Annual Report (ESEF) • Apr 12, 2022
Preview not available for this file type.
Download Source FilePascal Juéry, CEO
Frank Aranzana, Voorzitter van de Raad van Bestuur
2021 was opnieuw een jaar met vele uitdagingen. Enerzijds bleef het COVID-19-virus de wereld in zijn greep houden en verplichtte het de hele samenleving om tot het uiterste te gaan om een nieuwe lockdown te voorkomen. Anderzijds zagen we een geleidelijke verbetering van de vraag en snel stijgende kosten voor grondstoffen, energie, verpakking, transport en lonen, en de problemen in de toeleveringsketen die het bedrijfsleven flink parten spelen.
Onder deze complexe omstandigheden realiseerde Agfa-Gevaert een aantal belangrijke mijlpalen in het transformatieproces van de onderneming en de verbetering van de winstgevendheid in 2021. Zo hebben we in ons streven naar het uitbouwen van een eenvoudig, wendbaar en toekomstgericht organisatiemodel in oktober 2021 het plan aangekondigd om met Atos in zee te gaan voor onze interne IT-activiteiten. Volgens de voorwaarden van deze voorgenomen samenwerking zal een groot deel van Agfa’s interne informatie- en communicatiediensten – inclusief de betrokken posities en werknemers – aan Atos overgedragen worden. In nauwe samenwerking met Agfa zal Atos IT-oplossingen van wereldklasse ontwerpen en implementeren. Dankzij deze samenwerking zullen we ons volledig kunnen concentreren op onze klanten en op de evolutie van ons portfolio, terwijl we voor onze state-of-the-art IT-oplossingen en -ontwikkelingen kunnen vertrouwen op een partner.
Verder ligt het project om de Offset Solutions-activiteiten te organiseren in een zelfstandige vennootschapsstructuur goed op schema en hebben we onze go-to-market-organisatie drastisch vereenvoudigd, van een matrixstructuur naar een globale business unit-structuur.
In 2021 hebben we ook ons programma om de risico's van de pensioenen te verminderen afgerond, wat heeft geleid tot aanzienlijk lagere nettoverplichtingen en minder pensioenuitgaven.
Verder hebben wij in 2021 een programma voor de inkoop van eigen aandelen gelanceerd voor een volume tot 50 miljoen euro. Vorig jaar kocht de Groep ongeveer 7,31 miljoen aandelen voor een bedrag van 29 miljoen euro. Dit leidde tot een annulering van 11,3 miljoen aandelen (inclusief eigen aandelen die al in bezit waren voor de start van het inkoopprogramma), of 6,6% van het totaal aantal aandelen. Het programma dat dit jaar nog wordt verder gezet, stelt onze aandeelhouders in staat om mee te genieten van de verkoop van een deel van de HealthCare IT-activiteiten. Het bewijst eveneens ons vertrouwen in het transformatieproces van onze onderneming.
Tot slot vermelden we ook graag dat we in 2021 ons Executive Managementteam konden versterken met enerzijds de benoeming van Vincent Wille als President van de divisie Digital Print & Chemicals en anderzijds de benoeming van Gunther Koch als Chief Human Resources Officer voor de Agfa-Gevaert Groep. Begin februari 2022 vervoegde Nathalie McCaughley de Agfa-Gevaert Groep als President van de HealthCare IT-divisie. Zij vervangt Luc Thijs die na een schitterende loopbaan van meer dan 30 jaar besliste om afscheid te nemen van de Agfa-Gevaert Groep.
Op het vlak van de bedrijfsactiviteiten zien we in onze resultaten de eerste voorzichtige tekenen van een terugkeer naar het normaal, de periode vóór COVID-19. De vraag naar onze oplossingen en producten neemt in de meeste van onze activiteitsgebieden weer toe, zij het niet overal met dezelfde snelheid. Zonder wisselkoers-effecten boekte de Agfa-Gevaert Groep een omzetgroei van 3,4%. Ondanks een trage start in de eerste maanden van het jaar – die nog steeds sterk door de pandemie beïnvloed waren – verbeterden de divisies Digital Print & Chemicals en Offset Solutions hun omzet gevoelig door succesvolle prijsverhogingen en volumetoenames.
In de divisie Radiology Solutions leed de omzet van de Direct Radiography-activiteiten onder de onzekerheid in de markt. In de nasleep van de pandemie herbekijken ziekenhuizen hun prioriteiten en worden grootschalige DR-projecten uitgesteld. Op het vlak van medische film volstonden prijsverhogingen niet om de voortdurende impact van de kosteninflatie, de pandemie en de effecten in het begin van 2021 van aangepaste centrale aankooppraktijken in China te compenseren.
Zoals verwacht kende de HealthCare IT-divisie een opleving van de volumes en de rendabiliteit tegen het einde van het jaar. In de loop van het jaar zag de divisie een tijdelijke vertraging in projectimplementaties, maar het orderboek bleef steeds op een gezond niveau.
Aangezien prijsacties de Groep in staat stelden om de kosteninflatie deels te compenseren, daalde de brutowinstmarge slechts licht tot 28,3% van de omzet.
Als bedrijf geloven we dat we de verantwoordelijkheid hebben om een betere toekomst voor de volgende generaties te creëren. Daarom is duurzaamheid de belangrijkste drijfveer in al onze acties en gedragingen. Hoewel duurzaamheid altijd al deel heeft uitgemaakt van Agfa's DNA, werden de inspanningen om duurzaamheidsprioriteiten in de bedrijfsstrategie op te nemen traditioneel vooral op team- en divisieniveau aangepakt. In 2020 hebben we ons gericht op het uitbouwen van een algemene bedrijfsaanpak om projecten en middelen te kaderen en te coördineren. Het afgelopen jaar hebben we verder gewerkt aan de vertaling van onze bedrijfsdoelstellingen in concrete plannen en acties. Daartoe hebben we de prioriteiten van onze divisies en teams systematisch gekoppeld aan de algemene maatschappelijke impact via het kader dat wordt aangereikt door de 2030-agenda voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties. We hebben ook de integratie van het Corporate Sustainability Office binnen het globale bestuur versterkt, om zo Agfa's duurzaamheidsstrategie verder te verweven met de bedrijfsactiviteiten.
Dit jaar voerden we voor het eerst een door derden uitgevoerde rating van onze duurzaamheidsprestaties uit via EcoVadis, zodat we onze praktijken konden vergelijken met de ‘best in class’. Dit resulteerde in de toekenning van een bronzen medaille.
In 2021 hebben we onze middelen verder ingezet op het verminderen van onze operationele voetafdruk, zowel op het vlak van energiegebruik als van CO2-emissies, op het verhogen van het circulair gebruik van grondstoffen en op het verminderen van afval. Op het vlak van CO2-uitstoot engageert de Groep zich tot het uitwerken van een roadmap die in lijn ligt met de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs.
Verder hebben we onze interne en externe communicatie transparanter gemaakt, bijvoorbeeld door een specifieke duurzaamheidsrubriek op onze corporate website te creëren en informeren we onze medewerkers op geregelde tijdstippen over de vooruitgang die we op dit vlak boeken.
Voorts boekten we vooruitgang voor een aantal 2025-doelstellingen die we voor belangrijke materiële thema's hebben bepaald, bijvoorbeeld op het vlak van het verhogen van het veiligheidsniveau in onze activiteiten. In sommige domeinen was het moeilijker om de verwachte verbeteringen te realiseren, bijvoorbeeld wat betreft het verhogen van het aandeel vrouwen bij nieuwe aanwervingen. Hiervoor hebben we al corrigerende maatregelen genomen die ons zullen helpen om ook op dat vlak beter te doen.
We weten dat we nog lang niet aan het einde van deze duurzaamheidsreis zijn, maar we zijn trots op de mijlpalen die we tot nu toe hebben bereikt en we zijn klaar om door te gaan, gesteund door het enthousiasme van een groeiend aantal interne ambassadeurs.
In 2021 investeerde Agfa opnieuw 5,4% van de omzet in onderzoek en ontwikkeling, een constante blijk van ons engagement om innovatieve oplossingen te ontwikkelen die een aanzienlijke toegevoegde waarde bieden aan onze klanten en bij uitbreiding de samenleving in het algemeen. In de voorbije 150 jaar hebben we een indrukwekkende intellectuele eigendomsportfolio uitgebouwd, die vandaag 814 actieve patentfamilies telt. We onderzoeken voortdurend hoe we onze technologische kracht kunnen toepassen om ultramoderne, duurzame oplossingen te bieden voor een veelvoud aan toepassingen in de verschillende markten waarin we actief zijn.
Zo introduceerde Agfa begin 2021 haar snelste Jeti Tauro-inkjetpers tot op heden. De Jeti Tauro H3300 UHS LED-inkjetpers, bijgenaamd ‘The Beast', bedrukt media tot 3,3 m breed in vier of zes kleuren aan een snelheid tot 600 m²/u. Om aan de groeiende vraag voor inkjetinkt te voldoen, breidden we onze productiecapaciteit aanzienlijk uit. Een nieuwe productievestiging in Mortsel, België, die zich toelegt op inkjetinkten op waterbasis, werd in 2021 operationeel.# Agfa-Gevaert – Jaarverslag 2021
De nieuwe fabriek stelt ons in staat een belangrijke leverancier te worden van waterige inkjetinkten voor een brede waaier van nieuwe toepassingen. De doelmarkten zijn het groeiende segment van het drukken op decorpapier voor de productie van laminaatvloeren en meubelpanelen, evenals verscheidene veelbelovende verpakkingstoepassingen. Voor de offsetdrukindustrie focussen we met ons ECO 3-programma op ecologie, economie en extra gebruiksgemak. Dit maakt drukprocessen duurzamer doordat het de mogelijkheid geeft om de inktconsumptie te verlagen, minder afval te creëren en drukprocessen schoner, kostenefficiënter en eenvoudiger te maken. Dankzij onze ECO 3-oplossingen kunnen drukkers tot 30% besparen op papier, 40% op inkt en tot 90% op water en de afvalvolumes kunnen met 50% teruggedrongen worden.
In 2021 introduceerde Agfa met Amfortis een alles-in-één workflowoplossing voor de offset-verpakkingsindustrie. Amfortis combineert verschillende unieke softwaretools in één krachtige workflowoplossing. Het vormt een aanvulling op Agfa's aanbod voor offsetverpakkingsdrukkers, dat al duurzame drukplaten en performante computer-to-plate-systemen omvatte.
Vorig jaar voerde Agfa het nieuwe hoogperformante ZIRFON UTP 220-membraan toe aan zijn membraanportfolio voor de productie van waterstof. ZIRFON UTP 220 heeft een uitstekende duurzaamheid en zijn lage weerstand maakt de hoogste opbrengst van waterstofproductie mogelijk. Met het nieuwe membraan zet Agfa een nieuwe productiviteitsnorm voor geavanceerde alkalische elektrolyse. Met onze ZIRFON-membranen bevinden we ons in een goede positie om een belangrijke rol te spelen bij de opkomst van de groene waterstofeconomie. Een recente studie van het Fraunhofer Instituut op basis van Agfa’s ZIRFON-scheidingsmembranen, bevestigt dat de alkalische elektrolysetechnologie het meest kostenefficiënte waterstofproductiesysteem tot op heden is. Het Duitse Thyssenkrupp Nucera heeft recent met ons een aankoopcontract gesloten voor de levering van een aanzienlijk volume van onze ZIRFON-scheidingsmembranen voor gebruik in grootschalige waterstofprojecten.
Agfa's radiologieoplossingen helpen ziekenhuizen over de hele wereld in hun strijd tegen COVID. Het DR 100s-systeem, bijvoorbeeld, kan gebruikt worden om röntgenonderzoeken van hoge kwaliteit aan het bed uit te voeren. Dat betekent dat de patiënt niet naar de beeldvormingsafdeling hoeft gebracht te worden om onderzocht te worden. In november 2021 lanceerde Agfa zijn nieuwe digitale radiografiezaal VALORY. VALORY levert een eenvoudig ontwerp met een functionaliteit die veel verder gaat dan de 'basis' en brengt betrouwbaarheid, productiviteit en 'first-time-right'-beeldvorming binnen het bereik van elk ziekenhuis. Het biedt een ideale oplossing als back-up voor grote ziekenhuizen of als het hoofdröntgensysteem voor kleinere zorgcentra, waar betrouwbaarheid van de apparatuur geen optie maar een must is.
In augustus 2021 werd Agfa HealthCare een van de eerste ondernemingen die de nieuwe Europese Medical Device Regulation (MDR)-certificering ontvingen. Deze certificering stelt ons in staat om het Enterprise Imaging-platform, de modules en de componenten ervan, te blijven uitbreiden en zonder enige onderbreking innovaties uit te brengen om tegemoet te komen aan de evoluerende behoeften van onze klanten en de markt.
Volgens het KLAS Research 2021 Enterprise Imaging Performance Report is Agfa HealthCare een van de leveranciers die als geen ander klaar is voor toekomstige Enterprise Imaging-gebruikers. Het rapport plaatst Agfa HealthCare bij de leveranciers van Enterprise Imaging-oplossingen die het best scoren op het vlak van strategische begeleiding in de vorm van beheer, veranderingsmanagement en langetermijnvisie.
Een recent onderzoek over cyberbeveiliging, uitgevoerd door KLAS en Censinet, positioneert Agfa HealthCare niet alleen als een pionier op het vlak van cyberbeveiligingstransparantie, maar ook als 'cybersecurity mature' op alle gebieden, inclusief netwerkbeveiliging, gegevensbescherming en veerkracht van het systeem.
Wij verwachten dat de inflatiedruk – inclusief de inflatie van de loonkosten – zichtbaarder zal worden in de loop van het jaar. We voeren daarom passende prijsverhogingen door. Een aantal prijsverhogingen die in de loop van 2021 werden aangekondigd, zullen de komende kwartalen hun volledige effect tonen, maar nog meer prijsverhogingen kunnen noodzakelijk zijn. Algemeen gezien zet de Agfa-Gevaert Groep het strakke werkkapitaal- en kostenbeheer voort.
Voorts verwacht de Groep dat de onzekerheid in de markten nog tot een eind in 2022 zal blijven duren. Recent heeft de crisis in Oekraïne nieuwe onzekerheden doen ontstaan die de Groep nu evalueert. Desondanks verwacht de Groep voor het volledige jaar 2022 een omzetgroei voor alle divisies. Voor de HealthCare IT-divisie zal 2022 een jaar van consolidatie zijn, aangezien de focus verschuift in de richting van rendabele groei. Investeringen in een aantal belangrijke resources zijn te verwachten. Verwacht wordt dat de voortdurende transformatieacties de Groep wendbaarder zullen maken en de operaties verder zullen vereenvoudigen. Ze zullen de Groep ook in staat stellen om vanaf 2023 de kosten verder te verlagen.
We danken oprecht onze klanten en distributeurs voor het vertrouwen dat ze in dit uitdagende jaar in onze onderneming stelden. We engageren ons ertoe om hen te blijven ondersteunen met de meest geavanceerde, kwaliteitsvolle en betrouwbare producten en diensten. We danken ook onze mensen. Zij stonden en staan aan de frontlinie van de pandemie terwijl ze onze klanten in de zorgsector en andere markten ondersteunen. Hun motivatie, hun vaardigheden, hun streven naar uitmuntendheid, samen met onze sterke merkbekendheid, onze R&D-capaciteiten van wereldklasse en onze geïntegreerde oplossingenportfolio vormen een solide basis voor het succes van ons transformatieprogramma voor de Groep. Tot slot danken we ook onze aandeelhouders voor hun onverminderde steun en vertrouwen.
| 31 DEC 2021 | 31 DEC 2020 | 31 DEC 2019 | 31 DEC 2018 | 31 DEC 2017 | |
|---|---|---|---|---|---|
| WINST- EN VERLIESREKENING | |||||
| Opbrengsten | 1.880,6 | 1.820,3 | 1.783,3 | 1.782,2 | 1.730,4 |
| Evolutie t.o.v. vorig jaar | 3,3% | 2,1% | 0,0% | 3,0% | -4,0% |
| Offset Solutions | 350 | 375 | 201 | 197 | 178 |
| Aandeel in groepsomzet | 18,6% | 20,6% | 11,3% | 11,1% | 10,3% |
| Digital Print & Chemicals | 410 | 365 | 138 | 114 | 121 |
| Aandeel in groepsomzet | 21,8% | 20,0% | 7,7% | 6,4% | 7,0% |
| Radiology Solutions | 637 | 675 | 735 | 757 | 747 |
| Aandeel in groepsomzet | 33,9% | 37,1% | 41,2% | 42,5% | 43,2% |
| HealthCare IT | 270 | 175 | 140 | 130 | 120 |
| Aandeel in groepsomzet | 14,4% | 9,6% | 7,9% | 7,3% | 6,9% |
| Brutowinst | 317 | 280,6 | 255 | 178 | 165 |
| Winst (verlies) uit bedrijfsactiviteiten | -57 | -53 | -47 | -53 | -50 |
| Nettofinancieringslasten | (20) | (20) | (15) | (13) | (8) |
| Winstbelastingen | (15) | (17) | (10) | (16) | (16) |
| Winst (verlies) toewijsbaar aan Aandeelhouders van de onderneming | -92 | -90 | -72 | -82 | -74 |
| Minderheidsbelangen | 10 | 10 | 6 | 12 | 7 |
| Reorganisatiekosten en niet-recurrente resultaten | (41) | (15) | 111 | 88 | 15 |
| Aangepaste EBIT | -16 | -38 | 39 | 35 | -5 |
| Aangepaste EBITDA | 113 | -325 | 149 | 70 | -5 |
| KASSTROOM | |||||
| Nettokasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 174 | (111) | 157 | (157) | (115) |
| Investeringsuitgaven | (35) | (25) | (14) | (11) | (15) |
| BALANS | |||||
| Eigen vermogen | 140 | 160 | 210 | 240 | 256 |
| Netto financiële schuld | 138 | 197 | 105 | (163) | (75) |
| Vlottende activa verminderd met kortlopende verplichtingen | 154 | 145 | 175 | 103 | 73 |
| Totale activa | 1.705 | 1.759 | 1.710 | 1.734 | 1.746 |
| AANDELENINFORMATIE (EURO) | |||||
| Winst per aandeel | -0,25 | -0,25 | -0,20 | -0,23 | -0,21 |
| Nettobedrijfskasstroom per aandeel | 0,05 | -0,03 | 0,05 | -0,04 | -0,03 |
| Brutodividend | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 |
| Aantal uitstaande gewone aandelen met stemrecht op jaareinde | 37.296.110 | 37.296.110 | 37.296.110 | 37.296.110 | 37.294.575 |
| Gewogen gemiddelde aantal uitstaande gewone aandelen | 37.296.110 | 37.296.110 | 37.296.110 | 37.296.110 | 37.294.575 |
| PERSONEELSLEDEN (op het einde van het jaar) | |||||
| Voltijdse equivalenten (actieven) | 9.874 | 9.553 | 10.703 | 10.552 | 9.025 |
(1) Voor immateriële activa en materiële vaste activa.
(2) De Groep heeft IFRS 16 voor de eerste keer toegepast op 1 januari 2019, volgens de ‘modified retrospective approach’. Onder deze toepassing wordt vergelijkbare informatie over voorgaande perioden niet herwerkt. Bij de eerste toepassing van IFRS 16 was er geen effect op ingehouden winsten. Cijfers voor 2018 en 2019 hebben betrekking op voortgezette activiteiten.
(3) Conform IFRS 5.33 licht de Onderneming in haar Geconsolideerde winst- en verliesrekening en Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, in één bedrag, het resultaat uit beëindigde bedrijfsactiviteiten toe. Dit bedrag omvat de winst uit operationele beëindigde activiteiten na belastingen en de winst uit de verkoop van de totale geïdentificeerde afgestoten nettoactiva. De Groep stootte in juli 2019 haar doorverkoopactiviteiten met betrekking tot ‘Digital Print & Chemicals’ in de Verenigde Staten af en in mei 2020 verkocht ze een deel van Agfa HealthCare’s IT-activiteiten. Bijgevolg werden deze toelichtingen over voorgaande perioden, zijnde 2019, anders dan voorheen gerapporteerd.
(4) Zie toelichting 12 p. 161.
De Agfa-Gevaert Groep is een toonaangevende onderneming in beeldvormingstechnologie met meer dan 150 jaar ervaring. Agfa ontwikkelt, produceert en verkoopt analoge en digitale systemen voor de drukindustrie, voor de gezondheidszorg en voor specifieke industriële toepassingen. De Groep heeft vier divisies: Radiology Solutions, HealthCare IT, Digital Print & Chemicals en Offset Solutions. De financiële rapportering van de Agfa-Gevaert Groep is gebaseerd op deze divisiestructuur.
Het hoofdkantoor en de moedermaatschappij van de Agfa-Gevaert Groep zijn gevestigd in Mortsel, België. De grootste productie- en onderzoekscentra van de Groep zijn gevestigd in België, de Verenigde Staten, Canada, Duitsland, Oostenrijk, China en Brazilië.# De Groep
De Groep is wereldwijd commercieel actief via eigen verkooporganisaties in meer dan 40 landen. In landen waar de Groep geen eigen verkooporganisatie heeft, wordt de markt bediend door een netwerk van agenten en vertegenwoordigers.
De divisie Radiology Solutions is een belangrijke speler op de markt van de diagnostische beeldvorming en levert analoge en digitale beeldvormingstechnologie om tegemoet te komen aan de behoeften van gespecialiseerde artsen in ziekenhuizen en beeldvormingscentra over de hele wereld. Agfa’s innovatieve beeldvormingsapparatuur en zijn toonaangevende MUSICA-software voor beeldverwerking stellen de norm op het vlak van productiviteit, veiligheid, klinische waarde en kosteneffectiviteit. Met meer dan 150 jaar ervaring helpt Agfa zijn klanten om de kwaliteit en efficiëntie van hun patiëntenzorg te verbeteren. Elke dag opnieuw bewijst Agfa dat medische beeldvorming in zijn DNA zit.
Agfa HealthCare’s IT-afdeling ondersteunt zorgverleners over de hele wereld met veilige, efficiënte en duurzame beeldbeheersystemen. Met de focus op haar robuuste en eengemaakte Enterprise Imaging-platform helpt de divisie klanten bij het beheren van de toewijzing van middelen, het verbeteren van de productiviteit en het aanbieden van betrouwbare diagnoses met op de patiënt gerichte contextuele intelligentie. Met het bieden van meerwaarde als kernengagement, voldoet Agfa HealthCare’s technologie aan de noden van tal van specialisaties. Hij standaardiseert op veilige manier workflows en maakt naadloze samenwerking mogelijk tussen afdelingen en over hele gebieden heen. Van de productontwikkeling tot de implementatie zijn Agfa HealthCare’s toonaangevende Imaging IT-softwaresystemen erop gericht om de complexiteit te verminderen en om zorgaanbieders te helpen om hun klinische, operationele en zakelijke strategieën waar te maken.
Agfa’s Digital Print & Chemicals-divisie bedient een grote verscheidenheid aan industrieën. Voortbouwend op Agfa’s expertise in de chemie en zijn diepgaande kennis van de grafische industrie, heeft de divisie een leidende positie in inkjetdruk. Agfa biedt sign & display-drukkerijen een reeks zeer productieve en veelzijdige grootformaatinkjetprinters met aangepaste inkten, aangedreven door specifieke workflow software. Daarnaast ontwikkelt het hoogperformante inkjetinkten en vloeistoffen voor industriële inkjettoepassingen waardoor fabrikanten print kunnen integreren in hun bestaande productieprocessen. Het biedt ook speciale inkjetinkten voor specifieke hightech industrieën zoals de gedrukte elektronica-industrie. Verder levert deze divisie membranen aan de waterstofproductie-industrie en produceert ze een breed assortiment van bedrukbare synthetische papiersoorten. Het productassortiment wordt aangevuld met films voor micrografie, niet-destructief materiaalonderzoek, luchtfotografie en de productie van gedrukte schakelingen.
De divisie Offset Solutions is wereldwijd toonaangevend in de offsetdrukwereld. Ze biedt commerciële, kranten- en verpakkingsdrukkerijen het meest uitgebreide assortiment geïntegreerde drukvoorbereidings- en drukoplossingen. Deze omvatten de volledige drukvoorbereidingsworkflow tot aan de pers met computer-to-plate-systemen die gebruik maken van digitale offsetdrukplaten, pressroom supplies en state-of-the-art software voor workflow-optimalisatie, kleurbeheer, raster- en druknormalisatie. Agfa’s duurzame innovaties voor offsetdruk brengen waarde voor drukkerijen op het vlak van ecologie, economie en extra comfort, kortweg ECO³.
Agfa’s belangrijkste productie- en O&O-centra
| HQ | VS | Canada | Italië | Israël | Oostenrijk | België | Brazilië | China | Duitsland | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bushy Park | Mississauga | Manerbio | Netanya | Wenen | Mortsel | Suzano | Shanghai | München | ||
| Waterloo | Macerata | Heultje | Wuxi Imaging | Peissenberg | ||||||
| Gent | Wuxi Printing | Peiting | ||||||||
| Schrobenhausen | ||||||||||
| Wiesbaden |
“Agfa is toegewijd aan zijn missie: de partner bij uitstek zijn voor beeldvorming- en informatiesystemen in alle markten waarin het actief is, van de grafische industrie over de sector van de gezondheidszorg tot gespecialiseerde industriële markten. Hiertoe bieden we ultramoderne technologieën, betaalbare oplossingen en innovatieve manieren van werken aan op basis van ons diepgaand inzicht in de activiteiten en de individuele noden van onze klanten. Investeren in innovatie en het leveren van oplossingen van topkwaliteit zijn hierbij de sleutelbegrippen. We hechten echter evenveel belang aan een verantwoordelijke, duurzame en transparante manier van werken. We zijn ervan overtuigd dat dit de juiste aanpak is om het langetermijnsucces van onze onderneming te verzekeren.”
Pascal Juéry, CEO van de Agfa-Gevaert Groep
Overzicht vooruitgang KPI’s in 2021
Onze prioriteiten
Onze bestuursstructuur
Dubbele materialiteitsbeoordeling
Risicobeheer
Onze stakeholders
Onze certificaten
Bijlage 1: GRI indextabel
Bijlage 2: GRI milieu-indicatoren
Bijlage 3: EU-Taxonomie
In het verslag van 2021 zijn de volgende KPI's gewijzigd ten opzichte van de vorige verslagen.
Wij zijn ervan overtuigd dat het onze plicht is om op verantwoorde, duurzame en transparante wijze zaken te doen. Deze sterke overtuiging schraagt de lange traditie van Agfa van maatschappelijk verantwoord ondernemen: streven naar winstgevende groei en in onze zakelijke strategie tegelijkertijd rekening houden met onze bredere impact op het milieu en op de samenleving als geheel. Wij hebben een traditie van werken met een hoge mate van uitmuntendheid, van een voortdurende verbetering van onze processen, waarbij we de naleving van regelgeving zien als de basis voor verdere optimalisatie. De afgelopen jaren hebben wij een kritische blik geworpen op onze benadering van verantwoord zakendoen, om te zorgen dat onze werkwijze is afgestemd op de verwachtingen van onze stakeholders en ook op onze eigen kernwaarden en onze ambitie om onze rol als toonaangevende marktspeler te behouden. Dit onderzoek heeft ons doen beseffen dat we onze maatschappelijke verantwoordelijkheid als bedrijf op een hoger niveau moeten tillen door een volledige integratie van de strenge normen op het vlak van ESG-criteria (Environmental, Social and Governance; milieu, samenleving en bestuur) in onze dagelijkse activiteiten. Dit inzicht, gekoppeld aan een gegroeid collectief bewustzijn van wereldwijde uitdagingen, waaronder de huidige klimaatnoodtoestand, het welzijn van onze medewerkers in deze voortdurend veranderende tijd en de strengere vereisten van de markt, hebben ons aangezet tot het verfijnen van onze algehele benadering van duurzaamheid.
In 2020 hebben we de ambitie voor onze duurzaamheidstransformatie opgevoerd. 2021 was het jaar van de versnelling, waarbij de ambitie werd omgezet in concrete acties en gedurfde plannen voor de toekomst. Hoewel duurzaamheid altijd al deel heeft uitgemaakt van Agfa's DNA, werden de inspanningen om de duurzaamheidsprioriteiten in de bedrijfsstrategie op te nemen traditioneel vooral op team- en divisieniveau geleverd. In 2020 concentreerden we ons op het uitbouwen van een algemene bedrijfsaanpak om projecten, middelen en doelstellingen tussen verschillende regio's en afdelingen te omkaderen en te coördineren. In 2021 hebben we verder gewerkt aan de omzetting van de bedrijfsdoelstellingen in concrete acties. De details van ons werk en het resultaat van onze inspanningen zijn te vinden in dit verslag; hier een lijst van de mijlpalen op hoog niveau die de uitrol van de strategie in 2021 hebben ondersteund:
Ongevallen met meer dan één verloren dag -19% (i.v.m. 2019)
Agfa's indrukwekkende IP-portfolio: 814 actieve octrooifamilies, 3.014 actieve octrooirechten
AGFA-GEVAERT NV (GROUP) has been awarded a Bronze medal as a recognition of their EcoVadis Rating 2021 - DECEMBER 2021 - Valid until: December 2022 EcoVadis® is a registered trademark. © Copyright EcoVadis 2018 - All rights reserved You are receiving this score/medal based on the disclosed information and news resources available to EcoVadis at the time of assessment. Should any information or circumstances change materially during the period of the scorecard/medal validity, EcoVadis reserves the right to place the business’ scorecard/medal on hold and, if considered appropriate, to re-assess and possibly issue a revised scorecard/medal.
CO 2 -emissies (Scope 1 & 2) daalden tot 137,7 (kton/jaar)
2017 182,1
2021 137,7
2019 162,7
Op deze pagina vindt u een samenvatting van onze vooruitgang met betrekking tot de belangrijkste kritieke prestatie-indicatoren (KPI’s). Meer details over specifieke uitsplitsingen, bv. afval per soort bestemming, en uitleg over de acties die de veranderingen bepalen worden gegeven in de volgende hoofdstukken van dit verslag. We zijn op verschillende tijdstippen begonnen met het opvolgen van verschillende KPI's. Voor sommige KPI's zijn oudere gegevens dan ook niet beschikbaar. Wij zijn van plan het aantal gepubliceerde KPI's in de toekomst geleidelijk uit te breiden op basis van de behoeften die in dialoog met onze interne en externe stakeholders naar voren komen.
| KPI | Eenheid | 2021 | 2020 | Percentage Verandering | 2019 | 2015 | Percentage Verandering |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Planeet | |||||||
| Productvolumes | ton/jaar | 31.871,5 | 32.807,7 | +2.90% | 30.641,5 | 31.858,7 | -3.85% |
| Percentage gerecycleerd aluminium | % | 15.23 | 15.33 | +0.65% | 14.18 | n.v.t. | n.v.t. |
| Totaal afvalvolume | ton/jaar | 150.877 | 138.061 | +9.28% | 135.077 | 145.075 | -6.89% |
| Specifiek afvalvolume | kg/ton product | 17.31 | 17.27 | +0.23% | 18.26 | 18.30 | -0.22% |
| Aandeel gevaarlijk afval | % | 11 | 15 | -33.33% | 17 | 18 | -5.56% |
| Niet-gestort afval | % | 29.15 | 29.19 | +0.14% | 29.20 | 26.37 | +10.73% |
| Totaal waterverbruik | m³/jaar | 70.237 | 65.207 | +7.71% | 60.249 | 56.309 | +7.00% |
| Specifiek waterverbruik | m³/ton product | 1.51 | 1.53 | -1.30% | 1.47 | 1.45 | +1.38% |
| Totale hoeveelheid afvalwater | m³/jaar | 17.026.977 | 16.827.025 | +1.19% | 17.073.062 | 16.579.042 | +3.00% |
| Specifiek afvalwatervolume | m³/ton product | 0.83 | 0.93 | -10.75% | 0.82 | 0.11 | +745.45% |
| Verontreinigende belasting van het afvalwater | ton/jaar | 17.53 | 16.21 | +8.14% | 14.13 | 7.620 | +85.43% |
| Totaal energieverbruik | TJ/jaar | 18.137 | 18.155 | -0.10% | 18.747 | 18.519 | +1.23% |
| Specifiek energieverbruik | GJ/ton product | 1.21 | 1.21 | +0.00% | 1.19 | 1.19 | +0.00% |
| Totale CO 2 -uitstoot (Scope 1 + Scope 2) naar lucht | kton/jaar | 17.117 | 17.771 | -3.68% | 17.437 | 17.419 | +0.10% |
| Specifieke CO 2 -emissies naar de lucht | kton/ton product | 0.18 | 0.18 | +0.00% | 0.18 | 0.18 | +0.00% |
| Emissies van ozonafbrekende stoffen | ton CO 2 equivalenten/jaar | 6.023.1 | 5.203.3 | +15.75% | (1) | 17.063.8 | n.v.t. |
| NOx, SO 2 , VOS, VOC-emissies | ton/jaar | 17.58 | 17.71 | -0.73% | 17.25 | 15.19 | +13.56% |
| VOS-emissies | ton/jaar | 7.53 | 8.71 | -13.55% | 7.20 | 7.17 | +0.42% |
| Specifieke VOS-emissies | kg/ton product | 0.75 | 0.77 | -2.60% | 0.71 | 0.72 | -1.39% |
| Mensen | |||||||
| Frequentiegraad (Fg) van te melden ongevallen (aantal ongevallen/prestatie-uren) * | 1/1.000.000 | 1.32 | 1.70 | -22.35% | 1.49 | 1.39 | +7.19% |
| Frequentiegraad (Fg) van ongevallen met minimum één verloren werkdag (aantal ongevallen/ gewerkte uren) * | 1/1.000.000 | 0.62 | 0.76 | -18.42% | 0.60 | 0.57 | +5.26% |
| Aantal ongevallen met minimum één verloren werkdag | (aantal) | 52 | 71 | -26.76% | 50 | 49 | +2.04% |
| Graad van ernst van de ongevallen met minimum één verloren werkdag (Aantal verloren werkdagen/ gewerkte uren) * | 1/1.000.000 | 0.0326 | 0.0310 | +5.16% | 0.0331 | 0.0327 | +1.22% |
| Vrouwen totaal personeelsbestand | % | 16.37 | 16.17 | +1.24% | 15.16 | 15.13 | +0.20% |
| Vrouwen bij aanwerving | % | 47.77 | 45.87 | +4.14% | 43.17 | 37.47 | +15.21% |
| Vrouwen hoog management (niveau 1 en 2) | % | 15.7 | 16.3 | -3.68% | 11.28 | n.v.t. | n.v.t. |
| Vrouwen hoog management (niveau 3) | % | 12.3 | 14.5 | -15.17% | 8.20 | 10.3 | -20.39% |
| Vrouwen middenkader | % | 16.20 | 16.10 | +0.62% | 15.20 | 15.22 | -0.13% |
| Vrouwen laag management | % | 16.21 | 16.15 | +0.37% | 16.15 | 16.10 | +0.31% |
| Vrouwen niet-management | % | 17.20 | 17.15 | +0.29% | 17.20 | 17.15 | +0.29% |
| Prestatie | |||||||
| Contracten ondertekend door belangrijke en kernleveranciers met de Agfa Leverancier CoC | % | 100 | 100 | = n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Prestatie % jaaromzet geïnvesteerd in O&O (voor de volledige Groep) | % | 5.37 | 5.36 | +0.19% | 5.36% | 5.36% | +0.00% |
In 2021 hebben wij de in het verleden gerapporteerde gegevens, die als maatstaf voor# Agfa-Gevaert – Jaarverslag 2021
De KPI-gegevens van Agfa-Gevaert zijn, conform de normale gang van zaken, grondig doorgelicht. Daarbij kwamen enkele zetfouten aan het licht. Deze zijn allemaal gecorrigeerd. De wijzigingen worden opgesomd in 'Opmerkingen over wijzigingen in de KPI-gegevens' (blz. 16). (1) Deze sterke stijging van de uitstoot van ozonarekende stoffen was te wijten aan een ernstig intern defect van een koelmachine op de site van Mortsel dat niet vroegtijdig kon worden opgespoord. Alle corrigerende maatregelen zijn intussen genomen.
| SDG | SDG-doelstelling | Strategische relevantie voor Agfa-Gevaert | Materieel onderwerp |
|---|---|---|---|
| Goede gezondheid en welzijn | Verzeker een goede gezondheid en promoot welzijn voor alle leeftijden | Wij willen een veilige, zorgzame, inspirerende en inclusieve werkomgeving aanbieden aan al onze mensen overal ter wereld. Ook willen wij producten in de handel brengen die maatschappelijk verantwoord zijn en bijdragen aan de gezondheid van de samenleving als geheel. | · Gezondheid en veiligheid · Product-stewardship en kwaliteit van service · Welzijn medewerkers |
| Kwaliteitsonderwijs | Verzeker gelijke toegang tot kwaliteitsvol onderwijs en bevorder levenslang leren voor iedereen | Wij zien continu leren en ontwikkeling als essentieel voor de groei van het individu en van de organisatie. Daarom ondersteunen we alle medewerkers in de ontwikkeling van hun unieke talenten en bij het verwerven van nieuwe en geavanceerde vaardigheden en kennis. | · Menselijk kapitaal, onderwijs en ontwikkeling |
| Gendergelijkheid | Bereik gendergelijkheid en empowerment voor alle vrouwen en meisjes | Wij willen vrouwen de mogelijkheid geven om te gedijen in een diverse en inclusieve organisatie waarin verschillen worden benut om ons aanbod te versterken en de samenleving die wij willen dienen te weerspiegelen. | · Welzijn medewerkers, menselijk kapitaal, leren en ontwikkeling |
| Industrie, innovatie en infrastructuur | Bouw veerkrachtige infrastructuur, bevorder inclusieve en duurzame industrialisering en stimuleer innovatie | Innovatie is een vast element van onze geschiedenis en ons DNA. Daarom zijn wij voortdurend op zoek naar nieuwe manieren om te voldoen aan de behoeften van onze klanten en de samenleving als geheel. | · Duurzame zakelijke oplossingen en productie · Innovatie en investering |
| Verantwoorde consumptie en productie | Verzeker duurzame consumptie- en productiepatronen | Wij zijn van mening dat verantwoorde consumptie en productie beginnen met een krachtig bestuur en met het nemen van de volledige verantwoordelijkheid voor processen in onze gehele waardeketen. Ten tweede zou een transformatie van de bedrijfsvoering gericht op een volledig circulair proces zorgen voor het realiseren van een volledig duurzame productie. | · Afvalbeheer en recycling van producten · Watergebruik en afvalwater · Duurzaamheid in de waardeketen · Schaarsheid en efficiënt gebruik van middelen · Duurzame productie · Ethisch zakelijk gedrag en naleving van regelgeving · Respect voor mensenrechten |
| Klimaatactie | Neem dringend actie om klimaatverandering en haar impact te bestrijden | Wij zijn van mening dat een goed gedijende samenleving gebaseerd is op een goed gedijend ecosysteem. Daarom staan wij volledig achter de noodzaak van dringende klimaatactie en de doelstellingen vastgelegd in de overeenkomst van Parijs. Om bij te dragen aan deze oproep tot actie zetten wij ons in voor de voortdurende verbetering van onze milieuprestaties. Op de eerste plaats in onze eigen bedrijfsvoering, en – net zo belangrijk – door het aanbieden van duurzame producten en systemen die onze klanten helpen om bij te dragen aan dezelfde doelstellingen. | · Uitstoot van broeikasgassen · Energiegebruik |
Het raamwerk dat wij gebruiken voor het definiëren en onderling aan elkaar koppelen van onze prioriteiten en het omschrijven van onze impact is de agenda voor duurzame ontwikkeling 2030 van de VN met zijn 17 doelstellingen voor duurzame ontwikkeling (Sustainable Development Goals; SDG’s). Dit helpt ons om de doelstellingen van onze activiteiten, de verschillende implicaties op bedrijfsvoeringsniveau en de uitwisseling met collegabedrijven te definiëren.
Het duurzaamheidsbestuur is volledig geïntegreerd in de algehele bestuursstructuur van Agfa omdat het deel uitmaakt van de kernactiviteit van onze organisatie. Zoals in detail uitgelegd in ons publiek toegankelijke Corporate Governance Charter, houdt dat in dat de Raad van Bestuur (RvB) het uiteindelijk verantwoordelijke bestuursorgaan voor de duurzaamheidsstrategie van Agfa is. De RvB heeft de uitvoering van de dagelijkse bedrijfsvoering en het toezicht op de implementatie van de duurzaamheidsstrategie van Agfa toevertrouwd aan de CEO, ondersteund door het Executive Comité (Exco).
Het hoofd Sustainability rapporteert elke twee maanden rechtstreeks aan het Exco en de RvB om deze op de hoogte te houden van de voortgang en waar nodig strategisch advies in te winnen. Het Corporate Sustainability Office coördineert de dagelijkse ontplooiing van de activiteiten in samenwerking met alle relevante afdelingen. Omdat een duurzame zakelijke praktijk moet worden ingebed in alle processen en op alle bedrijfsvoeringsniveaus, is coördinatie tussen de regio's en tussen afdelingen en business units essentieel voor een geslaagde uitvoering van de algemene strategie.
Hiervoor vertrouwt het Corporate Sustainability Office op de Sustainability Advisory Group, bestaande uit topmanagers die leiding geven aan teams op het gebied van verschillende bedrijfsfuncties (zoals R&D, Procurement, Communications, Human Resources, Corporate Risk enz.) en die optreden als duurzaamheidsambassadeurs. Deze groep biedt strategisch advies over duurzaamheidskwesties, brengt nieuwe ideeën aan en zorgt voor de nodige synergie en samenwerking tussen afdelingen. Meer informatie over het specifieke bestuur voor de materiële hoofdonderwerpen vindt u in de volgende hoofdstukken van dit rapport onder ‘Onze managementbenadering.’
In 2019 voerden we voor het eerst een grondige materialiteitsbeoordeling uit voor het analyseren van de hoofdpunten van onze niet-financiële maatschappelijke impact. Deze interne analyse werd vervolgens geïntegreerd met een externe analyse over het belang voor onze belangrijkste stakeholders en dus over de invloed van deze kwesties op de onderneming. De interne materialiteitsoefening werd uitgevoerd in het kader van een CSR-workshop, bijgewoond door de CEO, leden van het directiecomité en de hoofden van het O&O Center, het Innovation Office, de divisies, Internal Audit, Investor Relations, HR en Corporate Communications. De externe analyse daarentegen werd uitgevoerd via een media-analyse, een vergelijking met collega-bedrijven en de opinie van deskundigen. De workshop resulteerde in het aanwijzen van de hoofdprioriteiten waarmee vorm moest worden gegeven aan onze duurzaamheidsstrategie. Zes SDG’s werden gekozen als het meest relevant – gezien de potentiële gunstige impact die onze activiteiten kunnen hebben bij het verwezenlijken van deze doelstellingen – en werden in groepen ingedeeld rond drie focusgebieden: Planeet, Mensen en Prestaties.
21 Agfa-Gevaert – Jaarverslag 2021
Het bovenste kwadrant omvat de 13 thema’s met de hoogste materialiteit voor onze stakeholders en de potentiële impact van Agfa; deze worden daarom het meest gedetailleerd besproken in dit verslag. We zijn ons er van bewust dat materialiteitsbeoordeling een proces is dat voortdurend in ontwikkeling is en regelmatig moet worden herzien. Voortdurende herzieningen stellen ons in staat om constante verbetering na te streven, waarbij wij onze ambities geleidelijk naar boven bijstellen op basis van onze graad van ontwikkeling, en ook om de relevantie van de beoordeling te waarborgen in het licht van de voortdurend veranderende maatschappelijke context waarin wij actief zijn. Daarom hebben wij in 2021 een enquête gehouden onder onze Sustainability Advisory Group om na te gaan of de gekozen doelstellingen adequaat zijn. De enquête bevestigde dat wij werken aan prioriteiten die relevant zijn voor de bedrijfscontext. Ze identificeerde gebieden waar extra inspanningen nodig zullen zijn en zij toonde aan dat onze teams zich meer bewust zijn van de rol die zij kunnen spelen bij het aansturen van de reis. Wij bereiden ons ook voor om in de nabije toekomst een volledige dubbele materialiteitsbeoordeling uit te voeren, door onze stakeholders directer bij het externe analyseproces te betrekken.
Om onze aanpak van duurzaamheidsbeheer te beoordelen en onze prestaties te vergelijken met die van de besten in de sector, hebben wij in 2021 voor het eerst een beoordeling door een derde partij uitgevoerd via EcoVadis. EcoVadis is een van 's werelds grootste aanbieders van duurzaamheidsbeoordelingen voor bedrijven. Wij hebben voor EcoVadis gekozen omdat het al meer dan 85.000 bedrijven heeft beoordeeld. De duurzaamheidsbeoordeling van EcoVadis is een betaalde dienst om de materiële duurzaamheidseffecten van een bedrijf te beoordelen op basis van een vragenlijst en uitgebreide ondersteunende documentatie. Dit materiaal wordt door de organisatie beoordeeld op basis van internationale normen zoals de Global Reporting Index (GRI), ISO 26000 en de leidende beginselen van het Global Compact. In 2021 besloten we een dergelijke beoordeling te starten door ons te concentreren op de vestigingen van het groepsonderdeel van de Agfa-Gevaert NV-entiteit. Het resultaat was een score van 50 op 100 en we behaalden een bronzen medaille, waarmee we in de top 50% van de door EcoVadis beoordeelde bedrijven zitten. De feedback die we van EcoVadis ontvingen, wordt nu al gebruikt om onze processen voor de hele groep te verbeteren en we overwegen de mogelijkheid om de reikwijdte van deze beoordeling in de toekomst uit te breiden.
1.# Schaarsheid en efficiënt gebruik van hulpmiddelen (grondstoffen)
2 4 5 1 7 9 8 11 12 10 13 3 6
Invloed op beoordeling door en beslissingen van stakeholders
Significantie van economische, milieu- en maatschappelijke impact
Afficheling 1: Bovenste kwadrant Agfa-materialiteitsmatrix
Horizontale as: potentiële (positieve of negatieve) economische, milieu- en maatschappelijke impact van Agfa
Verticale as: impact van het thema op de belangrijkste stakeholders van Agfa
Het prioriteren van materiële duurzaamheidsthema's – en het verwezenlijken van onze groeistrategie op lange termijn – hangen af van het op gepaste wijze identificeren en beheren van risico's die onze activiteiten kunnen beïnvloeden. Daarom is risicobeheer voor ons een integraal onderdeel van het besluitvormingsproces over de bedrijfsstrategie in zijn geheel. Op een hoger niveau is Agfa's Executive Management verantwoordelijk voor de interne controle- en risicosystemen van de Groep, met inbegrip van die welke betrekking hebben op de financiële rapportering zoals goedgekeurd door de Raad van Bestuur. Specifieke/lokale controlemechanismes en risicobeoordelingsprocedures zijn waar nodig ingevoerd door de divisies of door de corporate offices die organisatie-overschrijdende ondersteunende functies vervullen, elk met betrekking tot het relevante werkterrein. De beleidslijnen en codes die in dit verslag worden beschreven, vormen een onderdeel van een dergelijk risicobeheersingsproces. De verschillende filosofieën inzake risicobeheer hebben tot doel ervoor te zorgen dat de Groep haar verplichtingen tegenover haar aandeelhouders nakomt, maar de methoden en instrumenten zijn momenteel affankelijk van het toepassingsgebied en zullen naar verwachting mettertijd evolueren om de toenemende aandacht voor de beoordeling van onze dubbele materialiteit te weerspiegelen. Voor een beschrijving van de risicofactoren die momenteel worden geïdentificeerd, naast die welke relevant zijn voor het financieel verslag, wordt verwezen naar het hoofdstuk ‘Beschrijving van de risicofactoren’ op bladzijden 271-172.
Wij beschouwen betrokkenheid van stakeholders als een essentieel proces om te zorgen dat we op de meest verantwoorde, efficiënte en duurzame wijze zaken doen. Regelmatige communicatie met onze stakeholders dient als input voor het definiëren van onze zakelijke strategie, om inzicht te krijgen in de verwachtingen en behoeften van het integrale systeem waar wij deel van uitmaken, om onze prestaties te vergelijken met die van collega-bedrijven en om nieuwe kennis op te doen.
Gemeenschappen | Bestuur en Exco | Ziekenhuizen | Media/krant | Distributiepartners | Andere beursgenoteerde bedrijven (België) | Vakbonden | Patiënten | Drukkerijen | B2B-klanten / Retailers | Industrie- platform | Universi- teiten | Algemene pers | Financiële pers | Vakpers | Opleidings- centra | EU | Beroeps- vereniging/- federatie | Collega-bedrijven | Water- zuivering | Nuts- bedrijven | Leveranciers | Financiële instellingen | Financieel analisten | Investors | Equity Sales- vertegenwoordigers | Financiële markten | Collega-bedrijven | Medewerkers | Sustainability Advisory Groep + Experten | Influencers & denktanks | Eind- verbruikers | Klanten
Het landschap van de stakeholders van Agfa is vrij divers, vanwege de verschillende markten die we bedienen en het feit dat we een beursgenoteerd bedrijf zijn en daarom verplicht zijn tot verslaglegging en transparantie. Onze stakeholders kunnen worden opgedeeld in interne, d.w.z. onze eigen Agfa-medewerkers en vakbondsver- tegenwoordigers, en externe, d.w.z. alle personen die deel uitmaken van de waardeketen. In het algemeen is de betrokkenheid van stakeholders bij Agfa gebaseerd op een plaatselijke benadering waarbij alle divisies en locaties hun eigen stakeholders moeten identificeren en moeten bepalen hoe deze het best bij het bedrijf kunnen worden betrokken. Hoewel wij in de loop der tijd sterke relaties met onze stakeholders heb- ben opgebouwd, hebben wij in 2021 onze dialogen over duurzaamheid geleidelijk aan gestructureerd. De mate van betrokkenheid van en interactie met elke stakeholdersgroep is affankelijk van de relevantie van het onderwerp voor elke doelgroep en zal waarschijnlijk variëren in de loop der tijd en affankelijk van andere zakelijke prioriteiten. Om de communicatie te vergemakkelijken en transparanter te maken, hebben wij in 2021 op onze corporate website een speciale rubriek ingericht waar belangstellenden meer informatie kunnen vinden.
Om te zorgen voor een goede mate van betrokkenheid en van informatie-uitwisseling voor de bijna 7.500 mede- werkers maakt Agfa gebruik van verschillende interne platforms, instrumenten en processen die een variabele mate van interactie mogelijk maken, sommige op plaatselijk niveau en sommige op ondernemingsbreed niveau. Bovendien gaat Agfa in elk land waar het actief is de dialoog aan met vertegenwoordigers van de medewerkers. In de meeste landen worden de medewerkers vertegenwoordigd door een ondernemingsraad. Op Europees niveau is een Europese ondernemingsraad opgezet. Op arbogebied zijn plaatselijke comités actief, bestaande uit vertegenwoordigers van de werknemers en de werkgever. In 2021 hebben wij:
De dialoog met klanten, distributeurs en leveranciers wordt op de eerste plaats door de divisies gevoerd door middel van direct contact met verkoop-, service-, inkoop- en marketingafdelingen bij verschillende gelegen- heden zoals handelsbeurzen, open-huis-evenementen of technische dagen. Er worden regelmatig klanttevreden- heidsenquêtes gehouden. In 2021 werden door de aanhoudende impact van COVID veel van deze regelmatige evenementen virtueel gehouden of uitgesteld. Wij zijn echter doorgegaan met de uitvoering van een aangepaste engagementstrate- gie om een hoog niveau van betrokkenheid bij onze klanten te waarborgen. Wij hebben IT-projecten op afstand geïmplementeerd en ondersteund, een reeks virtuele demo's gehouden, webinars georganiseerd en virtueel bijgedragen aan wereldwijde conferenties en tentoonstellingen. Wij stellen ook vast dat sommige van deze nieuwere vormen van interactie die tijdens de pandemie zijn ontstaan, in sommige gevallen een meer inclusieve uitwisseling bevorderen. Daarom zullen zij niet volledig verdwijnen zodra de wereldwijde noodsituatie zal zijn opgelost, maar veeleer een aanvulling vormen op meer traditionele vormen van betrokkenheid.
Meer details over de wijze waarop wij met onze klanten hebben samengewerkt, zijn te vinden in de hoofd- stukken over de divisies op bladzijden 102-135.
De betrokkenheid met aandeelhouders, (potentiële) beleggers en analisten wordt op ondernemingsniveau gecoördineerd door de afdeling Investor Relations & Corporate Communications. Wij organiseren regelmatig evenementen voor beleggers, vergaderingen met aandeelhouders en analisten, roadshows en persoonlijke bijeenkomsten met individuele leden van het Exco en de afdeling Investor Relations. In 2021 hebben we:
De samenwerking met collega-bedrijven, de academische wereld en beleidsmakers is essentieel voor Agfa om te kunnen bijdragen aan algemenere, sectorbrede actie voor duurzame ontwikkeling en voor het creëren van synergieën ter uitbreiding van onze kennis en capaciteit om een positieve impact te hebben. Deze samenwerkings- verbanden hebben gewoonlijk betrekking op een specifiek onderwerp/product en worden hoofdzakelijk door de divisies beheerd door middel van direct contact via onderzoeksprojecten, monitoring van marktontwikkelingen via speciaal hierop gerichte pers- en communicatiekanalen en uitwisseling in diverse beroepsverenigingen.# Agfa-Gevaert – Jaarverslag 2021
Op een informeler niveau worden leden van ons topmanagement vaak uitgenodigd of bieden ze zich vaak vrijwillig aan voor deelname aan openbare forums ter bespreking van onze zakelijke strategie en benadering van duurzame ontwikkeling. Dergelijke evenementen bieden een gelegenheid voor interactie met uiteenlopende groepen, waaronder business leaders, academici en de civiele samenleving. Eind 2021 was Agfa (in de vorm van Agfa HealthCare, Agfa Radiology Solutions, Agfa Offset Solutions of Agfa-Gevaert) een actief ondersteunend lid van de volgende verenigingen:
Agfa maakt ook deel uit van verschillende netwerken, bijvoorbeeld:
Bovendien kan Agfa via de bovengenoemde platforms deelnemen aan evenementen voor het delen van kennis en wordt het uitgenodigd om zitting te nemen in adviescommissies of ad-hoc werkgroepen opgezet door partners zoals het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) en de Belgian European Risk Management Association (BELRIM).
“Agfa draagt actief bij aan de activiteiten van verschillende netwerken zoals vakorganisaties, beroepsverenigingen, onderwijsinstellingen, maatschappelijke partners, … Wij waarderen deze betrokkenheid omdat deze essentieel is voor ons succes: hierdoor wordt dialoog met onze stakeholders gefaciliteerd, wordt onze expertise versterkt en ontstaan nieuwe partnerships.”
Johan Jacobs, Chief Sustainability Officer
Wij zien onszelf als onderdeel van de gemeenschappen waar onze activiteiten plaatsvinden en waar onze medewerkers wonen. Daarom maken wij altijd tijd en middelen vrij om met hen te communiceren, ze te informeren over wat wij doen, vragen te beantwoorden en te luisteren naar suggesties en ideeën. Gewoonlijk gebeurt dit door het houden van fysieke bijeenkomsten waar wij de gemeenschap letterlijk kunnen ontmoeten, en sinds 2020 door benutting van de beschikbare virtuele hulpmiddelen, zoals het uitgeven van een te verspreiden magazine en onze websites. 2021 was opnieuw een uitzonderlijk jaar en wij wilden onze steun nog meer en op zeer concrete wijze betuigen. Daarom zetten wij een extra tandje bij om onze mensen, onze klanten en onze buren te helpen die werden geconfronteerd met de COVID-19-gezondheidscrisis.
De gedachtewisselingen die wij in de loop van het jaar regelmatig hebben gehad, hebben ons meer inzicht gegeven in de verwachtingen van elke stakeholder en zullen ons helpen onze toekomstige acties vorm te geven. Zo verwachten onze medewerkers nog meer betrokken te worden bij de besluitvorming en het bepalen van prioriteiten en een specifieke opleiding te krijgen over duurzaamheid en hoe die in de dagelijkse activiteiten kan worden geïntegreerd. Onze klanten vragen steeds meer productspecifieke duurzaamheidsinformatie, bijvoorbeeld over de koolstofvoetafdruk van een specifieke drukplaat, en duurzaamheidseisen worden steeds vaker opgenomen in offertes en aanbestedingen. Een gemeenschappelijk element in de verschillende verzoeken is zeker een meer transparante en meer gedetailleerde informatie. Dit is dan ook een focus die we zullen nastreven in het engagement ten overstaan van onze stakeholders voor 2022 en daarna.
Begin 2019 werd in de Agfa-Gevaert Groep een nieuwe organisatiestructuur geïmplementeerd om de toekomst van onze onderneming veilig te stellen door de verschillende divisies de kracht en de middelen te geven om hun eigen strategie te ontwikkelen. Tegelijkertijd werd een wereldwijd project gelanceerd om een nieuwe, eengemaakte bedrijfscultuur voor het nieuwe Agfa vorm te geven. Structuur en cultuur zijn beide essentiële elementen voor het succes van Agfa’s ambitieuze transformatieproject om een meer vereenvoudigde, wendbare en efficiënte organisatie te worden. Na het in kaart brengen van de bestaande bedrijfscultuur werd vastgesteld dat er nood was aan nieuwe accenten. Het uiteindelijke doel is een vernieuwde bedrijfscultuur met vier basisprincipes: resultaatgericht (Results), innovatief en onderzoekend (Learning), zelfverzekerd en responsief (Authority), zorgzaam en teamgericht (Caring). Een cruciaal onderdeel van Agfa’s transformatieverhaal is de oprichting van het Innovation Office, dat ons in staat stelde het innovatieconcept in onze organisatiestructuur te verankeren. In 2020 werd een vijfde element toegevoegd: Duurzaamheid (Sustainability). Door deze vijfde waarde toe te voegen, benadrukken we het toenemende belang van duurzaamheid in al onze activiteiten. We geven uiting aan ons engagement om bij te dragen aan een betere inclusieve werkomgeving en tot een duurzame omgeving voor de volgende generaties.
De informatie in dit jaarverslag heeft betrekking op het boekjaar 2021, dat liep van 1 januari 2021 tot 31 december 2021. Dit jaarverslag voldoet aan de Europese richtlijnen voor niet-financiële verslaglegging (met ingang van 3 september 2017 omgezet in Belgische wetgeving). Dit jaarverslag hanteert de normen van het Global Reporting Initiative (GRI) (kernoptie) als belangrijkste referentierichtsnoer. Agfa begrijpt en erkent de GRI-normen als een referentie die op incrementele wijze moet worden toegepast (zie ook p. 284).
De Agfa-Gevaert Groep valt onder het toepassingsgebied van de Taxonomieverordening (Verordening (EU) 2020/852) en de Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2178. Dit jaarverslag bevat een lijst van economische activiteiten die in aanmerking zouden kunnen komen voor taxonomie (zie ook p. 285). Door het huidige gebrek aan deskundigheid in de sector over hoe de verordeningen in de praktijk moeten worden toegepast, zijn de gerapporteerde gegevens nog onvolledig en kunnen zij in de toekomst worden aangepast.
| VS | Brazilië | Canada | Italië | België | Oostenrijk | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Locaties | Bushy Park | Suzano | Mississauga | Manerbio | Mortsel | Wenen |
| Waterloo | Heultje | |||||
| Gent |
| Offset Solutions | Radiology Solutions | HealthCare IT | Digital Print & Chemicals | |
|---|---|---|---|---|
| ISO 9001 | Quality | |||
| ISO 13485 | Q Medical | |||
| ISO 14001 | Environment | Environment | Environment | Environment |
| OHSAS 18001 | Safety | Safety | Safety | Safety |
| ISO 50001 | Energy | Energy | Energy | Energy |
| ISO 27001 | Information security | Information security | Information security | Information security |
| EU MDR | Duitsland | |
|---|---|---|
| München | ||
| Peissenberg | ||
| Peiting | ||
| Rottenburg | ||
| Schrobenhausen | ||
| Wiesbaden |
| China | |
|---|---|
| Wuxi Imaging | |
| Wuxi Printing | |
| Shanghai |
Wij zijn van mening dat een goed gedijende samenleving gebaseerd is op een goed gedijend ecosysteem. Daarom begrijpen wij volledig dat dringende klimaatactie vereist is en staan wij achter de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs. Als bijdrage aan deze mondiale doelstellingen leggen wij ons ten sterkste toe op voortdurende verbetering van onze milieuprestaties: ten eerste in onze eigen bedrijfsvoering, maar even belangrijk door het aanbieden van duurzame producten en systemen die onze klanten helpen om bij te dragen aan dezelfde doelstellingen. De producten van Agfa worden zo ontworpen, ontwikkeld en vervaardigd dat productie, opslag, vervoer, gebruik, maar ook het afvalbeheer aan het einde van de levensduur, een minimale impact op het milieu hebben. Ten tweede bedienen wij markten die essentieel zijn voor de overgang naar netto nul, zoals de markt voor schone energie.
Onze waarden worden weerspiegeld in de Gedragscode (Code of Conduct - CoC) van de Groep. Om de vertaling van de CoC in duidelijke dagdagelijkse processen te ondersteunen, vertrouwen wij op een reeks beleidslijnen en bedrijfsrichtlijnen, zowel op wereldwijd als lokaal niveau. Ons Corporate Veiligheids-, Gezondheids- en Milieubeleid is de belangrijkste referentie voor de processen die in dit hoofdstuk aan de orde komen. Gezien de aard van deze materiële thema's wordt het beheer ervan meestal op lokaal niveau gecoördineerd en wordt het zwaartepunt van de verschillende beleidslijnen op lokaal niveau bepaald, zowel op basis van de specifieke lokale en nationale wettelijke voorschriften als op basis van het type activiteiten dat in elke fabriek wordt uitgevoerd. In dit hoofdstuk worden nadere bijzonderheden verstrekt.# Agfa-Gevaert – Jaarverslag 2021
In 2021 hebben wij voor het eerst een beoordeling van onze duurzaamheidsprestaties door een derde partij laten uitvoeren via EcoVadis om onze praktijken af te zetten tegen de beste van de klas; wij behaalden een bronzen medaille en scoorden ons hoogste resultaat voor de prestaties op het gebied van 'Planeet'. Niettemin zullen wij de ontvangen feedback gebruiken om onze processen en daarmee samenhangende prestatie-indicatoren voortdurend te verbeteren.
Tenzij anders vermeld hebben de voor de milieuprestaties gerapporteerde kwantitatieve gegevens betrekking op alle productielocaties en administratieve vestigingen van Agfa wereldwijd; verkooporganisaties zijn niet opgenomen in de gegevens. Voor sommige KPI’s waren de cijfers voor 2020 niet beschikbaar en in die gevallen is dit duidelijk aangegeven in het verslag en is een ‘worst-case’-schatting gemaakt. Elke productielocatie is verantwoordelijk voor haar eigen databerekeningen. Op het contactpunt voor elke locatie wordt het wereldwijd gehanteerde document ‘Definitions and Explanations’ (Definities en toelichtingen) ter beschikking gesteld om te zorgen dat gegevens dienovereenkomstig worden berekend. Eenmaal per jaar verzamelt de wereldwijde SH&E-afdeling, gevestigd in het hoofdkantoor van Agfa, de gegevens van de verschillende locaties voor consolidatie en externe verslaglegging met behulp van een hulpprogramma op basis van Excel.
Hoewel de kwantitatieve gegevens altijd betrekking hebben op het volledige hierboven omschreven toepassingsgebied, verstrekken we ter vereenvoudiging van het lezen van dit verslag voor sommige van de materiële onderwerpen beschrijvende details met betrekking tot de managementbenadering. Dit gebeurt alleen voor die locaties die de grootste bijdrage leveren aan de totale impact. In deze gevallen wordt de reikwijdte van de beschreven beheersaanpak duidelijk in de tekst vermeld.
31 Agfa-Gevaert – Jaarverslag 2021
Kort gezegd was 2021 het jaar van de versnelling, waar ambitie werd omgezet in concrete acties en gedurfde plannen voor de toekomst. Hoewel duurzaamheid altijd al deel heeft uitgemaakt van Agfa's DNA, werden de inspanningen om duurzaamheidsprioriteiten systematisch in de bedrijfsstrategie op te nemen traditioneel vooral op team- en divisieniveau aangepakt. In 2020 hebben we ons gericht op het uitbouwen van een algemene bedrijfsaanpak om projecten, middelen en doelstellingen tussen verschillende regio's en afdelingen te omkaderen en te coördineren. In 2021 zijn we middelen blijven investeren om onze operationele voetafdruk te verkleinen, zowel op het vlak van energieverbruik als van CO2-uitstoot, om de circulariteit van de materialen te vergroten en de afvalproductie te verminderen. Hieronder vindt u een overzicht van de belangrijkste verwezenlijkingen van 2021, die de resultaten tonen van onze voortdurende inzet voor de hoogste operationele normen.
In vergelijking met 2015, het jaar waarin de Overeenkomst van Parijs werd ondertekend, hebben we op veel gebieden al verbeteringen opgeleverd. Hoewel we nog lang niet aan het einde van de reis zijn, willen we ook de reeds bereikte mijlpaal vieren.
| Metric | 2015 | 2020 | 2021 | Change |
|---|---|---|---|---|
| Afval voorkoming (van het door ons gegenereerde afval) | 92,1% | 92,3% | +0,2% | |
| Specifieke VOS-emissies (kg/ton product) | 0,64 | 0,37 | 0,31 | |
| Gerecycled aluminium (van de totale hoeveelheid voor de productie van drukplaten gebruikt aluminium) | 25,7% | |||
| CO2-emissies (Scope 1 & 2) (kton/jaar) | 182,1 | 162,7 | 137,7 | -27% |
32 Agfa-Gevaert – Jaarverslag 2021
Wij zijn van mening dat een goed gedijende samenleving gebaseerd is op een goed gedijend ecosysteem en dat alleen volledig circulaire productieprocessen een volledig duurzame productie mogelijk kunnen maken. Maar volgens het Circularity Gap Report 2020 is de wereldeconomie op dit moment slechts 8,6% circulair, wat betekent dat acties om bedrijven circulair te maken dringend zijn en moeten worden opgevoerd.
Wij zijn van mening dat kringloopeconomie, ook al is deze het resultaat van de onderlinge koppeling van een groot aantal complexe processen, fundamenteel kan worden uitgelegd op basis van drie hoofdprincipes, zoals uitgelegd door de Ellen MacArthur Foundation:
Bij Agfa gebruiken we op onze productielocaties verschillende materialen of plaatsen we andere materialen in de markt, die moeilijk te recycleren kunnen zijn binnen de bestaande infrastructuur of waarvan het productie-afval moeilijk verder terug te dringen kan zijn zonder een bredere verandering van het bedrijfsmodel. Dit zijn enkele van de redenen waarom kringloopeconomie voor ons een van de grootste uitdagingen is, en daarmee een van de grootste kansen bij de transformatie naar een duurzaam systeem.
De manier waarop Agfa de beperkte hulpbronnen van de aarde op duurzame wijze gebruikt en tegelijkertijd de impact op het milieu beperkt, d.w.z. hoe wij meer waarde leveren met minder input, door het loskoppelen van productievolumes van de input van materialen.
Wij zijn ervan overtuigd dat het terugdringen van het grondstoffengebruik, in het bijzonder voor niet-hernieuwbare hulpbronnen, een essentiële stap is voor het bereiken van een kringloopeconomie. Bij Agfa doen we dat door afval en verontreiniging terug te dringen door goed ontwerp, d.w.z. zorgen voor een efficiënt gebruik van de primaire grondstoffen die bij onze activiteiten als grondstoffen worden gebruikt, en het in gebruik houden van producten en materialen, d.w.z. het maximaliseren van recyclage en hergebruik van elk gelekt en/of elk secundair materiaal. In dit gedeelte van het verslag ligt de focus op de recyclage van grondstoffen.
Efficiënt gebruik van grondstoffen en recyclage worden op plaatselijk niveau gecoördineerd en zijn gewoonlijk specifiek voor een bepaalde materiaalstroom. Elke productielijn is verantwoordelijk voor het in kaart brengen van de massabalans tussen inputs en outputs en het identificeren van verbeteringskansen. Met name de productiemanagers zijn voortdurend op zoek naar nieuwe ideeën. Waar mogelijk worden de best beschikbare technologieën ingezet om de strengste normen bij het beheer van materiaalstromen te waarborgen, bijv. het terugdringen van verliezen, het verhogen van de output per eenheid materiaal-input, ...
Hieronder vindt u meer details over enkele belangrijke materiaalstromen.
Aluminium is voor ons een essentieel materiaal, zowel vanwege de intrinsieke waarde voor de producten van Agfa als vanwege de milieu-impact van de productie, bijv. de zeer hoge energievraag. Als bevestiging hiervan heeft de Europese Commissie in 2020 bauxiet, waaruit aluminium wordt gewonnen, opgenomen in de lijst met 30 materialen die essentieel zijn voor het functioneren en de integriteit van een reeks sectoren en waarvoor tegelijkertijd een hoog leveringsrisico geldt.
33 Agfa-Gevaert – Jaarverslag 2021
Daarom streven wij ernaar om de lat hoger te leggen voor wat betreft het duurzame gebruik van aluminium en de efficiëntie van het gebruik te verhogen door:
Voor wat betreft kunststoffen is actie nog dringender omdat de bestaande infrastructuur in veel gevallen niet in staat is om te voorzien in toereikende inzameling en behandeling van de materialen die in de handel worden gebracht. Daarom leggen wij ons aan de ene kant toe op het bijdragen aan de ontwikkeling van nieuwe technologieën en partnerships om afval om te zetten in waarde en proberen we aan de andere kant te voorzien in een markt voor secundaire grondstoffen door gerecycleerd materiaal op te nemen in ons eigen productportfolio.
Agfa produceert jaarlijks meer dan 100 miljoen m² folie op polyesterbasis. Polyesterafval van het folieproductieproces of afgedankt polyester dat terugkomt van onze klanten wordt gerecycleerd in de vorm van snippers en hergebruikt in ons productieproces. Onze folie bestaat bijvoorbeeld uit 60% nieuw PET-materiaal en 40% gerecycleerde PET.
Dit zijn enkele voorbeelden van meerjarenprojecten waar wij aan deelnemen om bij te dragen aan het omzetten van kunststof in waarde:
Het gebruik van hernieuwbare grondstoffen in plaats van grondstoffen op fossiele basis is zeker iets dat bij onze O&O-inspanningen in de kijker staat.De mogelijkheid van het gebruik van dergelijke materialen is afhankelijk van de mogelijkheid om dezelfde technische prestaties te houden en de eindproducten economisch haalbaar te maken. Tegelijkertijd moet ernaar worden gekeken in het licht van de volledige levenscyclus, om een zinloze vervanging te vermijden. Een voorbeeld is ons project Tune2Bio, een door de overheid gesubsidieerd project (VLAIO) dat streeft naar de ontwikkeling van de vereiste kennis en expertise om de composteerbaarheid van (bio)polyesters af te stemmen op duurzamere toepassingen. Met de steun van Centexbel en KU Leuven werkt Agfa in een partnership met Oleon, Sioen, B4plastics aan op folie gebaseerde producten en processen om tot ‘proof of concept’ te komen voor nieuwe en duurzamere producten.
Wij produceren lichtgevoelige films op basis van zilver voor beeldvormingsproducten met allerlei toepassingen. Zilverhalidetechnologie staat centraal in de röntgentechniek en andere medische toepassingen en wordt ook gebruikt voor het niet-destructief testen van de veiligheid van materialen, bijv. pijpleidingen, auto’s, vliegtuigen… De gemaakte röntgenbeelden worden vastgelegd op lichtgevoelige films ten behoeve van diagnose, consulting en archivering. Vanwege de lage contactweerstand en de hoge elektrische en thermische geleiding wordt zilver ook gebruikt in complexe gedrukte schakelingen (PCB’s) die alle elektronische apparaten besturen. Zilver is daarom een essentieel materiaal voor ons bedrijf en we spannen ons in om het zoveel mogelijk te herwinnen en recycleren. Maatregelen ter beperking van productieverliezen lopen uiteen van technische verbeteringen tot opleiding van de operatoren waar dat nodig is.
In vergelijking met 2020 zijn de wereldwijde productievolumes, uitgedrukt in gewicht, met 5,1% gestegen; toch zijn ze nog steeds lager dan voorgaande jaren. Vergeleken met 2020 verhoogden de filmproductievestigingen hun productievolumes met 1,21% (totaal in gewicht); deze stijging is het gevolg van een stijging met 6,5% in de productie van chemicaliën (met inbegrip van ontwikkelvloeistoffen) en een daling met ongeveer 3,7% in de (PET-) filmproductie zelf. De daling van de productie van (PET-)folie is een trend die zich de laatste jaren heeft doorgezet als gevolg van een algemene daling van de marktvraag. De wereldwijde productie van drukplaten steeg in 2021 met 8,27% ten opzichte van het voorgaande jaar. In 2020 werden de productievolumes bijzonder getroffen ten opzichte van het verleden door de stopzetting van de productie in twee installaties. Het productievolume in gewicht voor apparatuur daalde in 2021 met 5,7%. In aantallen gaat het om ongeveer 950 eenheden geproduceerd voor grafische toepassingen (Manerbio en Mississauga) en ongeveer 2.295 eenheden voor medische toepassingen (München, Peiting, Peissenberg en Wuxi).
In 2021 werd 25,7% van de totale hoeveelheid voor de productie van drukplaten gebruikt aluminium gerecycled. We zijn tevreden dat we erin geslaagd zijn om ongeveer hetzelfde niveau als vorig jaar te bereiken, ook al zijn de verwerkte volumes in 2021 hoger door een grotere vraag naar offsetplaten. Bovendien is het bereik van de gegevens vanaf 2020 breder, met inbegrip van de bijdrage van Agfa's partner Lucky HuaGuang Graphics Co.
| Productievolumes (ton/jaar) | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 118.148 | 124.167 | 219.043 | 218.444 | 190.671 | 172.884 | 167.800 | 167.799 | 150.164 | 241.531 |
Agfa-Gevaert – Jaarverslag 2021
| Percentage gerecycleerd aluminium (vergeleken met het totale volume gebruikt aluminium) | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 |
|---|---|---|---|---|---|
| 10,2% | 8,6% | 8,6% | 7,8% | 7,6% |
| Percentage gerecycleerd aluminium (vergeleken met het totale volume gebruikt aluminium) | 2020 | 2021 |
|---|---|---|
| 21,7% | 24,1% |
| Percentage gerecycleerd aluminium (vergeleken met het totale volume gebruikt aluminium) | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 |
|---|---|---|---|---|---|
| 26,7% | 25,8% | 25,7% | 18,0% | 18,1% |
Hoewel we een toename zien van de totale hoeveelheid gerecycleerd aluminium in 2021 ten opzichte van het jaar waarin de monitoring begon, verschuift de markt duidelijk in de richting van recyclage van aluminium als secundaire grondstof. Dit kan worden verklaard door de complexiteit van het ‘plate-to-plate’-model, dat alleen een uitvoerbare oplossing is als de partners in de waardeketen geografisch dicht bij elkaar liggen, en door de algemene toename van recyclage door de klanten zelf. In het geval van ons systeem wordt het geleidelijk ingevoerd bij die klantensites die voldoende volumes drukplaten verwerken en ook organisatorisch in staat zijn om dit systeem in te voeren, aangezien het een uitgebreide samenwerking en betrokkenheid doorheen de waardeketen vereist.
De inspanningen om het gebruik van nieuwe materialen te verminderen zijn niet beperkt tot de hierboven gerapporteerde KPI's en ons einddoel is de voortdurende verhoging van de circulariteit van materialen waar mogelijk. We zijn er trots op dat we in 2021 door de Vlaamse Regering werden geselecteerd voor het verkrijgen van 1 miljoen euro financiële steun in het kader van het initiatief voor strategische ecologieondersteuning (STRES). Dit bedrag zal gedeeltelijk onze investering dekken in de nieuwe 'twin-screw extruder'-technologie op onze site in Mortsel. Die zal ons in staat stellen om tot 1.250 ton PET per jaar te hergebruiken met behoud van een hoge kwaliteit van het eindproduct. Een ander voorbeeld is een verbetering van het procesverloop van onze coatinglijn in Mortsel, waar we 152 ton MEK-oplosmiddel uit afvaldamp hebben kunnen recupereren. Vanwege de relevantie van de optimalisatie van het proces dat nodig is om de efficiëntie van materialen te verhogen hebben wij in januari 2020 een van onze managers in België formeel aangesteld als coördinator, om ons proces van projectvoorstellen die kunnen bijdragen aan de kringloopeconomie, efficiënter te laten verlopen.
De manier waarop Agfa zorgt voor een uiterst effectief afvalbeheer, procesinnovatie en -optimalisatie met als doel de totale hoeveelheid geproduceerd afval te verminderen. Dit omvat ook maatregelen die gericht zijn op het maximaliseren van de recyclage van verkochte producten.
Wij zijn er sterk van overtuigd dat een van de grondbeginselen voor een geslaagde circulaire bedrijfsstrategie ligt in het voorkomen van afval door goed ontwerp. Dit begint met het grondig in kaart brengen van afvalbronnen zodat zichtbaar kan worden waar fijnere afstemming van onze productieprocessen mogelijk is. Ten eerste onderzoeken we waar afvalstromen optreden of we de afvalproductie kunnen voorkomen; zo niet, gaan we over tot het overwegen van de mogelijkheid van intern hergebruik, waardoor vervoer wordt voorkomen, en vervolgens van de verkoop aan derden. Verbranding voor energieterugwinning en ten slotte storten worden gezien als de laatste opties. Recyclage betekent recyclage van materialen, d.w.z. dat energieterugwinning niet onder recyclage wordt ingedeeld. Efficiënte afvalscheiding is uitermate belangrijk voor een goed afvalbeheer. In dit gedeelte van het verslag ligt de focus op afvalbeheer. Bij ontstentenis van nationale definities worden in dit hoofdstuk de volgende definities gehanteerd:
* afval: elke stof of voorwerp vermeld in Richtlijn 2006/12/EG die/dat de houder wegwerpt, van plan is om weg te werpen of verplicht is om weg te werpen;
* gevaarlijk afval: afval opgenomen in de lijst met gevaarlijk afval (Verordening 1357/2014 en 2017/997 van de Raad);
* verwijdering: elk van de handelingen waarop Richtlijn 2006/12/EG betrekking heeft.
Ook al valt dit buiten het hoofdstuk, toch richten we ons ook op het leveren van innovatieve producten en oplossingen die onze klanten in staat stellen hun eigen afvalproductie terug te dringen.
Afvalbeheer wordt gecoördineerd op het plaatselijke niveau en elke fabriek is verantwoordelijk voor het in kaart brengen van de eigen afvalproductie bij alle aspecten van de bedrijfsvoering en het identificeren van kansen om dit terug te dringen. De algemene motivatie is uiteraard om te zorgen dat de strengste normen voor afvalbeheer worden gehanteerd, maar het plaatselijk management van onze locaties is verantwoordelijk voor het definiëren van het specifieke afvalbeleid voor de locatie. De focus van de verschillende beleidsregels wordt op plaatselijk niveau gedefinieerd, zowel op basis van de specifieke plaatselijke en landelijke wettelijke voorschriften als op basis van het type activiteiten dat in elke fabriek wordt verricht. Zo monitoren onze Belgische vestigingen – samen verantwoordelijk voor iets minder dan 30% van de totale afvalproductie van Agfa – de afvalproductie het gehele jaar door nauwlettend onder verantwoordelijkheid van de fabrieksafvalmanager, die jaarlijks een gedetailleerd verslag opstelt waarin de afvalbronnen per materiaal en per productielijn worden geïdentificeerd. Dit verslag wordt ter beschikking gesteld aan alle productiemanagers en wordt gebruikt als basis voor het definiëren van de 20 afvalstromen waarvan het terugdringen het volgende jaar de prioriteit krijgt. Er zijn processen vastgesteld om minimaal te voldoen aan de richtlijnen van ISO 14001. Externe controles conform de eisen van ISO 14001 worden uitgevoerd voor de vestigingen die gecertificeerd zijn, namelijk Mortsel, Suzano, Wiesbaden en Wuxi. Mogelijk worden er ook afvalbeheercontroles uitgevoerd in het kader van de beoordeling van het milieubeheersysteem als geheel, volgens de norm die op het plaatselijk niveau als referentie wordt gehanteerd. In samenwerking met verschillende afvalverwerkers worden optimalisatiemogelijkheden in de afvalverwerking onderzocht.# AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021
Het door ons aangeleverde afval wordt door de afvalverwerkers continu bemonsterd en onderzocht om haalbare methoden voor het terugwinnen van materialen of energie te identificeren. Naast de inspanningen om de afvalproductie op het bedrijfsvoeringsniveau terug te dringen, verwachten wij van al onze medewerkers en stakeholders dat ze op milieubewuste wijze handelen. Wij zien dit als een continu proces van het vergroten van het bewustzijn en het bijstellen en verbeteren van de afvalscheiding. Daarom organiseert elke fabriek verschillende activiteiten om het bewustzijn van medewerkers over mogelijkheden om afval te verminderen en energie te besparen te verhogen, niet alleen op het werk, maar ook in het dagelijks leven buiten het bedrijf. Het gaat bijvoorbeeld over hoe je afgedankte batterijen veilig en correct afvoert.
Onze indicatoren:
In 2021 is zowel het totale volume geproduceerd afval als het specifieke afvalvolume gestegen, respectievelijk met 7,1% en 1,7%. Deze stijgingen waren het gevolg van veranderingen in de productiefrequentie.
| Jaar | Totaal (ton/jaar) | Specifieke afvalvolumes (kg/ton product) |
|---|---|---|
| 2012 | 55.730 | 230,7 |
| 2013 | 45.497 | 207,7 |
| 2014 | 39.361 | 180,2 |
| 2015 | 38.106 | 199,9 |
| 2016 | 32.713 | 189,2 |
| 2017 | 32.041 | 191,0 |
| 2018 | 32.232 | 192,1 |
| 2019 | 28.164 | 187,8 |
| 2020 | 24.714 | 209,2 |
| 2021 | 26.478 | 213,2 |
Terwijl het volume geproduceerd afval toenam, slaagden wij erin het percentage gevaarlijk afval verder te verminderen, waardoor een verhouding van 4:1 werd bereikt. In dit verband zullen wij blijven optimaliseren en blijven samenwerken met afvalverwerkers, zodat de verhouding tussen ongevaarlijk en gevaarlijk afval verder zal verbeteren.
| 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| TOTAAL (ton/jaar) | 55.730 | 45.497 | 39.361 | 38.106 | 32.713 | 32.041 | 32.232 | 28.164 | 24.714 | 26.478 |
| Niet-gevaarlijk (%) | 88% | 84% | 85% | 84% | 85% | 85% | 84% | 85% | 87% | 88% |
| Gevaarlijk (%) | 12% | 16% | 15% | 16% | 15% | 15% | 16% | 15% | 13% | 12% |
| Afval bestemd voor verwijdering (%) | 99,7% | 99,7% | 99,6% | 99,7% | 99,7% | 99,7% | 99,7% | 99,7% | 99,7% | 99,7% |
| Afval afgeleid van verwijdering (%) | 88,6% | 88,9% | 88,8% | 88,8% | 88,8% | 88,8% | 88,8% | 90,2% | 90,4% | 92,3% |
| Nuttig gebruik van afval (%) | 77,4% | 77,7% | 77,5% | 77,5% | 77,5% | 77,5% | 77,5% | 79,0% | 79,2% | 81,1% |
| Percentage afval voor storting (%) | 11,1% | 11,0% | 11,1% | 11,1% | 11,1% | 11,1% | 11,1% | 10,5% | 10,3% | 7,7% |
Wat de bestemming van het geproduceerde afval betreft, zijn we er ook in geslaagd het recordcijfer van vorig jaar nog te verbeteren, aangezien het percentage afval dat van de stortplaats wordt afgeleid, is gestegen tot 92,3% in 2021. Het deel van het afval dat uiteindelijk ‘afval’ blijft en naar stortplaatsen wordt geleid, blijft dalen en is nu nog slechts een zeer kleine fractie (0,6%) van het totale afvalvolume. Deze trend weerspiegelt onze voortdurende inzet om afval uit onze processen te halen. Ons engagement vertaalt zich in een constant hoog niveau van bewustzijn en een voortdurende implementatie van kleine verbeteringen binnen de productie om de efficiëntie van de processen te verbeteren. Zo voeren we bijvoorbeeld sinds 2020 een studie uit om een tweede dubbele extruder te installeren om de afvalproductie in de PET-extrusielijn te verminderen en zo het afval in de komende jaren nog verder te verminderen. Reeds in 2020 hadden we een toename van het specifieke afvalvolume vastgesteld. In 2021 zijn we begonnen met het analyseren van de afvalbronnen om mogelijke corrigerende maatregelen te bepalen. In onze activiteiten ontstaat afval vooral in de opstart- en stopfase van productiecampagnes. Helaas werd ook in 2021 de productiefrequentie beïnvloed door de fluctuerende vraag op de markt en was het niet mogelijk om corrigerende maatregelen te nemen om het specifieke afval aan te pakken. Deze vermindering van de (specifieke) afvalvolumes zal de komende jaren een punt van aandacht blijven.
