Annual Report (ESEF) • Apr 11, 2025
Preview not available for this file type.
Download Source FileAgfa-Gevaert Jaarverslag 2024
Alle niet-IFRS financiele maatstaven die van toepassing zijn, zijn cursief weergegeven in de tekst. De volledige definities van niet-IFRS financiële maatstaven staan op pag. 324 aan het eind van het verslag en zijn te vinden op de website, via www.agfa.com/corporate/definitions-of-non-ifrs-financial-measures-apms/. In toelichting 6 “Alternatieve methodes om de prestatie van de onderneming te meten" op pag. 105-109 zijn reconciliaties met IFRS- informatie te vinden.
De officiële versie van het jaarverslag is de ESEF-versie. Deze versie is te vinden op www.agfa.com/corporate/investor-relations/reports-and-presentations/annual%20reports/
3
JAARVERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR AAN DE AANDEELHOUDERS VAN AGFA-GEVAERT NV
4
9
11
14
16
23
29
29
37
51
59
73
81
90
92
98
221
228
235
257
293
311
320
324
326
331
4
Beste aandeelhouder,
2024 was een belangrijk jaar voor de transformatie van onze onderneming. We zijn zeer tevreden over de strategische vooruitgang die we hebben geboekt met onze toekomstgerichte activiteiten. Elk op hun eigen manier hebben onze groeimoto- ren belangrijke mijlpalen bereikt in hun ontwikkeling. De HealthCare IT-divisie heeft zichzelf getransfor- meerd in een cloudbedrijf met de eerste succesvolle implementatie van haar op de cloud gebaseerde Enterprise Imaging-platform. Op basis van cruciale strategische beslissingen boekten Digital Printing Solutions en Green Hydrogen Solutions sterke omzet- en rendementsverbeteringen. Maar het was natuurlijk niet alleen maar goed nieuws in 2024. De versnelde achteruitgang van de traditionele filmmarkten beïnvloedde de volumes van onze medische film en andere filmproducten, wat grotendeels de prestaties van de Groep in 2024 verklaart. Als reactie op de evolutie van de traditio- nele filmmarkten hebben we een plan opgestart om alle aspecten van onze filmgerelateerde activiteiten grondig te reorganiseren. We willen benadrukken hoe trots we zijn op al onze teams over de hele wereld. In deze complexe zake- lijke situatie en in vaak ongunstige geopolitieke en macro-economische omstandigheden, blijven zij zich onvermoeibaar inspannen om onze transformatie tot een succes te maken.
Frank Aranzana
Voorzitter van de Raad van Bestuur
Pascal Juéry
CEO
5
AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
En een succes zal het worden. Hoewel we verwach- ten dat 2025 nog steeds een overgangsjaar zal zijn, zullen de strategische beslissingen die we de afge- lopen jaren hebben genomen en de stappen die nog genomen moeten worden, ons uiteindelijk in staat stellen om een toekomst van winstgevende groei voor de Agfa-Gevaert Groep mogelijk maken. Sta ons toe om nader in te gaan op de belangrijke mijlpalen die we die we al bereikt hebben en op de weg voorwaarts.
In niet meer dan vijf jaar tijd heeft onze Health- Care IT-divisie een opmerkelijke ommekeer verwe- zenlijkt, waardoor ze nu een sterke positieve bijdrage kan leveren aan de winstgevendheid van de Groep. We hebben in de VS met succes de eerste implemen- tatie van het op de cloud gebaseerde Enterprise Ima- ging-platform afgerond, waardoor we ons hebben gevestigd als een sterke speler in dit segment van de gezondheidszorg-IT. Op basis van deze technologie hebben we het afgelopen jaar een sterk momentum voor deze business opgebouwd. In het afgelopen jaar boekten we een groei van de order intake van 32%, voornamelijk gebaseerd op contracten met nieuwe klanten. Hoewel het enige tijd zal duren voordat dit momentum zich vertaalt in onze resultaten, kunnen we er trots op zijn dat we de waarde van deze busi- ness enorm opgedreven hebben.
De afgelopen jaren hebben we ook onze Digital Printing Solutions-business aanzienlijk versterkt, mede door de overname van Inca Digital Printers in 2022. Vorig jaar groeiden we naar een kritische massa, mede dankzij het wereldwijde strategische partnerschap voor digitale drukapparatuur tussen Onze drie belangrijkste groeimotoren toonden een sterke versnelling van de winstgevende groei, waardoor de omzet en winstgevendheid van de Groep toenamen. Agfa en EFI. We zetten bijkomende stappen door de introductie van verschillende innovatieve oplos- singen en door de verpakkingsmarkt te betreden met onze baanbrekende ultrasnelle SpeedSet Orca 1060-printer. In 2024 groeide de business sterker dan de Sign & Display-markt en realiseerden we een recordgroei in omzet en winstgevendheid. Voor de komende jaren verwachten we een verdere sterke stijging van de winstgevendheid, deels gebaseerd op de toegenomen verkoopvolumes van onze verschil- lende assortimenten hoogwaardige inkten.
Op het gebied van Green Hydrogen Solutions heeft onze ZIRFON-business zich ontwikkeld van een R&D-project tot een essentieel onderdeel van onze groeistrategie. In vijf jaar tijd is Green Hydro- gen Solutions de meest winstgevende business unit van onze Groep geworden. Ons ZIRFON-membraan voor groene waterstofproductie wordt algemeen erkend als de standaard op de markt. In 2024 hebben we onze ZIRFON-productiecapaciteit met succes opgeschaald en tegen het einde van dit jaar nemen we een gloednieuwe productie-eenheid in gebruik. Zelfs in de huidige, enigszins gematigde markt verwachten we dat het momentum voor Green Hydrogen Solutions in 2025 zal aanhouden.
Onlangs bereikten we een akkoord met onze sociale partners in België over ons plan om de kostenbasis van onze traditionele filmactiviteiten te optimaliseren en in overeenstemming te brengen met de marktrealiteit. Dit programma, dat zichzelf financiert, heeft als doel de kosten tegen eind 2027 met 50 miljoen euro te verlagen. De eerste bespa- ringen worden in de tweede helft van 2025 worden verwacht. Het plan zal gevolgen hebben voor 470 werknemers in België.
6
Duurzaamheid stuurt al onze activiteiten. Het bepaalt hoe we onze producten ontwikkelen en verkopen en hoe we omgaan met onze stakeholders.
In 2024 hebben we onze duurzaamheidsinspannin- gen verder opgedreven door op alle ESG-vlakken (Environmental, Social, Governance – Milieu, Maat- schappij, Bestuur) waardecreatie op lange termijn te stimuleren. Onze klimaatinspanningen zijn aan- zienlijk geweest, met als hoogtepunten de voltooiing van een uitgebreide klimaatrisicobeoordeling en de installatie van de eerste energievoorzieningen als onderdeel van ons herinvesteringsplan, waarmee de weg is geëffend voor aanzienlijke CO 2 -reducties. Naast deze acties bleven we ons inzetten om het gebruik van hulpbronnen in al onze activiteiten te minimaliseren.
Naarmate onze groeistrategie vordert, worden ESG-overwegingen steeds meer geïntegreerd in onze bedrijfsmodellen en -processen. Het actief betrekken van onze diverse en veerkrach- tige werknemers en onze belanghebbenden in dit proces is uitermate belangrijk. We luisteren aan- dachtig naar hun standpunten en we onderbouwen onze beslissingen. Dit jaar stond ook in het teken van de voorbe- reiding van onze eerste duurzaamheidsverklaring na de implementatie van de Corporate Sustainabi- lity Reporting Directive (CSRD). Hoewel het een uitdaging was, weerspiegelt deze inspanning onze voortdurende toewijding aan het verbeteren van het ESG-beleid en aan het inspelen op de groeiende vraag naar transparantie en verantwoording op het gebied van duurzaam ondernemen.
Met recordcijfers in het vierde kwartaal rappor- teerden de activiteiten Digital Printing Solutions en Green Hydrogen Solutions beide ook een sterke omzetgroei en een verbetering van de winstgevend- heid voor het volledige jaar. Ondanks de sterke omzetgroei in het vierde kwartaal lag de verkoop over het volledige jaar voor de HealthCare IT-divisie lager door de marktomschakeling naar cloudtech- nologie. HealthCare IT sloot het jaar evenwel af met een recordstijging van de order intake met 32%.
De traditionele filmactiviteiten stonden onder druk door de dalende markten voor medische film. Als gevolg daarvan ligt de jaaromzet van onze Groep 1,1% onder die van 2023. Vooral dankzij de groeimotoren en ondanks de lagere dekkingsgraad van de vaste kosten in de tra- ditionele filmactiviteiten, bleef de brutowinstmarge van onze Groep stabiel op 31,2% van de omzet.
De aangepaste EBITDA bedroeg 70 miljoen euro, tegenover 76 miljoen euro in 2023. De zeer sterke prestaties van de groeimotoren, die kwartaal op kwartaal verbeterden, werden gecompenseerd door de effecten van de marktdaling voor de traditionele filmactiviteiten.
We noteerden hoge herstructureringskosten in verband met het reorganisatieprogramma voor de filmproductie en door de sluiting van een vestiging in Duitsland, evenals aanzienlijke aanpassingen in 7
AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
verband met de bijzondere waardevermindering bij Radiology Solutions. We boekten een nettoverlies van 92 miljoen euro.# Ondernemingsstrategie en Vooruitzichten
Ondanks een sterk positieve vrije kasstroom in het vierde kwartaal (35 miljoen euro), bedroeg de vrije kasstroom over het hele jaar min 46 miljoen euro, versus min 48 miljoen euro op het einde van 2023. De negatieve vrije kasstroom werd voornamelijk veroorzaakt door de strategische transformatie van de Groep. Er waren extra investeringen voor groei en herstructureringen. Daarnaast was er een stijging van het nettowerkkapitaal en was er de verwachte uitgaande kasstroom voor pensioenen.
Inzake pensioenverplichtingen, evolueerde in 2024 de financieringspositie van de vier materiële landen (België, Duitsland, het VK en de VS) zonder de Belgische DC-plannen van min 439 miljoen euro naar min 388 miljoen euro. De verbetering van 51 miljoen euro ten opzichte van 2023 was voornamelijk te danken aan het feit dat de werkgeversbijdragen in België en de uitkeringsbetalingen in Duitsland hoger waren dan de kosten van de toegezegde pensioenregeling.
Voor 2025 zullen de nettorentekosten met 1 miljoen euro dalen tot 13 miljoen euro als gevolg van een lagere disconteringsvoet en een lagere toegezegde pensioenverplichting in de eurozone. De pensioenkosten zullen met 2 miljoen euro dalen tot 9 miljoen euro door een afname van het aantal leden in België en Duitsland. De totale uitgaande kasstroom voor 2025 zal naar verwachting met 3 miljoen euro dalen ten opzichte van 2024 tot 48 miljoen euro als gevolg van lagere bijdragen (België).
We verwachten dat de groeimotoren sterk zullen blijven presteren in 2025. Zoals gewoonlijk wordt om seizoensgebonden redenen een trager begin van het jaar verwacht, gevolgd door een sterkere tweede helft. Gelieve er rekening mee te houden dat deze vooruitzichten zijn gebaseerd op het huidige economische klimaat.
Voor onze divisie HealthCare IT verwachten we dat het goede momentum op het vlak van de order intake zal aanhouden. Gezien de aan de gang zijnde overgang naar cloud-technologie en een abonnementsmodel, wordt verwacht dat de prestatie van de divisie ruwweg in lijn met vorig jaar zal liggen.
De divisie Digital Print & Chemicals verwacht een voortzetting van de aanzienlijke omzet- en rendabiliteitsgroei onder impuls van Digital Print Solutions en Green Hydrogen Solutions.
Voor de divisie Radiology Solutions verwachten we een stabiele prestatie, met voortdurende vooruitgang in Direct Radiography en voortdurende druk op de medische filmbusiness.
We willen dit bericht afsluiten door onze klanten en partners te bedanken voor hun vertrouwen in onze onderneming. Het grote aantal recente productlanceringen en onze stabiele R&D-uitgaven tonen duidelijk aan dat we vastbesloten zijn om hen te blijven ondersteunen met geavanceerde, kwaliteitsvolle en betrouwbare producten en diensten. We willen ook onze mensen bedanken voor hun loyaliteit en toewijding, zelfs in complexe en uitdagende omstandigheden. Zij zijn cruciaal voor het succes van onze transformatie-inspanningen en voor het toekomstige succes van onze activiteiten. En natuurlijk zijn we ook u, onze aandeelhouders, bijzonder dankbaar voor uw voortdurende steun en vertrouwen in het afgelopen jaar.
De beelden in dit Jaarverslag tonen Agfa's oplossingen die de klanten en hun gemeenschappen in staat stellen een gemeenschappelijk doel na te streven: het stimuleren van positieve verandering voor een groenere, gezondere en stralende toekomst.
| MILJOEN EURO | 2020 | 2021 | 2022 (1) Herwerkt | 2023 | 2024 |
|---|---|---|---|---|---|
| WINST- EN VERLIESREKENING | |||||
| Opbrengsten | 1.709 | 1.760 | 1.145 | 1.150 | 1.138 |
| Evolutie t.o.v. vorig jaar | -13,5% | 2,9% | - | 0,5% | -1,1% |
| HealthCare IT | 230 | 219 | 244 | 249 | 242 |
| Aandeel in groepsomzet | 14% | 12% | 21% | 22% | 21% |
| Digital Print & Chemicals | 289 | 330 | 372 | 409 | 438 |
| Aandeel in groepsomzet | 17% | 19% | 33% | 35% | 38% |
| Radiology Solutions | 485 | 464 | 461 | 425 | 383 |
| Aandeel in groepsomzet | 28% | 26% | 40% | 37% | 34% |
| Offset Solutions | 704 | 748 | - | - | - |
| Aandeel in groepsomzet | 41% | 43% | - | - | - |
| CONOPS | - | - | 68 | 68 | 75 |
| Aandeel in groepsomzet | - | - | 6% | 6% | 7% |
| Brutowinst | 494 | 497 | 345 | 359 | 353 |
| Winst (verlies) uit bedrijfsactiviteiten | (52) | 9 | (139) | (8) | (48) |
| Nettofinancieringslasten | (31) | (8) | (18) | (26) | (27) |
| Winstbelastingen | (15) | (15) | (29) | (16) | (15) |
| Winst (verlies) toewijsbaar aan Aandeelhouders van de Onderneming | 621 | (14) | (223) | (101) | (92) |
| Minderheidsbelangen | 613 | (17) | (221) | (102) | (92) |
| Reorganisatiekosten en aanpassingen | 7 | 4 | (2) | 1 | - |
| Aangepaste EBIT | 88 | 33 | (138) | (39) | (75) |
| Aangepaste EBITDA | 36 | 42 | (1) | 31 | 27 |
| KASSTROOM | |||||
| Nettokasstromen uit bedrijfsactiviteiten | (153) | (116) | (100) | (30) | (4) |
| Investeringsuitgaven | (33) | (26) | (33) | (34) | (45) |
| BALANS – 31 DECEMBER | |||||
| Eigen vermogen | 620 | 685 | 561 | 396 | 324 |
| Vlottende activa verminderd met kortlopende verplichtingen | 952 | 742 | 568 | 404 | 397 |
| Totale activa | 2.204 | 2.095 | 1.756 | 1.368 | 1.377 |
| Netto financiële schuld excl IFRS 16 en excl pensioenschulden | (581) | (396) | (134) | (37) | 37 |
| Leaseverplichtingen | 79 | 70 | 62 | 43 | 50 |
| Netto financiële schuld incl IFRS 16 en excl pensioenschulden | (502) | (325) | (72) | 6 | 87 |
| Verplichtingen/activa wegens vergoedingen na uitdiensttreding en lange-termijnontslagvergoedingen | 956 | 695 | 518 | 457 | 405 |
| Netto schuld | 454 | 370 | 446 | 463 | 492 |
| AANDELENINFORMATIE (EURO) | |||||
| Winst (verlies) per aandeel | 3,66 | (0,11) | (1,41) | (0,66) | (0,59) |
| Nettobedrijfskasstroom per aandeel | (0,81) | (0,65) | (0,55) | (0,18) | 0,00 |
| Brutodividend | - | - | - | - | - |
| Aantal uitstaande gewone aandelen met stemrecht op jaareinde | 167.751.190 | 160.438.653 | 154.820.528 | 154.820.528 | 154.820.528 |
| Gewogen gemiddelde aantal uitstaande gewone aandelen | 167.751.190 | 165.003.570 | 156.236.319 | 154.820.528 | 154.820.528 |
| Personeel | |||||
| SLEDEN (OP HET EINDE VAN HET JAAR) | |||||
| Voltijdse equivalenten (actieven) | 7.337 | 6.993 | 4.983 | 4.847 | 4.586 |
(1) In overeenstemming met IFRS 5.33 heeft de Onderneming in haar geconsolideerde winst- en verliesrekening en overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten één bedrag gepresenteerd dat bestaat uit het totaal van de winst (verlies) na belastingen van de beëindigde bedrijfsactiviteiten en de winst (verlies) na belastingen op de verkoop van de nettoactiva die de beëindigde bedrijfsactiviteit vormen. De Groep heeft in april 2023 haar Offset Solutions business verkocht. Vergelijkende informatie werd herwerkt.
“Bij Agfa streven we ernaar een positief verschil te maken in het leven van onze klanten, de eindgebruikers, de patiënten en de hele planeet. Onze innovatieve, klantgerichte benadering van digitale informatiesystemen en beeldvorming, in uiteenlopende markten zoals de gezondheidszorg, de grafische industrie, de industriële sector en de energietransitiesector, is gebaseerd op bijna 160 jaar expertise van wereldklasse. Wij zetten ons in om te voldoen aan de behoeften van de klant van vandaag en tegelijkertijd innoveren we op een verantwoorde, transparante en duurzame manier voor de wereld van morgen.” – Pascal Juéry, CEO van de Agfa-Gevaert Groep
De Agfa-Gevaert Groep is een toonaangevende onderneming in beeldvormingstechnologie met bijna 160 jaar ervaring. Agfa ontwikkelt, produceert en verkoopt analoge en digitale systemen voor de gezondheidszorgsector, voor de drukindustrie, voor de groene waterstofindustrie en voor specifieke industriële toepassingen. De Groep heeft de volgende divisies: HealthCare IT, Digital Print & Chemicals en Radiology Solutions. Voorts werd de CONOPS-divisie opgericht om verslag uit te brengen over de resultaten met betrekking tot de leverings- en productieovereenkomsten die Agfa tekende met zijn vroegere divisie Offset Solutions. De financiële rapportering van de Agfa-Gevaert Groep is gebaseerd op deze divisiestructuur.
Het hoofdkantoor en de moedermaatschappij van de Agfa-Gevaert Groep zijn gevestigd in Mortsel, België. De grootste productie- en onderzoekscentra van de Groep bevinden zich in België, de Verenigde Staten, Canada, het Verenigd Koninkrijk, Oostenrijk en China. Wereldwijd is de Groep commercieel actief via eigen verkooporganisaties in meer dan 30 landen. In landen waar de Groep geen eigen verkooporganisatie heeft, wordt de markt bediend door een netwerk van agenten en vertegenwoordigers.
In het complexe en dynamische zorglandschap van vandaag transformeert Agfa HealthCare de verstrekking van zorg door zorgverleners over de hele wereld te ondersteunen met een holistische, snelle en zinvolle benadering van patiëntbeelden. Agfa HealthCare's Enterprise Imaging Platform is meer dan alleen een technologische innovatie; het is een transformatieve tool ontworpen om organisaties te versterken, om hen te helpen hun doelen te bereiken, hun potentieel te ontsluiten en elke dag een positieve impact te hebben op het leven van patiënten. Door een naadloze 'life in flow' te stimuleren, creëert het Enterprise Imaging Platform een uitzonderlijke gebruikerservaring en bevordert het echte empowerment. Het bouwt aan een verbonden, collaboratieve en schaalbare zorggemeenschap, waarbij het beveiligde platform ecosystemen van digitale gezondheidsoplossingen voor verscheidene specialismen ondersteunt. Het maakt beelden van patiënten toegankelijk voor elk lid van het zorgteam, waardoor zorgverleners betere prestaties kunnen leveren. Tegelijkertijd zorgt het ervoor dat de zakelijke, operationele en financiële resultaten worden verbeterd. Een positieve verandering stimuleren voor een groenere, gezondere en stralende toekomst.
De divisie Digital Print & Chemicals bedient een grote verscheidenheid aan industrieën. Voortbouwend op Agfa's expertise in chemie en zijn grondige kennis van de grafische industrie, heeft de divisie een toonaangevende positie in inkjetdruk. Agfa levert sign & display- en verpakkingsdrukkerijen een gamma uiterst productieve en veelzijdige grootformaat inkjetprinters. Deze machines werken met speciaal voor hen ontworpen inkten en workflowsoftware.# Agfa-Gevaert Jaarverslag 2024
Daarnaast ontwikkelt het gespecialiseerde inkjetprintsystemen voor de laminaat- en lederindustrie, alsook performante inkjetinkten en -vloeistoffen voor een brede waaier van industriële inkjettoepassingen, wat fabrikanten de mogelijkheid biedt om het drukken te integreren in hun bestaande productieprocessen. De divisie biedt ook functionele inkjetinkten voor specifieke hightech industrieën zoals de gedrukte elektronica-industrie. Verder levert de divisie hoogwaardige elektrolysemembranen aan de waterstofproductie-industrie. Met deze best-in-class, uitzonderlijk betrouwbare ZIRFON-membranen bevindt Agfa zich in een sterke positie om de groene waterstofeconomie te ondersteunen. Het productassortiment wordt vervolledigd met een gamma bedrukbare synthetische papieren en met films voor grafische toepassingen, niet-destructief materiaalonderzoek, luchtfotografie en de productie van gedrukte schakelingen.
De divisie Radiology Solutions is een belangrijke speler in de markt van de diagnostische beeldvorming. Ze levert analoge en digitale beeldvormingstechnologie om te voldoen aan de behoeften van gespecialiseerde clinici in ziekenhuizen en beeldvormingscentra over de hele wereld. Agfa's innovatieve beeldvormingsapparatuur en zijn toonaangevende MUSICA-beeldverwerkingssoftware zetten de toon op het vlak van productiviteit, veiligheid, klinische waarde en kostenefficiëntie. Bovendien biedt de SmartXR-portfolio radiografen voorspellende workflowassistentie. Met meer dan 160 jaar ervaring helpt Agfa zijn klanten om de kwaliteit en de efficiëntie van hun patiëntenzorg te verbeteren. Bij Agfa Radiology Solutions telt elk beeld.
Begin april 2023 rondde de Agfa-Gevaert Groep de verkoop af van zijn divisie Offset Solutions aan Aurelius Groep. De nieuwe divisie CONOPS omvat de resultaten met betrekking tot leverings- en productieovereenkomsten die de Agfa-Gevaert Groep tekende met zijn vroegere divisie, nu herdoopt tot ECO3.
De Agfa-Gevaert Groep is een toonaangevende onderneming in beeldvormingstechnologie met bijna 160 jaar ervaring.
Een totaal van in 2024 4.765
| Categorie | Percentage |
|---|---|
| MEDEWERKERS MANAGEMENTFUNCTIES | 77,6% |
| NIEUWE MEDEWERKERS | 84,0% |
| VROUWEN | 78,2% |
| MANNEN | 22,4% |
| VROUWEN | 16,0% |
| MANNEN | 21,8% |
| VROUWEN | 15,8% |
| MANNEN | 84,2% |
AGFA-GEVAERT JAARVERSLAG 2024
Totaal: 4.765
14 AGFA IN DE WERELD
De Agfa-Gevaert Groep heeft belangrijke productie- en onderzoekscentra over de hele wereld. Wereldwijd is de Groep commercieel actief via eigen verkooporganisaties in meer dan 30 landen.
| Bedrijfsactiviteit | Productie | O&O | Verkooporganisatie |
|---|---|---|---|
| HealthCare IT | X | ||
| Digital Print & Chemicals | X | X | X |
| Radiology Solutions | X | X |
15 AGFA-GEVAERT JAARVERSLAG 2024
16
17 AGFA-GEVAERT JAARVERSLAG 2024
18 HOOGTEPUNTEN 2024
| 2024 | 2024 | 2024 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|
| Opbrengsten (miljoen euro) | 1.138 | |||
| Aangepaste ebitda (1) (miljoen euro) | 70 | |||
| Aangepaste ebit (1) (miljoen euro) | (92) | |||
| Resultaat over de periode (miljoen euro) | 27 |
(1) Aangepaste EBIT/EBITDA met aftrek van aanpassingen en reorganisatiekosten stemt overeen met 'Resultaat uit bedrijfsactiviteiten' (EBIT) / EBITDA .
Met recordcijfers in het vierde kwartaal, rapporteerden Digital Printing Solutions en Green Hydrogen Solutions ook een sterke omzetgroei en een toename van de rendabiliteit voor het volledige jaar. Ondanks een sterke omzetgroei in het vierde kwartaal, lag de verkoop over het volledige jaar voor HealthCare IT lager door de marktomschakeling naar cloud-technologie. De traditionele filmactiviteiten stonden onder druk door de marktachteruitgang voor medische film. Bijgevolg ligt de jaaromzet 1,1% onder die van 2023.
Vooral aangedreven door de groeimotoren en ondanks de lagere dekkingsgraad van de vaste kosten voor de traditionele filmactiviteiten, bleef de brutowinstmarge van de Groep stabiel op 31,2% van de omzet. De aangepaste EBITDA bedroeg 70 miljoen euro (6,1% van de omzet) op basis van de erg sterke prestaties van de groeimotoren, die kwartaal-na-kwartaal verbeterden. Dit werd tenietgedaan door de effecten van de marktachteruitgang voor de traditionele filmactiviteiten.
Vooral door de hogere servicecontributie en een hogere bijdrage van eigen IP-software in de totale omzet, verbeterde de brutowinstmarge van HealthCare IT van 46,5% in 2023 tot 48,8%, wat voor deze divisie het hoogste jaarpercentage ooit is. De aangepaste EBITDA -marge evolueerde van 12,5% tot 13,6%, met een opvallend sterke prestatie in het vierde kwartaal.
Ondanks de stijgende zilverkost verbeterde de brutowinstmarge van de divisie Digital Print & Chemicals van 27,1% van de omzet in 2023 tot 29,0%. Dit was deels het gevolg van succesvolle prijszettingsacties voor filmactiviteiten. Vooral dankzij de sterke prestaties van Green Hydrogen Solutions en Digital Printing Solution, groeide de aangepaste EBITDA -marge van de divisie van 4,6% van de omzet in 2023 tot 7,0%.
De rendabiliteit van de divisie Radiology Solutions werd beïnvloed door de volumedaling voor medische film en kosten gerelateerd aan productie-inefficiënties. Dit werd gedeeltelijk gecompenseerd door maatregelen om de kosten te beheersen en de activiteiten te stroomlijnen. Onder impuls van een sterk vierde kwartaal verbeterde de rendabiliteit in Direct Radiography en Computed Radiography. De brutowinstmarge van de divisie daalde van 31,4% van de omzet in 2023 tot 27,8%. De aangepaste EBITDA -marge daalde van 8,8% van de omzet in 2023 tot 4,1%.
De aanpassingen en reorganisatiekosten van de Agfa-Gevaert Groep kwamen uit op een kost van 75 miljoen euro, tegenover 39 miljoen euro in 2023. Van de ongeveer 38 miljoen euro aan reorganisatiekosten, was 32 miljoen euro gerelateerd aan het programma voor de reorganisatie van de filmproductie en 5 miljoen euro aan de sluiting van een vestiging in Duitsland. Aanpassingen bedroegen ongeveer 37 miljoen euro, waarvan 22 miljoen euro gerelateerd aan de impairment in Radiology Solutions.
De nettofinancieringskosten bleven stabiel op 27 miljoen euro. Een toename van de nettorente op financiële verplichtingen werd gecompenseerd door minder pensioenrente, minder rente op derivaten en een positiever wisselkoers- en herwaarderingsresultaat. De belastingkosten bedroegen 15 miljoen euro, tegenover 16 miljoen euro in 2023.
Vooral door de hoge reorganisatiekosten in het vierde kwartaal en de aanpassingen gerelateerd aan de impairment in Radiology Solutions boekte de Agfa-Gevaert Groep een nettoverlies van 92 miljoen euro.
Eind 2024 bedroegen de totale activa 1.377 miljoen euro, tegenover 1.368 miljoen euro eind 2023. In 2024 bedroeg het eigen vermogen 324 miljoen euro, tegenover 396 miljoen euro aan het eind van 2023.
| 2023 | 2023 | 2024 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|
| Kerncijfers balans (miljoen euro) | ||||
| Vaste activa | 793 | 792 | ||
| Vlottende activa | 576 | 583 | ||
| Totale activa | 1.368 | 1.377 | ||
| Vaste verplichtingen | 972 | 1.053 | ||
| Eigen vermogen | 396 | 324 | ||
| Totale passiva en eigen vermogen | 1.368 | 1.377 |
Het werkkapitaal evolueerde van 27% van de opbrengsten op het einde van 2023 tot 29% op het einde van 2024. In absolute cijfers evolueerde het werkkapitaal van 317 miljoen euro eind 2023 tot 335 miljoen euro.
| 2023 | 2024 | |
|---|---|---|
| Werkkapitaal (1) (miljoen euro/ % van de opbrengsten) | 317 / 27% | 335 / 29% |
Ondanks een sterk positieve vrije kasstroom in het vierde kwartaal (35 miljoen euro), bedroeg de vrije kasstroom over het hele jaar min 46 miljoen euro, versus min 48 miljoen euro op het einde van 2023. De negatieve vrije kasstroom werd voornamelijk veroorzaakt door de strategische transformatie van de Groep. Er waren extra investeringen voor groei en herstructureringen. Daarnaast was er een stijging van het nettowerkkapitaal en was er de verwachte uitgaande kasstroom voor pensioenen .
In 2024 evolueerde de financieringspositie van de vier materiële landen (België, Duitsland, het VK en de VS) zonder de Belgische DC-plannen van min 439 miljoen euro naar min 388 miljoen euro. De verbetering van 51 miljoen euro ten opzichte van 2023 was voornamelijk te danken aan het feit dat de werkgeversbijdragen in België en de uitkeringsbetalingen in Duitsland hoger waren dan de kosten van de toegezegdpensioenregeling.
Voor 2025 zullen de nettorentekosten met 1 miljoen euro dalen tot 13 miljoen euro als gevolg van een lagere disconteringsvoet en een lagere toegezegdpensioenverplichting in de eurozone. De pensioenkosten zullen met 2 miljoen euro dalen tot 9 miljoen euro door een afname van het aantal leden in België en Duitsland. De totale uitgaande kasstroom voor 2025 zal naar verwachting met 3 miljoen euro dalen ten opzichte van 2024 tot 48 miljoen euro als gevolg van lagere bijdragen (België).
De netto financiële schuld exclusief IFRS 16 en exclusief pensioenschulden evolueerde van een nettocashpositie van 37 miljoen euro eind 2023 tot een nettoschuld van 37 miljoen euro eind 2024. Aan het einde van 2024 was de leverage ratio (netto schuld / aangepaste EBITDA) 0,7 tegenover convenanten van maximaal 3. De rentedekkingsratio (aangepaste EBITDA /rente-uitgaven) was 12,3 tegenover convenanten van minimaal 5.
| 2023 | 2024 | |
|---|---|---|
| Netto financiële schuld (excl. IFRS 16 en excl. Pensioenschuld) (1) | (37) | 37 |
(1) de som van langlopende en kortlopende rentedragende verplichtingen aan banken inclusief langlopende en kortlopende leaseverplichtingen, inclusief negatieve banksaldi minus Geldmiddelen en kasequivalenten.# AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
(46) 2023 2024
(1) De som van ‘Nettokasstromen uit/(gebruikt in) bedrijfsactiviteiten’ en ‘Netto kasstromen uit/(gebruikt in) investeringsactiviteiten exclusief de impact van ‘Overnames, na aftrek van verworven geldmiddelen’, ‘Ontvangen rente’ en de ‘Nettokasstromen uit/(gebruikt in) bedrijfs- en investerings- activiteiten die verband houden met beeindigde activiteiten’
(1) De som van Voorraden plus Handelsvorderingen plus Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten minus Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten en minus Handelsschulden.
IFRS16 en exclusief pensioenschulden evolueerde van een nettoschuldpositie van 6 miljoen euro op het einde van 2023 tot een nettoschuldpositie van 87 miljoen euro op het einde van 2024.
De som van netto financiële schuld incl. IFRS16 en de verplichtingen voor regelingen inzake vergoedin- gen na uitdiensttreding en ontslag op lange termijn – nettobalanspositie, evolueerde van 463 miljoen euro op het einde van 2023 naar 492 miljoen miljoen euro op het einde van 2024. De netto financiële schuld voor regelingen inzake vergoedingen na uitdiensttreding en ontslag op lange termijn is gedaald met 61 miljoen euro, respectievelijk 52 miljoen euro. Verdere informatie betreffende deze positieve evolutie wordt toegelicht in nota 13 van het Financieel Verslag. Voor een uitleg betreffende de kasstromen in 2023 en 2024 en de resulterende evolutie in netto financiële schuld, verwijzen we naar nota 6.5 van het Financieel Verslag.
De Agfa-Gevaert Groep verwacht dat de groeimotoren sterk zullen blijven presteren in 2025. Zoals gewoonlijk wordt om seizoensgebonden redenen een trager begin van het jaar verwacht, gevolgd door een sterkere tweede helft. Deze vooruitzichten zijn gebaseerd op het huidige economische klimaat.
Een deel van de openstaande vordering in verband met de verkoop van de divisie Offset Solutions aan Aurelius Group staat nog ter discussie. Het geschil is voorgelegd aan een onafhankelijke deskundige, die de definitieve aankoopprijs zal moeten vaststellen. De Onderneming heeft er geen zicht op wanneer de onafhankelijke expert het rapport zal afronden en wat de uitkomst zal zijn.
Het programma om de kostenbasis van de filmgerelateerde activiteiten aan te passen aan de realiteit in de markt ligt op schema. Verwacht wordt dat het programma zal bijdragen aan de kasstroom en dat het de kostenbasis met 50 miljoen euro zal verlagen tegen het einde van 2027. Voorts wordt verwacht dat de eerste besparingen in de tweede helft van 2025 zichtbaar zullen worden.
Agfa HealthCare transformeert de zorgverlening. Het zorgt ervoor dat zorgverleners over de hele wereld op een holistische, snelle en zinvolle manier met patiëntbeelden aan de slag kunnen. Als gerenommeerde 'Empowerer' van de gezond- heidszorggemeenschap was Agfa HealthCare de eerste in de industrie om een Enterprise Imaging Platform vanaf de grond op te bouwen. Vandaag ondersteunt het voortdurend evoluerende en ver- enigde Enterprise Imaging Platform zijn klanten
“Bij Agfa HealthCare gaan we verder dan het leveren van tech- nologie. We zijn een strategische partner gericht op het succes van de klant. Vertrouwen ligt aan de basis van onze proactieve samenwerking, waarbij we ons richten op langetermijnvisies en het gebruik van technologie stimuleren. Door het delen van expertise helpen we bij het ondersteunen van impactvolle opera- tionele resultaten en anticiperen we op toekomstige uitdagingen. Ons doel is om samen te groeien en een verlengstuk te worden van de teams van onze klanten. We geven prioriteit aan tastbare successen en duurzame partnerschappen die ons helpen om vol vertrouwen onbekend terrein te betreden.”
Nathalie McCaughley , President Agfa HealthCare
| MILJOEN EURO | 2024 | 2023 | % evolutie |
|---|---|---|---|
| Opbrengsten | 242 | 249 | -3,0% |
| Aangepaste EBITDA (*) | 32,9 | 31,2 | 5,5% |
| % van de opbrengsten | 13,6% | 12,5% | |
| Aangepaste EBIT (*) | 25,4 | 24,1 | 5,6% |
| % van de opbrengsten | 10,5% | 9,7% |
(*) Voor reorganisatiekosten en aanpassingen met snelle, naadloze toegang, vlotte samenwerking en een alomvattend beeld van patiënten. Dit alles is samengebracht in een systeem dat ontworpen is om radiologen en clinici meer mogelijkheden te geven. Agfa HealthCare staat voor ‘life in flow’. Het biedt systemen die niet alleen de prestaties van radiologen verbeteren, maar die hen ook helpen om zich zonder afbreuk aan hun welzijn professioneel te ontplooien. Hierbij staat de balans tussen Groeien, Werken en Leven centraal.
Vooral op basis van cloud-gerelateerde contracten met high-profile klanten boekte HealthCare IT een recordstijging van de order intake van 32%, van 124,6 miljoen euro in het voorgaande jaar tot 164,8 miljoen euro. 27% van de totale order intake over het volledige jaar 2024 houdt verband met cloud-technologie. Netto nieuwe klanten vertegenwoordigen 33% van de totale order intake. 66% van de totale order intake is gelinkt aan projectcontracten en 34% aan contracten met terugkerende inkomsten.
Zoals verwacht en als gevolg van de marktomschakeling naar cloud-technologie, daalde de omzet met 3,0% tegenover 2023. De recurrente omzet groeide daarentegen met 4% en hij bedraagt nu 57% van de totale omzet over het volledige jaar. Vooral door de hogere servicecontributie en een hogere bijdrage van eigen IP-software in de totale omzet, verbeterde de brutowinstmarge van HealthCare IT van 46,5% in 2023 tot 48,8%, wat voor deze divisie het hoogste percentage ooit is. De aangepaste EBITDA -marge evolueerde van 12,5% tot 13,6%, met een opvallend sterke prestatie in het vierde kwartaal.
Diagnostiek is de ruggengraat van een ziekenhuis. Medische beeldvorming biedt vaak de essentiële informatie die nodig is om met vertrouwen een diagnose te stellen en tijdig de behande- ling van de patiënt te starten. Of het nu gaat om een noodgeval, een routinecontrole of de behandeling van een langdurige ziekte, patiënten verwachten dat de leden van hun zorgteam naadloos en onmiddellijk toegang hebben tot hun beelden en rapporten. In het dynamische landschap van de moderne gezondheids- zorg breiden zorgstelsels uit, vormen ze nieuwe samenwer- kingsverbanden, passen ze zich aan aan de toenemende patiëntvolumes en omarmen ze innovatieve technologieën. Deze vooruitgang komt op een moment dat burn-out in de radiologie toeneemt, verergerd door personeelstekorten, waardoor ongekende eisen worden gesteld aan personeel, middelen en infrastructuur. Te midden van deze uitdagingen ligt een kans om processen te vereenvoudigen, de klinische samenwerking te verbeteren en de efficiëntie van de workflow te verhogen. Door de complexiteit te verminderen, kunnen zorgverleners steeds met de uitkomst voor de patiënt als uitgangspunt naadloze zorg leveren, moeiteloze samenwerking bevorderen en operationele uitmuntendheid bereiken. Dit is waar Agfa HealthCare op het toneel komt, met oplossingen die ontworpen zijn om aan deze eisen te voldoen en de toekomst van de gezondheidszorg te ondersteunen.
Agfa HealthCare's Enterprise Imaging is ontworpen om een verbonden, collaboratieve en schaalbare zorggemeenschap op te bouwen. Zijn eengemaakte platform maakt dit mogelijk door multispecialisti- sche ecosystemen van digitale gezondheidsoplossingen aan te bieden. Zo zijn beelden beschikbaar voor alle leden van het zorgteam, ongeacht waar ze zich bevinden. Dit zorgt voor een verbeterde patiënt- ervaring en helpt tegelijkertijd de zakelijke, operationele en financiële resultaten te verbeteren. Agfa HealthCare zorgt voor een naadloze verbinding van afdelingen op verschillende locaties en richt zich op het creëren van een uitzonderlijke ervaring en echte empowerment. Hierdoor zorgt het voor zijn gebruikers voor balans tussen Groeien, Werken en Leven.
Op RSNA 2024 introduceerde Agfa HealthCare een aantal vernieuwende technologieën, bijvoorbeeld op het vlak van cloud, netwerk radiologie, workflow orchestratie en AI. Deze technologieën doorbreken belemmeringen voor beeldvorming, bevorderen groei en naadloze integratie en versterken radiologienet- werken door verbeterde connectiviteit. Door teams in staat te stellen productiever te zijn – zonder extra stress – helpt Agfa HealthCare bij het bereiken van succes zonder grenzen.
Naast deze onderscheidingen werden sterke pres- taties door Agfa HealthCare gerapporteerd in het KLAS Research Latin America PACS 2024-rapport. In de Spaanstalige regio's van Latijns-Amerika en de Caraïben werd de Onderneming uitgeroepen tot marktleider voor zijn Enterprise Imaging for Radiology-oplossing. Het systeem werd erkend voor zijn betrouwbaarheid, gebruiksgemak en robuuste klantenondersteuning. Na de succesvolle herlancering van zijn activiteiten in Brazilië kreeg Agfa van de KLAS-ondervraagden lof voor de betrouwbaarheid en de waarde van zijn oplossingen.
Het 2024 Best in KLAS-rapport belicht de best preste- rende IT-oplossingen voor de gezondheidszorg, zoals bepaald door uitgebreide evaluaties en inzichten van duizenden zorgverleners.# AGFA-GEVAERT Jaarverslag 2024
Deze awards weerspiegelen Agfa HealthCare's niet-aflatende focus op het leveren van innovatieve oplossingen en uitzonderlijke service aan zijn klanten wereldwijd. Agfa HealthCare werd bekroond met twee zeer gewaardeerde awards in het 2024 Best in KLAS-rapport.
Agfa HealthCare behaalde de eerste plaats in de KLAS Universal Viewer (Imaging) categorie. Deze erkenning bevestigt de toewijding van de Onderneming aan het leveren van klantgerichte, geavanceerde oplossingen op maat van de evoluerende behoeften van de beeldvormingsmarkt in de VS en daarbuiten.
Agfa HealthCare's Enterprise Imaging for Radiology behaalde ook de eerste plaats in de categorie PACS Midden-Oosten/Afrika. Deze onderscheiding benadrukt Agfa's toewijding aan het leveren van hoogwaardige oplossingen en uitzonderlijke ondersteuning aan klanten in de regio.
Agfa HealthCare wint prestigieuze 'Best in KLAS' 2024 awards in verscheidene categorieën
33 AGFA-GEVAERT Jaarverslag 2024
Op basis van zijn oplossingen van de volgende generatie bouwde Agfa HealthCare in 2024 een aanzienlijk momentum op door het binnenhalen van verscheidene nieuwe Enterprise Imaging-contracten met toonaangevende zorgorganisaties over de hele wereld. In de Verenigde Staten kozen meerdere gerenommeerde zorginstellingen voor de oplossingen van Agfa HealthCare. De meeste van deze netto nieuwe contracten zijn cloud-gebaseerde oplossingen, wat de groeiende verschuiving naar cloud-technologie onderstreept en voortbouwt op het momentum van Agfa's Enterprise Imaging Cloud. Deze netto nieuwe contracten betekenen een opmerkelijke uitbreiding van Agfa HealthCare's aanwezigheid in de VS. De XERO Universal Viewer van de onderneming ondersteunt de uitgebreide zorgsamenwerking in bijna 800 zorgorganisaties. Het aantal VNA-installaties ligt boven 170. Tot de gebruikers van deze technologieën behoren enkele van 's werelds grootste en meest prestigieuze zorgondernemingen. Als een van de langst bestaande Imaging IT-bedrijven wereldwijd pionierde Agfa HealthCare 10 jaar geleden voor het eerst met Enterprise Imaging. Het is er trots op de grootste EI-ervaring in de industrie te hebben. Agfa HealthCare's Enterprise Imaging Platform is in gebruik in meer dan 1.000 zorgsites over de hele wereld.
1.000+ Enterprise Imaging-installaties
34
In een belangrijke stap voorwaarts voor de gezondheidszorgtechnologie in het zuidwesten van South Carolina zal Self Regional Healthcare zijn beeldvormingsmogelijkheden transformeren door Agfa HealthCare's Enterprise Imaging Cloud te implementeren. Dit partnerschap brengt de geavanceerde mogelijkheden van cloudgebaseerde beeldvormingstechnologie naar het Self Regional Healthcare-systeem. Agfa HealthCare Enterprise Imaging Cloud, een volledig beheerde Software-as-a-Service (SaaS), zal Self Regional een geavanceerd platform voor beeldvormingsbeheer bieden. Dit platform combineert de beste financiële en klinische voordelen van een beheerde SaaS, waaronder een betere kostenbeheersing, snelle schaalbaarheid, hoge betrouwbaarheid, automatische software-updates en een zorgeloze operationele levenscyclus. Agfa HealthCare beheert Enterprise Imaging Cloud op Amazon Web Services (AWS), waardoor Self Regional kan genieten van de robuuste beveiliging die met AWS gepaard gaat.
“Enterprise Imaging Cloud zal verschillende grote uitdagingen voor ons aanpakken. We wilden de toegang tot en het beheer van beelden vereenvoudigen voor onze artsen. We wisten dat de ideale vooruitstrevende oplossing onze artsen en klinische stafleden één overzicht zou geven van alle gegevens samen, inclusief radiologie, borstbeeldvorming, cardiologie, echografie, nucleaire geneeskunde en meer. Enterprise Imaging Cloud biedt ons dat allemaal, en nog veel meer."
Andy Hartung, CIO bij Self Regional Healthcare
Agfa HealthCare's Enterprise Imaging Platform werd door Groupe santé CHC in Luik aangesteld voor zijn volledige medische beeldvormingsafdeling. Het zal worden ingezet in de vier ziekenhuizen en elf vestigingen van de Groep. Dit 10-jarige contract omvat de levering, installatie, ingebruikname en het onderhoud van Enterprise Imaging for Radiology en de Enterprise Imaging VNA, die gebruikt zullen worden voor ziekenhuisbeeldvorming in verschillende klinieken en poliklinieken. De hele afdeling voert jaarlijks meer dan 400.000 onderzoeken uit.
“Ons strategisch plan, Pulse, werd in 2021 gelanceerd. Het moet ons in staat stellen zowel de voordelen als de uitdagingen voor zorgorganisaties nu en in de toekomst aan te pakken. Dit houdt onder meer in dat we ervoor moeten zorgen dat de radiologen in al onze ziekenhuizen toegang hebben tot de nieuwste generatie hoogwaardige, innovatieve apparatuur, zodat op elke locatie de beste onderzoeken kunnen worden uitgevoerd onder de best mogelijke omstandigheden. Enterprise Imaging zal dat doel ondersteunen door het voor onze medische beeldvormingsafdeling gemakkelijker te maken om haar efficiëntie te maximaliseren en haar maximale potentieel te bereiken."
Dr. François Dister, Hoofd van de afdeling medische beeldvorming van Groupe santé CHC
35
AGFA-GEVAERT Jaarverslag 2024
Agfa HealthCare werd geselecteerd om een geavanceerd cloud-gebaseerd Enterprise Imaging Platform te installeren in alle vestigingen van Alliance Medical in het Verenigd Koninkrijk. Het project heeft tot doel het volledige patiëntentraject te stroomlijnen en een robuust en duurzaam partnerschap tussen Agfa Health- Care en Alliance Medical tot stand te brengen. Alliance Medical, een vertrouwde partner van de NHS, levert beeldvormingsdiensten in 46 vaste vestigingen en met 64 mobiele scanners.
“Het partnerschap zal een sleutelrol spelen in het bereiken van onze strategische visie voor onze patiënten en stakeholders. Het zal ons engagement ondersteunen om diagnostiek te integreren in bestaande zorgprocessen. De oplossing van Agfa HealthCare sprong er echt uit en het digitale ecosysteem dat ze samenbrachten zal de ervaring, kennis en innovatie leveren die nodig is om een complete cloud-gebaseerde oplossing te creëren die het volledige patiëntentraject dekt."
Pete Winchester, UK Managing Director bij Alliance Medical
Agfa HealthCare's Enterprise Imaging Platform werd geselecteerd door de Griekse overheid voor 37 openbare ziekenhuizen in twee Griekse regio's. Het contract werd toegekend via Agfa HealthCare's Griekse partners Computer Solutions en Intracom Telecom. Het gezamenlijke doel van het project is om de ziekenhuisactiviteiten te moderniseren en de werkingskosten aanzienlijk te verminderen door middel van geavanceerde technologische oplossingen.
“Onze sterke lokale aanwezigheid en ons diepgaande inzicht in het gezondheidszorglandschap in Griekenland hebben bijgedragen tot dit partnerschap. We zijn enthousiast om samen met Agfa HealthCare een oplossing te leveren die de operationele mogelijkheden van openbare ziekenhuizen in de regio aanzienlijk zal verbeteren."
Spyros Pazianas, CEO van Computer Solutions
Op basis van Agfa HealthCare's Enterprise Imaging Platform zal RedSalud een nationaal zorgnetwerk opzetten. De integratie van state-of-the-art tools, waaronder taakbeheer, workfloworkestratie en cloud platforms, betekent een cruciale stap in de revolutie van de gezondheidszorg in Chili. Het particuliere gezondheidsnetwerk RedSalud telt meer dan 30 medische centra, 40 tandheelkundige centra en negen ziekenhuizen in het hele land.
“Agfa HealthCare heeft enkele van de modernste systemen ter wereld. We hopen dat dit nieuwe systeem zal bijdragen tot een betere doorstroming doorheen het volledige beeldvormingsproces en dat het de ervaring van zowel de arts als de patiënt zal verbeteren. Dit systeem opent ook een groot potentieel voor het gebruik van Artificiële Intelligentie ter ondersteuning van medische diagnoses."
Daniel de la Maza, CIO van RedSalud
37
AGFA-GEVAERT JAARVERSLAG 2024
Agfa’s divisie Digital Print & Chemicals is een toonaangevende leverancier van digitale drukoplossingen voor de drukmarkten, alsook van innovatieve oplossingen voor de groene energie-economie en diverse andere industriële sectoren. Op het vlak van digitaal drukken levert Agfa de allernieuwste inkjetdrukoplossingen – apparatuur, verbruiksgoederen, software en diensten – ontworpen voor kwaliteitsvolle, efficiënte productie in de sign & display- en
| MILJOEN EURO | |||
|---|---|---|---|
| 2024 | 2023 | % evolutie | |
| Opbrengsten | 438 | 409 | 7,2% |
| Aangepaste EBITDA (*) | 30,8 | 18,6 | 65,2% |
| % van de opbrengsten | 7,0% | 4,6% | |
| Aangepaste EBIT (*) | 13,6 | 2,6 | 425,7% |
| % van de opbrengsten | 3,1% | 0,6% |
(*) Voor reorganisatiekosten en aanpassingen
verpakkingsmarkten en in een brede waaier van andere industriële markten. Om de overgang naar groene energie te ondersteunen, biedt de divisie innovatieve membranen voor de productie van groene waterstof, waarmee ze bijdraagt aan een radicaal groenere toekomst. Op het vlak van Specialty Films & Chemicals levert Agfa een uitgebreide portfolio van films, gecoate producten en chemicaliën om te voldoen aan de behoeften van uiteenlopende industrieën.
"In 2024 breidden we onze activiteiten uit op het gebied van digitaal printen, groene waterstofoplossingen en specialty films & chemicals en introduceerden we verscheidene innovaties op het gebied van inkjetdruk. We hebben ons aanbod versterkt door voortdurende R&D-inspanningen en we hebben getalenteerde nieuwe collega's van over de hele wereld verwelkomd. Vooruitkijkend zullen we voortbouwen op dit momentum, door het stimuleren van innovatie en door duurzaamheid te integreren in onze productontwerpen.# Zo willen we voorop blijven lopen in onze industrieën en uitmuntendheid blijven leveren aan onze klanten.” Vincent Wille , President Digital Print & Chemicals Radiology Solutions Digital Print & Chemicals 38 Digital Print & Chemicals in 2024
De omzet van de divisie Digital Print & Chemicals groeide met 7,2%, vooral onder impuls van de aanhoudende groei voor Green Hydrogen Solutions en Digital Printing Solutions. Ondanks de stijgende zilverkost verbeterde de brutowinstmarge van de divisie van 27,1% van de omzet in 2023 tot 29,0%. Dit was deels het gevolg van succesvolle prijszettingsacties voor filmactiviteiten. Vooral dankzij de sterke prestaties van Green Hydrogen Solutions en Digital Printing Solution, groeide de aangepaste EBITDA-marge van de divisie van 4,6% van de omzet in 2023 tot 7,0%.
De Digital Printing Solutions-business boekte in 2024 een recordhoge omzet- en EBITDA-resultaten. In 2024 zag de business een geleidelijke kwartaal-op-kwartaal versnelling van de omzetgroei ten opzichte van het voorgaande jaar, wat resulteerde in een groei van 13% over het volledige jaar. Dit toont duidelijk het succes aan van de groeistrategie voor deze activiteiten. Agfa verwacht dat het in 2025 verder zal voortbouwen op het momentum voor zijn digitale drukportfolio voor het sing & display-marktsegment, gebaseerd op recente productlanceringen en op het wereldwijde strategische partnerschap tussen Agfa en EFI voor digitale drukapparatuur. Voorts boekte Agfa een solide vooruitgang in het marketsegment voor industrieel en verpakkingsdrukwerk. Deze business zal vanaf 2025 beginnen bij te dragen.
De omzet voor inkten groeide met 15%, mede dankzij het lopende programma om vroegere Inca-klanten om te schakelen naar Agfa’s inktsets. De omzet van de ZIRFON-membranen voor waterstofproductie op basis van hernieuwbare energie groeide met 27% tegenover 2023. Het algemene marktmomentum verbetert met een toenemende interesse in alkalische waterelektrolyseprojecten voor groene waterstof; er worden belangrijke investeringen verwacht in Europa dankzij versterkte of voortgezette ondersteuningsmechanismen (IPCEI, Hydrogen Bank, H2Global) en de verdere implementatie van EU-wetgeving. Agfa ging door met het uitbreiden van zijn klantenbasis op basis van de groeiende interesse in Azië, wat resulteerde in een eerste grote klant in India. De bouw van een nieuwe ZIRFON- fabriek op industriële schaal in Mortsel, België ligt op schema. In september 2024 werd in Mortsel een nieuw ZIRFON-lab in gebruik genomen.
Inkjettechnologie is een toonaangevend alternatief geworden voor traditionele drukmethoden zoals zeefdruk, offset, gravuredruk en flexodruk. Als digitale oplossing maakt het ongeëvenaarde personalisatie, kortere oplagen en just-in-time productie mogelijk, waardoor bedrijven hun aanbod kunnen diversifiëren en tegelijkertijd doorlooptijden, afval en werkkapitaalvereisten kunnen minimaliseren.
Agfa ontwikkelt en produceert al meer dan twee decennia ultramoderne inkjetdrukoplossingen. Het stimuleert de toepassing van inkjetdruk in verschillende industrieën. Door actief samen te werken met zowel drukkerijen als goederenproducerende bedrijven streeft Agfa ernaar om drukinnovaties te ontwerpen die voldoen aan hun behoeften en die hen in staat stellen om veelzijdiger en efficiënter te worden.
Aanbieders van sign & display-drukwerk en goederenproducerende industrieën die digitaal willen drukken, gebruiken Agfa's oplossingen voor het drukken op een brede waaier van substraten voor een steeds groter wordende reeks toepassingen, zoals uithangborden, displays, reclameborden, promotie- materiaal, verpakkingen, lederwaren, gelamineerde vloeren en decoratieve materialen. Voor sign & display- en verpakkingsdrukkerijen biedt Agfa een uitgebreid portfolio van perfect op elkaar afgestemde printers, inkten en software. Agfa heeft de juiste drukoplossing voor elke markt of toepassing, of die nu hoge productiviteit, uitzonderlijke kwaliteit of veelzijdigheid vereist.
Vernoemd naar formidabele dieren, zijn deze inkjetprinters van nature krachtig, elk met unieke sterke punten ingebouwd in het ontwerp. Bovendien integreren verschillende goederenproducerende industrieën Agfa's inkjetinkten en vloeistoffen in hun productieproces, wat differentiatie mogelijk maakt, de time-to-market versnelt en de kostenefficiëntie verbetert.
De SpeedSet Orca 1060 printer is klaar om de markt voor verpakkingsdrukwerk te veranderen. Hij combineert de robuustheid en printkwaliteit van een offsetpers met de aantrekkelijke eigenschappen van inkjetprinten. Met snelheden tot 11.000 B1-vellen per uur biedt hij aan offset gelijkaardige printkwaliteit, maar ook kortere insteltijden, minder materiaalverspilling en efficiënt printen van variabele data. Onthuld in december 2023, werd de allereerste SpeedSet Orca 1060 inkjetprinter op water- basis in 2024 met succes geïnstalleerd bij The Delta Group. Hij produceert er aan ultrahoge snelheid kwaliteitsvolle verpakkingsprints.
Met als motto 'Powerful by Nature' presenteerde Agfa op de FESPA Global Print Show in Amsterdam zijn uitgebreide, verbeterde en vernieuwde inkjetprinterportfolio. Bovenop de reeds bewezen grootformaat inkjettechnologie, zoals de Jeti Tauro en de Onset Grizzly, werden drie gloednieuwe beesten op de markt gebracht:
Begin 2024 kondigden Agfa en EFI aan dat ze een wereldwijd strategisch partnerschap zijn aangegaan met als doel elkaars baanbrekende technologieën te benutten. De samenwerking tussen twee marktleiders betekende een belangrijke mijlpaal in de wereld van grootformaat inkjetdruk. Binnen het kader van het partnerschap integreerde Agfa EFI's roll-to-roll- systeem in zijn aanbod, terwijl EFI Agfa's high-end hybride inkjetprinters in zijn aanbod opnam.
Agfa ontwikkelt en produceert zijn inkjetinkten zelf, zodat ze perfect afgestemd zijn op zowel de printers waarin ze gebruikt worden als op specifieke materialen en printtoepassingen. Dit garandeert de hoogste afdrukkwaliteit, de meest betrouwbare en consistente prestaties en het laagste inktverbruik. Agfa’s inkten zijn GREENGUARD Gold-gecertificeerd, wat betekent dat ze voldoen aan 's werelds strengste normen op het vlak van chemische uitstoot en dat ze gebruikt kunnen worden in gevoelige binnenomgevingen zoals scholen en zorginstellingen.
Efficiëntie en automatisering zijn sleutelwoorden in de hedendaagse drukkerijen. Agfa's high-end printers zijn uitgerust met geavanceerde automatiseringsopties – inclusief robots – voor het laden en ontladen van druksubstraten. Ook Agfa's workflowsoftware draagt bij tot een meer geautomatiseerd productieproces. Deze software stroomlijnt digitale printworkflows door het beperken van manuele interventies (en dus fouten). Voorts zorgt hij voor een beperking van de stilstanden en voor minder verspilling van media. Een intuïtief dashboard met productieoverzicht zorgt voor een efficiënte planning en opvolging van opdrachten.
Tot slot hecht Agfa veel belang aan een uitstekende service voor zijn klanten. De onderneming beschikt over een team van deskundige ingenieurs over de hele wereld en over online monitoring tools die snelle interventies op afstand mogelijk maken. Geavanceerde opleidingsprogramma's en feedback- sessies zorgen ervoor dat drukkerijen de Agfa-oplossingen met vertrouwen kunnen gebruiken en altijd up-to-date blijven.
Gesteund door recente productlanceringen en een sterke interesse voor zijn inktsets, alsook door het EFI-samenwerkingsverband, kon Agfa een aanzienlijk momentum creëren voor zijn Digital Printing Solutions-business. In 2024 bleven Agfa's inkt- en apparatuurassortimenten voor sign & display, verpakkingen en industriële toepassingen klanten over de hele wereld overtuigen van hun uitstekende drukkwaliteit en hoge productiesnelheden.
Freestyle Designs werd de eerste klant in het Verenigd Koninkrijk voor de Anapurna Ciervo H3200, Agfa's nieuwe veelzijdige hybride grootformaat inkjetprinter. De printer bleek perfect voor hun brede scala aan printtoepassingen, waaronder bewegwijzering, reclameborden, winkelpuien, muurreclame en voertuig- wraps. De nieuwe machine zorgde voor een betere afdrukkwaliteit, hogere snelheden en lager inktverbruik. Het bedrijf kan nu ook meer jobs intern afhandelen.
“We hadden een printer nodig die grotere materialen kon verwerken aan hogere printsnelheden. We begonnen te kijken naar machines die wand- bekleding tot 3m zonder naden aankonden. Uiteindelijk kozen we voor de nieuwe Anapurna Ciervo omdat die sneller was en minder inkt verbruikte. We waren ook onder de indruk van de kwaliteit, perfect voor ons gedetailleerde werk.”
Jayson Godridge, eigenaar Freestyle Designs
Na de succesvolle voorstelling van de SpeedSet Orca 1060 in december 2023, tekende The Delta Group als eerste voor Agfa’s op water gebaseerde verpakkingsprinter. De SpeedSet Orca 1060 is een gamechanger in de vouwkartonmarkt. Dankzij de hoge productiesnelheden, grote flexibiliteit en veelzijdigheid stelt de pers bedrijven in staat om kleinere opdrachten aan te nemen en ze sneller dan ooit te leveren. The Delta Group, een van de grootste drukkerijen voor de detailhandel, heeft de afgelopen jaren verscheidene duurzaamheidsprijzen gewonnen. De op water gebaseerde inkjettechnologie van de SpeedSet past perfect in de duurzaamheidsvisie van het bedrijf.
“We waren enthousiast om de eerste SpeedSet Orca 1060 ter wereld in onze fabriek te verwelkomen.# AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Martin Ship, COO van The Delta Group Digital Print & Chemicals, zei: "We zullen hem tot het uiterste drijven en we verwachten geweldige dingen van de pers.”
Flower City Group, een toonaangevende leverancier van marketingdisplays voor de detailhandel, revolutioneerde zijn activiteiten en verhoogde zijn productie-efficiëntie met Agfa's Onset Grizzly X3 HS. De 24/7-capaciteit van de printer, de snelle wisseling van media en de consistente output stellen FCG in staat om doorlooptijden te verbeteren en om zo voor nationale merken sneller en kostenefficiënter retailsignage-projecten van hoge kwaliteit af te leveren.
“De Onset Grizzly X3 HS heeft onze activiteiten getransformeerd, waardoor we retailsignageprojecten voor nationale merken sneller, consistenter en kostenefficiënter kunnen leveren, wat cruciaal is voor het behouden van ons concurrentievoordeel.” Steve Schuld, CEO Flower City Group
Calcomanías Tradicionales, een toonaangevende Mexicaanse drukkerij die in de jaren 80 werd opgericht, staat al lang bekend om haar toewijding aan innovatie en kwaliteit. Naarmate het bedrijf zich uitbreidde, zocht het naar spitstechnologie om te voldoen aan de eisen van industrieën zoals de auto-industrie en de reclamewereld, waar precisie en innovatie onontbeerlijk zijn. Agfa's Jeti Tauro is naadloos geïntegreerd in hun activiteiten. Hij biedt zowel snelheid als betrouwbaarheid.
“Dankzij de hybride mogelijkheden van de Jeti Tauro kunnen we zowel op harde substraten als rol-naar-rol drukken, waardoor het een ongelooflijk dynamische tool is voor onze productiebehoeften. Omdat Agfa de machine, de software en de inkten produceert, is de hele workflow 100% geoptimaliseerd.” Raúl Salgado, Sales Director Calcomanías Tradicionales
Agfa’s inkjet printing solutions wonnen vier Pinnacle Product Awards van PRINTING United Alliance. De awards belonen uitmuntende producten die vooruitgang in kwaliteit, capaciteit en productiviteit binnen de drukindustrie stimuleren. PRINTING United Alliance is de meest uitgebreide vereniging voor drukkerijen in de Verenigde Staten.
De bekroonde oplossingen waren:
Trots ontving Agfa prestigieuze EDP Awards voor twee van zijn recent geïntroduceerde inkjetinnovaties. Elk jaar beoordeelt een panel van onafhankelijke experts van de European Digital Press Association (EDP) nieuwe printproducten voor de Europese markt op productiviteit, kwaliteit, bruikbaarheid, kostprijs en milieu-impact.
De bekroonde oplossingen:
Met zijn best-in-class ZIRFON-membranen voor groene waterstofproductie is Agfa goed geplaatst om de overgang naar groene energie te helpen aandrijven. Agfa's membranen zijn een essentieel onderdeel van elektrolysetechnologieën voor groene waterstofproductie. ZIRFON is een zeer efficiënte separator voor gebruik in geavanceerde alkalische waterelektrolysesystemen (die water scheiden in zuurstof en waterstof), met een uitzonderlijke stabiliteit en veiligheid, zelfs in de dynamische voedingsomgeving van hernieuwbare energieën. ZIRFON-membranen verbeteren zowel de efficiëntie als de betrouwbaarheid van elektrolyzers en verlagen de kosten van groene waterstofproductie.
Het ZIRFON-membraan geniet de voorkeur van ontwikkelaars van industriële installaties voor de productie van groene waterstof, omdat het superieure prestaties en betrouwbaarheid biedt in vergelijking met traditionele separatoren die vilt of asbest bevatten. Een studie van het Fraunhofer Instituut bevestigt dat alkaline elektrolyse op basis van ZIRFON de meest kostenefficiënte industriële waterstofproductietechnologie tot nu toe is.
In de loop van 2023 startte Agfa met de bouw van een nieuwe productie-eenheid op industriële schaal voor ZIRFON-membranen in zijn vestiging in Mortsel, België. Hierdoor zal de Groep kunnen voldoen aan de stijgende vraag naar duurzame en efficiënte waterstofproductie. De ingebruikname van de fabriek is gepland voor oktober 2025. Aangezien het project volledig overeenstemt met de ambities van de EU om een sterke Europese waterstofeconomie uit te bouwen, kreeg Agfa een subsidie van 11 miljoen euro van het prestigieuze EU Innovatiefonds. In september 2024 nam Agfa ook een nieuw ZIRFON-lab in gebruik in Mortsel.
Agfa is lid van verschillende verenigingen en allianties die waterstof promoten als belangrijke bouwsteen van een uitstootloze toekomst, waaronder de Hydrogen Council, de European Clean Hydrogen Alliance, Hydrogen Europe en WaterstofNet. Agfa trad op 1 januari 2024 als ondersteunend lid toe tot de Hydrogen Council. De Hydrogen Council is een wereldwijd initiatief van CEO's dat toonaangevende bedrijven samenbrengt met een gezamenlijke visie en langetermijnambitie om met waterstof de overgang naar schone energie te bevorderen. Meer over de Hydrogen Council: www.hydrogencouncil.com
In 2024 bleef de verkoop van ZIRFON-membranen sterk groeien. Meer dan 130 actieve klanten gebruiken nu ZIRFON-membranen. Agfa bleef zijn klantenbasis uitbreiden op basis van de stijgende interesse in Azië, wat al resulteerde in een eerste belangrijke commerciële overeenkomst met een klant in India.
Stiesdal Hydrogen, een toonaangevende innovator in hernieuwbare energietechnologie, selecteerde Agfa's ZIRFON-membraan voor gebruik in zijn dynamische HydroGen alkaline waterelectrolyzers (AWE) voor de productie van groene waterstof. Stiesdal Hydrogen's alkaline waterelectrolyzers zijn ontworpen voor dynamische prestaties, met snelle opschalings- en afschalingsmogelijkheden die ze ideaal maken voor het koppelen met fluctuerende hernieuwbare energiebronnen zoals wind en zon. De kern van deze systemen wordt gevormd door Agfa's ZIRFON-membraan, een vitale component die een efficiënte werking onder wisselende omstandigheden mogelijk maakt. Stiesdal koos ZIRFON voor zijn bewezen efficiëntie, betrouwbaarheid en uitstekende gasbarrière-eigenschappen.
“We kozen Agfa's ZIRFON-membraan voor onze HydroGen-elektrolysesystemen omdat het erkend wordt voor zijn toonaangevende duurzaamheid en uitstekende prestaties in elektrolyse van alkalisch water. Door zijn befaamde eigenschappen en betrouwbaarheid op lange termijn is het ideaal voor onze dynamische systemen. Het verzekert een efficiënte en stabiele werking, zelfs onder fluctuerende omstandigheden die eigen zijn aan hernieuwbare energie.” Bo Birkemose, Head of Strategic Partnering, Stiesdal Hydrogen
In 2024 versterkte Agfa zijn samenwerking met VITO, een wereldwijd centrum voor technologische ontwikkeling. VITO en Agfa zullen samenwerken aan de ontwikkeling van nieuwe poreuze gasafscheidingsmembranen om de prestaties van elektrolyzers te verbeteren en de totale waterstofproductiekosten te verlagen. In 2007 resulteerde de samenwerking tussen Agfa en VITO in de commerciële lancering van de eerste generatie ZIRFON-membranen.
Agfa ontwikkelt en produceert speciale chemicaliën voor veelbelovende groeimarkten, zoals geleidende polymeren voor gebruik in hybride en elektrische wagens. Bovendien brengt de onderneming producten op de markt voor uiteenlopende toepassingen zoals gedrukte schakelingen, synthetisch papier, veiligheidsdocumenten, niet-destructief materiaalonderzoek en luchtfotografie. Via AgfaLabs biedt de onderneming diensten aan op het vlak van analyse, procesontwikkeling en contractproductie.
Agfa is een erkend expert op het vlak van geleidende polymeren voor gebruik in antistatische beschermlagen voor films en componenten en in transparante elektrodes. Op basis van deze producten ontwikkelde Agfa zijn ORGACON-productlijn van geleidende drukinkten, pasta's en formuleringen verder voor gebruik in elektronische apparaten en toepassingen als capacitieve sensoren, aanraakschermen en membraanschakelaars.
Agfa is een toonaangevende producent van phototooling-film voor de productie van gedrukte schakelingen (Printed Circuit Boards – PCB) voor de elektronica-industrie. Elektronicaproducenten gebruiken de film om de geleidende circuits op een koperen laminaat aan te brengen. Omdat inkjet wordt aanzien als de technologie die de PCB-productie merkbaar efficiënter en milieuvriendelijker kan maken, concentreert Agfa zijn O&O-inspanningen op de ontwikkeling van inkjetinkten voor de productie van gedrukte schakelingen. Deze inkten worden op de markt gebracht onder de DiPaMat-merknaam. Het gamma bestaat uit etch resist-inkten, legend-inkten en soldermask-inkten.De phototooling-film van Agfa wordt ook gebruikt bij het proces van chemisch polijsten voor de productie van kleine mechanische onderdelen en bij metaaldecoratie.
Agfa ontwikkelt en verkoopt een gamma synthetische papieren als alternatief voor gelamineerd papier voor toepassingen met hoge eisen op het vlak van duurzaamheid. De papieren worden verkocht onder de merknaam SYNAPS. Ze worden door gebruikers op prijs gesteld voor hun drukefficiëntie. De inkt hecht zich immers uitzonderlijk snel aan het papier. Bovendien zijn de papieren bestand tegen water, scheuren en UV-licht. De SYNAPS-papieren kunnen op offsetdrukpersen met standaardinkten bedrukt worden, maar ook op printers op basis van vloeibare en droge toner. SYNAPS is geschikt voor een grote verscheidenheid aan toepassingen, zoals labels, displays voor binnen en buiten, bewegwijzering en commercieel drukwerk.
Agfa’s SYNAPS is gecertificeerd door RecyClass voor zijn proces waarbij pre- en post-consumer versnijafval wordt ingezameld en hergebruikt in de productie van nieuw SYNAPS-materiaal. Dankzij dit recyclageproces met gesloten kringloop bestaat al het SYNAPS-materiaal dat vandaag wordt geproduceerd voor minstens 15% uit gerecycleerd materiaal. Gecertificeerd door RecyClass
Agfa produceert kwaliteitsvolle röntgenfilm voor niet-destructief materiaalonderzoek. Met de film worden onder meer lasnaden in pijplijnen, stalen structuren en vliegtuigrompen getest. Toen Agfa in 2003 zijn NDT-businessgroep aan de General Electric Company (GE) verkocht, tekenden beide partijen een langetermijnovereenkomst waardoor Agfa röntgenfilm aan GE Inspection Technologies (nu Baker Hughes/Waygate Technologies) kon blijven leveren. Agfa is nu de exclusieve producent van NDT-röntgenfilm en de daarmee verbonden chemicaliën voor Baker Hughes/Waygate Technologies.
Voor de markt van de luchtfotografie levert Agfa films, chemicaliën en fotopapier.
Biedt met een multidisciplinaire aanpak analytische, procesontwikkelings- en contractproductie- diensten. Deze diensten worden geleverd door hoogopgeleid personeel in goed uitgeruste labs en in piloot- en industriële installaties. De AgfaLabs-website (www.agfa.com/agfa-labs/) bevat casestudies die aantonen hoe Agfa bedrijven helpt bij het aanpakken van uitdagingen in verschillende toepassingsgebieden.
De SpeedSet Orca 1060 combineert de robuustheid en printkwaliteit van een offsetpers met de aantrekkelijke eigenschappen van inkjetprinten. Met snelheden tot 11.000 B1-vellen per uur biedt hij aan offset gelijkaardige printkwaliteit, maar ook kortere insteltijden, minder materiaalverspilling en efficiënt printen van variabele data.
AGFA-GEVAERT JAARVERSLAG 2024 49
"We streven ernaar om verder te kijken dan beeldkwaliteit, naar de volledige röntgenervaring. Als de eerste röntgenfoto 'goed' is, moet je minder vaak beelden opnieuw maken, waardoor de workflow van de radiograaf soepeler en bevredigender verloopt, terwijl de patiënt minder straling ontvangt. Met AI die helpt bij het identificeren van pathologieën en ziekten, bieden we een grotere diagnostische waarde, zodat de radioloog sneller beelden van hoge kwaliteit krijgt met de benodigde informatie. Dat is het verhaal achter 'Eén beeld volstaat'."
Jeroen Spruyt , President Agfa Radiology Solutions
51
AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Elke week worden wereldwijd bijna drie miljoen radiografische onderzoeken uitgevoerd met apparatuur van Agfa's divisie Radiology Solutions. Agfa Radiology Solutions zorgt ervoor dat elk van die beelden telt. Het doet dit door de kracht van intelligente technologie te gebruiken om ervoor te zorgen dat radiologen de nauwkeurige en kwaliteitsvolle diagnostische informatie krijgen die ze nodig hebben, vanaf de eerste röntgenfoto die genomen wordt. Eén beeld volstaat.
| MILJOEN EURO | 2024 | 2023 | % evolutie |
|---|---|---|---|
| Opbrengsten | 383 | 425 | -9,8% |
| Aangepaste EBITDA (*) | 15,9 | 37,5 | -57,7% |
| % van de opbrengsten | 4,1% | 8,8% | |
| Aangepaste EBIT (*) | 0,7 | 18,8 | -96,3% |
| % van de opbrengsten | 0,2% | 4,4% |
(*) Voor reorganisatiekosten en aanpassingen
Minder heropnames betekent minder stralingsblootstelling voor patiënten en een vlottere workflow voor radiologen. Het betekent dat radiologen sneller de kwaliteitsvolle beelden krijgen die ze nodig hebben. Het betekent dat zorgcentra meer patiënten kunnen zien en dat die patiënten snelle, nauwkeurige diagnoses krijgen, waardoor ze snel behandeld kunnen worden, met betere resultaten. Eén beeld volstaat.
Radiology Solutions
52
Radiology Solutions in 2024
De volumes van Agfa's medische film volgden de dalende markttrends. De winstgevendheid in deze business werd beïnvloed door de volumedaling en kosten gerelateerd aan productie-inefficiënties. Dit werd gedeeltelijk gecompenseerd door maatregelen om de kosten te beheersen en de activiteiten te stroomlijnen. De brutowinstmarge van de divisie daalde van 31,4% van de omzet in 2023 tot 27,8%. De aangepaste EBITDA-marge daalde van 8,8% van de omzet in 2023 tot 4,1%. Het hoger genoemde programma om de uitdagingen in de filmbusiness aan te pakken ligt op schema. De eerste resultaten ervan worden verwacht vanaf de tweede helft van 2025.
Onder impuls van een sterk vierde kwartaal verbeterde de rendabiliteit in Direct Radiography (DR) en Computed Radiography (CR). Agfa’s DR-business boekte een omzetgroei met 8% in een stabiele markt. In Europa zorgen consolidaties bij gezondheidszorggroepen tot uitgestelde investeringsplannen, terwijl een verdere trend naar grote aanbestedingen de schommelingen tussen kwartalen vergroot. De rendabiliteit van de business verbeterde tegenover het voorgaande jaar en kwartaal-op-kwartaal. In de afgelopen twee jaar heeft Agfa zijn DR-bedrijfsmodel met succes omgebogen van hardware-gedreven naar het toevoegen van zowel workflow- als klinische waarde via software-innovaties, met verscheidene succesvolle introducties in 2024. Als onderdeel van zijn plannen om de voetafdruk van zijn productiefaciliteiten voor Computed Radiography (CR) te herbekijken, bereikte Agfa een akkoord met de sociale partners over het stopzetten van de productie en assemblage van CR-platen en -cassettes in zijn vestiging in Schrobenhausen (Duitsland), wat zal leiden tot de sluiting van deze vestiging.
Radiology Solutions
53
AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Agfa is een wereldwijde aanbieder van traditionele röntgenfilm, hardcopy film en -printers, digitale radiografieapparatuur en beeldverwerkingssoftware. De oorsprong van Agfa ligt in de traditionele medische beeldvorming, maar in de hedendaagse zorgsector is digitale radiografie de dominante technologie geworden. In het segment van de digitale radiografie is Agfa Radiology Solutions actief met technologie voor computed radiography (CR) en direct radiography (DR). Doordat het compatibel is met traditionele radiografieapparatuur, biedt CR ziekenhuisafdelingen die intensief met beelden werken een betaalbare instap in de digitale beeldvorming. DR wordt vaak gekozen door ziekenhuisafdelingen die een hogere capaciteit en de onmiddellijke beschikbaarheid van kwaliteitsvolle digitale beelden eisen. Bovendien maakt mobiele DR-apparatuur beeldonderzoeken aan het ziekenhuisbed mogelijk, bijvoorbeeld in spoedafdelingen of intensieve zorgafdelingen. Veel ziekenhuizen combineren CR en DR om tegemoet te komen aan al hun noden op het vlak van röntgenonderzoek. Als technologische leider voor beide vakgebieden is Agfa als geen ander in staat om zorgcentra die willen investeren in digitale beeldvorming oplossingen op maat aan te bieden. Alle CR- en DR-systemen van Agfa Radiology Solutions worden aangeboden met de toonaangevende MUSICA-beeldverwerkingssoftware en het MUSICA-werkstation voor beeldidentificatie, beeldacquisitie en kwaliteitscontrole. Agfa's SmartXR-portfolio biedt de radiograaf voorspellende workflowassistentie.
Door de concurrentie van de diagnose op beeldscherm is de overblijvende markt voor hardcopyfilm – waarop digitale beelden afgedrukt worden – klein geworden in de VS, Japan en West-Europa. In de meeste andere regio's daalt de markt ook door de digitaliseringsdynamiek. Naast hardcopy film levert Agfa Radiology Solutions ook hardcopy printers die clinici in staat stellen digitale beelden af te drukken die gemaakt zijn door algemene radiografieapparatuur en beelden die gemaakt zijn door andere modaliteiten, waaronder CT- en MRI-scanners.
In 2024 bleven zowel de markt voor traditionele filmoplossingen als de CR-markt dalen. In de VS begon de DR-business aan te trekken, terwijl in Europa consolidatieoefeningen bij zorggroepen leidden tot uitgestelde investeringsplannen. In deze uitdagende marktomstandigheden toonden veel ziekenhuizen en ziekenhuisgroepen hun vertrouwen in Agfa door voor de innovatieve radiologieoplossingen van de onderneming te kiezen voor hun beeldvormingsbehoeften. Op het einde van het jaar had Agfa wereldwijd meer dan 100.000 DRYSTAR hardcopy printers en meer dan 89.000 digitale radiografieoplossingen geïnstalleerd, allemaal met zijn toonaangevende MUSICA-beeldverwerkingssoftware.
60%/30%
3.000.000
Zorgorganisaties rapporteren dat Agfa’s DR-systemen en software hen in staat stellen om de röntgenstralingsdoses met maximaal 60% (1) te verminderen en hun productiviteit met 30% te verhogen. Agfa heeft wereldwijd meer dan 89.000 digitale radiografiesystemen geïnstalleerd. Samen zijn ze goed voor bijna drie miljoen beeldvormingsonderzoeken per week.
1 Tests met gecertificeerde radiologen hebben uitgewezen dat cesiumbromidedetectoren (CR) en cesiumiodidedetectoren (DR), indien gebruikt met MUSICA-beeldverwerking, dosis-verminderringen tussen 50 en 60% kunnen opleveren, vergeleken met traditionele CR-systemen op basis van bariumfluorobromide. Neem contact op met Agfa voor meer details.# Radiology Solutions
Agfa's MUSICA-beeldverwerkingssoftware analyseert automatisch de kenmerken van elk onbewerkt beeld en optimaliseert de verwerkingsparameters, onafhankelijk van het lichaamsdeel of de dosisafwijking. De software verbetert de ruisonderdrukking, biedt een superieure helderheidscontrole, vermindert overbestraling en speelt een belangrijke rol in het mogelijk maken van dosisreductie. Het resultaat is een uitstekende beeldkwaliteit in vergelijking met standaard beeldverwerking, waarbij bot en zacht weefsel op een evenwichtige manier worden weergegeven.
Op de 70ste jaarlijkse bijeenkomst van de American Association of Equine Practitioners (AAEP) toonde Agfa hoe het meer dan 100 jaar ervaring in diagnostische beeldvorming kan inzetten voor dierenartsen. Het resultaat: specifieke oplossingen voor de specifieke behoeften van de paardenzorg, waaronder SmartRotate for Equine. Aangezien een typisch röntgenonderzoek bij paarden tot 20 beelden kan omvatten, is een consistente positionering essentieel maar tijdrovend. Door gebruik te maken van de kracht van AI stroomlijnt SmartRotate for Equine dit proces door automatisch elke röntgenfoto correct te oriënteren. De voordelen zijn duidelijk: snellere workflow, verbeterde consistentie, minder stress voor het paard en betere mobiele beeldvorming.
Het SmartXR-portfolio combineert software en sensoren om radiografen tijdens een onderzoek te helpen om van het eerste beeld meteen het juiste te maken en om extra klinische informatie aan de radioloog te bezorgen. Het biedt digitale radiografietools voor dosering, uitlijning, positionering van de patiënt, beeldrotatie en meer.
Door verdachte kritieke pathologieën te identificeren, zorgt CriticalScan ervoor dat beelden met belangrijke diagnostische informatie onmiddellijk als hoge prioriteit kunnen worden gemarkeerd. Verbeterde visualisatie van pathologieën maakt snelle en verbeterde patiëntresultaten mogelijk. Met DensityScan kunnen patiënten met een hoog risico op osteoporose eerder worden geïdentificeerd tijdens gewone röntgenopnames. Het helpt de diagnosekloof voor osteoporose te overbruggen: om de levenskwaliteit van patiënten te verbeteren, gelijke gezondheidszorg te garanderen en aanzienlijke kostenbesparingen in de gezondheidszorg mogelijk te maken.
De Braziliaanse onderneming voor ziekenhuisdiensten (EBSERH/Emresa Brasileiro de Serviços Hospitalares) kocht acht multifunctionele DR 800-kamers. De DR-kamers voldoen aan de beeldvormingsbehoeften van acht universiteitsziekenhuizen in het hele land. Met de volledig geïntegreerde DR 800 kunnen de ziekenhuizen algemene radiografie, fluoroscopie en geavanceerde klinische toepassingen ondersteunen met één enkele röntgenkamer. Het ziekenhuisnetwerk van EBSERH bestaat uit 41 universitaire ziekenhuizen met een brede landelijke dekking. Agfa Radiology Solutions' eerste turnkeyproject in Brazilië zal de onderneming helpen om een grotere zichtbaarheid en aanwezigheid in die markt te verwerven.
“We zijn verheugd om met Agfa Radiology Solutions samen te werken aan dit belangrijke project om de universitaire ziekenhuizen te upgraden van analoge naar digitale beeldvorming. Agfa's offerte voldeed aan onze vereisten voor geavanceerde technologie in een kostenefficiënte oplossing die ondersteund wordt door een onderhoudsovereenkomst afgestemd op de hoge standaarden van onze universitaire ziekenhuizen.”
Carlo Grimaldi, Principle Engineer, Engineering Department, Missão Engenharia
AdventHealth is een trouwe klant van Agfa Radiology Solutions, met 100 Agfa-units, waaronder DR-oplossingen en retrofitted CR-oplossingen. Onlangs besloot AdventHealth het nieuwe MyAgfaRadiologySolutions-portaal met MUSICA Analytics te implementeren. Het webgebaseerde, self-service klantenportaal stelt de organisatie in staat om haar geïnstalleerde units en activiteiten beter te beheren. Bovendien levert MUSICA Analytics belangrijke inzichten in de workflows van de Agfa-werkstations. De oplossing helpt operationele uitdagingen te overwinnen en verbetert de beeldkwaliteit en workflow.
“Voor een grote organisatie als AdventHealth maakt het een groot verschil als je de tijd van een taak kunt verkorten, al is het maar met een minuut. MyAgfaRadiologySolutions en MUSICA Analytics maken tijdrovende taken rond het beheren van en toezicht houden op onze Agfa-apparatuur snel en gemakkelijk, terwijl ze helpen om onze processen te stroomlijnen. En dat bespaart ons nog meer tijd.”
Elizabeth Evans, Senior Modality Manager Diagnostic/Imaging Service Line, AdventHealth
Het ministerie van Volksgezondheid van Oman kocht zeven mobiele telescopische DR 100s-toestellen via Bahwan Healthcare Centre (BHC), Agfa's partner in het land. De baanbrekende mobiele directe radiografie-eenheden werden begin 2024 geïnstalleerd in zeven verschillende ziekenhuizen in het land. Met meer dan 200 zorginstellingen over het hele land is het MV Oman de belangrijkste dienstverlener voor de gezondheidszorg in het land, die meer dan 2,5 miljoen inwoners gratis behandelt. De DR 100s is ontworpen in samenwerking met gebruikers over de hele wereld. Hij combineert snelle DR-beeldvorming van hoge kwaliteit met uitstekende manoeuvreerbaarheid en gebruiksgemak.
“Agfa Radiology Solutions heeft al bewezen een betrouwbare leverancier te zijn, met eerdere leveringen van kritieke apparatuur via BHC aan verschillende klanten in Oman. De levering van de DR 100s aan het MV Oman is een belangrijke mijlpaal. De DR 100s-systemen, die uitgerust zijn met MUSICA-beeldverwerking, bieden de betrouwbaarheid, beeldkwaliteit en snelle workflow die onze doelstellingen ondersteunen om uitmuntende patiëntenzorg te leveren.”
De heer Yasser Mohammed Kheir, Chief Executive Officer, Bahwan Healthcare Centre
Agfa HealthCare's Enterprise Imaging is ontworpen om een verbonden, collaboratieve en schaalbare zorggemeenschap op te bouwen. Zo zijn beelden beschikbaar voor alle leden van het zorgteam, ongeacht waar ze zich bevinden. Dit zorgt voor een verbeterde patiëntervaring en helpt tegelijkertijd de zakelijke, operationele en financiële resultaten te verbeteren.
Agfa past de Belgische Corporate Governance Code 2020 als referentiecode toe. Deze Code kan worden geraadpleegd op de website www.corporategovernancecommittee.be.
In 2020 werden de statuten van de Vennootschap in overeenstemming gebracht met het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (Wet van 23 maart 2019). De meest recente wijziging van de statuten van de Vennootschap vond plaats op 11 maart 2025. Zij kunnen worden geconsulteerd op www.agfa.com/corporate/investor-relations/corporate-governance/bylaws/.
De Raad van Bestuur heeft in 2024 het Corporate Governance Charter van de Vennootschap herzien. Bij deze herziening werd ook de keuze voor de monistische bestuursstructuur geëvalueerd en bevestigd. Verder heeft de Raad van Bestuur de tekst bijgewerkt zodat deze in overeenstemming is met een aantal recente wijzigingen in het Belgisch vennootschapsrecht en met bepaalde aanbevelingen zoals deze door de regulator werden geformuleerd. Het volledige Corporate Governance Charter van de Vennootschap is gepubliceerd op de website: www.agfa.com/corporate/investor-relations/corporate-governance/corporate-governance-charter/.
Alle bepalingen van de Belgische Corporate Governance Code 2020 zijn onderworpen aan het “pas toe of leg uit”-principe. Dit betekent dat de Vennootschap in beginsel de bepalingen van de Code dient toe te passen en, indien dit niet het geval is, dat zij zal moeten aangeven welke bepalingen zij niet naleeft. In dat laatste geval dient de Vennootschap gerechtvaardigde redenen voor desbetreffende afwijkingen op te geven. Momenteel voldoet de Vennootschap niet aan bepaling 7.6 van de Code. Een verantwoording daartoe wordt gegeven in het Remuneratierapport, dat deel uitmaakt van deze Corporate Governance Verklaring.
Voor het overige paste de Vennootschap gedurende het boekjaar 2024 de Belgische Corporate Governance Code 2020 volledig toe.
De bestuursstructuur van de Vennootschap is opgebouwd rond de Raad van Bestuur, de Chief Executive Officer (CEO) en het Executive Comité (Exco). De Raad van Bestuur wordt bijgestaan door een Benoemings- en Remuneratiecomité en een Auditcomité.
De Raad van Bestuur is als hoogste bestuursorgaan bevoegd om alle handelingen te verrichten die noodzakelijk of nuttig zijn voor de verwezenlijking van het maatschappelijk doel, met uitzondering van die waarvoor volgens de wet alleen de Algemene Aandeelhoudersvergadering bevoegd is (onder meer de wijziging van de statuten, kapitaalverhoging buiten toegestaan kapitaal, kapitaalvermindering). De bevoegdheden en de werking van de Raad van Bestuur worden in extenso beschreven in het Corporate Governance Charter. De statuten bepalen dat de Raad van Bestuur vergadert wanneer het belang van de Vennootschap dit vereist of wanneer twee bestuurders hierom verzoeken. In 2024 vonden er acht effectieve vergaderingen plaats, evenals enkele korte besprekingen per ‘conference call’.# Corporate Governance
De Raad van Bestuur vergaderde en besliste tijdens 2024 onder meer over: het bepalen van de bedrijfsstrategie en van de belangrijkste beleidslijnen, corporate governance, het transformatieproces van de Agfa-Gevaert Groep, de Offset-transactie, de vooruitzichten voor 2025 en de actieplannen voor de volgende jaren, ESG-gerelateerde onderwerpen, de aanbevelingen gedaan door de verschillende Comités van de Raad van Bestuur, het risicomanagement, de goedkeuring van budgetten, kostenbeheersingscenario’s, de evolutie van belangrijke juridische geschillen en het opstellen van het jaarverslag.
Bestuurders die mogelijkerwijs een belangenconflict hebben met betrekking tot een agendapunt moeten dit voor iedere beraadslaging melden en moeten zich onthouden van beraadslaging en stemming over dat onderwerp. Meer in het bijzonder mogen bestuurders zich niet in conflictsituaties plaatsen zoals beschreven in het Corporate Governance Charter van de Vennootschap. Wanneer een dergelijke situatie zich tegen hun wil in alsnog voordoet, dan moeten zij dit bekendmaken voor enige beraadslaging met betrekking tot het bewuste agendapunt plaatsvindt en zich onthouden van beraadslaging en stemming hierover.
In 2024 waren er geen voorvallen waarbij een bestuurder aangaf direct of indirect tegenstrijdige belangen te hebben met een door de Raad van Bestuur te nemen beslissing.
De statuten bepalen dat de Raad van Bestuur samengesteld is uit ten minste zes leden, al dan niet aandeelhouders, die benoemd worden voor een hernieuwbare termijn van maximum vier jaar. De meerderheid van de leden zijn niet-uitvoerende bestuurders en minstens drie van hen zijn onafhankelijk.
Aan het mandaat van PJY Management BV, met als vaste vertegenwoordiger de heer Pascal Juéry, als uitvoerend bestuurder van de Vennootschap was een einde gekomen onmiddellijk na de jaarvergadering van 14 mei 2024. Er werd door de aandeelhouders beslist om PJY Management BV, met als vaste vertegenwoordiger de heer Pascal Juéry, te herbenoemen tot uitvoerend bestuurder van de Vennootschap voor een periode van vier (4) jaar.
Tijdens de Bijzondere Algemene Vergadering van aandeelhouders van 28 februari 2025 hebben de aandeelhouders besloten om MJP Management Services BV, Veembroederhof 89, 1019 HD Amsterdam, Nederland, met vaste vertegenwoordiger de heer Michel Govaert, te benoemen tot onafhankelijk bestuurder van de Vennootschap voor de duur van vier (4) jaar.
Derhalve bestaat de Raad van Bestuur op heden uit de hiernavolgende acht leden:
| Naam bestuurder | Uitvoerend | Niet-uitvoerend | Onafhankelijk | Start mandaat | Laatste hernieuwing mandaat | Einde mandaat |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Dhr. Frank Aranzana, vertegenwoordiger van Vantage Consulting BV | x | x | 2019 | 2023 | 2027 | |
| Dhr. Pascal Juéry, vertegenwoordiger van PJY Management BV | x | 2020 | 2024 | 2028 | ||
| Dhr. Christian Reinaudo | x | 2010 | 2021 | 2025 | ||
| Dhr. Klaus Röhrig | x | 2018 | 2023 | 2027 | ||
| Dhr. Mark Pensaert, vertegenwoordiger van MRP Consulting BV | x | x | 2018 | 2022 | 2026 | |
| Mevr. Helen Routh, vertegenwoordiger van H F Routh Consulting LLC | x | x | 2022 | 2023 | 2027 | |
| Mevr. Line De Decker, vertegenwoordiger van Albert House BV | x | x | 2022 | 2026 | ||
| Dhr. Michel Govaert, vertegenwoordiger van MJP Managements Services BV | x | x | 2025 | 2029 |
60 Corporate Governance VERKLARING
Het mandaat van de heer Christian Reinaudo loopt af onmiddellijk na de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 13 mei 2025. De heer Reinaudo heeft de Vennootschap laten weten dat hij zich niet herkiesbaar stelt. Om deze reden heeft de Raad van Bestuur aanbevolen en hebben de aandeelhouders reeds tijdens hun vergadering van 28 februari 2025 besloten om MJP Management Services BV, vertegenwoordigd door de heer Michel Govaert, te benoemen al nieuwe onafhankelijk bestuurder.
Behaalde een Bachelor in Economics and Political Sciences aan de IEP Parijs, een Bachelor in de Rechten aan de Universiteit van Nice en later een Master in Management aan de ESSEC Parijs. Hij begon zijn carrière in 1986 bij Dow Chemical, waar hij werkte in verkoop, marketing en business management. In 1996 werd hij Business Director bij DuPont Dow Elastomers en in 1999 werd hij bij UCB Bestuurder van de Radcure business unit en daarna van Specialty Chemicals, die in 2005 werden verkocht aan Cytec Industries. Hij werd Vice-President van Cytec Surface Specialties en in 2008 werd hij President van Cytec Specialty Chemicals, lid van Cytec’s Executive Leadership team en Officer van Cytec Industries Inc. In 2013 werd hij CEO van Allnex, de toonaangevende producent van coatingharsen die overgenomen werd door Advent International Private Equity en tot 2020 was hij een Advent Operating partner, zetelend in het Allnex Advisory Committee. Frank Aranzana werd verkozen tot Voorzitter van de Raad van Bestuur in augustus 2020.
Huidige mandaten
* Voorzitter van de Raad van Bestuur van Anqore
* Industrieel Adviseur bij CVC Capital Partners
Is een senior executive met meer dan 27 jaar ervaring op directieniveau in grote, complexe, gereguleerde organisaties. Zij combineert haar uitstekende vaardigheden op het vlak van communicatie, beïnvloeding en change management met een uitzonderlijke staat van dienst in het leiden van bedrijven in cruciale transformaties. Mevr. De Decker is Chief Human Resources Officer en lid van het Executive Committee bij Haleon, een wereldleider op het gebied van consumentengezondheid. Voorheen was Mevr. De Decker Chief People & Sustainability Officer bij Aliaxis. Voordat ze Aliaxis vervoegde, was ze Senior Vice President en Head of Transformation bij GlaxoSmithKline (GSK), een wereldwijd farmaceutisch bedrijf. Voor ze deze rol in het global strategy team opnam, bekleedde ze voor GSK verschillende senior HR-functies in België en het Verenigd Koninkrijk in de activiteitsgebieden Pharma en Consumer. Voor ze bij GSK aan de slag ging, werkte mevrouw De Decker bij DuPont in België en Spanje, waar ze betrokken was bij het opzetten van hun wereldwijde zakelijke dienstverlening. Zij begon haar carrière bij PWC en UCB, als fiscaal en beloningsspecialist. Line behaalde een diploma rechten aan de universiteiten van Leuven en Barcelona, alsook een master-diploma in Tax Management aan de Solvay Business School. Zij is momenteel gevestigd in Londen.
| Naam bestuurder | Uitvoerend | Niet-uitvoerend | Onafhankelijk | Start mandaat | Laatste hernieuwing mandaat | Einde mandaat |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Dhr. Frank Aranzana, vertegenwoordiger van Vantage Consulting BV | x | x | 2019 | 2023 | 2027 | |
| Dhr. Pascal Juéry, vertegenwoordiger van PJY Management BV | x | 2020 | 2024 | 2028 | ||
| Dhr. Christian Reinaudo | x | 2010 | 2021 | 2025 | ||
| Dhr. Klaus Röhrig | x | 2018 | 2023 | 2027 | ||
| Dhr. Mark Pensaert, vertegenwoordiger van MRP Consulting BV | x | x | 2018 | 2022 | 2026 | |
| Mevr. Helen Routh, vertegenwoordiger van H F Routh Consulting LLC | x | x | 2022 | 2023 | 2027 | |
| Mevr. Line De Decker, vertegenwoordiger van Albert House BV | x | x | 2022 | 2026 | ||
| Dhr. Michel Govaert, vertegenwoordiger van MJP Managements Services BV | x | x | 2025 | 2029 |
61 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Studeerde af aan de ESCP Business School in Parijs, Frankrijk. Hij heeft meer dan 35 jaar ervaring in de chemische en geavanceerde materialenindustrie. Pascal Juéry begon zijn carrière in financiën en al snel demonstreerde hij zijn vermogen om verscheidene wereldwijde activiteiten te leiden en om functionele sleutelposities te bekleden. Tussen 2010 en 2019 was hij lid van de uitvoerende comités van eerst Rhodia en daarna Solvay. Bij Solvay speelde hij een actieve rol in de transformatie van de portfolio en de activiteiten van de groep. Sedert 1 februari 2020 is Pascal Juéry CEO van Agfa-Gevaert.
Huidige mandaten
* Bestuurder bij Desmet-Ballestra
* Bestuurder bij Flint Group
Studeerde af als Licenciaat Rechtsgeleerdheid aan de UGent (België) en behaalde daarna een Master of Law aan het St. Catharine’s College van de Cambridge University. Hij startte zijn loopbaan in 1988 in Londen bij Lazard Brothers & Co, één van de vooraanstaande onafhankelijke global investment banks met hoofdkantoren in New York, Parijs en Londen. Tussen 1992 en 1996 was hij financieel directeur bij Interbuild NV en Rombouts NV. In 1996 werd hij CFO van Carestel NV (thans deel van de Autogrill Group). Tussen 2000 en 2004 keerde hij terug naar de internationale M&A business door opnieuw aan de slag te gaan bij Lazard Frères in Parijs met als doel het helpen oprichten van een M&A-platform voor Lazard in de BeNeLux. In 2004 werd hij Partner en startte hij het Amsterdams kantoor dat de hele BeNeLux overzag. In 2008 kwam hij als CEO bij Leonardo & Co, een spin-off van Lazard, om er een netwerk uit te bouwen op het Europese vasteland en van september 2015 tot juli 2018 was hij Voorzitter van de investment banking-divisie van Alantra Partners, een global investment banking en asset management-groep met beursnotering in Madrid.
Huidige mandaten
* Lid van de Raad van Commissarissen van Rabobank
* Voorzitter van de Raad van Commissarissen DLL Group (De Lage Landen)
Is afgestudeerd aan de “Ecole de Physique et de Chimie Industrielles de Paris” en heeft een doctoraat van de Universiteit van Parijs (Frankrijk). Hij begon zijn loopbaan bij Alcatel. Tijdens zijn Alcatel-periode had hij de leiding over verschillende multimiljard-activiteiten wereldwijd en over internationale verkoop- en serviceorganisaties, waaronder de Cable Group van Alcatel (nu Nexans), de Submarine Networks Division en de hele Optics Group. Begin 2000 trad hij toe tot het Directiecomité van Alcatel als Executive Vice-President. Na de regio Azië-Pacific te hebben gemanaged, leidde hij het integratie- en overgangsproces in verband met de fusie van Alcatel en Lucent Technologies. In 2007 werd hij benoemd tot President Noord- en Oost-Europa van Alcatel-Lucent en trad hij toe tot de Raad van Bestuur van Alcatel-Lucent (België).# Corporate Governance
Begin 2008 stapte Christian Reinaudo over naar Agfa-Gevaert om President van Agfa HealthCare te worden. Christian Reinaudo trad toe tot de Raad van Bestuur van Agfa-Gevaert in 2010. Van 1 mei 2010 tot 1 februari 2020 was hij CEO van Agfa-Gevaert.
Huidige mandaten
* Bestuurder bij Domo Chemicals Holding NV
* Bestuurder bij Biocartis Group NV
Klaus Röhrig (°1977 - Oostenrijker) behaalde een Master in Economie en Bedrijfskunde aan de Vienna University of Economics and Business Administration. In 2000 startte Klaus Röhrig zijn carrière bij Credit Suisse First Boston in Londen waar hij zich vooral toelegde op bedrijfsfinanciering en M&A voor technologiebedrijven. In 2006 trad hij in dienst bij Elliott Associates, waar hij verantwoordelijk was voor de investeringsfondsen in de Duitstalige landen, evenals voor geselecteerde beleggingen in schulden, aandelen en overheden. In 2015 richtte Klaus Röhrig Active Ownership Group op, een Luxemburgse investeringsgroep. Tijdens zijn hele loopbaan richtte hij zich op het identificeren van investeringsmogelijkheden, het structureren van investeringen en procesgestuurde waardecreatie.
Huidige mandaten
* Lid van de Raad van Toezicht van Formycon AG
* Lid van de Raad van Toezicht van Fagron N.V.
* Bestuurder bij MAM Baby AG
Helen Routh (°1962 - Britse/Amerikaanse) is een bestuurder, raadgever en senior executive die meer dan 30 jaar aan wereldwijde ervaring inzake bedrijfsmanagement, strategie en innovatie meebrengt, meer bepaald op het gebied van healthcare technologie. Ze behaalde een doctoraat in de fysica, met specialisatie in medische echografie, aan het University College Cardiff (VK). Tot 2017 had ze bij Philips diverse zakelijke en functionele rollen in de healthcare-tak, met vooral focus op producten, software en services. Zij was de General Manager van Philips Research in Noord-Amerika en General Manager van Philips Clinical Informatics business wereldwijd. Als Senior VP Strategy & Innovation leidde zij de ontwikkeling van de Innovation Strategie bij Royal Philips en was hoofd van het Integrated Solutions-team. Momenteel werkt zij in Noord Amerika, het Verenigd Koninkrijk en Europa samen met publieke en private ondernemingen, alsook medische groepen, met een focus op het gebruik van data in functie van het realiseren van nieuwe oplossingen, bedrijfsmodellen en verbeterde resultaten. Tevens is zij raadgever bij Nina Capital.
Huidige mandaten
* Niet-uitvoerend bestuurder van Ultromics
* Niet-uitvoerend bestuurder van Health Innovation Manchester
* Niet-uitvoerend bestuurder van Quantivly
* Niet-uitvoerend bestuurder van Clarius
Michel Govaert (°1963 - Nederlander) is een doorgewinterde executive met meer dan 30 jaar ervaring in financieel- en risicobeheer, operationele en financiële resultaatverbetering inclusief bedrijfstrans- formatie, crisis- en turnaround management, stakeholdermanagement in complexe situaties en fusies en overnames. Hij heeft een MBA met een specialisatie in Finance van de Katholieke Universiteit Brabant (Universiteit van Tilburg). Hij was Group CFO bij AOC Resins en ChemicaInvest en was partner bij Alvarez & Marsal. Daarvoor was hij Finance Director bij Avebe en begon hij zijn carrière bij Philips Electronics.
Huidige mandaten
* Onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder bij Sunlight Group Energy Systems
* Lid van de Raad van Commissarissen AnQore
Het Auditcomité vervult de taken zoals omschreven in artikel 7:99 §4 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen en staat de Raad van Bestuur bij in het uitoefenen van zijn opdracht van controle in de ruimste betekenis van het woord. Zijn bevoegdheden en werking worden in extenso beschreven in hoofdstuk 5.1 van het Corporate Governance Charter.
Het Auditcomité bestaat sinds 14 mei 2019 uit drie niet-uitvoerende bestuurders: de heer M. Pensaert, Voorzitter, de heer K. Röhrig en mevrouw H. Routh (sinds 21 juni 2022 als vaste vertegen- woordig van H F Routh Consulting LLC). Twee ervan zijn onafhankelijke bestuurders. Al deze leden voldoen aan de vereisten van artikel 7:99§2 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen inzake deskundigheid op het gebied van boekhouding en audit.
Het Comité had vijf zittingen in 2024. Onder meer de volgende agendapunten werden behandeld: het nazicht van de jaarrekeningen van 2023, de kwartaalresultaten van 2024, de selectie van een nieuwe commissaris, de rapporten van de interne auditafdeling, de opvolging van belangrijke juridi- sche zaken zoals het AgfaPhoto-dossier en de evaluatie van het risicomanagement in de Groep.
Het Benoemings- en Remuneratiecomité werd door de Raad van Bestuur belast met verantwoordelijk- heden inzake de voordracht voor benoeming, herbenoeming en ontslag van Bestuurders en leden van het Executive Management, het remuneratiebeleid en de individuele remuneratie van Bestuurders en leden van het Executive Management. De taken en werking van het Benoemings- en Remuneratie- comité worden in extenso beschreven in hoofdstuk 5.2 van het Corporate Governance Charter.
Het Benoemings- en Remuneratiecomité bestaat uitsluitend uit niet-uitvoerende bestuurders. Het Comité bestaat sinds mei 2022 uit de volgende drie niet-uitvoerende bestuurders: de heer C. Reinaudo, Voorzitter, mevrouw L. De Decker en de heer F. Aranzana. Twee ervan zijn onafhankelijke bestuurders.
Het Comité had drie zittingen in 2024 en onder meer de volgende agendapunten werden behandeld: de samenstelling van de Raad van Bestuur en de Comités, talent management, met inbegrip van het identificeren van sleutelrollen en hun successieplanning, de prestaties en de remuneratie van het Executive Management en Senior Executives en de opstelling van het remuneratieverslag, bevraging naar werknemersbetrokkenheid en de Agfa groepswaarden.
| Naam bestuurder | Raad van Bestuur | AC | BRC |
|---|---|---|---|
| Dhr. Frank Aranzana | 8/8 | 3/3 | |
| Mevr. Line De Decker | 8/8 | 3/3 | |
| Dhr. Pascal Juéry | 8/8 | ||
| Dhr. Mark Pensaert | 8/8 | 5/5 | |
| Dhr. Christian Reinaudo | 8/8 | 3/3 | |
| Dhr. Klaus Röhrig | 8/8 | 5/5 | |
| Mevr. Helen Routh | 8/8 | 5/5 |
De Chief Executive Officer (CEO) is belast met de uitvoering van het ondernemingsbeleid en de strategie bepaald door de Raad van Bestuur. Hij ontving bijgevolg de meest uitgebreide bevoegdheden inzake dagelijks bestuur en een aantal specifieke bijzondere volmachten. Deze bevoegdheden zijn in extenso opgenomen in het Corporate Governance Charter. De CEO brengt regelmatig verslag uit over zijn werkzaamheden en over de evolutie van de dochtervennootschappen en van de deelnemingen, om de Raad van Bestuur de mogelijkheid te geven hierop controle uit te oefenen.
De CEO wordt bij de uitvoering van zijn taken bijgestaan door de CFO, de CHRO en de presidenten van de Business Divisies. Sinds 14 oktober 2024, de datum waarop de Agfa-Gevaert Groep de benoeming van mevrouw Fiona Lam als CFO voor de Agfa-Gevaert Groep aankondigde, is het Executive Leadership team samenge- steld als volgt:
Agfa’s Executive Management is verantwoordelijk voor de interne controle- en risicobeheerssystemen van de Groep, inclusief die met betrekking tot financiële rapportering, zoals goedgekeurd door de Raad van Bestuur. De interne controle op de financiële rapportering behelst de beoordeling van de relevante risico’s en de identificatie van en het toezicht op kerncontroles en acties die genomen worden ter correctie van gebreken wanneer die geïdentificeerd worden. Het Auditcomité beoordeelt de effectiviteit van de systemen voor interne controle en risicobeheer.
Agfa’s controleomgeving bestond in 2024 uit centrale finance-functies zoals consolidatie en rappor- tering, belastingen, treasury en investor relations enerzijds en uit finance-functies op het niveau van de drie business divisies anderzijds. Alle finance-functies rapporteren (on)rechtstreeks aan de Chief Financial Officer. Alle Groeps- entiteiten volgen de uniforme centrale boekhoudkundige regels en rapporteringsvereisten die zijn beschreven in Agfa’s ‘Group Consolidation Accounting Manual’.
Gebaseerd op beoordelingsvergaderingen met de centrale functies en met het management van de business divisies had het Executive Management in 2024 een proces in gebruik om op regelmatige basis de risico’s, inclusief de risico’s m.b.t. het financiële rapporteringsproces, te identificeren, beoordelen en op te volgen. Het Executive Management rapporteert aan het Auditcomité over deze risico’s. Deze risico’s worden geëvalueerd door het Auditcomité, dat verdere acties kan definiëren voor het Executive Management.
Elke business divisie was in 2024 verantwoordelijk voor het controleren van de financiële prestaties en verwachtingen. Elke business divisie rapporteerde aan het Executive Management. Het consoli- datieproces, gebaseerd op meer uitgebreide rapportering, werd elk kwartaal uitgevoerd. Het wordt beoordeeld door het Executive Management en het Auditcomité, die acties kunnen definiëren voor de business divisies en de centrale functies.
Alle entiteiten gebruiken uniforme centrale rapporteringstools en rapporteren in overeenstemming met de instructies en de rapporteringsrichtlijnen opgesteld door de centrale rapporteringsafdeling.# Corporate Governance
Financiële informatie (inclusief ‘key performance indicators’) werd op een consistente basis voorbereid voor elke business divisie en op het geconsolideerde niveau. Ze werd gecontroleerd door de aangewezen verantwoordelijke. Het Executive Management rapporteert regelmatig aan het Auditcomité over alle ‘key risk factors’.
