2010 werd hij tevens CEO van Agfa-Gevaert.
Julien De Wilde (°1944 - Belg) behaalde het diploma van burgerlijk ingenieur aan de Katholieke Universiteit Leuven (België). Vanaf 1969 oefende hij verschillende managementfuncties uit bij Texaco.In 1986 werd hij benoemd tot lid van de Europese Raad van Texaco in New York. In 1988 ging hij het onderzoek- en business developmentcentrum van Recticel leiden. Een jaar later trad hij toe tot het Directiecomité van Alcatel Bell. Hij droeg er de verantwoordelijkheid voor strategie en algemene diensten. Van 1995 tot 1998 was Julien De Wilde CEO van Alcatel Bell en van 1999 tot 2002 Executive Vice-President en lid van het Directiecomité van Alcatel in Parijs, verantwoordelijk voor Europa, het Midden-Oosten, Latijns-Amerika, India en Afrika. Van 1 juli 2002 tot mei 2006 was hij CEO van de Bekaert Groep.
Christian Reinaudo (°1954 - Fransman) studeerde af aan de 'Ecole de Physique et de Chimie Industrielles de Paris' en heeft een doctoraat van de Universiteit van Parijs (Frankrijk). Hij startte zijn loopbaan bij Alcatel (toen nog 'Compagnie Générale d'Electricité') in 1978 in het Onderzoeks- en Ontwikkelingscentrum van Marcoussis (Frankrijk). Tijdens zijn periode bij Alcatel leidde hij activiteiten met een omzet van verschillende miljarden euro en internationale verkoop- en serviceorganisaties.
Van 1984 tot 1996 bekleedde hij verschillende functies binnen de 'Cable'-Groep van Alcatel (nu Nexans), van onderzoek en ontwikkeling tot productie, aankoop, verkoopondersteuning en diensten. Begin 1997 werd hij President van de Submarine Networks Divisie. Nadat hij in 1999 tot President van de hele Optics Groep werd benoemd, trad hij begin 2000 toe tot het Directiecomité van Alcatel als Executive Vice-President. In 2003 werd hij benoemd tot President van Alcatel Asia Pacific en verhuisde hij naar Shanghai (China), waar hij verbleef tot 2006. In die periode was hij ook de Ondervoorzitter van de Raad van Bestuur van Alcatel Shanghai Bell, de Chinese joint venture tussen Alcatel en de Chinese overheid. Na zijn terugkeer naar Parijs in 2006 werd hij verantwoordelijk voor het management van het integratieen transitieproces als gevolg van de fusie van Alcatel en Lucent Technologies. Hij ging ook deel uitmaken van de Raad van Bestuur van Draka Comteq (Nederland). In 2007 werd hij benoemd tot President van Alcatel-Lucent Noord- en Oost-Europa en trad hij toe tot de Raad van Bestuur van Alcatel-Lucent (België).
Michel Akkermans trad toe tot de Raad van Bestuur van Agfa-Gevaert in 2008.
• Bestuurder van Domo Chemicals GmbH (sedert 18 oktober 2016).
Michel Akkermans (°1960 - Belg) behaalde een diploma van ingenieur in de elektronica en de computerwetenschappen en een diploma in de economie en financiën aan de Katholieke Universiteit Leuven (België). Hij is serie-ondernemer en investeerder. Hij bekleedde managementfuncties bij een aantal internationale bankinstellingen en technologiebedrijven alvorens in 1989 FICS op te richten, een toonaangevende softwarespecialist op het vlak van online-bankieren en financiële rapportering. In 1999 fuseerde FICS met Security First Technologies tot S1 Corporation, de marktleider op het vlak van bankieren via het internet. Michel Akkermans werd Voorzitter van deze groep. In 2001 werd hij Voorzitter en CEO van Clear2Pay, een vernieuwende e-finance-onderneming, gespecialiseerd in wereldwijd toepasbare oplossingen voor beveiligde elektronische betalingen. In 2014 werd Clear2Pay overgenomen door FIS.
• Bestuurder van Quest for Growth, Capricorn ICT Arkiv, Citymesh, Approach, Awingu, nCentric, NGData, Connective, Seaters, ThreeAndMore, Intix, Cashforce, Imec VZW en Imec International, Belcham, miDiagnostics, Rombit, Scriptbook.
Jo Cornu (°1944 - Belg) studeerde af als burgerlijk ingenieur elektrotechniek en werktuigkunde aan de Katholieke Universiteit Leuven (België) en hij behaalde een PhD diploma elektronica aan de Carlton University in Ottawa (Canada). Jo Cornu was CEO van Mietec van 1982 tot 1984 en daarna General Manager van Bell Telephone tot 1987. Van 1988 tot 1995 was hij lid van het Directiecomité van Alcatel NV en van 1995 tot 1999 COO van Alcatel Telecom. Daarna werd hij adviseur van de Voorzitter van de Raad van Bestuur van Alcatel. Van 2005 tot 2007 was Jo Cornu voorzitter van de ISTAG groep (Information Society Technologies Advisory Group) van de Europese Commissie. Van begin maart 2007 tot einde januari 2008 was hij voorzitter van Medea+, de Eureka Cluster voor Microelektronica Research in Europa. Van december 2012 tot november 2013 was hij Voorzitter van de Raad van Bestuur van Electrawinds SE. Sedert november 2013 is hij CEO van de NMBS.
• CEO NMBS (tot 6 maart 2017).
Jo Cornu trad toe tot de Raad van Bestuur van Agfa-Gevaert in 2002. Eind november 2007 werd Jo Cornu tot CEO van Agfa-Gevaert benoemd. Hij legde zijn mandaat van CEO neer met ingang van 1 mei 2010.
Willy Duron trad toe tot de Raad van Bestuur van Agfa-Gevaert in 2008.
Hilde Laga trad toe tot de Raad van Bestuur van Agfa-Gevaert in 2015.
Viviane Reding trad toe tot de Raad van Bestuur van Agfa-Gevaert in 2015.
Willy Duron (°1945 - Belg) is licentiaat in de wiskunde (Rijksuniversiteit Gent, België) en licentiaat in de actuariële wetenschappen (Katholieke Universiteit Leuven, België). Hij begon zijn loopbaan in 1970 als actuaris bij ABB verzekeringen (Assurantie van de Belgische Boerenbond) waar hij in 1984 directeur Leven en Herverzekering en later Adjunct-Directeur-Generaal werd. In 2000 werd hij Voorzitter van het Directiecomité van KBC Verzekeringen NV, en in 2003 Voorzitter van het Directiecomité van KBC Bankverzekeringsholding NV. Vanaf begin 2005 tot het najaar van 2006 was hij CEO van KBC Groep NV.
Hilde Laga (°1956 - Belgische) wordt algemeen erkend als een Belgische autoriteit inzake adviesverlening op het vlak van vennootschapsrecht. Tot 2014 combineerde zij haar werk als advocaat met een erg gewaardeerde academische carrière. Nadat ze een doctoraat behaalde in de rechten aan de KU Leuven (België), richtte zij het advocatenkantoor Laga op, dat zij leidde als managing partner en als hoofd van de corporate M&A-praktijk tot in 2013. Het kantoor bestaat uit ongeveer 150 advocaten. Als professor aan de universiteit van Leuven, doceerde Hilde Laga vennootschapsrecht. Over dit onderwerp heeft zij talrijke nationale en internationale publicaties op haar naam. Zij is thans verbonden als bijzonder gasthoogleraar. Hilde Laga is lid van de Belgische Corporate Governance Commissie en was verschillende jaren lid van de Raad van Toezicht van de FSMA (vroeger CBFA).
Viviane Reding (°1951 – Luxemburgse) werkte 20 jaar als professioneel journaliste na het behalen van haar doctoraat (Sorbonne Universiteit, Parijs). In 1999, na 10 jaar in het Luxemburgs Parlement en 10 jaar in het Europees Parlement gezeteld te hebben, werd ze Europees Commissaris voor Onderwijs, Cultuur, Jeugdzaken en Sport. In 2004 werd ze EU Commissaris voor de Informatiesamenleving en Media. In die periode heeft ze een grote rol gespeeld bij de reorganisatie van de Europese telecomsector door het openstellen van de interne markt voor concurrentie. Ze heeft toen ook het Europees Onderzoeksdomein gereorganiseerd door de technologische onderzoeksplatformen te versterken. In 2010 werd ze eerste Ondervoorzitter en EU Commissaris verantwoordelijk voor Justitie, Fundamentele Rechten en Burgerschap.
Het Auditcomité vervult de taken zoals omschreven in artikel 526bis§4 van het Wetboek van Vennootschappen en staat de Raad van Bestuur bij in het uitoefenen van zijn opdracht van controle in de ruimste betekenis van het woord. Zijn bevoegdheden en werking worden in extenso beschreven in hoofdstuk 5.1 van het Corporate Governance Charter.
Het Auditcomité bestaat sinds 12 mei 2015 uit drie niet-uitvoerende bestuurders: de heer W. Duron, Voorzitter, de heer J. De Wilde en mevrouw H. Laga. Twee ervan zijn onafhankelijke bestuurders. Al deze leden voldoen aan de vereisten van artikel 526bis§2 van het Wetboek van Vennootschappen inzake deskundigheid op het gebied van boekhouding en audit.
Het Comité had vijf zittingen in 2016. Onder meer de volgende agendapunten werden behandeld: het nazicht van de jaarrekeningen 2015, de kwartaalresultaten van 2016 en de rapporten van de interne auditafdeling, de opvolging van belangrijke juridische zaken zoals het AgfaPhoto-dossier en de evaluatie van het risicomanagement in de Groep.
Het Benoemings- en Remuneratiecomité werd door de Raad van Bestuur belast met verantwoordelijkheden inzake de voordracht voor benoeming, herbenoeming en ontslag van Bestuurders en leden van het Executive Management, het remuneratiebeleid en de individuele remuneratie van Bestuurders en leden van het Executive Management. De taken en werking van het Benoemings- en Remuneratiecomité worden in extenso beschreven in hoofdstuk 5.2 van het Corporate Governance Charter. Het Benoemings- en Remuneratiecomité bestaat uitsluitend uit niet-uitvoerende bestuurders.
Het Comité bestaat sinds 12 mei 2015 uit drie niet-uitvoerende bestuurders: de heer J. Cornu, Voorzitter, de heer M. Akkermans en mevrouw V. Reding. Twee ervan zijn onafhankelijke bestuurders. Het Comité had drie zittingen in 2016 en onder meer de volgende agendapunten werden behandeld: samenstelling van de Raad van Bestuur en de Comités, het remuneratiebeleid, prestaties en remuneratie van het Executive Management en Senior Executives, pensioenverplichtingen en de opstelling van het Remuneratieverslag.
| Raad | AC | BRC | |
|---|---|---|---|
| Mr. Julien De Wilde | 8/8 | 4/5 | |
| Mr. Christian Reinaudo | 8/8 | ||
| Mr. Michel Akkermans | 6/8 | 2/3 | |
| Mr. Jo Cornu | 8/8 | 3/3 | |
| Mr. Willy Duron | 8/8 | 5/5 | |
| Mrs. Hilde Laga | 7/8 | 5/5 | |
| Mrs. Viviane Reding | 5/8 | 2/3 |
Het uitvoerend management van de Vennootschap werd toevertrouwd aan een gedelegeerd bestuurder/CEO, CRBA Management BVBA, met als vaste vertegenwoordiger de heer Christian Reinaudo, die wordt bijgestaan door een Exco. Samen vormen zij het Executive Management.
De CEO is belast met de uitvoering van het ondernemingsbeleid en de strategie bepaald door de Raad van Bestuur. Hij ontving bijgevolg de meest uitgebreide bevoegdheden inzake dagelijks bestuur en een aantal specifieke bijzondere volmachten. Deze bevoegdheden zijn in extenso opgenomen in het Corporate Governance Charter.
De CEO brengt regelmatig verslag uit over zijn werkzaamheden en over de evolutie van de dochtervennootschappen en van de deelnemingen, om de Raad van Bestuur de mogelijkheid te geven hierop controle uit te oefenen.
Sinds 29 februari 2012 is het Exco samengesteld als volgt:
Agfa's Executive Management is verantwoordelijk voor de interne controle- en risicosystemen van de Groep, inclusief die met betrekking tot financiële rapportering, zoals goedgekeurd door de Raad van Bestuur. De interne controle op de financiële rapportering behelst de beoordeling van de relevante risico's en de identificatie van en het toezicht op kerncontroles en acties die genomen worden ter correctie van gebreken wanneer die geïdentificeerd worden. Het Auditcomité beoordeelt de effectiviteit van de systemen voor interne controle en risicobeheer.
Agfa's controleomgeving bestaat uit centrale finance-functies zoals consolidatie en rapportering, belastingen, treasury en investor relations enerzijds en uit finance-functies op het niveau van de drie businessgroepen anderzijds.
Alle finance-functies rapporteren (on)rechtstreeks aan de Chief Financial Officer. Alle Groepsentiteiten volgen de uniforme centrale boekhoudkundige regels en rapporteringsvereisten die zijn beschreven in Agfa's 'Group Consolidation Accounting Manual'.