Operatie Clean Sweep (OCS) is een internationaal programma – ondersteund door Plastics Europe – gericht op het voorkomen van verspilling van kunststofkorrels, ofwel de grondstof voor de productie van kunststoffen. Korrels worden in grote volumes geproduceerd, opgeslagen en vervoerd; daarom wordt dit initiatief ondersteund door zowel de productie- als de vervoerssector. Bedrijven die zich aansluiten bij dit programma zeggen toe om nul verlies van korrels te verwezenlijken door monitoring, opleiding van medewerkers, investering in efficiënte afzuigsystemen enz. Wij ondersteunen dit initiatief sinds 2018. We hebben in ons afwerkingsproces specifieke maatregelen geïmplementeerd om het verlies van korrels tot een minimum te beperken. Zo is de verlichting in de afvalopvangruimte geoptimaliseerd, worden snippers van de snijlijnen nu in gesloten in plaats van open bakken vervoerd en gelden er striktere regels voor de preventie van barsten in transportleidingen en -hoezen. Daarnaast hebben we met het bedrijf SGS gewerkt aan het opstellen van een inventaris van mogelijke emissiepunten om vast te stellen waar strikte meting vereist is. Gezien het bovenstaande hebben we preventie- en bewustzijnsverhogingsprogramma's onder medewerkers opgezet door het opnemen van relevante informatie in onze infotoers, het plannen van observatierondes met betrekking tot dit onderwerp, het schrijven van artikels in onze interne tijdschriften en het ophangen van posters en spandoeken op verschillende plaatsen in de fabriek.
De manier waarop Agfa voor een uiterst effectief waterbeheer zorgt, voorkomt afvalwater en watervervuiling.
Wij erkennen dat water een gedeelde hulpbron is en dat toegang tot zoet water essentieel is voor het menselijk leven en een fundamenteel mensenrecht, zoals vastgesteld door de Verenigde Naties (VN). Daarom verbinden wij ons volledig tot het minimaliseren van onze impact in verband met water en geven wij prioriteit aan acties in gebieden waar de watervoorziening onder druk staat. Als productiebedrijf gebruiken wij water als proces- en productwater, voor hygiënedoeleinden en voor koeling. Wij streven er in de eerste plaats naar om de hoeveelheid gebruikt water te minimaliseren en ten tweede om de hoeveelheid afgevoerd water en de vervuilingsgraad daarvan zoveel mogelijk te beperken.
Waterbeheer wordt gecoördineerd op het plaatselijke niveau en elke fabriek is verantwoordelijk voor het in kaart brengen van het eigen watergebruik bij alle aspecten van de bedrijfsvoering en het identificeren van kansen om het waterverbruik te optimaliseren, lekkage te voorkomen en verdampingsverliezen en vervuilingsgraad van afvalwater terug te dringen. De algemene motivatie is uiteraard om te zorgen dat de strengste normen voor waterbeheer worden gehanteerd, maar het plaatselijk management van onze locaties is verantwoordelijk voor het definiëren van het specifieke waterbeleid voor de locatie. De focus van de verschillende beleidsregels wordt op plaatselijk niveau gedefinieerd, zowel op basis van de specifieke plaatselijke en landelijke wettelijke voorschriften als op basis van het type activiteiten dat in elke fabriek wordt verricht. Het profiel van de ontvangende wateren wordt altijd in overweging genomen bij onderhandelingen met de vergunningsinstanties.
Zo plannen wij voor al onze Belgische vestigingen – samen verantwoordelijk voor ongeveer 45% van het totale waterverbruik van Agfa – meerdere metingen per maand, uitgevoerd door een geaccrediteerd laboratorium. Het verbruik per maand wordt het hele jaar door bewaakt door de afdeling PEM om trends en afwijkingen te kunnen identificeren. Naast de interne monitoring worden externe controles conform de eisen van ISO 14001 uitgevoerd voor de vestigingen die gecertificeerd zijn, namelijk Mortsel, Suzano, Wiesbaden en Wuxi. Bij de processen van Agfa wordt het watergebruik hoofdzakelijk bepaald door het proces- en het koelwater, de twee relevantste gebruikscategorieën. Afvalwater wordt vóór lozing naar de gemeentelijke WZI altijd op locatie voorbehandeld om de vervuilingsgraad te verminderen. Direct hergebruik van afvalwater in onze activiteiten vóór lozing naar de WZI wordt gestimuleerd, voor zover technisch mogelijk. Naast de inspanningen om het watergebruik op het bedrijfsvoeringsniveau te optimaliseren, verwachten wij van al onze medewerkers en stakeholders dat ze op milieubewuste wijze handelen.
Onze indicatoren:
Het totale waterverbruik is in 2021 met 7,1% gestegen, als gevolg van het toegenomen gebruik van koelwater ter ondersteuning van hogere productievolumes. Het specifieke waterverbruik is licht gestegen (+ 1,9%) ten opzichte van 2020, maar het ligt nog steeds ver onder de waarden van de vorige jaren.# Water
De trend van vermindering van de absolute hoeveelheden water die worden gebruikt in processen die koeling uitsluiten, blijft dalen, met 4,5% in 2021 ten opzichte van 2020; de bijbehorende specifieke waarde daalde zelfs met 9,1% tot 9,9 m³ per ton geproduceerd product. Het specifieke proceswaterverbruik is verder gedaald tot 3,6 m³ per ton geproduceerd product. Hoewel de algemene prestaties ruimte laten voor verdere verbetering, met name wat betreft de optimalisering van de hoeveelheden water die voor koeling worden gebruikt, zijn wij trots op de resultaten die tot dusver zijn bereikt door onze voortdurende inspanningen om zuinig met water om te gaan.
| 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal verbruik (1.000 m³/jaar) | 6.638 | 5.783 | 5.610 | 5.295 | 5.148 | 4.996 | 5.610 | 4.705 | 2.974 | 3.184 |
| Specifiek verbruik (m³/ton product) | 13,0 | 12,7 | 12,5 | 12,5 | 11,6 | 12,0 | 12,5 | 10,6 | 10,9 | 9,9 |
| Excl. koelwater (1.000 m³/jaar) | 3.129 | 2.792 | 2.384 | 2.163 | 1.946 | 2.015 | 2.384 | 1.591 | 1.285 | 1.227 |
| Specifiek excl. koelwater (m³/ton product) | 27,5 | 25,2 | 26,4 | 25,6 | 25,2 | 29,8 | 25,2 | 31,3 | 41 | 27,5 |
Als voorbeeld van de inspanningen op dit gebied, hebben we in 2021 een partnerschap opgezet met Hertecant Flanges en Magazijnen Hendrickx om regenwater te recupereren en te gebruiken in de productiesite van Heultje. Na een studie om de haalbaarheid van verschillende opties te beoordelen in 2020, kwamen de partners overeen om een groot bassin te bouwen om regenwater op te vangen dat Agfa en HF zullen gebruiken voor hun productiebehoeften.
Het totale volume afvalwater is in 2021 licht gestegen met 1,4%. Deze stijging is echter losgekoppeld van de stijging van de productievolumes. Het specifieke afvalwatervolume is met 3,6% gedaald.
| 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totale hoeveelheid afvalwater (m³/jaar) | 1.342.577 | 1.077.783 | 1.092.343 | 1.700.664 | 1.810.981 | 1.939.076 | 2.298.754 | 2.537.258 | 2.649.374 | 3.012.470 |
| Specifieke volumes (m³/ton product) | 12,47 | 11,62 | 11,22 | 10,14 | 8,94 | 12,10 | 10,79 | 12,06 | 9,12 | 8,80 |
Als voorbeeld van onze inspanningen om het waterhergebruik intern te maximaliseren, hebben wij in onze hoofdzetel in Mortsel een biologisch waterzuiveringssysteem voor afvalwater geïnstalleerd. Dit is zo opgezet dat het effluent ervan kan worden hergebruikt als was- of koelwater en wij hebben van oudsher een aanzienlijke hoeveelheid water hergebruikt. In 2021 werd 11,7% van het totale waterverbruik hergebruikt voor nuttige toepassingen. De daling ten opzichte van de trend in het verleden is toe te schrijven aan de algemene vermindering van het water dat naar de zuivering wordt gestuurd als gevolg van de verminderde productievolumes.
| Gerecycleerd afvalwater (hoofdzetel Mortsel) | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 19,5% | 19,3% | 20,3% | 21,5% | 27,4% | 23,3% | 19,5% | 11,5% | 11,7% |
De verontreinigingsgraad van het afvalwater is in 2021 met 2,2% gedaald. Verdere optimalisaties van het waterzuiveringssysteem blijven positieve resultaten opleveren en de tendensen gaan al verscheidene jaren op rij in de goede richting. De specifieke verontreinigingsbelasting exclusief aluminium is in 2021 met 20,2% gedaald, wat overeenkomt met een lage waarde van 1,3 kg per ton geproduceerd product en de optimalisaties van de waterzuivering bevestigt.
| Specifiek volume (m³/ton product) | CZV | N | P | AOX | Zware metalen exkl. Al | Aluminium |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2012 | 12,47 | 1,3 | 0,26 | 0,03 | 0,001 | 0,017 |
| 2013 | 11,62 | 1,21 | 0,24 | 0,03 | 0,001 | 0,017 |
| 2014 | 11,22 | 1,2 | 0,22 | 0,03 | 0,001 | 0,015 |
| 2015 | 10,14 | 1,14 | 0,21 | 0,03 | 0,001 | 0,014 |
| 2016 | 8,94 | 1,05 | 0,19 | 0,02 | 0,001 | 0,013 |
| 2017 | 12,10 | 1,33 | 0,25 | 0,03 | 0,001 | 0,018 |
| 2018 | 10,79 | 1,19 | 0,23 | 0,03 | 0,001 | 0,015 |
| 2019 | 12,06 | 1,33 | 0,25 | 0,03 | 0,001 | 0,018 |
| 2020 | 9,12 | 1,06 | 0,15 | 0,03 | 0,001 | 0,014 |
| 2021 | 8,80 | 1,04 | 0,12 | 0,02 | 0,001 | 0,015 |
| 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| TOTAAL (ton/jaar) | 16.755.684 | 13.196.376 | 13.732.443 | 17.143.519 | 16.389.288 | 19.503.822 | 21.302.644 | 21.466.396 | 24.287.917 | 27.324.665 |
De residuele CVZ-waarde daalde in 2021 verder met 12,8% tot 155,1 ton per jaar, wat opnieuw de laagste waarde ooit is. De stikstofwaarde (N) blijft laag en met de sluiting van de site in Leeds werd de fosforbelasting (P) bijna volledig weggewerkt. Wat aluminium betreft, noteerden wij een stijging, die grotendeels te wijten was aan de inefficiëntie van een installatie in Wiesbaden waarvoor intussen corrigerende maatregelen zijn genomen. Wij zijn er trots op te kunnen vaststellen dat de tendensen van onze prestaties en de behaalde specifieke resultaten de inspanningen en de inzet voor een efficiënt waterbeheer weerspiegelen. Dit is een punt van voortdurende aandacht voor ons en elk jaar worden verscheidene optimaliseringsmaatregelen – met een variërend effect – ingevoerd.
Nog een aspect dat wij nauw in het oog houden en dat we relevant achten als weerspiegeling van onze totale prestaties, is het aantal milieu-incidenten en -klachten. Incidenten zijn eenmalige gebeurtenissen zoals gemorste of vrijgekomen stoffen, bijvoorbeeld door een storing in een machine; klachten worden bijvoorbeeld door buren ingediend met betrekking tot geur of lawaaiafkomstig uit een van onze fabrieken. Wij streven ernaar om dergelijke voorvallen zoveel mogelijk te beperken. Op basis van regelmatige monitoring worden corrigerende maatregelen gedefinieerd, afhankelijk van de ernst van het voorval. Hieronder vindt u een overzicht van de ontwikkeling over tijd van dergelijke cijfers.
| 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Incidenten | 39 | 26 | 22 | 18 | 13 | 13 | 14 | 21 | 8 | 11 |
| Klachten | 43 | 27 | 23 | 22 | 8 | 10 | 13 | 8 | 17 | 13 |
Wij zijn er sterk van overtuigd dat de kringloopeconomie in de toekomst een toenemende rol zal spelen als een van de centrale procesontwerpinstrumenten om een duurzame manier van zakendoen te bereiken. Daarom blijven wij ons de komende jaren inzetten voor de verbetering van onze prestaties op drie hoofdgebieden:
Naast nieuwe technische implementaties plannen we ook onze activiteiten op het vlak van training en bewustwording over belangrijke onderwerpen te versterken. In de loop van 2021 zijn wij begonnen met de beoordeling van de mogelijkheid om wereldwijde doelstellingen vast te stellen voor de specifieke KPI's die tot dusver zijn bepaald. Hoewel wij het voorbarig vonden om dat te doen, hebben wij bepaalde prioritaire actiegebieden geïdentificeerd, mede dankzij een meer gerichte uitwisseling met onze stakeholders, zoals PET, verpakkingen en de mogelijkheid om het gebruik van bio- gebaseerde materialen te verhogen. Ook al valt dit buiten het bestek van dit hoofdstuk, we richten ons ook op het leveren van innovatieve producten en oplossingen die onze klanten in staat stellen hun eigen circulariteit te vergroten (voor meer details zie het hoofdstuk Duurzame Bedrijfsoplossingen) en dit zal zeker een hoge prioriteit op onze agenda blijven.
Vandaag is het meer dan ooit duidelijk dat de klimaatverandering dringend moet worden bestreden en dat we ons moeten voorbereiden op de aanpassing eraan. Dit vergt inzet en samenwerking op vele fronten: de naleving van het ambitieuze EU-, lokale en nationale beleid, vrijwillige maatregelen op maat van onze organisatie en een maatschappelijke gedragsverandering die nodig is om dergelijke doelstellingen te ondersteunen. Daarom is en blijft klimaatactie een van de belangrijkste aandachtspunten in onze toekomstplannen, zowel voor het verminderen van onze operationele impact, als voor het leveren van steeds betere oplossingen aan de markt.
Hoe Agfa zijn energieverbruik beheert, het wil terugdringen en de gevolgen daarvan voor zijn emissies. Het omvat tevens het algehele aandeel van het bedrijf in de klimaatverandering vanwege het energiegebruik en de plannen die zijn vastgesteld of worden ontwikkeld om deze impact te beperken.
Wij staan volledig achter de algemene doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs, wat inhoudt dat wij het belang van duurzaam energieverbruik erkennen en van mening zijn dat elke organisatie zou moeten bijdragen aan een efficiënter energiegebruik. De rapportage in dit jaarverslag heeft betrekking op primaire energie, d.w.z. aardgas, stookolie enz., en secundaire energie, d.w.z. ingekochte elektriciteit en stoom. Het energieverbruik in verband met het wagenpark van de plaatselijke vestigingen wordt niet meegerekend in de hieronder vermelde indicatoren. Hoewel dit buiten het bestek van dit hoofdstuk valt, is energie-rendement tevens een belangrijk beslissings- criterium bij het evalueren en inkopen van producten en diensten. Bovendien richten wij ons tevens op het leveren van innovatieve producten en oplossingen die onze klanten in staat stellen hun eigen energieverbruik terug te dringen.
Energiebeheer wordt gecoördineerd op het plaatselijke niveau en elke fabriek is verantwoordelijk voor het in kaart brengen van het eigen energiegebruik bij alle aspecten van de bedrijfsvoering en het identificeren van kansen om het energieverbruik terug te dringen. De algemene motivatie is uiteraard om te zorgen dat de strengste normen voor energiebeheer worden gehanteerd, maar het plaatselijk management van onze locaties is verantwoordelijk voor het definiëren van het specifieke energiebeleid voor de locatie. De focus van de verschillende beleidsregels wordt op plaatselijk niveau gedefinieerd, zowel op basis van de specifieke plaatselijke en landelijke wettelijke voorschriften als op basis van het type activiteiten dat in elke fabriek wordt verricht.# Agfa-Gevaert – Jaarverslag 2021
Onze indicatoren:
1. Totaal energieverbruik (TJ/jaar)
2. Energieverbruik van primaire energie (TJ/jaar)
3. Energieverbruik van secundaire energie (TJ/jaar)
4. Specifiek energieverbruik (GJ/ton geproduceerd product)
Het totale energieverbruik (primair en secundair samen) is in 2021 licht gedaald met 0,4% ten opzichte van 2020, wat een bevredigend resultaat is, gelet op het feit dat het wordt losgekoppeld van de stijging van de productievolumes (+5,1%). Die daling is het resultaat van de voortdurende analyse, monitoring en optimalisatie van de energie-efficiëntie en is vooral te danken aan een vermindering van het gebruik van aardgas en elektriciteit. Ook het specifieke energieverbruik daalde met 5,2% tot 17,1 GJ per ton geproduceerd product. Deze waarde is echter hoger dan in de voorbije jaren als gevolg van veranderingen in de productiefrequentie, aangezien opstart- en stopfasen van productiecampagnes verhoudingsgewijs verantwoordelijk zijn voor een groter aandeel van het energieverbruik.
| Energieverbruik (TJ/jaar) | Specifiek verbruik (GJ/ton product) | Primaire energie (TJ/jaar) | Secundaire energie (TJ/jaar) | |
|---|---|---|---|---|
| 2012 | 1.141 | 14,6 | 2.394 | 1.011 |
| 2013 | 3.534 | 15,0 | 2.282 | 962 |
| 2014 | 3.367 | 15,4 | 2.405 | 930 |
| 2015 | 3.040 | 15,9 | 2.111 | 835 |
| 2016 | 2.812 | 16,3 | 1.977 | 869 |
| 2017 | 2.753 | 16,4 | 1.884 | 804 |
| 2018 | 2.733 | 16,3 | 1.929 | 661 |
| 2019 | 2.404 | 16,0 | 1.743 | 558 |
| 2020 | 2.133 | 18,1 | 1.575 | 564 |
| 2021 | 2.124 | 17,1 | 1.561 |
De vermindering van de secundaire energie was vooral het gevolg van de sluiting van de fabriek in Leeds en van de verminderde hoeveelheid aangekochte elektriciteit voor onze installatie van warmtekrachtkoppelingscentra- les in de filmfabriek van Mortsel, een van de grootste bijdragen tot ons globaal energieverbruik. Het verbruik van primaire en secundaire energie bleef nagenoeg ongewijzigd, met een daling van 0,9% voor het eerste en een stijging van 1% voor het tweede. Deze schommelingen zijn ook losgekoppeld van de stijging van de productievolumes (+5,1%).
In 2021 zijn wij blijven investeren om ons energieverbruik te verminderen en de efficiëntie van het gebruik ervan te verbeteren. Zo installeerden we een park van 2.866 zonnepanelen op het dak van onze filmfabriek in Mortsel. Die hebben een capaciteit van 1.075 KWp en kunnen tot 905 MWh groene energie per jaar leveren, waardoor 158 ton CO 2 wordt vermeden. De Agfa Groep zal 80% van de groene stroom die door de zonnepanelen opgewekt wordt, verbruiken als aanvulling op de warmtekrachtkoppelingseenheden (WKK) die al in de vestiging geïnstalleerd zijn. In Wiesbaden, waar onze fabriek deel uitmaakt van een breder bedrijvenpark, werd stoom onttrokken aan de centrale voeding van het bedrijvenpark, wat de efficiëntie van deze installatie verbeterde. In Heultje bouwden we een installatie voor de productie van koelwater, waardoor we 2.200 MWh minder stoom verbruikten en bijgevolg 430 ton CO 2 -uitstoot vermeden. In 2021 zijn we ook doorgegaan met het upgraden naar LED-lampverlichting; zo hebben we alleen al in 2021 in onze Belgische gebouwen 15.000 lampen vervangen, waardoor ons elektriciteitsverbruik met ongeveer 1.400 MWh is gedaald. In het algemeen blijven verdere suboptimalisaties van bestaande installaties een aandachtspunt, om de efficiëntie van de installaties voortdurend te verbeteren en aan te passen aan de behoeften en vereisten; bijvoorbeeld om warmte te recupereren uit de CPH die op onze sites zijn geïnstalleerd.
Naast het optimaliseren van onze interne processen kan de efficiëntie van het energiegebruik ook worden gemaximaliseerd door met anderen samen te werken. ‘Warmte Verzilverd’ is een project in Vlaanderen met directe burgerparticipatie, gericht op het gebruik van industriële restwarmte voor de verwarming van woningen. De restwarmte van onze vestiging in Mortsel gaat 300 huishoudens voorzien van centrale verwarming en warm water. Het project wordt gefinancierd met directe burgerparticipatie en wordt financieel ondersteund door de Vlaamse overheid.
Agfa-Gevaert warmtebron
|
v
Warmteoverdracht- station
| Restwarmte
v
Woning A Woning B Apartmenten- complex A
(verwarmd water) (afgekoeld water)
De manier waarop Agfa zijn uitstoot van BKG evalueert, plannen om deze te verminderen en zijn algehele bijdrage aan de klimaatverandering.
Wij staan volledig achter de oproep tot dringende klimaatactie en de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs. Om bij te dragen aan deze oproep tot wereldwijde actie zet Agfa zich ten sterkste in voor een constante verbetering van zijn milieuprestaties. Ten eerste door de eigen bedrijfsvoering, maar even belangrijk, door het in de handel brengen van duurzame producten en systemen die onze eigen klanten helpen om aan de verwezenlijking van dezelfde doelstellingen bij te dragen.
Onder BKG verstaan wij de door de Verenigde Naties in het Protocol van Kyoto genoemde gassen. De gegevens hebben betrekking op de vestigingen waarvan de bedrijfsvoering onder de controle van Agfa valt, d.w.z. alle productielocaties en administratieve vestigingen van Agfa wereldwijd; verkooporganisaties zijn niet opgenomen in de gegevens.
De gegevens in dit jaarverslag hebben betrekking op:
* Directe uitstoot (Scope 1) van:
* Opwekking van elektriciteit, verwarming, koeling en stoom
* Fysische of chemische verwerking
* Vluchtige emissies
* Indirecte energie-uitstoot (Scope 2) van:
* Opwekking van ingekochte elektriciteit, verwarming, koeling en stoom.
Directe uitstoot (Scope 1) afkomstig van het vervoer van materialen, producten, afval, medewerkers en passagiers is voorlopig niet inbegrepen. Overige indirecte uitstoot (Scope 3) is op dit moment nog niet inbegrepen. De gerapporteerde gegevens hebben betrekking op CO 2 -equivalenten gegenereerd door de hierboven vermelde activiteiten. Overige uitstoot van BKG, bijv. CH 4 , PFK’s, NF 3 , is niet inbegrepen in de berekeningen.
Hoewel dit buiten het bestek van dit hoofdstuk valt, is uitstoot van BKG tevens een belangrijk beslissingscriterium bij het evalueren en inkopen van producten en diensten. Bovendien richten wij ons tevens op het leveren van innovatieve producten en oplossingen die onze klanten in staat stellen hun eigen BKG-uitstoot terug te dringen.
Het beheer van BKG-uitstoot wordt gecoördineerd op het plaatselijke niveau en elke fabriek is verantwoordelijk voor het in kaart brengen van de eigen emissies bij alle aspecten van de bedrijfsvoering en het identificeren van kansen om deze terug te dringen. De algemene motivatie is uiteraard om te zorgen dat de strengste normen voor emissiebeheer worden gehanteerd, maar het plaatselijk management van onze locaties is verantwoordelijk voor het definiëren van het specifieke beleid voor de locatie. De focus van de verschillende beleidsregels wordt op plaatselijk niveau gedefinieerd, zowel op basis van de specifieke plaatselijke en landelijke wettelijke voorschriften als op basis van het type activiteiten dat in elke fabriek wordt verricht.
De directe (Scope 1) uitstoot van BKG wordt berekend als ton CO 2 -equivalenten door vermenigvuldiging van de hoeveelheden brandstoffen met de bijbehorende emissiefactoren. Voor aardgas, vloeibare brandstof en steenkool worden de omrekenfactoren gebruikt die worden aanbevolen door CEFIC. Voor wat betreft de berekening van de indirecte energie-uitstoot (Scope 2) hangt de gehanteerde omrekenfactor af van de vestiging.
Er worden nadere inlichtingen verstrekt over de managementbenadering voor België, waarvan de sites ongeveer 32% van onze totale productievolumes produceren en die daardoor de cijfers voor het totale BKG-uitstoot van de Groep voor zijn rekening neemt. Naast de bepalingen van de nationale energiebeleidsovereenkomst (EBO) voldoen onze Belgische vestigingen tevens aan de caps van de Europese regeling voor de handel in emissierechten (het ETS). Op deze basis melden wij onze BKG-uitstoot jaarlijks eind maart aan de overheid.# Met ingang van 2020, dankzij optimalisatieprojecten en de aanleg van een afvalwarmtenet met lage temperatuur, valt de Belgische locatie in Heultje niet meer onder het ETS. Bovendien is een energiebeheerteam belast met de monitoring en planning van projecten die het algehele ener- gierendement kunnen verbeteren, door het terugdringen van lekkage uit gebouwen, het upgraden van machines, de inkoop van elektriciteit, enz. Dit team rapporteert rechtstreeks aan de manager productie-installaties, die toezicht houdt op de algehele productieprestaties voor België. Naast het onderhoud van technische machinerie volgen de medewerkers regelmatig trainingen om een eciën- te bedrijfsvoering te waarborgen. Het energiebeheerteam is tevens belast met het berekenen van de jaarlijkse BKG-uitstoot. Voor wat betreft de berekening van de indirecte energie-uitstoot (Scope 2) worden de CO 2 - omrekenfactoren berekend volgens de aanbevelingen van de Belgische EBO en aan de hand van het gasmengsel dat elk uur van onze stroomleverancier wordt ontvangen. Naast de inspanningen om de BKG terug te dringen op het bedrijfsvoeringsniveau, verwachten wij van onze medewerkers dat ze zich milieubewust gedragen en treffen wij maatregelen met onze algehele impact in het achterhoofd.
In 2021 is zowel de directe hoeveelheid CO 2 -uitstoot (Scope 1) als de indirecte hoeveelheid CO 2 -uitstoot (Scope 2) gedaald, met respectievelijk 3,2% en 7,6% ten opzichte van 2020. De specifieke CO 2 -uitstoot (Scope 1 en 2 samen) daalde in 2021 met 9,4%. Deze waarde blijft echter hoger dan in de afgelopen jaren als gevolg van veranderingen in de productiefrequentie, aangezien opstart- en stopfases van productiecampagnes verhoudingsgewijs verantwoordelijk zijn voor een groter aandeel van de CO 2 -uitstoot.
| CO 2 -Scope 1 (kiloton/jaar) | CO 2 -Scope 2 (kiloton/jaar) | Specifieke CO 2 -uitstoot (Scope 1 en 2) naar de lucht in kg/ton product | |
|---|---|---|---|
| 2012 | 105,4 | 124,6 | 230,1 |
| 2013 | 97,5 | 121,0 | 218,5 |
| 2014 | 91,4 | 111,7 | 203,1 |
| 2015 | 91,5 | 111,5 | 203,0 |
| 2016 | 78,6 | 104,7 | 183,2 |
| 2017 | 102,8 | 79,4 | 182,1 |
| 2018 | 80,1 | 104,6 | 184,7 |
| 2019 | 99,0 | 63,8 | 162,7 |
| 2020 | 53,7 | 90,9 | 144,6 |
| 2021 | 49,6 | 88,1 | 137,7 |
Hoewel wij tevreden zijn dat de absolute impact van onze CO 2 -uitstoot een weerspiegeling vormt van onze inzet voor voortdurende verbetering van onze processen, gaan wij de komende jaren streven naar de loskoppeling van de uitstoot van de productie teneinde ook de specifieke uitstoot terug te dringen. De vermindering van de uitstoot van BKG uit onze eigen activiteiten vormt een blijvend aandachtspunt en is uiterst belangrijk als een weerspiegeling van de inzet van ons bedrijf voor de bestrijding van klimaatverandering. Daarom worden er elk jaar verscheidene optimalisatiemaatregelen geïmplementeerd, met een wisselende impact. In 2021 bleven we kijken naar onze niet-operationele impact en hebben we de eerste elektrische voer- tuigen besteld voor de elektrificatie van ons Belgische wagenpark, d.w.z. voertuigen die gebruikt worden voor het woon-werkverkeer van ons personeel.
Er beweegt watt Naast het verminderen van de emissies van onze productie, streven wij naar het verkleinen van onze voetafdruk in alle gebieden van onze processen. Daar- om zijn we, waar mogelijk, gestart met de elektrificatie van ons wagenpark. Hoewel dit proces enkele jaren in beslag zal nemen, vertegenwoordigen de elektrische voertuigen in Mortsel reeds 25% van het wagenpark.
De manier waarop Agfa zijn uitstoot naar de lucht evalueert van andere gassen dan broeikasgassen (BKG).
Ook al wordt dit onderwerp niet formeel als materieel aangemerkt in onze materialiteitsmatrix, toch worden andere emissies naar de lucht dan BKG gewoonlijk samen beheerd en zijn het verontreinigende stoffen met ongunstige effecten op klimaat, ecosystemen en luchtkwaliteit. Daarom maakt het streven naar het inperken van deze emissies deel uit van onze totale strategie van voortdurende verbetering van onze milieuprestaties en het terugdringen van onze impact. De gegevens in dit jaarverslag hebben betrekking op:
* ozonlaagarekende stoffen;
* NO x (berekend als NO 2 );
* SO 2 ;
* vluchtige organische stoffen (VOS);
* vluchtige anorganische stoffen (VAS), bijv. HNO 3 , HCI, NH 3 , H 4 N 2 , CI 2 , F 2 , HF, H 2 S, HCN.
Voor wat betreft andere onderwerpen die in strikte zin verband houden met de operationele prestaties: het be- heer van emissies naar de lucht wordt gecoördineerd op het plaatselijke niveau en elke fabriek is verantwoorde- lijk voor het in kaart brengen van de eigen emissies bij alle aspecten van de bedrijfsvoering en het identificeren van kansen om deze terug te dringen. Emissies naar de lucht moeten nauwlettend worden gemonitord om te voldoen aan de plaatselijke voorschriften en in sommige landen kunnen emissielimieten van toepassing zijn voor specifieke verbindingen, conform de plaatselijke richtlijnen. Er zijn processen vastgesteld om minimaal te voldoen aan de richtlijnen van ISO 14001.
Voor 2021 moeten wij een sterke stijging van de uitstoot van ozonarekende stoffen melden. Dit was te wijten aan een ernstig intern defect van een koelmachine op de site van Mortsel dat niet vroegtijdig kon worden opgespoord. Alle corrigerende maatregelen zijn intussen genomen en de procedures en acties zijn geëvalueerd om soortgelijke situaties zoveel mogelijk te voorkomen. Wij rapporteren alleen gegevens vanaf 2019 omdat wij eerder hadden vastgesteld dat de berekeningsmethodologieën van sommige sites niet op elkaar waren afgestemd. Wij beschouwen de gerapporteerde gegevens als representatiever voor de vergelijking van de gegevens, aangezien ze door alle sites op dezelfde manier zijn berekend.
| 2019 | 2020 | 2021 | |
|---|---|---|---|
| Ozonlaagarekende stoffen (ton CO 2 -equivalenten/jaar) | 1.508,5 | 700,2 | 3.008,1 |
| Jaar | NO X | SO 2 | VOS | VAS | TOTAAL (ton/jaar) |
|---|---|---|---|---|---|
| 2012 | 327,4 | 20,2 | 171,6 | 7,4 | 526,6 |
| 2013 | 332,8 | 19,6 | 165,2 | 7,3 | 524,9 |
| 2014 | 276,8 | 16,9 | 129,3 | 7,4 | 430,4 |
| 2015 | 262,7 | 16,2 | 121,8 | 7,0 | 407,7 |
| 2016 | 231,4 | 16,2 | 106,1 | 7,2 | 360,9 |
| 2017 | 214,9 | 15,6 | 112,7 | 7,1 | 340,3 |
| 2018 | 192,0 | 14,5 | 88,8 | 7,3 | 302,6 |
| 2019 | 196,3 | 15,5 | 71,9 | 7,3 | 291,0 |
| 2020 | 133,7 | 11,7 | 43,4 | 7,2 | 196,0 |
| 2021 | 135,2 | 11,6 | 38,2 | 7,3 | 192,3 |
| Jaar | Uitstoot VOS (ton/jaar) | Specifieke VOS-uitstoot (kg/ton product) |
|---|---|---|
| 2012 | 171,6 | 0,71 |
| 2013 | 165,2 | 0,75 |
| 2014 | 129,3 | 0,59 |
| 2015 | 121,8 | 0,64 |
| 2016 | 106,1 | 0,61 |
| 2017 | 112,7 | 0,67 |
| 2018 | 88,8 | 0,53 |
| 2019 | 71,9 | 0,48 |
| 2020 | 43,4 | 0,37 |
| 2021 | 38,2 | 0,31 |
De luchtemissies exclusief CO 2 zijn in 2021 licht gestegen met 1,1%. Deze stijging is bijna volledig toe te schrien aan de hogere NO x -emissies in verband met het aardgasverbruik. Als gevolg van voortdurende inspanningen en optimalisatie van de processen is de trend van de VOS-emissies een voortdurende daling en zijn de absolute emissies in 2021 met 16,2% gedaald. Parallel daarmee daalden de specifieke VOS-emissies tot 0,31 kg per geproduceerde ton, de laagste waarde van de laatste 10 jaar. Ook blijven we het terugwinningspercentage van oplosmiddelen verhogen door betere bedrijfsmethoden en aanpassingen aan de installaties. De daling is ook het gevolg van verschillende optimalisaties die mogelijk worden gemaakt door automatisering van het bijhouden van de oplosmiddelbalans.
De inzet voor het ontkoppelen van BKG-emissies en energiegebruik van de productievolumes is en blijft de komende jaren een van de focuspunten. Wij zullen dit engagement in onze bedrijfsstrategie laten weerspiegelen door jaarlijks prioritaire impact- projecten vast te stellen, zowel in onze activiteiten als in de samenwerking met partners in de waardeketen. Wij zullen ook onze volledige steun blijven geven aan de uitvoering van de Europese Green Deal, wat een belangrijk instrument is om duurzame ontwikkeling te bereiken. Wij vinden dit van het allergrootste belang om de hele sector naar een duurzamere productie te leiden en wij steunen dit volledig, zowel via de verenigingen van al onze sectoren als via onze eigen processen. Om uiteindelijk een netto-nul-organisatie te worden, zullen we geleidelijk doelstellingen voor onszelf bepal- en, of het nu gaat om de totale uitstoot, om specifieke domeinen of om het gebruik van grondstoffen. Som- mige plannen zijn al heel concreet, zoals b.v. een aanzienlijke toename van de aankoop van groene stroom voor onze Belgische vestigingen in 2022, andere plannen zijn nog in de maak. In de domeinen waar we nog niet rijp genoeg zijn om verbintenissen aan te gaan, hebben we onze inspanningen al opgedreven om op een transparante manier van gedachten te wisselen met partners die ons kunnen helpen lacunes op te sporen, corrigerende maatregelen te definiëren en onze algemene prestaties te verbeteren. Om het bovenstaande engagement te ondersteunen, beschouwen wij, naast nieuwe technische implemen- taties, ook alle opleidings- en bewustmakingsactiviteiten rond belangrijke thema's die essentieel zijn om gedragsverandering te bewerkstelligen en innovatie te ondersteunen.# Agfa-Gevaert – Jaarverslag 2021
Agfa dankt zijn succes aan zijn medewerkers en rekent op de bekwaamheid, passie, creativiteit en het engagement van alle teams om te bouwen aan de toekomst. Daarom verbinden wij ons in de eerste plaats aan onze medewerkers en hun gezinnen. We willen de best mogelijke werkgever zijn door het creëren van een veilige, zorgzame, inspirerende en inclusieve werkomgeving, met gelijke kansen om te groeien en te gedijen. Dit omvat ook de culturele waarden die wij als onderneming uitdragen: ons streven naar resultaten, leren op ondernemingsniveau, luisteren naar onze klanten en marktgestuurd werken. Ten tweede richten onze inspanningen zich op de maatschappij als geheel. We helpen onze klanten om de kwaliteit en efficiëntie van de patiëntenzorg te verbeteren, waarbij hun welzijn centraal staat in de innovaties van onze gezondheidszorgactiviteiten.
Onze waarden worden weerspiegeld in de Gedragscode (Code of Conduct, CoC) van de Groep. Om de vertaling van de CoC in duidelijke dagelijkse processen te ondersteunen, steunen wij op een reeks beleidslijnen en bedrijfsrichtlijnen, zowel op wereldwijd als lokaal niveau. Hier volgen enkele voorbeelden van de beleidslijnen waarop wij ons baseren voor de onderwerpen die in dit hoofdstuk aan de orde komen, maar niet in volgorde van prioriteit:
Tenzij anders vermeld beslaan de gerapporteerde kwantitatieve gegevens voor de secties onder ‘Mensen’ alle entiteiten van de Agfa Groep: de wereldwijde productielocaties, de administratieve vestigingen en de verkooporganisaties. Personen die een dienstbetrekking hebben bij Agfa, inclusief contracten met de status inactief (tijdelijk opgeschort) zijn ook meegenomen. Uitbesteedde activiteiten, externe adviseurs, tijdelijk personeel dat is ingehuurd via uitzendbureaus (of op de loonlijst van het uitzendbureau staat) zijn niet meegenomen in de gegevens.
De gerapporteerde kwantitatieve gegevens in het hoofdstuk ‘Diversiteit en Inclusie’ zijn wereldwijd verzameld door de HR-afdeling, waarbij de informatie centraal is opgeslagen in een single-source SAP-database. Er wordt maandelijks een intern verslag opgesteld om wijzigingen te monitoren. De kwantitatieve gegevens in het hoofdstuk 'Veiligheid en gezondheid' worden verzameld door de wereldwijde afdeling SH&E die in Agfa's hoofdkantoor is gevestigd. Elke productiesite is verantwoordelijk voor de eigen indiening van gegevens bij het hoofdkantoor en het formaat van de rapportering varieert naargelang het type gerapporteerde gegevens. Meer informatie hierover vindt u in het desbetreffende hoofdstuk.
| Regio | Percentage |
|---|---|
| Europa | 65,16% |
| Azië Oceanië | 15,88% |
| Latijns Amerika | 13,47% |
| Afrika | 5,49% |
AANTAL WERKNEMERS
7.373
in 2021 of 7.108 voltijds equivalenten
| Functie | Percentage |
|---|---|
| (1) Algemeen & Administratie | 17,78% |
| (2) Logistiek & Supply chain | 4,00% |
| (3) Productie | 31,19% |
| (4) Onderzoek & Ontwikkeling | 11,73% |
| (5) Verkoop | 15,35% |
| (6) Service | 19,94% |
| Divisie/Ondersteuning | Percentage |
|---|---|
| (1) Offset Solutions | 24,03% |
| (2) HealthCare IT | 17,13% |
| (3) Digital Print & Chemicals | 5,34% |
| (4) Radiology Solutions | 18,65% |
| (5) Corporate | 1,18% |
| (6) Ondersteunende Diensten | 33,66% |
| Geslacht | Percentage |
|---|---|
| Mannen | 77,08% |
| Vrouwen | 22,92% |
| Nationaliteit | Percentage |
|---|---|
| Europese | 79,06% |
| Niet-Europese | 20,94% |
| Leeftijdscategorie | Percentage |
|---|---|
| <20 | 0,26% |
| 21-30 | 6,33% |
| 31-40 | 16,95% |
| 41-50 | 25,63% |
| 51-60 | 40,40% |
| 61-70 | 10,29% |
| 70< | 0,12% |
| Categorie | Percentage |
|---|---|
| Senioriteit | 69,12% |
| Niet-senioriteit | 30,88% |
| Nationaliteit | Aantal |
|---|---|
| Amerikaanse | 81 |
| Duitse | 5 |
| Belgische | 5 |
| Chinese | 5 |
| Canadese | 5 |
Samengevat was 2021 het jaar van de versnelling, waar ambitie werd omgezet in concrete acties en gedurfde plannen voor de toekomst. Duurzaamheid heeft altijd in Agfa’s DNA gezeten, maar de inspanningen en middelen om de duurzaamheidsprioriteiten aan te pakken en deze systematisch op te nemen in de zakelijke strategie zijn tot nu toe hoofdzakelijk ingezet op team- en divisieniveau. In 2020 hebben we ons gericht op het uitbouwen van een algemene bedrijfsaanpak om projecten, middelen en doelstellingen tussen verschillende regio's en afdelingen te omkaderen en te coördineren. Terwijl de aanhoudende gevolgen van de wereldwijde pandemie COVID-19 flexibiliteit in de planning en extreme veerkracht van al onze teams eisten, bleven we in 2021 werken aan het omzetten van de bedrijfsdoelstellingen in concrete acties en lag de klemtoon wat onze mensen betreft op het volgende:
Ter ondersteuning van de samenleving hebben we in 2021:
| Doelstelling | Status |
|---|---|
| 2025, 15% vrouwen in hoge managementposities | |
| Vermindering van ziekteverzuim versus doelstelling | -19% versus -50% tegen 2025 |
| Gemiddeld aantal uren leren per werknemer (per jaar online) | +47% |
Ons ultieme doel? Zorgen voor een veilige, inspirerende, diverse en inclusieve werkomgeving, met gelijke kansen om te gedijen en te groeien!
Mensen bleven onze prioriteit nr. 1 tijdens COVID-19: #safetyfirst #countonus #strongertogether
Algemeen gezondheids- en veiligheidsmanagement (S&H), met inbegrip van bedrijfsveiligheid en industriële hygiëne, is de reeks van processen die zijn ingesteld voor het voorkomen van arbeidsgerelateerde letsels en ongevallen, het monitoren en beoordelen van de potentiële blootstelling van medewerkers aan gevaren, zowel fysiek als psychologisch, en het waarborgen van adequate herkenning en corrigerende maatregelen in die gevallen waarbij preventieve maatregelen niet toereikend zijn. De gezondheid en veiligheid van onze medewerkers zijn voor ons van het grootste belang. We beschouwen het als een morele verplichting om werkomstandigheden te creëren die voor iedereen te allen tijde veilig zijn. Bovendien moeten alle medewerkers verantwoordelijkheid dragen voor hun eigen veiligheid en die van hun collega's en gasten. Op onveilig gedrag wordt onmiddellijk gereageerd, ook tegenover bezoekers, contractors en leveranciers: veilig werken is absoluut vereist om bij en met Agfa te mogen werken. Naast veiligheid hechten wij veel belang en besteden wij de nodige aandacht aan alle aspecten van de gezondheid van de mens die door de werkomstandigheden kunnen worden beïnvloed, bijvoorbeeld ergonomie, ziektepreventie, gezonde levensstijl, ...
De activiteiten met betrekking tot S&H-management zijn samengesteld op basis van ons Corporate SH&E- beleid (Corporate Safety, Health and Environment). Elke divisie wijst een SH&E-manager aan die meewerkt aan het uitrollen en de evaluatie van het beleid en de doelen en is lid van het Corporate SH&E Management Committee. Het SH&E Management Committee herbekijkt ten minste elke drie jaar het corporate beleid, de organisatie, het managementsysteem en de doelstellingen. Elke manager garandeert dat elke opmerking wordt opgevolgd om te voorkomen dat deze zich nogmaals voordoet. Het SH&E Management Committee monitort ook de voortdurende ontwikkeling van wetgeving wereldwijd met betrekking tot veiligheid en gezondheid op onze locaties. Het lokale management van onze vestigingen is vervolgens verantwoordelijk voor de implementatie van het Corporate SH&E-beleid en het naleven van de lokale wet- en regelgeving die van toepassing is op het functioneren van de productielocatie zelf, onder coördinatie van de S&H-coördinator van de fabriek. Voor het waarborgen van de hoogste S&H-normen hebben we voor elke vestiging een eigen beleid met inbegrip van contractors en subcontractors indien dit relevant is.# Gezondheid en veiligheid van medewerkers
De focus van de verschillende beleidslijnen wordt op lokaal niveau bepaald, zowel op basis van de specifieke lokale en nationale wettelijke vereisten als op het type activiteiten dat binnen elke fabriek wordt uitgevoerd. Een volledige naleving van dergelijke standaarden begint met ‘zachte’ maatregelen teneinde een hoog niveau van veiligheidsbewustzijn te waarborgen vanaf het eerste moment dat iemand ons terrein betreedt, bijv. gebruiksvriendelijke richtlijnen die voor iedereen gemakkelijk op te volgen zijn. Vervolgens hebben we strikte protocollen en controlemechanismen om preventie van arbeidsongevallen en arbeidsgerelateerd letsel te waarborgen, evenals een goede zorg in die gevallen dat deze wel optreden. Afhankelijk van de specifieke activiteiten binnen elke Agfa-fabriek waarborgen we ook adequate monitoring en preventie van potentiële blootstelling van medewerkers en bezoekers aan chemicaliën. Het lokale beleid van Agfa wordt aan alle medewerkers ter beschikking gesteld in de lokale taal (talen) en er zijn lokale trainingsprogramma’s beschikbaar.
De manier waarop Agfa de gezondheid en veiligheid van zijn menselijk kapitaal waarborgt, te beginnen met algemeen gezondheids- en veiligheidsmanagement, met inbegrip van bedrijfsveiligheid en industriële hygiëne.
59 AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021
Naast het specifieke beleid van Agfa hebben de Braziliaanse vestiging in Suzano, de Duitse in Wiesbaden en de Chinese in Wuxi (Printing) het OHSAS 18001-certificaat. Observatierondgangen op de werkvloer zijn het belangrijkste instrument voor het nauwgezet onderzoeken van werkzaamheden en omgeving om onveilige situaties en omstandigheden op te sporen. Het adequaat rapporteren van voorvallen is essentieel om adequate opvolging te waarborgen en, waar nodig, ongevallen bij de autoriteiten te melden, conform nationale en lokale wetgeving. Van elk gerapporteerd incident, bijna-ongeval en ongeval wordt de oorzaak onderzocht, zodat de meest aanbevolen maatregelen kunnen worden geïmplementeerd. Belangrijke zaken worden onmiddellijk gecommuniceerd aan alle vestigingen als een SH&E-alarm en -leerpunt. Als onderdeel van de S&H-maatregelen werken wij ook aan die aspecten van de gezondheid van mensen die door de werkomstandigheden kunnen worden beïnvloed. Bijvoorbeeld door het geven van opleiding over de juiste inrichting van de werkruimte met het oog op ergonomie, advies over hoe men actief kan blijven en een gezonde levensstijl kan hebben of medische controles in sommige van onze fabrieken.
Mentale gezondheid is ook essentieel voor het waarborgen van de gezondheid van onze medewerkers. Vanuit deze visie worden activiteiten voor het monitoren en aanpakken van eventuele zorgen bepaald op lokaal niveau, afhankelijk van de ondersteuning van de lokale overheden voor dergelijke programma’s en de specifieke aard van de potentiële bedreigingen, die verschillen op basis van de in de vestigingen uitgevoerde werkzaamheden. Voor onze vestigingen in België voeren we elke vijf jaar een enquête uit waarmee we het mentale welzijn van onze medewerkers kunnen volgen. Deze enquête wordt door al onze medewerkers ingevuld en dient om inzicht te krijgen in hun beeld van werkomstandigheden, communicatie en alle andere aspecten die stresssituaties kunnen veroorzaken. Op basis van deze enquête bepalen we de specifieke acties die we gaan inzetten om de blootgelegde verbeterpunten aan te pakken. In sommige landen, bijv. Agfa HealthCare VK & Ierland, Scandinavië, Nederland en Noord-Amerika, houden we enquêtes onder onze medewerkers, die ons waardevolle inzichten verschaffen over het mentale welzijn van onze medewerkers en mogelijke risicogebieden. In sommige gevallen werd ook overwogen psychologische bijstand te verlenen die op deze specifieke pandemische periode was gericht.
Met de visie om tot nul ongevallen te komen, hebben wij ons ten doel gesteld om het aantal ongevallen met meer dan één verloren dag tegen 2025 met 50% te verminderen (ten opzichte van de uitgangssituatie in 2019).
Rapporteerbare ongevallen zijn per definitie ongevallen die volgens de nationale en lokale wetgeving aan de autoriteiten moeten worden gemeld. Helaas kunnen de rapportagevereisten op basis van wetgeving enorm verschillen in verschillende landen waar Agfa werkzaam is. Daarom is er geen algemene definitie van een ‘rapporteerbaar’ ongeval. Daarom hebben we besloten om naar de frequentie van deze ongevallen te verwijzen en een algemene definitie te gebruiken om zo een coherente indicator te creëren.
Toepassingsgebied van deze indicatoren: de gerapporteerde kwantitatieve gegevens hebben uitsluitend betrekking op de productieactiviteiten.
60 Onze prestaties en activiteiten in 2021
In 2021 lag de nadruk op het verhogen van de veiligheid op alle niveaus van de activiteiten, samen met het beheersen van de gevolgen van COVID-19. De veiligheid van onze mensen was prioriteit nummer één tijdens de pandemie. We zijn alle nodige veiligheidsmaatregelen blijven nemen en onze manier van werken blijven aanpassen (meer details in het volgende deel). Tegelijkertijd hebben we gewerkt aan de verbetering van veiligheid en gezondheid voor iedereen:
Die inspanningen hebben ertoe geleid dat de frequentie van de te melden ongevallen in 2021 is gedaald, zowel ten opzichte van vorig jaar als van toen wij die waarde voor het eerst begonnen op te sporen, en dat bijna het absolute minimum is bereikt dat ooit voor de Groep werd opgetekend. De resultaten bevestigen ook dat we op de goede weg zijn om de ongevallen met meer dan één verloren dag tegen 2025 te halveren, aangezien ze in 2021 al met 19% zijn gedaald in vergelijking met het referentiejaar 2019 (1). De frequentiegraad en de ernstgraad van te melden ongevallen met meer dan één verloren dag daarentegen zijn in 2021 gestegen ten opzichte van de vorige verslagjaren. Deze hogere cijfers zijn te wijten aan de combinatie van twee factoren, namelijk een aantal ongevallen met bijzonder lange herstelperioden en een lager aantal totaal gewerkte uren (ongeveer -4,5% ten opzichte van 2020 en -19% ten opzichte van het referentiejaar 2019).
| Jaar | Frequentiegraad van rapporteerbare ongevallen |
|---|---|
| 2012 | 3,05 |
| 2013 | 3,21 |
| 2014 | 2,88 |
| 2015 | 1,66 |
| 2016 | 1,83 |
| 2017 | 1,89 |
| 2018 | 1,15 |
| 2019 | 2,40 |
| 2020 | 1,17 |
| 2021 | 2,03 |
(1) De vooruitgang wordt gemeten door het aantal ongevallen in 2021 te vergelijken met het aantal ongevallen in 2019 op dezelfde sites die nu nog deel uitmaken van de Groep. Daarom is de gerapporteerde vooruitgang 19% en niet 21% (als gevolg van de vergelijking 2021 met het totale aantal ongevallen in 2019).
61 AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021
| Jaar | Aantal ongevallen met minimum één verloren werkdag | Frequentiegraad van rapporteerbare ongevallen met minimum één verloren werkdag | Ernstgraad van rapporteerbare ongevallen met minimum één verloren werkdag |
|---|---|---|---|
| 2012 | 48 | 5,79 | 0,196 |
| 2013 | 49 | 5,76 | 0,144 |
| 2014 | 52 | 5,65 | 0,147 |
| 2015 | 55 | 4,64 | 0,092 |
| 2016 | 42 | 5,85 | 0,139 |
| 2017 | 34 | 5,28 | 0,131 |
| 2018 | 38 | 4,35 | 0,096 |
| 2019 | 22 | 3,51 | 0,079 |
| 2020 | 30 | 5,02 | 0,145 |
| 2021 | 39 | 5,14 | 0,118 |
Als we alle bovenstaande overwegingen en gegevens in beschouwing nemen, kunnen wij stellen dat de algemene tendens op lange termijn nog steeds dalende is en wij zijn er trots op dat verscheidene fabrieken erin geslaagd zijn nul ongevallen met werkverlet te melden, sommige fabrieken zelfs verscheidene jaren op rij. Niettemin lopen er op alle locaties programma’s om het aantal ongevallen verder terug te dringen, en dat zal ook in de toekomst zo blijven. Het plannen en uitvoeren van observatierondes blijft het belangrijkste instrument om potentieel onveilige situaties op te sporen en ongevallen en verwondingen te voorkomen.
S&H vormt voor ons onze morele licentie voor het uitvoeren van onze werkzaamheden.# Agfa-Gevaert – Jaarverslag 2021
Daarom blijven we onderzoek doen om een hoge mate van bewustzijn van en focus op preventieve maatregelen te houden, waarmee we willen voorkomen dat ons menselijk kapitaal fysiek of psychologisch letsel oploopt. Om onze doelstelling inzake het terugdringen van het aantal ongevallen met minimum één verloren werkdag te bereiken, zullen we de veiligheidsprogramma's en de opleiding in sites met het hoogste aantal ongevallen blijven versterken. Vanaf 2022 zullen we de impact van het 6-S-programma in Mortsel analyseren en – als het erin slaagt om het aantal gevaarlijke of potentieel gevaarlijke situaties te verminderen – zullen we het programma uitbreiden naar andere afdelingen dan de pilootafdelingen. We zullen ons ook blijven voorbereiden op de toekomst van werk, die meer hybride werk en de behoefte aan meer virtuele interactie op vele niveaus met zich mee zal brengen, niet alleen wat betreft de manieren om de aandacht op een hoog niveau te houden, maar ook wat betreft de manier waarop ongevallenpreventie-opleidingen worden gegeven, het bijwerken van procedures, het handelen op het gebied van ergonomie, het controleren van het mentale welzijn van mensen, ...
In 2021 bleef de COVID-19-pandemie deel uitmaken van een 'nieuw normaal', niet alleen als een bedreiging voor de gezondheid, maar ook met een enorme ontwrichting van onze gezinnen, samenlevingen en economieën over de hele wereld tot gevolg. Voortbouwend op de lessen van 2020 zijn we tevreden te kunnen zeggen dat deze situatie ons vermogen om ons als bedrijf aan te passen heeft bevestigd. Bij het omgaan met deze uitdaging is onze eerste zorg altijd de bescherming van de veiligheid en gezondheid van onze medewerkers, onze klanten, onze partners en onze gemeenschappen geweest.
62
Daarom zijn we de evolutie van de COVID-19-uitbraak op wereldwijde, regionale en lokale schaal blijven volgen via een gecentraliseerde COVID Task Force. We zijn de aanbevelingen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en andere relevante internationale richtlijnen blijven volgen, naast die van de lokale en regionale overheden. Wij hebben onze mensen regelmatig en duidelijk geïnformeerd over de maatregelen die op de werkplek moeten worden genomen om de verspreiding van de pandemie te beperken, terwijl wij met onze sociale partners hebben samengewerkt om de economische gevolgen voor onze mensen zo veel mogelijk te beperken. In bepaalde gevallen werd ook psychologische bijstand verleend. We zijn tevreden dat we er ook in 2021 in geslaagd zijn om grote uitbraken in onze vestigingen te vermijden.
Waren maatregelen op het vlak van veiligheidsbeheer essentieel voor een veilig verloop van de activiteiten die verband houden met de productie, vanaf 2020 hebben we onze digitalisering versneld in al die domeinen waar dat mogelijk was. Om ons voor te bereiden op de toekomst van werk, hebben we wereldwijde ‘Post-pandemische richtlijnen voor hybride werken’ opgesteld. Dit ging hand in hand met het virtueel of op een hybride manier in contact treden met onze klanten, via virtuele demo's of het organiseren van virtuele tentoonstellingen, het ondersteunen van onze klanten op afstand, ... Ook onze projectimplementaties zijn in de meeste gevallen virtueel geworden. Hoewel teams zullen blijven samenwerken, kan het op lange termijn en op een continue basis van elkaar weg werken, uitdagingen met zich meebrengen die moeten worden aangepakt. Om onze teams te helpen slagen in hun overgang naar hybride werken, bleven we werken aan hun competenties en nieuwe gedrag. We boden een reeks middelen en trainingen over een spectrum van onderwerpen, van het vergroten van veerkracht en remote team management strategieën tot optimalisatie van ergonomie, ...
Naast de gevolgen voor onze teams heeft de COVID-19-uitbraak onze klanten voor enorme uitdagingen op het gebied van efficiëntie en productiviteit gesteld en heeft ze de zorgverleners onder buitengewone druk gezet. Daarom moesten we onze manier van interactie en zorg voor onze waardeketen radicaal aanpassen. Dit is de geest die heeft geleid tot #CountOnUs en #StrongerTogether, twee initiatieven die zorgverleners ondersteunen door klantcases, tips en knowhow te delen.
Dit is het initiatief van onze divisie Radiology Solutions voor het samen creëren en mogelijk maken van praktische respons op de COVID-19-crisis. Het begon als een boodschap van steun en solidariteit naar onze klanten en ontwikkelde zich, terwijl de pandemie zich uitbreidde, tot een pragmatische, holistische benadering voor het zoeken naar eenvoudige, praktische oplossingen voor uitzonderlijke problemen. Door de pandemie ontstond er vraag naar een ongekende hoeveelheid beelden, die gemaakt moesten worden door drukke professionals, die onhandige PBM droegen en ondertussen wel de beeldverwerkingsapparatuur goed moesten blijven ontsmetten. We zagen dat wij een bijdrage konden leveren door de capaciteit en de productiviteit te verhogen. Binnen dit initiatief hebben we onze klanten wereldwijd geholpen om snellere en nauwkeurigere röntgenfoto’s te maken, die helpen in de strijd tegen de COVID-19-pandemie. We hebben ze geholpen door successen, lessen en best practices te delen om de levering van hoogwaardige gezondheidszorg in uitdagende omstandigheden te kunnen waarborgen. We zijn er trots op dat wij een faciliterende kracht hebben kunnen zijn voor onze klanten.
Als IT-partner voor de gezondheidszorg vindt Agfa HealthCare het bijzonder belangrijk om zorgverleners en de gemeenschappen waarin zij werken te ondersteunen bij de aanpak van actuele COVID-19-uitdagingen. Via de hashtag #StrongerTogether laat de divisie zien hoe haar klanten de software gebruiken voor effectieve triage, verslaglegging en samenwerking aan COVID-19-gevallen over de quarantainegrenzen heen.
63
Agfa-Gevaert – Jaarverslag 2021
Daarnaast worden er specifieke configuraties ontworpen in samenwerking met zorgverleners. Deze worden vervolgens gepubliceerd op de website van de divisie, zodat anderen hier ook baat bij kunnen hebben. Van prioriteitswerklijsten speciaal voor COVID-19 en tools die verslaglegging van thuis uit en regionale samenwerking mogelijk maken tot oplossingen in samenwerking met Microsoft, DELL en Barco – de focus van Agfa HealthCare ligt bij het ondersteunen van haar klanten in deze uitdagende tijden.
We zijn een onderdeel van de gemeenschappen waarin onze werkzaamheden plaatsvinden en waar onze medewerkers wonen. Daarom plannen we altijd tijd en middelen in om met de gemeenschap in contact te treden, om ze te informeren over wat we doen, vragen te beantwoorden en te luisteren naar suggesties en ideeën. In normale tijden doen we dit door fysieke bijeenkomsten te organiseren, waar we de gemeenschap daadwerkelijk kunnen ontmoeten. In de voorbije twee jaar hebben we daarvoor alternatieve communicatiekanalen, bijvoorbeeld tijdschriften of brieven, aangewend. Naast transparante communicatie en proactieve betrokkenheid, om te begrijpen welke punten van zorg moeten worden aangepakt, proberen wij waar mogelijk concrete steun te verlenen, via geldelijke donaties of donaties van materiaal/uitrusting.
Hoewel u in de secties hieronder meer informatie vindt over elk proces, vallen het algemene beheer en de belangrijkste verantwoordelijkheden voor deze topics onder de verantwoordelijkheid van de afdeling Human Resources, ten gevolge van hun belangrijke rol in de verschillende fases van betrokkenheid bij medewerkers. Diverse wereldwijde en regionale HR Business Partners bouwen, onderhouden en ontwikkelen de relatie met hogere leidinggevenden/managers en medewerkers en fungeren als aanspreekpunt voor het management, terwijl ze betrokken zijn bij belangrijke zakelijke beslissingen. Alle HR business partners komen jaarlijks bijeen tijdens de Annual Global HR Meeting (jaarlijkse wereldwijde HR-bijeenkomst) om doelstellingen te formuleren, vooruitgang en beleid te bespreken en best practices te delen. Een maandelijkse check-in zorgt ervoor dat opvolging en uitwisseling gedurende het jaar ook gewaarborgd wordt.
Nu wij een allesomvattend transformatieproces zijn begonnen, is de versterking van onze deskundigheid op het gebied van Human Resources om ons te helpen onze mensen in het middelpunt van onze transformatie te plaatsen, een topprioriteit voor de Groep. Daarom werd in september 2021 de HR-afdeling versterkt met de benoeming van een Chief Human Resources Officer, die nu ook lid is van het Executive Comité.
In 2021 hebben we ook voor het eerst een rating van onze duurzaamheidsprestaties door een derde partij laten uitvoeren via EcoVadis om onze praktijken te benchmarken ten opzichte van de beste in hun klasse. Hierbij behaalden we een bronzen medaille. Naast de beoordeling van onze huidige prestaties leverde het resultaat van de EcoVadis-evaluatie een lijst van aanbevelingen voor mogelijke verbeteringen op, die wij inmiddels al aan het aanpakken zijn, onder meer voor processen op het gebied van gezondheid, veiligheid, arbeid en mensenrechten. Wij zullen de ontvangen feedback gebruiken om onze processen en daarmee samenhangende prestatie-indicatoren voortdurend te verbeteren.
De manier waarop Agfa het welzijn van zijn mensen, voorbij gezondheid en veiligheid met oog voor bredere werkomstandigheden, werk-privébalans en een inclusieve cultuur waarborgt. Dit omvat – maar is niet beperkt tot – alle initiatieven en programma’s die diversiteit en inclusie, een gevoel van thuishoren en betrokkenheid, talentmanagement, werk-privébalans en verloning bevorderen.
64
Diversiteit & Inclusie
Diversiteit op het werk houdt in dat we een personeelsbestand opbouwen dat een weerspiegeling is van de maatschappij waarin het bedrijf bestaat en werkt.# Agfa-Gevaert – Jaarverslag 2021
Voor Agfa staat diversiteit voor de verscheidenheid van alle kenmerken die afzonderlijke personen uniek maken, inclusief geslacht, ras, leeftijd, denkwijze, opleiding, enzovoort. Met inclusie verwijzen we naar de cultuur en de werkomgeving die zo zijn vormgegeven dat iedereen zich er welkom voelt en waar diversiteit als een kracht wordt gezien.
We streven naar een werkomgeving die veilig, inspirerend en inclusief is, met gelijke kansen om te groeien en te gedijen door een klimaat te creëren waarin vertrouwen, tolerantie en openheid centraal staan. Wij geloven dat diversiteit en, bovenal inclusie en integratie van dergelijke diversiteit, een doorslaggevende factor zijn voor het slagen van deze visie. Binnen de bedrijfscultuur van Agfa willen we bovendien een zorgzame omgeving bevorderen, waar onze mensen zich verbonden voelen met het bedrijf en het gevoel hebben hier thuis te horen in een veilige psychologische ruimte waar je vanuit een gevoel van erbij horen kunt gedijen.
Agfa is actief in meer dan 100 landen en heeft eigen productiecentra, O&O-centra en verkooporganisaties in meer dan 40 landen. Bij Agfa werken medewerkers van 81 nationaliteiten, met verschillende achtergronden, persoonlijkheden en visies elke dag samen. Deze diversiteit is een verrijking voor de organisatie en ze levert een directe bijdrage aan de geleverde prestaties, innovatie en de algehele cultuur van het bedrijf.
Religie
Leeftijd
“De transformatie van Agfa gaat niet over processen en bedrijfsmodellen. Het gaat over onze mensen, onze cultuur en onze relevantie. Het gaat over het creëren van een omgeving waar onze mensen het gevoel hebben dat ze erbij horen, waar ze hun beste zelf kunnen zijn en emotioneel betrokken kunnen zijn om Agfa's belofte aan de maatschappij, klanten en aandeelhouders waar te maken.”
– Leo Hendriks, Chief Human Resources Officer
65
Agfa-Gevaert – Jaarverslag 2021
Agfa heeft beleidsmaatregelen en procedures ingesteld om de implementatie van zijn visie te waarborgen. Sinds 2003 heeft de Raad van Bestuur van Agfa een beleid geïmplementeerd voor gelijke kansen op werkgelegenheid. De Raad van Bestuur staat achter een non-discriminatiebeleid waarin geen ruimte is voor discriminatie op grond van ras, godsdienst, politieke overtuiging, kleur, geslacht, leeftijd, nationaliteit, beperking of eender welke wettelijk ontoelaatbare indeling. Deze beslissing werd opgenomen in ‘Appendix A: Gedragscode,’ onderdeel van het Corporate Governance Charter en wordt verder toegelicht in het Diversiteitscharter van Agfa. Beide documenten zijn raadpleegbaar op de website van Agfa: www.agfa.com/investorrelations.
In het diversiteitscharter engageert Agfa zich tot het volgende:
Dit charter wordt volledig ondersteund door de directie van Agfa. Samen met de sociale partners engageert de directie zich om het op een actieve manier te ondersteunen. Agfa verwacht bovendien van alle werknemers dat ze de rechten en eigenheden van alle individuen respecteren.
Naast het gedrag dat Agfa van medewerkers verwacht, zijn de managementprocessen zodanig ontworpen dat de medewerkers worden geselecteerd, aangenomen, toegewezen, getraind, bevorderd, overgeplaatst, ontslagen en beloond op grond van hun mogelijkheden en kwaliteiten zonder enige vorm van discriminatie.
Om de vertaling van deze beginselen in duidelijke dagelijkse processen te ondersteunen, is er naast de globale aanpak een reeks lokale activiteiten en processen ingevoerd. Aan de ene kant waarborgen we zo dat we voldoen aan specifieke lokale vereisten en aan de andere kant kunnen we zo rekening houden met de bijzonderheden van de populatie van een specifieke fabriek ten aanzien van de meest relevante aspecten van diversiteit en inclusie, en ten aanzien van de volgroeidheid van de beleidsmaatregelen die van toepassing zijn als uitgangspunt.
Om een voorbeeld te geven: de aanpak die wij gebruiken met betrekking tot diversiteit & inclusie op onze vestiging in de VS – waar circa 13% van onze mensen werkzaam is – is het resultaat van een reeks verschillende processen die wij in gebruik hebben, zij het voor werving, zij het voor hoe wij het leven bij Agfa benaderen.
Vanuit het engagement om te werken aan de verschillende elementen die deel uitmaken van een D&I-visie, hebben wij ons gericht op genderevenwicht als eerste gebied om doelen te stellen. Tegen 2025 willen wij als onderdeel van onze Groep:
66
Agfa-Gevaert – Jaarverslag 2021
Aangezien wij ons inzetten voor diversiteit en inclusie in zijn brede betekenis, d.w.z. in termen van cultuur, etniciteit, sociaaleconomische status, leeftijd, geslacht, ... worden aanverwante activiteiten niet in een silo behandeld, maar ingebed in de verschillende organisatorische processen die in dit hoofdstuk worden beschreven. Wij erkennen ook dat er in de organisatie momenteel ruimte is voor verbetering, daarom heeft ons management besloten zich te richten op D&I als een van de actieprioriteiten in de routekaart voor duurzaamheid in de komende jaren. Om een dergelijke strategie op zo’n breed terrein uitvoerbaar te maken, werd besloten om eerst het gebied van genderdiversiteit aan te pakken en kwantitatieve doelstellingen en een concreet actieplan te definiëren. Voor Agfa betekent dit dat voor elke vacature een evenwichtige kandidatenpool moet worden samengesteld en dat vooral het behoud en de tevredenheid van de werknemers moet worden verhoogd, terwijl ook de diversiteit binnen de beslissingsfuncties moet worden bevorderd.
In 2021 hebben we een reeks activiteiten in gang gezet om onze doelstellingen te bereiken, in het volle besef dat kwantitatieve resultaten pas na verloop van tijd zichtbaar zouden worden, gezien de aard van het onderwerp. Wij organiseren onze activiteiten rond 5 pijlers:
67
Agfa-Gevaert – Jaarverslag 2021
Als resultaat van onze voortdurende acties, vooral op sociale media, zijn we door LinkedIn genomineerd voor een Talent Award in België. De award is een erkenning voor de beste ‘talent acquisition’-teams die talent aantrekken en cultiveren en die een positieve impact hebben gehad op de talent community van LinkedIn. Parallel aan deze gendergerichte acties, zijn we begonnen met het identificeren van gebieden voor toekomstige actie en hebben we ervoor gezorgd dat de training en communicatie de bredere reikwijdte van D&I zou aanpakken.# DIVERSITEIT & INCLUSIE
Al vanaf 2015 voldoet de samenstelling van de Raad van Bestuur (RvB) aan de wettelijke verplichtingen met betrekking tot genderdiversiteit zoals bepaald door de Belgische wet van 28 juli 2011. Meer informatie over diversiteit in de RvB is te vinden in de Corporate Governance Verklaring. Hieronder volgt een samenvatting van onze wereldwijde prestaties in 2021 inzake de gemaakte vooruitgang voor het gehele personeelsbestand. Met het oog op de rapportage over D&I hebben wij de categorie van hoge managementfuncties in twee groepen verdeeld. De kanalen om deze twee groepen te bereiken, te behouden en te motiveren zijn verschillend en daarom is het praktischer om onze prestaties afzonderlijk te monitoren om inzicht te krijgen in het effect van onze activiteiten.
| Vrouw | Man | Vrouw | Man | Vrouw | Man | Vrouw | Man | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2021 | 2021 | 2020 | 2020 | 2019 | 2019 | 2018 | 2018 | |
| Niet-management | 76% | 24% | 76% | 24% | 76% | 24% | 76% | 24% |
| Lager management | 37% | 63% | 31% | 69% | 31% | 69% | 39% | 61% |
| Middenmanagement | 36% | 64% | 36% | 64% | 35% | 65% | 38% | 62% |
| Hoger management (niveau 1) | 28% | 72% | 28% | 72% | 38% | 62% | 38% | 62% |
| Hoger management (niveau 2 en 3) | 25% | 75% | 27% | 73% | 26% | 74% | 28% | 72% |
| TOTAAL | 30% | 70% | 31% | 69% | 30% | 70% | 30% | 70% |
| Vrouwelijke werknemers | Mannelijke werknemers | Jaar | |
|---|---|---|---|
| 71,56% | 28,44% | 2016 | |
| 72,37% | 27,63% | 2017 | |
| 69,29% | 30,71% | 2018 | |
| 66,54% | 33,46% | 2019 | |
| 69,12% | 30,88% | 2020 | |
| 65,72% | 34,28% | 2021 |
| Leeftijdscategorie | 2021 | 2020 | 2019 | 2018 | 2017 | 2016 | 2015 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ≤ 24 | 8% | 7% | 7% | 8% | 12% | 13% | 13% |
| 25-34 | 46% | 46% | 42% | 36% | 31% | 37% | 37% |
| 35-44 | 27% | 28% | 29% | 32% | 35% | 30% | 30% |
| 45-54 | 16% | 15% | 17% | 17% | 18% | 17% | 17% |
| 55-64 | 2% | 3% | 4% | 5% | 4% | 3% | 3% |
| 64< | 1% | 1% | 1% | 1% | 0% | 0% | 0% |
Niettegenstaande de verschillende acties die werden ondernomen was er in 2021 een daling van het percentage vrouwen bij nieuwe aanwervingen en een lichte daling van het percentage vrouwen in hoge managementfuncties. De resultaten gaan niet in de richting die wij nastreven en zijn toe te schrijven aan een combinatie van redenen. Sommige uitdagingen zijn specifiek voor onze organisatie. Zo werken wij in een door mannen gedomineerde technische/industriële sector. Vooral in 2021 hebben wij voor een aanzienlijk aantal vacatures productiegerichte en mannelijk georiënteerde functies aangenomen, bv. verkoop, service, applicaties, ... Er zijn echter ook andere belemmeringen, met name een bewezen wereldwijd tekort aan vrouwelijk talent en het ongewenste effect van de COVID-19 pandemie, die de nog steeds bestaande ongelijkheid in onze samenleving heeft aangetoond, waar vrouwen tijdens de pandemie veel meer te lijden hebben gehad onder de nadelen van thuiswerk en thuisstudie. In het licht van deze overwegingen hebben wij in 2021 deze eerste doelstellingen opnieuw bekeken en besloten dat het handhaven van het niveau van onze inspanningen en onze ambitie de juiste manier is om de bestaande kloven te dichten.
Het tewerkstellen van mensen is een strategische investering op lange termijn. Wereldwijde organisaties ervaren nog steeds concurrentie bij het aanwerven en behouden van personeelsleden. Daarom biedt Agfa zijn medewerkers marktconforme verloningspakketten als middel om de beste talenten in de markt aan te trekken. Bovendien richten we ons op een niet-discriminerende verloning om onze algehele inzet met betrekking tot diversiteit & inclusie verder te ondersteunen.
Voor onze Raad van Bestuur en ons Executive Management is het huidige verloningsbeleid beschreven in ons Corporate Governance Charter en worden criteria bepaald door het Benoemings- en Remuneratiecomité. Het doel van het beleid is te waarborgen dat gekwalificeerde en deskundige professionals kunnen worden aangeworven, behouden en gemotiveerd, waarbij rekening wordt gehouden met de aard en omvang van hun individuele verantwoordelijkheden.
Voor het personeelsbestand hebben we een algemeen beloningsbeleid, wat waarborgt dat salarissen marktconform, eerlijk en consistent worden bepaald binnen verschillende regio's. Het beleid is gestoeld op het principe dat Agfa wil betalen voor prestaties en – op basis daarvan – wordt de verloning van afzonderlijke werknemers gebaseerd op de volgende parameters:
Als referentieloon voor onze medewerkers gebruiken we een ‘Total Target Cash’-niveau dat gemiddeld op het 50ste percentiel van de markt ligt. Een variabel salaris is een belangrijk onderdeel van het salarispakket. Het bedrag van dit variabele deel is afhankelijk van de resultaten van de betreffende divisie en regio en van de individuele prestaties, zoals beschreven in het Global Bonus Plan. Voor verkopers en servicemedewerkers is het variabele deel gelinkt aan specifieke doelstellingen in een ‘Sales Incentive Plan’ of een ‘Service Incentive Plan.’ Het Executive Comité valideert de financieringsratio, de regionale verdeling en de definitieve verdeling van individuele prestatiebeoordelingen. Naast het salaris streven we ernaar competitieve en kostenefficiënte kortetermijn- en langetermijnvoordelen aan te bieden, als onderdeel van de individuele pakketten. De belangrijkste voordelen zijn een pensioenplan, levensverzekering en een verzekering tegen medische kosten.
69 Agfa-Gevaert – Jaarverslag 2021
Afhankelijk van de plaatselijke regels en gewoonten, die aanzienlijk kunnen verschillen van land tot land, kunnen de voordelen een auto van de zaak of aanvullende representatiekosten inhouden.
In de onderstaande tabel vindt u een overzicht van de verhouding gemiddeld salaris/managementniveau tussen mannelijke en vrouwelijke medewerkers voor de afgelopen jaren. Deze cijfers dienen met de nodige voorzichtigheid te worden geïnterpreteerd, omdat het aantal jaren ervaring in een bepaalde functie, het land van tewerkstelling en de senioriteit niet zijn opgenomen. Het is evenwel de bedoeling om in de toekomst een bijkomende analyse op te maken en verder te focussen op genderneutrale verloning.
| Gemiddeld salaris/managementniveau | Vrouw | Man | Vrouw | Man | Vrouw | Man | Vrouw | Man |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2021 | 2021 | 2020 | 2020 | 2019 | 2019 | 2018 | 2018 | |
| Niet-management | 72% | 28% | 70% | 30% | 77% | 23% | 77% | 23% |
| Lager management | 73% | 27% | 75% | 25% | 75% | 25% | 75% | 25% |
| Middenmanagement | 75% | 25% | 73% | 27% | 75% | 25% | 78% | 22% |
| Hoger management (niveau 1) | 73% | 27% | 78% | 22% | 75% | 25% | 78% | 22% |
| Hoger management (niveau 2 en 3) | 75% | 25% | 74% | 26% | 75% | 25% | 73% | 27% |
| TOTAAL | 68% | 32% | 68% | 32% | 68% | 32% | 68% | 32% |
Voor het beoordelen van onze managementaanpak kunnen we gebruik maken van de geldende strikte wettelijke vereisten. De Belgische overheid vereist zelfs dat er elke twee jaar een verslag over salarissen voor mannen en vrouwen wordt ingediend bij de Nationale Arbeidsraad. Hiermee wordt gegarandeerd dat de gegevens over dit aspect regelmatig worden beoordeeld door een externe partij. In 2021 hebben we het Globaal Bonusplan herzien om de parameters van de divisies en de Groep beter te laten aansluiten bij de nieuwe, gereorganiseerde Groepsstructuur in 2021. De basisprincipes waarop het plan is gebaseerd, blijven ongewijzigd.
Agfa streeft ernaar dat er een evenwichtige balans is tussen werk en privéleven voor zijn medewerkers. Deze balans houdt veel meer in dan de verhouding tussen werkuren en privétijd. Hoe graag iemand zijn/haar job doet – en hoeveel voldoening men eruit haalt – is minstens zo belangrijk. Ook het feit dat heel wat overheden de pensioenleeftijd recentelijk hebben opgetrokken heeft een ingrijpende invloed op het welbevinden van de medewerkers. Wij zijn ervan overtuigd dat mensen met een goede balans tussen werk en privé minder vaak ziek zijn, minder stress hebben en zich meer betrokken voelen. Het is ook belangrijk om te erkennen dat de goede balans voor iedereen anders kan zijn en dat de noden kunnen veranderen met de jaren.
Agfa heeft een serie maatregelen ingesteld die zijn bedoeld om te streven naar de best mogelijke balans tussen werk en privéleven:
Agfa voert bewustmakingscampagnes die mensen ertoe aanzetten om gezonder en bewuster te werken en te leven. Een hoeksteen hiervan is het Huis van Werkvermogen-model van de Finse professor Ilmarinen, waarbij veel aandacht wordt gegeven aan het evenwicht tussen werk en privéleven en tal van maatregelen worden genomen die het realiseren van dit evenwicht ondersteunen. In het kader van het Huis van Werkvermogen worden jaarlijks minimaal 70 drie informatiesessies georganiseerd waarin thema's met betrekking tot welzijn op het werk, zoals bijvoorbeeld stressmanagement, worden toegelicht.
2021 was een uitdagend jaar waarin ons aanpassingsvermogen om op lange termijn en/of in een heel andere omgeving dan gewoonlijk op afstand te werken, op de proef werd gesteld. We kregen te maken met collega's die nieuwe teams op afstand vervoegden en met nieuwe manieren van interactie met onze belanghebbenden. In de loop van 2021 hebben we onze benadering van telewerken gestructureerd en hebben we Agfa's ‘Post-Pandemic Global Guidelines on Hybrid Working’ gecreëerd om een kader te bieden voor geschiktheid, planning, regelingen en verwachtingen. Een hybride model vereist een vernieuwde set van belangrijke kenmerken en gedragingen van zowel managers als werknemers om succesvol te zijn.# Ontwikkeling van medewerkers
Daarom hebben wij bijzondere nadruk gelegd op de ontwikkeling van deze capaciteiten via opleiding (meer details in het volgende hoofdstuk).
De processen voor loopbaanbegeleiding, prestatie- en talentmanagement zijn die processen die gebruikt worden om ervoor te zorgen dat elk individu binnen Agfa kan gedijen en optimaal gebruik kan maken van zijn of haar potentieel om te groeien en bij te dragen aan de algehele prestaties van het bedrijf. In het bijzonder:
Een gekwalificeerd personeelsbestand en een wendbare organisatie zijn essentieel voor het voortdurende succes van onze onderneming. Als het ons niet zou lukken om talent aan te werven, ontwikkelen en behouden en betrekken om in de huidige en toekomstige behoeften van de onderneming te voorzien, zou dit onze prestaties in de weg staan. Daarom voorziet het HR-beleid van Agfa in een aantal processen die zijn gekoppeld aan de HR-levenscyclus. De loopbaan van een medewerker kan in verschillende fases worden onderverdeeld: aanwerving en introductie, loopbaanontwikkeling en einde-van-loopbaan. Competentiemanagement, prestatiemanagement, voortdurende opleidings- en ontwikkelingsmogelijkheden, eerlijke en concurrerende verloning en constructieve feedback zijn essentiële elementen in al deze fases. Veel medewerkers zullen meer loopbaanstappen maken in de toekomst dan van oudsher het geval was. Een ‘job-fitte’ medewerker is dan ook noodzakelijk om professioneel blijvend inzetbaar te zijn. Hiertoe zet Agfa er sterk op in om zijn personeelsbestand binnen al deze fases te ondersteunen.
Er wordt een interne loopbaancoach aangewezen, die helpt om inzicht te krijgen in de sterktes en zwaktes van de medewerker, in wat belangrijk is voor de medewerker in zijn werk en leven en in toekomstige carrièremogelijkheden die voor ons liggen. Het belangrijkste doel is om medewerkers vertrouwen te geven in zichzelf en in hun professionele toekomst.