Een van de verantwoordelijkheden van de financiële afdelingen is de verbetering van de procedures die gebruikt worden voor de voorbereiding en verwerking van financiële informatie. Er worden regelmatig controles uitgevoerd op de belangrijkste controleprocedures in de voorbereiding van financiële informatie in de dochterondernemingen en op Groepsniveau om te verzekeren dat de instructies en richtlijnen over financiële rapportering correct worden toegepast. Interne Audit ziet toe op de controle van interne beleidslijnen, richtlijnen en controles m.b.t. financiële rapportering en operationele aspecten, zoals verkoop, productie en O&O. Interne Audit rapporteert aan het Auditcomité, dat toeziet op de doeltreffendheid. De Secretaris van de Vennootschap werd benoemd tot Compliance Officer om de naleving te controleren van de beleidslijnen van de Vennootschap inzake de voorkoming van handel met voorwetenschap en marktmanipulatie door de Bestuurders en andere welbepaalde personen.
Zie p. 73
De voornaamste elementen en kenmerken van het evaluatieproces voor de Raad van Bestuur en de Comités betreffen de beoordeling van de wijze waarop de Raad van Bestuur en de Comités werken, het nagaan of belangrijke onderwerpen grondig worden voorbereid en besproken, de beoordeling van de werkelijke bijdrage van elke bestuurder en zijn betrokkenheid bij de bespreking en besluitvorming. Het volledige evaluatieproces wordt in extenso uiteengezet in hoofdstuk 3 van het eerder vermelde Corporate Governance Charter. De laatste formele evaluatie vond plaats in 2024, waarbij er op initiatief van de Voorzitter van de Raad van Bestuur en in samenwerking met de Voorzitter van het Benoemings- en Remuneratiecomité een intern evaluatieproces werd opgestart. Hierbij werden er contacten gelegd met de leden van de Raad van Bestuur en van het Executive Management om enerzijds de werking van de Raad en het Executive Management (zowel als college als individueel) en anderzijds de samenwerking en de relatie tussen beide colleges te evalueren. De criteria die in overweging genomen werden tijdens de evaluatie betroffen zowel de omvang, de samenstelling en de performantie van de Raad van Bestuur en de Comités als de kwaliteit van de interactie tussen Raad van Bestuur en Executive Management. De resultaten werden enerzijds bepaald op basis van de antwoorden die gegeven werden op een vragenlijst (bestaande uit een zeventigtal vragen onderverdeeld in een tiental hoofdstukken), en anderzijds de feedback die gegeven werd tijdens individuele gesprekken.
66
Corporate Governance VERKLARING
In de jaren dat er geen formele evaluatie plaatsvindt, informeert de Voorzitter van de Raad van Bestuur zich op regelmatige tijdstippen informeel bij de leden van de Raad van Bestuur en van het Executive Management over het functioneren van de verschillende organen.
De Raad van Bestuur van de Agfa-Gevaert Groep heeft een beleid opgesteld om diversiteit te bevorderen binnen de samenstelling van zowel de Raad van Bestuur als het Executive Leadership team. Dit beleid zorgt voor diversiteit op het gebied van expertise, ervaring, kennis, complementaire vaardigheden, geslacht en geografische achtergrond, met als doel een sterke basis van relevante competenties en gevarieerde perspectieven te creëren ter ondersteuning van effectieve besluitvorming.
De Raad streeft naar een evenwichtige samenstelling die een weerspiegeling is van:
Het beleid schetst verder dat:
De samenstelling van het Executive Leadership team moet de volgende principes weerspiegelen:
De Raad van Bestuur zal dit diversiteitsbeleid actief handhaven bij het bepalen van de profielen van nieuwe bestuurders of leden van het Executive Leadership team. Het Benoemings- en Remuneratiecomité is verantwoordelijk voor de naleving van dit beleid en evalueert regelmatig de toepassing ervan.
67
AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
In 2024 bevestigde het Comité dat het beleid daadwerkelijk werd uitgevoerd – Zie onderstaande tabel. Het streven naar diversiteit versterkt het vermogen van Agfa-Gevaert om zich aan te passen aan de evoluerende marktvraag en versterkt zijn rol als wereldleider. Gedetailleerde informatie over de leden van de Raad van Bestuur en het Executive Leadership team is terug te vinden op www.agfa.com/corporate/investor-relations/corporate-governance.
| Raad van Bestuur (RvB) | Executive Leadership | |
|---|---|---|
| Aantal jaar in RvB en EL | ||
| 0-2 jaar / 3-10 jaar / Meer dan 10 jaar | 1 lid / 5 leden / 1 lid | 3 leden / 3 leden / 0 leden |
| Gemiddeld aantal jaar | 6 | 2 |
| Leeftijd | ||
| 31-50 jaar oud / 51-60 jaar oud / Ouder dan 60 jaar | 2 leden / 2 leden / 3 leden | 2 leden / 4 leden / 0 leden |
| Gemiddelde leeftijd | 59 | 50 |
| Geslacht | 2 vrouwen / 5 mannen | 2 vrouwen / 4 mannen |
| Nationaliteit | 1 Oostenrijks / 1 Belgisch / 1 Belgisch-Brits / 1 Brits-Amerikaans / 3 Frans | 3 Belgisch / 1 Belgisch-Chinees / 1 Frans / 1 Frans-Amerikaans |
| Kwalificaties (1) | ||
| Economie & Financiën | 22% | 36% |
| Recht | 22% | |
| Business Administration | 34% | 55% |
| Wetenschap | 22% | 9% |
(1) Percentage berekend over alle kwalificaties (meerdere personen hebben meer dan één diploma).
Voor meer informatie over diversiteit, gelijkheid en inclusie met betrekking tot het gehele werknemersbestand van Agfa-Gevaert, verwijzen we naar p. 295.
De voorstellen van de Raad van Bestuur aan de Algemene Aandeelhoudersvergadering met betrekking tot de besteding en verdeling van het resultaat houden rekening met verscheidene factoren, zoals de financiële situatie van de Vennootschap, de resultaten uit bedrijfsactiviteiten, de huidige en verwachte kasstromen en de expansieplannen.
Agfa-Gevaert stelde onmiddellijk na de beursgang in 1999, overeenkomstig haar principes en waarden, een Verhandelingscode (Code of Dealing) op. Die Code bevat de regels die door de bestuurders en het senior management moeten worden nageleefd in het geval zij financiële instrumenten van de Vennootschap willen verhandelen. De Code verbiedt voormelde personen o.m. om te handelen gedurende welomschreven periodes voor de bekendmaking van haar financiële resultaten en voor de bekendmaking van andere koersgevoelige informatie. Agfa-Gevaert heeft in het licht van de Verordening Marktmisbruik die van toepassing is geworden op 3 juli 2016, de voormelde Code aangepast om ze in overeenstemming te brengen met de huidige wettelijke reglementering ter zake. De Verhandelingscode werd een laatste maal aangepast op 11 mei 2021. De aangepaste versie van de Code bevindt zich op de website en op het intranet van de Vennootschap als onderdeel van het Corporate Governance Charter.
68
Corporate Governance VERKLARING
Zie toelichting 47 p. 191.
Zie hoofdstuk Innovatie van p. 280.
Agfa-Gevaert NV heeft geen bijkantoren.
Om het risico van de wisselkoersen en de interestwijzigingen te minimaliseren, worden passende dekkingscontracten ingezet. Daartoe behoren voornamelijk termijnverrichtingen in vreemde munten, optiecontracten en interest-swaps. Het inzetten ervan gebeurt volgens uniforme richtlijnen, is onderworpen aan interne controles en blijft beperkt tot het indekken van de operationele activiteiten en de daarmee verbonden geldbeleggingen en financiële transacties.# AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Meer informatie hierover is te vinden in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening.
Zie hoofdstuk Niet-financieel rapport van p. 233.
De commissaris van Agfa-Gevaert NV is PwC Bedrijfsrevisoren BV, vertegenwoordigd door Sofie Van Grieken BV, op haar beurt vertegenwoordigd door mevrouw Sofie Van Grieken. De commissaris werd op de Jaarvergadering van 14 mei 2024 benoemd voor een periode van drie jaar. Zijn mandaat zal dan ook ten einde lopen onmiddellijk na de Jaarvergadering die beslist over de goedkeuring van de jaarrekening met betrekking tot het financiële jaar 2026.
Zie p. 331.
De Raad van Bestuur verklaart hierbij dat het Jaarverslag is opgesteld in overeenstemming met artikel 34 van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007. In verband hiermee licht de Raad van Bestuur het volgende toe:
Agfa-Gevaert NV (Ondernemingsnummer 0404.021.727, Rechtspersonenregister Antwerpen) is een beursgenoteerde onderneming naar Belgisch recht, opgericht op 10 juni 1964. De maatschappelijke zetel van de Vennootschap is gevestigd in de Septestraat 27, 2640 Mortsel, België. De volledige en becommentarieerde financiële gegevens zijn beschikbaar op de website, www.agfa.com, of verkrijgbaar bij de Vennootschap. Informatie met betrekking tot de milieuaspecten is terug te vinden in het Niet-financieel rapport van dit jaarverslag.
De statuten van de Vennootschap liggen ter inzage bij de Griffie van de Ondernemingsrechtbank van Antwerpen (België) en op de maatschappelijke zetel. Ze zijn ook terug te vinden op de website, www.agfa.com/corporate/investor-relations/corporate-governance/bylaws/. Het Corporate Governance Charter en de Verhandelingscode (Code of Dealing) kunnen worden geraadpleegd op de Investor Relations-pagina’s van de website, www.agfa.com/corporate/investor-relations/corporate-governance/corporate-governance-charter/.
De jaarrekeningen worden neergelegd bij de Nationale Bank van België. De jaarrekeningen worden elk jaar, samen met de bijbehorende verslagen, meegedeeld aan de aandeelhouders op naam en eenieder die erom verzoekt. Het jaarverslag, het remuneratiebeleid, de statutaire en geconsolideerde jaarrekening, inclusief het verslag van de commissaris, zijn te raadplegen op de Investors-sectie van de website www.agfa.com en kunnen worden ingezien op de maatschappelijke zetel. De oproeping voor de Algemene Aandeelhoudersvergadering wordt gepubliceerd in de financiële pers en is tevens beschikbaar op de website. Inzake financiële berichtgeving worden de financiële resultaten en de overige verplichte informatie gepubliceerd op de website van de Vennootschap, in overeenstemming met de richtlijnen van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA). De besluiten betreffende de benoeming en het ontslag van de leden van de Raad van Bestuur worden bekendgemaakt in de Bijlagen tot het Belgisch Staatsblad. Iedere geïnteresseerde kan zich gratis registreren op www.agfa.com om de persberichten en de verplichte financiële informatie per e-mail te ontvangen. Het jaarverslag is op de website, www.agfa.com, beschikbaar in het Nederlands en het Engels.
Het ZIRFON-membraan geniet de voorkeur van ontwikkelaars van industriële installaties voor de productie van groene waterstof, omdat het superieure prestaties en betrouwbaarheid biedt. Een studie van het Fraunhofer Instituut bevestigt dat alkaline elektrolyse op basis van ZIRFON de meest kostenefficiënte industriële waterstofproductietechnologie tot nu toe is.
Om zijn groeistrategie op lange termijn te realiseren, vertrouwt Agfa op de juiste identificatie en het juiste beheer van risico's die zijn activiteiten zouden kunnen beïnvloeden. Risicobeheer maakt daarom integraal deel uit van Agfa's besluitvormingsproces met betrekking tot de bedrijfsstrategie in zijn geheel. Op een hoger niveau houdt Agfa's Raad van Bestuur toezicht op het systeem van interne controle en risicobeheer van de Groep, terwijl het Executive Comité verantwoordelijk is voor de dagelijkse implementatie van deze controles en processen. Het Auditcomité beoordeelt regelmatig de doeltreffendheid van de controle- en risicobeheersystemen. Risicobeheerprocessen, in overeenstemming met de ISO 31000-normen voor risicobeheer, zijn al ingebed in de procedures en systemen van Agfa. Agfa’s aanpak van risicomanagement gebruikt het principe van zowel de 2017 COSO-ERM- als de 2018 ISO 31000-richtlijnen voor risicobeheer met een focus op strategische doelstellingen om de identificatie van de belangrijkste bedreigingen en relevante behandelingsstrategieën gekoppeld aan strategische doelstellingen mogelijk te maken.
Aangezien risico's en kansen een integraal onderdeel zijn van het besluitvormingsproces op de verschillende niveaus binnen de organisatie, worden specifieke controlemechanismen en diepgaande risicobeoordelingen geïmplementeerd waar nodig door business units en/of corporate offices. Over het algemeen is er een sterk bewustzijn over risico's (intern aangeduid als onzekerheid/bedreiging) met een zeer grote focus op risicobeperkende maatregelen. Het risicobeheer- en controlekader is ontworpen om de volgende doelstellingen te bereiken:
Agfa bevordert een omgeving waarin bedrijfsdoelstellingen op een gecontroleerde manier worden nagestreefd. Daartoe wordt een reeks bedrijfsbrede beleidslijnen, procedures en processen geïmplementeerd. Werknemers krijgen opleiding over relevante onderwerpen om het risicobeheer en de controle op alle niveaus en in alle gebieden van de organisatie effectief te verbeteren. De Gedragscode van Agfa is beschikbaar voor alle werknemers. Medewerkers op managementniveau krijgen regelmatig opleiding om ervoor te zorgen dat de gedragsprincipes en -regels van Agfa duidelijk worden toegepast. Bovendien is er een klokkenluidersprocedure om schendingen van de Gedragscode in de hele organisatie te melden. Agfa's controleomgeving bestaat uit toezichthoudende functies zoals finance en controlling, tax, treasury, compliance, quality, legal, sustainability en andere ondersteunende functies op het niveau van de drie businessdivisies.# Risicobeheer en interne controles
Daarnaast houden onafhankelijke assurance-verschaffers, waaronder interne en externe auditfuncties, toezicht op de risicobeheerprocessen. De meeste Agfa-entiteiten gebruiken hetzelfde ERP-systeem, dat groepsbreed wordt uitge- breid en centraal wordt beheerd. In dergelijke systemen zijn de door de Groep gedefinieerde rollen en verantwoordelijkheden ingebed. De stromen zijn ook gestandaardiseerd en de interne controles zijn geïntegreerd. Deze systemen maken ook de implementatie van monito- ringactiviteiten mogelijk.
Door middel van review meetings met centrale functies en het management van de business- divisies besprak het Executive Leadership potentiële bedreigingen die het bereiken van de belangrijkste doelstellingen in de weg zouden kunnen staan. De verzamelde informatie werd geconsolideerd in vier belangrijke bedreigingsgebieden: strategie, operationele uitmuntend- heid, Financial en menselijk kapitaal.
75
AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Agfa vertrouwt op een toegewijde Enterprise Risk Management-functie (ERM), die zijn engagement voor een gestructureerde en proactieve benadering van risicobeheer versterkt. Dit initiatief zorgt voor een verbeterd overzicht en integratie van risico-overwegingen doorheen de organisatie.
Er zijn maatregelen genomen om interne controleactiviteiten te ontwerpen en te implementeren voor de meest relevante processen van de Groep en om de effecten van risico's op Agfa's vermo- gen om zijn doelstellingen te bereiken tot een minimum te beperken. Na de fase van de risicobeoordeling worden de controles ontworpen. Deze controleactiviteiten worden ingebed in Agfa's belangrijkste processen en systemen om te verzekeren dat de risico's beheerd worden zoals ze zijn ontworpen. Controletaken worden in de hele organisatie geïmplementeerd, op alle niveaus en in alle afdelingen. Daarnaast worden alle relevante entiteiten periodiek gecontroleerd door de afdeling Interne Audit. Er zijn beleidsregels en procedures voor de belangrijkste processen. Er is een verzekeringsprogramma voor bepaalde risicocategorieën die niet kunnen worden opgevangen zonder een materieel effect op de balans van de onderneming.
Agfa erkent het belang van tijdige, volledige en accurate communicatie en informatie, zowel top-down als bottom-up. Daarom is een reeks maatregelen genomen om de veiligheid van vertrouwelijke infor- matie, duidelijke communicatie over rollen en verantwoordelijkheden en tijdige communicatie naar alle belanghebbenden te verzekeren. Er is een wereldwijd ERP-systeemplatform om de efficiënte verwerking van bedrijfstransacties te ondersteunen en het management te voorzien van transparante en betrouwbare managementinfor- matie om de bedrijfsactiviteiten te bewaken, te controleren en te sturen. Een goede toewijzing van verantwoordelijkheden en coördinatie tussen de relevante afdelingen zorgt voor een efficiënt en tijdig communicatieproces van periodieke financiële informatie naar de markt.
Zowel op het niveau van de dochterondernemingen als op het niveau van de Groep worden de belang- rijkste controleprocedures regelmatig beoordeeld om te garanderen dat de instructies en richtlijnen correct worden toegepast. Interne audit controleert het toezicht op het interne beleid, de richtlijnen en controles met betrekking tot financiële en operationele zaken, waaronder verkoop, productie en onderzoek en ontwikkeling. Interne Audit rapporteert aan het Auditcomité die de effectiviteit controleert. De Secretaris van de vennootschap is aangesteld als Compliance Officer om toezicht te houden op de naleving door de bestuurders en andere aangewezen personen van het beleid van de Groep met betrekking tot voorkennis en marktmanipulatie.
76
Risicobeheer en interne controles
De belangrijkste risico's die werden geïdentificeerd door het risicobeheerproces van Agfa worden hieronder opgesomd. Deze zijn gegroepeerd in categorieën, volgens het meest recente risico-identificatieproces, gerangschikt volgens het soort risico en niet in volgorde van prioriteit. De uitwerking, rapportering en opvolging van risicobeperkingsplannen zal een belangrijk aandachtspunt zijn voor de komende jaren.
Markttrends en evolutie
Met drie verschillende divisies is Agfa blootgesteld aan verschillende markten en operatio- nele risico's die een impact kunnen hebben op zijn prestaties. Krimpende segmenten, zoals radiologiefilm, stellen Agfa bloot aan risico's met betrekking tot omzet en rendabiliteit. Bovendien is het mogelijk dat groei-initiatieven in nieuwe markten niet de verwachte resulta- ten opleveren. Externe factoren, zoals mogelijke onderbrekingen in de energiebevoorrading, brengen bijkomende operationele risico's met zich mee die een voortdurende opvolging en risicobe- perkende strategieën vereisen. Bovendien is Agfa onderhevig aan risico's verbonden aan wereldwijde activiteiten, waar- onder instabiliteit in sommige landen waar het actief is. Dergelijke geopolitieke spanningen kunnen de relaties verslechteren en de economische activiteit verstoren, wat onrechtstreeks een impact kan hebben op de verschillende divisies.
Marketing en klantenrelaties
Uitdagingen in markttransformatie en uitvoering van de verkoop kunnen de groei beïnvloeden, met name in HealthCare IT. Het versterken van commerciële strategieën en uitvoering blijft een prioriteit om duurzame prestaties te stimuleren.
Innovatie en IP
Het niet tijdig ontwikkelen van innovatieve producten of de keuze van productiemethoden kan leiden tot een verlies van concurrentievermogen en marktaandeel. Het zou ook kunnen leiden tot oninbare onderzoeks- en ontwikkelingskosten of een gebrek aan reactie op vragen van klanten. Agfa is eigenaar van, heeft aanvragen in behandeling voor en heeft licenties voor vele patenten die betrekking hebben op een verscheidenheid aan producten en software.
Levering aan klanten
Agfa wordt geconfronteerd met risico's in verband met grondstoffen, energie, leveranciers, productie en logistiek. Storingen bij leveranciers, ontoereikende leveringscontracten of vertraagde leveringen kunnen de productie beïnvloeden en de levering aan klanten belemmeren. Aanhoudende problemen kunnen leiden tot klantenverlies en reputatieschade.
Transformatie van het bedrijfsmodel
Sinds 2022 is Agfa voortdurend bezig met de aanpassing van zijn operationeel kader om de efficiëntie te verbeteren. Deze lopende integratieprojecten kunnen echter een impact hebben op de bedrijfscontinuïteit en de kwaliteit van de dienstverlening. Bovendien vormen vertra- gingen of uitdagingen bij de uitvoering van complexe projecten een bijkomend risico.
77
AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Informatieveiligheid en databeheer
Agfa is voor zijn bedrijfsvoering afhankelijk van IT-systemen en gegevensbeheer. Cyberrisico's, of de kans op verlies of blootstelling als gevolg van een aanval of gegevensinbreuk op een organisatie, zijn voortdurend in ontwikkeling. Verstoringen, datalekken, cyberaanvallen of technologische defecten kunnen een impact hebben op de omzet, de productie, de kasstroom en uiteindelijk op de concurrentiepositie en de reputatie.
Druk van de regelgeving
De talrijke wetten en regels waaraan Agfa onderworpen is, worden complexer en veranderen sneller en vaker dan vroeger. Het naleven van al deze regels op een wereldwijde schaal houdt risico's in, vooral in verband met intellectuele eigendom en milieukwesties.
In 2024 bleef het bedrijf bedrijfskasmiddelen verbruiken en realiseerde het een vrije kasstroom van min 46 miljoen euro (2023: min 48 miljoen euro), wat resulteerde in een netto financiële schuld die evolueerde van een netto kaspositie van 37 miljoen euro (excl. leaseverplichtingen) per 31 december 2023 naar een netto schuld positie van 37 miljoen euro (excl. leaseverplichtingen) per 31 december 2024. Een groot deel van het kasverbruik in 2023 en 2024 wordt verklaard door herstructureringsprogramma's en eenmalige gebeurtenissen die een negatieve impact hebben op de nettokasstroom, namelijk 51 miljoen euro voor 2023 en 21 miljoen euro voor 2024.
Voor 2025 verwacht de Onderneming een aanhoudende groei van de winstgevendheid voor Digital Print en Chemicals, gedreven door Digital Printing Solutions en Green Hydrogen Solutions. Voor HealthCare IT wordt verwacht dat de winstgevendheid voor 2025 in lijn zal zijn met 2024, wat voornamelijk verklaard wordt door de overgang naar cloud-technologie die op korte termijn een vertragend effect heeft op de omzet- erkenning en de daaraan verbonden marges. Voor Radiology Solutions zijn en worden maatregelen genomen om de kostenbasis van de traditionele filmactiviteiten aan te passen. De eerste besparingen van het herstructureringsplan dat in het vierde kwartaal van 2024 werd aangekondigd, zullen naar verwachting in de tweede helft van 2025 worden gerealiseerd.
Gezien de vooruitzichten voor 2025 van de prestaties van de verschillende divisies, de huidige toegezegde faciliteiten die beschikbaar zijn voor de Onderneming en de verwachting van het bereiken van een overeenkomst voor herfinanciering op lange termijn, na mei 2026, verwacht de Onderneming voortzetting van haar huidige en toekomstige verplichtingen en te voldoen aan de behoefte aan werkkapitaal. Daarom heeft de Raad van Bestuur besloten om de grondsla- gen voor financiële verslaggeving te blijven toepassen in de veronderstelling van continuïteit wat betekent dat wordt verondersteld dat de activa worden gerealiseerd en de verplichtingen worden nagekomen in het kader van de normale bedrijfsvoering.
Andere financiële risico’s worden toegelicht onder ‘Financiële risico’s en financiële instrumen- ten’ op pagina 149.
Geschoolde en gemotiveerde arbeidskrachten zijn cruciaal voor zakelijk succes. Onvermo- gen om talent aan te trekken, te ontwikkelen en te behouden, of om de gezondheids- en veiligheidsnormen na te leven, kan de concurrentiepositie en de operationele prestaties beïnvloeden. Filmproducten die geproduceerd worden in Agfa's productie- faciliteiten in Mortsel, België, worden steeds vaker zo dicht mogelijk bij of door de klanten afgewerkt. Daarom worden masterrollen van film verscheept naar bestemmingen over de hele wereld.
AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024 79
Elke week worden wereldwijd bijna drie miljoen radiografische onderzoeken uitgevoerd met apparatuur van Agfa's divisie Radiology Solutions. Door de kracht van intelligente technologie te gebruiken zorgen ze ervoor dat radiologen de nauwkeurige en kwaliteitsvolle diagnostische informatie krijgen die ze nodig hebben, vanaf de eerste röntgenfoto die genomen wordt.
80
81
AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Het Benoemings- en Remuneratiecomité werd door de Raad van Bestuur belast met verantwoordelijk- heden inzake de voordracht voor benoeming, herbenoeming en ontslag van Bestuurders en leden van het Executive Management, het remuneratiebe- leid en de individuele remuneratie van Bestuurders en leden van het Executive Management. De taken en werking van het Benoemings- en Remuneratie- comité worden in extenso beschreven in hoofdstuk 5.2 van het Corporate Governance Charter.
Het Benoemings- en Remuneratiecomité bestaat uit- sluitend uit niet-uitvoerende bestuurders. Het Comité bestaat sinds mei 2022 uit de volgende drie niet-uitvoerende bestuurders: de heer C. Reinaudo, Voorzitter, mevrouw L. De Decker en de heer F. Aranzana. Twee ervan zijn onafhankelijke bestuurders.
Het Comité had drie zittingen in 2024 en onder meer de volgende agendapunten werden behandeld: de samenstelling van de Raad van Bestuur en de Comités, talent management, met inbegrip van het identificeren van sleutelrollen en hun successieplanning, de prestaties en de remuneratie van het Executive Management en Senior Executives en de opstelling van het remuneratieverslag, bevraging naar werk- nemersbetrokkenheid en de Agfa groepswaarden.
82
Een update van het Remuneratiebeleid, die de algemene principes van het huidige Remuneratiebeleid handhaaft, zal ter goedkeuring worden voorgelegd aan de aandeelhouders tijdens de Jaarvergadering op 13 mei 2025. De voorgestelde tekst is beschikbaar op de website van de Onderneming: www.agfa.com.
Het voorgestelde Remuneratiebeleid is in lijn met de Richtlijn Aandeelhoudersrechten II, de Code Vennootschappen en Verenigingen en de Corporate Governance Code 2020.
Het Remuneratieverslag voor 2024, voorbereid door het Benoemings- en Remuneratiecomité, zal ook ter (raadgevende) stemming worden voorgelegd tijdens de Jaarvergadering die zal plaatsvinden op 13 mei 2025. Het Benoemings- en Remuneratiecomité ziet toe op de toepassing van het Remuneratiebeleid en adviseert de Raad van Bestuur hierover.
De Jaarvergadering van 14 mei 2024 keurde het vorige Remuneratieverslag goed met 85,6% van de stemmen (tegenover 82,9% van de stemmen in 2023). Bij het opstellen en herzien van zijn Remune- ratiebeleid houdt Agfa-Gevaert rekening met de stemmen en suggesties van zijn aandeelhouders. Agfa-Gevaert nodigt zijn aandeelhouders uit tot een open en transparante communicatie over zijn Remuneratiebeleid en andere Corporate Governance-aspecten. Het goedkeuringspercentage van het Remuneratieverslag is een duidelijke indicatie van de zeer brede steun voor het huidige Remuneratiebe- leid. In antwoord op een aantal opmerkingen over het vorige Remuneratieverslag, geeft de Onderneming in het verslag van dit jaar een aantal bijkomende toelichtingen en verduidelijkingen.
De leden van de Raad van Bestuur en de Comités hadden recht op de volgende jaarlijkse vaste vergoeding in 2024:
De vaste vergoeding dekt een maximum aantal vergaderingen per jaar (zeven voor de Raad van Bestuur, vijf voor het Auditcomité en drie voor het Benoemings- en Remuneratiecomité). Een bijko- mende vaste vergoeding van 2.500 euro is voorzien voor elke vergadering die het maximum aantal vergaderingen overschrijdt. De vergoeding van de Voorzitter van de Raad van Bestuur is echter een all-in vergoeding.
In overeenstemming met het beleid ontvangen niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur geen aandelengerelateerde vergoeding zoals bedoeld in bepaling 7.6 van de Corporate Governance Code 2020. Agfa houdt zich aan Principe 6 van de Code en het is van mening dat de niet-uitvoerende bestuurders volledig in cash vergoeden, beter belangenconflicten voorkomt en hun volledige onafhankelijkheid van geest waarborgt.
Onkosten (bv. voor intercontinentale of internationale reizen) worden afzonderlijk vergoed. De Chief Executive Officer (CEO) ontvangt enkel vergoedingen als lid van het Executive Management. Hij ontvangt geen afzonderlijke vergoeding voor zijn rol als uitvoerend bestuurder.
83
AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Het verloningspakket van de leden van het Executive Management bestaat uit een basisloon, een varia- bele verloning op korte termijn en een variabele cashverloning op lange termijn. Dit wordt aangevuld (enkel voor degenen die een werknemersstatuut hebben) met voordelen en pensioengerelateerde rechten. Deze verschillende componenten worden in meer detail beschreven in het Remuneratiebeleid van de Onderneming.
De Raad van Bestuur streeft ernaar dat alle leden van het Executive Management binnen een redelijke compa- ratio van de mediaan van de markt voor de totale directe vergoeding blijven. De Willis Towers Watson (WTW) methodologie wordt gebruikt om de leden van het Executive Leadership intern en extern te positioneren en te benchmarken om competitief te blijven. De wereldwijde WTW-waarderingsmethode werd verder geïntroduceerd in 2024 en wereldwijd uitgerold vanaf januari 2025.
Het basisloon is bedoeld om mensen aan te trekken en te behouden en om hun ervaring en reikwijdte van verantwoordelijkheden in hun respectieve functies te weerspiegelen. Voor de leden van het Executive Leadership die het statuut van werknemer hebben, wordt de helft van de jaarlijkse inflatie toegepast op hun basissalaris. Het Benoemings- en Remuneratiecomité formuleert jaarlijks aanbeve- lingen aan de Raad van Bestuur met betrekking tot de evolutie van de basisloonpakketten zodat deze competitief blijven.
Agfa's variabele looncomponent op korte termijn ondersteunt enerzijds de belangrijkste prioriteiten voor het jaar in overeenstemming met de algemene ondernemingsstrategie, met een sterke focus op de financiële resultaten op korte termijn. Anderzijds is het gericht op het stimuleren en belonen van gedrag en gezonde zakelijke beslissingen voor waardecreatie op lange termijn.# REMUNERATIEVERSLAG
De toekenning van deze variabele remuneratie aan het Executive Management en het bedrag ervan zal gebaseerd zijn op de collectieve resultaten van de Onderneming, het behalen van vooraf bepaalde doelstellingen zoals bepaald door de Raad van Bestuur en de rol die de leden van het Executive Management spelen in het behalen van deze resultaten.
De parameters die in een bepaald jaar worden gebruikt en de doelstellingen die met betrekking tot deze parameters moeten worden bereikt, worden elk jaar geëvalueerd door het Benoemings- en Remuneratiecomité en ter goedkeuring voorgelegd aan de Raad van Bestuur. De erkenning van zowel het collectieve succes als de individuele prestaties draagt bij tot waarde- creatie op lange termijn en tot de verwezenlijking van de strategie bepaald door de Raad van Bestuur. De prestatiedoelen leggen een rechtstreeks verband tussen de belangen van de Onderneming en haar stakeholders enerzijds en die van de leden van het Executive Management anderzijds.
84 REMUNERATIEVERSLAG
De ‘on target’ variabele kortetermijncomponent voor de CEO is 67% van het basissalaris, met een maximale mogelijkheid van 100% van het basissalaris. Voor de leden van het Executive Committee is het ‘on target’ niveau 50% van het basissalaris, met een maximale mogelijkheid van 100% van het basissalaris. Voor zowel financiële als niet-financiële prestatiecriteria wordt een ondergrens vastgesteld, waaronder de uitbetaling nul is. De maximale uitbetaling voor individuele parameters ligt tussen 150% en 200%.
Naast het standaard systeem van variabele remuneratie op korte termijn, behoudt de Raad van Bestuur het voorrecht om, op voorstel van het Benoemings- en Remuneratiecomité, (specifieke) leden van het Executive Management een bijkomende bonus toe te kennen voor specifieke prestaties of diensten, zonder evenwel het totale budget voor jaarlijkse variabele remuneratie op korte termijn van een bepaald boekjaar te overschrijden.
Om de focus van het Executive Management af te stemmen op de belangen van de Agfa-aandeelhouders, krijgen alle leden van het Executive Management een pakket aangeboden dat een variabele cashcomponent op lange termijn bevat, momenteel door middel van Stock Appreciation Rights (SAR's). Deze SAR's geven een potentieel recht op een cash bonus die de stijging van de aandelenkoers van de Onderneming op Euronext Brussel weerspiegelt. De uitoefenprijs van de SAR's is afhankelijk van de gemiddelde slotkoers van het Agfa-Gevaert-aandeel gedurende de 30 dagen voorafgaand aan de toekenningsdatum. De evolutie van de aandelenkoers wordt beschouwd als een weerspiegeling in de tijd van de prestaties van de Vennootschap ten opzichte van de financiële en niet-financiële prestatie- criteria die elk jaar worden vastgelegd voor het variabele remuneratieplan op korte termijn. Daarom overlappen de prestatiecriteria op lange en korte termijn elkaar in de praktijk.
Het Benoemings- en Remuneratiecomité zal een nieuwe regeling voor lange-termijn incentives voorstellen die ter stemming zal worden voorgelegd als onderdeel van het nieuwe Remuneratiebeleid tijdens de Jaarvergadering die zal worden gehouden op 13 mei 2025.
Zoals bepaald in het huidige beleid ontvangen niet-uitvoerende bestuurders een vaste vergoeding en eventueel een aanwezigheidsvergoeding in cash. De niet-uitvoerende bestuurders ontvangen geen prestatiegebonden remuneratie die rechtstreeks gerelateerd is aan de resultaten van de Onderneming. De niet-uitvoerende bestuurders hebben ook geen deel van hun vergoeding ontvangen in de vorm van aandelen van de Vennootschap voor het boekjaar 2024.
85 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Alle huidige leden van het Executive Management worden vergoed conform het bezoldigingsbeleid 2021. De NRC beoordeelt regelmatig de geschiktheid van de remuneratie voor het Executive Management en doet, indien nodig, voorstellen voor wijzigingen aan de Raad van Bestuur.
De remuneratie van de CEO bestaat uit een vaste vergoeding, een variabele vergoeding op korte termijn en een variabele vergoeding op lange termijn. Deze drie componenten worden in cash uitbetaald. De toekenning en het bedrag van de variabele vergoeding op korte termijn hangt voor 80% af van het behalen van de doelstellingen van de Groep en voor 20% van het behalen van de persoonlijke doelstellingen die zijn vastgelegd door de Raad van Bestuur. De variabele beloning op lange termijn is ingebed in een Stock Appreciation Rights Plan en kan leiden tot een extra bonus in contanten.
Voor de CEO zijn de belangrijkste elementen van het Stock Appreciation Rights Plan (dat – voor alle duidelijkheid – een cash incentive plan is en geen aandelenoptieplan):
Aan de heer Juéry zullen jaarlijks 200.000 Stock Appreciation Rights worden toegekend voor een periode van vijf jaar, beginnend op 1 februari 2020. De 'strike price' voor deze Stock Appreciation Rights werd voor het jaar 2020 vastgesteld op 4,75 euro (naar beneden aan te passen voor iedere dividenduitkering). Sinds 2021 wordt de uitoefenprijs vastgesteld op basis van de gemiddelde slotkoers van het Agfa-Gevaert-aandeel in de 30 dagen voorafgaand aan de toekenning. De Stock Appreciation Rights worden voor 1/3 van iedere toekenning verworven op het einde van ieder kalenderjaar gedurende een periode van drie jaar. De Stock Appreciation Rights kunnen worden uitgeoefend ten vroegste drie jaar na toekenning en daarna tijdens een periode die eindigt op 31 december van het jaar volgend op het jaar waarin het contract met de CEO ten einde loopt.
Daarnaast heeft de heer Juéry recht op vergoeding van redelijke reiskosten en representatiekosten.
De remuneratie van de leden van het Executive Comité bestaat uit een vaste vergoeding, een variabele vergoeding op korte termijn en een variabele vergoeding op lange termijn. Deze drie componenten worden in cash uitbetaald. De korte-termijn variabele vergoeding bedraagt 50% van hun jaarlijkse basissalaris en is gebaseerd op het behalen van financiële en persoonlijke doelstellingen op maximaal één jaar. De variabele beloning wordt gedeeltelijk omgezet in een bonuspensioenregeling. De variabele component op lange termijn wordt gedekt door een Stock Appreciation Rights plan.
Voor de leden van het Executive Comité zijn de belangrijkste elementen van het Stock Appreciation Rights Plan (dat – voor alle duidelijkheid – een cash incentive plan is en geen aandelenoptieplan):
De SAR's vertegenwoordigen tussen 20% en 40% van het basissalaris, afhankelijk van de functie en de positie van de functie ten opzichte van de relevante benchmark. De uitoefenprijs is afhankelijk van de gemiddelde slotkoers van het Agfa-Gevaert-aandeel gedurende de 30 dagen voorafgaand aan de toekenningsdatum. De Stock Appreciation Rights worden aan het eind van elk kalenderjaar onvoorwaardelijk voor een periode van drie jaar a rato van een derde van elke toekenning. De Stock Appreciation Rights kunnen op zijn vroegst drie jaar na toekenning worden uitgeoefend en daarna gedurende een uitoefenperiode van vijf jaar.
Alle leden van het Executive Comité zijn aangesloten bij een pensioenregeling met vaste bijdragen en een werkgeversbijdrage die gelijk is aan 15% van hun basissalaris. Daarnaast hebben de leden van het Directiecomité recht op bepaalde voordelen in natura, zoals een bedrijfswagen, een representatievergoeding, maaltijdcheques en verschillende verzekeringen, zoals voorzien in sectie 3.iii van het Remuneratiebeleid.
86 REMUNERATIEVERSLAG
| Leden Raad van Bestuur | Auditcomité | Benoemings- en remuneratiecomité | Bijkomende vergoeding | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Frank Aranzana | 180.000 € | |||
| Klaus Röhrig | 50.000 € | 12.500 € | 2.500 € | 65.000 € |
| Mark Pensaert | 50.000 € | 25.000 € | 2.500 € | 77.500 € |
| Line De Decker | 50.000 € | 7.500 € | 2.500 € | 60.000 € |
| Helen Routh | 50.000 € | 12.500 € | 2.500 € | 65.000 € |
| Christian Reinaudo | 50.000 € | 15.000 € | 2.500 € | 67.500 € |
| Pascal Juéry |
| Vaste remuneratie | Korte-termijn variabele | Lange-termijn variabele | Pensioen (1) | Andere voordelen (2) | |
|---|---|---|---|---|---|
| Gezamelijke remuneratie Executive Comité | 1.261.767 € | 441.618 € | - | 219.923 € | 67.878 € |
(1) Bijdragen aan de groepsverzekering die een DC-pensioenplan en overlijden dekt.
(2) Andere voordelen dekken de kosten van bedrijfswagens en aanvullende verzekeringen (bv. reisbijstand).
| Vaste remuneratie | Korte-termijn variabele | Lange-termijn variabele | Pensioen | Andere voordelen | |
|---|---|---|---|---|---|
| Pascal Juéry, CEO | 780.000 € | 465.146 € | - | - | - |
Tabel 1 - Vergoeding van de bestuurders over het gerapporteerde boekjaar.# AGFA-GEVAERT JAARVERSLAG 2024
De bestuurders ontvangen geen vergoeding vanwege andere vennootschappen van de Agfa-Gevaert Groep.
Tabel 2 - Vergoeding van de CEO.
De variabele remuneratie op korte termijn van de CEO weerspiegelt voor 80% het behalen van de doelstellingen van de Groep (90% voor de kwantitatieve en financiële doelstellingen en 10% voor de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling) en voor 20% het behalen van de persoonlijke doelstellingen. Het lange-termijn cash incentive plan zal enkel uitbetaald worden wanneer de aandelenkoers hoger is dan de uitoefenprijs van de SAR en wanneer de CEO beslist om uit te oefenen. Er was geen uitoefening in 2024.
Tabel 3 - Gezamenlijke vergoeding van de leden van het Executive Comité.
De variabele vergoeding op korte termijn van de leden van het Executive Comité weerspiegelt voor 80% het bereiken van de doelstellingen van de Groep (90% voor de kwantitatieve en financiële doelstellingen en 10% voor de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling) en voor 20% het bereiken van de persoonlijke doelstellingen. Het lange-termijn cash incentive plan zal alleen uitbetaald worden als de aandelenkoers hoger is dan de uitoefenprijs van de SAR en als de begunstigde besluit om uit te oefenen. Er was geen uitoefening in 2024.
Leden van de Raad van Bestuur en het Executive Management hebben geen aandelenopties, inschrijvingsrechten of andere rechten om aandelen te verwerven. De Vennootschap heeft geen aandelen, aandelenopties of andere rechten om aandelen van de Agfa-Gevaert Groep te verwerven toegekend in 2024, niet aan de leden van de Raad van Bestuur en niet aan leden van het Executive Management.
87 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024 87
| Leden | Raad van Bestuur | Auditcomité | Benoemings- en remuneratiecomité | Bijkomende vergoeding | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Frank Aranzana | 180.000 € | 180.000 € | |||
| Klaus Röhrig | 50.000 € | 12.500 € | 2.500 € | 65.000 € | |
| Mark Pensaert | 50.000 € | 25.000 € | 2.500 € | 77.500 € | |
| Line De Decker | 50.000 € | 7.500 € | 2.500 € | 60.000 € | |
| Helen Routh | 50.000 € | 12.500 € | 2.500 € | 65.000 € | |
| Christian Reinaudo | 50.000 € | 15.000 € | 2.500 € | 67.500 € | |
| Pascal Juéry |
| Remuneratie Executive Comité | |
|---|---|
| Vaste remuneratie | 1.261.767 € |
| Korte-termijn variabele | 441.618 € |
| Lange-termijn variabele | - |
| Pensioen (1) | 219.923 € |
| Andere voordelen (2) | 67.878 € |
| Gezamelijke remuneratie Executive Comité |
(1) Bijdragen aan de groepsverzekering die een DC-pensioenplan en overlijden dekt.
(2) Andere voordelen dekken de kosten van bedrijfswagens en aanvullende verzekeringen (bv. reisbijstand).
| Remuneratie CEO | ||||
|---|---|---|---|---|
| Vaste remuneratie | 780.000 € | |||
| Korte-termijn variabele | 465.146 € | |||
| Lange-termijn variabele | - | |||
| Pensioen | - | |||
| Andere voordelen | - | |||
| Pascal Juéry, CEO |
De oorspronkelijke overeenkomst met de CEO bepaalde dat hij 100.000 aandelen in de Vennootschap moest kopen en aanhouden, die hij in het eerste jaar van zijn ambtstermijn moest opbouwen. De heer Juéry informeerde de Vennootschap nog voor zijn aantreden dat hij deze aandelen had gekocht. De leden van het Executive Comité moeten aandelen in de Onderneming opbouwen tot een bedrag gelijk aan 50% van hun jaarlijkse brutosalaris, en dit over een periode van vijf jaar. Deze termijn van vijf jaar zal voor het eerst worden bereikt in mei 2026.
Er werden geen ontslagvergoedingen betaald aan of beslist ten gunste van leden van het Executive Management in 2024.
In 2024 werd geen gebruik gemaakt van de terugvorderingsbepalingen in de contracten met de leden van het Executive Management.
Tabel 4 geeft vergelijkende informatie met betrekking tot de jaarlijkse verandering in remuneraties en prestaties, evenals de ratio tussen de hoogste remuneratie van leden van het Executive Management en de laagste verloning (in voltijds equivalent) van de werknemers.
De evolutie van de vergoeding voor de CEO is hoofdzakelijk gerelateerd aan de prestaties van de Onderneming. Er wordt geen rekening gehouden met buitengewone items om de vergelijking te vergemakkelijken.
De evolutie in de geaggregeerde vergoeding voor de leden van het Executive Comité is een combinatie van remuneratie gerelateerd aan de prestaties van de Onderneming. Er wordt geen rekening gehouden met buitengewone items, noch met vertrekvergoedingen of met voordelen in natura, om de vergelijking te vergemakkelijken.
Agfa rapporteert de gemiddelde verloning van de medewerkers op basis van een voltijds equivalent. Voor de gemiddelde verloning van de werknemers van de Onderneming werden enkel werknemers in België in aanmerking genomen. De gemiddelde verloning van de medewerkers van de Groep houdt rekening met alle medewerkers wereldwijd.
Tabel 4 - Vergelijkende tabel over de vergoeding en prestaties van de Onderneming over de vijf laatst gerapporteerde boekjaren.
| RFY-4 vs RFY-5 2019/2020 | RFY-3 vs RFY-4 2020/2021 | RFY-2 vs RFY-3 2021/2022 | RFY-1 vs RFY-2 2022/2023 | RFY vs RFY-1 2023/2024 | RFY 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Remuneratie bestuurders en Executive Comité | ||||||
| Frank Aranzana | 141% | 38% | 0% | 0% | 0% | 180.000 € |
| Klaus Röhrig | -30% | -42% | 4% | -7% | 4% | 65.000 € |
| Mark Pensaert | 8% | 3% | 0% | 0% | 0% | 77.500 € |
| Line De Decker | 4% | 0% | 60.000 € | |||
| Helen Routh | 16% | 0% | 4% | -4% | 0% | 65.000 € |
| Christian Reinaudo | 27% | 17% | 0% | -4% | 0% | 67.500 € |
| Pascal Juéry | -50% | 48% | -3% | 6% | 5% | 1.245.146 € |
| Executive Committee | -43% | 21% | 24% | -17% | 13% | 1.991.186 € |
| Prestaties van de Vennootschap | ||||||
| Financiële metric A: inkomsten | -13% | 3% | -35% | 0% | -1% | |
| Financiële metric B: EBITDA | -35% | 5% | -52% | 52% | -8% | |
| Financiële metric C: Nettowinst | 1394% | -102% | -1493% | 55% | 9% | |
| Gemiddelde remuneratie van de werknemers op basis van voltijds equivalenten | ||||||
| Werknemers van de Vennootschap | 71.885 € | 74.994 € | 81.751 € | 80.326 € | 87.966 € | |
| Werknemers van de Groep | 61.070 € | 62.836 € | 68.663 € | 76.090 € | 77.936 € | |
| Ratio hoogste/laagste remuneratie | 22,50 | 28,70 | 35,04 | 34,36 | 36,85 |
Enterprise Imaging Cloud: Een volledig beheerde SaaS-oplossing die de software levenscyclus vereenvoudigt door het leveren van geautomatiseerde updates, moeiteloze schaalbaarheid en verbeterde beveiliging. Met deze “hands-free” oplossing maakt Agfa HealthCare een betere kostenbeheersing mogelijk terwijl het on-demand schaalt naarmate de behoeften groeien.
88 89 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024 89
De Raad van Bestuur en het Executive Management van Agfa-Gevaert NV, vertegenwoordigd door de heer Frank Aranzana, Voorzitter van de Raad van Bestuur, de heer Pascal Juéry, President en Chief Executive Officer en mevrouw Fiona Lam, Chief Financial Officer, verklaren hierbij dat, voor zover hen bekend, de geconsolideerde jaarrekening, opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS), zoals aangenomen door de EU, een getrouw beeld geeft van het vermogen, van de financiële toestand en van de resultaten van de Vennootschap en haar geconsolideerde dochterondernemingen; het jaarverslag een getrouw overzicht geeft van de ontwikkeling en de resultaten van de Vennootschap en haar geconsolideerde dochterondernemingen, evenals een beschrijving van de voornaamste risico’s en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden.
Zoals elke onderneming wordt Agfa voortdurend geconfronteerd met verschillende risico’s. De belangrijkste gegevens over risicobeheer worden in het jaarverslag gegeven onder de titel 'Risicobeheer en interne controles' (onderdeel van 'Corporate governance, risico’s en vergoedingen'). Financiële risico’s zoals het wisselkoersrisico, het renterisico, het risico verbonden aan de prijs van grondstoffen, het kredietrisico en het liquiditeitsrisico worden meer gedetailleerd beschreven in de toelichting bij de jaarrekening onder 'Financiële risico’s en financiële instrumenten'. De toelichtingen maken integraal deel uit van de geconsolideerde jaarrekening.
Verklaring over het getrouwe beeld in overeenstemming met het Koninklijk Besluit van 14 november 2007
90 GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Agfa-Gevaert Groep - Geconsolideerde winst- en verliesrekening
De toelichtingen op bladzijden 98 tot 218 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.
| MILJOEN EURO | Toelichting | 2023 | 2024 |
|---|---|---|---|
| VOORTGEZETTE ACTIVITEITEN | |||
| Opbrengsten | 8 | 1.150 | 1.138 |
| Kostprijs van verkopen | (792) | (784) | |
| Brutowinst | 359 | 353 | |
| Verkoopkosten | (170) | (162) | |
| Kosten van onderzoek en ontwikkeling | (73) | (70) | |
| Algemene beheerskosten | (140) | (133) | |
| Waardeverminderingsverliezen op handels- en andere vorderingen, inclusief contractuele activa verbonden aan contracten met klanten | 22.2 | 1 | (1) |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 9 | 53 | 48 |
| Overige bedrijfskosten | 9 | (38) | (83) |
| Winst (verlies) uit bedrijfsactiviteiten | 6 | (8) | |
| Financieringsbaten (-kosten) - netto | (29) | (22) | |
| Financieringsbaten | 10 | 15 | 11 |
| Financieringskosten | 10 | (12) | (15) |
| Overige financieringsbaten (-kosten) - netto | (26) | (27) | |
| Overige financieringsbaten | 10 | 2 | 2 |
| Overige financieringskosten | 10 | (31) | (24) |
| Nettofinancieringslasten | (26) | (27) | |
| Aandeel van de Groep in het nettoresultaat van geassocieerde deelnemingen - na winstbelastingen | 30.1 | (1) | (1) |
| Winst (verlies) voor belastingen | (35) | (75) | |
| Winstbelastingen | 17 | (16) | (15) |
| Winst (verlies) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | (51) | (91) | |
| BEËINDIGDE ACTIVITEITEN | |||
| Winst (verlies) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten - na winstbelasting | 20.2 | (49) | (1) |
| Winst (verlies) over het boekjaar | (101) | (92) | |
| Winst (verlies) toewijsbaar aan: | |||
| Aandeelhouders van de Onderneming | (102) | (92) | |
| Minderheidsbelangen | 1 | - | |
| Verlies per aandeel (euro) | 12.1 | (0,66) | (0,59) |
| Gewone winst (verlies) per aandeel (euro) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten/ Verwaterde winst (verlies) per aandeel (euro) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | (0,33) | (0,59) | |
| Gewone winst (verlies) per aandeel (euro) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten/ Verwaterde winst (verlies) per aandeel (euro) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | (0,33) | (0,01) |
Agfa-Gevaert Groep - Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
De toelichtingen op bladzijden 98 tot 218 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.
| MILJOEN EURO | Toelichting | 2023 | 2024 |
|---|---|---|---|
| Winst (verlies) over het boekjaar | (101) | (92) | |
| Winst (verlies) over het boekjaar uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | (51) | (91) | |
| Winst (verlies) over het boekjaar uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 20.2 | (49) | (1) |
| Niet-gerealiseerde resultaten-na winstbelastingen | |||
| Niet-gerealiseerde resultaten die geherklasseerd zijn naar de winst- en verliesrekening of in een volgende periode kunnen geherklasseerd worden naar de winst- en verliesrekening: | (8) | 3 | |
| Valutakoersverschillen: | (12) | 4 | |
| Valutakoersverschillen voor buitenlandse activiteiten | 37.6 | (10) | 3 |
| Herklassering van valutakoersverschillen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten naar de winst- en verliesrekening | 37.6 | (2) | (1) |
| Kasstroomafdekkingen: | 4 | (1) | |
| Effectief deel van veranderingen in de reële waarde van kasstroomafdekkingen | 37.4 | 2 | - |
| Nettoverandering in de reële waarde van kasstroomafdekkingen die is overgeboekt naar de winst- en verliesrekening | 37.4 | 2 | (1) |
| Verandering in de reële waarde die is overgeboekt naar de initiële boekwaarde van het ingedekte actief | 37.4 | - | - |
| Winstbelastingen | 37.4 | - | - |
| Niet-gerealiseerde resultaten die niet geherklasseerd worden naar de winst- en verliesrekening | (13) | 17 | |
| Investering gewaardeerd aan reële waarde via niet-gerealiseerde resultaten - veranderingen in reële waarde | 37.3 | (1) | (1) |
| Herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen geboekt in het eigen vermogen | 37.5 | (15) | 19 |
| Winstbelastingen op de herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen | 37.5 | 3 | - |
| Niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar, na winstbelastingen | (22) | 20 | |
| Totaal van de niet-gerealiseerde resultaten uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | (15) | 21 | |
| Totaal van de niet-gerealiseerde resultaten uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | (6) | (1) | |
| Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar toewijsbaar aan: | (123) | (71) | |
| Eigenaars van de Onderneming | (125) | (71) | |
| Minderheidsbelangen | 2 | - | |
| Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar uit voortgezette bedrijfsactiviteiten toewijsbaar aan: | (66) | (70) | |
| Aandeelhouders van de Onderneming (voortgezette bedrijfsactiviteiten) | (66) | (70) | |
| Minderheidsbelangen (voortgezette bedrijfsactiviteiten) | - | - | |
| Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten uit beëindigde activiteiten over het boekjaar toewijsbaar aan: | (56) | (2) | |
| Aandeelhouders van de Onderneming (beëindigde bedrijfsactiviteiten) | (58) | (2) | |
| Minderheidsbelangen (beëindigde bedrijfsactiviteiten) | 2 | - |
Agfa-Gevaert Groep - Geconsolideerde balans
De toelichtingen op bladzijden 98 tot 218 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.
| MILJOEN EURO | Toelichting | 31 december 2023 | 31 december 2024 |
|---|---|---|---|
| ACTIVA | |||
| Vaste activa | 576 | 583 | |
| Goodwill | 27 | 215 | |
| Immateriële activa | 27 | 24 | 28 |
| Materiële vaste activa | 28 | 115 | 104 |
| Recht-op-gebruik activa | 29 | 39 | 44 |
| Investeringen in geassocieerde deelnemingen | 30 | 1 | - |
| Overige financiële activa | 30 | 4 | 3 |
| Activa in verband met vergoedingen na uitdiensttreding | 13 | 29 | 54 |
| Handelsvorderingen | 22.2 | 2 | 2 |
| Overige belastingvorderingen | 18 | - | 2 |
| Vorderingen uit leaseovereenkomsten | 31 | 69 | 55 |
| Overige activa | 36 | 4 | 4 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 17 | 74 | 71 |
| Vlottende activa | 792 | 793 | |
| Voorraden | 32 | 289 | 293 |
| Handelsvorderingen | 22.2 | 175 | 178 |
| Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten | 8.3 | 83 | 93 |
| Actuele vorderingen uit winstbelastingen | 17 | 51 | 47 |
| Overige belastingvorderingen | 18 | 20 | 15 |
| Overige financiële activa | 30 | - | - |
| Vorderingen uit leaseovereenkomsten | 31 | 31 | 31 |
| Overige vorderingen | 33 | 48 | 43 |
| Overige kortlopende activa | 36 | 13 | 15 |
| Derivaten | 25 | 2 | - |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 34 | 77 | 68 |
| Vaste activa aangehouden voor verkoop | 35 | 2 | 9 |
| TOTAAL ACTIVA | 1.368 | 1.377 | |
| EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | |||
| Eigen vermogen | 396 | 324 | |
| Toewijsbaar aan aandeelhouders van de Onderneming | 395 | 323 | |
| Maatschappelijk kapitaal | 37.1 | 187 | 187 |
| Uitgiftepremies | 37.1 | 210 | 210 |
| Ingehouden winsten | 945 | 852 | |
| Overige reserves | 37.2/37.3/37.4 | - | (2) |
| Valutakoersverschillen | 37.6 | (22) | (18) |
| Saldo van de herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegd- pensioenregelingen geboekt in het eigen vermogen | 37.5 | (926) | (906) |
| Minderheidsbelangen | 37.8 | 1 | 2 |
| Langlopende verplichtingen | 584 | 656 | |
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding en langetermijnontslag- vergoedingen | 13/14 | 486 | 459 |
| Overige personeelsvergoedingen | 16 | 5 | 5 |
| Rentedragende verplichtingen | 38 | 69 | 141 |
| Voorzieningen | 39 | 7 | 34 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 17 | 9 | 8 |
| Handelsschulden | 23 | 3 | 2 |
| Overige langlopende verplichtingen | 41 | 4 | 7 |
| Kortlopende verplichtingen | 388 | 396 | |
| Rentedragende verplichtingen | 38 | 14 | 15 |
| Voorzieningen | 39 | 13 | 26 |
| Handelsschulden | 23 | 132 | 127 |
| Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten | 8.3 | 97 | 102 |
| Actuele verplichtingen uit winstbelastingen | 17 | 23 | 21 |
| Overige belastingverplichtingen | 18 | 24 | 24 |
| Overige te betalen posten | 40 | 9 | 5 |
| Personeelsbeloningen | 16 | 73 | 74 |
| Overige kortlopende verplichtingen | 41 | 1 | 2 |
| Derivaten | 25 | - | 1 |
| TOTAAL EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | 1.368 | 1.377 |
Agfa-Gevaert Groep - Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen
De toelichtingen op bladzijden 98 tot 218 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.
| MILJOEN EURO | Toeli- chting | TOEWIJSBAAR AAN AANDEELHOUDERS VAN DE ONDERNEMING | MINDER- HEIDSBEL- ANGEN | TO- TAAL EIGEN VER- MO- GEN |
|---|---|---|---|---|
| Maatschappelijk kapitaal | Uit- giftepre- mie | Inge- houden winsten | ||
| Boekwaarde per 1 januari 2023 | 187 | 210 | 1.042 | |
| Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over de periode | ||||
| Winst (verlies) over het boekjaar | - | - | (102) | |
| Niet-gerealiseerde resultaten na winst- belastingen | 37.9 | - | - | - |
| Totaal van gerealiseerde en niet-ge- realiseerde resultaten over het boekjaar, na winst- belastingen | - | - | (102) | |
| Transacties met aandeelhouders, rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen | ||||
| Dividenden | 37.7 | - | - | - |
| Overdracht van bedragen opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten naar ingehouden winsten na verlies van zeggenschap | 37.5 | - | - | 6 |
| Afstoting van minderheidsbelangen na verlies van zeggenschap | 37.8 | - | - | - |
| Totaal van transacties met aandeel- houders, rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen | - | - | 6 | |
| Boekwaarde per 31 december 2023 | 187 | 210 | 945 | |
| Boekwaarde per 1 januari 2024 | 187 | 210 | 945 | |
| Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over de periode | ||||
| Winst (verlies) over het boekjaar | - | - | (92) | |
| Niet-gerealiseerde resultaten na winst- belastingen | 37.9 | - | - | - |
| Totaal van gerealiseerde en niet-ge- realiseerde resultaten over het boekjaar, na winst- belastingen | - | - | (92) | |
| Transacties met aandeelhouders, rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen | ||||
| Dividenden | 37.7 | - | - | - |
| Overdracht van bedragen opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten naar ingehouden winsten na verlies van zeggenschap |
De toelichtingen op bladzijden 98 tot 218 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening. De Groep heeft ervoor gekozen om een kasstroomoverzicht te presenteren dat alle kasstromen omvat, inclusief zowel voortgezette als beëindigde bedrijfsactiviteiten.
| MILJOEN EURO | Toelichting | 2023 | 2024 |
|---|---|---|---|
| Winst (verlies) over het boekjaar | (101) | (92) | |
| Winstbelastingen | 17 | 21 | |
| Aandeel van de Groep in het nettoresultaat van geassocieerde deelnemingen - na winstbelastingen | 1 | 1 | |
| Nettofinancieringslasten | 10 | 26 | |
| Bedrijfsresultaat | (53) | (49) | |
| Afschrijvingen (exclusief afschrijvingen op recht-op-gebruik activa) | 27/28 | 26 | 26 |
| Afschrijvingen op recht-op-gebruik activa | 29 | 19 | 16 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op goodwill | 27 | - | - |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op immateriële activa | 27 | - | - |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op materiële vaste activa | 28 | 3 | 19 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op recht-op-gebruik activa | 29 | 5 | 4 |
| Vrijval van resultaten uit de afdekkingsreserve | 21.4 | 2 | (1) |
| Overheids- en andere subsidies | (5) | (5) | |
| Winst/verlies uit de verkoop van immateriële activa en materiële vaste activa | - | (2) | |
| Verlies uit de afstoting van beëindigde bedrijfsactiviteiten | 20.1 | 42 | - |
| Kosten voor verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding en ontslagvergoedingen | 24 | 16 | - |
| Opbouw van personeelsverplichtingen | 60 | 57 | |
| Afwaarderingen/terugname op voorraden | 32 | 13 | 10 |
| Waardeverminderingsverliezen/terugname op vorderingen | 22.2 | (1) | - |
| Opbouw/terugname van voorzieningen | 39 | 1 | 45 |
| Valutakoersverschillen en reële waardeveranderingen van derivaten | (1) | - | |
| Bedrijfskasstroom voor wijzigingen in het werkkapitaal | 134 | 138 | |
| Wijziging in de voorraden | 23 | (13) | - |
| Wijziging in de handelsvorderingen | (22) | (3) | |
| Wijziging in de contractuele activa verbonden aan contracten met klanten | 10 | (8) | |
| Wijziging in de werkkapitaalactiva | 11 | (11) | |
| Wijziging in de handelsschulden | (10) | (7) | |
| Wijziging in de contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten | 5 | 3 | |
| Wijziging in de werkkapitaalverplichtingen | (5) | (4) | |
| Wijziging in het werkkapitaal | 6 | (15) | |
| Uitgaande kasstroom voor personeelsbeloningen | (133) | (123) | |
| Uitgaande kasstroom voor voorzieningen | 39 | (22) | (8) |
| Veranderingen in de leaseportfolio | 2 | 16 | |
| Veranderingen in ander werkkapitaal | (15) | 2 | |
| Ontvangen kasstromen uit derivaten ter indekking van operationele activiteiten | - | 2 | |
| Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten | (28) | - | |
| Betaalde belastingen | (2) | (3) | |
| Nettokasstromen uit bedrijfsactiviteiten | (30) | (4) | |
| waarvan met betrekking tot beëindigde activiteiten | (12) | (1) |
97
AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
De toelichtingen op bladzijden 98 tot 218 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening. De Groep heeft ervoor gekozen om een kasstroomoverzicht te presenteren dat alle kasstromen omvat, inclusief zowel voortgezette als beëindigde bedrijfsactiviteiten.
| MILJOEN EURO | Toelichting | 2023 | 2024 |
|---|---|---|---|
| Investeringsuitgaven | 27/28 | (34) | (45) |
| Ontvangsten uit de verkoop van immateriële activa en materiële vaste activa | 27/28 | 3 | 3 |
| Overnames na aftrek verworven geldmiddelen | 19.2 | 3 | - |
| Investeringen in geassocieerde deelnemingen | 30.1 | (1) | (1) |
| Ontvangsten uit de verkoop van beëindigde activiteiten, na winstbelastingen | 20.1 | (4) | 2 |
| Ontvangen rente | 16 | 12 | - |
| Nettokasstromen uit investeringsactiviteiten | (16) | (29) | |
| waarvan met betrekking tot beëindigde activiteiten | (5) | 2 | |
| Betaalde rente | (13) | (16) | |
| Betaalde dividenden aan minderheidsbelangen | 37.8 | (9) | - |
| Inkoop van eigen aandelen | 37.2 | - | - |
| Ontvangsten van leningen | 38.4 | 40 | 85 |
| Terugbetalingen van leningen | 38.4 | - | (20) |
| Betaling van leaseschulden | 38.4 | (23) | (21) |
| Ontvangsten uit/betalingen van derivaten | (3) | (4) | |
| Andere ontvangen/betaalde financieringsinkomsten/(kosten) | (2) | (2) | |
| Nettokasstromen uit financieringsactiviteiten | (10) | 22 | |
| waarvan met betrekking tot beëindigde activiteiten | (11) | - | |
| Nettowijziging in geldmiddelen en kasequivalenten | (57) | (11) | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van het jaar | 138 | 77 | |
| Nettowijziging in geldmiddelen en kasequivalenten | 6.3 | (57) | (11) |
| Impact van valutakoersverschillen | (4) | 2 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten op het einde van het boekjaar | 77 | 68 |
Agfa-Gevaert NV (‘de Onderneming’) is een onderneming die in België gevestigd is. Het adres van de statutaire zetel van de Onderneming is Septestraat 27, 2640 Mortsel. De geconsolideerde jaarrekening van de Groep over 2024 omvat de Onderneming en 66 geconsolideerde dochterondernemingen (2023: 71 geconsolideerde dochterondernemingen). Investeringen in dochterondernemingen worden opgesomd in toelichting 42. In Europa zijn er een paar dochterondernemingen waarin minderheidsbelangen een aandeel aanhouden dat van ondergeschikt belang is voor de Groep.
De geconsolideerde jaarrekening werd opgemaakt in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals aangenomen door de Europese Unie op 31 december 2024. De Groep heeft geen IFRS standaarden vervroegd toegepast welke nog niet van toepassing waren in 2024. Verdere informatie wordt verstrekt in toelichting 51 ‘Nieuwe standaarden en interpretaties van standaarden gepubliceerd, nog niet van kracht per einde boekjaar’. De Raad van Bestuur heeft beslist om de van toepassing zijnde boekhoudprincipes toe te passen in de veronderstelling van continuïteit. Verdere informatie hieromtrent wordt verleend in toelichting 4.1 ‘Liquiditeitspositie en continuïteit’. De geconsolideerde staten werden goedgekeurd voor publicatie door de Raad van Bestuur op 11 maart 2025.
De geconsolideerde jaarrekening wordt voorgesteld in euro, wat de functionele munt is van de Onderneming. Alle financiële informatie is weergegeven in miljoen euro, afgerond naar het dichtstbijzijnde miljoen, tenzij anders aangeduid. Door het gebruik van afrondingen is het mogelijk dat de som van individuele lijnen in een tabel niet overeenkomt met het totaal van die lijnen, daar de totalen zelf worden afgerond naar het dichtstbijzijnde miljoen.
De bedragen in de geconsolideerde jaarrekening vereisen schattingen en oordelen van het management. Deze worden voortdurend opnieuw beoordeeld, rekening houdend met ervaringen en andere factoren zoals verwachtingen van toekomstige gebeurtenissen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat ze zich zullen voordoen. De werkelijke bedragen kunnen mogelijk afwijken van deze schattingen. De onderwerpen met een hogere mate van beoordeling of complexiteit of gebieden waar aannames en schattingen belangrijk zijn in de geconsolideerde jaarrekening worden hieronder besproken.
* Liquiditeitspositie en continuïteit
* Netto contante waarde van geschatte toekomstige kasstromen gebruikt bij het testen op bijzondere waardeverminderingen
* Recupereerbaarheid van uitgestelde belastingvorderingen
* Belastingverplichtingen voor lopende en verwachte belastingcontroles
* Actuariële aannames gebruikt voor het waarderen van toegezegdpensioenregelingen.
98
TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in de veronderstelling dat de continuïteit van de onderneming gewaarborgd is, waarbij wordt verondersteld dat de activa worden gerealiseerd en de verplichtingen worden nagekomen in het kader van de normale bedrijfsvoering. De Raad van Bestuur van de Vennootschap heeft de continuïteitsstatus en de onzekerheid die verband houdt met de herfinanciering van de Vennootschap op lange termijn beoordeeld. Voor het beheer van haar liquiditeit beschikt de Groep momenteel over een doorlopende kredietfaciliteit om aan haar liquiditeitsbehoeften te voldoen. Het nominale bedrag van deze kredietfaciliteit bedraagt 230 miljoen euro, waarvan 100 miljoen euro is opgenomen per december 2024 en vervalt in maart 2026. De financiële instellingen hebben de einddatum van de faciliteit verlengd tot 30 mei 2026 wat maakt dat een periode van minstens 12 maanden na de Algemene Vergadering van Aandeelhouders waarop de financiële staten van 2024 goedgekeurd worden, gedekt is. Het management is momenteel in onderhandeling met de financiële instellingen omtrent de herfinanciering van deze kredietfaciliteit. De Raad van Bestuur heeft er vertrouwen in tot een overeenkomst te komen met de financiële instellingen die passend is voor het bedrijf. Als onderdeel van de bestaande doorlopende kredietfaciliteit moet de Groep zich houden aan verschillende financiële convenanten. De convenantentests, gemeten over de voortgezette activiteiten van de Groep, bestaan uit:
* ‘Leverage’ convenant: de ‘leverage ratio’ van de netto financiële schuld1over de EBITDAvan de laatste twaalf maanden mag niet hoger zijn dan 3.
* Rentedekking: de EBITDAover de laatste twaalf maanden ten opzichte van de Netto financieringsbaten (-kosten) moet minimaal 5 zijn.
| De Groep heeft gedurende de gehele verslagperiode voldaan aan alle convenanten van de huidige doorlopende kredietfaciliteit. Onderstaand overzicht geeft meer informatie over de situatie van de convenanten per 30 juni 2024 en 31 december 2024.MILJOEN EURO | 2024 | 30 juni 2024 | 31 december 2024 |
|---|---|---|---|
| Netto financiële schuld [1] | 51 | 37 | 12 |
| maanden voortschrijdende EBITDA [2] | 54 | 52 | 12 |
| maanden voortschrijdende Netto financieringsbaten (-kosten) [3] | - | (4) |
Convenanten
Netto financiële schuld/EBITDA [1]/[2] (Max 3) | 0,9 | 0,7
EBITDA/Netto financieringsbaten (-kosten) [2]/[3] (Min 5) | 285,6 | 12,3
Toelichting: Convenanten worden elk half jaar getest. Aangepaste EBITDA uitsluitend voor voortgezette activiteiten.
[1] Netto financiële schuld in de context van de berekening van de convenanten betekent de som van langlopende en kortlopende rentedragende verplichtingen aan banken exclusief langlopende en kortlopende leaseverplichtingen, inclusief negatieve banksaldi minus geldmiddelen en kase-quivalenten.
[2] EBITDA in de context voor de berekening van de convenanten betekent, voor elke relevante periode, het geconsolideerd resultaat voor financieringslasten, inkomstenbelastingen en afschrijvingen (de lijn ‘Winst (verlies) uit bedrijfsactiviteiten’ uit de geconsolideerde winst-en verliesrekening, voor aftrek van reorganisatiekosten en aanpassingen) plus afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen uit het geconsolideerd kasstroomo-verzicht na aftrek van leasebetalingen.
[3] Netto financieringsbaten (-kosten) betekent de netto financieringsbaten (-kosten) zoals voorgesteld in de winst-en verliesrekening over een periode van 12 maanden bekeken.
99 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
De Raad van Bestuur zal er nauwlettend op toezien dat in de toekomst aan deze financiële convenanten wordt voldaan. Op basis van het budget voor 2025 wordt verwacht dat we aan deze convenanten zullen blijven voldoen. Het management heeft gedetailleerde budgetten en kasstroomprognoses opgesteld voor de komende vijf jaar. Het management erkent dat deze kasstroomprognoses onzeker blijven. Significante veranderingen in de realisatie van bedrijfsplannen kunnen van invloed zijn op het niveau of de timing van de opname uit de kredietfaciliteit van de onderneming.
In 2024 bleef de Onderneming bedrijfskasmiddelen verbruiken en realiseerde het een vrije kasstroom van -46 miljoen euro (2023: -48 miljoen euro), wat resulteerde in een netto financiële schuld die evolueerde van een netto kaspositie van 37 miljoen euro (excl. leaseverplichtingen) per 31 december 2023 naar een netto schuldpositie van 37 miljoen euro (excl. leaseverplichtingen) per 31 december 2024. Een groot deel van het kasverbruik in 2023 en 2024 wordt verklaard door herstructureringsprogramma's en eenmalige gebeurtenissen die een negatieve impact hebben op de netto kasstroom, namelijk 51 miljoen euro voor 2023 en 21 miljoen euro voor 2024.
Voor 2025 verwacht de Onderneming een aanhoudende groei van de winstgevendheid voor Digital Print en Chemicals, gedreven door Digital Printing Solutions en Green Hydrogen Solutions. Voor HealthCare IT wordt verwacht dat de winstgevendheid voor 2025 in lijn zal zijn met 2024, wat voornamelijk verklaard wordt door de overgang naar cloud-technologie die op korte termijn een vertragend effect heeft op de opbrengstenerkenning en de daaraan verbonden marges. Voor Radiology Solutions zijn en worden maatregelen genomen om de kostenbasis van de traditionele filmactiviteiten aan te passen. De eerste besparingen van het herstructureringsplan dat in het vierde kwartaal van 2024 werd aangekondigd, zullen naar verwachting in de tweede helft van 2025 worden gerealiseerd.
Gezien de vooruitzichten voor 2025 van de prestaties van de verschillende divisies, de huidige toegezegde faciliteiten die beschikbaar zijn voor de Onderneming en de verwachting van het bereiken van een overeenkomst voor herfinanciering op lange termijn tot voorbij mei 2026, verwacht de Onderneming voortzetting van haar huidige en toekomstige verplichtingen en te voldoen aan de behoefte aan werkkapitaal. Daarom heeft de Raad van Bestuur besloten om de grondslagen voor financiële verslaggeving te blijven toepassen in de veronderstelling van continuïteit. Meer informatie over de kredietfaciliteiten van de Groep wordt gegeven in toelichting 23 'Liquiditeitsrisico'.
Volgens IAS 36 Bijzondere waardevermindering van activa beoordeelt de Onderneming aan het einde van elke verslagperiode of er aanwijzingen zijn dat een actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Als een dergelijke aanwijzing bestaat, maakt de Onderneming een schatting van de realiseerbare waarde van het actief. Ongeacht of er aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen, moet de Onderneming jaarlijks de goodwill testen die is verworven in een bedrijfscombinatie. Goodwill heeft voornamelijk betrekking op de kasstroomgenererende eenheid Agfa HealthCare IT (215 miljoen euro) en in mindere mate op de kasstroomgenererende eenheid Digital Print en Chemicals (2 miljoen euro).
Om te beoordelen of er een indicatie is dat een actief mogelijk een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan, neemt de Onderneming minimaal verschillende indicaties in overweging van zowel externe als interne informatiebronnen. De boekwaarde van de totale netto activa van de Groep die hoger is dan de marktkapitalisatie is een voorbeeld van externe informatiebronnen die in aanmerking worden genomen bij het testen op bijzondere waardevermindering. Op 31 december 2024 bedraagt de marktkapitalisatie van Agfa-Gevaert 111,9 miljoen euro (en redelijk consistent over het afgelopen jaar), terwijl de totale netto activa van de Groep 326 miljoen euro bedragen. Dit is een trigger voor de Onderneming om de recupereerbaarheid van de netto activa van de Groep in te schatten.
Het plan om de productieactiviteiten op de Belgische productielocatie te herstructureren en de achterblijvende prestaties van bepaalde activiteiten ten opzichte van budgetten zijn interne informatiebronnen die worden gebruikt
100 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
om te beoordelen of er een indicatie is dat een actief of een groep activa een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Het management bereidt een beoordeling voor van de realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheden waaraan goodwill is toegerekend door toekomstige kasstroomprognoses te verdisconteren om te bepalen of de activa van de kasstroomgenererende eenheden op de verslagdatum een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan en hoeveel bijzondere waardeverminderingsverliezen er moeten worden opgenomen.
Toekomstige kasstroomprognoses worden afgeleid van formele vijfjarenplannen die zijn goedgekeurd door de Raad van Bestuur. Deze bedrijfsplannen voor de lange termijn worden ook gebruikt als basis voor het testen van immateriële activa, materiële vaste activa en gebruiksrechten die geen instroom van kasmiddelen genereren die grotendeels onafhankelijk is van die van andere activa, en bijgevolg getest moeten worden op het niveau van de kasstroomgenererende eenheid waaraan ze zijn toegewezen.
Bij de beoordeling of een bijzondere waardevermindering van goodwill of andere vaste activa gepast zou zijn, is een aanzienlijke mate van beoordeling vereist door het management, die voornamelijk betrekking heeft op de inputs die gebruikt worden bij zowel de voorspelling als de verdiscontering van toekomstige kasstromen om de realiseerbare waarde van de verschillende kasstroomgenererende eenheden te bepalen. Voor HealthCare IT is de uitvoering van het groeiplan een belangrijke factor in de beoordeling van de realiseerbaarheid van de goodwill. De groeiambitie weergegeven in de businessplannen wordt ondersteund door een groeiende markt en omvat de verdere transformatie van HealthCare IT in een sterke speler in het cloud segment van zijn markt. Het groeipercentage van de omzet is daarom een belangrijke veronderstelling in de berekening van de realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid HealthCare IT. Ook voor Digital Print en Chemicals is het groeipercentage van de omzet een sleutelelement in de berekening van de realiseerbare waarde van de gerelateerde kasstroomgenererende eenheid.
Bij het verdisconteren van de geprojecteerde kasstromen die gebruikt worden bij het testen op bijzondere waardevermindering gebruikt het management een WACC gebaseerd op een verhouding schuld/eigen vermogen voor een gemiddelde marktdeelnemer verhoogd met een bijkomende risicopremie op de kost van het eigen vermogen. De kosten van vreemd vermogen zijn gebaseerd op de voorwaarden waaronder vergelijkbare bedrijven langetermijnfinanciering kunnen verkrijgen.
De test op bijzondere waardevermindering van goodwill toont voldoende ruimte aan bij het vergelijken van de uitkomst van de berekening van de bedrijfswaarde (realiseerbare waarde) van de kasstroomgenererende eenheden HealthCare IT en Digital Print en Chemicals met hun respectievelijke boekwaarden. Na het bepalen van de mate van verandering in de veronderstellingen die gebruikt worden voor het testen op bijzondere waardevermindering van de goodwill toewijsbaar aan de kasstroomgenererende eenheden HealthCare IT en Digital Print en Chemicals die individueel of collectief vereist zou zijn voor de goodwill om mogelijk een bijzondere waardevermindering te ondergaan, heeft het management momenteel de waarschijnlijkheid van een dergelijke verandering in de belangrijkste veronderstellingen als laag ingeschat.
Voor Radiology Solutions bestaat er aanzienlijke onzekerheid over de toekomst van de activiteit en de mogelijkheid om toekomstige kasstromen in te schatten. De werkelijke resultaten waren in het verleden aanzienlijk lager dan de prognoses van het management. Voor medische film is er grote onzekerheid over de snelheid waarmee de markt zal blijven dalen. Andere belangrijke onzekerheden in het plan hebben betrekking op de tijdige en volledige realisatie van besparingsplannen en de realisatie van het groeipotentieel van Direct Radiography.# AGFA-GEVAERT Jaarverslag 2024
De basis voor het beoordelen van de recupereerbaarheid van uitgestelde belastingvorderingen zijn de vijfjarenplannen van de bedrijfssegmenten HealthCare IT en Digital Print en Chemicals. Deze bedrijfsplannen op lange termijn worden gebruikt als basis voor het bepalen van de winstgevendheid van de entiteiten waarvoor uitgestelde belastingvorderingen zijn opgenomen. In de afgelopen jaren werd een waardevermindering geboekt voor alle uitgestelde belastingvorderingen die verband houden met de activiteit Radiology Solutions. De recupereerbaarheid van uitgestelde belastingvorderingen hangt dus nauw samen met de realisatie van de lange-termijnplanning van de bedrijfssegmenten: significante wijzigingen in bedrijfsplannen en/of goederen- en dienstenstromen kunnen de belastbare winsten of verliezen van bepaalde entiteiten van de Groep beïnvloeden. Bovendien wordt de mate waarin een entiteit winstgevend is gedeeltelijk bepaald door de ontwikkeling van de binnenlandse en buitenlandse belastingwetgeving. Bij het beoordelen van de toekomstige winstgevendheid maakt het management een schatting van het tijdstip waarop tijdelijke verschillen worden afgewikkeld. Het management beoordeelt regelmatig opnieuw de recupereerbaarheid van de uitgestelde belastingvorderingen van de Groep, rekening houdend met de winstgevendheid in het verleden, het verwachte toekomstig belastbaar inkomen, het verwachte tijdstip van de afwikkeling van bestaande tijdelijke verschillen en strategieën voor belastingplanning. Als de Groep in bepaalde rechtsgebieden met verlies blijft opereren of niet in staat is om voldoende toekomstig belastbaar inkomen te genereren, of als er een wezenlijke verandering optreedt in de werkelijke effectieve belastingtarieven of de tijdshorizon waarbinnen de onderliggende tijdelijke verschillen belastbaar of aftrekbaar worden, zou de Groep verplicht kunnen worden om bepaalde uitgestelde belastingvorderingen af te boeken, wat zou kunnen leiden tot een aanzienlijke stijging van het effectieve belastingtarief van de Groep. Meer informatie over de omvang en de ontwikkeling van uitgestelde belastingvorderingen wordt gegeven in toelichting 17.
De Groep is in verschillende rechtsgebieden belastingplichtig. Bij het bepalen van de totale belastinglast van de Groep is een hoge mate van oordeelsvorming vereist. Voor het identificeren en opvolgen van belastingrisico's, lopende onderzoeken en procedures heeft de Groep verschillende beleidsregels en richtlijnen met betrekking tot zowel directe als indirecte belastingen. Hierdoor heeft de Groep een duidelijk overzicht van de status van verschillende risico's en de voortgang van lopende onderzoeken en procedures. Een speciaal team volgt de ontwikkeling hiervan op de voet, onder andere met het oog op het bepalen van een passende voorziening. Voor materiële zaken wordt het team ondersteund door externe specialisten.
De analyse maakt onderscheid tussen risico's over verrekenprijzen, andere belastingrisico's, lopende belastingcontroles en lopende belastinggeschillen. Uiteraard wordt bij het identificeren van risico's rekening gehouden met de verjaringstermijnen van elke jurisdictie. De uitkomst van de analyse wordt elk kwartaal gerapporteerd aan de CFO en eenmaal per jaar aan het Audit Comité. Hoewel de Groep erop vertrouwt dat alle transacties binnen de Groep marktconform en gedocumenteerd zijn, zijn verrekenprijzen voortdurend onderwerp van onderzoeken door belastingautoriteiten wereldwijd. Sommige onderhandelingen met belastingautoriteiten kunnen leiden tot dubbele belasting waarbij de uitkomst van procedures een negatieve impact kan hebben op de uiteindelijke belastingkosten. Jaarlijks wordt een schatting gemaakt op basis van de resultaten van de afgelopen vijf jaar. Dergelijke risico's lopen over een lange periode. Met betrekking tot lopende belastingcontroles merken we op dat de uitkomst zelden eenduidig is en vaak ruimte laat voor onderhandeling. Daarom wordt de inschatting van de verwachte uitkomst van dergelijke controles voortdurend bijgesteld, afhankelijk van tussentijdse bevindingen en latere discussies. De risico's in verband met een lopende audit zijn eerder op korte of middellange termijn (minder dan twee jaar). Voor lopende fiscale juridische procedures hangt de situatie af van het feit of een betwiste belasting al dan niet is betaald. In het geval van betaling van een betwiste belasting kan er geen verdere verplichting bestaan. Een niet-betaling van een betwiste belasting wordt altijd ondersteund door advies en/of opinie van een externe specialist op dit gebied. Dergelijke procedures duren vaak meerdere jaren (meer dan vijf jaar), afhankelijk van het rechtsgebied.
De verplichtingen en netto periodieke pensioenkosten van de toegezegdpensioenregelingen van de Groep worden bepaald met behulp van actuariële waarderingen waarbij gebruik wordt gemaakt van verschillende actuariële aannames, waarvan de belangrijkste de disconteringsvoet is. Andere belangrijke actuariële aannames hebben betrekking op prijsinflatie en sterftetabellen. Gezien de omvang van de pensioenverplichtingen in verhouding tot het balanstotaal van de Groep (29%) kunnen wijzigingen in actuariële aannames en ervaringsaanpassingen een aanzienlijk effect hebben op de schuldpositie en de vermogenspositie van de Groep. De gebruikte disconteringsvoeten worden bepaald op basis van de beschikbare rente op bedrijfsobligaties van hoge kredietwaardigheid met minstens een AA-rating van een belangrijk ratingbureau, waarvan de looptijd de termijn van de verplichting van de Groep benadert. Veranderingen in de contante waarde van de toegezegdpensioenverplichting als gevolg van veranderingen in financiële aannames zoals disconteringsvoet en inflatie maken deel uit van de actuariële winsten en verliezen die worden opgenomen in Niet-gerealiseerde resultaten.
De volgende informatie illustreert de gevoeligheid voor een verandering per 31 december 2024 in de belangrijkste actuariële aannames voor de verplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen van de materiële landen van de Groep (in deze context: België, Duitsland, Verenigd Koninkrijk en Verenigde Staten van Amerika).
| Aanname | Wijziging in actuariële aanname | Bedrag (MILJOEN EURO) |
|---|---|---|
| Disconteringsvoet | Verlaging met 0,5 procentpunt | 63 |
| Verhoging met 0,5 procentpunt | (57) | |
| Prijs inflatie(1) | Verhoging met 0,25 procentpunt | 14 |
| Verlaging met 0,25 procentpunt | (14) | |
| Levensverwachting | Verhoging met één jaar | 37 |
| Verlaging met één jaar | (34) |
(1) Het effect op de DBO van de verandering in de prijsinflatieaanname omvat het effect van de prijsinflatieverandering op aan de inflatie gekoppelde aannames (bijv. salarisgroei, pensioenindexatie) indien relevant.
Voor de pensioenregeling in het Verenigd Koninkrijk geldt echter dat een verandering in de verplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen als gevolg van veranderingen in aannames een overeenkomstige verandering in de waarde van de fondsbeleggingen te zien geeft. Daarom is de nettopensioenverplichting voor de pensioenregeling in het Verenigd Koninkrijk - een overschot, opgenomen aan de actiefzijde van de balans - niet gevoelig voor veranderingen in aannames. Aangezien pensioenregelingen in Duitsland niet zijn ondergebracht bij fondsen of verzekeraars en daarom directe verplichtingen zijn van de werkgever aan de begunstigden van de regelingen, is de nettopensioenverplichting voor Duitsland het meest gevoelig voor veranderingen in aannames. De effecten van verschillen tussen de vorige actuariële aannames en wat er in werkelijkheid is gebeurd, worden 'ervaringsaanpassingen' genoemd en maken deel uit van de actuariële winsten en verliezen die worden opgenomen in Niet-gerealiseerde resultaten. Hoewel de Groep van mening is dat de gebruikte actuariële aannames passend zijn, kunnen significante verschillen in werkelijke ervaring een materiële invloed hebben op de pensioenverplichtingen van de Groep. Gedetailleerde informatie per land over de toegepaste actuariële aannames per 31 december 2024, de omvang en de ontwikkeling van de verplichtingen voor vergoedingen na uitdiensttreding en de gevoeligheid voor wijzigingen in de aannames wordt gegeven in toelichting 13.
‘International Financial Reporting Standards’ voor de eerste maal toegepast in 2024
De geconsolideerde staten van de Groep zoals toegelicht in dit jaarverslag nemen de standaarden en interpretaties van standaarden in acht, van toepassing vanaf 1 januari 2024.# Volgende standaarden en interpretaties van standaarden
Volgende standaarden en interpretaties van standaarden zijn voor de eerste keer van toepassing vanaf 1 januari 2024. De Groep heeft geen standaarden toegepast die nog niet van toepassing waren in 2024. Het betreft:
• Aanpassingen aan IFRS 16 Leaseverplichtingen: leaseverplichting in een sale- en leasebacktransactie(gepubliceerd in september 2022);
• Aanpassingen aan IAS 1 Presentatie van financiële staten: classificatie van verplichtingen als langlopend of als kortlopend (gepubliceerd in januari 2020);
• Aanpassingen aan IAS 1 Langlopende verplichtingen met convenanten (gepubliceerd in oktober 2022);
• Aanpassingen aan IAS 7 Kasstroomoverzicht en IFRS 7 Financiële instrumenten: informatieverschaffing – financieringsovereenkomsten met leveranciers (gepubliceerd in mei 2023).
De ‘International Sustainability Standards Board (ISSB) heeft twee standaarden gepubliceerd met betrekking totToelichtingen omtrent duurzaamheid; IFRS S1 Algemene Vereisten voor toelichtingen omtrent duurzaamheid gerelateerd aan financiële informatieen IFRS S2 Klimaat gerelateerde toelichtingen(gepubliceerd in juni 2023) en van toepassing op jaarperioden die aanvangen op of na 1 januari 2024. Deze standaarden bieden een kader voor ondernemingen over hoe te rapporteren over duurzaamheidsgerelateerde onderwerpen op het gebied van bestuur, strategie, risicobeheer, maatstaven en doelstellingen. De toepassing van deze standaarden heeft geen materieel impact gehad op de geconsolideerde financiële staten.
De Groep heeft de aanpassingen aan IAS 1 met betrekking tot de classificatie van verplichtingen als kortlopend of als langlopend toegepast vanaf 1 januari 2024 alsook de aanpassingen met betrekking tot langlopende verplichtingen met convenanten.
104
TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Een onderneming classificeert verplichtingen als langlopend indien deze het recht heeft om de terugbetaling ervan uit te stellen tot 12 maanden na rapporteringsdatum. De aanpassingen aan de standaard specificeren dat de classificatie van verplichtingen als langlopend of als kortlopend gebaseerd dient te zijn op rechten die reeds bestonden op balansdatum. Ze verduidelijken dat de classificatie losstaat van het feit of dat de entiteit de intentie heeft om al dan niet gebruik te maken om de terugbetaling uit te stellen. De IASB publiceerde een aanpassing waarin gestipuleerd wordt dat enkel convenanten waar een entiteit dient te voldoen op of voor de rapporteringsdatum kunnen bepalen of een verplichting kan geclassificeerd worden als kortlopend of als langlopend. De aanpassingen stipuleren dat de verplichtingen, die op basis van het al dan niet voldoen aan toekomstige convenanten, eventueel met 12 maanden uitgesteld zouden kunnen worden, niet als langlopend dienen gepresenteerd te worden. De aanpassingen vereisen wel dat de entiteiten informatie aangaande deze convenanten en desbetreffende verplichtingen dienen toe te lichten.
Agfa-Gevaert NV heeft een ‘revolving’-kredietfaciliteit van 230 miljoen euro tot haar beschikking. Deze faciliteit loopt tot mei 2026 en zal gebruikt worden voor algemene bedrijfsdoeleinden. Er werden geen waarborgen verstrekt voor deze faciliteit. Opnames onder deze faciliteit zijn onderhevig aan vooraf gedefinieerde convenanten zoals overeengekomen met de financiële instelling waarbij bepaalde drempels niet mogen overschreden worden zijnde de hefboomratio van netto financiële schuld ten opzichte van EBITDAen een intrestdekking van EBITDAten opzichte van intrestkost. Deze convenanten worden getoetst tweemaal per jaar. Op 31 december 2024 werd aan deze convenanten voldaan. Opnames onder deze faciliteit gebeuren voor korte perioden. Op basis van het feit dat de entiteit het recht heeft om de opnames onder de bestaande faciliteit door te rollen en de effectieve uitbetaling dus uit te stellen, heeft de Groep deze faciliteit geclassificeerd als langlopende verplichting. Andere standaarden (aanpassingen) waren ofwel niet van toepassing of hebben geen materieel impact gehad op de geconsolideerde financiële staten.
Alternatieve Prestatiemaatstaven (APM’s) worden gebruikt in de financiële communicatie van de Groep omdat het management van mening is dat deze APM’s veelvuldig worden gebruikt door bepaalde investeerders, effectenanalisten en andere geïnteresseerde partijen als aanvullende maatstaf voor prestaties. Het management van de Groep presenteert de begrippen ‘Aangepaste EBIT’ en ‘Aangepaste EBITDA’ omdat ze aan de hand van deze begrippen de prestatie van de verschillende divisies meet, daar ze van mening is dat deze termen relevant zijn om de financiële prestatie van de Groep en haar te rapporteren segmenten te begrijpen. Andere APM’s die de financiële prestaties en de financiële positie van de Groep meten en die vaak worden gebruikt in externe communicatie zijn Vrije Kasstroomen Aangepaste Vrije Kasstroom, Werkkapitaal, Netto Financiële Schuld inclusief IFRS 16 en excl pensioenschulden, Netto Financiële Schuld exclusief IFRS 16 en excl pensioenschuldenen Netto Schuld. De Alternatieve Prestatiemaatstaven die worden gebruikt in de financiële communicatie van de Groep zijn mogelijk niet vergelijkbaar met gelijksoortige maatstaven van andere ondernemingen en moeten samen met IFRS-gegevens worden geanalyseerd. Daarom wordt elk van deze APM’s gedefinieerd en aangesloten met IFRS-informatie in de paragrafen 6.1 tot en met 6.5.
105
AGFA-GEVAERT JAARVERSLAG 2024
Aangepaste EBIT: Het resultaat uit voortgezette bedrijfsactiviteiten voor aftrek van reorganisatiekostenen voor aftrek van aanpassingen.
Reorganisatiekosten: Kosten die verband houden met gedetailleerde en formele herstructureringsplannen die door het management zijn goedgekeurd. Zij omvatten kosten die worden opgenomen bij het boeken van een 'voorziening voor herstructurering', maar kunnen ook andere kosten omvatten die direct verband houden met een formeel herstructureringsplan (bijv. bijzondere waardeverminderingen op voorraden en bijzondere waardeverminderingsverliezen op vorderingen wanneer deze specifiek verband houden met/voortvloeien uit een herstructureringsbeslissing). Reorganisatiekostenhebben voornamelijk betrekking op ontslagvergoedingen.
Aanpassingen: Opbrengsten en kosten met betrekking tot activiteiten of gebeurtenissen die niet indicatief zijn als voortvloeiend uit de normale, terugkerende bedrijfsactiviteiten en niet gerelateerd zijn aan een herstructureringsplan. Deze aanpassingenomvatten uitgaven gerelateerd aan belangrijke transformatieprogramma's, materiële wijzigingen in de waardering van activa of passiva gerelateerd aan niet-frequente gebeurtenissen (zoals de verkoop van een gebouw), materiële winsten of verliezen gerelateerd aan niet-frequente gebeurtenissen of transacties (bv. fusies en overnames) alsook belangrijke rechtszaken die geen deel uitmaken van de normale, terugkerende bedrijfsactiviteiten. Indien de activiteiten of gebeurtenissen niet direct betrekking hebben op een specifiek segment, maar wel op Agfa als Groep, worden de kosten niet toegewezen aan de te rapporteren segmenten.
Onderstaande tabel reconcilieert ‘Aangepaste EBIT’ met ‘Winst (verlies) uit bedrijfsactiviteiten’ zoals voorgesteld in de geconsolideerde winst- en verliesrekening.
| 2023 | 2024 | |
|---|---|---|
| Aangepaste EBIT | 31 | 27 |
| Reorganisatiekosten | (9) | (38) |
| Aanpassingen | (30) | (37) |
| Winst (verlies) uit bedrijfsactiviteiten | (8) | (48) |
Per jaareinde 2024 bedragen de reorganisatiekosten 38 miljoen euro en deze hebben voornamelijk betrekking op:
• De reorganisatie van de productievestiging in België (32 miljoen euro) en
• De sluiting van de site in Schrobenhausen, Duitsland (5 miljoen euro)
Meer details over deze reorganisatiekostenworden verstrekt in toelichting 9.2.
Per jaareinde 2023 bedroegen de reorganisatiekosten 9 miljoen euro en deze hadden voornamelijk betrekking op ontslagvergoedingen waarvan:
• 4 miljoen euro gerelateerd aan HealthCare IT (2 miljoen euro in NAFTA en 2 miljoen euro in België)
• 3 miljoen euro gerelateerd aan Digital Print en Chemicals (waarvan 2 miljoen euro in België en 1 miljoen euro in andere Europese landen)
• 2 miljoen euro gerelateerd aan Radiology Solutions (1 miljoen euro in België en 1 miljoen euro in andere landen, voornamelijk in China)
Per jaareinde 2024 bedragen de aanpassingen 37 miljoen euro en deze hebben voornamelijk betrekking op:
• Bijzondere waardeverminderingsverliezen op materiële vaste activa (18 miljoen euro) gerelateerd aan Radiology Solutions
• Bijzondere waardeverminderingsverliezen op materiële vaste activa (2 miljoen euro) als gevolg van de buitengebruikstelling van bepaalde activa gerelateerd aan Radiology Solutions
106
TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
• Bijzondere waardeverminderingsverliezen op recht-op-gebruik activa (4 miljoen euro) gerelateerd aan Radiology Solutions
• Kosten voor strategische transformatieprojecten ten belope van 10 miljoen euro (aanpassing van de organisatiestructuur in een slanke, weerbare en toekomstgerichte organisatie: 6 miljoen euro gerelateerd aan de ICS-transformatie in België en 4 miljoen euro consultancy kosten)
• een voorziening voor een rechtszaak over indirecte belastingen (2 miljoen euro)
• S4hana projectkosten in Noord-Amerika (1 miljoen euro)
• Een verdisconteringsimpact op de vorderingen in Brazilië met betrekking tot indirecte belastingen (1 miljoen euro)
• Advocatenkosten (1 miljoen euro met betrekking tot AgfaPhoto en een rechtszaak met betrekking tot intellectuele eigendom gerelateerd aan Digital Print en Chemicals)
• Inkomsten door```markdown
de terugname van een voorziening voor bodemsanering ten belope van 1 miljoen euro • Winst op de afwikkeling van een verplichting met een zilverherwinningsbedrijf (1 miljoen euro) • Een nettowinst gerelateerd aan huisvesting, voornamelijk door de verkoop van een magazijn in Spanje (1 miljoen euro) Per jaareinde 2023 bedroegen de aanpassingen 30 miljoen euro en deze hadden voornamelijk betrekking op: • Kosten voor strategische transformatieprojecten ten belope van 17 miljoen (aanpassing van de organisatiestructuur in een slanke, weerbare en toekomstgerichte organisatie) • Bijzondere waardeverminderingsverliezen op materiële vaste activa (2 miljoen euro) gerelateerd aan Radiology Solutions • Bijzondere waardeverminderingsverliezen op recht-op-gebruik activa (3 miljoen euro) met betrekking tot leegstand in München • Advocatenkosten (6 miljoen euro) • Een éénmalige afwaardering van 1 miljoen euro op voorraden • Instandhoudingskosten met betrekking tot gesloten sites en afboekingen van oninbare balansposten ten belope van 1 miljoen euro
Aangepaste EBITDA is het resultaat uit voortgezette bedrijfsactiviteiten voor afschrijvingen en voor aftrek van reorganisatiekosten en aanpassingen.
| 2023 | 2024 | |
|---|---|---|
| Aangepaste EBIT | 31 | 27 |
| Afschrijvingen op immateriële activa en materiële vaste activa | 26 | 26 |
| Afschrijvingen recht-op-gebruik activa | 19 | 16 |
| Aangepaste EBITDA | 76 | 70 |
Vrije kasstroom: De som van ‘Nettokasstromen uit/(gebruikt in) bedrijfsactiviteiten’ en ‘Netto kasstromen uit/(gebruikt in) investeringsactiviteiten exclusief de impact van ‘Overnames, na aftrek van verworven geldmiddelen’, ‘Ontvangen rente’ en de ‘Nettokasstromen uit/(gebruikt in) bedrijfs- en investeringsactiviteiten die verband houden met beëindigde activiteiten.
Aangepaste vrije kasstroom: Vrije kasstroom ‘Aangepast’/exclusief het effect van: de kasuitstroom voor pensioenen onder EBIT’, de ‘Kasuitstroom voor langetermijnontslagvergoedingen’ en de kasuitstroom voor ‘Aanpassingen en reorganisatiekosten’.
Kasuitstroom voor pensioenen onder EBIT: De som van kosten voor toegezegd pensioenregelingen en lange-termijnontslagvergoedingen (zie ‘Geconsolideerde kasstroomoverzichten’) en de kasuitstroom voor toegezegd-pensioenregelingen en langetermijnontslagvergoedingen die deel uitmaken van de ‘Uitgaande kasstroom voor personeelsbeloningen’ zoals weergegeven in de Geconsolideerde kasstroomoverzichten.
Aanpassingen en inkomende en uitgaande kasstromen ingevolge reorganisaties: Inkomende en uitgaande kasstromen die voortkomen uit inkomsten en uitgaven die ofwel in de huidige verslagperiode ofwel in voorgaande verslagperiodes zijn opgenomen in ‘Aanpassingen’ of ‘Reorganisatiekosten’.
Onderstaande tabel reconcilieert de componenten van aangepaste vrije kasstromen met de nettowijziging in geldmiddelen en kasequivalenten zoals getoond in het geconsolideerd kasstroomoverzicht.
| 2023 | 2024 | |
|---|---|---|
| Aangepaste EBITDA | 76 | 70 |
| Werkkapitaal netto | 21 | (18) |
| Investeringen | (33) | (45) |
| Voorzieningen en andere | (12) | 16 |
| Winstbelastingen | (1) | (4) |
| (Aangepaste) Vrije Kasstromen | 50 | 19 |
| Pensioenen (onder EBIT) en Langetermijnontslagvergoedingen | (47) | (44) |
| Kasuitgaven betreffende aanpassingen en reorganisatiekosten | (51) | (21) |
| Vrije Kasstromen | (48) | (46) |
| Aanpassingen voor: Leasebetalingen | (21) | (21) |
| Ontvangsten van leningen | 40 | 85 |
| Terugbetalingen van leningen | - | (20) |
| Overnames na aftrek verworven geldmiddelen | 3 | - |
| Investeringen in geassocieerde deelnemingen | (1) | (1) |
| Ontvangen rente | 16 | 12 |
| Betaalde rente | (13) | (16) |
| Overige financieringskasstromen | (4) | (6) |
| Kasstromen uit voortgezette activiteiten | (29) | (12) |
| Nettokasstromen van/(gebruikt in) bedrijfsactiviteiten verbonden aan beëindigde activiteiten | (12) | (1) |
| Nettokasstromen van/(gebruikt in) investeringsactiviteiten verbonden aan beëindigde activiteiten | (5) | 2 |
| Nettokasstromen van/(gebruikt in) financieringsactiviteiten verbonden aan beëindigde activiteiten | (11) | - |
| Kasstromen uit beëindigde activiteiten | (28) | 1 |
| Nettowijziging in geldmiddelen en kasequivalenten | (57) | (11) |
Werkkapitaal: De som van Voorraden plus Handelsvorderingen plus Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten minus Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten en minus Handelsschulden.
Onderstaande tabel geeft de componenten weer van het werkkapitaal zoals voorgesteld in de geconsolideerde balans.
| 2023 | 2024 | |
|---|---|---|
| Voorraden | 289 | 293 |
| Langlopende handelsvorderingen | 2 | 2 |
| Kortlopende handelsvorderingen | 175 | 178 |
| Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten | 83 | 93 |
| Langlopende handelsschulden | (3) | (2) |
| Kortlopende handelsschulden | (132) | (127) |
| Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten | (97) | (102) |
| Werkkapitaal | 317 | 335 |
Netto financiële schuld inclusief IFRS 16 en exclusief pensioenschulden: De som van langlopende en kortlopende rentedragende verplichtingen aan banken inclusief langlopende en kortlopende leaseverplichtingen, inclusief negatieve banksaldi minus geldmiddelen en kasequivalenten.
Netto financiële schuld exclusief IFRS 16 en exclusief pensioenschulden: De som van langlopende en kortlopende rentedragende verplichtingen aan banken exclusief langlopende en kortlopende leaseverplichtingen, inclusief negatieve banksaldi minus geldmiddelen en kasequivalenten.
Onderstaande tabel geeft de componenten weer van de Netto financiële schuld inclusief IFRS 16 en exclusief pensioenschulden en van de Netto financiële schuld exclusief IFRS 16 en exclusief pensioenschulden. Deze componenten komen overeen met de bedragen zoals opgenomen in de geconsolideerde balans.
| 2023 | 2024 | |
|---|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten | (77) | (68) |
| Langlopende rentedragende verplichtingen | 69 | 141 |
| Kortlopende rentedragende verplichtingen | 14 | 15 |
| Netto financiële schuld inclusief leaseverplichtingen | 6 | 87 |
| 2023 | 2024 | |
|---|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten | (77) | (68) |
| Langlopende rentedragende verplichtingen | 69 | 141 |
| Langlopende leaseverplichtingen vervat in langlopende rentedragende verplichtingen | (29) | (36) |
| Kortlopende rentedragende verplichtingen | 14 | 15 |
| Kortlopende leaseverplichtingen vervat in kortlopende rentedragende verplichtingen | (14) | (15) |
| Netto financiële schuld exclusief leaseverplichtingen | (37) | 37 |
Onderstaande tabel geeft de reconciliatie weer van de netto wijziging in geldmiddelen en kasequivalenten naar netto kasstromen.
| 2023 | 2024 | |
|---|---|---|
| Netto wijziging in geldmiddelen en kasequivalenten | (57) | (11) |
| Ontvangsten van leningen (-) | (40) | (85) |
| Terugbetalingen van leningen (+) | - | 20 |
| Netto kasstromen | (96) | (76) |
Meer informatie over de verschillende kasstromen die de netto kasconsumptie verklaren, wordt verstrekt in toelichting 6.3. In 2024 steeg de netto financiële schuld met 74 miljoen euro en evolueerde van een netto kaspositie van 37 miljoen euro naar een netto financiële schuld van 37 miljoen euro. Deze 74 miljoen euro wordt verklaard door uitgaande kasstromen van 76 miljoen euro en een impact van valutakoersverschillen van 2 miljoen euro. In 2023 steeg de netto financiële schuld met 97 miljoen euro en evolueerde van een netto kaspositie van 134 miljoen euro naar een netto kaspositie van 37 miljoen euro. Deze 97 miljoen euro wordt verklaard door uitgaande kasstromen van 96 miljoen euro en een impact van valutakoersverschillen van 1 miljoen euro.
Onderstaande tabel reconcilieert de openingsbalans met de eindbalans van de netto financiele schuld, exclusief IFRS 16 en exclusief pensioenschulden.
| 2023 | 2024 | |
|---|---|---|
| Netto financiële schuld (kaspositie) (exclusief IFRS 16 en exclusief pensioenschulden) bij het begin van het boekjaar | (134) | (37) |
| Kasstromen | (96) | (76) |
| Impact van valutakoersverschillen | (1) | 2 |
| Netto financiële schuld (kaspositie) (exclusief IFRS 16 en exclusief pensioenschulden) op het einde van het boekjaar | (37) | 37 |
Netto Schuld: de som van Netto financiële schuld incl. IFRS 16 en de verplichtingen voor regelingen inzake vergoedingen na uitdiensttreding en ontslag op lange termijn - nettobalanspositie.
Netto Schuld kan als volgt samengevat worden:
| 2023 | 2024 | |
|---|---|---|
| Netto Financiële Schuld excl. IFRS 16 en excl. pensioenschuld | (37) | 37 |
| Leaseverplichtingen | 43 | 50 |
| Verplichtingen (activa) voor regelingen inzake vergoedingen na uitdiensttreding en ontslag op lange termijn - nettobalanspositie | 457 | 405 |
| Netto Schuld | 463 | 492 |
De Agfa-Gevaert Groep noteerde in het vierde kwartaal een sterke opbrengstengroei, rendabiliteit en vrije kasstroom, met recordprestaties van haar groeimotoren. Het sterke jaareinde resulteerde in een aanzienlijke groei in opbrengsten voor het volledige jaar en een sterke verbetering van de rendabiliteit in Digital Printing Solutions, Green Hydrogen Solutions en Direct Radiography, evenals een aanzienlijke toename in de order intake in HealthCare IT, met een hoog aandeel van cloud-gebaseerde en netto nieuwe klantencontracten. Dit werd gecompenseerd door een versnelde marktdaling voor de traditionele filmactiviteiten. Het besparingsprogramma om de kostenbasis af te stemmen op de evolutie van de traditionele filmmarkten ligt op schema. In 2024 bleef Agfa voortbouwen op de succesvolle strategieën die ze heeft ontwikkeld voor haar groeimotoren. De divisies HealthCare IT, Digital Printing Solutions en Green Hydrogen Solutions behaalden recordhoge EBITDA-cijfers in het vierde kwartaal van 2024 en leverden uitstekende resultaten voor het hele jaar.
```# AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
De voorbije drie jaar heeft Agfa de strategische fundamenten van haar HealthCare IT-divisie nauwgezet heropgebouwd en omgevormd tot een sterke speler in het cloud-segment van de markt. Deze transformatie heeft over het hele jaar geleid tot een ongekende toename van de order intake. Onze toewijding aan het bevorderen van Enterprise Imaging en het leveren van innovatieve oplossingen voor de gezondheidszorg is erkend met drie prestigieuze KLAS Awards.
Onze divisie Digital Printing Solutions heeft een kritische massa bereikt dankzij strategische beslissingen en succesvolle product-lanceringen. In 2024 realiseerden we een dubbelcijferige groei in opbrengsten en verdubbelden we de winst voor deze business.
In slechts een paar jaar tijd hebben we onze Green Hydrogen Solutions-activiteit ontwikkeld van een R en D-project tot een bloeiende start-up, met een continue en robuuste groei van de opbrengsten. Onze ZIRFON-membranen zijn de norm in de industrie en ze worden gebruikt in 's werelds grootste waterstofprojecten.
Onlangs hebben we ook een akkoord bereikt met onze sociale partners in België over ons plan om de kostenbasis van onze traditionele filmactiviteiten te optimaliseren en ze af te stemmen op de realiteit van de markt. Dit zichzelf finan-cierende programma heeft als doel de kosten met 50 miljoen euro te verminderen tegen eind 2027, waarbij de eerste besparingen worden verwacht in de tweede helft van 2025.
Vooral op basis van cloud-gerelateerde contracten met high-profile klanten boekte HealthCare een recordstijging van de order intakevan 32% van 124,6 miljoen euro in het voorgaande jaar tot 164,8 miljoen euro. 27% van de totale order intakeover het volledige jaar 2024 houdt verband met cloud-technologie. Netto nieuwe klantenvertegenwoordigen 33% van de totale order intake. 66% van de totale order intakeis gelinkt aan projectcontracten en 34% aan contracten met terugkerende inkomsten.
Zoals verwacht en als gevolg van de marktomschakeling naar cloud-technologie daalden de opbrengsten met 3,0% tegenover 2023. Vooral door de hogere servicecontributie en een hogere bijdrage van eigen IP-software in de totale opbrengsten, verbeterde de brutowinstmarge van HealthCare IT van 46,5% in 2023 tot 48,8%, wat voor deze divisie het hoogste percentage ooit is. De aangepaste EBITDA-marge evolueerde van 12,5% tot 13,6%, met een opvallend sterke prestatie in het vierde kwartaal.
De Digital Printing Solutions-business boekte recordhoge opbrengsten- en EBITDA-resultaten in 2024. In 2024 zag de business een geleidelijke kwartaal-op-kwartaal versnelling van de groei in opbrengsten ten opzichte van het voorgaande jaar, wat resulteerde in een groei van 13% over het volledige jaar. Dit toont duidelijk het succes aan van de groeistrategie voor deze activiteiten. Agfa verwacht dat het in 2025 verder zal voortbouwen op het momentum voor zijn digitale drukportfolio voor het Sign en Display-marktsegment, gebaseerd op recente productlanceringen en op het wereldwijde strategische partnerschap tussen Agfa en EFI voor digitale drukapparatuur. Voorts boekte Agfa een solide vooruitgang in het marketsegment voor industrieel en verpakkingsdrukwerk. Deze business zal vanaf 2025 beginnen bij te dragen. De opbrengsten voor inkten groeiden met 15%, mede dankzij het lopende programma om vroegere Inca-klanten om te schakelen naar Agfa’s inktsets. Agfa gaat door met de uitbreiding en verbetering van zijn toonaangevende digitale drukapparatuurportfolio, zowel in het Sign en Display-segment als in het segment van het industrieel en verpakkingsdrukwerk. Er zijn een aantal succesvolle productlanceringen geweest in 2024.
| Kenmerk | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Opbrengsten | [Niet gespecificeerd] | [Niet gespecificeerd] |
| EBITDA | [Niet gespecificeerd] | [Niet gespecificeerd] |
In 2025 worden minstens vier belangrijke productlanceringen gepland.