Gebaseerd op maandelijkse beoordelingsvergaderingen met de centrale functies en met het management van de businessgroepen, heeft het Executive Management een proces in gebruik om op regelmatige basis de risico's, inclusief de risico's m.b.t. het financiële rapporteringsproces, te identificeren, beoordelen en op te volgen. Het rapporteert aan het Auditcomité over deze risico's. Deze risico's worden geëvalueerd door het Auditcomité, dat verdere acties kan definiëren voor het Executive Management.
Elke businessgroep is verantwoordelijk voor het controleren van de financiële prestaties en verwachtingen. Elke businessgroep rapporteert maandelijks aan het Executive Management. Het consolidatieproces, gebaseerd op meer uitgebreide rapportering, wordt elk kwartaal uitgevoerd. Het wordt beoordeeld door het Executive Management en het Auditcomité, die acties kunnen definiëren voor de businessgroepen en de centrale functies.
Alle entiteiten gebruiken uniforme centrale rapporteringstools en rapporteren in overeenstemming met de instructies en de rapporteringsrichtlijnen opgesteld door de centrale rapporteringsafdeling. Financiële informatie (inclusief 'key performance indicators') wordt op een consistente basis voorbereid voor elke businessgroep en op het geconsolideerde niveau. Ze wordt gecontroleerd door de aangewezen verantwoordelijke. Het Executive Management rapporteert regelmatig aan het Auditcomité over alle 'key risk factors'.
Een van de verantwoordelijkheden van de afdeling Corporate Controlling en Accounting is de verbetering van de procedures die gebruikt worden voor de voorbereiding en verwerking van financiële informatie. Er worden regelmatig controles uitgevoerd op de belangrijkste controleprocedures in de voorbereiding van financiële informatie in de dochterondernemingen en op Groepsniveau om te verzekeren dat de instructies en richtlijnen over financiële rapportering correct worden toegepast. Interne Audit ziet toe op de controle van interne beleidslijnen, richtlijnen en controles m.b.t. financiële rapportering en operationele aspecten, zoals verkoop, productie en O&O. Interne Audit rapporteert aan het Auditcomité, dat toeziet op de doeltreffendheid. De Secretaris van de Vennootschap werd benoemd tot compliance officer om de naleving te controleren van de beleidslijnen van de Vennootschap inzake de voorkoming van handel met voorwetenschap en marktmanipulatie door de Bestuurders en andere welbepaalde personen.
Zoals elke onderneming wordt Agfa geconfronteerd met markt- en concurrentierisico's. De traditionele beeldvormingsactiviteiten in zowel Graphics als HealthCare hebben af te rekenen met snelle technologische veranderingen. Ze werden in het verleden ook gekenmerkt door prijserosie.
De economische crisis heeft, net zoals voor onze concurrenten, ook gevolgen voor de vraag naar onze producten. Dit is in de eerste plaats het geval voor investeringsgoederen. Maar voor Agfa Graphics en Agfa Specialty Products heeft de crisis ook een negatieve invloed op de vraag naar verbruiksgoederen.
Voorts introduceert Agfa ook een groot aantal nieuwe technologieën, zoals industriële inkjetsystemen in Graphics en systemen voor computed radiography en direct radiography en informatiesystemen in HealthCare. De markt voor digitale beeldvorming en informatietechnologie waarin Agfa meer en meer actief is, is uiterst competitief en onderhevig aan snelle veranderingen.
Agfa doet een beroep op andere ondernemingen voor de levering van bepaalde basisgrondstoffen. De belangrijkste grondstoffen zijn aluminium en zilver. Wijzigingen in de grondstofprijzen en het niet tijdig ontvangen van de nodige grondstoffen zouden Agfa's bedrijfsvoering, bedrijfsresultaten en financiële toestand negatief kunnen beïnvloeden. Voorts kan Agfa ervoor opteren om een deel of het geheel van zijn afhankelijkheid van de grondstofprijzen in te dekken, wanneer het dit opportuun acht.
De activiteiten van de Groep kunnen Agfa blootstellen aan vorderingen voor productaansprakelijkheid. Vooral op het vlak van de HealthCare-activiteiten volgt Agfa verscheidene regulatorische systemen in verschillende landen. Om het risico van vorderingen in verband met productaansprakelijkheid te beperken, heeft Agfa een strikt beleid op het vlak van kwaliteit en kwaliteitscontrole ingevoerd en heeft het een algemene verzekeringspolis afgesloten. Agfa heeft nooit aanzienlijke verliezen geleden met betrekking tot vorderingen op het vlak van productaansprakelijkheid, maar er kan geen zekerheid bestaan dat dit in de toekomst nooit zal voorvallen.
Agfa is onderworpen aan verscheidene milieuvereisten in de verschillende landen waarin het actief is, inclusief de vereisten in verband met luchtverontreiniging, lozing van afvalwater, beheer van gevaarlijke stoffen, het voorkomen van het lekken van stoffen en sanering. Agfa doet aanzienlijke bedrijfs- en kapitaaluitgaven om de toepasselijke normen te respecteren. Huidige en redelijkerwijze te voorziene kosten voor het naleven van wettelijke voorschriften en voor sanering zijn gedekt.
Agfa bezit, heeft aanvragen in behandeling voor en heeft licenties voor tal van patenten die betrekking hebben op een veelheid van producten en softwaresystemen. De onderneming vertrouwt op een combinatie van octrooi-, auteurs- en merkenrecht en de wetten op handelsmerken en geheimen, vertrouwelijkheidsprocedures, handelsgeheimen, contractuele bepalingen en licentieregelingen om de eigendomsrechten vast te leggen en te beschermen. Anderzijds voert de Groep een beleid dat erop gericht is de intellectuele eigendomsrechten van derden strikt te respecteren. Hoewel Agfa er zich niet van bewust is dat er producten de intellectuele eigendomsrechten van anderen schenden, is het niet uitgesloten dat derden in de toekomst zulke inbreuken claimen.
Agfa is momenteel niet betrokken in enig belangrijk geschil, met uitzondering van de geschillen in verband met de insolventie van AgfaPhoto. Deze geschillen worden in detail behandeld in toelichting 30.2 p.146 bij de geconsolideerde jaarrekening.
Verder zijn er risico's die een negatieve invloed op de Onderneming en haar activiteiten kunnen hebben en waarmee dus rekening moet worden gehouden. Voorbeelden hiervan zijn onder meer risico's in verband met de continuïteit van de productie, bijzondere waardeverminderingen op vaste activa, pensioenverplichtingen, wisselkoersschommelingen en overnames.
De voornaamste elementen en kenmerken van het evaluatieproces voor de Raad van Bestuur en de Comités betreffen de beoordeling van de wijze waarop de Raad van Bestuur en de Comités werken, het nagaan of belangrijke onderwerpen grondig worden voorbereid en besproken, de beoordeling van de werkelijke bijdrage van elke bestuurder en zijn betrokkenheid bij de bespreking en besluitvorming. Het volledige evaluatieproces wordt in extenso uiteengezet in de hoofdstukken 3, 4 en 5 van het eerder vermelde Corporate Governance Charter.
De laatste formele evaluatie vond plaats in 2016, waarbij er op initiatief van de Voorzitter van de Raad van Bestuur en in samenwerking met de Voorzitter van het Benoemings- en Remuneratiecomité een intern evaluatieproces werd opgestart. Hierbij werden er contacten gelegd met de leden van de Raad van Bestuur en van het Executive Management om enerzijds de werking van de Raad en het Executive Management (zowel als college als individueel) en anderzijds de samenwerking en de relatie tussen beide colleges te evalueren.
De criteria die in overweging genomen werden tijdens de evaluatie betroffen zowel de omvang, de samenstelling en de performantie van de Raad van Bestuur en de Comités als de kwaliteit van de interactie tussen Raad van Bestuur en Executive Management. De resultaten werden enerzijds bepaald op basis van de antwoorden die gegeven werden op een vragenlijst (bestaande uit een zeventigtal vragen onderverdeeld in een tiental hoofdstukken), en anderzijds de feedback die gegeven werd tijdens individuele gesprekken.
In de jaren dat er geen formele evaluatie plaatsvindt, informeert de Voorzitter van de Raad van Bestuur zich op regelmatige tijdstippen informeel bij de leden van de Raad van Bestuur en van het Executive Management over het functioneren van de verschillende organen.
De Raad van Bestuur heeft kennis genomen van de Belgische wet van 28 juli 2011 met betrekking tot genderdiversiteit op niveau van de Raad van Bestuur. De Vennootschap voldoet sedert 2015 aan deze wettelijke verplichtingen.
De voorstellen van de Raad van Bestuur aan de Algemene Aandeelhoudersvergadering met betrekking tot de besteding en verdeling van het resultaat houden rekening met verscheidene factoren, zoals de financiële situatie van de Vennootschap, de resultaten uit bedrijfsactiviteiten, de huidige en verwachte kasstromen en de expansieplannen.
Agfa-Gevaert stelde onmiddellijk na de beursgang in 1999, overeenkomstig haar principes en waarden, een Verhandelingscode (Code of Dealing) op. Die Code bevat de regels die door de bestuurders en het senior management moeten worden nageleefd in het geval zij financiële instrumenten van
de Vennootschap willen verhandelen. De Code verbiedt voormelde personen o.m. om te handelen gedurende welomschreven periodes voor de bekendmaking van haar financiële resultaten en voor de bekendmaking van andere koersgevoelige informatie.
Agfa-Gevaert heeft in het licht van de Verordening Machtmisbruik die van toepassing is geworden op 3 juli 2016, de voormelde Code aangepast om ze in overeenstemming te brengen met de huidige wettelijke reglementering terzake. De aangepaste versie van de Code bevindt zich op de website en op het intranet van de Vennootschap als onderdeel van het Corporate Governance Charter.
Dergelijke gebeurtenissen hebben zich niet voorgedaan.
Zie hoofdstuk Innovatie van p. 20 tot p. 25.
Agfa-Gevaert NV heeft een bijhuis in het Verenigd Koninkrijk (Agfa Materials UK).
Om het risico van de wisselkoersen en de interestwijzigingen te minimaliseren worden passende dekkingscontracten ingezet. Daartoe behoren voornamelijk termijnverrichtingen in vreemde munten, optiecontracten en interest-swaps. Het inzetten ervan gebeurt volgens uniforme richtlijnen, is onderworpen aan interne controles en blijft beperkt tot het indekken van de operationele activiteiten en de daarmee verbonden geldbeleggingen en financiële transacties. Meer informatie hierover is te vinden in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening.
De commissaris van Agfa-Gevaert NV is KPMG Bedrijfsrevisoren, vertegenwoordigd door de heer Harry Van Donink. De commissaris werd op de Jaarvergadering van 10 mei 2016 herbenoemd voor een periode van drie jaar. Zijn mandaat zal ten einde lopen onmiddellijk na de Jaarvergadering van 2019.
De honoraria in verband met diensten geleverd door KPMG Bedrijfsrevisoren bedroegen in 2016 wereldwijd 2.208.634 euro. Hiervan heeft 1.644.434 euro betrekking op audithonoraria voor het nazicht van de jaarrekeningen, 91.840 euro op andere controleopdrachten, 207.464 euro op prestaties in verband met belastingen en 264.896 euro voor andere prestaties buiten de opdrachten als revisor.
Op grond van de informatie waarover de Vennootschap beschikt ingevolge transparantieverklaringen die overeenkomstig de wettelijke en statutaire bepalingen ter zake werden ontvangen, zijn de belangrijkste aandeelhouders op datum van dit jaarverslag: • Classic Fund Management AG met tussen 3% en 5% van de uitstaande aandelen sinds 1 januari 2017;
• Dimensional Fund Advisors LP met tussen 3% en 5% van de uitstaande aandelen sinds 5 september 2011.
• Norges Bank met tussen 5% en 10% van de uitstaande aandelen sinds 24 maart 2017.
Aangezien de Vennootschap momenteel in het bezit is van 2,39% eigen aandelen, ligt de free float momenteel tussen 77,61% en 86,61%.
De Raad van Bestuur verklaart hierbij dat het Jaarverslag is opgesteld in overeenstemming met artikel 34 van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007. In verband hiermee licht de Raad van Bestuur het volgende toe:
Agfa-Gevaert NV (Ondernemingsnummer 0404.021.727, Rechtspersonenregister Antwerpen) is een naamloze vennootschap naar Belgisch recht die een publiek beroep op het spaarwezen heeft gedaan, opgericht op 10 juni 1964. De maatschappelijke zetel van de Vennootschap is gevestigd in de Septestraat 27, 2640 Mortsel, België.
De volledige en becommentarieerde financiële gegevens zijn beschikbaar op de website, www.agfa.com, of verkrijgbaar bij de Vennootschap. Informatie met betrekking tot de milieuaspecten is terug te vinden in het Duurzaamheidsverslag van de Groep dat in dit jaarverslag is opgenomen.
De statuten van de Vennootschap liggen ter inzage bij de Griffie van de Rechtbank van Koophandel van Antwerpen (België) en op de maatschappelijke zetel. Ze zijn ook terug te vinden op de website, www.agfa.com.