Agfa introduceerde in 2018 FeedForward als Performance Management Framework om zich te concentreren op coaching en ontwikkeling in plaats van alleen de prestaties te evalueren. Ons FeedForward raamwerk biedt begeleidings- en coachingtips voor people managers en hun medewerkers om waardegedreven gesprekken te voeren gericht op de voortgang van doelen, feedback en persoonlijke ontwikkeling. Zo ontstond een flexibelere prestatiecultuur, waarin zowel manager als medewerker een actieve rol spelen door:
In 2021 vond een strategiewijziging plaats, waarbij de nadruk kwam te liggen op een geïntegreerde aanpak van talentmanagement. People managers nemen deel aan het jaarlijkse People Review-proces om proactief kern- talenten in de organisatie te identificeren, om mobiliteit en jobrotatie te organiseren en om ontwikkelings-, continuïteits- en carrièreplannen uit te werken. Onze HR-business partners en HR-managers worden jaarlijks getraind in het uitvoeren van deze review en om leidinggevenden door dit proces te coachen. De resultaten hiervan bepalen in belangrijke mate het actieplan voor ontwikkelingsacties en -programma's voor de rest van het kalenderjaar en worden centraal opgevolgd door Talent Development voor elke ondernemingsdivisie en elk corporate center. Specifieke leercommunity’s, zoals New Leaders (die onlangs is of binnenkort wordt gepromoveerd door leidinggevenden), bijvoorbeeld, worden vervolgens uitgenodigd voor een verplicht twaalf maanden durend leiderschapstraject. Het benoemt verder sleuteltalenten per regio, d.w.z. werknemers die het potentieel tonen om functies met een bredere reikwijdte op zich te nemen en die gewoonlijk op Agfa's ‘opvolgingsbank’ voor bredere functies zitten. Deze Regional Talent Programs focussen op het verwerven van de vaardigheden, kennis en praktijk in het opbouwen van een concrete business case binnen een negen maanden durend traject, dat dan aan de regionale leadershipteams voorgesteld wordt. Duidelijke resultaten zijn visibiliteit van de deelnemers voor het management, beter projectmanagement, betere business case- en presentatievaardigheden voor deelnemers. Het Strategic Talent Review-proces is een tweejaarlijks wereldwijd proces waarbij senior managers worden bevraagd om voor hun afdeling onder meer de sleutelcompetenties voor de toekomst in kaart te brengen, een opvolgingsplanning voor sleutelfuncties op te maken en high potentials op te lijsten.
Ontwikkeling van medewerkers is een integraal onderdeel van prestatiemanagement. De werknemer en de manager moeten de persoonlijke ontwikkelingsdoelstellingen identificeren. Deze ondersteunen het bereiken van de doelstellingen op korte termijn en het bereiken van de persoonlijke loopbaanverwachtingen op lange termijn. Tot op zekere hoogte zijn financiële beloningen voor werknemers gebaseerd op de resultaten van het prestatiemanagementproces.
In 2021 zijn we managers van mensen blijven steunen in weer een uitdagend jaar door online hulpmiddelen te bieden om teamleden te coachen en te ondersteunen. De nadruk lag hierbij op empathie, mentaal welzijn en veerkracht. Onze inspanningen leidden tot een exponentiële toename van de toegang tot virtuele samenwerkingscursussen. We hebben ook – volledig virtueel – het New Leaders Track uitgerold voor 17 mensen die net people manager zijn geworden en we boden een 360 feedback enquête aan alle deelnemers van de 2020 New Leaders Track. 360 feedback is een mogelijke leeractie die voortkomt uit het jaarlijkse People Review-proces en in 2020 is de HR community bijgeschoold over het interpreteren van rapporten, het begeleiden en coachen van deelnemers. Dit instrument wordt gebruikt om inzicht te geven in hoe men in de eigen rol wordt gezien, in vergelijking met Hudson, in dit geval voor junior leader-competenties. Om een meer dynamische en business-gedreven aanpak te ondersteunen, verving een digitaal en nieuw Virtual Development Centre (VDC) model, gebaseerd op de Hudson-competenties, het oude model in 2021. Na voorgedragen te zijn door een lijnmanager of HR-business partner, worden medewerkers via het VDC klaargestoomd voor nieuwe of bredere rollen, met een gericht ontwikkeltraject op basis van uitkomsten. De pool van deelnemers aan VDC's is wereldwijd en wordt centraal beheerd door Talent Development, waardoor het nu mogelijk is om de prestaties van onze medewerkers op een transparantere manier te benchmarken. In 2021 hebben we ook in toenemende mate onze coaching-tools en -instrumenten gedigitaliseerd, die vanaf 2022 voornamelijk rechtstreeks aan medewerkers worden aangeboden via het corporate intranet en het online leerplatform Percipio. 90% van alle opleidingen in 2021 gebeurde online. Dit onderstreept en ondersteunt het belang van digitaal leren, gestuurd door verantwoordelijkheid van de cursist en een ‘overal en altijd leren’-aanpak.
Wij zijn ervan overtuigd dat voortdurend leren en zich verder ontwikkelen essentieel zijn voor individuele en organisatorische groei: bij Agfa beschouwen we leren als een ‘mindset’. De vraag is niet voor welke functies medewerkers nu kunnen worden voorbereid, maar hoe we een verschuiving in hun denken kunnen realiseren waardoor medewerkers gereed en geschikt zijn om te slagen in welke functies er in de toekomst ook op hun pad komen. Met die bedoeling zoekt Agfa voortdurend naar de juiste balans tussen het aantrekken van competenties van buiten het bedrijf, het ontwikkelen van interne competenties en het verhogen van de algemene inzetbaarheid van de medewerkers door het succesvol overstappen van de ene functie naar de andere te stimuleren. Opleiding en ontwikkeling is de vanzelfsprekende hefboom om de inzetbaarheid van onze medewerkers te verhogen. Elke medewerker moet daarom in staat zijn om zijn unieke mogelijkheden en vaardigheden verder te ontwikkelen om nieuwe en geavanceerde vaardigheden en kennis te verwerven.
Voor iedere functie zijn andere vaardigheden nodig en Agfa wil zijn personeel uitrusten met flexibele vaardigheidspakketten die een basis vormen voor succes in een dynamische en complexe omgeving. Daarom bieden we een ruime waaier interne, externe en webgebaseerde leer- en ontwikkelingsinstrumenten aan op het gebied van technische, zakelijke en soft-skills vaardigheden.# Agfa-Gevaert – Jaarverslag 2021
Voorbeelden van dergelijke soft-skills trainingsinstrumenten zijn programma’s voor sales excellence, waarin een klantgerichte aanpak voor zaken doen wordt overgebracht via workshops over methodologie en daarnaast begeleiding om de kwaliteit van bezoeken aan klanten te verbeteren. De basis voor de definitie van leer- en ontwikkelingstrajecten, de criteria om in aanmerking te komen en de verantwoordelijkheid voor zowel managers als werknemers, zijn vastgelegd in het wereldwijde leer- en ontwikkelingsbeleid. Dit beleid wordt aangevuld met lokale en divisieprogramma’s die zijn afgestemd op de behoeften van onze teams. Ontwikkelingsplannen van medewerkers worden afgestemd op competentiemanagement en geïntegreerd in het FeedForward-Framework. Het Agfa Talent Development-team gebruikt de ADDIE-aanpak voor opleiding, wat staat voor de vijf fases van een ontwikkelingsproces: analyse (Analysis), ontwerp (Design), ontwikkeling (Development), implementatie (Implementation) en evaluatie (Evaluation). Voor het ADDIE-model is het belangrijk dat elke fase in de gegeven volgorde wordt doorlopen, maar met een focus op reflectie en herhaling. Het model biedt een gestroomlijnde, gefocuste aanpak waarin feedback wordt geboden voor doorlopende verbetering.
Opleiding en ontwikkeling is de sleutel tot het ondersteunen van het bereiken van de doelstellingen in alle gebieden van de SDG's van de organisatie en elk nieuw project moet altijd ondersteund worden door een adequate opleiding. Om de voortdurende COVID-beperkingen aan te pakken, zochten we naar nieuwe manieren om in contact te komen met onze werknemers om hun werknemerservaring en leernetwerken te verrijken en om hen nauwer bij Agfa te betrekken.
Voor nieuwe medewerkers volgden we een strategie in drie stappen:
1. We nodigden hen uit op een online ‘Welcome to Agfa’-kanaal, dat wereldwijde hulpmiddelen bevat, bv. relevante informatie over processen en nuttige informatie. 198 nieuwe werknemers bezochten dit kanaal in 2021.
2. Er werden om de zes weken virtuele webinars gehouden voor nieuwe aanwervingen wereldwijd om hen de kans te geven virtueel met elkaar te netwerken. Zes sessies voor 95 nieuwe aanwervingen werden gehouden in 2021.
3. We organiseerden follow-up webinars om vertrouwd te raken met ons online platform Percipio en het leeraanbod bij Agfa.
Voor alle werknemers met computertoegang ontwikkelden we een wereldwijde nieuwsbrief die elk kwartaal gepubliceerd werd. Elke nieuwsbrief focuste op een specifiek onderwerp, een specifieke vaardigheid of competentie die door de business als prioritair werd bestempeld en bevatte een video-interview met een Agfa-leider of -specialist, een online zelfbeoordelingsmodule en bijkomende leermiddelen over dit onderwerp. Het doel is om een leercultuur te bevorderen, het gebruik van digitaal leren te stimuleren en een groeimindset te ontwikkelen waarbij de eigen verantwoordelijkheid wordt benadrukt en zelfreflectie en zelfbewustzijn een reflex worden. De onderwerpen die in 2021 aan bod kwamen, waren: veerkracht, veranderingsmentaliteit, diversiteit en inclusie, focus.
Om flexibel te kunnen inspelen op de behoeften van de business werden ‘learning bites’ (sessies van 60 minuten) op verzoek uitgerold naar leiderschapsteams over onderwerpen als ‘Werken met verschillende generaties’, ‘Motiveren van hybride werknemers’, ‘Communiceren tijdens COVID’ voor ongeveer 100 medewerkers.
Dankzij digitaal leren, gestuurd door de verantwoordelijkheid van de cursist en een ‘overal en altijd leren’-aanpak, zagen we een algemene toename in het gebruik van gedigitaliseerde leerinhoud. Bijvoorbeeld, voor de werknemers die toegang hebben tot het Percipio-platform:
1. Het aantal gebruikers dat toegang had tot het platform is tussen 2019 en 2021 met 55% gestegen;
2. Het aantal voltooide cursussen is gestegen van 747 in 2019 tot 11.182 in 2021, met een voltooiingspercentage van 33% tegenover een percentage van 28% voor wereldwijde bedrijven van vergelijkbare grootte (SkillSoft, januari 2022);
3. Het aantal mensen dat online certificering nastreeft, is verdubbeld, waarbij Service Management, Six Sigma, Project Management, Microsoft en Oracle populair blijven.
We zagen ook een toename van het gemiddelde aantal uren dat een werknemer per jaar online leert:
| Jaar | Gemiddeld aantal online leeruren per werknemer, per jaar |
|---|---|
| 2019 | 0,94 |
| 2020 | 1,35 |
| 2021 | 1,99 |
Opmerking: Het cijfer heeft betrekking op medewerkers die gebruik maken van ons Percipio-platform, dus niet op collega's van de divisie HealthCare IT.
Naast de opleiding van onze eigen mensen werkten we samen met verschillende universiteiten en scholen en bleven we in 2021 stageplaatsen aanbieden aan studenten.
Bij Agfa zetten wij ons ervoor in om een zorgzame, inspirerende en inclusieve werkomgeving te creëren, met gelijke kansen om te gedijen en te groeien. Om dit te vertalen naar praktische en meetbare prestatie-indicatoren ontwikkelden we een duurzaamheidsstrategie en zijn we gestart met het vastleggen van doelstellingen voor de onderneming. De ambitie van onze strategie en de reikwijdte van de doelstellingen zullen in de komende jaren zeker toenemen.
Wij zijn begonnen met het vastleggen van specifieke doelstellingen inzake gendergelijkheid tegen 2025. Om die te bereiken, zullen we ons blijven richten op het versterken of creëren van specifieke acties rond mentorschap voor vrouwen, het aanpassen van ons aanwervingsbeleid en het aangaan van partnerschappen die zowel onze vrouwelijke werknemers als hun bondgenoten sterker kunnen maken. Dit wereldwijde engagement zal worden ondersteund door concrete regionale en divisiedoelstellingen, die in de volgende jaren zullen worden vastgelegd op basis van de bedrijfsstrategie van de Groep en van de specifieke impact die elk team kan realiseren. In 2022 zullen we ook een actieplan ontwikkelen om onze aanpak beter te structureren voor andere aspecten – naast gender – die van belang zijn in het toepassingsgebied van D&I.
We zetten ons ook sterk in voor de ontwikkeling van onze mensen en dus is SDG 4 over 'Kwaliteitsonderwijs' een van de belangrijkste SDG's voor Agfa. Daarom benchmarken we jaarlijks de belangrijkste sleutelfactoren voor opleiding en ontwikkeling om onze mensen de vaardigheden te geven die ze nodig hebben om te slagen in de (digitale) toekomstige wereld van werk. We streven ernaar om het aantal online afgewerkte ontwikkelingstrajecten te verhogen en te blijven inspelen op de leerbehoeften van onze mensen en van het bedrijf. In 2022 zullen vier Regional Talent-programma’s voor HQ/EMEA, NAFTA, ASPAC en LATAM worden uitgerold.
Wij geloven dat onderwijs, met perspectief voor de lange termijn, een van de sleutels is voor het bouwen aan een betere toekomst. Daarom ondersteunen we meerdere STEM-projecten (Science, Technology, Engineering and Mathematics – wetenschap, technologie, techniek en wiskunde) en gerelateerde initiatieven:
Hoe Agfa garandeert dat de arbeidsomstandigheden van zijn medewerkers en partners in de waardeketen afgestemd zijn op de internationale normen.
Mensenrechten zijn de basisrechten die het fundament vormen van vrijheid, rechtvaardigheid en vrede, en die universeel en op gelijke voet op alle landen van toepassing zijn (VN, Universele Verklaring van de Rechten van de Mens).
Bij Agfa beschouwen we het respect voor de mensenrechten als morele plicht om als bedrijf onze werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Bovendien geloven wij dat iedereen recht heeft om behandeld te worden met respect, zorg en waardigheid. Daarom leeft Agfa alle bindende wettelijke bepalingen na die van toepassing zijn op onze marktsegmenten in alle locaties en houden wij ons aan de algemene bepalingen van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Vanuit deze gedachte respecteert Agfa tevens het recht van zijn medewerkers om zichzelf te verenigen in vakbonden en andere organisaties die de rechten van werknemers in hun relatie met Agfa als werkgever behartigen. Ook verwachten wij van onze leveranciers dat zij dezelfde standaarden handhaven en eenzelfde niveau van engagement hanteren als waar wij onszelf toe verbinden. We beschouwen het vasthouden aan dergelijke waarden als de basis voor alle beleidsmaatregelen en processen en als de minimumstandaard, die aangevuld kan worden met vrijwillige maatregelen waar nodig.# Onze managementaanpak
In overeenstemming met de gedragscode van de Groep wordt van alle medewerkers van Agfa verwacht dat zij hun werk doen in overeenstemming met de hoogste standaarden op het gebied van ethisch gedrag en integriteit en dat zij alle toepasselijke wetgeving van elke jurisdictie waarin het bedrijf zaken doet volledig naleven. Naast het gedrag dat van medewerkers van Agfa wordt verwacht, zijn de managementprocessen van Agfa zodanig ontworpen dat medewerkers worden geselecteerd, aangenomen, toegewezen, opgeleid, gepromoveerd, overgedragen, ontslagen en vergoed op basis van hun bekwaamheden en kwaliteiten zonder discriminatie ingevolge ras, huidskleur, religie, politieke overtuiging, geslacht, leeftijd of nationaliteit. Voorts verbiedt de code:
* discriminatie van een gekwalificeerde werknemer of sollicitant omwille van een fysieke of mentale handicap of van zijn of haar status als invalide;
* om een job of promotie toe te kennen of te weigeren omwille van het leveren of weigeren van seksuele gunsten;
* om zich schuldig te maken aan ongewenste intimiteiten.
Agfa’s medewerkers zijn verplicht de rechten en eigenheden van alle individuen te respecteren teneinde een werkomgeving te creëren waarin elke werknemer zich individueel ten volle kan ontplooien. Adviseurs en contracterende partijen die met het bedrijf samenwerken, zijn ook verplicht zich aan deze code te houden.
Naast de strikte toepassing van de gedragscode heeft de grote meerderheid van Agfa’s dochterondernemingen een formeel systeem ingesteld voor het ondersteunen van werknemers die problemen, zoals pesterijen, discriminatie of belangenconflicten willen melden.
Agfa’s medewerkers kunnen te allen tijde een vraag of klacht indienen via e-mail, telefoon of brief bij hun directe leidinggevende of bij het Group Compliance Office. Klachten en vragen worden op een systematische en vertrouwelijke manier behandeld door het Group Compliance Office; gespecialiseerde en onafhankelijke contactpersonen kunnen worden aangesteld voor specifieke onderwerpen die onder de code vallen, overeenkomstig de plaatselijke regelgeving, bijvoorbeeld een contactpersoon binnen HR voor specifieke HR-gerelateerde aangelegenheden.
Om onze aanpak van duurzaamheidsbeheer te beoordelen en onze prestaties te vergelijken met die van de besten in de sector, hebben wij in 2021 voor het eerst een beoordeling door een derde partij uitgevoerd via EcoVadis. Naast de beoordeling van onze huidige prestaties leverde het resultaat van de EcoVadis-evaluatie een lijst van aanbevelingen voor mogelijke verbeteringen op, die wij al aan het aanpakken zijn, onder meer voor processen op het gebied van arbeid en mensenrechten en duurzame inkoop. Wij zullen de ontvangen feedback gebruiken om onze processen en daarmee samenhangende prestatie-indicatoren voortdurend te verbeteren.
In elk land waar het actief is, treedt Agfa in dialoog met de vertegenwoordigers van de werknemers. In de meeste landen nemen ondernemingsraden de vertegenwoordiging van de werknemers op zich. Op Europees niveau is er een Europese Ondernemingsraad. Deze wordt geleid door een lid van ons Management Committee en bestaat uit vertegenwoordigers van de verschillende bedrijfsdivisies in Europa en uit vakbondsvertegenwoordigers uit verschillende landen en divisies. Deze ondernemingsraad komt ten minste tweemaal per jaar bijeen om te worden geïnformeerd over de voortgang van de verschillende zakelijke activiteiten en over de verschillende bedrijfsdivisies.
Voor sommige categorieën van werknemers, en afhankelijk van de lokale wetgeving, zijn er op nationaal niveau ook enkele collectieve onderhandelingsovereenkomsten ingesteld, waarbij Agfa afspraken maakt met vakbonden en regelmatig (her)onderhandelt over de contractuele voorwaarden voor de vertegenwoordigde categorieën. Alle bestaande collectieve overeenkomsten zijn beschikbaar voor alle medewerkers via de betreffende platforms voor intern delen, bijv. het intranet of op verzoek bij HR.
Als organisatie maken we deel uit van een ecosysteem waarin leveranciers essentieel zijn om onze eigen producten en diensten op de markt te brengen. Naast de risico's in verband met het waarborgen van de continuïteit van de onderneming (zie p. 271-272), betekent het hebben van nauwe relaties met leveranciers dat hun prestaties van invloed zijn op de onze, en dat hun reputatie van invloed kan zijn op die van onze onderneming, waardoor ons eigen reputatierisico toeneemt. Daarom verwachten we dat onze leveranciers zich aan dezelfde duurzaamheidsnormen houden.
Sinds 2012 streven we ernaar om al onze leveranciers contractueel te laten instemmen met onze Agfa Gedragscode voor Leveranciers. Dit is zeker het geval voor onze belangrijkste leveranciers (Tier 1 en Tier 2), die ongeveer 30% van onze totale uitgaven vertegenwoordigen. De Gedragscode voor Leveranciers is beschikbaar op de website van de onderneming en bevat eisen op het gebied van de naleving van de wetten van de toepasselijke rechtssystemen, van het handhaven van de nalevingssystemen en van het vermogen van de leveranciers om aan te tonen dat zij de wetten en de gangbare vormen van eerlijkheid en menselijk fatsoen op een bevredigende manier naleven. De gebieden die behandeld worden zijn:
* verbod op corruptie & omkoping;
* geen oneerlijke bedrijfspraktijken;
* anti-discriminatie;
* geen harde of onmenselijke behandeling;
* vrijelijk gekozen werk en verbod op kinderarbeid;
* vrijheid van vereniging en collectieve onderhandelingen;
* eerlijke werktijden, eerlijke lonen en voordelen;
* gezondheid en veiligheid van de werknemers;
* milieubescherming;
* beveiliging van de bevoorradingsketen (AEO en CT-PAT).
Agfa’s Gedragscode voor Leveranciers is onderdeel van onze belangrijkste contracten met leveranciers en is een voorwaarde voor het aangaan van een zakelijke relatie. De Purchasing-afdeling van Agfa zorgt ervoor dat leveranciers de Gedragscode ondertekenen.
In 2021 bevatten 100% van de door onze belangrijkste leveranciers ondertekende contracten de Agfa Gedragscode voor Leveranciers (2020: 100%). De sleutel- en kernleveranciers vertegenwoordigden 32% van onze totale uitgaven in 2021.
Het respecteren van de mensenrechten beschouwen wij als morele plicht om als bedrijf onze werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Dit blijft ook voor de toekomst een van de belangrijke pijlers voor het werk dat we doen, op basis waarvan we de partnerschappen die we aangaan en de prioriteiten voor onze bedrijfsstrategie bepalen.
Agfa streeft ernaar om zijn klanten succesvol te maken en hun voorkeurspartner te zijn voor de lange termijn, of het nu gaat om beeldvormings- en informatiesystemen of elk ander partnerschap dat gericht is op duurzame innovatie. We doen dit door geavanceerde technologie, betaalbare oplossingen en innovatieve manieren van werken aan te bieden, gebaseerd op een diepgaand begrip van de activiteiten en de individuele behoeften van onze klanten. Om te slagen, zijn investeren in innovatie en het leveren van oplossingen van topkwaliteit essentieel. Op een verantwoorde, duurzame en transparante manier opereren is net zo belangrijk. We zijn ervan overtuigd dat dit de juiste aanpak is voor het succes van ons bedrijf op de lange termijn.
Onze waarden worden weerspiegeld in de Gedragscode (Code of Conduct, CoC) van de Groep. Om de vertaling van de CoC in duidelijke, dagelijkse processen te ondersteunen, steunen wij op een reeks beleidslijnen en bedrijfsrichtlijnen, zowel op wereldwijd als lokaal niveau. Dit zijn enkele voorbeelden van de beleidslijnen – niet opgesomd in volgorde van prioriteit – waarop wij ons baseren voor de onderwerpen die in dit hoofdstuk aan bod komen:
* bedrijfsbeleid inzake veiligheid, gezondheid en milieu (SH&E);
* beleid inzake het gebruik van chemische stoffen met carcinogene, mutagene en reprotoxische (CMR) eigenschappen;
* wereldwijd informatiebeveiligings- en privacybeleid.
Tenzij anders vermeld, hebben de kwantitatieve gegevens die in dit hoofdstuk worden gerapporteerd betrekking op alle productievestigingen, administratieve vestigingen en verkooporganisaties van Agfa wereldwijd. Hoewel de kwantitatieve gegevens altijd betrekking hebben op de volledige reikwijdte, bieden we, om het lezen van dit rapport voor enkele van de materiële onderwerpen te vereenvoudigen, beschrijvende details over de managementbenadering uitsluitend voor de locaties die de grootste bijdrage leveren aan de algehele impact.
Agfa’s ZIRFON UTP 220 membraan de hoogst mogelijke PRESTATIE bij waterstofproductie
Kort gezegd was 2021 het jaar van de versnelling, waar ambitie werd omgezet in concrete acties en gedurfde plannen voor de toekomst. Hoewel duurzaamheid altijd al deel heeft uitgemaakt van Agfa's DNA, werden de inspanningen om duurzaamheidsprioriteiten systematisch in de bedrijfsstrategie op te nemen traditioneel vooral op team- en divisieniveau aangepakt. In 2020 hebben we ons gericht op het uitbouwen van een algemene bedrijfsaanpak om projecten, middelen en doelstellingen tussen verschillende regio's en afdelingen te omkaderen en te coördineren.# Agfa's Indrukwekkende IP Portfolio
AGFA-GEVAERT NV (GROUP) has been awarded a Bronze medal as a recognition of their EcoVadis Rating 2021 - D E C E M B E R 2 0 2 1 - Valid until: December 2022
EcoVadis® is a registered trademark. © Copyright EcoVadis 2018 - All rights reserved
You are receiving this score/medal based on the disclosed information and news resources available to EcoVadis at the time of assessment. Should any information or circumstances change materially during the period of the scorecard/medal validity, EcoVadis reserves the right to place the business’ scorecard/medal on hold and, if considered appropriate, to re-assess and possibly issue a revised scorecard/medal.
We nemen de volledige verantwoordelijkheid voor onze producten en onderzoeken daarbij kritisch de veiligheids-, gezondheids- en milieueffecten en de wettelijke conformiteit in elke fase van de levenscyclus van het product. Om dat te doen, passen we een aanpak in drie stappen toe:
In deze visie zijn de principes van Agfa’s bedrijfsveiligheids-, gezondheids- en milieubeleid:
De manier waarop Agfa ervoor zorgt dat zijn producten veilig zijn en de impact beheert van verschillende producten en materialen in verschillende stadia van hun productie, gebruik en verwijdering.
Zoals vermeld in ons beleid inzake veiligheid, gezondheid en milieu (SH&E), is productbeheer een van de belangrijkste verplichtingen van het bedrijf. We kopen, gebruiken en verkopen chemische producten wereldwijd. Daarom is het proactief beheer van onze chemicaliën ter plaatse en daarbuiten, inclusief de contacten met leveranciers en downstreamgebruikers, de eerste vereiste om veilige en nuttige producten op de markt te brengen. Basis voor een succesvol productbeheer zijn de naleving van de bestaande wetgeving door regelgeving, proactief anticiperen op toekomstige vereisten en een diepgaand begrip van de impact van marktontwikkelingen op onze producten en diensten, om servicegerichte klantenrelaties te verzekeren. Deze sectie richt zich specifiek op het beheer van SH&E-regelgevingsaangelegenheden.
De verschillende activiteiten rond SH&E-management worden gebouwd op basis van ons interne Corporate Safety, Health en Environment (SH&E) beleid. Elke divisie-eenheid stelt een SH&E-manager aan die bijdraagt aan de uitrol en evaluatie van het corporate SH&E-beleid en de doelstellingen en die lid is van het Corporate SH&E Management Committee. Het beleid wordt minimaal om de drie jaar herzien, tenzij het directiecomité het relevant acht om dit vaker te doen. Het SH&E Management Committee volgt ook de voortdurende ontwikkeling van de wetgeving wereldwijd voor de chemicaliën op onze sites. Het lokale management van onze sites is verantwoordelijk voor de implementatie van het Corporate SH&E-beleid en voor het naleven van de lokale wetgeving die van toepassing is op de werking van de productielocatie zelf, onder de coördinatie van de S&H-coördinator van de fabriek. Om de hoogste S&H-normen te garanderen, hebben we op elke locatie een ander beleid. De focus van de verschillende beleidsmaatregelen wordt op lokaal niveau bepaald, zowel op basis van de specifieke lokale en nationale wettelijke vereisten op basis het soort operaties dat in elke fabriek wordt uitgevoerd.
Agfa CEO - President van het EMM
Corporate SH&E_RA Director
Lid van het EMM
Verantwoordelijk voor SH&E_RA
Lid van het EMM
Lid van het EMM
Global SH&E Oset Solutions
Corporate SH&E Regulatory Aairs Manager
Global SH&E HealthCare IT
Corporate Safety & Health Oicer
Global SH&E Digital Print & Chemicals
Global SH&E Radiology Solutions
Er is een rationalisatiecomité voor chemische stoffen (RCC) ter ondersteuning van de algehele uitvoering van de wetgeving inzake chemicaliën. Het is samengesteld uit managers die door verschillende business lines zijn aangesteld en komt elk kwartaal bijeen om de strategie voor vervanging van chemicaliën of andere maatregelen af te stemmen om te blijven voldoen aan de huidige en toekomstige wetgeving. Door de aard van onze producten besteedt de RCC bijzondere aandacht aan bepaalde (groepen) stoffen en specifieke regelgeving:
Ons doel is om altijd te streven naar een nul-niet-nalevingsbeleid met betrekking tot de verschillende hierboven genoemde richtlijnen. Om deze reden hebben we een intern systeem om elke niet-naleving van de richtlijnen en beleidslijnen te rapporteren en te beoordelen. Wanneer een niet-naleving wordt vastgesteld, hetzij preventief door onze eigen audit, hetzij gerapporteerd door een klant of een autoriteit, zorgen we ervoor dat het proces wordt aangepast om toekomstige herhalingen te voorkomen.
In 2021 hebben wij onze inspanningen inzake goed beheer van producten en diensten voortgezet, met als doel onze portefeuille volledig in overeenstemming te brengen met de bindende wetgeving. Naast de continue processen die dit ondersteunen, hebben wij ons in 2021 op het gebied van chemicaliënbeheer gericht op:
Bovendien was Agfa HealthCare in 2021 een van de eersten die van Intertek de nieuwe Europan Medical Device Regulation certificering voor zijn Class IIa Enterprise Imaging- en XERO Viewer-oplossingen kreeg. De nieuwe MDR CE-markering bevestigt dat Agfa HealthCare voldoet aan de hoogste normen die zorgverleners stellen om te beantwoorden aan hun behoeften en aan de strengere normen op klinisch en post-market gebied. Deze certificering is representatief voor Agfa HealthCare's lange engagement en levenscyclusbenadering van veiligheid, ondersteund door klinische gegevens en ondersteund door klinische evaluatie, risicobeheer en kwaliteitsmanagementsystemen.# Materieel onderwerp: Duurzame bedrijfsoplossingen en productie
De manier waarop Agfa het duurzaamheidsprofiel en de prestaties van producten en diensten in zijn portfolio geleidelijk verbetert en ervoor zorgt dat ze ecologisch en sociaal verantwoord zijn.
Wij geloven dat duurzame bedrijfsoplossingen en een duurzame productie essentieel zijn om onze groeistrategie te realiseren. Daarom zijn we toegewijd om duurzaamheid als een beslissingsfactor te beschouwen in onze marktintroducerestrategieën. In 2020 hebben we deze toezegging geformaliseerd door het wereldwijde doel van ‘geen teruggang in duurzaamheid’ voor nieuwe producten te definiëren. Dit vertaalt zich in het niet op de markt brengen van nieuwe producten zonder al in de ontwerpfase een volledige beoordeling van hun duurzaamheidsprofiel te hebben uitgevoerd, naast het beoordelen van het potentiële marktsucces. Bij een dergelijke beoordeling wordt rekening gehouden met de impact van nieuwe oplossingen gedurende de volledige levenscyclus, in termen van onze eigen ecologische en sociale voetafdruk, maar ook om ervoor te zorgen dat nieuwe oplossingen onze klanten kunnen helpen hun eigen voetafdruk te verkleinen of een consistente toegevoegde waarde te bieden aan de samenleving in het algemeen, bijvoorbeeld via duurzamere gezondheidszorg.
Het onderwerp duurzame bedrijfsoplossingen en duurzame productie is breed en het omvat veel verschillende processen en veel verschillende lagen van onze organisatiestructuur. Daarom is de managementbenadering gelaagd:
Terwijl de eerste twee lagen worden beschreven in de hoofdstukken over respectievelijk ‘Duurzaamheid’ en ‘Planeet’, wordt de ontwikkeling van nieuwe duurzame businessoplossingen aangestuurd door elke divisie met de steun van het Corporate Sustainability Office. Onze teams van productspecialisten zijn het best geplaatst om mogelijkheden tot verbetering te identificeren en de marktbereidheid voor nieuwe ontwikkelingen te beoordelen dankzij hun kennis van ons klantenbestand en de manier waarop elke lijn intern werkt.
Om deze ambitieuze doelstellingen te bereiken, is er een reeks processen geïmplementeerd, waaronder:
Voor sommige van onze producten en diensten vertrouwen we ook op inzichten die voortkomen uit marktrichtlijnen door gebruik te maken van duurzaamheidscertificering en etiketteringsregelingen of sectorale best practices, indien die bestaan. We verwijzen bijvoorbeeld naar de ECOLOGO-certificering voor onze inkten. De ECOLOGO-certificering wordt toegekend aan producten die voldoen aan enkele van ‘s werelds strengste normen voor chemische emissies, waardoor luchtvervuiling binnenshuis en het risico van blootstelling aan chemicaliën worden verminderd. Onze grootformaat UV-LED-inkjetinkten hebben de ECOLOGO Gold- certificering verkregen, die gezondheidscriteria omvat voor meer dan 360 VOS en ook lagere totale VOS-emissieniveaus vereist. Dit zorgt ervoor dat de producten kunnen gebruikt worden in gevoelige binnenomgevingen, zoals scholen en zorginstellingen, en voor prints die alle wanden van een kamer bedekken – niet alleen als bewegwijzering of gedeeltelijke wanddecoratie.
Hieronder staan enkele voorbeelden van onze duurzame oplossingen; meer details onder ‘Bedrijfsactiviteiten 2020’.
'Thin Ink Layer'-technologie
Onze gepatenteerde 'Thin Ink Layer'(Dunne inktlaag)-technologie biedt een extreem hoog geleidingsvermogen bij lage uithardingstemperaturen, waardoor de hoeveelheid inkt die nodig is om een afdruk van hoge kwaliteit te verkrijgen, tot een minimum wordt beperkt.
ECO³: kostenefficiëntie, ecologie en extra gebruiksgemak
Het ECO³-programma is een screening op maat van de prepress- en drukprocessen van klanten, met als doel het hele proces te optimaliseren en te besparen op het gebruik van inkt, papier en water en het ontstaan van afval te verminderen.
Chemievrije drukplaten
Zowel in het commerciële segment als in het krantensegment van de grafische industrie kunnen drukkers met deze chemievrije computer-to-plate (CtP)-systemen hun ecologische voetafdruk verkleinen, hun bedrijfskosten verlagen en hun efficiëntie verhogen. In het afgelopen decennium is al meer dan 90% van onze klanten in het krantensegment overgestapt op chemievrije technologie.
Circulair businessmodel voor drukplaten
Met dit systeem kunnen drukplaten in een gesloten aanvoersysteem worden aangeboden aan grote drukkerijen, waar ze na gebruik worden verzameld en voor recyclage worden teruggestuurd naar de aluminiumproducent. Deze samenwerking in de supply chain tussen ons, de aluminiumleverancier, de logistieke partners en de drukkerij ondersteunt onze transitie naar een steeds meer circulaire economie.
Duurzame en veilige gezondheidszorg
Onze oplossingen voor de gezondheidszorg bieden professionals tools en vaardigheden om over te stappen van analoge naar digitale beeldtechnologie en ondersteuning om alle belanghebbenden in de gezondheidszorg met elkaar te verbinden. Geïntegreerde gezondheidszorgsystemen verzamelen en analyseren gegevens om mogelijke zorggerelateerde complicaties te voorspellen en te voorkomen, en kunnen helpen bij het beheersen van chronische ziekten en het opsporen van gezondheidsproblemen die zich in een populatie in een vroeg stadium ontwikkelen. Deze verbeteringen in de kwaliteit en efficiëntie van de patiëntenzorg gaan samen met een hoge waakzaamheid om de veiligheid van gegevens en systemen te waarborgen.
In 2021 hebben wij onze inspanningen voortgezet om de markt duurzame oplossingen te bieden. In het bijzonder hebben wij:
Om de duurzaamheid van onze innovaties in hun geheel beter te kunnen sturen in ons divers productportfolio, hebben we in 2021 een interne methodologie ontwikkeld om de ecologische en sociale voetafdruk van onze producten te beoordelen. Na benchmarking van bestaande tools kozen we voor een aanpak op maat die aan onze behoeften kon beantwoorden. Deze methode is gebaseerd op een vragenlijst voor onze productontwikkelingsteams en maakt het mogelijk om in de O&O-ontwerpfase de duurzaamheidsverbeteringen van de producten te identificeren in vergelijking met hun vorige versies op de markt. We hebben de ontwerpmethode getest met twee proefprojecten en we zijn van plan ze in de loop van 2022 te verfijnen om onze portefeuille ermee in kaart te brengen.
Agfa HealthCare's Enterprise Imaging Platform biedt standaard een allesomvattende benadering van onze gehele duurzaamheidsstrategie, waardoor het gelijktijdig bijdraagt tot verschillende doelstellingen:
In 2021 bleef de COVID-19-uitbraak onze klanten voor enorme uitdagingen stellen op het vlak van efficiëntie en productiviteit. Aangezien het Enterprise Imaging Platform ontworpen is voor modulariteit en flexibele inzet, was de meerwaarde voor zorgverleners groter dan ooit. Naast andere hoogtepunten hebben we één enkel schaalbaar, veilig en modulair platform gecreëerd waarmee onze klanten in hun eigen tempo een Enterprise Imaging-strategie kunnen implementeren.# Duurzaamheid in de waardeketen
De manier waarop Agfa zijn verantwoordelijkheid tegenover de duurzaamheidspraktijken van zijn toeleveringsketen beheert. Dit omvat onder meer hoe de economische impact kan worden aangepakt.
Volledige verantwoordelijkheid nemen voor onze producten betekent kijken naar onze waardeketen als geheel. Ten eerste om de bedrijfscontinuïteit te waarborgen, wat essentieel is om onze verplichtingen tegenover onze belanghebbenden na te komen. Ten tweede, om ervoor te zorgen dat we zaken doen met partners die onze waarden respecteren en staan voor degenen die we kunnen ondersteunen. Dit betekent dat partnerschappen moeten worden beschouwd als een belangrijk instrument om de transformatie van de duurzaamheid van bedrijven te stimuleren. Onze waardeketens zijn uitgebreid en divers dankzij de verscheidenheid aan producten en diensten en de veelheid aan markten waarin we actief zijn. Ze omvatten het brede scala van onze leveranciers, b.v. leveranciers van grondstoffen en verpakkingen, onze distributeurs, onze klanten en nog veel meer. Basis voor het beheer van de duurzaamheid van de toeleveringsketen zijn een gedetailleerde analyse en monitoring van de toeleveringsketen, een geïnformeerde risicobeoordeling en een reeks beleidsmaatregelen om met onze partners om te gaan, bijv. Duurzaamheidsverklaring voor leveranciers (SSD), gedragscode, SH&E-prestatienorm voor leveranciers, … Een van de horizontale factoren die deze processen mogelijk maken, is de uitwisseling van informatie in de hele waardeketen. In dit gedeelte wordt specifiek ingegaan op twee van onze partnergroepen, namelijk klanten en leveranciers.
De uitwisseling van informatie in onze waardeketen vindt plaats via meerdere kanalen. Op mondiaal niveau gebruiken we onze corporate website, b.v. om veiligheidsinformatiebladen (SDS’en) voor al onze producten beschikbaar te stellen, en ons jaarverslag om de voortgang met betrekking tot onze duurzaamheidsprestaties bekend te maken. 88 Deze worden aangevuld met een reeks instrumenten die relevant zijn op lokaal niveau en/of geschikter zijn voor specifieke markten. In plaats daarvan is het beheer van onze opdracht normaal gesproken specifiek voor elke doelgroep.
Het engagement met onze leveranciers wordt gecoördineerd door de aankoopdienst, volgens de specifieke lokale en nationale wettelijke voorschriften. Elke regio is verantwoordelijk voor het in kaart brengen en beoordelen van zijn eigen leveranciers via zijn inkoopafdeling. De processen zijn zo opgezet dat ze minimaal voldoen aan de richtlijnen van ISO 9001. Om onze leveranciers te selecteren, voeren wij een gestructureerd kwalificatie- en beoordelingsproces uit waarbij wordt gekeken naar verschillende gebieden die van belang zullen zijn in toekomstige relaties, zoals middelen- en kwaliteitsbeheer. Om leveranciers te beoordelen, gebruiken we een intern ‘scorecard’-systeem dat kijkt naar de prestaties van de leveranciers, inclusief een beoordeling of auditbeoordeling, gezondheidsgevarenevaluaties en het aantal klachten en corrigerende maatregelen die tegen hen zijn genomen. Bovendien hebben onze belangrijkste leveranciers en kernleveranciers, zoals reeds vermeld in het hoofdstuk ‘Mensen’, de Agfa Supplier Code of Conduct (CoC) ondertekend. De CoC is beschikbaar op onze bedrijfswebsite en bevat vereisten op het gebied van naleving van de wetten van de toepasselijke rechtsstelsels, het handhaven van nalevingssystemen en van het vermogen van de leveranciers om een bevredigende staat van dienst van naleving van de wetten en algemeen aanvaarde vormen van eerlijkheid en menselijk fatsoen in hun gedrag te kunnen aantonen.
Het engagement met onze klanten wordt op lokaal niveau gecoördineerd volgens de specifieke lokale en nationale wettelijke vereisten. Sommige regionale programma’s worden op regionaal niveau opgezet, gebaseerd op de regionale context en de interesse van klanten om specifiek met duurzaamheid bezig te zijn. Zo hebben we bv. opgezet in Noord-Amerika, een klantenaccreditatieprogramma dat klanten in de grafische communicatie-industrie erkent die blijk hebben gegeven van hun verantwoordelijkheid voor het milieu en groenere resultaten hebben behaald door het gebruik van technologie, producten, diensten en praktijken.
Onze inspanningen in 2021 draaiden vooral rond het vergroten van de betrokkenheid in onze toeleveringsketen bij duurzaamheidsthema's, wat essentieel is voor het versnellen van onze vooruitgang. We zijn begonnen met een grote zichtbaarheid te geven aan de onderwerpen waar we momenteel aan werken, zowel intern als extern, en communiceren transparant over de huidige sterke punten, de hiaten en de plannen om deze aan te pakken. Om dit te doen, hebben we op verschillende niveaus actie ondernomen; in het bijzonder:
* zorgden we voor interne zichtbaarheid van duurzaamheidsdoelstellingen, verbintenissen en verantwoordelijkheden, om ervoor te zorgen dat al onze teams aan boord zijn, bv. door gebruik te maken van onze vergaderingen, interne magazines, intranet, ...;
* verbeterden we onze eigen vaardigheden, bv. door het geven van training en ad-hocondersteuning aan teams over duurzaamheidsgerelateerde effecten;
* verhoogden we de transparantie en duidelijkheid in onze communicatie naar onze stakeholders, door het onderwerp regelmatig op te nemen in presentaties voor analisten en de pers en door een speciale sectie op onze website te creëren om regelmatig updates te delen;
* beantwoordden we vragenlijsten over maatschappelijk verantwoord ondernemen en duurzaamheid van verschillende klanten;
* beoordeelden we onze huidige prestaties via de EcoVadis-vragenlijst, waarbij we een bronzen medaille behaalden.
AGFA-GEVAERT NV (GROUP) has been awarded a Bronze medal as a recognition of their EcoVadis Rating 2021 - D E C E M B E R 2 0 2 1 - Valid until: December 2022
EcoVadis® is a registered trademark. © Copyright EcoVadis 2018 - All rights reserved
You are receiving this score/medal based on the disclosed information and news resources available to EcoVadis at the time of assessment. Should any information or circumstances change materially during the period of the scorecard/medal validity, EcoVadis reserves the right to place the business’ scorecard/medal on hold and, if considered appropriate, to re-assess and possibly issue a revised scorecard/medal.
89
AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021
Alle uitwisselingen dienden als basis om onze duurzaamheidsstrategie te verfijnen en de basis te leggen voor de volgende stappen op onze reis. De activering van onze teams wereldwijd vertaalt zich in een voortdurende toename van de aandacht voor deze onderwerpen en een meer proactieve benadering om ze aan te pakken met klanten, collega's en belanghebbenden in het algemeen. Naast de beoordeling van onze huidige prestaties leverde het resultaat van de EcoVadis-evaluatie een lijst van aanbevelingen voor mogelijke verbeteringen waaraan nu al gewerkt wordt, onder meer voor processen op het gebied van inkoop en communicatie in de toeleveringsketen.
Product stewardship is zeker het gebied van verantwoorde productie waar onze managementaanpak rijper is; we hebben een toegewijd team, een duidelijk beleid, gevestigde processen en interne controles om het dage lijks beheer te definiëren. Het is al volledig ingebed in onze manier van werken en in ons DNA. Daarom zijn de verbintenissen die we aangaan, duidelijker en gedetailleerder. Op dit gebied zullen onze inspanningen niet alleen gericht zijn op de naleving van alle nieuwe regelgeving die in het verschiet ligt, maar ook op de uitvoering van de eisen die in het kader van de Green Deal en, in het bijzonder, de Chemicals Strategy for Sustainability zijn vastgesteld. Wij achten dit van het allergrootste belang om de hele industrie in de richting van een duurzamere productie te sturen en wij zullen dit ten volle ondersteunen, zowel via de verenigingen van al onze sectoren, als via onze eigen processen. In de komende jaren willen wij ook onze aanpak voor het leveren van duurzame bedrijfsoplossingen en voor het beheer van duurzaamheid in de waardeketen beter structureren. Wij zijn al actief op deze gebieden en pakken deze processen vooral op divisieniveau en 'per markt' aan. Terwijl de divisies onze klanten beter kennen en de leiding zullen blijven houden bij het bepalen van de juiste aanpak, structureren wij de definiëring van de duurzaamheidsdoelstellingen en -streefcijfers van de onderneming.
De manier waarop Agfa innoveert en zijn investeringen in O&O structureert om product-, proces- en applicatietechnologieën te verbeteren door middel van een klantgerichte benadering, door nieuwe toepassingen voor bestaande producten te onderzoeken en duurzaamheid en milieubescherming te verbeteren. Dit omvat de digitalisering van het huidige productportfolio.
Innoveren zit in ons DNA en wij vinden het essentieel voor het realiseren van onze groeistrategie.# Elk jaar investeren we daarom 5-6% van onze omzet in O&O.
Naast het ontwikkelen van nieuwe producten zijn we constant op zoek naar oplossingen die niet alleen onze eigen ecologische voetafdruk verkleinen, maar ook die van onze klanten, een bewuste focus. Product- en technologische innovatie bij Agfa streeft naar duurzame waardecreatie voor onze klanten en andere stakeholders, een doelstelling die verankerd is in onze ideevormingsprocessen.
Sinds 2019 structureert het Innovation Office (IO) ons innovatiegeneratieproces op mondiaal niveau. Het zorgt voor volledige synergie en kruisbestuiving tussen verschillende gebieden met een potentieel voor innovatie. Het IO kijkt naar maatschappelijke en markttrends om te identificeren waar Agfa nieuwe business kan ontwikkelen in aangrenzende en minder aangrenzende markten en technologieën. Dit wordt gedaan door bestaande kerncompetenties te benutten, maar ook door nieuwe markten en technologieën te ontwikkelen.
Het IO rapporteert rechtstreeks aan het Executive Comité van Agfa en wordt ondersteund door ons Materials Technology Center (MTC), een O&O-groep die van oudsher opereert als Agfa-competentiecentrum door de divisies specifiek te ondersteunen op het gebied van technologische innovatie voor materialen en processen.
Het IO stimuleert de innovatiecultuur in de hele organisatie en bevordert ondernemend gedrag, kijkend naar zowel interne als externe bronnen. In zoverre zet het IO een continu ideevormingsproces op voor het selecteren, valideren en rangschikken van voorstellen. De ideeën worden beoordeeld aan de hand van een op maat gemaakte scoremethodiek, waarbij rekening wordt gehouden met de aantrekkelijkheid van de marktsegmenten, de commerciële succesfactoren, de technische haalbaarheid en duurzaamheidscriteria met betrekking tot Mensen en Planeet. Ook de evaluatie van veranderende businessmodellen is een belangrijk beoordelingscriterium. Een relevant voorbeeld voor ons is zeker te vinden binnen digitalisering en Software as a Service.
We betrekken onze klanten en andere belanghebbenden in de branche bij ons innovatieproces via onze verkoop- en serviceteams. Ze zijn het best geplaatst om te voorzien in de behoeften van onze klanten – en bij uitbreiding van de samenleving. Samenwerking en open innovatie worden gestimuleerd om de introductie van oplossingen te versnellen in markten waar we vandaag niet aanwezig zijn.
Samenwerking met startup- en scale-upnetwerken wordt opgezet om de verkenning en validatie van ideeën in nieuwe toepassingen of onbekende markten te versnellen, maar ook om een lerende mindset te promoten en medewerkers te stimuleren om de comfortzone te verlaten. Bijvoorbeeld door het IO en andere medewerkers te betrekken bij corporate ventureprojecten en met business angels.
Een manier waarop we onze chemie-expertise delen, is via Agfa-Labs, ons open innovatieplatform voor materiaal- en coatingonderzoek. Via dit platform ondersteunen we de industrie om het potentiële gebruik van materialen te onderzoeken in toepassingen zoals life sciences, constructie, plastic & polymeren, ...
Om de verschillende processen te ondersteunen die zorgen voor continue innovatie, investeren we elk jaar 5-6% van onze omzet in O&O en innovatie. In dit stadium ondersteunen de IO en het MTC vooral de divisies Digital Print & Chemicals, Offset Solutions en Radiology Solutions, terwijl de HealthCare IT-business steunt op de innovatiegerichtheid van zijn specifieke O&O-team.
In 2021 hebben wij 5,4% van onze omzet in O&O geïnvesteerd, wat onze sterke focus op voortdurende innovatie bevestigt. Onze sterke betrokkenheid blijkt ook uit de reeks collaboratieve innovatieprojecten die we hebben opgezet, gefinancierd door de overheid/EU of door de industrie, en die tot doel hebben bij te dragen tot voortdurende innovatie, hetzij door de prestaties van bestaande materialen te verbeteren, hetzij door nieuwe materialen te ontwikkelen.
| Divisie | Percentage |
|---|---|
| Offset Solutions | 22,5% |
| Digital Print & Chemicals | 24,7% |
| HealthCare IT | 32,6% |
| Radiology Solutions | 22,2% |
Naast de projecten die specifiek gericht zijn op het verminderen van de milieu-impact, beschreven in het hoofdstuk ‘Planeet’, volgen hier enkele voorbeelden van het spectrum van innovatieactiviteiten waarin wij onze middelen hebben geïnvesteerd:
Naast deze langlopende projecten vindt u hieronder enkele voorbeelden van onze innovaties (meer details vindt u op blz. 102-135):
Op 15 januari 2022 bezat Agfa 814 actieve patentfamilies, samen goed voor 3.014 actieve patentrechten. Daarvan werden 2.289 patenten toegekend en waren de andere nog in behandeling. Deze daling ten opzichte van de vorige jaren maakt deel uit van een geplande optimalisatie van de kwaliteit van onze patentenportfolio, waarbij alleen de patenten met een hoge strategische waarde behouden blijven.
2021 was voor ons een uitdagend en transformerend jaar. Terwijl we ons in een proces van interne reorganisatie bevinden om onze structuur aan te passen aan de veranderende eisen van de markt, blijven we ervan overtuigd dat een voortdurende investering in onderzoek en innovatie de sleutel is om te blijven slagen in onze missie om op lange termijn de voorkeurspartner te zijn voor onze klanten. Daarom zullen O&O en innovatie de kern van onze groeistrategie blijven vormen, waarbij we ons zowel richten op het verbeteren van de prestaties van bestaande oplossingen als op het ontwikkelen van nieuwe.
De manier waarop Agfa zakelijke praktijken beheert met betrekking tot ethiek, d.w.z. transparantie, integriteit, corruptie, rechtszaken en claims. Het omvat ook corporate governance.
We zijn er vast van overtuigd dat we onze volledige verantwoordelijkheid als maatschappelijk verantwoord bedrijf zullen nemen in alle landen waar we wereldwijd actief zijn. Ons doel is krachtig, onaankelijk, ethisch en eerlijk te concurreren.
Het ethische gedrag dat we van onze medewerkers verwachten en waartoe we ons als bedrijf verbinden, wordt beschreven in onze wereldwijde Gedragscode (Code of Conduct). In de Code staan principes op hoog niveau die onze doelstelling weerspiegelen om op een duurzame manier te groeien, rekening houdend met de wensen en het welzijn van onze stakeholders. Ethisch gedrag is echter niet beperkt tot naleving van de Code, die wordt aangevuld door meer gedetailleerd bedrijfs- en/of lokaal beleid dat bepaalt hoe deze principes per domein moeten worden geïmplementeerd.
De Code of Conduct is opgenomen als bijlage bij het Corporate Governance Charter, beschikbaar in de Investor Relations-sectie van onze website.
De Gedragscode bevat onder meer principes met betrekking tot:
Overtredingen van wetten, voorschriften of het beleid van de Agfa-Gevaert Groep – zoals de Gedragscode – inzake fraude, antitrust, corruptie en conflicten van belang en andere soortgelijke gebieden, kan ernstige gevolgen hebben voor de Groep. Mogelijke gevolgen zijn onder meer vervolging, boetes, sancties en contractuele, financiële en reputatieschade. De gedragingen die onder de wereldwijde Gedragscode vallen, worden bepaald door de Raad van Bestuur en regelmatig herzien.
Van alle medewerkers wordt verwacht dat ze de regels in de Gedragscode respecteren. Bovendien wordt aan topmanagers (Niveau 2 en hoger) met regelmatige tussenpozen gevraagd te bevestigen dat ze de Gedragscode hebben gelezen en begrepen.# Om de naleving van de principes van de Code op te sporen en te verzekeren, heeft Agfa klokkenluidersregelingen geïmplementeerd om eventuele problemen op te lossen.
De medewerkers van Agfa kunnen op elk moment een vraag of klacht indienen via e-mail, telefoon of brief aan hun directe leidinggevende of aan het Group Compliance Oce. Klachten en vragen worden op een systematische en vertrouwelijke manier behandeld door het Group Compliance Oce; er kunnen gespecialiseerde en onaankelijke contactpersonen worden aangesteld voor specifieke onderwerpen die onder de CoC vallen, in overeenstemming met de lokale regelgeving, bv. een contact- persoon binnen HR voor specifieke HR-gerelateerde zaken. Naast de wereldwijde Gedragscode is er ook een specifiek wereldwijd beleid inzake ethisch gedrag voor de Purchasing-afdeling van Agfa. Gezien de specifieke aard van de taken van deze afdeling, is ze ons belangrijkste raakvlak met de buitenwereld. Dit beleid bouwt voort op de Gedragscode en regelt specifiek de interacties met leveranciers, overheidsfunctiona- rissen en andere overheidsinstanties, waarbij specifieke voorbeelden worden gegeven van wat wordt beschouwd als een mogelijke schending van de regels en van hoe werknemers zich moeten gedragen in dergelijke omstandig- heden.
In 2021 werd via de klokkenluidersprocedure één klacht gemeld over een vermeende inbreuk op de Agfa- gedragscode. Na verdere analyse van de melding heeft de Interne Audit-afdeling geconcludeerd dat er geen sprake was van een inbreuk en werd het dossier gesloten zonder dat er opvolging of corrigerende maat- regelen nodig waren. We zijn erg trots op dit resultaat en we moedigen de naleving van de Agfa-gedragscode sterk aan bij alle werknemers en zullen dat ook in de toekomst blijven doen.
De 2021 Compliance Review werd voor het einde van het boekjaar rechtstreeks aan de Raad van Bestuur voorgelegd. In 2021 voerden we voor het eerst een beoordeling van onze duurzaamheidsprestaties door een derde partij uit via EcoVadis om onze praktijken af te zetten tegen de beste van de klas, waarbij we een bronzen medaille behaalden. Naast de beoordeling van onze huidige prestaties leverde het resultaat van de EcoVadis-evaluatie een lijst van aanbevelingen voor mogelijke verbeteringen op, waaraan wij nu al werken, onder meer voor pro- cessen op het gebied van ethisch zakendoen. Wij zullen de ontvangen feedback gebruiken om onze processen en daarmee samenhangende prestatie-indicatoren voortdurend te verbeteren.
94
95
AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021
96
Zonder wisselkoerseffecten boekte de Agfa-Gevaert Groep een omzetgroei van 3,4%. Ondanks een trage start in de eerste maanden van het jaar – die nog steeds sterk door de pandemie beïnvloed waren – verbeterden de divisies Digital Print & Chemicals en Offset Solutions hun omzet gevoelig door succesvolle prijsverhogingen en volumetoenames. In de divisie Radiology Solutions leed de omzet van de Direct Radiography-activiteiten onder de onzekerheid in de markt. In de nasleep van de pandemie herbekijken ziekenhuizen hun prioriteiten en worden grootschalige DR-projecten uitgesteld. Op het vlak van medische film volstonden prijsverhogingen niet om de voortdurende impact van de kosteninflatie, de pandemie en de effecten in het begin van 2021 van aangepaste centrale aankoop- praktijken in China te compenseren. Zoals verwacht kende de HealthCare IT-divisie een opleving van de volumes en de renda- biliteit tegen het einde van het jaar. In de loop van het jaar zag de divisie een tijdelijke vertraging in projectimplementaties, maar het orderboek bleef steeds op een gezond niveau.
Aangezien prijsacties de Groep in staat stelden om de kosteninflatie deels te compenseren, daalde de brutowinstmarge slechts licht tot 28,3% van de omzet. Dankzij een strikt beheer van de kosten en ondersteund door de sterke prestatie in het vierde kwartaal, steeg de brutowinstmarge van 43,9% van de omzet in 2020 tot 46,5%. De aangepaste EBITDA verbeterde sterk van 23,7 miljoen euro (10,3% van de omzet) in 2020 tot 30,2 miljoen euro (13,8% van de omzet). De aangepaste EBIT kwam in 2021 uit op 21,6 miljoen euro (9,9% van de omzet).
De HealthCare IT-divisie heeft er vertrouwen in dat haar strategie om zich te richten op klantsegmenten en geografische gebieden waar- voor haar Enterprise Imaging-oplossing het meest geschikt is en om prioriteit te geven aan inkomstenstromen met een hogere waarde, haar uiteindelijk in staat zal stellen om de beoogde EBITDA-groei te bereiken: beginnend van een percentage van om en bij de 5% in 2019 tot percentages die de 20% benaderen de komende jaren.
Het strikte kostenbeheer van de Radiology Solutions-divisie en prijsacties voor medische film volstonden niet om de volume- dalingen in medische film en CR, product/mix-effecten in DR en hoge grondstoosten teniet te doen. De brutowinstmarge daalde van 35,3% van de omzet tot 33,9%. De aangepaste EBITDA- marge kwam uit op 13,1% van de omzet, tegenover 15,6% in 2020. In absolute cijfers bedroeg de aangepaste EBITDA 60,7 miljoen euro (75,8 miljoen euro in 2020). De aangepaste EBIT bedroeg 37,7 miljoen euro (8,1% van de omzet) tegenover 51,9 miljoen euro (10,7% van de omzet) in het voorgaande jaar.
Enerzijds verbeterde de rendabiliteit van het sign & display- gedeelte van de Digital Print & Chemicals-divisie aanzienlijk
| Aandeel in de Groeps- opbrengsten 2021 per divisie | Aandeel in de Groeps- opbrengsten 2021 per regio | Opbrengsten (miljoen euro) |
|---|---|---|
| Digital Print & Chemicals 19% | Europa 37% | 2020: 1.709 |
| Offset Solutions 43% | Latijns-Amerika 6% | 2021: 1.760 |
| Radiology Solutions 26% | NAFTA 20% | |
| HealthCare IT 12% | Azië Oceanië Afrika 37% |
97
AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021
tegenover 2020, maar anderzijds hadden de hoge kosteninflatie, logistieke uitdagingen en tijdelijke productie-ineciënties (in het vierde kwartaal) een sterke impact op de marges van de filmpro- ducten. De brutowinstmarge van de divisie daalde tot 26,3% van de omzet (28,0% in 2020). De aangepaste EBITDA-marge evolueerde van 6,5% van de omzet (18,8 miljoen euro in absolute cijfers) in 2020 naar 5,8% (19,2 miljoen euro in absolute cijfers). De aange- paste EBIT bereikte 7,4 miljoen euro (2,3% van de omzet) in 2021 tegenover 8,6 miljoen euro (3,0% van de omzet) in 2020. In bijna alle activiteitsgebieden werden prijsverhogingen doorge- voerd om de stijgende grondstof-, verpakkings- en vrachtkosten aan te pakken. De volledige impact van deze prijsverhogingen is nog niet zichtbaar in de cijfers van 2021.
Ondanks de kosteninflatie verbeterde de brutowinstmarge van de divisie van 20,0% van de omzet in 2020 tot 20,4%. Deze toename was vooral het gevolg van de sluiting van de fabrieken in Leeds en Pont-à-Marcq, prijsverhogingen en mixeffecten. De aangepaste EBITDA verbeterde tot 12,4 miljoen euro (1,7% van de omzet) te- genover min 2,6 miljoen euro (min 0,4% van de omzet) in 2020. De aangepaste EBIT bedroeg min 6,0 miljoen euro (min 0,8% van de omzet), tegenover min 21,9 miljoen euro (min 3,1% van de omzet) in 2020. Voor de komende maanden wordt een verdere impact van de kosteninflatie verwacht. Waar de contractuele situatie het mogelijk maakt, zal dit gecompenseerd worden door prijsacties.
Dankzij een strikt kostenbeheer kon de Groep de verkoop- en algemene beheerskosten stabiel houden op 20,6% van de omzet, ondanks een sterke toename in de transportkosten. In absolute cijfers kwamen de verkoop- en algemene beheerskosten uit op 363 miljoen euro. De O&O-kosten stegen met 1,5% tegenover het voorgaande jaar. Zij bedroegen 95 miljoen euro in 2021 of 5,4% van de omzet.
Ondersteund door de sterke prestatie van HealthCare IT in het vierde kwartaal, steeg de aangepaste EBITDA van de Groep van 99 miljoen euro (5,8% van de omzet) in 2020 tot 104 miljoen euro (5,9% van de omzet). De aangepaste EBIT bereikte 42 miljoen euro, tegenover 36 miljoen euro in 2020.
Vooral door investeringen in het transformatieprogramma van de Groep – inclusief de voorbereiding van de overdracht van een groot deel van de interne informatie- en communicatiediensten naar Atos – kwamen de reorganisatiekosten en niet-recurrente resultaten uit op een kost van 33 miljoen euro. In 2020 werd een kost van 88 miljoen euro geboekt, vooral in verband met de aanpassing van de productiecapaciteit voor drukplaten en voor computed radiography-apparatuur.
| 2020 | 2021 | |
|---|---|---|
| Aangepaste EBITDA 1 (miljoen euro) | 99 | 104 |
| Aangepaste EBIT 1 (miljoen euro) | 36 | 42 |
| Winst uit de bedrijfs- activiteiten (miljoen euro) (1) | ||
| Resultaat over de periode (miljoen euro) (1) | ||
| (1) Voor reorganisatiekosten en niet-recurrente resultaten | ||
| 2020 | 2021 | |
| (52) | (14) | |
| 9 | 621 | |
| 98 |
De nettofinancieringskosten bedroegen 8 miljoen euro tegenover 31 miljoen euro in 2020. De belastingkosten bedroegen 15 miljoen euro (15 miljoen euro in 2020). Door de hoger genoemde elementen boekte de Agfa-Gevaert Groep een nettoverlies van 14 miljoen euro.
Eind 2021 bedroegen de totale vaste activa 2.095 miljoen euro, tegenover 2.204 miljoen euro eind 2020.
Ondanks problemen in de toeleveringsketen en hoge grondstoos- ten, verbeterde het werkkapitaal van 27% van de omzet tot 26%. In absolute cijfers evolueerde het werkkapitaal van 462 miljoen euro eind 2020 tot 449 miljoen euro eind 2021.
Door de extra pensioenfinanciering en het aandeleninkooppro- gramma evolueerde de netto financiële schuld (inclusief IFRS 16) van een kasoverschot van 502 miljoen euro eind 2020 tot een kasoverschot van 325 miljoen euro eind 2021.# Agfa-Gevaert – Jaarverslag 2021
In 2020 besteedde Agfa ongeveer 218 miljoen euro van de opbrengst van de verkoop van een deel van HealthCare IT (aan een ondernemingswaarde van 975 miljoen euro) aan het verhogen van de dekkingsgraad van de gefinancierde pensioenplannen in België, het VK en de VS, alsook aan de uitvoering van acties om de pensioenen risicovrij te maken. In de eerste helft van 2021 werd de resterende 130 miljoen euro geïnvesteerd. Afronden van het programma om de risico's van de pensioenen te verminderen, leidde tot aanzienlijk lagere nettoverplichtingen en afnemende kasuitstromen voor pensioenen.
In 2021 bedroeg het eigen vermogen 685 miljoen euro tegenover 130 miljoen euro eind 2020.
In 2021 genereerde de Groep een vrije kasstroom van 8 miljoen euro exclusief de extra financiering van de pensioenen van 130 miljoen euro.
De Agfa-Gevaert Groep verwacht dat de inflatiedruk – inclusief de inflatie van de loonkosten – zichtbaarder zal worden in de loop van het jaar. Ze voert daarom passende prijsverhogingen door. Een aantal aangekondigde prijsverhogingen zullen de komende kwartalen hun volledige effect tonen, maar nog meer prijsverhogingen kunnen noodzakelijk zijn. Algemeen gezien zet de Agfa-Gevaert Groep het strakke werkkapitaal- en kostenbeheer voort. Voorts verwacht de Groep dat de onzekerheid in de markten nog tot een eind in 2022 zal blijven duren. Desondanks verwacht de Groep voor het volledige jaar 2022 een omzetgroei voor alle divisies. Voor de HealthCare IT-divisie zal 2022 een jaar van consolidatie zijn, aangezien de focus verschuift in de richting van rendabele groei. Investeringen in een aantal belangrijke resources zijn te verwachten. Verwacht wordt dat de voortdurende transformatieacties de Groep wendbaarder zullen maken en de operaties verder zullen vereenvoudigen. Ze zullen de Groep ook in staat stellen om vanaf 2023 de kosten verder te verlagen.
| 2020 | 2021 | |
|---|---|---|
| Vaste activa | 2.204 | 2.095 |
| Verplichtingen | 2.204 | 2.095 |
| Vlottende activa | 714 | 756 |
| Eigen vermogen | 1.409 | 1.339 |
| Dec. 2020 | Dec. 2021 | |
|---|---|---|
| Miljoen euro | 462 | 449 |
| % van de omzet | 27% | 26% |
| 2020 | 2021 | |
|---|---|---|
| Cash | (502) | (325) |
Agfa-Gevaert NV
De jaarrekening zoals ze zal worden voorgelegd aan de Algemene Vergadering van 10 mei 2022, werd door de Raad van Bestuur aan de waarderingsregels getoetst en in die vorm goedgekeurd. Aan de Algemene Vergadering zullen de hierna volgende punten in het bijzonder ter goedkeuring worden voorgelegd:
De jaarrekening sluit met een verlies voor het boekjaar 2021 van 136.843.039,48 euro. De Raad van Bestuur stelt vast uit de resultatenrekening dat de vennootschap in twee opeenvolgende jaren een verlies heeft geleden. Artikel 3:6 §1 6° van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen vereist dat de Raad van Bestuur de waarderingsregels in de veronderstelling van continuïteit verantwoordt. Aangezien echter de continuïteit van een houdstervennootschap, zoals Agfa-Gevaert NV, in hoofdzaak afhankelijk is van deze van de geconsolideerde Groep in haar geheel, verwijst de Raad van Bestuur naar de cash positie op Groepsniveau alsook naar de nog beschikbare kredietfaciliteiten op balansdatum. Er wordt voorgesteld om dit verlies toe te wijzen aan het overgedragen resultaat. Hierdoor bedraagt het overgedragen resultaat minus 496.260.024,34 euro.
In 2021 realiseerde de Vennootschap een omzet van 409,8 miljoen euro. Dit is tegenover de omzet van 2020 (369,9 miljoen euro) een stijging met 10,8%. Deze stijging wordt verklaard door een stijging van de prijzen (+6,9%), een volume/mix stijging (+5,4%) en een negatief wisselkoersverschil (-1,5%). Het bedrijfsverlies bedraagt voor 2021 -101,2 miljoen euro. Dit is een daling tegenover 2020 met 49,3 miljoen euro. Het financieel resultaat is 46,6 miljoen euro gunstiger dan in 2020, waardoor het verlies van het boekjaar voor belasting uitkomt op minus 136,9 miljoen euro (2020: -134,2 miljoen euro). Na de belastingen op het resultaat (2021: +0,0 miljoen euro, 2020: +0,3 miljoen euro) komt het verlies van het boekjaar op minus 136.8 miljoen euro (2020: -133,9 miljoen euro). Dit is tevens het te bestemmen resultaat van het boekjaar. Dit is tegenover 2020 een toename van het verlies met -2,9 miljoen euro.
De Vennootschap besteedde in België in 2021 11,1 miljoen euro aan onderzoek en ontwikkeling. In 2021 is het personeelsaantal van Agfa-Gevaert NV in België met 47 eenheden gedaald tot 1.943 personeelsleden per 31 december 2021. Deze daling is het resultaat van de aanwerving van 105 medewerkers, terwijl 152 medewerkers het bedrijf verlieten. De vaste inrichting van de Vennootschap in VK boekte in 2021 een verlies van 65,8 miljoen euro.
Agfa’s divisie Radiology Solutions gebruikt nieuwe technologieën en traditionele knowhow om medische beeldvormingsoplossingen te creëren die zorgverstrekkers nieuwe inzichten geven en die voldoen aan de steeds veranderende noden van de zorgsector. Door hen te ondersteunen bij hun migratie van analoog naar digitaal helpt Agfa zijn klanten om de kwaliteit en de efficiëntie van hun patiëntenzorg te verbeteren. Elke dag bewijst Agfa dat medische beeldvorming in zijn DNA zit.
In het begin van het jaar werden de medische filmvolumes sterk beïnvloed door de invoering van nieuwe gecentraliseerde aankooppraktijken in een aantal Chinese provincies. In de loop van het jaar volgde een stabilisatie van de medische filmvolumes in China. In verscheidene landen en regio’s ondervond de medische filmbusiness nog steeds de effecten van de COVID-situatie. Prijsverhogingen voor alle soorten medische film om de hogere zilverprijzen aan te pakken, volstonden niet om deze nadelige elementen volledig te compenseren. Ondanks de hoge grondstofprijzen en problemen met de toeleveringsketen kon Agfa de marges voor de medische filmproducten stabiel houden tegenover 2020.
De markt voor direct radiography-oplossingen wordt nog steeds gekenmerkt door een hoge mate van volatiliteit. Omdat zorgorganisaties hun prioriteiten heroverwegen en doordat de toegang tot ziekenhuislocaties vaak nog beperkt is, worden grote DR-implementaties vaak uitgesteld. Hoewel Agfa in deze onzekere omstandigheden zijn positie vrijwaart, daalde de omzet van zijn DR-business tegenover 2020, toen ziekenhuizen zwaar investeerden in mobiele DR-apparatuur als antwoord op de uitdagingen van de COVID-19-pandemie. In 2021 begon de focus terug te verschuiven van mobiele DR-apparatuur naar uitgebreide DR-röntgenkamers. De tijd tussen de orderintake en de eigenlijke implementatie en omzetboeking is meestal langer voor dit soort oplossingen. Na een trage start in de eerste jaarhelft (vooral in Noord-Amerika), boekte de business een aanzienlijke toename van de bestellingen in de tweede jaarhelft. Agfa reorganiseert de DR-organisatie in Noord-Amerika als antwoord op de veranderende marktomstandigheden.
In een krimpende markt bleef Agfa de computed radiography-business beheren om gezonde winstmarges te behouden. Om zijn concurrentiepositie te verbeteren, past Agfa zijn productiecapaciteit voor CR-apparatuur aan de dalende markttrend aan. In 2021 werd de business tevens beïnvloed door een tekort aan componenten en transportproblemen.
Als gevolg van de bovenstaande elementen daalde de omzet van de divisie Radiology Solutions zonder rekening te houden met wisselkoerseffecten met 4,1%. Strikt kostenbeheer en prijsacties voor medische film volstonden niet om de volumedalingen in medische film en CR, product/mix-effecten in DR en hoge grondstofkosten teniet te doen. De brutowinstmarge daalde van 35,3% van de omzet tot 33,9%. De aangepaste EBITDA-marge kwam uit op 13,1% van de omzet, tegenover 15,6% in 2020. In absolute cijfers bedroeg de aangepaste EBITDA 60,7 miljoen euro (75,8 miljoen euro in 2020). De aangepaste EBIT bedroeg 37,7 miljoen euro (8,1% van de omzet) tegenover 51,9 miljoen euro (10,7% van de omzet) in het voorgaande jaar.
| MILJOEN EURO | 2021 | 2020 | % evolutie (excl. wisselkoerseffecten) |
|---|---|---|---|
| Opbrengsten | 455 | 471 | -3,4% |
| Aangepaste EBITDA (*) | 60,7 | 75,8 | -19,9% |
| % van de omzet | 13,3% | 16,1% | |
| Aangepaste EBIT (*) | 37,7 | 51,9 | -27,7% |
| % of revenue | 8,3% | 11,0% | |
| Resultaten uit bedrijfsactiviteiten | 23,8 | 42,9 | -44,5% |
(*) Voor reorganisatiekosten en niet-recurrente resultaten.
Agfa is een wereldwijde aanbieder van traditionele röntgenfilm, hardcopyfilm en -printers, digitale radiografie- apparatuur en beeldverwerkingssoftware. De oorsprong van Agfa ligt in de traditionele beeldvorming, maar in de hedendaagse zorgsector is digitale radiografie de dominante technologie geworden. Door de concurrentie van de diagnose op beeldscherm gaat ook de markt voor hardcopyfilm – waarop digitale beelden afgedrukt worden – achteruit in de VS en in West-Europa. In de opkomende markten blijft dit marktsegment echter groeien. Naast hardcopyfilm levert Agfa ook hardcopy-printers. Deze systemen geven clinici de mogelijkheid om digitale beelden af te drukken die gemaakt zijn met radiografieapparatuur en met andere modaliteiten, zoals CT- en MRI-scanners. In het segment van de digitale radiografie is Agfa actief met technologie voor computed radiography (CR) en direct radiography (DR). Doordat het compatibel is met traditionele radiografieapparatuur, biedt CR ziekenhuisafdelingen die intensief met beelden werken een betaalbare instap in de digitale beeldvorming. DR wordt vaak gekozen door ziekenhuisafdelingen die een hogere capaciteit en de onmiddellijke beschikbaarheid van kwaliteitsvolle digitale beelden eisen.# HealthCare IT
Agfa HealthCare transformeert de gezondheidszorg met ‘overal, altijd’-toegang tot alle beeldvormingsdata van de patiënt. Voortbouwend op een lange geschiedenis in de gezondheidszorg en met bewezen capaciteiten op het vlak van innovatie, diepgaande medische kennis en strategisch advies, is Agfa HealthCare de partner bij uitstek voor toonaangevende zorgorganisaties over de hele wereld. Met zijn baanbrekende Enterprise Imaging Platform biedt de onderneming veilig, effectief, modulair en schaalbaar beheer van medische beeldvormingsgegevens. De onderneming begeleidt zorgaanbieders strategisch bij de overgang van volumegebaseerde beeldvorming naar waardegebaseerde beeldvorming. Ze ondersteunt groei, vermindert complexiteit en redundantie, en verbetert de zorgverlening en de ervaringen van artsen. De implementatie van het Agfa HealthCare Enterprise Imaging Platform maakt de creatie mogelijk van een beeldvormingsdossier (Imaging Health Record of IHR), als aansluiting bij en vervollediging van de strategie van zorgaanbieders op het vlak van elektronische patiëntendossiers.
Hoewel de HealthCare IT-divisie meer dan een jaar goed stand gehouden heeft, begon ze in de loop van 2021 een aantal late effecten van de COVID-pandemie te ondervinden, zoals een tijdelijke vertraging in projectimple- mentaties in het derde kwartaal. Na een aantal mindere maanden zag de divisie tegen het einde van het jaar een opleving van de vraag en de rendabiliteit. Het orderboek van HealthCare IT blijft op een erg gezond niveau. De divisie heeft er vertrouwen in dat haar strategie om zich te richten op klantsegmenten en geografische gebieden waarvoor haar Enterprise Imaging-oplossing het meest geschikt is en om prioriteit te geven aan inkomstenstromen met een hogere waarde, haar uiteindelijk in staat zal stellen om de beoogde EBITDA-groei te bereiken: beginnend van een percentage van om en bij de 5% in 2019 tot percentages die de 20% benaderen de komende jaren. Dankzij een strikt beheer van de kosten en ondersteund door de sterke prestatie in het vierde kwartaal, steeg de brutowinstmarge van 43,9% van de omzet in 2020 tot 46,5%. De aangepaste EBITDA verbeterde sterk van 23,7 miljoen euro (10,3% van de omzet) in 2020 tot 30,2 miljoen euro (13,8% van de omzet). De aangepaste EBIT kwam in 2021 uit op 21,6 miljoen euro (9,9% van de omzet).
Bovendien maakt mobiele DR-apparatuur beeldonderzoeken aan het zieken- huisbed mogelijk, bijvoorbeeld in spoedafdelingen of intensieve zorgafdelingen. Veel ziekenhuizen combineren CR en DR om tegemoet te komen aan al hun noden op het vlak van röntgenonderzoek. Als technologische leider voor beide vakgebieden is Agfa als geen ander in staat om zorgcentra die willen investeren in digitale beeldvor- ming oplossingen op maat aan te bieden. Alle CR- en DR-systemen van Agfa werken met de toonaangevende MUSICA-beeldverwerkingssoftware en het MUSICA-werkstation voor beeldidentificatie en -acquisitie en kwaliteitscontrole. Agfa's SmartXR brengt intel- ligentie naar digitale radiografieapparatuur op de plaats van de zorgverstrekking, nog voor het beeld gemaakt is. Het helpt de radiologielaborant door een aantal taken te vereenvoudigen en te automatiseren. Op die manier kunnen de laboranten sneller werken, met meer aandacht voor de patiënt.
| 60% / 30% | Zorgorganisaties rapporteren dat Agfa’s DR-systemen en MUSICA-software hen in staat stellen om de röntgenstralingsdoses met maximaal 60% (1) te verminderen en hun productiviteit met 30% te verhogen. |
| 440.000 | Agfa heeft over de hele wereld meer dan 10.000 DR-systemen geïnstalleerd. Samen staan ze in voor 440.000 beeldvormingsonderzoeken per dag. |
Agfa’s oplossingen helpen ziekenhuizen overal ter wereld bij hun gevecht tegen COVID. Het DR 100s-systeem, bijvoorbeeld, kan worden gebruikt om kwaliteitsvolle röntgenonderzoeken aan bed te doen. Daardoor moet de patiënt voor het onderzoek niet
In november stelde Agfa zijn nieuwe digitale radiografiekamer VALORY voor tijdens het RSNA-evenement. VALORY biedt een eenvoudig ontwerp met functionaliteiten die veel verder dan de ‘basics’ gaan. Het brengt betrouwbaar- heid, productiviteit en foutloze beeldvor- ming binnen het bereik van elk zieken- huis. VALORY is een ideale back-up voor ziekenhuizen en het is ideaal als primair röntgensysteem voor kleinere zorgcentra waarvoor betrouwbaarheid geen optie maar een must is. Met VALORY bewijst Agfa dat ‘eenvoud’ niet gelijk is aan ‘basic’.
Met zijn #CountOnUs-initiatief steunde Agfa al duizenden zorgaanbieders bij hun aanpak van de uitzonderlijke druk die de COVID-19-pandemie legt op het personeel en de middelen. Georges Espada, Radiology Solutions Business Group Leader bij Agfa: "Het #CountOnUs initiatief richt zich op het vinden van manieren om beeldvormings- afdelingen te ondersteunen om snel aan hun meest dringende behoeften te voldoen en tegelijk op het creëren van waarde op lange termijn. Zolang onze klanten geconfronteerd worden met de toegenomen druk van de gezondheids- crisis, zijn wij vastbesloten om solidair met hen samen te werken." Meer informatie over het initiatief: https://medimg.agfa.com/main/cate- gory/countonus/
2021 was een jaar vol uitdagingen voor onderne- mingen die actief zijn in de zorgsector. Zo werden grote DR-installaties vaak uitgesteld doordat de toegang tot ziekenhuizen beperkt werd als gevolg van de pandemie. Ondanks deze moeilijke omstandigheden besliste een groot aantal ziekenhuizen en ziekenhuisgroepen om te investeren in Agfa’s radiografiesystemen. Aan het einde van het jaar, waren er wereldwijd meer dan 75.000 hardcopy printers van het type DRYSTAR en meer dan 89.000 digitale radiografieoplossingen van Agfa geïnstalleerd, allemaal inclusief het MUSICA Nerve Center en de MUSI- CA-beeldverwerkingssoftware.
In 2021 bestelde het 620 bedden tellende Royal Bolton Hospital drie volautomatische DR 600-kamers van Agfa voor direct radiography. De hoogwaardige, aan het plafond bevestigde DR 600 biedt de radiologieafde- ling een volledig geautomatiseerde en geïntegreerde oplossing die beelden van hoge kwaliteit combineert met een maximale veelzijdigheid. Het systeem stroomlijnt de workflow en verhoogt de verwer- kingscapaciteit, wat de ervaring van zowel patiënten als operatoren verbetert. wege zijn veelzijdigheid en uitstekende beeldkwaliteit.
Het Natchitoches Regional Medical Center (NRMC), dat 17 ziekenhuizen en zorgcentra in Louisiana runt, heeft onlangs de multifunctionele digitale beeldvormingskamer DR 800 geïmple- menteerd in zijn 96 bedden tellende hoofdziekenhuis. Dankzij de Dynamic MUSICA-beeldkwaliteit, de moge- lijkheden voor dosisvermindering en de innovatieve technologie voor positionering op afstand, zal de DR 800 bijdragen aan de missie van dit groeiende netwerk om een breed continuüm van innovatieve zorg aan te bieden.
. , , : "Het röntgenteam van Royal Bolton is erg trots op zijn beeldvormingstechnieken en klinische beeldkwaliteit. De DR 600 trok onze aandacht door de focus op dosisbeperking en de positieve invloed die het softwareontwerp heeft op de patiëntenstroom."
Radiologie Münster, een toonaangevend centrum voor medische beeldvorming, implementeerde onlangs zijn eerste beeldvormingsoplossing van Agfa: de multi- functionele DR 800-kamer voor direct radiography. Het drukke centrum voor medische beeldvorming beschikt over een volledig portfolio van beeldvor- mingsapparatuur voor diagnose en behandeling. De dynamische en volledig geïntegreerde DR 800, uitgerust met Agfa's MUSICA-software, werd gekozen als de digitale röntgenoplossing van het centrum.
Hospital Sant Joan de Déu in Barcelona, een academisch ziekenhuis dat gespecialiseerd is in pediatrie, gynaecologie en verloskunde, heeft twee mobiele DR 100-systemen voor direct radiography toegevoegd aan zijn portefeuille van apparatuur voor diagnostische beeldvorming. Het ziekenhuis, dat al lang klant is van Agfa, beschikt ook over drie DX-M systemen voor computed radiography, geschikt voor mammografie, en een krachtige DR 800 multifunctionele beeldvormingsoplossing.
| MILJOEN EURO | 2021 | 2020 | % evolutie (excl. wisselkoerseffecten) |
|---|---|---|---|
| Opbrengsten | | | % (%) |
| Aangepaste EBITDA (*) | | | +% |
| % van de omzet | % | % | |
| Aangepaste EBIT (*) | | | +% |
| % van de omzet | % | % | |
| Resultaten uit bedrijfsactiviteiten | | | +% |
(*) Voor reorganisatiekosten en niet-recurrente resultaten.