De opbrengsten van de ZIRFON-membranen voor waterstofproductie op basis van hernieuwbare energie groeide met 27% tegenover 2023. Het algemene marktmomentum verbetert met een toenemende interesse in alkalische watere-lektrolyseprojecten voor groene waterstof; er worden belangrijke investeringen verwacht in Europa dankzij versterkte of voortgezette ondersteuningsmechanismen (IPCEI, Hydrogen Bank, H2Global) en de verdere implementatie van EU-wetgeving.
In het vierde kwartaal selecteerde Stiesdal Hydrogen, een toonaangevende vernieuwer in hernieuwbare energietech-nologie, Agfa's ZIRFON-membraan voor gebruik in zijn dynamische HydroGen alkalische waterelectrolyzers (AWE) voor de productie van groene waterstof. Agfa ging door met het uitbreiden van zijn klantenbasis op basis van de groei-ende interesse in Azië, wat resulteerde in een eerste grote klant in India. De bouw van een nieuwe ZIRFON-fabriek op industriële schaal in Mortsel, België ligt op schema. In september werd in Mortsel een nieuw ZIRFON-lab in gebruik genomen. Een hernieuwde samenwerkingsovereenkomst werd afgesloten met VITO, een wereldwijd onderzoeks- en servicecentrum, voor de ontwikkeling van een nieuwe generatie gasscheidingsmembranen voor alkalische waterelektrolyzers.
De volumes van Agfa's medische film volgden de dalende markttrends. De winstgevendheid in deze business werd beïnvloed door de volumedaling en kosten gerelateerd aan productie-inefficiënties. Dit werd gedeeltelijk gecompen-seerd door maatregelen om de kosten te beheersen en de activiteiten te stroomlijnen. De brutowinstmarge van de divisie daalde van 31,4% van de opbrengsten in 2023 tot 27,8%. De aangepaste EBITDA-marge daalde van 8,8% van de opbrengsten in 2023 tot 4,1%. Het hogergenoemde programma om de uitdagingen in de filmbusiness aan te pakken ligt op schema. De eerste resultaten ervan worden verwacht vanaf de tweede helft van 2025.
Onder impuls van een sterk vierde kwartaal verbeterde de rendabiliteit in Direct Radiography (DR) en Computed Radiography (CR). Agfa’s DR-business boekte een groei van de opbrengsten met 8% in een stabiele markt. In Europa zorgen consolidaties bij gezondheidszorggroepen tot uitgestelde investeringsplannen, terwijl een verdere trend naar grote aanbestedingen de schommelingen tussen kwartalen vergroot. De rendabiliteit van de business verbeterde tegenover het voorgaande jaar en kwartaal-op-kwartaal.
In de afgelopen twee jaar heeft Agfa zijn DR-bedrijfsmodel met succes omgebogen van hardware-gedreven naar het toevoegen van zowel workflow- als klinische waarde via soft-ware-innovaties. Een focus op AI en software wordt toegepast op drie niveaus en zal de hoeksteen blijven van Agfa's toekomstige innovaties. Met een gemakkelijkere integratie tussen software en hardware blijft Agfa de hardwareportfo-lio uitbreiden op een manier die weinig middelen vergt.
Als onderdeel van de plannen om de voetafdruk van de productiefaciliteiten voor Computed Radiography (CR) te herbekijken, bereikte Agfa een akkoord met de sociale partners over het stopzetten van de productie en assemblage van CR-platen en -cassettes in de vestiging in Schrobenhausen (Duitsland), wat zal leiden tot de sluiting van deze vestiging.
De Agfa-Gevaert Groep verwacht dat de groeimotoren sterk zullen blijven presteren in 2025. Zoals gewoonlijk wordt om seizoensgebonden redenen een trager begin van het jaar verwacht, gevolgd door een sterkere tweede helft. Deze vooruitzichten zijn gebaseerd op het huidige economische klimaat.
De activiteiten van de Groep worden gegroepeerd in vier divisies: HealthCare IT, Digital Print en Chemicals, Radio-logy Solutions en CONOPS (Contractor Operations en Services voorheen Offset). Deze divisiestructuur is gebaseerd op technologie en op oplossingen en zal de business in staat stellen om in de toekomst partnerships te zoeken. Het management van de Groep heeft de bovenvermelde vier divisies geïdentificeerd als haar operationele segmen-ten, dewelke overeenkomen met de te rapporteren segmenten. Alle operationele segmenten hebben stevige markt-posities, goed gedefinieerde strategieën, en dragen volledige verantwoordelijkheid, autoriteit en leggen volledige verantwoording af.
Om een accuratere beoordeling van de businessprestaties mogelijk te maken werden bepaalde kosten van corpo-rate functies op Groepsniveau (vb. Investor Relations, Corporate Finance, Interne Audit, Corporate Tax, Corporate Risk) niet toegewezen aan de businessdivisies. Deze kosten worden apart getoond onder ‘Corporate Services’.
De operationele segmenten van de Groep reflecteren het niveau waarop de CEO van de Groep en het Executive Committee de activiteiten beoordelen en beslissingen nemen over de toewijzing van middelen en andere operatio-nele zaken. De te rapporteren segmenten bevatten de volgende activiteiten:
Agfa HealthCare transformeert de zorgverlening door zorgverleners over de hele wereld te ondersteunen met holistische, snelle en zinvolle beschikbaarheid van patiëntbeelden; ongeacht waar, wanneer of hoe ze toegang nodig hebben. Agfa HealthCare's Enterprise Imaging Platform is ontworpen om niet alleen geavanceerde technologie te bieden, maar ook om organisaties in staat te stellen hun doelen te bereiken en hun volledige potentieel te ontsluiten – en zo dagelijks een verschil te maken in het leven van patiënten. Door te focussen op het creëren van een uitzon-derlijke ervaring en echte empowerment, bouwt Enterprise Imaging een verbonden, collaboratieve en schaalbare zorggemeenschap.# AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
De Groep heeft hiervoor vermelde divisies aangeduid als haar operationele segmenten. De operationele segmenten zijn dezelfde als de te rapporteren segmenten. Er zijn geen transacties tussen de operationele segmenten. Het resultaat van de te rapporteren segmenten wordt toegewezen aan de te rapporteren segmenten op basis van de volgende principes:
• Direct toewijsbaar aan een te rapporteren segment daar waar mogelijk; en anders
• Toegewezen aan een te rapporteren segment op een redelijke basis, bij voorkeur activiteiten-gebaseerd.
Om een meer accurate beoordeling van de prestatie van een segment te bekomen, worden sommige kosten van de overkoepelende diensten zoals Investor Relations, Corporate Finance, Interne Audit, Corporate Tax, Corporate Risk… niet toegewezen aan een te rapporteren segment. Deze kosten worden apart gepresenteerd onder ‘Corporate Services’. Eveneens worden de kosten en verplichtingen van de inactieve werknemers (zie onder) en de gesloten plannen van toegezegdpensioenregelingen niet toegewezen aan een te rapporteren segment aangezien deze niet op een redelijke wijze kunnen toegewezen worden. Deze niet toegewezen gegevens worden opgenomen in de elementen die een afstemming maken tussen de informatie van de te rapporteren segmenten en de geconsolideerde winst- en verliesrekening, het totaal van activa en verplich-tingen. Deze afstemming wordt getoond in toelichting 7.3.
Inactieve werknemers worden gedefinieerd als gepensioneerden, vroegere werknemers die rechten hebben opge-bouwd en andere inactieve werknemers zoals bruggepensioneerden waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij niet zullen terugkeren tot een actieve status. Werknemers die in principe slechts tijdelijk inactief zijn zoals ten gevolge van langdurige invaliditeit of ziekte, zwangerschapsverlof, legerdienst en dergelijke, worden als actieve werk-nemers behandeld en bijgevolg toegewezen aan een van de te rapporteren segmenten.
De kerngegevens van de te rapporteren segmenten werden als volgt berekend:
• Aangepaste EBITzie toelichting 6.1.
• Aangepaste EBITDAzie toelichting 6.2.
• Vrije kasstroomuit (gebruikt in) te rapporteren segmenten zie toelichting 6.3.
| HealthCare IT | Digital Print en Chemicals | Radiology Solutions | CONOPS | TOTAAL | |
|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | 2023 | 2024 | 2023 | 2024 | 2023 |
| Opbrengsten(1) | 249 | 242 | 409 | 438 | 425 |
| Evolutie | 2,2% | -3,0% | 9,8% | 7,2% | -7,9% |
| Aangepaste EBIT | 24 | 25 | 3 | 14 | 19 |
| % van de opbrengsten | 9,7% | 10,5% | 0,6% | 3,1% | 4,4% |
| Afschrijvingen | 2 | 2 | 11 | 12 | 11 |
| Afschrijvingen recht-op-gebruik activa | 5 | 5 | 5 | 5 | 8 |
| Aangepaste EBITDA | 31 | 33 | 19 | 31 | 38 |
| Resultaat uit bedrijfsactiviteiten gegenereerd door de vier te rapporteren segmenten | 20 | 23 | 2 | 8 | -46 |
| Nettokasstromen uit de te rapporteren segmenten | 18 | 8 | 7 | -7 | 4 |
| Investeringsuitgaven | 5 | 10 | 17 | 24 | 10 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | - | - | - | - | 5 |
| Kosten van onderzoek en ontwikkeling(3) | 32 | 30 | 29 | 32 | 10 |
| Gemiddeld aantal personeelsleden (in voltijdse equivalenten)(2) | 1.250 | 1.209 | 1.379 | 1.407 | 1.937 |
(1) De uitsplitsing van de opbrengsten voor Digital Print en Chemicals over haar drie subdivisies is terug te vinden in toelichting 8.2
(2) Cijfers omvatten vaste en tijdelijke contracten.
(3) In 2024 zijn 7 miljoen euro ontwikkelingskosten gekapitaliseerd in de HealthCare IT-business. Deze investeringen hebben betrekking op cloud-technologie. Zie ook toelichting 27.
| MILJOEN EURO | 2023 | 2024 |
|---|---|---|
| Opbrengsten | ||
| Opbrengsten van de te rapporteren segmenten | 1.150 | 1.138 |
| Geconsolideerde opbrengsten | 1.150 | 1.138 |
| Aangepaste EBIT | ||
| Aangepaste EBITvan de te rapporteren segmenten | 45 | 43 |
| Aangepaste EBITniet toegewezen aan de te rapporteren segmenten(1) | (15) | (16) |
| Geconsolideerde aangepaste EBIT | 31 | 27 |
| Winst- en verliesrekening | ||
| Resultaat uit bedrijfsactiviteiten gegenereerd door de vier te rapporteren segmenten | 26 | (21) |
| Winst (verlies) uit bedrijfsactiviteiten niet toegewezen aan de te rapporteren segmenten(1) | (34) | (27) |
| Winst (verlies) uit bedrijfsactiviteiten | (8) | (48) |
| Overige niet-toewijsbare bedragen: | ||
| Financieringsbaten (-kosten) - netto | 3 | (4) |
| Overige financieringsbaten (-kosten) - netto | (29) | (22) |
| Aandeel van de Groep in het nettoresultaat van geassocieerde deelnemingen - na winstbelastingen | (1) | (1) |
| Geconsolideerde winst (verlies) voor belastingen - voortgezette activiteiten | (35) | (75) |
| Kasstroomoverzicht | ||
| Vrije kasstromen uit de te rapporteren segmenten | 20 | 19 |
| Bedrijfskasstromen niet-toegewezen aan de te rapporteren segmenten(1) | (68) | (66) |
| Totaal vrije kasstroom | (48) | (46) |
(1) Bedrijfsresultaten en kasstromen niet toegewezen aan de te rapporteren segmenten hebben voornamelijk betrekking op corporate functies en op inactieve werknemers.
Voor de reconciliatie van vrije kasstromen met de geconsolideerde netto wijziging in geldmiddelen en kasequivalen-ten, zie toelichting 6.3.# 7.4 RECONCILIATIE VAN ANDERE MATERIËLE POSTEN VOOR 2023 EN 2024
Andere materiële posten
De andere materiële posten, voorgesteld in de tabel bij toelichting 6.2, kunnen als volgt gereconcilieerd worden met de geconsolideerde cijfers:
| MILJOEN EURO | Toelichting | Totaal van de te rapporteren segmenten | Niet toegewezen aan te rapporteren segmenten | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|
| Investeringsuitgaven - kasstromen | 27/28 | 33 | - | 33 |
| Afschrijvingen | 27/28 | 26 | - | 26 |
| Afschrijvingen recht-op-gebruik activa | 29 | 19 | - | 19 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | 27/28/29 | 5 | - | 5 |
| Kosten van onderzoek en ontwikkeling | 73 | - | 73 |
| MILJOEN EURO | Toelichting | Totaal van de te rapporteren segmenten | Niet toegewezen aan te rapporteren segmenten | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|
| Investeringsuitgaven - kasstromen | 27/28 | 45 | - | 45 |
| Afschrijvingen | 27/28 | 26 | - | 26 |
| Afschrijvingen recht-op-gebruik activa | 29 | 16 | - | 16 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | 27/28/29 | 24 | - | 24 |
| Kosten van onderzoek en ontwikkeling | 70 | - | 70 |
De Groep maakt een onderscheid tussen vier geografische markten: Europa, NAFTA, Latijns-Amerika en Azië/Oceanië/Afrika. De Groep is gevestigd in België.
| MILJOEN EURO | 2023 | 2024 |
|---|---|---|
| Opbrengsten per markt(1) | ||
| Europa | 430 | 439 |
| - waarvan België | 80 | 59 |
| NAFTA | 300 | 294 |
| Latijns-Amerika | 74 | 70 |
| Azië/Oceanië/Afrika | 346 | 336 |
| TOTAAL | 1.150 | 1.138 |
| België | 80 | 59 |
| Duitsland | 85 | 103 |
| Frankrijk | 29 | 31 |
| Italië | 47 | 47 |
| Verenigd Koninkrijk | 42 | 45 |
| Verenigde Staten | 231 | 226 |
| Canada | 45 | 45 |
| Brazilië | 30 | 31 |
| Indië | 57 | 60 |
| China | 140 | 119 |
| Nederland | 36 | 33 |
| Overige landen | 328 | 339 |
| GECONSOLIDEERDE OPBRENGSTEN | 1.150 | 1.138 |
(1) Locatie van klanten.
116
TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
| MILJOEN EURO | 2023 | 2024 |
|---|---|---|
| Vaste activa(1) | ||
| Europa | 234 | 255 |
| - waarvan België | 211 | 236 |
| NAFTA | 256 | 246 |
| Latijns-Amerika | 3 | 6 |
| Azië/Oceanië/Afrika | 9 | 5 |
| TOTAAL | 502 | 513 |
| België | 211 | 236 |
| Duitsland | 5 | 1 |
| Verenigd Koninkrijk | 9 | 8 |
| Verenigde Staten | 110 | 100 |
| Canada | 145 | 146 |
| Italië | 5 | 6 |
| China | 6 | 3 |
| Brazilië | 1 | 3 |
| Mexico | 2 | 1 |
| Overige landen | 8 | 9 |
| TOTAAL | 502 | 513 |
(1) Uitgezonderd uitgestelde belastingsvorderingen en volgens de locatie van de activa.
| MILJOEN EURO | 2023 | 2024 |
|---|---|---|
| Opbrengsten uit contracten met klanten | 1.097 | 1.089 |
| Opbrengsten uit andere bronnen: | ||
| Opbrengsten uit financiële leasingcontracten als leasinggever | 37 | 28 |
| 'Managed service' -contracten | 17 | 20 |
| Kasstroomafdekkingen (1) | 1 | |
| TOTAAL | 1.150 | 1.138 |
Met recordcijfers in het vierde kwartaal rapporteerden Digital Printing Solutions en Green Hydrogen Solutions ook een sterke opbrengstengroei en een toename van de rendabiliteit voor het volledige jaar. Ondanks een sterke opbrengstengroei in het vierde kwartaal lag de verkoop over het volledige jaar voor HealthCare IT lager door de marktomschakeling naar cloud-technologie. HealthCare IT beëindigde het jaar evenwel met een recordhoge stijging van 32% in de order intake. De traditionele filmactiviteiten stonden onder druk door de marktachteruitgang voor medische film. Bijgevolg bleven de totale opbrengsten van de Groep over het jaar 2024 zo goed als stabiel ten opzichte van 2023. Vooral aangedreven door de groeimotoren en ondanks de lagere dekkingsgraad van de vaste kosten voor de traditionele filmactiviteiten, bleef de brutowinstmarge van de Groep stabiel op 31,2% van de opbrengsten. Vooral op basis van cloud-gerelateerde contracten met high-profile klanten boekte HealthCare IT een recordstijging van de order intake van 32% van 124,6 miljoen euro in het voorgaande jaar tot 164,8 miljoen euro. Van de totale order intake over het volledige jaar 2024 houdt 27% verband met cloud-technologie. Netto nieuwe klanten vertegenwoordigen 33% van de totale order intake, 66% van de totale order intake is gelinkt aan projectcontracten en 34% aan contracten met terugkerende inkomsten. Zoals verwacht en als gevolg van de marktomschakeling naar cloud-technologie daalden de opbrengsten met 3,0% tegenover 2023. De recurrente opbrengsten groeide daarentegen met 4% en bedraagt nu 57% van de totale opbrengsten over het volledige jaar. Vooral door de hogere servicecontributie en een hogere bijdrage van eigen IP-software in de totale opbrengsten verbeterde de brutowinstmarge van HealthCare IT van 46,5% in 2023 tot 48,8%, wat voor deze divisie het hoogste percentage ooit is. De opbrengsten van de divisie Digital Print en Chemicals groeiden met 7,2%, vooral onder impuls van de aanhoudende groei voor Green Hydrogen Solutions (+27%) en Digital Printing Solutions (+13%). Ondanks de stijgende 117 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024 zilverkost verbeterde de brutowinstmarge van de divisie van 27,1% van de opbrengsten in 2023 tot 29,0%. Dit was deels het gevolg van succesvolle prijszettingsacties voor filmactiviteiten. De Digital Printing Solutions business boekte recordhoge opbrengsten- en EBITDA-resultaten in 2024. In 2024 zag de business een geleidelijke kwartaal-op-kwartaal versnelling van de opbrengstengroei ten opzichte van het voorgaande jaar, wat resulteerde in een groei van 13% over het volledige jaar. Dit toont duidelijk het succes aan van de groeistrategie voor deze activiteiten. Agfa verwacht dat het in 2025 verder zal voortbouwen op het momentum voor zijn digitale drukportfolio voor het Sign en Display marktsegment, gebaseerd op recente productlanceringen en op het wereldwijde strategische partnerschap tussen Agfa en EFI voor digitale drukapparatuur. De opbrengsten voor inkten groeiden met 15%, mede dankzij het lopende programma om vroegere Inca klanten om te schakelen naar Agfa’s inktsets. De opbrengsten van de ZIRFON-membranen voor waterstofproductie op basis van hernieuwbare energie groeiden met 27% tegenover 2023. Het algemene marktmomentum verbetert met een toenemende interesse in alkalische waterelektrolyseprojecten voor groene waterstof; er worden belangrijke investeringen verwacht in Europa dankzij versterkte of voortgezette ondersteuningsmechanismen (IPCEI, Hydrogen Bank, H2Global) en de verdere implementatie van EU-wetgeving. In het vierde kwartaal selecteerde Stiesdal Hydrogen, een toonaangevende vernieuwer in hernieuwbare energietechnologie, Agfa's ZIRFON-membraan voor gebruik in zijn dynamische HydroGen alkalische waterelectrolyzers (AWE) voor de productie van groene waterstof. Agfa ging door met het uitbreiden van zijn klantenbasis op basis van de groeiende interesse in Azië, wat resulteerde in een eerste grote klant in India. De volumes van Agfa's medische film volgden de dalende markttrends. De winstgevendheid in deze business werd beïnvloed door de volumedaling en kosten gerelateerd aan productie-inefficiënties. Agfa’s DR-business boekte een opbrengstengroei met 8% in een stabiele markt. In Europa zorgen consolidaties bij gezondheidszorggroepen tot uitgestelde investeringsplannen, terwijl een verdere trend naar grote aanbestedingen de schommelingen tussen kwartalen vergroot. De rendabiliteit van de business verbeterde tegenover het voorgaande jaar en kwartaal-op-kwartaal. In de loop van 2024 boekte de Groep 47% van haar opbrengsten in euro en 25% in US dollar. Opbrengsten geboekt in overige munten zijnde de Indische roepie, Chinese yuan, Britse pond en Canadese dollar bedragen elks 5% van de opbrengsten. De impact van de vreemde valuta in de winst- en verliesrekening gebaseerd op gebudgetteerde EBIT-blootstelling worden toegelicht in toelichting 21.1.4 ‘Gevoeligheidsanalyse valutarisico’.
De Groep genereert opbrengsten uit de verkoop van goederen, uit dienstverlening en uit de verkoop van contracten waarin meerdere goederen en/of diensten samen worden aangeboden aan de koper. Opbrengsten uit andere bronnen omvatten opbrengsten uit de verkoop van apparatuur onder de vorm van financiële leaseovereenkomsten als producent leasinggever (zie toelichting 31 ‘Vorderingen uit financiële leaseovereenkomsten), opbrengsten uit ‘managed service’-contracten die onder meer huuropbrengsten omvatten van eigen materiaal aangeboden onder de vorm van operationele huurovereenkomsten (zie toelichting 44 ‘Operationele leaseovereenkomsten), en immateriële bedragen gerelateerd aan afdekkingsovereenkomsten (zie toelichting 21.1.3 ‘Valutarisico-impact op de winst- en verliesrekening’). Opbrengsten uit de verkoop van goederen omvat de verkoop van verbruiksgoederen, chemicaliën, wisselstukken, machines en softwarelicenties. Opbrengsten uit de verkoop van goederen worden erkend op het moment dat de controle van de goederen overgaat op de klant en wanneer er geen onzekerheid bestaat omtrent de inning van de verkoop-prijs. In de bepaling of de inning van de verkoop-prijs al dan niet waarschijnlijk is, houdt de Groep rekening met de kredietwaardigheid van de klant en diens intentie tot betalen van de verkoop-prijs op vervaldag.
118
TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Opbrengsten uit dienstverlening omvat dienstverlening in verband met de installatie van software applicaties en machines, onderhoud en bijkomende post-contract dienstverlening. In overeenstemming met de huidige IFRS 15 worden de opbrengsten uit dienstverlening erkend over de looptijd van het contract aangezien de klant gelijktijdig de voordelen van deze dienstverlening ontvangt en consumeert. In de gevallen waarbij de Groep meerdere diensten gelijktijdig aanbiedt, zullen de opbrengsten over de verschillende diensten verdeeld worden gebaseerd op de verkoop-prijs die van toepassing is wanneer deze diensten apart verkocht worden. De Groep sluit ook overeenkomsten af waarin meerdere goederen en/of diensten samen worden aangeboden aan de koper (‘multiple-element arrangements’). Deze overeenkomsten omvatten de verkoop van software, licenties, hardware, installatiediensten, onderhoud en dienstverlening na verkoop.# 8.2 Uitsplitsing van opbrengsten uit contracten met klanten
De uitsplitsing van opbrengsten uit contracten met klanten volgens rapporterende entiteit op 31 december 2024 en op 31 december 2023 zoals vereist door IFRS 15 wordt als volgt voorgesteld:
| HealthCare IT | Digital Print en Chemicals | Radiology Solutions | CONOPS | TOTAAL | |
|---|---|---|---|---|---|
| Digital Printing Solutions | Specialty Film and Chemicals | Green Hydrogen Membranes | |||
| Geografische regio | |||||
| Europa | 75 | 108 | 84 | 27 | 93 |
| NAFTA | 128 | 65 | 47 | - | 53 |
| Latijns-Amerika | 12 | 10 | - | - | 44 |
| Azië/Oceanië/Afrika | 27 | 14 | 80 | 2 | 193 |
| Totale opbrengsten per geografische regio (destinatie principe) | 242 | 197 | 211 | 30 | 383 |
| Opbrengsten naar aard | |||||
| Opbrengsten uit de verkoop van goederen | 70 | 145 | 211 | 30 | 294 |
| waarvan verbruiksgoederen | - | 73 | 210 | 30 | 211 |
| waarvan apparatuur | 70 | 72 | 1 | - | 83 |
| Opbrengsten uit de verkoop van diensten | 172 | 52 | - | - | 90 |
| Tijdstip van opbrengstenerkenning | |||||
| Opbrengsten erkend op een specifiek punt in de tijd | 70 | 145 | 211 | 30 | 294 |
| Opbrengsten erkend volgens verloop van tijd | 172 | 52 | - | - | 90 |
| HealthCare IT | Digital Print en Chemicals | Radiology Solutions | CONOPS | TOTAAL | |
|---|---|---|---|---|---|
| Digital Printing Solutions | Specialty Film and Chemicals | Green Hydrogen Membranes | |||
| Geografische regio | |||||
| Europa | 76 | 89 | 82 | 22 | 97 |
| NAFTA | 139 | 60 | 48 | - | 53 |
| Latijns-Amerika | 11 | 10 | - | - | 49 |
| Azië/Oceanië/Afrika | 23 | 16 | 80 | 1 | 226 |
| Totale opbrengsten per geografische regio (destinatie principe) | 249 | 175 | 211 | 23 | 425 |
| Opbrengsten naar aard | |||||
| Opbrengsten uit de verkoop van goederen | 79 | 127 | 210 | 23 | 333 |
| waarvan verbruiksgoederen | - | 67 | 209 | 23 | 250 |
| waarvan apparatuur | 79 | 60 | 1 | - | 83 |
| Opbrengsten uit de verkoop van diensten | 171 | 47 | - | - | 92 |
| Tijdstip van opbrengstenerkenning | |||||
| Opbrengsten erkend op een specifiek punt in de tijd | 79 | 127 | 210 | 23 | 333 |
| Opbrengsten erkend volgens verloop van tijd | 171 | 47 | - | - | 92 |
Transactieprijzen met betrekking tot prestatieverplichtingen die nog dienen nagekomen te worden, worden niet toegelicht daar het gaat over contracten die in het algemeen een looptijd hebben van minder dan één jaar. In het bedrijfssegment HealthCare IT heeft de Groep standaardbetalingstermijnen die verschillen per geografische regio op basis van lokaal gehanteerde praktijken. Betalingstermijnen worden zo kort mogelijk gehouden. In Europa, Latijns-Amerika, NAFTA en Azië/Pacific bedragen de betalingstermijnen doorgaans 30 dagen na factuurdatum, behalve in Zuid-Europa waar ze tussen 60-90 dagen na factuurdatum bedragen.
In de andere divisies van de Groep worden de betalingstermijnen eveneens bepaald op basis van bedrijfs- en geografi-sche vereisten. Afwijkingen van de richtlijnen dienen steeds nagekeken en goedgekeurd te worden door de kredietco-mités op basis van diverse criteria.
De Groep heeft de volgende handelsvorderingen en activa en verplichtingen verbonden aan contracten met klanten:
| 2023 | 2024 | |
|---|---|---|
| Handelsvorderingen | 177 | 181 |
| Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten | 82 | 93 |
| Activa erkend voor nog te maken kosten voor contracten met klanten | 23 | 21 |
| Op te maken facturen | 60 | 72 |
| Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten | 97 | 102 |
| Tussentijdse vooruitfacturaties - uitgestelde opbrengsten | 78 | 76 |
| Ontvangen vooruitbetalingen | 14 | 20 |
| Verwachte volumekortingen en andere kortingen | 5 | 6 |
Op 31 december 2024 bedroegen de activa verbonden aan contracten met klanten 93 miljoen euro (2023: 83 miljoen euro). Deze hebben voornamelijk betrekking op het recht dat de Groep heeft voor verleende diensten en reeds gele-verde goederen waarvoor de Groep contractueel het recht heeft om te factureren op een later tijdstip. Op te maken facturen vervat in activa verbonden aan contracten met klanten worden geherklasseerd naar handelsvorderingen op het moment dat de vordering onvoorwaardelijk wordt. Activa erkend voor nog te maken kosten voor contracten met klanten bevatten alle kosten die direct toewijsbaar zijn aan het contract, zijnde directe loonkosten, direct toewijsbare materiaalkosten (werken in uitvoering) en kosten die expliciet kunnen doorgerekend worden aan de klanten. De Groep activeert geen kosten voor het verkrijgen van contracten met klanten aangezien de afschrijvingsperiode waar-over deze kosten zouden afgeschreven worden minder is dan één jaar.
Op 31 december 2024 bedroegen de verplichtingen verbonden aan contracten met klanten 102 miljoen (2023: 97 mil-joen euro) en hebben betrekking op nog in opbrengsten te erkennen waarden, ontvangen vooruitbetalingen van klanten en voorziene bedragen voor verwachte volumekortingen en andere kortingen voor goederen en diensten aangekocht door klanten gedurende 2024. Verplichtingen verbonden aan contracten met klanten omvatten contractueel bepaalde gefactureerde bedragen die op basis van de prestatieverplichtingen nog niet in opbrengsten erkend kunnen worden. Ontvangen vooruitbetalin-gen van klanten omvatten bedragen ontvangen waar nog geen facturatie voor heeft plaatsgevonden en waarvoor de Onderneming een verplichting heeft tot het leveren van goederen en/of diensten. Uitgestelde opbrengsten resulteren voornamelijk uit tussentijdse vooruitfacturaties in overeenkomsten waarin meerdere goederen en/of diensten samen aangeboden worden en uit tussentijdse vooruitfacturaties van onderhouds- en dienstverleningscontracten.
Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten bedragen in het segment HealthCare IT 84 miljoen euro (2023: 76 miljoen euro), in het segment Digital Print en Chemicals 2 miljoen euro (2023: 2 miljoen euro), in het segment Radiology Solutions 7 miljoen euro (2023: 5 miljoen euro).
Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten bedragen 53 miljoen euro binnen het segment HealthCare IT (2023: 57 miljoen euro), 22 miljoen euro binnen het segment Digital Print en Chemicals (2023: 16 miljoen euro), 27 miljoen euro binnen het segment Radiology Solutions (2023: 24 miljoen euro), en 1 miljoen euro binnen het segment Offset Solutions (2023: 0 miljoen euro).
Het kredietrisico verbonden aan klantenvorderingen wordt toegelicht in toelichting 22.# AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
De volgende tabel geeft weer hoeveel van het in het huidige jaar erkende bedrag aan opbrengsten vervat zat in de beginbalans van contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten en hoeveel betrekking heeft op prestatieverplichtingen die gerealiseerd werden in een voorgaande periode:
| MILJOEN EURO | Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten | Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten |
|---|---|---|
| Openingsbalans van contractuele activa en verplichtingen verbonden aan contracten met klanten | 82 | 97 |
| Opbrengsten erkend die begrepen waren in de openingsbalans van contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten | - | (97) |
| Opbrengsten erkend met betrekking tot prestatieverplichtingen volbracht in voorgaande perioden | - | - |
| Vooruitfacturaties aan klanten gedurende het boekjaar | - | 141 |
| Ontvangen vooruitbetalingen van klanten gedurende het boekjaar | - | 28 |
| Opbrengsten erkend gedurende het boekjaar | - | (69) |
| Contractuele activa verbonden aan klanten erkend gedurende het boekjaar | 192 | - |
| Transferten van contractuele activa verbonden aan contracten met klanten naar handelsvorderingen | (107) | - |
| Geboekte waardeverminderingsverliezen op contractuele activa verbonden aan contracten met klanten | - | - |
| Contractuele activa verbonden aan klanten erkend in de kostprijs van verkopen gedurende het boekjaar (Werken in uitvoering) | (77) | - |
| Veranderingen in verwachte volumekortingen en andere kortingen | - | (1) |
| Overnames en afstotingen van activiteiten | - | - |
| Valutakoersverschillen | 2 | 2 |
| Eindbalans van contractuele activa en verplichtingen verbonden aan contracten met klanten | 93 | 102 |
| MILJOEN EURO | 2023 | 2024 |
|---|---|---|
| Valutakoersverschillen en reële waardeveranderingen van derivaten | 3 | 2 |
| Baten uit financiële leaseovereenkomsten | 6 | 6 |
| Winst uit de verkoop van materiële vaste activa | - | 1 |
| Baten uit de terugname van ongebruikte voorzieningen | 1 | 2 |
| Doorrekeningen van kosten en inkomsten uit de dienstverlening aan ECO3 | 40 | 29 |
| Overheidssubsidies | - | 1 |
| Afhandeling van de vordering tegen Air Cargo Cartel | - | 1 |
| Diverse overige opbrengsten | 3 | 6 |
| TOTAAL | 53 | 48 |
Baten uit financiële lease (2024: 6 miljoen euro; 2023: 6 miljoen euro) bestaan voornamelijk uit rente-inkomsten. De Groep verhuurt haar commerciële apparatuur onder financiële lease, voornamelijk via Agfa Finance, waaronder Agfa Finance NV, Agfa Finance Corp. en Agfa Finance Inc. Na de afronding van de verkoop van de Offset Solutions-activiteiten op 3 april 2023 hebben de Agfa Groep en de Aurelius Groep afgesproken dat de Agfa Groep gedurende een overgangsperiode bepaalde diensten zou leveren aan ECO3 (de voormalige Offset Solutions-divisie). De meeste ondersteunende diensten hebben een looptijd van twaalf maanden of minder vanaf de voltooiing van de verkoop. De tijdelijke ondersteuningsdiensten betreffen voornamelijk IT-activiteiten en logistiek. In dit verband kunnen sommige door derden in rekening gebrachte kosten worden door-berekend aan ECO3.
122 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
De inkomsten uit deze ondersteuningsdiensten worden weergegeven in het segment ‘Contractor Operations and Services former Offset’ (CONOPS) binnen Overige bedrijfsopbrengsten, terwijl de bijbehorende kosten worden opge-nomen in de verschillende kostencategorieën binnen Verkoop- en algemene beheerskosten. Voor 2024 bedragen de doorbelaste kosten en inkomsten uit ondersteuningsdiensten aan ECO3 29 miljoen euro (2023: 40 miljoen euro). In december 2024 werd de Groep 1 miljoen euro toegekend als gevolg van de schikking van een claim tegen een aantal luchtvrachtvervoerders die zijn veroordeeld wegens overtreding van de Europese mededingingswetgeving door deel-name aan een kartel voor prijsafspraken, in de periode van december 1999 tot februari 2006. In 2024 hebben de winsten uit de verkoop van vaste activa voornamelijk betrekking op de verkoop van een magazijn in Spanje. De inkomsten uit de vrijval van niet-benutte voorzieningen omvatten in 2024 de impact van de vrijval van een voor-ziening voor bodemsanering (1 miljoen euro) en van handelsgerelateerde verplichtingen (2 miljoen euro).
| MILJOEN EURO | 2023 | 2024 |
|---|---|---|
| Reorganisatiekosten | 9 | 38 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op materiële vaste activa | 2 | 20 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op recht-op-gebruik activa | 3 | 4 |
| Valutakoersverschillen en reële waardeveranderingen van derivaten | 9 | 5 |
| Huisvestingskosten met betrekking tot leegstand | 3 | 4 |
| Diverse overige kosten | 12 | 12 |
| TOTAAL | 38 | 83 |
In de loop van 2024 hebben de reorganisatiekosten(38 miljoen euro) voornamelijk betrekking op de reorganisatie van de productielocatie in België (32 miljoen euro) en de sluiting van de Schrobenhausen-site in Duitsland (5 miljoen euro). De netto reorganisatiekostenvan 32 miljoen euro voor de productielocatie in België bestaan uit een basisafvloeiings-kost van 37 miljoen euro, verminderd met een curtailmentwinst van 4 miljoen euro (geschatte vermindering van de pensioenverplichtingen als gevolg van de personeelsreductie) en een positieve impact van 1 miljoen euro door de bijdrage van Shenzhen Brothers aan het reorganisatieprogramma (zie toelichting 33). In november 2024 kondigde Agfa een personeelsreductieprogramma in België aan dat over de komende drie jaar zal worden uitgevoerd. Dit programma heeft betrekking op werknemers van Agfa-Gevaert NV en zal naar verwachting ongeveer 380 voltijdse equivalenten schrappen, zowel onder arbeiders, bedienden als managementpersoneel. Het doel van dit programma is om de kostenbasis van de traditionele filmactiviteiten aan te passen aan de sterke marktdaling in deze sector. De verwachte besparing bedraagt 50 miljoen euro tegen eind 2027, waarbij de eerste besparingen in de tweede helft van 2025 zichtbaar zullen worden. In 2023 bedroegen de reorganisatiekosten9 miljoen euro en hadden ze voornamelijk betrekking op personeelsgerela-teerde kosten: 4 miljoen euro voor HealthCare IT (Noord-Amerika en Europa), 3 miljoen euro voor Digital Print en Chemicals (Europa), 2 miljoen euro voor Radiology Solutions (Europa en China). In 2024, vanwege de verminderde prestaties van het bedrijfssegment Radiology Solutions, werd een test op bijzondere waardevermindering uitgevoerd conform IAS 36 op immateriële activa, materiële vaste activa en recht-op-gebruik activa die tot dit segment behoren. Individuele activa die grotendeels onafhankelijke kasstromen genereren zijn afzonderlijk getest op bijzondere waardevermindering. Andere activa waarvoor de gebruikswaarde niet afzonderlijk
123 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
kon worden bepaald, werden getest op basis van de kasstroomgenererende eenheid Radiology Solutions. Dit resul-teerde in een bijzonder waardeverminderingsverlies van 22 miljoen euro, verdeeld als volgt: 18 miljoen euro op materiële vaste activa, 4 miljoen euro op recht-op-gebruik activa. Daarnaast werden door de buitengebruikstelling van bepaalde activa extra bijzondere waardeverminderingen van 2 miljoen euro geboekt. In 2023 werd een gelijkaar-dige test uitgevoerd, waarbij een bijzondere waardevermindering van 2 miljoen euro werd erkend op activa van de Radiology film business in Mortsel. Verder werden in 2023 bijzondere waardeverminderingen van 3 miljoen euro geboekt op recht-op-gebruik activa, gerelateerd aan de leegstand van kantoorruimte in München. Deze kosten hielden ook verband met de activiteit Radiology Solutions.
| MILJOEN EURO | 2023 | 2024 |
|---|---|---|
| Financieringsbaten op bankdeposito's en kasbalansrekeningen | 15 | 11 |
| TOTAAL FINANCIERINGSBATEN | 15 | 11 |
| Financieringskosten op financiële schulden gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs op bankleningen en kasbalansrekeningen | (12) | (15) |
| TOTAAL FINANCIERINGSKOSTEN | (12) | (15) |
| Overige financieringsbaten | ||
| Valutakoersverschillen en reële waardeveranderingen van derivaten die geen deel uitmaken van een afdekkingsrelatie - nettobedrag | 2 | 1 |
| Overige | 1 | 1 |
| TOTAAL OVERIGE FINANCIERINGSBATEN | 2 | 2 |
| Overige financieringskosten | ||
| Pensioenlast van de periode die als overige financiële opbrengsten/(kosten) wordt behandeld en renteaandeel op overige rentedragende verplichtingen(1) | (20) | (16) |
| Valutakoersverschillen en reële waardeveranderingen van derivaten die geen deel uitmaken van een afdekkingsrelatie - nettobedrag | (3) | - |
| Financieringslasten uit derivaten die geen deel uitmaken van een afdekkingsrelatie | (4) | (2) |
| Financieringslasten uit derivaten die aangeduid zijn als kasstroomafdekkingen | - | - |
| Financieringslasten op overige vorderingen | - | (1) |
| Financieringslasten uit leaseverplichtingen | (2) | (2) |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op kortlopende beleggingen | - | - |
| Afwikkeling van discontering op overige provisies | - | - |
| Valutakoersverschillen geherclasseerd naar de winst- en verliesrekening ten gevolge van de afstoting van een buitenlandse activiteit | - | - |
| Overige | (2) | (2) |
| TOTAAL OVERIGE FINANCIERINGSLASTEN | (31) | (24) |
| NETTOFINANCIERINGSLASTEN | (26)(2) | (27)(2) |
(1) Het renteaandeel op overige rentedragende verplichtingen omvat voornamelijk de interesten op de verplichtingen voor brugpensioen.
(2) Bovenvermelde nettofinancieringskosten bevatten volgende financieringsbaten en financieringskosten uit financiële activa en verplichtingen die niet geclassificeerd zijn in de categorie financiële activa en verplichtingen tegen reële waarde met waardeveranderingen opgenomen in de winst- en verliesrekening.
| MILJOEN EURO | 2023 | 2024 |
|---|---|---|
| Totale financieringsbaten op financiële activa | 15 | 12 |
| Totale financieringskosten op financiële verplichtingen | (15) | (18) |
124 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de belangrijkste kosten/inkomsten (inclusief herstructureringskosten) van het bedrijfsresultaat van de Groep volgens de aard van de kosten/inkomsten:
| MILJOEN EURO | Toelichting | 2023 | 2024 |
|---|---|---|---|
| Opbrengsten | 1.150 | 1.138 | |
| Kostprijs van goederen en diensten | (654) | (641) | |
| Kosten voor personeelsbeloningen | (466) | (459) | |
| Afschrijvingen | (45) | (42) | |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op goodwill, immateriële vaste activa, materiële vaste activa en recht-op-gebruik activa | 9.2 | (5) | (24) |
| Afwaardering op voorraden | 32 | (11) | |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op vorderingen | 22.2 | 1 | (1) |
| Wijzigingen in voorzieningen (excl. reorganisatiekosten) | 1 | (1) | |
| Reorganisatiekosten | 6/7/9 | (9) | (38) |
| Diverse overige opbrengsten en kosten | 30 | 31 | |
| Bedrijfsresultaat | (8) | (48) |
Bij nazicht van de kostenstructuur voor 2023 en 2024, inclusief de herwerkingen van het eerste kwartaal van 2023 als gevolg van de verkoop van de divisie Offset Solutions, werd duidelijk dat bepaalde kostelementen een andere inhoud hadden. Om de vergelijkbaarheid van de cijfers te faciliteren werden de elementen ‘Kostprijs van goederen en dien-sten’, ‘kosten voor personeelsbeloningen’ en ‘diverse overige opbrengsten en kosten’ herwerkt.
Kostprijs van grondstoffen, goederen aangekocht voor verkoop en productiegerelateerde kosten omvat alle kosten met betrekking tot de aankoop van grondstoffen, goederen aangekocht voor verkoop, wisselstukken, voorraadwij-zigingen en andere kosten die duidelijk gelieerd zijn aan het productieproces zoals kosten voor het versnijden en revisiekosten voor zover deze opgenomen zijn in de kostprijs van verkopen gedurende het boekjaar.
Kostprijs van diensten en overige goederen omvat:
* Het extern voorbereidende werk voor de verwerking of productie van producten en projecten in opdracht van de Onderneming;
* Transport, vrachtkosten, rechten, opslag- en behandelingskosten;
* Elektriciteit en andere nutsvoorzieningen;
* Reis- en representatiekosten;
* Kosten verbonden aan leasingactiviteiten.
De kosten voor personeelsbeloningen bedroegen in 2024 459 miljoen euro ten opzichte van 466 miljoen euro in 2023 (herwerkt). De afname van deze personeelskosten werd voornamelijk veroorzaakt door een afname van het personeelsbestand.
Kosten voor personeel omvatten:
* Alle personeelsgerelateerde kosten zoals lonen, salarissen en sociale zekerheidsbijdragen;
* Kosten voor vergoeding na uitdiensttreding;
* Opbouw van personeelsverplichtingen (zoals jaarlijks vakantiegeld en jaarlijkse variabele vergoedingen);
* Overige personeelskosten (zoals kosten voor interimkrachten, kosten voor opleiding, aanwerving en begeleiding bij hertewerkstelling).
125
AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
In 2024 bedroeg het gemiddelde aantal personeelsleden in voltijdse equivalenten 4.586 (2023: 4.847). Per functie binnen de Groep kan dit gemiddelde, omvattende vaste en tijdelijke contracten, als volgt weergegeven worden:
| MILJOEN EURO | 2023 | 2024 |
|---|---|---|
| Productie en engineering | 1.519 | 1.464 |
| Onderzoek en ontwikkeling | 656 | 631 |
| Verkoop en marketing/service | 1.900 | 1.783 |
| Administratie | 772 | 708 |
| TOTAAL | 4.847 | 4.586 |
De berekening van de winst (verlies) per aandeel op 31 december 2024 is gebaseerd op een toe te kennen verlies aan de aandeelhouders van de Onderneming van 92 miljoen euro (2023: een verlies van 102 miljoen euro) en een gewogen gemiddeld aantal gewone uitstaande aandelen gedurende het jaar eindigend op 31 december 2024 van 154.820.528 (2023: 154.820.528).
Het gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande aandelen werd als volgt berekend:
| Aantal uitgegeven aandelen | 154.820.528 |
| Eigen aandelen (zie toelichting 37.2) | - |
| Aantal uitstaande gewone aandelen per 31 december 2024 (zie toelichting 37.1) | 154.820.528 |
| Effect van opties uitgeoefend gedurende 2024 | - |
| Effect van potentiële gewone aandelen die tot verwatering zullen leiden | - |
| Gewogen gemiddeld aantal uitstaande aandelen op 31 december 2024 | 154.820.528 |
| EURO | 2023 | 2024 |
|---|---|---|
| Gewone winst (verlies)/Verwaterde winst (verlies) per aandeel | (0,66) | (0,59) |
De gemiddelde reële waarde van een gewoon aandeel bedroeg in 2024 1,09 euro per aandeel. Het betreft hier een gemiddelde en geen gewogen gemiddelde.
126
TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
| MILJOEN EURO | 31 december 2023 | 31 december 2024 |
|---|---|---|
| Activa in verband met vergoedingen na uitdiensttreding | 29 | 54 |
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding | 486 | 459 |
| Overige personeelsbeloningen | 5 | 5 |
| Kortlopende verplichtingen | 73 | 74 |
| TOTAAL VAN DE VERPLICHTINGEN AAN HET Personeel | 565 | 538 |
De Groep voorziet in pensioenvoordelen in de meeste landen waar ze actief is, voornamelijk via toegezegdebijdragere-gelingen. In sommige landen organiseert de Groep zijn pensioenregelingen echter via toegezegdpensioenregelingen. De nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen voor België, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten samen (binnen Agfa in deze context ook aangeduid als 'materiële landen') vertegenwoordigen 99% (2023: 99%) van de totale nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen van de Groep. Een groot deel van deze verplichtingen heeft betrekking op gesloten pensioenplannen, wat betekent dat er geen verdere voordelen worden opgebouwd onder deze plannen. Dit is het geval in het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en voor een groot deel van de Duitse pensioenregelingen. In België is het belangrijkste pensioenplan – waarnaar verwezen wordt als 'Fabriekspensioenplan' – gesloten voor nieuwe managers die instappen vanaf januari 2019.
De volgende tabel geeft een samenvatting van de impact van de pensioenregelingen van de Groep op de geconsoli-deerde balans, uitgesplitst in belangrijke landen en andere landen.
| MILJOEN EURO | 31 december 2023 | 31 december 2024 |
|---|---|---|
| Pensioen-regelingen (exclusief Belgische DC-plan-nen) | Belgische DC-plannen met gewaar-borgd rendement | |
| TO-TAAL | ||
| Pensioen-regelingen (exclusief Belgische DC-plan-nen) | Belgische DC-plannen met gewaarborgd rendement | |
| TO-TAAL | ||
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding | 473 | 7 |
| België/Duitsland/Verenigd Koninkrijk/Verenigde Staten van Amerika | 469 | 7 |
| Overige landen | 4 | - |
| Activa in verband met vergoedingen na uitdiensttreding | (29) | - |
| België/Duitsland/Verenigd Koninkrijk/Verenigde Staten van Amerika | (29) | - |
| Overige landen | - | - |
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding - netto balanspositie | 444 | 7 |
| België/Duitsland/Verenigd Koninkrijk/Verenigde Staten van Amerika | 440 | 7 |
| Overige landen | 4 | - |
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding | - | 480 |
| Langetermijnontslagvergoedingen | - | 6 |
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding en langetermijn-ontslagvergoedingen | - | 486 |
| 31 december 2023 | 31 december 2024 | |
| Pensioen-regelingen (exclusief Belgische DC-plan-nen) | Belgische DC-plannen met gewaarborgd rendement | |
| TO-TAAL | ||
| Pensioen-regelingen (exclusief Belgische DC-plan-nen) | Belgische DC-plannen met gewaarborgd rendement | |
| TO-TAAL | ||
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding | 447 | 7 |
| België/Duitsland/Verenigd Koninkrijk/Verenigde Staten van Amerika | 442 | 7 |
| Overige landen | 5 | - |
| Activa in verband met vergoedingen na uitdiensttreding | (54) | - |
| België/Duitsland/Verenigd Koninkrijk/Verenigde Staten van Amerika | (54) | - |
| Overige landen | - | - |
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding - netto balanspositie | 393 | 7 |
| België/Duitsland/Verenigd Koninkrijk/Verenigde Staten van Amerika | 388 | 7 |
| Overige landen | 5 | - |
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding | - | 454 |
| Langetermijnontslagvergoedingen | - | 4 |
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding en langetermijn-ontslagvergoedingen | - | 459 |
Activa gerelateerd aan vergoedingen na uitdiensttreding bedragen 54 miljoen euro per 31 december 2024 (2023: 29 miljoen euro) en bestaan uit een overschot in het Fabriekspensioenplan van 39 miljoen euro (2023: 13 miljoen euro) en een overschot toerekenbaar aan het pensioenplan in het Verenigd Koninkrijk van 15 miljoen euro (2023: 16 miljoen euro).
127
AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Het management heeft de mogelijkheid beoordeeld om de overschotten van beide regelingen op te nemen. De betaling van een eventueel overschot uit het Fabriekspensioenplan aan de werkgever is niet mogelijk, maar de regels van het pensioenplan sluiten niet uit dat toekomstige bijdragen zullen worden verminderd. De economische voordelen beschikbaar voor Agfa in de vorm van verlaagde bijdragen om de toekomstige opbouw van voordelen en administratieve kosten van het plan te financieren, overschrijden het IAS19-overschot op 31 december 2024. Daarom heeft het management geoordeeld dat het volledige bedrag van 39 miljoen euro surplus kan worden opgenomen. Het netto-overschot voor het pensioenplan in het Verenigd Koninkrijk bedroeg 15 miljoen euro op 31 december 2024 (2023: 16 miljoen euro). Agfa heeft in december 2021 extern juridisch advies ontvangen dat het onvoorwaardelijk aanspraak kan maken op het overschot bij zowel de beëindiging als de liquidatie van dit plan. Dit bevestigt de opname als actief van het overschot van 15 miljoen euro van het pensioenplan in het Verenigd Koninkrijk. Andere toelichtingen op de inhoud en de evolutie van de pensioenverplichtingen voor de landen van materieel belang van de Groep worden gegeven in sectie 13.2.
De bijdragen van de ondernemingen van de Agfa-Gevaert Groep aan openbaar of privaat beheerde pensioenfondsen of verzekeringscontracten met vaste bijdragen bedragen in totaal 7 miljoen euro in 2024 (7 miljoen euro in 2023) waarvan 3 miljoen euro betrekking heeft op de materiële landen van de Groep (3 miljoen euro in 2023). Deze cijfers weerspiegelen enkel de bijdragen van de Groep voor zijn voortgezette activiteiten. Zodra de bijdragen betaald zijn, hebben de bedrijven van de Groep geen verdere betalingsverplichtingen. De regu-liere bijdragen vormen een last voor het jaar waarin ze verschuldigd zijn.
De belangrijkste toegezegdpensioenregelingen van de Groep zijn in België, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Het Pensioencomité van de Groep (dat rapporteert aan het Directiecomité van de Groep) houdt toezicht op de pensioenplannen van de Groep, inclusief het beoordelen van het ontwerp van de plannen, de financiering en de investeringsstrategieën. De verschillende toegezegdpensioenregelingen stellen de Groep bloot aan actuariële risico's, zoals rente-, inflatie-, investerings- en langlevenrisico's. De Groep heeft de afgelopen jaren maatregelen genomen om deze risico's te beper-ken.# De Groep heeft de afgelopen jaren actie ondernomen om de risico's van haar pensioenverplichtingen op basis van vaste toezeggingen wereldwijd te verminderen. Dit omvat het afronden van lijfrente-inkoopcontracten die alle verplichtingen van gepensioneerden en het grootste deel van de verplichtingen van uitgestelde deelnemers van de pensioenregeling in het Verenigd Koninkrijk afdekken.
Het belangrijkste pensioenplan in België is het Fabriekspensioenplan. De deelnemers aan het plan komen in aanmerking voor een pensioenuitkering op basis van hun diensttijd en eindsalaris. Aangezien dit gefinancierde pensioenplan open blijft voor toekomstige pensioenopbouw en (niet-manager) nieuwe toetreders, stelt het plan de onderneming bloot aan een salarisverhogingsrisico, evenals aan renterisico, beleggingsrisico en langlevenrisico. Hoewel de pensioenformule voorziet in een annuïtair pensioen, kiezen de meeste deelnemers ervoor om hun pensioen op te nemen als een eenmalige kapitaaluitkering op de pensioengerechtigde leeftijd.
De regeling wordt gefinancierd door werkgeversbijdragen aan een Organisatie voor Financiering van Pensioenen (OFP), het 'Pensioenfonds Agfa-Gevaert OFP'. Het OFP heeft een Raad van Bestuur die de eindverantwoordelijkheid draagt voor het beheer van de activa en passiva van het Fabriekspensioenplan. Het wettelijke en regelgevende kader voor het Fabriekspensioenplan is gebaseerd op de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening en de wet op de aanvullende pensioenen (WAP), van toepassing sinds 1 januari 2004. In overeenstemming met de toepasselijke wetgeving wordt elk jaar op 1 januari een financieringswaardering opgesteld, die wordt gebruikt om de bijdragen te bepalen die de Groep elk jaar aan het OFP moet betalen. De bijdragen voor 2025 zullen naar verwachting ongeveer 10 miljoen euro bedragen (2024: 14 miljoen euro).
De Groep biedt ook toegezegdebijdrageregelingen aan sommige werknemers in België via groepsverzekeringscontracten, waaronder een regeling waarbij toegekende bonussen kunnen worden bijgedragen aan een pensioenregeling. Op één na worden al deze regelingen volledig gefinancierd door werkgeversbijdragen en voorzien ze in een kapitaaluitkering bij pensionering. In overeenstemming met lokale wettelijke vereisten hebben deelnemers recht op een gegarandeerd minimumrendement op de bijdragen aan deze plannen. Aangezien verzekeringsmaatschappijen technische rentepercentages – d.w.z. overeengekomen rentepercentages exclusief winstdeling – toepassen die lager zijn dan het wettelijk gegarandeerde minimumrendement, worden niet alle actuariële en beleggingsrisico's met betrekking tot deze verzekerde regelingen overgedragen aan de verzekeringsmaatschappij die de regelingen beheert. Deze regelingen worden daarom geclassificeerd als toegezegdpensioenregelingen onder IFRS.
In Duitsland zijn geen wettelijke of reglementaire minimum financieringsvereisten van toepassing. De Duitse toegezegdpensioenregelingen van de Groep zijn niet bij externe fondsen ondergebracht. De verschillende toegezegdpensioenregelingen stellen de Groep bloot aan actuariële risico's zoals renterisico, pensioenindexatierisico en langlevenrisico.
De twee belangrijkste pensioenregelingen in Duitsland zijn:
Beide pensioenregelingen bestaan uit 'basisregelingen' en 'aanvullende regelingen'.
Het basispensioen van de 'oude pensioenregeling' inclusief de tot 2003 toegekende indexatie wordt verstrekt via de Bayer Pensionskasse en rechtstreeks betaald door de Bayer Pensionskasse. De Bayer Pensionskasse is een collectieve regeling van meerdere werkgevers onder controle van Bayer AG. Aangezien de Groep niet voldoende informatie van de Bayer Pensionskasse kan verkrijgen voor de administratieve verwerking van toegezegdpensioenregelingen en niet het recht heeft om de benodigde gegevens te verkrijgen, wordt dit deel van de basisregeling verwerkt als een toegezegdebijdrageregeling. Aangezien er geen verdere voordelen worden opgebouwd in de oude pensioenregeling en de Bayer Pensionskasse een overschot heeft, draagt de Groep niet bij aan de Bayer Pensionskasse. De Groep verwacht geen bijdragen te betalen aan de Bayer Pensionskasse in 2025. In het geval van een tekort kan deze regeling de Groep blootstellen aan beleggingsrisico's en actuariële risico's. De Groep beschouwt deze risico's als onbeduidend.
De Groep is verantwoordelijk voor de indexatie van het basispensioen vanaf 2004 in overeenstemming met Sec. 16, 1 en 2 van de Duitse Pensioenwet (BetrAVG - Betriebsrentengesetz). Deze verplichtingen zijn niet ondergebracht bij fondsen/verzekeraars en in de jaarrekening van de Groep is een verplichting opgenomen voor deze indexatie.
De basisregeling van de 'nieuwe pensioenregeling' wordt gefinancierd door werkgevers- en werknemersbijdragen aan de Rheinische Pensionskasse. Zodra de bijdragen zijn betaald aan de Rheinische Pensionskasse, hebben de groepsmaatschappijen in principe geen verdere betalingsverplichting. Het wordt daarom verantwoord als een toegezegdebijdrageregeling en opgenomen in het bedrag van betaalde bijdragen in toelichting 13.1.
De aanvullende regelingen in de oude en nieuwe pensioenregelingen zijn toegezegdpensioenregelingen. De uitkeringen zijn gebaseerd op een vast percentage van het pensioengevend salaris boven het door de sociale zekerheid opgelegde plafond, dat wordt omgezet in individuele pensioenaanspraken. In de 'Nieuwe pensioenregeling' hebben deelnemers de optie om bij pensionering hun aanvullende pensioenaanspraken op te nemen als kapitaalbetalingen in plaats van een maandelijks pensioen.
De toegezegdpensioenverplichtingen in Duitsland omvatten ook uitgestelde vergoedingsregelingen en een aantal kleine regelingen die zijn gesloten voor toekomstige pensioenopbouw.
Het Agfa UK Group Pension Plan is sinds 2010 gesloten voor toekomstige opbouw van voordelen. Het plan voorziet vergoedingen op basis van het gemiddelde eindsalaris en de anciënniteit. Pensioenvoordelen opgebouwd onder het plan kunnen gedeeltelijk worden betaald als een kapitaalbetaling bij pensionering en de rest wordt betaald in maandelijkse betalingen. De regeling wordt beheerd door een 'Board of Trustees'. De Trustees zijn verantwoordelijk voor het verkrijgen van waarderingen van het fonds, het beheren van de uitkeringen en het beleggen van de activa van het plan. De Trustees delegeren sommige van deze taken waar nodig aan hun professionele adviseurs. Het plan is onderworpen aan de wettelijke financieringsdoelstelling onder de Pensioenwet van 2004. Ten minste eens in de drie jaar wordt er een waardering van het plan uitgevoerd om te bepalen of aan de statutaire financieringsdoelstelling wordt voldaan. Als onderdeel van het proces moet de Groep met de Trustees de bijdragen overeenkomen die betaald moeten worden om aan de wettelijke dekkingsdoelstelling te voldoen. De meest recente actuariële waardering van het plan werd uitgevoerd op 31 maart 2021 en toonde aan dat het plan een overschot vertoonde ten opzichte van de statutaire financieringsdoelstelling, net als de bijgewerkte waarderingen op 31 maart 2022 en 2023. De volgende waardering wordt voorbereid op 31 maart 2024 en is in uitvoering. De Groep verwacht geen bijdragen te betalen aan de regeling in 2025.
De activa van de regeling bestaan voornamelijk uit lijfrente 'buy-in' contracten die alle verplichtingen van gepensioneerden en het grootste deel van de verplichtingen van slapers dekken. Onder deze verzekeringscontracten betaalt de verzekeraar de pensioenregeling het bedrag van de uitkeringen aan de gedekte deelnemers op het moment dat deze verschuldigd zijn, waardoor de rente-, inflatie- en levensduurrisico in verband met deze verplichtingen worden weggenomen.
Het pensioenplan van Agfa Corporation is sinds 2009 gesloten voor toekomstige opbouw van pensioenrechten. De deelnemers aan het plan komen in aanmerking voor een vergoeding gebaseerd op een eindloonformule. Deze bevroren toegezegdpensioenregeling stelt de onderneming bloot aan actuariële risico's zoals beleggingsrisico, renterisico en levensduurrisico. De fondsbeleggingen worden aangehouden in een trust. De Raad van Bestuur van Agfa Corporation, de sponsor van het plan, delegeert investeringsbeslissingen en toezicht op de activa van het plan aan een lokaal investeringscomité, het Benefits Plan Investment Committee (BPIC). De leden van het BPIC hebben een fiduciaire plicht om uitsluitend te handelen in het belang van de begunstigden in overeenstemming met de trustovereenkomst en de Amerikaanse wetgeving. Het juridische en regelgevende kader voor het plan is gebaseerd op de toepasselijke Amerikaanse wetgeving, de Employee Retirement Income Security Act (ERISA). Op basis van deze wetgeving wordt jaarlijks per 1 januari een financieringswaardering opgesteld. De sponsor van de regeling en de deelnemende werkgevers dragen de bedragen bij die op actuariële basis noodzakelijk worden geacht om voldoende fondsen te verschaffen om de uitkeringen aan de deelnemers van de regeling te kunnen betalen.# 13.2.2 Wijziging in de netto toegezegdpensioenverplichting en haar componenten
De volgende drie tabellen tonen een reconciliatie van de openingssaldi naar de eindsaldi voor de netto toegezegdpensioenverplichting en haar componenten.
miljoen EURO
| Pensioenregelingen (exclusief Belgische DC-plannen) | Belgische DC-plannen met gewaarborgd rendement | TOTAAL | Pensioenregelingen (exclusief Belgische DC-plannen) | Belgische DC-plannen met gewaarborgd rendement | TOTAAL | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Nettoverplichting op 1 januari | 493 | 10 | 503 | 439 | 7 | 446 |
| Pensioenkosten weergegeven in de winst- en verliesrekening | 32 | 9 | 41 | 21 | 10 | 31 |
| Totaal herwaarderingen opgenomen in ‘Niet-gerealiseerde resultaten’ | 15 | 1 | 15 | (21) | 2 | (19) |
| Netto transferten in/(uit) inclusief de impact van overnames en afstotingen | (45) | (1) | (46) | - | - | - |
| Kasstroomoverzicht Werkgeversbijdragen | (17) | (11) | (28) | (15) | (12) | (27) |
| Uitkeringen rechtstreeks betaald door de Onderneming | (38) | - | (38) | (36) | - | (36) |
| Valutakoersverschillen | (1) | - | (1) | - | - | - |
| Nettoverplichting op 31 december | 439 | 7 | 446 | 388 | 7 | 396 |
De netto overdracht in 2023 heeft betrekking op de verkoop van Offset Solutions in april 2023.
miljoen EURO
| Pensioenregelingen (exclusief Belgische DC-plannen) | Belgische DC-plannen met gewaarborgd rendement | TOTAAL | Pensioenregelingen (exclusief Belgische DC-plannen) | Belgische DC-plannen met gewaarborgd rendement | TOTAAL | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aan de diensttijd toewijsbare pensioenkost | ||||||
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, exclusief werknemersbijdragen | 12 | 9 | 20 | 10 | 10 | 20 |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | - | - | - | (4) | - | (4) |
| (Winsten)/verliezen uit belangrijke inperking/beëindiging van de regelingen | - | - | - | - | - | - |
| Totaal aan de diensttijd toewijsbare pensioenkost | 12 | 9 | 20 | 6 | 10 | 16 |
| Nettofinancieringskost | ||||||
| Interestkosten | 52 | 5 | 57 | 44 | 4 | 48 |
| Interestinkomen op fondsbeleggingen | (34) | (5) | (39) | (30) | (4) | (34) |
| Totale nettofinancieringskost | 18 | - | 18 | 14 | - | 14 |
| Algemene beheerskosten | 2 | - | 3 | 1 | - | 1 |
| PENSIOENKOSTEN WEERGEGEVEN IN DE WINST- EN VERLIESREKENING | 32 | 9 | 41 | 21 | 10 | 31 |
| Pensioenregelingen (exclusief Belgische DC-plannen) | Belgische DC-plannen met gewaarborgd rendement | TOTAAL | Pensioenregelingen (exclusief Belgische DC-plannen) | Belgische DC-plannen met gewaarborgd rendement | TOTAAL | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aanpassingenaan de verplichtingen van de regelingen – verliezen (winsten) – op grond van ervaring | (16) | (9) | (25) | (25) | 48 | 23 |
| Demografische veronderstellingen | (16) | (2) | (17) | (1) | 1 | - |
| Financiële veronderstellingen | 57 | 5 | 62 | (25) | - | (25) |
| Rendement op fondsbeleggingen excl. interestinkomen | (14) | 7 | (7) | 30 | (47) | (17) |
| Totaal herwaarderingen opgenomen in ‘Niet-gerealiseerde resultaten’ | 12 | 1 | 12 | (21) | 2 | (19) |
| TOTALE PENSIOENKOST VAN DE PERIODE | 44 | 10 | 53 | - | 12 | 12 |
De totale pensioenkost uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen opgenomen in de winst- en verliesrekening en de niet-gerealiseerde resultaten voor 2024 voor de materiële landen van de Groep bedroeg 12 miljoen euro (2023: 53 miljoen euro). Van dit bedrag wordt 31 miljoen euro als kost opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening van de Groep over 2024 (2023: een kost van 41 miljoen euro). Het saldo, zijnde een opbrengst van 19 miljoen euro voor 2024 (een kost van 12 miljoen euro voor 2023), wordt weergegeven in niet-gerealiseerde resultaten onder 'Saldo van de herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen geboekt in het eigen vermogen'. Deze waardeaanpassingen zijn het gevolg van ervaringsaanpassingen op pensioenverplichtingen, wijzigingen in demografische en financiële veronderstellingen en van ervaringsaanpassingen op de reële waarde van activa.
In 2024 werd een pensioenopbrengst van verstreken diensttijd van 4 miljoen euro opgenomen. Dit is een schatting van de verlaging van de pensioenverplichtingen in België in verband met het plan voor de inkrimping van het personeelsbestand dat door de Groep in november 2024 werd aangekondigd en dat naar verwachting in de komende drie jaar zijn uitwerking zal hebben. IAS 19 vereist dat ondernemingen de pensioenkosten van verstreken diensttijd van een inperking zoals deze opnemen op de datum waarop de inperking plaatsvindt of de datum waarop de onderneming de gerelateerde reorganisatiekosten of ontslagvergoedingen opneemt, afhankelijk van welke datum het vroegste valt. De Groep heeft deze kosten opgenomen in 2024, zie toelichting 9.2 ‘Overige bedrijfskosten’. De verlaging van de pensioenverplichting heeft voornamelijk betrekking op het belangrijkste pensioenplan van de Groep in België, het Fabriekspensioenplan.
De ervaringsaanpassingen op de pensioenverplichtingen in 2024 omvatten de effecten van wijzigingen in het aantal 132 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING deelnemers aan de regelingen gedurende het jaar. Bijvoorbeeld meer werknemers die uit dienst gaan dan verwacht in België en meer sterfgevallen van gepensioneerden in Duitsland gedurende het jaar. In 2024 omvatten de ervaringsaanpassingen ook het effect van een verandering in de interpretatie van de pensioenleeftijdveronderstelling, die voornamelijk van invloed is op het Fabriekspensioenplan in België, als gevolg van een nieuwe actuaris die de IAS 19-waardering in België op zich neemt. De aanname voor de pensioenleeftijd is “65 jaar of de vroegst gesubsidiëerde leeftijd stijgt naar 66 jaar in 2025 en 67 jaar in 2030” en is ongewijzigd ten opzichte van vorig jaar. Op 31 december 2023 is de pensioenleeftijd in de waardering gelijkgesteld aan 65 jaar voor alle deelnemers die vóór 2025 zijn toegetreden (d.w.z. alle deelnemers). Op 31 december 2024 wordt een pensioenleeftijd van 66 of 67 jaar gebruikt in de waardering voor jongere deelnemers. De actuaris heeft ook rekening gehouden met vervroegde uittreding als dit mogelijk was op basis van de diensttijd bij Agfa (bijvoorbeeld op 63-jarige leeftijd na 42 dienstjaren). De impact op de vermindering van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen wordt geschat op ongeveer 17,4 miljoen euro. De actuariële winsten als gevolg van wijzigingen in financiële veronderstellingen, ten bedrage van 25 miljoen euro, zijn voornamelijk het gevolg van toenames in de over het jaar gebruikte disconteringsvoeten voor de plannen in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten van Amerika. De actuariële winsten door gewijzigde financiële aannames voor het UK Pension Plan en het Agfa Corporation Pension Plan (VS) bedragen samen 34 miljoen euro en worden deels gecompenseerd door actuariële verliezen (9 miljoen euro) voor de pensioenplannen in België en Duitsland. Gedetailleerde informatie over de financiële aannames wordt weergegeven onder 13.2.3. Een groot deel van het negatieve rendement op fondsbeleggingen (exclusief rentebaten) heeft betrekking op de waardevermindering van de lijfrente (‘buy-in’)-contracten die deel uitmaken van de fondsbeleggingen in het Verenigd Koninkrijk en die bijna alle verplichtingen van de regelingen in het Verenigd Koninkrijk dekken. Deze contracten zijn verzekeringspolissen waarvan de reële waarde, in overeenstemming met IAS 19.115, gelijk wordt gesteld aan de contante waarde van de gerelateerde verplichtingen. De stijging van de disconteringsvoet gedurende het jaar, die de waarde van de pensioenverplichtingen in het Verenigd Koninkrijk heeft verlaagd, verlaagt daarom ook de waarde van de fondsbeleggingen onder de vorm van ‘buy-in’-contracten.
In het verleden heeft de Groep de uitgestelde verworven rechten binnen de toegezegdebijdragenregelingen voor voormalige werknemers om redenen van materialiteit niet opgenomen in de overzichtstabellen in deze toelichting. De verplichtingen voor deze voormalige werknemers werden volledig gedekt door de verzekeringsmaatschappij en als dusdanig was er geen nettoverplichting en werd het risico dat de verzekeringsmaatschappij in gebreke zou blijven als uiterst laag beschouwd. De verplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen (50 miljoen euro) en de overeenkomstige fondsbeleggingen (50 miljoen euro) voor de uitgestelde verworven rechten van voormalige werknemers binnen de twee grootste DC-regelingen van de Groep in België zijn toegevoegd aan de overzichtstabellen op 31 december 2024. Deze verhogingen van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen en de reële waarde van fondsbeleggingen worden behandeld als waardeaanpassingen opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten over 2024 en zijn de belangrijkste oorzaak van de ervaringsverliezen op de verplichtingen en het rendement op fondsbeleggingen (exclusief rentebaten) voor de Belgische DC-regelingen in 2024.
De contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen, de fondsbeleggingen en de financiering van de regelingen in de materiële landen worden hierna weergegeven.# AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
| 2023 | 2024 | 2023 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Pensioen-regelingen (exclusief Belgische DC-plannen) | Belgische DC-plannen met gewaar-borgd rendement | ||||
| TOTAAL | TOTAAL | ||||
| Wijziging in de contante waarde van de brutoverplichting | |||||
| Contante waarde van de brutoverplichting op 1 januari | 1.270 | 1.404 | 1.204 | 1.317 | |
| Aan de diensttijd toewijsbare pensioenkost | |||||
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, exclusief werknemersbijdragen | 12 | 20 | 10 | 20 | |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | - | - | (4) | (4) | |
| Belangrijke inperking/beëindiging van de regelingen | - | - | - | - | |
| Financieringskosten | 52 | 57 | 44 | 48 | |
| Kasstroomoverzicht | |||||
| Uitkeringen uit fondsbeleggingen | (57) | (67) | (50) | (63) | |
| Uitkeringen rechtstreeks betaald door de Onderneming | (38) | (38) | (36) | (36) | |
| Werknemersbijdragen | - | - | - | - | |
| Betaalde premies | - | - | - | - | |
| Verhoging (verlaging) tengevolge van transferten, inclusief de impact van overnames en afstotingen | (67) | (85) | - | - | |
| Herwaarderingen | |||||
| Effect van demografische veronderstellingen | (16) | (17) | (1) | - | |
| Effect van financiële veronderstellingen | 57 | 62 | (25) | (25) | |
| Effecten op grond van ervaring | (13) | (22) | (25) | 23 | |
| Valutakoersverschillen | 4 | 4 | 19 | 19 | |
| Contante waarde van de brutoverplichting op 31 december | 1.204 | 1.317 | 1.136 | 1.299 | |
| Wijziging in fondsbeleggingen | |||||
| Reële waarde van fondsbeleggingen op 1 januari | 777 | 901 | 765 | 870 | |
| Financieringsbaten | 34 | 39 | 30 | 34 | |
| Werkgeversbijdragen | 17 | 28 | 15 | 27 | |
| Werknemersbijdragen | - | - | - | - | |
| Uitkeringen uit fondsbeleggingen | (57) | (67) | (50) | (63) | |
| Algemene beheerskosten | (2) | (2) | (1) | (1) | |
| Betaalde premies | - | - | - | - | |
| Verhoging (verlaging) tengevolge van transferten, inclusief de impact van overnames en afstotingen | (22) | (40) | - | - | |
| Rendement op fondsbeleggingen excl. interestinkomen | 14 | 7 | (30) | 17 | |
| Valutakoersverschillen | 5 | 5 | 19 | 19 | |
| Reële waarde van fondsbeleggingen op 31 december | 765 | 870 | 748 | 903 | |
| Financieringspositie op 31 december | |||||
| Financieringspositie | 439 | 446 | 388 | 396 | |
| Effect van vermogensplafond | - | - | - | - | |
| Nettoverplichting op 31 december | 439 | 446 | 388 | 396 |
Op 31 december 2024 bedroeg de totale brutoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen voor de materiële landen van de Groep, met uitzondering van toegezegdebijdrageregelingen met een wettelijk gegarandeerd rendement, 1.136 miljoen euro (1.204 miljoen euro op 31 december 2023). Van dit bedrag heeft 708 miljoen euro (751 miljoen euro per 31 december 2023) betrekking op geheel of gedeeltelijk gefinancierde regelingen en 428 miljoen euro (453 miljoen euro per 31 december 2023) op niet gefinancierde regelingen. Op 31 december 2024 bedroeg het financieringstekort voor de Belgische toegezegdebijdrageregelingen met gega-randeerd rendement 7 miljoen euro (7 miljoen euro op 31 december 2023). De nettopensioenverplichting voor deze plannen wordt berekend als het verschil tussen de contante waarde van de toegezegdpensioenverplichting (DBO) ten bedrage van 162 miljoen euro (112 miljoen euro op 31 december 2023) en de reële waarde van de fondsbeleggingen ten bedrage van 155 miljoen euro (105 miljoen euro op 31 december 2023). Er dient te worden opgemerkt dat voor de Belgische toegezegdebijdrageregelingen de uitgestelde verworven rechten van voormalige werknemers voor het eerst zijn opgenomen in de overzichtstabellen op 31 december 2024, waardoor de toegezegdpensioenverplichting en de gerelateerde reële waarde van fondsbeleggingen met elk ongeveer 50 miljoen euro zijn toegenomen.
Voorzieningen voor pensioenregelingen en andere vergoedingen na uitdiensttreding worden jaarlijks op de balansda-tum gewaardeerd met behulp van actuariële technieken. De nettoverplichting in de balans op de balansdatum voor de landen van materieel belang van de Groep is:
| 31 december 2024 | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| België - DB | België - DC | Duitsland | VK | VS | |
| Contante waarde van de brutoverplichting (DBO) | (340) | (162) | (417) | (305) | (74) |
| Reële waarde van fondsbeleggingen | 369 | 154 | - | 320 | 59 |
| Netto (verplichting)/activa | 29 | (8) | (417) | 15 | (15) |
De aannames voor het bepalen van de contante waarde van de brutoverplichtingen voor de regelingen verschillen afhankelijk van de individuele omstandigheden in de betreffende landen. De belangrijkste aannames die gebruikt zijn aan het einde van de verslagperioden 2023 en 2024 waren:
| Financiële aannames | België | Duitsland | VK | VS |
|---|---|---|---|---|
| Disconteringsvoet | 3,45% | 3,45% | 4,45% | 4,75% |
| Prijsinflatie¹ | 2,10% | 2,10% | 3,05% | n/b |
| Salarisgroei | 3,99% | 2,71% | n/b | n/b |
| Pensioenindexatie² | 0,00% | 1,00% | 3,50% | n/b |
| Financiële aannames | België | Duitsland | VK | VS |
|---|---|---|---|---|
| Disconteringsvoet | 3,35% | 3,35% | 5,40% | 5,45% |
| Prijsinflatie¹ | 2,00% | 2,00% | 3,15% | n/b |
| Salarisgroei | 3,90% | 2,78% | n/b | n/b |
| Pensioenindexatie² | 0,00% | 1,00% | 3,55% | n/b |
(1) VK: Aangenomen inflatie consumentenprijzen (RPI).
(2) VK: Het getoonde percentage is voor jaarlijkse pensioenverhogingen in lijn met de inflatie met een maximale stijging van 5% en een minimale stijging van 3% per jaar.
| 31 december 2023 | 31 december 2024 | |
|---|---|---|
| België | MR/FR met leeftijdsclassificatie van -1 / -5 / -7 op basis van geboortejaar | MR/FR met leeftijdsclassificatie van -1 / -5 / -7 op basis van geboortejaar |
| Duitsland | Heubeck Richttafel 2018 G | Heubeck Richttafel 2018 G |
| VK | 2021 Vita-tabellen op basis van geboortejaar met CMI 2022-model | 2021 Vita-tabellen op basis van geboortejaar met CMI 2023-model |
| VS | PRI-2012 tabellen en schaal MP-2021 generatiesterfte | PRI-2012 tabellen en schaal MP-2021 generatiesterfte |
De gebruikte disconteringsvoeten worden bepaald op basis van de beschikbare rente op bedrijfsobligaties van hoge kredietwaardigheid met minstens een AA-rating van een belangrijk ratingbureau, waarvan de looptijd de termijn van de verplichtingen van de Groep benadert.
De onderstaande tabel toont het effect op de contante waarde van de brutoverplichtingen van een redelijke veran-dering in de belangrijkste aannames op 31 december 2024 voor de pensioenregelingen in de landen van materieel belang voor de Groep. De gevoeligheidsanalyse beschouwt de verandering in één aanname per keer, waarbij de andere aannames ongewijzigd blijven ten opzichte van de oorspronkelijke berekening, d.w.z. er wordt geen rekening gehou-den met mogelijke correlatie-effecten tussen de individuele aannames.
| Aanname | Wijziging in actuariële aanname | België | Duitsland | VK | VS | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Disconteringsvoet | Verlaging met 0,5 procentpunt | 21 | 21 | 17 | 5 | 63 |
| Verhoging met 0,5 procentpunt | (18) | (19) | (16) | (3) | (57) | |
| Prijsinflatie(1) | Verhoging met 0,25 procentpunt | 5 | 5 | 5 | - | 14 |
| Verlaging met 0,25 procentpunt | (4) | (5) | (5) | - | (14) | |
| Levensverwachting | Verhoging met één jaar | 3 | 20 | 13 | 2 | 37 |
| Verlaging met één jaar | (1) | (17) | (13) | (2) | (34) |
(1) Het effect op de DBO van de verandering in de prijsinflatieaanname omvat het effect van de prijsinflatieverandering op aan de inflatie gekoppelde aannames (bijv. salarisgroei, pensioenindexatie) indien relevant.
Er dient te worden opgemerkt dat voor de pensioenregeling in het Verenigd Koninkrijk een verandering in de ver-plichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen als gevolg van veranderingen in aannames een overeenkom-stige verandering in de waarde van de fondsbeleggingen te zien geeft. Daarom is de nettopensioenverplichting voor de pensioenregeling in het Verenigd Koninkrijk – in de mate dat ze betrekking heeft op verplichtingen gedekt door ‘buy-in’contracten met verzekeraars –niet gevoelig voor veranderingen in aannames. Aangezien pensioenregelingen in Duitsland niet zijn ondergebracht bij fondsen/verzekeraars en daarom directe verplichtingen zijn van de werkgever aan de begunstigden van de regelingen, is de nettopensioenverplichting voor Duitsland het gevoeligst voor veranderingen in aannames. Voor de gefinancierde plannen in de Verenigde Staten van Amerika, België en het kleine deel van de pensioenver-plichtingen van het Agfa UK Pension Plan dat gefinancierd wordt door een apart pensioenfonds, streeft de verdeling van fondsbeleggingen over de verschillende categorieën van activa naar een juiste afstemming tussen de fondsbe-leggingen en de overeenkomstige toegezegd-pensioenverplichtingen. Meer informatie over studies over 'Asset and Liability Management' en de daaruit voortvloeiende strategische beslissingen over de gewenste verdeling van fonds-beleggingen over de verschillende categorieën wordt gegeven onder 13.2.4.
Voor de landen van materieel belang van de Groep bestaan de fondsbeleggingen uit de volgende hoofdcategorieën:
| 31 december 2023 | 31 december 2024 | |
|---|---|---|
| Geldmiddelen, kasequivalenten en overige | 21 | 20 |
| Aandelen | 105 | 113 |
| Rentedragende instrumenten | 301 | 306 |
| Investeringsfondsen | 9 | - |
| Fondsbeleggingen bij verzekeraars | 435 | 463 |
| TOTAAL | 870 | 903 |
De activa aangehouden door verzekeringsmaatschappijen hebben voornamelijk betrekking op de Belgische 'DC'-plan-nen met wettelijk gegarandeerde rendementen en op de 'buy-in' contracten voor het plan in het Verenigd Koninkrijk. De ‘buy-in’ contracten gekoppeld aan het Agfa UK Pension Plan dekken de verplichtingen van alle gepensioneerde deelnemers en vrijwel alle deelnemers met uitgestelde rechten (295 miljoen euro op 31 december 2024). Voor de aandelen en schuldinstrumenten past de Groep een passief of semi-passief beheer (index tracking) toe. Op 31 december 2024 bevatten de fondsbeleggingen geen financiële instrumenten van de Onderneming of haar doch-terondernemingen (2023: nihil). Ze omvatten ook geen eigendommen of andere activa die door de Onderneming of haar dochterondernemingen worden gebruikt.# Strategische spreiding van fondsbeleggingen over de categorieën
Voor de belangrijkste plannen van de Groep in België en de Verenigde Staten van Amerika en de niet-verzekerde pensioenverplichtingen in het Verenigd Koninkrijk die worden gefinancierd door een apart pensioenfonds, heeft het pensioencomité van de Groep voor de fondsbeleggingen een strategische spreiding over categorieën bepaald met als doel de beleggingsrisico's te beperken en een goede afstemming met de pensioenverplichtingen van de Groep te garanderen.
Het pensioencomité van de Groep legt de verdeling over de categorieën van fondsbeleggingen voor de Groep vast, rekening houdend met een bepaalde tolerantiemarge voor de Groep in functie van het beleggingsrisico en het verwachte rendement dat aanvaardbaar is voor de Groep. Elk pensioenfonds bepaalt zijn eigen strategische verdeling van fondsbeleggingen op basis van een periodieke ALM-studie (Asset and Liability Management) en in overleg met de Groep, zodat de strategische verdeling van fondsbeleggingen van de Groep binnen het gewenste bereik ligt.
De volgende tabel geeft een overzicht per 31 december 2024 van de strategische spreiding van fondsbeleggingen over de categorieën zoals overeengekomen door de pensioenfondsen van de belangrijkste landen van de Groep:
| Op 31 December 2024 | Beoogde spreiding België | VK(1) | VS |
|---|---|---|---|
| Aandelen | 30% | 35% | 13,5% |
| Obligaties | 70% | 65% | 86,5% |
(1) VK (fondsbeleggingen exclusief 'buy-in'-verzekeringscontracten)
Het pensioenfonds in Amerika heeft een beleggingsaanpak geïmplementeerd waarbij een groot deel van de beleggingsportefeuille (86,5%) overeenkomt met de ontwikkeling en het kasstroomprofiel van de verplichtingen (via vastrentende beleggingen) en een kleiner deel van de portefeuille (13,5%) wordt belegd in beleggingen die gericht zijn op hun rendement (aandelen). Het doel van deze benadering is om ervoor te zorgen dat het pensioenfonds de inkomsten genererende fondsbeleggingen heeft die het nodig heeft om aan zijn financiële verplichtingen te voldoen (d.w.z. uitbetalingen aan deelnemers van het plan), terwijl het een rendement realiseert dat enigszins wordt verbeterd door de beleggingen die gericht zijn op het realiseren van rendement. Als gevolg van deze beleggingsstrategie worden de veranderingen in de verplichtingen over de periode grotendeels gecompenseerd door de veranderingen in de fondsbeleggingen, wat resulteert in een stabiele maar licht dalende nettoverplichting over de tijd.
De gewogen gemiddelde duur van de pensioenverplichtingen in de landen van materieel belang van de Groep is:
| Gewogen gemiddelde duratie (jaren) | België | Duitsland | VK | VS |
|---|---|---|---|---|
| Op 31 december 2024 | 8 | 10 | 11 | 12 |
De verwachte timing van de niet-verdisconteerde uitkeringen onder de pensioenregelingen voor de komende 10 jaar voor de landen van materieel belang van de Groep zijn:
| MILJOEN EURO | België | Duitsland | VK | VS | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| 2025 | 21 | 37 | 19 | 4 | 81 |
| 2026 | 26 | 36 | 19 | 4 | 85 |
| 2027 | 35 | 34 | 20 | 5 | 94 |
| 2028 | 50 | 33 | 21 | 5 | 109 |
| 2029 | 59 | 32 | 21 | 5 | 117 |
| 2030 tot 2034 | 218 | 137 | 118 | 27 | 500 |
De pensioenplannen in Duitsland zijn niet gefinancierd en de uitkeringen zijn daarom directe betalingen van de werkgever aan de begunstigde. Met uitzondering van twee kleinere niet-gefinancierde regelingen (één in België en één in de Verenigde Staten van Amerika) worden de pensioenuitkeringen in België, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten van Amerika betaald uit fondsbeleggingen.
Voor 2025 verwacht de Groep voor de toegezegdpensioenregelingen van haar materiële landen een totale toegezegdpensioenkost in de winst- en verliesrekening van 32 miljoen euro, bestaande uit 19 miljoen euro aan de diensttijd toewijsbare pensioenkost (waarvan 10 miljoen euro gerelateerd aan toegezegdebijdragenregelingen in België), 1 miljoen euro administratieve kosten en 12 miljoen euro nettofinancieringskost.
Tijdens het boekjaar 2025 verwacht de Groep 11 miljoen euro bij te dragen aan haar materiële gefinancierde pensioenplannen (tegenover 15 miljoen euro in 2024). Dit bedrag is exclusief de geschatte bijdragen voor de toegezegdebijdrageregelingen in België van 12 miljoen euro (2024: 12 miljoen euro). Daarnaast verwacht de Groep in totaal 37 miljoen euro rechtstreeks aan de begunstigden van haar materiële niet-gefinancierde pensioenregelingen uit te keren (vergeleken met 36 miljoen euro in 2024).
Langetermijnontslagvergoedingen zijn het gevolg van de verplichting van de Groep om hetzij de tewerkstelling voor de normale pensioenleeftijd te beëindigen, hetzij om een ontslagvergoeding te betalen als gevolg van een aanbod ter aanmoediging van vrijwillige pensionering. Op 31 december 2024 bedroeg de langetermijnontslagvergoeding 4 miljoen euro (6 miljoen euro op 31 december 2023) en betrof hoofdzakelijk afvloeiingspremies afgesproken met werknemers in het kader van vervroegde pensionering. Deze regelingen betreffen werknemers van de Belgische ondernemingen van de Groep.
In de loop van 2020 heeft de Raad van Bestuur Dhr. Pascal Juéry benoemd als CEO van de Agfa-Gevaert Groep en gedelegeerd bestuurder. Er werd een lange-termijn variabele vergoeding toegekend aan Dhr. Juéry ingebed in een Stock Appreciation Rights Plan dat tot een bijkomende cash bonus kan leiden. De belangrijkste componenten van dit Stock Appreciation Rights Plan zijn de volgende:
De reële waarde van dit Stock Appreciation Rights Plan werd berekend aan de hand van een Black-Scholes model, met een verwachte levensduur van 10 jaar voor de eerste twee tranches en een verwachte levensduur van vijf jaar voor de andere tranches. De reële waarde wordt getoond als een verplichting met reële-waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening (2024: 0,1 miljoen euro; 2023: 0,2 miljoen euro).
Voor de waardering van het Stock Appreciation Rights Plan werd rekening gehouden met de volgende volatiliteiten per 31 december 2024 in het waarderingsmodel:
In de loop van 2024, 2023 en 2022 werd er een langetermijnvergoeding toegekend aan een groep van sleutelpersoneelsleden van de Groep ingebed in een Stock Appreciation Rights Plan dat tot een bijkomende cash bonus kan leiden. De belangrijkste componenten van dit Stock Appreciation Rights Plan zijn de volgende:
De impliciete volatiliteit gebruikt in het waarderingsmodel bedraagt 53,23%.
In maart 2022 werden er 1.397.000 Stock Appreciation Rights toegekend aan een aantal sleutelpersoneelsleden van de Groep. Een aantal van 303.000 Stock Appreciation Rights zijn vervallen. Het totale aantal uitstaande Stock Appreciation Rights op 31 december 2022 bedraagt 1.094.000;
De impliciete volatiliteit gebruikt in het waarderingsmodel bedraagt 50,6%.
In maart 2023 werden er 1.207.000 Stock Appreciation Rights toegekend aan een aantal sleutelpersoneelsleden van de Groep. Een aantal van 156.000 Stock Appreciation Rights zijn vervallen.# AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
De opsplitsing tussen kortlopende en langlopende overige personeelsbeloningen is voorgesteld in de onderstaande tabel:
| MILJOEN EURO | 2023 | 2024 |
|---|---|---|
| Langlopende personeelsbeloningen | 5 | 5 |
| Kortlopende personeelsbeloningen | ||
| Verplichtingen voor sociale bijdragen | 14 | 14 |
| Te betalen lonen | 1 | 1 |
| Overige kortlopende personeelsbeloningen | 58 | 59 |
| TOTAAL kortlopende personeelsbeloningen | 73 | 74 |
Overige langetermijnpersoneelsbeloningen hebben betrekking op een plan inzake langdurige invaliditeit in de VS, de plannen ‘Jubilee’ en Pensionsurlaub’ in Duitsland en sommige andere vergoedingen wegens langediensttijd. Op 31 december 2024 bedroeg de totale verplichting uit overige langetermijnpersoneelsbeloningen 5 miljoen euro (5 miljoen euro op 31 december 2023).
Overige kortetermijnpersoneelsbeloningen omvatten verplichtingen met betrekking tot het personeelsbestand in ruime zin, zijnde verplichtingen voor vakantiegeld en flexi-tijdoverschot, verzekering van loon en salaris in geval van ziekte betaalbaar binnen de 12 maanden, kortetermijnvergoedingen voor arbeidsongeschiktheid, bonusvergoedingen en andere betalingen inzake overeenkomsten voor winstdeelname.
139
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de winstbelastingen volgens herkomst:
| MILJOEN EURO | 2023 | 2024 |
|---|---|---|
| Betaalde of verschuldigde winstbelastingen | 11 | 13 |
| Met betrekking tot dit boekjaar | 14 | 16 |
| Met betrekking tot voorgaande boekjaren | (3) | (3) |
| Uitgestelde winstbelastingen | 5 | 2 |
| Met betrekking tot tijdelijke verschillen | - | (2) |
| Met betrekking tot niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscale verrekenbare tegoeden | 5 | 4 |
| Winstbelastingen | 16 | 15 |
Betaalde of verschuldigde winstbelastingen zijn gestegen van 11 miljoen euro in 2023 tot 13 miljoen euro in 2024, wat grotendeels verklaard wordt door het gebruik van overdraagbare fiscale verliezen die niet voldoende waren om alle winst in Duitsland te compenseren, en door hogere roerende voorheffing op de repatriëring van kapitaal.
De uitgestelde winstbelastingen zijn gedaald met 3 miljoen euro, van 5 miljoen euro in 2023 tot 2 miljoen euro in 2024. Meer details over de evolutie van tijdelijke verschillen per categorie en overgedragen fiscale verliezen en belas-tingkredieten worden gegeven onder 17.4. De belangrijkste componenten van winstbelastingen (-baten) worden weergegeven in de tabel die het theoretische belastingtarief aansluit met het effectieve belastingtarief (zie toelichting 17.3.2).
De Groep heeft de ‘International Tax Reform - Pillar Two Model Rules’ (wijzigingen aan IAS 12) vanaf hun publicatie op 23 mei 2023 toegepast. De wijzigingen voorzien in een tijdelijke verplichte uitzondering op de boekhoudkundige verwerking van uitgestelde belastingen voor de aanvullende belasting, die onmiddellijk van kracht wordt, en vereisen nieuwe toelichtingen over de impact van de tweede pijler van deze belastinghervorming.
Agfa-Gevaert NV, de Ultieme Moedermaatschappij van de Groep, met hoofdkantoor in België, heeft de nieuwe wet-geving die werd uitgevaardigd om de globale minimum aanvullende belasting te implementeren vanaf 1 januari 2024 toegepast. De Groep heeft een gedetailleerde analyse uitgevoerd en is tot de conclusie gekomen dat ze, voor het boekjaar 2024, onderworpen is aan de tijdelijke ‘Safe Harbor’-regels in bijna alle rechtsgebieden waar ze aanwezig is. Voor de rechtsgebieden die niet voldoen aan de tijdelijke ‘Safe Harbor’- drempels, heeft de Groep een volledige berekening uitgevoerd die aantoont dat er geen aanvullende belasting verschuldigd is. De Groep verwacht geen materiële veran-deringen in dit opzicht voor het boekjaar 2025.
De nieuwe wetgeving heeft ook bijkomende nalevingsvereisten geïntroduceerd, met inbegrip van kennisgevingen aan de lokale belastingautoriteiten en het indienen van locale aangiften van aanvullende belasting en voorafbetalingen. Agfa heeft al de nodige kennisgevingen ingediend bij de Belgische, Oostenrijkse en Hongaarse belastingautoriteiten die in 2024 moesten gebeuren en zal de kennisgevingsvereisten in andere rechtsgebieden opvolgen in de loop van 2025. De Groep neemt de nodige stappen om zich voor te bereiden op de eerste aangiften van binnenlandse aanvul-lende belastingen, die nog steeds verwacht worden in 2025.
140
Winstbelastingen voor lopende en voorgaande perioden worden, voor zover ze nog niet zijn betaald, opgenomen als een verplichting. Als het reeds betaalde bedrag met betrekking tot lopende en voorgaande perioden hoger is dan het verschuldigde bedrag voor deze perioden, wordt het overschot opgenomen als een actief.
Onzekere belastingposities worden opgenomen als verplichtingen als en voor zover het waarschijnlijk is dat aan-vullende belasting verschuldigd zal zijn en het bedrag betrouwbaar kan worden vastgesteld. Het bepalen van deze posities gaat gepaard met een aanzienlijke mate van oordeelsvorming. Meer informatie wordt gegeven in toelichting 4 'Belangrijke schattingen en beoordelingen'.
Actuelebelastingverplichtingen bedragen 21 miljoen euro (2023: 23 miljoen euro), waarvan 13 miljoen euro (2023: 14 miljoen euro) betrekking heeft op onzekere belastingposities.
Op 31 december 2024 bedragen de actuele belastingvorderingen 47 miljoen euro (2023: 51 miljoen euro), waarvan 78% betrekking heeft op de teruggave van belastingverminderingen voor onderzoek en ontwikkeling (2023: 72%). Actuele belastingvorderingen worden verrekend met actuele belastingverplichtingen als ze betrekking hebbenop belastingen diedoor dezelfde belastingautoriteit worden geheven en als het de bedoeling is dat ze op nettobasis worden afgewikkeld.
Uitgestelde belastingvorderingen zijn de bedragen van de winstbelastingen die terugvorderbaar zijn in toekomstige periodes met betrekking tot aftrekbare tijdelijke verschillen, niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden. Uitgestelde belastingvorderingen worden erkend wanneer er voldoende zekerheid is over de beschikbaarheid van toekomstige belastbare winsten om de tijdelijke verschillen, niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden te kunnen gebruiken. De Groep beoordeelt op geregelde tijdstippen de realiseerbaarheid van haar uitgestelde belastingvorderingen, voor-namelijk op basis van de langetermijnplanning voor haar bedrijfssegmenten. De recupereerbaarheid van uitgestelde belastingvorderingen erkend door een onderneming van de Groep is nauw verbonden aan de realiseerbaarheid van de langetermijnplanning van de bedrijfssegmenten waarin deze onderneming actief is. Meer informatie over deze beoordeling en de daarmee samenhangende onzekerheid wordt gegeven in toelichting 4 'Belangrijke schattingen en beoordelingen'.
Uitgestelde belastingverplichtingen zijn de bedragen van in toekomstige perioden verschuldigde winstbelastingen met betrekking tot belastbare tijdelijke verschillen. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd als ze betrekking hebben op winstbelastingen die door dezelfde belastingautoriteit worden geheven.
141# TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen kunnen aan de volgende posten worden toegerekend:
| 31 december 2023 | 31 december 2024 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Activa | Verplich-tingen | Netto | Activa | Verplich-tingen | Netto | |
| Immateriële activa en goodwill | 24 | 2 | 23 | 23 | 1 | 21 |
| Materiële vaste activa | 8 | 5 | 3 | 10 | 4 | 7 |
| Recht-op-gebruik activa | - | 9 | (9) | 1 | 11 | (10) |
| Voorraden | 10 | - | 10 | 9 | 3 | 6 |
| Vorderingen uit leaseovereenkomsten | - | 11 | (11) | - | 9 | (9) |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen | 1 | - | 1 | 2 | 1 | 1 |
| Voorzieningen en verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding | 20 | 6 | 14 | 22 | 10 | 12 |
| Verplichtingen uit leaseovereenkomsten | 9 | - | 9 | 10 | - | 10 |
| Andere vlottende activa en overige verplichtingen | 7 | 6 | 1 | 10 | 5 | 5 |
| Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen met betrekking tot tijdelijke verschillen | 80 | 39 | 40 | 86 | 44 | 43 |
| Niet-gecompenseerde fiscale verliezen | 22 | - | 22 | 18 | - | 18 |
| Ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden | 3 | - | 3 | 2 | - | 2 |
| Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen voor saldering | 105 | 39 | 65 | 106 | 44 | 63 |
| Saldering | (30) | (30) | - | (36) | (36) | - |
| Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen | 74 | 9 | 65 | 71 | 8 | 63 |
De mutatie in tijdelijke verschillen gedurende 2023-2024 wordt weergegeven in toelichting 17.4. Op 31 december 2024 heeft de Groep een netto uitgestelde belastingvordering van 63 miljoen euro (2023: 65 miljoen euro). Meer dan de helft van dit saldo heeft betrekking op de HealthCare IT divisie, voornamelijk in verband met belastingvoordelen en tijdelijke verschillen gekoppeld aan onderzoek en ontwikkeling in belangrijke rechtsgebieden. Geen van deze voordelen of verschillen hebben een vervaldatum. De Groep is van mening dat het waarschijnlijk is dat deze opgenomen uitgestelde belastingvorderingen toewijsbaar aan HealthCare IT effectief vorderbaar zijn tegen 2030. Andere belangrijke verrekenbare tijdelijke verschillen en daaruit voortvloeiende uitgestelde belastingvorderingen hebben betrekking op toegezegdpensioenregelingen in Duitsland, meestal met betrekking tot actieve werknemers. 96% van de fiscale verliezen van de Groep zijn geconcentreerd in België en de Verenigde Staten van Amerika. Slechts op 4% van het totale fiscale verlies is een uitgestelde belastingvordering opgenomen.
Voor de niet-ge-compenseerde fiscale verliezen, de ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden en tijdelijke verschillen werden geen uitgestelde belastingvorderingen opgenomen voor onderstaande bedragen omdat het niet waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winst beschikbaar zal zijn waarmee deze kunnen worden verrekend:
* niet-gecompenseerde fiscale verliezen: 495 miljoen euro (2023: 445 miljoen euro);
* ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden: 18 miljoen euro (2023: 17 miljoen euro);
* tijdelijke verschillen: 112 miljoen euro (2023: 116 miljoen euro).
De uitgestelde belastingvorderingen op ongebruikte tijdelijke verschillen, fiscale verliezen en belastingkredieten vervallen als volgt:
| Vervalt in: | Tijdelijke verschillen | Fiscale verliezen | Fiscaal verrekenbare tegoeden | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|
| 2025 | - | - | - | - |
| 2026 | - | - | - | - |
| 2027 | - | - | - | - |
| 2028 | - | - | - | - |
| later | - | 35 | - | 35 |
| zonder vervaldatum | 112 | 460 | 18 | 590 |
| TOTAAL | 112 | 495 | 18 | 625 |
| 2023 | 2024 | |
|---|---|---|
| Winst (verlies) voor belastingen | (35) | (76) |
| Winstbelastingen | 16 | 15 |
| Belastingtarief | -47,1% | -20,0% |
| 2023 | 2024 | |
|---|---|---|
| Winst (verlies) voor belastingen | (35) | (76) |
| Het product van het resultaat voor belastingen en het toepasselijke belastingtarief | (7) | (18) |
| Toepasselijke belastingtarief(1) | 21% | 23% |
| Fiscaal niet aftrekbare lasten | 4 | 6 |
| Impact van fiscaal verrekenbare tegoeden en andere verminderingen van de belastbare basis | (2) | (3) |
| Fiscale verliezen van het huidige jaar waarvoor geen uitgestelde belastingvordering werd opgenomen | 42 | 32 |
| Impact gebruikte fiscale verliezen waarvoor in het verleden geen uitgestelde belastingvordering werd opgenomen | (1) | (5) |
| Uitgestelde belastingvorderingen tegengeboekt/(erkend) op verliezen van vorige jaren | 1 | (1) |
| Aanpassingenmet betrekking tot vorig boekjaar | (3) | (3) |
| Winstbelastingen ten gevolge van evoluties in de aftrekbare tijdelijke verschillen waarvoor geen uitgestelde belastingvordering werd erkend | (21) | 6 |
| Roerende voorheffing | 1 | 1 |
| Overige | 2 | - |
| Winstbelastingen | 16 | 15 |
| Gemiddelde effectieve belastingtarief | -47% | -20% |
(1) Het toepasselijke belastingtarief is het gewogen gemiddelde belastingtarief van de Onderneming en al haar geconsolideerde dochterondernemingen.
| 31 december 2022 | Verandering van consolidatiekring | Opgenomen in de winst-en verlies-rekening | Opgenomen in de niet-gerealiseerde winsten | Valutako-ersverschillen | 31 december 2023 | Verander-ing van consolidatiekring | Opgenomen in de winst-en verliesrek-ning | Opgenomen in de niet-gerealiseerde winsten | Valutako-ersverschil-len | 31 december 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Immateriële activa en goodwill | 28 | (5) | - | - | - | 23 | - | (2) | - | - | 21 |
| Materiële vaste activa | (3) | (3) | 8 | - | - | 3 | - | 4 | - | - | 7 |
| Recht-op-gebruik activa | (15) | 4 | 2 | - | - | (9) | - | (1) | - | - | (10) |
| Voorraden | 14 | (1) | (2) | - | (1) | 10 | - | (4) | - | - | 6 |
| Vorderingen uit leaseovereenkomsten | (6) | - | (5) | - | - | (11) | - | 2 | - | - | (9) |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen | 5 | (1) | (1) | - | (1) | 1 | - | - | - | - | 1 |
| Voorzieningen en verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding | 15 | (2) | (1) | 3 | - | 14 | - | (3) | - | - | 12 |
| Verplichtingen uit leaseovereenkomsten | 14 | (4) | (2) | - | - | 9 | - | 1 | - | - | 10 |
| Andere vlottende activa en overige verplichtingen | 4 | 1 | (1) | - | - | 1 | - | 4 | - | - | 5 |
| Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen met betrekking tot tijdelijke verschillen | 52 | (11) | (2) | 3 | (2) | 40 | - | 2 | - | - | 43 |
| Niet-gecompenseerde fiscale verliezen | 27 | - | (5) | - | - | 22 | - | (4) | - | - | 18 |
| Ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden | 3 | - | - | - | - | 3 | - | - | - | - | 2 |
| Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen voor saldering | 82 | (11) | (7) | 3 | (2) | 65 | - | (2) | - | - | 63 |
De uitgestelde belastingvordering op de voorzieningen en verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding die opgenomen zijn in de niet-gerealiseerde resultaten hebben betrekking op de herwaardering van de nettover-plichting uit hoofde van de toegezegdpensioenregeling (IAS 19R).
Overige belastingvorderingen bedragen 17 miljoen euro (2023: 20 miljoen euro) en overige belastingverplichtingen bedragen 24 miljoen euro (2023: 24 miljoen euro). De overige belastingvorderingen omvatten langlopende vorderingen ten belope van 2 miljoen euro en kortlopende vorderingen ten belope van 15 miljoen euro. Overige belastingvorderingen en -verplichtingen hebben betrekking op overige belastingen, zoals BTW en andere indirecte belastingen. Overige belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd als ze betrekking hebben op belastingen geheven door dezelfde belastingautoriteit en er een wettelijk recht bestaat om te worden afgewikkeld op een nettobasis.
Gedurende 2024 heeft de Groep geen overnames gedaan.
Gedurende 2023 heeft de Groep geen overnames gedaan. In de loop van 2023 heeft de Groep een bedrag van 3 miljoen ontvangen met betrekking tot een uitgestelde aanpassing van de overnameprijs van Inca Digital Printers, een overname uit 2022. In het geconsolideerde kasstroomoverzicht van 2023 werd dit gepresenteerd als ‘Ontvangsten uit overnames, na winstbelastingen’.
Gedurende 2024 waren er geen afstotingen.
Op 3 april 2023 heeft de Agfa-Gevaert Groep de verkoop van haar divisie Offset Solutions aan de investeringsfirma Aurelius Groep afgerond voor een voorlopige prijs van 49 miljoen euro. In de loop van het derde kwartaal van 2023 werd de prijs gereduceerd met 3 miljoen euro. Het prijsverschil tussen 30 juni 2023 (49 miljoen euro) en 30 september 2023 (46 miljoen euro) resulteert uit een nazicht van de ‘Closing Balance Sheet’ door de groepsauditor volgens de bepalingen in de verkoopovereenkomst. De daling van de netto-activa als gevolg van het nazicht door de revisor heeft een impact gehad op de verkoopprijs. In de loop van 2023 werd een bedrag van 11 miljoen euro ontvangen, waardoor de openstaande vordering op 31 december 2023 op 35 miljoen euro kwam. Verdere gesprekken met de Aurelius Groep hebben geleid tot een overeenkomst tussen de partijen dat 2 miljoen euro van deze openstaande vordering niet opeisbaar is. In het vierde kwartaal van 2024 werd 2 miljoen euro ontvangen, waardoor de openstaande vordering op 31 december 2024 werd verlaagd tot 31 miljoen euro. De ontvangst wordt in het kasstroomoverzicht gepresenteerd als ‘Verkoop van dochterondernemingen, netto van afgestoten kasmiddelen’. De openstaande vordering in verband met de verkoop van de Offset Solutions-divisie wordt voor een bedrag van 19 miljoen euro betwist door de Aurelius Groep. De betwiste elementen hebben voornamelijk betrekking op fiscale kwesties in Brazilië, pensioenverplichtingen, een contract met de Lucky Groep in China, verplichtingen voor ontmanteling van activa in bepaalde landen en governance-kwesties in Taiwan. Al deze discussiepunten zijn beoordeeld bij de opstelling van de financiële overzichten en de openstaande vordering weerspiegelt volgens het management de voorzieningen in de verkoopovereenkomst. De SPA (Share Purchase Agreement) voorziet in een voorlopige aankoopprijs en daarnaast, zoals gebruikelijk bij dit soort transacties, een prijsaanpassingsclausule om de definitieve aankoopprijs te bepalen. De prijsaanpassingsclausule bepaalt dat als de partijen het niet eens worden over de prijsaanpassing, de definitieve aankoopprijs zal worden vastgesteld door een onafhankelijke deskundige volgens een in de SPA vastgelegde procedure.# 146 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
De onafhankelijke deskundige zal vervolgens een bindende beslissing nemen. In de SPA zijn de partijen overeengekomen dat de onafhankelijke deskundige PricewaterhouseCoopers Bedrijfsrevisoren BV (“PwC”) zou zijn of, als PwC deze rol niet kan of wil vervullen, “een ander bedrijf met een goede internationale reputatie dat lid is van het ‘Instituut der Bedrijfsrevisoren’/‘Institut des Réviseurs d’Entreprises’”, benoemd door de voorzitter van de Ondernemingsrechtbank van Antwerpen op verzoek van de verkoper [Agfa] of de koper [Aurelius]. Vanwege een belangenconflict – PwC werd tijdens de Algemene Jaarvergadering van mei 2024 aangesteld als onze nieuwe groepsauditor – kon PwC de rol van onafhankelijke deskundige niet op zich nemen. In juni 2024 kon het juridische proces voor de benoeming en aanvaarding door de onafhankelijke deskundige worden afgerond. De onafhankelijke deskundige beheert het proces volledig, inclusief de timing en de manier waarop dit verloopt, waardoor transparante communicatie over de verwachte uitkomst van het onafhankelijke onderzoek erg moeilijk is. Tijdens een eerste bijeenkomst in juli 2024 met alle betrokken partijen had de onafhankelijke deskundige de verwachting gecreëerd dat er medio september 2024 een voorlopig rapport zou zijn. Dit heeft geleid tot een communicatie bij de halfjaarlijkse resultaten van 2024 dat de conclusie van de deskundige en de definitieve contante betaling van de vergoeding in het vierde kwartaal van 2024 konden worden verwacht. Echter, tot de datum van goedkeuring door de Raad van Bestuur voor de publicatie van de geconsolideerde financiële overzichten over 2024 heeft de onafhankelijke deskundige nog geen voorlopig rapport opgesteld over het geschil rond de verkoopprijs. Gezien de oorspronkelijke verwachting gecreëerd door de deskundige, gaat het management ervan uit dat de vordering in de loop van 2025 zal worden geïnd. Daarom wordt de vordering op de balans gepresenteerd als een kortlopende vordering onder de post ‘Overige vorderingen’.