Het Corporate Governance Charter en de Verhandelingscode (Code of Dealing) kunnen worden geraadpleegd op de Investor Relationspagina's van de website, www.agfa.com. De jaarrekeningen worden neergelegd bij de Nationale Bank van België.
De jaarrekeningen worden elk jaar, samen met de bijbehorende verslagen, toegezonden aan de aandeelhouders op naam en een ieder die erom verzoekt.
Het Jaarverslag, de statutaire en geconsolideerde jaarrekening, inclusief het verslag van de commissaris, zijn consulteerbaar op de website www.agfa.com en kunnen worden ingezien op de maatschappelijke zetel.
De oproeping voor de Algemene Aandeelhoudersvergadering wordt gepubliceerd in de financiële pers en is tevens beschikbaar op de website. Inzake financiële berichtgeving worden de financiële resultaten en de overige verplichte informatie gepubliceerd op de website van de Vennootschap, in overeenstemming met de richtlijnen van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA).
De besluiten betreffende de benoeming en het ontslag van de leden van de Raad van Bestuur worden bekendgemaakt in de Bijlagen tot het Belgisch Staatsblad.
Iedere geïnteresseerde kan zich gratis registreren op www.agfa.com om de persberichten en de verplichte financiële informatie per e-mail te ontvangen.
Het Jaarverslag is op de website, www.agfa.com, beschikbaar in het Nederlands en het Engels.
13
Het Benoemings- en Remuneratiecomité (BRC) komt minimum drie keer per jaar samen om onder meer voorstellen aan de Raad van Bestuur uit te werken over het remuneratiebeleid en -niveau voor Bestuurders en leden van het Executive Management.
13
De remuneratiecriteria beogen het aantrekken, behouden en motiveren van Bestuurders en leden van het Executive Management die voldoen aan het profiel bepaald door de Raad van Bestuur. De remuneratie van de niet-uitvoerende Bestuurders houdt rekening met hun algemene rol van lid van de Raad van Bestuur en met specifieke rollen als Voorzitter van de Raad van Bestuur, Voorzitter of lid van een Comité van de Raad van Bestuur, evenals hun verantwoordelijkheden en tijdsbesteding die daaruit voortvloeien.
Het BRC bepaalt het niveau en de structuur van de remuneratie van de leden van het Executive Management in functie van het aantrekken, behouden en motiveren van gekwalificeerde en deskundige professionelen, rekening houdend met de aard en draagwijdte van hun individuele verantwoordelijkheden.
Als algemeen uitgangspunt voor haar remuneratiebeleid voor management gebruikt Agfa een 'marktprijs' die gebaseerd is op de vergelijking tussen het jaarlijks 'Total Target Cash' salaris en de '67ste percentiel van de Algemene Markt'.
'Total Target Cash' is de som van het jaarlijks basissalaris, andere vaste vergoedingen, het 'Global Bonus Plan', verkoopcommissies en andere variabele vergoedingen.
Om de individuele positionering te meten ten aanzien van de Algemene Markt, gebruikt Agfa de CompaRatio, zijnde het percentage dat men bekomt indien men het huidige salarispakket deelt door de marktprijs.
Deze positionering laat Agfa toe om:
Om duidelijke informatie te hebben over de markt, gebruikt Agfa zowel de functie-evaluatiemethode als de globale salarisoverzichten van Hay of Korn Ferry.
Het globale budget dat is toegelaten voor loonsverhogingen wordt jaarlijks vastgesteld en is gebaseerd op verschillende elementen:
Agfa gelooft in 'Betalen voor Prestaties'. Bijgevolg wordt de evolutie van de verloning gebaseerd op de volgende vijf parameters:
Variabilisering. De 'Total Target Cash' dient in lijn te zijn met Agfa's globaal beleid, en interne en externe billijkheid in een langetermijnvisie. 'Variabele' verloning geeft de collectieve en individuele prestatie weer:
De leden van het Executive Management komen in aanmerking voor het 'Executive Management Global Bonus Plan'. Dit plan is gebaseerd op drie fases:
Variabele vergoeding 'on target': de variabele vergoeding 'on target' is een onderdeel van de individuele contracten die onderhandeld worden met de leden van het Executive Management. Het remuneratiebeleid van de Vennootschap voorziet dat de variabele vergoeding 'on target' bij aanwerving van een lid van het Executive Management doorgaans minstens 40% van hun jaarlijks basissalaris uitmaakt.
Vastleggen van het Globaal Budget: een globale bonusenveloppe (of 'funding ratio') wordt vastgelegd op het niveau van de Agfa-Gevaert Groep. De 'bonus funding ratio' bepaalt het deel van de totale-on-target-bonus
dat zal worden uitbetaald. De bonusenveloppe wordt verdeeld tussen de businessgroepen op basis van een gewogen multiplicator. De bonusenveloppe is een gesloten enveloppe. Dit betekent dat uitbetaling nooit hoger kan zijn dan de 200% die zal worden uitbetaald wanneer de uiteindelijke EBITDA-resultaten minstens 150% bedragen van de gebudgetteerde EBITDA.
De Raad van Bestuur heeft, op aanbeveling van het Benoemingsen Remuneratiecomité, in 2015 beslist om het Global Bonus Plan van het Executive Management te herzien, met de bedoeling om ook een midden- tot langetermijncomponent op te nemen in dat plan. De Raad van Bestuur is van mening dat dit een belangrijke wijziging zal uitmaken van het remuneratiebeleid voor de leden van het Executive Management.
Het nieuwe Global Bonus Plan bestaat uit vier elementen:
Aangezien de prestaties met betrekking tot de doelstellingen voor de jaren 2016 en 2017 gradueel zullen gekend zijn, zal een geleidelijke overgang tussen het huidige systeem en het nieuwe systeem toegepast worden. Deze geleidelijke overgang impliceert dat voor het prestatiejaar 2016, de 1-jaarlijkse componenten van het plan nog steeds 75% van het totale plan uitmaken in plaats van 50%. Vanaf het prestatiejaar 2017 zal de 40/10/25/25-toewijzing volledig toegepast worden.
Er is geen automatische aanpassing van de vergoedingen voorzien, doch ze worden regelmatig herbekeken om na te gaan of ze nog conform zijn aan het beleid. De laatste aanpassing voor de leden van de Raad van Bestuur dateert van de Jaarvergadering van 2006. De vergoeding van de Voorzitter werd vastgelegd bij zijn benoeming in 2008.
Er wordt een vaste jaarlijkse standaardvergoeding voorzien die verschilt voor de vergaderingen van de Raad van Bestuur enerzijds en de vergaderingen van de Comités anderzijds. Tevens wordt er een onderscheid gemaakt tussen de vergoeding van de Voorzitter en deze van de leden. Deze vergoeding dekt een vooraf bepaald aantal vergaderingen. Bij overschrijding op individuele basis wordt er in een bijkomende vergoeding per bijkomende vergadering voorzien.
Volgende jaarlijkse vaste standaardvergoedingen worden voorzien:
| Raad van Bestuur (voor maximaal zeven vergaderingen per kalenderjaar) |
|||||
|---|---|---|---|---|---|
| Voorzitter (1) | 180.000 Euro | ||||
| Leden | 50.000 Euro | ||||
| AC (voor maximaal vijf vergaderingen per kalenderjaar) | |||||
| Voorzitter | 25.000 Euro | ||||
| Leden | 12.500 Euro | ||||
| BRC (voor maximaal drie vergaderingen per kalenderjaar) | |||||
| Voorzitter | 15.000 Euro | ||||
| Leden | 7.500 Euro |
(1) Deze vergoeding is allesomvattend. Ze omvat dus ook de vergoeding voor het mandaat in het AC alsook eventuele bijkomende vaste vergoedingen zoals van toepassing bij overschrijding van het maximum aantal vergaderingen.
van 2.500 euro voor elke vergadering bovenop het maximale aantal van zeven, vijf of drie per kalenderjaar, afhankelijk of het de vaste vergoeding voor de Raad van Bestuur, het AC of BRC betreft.
De niet-uitvoerende bestuurders ontvangen geen prestatiegebonden remuneratie.
De jaarlijkse individuele remuneratie toegekend aan de leden van de Raad van Bestuur (zowel uitvoerende als niet-uitvoerende) voor de uitoefening van hun mandaat in 2016 is als volgt:
| EURO | Raad van Bestuur |
Comités | TOTAAL |
|---|---|---|---|
| Dhr. Michel Akkermans (1) | 50.000,00 | 7.500,00 | 57.500,00 |
| Dhr. Jo Cornu (2) | 52.500,00 | 15.000,00 | 67.500,00 |
| Dhr. Julien De Wilde | 180.000,00 | - | 180.000,00 |
| Dhr. Willy Duron | 52.500,00 | 25.000,00 | 77.500,00 |
| Mevr. Hilde Laga | 50.000,00 | 12.500,00 | 62.500,00 |
| Mevr. Viviane Reding | 50.000,00 | 7.500,00 | 57.500,00 |
| Dhr. Christian Reinaudo (3) | 52.500,00 | - | 52.500,00 |
| TOTAAL | 487.500,00 | 67.500,00 | 555.000,00 |
(1) Vaste vertegenwoordiger voor PAMICA NV.
(2) Vaste vertegenwoordiger voor MERCODI BVBA.
(3) Uitvoerend bestuurder en vaste vertegenwoordiger voor CRBA Management BVBA.
De Raad van Bestuur heeft na de Jaarvergadering van 27 april 2010 CRBA Management BVBA, vertegenwoordigd door de heer Christian Reinaudo, aangesteld als Gedelegeerd Bestuurder/CEO. De overeenkomst met CRBA Management BVBA voorziet geen automatische aanpassing. Deze vergoeding wordt regelmatig herbekeken om na te gaan of ze nog conform is aan het beleid. De vaste jaarlijkse vergoeding van de CEO, CRBA Management BVBA, vertegenwoordigd door de heer Christian Reinaudo, werd vastgelegd op 1.136.800 euro. Deze vergoeding bevat ook bestuurdersvergoedingen van de heer Reinaudo, vanwege mandaten in enkele Agfa-dochtermaatschappijen. Er werd eveneens een jaarlijkse variabele vergoeding 'on target' voorzien van 435.500 euro.
Voor 2016 bedraagt de CEO-vergoeding:
(1) Incl. vergoedingen uitgekeerd aan de heer Christian Reinaudo voor bestuurdersmandaten in Agfa-entiteiten.
Voor de CEO werden geen pensioen- of groepsverzekeringsbijdragen betaald.
De cash-component van de variabele vergoeding werd voor 75% verdiend op korte termijn (ten hoogste één jaar) en voor 25% op basis van meerjaarse doelstellingen.
Er is geen automatische aanpassing van de vergoedingen voorzien, maar deze vergoedingen worden regelmatig herbekeken om na te gaan of ze nog conform zijn aan het beleid.
De globale vaste brutoremuneratie voor het Exco bedroeg 1.641.121,60 euro in 2016 (exclusief patronale sociale bijdragen). De totale jaarlijkse 'on target' variabele vergoeding bedroeg 824.922,00 euro.
Voor 2016 bedraagt de globale variabele vergoeding 953.505,00 euro (exclusief patronale sociale bijdragen). Voor de leden van het Exco wordt deze vergoeding gedeeltelijk, afhankelijk van hun persoonlijke situatie, omgezet in een pensioenpremie.
Voor deze leden werden pensioenbijdragen betaald voor een bedrag van 454.976,60 euro en 59.198,98 euro onder de vorm van voordelen in natura. De cashcomponent van de variabele vergoeding werd voor 75% verdiend op korte termijn (ten hoogste één jaar) en voor 25% op basis van meerjaarse doelstellingen. De voordelen in natura, die kunnen verschillen van lid tot lid, omvatten: een bedrijfswagen, een representatievergoeding en diverse verzekeringen (bestuurdersaansprakelijkheid, reisbijstand, hospitalisatie, privéongevallen).
Er werden in 2016 geen opzegvergoedingen betaald aan het Executive Management. Er is in de overeenkomsten met de leden van het Executive Management geen contractueel terugvorderingsrecht voorzien van de variabele verloning die wordt toegekend op basis van onjuiste financiële gegevens.
Er werden noch aan de CEO, noch aan de leden van het Exco, aandelen toegekend als onderdeel van hun remuneratie. Voor 2016 heeft de Raad van Bestuur ervoor geopteerd, zoals in vorige jaren, geen opties aan het Executive Management toe te kennen. Er zijn geen openstaande aandelenopties meer of andere rechten die werden toegekend aan de leden van het Executive Management om aandelen te verwerven.