111
AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021
Agfa HealthCare’s Medical Imaging IT Solutions staan voor zorgaanbieders over de hele wereld gelijk met betrouwbaarheid en efficiëntie. Met innovatie als deel van zijn DNA en met meer dan 100 jaar ervaring, werd Agfa HealthCare in het begin van de jaren 1990 een van de eerste ondernemingen die radiologieafdelingen Picture Archiving and Communication Systems (PACS) konden aanbieden voor het efficiënt opslaan, beheren, verwerken en verdelen van digitale medische beelden. Nu zorgnetwerken steeds groter worden en de nood aan hogere productiviteit en betere zorgverlening toeneemt, begrijpen zorgaanbieders dat het van cruciaal belang is om alle met beeldvorming samenhangende informatie efficiënt te kunnen capteren, verzamelen, delen en ontginnen. Overal ter wereld beginnen zor organisaties te zoeken naar een meer geïntegreerde beeldvormingsstrategie en naar manieren om hun gefragmenteerde, redundante en afzonderlijke Imaging IT-oplossingen in een meer eengemaakte ondernemingsbrede aanpak te consolideren op basis van schaalbaarheid en systematiek. Agfa HealthCare anticipeerde op deze vraag en in 2014 was het opnieuw een pionier toen het zijn toonaangevende Enterprise Imaging Platform op de markt bracht. Het eengemaakte Enterprise Imaging Platform creëert een echt longitudinaal beeldvormingsdossier voor elke patiënt ter vervollediging van de patiëntendossierstrategie van de klanten. Het is bedoeld om niet alleen te dienen voor radiologie en cardiologie, maar ook voor de talrijke andere afdelingen en diensten in de zorgonderneming die verschillende vormen van medische beelden genereren. Via Agfa HealthCare’s Enterprise Imaging Platform zijn beelden en de daarmee samenhangende gegevens onmiddellijk beschikbaar in het hele ziekenhuis, de hele zorgorganisatie en zelfs in alle zorgcentra van een regionaal netwerk. Zo versnelt het Enterprise Imaging Platform de diagnose, verbetert het de patiëntenzorg, versnelt het de samenwerking over specialiteiten en systemen heen, verbetert het de ervaring en de tevredenheid van de arts en de patiënt en ondersteunt het de business en de klinische en operationele kwaliteit van het zorgsysteem. Van de ontwikkeling tot de installatie zijn Agfa HealthCare’s toonaangevende Imaging IT-softwaresystemen erop gericht om de complexiteit te verminderen en om zorgaanbieders te helpen om hun klinische, operationele en zakelijke strategieën uit te voeren.
112
In augustus 2021 werd Agfa HealthCare een van de eerste ondernemingen die de nieuwe Europese Medical Device Regulation-certificering kreeg uitgereikt door Intertek. Deze certificering, die betrekking heeft op Agfa HealthCare's Enterprise Imaging- en XERO Viewer-oplossingen van klasse IIa, verzekert dat de onderneming zonder onderbreking het Enterprise Imaging Platform en de modules en componenten ervan kan uitbreiden en innovatieve oplossingen kan blijven introduceren. Dit houdt in dat er aanzienlijke aanpassingen aan de oplossingen gedaan kunnen worden en dat er nieuwe functionaliteiten toegevoegd kunnen worden die een antwoord bieden op de evoluerende noden van Agfa HealthCare’s klanten en van de markt. De klanten kunnen zo blijven genieten van ultramoderne IT-technologie.
In het 2021 KLAS Enterprise Imaging Report stelt KLAS dat Agfa HealthCare’s Enterprise Imaging-oplossingen vooral te vinden zijn in grote zorgorganisaties, waaronder academische ziekenhuizen en gemeenschapsziekenhuizen. De meeste installaties bedienen faciliteiten met meer dan 500 bedden; een derde met meer dan 1.000 bedden. KLAS Research vindt dat Agfa HealthCare zich de laatste jaren presenteert als een sterke optie voor Enterprise Imaging. Klanten beschrijven zowel het VNA als de viewer als eenvoudig te gebruiken, betrouwbaar en goed geïntegreerd. “Geselecteerde commentaar verzameld over Agfa HealthCare, KLAS® Enterprise Imaging 2021, © 2021 KLAS. Bezoek klasresearch.com voor een volledig overzicht.”
113
AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021
Een recent cybersecurity-onderzoek van KLAS en Censinet noemt Agfa HealthCare een pionier op het vlak van cybersecurity-transparantie. Het beschouwt Agfa HealthCare ook als ‘cybersecurity mature’ voor alle onderwerpen, inclusief netwerkveiligheid, gegevensbescherming en systeemrobuustheid. “Geselecteerde commentaar verzameld over Agfa HealthCare, uit het KLAS/Censinet Report over Cybersecurity, mei 2021. © 2021 KLAS.”
Agfa HealthCare’s Enterprise Imaging Platform is in gebruik in meer dan 800 zorgvestigingen over de hele wereld. De XERO Universal Viewer van de onderneming ondersteunt de uitgebreide zorgsamenwerking in bijna 400 zorgorganisaties.
Het momentum in de aanvaarding door de markt van de platformbenadering van enterprise imaging blijkt duidelijk uit het toenemende aantal overeenkomsten. Toonaangevende zorgsystemen kiezen voor Agfa HealthCare’s Enterprise Imaging-platform, dat een medisch rapport voor beeldvorming creëert.
115
AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021
. - : “Deze technologie blijkt enorme voordelen te bieden voor gebruikers en patiënten door het verbeteren van de nauwkeurigheid, het verkorten van de rapportagetijden en het verhogen van de productiviteit.”
Touro Clinic is al lange tijd gebruiker van Agfa HealthCare-technologie. De organisatie nam haar ervaring met Agfa HealthCare mee toen ze lid werd van LCMC Health. Van de IMPAX-radiologieoplossingen tot de meer recent geïmplementeerde Enterprise Imaging-oplossing, is LCMC gericht op het realiseren van zijn visie het verbeteren van de gezondheidsdiensten in de New Orleans/Gulf Coast-regio. Het management werkt samen met Agfa HealthCare om een infrastructuur te ontwerpen die de diensten convergeert en de workflows en de uitwisseling van beeldvormingsinformatie verbetert.
, , : “LCMC Health heeft veel tijd besteed aan het evalueren van strategieën om aan de gezondheidsbehoeften van patiënten in de regio New Orleans/Gulf Coast te voldoen. Wij zijn vastbesloten om de complexiteit te verminderen door het samenvoegen van beeldvorming van patiënten en door deze toegankelijk te maken via ons elektronisch patiëntendossier. Agfa HealthCare's visie op het Imaging Health Record heeft ons geholpen om onze reis op het gebied van enterprise imaging aan te vatten en hun begeleiding is belangrijk voor ons voortdurende succes.”
116
Als het enige lokaal beheerde en geëxploiteerde gezondheidszorgsysteem in San Antonio en Bexar County, TX, VS, neemt University Health haar verantwoordelijkheid ter harte om de gezondheidsbehoeften van haar gemeenschap vandaag en in de toekomst tegemoet te komen. Met patiëntenzorg op meer dan twee dozijn locaties, is het het grootste Level I traumacentrum voor Zuid-Texas. Het doet dienst als de primaire onderwijsfaciliteit voor de University of Texas Health San Antonio. Agfa HealthCare is er trots op samen te werken met University Health om hun technologie-investeringen af te stemmen op hun kernwaarden, waaronder hoge kwaliteit, medelevende zorg en een verstandig gebruik van middelen.
. , ., , , . , : “Voor de implementatie van Enterprise Imaging was ons IT-personeel gefrustreerd door de complexiteit van meerdere systemen die moesten worden ondersteund en onderhouden. Bovendien verspilden onze artsen kostbare tijd aan het navigeren door die verschillende systemen om toegang te krijgen tot een beeld van een patiënt. Door met Agfa HealthCare te werken aan ons Enterprise Imaging-initiatief, heeft University Health al aanzienlijke kostenbesparingen gerealiseerd en heeft het de tijd van onze artsen om zorg te verlenen gestroomlijnd.”
Leeds Teaching Hospitals NHS Trust (LTHT) heeft met succes Agfa's Enterprise Imaging-oplossing geïmplementeerd. De oplossing zal de organisatie helpen haar productiviteit te maximaliseren en samen te werken met naburige Trusts.Als één van de grootste trusts in het Verenigd Koninkrijk, biedt LTHT jaarlijks gezondheidszorg aan meer dan 1,5 miljoen patiënten, van wie velen complexe en dringende behoeften hebben. Het upgraden van een omvangrijk systeem als Enterprise Imaging moest zeer zorgvuldig worden gepland om eventuele downtime tot een minimum te beperken. De IT Manager van LTHT, Mark Davies, zei: “Enterprise Imaging heeft gezorgd voor een veel stabielere infrastructuur. We merkten onmiddellijk de besparingen in productiviteit en efficiëntie dankzij de volledig geïntegreerde beeldweergave en rapportage op één platform met een moderne interface.”
Agfa’s divisie Digital Print & Chemicals is een toonaangevende leverancier van digitale drukoplossingen voor sign & display-toepassingen en industriële toepassingen en van innovatieve producten voor niche-industrieën. De divisie ontwikkelt, produceert en verkoopt hypermoderne drukapparatuur en -software en een breed gamma van erg gespecialiseerde inkten voor specifieke toepassingen. Voorts levert de divisie klanten in verschillende industriële markten een breed gamma van innovatieve membranen, films en gecoate producten.
| MILJOEN EURO | 2021 | 2020 | % evolutie (excl. wisselkoerseffecten) | |
|---|---|---|---|---|
| Opbrengsten | 332 | + 17,3% | (2,1%) | |
| Aangepaste EBITDA (*) | 19.2 | + 17,4% | ||
| % van de omzet | 5,8% | 6,5% | ||
| Aangepaste EBIT (*) | 7.4 | - 13,9% | ||
| % van de omzet | 2,3% | 3,0% | ||
| Resultaten uit bedrijfsactiviteiten | 10.7 | - 18,7% |
(*) Voor reorganisatiekosten en niet-recurrente resultaten.
De divisie Digital Print & Chemicals herstelde zich van de COVID-19-impact, wat tot uiting komt in de sterke omzetgroei in vergelijking met 2020. Bovendien werden in bijna alle activiteitsgebieden prijsverhogingen doorgevoerd om de stijgende grondstof-, verpakkings- en vrachtkosten aan te pakken. De volledige impact van deze prijsverhogingen is nog niet zichtbaar in de cijfers van 2021. Enerzijds verbeterde de rendabiliteit van het sign & display-gedeelte van de business aanzienlijk tegenover 2020, maar anderzijds hadden de hoge kosteninflatie, logistieke uitdagingen en tijdelijke productie-inefficiënties (in het vierde kwartaal) een sterke impact op de marges van de filmproducten. De brutowinstmarge van de divisie daalde tot 26,3% van de omzet (28,0% in 2020). De aangepaste EBITDA-marge evolueerde van 6,5% van de omzet (18,8 miljoen euro in absolute cijfers) in 2020 naar 5,8% (19,2 miljoen euro in absolute cijfers). De aangepaste EBIT bereikte 7,4 miljoen euro (2,3% van de omzet) in 2021 tegenover 8,6 miljoen euro (3,0% van de omzet) in 2020.
De sign & display-activiteiten boekten een sterke groei van de omzet en de rendabiliteit. De inktassortimenten voor sign & display-toepassingen presteerden goed en overtroffen de niveaus van voor de COVID-pandemie. Ondanks de logistieke uitdagingen in de hele sector, herstelde de business voor grootformaatprinters zich gedeeltelijk van de sterke impact van COVID-19. Deze business bouwde op het succes van het recent geïntroduceerde Jeti Tauro H3300 UHS LED-systeem – het snelste Jeti Tauro-druksysteem tot nu toe. In de tweede jaarhelft had de terugkeer van de handelsbeurzen duidelijk een gunstige invloed op de marktdynamiek.
De omzet van inkten voor industriële toepassingen groeide sterk, deels door de oplossingen voor nieuwe digitale druktoepassingen. Als belangrijke duurzaamheidsinvestering nam Agfa in 2021 zijn nieuwe productievestiging voor inkjetinkten op waterbasis in gebruik. De nieuwe vestiging stelt Agfa in staat een belangrijke leverancier te worden van dergelijke inkten voor een brede waaier van nieuwe toepassingen. Zo produceert de nieuwe vestiging bijvoorbeeld inkten voor Agfa’s nieuwe InterioJet-inkjetsysteem voor het bedrukken van decorpapier dat gebruikt wordt in interieurdecoratie, zoals laminaatvloeren en -meubilair.
Agfa’s gamma van producten voor de productie van gedrukte schakelingen werd beïnvloed door de kosteninflatie. De hoge zilverkosten werden slechts gedeeltelijk gecompenseerd door prijsverhogingen. Het specialty chemicals-segment van de divisie is goed geplaatst voor toekomstige groei met producten en oplossingen die gericht zijn op specifieke veelbelovende markten. Het ORGACON-gamma van geleidende materialen, bijvoorbeeld, wordt gebruikt in technologie voor elektrische en hybride wagens. Deze business boekte stevige omzetgroei in 2021. De volumes keerden terug naar het pre-COVID-niveau. Met zijn ZIRFON-membranen voor geavanceerde alkaline elektrolyse zet Agfa een nieuwe efficiëntiestandaard in de groene waterstofproductie. De membranen worden door klanten en experts beschouwd als de referentie in de industrie.
De gespecialiseerde films en folies van de divisie worden vooral gebruikt in industrieën die getroffen werden door de COVID-19-pandemie, zoals de luchtvaartindustrie, de olie- en gassector en de drukindustrie. In sommige van deze gebieden blijft de pandemie een sterke invloed hebben op de filmvolumes. Ondanks tijdelijke problemen in de toeleveringsketen hebben de verkoopcijfers van het synthetische papierassortiment Synaps zich sterk hersteld, dankzij het herstel van de relevante drukmarkten en het succes van bepaalde nieuwe toepassingen.
Agfa levert hypermoderne grootformaatinkjetsystemen, bestaande uit printers, service, software en UV-inkten en inkten op waterbasis. Drukkers van borden en displays en klanten die gespecialiseerd zijn in industrieel drukwerk gebruiken Agfa’s oplossingen om te drukken op een grote verscheidenheid aan substraten voor steeds meer verschillende toepassingen, zoals borden, posters en displays, promotiemateriaal, verpakking, lederen goederen, laminaatvloeren en decoratiemateriaal.
Voor veel toepassingen is inkjet nu het belangrijkste alternatief voor zeefdruk-, gravuredruk- en flexodruktechnologie. De technologie biedt ongeziene mogelijkheden op het vlak van personalisatie, kleinere oplages en just-in-time printing. Daarbij zorgt hij onder andere voor minder afval en een reductie van het werkkapitaal. Naast apparatuur en software levert Agfa ook een gamma UV LED-inkten waarmee sign & display-klanten kwaliteitsvol drukwerk op een grote verscheidenheid aan stijve en flexibele substraten kunnen produceren. Bovenop de inkten voor sign & display-klanten levert Agfa ook een uniek gamma performante UV-inkten en op water gebaseerde inkten voor uiteenlopende industriële toepassingen.
600 m²/uur
Begin 2021 introduceerde Agfa zijn tot nu toe snelste Jeti Tauro-inkjetpers. Bijgenaamd ‘the Beast’ bedrukt de Jeti Tauro H3300 UHS LED tot 3,3 m brede media in 4 of 6 kleuren aan snelheden tot 600 m²/uur.
3.000
Eind 2021 waren er meer dan 3.000 Anapurna- en Jeti-printers geïnstalleerd bij klanten over de hele wereld.
In 2021 won Agfa met zijn Jeti Tauro H3300 LED-systeem een prestigieuze Pinnacle Product Award van de PRINTING United Alliance, één van de grootste drukassociaties ter wereld. De Jeti Tauro H3300 LED was laureaat in de categorie UV/Latex Hybrid (boven 500.000 US dollar). Bedoeld voor een verscheidenheid aan stijve en flexibele substraten, biedt de printer uitzonderlijke kwaliteit aan productiesnelheden.
Om aan de groeiende volume-eisen te voldoen, breidde Agfa zijn productiecapaciteit voor inkjetinkt aanzienlijk uit. Een nieuwe productievestiging in Mortsel, België, die zich richt op watergebaseerde inkjetinkten, werd in 2021 operationeel. De nieuwe fabriek stelt Agfa in staat een belangrijke leverancier te worden van op water gebaseerde inkjetinkten voor een brede waaier van nieuwe toepassingen. De doelmarkten zijn het groeiende segment van het drukken op decorpapier voor de productie van laminaatvloeren en meubelpanelen, alsook verscheidene veelbelovende verpakkingstoepassingen.
In de tweede helft van 2021 begonnen de activiteiten op het vlak van grootformaatdrukapparatuur zich te herstellen van de effecten van de COVID-19-pandemie. Zelfs in moeilijke marktomstandigheden bleven de Anapurna- en Jeti-grootformaatprinters overal ter wereld drukkers van borden en displays overtuigen van hun uitstekende drukkwaliteit en hoge productiesnelheden. Het Asanti-workflowsysteem – dat de activiteiten stroomlijnt en kleurenconsistentie garandeert – wordt door klanten vaak genoemd als belangrijk voordeel tegenover concurrenten.
Een van de grootste textieldrukkerijen van het VK, Northern Flags, ging voor hun vestiging in Leeds in zee met Agfa met een investering in drie Avinci-doekprinters, een Anapurna rol-op-rol sign & display-printer en een Asanti workflowoplossing. In de herfst van 2021 werd Northern Flags de eerste drukkerij in het VK die Agfa's nieuwste dye-sublimatie printer, de Avinci CX3200, in gebruik nam. Het is een zeer productieve grootformaatprinter die tot 3,2 m breed kan printen met een laag inktverbruik – zowel op transferpapier als rechtstreeks op textiel.
De Operations Director van Northern Flags, Stephen Cooke, zei: “Ik besloot opnieuw voor Agfa te kiezen omdat we op zoek waren naar de perfecte balans tussen goede machines en dienst-na-verkoop. Agfa heeft ons op dat vlak nooit teleurgesteld. Wij hebben een echt partnerschap. Telkens als we dingen wilden ontwikkelen, heeft Agfa naar ons geluisterd. Ze staan echt open voor onze voorstellen.”
GSP, een toonaangevende leverancier van opvallende visuele oplossingen voor de retailmarkt, heeft zijn productiemogelijkheden uitgebreid met de toevoeging van het eerste Jeti Tauro H3300 UHS LED-systeem in de VS. De klanten van GSP zullen profiteren van de vooruitstrevende technologie van de Jeti Tauro H3300 UHS.Het systeem is 30% sneller dan zijn voorgangers en het combineert toonaangevende printkwaliteit met veelzijdigheid en productiviteit. De Agfa Jeti Tauro H3300 UHS is een belangrijk onderdeel van onze groeistrategie.”
In oktober 2021 installeerde decorpapierdrukkerij Chiyoda een op water gebaseerde InterioJet 3300-drukpers van Agfa in zijn Europese hoofdkantoor in Genk, België. De nieuwe pers zal Chiyoda in staat stellen om bedrukt decorpapier met exclusieve ontwerpen te leveren aan producenten van vloerbekledingen, meubelen en laminaatpanelen voor auto's. Met de InterioJet kunnen ze een betrouwbare 24/7 digitale printproductie runnen met een consistente kleurkwaliteit. Het systeem maakt het printen van complexe ontwerpen en niet-repetitieve patronen mogelijk. Zo overtreft het de mogelijkheden van gravuredruk.
“Agfa's unieke kennis van chemie, inkten en software garandeert de hoogste printkwaliteit en kleurconsistentie, zodat onze klanten de InterioJet-prints op exact dezelfde manier kunnen gebruiken als gravuredrukwerk zonder enige aanpassing aan hun productieproces.”
Hataya werd in 1982 opgericht als zeefdrukkerij. Sindsdien heeft het bedrijf zijn activiteiten gestaag gedigitaliseerd. Het is nu gespecialiseerd in de planning en productie van borden en displays. Door te investeren in Agfa's Asanti-workflowsoftware, is Hataya een voorloper geworden in zijn sector. Asanti heeft de productiviteit verbeterd terwijl het aantal uitvoerfouten aanzienlijk verminderde.
"Dankzij Asanti kunnen we sneller overgaan tot de afwerkingsfase, met inbegrip van het snijproces. Ook de productiviteit van het totale productieproces is verbeterd. Het aantal fouten is dankzij Asanti spectaculair gedaald."
Agfa ontwikkelt en produceert speciale chemische producten voor veelbelovende groeimarkten, zoals membranen voor de productie van groene waterstof en geleidende polymeren voor gebruik in elektrische auto's. Voorts biedt Agfa speciale films en folies voor toepassingen zoals beveiligde documenten, drukwerk en gedrukte schakelingen, alsook coatings, synthetisch papier en klassieke filmtypes voor industriële toepassingen, zoals niet-destructief materiaalonderzoek, luchtfotografie en microfilmopslag. Via Agfa-Labs deelt Agfa zijn onderzoekskennis en infrastructuur commercieel met derden.
Agfa is een erkende expert op het vlak van geleidende polymeren die gebruikt worden in antistatische beschermlagen voor films en componenten en in transparante elektrodes. Gebaseerd op deze producten, ontwikkelde Agfa zijn ORGACON-gamma van geleidende drukinkten, pasta's en emulsies verder voor gebruik in elektronische apparaten en in toepassingen als capacitieve sensoren, aanraakschermen en membraanschakelaars. Een veelbelovende groeimarkt voor ORGACON is die van de hybride voertuigen. Deze business kende een stevige omzetgroei in 2021 en de volumes zijn teruggekeerd naar pre-COVID-niveaus. De portfolio van Agfa omvat ook vernieuwende nano- zilverinkten voor de productie van stijve en flexibele elektronische circuits. Typische toepassingen zijn gedrukte RFID-antennes, aanraaksensoren en metallisatieroosters voor fotovoltaïsche cellen.
Agfa is wereldwijd de belangrijkste producent van phototooling-film voor de productie van gedrukte schakelingen (Printed Circuit Boards – PCB) voor de elektronica-industrie. Elektronica-producenten gebruiken de film om de geleidende circuits op een koperen laminaat aan te brengen. Omdat inkjet beschouwd wordt als een veelbelovende technologie voor PCB-productie, concentreert Agfa zijn O&O-inspanningen op de ontwikkeling van inkjetinkten voor de productie van gedrukte schakelingen. Deze inkten worden op de markt gebracht onder de DiPaMat-merknaam. Het gamma bestaat uit etch resist-inkten, legend-inkten en solder mask-inkten. De phototooling-film van Agfa wordt ook gebruikt bij het proces van chemisch polijsten voor de productie van kleine mechanische onderdelen en bij metaaldecoratie.
Met zijn Idealine-gamma is Agfa wereldwijd de belangrijkste leverancier van phototooling film. Bijgevolg heeft Agfa zeer waarschijnlijk de hand gehad in de productie van uw TV, PC, wasmachine of om het even welk ander object dat gedrukte schakelingen bevat.
In 2021 voegde Agfa het nieuwe ZIRFON UTP-220-membraan toe aan zijn portfolio. ZIRFON UTP-200 heeft een uitstekende duurzaamheid en zijn lage weerstandsvermogen maakt het hoogste rendement van waterstof-productie mogelijk. Met het nieuwe membraan creëert Agfa alweer een nieuwe standaard op het vlak van geavanceerde alkalische elektrolyse. ZIRFON-membranen hebben de traditionele alkalische elektrolysetechnologie verbeterd, waardoor deze kan werken met 400% hogere stroomdichtheden.
Met zijn ZIRFON-membranen is Agfa goed geplaatst om in te spelen op de opkomst van de waterstofeconomie. Agfa’s membranen zijn een essentieel onderdeel van de elektrolysetechnologie voor waterstofproductie. ZIRFON is een separatormembraan met een hoge opbrengst voor gebruik in geavanceerde systemen op basis van alkalische waterelektrolyse (scheiding van water in zuurstof en waterstof). Het materiaal is uitzonderlijk duurzaam, zelfs in een omgeving met dynamische stroomlevering. ZIRFON groeit snel uit tot de keuze bij uitstek van belangrijke onderzoeksinstituten en systeemontwerpers als vervanging voor traditionele structuren die PPS-doek of asbest bevatten. Een recente studie van het Fraunhofer Institute – waarbij gebruik gemaakt werd van Agfa’s ZIRFON-separatormembranen – bevestigde dat de alkalische elektrolyse-technologie momenteel het meest kostenefficiënte waterstofproductiesysteem is. In maart 2022 kondigde Agfa aan dat het een aanzienlijk volume van zijn ZIRFON-scheidingsmembranen zal leveren aan Thyssenkrupp Nucera in het kader van een aantal grootschalige waterstofprojecten. Dit bevestigt de positie van Agfa als technologieleider in dit gebied. Agfa is lid van de European Clean Hydrogen Alliance, die alle belanghebbenden in de waterstofwaardeketen verenigt. Met haar investerings- en projectenprogramma zal de alliantie de ontplooiing van groene waterstof- productie, de ontwikkeling van toepassingen en de distributie ondersteunen.
| Stroomdichtheid | Celspanning |
|---|---|
| Traditionele alkalische elektrolyse | |
| Geavanceerde alkalische elektrolyse | ZIRFON |
Agfa ontwikkelt en verkoopt een gamma synthetische papieren als alternatief voor gela- mineerd papier voor toepassingen met hoge eisen op het vlak van duurzaamheid. De papieren worden verkocht onder de merknaam Synaps. Ze worden door gebruikers op prijs gesteld voor hun drukefficiëntie. De inkt hecht zich immers uitzonderlijk snel aan het papier. Bovendien zijn de papieren bestand tegen water, scheuren en UV-licht. De Synaps-papieren kunnen op offsetdrukpersen met standaardinkten bedrukt worden, maar ook op HP Indigo-printers en printers op basis van droge toner. Synaps is geschikt voor een grote verscheidenheid aan toepassingen, zoals labels, displays voor binnen en buiten, signage en commercieel drukwerk. Ondanks tijdelijke toeleveringsproblemen veerden de verkoopcijfers van het Synaps-gamma sterk op dankzij het herstel van de relevante drukmarkten en het succes van bepaalde nieuwe toepassingen.
Over de hele wereld heeft de COVID-pandemie de manier waarop we tegen hygiëne en gezondheid aankijken veranderd. We hebben nieuwe gewoontes aangenomen om de gemeenschap en onszelf te beschermen tegen infecties. In deze context is Agfa beginnen na te denken over producten die helpen bij de bestrijding van de verspreiding van schadelijke organismen. Een van de resultaten is de nieuwe versie van het synthetisch papier SYNAPS XM, die in 2021 werd geïntroduceerd. Dit product bevat nu een middel dat de vestiging en groei van bacteriën en virussen op zijn oppervlak tegengaat. SYNAPS XM kan onder meer worden gebruikt voor de productie van onder meer menu's, klantenkaarten en bewegwijzering.
Door de groeiende aandacht voor veiligheid en identificatie investeren overheden in hightech elektronische ID-documenten waarvan de authenticiteit snel en efficiënt gecheckt kan worden. Agfa speelt in op de vraag naar fraudebestendige ID-documenten met een gamma van films en chemicaliën voor ABSOLUT-ID, een innovatieve oplossing voor het produceren van ID-kaarten.
Agfa produceert kwaliteitsvolle röntgenfilm voor niet-destructief materiaalonderzoek. Met de film worden onder meer lasnaden in pijplijnen, stalen structuren en vliegtuigrompen getest. Wanneer Agfa in 2003 zijn NDT-businessgroep aan de General Electric Company (GE) verkocht, tekenden beide partijen een langetermijnovereenkomst waardoor Agfa röntgenfilm aan GE Inspection Technologies (nu Waygate Technologies) kon blijven leveren. Agfa is nu de exclusieve producent van NDT-röntgenfilm en de daarmee verbonden chemicaliën voor Waygate Technologies.
Voor de markt van de luchtfotografie levert Agfa films, chemicaliën en fotopapier.
Agfa ging met Eastman Park Micrographics (EPM) een exclusieve langetermijnovereenkomst aan voor de levering van microfilm.Volgens de overeenkomst produceert Agfa microfilm en daaraan verbonden chemicaliën voor EPM. EPM verdeelt deze producten wereldwijd onder zijn eigen merknaam. De microfilm van Agfa staat bekend om zijn hoge gevoeligheid en zijn uitzonderlijke beeldkwaliteit.
Via Agfa-Labs hebben derden toegang tot de kennis van Agfa’s onderzoekers en de installaties van Agfa’s Materials Technology Center. Agfa-Labs biedt steun bij het analyseren en ontwikkelen van materialen en coatings. De website van Agfa-Labs (agfa.com/agfa-labs/cases) bevat voorbeelden van hoe Agfa bedrijven steunt bij het aanpakken van uitdagingen in verscheidene toepassingsgebieden.
127
AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021
Heeft tot doel om de voornaamste leverancier te zijn van geïntegreerde drukvoorbereidingssystemen voor commerciële, kranten- en verpakkingsdrukkerijen, op basis van een combinatie van drukplaattechnologie en geavanceerde software. Het is haar missie om grafische bedrijven in staat te stellen om hun kosten onder controle te houden, hun rendabiliteit te verbeteren en een voorsprong te nemen op de concurrentie. De divisie levert geïntegreerde systemen die zowel vernieuwend en betrouwbaar als duurzaam zijn. Ze geeft klanten zo de mogelijkheid om zich op een kosteneciënte manier aan te passen aan de nieuwe eisen van de markt. Het aanbod van Agfa omvat verbruiksgoederen, apparatuur, software en diensten. Het combineert eigen technologieën en knowhow met die van toonaangevende producenten.
| MILJOEN EURO | 2021 | 2020 | % evolutie (excl. wisselkoerseffecten) |
|---|---|---|---|
| Opbrengsten | | | % (%) |
| Aangepaste EBITDA (*) | | () | +% |
| % van de omzet | % | % | |
| Aangepaste EBIT (*) | () | () | |
| % van de omzet | % | % | |
| Resultaten uit bedrijfsactiviteiten | () | () | +% |
(*) Voor reorganisatiekosten en niet-recurrente resultaten.
Als teken van een gedeeltelijk herstel van de impact van de COVID-pandemie verbeterde de omzet van de divisie Offset Solutions met 6,5% (zonder wisselkoerseffecten) tegenover 2020. De omzetstijging werd ook bevorderd door prijsverhogingen die werden ingevoerd om een antwoord te bieden op de inflatie van onder meer de grondstof-, verpakkings-, energie- en vrachtkosten. Ondanks de kosteninflatie verbeterde de brutowinstmarge van de divisie van 20,0% van de omzet in 2020 tot 20,4%. Deze toename was vooral het gevolg van de sluiting van de fabrieken in Leeds en Pont-à-Marcq, prijsverhogingen en mixeffecten. De aangepaste EBITDA verbeterde tot 12,4 miljoen euro (1,7% van de omzet) tegenover min 2,6 miljoen euro (min 0,4% van de omzet) in 2020. De aangepaste EBIT bedroeg min 6,0 miljoen euro (min 0,8% van de omzet), tegenover min 21,9 miljoen euro (min 3,1% van de omzet) in 2020. Voor de komende maanden wordt een verdere impact van de kosteninflatie verwacht. Waar de contractuele situatie het mogelijk maakt, zal dit gecompenseerd worden door prijsacties. Om de rendabiliteit te verbeteren en om de achteruitgang van de marktvraag aan te pakken, herbekijkt Agfa zijn businessmodel voor offset, vereenvoudigt het zijn organisatie en stroomlijnt het zijn productaanbod. In maart 2021 kondigde Agfa een wereldwijd programma van prijsverhogingen voor zijn offsetdrukplaten aan als antwoord op de stijgende grondstof-, verpakkings- en vrachtkosten. Doorheen het jaar werden elk kwartaal met succes prijsverhogingen doorgevoerd. De meest recente reeks van prijsverhogingen trad in voege in februari 2022. De divisie onderzoekt tevens manieren om het verdienmodel voor bepaalde diensten die het aan klanten levert aan te passen. In januari 2021 drukte Agfa de intentie uit om de activiteiten van Offset Solutions te organiseren in een zelfstandige vennootschapsstructuur en -organisatie binnen de Agfa-Gevaert Groep. De uitvoering van dit project verloopt volgens plan.
128
Offset Solutions
129
AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021
Agfa’s divisie Offset Solutions is een toonaangevende leverancier van geïntegreerde drukvoorbereidingssystemen en software voor het beveiligen van drukwerk. Overal ter wereld vertrouwen professionele drukkers en uitgevers op de ervaring en uitmuntende technologie van de divisie.
De term drukvoorbereiding duidt op de processen voorafgaand aan het eigenlijke drukproces. De drukvoorbereidingsactiviteiten beginnen nadat de beslissingen over de layout van het drukwerk genomen zijn en eindigen waar het eigenlijke drukken start. Drukkers vertrouwen op Agfa’s apparatuur, verbruiksgoederen (zoals drukplaten en grafische film), software en diensten voor bijna elke stap in het voorbereidende proces. De softwarepakketten zijn een sleutelonderdeel van de totale oplossing die aan de drukkers wordt aangeboden. Ze automatiseren het drukvoorbereidingsproces, garan- dieren een betere kwaliteit en verhogen de kosteneciëntie, zelfs tot op de drukpers. Hoewel Agfa’s drukvoorbereidingssystemen vooral gericht zijn op het informatiedruksegment van de grafische industrie, levert de divisie Offset Solutions ook drukvoorbereidingstechnologie aan klanten die gespecialiseerd zijn in offset- en flexodruk voor verpakkingstoepassingen. Agfa is wereldwijd een marktleider op het vlak van digitale drukplaten en van milieuvriendelijke chemievrije druk- platen. Voorts is Agfa een van de weinige nog overgebleven leveranciers van grafische film.
30% - 50% - 90%
Dankzij Agfa’s ECO³-oplossingen kunnen drukkers tot 30% besparen op inkt en tot 90% op water. Het afvalvolume kan met 50% teruggedrongen worden. Bij het ontwikkelen en creëren van oplossingen – die bestaan uit apparatuur, software en verbruiksgoederen – concentreert Agfa zich op ecologie, kosteneciëntie en extra gebruiksgemak (ecology, economy, extra convenience of ECO³). Daardoor worden drukvoorbereiding- en drukprocessen schoner en kosteneciënter.
Wereldwijd gebruikt de helft van alle krantendrukkerijen technologie van Agfa.
1/2
130
Wereldwijd gebruikt de helft van alle krantendrukkerijen technologie van Agfa.
Agfa biedt waardevolle softwaresystemen aan in diverse fraudegevoelige markten. Zijn speciale beveiligingspakketten helpen ontwerpers van paspoorten, belastingszegels, loterijbiljetten, verpakking en labels, concerttickets, postzegels, certificaten,… om vervalsers te slim af te zijn.
In 2021 introduceerde Agfa Amfortis, een volledige workflowoplossing voor verpakkingsdrukkers die gebruik maken van offsetdruktechnologie. Amfortis maakt het leven van verpakkingsproducenten makkelijker door de combinatie van verscheidene unieke software tools in één enkele krachtige productieworkflowoplossing. Het systeem vervolledigt Agfa’s aanbod voor offset- verpakkingsdruk, dat al duurzame drukplaten en performante computer-to-plate-systemen omvat.
70%
Wereldwijd gebruikt 70% van alle drukkers van bankbiljetten door Agfa ontwikkelde software voor het beveiligen van drukwerk.
131
AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021
132
In een structureel krimpende offsetdrukindustrie blijft Agfa zijn klanten ondersteunen met innovatieve oplossingen en diensten.
Zowel in het commerciële segment als in het segment van de krantendruk bevestigde Agfa in 2021 zijn sterke positie op het vlak van milieuvriendelijke drukvoorbereidingstechnologie. Met deze chemievrije computer-to-plate-systemen (CtP) kunnen drukkerijen hun ecologische voetafdruk verkleinen, hun bedrijfs- kosten verlagen en hun eciëntie een boost geven. In het commerciële segment is Agfa een technologie- en marktleider met zijn chemievrije CtP-technologie. Ook in het krantensegment bepaalt Agfa de norm. Meer dan 90% van Agfa’s klanten in het krantensegment gebruikt nu chemievrije technologie. Naast plaatbelichters, andere apparatuur en drukplaten, omvatten CtP-oplossingen vaak ook ultramoderne workflowsoftware. Op het einde van het jaar waren in commerciële drukkerijen over de hele wereld meer dan 9.500 Apogee-systemen geïnstalleerd. Agfa is ook wereldleider op het vlak van workflowsoftware voor de auto- matisering van de productie van gedrukte kranten. Uitgevers kunnen deze Arkitex-workflowsystemen ter plekke in de drukvoorbereidingsafdeling bedienen, maar Agfa biedt ze ook aan als ‘cloud’-oplossing.
De laatste twee jaar kwam de COVID-19-pandemie bovenop de structurele problemen in de offsetindustrie. Om de rendabiliteit te verbeteren en om de aanzienlijke daling van de marktvraag aan te pakken, herziet Agfa het businessmodel voor offset, vereenvoudigt het zijn organisatie en stroomlijnt het zijn productaanbod. In januari 2021 drukte Agfa de intentie uit om de activiteiten van Offset Solutions te organiseren in een zelfstandige vennoot- schapsstructuur en -organisatie binnen de Agfa-Gevaert Groep. Het project zal in april 2022 gefinaliseerd zijn. Ondanks de marktevolutie heeft Agfa herhaaldelijk zijn engagement tegenover zijn klanten uitgesproken. Agfa is vastberaden om hen te blijven steunen met hoogstaande apparatuur, software en verbruiksgoederen.
133
AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021
Commerciële drukkerij Cassochrome vertrouwt al meer dan veertig jaar op Agfa's oplossingen. Onlangs stapten ze over op Agfa's procesvrije drukplaat Eclipse. Cassochrome is gespecialiseerd in kunstboeken. Eclipse helpt hen om de onberispelijke kwaliteit te bereiken die hun klanten verlangen. Bovendien past de plaat perfect in hun duurzaamheidsstrategie.
The Sun-Sentinel, een krant van Tribune Publishing, is al lange tijd gebruiker van Agfa's OptiInk. Toen Agfa zijn innovatieve SPIR@L-rastertechnologie uitbracht, die het inktverbruik vermindert en tegelijk de beeldkwaliteit verbetert, stemde Tribune Publishing in met een test in zijn grootste vestiging. Kurt Moody, operations manager van de perszaal van Sentinel, dacht niet dat ze bijkomende inktbesparingen konden realiseren, tot ze Agfa's nieuwe SPIR@L-rastertechnologie testten.
Kurt Moody, operations manager van de perszaal van Sentinel, zei: “We hebben veel verschillende technologieën geprobeerd. SPIR@L screening is gewoon een totaal ander concept. Wij besparen tussen vijf en acht procent meer in inkt met SPIR@L. Het is een geweldige technologie. Ik dacht dat we onze kalibratie niet meer konden verbeteren, want we zijn zo lean als we kunnen zijn, maar SPIR@L deed toch beter.”
Voor zijn vestiging in Heerenveen heeft Metaprint geïnvesteerd in een volledig nieuwe drukvoorbereidingsconfiguratie van Agfa. De onderneming is gespecialiseerd in het drukken op metaal, voor toepassingen als spuitbussen. De kern van de investering is een thermische VLF-plaatbelichter (Very Large Format) uit Agfa's Avalon N-gamma. Bovendien bieden een Arkana 125-processor en Energy Elite Eco-drukplaten de onderneming tijdbesparende plaatverwerking met een minimaal verbruik van chemicaliën.
Litografía Francisco Jaramillo is al 60 jaar actief. Het is gespecialiseerd in publiciteitsmateriaal en verpakkingen. In overeenstemming met hun milieudoelstellingen voor hun productieketen schakelden ze onlangs over op Agfa's procesvrije Eclipse-drukplaten. Met Eclipse vond de onderneming een drukplaat die de voordelen van procesvrije technologie combineert met moeiteloos drukken.
Juan Francisco Jaramillo, CEO van Litografía Francisco Jaramillo, zei: “Eclipse is echt gemakkelijk te hanteren. De plaat stelt ons in staat tijd te besparen, omdat er geen fouten of krassen zijn die anders vertragingen in het productieproces zouden veroorzaken.”
Fernando Jaramillo, productie manager van Litografía Francisco Jaramillo, voegde toe: “Wij zijn ISO 14001-gecertificeerd en we zijn voortdurend op zoek naar de nieuwste ecologische oplossingen in de verpakkingsproductieketen die een zo klein mogelijke impact hebben op het milieu. Als onze partner voor drukvoorbereiding kan Agfa onze strategie op het vlak van duurzaamheid optimaal ondersteunen.”
135
Agfa-Gevaert – Jaarverslag 2021
Financieel Verslag
De Raad van Bestuur en het Executive Management van Agfa-Gevaert NV, vertegenwoordigd door de heer Frank Aranzana, Voorzitter van de Raad van Bestuur, de heer Pascal Juéry, President en Chief Executive Officer en de heer Dirk De Man, Chief Financial Officer, verklaren hierbij dat, voor zover hen bekend,
De toelichtingen maken integraal deel uit van de geconsolideerde jaarrekening.
136
Financieel Verslag
| Inhoudsopgave |
|---|
| OVERZICHT VAN FINANCIËLE VERKLARINGEN |
| Geconsolideerde Balans |
| Geconsolideerde Winst- en verliesrekening |
| Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten |
| Geconsolideerd overzicht van Kasstromen |
| Geconsolideerd overzicht van veranderingen in het Eigen vermogen |
| VOORSTELLINGSBASIS |
| Verslaggevende entiteit waarover wordt gerapporteerd |
| Conformiteitsverklaring |
| Functionele valuta en presentatievaluta |
| Schattingen en oordelen van het management |
| Veranderingen en grondslagen voor financiële verslaggeving |
| JAARPRESTATIES VAN DE ONDERNEMING |
| Te rapporteren segmenten |
| Alternatieve methodes om de prestatie van de Onderneming te meten |
| Opbrengsten |
| Overige bedrijfsopbrengsten en bedrijfskosten |
| Nettofinancieringslasten |
| Informatie over de aard van de kosten |
| Winst per aandeel |
| PERSONEELSBELONINGEN |
| Vergoedingen na uitdiensttreding |
| Langetermijnontslagvergoedingen |
| Op aandelen gebaseerde betalingen |
| Overige personeelsvergoedingen |
| BELASTINGEN |
| Winstbelastingen |
| Overige belastingvorderingen en -verplichtingen |
| OVERNAMES EN AFSTOTINGEN |
| Overnames |
| Afstotingen |
| BEHEER VAN FINANCIËLE RISICO’S EN FINANCIËLE INSTRUMENTEN |
| Marktrisico |
| Kredietrisico |
| Liquiditeitsrisico |
| Kapitaalbeheer |
| Verwerkingscategorieën en reële waarden |
| Baten, kosten, winsten en verliezen uit financiële instrumenten |
| ACTIVA |
| Immateriële activa en goodwill |
| Materiële vaste activa |
| Recht-op-gebruik activa |
| Geassocieerde deelnemingen en overige financiële activa |
| Vorderingen uit leaseovereenkomsten |
| Voorraden |
| Overige vorderingen |
| Geldmiddelen en kasequivalenten |
| Vaste activa aangehouden voor verkoop |
| Overige activa |
| EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN |
| Eigen vermogen |
| Rentedragende verplichtingen |
| Voorzieningen |
| Handelsschulden en overige te betalen posten |
| Overige verplichtingen |
| LIJST VAN DOCHTERONDERNEMINGEN |
| Investeringen in dochterondernemingen |
| Investeringen verwerkt volgens de ‘equity’-methode |
| OVERIGE INFORMATIE |
| Operationele leaseovereenkomsten |
| Verbintenissen en buitenbalansverplichtingen |
| Informatieverschaffing over verbonden partijen |
| Gebeurtenissen na balansdatum |
| Informatie met betrekking tot de opdrachten en honoraria van de commissaris |
| WAARDERINGSREGELS |
| Waarderingsbasis |
| Grondslagen voor financiële verslaggeving |
| Nieuwe standaarden en interpretaties van standaarden gepubliceerd, nog niet van kracht per einde boekjaar |
| Overzichtstabellen voor de laatste vijf jaar (winst- en verliesrekening, kasstromen, balans) |
137
Agfa-Gevaert – Jaarverslag 2021
De toelichtingen op bladzijden 144 tot 254 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.
| MILJOEN EURO | Toelichting | 2021 | 2020 |
|---|---|---|---|
| VOORTGEZETTE ACTIVITEITEN | |||
| Opbrengsten | 6 | 1.709 | 1.760 |
| Kostprijs van verkopen | (1.215) | (1.263) | |
| Brutowinst | 494 | 497 | |
| Verkoopkosten | (223) | (231) | |
| Kosten van onderzoek en ontwikkeling | (95) | (95) | |
| Algemene beheerskosten | (144) | (155) | |
| Waardeverminderingsverliezen op handels- en andere vorderingen, inclusief contractuele activa verbonden aan contracten met klanten | 18 | (2) | (2) |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 20 | 39 | 41 |
| Overige bedrijfskosten | 20 | (122) | (47) |
| Winst (verlies) uit bedrijfsactiviteiten | 7 | (52) | 9 |
| Financieringsbaten (/-kosten) netto | (4) | (1) | |
| Financieringsbaten | 21 | 1 | 2 |
| Financieringskosten | 21 | (6) | (3) |
| Overige financieringsbaten (/-kosten) netto | (26) | (6) | |
| Overige financieringsbaten | 21 | 2 | 10 |
| Overige financieringskosten | 21 | (28) | (16) |
| Nettofinancieringslasten | (31) | (8) | |
| Aandeel van de Groep in het nettoresultaat van geassocieerde deelnemingen (na winstbelastingen) | - | - | |
| Winst (verlies) voor belastingen | (83) | 1 | |
| Winstbelastingen | 17 | (15) | (15) |
| Winst (verlies) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | (98) | (14) | |
| BEËINDIGDE ACTIVITEITEN | (1) | ||
| Winst (verlies) van beëindigde activiteit, na winstbelastingen | 22 | 719 | - |
| Winst (verlies) over het boekjaar | 621 | (14) | |
| Winst (verlies) toewijsbaar aan: | |||
| Aandeelhouders van de Onderneming | 613 | (17) | |
| Minderheidsbelangen | 7 | 4 | |
| Winst per aandeel (euro) | |||
| Gewone winst/verwaterde winst per aandeel (euro) | 18 | 3,66 | (0,11) |
| Gewone winst per aandeel (euro) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 18 | (0,63) | (0,11) |
| Gewone winst per aandeel (euro) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 18 | 4,28 | - |
(1) Conform IFRS 5.33 licht de Onderneming in haar geconsolideerde winst- en verliesrekening en geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, in één bedrag, het resultaat uit beëindigde bedrijfsactiviteiten toe. Dit bedrag omvat de winst uit operationele beëindigde activiteiten na belastingen en de winst uit de verkoop van de totale geïdentificeerde afgestoten netto-activa. De Groep stootte in mei 2020 een deel van Agfa HealthCare's IT-activiteiten af.
138
De toelichtingen op bladzijden 144 tot 254 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.
| MILJOEN EURO | Toelichting | 2021 | 2020 |
|---|---|---|---|
| Winst (verlies) over het boekjaar | 621 | (14) | |
| Winst (verlies) over het boekjaar uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | (98) | (14) | |
| Winst (verlies) over het boekjaar uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | (1) | 719 | - |
| Niet-gerealiseerde resultaten, na winstbelastingen | |||
| Niet-gerealiseerde resultaten die geherklasseerd zijn naar de winst- en verliesrekening of in een volgende periode kunnen geherklasseerd worden naar de winst- en verliesrekening: | |||
| Valutakoersverschillen: | 26 | (39) | 30 |
| Valutakoersverschillen voor buitenlandse activiteiten | 26 | (39) | 30 |
| Kasstroomafdekkingen: | 26 | 10 | (9) |
| Effectief deel van veranderingen in de reële waarde van kasstroomafdekkingen | 26 | 7 | 4 |
| Nettoverandering in de reële waarde van kasstroomafdekkingen die is overgeboekt naar de winst- en verliesrekening | 26 | (1) | (1) |
| Verandering in de reële waarde die is overgeboekt naar de initiële boekwaarde van het ingedekte actief | 26 | 6 | (13) |
| Winstbelastingen | 26 | (2) | 2 |
| Niet-gerealiseerde resultaten die niet geherklasseerd worden naar de winst- en verliesrekening | 26 | (100) | 91 |
| Investering gewaardeerd aan reële waarde via niet-gerealiseerde resultaten (veranderingen in reële waarde) | 26 | (1) | 2 |
| Herwaardering van de nettoverplichting | |||
| uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen (102) 96 Winstbelastingen op de herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen (102) 3 (7) Niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar, na winstbelastingen (129) 112 Totaal van de overige niet-gerealiseerde resultaten uit voortgezette bedrijfsactiviteiten (129) 112 Totaal van de overige niet-gerealiseerde resultaten uit beëindigde bedrijfsactiviteiten - - Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar toewijsbaar aan: 491 99 Eigenaars van de Onderneming 486 91 Minderheidsbelangen 5 8 Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar uit voortgezette bedrijfsactiviteiten toewijsbaar aan: (227) 99 Aandeelhouders van de Onderneming (voortgezette bedrijfsactiviteiten) (232) 91 Minderheidsbelangen (voortgezette bedrijfsactiviteiten) 5 8 Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar uit beëindigde bedrijfsactiviteiten toewijsbaar aan: 719 - Aandeelhouders van de Onderneming (beëindigde bedrijfsactiviteiten) 719 - Minderheidsbelangen (beëindigde bedrijfsactiviteiten) - - | |||
| (1) Conform IFRS 5.33 licht de Onderneming in haar geconsolideerde winst- en verliesrekening en geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, in één bedrag, het resultaat uit beëindigde bedrijfsactiviteiten toe. Dit bedrag omvat de winst uit operationele beëindigde activiteiten na belastingen en de winst uit de verkoop van de totale geïdentificeerde afgestoten netto-activa. De Groep stootte in mei 2020 een deel van Agfa HealthCare's IT-activiteiten af. |
De toelichtingen op bladzijden 144 tot 254 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.
| MILJOEN EURO | Toelichting | 31 december 2020 | 31 december 2019 |
|---|---|---|---|
| ACTIVA | |||
| Vaste activa | 714 | 756 | |
| Goodwill | 1 | 265 | 280 |
| Immateriële activa | 1 | 19 | 13 |
| Materiële vaste activa | 17 | 127 | 129 |
| Recht op gebruik activa | 20 | 78 | 68 |
| Investeringen in geassocieerde deelnemingen | 21 | - | 1 |
| Overige financiële activa | 21 | 7 | 8 |
| Activa in verband met vergoedingen na uitdiensttreding | 24 | - | 40 |
| Handelsvorderingen | 28.1 | 15 | 12 |
| Vorderingen uit leaseovereenkomsten | 29 | 68 | 70 |
| Overige activa | 25 | 16 | 11 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 31 | 120 | 124 |
| Vlottende activa | 1.490 | 1.339 | |
| Voorraden | 26 | 389 | 418 |
| Handelsvorderingen | 28.1 | 297 | 307 |
| Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten | 28.3 | 64 | 76 |
| Actuele vorderingen uit winstbelastingen | 31 | 63 | 63 |
| Overige belastingvorderingen | 31 | 15 | 19 |
| Overige financiële activa | 21 | 9 | 2 |
| Vorderingen uit leaseovereenkomsten | 29 | 29 | 30 |
| Overige vorderingen | 27 | 9 | 4 |
| Overige kortlopende activa | 25 | 18 | 18 |
| Derivaten | 23 | 9 | 1 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 27 | 585 | 398 |
| Vaste activa aangehouden voor verkoop | 26 | 4 | 3 |
| TOTAAL ACTIVA | 2.204 | 2.095 | |
| EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | |||
| Eigen vermogen | 30 | 620 | 685 |
| Toewijsbaar aan aandeelhouders van de Onderneming | 570 | 632 | |
| Maatschappelijk kapitaal | 187 | 187 | |
| Uitgiftepremies | 210 | 210 | |
| Ingehouden winsten | 1.412 | 1.284 | |
| Overige reserves | (76) | (1) | |
| Valutakoersverschillen | (42) | (15) | |
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding: herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen | (1.122) | (1.033) | |
| Minderheidsbelangen | 51 | 54 | |
| Langlopende verplichtingen | 1.046 | 812 | |
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding en ontslagvergoedingen | 24 | 956 | 735 |
| Overige personeelsvergoedingen | 24 | 13 | 11 |
| Rentedragende verplichtingen | 32 | 54 | 46 |
| Voorzieningen | 30 | 16 | 12 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 31 | 4 | 6 |
| Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten | 28.3 | 2 | 1 |
| Overige langlopende verplichtingen | 1 | - | |
| Kortlopende verplichtingen | 538 | 597 | |
| Rentedragende verplichtingen | 32 | 29 | 27 |
| Voorzieningen | 30 | 63 | 42 |
| Handelsschulden | 28 | 198 | 252 |
| Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten | 28.3 | 103 | 111 |
| Actuele verplichtingen uit winstbelastingen | 31 | 23 | 28 |
| Overige belastingverplichtingen | 31 | 24 | 28 |
| Overige te betalen posten | 28 | 8 | 9 |
| Personeelsbeloningen | 24 | 88 | 99 |
| Overige kortlopende verplichtingen | 1 | - | |
| Derivaten | 23 | 2 | 2 |
| TOTAAL EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | 2.204 | 2.095 |
De toelichtingen op bladzijden 144 tot 254 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.
| MILJOEN EURO | Toelichting | Maatschappelijk kapitaal | Uitgiftepremies | Ingehouden winsten | Eigen aandelen | Reële waardereserve | Afdekkingsreserve | Herwaardering van de netto verplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen | Valutakoersverschillen | TOTAAL | Toewijsbaar aan aandeelhouders van de Onderneming | Minderheidsbelangen | TOTAAL EIGEN VERMOGEN |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari 2020 | 187 | 210 | 803 | (82) | 1 | (3) | (1.028) | (5) | 83 | 47 | 130 | ||
| Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over de periode | |||||||||||||
| Winst (verlies) over het boekjaar | - | - | 613 | - | - | - | - | - | 613 | 7 | 621 | ||
| Niet-gerealiseerde resultaten na winstbelastingen | 30,2 | - | - | - | - | (1) | 10 | (99) | (37) | (127) | (2) | (129) | |
| Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar | - | - | 613 | - | (1) | 10 | (99) | (37) | 486 | 5 | 491 | ||
| Transacties met aandeelhouders, rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen | |||||||||||||
| Dividenden | 30,3 | - | - | - | - | - | - | - | - | - | (1) | (1) | |
| Herklassering van de herwaardering van de pensioenverplichting uit hoofde van toegezegd pensioenregelingen van de entiteiten die gedesinvesteerd werden naar ingehouden winsten | - | - | (4) | - | - | - | 4 | - | - | - | - | ||
| Totaal van transacties met aandeelhouders, rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen | - | - | (4) | - | - | - | 4 | - | - | (1) | (1) | ||
| Boekwaarde per 31 december 2020 | 187 | 210 | 1.412 | (82) | - | 7 | (1.122) | (42) | 570 | 51 | 620 | ||
| Boekwaarde per 1 januari 2021 | 187 | 210 | 1.412 | (82) | - | 7 | (1.122) | (42) | 570 | 51 | 620 | ||
| Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over de periode | |||||||||||||
| Winst (verlies) over het boekjaar | - | - | (17) | - | - | - | - | - | (17) | 4 | (14) | ||
| Niet-gerealiseerde resultaten na winstbelastingen | 30,2 | - | - | - | - | 2 | (9) | 89 | 26 | 109 | 4 | 112 | |
| Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar | - | - | (17) | - | 2 | (9) | 89 | 26 | 91 | 8 | 99 | ||
| Transacties met aandeelhouders, rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen | |||||||||||||
| Dividenden | 30,3 | - | - | - | - | - | - | - | - | - | (5) | (5) | |
| Inkoop van eigen aandelen | 30,4 | - | - | - | (29) | - | - | - | - | (29) | - | (29) | |
| Vernietiging van eigen aandelen | 30,4 | - | - | (111) | 111 | - | - | - | - | - | - | - | |
| Totaal van transacties met aandeelhouders, rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen | - | - | (111) | 82 | - | - | - | - | - | (5) | (34) | ||
| Boekwaarde per 31 december 2021 | 187 | 210 | 1.284 | - | 2 | (2) | (1.033) | (15) | 632 | 54 | 685 |
De toelichtingen op bladzijden 144 tot 254 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.
| MILJOEN EURO | Toelichting | 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|
| Winst (verlies) over het boekjaar | 621 | (14) | |
| Winstbelastingen | 31 | 8 | 15 |
| Aandeel van de Groep in het nettoresultaat van geassocieerde deelnemingen, na winstbelastingen | - | - | |
| Nettofinancieringslasten | 30 | 31 | 8 |
| Bedrijfsresultaat | 660 | 9 | |
| Afschrijvingen (exclusief afschrijvingen op recht op gebruik activa) | 1, 17, 18 | 38 | 34 |
| Afschrijvingen op recht op gebruik activa | 20 | 31 | 28 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op goodwill | - | - | |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op immateriële activa | - | - | |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op materiële vaste activa | 2 | - | |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op recht op gebruik activa | (1) | 1 | |
| Vrijval van resultaten uit de afdekkingsreserve | 30,2.3 | (1) | (1) |
| Overheids- en andere subsidies | (6) | (13) | |
| Winst/verlies uit de verkoop van immateriële activa en materiële vaste activa | (9) | (8) | |
| Resultaat uit de verkoop van beëindigde activiteiten | 10 | (700) | - |
| Kosten voor verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding en ontslagvergoedingen | 24 | 41 | 30 |
| Opbouw van personeelsverplichtingen | 24 | 65 | 75 |
| Afwaarderingen/terugname op voorraden | 26 | 12 | 11 |
| Waardeverminderingsverliezen/terugname op vorderingen | 2 | 2 | |
| Opbouw/terugname van voorzieningen | 30 | 76 | 13 |
| Valutakoersverschillen en reële waardeveranderingen van derivaten | (7) | 5 | |
| Bedrijfskasstroom voor wijzigingen in het werkkapitaal | 205 | 186 | |
| Wijziging in de voorraden | 26 | 25 | (48) |
| Wijziging in de handelsvorderingen | 28.1 | 50 | 6 |
| Wijziging in de contractuele activa verbonden aan contracten met klanten | 28.3 | (10) | (8) |
| Wijziging in de werkkapitaalactiva | 64 | (50) | |
| Wijziging in de handelsschulden | 28 | 2 | 38 |
| Wijziging in de contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten | 28.3 | 23 | 3 |
| Wijziging in de werkkapitaalverplichtingen | 25 | 41 | |
| Wijziging in het werkkapitaal | 89 | (10) | |
| Uitgaande kasstroom voor personeelsbeloningen | 24 | (403) | (273) |
| Uitgaande kasstroom voor voorzieningen | 30 | (37) | (39) |
| Veranderingen in de leaseportfolio | 20 | (3) | (1) |
| Veranderingen in ander werkkapitaal | 15 | 17 | |
| Ontvangen kasstromen uit derivaten ter indekking van operationele activiteiten | (3) | 12 | |
| Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten | (136) | (108) | |
| Betaalde belastingen | 31 | (17) | (8) |
| MILJOEN EURO | Toelichting | 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|
| Nettokasstromen uit bedrijfsactiviteiten | (153) | (116) | |
| waarvan met betrekking tot beëindigde bedrijfsactiviteiten | 28 | - | |
| Investeringsuitgaven | (33) | (26) | |
| Ontvangsten uit de verkoop van immateriële activa en materiële vaste activa | 1, 17, 18 | 9 | 12 |
| Ontvangsten uit de verkoop van activa aangehouden voor verkoop | 26 | - | - |
| Investeringen in geassocieerde deelnemingen en overnames, na aftrek van geldmiddelen | 21, 22 | (1) | (1) |
| Ontvangsten uit de verkoop van beëindigde activiteiten, na winstbelastingen | 10 | (1) | 915 |
| Terugbetaling van aan derden toegestane leningen | - | 9 | |
| Ontvangen rente | 2 | 4 | |
| Ontvangen dividenden | - | - | |
| Nettokasstromen uit investeringsactiviteiten | 892 | (2) | |
| waarvan met betrekking tot beëindigde bedrijfsactiviteiten | 913 | - | |
| Betaalde rente | (7) | (4) | |
| Betaalde dividenden aan minderheidsbelangen | - | (5) | |
| Inkoop van eigen aandelen | 30,4 | - | (29) |
| Ontvangsten van leningen | 32, 33 | 59 | 2 |
| Terugbetalingen van leningen | 32, 33 | (259) | (3) |
| Betaling van leaseschulden | 32, 33 | (34) | (29) |
| Ontvangsten uit/betalingen van derivaten | (9) | (2) | |
| Andere ontvangen/betaalde financieringsinkomsten/(kosten) | - | 4 | |
| Nettokasstromen uit financieringsactiviteiten | (249) | (67) | |
| waarvan met betrekking tot beëindigde bedrijfsactiviteiten | (4) | - | |
| ```# Agfa-Gevaert – Jaarverslag 2021 |
Agfa-Gevaert NV (‘de Onderneming’) is een onderneming die in België gevestigd is. Het adres van de statutaire zetel van de Onderneming is Septestraat 27, 2640 Mortsel. De geconsolideerde jaarrekening van de Groep over 2021 omvat de Onderneming en 96 geconsolideerde dochterondernemingen (2020: 95 geconsolideerde dochterondernemingen) waarover de Onderneming zeggenschap uitoefent. Investeringen in dochterondernemingen worden opgesomd in toelichting 42. Minderheidsbelangen houden een materieel belang aan in negen dochterondernemingen gelegen in Groot-China en de ASEAN-regio. De financiële gegevens van minderheidsbelangen worden toegelicht in toelichting 37.8. In Europa zijn er een paar dochterondernemingen waarin minderheidsbelangen een aandeel aanhouden dat van ondergeschikt belang is voor de Groep.
De geconsolideerde jaarrekening werd opgemaakt in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) van de International Accounting Standards Board (IASB) zoals aangenomen door de Europese Unie op 31 december 2021. De Groep heeft geen IFRS standaarden vervroegd toegepast welke nog niet van toepassing waren in 2021. Verdere informatie wordt verstrekt in toelichting 51 ‘Nieuwe standaarden en interpretaties van standaarden gepubliceerd, nog niet van kracht per einde boekjaar’. De geconsolideerde staten werden goedgekeurd voor publicatie door de Raad van Bestuur op 22 maart 2022.
De geconsolideerde jaarrekening wordt voorgesteld in euro, wat de functionele munt is van de Onderneming. Alle financiële informatie is weergegeven in miljoen euro, afgerond naar het dichtstbijzijnde miljoen, tenzij anders aangeduid. Door het gebruik van afrondingen is het mogelijk dat de som van individuele lijnen in een tabel niet overeenkomt met het totaal van die lijnen, daar de totalen zelf afgerond worden naar het dichtstbijzijnde miljoen.
Bij de opmaak van de geconsolideerde jaarrekening in overeenstemming met IFRS heeft het management inschattingen en veronderstellingen gemaakt die een belangrijke impact hebben op de toepassing van de waarderingsregels van de Groep en de gerapporteerde waarden van activa, verplichtingen, inkomsten en kosten. Aanpassingen aan boekhoudkundige inschattingen worden prospectief toegepast. Boekhoudkundige inschattingen en onderliggende veronderstellingen worden op continue basis herzien en kunnen afwijken van de actuele waarden. De onderwerpen waarbij een hoge mate van oordeelsvorming is vereist of waarbij het gebruik van schattingen en veronderstellingen belangrijk is voor de opmaak van de geconsolideerde jaarrekening worden hierna weergegeven met verwijzing naar de betreffende toelichting waar meer informatie wordt verstrekt.
| Onderwerpen die een hoge mate van oordeelsvorming, schattingen en veronderstellingen vereisen | Toelichtingen |
|---|---|
| De netto contante waarde van geschatte toekomstige kasstromen die wordt gebruikt bij het toetsen op bijzondere waardeverminderingen | Toelichting 21 ‘Immateriële activa en goodwill’ |
| De gebruiksduur van immateriële activa met een beperkte gebruiksduur | Toelichting 21 ‘Immateriële activa en goodwill’ |
| Het beoordelen van de geschiktheid van de verplichtingen voor lopende of verwachte onderzoeken naar de belastingverplichtingen over voorgaande jaren | Toelichting 29 ‘Winstbelastingen’ |
| Het bepalen van de recupereerbaarheid van uitgestelde belastingvorderingen | Toelichting 29 ‘Winstbelastingen’ |
| De actuariële veronderstellingen die gebruikt worden voor de waardering van toegezegdpensioenregelingen | Toelichting 35 ‘Personeelsbeloningen’ |
| Erkenning van de opbrengsten van overeenkomsten waarin meerdere goederen en/of diensten samen worden aangeboden aan de koper (‘multiple-element arrangements’) | Toelichting 8 ‘Opbrengsten’ |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op financiële activa op basis van verwachte kredietverliezen | Toelichting 17 ‘Verwachte kredietverliezen’ |
‘International Financial Reporting Standards’ voor de eerste maal toegepast in 2021
De geconsolideerde staten van de Groep zoals toegelicht in dit jaarverslag nemen de standaarden en interpretaties van standaarden in acht, van toepassing vanaf 1 januari 2021. Volgende standaarden en interpretaties van standaarden zijn voor de eerste keer van toepassing vanaf 1 januari 2021. Deze waren ofwel niet van toepassing op de Groep of hebben geen materieel effect gehad op de geconsolideerde staten van de Groep. Het betreft:
* Aanpassingen aan IFRS 9, IAS 39, IFRS 7, IFRS 4 en IFRS 16 Interestvoethervorming – Deel 2 (gepubliceerd op 27 augustus 2020)
* Aanpassingen aan IFRS 4 Verzekeringscontracten – uitstel van IFRS 9 (gepubliceerd op 25 juni 2020)
* Aanpassingen aan IFRS 16 Leasing: Huurconcessies gerelateerd aan COVID-19 na 30 juni 2021 (gepubliceerd op 31 maart 2021) – van toepassing vanaf 1 april 2021.
De aanpassing aan IFRS 16 maakt het voor huurders gemakkelijker om rekening te houden met corona-gerelateerde huurconcessies. De voorgestelde wijziging zou huurders vrijstellen van de overweging om na te gaan of bepaalde corona-gerelateerde huurconcessies huuraanpassingen zijn, zodat zij deze wijzigingen kunnen verantwoorden alsof het geen huuraanpassingen zijn. Op het moment van publicatie van de IFRS 16-standaard was de in de standaard opgenomen uitzondering enkel van toepassing op huuraanpassingen van leasebetalingen op of voor 30 juni 2021. Aangezien de leasegevers huuraanpassingen met betrekking tot COVID-19 blijven aanbieden aan hun leasingnemers en gezien de effecten van de COVID-19 pandemie nog aanhouden en significant zijn, heeft de IASB beslist de termijn voor de toepassing van de uitzondering te verlengen.
Zonder wisselkoerseffecten boekte de Agfa-Gevaert Groep een omzetgroei van 3,4%. Ondanks een trage start in de eerste maanden van het jaar – die nog steeds sterk door de pandemie beïnvloed waren – verbeterden de divisies Digital Print & Chemicals en Offset Solutions hun omzet gevoelig door succesvolle prijsverhogingen en volumetoenames. In de divisie Radiology Solutions leed de omzet van de Direct Radiography-activiteiten onder de onzekerheid in de markt. In de nasleep van de pandemie herbekijken ziekenhuizen hun prioriteiten en worden grootschalige DR-projecten uitgesteld. Op het vlak van medische film volstonden prijsverhogingen niet om de voortdurende impact van de pandemie en de effecten in het begin van 2021 van aangepaste centrale inkoop-praktijken in China te compenseren. Zoals verwacht kende de HealthCare IT-divisie een opleving van de volumes en de rendabiliteit tegen het einde van het jaar. In de loop van het jaar zag de divisie een tijdelijke vertraging in projectimplementaties, maar het orderboek bleef steeds op een gezond niveau. Aangezien prijsacties de Groep in staat stelden om de kosteninflatie deels te compenseren, daalde de brutowinstmarge slechts licht tot 28,3% van de omzet. Dankzij strikt kostenbeheer kon de Groep de verkoop- en algemene beheerskosten stabiel houden op 20,6% van de omzet, ondanks een sterke toename in de transportkosten. Ondersteund door de sterke prestatie van de HealthCare IT-divisie in het vierde kwartaal, steeg de aangepaste EBITDA van de Groep van 99 miljoen euro (5,8% van de omzet) in 2020 tot 104 miljoen euro (5,9% van de omzet). De aangepaste EBIT bereikte 42 miljoen euro, tegenover 36 miljoen euro in 2020.
De activiteiten van de Groep worden gegroepeerd in vier divisies: Offset Solutions (de offsetactiviteiten van de voormalige businessgroep Agfa Graphics), Digital Print & Chemicals (de inkjetactiviteiten van de voormalige businessgroep Agfa Graphics en de activiteiten van de voormalige businessgroep Specialty Products), Radiology Solutions (de beeldvormingsactiviteiten van de voormalige businessgroep Agfa HealthCare) en HealthCare IT (de IT-activiteiten van de voormalige businessgroep Agfa HealthCare). Deze divisiestructuur is gebaseerd op technologie en op oplossingen en zal de business in staat stellen om in de toekomst partnerships te zoeken. Het management van de Groep heeft de bovenvermelde vier divisies geïdentificeerd als haar operationele segmenten, dewelke overeenkomen met de te rapporteren segmenten. Alle operationele segmenten hebben stevige marktposities, goed gedefinieerde strategieën, en dragen volledige verantwoordelijkheid, autoriteit en leggen volledige verantwoording af. Om een accuratere beoordeling van de businessprestaties mogelijk te maken werden bepaalde kosten van corporate functies op Groepsniveau (vb. Investor Relations, Corporate Finance, Interne Audit, Innovation Office, …) niet toegewezen aan de businessdivisies.
Agfa-Gevaert Groep - Geconsolideerd kasstroomoverzicht (vervolg)
De toelichtingen op bladzijden 144 tot 254 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Nettowijziging in geldmiddelen en kasequivalenten | 490 | (185) |
| Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van het jaar | 99 | 585 |
| Nettowijziging in geldmiddelen en kasequivalenten | 490 | (185) |
| Impact van valutakoersverschillen | (3) | (1) |
| Winst/(verlies) op kortlopende beleggingen | – | (1) |
| Geldmiddelen en kasequivalenten op het einde van het boekjaar | 585 | 398 |
(1) De Groep heeft ervoor geopteerd om een kasstroomoverzicht te presenteren dat alle kasstromen omvat, inclusief kasstromen uit beëindigde activiteiten.
(2) Negatieve banksaldi zijn gepresenteerd in aftrek van kasmiddelen en voorheen inbegrepen in ontvangsten en terugbetalingen van leningen: 31 december 2021: 0,1 miljoen euro, 31 december 2020: 0,3 miljoen euro.# 6.1 Principles applied in defining segment results, segment assets and liabilities
The Group has designated the divisions mentioned above as its operating segments. The operating segments are the same as the reporting segments. There are no transactions between the operating segments. The result of the reporting segments, assets and liabilities are allocated to the reporting segments based on the following principles:
* Directly attributable to a reporting segment where possible; and otherwise
* Allocated to a reporting segment on a reasonable basis, preferably activity-based or effort-related.
To obtain a more accurate assessment of a segment's performance, some costs of overarching services such as Investor Relations, Corporate Finance, Internal Audit, Innovation Office, ... are not allocated to a reporting segment. These costs are shown separately under 'Corporate Services'. Similarly, the costs and liabilities of inactive employees (see below) and closed defined-benefit pension plans are not allocated to a reporting segment as they cannot be reasonably allocated.
These unallocated data are included in the elements that reconcile the information of the reporting segments with the consolidated profit and loss account, the total of assets and liabilities. This reconciliation is shown in note 6.3.
Inactive employees are defined as pensioners, former employees who have built up rights and other inactive employees such as early retirees who can reasonably be assumed not to return to an active status. Employees who are in principle only temporarily inactive, for example due to long-term disability or illness, maternity leave, military service and the like, are treated as active employees and consequently allocated to one of the reporting segments.
Assets and liabilities allocated to a reporting segment do not include claims and liabilities relating to income taxes and deferred taxes (see reconciliation in note 6.3).
The key figures for the reporting segments were calculated as follows:
* adjusted EBIT is the operating result before reorganization costs (2021: 20 million euro; 2020: 84 million euro) and before non-recurring items (2021: 13 million euro; 2020: 4 million euro). Non-recurring items include recognized impairment losses, costs relating to strategic transformation projects, gains related to pension plan adjustments and results on the sale of assets;
* % of revenue is the ratio of adjusted EBIT to revenue;
* adjusted EBITDA = adjusted EBIT before depreciation and amortization;
* segment result is the operating profit;
* segment assets are the operating assets used by a reporting segment in its operations;
* segment liabilities are the liabilities arising from the operations of a reporting segment;
* net cash flows from the reporting segments represent the difference between cash receipts and cash expenditures arising from a reporting segment;
* financing cash flows, interest received and cash flows from other investment activities are not allocated to a reporting segment;
* capital expenditures of the reporting segment include the cost of acquired assets with an expected useful life of more than one year;
* other non-cash expenses (-income) include impairment losses and reversals of impairment losses on receivables and inventories, expenses and income from past service, gains and losses from termination of obligations, granted subsidies and reversals of provisions excluding provisions for income taxes, insofar as these are included in operating profit.
| Reporting Segment | Offset Solutions | Radiology Solutions | Digital Print & Chemicals | HealthCare IT | TOTAL |
|---|---|---|---|---|---|
| MILLION EURO | 2021 | 2020 | 2021 | 2020 | 2021 |
| Revenue | 266 | 275 | 256 | 247 | 210 |
| Evolution | -3.4% | -3.0% | 3.7% | -1.0% | -0.2% |
| Adjusted EBIT | (11) | (5) | 36 | 34 | 10 |
| % of revenue | -4.1% | -1.8% | 14.1% | 13.8% | 4.8% |
| Depreciation and amortization | 26 | 28 | 21 | 23 | 13 |
| Depreciation right-of-use assets | 18 | 18 | 5 | 5 | 7 |
| Adjusted EBITDA | (7) | (23) | 57 | 57 | 20 |
| Segment result | (19) | (15) | 31 | 29 | 3 |
| Segment assets | 713 | 710 | 627 | 601 | 307 |
| Segment liabilities | 297 | 265 | 312 | 327 | 178 |
| Net cash flows from reporting segments | 13 | 5 | 28 | 26 | 18 |
| Capital expenditures | 7 | 14 | 11 | 11 | 11 |
| Impairment losses | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 |
| Other non-cash expenses (-income) | 15 | 17 | 17 | 15 | 13 |
| Research and development costs | 12 | 10 | 15 | 11 | 14 |
| Average number of employees (in full-time equivalents) | 1,020 | 1,037 | 1,029 | 1,031 | 1,015 |
(1) Figures include fixed and temporary contracts.# TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
| MILJOEN EURO | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Opbrengsten | ||
| Opbrengsten van de te rapporteren segmenten | 1,827 | 1,765 |
| Geconsolideerde opbrengsten | 1,827 | 1,765 |
| Aangepaste EBIT | ||
| Aangepaste EBIT van de te rapporteren segmenten | 87 | 69 |
| Aangepaste EBIT niet toegewezen aan de te rapporteren segmenten | (17) | (20) |
| Geconsolideerde aangepaste EBIT | 70 | 49 |
| Winst- en verliesrekening | ||
| Resultaat van het segment | (15) | (8) |
| Winst (verlies) uit bedrijfsactiviteiten niet toegewezen aan de te rapporteren segmenten | (4) | (4) |
| Winst (verlies) uit bedrijfsactiviteiten | (19) | (12) |
| Overige niet-toewijsbare bedragen: | ||
| Financieringsbaten (kosten) netto | (1) | (1) |
| Overige financieringsbaten (kosten) netto | (16) | (15) |
| Aandeel van de Groep in het nettoresultaat van geassocieerde deelnemingen na winstbelastingen | ||
| Geconsolideerde winst (verlies) voor belastingen voortgezette activiteiten | (19) | (28) |
| Activa | ||
| Activa van de te rapporteren segmenten | 1,744 | 1,716 |
| Bedrijfsactiva niet toegewezen aan de te rapporteren segmenten | 77 | 73 |
| Financiële activa | 17 | 15 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 181 | 179 |
| Derivaten | 7 | 1 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 635 | 475 |
| Overige niet-toewijsbare activa | 15 | 15 |
| Geconsolideerde totale activa | 2,777 | 2,574 |
| Passiva | ||
| Verplichtingen van de te rapporteren segmenten | 1,770 | 1,696 |
| Verplichtingen voortvloeiend uit bedrijfsactiviteiten niet toegewezen aan de te rapporteren segmenten | (154) | (152) |
| Rentedragende verplichtingen | 75 | 170 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 7 | 15 |
| Derivaten | 3 | 3 |
| Overige niet-toewijsbare verplichtingen | 18 | 17 |
| Eigen vermogen | 1,000 | 724 |
| Geconsolideerde totale verplichtingen | 2,777 | 2,574 |
| Kasstroomoverzicht | ||
| Nettokasstromen uit de te rapporteren segmenten | 111 | 155 |
| Bedrijfskasstromen niet toegewezen aan de te rapporteren segmenten | (717) | (717) |
| Betaalde rente en dividend betaald aan minderheidsbelangen | (6) | (6) |
| Inkoop eigen aandelen | (170) | |
| Nettoterugbetalingen van leningen | (140) | (1) |
| Overnames en afstotingen van activiteiten | 27 | |
| Ontvangsten uit/betalingen van derivaten | (10) | (3) |
| Overige | 7 | |
| Geconsolideerde nettowijziging in geldmiddelen en kasequivalenten | (199) | (575) |
(1) Bedrijfsresultaten, activa en verplichtingen en kasstromen niet toegewezen aan de te rapporteren segmenten hebben voornamelijk betrekking op corporate functies en op inactieve werknemers.
| Andere materiële posten | MILJOEN EURO | Toelichting | TOTAAL VAN DE TE RAPPORTEREN SEGMENTEN | Aanpassingen | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|---|
| 2020 | |||||
| Investeringsuitgaven - kasstromen | 17/18 | 55 | 55 | ||
| Afschrijvingen | 17/18 | 97 | 97 | ||
| Afschrijvingen recht-op-gebruik activa | 20 | 26 | 26 | ||
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | 17/18/20 | 2 | 2 | ||
| Andere niet-kaskosten (opbrengsten) | (38) | (38) | |||
| Kosten van onderzoek en ontwikkeling | 25 | 14 | 39 | ||
| 2021 | |||||
| Investeringsuitgaven - kasstromen | 17/18 | 15 | 15 | ||
| Afschrijvingen | 17/18 | 97 | 97 | ||
| Afschrijvingen recht-op-gebruik activa | 20 | 26 | 26 | ||
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | 17/18/20 | ||||
| Andere niet-kaskosten (opbrengsten) | (19) | (19) | |||
| Kosten van onderzoek en ontwikkeling | 27 | 15 | 42 |
De Groep maakt een onderscheid tussen vier geografische markten: Europa, NAFTA, Latijns-Amerika en Azië/ Oceanië/Afrika. De Groep is gevestigd in België.
| MILJOEN EURO | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Opbrengsten per markt (1) | ||
| Europa | 1,517 | 1,578 |
| waarvan België | 51 | 49 |
| NAFTA | 751 | 740 |
| Latijns-Amerika | 125 | 210 |
| Azië/Oceanië/Afrika | 187 | 176 |
| TOTAAL | 2,580 | 2,704 |
| Alle buitenlandse landen | ||
| Duitsland | 215 | 213 |
| Frankrijk | 65 | 66 |
| Italië | 175 | 170 |
| Verenigd Koninkrijk | 28 | 28 |
| Verenigde Staten | 171 | 157 |
| Canada | 73 | 73 |
| Brazilië | 16 | 16 |
| India | 16 | 15 |
| China | 187 | 181 |
| Japan | 26 | 14 |
| Overige landen | 260 | 157 |
| GECONSOLIDEERDE OPBRENGSTEN | 2,580 | 2,704 |
(1) Locatie van klanten
| MILJOEN EURO | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Vaste activa (1) | ||
| Europa | 1,519 | 1,595 |
| waarvan België | 1,171 | 1,175 |
| NAFTA | 1,261 | 1,165 |
| Latijns-Amerika | 11 | 10 |
| Azië/Oceanië/Afrika | 121 | 69 |
| TOTAAL | 3,013 | 2,939 |
| Alle buitenlandse landen | ||
| Duitsland | 75 | 74 |
| België | 1,171 | 1,175 |
| Verenigd Koninkrijk | 1 | 31 |
| Verenigde Staten | 1,170 | 1,119 |
| Canada | 174 | 172 |
| Brazilië | 0 | 5 |
| China | 126 | 126 |
| Hong Kong | 15 | 13 |
| Overige landen | 74 | 15 |
| TOTAAL | 3,013 | 2,939 |
(1) Uitgezonderd uitgestelde belastingsvorderingen en volgens de locatie van de activa.
Het management van de Groep presenteert de begrippen ‘Aangepaste EBIT’ en ‘Aangepaste EBITDA’ omdat ze aan de hand van deze begrippen de prestatie van de verschillende divisies meet, daar ze van mening is dat deze termen relevant zijn om de financiële prestatie van de Groep haar de te rapporteren segmenten te begrijpen. ‘Aangepaste EBIT’ is het resultaat uit bedrijfsactiviteiten voor aftrek van reorganisatiekosten en voor aftrek van niet-recurrente kosten. ‘Aangepaste EBITDA’ is het resultaat uit bedrijfsactiviteiten voor afschrijvingen en voor aftrek van reorganisatie- en niet-recurrente kosten. Reorganisatiekosten hebben voornamelijk betrekking op ontslagvergoedingen aan het personeel. Deze kosten worden gepresenteerd in ‘Overige bedrijfskosten’ (toelichting 9.2).
Per jaareinde 2021 bedragen de niet-recurrente resultaten 13 miljoen Euro en hebben betrekking op geboekte kosten met betrekking tot strategische transformatieprojecten ten belope van 20 miljoen Euro (verzelfstandiging van de business Offset Solutions en aanpassing van de organisatiestructuur in een slanke, weerbare op de toekomst gerichte structuur), advocatenkosten van 1 miljoen Euro, een éénmalige afwaardering van 1 miljoen Euro op voorraden, een éénmalige afwaardering van oninbare balansposten van 1 miljoen Euro, een provisie voor het verlaten van een geleasde faciliteit in de Verenigde Staten van 1 miljoen Euro, een winst uit de verkoop van activa ten belope van 7 miljoen Euro en een positieve impact van 4 miljoen Euro met betrekking tot pensioenen en gelijkaardige plannen (zie toelichting 9).
Per jaareinde 2020 bedragen de niet-recurrente resultaten 4 miljoen Euro en hebben betrekking op geboekte bijzondere waardeverminderingsverliezen ten belope van 3 miljoen Euro, kosten met betrekking tot strategische transformatieprojecten ten belope van 9 miljoen Euro, consultancy en advocatenkosten ten belope van 2 miljoen Euro, een éénmalige afwaardering van oninbare balansposten ten belope van 2 miljoen Euro, een geboekte kost voor een milieuvoorziening (1 miljoen Euro), een winst van 8 miljoen Euro op de verkoop van activa en een positief resultaat van 5 miljoen Euro ingevolge aanpassingen aan pensioenplannen.
De volgende tabel geeft een overzicht van de prestaties van elk te rapporteren segment:
| Te rapporteren segment | MILJOEN EURO | 2021 | 2020 | |
|---|---|---|---|---|
| Offset Solutions | Digital Print & Chemicals | Radiology Solutions | HealthCare IT | TOTAAL |
| Resultaat van het segment (*) | (15) | (15) | 14 | 27 |
| Aangepaste EBIT | (15) | (5) | 26 | 17 |
| Aangepaste EBITDA | (7) | (5) | 12 | 16 |
(*) Segmentresultaat is het resultaat uit bedrijfsactiviteiten toegewezen aan een te rapporteren segment.