Na de afronding van de verkoop en aankoop van de Offset Solutions-divisie van de Agfa Groep (“de Transactie”) heeft Agfa-Gevaert NV ermee ingestemd om gedurende een overgangsperiode onder andere grafische filmproducten en filmchemicaliën (“Filmproducten”) alsook plaat- en drukkerijchemicaliën (“Plate and Pressroom Products”) te produceren en te leveren aan ECO3, een dochteronderneming van de Aurelius Groep. De partijen hebben twee overeenkomsten gesloten waarin alle voorwaarden met betrekking tot de levering en aankoop van (i) de Film-producten (de “Film Supply Agreement”) en (ii) de Plaat- en Drukkerijchemicaliën (de “Plate en Pressroom Supply Agreement”) zijn vastgelegd. Na de afronding van de Transactie heeft ECO3 in overleg met Agfa-Gevaert de Film Supply Agreement en een deel van de Plate en Pressroom Supply Agreement overgedragen aan Shen Zhen Brother Optical (HK) Limited. Ook na de afronding van de Transactie zijn de partijen overeengekomen dat de Agfa Groep gedurende een overgangsperiode bepaalde diensten zou verlenen. In de financiële overzichten van de Groep worden de gecombineerde impact van de Film Supply Agreement, de Plate en Pressroom Supply Agreement en de tijdelijke serviceovereenkomsten weergegeven in een apart rapporteerbaar segment genaamd ‘Contractor Operations en Services former Offset’ of ‘CONOPS’. Het segment CONOPS vertegenwoordigt inkomsten die in rekening worden gebracht aan externe partijen ECO3 en Shen Zhen Brother Optical (HK) Limited, evenals de bijbehorende kosten. In de geconsolideerde winst- en verliesrekening worden de inkomsten uit de leveringscontracten gerapporteerd als opbrengsten, met de bijbehorende kosten onder 'Kosten van verkoop'. Eind juni 2024 heeft Agfa-Gevaert NV een overeenkomst getekend – met ingang van 1 juli 2024 – om de Film Supply Agreement en het exclusieve recht en de verplichting met betrekking tot filmchemicaliën onder de Plate en Pressroom Supply Agreement over te dragen van ECO3 aan Shen Zhen Brother Optical (HK) Limited en in een volgende fase verder aan Brother Optical Graphic Limited (HK). De inkomsten met betrekking tot de ondersteunende diensten worden gepresenteerd onder ‘Overige inkomsten’, terwijl de bijbehorende kosten worden weergegeven onder de algemene beheerskosten. Het merendeel van de ondersteunende diensten heeft een looptijd van twaalf maanden of minder vanaf de voltooiing van de verkoop op 3 april 2023. De winst- en verliesrekening over het eerste kwartaal van 2023 is opnieuw gepresenteerd om de post-closingrelaties tussen Agfa-Gevaert en de Aurelius Groep weer te geven.
In de verkorte geconsolideerde winst- en verliesrekening en de overige onderdelen van het totaalresultaat wordt de impact van de beëindigde bedrijfsactiviteiten afzonderlijk gepresenteerd van de voortgezette bedrijfsactiviteiten. Het resultaat van beëindigde bedrijfsactiviteiten omvat zowel het verlies op de verkooptransactie met de Aurelius Groep als de reguliere operationele resultaten van de voormalige Offset Solutions-divisie. De desinvestering had de volgende impact op de financiële overzichten van de Groep:
| miljoen euro | 2023 | 2024 |
|---|---|---|
| Opbrengsten | 163 | - |
| Kostprijs van verkopen | (118) | - |
| Brutowinst | 45 | - |
| Verkoopkosten | (16) | - |
| Kosten van onderzoek en ontwikkeling | (5) | - |
| Algemene beheerskosten | (8) | (2) |
| Overige bedrijfsopbrengsten | - | 1 |
| Overige bedrijfskosten | (18) | (1) |
| Winst (verlies) uit bedrijfsactiviteiten | (1) | (2) |
| Financieringsbaten (-kosten) - netto | - | - |
| Overige financieringsbaten (-kosten) - netto | - | 1 |
| Winstbelastingen | (5) | - |
| Winst (verlies) over het boekjaar | (6) | (1) |
| Verlies uit de afstoting van beëindigde bedrijfsactiviteiten | (42) | - |
| Winst (verlies) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten - na winstbelasting | (49) | (1) |
Voor 2024 heeft het resultaat uit beëindigde bedrijfsactiviteiten, dat is opgenomen in de administratieve kosten (-2 miljoen euro), betrekking op kostenaanpassingen van de overeengekomen post-closing ICS-activiteiten zoals afgesproken met de Aurelius Groep. De overige bedrijfsopbrengsten (1 miljoen euro) hebben betrekking op een terugname van openstaande verplichtingen als gevolg van de liquidatie van een voormalige Offset-entiteit die geen deel uitmaakte van de desinvestering. Het verlies dat is opgenomen onder overige bedrijfskosten (1 miljoen euro) heeft voornamelijk betrekking op een aanpassing van de te ontvangen vergoeding. Op 31 december 2023 was er een inschatting gemaakt van het mogelijks oninbare gedeelte van de vordering. Aangezien de besprekingen en onderzoeken nog gaande waren en het bedrag nog onzeker was, werd per 31 december 2023 een voorziening van 1,5 miljoen euro opgenomen. Uiteindelijk, na verder onderzoek, bepaalde Agfa dat het oninbare gedeelte 1,9 miljoen euro bedroeg. Omdat er eind 2023 al een voorziening van 1,5 miljoen euro was opgenomen, werd deze voorziening gebruikt om de openstaande vordering te verminderen en kon het extra verlies dat in 2024 werd erkend als gevolg van de herziene aankoopprijs worden beperkt. De opbrengst onder overige financiële baten en lasten betreft de vrijval van cumulatieve omrekeningsverschillen naar de winst- en verliesrekening bij de liquidatie van voormalige Offset-entiteiten die geen deel uitmaakten van de desinvestering.
| miljoen euro | |
|---|---|
| ACTIVA | |
| Handelsvorderingen | 141 |
| Overige activa | 6 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 11 |
| Voorraden | 155 |
| Actuele vorderingen uit winstbelastingen | 2 |
| Overige belastingvorderingen | 7 |
| Overige financiële activa | 0 |
| Overige vorderingen | 5 |
| Overige kortlopende activa | 5 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 13 |
| TOTAAL ACTIVA | 344 |
| PASSIVA | |
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding | 51 |
| Verplichtingen uit leaseovereenkomsten | 16 |
| Rentedragende verplichtingen | 4 |
| Overige Groepsleningen: lopende rekeningen met Groepsondernemingen van de voortgezette bedrijfsactiviteiten | 10 |
| Voorzieningen | 9 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 0 |
| Handelsschulden | 93 |
| Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten | 16 |
| Actuele verplichtingen uit winstbelastingen | 8 |
| Overige belastingverplichtingen | 5 |
| Overige te betalen posten - Personeelsbeloningen | 22 |
| TOTAAL PASSIVA | 233 |
| Netto-activa van de afgestoten groep van entiteiten | 111 |
| waarvan met betrekking tot minderheidsbelangen | (32) |
| waarvan met betrekking tot overige groepsleningen | 10 |
| Totaal van geïdentificeerde afgestoten netto-activa | 90 |
| Te ontvangen waarde | 46(1) |
| Herklassering van valutakoersverschillen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten naar de winst- en verliesrekening | 2 |
| Direct toewijsbare kosten | - |
| Verlies uit de afstoting van beëindigde bedrijfsactiviteiten | (42) |
| Openstaande vordering op 31 december 2024 | 31(1) |
(1) In de loop van 2023 werd een bedrag van 11 miljoen euro ontvangen waardoor de uitstaande vordering 35 miljoen euro bedroeg op 31 december 2023. Gedurende 2024 werd een bedrag van 2 miljoen euro ontvangen en werd bepaald dat een bedrag van 2 miljoen euro niet meer inbaar is waardoor de openstaande vordering op 31 december 2024 31 miljoen euro bedraagt.
De kasstromen toewijsbaar aan de netto kasstromen uit bedrijfsactiviteiten, investerings- en financieringsactiviteiten welke voortkomen uit beëindigde activiteiten worden afzonderlijk weergegeven in het geconsolideerd kasstroomoverzicht.
Bij de uitoefening van haar bedrijfsactiviteit wordt de Groep blootgesteld aan een aantal financiële risico’s – zoals het valutarisico, het renterisico, het risico verbonden aan de prijsschommelingen van de grondstoffen, het liquiditeitsrisico en het kredietrisico – die de financiële positie en het bedrijfsresultaat kunnen beïnvloeden.# TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
De doelstellingen, grondslagen en procedures van de Groep voor wat betreft het beheer van deze risico’s worden beschreven in deze toelichting. Voor het beheer van de financiële risico’s kan de Groep gebruik maken van afgeleide financiële instrumenten. Het gebruik van deze instrumenten is onderworpen aan interne controles en uniforme regelgeving opgesteld door het centrale thesauriedepartement van de Groep. Gebruikte derivaten zijn ‘over-the-counter’ financiële instrumenten, voornamelijk termijnwisselverrichtingen.
Het valutarisico is het risico dat de reële waarde of toekomstige kasstromen van een financieel instrument zullen schommelen als gevolg van wisselkoersveranderingen. In het beheer van valutarisico’s wordt een onderscheid gemaakt tussen drie types van valutarisico’s: het valutatransactierisico, het valutatranslatierisico en het economische risico verbonden aan transacties in vreemde munten.
De Groep is blootgesteld aan een valutatransactierisico op handelsvorderingen, handelsschulden en andere monetaire posten uitgedrukt in een andere munt dan de functionele munt van de Onderneming. Het valutatransactierisico ontstaat eveneens uit de variabiliteit van de kasstromen uit verwachte toekomstige transacties.
De resultaten en financiële positie van groepsondernemingen die een functionele valuta hebben die verschillend is van de euro, zijn onderhevig aan een valutatranslatierisico.
Het economische valutarisico is het risico dat de toekomstige kasstromen en resultaten van de buitenlandse activiteiten kunnen schommelen. Het economische valutarisico is in zeer hoge mate afhankelijk van andere factoren zoals de concurrentiepositie van de buitenlandse activiteit binnen een bedrijfstak, de relatie met klanten en leveranciers.
In het beheer van de valutarisico’s richt het centrale thesauriedepartement zich voornamelijk op het valutatransactierisico en het valutatranslatierisico, daar waar het bedrijfsmanagement zich voornamelijk richt op het beheer van het economisch valutarisico door middel van natuurlijke dekkingen.
Elk van hogervernoemde valutarisico’s beïnvloedt de jaarrekening op een verschillende manier.
De volgende wisselkoersen werden toegepast:
| Gemiddelde koers 2023 | Gemiddelde koers 2024 | Slotkoers per einde boekjaar 2023 | Slotkoers per einde boekjaar 2024 | |
|---|---|---|---|---|
| EUR:USD | 1,08158 | 1,082055 | 1,105 | 1,0389 |
| EUR:GBP | 0,869907 | 0,846592 | 0,86905 | 0,82918 |
| EUR:CNY | 7,65907 | 7,78626 | 7,8509 | 7,5833 |
| EUR:AUD | 1,628477 | 1,639944 | 1,6263 | 1,6772 |
| EUR:CAD | 1,459581 | 1,481909 | 1,4642 | 1,4948 |
| EUR:JPY | 151,942108 | 163,817355 | 156,33 | 163,06 |
| EUR:INR | 89,324864 | 90,530736 | 91,9045 | 88,9335 |
| EUR:KRW | 1.413,26 | 1.475,26 | 1.433,66 | 1.532,15 |
Het centrale thesauriedepartement controleert en beheert de valutarisico’s vanuit de impact die ze hebben op zowel de balans als de winst- en verliesrekening.
150 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
De munten die aanleiding geven tot een valutatransactierisico zijn als volgt:
| MILJOEN VREEMDE MUNTEENHEID | Nettopositie van vorderingen en schulden | Indekkingsinstrumenten | Nettopositie | Geldmiddelen, kasequivalenten, leningen en deposito’s | Derivaten |
|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2023 | |||||
| Amerikaanse dollar | 35,5 | 21,3 | (51,2) | 5,6 | |
| Chinese yuan | 40,6 | (52,2) | - | (11,6) | |
| Britse pond | 3,7 | 5,3 | - | 9,0 | |
| Australische dollar | 1,1 | (1,1) | - | - | |
| Indiase roepie | 583,4 | - | (611,0) | (27,6) | |
| Japanse yen | 680,4 | (519,0) | - | 161,4 | |
| Koreaanse won | 829,8 | - | (932,0) | (102,2) | |
| 31 december 2024 | |||||
| Amerikaanse dollar | 15,5 | 53,1 | (59,4) | 9,1 | |
| Chinese yuan | (18,1) | (10,4) | - | (28,5) | |
| Britse pond | 5,0 | (3,8) | - | 1,2 | |
| Australische dollar | 1,0 | (0,4) | - | 0,6 | |
| Indiase roepie | 703,8 | - | (780,6) | (76,8) | |
| Japanse yen | 625,3 | (580,0) | - | 45,3 | |
| Koreaanse won | 1.521,6 | - | (2.213,1) | (691,5) |
De Groep beschouwt geldmiddelen, kasequivalenten, deposito’s en leningen aangehouden in vreemde munteenheden als natuurlijke indekkingen van het vreemde valutarisico met betrekking tot de nettopositie van vorderingen en schulden in die desbetreffende munt.
In het beheer van de impact van het valutatransactierisico op de balans tracht de Groep om zowel de gerealiseerde als de niet-gerealiseerde wisselkoersresultaten, die ontstaan uit de omrekening van balansposten, uitgedrukt in een munt verschillend van de functionele munt van de Onderneming, tot een minimum te herleiden. Om het uitstaande risico te beperken tot vooropgestelde aangepaste risicolimieten, gebruikt het centrale thesauriedepartement derivaten zoals termijnwisselverrichtingen, ter indekking van het wisselkoersrisico verbonden aan in de balans opgenomen monetaire activa en verplichtingen. De uitstaande derivaten op 31 december 2024 zijn termijnwisselverrichtingen met looptijden van over het algemeen minder dan één jaar. Wanneer derivaten gebruikt worden ter indekking van het wisselkoersrisico verbonden aan in de balans opgenomen monetaire activa en verplichtingen, wordt er geen ‘hedge accounting’ toegepast. Winsten of verliezen die voortvloeien uit de waardering van deze derivaten tegen reële waarde worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Valutakoersverschillen die voortvloeien uit de omrekening van de resultaten en financiële positie van groepsondernemingen die een functionele munt hebben die verschillend is van de presentatiemunt van de Groep, worden in de niet-gerealiseerde resultaten getoond onder valutakoersverschillen. Alle groepsondernemingen en geassocieerde deelnemingen hebben als functionele munt de munt van het land waarin ze operationeel zijn. Munten die aanleiding geven tot het valutatranslatierisico op de balans betreffen voornamelijk de Amerikaanse dollar, de Braziliaanse real, de Indiase roepie, de Canadese dollar en de Argentijnse peso.
151 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
| Netto-investering in een buitenlandse entiteit | MILJOEN VREEMDE MUNTEENHEID | 31 december 2023 | 31 december 2024 |
|---|---|---|---|
| Amerikaanse dollar | 105 | 128 | |
| Indiase roepie | 725 | 694 | |
| Braziliaanse real | 53 | 62 | |
| Canadese dollar | 246 | 259 | |
| Argentijnse peso | 1.973 | 2.383 |
Het centrale thesauriedepartement volgt het translatierisico op kwartaalbasis op. Het centrale thesauriedepartement stelt corrigerende acties voor aan het Executive Management wanneer de fluctuaties van het cumulatieve translatierisico over een periode van twaalf maanden (gemeten op kwartaalbasis) met meer of minder dan 10% van het geconsolideerde eigen vermogen beweegt aan het begin van de referentieperiode.
Het valutarisico dat de winst- en verliesrekening beïnvloedt, omvat het valutarisico dat ontstaat uit de variabiliteit van de kasstromen uit verwachte toekomstige transacties uitgedrukt in vreemde valuta alsook het risico verbonden aan schommelingen van de resultaten van de buitenlandse activiteiten bij de omrekening naar de presentatiemunt (euro). Het centrale thesauriedepartement beheert beide risico’s samen. Aan de hand van aanbevelingen van het centrale treasuriedepartement beslist het Executive Management over de te volgen indekkingspolitiek rekening houdend met de bestaande marktsituatie.
De groepsobjectieven inzake beheer van de impact van het valutarisico op de winst- en verliesrekening dienen om de voorspelbaarheid van de financiële resultaten te verhogen en tevens de Groep toe te laten in te spelen op de snel veranderende economische omgeving. Dit gebeurt door middel van prijsaanpassingen en bijsturingen van de productie.
In 2023 werd een nieuw beleid ingevoerd voor de kasstroomafdekkingen van de toekomstige blootstelling aan valutakoersverschillen. Vanaf budget 2024 zal het valutarisico ingedekt worden voor alle belangrijke munten. Materiële munten worden gedefinieerd als munten met de hoogste potentiële impact van wisselkoersveranderingen in de winst- en verliesrekening. De toekomstige blootstelling zal ingedekt worden ten belope van 75% van de verwachte blootstelling op voorwaarde dat hedge accounting kan toegepast worden onder IFRS 9. Dit nieuw beleid verhoogt de risicodekking en laat een hogere focus toe wat betreft impact van risico en bedrag. Afgezien van een wijziging in reikwijdte, werd ook de timing van het afsluiten van kasstroomafdekkingen aangepast. De afdekkingen zullen gradueel afgesloten worden rekening houdend met corridors die het verlies of het voordeel beperken ten opzichte van de budgetkoersen.
De munten die het valutarisico op de winst- en verliesrekening beïnvloeden, betreffen voornamelijk de Amerikaanse dollar, de Chinese yuan, de Australische dollar, de Indiase roepie, de Japanse yen, Koreaanse won en de Britse pond. Deze munten worden door het centrale thesauriedepartement beschouwd als materiële munten voor de toekomstige blootstelling aan valutarisico over 2024.
De Groep gebruikt termijnwisselverrichtingen om het valutarisico met betrekking tot toekomstige transacties af te dekken. Deze termijnwisselverrichtingen worden aangeduid als kasstroomafdekkingen. De Groep duidt enkel de contante prijs van het termijncontract aan als afdekkingsinstrument van het valutarisico en past een afdekkingsratio van 1:1 toe. Het rentedeel van het termijncontract wordt uitgesloten in de afdekkingsrelatie en wordt apart geboekt in het financieel resultaat.
Het is de strategie van de Groep om steeds de kritische voorwaarden van het afdekkingsinstrument af te stemmen met het afgedekte risico. Het bestaan van de economische relatie tussen het afdekkingsinstrument en het afgedekte risico wordt aangetoond aan de hand van de munteenheid, bedrag en timing van de respectieve kasstromen. De Groep beoordeelt steeds of het aangeduide afdekkingsinstrument verwacht wordt om effectief te zijn en inderdaad effectief geweest is om de veranderingen in kasstromen van afdekkingsinstrument en
152 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
afgedekte risico te compenseren. Hiervoor wordt de ‘hypothetical derivative’-methode gebruikt. Er wordt zeer weinig ineffectiviteit verwacht uit de kasstroomafdekkingen.In deze relaties kan ineffectiviteit veroorzaakt worden door kredietwaardigheid van de tegenpartij en dat van de Groep, risico’s die niet vervat zitten in de reële waarde van de termijnwisselverrichtingen. Ineffectiviteit kan eveneens veroorzaakt worden door veranderingen in de timing van de afdekkingstransacties. In de loop van 2024 duidde de Groep termijnwisselcontracten aan als kasstroomafdekkingen van het vreemde valuta-risico in Amerikaanse dollar, Australische dollar, Chinese yuan, Indiase roepie, Japanse yen, Koreaanse won en Britse pond waaraan de Groep is blootgesteld op haar zeer waarschijnlijke toekomstige verkopen en aankopen over de volgende 12 maanden. In de loop van 2023 duidde de Groep termijnwisselcontracten aan als kasstroomafdekkingen van het vreemde valuta-risico in Amerikaanse dollar, Australische dollar, Chinese yuan, Indiase roepie, Japanse yen, Koreaanse won en Britse pond waaraan de Groep is blootgesteld op haar zeer waarschijnlijke toekomstige verkopen en aankopen over de volgende 12 maanden. Het effectieve deel van de winsten op de termijnwisselcontracten werd geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten (31 december 2024: 0 miljoen euro na winstbelastingen; 31 december 2023: 1 miljoen euro na winstbelastingen). In de loop van 2024 werden verliezen ten belope van 0,4 miljoen euro opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten. Een bedrag ten belope van 1 miljoen euro werd geboekt in toevoeging van opbrengsten. In de loop van 2023 werden winsten ten belope van 2 miljoen euro opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten. Verliezen ten belope van 2 miljoen euro werden geboekt in mindering van opbrengsten. Een reconciliatie in tabelformaat van de evolutie van de afdekkingsreserve wordt toegevoegd in toelichting 21.4 ‘Samenvattende tabel van de afdekkingsreserve.’ In de volgende tabel worden de effecten weergegeven die de kasstroomafdekkingen ter indekking van het valutarisico gehad hebben op de financiële staten:
| miljoen euro | 2024 Gedurende de periode - 2024 | Nominaal bedrag | Boekwaarde | Acti-va | Ver-pli-cht-in-gen | Positie in de balans waar het afdekking-sinstrument geboekt is | Reële waardeveran-deringen van afdekkingsin-strumenten erkend in de niet-gere-aliseerde resultaten | Ineffectiviteit van de af-dekkingsrelatie erkend in de winst- en ver-liesrekening | Positie in de winst- en verliesrekening waar de ineffectiviteit van de kasstroomafdekkingen gerapporteerd wordt | Bedragen geherk-lasseerd vanuit de af-dekkings-reserve naar de winst- en verlies-rekening | Bedragen geherk-lasseerd vanuit de af-dekkings-reserve naar de initiële ko-stprijs van voorraad | Positie in de winst- en verliesrekening die geaffecteerd is door de herk-lassering |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen | 45 | - | - | - | Overige financieringskosten (1) | Opbrengsten | ||||||
| Derivaten | - | - | - | - |
| miljoen euro | 2023 Gedurende de periode - 2023 | Nominaal bedrag | Boekwaarde | Acti-va | Ver-pli-cht-in-gen | Positie in de balans waar het afdekkingsinstru-ment geboekt is | Reële waardeveran-deringen van afdekkingsin-strumenten erkend in de niet-gere-aliseerde resultaten | Ineffectiviteit van de af-dekkingsrelatie erkend in de winst- en ver-liesrekening | Positie in de winst- en verliesrekening waar de ineffectiviteit van de kasstroomafdekkingen gerapporteerd wordt | Bedragen geherk-lasseerd vanuit de af-dekkings-reserve naar de winst- en verlies-rekening | Bedragen geherk-lasseerd vanuit de af-dekkings-reserve naar de initiële ko-stprijs van voorraad | Positie in de winst- en verliesrekening die geaffecteerd is door de herk-lassering |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen | 38 | 2,0 | - | - | Overige financieringskosten | Opbrengsten | ||||||
| Derivaten | 2 | - | - | - |
Kasstroomafdekkingen die het valutarisico indekken hebben de volgende looptijden:
153 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
2024
| Looptijd | Tussen 1 en 3 maanden | Tussen 3 en 12 maanden | Meer dan 1 jaar |
|---|---|---|---|
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen | |||
| Nominaal bedrag netto in miljoenen vreemde munteenheid | |||
| Amerikaanse dollar | 3 | 9 | - |
| Australische dollar | 2 | 2 | - |
| Chinese yuan | 23 | 69 | - |
| Indische roepie | 222 | 667 | - |
| Japanse yen | 142 | 426 | - |
| Koreaanse won | 508 | 1.524 | - |
| Britse pond | 1 | 3 | - |
| Gemiddelde termijnkoers EUR: Amerikaanse dollar | 1,05470 | 1,04970 | - |
| Gemiddelde termijnkoers EUR: Australische dollar | 1,64340 | 1,63640 | - |
| Gemiddelde termijnkoers EUR: Chinese yuan | 7,63700 | 7,64500 | - |
| Gemiddelde termijnkoers EUR: Indische roepie | 88,91800 | 92,05670 | - |
| Gemiddelde termijnkoers EUR: Japanse yen | 156,74240 | 155,47070 | - |
| Gemiddelde termijnkoers EUR: Koreaanse won | 1.486,94000 | 1.493,38000 | - |
| Gemiddelde termijnkoers EUR: Britse pond | 0,83198 | 0,84144 | - |
2023
| Looptijd | Tussen 1 en 3 maanden | Tussen 3 en 12 maanden | Meer dan 1 jaar |
|---|---|---|---|
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen | |||
| Nominaal bedrag netto in miljoenen vreemde munteenheid | |||
| Amerikaanse dollar | 9 | 23 | - |
| Australische dollar | 1 | 2 | - |
| Chinese yuan | 34 | 101 | - |
| Indische roepie | 425 | 1.276 | - |
| Japanse yen | 250 | 751 | - |
| Koreaanse won | 426 | 1.279 | - |
| Britse pond | 1 | 2 | - |
| Gemiddelde termijnkoers EUR: Amerikaanse dollar | 1,09000 | 1,08000 | - |
| Gemiddelde termijnkoers EUR: Australische dollar | 1,66000 | 1,68000 | - |
| Gemiddelde termijnkoers EUR: Chinese yuan | 7,72000 | 7,69000 | - |
| Gemiddelde termijnkoers EUR: Indische roepie | 90,12000 | 91,68000 | - |
| Gemiddelde termijnkoers EUR: Japanse yen | 158,88500 | 155,92000 | - |
| Gemiddelde termijnkoers EUR: Koreaanse won | 1.425,69000 | 1.425,00 | - |
| Gemiddelde termijnkoers EUR: Britse pond | 0,88000 | 0,88000 | - |
Een versterking of verzwakking van de euro met 10% ten opzichte van de munten vermeld in onderstaande tabel zou onderstaand positief of negatief effect gehad hebben op de winst- en verliesrekening, gegeven dat alle andere risicovariabelen constant gehouden worden. De gevoeligheidsanalyse werd uitgevoerd op de gebudgetteerde nettorisicopositie ingeschat voor het jaar 2024, rekening gehouden met de impact van derivaten aangeduid als kasstroomafdekkingen.
154 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
| miljoen euro | Winst- en verliesrekening 2023 | Versterking van de euro met 10% | Verzwakking van de euro met 10% | Winst- en verliesrekening 2024 | Versterking van de euro met 10% | Verzwakking van de euro met 10% |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Amerikaanse dollar | (1,8) | 1,8 | 2,4 | (2,4) | ||
| Chinese yuan | (6,8) | 6,8 | (1,8) | 1,8 | ||
| Britse pond | 1,3 | (1,3) | 0,3 | (0,3) | ||
| Australische dollar | (0,8) | 0,8 | (0,7) | 0,7 | ||
| Indiase roepie | (3,7) | 3,7 | (1,8) | 1,8 | ||
| Koreaanse won | (0,5) | 0,5 | (0,4) | 0,4 | ||
| Japanse yen | (1,3) | 1,3 | (0,5) | 0,5 |
Met betrekking tot kasstroomafdekkingen zou een versterking/verzwakking met 10% van de euro ten opzichte van de verschillende munten een impact hebben van +4 miljoen/(4) miljoen euro in de niet-gerealiseerde resultaten. Deze analyse veronderstelt dat alle overige variabelen, meer bepaald de interestvoeten, constant gehouden worden en houdt geen rekening met de impact van de toekomstige verkopen.
Het renterisico is het risico dat de reële waarde of toekomstige kasstromen van een financieel instrument zullen schommelen als gevolg van veranderingen in de marktrente. De Groep is blootgesteld aan het renterisico verbonden aan haar netto rentedragende schuldpositie, meer specifiek de lokale kasposities aangehouden in vreemde munten, kasbalansrekeningen aangehouden in vreemde munten en financiële leaseverplichtingen aangehouden in vreemde munten. Deze munten veranderen het intrestprofiel. Trekkingen op de gesyndiceerde kredietfaciliteit worden gedaan in euro. Voor de belangrijkste munten is het renteprofiel hiervan op de balansdatum als volgt:
| MILJOEN EURO | NETTO FINANCIËLE SCHULD per munteenheid | 2023 | Uitstaand bedrag | Aan vlottendeinterestvoet | Aan vasteinterestvoet | 2024 | Uitstaand bedrag | Aan vlottendeinterestvoet | Aan vasteinterestvoet |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Euro | 46 | - | 114 | - | |||||
| Amerikaanse dollar | 9 | - | 8 | - | |||||
| Britse pond | (4) | - | (5) | - | |||||
| Chinese yuan | (3) | - | (6) | - | |||||
| Australische dollar | (3) | - | (1) | - | |||||
| Japanse yen | 2 | - | 2 | - | |||||
| Canadese dollar | (24) | - | (23) | - | |||||
| Koreaanse won | (1) | - | (1) | - | |||||
| Indiase roepie | (4) | - | (3) | - | |||||
| Overige | (12) | - | 2 | - | |||||
| TOTAAL | 6 | - | 87 | - | |||||
| NETTO FINANCIËLE SCHULD | 6 | 87 |
Een verandering van 100 basispunten ten opzichte van de interestvoeten geldend op 31 december 2024 zou onderstaande stijging (of daling) teweeg hebben gebracht in de resultaten zoals opgenomen in de winst- en verliesrekening. In deze gevoeligheidsanalyse zijn alle andere risicovariabelen, zoals wisselkoersen, constant gehouden.
155 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
De gevoeligheidsanalyse werd voor 2023 op dezelfde basis uitgevoerd.
| Winst- en verliesrekening | Stijging met 100 basispunten | Daling met 100 basispunten |
|---|---|---|
| 31 december 2023 | Netto-impact (0,06) | 0,06 |
| 31 december 2024 | Netto-impact (0,88) | 0,88 |
Het grondstoffenrisico voor de Groep is geconcentreerd rond de grondstof zilver. Het grondstoffenrisico voor de Groep, zijnde het risico dat de toekomstige kasstromen en resultaten schommelen als gevolg van veranderende materiaalprijzen, hangt nauw samen met andere factoren zoals de concurrentiepositie van de Groep en relaties met klanten en leveranciers. De aankoop van zilver wordt niet ingedekt.
Voor 2024 is de Groep blootgesteld aan een prijsschommelingsrisico voor zilver voor een tonnage van om en bij de 62 ton (2023: 70 ton). Voor een verandering van de 1 US dollar/Troy van de zilverprijs wordt de impact op de geconsolideerde winst- en verliesrekening van de Groep ingeschat op 1,8 miljoen euro (2023: 2,1 miljoen euro). Deze analyse werd uitgevoerd op het actuele volume waaraan de Groep is blootgesteld voor 2024. Voormelde blootstelling van de Groep houdt geen rekening met het feit of een deel van de schommelingen van de zilverprijs al dan niet gedeeltelijk zal kunnen doorgerekend worden aan de klanten met contracten zonder zilverclausules.
De volgende tabel geeft een samenvatting van het geboekte effect in de afdekkingsreserve per type van risico:
| 2023 | 2024 | |
|---|---|---|
| Niet-gerealiseerde resultaten per 1 januari | 2 | 1 |
| Effectief deel van veranderingen in de reële waarde van kasstroomafdekkingen geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten | 2 | 2 |
| Netto verandering in de reële waarde van kasstroomafdekkingen die is overgeboekt naar opbrengsten | 2 | 1 |
| Verandering in de reële waarde die is overgeboekt naar de initiële boekwaarde van de voorraad | - | - |
| Winstbelastingen | - | - |
| Niet-gerealiseerde resultaten per 31 december | 1 | 1 |
Het kredietrisico is het risico dat de tegenpartij bij een financieel instrument haar verplichtingen niet kan nakomen waardoor de Groep een financieel verlies te verwerken krijgt. De Groep beheert haar kredietrisico enerzijds door het opleggen van vooraf afgesproken kredietlimieten per tegenpartij en anderzijds door middel van diversificatie in contracterende partijen.
156 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Het kredietrisico van de Groep komt voornamelijk voort uit handelsvorderingen en termijnwisselverrichtingen. De blootstelling aan het kredietrisico uit handelsvorderingen wordt continu opgevolgd door het kredietcomité. Voor elke klant worden er, gebaseerd op zijn/haar kredietwaardigheid en specifieke karakteristieken, kredietlimieten bepaald die op periodieke basis herzien worden door het kredietcomité. Voor de opvolging van het kredietrisico worden klanten gegroepeerd in risicocategorieën, op basis van welbepaalde financiële karakteristieken. Het beleid van de Groep voor wat betreft het beheersen van het kredietrisico bepaalt tevens om een deel van de klantenportefeuille te verzekeren via kredietverzekering om het risico op wanbetaling te beperken. Goederen worden verkocht met behoud van eigendomstitel tot moment van betaling, zodat de Groep in geval van wanbetaling een rechtmatige eis kan stellen op de verkochte goederen. De Groep eist onder normale omstandigheden geen waarborgen met betrekking tot handels- en diverse vorderingen. Transacties voor het afsluiten van afgeleide financiële instrumenten en deposito’s met financiële instellingen dienen steeds binnen vooraf bepaalde limieten te blijven. Deze limieten worden bepaald per financiële instelling op basis van de Standard en Poor’s-rating van de financiële instelling. Om de concentratie van risico’s verbonden aan een tegenpartij te beperken, worden afgeleide financiële instrumenten afgesloten met diverse financiële instellingen. Investeringen zijn enkel toegelaten in activa die vrij verhandelbaar zijn.
Aangezien de Groep over een brede klantenportefeuille beschikt, zijn er geen significante concentraties van kredietrisico op de balansdatum. Er zijn geen klanten die meer dan 10% uitmaken van de geconsolideerde omzet. De respectieve boekwaarden van de financiële activa opgenomen in de balans geven het maximale kredietrisico weer waaraan de Groep is blootgesteld. Het maximale kredietrisico waaraan de Groep blootgesteld is op de rapporteringsdatum, per categorie van financiële activa, is als volgt:
| MILJOEN EURO | Toelichting | 2023 | 2024 |
|---|---|---|---|
| Financiële activa gewaardeerd aan reële waarde met waardeveranderingen in de niet-gerealiseerde resultaten | |||
| Aandelen | 30.2 | 4.2 | 2 |
| Derivaten aangeduid als kasstroomafdekkingen - activa | 25 | 2 | |
| Financiële activa aan reële waarde met waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening | |||
| Derivaten die geen deel uitmaken van een afdekkingsrelatie - activa | 25 | 1 | |
| Financiële activa aan geamortiseerde kostprijs en contractuale activa verbonden aan contracten met klanten | |||
| Handelsvorderingen | 22.2 | 177 | 181 |
| Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten | 8.3 | 83 | 93 |
| Vorderingen uit leaseovereenkomsten | 31 | 100 | 87 |
| Overige vorderingen | 33 | 48 | 43 |
| Overige investeringen en leningen aan geamortiseerde kostprijs | 30.2 | - | - |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 34 | 77 | 68 |
| TOTAAL | 492 | 474 |
Het kredietrisico met betrekking tot handelsvorderingen, contractuele activa verbonden aan contracten met klanten en leasevorderingen per geografische regio (facturerende entiteit) was als volgt op 31 december 2024 en op 31 december 2023:
| MILJOEN EURO | 2023 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Handels-vorderingen | Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten | Vorderingen uit leaseovereenkomsten | Handels-vorderingen | |
| Europa | 104 | 24 | 62 | 109 |
| NAFTA | 32 | 45 | 39 | 27 |
| Latijns-Amerika | 17 | 9 | - | 22 |
| Azië/Oceanië/Afrika | 25 | 4 | - | 23 |
| TOTAAL | 177 | 83 | 100 | 181 |
157 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Voor de beoordeling van waardeverminderingsverliezen op handelsvorderingen, leasevorderingen en contractuele activa verbonden aan contracten met klanten past de Groep de vereenvoudigde methode toe wat inhoudt dat verwachte verliezen voor deze categorieën van activa steeds berekend worden ten belope van de verwachte verliezen over de gehele looptijd van de activa. Waardeverminderingsverliezen worden berekend als de reële waarde van de kastekorten, zijnde het verschil tussen de verwachte kasstromen en de effectief ontvangen kasstromen. De gebruikte input en veronderstellingen in dit verwachte verliesmodel zijn de volgende: ernstige financiële moeilijkheden waarin een tegenpartij zich zou bevinden, achterstallen van meer dan 90 dagen na vervaldatum van de factuur, een mogelijk faillissement van de tegenpartij, … De evaluatie voor het boeken van een mogelijk bijzonder waardeverminderingsverlies houdt rekening met toekomstgerichte elementen en er wordt niet gewacht totdat er zich een verliessituatie voordoet. Alle debiteuren worden gegroepeerd in risicocategorieën gebaseerd op kwantitatieve en kwalitatieve kenmerken. Deze indeling in risicocategorieën wordt ieder jaar beoordeeld, rekening houdend met relevante toekomstgerichte informatie zoals informatie van externe kredietbeoordelingsbureaus, ouderdomsanalyse van de business, landenrisico en de individuele beoordeling van de kredietmanager. De Groep tracht het kredietrisico te beperken door gebruik te maken van kredietverzekering en andere kredietverzachtende hulpmiddelen zoals wissels, bankgaranties, hypotheek. De methodologie, gehanteerd door de Groep voor de evaluatie van bijzondere waardeverminderingsverliezen, is dus gebaseerd op individueel nazicht van de grootste uitstaande vorderingen rekening houdend met toekomstgerichte informatie. De ouderdomsanalyse van handelsvorderingen en invorderbare minimale leasebetalingen op de rapporteringsdatum is de volgende:
| MILJOEN EURO | 2023 | 2024 | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Brutowaarde | Waardeverminderingsverliezen | Netto | Brutowaarde | Waardeverminderingsverliezen | Netto | |
| Handelsvorderingen | ||||||
| Niet vervallen | 153 | (2) | 151 | 163 | (1) | 162 |
| Tussen 0 en 30 dagen na vervaldatum | 17 | - | 17 | 13 | - | 13 |
| Tussen 31 en 90 dagen na vervaldatum | 4 | - | 4 | 2 | - | 2 |
| Tussen 91 en 180 dagen na vervaldatum | 4 | (1) | 3 | 1 | - | 1 |
| Tussen 181 en 360 dagen na vervaldatum | 4 | (4) | - | 2 | (1) | 1 |
| Meer dan 360 dagen na vervaldatum | 31 | (29) | 2 | 25 | (23) | 2 |
| TOTAAL HANDELSVORDERINGEN | 213 | (36) | 177 | 206 | (25) | 181 |
| Vorderingen uit leaseovereenkomsten | ||||||
| Niet vervallen | 97 | - | 97 | 83 | - | 83 |
| Tussen 0 en 30 dagen na vervaldatum | 2 | - | 2 | 1 | - | 1 |
| Tussen 31 en 90 dagen na vervaldatum | 1 | - | 1 | 1 | - | 1 |
| Tussen 91 en 180 dagen na vervaldatum | - | - | - | - | - | - |
| Tussen 181 en 360 dagen na vervaldatum | - | - | - | 1 | - | 1 |
| Meer dan 360 dagen na vervaldatum | 1 | (1) | - | 1 | (1) | - |
| TOTAAL INVORDERBARE MINIMALE LEASEBETALINGEN | 101 | (1) | 100 | 87 | (1) | 87 |
Vervallen bedragen meer dan 360 dagen na vervaldag hebben betrekking op België en vinden hun oorsprong in commerciële betwistingen. Vervallen bedragen zijn voor het overgrote deel afgeschreven. Achterstallen worden per regio van zeer nabij opgevolgd door de kredietcomités binnen de Groep.
158 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
De volgende tabel geeft informatie met betrekking tot het kredietrisico van handelsvorderingen op 31 december 2024:
| MILJOEN EURO | Gewogen gemiddeld afwaarderingspercentage | Brutowaarde | Waardeverminderingsverlies |
|---|---|---|---|
| Niet vervallen | 0,43% | 163 | (1) |
| Tussen 0 en 30 dagen na vervaldatum | 0,13% | 13 | - |
| Tussen 31 en 90 dagen na vervaldatum | 46,47% | 2 | - |
| Tussen 91 en 180 dagen na vervaldatum | 19,41% | 1 | - |
| Meer dan 180 dagen na vervaldatum | 91,26% | 27 | (24) |
De beweging in de waardeverminderingsverliezen met betrekking tot handelsvorderingen, vorderingen uit leaseovereenkomsten en contractuele activa verbonden aan contracten wordt getoond in de volgende tabel. Het bedrag van het waardeverminderingsverlies wordt steeds bepaald rekening houdend met verwachte verliezen over de gehele looptijd van de activa.
| MILJOEN EURO | 2023 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Waardeverminderings-verliezen op handelsvorderingen en vorderingen uit leaseovereenkomsten | Waardeverminderings-verliezen op contractuele activa verbonden aan contracten met klanten | Waardeverminderings-verliezen op handelsvorderingen en vorderingen uit leaseovereenkomsten | Waardeverminderings-verliezen op contractuele activa verbonden aan contracten met klanten | |
| Boekwaarde per 1 januari | 45 | 1 | 37 | - |
| Toevoegingen/terugnemingen geboekt in de winst- en verliesrekening (1) | - | - | - | - |
| Afboeking van de voorziening voor waardeverminderingsverliezen(1) | (3) | - | (11) | - |
| Afstotingen (4) | - | - | - | - |
| Valutakoersverschillen | - | - | - | - |
| Boekwaarde per 31 december | 37 | - | 26 | - |
Het liquiditeitsrisico is het risico dat de Groep zijn verplichtingen in verband met financiële schulden op vervaldag niet kan nakomen. Het liquiditeitsrisico wordt beheerd door het handhaven van voldoende diversificatie in fondsen. De Groep heeft een beleid geïmplementeerd om concentraties van het liquiditeitsrisico te beperken. De totaliteit van de opgenomen en niet-opgenomen schuld onder gecommitteerde kredietfaciliteiten bij één bank of bankengroep mag de limiet van 100 miljoen euro niet overschrijden. Risicoconcentraties worden op kwartaalbasis opgevolgd door het thesauriecomite.
159 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Het thesauriedepartement op groepsniveau volgt de voortschrijdende prognoses van het resultaat op om zich ervan te vergewissen dat er voldoende liquiditeiten ter beschikking zijn om te voldoen aan haar operationele behoeften en ook om voldoende veiligheidsmarge in te bouwen van het niet-opgenomen deel van de gecommitteerde kredietfaciliteit zodat de convenanten niet doorbroken worden. In het beheer van het liquiditeitsrisico heeft de Groep een gecommit-teerde kredietfaciliteit ter beschikking, met een consortium van vier banken. Het nominaal bedrag van deze faciliteit bedraagt 230 miljoen euro met eindvervaldag in maart 2026 en wordt gebruikt voor algemene bedrijfsdoeleinden. De financiële instellingen hebben de looptijd verlengd tot 30 mei 2026, wat een periode bestrijkt van ten minste 12 maanden na de jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders. De toepasbare interestvoet bedraagt Euribor, Libor of een equivalent vervangingsbenchmarktarief (Reuters) en een marge. Op 31 december 2024 werd er 100 miljoen opgenomen onder deze faciliteit (31 december 2023: 40 miljoen euro). Opnames onder deze faciliteit worden gedaan voor een maximumperiode van zes maanden en kunnen doorgerold worden zolang de einddatum van deze opnames, de finale einddatum van mei 2026 niet overschrijdt. Het manage-ment is momenteel in overleg met de financiële instellingen voor wat betreft de herfinanciering van de faciliteit. De Board of Directors is toegewijd om tot een overeenkomst te komen ruim voor de vervaldag, zodat de Onderneming verzekerd is van voldoende liquiditeiten na mei 2026. Opnames onder deze faciliteit kunnen gedaan worden op voorwaarde dat de convenanten die op voorhand afge-sproken werden met de financiële instelling niet doorbroken worden. De afgesproken convenanten betreffen een hefboomconvenant van de netto financiële schuld ten opzichte van EBITDAen een rentedekking van EBITDAten opzichte van de netto intrestkost. Deze convenanten kunnen welbepaalde grenzen niet overschijden. Ze worden tweemaal per jaar gemeten, maar het centrale thesauriecomité volgt deze op op kwartaalbasis en rapporteert ze aan het Directiecomité. Meer informatie omtrent de berekening en de naleving van de convenanten wordt verstrekt in toelichting 4 ‘Significante schattingen en oordelen van het management’. Per 31 december 2024 werd voldaan aan de convenanten. Gebaseerd op het feit dat de Onderneming het recht heeft om de opnames onder deze faciliteit door te rollen en dus de aflossing uit te stellen tot mei 2026, heeft de Groep deze lening geklassificeerd als lange termijn. De contractuele looptijdanalyse voor financiële verplichtingen, inclusief aflossing van hoofdbedrag en rentebeta-lingen, wordt in de tabel hieronder weergegeven. De kasstromen over de contractuele resterende looptijden worden berekend op basis van de voorwaarden aangaande wisselkoersen en interestvoeten die bestonden op de rapporte-ringdatum. In de liquiditeitentabel worden de opnames van de gecommitteerde kredietfaciliteit weergegeven in de vroegste tijdsband dat de Onderneming kan verplicht worden om deze af te lossen. Wat betreft derivaten omvat de looptijdanalyse de kasstromen met betrekking tot verplichtingen uit derivaten en alle ingaande en uitgaande kasstromen uit alle termijnwisselverrichtingen die op een bruto manier afgerekend worden. De contractuele kasstromen van termijnwisselverrichtingen werden berekend op basis van termijnwisselkoersen.
160 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2023
| Boek-waarde | Looptijden van contractuele kasstromen TOTAAL | Minder dan 3 maanden | Tussen 3 en 12 maanden | Tussen 1 en 5 jaar | Meer dan 5 jaar |
|---|---|---|---|---|---|
| Financiële schulden | |||||
| 'Revolving'-kredietfaciliteit(1) | 39 | 40 | 40 | - | - |
| Andere rentedragende verplichtingen | - | - | - | - | - |
| Verplichtingen uit leaseovereenkomsten | 44 | 44 | 4 | 10 | 26 |
| Negatieve banksaldi | - | - | - | - | - |
| Handelsschulden | 135 | 135 | 132 | 3 | - |
| Overige te betalen posten | 9 | 9 | 9 | - | - |
| Verplichtingen uit afgeleide financiële instrumenten | |||||
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen | |||||
| Uitgaande kasstromen | - | (76) | (20) | (56) | - |
| Inkomende kasstromen | 2 | 78 | 21 | 57 | - |
| Overige termijnwisselverrichtingen | |||||
| Uitgaande kasstromen | - | (111) | (52) | (59) | - |
| Inkomende kasstromen | 1 | 111 | 52 | 60 | - |
(1) Transactiekosten (1 miljoen euro) worden gepresenteerd in mindering van de boekwaarde van de financiële schuld.
| Boekwaarde | Looptijden van contractuele kasstromen TOTAAL | Minder dan 3 maanden | Tussen 3 en 12 maanden | Tussen 1 en 5 jaar | Meer dan 5 jaar |
|---|---|---|---|---|---|
| Financiële schulden | |||||
| ‘Revolving’-kredietfaciliteit | 100 | 100 | 100 | - | - |
| Andere rentedragende verplichtingen | - | - | - | - | - |
| Verplichtingen uit leaseovereenkomsten | 50 | 50 | 4 | 11 | 33 |
| Negatieve banksaldi | - | - | - | - | - |
| Handelsschulden | 129 | 129 | 127 | 2 | - |
| Overige te betalen posten | 5 | 5 | 5 | - | - |
| Verplichtingen uit afgeleide financiële instrumenten | |||||
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen | |||||
| Uitgaande kasstromen | - | (44) | (11) | (33) | - |
| Inkomende kasstromen | - | 44 | 11 | 33 | - |
| Overige termijnwisselverrichtingen | |||||
| Uitgaande kasstromen | (1) | (107) | (38) | (69) | - |
| Inkomende kasstromen | - | 106 | 38 | 68 | - |
De perioden waarin de kasstromen uit derivaten aangeduid als kasstroomafdekkingen naar verwachting zullen plaatsvinden en naar verwachting de winst- en verliesrekening zullen beïnvloeden, worden in de volgende tabel weer-gegeven, samen met de reële waarde van het afdekkingsinstrument.
| Reële waarde | Verwachte kasstromen TOTAAL | Minder dan 3 maanden | Tussen 3 en 12 maanden | Tussen 1 en 5 jaar | Meer dan 5 jaar |
|---|---|---|---|---|---|
| Derivaten aangeduid als kasstroomafdekkingen | |||||
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen | |||||
| Uitgaande kasstromen | - | (76) | (20) | (56) | - |
| Inkomende kasstromen | 2 | 78 | 21 | 57 | - |
| Swap-contracten aangeduid als kasstroomafdekkingen | |||||
| Uitgaande kasstromen | - | - | - | - | - |
| Inkomende kasstromen | - | - | - | - | - |
161 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
| Reële waarde | Verwachte kasstromen TOTAAL | Minder dan 3 maanden | Tussen 3 en 12 maanden | Tussen 1 en 5 jaar | Meer dan 5 jaar |
|---|---|---|---|---|---|
| Derivaten aangeduid als kasstroomafdekkingen | |||||
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen | |||||
| Uitgaande kasstromen | - | (44) | (11) | (33) | - |
| Inkomende kasstromen | - | 44 | 11 | 33 | - |
| Swap-contracten aangeduid als kasstroomafdekkingen | |||||
| Uitgaande kasstromen | - | - | - | - | - |
| Inkomende kasstromen | - | - | - | - | - |
Het Executive Management houdt toezicht op de verhouding van de netto financiële schuld ten opzichte van het eigen vermogen. Het Executive Management tracht deze verhouding op een vooropgesteld niveau aan te houden. De netto financiële schuld is de som van kortlopende en langlopende rentedragende verplichtingen en leaseverplichtingen verminderd met de geldmiddelen en kasequivalenten. De aanpak van de Groep betreffende kapitaalbeheer is niet gewijzigd gedurende het jaar. De Groep is niet onderworpen aan wettelijk opgelegde kapitaalvereisten, met uitzondering van statutaire mini-mum-kapitaalvereisten van toepassing op groepsfilialen in de verschillende landen.
De reële waarde is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een verplichting kan worden afgewik-keld in een regelmatige transactie tussen marktdeelnemers op de waarderingsdatum. Alle afgeleide financiële instru-menten worden tegen reële waarde opgenomen in de balans. De Groep groepeert haar financiële instrumenten rekening houdend met de kenmerken van deze financiële instrumenten. De reële waarden en de boekwaarden van financiële activa en verplichtingen gegroepeerd per verwerkingscategorie alsook de reconciliatie naar de onderliggende posten in de balans worden toegelicht in de hiernavolgende tabel. De tabel bevat geen reële waarde informatie van financiële activa en verplichtingen die niet aangehouden worden aan reële waarde indien de boekwaarde een goede benadering is van de reële waarde. In 2024 en 2023 waren er geen her-classificaties van financiële activa tussen de categorieën. De overige te betalen posten die opgenomen zijn in de categorie van financiële verplichtingen verplicht gewaardeerd aan reële waarde met waardeveranderingen geboekt in de winst- en verliesrekening in de reële waarde hiërarchie categorie 2 (2023: 2 miljoen euro) betreft een deposito van 3,4 ton zilver geplaatst bij een bedrijf van metaalherwinning en raffinage die gewaardeerd wordt aan reële waarde (observeerbare marktprijs). Deze werd afgelost gedurende 2024.# TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2023
MILJOEN EURO
| Toeli-chting | Boekwaarden van financiële activa en verplichtingen | Af-dekking-sinstru-menten | Verplicht gewaardeerd aan reële waarde met waardever-anderingen geboekt in winst- en verliesrekening | Gewaardeerd aan reële waarde met waardeveranderingen opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten: investerin-gen in eigen-vermogensinstru-menten | Financiële activa aan geamor-tiseerde kostprijs | Financiële verplicht-ingen aan geamor-tiseerde kostprijs | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Reële waarde | Reële waarde hiërarchie (2) | (2) | (3) | (1) | |||
| Activa | |||||||
| Overige financiële activa | 30 | - | - | - | 4 | - | 4 |
| Handelsvorderingen | 22.2 | - | - | - | 177 | - | 177(a) |
| Vorderingen uit leaseovereenkomsten | 31 | - | - | - | 100 | - | 100(a) |
| Overige vorderingen | 33 | - | - | - | 48 | - | 48(a) |
| Derivaten: | |||||||
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen | 2 | - | - | - | - | 2 | 2 |
| Swap-contracten aangeduid als kasstroomafdekkingen | - | - | - | - | - | - | - |
| Overige termijnwisselverrichtingen | - | 1 | - | - | - | - | 1 |
| Overige swap-contracten | - | - | - | - | - | - | - |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 34 | - | - | - | 77 | - | 77 |
| TOTAAL ACTIVA | 2 | 1 | - | 4 | 402 | 408 | |
| Verplichtingen | |||||||
| Rentedragende verplichtingen | |||||||
| 'Revolving'-kredietfaciliteit(b) | 38 | - | - | - | - | 39 | 39 |
| Negatieve banksaldi | 38 | - | - | - | - | - | - |
| Overige rentedragende verplichtingen | 38 | - | - | - | - | - | - |
| Verplichtingen uit leaseovereenkomsten | 38.2 | - | - | - | - | 44 | 44(c) |
| Handelsschulden | - | - | - | - | 135 | 135(a) | |
| Overige te betalen posten | 40 | - | 2 | - | - | 7 | 9(a) |
| Derivaten: | |||||||
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen | - | - | - | - | - | - | |
| Swap-contracten aangeduid als kasstroomafdekkingen | - | - | - | - | - | - | |
| Overige termijnwisselverrichtingen | - | - | - | - | - | - | |
| Overige swap-contracten | - | - | - | - | - | - | |
| TOTAAL VAN DE FINANCIËLE VERPLICHTINGEN | - | 2 | - | - | 225 | 227 |
Reële waarde hiërarchie: Reële waarde hiërarchie 1 betekent dat de reële waarde bepaald werd op basis van genoteerde prijzen in actieve markten. Reële waarde hiërarchie 2 betekent dat de reële waarde gebaseerd is op data die relevant zijn voor het desbetreffende actief of verplichting, andere dan genoteerde prijzen. Reële waarde hiërarchie 3 betekent dat de reële waarde berekend wordt aan de hand van inputgegevens die niet gebaseerd zijn op waarneembare marktgegegevens: overige te betalen posten. De Groep heeft de reële waarde van handels- en overige vorderingen en van handels- en overige schulden niet apart toegelicht daar het gaat over kortlopende vorderingen en schulden waarvan de boekwaarde een goede weergave is van de reële waarden van dergelijke activa en verplichtingen. Transactiekosten zijn in mindering geboekt van de financiële verplichtingen (1 miljoen euro). De reële waarde van de verplichtingen uit leaseovereenkomsten wordt in overeenstemming met IFRS 7 niet toegelicht.
163 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
2024
MILJOEN EURO
| Toeli-chting | Boekwaarden van financiële activa en verplichtingen | Af-dekking-sinstru-menten | Verplicht gewaardeerd aan reële waarde met waardever-anderingen geboekt in winst- en ver-liesrekening | Gewaardeerd aan reële waarde met waardeveranderingen opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten: investerin-gen in eigen-vermogensinstru-menten | Financiële activa aan geamor-tiseerde kostprijs | Financiële verplicht-ingen aan geamor-tiseerde kostprijs | TO-TAAL |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Reële waarde | Reële waarde hiërarchie (2) | (2) | (3) | (1) | |||
| Activa | |||||||
| Overige financiële activa | 30 | - | - | - | 2 | - | 2 |
| Handelsvorderingen | 22.2 | - | - | - | 181 | - | 181(a) |
| Vorderingen uit leaseovereenkomsten | 31 | - | - | - | 87 | - | 87(a) |
| Overige vorderingen | 33 | - | - | - | 43 | - | 43(a) |
| Derivaten: | |||||||
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen | - | - | - | - | - | - | |
| Swap-contracten aangeduid als kasstroomafdekkingen | - | - | - | - | - | - | |
| Overige termijnwisselverrichtingen | - | - | - | - | - | - | |
| Overige swap-contracten | - | - | - | - | - | - | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 34 | - | - | - | 68 | - | 68 |
| TOTAAL ACTIVA | - | - | 2 | 379 | - | 381 | |
| Verplichtingen | |||||||
| Rentedragende verplichtingen | |||||||
| 'Revolving'-kredietfaciliteit(b) | 38 | - | - | - | - | 100 | 100 |
| Negatieve banksaldi | 38 | - | - | - | - | - | - |
| Overige rentedragende verplichtingen | 38 | - | - | - | - | 5 | 5 |
| Verplichtingen uit leaseovereenkomsten | 38.2 | - | - | - | - | 50 | 50(c) |
| Handelsschulden | - | - | - | - | 129 | 129(a) | |
| Overige te betalen posten | 40 | - | - | - | - | 5 | 5(a) |
| Derivaten: | |||||||
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen | - | - | - | - | - | - | |
| Swap-contracten aangeduid als kasstroomafdekkingen | - | - | - | - | - | - | |
| Overige termijnwisselverrichtingen | - | - | - | - | - | - | |
| Overige swap-contracten | 1 | - | - | - | - | 1 | |
| TOTAAL VAN DE FINANCIËLE VERPLICHTINGEN | - | 1 | - | - | 289 | 290 |
Reële waarde hiërarchie: Reële waarde hiërarchie 1 betekent dat de reële waarde bepaald werd op basis van genoteerde prijzen in actieve markten. Reële waarde hiërarchie 2 betekent dat de reële waarde gebaseerd is op data die relevant zijn voor het desbetreffende actief of verplichting, andere dan genoteerde prijzen. Reële waarde hiërarchie 3 betekent dat de reële waarde berekend wordt aan de hand van inputgegevens die niet gebaseerd zijn op waarneembare marktgegegevens. De Groep heeft de reële waarde van handels- en overige vorderingen en van handels- en overige schulden niet apart toegelicht daar het gaat om kort-lopende vorderingen en verplichtingen waarvan de boekwaarde een goede weergave is van de reële waarden van dergelijke activa en verplichtingen. Transactiekosten van de ‘revolving’-kredietfaciliteit zijn in mindering geboekt van de financiële verplichtingen (0 miljoen euro). De reële waarde van de verplichtingen uit leaseovereenkomsten wordt in overeenstemming met IFRS 7 niet toegelicht.
164 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
De methoden en veronderstellingen toegepast bij het bepalen van de reële waarde van iedere categorie financiële activa of financiële verplichtingen zijn de volgende: De reële waarde van investeringen in aandelen, andere dan investeringen verwerkt volgens de ‘equity’-methode, is de genoteerde marktnotering op rapporteringsdatum. De reële waarden van termijnwisselcontracten en swapcontracten worden berekend rekening houdend met actuele markttermijnrentevoeten en de rendementscurve over de resterende looptijd van het instrument. De reële waarde van de handels- en overige vorderingen en van handels- en overige verplichtingen wordt niet apart toegelicht gezien het gaat over kortetermijnvorderingen en -verplichtingen waarvoor de nettoboekwaarde een goede benadering is van de reële waarde. De reële waarde van financiële verplichtingen is de contante waarde van de toekomstige kasstromen voor de aflossing van het hoofdbedrag en de interestbetalingen, verdisconteerd aan marktconforme interestvoeten op de rapporteringdatum. De reële waarde van de kortlopende leningen benadert de boekwaarde op rapporteringdatum, exclusief transactiekos-ten, gezien opnames voor een korte periode aangegaan worden. De reële waarde van de uitgestelde overnameprijs uit overnames wordt berekend aan de hand van de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen. Het model houdt rekening met de contante waarde van de verwachte toekomstige betalingen verdisconteerd aan een voor risico aangepaste disconteringsvoet. Relevante data zijn de toe-komstige kasstromen en de disconteringsvoet. De ingeschatte reële waarde kan stijgen (dalen) als de ingeschatte te behalen doelstellingen stijgen (dalen).
| MILJOEN EURO | 2023 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Financiële activa aan geamortiseerde kostprijs | Derivaten | Financiële verplichtingen aan geamortiseerde kostprijs | Financiële verplichtingen aan reële waarde | TOTAAL | |
| Financieringsbaten | 16 | - | - | - | 16 |
| Financieringskosten | - | (3) | (15) | - | (18) |
| Baten uit financiële leaseovereenkomsten | 6 | - | - | - | 6 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | (1) | - | - | - | (1) |
| Opbrengsten uit terugnames van bijzondere waardeverminderingsverliezen | 2 | - | - | - | 2 |
| Veranderingen in reële waarde van derivaten niet aangeduid als afdekkingsinstrumenten in een afdekkingsrelatie | - | - | - | - | - |
| Nettoresultaat uit de ineffectiviteit van derivaten toegewezen als kasstroomafdekkingen | - | - | - | - | - |
| MILJOEN EURO | 2024 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Financiële activa aan geamortiseerde kostprijs | Derivaten | Financiële verplichtingen aan geamortiseerde kostprijs | Financiële verplichtingen aan reële waarde | TOTAAL | |
| Financieringsbaten | 12 | - | - | - | 12 |
| Financieringskosten | - | (2) | (18) | - | (20) |
| Baten uit financiële leaseovereenkomsten | 7 | - | - | - | 7 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | (3) | - | - | - | (3) |
| Opbrengsten uit terugnames van bijzondere waardeverminderingsverliezen | 2 | - | - | - | 2 |
| Veranderingen in reële waarde van derivaten niet aangeduid als afdekkingsinstrumenten in een afdekkingsrelatie | - | (2) | - | - | (2) |
| Nettoresultaat uit de ineffectiviteit van derivaten toegewezen als kasstroomafdekkingen | - | - | - | - | - |
165 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
MILJOEN EURO
| Good-will | Immateriële activa | TO-TAAL | |
|---|---|---|---|
| Onbepaalde gebruiksduur | Beperkte gebruiksduur | ||
| Aanschaffingswaarde per 31 december 2022 | 379 | - | 2 |
| Valutakoersverschillen | (7) | - | - |
| Overnames | - | - | - |
| Afstotingen | (10) | - | - |
| Toegekende warmtekrachtcertificaten en emissierechten | - | - | - |
| Investeringsuitgaven | - | - | - |
| Buitengebruikstellingen | - | - | - |
| Ingebruikname activa in aanbouw | - | - | - |
| Overboekingen | - | - | - |
| Aanschaffingswaarde per 31 december 2023 | 361 | - | 2 |
| Valutakoersverschillen | 7 | - | - |
| Overnames | - | - | - |
| Afstotingen | - | - | - |
| Toegekende warmtekrachtcertificaten en emissierechten | - | - | - |
| Investeringsuitgaven | - | - | 7 |
| Buitengebruikstellingen | (32) | - | - |
| Ingebruikname activa in aanbouw | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Overboekingen | |||||||||
| Aanschaffingswaarde per 31 december 2024 | 336 | - | 9 | 48 | 30 | 3 | 112 | 47 | - |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardever-minderingsverliezen per 31 december 2022 | (160) | - | (2) | (39) | (42) | (4) | (130) | (54) | - |
| Valutakoersverschillen | 4 | - | - | - | 2 | - | - | - | - |
| Afstotingen | 10 | - | - | 18 | 12 | 2 | 1 | 25 | - |
| Afschrijvingen van het jaar | - | - | - | (2) | - | - | (1) | - | - |
| Bijzondere waardevermindering | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Buitengebruikstellingen | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Overboekingen | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardever-minderingsverliezen per 31 december 2023 | (146) | - | (2) | (24) | (28) | (2) | (128) | (28) | - |
| Valutakoersverschillen | (5) | - | - | - | (1) | - | (3) | - | - |
| Afstotingen | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Afschrijvingen van het jaar | - | - | - | (2) | - | - | - | (1) | - |
| Bijzondere waardevermindering | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Buitengebruikstellingen | 32 | - | - | (6) | - | - | 19 | (16) | - |
| Overboekingen | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardevermin-deringsverliezen per 31 december 2024 | (119) | - | (2) | (31) | (30) | (2) | (112) | (45) | - |
| Boekwaarde per 31 december 2022 | 218 | - | - | 21 | 1 | 1 | 1 | 5 | - |
| Boekwaarde per 31 december 2023 | 215 | - | - | 19 | 1 | 1 | - | 3 | - |
| Boekwaarde per 31 december 2024 | 217 | - | 7 | 16 | 1 | 1 | - | 2 | - |
In 2024 bedragen de investeringsuitgaven 8 miljoen euro (2023: 1 miljoen euro) en hebben voornamelijk betrekking op geactiveerde ontwikkelingskosten, software en licenties. De geactiveerde ontwikkelingskosten betreffen ontwikke-lingen in cloudtechnologie in het segment HealthCare IT. De boekhoudkundige behandeling wordt verder toegelicht in toelichting 50.5 ‘Ontwikkelingskosten’. Desinvesteringen en buitengebruikstellingen in 2024 houden voornamelijk verband met een uitboeking van volledig afgeschreven immateriële activa en de bijbehorende boekingen.
166
TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Desinvesteringen door bedrijfscombinaties in 2023 betroffen de verkoop van de Offset-business (zie toelichting 20.2). Op het einde van 2024 bezit de Groep geen immateriële activa met een onbepaalde gebruiksduur die mogelijks getest dienen te worden op bijzondere waardevermindering. De Groep heeft beoordeeld of er aanwijzingen waren voor een bijzondere waardevermindering van immateriële activa met een bepaalde gebruiksduur. Deze tests hebben niet geleid tot het boeken van een waardeverminderingsverlies. Het management van de Groep heeft de gebruiksduur van de belangrijkste immateriële activa beoordeeld op het einde van 2024. Deze beoordeling heeft niet geleid tot wijzigingen in de afschrijvingsperioden voor immateriële activa behorend tot HealthCare IT en Digital Print en Chemicals. Meer informatie over de onderliggende veronderstellingen met betrekking tot de gebruiksduur is te vinden in sectie 27.3 van deze toelichting.
Voor de jaarrekening van de Groep wordt de goodwill jaarlijks onderzocht op bijzondere waardevermindering en telkens er een aanwijzing is die wijst op een mogelijke bijzondere waardevermindering. In het kader van het onder-zoek op bijzondere waardevermindering is goodwill toegekend aan een kasstroomgenererende eenheid. In overeenstemming met de definitie van kasstroomgenererende eenheid heeft het management van de Groep, de te rapporteren segmenten als kasstroomgenererende eenheden geïdentificeerd, zijnde Agfa HealthCare IT, Digital Print en Chemicals en Radiology Solutions. Het te rapporteren segment vertegenwoordigt het laagste niveau binnen de Groep waarop goodwill opgevolgd wordt voor interne managementdoeleinden (zie toelichting 6 ‘Te rapporteren segmenten’). In het vierde kwartaal van 2024 werd de goodwill toebehorend aan de segmenten HealthCare IT en Digital Print en Chemicals getest op bijzondere waardevermindering. De overige bedrijfssegmenten houden geen goodwill aan. Goodwill wordt getoetst voor bijzondere waardevermindering door de boekwaarde van elke kasstroomgenererende eenheid te vergelijken met haar realiseerbare waarde. De realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid is bepaald aan de hand van de berekende bedrijfswaarde. De bedrijfswaarde wordt bepaald als de contante waarde van verwachte toekomstige kasstromen, welke worden afgeleid van de huidige langetermijnplanning van de Groep. De disconteringsvoet die gebruikt wordt in de bepaling van de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen is een disconteringsvoet die gebaseerd is op een gewogen gemiddelde kapitaalkost (WACC). De gewogen gemiddelde kapitaalkost is gebaseerd op een verhouding eigen vermogen/vreemd vermogen van een gemiddelde marktdeelnemer. De gebruikte markt bèta is gebaseerd op vergelijkbare bedrijven. Er werd een extra risicocomponent toegevoegd aan de kost van eigen vermogen. De kost van vreemd vermogen is gebaseerd op voorwaarden die verge-lijkbare bedrijven voor hun langetermijnfinanciering zouden kunnen onderhandelen. De disconteringsvoet is voor elke kasstroomgenererende eenheid afzonderlijk berekend op basis van de verhouding schuldgraad versus eigen vermogen van elke groep van vergelijkbare ondernemingen. De disconteringsvoet voor belastingen is afgeleid van de gewogen gemiddelde kapitaalkost bij wijze van iteratie.
Op 31 december 2024 bedraagt de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid Agfa HealthCare IT 301 miljoen euro, exclusief leaseverplichtingen. Deze boekwaarde bevat een goodwill bedrag ten belope van 215 miljoen euro (2023: 214 miljoen euro). Per jaareinde 2024 heeft de Groep de goodwill behorende tot de kasstroomgenererende eenheid Agfa HealthCare IT getoetst op een mogelijke bijzondere waardevermindering. Rekening houdend met de gebruikte veronderstellingen is de bedrijfswaarde van de eenheid groter dan haar 167
AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
boekwaarde en is er geen bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt. De bedrijfswaarde van de kasstroomgenererende eenheid Agfa HealthCare IT wordt bepaald op basis van kasstroom-voorspellingen over de komende vijf jaar. De kasstroomprognoses werden bepaald op basis van een formeel door de Raad van Bestuur goedgekeurd strategisch bedrijfsplan. Na vijf jaar wordt de residuele waarde van de kasstroomge-nererende eenheid bepaald, rekening houdend met een groeivoet voor de divisie Information Technology Solutions (IT-oplossingen) van 3%. Deze groeivoet is afgeleid van beschikbare marktinformatie. De belangrijkste veronderstellingen gebruikt in de beoordeling van een mogelijke bijzondere waardevermindering zijn bepaald door het management van het te rapporteren segment Agfa HealthCare IT en zijn gebaseerd op prestaties uit het verleden en de verwachtingen wat betreft marktontwikkeling. Deze zijn als volgt:
Er werd een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd op de belangrijkste veronderstellingen waarbij het effect onderzocht werd van een redelijkerwijs mogelijke verhoging van de gewogen gemiddelde kapitaalkost (WACC) met 100 basis-punten, een verlaging van zowel de groeivoet van de residuele waarde als van het samengesteld groeipercentage met 100 basispunten. De gevoeligheidsanalyse beschouwt de verandering van één parameter per keer, waarbij de andere parameters ongewijzigd blijven ten opzichte van de oorspronkelijke berekening, er wordt dus geen rekening gehouden met mogelijke correlatie-effecten tussen de individuele parameters. Deze gevoeligheidsanalyses hebben geen risico op een mogelijks bijzondere waardevermindering onthuld. Na het vaststellen van de mate van wijziging in deze veron-derstellingen die, afzonderlijk of gezamenlijk, nodig zou zijn om een mogelijke bijzondere waardevermindering van de goodwill te veroorzaken, heeft het management de waarschijnlijkheid van een dergelijke verandering in de belang-rijkste veronderstellingen als laag ingeschat.
Op 31 december 2024 bedraagt de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid Digital Print en Chemicals 236 miljoen euro, exclusief leaseverplichtingen. Deze boekwaarde bevat een goodwill bedrag ten belope van 2 miljoen euro (2023: 2 miljoen euro). Per jaareinde 2024 heeft de Groep de goodwill behorende tot de kasstroomgenererende eenheid Agfa Digital Print en Chemicals getoetst op een mogelijke bijzondere waardevermindering. Rekening houdend met de gebruikte veronderstellingen is de bedrijfswaarde van de eenheid groter dan haar boek-waarde en is er geen bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt. De bedrijfswaarde van de kasstroomgenererende eenheid Digital Print en Chemicals wordt bepaald op basis van kasstroomvoorspellingen over de komende vijf jaar. De kasstroomprognoses werden bepaald op basis van een formeel door de Raad van Bestuur goedgekeurd strate-gisch bedrijfsplan. Na vijf jaar wordt de residuele waarde van de kasstroomgenererende eenheid bepaald, rekening houdend met een groeivoet voor de divisie van 3,47%. Deze groeivoet is afgeleid van beschikbare marktinformatie. De belangrijkste veronderstellingen gebruikt in de beoordeling van een mogelijke bijzondere waardevermindering zijn bepaald door het management van het te rapporteren segment Digital Print en Chemicals en zijn gebaseerd op prestaties uit het verleden en de verwachtingen wat betreft marktontwikkeling. Deze zijn als volgt:
Er werd een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd op de belangrijkste veronderstellingen waarbij het effect onderzocht werd van een redelijkerwijs mogelijke verhoging van de gewogen gemiddelde kapitaalkost (WACC) met 100 basis-punten, een verlaging van zowel de groeivoet van de residuele waarde als het samengesteld groeipercentage met 100 basispunten. De gevoeligheidsanalyse beschouwt de verandering van één parameter per keer, waarbij de andere parameters ongewijzigd blijven ten opzichte van de oorspronkelijke berekening, er wordt dus geen rekening gehouden met mogelijke correlatie-effecten tussen de individuele parameters. Deze gevoeligheidsanalyses hebben geen risico op een mogelijks bijzondere waardevermindering onthuld. Na het vaststellen van de mate van wijziging in deze veronderstellingen die, afzonderlijk of gezamenlijk, nodig zou zijn om een mogelijke bijzondere waardevermindering van de goodwill te veroorzaken, heeft het management de waarschijnlijkheid van een dergelijke verandering in de belangrijkste veronderstellingen als laag ingeschat.
Aan het einde van 2022, op basis van de uitgevoerde waardeverminderingstest, was de berekende gebruikswaarde van de kasstroomgenererende eenheid lager dan de boekwaarde. Hierdoor werden de goodwill en de specifieke immateriële activa met een beperkte gebruiksduur afgewaardeerd in 2022. Op 31 december 2024 bedraagt de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid (CGU) Radiology Solutions, exclusief leaseverplichtingen, 86 miljoen euro. Deze boekwaarde bevat geen goodwill en bevat immateriële activa met beperkte gebruiksduur ten belope van 0,7 miljoen euro. Aangezien de marktomstandigheden voor Radiology Solutions, en met name de prestaties van de medische filmactiviteiten, uiterst uitdagend blijven en gezien de aanhoudend lage prestaties van dit bedrijfssegment, heeft het management een bijzondere waardeverminderingstest uitgevoerd op de materiële vaste activa en de gebruiksrechten van de Groep die aan Radiology Solutions zijn toe te rekenen. De totale waarde van de materiële vaste activa en gebruiksrechten die aan de bijzondere waardeverminderingstest werden onderworpen, bedroeg 49 miljoen euro. Deze beoordeling heeft geleid tot de erkenning van een bijzonder waardeverminderingsverlies op materiële vaste activa en gebruiksrechten voor een totaalbedrag van 22 miljoen euro (waarvan 18 miljoen euro op materiële vaste activa en 4 miljoen euro op recht-op-gebruik activa). Meer informatie is te vinden in de toelichtingen 28 en 29.
Op het einde van 2024 heeft de Groep geen immateriële activa met onbepaalde gebruiksduur op de balans.
De gebruiksduur van een immaterieel actief is de periode waarin het actief verwacht wordt op een directe of op een indirecte wijze bij te dragen tot de toekomstige kasstromen van de Groep. Verworven technologie, klantencontracten en -relaties zijn de meest belangrijke immateriële activa van de Groep. Voor verworven technologie is de schatting van de resterende gebruiksduur gebaseerd op een analyse van factoren zoals typische productlevenscycli in de industrie en technologische en economische veroudering voortkomende hoofdzakelijk uit verwachte acties van concurrenten en potentiële concurrenten. Op 31 december 2024 bedroeg de nettoboekwaarde van de door de Groep verworven technologie 16 miljoen euro (2023: 19 miljoen euro). De verworven technologie van de Groep heeft een gewogen gemiddelde resterende levensduur van zeven jaar. De gebruiksduur van immateriële activa wordt regelmatig beoordeeld en herzien indien noodzakelijk.
Voor verworven klantencontracten en -relaties is de schatting van de resterende gebruiksduur gebaseerd op ratio’s die het verval van klantenrelaties weergeven. Voor de schatting van dergelijke ratio’s beoordeelt de Groep de waarschijnlijkheid dat bestaande contracten worden hernieuwd. Voor de beoordeling van de waarschijnlijkheid dat bestaande contracten worden hernieuwd, worden de vraag, de concurrentie en andere factoren zoals technologische afhankelijkheid en daarmee verband houdende ‘sunk costs’ in overweging genomen. Op 31 december 2024 bedroeg de nettoboekwaarde van de door de Groep verworven klantencontracten en -relaties 1 miljoen euro (2023: 1 miljoen euro). De door de Groep verworven klantencontracten en -relaties hebben een geschatte gewogen gemiddelde resterende gebruiksduur van ongeveer vier jaar. De gebruiksduur van immateriële activa wordt regelmatig beoordeeld en herzien indien noodzakelijk. Hoewel de Groep van oordeel is dat de gebruikte veronderstellingen (zoals de productlevenscycli en de ratio’s die het verval van klantenrelaties weergeven) geschikt zijn, kunnen belangrijke verschillen in actuele ervaring een impact hebben op de toekomstige afschrijvingslast voor de Groep.
MILJOEN EURO
| Terreinen, gebouwen en infrastructuur | Machines en technische uitrusting | Meubilair en overige materiële vaste activa | Vaste activa in aanbouw en vooruitbetalingen op materiële vaste activa | TOTAAL | |
|---|---|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde per 31 december 2022 | 297 | 1.390 | 143 | 16 | 1.846 |
| Valutakoersverschillen | (2) | (2) | (1) | - | (5) |
| Nieuwe leaseovereenkomsten | - | - | - | - | - |
| Investeringsuitgaven | 1 | 17 | 4 | 12 | 33 |
| Afstotingen | (55) | (239) | (27) | (14) | (335) |
| Buitengebruikstellingen | - | (31) | (5) | - | (36) |
| Ingebruikname activa in aanbouw | - | - | - | (1) | - |
| Overboekingen | - | - | 2 | (1) | 1 |
| Aanschaffingswaarde per 31 december 2023 | 239 | 1.136 | 117 | 13 | 1.505 |
| Valutakoersverschillen | 1 | 4 | - | - | 5 |
| Nieuwe leaseovereenkomsten | - | - | - | - | - |
| Investeringsuitgaven | 1 | 16 | 3 | 17 | 37 |
| Afstotingen | - | - | - | - | - |
| Buitengebruikstellingen | (2) | (39) | (27) | - | (69) |
| Ingebruikname activa in aanbouw | - | - | - | - | - |
| Overboekingen | (53) | 1 | 3 | (3) | (52) |
| Aanschaffingswaarde per 31 december 2024 | 186 | 1.117 | 96 | 26 | 1.425 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 31 december 2022 | (273) | (1.319) | (133) | (14) | (1.739) |
| Valutakoersverschillen | 2 | 2 | 1 | - | 4 |
| Afschrijvingen van het jaar | (2) | (13) | (6) | - | (22) |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | - | (3) | - | - | (3) |
| Afstotingen | 56 | 239 | 27 | 14 | 335 |
| Buitengebruikstellingen | - | 30 | 5 | - | 35 |
| Overboekingen | - | - | - | - | - |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 31 december 2023 | (218) | (1.064) | (108) | - | (1.389) |
| Valutakoersverschillen | (1) | (4) | - | - | (5) |
| Afschrijvingen van het jaar | (2) | (14) | (6) | - | (22) |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | (1) | (16) | (1) | (2) | (20) |
| Afstotingen | - | - | - | - | - |
| Buitengebruikstellingen | 2 | 39 | 27 | - | 69 |
| Overboekingen | 47 | - | - | - | 46 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 31 december 2024 | (173) | (1.058) | (89) | (2) | (1.321) |
| Boekwaarde per 31 december 2022 | 24 | 71 | 10 | 2 | 107 |
| Boekwaarde per 31 december 2023 | 22 | 72 | 8 | 13 | 115 |
| Boekwaarde per 31 december 2024 | 13 | 60 | 7 | 24 | 104 |
In 2024 bedroegen de investeringsuitgaven voor materiële vaste activa 37 miljoen euro (2023: 33 miljoen euro), waarvan 16 miljoen euro (2023: 17 miljoen euro) betrekking heeft op machines en technische uitrusting voornamelijk in België voor projecten in verband met verlaging van de CO2uitstoot, productie-efficiëntieverhoging, instandhouding en IT-gerelateerde projecten in de productie en waarvan 17 miljoen euro (2023: 12 miljoen euro) betrekking heeft op activa in aanbouw in België voor de nieuwe ZIRFON-fabriek. Overboekingen van Terreinen, gebouwen en infrastructuur met een netto boekwaarde van 6 miljoen euro betreffen overboekingen naar Vaste Activa aangehouden voor verkoop (zie toelichting 35). De Groep, als leasinggever, heeft activa onder operationele leaseovereenkomsten opgenomen in de balans onder de rubriek ‘Overige materiële vaste activa’. Per einde december 2024 bedroeg de nettoboekwaarde van de materiële vaste activa onder operationele leaseovereenkomsten 3 miljoen euro (2023: 4 miljoen euro) (zie toelichting 44).
De test op bijzondere waardevermindering uitgevoerd in 2022 heeft geleid tot een volledige afboeking van goodwill en immateriële activa voor de kasstroomgenererende eenheid Radiology Solutions (een totaal bijzonder waardeverminderingsverlies van 73 miljoen euro werd toen geboekt). In 2023 werd een bijzonder waardeverminderingsverlies van 2 miljoen euro erkend op de direct toewijsbare activa aan de medische filmproductieactiviteit in Mortsel, het resultaat van een herbeoordeling van bijzondere waardevermindering op het niveau van de kasstroomgenererende eenheid Radiology Solutions. Zowel in 2023 als in 2024 lag de aangepaste EBITDAvoor de divisie Radiology Solutions aanzienlijk lager dan het budget, als gevolg van een uitdagende marktomgeving voor Film en Print, met name in China. Gebeurtenissen die aanleiding kunnen geven tot bijzondere waardevermindering, zowel uit externe als interne informatiebronnen – waaronder de aanhoudend zwakke prestaties van de onderneming – hebben geleid tot een herbeoordeling van immateriële activa, materiële vaste activa en lease activa op mogelijke bijzondere waardeverminderingen. Per 31 december 2024 bedroeg de boekwaarde van deze activa vóór bijzondere waardevermindering 49 miljoen euro, waarvan het grootste deel bestond uit de productiefaciliteit in Mortsel (25 miljoen euro). Deze activa zijn grotendeels activa die gemeenschappelijk gebruikt worden door verschillende bedrijfssegmenten, toegewezen aan bedrijfssegmenten op basis van het verwachte gebruik van de beschikbare productiefaciliteit. Aangezien deze activa geen kasstromen genereren die grotendeels onafhankelijk zijn van andere activa, wordt het realiseerbare bedrag bepaald op basis van de kasstroomgenererende eenheid waartoe de activa behoren.# Het management heeft daarom een beoordeling van het realiseerbare bedrag uitgevoerd door toekomstige kasstroomprojecties van de kasstroomgenererende eenheid Radiology Solutions te verdisconteren.
De beoordeling van bijzondere waardevermindering voor Radiology Solutions levert een waardering op gebaseerd op een vijfjarig businessplan van de divisie, met een WACC-percentage van 9,25% (2023: WACC-percentage van 9,50%) en een terminale groeivoet na vijf jaar van -1,7% (2023: terminale groeivoet na tien jaar van -6,5%). Het management heeft een samengestelde jaarlijkse groeivoet van de omzet (CAGR) over de periode 2025-2029 toegepast van -8,1%. De berekening van het realiseerbare bedrag heeft geleid tot een ondernemingswaarde die lager is dan de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid Radiology Solutions. Dit heeft geleid tot een bijzondere waardevermindering van 22 miljoen euro (18 miljoen euro op materiële vaste activa en 4 miljoen euro op lease activa), boven op de eerder erkende bijzondere waardeverminderingen als gevolg van de buitengebruikstelling van bepaalde activa (2 miljoen euro). Er blijven geen activa over die specifiek zijn toegewezen aan de kasstroomgenererende eenheid Radiology Solutions en niet zijn afgewaardeerd, behalve enkele activa die naar verwachting worden afgestoten tegen een waarde die hoger ligt dan hun boekwaarde.
Ingevolge de toepassing van IFRS 16 erkent de Groep als leasingnemer recht-op-gebruik activa, die het gebruiks-recht van het gehuurde actief vertegenwoordigen, en leaseverplichtingen, die de verplichting vertegenwoordigen om toekomstige leasebetalingen te verrichten. De Groep maakt gebruik van de optionele vrijstellingen voor leaseovereen-komsten met een leaseperiode van 12 maanden of minder en voor leaseovereenkomsten waarvoor het onderliggend actief een beperkte waarde heeft, zoals het merendeel van de ICT-apparatuur van de Groep.
Het recht-op-gebruik actief wordt initieel erkend aan kostprijs en vervolgens lineair afgeschreven over de resterende leasetermijn, tenzij de eigendom van het onderliggend actief overgaat naar de leasingnemer aan het einde van de leasetermijn of wanneer de kost van het recht-op-gebruik actief ook de uitoefenprijs van een aankoopoptie omvat. In deze gevallen wordt het recht-op-gebruik actief afgeschreven over de levensduur van het onderliggend actief, in lijn met de methodiek die ook van toepassing is voor materiële vaste activa.
172 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Onderstaande tabel toont een reconciliatie met de eindbalans per 31 december 2024 voor de recht-op-gebruik activa, uitgesplitst naar categorie. De Groep onderscheidt vier categorieën: 1) terreinen, gebouwen en infrastructuur, 2) per-sonenwagens, 3) overige transportmiddelen, voornamelijk gerelateerd aan onze productie, en 4) overige activa.
| MILJOEN EURO | Recht-op-gebruik land, gebouwen, infrastructuur | Recht-op-gebruik auto’s | Recht-op-gebruik overige transportmiddelen | Recht-op-gebruik overige activa | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde per 31 december 2022 | 94 | 36 | 2 | 1 | 134 |
| Valutakoersverschillen (1) | - | - | - | (1) | (1) |
| Nieuwe leaseovereenkomsten | 7 | 12 | - | - | 19 |
| Herwaarderingen van leaseovereenkomsten | - | - | - | - | (1) |
| Afstotingen (26) | (26) | (8) | (1) | - | (35) |
| Buitengebruikstellingen (15) | (15) | (10) | - | - | (25) |
| Overboekingen | - | - | - | - | - |
| Aanschaffingswaarde per 31 december 2023 | 60 | 30 | 1 | 1 | 92 |
| Valutakoersverschillen | 1 | - | - | - | 1 |
| Nieuwe leaseovereenkomsten | 1 | 14 | - | - | 16 |
| Herwaarderingen van leaseovereenkomsten | 10 | - | - | - | 9 |
| Overnames | - | - | - | - | - |
| Buitengebruikstellingen (8) | (8) | (10) | - | - | (18) |
| Overboekingen | - | - | - | - | - |
| Aanschaffingswaarde per 31 december 2024 | 64 | 35 | 1 | 1 | 100 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 31 december 2022 | (62) | (25) | (2) | (1) | (89) |
| Valutakoersverschillen | 1 | - | - | - | 1 |
| Afschrijvingen van het jaar (11) | (11) | (7) | - | - | (19) |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen (4) | (4) | (1) | - | - | (5) |
| Buitengebruikstellingen | 14 | 10 | - | - | 25 |
| Afstotingen | 26 | 8 | 1 | - | 35 |
| Overboekingen | - | - | - | - | - |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 31 december 2023 | (37) | (15) | (1) | - | (53) |
| Valutakoersverschillen | - | - | - | - | - |
| Afschrijvingen van het jaar (9) | (9) | (8) | - | - | (16) |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen (4) | (4) | - | - | - | (4) |
| Buitengebruikstellingen | 8 | 10 | - | - | 18 |
| Overnames | - | - | - | - | - |
| Overboekingen | - | - | - | - | - |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 31 december 2024 | (42) | (13) | - | (1) | (56) |
| Boekwaarde per 31 december 2022 | 32 | 12 | 1 | 1 | 45 |
| Boekwaarde per 31 december 2023 | 23 | 15 | - | 1 | 39 |
| Boekwaarde per 31 december 2024 | 22 | 22 | - | 1 | 44 |
Nieuwe leasecontracten afgesloten in de loop van 2024 bedroegen 16 miljoen euro (2023: 19 miljoen euro) en betref-fen voornamelijk gebouwen, infrastructuur en personenwagens (voornamelijk in België). De toename in recht-op-ge-bruik activa was hierbij gelijk aan de toename in leaseverplichtingen. Bijkomende informatie betreffende de evolutie in leaseverplichtingen wordt vermeld in toelichting 38.
Herwaarderingen van leasecontracten in de loop van 2024 bedroegen 10 miljoen euro (2023: -1 miljoen euro) en betreffen verlengingen van bestaande leasecontracten voornamelijk in Canada, Shanghai en de Verenigde Staten van Amerika. De toename in recht-op-gebruik activa was hierbij gelijk aan de toename in leaseverplichtingen.
Per einde december 2024, door een verminderde prestatie van het bedrijfssegment Radiology Solutions werd, zoals bepaald door IAS 36, een test op bijzondere waardevermindering uitgevoerd op materiële vaste activa en recht-op-gebruik activa, wat resulteerde in een bijzondere waardevermindering op recht-op-gebruik activa ten belope van 4 miljoen euro (meer informatie wordt verschaft in toelichting 28).
173 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Per einde december 2023, door een verminderde prestatie van het bedrijfssegment Radiology Solutions werd, zoals bepaald door IAS 36, een test op bijzondere waardevermindering uitgevoerd op materiële vaste activa en recht-op-ge-bruik activa (meer informatie wordt verschaft in toelichting 28). Gedurende 2023 werd een bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt op recht-op-gebruik activa ten belope van 3 miljoen euro gerelateerd aan leegstand in München. In het eerste kwartaal van 2023 werd een bijzonder waarde-verminderingsverlies geboekt van 2 miljoen euro met betrekking tot de recht-op-gebruik activa toebehorende aan het voormalige Offset-segment, dewelke afgestoten is in april 2023. Dit laatst vernoemd waardeverminderingsverlies maakt deel uit van het resultaat uit beëindigde activiteiten.
In de loop van 2021 heeft de Groep samen met andere investeringspartners de onderneming Penny Black opgericht, een start-up besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die software- en drukoplossingen aanbiedt voor de ‘e-commerce business’. De Groep houdt een deelneming aan in deze onderneming van 49,8%. De geassocieerde deelneming wordt gewaardeerd volgens de ‘equity’-methode. In de loop van 2024 investeerde de Groep additio-neel een bedrag van 0,6 miljoen euro in deze vennootschap. Gedurende 2024 werden verliezen ten belope van 0,9 miljoen euro geboekt met betrekking tot het aangehouden aandeel (2023: 0,8 miljoen euro). Midden januari 2025 heeft de Groep haar aandeel in Penny Black verkocht voor 1,8 euro. Op basis van de methodologie van de realiseer-bare waarde, werd de aangehouden investering na opname van verliezen volledig afgewaardeerd op het einde van 2024. Het geboekte bijzonder waardeverminderingsverlies bedraagt 0,2 miljoen euro en is geboekt in de ‘Overige financieringskosten’.
| MILJOEN EURO | 2023 | 2024 |
|---|---|---|
| Penny Black (49,79%) | Penny Black (49,82%) | |
| Boekwaarde van de investering, inclusief goodwill | 0,5 | - |
| Nettoverlies, na winstbelastingen | (1,6) | (1,8) |
| Aandeel van de Groep in het nettoverlies van geassocieerde deelnemingen, na winstbelastingen | (0,8) | (0,9) |
| Niet-gerealiseerde resultaten, na winstbelastingen | - | - |
| Aandeel van de Groep in de niet-gerealiseerde resultaten van geassocieerde deelnemingen | - | - |
| Beknopte financiële informatie | ||
| Langlopende activa | - | - |
| Kortlopende activa | 0,8 | - |
| Eigen vermogen | 0,7 | 0,1 |
| Kortlopende verplichtingen | 0,1 | 0,1 |
| Aandeel van de Groep in het eigen vermogen | 0,5 | - |
| Goodwill begrepen in de boekwaarde van de investering | - | - |
| Boekwaarde van de investering in geassocieerde deelnemingen | 0,5 | - |
Per einde december 2024 en 2023 bevatten financiële activa aan reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten de investering in Digital Illustrate Inc., een Koreaanse fabrikant van UV-printers. De Groep houdt een deelneming aan van 15% in deze onderneming. De investering wordt geboekt aan reële waarde, zijnde de genoteerde beurskoers. Ver- anderingen in de reële waarde worden geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten. De Groep duidde deze investering aan in de categorie aangehouden aan reële waarde met waardeveranderingen in de niet-gerealiseerde resultaten, gezien deze investering door de Groep beschouwd wordt als een strategische investering met de intentie om ze voor een lange termijn aan te houden. Er werden geen dividenden ontvangen gedurende 2024 (2023: 0 miljoen euro).
174 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
| MILJOEN EURO | 2023 | 2024 |
|---|---|---|
| Financiële activa gewaardeerd aan reële waarde met waardeveranderingen in de niet-gerealiseerde resultaten - eigenvermogensinstrumenten | 4 | 2 |
| Financiële activa aan geamortiseerde kostprijs | - | - |
| TOTAAL | 4 | 3 |
Leaseovereenkomsten waarbij de tegenpartij, de leasingnemer, als economische eigenaar van het actief wordt beschouwd, worden opgenomen als vordering voor een bedrag gelijk aan de contante waarde van de toekomstige minimale leasebetalingen. De contante waarden van de toekomstige minimale leasebetalingen bedroegen 87 miljoen euro op 31 december 2024 (2023: 101 miljoen euro) en zullen tot aan het einde van de leaseperiode financieringsbaten voor een bedrag van 9 miljoen euro genereren (2023: 11 miljoen euro).# AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Op 31 december 2024 bedroegen de waardeverminderingen op deze vorderingen 1 miljoen euro (2023: 1 miljoen euro). De invorderbare, minimale leasebetalingen zijn als volgt:
| MILJOEN EURO | 2023 | 2024 |
|---|---|---|
| Totaal van de toekomstige minimale lease-betalingen | Onverdiende financierings-baten | |
| Niet later dan één jaar | 38 | 5 |
| Jaar +2 | 28 | 3 |
| Jaar +3 | 21 | 2 |
| Jaar +4 | 14 | 1 |
| Jaar +5 | 6 | 1 |
| Later dan vijf jaar | 4 | - |
| Totaal minimale leasebetalingen | 111 | 11 |
| Niet gegarandeerde restwaarde | 1 | - |
| TOTAAL | 112 | 11 |
| Waardeverminderingen (1) | - | - |
| Vorderingen uit leaseovereen-komsten | 100 | - |
De Groep sluit voor bepaalde uitrusting financiële leaseovereenkomsten af voornamelijk via Agfa Finance (zijnde Agfa Finance NV, Agfa Finance Corp. en Agfa Finance Inc.). Bij het aangaan van de leaseovereenkomst bedraagt de contante waarde van de minimale leasebetalingen doorgaans minstens 90% van de reële waarde van de activa die onder een financiële lease worden aangehouden. Als fabrikant-verhuurder erkent Agfa de opbrengsten tegen de reële waarde van het onderliggende actief, verdisconteerd met een marktconforme rentevoet. Voor productiegerelateerde leaseovereenkomsten erkent de Groep de opbrengsten en de bijbehorende winstmarge op het moment dat een productieorganisatie van de Groep of een gelieerde onderneming Agfa Finance factureert bij de start van de lease met de externe klant. De winstmarge is deze die door de Groep gerealiseerd wordt op de verkoop van apparaten die geen deel uitmaken van financiële leaseovereenkomsten. De opbrengsten uit financiële leases die via Agfa Finance worden aangeboden, bedragen in 2024 in totaal 28 miljoen euro (2023: 37 miljoen euro). Het overgrote deel van de leaseovereenkomsten afgesloten met Agfa Finance hebben een niet-opzegbare leaseperiode van vier jaar. Meestal voorzien de overeenkomsten in een koopoptie voor het actief na het verstrijken van de leaseperiode aan een waarde die doorgaans tussen de 2% en 5% van de bruto-investering bij het afsluiten van de leaseovereenkomst bedraagt.
175 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Agfa Finance biedt haar diensten aan via haar dochterondernemingen in Frankrijk en Italië en via haar bijkantoren in Europa (Spanje, Zwitserland, Benelux, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de Scandinavische landen), via Agfa Finance Corp. in de Verenigde Staten en Agfa Finance Inc. in Canada. Op 31 december 2024 bedroeg de contante waarde van de minimale leasebetalingen voor Agfa Finance vóór verrekening van waardeverminderingen 87 miljoen euro (2023: 101 miljoen euro). Soms wordt de reële waarde van het geleasde actief terugbetaald door middel van een aankoopverplichting voor verbruiksgoederen tegen een waarde die hoger is dan de marktwaarde. Hierdoor is de marge voldoende om het door de lessor aanvankelijk geïnvesteerde bedrag te dekken. Bij dit type contracten kunnen zowel de marge als de looptijd van de lease onderhevig zijn aan wijzigingen. In 2024 heeft de Groep voor 7 miljoen euro van de leaseportfolio verkocht aan boekwaarde. Het risicobeheer met betrekking tot leaseovereenkomsten valt onder het divisiebeleid voor krediet en collectie. Het kredietdepartement is verantwoordelijk voor het opstellen van het krediet- en incassobeleid, het indienen hiervan voor definitieve goedkeuring en het vaststellen van kredietlimieten, naast andere taken. Kredietlimieten worden per klant bepaald en omvatten alle verkopen, waaronder handels-, service- en 'on-balance'-financiering die rechtstreeks aan de klant wordt verstrekt. Leasefinanciering met periodieke termijnen via Agfa Finance vereist echter een afzonderlijke kredietgoedkeuring op basis van een individuele beoordeling per geval.
| MILJOEN EURO | 2023 | 2024 |
|---|---|---|
| Grond- en hulpstoffen | 47 | 57 |
| Goederen in bewerking en halfafgewerkte producten | 115 | 98 |
| Afgewerkte producten | 18 | 24 |
| Handelsgoederen inclusief wisselstukken | 111 | 114 |
| Goederen onderweg en andere voorraden (3) | - | - |
| TOTAAL | 289 | 293 |
De afwaarderingen van de voorraden naar opbrengstwaarde bedroegen 10 miljoen euro in 2024 (2023: 11 miljoen euro). Deze afwaarderingen hebben betrekking op verouderde, beschadigde of vervallen voorraad. In de geconsolideerde winst- en verliesrekening zijn de afwaarderingen van de voorraden in de kostprijs van verkopen verwerkt. Het is niet mogelijk afzonderlijk het terugdraaien van afwaarderingen van de voorraden weer te geven, aangezien dit het resultaat is van bewegingen in toenames en afnames.
Overige vorderingen kunnen als volgt voorgesteld worden:
| MILJOEN EURO | 2023 | 2024 |
|---|---|---|
| Nog niet geactiveerde leasecontracten(1), terugbetalingen | 5 | 2 |
| Nog te ontvangen deel van de overnameprijs van Offset | 35 | 31 |
| Subsidies en toelagen | 5 | 6 |
| Vorderingen ten opzichte van het personeel | 1 | 1 |
| Overige vorderingen | 1 | 3 |
| TOTAAL | 48 | 43 |
(1) Leasingmateriaal dat nog niet werd geïnstalleerd bij de klant ter plaatse.
Op 3 april 2023 heeft de Agfa-Gevaert Groep de verkoop van haar divisie Offset Solutions aan de investeringsfirma Aurelius Groep met succes afgerond voor een prijs van 46 miljoen euro. In de loop van 2023 werd een bedrag van 11 miljoen euro ontvangen wat de nog openstaande vordering op 35 miljoen euro brengt. Verdere gesprekken met de
176 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Aurelius Groep hebben geleid tot een overeenkomst tussen de partijen dat 2 miljoen euro van deze openstaande vordering niet opeisbaar is. In het vierde kwartaal van 2024 werd 2 miljoen euro ontvangen, waardoor de openstaande vordering op 31 december 2024 werd verlaagd tot 31 miljoen euro (zie toelichting 20.2). De Overige Vorderingen in 2024 omvatten voornamelijk de buitengebruikstelling van specifieke activa (2 miljoen euro).
De reconciliatie van geldmiddelen en kasequivalenten zoals gerapporteerd in de geconsolideerde balans kan als volgt worden weergegeven:
| MILJOEN EURO | 2023 | 2024 |
|---|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten zoals gerapporteerd in de geconsolideerde balans | 75 | 68 |
| Kortlopende beleggingen | 2 | - |
| Negatieve banksaldi (in de balans opgenomen onder de rubriek ‘Rentedragende verplichtingen’) | - | - |
| Geldmiddelen en kasequivalenten zoals weergegeven in het geconsolideerd kasstroomoverzicht | 77 | 68 |
De Groep heeft 0,5 miljoen euro cash op een rekening van een Russische entiteit in een notionele cash pool met andere groepsentiteiten. Deze cash kan niet worden gebruikt voor betalingen door de Russische entiteit, maar voor de andere groepsentiteiten is dit bedrag wel beschikbaar om betalingen te doen binnen de pool. Bijkomend is er nog een rekening met een saldo van 0,6 miljoen euro dat als onderpand wordt gebruikt voor bepaalde banktransacties. Deze cash is slechts beschikbaar voor zover er geen onderliggende transacties zijn. De kredietkwaliteit van de banken en financiële instellingen waarmee de Groep samenwerkt kan als volgt worden samengevat:
| MILJOEN EURO | 2023 | 2024 |
|---|---|---|
| A+ | 16,9 | 17 |
| A | 14,2 | 7,1 |
| A- | 32 | 25,6 |
| BB+ | 6,3 | 6,3 |
| BB- | - | 1,1 |
| B | 0,6 | - |
| Overige | 7 | 10,9 |
| TOTAAL | 77 | 68 |
In 2024 werden er activa met een netto boekwaarde van 6 miljoen euro overgeboekt van Terreinen, gebouwen en infrastructuur naar Vaste Activa aangehouden voor verkoop. Deze activa hebben betrekking op de geplande verkoop van de gesloten site in Schrobenhausen (Duitsland) alsook een ander gebouw in de Verenigde Staten van Amerika. De verkoop van deze activa is voorzien voor volgend jaar. De vaste activa aangehouden voor verkoop hebben ook betrekking op de geplande verkoop van de activa van de gesloten offset-drukplatenfabriek in Vallese (Italië), toebehorend aan het voormalige operationele segment Offset Solutions. Deze verkoop, die al enige tijd vertraging heeft opgelopen, is voorzien voor volgend jaar. De boekwaarde van de betreffende terreinen, gebouwen en infrastructuur werd gewaardeerd aan hun boekwaarde op 31 december. De reële waarde na aftrek van de verkoopkosten is groter dan de boekwaarde.
177 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Overige langlopende en kortlopende activa kunnen als volgt voorgesteld worden:
| MILJOEN EURO | 2023 | 2024 |
|---|---|---|
| Langlopend | ||
| Langetermijndienstverleningscontracten met betrekking tot toekomstige boekjaren (strategische leveranciers) | 4 | 4 |
| Vooruitbetalingen | - | - |
| Totaal langlopend | 4 | 4 |
| Kortlopend | ||
| Langetermijndienstverleningscontracten met betrekking tot toekomstige boekjaren (strategische leveranciers) | 8 | 7 |
| Voorschotten op kosten | - | - |
| Waarborgen en bewaargevingen | 2 | 4 |
| Vooruitbetalingen | 2 | 4 |
| Overige | - | - |
| Totaal kortlopend | 13 | 15 |
| TOTAAL | 17 | 19 |
178 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
De diverse componenten van het eigen vermogen evenals de wijzigingen tussen 1 januari 2023 en 31 december 2024 worden weergegeven in het ‘Geconsolideerd Mutatieoverzicht van het Eigen Vermogen’.
Op 31 december 2024 en 2023 bedraagt het maatschappelijk kapitaal van de Onderneming 187 miljoen euro. Het aantal uitstaande aandelen bedraagt 154.820.528 per 31 december 2024 (2023: 154.820.528 uitstaande aandelen). De Raad van Bestuur heeft de aandeelhouders uitgenodigd om deel te nemen aan de Buitengewone en Bijzondere Algemene Vergadering van Aandeelhouders, die op 28 februari 2025 werd gehouden. Tijdens deze vergadering werd een verlaging van het kapitaal van de Vennootschap tot een bedrag van 26.000.000 euro voorgesteld, door verliezen ter hoogte van 160.794.611 euro te verrekenen, met de bijbehorende wijziging van Artikel 5 van de statuten. Het vereiste aanwezigheidsquorum voor de Buitengewone Algemene Vergadering werd niet bereikt. Als gevolg hiervan werd een nieuwe vergadering gehouden op 11 maart 2025 waarop de voorgestelde kapitaalvermindering werd goedgekeurd.# 37. EIGEN VERMOGEN
De reserve voor eigen aandelen bevat de kostprijs van de ingekochte eigen aandelen. Per 31 december 2024 hield de Groep geen eigen aandelen aan (2023: nul).
De reële waardereserve bevat voornamelijk de herwaardering van de deelneming van de Groep in Digital Illustrate Inc. aangeduid als gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de niet-gerealiseerde resultaten, dewelke nooit zullen overgeboekt worden naar de winst- en verliesrekening.
Per 31 december 2024 bevat de afdekkingsreserve het effectief gedeelte van de veranderingen in reële waarde van termijnwisselcontracten aangeduid als kasstroomafdekkingen. In de loop van 2024 en 2023 duidde de Groep termijnwisselcontracten aan als kasstroomafdekkingen van het vreemde valutarisico in Amerikaanse dollar, Australische dollar, Chinese yuan, Indiase roepie, Japanse yen, Koreaanse won en Britse pond met betrekking tot zeer waarschijnlijke toekomstige verkopen en aankopen in die res-pectieve munten voor de volgende 12 maanden. Het deel van de winsten op de termijnwisselcontracten, dat effectief gebleken is (31 december 2024: 0 miljoen euro; 31 december 2023: 1 miljoen euro, na winstbelastingen), werd geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten na winstbelastingen. Een reconciliatie in tabelvorm van de evolutie van de afdekkingsreserve per type van risico werd toegevoegd in toe-lichting 21.4 ‘Samenvattende tabel van de afdekkingsreserve’.
179 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Het saldo van de herwaardering van de nettoverplichting voor toegezegdpensioenregelingen geboekt in het eigen vermogen hebben voornamelijk betrekking op actuariële winsten en verliezen uit de herwaardering van de bruto verplichting van de pensioenregelingen en het rendement op planactiva, na winstbelasting.
Het saldo van de herwaardering van de nettoverplichting voor toegezegdpensioenregelingen geboekt in het eigen vermogen is afkomstig van:
* Aanpassingen van de bruto pensioenverplichting als gevolg van ervaringswinsten of -verliezen op de pensioen-verplichtingen, d.w.z. de effecten van verschillen tussen eerdere actuariële veronderstellingen en de feitelijke uitkomsten (bijvoorbeeld veranderingen in het deelnemersbestand).
* Wijzigingen in demografische veronderstellingen (zoals sterftetabellen).
* Wijzigingen in financiële veronderstellingen (zoals disconteringsvoet en prijsinflatie).
* Verschillen in rendementen op planactiva, exclusief de rente-inkomsten berekend tegen de toepasselijke disconteringsvoet.
Het grootste deel van het saldo van de herwaardering van de nettoverplichting voor toegezegdpensioenregelingen geboekt in het eigen vermogen is afkomstig van de eerste toepassing van IAS 19 herzien in 2011. De herziening van IAS 19 (2011) had een aanzienlijke impact op het geconsolideerde eigen vermogen en het totaalresultaat van de Groep. Met deze herziening werd de ‘corridor methode’, waarmee de erkenning van actuariële winsten en verliezen over meerdere boekjaren kon worden uitgesteld, afgeschaft. Onder de nieuwe IAS 19 moest de nettoverplichting van de toegezegdpensioenregeling direct en volledig worden erkend, en moesten wijzigingen in de pensioenverplichting als gevolg van actuariële veronderstellingen worden verwerkt in het overzicht van het totaalresultaat (OCI). Daarnaast werd de rentekost en de verwachte opbrengst op activa vervangen door een nettobedrag aan rente, berekend door de disconteringsvoet toe te passen op de nettover-plichting voor toegezegdpensioenregelingen. Het verschil tussen de rente-inkomsten op planactiva en de rentekost op de pensioenverplichting wordt opgenomen in OCI. Bij de eerste toepassing in 2013 werden de vergelijkende cijfers voor 2012 aangepast. Op 1 januari 2012 werd een bedrag van 704 miljoen euro in het eigen vermogen geboekt, waarvan 687 miljoen euro gerelateerd aan België, Duitsland, het VK en de VS (de ‘materiële landen’) en 17 miljoen euro gerelateerd aan andere landen (de ‘niet-materiële landen’).
De volgende tabel toont het effect van de wijzigingen in de grondslagen voor financiële verslaggeving (herwerkte openingsbalans per 1 januari 2012) en de financieringsstatus voor de materiële landen, evenals ter vergelijking de financieringsstatus per 31 december 2024.
miljoen Euro
| België/Duitsland/Verenigd Koninkrijk/Verenigde Staten - Toegezegdpensioenregelingen met uitzondering van toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement in België | Financierings-positie | Niet erkende actuariële verliezen | Netto-verplichting | Contant waarde van de bruto-verplichting | Fonds-beleggingen | Financierings-positie | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Financieringspositie en niet erkende actuariële verliezen per 1 januari 2012 | |||||||
| Financieringspositie op 31 december 2024 | |||||||
| Contant waarde van de bruto-verplichting | |||||||
| Fonds-beleggingen | |||||||
| Financierings-positie | |||||||
| België | 380 | (326) | 54 | (145) | (91) | 340 | (369) |
| Duitsland | 637 | - | 636 | (135) | 501 | 417 | - |
| Verenigd Koninkrijk | 421 | (274) | 147 | (200) | (52) | 305 | (320) |
| Verenigde Staten | 589 | (335) | 254 | (207) | 47 | 74 | (59) |
| Totaal | 2.027 | (936) | 1.091 | (687) | (1) | 404 | 1.136 |
(1) Ingevolge de eerste toepassing, volledig erkend in niet-gerealiseerde resultaten
180 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
De ontwikkeling van de herwaarderingen die sinds de eerste toepassing in ‘Overige niet-gerealiseerde resultaten’ (OCI) zijn geboekt en die verband houden met de materiële landen (toegezegdpensioenregelingen en toegezegde-bijdrageregelingen met gewaarborgd rendement), bedraagt (195) miljoen euro. Dit betekent een cumulatieve daling van (687) miljoen euro op 31 december 2011 tot (882) miljoen euro op 31 december 2024 (zie onderstaande tabel). Deze evolutie wordt als volgt verklaard:
* Ervaringsaanpassingen, d.w.z. de effecten van verschillen tussen eerdere actuariële veronderstellingen en de feite-lijke uitkomsten, zoals wijzigingen in het deelnemersbestand: 96 miljoen euro
* Wijzigingen in demografische veronderstellingen: 78 miljoen miljoen euro
* Wijzigingen in financiële veronderstellingen: (350) miljoen euro
* Wijzigingen in rendement op planactiva, exclusief rente-inkomsten: (10) miljoen euro
* Belastingeffect op herwaarderingen van materiële landen: (4) miljoen euro
* Herclassificatie van herwaarderingen naar ingehouden winsten van afgestoten of geliquideerde entiteiten: (4) miljoen euro
Alle herwaarderingen vanaf 1 januari 2012 blijven onder de eigen-vermogenspost het saldo van de herwaardering van de nettoverplichting voor toegezegdpensioenregelingen geboekt in het eigen vermogen, tenzij ze deel uitmaken van beëindigde bedrijfsactiviteiten. Herwaarderingen die betrekking hebben op beëindigde bedrijfsactiviteiten worden herclassificeerd naar ingehouden winsten (2024: 1 miljoen euro; 2023: (6) miljoen euro).