Tijdens de Jaarvergadering van 2014 hebben de aandeelhouders besloten om het voorstel goed te keuren van de Raad van Bestuur om onder bepaalde voorwaarden de negende tranche van het 'Long Term Incentive Plan' te activeren. De belangrijkste parameters van deze tranche zijn dat het een Long Term Incentive Plan is voor in aanmerking komende leden van het Executive Management, kaderleden van niveau I en II en bepaalde andere werknemers, waarbij ongeveer 4.060.000 opties toegekend kunnen worden vanaf het ogenblik dat de slotkoers van de aandelen op Euronext Brussels gedurende de laatste 30 kalenderdagen voorafgaand aan de datum van aanbieding hoger is dan 3,45 euro per aandeel. Na reflectie binnen het BRC over de vraag of een aandelenoptieplan nog steeds de best mogelijke vorm van Long Term Incentive Plan is voor de Agfa-Gevaert Groep, heeft de Raad van Bestuur in de loop van 2016 beslist om een 'Stock Appreciation Rights Bonus'-plan te lanceren. Bijgevolg werden er nog steeds geen aandelenopties toegekend onder de negende tranche van het Long Term Incentive Plan. De CEO en de leden van het Exco waren geen begunstigden van de eerste tranche van het 'Stock Appreciation Rights Bonus'-plan.
De bepalingen in verband met verbreking in de contracten van de verschillende leden van het uitvoerend management, kunnen als volgt samengevat worden:
De Raad van Bestuur kan de benoeming van CRBA Management BVBA, vertegenwoordigd door de heer C. Reinaudo, met onmiddellijke ingang intrekken. In dat geval heeft CRBA Management BVBA recht op een schadevergoeding gelijk aan negen maanden remuneratie. Het bedrag is te berekenen op basis van het vaste inkomen dat CRBA Management BVBA en de heer Christian Reinaudo jaarlijks wereldwijd van de Agfa-Gevaert Groep ontvangen, met uitzondering van enige bestuurdersvergoeding betaald door Agfa-Gevaert NV aan CRBA Management BVBA of aan de heer Reinaudo. Indien er een intrekking van benoeming zou gebeuren op basis van een ernstige fout (vastgesteld en bevestigd via een bepaalde interne procedure van de Raad van Bestuur), is er geen schadevergoeding verschuldigd.
In het geval van een beëindiging van het contract door de Onderneming (en met uitzondering van een ernstige fout), hebben de heren Hoornaert en Thijs recht op een opzegtermijn berekend conform het minimum voorzien in art. 82§5 van de wet van 3 juli 1978 (drie maanden per vijf jaar anciënniteit, met een minimum van 12 maanden voor de heer Hoornaert), gecorrigeerd, in voorkomend geval, in overeenstemming met de voorzieningen van de Wet van 26 december 2013. De heer Vanhooren heeft geen expliciete contractuele verbrekingclausule en valt onder de toepassing van de algemene Belgische wetgeving terzake.
In het geval van een beëindiging van het contract door de Onderneming (en met uitzondering van een ernstige fout), heeft de heer Delagaye recht op een opzegtermijn berekend op basis van een zeker schema, gecorrigeerd, in voorkomend geval, in overeenstemming met de voorzieningen van de Wet van 26 december 2013. Dit schema voorziet in een minimale opzegtermijn van zes maanden en een maximum van 15 maanden bij pensionering.
In de gevallen dat ze zich dienen te houden aan het contractuele niet-concurrentiebeding, hebben de heren Hoornaert, Vanhooren, Delagaye en Thijs bovendien recht op een bijkomende schadevergoeding gelijk aan 75% van de brutoremuneratie voor de 12 maanden van het niet-concurrentiebeding.
Agfa engageert zich voor het duurzaam beheer van natuurlijke rijkdommen, de veilige uitbating van zijn installaties en de beperking van de ecologische impact van zijn activiteiten en producten. Hiertoe heeft Agfa kwaliteits-, milieu-, energie- en veiligheidsmanagementsystemen geïnstalleerd in overeenstemming met de internationale standaarden ISO 9001, ISO 14001, ISO 50001 en OHSAS 18001. Op de wereldkaart op de volgende pagina worden de certificaten aangeduid die door de verschillende Agfa-vestigingen werden behaald.
In de loop van 2016 werden de vestiging van Agfa Materials in Florencio Varela in Argentinië en de vestiging van Agfa Graphics in Vallese di Opeano in Italië gesloten.
De vestiging Mortsel omvat de sites in de Belgische gemeenten Mortsel, Wilrijk, Edegem en Westerlo (Heultje). Alle gegevens refereren naar het volledige jaar 2016 voor de vestigingen die op de wereldkaart terug te vinden zijn.
Agfa-Gevaert l Jaarverslag 2016 - 175
MORTSEL
BELGIË
GROEP HQ
AGFA-GEVAERT
Drukplaten Filmconfectie, apparatuur CHINA WUXI (PRINTING) WUXI (IMAGING)
Alleen de productievestiging in Mortsel produceert polyesterfilm en synthetisch papier. Dragers op basis van andere polymeren worden aangekocht bij externe leveranciers. De filmdrager wordt begoten met emulsielagen. De bereiding van deze emulsies is een afzonderlijk productieproces. Sommige van de chemische componenten van de emulsielagen worden ook geproduceerd in enkele andere productievestigingen. De laatste stap in het filmproductieproces is de confectie (het versnijden in het gewenste formaat) en het verpakken.
De basis van de meeste drukplaten is aluminiumplaat die wordt aangekocht bij externe leveranciers. Deze aluminiumplaat wordt voorbehandeld en begoten in de plaatproductievestigingen. Op enkele uitzonderingen na bevatten de gegoten lagen geen zilver. De laatste stappen in de productie van drukplaten en beeldplaten zijn – net zoals voor film – confectie en verpakking.
Na de belichting van de film of de drukplaat bij de klant, moeten deze chemisch ontwikkeld worden om een zichtbaar beeld te verkrijgen. Een groeiend aandeel van de film wordt met warmte ontwikkeld. In tegenstelling tot de klassieke procedés
waarbij gebruik wordt gemaakt van ontwikkelchemicaliën, wordt een aanzienlijk aandeel van de drukplaten nu in ontwikkelchemievrije baden verwerkt. Agfa Graphics produceert eveneens een assortiment drukvoorbereidingschemicaliën die gebruikt worden tijdens het drukproces.
Voor zijn groeimarkt industriële inkjet produceert Agfa een specifiek gamma van inkten. De productie van deze inkten behelst het bereiden en mengen van ingrediënten, het afvullen en het verpakken.
De productie van apparatuur omvat ontwerp en assemblage van mechanica, elektronica, optica en software.
De ecologische impact van de productieactiviteiten bestaat hoofdzakelijk uit emissies naar lucht en water, het gebruik van grondstoffen en het opwekken en verbruik van energie.
Even belangrijk zijn de veiligheidsaspecten van de activiteiten en de inspanningen om ecologische incidenten en klachten te voorkomen.
In overeenstemming met de hierboven aangehaalde overwegingen heeft Agfa de volgende indicatoren gekozen om zijn milieuprestatie te evalueren:
| Waterverbruik | m³/jaar |
|---|---|
| Specifiek waterverbruik | m³/ton product |
| Waterverbruik exclusief koelwater | m³/jaar |
| Specifiek waterverbruik exclusief koelwater | m³/ton product |
| Afvalwaterbelasting | ton/jaar |
| Specifieke afvalwaterbelasting | ton/ton product |
| CO2 -emissie naar lucht |
ton/jaar |
| Specifieke CO2 -emissie naar lucht |
ton/ton product |
| NOx -, SO2 -, VOS-, VAS-emissies naar lucht |
ton/jaar |
| Specifieke NOx -, SO2 -, VOS-, VAS-emissies naar lucht |
ton/ton product |
| Specifieke VOS-emissies naar lucht | ton/ton product |
| Afvalvolume | ton/jaar |
| Specifiek afvalvolume | ton/ton product |
| Specifiek gevaarlijk afvalvolume | ton/ton product |
| Energieverbruik | TeraJoule/jaar |
| Specifiek energieverbruik | GigaJoule/ton product |
| Milieu-incidenten en klachten | aantal |
Ten opzichte van 2015 daalde het wereldwijde productievolume in gewicht van film, drukplaten en chemicaliën met 10% terwijl het productievolume in aantal apparaten groeide met 22%. Het globale productievolume in ton daalde daardoor wereldwijd met 9,3%. De dalende trend van de productievolumes weerspiegelt de algemene tendens op de wereldmarkt waarbij analoge oplossingen worden vervangen door digitale oplossingen.
Het globale productievolume van de filmfabrieken in m² daalde met 10,6%. In Agfa HealthCare daalde de filmproductie ongeveer 20%. Ook de globale productie uitgedrukt in m² van drukplaten in Agfa Graphics kende een daling van 9,2%. In 2016 groeide het geproduceerde aantal apparaten in Agfa HealthCare met bijna 23% terwijl in Agfa Graphics de productie van machines quasi stabiel bleef.
De chemieproductie in Agfa Graphics kende een groei van bijna 24% door de stijgende vraag naar inkten voor inkjet-toepassingen. De opvallendst dalende KPI's zijn het afvalwaterdebiet, de vuilvracht in het afvalwater, de specifieke VOS-emissie en het volume gevaarlijk afval.
Het specifieke waterverbruik exclusief koelwater verminderde met 8,4%. Het specifieke afvalwatervolume daalde met 4% tot 11,2 m³/ton geproduceerd product wat het laagste niveau is sinds het begin van de meting van de KPI's in 1995. De oorzaak hiervan is de investering in een nieuwe meetgoot in de filmfabrieken van Mortsel België waardoor het afvalwaterdebiet veel nauwkeuriger wordt gemeten.
De specifieke vuilvracht in het afvalwater daalde met 8% dankzij enerzijds een verbeterde afstelling van de biologische waterzuivering in de filmfabriek van Mortsel en anderzijds door een waterbesparing en een lagere productie in de platenfabriek van Wiesbaden (Duitsland).
Het specifieke energieverbruik steeg globaal met 3,5%. In de filmfabrieken zien we een stabilisatie van het specifieke energieverbruik dankzij energiebesparende investeringen in het kader van de Energiebeleidsovereenkomst (EBO). In de vestigingen van Agfa Graphics wordt een lichte stijging van 2% in het specifieke energieverbruik vastgesteld terwijl het energieverbruik in de sites van Agfa HealtCare stabiel blijft.
Op het gebied van luchtemissies zien we algemeen een daling van de specifieke emissies exclusief CO2 . Dit komt door een substantiële daling van de VOS-emissies in de filmfabrieken van 26% door een nauwkeuriger en realistischer berekeningsmethode.
De specifieke afvalvolumes dalen globaal met 5,3%. De hoeveelheid gevaarlijk afval is, door de sluiting van de site in Vallese (Italië), teruggevallen op het laagste niveau sinds 1995, het begin van de meting van de KPI's. Waar vroeger de verhouding gevaarlijk/ongevaarlijk afval 1/3 bedroeg is deze nu gedaald tot 1/6.
In de onderstaande commentaren wordt de milieuprestatie in 2016 vergeleken met de prestatie in 2015. De grafieken en tabellen illustreren de trends vanaf 2006.
De onderstaande tabel geeft een overzicht van het productievolume dat werd gerealiseerd door de Groep over de afgelopen 11 jaren.
| 2006 | 2008 | 2010 | 2012 | 2014 | 2015 | 2016 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Ton/jaar | 273.124 | 265.002 | 241.047 | 241.531 | 218.444 | 190.671 | 172.884 |
Het totale productievolume in gewicht is in 2016 met 9,3% gedaald i.v.m. 2015. De oorzaak is een substantiële daling in de productie van filmproducten en offset-platen met 10%. Dit is een afspiegeling van de wereldwijde trend van de wereldwijde digitalisering. De filmfabrieken kenden een daling van 10,6% ten opzichte van 2015: ongeveer 12,5% in filmproductie en ruim 9% in de productie van chemicaliën.
Het drukplatenproductievolume van Agfa Graphics kende een daling van 9,2%. Het aantal geproduceerde apparaten bleef stabiel op ca. 1.700 stuks. De chemieproductie daarentegen kende een groei van bijna 24% door de stijgende afname van de inkten voor inkjettoepassingen. De filmproductie in Agfa HealthCare daalde met quasi 20% terwijl de apparatenproductie groeide met ruim 18% tot meer dan 30.000 eenheden.
Het totale waterverbruik daalde in 2016 met 5,6 % in vergelijking met 2015. In combinatie met de lagere productie steeg het specifieke waterverbruik hierdoor met ruim 9% tot 30,6 m³/ton.
Deze stijging is vooral toe te schrijven aan de drukplatenfabriek in Suzano (Brazilië). Ze is het gevolg van de eigen productie van gedemineraliseerd water via reverse osmosetechnieken voor de productie van stoom. In voorgaande jaren werden stoom en gedemineraliseerd water aangekocht. Koelwater niet meegerekend daalde het waterverbruik met 8,4%.