Reconciliatie van het segmentresultaat van aangepaste EBIT met het resultaat uit bedrijfsactiviteiten
| MILJOEN EURO | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Aangepaste EBIT van het segment | 59 | 49 |
| Aangepaste EBIT niet toegewezen aan een segment voornamelijk met betrekking tot ‘Corporate Services’ | (17) | (20) |
| Aangepaste EBIT | 42 | 29 |
| Reorganisatiekosten | (17) | (10) |
| Niet-recurrente kosten | (13) | (4) |
| Winst (verlies) uit bedrijfsactiviteiten | 12 | 15 |
Reconciliatie van aangepaste EBIT met aangepaste EBITDA
| MILJOEN EURO | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Aangepaste EBIT | 42 | 29 |
| Afschrijvingen op immateriële activa en materiële activa | 70 | 70 |
| Afschrijvingen recht-op-gebruik activa | 26 | 26 |
| Aangepaste EBITDA | 138 | 125 |
Reconciliatie van aangepaste EBITDA toegewezen aan een segment met aangepaste EBITDA
| MILJOEN EURO | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Aangepaste EBITDA toegewezen aan een segment | 101 | 105 |
| Aangepaste EBITDA uit bedrijfsactiviteiten niet toegewezen aan een segment voornamelijk met betrekking tot ‘Corporate Services’ | 37 | 20 |
| Aangepaste EBITDA | 138 | 125 |
| MILJOEN EURO | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Opbrengsten uit contracten met klanten | 1,827 | 1,765 |
| Opbrengsten uit andere bronnen: kasstroomafdekkingen | 1 | 1 |
| Opbrengsten uit andere bronnen: leasingactiviteiten | 26 | 26 |
| TOTAAL | 1,854 | 1,792 |
Zonder wisselkoerseffecten boekte de Agfa-Gevaert Groep een omzetgroei van 3,4%. Ondanks een trage start in de eerste maanden van het jaar – die nog steeds sterk door de pandemie beïnvloed waren – verbeterden de divisies Digital Print & Chemicals en Offset Solutions hun omzet gevoelig door succesvolle prijsverhogingen en volumetoenames. In de divisie Radiology Solutions leed de omzet van de Direct Radiography-activiteiten onder de onzekerheid in de markt. In de nasleep van de pandemie herbekijken ziekenhuizen hun prioriteiten en worden grootschalige DR-projecten uitgesteld. Op het vlak van medische film volstonden prijsverhogingen niet om de voortdurende impact van de pandemie en de effecten in het begin van 2021 van aangepaste centrale aankoop- praktijken in China te compenseren. Zoals verwacht kende de HealthCare IT-divisie een opleving van de volumes en de rendabiliteit tegen het einde van het jaar. In de loop van het jaar zag de divisie een tijdelijke vertraging in project implementaties, maar het orderboek bleef steeds op een gezond niveau.
De Groep genereert opbrengsten uit de verkoop van goederen, uit dienstverlening en uit de verkoop van contracten waarin meerdere goederen en/of diensten samen worden aangeboden aan de koper.# Opbrengsten uit andere bronnen omvatten huuropbrengsten van eigen materiaal en geleased materiaal onder financiële lease overeenkomsten alsook beperkte bedragen met betrekking tot kasstroomafdekkingen. Opbrengsten uit de verkoop van goederen omvat de verkoop van verbruiksgoederen, chemicaliën, wisselstukken, machines en softwarelicenties. Opbrengsten uit de verkoop van goederen worden erkend op het moment dat de controle van de goederen overgaat op de klant en wanneer er geen onzekerheid bestaat omtrent de inning van de verkoopprijs. In de bepaling of de inning van de verkoopprijs al dan niet waarschijnlijk is, houdt de Groep rekening met de kredietwaardigheid van de klant en diens intentie tot betalen van de verkoopprijs op vervaldag. Opbrengsten uit dienstverlening omvat dienstverlening in verband met de installatie van software applicaties en machines, onderhoud en bijkomende post-contract dienstverlening. In overeenstemming met de huidige IFRS 15 worden de opbrengsten uit dienstverlening erkend over de looptijd van het contract aangezien de klant gelijktijdig de voordelen van deze dienstverlening ontvangt en consumeert. In de gevallen waarbij de Groep meerdere diensten gelijktijdig aanbiedt, zullen de opbrengsten over de verschillende diensten verdeeld worden gebaseerd op de verkoopprijs die van toepassing is wanneer deze diensten apart verkocht worden. De Groep sluit tevens overeenkomsten af waarin meerdere goederen en/of diensten samen aangeboden worden aan de koper (‘multiple-element arrangements’). Deze overeenkomsten omvatten de verkoop van software, licenties, hardware, installatiediensten, onderhoud en dienstverlening na verkoop. Overeenkomstig de IFRS 15 standaard heeft de Groep onderzocht of de verschillende goederen en/of diensten aangeboden in deze overeenkomsten, kwalificeren als aparte prestatieverplichtingen op basis van de criteria van identificeerbaarheid en op basis van het feit of de goederen en/ of diensten waarde creëren voor de koper op zich of met diensten en/ of goederen die vrij verkrijgbaar zijn op de markt. De Groep heeft geoordeeld dat deze criteria voldaan zijn voor overeenkomsten waarin meerdere goederen en/ of diensten samen aangeboden worden en die geen software-producten bevatten die significante aanpassingen en programmatie op maat van de koper vereisen. De toepassing van deze boekhoudkundige regel inzake opbrengstenerkenning van overeenkomsten waarin meerdere goederen en/ of diensten samen aangeboden worden, vereist een zekere oordeelsvorming door het management inzake de allocatie van de totale verkoopprijs naar de verschillende prestatieverplichtingen, inclusief gegeven kortingen. Wijzigingen aan prestatieverplichtingen en de respectieve waarden toegewezen aan de individuele prestatieverplichtingen, kunnen een materiële impact hebben op de waarde van de bedragen in omzet erkend en de nog te erkennen bedragen. Binnen het segment Agfa HealthCare IT en het segment Radiology Solutions vereist het merendeel van de overeenkomsten waarin meerdere goederen en/ of diensten samen aangeboden worden, geen significante aanpassing van het softwaregedeelte en geen programmatie op maat van de koper. Bij de verkoop van machines die aanzienlijke installatie vereisen binnen het segment Offset Solutions en Digital Print & Chemicals, worden de opbrengsten geboekt nadat de installatie in overeenstemming met alle contractuele bepalingen is voltooid en de machine gebruiksklaar is voor de koper. Overeenkomstig de IFRS 15 standaard heeft de Groep geoordeeld dat de machine en installatiediensten zeer nauw verbonden zijn en behandeld zullen worden als één prestatieverplichting, die in opbrengsten geboekt worden op het moment van succesvolle installatie bij de koper. In het bedrijfssegment HealthCare IT heeft de Groep standaardbetalingstermijnen die verschillen per geografische regio op basis van lokaal gehanteerde praktijken. Betalingstermijnen worden zo kort mogelijk gehouden. In Europa, Latijns-Amerika, NAFTA en Azië/Pacific bedragen de betalingstermijnen doorgaans 30 dagen na factuurdatum, behalve in Zuid-Europa waar ze tussen 60-90 dagen na factuurdatum bedragen. 154 In de andere divisies van de Groep worden de betalingstermijnen eveneens bepaald op basis van bedrijfs- en geografische vereisten. Afwijkingen van de richtlijnen dienen steeds nagekeken en goedgekeurd te worden door de kredietcomités op basis van diverse criteria. Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten bedragen in het segment HealthCare IT 66 miljoen euro (2020: 54 miljoen euro) en in het segment Radiology Solutions 9 miljoen euro (2020: 9 miljoen euro). In de segmenten Offset Solutions en Digital Print & Chemicals zijn er zeer beperkte contractuele activa verbonden aan contracten met klanten per 31 december 2021 en per 31 december 2020. Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten bedragen 58 miljoen binnen het segment HealthCare IT (2020: 57 miljoen euro), 27 miljoen binnen het segment Radiology Solutions (2020: 27 miljoen euro), 11 miljoen binnen het segment Digital Print & Chemicals (2020: 5 miljoen euro) en 16 miljoen euro binnen het segment Offset Solutions (2020: 15 miljoen euro).
De uitsplitsing van opbrengsten uit contracten met klanten volgens rapporterende entiteit op 31 december 2021 en op 31 december 2020 zoals vereist door IFRS 15 wordt als volgt voorgesteld:
| Offset Solutions | Digital Print & Chemicals | Radiology Solutions | HealthCare IT | TOTAAL | |
|---|---|---|---|---|---|
| Geografische regio | |||||
| Europa | 76 | 18 | 29 | 45 | 168 |
| NAFTA | 21 | 12 | 6 | 20 | 59 |
| Latijns-Amerika | 7 | 2 | 3 | 7 | 19 |
| Azië/Oceanië/Afrika | 157 | 24 | 137 | 11 | 329 |
| Totale opbrengsten per geografische regio (destinatie principe) | 261 | 56 | 175 | 83 | 575 |
| Opbrengsten naar aard | |||||
| Opbrengsten uit de verkoop van goederen | 210 | 57 | 52 | 34 | 353 |
| Opbrengsten uit de verkoop van diensten | 51 | 3 | 123 | 49 | 225 |
| Tijdstip van opbrengstenerkenning | |||||
| Opbrengsten erkend op een specifiek punt in de tijd | 211 | 57 | 52 | 34 | 354 |
| Opbrengsten erkend volgens verloop van tijd | 50 | 0 | 123 | 49 | 221 |
| Offset Solutions | Digital Print & Chemicals | Radiology Solutions | HealthCare IT | TOTAAL | |
|---|---|---|---|---|---|
| Geografische regio | |||||
| Europa | 70 | 18 | 15 | 12 | 115 |
| NAFTA | 20 | 5 | 5 | 18 | 48 |
| Latijns-Amerika | 7 | 0 | 3 | 7 | 17 |
| Azië/Oceanië/Afrika | 155 | 6 | 137 | 15 | 313 |
| Totale opbrengsten per geografische regio (destinatie principe) | 252 | 29 | 160 | 52 | 493 |
| Opbrengsten naar aard | |||||
| Opbrengsten uit de verkoop van goederen | 155 | 13 | 121 | 17 | 306 |
| Opbrengsten uit de verkoop van diensten | 97 | 16 | 39 | 35 | 187 |
| Tijdstip van opbrengstenerkenning | |||||
| Opbrengsten erkend op een specifiek punt in de tijd | 156 | 13 | 121 | 17 | 307 |
| Opbrengsten erkend volgens verloop van tijd | 96 | 16 | 39 | 35 | 186 |
155 Agfa-Gevaert – Jaarverslag 2021 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Transactieprijzen met betrekking tot prestatieverplichtingen die nog dienen nagekomen te worden, worden niet toegelicht daar het gaat over contracten die in het algemeen een looptijd hebben van minder dan één jaar.
De Groep heeft de volgende handelsvorderingen en activa en verplichtingen verbonden aan contracten met klanten:
| 2020 | 2021 | |
|---|---|---|
| Handelsvorderingen | 81 | 83 |
| Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten | 54 | 66 |
| Activa erkend voor nog te maken kosten voor contracten met klanten | 9 | 9 |
| Op te maken facturen | 25 | 25 |
| Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten | 57 | 58 |
| Tussentijdse vooruitfacturaties (uitgestelde opbrengsten) | 17 | 18 |
| Ontvangen vooruitbetalingen | 27 | 27 |
| Verwachte volumekortingen en andere kortingen | 13 | 8 |
Op 31 december 2021 bedroegen de activa verbonden aan contracten met klanten 76 miljoen euro (2020: 64 miljoen euro). Deze hebben voornamelijk betrekking op het recht dat de Groep heeft voor verleende diensten en reeds geleverde goederen waarvoor de Groep contractueel het recht heeft om te factureren op een later tijdstip. Op te maken facturen vervat in activa verbonden aan contracten met klanten worden geherklasseerd naar handelsvorderingen op het moment dat de vordering onvoorwaardelijk wordt. Activa erkend met betrekking tot nog te maken kosten voor contracten met klanten bevatten alle kosten die direct toewijsbaar zijn aan het contract, zijnde directe loonkosten, direct toewijsbare materiaalkosten (werken in uitvoering) en kosten die expliciet kunnen doorgerekend worden aan de klanten. De Groep activeert geen kosten voor het verkrijgen van contracten met klanten aangezien de afschrijvingsperiode waarover deze kosten zouden afgeschreven worden minder is dan één jaar. Op 31 december 2021 bedroegen de verplichtingen verbonden aan contracten met klanten 112 miljoen (111 miljoen kortlopende verplichtingen en 1 miljoen langlopende verplichtingen) en hebben betrekking op nog in opbrengsten te erkennen waarden, ontvangen vooruitbetalingen van klanten en voorziene bedragen voor verwachte volumekortingen en andere kortingen voor goederen en diensten aangekocht door klanten gedurende 2021. Verplichtingen verbonden aan contracten met klanten omvatten contractueel bepaalde gefactureerde bedragen die op basis van de prestatieverplichtingen nog niet in opbrengsten erkend kunnen worden. Ontvangen vooruitbetalingen van klanten omvatten bedragen ontvangen vanwege klanten waar nog geen facturatie voor heeft plaatsgevonden en waarvoor de Onderneming een verplichting heeft tot het leveren van goederen en/ of diensten. Uitgestelde opbrengsten resulteren voornamelijk uit tussentijdse vooruitfacturaties in overeenkomsten waarin meerdere goederen en/ of diensten samen aangeboden worden en uit tussentijdse vooruitfacturaties van onderhouds- en dienstverleningscontracten.# 8.4 Evolutie van activa en verplichtingen verbonden aan contracten met klanten
De volgende tabel geeft weer hoeveel van het in het huidige jaar erkende bedrag aan opbrengsten vervat zat in de beginbalans van contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten en hoeveel betrekking heeft op prestatieverplichtingen die gerealiseerd werden in een voorgaande periode:
MILJOEN EURO
| Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten | Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten | |
|---|---|---|
| Openingsbalans van contractuele activa en verplichtingen verbonden aan contracten met klanten | | |
| Opbrengsten erkend die begrepen waren in de openingsbalans van contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten | () | |
| Opbrengsten erkend met betrekking tot prestatieverplichtingen volbracht in voorgaande perioden | | |
| Vooruitfacturaties aan klanten gedurende het boekjaar | | |
| Ontvangen vooruitbetalingen van klanten gedurende het boekjaar | | |
| Opbrengsten erkend gedurende het boekjaar | () | |
| Contractuele activa verbonden aan klanten erkend gedurende het boekjaar | | |
| Transferten van contractuele activa verbonden aan contracten met klanten naar handelsvorderingen | () | |
| Geboekte waardeverminderingsverliezen op contractuele activa verbonden aan contracten met klanten | | |
| Contractuele activa verbonden aan klanten erkend in de kostprijs van verkopen gedurende het boekjaar (Werken in uitvoering) | () | |
| Veranderingen in verwachte volumekortingen en andere kortingen | () | |
| Valutakoersverschillen | | |
| Eindbalans van contractuele activa en verplichtingen verbonden aan contracten met klanten | | |
MILJOEN EURO
| | | |
|---|---|---|
| Valutakoersverschillen en reële waardeveranderingen van derivaten | | |
| Baten uit financiële leaseovereenkomsten | | |
| Winst uit de verkoop van materiële vaste activa | | |
| Winst op de inperking van de pensioenrechten in Frankrijk | | |
| Pensioenopbrengsten van verstreken diensttijd met betrekking tot pensioenplannen in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Frankrijk | | |
| Winst uit bevriezing van toegezegdpensioenregeling in Zweden | | |
| Baten uit de terugname van ongebruikte voorzieningen | | |
| Diverse overige opbrengsten | | |
| TOTAAL | | |
De baten uit financiële leaseovereenkomsten bevatten hoofdzakelijk interestopbrengsten en opbrengsten uit de verkoop van invorderbare minimale leasebetalingen. De winsten uit de verkoop van materiële vaste activa over 2021 hebben ten belope van 7 miljoen Euro betrekking op de verkoop van de voormalige productiesite in Leeds (Verenigd Koninkrijk), voorheen geclassificeerd als aangehouden voor verkoop (zie toelichting 35). In 2020 hadden de winsten uit de verkoop van materiële vaste activa betrekking op de verkoop van de voormalige productiesite in Branchburg (Verenigde Staten) ten belope van 8 miljoen Euro. De boekwaarde was voorheen geclassificeerd als activa aangehouden voor verkoop.
157
AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021
TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
De sluiting van de productiesite in Pont-à-Marcq (Frankrijk) in de loop van 2020 resulteerde in de erkenning van een winst uit de inperking van pensioenbeloningen ten belope van 4 miljoen Euro. De pensioenopbrengsten uit verstreken diensttijd zijn het resultaat van herstructureringsmaatregelen in Frankrijk gedurende het boekjaar. In 2020 zijn er pensioenopbrengsten uit verstreken diensttijd erkend ten belope van 3 miljoen Euro met betrekking tot een wettelijke GMP-aanpassing van het pensioenplan in het Verenigd Koninkrijk en met betrekking tot een daling van de voordelen van de Duitse ‘Book Reserve plans’. In Zweden heeft de Onderneming in de loop van het eerste kwartaal de pensioenverplichtingen overgedragen naar een verzekeringsonderneming. Dit resulteerde in een éénmalige uitgaande kasstroom van 16 miljoen Euro en een éénmalige winst van 5 miljoen Euro.
MILJOEN EURO
| | | |
|---|---|---|
| Reorganisatiekosten | | |
| Valutakoersverschillen en reële waardeveranderingen van derivaten | | |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op goodwill en immateriële vaste activa en materiële vaste activa en recht-op-gebruik activa met betrekking tot de sluiting van Wilmington (VS) | | |
| Verlies uit belangrijke inperking/beëindiging van regelingen betreffende het Agfa Corporation Pension Plan in de VS | | |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd 'Jubilee' plan in België | | |
| Huisvestingskosten met betrekking tot leegstand | | |
| Diverse overige kosten | | |
| TOTAAL | | |
In 2021, heeft de Onderneming herstructureringskosten geboekt ten belope van 20 miljoen Euro voornamelijk met betrekking tot kosten gelinkt aan de reorganisatie van het ICS departement van de Onderneming en het aangekondigde partnership met ATOS, een globale leidinggevende onderneming op het vlak van digitale transformatie (14 miljoen Euro), kosten met betrekking tot de sluiting van Ipagsa, een leverancier van drukplaten operationeel in het lage kosten segment (4 miljoen Euro), additionele kosten met betrekking tot de gesloten productiesites in Leeds en Pont-à-Marcq (3 miljoen Euro) en kosten voor ontslagvergoedingen voor nieuwe CAO overeenkomsten (2 miljoen Euro), gecompenseerd door een positieve impact van 10 miljoen Euro uit een herbeoordeling van de herstructureringskosten van de fabrieken in Peissenberg en Peiting (Duitsland). In 2020 heeft de Groep herstructureringskosten ten belope van 84 miljoen Euro erkend. Deze omvatten voornamelijk opzeggingsvergoedingen voor personeel. Voor 2020 hadden de herstructureringskosten vooral betrekking op de sluiting van de Offset-fabrieken in Leeds (VK) en Pont-à-Marcq (Frankrijk) alsook de aangekondigde reorganisatie van de activiteiten van de fabrieken van Computed Radiograpraphy systemen in Peissenberg en Peiting (Duitsland). Ten gevolge van de sluiting van de productiesite in Wilmington (Verenigde Staten) heeft de Onderneming in de loop van 2021 een bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt op recht-op-gebruik activa van 1 miljoen Euro gerelateerd aan huur van gebouwen. Voor 2020 bedroeg het bijzondere waardeverminderingsverlies op materiële vaste activa 2 miljoen Euro en had betrekking op activa die gebruikt werden voor de productie van fotovoltaïsche onderlagen binnen de kasstroom- generende eenheid Digital Print & Chemicals, een activiteit die inmiddels is stopgezet. Gedurende 2020 werden door de betaling van een éénmalige premie de toekomstige uitkeringen van een groep van gepensioneerden van het Agfa Corporation Plan overgedragen aan een verzekeraar. Dit resulteerde in een verlies uit de beëindiging van de regelingen van 2 miljoen Euro.
158
AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021
TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Pensioenkosten uit verstreken diensttijd in België (‘Jubilee Plan’) hebben betrekking op reischeques naar aanleiding van 25-, 35-, en 40-jaren dienst bij de Onderneming. Deze werden voor de eerste maal gewaardeerd per 31 december 2021 en hebben aanleiding gegeven tot het boeken van een kost voor verstreken diensttijd ten belope van 2 miljoen euro.
MILJOEN EURO
| | | |
|---|---|---|
| Financieringsbaten op bankdeposito’s | | |
| TOTAAL FINANCIERINGSBATEN | | |
| Financieringskosten op financiële schulden gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs op bankleningen | () | () |
| op obligatielening | | |
| TOTAAL FINANCIERINGSKOSTEN | () | () |
| Overige financieringsbaten | ||
| Valutakoersverschillen en reële waardeveranderingen van derivaten die geen deel uitmaken van een afdekkingsrelatie nettobedrag | | |
| Financieringsbaten uit derivaten die geen deel uitmaken van een afdekkingsrelatie | | |
| Winsten uit de herwaardering van de uitgestelde aankoopprijs met betrekking tot overnames | | |
| Overige | | |
| TOTAAL OVERIGE FINANCIERINGSBATEN | | |
| Overige financieringskosten | ||
| Pensioenlast van de periode die als overige financiële opbrengsten/(kosten) wordt behandeld en renteaandeel op overige rentedragende verplichtingen | () | () |
| Valutakoersverschillen en reële waardeveranderingen van derivaten die geen deel uitmaken van een afdekkingsrelatie nettobedrag | () | () |
| Financieringslasten uit derivaten die geen deel uitmaken van een afdekkingsrelatie | () | () |
| Financieringslasten uit derivaten die aangeduid zijn als kasstroomafdekkingen | () | () |
| Financieringslasten op overige vorderingen | () | |
| Financieringslasten uit leaseverplichtingen | () | () |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op kortlopende beleggingen | () | () |
| Afwikkeling van discontering op overige provisies | | () |
| Overige | () | () |
| TOTAAL OVERIGE FINANCIERINGSLASTEN | () | () |
| NETTOFINANCIERINGSLASTEN | () | () |
| () | () |
(1) Het renteaandeel op overige rentedragende verplichtingen omvat voornamelijk de interesten op de verplichtingen voor brugpensioen.
(2) Bovenvermelde nettofinancieringskosten bevatten volgende financieringsbaten en financieringskosten uit financiële activa en verplichtingen die niet geclassificeerd zijn in de categorie financiële activa en verplichtingen tegen reële waarde met waardeveranderingen opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Totale financieringsbaten op financiële activa:
Totale financieringskosten op financiële verplichtingen: (8) (5)
159
AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021
TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de belangrijkste kosten/inkomsten (inclusief herstructureringskosten) van het bedrijfsresultaat van de Groep volgens de aard van de kosten/inkomsten:
| MILJOEN EURO | Toelichting | 2021 | 2020 |
|---|---|---|---|
| Opbrengsten | 4.791 | 4.700 | |
| Waarvan uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 4.791 | 4.700 | |
| Kostprijs van grondstoffen, goederen aangekocht voor verkoop en productiegerelateerde kosten (incl. voorraadwijzigingen) | (1.299) | (1.287) | |
| Kostprijs van diensten en overige goederen | (389) | (375) | |
| Kosten voor personeelsbeloningen | (593) | (637) | |
| Afschrijvingen | 16/18 | (65) | (61) |
| Waarvan uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | (63) | (62) | |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op goodwill, immateriële activa en materiële activa | (3) | (3) | |
| Afwaardering op voorraden | 16 | (15) | (11) |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op vorderingen | 17 | (1) | (1) |
| Wijzigingen in voorzieningen (excl. Reorganisatiekosten) | 1 | 1 | |
| Reorganisatiekosten | 16/17 | (87) | (10) |
| Waarvan uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | (84) | (20) | |
| Overige belastingkosten | (26) | (27) | |
| Diverse overige kosten | (16) | (15) | |
| Overige belastingopbrengsten | 3 | 3 | |
| Belastingkredieten met betrekking tot onderzoek en ontwikkeling | 6 | 6 | 6 |
| Interestopbrengsten van leasingactiviteiten | 7 | 7 | 7 |
| Geactiveerde kosten (projecten, activa in aanbouw) | 7 | 7 | 7 |
| Winst op de verkoop van immateriële activa en materiële vaste activa | 10 | 10 | 8 |
| Winst op de verkoop van beëindigde activiteiten | 16 | 100 | 200 |
| Diverse overige opbrengsten | 16 | 15 | 15 |
| Bedrijfsresultaat | 278 | 290 | |
| Eliminatie van het resultaat uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | (139) | - | |
| Resultaat uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | (17) | 290 |
Kostprijs van grondstoffen, goederen aangekocht voor verkoop en productiegerelateerde kosten omvat alle kosten met betrekking tot de aankoop van grondstoffen, goederen aangekocht voor verkoop, wisselstukken, voorraadwijzigingen en andere kosten die duidelijk gelieerd zijn aan het productieproces zoals kosten voor het versnijden en revisiekosten voor zover deze opgenomen zijn in de kostprijs van verkopen gedurende het boekjaar.
Kostprijs van diensten en overige goederen omvat:
* Het extern voorbereidende werk voor de verwerking of productie van producten en projecten in opdracht van de Onderneming;
* Transport, vrachtkosten, rechten, opslag- en behandelingskosten;
* Elektriciteit en andere nutsvoorzieningen;
* Reis- en representatiekosten;
* Kosten verbonden aan leasingactiviteiten.
De kosten voor personeelsbeloningen bedroegen in 2021 593 miljoen euro ten opzichte van 637 miljoen euro in 2020 en omvatten (zie ook toelichting 13):
* Alle personeelsgerelateerde kosten zoals lonen, salarissen en sociale zekerheidsbijdragen;
* Kosten voor vergoeding na uitdiensttreding;
* Opbouw van personeelsverplichtingen (zoals jaarlijks vakantiegeld en jaarlijkse variabele vergoedingen);
* Overige personeelskosten (zoals kosten voor interimkrachten, kosten voor opleiding, aanwerving en begeleiding bij hertewerkstelling).
In 2021 bedroeg het gemiddelde aantal personeelsleden in voltijdse equivalenten 7.126 (2020: 7.591). Per functie binnen de Groep kan dit gemiddelde, omvattende vaste en tijdelijke contracten, als volgt weergegeven worden:
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Productie en engineering | 3.877 | 3.809 |
| Onderzoek en ontwikkeling | 727 | 757 |
| Verkoop en marketing/service | 1.725 | 1.796 |
| Administratie | 797 | 829 |
| TOTAAL | 7.126 | 7.591 |
De berekening van de winst per aandeel op 31 december 2021 is gebaseerd op een toe te kennen verlies aan de aandeelhouders van de Onderneming van minus 17 miljoen euro (2020: toe te kennen winst van 613 miljoen euro) en een gewogen gemiddeld aantal gewone uitstaande aandelen gedurende het jaar eindigend op 31 december 2021 van 165.003.570 (2020: 167.751.190).
Het gewogen gemiddelde aantal gewone uitstaande aandelen werd als volgt berekend:
| Aantal uitgegeven aandelen | Eigen aandelen (zie toelichting 17) | Aantal uitstaande gewone aandelen met stemrecht per 31 december (zie toelichting 17) | Effect van opties uitgeoefend gedurende 2021 | Effect van potentiële gewone aandelen die tot verwatering zullen leiden | Gewogen gemiddeld aantal uitstaande aandelen op 31 december 2021 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 416,901,102 | (251,897,532) | 165,003,570 | - | - | 165,003,570 |
EURO | 2021 | 2020
---|---|---|
Gewone winst/verwaterde winst per aandeel | (0.10) | 3.65
Winst per aandeel uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | (0.10) | 3.65
Winst per aandeel uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0.65 | -
De gemiddelde reële waarde van een gewoon aandeel bedroeg in 2021 3,86 euro per aandeel.
MILJOEN EURO | 31 december 2020 | 31 december 2021
---|---|---|
Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding | 278 | 258
Langetermijnontslagvergoedingen | 5 | 5
Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding en langetermijnontslagvergoedingen | 283 | 263
Overige personeelsbeloningen | 38 | 33
Langlopende verplichtingen | 321 | 296
Kortlopende verplichtingen | 27 | 25
TOTAAL VAN DE VERPLICHTINGEN AAN HET PERSONEEL | 348 | 321
MILJOEN EURO | 2020 | 2021
---|---|---|
Loonlijst gerelateerde uitgaven | 605 | 549
Kosten voor vergoedingen na uitdiensttreding, opgenomen in EBIT | 13 | 15
Opbouw van personeelsverplichtingen | 15 | 18
Overige personeelsgerelateerde kosten | 17 | 25
Totale pensienkost vervat in EBIT | 650 | 607
In de meeste landen waarin de Groep actief is, voorzien de ondernemingen van de Groep in vergoedingen na uitdiensttreding, voornamelijk onder de vorm van toegezegdebijdrageregelingen. In een aantal landen voorziet de Groep ook in toegezegdpensioenregelingen. De nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen voor België, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten van Amerika (hierna de ‘materiële’ landen) vertegenwoordigen samen 98% (2020: 96%) van de totale nettoverplichting van de Groep. Een belangrijk deel van deze verplichtingen heeft betrekking op plannen waarvoor geen rechten meer kunnen worden opgebouwd. Dit is de situatie in het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten van Amerika en voor een belangrijk deel van de Duitse pensioenplannen. In België is het ‘Fabriekspensioenplan’ gesloten voor nieuwe managers van de Groep welke in dienst treden vanaf 1 januari 2019. De impact van de pensioenregelingen van de Groep op de geconsolideerde balans en winst- en verliesrekening wordt weergeven in volgend overzicht, uitgesplitst over de ‘materiële landen’ en de overige landen van de Groep.
MILJOEN EURO | 31 december 2020 | 31 december 2021
---|---|---|
| België/Duitsland/ VK/VS | Overige landen | TOTAAL | België/Duitsland/ VK/VS | Overige landen | TOTAAL
Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding | 265 | 13 | 278 | 237 | 21 | 258
Activa in verband met vergoedingen na uitdiensttreding | - | - | - | (14) | - | (14)
Netto positie in de balans | 265 | 13 | 278 | 223 | 21 | 239
MILJOEN EURO | 2020 | 2021
---|---|---|
| België/Duitsland/ VK/VS | Overige landen | TOTAAL | België/Duitsland/ VK/VS | Overige landen | TOTAAL
Werkgeversbijdragen voor toegezegdebijdrageregelingen | 3 | 4 | 7 | 2 | 5 | 7
Kosten voor vergoedingen na uitdiensttreding toegerekend aan het dienstjaar | 13 | 0 | 13 | 15 | 0 | 15
Kosten voor vergoedingen na uitdiensttreding verstreken diensttijd | (0) | (0) | (0) | (0) | (0) | (0)
Kosten voor vergoedingen na uitdiensttreding belangrijke inperking/beëindiging van de regelingen | - | - | - | (1) | (1) | (2)
Kosten voor Belgische toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement | 20 | - | 20 | 20 | - | 20
Kosten wegens vergoedingen na uitdiensttreding opgenomen in EBIT | 33 | 4 | 37 | 36 | 4 | 40
Nettofinancieringskost voor verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding | 0 | 0 | 0 | (0) | (0) | (0)
Totaal pensioenkosten weergegeven in de winst- en verliesrekening | 33 | 4 | 37 | 36 | 4 | 40
In de loop van het eerste kwartaal van 2021 heeft de Onderneming haar pensioenverplichtingen in Zweden getransfereerd naar een verzekeraar wat aanleiding heeft gegeven tot een éénmalige kasuitgave van 16 miljoen euro en een éénmalige opbrengst van 5 miljoen euro. Het transfereren van het Zweedse pensioenplan naar een externe verzekeraar verklaart bijna volledig de evolutie van de pensioenverplichtingen van de ‘niet-materiële’ landen van de Groep. De evolutie van de pensioenverplichtingen van de ‘materiële landen’ van de Groep worden toegelicht onder hoofdstuk 13.2.
In 2021 betaalde de Groep aan openbaar of privaat beheerde pensioen- of verzekeringsfondsen 8 miljoen euro (4 miljoen euro in 2020) voor haar toegezegdebijdrageregelingen. Hiervan heeft 4 miljoen euro betrekking op de ‘materiële’ landen van de Groep (2020: 2 miljoen euro). Eenmaal de bijdrage is betaald, hebben de ondernemingen van de Groep geen verdere verplichtingen meer. De periodieke bijdragen vormen een kost van het jaar waarin ze verschuldigd zijn. Toegezegdebijdrageregelingen in België zijn inzake de toe te passen boekhoudkundige behandeling in IFRS geen toegezegdebijdrageregelingen maar toegezegdpensioenregelingen. Bijkomende informatie wordt hierna verstrekt.
Belgische toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement vallen onder toepassing van de wet van april 2003 op de aanvullende pensioenen. Volgens artikel 24 van deze wet hebben aangeslotenen recht op een minimum rendement op bijdragen betaald door hetzij de organisator van het plan hetzij de werknemer. Tot 31 december 2015 gold een minimum rendement van 3,75% op de persoonlijke bijdragen van de werknemer en 3,25% op de bijdragen van de werkgever. De wet van 18 december 2015, van kracht vanaf 1 januari 2016, heeft een aantal wijzigingen doorgevoerd aan de wet van 28 april 2003.Vanaf 1 januari 2016 wordt het gewaarborgd rendement in lijn gebracht met een bepaald percentage (65%) van het gemiddeld rendement op 1 juni over de laatste 24 maanden van Belgische Staats- obligaties (OLO’s) met een looptijd van 10 jaar, met een minimum van 1,75% en een maximum van 3,75%. Vanaf 2016 is de interestvoet vastgesteld op 1,75% en is zowel op de persoonlijke bijdragen van de werknemer als op de bijdragen van de werkgever van toepassing. Wat de toepassing van het gewaarborgd rendement betreft bij wijziging van interestvoet voorziet de wet van 18 december 2015 in de toepassing van de ‘horizontale methode’ voor verzekerde plannen met een vast rendement tot aan pensionering (de zogenoemde ‘Tak 21’ verzekerde producten) en de ‘verticale methode’ voor alle andere situaties. Alle verzekerde plannen binnen de Belgische ondernemingen van de Groep zijn beheerd via ‘Tak 21’ verzekerde producten. De toepassing van de ‘horizontale methode’ is vergelijkbaar met een depositorekening met vaste rente. Voor alle bijdragen die overeenkomstig het plan verschuldigd zijn voor de datum van vaststelling van de gewijzigde interest- voet, blijft de vorige interestvoet van toepassing tot het ogenblik waarop een van volgende situaties zich voordoet: beëindiging van de tewerkstelling, pensionering of stopzetting van het plan. De nieuwe interestvoet is dan van toepassing op alle bijdragen verschuldigd vanaf de datum van vaststelling van de gewijzigde interestvoet tot het ogenblik waarop een van voorgaande situaties zich voordoet. Het minimum rendement van 3,25% (bijdragen van de werkgever) en 3,75% (persoonlijke bijdragen werknemer) is bijgevolg voor alle toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement nog van toepassing voor bijdragen betaald tot 31 december 2015. Op deze bijdragen hebben aangeslotenen recht op een minimum rendement van 3,25%/3,75% tot aan pensionering (beëindiging van de tewerkstelling of stopzetting van het plan). Voor bijdragen betaald vanaf 2016 is de werkgever verplicht een minimum rendement van 1,75% te garanderen tot aan pensionering (uitstapregeling of beëindiging van tewerkstelling). Verzekeraars kennen een rendement toe die, de winstdeelname buiten beschouwing gelaten, lager is dan de verplichte minimum rendementsgarantie zoals opgelegd in de wet. In dit kader spreken we van de technische rentevoeten. Aangezien de werkgever verplicht wordt een minimum rendement te garanderen die hoger is dan de technische rentevoeten worden niet alle actuariële en investeringsrisico’s overgedragen naar de verze- keringsmaatschappijen die deze plannen beheren. Bijgevolg voldoen deze plannen niet aan de definitie van toegezegdebijdrageregeling zoals opgenomen in IFRS en worden ze per definitie als toegezegdpensioenregeling gerangschikt. In België omvatten de toegezegdebijdrageregelingen pensioenplannen, groepsverzekeringen en pensioenplannen die voorzien in uitgestelde vergoedingen voor bonussen van werknemers. De netto verplichting op 31 december 2021 bedroeg 5 miljoen Euro en wordt bijna volledig verklaard door de bonuspensioenplannen. In 2021 bedroeg de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkost voor de Belgische toegezegdebijdragerege- lingen met gewaarborgd rendement 9 miljoen euro (2020: 19 miljoen euro) of een daling met 9 miljoen Euro, voornamelijk verklaard door de lager toegezegde bonussen over het dienstjaar 2021. 164 Alle voornoemde plannen worden met werkgeversbijdragen gefinancierd met uitzondering van de groepsver- zekering voor kaderleden en uitvoerende bestuursleden die zowel met werkgevers- als werknemersbijdragen wordt gefinancierd.
In de Groep betreffen de vergoedingen na uitdiensttreding van het type ‘Toegezegdpensioenregelingen’ vooral pensioenvoordelen. Het ‘Group Pension Committee,’ gecreëerd als een subcomité van het ‘Executive Committee’ van de Groep, assisteert het Executive Committee in het toezicht en de supervisie van de verschillende binnen de Groep bestaande pensioenplannen en andere overeenkomsten die voorzien in vergoedingen na uitdiensttreding. Het comité adviseert het Executive Committee over aangelegenheden in verband met het ontwerpen van per- soneelsbeloningsplannen zoals het aanpassen of beëindigen – geheel of gedeeltelijk – van de personeelsbelo- ningsplannen en de financiering ervan. Naast het adviseren van het Executive Committee, is het ‘Group Pension Committee’ eveneens verantwoordelijk voor het toezicht op het plaatselijke bestuur, zijnde het lokale bestuur van het pensioenfonds en het bestuur van de verantwoordelijke werkgevers die bijdragen in dit fonds. Zij houdt toezicht op het vervullen van hun verantwoordelijkheden in pensioengerelateerde aangelegenheden. Het ‘Group Pension Committee’ heeft voor de belangrijkste plannen die via een afzonderlijk pensioenfonds worden gefinancierd een strategische allocatie van de fondsbeleggingen vastgelegd. Het Comité herbekijkt op regelmatige basis de gewenste onderverdeling van fondsbeleggingen om zich zo te verzekeren dat ze aangepast blijven aan de verschillende profielen van verplichtingen van pensioenfondsen. Voor het beheer van de beleg- gingsfondsen, wordt het ‘Group Pension Committee’ bijgestaan door het ‘Group Pension Investment Commit- tee.’ Het ‘Group Pension Investment Committee’ heeft een ‘Group Investment Guideline’ uitgevaardigd welke door het ‘Group Pension Committee’ werd goedgekeurd. Het ‘Group Pension Committee’ houdt toezicht op de juiste toepassing van deze richtlijn. De Groep onderzoekt via haar ‘Group Pension Committee’ oplossingen om de omvang van de verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding te verminderen alsook de eraan verbonden risico’s. De laatste jaren heeft het ‘Group Pension Committee’ verschillende maatregelen voorgesteld en gerealiseerd zoals de sluiting van het ‘Fabriekspensioenplan’ voor nieuwe managers die in dienst treden vanaf 1 januari 2019, het aanbod in december 2018 om een specifiek deel van de rechten opgebouwd onder het ‘Agfa UK pension plan’ over te dragen aan een derde verzekeraar, de éénmalige afwikkeling in 2018 van pensioenverplichtingen aan niet-actieve leden met opgebouwde uitgestelde rechten in het pensioenplan van de Verenigde Staten van Amerika. De gepensioneerden van het ‘Agfa Corporation Pension Plan’ werd in 2019 de mogelijkheid geboden om hun rechten éénmalig af te kopen. In 2020 werden verdere acties ondernomen om de risico’s gekoppeld aan pensioenverplichtingen van het ‘Agfa Corporation Pension Plan’ in te perken door de betaling van een éénmalige premie aan de verzekeraar die de pensioenverplichtingen overneemt en de uitkering van pensioenrechten aan niet-actieve deelnemers met opgebouwde rechten en actieve deelnemers die per 1 december 2020 59,5 jaar of ouder zijn. In 2021 werden 70% van de pensioenverplichtingen van de gepensioneerden van het ‘Agfa UK pensi- on plan’ ondergebracht in een verzekeringspolis die aan de werkgever de uitbetaling van de voordelen waar de gepensioneerden recht op hebben, garandeert (‘buy-in’-contract). De belangrijkste toegezegdpensioenregelingen van de Groep gelden meestal voor alle werknemers en zijn gebaseerd op het salaris van de werknemer en het aantal jaren dienst. De karakteristieken en de risico’s van de pensioenregelingen worden hierna in detail besproken.
165 AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
België
In België hebben de verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding voornamelijk betrekking op het basisplan, genaamd ‘Fabriekspensioenplan’. Dit plan is gefinancierd via bijdragen betaald aan een afzonderlijk pensioenfonds opgericht onder de rechtsvorm OFP (Organisme voor de Financiering van Pensioenen). Dit fonds heeft als taak om de pensioenrechten die de werkgevers, die participeren in het fonds, toezeggen aan de begunstigden van het plan, uit te keren. De werkgevers die deelnemen aan het fonds zijn Agfa-Gevaert NV, Agfa NV en Agfa Offset BV. Vanaf 1 januari 2019 is het ‘Fabriekspensioenplan’ tevens gesloten voor nieuwe managers van de Groep. De deelnemers van het ‘Fabriekspensioenplan’ bouwen rechten op gebaseerd op een formule op basis van een laatste jaarlijks inkomen. Daar dit gefinancierd plan nog steeds nieuwe deelnemers toelaat en werknemers nog nieuwe pensioenrechten opbouwen met uitzondering van nieuwe managers, stelt het plan de Onderneming bloot aan het risico op salarisverhoging naast andere risico’s zoals het interestrisico, het beleggingsrisico en het ‘longevity’-risico. Meer dan 95% van de deelnemers kiest voor een eenmalige uitkering bij pensionering, echter het plan is ontworpen als een renteplan. Het wettelijke en regulerend kader voor het ‘Fabriekspensioenplan’ is gebaseerd op de toepasbare Belgische wet, zijnde de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoor- ziening en de Wet op de Aanvullende Pensioenen, kort WAP genoemd, van toepassing vanaf 1 januari 2004. Op basis van deze wetgeving wordt jaarlijks in het kader van de financiering een waardering gemaakt. De waarde- ringsmethode gebruikt om de bijdragen aan het Belgische OFP te bepalen is de ‘geaggregeerde kostmethode’. De bijdrage, bepaald conform de berekeningsmethode zoals vastgelegd in het financieringsplan, wordt uitgedrukt als een jaarlijks vast percentage van de loonlijst gerelateerde uitgaven ten einde de aan alle dienstjaren verbonden rechten te kunnen financieren. Volgens het laatste actuariële verslag over de Belgische OFP, gedateerd januari 2021, bedraagt het LTV-financieringspercentage 116,86% (2020: 108,55%). De Raad van Bestuur van het ‘Pensioenfonds Agfa-Gevaert OFP’ draagt de ultieme verantwoordelijkheid voor het beheer van de fondsbeleggingen en de verplichtingen van het ‘Fabriekspensioenplan’.# Ze hebben het toezicht over de fondsbeleggingen gedelegeerd aan het ‘Local Investment Committee’ dat opereert binnen het kader vastgelegd door het ‘Group Pension Committee’. De ‘Statement of Investment Principles (SIP)’ dat het ‘Local Investment Committee’ heeft gemaakt in overeenstemming met de ‘Group Investment’-richtlijnen, werd officieel goedgekeurd tijdens de Buitengewone Algemene Vergadering van het ‘Pensioenfonds Agfa-Gevaert OFP’ op 31 januari 2020. Het ‘Local Investment Committee’ dient te verzekeren dat de activa van het fonds goed en voorzichtig worden belegd, conform toepasbare wetten en in het belang van de deelnemers en begunstigden van het plan.
In Duitsland zijn er geen wettelijke of gereglementeerde minimale financieringseisen en bijgevolg zijn alle Duitse toegezegdpensioenregelingen binnen de Groep ongefinancierd. De pensioenplannen in Duitsland omvatten een basisplan dat verbonden is met het pensioengerechtigd salaris geplafonneerd tot het maximum in aanmerking te nemen salaris voor sociale zekerheid en een aanvullend plan dat de vergoedingen dekt verbonden aan het pensioengerechtigd salaris dat dit plafond overtreft. Bijkomend is Agfa gehouden tot het verstrekken van een pensioenplan conform de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomsten in de chemische sector.
In Duitsland hebben we twee belangrijke pensioenplannen, het ‘oude pensioenplan,’ zijnde het plan dat vanaf 2005 gesloten is voor nieuwe deelnemers en het ‘nieuwe pensioenplan’ dat van toepassing is voor nieuwe deelnemers vanaf 2005. Met ingang van 1 januari 2010 konden er geen pensioenrechten meer worden opgebouwd onder het ‘oude pensioenplan’. De vroegere deelnemers van dit ‘oude pensioenplan’ bouwden vanaf deze datum 166 pensioenrechten op in het ‘nieuwe pensioenplan’ maar kregen bijkomende vergoedingen toegezegd. Beide plannen omvatten een basispensioenplan en een aanvullend plan.
Onder het ‘oude pensioenplan’ wordt het basisplan via de ‘Bayer Pensionskasse (Penka)’ beheerd. De ‘Bayer Pensionskasse’ is een collectieve regeling van meerdere werkgevers die boekhoudkundig wordt verwerkt alsof het een toegezegdebijdrageregeling betreft (IAS 19.34 a). Het plan is een toegezegdpensioenregeling welke valt onder het beheer van de vroegere moederonderneming van Bayer AG. Het is boekhoudkundig verwerkt alsof het een toegezegdebijdrageregeling betreft daar we niet over de nodige informatie kunnen beschikken om het als een toegezegdpensioenregeling te verwerken. In geval van een tekort zou dit plan de Groep kunnen blootstellen aan een beleggings- en actuarieel risico. Echter de Groep is van oordeel dat deze risico’s onbeduidend zijn.
Vanaf 2004 heeft Agfa de verantwoordelijkheid om de rente-uitkeringen aan te passen conform Sec. 16, 1 en 2 van de ‘German Pension Act (BetrAVG – Betriebsrentengesetz). Het basispensioen – in de vorm van rente – evenals de vereiste aanpassing van de pensioenrente tot en met 2003 wordt, conform voornoemde wettelijke bepalingen, rechtstreeks door de Penka uitgekeerd. Bijgevolg neemt Agfa, wat het basisplan betreft, uitsluitend haar verplichting tot aanpassing van de pensioenrente-uitkeringen na 2003 op in haar financiële staten.
De rechten opgebouwd onder het aanvullend plan, dat boekhoudkundig als een toegezegdpensioenregeling wordt verwerkt, zijn gebaseerd op ‘bijdragen’ (1) berekend als een vast percentage van het aandeel van het pensioengerechtigd salaris boven het geplafonneerd maximum in aanmerking te nemen salaris voor sociale zekerheid. Vervolgens wordt voor de omrekening van deze ‘bijdragen’ (1) naar individuele pensioenrechten gebruik gemaakt van een factor ona_ankelijk van de leeftijd van deelnemers aan het plan.
Het ‘nieuwe pensioenplan’ omvat een basispensioenplan, zijnde een plan dat verbonden is met het pensioengerechtigd salaris geplafonneerd tot het maximum in aanmerking te nemen salaris voor sociale zekerheid, en een aanvullend plan waarbij rechten worden opgebouwd op het pensioengerechtigd salaris dat dit plafond overtreft. Het basisplan wordt gefinancierd via bijdragen betaald aan de Rheinische Pensionskasse. Werknemers dragen bij aan de Rheinische Pensionskasse via uitgestelde compensatie. Eenmaal de bijdrage wordt betaald aan de Rheinische Pensionskasse, hebben de ondernemingen van de Groep in principe geen verdere verplichtingen meer. Bijgevolg wordt dit plan boekhoudkundig verwerkt als een toegezegdebijdrageregeling.
Het nieuwe aanvullend plan, dat in de balans wordt opgenomen als een directe verplichting vanwege de werkgever, heeft in tegenstelling tot het vroegere plan, geen plafond voor het pensioengerechtigd salaris. De rechten opgebouwd onder het aanvullend plan zijn gebaseerd op ‘bijdragen’ (1) berekend als een vast percentage van het aandeel van het pensioengerechtigd salaris boven het geplafonneerd maximum in aanmerking te nemen salaris voor sociale zekerheid. In tegenstelling tot het oude plan worden vervolgens de ‘bijdragen’ (1) voor het aanvullend plan omgerekend naar individuele pensioenrechten gebruik makend van leeftijdsgebonden factoren en rekening houdend met vooraf bepaalde vaste toenamen van deze rechten. Vanaf 2012 voorziet het plan in een optie tot uitkering van een vaste som in plaats van maandelijkse rente-uitkeringen.
Werknemers die participeerden in het ‘oude pensioenplan’ op het ogenblik dat het vanaf 31 december 2009 werd gesloten voor verdere opbouw van pensioenrechten, krijgen bijkomende rechten toegekend door het bedrag van de werkgeversbijdrage te koppelen aan de omvang van de werknemersbijdrage. De werkgever draagt dus evenveel als de werknemer bij. De structuur zelf is gelijkaardig aan het nieuwe aanvullend plan zoals hierboven beschreven.
Het pensioenplan conform de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst in de chemische sector is gebaseerd op ‘bijdragen’ (1) die aan de hand van leeftijdsgebonden factoren worden omgezet naar individuele pensioenrechten. De werknemers dragen bij in dit plan via uitgestelde compensatie. In Duitsland heeft Agfa ook een aantal kleinere plannen die het gevolg zijn van vroegere acquisities. In deze plannen worden er geen rechten meer opgebouwd.
(1) Bijdragen in deze context betekent een berekeningsbasis voor de bepaling van de pensioenrechten.
De verplichting in Duitsland wegens toegezegdpensioenregelingen omvat tevens pensioenplannen die volledig zijn gebaseerd op uitgestelde compensatiemodellen. De rechten, opgebouwd onder deze plannen, worden berekend op het bedrag per begunstigde dat jaarlijks wordt uitgesteld, vertaald naar pensioenrechten waarbij in sommige situaties rekening wordt gehouden met vooraf bepaalde jaarlijkse toenamen van deze rechten.
Voor het personeel van ‘HealthCare IT’ zijn er pensioenplannen die door verschillende externe fondsen (Pensionskassen) worden beheerd. Deze plannen worden vooral gefinancierd via uitgestelde compensatie-modellen die boekhoudkundig als toegezegdebijdrageregelingen worden verwerkt. Bijkomend wordt aan de managers van HealthCare IT in Duitsland een plan gebaseerd op het pensioengerechtigd salaris verstrekt. Het betreft een congruent gefinancierd collectieve pensioenregeling (kongruent rückgedeckte Unterstützungskasse).
De verschillende plannen stellen de Onderneming bloot aan actuariële risico’s zoals het interestrisico, het risico op indexatie van pensioenuitkeringen en het ‘longevity’-risico. De kosten voor de Duitse toegezegdebijdrageregelingen zijn begrepen in het bedrag zoals weergegeven onder toelichting 13.1 voor de ‘materiële landen’.
Vanaf 2010 kunnen er geen rechten meer worden opgebouwd onder het ‘Agfa UK pension plan’. Dit plan wordt gefinancierd via bijdragen betaald door de deelnemende werkgevers. Per jaareinde 2020 en 2021 zijn dit Agfa-Gevaert NV, Agfa HealthCare UK Ltd. en Agfa Graphics Ltd. De leden van het plan komen in aanmerking voor een vergoeding, bepaald via een formule op basis van een gemiddeld eindsalaris. Vanaf de leeftijd van 55 jaar kunnen rechten, opgebouwd in dit plan, gedeeltelijk via een vast bedrag worden uitbetaald waarbij het restant wordt betaald via maandelijkse uitkeringen. Wanneer de personeelsbeloning voor de normale pensioenleeftijd van 65 jaar wordt opgenomen is er een actuariële aanpassing van de waarde van de personeelsbeloning. Leden die uitgestelde rechten hebben opgebouwd, maken aanspraak op een verhoging van hun rechten tot op het ogenblik van pensionering ten belope van de inflatie, berekend op basis van de CPI (index van consumptieprijzen). Pensioenuitkeringen nemen toe in lijn met de RPI (index van de kleinhandelsprijzen) met een minimum toename van 3% en een maximum toename van 5%.
Naast een inflatierisico is de Onderneming onderhevig aan actuariële risico’s zoals het beleggingsrisico, het interestrisico en het ‘longevity’-risico. De toegezegdpensioenregeling wordt beheerd via een trust waarbij de beslissingsbevoegdheid genomen wordt door de Raad van Bestuur van de trust. Zij hebben de plicht om uitsluitend te handelen in de beste belangen van de begunstigden conform de regels van de trust en de wetgeving in het Verenigd Koninkrijk. De financieringsvereisten worden bepaald op basis van een actuariële waardering die elke drie jaar wordt uitgevoerd conform de wettelijke bepalingen en veronderstellingen die in dit verband worden voorgeschreven. Bovendien wordt over de veronderstellingen een akkoord gesloten tussen de Onderneming en de trustees. Om het huidige tekort te financieren heeft Agfa conform de laatste waardering die in 2019 in het kader van de financieringsvereisten heeft plaats gevonden met de trustees in juli 2020 een overeenkomst bereikt om éénmalig 60 miljoen pond sterling te storten en vervolgens vaste kwartaalbijdragen voor de volgende vijf jaar.# In 2021 werden 70% van de pensioenverplichtingen van de gepensioneerden van het ‘Agfa UK pension plan’ ondergebracht in een verzekeringspolis die aan de werkgever de uitbetaling van de voordelen waar de gepensioneerden recht op hebben, garandeert (‘buy-in’-contract). In het kader van deze risicobeperkende verrichting heeft de Groep in 2021 90 miljoen pond sterling (105 miljoen euro) in het Agfa UK plan gestort. De bijdragen zoals vastgelegd in de overeenkomst met de trustees zijn bijgevolg effectief vervroegd waardoor er geen verdere bijdragen meer worden verwacht in 2022.
Vanaf 2009 kunnen er geen rechten meer worden opgebouwd onder het ‘Agfa Corporation Pension Plan.’ Agfa Corporation, Agfa HealthCare Corporation, Agfa Materials Corporation, Agfa Finance Corporation en Agfa US Corporation zijn deelnemende werkgevers in voornoemd plan. De begunstigden van het plan maken aanspraak op een vergoeding bepaald via een formule op basis van een gemiddeld eindsalaris. Deze gesloten toegezegdpensioenregeling stelt de Onderneming bloot aan actuariële risico’s zoals het beleggingsrisico, het interestrisico en het ‘longevity’-risico. De activa van de toegezegdpensioenregeling worden beheerd via een trust. De Raad van Bestuur van Agfa Corporation, de entiteit die verantwoordelijk is voor het betalen van de bijdragen voor het plan, delegeert beleggingsbeslissingen evenals het toezicht op de beleggingen aan een lokaal beleggingscomité, het ‘Benefits Plan Investment Committee (BPIC)’. De leden van het BPIC zijn ertoe gehouden uitsluitend in de beste belangen van de begunstigden te handelen, in overeenstemming met de trustovereenkomst en de wetgeving in de Verenigde Staten van Amerika. Het wettelijke en regulerend kader voor de plannen is gebaseerd op de toepasbare wetgeving in de Verenigde Staten van Amerika, zijnde de ‘US legislation Employee Retirement Income Security Act (ERISA)’. Op basis van deze wetgeving wordt, in het kader van de financieringsvereisten, jaarlijks een waardering opgemaakt. De verantwoordelijke werkgever van het plan en de deelnemende werkgevers betalen bijdragen voor het plan in de mate dat dit noodzakelijk is – conform actuariële berekeningen – om de vergoedingen te kunnen uitkeren aan de leden van het plan. Minimale bijdragen zijn gebaseerd op de vereisten zoals bepaald door de ‘Employee Retirement Income Security Act’ (ERISA) van 1974 en de ‘Pension Protection Act (PPA)’ van 2006. Volgens de PPA zijn de actuarissen ertoe gehouden om elk jaar het financieringspercentage van het plan te certificeren. Door de pandemie moest Agfa het financieringspercentage voor 2020 niet certificeren in juli 2020. De Amerikaanse regering liet de sponsors van het plan toe om het financieringspercentage van 2019 voor het planjaar 2020 te gebruiken. Agfa heeft het 2020 financieringspercentage van 113,34% gecertificeerd in december 2020. Dit financieringspercentage hield geen rekening met de impact van de transacties die in 2020 hebben plaatsgevonden ter vermindering van de pensioenrisico’s. Het financieringspercentage voor 2021 bedraagt 102,91% en werd vastgesteld in september 2021. In de loop van 2020 werd door de betaling van een éénmalige premie de toekomstige uitkeringen aan de begunstigden van het ‘Agfa Corporation Plan’ overdragen aan de verzekeraar. Verder werd er overgegaan tot éénmalige uitkering van pensioenrechten aan niet-actieve deelnemers met opgebouwde rechten en actieve deelnemers die per 1 december 2020 59,5 jaar of ouder zijn. De begunstigden van deze laatste twee verrichtingen konden alsnog opteren voor een periodieke betaling in de plaats van een éénmalige uitkering: voor deze groep van mensen werd dan een bijkomende overdracht aan de verzekeraar geregeld. Voor deze drie verrichtingen samen bedroeg de uitkering uit de fondsbeleggingen 211 miljoen euro en het verlies uit beëindiging van de regelingen 1,9 miljoen euro.
Onderstaande drie tabellen geven de aansluiting van de openingswaarden naar de slotwaarden van zowel de nettoverplichting als haar componenten weer.
Evolutie gedurende 2020 en 2021 van de nettoverplichtingen
| MILJOEN EURO | Pensioen regelingen (exclusief Belgische DC plannen) | Belgische DC plannen met gewaarborgd rendement | TOTAAL | Pensioen regelingen (exclusief Belgische DC plannen) | Belgische DC plannen met gewaarborgd rendement | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Nettoverplichting op 1 januari 2020 | 8.144 | 137 | 8.281 | 8.067 | 129 | 8.196 |
| Pensioenkosten weergegeven in de winst en verliesrekening | 195 | 25 | 220 | 211 | 24 | 235 |
| Totaal herwaarderingen opgenomen in ‘Niet gerealiseerde resultaten’ | (179) | (96) | (275) | (145) | (119) | (264) |
| Netto transferten in/(uit) inclusief de impact van overnames en afstotingen | (3) | - | (3) | (1) | - | (1) |
| Kasstroomoverzicht | ||||||
| Werkgeversbijdragen | (174) | (14) | (188) | (275) | (14) | (289) |
| Uitkeringen rechtstreeks betaald door de Onderneming | (36) | - | (36) | (33) | - | (33) |
| Valutakoersverschillen | (3) | - | (3) | 2 | - | 2 |
| Nettoverplichting op 31 december 2020 | 7.754 | 27 | 7.781 | 7.757 | 0 | 7.757 |
De bijdragen voor 2020 en 2021 zijn beïnvloed door éénmalige bijdragen in de VS (114 miljoen euro in 2020), in het Verenigd Koninkrijk (67 miljoen euro in 2020 en 105 miljoen euro in 2021) en in België (37 miljoen euro in 2020 en 9 miljoen euro in 2021).
Totale pensioenkost van de periode 2020 en 2021
| MILJOEN EURO | Pensioen regelingen (exclusief Belgische DC plannen) | Belgische DC plannen met gewaarborgd rendement | TOTAAL | Pensioen regelingen (exclusief Belgische DC plannen) | Belgische DC plannen met gewaarborgd rendement | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aan de diensttijd toewijsbare pensioenkost | ||||||
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, exclusief werknemersbijdragen | 20 | 25 | 45 | 20 | 24 | 44 |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | (1) | - | (1) | (1) | - | (1) |
| (Winsten)/verliezen uit belangrijke inperking/beëindiging van de regelingen | 1 | - | 1 | - | - | - |
| Totaal aan de diensttijd toewijsbare pensioenkost | 20 | 25 | 45 | 19 | 24 | 43 |
| Nettofinancieringskost | ||||||
| Interestkosten | 174 | 1 | 175 | 174 | 1 | 175 |
| Interestinkomen op fondsbeleggingen | (128) | (1) | (129) | (124) | (1) | (125) |
| Totale nettofinancieringskost | 46 | 0 | 46 | 50 | 0 | 50 |
| Administratieve kosten en belastingen | 1 | - | 1 | 1 | - | 1 |
| PENSIOENKOSTEN WEERGEGEVEN IN DE WINST EN VERLIESREKENING | 67 | 25 | 92 | 70 | 24 | 94 |
| Actuariële verliezen (winsten) | ||||||
| Aanpassingen aan de verplichtingen van de regelingen – verliezen (winsten) – op grond van ervaring | (31) | (17) | (48) | (12) | (7) | (19) |
| Demografische veronderstellingen | 12 | 1 | 13 | (5) | - | (5) |
| Financiële veronderstellingen | 128 | 6 | 134 | (71) | (5) | (76) |
| Rendement op fondsbeleggingen excl. interestinkomen | 33 | (7) | 26 | 24 | (7) | 17 |
| Totaal herwaarderingen opgenomen in ‘Niet-gerealiseerde resultaten’ | 142 | (17) | 125 | (64) | (19) | (83) |
| TOTALE PENSIOENKOST VAN DE PERIODE | 209 | 8 | 217 | 6 | 5 | 11 |
De totale pensioenkost in 2021 van toegezegdpensioenregelingen voor de materiële landen van de Groep bedroeg een opbrengst van 53 miljoen euro (2020: een kost van 156 miljoen euro). Van dit bedrag wordt 41 miljoen euro kost opgenomen in de winst- en verliesrekening van de Groep over 2021 (2020: 55 miljoen euro kost). Het saldo, zijnde een niet gerealiseerde opbrengst van 94 miljoen euro voor 2021 (voor 2020 een kost van 101 miljoen euro) wordt opgenomen in de ‘Niet-gerealiseerde resultaten’ onder ‘Herwaardering van de nettoverplichting’. Deze herwaardering vloeit voort uit wijzigingen in demografische en financiële veronderstellingen en aanpassingen op grond van ervaring, welke hun oorsprong vinden in zowel de verplichtingen als de fondsbeleggingen van toegezegdpensioenregelingen.
Evolutie in 2020 en 2021 van de contante waarde van de brutoverplichtingen, de fondsbeleggingen en de financiering ervan
De contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen, de fondsbeleggingen en de financiering van de regelingen in de materiële landen worden hierna weergegeven.
| MILJOEN EURO | Pensioen regelingen (exclusief Belgische DC plannen) | Belgische DC plannen met gewaarborgd rendement | TOTAAL | Pensioen regelingen (exclusief Belgische DC plannen) | Belgische DC plannen met gewaarborgd rendement | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Wijziging in de contante waarde van de brutoverplichting | ||||||
| Contante waarde van de brutoverplichting op 1 januari 2020 | 18.917 | 297 | 19.214 | 18.732 | 275 | 19.007 |
| Aan de diensttijd toewijsbare pensioenkost | 20 | 25 | 45 | 20 | 24 | 44 |
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, exclusief werknemersbijdragen | 20 | 25 | 45 | 20 | 24 | 44 |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | (1) | - | (1) | (1) | - | (1) |
| Belangrijke inperking/beëindiging van de regelingen | 1 | - | 1 | - | - | - |
| Financieringskosten | 174 | 1 | 175 | 174 | 1 | 175 |
| Kasstroomoverzicht | ||||||
| Uitkeringen | (519) | (28) | (547) | (510) | (24) | (534) |
| Werknemersbijdragen | - | 1 | 1 | - | - | - |
| Betaalde premies | - | - | - | - | - | - |
| Verhoging (verlaging) ten gevolge van transferten, inclusief de impact van overnames en afstotingen | (13) | - | (13) | (17) | - | (17) |
| Herwaarderingen | ||||||
| Effect van demografische veronderstellingen | 12 | 1 | 13 | (5) | - | (5) |
| Effect van financiële veronderstellingen | 128 | 6 | 134 | (71) | (5) | (76) |
| Effecten op grond van ervaring | (20) | (17) | (37) | (12) | (7) | (19) |
| Valutakoersverschillen | (14) | - | (14) | 13 | - | 13 |
| Contante waarde van de bruto verplichting op 31 december 2020 | 18.455 | 282 | 18.737 | 18.318 | 264 | 18.582 |
| Wijziging in fondsbeleggingen | ||||||
| Reële waarde van fondsbeleggingen op 1 januari 2020 | 17.785 | 264 | 18.049 | 17.590 | 248 | 17.838 |
| Financieringsbaten | 30 | 1 | 31 | 27 | 1 | 28 |
| Werkgeversbijdragen | 164 | 13 | 177 | 264 | 13 | 277 |
| Werknemersbijdragen | - | 1 | 1 | - | - | - |
| Uitkeringen | (519) | (28) | (547) | (510) | (24) | (534) |
| Administratieve kosten en belastingen | (1) | - | (1) | (1) | - | (1) |
| Betaalde premies | - | - | - | - | - | - |
| Verhoging (verlaging) tengevolge van transferten, inclusief de impact van overnames en afstotingen | (1) | (6) | (7) | - | - | - |
| Rendement op fondsbeleggingen excl. interestinkomen | 33 | (7) | 26 | 24 | (7) | 17 |
| Valutakoersverschillen | (16) | - | (16) | 15 | - | 15 |
| Reële waarde van fondsbeleggingen op 31 december 2020 | 17.457 | 237 | 17.694 | 17.349 | 231 | 17.580 |
| Financieringspositie op 31 december 2020 | ||||||
| Financieringspositie | 928 | 45 | 973 | 519 | 33 | 552 |
| Effect van vermogensplafond | - | - | - | - | - | - |
| Nettoverplichting op 31 december | # december |
172
Op 31 december 2021 bedroeg de contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioen- regelingen – exclusief de toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement – voor de materiële landen van de Groep 1.767 miljoen euro (1.863 miljoen euro op 31 december 2020), waarvan 1.088 miljoen euro (1.126 miljoen euro op 31 december 2020) betrekking heeft op geheel of gedeeltelijk gefinancierde toegezegd- pensioenregelingen en de overige 679 miljoen euro (737 miljoen euro op 31 december 2020) betrekking heeft op ongefinancierde toegezegdpensioenregelingen. Het financieringstekort voor de Belgische toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement bedroeg op 31 december 2021 5 miljoen euro (9 miljoen euro op 31 december 2020). Het financieringstekort voor deze plannen is gelijk aan het verschil tussen de contante waarde van de brutoverplichtingen (DBO) ten bedrage van 191 miljoen euro (198 miljoen euro op 31 december 2020) en de fondsbeleggingen ten bedrage van 187 miljoen euro (189 miljoen euro op 31 december 2020). In 2020 bedroegen de uitkeringen voor de materiële landen van de Groep 321 miljoen euro en omvatten 211 miljoen euro uitkeringen voor belangrijke inperking en beëindiging van pensioenregelingen in de VS. Voor de materiële landen van de Groep hebben er in 2021 geen uitkeringen voor inperking of beëindiging van pensioen- regelingen plaats gevonden.
De verplichtingen en pensioenkost van de periode met betrekking tot toegezegdpensioenregelingen van de Groep worden bepaald door gebruik te maken van actuariële waarderingen die gebaseerd zijn op actuariële veronderstellingen. Op het einde van de boekjaren 2020 en 2021 werden volgende belangrijke actuariële veronderstellingen (gewogen gemiddelden) gebruikt.
| december | december | |
|---|---|---|
| Disconteringsvoet | % | % |
De hierboven weergegeven gemiddelde disconteringsvoeten en de stijging van de lonen/salarissen worden bepaald op basis van de actuariële veronderstellingen welke toegepast worden in de verschillende toegezegd- pensioenregelingen van de materiële landen van de Groep, gewogen op basis van de contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van betreffende toegezegdpensioenregelingen. De disconteringsvoeten worden bepaald op basis van het marktrendement op balansdatum van bedrijfsobligaties van hoge kredietwaardigheid, die een kredietrating van minstens AA van een belangrijk ratingagentschap toege- wezen krijgen, met een resterende looptijd die consistent is met de geschatte looptijd van de verplichtingen.
De Groep heeft de gewogen gemiddelde duratie bepaald door de gemiddelde duraties te nemen berekend via sensitiviteitsanalyse +25bps en -25bps op de disconteringsvoet voor de pensioenplannen van de materiële landen van de Groep. Op 31 december 2021 bedraagt de gewogen gemiddelde duratie 13,2 jaar (13,5 jaar op 31 december 2020).
173
AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021
TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Onderstaande tabel geeft de sensitiviteit weer van een verandering in bepaalde veronderstellingen op 31 december 2021 met betrekking tot de pensioenregelingen van de materiële landen van de Groep:
| MILJOEN EURO | Impact op de contante waarde van de verplichtingen op december |
|---|---|
| Daling in disconteringsvoet met basispunten | |
| Stijging in disconteringsvoet met basispunten | () |
| Verbetering in de sterftetafel waarbij wordt verondersteld dat werknemers één jaar langer leven | |
| Verslechtering in de sterftetafel waarbij wordt verondersteld dat werknemers één jaar minder leven | () |
De reële waarde van fondsbeleggingen onderverdeeld naar belangrijkste categorieën van de materiële landen van de Groep omvatten:
| MILJOEN EURO | december | december |
|---|---|---|
| Geldmiddelen kasequivalenten en overige | | |
| Aandelen | | |
| Rentedragende instrumenten | | |
| Investeringsfondsen | | |
| Fondsbeleggingen bij verzekeraars | () | |
| TOTAAL | | |
(1) Toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement en het verzekerings-(‘buy-in’)contract in het VK. De risicobeperkende acties uitgevoerd in 2021 in het VK omvatten het onderbrengen van 70% van de pensioen- verplichtingen van de gepensioneerden (239 miljoen euro op 31 december 2021) in een verzekeringspolis (‘buy-in’-contract) evenals een wijziging in de beleggingsstrategie door belegging in investeringsfondsen om zo beter aan te sluiten met de verplichtingen van het plan en tevens het interest- en inflatierisico te verminderen. De aandelen en rentedragende instrumenten werden belegd volgens de principes van passief beheer (‘index tracking’). De reële waarde van fondsbeleggingen omvat per jaareinde 2020 en 2021 geen aandelen of rentedragende instrumenten van de Onderneming of haar dochterondernemingen.
De Groep verwacht dat de pensioenkost op te nemen in de winst- en verliesrekening voor de materiële landen voor 2022 in totaal 42 miljoen euro zal bedragen. Dit bedrag omvat voor 32 miljoen euro aan het dienstjaar toe- gerekende pensioen (waarvan 14 miljoen euro betrekking heeft op Belgische toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement), 2 miljoen euro aan administratiekosten en belastingen en 8 miljoen euro interestkost op de nettoverplichting. Voor het boekjaar 2022 verwacht de Groep 14 miljoen euro bij te dragen voor haar materiële pensioenregelingen. Dit bedrag houdt geen rekening met 14 miljoen euro verwachte premiebetalingen voor de toegezegdebijdrage- regelingen in België. De verwachte kasuitgaven in 2022, exclusief de bijdragen voor de Belgische toegezegdebijdrageregelingen, bedragen 55 miljoen euro of in vergelijking met 2021 een daling met 123 miljoen euro. Over 2021 bedroegen de
174
kasuitgaven immers 178 miljoen euro en omvatten 138 miljoen euro werkgeversbijdragen aan de pensioenfondsen en de verzekeraars en 40 miljoen euro uitkeringen die rechtstreeks door de Onderneming aan de begunstigden werden betaald.
Langetermijnontslagvergoedingen zijn het gevolg van de verplichting van de Groep om hetzij de tewerkstelling voor de normale pensioenleeftijd te beëindigen, hetzij om een ontslagvergoeding te betalen als gevolg van een aanbod ter aanmoediging van vrijwillige pensionering. Op 31 december 2021 bedroeg de langetermijnontslag- vergoeding 8 miljoen euro (9 miljoen euro op 31 december 2020) en betrof hoofdzakelijk afvloeiingspremies afgesproken met werknemers in het kader van vervroegde pensionering. Deze regelingen betreffen werknemers van de Belgische ondernemingen van de Groep.
In de loop van 2020 heeft de Raad van Bestuur Mr. Pascal Juéry benoemd als CEO van de Agfa-Gevaert Groep en gedelegeerd bestuurder. Er werd een lange-termijn variabele vergoeding toegekend aan Mr. Juéry ingebed in een Stock Appreciation Rights Plan dat tot een bijkomende cash bonus kan leiden. De belangrijkste componenten van dit Stock Appreciation Rights Plan zijn de volgende:
De reële waarde van dit Stock Appreciation Rights Plan werd berekend aan de hand van een Black & Sholes model, met een verwachte levensduur van 10 jaar en verwachte volatiliteit van 38,27% voor de eerste tranche en een volatiliteit van 38,24% voor de tweede tranche. De reële waarde wordt getoond als een verplichting met reële-waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening (2021: 0,3 miljoen euro; 2020: 0,1 miljoen euro).
In de loop van 2021 werd er een langetermijnvergoeding toegekend aan een groep van sleutelpersoneelsleden van de Groep, ingebed in een Stock Appreciation Rights Plan dat tot een bijkomende cash bonus kan leiden. De belangrijkste componenten van dit Stock Appreciation Rights Plan zijn de volgende:
De reële waarde van dit Stock Appreciation Rights Plan werd berekend aan de hand van een Black & Sholes model, met een verwachte levensduur van vijf jaar en verwachte volatiliteit van 38,26%. De reële waarde wordt getoond als een verplichting met reële-waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening (2021: 0,3 miljoen euro).
175
AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021
TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
De opsplitsing tussen kortlopende en langlopende overige personeelsbeloningen is voorgesteld in de onderstaande tabel:
MILJOEN EURO 2021 2020
Langlopende personeelsbeloningen 11 13
Kortlopende personeelsbeloningen
Verplichtingen voor sociale bijdragen 7 10
Te betalen lonen 5 5
Overige kortlopende personeelsbeloningen 16 15
TOTAAL 39 43
Overige langetermijnpersoneelsbeloningen hebben betrekking op een plan inzake langdurige invaliditeit in de VS, de plannen ‘Jubilee’ en Pensionsurlaub’ in Duitsland en sommige andere vergoedingen wegens langediensttijd. Op 31 december 2021 bedroeg de totale verplichting uit overige langetermijnpersoneelsbeloningen 11 miljoen euro (13 miljoen euro op 31 december 2020). Dit bedrag bevat een bedrag van 2 miljoen euro met betrekking tot een ‘Jubilee’ plan in België dat voor de eerste keer gewaardeerd werd op 31 december 2021. De voordelen betreffen reischeques die uitgereikt worden naar aanleiding van 25, 35 of 40 bereikte dienstjaren.
Overige kortetermijnpersoneelsbeloningen omvatten verplichtingen met betrekking tot het personeelsbestand in ruime zin, zijnde verplichtingen voor vakantiegeld en flexi-tijdoverschot, verzekering van loon en salaris in geval van ziekte betaalbaar binnen de 12 maanden, kortetermijnvergoedingen voor arbeidsongeschiktheid, bonusvergoedingen en andere betalingen inzake overeenkomsten voor winstdeelname.
176 BELASTINGEN
De Groep is onderworpen aan winstbelastingen in een groot aantal rechtsgebieden. Er bestaan onzekerheden betreffende de interpretaties van complexe fiscale regelgevingen in de respectieve landen. De Groep erkent verplichtingen voor elementen die tijdens een belastingcontrole mogelijk op de voorgrond kunnen treden, gebaseerd op aanvaardbare schattingen betreffende het al dan niet verschuldigd zijn van bijkomende belastingen, waarbij diverse factoren in aanmerking worden genomen zoals ervaring met vorige belastingcontroles en afwijkende interpretaties tussen enerzijds de entiteit die wordt belast en de belastingautoriteit. Verschillen die ontstaan tussen reële resultaten en gemaakte assumpties of toekomstige veranderingen aan dergelijke assumpties kunnen aanpassingen aan de belastinglast van toekomstige periodes noodzakelijk maken.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de winstbelastingen volgens aard:
MILJOEN EURO 2021 2020
Betaalde of verschuldigde winstbelastingen 25 19
Met betrekking tot dit boekjaar 20 15
Met betrekking tot voorgaande boekjaren (1) 4
Uitgestelde winstbelastingen (5) (11)
Met betrekking tot tijdelijke verschillen (2) (1)
Met betrekking tot niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscale verrekenbare tegoeden (3) (10)
Winstbelastingen 20 8
uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 20 15
uit beëindigde bedrijfsactiviteiten (0) (7)
5 van de 19 miljoen euro over het boekjaar 2020 betaalde of verschuldigde winstbelastingen hadden betrekking op beëindigde bedrijfsactiviteiten. Bijgevolg zijn de betaalde of verschuldigde winstbelastingen uit voortgezette bedrijfsactiviteiten geëvolueerd van 15 miljoen euro in 2020 naar 20 miljoen euro in 2021. De toename met 5 miljoen euro is het gevolg van éénmalige kosten, 3 miljoen euro als gevolg van wijzigingen in de groepsstructuur en 1 miljoen euro impact door de gunstige afloop van een rechtszaak betreffende indirecte belastingen.
Uitgestelde winstbelastingen bedragen 5 miljoen euro (opbrengst), in vergelijking met een opbrengst van 11 miljoen euro voorgaand jaar of een kost van 1 miljoen euro indien we de uitgestelde winstbelastingen (opbrengst) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten ten bedrage van 12 miljoen euro buiten beschouwing laten. De toename van de opbrengsten uit uitgestelde winstbelastingen met 6 miljoen euro kan grotendeels verklaard worden door de erkenning in 2021 van fiscale verliezen uit het verleden. De belangrijkste componenten van de winstbelastingen worden afzonderlijk toegelicht in de tabel die de aansluiting weergeeft tussen het gemiddelde effectieve belastingtarief en het toepasselijke belastingtarief in toelichting 17.3.2.
Per 31 december 2021 bedragen actuele vorderingen uit winstbelastingen 63 miljoen euro (2020: 63 miljoen euro), waarvan 70% betrekking heeft op belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling. Dit bedrag omvat een onzekere belastingvordering van 1,6 miljoen euro, gerelateerd aan een lopende fiscale procedure.
Actuele verplichtingen uit winstbelastingen bedragen 28 miljoen euro (2020: 23 miljoen euro), waarvan 17 miljoen euro (2020: 17 miljoen euro) onzekere belastingschulden. Van deze onzekere belastingschulden is 9 miljoen euro (2020: 8 miljoen euro) gerelateerd aan lopende belastingaudits, procedures en geschillen in verschillende jurisdicties. De resterende 8,4 miljoen euro aan onzekere belastingschulden betreft mogelijke herzieningen van transferprijzen. Hoewel de Groep overtuigd is dat alle intragroep transacties marktconform en gedocumenteerd zijn verlopen, worden transferprijzen continu onderworpen aan nauwkeurig onderzoek door 177 AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING fiscale overheden wereldwijd. Sommige onderhandelingen met fiscale overheden kunnen leiden tot dubbele belasting, waarbij de uitkomst van procedures alsnog een negatieve impact kan hebben op de uiteindelijke belastingkost.
Actuele winstbelastingen voor de huidige en voorgaande periodes, in de mate dat ze nog niet betaald zijn, zijn erkend als een verplichting. Indien het bedrag, reeds betaald met betrekking tot de huidige en voorgaande periodes, groter is dan het bedrag verschuldigd voor die periodes, is het verschil erkend als een vordering. Actuele vorderingen uit winstbelastingen en actuele verplichtingen uit winstbelastingen worden gecompenseerd als ze betrekking hebben op winstbelastingen geheven door dezelfde belastingautoriteit en als ze bestemd zijn om te worden afgewikkeld op een netto basis. De Groep meent op grond van de beoordeling van talrijke factoren, zoals hierboven uitgelegd, dat de opgeno- men belastingverplichtingen toereikend zijn voor alle nog openstaande belastingjaren.
Uitgestelde belastingvorderingen zijn de bedragen van de winstbelastingen die terugvorderbaar zijn in toekomstige periodes met betrekking tot aftrekbare tijdelijke verschillen, niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden. Uitgestelde belastingvorderingen worden erkend wanneer er voldoende zekerheid is over de beschikbaarheid van toekomstige belastbare winsten om de tijdelijke verschillen, niet-gecompenseerde fiscale verliezen en onge- bruikte fiscaal verrekenbare tegoeden te kunnen gebruiken. De Groep beoordeelt op geregelde tijdstippen de realiseerbaarheid van haar uitgestelde belastingvorderingen, voornamelijk op basis van de langetermijnplanning voor de bedrijfssegmenten Offset Solutions, Digital Print & Chemicals, Radiology Solutions en HealthCare IT en rekening houdend met de winsten uit het verleden en geschatte toekomstige fiscale winsten van de betreffende geconsolideerde entiteiten. Andere parameters zoals het verwachte tijdstip van de afwikkeling van bestaande tijdelijke verschillen en strategieën betreffende plan- ning van de fiscale winst worden eveneens bij deze beoordeling in aanmerking genomen. Belangrijke wijzigingen aan bedrijfsplannen en/of goederen- en dienstenstromen die de fiscale winsten of verlie- zen van bepaalde entiteiten van de Groep beïnvloeden, kunnen een impact hebben op de realisatie van uitgestel- de belastingvorderingen. Verschillen die ontstaan tussen reële resultaten en gemaakte assumpties of toekom- stige veranderingen aan dergelijke assumpties, kunnen resulteren in het tegenboeken van bepaalde uitgestelde belastingvorderingen wat aanleiding geeft tot een verhoogd effectief belastingtarief voor de Groep.
Uitgestelde belastingverplichtingen zijn de bedragen van de winstbelastingen die verschuldigd zijn in toekomstige periodes met betrekking tot belastbare tijdelijke verschillen. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden gecompenseerd als ze betrekking hebben op winstbelastingen geheven door dezelfde belastingautoriteit.