De ontwikkeling voor het jaar 2024 is als volgt:
MILJOEN EURO
| 31 decem-ber 2023 | Herklassering van de het saldo van de herwaarder-ing van de nettoverplichting voor toegezegdpensioen-regelingen geboekt in het eigen vermogen van de entiteiten die gedesinvesteerd werden naar ingehouden winsten | Belastingimpact | 31 decem-ber 2024 | |
|---|---|---|---|---|
| Het saldo van de herwaardering van de nettoverplichting voor toegezegdpensioenre-gelingen geboekt in het eigen vermogen | (901) | 19 | - | (882) |
| Met betrekking tot materiële landen | ||||
| Met betrekking tot niet-materiële landen | (25) | - | 1 | (24) |
| TOTAAL | (926) | 19 | 1 | (906) |
Toelichting 13 Toelichting 17.4
Het saldo van de herwaardering van de nettoverplichting voor toegezegdpensioenregelingen geboekt in het eigen vermogen
De netto mutatie over het jaar, na belastingen, bedraagt een stijging van 19 miljoen euro. Dit wordt als volgt verklaard:
* Ervaringsverliezen op pensioenverplichtingen: -23 miljoen euro
* Actuariële winsten uit wijzigingen in financiële veronderstellingen: 25 miljoen euro
* Actuariële winsten uit het rendement op fondsbeleggingen exclusief rente-inkomsten: 17 miljoen euro
Meer informatie is te vinden in toelichting 13. In 2024 werden geen uitgestelde belastingen met betrekking tot de effecten van herwaarderingen opgenomen in ‘Overige niet-gerealiseerde resultaten’ (Other Comprehensive Income). Het belastingeffect wordt verder toegelicht in toelichting 17.4.
181 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
De valutakoersverschillen bevatten zowel de valutakoersverschillen die voortvloeien uit de omrekening van de jaarre-keningen van buitenlandse activiteiten, als de valutakoersverschillen afkomstig uit de omrekening van de verplich-ting die de netto-investering van de Onderneming in een buitenlandse entiteit afdekt. Tot mei 2016 maakte de Groep gebruik van termijnwisselverrichtingen uitgedrukt in US dollar om het valutarisico met betrekking tot de netto-investering in één van haar dochterondernemingen in de Verenigde Staten af te dekken. Vanaf mei 2016 heeft de Groep de aanwijzing van indekking van een netto-investering ingetrokken. Het effectieve deel van de winst op de afdekkingsinstrumenten dat rechtstreeks in de niet-gerealiseerde resultaten opgenomen werd (Valutakoersverschillen 31 december 2024: 3 miljoen euro; 31 december 2023: 10 miljoen euro), zal vrijvallen in de winst- en verliesrekening op het moment van afstoting of gedeeltelijke afstoting van de buitenlandse entiteit.
Voor de jaren 2023 werd er geen dividend uitbetaald. Voor het jaar 2024 zal er geen betaling van dividend voorge-steld worden door de Raad van Bestuur aan de Algemene Vergadering der Aandeelhouders van 13 mei 2025.
Tot de verkoop van de Offset-activiteiten hielden minderheidsbelangen een materieel belang aan in negen dochteron-dernemingen, gesitueerd in Groot-China en de ASEAN-regio. In april 2023 werden deze dochterondernemingen afge-stoten (zie toelichting 20.2). De afstoting van minderheidsbelangen na verlies van zeggenschap bedraagt 33 miljoen euro.# TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
In het eerste kwartaal van 2023 werd een bedrag van 9 miljoen euro aan dividenden betaald aan Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. De overgebleven minderheidsbelangen betreffen een paar dochterondernemingen in Europa waarin minderheidsbelangen een aandeel aanhouden dat van ondergeschikt belang is voor de Groep. Op 31 december 2024 bedragen de minderheidsbelangen 2 miljoen euro (31 december 2023: 1 miljoen euro).
| Toewijsbaar aan aandeelhouders van de Onderneming | Minderheidsbelangen | TOTAAL OVERIGE NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN | Valutakoersverschillen | Afdekkingsreserve | Reële waardereserve | Het saldo van de herwaardering van de nettoverplichting voor toegezegdpensioenregelingen geboekt in het eigen vermogen | TOTAAL | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Valutakoersverschillen voor buitenlandse activiteiten | (11) | - | - | (11) | 1 | (10) | - | |
| Herklassering van valutakoersverschillen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten naar de winst- en verliesrekening | (2) | - | - | (2) | - | (2) | - | |
| Effectief deel van veranderingen in de reële waarde van kasstroomafdekkingen geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten, na winstbelastingen | - | 2 | - | - | 2 | - | - | 2 |
| Nettoverandering in de reële waarde van kasstroomafdekkingen die is overgeboekt naar de winst- en verliesrekening, na winstbelastingen | - | 2 | - | - | 2 | - | - | 2 |
| Effectief deel van de reële waardeveranderingen van kasstroomafdekkingen die getransfereerd werd naar de boekwaarde van het afgedekte aktief, na winstbelastingen | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Nettoverandering in de reële waarde van beleggingen verwerkt via de niet-gerealiseerde resultaten | - | (1) | - | (1) | - | (1) | - | (1) |
| Herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen, na winstbelastingen | - | - | - | - | - | - | (12) | (12) |
| TOTAAL OVERIGE NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN | (13) | 3 | (1) | (12) | (23) | 1 | (22) |
| Toewijsbaar aan aandeelhouders van de Onderneming | Minderheidsbelangen | TOTAAL OVERIGE NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN | Valutakoersverschillen | Afdekkingsreserve | Reële waardereserve | Het saldo van de herwaardering van de nettoverplichting voor toegezegdpensioenregelingen geboekt in het eigen vermogen | TOTAAL | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Valutakoersverschillen voor buitenlandse activiteiten | 5 | - | - | 5 | - | 5 | - | |
| Herklassering van valutakoersverschillen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten naar de winst- en verliesrekening | (1) | - | - | (1) | - | (1) | - | |
| Effectief deel van veranderingen in de reële waarde van kasstroomafdekkingen geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten, na winstbelastingen | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Nettoverandering in de reële waarde van kasstroomafdekkingen die is overgeboekt naar de winst- en verliesrekening, na winstbelastingen | - | (1) | - | (1) | - | (1) | - | (1) |
| Effectief deel van de reële waardeveranderingen van kasstroomafdekkingen die getransfereerd werd naar de boekwaarde van het afgedekte aktief, na winstbelastingen | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Nettoverandering in de reële waarde van beleggingen verwerkt via de niet-gerealiseerde resultaten | - | (1) | - | (1) | - | (1) | - | (1) |
| Herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen, na winstbelastingen | - | - | - | - | - | - | 19 | 19 |
| TOTAAL OVERIGE NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN | 4 | (1) | (1) | 19 | 20 | - | 20 |
| 2023 | 2024 | |
|---|---|---|
| Langlopende verplichtingen | 69 | 141 |
| ‘Revolving’-kredietfaciliteit | 39 | 100 |
| Verplichtingen uit leaseovereenkomsten | 29 | 36 |
| Bankschulden | - | 5 |
| Kortlopende verplichtingen | 14 | 15 |
| Bankschulden | - | - |
| Negatieve banksaldi | - | - |
| Verplichtingen uit leaseovereenkomsten | 14 | 15 |
| TOTAAL RENTEDRAGENDE VERPLICHTINGEN | 83 | 155 |
Op 5 maart 2021 sloot Agfa-Gevaert NV een multi-valuta ‘revolving’-kredietfaciliteit af voor een periode van drie jaar met een nominale waarde van 230 miljoen euro. Er werden geen waarborgen verstrekt voor de kredietopeningen. Binnen de modaliteiten van de faciliteitsovereenkomst is er een mogelijkheid om de looptijd tweemaal te verlengen met telkens één jaar. In de loop van 2022 werd van deze mogelijkheid gebruik gemaakt om de eindvervaldag te verlengen met één jaar tot maart 2025. In januari 2023 werd deze faciliteit wederom verlengd met één jaar tot maart 2026. De financiële instellingen hebben de einddatum van de faciliteit verlengd tot 30 mei 2026 wat maakt dat een periode van minstens 12 maanden na de Algemene Vergadering van Aandeelhouders waarop de financiële staten van 2024 goedgekeurd worden, gedekt is. Het management is momenteel in onderhandeling met de financiële instellingen omtrent de herfinanciering van deze kredietfaciliteit. De Raad van Bestuur heeft er vertrouwen in tot een overeenkomst te komen met de financiële instellingen die passend is voor het bedrijf. De faciliteit wordt gebruikt voor de financiering van algemene bedrijfsdoeleinden. De interestvoet van toepassing is de Euribor, Libor of een gelijkaardige benchmark (Reuters) en een marge. Geldopnames onder deze kredietlijn worden gedaan voor korte periodes maar de Groep heeft, onder de bestaande herfinancieringovereenkomst, de mogelijkheid om de leningen te verlengen voor langere periodes na balansdatum. Meer informatie wordt verstrekt in toelichting 4 ‘Significante schattingen en oorde-len van het management’. Op 31 december 2024 werd er 100 miljoen euro opgenomen onder deze faciliteit (2023: 40 miljoen euro).
| Nominaal bedrag | Uitstaand bedrag | Valuta | Interestvoet | Eindvervaldag | |
|---|---|---|---|---|---|
| 2023 | 2024 | 2023 | 2024 | 2023 | |
| ‘Revolving’-kredietfaciliteit | 230 | 230 | 40 | 100 | EUR |
| TOTAAL | 230 | 230 | 40 | 40 |
De Groep gaat leaseverplichtingen aan voor gebouwen (kantoorgebouwen en opslagruimtes), bedrijfswagens en ander transportmateriaal (vorkheftrucks), en overig materiaal zoals computeruitrusting. De leaseverplichtingen voor gebouwen bevatten zowel de jaarlijks vernieuwbare contracten met opties om de lease te vernieuwen als de contracten met looptijden die over een langere periode vastgeklikt zijn. De leaseverplichtingen met betrekking tot gebouwen bedragen 27 miljoen euro zijnde 55% van de totale leaseverplichtingen van de Groep en hebben een gemiddelde resterende looptijd van drie jaar. De leaseverplichtingen met betrekking tot bedrijfswagens lopen over een periode van vier tot vijf jaar en bedragen 44% van de totale leaseverplichtingen van de Groep, zijnde 22 miljoen euro. Leaseverplichtingen voor overig materiaal bedragen 1% van de totale leaseverplichtingen en betreffen voornamelijk vorkheftrucks, printers, verpakkingsmateriaal, enz.
De leaseverplichtingen hebben volgende eindvervaldagen:
| 2023 | 2024 | |
|---|---|---|
| Uitstaand bedrag | Impliciete rentevoet | |
| van de leaseovereenkomst | ||
| 2023 | 2024 | |
| < 1 jaar | 14 | 15 |
| tussen 1 - 5 jaar | 26 | 33 |
| > 5 jaar | 3 | 2 |
| TOTAAL | 43 | 50 |
De leaseverplichtingen omvatten geen kosten met betrekking tot leasecontracten met een lage waarde, met betrekking tot leasecontracten met een looptijd van minder dan 12 maanden en overige kosten die buiten de omvang van de standaard vallen. Deze kosten bedragen 9 miljoen euro (2023: 10 miljoen euro).
Voor de financiering van de nieuwe ZIRFON-fabriek in Mortsel heeft de Vennootschap een leaseovereenkomst onderhandeld met een financiële instelling voor een investeringsbedrag van 30 miljoen euro. De looptijd van de overeenkomst bedraagt zeven jaar en de geschatte startdatum is in het vierde kwartaal van 2025, wanneer de nieuwe fabriek in gebruik wordt genomen. De leaseovereenkomst bestaat uit twee componenten:
De tabel detailleert veranderingen in verplichtingen uit financieringsactiviteiten in kasstromen uit financieringsactiviteiten en niet-kasbewegingen. Verplichtingen uit financieringsactiviteiten betreffen verplichtingen waarvan de kasstromen geclassificeerd zijn of zullen worden in kasstromen uit financieringsactiviteiten in het geconsolideerde kasstroomoverzicht.
| Boekwaarde per 1 januari 2024 | Kasstromen uit financierings- activiteiten | Niet-kasbewegingen | Impact van valutakoersverschillen | Herwaardering van leaseovereenkomsten | Financieringslasten op rentedragende verplichtingen | Overnames | Boekwaarde per 31 december 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MILJOEN EURO | Betaalde rente (2) | Nettoterug-betalingen van leningen | Nieuwe lease-overeenkomsten | |||||
| ‘Revolving’-kredietfaciliteit | 39 | (4) | 60 | - | - | - | - | 100 |
| Bankschulden | - | - | 5 | - | - | - | - | 5 |
| Verplichtingen uit leaseovereenkomsten | 44 | - | (21) | (1) | 16 | - | 2 | 50 |
| Negatieve banksaldi | - | - | - | - | - | - | - | - |
| TOTAAL RENTEDRAGENDE VERPLICHTINGEN | 83 | (4) | 44 | 16 | - | 9 | 6 | 155 |
(1) Bevat betaalde interesten ten belope van 2 miljoen euro.(2) Betaalde intresten in het kasstroomoverzicht (16 miljoen euro omvatten betaalde intresten op de 'revolving'-kredietfaciliteit (4 miljoen euro) en betaalde intresten op saldi van kasbalansreke- ningen (12 miljoen euro).
De voorzieningen bedroegen 60 miljoen euro op 31 december 2024 (2023: 20 miljoen euro).
| MILJOEN EURO | Omzetgerelateerde voorzieningen | Herstructureringen | Overige | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|
| Voorzieningen per 31 december 2023 | 2 | 5 | 11 | 1 |
| Voorzieningen aangelegd in de loop van het boekjaar | 3 | 4 | 44 | - |
| Aanwending van voorzieningen in de loop van het boekjaar | - | (1) | (7) | - |
| Afstotingen | - | - | - | - |
| Terugname van voorzieningen in de loop van het boekjaar | (1) | (2) | (1) | - |
| Valutakoersverschillen | - | - | - | - |
| Overboekingen | - | - | - | - |
| Voorzieningen per 31 december 2024 | 4 | 7 | 48 | 1 |
De voorzieningen met betrekking tot milieubescherming dekken toekomstige aanpassingswerken van terreinen en de sanering van bodems die zijn verontreinigd door vroegere industriële activiteiten. Milieuvoorzieningen aangelegd in de loop van het boekjaar betreffen aan te kopen emissierechten. Opbrengstgerelateerde voorzieningen op balansdatum evenals de bijhorende bewegingen in de loop van het boekjaar omvatten voornamelijk voorzieningen wegens commissies betaalbaar aan agenten, voorzieningen voor garantiever-plichtingen en commerciële betwistingen. Voorzieningen voor reorganisaties op balansdatum evenals de voorzieningen aangelegd in de loop van het jaar hebben betrekking op de reorganisatie van de productielocatie in België en de sluiting van de site in Schrobenhausen (Duitsland).
186
TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Andere voorzieningen omvatten voorzieningen voor rechtszaken (inclusief advocatenkosten) en een voorziening in verband met betwistingen over invoerrechten.
De overige te betalen posten, op 31 december 2024, bedragen 5 miljoen euro (2023: 9 miljoen euro) en omvatten patenten, tantièmes, financiële leaseovereenkomsten en verplichtingen aan het personeel wegens compensaties voor door hen gemaakte reis- en andere kosten en overige te betalen posten.
De overige verplichtingen, kortlopend en langlopend op 31 december 2024, bedragen 9 miljoen euro (2023: 5 miljoen euro) en omvatten voornamelijk het onverdiende deel van overheidstoelagen en subsidies, vooruitbetaalde leasing en overige kortlopende verrichtingen.
187
AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
De moedermaatschappij van de Groep, Agfa-Gevaert NV (BE 0404 021 727), Mortsel (België), is de moedermaat-schappij van de volgende belangrijke dochterondernemingen:
Geconsolideerde ondernemingen per 31 december 2024
| Naam van de onderneming | Locatie | Deelnemings-% |
|---|---|---|
| Agfa (Wuxi) Imaging Co., Ltd. | Wuxi/Volksrepubliek China | 99,16 |
| Agfa Corporation | Carlstadt/Verenigde Staten van Amerika | 100 |
| Agfa Finance Corp. | Wilmington/Verenigde Staten van Amerika | 100 |
| Agfa Finance Inc. | Toronto/Canada | 100 |
| Agfa Finance Italy SpA | Milaan/Italië | 100 |
| Agfa Finance NV | Mortsel/België | 100 |
| Agfa Middle East FZCO | Dubai/Ver. Arabische Emiraten | 100 |
| Agfa NV | Mortsel/België | 100 |
| Agfa Graphics S.r.l. | Milaan/Italië | 100 |
| Agfa S.A. (Arg) | Buenos Aires/Argentinië | 100 |
| Agfa HealthCare Australia Pty. Ltd. | Burwood East/Australië | 100 |
| Agfa Do Brasil Ltda. | Sao Paulo/Brazilië | 100 |
| Agfa HealthCare Chile Ltda. | Santiago de Chile/Chili | 100 |
| Agfa HealthCare Colombia Ltda. | Bogota/Colombië | 100 |
| Agfa HealthCare Corporation | Greenville/Verenigde Staten van Amerika | 100 |
| Agfa HealthCare Denmark A/S | Kopenhagen/Denemarken | 100 |
| Agfa HealthCare Germany GmbH | Düsseldorf/Duitsland | 100 |
| Agfa HealthCare Hong Kong Ltd. | Hong Kong/Volksrepubliek China | 100 |
| Agfa HealthCare Inc. | Mississauga/Canada | 100 |
| Agfa HealthCare India Private Ltd. | Thane/Indië | 100 |
| Agfa HealthCare Malaysia Sdn. Bhd. | Kuala Lumpur/Maleisië | 100 |
| Agfa HealthCare Mexico S.A. de CV | Mexico D.F./Mexico | 100 |
| Agfa HealthCare NV | Mortsel/België | 100 |
| Agfa HealthCare Saudi Arabia Company Limited LLC | Riyadh/Saoedi-Arabië | 100 |
| Agfa HealthCare (Shanghai) Co Ltd. | Shanghai/Volksrepubliek China | 100 |
| Agfa HealthCare Singapore Pte. Ltd. | Singapore/Republiek Singapore | 100 |
| Agfa HealthCare South Africa Pty. Ltd. | Gauteng/Republiek Zuid-Afrika | 100 |
| Agfa HealthCare Spain S.A.U. | Barcelona/Spanje | 100 |
| Agfa HealthCare Sweden AB | Kista/Zweden | 100 |
| Agfa HealthCare UK Ltd | Cambridge/Verenigd Koninkrijk | 100 |
| Agfa Inc. | Mississauga/Canada | 100 |
| Agfa Ltd. | Dublin/Ierland | 100 |
| Agfa Materials Corporation | Goose Creek/Verenigde Staten van Amerika | 100 |
| Agfa Materials Japan Ltd. | Tokyo/Japan | 100 |
| Agfa Materials Taiwan Co. Ltd. | Taipei/Taiwan | 100 |
| Agfa Solutions S.A.S | Rueil-Malmaison/Frankrijk | 100 |
| Agfa Sp. z.o.o. | Warschau/Polen | 100 |
| Agfa-Gevaert M.A.E.B.E. | Athene/Griekenland | 100 |
| Agfa GmbH | Düsseldorf/Duitsland | 100 |
| Agfa-Gevaert Argentina S.A. | Buenos Aires/Argentinië | 98,33 |
| Agfa HealthCare Netherlands B.V. | Rijswijk/Nederland | 100 |
| Agfa-Gevaert Colombia S.A.S | Bogota/Colombië | 100 |
| Agfa-Gevaert HealthCare GmbH | Düsseldorf/Duitsland | 100 |
| Agfa-Gevaert Ltda. | Santiago de Chile/Chili | 100 |
| Agfa-Gevaert GmbH | Düsseldorf/Duitsland | 100 |
| 188 | ||
| TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING | ||
| Agfa HealthCare Italy S.p.A. | Milaan/Italië | 100 |
| Lastra Attrezzature S.r.l. | Manerbio/Italië | 60 |
| Luithagen NV | Mortsel/België | 100 |
| OOO Agfa | Moskou/Russische Federatie | 100 |
| Agfa HealthCare Kazakhstan LLP | Almaty/Republiek Kazakhstan | 100 |
| Agfa HealthCare Ukraine LLC | Kyiv/Oekraïne | 100 |
| PT Gevaert-Agfa HealthCare Indonesia | Jakarta/Indonesië | 100 |
| Agfa HealthCare Middle East FZ-LLC | Dubai/Verenigde Arabische Emiraten | 100 |
| Agfa HealthCare IT UK Limited | Middlesex/Verenigd Koninkrijk | 100 |
| Agfa South Africa (Pty) Ltd. | Gauteng/Republiek Zuid-Afrika | 100 |
| Agfa Australia Pty Ltd. | Burwood East/Australië | 100 |
| Agfa Canada Inc. | Mississauga/Canada | 100 |
| Agfa US Corp. | Carlstadt/Verenigde Staten van Amerika | 100 |
| Agfa HealthCare IT (Shanghai) Co. Ltd. | Shanghai/Volksrepubliek China | 100 |
| Agfa Hong Kong Ltd. | Hong Kong/Volksrepubliek China | 100 |
| Agfa HealthCare Vietnam Co. Ltd. | Ho Chi Minh City/Vietnam | 100 |
| Agfa Materials Korea Ltd. | Seoul/Korea | 100 |
| Agfa Ré S.A. | Luxemburg/Luxemburg | 100 |
| Inca Digital Printers | Cambridge/Verenigd Koninkrijk | 100 |
| Agfa IJC | Cambridge/Verenigd Koninkrijk | 100 |
| Agfa Alterssicherungs-AG | Düsseldorf/Duitsland | 100 |
Geassocieerde deelnemingen
| 31 december 2024 | Naam van de onderneming | Locatie | Deelnemings-% |
|---|---|---|---|
| Penny Black BV | Antwerpen/ België | 49,82 |
189
AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Binnen het segment HealthCare IT biedt de Groep diensten aan onder een ‘Software as a Service’-model (‘SaaS’). Dit zijn modellen waarbij hardware, software en diensten aangeboden worden aan klanten op basis van een betaal-per-ge-bruik systeem of op basis van een maandelijkse of jaarlijkse fee. Deze modellen worden aangeboden ofwel ter plekke bij de klant, ofwel vanop afstand of een combinatie van beide. De Groep garandeert het beheer van het systeem over de contractuele periode en biedt dagelijks onderhoud, ondersteuning en technische handelingen aan de klanten aan. Deze contracten kunnen een operationele leasecomponent bevatten. De opbrengsten gerelateerd aan deze ‘managed service’-contracten bedraagt 20 miljoen euro over het jaar 2024 (2023: 17 miljoen euro). Deze worden in ‘Opbreng-sten’ erkend op basis van het gebruik of consumptie door de klant of op basis van een vast vooraf bepaald bedrag. De toekomstige betalingen met betrekking tot de contracten met een vast tarief bedraagt 7 miljoen euro voor 2025 en 21 miljoen euro voor de toekomstige jaren tussen één en vijf jaar. Het totaal van activa in operationele leasecontracten op de geconsolideerde balans bedragen 3 miljoen euro per 31 december 2024 (31 december 2023: 4 miljoen euro) (zie toelichting 28).
De voorwaardelijke verplichtingen vloeiden volledig voort uit verbintenissen aan derden gegeven en omvatten:
| MILJOEN EURO | 2023 | 2024 |
|---|---|---|
| Bankgaranties | 33 | 42 |
| Overige | - | - |
| Bedrijfsgaranties | 173 | 131 |
| TOTAAL | 206 | 173 |
Bedrijfsgaranties betreffen door de Onderneming gegeven garanties namens haar dochtervennootschappen aan banken en hebben voornamelijk betrekking op de ‘revolving’-kredietfaciliteit (zie toelichting 38.1) en andere genego-cieerde kredietlijnen. De aankoopverplichtingen in het kader van belangrijke investeringsprojecten waarvoor de respectieve contracten al werden toegekend of de orders werden geplaatst bedragen 20 miljoen euro waarvan 12 miljoen euro betrekking heeft op de ZIRFON fabriek.
De Groep is momenteel niet betrokken in een of ander groot geschil, met uitzondering van het geschil in verband met de insolvabiliteit van AgfaPhoto.
AgfaPhoto
In verband met de verkoop van de Consumer Imaging-activiteiten van (toenmalige) Agfa-Gevaert AG en van sommige van haar (toenmalige) dochtervennootschappen had de Groep diverse contractuele relaties afgesloten met AgfaPhoto Holding GmbH, AgfaPhoto GmbH en hun dochtervennootschappen in verschillende landen (de AgfaPhoto Groep). Daarbij werd voorzien in de overdracht van haar Consumer Imaging-activiteiten, inbegrepen activa, verplich-tingen, contracten en personeel naar de vennootschappen behorende tot de AgfaPhoto Groep.
190
TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Na de verkoop werd een aanvraag tot faillissement ingediend door AgfaPhoto GmbH en een aantal van haar dochter-vennootschappen zowel in Duitsland als in andere landen. In verschillende landen werden gerechtelijke procedures tegen de Groep ingespannen. Deze procedures zijn intussen afgesloten, met uitzondering van het volgende geschil. In verband met deze verkoop diende de curator van AgfaPhoto GmbH verschillende aanvragen tot arbitrage in bij het ICC Internationale Arbitragehof in Parijs, Frankrijk. In de arbitrageprocedure ICC Nr.# 15362
De curator vorderde een vergoeding voor vermeende onderkapitalisatie van AgfaPhoto GmbH alsmede voor het vermeende veroorzaken van het faillissement van AgfaPhoto GmbH. In een einduitspraak dd. 31 mei 2018 heeft het ICC Tribunaal alle vorderingen van de curator afgewezen en hem de verplichting opgelegd om Agfa voor een zeer belangrijk deel van de kosten van Agfa in deze arbitrageprocedure te vergoeden. In oktober 2018 heeft de curator voor een Duitse rechtbank (‘Oberlan-desgericht Frankfurt/Main’ of ‘OLG’) een verzoek tot nietigverklaring van de arbitrale einduitspraak ingediend. Bij vonnis dd. 16 januari 2020 heeft het OLG de arbitrale einduitspraak dd. 31 mei 2018 nietig verklaard. De betrokken Agfa-vennootschappen hebben tegen dit vonnis hoger beroep aangetekend voor het ‘Bundesgerichtshof’ (‘BGH’). Het BGH heeft het OLG-vonnis bevestigd bij besluit dd. 26 november 2020 dat aan Agfa op 20 januari 2021 werd mede-gedeeld. De betrokken Agfa-vennootschappen hebben afgezien van het aantekenen van hoger beroep voor het Duits Federaal Grondwettelijk Hof ("Bundesverfassungsgericht"). Bijgevolg is de einduitspraak dd. 31 mei 2018 definitief nietig. Na een gefaalde poging tot verzoening heeft de curator van AgfaPhoto GmbH een nieuwe arbitrageprocedure voor het ICC International Court of Arbitration in april 2021 ingesteld (ICC Nr. 26175) waarbij hij opnieuw vergoeding eist voor beweerde schade geleden door vermeende onderkapitalisatie van AgfaPhoto GmbH, en bovendien terugbe-taling van zijn kosten gemaakt in de eerste arbitrageprocedure (ICC Nr. 15362). Een ICC arbitragetribunaal met drie arbiters werd in de loop van 2021 samengesteld. In de loop van 2022 heeft de curator zijn volledige verklaring van vordering neergelegd en heeft Agfa haar verweerschrift neergelegd. In de loop van 2023 heeft de curator zijn repliek neergelegd en heeft Agfa haar dupliek neergelegd. Een hoorzitting vond plaats van 27 november 2023 tot 1 december 2023. Tot mei 2024 hebben de partijen post-hearing briefs en kostenoverzichten ingediend (telkens twee ronden). Op basis van informatie tot nu toe ontvangen van de ICC, wordt een uitspraak in het tweede kwartaal van 2025 verwacht. Agfa zal zich krachtig verdedigen in deze arbitrageprocedure.
Verder bestaan er juridische risico's voor de Groep met betrekking tot een geschil met een voormalige distributeur (La Papelera) voor de producten van de Groep in Bolivia, die schadevergoeding eist wegens contractbreuk. Het oorspron-kelijke contract werd ondertekend in 1967, beëindigd in 2000 en in 2001 werd een rechtszaak aangespannen in Bolivia (terwijl partijen contractueel waren overeengekomen dat geschillen voor de rechtbanken van België of Duitsland zouden worden gebracht). De definitieve beslissing over de grond van deze zaak werd genomen op 4 april 2018, waarbij Agfa werd veroordeeld tot de betaling van 735.000 USD plus bijkomende bedragen die moesten worden vastgesteld in een volgende procedure van executie/liquidatie. Tijdens de procedure van liquidatie heeft een – volgens Agfa – onregelmatig aangestelde deskundige (eenzijdig door La Papelera voorgesteld aan de Boliviaanse rechtbank van eerste aanleg) een rapport uitgebracht (dat aanvaard werd door de Boliviaanse rechtbank van eerste aanleg) waarin deze bijkomende bedragen aanzienlijk hoger werden geschat dan het bedrag van 4,5 miljoen USD dat oorspronkelijk door La Papelera werd gevorderd. Agfa ging meermaals in beroep tegen het aldus vastgestelde bedrag en op 15 december 2020 vaardigde het Constitutioneel Hof in Bolivia een beslissing uit die de nietigverklaring bepaalde van de beslissingen die de benoeming van de deskundige en zijn rapport aanvaardden. Ondanks de eerdergenoemde beslissing van het Constitutionele Hof bleven lagere rechtbanken in Bolivia daarna beslissingen uitvaardigen die onverenigbaar zijn met deze beslissing. Agfa heeft in september 2023 een nieuwe klacht ingediend bij het Constitutioneel Hof in Bolivia met als doel de beslissingen af te dwingen die door de lagere instan-ties in het Boliviaanse rechtssysteem worden genegeerd. Tot17 maart 2025heeft het Constitutioneel Hof in Bolivia zich niet uitgesproken over Agfa's beroepsprocedure in dit verband.
191 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
In januari 2023 ondertekenden Agfa-Gevaert Ltda. (Chili) en La Papelera een betalingsaanbod en -aanvaarding, waarbij het onbetwiste bedrag van 735.000 USD werd betaald (in Chili), met begeleidende verklaringen dat er geen boetes of dwangsommen aan dit bedrag mogen worden toegevoegd. Wij achten het risico dat Agfa nog steeds boetes of dwangsom-men voor dit bedrag zou moeten betalen dan ook onwaarschijnlijk, aangezien de uitdrukkelijke contractuele overeen-komst dat er geen extra bedragen verschuldigd zijn onder dit item. In februari 2024 diende La Papelera een exequaturverzoek in bij het Chileense Hooggerechtshof met betrekking tot een beslissing van een van de lagere Boliviaanse rechtbanken die in tegenspraak was met de beslissing van 15 december 2020 van de Boliviaanse Constitutionele uitspraak. Aangezien het Hooggerechtshof in Chili de zaak niet ten gronde beoordeelt bij het beslissen over een exequatur, werd dit exequatur op 15 januari 2025 verleend. De handha-vingsprocedure vereist dat La Papelera nu een verzoek indient bij de lagere instanties in Chili, waar Agfa opnieuw zijn standpunt zal kunnen verdedigen. Tot17 maart 2025 heeft La Papelera een dergelijk verzoek niet ingediend. In mei 2024 diende La Papelera bovendien een eenzijdig verzoekschrift tot exequatur in bij de Rechtbank van Eerste Aanleg in Antwerpen, België. Dit eenzijdige verzoekschrift werd ingewilligd op 7 januari 2025en werd op 5 maart 2025 door La Papelera betekend aan Agfa-Gevaert NV. Agfa-Gevaert NV zal oppositie aantekenen en haar positie verdedigen in de daaropvolgende procedure inter partes. Agfa zal zich in al deze procedures krachtig blijven verdedigen, met als doel te vermijden dat het definitieve exequa-tur in België wordt toegekend.
Het totaal van de beloningen voor managers op sleutelposities (exclusief patronale sociale bijdragen) opgenomen in de winst- en verliesrekening bedraagt:
| MILJOEN EURO | 2023 | 2024 |
|---|---|---|
| Bestuurders | Executive Management | |
| Kortlopende personeelsbeloningen | 0,5 | 3,0 |
| Ontslagvergoedingen | - | - |
| Vergoedingen na uitdiensttreding | - | 0,2 |
| Op aandelen gebaseerde betalingen | - | (0,3) |
| TOTAAL | 0,5 | 2,9 |
Op 31 december 2024 waren er geen uitstaande leningen ten behoeve van het Executive Management en de Raad van Bestuur. De verplichtingen voor vergoedingen na uitdiensttreding voor de leden en de gepensioneerde leden van het Executive Management, opgenomen in de geconsolideerde balans op 31 december 2023, bedragen 11 miljoen euro. Het totaal van de beloningen voor managers op sleutelposities is ook inbegrepen in het Remuneratieverslag (zie p. 81).
Er zijn geen andere materiële transacties met verwante partijen in 2024.
192 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Na 31 december 2024 hebben de volgende belangrijke gebeurtenissen plaatsgevonden:
Op 1 april 2025 heeft Agfa aangekondigd dat het tegen 4 april 2025 een gedeeltelijke betaling (ten belope van 5,9 miljoen euro) van de Aurelius Group zal ontvangen in verband met de verkoop van Agfa’s Offset Solutions divisie die aangekondigd werd in augustus 2022. Het overblijvende gedeelte van de onbetwiste bedragen (voor in totaal 6,4 miljoen euro) evenals het betwiste gedeelte van de openstaande vordering ten belope van 19,1 miljoen euro – voor het bedrag bepaald door de onafhankelijke expert – worden opeisbaar zodra de onafhankelijk expert haar besluit heeft genomen.
Op 2 april 2025 heeft Agfa aangekondigd dat het besloten heeft om zijn filmafwerkingsvestiging in Bushy Park (South Carolina – VS) te sluiten en de afwerkingsactiviteiten hoofdzakelijk in de vestiging in Mortsel (België) te consolideren. Deze beslissing is een nieuwe stap in Agfa’s globale plan om de kostenbasis van zijn traditionele film-activiteiten te optimaliseren en af te stemmen op de realiteit van de markt.
De honoraria met betrekking tot audit en aan audit gerelateerde prestaties geleverd door KPMG Bedrijfsrevisoren en zijn netwerk in 2023 en door PWC Bedrijfsrevisoren en het netwerk in 2024, kan als volgt gedetailleerd worden:
| EURO | 2023 | 2024 |
|---|---|---|
| Bezoldiging van de commissaris voor de uitoefening van een mandaat van commissaris voor de Vennootschap en de Groep (België) | 982.475 | 804.145 |
| Bezoldiging van de commissaris voor uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd voor de Vennootschap en de Groep | ||
| Andere controle | 695.873 | 362.075 |
| Belastingadvies | - | - |
| Andere opdrachten buiten de revisorale | 11.300 | 14.650 |
| SUBTOTAAL | 1.689.648 | 1.180.870 |
| Bezoldigingen van personen met wie de commissaris verbonden is voor de uitoefening van een mandaat van commissaris voor de Groep (Buitenlandse vennootschappen) | 395.356 | 198.608 |
| Bezoldiging van personen met wie de commissaris verbonden is voor uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd voor de Groep (België en buitenlandse vennootschappen) | ||
| Andere controle | - | - |
| Belastingadvies | 78.001 | - |
| Andere opdrachten buiten de revisorale | 23.204 | 483.093 |
| SUBTOTAAL | 496.562 | 681.701 |
| TOTAAL | 2.186.210 | 1.862.571 |
De honoraria voor de audit van de financiële staten bevatten honoraria voor de audit van de geconsolideerde jaarre-kening alsook de honoraria voor de audit van de financiële staten van dochterondernemingen in België en in het bui-tenland. De andere opdrachten buiten de revisorale omvatten adviesverlening in het kader van speciale opdrachten.
193 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld op basis van historische kostprijs, met uitzondering van de volgende van materieel belang zijnde balansposten:
Bedrijfscombinaties worden verwerkt op basis van de overnamemethode op overnamedatum, zijnde de datum waarop de zeggenschap overgaat naar de Groep (zie toelichting 50.1.4). De Groep heeft zeggenschap over een entiteit indien zij op basis van haar betrokkenheid bij de entiteit is blootgesteld aan, dan wel recht heeft op, variabele rendementen en de mogelijkheid heeft die rendementen te beïnvloeden aan de hand van haar zeggenschap over de entiteit. Goodwill wordt niet afgeschreven maar op bijzondere waardevermindering getoetst, op jaarlijkse basis en telkens er een aanwijzing bestaat dat de kasstroomgenererende eenheid waaraan goodwill werd toegerekend mogelijk een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Het onderzoek van kasstroomgenererende eenheden op bijzondere waardevermindering wordt toegelicht in een daartoe voorziene rubriek van deze grondslagen. Goodwill wordt gewaar-deerd tegen kostprijs, verminderd met geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. Voor geassoci-eerde deelnemingen wordt het bedrag van de goodwill opgenomen in de boekwaarde van de investering. De goodwill op overnamedatum wordt bepaald als:
vermindert met
Indien het belang van de Groep in de netto reële waarde van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaar-delijke verplichtingen, de kostprijs van de bedrijfscombinatie overtreft, wordt dit surplus onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen. Voorwaardelijke te betalen vergoedingen worden opgenomen in de balans aan reële waarde op overnamedatum. Wijzigingen aan de reële waarde van voorwaardelijke te betalen vergoedingen, welke in de balans als verplichting zijn opgenomen, worden verwerkt via de winst- en verliesrekening. Overnamekosten worden onmiddellijk in de winst- en verliesrekening geboekt.
194 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Een beëindigde bedrijfsactiviteit is een onderdeel van het bedrijf van de Groep, de activiteiten en kasstromen die duidelijk onderscheiden kunnen worden van de rest van de Groep en die
De classificatie als beëindigde bedrijfsactiviteiten gebeurt op de vroegste datum van ofwel afstoting ofwel het moment dat de activiteiten voldoen aan de voorwaarden om geclassificeerd te worden als aangehouden voor verkoop. Ingeval dat de activiteiten geclassificeerd worden als beëindigde bedrijfsactiviteiten, dan worden de vergelijkende staten van de winst- en verliesrekening en de niet-gerealiseerde resultaten herwerkt alsof de activiteiten reeds beëindigd werden van bij de aanvang van de vergelijkende periode.
Minderheidsbelangen worden gewaardeerd tegen het proportionele aandeel in de netto-identificeerbare activa van de verworven partij op overnamedatum.
Dochterondernemingen zijn deze entiteiten waarover de Groep zeggenschap uitoefent. De Groep heeft zeggenschap over een entiteit indien zij op basis van haar betrokkenheid bij de entiteit is blootgesteld aan, dan wel recht heeft op, variabele rendementen en de mogelijkheid heeft die rendementen te beïnvloeden aan de hand van haar zeggenschap over de entiteit. De jaarrekeningen van de dochterondernemingen worden in de consolidatiekring opgenomen vanaf de datum van verwerving tot het einde van de zeggenschap.
Wanneer een moedermaatschappij de zeggenschap over een dochteronderneming verliest, neemt ze op de datum waarop ze de zeggenschap verliest de boekwaarde van de activa en verplichtingen van de dochteronderneming evenals de boekwaarde van minderheidsbelangen in de voormalige dochteronderneming (met inbegrip van aan die minderheidsbelangen toerekenbare componenten van niet-gerealiseerde resultaten) niet langer in de balans op. Elk verschil dat voortvloeit uit een verlies van zeggenschap wordt als een winst of verlies opgenomen. Elke investering die de Groep aanhoudt in de voormalige dochteronderneming wordt opgenomen aan reële waarde op de datum van verlies van zeggenschap. Na eerste opname wordt de investering, afhankelijk van het deelnemingspercentage, ver-werkt volgens de ‘equity’-methode of als een financieel actief.
Een geassocieerde deelneming is een entiteit waarin de Onderneming invloed van betekenis heeft en die geen dochteronderneming of belang in een joint venture is. Als de Onderneming tussen 20% en 50% van de stemrechten van de deelneming aanhoudt, wordt verondersteld dat de Onderneming invloed van betekenis heeft. Volgens de ‘equity’-methode wordt de investering in een geassocieerde deelneming bij eerste opname gewaardeerd aan de kost-prijs. De kostprijs van de investering omvat transactiekosten. Een investering in een geassocieerde deelneming wordt verwerkt volgens de ‘equity’-methode vanaf de datum waarop de investering een geassocieerde deelneming wordt. Bij de verwerving van de investering wordt een eventueel verschil tussen de kostprijs van de investering en het aandeel van de Onderneming in de netto reële waarde van de identificeerbare activa en verplichtingen van de geassocieerde deelneming als volgt verwerkt:
195 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Eliminatie van niet-gerealiseerde winsten en verliezen op transacties met geassocieerde deelnemingen
Winsten en verliezen die voortvloeien uit ‘upstream’- en ‘downstream’-transacties tussen de Onderneming (met inbegrip van zijn geconsolideerde dochterondernemingen) en een geassocieerde deelneming worden alleen in de jaarrekening van de Onderneming geëlimineerd ten belope van het belang van de Onderneming in de geassocieerde deelneming. Een voorbeeld van een ‘upstream’-transactie is de verkoop van activa van een geassocieerde deelneming aan de Onderneming. Een voorbeeld van een ‘downstream’-transactie is de verkoop van activa van de Onderneming aan een geassocieerde deelneming.
Verlies van invloed van betekenis over de geassocieerde deelneming
Vanaf de datum waarop de Onderneming invloed van betekenis over de geassocieerde deelneming verliest, wordt betreffende investering verwerkt conform IFRS 9. Bij verlies van invloed van betekenis waardeert de Onderneming de investering in voormalige geassocieerde deelneming aan de reële waarde. De Onderneming erkent in de winst- en verliesrekening alle verschillen tussen:
De bedragen opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten met betrekking tot geassocieerde deelnemingen worden op dezelfde basis verwerkt alsof de geassocieerde onderneming de desbetreffende activa en verplichtingen zelf gede-sinvesteerd zou hebben.
Alle intragroepsaldi en -transacties, met inbegrip van niet-gerealiseerde resultaten op intragroeptransacties en -dividenden, worden bij de opmaak van de geconsolideerde jaarrekening geëlimineerd. Niet-gerealiseerde winsten en verliezen uit transacties binnen de Groep die zijn opgenomen in de activa, zoals voorraden en vaste activa, worden volledig geëlimineerd. Niet-gerealiseerde winsten uit transacties met geassocieerde deelnemingen worden geëlimi-neerd naar ratio van het belang dat de Groep in de entiteit heeft. Niet-gerealiseerde verliezen worden op dezelfde wijze geëlimineerd als niet-gerealiseerde winsten, maar alleen voor zover er geen aanwijzing is voor een bijzondere waardevermindering.# 50.2 VREEMDE VALUTA
Elementen opgenomen in de jaarrekening van de entiteiten van de Groep worden gewaardeerd in de valuta van de primaire economische omgeving waarin de entiteit actief is (de functionele valuta). De geconsolideerde jaarrekening wordt voorgesteld in euro die de functionele valuta en presentatievaluta van de Onderneming is.
Alle verrichtingen in andere dan de functionele valuta zijn verrichtingen in vreemde valuta. Verrichtingen in vreemde valuta worden omgerekend in de functionele valuta op basis van de wisselkoers die geldt op de transactiedatum. Valutakoersverschillen als gevolg van de afwikkeling van dergelijke verrichtingen en van de omrekening van monetaire activa en verplichtingen uitgedrukt in vreemde valuta aan slotkoers worden in de winst- en verliesrekening opgenomen. Echter de vreemde valutakoersresultaten die voortvloeien uit de volgende transacties worden erkend in de niet-gerealiseerde resultaten:
* een investering in eigen-vermogensinstrumenten aangeduid als aan reële waarde met waardeveranderingen via de niet-gerealiseerde resultaten, behalve in het geval van een bijzonder waardeverminderingsverlies waarbij de valu-taverschillen die in de niet-gerealiseerde resultaten opgenomen waren, geherclassificeerd worden naar de winst- en verliesrekening;
* kasstroomafdekkingen voor zover deze als effectief beschouwd worden.
Niet-monetaire posten die in vreemde valuta worden uitgedrukt en tegen historische kostprijs worden gewaardeerd, worden omgerekend op basis van de wisselkoers die geldt op de transactiedatum.
Een buitenlandse activiteit is een entiteit die een dochteronderneming, geassocieerde deelneming, joint venture of filiaal van de verslaggevende entiteit is en waarvan de activiteiten zijn gebaseerd of worden uitgevoerd in een andere valuta dan euro. De resultaten en financiële positie van al de groepsondernemingen worden voor consolidatiedoeleinden omgerekend in de presentatievaluta op de volgende wijze:
* de activa en verplichtingen worden omgerekend tegen de slotkoers op rapporteringsdatum;
* de baten en lasten worden voor elke winst- en verliesrekening omgerekend tegen de gemiddelde koers over het boekjaar; en
* de componenten van het eigen vermogen worden omgerekend aan historische koersen met uitzondering van de bewegingen van het jaar die worden omgerekend aan koersen die de koers op transactiedatum benadert.
Alle resulterende valutakoersverschillen worden als een afzonderlijke component in het eigen vermogen onder ‘Valu-takoersverschillen’ opgenomen. Het bedrag dat toewijsbaar is aan minderheidsbelangen wordt opgenomen als deel van de minderheidsbelangen. Bij het afstoten van een buitenlandse activiteit moet het cumulatieve bedrag van de valutakoersverschillen dat verband houdt met die buitenlandse activiteit, opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten en verwerkt in de afzonderlijke component van het eigen vermogen, worden overgeboekt van het eigen vermogen naar de winst- en verliesrekening (als een herclassificatie-aanpassing) op het ogenblik dat de winst of het verlies op de afstoting wordt opgenomen. Bij gedeeltelijke afstoting van een dochteronderneming die een buitenlandse activiteit omvat, moet de entiteit het evenredige deel van het cumulatieve bedrag van de valutakoersverschillen, opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten, toewijzen aan de minderheidsbelangen in die buitenlandse activiteit. Bij elke andere gedeeltelijke afstoting van een buitenlandse activiteit moet de entiteit alleen het evenredig deel van het cumulatieve bedrag van de valutakoers-verschillen, opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten, overboeken naar de winst- en verliesrekening. Elke vermindering van het belang in een buitenlandse activiteit wordt beschouwd als een gedeeltelijke afstoting van een buitenlandse activiteit, met uitzondering van verminderingen die leiden tot:
* het verlies van zeggenschap over een dochteronderneming die een buitenlandse activiteit omvat;
* het verlies van invloed van betekenis over een geassocieerde deelneming die een buitenlandse activiteit omvat; en
* het verlies van gezamenlijke zeggenschap over een overeenkomst waarover twee of meerdere partijen gezamenlijk zeggenschap uitoefenen.
Deze gedeeltelijke afnamen van belangen in buitenlandse activiteiten worden administratief verwerkt als afstotingen wat leidt tot een herclassificatie-aanpassing van de valutakoersverschillen op deze buitenlandse activiteiten, opgeno-men in de niet-gerealiseerde resultaten, naar de winst- en verliesrekening.
Opbrengsten uit contracten met klanten worden erkend volgens de principes zoals gestipuleerd in IFRS 15 Opbrengsten uit contracten met klanten. Deze standaard introduceert een vijfstappen aanpak in de bepaling van de methode voor het boeken van opbrengsten: als eerste stap dient het contract met de klant geïdentificeerd te worden, nadien dienen de prestatieverplichtingen in het contract bepaald te worden, in een derde stap dient de transactieprijs bepaald te worden, nadien wordt de transactieprijs toegewezen aan de prestatieverplichtingen in het contract en als laatste stap worden de opbrengsten geboekt wanneer de entiteit een prestatieverplichting vervult. De standaard bepaalt tevens dat de opbreng-sten dienen geboekt te worden op een bepaald moment of gespreid over een bepaalde periode. Opbrengsten worden netto – na belastingen, kortingen en rabatten – geregistreerd.
De Groep hanteert een verschillende aanpak wat betreft de erkenning in opbrengsten uit de verkoop van goederen, uit de verkoop van diensten en uit de verkoop van overeenkomsten waarin meerdere goederen en/of diensten samen aan de koper worden aangeboden. Opbrengsten uit de verkoop van goederen bevatten opbrengsten uit de verkoop van consumptiegoederen, chemica-liën, vervangingsonderdelen, apart verkochte apparatuur en softwarelicenties. Opbrengsten uit dienstverlening bevat diensten met betrekking tot de installatie, onderhoud en dienstverlening na verkoop. De Groep sluit tevens overeen-komsten af waarin meerdere goederen en/of diensten samen aangeboden worden aan de koper (‘multiple-element arrangements’). Deze overeenkomsten omvatten de verkoop van software, licenties, hardware, installatiediensten, onderhoud en dienstverlening na verkoop.
De aan klanten gefactureerde vervoerskosten worden geboekt in opbreng-sten in de periode.
Omzet uit de verkoop van goederen wordt erkend op het moment dat de controle van de goederen overgaat op de klant en wanneer er geen onzekerheid bestaat omtrent de inning van de verkoopprijs. In de bepaling of de inning van de verkoopprijs al dan niet waarschijnlijk is, houdt de Groep rekening met de kredietwaardigheid van de klant en diens intentie tot betalen van de verkoopprijs op vervaldag. Omzet uit de verkoop van goederen wordt onder de huidige IFRS 15 standaard erkend op een specifiek tijdstip, zijnde het moment van levering rekening houdend met de geldende incoterms. Omzet uit de verkoop van apart verkochte softwarelicenties wordt erkend op een specifiek tijdstip, zijnde op het moment van de levering van de source key aan de klant. Opbrengstenerkenning op een speci-fiek tijdstip is terecht daar de Groep de klant toegang verleend tot de software op een specifiek moment en het recht verleend tot gebruik van de intellectuele eigendom zoals deze bestaat op een specifiek moment. In geval dat er volumekortingen aangeboden worden aan de klanten, wordt er een inschatting gemaakt van de verwachte volumekorting op basis van historische consumptiepatronen van de klanten. Het bedrag van de variabele verkoopprijs is gebaseerd op de ‘most likely amount’-methode. Wanneer er verwacht wordt dat de vooropgezette aan-koopvolumes zullen behaald worden door de klant, wordt de omzet erkend aan een waarde die rekening houdt met de verwachte volumekorting en wordt er een contractuele verplichting verbonden aan contracten met klanten geboekt.
In overeenstemming met de huidige IFRS 15 wordt de omzet uit dienstverlening erkend over de looptijd van het contract aangezien de klant gelijktijdig de voordelen van deze dienstverlening ontvangt en consumeert. Omzet met betrekking tot installatie en implementatie van de softwarelicentie wordt erkend op basis van de reeds gepresteerde kosten. De vooruitgang wordt gemeten aan de hand van inputparameters zijnde de reeds gepresteerde arbeidskosten in vergelijking tot de ingeschatte arbeidskosten. In de gevallen waarbij de Groep meerdere diensten gelijktijdig aan-biedt, zal de omzet over de verschillende diensten verdeeld worden gebaseerd op de verkoopprijs die van toepassing is wanneer deze diensten apart verkocht worden.
De Groep sluit tevens overeenkomsten af waarin meerdere goederen en/of diensten samen aangeboden worden aan de koper (‘multiple-element arrangements’). Deze overeenkomsten omvatten de verkoop van software, licenties, hardware, installatiediensten, onderhoud en dienstverlening na verkoop. Voor overeenkomsten die geen substantieve aanpassing van de software vergen, kwalificeert elk onderdeel als een aparte prestatieverplichting. De totale verkoopprijs wordt toegewezen aan de verschillende prestatieverplichtingen op basis van hun verkoopprijs wanneer ze apart verkocht worden. In het geval dat kortingen toegekend worden, worden deze proportioneel toege-kend aan elke prestatieverplichting op basis van hun prijs wanneer ze apart verkocht worden.# Binnen de segmenten HealthCare IT en Radiology Solutions vereisen de meeste overeenkomsten waarin meerdere goederen en/of diensten samen aangeboden worden, geen significante aanpassingen van het softwaregedeelte en geen programmatie op maat van de koper. Het deel van de verkoopprijs toegewezen aan de hardwarecomponent wordt in omzet erkend op het moment dat deze geleverd is aan de koper en toegevoegde waarde creëert. De hardwarecomponent wordt als een aparte prestatieverplichting beschouwd aangezien de overige componenten van de overeenkomst geen transformaties aanbrengen aan de hardware. Het deel van de softwarecomponent wordt in omzet erkend na succesvolle installatie in de lokalen van de koper en acceptatie door de koper. De softwarecomponent wordt beschouwd als een aparte prestatieverplichting aangezien de koper de software kan gebruiken met diensten en/of goederen die vrij verkrijgbaar zijn op de markt. Gezien de Groep de klant toegang verleent tot de licentie op een specifiek tijdstip en een gebruiksrecht verleend tot de licentie zoals ze ontwikkeld werd op een specifiek tijdstip, wordt de omzet uit deze licenties eveneens erkend op een specifiek tijdstip. Omzet met betrekking tot installatie en implementatie van de softwarelicentie wordt erkend op basis van de reeds gepresteerde kosten. De vooruitgang wordt gemeten aan de hand van inputparameters zijnde de reeds gepresteerde arbeidskosten in vergelijking met de ingeschatte arbeidskosten. In gevallen waarbij de klant additionele garanties aankoopt, zijnde garanties bovenop de wettelijke garanties die gegeven worden of waarbij een langere garantieperiode dan deze wettelijke voorzien wordt aangekocht (‘extended warranty’), wordt dit beschouwd als een aparte prestatieverplichting in een overeenkomst waarbij meerdere goederen en diensten samen worden aangeboden. Omzet erkend waarvoor nog geen facturatie plaatsgevonden heeft, wordt geboekt als contractuele activa verbonden aan contracten met klanten. Ontvangen vooruitbetalingen waarvoor nog geen omzet erkend werd, wordt geboekt als contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten. In het bedrijfssegment HealthCare IT biedt de Groep tevens ‘Software as a Service’ overeenkomsten aan. In deze overeenkomsten worden producten en diensten aangeboden door middel van ‘cloud computing’ onder een abonnementsmodel of een betaal-per-gebruiksmodel. Agfa biedt toegang aan tot de software zoals ze bestaat gedurende de licentieperiode. De ‘cloud’-component is een dienst naar de klant toe die toegang krijgt tot de software op basis van de behoefte over het internet of een speciale lijn. Opbrengsten uit deze modellen wordt gespreid erkend over de looptijd op een betaal-per-gebruiksbasis. Binnen het segment Digital Print en Chemicals worden de opbrengsten uit de verkoop van apparatuur die significante installatie vereisen in opbrengsten geboekt nadat de installatie in overeenstemming met alle contractuele bepalingen is voltooid en de machine gebruiksklaar is voor de koper. De machine en installatiediensten zijn zeer nauw met elkaar verbonden en worden bijgevolg behandeld als één prestatieverplichting, die in opbrengst wordt erkend op het moment van succesvolle installatie bij de koper. Opbrengsten uit de verkoop van kleinere installaties die geen significante installatie vereisen wordt erkend wanneer de klant controle verkrijgt over de goederen.
199
Voor de boekhoudkundige behandeling van pensioen- en soortgelijke verplichtingen maakt IFRS een onderscheid tussen toegezegde bijdrageregelingen en toegezegdpensioenregelingen. De classificatie is afhankelijk van de partij – Onderneming of werknemer – die het actuarieel en investeringsrisico draagt. Bij een toegezegde bijdrageregeling draagt de werknemer alle risico’s en dient de Onderneming bijgevolg – met uitzondering van de te betalen bijdragen – geen verplichting op te nemen in de balans, behalve voor het onbetaalde deel van de bijdragen. Bij toegezegdpensioenregelingen draagt de Onderneming het actuarieel en investeringsrisico en erkent bijgevolg een verplichting in de balans.
De bijdragen voor toegezegde bijdrageregelingen worden als kost opgenomen in de winst- en verliesrekening wanneer ze verschuldigd zijn. Deze kosten worden in de winst- en verliesrekening toegewezen aan hun verschillende functies: kostprijs van verkopen, kosten van onderzoek en ontwikkeling, verkoop- en algemene beheerskosten, op basis van de functionele kostenplaatsen waar de betrokken werknemers aan toegewezen zijn.
Vanaf 31 december 2016 is de boekhoudkundige verwerking van toegezegde bijdrageregelingen met gewaarborgd rendement in lijn gebracht met de boekhoudkundige behandeling van toegezegdpensioenregelingen.
De boekwaarde op de balans van toegezegdpensioenregelingen wordt bepaald als de contante waarde van de bruto-verplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen verminderd met de reële waarde van fondsbeleggingen. Wanneer deze berekening een nettosurplus oplevert, dan wordt de waarde van het hieruit resulterend opgenomen actief begrensd tot het totaal van de contante waarde van de economische voordelen die beschikbaar zijn in de vorm van terugbetalingen uit de regeling of verlagingen van toekomstige bijdragen aan de regeling. De contante waarde van de brutoverplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen (DBO) en de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten worden door een gekwalificeerd actuaris berekend volgens de ‘Projected Unit Credit’-methode (PUC). Volgens deze methode worden de toekomstige jaarlijkse uitkeringen verdisconteerd aan een veronderstelde interestvoet. De totale verplichting die hieruit voortvloeit wordt vervolgens toegerekend aan de verstreken diensttijd – die de DBO vertegenwoordigt – en aan het huidige dienstjaar – die de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten vertegenwoordigen. De te gebruiken interestvoet is de disconteringsvoet gebaseerd op interestvoeten op bedrijfsobligaties met een hoge rating die een looptijd hebben die deze van de brutoverplichtingen van de Groep benaderen. Bij het bepalen van de contante waarde van de brutoverplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen (DBO) wordt rekening gehouden met toekomstige aanpassingen in salarissen en pensioenuitkeringen. De DBO omvat tevens de contante waarde van belastingen betaalbaar op de bijdragen voor het plan of op vergoedingen betreffende geleverde diensten. Wat de toepassing van de PUC-methode voor Belgische toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement betreft wordt hierna bijkomende informatie verstrekt.
Het bedrag dat in de winst- en verliesrekening wordt geboekt, bestaat uit de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, de pensioenkosten van verstreken diensttijd, het effect van een inperking of afwikkeling van een toegezegdpensioenregeling, de interest op de nettoverplichting en administratieve kosten en belastingen. De aan het
200
TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
dienstjaar toegerekende pensioenkosten evenals administratieve kosten die geen verband houden met het beheer van de fondsbeleggingen worden toegewezen aan de kosten volgens hun functie: kostprijs van verkopen, kosten van onderzoek en ontwikkeling, verkoopkosten en algemene beheerskosten, op basis van de functionele kostenplaatsen waar de betrokken werknemers aan toegewezen zijn. Pensioenkosten van verstreken diensttijd en winsten of verliezen op de inperking of afwikkeling van een toegezegdpensioenregeling worden erkend in ‘Overige bedrijfsopbrengsten,’ respectievelijk ‘Overige bedrijfskosten’ op het moment dat de inperking of afwikkeling plaatsvindt. Administratieve kosten die verbonden zijn aan het beheer van fondsbeleggingen en belastingen die rechtstreeks gelinkt zijn aan het rendement van de fondsbeleggingen en die door het plan worden gedragen, zijn mee begrepen in het rendement op de fondsbeleggingen en worden opgenomen in de ‘Niet-gerealiseerde resultaten, na winstbelastingen’. De interest op de nettoverplichting van toegezegdpensioenregelingen wordt in de winst- en verliesrekening opgenomen onder ‘Overige financieringskosten’. Ze wordt berekend door de disconteringsvoet die gebruikt wordt voor de berekening van de contante waarde van de brutoverplichting toe te passen op de nettoverplichting. De interest op de nettoverplichting wordt uitgesplitst over de interestopbrengsten op fondsbeleggingen en interestkosten op de contante waarde van de brutoverplichting. Het verschil tussen de interestopbrengsten en het reële rendement op fondsbeleggingen wordt weergegeven in de balans onder ‘Saldo van de herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen geboekt in het eigen vermogen’ en in de 'Niet-gerealiseerde resultaten na winstbelastingen'. Naast het verschil tussen het reële rendement op fondsbeleggingen en de berekende interestopbrengsten op fondsbeleggingen omvatten de ‘Saldo van de herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen geboekt in het eigen vermogen’ de actuariële winsten en verliezen die bijvoorbeeld resulteren uit een aanpassing van de aanname inzake disconteringsvoet. Al deze effecten uit herwaarderingen worden getoond in de ‘Niet-gerealiseerde resultaten, na winstbelastingen’.
Belgische toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement vallen onder toepassing van de wet van april 2003 op de aanvullende pensioenen. Volgens artikel 24 van deze wet hebben aangeslotenen recht op een minimum rendement op bijdragen betaald door hetzij de organisator van het plan hetzij de werknemer.# 50.4.2 Toegerekende Pensioenverplichtingen
Een aantal voorwaarden opgenomen in deze wet, zoals het wettelijk minimum rendement, werden aangepast bij wet van 18 december 2015. In lijn met de waardering gehanteerd voor ‘zuivere’ toegezegdpensioenregelingen, wordt de verplichting uit hoofde van toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement voortaan bepaald als het verschil tussen de contante waarde van de brutoverplichtingen (DBO) en de reële waarde van fondsbeleggingen. Vanaf 31 december 2016 worden de contante waarde van de brutoverplichtingen (DBO) en de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten door een gekwalificeerd actuaris berekend volgens de ‘Projected Unit Credit’-methode (PUC). Voor de algemene principes van deze methode verwijzen we naar de toelichting opgenomen onder ‘Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding.’
In de Belgische entiteiten van de Groep voorzien alle verzekerde plannen in een vast gegarandeerd rendement tot aan pensionering (de zogenoemde ‘Tak 21’ verzekerde producten). Afhankelijk van de aard van het verzekerd plan wordt de contante waarde van de brutoverplichtingen bepaald inclusief of exclusief toekomstige bijdragen en hun toekomstig gewaarborgd rendement tot pensionering of beëindiging van deelname aan het plan. Voor het ‘Top Performance Plan’ werden geen toekomstige bijdragen in aanmerking genomen, voor alle andere ‘Tak 21’ verzekerde producten worden recurrente bijdragen betaald en bijgevolg ook in de actuariële berekeningen in aanmerking genomen.
Vergelijkbaar met de Belgische toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement worden de toegezegdebijdrageregelingen in Zwitserland verwerkt zoals een toegezegdpensioenregeling volgens IAS 19. Bij de waardering van de fondsbeleggingen van de Zwitserse DC-regelingen passen we Paragraaf 115 van IAS19 toe. Paragraaf 115 van IAS19 is van toepassing op de waardering van de activa van pensioenregelingen waarbij de verplichtingen worden afgedekt door verzekeringscontracten die overeenkomen met de hoogte en het tijdstip van sommige of alle uitkeringen die uit hoofde van de regeling verschuldigd zijn. In dergelijke situaties wordt de waarde van de verzekeringscontracten gelijkgesteld aan de contante waarde van de gerelateerde verplichtingen (gewaardeerd op basis van de IAS19 veronderstellingen, en in het bijzonder wordt de IAS19 disconteringsvoet gebruikt in de berekening van de contante waarde van de toekomstige uitkeringen).
Voor Belgische plannen worden de fondsbeleggingen van het Fabriekspensioen gewaardeerd tegen de reële waarde van de fondsbeleggingen op de berekeningsdatum. Voor alle andere plannen volgt de waardering van fondsbeleggingen de zogenaamde “Paragraaf 113” methode, in overeenstemming met paragraaf 113 van de IAS19 standaard. Deze benadering bepaalt de reële waarde van fondsbeleggingen als de contante waarde van verzekerde uitkeringen die door verzekeraars worden verstrekt. Deze verzekerde uitkeringen zijn gebaseerd op de rentegaranties die verzekeraars bieden op bijdragen uit het verleden, geldig tot de vervaldatum van het contract. De berekening van de contante waarde maakt gebruik van een disconteringsvoet die is afgeleid van obligaties met enkelvoudige A-rating die het risico van de verzekeraars weerspiegelt. Per ultimo 2024 is deze rentevoet vastgesteld op 3,75%, wat 0,40% hoger is dan de rentevoet die wordt gebruikt voor de berekening van de toegezegd pensioenverplichting.
Ontslagvergoedingen worden opgenomen als een verplichting en als een last wanneer een groepsonderneming zich aantoonbaar heeft verbonden tot ofwel:
* het beëindigen van de tewerkstelling van een werknemer of groep van werknemers vóór de normale pensioendatum; of
* de betaling van ontslagvergoedingen als gevolg van een aanbod ter aanmoediging van vrijwillige pensionering en in de mate dat het waarschijnlijk is dat de werknemers het aanbod zullen aanvaarden.
Wanneer ontslagvergoedingen verschuldigd zijn na twaalf maanden volgend op de rapporteringsdatum, dan worden ze verdisconteerd aan een disconteringsvoet gelijk aan het marktrendement op rapporteringsdatum van bedrijfsobligaties van hoge kredietwaardigheid met een resterende looptijd die consistent is met de termijn van de verplichtingen van de Groep. De interestimpact van de afwikkeling en waardering van ontslagvergoedingen aan de op balansdatum geldende disconteringsvoeten wordt in de winst- en verliesrekening opgenomen onder ‘Overige financieringskosten.’ De impact van toe- en afnamen van de verplichtingen van de Groep betreffende ontslagvergoedingen wordt opgenomen onder ‘Overige bedrijfskosten’ – Reorganisatiekosten.
De nettoverplichting van de Groep uit hoofde van langetermijnpersoneelsbeloningen andere dan bedrijfspensioenplannen, levensverzekeringsplannen en plannen voor medische bijstand is de waarde van de toekomstige voordelen die de werknemers opgebouwd hebben tengevolge geleverde prestaties in huidige en voorgaande perioden. Deze verplichting wordt berekend op basis van de ‘Projected Unit Credit’-methode en wordt verdisconteerd om de contante waarde te bepalen en de reële waarde van hiermee samenhangende activa wordt hierop in mindering gebracht. De gebruikte disconteringsvoet is het marktrendement op rapporteringsdatum van bedrijfsobligaties van hoge kredietwaardigheid met een resterende looptijd die consistent is met de geschatte looptijd van de verplichtingen van de Groep.
In tegenstelling tot de boekhoudkundige verwerking van toegezegdpensioenregelingen worden herwaarderingen van overige langetermijnpersoneelsbeloningen niet getoond in het overzicht van de niet-gerealiseerde resultaten, maar geboekt in de winst- en verliesrekening.
De verplichtingen uit hoofde van kortetermijnpersoneelsbeloningen worden gewaardeerd op een niet-verdisconteerde basis. Ze worden in de winst- en verliesrekening opgenomen in de periode waarin de gerelateerde prestaties worden geleverd. Een verplichting wordt opgenomen voor de personeelsbeloningen die betaalbaar zijn binnen de twaalf maanden op voorwaarde dat de Groep een bestaande in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft om dergelijke betalingen te doen als gevolg van verleende prestaties in het verleden en indien de verplichting op een betrouwbare manier kan worden bepaald.
De Groep heeft op aandelen gebaseerde beloningen toegekend aan haar CEO en een groep van sleutelpersoneelsleden onder de vorm van een langetermijn variabele compensatie vervat in een stock optie plan. Dit plan kan resulteren in een bijkomende cash bonus. In de op aandelen gebaseerde beloningsverrichtingen participeren de betrokken personen in de evolutie van de waarde van het onderliggend instrument, zijnde de aandelen van Agfa-Gevaert NV en de betaling in cash is gebaseerd op de koers of waarde van het aandeel. Betreffende ‘Share appreciation rights’ geven maar recht op vergoeding wanneer de betrokken persoon gedurende een specifieke periode is tewerkgesteld (kort ‘wachtperiode’ genoemd). Daarom erkent de Onderneming de kost van de beloning en de daaruit voortvloeiende verplichting, over de looptijd van voornoemde wachtperiode. De verplichting wordt initieel en gedurende voornoemde looptijd, telkens op het einde van een rapporteringsperiode, gewaardeerd aan de reële waarde van de ‘Share Appreciation Rights’ bepaald aan de hand van een aandelenoptiemodel en in de mate van de door de werknemers geleverde dienstprestaties. Wijzigingen in de reële waarden worden erkend in de winst- en verliesrekening. Zowel de kost bij initiële waardering als de impact van de wijzigingen in de reële waarde worden opgenomen als kost van personeelsbeloningen. Het gehanteerde optiewaarderingsmodel is ‘Black-Scholes.’
Kosten van onderzoek worden voor boekhoudkundige doeleinden gedefinieerd als kosten gemaakt voor huidige of geplande onderzoeken met het oog op het verschaffen van nieuwe wetenschappelijke of technische kennis en inzichten. Ontwikkelingskosten worden gedefinieerd als kosten gemaakt om de onderzoeksbevindingen of de gespecialiseerde kennis aan te wenden voor het uitdenken of plannen van de productie, levering of ontwikkeling van nieuwe of substantieel verbeterde producten, diensten of processen alvorens deze in productie of gebruik te nemen.
Kosten van onderzoek en ontwikkeling in de Agfa-Gevaert Groep betreffen zowel interne onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten als verschillende samenwerkingen op het vlak van onderzoek en ontwikkeling en allianties met derde partijen. Kosten van onderzoek en ontwikkeling omvatten, in het bijzonder, de lopende kosten voor de onderzoeks- en ontwikkelingsdepartementen zoals personeelskosten, materiaalkosten en afschrijving van vaste activa alsook de kosten van laboratoria, faciliteiten voor de ontwikkeling van toepassingen, engineering en andere departementen die onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten verrichten, kosten voor het contact met universiteiten en wetenschappelijke instellingen en de kosten van onderzoeks- en ontwikkelingswerk voor rekening van derden. Onderzoekskosten kunnen niet worden geactiveerd.# TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Financieringsbaten (-kosten) – netto omvatten rente verschuldigd op leningen en ontvangen rente op beleggingen. Zij bevatten ontvangen en betaalde interesten met betrekking tot elementen opgenomen in de netto financiële schuldpositie. De netto financiële schuldpositie wordt gedefinieerd als de som van langlopende en kortlopende rentedragende verplichtingen en leaseverplichtingen verminderd met geldmiddelen en kasequivalenten.
Overige financieringsbaten (-kosten) – netto omvatten:
* ontvangen en betaalde interesten met betrekking tot overige activa en verplichtingen die geen deel uitmaken van de netto financiële schuldpositie zoals de interest op de nettoverplichting wegens vergoedingen na uitdiensttreding en de interestcomponent van ontslagvergoedingen geheel of gedeeltelijk betaalbaar na twaalf maanden;
* valutakoersverschillen uit niet-operationele activiteiten;
* winsten en verliezen uit de herwaardering van derivaten die een economische indekking zijn van niet-operationele activiteiten;
* het ineffectieve gedeelte van kasstroomafdekkingen die niet-operationele activiteiten indekken;
* bijzondere waardeverminderingsverliezen geboekt op financiële activa;
* resultaten op de verkoop van effecten beschikbaar voor verkoop;
* herwaardering van de uitgestelde variabele overnameprijs van overnames; en
* andere niet-operationele kosten en opbrengsten.
Inkomsten uit rente worden pro rata temporis in de winst- en verliesrekening opgenomen rekening houdend met het effectieve rendement van het actief. Inkomsten uit dividenden worden in de winst- en verliesrekening opgenomen op de dag dat het dividend wordt toegekend. Alle rentelasten en andere financieringskosten in verband met leningen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen naarmate ze ontstaan op basis van de effectieve rentemethode. De rentelastcomponent van de betalingen voor leaseovereenkomsten wordt in de winst- en verliesrekening opgenomen op basis van de effectieve rentemethode. De interest op de nettoverplichting wegens vergoedingen na uitdiensttreding wordt berekend door de disconteringsvoet die gebruikt wordt voor de berekening van de contante waarde van de brutoverplichting toe te passen op de nettoverplichting. Zowel de bruto- als nettoverplichting bij aanvang van de rapporteringsperiode wordt als basis genomen waarbij rekening wordt gehouden met wijzigingen in de nettoverplichting tijdens de rapporteringsperiode als gevolg van bijdragen en uitkeringen. De interestcomponent van langetermijnontslagvergoedingen omvat de impact van de afwikkeling van de verplichting evenals de impact van de gewijzigde disconteringsvoet.
De winstbelastingen omvatten de over het boekjaar verschuldigde en verrekenbare belastingen en de uitgestelde belastingen. Beide belastingen worden in de winst- en verliesrekening geboekt behalve in die gevallen waar het bestanddelen betreft die deel uitmaken van de niet-gerealiseerde resultaten. In dit laatste geval verloopt de opname via de niet-gerealiseerde resultaten of in het geval van bedrijfscombinaties waarbij de opname verloopt via goodwil. Bij de bepaling van de over het boekjaar verschuldigde en verrekenbare winstbelastingen en uitgestelde winstbelastingen houdt de Groep rekening met het effect van onzekere belastingposities en de vraag of er nog verdere belastingen en rente verschuldigd zijn.
Overige belastingvorderingen en schulden hebben betrekking op overige belastingen zoals BTW, onroerend goed belasting en andere indirecte belastingen. Ze worden gewaardeerd aan kostprijs. Overige belastingvorderingen en schulden worden gecompenseerd in de balans wanneer ze geheven worden door dezelfde belastingautoriteit en afgelost worden op een nettobasis en er een wettelijk recht is om deze te compenseren.
Onder de over de verslagperiode verschuldigde en verrekenbare belastingen verstaat men deze die drukken op de fiscale winst van het boekjaar, berekend tegen de belastingtarieven die van kracht zijn op de balansdatum, evenals de aanpassingen aan de belastingen die verschuldigd zijn over de vorige boekjaren. Bijkomende winstbelastingen die ontstaan uit de uitkering van dividenden worden geboekt op hetzelfde moment als de verplichting voor uitbetaling van het desbetreffende dividend. Verschuldigde winstbelastingen met betrekking tot de lopende en voorgaande perioden, voor zover deze nog onbetaald zijn, worden erkend als schulden. Ingeval het reeds betaalde bedrag aan winstbelastingen groter is dan het verschuldigde bedrag voor die perioden, dan wordt dit overschot gepresenteerd als een actief.
De uitgestelde belastingen worden berekend volgens de ‘balance sheet’-methode en komen vooral voort uit de verschillen tussen de boekwaarde van activa en verplichtingen in de balans en de fiscale boekwaarde ervan (tijdelijke verschillen). Er wordt echter geen rekening gehouden met de volgende verschillen:
* belastbare verschillen bij de eerste opname van goodwill;
* de eerste opname van een actief of verplichting in een transactie die geen bedrijfscombinatie is en op het moment van de transactie geen invloed heeft op de winst vóór belasting of op de fiscale winst (het fiscale verlies); en
* tijdelijke verschillen met betrekking tot investeringen in dochterondernemingen in de mate dat zij waarschijnlijk niet zullen afgewikkeld worden in de nabije toekomst.
Het bedrag van de uitgestelde belastingen is gebaseerd op de verwachtingen met betrekking tot de realisatie van de boekwaarde van de activa en verplichtingen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de belastingtarieven (en de belastingwetgeving) waarvan het wetgevingsproces (materieel) is afgesloten op de balansdatum. Een uitgestelde belastingvordering wordt enkel opgenomen in de balans indien het voldoende zeker is dat de verrekenbare tijdelijke verschillen, de ongebruikte belastingfaciliteiten en de ongebruikte voorwaartse verliescompensatie in de toekomst met fiscale winsten kunnen worden verrekend. Uitgestelde belastingvorderingen worden verminderd naarmate het niet langer waarschijnlijk is dat de belastingbesparing zal kunnen worden gerealiseerd. Uitgestelde belastingvorderingen en -schulden worden gecompenseerd in de balans indien de entiteit een wettelijk recht heeft om verschuldigde winstbelastingen netto af te rekenen en indien de uitgestelde belastingbedragen geheven worden door dezelfde belastingsautoriteit en de entiteit de intentie heeft om de vordering en de verplichting op hetzelfde moment te innen en te betalen.
Goodwill wordt na eerste opname gewaardeerd tegen kostprijs, verminderd met geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. Voor geassocieerde deelnemingen die volgens de ‘equity’-methode worden gewaardeerd, wordt het bedrag van de goodwill opgenomen in de boekwaarde van de investering. Eventuele bijzondere waardeverminderingsverliezen worden eveneens opgenomen in de boekwaarde van de geassocieerde deelneming.
Immateriële vaste activa met beperkte gebruiksduur worden gewaardeerd aan kostprijs verminderd met geaccumuleerde afschrijvingen en geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. Kosten van onderzoek en ontwikkeling worden als een kost in de winst- en verliesrekening opgenomen in de periode waarin zij worden gemaakt, met uitzondering voor bepaalde kosten van ontwikkeling, welke op de balans worden opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat het ontwikkelingsproject een succes zal zijn en wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan zoals technische uitvoerbaarheid en het kunnen aantonen dat het ontwikkelingsproject waarschijnlijke toekomstige economische voordelen zal genereren. Kosten van ontwikkeling opgenomen op de balans worden afgeschreven op een systematische manier over hun geschatte gebruiksduur. In overeenstemming met IFRS 3 Bedrijfscombinatiesis de kostprijs van een immaterieel actief verworven in een bedrijfscombinatie de reële waarde van het immaterieel actief op overnamedatum. De reële waarde van een immaterieel actief weerspiegelt de marktverwachtingen over de waarschijnlijkheid dat toekomstige economische voordelen, vervat in het actief, naar de entiteit zullen toevloeien.
Uitgaven na eerste opname worden onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen. Ze worden echter wel geactiveerd indien ze resulteren in een verhoging van het toekomstig economisch nut van de respectieve materiële vaste activa.
Immateriële activa met een beperkte gebruiksduur, zoals verworven technologie en klantenrelaties worden afgeschreven volgens de lineaire methode over de geschatte gebruiksduur, over het algemeen een periode van vijf tot vijftien jaar. Afschrijvingsmethode, gebruiksduur en restwaarde worden op rapporteringsdatum telkens opnieuw beoordeeld en indien nodig aangepast.# 50.10 MATERIËLE VASTE ACTIVA
De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen kostprijs, verminderd met geaccumuleerde afschrijvingen en geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. De kostprijs van een materieel vast actief omvat:
• de aankoopprijs, met inbegrip van invoerrechten en niet-restitueerbare belasting op de opbrengsten;
• alle rechtstreeks toerekenbare kosten om het actief op de locatie en in de staat te krijgen die noodzakelijk is om te functioneren op de door het management beoogde wijze;
206 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
• de eerste schatting van de kosten van ontmanteling en verwijdering van het actief, en van het herstel van het terrein waar het actief zich bevindt; de verplichting hiervoor wordt door de entiteit aangegaan wanneer het actief wordt verkregen, of ontstaat als gevolg van het gebruik gedurende een bepaalde periode voor andere doeleinden dan de productie van voorraden tijdens die periode;
• geactiveerde financieringskosten.
Voor zelfvervaardigde materiële vaste activa omvatten de rechtstreeks toerekenbare kosten de directe materiaalkost, directe fabricagekosten, een evenredig deel van de vaste kosten van materiaal en fabricage en een evenredig deel van de afschrijvingen van activa gebruikt bij de vervaardiging. De kostprijs omvat tevens een evenredig deel van de kosten voor het bedrijfspensioenplan, andere vrijwillige personeelsbeloningen van de Onderneming en geactiveerde financieringskosten.
Uitgaven voor de herstellingen en onderhoud van materiële vaste activa worden onmiddellijk in de winst- en verlies-rekening opgenomen. Ze worden echter wel geactiveerd indien ze resulteren in een verhoging van het toekomstig economisch nut van de respectieve materiële vaste activa.
Materiële vaste activa worden vanaf datum van ingebruikname afgeschreven volgens de lineaire methode over de gebruiksduur van het actief. Voor materiële vaste activa aangehouden op grond van leaseovereenkomsten stemt de afschrijvingsperiode overeen met de gebruiksduur of met de looptijd van de leaseovereenkomst, indien korter.
De geschatte gebruiksduur van de respectieve activa is de volgende:
| Gebouwen | 20 tot 50 jaar |
| Andere bouwwerken | 10 tot 20 jaar |
| Bedrijfsinstallaties | 6 tot 20 jaar |
| Machines en uitrusting | 6 tot 12 jaar |
| Laboratorium- en onderzoekinstallaties | 3 tot 5 jaar |
| Rollend materieel | 4 tot 8 jaar |
| Computermaterieel | 3 tot 5 jaar |
| Bedrijfs- en kantooruitrusting | 4 tot 10 jaar |
De afschrijvingsperiode, economische levensduur en restwaarde van vaste activa worden op geregelde tijdstippen geëvalueerd en aangepast indien nodig.
De Groep classificeert een vast actief (of een groep activa die wordt afgestoten) als aangehouden voor verkoop wanneer zijn boekwaarde hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd in een verkooptransactie en niet door het voort-gezette gebruik ervan. Dit is evenwel alleen van toepassing wanneer het vast actief (of een groep activa die wordt afgestoten) onmiddellijk in zijn huidige toestand verkoopbaar is onder voorwaarden die gebruikelijk zijn bij dergelijke verkoop en de verkoop bovendien zeer waarschijnlijk is.
207 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Onmiddellijk voordat het actief voor het eerst wordt geclassificeerd als aangehouden voor verkoop waardeert de Groep de boekwaarde van het actief (of van alle activa en verplichtingen in de Groep) overeenkomstig met de van toepassing zijnde IFRS. Bij de initiële classificatie als aangehouden voor verkoop, worden vaste activa en groepen van activa die worden afgestoten, gewaardeerd tegen de laagste waarde van hun boekwaarde en hun reële waarde minus de verkoopkosten. Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden opgenomen voor elke eerste of latere afschrij-ving van een actief (of een groep activa die wordt afgestoten) tot de reële waarde minus verkoopkosten. Vaste activa aangehouden voor verkoop worden niet langer afgeschreven.
Financiële activa omvatten investeringen in obligaties en aandelen van een ander bedrijf, geldmiddelen, gegeven leningen, handelsvorderingen, vorderingen uit leaseovereenkomsten en overige vorderingen evenals derivaten. Leningen en vorderingen worden in de balans opgenomen op het moment dat ze geïnitieerd worden. Alle andere financiële activa neemt de Groep op in haar balans op de transactiedatum, op het moment dat de Groep zich verbindt aan de contractuele bepalingen van het instrument. Bij eerste opname wordt een handelsvordering zonder signifi-cante financieringscomponent gewaardeerd aan reële waarde vermeerderd met direct toewijsbare transactiekosten. Transactiekosten met betrekking tot financiële activa en verplichtingen gewaardeerd aan reële waarde met waarde-veranderingen geboekt in de winst- en verliesrekening, worden geboekt in de winst- en verliesrekening. De Groep neemt een financieel actief niet langer in de balans op vanaf het moment dat de contractuele rechten op de kasstro-men uit het financieel actief aflopen of de Groep de contractuele rechten op de ontvangst van de kasstromen uit het financieel actief overdraagt in een transactie waarbij de risico’s en voordelen van eigendom van het financieel actief overgedragen worden. Indien de entiteit nagenoeg alle risico’s en voordelen van eigendom van het financieel actief niet overdraagt, noch behoudt, moet de entiteit vaststellen of zij zeggenschap over het financieel actief heeft behouden. In geval van verlies van zeggenschap mag de entiteit het financieel actief niet langer in de balans opnemen. Financiële activa en verplichtingen worden netto in de balans opgenomen, uitsluitend wanneer de Groep beschikt over een wettelijk recht om de bedragen netto voor te stellen en zij de intentie heeft om de betreffende activa en verplichtingen hetzij gelijktijdig hetzij netto af te wikkelen. De Groep houdt de volgende categorieën aan van niet-afgeleide financiële instrumenten: financiële activa aan geamortiseerde kostprijs en financiële activa aan reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten. De classifica-tie is gebaseerd op het ondernemingsmodel van waaruit de activa beheerd worden en op de kenmerken van hun kasstromen.
A. Financiële activa aan geamortiseerde kostprijs
Na eerste opname worden de financiële activa gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs wanneer het aangehouden wordt in een bedrijfsmodel met als objectief om financiële activa aan te houden teneinde de contractuele kasstromen van de activa te innen; en wanneer de financiële activa contractueel recht geven op de ontvangst van kasstromen op specifieke data enkel ten belope van de hoofdsom en de interesten op het openstaand saldo. De vorderingen van de Groep, zijnde handelsvorderingen, vorderingen uit leaseovereenkomsten en overige vorde-ringen, en geldmiddelen en kasequivalenten voldoen allemaal aan de definitie en worden bijgevolg gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs.
B. Financiële activa aan reële waarde via de niet-gerealiseerde winsten (FVOCI)
Een schuldinstrument wordt gewaardeerd aan reële waarde via de niet-gerealiseerde winsten wanneer het aangehou-den wordt in een bedrijfsmodel met als objectief om financiële activa aan te houden teneinde de contractuele kas-stromen van de activa te innen alsook de financiële activa te verkopen; en wanneer de financiële activa contractueel
208 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
recht geven op de ontvangst van kasstromen op specifieke data enkel ten belope van de hoofdsom en de interesten op het openstaand saldo. Interestinkomsten worden berekend volgens de effectieve rentemethode; valutakoersverschil-len en bijzondere waardeverminderingsverliezen worden geboekt in de winst- en verliesrekening. Overige nettowin-sten en -verliezen worden geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten. Bij verkoop worden de winsten en verliezen uit de niet-gerealiseerde resultaten overgeboekt naar de winst- en verliesrekening. De Groep heeft een onherroepelijke keuze gemaakt om de investering in Dilli Illustrate Inc. te classificeren als aange-houden aan reële waarde via de niet-gerealiseerde winsten (FVOCI). De impact van de waardering na eerste opname van deze aandelenparticipatie wordt opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten onder de overige reserves. Dit item zal niet op een later tijdstip vanuit de niet-gerealiseerde resultaten in de winst- en verliesrekening worden opgenomen. De Groep houdt geen andere financiële activa aan in de categorie FVOCI.
Financiële verplichtingen omvatten niet-gecommiteerde bankschulden, ‘revolving’- en andere kredietfaciliteiten, handelsschulden en overige te betalen posten evenals derivaten. Financiële verplichtingen worden bij initieel opgeno-men in de balans op transactiedatum, zijnde het moment dat de Groep zich verbindt aan de contractuele bepalingen van het instrument. Bij eerste opname waardeert de Groep financiële verplichtingen aan reële waarde vermeerderd met de direct toewijsbare transactiekosten bij de uitgave van de financiële verplichting. Niet-afgeleide financiële verplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs met uitzondering van de financiële verplichtingen die hun oorsprong vinden in een overdracht van financiële activa die niet in aanmerking komt voor afboeking of wanneer er nog betrokkenheid bij het afgestoten financieel actief van toepassing is. De rentedragende verplichtingen worden na initiële opname gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs, waarbij het verschil tussen het initiële bedrag en het aflossingsbedrag pro rata temporis in de winst- en verliesreke-ning wordt opgenomen op basis van de effectieve rentemethode.# AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Wanneer een overdracht van financiële activa niet resulteert in afboeking van het actief omdat de entiteit de risico’s en voordelen van de eigendom van het betreffende actief behouden heeft, blijft de Groep het getransfereerde actief opnemen in de balans en erkent een financiële verplichting ten belope van de ontvangen vergoeding. Volgend op de eerste opname erkent de Groep een opbrengst op het getransfereerde actief en een kost op de financiële verplichting. Wanneer de Groep de wezenlijke risico’s en voordelen gekoppeld aan de eigendom van het getransfereerde actief noch overdraagt noch behoudt, blijft de entiteit het getransfereerde actief opnemen in de balans ten belope van de betrokkenheid van de entiteit en erkent tegelijkertijd een bijhorende verplichting. De betrokkenheid van de Groep in het getransfereerde actief is de mate waaraan zij aan wijzigingen in de waarde van het actief wordt blootgesteld. De waarde van het getransfereerde actief en daarbij horende verplichting wordt bepaald op basis van de rechten en verplichtingen die de entiteit heeft behouden. De bijhorende verplichting wordt gewaardeerd zodanig dat de netto-boekwaarde van het getransfereerde actief en bijhorende verplichting de geamortiseerde kostprijs is van de rechten en verplichtingen behouden door de Groep ervan uitgaande dat het getransfereerde actief aan geamortiseerde kost wordt gewaardeerd.
De Groep neemt een financiële verplichting niet langer op in haar balans wanneer de contractuele verplichtingen ophouden, ontbonden worden of aflopen. De Groep neemt een financiële verplichting niet langer op in geval de voorwaarden van de financiële verplichtingen aangepast werden en de kasstromen uit deze aangepaste financiële verplichting aanzienlijk verschillend zijn. In dat geval wordt de financiële verplichting gebaseerd op de aangepaste modaliteiten opgenomen aan reële waarde. Op het moment van de afboeking van de oorspronkelijke financiële verplichting wordt het verschil tussen de afgeboekte verplichting en het betaalde bedrag geboekt in de winst- en verliesrekening.
209 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
De Groep maakt gebruik van derivaten voor het beheer van wisselkoersrisico’s die voortvloeien uit de operationele, financiële en investeringsactiviteiten. De Groep gebruikt volgende types van derivaten: wisselkoers- en swap-contracten gebruikt als afdekkingsinstrument waarvoor ‘hedge accounting’ wordt toegepast en overige wisselkoersen en swap-contracten. De Groep gebruikt termijnwisselcontracten om de variabiliteit in te dekken van de kasstromen afkomstig van wisselkoersfluctuaties verbonden aan toekomstige verkopen en aankopen. Derivaten die niet aangeduid zijn als kasstroomafdekkingen worden opgenomen aan reële waarde met waardeveranderingen opgenomen in de winst- en verliesrekening. Derivaten worden initieel, op het ogenblik dat het derivaat wordt afgesloten, opgenomen aan reële waarde en vervolgens geherwaardeerd aan reële waarde. Wanneer ‘cashflow hedge accounting’ of ‘net investment hedge accounting’ wordt toegepast, wordt het effectieve deel van de winst of verlies opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten, het niet-effectieve deel wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening. Transactiekosten met betrekking tot financiële activa en passiva gewaardeerd aan reële waarde met waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening worden in de winst- en verliesrekening geboekt. De Groep heeft volgende categorieën van derivaten: derivaten aangeduid als kasstroomafdekkingen en derivaten die niet formeel aangeduid zijn als afdekkingsinstrumenten.
Termijnwisselcontracten en swapcontracten aangeduid als kasstroomafdekkingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde (afdekkingsinstrumenten). ‘Hedge accounting’ wordt toegepast op alle afdekkingsinstrumenten die voldoen aan alle voorwaarden opgelegd voor ‘hedge accounting’, waarvan de vereiste documentatie van de afdekkingsrelatie opgesteld is en er kan worden aangetoond en dat de afdekking effectief is. Wanneer ‘hedge accounting’ wordt toegepast, wordt het effectieve gedeelte van de reële waardeveranderingen opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten; het deel dat niet effectief is wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening. Wat ‘hedge accounting’ betreft, past de Groep de vereisten van IFRS 9 toe. Deze standaard vereist dat de aangeduide afdekkingstransacties in overeenkomst zijn met de objectieven van de Groep inzake risicobeheer en strategie en dat een meer kwalitatieve en toekomstgerichte benadering gebruikt wordt in het bepalen van de effectiviteit van de afdekkingstransactie. De Groep gebruikt termijnwisselcontracten om het valutarisico met betrekking tot zeer waarschijnlijke toekomstige verkopen in te dekken. Enkel de veranderingen in de reële waarde van het termijnwisselcontract ten gevolge van veranderingen in contantwisselkoersen worden aangeduid als effectief in kasstroomafdekkingen en worden bijgevolg erkend in niet-gerealiseerde resultaten. Overeenkomstig de IFRS 9 standaard zal het verschil tussen termijnkoers en contantkoers geboekt worden in de winst- en verliesrekening in de nettofinancieringslasten. De types van afdekkingsrelaties die de Groep momenteel aanduidt als afdekkingsinstrumenten voldoen aan de vereisten van IFRS 9 en zijn in overeenstemming met de strategie en doelstellingen van de Groep inzake risicobeheer. Ingeval de afdekking niet meer voldoet aan de vereisten van ‘hedge accounting’ of ingeval het afdekkingsinstrument verkocht wordt, vervalt, beëindigd of uitgeoefend wordt, dan wordt de afdekkingsrelatie voor de nog resterende periode beëindigd. Wanneer de ‘hedge accounting’ voor kasstroomafdekkingen beëindigd wordt, dan blijft het bedrag dat in de niet-gerealiseerde resultaten geboekt werd daar behouden tot het moment dat het afgedekte item erkend wordt in de gevallen dat het gaat over een niet-financieel afgedekt actief. In dat geval wordt het bedrag van de niet-gerealiseerde resultaten opgenomen in de initiële kostprijs van het niet-financieel actief. In de gevallen dat het
210 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
gaat over andere kasstroomafdekkingen, dan wordt de reële waarde van de afdekkingsinstrumenten tot dan geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten afgeboekt in de winst- en verliesrekening op het moment dat het afgedekte actief eveneens in de winst- en verliesrekening geboekt wordt. In de gevallen dat de toekomstige transactie niet meer geacht wordt plaats te vinden, dan wordt de reële waarde van de afdekkingsinstrumenten onmiddellijk geherklasseerd vanuit de niet-gerealiseerde resultaten naar de winst- en verliesrekening.
Derivaten die economische afdekkingen zijn, die niet voldoen aan de strikte criteria voor ‘hedge accounting’ zoals voorgeschreven door IFRS 9 Financiëleinstrumenten, worden boekhoudkundig verwerkt als financiële activa of financiële verplichtingen gewaardeerd aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening en worden opgenomen in de categorie ‘Verplicht gewaardeerd aan reële waarde met reële waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening’. In de winst- en verliesrekening worden de waardeveranderingen opgenomen onder de overige bedrijfsopbrengsten/-kosten of de nettofinancieringslasten afhankelijk van de aard van het actief dat economisch ingedekt is.
Goodwill en immateriële activa met een onbepaalde gebruiksduur worden jaarlijks op bijzondere waardevermindering getoetst en elke keer wanneer er een aanwijzing bestaat dat zij mogelijk een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan. Het toetsen op bijzondere waardevermindering gebeurt ieder jaar op hetzelfde ogenblik en op het niveau van de kasstroomgenererende eenheid. De Groep bepaalt haar kasstroomgenererende eenheden in overeenkomst met de wijze waarop ze haar goodwill beheert en economische voordelen krijgt van de verworven goodwill en immateriële activa. Het toetsen op bijzondere waardevermindering gebeurt door het vergelijken van de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheden met hun realiseerbare waarde, gebaseerd op hun verwachte toekomstige kasstromen verdisconteerd tegen een gepaste disconteringsvoet voor belastingen. Het disconteringspercentage dat wordt gebruikt bij het berekenen van de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen, is gebaseerd op een gewogen gemiddelde kostenvoet van eigen en vreemd vermogen (WACC), De gewogen gemiddelde kapitaalkost is gebaseerd op een verhouding eigen vermogen/vreemd vermogen van een gemiddelde marktdeelnemer. De gebruikte markt bèta is gebaseerd op vergelijkbare bedrijven. Er werd een extra risicocomponent toegevoegd aan de kost van eigen vermogen. De kosten van vreemd vermogen zijn gebaseerd op de voorwaarden waarop vergelijkbare bedrijven langlopende financiering kunnen verkrijgen. Er wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt indien de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid zijn realiseerbare waarde overtreft. Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening. Op iedere rapporteringsdatum dient te worden nagegaan of er een aanwijzing bestaat dat de boekwaarden van de materiële vaste activa en immateriële activa met een beperkte gebruiksduur mogelijk een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan. Indien een dergelijke indicatie bestaat, wordt de realiseerbare waarde van het actief geraamd. Er wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt als de boekwaarde van een actief zijn realiseerbare waarde overtreft.# AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening en de boekwaarde van het desbetreffende actief wordt verminderd door gebruik te maken van een aparte rekening. De realiseerbare waarde van de materiële vaste activa en immateriële activa met een beperkte gebruiksduur is de hoogste waarde van de reële waarde minus verkoopkosten en de gebruikswaarde. Voor de bepaling van de gebruiks-waarde worden de geschatte toekomstige kasstromen verdisconteerd naar hun contante waarde op basis van een disconteringsvoet voor belastingen die de tijdswaarde van geld en de aan het actief verbonden specifieke risico’s weerspiegelt. Een bijzonder waardeverminderingsverlies dat in voorgaande perioden voor een actief, met uitsluiting van goodwill, werd opgenomen, wordt teruggeboekt als en slechts als er sinds de opname van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies een wijziging heeft plaatsgevonden in de schattingen die gebruikt worden om de realiseerbare waarde van het actief te bepalen sinds het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt werd.
Op elke rapporteringsdatum analyseert de Groep de boekwaarde van al haar recht-op-gebruik activa om na te gaan of er geen indicatie is dat er een bijzonder waardeverminderingsverlies dient geboekt te worden. Een indicatie tot mogelijk bijzonder waardeverminderingsverlies kan zijn dat een contract aangegaan als leasingnemer verlieslatend wordt in welk geval een bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt wordt, zijnde de laagste reële waarde van de verwachte kost om het contract te beëindigen en de verwachte nettokost om het contract toch verder te laten lopen. Een geboekt bijzonder waardeverminderingsverlies wordt tegengedraaid voor zover de boekwaarde van het actief in dat geval niet hoger wordt dan de waarde die zou zijn vastgesteld, na aftrek van afschrijvingen, indien er geen bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt zou zijn geweest.
Met betrekking tot bijzondere waardeverminderingsverliezen op financiële activa en contractuele activa verbonden aan contracten met klanten past de Groep de vereenvoudigde methode toe, wat inhoudt dat verwachte verliezen voor deze categorieën van activa steeds berekend worden ten belope van de verwachte verliezen over de gehele looptijd van de activa. Kredietverliezen worden berekend als de verdisconteerde waarde van alle tekorten in kasstromen zijnde het verschil tussen de kasstromen waar de onderneming recht op heeft en wat de onderneming verwacht te ontvangen. Een financieel actief is mogelijk in waarde verminderd door kredietverliezen indien één of meerdere voorvallen zich hebben voorgedaan die een nadelig effect hebben op de toekomstige kasstromen van het financieel actief. De gebruikte input en veronderstellingen in dit verwachte verliesmodel zijn de volgende: ernstige financiële moeilijkheden waarin een tegenpartij zich zou bevinden, achterstallen van meer dan 90 dagen na vervaldatum van de factuur, een mogelijks faillissement van de tegenpartij, … De evaluatie voor het boeken van eventuele bijzondere waardeverminderingsverliezen houdt rekening met toekomstgerichte elementen. Alle debiteuren worden gegroepeerd in risicocategorieën gebaseerd op kwantitatieve en kwalitatieve kenmerken. Deze indeling in risicocategorieën wordt ieder jaar beoordeeld, rekening houdend met relevante toekomstgerichte informatie zoals informatie van externe kredietbeoordelingsbureaus, ouderdomsanalyse van de business, landenrisico en de individuele beoordeling van de kredietmanager. De Groep tracht het kredietrisico te beperken door gebruik te maken van kredietverzekering en andere kredietverzachtende hulpmiddelen zoals wissels, bankgaranties, hypotheek. De methodologie, gehanteerd door de Groep voor de evaluatie van bijzondere waardeverminderingsverliezen, is dus gebaseerd op individueel nazicht van uitstaande vorderingen rekening houdend met toekomstgerichte informatie. Daarom heeft de introductie van IFRS 9 geen kwantitatieve impact gehad op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep. Waardeverminderingen op financiële activa aan geamortiseerde kostprijs worden geboekt in de winst- en verliesrekening en netto gepresenteerd van de brutowaarden in de geconsolideerde balans. Waardeverminderingen op schuldbewijzen gewaardeerd aan reële waarde met waardeveranderingen in de niet-gerealiseerde resultaten worden geboekt in de winst- en verliesrekening. De brutowaarde van de financiële activa worden afgeboekt wanneer er geen redelijke verwachtingen zijn dat het financieel actief in zijn geheel of gedeeltelijk kan gerecupereerd worden. De Groep maakt een individuele inschatting per type van actief of dat er al dan niet een redelijke verwachting van recuperatie kan zijn. Afgeboekte waarden maken nog steeds deel uit van acties die de Groep onderneemt ter recuperatie van de uitstaande waarden.
Bij het aangaan van een overeenkomst beoordeelt de Groep of het contract al dan niet een leasecomponent bevat. Een overeenkomst bevat een leasecomponent als de overeenkomst het gebruiksrecht van een gespecificeerd actiefbestanddeel overbrengt in ruil voor een vergoeding. Ter beoordeling van het feit of dat het contract al dan niet een gebruiksrecht overdraagt, baseert de Groep zich op de definitie van een leaseovereenkomst uit de standaard IFRS 16.
Bij aanvang of aanpassing van een contract dat een leasecomponent bevat, zal de Groep de verkoopprijs van het contract toewijzen naar elke leasecomponent op basis van de relatieve verkoopprijs wanneer deze componenten apart verkocht worden. De Groep heeft ervoor geopteerd om de niet-leasecomponenten niet af te zonderen en zal zowel de leasecomponenten als de niet-leasecomponenten behandelen als éénzelfde leaseovereenkomst. Op de aanvangsdatum van de lease erkent de Groep een met een gebruiksrecht overeenstemmend actief en een leaseverplichting. Het gebruiksrecht wordt initieel bij eerste opname geboekt aan kostprijs, die bestaat uit het bedrag van eerste waardering van de leaseverplichting, alle op of voor de aanvangsdatum verrichte leasebetalingen, vermeerderd met alle door de leasingnemer gemaakte initiële directe kosten en een schatting van de door de leasingnemer te maken kosten voor ontmanteling en verwijdering van het onderliggend actief en van het herstel van het terrein waar het zich bevindt, verminderd met alle ontvangen lease-incentives. Het gebruiksrecht wordt na eerste opname lineair afgeschreven vanaf aanvangsdatum tot einde looptijd van het contract. Indien de leaseovereenkomst de eigendom van het onderliggende actief aan het einde van de leaseperiode aan de leasingnemer overdraagt of indien de kosten van het met een gebruiksrecht overeenstemmende actief weerspiegelen dat de leasingnemer een aankoopoptie zal uitoefenen, moet de leasingnemer het met een gebruiksrecht overeenstemmende actief afschrijven over de nuttige levensduur van het onderliggende actief, die bepaald wordt op dezelfde basis als voor materiële vaste activa. De recht-op-gebruik activa dienen periodiek verminderd te worden met eventuele bijzondere waardeverminderingsverliezen, en aangepast worden voor bepaalde herwaarderingen van de leaseverplichting. Op de aanvangsdatum moet een leasingnemer de leaseverplichting waarderen tegen de contante waarde van de leasebetalingen die op die datum nog niet zijn verricht. De leasebetalingen moeten worden verdisconteerd op basis van de impliciete rentevoet van de leaseovereenkomst, mits die op eenvoudige wijze kan worden bepaald. Indien die rentevoet niet op eenvoudige wijze kan worden bepaald, moet de leasingnemer de marginale rentevoet van de Groep gebruiken. De Groep gebruikt in het algemeen haar marginale rentevoet als verdisconteringsvoet. De verdisconteringsvoet wordt tweemaal per jaar berekend als het rendement op een overheidsobligatie per land met vergelijkbare resterende looptijd (bron: Reuters), verhoogd met een risicopremie die het risicoprofiel van de Groep weergeeft. Deze risicopremie verschilt van het landenrisico volgens de OESO. Afhankelijk van een laag, medium of hoog landenrisico wordt een verschillende risicocomponent toegevoegd. Op deze manier wordt er een matrix van marginale rentevoeten samengesteld met zes verschillende looptijdcategorieën en 50 landen.
De leasebetalingen vervat in de waardering van de leaseverplichting omvatten:
• vaste betalingen, met inbegrip van in wezen vaste betaalde leaseverplichtingen; variabele leasebetalingen die van een index of rentevoet afhankelijk zijn en die bij eerste opname op basis van de index of rentevoet op de aanvangsdatum berekend worden;
• de uitoefenprijs van een aankoopoptie indien het redelijk zeker is dat de leasingnemer deze optie zal uitoefenen, de leasebetalingen die voortvloeien uit een optionele verlengingsperiode indien de Groep redelijk zeker is gebruik te zullen maken van deze verlenging en betalingen van boetes voor het vervroegd beëindigen van de leaseovereenkomst, behalve indien de Groep redelijk zeker is dat de lease niet vervroegd zal beëindigd worden.
Er zijn geen leasecontracten waarvoor verwacht wordt dat de Groep een residuele restwaarde dient te betalen. De leaseverplichting wordt gewaardeerd tegen de contante waarde op basis van de effectieve interestmethode.# B. Als een leasinggever
Wanneer de Groep leasinggever is, wordt bij aanvang van het leasecontract bepaald of de lease een financiële lease dan wel een operationele lease is. Om elk contract te classificeren, maakt de Groep een algemene inschatting of dat de leaseovereenkomst al dan niet alle aan het eigendom verbonden risico’s en voordelen overdraagt naar de klant. Als dit het geval is wordt het contract behandeld als een financiële leaseovereenkomst, indien niet dan wordt het behandeld als een operationele leaseovereenkomst. De algemene inschatting houdt rekening met bepaalde indicatoren zoals of dat de leaseovereenkomst aangegaan wordt voor het belangrijkste deel van de economische levensduur van het actief. Het overgrote deel van de leaseovereenkomsten waarbij de klant als economische eigenaar van het actief wordt beschouwd, wordt afgesloten met Agfa Finance (zijnde Agfa Finance NV, Agfa Finance Corp. en Agfa Finance Inc.). Op leaseovereenkomsten aangegaan uit hoofde van de producent wordt op basis van de grondslagen voor de erkenning van opbrengsten uit de verkoop van goederen een verkoopwinst erkend. Dit betekent dat de Onderneming opbrengsten en daaraan gerelateerde winstmarge erkent op het ogenblik dat de fabriekseenheid of een verbonden onderneming Agfa Finance factureert bij het begin van de leaseovereenkomst met de eindklant. Een commerciële overeenkomst waarbij een bepaald toestel wordt gefinancierd door een halflange- of langetermijn-overeenkomst waarbij de klant zich verbindt tot het kopen van een bepaalde hoeveelheid verbruiksgoederen aan 214 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING een hogere waarde dan hun marktwaarde wordt een ‘bundle deal’ genoemd. Bij elke verkoop van verbruiksgoederen, alloceert de Groep de ontvangsten uit deze verkoop als een vermindering van de openstaande invorderbare minimale leasebetalingen enerzijds en als opbrengsten uit de verkoop van verbruiksgoederen anderzijds. Deze allocatie gebeurt op basis van de respectieve verkoopprijs die van toepassing is wanneer de elementen apart verkocht worden. Invorderbare minimale leasebetalingen worden opgenomen als vordering voor een bedrag gelijk aan de contante waarde van de toekomstige minimale leasebetalingen. Baten uit financiële leaseovereenkomsten – gerapporteerd onder ‘Overige bedrijfsopbrengsten’ – worden vervolgens zodanig aan iedere periode van de totale leasetermijn toe-rekend dat dit resulteert in een constante periodieke rentevoet. In de balans worden vorderingen uit financiële leaseovereenkomsten apart gepresenteerd. Vorderingen uit financiële leaseovereenkomsten die vervallen binnen het jaar worden gepresenteerd als kortlopende activa. Vorderingen uit financiële leaseovereenkomsten die vervallen op meer dan één jaar na balansdatum worden gepresenteerd als langlopende activa. De Groep hanteert de regelgeving omtrent uitboeking en bijzondere waardevermindering zoals gestipuleerd door IFRS 9 op het netto investeringsbedrag van de lease. Ontvangen leasebetalingen uit operationele leaseovereenkomsten worden door de Groep gerapporteerd onder ‘Opbrengsten’ en worden lineair over de looptijd van de lease geboekt.
Overige activa omvatten uitgestelde kosten en andere niet-financiële activa. Uitgestelde kosten betreffen door de Onderneming voor balansdatum betaalde bedragen die betrekking hebben op kosten voor toekomstige boekjaren (vooruitbetalingen). Voorbeelden van uitgestelde kosten zijn de huurgelden, interesten en verzekeringspremies, betaald voor balansdatum maar met betrekking tot een welbepaalde periode na balansdatum. Niet-financiële activa worden gewaardeerd aan kostprijs. Uitgestelde kosten worden lineair of naarmate de betreffende diensten worden verstrekt, opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Grondstoffen, hulpgoederen en handelsgoederen zijn gewaardeerd aan aanschaffingswaarde. Goederen in bewerking en afgewerkte producten zijn gewaardeerd aan kostprijs. De kostprijs omvat naast de directe productie- en materiaal-kosten, een evenredig deel van de indirecte kosten (‘overheads’) van de productie en het materiaal en een evenredig deel van de afschrijvingen van de activa die in het productieproces werden gebruikt. Bovendien wordt een evenredig deel van de kosten voor het bedrijfspensioenplan en andere vrijwillige personeelsbeloningen toegerekend. Administratiekosten zijn inbegrepen voor zover ze verband houden met de productie. De voorraden worden gewaardeerd volgens de methode van de gewogen gemiddelde kostprijs. Indien de aanschaffingswaarde of de kostprijs hoger is dan de opbrengstwaarde, wordt de waardering aan de lagere opbrengstwaarde toegepast. De opbrengstwaarde is gelijk aan de geschatte normale verkoopprijs, verminderd met de geschatte kosten die nodig zijn om de verkoop te realiseren. De aanschaffingswaarde of kostprijs van de voorraad is om volgende redenen mogelijks niet recupereerbaar:
* Overtollige voorraad: dit wordt bepaald op basis van een lijst van producten zonder of met weinig beweging of producten dicht bij vervaldatum;
* Beschadigde producten of producten met kwaliteitsproblemen;
* Gedaalde verkoopprijzen.
Binnen de Groep zijn afwaarderingen van voorraden voornamelijk het gevolg van overtollige voorraden.
215 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten geldmiddelen, ontvangen cheques en saldi ten opzichte van banken en kredietinstellingen. Kasequivalenten zijn erg liquide financiële instrumenten op korte termijn die weinig onderhevig zijn aan risico’s op waardeverandering, gemakkelijk te converteren zijn in geldmiddelen en een vervaldag hebben gelijk aan of minder dan drie maanden na aanschaffing van de belegging.