Dit resulteerde in een specifiek waterverbruik (koelwater niet meegerekend) van 12,5 m³/ton wat identiek is aan het specifiek waterverbruik van 2015. Het specifiek proceswaterverbruik daalde met 9% t.o.v. 2015 naar 6,3 m³/ton, wat betekent dat het waterverbruik in de productieprocessen meer daalde dan de productiehoeveelheden.
| 2006 | 2008 | 2010 | 2012 | 2014 | 2015 | 2016 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Specifiek volume (m3/ton product) |
13,45 | 12,60 | 13,00 | 12,47 | 11,62 | 12,06 | 11,22 |
| CZV | 2.015,4 | 1.486,5 | 1.727,1 | 524,1 | 491,3 | 462,9 | 322,7 |
| N | 122,4 | 97,8 | 90,8 | 17,8 | 17,9 | 15,7 | 9,5 |
| P | 172,3 | 127,8 | 118,7 | 97,0 | 56,4 | 54,2 | 38,1 |
| AOX | 1,5 | 1,3 | 0,8 | 0,9 | 0,4 | 0,3 | 0.3 |
| Zware metalen excl. Al | 0,9 | 0,5 | 0,5 | 0,5 | 0,3 | 0,4 | 0,4 |
| Aluminium | 0,1 | 60,7 | 167,5 | 77,5 | 34,9 | 170,4 | 88,5 |
| TOTAAL (TON/JAAR) | 2.312,6 | 1.774,6 | 2.105,3 | 717,8 | 601,4 | 703,9 | 459,5 |
In vergelijking met 2015 daalde het afvalwatervolume wereldwijd met 15,7%, wat resulteerde in een daling van het specifiek afvalwatervolume met quasi 4% tot 11,22 m³ water per ton geproduceerd product. Dit is het laagste niveau sinds 1995, het begin van de opvolging van de milieu-indicatoren.
een nieuwe meetgoot voor het afvalwater in de filmfabriek van Mortsel aan het eind van 2015. Sinds de installatie van een biologische waterzuivering waarbij meer dan 50% van het afvalwater kon heringezet worden in de productieprocessen, is het afvalwatervolume voortdurend gedaald. De bestaande meetgoot werd hierdoor te onnauwkeurig voor een juiste meting van het afvalwaterdebiet.
Deze substantiële daling is vooral het gevolg van de installatie van
De vuilvracht daalde in 2016 met 17% ten opzichte van 2015. Dit resulteerde ook in een daling van de specifieke vuilvracht naar 2,7 kg/ton geproduceerd product. De oorzaak van deze substantiële daling ligt enerzijds in een sterke verlaging van de vuilvracht in de filmfabriek van Mortsel door een betere afstelling van het afvalwaterzuiveringsproces gecombineerd met lagere debieten.
Anderzijds zijn ook de vuilvrachten van de site Wiesbaden voor CZV, BZV en aluminium significant gedaald door een lagere productie in combinatie met een waterbesparingsprogramma.
De aluminiumbelasting van het afvalwater niet meegerekend, ligt de specifieke vuilvracht met 2,1 kg/ton geproduceerd product 8% lager dan in 2015.
Energieverbruik
3.534 3.367 Energy consumption Energyconsumption (TJ/year) Het totale energieverbruik daalde met ruim 9%, het specifiek energieverbruik steeg met 2,5% tot 16,3 GJ per ton geproduceerd product. Het energieverbruik van de filmfabrieken daalde wereldwijd met ruim 8%, het specifieke energieverbruik bleef quasi constant op bijna 25 GJ/ton. Dit is het resultaat van energiebesparende investeringen en maatregelen in
2.812 de Belgische vestigingen die het gevolg zijn van het energieplan dat werd opgemaakt in het kader van de Energiebeleidsovereenkomst (EBO) met de federale overheid.
In Agfa HealthCare daalde de energieconsumptie met 5%. Hierdoor daalde het specifieke energieverbruik van 23,1 naar 20,2 GJ/ton.
Een daling van 6,9% in energieverbruik in Agfa Graphics in combinatie met een productiedaling van bijna 9% resulteert in een lichte stijging van 2% in specifiek energieverbruik.
De globale CO2 -emissie daalde met 6%. Door de gedaalde productievolumes stijgt de specifieke emissie daardoor verder met 3,5% naar 605 kg per ton geproduceerd product. CO2-emissions to air CO2 (ktonnes/year) Specific CO2emissions to air kg/tonne of product)
| 100,0 | 2006 | 2008 | 2010 | 2012 | 2014 585 |
605 2015 600,00 |
2016 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| NOX | 126,9 75,0 |
171,6 | 160,5 | 142,1 | 140,4 | 137,5 | 120,3 |
| SO2 | 6,8 495 50,0 |
28,5 | 516 6,2 509 |
511 9,7 |
5,1 | 550,00 1,5 |
1,5 |
| VOS | 245,8 | 475 225,8 |
179,3 | 171,6 | 129,3 | 121,8 | 106,1 |
| VAS | 5,2 | 4,1 | 4,0 | 4,0 | 2,0 | 1,9 | 3,5 |
| TOTAAL (TON/JAAR) | 384,7 | 429,9 | 350,0 | 327,4 | 276,8 | 262,7 | 231,4 |
NOx -, SO2
-, VOS-
De luchtemissies exclusief CO2 daalden in 2016 verder met 11,9%.
Dit resulteerde in een daling van 2,9% van de specifieke luchtemissie excl. CO2 .
245,8 VOC emissions to air VOC (tonnes) VOS-emissies daalden sterk met 12,9% waardoor de specifieke VOSemissies daalden naar 0,61 kg per ton geproduceerd product. De VOS-emissies in de drukplaten- en inktfabricage bleven constant terwijl in de filmfabrieken de VOS-emissies daalden met 26%. In 2015 werd een nieuwe geautomatiseerde solventenbalans ingevoerd in de filmfabrieken. Deze massabalans berekend de VOS-emissies aan de hand van de real-time productiedata en de
Specific VOC emissions to air (kg/tonne of product) kennis van de samenstellingen van de coatings uit de Bill-of-Material (BOM). Deze benaderingsmethode werd door erkende deskundigen gevalideerd en gecertifieerd. De methode werd vanaf 1 januari 2015 integraal toegepast. Ze levert een nauwkeuriger emissieresultaat op. Ook door de Vlaamse overheid werd deze methodiek gevalideerd en vergund.
| 2006 | 2008 | 2010 | 2012 | 2014 | 2015 | 2016 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stortplaats | 2.868 | 1.715 | 5.691 | 129,3 6.373 |
121,8 4.214 |
3.586 | 3.462 |
| Verbranding | 247 | 203 | 274 | 296 | 327 | 227 | 127 |
| Recyclage | 60.608 | 51.604 | 39.720 | 44.690 | 30.879 | 29.939 | 24.603 |
| Energieterugwinning | 1.997 | 1.674 | 1.358 | 1.308 | 1.173 | 1.438 | 1.188 |
| Fysisch-chemische behandeling | 1.009 | 534 | 716 | 632 | 187 | 119 | 192 |
| Valorisatie | 3.835 | 2.952 | 2.925 | 2.431 | 2.581 | 2.796 | 3.141 |
| TOTAAL (TON/JAAR) | 70.564 | 58.682 | 50.684 | 55.730 | 39.361 | 38.105 | 32.713 |
| Ongevaarlijk | 71% | 70% | 76% | 77% | 76% | 75% | 86% |
| Gevaarlijk | 29% | 30% | 24% | 23% | 24% | 25% | 14% |
Het totale afvalvolume daalde in vergelijking met 2015 met 14,2% waardoor het specifieke afvalvolume met 5,3% daalde naar 189 kg per ton geproduceerd product. 70.564 70.000
Het specifiek gevaarlijk afvalvolume daalde sterk met 43% naar 27,2 kg/ton geproduceerd product en komt daarmee op het laagste niveau ooit. De verhouding ongevaarlijk en gevaarlijk afval die sinds 2013 nagenoeg constant bleef op 3/1, valt nu terug op een verhouding 6/1. 17.683 12.266 50.685 221,4 210,3 230,7 40.000
De daling van het gevaarlijk afval is enerzijds toe te schrijven aan een belangrijke daling van solventhoudend afval in de filmfabrieken doordat er minder incidenten waren die deze afval veroorzaakten. Anderzijds zien we een spectaculaire reductie van het gevaarlijk afval van Agfa Graphics van meer dan 80% door de sluiting van de productiesite Vallese in Italië.
Het nuttig gebruik van afval (recyclage, energierecuperatie, fysicochemische behandeling en valorisatie) bedraagt 89%. Het aandeel afval dat nog wordt gestort is het grootst bij Agfa Graphics (15%) en het kleinst in de filmfabrieken (0,3%). Bij de drukplatenproductie ontstaat aluminiumhoudend slib waarvan het gebruik in recyclageprocessen zeer sterk varieert.
12.862 39.361 38.106 In 2016 werden in Mortsel zes milieu-incidenten gerapporteerd aan de Vlaamse autoriteiten. Ze betroffen vooral inbreuken op de afvalwatervergunning en één melding met betrekking tot abnormaal freonverlies ten gevolge van een defect aan een koelmachine.
180,2 199,9 189,2 Mortsel rapporteerde 22 klachten in 2016. Deze klachten betroffen vooral geluids- en geurhinder tengevolge van diverse eenmalige gebeurtenissen.
Branchburg ontving een boete van 376 euro.
Elke Agfa-vestiging heeft gezondheids- en veiligheidsstandaarden om haar werknemers en derden in de vestiging te beschermen in overeenstemming met alle specifieke wettelijke vereisten.
Gezondheids- en veiligheidsinformatie worden maandelijks gepresenteerd op de besprekingen van de managementteams. Op de kwartaalbesprekingen van de afdeling Corporate Safety, Health and Environment (SH&E) wordt deze informatie besproken en bijgestuurd. Jaarlijks evalueert het SH&E Management Comittee het beleid, de organisatie, het beheersysteem en de doelstellingen op het vlak van veiligheid, gezondheid en milieu.
Van elk gerapporteerd incident, bijna ongeval en ongeval wordt de oorzaak onderzocht zodat de meest aanbevolen maatregelen kunnen worden geïmplementeerd. Belangrijke zaken worden onmiddellijk gecommuniceerd aan alle vestigingen als SH&E-alarm en -leerpunt. Oorzaakanalyses worden uitgevoerd om specifieke acties te implementeren ter verbetering van de prestaties op het vlak van gezondheid en veiligheid.
De frequentiegraad van de rapporteerbare ongevallen bleef quasi constant met 1,84 in 2016 (1,66 in 2015). Dit vertegenwoordigt 15 ongevallen wereldwijd (14 in 2015).
De frequentiegraad van de ongevallen met meer dan één verloren werkdag tot gevolg steeg naar 5,87 in 2016 (4,64 in 2015) en ligt hiermee op hetzelfde niveau van 2014 (5,65) en 2013 (5,76). Dit komt neer op 48 ongevallen. (39 in 2015). Elk van de businessgroepen noteerde in meer of mindere mate een stijging van ongevallen met meer dan één verloren werkdag.
De ernstgraad van de ongevallen met meer dan één verloren werkdag steeg naar 0,140 in 2016 (0,09 in 2015) en ligt hiermee op hetzelfde niveau van 2014 (0,147) en 2013 (0,144). Dit vertegenwoordigt 1.142 verloren werkdagen (772 in 2015).
Van de 17 verschillende productievestigingen noteerden er zes 'zero' ongevallen met verloren werkdag.
Sinds 1 november 2016 werd de HR-organisatie van de Agfa-Gevaert Groep verder afgestemd op de businessgroepstructuur van het bedrijf, zowel op regionaal als op lokaal vlak. Terzelfdertijd werden de Centers of Excellence versterkt met als doel een wereldwijde coördinatie van de HR-principes, -beleidslijnen, -processen en specifieke kerncompetenties.
Deze afstemming op de businessgroepstructuur maakt de HRorganisatie minder complex en zorgt voor een nog betere HRondersteuning met respect voor de identiteit van de
verschillende businessgroepen.
Het personeelsbeleid wordt zo afgestemd op de specifieke noden van elke businessgroep. Hiertoe begeleiden HR business partners de managementteams van de businessgroepen en om zo de nodige personeelsaantallen, competenties, reorganisaties en dergelijke te kunnen plannen.
Gezien de wereldwijde aanwezigheid van Agfa steunt de HRorganisatie ook sterk op de HR-medewerkers in de verschillende landen en regio's
De Centers of Excellence zijn verantwoordelijk voor een uniforme toepassing van de HR-principes en -beleidslijnen die wereldwijd in Agfa's verschillende organisaties gebruikt kunnen worden. Deze aanpak brengt heel wat voordelen op het vlak van transparantie, uniformiteit en natuurlijk kostenefficiëntie.
Er zijn drie Centers of Excellence met een wereldwijde verantwoordelijk en specifieke hoofdactiviteit nl.:
Prestatiemanagement is een weerkerend en voortdurend proces voor het bepalen van doelstellingen, ontwikkeling en evaluatie gericht op het realiseren van de strategie van de Onderneming via de prestaties van de werknemers. Agfa's processen op het vlak van prestatiemanagement zorgen ervoor dat werknemers geëvalueerd worden en dat ze formele en informele feedback krijgen over hun prestaties, getoetst aan een aantal overeengekomen doelstellingen. Tot op zekere hoogte zijn financiële beloningen voor werknemers gebaseerd op de resultaten van het prestatiemanagementproces. De evaluatie richt zich zowel op de beoordeling van de bereikte resultaten (Wat) als op de gedragingen die tot deze resultaten leiden (Hoe).
Competentiemanagement is een programma dat managers en werknemers de mogelijkheid geeft om persoonlijke ontwikkelingsplannen op te stellen die overeenstemmen met de zakelijke objectieven en met de professionele ambities van de werknemer.