178 De uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen kunnen als volgt worden toegewezen:
| MILJOEN EURO | 31 december 2021 | 31 december 2020 |
|---|---|---|
| Activa | ||
| Immateriële activa en goodwill | 15 | 1 |
| Materiële vaste activa | 10 | 3 |
| Recht-op-gebruik activa | 0 | (10) |
| Geassocieerde deelnemingen en financiële vaste activa | 0 | 7 |
| Voorraden | 10 | 0 |
| Handelsvorderingen | 1 | 1 |
| Voorzieningen en verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding | 27 | 1 |
| Verplichtingen uit leaseovereenkomsten | 10 | 0 |
| Andere vlottende activa & overige verplichtingen | 7 | (6) |
| Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen met betrekking tot tijdelijke verschillen | 80 | (2)** |
| Niet-gecompenseerde fiscale verliezen | 17 | 0 |
| Ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden | 1 | 0 |
| Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen voor saldering | 98 | (2) |
| Saldering | (17) | (17) |
| Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen | 81 | (19) |
De beweging in tijdelijke verschillen gedurende 2020-2021 wordt toegelicht in toelichting 17.4. Per 31 december 2021 bedragen de netto uitgestelde belastingvorderingen 118 miljoen euro (2020: 116 miljoen euro), voornamelijk met betrekking tot fiscaal aftrekbare tijdelijke verschillen over toegezegdpensioenregelingen in Duitsland, voornamelijk met betrekking tot actieve medewerkers. 95% van de fiscale verliezen zijn geconcentreerd in zeven entiteiten in België, de VS en Duitsland en slechts voor 8% van de totale som aan fiscale verliezen worden uitgestelde belanstingvorderingen opgenomen.## 17.3 Relatie tussen winstbelastingen en winst (verlies) voor belastingen
| MILJOEN EURO | 2020 | 2021 |
|---|---|---|
| Winst (verlies) voor belastingen | 15.20 | 3.9 |
| Winstbelastingen | 8 | 2.6 |
| Belastingtarief | 52.6% | 66.7% |
| MILJOEN EURO | 2020 | 2021 |
|---|---|---|
| Winst (verlies) voor belastingen | 15.20 | 3.9 |
| Het product van het resultaat voor belastingen en het toepasselijke belastingtarief | 3.79 | 2.6 |
| Toepasselijke belastingtarief (%) | 25.0% | 66.7% |
| Fiscaal niet aftrekbare lasten | 3.28 | (1.6) |
| Impact van fiscaal verrekenbare tegoeden en andere verminderingen van de belastbare basis | (0.16) | (0.05) |
| Fiscale verliezen van het huidige jaar waarvoor geen uitgestelde belastingvordering werd opgenomen | 0.17 | 0.09 |
| Impact gebruikte fiscale verliezen waarvoor in het verleden geen uitgestelde belastingvordering werd opgenomen | (0.01) | (0.01) |
| Uitgestelde belastingvorderingen erkend op verliezen van vorige jaren | (0.01) | (0.01) |
| Aanpassingen met betrekking tot vorig boekjaar | 0.01 | 0.01 |
| Tegenboeking van aftrekbare tijdelijke verschillen waarvoor geen uitgestelde belastingvordering werd erkend | (0.19) | (0.01) |
| Belastingskost/(opbrengst) ten gevolge van overige elementen in de belastbare winst (notionele interestaftrek, aftrek voor innovatie, overige, …) | (0.10) | 0.01 |
| Impact van overnames en afstotingen | (1.16) | 0.00 |
| Roerende voorheffing | 0.00 | 0.00 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op goodwill en overige activa waarvoor geen uitgestelde belastingvordering werd erkend | (0.02) | 0.00 |
| Impact van wijzigingen in belastingtarieven | 0.00 | 0.00 |
| Overige | 0.06 | (0.05) |
| Winstbelastingen | 7.98 | 2.63 |
| Gemiddelde effectieve belastingtarief | 52.5% | 67.4% |
(1) Het toepasselijke belastingtarief is het gewogen gemiddelde belastingtarief van de Onderneming en al haar geconsolideerde dochterondernemingen.
| MILJOEN EURO | 31 december 2020 | Verandering in waarderingsregels | Toewijzing van de 'excess' aankoopprijs aan de individuele aangekoste bestanddelen | Verandering van consolidatiekring | Opgenomen in de winst en verliesrekening | Opgenomen in de niet-gerealiseerde winsten | Valutakoersverschillen | 31 december 2021 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Immateriële activa en goodwill | 20 | 0 | 0 | 1 | 0 | (1) | 2 | 17 |
| Materiële vaste activa | 7 | 0 | 0 | (1) | 0 | 0 | (1) | 4 |
| Recht-op-gebruik activa | (26) | 0 | 0 | 17 | 1 | (1) | (11) | (9) |
| Geassocieerde deelnemingen en financiële vaste activa | (7) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | (7) | (7) |
| Voorraden | 10 | 0 | 0 | 0 | (3) | 0 | 21 | 28 |
| Handelsvorderingen* | (1) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | (1) | (1) |
| Voorzieningen en verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding | 25 | 0 | 0 | (5) | (15) | 7 | 4 | 16 |
| Verplichtingen uit leaseovereenkomsten | 24 | 0 | 0 | 17 | (1) | (3) | 0 | 37 |
| Andere vlottende activa en overige verplichtingen | (1) | 0 | 0 | 0 | (1) | 0 | 1 | (1) |
| Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen met betrekking tot tijdelijke verschillen | 40 | 0 | 0 | (17) | (1) | (5) | (9) | 9 |
| Niet-gecompenseerde fiscale verliezen | 17 | 0 | 0 | 0 | (1) | 0 | (1) | 15 |
| Ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden | 1 | 0 | 0 | 0 | (1) | 0 | 1 | 1 |
| Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen voor saldering | 170 | 0 | 0 | (0) | (19) | (4) | (1) | 147 |
De uitgestelde belastingvordering op de voorzieningen en verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding die opgenomen zijn in de niet-gerealiseerde resultaten hebben betrekking op de herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van de toegezegdpensioenregeling (IAS 19R).
Overige belastingvorderingen bedragen 19 miljoen euro (2020: 15 miljoen euro) en overige belastingverplichtingen bedragen 28 miljoen euro (2020: 24 miljoen euro). Overige belastingvorderingen en -verplichtingen hebben betrekking op overige belastingen, zoals BTW en andere indirecte belastingen. Overige belastingvorderingen en -verplichtingen worden gecompenseerd als ze betrekking hebben op belastingen geheven door dezelfde belastingautoriteit en er een wettelijk recht bestaat om te worden afgewikkeld op een nettobasis.
Gedurende 2021 heeft de Groep geen overnames gedaan.
In de loop van 2020 heeft de Groep geen overnames gedaan, enkel werd de eerder gedane overname van Ningbo Hongtai Medical Equipment Ltd., een toonaangevende distributeur van hardcopy-film in China, afgerond. De nog uitstaande uitgestelde overnameprijs van 1 miljoen euro voor de overname van Ningbo Hongtai Medical Equipment Ltd. werd betaald gedurende 2020. Deze betaalde prijs wordt getoond als kasstromen voor overnames in het geconsolideerd kasstroomoverzicht.
Gedurende 2021 zijn er geen afstotingen geweest.
Op 4 mei 2020, heeft de Groep met succes de verkoop van een stuk van haar IT-activiteiten afgerond aan de Dedalus Groep voor een ontvangen waarde van 949 miljoen euro. Het verkochte deel bestaat uit de activiteiten op het vlak van Healthcare Information Solutions (elektronisch gezondheidsrapport, het ORBIS-platform) en de activiteiten op het vlak van Integrated Care in Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Frankrijk en Brazilië, evenals de Imaging IT-activiteiten voor zover die in deze landen nauw geïntegreerd zijn in de Healthcare Information Solutions-activiteiten. In Noord-Amerika en alle andere internationale markten zet Agfa HealthCare zijn Imaging IT software business voort die geen deel uitmaakt van de verkoop. Op basis van het geavanceerde Enterprise Imaging-platform en de IMPAX-systemen zal Agfa HealthCare superieure kwaliteit aan zijn Imaging IT-klanten blijven bieden. De verkoop van deze activiteiten is een belangrijke stap in Agfa’s transformatieproces. Gezien de onzekerheid van de huidige economische context, heeft de Groep ervoor gekozen om het grootste deel van de opbrengst van de verkoop te gebruiken om de toekomst van ons bedrijf veilig te stellen, om de strategieën van onze divisies verder uit te voeren en om langetermijnverplichtingen aan te pakken. Een deel van de opbrengst van de verkoop werd gebruikt om de financieringspositie van de door de Vennootschap gefinancierde pensioenregelingen in België, het VK en de VS te verhogen. Dit zal de toekomstige pensioenbijdragen aanzienlijk doen verminderen. De geconsolideerde winst- en verliesrekening en de geconsolideerde staten van gerealiseerde en niet-gerealiseerde winsten en verliezen werden herwerkt teneinde de resultaten uit voortgezette activiteiten apart te tonen van de resultaten uit beëindigde activiteiten. Het resultaat uit beëindigde bedrijfsactiviteiten na winstbelasting is volledig toewijsbaar aan aandeelhouders van de Onderneming. In de loop van 2020 werd er tevens een dienstverleningsovereenkomst geactiveerd tussen de Agfa Groep en de Dedalus Groep waarbij ICS-diensten, financiële rapporteringsdiensten, HR-diensten en overige ondersteunende diensten verleend werden aan de Dedalus Groep. Voor deze dienstverlening heeft de Agfa Groep 6 miljoen euro gefactureerd in de loop van 2021 (2020: 5 miljoen euro). Sommige diensten lopen over verscheidene jaren.
| MILJOEN EURO | Vier maanden 2020 |
|---|---|
| Opbrengsten | 949 |
| Kostprijs van verkopen | (781) |
| Brutowinst | 168 |
| Verkoopkosten | (26) |
| Kosten van onderzoek en ontwikkeling | (11) |
| Algemene beheerskosten | (15) |
| Waardeverminderingsverliezen op handels- en andere vorderingen, inclusief contractuele activa verbonden aan contracten met klanten | 0 |
| Overige bedrijfskosten | 0 |
| Andere bedrijfsopbrengsten | 0 |
| Winst (verlies) uit bedrijfsactiviteiten | 116 |
| Financieringsbaten (kosten) netto | 0 |
| Overige financieringsbaten (kosten) netto | (0.1) |
| Winstbelastingen | (17) |
| Aandeel van de Groep in het nettoresultaat van geassocieerde deelnemingen na winstbelastingen | 0 |
| Winst (verlies) na winstbelastingen | 99 |
| Winst op de verkoop van beëindigde activiteiten | 210 |
| Winstbelastingen uit de verkoop van beëindigde bedrijfsactiviteiten | (31) |
| Winst (verlies) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten na winstbelasting | 278 |
| MILJOEN EURO | 31 december 2020 |
|---|---|
| Goodwill | (110) |
| Immateriële activa | (17) |
| Materiële vaste activa | (11) |
| Recht-op-gebruik activa | (11) |
| Investeringen in geassocieerde deelnemingen | (5) |
| Uitgestelde belastingvorderingen | (11) |
| Voorraden | (1) |
| Handelsvorderingen | (17) |
| Contractuele activa verbonden aan contracten met klanten | (11) |
| Actuele vorderingen uit winstbelastingen | (1) |
| Overige kortlopende activa | (1) |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | (5) |
| Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding | 17 |
| Langlopende leaseverplichtingen | 15 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 17 |
| Kortlopende leaseverplichtingen | 11 |
| Voorziening | 10 |
| Handelsschulden | 17 |
| Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten | 10 |
183 AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021
TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
BEHEER VAN FINANCIËLE RISICO’S EN FINANCIËLE INSTRUMENTEN
Bij de uitoefening van haar bedrijfsactiviteit wordt de Groep blootgesteld aan een aantal financiële risico’s – zoals het valutarisico, het renterisico, het risico verbonden aan de prijsschommelingen van de grondstoffen, het liquiditeitsrisico en het kredietrisico – die de financiële positie en het bedrijfsresultaat kunnen beïnvloeden. De doelstellingen, grondslagen en procedures van de Groep voor wat betreft het beheer van deze risico’s worden beschreven in deze toelichting. Voor het beheer van de financiële risico’s kan de Groep gebruik maken van afgeleide financiële instrumenten. Het gebruik van deze instrumenten is onderworpen aan interne controles en uniforme regelgeving opgesteld door het centraal ‘Treasury Committee’ van de Groep. Gebruikte derivaten zijn ‘over-the-counter’ financiële instrumenten, voornamelijk termijnwisselverrichtingen. De Groep heeft sinds een aantal jaren ‘metal swap’-overeenkomsten afgesloten.
Het valutarisico is het risico dat de reële waarde of toekomstige kasstromen van een financieel instrument zullen schommelen als gevolg van wisselkoersveranderingen. In het beheer van valutarisico’s wordt een onderscheid gemaakt tussen drie types van valutarisico’s: het valutatransactierisico, het valutatranslatierisico en het economische risico verbonden aan transacties in vreemde munten. De Groep is blootgesteld aan een valutatransactierisico op handelsvorderingen, handelsschulden en andere monetaire posten uitgedrukt in een andere munt dan de functionele munt van de Onderneming. Het valutatransactierisico ontstaat eveneens uit de variabiliteit van de kasstromen uit verwachte toekomstige transacties. De resultaten en financiële positie van groepsondernemingen die een functionele valuta hebben die verschillend is van de euro, zijn onderhevig aan een valutatranslatierisico. Het economische valutarisico is het risico dat de toekomstige kasstromen en resultaten van de buitenlandse activiteiten kunnen schommelen. Het economische valutarisico is in zeer hoge mate afhankelijk van andere factoren zoals de concurrentiepositie van de buitenlandse activiteit binnen een bedrijfstak, de relatie met klanten en leveranciers. In het beheer van de valutarisico’s richt het centrale thesauriedepartement zich voornamelijk op het valutatransactierisico en het valutatranslatierisico, daar waar het bedrijfsmanagement zich voornamelijk richt op het beheer van het economisch valutarisico door middel van natuurlijke dekkingen. Elk van hogervernoemde valutarisico’s beïnvloedt de jaarrekening op een verschillende manier. De volgende wisselkoersen werden toegepast:
| Gemiddelde koers 2020 | Gemiddelde koers 2021 | Slotkoers per einde boekjaar 2020 | Slotkoers per einde boekjaar 2021 | |
|---|---|---|---|---|
| EUR:USD | 1.1271 | 1.1925 | 1.1271 | 1.1354 |
| EUR:GBP | 0.8833 | 0.8722 | 0.8812 | 0.8701 |
| EUR:RMB | 7.5773 | 7.4568 | 7.5185 | 7.3970 |
| EUR:CAD | 1.4709 | 1.4987 | 1.4890 | 1.4915 |
| EUR:AUD | 1.5557 | 1.5864 | 1.5751 | 1.5623 |
| EUR:INR | 81.4897 | 82.6748 | 83.1029 | 81.6552 |
| EUR:HKD | 8.7867 | 7.8416 | 8.7888 | 8.7911 |
Het centrale thesauriedepartement controleert en beheert de valutarisico’s vanuit de impact die ze hebben op zowel de balans als de winst- en verliesrekening.
184
AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021
TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
De munten die aanleiding geven tot een valutatransactierisico zijn als volgt:
| MILJOEN VREEMDE MUNTEENHEID | Nettopositie van vorderingen en schulden | Indekkingsinstrumenten | Netto positie |
|---|---|---|---|
| 31 december 2020 | |||
| Geldmiddelen, kasequivalenten, leningen en deposito’s | Derivaten | ||
| US dollar | 73.106 (35.104) | (16.105) | 21.801 |
| Chinese renminbi | 115.721 (137.807) | - | (22.086) |
| Pond sterling | 15.280 (12.977) | 2.303 | (5.586) |
| Canadese dollar | 2.673 (5.131) | - | (2.458) |
| Australische dollar | 21.919 (5.279) | - | 16.640 |
| Indiase roepie | 118.971 - (17.424) | (11.493) | (117.188) |
| Hong Kong dollar | 17.218 (18.777) | - | (1.559) |
| 31 december 2021 | |||
| US dollar | 77.314 | 13.118 | (75.187) |
| Chinese renminbi | 209.284 (38.143) | - | 171.141 |
| Pond sterling | 17.683 (5.105) | - | 12.578 |
| Canadese dollar | (3.113) | 2.117 | (1.206) |
| Australische dollar | 15.183 (17.327) | - | -1.144 |
| Indiase roepie | 157.520 - (15.962) | (11.493) | (151.991) |
| Hong Kong dollar | 7.713 | (1.529) | - |
De Groep beschouwt geldmiddelen, kasequivalenten, deposito’s en leningen aangehouden in vreemde munteenheden als natuurlijke indekkingen van het vreemde valutarisico met betrekking tot de nettopositie van vorderingen en schulden in die desbetreffende munt. In het beheer van de impact van het valutatransactierisico op de balans, tracht de Groep om zowel de gerealiseerde als de niet-gerealiseerde wisselkoersresultaten die ontstaan uit de omrekening van balansposten, uitgedrukt in een munt verschillend van de functionele munt van de Onderneming, tot een minimum te herleiden. Om het uitstaande risico te beperken tot vooropgestelde aangepaste risicolimieten, gebruikt het centrale thesauriedepartement derivaten zoals termijnwisselverrichtingen, ter indekking van het wisselkoersrisico verbonden aan in de balans opgenomen monetaire activa en verplichtingen. De uitstaande derivaten op 31 december 2021 zijn termijnwisselverrichtingen met looptijden van over het algemeen minder dan één jaar. Wanneer derivaten gebruikt worden ter indekking van het wisselkoersrisico verbonden aan in de balans opgenomen monetaire activa en verplichtingen, wordt er geen ‘hedge accounting’ toegepast. Winsten of verliezen die voortvloeien uit de waardering van deze derivaten tegen reële waarde worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Valutakoersverschillen die voortvloeien uit de omrekening van de resultaten en financiële positie van groeps- ondernemingen die een functionele munt hebben die verschillend is van de presentatiemunt van de Groep, worden in de niet-gerealiseerde resultaten getoond onder valutakoersverschillen, tenzij er een afdekking- mechanisme bestaat. Alle groepsondernemingen en geassocieerde deelnemingen hebben als functionele munt de munt van het land waarin ze operationeel zijn. Munten die aanleiding geven tot het valutatranslatierisico op de balans betreffen voornamelijk de US dollar, de Chinese renminbi, de Braziliaanse real, de Mexicaanse peso, de Australische dollar en de Argentijnse peso.
185
AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021
TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
| MILJOEN VREEMDE MUNTEENHEID | Netto investering in een buitenlandse entiteit 31 december 2020 | Netto investering in een buitenlandse entiteit 31 december 2021 |
|---|---|---|
| US dollar | 102 | 151 |
| Chinese renminbi | 6925 | 6872 |
| Braziliaanse real | 315 | 107 |
| Australische dollar | 120 | 170 |
| Mexicaanse peso | 157 | 157 |
| Pond sterling | (21) | (17) |
| Argentijnse peso | 126 | 119 |
Het centrale thesauriedepartement volgt het translatierisico op kwartaalbasis op en stelt corrigerende acties voor aan het Executive Management indien nodig.
Het valutarisico dat de winst- en verliesrekening beïnvloedt, omvat het valutarisico dat ontstaat uit de variabiliteit van de kasstromen uit verwachte toekomstige transacties uitgedrukt in vreemde valuta alsook het risico verbonden aan schommelingen van de resultaten van de buitenlandse activiteiten bij de omrekening naar de presentatiemunt (euro). Het centrale thesauriedepartement beheert beide risico’s samen. De munten die het valutarisico op de winst- en verliesrekening beïnvloeden, betreffen voornamelijk de US dollar en munten die nauw verbonden zijn aan de US dollar (zijnde de Hong Kong dollar), de Chinese renminbi, de Canadese dollar, het pond sterling, de Australische dollar, de Koreaanse won, de Indiase roepie, de Japanse yen en de Zwitserse frank. Aan de hand van aanbevelingen van het centrale ‘Treasury Committee’ beslist het Executive Management over de te volgen indekkingspolitiek rekening houdend met de bestaande marktsituatie. De groepsobjectieven inzake beheer van de impact van het valutarisico op de winst- en verliesrekening dienen om de voorspelbaarheid van de financiële resultaten te verhogen en tevens de Groep toe te laten in te spelen op de snel veranderende economische omgeving. Dit gebeurt door middel van prijsaanpassingen en bijsturingen van de productie. De Groep gebruikt termijnwisselverrichtingen om het valutarisico met betrekking tot toekomstige transacties af te dekken. Deze termijnwisselverrichtingen worden aangeduid als kasstroomafdekkingen. De Groep duidt enkel de contante prijs van het termijncontract aan als afdekkingsinstrument van het valutarisico en past een afdekkingsratio van 1:1 toe. Het rentedeel van het termijncontract wordt uitgesloten in de afdekkingsrelatie en wordt apart geboekt in het financieel resultaat. Het is de strategie van de Groep om steeds de kritische voorwaarden van het afdekkingsinstrument af te stemmen met het afgedekte risico. Het bestaan van de economische relatie tussen het afdekkingsinstrument en het afgedekte risico wordt aangetoond aan de hand van de munteenheid, bedrag en timing van de respectieve kasstromen. De Groep beoordeelt steeds of het aangeduide afdekkingsinstrument verwacht wordt om effectief te zijn en inderdaad effectief geweest is om de veranderingen in kasstromen van afdekkingsinstrument en afgedekte risico te compenseren. Hiervoor wordt de ‘hypothetical derivative’-methode gebruikt. Er wordt zeer weinig ineffectiviteit verwacht uit de kasstroomafdekkingen.In deze relaties kan ineffectiviteit veroorzaakt worden door kredietwaardigheid van de tegenpartij en dat van de Groep, risico’s die niet vervat zitten in de reële waarde van de termijnwisselverrichtingen. Ineffectiviteit kan eveneens veroorzaakt worden door veranderingen in de timing van de afdekkingstransacties. In de loop van 2020 duidde de Groep termijnwisselcontracten aan als kasstroomafdekkingen van het vreemde-valutarisico in US dollar en Chinese renminbi waaraan de Groep is blootgesteld op haar zeer waarschijnlijke toekomstige verkopen over de volgende 15 maanden. Het effectieve deel van de winsten op de termijnwisselcontracten werd geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten (31 december 2021: -2 miljoen euro na winstbelastingen; 31 december 2020: 2 miljoen euro na winstbelastingen). In de loop van 2021 werden verliezen ten belope van 3 miljoen euro opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten. Winsten ten belope van 1 miljoen euro werden geherklasseerd vanuit de niet-gerealiseerde resultaten naar opbrengsten. Belastingen ten belope van 1 miljoen euro werden geboekt in mindering van de niet-gerealiseerde resultaten.
In de loop van 2020 werden winsten ten belope van 4 miljoen euro rechtstreeks opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten. Winsten ten belope van 1 miljoen euro werden geherklasseerd vanuit de niet-gerealiseerde resultaten naar opbrengsten. Belastingen ten belope van 1 miljoen euro werden geboekt in mindering van de niet-gerealiseerde resultaten. Een reconciliatie in tabelformaat van de evolutie van de afdekkingsreserve wordt toegevoegd in toelichting 21.4 ‘Samenvattende tabel van de afdekkingsreserve.’
In de volgende tabel worden de effecten weergegeven die de kasstroomafdekkingen ter indekking van het valutarisico gehad hebben op de financiële staten:
| MILJOEN EURO | 2021 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Gedurende de periode 2021 | ||||||||
| Nominaal bedrag | Boekwaarde | Activa | Passiva | Positie in de balans waar het afdekkingsinstrument geboekt is | Reële waardeveranderingen van afdekkingsinstrumenten erkend in de niet-gerealiseerde resultaten | Ineffectiviteit van de afdekkingsrelatie erkend in de winst- en verliesrekening | Positie in de winst- en verliesrekening waar de ineffectiviteit van de kasstroomafdekkingen gerapporteerd wordt | |
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen | 95 | (93) | - | - | Balans | - | - | Overige financieringskosten |
| Derivaten | - | - | - | - | Balans | - | - | Overige financieringskosten |
| Overige financieringskosten | - | - | - | - | Balans | - | - | Overige financieringskosten |
| Opbrengsten | - | - | - | - | Balans | - | - | Overige financieringskosten |
| MILJOEN EURO | 2020 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Gedurende de periode 2020 | ||||||||
| Nominaal bedrag | Boekwaarde | Activa | Passiva | Positie in de balans waar het afdekkingsinstrument geboekt is | Reële waardeveranderingen van afdekkingsinstrumenten erkend in de niet-gerealiseerde resultaten | Ineffectiviteit van de afdekkingsrelatie erkend in de winst- en verliesrekening | Positie in de winst- en verliesrekening waar de ineffectiviteit van de kasstroomafdekkingen gerapporteerd wordt | |
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen | 127 | (127) | - | - | Balans | - | - | Overige financieringskosten |
| Derivaten | - | - | - | - | Balans | - | - | Overige financieringskosten |
| Overige financieringskosten | - | - | - | - | Balans | - | - | Overige financieringskosten |
| Opbrengsten | - | - | - | - | Balans | - | - | Overige financieringskosten |
Kasstroomafdekkingen die het valutarisico indekken hebben de volgende looptijden:
| Looptijd | Tussen 1 en 24 maanden | Tussen 25 en 60 maanden | Meer dan 5 jaar | |
|---|---|---|---|---|
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen | Nominaal bedrag netto in miljoenen vreemde munteenheid | US dollar | 35 | - |
| Gemiddelde termijnkoers EUR:USD | 0,8757 | - | - |
| Looptijd | Tussen 1 en 18 maanden | Tussen 19 en 50 maanden | Meer dan 5 jaar | |
|---|---|---|---|---|
| Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen | Nominaal bedrag netto in miljoenen vreemde munteenheid | US dollar | 56 | 38 |
| CNY | 130 | - | - | |
| Gemiddelde termijnkoers EUR:USD | 0,8757 | 0,8500 | 0,8505 | |
| Gemiddelde termijnkoers EUR:CNY | 7,6524 | - | - |
Een versterking of verzwakking van de euro met 10% ten opzichte van de munten vermeld in onderstaande tabel zou onderstaand positief of negatief effect gehad hebben op de winst- en verliesrekening, gegeven dat alle andere risicovariabelen constant gehouden worden. De gevoeligheidsanalyse werd uitgevoerd op de gebudgetteerde nettorisicopositie ingeschat voor het jaar 2021, rekening gehouden met de impact van derivaten aangeduid als kasstroomafdekkingen.
| MILJOEN EURO | Winst- en verliesrekening 2020 | Winst- en verliesrekening 2021 |
|---|---|---|
| Versterking van de euro met 10% | Verzwakking van de euro met 10% | |
| US dollar en andere munten gecorreleerd aan de USD zijnde de HKD | (10) | 10 |
| Chinese renminbi | (8) | 8 |
| Canadese dollar | (2) | 2 |
| Pond sterling | (7) | 7 |
| Australische dollar | (1) | 1 |
| Indiase roepie | (5) | 5 |
| Koreaanse won | (1) | 1 |
| Zwitserse frank | (2) | 2 |
| Japanse yen | (5) | 5 |
Met betrekking tot kasstroomafdekkingen zou een versterking/verzwakking van 10% van de euro ten opzichte van de US dollar een impact hebben van + 1 miljoen/-1 miljoen euro in de niet-gerealiseerde resultaten. Deze analyse veronderstelt dat alle overige variabelen, meer bepaald de interestvoeten constant gehouden worden en houdt geen rekening met de impact van de toekomstige verkopen.
Het renterisico is het risico dat de reële waarde of toekomstige kasstromen van een financieel instrument zullen schommelen als gevolg van veranderingen in de marktrente. De Groep is blootgesteld aan het renterisico verbonden aan haar netto rentedragende schuldpositie inclusief valutaswaps en hun rentecomponent die leningen en deposito’s tussen ondernemingen van de Groep economisch afdekken. Voor de belangrijkste munten is het renteprofiel hiervan op de balansdatum als volgt:
| MILJOEN EURO | Winst- en verliesrekening 2020 | Winst- en verliesrekening 2021 |
|---|---|---|
| Uitstaand bedrag Aan vlottende interestvoet | Uitstaand bedrag Aan vaste interestvoet | |
| Euro | (771) | (162) |
| US dollar | (90) | (55) |
| Pond sterling | (15) | 1 |
| Chinese renminbi | (27) | (15) |
| Australische dollar | (15) | (15) |
| Japanse yen | 28 | 29 |
| Braziliaanse real | 1 | 16 |
| Canadese dollar | (8) | (17) |
| Hong Kong dollar | (10) | (7) |
| Poolse zloty | (7) | (6) |
| Koreaanse won | (6) | (7) |
| Zuid-Afrikaanse rand | (8) | (8) |
| Indiase roepie | (6) | (19) |
| Overige | (27) | 27 |
| TOTAAL | (911) | (166) |
| NETTO FINANCIËLE SCHULD | (911) | (166) |
Een verandering van 100 basispunten ten opzichte van de interestvoeten geldend op 31 december 2021 zou onderstaande stijging (of daling) teweeg hebben gebracht in de resultaten zoals opgenomen in de winst- en verliesrekening. In deze gevoeligheidsanalyse zijn alle andere risicovariabelen, zoals wisselkoersen, constant gehouden. De gevoeligheidsanalyse werd voor 2020 op dezelfde basis uitgevoerd.
| Winst- en verliesrekening | 31 december 2020 | 31 december 2021 |
|---|---|---|
| Stijging met 100 basispunten | Daling met 100 basispunten | |
| Netto-impact | 60 | (60) |
Het grondstoffenrisico voor de Groep is geconcentreerd rond de grondstoffen zilver en aluminium. Het grondstoffenrisico voor de Groep, zijnde het risico dat de toekomstige kasstromen en resultaten schommelen als gevolg van veranderende materiaalprijzen, hangt nauw samen met andere factoren zoals de concurrentiepositie van de Groep en relaties met klanten en leveranciers. Om het risico op mogelijke prijsstijgingen en prijsschommelingen van de grondstoffen te beperken, past de Groep een strategie toe waarbij de grondstof aluminium wordt aangekocht aan contantkoersen gecombineerd met een systeem van ‘Rolling layered forward buying.’ Het systeem van ‘Rolling layered forward buying’ werd voornamelijk opgezet om de fluctuaties van grondstofprijzen uit te vlakken. Volgens dit model koopt de Groep een vooraf bepaald percentage van het geplande jaarlijkse verbruik aan grondstoffen aan. Het ‘Commodities Steering’-Committee houdt toezicht op de aankoop- en indekkingsstrategie. Afwijkingen van het model zijn mogelijk, waarbij de Chief Executive Officer de uiteindelijke beslissing neemt.
Het systeem van ‘Rolling layered forward buying’ wordt bereikt door middel van ‘metal swap’-overeenkomsten. Deze ‘metal swap’-overeenkomsten worden afgesloten met banken en zijn aangeduid als kasstroomafdekkingen van de verwachte prijsschommelingen van aluminium dat zal aangekocht worden in de toekomst. De Groep duidt deze ‘metal swap’-overeenkomsten aan als afdekkingsinstrumenten van de veranderingen in de LME component van het afgedekte actief en past een afdekkingsratio toe van 1:1. Door enkel veranderingen in de LME component aan te duiden als afgedekt actief wordt er zeer weinig ineffectiviteit verwacht. Het bestaan van de economische relatie tussen het afdekkingsinstrument en het afgedekte risico wordt aangetoond aan de hand van de munteenheid, bedrag en timing van de respectieve kasstromen. De Groep beoordeelt steeds of het aangeduide afdekkingsinstrument verwacht wordt om effectief te zijn en inderdaad effectief geweest is om de veranderingen in kasstromen van afdekkingsinstrument en afgedekte risico te compenseren. Hiervoor wordt een regressie-analyse gebruikt. In deze relaties kan ineffectiviteit veroorzaakt worden door kredietwaardigheid van de tegenpartij en dat van de Groep, risico’s die niet vervat zitten in de reële waarde van de swap-contracten.Ineffectiviteit kan eveneens veroorzaakt worden door veranderingen in de timing van de afdekkingstransacties. Per 31 december 2021 zijn er geen openstaande ‘metal swap’-overeenkomsten. Het deel van de winst of verliezen op de swap-overeenkomsten dat effectief gebleken is, werd geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten (31 december 2021: 0 miljoen euro; 31 december 2020: 4 miljoen euro na winstbelastingen). In de loop van 2020 werden winsten ten belope van 2 miljoen euro rechtstreeks opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten. Een bedrag van 6 miljoen euro werd geherklasseerd uit de niet-gerealiseerde resultaten en gekapitaliseerd in de initiële boekwaarde van de voorraad. Winstbelastingen ten belope van 1 miljoen euro werden geboekt in mindering van de niet-gerealiseerde resultaten. In de loop van 2021 werden winsten ten belope van 7 miljoen euro rechtstreeks opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten. Een bedrag van 13 miljoen euro werd geherklasseerd uit de niet-gerealiseerde resultaten en geboekt in mindering van de initiële boekwaarde van de voorraad. Winstbelastingen ten belope van 1 miljoen euro werden geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten. Een reconciliatie in tabelformaat van de evolutie van de afdekkingsreserve wordt toegevoegd in toelichting 21.4 ‘Samenvattende tabel van de afdekkingsreserve’.
190
In de volgende tabel worden de effecten weergegeven die de kasstroomafdekkingen ter indekking van het risico verbonden aan grondstoffenprijsschommelingen gehad hebben op de financiële staten:
MILJOEN EURO
| Gedurende de periode 2021 | ||
|---|---|---|
| Boekwaarde | ||
| Positie in de balans waar het afdekkingsinstrument geboekt is | Activa | Passiva |
| Reële waardeveranderingen van afdekkingsinstrumenten erkend in de niet-gerealiseerde resultaten | Swap-overeenkomsten | Derivaten |
| Positie in de winst- en verliesrekening waar de ineffectiviteit van de kasstroomafdekkingen gerapporteerd wordt | - | - |
| Positie in de winst- en verliesrekening waar de ineffectiviteit van de kasstroomafdekkingen gerapporteerd wordt | - | - |
| Bedragen geherklasseerd vanuit de afdekkingsreserve naar de winst- en verliesrekening | (3) | - |
| Bedragen geherklasseerd vanuit de afdekkingsreserve naar de initiële kostprijs van voorraad | 7 | 13 |
| Positie in de winst- en verliesrekening die geaffecteerd is door de herklassering | - | - |
MILJOEN EURO
| Gedurende de periode 2020 | ||
|---|---|---|
| Boekwaarde | ||
| Positie in de balans waar het afdekkingsinstrument geboekt is | Activa | Passiva |
| Reële waardeveranderingen van afdekkingsinstrumenten erkend in de niet-gerealiseerde resultaten | Swap-overeenkomsten | Derivaten |
| Positie in de winst- en verliesrekening waar de ineffectiviteit van de kasstroomafdekkingen gerapporteerd wordt | - | - |
| Positie in de winst- en verliesrekening waar de ineffectiviteit van de kasstroomafdekkingen gerapporteerd wordt | - | - |
| Bedragen geherklasseerd vanuit de afdekkingsreserve naar de winst- en verliesrekening | (1) | - |
| Bedragen geherklasseerd vanuit de afdekkingsreserve naar de initiële kostprijs van voorraad | 6 | - |
| Positie in de winst- en verliesrekening die geaffecteerd is door de herklassering | - | - |
Verder tracht de Groep steeds het effect van gestegen grondstoffenprijzen op haar financiële positie te verlichten door verkoopprijsaanpassingen en door het nemen van kostenbesparingsmaatregelen, afhankelijk van de omvang van de grondstoffenprijsstijgingen, van de evolutie van de geldende muntkoersen en de algemene marktomstandigheden.
Kasstroomafdekkingen die het risico op prijsschommelingen in grondstoffen afdekken, hebben de volgende looptijden:
| Looptijd | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| <= 12 maanden | ||
| 12 - 24 maanden | ||
| Meer dan 2 jaar | ||
| Swap-overeenkomsten | ||
| Reële waarde (in miljoenen vreemde munteenheid) | ||
| US dollar | ||
| Gemiddelde LME termijnkoers USD/ton |
| Looptijd | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| <= 12 maanden | ||
| 12 - 24 maanden | ||
| Meer dan 2 jaar | ||
| Swap-overeenkomsten | ||
| Reële waarde (in miljoenen vreemde munteenheid) | ||
| US dollar | ||
| Gemiddelde LME termijnkoers USD/ton | 28.245 | 28.265 |
191
AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021
TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
21.3.1 Risico’s verbonden aan de schommelingen in de prijzen van de grondstoffen: gevoeligheidsanalyse
Voor 2021 is de Groep blootgesteld aan een prijsschommelingsrisico voor zilver voor een tonnage van om en bij de 89 ton (2020: 95 ton). Voor iedere verandering van de US dollar/Troy van de zilverprijs wordt de impact op de geconsolideerde winst- en verliesrekening van de Groep ingeschat op 2,8 miljoen US dollar (2020: 3 miljoen US dollar). Deze analyse werd uitgevoerd op het actuele volume waaraan de Groep is blootgesteld voor 2021. Voormelde blootstelling van de Groep houdt geen rekening met het feit of een deel van de schommelingen van de zilverprijs al dan niet gedeeltelijk zal kunnen doorgerekend worden aan de klanten met contracten zonder zilverclausules.
Voor 2021 is de Groep blootgesteld aan een prijsschommelingsrisico van aluminium voor een tonnage van om en bij de 72 kiloton (2020: 89 kiloton). Voor iedere verandering van de Europese aluminiumprijs (LME) met 100 USD/ton, wordt de impact op de uitgaven van de Groep ingeschat op 3 miljoen euro op jaarbasis (2020: 4,3 miljoen euro). Voor iedere verandering van de Chinese aluminiumprijs (SHME & CNAL) met 500 CNY/ton wordt de impact op de uitgaven van de Groep ingeschat op 1,8 miljoen euro op jaarbasis (2020: 2 miljoen euro). Beide analyses zijn uitgevoerd op het gebudgetteerde volume waaraan de Groep is blootgesteld voor het jaar 2021 omgerekend aan een gebudgetteerde wisselkoers van de USD en de CNY naar de euro. Voormelde blootstelling van de Groep houdt geen rekening met het feit of een deel van de schommelingen van de aluminiumprijs al dan niet zal kunnen doorgerekend worden aan de klant en houdt ook geen rekening met kasstroomafdekkingen die zijn afgesloten. Tegen jaareinde 2021 heeft het business segment Offset Solutions het merendeel van haar contracten voor drukplaten aangepast met clausules voor prijsaanpassingen op kwartaalbasis, zodat de blootstelling aan schommelingen van de prijs van aluminium drastisch verlaagd wordt.
21.4 Samenvattende tabel van de afdekkingsreserve
kasstroomafdekkingen ter indekking van het valutarisico en ter indekking van de schommelingen van de prijzen van grondstoffen
De volgende tabel geeft een samenvatting van het geboekte effect in de afdekkingsreserve per type van risico:
| TOTAAL | Valutarisico | Risico's verbonden aan schommelingen in de prijzen van grondstoffen | |
|---|---|---|---|
| Niet-gerealiseerde resultaten per 1 januari 2020 | (5) | (5) | (0) |
| Effectief deel van veranderingen in de reële waarde van kasstroomafdekkingen geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten | 7 | 1 | 6 |
| Netto verandering in de reële waarde van kasstroomafdekkingen die is overgeboekt naar opbrengsten | (2) | (1) | (1) |
| Verandering in de reële waarde die is overgeboekt naar de initiële boekwaarde van de voorraad | 6 | 0 | 6 |
| Winstbelastingen | (1) | (1) | (0) |
| Niet-gerealiseerde resultaten per 31 december 2020 | 5 | 4 | 1 |
| Niet-gerealiseerde resultaten per 1 januari 2021 | 5 | 4 | 1 |
| Effectief deel van veranderingen in de reële waarde van kasstroomafdekkingen geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten | (7) | (0) | (7) |
| Netto verandering in de reële waarde van kasstroomafdekkingen die is overgeboekt naar opbrengsten | (2) | (1) | (1) |
| Verandering in de reële waarde die is overgeboekt naar de initiële boekwaarde van de voorraad | 0 | (13) | (13) |
| Winstbelastingen | 2 | 1 | 1 |
| Niet-gerealiseerde resultaten per 31 december 2021 | (1) | 1 | (1) |
In de afdekkingsreserve zitten geen posities vervat met betrekking tot afdekkingsrelaties waarvoor kasstroomafdekkingen niet meer wordt toegepast.
192
Het kredietrisico is het risico dat de tegenpartij bij een financieel instrument haar verplichtingen niet kan nakomen waardoor de Groep een financieel verlies te verwerken krijgt. De Groep beheert haar kredietrisico enerzijds door het opleggen van vooraf afgesproken kredietlimieten per tegenpartij en anderzijds door middel van diversificatie in contracterende partijen. Het kredietrisico van de Groep komt voornamelijk voort uit handelsvorderingen, investeringen en termijnwisselverrichtingen. De blootstelling aan het kredietrisico uit handelsvorderingen wordt continu opgevolgd door het ‘Credit Committee’. Voor elke klant worden er, gebaseerd op zijn/haar kredietwaardigheid en specifieke karakteristieken, kredietlimieten bepaald die op periodieke basis herzien worden door het ‘Credit Committee’. Voor de opvolging van het kredietrisico worden klanten gegroepeerd in risicocategorieën, op basis van welbepaalde financiële karakteristieken. Het beleid van de Groep voor wat betreft het beheersen van het kredietrisico bepaalt tevens om een deel van de klantenportefeuille te verzekeren via kredietverzekering om het risico op wanbetaling te beperken. Goederen worden verkocht met behoud van eigendomstitel tot moment van betaling, zodat de Groep in geval van wanbetaling een rechtmatige eis kan stellen op de verkochte goederen. De Groep eist onder normale omstandigheden geen waarborgen met betrekking tot handels- en diverse vorderingen. Transacties voor het afsluiten van afgeleide financiële instrumenten en deposito’s met financiële instellingen dienen steeds binnen vooraf bepaalde limieten te blijven. Deze limieten worden bepaald per financiële instelling op basis van de Standard & Poor’s-rating van de financiële instelling. Om de concentratie van risico’s verbonden aan een tegenpartij te beperken, worden afgeleide financiële instrumenten afgesloten met diverse financiële instellingen. Investeringen zijn enkel toegelaten in activa die vrij verhandelbaar zijn.
22.1 Blootstelling aan kredietrisico
Aangezien de Groep over een brede klantenportefeuille beschikt, zijn er geen significante concentraties van kredietrisico op de balansdatum. Het maximale kredietrisico wordt gehouden binnen vooraf opgestelde grenzen. De respectieve boekwaarden van de financiële activa opgenomen in de balans geven het maximale kredietrisico weer waaraan de Groep is blootgesteld.# 22.2 Verwachte waardeverminderingsverliezen
Voor de beoordeling van waardeverminderingsverliezen op handelsvorderingen, leasevorderingen en contractuele activa verbonden aan contracten met klanten past de Groep de vereenvoudigde methode toe wat inhoudt dat verwachte verliezen voor deze categorieën van activa steeds berekend worden ten belope van de verwachte verliezen over de gehele looptijd van de activa. Waardeverminderingsverliezen worden berekend als de reële waarde van de kastekorten, zijnde het verschil tussen de verwachte kasstromen en de effectief ontvangen kasstromen. De gebruikte input en veronderstellingen in dit verwachte verliesmodel zijn de volgende: ernstige financiële moeilijkheden waarin een tegenpartij zich zou bevinden, achterstallen van meer dan 90 dagen na vervaldatum van de factuur, een mogelijks faillissement van de tegenpartij, … De evaluatie voor het boeken van een mogelijks bijzonder waardeverminderingsverlies houdt rekening met toe- komstgerichte elementen en wordt er niet gewacht totdat er zich een verliessituatie voordoet. Alle debiteuren worden gegroepeerd in risicocategorieën gebaseerd op kwantitatieve en kwalitatieve kenmerken. Deze indeling in risicocategorieën wordt ieder jaar beoordeeld, rekening houdend met relevante toekomstgerichte informatie zoals informatie van externe kredietbeoordelingsbureaus, ouderdomsanalyse van de business, landenrisico en de individuele beoordeling van de kredietmanager. De Groep tracht het kredietrisico te beperken door gebruik te maken van kredietverzekering en andere kredietverzachtende hulpmiddelen zoals wissels, bankgaranties, hypotheek.
De ouderdomsanalyse van handelsvorderingen en invorderbare minimale leasebetalingen op de rapporteringdatum is de volgende:
| MILJOEN EURO | | |
|---|---|---|
| Bruto waarde | Waarde verminderings verliezen | |
| Handelsvorderingen | ||
| Niet vervallen | () | |
| Tussen en dagen na vervaldatum | | |
| Tussen en dagen na vervaldatum | | |
| Tussen en dagen na vervaldatum | () | |
| Tussen en dagen na vervaldatum | () | |
| Meer dan dagen na vervaldatum | () | |
| TOTAAL HANDELSVORDERINGEN | | () |
| Vorderingen uit leaseovereenkomsten | ||
| Niet vervallen | | |
| Tussen en dagen na vervaldatum | | |
| Tussen en dagen na vervaldatum | | |
| Tussen en dagen na vervaldatum | | |
| Tussen en dagen na vervaldatum | | |
| Meer dan dagen na vervaldatum | () | |
| TOTAAL INVORDERBARE MINIMALE LEASEBETALINGEN | | () |
Vervallen bedragen meer dan 360 dagen na vervaldag hebben betrekking op België en vinden hun oorsprong in commerciële betwistingen. Vervallen bedragen zijn voor het overgrote deel afgeschreven. Achterstallen worden per regio van zeer nabij opgevolgd door de kredietcomités binnen de Groep.
De volgende tabel geeft informatie met betrekking tot het kredietrisico van handelsvorderingen op 31 december 2021:
| MILJOEN EURO | Gewogen gemiddeld af waarderingspercentage | Brutowaarde | Waardeverminderingsverlies |
|---|---|---|---|
| Niet vervallen | % | () | |
| Tussen en dagen na vervaldatum | % | | |
| Tussen en dagen na vervaldatum | % | | |
| Tussen en dagen na vervaldatum | % | | |
| Meer dan dagen na vervaldatum | % | | () |
De beweging in de waardeverminderingsverliezen met betrekking tot handelsvorderingen, vorderingen uit leaseovereenkomsten en contractuele activa verbonden aan contracten wordt getoond in de volgende tabel. Het bedrag van het waardeverminderingsverlies wordt steeds bepaald rekening houdend met verwachte verliezen over de gehele looptijd van de activa.
| MILJOEN EURO | | |
|---|---|---|
| Waardeverminde ringsverliezen op handelsvorderingen en vorderingen uit leaseovereenkom sten | Waardeverminde ringsverliezen op contractuele activa verbonden aan contracten met klanten | |
| Boekwaarde per januari | | |
| Toevoegingen/terugnemingen geboekt in de winst en verliesrekening | | |
| Aoeking van de voorziening voor waarde verminderingsverliezen | () | () |
| Afstotingen | () | () |
| Valutakoersverschillen | () | |
| Boekwaarde per december | | |
(1) Aoekingen waarvoor reeds een afwaardering was geboekt. De boekwaarde van een financieel actief wordt afgeboekt wanneer de Groep inschat dat op basis van redelijke verwachtingen het openstaand bedrag niet zal kunnen geïnd worden, in zijn geheel of een gedeelte ervan. De Groep maakt een individuele inschatting per type van financieel actief of er een redelijke kans is op inning van de vordering. Financiële activa die afgeboekt zijn, maken nog steeds deel uit van de acties die ondernomen worden ter inning van openstaande vorderingen. Geboekte waardeverminderingsverliezen hebben betrekking op verschillende klanten die aangegeven hebben hun openstaande rekeningen niet te kunnen betalen omwille van economische omstandigheden. De Groep heeft haar kasmiddelen gedeeltelijk geïnvesteerd in kortlopende beleggingsfondsen met een A-kredietwaardigheid (161 miljoen euro). In de loop van 2021 werd een bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt van 1 miljoen euro op deze kortlopende beleggingen ten gevolge van een negatieve interestvoet. De rest van de kasmiddelen van de Groep worden aangehouden bij banken met een A-kredietwaardigheid.
Het liquiditeitsrisico is het risico dat de Groep zijn verplichtingen in verband met financiële schulden op vervaldag niet kan nakomen. De Groep verzekert zich ervan over voldoende liquiditeiten te beschikken om zijn verplichtingen af te lossen. Het liquiditeitsrisico wordt beheerd door het handhaven van voldoende diversificatie in fondsen. De Groep heeft een beleid geïmplementeerd om concentraties van het liquiditeitsrisico te beperken. De totaliteit van de opgenomen en niet-opgenomen schuld onder gecommitteerde kredietfaciliteiten bij één bank of bankengroep mag vooraf bepaalde limieten niet overschrijden. Risicoconcentraties worden op regelmatige basis opgevolgd door het ‘Treasury Committee.’ In het beheer van het liquiditeitsrisico heeft de Groep een gecommitteerde kredietfaciliteit ter beschikking. Het nominaal bedrag van deze faciliteit bedraagt 230 miljoen euro met eindvervaldag in maart 2024, en is twee keer verlengbaar met telkens één jaar. Geldopnames onder deze kredietlijnen worden gedaan voor korte periodes maar de banken hebben zich onder de bestaande herfinancieringsovereenkomst geëngageerd om het nominaal bedrag van deze faciliteit beschikbaar te stellen tot eindvervaldag. In de analyse van contractuele kasstromen worden de terugbetalingen van opnames onder deze faciliteit geplaatst in de eerstvolgende tijdsband dat de entiteit kan gevraagd worden deze terug te betalen. Op 31 december 2021 zijn er geen opnames onder deze faciliteit (2020: 0 miljoen euro).
De contractuele looptijdanalyse voor financiële verplichtingen, inclusief aflossing van hoofdbedrag en rentebetalingen, wordt in de tabel hieronder weergegeven. De kasstromen over de contractuele resterende looptijden worden berekend op basis van de voorwaarden aangaande wisselkoersen en interestvoeten die bestonden op de rapporteringdatum. Wat betreft derivaten omvat de looptijdanalyse de kasstromen met betrekking tot verplichtingen uit derivaten en alle ingaande en uitgaande kasstromen uit alle termijnwisselverrichtingen die op een bruto manier afgerekend worden. De contractuele kasstromen van termijnwisselverrichtingen werden berekend op basis van termijnwisselkoersen.# 2021 MILJOEN EURO Boekwaarde Looptijden van contractuele kasstromen TOTAAL Minder dan maanden Tussen en maanden Tussen en jaar Meer dan jaar
Financiële schulden
Obligatielening
Revolvingkredietfaciliteit () ()
EIBlening
Andere rentedragende verplichtingen
Verplichtingen uit leaseovereenkomsten
Negatieve banksaldi
Handelsschulden
Overige te betalen posten
Verplichtingen uit afgeleide financiële instrumenten
Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen
Uitgaande kasstromen () () ()
Inkomende kasstromen
Overige termijnwisselverrichtingen
Uitgaande kasstromen () () () ()
Inkomende kasstromen
Swapcontracten aangeduid als kasstroomafdekkingen
Uitgaande kasstromen
Inkomende kasstromen
(1) Transactiekosten (1 miljoen euro) worden gepresenteerd in mindering van de boekwaarde van de financiële schuld.
Financiële schulden
Obligatielening
Revolvingkredietfaciliteit ()
EIBlening
Andere rentedragende verplichtingen
Verplichtingen uit leaseovereenkomsten
Negatieve banksaldi
Handelsschulden
Overige te betalen posten
Verplichtingen uit afgeleide financiële instrumenten
Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen
Uitgaande kasstromen () () () ()
Inkomende kasstromen
Overige termijnwisselverrichtingen
Uitgaande kasstromen () () ()
Inkomende kasstromen
(1) Transactiekosten (0.2 miljoen euro) worden gepresenteerd in mindering van de boekwaarde van de financiële schuld.
197 AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
De perioden waarin de kasstromen uit derivaten aangeduid als kasstroomafdekkingen naar verwachting zullen plaatsvinden en naar verwachting de winst- en verliesrekening zullen beïnvloeden, worden in de volgende tabel weergegeven, samen met de reële waarde van het afdekkingsinstrument.
Derivaten aangeduid als kasstroomafdekkingen
Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen
Uitgaande kasstromen () () () ()
Inkomende kasstromen
Swapcontracten aangeduid als kasstroomafdekkingen
Uitgaande kasstromen
Inkomende kasstromen
Derivaten aangeduid als kasstroomafdekkingen
Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen
Uitgaande kasstromen () () ()
Inkomende kasstromen
Swapcontracten aangeduid als kasstroomafdekkingen
Uitgaande kasstromen
Inkomende kasstromen
Het Executive Management houdt toezicht op de verhouding van de netto financiële schuld ten opzichte van het eigen vermogen. Het Executive Management tracht deze verhouding op een vooropgesteld niveau aan te houden. De netto financiële schuld is de som van kortlopende en langlopende rentedragende verplichtingen en leaseverplichtingen verminderd met de geldmiddelen en kasequivalenten. De aanpak van de Groep betreffende kapitaalbeheer is niet gewijzigd gedurende het jaar. De Groep is niet onderworpen aan wettelijk opgelegde kapitaalvereisten, met uitzondering van statutaire minimum-kapitaalvereisten van toepassing op groepsfilialen in de verschillende landen. In maart 2021 heeft de Groep een programma van terugkoop van aandelen aangekondigd voor een bedrag van 50 miljoen euro. Het programma zal de aandeelhouders toelaten om voordeel te halen uit de verkoop van de HealthCare IT-activiteiten en toont het vertrouwen van de Groep in het lopende transformatieproces. In de loop van 2021 werden er 7.312.537 aandelen ingekocht door de Groep voor een waarde van 29 miljoen euro en werden er 11.344.336 aandelen vernietigd voor een waarde van 111 miljoen euro.
198 25. VERWERKINGSCATEGORIEËN EN REËLE WAARDEN
De reële waarde is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een verplichting kan worden afgewikkeld in een regelmatige transactie tussen marktdeelnemers op de waarderingsdatum. Alle afgeleide financiële instrumenten worden tegen reële waarde opgenomen in de balans. De Groep groepeert haar financiële instrumenten rekening houdend met de kenmerken van deze financiële instrumenten. De reële waarden en de boekwaarden van financiële activa en verplichtingen gegroepeerd per verwerkingscate- gorie alsook de reconciliatie naar de onderliggende posten in de balans worden toegelicht in de hiernavolgende tabel. De tabel bevat geen reële waarde informatie van financiële activa en verplichtingen die niet aangehouden worden aan reële waarde indien de boekwaarde een goede benadering is van de reële waarde. In 2021 en 2020 waren er geen herclassificaties van financiële activa binnen de categorieën. De overige te betalen posten die opgenomen zijn in de categorie van financiële verplichtingen verplicht gewaardeerd aan reële waarde met waardeveranderingen geboekt in de winst- en verliesrekening in de reële waarde hiërarchie categorie 2 (2021: 2 miljoen euro, 2020: 3 miljoen euro) betreft een deposito van 3,4 ton zilver geplaatst bij een be- drijf van metaalherwinning en ranage die gewaardeerd wordt aan reële waarde (genoteerde marktprijs).
199 AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Activa
Overige financiële activa
Handelsvorderingen (a)
Vorderingen uit leaseovereenkomsten (a)
Overige vorderingen (a)
Derivaten: Overige termijnwisselverrichtingen
Swapcontracten aangeduid als kasstroomafdekkingen
Overige swapcontracten
Geldmiddelen en kasequivalenten
TOTAAL ACTIVA
Passiva
Rentedragende verplichtingen
Revolvingkredietfaciliteit (b)
Negatieve banksaldi
Overige rentedragende verplichtingen
Obligatielening - - - - - - - -
Verplichtingen uit leaseovereenkomsten (c)
Handelsschulden (a)
Overige te betalen posten (a)
Derivaten: Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen
Swapcontracten aangeduid als kasstroomafdekkingen
Overige termijnwisselverrichtingen
Totaal van de financiële verplichtingen
Reële waarde hiërarchie:
Reële waarde hiërarchie 1 betekent dat de reële waarde bepaald werd op basis van genoteerde prijzen in actieve markten.
Reële waarde hiërarchie 2 betekent dat de reële waarde gebaseerd is op data die relevant zijn voor het desbetreffende actief of verplichting, andere dan genoteerde prijzen.
Reële waarde hiërarchie 3 betekent dat de reële waarde niet gebaseerd is op relevante data voor het desbetreffende actief of verplichting.
(a) De Groep heeft de reële waarde van handels- en overige vorderingen en van handels- en overige schulden niet apart toegelicht daar het gaat over kortlopende vorderingen en schulden waarvan de boekwaarde een goede weergave is van de reële waarden van dergelijke activa en verplichtingen.
(b) Transactiekosten zijn in mindering geboekt van de financiële verplichtingen (0,2 miljoen euro).
(c) De reële waarde van de verplichtingen uit leaseovereenkomsten wordt in overeenstemming met IFRS 7 niet toegelicht.
200
Activa
Overige financiële activa
Handelsvorderingen (a)
Vorderingen uit leaseovereenkomsten (a)
Overige vorderingen (a)
Derivaten: Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen
Swapcontracten aangeduid als kasstroomafdekkingen
Overige termijnwisselverrichtingen
Overige swapcontracten
Geldmiddelen en kasequivalenten
TOTAAL ACTIVA
Passiva
Rentedragende verplichtingen
Revolvingkredietfaciliteit (b) () ()
Negatieve banksaldi
Overige rentedragende verplichtingen
Verplichtingen uit leaseovereenkomsten (c)
Handelsschulden (a)
Overige te betalen posten (a)
Derivaten: Termijnwisselverrichtingen aangeduid als kasstroomafdekkingen
Swapcontracten aangeduid als kasstroomafdekkingen
Overige termijnwisselverrichtingen # Overige swapcontracten TOTAAL VAN DE FINANCIËLE VERPLICHTINGEN
Reële waarde hiërarchie 1 betekent dat de reële waarde bepaald werd op basis van genoteerde prijzen in actieve markten.
Reële waarde hiërarchie 2 betekent dat de reële waarde gebaseerd is op data die relevant zijn voor het desbetreffende actief of verplichting, andere dan genoteerde prijzen.
Reële waarde hiërarchie 3 betekent dat de reële waarde niet gebaseerd is op relevante data voor het desbetreffende actief of verplichting.
(a) De Groep heeft de reële waarde van handels- en overige vorderingen en van handels- en overige schulden niet apart toegelicht daar het gaat om kortlopende vorderingen en verplichtingen waarvan de boekwaarde een goede weergave is van de reële waarden van dergelijke activa en verplichtingen.
(b) Transactiekosten zijn in mindering geboekt van de financiële verplichtingen (1 miljoen euro).
(c) De reële waarde van de verplichtingen uit leaseovereenkomsten wordt in overeenstemming met IFRS 7 niet toegelicht.
201 AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
De volgende tabel toont een reconciliatie tussen de openingsbalans en de slotwaarde op 31 december van de financiële activa en verplichtingen in de reële waarde hiërarchie niveau 3:
| Boekwaarde per december | Winsten vervat in Overige financieringsbaten – veranderingen in reële waarde (nietgerealiseerd) | Betaalde bedragen gedurende | Boekwaarde per december |
|---|---|---|---|
| | | | |
De methoden en veronderstellingen toegepast bij het bepalen van de reële waarde van iedere categorie financiële activa of financiële verplichtingen zijn de volgende. De reële waarde van investeringen in aandelen, andere dan investeringen verwerkt volgens de ‘equity’-methode, is de genoteerde marktnotering op rapporteringsdatum. De reële waarden van termijnwisselcontracten en swap-contracten worden berekend rekening houdend met actuele markttermijnrentevoeten en de rendementscurve over de resterende looptijd van het instrument. De reële waarde van de handels- en overige vorderingen en van handels- en overige verplichtingen wordt niet apart toegelicht gezien het gaat over kortetermijnvorderingen en verplichtingen waarvoor de nettoboekwaarde een goede benadering is van de reële waarde. De reële waarde van invorderbare minimale leasebetalingen is gebaseerd op de contante waarde van de minimum leasebetalingen verdisconteerd aan marktconforme interestvoeten voor vergelijkbare activa. De reële waarde van financiële verplichtingen is de contante waarde van de toekomstige kasstromen voor de aflossing van het hoofdbedrag en de interestbetalingen, verdisconteerd aan marktconforme interestvoeten op de rapporteringdatum. De reële waarde van de kortlopende leningen benadert de boekwaarde op rapporteringdatum, exclusief transactiekosten, gezien opnames voor een korte periode aangegaan worden. De reële waarde van de uitgestelde overnameprijs uit overnames wordt berekend aan de hand van de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen. Het model houdt rekening met de contante waarde van de verwachte toekomstige betalingen verdisconteerd aan een voor risico aangepaste disconteringsvoet. Relevante data zijn de toekomstige kasstromen en de disconteringsvoet. De ingeschatte reële waarde kan stijgen (dalen) als de ingeschatte te behalen doelstellingen stijgen (dalen).
202
MILJOEN EURO
| | ||||
|---|---|---|---|---|
| Financiële activa aan geamortiseerde kostprijs | Derivaten | Financiële verplichtingen aan geamortiseerde kostprijs | Financiële ver plichtingen aan reële waarde | |
| Financieringsbaten | | |||
| Financieringskosten | | () | () | () |
| Baten uit financiële leaseovereenkomsten | | | | |
| Bijzondere waardeverminderings verliezen | () | | | |
| Opbrengsten uit terugnames van bijzondere waardeverminderings verliezen | | | | |
| Veranderingen in reële waarde van derivaten niet aangeduid als afdekkingsinstrumenten in een afdekkingsrelatie | | () | | |
| Nettoresultaat uit de ineffectiviteit van derivaten toegewezen als kasstroomafdekkingen | | () | | |
| Wijziging in reële waarde | | | | () |
MILJOEN EURO
| | ||||
|---|---|---|---|---|
| Financiële activa aan geamortiseerde kostprijs | Derivaten | Financiële verplichtingen aan geamortiseerde kostprijs | Financiële ver plichtingen aan reële waarde | |
| Financieringsbaten | | () | | |
| Financieringskosten | | | () | |
| Baten uit financiële leaseovereenkomsten | | | | |
| Bijzondere waardeverminderings verliezen | () | | | |
| Opbrengsten uit terugnames van bijzondere waardeverminderings verliezen | | | | |
| Veranderingen in reële waarde van derivaten niet aangeduid als afdekkingsinstrumenten in een afdekkingsrelatie | | | | |
203 AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
MILJOEN EURO
| Goodwill | Immateriële activa | Onbe paalde gebruiks duur | Beperkte gebruiksduur | Merknamen | Geactiveerde ontwikkelingskosten | Technologie | Cliëntencontracten en relaties | Merknamen | Management informatiesystemen | Software industriële eigendomsrechten en andere licenties | Vooruitbetalingen op immateriële activa | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aanschangswaarde per december | | | | | | | | | | | | |
| Valutakoersverschillen | () | | | () | () | | () | | | () | ||
| Overnames | | | | | | | | | | | ||
| Afstotingen | () | () | () | () | () | () | | () | | () | ||
| Toegekende warmtekrachtcertificaten en emissierechten | | | | | | | | | | | ||
| Investeringsuitgaven | | | | | | | | | | | ||
| Buitengebruikstellingen | | | | | | | | () | | () | ||
| Ingebruikname activa in aanbouw | | | | | | | | | | | ||
| Overboekingen | | | | | | | | () | | | ||
| Aanschangswaarde per december | | | | | | | | | | | ||
| Valutakoersverschillen | | | | | | | | () | | | ||
| Overnames | | | | | | | | | | | ||
| Afstotingen | | | | | | | | | | | ||
| Toegekende warmtekrachtcertificaten en emissierechten | | | | | | | | | | | ||
| Investeringsuitgaven | | | | | | | | | | | ||
| Buitengebruikstellingen | | | () | () | | | () | () | | () | ||
| Ingebruikname activa in aanbouw | | | | | | | | | | | ||
| Overboekingen | | | | | | | | | | | ||
| Aanschangswaarde per december | | | | | | | | | | | ||
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per december | () | () | () | () | () | () | () | () | | () | ||
| Valutakoersverschillen | | | | | | | | | | |||
| Afstotingen | | | | | | | | | | | ||
| Afschrijvingen van het jaar | | | | () | () | | () | () | | () | ||
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | | | | | | | | | | | ||
| Buitengebruikstellingen | | | | | | | | | | | ||
| Overboekingen | | | | | | () | | | | |||
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per december | () | | () | () | () | () | () | () | | () | ||
| Valutakoersverschillen | () | | | () | () | | () | | | () | ||
| Afstotingen | | | | | | | | | | | ||
| Afschrijvingen van het jaar | | | | | () | | () | () | | () | ||
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | | | | | | | | | | | ||
| Buitengebruikstellingen | | | | | | | | | | | ||
| Overboekingen | | | | | | | | | | | ||
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per december | () | | () | () | () | () | () | () | | () | ||
| Boekwaarde per december | | | | | | | | | | | ||
| Boekwaarde per december | | | | | | | | | | |||
| Boekwaarde per december | | | | | | | | | |
In 2021 bedragen de investeringsuitgaven voor immateriële activa 1 miljoen euro (2020: 2 miljoen euro) en hadden voornamelijk betrekking op software en licenties. Afstotingen in 2020 hebben betrekking op de verkoop van een deel van de HealthCare IT-activiteiten (zie toelichting 20). Op het einde van 2021 heeft de Groep geen immateriële activa met onbepaalde gebruiksduur. De Groep heeft onderzocht of er een indicatie is die wijst op een mogelijke bijzondere waardevermindering voor de immateriële activa met beperkte gebruiksduur. Dit resulteerde niet in het boeken van een bijzonder waardeverminderingsverlies. Het management van de Groep heeft op het einde van 2021 beoordeeld of de gebruiksduur van haar belangrijkste immateriële activa nog terecht is. Dit resulteerde niet in een herziening van de afschrijvingstermijnen van immateriële activa die behoren tot de business segmenten Radiology Solutions, Digital Print & Chemicals en HealthCare IT. Meer informatie omtrent de onderliggende veronderstellingen met betrekking tot de gebruiksduur wordt verstrekt in toelichting 27.3.
Voor de jaarrekening van de Groep wordt de goodwill jaarlijks onderzocht op bijzondere waardevermindering en telkens er een aanwijzing is die wijst op een mogelijke bijzondere waardevermindering. In het kader van het onderzoek op bijzondere waardevermindering is goodwill toegekend aan een kasstroomgenererende eenheid. In overeenstemming met de definitie van kasstroomgenererende eenheid heeft het management van de Groep, de te rapporteren segmenten als kasstroomgenererende eenheden geïdentificeerd, zijnde Offset Solutions, Radiology Solutions, Agfa Healthcare IT en Digital Print & Chemicals. Het te rapporteren segment vertegenwoordigt het laagste niveau binnen de Groep waarop goodwill opgevolgd wordt voor interne managementdoeleinden (zie toelichting 6 Te rapporteren segmenten). In het vierde kwartaal van 2021 werd de goodwill toebehorend aan de segmenten Radiology Solutions en het overblijvende deel van de HealthCare IT-activiteiten getest op bijzondere waardevermindering. Deze test was niet vereist noch voor het segment Digital Print & Chemicals noch voor het segment Offset Solutions, daar deze segmenten geen goodwill bevatten en daar de goodwill toegewezen aan het segment Offset Solutions reeds in 2019 volledig afgewaardeerd was.# AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Op 31 december 2021 omvat de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid Offset Solutions geen goodwill.
Op 31 december 2021 bedraagt de boekwaarde van de goodwill van de kasstroomgenererende eenheid Radiology Solutions 66 miljoen euro. Per jaareinde 2021 heeft de Groep de goodwill behorende tot de kasstroomgenererende eenheid Radiology Solutions getoetst op een mogelijke bijzondere waardevermindering. Rekening houdend met de gebruikte veronderstellingen is de bedrijfswaarde van de eenheid groter dan haar boekwaarde en is er geen bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt.
De bedrijfswaarde van de kasstroomgenererende eenheid Agfa Radiology Solutions wordt bepaald op basis van kasstroomvoorspellingen over de komende vijf jaar. De kasstroomprognoses werden bepaald op basis van een formeel door de Raad van Bestuur goedgekeurd strategisch bedrijfsplan. Na vijf jaar wordt de residuele waarde van de kasstroomgenererende eenheid bepaald, rekening houdend met een groeivoet van -0,19%. De groeivoeten zijn afgeleid van beschikbare marktinformatie. De gewogen gemiddelde groeivoet gehanteerd voor de berekening van de residuele waarde is gestegen ten opzichte van het vorige jaar omwille van het feit dat het segment Direct Radiography Solutions (DR), dat een positieve groeivoet heeft, aan gewicht gewonnen heeft in het bedrijfsplan.
De belangrijkste gebruikte veronderstellingen zijn als volgt:
Er werd een sensitiviteitsanalyse uitgevoerd waarbij het effect onderzocht werd van een redelijkerwijs mogelijke verhoging van de gewogen gemiddelde kapitaalkost (WACC) en een substantiële verhoging van de zilverprijs. De sensitiviteitsanalyse is gebaseerd op een mogelijkse verhoging van de zilverprijs over de lange termijnhorizon met 2 US dollar/Troz. en een verhoging van de WACC met 150 basispunten. Deze sensitiviteitsanalyses hebben geen risico op een mogelijks bijzondere waardevermindering onthuld. Op basis van voornoemde gevoeligheidsanalyse is het management ervan overtuigd dat een redelijkerwijs mogelijke wijziging in een belangrijke veronderstelling waarop het management zijn bepaling van de realiseerbare waarde van de eenheid heeft gebaseerd, geen aanleiding zal geven tot het boeken van een bijzonder waardeverminderingsverlies.
Op 31 december 2021 bedraagt de boekwaarde van de goodwill van de kasstroomgenererende eenheid Agfa HealthCare IT 214 miljoen euro. Per jaareinde 2021 heeft de Groep de goodwill behorende tot de kasstroomgenererende eenheid Agfa HealthCare IT, getoetst op een mogelijke bijzondere waardevermindering. Rekening houdend met de gebruikte veronderstellingen is de bedrijfswaarde van de eenheid groter dan haar boekwaarde en is er geen bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt.
De bedrijfswaarde van de kasstroomgenererende eenheid Agfa HealthCare IT wordt bepaald op basis van kasstroomvoorspellingen over de komende vijf jaar. De kasstroomprognoses werden bepaald op basis van een formeel door de Raad van Bestuur goedgekeurd strategisch bedrijfsplan. Na vijf jaar wordt de residuele waarde van de kasstroomgenererende eenheid bepaald, rekening houdend met een groeivoet voor de divisie Information Technology Solutions (IT-oplossingen) van 1,5%. Deze groeivoet is afgeleid van beschikbare marktinformatie.
De belangrijkste veronderstellingen gebruikt in de beoordeling van een mogelijke bijzondere waardevermindering zijn bepaald door het management van het te rapporteren segment Agfa HealthCare en zijn gebaseerd op prestaties uit het verleden en de verwachtingen wat betreft marktontwikkeling. Deze zijn als volgt:
Er werd een sensitiviteitsanalyse uitgevoerd waarbij het effect onderzocht werd van een redelijkerwijs mogelijke verhoging van de gewogen gemiddelde kapitaalkost (WACC) met 100 basispunten. Deze sensitiviteitsanalyses hebben geen risico op een mogelijks bijzondere waardevermindering onthuld. Op basis van voornoemde gevoeligheidsanalyse is het management ervan overtuigd dat een redelijkerwijs mogelijke wijziging in een belangrijke veronderstelling waarop het management zijn bepaling van de realiseerbare waarde van de eenheid heeft gebaseerd, geen aanleiding zal geven tot het boeken van een bijzonder waardeverminderingsverlies.
Op 31 december 2021 bevat de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid Digital Print & Chemicals geen goodwill.
Op het einde van 2021 heeft de Groep geen immateriële activa met onbepaalde gebruiksduur op de balans.
De gebruiksduur van een immaterieel actief is de periode, waarin het actief verwacht wordt op een directe of op een indirecte wijze bij te dragen tot de toekomstige kasstromen van de Groep. Verworven technologie, klanten- contracten en -relaties zijn de meest belangrijke immateriële activa van de Groep.
Voor verworven technologie is de schatting van de resterende gebruiksduur gebaseerd op een analyse van factoren zoals typische productlevenscycli in de industrie en technologische en economische veroudering voortkomende hoofdzakelijk uit verwachte acties van concurrenten en potentiële concurrenten. Op 31 december 2021 bedroeg de nettoboekwaarde van de door de Groep verworven technologie 0 miljoen euro (2020: 0 miljoen euro).
Voor verworven klantencontracten en -relaties is de schatting van de resterende gebruiksduur gebaseerd op ratio’s die het verval van klantenrelaties weergeven. Voor de schatting van dergelijke ratio’s beoordeelt de Groep de waarschijnlijkheid dat bestaande contracten worden hernieuwd. Voor de beoordeling van de waarschijnlijkheid dat bestaande contracten worden hernieuwd, worden de vraag, de concurrentie en andere factoren zoals technologische aankelijkheid en daarmee verband houdende ‘sunk costs’ in overweging genomen. Op 31 december 2021 bedroeg de nettoboekwaarde van de door de Groep verworven klantencontracten en -relaties 9 miljoen euro (2020: 12 miljoen euro).
De door de Groep verworven klantencontracten en -relaties hebben een geschatte gewogen gemiddelde resterende gebruiksduur van ongeveer twee jaar. De gebruiksduur van immateriële activa wordt regelmatig beoordeeld en herzien indien noodzakelijk. Hoewel de Groep van oordeel is dat de gebruikte veronderstellingen (zoals de productlevenscycli en de ratio’s die het verval van klantenrelaties weergeven) geschikt zijn, kunnen belangrijke verschillen in actuele ervaring een impact hebben op de toekomstige afschrijvingslast voor de Groep.
MILJOEN EURO
| | Terreinen gebouwen en infrastructuur | Machines en technische uitrusting | Meubilair en overige materiële vaste activa | Vaste activa in aanbouw en vooruitbetalingen op materiële vaste activa | TOTAAL |
| :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- |
| Aanschangswaarde per 31 december 2019 | 592 | 602 | 31 | 77 | 1302 |
| Valutakoersverschillen | (15) | (1) | (0) | (17) | (33) |
| Nieuwe leaseovereenkomsten | | | 7 | 5 | 12 |
| Investeringsuitgaven | 3 | 21 | 6 | 12 | 42 |
| Afstotingen | (0) | (17) | (1) | (27) | (45) |
| Buitengebruikstellingen | | (14) | (2) | (3) | (19) |
| Ingebruikname activa in aanbouw | | | | 1 | 1 |
| Overboekingen | | 18 | | (11) | 7 |
| Aanschangswaarde per 31 december 2020 | 573 | 579 | 31 | 47 | 1230 |
| Valutakoersverschillen | 0 | 17 | 0 | 1 | 18 |
| Nieuwe leaseovereenkomsten | | | 9 | 6 | 15 |
| Investeringsuitgaven | 1 | 15 | 7 | 7 | 30 |
| Afstotingen | | | | (18) | (18) |
| Buitengebruikstellingen | (17) | (18) | (16) | (1) | (52) |
| Ingebruikname activa in aanbouw | | 1 | | (1) | 0 |
| Overboekingen | 1 | 1 | | (1) | 1 |
| Aanschangswaarde per 31 december 2021 | 558 | 575 | 31 | 14 | 1178 |
| | | | | | |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 31 december 2019 | (160) | (1138) | (19) | (6) | (1323) |
| Valutakoersverschillen | 7 | 19 | 0 | 1 | 27 |
| Afschrijvingen van het jaar | (16) | (17) | (0) | | (33) |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | (1) | (1) | | | (2) |
| Afstotingen | | 17 | | | 17 |
| Buitengebruikstellingen | | 15 | | | 15 |
| Overboekingen | 1 | | | | 1 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 31 december 2020 | (168) | (1095) | (19) | (5) | (1287) |
| Valutakoersverschillen | (6) | (17) | (1) | | (24) |
| Afschrijvingen van het jaar | (17) | (16) | (0) | | (33) |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | | | | | (0) |
| Afstotingen | | | | | (0) |
| Buitengebruikstellingen | 11 | 15 | 1 | | 17 |
| Overboekingen | | | | | 0 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 31 december 2021 | (174) | (1093) | (18) | (5) | (1290) |
| | | | | | |
| Boekwaarde per 31 december 2019 | 432 | (536) | 12 | 71 | (78) |
| Boekwaarde per 31 december 2020 | 405 | (516) | 12 | 42 | (57) |
| Boekwaarde per 31 december 2021 | 384 | (518) | 13 | 9 | (88) |
In 2021 bedroegen de investeringsuitgaven voor materiële vaste activa 25 miljoen euro (2020: 31 miljoen euro), waarvan 16 miljoen euro (2020: 18 miljoen euro) voornamelijk betrekking heeft op machines en technische uitrusting voornamelijk in België en waarvan 4 miljoen euro (2020: 7 miljoen euro) betrekking heeft op activa in aanbouw voor efficiëntieverhoging, instandhouding en IT-gerelateerde projecten in de productie in België en Duitsland. De Groep, als leasinggever, heeft activa onder operationele leaseovereenkomsten opgenomen in de balans onder de rubriek ‘Overige materiële vaste activa’. Per einde december 2021 bedroeg de nettoboekwaarde van de materiële vaste activa onder operationele leaseovereenkomsten 6 miljoen euro (2020: 5 miljoen euro) (zie toelichting 44). De bijzondere waardeverminderingsverliezen op machines en technische uitrusting bedragen 2 miljoen euro in 2020 en hebben betrekking op activa die werden gebruikt voor de productie van PV onderlaag toebehorend aan het segment Digital Print & Chemicals. In de loop van 2020 werden er activa ten belope van 2 miljoen euro over- geboekt van terreinen, gebouwen en infrastructuur naar vaste activa aangehouden voor verkoop met betrekking tot de geplande verkoop van de gesloten drukplatenfabriek in Leeds (Verenigd Koninkrijk), (zie toelichting 35). De verkoop werd afgerond in 2021.
Ingevolge de toepassing van IFRS 16 vanaf 2019 erkent de Groep als leasingnemer recht-op-gebruik activa, die het gebruiksrecht van het gehuurde actief vertegenwoordigen, en leaseverplichtingen, die de verplichting vertegenwoordigen om toekomstige leasebetalingen te verrichten. De Groep maakt gebruik van de optionele vrijstellingen voor leaseovereenkomsten met een leaseperiode van 12 maanden of minder en voor leaseovereen- komsten waarvoor het onderliggend actief een beperkte waarde heeft, zoals het merendeel van de ICT- apparatuur van de Groep. Het recht-op-gebruik actief wordt initieel erkend aan kostprijs en vervolgens lineair afgeschreven over de resterende leasetermijn, tenzij de eigendom van het onderliggend actief overgaat naar de leasingnemer aan het einde van de leasetermijn of wanneer de kost van het recht-op-gebruik actief ook de uitoefenprijs van een aankoopoptie omvat. In deze gevallen wordt het recht-op-gebruik actief afgeschreven over de levensduur van het onderliggend actief, in lijn met de methodiek die ook van toepassing is voor materiële vaste activa. Onderstaande tabel toont een reconciliatie met de eindbalans per 31 december 2021 voor de recht-op-gebruik activa, uitgesplitst naar categorie. De Groep onderscheidt vier categorieën: 1) terreinen, gebouwen en infra- structuur, 2) personenwagens, 3) overige transportmiddelen, voornamelijk gerelateerd aan onze productie, en 4) overige activa.
209
AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021
TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
MILJOEN EURO
| | Recht-op- gebruik land, gebouwen, infrastructuur | Recht-op- gebruik auto’s | Recht-op-gebruik overige transportmiddelen | Recht-op- gebruik overige activa | TOTAAL |
| :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- |
| Aanschangswaarde per 31 december 2019 | 88 | 19 | 1 | 1 | 109 |
| Valutakoersverschillen | (7) | (1) | | | (8) |
| Nieuwe leaseovereenkomsten | 18 | 17 | 1 | | 36 |
| Herwaarderingen van leaseovereenkomsten | 1 | | | | 1 |
| Buitengebruikstellingen | (7) | (7) | | | (14) |
| Afstotingen | (10) | (11) | | | (21) |
| Overboekingen | (1) | (1) | | | (2) |
| Aanschangswaarde per 31 december 2020 | 82 | 16 | 2 | 1 | 101 |
| Valutakoersverschillen | 1 | 1 | | | 2 |
| Nieuwe leaseovereenkomsten | 7 | 5 | 1 | 1 | 14 |
| Herwaarderingen van leaseovereenkomsten | 1 | (1) | | | 0 |
| Buitengebruikstellingen | (7) | (5) | | | (12) |
| Overboekingen | (7) | (1) | | | (8) |
| Aanschangswaarde per 31 december 2021 | 77 | 15 | 3 | 2 | 97 |
| | | | | | |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 31 december 2019 | (12) | (18) | (1) | (0) | (31) |
| Valutakoersverschillen | 1 | | | | 1 |
| Afschrijvingen van het jaar | (18) | (15) | (1) | | (34) |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | 1 | | | | 1 |
| Buitengebruikstellingen | 7 | 7 | | | 14 |
| Afstotingen | 6 | 7 | | | 13 |
| Overboekingen | 1 | 1 | | | 2 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 31 december 2020 | (4) | (9) | (1) | (0) | (14) |
| Valutakoersverschillen | 1 | 1 | | | 2 |
| Afschrijvingen van het jaar | (18) | (11) | (1) | | (30) |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen | (1) | | | | (1) |
| Buitengebruikstellingen | 7 | 5 | | | 12 |
| Afstotingen | | | | | 0 |
| Overboekingen | | | | | 0 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 31 december 2021 | (1) | (4) | (1) | (0) | (6) |
| | | | | | |
| Boekwaarde per 31 december 2020 | 78 | 7 | 1 | 1 | 87 |
| Boekwaarde per 31 december 2021 | 76 | 11 | 2 | 2 | 91 |
Nieuwe leasecontracten gesloten in de loop van 2021 bedroegen 12 miljoen euro (2020: 23 miljoen Euro) en betreffen voornamelijk gebouwen en personenwagens. De toename in recht-op-gebruik activa was hierbij gelijk aan de toename in leaseverplichtingen. Bijkomende informatie betreffende de evolutie in leaseverplichtingen wordt vermeld in toelichting 38. Herwaarderingen van leasecontracten in de loop van 2021 bedroegen 7 miljoen euro (2020: 2 miljoen Euro) en betreffen voornamelijk verlengingen van bestaande leasecontracten. Afstotingen hebben betrekking op de verkoop van een deel van de HealthCare IT activiteiten (zie toelichting 20). In 2021 werden waardeverminderingen op recht-op-gebruik activa erkend voor een bedrag van 1 miljoen euro (2020: 1 miljoen euro) voor verlieslatende contracten.
210
In de loop van 2021 heeft de Groep samen met andere investeringspartners de onderneming Penny Black op- gericht, een start-up besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die software- en drukoplossingen aanbiedt voor de ‘e-commerce business’. De Groep houdt een deelneming aan in deze onderneming van 49,63%. De geassocieerde deelneming wordt gewaardeerd volgens de ‘equity’-methode. Gedurende 2021 werden verliezen ten belope van 0,2 miljoen euro geboekt met betrekking tot het aangehouden aandeel. De boekwaarde van de investering in Penny Black bedraagt 0,7 miljoen euro na opname van het aangehouden aandeel. In mei 2020 werd de investering van 26,4% in My Personal Health Record Express Inc. (MphRx) verkocht aan de Dedalus Groep (zie toelichting 20 Afstotingen). De geassocieerde deelneming wordt gewaardeerd volgens de ‘equity’-methode.
MILJOEN EURO
| | 2020 | 2021 |
| :----------------------------------------------------------------------- | :---- | :---- |
| MPhRx (26,3 %) | | |
| Penny Black (49,63%) | | |
| Boekwaarde van de investering, inclusief goodwill | 20,7 | 0,7 |
| Nettoverlies, na winstbelastingen | (1,0) | (0,2) |
| Aandeel van de Groep in het nettoverlies van geassocieerde deelnemingen, na winstbelastingen | (0,3) | |
| Niet-gerealiseerde resultaten, na winstbelastingen | | |
| Aandeel van de Groep in de niet-gerealiseerde resultaten van geassocieerde deelnemingen | | |
Beknopte financiële informatie:
| | |
| :--------------------------------------------------- | :---- |
| Langlopende activa | 20,7 |
| Kortlopende activa | 1,2 |
| Eigen vermogen | 19,3 |
| Kortlopende verplichtingen | |
| Aandeel van de Groep in het eigen vermogen | 18,5 |
| Goodwill begrepen in de boekwaarde van de investering | |
| Boekwaarde van de investering in geassocieerde deelnemingen | 20,7 |
Per einde december 2020 en 2021 bevatten financiële activa aan reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten de investering in Digital Illustrate Inc., een Koreaanse fabrikant van UV-printers. De Groep houdt een deelneming aan van 15% in deze onderneming. De investering wordt geboekt aan reële waarde, zijnde de genoteerde beurs- koers. Veranderingen in de reële waarde worden geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten. De Groep duidde deze investering aan in de categorie aangehouden aan reële waarde met waardeveranderingen in de niet- gerealiseerde resultaten, gezien deze investering door de Groep beschouwd wordt als een strategische investering met de intentie om ze voor een lange termijn aan te houden. Er werden geen dividenden ontvangen gedurende 2021 (2020: 0 miljoen euro). In de loop van 2020 bevatten de financiële activa aan geamortiseerde kostprijs een verbintenis tot inning van de vordering met betrekking tot de verkoop van de Branchburg site in de Verenigde Staten ten belope van 9 miljoen euro.```markdown
Leaseovereenkomsten waarbij de tegenpartij, de leasingnemer, als economische eigenaar van het actief wordt beschouwd, worden opgenomen als vordering voor een bedrag gelijk aan de contante waarde van de toekomstige minimale leasebetalingen. De contante waarden van de toekomstige minimale leasebetalingen bedroegen 102 miljoen euro op 31 december 2021 (2020: 98 miljoen euro) en zullen tot aan het einde van de leaseperiode financieringsbaten voor een bedrag van 10 miljoen euro genereren (2020: 9 miljoen euro). Op 31 december 2021 bedroegen de waardeverminderingen op deze vorderingen 2 miljoen euro (2020: 2 miljoen euro).