Gewone aandelen worden opgenomen in het eigen vermogen. Transactiekosten verbonden aan de uitgifte van nieuwe aandelen worden netto na aftrek van belastingen opgenomen in mindering van ingehouden winsten. Indien aandelen die het eigen vermogen vertegenwoordigen terug worden ingekocht, wordt het betaalde bedrag met inbegrip van de aanverwante kosten, netto na aftrek van belastingen, in mindering gebracht van het eigen vermogen. Ingekochte eigen aandelen worden als ‘Reserve voor eigen aandelen’ in mindering van het eigen vermogen gebracht. Ingekochte eigen aandelen worden in de balans opgenomen op afwikkelingsdatum. Vernietigde eigen aandelen worden getransfereerd van ‘Reserve voor eigen aandelen’ naar ‘Ingehouden winsten’. Indien de eigen aandelen verkocht worden dan wordt het ontvangen bedrag geboekt als een stijging van het eigen vermogen en het eventuele surplus/deficit op de transactie wordt geboekt in ‘Uitgiftepremie’.
Voorzieningen worden in de balans opgenomen indien een onderneming van de Groep een bestaande verplichting heeft (in rechte afdwingbare of feitelijke) ten gevolge van een gebeurtenis van het verleden en als het waarschijnlijk is dat de afwikkeling van deze verplichting resulteert in een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en een betrouwbare inschatting gemaakt kan worden van het bedrag van de verplichting. Het bedrag van de voorziening is gebaseerd op de best mogelijke schatting van de uitgaven die vereist zijn om de bestaande verplichting op de rapporteringsdatum af te wikkelen. Indien het effect van de tijdswaarde van geld materieel is, worden voorzieningen verdisconteerd op basis van een disconteringsvoet vóór belastingen waarbij rekening wordt gehouden met de huidige marktbeoordelingen voor de tijdswaarde van het geld en de risico’s die inherent zijn aan de verplichting.
Een voorziening voor reorganisatiekostenwordt geboekt indien de Groep formeel een gedetailleerd reorganisatieplan heeft goedgekeurd en bij de betrokkenen een geldige verwachting heeft gewekt dat de reorganisatie zal worden door-gevoerd door het plan te beginnen uitvoeren of door de belangrijke kenmerken ervan mee te delen aan de betrokkenen. Voor toekomstige exploitatieverliezen worden geen voorzieningen opgenomen.
Indien er terreinen vervuild zijn, dan wordt er, in overeenstemming met de gepubliceerde milieupolitiek van de Groep en de van toepassing zijnde wettelijke verplichtingen, een voorziening voor bodemsanering aangelegd.# TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Omzetgerelateerde voorzieningen omvatten voornamelijk commissies op opbrengsten, voorzieningen voor garantie-verplichtingen en commerciële betwistingen. Een voorziening voor garantieverplichtingen gerelateerd aan producten wordt aangelegd op moment van opbrengstenerkenning en reflecteert de verwachte vervangingskost voor de Groep.
Een voorziening voor verlieslatende contracten wordt erkend wanneer de verwachte voordelen van een contract voor de Groep lager zijn dan de onvermijdbare kosten van het contract. De onvermijdbare kosten van het contract zijn gebaseerd op de incrementele kosten voor de uitvoering van de verplichting en een toewijzing van overige kosten die direct toewijsbaar zijn aan de uitvoering van het contract. Provisies worden geboekt voor dreigende verliezen uit aankoop- en verkoopcontracten ten belope van de verwachte verliezen.
De Groep past IFRS 15 Opbrengsten uit contracten met klanten toe. IFRS 15 heeft de begrippen ‘Contractuele activa en contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten’ geïntroduceerd. Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten omvatten uitgestelde opbrengsten en vooruitbetalingen evenals de tijdens het jaar opgebouwde verplichtingen voor omzetkortingen en rabatten met betrekking tot tijdens het boekjaar geleverde goederen en diensten.
Overige verplichtingen hebben voornamelijk betrekking op bedrijfsopbrengsten die nog niet verworven zijn. Overheidssubsidies zijn een typisch voorbeeld van uitgestelde overige bedrijfsopbrengsten. Ze worden als bedrijfsopbrengst in de winst- en verliesrekening opgenomen zodra er redelijke zekerheid bestaat dat zij zullen worden ontvangen en dat de Groep zal voldoen of reeds voldoet aan de daaraan verbonden voorwaarden. Subsidies ter compensatie van door de Groep gemaakte kosten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen in dezelfde functionele rapporteringslijn waar tevens de kosten worden gepresenteerd. Ze worden erkend als inkomsten over dezelfde periode als waarin de kosten genomen worden waarop ze betrekking hebben, op zodanige wijze dat er een systematisch compenserend effect optreedt. Subsidies, toegekend voor de aankoop of productie van activa (immateriële activa of materiële vaste activa), worden bij eerste opname in de balans gepresenteerd als uitgestelde overige verplichtingen en vervolgens in de winst- en verliesrekening opgenomen, gespreid over de gebruiksduur van het actief. Overheidssubsidies toegekend voor toekomstige kosten worden verwerkt als uitgestelde overige bedrijfsopbrengsten.
Een aantal nieuwe IFRS-normen, wijzigingen in IFRS-normen en interpretaties die zijn uitgegeven, waren nog niet van kracht voor het jaar eindigend op 31 december 2024 en zijn niet toegepast bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening. De Groep zal deze standaarden toepassen na goedkeuring door de Europese Unie. Dit betreft:
In augustus 2023 heeft de IASB wijzigingen aan IAS 21 uitgegeven, die van kracht zijn voor jaarperioden die beginnen op of na 1 januari 2025, met de mogelijkheid tot vroegtijdige toepassing. Deze wijzigingen verduidelijken wanneer een valuta inwisselbaar is voor een andere valuta (en wanneer niet). Wanneer een valuta niet inwisselbaar is, moet een bedrijf een geschatte spotkoers bepalen. Het doel van deze schatting is om de wisselkoers te weerspiegelen waartegen een ordelijke transactie zou plaatsvinden op de waarderingsdatum tussen marktdeelnemers onder de heersende economische omstandigheden. De wijzigingen bevatten geen specifieke vereisten voor het schatten van een spotkoers. Bedrijven moeten nieuwe toelichtingen verstrekken om de impact van het gebruik van een geschatte wisselkoers op de financiële overzichten inzichtelijk te maken. Deze wijzigingen zijn goedgekeurd door de EU. De toepassing van deze wijziging zal geen materiële impact hebben op de geconsolideerde financiële overzichten van de Groep.
In mei 2024 heeft de IASB, wijzigingen uitgegeven aan IFRS 9 Financiële instrumenten en aan IFRS 7 Financiële instrumenten: Toelichtingen, die van kracht zijn voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2026, met de mogelijkheid tot vroegtijdige toepassing. Deze wijzigingen verduidelijken dat financiële activa en passiva worden opgenomen en afgeboekt op de afwikkelingsdatum, behalve voor reguliere aankopen en verkopen die voldoen aan nieuwe uitzonderingsvoorwaarden. De nieuwe uitzonderingsmaatregelen bieden ondernemingen de mogelijkheid om ervoor te kiezen om bepaalde financiële verplichtingen die afgewikkeld worden via elektronische betaalsystemen, af te boeken op een vroegere datum dan de datum van afwikkeling. Daarnaast bieden ze richtlijnen voor het beoordelen van contractuele kasstroomkenmerken van financiële activa, van toepassing op alle voorwaardelijke kasstromen, inclusief deze die voortkomen uit ecologische, sociale en ESG-gerelateerde kenmerken. De IASB paste ook de toelichtingsvereisten aan met betrekking tot investeringen in aandeleninstrumenten gewaardeerd aan reële waarde met aanpassingen in de niet-gerealiseerde resultaten en voegde additionele toelichtingsvereisten toe voor financiële instrumenten met voorwaardelijke kenmerken die niet direct verband houden met leningsrisico’s en -kosten. Deze wijzigingen zijn nog niet goedgekeurd door de EU. De Groep zal deze wijzigingen toepassen na goedkeuring. De toepassing zal geen materiële impact hebben op de geconsolideerde financiële overzichten van de Groep.
In juli 2024 heeft de IASB kleine wijzigingen en verduidelijkingen aangebracht in verschillende IFRS-standaarden, van toepassing voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2026, met de mogelijkheid tot vroegtijdige toepassing. Deze wijzigingen, gepubliceerd in één document ‘Annual Improvements to IFRS Accounting Standards—Volume 11’, bevatten verduidelijkingen, vereenvoudigingen, verbeteringen teneinde de consistentie van verschillende IFRS standaarden te verbeteren. Het betreft:
* IFRS 1: Eerste toepassing van IFRS
* IFRS 7: Financiële instrumenten – toelichtingen en de begeleidende implementeringsrichtlijnen
* IFRS 9: Financiële instrumenten
* IFRS 10: Geconsolideerde financiële overzichten
* IAS 7: Kasstroomoverzicht
Deze wijzigingen zijn nog niet goedgekeurd door de EU. De Groep zal deze wijzigingen toepassen na goedkeuring. De toepassing zal geen materiële impact hebben op de geconsolideerde financiële overzichten van de Groep.
Om bedrijven te helpen deze contracten beter in de financiële overzichten op te nemen, heeft de IASB gerichte wijzigingen aangebracht in IFRS 9 Financiële Instrumenten en IFRS 7 Financiële instrumenten: toelichtingen. Deze wijzigingen gelden voor jaarverslagen vanaf 1 januari 2026, met vroegtijdige toepassing mogelijk. Natuurafhankelijke elektriciteitscontracten, zoals overeenkomsten voor hernieuwbare energie (Power Purchase Agreements PPA’s), helpen bedrijven hun energievoorziening veilig te stellen via bronnen zoals wind- en zonne-energie. De hoeveelheid elektriciteit die gegenereerd wordt uit deze contracten varieert zeer sterk ten gevolge van oncontroleerbare factoren zoals weersomstandigheden. De huidige boekhoudregels geven mogelijk niet adequaat weer hoe deze contracten de financiële prestaties beïnvloeden. De wijzigingen omvatten: verduidelijking van de ‘eigen gebruik’-vrijstelling voor kopers van elektriciteit onder een PPA; ‘hedge accounting’-vereisten voor bedrijven die elektriciteitstransacties afdekken met PPA’s; nieuwe toelichtingsvereisten voor beleggers om de impact van deze contracten beter te begrijpen op de financiële performantie en kasstromen van de onderneming. Deze wijzigingen zijn nog niet goedgekeurd door de EU. De Groep zal deze wijzigingen toepassen na goedkeuring. De toepassing zal geen materiële impact hebben op de geconsolideerde financiële overzichten van de Groep. De onderneming heeft een on-site PPA voor verschillende zonnepanelen, zonder een vast contractvolume. Een tweede PPA voor een nieuwe zonne-installatie zal worden geïmplementeerd. Het contract heeft een looptijd van 10 jaar (start in 2021) en is afgesloten in het kader van de verplichting in Vlaanderen om zonnepanelen te installeren bij gebouwen met een hoog elektriciteitsverbruik. Per 30 juni 2025 worden zonnepanelen verplicht op gebouwen met een verbruik boven 1 gigawattuur per jaar (PV-verplichting). Volgens IFRS worden deze contracten geboekt als leaseovereenkomsten (recht-op-gebruik activa en leaseverplichtingen).
In april 2024 heeft de IASB een nieuwe standaard IFRS 18 uitgegeven ter verbetering van de rapportering van financiële prestaties. IFRS 18 Voorstelling en Toelichtingen van Financiële Staten vervangt IAS 1 Voorstelling van Financiële Staten en is van toepassing op boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2027, met vroegtijdige toepassing toegestaan. IFRS 18 vervangt IAS 1, die de presentatie en basistoelichtingsvereisten voor financiële staten bepaalt.# Verslag van de commissaris
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Agfa-Gevaert NV (de “Vennootschap”) en haar filialen (samen “de Groep”), leggen wij u ons commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening en de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Het vormt één geheel en is ondeelbaar.
Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van 14 mei 2024, overeenkomstig het voorstel van de raad van bestuur, uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité en op voordracht van de ondernemingsraad. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2026.
Wij hebben de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep uitgevoerd gedurende één opeenvolgend boekjaar.
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep, die de geconsolideerde balans op 31 december 2024 omvat, alsook de geconsolideerde winst- en verliesrekening, het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum, en de toelichting met de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.
Deze geconsolideerde jaarrekening vertoont een totaal van de geconsolideerde balans van EUR 1.377 miljoen en het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten sluit af met een verlies van het boekjaar van EUR 92 miljoen.
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en de geconsolideerde financiële toestand van de Groep per 31 december 2024, alsook van zijn geconsolideerde resultaten en van zijn geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de IFRS Accounting Standards zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA’s) zoals van toepassing in België. Wij hebben bovendien de door de IAASB goedgekeurde internationale controlestandaarden toegepast die van toepassing zijn op de huidige afsluitdatum en nog niet goedgekeurd zijn op nationaal niveau. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie “Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening” van ons verslag.
Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij hebben van de raad van bestuur en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2023 werd door een andere commissaris gecontroleerd die op 10 april 2024 een oordeel zonder voorbehoud over deze geconsolideerde jaarrekening tot uitdrukking heeft gebracht.
Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.
We verwijzen naar toelichting 4.1 van de geconsolideerde jaarrekening.
Beschrijving van het kernpunt van de controle: De Groep rapporteert in 2024 een verlies na belastingen van EUR 92 miljoen, en rapporteert een negatieve operationele cash flow. De Groep heeft momenteel een doorlopende kredietfaciliteit voor een nominaal bedrag van 230 miljoen euro, waarvan 100 miljoen euro is opgenomen per 31 december 2024. De looptijd van deze kredietfaciliteit is door de financiële instellingen verlengd tot 30 mei 2026. Het vermogen van de Groep om de activiteiten voort te zetten, hangt af van zijn toekomstige vermogen om deze kredietfaciliteit na 30 mei 2026 te herfinancieren, wat onder andere zal worden beïnvloed door de realisatie van het bedrijfsplan en de naleving van de financiële convenanten. Dit is een kernpunt van onze controle wegens het belang van de continuïteitsbeoordeling voor de interpretatie van de geconsolideerde jaarrekening door de lezer en wegens het vereiste inschattingsvermogen om dit te beoordelen.
Onze auditbenadering met betrekking tot het kernpunt van de controle: Onze controlewerkzaamheden omvatten het volgende:
We verwijzen naar toelichting 8 van de geconsolideerde jaarrekening en naar de materiële grondslagen voor financiële verslaggeving in toelichting 50.3.
De wijzigingen in de nieuwe standaard introduceren wijzigingen in de winst- en verliesrekening, waaronder de classificatie van inkomsten en uitgaven in drie categorieën – operationeel, investerings-gerelateerd en financierings-gerelateerd – en verplicht om subtotalen voor operationele winst/verlies en winst/verlies vóór financiering en belastingen te presenteren. Verder dienen de operationele kosten op de voorzijde van de winst- en verliesrekening gepresenteerd te worden – ofwel volgens de aard van de kosten (bv. personeelskosten), of volgens de functie (bv. kostprijs van de opbrengsten), ofwel een gemengde voorstelling. Kosten voorgesteld volgens de functie vereisen een meer gedetailleerde toelichting naar aard van de kosten. IFRS 18 biedt ook uitgebreide richtlijnen voor samenvoegen of uitsplitsen van de informatie in de financiële staten en introduceert nieuwe toelichtingsvereisten voor door het management gedefinieerde prestatiemaatstaven (MPMs) en elimineert de classificatiemogelijkheden voor interesten en dividenden in het kasstroomoverzicht. Deze standaard is nog niet goedgekeurd door de EU. De Groep zal de wijzigingen toepassen na goedkeuring. De toepassing zal impact hebben op de presentatie van de geconsolideerde financiële overzichten van de Groep.
In mei 2024 heeft de IASB, IFRS 19 Dochterondernemingen zonder publieke verantwoording: Toelichtingen uitgegeven, van toepassing voor boekjaren vanaf 1 januari 2027. IFRS 19 is een vrijwillige standaard die geldt voor entiteiten zonder publieke verantwoording, maar waarvan de moedermaatschappij IFRS-conforme geconsolideerde jaarrekeningen opstelt. Deze standaard is niet van toepassing op de Groep en is nog niet goedgekeurd door de EU.
Agfa hecht veel belang aan een uitstekende service voor zijn klanten. De onderneming beschikt over een team van deskundige ingenieurs over de hele wereld en over online monitoring tools die snelle interventies op afstand mogelijk maken.
219 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024 220 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING STATUTORY auditor’s report
Aanbieders van sign en display-drukwerk en goederen-producerende industrieën die digitaal willen drukken, gebruiken Agfa's oplossingen voor het drukken op een brede waaier van substraten voor een steeds groter wordende reeks toepassingen, zoals uithangborden, displays, reclameborden, promotiemateriaal, verpakkingen, lederwaren, gelamineerde vloeren en decoratieve materialen.
221 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024# Onze auditbenadering met betrekking tot het kernpunt van de controle
Beoordelen van de door de Groep aangenomen waarderingsregels inzake de erkenning van opbrengsten door bevra-ging bij management en inspectie van een steekproef van verkooptransacties teneinde de timing van de erkenning van opbrengsten te begrijpen en te kunnen beoordelen volgens de vereisten van de geldende boekhoudstandaarden; Beoordeling of opbrengsten in de juiste boekhoudperiode zijn opgenomen, door een steekproef van verkooptransac-ties situerend rond het einde van het jaar te vergelijken met ondersteunend bewijsmateriaal; Inspecteren van handmatige aanpassingen aan de omzet, navragen aan het management over de reden voor derge-lijke aanpassingen en vergelijken van de details van de aanpassingen met ondersteunend bewijsmateriaal;
We verwijzen naar toelichting 4.5 en 13 van de geconsolideerde jaarrekening en naar de materiële grondslagen voor financiële verslaggeving in toelichting 50.4.
In de belangrijkste landen waarin de Groep actief is, bestaan regelingen met betrekking tot vergoedingen na uitdienst-treding. Vergoedingen na uitdiensttreding worden toegekend onder de vorm van toegezegde-bijdrageregelingen en toegezegde pensioenregelingen. De Groep financiert haar verplichtingen in dit kader via verzekeringsplannen en via gescheiden activa in pensioenfondsen. De totale netto verplichting voor vergoedingen na uitdiensttreding bedraagt EUR 454 miljoen voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2024. Dit is een kernpunt van onze controle wegens de omvang van de balanspositie en de inschattingen die worden gemaakt bij de waardering van deze verplichtingen. Kleine wijzigingen in aannames en schattingen kunnen een signi-ficant effect hebben op de financiële positie van de Groep.
Onze controlewerkzaamheden omvatten het volgende:
* Het beoordelen van de deskundigheid, objectiviteit en bekwaamheid van de externe actuariële experten;
* Het beoordelen van de belangrijkste assumpties, zijnde de verdisconteringsvoeten, de inflatiecijfers en de levens-verwachting, met behulp van onze eigen actuariële experten, en vergelijking makend met externe data;
* Het beoordelen van de accuraatheid van de onderliggende personeelsgegevens die de basis zijn van de actuariële waardering;
* Het beoordelen van de geschiktheid van de toelichtingen van de Groep met betrekking tot personeelsbeloningen.
We verwijzen naar toelichting 4.2 en 27 van de geconsolideerde jaarrekening en naar de materiële grondslagen voor financiële verslaggeving in toelichting 50.8.
Goodwill bedraagt EUR 217 miljoen voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2024, welke voornamelijk gerela-teerd is aan de goodwill bij kasstroomgenererende eenheid HealthCare IT, voor een bedrag van EUR 215 miljoen. Een test op bijzondere waardeverminderingen op goodwill wordt jaarlijks uitgevoerd, of wanneer een gebeurtenis zich voordoet die tot een waardevermindering kan leiden. We beschouwen dit als een kernpunt van onze controle vanwege de omvang van deze activa in de geconso-lideerde balans, de benodigde inschattingen en onzekerheid bij het beoordelen van deze activa op bijzondere waardeverminderingen.
Onze controlewerkzaamheden omvatten het volgende:
* Het beoordelen van de toepasbaarheid van de geïdentificeerde kasstroomgenererende eenheden, rekening houdend met de managementstructuur en de interne rapportering aan de belangrijkste besluitvormers.
* Het verkrijgen van de analyse met betrekking tot bijzondere waardeverminderingen van de Groep en het beoorde-len van de redelijkheid van de methodologie.
* Het controleren van de accuraatheid van het model en de ondersteunende berekeningen.
* Het afstemmen van de inputgegevens met ondersteunend bewijsmateriaal, zoals het businessplan dat is goedge-keurd door de Raad van Bestuur, en hebben de redelijkheid van deze budgetten in overweging genomen door ze te vergelijken met de veronderstellingen van vorig jaar.
* Het in overweging nemen van de redelijkheid van de belangrijkste veronderstellingen van het management (zijnde de gewogen gemiddelde kapitaalkost na belastingen en de groeipercentages) op basis van (i) de huidige en in het verleden behaalde prestaties van elke kasstroomgenererende eenheid, (ii) de consistentie met externe markt- en sectorgegevens, (iii) of deze veronderstellingen consistent waren met onderbouw verkregen in andere controlege-bieden en (iv) analyse van de sensitiviteiten in het verdisconteerde kasstroommodel van de Vennootschap.
* Het inschakelen van onze eigen waarderingsspecialisten om onze procedures te ondersteunen.
* Het beoordelen van de geschiktheid van de toelichtingen van de Groep met betrekking tot bijzondere waardever-
minderingen van goodwill.
We verwijzen naar toelichting 4.3 en 17 van de geconsolideerde jaarrekening en naar de materiële grondslagen voor financiële verslaggeving in toelichting 50.7.
De Groep heeft aanzienlijke fiscale verliezen en aftrekbare tijdelijke verschillen uit het verleden opgebouwd, waar-voor een uitgestelde belastingvordering van EUR 71 miljoen is erkend voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2024. Hiervan is EUR 55 miljoen gerelateerd aan de HealthCare IT-divisie. Er bestaat een inherente onzekerheid bij de beoordeling van de beschikbaarheid van toekomstige belastbare winsten, wat bepalend is voor de mate waarin uitgestelde belastingvorderingen al dan niet worden erkend. We beschouwen dit als een Kernpunt van onze controle vanwege de benodigde inschattingen en onzekerheid bij het beoordelen van deze activa op bijzondere waardeverminderingen.
Onze controlewerkzaamheden omvatten het volgende:
* Het analyseren van het inschattingsvermogen van de Groep om toekomstige belastbare winsten nauwkeurig te voorspellen door belangrijke aannames te vergelijken met historische resultaten alsook interne planningsgegevens;
* Het uitvoeren van sensitiviteitsanalyses rond de belangrijkste assumpties die zijn gebruikt in de analyse van het management, in het bijzonder de groeipercentages;
* Het beoordelen van de geschiktheid van de toelichtingen van de Groep met betrekking tot uitgestelde belastingvorderingen.
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de IFRS Accounting Standards zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor de interne beheersing die de raad van bestuur noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten. Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is de raad van bestuur verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de Groep om zijn continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aan-gelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij de raad van bestuur het voornemen heeft om de Groep te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen, of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA’s is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden. Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader na dat van toepassing is op de controle van de jaarrekening in België. Een wettelijke controle biedt evenwel geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de Groep, noch omtrent de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee de raad van bestuur de bedrijfsvoering van de Groep ter hand heeft genomen of zal nemen. Onze verantwoordelijkheden inzake de door de raad van bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling worden hieronder beschreven. Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA’s, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle.# VERSLAG VAN DE COMMISSARIS
We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit: het identificeren en inschatten van de risico’s dat de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, het bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden die op deze risico’s inspelen en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten om transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het omzeilen van de interne beheersing;
226 VERSLAG VAN DE COMMISSARIS
Wij communiceren met het auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle. Wij verschaffen aan het auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen. Uit de aangelegenheden die met het auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening met inbegrip van de duurzaamheidsinformatie.
In het kader van onze opdracht en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA’s), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening te verifiëren, alsook verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.
Het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening bevat de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie die het voorwerp uitmaakt van ons afzonderlijk verslag, dewelke een Conclusie met voorbehoud betreffende de beperkte mate van zekerheid met betrekking tot deze duurzaamheidsinformatie inhoudt. Zoals toegelicht in subsectie ‘BP1 - Algemene basis voor het opstellen van duurzaamheidsverklaringen’ van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, wordt de informatie met betrekking tot E1 Energieverbruik en energiemix, E1 Scope 1 en 2 broeikasgasemissies, E2 Luchtverontreiniging en (zeer) zorgwekkende stoffen die Agfa’s faciliteiten verlaten als emissies, E3 Waterverbruik en E5 Materiaaluitstromen (afval) beperkt tot de voornaamste productievestiging van de Groep, die zich in België bevindt, en die de enige vestiging is waar chemische activiteiten worden uitgevoerd. Informatie voor de overige vestigingen van de Groep wordt niet gerapporteerd. De duurzaamheidsinformatie kan hierdoor een materiële afwijking bevatten, maar we zijn niet in staat geweest deze afwijking te kwantificeren. Deze sectie betreft niet de assurance over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie opgenomen in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening.
Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, en met uitzondering van de potentiële effecten van de omstandigheden die tot een conclusie met voorbehoud leiden met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag overeenstemt
227 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar en is opgesteld overeenkomstig het artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
In de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen tijdens de controle, of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, dienen wij u geen afwijking van materieel belang te melden, met uitzondering van de potentiële effecten van de omstandigheden die tot een conclusie met voorbehoud leiden met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie.
Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten verricht die onverenigbaar zijn met de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening en ons bedrijfsrevisorenkantoor is in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Groep. De honoraria voor de bijkomende opdrachten die verenigbaar zijn met de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening bedoeld in artikel 3:65 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen werden correct vermeld en uitgesplitst in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening.
Wij hebben ook, overeenkomstig de ontwerpnorm inzake de controle van de overeenstemming van de financiële overzichten met het Europees uniform elektronisch formaat (hierna “ESEF”), de controle uitgevoerd van de overeenstemming van het ESEF-formaat met de technische reguleringsnormen vastgelegd door de Europese Gedelegeerde Verordening nr. 2019/815 van 17 december 2018 (hierna: “Gedelegeerde Verordening”). De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen, in overeenstemming met de ESEF vereisten, van de geconsolideerde financiële overzichten in de vorm van een elektronisch bestand in ESEF-formaat (hierna “digitale geconsolideerde financiële overzichten”) opgenomen in het jaarlijks financieel verslag. Het is onze verantwoordelijkheid voldoende en geschikte onderbouwende informatie te verkrijgen om te concluderen dat het formaat en de markeertaal van de digitale geconsolideerde financiële overzichten in alle van materieel belang zijnde opzichten voldoen aan de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening.# STATUTAIRE JAARREKENING
De volgende bladzijden zijn uittreksels van de statutaire jaarrekening van Agfa-Gevaert NV, opgesteld overeenkomstig de Belgische boekhoudkundige regels. Het verslag van de Raad van Bestuur aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders en de jaarrekening van Agfa-Gevaert NV zullen samen met het verslag van de commissaris-revisor gedeponeerd worden bij de Nationale Bank van België binnen de statutair bepaalde termijn. Deze documenten zijn op aanvraag verkrijgbaar bij de afdeling Investor Relations van de Vennootschap en beschikbaar op www.agfa.com/investorrelations.
Alleen de geconsolideerde jaarrekening vervat in de voorafgaande bladzijden geeft een correct en betrouwbaar beeld van de financiële situatie en de prestaties van de Agfa-Gevaert Groep. Het statutair verslag van de commissaris-revisor bevat geen bemerkingen en verklaart dat de niet-geconsolideerde jaarrekening van Agfa-Gevaert NV over het jaar, dat eindigde op 31 december 2024, een correct en betrouwbaar beeld geeft van de financiële situatie en de resultaten van de Vennootschap, en dit in overeenstemming met alle wettelijke en statutaire bepalingen.
De jaarrekening zoals ze zal worden voorgelegd aan de Algemene Vergadering van 13 mei 2025, werd door de Raad van Bestuur aan de waarderingsregels getoetst en in die vorm goedgekeurd. Aan de Algemene Vergadering zullen de hiernavolgende punten in het bijzonder ter goedkeuring worden voorgelegd:
De jaarrekening sluit met een verlies voor het boekjaar 2024 van min 55.478.806,65 euro. Bij beslissing van de Buitengewone Algemene Vergadering van 11 maart 2025 werd het kapitaal verminderd met 160.794.611,00 euro door absorptie van overgedragen verliezen. Hierdoor werd het overgedragen resultaat verminderd tot min 352.361.483,55 euro.
De Raad van Bestuur stelt vast uit de resultatenrekening dat de vennootschap in twee opeenvolgende jaren een verlies heeft geleden. Artikel 3:6 §1 6° van het Wetboek van Vennootschappen vereist dat de Raad van Bestuur de waarderingsregels in de veronderstelling van continuïteit verantwoordt. Aangezien echter de continuïteit van een houdstervennootschap, zoals Agfa-Gevaert NV, in hoofdzaak afhankelijk is van deze van de geconsolideerde groep in haar geheel, verwijst de Raad van Bestuur naar de cash positie op groepsniveau alsook naar de nog beschikbare kredietfaciliteiten op balansdatum.
Er wordt voorgesteld om het verlies van het boekjaar toe te wijzen aan het overgedragen resultaat waardoor dit min 407.840.290,20 euro (verlies) bedraagt, rekening houdende met voormelde beslissing van de Buitengewone Algemene Vergadering van 11 maart 2025 tot kapitaalvermindering door absorptie van overgedragen verliezen. Zonder deze beslissing bedragen de overgedragen verliezen min 568.634.901,20 zoals opgenomen in de jaarrekening 2024.
In 2024 realiseerde de vennootschap een omzet van 442,4 miljoen euro. Dit is tegenover de omzet van 2023 (455,7 miljoen euro) een daling met -2,9%. Deze daling wordt verklaard door een stijging van de prijzen (+3,4%), een negatief wisselkoersverschil (-0,5%) en een daling in volume/mix (-5,8%).
Het bedrijfsverlies bedraagt voor 2024 min 85,5 miljoen euro. Dit is een stijging tegenover 2023 met min 62,2 miljoen euro. Het financieel resultaat is 17,6 miljoen euro gunstiger dan in 2023, waardoor het verlies van het boekjaar voor belasting uitkomt op min 55,7 miljoen euro. (2023: min 11,1 miljoen euro). Na de belastingen op het resultaat (2024: +0,2 miljoen euro, 2023: +0.2 miljoen euro) komt het verlies van het boekjaar op min 55,5 miljoen euro (2023: min 10,9 miljoen euro). Dit is tevens het te bestemmen resultaat van het boekjaar. Dit is tegenover 2023 een toename van het verlies met min 44,6 miljoen euro.
De Vennootschap besteedde in België in 2024 5,4 miljoen euro aan onderzoek en ontwikkeling.
In 2024 is het personeelsaantal van Agfa-Gevaert NV in België met 85 eenheden gedaald tot 1.683 personeelsleden per 31.12.2024. Deze daling is de resultante van de aanwerving van 104 medewerkers, terwijl 189 medewerkers het bedrijf verlieten.
| MILJOEN EURO | 2023 | 2024 |
|---|---|---|
| I. Bedrijfsopbrengsten | ||
| A. Omzet | 456 | 442 |
| B. Voorraad goederen in bewerking en gereed product en bestellingen in uitvoering (toename +, afname -) | (6) | (9) |
| C. Geproduceerde vaste activa | 13 | 12 |
| D. Andere bedrijfsopbrengsten | 71 | 72 |
| E. Niet-recurrente bedrijfsopbrengsten | - | - |
| Totale bedrijfsopbrengsten | 534 | 517 |
| II. Bedrijfskosten | ||
| A. Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen | ||
| 1. Aankopen | 207 | 228 |
| 2. Voorraad (toename -, afname +) | 13 | (5) |
| B. Diensten en diverse goederen | 123 | 112 |
| C. Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen | 187 | 185 |
| D. Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten op immateriële en materiële vaste activa | 21 | 19 |
| E. Waardeverminderingen op voorraden, op bestellingen in uitvoering en op handelsvorderingen (toevoegingen +, terugnemingen -) | - | 2 |
| F. Voorzieningen voor risico’s en kosten (toevoegingen +, bestedingen en terugnemingen -) | (8) | 38 |
| G. Andere bedrijfskosten | 12 | 12 |
| H. Niet-recurrente bedrijfskosten | 2 | 12 |
| Totale bedrijfskosten | 557 | 603 |
| III. Bedrijfswinst/verlies | (23) | (86) |
| IV. Financiële opbrengsten | 155 | 145 |
| V. Financiële kosten | (143) | (115) |
| VI. Winst/verlies van het boekjaar vóór belasting | (11) | (56) |
| VII. Overboeking aan de uitgestelde belastingen | - | - |
| VIII. Belastingen op het resultaat | - | - |
| IX. Winst/verlies van het boekjaar | (11) | (56) |
| X. Onttrekking aan de belastingvrije reserves | - | - |
| XI. Te bestemmen winst/verlies van het boekjaar | (11) | (56) |
| Resultaatverwerking | ||
| A. Te bestemmen winstsaldo | (513) | (569) |
| 1. Te bestemmen winst/verlies van het boekjaar | (11) | (56) |
| 2. Overgedragen winst van het vorig boekjaar | (502) | (513) |
| B. Onttrekking aan het eigen vermogen | - | - |
| C. Toevoeging aan het eigen vermogen | - | - |
| D. Over te dragen winst (verlies) | (513) | (569) |
| F. Uit te keren winst | - | - |
| MILJOEN EURO | 31 december 2023 | 31 december 2024 |
|---|---|---|
| Activa | ||
| I. Oprichtingskosten | 1 | - |
| II. Immateriële vaste activa | 8 | 5 |
| III. Materiële vaste activa | 62 | 71 |
| IV. Financiële vaste activa | 836 | 823 |
| V. Vorderingen op meer dan één jaar | 4 | 3 |
| VI. Voorraden en bestellingen in uitvoering | 121 | 116 |
| VII. Vorderingen op ten hoogste één jaar | 350 | 190 |
| VIII. Geldbeleggingen | - | - |
| IX. Liquide middelen | 4 | 2 |
| X. Overlopende rekeningen | 5 | 6 |
| Passiva | 1.391 | 1.216 |
| I. Kapitaal | 187 | 187 |
| II. Uitgiftepremies | 211 | 211 |
| IV. Reserves | 283 | 283 |
| V. Overgedragen winst | (513) | (569) |
| VI. Kapitaalsubsidies | 6 | 7 |
| VII. Voorzieningen en uitgestelde belastingen | 13 | 51 |
| VIII. Schulden op meer dan één jaar | 740 | 690 |
| IX. Schulden op ten hoogste één jaar | 463 | 355 |
| X. Overlopende rekeningen | 1 | 1 |
| 1.391 | 1.216 |
SYNAPS is Agfa’s gamma synthetische papieren als alternatief voor gelamineerd papier voor toepassingen met hoge eisen op het vlak van duurzaamheid. Ze worden door gebruikers op prijs gesteld voor hun drukefficiëntie. De inkt hecht zich immers uitzonderlijk snel aan het papier. Bovendien zijn de papieren bestand tegen water, scheuren en UV-licht.
Met DensityScan kunnen patiënten met een hoog risico op osteoporose eerder worden geïdentificeerd tijdens gewone röntgenopnames. Het helpt de diagnosekloof voor osteoporose te overbruggen: om de levenskwaliteit van patiënten te verbeteren, gelijke gezondheidszorg te garanderen en aanzienlijke kostenbesparingen in de gezondheidszorg mogelijk te maken.
Deze duurzaamheidsverklaring is Agfa's kans om zijn belanghebbenden en alle interne en externe lezers de waarden, de initiatieven en de algemene vooruitgang van de Groep met betrekking tot milieu-, sociale en bestuurlijke onderwerpen in 2024 uit te leggen. De informatie en de gegevens in dit verslag hebben betrekking op de periode van 1 januari 2024 tot 31 december 2024. Om een grondig en volledig inzicht in de globale prestaties van de Groep te garanderen, werd dit verslag opgesteld op geconsolideerde basis. Daarom moet het samen gelezen worden met het volledige Agfa Jaarverslag 2024. Dezelfde consolidatiekring als voor de jaarrekening werd in beschouwing genomen, behalve voor milieuduurzaamheidsinformatie die gebaseerd is op gedecentraliseerde gegevensverzameling.# Duurzaamheidsverklaring - Algemene informatie
Hiervoor werd de gerapporteerde informatie beperkt tot Agfa's meest primaire vestigingen, die zich in België bevinden. Dit zijn de enige vestigingen met chemische activiteiten en als dusdanig komen ze naar voren als de primaire drijvende krachten van de globale ecologische voetafdruk en de daaraan verbonden impacts, risico's en opportuniteiten (IRO's) door de aard van hun productie activiteiten. Deze beperking zal naar verwachting geen invloed hebben op de volledigheid van de dubbele materialiteitsbeoordeling, de identificatie en beoordeling van de impacts, risico's en opportuniteiten en dus op het algehele begrip van de openbaar gemaakte zaken. Het is van toepassing op de volgende informatievereisten:
• E1 Energieverbruik en energiemix;
• E1 Scope 1 en 2 broeikasgasemissies;
• E2 Luchtverontreiniging en (zeer) zorgwekkende stoffen die Agfa’s faciliteiten verlaten als emissies;
• E3 Waterverbruik;
• E5 Materiaaluitstromen (afval).
Gegevens van andere Agfa organisaties, waar de productieactiviteiten gericht zijn op subassemblage en andere minder hulpbronintensieve processen, evenals organisaties met onderzoek & ontwikkeling, verkoop en diensten zonder productieactiviteiten zijn uitgesloten. Centraal verzamelde milieu-informatie zoals E1 Scope 3 broeikasgasemissies, E2 (Zeer) zorgwekkende stoffen die worden gegenereerd of gebruikt tijdens de productie, die worden ingekocht, die Agfa's vestigingen verlaten als producten of als onderdeel van producten of diensten, E5 Materiaalinstroom, evenals entiteitspecifieke, sociale en bestuurlijke duurzaamheidsinformatie en de bekendmakingen overeenkomstig artikel 8 van Verordening 2020/852 (Taxonomieverordening) zijn niet onderworpen aan de reikwijdtebeperking en worden volledig behandeld. Er werden inspanningen geleverd om de reikwijdte van de informatie duidelijk te definiëren in de relevante secties van dit verslag, om zo te zorgen voor volledige transparantie over de grenzen van elke openbaarmaking.
Voor het verslagjaar dat eindigde op 31 december 2024 rapporteert Agfa zijn duurzaamheidsinformatie voor het eerst in overeenstemming met artikel [3:32/2] van de Ondernemings- en Verenigingscode, met inbegrip van de naleving van de toepasselijke European Sustainability Reporting Standards (ESRS), die de eerder gebruikte GRI-standaarden (Global Reporting Initiative) vervangen. Dit omvat de naleving van het proces dat door Agfa werd uitgevoerd om de informatie te identificeren die in de duurzaamheidsverklaring wordt gerapporteerd, in overeenstemming met de beschrijving in ESRS 2 IRO-1 en de naleving van artikel 8 van EU-verordening 2020/852 (de Taxonomieverordening) van de informatie die in het gedeelte milieu-informatie van deze duurzaamheidsverklaring wordt verstrekt.
235
AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
De inhoud van deze duurzaamheidsverklaring is onderworpen aan een beperkt assurancerapport in overeenstemming met ISAE 3000 (herzien). Het verslag van de onafhankelijke auditor over een beperkte controleopdracht is te vinden op pagina 316. De geconsolideerde duurzaamheidsverklaring maakt deel uit van het geconsolideerde jaarverslag van de Groep, dat op 25 maart 2025 door de Raad van Bestuur is goedgekeurd voor publicatie.
In dit verslag worden enkel de ESRS-gegevenspunten gerapporteerd die volgens Agfa's dubbele beoordeling van de materialiteit als materieel werden geïdentificeerd en die volgens de ESRS verplicht zijn. Voor de materiële gegevenspunten opgesomd in Bijlage C van ESRS 1 volgt Agfa de aanbeveling om de bekendmaking ervan te faseren. Verwijzingen naar andere EU-wetgevingen, zoals gedefinieerd door ESRS 2 Bijlage B, zijn beschikbaar op pagina 316.
De upstream en downstream waardeketen wordt in beschouwing genomen waar dit relevant is, in het bijzonder bij het beoordelen van de materialiteit van invloeden, risico's en kansen, en bij het bekendmaken van statistieken met betrekking tot aangekochte materialen. Beleidslijnen, acties of doelstellingen die betrekking hebben op Agfa's waardeketen worden expliciet vermeld.
Voor dit verslag is geen gebruik gemaakt van de vrijstelling van openbaarmaking van op handen zijnde ontwikkelingen of van aangelegenheden waarover nog wordt onderhandeld, zoals bepaald in artikel 19 bis, lid 3, en artikel 29 bis, lid 3, van Richtlijn 2013/34/EU. In de duurzaamheidsverklaring werd geen informatie over intellectueel eigendom, knowhow of de resultaten van innovatie weggelaten. Agfa publiceert zijn Duurzaamheidsverklaringen jaarlijks. Om eerdere verslagen te raadplegen en feedback of vragen over deze duurzaamheidsverklaring te delen, kunt u Agfa's website www.agfa.com bezoeken.
Een overzicht van alle ISO-normen (International Organization for Standardization) en equivalenten voor milieu, veiligheid, energie en kwaliteit waarvoor Agfa gecertificeerd is, vindt u op pagina 20. De overeenkomstige managementsystemen worden geïmplementeerd en opnieuw gecertificeerd in overeenstemming met de respectievelijke auditprogramma's.
Agfa's vestigingen in België zijn ISO 14001-gecertificeerd voor hun milieubeheersystemen en ze worden daarom jaarlijks geauditeerd door een onafhankelijke gecertificeerde ISO-auditor. Voorts voldoen ze aan de bepalingen van de Belgische Energiebeleidsovereenkomst (EBO) en de limieten die door het Emissiehandelssysteem van de Europese Unie (EU ETS) zijn vastgelegd. De EBO legt toepassingscriteria vast met drempelwaarden voor primair energieverbruik. Op basis hiervan wordt jaarlijks een rapport met gegevens over energieverbruik en broeikasgasemissies opgesteld voor de Vlaamse overheid, die ook om de vier jaar een energieaudit uitvoert bij Agfa om het potentieel voor projecten om de energie-efficiëntie te verhogen en de werkelijke vooruitgang te beoordelen. Sinds 2020 valt de Belgische vestiging van Westerlo (Heultje), door optimalisatieprojecten en de implementatie van een afvalwarmtenet met lage temperatuur, niet langer onder het EU ETS. Milieugegevens, waaronder energie-, afval-, lucht- en wateremissies, worden ook gerapporteerd en gecontroleerd door de lokale autoriteiten in het kader van het regionale Integraal Milieujaarverslag (IMJV).
Wanneer wordt verwezen naar tijdsintervallen aan het einde van de verslagperiode, worden de volgende horizonten gebruikt: tot één jaar voor de korte termijn, tot vijf jaar voor de middellange termijn en meer dan vijf jaar voor de lange termijn. Voor fysieke klimaatrisico's worden deze intervallen aangepast naar 2030 voor de korte termijn, 2050 voor de middellange termijn en 2080 voor de lange termijn. Bij deze aanpassing wordt rekening gehouden met de huidige situatie van de Groep en met de laatst beschikbare gemodelleerde gegevens (van 1990 tot 2020) die als referentie gebruikt worden. Dit zorgt ervoor dat de gevolgen voldoende zichtbaar zijn in de beoordelingsresultaten, waardoor geïnformeerde besluitvorming wordt vergemakkelijkt en de resultaten worden afgestemd op relevante investeringsperspectieven.
236
Duurzaamheidsverklaring - Algemene informatie
Secundaire gegevens over de waardeketen zijn opgenomen in de kwantitatieve informatie met betrekking tot ingekochte materialen, zoals de statistieken in E5 Materiaalinstromen en E1 Scope 3 Broeikasgasemissies. Deze statistieken zijn opgesteld met behulp van benchmarks uit de industrie, externe databases en proxy-gegevens. Hoewel deze externe gegevens afkomstig zijn van gerenommeerde bronnen, zijn ze onderhevig aan een zekere mate van onzekerheid. Kwantitatieve gegevens met betrekking tot E2 (zeer) zorgwekkende stoffen die worden ingekocht, zijn gebaseerd op primaire gegevens die door de leveranciers zijn opgegeven. Het blijven samenwerken met leveranciers om primaire gegevens te verzamelen en bij te werken, evenals het regelmatig bijwerken van de broeikasgasemissiefactoren, zal helpen om de nauwkeurigheid en robuustheid van Agfa's meetgegevens over de waardeketen voor de volgende rapportingscycli te verbeteren.
Dit verslag bevat toekomstgerichte informatie die risico's en onzekerheden inhoudt, waaronder verklaringen over Agfa's plannen, doelstellingen, verwachtingen en intenties. Deze informatie is onderhevig aan belangrijke zakelijke, economische en concurrentiële onzekerheden en onvoorziene omstandigheden, waarvan vele buiten de controle van Agfa liggen. De werkelijke resultaten zouden bijgevolg wezenlijk kunnen verschillen van de voorziene, verwachte, geschatte of geprojecteerde resultaten. Bijgevolg moet deze informatie als onzeker beschouwd worden. Dit verslag steunt ook op beoordelingen en veronderstellingen die kritisch zijn voor de gerapporteerde gegevens. Dit is in het bijzonder relevant voor (maar niet beperkt tot) de klimaatgerelateerde informatie, die gebaseerd is op de huidige kennis en beschikbare gegevens. Agfa heeft zorgvuldig de meest geschikte en consistente methodologieën geselecteerd voor de bekendgemaakte elementen. Geldbedragen die zijn gebruikt bij het opstellen van de Duurzaamheidsverklaring zijn, consistent met de corresponderende financiële gegevens en aannames die zijn gebruikt in de jaarrekening. Er wordt verwacht dat geharmoniseerde standaarden en berekeningsmethoden bijgewerkt of ontwikkeld zullen worden, wat de kwaliteit van de gegevens in de toekomst verder zal verbeteren.
Waar mogelijk en beschikbaar wordt vergelijkende informatie gepresenteerd. De vergelijkende informatie in de duurzaamheidsverklaring en de daaraan gerelateerde toelichtingen worden gepresenteerd op vrijwillige basis en zijn niet onderworpen aan redelijke of beperkte zekerheidsprocedures, tenzij anders vermeld in de relevante secties van de duurzaamheidsverklaring.# Duurzaamheidsverklaring - Algemene informatie
Dit verslag is echter, in tegenstelling tot voorgaande verslagen, opgesteld in overeenstemming met de European Sustainability Reporting Standards (ESRS), die een aanzienlijk aantal nieuwe toelichtingsvereisten, definities en methodologieën introduceren. Om dezelfde reden, hoewel dit verslag geen herformuleringen van informatie uit voorgaande perioden bevat als gevolg van materiële fouten in de rapportage, kan de directe vergelijkbaarheid tussen voorgaande perioden, dit verslag en toekomstige perioden – zelfs voor reeds gerapporteerde statistieken – worden beïnvloed. Bijgevolg is het vaak onpraktisch om een volledige set gegevens opnieuw samen te stellen. Voor nieuw geïntroduceerde maatstaven maakt de onderneming gebruik van de overgangsbepalingen voor het eerste jaar in overeenstemming met ESRS 1. Terwijl Agfa de behoefte aan transparantie en actie op het vlak van duurzaamheid verwelkomt en ondersteunt, introduceert de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) bredere en strengere rapporteringsnormen, inclusief de vereiste om de informatie door een derde partij te laten valideren. Dit heeft een aanzienlijke impact op Agfa's middelen en vereist een betere structurering van de rapporteringsaanpak. In tegenstelling tot voorgaande jaren werd het deel van de informatie over milieuduurzaamheid, dat steunt op gedecentraliseerde gegevensverzameling, voor dit jaar gestroomlijnd en beperkt tot Agfa's vestigingen in België om de toegenomen werklast van de rapportering geleidelijk te beheren en om de implementatie te garanderen van passende interne controles om de betrouwbaarheid van de gerapporteerde gegevens te vergroten. Aangezien deze vestigingen de belangrijkste drijvende krachten zijn achter Agfa's globale ecologische voetafdruk en de daaraan verbonden impact, risico's en kansen (IRO), blijven de relevantie van de algemene informatie en een duidelijk begrip van de IRO in kwestie behouden. In de toekomst zullen organisaties met productieactiviteiten die gericht zijn op subassemblage en andere minder grondstofintensieve processen, waarvoor de gegevensverzameling al gestart is maar nog niet opgenomen is in dit rapport, op korte tot middellange 237 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024 termijn geïntegreerd worden, afhankelijk van hun niveau van IRO-materialiteit. Organisaties met onderzoek & ontwikkeling, verkoop en diensten zonder productieactiviteiten, zullen worden opgenomen in een tweede fase, in eerste instantie met behulp van proxy's op basis van gegevens van representatieve Agfa-vestigingen.
De volgende informatie is opgenomen door middel van verwijzing naar andere delen van dit verslag:
Duurzaamheid is inherent verankerd in de kern van de bedrijfsactiviteiten van de Groep, zoals weerspiegeld in haar visie: 'Driving positive change, for a greener, healthier and brighter future' (Positieve verandering aandrijven voor een groenere, gezondere en stralende toekomst). Om deze visie effectief te realiseren, is het duurzaamheidsbeheer volledig geïntegreerd in de algemene bestuursstructuur van Agfa. Zoals gedetailleerd uitgelegd in het publiek toegankelijke Corporate Governance Charter, is de Raad van Bestuur (RvB) het ultieme bestuursorgaan dat verantwoordelijk is voor Agfa's duurzaamheidsstrategie en de vooruitgang op dat vlak, alsook voor het toezicht op de gerelateerde impacts, risico's en kansen. In dit opzicht bepaalt en controleert de RvB het gedrag dat onder Agfa's Gedragscode valt, valideert hij Agfa's duurzaamheidsstrategie en materialiteit, en de jaarlijkse duurzaamheidsrapportering. De RvB vertrouwt aan de CEO, ondersteund door het Directiecomité, met wie hij het Executive Leadership (EL) vormt, het sturen en superviseren van de implementatie van Agfa's duurzaamheidsstrategie toe. De RvB en het EL zorgen voor een gevarieerde waaier aan ervaring en expertise, zoals beschreven in het Corporate Governance-verslag op pagina 59. Ze zijn in staat om relevante duurzaamheidskwesties en kwesties op het vlak van zakelijk gedrag aan te pakken. Wanneer specifieke expertise op het vlak van duurzaamheid nodig is, zoeken ze informatie en ondersteuning, direct of indirect, bij teams die op verschillende niveaus binnen Agfa's organisatiestructuur actief zijn:
Meer informatie over de samenstelling en diversiteit van de leden van Agfa's RvB en EL en over hun ervaring, hun rollen en verantwoordelijkheden is te vinden in de Corporate Governance Verklaring van dit verslag.
238 Duurzaamheidsverklaring - Algemene informatie
In 2024 werd een verbeterd duurzaamheidsgovernancemodel geïmplementeerd om Agfa in staat te stellen om zijn materiële milieu-, sociale en bestuurskwesties (Environmental, Social, and Governance - ESG) en de daaraan verbonden impacts, risico's en kansen effectiever aan te pakken via zijn gelaagde managementaanpak. Er werden multifunc- tionele werkgroepen opgericht met belangrijke belanghebbenden en bedrijfsproceseigenaars, die zich elk richten op een functie die nauw verbonden is met ESG – namelijk Risico, Duurzaamheid, Financiën en Informatietechnologie. Deze groepen hebben duidelijk omschreven taken en verantwoordelijkheden en rapporteren elk kwartaal aan het ESG-comité. Het ESG-comité is op haar beurt verantwoordelijk voor het geven van kwartaalupdates aan het Executive Leadership (EL) en de Raad van Bestuur (RvB). Haar rol is:
Daarnaast coördineert en consolideert het Corporate Sustainability Office, onder leiding van het Head of Sustainability, de dagelijkse uitrol van alle duurzaamheidsactiviteiten in samenwerking met relevante afdelingen en versterkt het de reguliere communicatiekanalen binnen de organisatie. Het zorgt voor de juiste escalatie naar het Head of Sustainability – en in het verlengde daarvan naar het EL – wanneer onderwerpen relevant zijn voor duurzaamheidsgere- lateerde impacts, risico's en kansen.
Sinds 2022 rapporteert het Head of Sustainability, als lid van het EL, elk kwartaal rechtstreeks aan het EL en de Raad van Bestuur:
Sinds 2023 fungeert een Core Team for Product & Process Sustainability als een proces- en productgericht intern adviesorgaan. Dit team bestaat uit een multidisciplinaire groep experts uit alle kenniscentra (bv. Onderzoek & Ont- wikkeling, Productie, Engineering, businessdivisies en ondersteunende functies). Het fungeert als een maandelijks platform voor het delen en creëren van kennis en biedt structuur en governance voor Agfa's product- en procesduur- zaamheid. Het Core Team dient ook als een tweerichtingscommunicatiekanaal met de managementteams van de verschillende businessdivisies. Agfa gelooft dat deze structuur helpt om zijn duurzaamheidsstrategie vooruit te helpen, deze af te stemmen op de relevante zakelijke behoefte en bewustzijn, en voorbereidingen te treffen voor een toekomstbestendige productportfolio op middellange en lange termijn. Bovendien wil het het begrip van de impact van de komende duurzaamheidswetge- ving op korte, middellange en lange termijn vergemakkelijken. Het Corporate Sustainability Office, dat ook vertegen- woordigd is in het Core Team, zorgt voor de juiste escalatie naar het Head of Sustainability en vervolgens naar het EL, wanneer een besproken onderwerp relevant is voor duurzaamheidsgerelateerde impacts, risico's of kansen. Deze escalatiekanalen stellen de Raad van Bestuur en het EL (en hun relevante comités) in staat om goed geïnfor- meerd te blijven en om de relevante effecten, risico's en kansen in overweging te nemen bij het toezicht op Agfa's strategie, beslissingen over grote transacties en risicobeheerprocessen.# AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
De lijst van belangrijke IRO's die in 2024 aan bod komen, bestaat uit de IRO's die geïdentificeerd werden aan de hand van de materialiteitsbeoordeling op pagina 246 van dit verslag.
Het remuneratiebeleid en de remuneratieregelingen voor de Raad van Bestuur (RvB) zijn gebaseerd op vaste beloning. Meer informatie hierover is te vinden in het Remuneratieverslag in dit verslag. Alle Agfa-werknemers op managementniveau (met uitzondering van de verkoop- of service-werknemers die in principe verbonden zijn aan een Sales Incentive Plan of een Service Incentive Plan) zijn verbonden aan Agfa's Global Bonus Plan. Dit plan weerspiegelt de collectieve en individuele prestaties over een periode van één jaar, door de vergelijking van de resultaten van de Agfa Groep en de (sub)divisies met de gedefinieerde doelstellingen en door een individuele vermenigvuldigingsfactor gebaseerd op de prestatiebeoordeling van de werknemer.
Het ontwerp van het Global Bonus Plan, en de wijzigingen eraan, worden jaarlijks voorgesteld door het Executive Leadership (EL) en goedgekeurd door de Raad van Bestuur. De globale budgetdefinitie (dekkingsgraad) wordt bepaald op het niveau van Agfa, op basis van de beoogde EBITDA. Het EL valideert de EBITDA-financieringsratio's van de Agfa Groep en de divisies en de uiteindelijke verdeling van de individuele prestatiebeoordelingen.
Sinds 2022 is het behalen van de ESG-doelstellingen (Environmental, Social & Governance) opgenomen als prestatiecriterium voor Agfa's Global Bonus Plan. Aanvankelijk was dit alleen van toepassing op senior leiders in managementrangen 1 en 2 (meestal het Executive Leadership en hun rechtstreekse ondergeschikten). In 2023 werd het echter uitgebreid naar alle werknemers die onder het Global Bonus Plan vallen, ongeacht hun managementrang, behalve voor Agfa-werknemers op managementniveau in HealthCare IT. In 2024 werden de ESG-doelstellingen verder uitgebreid naar alle werknemers die onder het Global Bonus Plan vallen, ongeacht hun managementgraad of businessorganisatie. ESG is goed voor 10% tot 20% van de globale resultaten van de Agfa Groep, die samen met Agfa's divisieresultaten en de individuele resultaten het Global Bonus Plan aandrijven. Afhankelijk van het aantal ESG-bedrijfsdoelstellingen op target, kan het ESG-uitbetalingsniveau variëren tussen 0% (als geen van de ESG-doelstellingen wordt behaald) en 150% (als alle ESG-doelstellingen worden overtroffen). Het gewicht van elk ESG-doel is gelijk verdeeld.
De ESG-bedrijfsdoelstellingen worden gevalideerd door de Raad van Bestuur en zijn gebaseerd op vijf van de prioritaire Duurzame Ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals - SDG's) die als het meest relevant voor Agfa werden geïdentificeerd. Ze hebben betrekking op gendergelijkheid en Diversiteit, Gelijkheid & Inclusie (SDG 5), Gezondheid & Veiligheid (SDG 3), klimaatactie (SDG 13), duurzame innovatie (SDG 9) en wereldwijde duurzaamheidsprestaties (SDG 12).
De prestaties in 2024 met betrekking tot deze jaarlijkse doelstellingen worden in deze duurzaamheidsverklaring verder gedetailleerd in de informatie met betrekking tot ESRS S1 voor gendergelijkheid en Diversiteit, Gelijkheid en Inclusie (SDG 5) en Gezondheid & Veiligheid (SDG 3), ESRS E1 voor klimaatactie (SDG 13), en GOV-2 en SBM-1 voor duurzame innovatie (SDG 9).
Wat de wereldwijde duurzaamheidsprestaties (SDG 12) betreft, werden vier domeinen van Agfa's duurzaamheidsbeheer (namelijk Milieu, Arbeid & Mensenrechten, Ethiek en Duurzame Aankoop) in 2024 door EcoVadis, een van 's werelds grootste leveranciers van duurzaamheidsbeoordelingen voor bedrijven, beoordeeld met een score van 67 op 100, wat als een goed resultaat beschouwd wordt. Hiermee behoort Agfa tot de top 25% van alle ondernemingen die in de 12 maanden voorafgaand aan de beoordeling door EcoVadis in alle industrieën beoordeeld werden (83+ percentiel), waardoor Agfa zijn bronzen medaille kon behouden, ondanks de strengere herziening van het medailletoekenningssysteem dat EcoVadis in januari 2024 invoerde. De feedback van EcoVadis dient als een waardevolle bron van informatie, die Agfa helpt bij het identificeren van verbeteringspaden voor zijn processen in de hele Groep.
Due diligence op het vlak van duurzaamheid is het proces van het identificeren, beoordelen en aanpakken van de huidige en potentiële milieu-, sociale en bestuurlijke (ESG) impacts, risico's en kansen in verband met Agfa's eigen activiteiten, waardeketens en belanghebbenden. De kernelementen van dit due diligence-proces liggen aan de basis van Agfa's dubbele materialiteitsbeoordeling, beschreven op pagina 249 van deze duurzaamheidsverklaring, en zijn van daaruit ingebed in het bestuur, de strategie en het bedrijfsmodel.
| Kernelementen van due diligence | Secties in dit jaarverslag |
|---|---|
| Verankering van due diligence in beleid, strategie en bedrijfsmodel | Bestuurlijke informatie vanaf pagina 311, Corporate Governance-verslag vanaf pagina 59 |
| Betrokken partijen betrekken bij alle belangrijke stappen van het due diligence-onderzoek | Algemene informatie vanaf pagina 235, Milieu-informatie vanaf pagina 257, Sociale informatie vanaf pagina 293, Bestuurlijke informatie vanaf pagina 311 |
| Nadelige gevolgen identificeren en beoordelen | Algemene informatie vanaf pagina 235, Risicobeheer vanaf pagina 73 |
| Acties ondernemen om deze nadelige gevolgen aan te pakken | Algemene informatie vanaf pagina 235, Milieu-informatie vanaf pagina 257, Sociale informatie vanaf pagina 293, Bestuurlijke informatie vanaf pagina 311 |
| De effectiviteit van deze inspanningen opvolgen en communiceren | Algemene informatie vanaf pagina 235, Milieu-informatie vanaf pagina 257, Sociale informatie vanaf pagina 293, Bestuurlijke informatie vanaf pagina 311 |
| SDG | Ambitie lange termijn | Ambitie 2025 | Jaardoelen voor 2024 |
|---|---|---|---|
| 5 | Volledige pariteit, ook op managementniveau, uitgebreid tot een breed DEI-beleid | Aandeel vrouwen bij Agfa in overeenstemming brengen met dat in de markt | Aanwervingsdoelstelling voor vrouwen: vrouwelijke marktvertegenwoordiging in de voor Agfa relevante rekruteringsgebieden met ploegendiensten en veel reistijd (bijv. productie en service bij de klant) +5% van de vrouwelijke marktvertegenwoordiging in de overige relevante rekruteringsgebieden. Introductie van drie DEI-initiatieven (één per Employee Resource Group). |
| 3 | Ongevallenvrij | Het aantal ongevallen met één verloren dag met 50% verminderen t.o.v. 2019 = maximaal 17 ongevallen met minsten één verloren dag in 2025 | Bereiken van het middelpunt van Agfa's ambitie = maximaal 24 ongevallen met minstens één verloren dag in 2024 |
| 13 | CO2-neutraal | Toewerken naar overeenkomst van Parijs | Implementatie uitgebreid koolstofreductieplan voor Agfa in België 100% op schema. Reikwijdte van 2e PV-fase overeengekomen en dak-PV geïnstalleerd, in lijn met huisvestingsplan. Efficiënt beheer van energieactiva maakt een flexibele mix mogelijk, met als doel de CO2-uitstoot te verminderen en tegelijkertijd de kosten het hele jaar door in balans te houden. Voorbereidingen voor een eerste Scope 3-rapportage op FY2024, ondersteuning van CSRD-naleving en SBTi-voorbereiding. |
| 9 | Duurzame business-portfolio | Methodologie toepassen op productportfolio, aandeel duurzame innovatie verhogen | Volledige overeenstemming met principe van Vooruitgang in duurzaamheid naar producten van de volgende generatie. Volledige toepassing duurzaamheidsmatrix op volgende generatie R&D-productportfolio in DPC en RSD. Opzetten en volledig operationeel maken van het Product & Process Sustainability Core Team (DPC Pilot). |
| 12 | “Gouden” medaille EcoVadis | Top 25% van EcoVadis beoordeelde ondernemingen | Verhoging van absolute EcoVadis-score met minimaal 20 punten om een verhoging van de algemene score te genereren en om Agfa’s positie in de top 25% te vrijwaren. |
Milieu-, sociale en bestuurlijke (ESG) rapportering is blootgesteld aan het risico van materiële onjuistheden door verschillende factoren zoals de complexiteit van de gegevensverzameling, de afhankelijkheid van door mensen berekende informatie (van derden) of evoluerende rapporteringsstandaarden. Als onderdeel van Agfa’s Risicobeheersysteem en Interne controlekader, beschreven op pagina 73 van dit verslag, werden in 2024 aanzienlijke middelen ingezet om deze risico's in kaart te brengen en een verbeterd kader voor interne controle te ontwerpen om deze risico's te beperken en zo de beschikbaarheid, betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de ESG-rapportering te verbeteren. Dit interne controlekader werd in drie fasen geïmplementeerd:
De eerste fase was gericht op het verkrijgen van een duidelijk en gestructureerd overzicht van ESG-gegevensbronnen en op het beoordelen van de geschiktheid van processen en systemen voor gegevens en technologie om te voldoen aan Agfa's rapportagevereisten. Deze stap legde de basis voor het identificeren van hiaten en risico's met betrekking tot de beschikbaarheid en kwaliteit van gegevens.
De tweede fase concentreerde zich op het ontwerpen van het eigenlijke raamwerk voor interne controle: het beoordelen en ontwikkelen van een doelmatig bedrijfsmodel om interne processen op elkaar af te stemmen om consistente rapportage over alle ESG-dimensies te waarborgen; het ontwikkelen van het interne ESG-controleontwerp, met de nadruk op praktijken die de consistentie en robuustheid van gegevens in alle kritieke stadia van het ESG-rapportageproces ondersteunen.
De derde fase bestond uit het uitrusten van het ESG-rapportageteam met de benodigde hulpmiddelen, kennis en training om ervoor te zorgen dat ze voorbereid waren op gegevensverzameling en meetactiviteiten vóór de rapportagetijdlijn.# Tegelijkertijd werd de ESG-module van Agfa's financiële rapporteringstool geïmplementeerd om de risico's te beper- ken en de effectiviteit van deze controles te verbeteren. Deze tool pakt de risico's van inconsistente rapportering en menselijke fouten aan door gegevensvalidatie te automatiseren en nauwkeurigheid te garanderen. Waar mogelijk en van toepassing zal het een betere integratie met de financiële rapportering ondersteunen. De bevindingen van deze activiteiten werden systematisch gerapporteerd en indien nodig ter goedkeuring voorge- legd aan de ESG-commissie. De goedgekeurde risicobeperkende strategieën werden vervolgens geïntegreerd in relevante interne functies en processen. Deze aanpak heeft specifiek geresulteerd in een verbeterde samenwerking tussen afdelingen en het vaststellen van nieuwe rollen en verantwoordelijkheden voor ESG-rapportageactiviteiten. Op de korte tot middellange termijn is de prioriteit om de implementatie van dit raamwerk voor interne controle verder te ontwikkelen – met name voor de locaties die vallen onder de scopebeperking beschreven in BP-1 Algemene basis voor voorbereiding – terwijl op de middellange tot lange termijn de focus zal verschuiven naar het beoordelen van de relevantie en haalbaarheid van verdergaande systeemintegratie.
Agfa ontwikkelt, produceert en verdeelt een uitgebreid gamma analoge en digitale beeldvormingssystemen en IT-oplossingen, voornamelijk voor de drukindustrie en de gezondheidszorg, alsook voor specifieke industriële toepassingen. De operationele activiteiten zijn onderverdeeld in drie divisies: Digital Print & Chemicals, Radiology Solutions en HealthCare IT. Ze hebben elk sterke marktposities en welomschreven strategieën. Deze businessmodellen worden verder beschreven in het bedrijfsprofiel en de hoofdstukken over de bedrijfsactiviteiten.
Rekening houdend met de inkomsten per divisie, die samen met de kostenstructuur terug te vinden zijn in het financiële overzicht van dit verslag, en het verband met de geïdentificeerde materiële impacts, risico's en kansen op pagina 246, zijn deze drie divisies relevant voor Agfa's duurzaamheidsaangelegenheden, en kunnen ze als volgt samengevat worden:
242 Duurzaamheidsverklaring - Algemene informatie
| Belangrijke groepen van producten en aangeboden diensten | ESRS-sector | Belangrijke markten en/of klantengroepen |
|---|---|---|
| HealthCare IT | ||
| Geavanceerde software voor medische beeldvormings-IT | Ziekenhuizen, diagnostische centra, | |
| Daaraan verbonden diensten voor installatie, onderhoud | klinieken, openbare en particuliere | |
| en support | instellingen en professionals in de | |
| Andere | gezondheidszorg in de wereldwijde | |
| medische sector | ||
| Radiology Solutions | ||
| Traditionele röntgenfilm, hardcopy film en printers, | Ziekenhuizen, diagnostische centra, | |
| digitale radiografieapparatuur en beeldverwerkingssoftware | klinieken, openbare en particuliere | |
| Daaraan verbonden diensten voor installatie, onderhoud | instellingen en professionals in de | |
| en support | gezondheidszorg in de wereldwijde | |
| Andere | medische sector | |
| Digital Print & Chemicals | ||
| Geavanceerde inkjetdruksystemen (apparatuur, software | Drukkerijen | |
| en diensten) | Technologiecentra | |
| Innovatieve membranen voor industriële groene waterstof- | Industriële organisaties | |
| productie | ||
| Films, gecoate producten en chemicaliën voor diverse | ||
| toepassingen | ||
| Andere |
Agfa gelooft dat duurzame bedrijfsoplossingen en innovatiepraktijken essentieel zijn om zijn groeistrategie te realiseren. Daarom heeft Agfa, met betrekking tot de doelstellingen inzake duurzaamheid, zijn engagement geformaliseerd door de doelstelling van Vooruitgang in duurzaamheid naar producten van de volgende generatie te definiëren, met een bijzonde focus op zijn groeimotoren binnen de context van zijn strategische transformatie, met het oog op:
Op dit moment is dit doel nog niet vertaald in specifieke kwantitatieve doelstellingen in termen van belangrijke groepen producten en diensten, klantencategorieën, geografische gebieden en relaties met belanghebbenden. Tot nu toe heeft Agfa zich gericht op de ontwikkeling van een methodologie om het duurzaamheidsprofiel van zijn producten te beoorde- len en dit op te nemen in de ontwerpfase van zowel nieuwe producten als bijgewerkte versies van bestaande producten. Een eerste kwalitatieve beoordeling werd geïmplementeerd voor Agfa's divisies Digital Print & Chemicals en Radiology Solutions. De belangrijkste uitdagingen bestaan er nu in om over te schakelen van een kwalitatieve naar een kwantitatieve beoordeling, om de juiste processen voor het verzamelen van gegevens te implementeren en om de kosten en inspanningen effectief af te wegen tegen de duurzaamheidswaarde die voor Agfa en zijn belanghebbenden bereikt moet worden. De eerste stappen zijn gezet.
Meer details over Agfa's entiteitspecifieke materiële thema's met betrekking tot innovatie en de daaraan verbonden investeringen worden gegeven in het specifieke deel op pagina 280 van dit verslag. Een overzicht van Agfa's vestigingen is te vinden in dit verslag op pagina 14. De volgende tabel toont het aantal werkne- mers op het einde van de rapporteringsperiode, opgesplitst volgens geografische gebieden:
| Regio | Aantal werknemers |
|---|---|
| Europa | 3.294 |
| Noord-Amerika | 775 |
| Latijns-Amerika | 189 |
| Azië, Oceanië | 442 |
| Midden-Oosten en Afrika | 65 |
| TOTAAL | 4.765 |
Agfa’s vestigingen in België zijn de locaties van een belangrijk Research & Development (R&D) centrum dat alle drie de divisies bedient, alsook van Agfa’s grootste productievestiging, die chemische productieactiviteiten omvat en de divisies Digital Print & Chemicals en Radiology Solutions bedient. Andere productievestigingen bevinden zich in China, Duitsland, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Canada en richten zich op de (sub)assemblage en confectie van afgewerkte en verpakte producten afkomstig van externe leveranciers of andere Agfa-vestigingen.
Agfa's eigen activiteiten zijn afhankelijk van zijn waardeketen. Upstream is de interactie specifiek afhankelijk van de relaties met belangrijke leveranciers, zoals diegene die chemische grondstoffen, componenten, IT-hulpmiddelen en infrastructuur leveren die nodig zijn voor Agfa's productie, subassemblage, onderzoek & ontwikkeling en commerciële activiteiten. Downstream is Agfa wereldwijd commercieel actief in business-to-business relaties met klanten en partners via eigen verkooporganisaties in meer dan 30 landen.
243 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
In landen waar Agfa geen eigen verkooporganisatie heeft, wordt de markt door een netwerk van agenten en vertegen- woordigers bediend. Naast klanten omvat Agfa's downstream waardeketen ook de eindgebruikers van de oplossingen die op de markt gebracht worden (bv. drukkers, technologieontwikkelaars, radiologen en medisch personeel), en in mindere mate de consumenten van gedrukte media en patiënten.
Als deel van een ecosysteem blijft Agfa's belanghebbendenbetrokkenheid een belangrijk proces om ervoor te zorgen dat het zaken doet op de meest verantwoorde, efficiënte en duurzame manier. Een regelmatige uitwisseling met zijn stake- holders dient als input om Agfa's strategie en businessmodel te definiëren, om de evoluerende behoeften te begrijpen en waar mogelijk tegemoet te komen aan wederzijdse verwachtingen, om hen te informeren en nieuwe kennis te verwerven. De kanalen en het niveau van engagement met elke stakeholdergroep hangen af van de thema's die op het spel staan en zullen waarschijnlijk in de loop van de tijd variëren op basis van de bedrijfsprioriteiten.
Recent werden de belangen en meningen van de belangrijkste stakeholdergroepen, zoals hieronder beschreven, rechtstreeks of onrechtstreeks in aan- merking genomen in Agfa's materialiteitsbeoordeling, zoals verder uitgewerkt op pagina 246 van dit verslag. Wanneer ze relevant zijn, worden ze ook meegedeeld aan het Executive Leadership en de Raad van Bestuur, zodat ze op gepaste wijze in overweging kunnen worden genomen bij strategische besprekingen en beslissingen.
Werknemers zijn de drijvende kracht achter alles wat Agfa doet, waardoor het cruciaal is om een gemeenschappe- lijke cultuur te creëren door middel van gedeelde waarden en samenwerking om de doeltreffendheid van de Groep te garanderen. Agfa maakt gebruik van verschillende interne platformen, tools en processen die een variabel niveau van interactie bieden, hetzij wereldwijd of lokaal. Terwijl sommige initiatieven gericht zijn op het informeren of verge- makkelijken van eenrichtingscommunicatie met en van werknemers – zoals het delen van informatie via regelmatige intranetupdates, publicaties in nieuwsbrieven, opleidingssessies, jaarlijkse betrokkenheidsenquêtes of klokkenluiderska- nalen – bevorderen andere initiatieven de dialoog. Voorbeelden hiervan zijn individuele prestatiebeoordelingen, ontbijt- en lunchsessies met Agfa's Chief Executive Officer en driemaandelijkse 'Agfa Connect'-sessies. Dit zijn bedrijfsbrede evenementen met business updates over strategie, veiligheid, belangrijke projecten, belangrijke verwezenlijkingen en meer, samen met speciale vraag- en antwoordsessies om open communicatie aan te moedigen. Bovendien gaat Agfa in elk land waar het actief is de dialoog aan met werknemersvertegenwoordigers. In de meeste landen worden de werkne- mers vertegenwoordigd door ondernemingsraden, en op Europees niveau is er een Europese Ondernemingsraad.# Duurzaamheidsverklaring - Algemene informatie
Agfa houdt rekening met de feedback van zijn werknemers in zijn besluitvormingsproces en betrekt hen rechtstreeks bij het opzetten van Employee Resource Groups (ERG) als onderdeel van zijn strategie op het vlak van diversiteit, gelijkheid en inclusie (DEI).
De dialoog met aandeelhouders, analisten en (potentiële) investeerders om Agfa's groei en het vertrouwen van de markt veilig te stellen, wordt op Groepsniveau georganiseerd onder de coördinatie van de afdeling Investor Relations & Corporate Communications. Als beursgenoteerde onderneming is Agfa onderworpen aan specifieke rapporterings- en transparantieverplichtingen en daarom deelt het elk kwartaal zijn financiële resultaten en duurzaamheidsupdates met analisten en de pers. Agfa organiseert ook regelmatig beleggersevenementen, aandeelhoudersvergaderingen (inclusief de jaarlijkse Algemene Aandeelhoudersvergadering), roadshows en beleggersgesprekken met leden van het Executive Leadership en de afdeling Investor Relations. Meer details over hoe Agfa omging met zijn financiële belanghebbenden, inclusief agenda en notulen van aandeelhoudersvergaderingen, zijn beschikbaar op Agfa's website.
De dialoog met leveranciers wordt voornamelijk gecoördineerd door de afdeling Purchasing en waar nodig worden er andere interne belanghebbenden bij betrokken, zoals productmanagers, R&D, duurzaamheids- en juridische teams. Deze communicatie verloopt via directe interacties, waaronder contracten, regelmatige bedrijfsvergaderingen, bedrijfsbezoeken, driemaandelijkse scorekaarten en jaarlijkse enquêtes. Effectieve samenwerking met leveranciers stelt Agfa in staat om onder optimale omstandigheden de juiste input te verkrijgen en ze wordt gebruikt om kansen te identificeren voor partnerschappen, co-creatie en innovatie.
Het contact met klanten, distributeurs en eindgebruikers wordt primair gecoördineerd door elke divisie, waarbij specifieke lokale en nationale wettelijke vereisten in acht worden genomen. Operationeel wordt dit beheerd door middel van verschillende directe interacties, waaronder aanbestedingen, contracten, regelmatige zakelijke bijeenkomsten en bezoeken, jaarlijkse beurzen, enquêtes, trainingen, service-interventies, en nog veel meer. Het doel is ervoor te zorgen dat klanten, distributeurs en eindgebruikers over de nodige instructies beschikken om Agfa's oplossingen effectief en veilig te gebruiken. De belangen en perspectieven van klanten en eindgebruikers worden volledig geïntegreerd in het volledige ontwerpproces van oplossingen en workflows. Feedback en verzoeken om functionaliteiten worden systematisch gebruikt om de roadmaps voor innovatie vorm te geven en om hun prioritering te beïnvloeden. Voor oplossingen die de lancering naderen, schakelt Agfa een selecte groep bètaklanten in om te testen en feedback te geven, wat opgenomen wordt in de uiteindelijke ontwerpcyclus voor het product op de markt gebracht wordt. Bovendien wordt een beperkt panel uitgenodigd voor interviews of om lid te worden van adviesraden, waar ze hun mening geven over trends in markt en productduurzaamheid en hun verwachtingen van Agfa's portfolio met betrekking tot het aanpakken van deze gebieden. Door deze interacties verwerft Agfa waardevolle kennis over de behoeften van de klant, wat de ontwikkeling en levering van relevante, toekomstgerichte oplossingen mogelijk maakt.
Agfa beschouwt zichzelf als deel van de gemeenschappen waar zijn vestigingen zich bevinden en waar zijn werknemers wonen en het erkent de impact die het op hen kan hebben. Dit is vooral relevant wanneer sommige van zijn vestigingen, zoals die in België, zich in stedelijke zones bevinden. Daarom besteedt de Groep altijd tijd en middelen om de gemeenschappen op de hoogte te houden van Agfa's activiteiten en projecten en om hun vragen te beantwoorden. Dit gebeurt door middel van fysieke of virtuele ontmoetingen, sociale media, website, enz. In België heeft Agfa ook een vertegenwoordiger aangesteld in de lokale Milieuraad van de stad. Het ontmoeten van lokale gemeenschappen is ook een manier om suggesties en ideeën voor te stellen en aan te horen om mogelijke overlast, bv. met betrekking tot geur of lawaai, te beperken. Buurtbewoners kunnen dit aan Agfa melden via e-mail of een gratis telefoonnummer. Agfa streeft ernaar om deze voorvallen zo veel mogelijk te beperken door regelmatige controles en corrigerende maatregelen, afhankelijk van de ernst van het voorval. Agfa en zijn werknemers zijn ook regelmatig actief in lokale gemeenschappen door middel van kennisuitwisselingssessies in projecten op het vlak van Wetenschap (Science), Technologie, Engineering en Wiskunde (Mathematics) (STEM), masterclasses in scholen, contacten met potentiële toekomstige werknemers op jobbeurzen, enz. Dit helpt Agfa om discussies en interesses aan te moedigen, een adequate trechter van talenten te creëren en een cultuur van sociale verantwoordelijkheid aan te moedigen.
Samenwerking met collega-bedrijven, de academische wereld en beleidsmakers is essentieel voor Agfa om bij te dragen tot bredere, industrieoverkoepelende actie rond duurzame ontwikkeling en om synergieën te creëren die zijn kennis en potentieel om een positieve impact te hebben, vergroten. De gedeelde kennis, expertise en informatie over regelgeving, naast andere waardevolle input die door deze samenwerkingen verkregen wordt, wordt gebruikt om Agfa's capaciteit om te innoveren te vergroten, toegang te krijgen tot gespecialiseerde bronnen, de naleving van regelgeving te handhaven, zich aan te passen aan de meest recente industriële normen en best practices, en handig te navigeren door het dynamische zakelijke landschap. Dit draagt op zijn beurt aanzienlijk bij tot het succes en de duurzaamheid van de Groep op lange termijn. Deze samenwerkingen zijn normaal gesproken onderwerp-/productspecifiek en worden voornamelijk beheerd door de divisies door middel van direct contact via onderzoeksprojecten, het volgen van marktontwikkelingen via speciale pers-/communicatiekanalen, workshops en uitwisseling in verschillende brancheverenigingen. Op een minder formele niveau worden leden van Agfa's senior management vaak opgeroepen voor of nemen ze vrijwillig deel aan openbare fora om de bedrijfsstrategie en de aanpak van duurzame ontwikkeling van de Groep te bespreken. Dergelijke evenementen bieden de gelegenheid om te interageren met verschillende groepen waaronder bedrijfsleiders, academici en de burgermaatschappij en om hun inzichten te krijgen.
| ESRS sub-thematisch | Impact-materialiteit | Financiële materialiteit | IRO-categorie | Beschrijving van de belangrijkste materiële IRO's | Waardeketen herkomst | Businessdivisies | Potentieel of daadwerkelijk | Tijdshorizon |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| E1 Klimaatverandering | Hoog | Hoog | Broeikasgasemissies | Broeikasgasemissies door productie van chemicaliën/films/folies… | Hele waarde- keten | DPC, RSD | Daad- werkelijk | Korte, middellange en lange termijn |
| E1 Klimaatverandering | Hoog | Aanzienlijk | Energieverbruik en -mix | Impact van energie-efficiëntie van Agfa-activiteiten | Eigen activiteiten | DPC, RSD | Daad- werkelijk | Korte, middellange en lange termijn |
| E1 Klimaatverandering | Hoog | Hoog | Innovatie en investeringen (entiteitspecifiek) | Green Hydrogen Solutions beïnvloeden de innovatie in de sector | Upstream + Downstream | DPC | Daad- werkelijk | Korte, middellange en lange termijn |
| E1 Klimaatverandering | Hoog | Hoog | Innovatie en investeringen (entiteitspecifiek) | Nieuwe productopportuniteiten in de groene energiesector | Eigen activiteiten | DPC | Daad- werkelijk | Korte, middellange en lange termijn |
| E2 Verontreiniging | Aanzienlijk | Aanzienlijk | Luchtverontreiniging | Geurimpact in de buurt van specifieke vestigingen | Eigen activiteiten | DPC, RSD | Potentieel | Middellange termijn |
| E2 Verontreiniging | Hoog | Aanzienlijk | Zorgwekkende stoffen - Zeer zorgwekkende stoffen | Invloed van gevaarlijke stoffen in de productie- en gebruiksfase (bijv. productie van inkt en film) | Eigen activiteiten + downstream | DPC, RSD | Potentieel | Middellange termijn |
| E3 Water | Hoog | Hoog | Gebruik materialen en circulaire economie | Effecten van waterverbruik en -efficiëntie, vooral in gebieden met grote waterschaarste (in Vlaanderen, België) | Eigen activiteiten | DPC, RSD | Daad- werkelijk | Korte en Middellange termijn |
| E5 Materiaalgebruik en circulaire economie | Hoog | Hoog | Materiaalinstromen, incl. materiaalgebruik | Impact van de integratie van (intern) gerecycleerde materialen in Agfa-producten (materiaal of verpakking) | Eigen activiteiten | DPC, RSD | Daad- werkelijk | Korte en Middellange termijn |
| E5 Materiaalgebruik en circulaire economie | Hoog | Aanzienlijk | Materiaalinstromen, incl. materiaalgebruik | Risico Bedrijfscontinuïteitsrisico door inflatie van materiaalkosten, schaarste en technisch onvermogen om alternatieven te gebruiken | Eigen activiteiten | DPC, RSD | Potentieel | Middellange termijn |
| E5 Materiaalgebruik en circulaire economie | Hoog | Hoog | Materiaaluitstromen m.b.t. |
E1 Klimaatverandering
E2 Verontreiniging
E3 Water
E5 Materiaalgebruik en circulaire economie
De materiële impact, risico’s en opportuniteiten die voortvloeiden uit Agfa's beoordeling van de materialiteit, beschreven op pagina 249 van dit verslag, worden samengevat in de onderstaande tabel.
| ESRS-standaard | ESRS sub-thematisch | Impact- materialiteit | Financiële materialiteit | IRO-categorie | Beschrijving van de belangrijkste materiële IRO's | Waardeketen herkomst | Business divisies | Potenteel of daadwerkelijk | Tijdshorizon |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| E1 Klimaat- verandering | Broeikasgasemissies | Hoog | Hoog | Negatieve impact | Broeikasgasemissies door productie van chemicaliën/films/folies… | Hele waardeketen | DPC, RSD | Daadwerkelijk | Korte, middellange en lange termijn |
| E1 Klimaat- verandering | Broeikasgasemissies | Hoog | Hoog | Risico | Regulatoir: Klimaatregelgeving die de kosten van grondstoffen verhoogt of door de uitstoot van broeikasgassen door Agfa-vestigingen | Eigen activiteiten | DPC, RSD | Potentieel | Middellange termijn |
| E1 Klimaat- verandering | Energieverbruik en -mix | Hoog | Aanzienlijk | Positieve impact | Impact van energie-efficiëntie van Agfa-activiteiten | Eigen activiteiten | DPC, RSD | Daadwerkelijk | Korte, middellange en lange termijn |
| E1 Klimaat- verandering | Energieverbruik en -mix | Hoog | Aanzienlijk | Risico | Technologierisico van lage beschikbaarheid van hernieuwbare energie in een context van hogere energiekosten en Agfa's sterke afhankelijkheid van energie (energie-intensieve activiteiten zoals polyester-extrusie) | Eigen activiteiten | DPC, RSD | Potentieel | Middellange termijn |
| E1 Klimaat- verandering | Innovatie en investeringen (entiteitspecifiek) | Hoog | Hoog | Positieve impact | Green Hydrogen Solutions beïnvloeden de innovatie in de sector | Upstream + Downstream | DPC | Daadwerkelijk | Korte, middellange en lange termijn |
| E1 Klimaat- verandering | Innovatie en investeringen (entiteitspecifiek) | Hoog | Hoog | Opportuniteit | Nieuwe productopportuniteiten in de groene energiesector | Eigen activiteiten | DPC | Daadwerkelijk | Korte, middellange en lange termijn |
| E2 Verontreiniging | Luchtverontreiniging | Aanzienlijk | Aanzienlijk | Negatieve impact | Geurimpact in de buurt van specifieke vestigingen | Eigen activiteiten | DPC, RSD | Potentieel | Middellange termijn |
| E2 Verontreiniging | Luchtverontreiniging | Aanzienlijk | Aanzienlijk | Risico | Wetgevingsrisico van groene belastingen i.v.m. vervuiling die zorgt voor extra belastingen en investeringen om aan de wetgeving te voldoen | Eigen activiteiten | DPC, RSD | Potentieel | Middellange termijn |
| E2 Verontreiniging | Zorgwekkende stoffen - Zeer zorgwekkende stoffen | Hoog | Aanzienlijk | Negatieve impact | Invloed van gevaarlijke stoffen in de productie- en gebruiksfase (bijv. productie van inkt en film) | Eigen activiteiten + downstream | DPC, RSD | Potentieel | Middellange termijn |
| E2 Verontreiniging | Zorgwekkende stoffen - Zeer zorgwekkende stoffen | Hoog | Aanzienlijk | Risico | Wetgevings- & bedrijfscontinuïteitsrisico's van wetgeving voor diverse gevaarlijke stoffen (bv. REACH) | Eigen activiteiten | DPC, RSD | Potentieel | Middellange termijn |
| E3 Water | Gebruik materialen en circulaire economie | Hoog | Hoog | Negatieve impact | Effecten van waterverbruik en -efficiëntie, vooral in gebieden met grote waterschaarste (in Vlaanderen, België) | Eigen activiteiten | DPC, RSD | Daadwerkelijk | Korte en Middellange termijn |
| E3 Water | Gebruik materialen en circulaire economie | Hoog | Hoog | Risico | Wetgevingsrisico van groene belastingen, met extra taken om de wetgeving te voldoen en mogelijke boetes | Eigen activiteiten | DPC, RSD | Potentieel | Middellange termijn |
| E5 Materiaal- gebruik en circulaire economie | Materiaalinstromen, incl. materiaalgebruik | Hoog | Hoog | Positieve impact | Impact van de integratie van (intern) gerecycleerde materialen in Agfa-producten (materiaal of verpakking) | Eigen activiteiten | DPC, RSD | Daadwerkelijk | Korte en Middellange termijn |
| E5 Materiaal- gebruik en circulaire economie | Materiaalinstromen, incl. materiaalgebruik | Hoog | Hoog | Risico | Bedrijfscontinuïteitsrisico door inflatie van materiaalkosten, schaarste en technisch onvermogen om alternatieven te gebruiken | Eigen activiteiten | DPC, RSD | Potentieel | Middellange termijn |
| E5 Materiaal- gebruik en circulaire economie | Materiaaluitstromen m.b.t. producten en diensten | Hoog | Hoog | Positieve impact | Invloed op (verlaging van) de verbruiksmaterialenintensiteit tijdens de gebruiksfase van producten (bv. apparatuur die zorgt voor een betere energie-efficiëntie, lager inktverbruik) | Downstream | DPC, RSD, HE IT | Daadwerkelijk | Korte en Middellange termijn |
| S1 Eigen personeel | Werkomstandigheden (Baanzekerheid, Werktijden, Leefbaar loon, Werk-privébalans) | Hoog | Aanzienlijk | Positieve impact | Huidige contractvoorwaarden dragen bij aan het welzijn en de werktevredenheid van Agfa's werknemers | Eigen activiteiten | DPC, RSD, HE IT | Daadwerkelijk | Korte en Middellange termijn |
| S1 Eigen personeel | Werkomstandigheden (Baanzekerheid, Werktijden, Leefbaar loon, Werk-privébalans) | Hoog | Aanzienlijk | Risico | Risico op verloningsongelijkheid vanwege de strijd om talent in sommige afdelingen | Eigen activiteiten | DPC, RSD, HE IT | Daadwerkelijk | Korte en Middellange termijn |
| S1 Eigen personeel | (Beroepsgebonden) gezondheid en veiligheid | Aanzienlijk | Aanzienlijk | Negatieve impact | Mogelijke negatieve gevolgen voor de gezondheid en veiligheid van werknemers als de beperkende maatregelen niet succesvol zijn | Eigen activiteiten | DPC, RSD, HE IT | Potentieel | Middellange termijn |
| S1 Eigen personeel | (Beroepsgebonden) gezondheid en veiligheid | Aanzienlijk | Aanzienlijk | Risico | Bedrijfscontinuïteitsrisico van het (on)vermogen om het welzijn van werknemers te waarborgen kan leiden tot een hoger ziekteverzuim, een lagere productiviteit en een hoger personeelsverloop. | Eigen activiteiten | DPC, RSD, HE IT | Daadwerkelijk | Korte en Middellange termijn |
| S1 Eigen personeel | Diversiteit en gelijkheid (Gendergelijkheid en gelijke beloning bij gelijkwaardig werk, Werkgelegenheid voor en inclusie van mensen met een beperking, Maatregelen tegen geweld en intimidatie op de werkvloer, Diversiteit) | Hoog | Aanzienlijk | Positieve impact | Prioriteit geven aan diversiteit en gelijkheid leidt tot meer betrokken werknemers en betere zakelijke beslissingen | Eigen activiteiten | DPC, RSD, HE IT | Daadwerkelijk | Korte en Middellange termijn |
| S1 Eigen personeel | Diversiteit en gelijkheid (Gendergelijkheid en gelijke beloning bij gelijkwaardig werk, Werkgelegenheid voor en inclusie van mensen met een beperking, Maatregelen tegen geweld en intimidatie op de werkvloer, Diversiteit) | Hoog | Aanzienlijk | Risico | Bedrijfscontinuïteitsrisico gezien de leeftijdsverdeling in Agfa België door kennisverlies en talentgaten. | Eigen activiteiten | DPC, RSD, HE IT | Daadwerkelijk | Korte en Middellange termijn |
| S1 Eigen personeel | Opleiding en ontwikkeling vaardigheden | Hoog | Aanzienlijk | Positieve impact | Het verbeteren van de kennis en vaardigheden van werknemers leidt tot meer werktevredenheid, een beter moreel en een grotere betrokkenheid | Eigen activiteiten | DPC, RSD, HE IT | Daadwerkelijk | Korte en Middellange termijn |
| S1 Eigen personeel | Opleiding en ontwikkeling vaardigheden | Hoog | Aanzienlijk | Opportuniteit | Kansen om Agfa's innovatiementaliteit te versterken via de jongere generaties | Eigen activiteiten | DPC, RSD, HE IT | Daadwerkelijk | Korte en Middellange termijn |
| S4 Consumenten en eindgebruikers | Impact op informatie (Privacy, Vrijheid van meningsuiting, Toegang tot (kwalitatieve) informatie, Marketingpraktijken, Klachtenbeheneling) | Hoog | Aanzienlijk | Positieve impact | Transparantie over de informatie van Agfa-producten beïnvloedt klanten | Downstream | DPC, RSD, HE IT | Daadwerkelijk | Korte en Middellange termijn |
| S4 Consumenten en eindgebruikers | Impact op informatie (Privacy, Vrijheid van meningsuiting, Toegang tot (kwalitatieve) informatie, Marketingpraktijken, Klachtenbeheneling) | Hoog | Aanzienlijk | Risico | Informatiebeveiligingsrisico i.v.m. het (on)vermogen om interne gegevens of gegevens van klanten/eindgebruikers te beschermen | Eigen activiteiten + downstream | RSD, HE IT | Daadwerkelijk | Korte en Middellange termijn |
| S4 Consumenten en eindgebruikers | Persoonlijke veiligheid consumenten en eindgebruikers (Gezondheid en veiligheid, Veiligheid van een persoon, Bescherming kinderen) | Hoog | Hoog | Positieve impact | Positieve impact van Agfa's R&D-inspanningen om voortdurend oplossingen te onderzoeken en te verbeteren die klanten en eindgebruikers ten goede komen (bv. patiënten- en consumentengezondheid, betere workflow voor clinici en operatoren) | Eigen activiteiten + downstream | DPC, RSD, HE IT | Daadwerkelijk | Korte en Middellange termijn |
| S4 Consumenten en eindgebruikers | Persoonlijke veiligheid consumenten en eindgebruikers (Gezondheid en veiligheid, Veiligheid van een persoon, Bescherming kinderen) | Hoog | Hoog | Opportuniteit | Kansen in verband met de ontwikkeling en levering van producten/diensten die de veiligheid en gezondheid van eindgebrui- kers ten goede komen (bijv. RSD MUSICA-software voor radiologie met lage stralingsdoses die de schadelijke gevolgen voor pasgeborenen beperkt) | Eigen activiteiten + downstream | RSD | Daadwerkelijk | Korte en Middellange termijn |
| G1 Zakelijk gedrag | Bescherming klokkenluiders | Aanzienlijk | Aanzienlijk | Positieve impact | Impact door problemen zoals corruptie, fraude en ander wangedrag aan het licht te helpen brengen en aan te pakken | Eigen activiteiten | DPC, RSD, HE IT | Daadwerkelijk | Korte en Middellange termijn |
| G1 Zakelijk gedrag | Bescherming klokkenluiders | Aanzienlijk | Aanzienlijk | Risico | Regelgevingsrisico in verband met de verplichting om klokkenluiders te beschermen | Eigen activiteiten | DPC, RSD, HE IT | Daadwerkelijk | Korte en Middellange termijn |
| G1 Zakelijk gedrag | Bescherming klokkenluiders | Aanzienlijk | Aanzienlijk | Opportuniteit | Reputatieopportuniteit, meer vertrouwen in het vermogen om onethisch gedrag in de onderneming aan te pakken | Eigen activiteiten | DPC, RSD, HE IT | Daadwerkelijk | Korte en Middellange termijn |
| G1 Zakelijk gedrag | Corruptie en omkoping | Aanzienlijk | Aanzienlijk | Positieve impact | Een bedrijfscultuur die ethiek en integriteit waardeert, bevordert verantwoordelijk zakelijk gedrag (inclusief eerlijke behan- deling van werknemers, leveranciers en klanten) en voorkomt onethisch gedrag | Eigen activiteiten | DPC, RSD, HE IT | Daadwerkelijk | Korte en Middellange termijn |
| G1 Zakelijk gedrag | Corruptie en omkoping | Aanzienlijk | Aanzienlijk | Risico | Wetgevingsrisico met regels en voorschriften voor zakelijk gedrag in landen waar Agfa zakendoet (bv. het aannemen van geschenken, wat in sommige markten als een normale zakelijke praktijk wordt beschouwd) | Hele waardeketen | DPC, RSD, HE IT | Daadwerkelijk | Korte en Middellange termijn |
| G1 Zakelijk gedrag | Beheer relaties met leveranciers, incl. betalingspraktijken | Aanzienlijk | Aanzienlijk | Positieve impact | Positieve invloed van leveranciersbeoordelingen en betrokkenheid op de kwaliteit van relaties met leveranciers | Upstream | DPC, RSD, HE IT | Daadwerkelijk | Korte en Middellange termijn |
| G1 Zakelijk gedrag | Beheer relaties met leveranciers, incl. betalingspraktijken | Aanzienlijk | Aanzienlijk | Risico | Reputatierisico door OEM DR-producten te betrekken van bedrijven die niet voldoen aan de EU/VS-wetgeving en lasten voor Agfa als legale fabrikant. | Upstream + Eigen activiteiten | RSD | Daadwerkelijk | Korte en Middellange termijn |
Werkomstandigheden (Baanzekerheid, Werktijden, Leefbaar loon, Werk-privébalans)
(Beroepsgebonden) gezondheid en veiligheid
Risico: Bedrijfscontinuïteitsrisico van het (on)vermogen om het welzijn van werknemers te waarborgen kan leiden tot een hoger ziekteverzuim, een lagere productiviteit en een hoger personeelsverloop.
Diversiteit en gelijkheid (Gendergelijkheid en gelijke beloning bij gelijkwaardig werk, Werkgelegenheid voor en inclusie van mensen met een beperking, Maatregelen tegen geweld en intimidatie op de werkvloer, Diversiteit)
Opleiding en ontwikkeling vaardigheden
Impact op informatie (Privacy, Vrijheid van meningsuiting, Toegang tot (kwalitatieve) informatie, Marketingpraktijken, Klachtenbehandeling)
Persoonlijke veiligheid consumenten en eindgebruikers (Gezondheid en veiligheid, Veiligheid van een persoon, Bescherming kinderen)
Bescherming klokkenluiders
Corruptie en omkoping
Risico: Wetgevingsrisico met regels en voorschriften voor zakelijk gedrag in landen waar Agfa zakendoet (bv. het aannemen van geschenken, wat in sommige markten als een normale zakelijke praktijk wordt beschouwd)
Beheer relaties met leveranciers, incl. betalingspraktijken
Uit de klimaatrisicoanalyse, beschreven op pagina 251 van dit rapport zijn de volgende risico's en kansen naar voren gekomen:
| Klimaatgerelateerde risicocategorie | Beschrijving van de belangrijkste materiële IRO's | Waardeketen herkomst | Business-divisies | Activa | Tijdshorizon | Veerkrachtanalyse | Mitigerende/ Hefboommaatregelen |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Fysiek klimaatrisico | Bij weergevaren (bijv. overstroming), risico op onderbreking van de bevoorrading wanneer men afhankelijk is van unieke leveranciers | Upstream | DPC | Chemische grondstoffen | Korte, middellange, lange termijn | Hoog risico | Beheer van relaties met leveranciers |
| Fysiek klimaatrisico | In het geval van (zee)overstromingen kan de integriteit van Agfa's site of de toegang ertoe worden belemmerd | Eigen activiteiten | DPC, RSD | Productiesites | (Middel)lange termijn | Hoog risico | Monitoring stress-tests; Goede feedback tijdens recente periodes van veelvoudige neerslag |
| Fysiek klimaatrisico | Bij veranderende hoge temperatuur- en vochtigheidsniveaus bestaat het risico op defecten aan verkochte producten | Downstream | RSD | Verkochte producten | Korte, middellange, lange termijn | Hoog tot kritiek risico | Verbetering (O&O) en vervanging van getroffen producten |
| Fysiek klimaatrisico | In het geval van waterschaarste kunnen beperkingen worden opgelegd die van invloed zijn op de productieprocessen waarbij water wordt gebruikt | Eigen activiteiten | DPC, RSD | Productiesites (België) | Korte, middellange, lange termijn | Kritiek tot hoog risico | Monitoring waterverbruik, O&O-inspanningen voor minder waterintensieve processen |
| Fysiek klimaatrisico | Strengere emissievoorschriften in de EU kunnen leiden tot mogelijke regeldruk en hogere kosten voor emissie-intensieve industrieën, waaronder productiebedrijven | Eigen activiteiten | DPC, RSD | Productiesites (Europa) | (Middel)lange termijn | Aanzienlijk risico | Transitieplan voor klimaatmitigatie |
| Fysiek klimaatrisico | Effect van streng klimaatbeleid op de deelname aan openbare aanbestedingen in de gezondheidszorgsector | Eigen activiteiten | RSD, HE IT | Niet toepasselijk | Korte, middellange, lange termijn | Aanzienlijk risico | Transitieplan voor klimaatmitigatie |
| Klimaattransitie-kans | Toegang tot EU-financieringsprogramma's om financiële steun te krijgen voor O&O en innovatie in koolstofarme technologieën | Eigen activiteiten | DPC | Niet toepasselijk | Korte, middellange, lange termijn | Aanzienlijke kans | Strategische focus op Green Hydrogen Solutions |
De huidige en verwachte effecten van Agfa's materiële impacts, vooral diegene die relevant zijn op korte en middellange termijn, werden grondig geëvalueerd en geïntegreerd in de strategie en de processen van de Groep. De lijst van materiële onderwerpen bevestigt de relevantie van de strategie en de acties die tot nu toe geïmplementeerd werden en de focus voor de komende jaren. Er werden geen belangrijke wijzigingen aangebracht of gepland om ze aan te pakken. Hoe Agfa deze effecten aanpakt, vormt de kern van deze duurzaamheidsverklaring en wordt erin verder beschreven. Wanneer het op acties aankomt, worden al deze onderwerpen door Agfa met evenveel belang behandeld.
Het is een uitdaging om een volledig beeld te krijgen van de huidige en verwachte financiële effecten van deze risico's en kansen. Hoewel er informatie wordt verstrekt in de financiële overzichten van dit verslag en de toelichtingen op grond van artikel 8 van Verordening 2020/852 (Taxonomieverordening), zijn deze nog niet volledig beschikbaar.
Om de risico's op het vlak van wet- en regelgeving te beperken, worden middelen ingezet om de implicaties van nieuwe wetten en regels te analyseren en de nodige veranderingen door te voeren om Agfa's licentie om te werken veilig te stellen. Vanuit zakelijk oogpunt is Agfa's strategische transformatie van cruciaal belang voor het behoud van de veerkracht en het verzekeren van duurzame groei op korte, middellange en lange termijn. Daarom wordt het beschouwd als een topprioriteit.# Duurzaamheidsverklaring - Algemene informatie
Agfa formaliseerde zijn engagement voor duurzaamheid door in 2019 een eerste materialiteitsbeoordeling uit te voeren om de thema's te identificeren die zijn belangrijkste impact op de economie, het milieu en de mensen vertegenwoordigen, waardoor het zijn belangrijkste niet-financiële maatschappelijke effecten grondig kon analyseren. Deze interne analyse werd vervolgens geïntegreerd met een externe analyse over het belang voor Agfa's belangrijkste stakeholders en dus over hoe deze kwesties de business zouden beïnvloeden. De interne materialiteitsoefening werd uitgevoerd in het kader van een workshop rond Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO), wat resulteerde in de identificatie van zes prioritaire SDG's en 13 thema's met de hoogste materialiteit voor Agfa's stakeholders. In 2021 werden deze materiële thema's herzien door middel van een enquête om de geschiktheid van de geselecteerde doelen te garanderen en om te bevestigen dat Agfa inderdaad werkte aan prioriteiten die relevant waren voor de bedrijfscontext.
In 2023 werkte Agfa zijn materialiteitsbeoordeling bij in overeenstemming met de dubbele materialiteitsbenadering die de Europese Commissie introduceerde in de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). Deze methode, die verder gespecificeerd is in de European Sustainability Reporting Standards (ESRS), legt de beoordeling op van de impacts, risico’s en kansen vanuit twee perspectieven: financiële materialiteit, die focust op ESG-onderwerpen die Agfa's financiële prestaties beïnvloeden, en impactmaterialiteit, die ESG-onderwerpen beschouwt die voortvloeien uit Agfa's activiteiten en die een invloed hebben op de maatschappij en het milieu. De resultaten van dit proces, dat zowel betrekking had op Agfa's eigen activiteiten als op zijn downstream- en upstreamwaardeketen, zijn samengevat in de materialiteitsmatrix op pagina 246 van dit verslag. De matrix geeft inzicht in de ESG-onderwerpen (Environmental, Social and Governance) die als belangrijk beschouwd worden voor de Groep en zijn stakeholders. Deze identificatie versterkt Agfa's duurzaamheidsprioriteiten en helpt de Groep om de relevantie van haar duurzaamheidsstrategie en de verdere verbetering van haar ESG-prestaties te garanderen.
De dubbele materialiteitsbenadering werd gecoördineerd door Agfa’s Corporate Sustainability Office, ondersteund door de afdeling Internal Audit & Corporate Risk. Ze bestond uit vier fases:
249 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
**Financiële materialiteit**
Welke ESG-onderwerpen hebben invloed op de financiële prestaties van Agfa (op het vlak van omzet, marktaandeel, vereiste investeringen,...)? Risico’s en kansen evalueren (korte, middellange, lange termijn)
**Impactmaterialiteit**
Op welke ESG-onderwerpen heeft Agfa een aanzienlijke impact? Impact evalueren (werkelijke en potentiële)
Impact materialiteit
Elk van de drieëndertig (33) potentiële materiële onderwerpen werd gescreend op de identificatie van relevante effecten voor Agfa's eigen activiteiten, upstream- en/of downstreamwaardeketen. Alle impacts van elk onderwerp werden vervolgens gescoord op hun ernst (schaal en onherstelbaarheid) en waarschijnlijkheid, met uitzondering van potentiële negatieve gevolgen voor de mensenrechten, waarvoor alleen de ernst werd overwogen, in overeenstemming met de richtlijnen die zijn uiteengezet in ESRS 1. Per onderwerp werd de hoogste impactscore in aanmerking genomen om de materialiteit van de impact te bepalen. Tijdens dit proces werden verschillende gegevensbronnen gebruikt om de relevantie, volledigheid en nauwkeurigheid ervan te garanderen, bijvoorbeeld deskonderzoek met behulp van de risicotools van het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) en het Wereld Natuur Fonds (WWF), openbare ESG-ratings, materialiteitsinformatie van sectorfederaties, bestaande interne prestatie-indicatoren, verrijkt en gevalideerd door de betrokken belanghebbenden te raadplegen via workshops en enquêtes.
Financiële materialiteit
De onderwerpen die vanuit een impactperspectief als belangrijk werden beschouwd, werden vervolgens gescreend op gerelateerde risico's en kansen die zich (zouden kunnen) voordoen in elk stadium van Agfa's eigen activiteiten, upstream- en/of downstream in de waardeketen. Deze werden beoordeeld op de schaal van hun (potentiële) financiële effect en het tijdsbestek (korte, middellange of lange termijn) waarbinnen ze zich zouden kunnen voordoen. Deze tijdshorizon diende ook als basis voor het definiëren van hun waarschijnlijkheid. Deze evaluatie omvatte inzichten uit Agfa's Enterprise Risk Management (ERM)-systeem, financiële benchmarkanalyses van gelijken en materialiteit binnen Agfa's waardeketen, die zowel leveranciers als klanten omvat. ESG-risico’s en andere risicotypes werden gelijk behandeld. Interne belanghebbenden werden betrokken via workshops, enquêtes en interviews. Specifieke financiële belanghebbenden werden ook geïnterviewd om externe perspectieven te verzamelen.
Materialiteitsconsolidatie
Deze identificatie- en beoordelingsrondes resulteerden in scores voor elk van de impacts, risico's en kansen per stakeholdercluster, die werden gecombineerd met behulp van de volgende gewichten om de uiteindelijke impact en financiële materialiteitscores te bepalen:
| Interne stakeholders | Sector federaties | UNEP tool | |
|---|---|---|---|
| Impact MATERIALITEIT | |||
| Workshop: Score per subonderwerp | 60% | 20% | 20% |
| Na workshop: Feedback ranking subtopic | |||
| Score per subonderwerp | |||
| Aantal sectorfederaties die rekening houden met subonderwerp | |||
| Score per subonderwerp voor Environmental indicatoren | |||
| FINANCIELE MATERIALITEIT | |||
| Interne stakeholders | Peers | Klanten | |
| Score per subonderwerp | 60% | 10% | 30% |
| Na workshop: Score per risico en beoordeling (criteria: financiële impact en termijn) | |||
| Score per subonderwerp | |||
| Aantal peers die subonderwerp als materieel beschouwen | |||
| Aantal klanten die subonderwerp als materieel beschouwen (deskonderzoek en bevraging) |
Deze scores werden gevalideerd door verscheidene sensitiviteitsanalyses om effectief een combinatie van interne en externe perspectieven weer te geven, waarbij een groter gewicht werd toegekend aan interne belanghebbenden die goed geplaatst zijn om Agfa's specifieke kenmerken en toepassingen te begrijpen. De consolidatie werd uitgevoerd op Groepsniveau. Er werd geen gewicht toegekend per businessdivisie of geografie in functie van hun bijdrage tot Agfa's financiële resultaten en activiteiten. De transformatie die Agfa doormaakt resulteert in een onjuiste afstemming tussen de huidige financiële situatie en de verwachte toekomstige groei van de divisies, wat moeilijk te materialiseren is in gevoeligheidsanalyses. Bovendien sluit deze aanpak aan bij Agfa's ERM, dat voor alle divisies op Groepsniveau wordt uitgevoerd, en vergemakkelijkt het de directe integratie van de resultaten van de dubbele materialiteitsbeoordeling als ESG-input in het ERM-raamwerk.