Algemene competenties, maar meer en meer ook jobspecifieke competenties, werden gedefinieerd en worden getoetst aan een vooraf bepaald vaardigheidsniveau. Vaardigheden die onvoldoende aanwezig zijn, krijgen prioriteit en worden gestimuleerd via ontwikkelingsdoelstellingen.
Tweejaarlijks nemen alle senior managers deel aan People Reviews om proactief kerntalenten in de organisatie te identificeren, om mobiliteit en jobrotatie te organiseren en om ontwikkelings- , continuïteits- en carrièreplannen uit te werken. Dit alles om ervoor te zorgen dat sleutelwerknemers aan boord blijven.
Een 'Global Leadership Program' werd ingevoerd om wereldwijd talent zichtbaarder te maken en om de coaching en ontwikkeling van talenten te ondersteunen. Voorts hebben verscheidene regio's ook lokale talentprogramma's opgezet.
Het tewerkstellen van mensen is een investering op lange termijn. Tegenwoordig ervaren wereldwijde organisaties meer en meer concurrentie bij het aanwerven en behouden van personeelsleden. Daarom biedt Agfa alle werknemers competitieve 'Compensation & Benefits'-pakketten. De meeste managers hebben een variabel deel in hun salarispakket. De uitbetaling van dit variabele deel hangt af van de prestatie van de Agfa-Gevaert Groep, van de resultaten van de respectieve businessgroep en regio, en van de individuele prestatie ('Global Bonus Plan'). Voor verkopers en service-medewerkers kan het variabele deel gelinkt zijn aan specifieke doelstellingen in een 'Sale Incentive Plan' of een 'Service Incentive Plan'.
Om ervoor te zorgen dat het salaris overeenkomstig de markt is, gebruikt Agfa een formeel jobevaluatiesysteem en neemt het deel aan salarisonderzoeken om haar loonbeleid op een continue wijze te toetsen.
Agfa gebruikt als referentieloon van haar medewerkers een 'Total Target Cash'-niveau dat gemiddeld op het 67ste percentiel van de markt ligt. Het pakket van de individuele werknemer wordt aangepast op basis van zijn/haar prestaties en expertise.
Agfa streeft ernaar om competitieve maar ook kostenefficiënte kortetermijn- en langetermijnvoordelen aan te bieden. De belangrijkste voordelen zijn: een pensioenplan, een levensverzekering en een verzekering tegen medische kosten. De voordelen kunnen sterk van land tot land verschillen, naargelang de plaatselijke regels en gewoontes.
Agfa streeft ernaar een werkgever te zijn met duidelijk omschreven en toegepaste veiligheids- en gezondheidsnormen, die alle wettelijke bepalingen naleeft en zich houdt aan de algemene bepalingen van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.
Diversiteit is voor Agfa een belangrijk aandachtspunt en de onderneming heeft hieromtrent beleidsmaatregelen en procedures ingesteld. Ze worden beschreven in de gedragscode van de Onderneming en in het antidiscriminatiebeleid in de verklaring inzake ethisch zakendoen.
Agfa houdt zich aan de algemene principes van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en ondersteunt en respecteert het recht van zijn werknemers om zich te verenigen in vakbonden en andere organisaties die de rechten van werknemers in hun relatie met Agfa als werkgever behartigen.
In elk land waar het actief is, treedt Agfa in dialoog met de vertegenwoordigers van de werknemers. In de meeste Europese landen nemen ondernemingsraden de vertegenwoordiging van de werknemers op zich. Op Europees niveau is er een Europese ondernemingsraad werkzaam. Voor zaken op het vlak van gezondheid en veiligheid zijn vaak lokale comités, bestaande uit vertegenwoordigers van de werknemers en de werkgever, actief.
Naast de strikte toepassing van de gedragscode heeft de grote meerderheid van Agfa's dochterondernemingen een formeel systeem ingesteld voor het ondersteunen van werknemers die problemen zoals pesterijen, discriminatie of belangenconflicten willen melden. Klachten worden op een systematische en vertrouwelijke manier behandeld en er werden gespecialiseerde en onafhankelijke contactpersonen aangesteld. Voor elke vestiging werden eveneens plaatselijke HR-contactpersonen aangesteld, zodat werknemers individuele problemen indien nodig op een vertrouwelijke manier kunnen melden.
Om een degelijke interne communicatie te verzekeren heeft Agfa specifieke communicatiekanalen opgezet. De bedoeling is de werknemers op een professionele en objectieve manier te informeren over alle bedrijfsgerelateerde onderwerpen.
Hiertoe wordt Agfa's intranet gebruikt als belangrijk intern medium dat alle bedrijfs- of afdelingsinformatie groepeert, zowel plaatselijk als wereldwijd. De informatie heeft betrekking op alle niveaus van Agfa's organisatie en geen enkele activiteit wordt uitgesloten. Collega's die op hun werkplek geen toegang tot het intranet hebben worden geïnformeerd via alternatieve media, zoals gedrukte nieuwsbrieven.
Voorts krijgen alle werknemers een update over de kwartaalresultaten en andere belangrijke onderwerpen tijdens de Infotour-presentaties die elk kwartaal in elke vestiging worden georganiseerd. Tijdens deze meetings worden de prestaties en de resultaten van de Groep en van de businessgroepen in detail besproken. Deelnemers worden uitgenodigd om deze onderwerpen en onderwerpen die hiermee te maken hebben te bespreken met hun management.
Tot slot vervolledigen plaatselijke communicatie-initiatieven, zoals personeelsmagazines, nieuwsbrieven en personeelsvergaderingen, de hierboven vermelde communicatie.
De som van de organische halogeenverbindingen in water die onder gestandaardiseerde omstandigheden kunnen geabsorbeerd worden door geactiveerde koolstof.
Deze softwaretoepassingen analyseren digitale medische beelden en passen automatisch beeldverbeteringstechnieken toe om alle details beter in beeld te brengen. Ze verbeteren de workflow in de radiografieafdelingen en ze geven de radioloog de mogelijkheid om sneller en accurater te werken. Agfa HealthCare's MUSICA-software wordt algemeen erkend als een norm in deze markt.
Biologisch zuurstofverbruik.
Een capacitieve sensor detecteert alles wat geleidbaar is of wat een andere dielectriciteit heeft dan lucht. Capacitieve sensoren vervangen mechanische drukknoppen.
Een drukplaat die na de belichting geen extra chemische behandelingen nodig heeft.
Een clean-out unit is een machine die aan hoge snelheid alle onbelichte delen van een drukplaat verwijderd door middel van een gomsubstantie die op de plaat gespoten wordt.
Deze uitgebreide, geïntegreerde IT-systemen zijn ontworpen voor het verzamelen, opslaan, bewerken en beschikbaar maken van klinische informatie met belang voor de zorgverstrekking. Clinical Information Systems kunnen beperkt zijn tot een bepaald vakgebied (bv. IT-systemen voor de laboratoria, systemen voor het beheer van electrocardiogrammen), maar er bestaan ook uitgebreide systemen die betrekking hebben op vrijwel alle klinische informatie (bv. elektronische patiëntendossiers of electronic patient records).
Koolstofdioxide; komt vrij bij de verbranding van organische brandstof.
computed radiography (CR)
Technologie waarbij röntgenbeelden gemaakt worden met conventionele röntgenapparatuur, maar waarbij de beelden vastgelegd worden op herbruikbare platen, in plaats van op röntgenfilm. De informatie op de platen wordt gelezen door een digitizer, wat een digitaal beeld oplevert. Aangepaste beeldverwerkingssoftware (zoals Agfa HealthCare's MUSICA) kan gebruikt worden om de kwaliteit van de beelden automatisch te optimaliseren voor het stellen van diagnoses. De digitale beelden kunnen ook aangevuld worden met manuele input (aantekeningen, afmetingen,…). Ze worden beheerd en gearchiveerd op een Picture Archiving and Communication System. zie ook direct radiography
Een proces waarbij de pagina's of de illustraties van drukwerk – bijvoorbeeld de pagina's van kranten of magazines – rechtstreeks vanaf computerfiles digitaal belicht worden op een (transparante) film. De films worden dan chemisch ontwikkeld en gebruikt om drukplaten te maken. zie ook computer-to-plate
Een proces waarbij de pagina's of de illustraties van drukwerk – bijvoorbeeld de pagina's van kranten of magazines – rechtstreeks vanaf computerfiles digitaal belicht worden op drukplaten, zonder dat daarbij film nodig is. zie ook computer-to-film
Voor een onderzoek met röntgen-, CT- of MRI-technologie kunnen patiënten contrastmedia toegediend krijgen. Deze contrastvloeistoffen worden gebruikt om specifieke anatomische structuren (vooral bloedvaten) beter te doen uitkomen op de beelden.
Een CT-scanner gebruikt een reeks röntgenstralen om 'beeldschijven' van het lichaam te maken. Agfa's productportfolio bevat geen CT-scanners, maar zijn Picture Archiving and Communication Systems worden gebruikt voor het beheer en de 3D-visualisatie van de digitale beelden. Met Agfa's hardcopyprinters kunnen hoogkwalitatieve afdrukken van de beelden gemaakt worden.
CtF zie computer-to-film
CtP zie computer-to-plate
Chemisch zuurstofverbruik: de hoeveelheid zuurstof die nodig is voor de chemische oxidatie van in water aanwezige stoffen.
Een vorm van röntgenonderzoek waarbij digitale technologie gebruikt wordt in plaats van traditionele fotografische röntgenfilm. De meest gebruikelijke technologieën voor digitale radiografie zijn computed radiography en direct radiography.
Radiografische technologie die röntgenenergie omzet in digitale gegevens zonder als tussenstap gebruik te maken van film of platen voor het vastleggen van beelden. Deze digitale data genereren een diagnostisch beeld op een PC. Het feit dat het om digitale gegevens gaat, opent een hele reeks mogelijkheden op het gebied van beeldoptimalisering en -aanvulling en van archivering op Picture Archiving and Communication Systems. DR-systemen worden meestal gebruikt in gecentraliseerde radiologieomgevingen. zie ook computed radiography
Drukplaten die bestaan uit een hoogkwalitatief aluminium-substraat en een deklaag die ontworpen is om te weerstaan aan relatief hoge hoeveelheden ultravioletenergie (UV). Een belichte film wordt vacuüm in contact gebracht met een plaat. De UV-lichtbron kopieert de gegevens van de film op de plaat. De afbeeldingen en tekst zijn de opake delen van de film, de rest is transparant. Het UV-licht treft de plaat alleen waar de film transparant is. Een chemisch ontwikkelingsprocédé etst de belichte delen van de plaat, terwijl de niet-belichte delen onveranderd blijven. De inkt hecht zich aan de belichte – of chemisch behandelde – delen tijdens het drukproces.
Drukplaten die bestaan uit een hoogkwalitatief geruwd en geanodiseerd aluminiumsubstraat en een deklaag (uit zilver of fotopolymeer) die duizend keer gevoeliger is dan die van CtF-platen. De lasers die gebruikt worden voor het belichten van deze platen werken met thermische energie of zichtbaar licht. De deklaag reageert op de laserenergie waardoor chemische/fysische veranderingen aan het oppervlak van de plaat ontstaan. Net als de CtF-platen worden de CtP-platen daarna ontwikkeld om een plaat te creëren waarmee gedrukt kan worden. Bij enkele technologieën is er geen ontwikkeling van de plaat meer nodig.
De drukproef die door de klant (de koper van drukwerk) wordt goedgekeurd. Ze toont hoe de kleuren door de drukpers weergegeven zullen worden. De drukker gaat dus een 'contract' over de kleurendruk aan met de klant. Deze weergave van het uiteindelijke resultaat wordt mogelijk gemaakt door Agfa Graphics' hoogtechnologische softwaresystemen voor kleurenbeheer.
De voorbereiding en verwerking van beelden, tekst en documentgegevens voordat ze op drukplaten overgebracht worden, inclusief het scannen met hoge resolutie van beelden, de separatie van kleuren, de verschillende types van drukproeven, enz.
Term voor het gebruik van informatie- en communicatietechnologie in de gezondheidszorgsector.
Wanneer het Electronic Patient Record van een persoon gekoppeld wordt aan zijn/haar niet-medische elektronische dossiers van organisaties als overheden en verzekeringsmaatschappijen, ontstaat een EHR.
Het elektronisch alternatief voor het patiëntendossier op papier. Het EPR bevat alle gegevens van een patiënt, waaronder demografische info, de onderzoekopdrachten en -resultaten, laboratoriumrapporten, radiologische beelden en rapporten, behandelingsplannen, speciale dieetvereisten, enz. Het kan eenvoudig in het hele ziekenhuis en eventueel zelfs daarbuiten geraadpleegd worden.
Agfa HealthCare's Enterprise Imaging-platform verenigt afdelingsgebonden PACS, RIS, geavanceerde 3D-functionaliteiten, spraakherkenning, archivering, viewer- en mobiele functionaliteiten. De oplossing verbetert en versnelt het nemen en terugvinden van beelden, optimaliseert de efficiëntie en de performantie, verbetert de patiëntenzorg en maakt samenwerking mogelijk over afdelingen, ziekenhuizen en regio's heen.