De invorderbare, minimale leasebetalingen zijn als volgt:
| MILJOEN EURO | Niet later dan één jaar | Jaar +1 | Jaar +2 | Jaar +3 | Jaar +4 | Jaar +5 | Later dan vijf jaar | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal van de toekomstige minimale leasebetalingen | | | | | | | | |
| Onverdiende financieringsbaten | | | | | | | | |
| Contante waarde van de toekomstige minimale leasebetalingen | | | | | | | | |
| Totaal van de toekomstige minimale leasebetalingen | | | | | | | | |
| Onverdiende financieringsbaten | | | | | | | | |
| Contante waarde van de toekomstige minimale leasebetalingen | | | | | | | | |
| Totaal minimale leasebetalingen | | |||||||
| Niet gegarandeerde restwaarde | | | ||||||
| TOTAAL | | |||||||
| Waardeverminderingen () | () () | |||||||
| Vorderingen uit leaseovereenkomsten | |
De Groep sluit voor bepaalde uitrusting financiële leaseovereenkomsten af voornamelijk via Agfa Finance (zijnde Agfa Finance NV, haar filialen, Agfa Finance Corp. en Agfa Finance Inc.) en via Agfa verkooporganisaties in Australië en België. Bij het aangaan van de leaseovereenkomst bedraagt de contante waarde van de minimale leasebetalingen doorgaans minstens 90% van de reële waarde van de activa die onder een financiële lease worden aangehouden. Het overgrote deel van de leaseovereenkomsten afgesloten met Agfa Finance hebben een niet-opzegbare leaseperiode van vier jaar. Meestal voorzien de overeenkomsten in een koopoptie voor het actief na het verstrijken van de leaseperiode aan een waarde die doorgaans tussen de 2% en 5% van de bruto-investering bij het afsluiten van de leaseovereenkomst bedraagt. In sommige gevallen wordt de reële waarde van het actief terugbetaald door middel van een koopverplichting voor verbruiksgoederen aan een hogere waarde dan hun marktwaarde.
In dit geval dient de toeslag hoog genoeg te zijn om het initieel door de leasinggever geïnvesteerde bedrag te dekken. In deze overeenkomsten kan de toeslag en/of de leaseperiode veranderd worden. Agfa Finance biedt haar diensten aan via haar dochterondernemingen in Frankrijk en Italië en via haar bijkantoren in Europa (Spanje, Zwitserland, Benelux, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de Scandinavische landen), via Agfa Finance Corp. in de Verenigde Staten en Agfa Finance Inc. in Canada. Op 31 december 2021 bedroeg de contante waarde van de minimale leasebetalingen voor Agfa Finance vóór verrekening van waardeverminderingen 101 miljoen euro (2020: 97 miljoen euro). De Agfa-verkooporganisatie in Australië biedt de klanten financiering aan voor grafische uitrusting met een gemiddelde resterende leaseperiode van twaalf maanden en in België, is Agfa Offset BV de leasinggever voor offset-uitrusting. Op 31 december 2021 bedroeg de contante waarde van de minimale leasebetalingen vóór verrekening van waardeverminderingen 1 miljoen euro (2020: 1 miljoen euro). In 2021 en 2020 heeft de Groep niets van de leaseportfolio verkocht.
| MILJOEN EURO | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Grond- en hulpstoffen | | |
| Goederen in bewerking en halfafgewerkte producten | | |
| Afgewerkte producten | | |
| Handelsgoederen inclusief wisselstukken | | |
| Goederen onderweg en andere voorraden | | |
| TOTAAL | | |
De afwaarderingen van de voorraden naar opbrengstwaarde bedroegen 12 miljoen euro in 2021 (2020: 12 miljoen euro). Deze afwaarderingen hebben betrekking op verouderde, beschadigde of vervallen voorraad. De kost van deze voorraad is volledig afgeschreven. Bijgevolg heeft de Groep op 31 december 2021 geen voorraden gewaardeerd aan reële waarde minus verkoopkosten. In de geconsolideerde winst- en verliesrekening zijn de afwaarderingen van de voorraden in de kostprijs van verkopen verwerkt.
Overige vorderingen kunnen als volgt voorgesteld worden:
| MILJOEN EURO | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Overige vorderingen | ||
| Nog niet geactiveerde leasecontracten | | |
| Subsidies en toelagen | | |
| Vorderingen ten opzichte van het personeel | | |
| Overige vorderingen | | |
| TOTAAL | | |
| (1) Leasingmateriaal dat nog niet werd geïnstalleerd bij de klant ter plaatse. |
De reconciliatie van geldmiddelen en kasequivalenten zoals gerapporteerd in de geconsolideerde balans kan als volgt worden weergegeven:
| MILJOEN EURO | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten zoals gerapporteerd in de geconsolideerde balans | | |
| Negatieve banksaldi (in de balans opgenomen onder de rubriek ‘Rentedragende verplichtingen’) | | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten zoals gerapporteerd in het geconsolideerd kasstroomoverzicht | | |
De vaste activa aangehouden voor verkoop hebben betrekking op de geplande verkoop van de activa van twee gesloten offset drukplatenfabrieken, in Pont-à-Marcq (Frankrijk) en in Vallese (Italië), beide toebehorend aan het operationele segment Offset Solutions. De verkoop van deze activa is voorzien in volgend jaar. De boekwaarde van de betreffende terreinen, gebouwen en infrastructuur werd gewaardeerd aan hun boekwaarde op 31 december. De reële waarde na aftrek van de verkoopkosten is groter dan de boekwaarde. De vaste activa aangehouden voor verkoop met betrekking tot Leeds (Verenigd Koninkrijk) werden in de loop van 2021 verkocht met een meerwaarde van 7 miljoen Euro (zie toelichting 9.1 ‘Overige bedrijfsopbrengsten’).
Overige langlopende en kortlopende activa kunnen als volgt voorgesteld worden:
| MILJOEN EURO | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Langlopend | ||
| Langetermijndienstverleningscontracten met betrekking tot toekomstige boekjaren (strategische leveranciers) | | |
| Vooruitbetalingen (zie toelichting ‘Transacties met andere partijen’) | | |
| Totaal langlopend | | |
| Kortlopend | ||
| Langetermijndienstverleningscontracten met betrekking tot toekomstige boekjaren (strategische leveranciers) | | |
| Voorschotten op kosten (voornamelijk mbt douaneexpediteurs) | | |
| Waarborgen en bewaargevingen | | |
| Vooruitbetalingen | | |
| Overige | | |
| Totaal kortlopend | | |
| TOTAAL | |
De diverse componenten van het eigen vermogen evenals de wijzigingen tussen 1 januari 2020 en 31 december 2021 worden weergegeven in de ‘Geconsolideerde Staat van het Eigen Vermogen’.
Op 31 december 2021 en 2020 bedraagt het maatschappelijk kapitaal van de Onderneming 187 miljoen euro. Het aantal uitstaande gewone aandelen met stemrecht bedraagt 160.438.653 per 31 december 2021 (2020: 167.751.190 uitstaande aandelen).
De reserve voor eigen aandelen bevat de kostprijs van de ingekochte eigen aandelen. Per 31 december 2021 hield de Groep 68.053 (2020: 4.099.852) eigen aandelen aan. Op 10 maart 2021 heeft de Groep een programma van inkoop van aandelen aangekondigd voor een bedrag van 50 miljoen euro. Het programma zal de aandeelhouders toelaten om voordeel te halen uit de verkoop van de Health- Care IT-activiteiten en toont het vertrouwen van de Groep in het lopende transformatieproces. In de loop van 2021 werden er 7.312.537 aandelen ingekocht door de Groep voor een waarde van 29 miljoen euro. Deze aandelen, behalve 68.053 aandelen, werden samen met de reeds aangehouden aandelen vernietigd in de loop van 2021. In totaal werden er 11.344.336 aandelen vernietigd voor een waarde van 111 miljoen euro.
De reële waardereserve bevat voornamelijk de herwaardering van de deelneming van de Groep in Digital Illus- trate Inc. aangeduid als gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de niet-gerealiseerde resultaten, dewelke nooit zullen overgeboekt worden naar de winst- en verliesrekening.
Per 31 december 2021 bevat de afdekkingsreserve het effectief gedeelte van de veranderingen in reële waarde van ‘metal swap’-overeenkomsten en van termijnwisselcontracten aangeduid als kasstroomafdekkingen. Gedurende 2021 en 2020 heeft de Groep een aantal ‘metal swap’-overeenkomsten afgesloten met een investe- ringsbank. Deze contracten werden aangeduid als kasstroomafdekkingen van het risico op prijsschommelingen van de grondstoffen welke zeer waarschijnlijk zullen worden aangekocht. Het betreft contracten die zijn afgesloten voor de levering van grondstoffen en die in overeenkomst zijn met het verwachte verbruik van de Groep. Het deel van de winsten (verliezen) op de swap-overeenkomsten, dat effectief gebleken is, werd geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten na winstbelastingen (31 december 2021: 0 miljoen euro na winstbelastingen; 31 december 2020: 4 miljoen euro). In de loop van 2020 duidde de Groep termijnwisselcontracten aan als kasstroomafdekkingen van het vreemde-valutarisico in US dollar en Chinese renminbi met betrekking tot zeer waarschijnlijke toekomstige verkopen in die respectieve munten voor de volgende 15 maanden.
```# TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Herwaarderingen van de nettoverplichting uit hoofde van de toegezegdpensioenregelingen hebben voornamelijk betrekking op actuariële winsten en verliezen en het rendement op fondsbeleggingen, exclusief de bedragen die vervat zitten in interestopbrengsten op de toegezegdpensioenregelingen. De evolutie over het jaar 2021 wordt weergegeven in de volgende tabel:
| MILJOEN EURO | 31 december 2020 | 31 december 2021 | Toelichting 21.4 |
|---|---|---|---|
| Herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegd pensioenregelingen | (91) | (158) | |
| Belastings impact | 27 | 48 | |
| TOTAAL | (64) | (110) |
De evolutie van het jaar, na winstbelastingen is een stijging van 90 miljoen euro. Uitgestelde belastingen met betrekking tot de herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van de toegezegdpensioenregelingen worden eveneens geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten. Het effect van winstbelastingen wordt toegelicht in toelichting 17.4.
De valutakoersverschillen bevatten zowel de valutakoersverschillen die voortvloeien uit de omrekening van de jaarrekeningen van buitenlandse activiteiten, als de valutakoersverschillen afkomstig uit de omrekening van de verplichting die de netto-investering van de Onderneming in een buitenlandse entiteit afdekt. Tot mei 2016 maakte de Groep gebruik van termijnwisselverrichtingen uitgedrukt in US dollar om het valutarisico met betrekking tot de netto-investering in één van haar dochterondernemingen in de Verenigde Staten af te dekken. Vanaf mei 2016 heeft de Groep de aanwijzing van indekking van een netto-investering ingetrokken. Het effectieve deel van de winst op de afdekkingsinstrumenten dat rechtstreeks in de niet-gerealiseerde resultaten opgenomen werd (Valutakoersverschillen 31 december 2021: 10 miljoen euro, 31 december 2020: 10 miljoen euro), zal vrijvallen in de winst- en verliesrekening op het moment van afstoting of gedeeltelijke afstoting van de buitenlandse entiteit.
In 2020 werd er geen dividend uitbetaald naar aanleiding van de beslissing van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van Agfa-Gevaert NV van 12 mei 2020. In 2021 werd er geen dividend uitbetaald naar aanleiding van de beslissing van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van Agfa-Gevaert NV van 11 mei 2021. Voor 2022 wordt er geen betaling van dividend voorgesteld door de Raad van Bestuur.
Minderheidsbelangen houden een materieel belang aan in negen dochterondernemingen, gesitueerd in Groot-China en de ASEAN-regio (31 december 2021: 52 miljoen euro; 31 december 2020: 49 miljoen euro). In Europa zijn er een paar dochterondernemingen waarin minderheidsbelangen een aandeel aanhouden dat van ondergeschikt belang is voor de Groep (31 december 2021: 2 miljoen euro; 31 december 2020: 1 miljoen euro).
Met ingang van 1 september 2010 bundelen Agfa Graphics NV en haar zakenpartner Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd. hun activiteiten, gericht op het versterken van de marktpositie van beide partners in Groot-China en de ASEAN-regio. Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd. houdt een participatie aan van 49% in Agfa Graphics Asia Ltd, de holding van de gecombineerde activiteiten van beide partijen. De dochterondernemingen van Agfa Graphics Asia Ltd. zijn:
Op basis van de analyse van de ‘Governance’-structuren die momenteel van kracht zijn, heeft de Groep geoordeeld dat ze controle heeft in de desbetreffende dochterondernemingen. Het geaccumuleerde bedrag toewijsbaar aan de minderheidsbelangen van Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd. en Lucky HuaGuang Graphics Co. Ltd. bedraagt 48 miljoen euro per 31 december 2021. Het deel van de winst van het jaar dat toebehoort aan de minderheidsbelangen van deze zakenpartners bedraagt 4 miljoen euro. De volgende tabel geeft de financiële informatie weer voor de dochterondernemingen waarin de zakenpartner, Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd., een minderheidsbelang aanhoudt van 49%, opgesteld in overeenstemming met IFRS. Deze vennootschap werd in 2019 door Agfa Graphics Asia, een onderneming waarin de Groep een belang aanhoudt van 51%, en door Lucky HuaGuang Graphics Co Ltd. samen opgericht. Deze laatste houdt een deelnemingspercentage aan van 49% in deze nieuw opgerichte vennootschap. Dit brengt het minderheidsbelang in deze vennootschap op 73,99%. De informatie is voor intercompany eliminaties met andere ondernemingen van de Agfa-Gevaert Groep.
| MILJOEN EURO | 2020 | 2021 | 2020 | 2021 |
|---|---|---|---|---|
| Agfa Graphics Asia Ltd en haar dochterondernemingen (51%) | Agfa HuaGuang Graphics (26.01%) | Agfa Graphics Asia Ltd en haar dochterondernemingen (51%) | Agfa HuaGuang Graphics (26.01%) | |
| Vlottende activa | 26 | 27 | 25 | 27 |
| Vaste activa | 36 | 31 | 27 | 31 |
| Kortlopende verplichtingen | 16 | 23 | 18 | 16 |
| Langlopende verplichtingen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Netto activa | ||||
| Agfa Graphics Asia Ltd en haar dochterondernemingen (geconsolideerd) | 46 | 35 | 44 | 42 |
| Netto activa toewijsbaar aan minderheidsbelangen in Agfa Graphics Asia Ltd en haar dochterondernemingen (49%) | 23 | 17 | 22 | 21 |
| Netto activa toewijsbaar aan minderheidsbelangen in Agfa HuaGuang Graphics (73.99%) | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opbrengsten | 117 | 116 | 115 | 117 |
| Winst over het boekjaar | 11 | 5 | 8 | 1 |
| Winst over het boekjaar toewijsbaar aan minderheidsbelangen in Agfa Graphics Asia Ltd en haar dochterondernemingen (49%) | 5 | 2 | 4 | 0 |
| Winst over het boekjaar toewijsbaar aan minderheidsbelangen in Agfa HuaGuang Graphics (73.99%) | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Niet-gerealiseerde resultaten: valutakoersverschillen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Niet-gerealiseerde resultaten toewijsbaar aan minderheidsbelangen in Agfa Graphics Asia Ltd en haar dochterondernemingen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten toewijsbaar aan minderheidsbelangen in Agfa Graphics Asia Ltd en haar dochterondernemingen (49%) | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten toewijsbaar aan minderheidsbelangen in Agfa HuaGuang Graphics (73.99%) | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 16 | 17 | 17 | 17 |
| Kasstromen uit investeringsactiviteiten | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Kasstromen uit financieringsactiviteiten | (17) | (16) | (16) | (16) |
| Dividenden betaald aan minderheidsbelangen in het boekjaar | 0 | 0 | 0 | 0 |
(1) Inbegrepen in kasstromen uit financieringsactiviteiten
| MILJOEN EURO | Toewijsbaar aan aandeelhouders van de Onderneming | Minderheidsbelangen | TOTAAL |
|---|---|---|---|
| OVERIGE NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN | |||
| Valutakoersverschillen | |||
| Afdekkingsreserve | (72) | (1) | (73) |
| Reële waardereserve | |||
| Herwaardering van de netto-verplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen | |||
| TOTAAL | |||
| Valutakoersverschillen voor buitenlandse activiteiten | (17) | (0) | (17) |
| Effectief deel van veranderingen in de reële waarde van kasstroomafdekkingen geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten, na winstbelastingen | 0 | 0 | 0 |
| Nettoverandering in de reële waarde van kasstroomafdekkingen die is overgeboekt naar de winst- en verliesrekening, na winstbelastingen | (3) | 0 | (3) |
| Effectief deel van de reële waardeveranderingen van kasstroomafdekkingen die getransfereerd werd naar de boekwaarde van het afgedekte actief, na winstbelastingen | 7 | 0 | 7 |
| Nettoverandering in de reële waarde van beleggingen verwerkt via de niet-gerealiseerde resultaten | 0 | (3) | (3) |
| Herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen, na winstbelastingen | (25) | (28) | (53) |
| TOTAAL OVERIGE NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN | (73) | (32) | (105) |
| MILJOEN EURO | Toewijsbaar aan aandeelhouders van de Onderneming | Minderheidsbelangen | TOTAAL |
|---|---|---|---|
| OVERIGE NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN | |||
| Valutakoersverschillen | |||
| Afdekkingsreserve | 15 | 0 | 15 |
| Reële waardereserve | |||
| Herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegd- pensioenregelingen | |||
| TOTAAL | |||
| Valutakoersverschillen voor buitenlandse activiteiten | 17 | 0 | 17 |
| Effectief deel van veranderingen in de reële waarde van kasstroomafdekkingen geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten, na winstbelastingen | 0 | 0 | 0 |
| Nettoverandering in de reële waarde van kasstroomafdekkingen die is overgeboekt naar de winst- en verliesrekening, na winstbelastingen | (3) | 0 | (3) |
| Effectief deel van de reële waardeveranderingen van kasstroomafdekkingen die getransfereerd werd naar de boekwaarde van het afgedekte actief, na winstbelastingen | (19) | 0 | (19) |
| Nettoverandering in de reële waarde van beleggingen verwerkt via de niet-gerealiseerde resultaten | 0 | 1 | 1 |
| Herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen, na winstbelastingen | 26 | (18) | 8 |
| TOTAAL OVERIGE NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN | 11 | (17) | (4) |
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Langlopende verplichtingen | ||
| ‘Revolving’ kredietfaciliteit (3) | ||
| Verplichtingen uit leaseovereenkomsten | 72 | |
| Kortlopende verplichtingen | ||
| Bankschulden | ||
| Obligatielening | ||
| Negatieve banksaldi | ||
| Verplichtingen uit leaseovereenkomsten | 27 | |
| TOTAAL RENTEDRAGENDE VERPLICHTINGEN | 99 | ? |
Op 5 maart 2021 sloot Agfa-Gevaert NV een multi-valuta ‘revolving’-kredietfaciliteit af voor een periode van drie jaar met een nominale waarde van 230 miljoen euro. Er werden geen waarborgen verstrekt voor de kredietopeningen en loopt tot maart 2024, met de mogelijkheid om de looptijd tweemaal te verlengen met telkens één jaar. De nieuwe faciliteit zal gebruikt worden voor de financiering van algemene bedrijfsdoeleinden. De interestvoet van toepassing is de Euribor, Libor of een gelijkaardige benchmark (Reuters) en een marge. Geldopnames onder deze kredietlijn worden gedaan voor korte periodes maar de Groep heeft, onder de bestaande herfinancieringovereenkomst, de mogelijkheid om de leningen te verlengen voor langere periodes na balansdatum. Op 31 december 2021 zijn er geen opnames onder deze faciliteit. Op 31 december 2020 waren er geen opnames onder de afgelopen faciliteit.
| MILJOEN EURO | Nominaal bedrag | Uitstaand bedrag | Valuta | Interestvoet | Eindvervaldag |
|---|---|---|---|---|---|
| 2021 | 2020 | 2021 | 2020 | 2021 | |
| EUR | EUR | ||||
| TOTAAL | 230 | 230 | 0 | 0 |
De Groep gaat leaseverplichtingen aan voor gebouwen (kantoorgebouwen en opslagruimtes), bedrijfswagens en ander transportmateriaal (vorkheftrucks), en overig materiaal zoals computeruitrusting. De leaseverplichtingen voor gebouwen bevatten zowel de jaarlijks vernieuwbare contracten met opties om de lease te vernieuwen als de contracten met looptijden die over een langere periode vastgeklikt zijn. De leaseverplichtingen met betrekking tot gebouwen bedragen 49 miljoen euro zijnde 72% van de totale leaseverplichtingen van de Groep en hebben een gemiddelde resterende looptijd van drie jaar. De leaseverplichtingen met betrekking tot bedrijfswagens lopen over een periode van vier tot vijf jaar en bedragen 24% van de totale leaseverplichtingen van de Groep. Leaseverplichtingen voor overig materiaal bedragen 4% van de totale leaseverplichtingen en betreffen voornamelijk vorkheftrucks, printers, verpakkingsmateriaal, enz. De leaseverplichtingen hebben volgende eindvervaldagen:
| MILJOEN EURO | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Uitstaand bedrag | Impliciete rentevoet van de leaseovereenkomst | |
| < 3 jaar | 73 | 4.3% |
| tussen 3 en 6 jaar | 26 | 4.6% |
| > 6 jaar | 6 | 4.5% |
| TOTAAL | 105 |
De leaseverplichtingen omvatten geen kosten met betrekking tot leasecontracten met een lage waarde, met betrekking tot leasecontracten met een looptijd van minder dan 12 maanden en overige kosten die buiten de omvang van de standaard vallen. Deze kosten bedragen 9 miljoen euro (2020: 10 miljoen euro).
Bankschulden per 31 december 2021 bevatten kortlopende rentedragende verplichtingen voornamelijk in landen van Latijns-Amerika met een gewogen gemiddelde interestvoet van 16,6% (2020: 10%).
De tabel detailleert veranderingen in verplichtingen uit financieringsactiviteiten in kasstromen uit financieringsactiviteiten en niet-kasbewegingen. Verplichtingen uit financieringsactiviteiten betreffen verplichtingen waarvan de kasstromen geclassificeerd zijn of zullen worden in kasstromen uit financieringsactiviteiten in het geconsolideerde kasstroomoverzicht.
| MILJOEN EURO | Boekwaarde per 1 januari 2021 | Kasstromen uit financieringsactiviteiten | Niet-kasbewegingen | Betaalde rente (1) | Nettoterugbetalingen van leningen | Nieuwe leaseovereenkomsten | Impact van valuta koersverschillen | Herwaardering van leaseovereenkomsten | Financieringslasten op rentedragende verplichtingen | Herklasseringen tussen recht-op-gebruik activa | Boekwaarde per 31 december 2021 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ‘Revolving’ kredietfaciliteit (3) | (3) | ||||||||||
| Bankschulden | ? | ? | ? | ? | |||||||
| Obligatielening | |||||||||||
| Verplichtingen uit leaseovereenkomsten | 27 | (27) | (1) | 1 | 26 | 1 | (5) | 27 | 72 | ||
| Negatieve banksaldi | |||||||||||
| TOTAAL RENTEDRAGENDE VERPLICHTINGEN | 99 | (27) | (1) | 1 | 26 | 1 | (5) | 24 | 72 |
(1) Bevat betaalde rente (2 miljoen euro).
(2) Betaalde interesten uit het kasstroomoverzicht omvatten betaalde interesten op de netto financiële schuld (3 miljoen euro) en betaalde interesten op kasmiddelen en kasequivalenten (1 miljoen euro).
De voorzieningen bedroegen 54 miljoen euro op 31 december 2021 (2020: 79 miljoen euro).
| MILJOEN EURO | Milieu voorzieningen | Omzetgerelateerde voorzieningen | Herstructureringen | Overige | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|---|
| Voorzieningen per 31 december 2020 | 7 | 31 | 12 | 29 | 79 |
| Voorzieningen aangelegd in de loop van het boekjaar | 17 | 3 | 19 | 39 | |
| Aanwending van voorzieningen in de loop van het boekjaar | (1) | (15) | (1) | (25) | (42) |
| Afstotingen | 2 | 2 | |||
| Terugname van voorzieningen in de loop van het boekjaar | (19) | (11) | (30) | ||
| Valutakoersverschillen | 1 | 1 | |||
| Overboekingen | 2 | 2 | |||
| Voorzieningen per 31 december 2021 | 6 | 14 | 14 | 14 | 54 |
De voorzieningen met betrekking tot milieubescherming dekken toekomstige aanpassingswerken van terreinen en de sanering van bodems die zijn verontreinigd door vroegere industriële activiteiten. Opbrengstgerelateerde voorzieningen op balansdatum evenals de bijhorende bewegingen in de loop van het boekjaar omvatten voornamelijk voorzieningen wegens commissies betaalbaar aan agenten, voorzieningen voor garantieverplichtingen en commerciële betwistingen. Voorzieningen voor herstructureringen omvatten voornamelijk ontslagvergoedingen voor het personeel met betrekking tot de aangekondigde reorganisatie van de activiteiten in de Computed Radiography-apparatuur fabrieken in Peissenberg en Peiting (Duitsland), alsook kosten met betrekking tot de reorganisatie van de interne IT-activiteiten en de aangekondigde samenwerking met Atos, een wereldwijde leider in digitale transformaties. Het merendeel van de voorzieningen aangelegd in de loop van het boekjaar hebben betrekking op reorganisatie van de interne IT-activiteiten en ontslagvergoedingen voor het personeel van de twee gesloten drukplatenfabrieken in Leeds (Verenigd Koninkrijk) en Pont-à-Marcq (Frankrijk) en kosten met betrekking tot de sluiting van Ipagsa (Spanje). Terugnames in de loop van het boekjaar hebben voornamelijk betrekking op de reorganisatie van de activiteiten van de Computed Radiography-apparatuur fabrieken in Peissenberg en Peiting (Duitsland). Andere voorzieningen omvatten een provisie voor de ontmanteling van een fabriek voor drukvoorbereidingssystemen in Duitsland, voorzieningen voor rechtszaken (inclusief advocatenkosten) en een voorziening in verband met betwistingen over invoerrechten.
De overige te betalen posten, op 31 december 2021, bedragen 9 miljoen euro (2020: 8 miljoen euro) en omvatten een financiële verplichting gewaardeerd aan reële waarde met waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening (2021: 2 miljoen euro; 2020: 3 miljoen euro) zijnde een deposito van 3,4 ton zilver geplaatst bij een firma van metaalherwinning en raffinage, gewaardeerd aan de genoteerde marktprijs. De overige verplichtingen bevatten tevens een dividend van 1 miljoen euro (2021 en 2020) betaalbaar aan minderheidsbelangen, toegerekende rente, tantièmes, opbouw voor COVID-toelagen en verzekeringen, financiële leases, verplichtingen aan het personeel wegens compensaties voor door hen gemaakte reis- en andere kosten en overige te betalen posten.
De overige verplichtingen, kortlopend en langlopend op 31 december 2021, bedragen minder dan 0,5 miljoen euro (2020: 2 miljoen euro en omvatten voornamelijk het onverdiende deel van overheidstoelagen en subsidies en overige kortlopende verrichtingen).
De moedermaatschappij van de Groep, Agfa-Gevaert NV (BE 0404 021 727), Mortsel (België), is de moedermaatschappij van de volgende belangrijke dochterondernemingen:
| Naam van de onderneming | Locatie | Deelnemings-% |
|---|---|---|
| Agfa (Pty) Ltd. | Isando/Republiek Zuid-Afrika | 90% |
| Agfa (Wuxi) Imaging Co. Ltd. | Wuxi/Volksrepubliek China | 100% |
| Agfa (Wuxi) Printing Plate Co. Ltd. | Wuxi/Volksrepubliek China | 100% |
| Agfa ASEAN Sdn. Bhd. | Kuala Lumpur/Maleisië | 100% |
| Agfa Corporation | Elmwood Park/Verenigde Staten van Amerika | 100% |
| Agfa de Mexico S.A. de C.V. Mexico D.F./Mexico | Mexico D.F./Mexico | 100% |
| Agfa Finance Corp. | Wilmington/Verenigde Staten van Amerika | 100% |
| Agfa Finance Inc. | Toronto/Canada | 100% |
| Agfa Finance Italy SpA | Milaan/Italië | 100% |
| Agfa Finance NV | Mortsel/België | 100% |
| Agfa Graphics Argentina S.A. | Buenos Aires/Argentinië | 100% |
| Agfa Graphics Asia Ltd. | Hong Kong/Volksrepubliek China | 100% |
| Agfa Graphics Ecuador CIA. LTDA | Quito/Ecuador | 100% |
| Agfa Graphics Ltd. | Leeds/Verenigd Koninkrijk | 100% |
| Agfa Middle East FCZO | Dubai/Ver. Arabische Emiraten | 100% |
| Agfa NV | Mortsel/België | 100% |
| Agfa Graphics S.r.l. | Milaan/Italië | 100% |
| Agfa S.A. (Arg) | Buenos Aires/Argentinië | 100% |
| Agfa HealthCare Australia Limited | Scoresby/Australië | 100% |
| Agfa Do Brasil Ltda. | Sao Paulo/Brazilië | 100% |
| Agfa HealthCare Chile Ltda. | Santiago de Chile/Chili | 100% |
| Agfa HealthCare Colombia Ltda. | Bogota/Colombië | 100% |
| Agfa HealthCare Corporation | Greenville/Verenigde Staten van Amerika | 100% |
| Agfa HealthCare Denmark A/S | Kopenhagen/Denemarken | 100% |
| Agfa HealthCare Germany GmbH | Düsseldorf/Duitsland | 100% |
| Agfa HealthCare Hong Kong Ltd. | Hong Kong/Volksrepubliek China | 100% |
| Agfa HealthCare Inc. | Mississauga/Canada | 100% |
| Agfa HealthCare India Private Ltd. | Thane/Indië | 100% |
| Agfa HealthCare Luxembourg S.A. | Bertrange/Luxemburg | 100% |
| Agfa HealthCare Malaysia Sdn. Bhd. | Kuala Lumpur/Maleisië | 100% |
| Agfa HealthCare Norway AS Oslo/Noorwegen | ||
| Agfa HealthCare NV Mortsel/België | ||
| Agfa HealthCare Saudi Arabia Company Limited LLC Riyadh/Saoedi-Arabië | ||
| Agfa HealthCare (Shanghai) Co Ltd. Shanghai/Volksrepubliek China | ||
| Agfa HealthCare Singapore Pte. Ltd. Singapore/Republiek Singapore | ||
| Agfa HealthCare South Africa Pty. Ltd. Gauteng/Republiek Zuid-Afrika | ||
| Agfa HealthCare Spain S.A.U. Barcelona/Spanje | ||
| Agfa HealthCare Sweden AB Kista/Zweden | ||
| Agfa HealthCare UK Limited Brentford/Verenigd Koninkrijk | ||
| Agfa Imaging (Shenzhen) Co. Ltd. Shenzhen/Volksrepubliek China | ||
| Agfa Inc. Mississauga/Canada | ||
| Agfa Industries Korea Ltd. Seoul/Korea | ||
| Agfa Limited Dublin/Ierland | ||
| Agfa Materials Corporation Wilmington/Verenigde Staten van Amerika | ||
| Agfa Materials Japan Ltd. Tokyo/Japan | ||
| Agfa Materials Taiwan Co. Ltd. Taipei/Taiwan | ||
| Agfa Singapore Pte. Ltd. Singapore/Republiek Singapore | ||
| Agfa Solutions SAS Rueil-Malmaison/Frankrijk | ||
| Agfa Sp. z.o.o. Warschau/Polen | ||
| Agfa Taiwan Co. Ltd. Taipei/Taiwan | ||
| Agfa-Gevaert M.A.E.B.E. Athene/Griekenland | ||
| Agfa GmbH Düsseldorf/Duitsland | ||
| Agfa-Gevaert Argentina S.A. Buenos Aires/Argentinië | ||
| Agfa-Gevaert B.V. Rijswijk/Nederland | ||
| Agfa-Gevaert Colombia Ltda. Bogota/Colombië | ||
| Agfa-Gevaert do Brasil Ltda. Sao Paulo/Brazilië | ||
| Agfa-Gevaert Graphic Systems GmbH Düsseldorf/Duitsland | ||
| Agfa-Gevaert HealthCare GmbH Düsseldorf/Duitsland | ||
| Agfa-Gevaert Japan Ltd. Tokyo/Japan | ||
| Agfa-Gevaert Limited Scoresby/Australië | ||
| Agfa-Gevaert Limited Brentford/Verenigd Koninkrijk | ||
| Agfa-Gevaert Ltda. Santiago De Chile/Chili | ||
| Agfa-Gevaert GmbH Düsseldorf/Duitsland | ||
| Agfa-Gevaert NZ Ltd. Auckland/Nieuw-Zeeland | ||
| Agfa-Gevaert SAS Pont-à-Marcq/Frankrijk | ||
| Agfa-Gevaert Sp.A. Milaan/Italië | ||
| Lastra Attrezzature S.r.l. Manerbio/Italië | ||
| Litho Supplies (UK) Ltd. Derby/Verenigd Koninkrijk | ||
| Luithagen NV Mortsel/België | ||
| New ProImage America Inc. Princeton/Verenigde Staten van Amerika | ||
| New ProImage Ltd. Netanya/Israël | ||
| OOO Agfa Graphics Moskou/Russische Federatie | ||
| OOO Agfa Moskou/Russische Federatie | ||
| Agfa HealthCare Kazakhstan LLP Almaty/Republiek Kazakhstan | ||
| Agfa HealthCare Ukraine LLC Kyiv/Ukraine | ||
| PT Gevaert-Agfa HealthCare Indonesia Jakarta/Indonesië | ||
| Bodoni Systems Watford/Verenigd Koninkrijk | ||
| Agfa HealthCare Middle East FZ-LLC Dubai/Verenigde Arabische Emiraten | ||
| Agfa HealthCare IT UK Limited Middlesex/Verenigd Koninkrijk | ||
| Agfa South Africa (Pty) Ltd. Gauteng/Republiek Zuid-Afrika | ||
| Agfa Australia Pty Ltd. Scoresby/Australië | ||
| Agfa Canada Inc. Mississauga/Canada | ||
| Agfa US Corp. Greenville/Verenigde Staten van Amerika | ||
| Ipagsa Technologies S.L.U. Barcelona/Spanje | ||
| Agfa Graphics Shanghai Co. Ltd. Shanghai/Volksrepubliek China | ||
| Agfa HealthCare IT (Shanghai) Co. Ltd. Shanghai/Volksrepubliek China | ||
| Agfa Hong Kong Ltd. Hong Kong/Volksrepubliek China | ||
| Agfa HealthCare Vietnam Co. Ltd. Ho Chi Minh City/Vietnam | ||
| Ipagsa (Shanghai) Printing Materials Co. Ltd. Shanghai/Volksrepubliek China | ||
| Agfa HuaGuang (Shanghai) Graphics Equipment Ltd. Shanghai/Volksrepubliek China | ||
| Agfa Materials Korea Co Ltd. Seoul/Korea | ||
| Agfa Ré S.A. Luxemburg/Luxemburg | ||
| Agfa Offset Colombia S.A.S. Bogota/Colombië | ||
| Agfa Offset BV Mortsel/België | ||
| Agfa Alterssicherungs-AG Düsseldorf/Duitsland |
223 AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
31 december 2021
| Naam van de onderneming | Locatie | Deelnemings-% |
|---|---|---|
| Penny Black BV | Antwerpen/België | 20.39% |
224 OVERIGE INFORMATIE
Binnen het segment HealthCare IT biedt de Groep diensten aan onder een ‘Software as a service’-model (‘Saas’). Dit zijn modellen waarbij hardware, software en diensten aangeboden worden aan klanten op basis van een betaal-per-gebruik systeem of op basis van een maandelijkse of jaarlijkse fee. Deze modellen worden aangeboden ofwel ter plekke bij de klant, ofwel vanop afstand of een combinatie van beide. De Groep garandeert het beheer van het systeem over de contractuele periode en biedt dagelijks onderhoud, ondersteuning en technische handelingen aan aan de klanten. Deze contracten kunnen een operationele leasecomponent bevatten. De lease-inkomsten gerelateerd aan deze component bedroegen 12 miljoen euro in 2021 (2020: 9 miljoen euro) en werden in ‘Opbrengsten’ erkend op basis van het gebruik of consumptie door de klant. De Groep biedt tevens ‘bundle deals’ aan, zijnde contracten waarbij apparatuur gefinancierd wordt door een verhoogde prijs op consumptiegoederen. Deze contracten kunnen een operationele leasecomponent bevatten. De lease-inkomsten gerelateerd aan deze component worden in ‘Opbrengsten’ erkend op basis van de aankoop van de consumptiegoederen. Het totaal van activa in operationele leasecontracten op de geconsolideerde balans bedragen 6 miljoen euro per 31 december 2021 (31 december 2020: 5 miljoen euro) (zie toelichting 28).
De voorwaardelijke verplichtingen vloeiden volledig voort uit verbintenissen aan derden gegeven en omvatten:
| MILJOEN EURO | 2020 | 2021 |
|---|---|---|
| Bankgaranties | 7 | 9 |
| Overige | ||
| Bedrijfsgaranties | 117 | 128 |
| TOTAAL | 124 | 137 |
Bedrijfsgaranties betreffen door de Onderneming gegeven garanties namens haar dochtervennootschappen aan banken en hebben voornamelijk betrekking op de ‘revolving’-kredietfaciliteit (zie toelichting 38.1) en andere genegocieerde kredietlijnen. Er zijn geen aankoopverplichtingen in het kader van belangrijke investeringsprojecten waarvoor de respectieve contracten al werden toegekend of de orders werden geplaatst.
De Groep is momenteel niet betrokken in een of ander groot geschil, met uitzondering van het geschil in verband met de insolvabiliteit van AgfaPhoto.
In verband met de verkoop van de Consumer Imaging-activiteiten van (toenmalige) Agfa-Gevaert AG en van sommige van haar (toenmalige) dochtervennootschappen had de Groep diverse contractuele relaties afgesloten met AgfaPhoto Holding GmbH, AgfaPhoto GmbH en hun dochtervennootschappen in verschillende landen (de Agfa- Photo Groep). Daarbij werd voorzien in de overdracht van haar Consumer Imaging activiteiten, inbegrepen activa, verplichtingen, contracten en personeel naar de vennootschappen behorende tot de AgfaPhoto Groep. Na de verkoop werd een aanvraag tot faillissement ingediend door AgfaPhoto GmbH en een aantal van haar dochtervennootschappen zowel in Duitsland als in andere landen. In verschillende landen werden gerechtelijke
225 AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
procedures tegen de Groep ingespannen. Deze procedures zijn intussen afgesloten, met uitzondering van het volgende geschil. In verband met deze verkoop diende de curator van AgfaPhoto GmbH verschillende aanvragen tot arbitrage in bij het ICC Internationale Arbitragehof in Parijs, Frankrijk. In de laatste nog hangende arbitrageprocedure vorderde de curator een vergoeding voor vermeende onderkapitalisatie van AgfaPhoto GmbH alsmede voor het vermeende veroorzaken van het faillissement van AgfaPhoto GmbH. In een einduitspraak dd. 31 mei 2018 heeft het ICC Tribunaal alle vorderingen van de curator afgewezen en hem de verplichting opgelegd om Agfa voor een zeer belangrijk deel van de kosten van Agfa in deze arbitrageprocedure te vergoeden. In oktober 2018 heeft de curator voor een Duitse rechtbank (‘Oberlandesgericht Frankfurt/Main’ of ‘OLG’) een verzoek tot nietigverklaring van de arbitrale einduitspraak ingediend. Bij vonnis dd. 16 januari 2020 heeft het OLG de arbitrale einduitspraak dd. 31 mei 2018 nietig verklaard. De betrokken Agfa-vennootschappen hebben tegen dit vonnis hoger beroep aangetekend voor het ‘Bundesgerichtshof’ (‘BGH’). Het BGH heeft het OLG-vonnis bevestigd bij besluit dd. 26 november 2020 dat aan Agfa op 20 januari 2021 werd medegedeeld. Na verder onderzoek hebben de betrokken Agfa-vennootschappen afgezien van het aantekenen van hoger beroep voor het Duits Federaal Grondwettelijk Hof ("Bundesverfassungsgericht"). Bijgevolg is de einduitspraak dd. 31 mei 2018 definitief nietig. Na een gefaalde poging tot verzoening heeft de curator van AgfaPhoto GmbH een nieuwe arbitrageprocedure voor het ICC International Court of Arbitration in april 2021 ingesteld. Hij eist opnieuw vergoeding van beweerde schade geleden door vermeende onderkapitalisatie van AgfaPhoto GmbH, en bovendien terugbetaling van zijn kosten gemaakt in de eerste arbitrageprocedure. Een ICC arbitragetribunaal met drie arbiters werd in de loop van 2021 samengesteld. In de loop van 2022 zal de curator zijn volledige verklaring van vordering neerleggen en zal Agfa haar verweerschrift neerleggen. Agfa zal zich krachtig verdedigen in deze nieuwe procedure.
Andere juridische risico’s van de Groep betreffen een geschil met een voormalige verdeler van producten van de Groep in Bolivië, die een compensatie claimt voor contractbreuk. De Groep meent dat het in haar verweer in dit geschil over voldoende argumenten beschikt en verdedigt haar belangen krachtdadig.
Het totaal van de beloningen voor managers op sleutelposities (exclusief patronale sociale bijdragen) opgenomen in de winst- en verliesrekening bedraagt:
MILJOEN EURO
| Bestuurders Executive Management | Bestuurders Executive Management | |
|---|---|---|
| Kortlopende personeelsbeloningen | 23 | 25 |
| Ontslagvergoedingen | 0 | 10 |
| Vergoedingen na uitdiensttreding | 0 | 14 |
| Op aandelen gebaseerde betalingen | 0 | 0 |
| TOTAAL | 23 | 49 |
Op 31 december 2021 waren er geen uitstaande leningen ten behoeve van managers op sleutelposities. De verplichtingen voor vergoedingen na uitdiensttreding voor de leden en de gepensioneerde leden van het Executive Management, opgenomen in de geconsolideerde balans op 31 december 2021, bedragen 15 miljoen euro. Het totaal van de beloningen voor managers op sleutelposities is ook inbegrepen in het Remuneratieverslag (zie p. 278-283).
Transacties met verwante partijen betreffen voornamelijk handelstransacties. De Groep en haar zakenpartner Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd. hebben hun activiteiten gebundeld vanaf 2010, gericht op het versterken van de marktpositie van beide partners in Groot-China en de ASEAN-regio. Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd. heeft een participatie van 49% in Agfa Graphics Asia Ltd., de holding van de gecombineerde activiteiten van beide partijen. In de loop van 2019 transfereerde de Groep twee dochtervennootschappen naar Agfa Graphics Asia Ltd. In 2019 richtte Agfa Graphics Asia Ltd. een nieuwe vennootschap op, Agfa HuaGuang (Shanghai) Graphics, waarin Lucky HuaGuang Graphics Co. Ltd. een aandeel van 49% heeft. Deze strategische alliantie moet beide partners toelaten groei te realiseren door optimalisering van hun sterktes met betrekking tot productie, technologie en distributie van offset-producten en -diensten. Zie ook toelichting 37.8 ‘Minderheidsbelangen’.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de transactiewaarde en het openstaand saldo tussen de Groep en haar verbonden partijen Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd. en Lucky HuaGuang Graphics Co. Ltd. In de loop van 2021 verwierf Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co. Ltd. een dividend van 5 miljoen euro (49%). In de loop van 2020 werd aan Lucky HuaGuang Graphics Co. Ltd. een dividend ten belope van 1 miljoen Euro toegekend dat in de loop van 2022 zal worden uitbetaald.
MILJOEN EURO
| Transactiewaarde per jaareinde 2021 | Transactiewaarde per jaareinde 2020 | Openstaand saldo per jaareinde 2021 | Openstaand saldo per jaareinde 2020 | |
|---|---|---|---|---|
| Verkopen aan Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co Ltd. | 15 | 17 | 3 | 8 |
| Verkopen aan Lucky HuaGuang Graphics Co Ltd. | 21 | 21 | 7 | 3 |
| Aankopen van Shenzhen Brother Gao Deng Investment Group Co Ltd. | 26 | 25 | 1 | 3 |
| Aankopen van Lucky HuaGuang Graphics Co Ltd. | 177 | 126 | 31 | 15 |
| Dividend | 2 | 1 | 0 | 0 |
| Voorschot | 10 | 10 | 10 | 10 |
Voorschotten met een openstaand saldo van 10 miljoen euro betreffen leveranciersvoorschotten aan ondernemingen van de Shenzhen Brother Gao Deng groep voor wiens rekening de filmconversie plaatsvindt en via wie ook aluminium wordt aangekocht. Dit voorschot met een openstaand saldo van 10 miljoen euro wordt terugbetaald op basis van toekomstige filmvolumes geleverd aan Agfa Graphics Asia Ltd. In de geconsolideerde balans van de Groep wordt dit voorschot gerapporteerd als Overige activa (zie toelichting 36).
De bedrijfsvoering van de Groep in Rusland bedraagt minder dan 2% van de Opbrengsten van de Groep, en heeft voornamelijk betrekking op het HealthCare segment. Agfa produceert niet in Rusland en de goederen en diensten worden niet getroffen door de beperkende maatregelen opgelegd door Europa, temeer daar het producten betreft uit de gezondheidszorg die absoluut nodig zijn voor de zorg van patiënten overal ter wereld. Agfa doet alles wat mogelijk is ter ondersteuning van personeelsleden en hun families in Oekraïne. De Onderneming steunt tevens haar personeelsleden in Polen die Oekraïense vluchtelingen helpen door het aanbieden van vriendschap, een veilig onderkomen en voedsel. De Onderneming zet een internationaal fondsenwervingsprogramma op onder haar personeelsleden. Alle opgehaalde giften zullen verdubbeld worden door Agfa.
Op 15 maart 2022 heeft de Agfa-Gevaert Groep aangekondigd om het op 10 maart 2021 aangekondigde programma ter inkoop van eigen aandelen te verlengen tot 31 maart 2023 (‘Verlengde aandeleninkoopprogramma 2021’). Dit werd beslist op een vergadering van de Raad van Bestuur op 8 maart 2022. In de loop van 2021 is er een bedrag van 29 miljoen euro aan aandelen ingekocht. Onder het ‘Verlengde aandeleninkoopprogramma 2021’ dat loopt tot 31 maart 2023, zal Agfa-Gevaert voortgaan met de aankoop van eigen aandelen tot een bedrag van 50 miljoen euro bereikt is. Deze inkoop van eigen aandelen zal gebeuren onder de voorwaarden die goedgekeurd werden op de Buitengewone aandeelhoudersvergadering van 12 mei 2020. Van 1 januari 2022 tot en met 18 maart 2022 werden er 1.799.155 aandelen ingekocht voor een waarde van 6,5 miljoen euro die vernietigd zullen worden op het einde van het eerste kwartaal van 2022.
De honoraria met betrekking tot audit en aan audit gerelateerde prestaties geleverd door KPMG Bedrijfsrevisoren en zijn netwerk kan als volgt gedetailleerd worden:
EURO
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Bezoldiging van de commissaris voor de uitoefening van een mandaat van commissaris voor de Vennootschap en de Groep (België) | 1.071.813 | 782.175 |
| Bezoldiging van de commissaris voor uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd voor de Vennootschap en de Groep: | ||
| Andere controle | 179.245 | 164.881 |
| Belastingadvies | 0 | 0 |
| Andere opdrachten buiten de revisorale | 0 | 0 |
| SUBTOTAAL | 1.251.058 | 947.056 |
| Bezoldigingen van personen met wie de commissaris verbonden is voor de uitoefening van een mandaat van commissaris voor de Groep (Buitenlandse vennootschappen) | 105.834 | 119.911 |
| Bezoldiging van personen met wie de commissaris verbonden is voor uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd voor de Groep (België en buitenlandse vennootschappen) | ||
| Andere controle | 158.407 | 164.881 |
| Belastingadvies | 178.977 | 171.875 |
| Andere opdrachten buiten de revisorale | 205.467 | 173.188 |
| SUBTOTAAL | 648.685 | 518.755 |
| TOTAAL | 1.899.743 | 1.465.811 |
De honoraria voor de audit van de financiële staten bevatten honoraria voor de audit van de geconsolideerde jaarrekening alsook de honoraria voor de audit van de financiële staten van dochterondernemingen in België en in het buitenland. De andere opdrachten buiten de revisorale omvatten adviesverlening in het kader van speciale opdrachten.
De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld op basis van historische kostprijs, met uitzondering van de volgende van materieel belang zijnde balansposten:
Bedrijfscombinaties worden verwerkt op basis van de overnamemethode op overnamedatum, zijnde de datum waarop de zeggenschap overgaat naar de Groep. De Groep heeft zeggenschap over een entiteit indien zij op basis van haar betrokkenheid bij de entiteit is blootgesteld aan, dan wel recht heeft op, variabele rendementen en de mogelijkheid heeft die rendementen te beïnvloeden aan de hand van haar zeggenschap over de entiteit. Goodwill wordt niet afgeschreven maar op bijzondere waardevermindering getoetst, op jaarlijkse basis en telkens er een aanwijzing bestaat dat de kasstroomgenererende eenheid waaraan goodwill werd toegerekend mogelijk een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Het onderzoek van kasstroomgenererende eenheden op bijzondere waardevermindering wordt toegelicht in een daartoe voorziene rubriek van deze grondslagen. Goodwill wordt gewaardeerd tegen kostprijs, verminderd met geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. Voor geassocieerde deelnemingen wordt het bedrag van de goodwill opgenomen in de boekwaarde van de investering. De goodwill op overnamedatum wordt bepaald als:
vermindert met
Indien het belang van de Groep in de netto reële waarde van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen, de kostprijs van de bedrijfscombinatie overtreft, wordt dit surplus onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen.# AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Een beëindigde bedrijfsactiviteit is een onderdeel van het bedrijf van de Groep, de activiteiten en kasstromen die duidelijk onderscheiden kunnen worden van de rest van de Groep en die · een belangrijk te onderscheiden onderdeel van de activiteiten vertegenwoordigen of een belangrijke geografische regio; · deel uitmaken van een gecoördineerd plan om een onderscheiden deel van de activiteiten of een geografische regio af te stoten; · een dochteronderneming is enkel verworven met het oog op de wederverkoop. De classificatie als beëindigde bedrijfsactiviteiten gebeurt op de vroegste datum van ofwel afstoting ofwel het moment dat de activiteiten voldoen aan de voorwaarden om geclassificeerd te worden als aangehouden voor verkoop. Ingeval dat de activiteiten geclassificeerd worden als beëindigde bedrijfsactiviteiten, dan worden de vergelijkende staten van de winst- en verliesrekening en de niet-gerealiseerde resultaten herwerkt alsof de activiteiten reeds beëindigd werden van bij de aanvang van de vergelijkende periode.
Minderheidsbelangen worden gewaardeerd tegen het proportionele aandeel in de netto-identificeerbare activa van de verworven partij op overnamedatum.
Dochterondernemingen zijn deze entiteiten waarover de Groep zeggenschap uitoefent. De Groep heeft zeggenschap over een entiteit indien zij op basis van haar betrokkenheid bij de entiteit is blootgesteld aan, dan wel recht heeft op, variabele rendementen en de mogelijkheid heeft die rendementen te beïnvloeden aan de hand van haar zeggenschap over de entiteit. De jaarrekeningen van de dochterondernemingen worden in de consolidatie kring opgenomen vanaf de datum van verwerving tot het einde van de zeggenschap.
Wijzigingen in het eigendomsbelang van een moedermaatschappij in een dochteronderneming die niet tot een verlies van zeggenschap leiden, worden verwerkt als eigenvermogens-transacties (d.w.z. transacties van aandeelhouders in hun hoedanigheid van eigenaar). In dergelijke omstandigheden moeten de boekwaarden van de meerderheids- en minderheidsbelangen worden aangepast om de wijzigingen in hun relatieve belangen in de dochteronderneming weer te geven. Aanpassingen aan minderheidsbelangen, als gevolg van verrichtingen die niet leiden tot een verlies van zeggenschap, zijn gebaseerd op een proportioneel aandeel in het nettoactief van de dochteronderneming. Elk eventueel verschil tussen het bedrag waarmee de minderheidsbelangen worden aangepast en de reële waarde van de ontvangen of betaalde vergoeding, moet rechtstreeks in het eigen vermogen worden verwerkt en aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij worden toegewezen.
Wanneer een moedermaatschappij de zeggenschap over een dochteronderneming verliest, neemt ze op de datum waarop ze de zeggenschap verliest de boekwaarde van de activa en verplichtingen van de dochteronderneming evenals de boekwaarde van minderheidsbelangen in de voormalige dochteronderneming (met inbegrip van aan die minderheidsbelangen toerekenbare componenten van niet-gerealiseerde resultaten) niet langer in de balans op. Elk verschil dat voortvloeit uit een verlies van zeggenschap wordt als een winst of verlies opgenomen. Elke investering die de Groep aanhoudt in de voormalige dochteronderneming wordt opgenomen aan reële waarde op de datum van verlies van zeggenschap. Na eerste opname wordt de investering, afhankelijk van het deelnemingspercentage, verwerkt volgens de ‘equity’-methode of als een financieel actief.
Een geassocieerde deelneming is een entiteit waarin de Onderneming invloed van betekenis heeft en die geen dochteronderneming of belang in een joint venture is. Als de Onderneming tussen 20% en 50% van de stemrechten van de deelneming aanhoudt, wordt verondersteld dat de Onderneming invloed van betekenis heeft. Volgens de ‘equity’-methode wordt de investering in een geassocieerde deelneming bij eerste opname gewaardeerd aan de kostprijs. De kostprijs van de investering omvat transactiekosten. Een investering in een geassocieerde deelneming wordt verwerkt volgens de ‘equity’-methode vanaf de datum waarop de investering een geassocieerde deelneming wordt. Bij de verwerving van de investering wordt een eventueel verschil tussen de kostprijs van de investering en het aandeel van de Onderneming in de netto reële waarde van de identificeerbare activa en verplichtingen van de geassocieerde deelneming als volgt verwerkt:
Winsten en verliezen die voortvloeien uit ‘upstream’- en ‘downstream’-transacties tussen de Onderneming (met inbegrip van zijn geconsolideerde dochterondernemingen) en een geassocieerde deelneming worden alleen in de jaarrekening van de Onderneming geëlimineerd ten belope van het belang van de Onderneming in de geassocieerde deelneming. Een voorbeeld van een ‘upstream’-transactie is de verkoop van activa van een geassocieerde deelneming aan de Onderneming. Een voorbeeld van een ‘downstream’-transactie is de verkoop van activa van de Onderneming aan een geassocieerde deelneming.
Vanaf de datum waarop de Onderneming invloed van betekenis over de geassocieerde deelneming verliest, wordt betreffende investering verwerkt conform IFRS 9. Bij verlies van invloed van betekenis waardeert de Onderneming de investering in voormalige geassocieerde deelneming aan de reële waarde. De Onderneming erkent in de winst- en verliesrekening alle verschillen tussen:
De bedragen opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten met betrekking tot geassocieerde deelnemingen worden op dezelfde basis verwerkt alsof de geassocieerde onderneming de desbetreffende activa en verplichtingen zelf gedesinvesteerd zou hebben.
Een gezamenlijke overeenkomst is een overeenkomst waarover twee of meerdere partijen gezamenlijk zeggenschap uitoefenen. Gezamenlijk zeggenschap over een overeenkomst bestaat alleen wanneer contractueel is vastgesteld dat beslissingen over relevante activiteiten met unanimiteit van de betrokken partijen kunnen worden genomen. Afhankelijk van de rechten en verplichtingen van de betrokken partijen wordt een gezamenlijke overeenkomst geclassificeerd als een activiteit waarover gezamenlijk de zeggenschap wordt uitgeoefend of als een joint venture.
Een activiteit waarover gezamenlijk de zeggenschap wordt uitgeoefend, betreft een overeenkomst waarbij de partijen gezamenlijk rechten hebben op de activa van de overeenkomst en verplichtingen uit hoofde van de schulden van de overeenkomst. De geconsolideerde jaarrekening omvat de activa waarover de Groep zeggenschap uitoefent en de verplichtingen die de Groep aangaat bij de uitvoering van de gezamenlijke activiteit, evenals de kosten die de Groep maakt en het aandeel van de opbrengsten dat de Groep met de gezamenlijke activiteit verdient.
Een joint venture is een overeenkomst waarover de Groep gezamenlijke zeggenschap uitoefent, waardoor de Groep rechten heeft op de nettoactiva van de overeenkomst, maar geen rechten op de activa van de overeenkomst en geen verplichtingen uit hoofde van de schulden van de overeenkomst. De Groep neemt zijn belang op in een entiteit waarover gezamenlijk de zeggenschap wordt uitgeoefend volgens de ‘equity’-methode (zie toelichting 50.1.6).
Alle intragroepsaldi en -transacties, met inbegrip van niet-gerealiseerde resultaten op intragroeptransacties en -dividenden, worden bij de opmaak van de geconsolideerde jaarrekening geëlimineerd. Niet-gerealiseerde winsten en verliezen uit transacties binnen de Groep die zijn opgenomen in de activa, zoals voorraden en vaste activa, worden volledig geëlimineerd. Niet-gerealiseerde winsten uit transacties met geassocieerde deelnemingen worden geëlimineerd naar ratio van het belang dat de Groep in de entiteit heeft. Niet-gerealiseerde verliezen worden op dezelfde wijze geëlimineerd als niet-gerealiseerde winsten, maar alleen voor zover er geen aanwijzing is voor een bijzondere waardevermindering.# 50.2 Vreemde valuta
Elementen opgenomen in de jaarrekening van de entiteiten van de Groep worden gewaardeerd in de valuta van de primaire economische omgeving waarin de entiteit actief is (de functionele valuta). De geconsolideerde jaarrekening wordt voorgesteld in euro die de functionele valuta en presentatievaluta van de Onderneming is.
Alle verrichtingen in andere dan de functionele valuta zijn verrichtingen in vreemde valuta. Verrichtingen in vreemde valuta worden omgerekend in de functionele valuta op basis van de wisselkoers die geldt op de transactiedatum. Valutakoersverschillen als gevolg van de afwikkeling van dergelijke verrichtingen en van de omrekening van monetaire activa en verplichtingen uitgedrukt in vreemde valuta aan slotkoers worden in de winst- en verliesrekening opgenomen. Echter de vreemde valutakoersresultaten die voortvloeien uit de volgende transacties worden erkend in de niet-gerealiseerde resultaten:
Niet-monetaire posten die in vreemde valuta worden uitgedrukt en tegen historische kostprijs worden gewaardeerd, worden omgerekend op basis van de wisselkoers die geldt op de transactiedatum.
Een buitenlandse activiteit is een entiteit die een dochteronderneming, geassocieerde deelneming, joint venture of filiaal van de verslaggevende entiteit is en waarvan de activiteiten zijn gebaseerd of worden uitgevoerd in een andere valuta dan euro. De resultaten en financiële positie van al de groepsondernemingen worden voor consolidatiedoeleinden omgerekend in de presentatievaluta op de volgende wijze:
Alle resulterende valutakoersverschillen worden als een afzonderlijke component in het eigen vermogen onder ‘Valutakoersverschillen’ opgenomen. Het bedrag dat toewijsbaar is aan minderheidsbelangen wordt opgenomen als deel van de minderheidsbelangen.
Bij het afstoten van een buitenlandse activiteit moet het cumulatieve bedrag van de valutakoersverschillen dat verband houdt met die buitenlandse activiteit, opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten en verwerkt in de af- zonderlijke component van het eigen vermogen, worden overgeboekt van het eigen vermogen naar de winst- en verliesrekening (als een herclassificatie-aanpassing) op het ogenblik dat de winst of het verlies op de afstoting wordt opgenomen.
Bij gedeeltelijke afstoting van een dochteronderneming die een buitenlandse activiteit omvat, moet de entiteit het evenredige deel van het cumulatieve bedrag van de valutakoersverschillen, opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten, toewijzen aan de minderheidsbelangen in die buitenlandse activiteit.
Bij elke andere gedeeltelijke afstoting van een buitenlandse activiteit moet de entiteit alleen het evenredig deel van het cumulatieve bedrag van de valutakoersverschillen, opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten, overboeken naar de winst- en verliesrekening.
Elke vermindering van het belang in een buitenlandse activiteit wordt beschouwd als een gedeeltelijke afstoting van een buitenlandse activiteit, met uitzondering van verminderingen die leiden tot:
Deze gedeeltelijke afnamen van belangen in buitenlandse activiteiten worden administratief verwerkt als afstotingen wat leidt tot een herclassificatie-aanpassing van de valutakoersverschillen op deze buitenlandse activiteiten, opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten, naar de winst- en verliesrekening.
Opbrengsten uit contracten met klanten worden erkend volgens de principes zoals gestipuleerd in IFRS 15 Opbrengsten uit contracten met klanten. Deze standaard introduceert een vijfstappen aanpak in de bepaling van de methode voor het boeken van opbrengsten: als eerste stap dient het contract met de klant geïdentificeerd te worden, nadien dienen de prestatieverplichtingen in het contract bepaald te worden, in een derde stap dient de transactieprijs bepaald te worden, nadien wordt de transactieprijs toegewezen aan de prestatieverplichtingen in het contract en als laatste stap worden de opbrengsten geboekt wanneer de entiteit een prestatieverplichting vervult. De standaard bepaalt tevens dat de opbrengsten dienen geboekt te worden op een bepaald moment of gespreid over een bepaalde periode.
Opbrengsten worden netto – na belastingen, kortingen en rabatten – geregistreerd. De Groep hanteert een verschillende aanpak wat betreft de erkenning in opbrengsten uit de verkoop van goederen, uit de verkoop van diensten en uit de verkoop van overeenkomsten waarin meerdere goederen en/of diensten samen aan de koper worden aangeboden.
Opbrengsten uit de verkoop van goederen bevatten opbrengsten uit de verkoop van consumptiegoederen, chemicaliën, vervangingsonderdelen, apart verkochte apparatuur en softwarelicenties.
Opbrengsten uit dienst- verlening bevat diensten met betrekking tot de installatie, onderhoud en dienstverlening na verkoop.
De Groep sluit tevens overeenkomsten af waarin meerdere goederen en/of diensten samen aangeboden worden aan de koper (‘multiple-element arrangements’). Deze overeenkomsten omvatten de verkoop van software, licenties, hardware, installatiediensten, onderhoud en dienstverlening na verkoop.
De aan klanten gefactureerde vervoerskosten worden geboekt in opbrengsten in de periode.
Omzet uit de verkoop van goederen wordt erkend op het moment dat de controle van de goederen overgaat op de klant en wanneer er geen onzekerheid bestaat omtrent de inning van de verkoopprijs. In de bepaling of de inning van de verkoopprijs al dan niet waarschijnlijk is, houdt de Groep rekening met de kredietwaardigheid van de klant en diens intentie tot betalen van de verkoopprijs op vervaldag.
Omzet uit de verkoop van goederen wordt onder de huidige IFRS 15 standaard erkend op een specifiek tijdstip, zijnde het moment van levering rekening houdend met de geldende incoterms.
Omzet uit de verkoop van apart verkochte softwarelicenties wordt erkend op een speci- fieke tijdstip, zijnde op het moment van de levering van de source key aan de klant. Opbrengstenerkenning op een specifiek tijdstip is terecht daar de Groep de klant toegang verleend tot de software op een specifiek moment en het recht verleend tot gebruik van de intellectuele eigendom zoals deze bestaat op een specifiek moment.
In geval dat er volumekortingen aangeboden worden aan de klanten, wordt er een inschatting gemaakt van de verwachte volumekorting op basis van historische consumptiepatronen van de klanten. Het bedrag van de variabele verkoopprijs is gebaseerd op de ‘most likely amount’-methode. Wanneer er verwacht wordt dat de vooropgezette aankoopvolumes zullen behaald worden door de klant, wordt de omzet erkend aan een waarde die rekening houdt met de verwachte volumekorting en wordt er een contractuele verplichting verbonden aan contracten met klanten geboekt.
In overeenstemming met de huidige IFRS 15 wordt de omzet uit dienstverlening erkend over de looptijd van het contract aangezien de klant gelijktijdig de voordelen van deze dienstverlening ontvangt en consumeert.
Omzet met betrekking tot installatie en implementatie van de softwarelicentie wordt erkend op basis van de reeds gepresteerde kosten. De vooruitgang wordt gemeten aan de hand van inputparameters zijnde de reeds gepresteerde arbeidskosten in vergelijking tot de ingeschatte arbeidskosten.
In de gevallen waarbij de Groep meerdere diensten gelijktijdig aanbiedt, zal de omzet over de verschillende diensten verdeeld worden gebaseerd op de verkoopprijs die van toepassing is wanneer deze diensten apart verkocht worden.
De Groep sluit tevens overeenkomsten af waarin meerdere goederen en/of diensten samen aangeboden worden aan de koper (‘multiple-element arrangements’). Deze overeenkomsten omvatten de verkoop van software, licenties, hardware, installatiediensten, onderhoud en dienstverlening na verkoop.
Voor overeenkomsten die geen substantieve aanpassing van de software vergen, kwalificeert elk onderdeel als een aparte prestatie- verplichting. De totale verkoopprijs wordt toegewezen aan de verschillende prestatieverplichtingen op basis van hun verkoopprijs wanneer ze apart verkocht worden. In het geval dat kortingen toegekend worden, worden deze proportioneel toegekend aan elke prestatie- verplichting op basis van hun prijs wanneer ze apart verkocht worden.
Binnen de segmenten HealthCare IT en Radiology Solutions vereisen de meeste overeenkomsten waarin meerdere goederen en/of diensten samen aangeboden worden, geen significante aanpassingen van het softwaregedeelte en geen programmatie op maat van de koper.# Het deel van de verkoopprijs toegewezen aan de hardwarecomponent wordt in omzet erkend op het moment dat deze geleverd is aan de koper en toegevoegde waarde creëert. De hardwarecomponent wordt als een aparte prestatieverplichting beschouwd aangezien de overige componenten van de overeenkomst geen transformaties aanbrengen aan de hardware. Het deel van de softwarecomponent wordt in omzet erkend na succesvolle installatie in de lokalen van de koper en acceptatie door de koper. De softwarecomponent wordt beschouwd als een aparte prestatieverplichting aangezien de koper de software kan gebruiken met diensten en/of goederen die vrij verkrijgbaar zijn op de markt.
234
Gezien de Groep de klant toegang verleent tot de licentie op een specifiek tijdstip en een gebruiksrecht verleent tot de licentie zoals ze ontwikkeld werd op een specifiek tijdstip, wordt de omzet uit deze licenties eveneens erkend op een specifiek tijdstip. De software wordt gezien als apart identificeerbaar aangezien niettegenstaande het feit dat de software geïntegreerd is in het systeem van de klant, de nog te leveren installatie de baten die de klant heeft van de softwarelicentie niet in de weg staan. De installatiediensten zijn immers routinematig en kunnen eveneens verstrekt worden door derde leveranciers. Omzet met betrekking tot installatie en implementatie van de softwarelicentie wordt erkend op basis van de reeds gepresteerde kosten. De vooruitgang wordt gemeten aan de hand van inputparameters zijnde de reeds gepresteerde arbeidskosten in vergelijking met de ingeschatte arbeidskosten. In gevallen waarbij de klant additionele garanties aankoopt, zijnde garanties bovenop de wettelijke garanties die gegeven worden of waarbij een langere garantieperiode dan deze wettelijke voorzien wordt aangekocht (‘extended warranty’), wordt dit beschouwd als een aparte prestatieverplichting in een overeenkomst waarbij meerdere goederen en diensten samen worden aangeboden. Omzet erkend waarvoor nog geen facturatie plaatsgevonden heeft, wordt geboekt als contractuele activa verbonden aan contracten met klanten. Ontvangen vooruitbetalingen waarvoor nog geen omzet erkend werd, wordt geboekt als contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten. Binnen het segment Offset Solutions en Digital Print & Chemicals worden de opbrengsten uit de verkoop van apparatuur die significante installatie vereisen, in opbrengsten geboekt nadat de installatie in overeenstemming met alle contractuele bepalingen is voltooid en de machine gebruiksklaar is voor de koper. De machine en installatiediensten zijn zeer nauw met elkaar verbonden en worden bijgevolg behandeld als één prestatieverplichting, die in opbrengst wordt erkend op het moment van succesvolle installatie bij de koper.
Voor de boekhoudkundige behandeling van pensioen- en soortgelijke verplichtingen maakt IFRS een onderscheid tussen toegezegdebijdrageregelingen en toegezegdpensioenregelingen. De classificatie is afhankelijk van de partij – Onderneming of werknemer – die het actuarieel en investeringsrisico draagt. Bij een toegezegdebijdrageregeling draagt de werknemer alle risico’s en dient de Onderneming bijgevolg – met uitzondering van de te betalen bijdragen – geen verplichting op te nemen in de balans, behalve voor het onbetaalde deel van de bijdragen. Bij toegezegdpensioenregelingen draagt de Onderneming het actuarieel en investeringsrisico en erkent bijgevolg een verplichting in de balans.
De bijdragen voor toegezegdebijdrageregelingen worden als kost opgenomen in de winst- en verliesrekening wanneer ze verschuldigd zijn. Deze kosten worden in de winst- en verliesrekening toegewezen aan hun verschillende functies: kostprijs van verkopen, kosten van onderzoek en ontwikkeling, verkoop- en algemene beheerskosten, op basis van de functionele kostenplaatsen waar de betrokken werknemers aan toegewezen zijn.
Vanaf 31 december 2016 is de boekhoudkundige verwerking van toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement in lijn gebracht met de boekhoudkundige behandeling van toegezegdpensioenregelingen.
De boekwaarde op de balans van toegezegdpensioenregelingen wordt bepaald als de contante waarde van de brutoverplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen verminderd met de reële waarde van fondsbeleggingen. Wanneer deze berekening een nettosurplus oplevert, dan wordt de waarde van het hieruit resulterend opgenomen actief begrensd tot het totaal van de contante waarde van de economische voordelen die beschikbaar zijn in de vorm van terugbetalingen uit de regeling of verlagingen van toekomstige bijdragen aan de regeling.
235
Agfa-Gevaert – Jaarverslag 2021
TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
De contante waarde van de brutoverplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen (DBO) en de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten worden door een gekwalificeerd actuaris berekend volgens de ‘Projected Unit Credit’-methode (PUC). Volgens deze methode worden de toekomstige jaarlijkse uitkeringen verdisconteerd aan een veronderstelde interestvoet. De totale verplichting die hieruit voortvloeit wordt vervolgens toegerekend aan de verstreken diensttijd – die de DBO vertegenwoordigt – en aan het huidige dienstjaar – die de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten vertegenwoordigen. De te gebruiken interestvoet is de disconteringsvoet gebaseerd op interestvoeten op bedrijfsobligaties met een hoge rating die een looptijd hebben die deze van de brutoverplichtingen van de Groep benaderen. Bij het bepalen van de contante waarde van de brutoverplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen (DBO) wordt rekening gehouden met toekomstige aanpassingen in salarissen en pensioenuitkeringen. De DBO omvat tevens de contante waarde van belastingen betaalbaar op de bijdragen voor het plan of op vergoedingen betreffende geleverde diensten. Wat de toepassing van de PUC-methode voor Belgische toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement betreft wordt hierna bijkomende informatie verstrekt.
Het bedrag dat in de winst- en verliesrekening wordt geboekt, bestaat uit de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, de pensioenkosten van verstreken diensttijd, het effect van een inperking of afwikkeling van een toegezegdpensioenregeling, de interest op de nettoverplichting en administratieve kosten en belastingen. De aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten evenals administratieve kosten die geen verband houden met het beheer van de fondsbeleggingen worden toegewezen aan de kosten volgens hun functie: kostprijs van verkopen, kosten van onderzoek en ontwikkeling, verkoopkosten en algemene beheerskosten, op basis van de functionele kostenplaatsen waar de betrokken werknemers aan toegewezen zijn. Pensioenkosten van verstreken diensttijd en winsten of verliezen op de inperking of afwikkeling van een toegezegdpensioenregeling worden erkend in ‘Overige bedrijfsopbrengsten,’ respectievelijk ‘Overige bedrijfskosten’ op het moment dat de inperking of afwikkeling plaatsvindt. Administratieve kosten die verbonden zijn aan het beheer van fondsbeleggingen en belastingen die rechtstreeks gelinkt zijn aan het rendement van de fondsbeleggingen en die door het plan worden gedragen, zijn mee begrepen in het rendement op de fondsbeleggingen en worden opgenomen in de ‘Niet-gerealiseerde resultaten, na winstbelastingen’. De interest op de nettoverplichting van toegezegdpensioenregelingen wordt in de winst- en verliesrekening opgenomen onder ‘Overige financieringskosten’. Ze wordt berekend door de disconteringsvoet die gebruikt wordt voor de berekening van de contante waarde van de brutoverplichting toe te passen op de nettoverplichting. De interest op de nettoverplichting wordt uitgesplitst over de interestopbrengsten op fondsbeleggingen en interestkosten op de contante waarde van de brutoverplichting. Het verschil tussen de interestopbrengsten en het reële rendement op fondsbeleggingen wordt weergegeven in de balans onder ‘Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding: herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen’ en in de ‘Niet-gerealiseerde resultaten, na winstbelastingen’. Naast het verschil tussen het reële rendement op fondsbeleggingen en de berekende interestopbrengsten op fondsbeleggingen, omvatten de ‘Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding: herwaardering van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen’ de actuariële winsten en verliezen die bijvoorbeeld resulteren uit een aanpassing van de aanname inzake disconteringsvoet. Al deze effecten uit herwaarderingen worden getoond in de ‘Niet-gerealiseerde resultaten, na winstbelastingen.’
Belgische toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement vallen onder toepassing van de wet van april 2003 op de aanvullende pensioenen. Volgens artikel 24 van deze wet hebben aangeslotenen recht op een minimum rendement op bijdragen betaald door hetzij de organisator van het plan hetzij de werknemer. Een aantal voorwaarden opgenomen in deze wet, zoals het wettelijk minimum rendement, werden aangepast bij wet van 18 december 2015. In lijn met de waardering gehanteerd voor ‘zuivere’ toegezegdpensioenregelingen, wordt de verplichting uit 236 hoofde van toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement voortaan bepaald als het verschil tussen de contante waarde van de brutoverplichtingen (DBO) en de reële waarde van fondsbeleggingen.# 50.4.2 Pensioenverplichtingen
Vanaf 31 december 2016 worden de contante waarde van de brutoverplichtingen (DBO) en de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten door een gekwalificeerd actuaris berekend volgens de ‘Projected Unit Credit’-methode (PUC). Voor de algemene principes van deze methode verwijzen we naar de toelichting opgenomen onder ‘Verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding.’ In de Belgische entiteiten van de Groep voorzien alle verzekerde plannen in een vast gegarandeerd rendement tot aan pensionering (de zogenoemde ‘Tak 21’ verzekerde producten). Afhankelijk van de aard van het verzekerd plan wordt de contante waarde van de brutoverplichtingen bepaald inclusief of exclusief toekomstige bijdragen en hun toekomstig gewaarborgd rendement tot pensionering of beëindiging van deelname aan het plan. Voor het ‘Top Performance Plan’ werden geen toekomstige bijdragen in aanmerking genomen, voor alle andere ‘Tak 21’ verzekerde producten worden recurrente bijdragen betaald en bijgevolg ook in de actuariële berekeningen in aanmerking genomen.
Bij de bepaling van de nettoverplichting uit hoofde van toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement heeft de Groep paragraaf 115 van IAS 19 toegepast. Paragraaf 115 stelt “in de mate dat fondsbeleggingen verzekeringscontracten omvatten die kwalificeren als in aanmerking te nemen fondsbeleggingen waarvan bedrag en vervaldagstructuur overeenstemmen met het geheel of een deel van de toezeggingen onder het plan, wordt de marktwaarde van de verzekeringscontracten gelijkgesteld aan de contante waarde van de eraan gerelateerde verplichtingen”, tot op het niveau van het door de verzekeraar gegarandeerde rendement.
Vergelijkbaar met de Belgische toegezegdebijdrageregelingen met gewaarborgd rendement, worden de toegezegdebijdrageregelingen in Zwitserland verwerkt zoals een toegezegdpensioenregeling volgens IAS 19. Voor de waardering van de nettoverplichting van toegezegdebijdrageregelingen in België en Zwitserland wordt paragraaf 115 van IAS 19 toegepast. Paragraaf 115 stelt dat daar waar activa van het plan in aanmerking komende verzekeringspolissen bevatten die exact overeenkomen in tijdstip en bedrag van de te betalen voordelen gestipuleerd in het plan, de reële waarde van deze verzekeringspolissen gelijk is aan de reële waarde van de verplichtingen en dit ten belope van de gegarandeerde waarde door de verzekeraar. De toepassing van deze paragraaf 115 veronderstelt het bepalen van de verzekerde waarde van de toezeggingen bij pensionering, wat een invloed heeft op zowel de waarde van de fondsbeleggingen als de contante waarde van de brutoverplichtingen. Wat de toepassing van paragraaf 115 betreft is het management immers van mening dat de berekening van de contante waarde van de brutoverplichtingen tevens rekening dient te houden met het feit dat de werknemer aanspraak maakt op het hoogste van de bij de verzekeraar opgebouwde reserves en de gewaarborgde minimumreserves. Daarom dient de berekening van de contante waarde van de brutoverplichtingen met dit kenmerk rekening te houden en dit in elke situatie, hetzij tewerkstelling tot aan pensionering hetzij beëindiging van tewerkstelling voor pensionering.
Ontslagvergoedingen worden opgenomen als een verplichting en als een last wanneer een groepsonderneming zich aantoonbaar heeft verbonden tot ofwel:
* het beëindigen van de tewerkstelling van een werknemer of groep van werknemers vóór de normale pensioendatum; of
* de betaling van ontslagvergoedingen als gevolg van een aanbod ter aanmoediging van vrijwillige pensionering en in de mate dat het waarschijnlijk is dat de werknemers het aanbod zullen aanvaarden.
Wanneer ontslagvergoedingen verschuldigd zijn na twaalf maanden volgend op de rapporteringsdatum, dan worden ze verdisconteerd aan een disconteringsvoet gelijk aan het marktrendement op rapporteringsdatum van bedrijfsobligaties van hoge kredietwaardigheid met een resterende looptijd die consistent is met de termijn van de verplichtingen van de Groep.
237
AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021
TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
De interestimpact van de afwikkeling en waardering van ontslagvergoedingen aan de op balansdatum geldende disconteringsvoeten wordt in de winst- en verliesrekening opgenomen onder ‘Overige financieringskosten.’ De impact van toe- en afnamen van de verplichtingen van de Groep betreffende ontslagvergoedingen wordt opgenomen onder ‘Overige bedrijfskosten’ – Reorganisatiekosten.
De nettoverplichting van de Groep uit hoofde van langetermijnpersoneelsbeloningen andere dan bedrijfspensioenplannen, levensverzekeringsplannen en plannen voor medische bijstand heeft betrekking op de pensioenaanspraken die werknemers hebben opgebouwd in ruil voor hun diensten in de verslagperiode en voorgaande perioden. Deze verplichting wordt berekend op basis van de ‘Projected Unit Credit’-methode en wordt verdisconteerd om de contante waarde te bepalen en de reële waarde van hiermee samenhangende activa wordt hierop in mindering gebracht. De gebruikte disconteringsvoet is het marktrendement op rapporteringsdatum van bedrijfsobligaties van hoge kredietwaardigheid met een resterende looptijd die consistent is met de geschatte looptijd van de verplichtingen van de Groep. In tegenstelling tot de boekhoudkundige verwerking van toegezegdpensioenregelingen worden herwaarderingen van overige langetermijnpersoneelsbeloningen niet getoond in het overzicht van de ‘Niet-gerealiseerde resultaten,’ maar erkend in de ‘Winst- en verliesrekening.’
De verplichtingen uit hoofde van kortetermijnpersoneelsbeloningen worden gewaardeerd op een niet-verdisconteerde basis. Ze worden in de ‘Winst- en verliesrekening’ opgenomen in de periode waarin de gerelateerde prestaties worden geleverd. Een verplichting wordt opgenomen voor de personeelsbeloningen die betaalbaar zijn binnen de twaalf maanden op voorwaarde dat de Groep een bestaande in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft om dergelijke betalingen te doen als gevolg van verleende prestaties in het verleden en indien de verplichting op een betrouwbare manier kan worden bepaald.
De Groep heeft op aandelen gebaseerde beloningen toegekend aan haar CEO en een groep van sleutelpersoneelsleden onder de vorm van een langetermijn variabel compensatie vervat in een stock optie plan. Dit plan kan resulteren in een bijkomende cash bonus. In de op aandelen gebaseerde beloningsverrichtingen participeren de betrokken personen in de evolutie van de waarde van het onderliggend instrument, zijnde de aandelen van Agfa-Gevaert NV en de betaling in cash is gebaseerd op de koers of waarde van het aandeel. Betreffende ‘Share appreciation rights’ geven maar recht op vergoeding wanneer de betrokken persoon gedurende een specifieke periode is tewerkgesteld (kort ‘wachtperiode’ genoemd). Daarom erkent de Onderneming de kost van de beloning en de daaruit voortvloeiende verplichting, over de looptijd van voornoemde wachtperiode. De verplichting wordt initieel en gedurende voornoemde looptijd, telkens op het einde van een rapporteringsperiode, gewaardeerd aan de reële waarde van de ‘Share Appreciation Rights’ bepaald aan de hand van een aandelenoptiemodel en in de mate van de door de werknemers geleverde dienstprestaties. Wijzigingen in de reële waarden worden erkend in de winst- en verliesrekening. Zowel de kost bij initiële waardering als de impact van de wijzigingen in de reële waarde worden opgenomen als kost van personeelsbeloningen. Het gehanteerde optiewaarderingsmodel is ‘Black and Scholes.’
Kosten van onderzoek worden voor boekhoudkundige doeleinden gedefinieerd als kosten gemaakt voor huidige of geplande onderzoeken met het oog op het verschaffen van nieuwe wetenschappelijke of technische kennis en inzichten. Ontwikkelingskosten worden gedefinieerd als kosten gemaakt om de onderzoeksbevindingen of de
238
gespecialiseerde kennis aan te wenden voor het uitdenken of plannen van de productie, levering of ontwikkeling van nieuwe of substantieel verbeterde producten, diensten of processen alvorens deze in productie of gebruik te nemen. Kosten van onderzoek en ontwikkeling in de Agfa-Gevaert Groep betreffen zowel interne onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten als verschillende samenwerkingen op het vlak van onderzoek en ontwikkeling en allianties met derde partijen. Kosten van onderzoek en ontwikkeling omvatten, in het bijzonder, de lopende kosten voor de onderzoeks- en ontwikkelingsdepartementen zoals personeelskosten, materiaalkosten en afschrijving van vaste activa alsook de kosten van laboratoria, faciliteiten voor de ontwikkeling van toepassingen, ‘engineering’ en andere departementen die onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten verrichten, kosten voor het contact met universiteiten en wetenschappelijke instellingen en de kosten van onderzoeks- en ontwikkelingswerk voor rekening van derden. Onderzoekskosten kunnen niet worden geactiveerd. De voorwaarden voor activering van ontwikkelingskosten zijn strikt gedefinieerd: een immaterieel actief kan maar erkend worden, alleen wanneer er redelijke zekerheid bestaat dat toekomstige kasstromen de boekwaarde van het actief kunnen afdekken.