Agfa erkent het belang van een regelmatige herziening van zijn materialiteitsbeoordeling om relevant te blijven in de steeds evoluerende context waarin het actief is en om IRO te kunnen aanpakken in de dagelijkse activiteiten en besluitvorming. Bijgevolg is Agfa van plan om de relevantie en nauwkeurigheid ervan jaarlijks te controleren, rekening houdend met ontwikkelingen op het vlak van regelgevende, commerciële en kennisontwikkelingen, betrokkenheid van belanghebbenden, evoluerende sectorale implementatierichtlijnen, enz. Een herevaluatie van de materialiteit zal worden uitgevoerd in geval van belangrijke gebeurtenissen die een aanzienlijke impact hebben op de strategie, de activiteiten, de markt of de financiële positie van de Groep.# Klimaatrisicoanalyse
Het resultaat van Agfa's dubbele materialiteitsbeoordeling werd verder versterkt door een beoordeling van de klimaatrisico's die in 2024 werd uitgevoerd en die de geïdentificeerde E1 klimaatveranderinggerelateerde en E3 watergerelateerde materiële onderwerpen bevestigde. Deze beoordeling verschafte de Groep een uitgebreid inzicht in de specifieke fysieke en transitieklimaatrisico's en -kansen die een invloed hebben op de huidige en toekomstige bedrijfsactiviteiten van Agfa, zowel binnen de eigen activiteiten als over de hele waardeketen en hun financiële effecten. Voor de identificatie en beoordeling van klimaatgerelateerde gevaren werd gebruik gemaakt van relevante regionale klimaatprojecties op basis van een op Parijs afgestemd traject met lage emissies (RCP2.6 / SSP1-2.6), een business-as-usual scenario (RCP6 / SSP3-7.0) en een scenario met hoge emissies (RCP8.5 / SSP5-8.5). Voor klimaatgerelateerde transitiegebeurtenissen werd het wanordelijk vertraagde overgangsscenario van het 'Network for Greening the Financial System (NGFS)' in aanmerking genomen. De beoordeling had betrekking op verschillende korte, middellange en lange termijnen, respectievelijk binnen twee, vijf en tien jaar voor transitierisico's (afgestemd op ESRS 1) en tegen 2030, 2050 en 2080 voor fysieke klimaatrisico's (aangepast om de huidige situatie van de Groep en de meest recente gemodelleerde gegevens (1990-2020) weer te geven, om zichtbare effecten te garanderen voor geïnformeerde besluitvorming en afstemming van investeringen). De initiële stap van het proces voor de beoordeling van het klimaatrisico bestond erin om de reikwijdte te bepalen en rekening te houden met de toepasselijke waardeketen, specifieke activiteiten en bedrijfsdynamiek – zoals groeimoto- ren in verband met Agfa's transformatie – terwijl ook rekening werd gehouden met bestaande gegevens en historische gebeurtenissen in verband met klimaatverandering bij Agfa. Door middel van collectieve workshops met interne belanghebbenden uit alle business units van Agfa werden transitierisico's (waaronder technologie-, markt-, reputatie-, beleids- en juridische risico's) en kansen (zoals efficiënt gebruik van hulpbronnen, voordelen voor de reputatie, markt- en financieringskansen) geïdentificeerd en gekoppeld aan de relevante activa of bedrijfsactiviteiten van Agfa. In de volgende fase werd de materialiteit van elk geïdentificeerd risico en elke geïdentificeerde opportuniteit geëvalueerd op basis van verschillende factoren: tijdshorizon, financiële omvang (gaande van onbeduidend tot belangrijk), waarschijnlijkheid (van zeldzaam tot werkelijk) en duur van de overgangsgebeurtenis (kortstondig, voortdurend of langdurig). Hun financiële effecten werden geëvalueerd in termen van potentiële positieve of negatieve gevolgen voor de winst- en verliesrekening (via inkomsten, bedrijfskosten en kapitaaluitgaven), de balans (via activa en passiva) en de kasstroom, waarbij een financiële schaal werd gebruikt die overeenkwam met de schaal die werd toegepast bij de dubbele materialiteitsbeoordeling. Vervolgens werden de materiële risico's en kansen collectief gevalideerd en zorgde het Corporate Sustainability Office ervoor dat er voldoende risicobeperkende maatregelen werden genomen. De fysieke risico's werden geïdentificeerd aan de hand van een enquête die werd voorgelegd aan interne belanghebbenden die Agfa's drie divisies vertegenwoordigen. Dit proces maakte ook gebruik van klimaatgegevens uit bronnen zoals Copernicus Atlas, Climate Impact Explorers, de Water Risk Filter van het WWF en de Coastal Risk Screening Tool van Climate Central. De resultaten werden vervolgens kwantitatief geanalyseerd en de potentiële monetaire impact werd gemodelleerd. Het kwantitatieve scoresysteem werd toegepast met behulp van een risicobeoordelingsmethode geïnspireerd op de OCARA-methodologie. De impact (variërend van klein tot catastrofaal) werd bepaald door de blootstelling (van klein tot vitaal, wat het belang van het risico in de waardeketen aangeeft) te vermenigvuldigen met de kwetsbaarheid (van zeer laag tot zeer sterk, wat weergeeft hoe het gevaar de waardeketen beïnvloedt). Dit resultaat werd vervolgens vermenigvuldigd met de waarschijnlijkheid dat het gevaar zich voordeed (van zeer laag tot zeer hoog) om een algemeen risiconiveau te bepalen (laag, gemiddeld, hoog of kritiek).
De volgende inhoudsopgave vat de lijst samen van ESRS Disclosure Requirements die werden nageleefd bij het opstellen van de duurzaamheidsverklaring van dit verslag, volgens de resultaten van Agfa's materialiteitsbeoordeling.
| Titel | Referentie |
|---|---|
| Algemene basis voor het opstellen van duurzaamheidsverklaringen | ESRS 2 BP-1 pagina 235 |
| Rapportage over specifieke omstandigheden | ESRS 2 BP-2 pagina 236 |
| De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen | ESRS 2 GOV-1 pagina 238 |
| Informatie verschaft aan en omgang met duurzaamheidsthema’s door bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen van de onderneming | ESRS 2 GOV-2 pagina 239 |
| Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen | ESRS 2 GOV-3 pagina 240 |
| Due-diligenceverklaring | ESRS 2 GOV-4 pagina 241 |
| Risicobeheersing en interne controles voor duurzaamheidsrapportage | ESRS 2 GOV-5 pagina 242 |
| Strategie, businessmodel(len) en waardeketen | ESRS 2 SBM-1 pagina 242 |
| Belangen en opvattingen van stakeholders | ESRS 2 SBM-2 pagina 244 |
| Materiële impacts, risico’s en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel | ESRS 2 SBM-3 pagina 246 |
| Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren | ESRS 2 IRO-1 pagina 249 |
| Rapportage-eisen in ESRS opgenomen in de duurzaamheidsverklaringen van de onderneming | ESRS 2 IRO-2 pagina 253 |
| Transitieplan voor klimaatmitigatie | ESRS E1 E1-1 pagina 272 |
| Beleid ten aanzien van klimaatmitigatie | ESRS E1 E1-2 pagina 272 |
| Beleid ten aanzien van klimaatadaptatie | ESRS E1 E1-2 Geen materiële mel- dingsplicht voor Agfa |
| Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van klimaatverandering | ESRS E1 E1-3 pagina 273 |
| Doelen inzake klimaatmitigatie | ESRS E1 E1-4 pagina 274 |
| Doelen inzake klimaatadaptatie | ESRS E1 E1-4 Geen materiële mel- dingsplicht voor Agfa |
| Energieverbruik en energiemix | ESRS E1 E1-5 pagina 275 |
| Bruto scope 1-, 2-, 3-emissies en totale broeikasgasemissies | ESRS E1 E1-6 pagina 277 |
| Broeikasgasverwijderingen en projecten voor broeikasgasmitigatie gefinancierd uit carbon credits | ESRS E1 E1-7 Geen materiële mel- dingsplicht voor Agfa |
| Interne koolstofbeprijzing | ESRS E1 E1-8 Geen materiële mel- dingsplicht voor Agfa |
| Beoogde financiële effecten van materiële fysieke en transitierisico’s en potentiële klimaatkansen | ESRS E1 E1-9 Gefaseerde open- baarmaking, nog niet openbaar gemaakt |
| Beschrijving van de processen om voor water en mariene hulpbronnen materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren | ESRS E2 E2-1 pagina 282 |
| Maatregelen en middelen wat betreft verontreiniging | ESRS E2 E2-2 pagina 282 |
| Doelen wat betreft verontreiniging | ESRS E2 E2-3 pagina 283 |
| Verontreiniging van lucht | ESRS E2 E2-4 pagina 283 |
| Verontreiniging van water en bodem | ESRS E2 E2-4 Geen materiële mel- dingsplicht voor Agfa |
| Zorgwekkende stoffen en zeer zorgwekkende stoffen | ESRS E2 E2-5 pagina 284 |
| Beoogde financiële effecten van impacts, risico’s en kansen wat betreft verontreiniging | ESRS E2 E2-6 Gefaseerde open- baarmaking, nog niet openbaar gemaakt |
| Beleid ten aanzien van water | ESRS E3 E3-1 pagina 286 |
| Beleid ten aanzien van mariene hulpbronnen | ESRS E3 E3-1 Geen materiële mel- dingsplicht voor Agfa |
| Maatregelen en middelen wat betreft water | ESRS E3 E3-2 pagina 286 |
| Maatregelen en middelen wat betreft mariene hulpbronnen | ESRS E3 E3-2 Geen materiële mel- dingsplicht voor Agfa |
| Doelen wat betreft water | ESRS E3 E3-3 pagina 287 |
| Doelen wat betreft mariene hulpbronnen | ESRS E3 E3-3 Geen materiële mel- dingsplicht voor Agfa |
| Waterverbruik | ESRS E3 E3-4 pagina 287 |
| Beoogde financiële effecten van impacts, risico’s en kansen wat betreft water en mariene hulpbronnen | ESRS E3 E3-5 Gefaseerde open- baarmaking, nog niet openbaar gemaakt |
| Transitieplan en meeweging van biodiversiteit en ecosystemen in strategie en businessmodel | ESRS E4 E4-1 Geen materiële mel- dingsplicht voor Agfa |
| Beleid ten aanzien van biodiversiteit en ecosystemen | ESRS E4 E4-2 Geen materiële mel- dingsplicht voor Agfa |
| Maatregelen en middelen wat betreft biodiversiteit en ecosystemen | ESRS E4 E4-3 Geen materiële mel- dingsplicht voor Agfa |
| Doelen wat betreft biodiversiteit en ecosystemen | ESRS E4 E4-4 Geen materiële mel- dingsplicht voor Agfa |
| Impactmaatstaven wat betreft biodiversiteit en ecosystemen | ESRS E4 E4-5 Geen materiële mel- dingsplicht voor Agfa |
| Beoogde financiële effecten van risico’s en kansen met betrekking tot biodiversiteit en ecosystemen | ESRS E4 E4-6 Geen materiële mel- dingsplicht voor Agfa |
| Beleid ten aanzien van materiaalgebruik en circulaire economie | ESRS E5 E5-1 pagina 288 |
| Beleid en middelen inzake materiaalgebruik en circulaire economie | ESRS E5 E5-2 pagina 288 |
| Doelen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie | ESRS E5 E5-3 pagina 290 |
| Materiaalinstromen | ESRS E5 E5-4 pagina 290 |
| Materiaaluitstromen | ESRS E5 E5-5 pagina 290 |
| Beoogde financiële effecten van impacts, risico’s en kansen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie | ESRS E5 E5-6 Gefaseerde open- baarmaking, nog niet openbaar gemaakt |
| Beleid ten aanzien van eigen personeel | ESRS S1 S1-1 pagina 293 |
| Processen om met eigen werknemers en werknemersvertegenwoordigers te overleggen over impacts | ESRS S1 S1-2 pagina 295 |
| Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor eigen werknemers om zorgen kenbaar te maken | ESRS S1 S1-3 pagina 295 |
| Acteren op materiële impacts op eigen personeel, en benaderingen om wat eigen personeel betreft | ESRS S1 S1-4 |
pagina 297
pagina 297
Geen materiële mel- dingsplicht voor Agfa
Geen materiële mel- dingsplicht voor Agfa
pagina 299
pagina 301
Gefaseerde open- baarmaking, nog niet openbaar gemaakt
Gefaseerde open- baarmaking, nog niet openbaar gemaakt
Gefaseerde open- baarmaking, nog niet openbaar gemaakt
pagina 304
Gefaseerde open- baarmaking, nog niet openbaar gemaakt
pagina 301
pagina 299
254
Duurzaamheidsverklaring - Bijlage
Geen materiële mel- dingsplicht voor Agfa
Geen materiële mel- dingsplicht voor Agfa
Geen materiële mel- dingsplicht voor Agfa
Geen materiële mel- dingsplicht voor Agfa
Geen materiële mel- dingsplicht voor Agfa
Geen materiële mel- dingsplicht voor Agfa
Geen materiële mel- dingsplicht voor Agfa
Geen materiële mel- dingsplicht voor Agfa
Geen materiële mel- dingsplicht voor Agfa
Geen materiële mel- dingsplicht voor Agfa
pagina 305
pagina 307
pagina 307
pagina 308
pagina 308
Geen materiële mel- dingsplicht voor Agfa
pagina 311
pagina 312
pagina 313
pagina 314
Geen materiële mel- dingsplicht voor Agfa
pagina 314
255
AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Innovatie is cruciaal in de evoluerende printindustrie, en Agfa's grootformaat en Agfa's grootformaat inkjetoplossingen, zoals de Jeti Tauro, maken het mogelijk om te printen op niet-traditionele media. Deze technologie ontsluit nieuwe markten en inkomsten- bronnen, vooral in sectoren zoals live entertainment, waar veel vraag is naar op maat gemaakt drukwerk.
256
Openbaarmakingen op grond van artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 (Taxonomieverordening)
De EU-Taxonomie is een classificatiesysteem dat een lijst opstelt van ecologisch duurzame economische activiteiten die een belangrijke rol kunnen spelen om de EU te helpen duurzame investeringen op te schalen en de Europese Green Deal te implementeren. Het is gebaseerd op zes milieudoelstellingen, namelijk mitigatie van klimaatveran- dering, adaptatie aan klimaatverandering, duurzaam gebruik en bescherming van water en mariene hulpbronnen, transitie naar een circulaire economie, preventie en bestrijding van verontreiniging en bescherming en herstel van biodiversiteit en ecosystemen. De Verordening (EU) 2020/852, d.w.z. de EU-verorderning inzake Taxonomie, trad in werking in juli 2020. Ze stelt een openbaarmakingsverplichting in voor entiteiten die binnen het toepassingsgebied vallen. De Agfa Groep valt onder het toepassingsgebied van de EU Taxonomy Regulation als 'niet-financiële onderne- ming' en is onderworpen aan de rapporteringsverplichtingen zoals ze van toepassing zijn op deze categorie. Voor elk van de milieudoelstellingen worden de criteria om in aanmerking te komen en de afstemmingscriteria bepaald via gedelegeerde handelingen. In 2021 maakte Agfa, als eerste rapportage over de toepassing van de Verordening, de resultaten bekend van een eerste screening van zijn activiteiten om te bepalen welke activiteiten in aanmerking komen voor de Taxonomie, met behulp van zowel de NACE-codes als de in de Verordening opgenomen activiteitenbeschrijvingen. '3.17 Vervaardiging van kunststoffen in primaire vorm', '3.8 Vervaardiging van aluminium' (Secundaire recyclage van aluminium) en '8.1 Gegevensverwerking, webhosting en aanverwante activiteiten' (IT-diensten en technologische informatie)' werden geïdentificeerd als in aanmerking komende activiteiten, en andere werden als mogelijk faciliterend geclassificeerd, zoals de bouw van een zonnepark of de productie van warmte/koeling met behulp van restwarmte (het 'Warmte- net'-project). Helaas kon Agfa de analyse van de verbonden financiële KPI’s niet afronden door de moeilijkheid om zijn transacties te linken aan NACE-codes in plaats van aan de divisies van de Groep, zoals gebruikelijk bij Agfa. Deze waarden werden daarom pas het jaar nadien opgenomen, in 2022, samen met de rapporten i.v.m. in aanmer- king komend activiteiten en afgestemde activiteiten met betrekking tot klimaatmitigatie en klimaatadaptatie. Vanaf 2023 heeft Agfa de informatieverschaffing uitgebreid naar alle zes milieudoelstellingen. Dit betekent dat Agfa, naast klimaatmitigatie en klimaatadaptatie, nu ook duurzaam gebruik en bescherming van water en mariene hulpbronnen, transitie naar een circulaire economie, preventie en bestrijding van vervuiling en bescherming en herstel van bio- diversiteit en ecosystemen omvat.
Taxonomie – in aanmerking komende activiteiten
Elk jaar voert Agfa een diepgaande beoordeling van zijn economische activiteiten uit, waarbij drie types van ontvan- kelijke activiteiten overwogen worden:
257
AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Bijgevolg komen de volgende economische activiteiten van Agfa in aanmerking als autonome ontvankelijke activiteiten:
Er is geen activiteit geïdentificeerd die in aanmerking komt voor meervoudige milieudoelstellingen. Om het ontvankelijkheidsproces te voltooien, maakt Agfa het deel van zijn omzet bekend dat afkomstig is van producten of diensten die verband houden met deze voor de Taxonomie in aanmerking komende economische activiteiten. Het maakt ook het deel van zijn kapitaaluitgaven (CapEx) en operationele uitgaven (OpEx) bekend die verband houden met activa of processen die verband houden met economische activiteiten die voor de Taxonomie in aanmerking komen, die deel uitmaken van een CapEx-plan om activiteiten die in aanmerking komen voor de Taxonomie uit te breiden of die het mogelijk maken dat activiteiten worden afgestemd op of gekoppeld aan de aankoop van output van activiteiten die in aanmerking komen voor de Taxonomie, evenals individuele maatregelen die het mogelijk maken dat de doelactiviteiten koolstofarm worden of leiden tot een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Deze toelichtingen hebben betrekking op hetzelfde boekjaar als dat van de rest van het jaarverslag.
| In 2021 | In 2022 | In 2023 | In 2024 | |
|---|---|---|---|---|
| Aandeel van de omzet gelinkt aan voor de Taxonomie in aanmerking komende economische activiteiten | 28,0% | 27,1% | 38,8% | 35,6% |
| Aandeel van de CapEx gelinkt aan voor de Taxonomie in aanmerking komende economische activiteiten | 36,1% | 29,7% | 67,8% | 59,8% |
| Aandeel van de OpEx gelinkt aan voor de Taxonomie in aanmerking komende economische activiteiten | 31,7% | 29,3% | 47,1% | 51,2% |
Sinds 2023 is het aandeel van de omzet, CapEx en OpEx dat verband houdt met economische activiteiten die in aanmerking komen voor de Taxonomie aanzienlijk gestegen ten opzichte van voorgaande jaren. Verschillende factoren dragen bij aan deze stijging. Terwijl de afsplitsing van Agfa’s vroegere Offset-activiteiten die plaatsvond in 2023 het bedrijfsprofiel wijzigde, waardoor de totale omzet en OpEx van de Groep die gebruikt worden als noemers voor de gerelateerde Taxonomie-indicatoren aanzienlijk daalden, heeft Agfa ook zijn strategische investeringen geheroriënteerd naar zijn groeigebieden. Verschillende projecten, zoals de herinvestering in nieuwe energieactiva in België, het hergebruik van bestaande gebouwen voor de bouw van een nieuwe ZIRFON-membraanproductievestiging in België en een Training Center in Duitsland, hebben aanzienlijk bijgedragen tot hogere tellers in de Taxonomie-indicatoren OpEx en CapEx. In 2024 bleven de verhoudingen tussen Omzet en OpEx tegenover 2023 relatief stabiel, maar daalde het aandeel van de CapEx, voornamelijk door de stijging van de totale CapEx van de Groep, die als noemer diende.
Om afgestemd te zijn en dus om in aanmerking te komen als ecologisch duurzaam mogen de economische activiteiten ook geen ernstige afbreuk doen aan (‘do no significant harm’ of ‘DNSH’) de andere milieudoelstellingen die in de Taxonomieverordening zijn genoemd, ze moeten plaatsvinden met inachtneming van de Taxonomieverordening vastgestelde (sociale) minimumgaranties en ze moeten voldoen aan de technische screeningcriteria die via gedelegeerde handelingen van de Commissie zijn vastgesteld in overeenstemming met de Taxonomieverordening. Gezien de relatief lange lijst van in aanmerking komende activiteiten en het feit dat deze activiteiten in aanmerking komen door de aard van Agfa's activiteiten – maar nog steeds een grondige documentatie vereisen in overeenstemming met de Taxonomieverordening van de EU (zoals de ontwikkeling van een klimaatrisico- en kwetsbaarheidsbeoordeling voor elke in aanmerking komende activiteit om te voldoen aan de DNSH-criteria met betrekking tot de doelstelling van Klimaatadaptatie, terwijl Agfa's milieurisicobeoordelingen momenteel worden uitgevoerd op ondernemings- en divisieniveau) – heeft Agfa besloten om het interne aanpassingsproces uit te stellen om aan te tonen dat het voldoet aan de DNSH-criteria en de technische screeningscriteria en daarom claimt het in dit stadium geen Taxonomie-aanpassing. Op middellange termijn kunnen verdere stappen worden ondernomen om de andere DNSH-criteria en de Technical Screening Criteria te evalueren voor de meest impactvolle in aanmerking komende activiteiten. Dit zal helpen bij het bepalen van de relevantie van het aanpassen van documentatie aan de Taxonomy-verordening, met als doel het verhogen van Agfa's afgestemde prestaties.
| In 2021 | In 2022 | In 2023 | In 2024 | |
|---|---|---|---|---|
| Aandeel van de omzet dat verband houdt met Taxonomie-afgestemde economische activiteiten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
| Aandeel van de CapEx dat verband houdt met Taxonomie-afgestemde economische activiteiten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
| Aandeel van de OpEx dat verband houdt met Taxonomie-afgestemde economische activiteiten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
Wat betreft de naleving van de minimumwaarborgen zoals bepaald in artikel 18 van de Taxonomieverordening van de EU, is Agfa van mening dat de inhoudelijke onderwerpen die daarvoor relevant blijven, namelijk mensenrechten (inclusief arbeids- en consumentenrechten), omkoping, het vragen om steekpenningen en afpersing, belastingen en eerlijke concurrentie, al deel uitmaken van zijn DNA en manier van werken. Er werden enkele punten voor verbetering van processen en documentatie vastgesteld, bijvoorbeeld met betrekking tot het due diligence-proces inzake mensenrechten, terwijl Agfa's procedures in de context van de EU Taxonomie werden doorgelicht om ervoor te zorgen dat ze in overeenstemming zijn met de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen (OESO MNE-richtlijnen), de VN-richtlijnen inzake bedrijfsleven en mensenrechten, de Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie over fundamentele principes en rechten op het werk en de International Bill of Human Rights. Er hebben zich echter geen inbreuken op de wet- en regelgeving met betrekking tot deze vier kernthema's voorgedaan, noch heeft Agfa geweigerd deel te nemen aan een zaak die door een Nationaal Contactpunt (NCP) van de OESO in behandeling werd genomen. Dit jaarverslag behandelt in verschillende hoofdstukken Agfa's kernwaarden en praktijken die werden geïmplementeerd om deze minimumwaarborgen op een verantwoorde en respectvolle manier uit te rollen. Meer details over Agfa's engagementen zijn opgenomen in de Gedragscode van de Groep en in de hoofdstukken doorheen dit verslag.
Specificatie van de kritische prestatie-indicator (KPI) i.v.m.# Omzet voor rapportering over in aanmerking komende activiteiten
Zoals uiteengezet in Sectie 1.1.1 van de Gedelegeerde Verordening betreffende Informatieverschaffing waarin de KPI Omzet wordt gedefinieerd, wordt de teller van de KPI berekend op basis van de netto-omzet uit producten of diensten, met inbegrip van immateriële activa, die verband houden met geïdentificeerde in aanmerking komende activitei- ten, zoals de omzet uit Agfa-producten die verband houden met de productie van kunststoffen in primaire vorm (op PET-film gebaseerde producten), andere koolstofarme technologieën (ZIRFON-membranen), fosforterugwinning uit beeldvormingsplaten of HealthCare IT managed services (hostingactiviteiten). Agfa's rapporteringsstructuur voor diensten is momenteel niet gescheiden van de inkomsten uit producten, om het risico op dubbeltelling te beperken, is er geen specifieke omzet gerapporteerd voor in aanmerking komende activiteiten met betrekking tot diensten, name- lijk CE 4.1, 5.1, CE 5.2 en CE 5.3.
Voor de noemer van de KPI is in paragraaf 1.1.1 van de Gedelegeerde Verordening betreffende Informatieverscha- ffing bepaald dat de totale netto-omzet wordt berekend als bedragen die afkomstig zijn van de totale verkoop van producten en het verlenen van diensten na aftrek van verkoopkortingen en belasting over de toegevoegde waarde en andere belastingen die rechtstreeks verband houden met de omzet. Als dusdanig is het in overeenstemming met de omzet van Agfa's voortgezette activiteiten gerapporteerd in de geconsolideerde winst- en verliesrekening van dit verslag. Inkomsten van entiteiten waarop de equity-methode wordt toegepast, intercompany-inkomsten, inkomsten uit subsidies, inkomsten uit beëindigde bedrijfsactiviteiten en IFRS 5-winst worden buiten beschouwing gelaten.
Deze definities zijn in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS), het rapporte- ringskader dat Agfa gebruikt voor het financiële gedeelte van dit jaarverslag.
Zoals uiteengezet in punt 1.1.2 van de Gedelegeerde Verordening betreffende Informatieverschaffing, waarin de CapEx-KPI wordt gedefinieerd, wordt de teller van de KPI berekend op basis van de netto CapEx van voor de Taxono- mie in aanmerking komende activiteiten:
Deze definities komen overeen met het rapporteringskader dat Agfa gebruikt voor het financiële gedeelte van dit jaarverslag. CapEx voor specifieke projecten/activiteiten is gemakkelijk traceerbaar op basis van projectnummers en werd op die basis vermeld. Meer algemene CapEx echter, bijvoorbeeld essentiële vervangingen/vernieuwingen/verbe- teringen om ervoor te zorgen dat de fabriek blijft draaien, werd toegewezen aan de in aanmerking komende activitei- ten op basis van verdeelsleutels gekoppeld aan de volumes die elke activiteit in dat CapEx-gebied vertegenwoordigt.
Voor de KPI-noemer, zoals uiteengezet in punt 1.1.2 van de Gedelegeerde Verordening betreffende Informatiever- schaffing, omvat de totale CapEx toevoegingen aan materiële en immateriële activa vóór afschrijving, amortisatie en waardeaanpassingen, met inbegrip van activa die het resultaat zijn van bedrijfscombinaties en activa die het resultaat zijn van herwaarderingen of bijzondere waardeverminderingen voor het betreffende boekjaar zonder veranderingen in de reële waarde. Aangezien er geen aanpassing wordt gedaan aan de CapEx bij de overgang naar vrije kasstroom , komt dit overeen met de CapEx zoals gerapporteerd in het vrije kasstroom rapport van de Groep.
Zoals uiteengezet in punt 1.1.3 van de Gedelegeerde Verordening betreffende Informatieverschaffing, waarin de OpEx- KPI wordt gedefinieerd, wordt de teller van de KPI berekend op basis van de netto OpEx van voor de Taxonomie in aanmerking komende activiteiten:
Voor de KPI-noemer, zoals uiteengezet in punt 1.1.3 van de Gedelegeerde Verordening betreffende Informatiever- schaffing, omvat de totale OpEx directe niet-geactiveerde kosten in verband met O&O (niet opgenomen in CapEx), maatregelen voor de renovatie van gebouwen, leaseovereenkomsten van korte duur, onderhoud en reparatie, en alle andere directe uitgaven in verband met het dagelijkse onderhoud van materiële vaste activa door de onderneming of door derden waaraan activiteiten zijn uitbesteed die nodig zijn voor een continu en doeltreffend functioneren van dergelijke activa.
Deze ‘Andere directe uitgaven’ omvatten niet-exhaustief, volgens het document met veelgestelde vragen (FAQ) over de Gedelegeerde Verordening Betreffende Informatieverschaffing dat de EU-Commissie op 5 februari 2022 heeft gepubliceerd: algemene kosten, grondstoffen, kosten van een werknemer die de machine bedient, kosten voor het beheer van O&O-projecten, elektriciteit/vloeistoffen die nodig zijn om PBM’s te bedienen, maar omvatten ook onder- houdsmateriaal, kosten van een werknemer die een machine repareert, kosten van een werknemer die een fabriek schoonmaakt, IT voor onderhoud.
Deze definities zijn niet volledig in overeenstemming met het rapporteringskader dat Agfa gebruikt voor het financi- ële gedeelte van dit jaarverslag. Daarom heeft Agfa ervoor gezorgd dat alle gerapporteerde cijfers gedocumenteerd en controleerbaar zijn en heeft het het aantal veronderstellingen zo veel mogelijk beperkt. Agfa gelooft dat de toegepaste methodologie de meeste kostenplaatsen dekt met beperkte afwijkingen en daarom worden er geen belangrijke hiaten verwacht:
Door verdachte kritieke pathologieën te identificeren, zorgt CriticalScan ervoor dat beelden met belangrijke diagnostische informatie onmiddellijk als hoge prioriteit kunnen worden gemarkeerd. Verbeterde visualisatie van pathologieën maakt snelle en verbeterde patiëntresultaten mogelijk.# AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Boekjaar 2024
| Criteria inzake substantiële bijdrage GEAD-criteria (“geen ernstige afbreuk doen aan”) | Economische activieiten (1) | Code (2) | Omzet (3) | Aandeel van omzet (4) | Klimaat- mitigatie (5) | Klimaat- adaptatie (6) | Water (7) | Veront- reiniging (8) | Circulaire economie (9) | Biodiver- siteit (10) | Klimaat- mitigatie (11) | Klimaat- adaptatie (12) | Water (13) | Verontrei- niging (14) | Circulaire economie (15) | Biodiversiteit (16) | Minimumga- ranties (17) | Aandeel van op taxonomie afgestemde (A.1.) of ervoor in aan- merking komende (A.2.) omzet, jaar 2023 (18) | Categorie faciliterende activiteit (19) | Categorie transi- tieondersteunende activiteit (20) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| A. VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN | ||||||||||||||||||||
| A.1 Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) | ||||||||||||||||||||
| Omzet ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afge- stemd) (A.1) | € - | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | N | 0,0% | ||||
| Waarvan faciliterend | € - | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | N | 0,0% | E | |||
| Waarvan transitieondersteunend | € - | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0 | 0 | 0 | 0 | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | N | 0,0% | T | |||
| A.2 Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) | ||||||||||||||||||||
| Fabricage van andere koolstofarme technologieën | CCM 3.6 | € 29.682.594 | 2,6% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 2,0% | ||||||||||
| Vervaardiging van kunststoffen in primaire vorm | CCM 3.17 | € 358.687.793 | 31,5% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 35,4% | ||||||||||
| Elektriciteitsopwekking met behulp van fotovoltaïsche zonne-energietechnologie | CCM 4.1 | € - | 0,0% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Opslag van thermische energie | CCM 4.11 | € - | 0,0% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Distributie van stadsverwarming en -koeling | CCM 4.15 | € - | 0,0% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Hoogrenderende Warmte-/koudekrachtkoppeling uit fossiele gasvormige brandstoffen | CCM 4.30 | € - | 0,0% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Bouw, uitbreiding en exploitatie van systemen voor opvang en behandeling van afvalwater | CCM 5.3 | € - | 0,0% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Materiaalterugwinning uit niet-gevaarlijke afvalstoffen | CCM 5.9 | € 3.847.698 | 0,3% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,4% | ||||||||||
| Exploitatie van persoonlijke vervoersmiddelen, fietslogistiek | CCM 6.4 | € - | 0,0% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Vervoer met motorfietsen, personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen | CCM 6.5 | € - | 0,0% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Installatie, onderhoud en reparatie van energie- efficiënte uitrusting | CCM 7.3 | € - | 0,0% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Installatie, onderhoud en reparatie van oplaadstations voor elektrische voertuigen in gebouwen (en parkeerplaatsen verbonden aan gebouwen) | CCM 7.4 | € - | 0,0% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Installatie, onderhoud en reparatie van instrumenten en apparaten voor het meten, regelen en controleren van de energieprestaties van gebouwen | CCM 7.5 | € - | 0,0% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Gegevensverwerking, hosting en bijbehorende activiteiten | CCM 8.1 | € 13.197.902 | 1,2% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,9% | ||||||||||
| Vervaardiging van elektrische en elektronische apparatuur | CE 1.2 | € - | 0,0% | niak | niak | niak | niak | iak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Behandeling van gevaarlijk afval | CE 2.4 | € - | 0,0% | niak | niak | niak | niak | iak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Renovatie van bestaande gebouwen | CE 3.2 | € - | 0,0% | niak | niak | niak | niak | iak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Sloop van gebouwen en andere bouwwerken | CE 3.3 | € - | 0,0% | niak | niak | niak | niak | iak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Levering van gegevensgestuurde IT-/OT-oplossingen | CE 4.1 | € - | 0,0% | niak | niak | niak | niak | iak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Reparatie, renovatie en herproductie | CE 5.1 | € - | 0,0% | niak | niak | niak | niak | iak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Verkoop van reserveonderdelen | CE 5.2 | € - | 0,0% | niak | niak | niak | niak | iak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Voorbereiding voor hergebruik van afgedankte producten en productcomponenten | CE 5.3 | € - | 0,0% | niak | niak | niak | niak | iak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Sanering van verontreinigde terreinen en gebieden | PPC 2.4 | € - | 0,0% | niak | niak | niak | iak | niak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Instandhouding, met inbegrip van herstel, van habitats, ecosystemen en soorten | BIO 1.1 | € - | 0,0% | niak | niak | niak | niak | niak | iak | 0,0% | ||||||||||
| Omzet van voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame (A.2) activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2) | € 405.415.987 | 35,6% | 35,6% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 38,8% | |||||||||||
| A. Omzet van voor de taxonomie in aanmerking- komende activiteiten (A.1 + A.2) | € 405.415.987 | 35,6% | 35,6% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 38,8% | |||||||||||
| B. NIET VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN | ||||||||||||||||||||
| Omzet van niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten (B) | € 732.584.013 | 64,4% | ||||||||||||||||||
| TOTAAL (A + B) | € 1.138.000.000 | 100,0% |
265
AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Aandeel omzet uit producten of diensten die verband houden met op taxonomie afgestemde economische activiteiten - rapportage over jaar 2024
Boekjaar 2024
| Criteria inzake substantiële bijdrage GEAD-criteria (“geen ernstige afbreuk doen aan”) | Economische activieiten (1) | Code (2) | Omzet (3) | Aandeel van omzet (4) | Klimaat- mitigatie (5) | Klimaat- adaptatie (6) | Water (7) | Veront- reiniging (8) | Circulaire economie (9) | Biodiver- siteit (10) | Klimaat- mitigatie (11) | Klimaat- adaptatie (12) | Water (13) | Verontrei- niging (14) | Circulaire economie (15) | Biodiversiteit (16) | Minimumga- ranties (17) | Aandeel van op taxonomie afgestemde (A.1.) of ervoor in aan- merking komende (A.2.) omzet, jaar 2023 (18) | Categorie faciliterende activiteit (19) | Categorie transi- tieondersteunende activiteit (20) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| A. VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN | ||||||||||||||||||||
| A.1 Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) | ||||||||||||||||||||
| Omzet ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afge- stemd) (A.1) | € - | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | N | 0,0% | ||||
| Waarvan faciliterend | € - | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | N | 0,0% | E | |||
| Waarvan transitieondersteunend | € - | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0 | 0 | 0 | 0 | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | N | 0,0% | T | |||
| A.2 Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) | ||||||||||||||||||||
| Fabricage van andere koolstofarme technologieën | CCM 3.6 | € 29.682.594 | 2,6% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 2,0% | ||||||||||
| Vervaardiging van kunststoffen in primaire vorm | CCM 3.17 | € 358.687.793 | 31,5% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 35,4% | ||||||||||
| Elektriciteitsopwekking met behulp van fotovoltaïsche zonne-energietechnologie | CCM 4.1 | € - | 0,0% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Opslag van thermische energie | CCM 4.11 | € - | 0,0% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Distributie van stadsverwarming en -koeling | CCM 4.15 | € - | 0,0% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Hoogrenderende Warmte-/koudekrachtkoppeling uit fossiele gasvormige brandstoffen | CCM 4.30 | € - | 0,0% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Bouw, uitbreiding en exploitatie van systemen voor opvang en behandeling van afvalwater | CCM 5.3 | € - | 0,0% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Materiaalterugwinning uit niet-gevaarlijke afvalstoffen | CCM 5.9 | € 3.847.698 | 0,3% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,4% | ||||||||||
| Exploitatie van persoonlijke vervoersmiddelen, fietslogistiek | CCM 6.4 | € - | 0,0% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Vervoer met motorfietsen, personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen | CCM 6.5 | € - | 0,0% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Installatie, onderhoud en reparatie van energie- efficiënte uitrusting | CCM 7.3 | € - | 0,0% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Installatie, onderhoud en reparatie van oplaadstations voor elektrische voertuigen in gebouwen (en parkeerplaatsen verbonden aan gebouwen) | CCM 7.4 | € - | 0,0% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Installatie, onderhoud en reparatie van instrumenten en apparaten voor het meten, regelen en controleren van de energieprestaties van gebouwen | CCM 7.5 | € - | 0,0% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Gegevensverwerking, hosting en bijbehorende activiteiten | CCM 8.1 | € 13.197.902 | 1,2% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,9% | ||||||||||
| Vervaardiging van elektrische en elektronische apparatuur | CE 1.2 | € - | 0,0% | niak | niak | niak | niak | iak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Behandeling van gevaarlijk afval | CE 2.4 | € - | 0,0% | niak | niak | niak | niak | iak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Renovatie van bestaande gebouwen | CE 3.2 | € - | 0,0% | niak | niak | niak | niak | iak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Sloop van gebouwen en andere bouwwerken | CE 3.3 | € - | 0,0% | niak | niak | niak | niak | iak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Levering van gegevensgestuurde IT-/OT-oplossingen | CE 4.1 | € - | 0,0% | niak | niak | niak | niak | iak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Reparatie, renovatie en herproductie | CE 5.1 | € - | 0,0% | niak | niak | niak | niak | iak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Verkoop van reserveonderdelen | CE 5.2 | € - | 0,0% | niak | niak | niak | niak | iak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Voorbereiding voor hergebruik van afgedankte producten en productcomponenten | CE 5.3 | € - | 0,0% | niak | niak | niak | niak | iak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Sanering van verontreinigde terreinen en gebieden | PPC 2.4 | € - | 0,0% | niak | niak | niak | iak | niak | niak | 0,0% | ||||||||||
| Instandhouding, met inbegrip van herstel, van habitats, ecosystemen en soorten | BIO 1.1 | € - | 0,0% | niak | niak | niak | niak | niak | iak | 0,0% | ||||||||||
| Omzet van voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame (A.2) activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2) | € 405.415.987 | 35,6% | 35,6% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 38,8% | |||||||||||
| A. Omzet van voor de taxonomie in aanmerking- komende activiteiten (A.1 + A.2) | € 405.415.987 | 35,6% | 35,6% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 38,8% | |||||||||||
| B. NIET VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN | ||||||||||||||||||||
| Omzet van niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten (B) | € 732.584.013 | 64,4% | ||||||||||||||||||
| TOTAAL (A + B) | € 1.138.000.000 | 100,0% | ||||||||||||||||||
| B. |
Aandeel CapEx uit producten of diensten die verband houden met op taxonomie afgestemde economische activiteiten - rapportage over jaar 2024
| Criteria inzake substantiële bijdrage GEAD-criteria (“geen ernstige afbreuk doen aan”) | | # Duurzaamheidsverklaring - Milieu-informatie
| Economische activitieiten (1) | Code (2) | OpEx (3) | Aandeel OpEx (4) | Klimaat- mitigatie (5) | Klimaat- adaptatie (6) | Water (7) | Veront- reiniging (8) | Circulaire economie (9) | Bio- diversiteit (10) | Klimaat- mitigatie (11) | Klimaat- adaptatie (12) | Water (13) | Veront- reiniging (14) | Circulaire economie (15) | Biodiversiteit (16) | Minimumga- ranties (17) | Aandeel van op taxonomie afgestemde (A.1.) of ervoor in aanmerking komende (A.2.) OpEx, jaar 2023 (18) | Categorie faciliteren- de activiteit (19) | Categorie transitie- ondersteunende activiteit (20) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| A. VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN | |||||||||||||||||||
| A.1 Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) | |||||||||||||||||||
| OpEx ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) (A.1) | € - | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | N | 0,0% | |||
| Waarvan faciliterend | € - | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | N | 0,0% | E | ||
| Waarvan transitieondersteunend | € - | 0,0% | 0,0% | T | |||||||||||||||
| A.2 Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) | |||||||||||||||||||
| Fabricage van andere koolstofarme technologieën | CCM 3.6 | € 13.655.400 | 2,9% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 1,1% | |||||||||
| Vervaardiging van kunststoffen in primaire vorm | CCM 3.17 | € 43.315.833 | 34,4% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 33,5% | |||||||||
| Elektriciteitsopwekking met behulp van fotovoltaïsche zonne-energietechnologie | CCM 4.1 | € 77.774 | 0,1% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,0% | |||||||||
| Opslag van thermische energie | CCM 4.11 | € - | 0,0% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,0% | |||||||||
| Distributie van stadsverwarming en -koeling | CCM 4.15 | € 795.144 | 0,6% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,6% | |||||||||
| Hoogrenderende Warmte-/koudekrachtkoppeling uit fossiele gasvormige brandstoffen | CCM 4.30 | € 2.439.602 | 1,9% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 2,3% | |||||||||
| Bouw, uitbreiding en exploitatie van systemen voor opvang en behandeling van afvalwater | CCM 5.3 | € 2.455.393 | 1,9% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 1,5% | |||||||||
| Materiaalterugwinning uit niet-gevaarlijke afvalstoffen | CCM 5.9 | € 28.649 | 0,02% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,0% | |||||||||
| Exploitatie van persoonlijke vervoersmiddelen, fietslogistiek | CCM 6.4 | € - | 0,0% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,0% | |||||||||
| Vervoer met motorfietsen, personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen | CCM 6.5 | € 3.566.136 | 2,8% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 1,6% | |||||||||
| Installatie, onderhoud en reparatie van energie- efficiënte uitrusting | CCM 7.3 | € - | 0,0% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,0% | |||||||||
| Installatie, onderhoud en reparatie van oplaadstations voor elektrische voertuigen in gebouwen (en parkeerplaatsen verbonden aan gebouwen) | CCM 7.4 | € 187.526 | 0,1% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,1% | |||||||||
| Installatie, onderhoud en reparatie van instrumenten en apparaten voor het meten, regelen en controleren van de energieprestaties van gebouwen | CCM 7.5 | € 82.800 | 0,1% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,1% | |||||||||
| Gegevensverwerking, hosting en bijbehorende activiteiten | CCM 8.1 | € - | 0,0% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,0% | |||||||||
| Vervaardiging van elektrische en elektronische apparatuur | CE 1.2 | € 7.333.978 | 5,8% | niak | niak | niak | niak | iak | niak | 5,7% | |||||||||
| Behandeling van gevaarlijk afval | CE 2.4 | € 623.311 | 0,5% | niak | niak | niak | niak | iak | niak | 0,4% | |||||||||
| Renovatie van bestaande gebouwen | CE 3.2 | € - | 0,0% | niak | niak | niak | niak | iak | niak | 0,0% | |||||||||
| Sloop van gebouwen en andere bouwwerken | CE 3.3 | € - | 0,0% | niak | niak | niak | niak | iak | niak | 0,3% | |||||||||
| Levering van gegevensgestuurde IT-/OT-oplossingen | CE 4.1 | € - | 0,0% | niak | niak | niak | niak | iak | niak | 0,0% | |||||||||
| Reparatie, renovatie en herproductie | CE 5.1 | € - | 0,0% | niak | niak | niak | niak | iak | niak | 0,0% | |||||||||
| Verkoop van reserveonderdelen | CE 5.2 | € - | 0,0% | niak | niak | niak | niak | iak | niak | 0,0% | |||||||||
| Voorbereiding voor hergebruik van afgedankte producten en productcomponenten | CE 5.3 | € - | 0,0% | niak | niak | niak | niak | iak | niak | 0,0% | |||||||||
| Sanering van verontreinigde terreinen en gebieden | PPC 2.4 | € - | 0,0% | niak | niak | iak | niak | iak | niak | 0,0% | |||||||||
| Instandhouding, met inbegrip van herstel, van habitats, ecosystemen en soorten | BIO 1.1 | € 75 | 0,0% | niak | niak | niak | niak | niak | iak | 0,0% | |||||||||
| OpEx van voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame (A.2) activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2) | € 64.556.690 | 51,2% | 44,9% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 6,3% | 0,0% | 47,1% | ||||||||||
| A. OpEx van voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten (A.1 + A.2) | € 64.556.690 | 51,2% | 44,9% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 6,3% | 0,0% | 47,1% | ||||||||||
| B. NIET VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN | |||||||||||||||||||
| OpEx van niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten (B) | € 61.542.560 | 48,8% | |||||||||||||||||
| TOTAAL (A + B) | € 126.099.250 | 100,0% |
| Economische activitieiten (1) | Code (2) | OpEx (3) | Aandeel OpEx (4) | Klimaat- mitigatie (5) | Klimaat- adaptatie (6) | Water (7) | Veront- reiniging (8) | Circulaire economie (9) | Bio- diversiteit (10) | Klimaat- mitigatie (11) | Klimaat- adaptatie (12) | Water (13) | Veront- reiniging (14) | Circulaire economie (15) | Biodiversiteit (16) | Minimumga- ranties (17) | Aandeel van op taxonomie afgestemde (A.1.) of ervoor in aanmerking komende (A.2.) OpEx, jaar 2023 (18) | Categorie | Categorie |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| A. VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN | --- | --- | |||||||||||||||||
| A.1 Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) | --- | --- | |||||||||||||||||
| OpEx ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) (A.1) | € - | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | N | 0,0% | --- | --- | |
| Waarvan faciliterend | € - | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | N | 0,0% | E | --- | |
| Waarvan transitieondersteunend | € - | 0,0% | 0,0% | --- | T | ||||||||||||||
| A.2 Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) | --- | --- | |||||||||||||||||
| Fabricage van andere koolstofarme technologieën | CCM 3.6 | € 13.655.400 | 2,9% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 1,1% | --- | --- | |||||||
| Vervaardiging van kunststoffen in primaire vorm | CCM 3.17 | € 43.315.833 | 34,4% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 33,5% | --- | --- | |||||||
| Elektriciteitsopwekking met behulp van fotovoltaïsche zonne-energietechnologie | CCM 4.1 | € 77.774 | 0,1% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,0% | --- | --- | |||||||
| Opslag van thermische energie | CCM 4.11 | € - | 0,0% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,0% | --- | --- | |||||||
| Distributie van stadsverwarming en -koeling | CCM 4.15 | € 795.144 | 0,6% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,6% | --- | --- | |||||||
| Hoogrenderende Warmte-/koudekrachtkoppeling uit fossiele gasvormige brandstoffen | CCM 4.30 | € 2.439.602 | 1,9% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 2,3% | --- | --- | |||||||
| Bouw, uitbreiding en exploitatie van systemen voor opvang en behandeling van afvalwater | CCM 5.3 | € 2.455.393 | 1,9% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 1,5% | --- | --- | |||||||
| Materiaalterugwinning uit niet-gevaarlijke afvalstoffen | CCM 5.9 | € 28.649 | 0,02% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,0% | --- | --- | |||||||
| Exploitatie van persoonlijke vervoersmiddelen, fietslogistiek | CCM 6.4 | € - | 0,0% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,0% | --- | --- | |||||||
| Vervoer met motorfietsen, personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen | CCM 6.5 | € 3.566.136 | 2,8% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 1,6% | --- | --- | |||||||
| Installatie, onderhoud en reparatie van energie- efficiënte uitrusting | CCM 7.3 | € - | 0,0% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,0% | --- | --- | |||||||
| Installatie, onderhoud en reparatie van oplaadstations voor elektrische voertuigen in gebouwen (en parkeerplaatsen verbonden aan gebouwen) | CCM 7.4 | € 187.526 | 0,1% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,1% | --- | --- | |||||||
| Installatie, onderhoud en reparatie van instrumenten en apparaten voor het meten, regelen en controleren van de energieprestaties van gebouwen | CCM 7.5 | € 82.800 | 0,1% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,1% | --- | --- | |||||||
| Gegevensverwerking, hosting en bijbehorende activiteiten | CCM 8.1 | € - | 0,0% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,0% | --- | --- | |||||||
| Vervaardiging van elektrische en elektronische apparatuur | CE 1.2 | € 7.333.978 | 5,8% | niak | niak | niak | niak | iak | niak | 5,7% | --- | --- | |||||||
| Behandeling van gevaarlijk afval | CE 2.4 | € 623.311 | 0,5% | niak | niak | niak | niak | iak | niak | 0,4% | --- | --- | |||||||
| Renovatie van bestaande gebouwen | CE 3.2 | € - | 0,0% | niak | niak | niak | niak | iak | niak | 0,0% | --- | --- | |||||||
| Sloop van gebouwen en andere bouwwerken | CE 3.3 | € - | 0,0% | niak | niak | niak | niak | iak | niak | 0,3% | --- | --- | |||||||
| Levering van gegevensgestuurde IT-/OT-oplossingen | CE 4.1 | € - | 0,0% | niak | niak | niak | niak | iak | niak | 0,0% | --- | --- | |||||||
| Reparatie, renovatie en herproductie | CE 5.1 | € - | 0,0% | niak | niak | niak | niak | iak | niak | 0,0% | --- | --- | |||||||
| Verkoop van reserveonderdelen | CE 5.2 | € - | 0,0% | niak | niak | niak | niak | iak | niak | 0,0% | --- | --- | |||||||
| Voorbereiding voor hergebruik van afgedankte producten en productcomponenten | CE 5.3 | € - | 0,0% | niak | niak | niak | niak | iak | niak | 0,0% | --- | --- | |||||||
| Sanering van verontreinigde terreinen en gebieden | PPC 2.4 | € - | 0,0% | niak | niak | iak | niak | iak | niak | 0,0% | --- | --- | |||||||
| Instandhouding, met inbegrip van herstel, van habitats, ecosystemen en soorten | BIO 1.1 | € 75 | 0,0% | niak | niak | niak | niak | niak | iak | 0,0% | --- | --- | |||||||
| OpEx van voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame (A.2) activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2) | € 64.556.690 | 51,2% | 44,9% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 6,3% | 0,0% | 47,1% | --- | --- | ||||||||
| A. OpEx van voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten (A.1 + A.2) | € 64.556.690 | 51,2% | 44,9% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 6,3% | 0,0% | 47,1% | --- | --- | ||||||||
| B. NIET VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN | --- | --- | |||||||||||||||||
| OpEx van niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten (B) | € 61.542.560 | 48,8% | --- | --- | |||||||||||||||
| TOTAAL (A + B) | € 126.099.250 | 100,0% | --- | --- |
| ## KPI Omzet | KPI CapEx | KPI OpEx |
|---|---|---|
| Rij | Economische activiteiten | Bedrag |
| 1 | Bedrag en aandeel van de in rij 1 van template 1 genoemde activiteit die niet voor de taxonomie in aanmerking komt overeenkomstig afdeling 4.26 van de bijlagen I en II bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2139 in de noemer van de toepasselijke KPI | € - |
| 2 | Bedrag en aandeel van de in rij 2 van template 1 genoemde activiteit die niet voor de taxonomie in aanmerking komt overeenkomstig afdeling 4.27 van de bijlagen I en II bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2139 in de noemer van de toepasselijke KPI | € - |
| 3 | Bedrag en aandeel van de in rij 3 van template 1 genoemde activiteit die niet voor de taxonomie in aanmerking komt overeenkomstig afdeling 4.28 van de bijlagen I en II bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2139 in de noemer van de toepasselijke KPI | € - |
| 4 | Bedrag en aandeel van de in rij 4 van template 1 genoemde activiteit die niet voor de taxonomie in aanmerking komt overeenkomstig afdeling 4.29 van de bijlagen I en II bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2139 in de noemer van de toepasselijke KPI | € - |
| 5 | Bedrag en aandeel van de in rij 5 van template 1 genoemde activiteit die niet voor de taxonomie in aanmerking komt overeenkomstig afdeling 4.30 van de bijlagen I en II bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2139 in de noemer van de toepasselijke KPI | € - |
| 6 | Bedrag en aandeel van de in rij 6 van template 1 genoemde activiteit die niet voor de taxonomie in aanmerking komt overeenkomstig afdeling 4.31 van de bijlagen I en II bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2139 in de noemer van de toepasselijke KPI | € - |
| 7 | Bedrag en aandeel van andere niet voor de taxonomie in aanmerking komende economische activiteiten die niet zijn genoemd in de rijen 1 tot en met 6 hierboven in de noemer van de toepasselijke KPI | € 732.584.013 |
| 8 | Totaal bedrag en aandeel van niet voor de taxonomie in aanmerking komende economische activiteiten in de noemer van de toepasselijke KPI | € 732.584.013 |
Met zijn best-in-class ZIRFON-membranen voor groene waterstof-productie is Agfa goed geplaatst om de overgang naar groene energie te helpen aandrijven. ZIRFON is een zeer efficiënte separator voor gebruik in geavanceerde alkalische waterelektrolysesystemen (die water scheiden in zuurstof en waterstof), met een uitzonderlijke stabiliteit en veiligheid, zelfs in de dynamische voedingsomgeving van hernieuwbare energieën.
271 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Duurzaamheid is een langdurige reis, maar de klimaatverandering vraagt om onmiddellijke actie. Als productiebedrijf erkent Agfa de aanzienlijke milieu-impact van zijn activiteiten, voornamelijk door de uitstoot van broeikasgassen (BKG) door zijn productieactiviteiten. Dit werd bevestigd door de materialiteitsbeoordeling beschreven op pagina 246 van dit verslag. Naast het verantwoorde beheer van deze impact erkent Agfa het belang van het beperken van financiële risico's in verband met schommelingen in grondstofkosten, beschikbaarheid van energie, technologische beperkingen en veranderende klimaatreguleringen. Om deze wereldwijde uitdaging te helpen aanpakken, steunt Agfa ten volle dringende klimaatmaatregelen en de doelstellingen van het Akkoord van Parijs. Dit engagement komt tot uiting in verschillende interne maatregelen om de energie-efficiëntie in Agfa's activiteiten te verbeteren, alsook in de ontwikkeling van innovatieve producten en oplossingen die bijdragen tot de groei van de groene energiemarkt in de hele waardeketen. Agfa is niet uitgesloten van de EU-benchmarks in het kader van het Akkoord van Parijs en het heeft zijn transitieplan voor klimaatmitigatie ontwikkeld als onderdeel van zijn jaarlijkse duurzaamheidsstrategie en -doelstellingen, zoals beschreven op pagina 274 van dit verslag. Dit plan is gevalideerd door het Executive Leadership en de Raad van Bestuur. Het wordt voornamelijk aangestuurd door een koolstofreductiestrategie die zich concentreert op de scope 1 en 2-broeikasgasemissies bij Agfa's sites in België, de grootste uitstoter van de Groep door de aard van zijn productieactiviteiten. In overeenstemming met het herziene 'Fit for 55'-pakket dat valt onder de paraplu van de EU Green Deal naar aanleiding van de klimaatdoelstellingen bepaald in het Akkoord van Parijs en dat van toepassing is op de sectoren die vallen onder het emissiehandelssysteem van de Europese Unie (EU ETS) en dus op Agfa's vestigingen in Mortsel, streeft Agfa naar een vermindering van 62% van de gecombineerde scope 1 en 2-broeikasgasemissies tegen 2030, met 2006 als basisjaar voor zijn Belgische vestigingen. Op korte termijn zal deze doelstelling worden aangepast om scope 3-broeikasgasemissies te integreren en om hun indiening voor validatie bij het Science Based Targets initiatief (SBTi) mogelijk te maken. Het grootste deel van de scope 1 en 2-emissiereducties is afhankelijk van een herinvesteringsplan in de energieproductie in België. De installatie van nieuwe energiemiddelen, zoals een industriële warmtepomp, een mechanische dampcompressie en een elektrische boiler, die begon in 2024 en zal doorgaan tot eind 2025, zal Agfa in staat stellen om efficiënt en flexibel te zijn in zijn energiemixbeheer om de CO₂-uitstoot te verminderen en tegelijk de kosten in evenwicht te houden. Andere hefbomen voor decarbonisatie hebben te maken met de voortdurende verbetering van de productieprocessen. Meer details worden gegeven in de toelichtingen op grond van artikel 8 van Verordening 2020/852 (Taxonomieverordening) en in de volgende paragrafen.
Om bij te dragen tot de wereldwijde klimaatactie engageert Agfa zich om het evenwicht tussen milieu-impact en economische prestaties binnen zijn activiteiten voortdurend te verbeteren. In dit opzicht omvat het Corporate Governance Charter, gepubliceerd op Agfa’s website, waarvoor de Raad van Bestuur de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de implementatie draagt, Agfa's Veiligheids-, Gezondheids- en Milieubeleid alsook zijn Energiebeleid om de gebieden van klimaatverandering en energie-efficiëntie aan te pakken. Agfa's Milieubeleid is gebaseerd op het principe dat een uitgebreide milieubescherming dezelfde prioriteit krijgt als een hoge productkwaliteit en commerciële efficiëntie. Het zorgt ervoor dat producten ontworpen, ontwikkeld en geproduceerd worden op een manier die de milieu-impact over hun hele levenscyclus beperkt, inclusief productie, transport, opslag, gebruik en afvalverwerking. Op dezelfde manier weerspiegelt het Energiebeleid Agfa's engagement om de energie-efficiëntie te verbeteren en de CO₂-uitstoot te verminderen in alle aspecten van de bedrijfsvoering. Hoewel het zich niet expliciet richt op het gebruik van hernieuwbare energie, verplicht het de vroege beoordeling van milieu- en energieaspecten bij de ontwikkeling van projecten, rekening houdend met de best beschikbare technieken en economisch haalbare praktijken.
272 Duurzaamheidsverklaring - Milieu-informatie
Daarnaast wordt energie-efficiëntie beschouwd als een belangrijke factor bij de evaluatie en inkoop van producten en diensten. Deze kernprincipes zijn ook geïntegreerd in de Group Sustainability Management Policy, onderschreven door het Corporate Sustainability Office. Onder de verantwoordelijkheid van de Purchasing-afdeling drukt de Gedragscode voor Leveranciers ook Agfa's bereidheid uit om samen te werken met leveranciers die inspanningen leveren om hun ecologische voetafdruk te verkleinen. Beide policies zijn publiek beschikbaar.
Agfa geeft blijk van een proactieve aanpak om zijn klimaatveranderingsbeleid uit te voeren en het draagt bij tot betekenisvolle koolstofreducties en energiebesparingen in al zijn activiteiten, voornamelijk door acties op het vlak van energie-efficiëntie, duurzame mobiliteit en betrokkenheid bij de waardeketen.
Agfa's sites in België, dat het grootste deel van de milieu-impact van de Groep genereert, gebruikt al enkele jaren een systeem van warmtekrachtkoppeling (WKK).# Duurzame energie en klimaatmitigatie
Deze technologie genereert gelijktijdig elektriciteit en warmte uit één enkele brandstofbron en optimaliseert het energiegebruik door warmte op te vangen die anders verloren zou gaan. Het systeem realiseert een primaire energiebesparing van ongeveer 30%, wat zich vertaalt in een jaarlijkse vermindering van 105.000 MWh gas (gelijk aan meer dan 5.000 huishoudens) en 7.500 MWh elektriciteit (gelijk aan 1.500 huishoudens). Agfa's WKK-initiatief is terug te vinden in de Taxonomie-toelichtingen onder de activiteit CCM 4.30 "Hoogrenderende Warmte-/koudekrachtkoppeling uit fossiele gasvormige brandstoffen".
Om zijn afhankelijkheid van gas te verminderen, investeerde Agfa onlangs in drie nieuwe energieactiva voor integratie in zijn energie-infrastructuur in België. Deze bestaat uit de installatie van:
Terwijl de elektrische boiler al operationeel is sinds eind 2024, wordt de volledige voltooiing van het project verwacht in 2025. Agfa gelooft dat deze combinatie van energiemiddelen de efficiëntie en flexibiliteit bij het beheer van energiebronnen zal verhogen, waardoor de CO₂-uitstoot kan worden verminderd en tegelijk de kosten in balans kunnen worden gehouden in overeenstemming met de productieplanning en de inkoopvoorwaarden. In totaal zullen deze initiatieven naar verwachting Agfa's Scope 1 CO₂-emissies met 17.000 ton verminderen.
Het vermogen om deze energiemiddelen te optimaliseren is echter sterk afhankelijk van de beschikbaarheid en toewijzing van financiële middelen. Naast de aanzienlijke investeringen vooraf, die worden beschreven in de EU Taxonomie onder activiteit CCM 7.3 “Installatie, onderhoud en reparatie van energie-efficiënte apparatuur”, kunnen een fluctuerende energie-vraag, vooral in de industriële productie, en lage gasprijzen gasgestookte elektriciteitsopwekking voordeliger maken. Dit kan leiden tot afhankelijkheid van meer emissie-intensieve bronnen, zelfs als er duurzamere opties beschikbaar zijn, waardoor de inspanningen om de koolstofvoetafdruk te verkleinen worden ondermijnd.
Hoewel de impact op de Key Performance Indicators (KPI's) van de EU Taxonomie beperkter is, blijven acties met betrekking tot onderhoud en bewustmakingscampagnes over energie-efficiëntie fundamentele maatregelen. Voortdurend worden projecten gecontroleerd en gepland die de algemene energie-efficiëntie kunnen verbeteren, of het nu gaat om het inspecteren op persluchtlekken en het verminderen van stoomverlies, het upgraden van machines of het systematisch vervangen van klassieke gloeilampen door efficiënte LED-lampen. Een verdere uitbreiding van de on-site fotovoltaïsche zonne-installatie in België wordt ook onderzocht voor de middellange termijn. Deze zijn opgenomen in Agfa's Taxonomietoelichtingen via de in aanmerking komende activiteiten CCM 4.1 273 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024 “Elektriciteitsopwekking met behulp van fotovoltaïsche zonne-energietechnologie”, CCM 7.3 “Installatie, onderhoud en reparatie van energie-efficiënte uitrusting” en CCM 7.5 “Installatie, onderhoud en reparatie van instrumenten en apparaten voor het meten, regelen en controleren van de energieprestaties van gebouwen”.
In verscheidene landen heeft Agfa een nieuw autobeleid ingevoerd dat auto's met een CO₂-uitstoot van meer dan 120 g/km (WLTP-norm) uitsluit uit het gamma en elektrische voertuigen (EV) en plug-in hybride elektrische voertuigen (PHEV) promoot. Dit wordt ondersteund door aanpassingen aan de infrastructuur, zoals de installatie van 131 laadstations in Agfa België. Naast verbeteringen aan de vloot, moedigt Agfa milieuvriendelijke alternatieven voor woon-werkverkeer aan door lokale fietsleasing, carpooling en fiscale stimulansen aan te bieden waar mogelijk. Deze acties zijn opgenomen in de toelichtingen onder de Taxonomie-activiteiten CCM 6.4 “Exploitatie van persoonlijke vervoersmiddelen, fietslogistiek”, CCM 6.5 “Vervoer met motorfietsen, personenauto's en lichte bedrijfsvoertuigen” en CCM 7.4 “Installatie, onderhoud en reparatie van oplaadstations voor elektrische voertuigen in gebouwen (en parkeerplaatsen verbonden aan gebouwen)”.
Een aanzienlijk deel van Agfa's Scope 3-broeikasgasemissies is afkomstig van aangekochte goederen en diensten. Hoewel Agfa al het engagement met leveranciers heeft opgestart, zoals uiteengezet in het hoofdstuk Governance van deze duurzaamheidsverklaring, zullen verdere acties nodig zijn om deze emissies aan te pakken. Op korte en middellange termijn zal Agfa zich richten op het verbeteren van de gegevenskwaliteit en op het definiëren van relevante Scope 3-doelstellingen en emissiereductiestrategieën.
Hoewel de impact van activiteit CCM 4.15 “Distributie van stadsverwarming en -koeling” op EU Taxonomie-KPI's beperkt is, blijft Agfa betrokken bij “Warmte Verzilverd”, een regionaal project in België met directe burgerparticipatie en financiële steun van de Vlaamse overheid. Dit initiatief wil industriële restwarmte gebruiken om woningen te verwarmen. Restwarmte van Agfa's vestiging in Mortsel levert momenteel centrale verwarming en warm water voor meer dan 300 huishoudens.
Agfa heeft kwalitatieve klimaatdoelstellingen bepaald als onderdeel van zijn jaarlijkse strategie en doelstellingen op het vlak van duurzaamheid, zoals beschreven op pagina 241 van dit verslag. In 2024 werden deze doelstellingen gekoppeld aan de juiste inzet van de hefbomen van het koolstofreductieplan, namelijk de tijdige installatie van de nieuwe energieactiva beschreven in de vorige paragraaf en de exploratie van nieuwe mogelijkheden voor de reductie van broeikasgassen door de uitbreiding van zonne-installaties.
Rekening houdend met de toepassing van de nieuwe Corporate Sustainability Reporting-richtlijn en Agfa's ambitie om zijn doelstellingen ter validatie voor te leggen aan het Science Based Targets-initiatief (SBTi), omvatte dit ook de aanpassing van de interne methodologieën om vanaf dit jaar voor het eerst rekening te kunnen houden met scope 3 van de broeikasgasuitstoot en deze publiek te rapporteren. Dit is een belangrijke mijlpaal om deze emissies op korte termijn op te kunnen nemen in de reductiedoelstellingen voor broeikasgasemissies, die momenteel alleen betrekking hebben op Scope 1 en 2. Er zullen ook verdere inspanningen worden geleverd om de afhankelijkheid van schattingen en op uitgaven gebaseerde gegevens voor de broeikasgasemissies van Scope 3, die momenteel gebaseerd zijn op zeer conservatieve berekeningen, te minimaliseren en om een grotere nauwkeurigheid te bereiken door meer af te stemmen op feitelijke cijfers.
Wat het koolstofreductieplan betreft, heeft Agfa voor 2023 de doelstellingen voor de reductie van broeikasgasemissies voor de scopes 1 en 2 samen vastgelegd op 62% tegen 2030, gebaseerd op referentiejaar 2006 voor de Belgische vestigingen, die de belangrijkste bijdrage leveren aan Agfa's wereldwijde broeikasgasemissies. Dit werd bepaald in navolging van het herziene 'Fit for 55'-pakket dat onder de paraplu van de EU Green Deal valt, in navolging van de klimaatdoelstellingen van het Akkoord van Parijs. Dit 'Fit for 55'-pakket verhoogde onlangs de algemene ambitie van 274 Duurzaamheidsverklaring - Milieu-informatie emissiereducties tegen 2030 tot 62% ten opzichte van de niveaus van 2005 in de sectoren die vallen onder het emissiehandelssysteem van de Europese Unie (EU ETS), waaraan de Agfa-vestigingen in Mortsel onderworpen zijn. Bij gebrek aan betrouwbare gegevens over de uitstoot van broeikasgassen Scope 2 in 2005, beschouwde Agfa de niveaus van 2006 als referentie. Beste praktijken, bepalingen van de Belgische Energiebeleidsovereenkomst (EBO) en extern beschikbare richtlijnen zoals relevante handboeken van het GHG-protocol en SBTi werden in overweging genomen om dit koolstofreductieplan te definiëren.
Er worden zowel kwalitatieve als kwantitatieve doelstellingen bepaald en ter goedkeuring voorgelegd aan het Executive Leadership en de Raad van Bestuur door het Corporate Sustainability Office, in samenwerking met het Processes Energy & Mechanics (PEM) team in Agfa België. Er zijn geen externe belanghebbenden bij dit proces betrokken. De belangrijkste hefbomen voor het koolstofarm maken van de economie zijn verbeteringen van de energie-efficiëntie en verbruiksreducties.
Hoewel Agfa zijn 2030-doelstelling al bijna heeft bereikt in 2024, kan de vergelijkbaarheid van de broeikasgasuitstoot tussen het referentiejaar en het rapporteringsjaar beïnvloed worden door belangrijke veranderingen als gevolg van de reorganisaties van de Groep sinds 2006 – zoals de recente desinvestering van Agfa Offset Solutions in 2023. Deze veranderingen hebben het profiel van de onderneming substantieel gewijzigd, dat sindsdien is verschoven naar andere soorten activiteiten.
De gecombineerde scope 1 en 2 broeikasgasemissie-intensiteit voor Agfa's vestigingen in België bedroeg 53,7 tCO₂eq per miljoen euro in 2024, tegenover 47,1 tCO₂eq per miljoen euro in 2006, gedreven door een aanzienlijke daling van het productievolume en de bijbehorende uitstoot van broeikasgassen (61,058 tCO₂eq in 2024 tegenover 160,066 tCO₂eq in 2006), en van de inkomsten (1,138 miljoen euro in 2024 tegenover 3,401 miljoen euro in 2006). Als gevolg hiervan is het ondoenlijk om volledig vergelijkbare historische gegevens te reconstrueren.# Duurzaamheidsverklaring - Milieu-informatie
Agfa blijft zich inzetten om verdere maatregelen te identificeren en te implementeren in overeenstemming met de transformatiestrategie van de onderneming en de economische haalbaarheid. Bijkomende verminderingen worden verwacht door de activering van nieuwe energiemiddelen, die de elektrificatie vergemakkelijken, zoals eerder beschreven. Deze ontwikkelingen zullen worden geïntegreerd wanneer Agfa zijn stappenplan voor 2030 en daarna verfijnt, in de aanloop naar de indiening voor validatie door het Science Based Targets initiative (SBTi) in 2025.
Gecombineerde scope 1 en 2
Basisjaar 2006
Doeljaar 2030
Rapportagejaar 2024
Prestatie vs. Basis
Broeikasgasuitstoot (tCO₂eq) | 160.066 | 60.825 | -62% | 60.491 | -62%
Agfa valt onder de NACE-code 2059, die gecategoriseerd is als een sector met een grote impact op het klimaat. 2059 valt onder sectie C van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1893/2006. De cijfers met betrekking tot energie, gerapporteerd in de volgende tabellen, zijn onderhevig aan scopebeperkingen. Ze omvatten gegevens van Agfa's vestigingen in België, die in dit opzicht beschouwd worden als de belangrijkste drijvende krachten achter Agfa's globale ecologische voetafdruk door de aard van hun productieactiviteiten. Gegevens van andere Agfa-organisaties, waar de productieactiviteiten gericht zijn op subassemblage en andere minder hulpbronintensieve processen, evenals organisaties die zich bezighouden met onderzoek & ontwikkeling, verkoop en diensten zonder productieactiviteiten, worden uitgesloten. De herkomst van de elektriciteit is gebaseerd op de percentages die zijn gespecificeerd in het energiecontract, waardoor het een schatting is.
275 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
| Categorie | Waarde (MWh) |
|---|---|
| Brandstofverbruik van steenkool en steenkoolproducten | 0 |
| Brandstofverbruik uit ruwe olie en aardolieproducten | 0 |
| Brandstofverbruik van aardgas | 309.273 |
| Brandstofverbruik uit andere fossiele bronnen | 341 |
| Verbruik van gekochte of verworven elektriciteit, warmte, stoom of koeling uit fossiele bronnen | 9.584 |
| Totaal verbruik van fossiele energie | 319.198 |
| Aandeel fossiele bronnen in totaal energieverbruik (%) | 95,0 |
| Verbruik van nucleaire bronnen | 16.593 |
| Aandeel verbruik uit nucleaire bronnen in totaal energieverbruik (%) | 4,8 |
| Brandstofverbruik van hernieuwbare bronnen, inclusief biomassa | 0 |
| Verbruik van gekochte of verworven elektriciteit, warmte, stoom of koeling van hernieuwbare bronnen | 0 |
| Het verbruik van zelf opgewekte niet als brandstof gebruikte hernieuwbare energie | 766 |
| Totaal verbruik hernieuwbare energie | 766 |
| Aandeel hernieuwbare bronnen in totaal energieverbruik (%) | 0,2 |
| Totaal energieverbruik | 335.970 |
| Categorie | Waarde (MWh) |
|---|---|
| Niet-hernieuwbare energieproductie | 74.070 |
| Hernieuwbare energieproductie | 766 |
| Totale energieproductie | 4.836 |
| Categorie | Waarde |
|---|---|
| Totale netto-opbrengst, zoals vermeld in de jaarrekening op pagina 326 (miljoen euro) | 1.138 |
| Totaal energieverbruik van activiteiten in sectoren met een grote impact op het klimaat per netto-opbrengst van activiteiten in sectoren met een grote impact op het klimaat (MWh/miljoen euro) | 295,2 |
276 Duurzaamheidsverklaring - Milieu-informatie
De cijfers met betrekking tot Scope 1 en Scope 2 broeikasgasemissies, gerapporteerd in de volgende tabel, zijn onderhevig aan scopebeperkingen. Ze omvatten gegevens van Agfa's vestigingen in België, die in dit opzicht beschouwd worden als de primaire factoren van Agfa's globale ecologische voetafdruk door de aard van hun productieactiviteiten. Gegevens van andere Agfa-organisaties, waar de productieactiviteiten gericht zijn op subassemblage en andere minder hulpbronintensieve processen, evenals organisaties die zich bezighouden met onderzoek & ontwikkeling, verkoop en diensten zonder productieactiviteiten, worden uitgesloten van Scope 1 en 2 broeikasgasemissies. Scope 3 broeikasgasemissies worden niet beïnvloed en hebben betrekking op de hele Groep.
| Categorie | Waarde (ton CO₂-eq) |
|---|---|
| Bruto Scope 1-broeikasgasemissies | 57.210 |
| Percentage Scope 1-broeikasgasemissies van gereglementeerde emissiehandelsystemen | 3.848 |
| Categorie | Waarde (ton CO₂-eq) |
|---|---|
| Bruto locatiegebaseerde Scope 2-broeikasgasemissies | 3.848 |
| Bruto marktgebaseerde Scope 2-broeikasgasemissies | 3.671 |
| Categorie | Waarde (ton CO₂-eq) |
|---|---|
| 3.1 Gekochte goederen en diensten | 130.265 |
| 3.2 Kapitaalgoederen | 5.926 |
| 3.3 Brandstof- en energieactiviteiten (niet opgenomen in scope 1 of scope 2) | 13.130 |
| 3.4 Upstreamvervoer en -distributie | 15.075 |
| 3.5 Afval geproduceerd bij activiteiten | 4.104 |
| 3.6 Zakelijk reisverkeer | 4.985 |
| 3.7 Woon-werkverkeer werknemers | 2.776 |
| 3.8 Upstream geleasede activa | 1.554 |
| 3.9 Downstreamvervoer | 7.459 |
| 3.10 Verwerking verkochte producten | - |
| 3.11 Gebruik verkochte producten | 64.233 |
| 3.12 End-of-life-verwerking verkochte producten | 354.104 |
| 3.13 Downstream geleasede activa | - |
| 3.14 Franchises | - |
| 3.15 Investeringen | - |
| Totale Bruto Scope 3-broeikasgasemissies | 603.611 |
| Categorie | Waarde (ton CO₂-eq) |
|---|---|
| Totale broeikasgasemissies (locatiegebaseerd) | 664.669 |
| Totale broeikasgasemissies (marktgebaseerd) | 664.492 |
Informatie over broeikasgasemissiedoelstellingen is te vinden in E1-4 Doelstellingen inzake klimaatmitigatie.
| Categorie | Waarde |
|---|---|
| Totale netto-opbrengst, zoals vermeld in de jaarrekening op pagina 326 (miljoen euro) | 1.138 |
| Totale broeikasgasemissies (locatiegebaseerd) per netto-opbrengst (ton CO₂-eq/miljoen euro) | 584,1 |
| Totale broeikasgasemissies (marktgebaseerd) per netto-opbrengst (ton CO₂-eq/miljoen euro) | 583,9 |
277 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Agfa verstaat onder broeikasgassen (BKG) de gassen die door het Kyotoprotocol van de Verenigde Naties zijn vastgelegd. Ten behoeve van de CSRD-rapportage zijn de broeikasgasemissies van Scope 1 berekend in CO₂eq, waarbij gebruik is gemaakt van de Global Warming Potentials (GWP's) die zijn toegepast bij de berekening van CO₂eq op basis van het vijfde evaluatierapport (AR5) van de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering (IPCC) over een periode van 100 jaar. Deze waarde wordt in de voorgaande tabel weergegeven.
Agfa’s vestigingen in België zijn ISO 14001-gecertificeerd voor hun milieubeheersystemen en worden daarom jaarlijks geauditeerd. Daarnaast voldoen ze ook aan de bepalingen van de Belgische Energiebeleidsovereenkomst (EBO) en de limieten die door het emissiehandelssysteem van de Europese Unie (EU ETS) zijn vastgelegd. De EBO legt toepassingscriteria vast die drempels bepalen voor primair energieverbruik. Op basis hiervan rapporteren Agfa’s vestigingen in België gewoonlijk volgens de methodologie en de veronderstellingen die voorgeschreven zijn voor de jaarlijkse EU ETS-rapportering, gebruik makend van de emissiefactor voor aardgas, berekend op basis van gegevens geleverd door de gasleverancier en jaarlijks goedgekeurd door een officiële verificatie-instantie. Dit jaar werd de emissiefactor berekend als 55,78 ton CO₂ per jaar, of 0,1813 ton CO₂ per MWh, voor de EU ETS-rapportering. Volgens deze methode bedragen de Scope 1-emissies 56.725 ton CO₂, als zodanig gerapporteerd en geverifieerd door de Vlaamse overheid. Deze methode kan als nauwkeuriger beschouwd worden, aangezien de gegevens specifiek zijn voor Agfa en overeenstemmen met de rapporteringsmethodologie van het EU ETS.
Milieugegevens, met inbegrip van maar niet beperkt tot luchtemissies, worden ook gerapporteerd en geverifieerd door de lokale overheden in het kader van het regionale Integraal Milieujaarverslag (IMJV).
Locatiegebonden broeikasgasemissies voor Scope 2 worden berekend door de totale aangekochte elektriciteit te vermenigvuldigen met een CO₂eq-emissiefactor voor elektriciteit geleverd via het net in België (bron EEA, 2024) opgehaald uit de Climatiq database. Marktgebaseerde broeikasgasemissies voor Scope 2 worden berekend door de ingekochte elektriciteit uit fossiele bronnen te vermenigvuldigen met een CO₂eq-emissiefactor op basis van een conventionele gasgestookte centrale met gecombineerde cyclus (bron GEMIS, 2021) en de ingekochte elektriciteit uit nucleaire bronnen met een CO₂eq-emissiefactor op basis van een kerncentrale (bron ADEME, 2021), beide opgehaald uit de Climatiq-database.
Broeikasgasemissies voor Scope 3 worden berekend aan de hand van de principes, vereisten en richtlijnen van de relevante standaarden van het GHG-protocol, zoals hieronder beschreven. 4,3% van de broeikasgasemissies van Scope 3 worden berekend aan de hand van primaire gegevens die zijn verkregen van leveranciers of andere partners in de waardeketen.
Agfa gelooft dat duurzame bedrijfsoplossingen en innovatiepraktijken essentieel zijn om zijn groeistrategie te verwezenlijken. De strategische transformatie die Agfa al verscheidene jaren ondergaat, versterkt niet alleen de veerkracht van de Groep, maar genereert ook een positieve impact op de klimaatverandering in de sectoren waarin het actief is. Deze impact is vooral duidelijk in de recente oprichting van de divisie Green Hydrogen Solutions, die innovatie in de sector heeft gestimuleerd en nieuwe commerciële mogelijkheden heeft gecreëerd. Als gevolg hiervan zijn innovatie en investeringen naar voren gekomen als een van de entiteitspecifieke materiële onderwerpen in de dubbele materialiteitsbeoordeling die wordt beschreven in het gedeelte Algemene Informatie van dit verslag. Dit helpt Agfa's belanghebbenden om een dieper inzicht te krijgen in de effecten, risico's en kansen, vooral met betrekking tot milieukwesties zoals klimaatverandering.
Naast de beleidslijnen beschreven in secties E1-2, Beleid ten aanzien van klimaatmitigatie en klimaatadaptatie op pagina 272 van dit verslag, en S4-1, Beleid ten aanzien van consumenten en eindgebruikers op pagina 305 van dit verslag, die gericht zijn op de integratie van milieubescherming in alle fasen van innovatie (productontwerp, ontwikkeling en productie) op een manier die de risico's voor veiligheid en gezondheid op het werk tot een minimum beperkt, wordt innovatie binnen de Agfa Groep ook geregeld door het Globaal Beleid inzake het Eigendom en het Delen van Intellectuele Eigendomsrechten. Dit beleid, dat van toepassing is op alle juridische entiteiten, business-divisies, business units en werknemers van de Groep, werd opgesteld en is eigendom van de afdelingen Intellectual Property (IP) en Legal Affairs. Het is beschikbaar op het ondernemingsintranet en het definieert de eigendom van intellectuele eigendomsrechten binnen de Groep en schetst de principes voor het delen van intellectuele eigendomsrechten tussen de juridische entiteiten van Agfa en/of met externe partijen, met inbegrip van de uitoefening van rechten, kostenbeheer en de verdeling van inkomsten met betrekking tot intellectuele eigendomsrechten.# Duurzaamheidsverklaring - Milieu-informatie
In 2024 ging Agfa door met zijn inspanningen om te innoveren en duurzame ontwikkeling te integreren in de oplossingen die het op de markt brengt voor de drie businessdivisies, met een bijzondere focus op de groeimotoren die het gedefinieerd heeft binnen de context van zijn strategische transformatie. Meer specifiek ging Agfa verder met:
Gezien de diversiteit van Agfa's businessdivisies – elk met hun eigen businessmodellen en marktstrategieën – werden er op Groepsniveau geen kwantitatieve doelstellingen vastgelegd voor innovatie en investeringen. Om echter de duurzaamheid van zijn innovaties beter te beoordelen en te sturen, formaliseert Agfa zijn engagement voor duurzaamheid door de kwalitatieve doelstelling van Vooruitgang in duurzaamheid naar producten van de volgende generatie te definiëren. Dit houdt in dat duurzaamheidsbeoordelingen geïntegreerd worden in de ontwerpfase van nieuwe producten (en hun bijgewerkte versies), naast het evalueren van hun marktpotentieel en het verifiëren van daadwerkelijke verbeteringen.
Dergelijke beoordelingen houden rekening met de impact van de oplossingen doorheen de volledige levenscyclus, zowel op het vlak van Agfa's eigen ecologische en sociale voetafdruk als om ervoor te zorgen dat nieuwe oplossingen zijn klanten kunnen helpen om hun eigen voetafdruk te verkleinen en/of een consistente toegevoegde waarde kunnen bieden aan de maatschappij in het algemeen. Momenteel gebeurt dit met behulp van een eerste interne methodologie die in 2021 is ontwikkeld, waarbij gebruik wordt gemaakt van een kwalitatieve vragenlijst met de naam 'duurzaamheidsmatrix'. Deze tool zorgt voor bewustwording bij productontwikkelingsteams in de R&D-ontwerpfase. Het helpt om de duurzaamheidsverbeteringen van een product te screenen en te identificeren, vergeleken met hun vorige versies op de markt.
Deze 'duurzaamheidsmatrix' wordt sinds 2022 toegevoegd aan de verplichte documenten die vereist zijn om de Product Development Procedure van Agfa's Digital Print & Chemicals divisie te voltooien. In 2023 wordt hij verder uitgerold en uitgebreid naar Agfa's divisie Radiology Solutions. In de komende jaren zal Agfa het gebruik van dit instrument blijven opvolgen om het te verfijnen en te verbeteren waar nodig. De belangrijkste uitdagingen zijn de overgang van een kwalitatieve naar een kwantitatieve beoordeling om de subjectiviteit te verminderen, het stroomlijnen van de gegevensverzameling en het in evenwicht brengen van de kosten en inspanningen met de impact op de duurzaamheid. Voor Digital Print & Chemicals worden de eerste stappen gezet om een gegevensgestuurd kwantitatief beoordelingsinstrument te ontwikkelen op basis van de principes van de Life Cycle Assessment (LCA)-methodologie.
Agfa's materialiteit met betrekking tot verontreiniging omvat zowel luchtverontreiniging als het beheer van zorgwekkende stoffen (SoC), met inbegrip van zeer zorgwekkende stoffen (SVHC), zoals beschreven in de dubbele materialiteitsbeoordeling beschreven op pagina 246 van dit verslag.
Wat luchtverontreiniging betreft, vereisen naast de broeikasgasemissies die in het vorige deel (ESRS E1) aan bod kwamen, andere emissies in de lucht – zowel binnen als buiten – Agfa's aandacht. De onderneming moet zorgen voor de preventie, controle en vermindering van dergelijke emissies om de potentiële negatieve impact van onaangename geuren te beperken die de omliggende buurten van sommige vestigingen kunnen beïnvloeden, vooral wanneer die zich in stedelijke gebieden bevinden (bv. in België). Bovendien kan Agfa te maken krijgen met risico's door evoluerende wetgeving in verband met groene belastingen, die bijkomende financiële lasten kunnen opleggen en investeringen kunnen vereisen om te voldoen aan nieuwe nalevingsnormen in een steeds meer gereguleerde markt.
Als producent van op polyethyleentereftalaat (PET) gebaseerde producten en drukinkten, waarbij chemicaliën gebruikt worden, moet Agfa de mogelijke negatieve impact van deze stoffen op het milieu en de menselijke gezondheid aanpakken, zowel tijdens de productie als tijdens het gebruik. In deze context omvatten de daaraan verbonden financiële risico's de verstrengde wetgeving inzake gevaarlijke stoffen (bv. REACH), die de bedrijfscontinuïteit zou kunnen bedreigen en de nalevingskosten zou kunnen verhogen.
Agfa's engagement voor een veilig beheer van zijn processen en middelen – waarbij het de gezondheid en de veiligheid van zijn werknemers, klanten en de gemeenschap verzekert en tegelijk de milieu-impact van zijn activiteiten en producten beperkt – is opgenomen in zijn publiek beschikbare Corporate Governance Charter. De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de implementatie ligt bij de Raad van Bestuur. Het beschrijft de algemene principes van het Veiligheids-, Gezondheids- en Milieubeleid, relevant voor het beperken van negatieve effecten gerelateerd aan luchtverontreiniging, het gebruik van schadelijke stoffen, potentiële incidenten en noodsituaties door milieubescherming dezelfde prioriteit te geven als hoge productkwaliteit en commerciële efficiëntie; en door ervoor te zorgen dat producten worden ontworpen, ontwikkeld en geproduceerd om de impact op het milieu te beperken gedurende hun hele levenscyclus, van productie en transport tot opslag, gebruik en afvalverwerking.
Deze kernprincipes zijn ook geïntegreerd in de Group Sustainability Management Policy, die wordt onderschreven door het Corporate Sustainability Office, en de Sustainable Procurement Policy onder verantwoordelijkheid van de afdeling Purchasing. Ze werken door in de upstream waardeketen door de toepassing van de Algemene Inkoopvoorwaarden en de Gedragscode voor Leveranciers bij alle inkooptransacties. Deze worden verder ondersteund door specifieke beleidslijnen die ontwikkeld werden in overeenstemming met de lokale en nationale wettelijke vereisten, de aard van de activiteiten in elke vestiging, de omvang van de activiteiten en het niveau van de diensten die de businessdivisies voor ogen hebben. Zo heeft Agfa's afdeling Product Safety & Regulatory Affairs een bedrijfsbeleid opgesteld met betrekking tot het gebruik van chemische stoffen met kankerverwekkende, mutagene en reproductietoxische (CMR) eigenschappen. Dit beleid zorgt ervoor dat Agfa's producten geen CMR-stoffen van categorie 1A of 1B bevatten op het moment dat ze op de markt gebracht worden. CMR-stoffen van categorie 2 mogen alleen gebruikt worden als een technische beoordeling bepaalt dat het gebruik ervan onvermijdelijk is en als hun veiligheid is aangetoond.
Door deze beleidslijnen te implementeren, verbindt Agfa zich ertoe de richtlijnen van het ISO 14001-milieumanagementsysteem na te leven, in het bijzonder voor zijn gecertificeerde vestigingen.
Emissies naar de lucht, afgezien van broeikasgasemissies, worden beheerd naast de klimaatmitigatieactiviteiten. De acties beschreven in het deel met betrekking tot ESRS E1-3 hebben daarom een mitigerend effect op de emissies naar lucht die in dit hoofdstuk besproken worden. Op deze basis levert Agfa voortdurend inspanningen om het gebruik van installaties die schadelijke stoffen bevatten verder te verminderen en te optimaliseren en om het recuperatiepercentage van solventen te verhogen door verbeterde bedrijfspraktijken en procesoptimalisaties.
De Groep concentreert zich ook op de nauwkeurigheid van zijn metingen, bijvoorbeeld door het bijhouden van de solventbalans te automatiseren, door ervoor te zorgen dat ze uitgevoerd worden door gecertificeerde technici die specifieke parameter-afhankelijke standaarden volgen, of door ze uit te besteden aan erkende laboratoria. Deze acties, vooral toepasbaar op Agfa’s vestigingen in België, waar de meeste (zo niet alle) emissies naar de lucht voorkomen, stellen de Groep in staat om inzicht te krijgen in het verbruik van solventen, eventuele overschrijdingen tijdig te detecteren en corrigerende maatregelen te nemen, terwijl de naleving van de regelgevende instanties verzekerd blijft.
Met betrekking tot het beheer van chemische stoffen is er een Rationalisatiecomité voor chemische stoffen (RCC) ter ondersteuning van de algehele implementatie van wetgeving met betrekking tot chemische stoffen. Het is samengesteld uit managers aangesteld door de betrokken business units, en het komt elk kwartaal samen om de strategie voor chemische substitutie of andere acties af te stemmen om in overeenstemming te blijven met de huidige en toekomstige wetgeving.# Duurzaamheidsverklaring - Milieu-informatie
Door de aard van Agfa's producten en om compliance te verzekeren, de veiligheid te bevorderen en de milieu- en gezondheidsambities van zowel Agfa als zijn klanten te ondersteunen, besteedt het RCC bijzondere aandacht aan bepaalde stoffen of groepen van stoffen en aan specifieke regelgevingen: Kankerverwekkende, mutagene en reprotoxische (Carcinogenic, Mutagenic and Reprotoxic - CMR) chemicaliën – in overeenstemming met Agfa’s CMR-beleid worden stappen ondernomen om schadelijke stoffen te identifi- ceren, beperken en vervangen, zodat er een veiligere omgeving ontstaat voor werknemers, consumenten en de gemeenschap. Registration, Evaluation, Authorization and restriction of CHemicals (REACH) – aangezien dit de belangrijkste EU-wetgeving is om de menselijke gezondheid en het milieu te beschermen tegen de risico’s van chemische stoffen, verzekert Agfa’s naleving van REACH het veilige gebruik en de veilige omgang met chemicaliën. Classification, Labelling, and Packaging (CLP) hazards, Persistent Organic Pollutants (POP), Zeer zorgwekkende stoffen (Substances of Very High Concern (SVHC)) – waarvoor Agfa routinematig veiligere potentiële alternatie- venen beoordeelt om schadelijke milieu- en gezondheidseffecten te beperken en om voortdurende verbetering van de productveiligheid te stimuleren. Eigen beperkingslijsten van eindklanten – Agfa zorgt ervoor dat zijn oplossingen voldoen aan de regels van speci-fieke aankoopcriteria en beperkingen die door de eindklanten van zijn eigen producten zijn vastgesteld, wat relaties versterkt en de ontwikkeling van klantgerichte duurzaamheidsdoelen ondersteunt. Milieukeurcriteria – op verzoek van zijn klanten levert Agfa producten die voldoen aan de criteria van specifieke keurmerken, zoals de Nordic Swan of het EU Ecolabel, wat klanten helpt hun duurzaamheidsdoelstellingen te bereiken en Agfa's engagement voor milieuverantwoorde oplossingen te versterken.
De implementatie van deze acties vereist aanzienlijke operationele uitgaven, geïntegreerd in de kosten voor onder-zoek en ontwikkeling (R&D) die worden gerapporteerd op pagina 92 van de jaarrekening van dit verslag. Verwacht wordt dat deze operationele uitgaven minstens even belangrijk zullen blijven en bijgevolg stabiel in de toekomst. Het verzamelen van input van de upstream waardeketen wordt gecoördineerd door de afdeling Purchasing, voor-namelijk via jaarlijkse vragenlijsten die naar leveranciers worden gestuurd, zoals beschreven in de Bestuurlijke Informatie op pagina 311 van dit verslag. Het verstrekken van kwalitatieve informatie over producten (bv. productvei-ligheid via Safety Data Sheets) aan de downstream waardeketen is net zo belangrijk en wordt behandeld in de Sociale Informatie op pagina 293 van dit verslag.
Hoewel Agfa geen specifieke resultaatgerichte doelstellingen voor verontreiniging heeft vastgelegd, blijft het zich inzetten om de uitstoot naar de lucht en het gebruik van schadelijke stoffen (waaronder (zeer) verontrustende stoffen) nauwgezet te voorkomen en op te volgen en om ervoor te zorgen dat de lokale regelgeving en de toepasselijke uitstootlimieten worden nageleefd. Gezien het al zeer strenge regelgevingskader zijn er momenteel geen plannen om specifieke doelstellingen voor vervuiling te ontwikkelen. De doeltreffendheid van zijn beleidslijnen en acties wordt opgevolgd via processen die zijn geïmplementeerd om wanneer relevant afgestemd en in overeenstemming te zijn met de richtlijnen van het ISO 14001-milieubeheersysteem, die regelmatig door een externe partij gecontroleerd worden. Bovendien is Agfa verplicht om het aantal incidenten – in het bijzonder overschrijdingen van emissiegrens-waarden die tijdens emissiemetingen worden waargenomen – te rapporteren aan de lokale milieuoverheid. Het streeft ernaar om dergelijke voorvallen tot een minimum te beperken.
De cijfers met betrekking tot luchtvervuiling, die in de volgende tabel gerapporteerd worden, zijn onderhevig aan scopebeperkingen. Ze omvatten gegevens van Agfa's vestigingen in België, die beschouwd worden als de primaire 283 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024 drijvende kracht achter Agfa's globale ecologische voetafdruk in dit opzicht door de aard van hun productieactivitei-ten. Gegevens van andere Agfa-organisaties, waar de productieactiviteiten gericht zijn op subassemblage en andere minder hulpbronintensieve processen, evenals organisaties die zich bezighouden met onderzoek & ontwikkeling, verkoop en diensten zonder productieactiviteiten, zijn uitgesloten.
Luchtemissies met negatieve effecten op het klimaat, ecosystemen en luchtkwaliteit, exclusief CO₂, zijn in 2024 met 5,6% gedaald ten opzichte van het jaar daarvoor, bovenop de eerdere daling van 16,60% in 2023. Deze daling is voornamelijk toe te schrijven aan de verdere vermindering van NOₓ-emissies in verband met aardgasverbruik. Ondanks voortdurende inspanningen en optimalisatie van processen daalden de VOC-emissies niet en stegen de absolute emissies met 4,9% (eerdere reducties van 19,4% in 2023).
| 2024 | |
|---|---|
| Stikstofoxiden (NOₓ), berekend als stikstofdioxide (NO₂) | 58,8 |
| Zwaveldioxide (SO₂) | 1,7 |
| Vluchtige Organische Stoffen (VOS) | 23,2 |
| Vluchtige Anorganische Stoffen (VAS) | - |
| Totaal | 83,7 |
Emissies van stikstofoxiden (NOₓ) en zwaveldioxide (SO₂) worden berekend op basis van de bedrijfsuren van de installatie en emissiemetingen uitgevoerd in overeenstemming met de Vlarem II-regelgeving van toepassing in Vlaanderen. De meetfrequentie en de vergelijking met emissiegrenswaarden worden bepaald door het type installatie. Deze resultaten worden dan beoordeeld door Agfa's milieucoördinator en indien nodig geëxtrapoleerd. Vluchtige Organische Stoffen (VOS) worden berekend aan de hand van een gevalideerd boekhoudmodel voor solventen, dat gebaseerd is op de materiaallijst van de productie en een VOS-database die geïntegreerd is met Agfa's informatiesysteem. Deze methodologie, die toegelaten is onder Agfa's milieuvergunning, werd gevalideerd door een milieueffectbeoordelingsdeskundige voor luchtkwaliteit. Vluchtige anorganische stoffen (VAS), zoals salpeterzuur (HNO₃), waterstofchloride (HCl), ammoniak (NH₃), hydrazine (N₂H₄), chloor (Cl₂), fluor (F₂), waterstoffluoride (HF), waterstofsulfide (H₂S) en waterstofcyanide (HCN) worden niet uitgestoten door Agfa.
De cijfers met betrekking tot (zeer) zorgwekkende stoffen die Agfa's vestigingen verlaten als emissies zijn onderhevig aan scopebeperkingen. Ze omvatten gegevens van Agfa's vestigingen in België, die in dit opzicht beschouwd worden als de primaire drijvende kracht achter Agfa's globale ecologische voetafdruk door de aard van hun productieactivi-teiten. Gegevens van andere Agfa-organisaties, waar de productieactiviteiten gericht zijn op subassemblage en andere minder hulpbronintensieve processen, evenals organisaties die zich bezighouden met onderzoek & ontwikkeling, verkoop en diensten zonder productieactiviteiten, zijn uitgesloten. Er is geen scopebeperking van toepassing op (zeer) zorgwekkende stoffen die gegenereerd of gebruikt worden tijdens de productie, die ingekocht worden, die Agfa's ves-tigingen verlaten als producten of als onderdeel van producten of diensten, deze categorieën zijn volledig gedekt voor de hele Groep.
| Belangrijkste gevarenklassen | Totale hoeveelheid zorgwekkende stoffen die worden gegenereerd of gebruikt tijdens de productie of die worden ingekocht (kilogram) | Totale hoeveelheid zeer zorgwekkende stoffen die worden gegenereerd of gebruikt tijdens de productie of die worden ingekocht (kilogram) | Totale hoeveelheden zorgwekkende stoffen die Agfa's vestigingen verlaten als emissies, als producten of als onderdeel van producten of diensten (kilogram) | Totale hoeveelheden zeer zorgwekkende stoffen die Agfa's vestigingen verlaten als emissies, als producten of als onderdeel van producten of diensten (kilogram) |
|---|---|---|---|---|
| H317 | 515.037 | 61.424 | 7.381.735 | 4.614.358 |
| H334 | 26.791 | 17.730 | 179.539 | 179.536 |
| H340 | 516 | - | - | - |
| H341 | 185.264 | - | 3.872.297 | 1.848.323 |
| H350 | 10.070 | 517 | 3.819 | 3.533 |
| H350i | - | - | - | - |
| H351 | 159.412 | - | 3.952.986 | 1.921.878 |
| H360 | 96.094 | 93.508 | 4.686.991 | 5.070.553 |
| H361 | 18.305 | 3.603 | 384.735 | 321.789 |
| H370 | 138.704 | - | 7.125 | - |
| H371 | - | - | 2.095 | - |
| H372 | 6.093 | - | 667.163 | 667.096 |
| H373 | 37.279 | 495 | 1.841.150 | 1.647.018 |
| H410 | 129.119 | 4.163 | 1.059.947 | 869.376 |
| H411 | 106.166 | 18.690 | 2.458.896 | 1.890.032 |
| H412 | 707 | - | 366.418 | 303.814 |
| H413 | - | - | 10.894 | - |
| H420 | - | - | - | - |
| EUH380 | - | - | - | - |
| EUH381 | - | - | - | - |
| EUH430 | - | - | - | - |
| EUH431 | - | - | - | - |
| EUH450 | - | - | - | - |
| EUH451 | - | - | - | - |
| Andere | - | - | 22.372 | 16.322 |
Chemicaliën (stoffen en mengsels) die zorgwekkende stoffen (SoC) en zeer zorgwekkende stoffen (SVHC) bevatten, worden gerapporteerd onder de verschillende gevarenklassen. De CLP-gevarenklassen (Classification, Labelling, and Packaging) zijn afgeleid van het Globally Harmonized System of Classification and Labelling of Chemicals (GHS), dat risico's met betrekking tot gezondheids-, milieu- en fysieke gevaren in verband met chemische stoffen categoriseert. Verbruiksartikelen, verpakkingen en apparatuur zijn artikelen. Daarom zijn alleen de SVHC- en POP-verordenin-gen van toepassing. De rapportagedrempel voor SVHC is vastgesteld op 0,1%w, wat betekent dat elke concentratie onder dit niveau als verwaarloosbaar (0%) wordt beschouwd. Bovendien zijn mogelijke negatieve effecten op recy-cling niet meegenomen in deze beoordeling. Verbruiksartikelen die meer dan 0,1%w SVHC bevatten, worden gerapporteerd onder de gevarenklasse waarvoor de SVHC is geïdentificeerd in de kandidatenlijst (bijvoorbeeld folie met >0,1%w boorzuur wordt gerapporteerd onder H360). Verpakkingen en apparatuur met >0,1%w SVHC of POP, worden gecategoriseerd als ‘Andere’.# AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
De dubbele materialiteitsbeoordeling, gedetailleerd op pagina 246 van dit verslag, benadrukt de negatieve impact van waterverbruik en -efficiëntie, vooral in regio's met een hoge waterschaarste, zoals Vlaanderen in België. Dit is vooral relevant omdat Agfa's vestigingen in België het meest bijdragen tot het totale waterverbruik van de Groep, voornamelijk door het gebruik van proces- en koelwater. De beoordeling identificeerde ook het potentiële wetgevende risico van groene belastingen, die bijkomende nalevingsvereisten en de mogelijkheid van financiële sancties zouden kunnen introduceren.
Het behoud van natuurlijke hulpbronnen, met inbegrip van waterbeheer – dat het gebruik en de bevoorrading van water in Agfa's eigen activiteiten omvat, waterbehandeling als een stap in de richting van duurzamere sourcing, en de preventie en vermindering van watervervuiling door activiteiten – en het minimaliseren van de milieu-impact van Agfa's activiteiten, wat impliciet betrekking heeft op het ontwerp van producten en diensten om watergerelateerde problemen aan te pakken en een verbintenis om het materiële waterverbruik te verminderen in gebieden met een waterrisico binnen de eigen activiteiten (Agfa's vestigingen in België) en langs de upstream en downstream waardeketen, zijn ingebed in het Corporate Governance Charter onder het Beleidsonderdeel Veiligheid, Gezondheid en Milieu. Agfa's Raad van Bestuur draagt de eindverantwoordelijkheid voor de implementatie van dit charter in overeenstemming met de toepasselijke wet- en regelgeving. Het is beschikbaar op Agfa's website en het moedigt alle betrokken belanghebbenden (intern of extern) aan om relevante en objectieve informatie te verschaffen ter ondersteuning van de nalevingsinspanningen. Dit beleid, dat van toepassing is op alle entiteiten van de Groep, met inbegrip van werknemers, consultants en contractanten, is gebaseerd op de principes dat milieubescherming even belangrijk is als hoge productkwaliteit en commerciële efficiëntie. Het zorgt er onder andere voor dat productontwikkeling en productieprocessen zodanig worden beheerd dat ze aanvaardbaar zijn voor het milieu en een minimale impact hebben op het milieu. Deze principes zijn ook geïntegreerd in het duurzaamheidsbeleid van de Groep, dat wordt onderschreven door het Corporate Sustainability Office. Door deze beleidslijnen te implementeren, verbindt Agfa zich ertoe de richtlijnen van het ISO 14001-milieumanagementsysteem na te leven, in het bijzonder voor zijn gecertificeerde vestigingen.
In overeenstemming met de Vlaamse Blue Deal, een regionaal antwoord op de Europese Green Deal, werd in Agfa's vestigingen in België een ‘Water Challenge’-project ontwikkeld. Dit project brengt het waterbesparingspotentieel in kaart en definieert een actieplan in drie stappen gebaseerd op de principes van ‘verminderen, vervangen, hergebruiken’. De uitvoering, gespreid over 2024 en 2025, omvat een bewustmakingscampagne rond waterbesparing gericht op gedragsverandering en het aanpakken van mogelijke procesoptimalisatie en technologische verbeteringen. Het project is gericht op het identificeren van gebieden waar water van hoge kwaliteit onnodig is, het beoordelen van waterintensieve processen en het onderzoeken van grijswateropties voor specifieke procedures. Om de waterimpact te beperken, maakt Agfa systematisch gebruik van zijn eigen afvalwaterzuiveringsinstallatie en een filtersysteem met actieve kool (GAC) om afvalwater van productieprocessen voor te behandelen voordat het in de openbare afvalwaterzuiveringscyclus wordt geloosd. De financiële middelen die nodig zijn voor deze operatie worden beschreven in de Taxonomie-toelichtingen, gekoppeld aan de in aanmerking komende activiteit CCM 5.3 “Bouw, uitbreiding en exploitatie van systemen voor opvang en behandeling van afvalwater”.
Het hergebruik van water rechtstreeks in de activiteiten alvorens het te lozen, wordt aangemoedigd voor zover technologisch mogelijk. Tot 2021 gebruikte Agfa een biologisch waterzuiveringssysteem voor afvalwaterbehandeling in zijn hoofdkantoor in Mortsel, België. Dit systeem werd ontworpen om het hergebruik van afvalwater als was- of koelwater te vergemakkelijken, wat aanzienlijk bijdraagt tot waterbesparing. De omgekeerde osmose-installatie is inmiddels buiten gebruik gesteld. Deze maatregel was nodig om de beschikbare capaciteit voor de actieve verwijdering van Per- en PolyFluoroAlkylverbindingen (PFAS) uit afvalwater optimaal te benutten. Deze aanpassing is gedaan in overeenstemming met de verkregen milieuvergunning en heeft betrekking op de sanering van historische vervuiling waarbij PFAS werd uitgefaseerd. De verwijdering van PFAS uit afvalwater is een prioriteit binnen Agfa's milieubeleid en het draagt bij tot de naleving van de geldende milieunormen. Deze voortdurende actie wordt weerspiegeld in de Taxonomie-toelichtingen in verband met de subsidiabele activiteit PPC 2.4 “Sanering van verontreinigde terreinen en gebieden”, op pagina 258 van dit verslag.
Agfa engageert zich om zijn watergerelateerde impact te minimaliseren, vooral in regio's met watertekorten. De onderneming geeft prioriteit aan het verminderen van het waterverbruik, het verlagen van de waterafvoer en het zoveel mogelijk verminderen van de belasting door vervuilende stoffen in strikte naleving van reglementaire vereisten. Gezien het reeds strenge regelgevende kader heeft Agfa geen bijkomende specifieke doelstellingen bepaald voor water. De effectiviteit van deze acties wordt bewaakt door processen die zijn geïmplementeerd om wanneer relevant afgestemd en in overeenstemming te zijn met de ISO 14001-richtlijnen voor milieubeheersystemen, met regelmatige externe audits om naleving en voortdurende verbetering te garanderen.
De cijfers met betrekking tot water, die in de volgende tabel gerapporteerd wordt, zijn onderhevig aan scopebeperkingen. Ze omvatten gegevens van Agfa's vestigingen in België, die door de aard van hun productieactiviteiten beschouwd worden als de belangrijkste drijvende krachten achter Agfa's globale ecologische voetafdruk in dit opzicht. Gegevens van andere Agfa organisaties, waar de productieactiviteiten gericht zijn op subassemblage en andere minder hulpbronintensieve processen, evenals organisaties die zich bezighouden met onderzoek & ontwikkeling, verkoop en diensten zonder productieactiviteiten, zijn uitgesloten.
De prestaties op vlak van waterverbruik in Agfa's sites in België
| 2024 | |
|---|---|
| Totaal waterverbruik (m³) | 547.396 |
| In gebieden met hoog waterrisico* (m³) | 61.299 |
| In andere risico’s met waterrisico* (m³) | 0 |
| In andere gebieden (m³) | 486.097 |
| Totaal gerecycleerd en hergebruikt water (m³) | 0 |
| Totaal opgeslagen water (m³) | 4.712 |
| Veranderingen in opslag tegenover voorgaande rapportageperiode (2023) | -1,3% |
Waterintensiteit per netto-opbrengst
| 2024 | |
|---|---|
| Totale netto-opbrengst, zoals vermeld in de jaarrekening op pagina 326 (miljoen euro) | 1.138 |
| Waterintensiteit (m³/miljoen euro) | 481,0 |
Het waterverbruik in Agfa's vestigingen in België wordt ter plaatse gecontroleerd en bevestigd door verificatie van de facturen van de waterleverancier. De waterinname wordt gemeten met een geijkte meter die door de waterleverancier ter beschikking wordt gesteld. Manuele meteropnames gebeuren als bijkomende controle, op dagelijkse of wekelijkse basis. In Agfa's vestiging in Mortsel, België, worden het opslagniveau en de geleidbaarheid van het water gecontroleerd en werd een geautomatiseerd meetsysteem geïmplementeerd om de waterinname continu te controleren.
Als productieonderneming zijn het materiaalgebruik en circulariteit belangrijke thema's voor Agfa. Hoewel het een uitdaging is, gelooft Agfa dat de integratie van hergebruik van materialen en gerecycleerde inhoud in zijn producten en processen, alsook het verminderen van de productintensiteit tijdens de gebruiksfase, leidt tot positieve milieueffecten terwijl ook de financiële risico's verbonden aan de bevoorrading met hulpbronnen, zoals kosteninflatie en schaarste, beperkt worden. Gezien Agfa's diverse bedrijfsactiviteiten mag de impact van belangrijke afvalstromen niet onderschat worden. Effectief afvalbeheer blijft cruciaal, niet alleen voor het beperken van de impact op het milieu, maar ook voor het aanpakken van regelgevende en zakelijke risico's door de toenemende vereisten en de focus op de circulaire economie.
Agfa's Veiligheids-, Gezondheids- en Milieubeleid, zoals gedetailleerd beschreven in het Corporate Governance Charter, onderstreept het engagement van de Groep voor het behoud van natuurlijke bronnen en het minimaliseren van zijn ecologische voetafdruk. Hoewel het beleid niet expliciet een omschakeling van het gebruik van nieuwe hulpbronnen oplegt, noch specifieke toenames in het gebruik van secundaire (gerecycleerde) hulpbronnen of de duurzame bevoorrading en het gebruik van hernieuwbare hulpbronnen voorschrijft, benadrukt het de gelijke prioriteit van allesomvattende milieubescherming, hoge productkwaliteit en operationele efficiëntie. Het pleit ook voor productrentmeesterschap, waarbij Agfa de verantwoordelijkheid opneemt voor de volledige levenscyclus van zijn producten – door te zorgen voor een veilig ontwerp, verantwoorde productie en afvalbeheerpraktijken die de impact op het milieu beperken. Het toepassingsgebied van het beleid omvat alle activiteiten van Agfa.# E5-2 Beleid en middelen inzake materiaalgebruik en circulaire economie
De Raad van Bestuur, als eigenaar van het beleid, draagt de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de effectieve implementatie ervan en stuurt de onderneming in de richting van een hulpbronnen- nenefficiënt en milieuverantwoord productieproces dat veiligheid, gezondheid en milieuoverwegingen in alle aspecten van zijn activiteiten integreert. De belangrijkste principes uit het Corporate Governance Charter zijn geïntegreerd in verschillende andere belangrijke beleidslijnen binnen de organisatie om te zorgen voor een gecoördineerde, allesomvattende aanpak van het beheer van het gebruik van hulpbronnen en de impact van de circulaire economie op alle aspecten van Agfa's activiteiten. Deze omvatten de Corporate Safety, Health and Environment Policy (Bedrijfsbeleid inzake veiligheid, gezondheid en milieu), beheerd door het Product Safety & Regulatory Affairs Department en de Group Sustainability Management Policy (Groepsbeleid inzake duurzaamheidsbeheer), onder toezicht van het Corporate Sustainability Office. Het Beleid inzake Duurzame Aankoop, geleid door de Purchasing-afdeling, speelt ook een cruciale rol in het sturen van de processen die te maken hebben met de instroom van hulpbronnen, door ervoor te zorgen dat de belangrijkste principes uitgebreid worden doorheen de upstream waardeketen, in het bijzonder naar Agfa's externe leveranciers. Dit beleid wordt verder versterkt door de Algemene Inkoopvoorwaarden, die bepalen dat van leveranciers verwacht wordt dat ze voldoen aan de milieu-, gezondheids- en veiligheidsvereisten.