Druktechniek waarbij flexibele, rubberen of kunststof drukplaten bevestigd worden op drukrollen. De inkt wordt op de drukplaten aangebracht, die dan als een stempel tegen het papier of ander substraat gedrukt worden.
Een dunne plaat (ook bord genoemd) waarop chips en andere elektronische componenten bevestigd worden. Computers bevatten een of meer borden.
Gedrukte schakelingen worden ook printplaten of printed circuit boards genoemd.
Ook breedformaatprinter genoemd. Digitale printer die op vellen of rollen van 24 inch/60 cm of breder drukt.
Een hardcopy is de uitgeprinte versie van een digitaal beeld. De hardcopyprinters van Agfa HealthCare kunnen medische beelden printen die afkomstig zijn van verschillende bronnen: CT-scanners, MRI-scanners, systemen voor computed radiography (CR) en direct radiography (DR),... Agfa's gamma bevat zowel zogenaamde 'natte' als 'droge' printers. Natte lasertechnologie maakt gebruik van waterige chemische oplossingen voor de ontwikkeling van het beeld. De milieuvriendelijke droge technologie print het beeld rechtstreeks van de computer op een speciale film door middel van thermische effecten.
Deze uitgebreide, geïntegreerde IT-systemen beheren de medische, administratieve, financiële, en legale aspecten van een zorgorganisatie.
Elke printer die extreem kleine inktdruppels op het papier aanbrengt om een beeld te creëren. Het kan gaan van kleine apparaten voor gebruik in kantoren, over middelgrote printers voor bijvoorbeeld het printen van posters tot grote systemen voor industriële toepassingen.
Een dunne, flexibele laag van een materiaal dat ontworpen is om componenten van een oplossing van elkaar te scheiden.
Een membraanschakelaar is een elektrische schakelaar om een circuit aan of uit te schakelen. Membraanschakelaars zijn interfaces tussen gebruiker en apparaat. Het kunnen zowel heel eenvoudige schakelaars zijn, zoals verlichtingsschakelaars, als heel complexe, zoals membraankeyboards en schakelpanelen voor computers.
Hiermee worden in dit verslag de verschillende beeldvormingssystemen bedoeld, waaronder radiografieapparatuur, MRI-scanners en CT-scanners. Deze systemen kunnen worden aangesloten op een Picture Archiving and Communication System (PACS) van Agfa HealthCare.
De MRI-scanner creëert een magnetisch veld rond de patiënt. Het systeem produceert beelden door radiogolven te pulseren, gericht op de te onderzoeken lichaamsdelen. Agfa HealthCare's productportfolio bevat geen MRI-scanners, maar zijn Picture Archiving and Communication Systems (PACS) worden gebruikt om de digitale beelden te beheren en te visualiseren. Met Agfa HealthCare's hardcopyprinters kunnen hoogkwalitatieve afdrukken van de beelden gemaakt worden.
Stikstof.
Bij deze onderzoeksmethode worden de structuur en de tolerantie van materialen gecheckt zonder ze te beschadigen of te vervormen.
Stikstofoxide; komt bijvoorbeeld tot stand door verbranding met lucht.
Druktechniek waarbij dunne aluminium drukplaten om een cilinder gebogen worden. Al roterend nemen de drukplaten op de juiste plaatsen respectievelijk inkt of water aan. De inkt wordt overgebracht op een rubberen doek dat op een tweede cilinder is bevestigd. Vervolgens wordt de inkt van het rubber op het te bedrukken oppervlak overgebracht.
Internationale norm voor gezondheids- en veiligheidsbeheersystemen. OHSAS staat voor Occupational Health and Safety Assessment System.
Fosfor.
zie Picture Archiving and Communication System
Polyethyleentereftalaat of polyester wordt geproduceerd op basis van ethyleenglycol en tereftaalzuur. Het is de basisgrondstof voor het substraat van fotografische film. Het wordt gecoat met verschillende types van chemische lagen voor, bijvoorbeeld, medische of grafische doeleinden.
PACS-systemen waren oorspronkelijk bedoeld om de diagnostische beelden van radiologieafdelingen efficiënt te archiveren en ter beschikking te stellen van de gebruikers. Dankzij specifieke softwareontwikkelingen zijn Agfa HealthCare's systemen ook geschikt gemaakt voor gebruik in andere ziekenhuisafdelingen, zoals cardiologie, orthopedie en vrouwengeneeskunde. Uitgebreide PACS-systemen kunnen alle ziekenhuisafdelingen die intensief met beelden werken in een netwerk verbinden. Met Agfa HealthCare's MUSICA-software kunnen beelden op het PACS-systeem bewerkt en geoptimaliseerd worden.
Een plaatbelichter 'kopieert' op een digitale manier gegevens van de computer op drukplaten, die dan ontwikkeld en op de drukpers geplaatst worden.
Een polymeer is een grote molecule die is opgebouwd uit aan elkaar gekoppelde kleinere eenheden (monomeren). Er bestaan zowel natuurlijke (bv. eiwitten en rubber) als synthetische (bv. plastic, nylon) polymeren. Geleidende polymeren geleiden elektriciteit. Orgacon™ is de merknaam voor Agfa Specialty Products' productlijn op basis van geleidende polymeren.
RIS zijn computergestuurde oplossingen voor de planning, de followup en de communicatie van alle gegevens over patiënten en hun onderzoeken in de radiologieafdeling, startend vanaf het moment dat een onderzoek werd aangevraagd tot en met het rapport van de radioloog. Het RIS hangt nauw samen met het Picture Archiving and Communication System (PACS) (voor de beelden die deel uitmaken van de onderzoeken).
Het creëren van een patroon van punten van verschillende grootte, gebruikt om kleuren- of grijswaardenbeelden weer te geven. Er bestaan verschillende rastertechnologieën.
RFID staat voor Radio Frequency Identification, of identificatie met radiogolven. Het staat voor de techniek van automatische identificatie waarbij gebruik gemaakt wordt van radiosignalen om informatie uit te sturen vanuit zogenaamde tags die vastgehecht zijn aan voorwerpen
of ingebouwd zijn in ID-kaarten. Er is geen fysiek contact nodig tussen de tag en het identificatieapparaat omdat de gegevens overgedragen worden via een antenne die eveneens in – bijvoorbeeld – de ID-kaart ingebed zit.
Radiological Society of North America. De missie van de RSNA is het promoten en ontwikkelen van de hoogste standaarden voor radiologie en verwante wetenschappen door educatie en onderzoek. De RSNA is gastheer van de grootste jaarlijkse meeting voor radiologie ter wereld.
Bij thermische plaatbelichting gebruikt de plaatbelichter warmte-energie om de drukplaten te belichten.
UV-inkt (of UV curable ink) bestaat vooral uit acryl-monomeren. Na het drukken wordt de inkt door een hoge dosis ultraviolet licht getransformeerd tot een harde gepolymeriseerde film. UV-inkt droogt onmiddellijk, kan gedrukt worden op een grote verscheidenheid aan dragers en zorgt voor een heel duurzaam beeld. Hij bevat geen schadelijke bestanddelen zoals VOC's (Vluchtige Organische Componenten) of solventen en hij verdampt niet.
Violette (laser)technologie belicht drukplaten door gebruik te maken van de violette band van het zichtbaar-lichtspectrum. Ze zorgt voor een snelle productie, eenvoudige bediening en grote betrouwbaarheid.
Bij vlakbedprinters ligt het papier (of een andere drager) op een vlak oppervlak, terwijl de printkoppen erover bewegen om het beeld erop te printen.
Vendor Neutral Archive
Software die operators in staat stelt het drukvoorbereidingsproces te controleren via een interface. Hij stroomlijnt de opdrachten door de individuele stappen in het drukvoorbereidingsproces te automatiseren, wat tijd bespaart en kosten reduceert.
Drukproces waarbij de inkt door een metalen of nylon zeef op het papier wordt gegoten. De zeef is door middel van sjablonen waterdicht gemaakt op de plaatsen waar het papier niet bedrukt moet worden.
| MILJOEN EURO | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 |
|---|---|---|---|---|---|
| Opbrengsten | 3.091 | 2.865 | 2.620 | 2.646 | 2.537 |
| Kostprijs van verkopen | (2.222) | (2.031) | (1.813) | (1.804) | (1.680) |
| Brutowinst | 869 | 834 | 807 | 842 | 857 |
| Verkoopkosten | (388) | (361) | (336) | (352) | (344) |
| Kosten van onderzoek en ontwikkeling | (163) | (146) | (146) | (144) | (141) |
| Algemene beheerskosten | (192) | (177) | (172) | (170) | (167) |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 131 | 163 | 90 | 110 | 98 |
| Overige bedrijfskosten | (161) | (150) | (107) | (125) | (137) |
| Resultaat uit bedrijfsactiviteiten | 96 | 163 | 136 | 161 | 166 |
| Renteopbrengsten/(-kosten) - netto | (15) | (17) | (15) | (11) | (8) |
| Overige financiële opbrengsten/(kosten) – netto | (70) (1) | (54) | (44) | (63) | (43) |
| Nettofinancieringslasten | (85) (1) | (71) | (59) | (74) | (51) |
| Winst (verlies) voor belastingen | 11 (1) | 92 | 77 | 87 | 115 |
| Winstbelastingen | (20) | (43) | (18) | (16) | (35) |
| Winst (verlies) over de verslagperiode | 9 (1) | 49 | 59 | 71 | 80 |
| Winst (verlies) toewijsbaar aan: | |||||
| Aandeelhouders van de Onderneming | (19) (1) | 41 | 50 | 62 | 70 |
| Minderheidsbelangen | 10 | 8 | 9 | 9 | 10 |
| WINST PER AANDEEL | |||||
| Gewone winst per aandeel (euro) | (0,11) (1) | 0,25 | 0,30 | 0,37 | 0,42 |
| Verwaterde winst per aandeel (euro) | (0,11) (1) | 0,25 | 0,30 | 0,37 | 0,42 |
(1) Gedurende 2013 heeft de Groep het boekhoudkundig beleid consequent toegepast dat ook in het voorgaande jaar gold, met uitzondering van de gewijzigde regels voor verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding, meer bepaald inzake de bepaling van de pensioenkost van de periode en de nettoverplichting van de toegezegdpensioenregelingen. Deze wijzigingen zijn het gevolg van de toepassing van de aanpassingen aan de standaard IAS 19 zoals gepubliceerd in IAS 19 (gewijzigd 2011). Door de toepassing van deze herziene standaard zijn de overige financieringslasten voor 2012 verminderd met 22 miljoen euro, van 99 miljoen euro naar 77 miljoen euro. Deze herziening heeft tevens een impact gehad op de berekening van de winst per aandeel over 2012, van minus 0,24 euro naar minus 0,11 euro per aandeel.
| MILJOEN EURO | 31 dec. 2012 | 31 dec. 2013 |
|---|---|---|
| ACTIVA | ||
| Vaste activa | 1.156 | 1.066 |
| Immateriële activa en goodwill | 654 | 618 |
| Materiële vaste activa | 277 | 242 |
| Financiële activa | 10 | 11 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 215 | 195 |
| Vlottende activa | 1.674 | 1.502 |
| Voorraden | 635 | 542 |
| Handelsvorderingen | 636 | 585 |
| Actuele belastingvorderingen | 97 | 95 |
| Overige vorderingen en overige vlottende activa | 149 | 126 |
| Overlopende rekeningen | 27 | 25 |
| Derivaten | 3 | 3 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 127 | 126 |
| TOTAAL ACTIVA | 2.830 | 2.568 |
| EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | ||
| Eigen vermogen | 169 (1) | 368 |
| Toewijsbaar aan aandeelhouders van de Onderneming | 133 (1) | 325 |
| Maatschappelijk kapitaal | 187 | 187 |
| Uitgiftepremies | 210 | 210 |
| Ingehouden winsten | 623 (1) | 664 |
| Reserves | (85) | (91) |
| Valutakoersverschillen | 6 | (28) |
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding: herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen |
(808) (1) | (617) |
| Toewijsbaar aan minderheidsbelangen | 36 | 43 |
| Langlopende verplichtingen | 1.795 (1) | 1.397 |
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding | 1.315 (1) | 1.002 |
| Overige personeelsvergoedingen | 12 | 11 |
| Rentedragende verplichtingen | 410 | 319 |
| Voorzieningen | 15 | 11 |
| Overlopende rekeningen | 1 | 1 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 42 | 53 |
| Kortlopende verplichtingen | 866 | 803 |
| Rentedragende verplichtingen | 8 | 24 |
| Voorzieningen | 173 | 160 |
| Handelsschulden | 278 | 239 |
| Uitgestelde opbrengsten en vooruitbetalingen | 138 | 121 |
| Actuele belastingverplichtingen | 56 | 54 |
| Overige te betalen posten | 109 | 95 |
| Personeelsbeloningen | 99 | 97 |
| Overige verplichtingen | 3 | 3 |
| Derivaten | 2 | 10 |
| TOTAAL EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | 2.830 | 2.568 |
(1) Gedurende 2013 heeft de Groep het boekhoudkundig beleid consequent toegepast dat ook in het voorgaande jaar gold, met uitzondering van de gewijzigde regels voor verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding, meer bepaald inzake de bepaling van de pensioenkost van de periode en de nettoverplichting van de toegezegdpensioenregelingen. Deze wijzigingen zijn het gevolg van de toepassing van de aanpassingen aan de standaard IAS 19 zoals gepubliceerd in IAS 19 (gewijzigd 2011). Door de toepassing van deze herziene standaard is de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen op 1 januari 2013 gestegen met 786 miljoen euro, zijnde 767 miljoen euro voor de materiële landen van de Groep en 19 miljoen euro voor de andere landen. Deze impact werd geboekt in het eigen vermogen via de ingehouden winsten voor het gedeelte dat betrekking had op de aanpassingen in de bepaling van de pensioenkost over 2012 wat resulteerde in een stijging van de ingehouden winsten met 22 miljoen euro; het overige bedrag zijnde minus 808 miljoen euro werd geboekt in een aparte lijn binnen het eigen vermogen zijnde 'Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding: herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen'. De impact van de gewijzigde regelgeving is gereflecteerd in de herziene openingsbalans per 1 januari 2012 en de balans per 31 december 2012 alsook in het resultaat over 2012. De impact op de balans per 31 december 2012 is hetzelfde als de impact op de balans per 1 januari 2013. De openingsbalans op 1 januari 2012 bevat herwaarderingen van de nettoverplichting uit hoofde van de toegezegdpensioenregelingen ten belope van 704 miljoen euro zijnde 687 miljoen euro voor de materiële landen van de Groep en 17 miljoen euro voor de andere landen.
| ACTIVA Vaste activa 1.039 1.064 1.066 Immateriële activa en goodwill 615 622 621 Materiële vaste activa 234 214 198 Geassocieerde deelnemingen 1 1 6 Financiële activa 16 16 10 Handelsvorderingen - 6 12 Vorderingen uit leaseovereenkomsten - 49 57 Overige activa - 4 13 Uitgestelde belastingvorderingen 173 152 149 Vlottende activa 1.509 1.338 1.286 Voorraden 512 512 483 Handelsvorderingen 538 509 493 Actuele vorderingen uit winstbelastingen 62 64 64 Overige belastingvorderingen 45 26 25 Vorderingen uit leaseovereenkomsten - 33 30 Overige vorderingen 103 24 13 Overige activa 51 40 45 Derivaten 2 2 4 Geldmiddelen en kasequivalenten 196 123 129 Vaste activa aangehouden voor verkoop - 5 - TOTAAL ACTIVA 2.548 2.402 2.352 EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN Eigen vermogen 146 268 252 Toewijsbaar aan aandeelhouders van de Onderneming 93 228 215 Maatschappelijk kapitaal 187 187 187 Uitgiftepremies 210 210 210 Ingehouden winsten 709 771 841 Reserves (92) (92) (79) Valutakoersverschillen (16) (7) 32 Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding: herwaardering (905) (841) (976) van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen Toewijsbaar aan minderheidsbelangen 53 40 37 Langlopende verplichtingen 1.443 1.363 1.382 Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding 1.267 1.185 1.269 Overige personeelsvergoedingen 12 9 8 Rentedragende verplichtingen 125 137 74 Voorzieningen 14 6 4 Handelsschulden - 4 6 Overlopende rekeningen 2 1 2 Uitgestelde belastingverplichtingen 23 21 19 Kortlopende verplichtingen 959 771 718 Rentedragende verplichtingen 197 44 37 Voorzieningen 87 81 74 Handelsschulden 230 202 219 Uitgestelde opbrengsten en vooruitbetalingen 125 141 141 Actuele verplichtingen uit winstbelastingen 61 60 56 Overige belastingverplichtingen 63 45 37 Overige te betalen posten 49 46 11 Personeelsbeloningen 129 130 132 Overige verplichtingen 4 5 3 Derivaten 14 17 8 |
MILJOEN EURO | 31 dec. 2014 | 31 dec. 2015 | 31 dec. 2016 |
|---|---|---|---|---|
| TOTAAL EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | 2.548 | 2.402 | 2.352 |
Gedurende 2016 heeft de Groep het boekhoudkundig beleid consequent toegepast dat ook in voorgaande jaren gold, met uitzondering van de weergave van de handelsvorderingen, de handelsschulden, de vorderingen uit leaseovereenkomsten en de overige activa. Vanaf 31 december 2016 presenteert de Groep deze balansposten als vaste activa/langlopende verplichtingen ten belope van het deel dat langer dan 12 maanden na balansdatum verschuldigd is. Vergelijkende informatie over 2015 werd aangepast aan deze nieuwe voorstellingswijze. Bovendien heeft de Groep de boekhoudkundige behandeling van de toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement aangepast. Daardoor steeg de nettoverplichting wegens vergoedingen na uitdiensttreding op 31 december 2016 met 4 miljoen euro, wat voor hetzelfde bedrag een effect had op de niet-gerealiseerde resultaten.
| MILJOEN EURO | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 |
|---|---|---|---|---|---|
| Winst / (verlies) over het boekjaar | (9) (1) | 49 | 59 | 71 | 80 |
| Aanpassingen voor: | |||||
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen | 87 | 86 | 69 | 61 | 72 |
| - Wijzigingen in de reële waarde van derivaten | - | (1) | - | (2) | 2 |
| - Toegekende subsidies | (11) | (10) | (9) | (9) | (8) |
| - (Winsten) / verliezen uit de verkoop van vaste activa | - | (1) | (1) | (4) | (12) |
| - Winst uit een voordelige verkoop | - | - | - | - | - |
| - Nettofinancieringslasten | (85) (1) | 71 | 59 | 74 | 51 |
| - Winstbelastingen | 20 | 43 | 18 | 16 | 35 |
| 172 | 237 | 195 | 207 | 220 | |
| Wijzigingen in: | |||||
| - Voorraden | (7) | 73 | 46 | 5 | 34 |
| - Handelsvorderingen | 29 | 26 | 64 | 31 | 25 |
| - Handelsschulden | 4 | (36) | (5) | (27) | (18) |
| - Uitgestelde opbrengsten en ontvangen vooruitbetalingen | (7) | (11) | (3) | 9 | (5) |
| - Overige kortlopende activa en verplichtingen | (12) | 1 | (15) | 10 | (22) |
| - Langlopende voorzieningen | (103) | (158) | (89) | (85) | (70) |
| - Kortlopende voorzieningen | (31) | (10) | (18) | (7) | (2) |
| Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 45 | 122 | 175 | 143 | 162 |
| Betaalde belastingen | (13) | (15) | (24) | 6 | (20) |
| Nettokasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 32 | 107 | 151 | 149 | 142 |
| Ontvangen rente | 3 | 2 | 2 | 2 | 1 |
| Ontvangsten uit de verkoop van immateriële activa | 3 | 2 | 4 | 2 | 2 |
| Ontvangsten uit de verkoop van materiële vaste activa | 3 | 4 | 4 | 7 | 6 |
| Ontvangsten uit de verkoop van activa aangehouden voor verkoop | - | - | - | - | 14 |
| Investeringen in immateriële activa | (3) | (2) | (1) | (2) | (4) |
| Investeringen in materiële vaste activa | (41) | (38) | (36) | (35) | (40) |
| Ontvangsten uit de leaseportfolio | 12 | 11 | 6 | (5) | (6) |
| Overnames | - | - | - | (7) | 0 |
| Wijzigingen in overige investeringsactiviteiten | 3 | - | (6) | 4 | (3) |
| Nettokasstromen uit investeringsactiviteiten | (20) | (21) | (27) | (34) | (30) |
| Betaalde rente | (29) | (19) | (17) | (18) | (9) |
| Betaalde dividenden aan minderheidsbelangen | - | - | (5) | (25) | (12) |
| Kapitaalverhoging | - | - | - | - | - |
| Leningen | 52 | (70) | (22) | (137) | (72) |
| Overige financieringskasstromen | (9) | 11 | (11) | (7) | (15) |
| Nettokasstromen uit financieringsactiviteiten | 14 | (78) | (55) | (187) | (108) |
| Nettowijziging in geldmiddelen en kasequivalenten | 26 | 8 | 69 | (72) | 4 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van het jaar | 98 | 125 | 125 | 194 | 122 |
| Impact van valutakoersverschillen | 1 | (8) | - | - | 1 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten per einde boekjaar | 125 | 125 | 194 | 122 | 127 |
(1) Gedurende 2013 heeft de Groep het boekhoudkundig beleid consequent toegepast dat ook in het voorgaande jaar gold, met uitzondering van de gewijzigde regels voor verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding, meer bepaald inzake de bepaling van de pensioenkost en de nettoverplichting van de toegezegdpensioenregelingen. Deze wijzigingen zijn het gevolg van de toepassing van de aanpassingen aan de standaard IAS 19 zoals gepubliceerd in IAS 19 (gewijzigd 2011). Door de toepassing van deze herziene standaard zijn de nettofinancieringslasten voor 2012 verminderd met 22 miljoen euro, van 107 miljoen euro naar 85 miljoen euro.
| Notering | Aandelenbeurs van Brussel |
|---|---|
| Reuters Ticker | AGFAt.BR |
| Bloomberg Ticker | AGFB: BB/AGE GR |
| Datastream | B:AGF |
Op grond van de informatie waarover de Vennootschap beschikt ingevolge transparantieverklaringen die overeenkomstig de wettelijke en statutaire bepalingen ter zake werden ontvangen, zijn de belangrijkste aandeelhouders momenteel:
Aangezien de Vennootschap momenteel in het bezit is van 2,39% eigen aandelen, ligt de 'free float' momenteel tussen 77,61% en 86,61%.
| Aandeleninformatie | |
|---|---|
| Eerste notering | 1 juni 1999 |
| Aantal uitstaande aandelen op 31 december 2016 | 167.751.190 |
| Beurskapitalisatie op 31 december 2016 | 616 miljoen euro |
| EURO | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 |
|---|---|---|---|---|---|
| Winst per aandeel | (0,11) (1) | 0,25 | 0,30 | 0,37 | 0,42 |
| Nettobedrijfskasstroom per aandeel | 0,19 | 0,64 | 0,90 | 0,89 | 0,85 |
| Brutodividend | - | - | - | - | - |
| Beurskoers aan het einde van het jaar | 1,33 | 1,76 | 2,09 | 5,24 | 3,673 |
| Hoogste beurskoers van het jaar | 1,75 | 1,76 | 2,78 | 5,40 | 5,117 |
| Laagste beurskoers van het jaar | 1,18 | 1,28 | 1,73 | 1,994 | 2,609 |
| Gemiddelde volume verhandelde aandelen/dag | 283.723 | 279.601 | 260.663 | 389.059 | 438.204 |
| Gewogen gemiddelde aantal uitstaande gewone aandelen |
167.751.190 | 167.751.190 | 167.751.190 | 167.751.190 | 167.751.190 |
(1) Gedurende 2013 heeft de Groep het boekhoudkundig beleid consequent toegepast dat ook in het voorgaande jaar gold, met uitzondering van de gewijzigde regels voor verplichtinge wegens vergoedingen na uitdiensttreding, meer bepaald inzake de bepaling van de pensioenkost van de periode en de nettoverplichting van de toegezegdpensioenregelingen. Deze wijzigingen zijn het gevolg van de toepassing van de aanpassingen aan de standaard IAS 19 zoals gepubliceerd in IAS 19 (gewijzigd 2011). Door de toepassing van deze herziene standaard zijn de overige financieringslasten voor 2012 verminderd met 22 miljoen euro, van 99 miljoen euro naar 77 miljoen euro. Deze herziening heeft tevens een impact gehad op de berekening van de winst per aandeel over 2012, van minus 0,24 euro naar minus 0,11 euro per aandeel.
Afdeling Investor Relations Septestraat 27, B-2640 Mortsel, Belgium
Tel. +32-(0)3-444 7124 Fax +32-(0)3-444 4485 [email protected] www.agfa.com/investorrelations
| Financiële kalender 2017 | ||||
|---|---|---|---|---|
| Jaarlijkse Algemene Vergadering | 9 mei 2017 | |||
| Resultaten eerste kwartaal 2017 | 9 mei 2017 | |||
| Resultaten tweede kwartaal 2017 | 23 augustus 2017 | |||
| Resultaten derde kwartaal 2017 | 8 november 2017 |
Uitgegeven door Agfa-Gevaert NV Corporate Communication Septestraat 27 B-2640 Mortsel (België)
T +32 3 444 7124
Agfa, de Agfa-rombus en andere vermelde Agfa-producten en -diensten zijn geregistreerde handelsmerken van de Agfa Groep. Ze kunnen in bepaalde jurisdicties geregistreerd zijn in naam van Agfa, België, of een van zijn filialen. Alle andere handelsmerken, productnamen en bedrijfsnamen of -logo's die in dit verslag vermeld worden, zijn eigendom van hun respectieve eigenaars.
Mathildestudios, Grembergen (België)
Building tools?
Free accounts include 100 API calls/year for testing.
Have a question? We'll get back to you promptly.