Voortbouwend op meer dan 150 jaar ervaring is Agfa een toonaangevende onderneming in de productie van polyesterfilms, verrijkt met coatings voor specifieke toepassingen. Daarom is plastic een belangrijk materiaal voor Agfa. De uitdaging en de dringende noodzaak om actie te ondernemen in verband met plastic is des te groter omdat de bestaande infrastructuur in veel gevallen niet in staat is om de op de markt gebrachte materialen adequaat in te zamelen en te verwerken. Daarom engageert Agfa zich om deze uitdaging op twee manieren aan te gaan: door bij te dragen tot de ontwikkeling van nieuwe technologieën en partnerschappen voor het omzetten van afval in waarde en door deel te nemen aan het creëren van een markt voor secundaire grondstoffen door gerecycleerde inhoud in zijn productportfolio op te nemen.
288 Duurzaamheidsverklaring - Milieu-informatie
Polyesterafval van het filmproductieproces en gebruikt polyester dat terugkomt van klanten worden gerecycleerd in de vorm van snippers en hergebruikt in Agfa's productieproces. Agfa installeerde een dubbelschroefsextrudertechnologie in de productievestiging in Mortsel, België, waardoor de Groep de hoeveelheid hergebruikt polyethyleentereftalaat (PET) kan verhogen tot 1.250 ton per jaar, met behoud van een eindproduct van hoge kwaliteit. Agfa-film bestaat dus voor 60% uit nieuw PET-materiaal en voor 40% uit gerecycleerde PET. In de SYNAPS-productie worden afval en snoeiafval na gebruik ook gerecycleerd tot rPET (gerecycleerd polyester). Het eindproduct bevat 15% rPET, gecertificeerd in 2024 door RecyClass, een externe, onafhankelijke, non-profit, brancheoverkoepelende organisatie, na evaluatie van zowel het productieproces als de samenstelling van SYNAPS.
Voor de succesvolle uitvoering van deze acties zijn aanzienlijke financiële middelen nodig, die zijn opgenomen in de key performance indicatoren van de taxonomie, voornamelijk voor de activiteit CCM 3.17, “Vervaardiging van kunststoffen in primaire vorm” en CCM 3.6 “Fabricage van andere koolstofarme technologieën”. Naarmate de traditionele filmmarkten matuur worden, zullen deze bronnen zich naar verwachting stabiliseren of afnemen op de middellange tot lange termijn.
Als onderdeel van zijn business Radiology Solutions produceert Agfa CR-fosforbeeldvormingsplaten en op zilver gebaseerde lichtgevoelige films voor beeldvormingsproducten die voor vele toepassingen gebruikt worden. Zilverhalogenidetechnologie is essentieel in röntgentechnologie, die gebruikt wordt voor medische toepassingen en om materialen op een niet-destructieve manier op hun veiligheid te testen. Dankzij de lage contactweerstand en hoge elektrische en thermische geleidbaarheid wordt zilver ook gebruikt in complexe gedrukte schakelingen (Printed Circuit Boards - PCB's) die alle elektronische apparaten aansturen. Zilver en fosfor zijn essentiële materialen voor Agfa en er worden inspanningen gedaan om ze zoveel mogelijk te recupereren en (intern) te recycleren. Deze acties zijn gekoppeld aan de Taxonomie-activiteiten CCM 5.9 “Materiaalterugwinning uit niet-gevaarlijke afvalstoffen” en CE 2.4 “Behandeling van gevaarlijk afval”.
Voor Agfa's apparatuur worden wereldwijd service-interventies voor preventief onderhoud en reparatie aangeboden, samen met de beschikbaarheid van reserveonderdelen. Deze diensten, die verwijzen naar de Taxonomie-activiteiten CE 4.1 “Levering van gegevensgestuurde IT-/OT-oplossingen”, CE 5.1 “Reparatie, renovatie en herproductie” en CE 5.2 “Verkoop van reserveonderdelen”, spelen een cruciale rol in het verhogen van de waardevastheid en het verlengen van de levensduur van apparatuur die op de markt wordt gebracht. Door slijtage consequent aan te pakken, potentiële problemen te identificeren voordat het grote problemen worden en ervoor te zorgen dat onderdelen indien nodig worden vervangen of gerepareerd, blijven de algehele prestaties en betrouwbaarheid van de apparatuur behouden. Deze maatregelen helpen niet alleen de operationele efficiëntie van de apparatuur te behouden, maar dragen ook bij aan de duurzaamheid op lange termijn, waardoor voortijdige degradatie en dure vervangingen worden voorkomen.
Agfa implementeert technische maatregelen en levert inspanningen om de afvalproductie op operationeel niveau te verminderen, te beginnen met het grondig in kaart brengen van de afvalbronnen en een zorgvuldig procesontwerp, gevolgd door een iteratieve verfijning van het productieproces. Op jaarbasis worden de afvalbronnen per materiaal en productielijn geanalyseerd, wat de basis vormt voor de identificatie van prioritaire afvalstromen die in het volgende jaar gereduceerd moeten worden. Wanneer afvalstromen ontstaan, onderzoekt Agfa eerst of het ontstaan van afval voorkomen kan worden. Als preventie niet mogelijk is, onderzoekt Agfa het potentieel voor intern hergebruik, waardoor transport overbodig wordt, of overweegt het de verkoop van het afval aan derden. Verbranding voor energieterugwinning en, als laatste redmiddel, storting worden als laatste opties beschouwd. In dit proces maakt Agfa meestal een scheiding tussen materiaalrecyclage en energieterugwinning. In samenwerking met verschillende afvalverwerkers worden mogelijke optimalisaties voor de afvalverwerking onderzocht. Het afval dat Agfa aanlevert, wordt voortdurend bemonsterd en gecontroleerd door afvalverwerkers om haalbare methodes voor materiaal- of energieterugwinning te identificeren.
289 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Agfa, dat momenteel een transformatiefase doormaakt, heeft nog geen expliciete, meetbare, resultaatgerichte doelstellingen vastgelegd voor de materialeninstroom en de uitstroom van producten/materialen. Gezien de diversiteit van de bedrijfsactiviteiten, zou het bepalen van dergelijke doelstellingen verdere uitwerking vereisen voor elk bedrijfssegment, waarbij sommige al de eerste stappen zetten op basis van hun maturiteit en strategische relevantie. In de tussentijd wordt de effectiviteit van beleid en acties gecontroleerd vanuit een kwalitatief perspectief, waarbij rekening wordt gehouden met feedback van interne belanghebbenden en de betrokkenheid van klanten.
Op het vlak van afvalbeheer volgt Agfa een continu verbetertraject voor recycling, geleid door vrijwillig gedefinieerde praktijken met duidelijke interne mijlpalen. Deze aanpak wordt versterkt en gevalideerd door doeltreffende processen die ontworpen zijn om de naleving van de ISO 14001-richtlijnen voor relevante vestigingen te garanderen, om de doeltreffendheid van het proces te verzekeren en tegelijk robuust milieubeheer en vooruitgang te bevorderen.
Agfa's materiaalinstroom, die zowel in de eigen activiteiten als in de upstream waardeketen wordt gebruikt, bestaat uit middelen die essentieel zijn voor intern gebruik (bijv. IT-apparaten, apparatuur en voertuigen), materialen die rechtstreeks in de productie worden gebruikt als onderdeel van de stuklijst, hun verpakking en procesmaterialen, voornamelijk apparatuur voor kapitaaluitgaven (CapEx). Voor de hele Groep bedroeg het totale gewicht van producten en technische materialen die in 2024 werden gebruikt 41.718 ton, inclusief 2.117 ton (5,1%) secundair gebruikte of gerecyclede materialen en componenten. Tijdens de verslagperiode werd geen biologisch materiaal gebruikt.
Deze statistieken werden berekend met behulp van een combinatie van methodologieën, waaronder handmatige gegevensverzameling, analyse van transactie-, product- en componentstamgegevens die beschikbaar zijn in Agfa's Enterprise Resource Planning (ERP)-systemen, en informatie uit andere interne databases. Om het percentage duurzaam ingekochte materialen en het percentage gerecyclede of hergebruikte materialen te bepalen, werden er enquêtes gehouden om primaire informatie van leveranciers te verzamelen, met aanvullend bereik via e-mail of telefoongesprekken, en door gebruik te maken van openbaar beschikbare informatie op het internet. Leveranciers die verantwoordelijk zijn voor de top 70% van de totale uitgaven van januari tot april 2024 werden ondervraagd, ongeacht hun categorie. Verdere extrapolaties werden toegepast. Voor de categorie verpakkingen werd de Pareto-regel toegepast om het totale gewicht te schatten op basis van leveranciers in de top 80% van de uitgaven.# E5-5 Materiaaluitstromen
Zoals verder gedetailleerd in Agfa's beschrijvingen van de bedrijfsactiviteiten vanaf pagina 29 van dit verslag, genereren Agfa's productieprocessen belangrijke producten en materialen naast digitale softwareoplossingen. Deze omvatten apparatuur zoals grootformaatprinters en röntgensystemen voor radiologie, op polyesterfilm gebaseerde producten zoals SYNAPS Synthetic Paper en ZIRFON-membranen, alsook chemische producten zoals drukinkten. Hoewel de werkelijke duurzaamheid van deze producten langer kan zijn – vooral voor apparatuur met een tweedehandsmarkt – wordt de verwachte duurzaamheid geschat op 7 tot 10 jaar onder voorgeschreven bedrijfsomstandigheden. Deze schatting is gebaseerd op de typische levensduur, die over het algemeen overeenkomt met 290 het industriegemiddelde. Voor ZIRFON-membranen kan echter geen industriegemiddelde in aanmerking worden genomen omdat de sector relatief recent opkomt. Agfa verbetert de repareerbaarheid van zijn apparatuur door wereldwijd onderhoud (op afstand), het leveren van onderhoud, reserveonderdelen en ondersteuning aan klanten, waardoor de levensduur van zijn producten verlengd wordt. Hoewel de exacte percentages van recycleerbare inhoud in producten en verpakkingen nog niet beschikbaar zijn, wordt geschat dat ze relatief hoog zijn voor apparatuur door het aanzienlijke gebruik van staal en plastic in hun assemblage.
Agfa's belangrijkste afvalstromen omvatten afval van fotografische film, afval van polyethyleentereftalaat (PET), afval van organische solventen, chemisch vervuild afvalwater, bioslib van de eigen afvalwaterzuiveringsinstallatie, papier- en kartonafval en restafval. De relevante materialen in deze afvalstromen zijn polyester (PET), zilver, organische solventen, organische biomassa, papier en karton.
| Totale hoeveelheid afval (ton) | 2024 |
|---|---|
| Totale hoeveelheid geproduceerd afval | 8.307 |
| Totale hoeveelheid niet-gerecycleerd afval | 3.627 (43,7%) |
| Totale hoeveelheid gevaarlijk afval | 3.326 |
| Totale hoeveelheid radioactief afval | 0 |
| Afval afgeleid van verwijdering (ton) | Gevaarlijk afval | Niet-gevaarlijk afval |
|---|---|---|
| Voorbereiding voor hergebruik | - | - |
| Recyclage | 1.165 | 3.515 |
| Andere terugwinningsactiviteiten | 878 | 1.333 |
| Afval bestemd voor verwijdering (ton) | Gevaarlijk afval | Niet-gevaarlijk afval |
|---|---|---|
| Verbranding | 1.280 | 17 |
| Storting | 2 | 0 |
| Andere verwijdering | 6 | 111 |
De cijfers met betrekking tot afval in de vorige tabel zijn onderhevig aan scopebeperkingen. Ze omvatten gegevens voor Agfa's vestigingen in België, door de aard van hun productieactiviteiten de grootste uitstoters van afval voor de Groep. Gegevens van andere Agfa-organisaties, waar de productieactiviteiten gericht zijn op subassemblage en andere minder hulpbronintensieve processen, evenals organisaties die zich bezighouden met onderzoek & ontwikkeling, verkoop en diensten zonder productieactiviteiten, zijn uitgesloten. Elk afvaltransport wordt geregistreerd in een wettelijk verplicht afvalregister. De gewichten en verwerkingsmethodes (R/D-codes) worden gedocumenteerd op de facturen en verwerkingscertificaten die worden afgeleverd door erkende afvalverwerkers, allen geaccrediteerd door OVAM, de Openbare Afvalstoffenmaatschappij in het Vlaamse Gewest. Het jaaroverzicht wordt opgesteld per verwerkingsmethode, waarbij het afval wordt gecategoriseerd als gevaarlijk of niet-gevaarlijk. Daarnaast wordt jaarlijks een gedetailleerde rapportage ingediend bij de regionale autoriteiten via het Integraal Milieujaarverslag (IMJV). De naleving van de wettelijke eisen wordt jaarlijks gecontroleerd als onderdeel van het ISO 14001-certificeringsproces.
291
AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Filmproducten die geproduceerd worden in Agfa's productiefaciliteiten in Mortsel, België, worden steeds vaker zo dicht mogelijk bij of door de klanten afgewerkt. Daarom worden masterrollen van film verscheept naar bestemmingen over de hele wereld.
292
Agfa is ervan overtuigd dat zijn groeistrategie intrinsiek verbonden is met de betrokkenheid en het engagement van zijn hele gemeenschap. De onderneming erkent dat haar succes niet alleen bepaald wordt door de bedrijfsprestaties, maar ook door het welzijn, de ondersteuning en de inspiratie van haar werknemers. Deze afstemming vormt een hoeksteen van Agfa's sociale verantwoordelijkheid en versterkt de basis voor duurzame groei. Door te focussen op positieve effecten, zoals verbeterde contractuele omstandigheden, diversiteit en gelijkheid, en kansen die gecreëerd worden door opleiding en het ontwikkelen van vaardigheden, maximaliseert Agfa zijn potentieel als verantwoordelijke werkgever. Tegelijkertijd werkt de onderneming actief aan het beperken van potentiële negatieve effecten, waaronder die in verband met uitdagingen op het vlak van veiligheid en gezondheid op het werk en financiële risico's verbonden aan slecht beheer van contractuele voorwaarden, diversiteit en gelijkheid, gezondheid en veiligheid. Deze prioriteiten worden weerspiegeld in de materialiteitsbeoordeling op pagina 246 van dit verslag. Om de vertaling van zijn visie en waarden in duidelijke dagelijkse processen te verzekeren en te ondersteunen, vertrouwt Agfa op globale en lokale beleidslijnen, procedures en richtlijnen, zowel op wereldwijd als lokaal niveau. Op globaal niveau bepaalt het Corporate Governance Charter, met inbegrip van de Gedragscode (Code of Conduct, CoC), het beleid voor de minimumvereisten met betrekking tot Agfa's materiële onderwerpen:
Gelijke behandeling en gelijke kansen
Het Corporate Governance Charter omvat een beleid van gelijke tewerkstellingskansen om te verzekeren dat elke werknemer geselecteerd, aangeworven, toegewezen, opgeleid, overgeplaatst, gepromoveerd, ontslagen en vergoed wordt op basis van bekwaamheid, kwalificaties en prestaties zonder discriminatie op basis van ras, huidskleur, godsdienst, politieke overtuiging, geslacht, leeftijd of nationale herkomst. Bovendien is discriminatie van gekwalificeerde werknemers of sollicitanten op grond van lichamelijke of geestelijke beperkingen of hun status van persoon met een beperking niet toegestaan. Pesterijen zijn eveneens verboden.
Werkomstandigheden
Het huidige remuneratiebeleid voor Agfa's Raad van Bestuur en het Executive Leadership wordt beschreven in het Corporate Governance Charter van de Groep; de criteria worden bepaald door het Benoemings- en Remuneratiecomité en goedgekeurd door de Raad van Bestuur. Het doel van het beleid is ervoor te zorgen dat gekwalificeerde en deskundige professionals kunnen worden aangeworven, behouden en gemotiveerd, rekening houdend met de aard en de omvang van hun individuele verantwoordelijkheden. Wat het algemene personeelsbestand van Agfa betreft, heeft Agfa een Globaal Compensatiebeleid ingevoerd dat ervoor zorgt dat de compensatie- en verdiensteprocessen marktconform, eerlijk en op een consistente manier gedefinieerd zijn voor de verschillende geografische gebieden. Agfa's Chief Human Resources Officer is verantwoordelijk voor dit beleid, met toezicht van het Remuneratiecomité. Het is intern beschikbaar op het intranet van de onderneming.
Gezondheid en veiligheid
Het beleid met betrekking tot veiligheid, gezondheid en milieu is verankerd in het Corporate Governance Charter en het omvat het engagement van de Groep om haar vestigingen veilig te beheren en de gezondheid en veiligheid van haar werknemers en de wereldwijde gemeenschap te beschermen. Bijgevolg krijgt maximale veiligheid dezelfde prioriteit als hoge productkwaliteit en commerciële efficiëntie. Agfa streeft ernaar proactief verdere stappen te ondernemen op basis van zijn verantwoordelijkheidsgevoel.
293
AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Het Corporate Governance Charter (en de bijlagen) wordt volledig onderschreven door Agfa's management, waarbij de Raad van Bestuur het uiteindelijke orgaan is dat verantwoordelijk is voor de implementatie ervan. Het is van toepassing op alle bestuurders, kaderleden en werknemers van Agfa en het is beschikbaar op de website van de Groep. Agfa beschouwt respect voor de Mensenrechten als een morele verplichting die integraal deel uitmaakt van zijn bedrijfsvergunning. De sectoren en geografische gebieden waarin Agfa actief is en de hooggeschoolde profielen die nodig zijn om ze uit te voeren, voorkomen dat de Groep een hoog risico loopt op mensenhandel, gedwongen of verplichte arbeid en kinderarbeid. Hoewel deze aspecten misschien niet expliciet vermeld worden in Agfa’s Gedragscode, blijft Agfa zich volledig inzetten voor de naleving van alle bindende wettelijke bepalingen die van toepassing zijn op zijn marktsegmenten in de landen waar het actief is, zowel in zijn eigen activiteiten als in de waardeketen, met inbegrip van maar niet beperkt tot de UN Guiding Principles on Business and Human Rights, de ILO Verklaring over de Fundamentele Principes en Rechten op het Werk en de OESO Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen. Dit gebeurt door middel van verschillende controleprocessen, zoals de implementatie van klachten- en grievenmechanismen, due diligence en rapportage door de onderneming, en toezicht op de regelgeving doorheen de hele onderneming.# Duurzaamheidsverklaring - Sociale Informatie
Om het non-discriminatieprincipe in al zijn vormen en voor alle levensfasen bij Agfa te ondersteunen, om alle vormen van discriminatie actief aan te pakken en om het management en de werknemers proactief op te leiden zodat ze kunnen omgaan met uitdagingen in verband met Diversiteit, Gelijkheid en Inclusie (DEI), heeft het Executive Leadership (EL) een DEI-beleid ontwikkeld en goedgekeurd. Dit beleid schetst Agfa's engagement om proactief een omgeving te bevorderen waar diversiteit van mensen en perspectieven op alle vlakken gewaardeerd wordt, zodat iedereen zichzelf kan zijn en het gevoel heeft erbij te horen. Het benadrukt specifiek de verbintenissen en gerichte initiatieven van de Groep om gendergelijkheid, etnische diversiteit, steun voor LGBTI-personen en andere ondervertegenwoordigde groepen, en inclusie voor mensen met een beperking te bevorderen.
Een overkoepelend Groepsbeleid inzake Duurzaamheidsbeheer (beschikbaar op Agfa’s website), dat eigendom is van het Sustainability Office en van toepassing is op alle Agfa-entiteiten, vat ook de belangrijkste principes samen die gebruikt worden voor het verdere beheer van Agfa’s impacts, risico’s en kansen op divisie- en lokaal niveau, met betrekking tot:
Andere aspecten van arbeidsomstandigheden en gelijke behandeling en kansen, bv. die in verband met werktijden of het evenwicht tussen werk en privéleven, worden geregeld door een aantal lokale Agfa Human Resources (HR)-beleidslijnen en -processen in verband met de levenscyclus van de werknemer, gebaseerd op de specifieke lokale en nationale wettelijke vereisten en op het soort activiteiten dat in elke vestiging wordt uitgevoerd.
294 Duurzaamheidsverklaring - Sociale Informatie
De informatie met betrekking tot deze toelichting is opgenomen in de paragrafen van de Duurzaamheidsverklaring die betrekking hebben op ESRS 2 SBM-2 en S1-3.
Agfa heeft verschillende processen geïmplementeerd die de werknemers de mogelijkheid bieden om problemen aan te kaarten en te laten behandelen. Deze kanalen omvatten klachtenmechanismen zoals klokkenluidersregelingen (meer details op pagina 311 van dit verslag), maar ook de mogelijkheid voor werknemers om hun bezorgdheid rechtstreeks aan hun hiërarchie te melden, aan lokale hotlines, vakbonden, ondernemingsraden of werknemersvertegenwoordigers, aan de Group Compliance Office en, in België, aan de bedrijfsgeneeskundige dienst.
Klachten en vragen worden systematisch en vertrouwelijk behandeld. Er kan gespecialiseerde en onafhankelijke ondersteuning worden aangesteld voor specifieke Gedragscode-gerelateerde onderwerpen, in overeenstemming met de lokale regelgeving (bijv. een contactpersoon binnen HR voor specifieke HR-gerelateerde zaken).
In België is een systeem voor het beheer van psychosociale risico's opgezet om werknemers te helpen bij het melden van problemen in verband met misbruik, pesterijen, ongepast seksueel gedrag, discriminatie of soortgelijke kwesties. Dit systeem, dat toegankelijk is via het intranet van de Groep, biedt extra ondersteuning naast de eerstelijnskanalen die in de vorige paragraaf zijn beschreven. Het is als volgt gestructureerd:
Om de doeltreffendheid van deze kanalen te garanderen, wordt om de vijf jaar een psychosociale risicoanalyse voor Agfa uitgevoerd door een externe dienstverlener. Hierbij wordt een representatief staal van Agfa's personeelsbestand in België onderzocht om inzichten te verzamelen over welzijnsindicatoren, zoals motivatie, stress, evenwicht tussen werk en privéleven en gevallen van ongepast seksueel gedrag, pesterijen, agressie en discriminatie. De resultaten worden gebruikt om prioritaire acties op maat van elke afdeling en elk werknemersstatuut te definiëren en te implementeren.
De communicatiekanalen die worden beschreven op pagina 244 van dit verslag, waaronder de jaarlijkse betrokkenheidsenquête voor de hele onderneming met een deelnamepercentage van 66% en meer dan 8.500 individuele reacties in 2024, bevorderen een cultuur van openheid en worden gebruikt als waarborg om ongewenst gedrag en werkgerelateerde punten van zorg te identificeren en aan te pakken, en om de effectiviteit van processen te evalueren.
Diversiteit en gelijkheid op het werk betekenen een personeelsbestand opbouwen dat een afspiegeling is van de samenleving en een cultuur bevorderen waarin iedereen zich thuis voelt en zichzelf kan zijn. Bij Agfa werken werknemers van meer dan 70 nationaliteiten, met verschillende achtergronden, persoonlijkheden en perspectieven, elke dag samen. Deze diversiteit verrijkt de organisatie en versterkt Agfa's prestaties door een beter begrip van zowel zijn mensen als zijn klanten. Zoals benadrukt in de materialiteitsbeoordeling op pagina 246 van dit verslag, leidt het prioriteit geven aan diversiteit en gelijkheid tot meer geëngageerde werknemers en betere zakelijke beslissingen, wat een belangrijke positieve impact voor Agfa betekent. Toch erkent Agfa dat er ruimte is voor verbetering binnen de organisatie, net zoals in de maatschappij. Een van de belangrijkste uitdagingen, vooral in België, is een onevenwichtige leeftijdsverdeling, wat op korte en middellange termijn een risico inhoudt op kennisverlies en talenthiaten.
295 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Agfa's benadering van diversiteit en gelijkheid is gestructureerd rond vijf belangrijke pijlers:
Om zijn DEI-strategie te sturen, lanceerde Agfa in 2022 een Global DEI Council. Deze raad zorgt ervoor dat Agfa's doelstellingen en strategische prioriteiten effectief ingebed worden in DEI-initiatieven en afgestemd worden op bredere organisatorische doelstellingen en Key Performance Indicators. Als verantwoordelijk orgaan voor het bevorderen van inclusie, zowel intern als extern, maakt de Global DEI Council gebruik van zijn wereldwijde, cross-functionele samenstelling om een beter inzicht te krijgen in hoe regionale bedrijfsomstandigheden de DEI-inspanningen beïnvloeden. Deze structuur stelt Agfa in staat om goede praktijken wereldwijd vorm te geven en te delen, waardoor inclusieve acties en gedragingen in de hele organisatie gestimuleerd worden. Bovendien speelt de raad een cruciale rol in het identificeren en ontmantelen van achterhaalde normen en belemmeringen voor DEI-succes.
De Global DEI Council is nauw verbonden met de oprichting en implementatie van Employee Resource Groups (ERG's).# Duurzaamheidsverklaring - Sociale Informatie
Hoewel de ontwikkeling van DEI-acties een sterk sponsorschap van Agfa's management vereist, gelooft de Groep dat de sleutel tot succes ligt in het engageren, betrekken en responsabiliseren van alle werknemers in deze kwestie. Agfa moedigt werknemers aan om lid te worden van deze ERG's, die momenteel geleid worden door drie ERG-leiders en ondersteund worden door 30 deelnemende werknemers. Deze groepen weerspiegelen een diverse vertegenwoordiging van Agfa's divisies, regio's en functies, wat de impact en het bereik van de DEI-initiatieven vergroot. Elke ERG krijgt een actieve sponsor van het Executive Leadership toegewezen om de discussies te vergemakkelijken en de stem van de werknemers te versterken, in het bijzonder die van ondervertegenwoordigde of gemarginaliseerde groepen. Door de passie en ideeën van vrijwillige leden te benutten, vergroot Agfa het bewustzijn en versterkt het zijn interne DEI-inspanningen, waarbij het het aantal (uitgevoerde) ideeën gebruikt als barometer om de doeltreffendheid van zijn DEI-beleid en -initiatieven te beoordelen. Op dit moment bestrijken deze ERG's drie gebieden: EMBRACE – Een groep die samenwerkt om een cultuur van open toegang te creëren om de inclusie voor etnisch diverse werknemers te maximaliseren, sterke werknemersrelaties op te bouwen en mensen met elkaar in contact te brengen in een omgeving die erkent dat iedereen andere omstandigheden heeft en alle werknemers precies de middelen en mogelijkheden biedt die nodig zijn om hun volledige potentieel te maximaliseren en te bereiken. Equal Gender Opportunity (EGO) – Een groep die samenwerkt om de persoonlijke ontwikkeling en professionele vooruitgang van vrouwen en mannen te versnellen door middel van transformationele leer- en leiderschapskansen en -ervaringen. Generations Working Together (GWT) – Een groep die samenwerkt om ervoor te zorgen dat werknemers van verschillende leeftijdsgroepen zich gesteund voelen in hun loopbaanfase en openstaan voor het creëren van een inspirerende leeromgeving om Agfa en zijn werknemers te voorzien van kennis en capaciteiten voor toekomstig succes.
Zoals vermeld op pagina 241 van dit verslag zijn DEI en gendergelijkheid geïntegreerd in de jaarlijkse duurzaamheidsdoelstellingen, voorgesteld door het Sustainability Office en gevalideerd door het Leadership Team en door Agfa's Raad van Bestuur en als dusdanig elk kwartaal gerapporteerd aan interne en externe belanghebbenden. Hoewel Agfa aanvankelijk begon met een eenvoudige aanpak om het percentage vrouwen in zijn personeelsbestand geleidelijk te verhogen, verfijnde de Groep zijn aanpak om de huidige en toekomstige marktrealiteit in zijn kernsegmenten beter te weerspiegelen. Het begon een combinatie van drie elementen te integreren in zijn jaarlijkse doelstellingen:
* de gendermix van de werkelijke recruitment
* de externe marktvertegenwoordiging per functioneel gebied
* een vooraf bepaald ambitieniveau voor Agfa
Agfa is van mening dat dit zijn doelstelling – elk jaar de totale instroom in rekrutering 5% hoger te laten zijn dan de marktvertegenwoordiging van het ondervertegenwoordigde geslacht in de rekruteringsgebieden die relevant zijn voor Agfa wereldwijd – beter ondersteunt om op lange termijn te streven naar gendergelijkheid. De relevante rekruteringsgebieden zijn Algemeen & Administratief (G&A), Logistiek & Supply Chain, Productie, Onderzoek & Ontwikkeling (R&D), Verkoop en Service. Aan het begin van elk jaar wordt een basiswaarde voor elk gebied bepaald met behulp van gegevens van Statbel, het Belgische bureau voor de statistiek, en het Economisch Grafisch Onderzoeksinstituut (EGRI). Vervolgens wordt een stijging van 5% toegepast op deze basiswaarden, die worden samengevoegd om de jaarlijkse doelstelling te bepalen. In 2024 werden vrouwen geïdentificeerd als het ondervertegenwoordigde geslacht, met een doelstelling van 61 aanwervingen van vrouwen. Dit doel werd verder ondersteund door de lancering van drie initiatieven van de Employee Resource Group (ERG). Zowel het wervings- als het gendergelijkheidsdoel werden met succes behaald in 2024.
Voor sociale informatie geldt geen scopebeperking. De cijfers in de volgende tabellen hebben betrekking op de hele Groep. Het aantal werknemers wordt gerapporteerd in headcount op het einde van de rapporteringsperiode. Informatie over het land en het geslacht van de werknemers wordt bekendgemaakt zoals opgenomen in Agfa's database, onderhouden door lokale HR-afdelingen en de werknemers zelf.
| Geslacht | Aantal werknemers |
|---|---|
| Mannen | 3.699 |
| Vrouwen | 1.066 |
| Andere | 0 |
| Niet gerapporteerd | 0 |
| Totaal aantal werknemers | 4.765 |
Het totale aantal werknemers daalde van 5.026 in 2023, als gevolg van aanpassingen in reactie op het businessklimaat en de uitvoering van de strategie.
| Land | Aantal werknemers | Aandeel van totaal aantal werknemers |
|---|---|---|
| België | 2.181 | 46% |
| Verenigde Staten | 493 | 10% |
| Duitsland | 317 | 7% |
| Canada | 282 | 6% |
| Verenigd Koninkrijk | 252 | 5% |
| China | 246 | 5% |
| Polen | 127 | 3% |
| Italië | 127 | 3% |
| India | 76 | 2% |
| Spanje | 69 | 1% |
| Australië | 60 | 1% |
| Oostenrijk | 51 | 1% |
De vertegenwoordiging van het totale aantal werknemers wordt berekend door het aantal werknemers per land te delen door het totale aantal werknemers.
| Vrouwen | Mannen | Andere | Niet vermeld | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|
| Aantal werknemers | 1.066 | 3.699 | 0 | 0 | 4.765 |
| Aantal vaste werknemers | 1.055 | 3.686 | 0 | 0 | 4.741 |
| Aantal tijdelijke werknemers | 11 | 13 | 0 | 0 | 24 |
| Aantal werknemers met niet-gegarandeerde uren | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
De definities van vaste werknemers, tijdelijke werknemers en werknemers met niet-gegarandeerde werkuren verschillen van land tot land. Agfa volgt de nationale wettelijke definities van elk land waar werknemers gebaseerd zijn om gegevens op landenniveau te berekenen. Deze cijfers worden dan samengevoegd om de totale aantallen te bepalen, zonder rekening te houden met de verschillen in nationale wettelijke definities. De meerderheid van Agfa's werknemers werkt op vaste basis. Om pieken in de vraag te beheersen, doet Agfa af en toe een beroep op tijdelijke werknemers, hoewel ze slechts een zeer beperkt deel vertegenwoordigen (0,5%).
| Aantal | |
|---|---|
| Totaal aantal werknemers dat Agfa verliet in 2024 | 502 |
| Mate van personeelsverloop in de verslagperiode | 10,5% |
De mate van personeelsverloop wordt berekend door het totale aantal werknemers dat Agfa verliet in 2024 (teller) te delen door het totale aantal werknemers op het einde van de rapporteringsperiode (noemer). De teller omvat werknemers die Agfa vrijwillig verlieten, ontslagen werden, met pensioen gingen of overleden zijn terwijl ze in dienst waren, terwijl interne overplaatsingen tussen entiteiten niet worden meegerekend.
Het aantal werknemers wordt gerapporteerd in headcount op het einde van de rapporteringsperiode. Informatie over de leeftijd en het geslacht van de werknemers wordt bekendgemaakt zoals opgenomen in Agfa's database, onderhouden door lokale HR-afdelingen en de werknemers zelf.
| Vrouwen | Mannen | Andere | Niet vermeld | |
|---|---|---|---|---|
| Raad van Bestuur | 2 (29%) | 5 (71%) | 0 (0%) | 0 (0%) |
| Topmanagement (Management Niveau 0 en 1) | 4 (24%) | 13 (76%) | 0 (0%) | 0 (0%) |
| Topmanagement (Management Niveau 2) | 5 (13%) | 34 (87%) | 0 (0%) | 0 (0%) |
Managementniveaus 0, 1 en 2 vertegenwoordigen gewoonlijk het Executive Leadership en degenen die rechtstreeks aan hen rapporteren.
| Leeftijdsgroep | Aantal werknemers |
|---|---|
| Onder 30 jaar | 304 |
| 30 – 50 jaar | 2.032 |
| Ouder dan 50 jaar | 2.429 |
In 2024 werden geen gevallen of boetes vastgesteld in verband met ernstige mensenrechtenschendingen (bv. dwangarbeid, mensenhandel of kinderarbeid) of intimidatie. In 2024 werd bij Agfa in de Verenigde Staten één geval van discriminatie gemeld. Na een analyse werd de zaak geschikt en gesloten zonder schuldbekentenis van Agfa. De toepasselijke wetgeving werd nageleefd en Agfa betaalde $10.000 aan compensatie. Buiten dit geval werden er in 2024 via de klokkenluidersprocedure drie klachten gemeld voor vermeende overtredingen van de Gedragscode van Agfa. Na verdere analyse van de meldingen werden twee overtredingen bevestigd en werden corrigerende maatregelen genomen. Voor één melding werd geconcludeerd dat er geen overtreding was geweest. Het dossier werd gesloten zonder de noodzaak voor follow-up of corrigerende maatregelen. Deze zaken zijn niet langer onderworpen aan actie.
Mensen zijn de drijvende kracht achter alles wat Agfa doet, waardoor het van cruciaal belang is om een werkomgeving te bevorderen die de juiste omstandigheden biedt om te gedijen en te groeien. Tegelijkertijd is het tewerkstellen van mensen een strategische investering op lange termijn. Agfa ondervindt, zoals vele andere wereldwijde organisaties, nog steeds concurrentie bij het rekruteren en behouden van personeel. Hoewel deze strijd om talent kan leiden tot ongelijkheid in betaling, beschouwt Agfa marktconforme contractuele voorwaarden en verloningspakketten als belangrijke instrumenten om de beste talenten op de markt aan te trekken en te behouden.# AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Om competitieve werkomstandigheden te behouden, beoordeelt Agfa een globale compensatiepositionering door de salarispakketten van zijn werknemers te vergelijken met de salarissen die van toepassing zijn per functie en per land (regio) in de algemene markt met Korn Ferry/Hay Group als benchmark voor het marktreferentiesalaris. De Hay-methodologie omvat drie criteria om functies te evalueren:
Deze positionering maakt het mogelijk om voortdurend:
* een consistente aanpak toe te passen in verschillende regio’s,
* rollen binnen Agfa te vergelijken (regionaal of functioneel),
* talent aan te trekken of te behouden door Agfa’s positionering te onderscheiden van het midden van de markt,
* de kosten en baten te begrijpen vanuit een globaal zicht op de markt, niet beperkt tot een paar bedrijven.
Salarisverhogingen worden beoordeeld tijdens het jaarlijkse Agfa Global Merit Review-proces. De bijbehorende operationele uitgaven (OpEx) en verplichtingen m.b.t. personeel zijn te vinden in het remuneratieverslag en in de jaarrekening, die beide in dit verslag zijn opgenomen. Dit wordt aangevuld door een jaarlijks herzieningsproces dat door Agfa's hoofdkantoor wordt aangestuurd en aangevuld door een ad-hoccontrole door het sociaal secretariaat van het land dat toezicht houdt op de loonlijsten om te garanderen dat de lokale minimumloonvereisten worden nageleefd. De aanpak bestond erin het laagste loon per land te vergelijken met de beschikbare minimumvereisten voor leefbare lonen die werden vastgelegd door de officiële instantie van het land. Op korte termijn zal Agfa overschakelen op het Global Grading System van Willis Towers Watson (WTW) voor functiewaardering en WTW-enquêtegegevens gebruiken om de loonniveaus van zijn werknemers te benchmarken. Dit zal een meer gestructureerde en consistente aanpak mogelijk maken om een hoog niveau van gegevenskwaliteit te behouden.
Agfa verbindt zich ertoe een leefbaar loon te betalen aan al zijn werknemers die wereldwijd actief zijn, en streeft ernaar dat 100% van hen steeds boven het minimumloon verdient, met respect voor de mensenrechten en het arbeidsrecht. Hoewel Agfa geen specifieke tijdsgebonden doelstelling heeft voor competitieve verloning gezien de diversiteit van de geografieën waarin het actief is, streeft het ook naar een Pay-for-Performance-aanpak, waarbij de evaluatie van de verloning gebaseerd is op vijf belangrijke parameters:
Agfa beweert vol vertrouwen dat 100% van zijn werknemers in 2024 een gepast loon ontving, in overeenstemming met de beschikbare leefbare loonbenchmarks.
De loonkloof tussen mannen en vrouwen wordt gerapporteerd in overeenstemming met de vereisten van het ESRS voor alle mannelijke en vrouwelijke Agfa-werknemers wereldwijd, ongeacht de aard van hun werk. Het wordt berekend als het totaal van het gemiddelde verschil tussen de gemiddelde totale verloning voor mannen en de gemiddelde totale verloning voor vrouwen, gedeeld door de gemiddelde totale verloning voor mannen per land.
| Loonkloof tussen geslachten (alle landen) | + 9,1% |
|---|---|
| Loonkloof tussen geslachten (België, land met het merendeel van Agfa’s werknemers) | - 3,0% |
De totale jaarlijkse beloning wordt berekend als het totaal-generaal van de gemiddelde totale beloning (exclusief de hoogstbetaalde persoon) gedeeld door het totaal-generaal van de mediaan van de totale beloning per land.
| Totale jaarlijkse beloningsratio | 3,1 |
|---|---|
Voor beide maatstaven werd de totale contante beloning in voltijdsequivalenten (100%), omgerekend naar euro's, gebruikt als referentie. Dit omvat het maandelijkse (of tweewekelijkse) salaris bij voltijdequivalent (100%) vermenigvuldigd met het aantal termijnen, het variabele doelbedrag bij voltijdequivalent (100%) en alle contante vergoedingen bij voltijdequivalent (100%). Om de haalbaarheid te handhaven en een goed niveau van betrouwbaarheid van de gegevens te garanderen, zijn pensioenbijdragen, autovergoedingen en verzekerings- en gezondheidszorgpremies – die sterk variëren tussen landen – niet opgenomen in de berekening.
Opleiding en ontwikkeling van vaardigheden zijn cruciaal voor Agfa's succes op lange termijn en ze hebben een directe invloed op de tevredenheid, het moreel en de betrokkenheid van de werknemers. Een goed opgeleid personeelsbestand verhoogt de productiviteit en innovatie en ondersteunt de groei van de activiteiten. Bovendien biedt het een kans om het potentieel van jongere generaties te benutten, door kennisoverdracht te verzekeren en toekomstig talent te ontwikkelen. Door verslag uit te brengen over dit onderwerp benadrukt Agfa zijn engagement om de ontwikkeling van werknemers te stimuleren, een innovatieve mentaliteit aan te moedigen en zich af te stemmen op zijn strategische prioriteiten en de verwachtingen van zijn stakeholders.
In 2019 stemde Agfa zich af op het kader van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties (SDG's) en identificeerde het zes doelen die het meest relevant waren voor de Groep, op basis van de potentiële positieve impact die zijn activiteiten zouden kunnen hebben op het bevorderen van deze doelen. Een daarvan was SDG 4, “Kwaliteitsonderwijs”, dat sindsdien geïntegreerd werd in Agfa's Learning & Development-cultuur. De kern van Leren en Ontwikkelen bij Agfa is de missie om ervoor te zorgen dat alle werknemers over de nodige vaardigheden beschikken om uit te blinken in hun functie. Terwijl werkgerelateerde training meestal wordt gegeven door managers, rust de Learning & Development-afdeling, gebaseerd op een cultuur van voortdurend leren, collega's niet alleen uit met actuele, maar ook met toekomstbestendige vaardigheden. Ze helpt hen een mentaliteit op te bouwen die toekomstige uitdagingen en veranderingen met positiviteit en aanpassingsvermogen verwelkomt.
Agfa's Learning Management System, MyLearning, is een online platform dat het beheer en de levering van trainingen op eigen tempo en door instructeurs geleide trainingen mogelijk maakt. Het brengt gebruiksvriendelijke functies, zoals rolgebaseerde training om de vereiste training bij de juiste mensen te krijgen, eenvoudigere administratie, meer self-service voor de cursist, trainer en manager en sociaal leren, inclusief het beoordelen, vermelden en aanbevelen van cursussen.
De groeimindset die bij Agfa gepromoot wordt, is geworteld in het leren van feedback, het vieren van succes, het zien van inspanning als een pad naar meesterschap en het zien van leren als een voortdurende reis met persoonlijke verantwoordelijkheid om uitdagingen aan te gaan.
De ontwikkelingsplannen voor werknemers worden afgestemd op competentiemanagement en geïntegreerd in het 'FeedForward' Performance Management Framework. ‘FeedForward' benadrukt het belang van voortdurende feedback en het richt zich op coaching en ontwikkeling in plaats van op het simpelweg evalueren van prestaties uit het verleden. Het bevordert een meer beweeglijke prestatiecultuur waarin zowel managers als werknemers een actieve rol spelen in het bepalen van zinvolle doelen die afgestemd zijn op de algemene strategie en cultuur van het bedrijf. Het houdt ook in dat verwachtingen voortdurend worden verduidelijkt, doelen worden bijgesteld, feedback wordt uitgewisseld om de prestaties te verbeteren en ontwikkeling wordt besproken.
Elk jaar worden senior managers uitgenodigd om deel te nemen aan het People Review-proces om proactief binnen de onderneming de sleutelcompetenties voor hun afdeling voor de toekomst te identificeren, een opvolgingsplanning voor belangrijke functies binnen de onderneming op te stellen en een lijst op te stellen van high potentials, d.w.z. werknemers die het potentieel hebben om functies met een bredere reikwijdte op zich te nemen en die gewoonlijk op Agfa's opvolgingsbank voor bredere functies zitten. Agfa's Human Resources Business Partners en Managers worden specifiek opgeleid in het uitrollen van de evaluatie en in het coachen van senior managers doorheen dit proces.
De resultaten bepalen in grote mate het actieplan voor ontwikkelingsacties en -programma's voor de rest van het kalenderjaar en ze worden centraal opgevolgd door het Talent Development-team voor elke divisie en elk corporate center. Ontwikkelingsacties en -programma's omvatten bijvoorbeeld:
* Jobrotatie- en opvolgingsplannen, stappen voor het in kaart brengen van loopbanen.
* Plan voor het trainen van zachte vaardigheden.# S1-5 Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieve impacts en het beheersen van materiële risico’s en kansen
Agfa heeft nog geen opleidingsgerelateerde doelstellingen vastgelegd die afgestemd zijn op de ESRS-specifieke meetgegevens, waaronder prestatiebeoordelingen en het gemiddelde aantal opleidingsuren per werknemer. In plaats daarvan werd de nadruk gelegd op platformuniformiteit om ervoor te zorgen dat gegevens met betrekking tot alle werknemers centraal beschikbaar zijn, in plaats van verspreid te zijn over verschillende divisiespecifieke systemen. Vanuit dit uitgangspunt kan een basislijn worden vastgesteld (op korte termijn) en kunnen doelen worden gedefinieerd (op middellange termijn).
Op basis van de eerder uitgevoerde en op pagina 246 van dit verslag beschreven materialiteitsbeoordeling komen (arbeids)gezondheid en -veiligheid op de werkplek naar voren als een kritieke factor voor het welzijn van werknemers. Het niet effectief implementeren van risicobeperkende maatregelen kan resulteren in significante negatieve gevolgen voor de gezondheid van werknemers, vooral m.b.t. individuele incidenten, wat kan leiden tot een hoger ziekteverzuim, een lagere productiviteit en een hoger personeelsverloop. Deze resultaten brengen niet alleen de gezondheid en de veiligheid van de werknemers in gevaar, maar ze vormen ook een risico voor Agfa's algemene prestaties en bedrijfscontinuïteit, wat de noodzaak onderstreept van robuuste gezondheids- en veiligheidsprotocollen om zowel de werknemers als de organisatie te beschermen.
Agfa hanteert een holistische benadering van gezondheid en veiligheid, waarbij alle aspecten van welzijn, zowel fysiek als mentaal, aan bod komen. Dit omvat de werkomgeving, ergonomische overwegingen, ziekte- en burn-outpreventie en de bevordering van gezond gedrag. Veiligheid is een integraal onderdeel van Agfa's bedrijfscultuur en de Groep verwacht altijd een sterk engagement voor veilige praktijken van iedereen – zowel werknemers, bezoekers als aannemers – zodat de veiligheidsnormen consequent worden nageleefd in alle vestigingen van Agfa.
Op alle locaties wordt een uitgebreide reeks minimale veiligheidsmaatregelen geïmplementeerd, aangepast aan de uitgevoerde activiteiten, om het welzijn van de werknemers te garanderen en een veilige werkomgeving te behouden. Deze maatregelen omvatten regelmatige observatierondes op de werkvloer om de activiteiten en de omgeving in de gaten te houden en mogelijke onveilige situaties proactief te identificeren en aan te pakken.
In veel van de laboratoria en magazijnen wordt de 6-S-methodologie (Sorteren, Op orde brengen, Glanzen en Inspecteren, Standaardiseren, In stand houden, Veiligheid - Sort, Set in Order, Shine and Inspect, Standardize, Sustain, Safety) toegepast, waardoor een lean ruimtebeheer wordt bevorderd en zowel veiligheid als operationele uitmuntendheid worden gestimuleerd.
Er wordt ook ondersteuning geboden voor de juiste ergonomische werkplekinrichting, naast begeleiding bij het behouden van een actieve en gezonde levensstijl. Agfa's werknemers krijgen EHBO-cursussen en regelmatige gezondheidscontroles op maat van hun specifieke jobrisico's.
De rapportering van incidenten is geharmoniseerd voor alle vestigingen, zodat gegevens consistent beschikbaar zijn om corrigerende maatregelen te nemen en te voldoen aan de nationale en lokale wetgeving. Er is een meldingsproces voor ongevallen ingevoerd om de interne zichtbaarheid te vergroten en de follow-up en onderzoeken te verbeteren. Voor elk gemeld incident, bijna-ongeval en ongeval wordt een analyse van de oorzaak uitgevoerd, zodat gerichte corrigerende maatregelen kunnen worden genomen. Bovendien worden de bevindingen van ongevallenonderzoeken gedeeld tussen vestigingen, waardoor kennis kan worden overgedragen en gebruik kan worden gemaakt van de ervaring van vestigingen met een lange staat van dienst op het gebied van veiligheid.
Deze maatregelen worden versterkt door specifieke veiligheidsprogramma's en opleidingen in vestigingen met het hoogste aantal ongevallen. Zo werd in Mortsel, van oudsher een van de sites met een hoog aantal ongevallen, voor iedereen het initiatief 'Safety High Five' gelanceerd. Het bevat een reeks essentiële veiligheidsvereisten en Do's en Don'ts en zorgt ervoor dat iedereen toegang heeft tot de nodige hulpmiddelen en kennis om veilig te werken. Het is afgestemd op vijf belangrijke risicogebieden:
De implementatie van deze trainingsmaatregelen wordt aangepast aan het werkprofiel van elk individu, zodat de specifieke risico's die ze op hun werk tegenkomen relevant en effectief worden aangepakt.
Daarnaast werd ook het 'SafeStart'-initiatief opgestart voor het productieteam om specifiek de ongevallen aan te pakken die gebeuren tijdens routinetaken, wanneer mensen gehaast of afgeleid zijn. Dit programma is een aanvulling op het 'Brain-Based Safety'-initiatief dat in 2022 van start ging voor de onderhouds- en serviceteams in Mortsel, dat voortbouwt op neurowetenschap om coaching te bieden die menselijk gedrag aanpakt als hoofdoorzaak van werkgerelateerde ongevallen.
Geestelijke gezondheid is ook essentieel voor het behoud van de gezondheid van werknemers. Activiteiten om de bezorgdheid op te volgen en aan te pakken worden voornamelijk op lokaal niveau bepaald, evenals de identificatie en de specificiteit van de potentiële bedreigingen op basis van de activiteiten die in elke vestiging worden uitgevoerd. Op Groepsniveau ondersteunt Agfa zijn werknemers door het ter beschikking stellen van online hulpmiddelen en opleidingssessies in verband met antistress-technieken en bewustmakingscampagnes die mensen aanmoedigen om gezonder en bewuster te werken en te leven.
Een goed evenwicht tussen werk en privéleven speelt ook een cruciale rol voor de mentale gezondheid. Dit omvat veel meer dan alleen de verhouding tussen werkuren en privétijd. Minstens zo belangrijk is hoe aangenaam werknemers hun werk vinden en hoeveel voldoening ze eruit halen. Het is ook belangrijk om te erkennen dat het juiste evenwicht voor iedereen anders kan zijn en dat de behoeften van mensen na verloop van tijd kunnen veranderen. Daarom heeft Agfa een reeks maatregelen ingevoerd die bedoeld zijn om te streven naar het best mogelijke evenwicht tussen werk en privéleven voor al zijn werknemers, bv. flexibele werkuren, deeltijdse werkopties, thematisch verlof, tijdskrediet, hybride werk.
Ter ondersteuning van Agfa's ambitie om nul ongevallen te bereiken, werd in 2019 een doelstelling bepaald om het aantal ongevallen met minstens één verloren werkdag in Agfa’s wereldwijde personeelsbestand tegen 2025 met 50% te verminderen. In overeenstemming met de productievestigingen stelde het Sustainability Office de doelstelling voor aan het Executive Leadership en de Raad van Bestuur, die deze vervolgens goedkeurden en bekrachtigden. Dit doel was gebaseerd op een jaarlijkse vermindering van 10%. Ondanks de aanzienlijke inspanningen en investeringen weerspiegelen de werkelijke resultaten tot nu toe helaas geen positief resultaat. Dit benadrukt de nood aan verdere verbeteringen en onderstreept het belang van het versterken van de veiligheidscultuur in de hele organisatie. Agfa gelooft dat één ongeval er altijd één te veel is en het blijft zich inzetten om het aantal ongevallen te verminderen.# Duurzaamheidsverklaring - Sociale Informatie
Zoals vermeld op pagina 241 van dit verslag, zijn Gezondheid en Veiligheid geïntegreerd in de jaarlijkse duurzaamheidsdoelstellingen die gevalideerd worden door Agfa's Raad van Bestuur en die als dusdanig driemaandelijks gerapporteerd worden aan interne en externe belanghebbenden.
Het volledige personeelsbestand (100%) valt onder Agfa's gezondheids- en veiligheidsbeheersysteem dat gebaseerd is op wettelijke vereisten en/of erkende normen of richtlijnen. Er geldt geen scopebeperking, de hele Groep is vertegenwoordigd in de cijfers die in de volgende tabel zijn samengevat.
| 2024 | |
|---|---|
| Aantal sterfgevallen als gevolg van werkgerelateerd letsel en werkgerelateerde slechte gezondheid | 0 |
| Aantal geregistreerde werkgerelateerde ongevallen (verwonding of gezondheidsproblemen) voor eigen personeel | 43 * |
| Frequentiegraad van registreerbare werkgerelateerde ongevallen voor eigen personeel | 5,66 * |
| Aantal verloren werkdagen | 639 * |
Zoals vermeld in de algemene informatie met betrekking tot ESRS 2 kunnen Agfa's activiteiten, waardeketen, producten, diensten en zakelijke relaties een wezenlijke impact hebben op verschillende consumenten en eindgebruikers. De eindgebruikers van Agfa's Digital Print & Chemicals-producten en Radiology Solutions-producten (bijv. drukkers, radiologen en medisch personeel), en verder hun consumenten (bijv. de consumenten van gedrukte media en patiënten) kunnen worden blootgesteld aan straling, emissies of chemische producten die inherent schadelijk zijn voor mensen en/of risico's voor chronische ziekten verhogen. De eindgebruikers van Agfa's divisies HealthCare IT en Radiology Solutions zijn ook bijzonder gevoelig voor hun recht op privacy en bescherming van persoonlijke gegevens.
Agfa streeft ernaar een positieve impact te hebben op de gezondheid, de veiligheid en het welzijn van zijn klanten en eindgebruikers door te zorgen voor patiëntenzorg en consumentengezondheid van hoge kwaliteit. Het geeft daarom prioriteit aan het leveren van oplossingen van topkwaliteit met behoud van robuuste informatiebeveiliging. Hoewel Agfa niet bijzonder kwetsbaar is voor de impact van marketing- en verkoopstrategieën, vertrouwen Agfa's consumenten en eindgebruikers op nauwkeurige en toegankelijke product- of servicegerelateerde informatie, zoals handleidingen en productlabels, om mogelijk verkeerd gebruik of schade te voorkomen. Net zo belangrijk is het dus om op een verantwoordelijke, duurzame en transparante manier te werken om de hoogste normen van veiligheid en integriteit te handhaven.
Om de vertaling van Agfa's benadering van Product Stewardship naar duidelijke dagelijkse processen te ondersteunen, werd een reeks wereldwijde beleidslijnen en richtlijnen opgesteld. Het Corporate Governance Charter maakt van Product Stewardship een van de verbintenissen van de Groep en bevestigt het principe om de gezondheid en de veiligheid van de klanten te beschermen en de activiteiten niet te beperken tot het louter naleven van de wettelijke vereisten inzake veiligheid, gezondheid en milieu.
Het Corporate Governance Charter (en de bijlagen) wordt volledig onderschreven door Agfa's management, waarbij de Raad van Bestuur het uiteindelijke orgaan is dat verantwoordelijk is voor de implementatie ervan. Het is van toepassing op alle bestuurders, kaderleden en werknemers van Agfa. De hoofdprincipes zijn dan geïntegreerd in de Corporate Safety, Health and Environment (SHE) Policy (ondernemingsbeleid inzake veiligheid, gezondheid en milieu), dat eigendom is van het Product Safety & Regulatory Affairs Department, de Group Sustainability Management Policy (groepsbeleid inzake duurzaamheidsbeheer), dat eigendom is van het Corporate Sustainability Office, en de Sustainable Procurement Policy (beleid inzake duurzame aankopen), dat eigendom is van de afdeling Purchasing. Ze worden als volgt beschreven:
Met betrekking tot informatiebeheer omvat het Corporate Governance Charter Agfa's beleid om zijn klanten te ondersteunen bij de bescherming van hun privacy door veilige producten en diensten te leveren. Dit gebeurt door van Informatiebeveiliging en privacy een integraal onderdeel te maken van de kwaliteit van Agfa's producten en diensten, organisatie en activiteiten; door de privacy te beschermen (met speciale aandacht voor gevoelige privégegevens, zoals gezondheidsgegevens); door de privacy- en veiligheidsreglementeringen na te leven die van toepassing zijn op Agfa en zijn klanten; en door informatie te beveiligen als een kritisch bedrijfsmiddel van de Groep. Dit wordt dan verder geïmplementeerd door het Globale Informatiebeveiliging & Privacybeleid ontwikkeld door Agfa’s afdeling Corporate Information Communications Security (ICS), beschikbaar op het intranet van de Onderneming.
De implementatie van dit beleid ondersteunt Agfa's engagement om zich te houden aan de richtlijnen van de ISO 27001, een internationale norm voor beheersystemen voor informatiebeveiliging (ISMS), die gegevensbescherming en cyberveiligheid verzekert. Deze worden aangevuld met verschillende lokale beleidslijnen die ontwikkeld werden op basis van specifieke lokale en nationale wettelijke vereisten, evenals het soort activiteiten dat in elke vestiging wordt uitgevoerd. Bovendien heeft elk van Agfa's businessdivisies specifieke beleidslijnen geïmplementeerd die het hoge niveau van de beoogde diensten weerspiegelen en die op maat gemaakt zijn voor hun respectieve werkgebieden. Bijvoorbeeld:
Agfa komt vooral in contact met consumenten en eindgebruikers via zijn klanten en het beschouwt het als een hoge prioriteit om hun voorkeurspartner voor de lange termijn te zijn, door de mogelijkheid om van elkaar te leren te bevorderen, door te luisteren naar de behoeften van de industrie en door marktgedreven te zijn. Gewoonlijk nemen de managementteams van elke businessdivisie de operationele verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat dit engage- ment gebeurt en dat de resultaten Agfa's aanpak informeren. Gewoonlijk nemen de managementteams van elke businessdivisie de operationele verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat dit engagement gebeurt en dat de resultaten Agfa's aanpak informeren.
Op globaal niveau gebruikt Agfa voornamelijk zijn corporate website en sociale media, bijvoorbeeld om regelmatig informatie te verstrekken over zijn producten, zijn belangrijkste activiteiten en updates en vooruitgang op het vlak van duurzaamheid, de veiligheidsinformatiebladen (SDS) van zijn producten, enz. Gerichte evenementen, lezingen en podcasts zijn ook nuttig om kennis en expertise te delen met een breder publiek. Deze worden aangevuld met een reeks hulpmiddelen die meer of minder relevant zijn, afhankelijk van het land en/of de specifieke markten waarvoor de managementteams van elke divisie verantwoordelijk zijn. Als zodanig vindt het engagement met klanten voortdurend plaats in de gehele commerciële keten. Dit start vanaf de fase van strategiebepaling en ideegeneratie, bijvoorbeeld met behulp van jaarlijkse adviesraden met belangrijke opinieleiders en klanteninterviews om hun meningen en standpunten te verzamelen en het gaat door tot aan de Research & Development-fase, waarin de belangrijkste klanten regelmatig invloed uitoefenen op de prioritering van functieverzoeken.
Voordat oplossingen op de markt worden gebracht, wordt een aantal klanten ook systematisch betrokken bij klinische tests en dienen ze als bèta- of Design Readiness Assessment (DRA)-klanten. Tijdens alle installaties worden systematisch User Acceptance Tests uitgevoerd met klanten, waardoor ze de kwaliteit van Agfa's ondersteuning tijdens de initialisatiefase kunnen evalueren terwijl ze vertrouwd raken met de oplossingen. Naast de directe feedback die Agfa ontvangt tijdens de frequente interacties met de lokale organisaties, zijn ad hoc vragenlijs- ten over klantentevredenheid en gegevens over het oplossen van servicetickets mogelijke manieren voor Agfa om de doeltreffendheid van de klantenbetrokkenheid te meten.
De kanalen en structuren die worden beschreven in het governance-gedeelte van deze duurzaamheidsverklaring, waaronder klokkenluidersregelingen, zijn ook toegankelijk voor externe belanghebbenden, waaronder klanten, consu- menten en eindgebruikers. Om tegemoet te komen aan specifieke behoeften met betrekking tot de prestaties van op de markt gebrachte oplos- singen, hebben de divisies ook managementsystemen geïmplementeerd voor het afhandelen van klachten of gevallen van niet-naleving, ongeacht of deze preventief worden geïdentificeerd door middel van interne audits of worden gemeld door een klant, een verwittigde instantie of een autoriteit. Deze systemen omvatten een duidelijke escala- tiestroom en goed gedefinieerde processen voor Correctieve en Preventieve Acties (CAPA) om ervoor te zorgen dat problemen effectief worden aangepakt en toekomstige voorvallen worden voorkomen. Klanten hebben toegang tot escalatiepunten via de gebruikers- en servicehandleidingen van de oplossingen.
Een focus op innovatie en de ontwikkeling van veilige, hoogperformante en duurzame producten, samen met een voortdurende inspanning om te verbeteren en afgestemd te blijven op de evoluerende hoge normen van gegevensbe- heerbeveiliging, zijn essentieel voor het bereiken van een goed beheer van de impact, risico's en opportuniteiten. Agfa is van mening dat de beleidslijnen, structuren en processen die in de voorgaande paragrafen worden beschreven, een volledig inzicht verschaffen in de belangrijkste acties die worden ondernomen om gerelateerde effecten, risico's en opportuniteiten te beheren. Het engagement met consumenten en eindgebruikers via klanten is hoe dan ook een continu proces, en Agfa blijft zich inzetten om deze interacties voortdurend te versterken.
Tot nu toe werd de prioriteit gelegd bij het naleven van de regelgeving en het naleven van hoge marktstandaarden, die voor Agfa als noodzakelijke voorwaarden worden beschouwd. Aangezien elke businessdivisie echter een specifieke marktbenadering en -strategie volgt, was het niet haalbaar om één enkele tijdsgebonden doelstelling m.b.t. klanten en eindgebruikers voor de Groep als geheel vast te leggen. Intussen is Agfa op korte tot middellange termijn van plan om zich te blijven concentreren op een doeltreffend product- en dienstenbeheer, met als doel de volledige conformiteit van zijn portfolio met de bindende wetgeving en met de hoogste kwaliteits- en gegevensbeschermingsnormen te garanderen. Dit omvat het bevorderen van een transparante en efficiënte uitwisseling van informatie, het stimuleren van samenwerking en open innovatie met klanten om de exploratie en validatie van ideeën te versnellen. Daarenboven engageert Agfa zich om een lerende mentaliteit binnen de organisatie aan te moedigen en om zijn benadering van het leveren van duurzame bedrijfs- oplossingen te verbeteren.
Agfa HealthCare was één van de eersten in de industrie om een Enterprise Imaging Platform vanaf de grond op te bouwen. Vandaag ondersteunt het voortdurend evoluerende en verenigde Enterprise Imaging Platform zijn klanten met snelle, naadloze toegang, vlotte samenwerking en een alomvattend beeld van patiënten.
Met zijn XERO Universal Viewer biedt Agfa HealthCare beveiligde toegang tot medische beeldvormingsgegevens van verschillende afdelingen en uit verschillende bronnen. Met verbeterde weergave-, klinische diepte-, samenwerkings- en deelfunctionaliteiten heeft iedereen die het nodig heeft toegang via één enkele webviewer.
Volgens de materialiteitsbeoordeling die Agfa uitvoerde, zoals gedetailleerd beschreven op pagina 246 van dit verslag, vertegenwoordigt zakelijk gedrag – met inbegrip van de bescherming van klokkenluiders, de preventie van corrup- tie en omkoping, en het beheer van de relaties met leveranciers – materiële positieve effecten en kansen voor Agfa. Indien ze echter niet goed beheerd worden, kunnen ze aanzienlijke financiële risico's inhouden. Agfa besteedt veel aandacht aan transparante beleidslijnen die het bestuur van de Groep bepalen. Het doel is om krachtig, onafhankelijk, ethisch en eerlijk te concurreren en tegelijk de verantwoordelijkheid op zich te nemen om een maatschappelijk verantwoorde onderneming te zijn in alle landen waarin de Groep wereldwijd actief is.
Deze beleidslijnen omvatten Agfa's Gedragscode, geïntegreerd in het Corporate Governance Charter, dat voor het publiek beschikbaar is op Agfa's website. Ze bevat principes op hoog niveau die de doelstelling van de Groep weerspie- gelen om op een duurzame manier te werken en te groeien, rekening houdend met de wensen en het welzijn van de belanghebbenden, zowel intern als extern. Agfa's Raad van Bestuur (RvB) is het ultieme orgaan dat verantwoordelijk is voor de definitie en implementatie van het Corporate Governance Charter. Als dusdanig voert de RvB regelmatig uitgebreide herzieningen uit om na te gaan of het Charter nog steeds in overeenstemming is met de meest recente principes, bepalingen en richtlijnen inzake corporate governance en werkt hij het zo vaak als nodig bij zodat het op elk moment de corporate governance van de Groep weerspiegelt.
Volgens de Gedragscode van de Groep wordt van alle Agfa-werknemers, alsook van externe consultants en con- tractanten die met de onderneming samenwerken, verwacht dat ze de hoogste normen van ethisch gedrag en integri- teit naleven, met volledige naleving van de geldende wetten in elk rechtsgebied waar de onderneming actief is. Het respecteren van deze rechten, samen met de erkenning van de eigenheid van elke werknemer, is essentieel voor het bevorderen van een werkomgeving waar iedereen met respect wordt behandeld.# G1-2 Beheer van relaties met leveranciers
Als organisatie maakt Agfa deel uit van een ecosysteem waarin leveranciers essentieel zijn om zijn eigen producten en diensten op de markt te brengen. Het hebben van nauwe relaties met leveranciers betekent dat hun prestaties en reputatie een impact hebben op Agfa's eigen prestaties en reputatie. Daarom verwacht Agfa van zijn leveranciers dat ze dezelfde duurzaamheidsnormen naleven als Agfa zelf.
Voortbouwend op de wereldwijde Agfa Gedragscode werd een specifieke Agfa Gedragscode voor Leveranciers ontwikkeld voor alle leveranciers, verdelers en agenten van Agfa om hun samenwerking met Agfa te ondersteunen. De gedragscode voor leveranciers verplicht tot het naleven van wetten, het onderhouden van toepasselijke wettelijke systemen en het aantonen van de naleving van zowel wettelijke vereisten als algemeen aanvaarde normen van eerlijkheid en menselijk fatsoen door leveranciers.
Agfa’s Purchasing-afdeling is verantwoordelijk voor de implementatie van deze Leverancierscode, die naast een specifieke duurzaamheidsclausule opgenomen werd in Agfa's leveranciers- overeenkomsten. Deze clausule behandelt gebieden zoals mensenrechten, conflictmineralen, milieubescherming, duurzame ontwikkeling, omkoping en corruptie. De naleving wordt verder gecontroleerd tijdens bezoeken ter plaatse aan Agfa's leveranciers.
Ad hoc-transacties en transacties die geregeld worden door overeenkomsten die ondertekend werden vóór de invoering van de Gedrags- code voor Leveranciers en de duurzaamheidsclausule in de standaardpraktijk, worden ook gedekt, aangezien naar de Gedragscode voor Leveranciers verwezen wordt in alle aankooporders via de General Purchasing Conditions van de Groep, die beide publiek toegankelijk zijn op Agfa's corporate website.
De gebieden die door de Gedragscode voor Leveranciers worden behandeld, in overeenstemming met toepasselijke ILO-normen, omvatten:
Om wederzijds eerlijke interacties te garanderen en te reguleren, voorziet Agfa’s Purchasing-afdeling zijn werknemers wereldwijd van een beleid voor ethisch gedrag, op maat van hun rollen door de specifieke aard van hun taken. Dit beleid beschrijft belangrijke principes van ethisch zakendoen, rekening houdend met de specifieke context en behoef- ten van de Purchasing-medewerkers. Het geeft gedetailleerde richtlijnen voor interacties met leveranciers, overheids- functionarissen en andere derde partijen, terwijl het omkoping, corruptie en handel met voorkennis strikt verbiedt. Bovendien richt het zich op de naleving van mededingings- en antitrustwetten, de bescherming van vertrouwelijke informatie, eigendomsrechten en middelen, en het vermijden van belangenconflicten. Het legt ook de nadruk op tewerkstellingsprincipes, veiligheid, gezondheid en milieuoverwegingen. Het beleid bevat specifieke voorbeelden van mogelijke regelovertredingen en schetst het verwachte gedrag van werknemers in dergelijke omstandigheden.
Hoewel er geen expliciet, documentgebaseerd betalingsbeleid bestaat, vereffent Agfa facturen consequent volgens de wederzijds en contractueel overeengekomen betalingsvoorwaarden, waarbij ervoor gezorgd wordt dat de betalingen binnen de gespecificeerde termijn gebeuren.
De relaties met leveranciers worden beheerd door Agfa’s Purchasing-afdeling in overeenstemming met specifieke lokale en nationale wettelijke vereisten en geleid door de principes van Agfa's duurzaam aankoopbeleid, dat ook ver- ankerd is in het Groepsbeleid inzake duurzaamheidsbeheer. Dit beleid is erop gericht milieu- en sociale criteria op te nemen in de beoordeling van leveranciers, voorrang te geven aan het betrekken van leveranciers die op één lijn liggen
met Agfa's waarden en die de Gedragscode voor Leveranciers onderschrijven, en te garanderen dat de relevante vei- ligheids-, gezondheids- en milieuvereisten voor specifieke productcategorieën worden nageleefd, indien ze gebruikt worden in een van Agfa’s producten. Het gaat dan bijvoorbeeld over de bevoorrading met conflictmineralen.
De selectie van Agfa's leveranciers gebeurt volgens een gestructureerd kwalificatie- en controleproces dat rekening houdt met verschillende domeinen die relevant zijn voor het beheer van huidige en toekomstige relaties. Leveranciers worden geclassificeerd op basis van een niveausysteem dat rekening houdt met hun (potentiële) impact op Agfa's bedrijfswinst, continuïteit, eindklanten, alsook met de complexiteit van de leveranciersmarkt en het risiconiveau. Deze classificatie vormt vervolgens de leidraad voor de aard en frequentie van kwalificatie- en controleprocessen, zoals benoemingscomités, beoordelingsvragenlijsten, audits, scorekaarten etc., die verschillende aspecten van leve- ranciersprestaties omvatten.
Vanaf 2023 houden beoordelingsvragenlijsten zoals de Potential Supplier Assessment (PSA) die wordt gebruikt voor het kwalificeren van (potentiële) nieuwe leveranciers en de beoordelingsvragenlijst die wordt gebruikt voor het auditen van bestaande leveranciers rekening met de categorieën duurzaamheid (inclusief klimaatactie), milieu en veiligheid bovenop de bestaande categorieën, namelijk resource- en kwaliteitsmanagement, regelgevingszaken en informatiebeveiliging.
Op dit moment en op korte termijn worden deze duurzaamheidsbeoordelingen gebruikt om zowel intern als extern het bewustzijn te verhogen en tegelijkertijd het inzicht in de maturiteit van Agfa's leveranciers- bestand te verbeteren. Dit gaat hand in hand met andere initiatieven die erop gericht zijn het team uit te rusten met de nodige kennis om deze informatie effectief te gebruiken. In 2024 kreeg het volledige Purchasing-team bijvoorbeeld een opleiding als onderdeel van het jaarlijkse programma voor duurzame aankoop, waarbij de nadruk lag op wat duurzaamheid voor hen als aankoopgemeenschap betekent, hoe ze due diligence kunnen uitvoeren en hoe ze de verzamelde gegevens op de juiste manier kunnen gebruiken.
Op middellange termijn is Agfa van plan om de haalbaarheid te onderzoeken van het opnemen van deze informa- tie als een scoringscriterium in selectieprocessen voor leveranciers. Dit zal voortbouwen op de reeds waargenomen positieve effecten van het verbreden van de discussies met leveranciers voorbij de traditionele focus op inkoopvoor- waarden, die, hoewel ongetwijfeld noodzakelijk, nu worden aangevuld met kansen voor innovatie en co-creatie, wat diepere samenwerking en wederzijdse groei bevordert.
Bij Agfa worden verschillende niveaus van interne controle en risicobeheersystemen geïmplementeerd om beschul- digingen of incidenten in verband met zakelijk gedrag, inclusief corruptie, omkoping of andere principes die in het Corporate Governance Charter vermeld worden, te voorkomen, op te sporen, te onderzoeken en erop te reageren. Naast de beschikbare klokkenluiderskanalen, omvat dit:
Agfa’s jaarlijkse Compliance Review werd voor het einde van het boekjaar 2023 rechtstreeks aan de Raad van Bestuur voorgelegd.Al deze processen worden openbaar uiteengezet in het Corporate Governance Charter, zodat iedereen voor wie ze relevant zijn toegang heeft tot de informatie, samen met kanalen om vragen te stellen en verduidelijking te vragen. 313 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024 Alle Agfa-werknemers hebben toegang tot specifieke opleidingskanalen op het online leerplatform van de Groep, waardoor ze gedragingen en strategieën kunnen ontwikkelen die ethische, eerlijke en betrouwbare praktijken uitstralen. Het tweejaarlijkse verzoek, automatisch per e-mail gestuurd naar alle managers die betrokken zijn bij besluitvormingsprocessen om, vraagt hen expliciet te (her)bevestigen dat ze de Gedragscode gelezen en begrepen hebben. Dit zorgt ervoor dat 100% van de risicofuncties met betrekking tot corruptie en omkoping voldoende gedekt zijn door opleidingsprogramma's over anticorruptie, bescherming van klokkenluiders en goede bedrijfspraktijken – kernelementen van de Gedragscode. Dit proces wordt geleidelijk uitgebreid naar alle Agfa-werknemers. Dit proces wordt geleidelijk uitgebreid naar alle werknemers van Agfa.
In 2024 was er geen veroordeling of boete voor overtreding van de anticorruptie- en antiomkopingswetgeving waarbij Agfa of zijn werknemers betrokken was. Bijgevolg werd er geen verdere actie ondernomen om inbreuken op procedures en normen inzake anticorruptie en omkoping aan te pakken.
In 2024 liepen er geen juridische procedures wegens te late betalingen. Betalingstermijnen worden bepaald op basis van de nationale wetgeving en wederzijdse overeenkomsten tussen Agfa’s Purchasing-afdeling en de leveranciers. Ze verschillen per regio en zijn als volgt verdeeld:
| Regio | Gemiddelde betalingstermijn, onderling overeengekomen |
|---|---|
| Asia Pacific | 37 dagen |
| Europa, Midden-Oosten en Afrika | 44 dagen |
| Latijns-Amerika | 26 dagen |
| Noord-Amerika | 37 dagen |
Deze betalingstermijnen worden berekend als een gewogen gemiddelde op basis van uitgaven en betalingen voor alle transacties die tijdens het verslagjaar zijn voltooid. Betalingen worden wekelijks ingepland, waardoor het een uitdaging is om de betalingstermijnen perfect af te stemmen. Als gevolg hiervan in 2024 werd 9% van alle betalingen precies op de vervaldatum uitgevoerd, 77% werd ofwel vooraf ofwel binnen een kalenderweek uitgevoerd. Rekening houdend met alle transacties die tijdens het verslagjaar zijn voltooid, duurde het gemiddeld 53 dagen voor Agfa om een factuur te betalen vanaf de datum waarop de onderling overeengekomen betalingstermijnen begonnen te lopen.
314 Duurzaamheidsverklaring - Bestuurlijke informatie
Agfa's MUSICA beeldverwerkingssoftware analyseert automatisch de kenmerken van elk onbewerkt beeld. De software verbetert de ruisonderdrukking, biedt een superieure helderheidscontrole, vermindert overbestraling en speelt een belangrijke rol in het mogelijk maken van dosisreductie.
315 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
| 316 Rapportage-eis en betrokken datapunt | Referentie SFDR | Pijler 3 referentie | Referentie benchmarkverordening | Referentie EU-Klimaatwet | ESRS |
|---|---|---|---|---|---|
| Genderdiversiteit raad van bestuur | 2 GOV-1 | ||||
| Percentage onafhankelijke bestuurders | 2 GOV-1 | ||||
| Due-diligence-verklaring | 2 SBM-1 | ||||
| Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. activiteiten fossiele brandstoffen | 2 SBM-1 | ||||
| Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. chemische productie | 2 SBM-1 | ||||
| Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. controversiële wapens | 2 SBM-1 | ||||
| Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. teelt en productie tabak | E1-1 | ||||
| Transitieplan om tegen 2050 klimaatneutraliteit te bereiken | E1-1 | ||||
| Ondernemingen uitgesloten van op Overeenkomst van Parijs afgestemde benchmarks | E1-4 | ||||
| Doelen BKG-emissiereductie | E1-5 | ||||
| Totale energieverbruik uit hernieuwbare bronnen, uitgesplitst naar bronnen (alleen sectoren met grote klimaatimpact) | E1-5 | ||||
| Energieverbruik en energiemix | E1-5 | ||||
| Energie-intensiteit activiteiten in sectoren met grote klimaatimpact | E1-6 | ||||
| Bruto scope 1-, 2-, 3-emissies en totale BKG-emissies | E1-6 | ||||
| Intensiteit bruto-BKG-emissies | E1-7 | ||||
| BKG-verwijderingen en carbon credits | E1-9 | ||||
| Blootstelling benchmarkportefeuille aan fysieke klimaatrisico's | E1-9 | ||||
| Uitsplitsing geldbedragen in acuut en chronisch fysiek risico | E1-9 | ||||
| Locatie significante activa die materieel fysiek risico lopen | E1-9 | ||||
| Uitsplitsing boekwaarde vastgoedactiva naar energie-efficiëntieklasse | E1-9 | ||||
| Mate blootstelling portefeuille aan klimaatkansen | |||||
| Gegevenspunten die voortvloeien uit andere EU-wetgeving | |||||
| pag. 238 | pag. 238 | ||||
| pag. 238 | pag. 238 | ||||
| pag. 241 | |||||
| pag. 242 | pag. 242 | pag. 242 | |||
| pag. 242 | pag. 242 | pag. 242 | |||
| Niet materieel | Niet materieel | Niet materieel | |||
| Niet materieel | Niet materieel | ||||
| pag. 272 | pag. 272 | pag. 272 | |||
| pag. 272 | pag. 272 | pag. 272 | |||
| pag. 274 | pag. 274 | pag. 274 | |||
| pag. 275 | |||||
| pag. 275 | |||||
| pag. 275 | |||||
| pag. 277 | pag. 277 | pag. 277 | |||
| pag. 277 | pag. 277 | pag. 277 | |||
| Niet materieel | |||||
| pag. 248 | |||||
| Phased-in | Phased-in | ||||
Bijlage SUSTAINABILITY STATEMENTS - bijlage
317 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
| Rapportage-eis en betrokken datapunt | Referentie SFDR | Pijler 3 referentie | Referentie benchmarkverordening | Referentie EU-Klimaatwet | ESRS |
|---|---|---|---|---|---|
| Hoeveelheid emissies naar lucht, water en bodem van elke verontreinigende stof in bijlage II bij E-PRTR-verordening (Europees register uitstoot en overbrenging verontreinigende stoffen) | E2-4 | ||||
| Water en mariene hulpbronnen | E3-1 | ||||
| Mariene resources | E3-1 | ||||
| Specifiek beleid | E3-1 | ||||
| Duurzame oceanen en zeeën | E3-4 | ||||
| Totale hoeveelheid gerecycled en hergebruikt water | E3-4 | ||||
| Totale waterverbruik in m 3 per netto-opbrengst eigen activiteiten | 2- SBM 3 - E4 | ||||
| Praktijken of beleid duurzaam beheer bodem / duurzame landbouw | E4-2 | ||||
| Praktijken of beleid duurzaam beheer oceanen / zee | E4-2 | ||||
| Beleid tegen ontbossing | E5-5 | ||||
| Niet-gerecycled afval | E5-5 | ||||
| Gevaarlijk afval en radioactief afval | 2- SBM3 - S1 | ||||
| Risico incidenten gedwongen arbeid | 2- SBM3 - S1 | ||||
| Risico incidenten kinderarbeid | S1-1 | ||||
| Toezeggingen op gebied van mensenrechtenbeleid | S1-1 | ||||
| Due-diligencebeleid rond kwesties aan de orde in fundamentele verdra gen 1 t/m 8 van Internationale Arbeidsorganisatie | S1-1 | ||||
| Procedures en maatregelen ter voorkoming van mensenhandel | S1-1 | ||||
| Beleid of beheersysteem ter voorkoming van arbeidsongevallen | S1-3 | ||||
| Klachtenregelingen | S1-14 | ||||
| Aantal sterfgevallen en aantal en aandeel arbeidsongevallen | S1-14 | ||||
| Aantal verzuimdagen als gevolg van letsel, ongevallen, dodelijke ongevallen of ziekte | |||||
| pag. 283 | pag. 283 | ||||
| pag. 286 | pag. 286 | ||||
| Niet materieel | Niet materieel | ||||
| pag. 286 | pag. 286 | ||||
| Niet materieel | Niet materieel | ||||
| pag. 287 | pag. 287 | ||||
| pag. 287 | pag. 287 | ||||
| Niet materieel | |||||
| Niet materieel | |||||
| Niet materieel | |||||
| Niet materieel | Niet materieel | ||||
| Niet materieel | Niet materieel | ||||
| pag. 290 | pag. 290 | ||||
| pag. 290 | pag. 290 | ||||
| pag. 246 en pag. 293 | pag. 246 en pag. 293 | ||||
| pag. 246 en pag. 293 | pag. 246 en pag. 293 | ||||
| pag. 293 | pag. 293 | ||||
| pag. 293 | pag. 293 | ||||
| pag. 293 | pag. 293 | ||||
| pag. 293 | pag. 293 | ||||
| pag. 293 | pag. 293 | ||||
| pag. 295 | pag. 295 | ||||
| pag. 304 | pag. 304 | ||||
| pag. 304 | pag. 304 | ||||
| 318 Rapportage-eis en betrokken datapunt | Referentie SFDR | Pijler 3 referentie | Referentie benchmarkverordening | Referentie EU-Klimaatwet | ESRS |
| Niet-gecorrigeerde loonkloof man-vrouw | S1-16 | ||||
| Ratio buitensporige beloning CEO | S1-16 | ||||
| Gevallen van discriminatie | S1-17 | ||||
| Niet-nakoming UNGP’s on Business and Human Rights en OESO-richtlijnen | S1-17 | ||||
| 2- SBM3 – S2 | |||||
| Aanzienlijk risico kinderarbeid of gedwongen arbeid in waardeketen | S2-1 | ||||
| Toezeggingen op gebied van mensenrechtenbeleid | S2-1 | ||||
| Beleid ten aanzien van werknemers in waardeketen | S2-1 | ||||
| Niet-nakoming UNGP’s on Business and Human Rights en OESO-richtlijnen | S2-1 | ||||
| Due-diligencebeleid rond kwesties aan de orde in fundamentele verdragen 1 t/m 8 van Internationale Arbeidsorganisatie | S2-4 | ||||
| Mensenrechtenproblemen en -incidenten m.b.t. upstream- en downstream-waardeketen | S3-1 | ||||
| Toezeggingen op gebied van mensenrechten-beleid | S3-1 | ||||
| Niet-nakoming UNGP’s on Business and Human Rights, ILO-beginselen en/of OESO-richtlijnen | S3-4 | ||||
| Mensenrechtenproblemen en -incidenten | S4-1 | ||||
| Beleid ten aanzien van consumenten en eindgebruikers | S4-1 | ||||
| Niet-nakoming UNGP’s on Business and Human Rights en OESO-richtlijnen | S4-4 | ||||
| Mensenrechtenproblemen en -incidenten | G1-1 | ||||
| VN-Verdrag tegen corruptie | G1-1 | ||||
| Bescherming klokkenluiders | G1-4 | ||||
| Geldboeten voor overtredingen wetgeving tegen corruptie en omkoping | G1-4 | ||||
| Normen bestrijding corruptie en omkoping | pag. 301 | ||||
| pag. 301 | pag. 301 | ||||
| pag. 301 | pag. 301 | ||||
| pag. 299 | pag. 299 | ||||
| pag. 299 | pag. 299 | ||||
| Niet materieel | |||||
| pag. 11 (b) | |||||
| pag. 17 | |||||
| pag. 18 | |||||
| pag. 19 | |||||
| pag. 19 | |||||
| pag. 36 | |||||
| pag. 16 | |||||
| pag. 17 | |||||
| pag. 36 | |||||
| pag. 16 | pag. 16 | pag. 16 | |||
| pag. 305 | pag. 305 | pag. 305 | |||
| pag. 308 | pag. 308 | ||||
| pag. 311 | pag. 311 | pag. 311 | |||
| pag. 311 | pag. 311 | pag. 311 | |||
| pag. 314 | pag. 314 | pag. 314 | |||
| pag. 314 | pag. 314 | pag. 314 |
Met de RUBEE AI product suite integreert Agfa HealthCare naadloos klinische pakketten in Enterprise Imaging en creëert zo een flexibel platform of op maat gemaakte integraties – waardoor radiologen slimmer kunnen werken, niet harder.# VERSLAG MET EEN BEPERKTE MATE VAN ZEKERHEID VAN DE COMMISSARIS AAN DE ALGEMENE VERGADERING VAN AANDEELHOUDERS OVER DE GECONSOLIDEERDE DUURZAAMHEIDSINFORMATIE VAN AGFA-GEVAERT NV VOOR HET BOEKJAAR AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2024
In het kader van de wettelijke assurance opdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van Agfa-Gevaert NV (de "Vennootschap") en haar filialen (samen de “Groep”), leggen wij u ons verslag over deze opdracht voor. De geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de Groep is opgenomen in de sectie ‘duurzaamheidsverklaring’ van het jaarverslag over het boekjaar op 31 december 2024 en voor het jaar afgesloten op deze datum (hierna de “geconsolideerde duurzaamheidsinformatie”).
Wij werden benoemd door de raad van bestuur, overeenkomstig onze opdrachtbrief van 24 januari 2025 op aanbeveling van het auditcomité en hebben in dat kader, een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de Groep uitgevoerd. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2024. Wij hebben onze assuranceopdracht over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de Groep uitgevoerd voor het eerste boekjaar.
Wij hebben een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de Groep uitgevoerd. Op basis van de uitgevoerde werkzaamheden en de verkregen assurance-informatie is, met uitzondering van de aangelegenheid beschreven in de sectie “Basis voor de conclusie met voorbehoud”, niets onder onze aandacht gekomen dat ons ertoe aanzet van mening te zijn dat de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de Groep, in alle van materieel belang zijnde opzichten:
Zoals toegelicht in subsectie ‘BP1 - Algemene basis voor het opstellen van duurzaamheidsverklaringen’ van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, wordt de informatie met betrekking tot:
beperkt tot de voornaamste productievestiging van de Groep, die zich in België bevindt, en die de enige vestiging is waar chemische activiteiten worden uitgevoerd. Informatie voor de overige vestigingen van de Groep wordt niet gerapporteerd. De duurzaamheidsinformatie kan hierdoor een materiële afwijking bevatten, maar we zijn niet in staat geweest deze afwijking te kwantificeren.
Wij hebben onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid uitgevoerd overeenkomstig ISAE 3000 (Herzien), Assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie (“ISAE 3000 (Herzien)”) zoals van toepassing in België. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaard zijn uitvoeriger beschreven in de sectie van ons verslag ”Verantwoordelijkheden van de commissaris betreffende de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie”.
Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de assuranceopdracht van de duurzaamheidsinformatie in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid. Wij passen de internationale standaard voor kwaliteitsmanagement 1 (ISQM 1) toe, die vereist dat het kantoor een kwaliteitsmanagementsysteem opzet, implementeert en in werking stelt, inclusief beleidslijnen of procedures met betrekking tot de naleving van ethische vereisten, professionele normen en toepasselijke wettelijke en regelgevende vereisten.
Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is als basis voor onze conclusie met voorbehoud.
De reikwijdte van onze werkzaamheden is beperkt tot onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de Groep. Onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid strekt zich niet uit tot informatie met betrekking tot de vergelijkende cijfers opgenomen in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie.
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opzetten en implementeren van een Proces en voor het toelichten van dit Proces in toelichting ‘IRO-1 Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en kansen’ van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie. Deze verantwoordelijkheid omvat:
De raad van bestuur is ook verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, die de door het Proces vastgestelde informatie bevat:
Deze verantwoordelijkheid omvat:
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het toezicht op het duurzaamheidsverslaggevingsproces van de Groep.
Bij het rapporteren van toekomstgerichte informatie in overeenstemming met de ESRS, wordt van de raad van bestuur vereist dat het de toekomstgerichte informatie opstelt op basis van toegelichte veronderstellingen over gebeurtenissen die zich in de toekomst kunnen voordoen en mogelijke toekomstige maatregelen van de Groep. De feitelijke uitkomst zal waarschijnlijk anders zijn, aangezien verwachte gebeurtenissen vaak niet plaatsvinden zoals verwacht en de afwijking daarvan van materieel belang kan zijn.
Het is onze verantwoordelijkheid om de assuranceopdracht te plannen en uit te voeren met het oog op het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie geen afwijkingen van materieel belang, als gevolg van fraude of van fouten, bevat, en het uitbrengen van een assurance verslag met een beperkte mate van zekerheid waarin onze conclusie is opgenomen.
Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de beslissingen genomen door gebruikers op basis van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, beïnvloeden. Als deel van een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid overeenkomstig ISAE 3000 (Herzien), zoals in België van toepassing, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de opdracht.De uitgevoerde werkzaamheden in een opdracht met het oog op het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid, waarvoor wij verwijzen naar de sectie “Samenvatting van de uitgevoerde werkzaamheden”, zijn minder uitgebreid dan in het geval van een opdracht met het oog op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. We brengen dan ook geen oordeel met een redelijke mate van zekerheid tot uitdrukking als deel van deze opdracht.
Aangezien de toekomstgerichte informatie in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie en de veronderstellingen waarop deze is gebaseerd, betrekking hebben op de toekomst, kunnen deze worden beïnvloed door gebeurtenissen die zich mogelijk voordoen en/of door mogelijke acties van de Groep. De werkelijke uitkomsten zullen naar alle waarschijnlijkheid afwijken van de veronderstellingen, aangezien de veronderstelde gebeurtenissen zich veelal niet zullen voordoen zoals verwacht en de afwijking daarvan van materieel belang kan zijn. Onze conclusie biedt daarom geen garantie dat de gerapporteerde werkelijke uitkomsten zullen overeenkomen met diegene opgenomen in de toekomstgerichte informatie in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie.
Onze verantwoordelijkheden ten aanzien van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, met betrekking tot het Proces, omvatten:
* Het verwerven van inzicht in het Proces, maar niet met het oog op het verstrekken van een conclusie over de effectiviteit van het Proces, met inbegrip van de uitkomst van het Proces;
* Het opzetten en uitvoeren van werkzaamheden om te evalueren of het Proces in overeenstemming is met de beschrijving van het Proces door de Groep, zoals toegelicht in toelichting ‘IRO-1 Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en kansen’ van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie.
Onze overige verantwoordelijkheden ten aanzien van de duurzaamheidsinformatie omvatten:
* Het verwerven van inzicht in de beheersingsomgeving van de entiteit, de relevante processen en informatiesystemen voor het opstellen van de duurzaamheidsinformatie, maar zonder de opzet van specifieke controleactiviteiten te beoordelen, onderbouwende informatie over hun implementatie te verkrijgen of de effectieve werking van de opgezette interne beheersingsmaatregelen te toetsen;
* Het identificeren van de gebieden waar van materieel belang zijnde afwijkingen waarschijnlijk zullen optreden in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, of deze nu het gevolg zijn van fraude of fouten; en
* Het opzetten en uitvoeren van werkzaamheden die inspelen op gebieden waar afwijkingen van materieel belang in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie zich waarschijnlijk zullen voordoen.
Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing.
Een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid omvat het uitvoeren van werkzaamheden om 323 AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024 assurance-informatie te verkrijgen over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie. De werkzaamheden die bij een opdracht met een beperkte mate van zekerheid zijn uitgevoerd, zijn verschillend in aard en timing en geringer van omvang dan voor opdrachten tot het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. Daardoor ligt het niveau van zekerheid dat is verkregen bij een opdracht met een beperkte mate van zekerheid aanzienlijk lager dan wanneer een opdracht met een redelijke mate van zekerheid was uitgevoerd.
De aard, timing en omvang van geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van professionele oordeelsvorming, waaronder de vaststelling van gebieden waar afwijkingen van materieel belang in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, als gevolg van fraude of van fouten, zich waarschijnlijk zullen voordoen.
Bij het uitvoeren van onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid, met betrekking tot het Proces, hebben wij:
* Inzicht verworven in het Proces door:
* het verzoeken om inlichtingen teneinde inzicht te verwerven in de bronnen van informatie gebruikt door het management; en
* het beoordelen van de interne documentatie van de Groep van haar Proces; en
* Geëvalueerd of de assurance-informatie verkregen uit onze werkzaamheden over het door de Groep geïmplementeerde Proces in overeenstemming was met de beschrijving van het Proces zoals uiteengezet in toelichting ‘IRO-1 Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en kansen’ van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie.
Bij het uitvoeren van onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid, met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie, hebben wij:
* Inzicht verworven in de verslaggeving processen van de Groep die relevant zijn voor het opstellen van haar geconsolideerde duurzaamheidsinformatie door het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing, processen en het informatiesysteem die relevant zijn voor het opstellen van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, maar die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de Groep;
* Geëvalueerd of de informatie zoals vastgesteld door het Proces is opgenomen in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie;
* Geëvalueerd of de structuur en het opstellen van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie overeenstemt met de ESRS;
* Om inlichtingen verzocht bij relevant personeel en cijferanalyses uitgevoerd op geselecteerde informatie in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie;
* Gegevensgerichte assurance werkzaamheden uitgevoerd op basis van een steekproef op geselecteerde informatie in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie;
* Assurance informatie verkregen over de methoden voor het ontwikkelen van schattingen en toekomstgerichte informatie geëvalueerd zoals beschreven in de sectie “Verantwoordelijkheden van de commissaris betreffende de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie”;
* Inzicht verworven in het proces voor het vaststellen van economische activiteiten die voor de taxonomie in aanmerking komen en op de taxonomie afgestemd zijn en de overeenkomstige toelichtingen in de duurzaamheidsinformatie;
Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten verricht die onverenigbaar zijn met de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid, en ons bedrijfsrevisorenkantoor is in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Groep.
Antwerpen, 10 april 2025
De commissaris,
PwC Bedrijfsrevisoren BV
Vertegenwoordigd door Sofie Van Grieken
Bedrijfsrevisor
Handelend in naam van Sofie Van Grieken BV
324
Kasuitstroom voor pensioenen onder EBIT: De som van Kosten voor Toegezegdpensioenregelingen & Langetermijnontslagvergoedingen (zie ‘Geconsolideerde kasstroomoverzichten’) en de kasuitstroom voor Toegezegdpensioenregelingen & Langetermijnontslagvergoedingen die deel uitmaken van de ‘Uitgaande kasstroom voor personeelsbeloningen’ zoals weergegeven in de Geconsolideerde kasstroomoverzichten.
Aanpassingen en reorganisatiekosten: Inkomende en uitgaande kasstromen die voortkomen uit inkomsten en uitgaven die ofwel in de huidige verslagperiode ofwel in voorgaande verslagperiodes zijn opgenomen in ‘Aanpassingen of ‘Reorganisatiekosten’.
Werkkapitaal: De som van Voorraden plus Handelsvorderingen plus Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten minus Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten en minus Handelsschulden.
Netto financiële schuld inclusief IFRS 16 en exclusief pensioenschulden: de som van langlopende en kortlopende rentedragende verplichtingen aan banken inclusief langlopende en kortlopende leaseverplichtingen, inclusief nega- tieve banksaldi minus Geldmiddelen en kasequivalenten.
Netto financiële schuld exclusief IFRS 16 en exclusief pensioenschulden: de som van langlopende en kortlopende rentedragende verplichtingen aan banken exclusief langlopende en kortlopende leaseverplichtingen, inclusief negatieve banksaldi minus Geldmiddelen en kasequivalenten.
Netto Schuld: de som van Netto financiele schuld incl. IFRS 16 en de verplichtingen voor regelingen inzake vergoedingen na uitdiensttreding en ontslag op lange termijn - nettobalanspositie
Order intake: De financiële waarde van alle nieuwe bestellingen aanvaard door Agfa HealthCare IT tijdens de periode, inclusief licenties, implementatiediensten, hardware en/of cloudcomputing, maar exclusief Support-/ Softwareonderhoudsovereenkomsten.
Support-/Softwareonderhoudsovereenkomsten (Support/Software Maintenance Agreements – SMA): Servicecontracten die Agfa HealthCare IT Perpetual License-klanten recht geven op software-updates en patches, alsook op service en ondersteuning. Order intake wordt niet geregistreerd voor SMA-contracten.
Order intake netto nieuwe klanten: Order intake geaccepteerd van klanten die voordien geen Agfa HealthCare IT-software gebruikten. Meestal vervangt de klant bij een dergelijke bestelling een systeem van een concurrent door een systeem van Agfa HealthCare IT.
Cloud order intake: Order intake aanvaard voor implementaties van Agfa HealthCare IT’s oplossing op een Cloud Computing-infrastructuur in plaats van de traditionele implementatie op specifieke hardware bij de klant.
Order intake contracten met terugkerende inkomsten: Order intake voor diensten met een terugkerend transactiemodel (geleidelijke omzeterkenning in plaats van eenmalig). Voorbeelden zijn: Licentie- abonnementen, Managed Services, Cloud computing-diensten, SaaS-contracten).
Project order intake: Order Intake voor goederen en diensten die op één moment geleverd worden en omzet die op één moment wordt opgenomen. Voorbeelden zijn: Langlopende licenties, Implementatiediensten, Hardware.
| MILJOEN EURO | 2020 | 2021 | 2022 | Herwerkt (1) 2023 | 2024 |
|---|---|---|---|---|---|
| Opbrengsten | 1.709 | 1.760 | 1.145 | 1.150 | 1.138 |
| Kostprijs van verkopen | (1.215) | (1.263) | (800) | (792) | (784) |
| Brutowinst | 494 | 497 | 345 | 359 | 353 |
| Verkoopkosten | (223) | (231) | (181) | (170) | (162) |
| Algemene beheerskosten | (144) | (155) | (168) | (140) | (133) |
| Kosten van onderzoek en ontwikkeling | (95) | (95) | (82) | (73) | (70) |
| Waardeverminderingsverliezen op handels- en andere vorderingen, incl. contractuele activa verbonden aan contracten met klanten | (2) | (2) | (1) | 1 | (1) |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 39 | 41 | 64 | 53 | 48 |
| Overige bedrijfskosten | (122) | (47) | (117) | (38) | (83) |
| Resultaat uit bedrijfsactiviteiten | (52) | 9 | (139) | (8) | (48) |
| Financieringsbaten (-kosten) - netto | (4) | (1) | - | 3 | (4) |
| Overige financieringsbaten (-kosten) - netto | (26) | (6) | (18) | (29) | (22) |
| Nettofinancieringslasten | (31) | (8) | (18) | (26) | (27) |
| Aandeel van de Groep in het nettoresultaat van geassocieerde deelnemingen - na winstbelastingen | - | - | (1) | (1) | (1) |
| Winst (verlies) voor belastingen | (83) | 1 | (157) | (35) | (75) |
| Winstbelastingen | (15) | (15) | (29) | (16) | (15) |
| Winst (verlies) uit de voortgezette bedrijfsactiviteiten | (98) | (14) | (186) | (51) | (91) |
| Winst (verlies) van beëindigde activiteiten, na winstbelastingen | 719 | - | (37) | (49) | (1) |
| Winst (verlies) over de verslagperiode | 621 | (14) | (223) | (101) | (92) |
| Winst (verlies) toewijsbaar aan: | |||||
| Aandeelhouders van de Onderneming | 613 | (17) | (221) | (102) | (92) |
| Minderheidsbelangen | 7 | 4 | (2) | 1 | - |
Winst per aandeel (euro)
Gewone winst per aandeel (euro) | 3,66 | (0,11) | (1,41) | (0,66) | (0,59)
Verwaterde winst per aandeel (euro) | 3,66 | (0,11) | (1,41) | (0,66) | (0,59)
(1) In overeenstemming met IFRS 5.33 heeft de Onderneming in haar geconsolideerde winst- en verliesrekening en overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten één bedrag gepresenteerd dat bestaat uit het totaal van de winst (verlies) na belastingen van de beëindigde bedrijfsactiviteiten en de winst (verlies) na belas- tingen op de verkoop van de nettoactiva die de beëindigde bedrijfsactiviteit vormen. De Groep heeft in april 2023 haar Offset Solutions business verkocht. Vergelijkende informatie werd herwerkt.
| MILJOEN EURO | 31 dec. 2020 | 31 dec. 2021 | 31 dec. 2022 | 31 dec. 2023 | 31 dec. 2024 |
|---|---|---|---|---|---|
| ACTIVA | |||||
| Vaste activa | 714 | 756 | 602 | 576 | 583 |
| Immateriële activa en goodwill | 284 | 293 | 247 | 239 | 245 |
| Materiële vaste activa | 127 | 129 | 107 | 115 | 104 |
| Recht-op-gebruik activa | 78 | 68 | 45 | 39 | 44 |
| Investeringen in geassocieerde deelnemingen | - | 1 | 1 | 1 | - |
| Overige financiële activa | 7 | 8 | 5 | 4 | 3 |
| Activa in verband met vergoedingen na uitdiensttreding | - | 40 | 18 | 29 | 54 |
| Handelsvorderingen | 15 | 12 | 9 | 2 | 2 |
| Vorderingen uit leaseovereenkomsten | 68 | 70 | 72 | 69 | 55 |
| Overige activa | 16 | 11 | 8 | 4 | 4 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 120 | 124 | 91 | 74 | 71 |
| Vlottende activa | 1.490 | 1.339 | 1.153 | 792 | 793 |
| Voorraden | 389 | 418 | 487 | 289 | 293 |
| Handelsvorderingen | 297 | 307 | 291 | 175 | 178 |
| Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten | 64 | 76 | 94 | 83 | 93 |
| Actuele vorderingen uit winstbelastingen | 63 | 63 | 56 | 51 | 47 |
| Overige belastingvorderingen | 15 | 19 | 28 | 20 | 15 |
| Financiële activa | 9 | 2 | 1 | - | - |
| Vorderingen uit leaseovereenkomsten | 29 | 30 | 31 | 31 | 31 |
| Overige vorderingen | 9 | 4 | 6 | 48 | 43 |
| Overige kortlopende activa | 18 | 18 | 17 | 13 | 15 |
| Derivaten | 9 | 1 | 3 | 2 | - |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 585 | 398 | 138 | 77 | 68 |
| Vaste activa aangehouden voor verkoop | 4 | 3 | 2 | 2 | 9 |
| TOTAAL ACTIVA | 2.204 | 2.095 | 1.756 | 1.368 | 1.377 |
| EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | |||||
| Eigen vermogen | 620 | 685 | 561 | 396 | 324 |
| Toewijsbaar aan aandeelhouders van de Onderneming | 570 | 632 | 520 | 395 | 323 |
| Maatschappelijk kapitaal | 187 | 187 | 187 | 187 | 187 |
| Uitgiftepremies | 210 | 210 | 210 | 210 | 210 |
| Ingehouden winsten | 1.412 | 1.284 | 1.042 | 945 | 852 |
| Overige reserves | (76) | (1) | (3) | - | (2) |
| Valutakoersverschillen | (42) | (15) | (9) | (22) | (18) |
| Saldo van de herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingengeboekt in het eigen vermogen | (1.122) | (1.033) | (908) | (926) | (906) |
| Toewijsbaar aan minderheidsbelangen | 51 | 54 | 41 | 1 | 2 |
| Langlopende verplichtingen | 1.046 | 812 | 610 | 584 | 656 |
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding en ontslagvergoedingen | 956 | 735 | 536 | 486 | 459 |
| Overige personeelsbeloningen | 13 | 11 | 9 | 5 | 5 |
| Rentedragende verplichtingen | 54 | 46 | 41 | 69 | 141 |
| Voorzieningen | 16 | 12 | 14 | 7 | 34 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 4 | 6 | 9 | 9 | 8 |
| Handelsschulden | - | - | - | 3 | 2 |
| Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten | 2 | 1 | - | - | - |
| Overige langlopende verplichtingen | 1 | - | - | 4 | 7 |
| Kortlopende verplichtingen | 538 | 597 | 585 | 388 | 396 |
| Rentedragende verplichtingen | 29 | 27 | 25 | 14 | 15 |
| Voorzieningen | 63 | 42 | 36 | 13 | 26 |
| Handelsschulden | 198 | 252 | 249 | 132 | 127 |
| Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten | 103 | 111 | 109 | 97 | 102 |
| Actuele verplichtingen uit winstbelastingen | 23 | 28 | 29 | 23 | 21 |
| Overige belastingverplichtingen | 24 | 28 | 32 | 24 | 24 |
| Overige te betalen posten | 8 | 9 | 6 | 9 | 5 |
| Personeelsbeloningen | 88 | 99 | 95 | 73 | 74 |
| Overige kortlopende verplichtingen | 1 | - | - | 1 | 2 |
| Derivaten | 2 | 2 | 2 | - | 1 |
| TOTAAL EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | 2.204 | 2.095 | 1.756 | 1.368 | 1.377 |
| MILJOEN EURO | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 |
|---|---|---|---|---|---|
| Winst (verlies) over de periode | 621 | (14) | (223) | (101) | (92) |
| Winstbelastingen | 8 | 15 | 42 | 21 | 15 |
| Aandeel van de Groep in het nettoresultaat van geassocieerde deelnemingen - na winstbelastingen | - | - | 1 | 1 | 1 |
| Nettofinancieringslasten | 31 | 8 | 19 | 26 | 26 |
| Bedrijfsresultaat | 660 | 9 | (160) | (53) | (49) |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen | 70 | 63 | 177 | 53 | 65 |
| Overige niet-kaskosten | (526) | 114 | 150 | 135 | 121 |
| Wijziging in de voorraden | 25 | (48) | (65) | 23 | (13) |
| Wijziging in de handelsvorderingen | 50 | 6 | 25 | (22) | (3) |
| Wijziging in de contractuele activa verbonden aan contracten met klanten | (10) | (8) | (14) | 10 | (8) |
| Wijziging in de werkkapitaalactiva | 64 | (50) | (55) | 11 | (24) |
| Wijziging in de handelsschulden | 2 | 38 | (7) | (10) | (7) |
| Wijziging in de contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten | 23 | 3 | (8) | 5 | 3 |
| Wijziging in de werkkapitaalverplichtingen | 25 | 41 | (15) | (5) | (4) |
| Wijziging in het werkkapitaal | 89 | (10) | (69) | 6 | (28) |
| Uitgaande kasstroom voor personeelsbeloningen | (403) | (273) | (149) | (133) | (123) |
| Uitgaande kasstroom voor voorzieningen | (37) | (39) | (27) | (22) | (8) |
| Veranderingen in de leaseportfolio | (3) | (1) | (2) | 2 | 16 |
| Veranderingen in ander werkkapitaal | 15 | 17 | 4 | (15) | 2 |
| Ontvangen kasstromen uit derivaten ter indekking van operationele activiteiten | (3) | 12 | (9) | - | 2 |
| Kasstromen uit / (gebruikt in) bedrijfsactiviteiten | (136) | (108) | (86) | (28) | - |
| Betaalde belastingen | (17) | (8) | (15) | (2) | (3) |
| Nettokasstromen uit / (gebruikt in) bedrijfsactiviteiten | (153) | (116) | (100) | (30) | (4) |
| Investeringsuitgaven | (33) | (26) | (33) | (34) | (45) |
| Ontvangsten uit de verkoop van immateriële activa en materiële vaste activa | 9 | 12 | 2 | 3 | 3 |
| Investeringen in geassocieerde deelnemingen en overnames na aftrek verworven geldmiddelen | (1) | (1) | (49) | 2 | (1) |
| Ontvangsten uit de verkoop van beëindigde activiteiten, na winstbelastingen, na aftrek van afgestane geldmiddelen | 915 | - | (5) | (4) | 2 |
| Opbrengsten uit overige investeringsactiviteiten | - | 9 | - | - | -# Geconsolideerde kasstroom overzichten 2020-2024 |
De Groep heeft ervoor gekozen om een kasstroomoverzicht te presenteren dat alle kasstromen omvat, inclusief zowel voortgezette als beëindigde bedrijfsactiviteiten.
Agfa ontwikkelt en produceert zijn inkjetinkten zelf, zodat ze perfect afgestemd zijn op zowel de printers waarin ze gebruikt worden als op spec- ifieke materialen en printtoepassingen. Agfa’s inkten zijn GREENGUARD Gold-gecertificeerd, wat betekent dat ze voldoen aan 's werelds strengste normen op het vlak van chemische uitstoot en dat ze gebruikt kunnen worden in gevoelige binnenomgevingen zoals scholen en zorginstellingen.
AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024 329
Bij Agfa HealthCare gaan we verder dan het leveren van technologie. We zijn een strategische partner gericht op het succes van de klant. Door het delen van expertise helpen we bij het ondersteunen van impactvolle operationele resultaten en anticiperen we op toekoms- tige uitdagingen. Ons doel is om samen te groeien en een verleng- stuk te worden van de teams van onze klanten.
330
331
AGFA-GEVAERT jaarverslag 2024
Op grond van de informatie waarover de Vennootschap beschikt ingevolge transparantieverklaringen die overeenkomstig de wettelijke en statutaire bepalingen ter zake werden ontvangen, zijn de belangrijkste aandeelhouders momenteel:
| euro | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Winst per aandeel | 3,66 | (0,11) | (1,41) | (0,66) | (0,59) | |
| Nettobedrijfskasstroom per aandeel | (0,81) | (0,65) | (0,55) | (0,18) | (0,00) | |
| Brutodividend | - | - | - | - | - | |
| Beurskoers aan het einde van het jaar | 3,90 | 3,79 | 2,67 | 1,47 | 0,72 | |
| Hoogste beurskoers van het jaar | 4,83 | 4,55 | 4,13 | 2,99 | 1,51 | |
| Laagste beurskoers van het jaar | 2,90 | 3,49 | 2,65 | 1,25 | 0,59 | |
| Gemiddelde volume verhandelde aandelen per dag | 272.995 | 204.607 | 173.097 | 160.699 | 231.011 | |
| Gewogen gemiddelde aantal uitstaande aandelen | 167.751.190 | 165.003.570 | 156.236.319 | 154.820.528 | 154.820.528 |
Afdeling Investor Relations
Septestraat 27, B-2640 Mortsel, België
Tel. +32-(0)3-444 7124
[email protected]
www.agfa.com/investorrelations
332
| euro | 2023-01-01 | 2023-12-31 | 2024-01-01 | 2024-12-31 | |
|---|---|---|---|---|---|
| IssuedCapitalMember | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | |
| SharePremiumMember | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | |
| RetainedEarningsMember | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | |
| TreasurySharesMember | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | |
| RevaluationSurplusMember | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | |
| ReserveOfCashFlowHedgesMember | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | |
| ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | |
| ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | |
| EquityAttributableToOwnersOfParentMember | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | |
| NoncontrollingInterestsMember | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | |
| IssuedCapitalMember | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | |||
| SharePremiumMember | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | |||
| RetainedEarningsMember | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | |||
| TreasurySharesMember | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | |||
| RevaluationSurplusMember | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | |||
| ReserveOfCashFlowHedgesMember | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | |||
| ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | |||
| ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | |||
| EquityAttributableToOwnersOfParentMember | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | |||
| NoncontrollingInterestsMember | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | |||
| IssuedCapitalMember | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | ||
| SharePremiumMember | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | ||
| RetainedEarningsMember | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | ||
| TreasurySharesMember | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | ||
| RevaluationSurplusMember | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | ||
| ReserveOfCashFlowHedgesMember | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | ||
| ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | ||
| ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | ||
| EquityAttributableToOwnersOfParentMember | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | ||
| NoncontrollingInterestsMember | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | 549300IHBDUTUNQJJB79 | ||
| xbrli:shares | |||||
| iso4217:EUR |
Building tools?
Free accounts include 100 API calls/year for testing.
Have a question? We'll get back to you promptly.