Financieringsbaten (-kosten) – netto omvatten rente verschuldigd op leningen en ontvangen rente op beleggingen. Zij bevatten ontvangen en betaalde interesten met betrekking tot elementen opgenomen in de netto financiële schuldpositie. De netto financiële schuldpositie wordt gedefinieerd als de som van langlopende en kortlopende rentedragende verplichtingen en leaseverplichtingen verminderd met geldmiddelen en kasequivalenten.# Overige financieringsbaten (-kosten) – netto
Overige financieringsbaten (-kosten) – netto omvatten:
* ontvangen en betaalde interesten met betrekking tot overige activa en verplichtingen die geen deel uitmaken van de netto financiële schuldpositie zoals de interest op de nettoverplichting wegens vergoedingen na uitdiensttreding en de interestcomponent van ontslagvergoedingen geheel of gedeeltelijk betaalbaar na twaalf maanden;
* valutakoersverschillen uit niet-operationele activiteiten;
* winsten en verliezen uit de herwaardering van derivaten die een economische indekking zijn van niet-operationele activiteiten;
* het ineffectieve gedeelte van kasstroomafdekkingen die niet-operationele activiteiten indekken;
* bijzondere waardeverminderingsverliezen geboekt op financiële activa;
* resultaten op de verkoop van effecten beschikbaar voor verkoop;
* herwaardering van de uitgestelde variabele overnameprijs van overnames; en
* andere niet-operationele kosten en opbrengsten.
Inkomsten uit rente worden pro rata temporis in de winst- en verliesrekening opgenomen rekening houdend met het effectieve rendement van het actief. Inkomsten uit dividenden worden in de winst- en verliesrekening opgenomen op de dag dat het dividend wordt toegekend. Alle rentelasten en andere financieringskosten in verband met leningen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen naarmate ze ontstaan op basis van de effectieve rentemethode. De rentelastcomponent van de betalingen voor leaseovereenkomsten wordt in de winst- en verliesrekening opgenomen op basis van de effectieve rentemethode. De interest op de nettoverplichting wegens vergoedingen na uitdiensttreding wordt berekend door de disconte- ringsvoet die gebruikt wordt voor de berekening van de contante waarde van de brutoverplichting toe te passen op de nettoverplichting. Zowel de bruto- als nettoverplichting bij aanvang van de rapporteringsperiode wordt als basis genomen waarbij rekening wordt gehouden met wijzigingen in de nettoverplichting tijdens de rapporteringsperiode als gevolg van bijdragen en uitkeringen.
De interestcomponent van langetermijnontslagvergoedingen omvat de impact van de afwikkeling van de verplichting evenals de impact van de gewijzigde disconteringsvoet.
De winstbelastingen omvatten de over het boekjaar verschuldigde en verrekenbare belastingen en de uitgestel- de belastingen. Beide belastingen worden in de winst- en verliesrekening geboekt behalve in die gevallen waar het bestanddelen betreft die deel uitmaken van de niet-gerealiseerde resultaten. In dit laatste geval verloopt de opname via de niet-gerealiseerde resultaten of in het geval van bedrijfscombinaties waarbij de opname verloopt via goodwil.
Bij de bepaling van de over het boekjaar verschuldigde en verrekenbare winstbelastingen en uitgestelde winstbelastingen houdt de Groep rekening met het effect van onzekere belastingposities en de vraag of er nog verdere belastingen en rente verschuldigd zijn.
Overige belastingvorderingen en schulden hebben betrekking op overige belastingen zoals BTW, onroerend goed belasting en andere indirecte belastingen. Ze worden gewaardeerd aan kostprijs. Overige belastingvorde- ringen en schulden worden gecompenseerd in de balans wanneer ze geheven worden door dezelfde belasting- autoriteit en afgelost worden op een nettobasis en er een wettelijk recht is om deze te compenseren.
Onder de over de verslagperiode verschuldigde en verrekenbare belastingen verstaat men deze die drukken op de fiscale winst van het boekjaar, berekend tegen de belastingtarieven die van kracht zijn op de balansdatum, evenals de aanpassingen aan de belastingen die verschuldigd zijn over de vorige boekjaren. Bijkomende winstbelastingen die ontstaan uit de uitkering van dividenden worden geboekt op hetzelfde moment als de verplichting voor uitbetaling van het desbetreffende dividend. Verschuldigde winstbelastingen met betrekking tot de lopende en voorgaande perioden, voor zover deze nog onbetaald zijn, worden erkend als schulden. Ingeval het reeds betaalde bedrag aan winstbelastingen groter is dan het verschuldigde bedrag voor die perioden, dan wordt dit overschot gepresenteerd als een actief.
De uitgestelde belastingen worden berekend volgens de ‘balance sheet’-methode en komen vooral voort uit de verschillen tussen de boekwaarde van activa en verplichtingen in de balans en de fiscale boekwaarde ervan (tijdelijke verschillen). Er wordt echter geen rekening gehouden met de volgende verschillen:
* belastbare verschillen bij de eerste opname van goodwill;
* de eerste opname van een actief of verplichting in een transactie die geen bedrijfscombinatie is en op het moment van de transactie geen invloed heeft op de winst vóór belasting of op de fiscale winst (het fiscale verlies); en
* tijdelijke verschillen met betrekking tot investeringen in dochterondernemingen in de mate dat zij waarschijnlijk niet zullen afgewikkeld worden in de nabije toekomst.
Het bedrag van de uitgestelde belastingen is gebaseerd op de verwachtingen met betrekking tot de realisatie van de boekwaarde van de activa en verplichtingen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de belastingtarieven (en de belastingwetgeving) waarvan het wetgevingsproces (materieel) is afgesloten op de balansdatum. Een uitge- stelde belastingvordering wordt enkel opgenomen in de balans indien het voldoende zeker is dat de verrekenba- re tijdelijke verschillen, de ongebruikte belastingfaciliteiten en de ongebruikte voorwaartse verliescompensatie in de toekomst met fiscale winsten kunnen worden verrekend. Uitgestelde belastingvorderingen worden verminderd naarmate het niet langer waarschijnlijk is dat de belasting- besparing zal kunnen worden gerealiseerd. Uitgestelde belastingvorderingen en -schulden worden gecompen- seerd in de balans indien de entiteit een wettelijk recht heeft om verschuldigde winstbelastingen netto af te rekenen en indien de uitgestelde belastingbedragen geheven worden door dezelfde belastingsautoriteit en de entiteit de intentie heeft om de vordering en de verplichting op hetzelfde moment te innen en te betalen.
Goodwill wordt na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, verminderd met geaccumuleer- de bijzondere waardeverminderingsverliezen. Voor geassocieerde deelnemingen die volgens de ‘equity’-methode worden gewaardeerd, wordt het bedrag van de goodwill opgenomen in de boekwaarde van de investering. Eventuele bijzondere waardeverminderingsverliezen worden eveneens opgenomen in de boekwaarde van de geassocieerde deelneming.
Immateriële activa met een onbepaalde gebruiksduur, zoals handelsnamen, worden gewaardeerd aan kost- prijs verminderd met geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. Immateriële activa met een beperkte gebruiksduur worden gewaardeerd aan kostprijs verminderd met geaccumuleerde afschrijvingen en geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. Immateriële activa met onbepaalde gebruiksduur worden niet afgeschreven. Zij worden jaarlijks op bijzondere waardevermindering getoetst en elke keer wanneer er een aanwijzing bestaat dat zij mogelijk een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan.
Immateriële vaste activa met beperkte gebruiksduur worden gewaardeerd aan kostprijs verminderd met geaccumuleerde afschrijvingen en geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. Kosten van onderzoek en ontwikkeling worden als een kost in de winst- en verliesrekening opgenomen in de pe- riode waarin zij worden gemaakt, met uitzondering voor bepaalde kosten van ontwikkeling, welke op de balans worden opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat het ontwikkelingsproject een succes zal zijn en wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan zoals technische uitvoerbaarheid en het kunnen aantonen dat het ont- wikkelingsproject waarschijnlijke toekomstige economische voordelen zal genereren. Kosten van ontwikkeling opgenomen op de balans worden afgeschreven op een systematische manier over hun geschatte gebruiksduur.
In overeenstemming met IFRS 3 Bedrijfscombinaties is de kostprijs van een immaterieel actief verworven in een bedrijfscombinatie de reële waarde van het immaterieel actief op overnamedatum. De reële waarde van een im- materieel actief weerspiegelt de marktverwachtingen over de waarschijnlijkheid dat toekomstige economische voordelen, vervat in het actief, naar de entiteit zullen toevloeien.
Uitgaven na eerste opname worden onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen. Ze worden echter wel geactiveerd indien ze resulteren in een verhoging van het toekomstig economisch nut van de respectieve materiële vaste activa.
Immateriële activa met een beperkte gebruiksduur, zoals verworven technologie en klantenrelaties worden afgeschreven volgens de lineaire methode over de geschatte gebruiksduur, over het algemeen een periode van vijf tot vijftien jaar. Afschrijvingsmethode, gebruiksduur en restwaarde worden op rapporteringsdatum telkens opnieuw beoordeeld en indien nodig aangepast.
De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen kostprijs, verminderd met geaccumuleerde afschrijvingen en geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen.# De kostprijs van een materieel vast actief omvat:
* de aankoopprijs, met inbegrip van invoerrechten en niet-restitueerbare belasting op de opbrengsten;
* alle rechtstreeks toerekenbare kosten om het actief op de locatie en in de staat te krijgen die noodzakelijk is om te functioneren op de door het management beoogde wijze;
* de eerste schatting van de kosten van ontmanteling en verwijdering van het actief, en van het herstel van het terrein waar het actief zich bevindt; de verplichting hiervoor wordt door de entiteit aangegaan wanneer het actief wordt verkregen, of ontstaat als gevolg van het gebruik gedurende een bepaalde periode voor andere doeleinden dan de productie van voorraden tijdens die periode;
* geactiveerde financieringskosten.
Voor zelfvervaardigde materiële vaste activa omvatten de rechtstreeks toerekenbare kosten de directe materiaalkost, directe fabricagekosten, een evenredig deel van de vaste kosten van materiaal en fabricage, en een evenredig deel van de afschrijvingen van activa gebruikt bij de vervaardiging. De kostprijs omvat tevens een evenredig deel van de kosten voor het bedrijfspensioenplan, andere vrijwillige personeelsbeloningen van de Onderneming en geactiveerde financieringskosten.
Uitgaven voor de herstellingen en onderhoud van materiële vaste activa worden onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen. Ze worden echter wel geactiveerd indien ze resulteren in een verhoging van het toekomstig economisch nut van de respectieve materiële vaste activa.
Materiële vaste activa worden vanaf datum van ingebruikname afgeschreven volgens de lineaire methode over de gebruiksduur van het actief. Voor materiële vaste activa aangehouden op grond van leaseovereenkomsten stemt de afschrijvingsperiode overeen met de gebruiksduur of met de looptijd van de leaseovereenkomst, indien korter.
De geschatte gebruiksduur van de respectieve activa is de volgende:
De afschrijvingsperiode, economische levensduur en restwaarde van vaste activa worden op geregelde tijdstippen geëvalueerd en aangepast indien nodig.
De Groep classificeert een vast actief (of een groep activa die wordt afgestoten) als aangehouden voor ver-koop wanneer zijn boekwaarde hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd in een verkooptransactie en niet door het voortgezette gebruik ervan. Onmiddellijk voordat het actief voor het eerst wordt geclassificeerd als aangehouden voor verkoop, waardeert de Groep de boekwaarde van het actief (of van alle activa en verplichtingen in de Groep) 242 overeenkomstig met de van toepassing zijnde IFRS. Bij de initiële classificatie als aangehouden voor verkoop, worden vaste activa en groepen van activa die worden afgestoten, gewaardeerd tegen de laagste waarde van hun boekwaarde en hun reële waarde minus de verkoopkosten. Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden opgenomen voor elke eerste of latere afschrijving van een actief (of een groep activa die wordt afgestoten) tot de reële waarde minus verkoopkosten. Vaste activa aangehouden voor verkoop worden niet langer afgeschreven.
Financiële activa omvatten investeringen in obligaties en aandelen van een ander bedrijf, geldmiddelen, gegeven leningen, handelsvorderingen, vorderingen uit leaseovereenkomsten en overige vorderingen evenals derivaten. Leningen en vorderingen worden in de balans opgenomen op het moment dat ze geïnitieerd worden. Alle andere financiële activa neemt de Groep op in haar balans op de transactiedatum, op het moment dat de Groep zich verbindt aan de contractuele bepalingen van het instrument. Bij eerste opname wordt een handelsvordering zonder significante financieringscomponent gewaardeerd aan reële waarde vermeerderd met direct toewijsbare transactiekosten. Transactiekosten met betrekking tot financiële activa en verplichtingen gewaardeerd aan reële waarde met waardeveranderingen geboekt in de winst- en verliesrekening, worden geboekt in de winst- en verliesrekening. De Groep neemt een financieel actief niet langer in de balans op vanaf het moment dat de contractuele rechten op de kasstromen uit het financieel actief aflopen of de Groep de contractuele rechten op de ontvangst van de kasstromen uit het financieel actief overdraagt in een transactie waarbij de risico’s en voordelen van eigendom van het financieel actief overgedragen worden. Indien de entiteit nagenoeg alle risico’s en voordelen van eigendom van het financieel actief niet overdraagt, noch behoudt, moet de entiteit vaststellen of zij zeggenschap over het financieel actief heeft behouden. In geval van verlies van zeggenschap mag de entiteit het financieel actief niet langer in de balans opnemen. Financiële activa en verplichtingen worden netto in de balans opgenomen, uitsluitend wanneer de Groep beschikt over een wettelijk recht om de bedragen netto voor te stellen en zij de intentie heeft om de betreffende activa en verplichtingen hetzij gelijktijdig hetzij netto af te wikkelen.
De Groep houdt de volgende categorieën aan van financiële instrumenten: financiële activa aan geamortiseerde kostprijs, financiële activa aan reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten. De classificatie is gebaseerd op het ondernemingsmodel van waaruit de activa beheerd worden en op de kenmerken van hun kasstromen.
Na eerste opname worden de financiële activa gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs wanneer het financiële activa betreft die contractueel recht geven op de ontvangst van kasstromen en de contractuele voorwaarden aanleiding geven tot kasuitgaven op specifieke data ten belope van de hoofdsom en de interesten op het openstaand saldo. De vorderingen van de Groep, zijnde handelsvorderingen, vorderingen uit leaseovereenkomsten en overige vorderingen, en geldmiddelen en kasequivalenten voldoen allemaal aan de definitie en worden bijgevolg gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs.
De financiële activa worden gewaardeerd aan reële waarde via de niet gerealiseerde winsten wanneer het financiële activa betreft die contractueel recht geven op zowel de ontvangst van kasstromen als de verkoop van financiële activa en de contractuele voorwaarden aanleiding geven tot kasuitgaven op specifieke data ten belope van de hoofdsom en de interesten op het openstaand saldo. Interestinkomsten worden berekend volgens de effectieve rentemethode; valutakoersverschillen en bijzondere waardeverminderingsverliezen worden geboekt in de winst- en verliesrekening. Overige nettowinsten en -verliezen worden geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten. Bij verkoop worden de winsten en verliezen uit de niet-gerealiseerde resultaten overgeboekt naar de winst- en verliesrekening. De investering van de Groep in Dilli Illustrate Inc. voldoet aan de voorwaarden opgelegd aan financiële activa gewaardeerd aan reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten. De impact van de waardering na eerste opname van deze aandelenparticipatie wordt opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten 243 AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING onder de ‘Overige reserves’. Dit item zal niet op een later tijdstip vanuit de niet-gerealiseerde resultaten in de winst- en verliesrekening worden opgenomen.
Financiële verplichtingen omvatten obligatieleningen, bankschulden, ‘revolving’- en andere kredietfaciliteiten, handelsschulden en overige te betalen posten evenals derivaten. Financiële verplichtingen worden opgenomen in de balans op transactiedatum, zijnde het moment dat de Groep zich verbindt aan de contractuele bepalingen van het instrument. Bij eerste opname waardeert de Groep financiële verplichtingen aan reële waarde verminderd met de direct toewijsbare transactiekosten bij de uitgave van de financiële verplichting. Niet-afgeleide financiële verplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs met uitzondering van de financiële verplichtingen die hun oorsprong vinden in een overdracht van financiële activa die niet in aanmerking komt voor aflossing of wanneer er nog betrokkenheid bij het afgestoten financieel actief van toepassing is. De rentedragende verplichtingen worden na initiële opname gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs, waarbij het verschil tussen het initiële bedrag en het aflossingsbedrag pro rata temporis in de winst- en verliesrekening wordt opgenomen op basis van de effectieve rentemethode. Wanneer een overdracht van financiële activa niet resulteert in aflossing van het actief omdat de entiteit de risico’s en voordelen van de eigendom van het betreffende actief behouden heeft, blijft de Groep het getransfereerde actief opnemen in de balans en erkent een financiële verplichting ten belope van de ontvangen vergoeding. Volgend op de eerste opname erkent de Groep een opbrengst op het getransfereerde actief en een kost op de financiële verplichting. Wanneer de Groep de wezenlijke risico’s en voordelen gekoppeld aan de eigendom van het getransfereerde actief niet overdraagt noch behoudt, blijft de entiteit het getransfereerde actief opnemen in de balans ten belope van de betrokkenheid van de entiteit en erkent tegelijkertijd een bijhorende verplichting. De betrokkenheid van de Groep in het getransfereerde actief is de mate waaraan zij aan wijzigingen in de waarde van het actief wordt blootgesteld.De waarde van het getransfereerde actief en daarbij horende verplichting wordt bepaald op basis van de rechten en verplichtingen die de entiteit heeft behouden. De bijhorende verplichting wordt gewaardeerd zodanig dat de nettoboekwaarde van het getransfereerde actief en bijhorende verplichting de geamortiseerde kostprijs is van de rechten en verplichtingen behouden door de Groep ervan uitgaande dat het getransfereerde actief aan geamortiseerde kost wordt gewaardeerd. De Groep neemt een financiële verplichting niet langer op in haar balans wanneer de contractuele verplichtingen ophouden, ontbonden worden of aflopen. De Groep neemt een financiële verplichting niet langer op in geval de voorwaarden van de financiële verplichtingen aangepast werden en de kasstromen uit deze aangepaste financiële verplichting aanzienlijk verschillend zijn. In dat geval wordt de financiële verplichting gebaseerd op de aangepaste modaliteiten opgenomen aan reële waarde. Op het moment van de aoeking van de oorspronkelijke financiële verplichting, wordt het verschil tussen de afgeboekte verplichting en het betaalde bedrag geboekt in de winst- en verliesrekening.
De Groep maakt gebruik van derivaten voor het beheer van wisselkoersrisico’s en van risico’s verbonden aan schommelingen van grondstofprijzen die voortvloeien uit de operationele, financiële en investeringsactiviteiten. De Groep gebruikt volgende types van derivaten: wisselkoers- en swap-contracten gebruikt als afdekkings- instrument waarvoor ‘hedge accounting’ wordt toegepast en overige wisselkoersen en swap-contracten. De Groep gebruikt termijnwisselcontracten om de variabiliteit in te dekken van de kasstromen aomstig van wisselkoersfluctuaties verbonden aan toekomstige verkopen. De Groep gebruikt eveneens ‘metal-swap’-over- eenkomsten om fluctuaties in te dekken van zeer waarschijnlijke aankopen van aluminium. Deze contracten zijn aangeduid als kasstroomafdekkingen van aankopen van grondstoffen in lijn met het verwachte gebruik van grondstoffen door de Groep. Derivaten die niet aangeduid zijn als kasstroomafdekkingen worden opgenomen aan reële waarde met waardeveranderingen opgenomen in de winst- en verliesrekening.
244
In het kader van haar huidige thesauriepolitiek wendt de Groep geen derivaten aan voor handelsdoeleinden. Derivaten worden initieel, op het ogenblik dat het derivaat wordt afgesloten, opgenomen aan reële waarde en vervolgens geherwaardeerd aan reële waarde. Wanneer ‘cashflow hedge accounting’ of ‘net investment hedge accounting’ wordt toegepast, wordt het effectieve deel van de winst of verlies opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten, het niet-effectieve deel wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening. Transactiekosten met betrekking tot financiële activa en passiva gewaardeerd aan reële waarde met waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening worden in de winst- en verliesrekening geboekt. De Groep heeft volgende categorieën van derivaten: afdekkingsinstrumenten en derivaten geclassificeerd als aangehouden voor handelsdoeleinden.
Termijnwisselcontracten en swap-contracten aangeduid als kasstroomafdekkingen kwalificeren beide als ‘Afdekkingsinstrumenten’. Na eerste opname worden ze gewaardeerd tegen reële waarde. Wanneer aan alle voorwaarden opgelegd voor ‘hedge accounting’ is voldaan, wordt deze toegepast. Dit betekent dat de vereiste documentatie voorhanden is, dat de afdekkingsrelatie kan worden aangetoond en dat de afdekking effectief is. Wanneer hedge-accounting wordt toegepast wordt het effectieve gedeelte van de reële waardeveranderingen opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten, het deel dat niet effectief is wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening. Wat ‘hedge accounting’ betreft, past de Groep IFRS 9 toe. Deze standaard vereist dat de aangeduide afdek- kingstransacties in overeenstemming zijn met de objectieven van de Groep inzake risicobeheer en strategie en dat een meer kwalitatieve en toekomstgerichte benadering gebruikt wordt in het bepalen van de effectiviteit van de afdekkingstransactie. De Groep gebruikt termijnwisselcontracten om het valutarisico met betrekking tot zeer waarschijnlijke toekomstige verkopen in te dekken. Veranderingen in de reële waarde van het termijnwisselcon- tract ten gevolge van veranderingen in contantwisselkoersen worden aangeduid als effectief in kasstroomafdek- kingen en worden bijgevolg erkend in niet-gerealiseerde resultaten. Overeenkomstig de IFRS 9-standaard zal het verschil tussen termijnkoers en contantkoers eveneens geboekt worden in de winst- en verliesrekening in de nettofinancieringslasten. De Groep maakt gebruik van ‘metal swap’-overeenkomsten die het risico op prijsschommelingen van aluminium indekken. Deze contracten zijn aangeduid als kasstroomafdekkingen en zijn afgesloten voor de levering van grondstoffen in overeenstemming met het verwachte verbruik van de Groep. Onder de IAS 39 standaard en ook onder de huidige IFRS 9, worden veranderingen in de reële waarde van deze afdekkingsinstrumenten geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten en overgeboekt naar de initiële boekwaarde van de voorraad. De types van afdekkingsrelaties dat de Groep momenteel aanduidt, voldoen aan de vereisten van IFRS 9 en zijn in overeenstemming met de strategie en doelstellingen van de Groep inzake risicobeheer. Ingeval de afdekking niet meer voldoet aan de vereisten van ‘hedge accounting’ of ingeval het afdekkingsinstru- ment verkocht wordt, vervalt, beëindigd of uitgeoefend wordt, dan wordt de afdekkingsrelatie voor de nog resterende periode beëindigd. Wanneer de ‘hedge accounting’ beëindigd wordt, dan blijft het bedrag dat in de niet-gerealiseerde resultaten geboekt werd daar behouden tot het moment dat het afgedekte item erkend wordt in de gevallen dat het gaat over een niet-financieel afgedekt actief. In de gevallen dat het gaat over an- dere kasstroomafdekkingen, dan wordt de reële waarde van de afdekkingsinstrumenten tot dan geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten afgeboekt in de winst- en verliesrekening op het moment dat het afgedekte actief eveneens in de winst- en verliesrekening geboekt wordt. In de gevallen dat de toekomstige transactie niet meer geacht wordt plaats te vinden, dan wordt de reële waar- de van de afdekkingsinstrumenten onmiddellijk geherklasseerd vanuit de niet-gerealiseerde resultaten naar de winst- en verliesrekening.
245
AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021
TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Derivaten die economische afdekkingen zijn, doch die niet voldoen aan de strikte criteria voor ‘hedge accounting’ zoals voorgeschreven door IFRS 9 Financiële instrumenten, worden boekhoudkundig verwerkt als financiële activa of financiële verplichtingen gewaardeerd aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening en worden opgenomen in de categorie ‘Verplicht gewaardeerd aan reële waarde met reële waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening’. In de winst- en verliesrekening worden de waardeveranderingen opgenomen onder de overige bedrijfsopbrengsten/-kosten of de nettofinancieringslasten aankelijk van de aard van het actief dat economisch ingedekt is.
Goodwill en immateriële activa met een onbepaalde gebruiksduur worden jaarlijks op bijzondere waardevermin- dering getoetst en elke keer wanneer er een aanwijzing bestaat dat zij mogelijk een bijzondere waardeverminde- ring hebben ondergaan. Het toetsen op bijzondere waardevermindering gebeurt ieder jaar op hetzelfde ogenblik en op het niveau van de kasstroomgenererende eenheid. De Groep bepaalt haar kasstroomgenererende eenheden in overeenkomst met de wijze waarop ze haar goodwill beheert en economische voordelen krijgt van de verworven goodwill en immateriële activa. Het toetsen op bijzondere waardevermindering gebeurt door het vergelijken van de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheden met hun realiseerbare waarde, gebaseerd op hun verwachte toekomstige kasstromen verdisconteerd tegen een gepaste disconteringsvoet voor belastingen. De disconteringsvoet die gebruikt wordt in de bepaling van de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen is een disconteringsvoet die gebaseerd is op een gewogen gemiddelde kapitaalkost (WACC). Deze gewogen gemiddelde kapitaalkost gebruikt een verhouding vreemd vermogen versus eigen vermogen van een gemiddelde marktparticipant waarbij een extra risicocomponent toegevoegd werd aan de kost van eigen vermogen. De kost van vreemd vermogen is gebaseerd op voorwaarden die vergelijkbare bedrijven voor hun langetermijnfinanciering zouden kunnen negotiëren. Het risico verbonden aan de verwachtingen van de prijsevoluties van zilver en aluminium is weerspiegeld in de toekomstige kasstromen. Er wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt indien de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid zijn realiseerbare waarde overtreft. Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening. Op iedere rapporteringsdatum dient te worden nagegaan of er een aanwijzing bestaat dat de boekwaarden van de materiële vaste activa, immateriële activa met een beperkte gebruiksduur en financiële activa mogelijk een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan. Indien een dergelijke indicatie bestaat, wordt de realiseer- bare waarde van het actief geraamd. Er wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt als de boek- waarde van een actief zijn realiseerbare waarde overtreft. Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening en de boekwaarde van het desbetreffende actief wordt verminderd door gebruik te maken van een aparte rekening.# 50.13.1 Bijzondere waardeverminderingen op materiële vaste activa en immateriële activa met een beperkte gebruiksduur
De realiseerbare waarde van de materiële vaste activa en immateriële activa met een beperkte gebruiksduur is de hoogste waarde van de reële waarde minus verkoopkosten en de gebruikswaarde. Voor de bepaling van de gebruikswaarde worden de geschatte toekomstige kasstromen verdisconteerd naar hun contante waarde op basis van een disconteringsvoet voor belastingen die de tijdswaarde van geld en de aan het actief verbonden specifieke risico’s weerspiegelt. Een bijzonder waardeverminderingsverlies dat in voorgaande perioden voor een actief, met uitsluiting van goodwill, werd opgenomen, wordt teruggeboekt als en slechts als er sinds de opname van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies een wijziging heeft plaatsgevonden in de schattingen die gebruikt worden om de realiseerbare waarde van het actief te bepalen.
Op elke rapporteringsdatum analyseert de Groep al haar recht-op-gebruik activa om na te gaan of er geen bijzonder waardevermindering dient geboekt te worden. Een indicatie tot mogelijk bijzonder waardeverminderingsverlies kan zijn dat een contract aangegaan als leasingnemer verlieslatend wordt in welk geval een bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt wordt, zijnde de laagste reële waarde van de verwachte kost om het contract te beëindigen en de verwachte nettokost om het contract toch verder te laten lopen. Een geboekt bijzonder waardeverminderingsverlies wordt tegengedraaid, enkel wanneer de boekwaarde van het actief niet hoger is dan de waarde die zou zijn vastgesteld na aftrek van afschrijvingen indien er geen bijzonder waardeverminderingsverlies geboekt zou zijn geweest.
De IFRS 9-standaard vervangt het model dat gebruikt wordt voor het boeken van bijzondere waardeverminderingsverliezen en dat gebaseerd is op opgelopen verliessituaties door een model dat gebaseerd is op verwachte verliezen op het moment dat het actief voor de eerste maal geboekt wordt. Dit vereist aanzienlijke beoordelingen over hoe veranderingen in economische factoren de verwachte verliezen kunnen beïnvloeden. De Groep zal de vereenvoudigde methode toepassen voor de evaluatie van handelsvorderingen, leasevorderingen en contractuele activa verbonden aan contracten met klanten wat inhoudt dat verwachte verliezen voor deze categorieën van activa steeds berekend worden ten belope van de verwachte verliezen over de gehele looptijd van de activa. Kredietverliezen worden berekend als de verdisconteerde waarde van alle tekorten in kasstromen zijnde het verschil tussen de kasstromen waar de onderneming recht op heeft en wat de onderneming verwacht te ontvangen. Een financieel actief is mogelijk in waarde verminderd door kredietverliezen indien één of meerdere voorvallen zich hebben voorgedaan die een nadelig effect hebben op de toekomstige kasstromen van het financieel actief. De gebruikte input en veronderstellingen in dit verwachte verliesmodel zijn de volgende: ernstige financiële moeilijkheden waarin een tegenpartij zich zou bevinden, achterstallen van meer dan 90 dagen na vervaldatum van de factuur, een mogelijks faillissement van de tegenpartij, …
De evaluatie voor het boeken van eventuele bijzondere waardeverminderingsverliezen houdt rekening met toekomstgerichte elementen. Alle debiteuren worden gegroepeerd in risicocategorieën gebaseerd op kwantitatieve en kwalitatieve kenmerken. Deze indeling in risicocategorieën wordt ieder jaar beoordeeld, rekening houdend met relevante toekomstgerichte informatie zoals informatie van externe kredietbeoordelingsbureaus, ouderdomsanalyse van de business, landenrisico en de individuele beoordeling van de kredietmanager. De Groep tracht het kredietrisico te beperken door gebruik te maken van kredietverzekering en andere kredietversachtende hulpmiddelen zoals wissels, bankgaranties, hypotheek. De methodologie, gehanteerd door de Groep voor de evaluatie van bijzondere waardeverminderingsverliezen, is dus gebaseerd op individueel nazicht van uitstaande vorderingen rekening houdend met toekomstgerichte informatie. Daarom heeft de introductie van IFRS 9 geen kwantitatieve impact gehad op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep.
Waardeverminderingen op financiële activa aan geamortiseerde kostprijs worden geboekt in de winst- en verliesrekening en netto gepresenteerd van de brutowaarden in de geconsolideerde balans. Waardeverminderingen op financiële activa gewaardeerd aan reële waarde met waardeveranderingen in de niet-gerealiseerde resultaten worden geboekt in de winst- en verliesrekening. De brutowaarde van de financiële activa worden afgeboekt wanneer er geen redelijke verwachtingen zijn dat het financieel actief in zijn geheel of gedeeltelijk kan gerecupereerd worden. De Groep maakt een individuele inschatting per type van actief of dat er al dan niet een redelijke verwachting van recuperatie kan zijn. Afgeboekte waarden maken nog steeds deel uit van acties die de Groep onderneemt ter recuperatie van de uitstaande waarden.
Bij het aangaan van een overeenkomst beoordeelt de Groep of het contract al dan niet een leasecomponent bevat. Een overeenkomst bevat een leasecomponent als de overeenkomst het gebruiksrecht van een gespecificeerd actiefbestanddeel overbrengt in ruil voor een vergoeding. Ter beoordeling van het feit of dat het contract al dan niet een gebruiksrecht overdraagt, baseert de Groep zich op de definitie van een leaseovereenkomst uit de standaard IFRS 16.
Bij aanvang of aanpassing van een contract dat een leasecomponent bevat, zal de Groep de verkoopprijs van het contract toewijzen naar elke leasecomponent op basis van de relatieve verkoopprijs wanneer deze componenten apart verkocht worden. De Groep heeft ervoor geopteerd om de niet-leasecomponenten niet af te zonderen en zal zowel de leasecomponenten als de niet-leasecomponenten behandelen als éénzelfde leaseovereenkomst.
Op de aanvangsdatum van de lease erkent de Groep een met een gebruiksrecht overeenstemmend actief en een leaseverplichting. Het gebruiksrecht wordt initieel bij eerste opname geboekt aan kostprijs, die bestaat uit het bedrag van eerste waardering van de leaseverplichting, alle op of voor de aanvangsdatum verrichte leasebetalingen, vermeerderd met alle door de leasingnemer gemaakte initiële directe kosten en een schatting van de door de leasingnemer te maken kosten voor ontmanteling en verwijdering van het onderliggend actief en van het herstel van het terrein waar het zich bevindt, verminderd met alle ontvangen lease-incentives.
Het gebruiksrecht wordt na eerste opname lineair afgeschreven vanaf aanvangsdatum tot einde looptijd van het contract. Indien de leaseovereenkomst de eigendom van het onderliggende actief aan het einde van de leaseperiode aan de leasingnemer overdraagt of indien de kosten van het met een gebruiksrecht overeenstemmende actief weerspiegelen dat de leasingnemer een aankoopoptie zal uitoefenen, moet de leasingnemer het met een gebruiksrecht overeenstemmende actief afschrijven vanaf de aanvangsdatum tot aan het einde van de gebruiksduur van het onderliggende actief. Anders moet de leasingnemer het met een gebruiksrecht overeenstemmende actief afschrijven vanaf de aanvangsdatum tot het vroegste van de volgende twee momenten: het einde van de gebruiksduur van het met een gebruiksrecht overeenstemmende actief of het einde van de leaseperiode. Het gebruiksrecht dient periodiek verminderd te worden met eventuele bijzondere waardeverminderingsverliezen, en aangepast worden voor bepaalde herwaarderingen van de leaseverplichting.
Op de aanvangsdatum moet een leasingnemer de leaseverplichting waarderen tegen de contante waarde van de leasebetalingen die op die datum niet zijn verricht. De leasebetalingen moeten worden gedisconteerd op basis van de impliciete rentevoet van de leaseovereenkomst, mits die op eenvoudige wijze kan worden bepaald. Indien die rentevoet niet op eenvoudige wijze kan worden bepaald, moet de leasingnemer de marginale rentevoet van de Groep gebruiken. De Groep gebruikt in het algemeen haar marginale rentevoet als verdisconteringsvoet. De verdisconteringsvoet wordt tweemaal per jaar berekend als het rendement op een overheidsobligatie per land met vergelijkbare resterende looptijd (bron: Reuters), verhoogd met een risicopremie die het risicoprofiel van de Groep weergeeft. Deze risicopremie verschilt van het landenrisico volgens de OESO. Afhankelijk van een laag, medium of hoog landenrisico wordt een verschillende risicocomponent toegevoegd. Op deze manier wordt er een matrix van marginale rentevoeten samengesteld met zes verschillende looptijdcategorieën en 50 landen.
De leasebetalingen vervat in de waardering van de leaseverplichting omvatten:
* vaste betalingen, met inbegrip van in wezen vaste betaalde leaseverplichtingen;
* variabele leasebetalingen die van een index of rentevoet afhankelijk zijn en die bij eerste opname op basis van de index of rentevoet op de aanvangsdatum worden;
* de uitoefenprijs van een aankoopoptie indien het redelijk zeker is dat de leasingnemer deze optie zal uitoefenen; en betalingen van boetes voor het beëindigen van de leaseovereenkomst, indien de leaseperiode de uitoefening door de leasingnemer van een optie tot beëindiging van de leaseovereenkomst weerspiegelt behalve indien de Groep redelijk zeker is dat de lease niet vervroegd zal beëindigd worden.
Er zijn geen leasecontracten waarvoor verwacht wordt dat de Groep een residuele restwaarde dient te betalen. De leaseverplichting wordt gewaardeerd tegen de contante waarde op basis van de effectieve interestmethode.## TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
De leaseverplichting dient geherwaardeerd te worden bij veranderingen in de leasebetalingen ten gevolge van wijzigingen in een index of rentevoet indien er een aanpassing is van de beoordeling of een aankoopoptie al dan niet zal uitgeoefend worden, een verlenging zal doorgevoerd worden van de leasetermijn of een vervroegde beëindiging, of indien er een wijziging is van de in wezen vaste betaalde leaseverplichtingen. Het bedrag van de herwaardering van de leaseverplichting wordt opgenomen als een aanpassing van het met een gebruiksrecht overeenstemmende actief. Indien de boekwaarde van het met een gebruiksrecht overeenstemmende actief echter tot nul is afgeboekt en er van een verdere vermindering van de waardering van de leaseverplichting sprake is, moet een leasingnemer elk resterend bedrag van de herwaardering in winst of verlies opnemen.
De Groep heeft ervoor gekozen om geen gebruiksrecht en geen leaseverplichtingen te erkennen voor leaseovereenkomsten met een lage waarde (voornamelijk IT-materiaal) en leasecontracten met een korte looptijd van minder dan 12 maanden. De Groep erkent de leasebetalingen voor deze contracten in de winst- en verliesrekening evenredig gespreid over de leasetermijn.
In de geconsolideerde balans worden de gebruiksrechten apart voorgesteld en zitten de leaseverplichtingen vervat in rentedragende verplichtingen. De leasebetalingen die vervallen binnen de 12 maanden na balansdatum worden voorgesteld als kortlopende verplichtingen, deze die vervallen meer dan 12 maanden na balansdatum worden voorgesteld als langlopende verplichtingen.
Wanneer de Groep leasinggever is, wordt bij aanvang van het leasecontract bepaald of de lease een financiële lease dan wel een operationele lease is. Om elk contract te classificeren, maakt de Groep een algemene inschatting of dat de leaseovereenkomst al dan niet alle aan het eigendom verbonden risico's en voordelen overdraagt naar de klant. Als dit het geval is wordt het contract behandeld als een financiële leaseovereenkomst, indien niet dan wordt het behandeld als een operationele leaseovereenkomst. De algemene inschatting houdt rekening met bepaalde indicatoren zoals of dat de leaseovereenkomst aangegaan wordt voor het belangrijkste deel van de economische levensduur van het actief.
Het overgrote deel van de leaseovereenkomsten waarbij de klant als economische eigenaar van het actief wordt beschouwd, wordt afgesloten met Agfa Finance (zijnde Agfa Finance NV, haar filialen en Agfa Finance Corp. en Agfa Finance Inc.).
Op leaseovereenkomsten aangegaan uit hoofde van de producent wordt op basis van de grondslagen voor de erkenning van opbrengsten uit de verkoop van goederen een verkoopwinst erkend. Dit betekent dat de Onderneming opbrengsten en daaraan gerelateerde winstmarge erkent op het ogenblik dat de fabriekseenheid of een verbonden onderneming Agfa Finance factureert bij het begin van de leaseovereenkomst met de eindklant.
Een commerciële overeenkomst waarbij een bepaald toestel wordt gefinancierd door een halflange- of langetermijn- overeenkomst waarbij de klant zich verbindt tot het kopen van een bepaalde hoeveelheid verbruiksgoederen aan een hogere waarde dan hun marktwaarde wordt een ‘bundle deal’ genoemd. Betalingen voor financiële leaseovereenkomsten afgesloten in de vorm van ‘bundle deals’ worden aangewend voor de aflossing van de openstaande invorderbare minimale leasebetalingen en de vergoeding voor de verkochte verbruiksgoederen op basis van hun verkoopprijs wanneer ze apart worden verkocht.
Invorderbare minimale leasebetalingen waarbij de Groep als leasinggever alle aan het eigendom verbonden risico’s en voordelen overdraagt naar de klant worden opgenomen als vordering voor een bedrag gelijk aan de contante waarde van de toekomstige minimale leasebetalingen. Baten uit financiële leaseovereenkomsten – gerapporteerd onder ‘Overige bedrijfsopbrengsten’ – worden vervolgens zodanig aan iedere periode van de totale leasetermijn toegerekend dat dit resulteert in een constante periodieke rentevoet.
In de balans worden vorderingen uit financiële leaseovereenkomsten apart gepresenteerd. Vorderingen uit financiële leaseovereenkomsten die vervallen binnen het jaar worden gepresenteerd als kortlopende activa.
249 AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021 TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Vorderingen uit financiële leaseovereenkomsten die vervallen op meer dan één jaar na balansdatum worden gepresenteerd als langlopende activa. De Groep hanteert de regelgeving omtrent uitboeking en bijzondere waardevermindering zoals gestipuleerd door IFRS 9 op het netto investeringsbedrag van de lease.
Opbrengsten uit operationele leaseovereenkomsten voor de verhuur van bedrijfsruimte en -uitrusting – gerapporteerd onder ‘Opbrengsten’ – worden lineair over de looptijd van de lease opgenomen.
Overige activa omvatten uitgestelde kosten en andere niet-financiële activa. Uitgestelde kosten betreffen door de Onderneming voor balansdatum betaalde bedragen die betrekking hebben op kosten voor toekomstige boekjaren (vooruitbetalingen). Voorbeelden van uitgestelde kosten zijn de huurgelden, interesten en verzekeringspremies, betaald voor balansdatum maar met betrekking tot een welbepaalde periode na balansdatum. Niet-financiële activa worden gewaardeerd aan kostprijs. Uitgestelde kosten worden lineair of naarmate de betreffende diensten worden verstrekt, opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Grondstoffen, hulpgoederen en handelsgoederen zijn gewaardeerd aan aanschaffingswaarde. Goederen in bewerking en afgewerkte producten zijn gewaardeerd aan kostprijs. De kostprijs omvat naast de directe productie- en materiaalkosten, een evenredig deel van de indirecte kosten (‘overheads’) van de productie en het materiaal en een evenredig deel van de afschrijvingen van de activa die in het productieproces werden gebruikt. Bovendien wordt een evenredig deel van de kosten voor het bedrijfspensioenplan en andere vrijwillige personeelsbeloningen toegerekend. Administratiekosten zijn inbegrepen voor zover ze verband houden met de productie.
De voorraden worden gewaardeerd volgens de methode van de gewogen gemiddelde kostprijs. Indien de aanschaffingswaarde of de kostprijs hoger is dan de opbrengstwaarde, wordt de waardering aan de lagere opbrengstwaarde toegepast. De opbrengstwaarde is gelijk aan de geschatte normale verkoopprijs, verminderd met de geschatte kosten die nodig zijn om de verkoop te realiseren.
De aanschaffingswaarde of kostprijs van de voorraad is om volgende redenen mogelijks niet recupereerbaar:
* Overtollige voorraad: dit wordt bepaald op basis van een lijst van producten zonder of met weinig beweging of producten dicht bij vervaldatum;
* Beschadigde producten of producten met kwaliteitsproblemen;
* Gedaalde verkoopprijzen.
Binnen de Groep zijn afwaarderingen van voorraden voornamelijk het gevolg van overtollige voorraden.
Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten geldmiddelen, ontvangen cheques, en saldi ten opzichte van banken en kredietinstellingen. Kasequivalenten zijn erg liquide financiële instrumenten op korte termijn die weinig onderhevig zijn aan risico’s op waardeverandering, gemakkelijk te converteren zijn in geldmiddelen en een vervaldag hebben gelijk aan of minder dan drie maanden na aanschaffing van de belegging.
Gewone aandelen worden opgenomen in het eigen vermogen. Transactiekosten verbonden aan de uitgifte van nieuwe aandelen worden netto na aftrek van belastingen opgenomen in mindering van ingehouden winsten. Indien aandelen die het eigen vermogen vertegenwoordigen terug worden ingekocht, wordt het betaalde bedrag met inbegrip van de aanverwante kosten, netto na aftrek van belastingen, in mindering gebracht van het eigen vermogen. Ingekochte eigen aandelen worden als ‘Reserve voor eigen aandelen’ in mindering van het eigen vermogen gebracht. Ingekochte eigen aandelen worden in de balans opgenomen op afwikkelingsdatum. Vernietigde eigen aandelen worden getransfereerd van ‘Reserve voor eigen aandelen’ naar ‘Ingehouden winsten’. Eigen aandelen die verkocht worden, worden de ontvangsten uit de verkoop geboekt als een stijging van het eigen vermogen en het eventuele surplus/deficit op de transactie zal gepresenteerd worden in ‘Uitgiftepremie’.
Voorzieningen worden in de balans opgenomen indien een onderneming van de Groep een bestaande verplichting heeft (in rechte afdwingbare of feitelijke) ten gevolge van een gebeurtenis van het verleden en als het waarschijnlijk is dat de afwikkeling van deze verplichting resulteert in een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en een betrouwbare inschatting gemaakt kan worden van het bedrag van de verplichting. Het bedrag van de voorziening is gebaseerd op de best mogelijke schatting van de uitgaven die vereist zijn om de bestaande verplichting op de rapporteringsdatum af te wikkelen. Indien het effect van de tijdswaarde van geld materieel is, worden voorzieningen verdisconteerd op basis van een disconteringsvoet vóór belastingen waarbij rekening wordt gehouden met de huidige marktbeoordelingen voor de tijdswaarde van het geld en de risico’s die inherent zijn aan de verplichting.
Een voorziening voor reorganisatiekosten wordt geboekt indien de Groep formeel een gedetailleerd reorganisatieplan heeft goedgekeurd en bij de betrokkenen een geldige verwachting heeft gewekt dat de reorganisatie zal worden doorgevoerd door het plan te beginnen uitvoeren of door de belangrijke kenmerken ervan mee te delen aan de betrokkenen. Voor toekomstige exploitatieverliezen worden geen voorzieningen opgenomen.# TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Indien terreinen vervuild zijn, dan wordt er, in overeenstemming met de gepubliceerde milieupolitiek van de Groep en de van toepassing zijnde wettelijke verplichtingen, een voorziening voor bodemsanering aangelegd.
Omzetgerelateerde voorzieningen omvatten voornamelijk commissies op opbrengsten, voorzieningen voor garantieverplichtingen en commerciële betwistingen. Een voorziening voor garantieverplichtingen gerelateerd aan producten wordt aangelegd op moment van opbrengstenerkenning en reflecteert de verwachte vervangingskost voor de Groep.
Een voorziening voor verlieslatende contracten wordt erkend wanneer de verwachte voordelen van een contract voor de Groep lager zijn dan de onvermijdbare kosten van het contract. Deze provisies worden geboekt voor dreigende verliezen uit aankoop- en verkoopcontracten ten belope van de verwachte verliezen.
De Groep past IFRS 15 Opbrengsten uit contracten met klanten toe. IFRS 15 heeft de begrippen ‘Contractuele activa en contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten’ geïntroduceerd. Contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten omvatten uitgestelde opbrengsten en vooruitbetalingen evenals de tijdens het jaar opgebouwde verplichtingen voor omzetkortingen en rabatten met betrekking tot tijdens het boekjaar geleverde goederen en diensten.
Overige verplichtingen hebben voornamelijk betrekking op bedrijfsopbrengsten die nog niet verworven zijn. Overheidssubsidies zijn een typisch voorbeeld van uitgestelde overige bedrijfsopbrengsten. Ze worden als bedrijfsopbrengst in de winst- en verliesrekening opgenomen zodra er redelijke zekerheid bestaat dat zij zullen worden ontvangen en dat de Groep zal voldoen of reeds voldoet aan de daaraan verbonden voorwaarden. Subsidies ter compensatie van door de Groep gemaakte kosten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen in dezelfde functionele rapporteringslijn waar tevens de kosten worden gepresenteerd. Zij worden systematisch aan de kosten toegewezen waarop ze betrekking hebben. Subsidies, toegekend voor de aankoop of productie van activa (immateriële activa of materiële vaste activa), worden bij eerste opname in de balans gepresenteerd als uitgestelde overige bedrijfsopbrengsten en vervolgens in de winst- en verliesrekening opgenomen, gespreid over de gebruiksduur van het actief. Overheidssubsidies toegekend voor toekomstige kosten worden verwerkt als uitgestelde overige bedrijfsopbrengsten.
Een aantal reeds gepubliceerde IFRS-standaarden, herzieningen aan IFRS-standaarden en nieuwe interpretaties van IFRS-standaarden waren nog niet van kracht per 31 december 2021 en werden dus niet toegepast in de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening. De Groep zal deze standaarden toepassen nadat deze zijn goedgekeurd voor gebruik in de Europese Unie. Het betreft:
Aanpassingen aan IAS 1 Presentatie van financiële staten: Classificatie van verplichtingen als langlopend of als kortlopend
In januari 2020 publiceerde de IASB aanpassingen aan IAS 1 met betrekking tot de classificatie van verplichtingen. Deze aanpassingen zijn van toepassing op jaarperioden die aanvangen op of na 1 januari 2022 en dienen retroactief toegepast te worden. De aanpassingen aan Classificatie van verplichtingen als langlopend of als kortlopend (IAS 1 aanpassingen) hebben enkel betrekking op de presentatie van verplichtingen in de balans en niet op het bedrag noch op het tijdstip van erkenning van een activa, verplichting, inkomsten of kosten noch op de toelichtingen omtrent deze items. Een onderneming classificeert verplichtingen als langlopend indien deze het recht heeft om de terugbetaling ervan uit te stellen tot 12 maanden na rapporteringsdatum. De aanpassingen aan de standaard specificeren dat de classificatie van verplichtingen als langlopend of als kortlopend gebaseerd dient te zijn op rechten die reeds bestonden op balansdatum. Ze verduidelijken tevens dat de classificatie losstaat van het feit of dat de entiteit de intentie heeft om al dan niet gebruik te maken om de terugbetaling uit te stellen. Op 15 juli 2020 heeft de IASB een uitstel van effectieve datum gepubliceerd onder Classificatie van verplichtingen als langlopend of als kortlopend – uitstel van toepassingsdatum (aanpassing aan IAS 1). De effectieve datum werd uitgesteld met één jaar naar jaarperioden die aanvangen op of na 1 januari 2023. Deze aanpassingen werden nog niet bekrachtigd door de Europese Unie. De Groep zal deze aanpassingen toepassen na bekrachtiging door de Europese Unie. De toepassing van deze aanpassing zal geen materieel impact hebben op de geconsolideerde financiële staten van de Groep.
Aanpassingen aan IFRS 3 Bedrijfscombinaties; IAS 16 Materiële vaste activa; IAS 37 Provisies, voorwaardelijke verplichtingen en voorwaardelijke activa en ook Jaarlijkse Verbeteringen
In mei 2020 publiceerde de IASB kleinere aanpassingen zoals verduidelijkingen van verwoordingen of toelichtingen van kleinere consequenties, elementen die over het hoofd zouden gezien zijn en conflicten tussen de vereisten van verschillende standaarden:
Jaarlijkse Verbeteringen aan IFRS standaarden 2018-2020 maken kleinere aanpassingen aan IFRS 1 Eerste Toepassing van Internationale Financiële rapporteringsstandaarden, aan IFRS 9 Financiële Instrumenten, aan IAS 41 Landbouw en aan de illustratieve voorbeelden toegevoegd aan IFRS 16 Leasing. Deze aanpassingen zijn van toepassing voor jaarperioden die aanvangen op of na 1 januari 2022. De aanpassingen werden reeds bekrachtigd door de Europese Unie. De Groep past de aanpassingen toe na bekrachtiging door de Europese Unie. De aanpassingen zullen geen materieel impact hebben op de geconsolideerde staten van de Groep.
Aanpassingen aan IAS 1 Presentatie van Financiële Staten en IFRS ‘Practice statement 2’ : Toelichting van waarderingsregels uitgegeven op 12 februari 2021
Deze aanpassingen bevatten kleinere aanpassingen om de toelichtingen van waarderingsregels te verbeteren zodat deze meer bruikbare informatie bevatten voor investeerders en gebruikers van de financiële staten. De aanpassingen vereisen dat ondernemingen hun belangrijkste van toepassing zijnde waarderingsregels toelichten eerder dan meer algemene waarderingsregels. De aanpassingen vervat in ‘Practice statement 2’ bevat richtlijnen over hoe het concept van materialiteit kan toegepast worden wanneer het gaat over waarderingsregels. De aanpassingen zijn van toepassing voor jaarperioden die aanvangen op of na 1 januari 2023 waarbij eerdere toepassing toegelaten is. Deze aanpassingen werden bekrachtigd door de Europese Unie.
Aanpassingen aan IAS 8 Waarderingsregels, Veranderingen aan boekhoudkundige inschattingen en fouten: Definitie van boekhoudkundige beoordelingen
In februari 2021 heeft de IASB aanpassingen aan IAS 8 gepubliceerd om te verduidelijken hoe de ondernemingen een verschil dienen te maken tussen veranderingen in waarderingsregels en veranderingen aan boekhoudkundige inschattingen. Dit verschil is belangrijk daar veranderingen aan boekhoudkundige inschattingen prospectief toegepast dienen te worden op toekomstige transacties en andere toekomstige gebeurtenissen terwijl veranderingen aan waarderingsregels in het algemeen retrospectief dienen toegepast te worden op voorbije transacties en andere voorbije gebeurtenissen. De aanpassingen zijn van toepassing voor jaarperioden die aanvangen op of na 1 januari 2023 waarbij eerdere toepassing toegelaten is. Deze aanpassingen werden bekrachtigd door de Europese Unie.
Aanpassingen aan IAS 12 Winstbelastingen: Uitgestelde belastingen met betrekking tot activa en verplichtingen afkomstig uit een bepaalde transactie
In mei 2021 publiceerde de IASB aanpassingen aan IAS 12 die verduidelijken hoe ondernemingen uitgestelde belastingen dienen te boeken op bepaalde transacties zoals leaseovereenkomsten en ontmantelingsvoorzieningen. IAS 12 Winstbelastingen bepaalt hoe een onderneming winstbelastingen, inclusief uitgestelde belastingen die te betalen of terug te vorderen belastingen in de toekomst omvatten, dient te bepalen. In bepaalde omstandigheden zijn ondernemingen vrijgesteld van belastingen op de eerste erkenning van activa en verplichtingen.# Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering van Agfa-Gevaert NV over de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2021
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Agfa-Gevaert NV (de ‘Vennootschap’) en zijn dochterondernemingen (samen de ‘Groep’), leggen wij u ons commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2021, alsook de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Dit vormt een geheel en is ondeelbaar.
Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van 14 mei 2019, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité en op voordracht van de ondernemingsraad. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2021. Wij zijn niet in staat geweest de datum van onze initiële benoeming te bepalen. Wij kunnen bevestigen dat we de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Agfa-Gevaert NV hebben uitgevoerd gedurende tenminste 44 opeenvolgende boekjaren.
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep over het boekjaar afgesloten op 31 december 2021 opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften. Deze geconsolideerde jaarrekening omvat de geconsolideerde balans op 31 december 2021, alsook de geconsolideerde winst- en verliesrekening, het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum evenals de toelichting bestaande uit een overzicht van de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige informatieverschaffing.
Het totaal van de geconsolideerde balans bedraagt 2.095 miljoen euro en de geconsolideerde winst- en verliesrekening sluit af met een verlies van het boekjaar van 14 miljoen euro.
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en de financiële toestand van de Groep op 31 december 2021, alsook van haar geconsolideerde resultaten en van haar geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA’s) zoals van toepassing in België. Wij hebben bovendien de door IAASB goedgekeurde internationale controlestandaarden toegepast die van toepassing zijn op de huidige afsluitdatum en nog niet goedgekeurd zijn op nationaal niveau. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie ‘Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening’ van ons verslag.
Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid. Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Kernpunten van onze controle betroffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.
We verwijzen naar de toelichting 27 ‘Immateriële activa en goodwill’ en naar toelichting 50.13 ‘Bijzondere waardeverminderingen’ van de geconsolideerde jaarrekening.
De Groep is actief in bedrijfssectoren waar de financiële resultaten worden beïnvloed door concurrentiedruk, een dalende vraag en volatiele grondstofprijzen (zilver en aluminium). Goodwill en immateriële activa met onbeperkte levensduur worden jaarlijks getoetst voor bijzondere waardevermindering in overeenstemming met IAS 36. Het management maakt een inschatting van de realiseerbare waarde door een verdiscontering van verwachte toekomstige kasstromen om te bepalen of deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen op 31 december 2021 en om de grootte van deze bijzondere waardeverminderingen te bepalen. Deze beoordeling wordt uitgevoerd op het niveau van de kasstroomgenererende eenheid.
Bijzondere waardeverminderingen op goodwill en immateriële activa met onbeperkte levensduur is een kernpunt van controle door:
Onze controlewerkzaamheden omvatten:
We verwijzen naar de toelichting 17 ‘Winstbelastingen’ en 50.7.2 ‘Uitgestelde winstbelastingen’ van de geconsolideerde jaarrekening.
Voorheen was er een onduidelijkheid of deze vrijstelling tevens van toepassing was op leaseovereenkomsten en ontmantelingsvoorzieningen – transacties waarvoor ondernemingen zowel een activa als een verplichting boeken. De aanpassingen verduidelijken dat de vrijstelling niet van toepassing is en dat ondernemingen uitgestelde belastingen dienen te erkennen op dergelijke transacties. Het doel van de aanpassingen is om de diversiteit in de rapportering van uitgestelde belastingen op leaseovereenkomsten en ontmantelingsvoorzieningen, te verminderen.
De aanpassingen zijn van toepassing voor jaarperioden die aanvangen op of na 1 januari 2023 waarbij eerdere toepassing toegelaten is. Deze aanpassingen werden bekrachtigd door de Europese Unie.
Volgende veranderingen werden niet verder toegelicht omdat ze niet relevant zijn voor de Groep. Het betreft:
De Groep heeft aanzienlijke fiscale verliezen en aftrekbare tijdelijke verschillen opgebouwd uit het verleden waarvoor een uitgestelde belastingvordering van 124 miljoen euro werd erkend. Er bestaat een inherente onzekerheid bij het beoordelen van de beschikbaarheid van toekomstige belastbare winsten, hetgeen bepaalt in welke mate uitgestelde belastingvorderingen al dan niet worden erkend. Vanwege de omvang van deze positie alsook het inschattingsvermogen nodig om deze rubriek te beoordelen, is dit een kernpunt van onze controle.
Onze controlewerkzaamheden omvatten:
* We hebben de gepastheid van de aannames en inschattingen van de Groep bij het bepalen van het niveau van de fiscale verliezen en de aftrekbare tijdelijke verschillen waarvoor uitgestelde belastingvorderingen worden erkend beoordeeld.
* We hebben de inschattingen van de Groep met betrekking tot de waarschijnlijkheid van het genereren van voldoende belastbare winsten om de erkenning van uitgestelde belastingvorderingen te ondersteunen beoordeeld, waaronder een beoordeling van de bedrijfsplannen op lange termijn, de historische en geprojecteerde belastbare winstprognoses op het niveau van de juridische entiteit, belastingplanningsstrategieën alsook de sensitiviteit voor wijzigingen in aannames.
* Verder hebben we de geschiktheid van de toelichtingen van de Groep met betrekking tot winstbelastingen beoordeeld, die zijn opgenomen in toelichting 17 bij de geconsolideerde jaarrekening.
We verwijzen naar toelichting 13 ‘Vergoedingen na uitdiensttreding’ en 50.4 ‘Personeelsbeloningen’ van de geconsolideerde jaarrekening.
In de meeste landen waarin de Groep actief is bestaan er regelingen met betrekking tot vergoedingen na uitdiensttreding. Vergoedingen na uitdiensttreding worden toegekend onder de vorm van toegezegde-bijdrageregelingen en toegezegde pensioenregelingen. De Groep financiert haar verplichtingen in dit kader via verzekeringsplannen en via gescheiden activa in pensioenfondsen. De nettoverplichting voor België, Duitsland, VK en VS vertegenwoordigt samen 98% van de totale nettoverplichting. Personeelsbeloningen zijn een kernpunt van onze controle wegens:
* De omvang van de balanspositie (728 miljoen euro, wat 35% van de totale passiva vertegenwoordigt); en
* De belangrijke inschattingen die worden gemaakt bij de waardering van de verplichtingen wegens vergoedingen na uitdiensttreding en de onderliggende activa. Kleine veranderingen in aannames en schattingen die worden gebruikt om de netto verplichtingen na uitdiensttreding van de Groep te waarderen, zouden een significant effect kunnen hebben op de financiële positie van de Groep.
Onze controlewerkzaamheden omvatten:
* We hebben onze kennis van het waarderingsproces van de Groep geactualiseerd.
* We hebben de deskundigheid, objectiviteit en bekwaamheid van de externe actuariële experten beoordeeld.
* Met behulp van onze actuariële experten, beoordeelden we de belangrijkste aannames, zijnde de verdisconteringsvoeten, de inflatiecijfers en de sterfteverwachtingen die ten grondslag liggen aan de waardering van de vergoedingen na uitdiensttreding van de Groep. Dit omvatte een vergelijking van de belangrijkste aannames met externe data.
* We hebben de accuraatheid van de onderliggende personeelsgegevens die aan de actuariële waardering ten grondslag liggen geverifieerd en de reële waarde van de pensioenactiva afgestemd met externe bevestigingen.
* We hebben de algehele redelijkheid van de waardebepaling beoordeeld.
* Verder hebben we de geschiktheid van de toelichtingen van de Groep met betrekking tot personeelsbeloningen beoordeeld, die zijn opgenomen onder toelichting 13 van de geconsolideerde jaarrekening.
We verwijzen naar toelichting 8 ‘Opbrengsten’ en 50.3 ‘Opbrengsten’ in de geconsolideerde jaarrekening.
Het boekjaar afgesloten op 31 december 2021 boekte de Groep opbrengsten voor een bedrag van 1.760 miljoen euro. We identificeerden erkenning van opbrengsten als een kernpunt van onze controle omdat opbrengsten een van de belangrijkste prestatie-indicatoren van de Groep zijn (inclusief bonusregelingen) en daarom onderhevig is aan een inherent risico van manipulatie door het management om doelstellingen of verwachtingen te behalen en omdat fouten bij de erkenning van opbrengsten een materiële invloed kunnen hebben op de winst van de Groep voor het jaar.
Onze controlewerkzaamheden omvatten:
* Evaluatie van het ontwerp, de implementatie en de werking van de belangrijkste controles (inclusief de IT-omgeving) betreffende het bestaan, de accuraatheid en timing van de omzeterkenning.
* Beoordelen van de door de Groep aangenomen waarderingsregels inzake de erkenning van opbrengsten door bevraging bij management en inspectie van een steekproef van verkoopcontracten teneinde de contractuele componenten, de leveringsvoorwaarden en de timing van de erkenning van opbrengsten te begrijpen en te kunnen beoordelen volgens de vereisten van de geldende boekhoudstandaarden.
* Beoordeling of opbrengsten in de juiste boekhoudperiode zijn opgenomen, door een steekproef van verkooptransacties situerend rond het einde van het jaar te vergelijken met ondersteunend bewijsmateriaal (bijvoorbeeld leveringsdocumentatie).
* Inspecteren van handmatige aanpassingen aan de omzet, navragen aan het management over de reden voor dergelijke aanpassingen en vergelijken van de details van de aanpassingen met ondersteunend bewijsmateriaal.
* Het testen van een steekproef van ‘contractuele activa verbonden aan contracten met klanten’ en ‘contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten’ door aansluiting ervan met ondersteunend bewijsmateriaal.
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor de interne beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten. Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de Groep om haar continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de Groep te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA’s is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden. Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader dat van toepassing is op de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België na. Een wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening biedt evenwel geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de Groep, noch omtrent de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee het bestuursorgaan de bedrijfsvoering van de Groep ter hand heeft genomen of zal nemen. Onze verantwoordelijkheden inzake de door het bestuursorgaan gehanteerde continuïteitsveronderstelling staan hieronder beschreven. Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA’s, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:
* het identificeren en inschatten van de risico’s dat de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, het bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden die op deze risico’s inspelen en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.# Auditrapport
Wij hebben de geconsolideerde jaarrekening van Agfa-Gevaert NV (de “Groep”) gecontroleerd, die bestaat uit de geconsolideerde balans per 31 december 2021, de geconsolideerde resultatenrekening, het geconsolideerd statement van de wijzigingen in het eigen vermogen en het geconsolideerd statement van kasstromen voor het jaar dat eindigde op 31 december 2021, en een samenvatting van de belangrijkste boekhoudkundige grondslagen en andere toelichtende informatie.
Naar ons oordeel geeft de bijgevoegde geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld, in alle van materieel belang zijnde opzichten, van de financiële positie van de Groep per 31 december 2021, van haar financiële prestaties en van haar kasstromen voor het jaar dat eindigde op 31 december 2021, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals die van toepassing zijn binnen de Europese Unie.
Wij hebben onze controle uitgevoerd overeenkomstig de International Standards on Auditing (ISA’s) zoals die van toepassing zijn in België en de bijkomende wettelijke vereisten van de Belgische wetgeving. Onze verantwoordelijkheden uit hoofde van die normen worden verder beschreven in de sectie ‘Verantwoordelijkheden van de accountant voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening’ van ons rapport.
Wij zijn onafhankelijk van de Groep overeenkomstig de ethische voorschriften van toepassing op onze controle van de geconsolideerde jaarrekening, met inbegrip van de wettelijke vereisten inzake onafhankelijkheid die van belang zijn voor onze controle in België, en wij hebben onze ethische verantwoordelijkheden vervuld in overeenstemming met deze voorschriften. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een grondslag te bieden voor ons oordeel.
Wij hebben geen oordeel gegeven over de effectiviteit van de interne beheersing van de Groep. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten om transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing.
Belangrijkste controleaangelegenheden zijn de aangelegenheden die, naar ons professioneel oordeel, het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn niet bedoeld om een oordeel te geven over de geconsolideerde jaarrekening als geheel, en wij geven geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met IFRS, en voor een zodanige interne beheersing als het bestuursorgaan noodzakelijk acht om het opstellen van een geconsolideerde jaarrekening mogelijk te maken die vrij is van materieel belang zijnde afwijkingen, of deze nu veroorzaakt zijn door fraude of door fouten.
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk voor het beoordelen van de mogelijkheid van de Groep om haar continuïteit te handhaven, het openbaar maken van aangelegenheden in verband met de continuïteit, voor zover van toepassing, en het hanteren van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuursorgaan de intentie heeft de Groep te liquideren of haar activiteiten te beëindigen, of geen reële alternatieven heeft dan dit te doen.
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van redelijke zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel vrij is van materieel belang zijnde afwijkingen, of deze nu veroorzaakt zijn door fraude of door fouten, en het uitbrengen van een accountantsproduct over de geconsolideerde jaarrekening. Redelijke zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA’s altijd materieel belang zijnde afwijkingen detecteert. Afwijkingen die voortvloeien uit fraude of fouten zijn niet altijd detecteerbaar, omdat ze bijvoorbeeld samenspanning, vervalsing, opzettelijke nalatigheid, onjuiste voorstelling van zaken of het doorbreken van de interne beheersing kunnen omvatten.
Wij verkregen inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle, met als doel controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de Groep.
Wij evalueerden de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en evalueerden de redelijkheid van de door het bestuursorgaan gemaakte schattingen en van de daarop betrekking hebbende toelichtingen.
Wij concludeerden of de door het bestuursorgaan gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is, en concludeerden, op basis van de verkregen controle-informatie, of er een onzekerheid van materieel belang bestaat met betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden die significante twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de Groep om haar continuïteit te handhaven. Indien wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij ertoe gehouden om de aandacht in ons commissarisverslag te vestigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de geconsolideerde jaarrekening, of, indien deze toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan te passen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van ons commissarisverslag. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de Groep haar continuïteit niet langer kan handhaven.
Wij evalueerden de algehele presentatie, structuur en inhoud van de geconsolideerde jaarrekening, en van de vraag of de geconsolideerde jaarrekening de onderliggende transacties en gebeurtenissen weergeeft op een wijze die leidt tot een getrouw beeld.
Wij verkregen voldoende en geschikte controle-informatie met betrekking tot de financiële informatie van de entiteiten of bedrijfsactiviteiten binnen de Groep gericht op het tot uitdrukking brengen van een oordeel over de geconsolideerde jaarrekening. Wij zijn verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op en de uitvoering van de Groepscontrole. Wij blijven ongedeeld verantwoordelijk voor ons oordeel.
Wij communiceren met het auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle. Wij verschaffen aan het auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen. Uit de aangelegenheden die met het auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport.
In het kader van onze opdracht en overeenkomst met de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA’s), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport, te verifiëren, alsook verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.
Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar en is opgesteld overeenkomstig het artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
In de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen in de controle, of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport, zijnde:
een afwijking van materieel belang bevatten, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, hebben wij geen afwijking van materieel belang te melden.
De niet-financiële informatie zoals vereist op grond van artikel 3:32 §2 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, werd opgenomen in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, dat deel uitmaakt van sectie Niet-Financieel Rapport van het jaarrapport. De Vennootschap heeft zich bij het opstellen van deze niet-financiële informatie gebaseerd op Global Reporting Initiative (GRI-) -Standaarden. Overeenkomstig 3:80 §1, eerste lid, 5° van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen spreken wij ons evenwel niet uit over de vraag of deze niet-financiële informatie is opgesteld in overeenstemming met de vermelde GRI-Standaarden.
Wij hebben ook, overeenkomstig het ontwerp van norm inzake de controle van de overeenstemming van de financiële overzichten met het Europees uniform elektronisch formaat (hierna ‘ESEF’), de controle uitgevoerd van de overeenstemming van het ESEF-formaat met de technische reguleringsnormen vastgelegd door de Europese Gedelegeerde Verordening nr. 2019/815 van 17 december 2018 (hierna: ‘Gedelegeerde Verordening’).
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen, in overeenstemming met de ESEF vereisten, van de geconsolideerde financiële overzichten in de vorm van een elektronisch bestand in ESEF-formaat (hierna ‘digitale geconsolideerde financiële overzichten’) opgenomen in het jaarlijks financieel verslag.
Het is onze verantwoordelijkheid voldoende en geschikte onderbouwende informatie te verkrijgen om te concluderen dat het formaat en de markeertaal van de digitale geconsolideerde financiële overzichten, in alle van materieel belang zijnde opzichten, voldoen aan de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening.
Op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn wij van oordeel dat het formaat van en de markering van informatie in de officiële Nederlandstalige versie van de digitale geconsolideerde financiële overzichten, opgenomen in het jaarlijks financieel verslag van Agfa-Gevaert NV per 31 december 2021, in alle van materieel belang zijnde opzichten, werden opgesteld in overeenstemming met de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening.
Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014.
Antwerpen, 8 april 2022
KPMG Bedrijfsrevisoren
Commissaris vertegenwoordigd door H. Van Donink
Bedrijfsrevisor
De volgende bladzijden zijn uittreksels van de statutaire jaarrekening van Agfa-Gevaert NV, opgesteld overeenkomstig de Belgische boekhoudkundige regels. Het verslag van de Raad van Bestuur aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders en de jaarrekening van Agfa-Gevaert NV zullen samen met het verslag van de commissarisrevisor gedeponeerd worden bij de Nationale Bank van België binnen de statutair bepaalde termijn. Deze documenten zijn op aanvraag verkrijgbaar bij de afdeling Investor Relations van de Vennootschap en beschikbaar op www.agfa.com/investorrelations.
Alleen de geconsolideerde jaarrekening vervat in de voorafgaande bladzijden geeft een correct en betrouwbaar beeld van de financiële situatie en de prestaties van de Agfa-Gevaert Groep. Het statutair verslag van de commissaris-revisor bevat geen bemerkingen en verklaart dat de niet-geconsolideerde jaarrekening van Agfa-Gevaert NV over het jaar, dat eindigde op 31 december 2021, een correct en betrouwbaar beeld geeft van de financiële situatie en de resultaten van de Vennootschap, en dit in overeenstemming met alle wettelijke en statutaire bepalingen.# Agfa-Gevaert – Jaarverslag 2021
MILJOEN EURO
| 31 december 2021 | 31 december 2020 | |
|---|---|---|
| I. Bedrijfsopbrengsten | ||
| A. Omzet | 444 | 449 |
| B. Voorraad goederen in bewerking en gereed product en bestellingen in uitvoering (toename + / afname -) | (8) | (7) |
| C. Geproduceerde vaste activa | 2 | 2 |
| D. Andere bedrijfsopbrengsten | 60 | 56 |
| E. Niet-recurrente bedrijfsopbrengsten | 1 | 0 |
| Totale Bedrijfsopbrengsten | 500 | 499 |
| II. Bedrijfskosten | ||
| A. Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen | ||
| 1. Aankopen | 156 | 170 |
| 2. Voorraad (toename - / afname +) | (17) | (12) |
| B. Diensten en diverse goederen | 109 | 115 |
| C. Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen | 104 | 107 |
| D. Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten op immateriële en materiële vaste activa | 27 | 25 |
| E. Waardeverminderingen op voorraden, op bestellingen in uitvoering en op handelsvorderingen (toevoegingen + / terugnemingen -) | (2) | (2) |
| F. Voorzieningen voor risico’s en kosten (toevoegingen + / bestedingen en terugnemingen -) | (7) | 6 |
| G. Andere bedrijfskosten | 18 | 19 |
| H. Niet-recurrente bedrijfskosten | 0 | 0 |
| Totale Bedrijfskosten | 318 | 348 |
| III. Bedrijfswinst (verlies) | 182 | 151 |
| IV. Financiële opbrengsten | 5 | 3 |
| V. Financiële kosten | (77) | (75) |
| VI. Winst (verlies) van het boekjaar vóór belasting | 110 | 80 |
| VII. Overboeking aan de uitgestelde belastingen | 0 | 0 |
| VIII. Belastingen op het resultaat | 0 | 0 |
| IX. Winst (verlies) van het boekjaar | 110 | 80 |
| X. Onttrekking aan de belastingvrije reserves | 0 | 0 |
| XI. Te bestemmen winst (verlies) van het boekjaar | 110 | 80 |
Resultaatverwerking
| 31 december 2021 | 31 december 2020 | |
|---|---|---|
| A. Te bestemmen winstsaldo | ||
| 1. Te bestemmen winst (verlies) van het boekjaar | 110 | 80 |
| 2. Overgedragen winst van het vorig boekjaar | (75) | (62) |
| B. Onttrekking aan het eigen vermogen | 0 | 0 |
| C. Toevoeging aan het eigen vermogen | 0 | 0 |
| D. Over te dragen winst (verlies) | 35 | 18 |
| F. Uit te keren winst | 0 | 0 |
MILJOEN EURO
| 31 december 2021 | 31 december 2020 | |
|---|---|---|
| Activa | ||
| I. Oprichtingskosten | 0 | 0 |
| II. Immateriële vaste activa | 18 | 19 |
| III. Materiële vaste activa | 73 | 70 |
| IV. Financiële vaste activa | 2654 | 2667 |
| V. Vorderingen op meer dan één jaar | 7 | 11 |
| VI. Voorraden en bestellingen in uitvoering | 209 | 221 |
| VII. Vorderingen op ten hoogste één jaar | 137 | 174 |
| VIII. Geldbeleggingen | 127 | 133 |
| IX. Liquide middelen | 33 | 27 |
| X. Overlopende rekeningen | 7 | 7 |
| Totaal Activa | 3433 | 3329 |
| Passiva | ||
| I. Kapitaal | 122 | 122 |
| II. Uitgiftepremies | 132 | 132 |
| IV. Reserves | 578 | 505 |
| V. Overgedragen winst | 35 | 18 |
| VI. Kapitaalsubsidies | 0 | 0 |
| VII. Voorzieningen en uitgestelde belastingen | 218 | 218 |
| VIII. Schulden op meer dan één jaar | 755 | 755 |
| IX. Schulden op ten hoogste één jaar | 1614 | 1579 |
| X. Overlopende rekeningen | 0 | 0 |
| Totaal Passiva | 3433 | 3329 |
De Vennootschap past de Belgische Corporate Governance Code 2020 als referentecode toe. Deze Code kan worden geraadpleegd op de website www.corporategovernancecommittee.be.
In 2020 werden ook de statuten van de Vennootschap in overeenstemming gebracht met het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (Wet van 23 maart 2019). De Raad van Bestuur heeft in 2020 het Corporate Governance Charter van de Vennootschap herzien, met het oog op de aanpassing van dit Charter aan de bepalingen van de Belgische Corporate Governance Code 2020. Bij deze herziening werd ook de keuze voor de monistische bestuursstructuur geëvalueerd en bevestigd. Het volledige Corporate Governance Charter van de Vennootschap is gepubliceerd op de website: www.agfa.com/investorrelations.
Tenzij anders aangegeven in de relevante secties van deze verklaring paste de Vennootschap gedurende het boekjaar 2021 de Belgische Corporate Governance Code 2020 volledig toe. De bestuursstructuur van de Vennootschap is opgebouwd rond de Raad van Bestuur, de Chief Executive Officer (CEO) en het Executive Comité (Exco). De Raad van Bestuur wordt bijgestaan door een Benoemings- en Remuneratiecomité en een Auditcomité.
De Raad van Bestuur is als hoogste bestuursorgaan bevoegd om alle handelingen te verrichten die noodzakelijk of nuttig zijn voor de verwezenlijking van het maatschappelijk doel, met uitzondering van die waarvoor volgens de wet alleen de Algemene Aandeelhoudersvergadering bevoegd is (onder meer de wijziging van de statuten, kapitaalverhoging buiten toegestaan kapitaal, kapitaalvermindering). De bevoegdheden en de werking van de Raad van Bestuur worden in extenso beschreven in het Corporate Governance Charter.
De statuten bepalen dat de Raad van Bestuur vergadert wanneer het belang van de Vennootschap dit vereist of wanneer twee bestuurders hierom verzoeken. In 2021 vonden er acht effectieve vergaderingen plaats, evenals enkele korte besprekingen per ‘conference call’. De Raad van Bestuur vergaderde en besliste tijdens 2021 onder meer over: het bepalen van de bedrijfsstrategie en van de belangrijkste beleidslijnen, het transformatieproces van de Agfa-Gevaert Groep, het aandeleninkoopprogramma, de vooruitzichten voor 2022 en de actieplannen voor de volgende jaren, ESG-gerelateerde onderwerpen, de aanbevelingen gedaan door de verschillende Comités van de Raad van Bestuur, het risicomanagement, de goedkeuring van budgetten, kostenbeheersingscenario’s, de evolutie van belangrijke juridische geschillen en de goedkeuring van de jaarrekeningen.
Bestuurders die mogelijkerwijs een belangenconflict hebben met betrekking tot een agendapunt moeten dit voor iedere beraadslaging melden en moeten zich onthouden van beraadslaging en stemming over dat onderwerp. Meer in het bijzonder mogen bestuurders zich niet in conflictsituaties plaatsen zoals beschreven in het Corporate Governance Charter van de Vennootschap. Wanneer een dergelijke situatie zich tegen hun wil in alsnog voordoet, dan moeten zij dit bekendmaken voor enige beraadslaging met betrekking tot het bewuste agendapunt plaatsvindt en zich onthouden van beraadslaging en stemming hierover.
De statuten bepalen dat de Raad van Bestuur samengesteld is uit ten minste zes leden, al dan niet aandeelhouders, die benoemd worden voor een hernieuwbare termijn van maximum vier jaar. De meerderheid van de leden zijn niet-uitvoerende bestuurders en minstens drie van hen zijn onafhankelijk. Enkel aan het mandaat van de heer Christian Reinaudo als bestuurder van de Vennootschap was een einde gekomen onmiddellijk na de jaarvergadering van 11 mei 2021. Er werd aan de aandeelhouders voorgesteld om de heer Christian Reinaudo te herbenoemen tot niet-uitvoerend bestuurder van de Vennootschap voor een termijn van vier (4) jaar. Derhalve bestaat de Raad van Bestuur op heden uit de hiernavolgende zeven leden:
(1) Onafhankelijk bestuurder in de zin van artikel 7:87§1 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen.
Aan het bestuursmandaat van MRP Consulting BV, met als vaste vertegenwoordiger de heer Mark Pensaert, zal een einde komen onmiddellijk na de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 10 mei 2022. Mevrouw Hilde Laga heeft de Raad van Bestuur geïnformeerd dat zij onmiddellijk na die Algemene Vergadering van Aandeelhouders ontslag zal nemen als bestuurder.
Op de Algemene Vergadering zal daarom aan de aandeelhouders worden voorgesteld om MRP Consulting, met als vaste vertegenwoordiger de heer Mark Pensaert, te herbenoemen als onafhankelijk bestuurder voor een termijn van vier (4) jaar en om Albert House BV, met als vaste vertegenwoordiger mevrouw Line De Decker, te benoemen als onafhankelijk bestuurder ter vervanging van mevrouw Hilde Laga, eveneens voor een termijn van vier (4) jaar. De Raad is ervan overtuigd dat mevrouw De Decker over de juiste competenties en kwaliteiten beschikt om een waardevol lid van de Raad te worden, zoals blijkt uit het onderstaande CV.
Line De Decker (°1974 - Belgische) behaalde een diploma Rechten aan de Universiteit van Leuven en Barcelona, alsook een Master in Tax Management aan de Solvay Business School. Zij wordt Chief Human Resources & Sustainability Officer en zal op 11 april 2022 lid worden van het Executive Comité van Aliaxis, een wereldleider die toegang tot water en energie mogelijk maakt via inventieve oplossingen voor het beheer van vloeistoffen.
Vooraleer Aliaxis te vervoegen was zij Senior Vice President en Head Transformation Office bij GSK, waar ze het Future Ready programme leidde, een initiatief om twee groeibedrijven op te starten. Gedurende haar 14 jaar bij GSK, bekleedde ze meerdere senior HR functies in België en het Verenigd Koninkrijk in de vaccins, farma en consumer business.
Voor GSK, werkte Mevr. De Decker bij DuPont, waar ze betrokken was bij het opstarten van hun wereldwijde business services. Ze startte haar carriere bij UCB en PriceWaterhouseCoopers als belonings- en belastingspecialist.
Mevrouw De Decker is een senior executive met een uitgebreide ervaring van meer dan 25 jaar in het werken op directieniveau in grote, complex gereguleerde organisaties. Ze combineert haar uitstekende vaardigheden op het vlak van communicatie, beïnvloeding en change management met een uitzonderlijke staat van dienst in het leiden van bedrijven doorheen cruciale transformationele veranderingsprogramma’s.
Mrs. De Decker is niet-uitvoerend bestuurder bij de London Ambulance Service, een NHS Trust.# CV’s van de leden van de Raad van Bestuur
(°1958 - Fransman) behaalde een Bachelor in Economics and Political Sciences aan de IEP Parijs, een Bachelor in de Rechten aan de Universiteit van Nice en behaalde later een Master in Management aan de ESSEC Parijs. Hij begon zijn carrière in 1986 bij Dow Chemical, waar hij werkte in de verkoop, marketing en business management. In 1996 werd hij Business Director bij DuPont Dow Elastomers en in 1999 werd hij bij UCB Bestuurder van de Rad- cure business unit en daarna van de Specialty Chemicals, die in 2005 werden verkocht aan Cytec Industries. Hij werd Vice-President van Cytec Surface Specialties en in 2008 werd hij President van Cytec Specialty Chemicals, lid van Cytec’s Executive Leadership team en Officer van Cytec Industries Inc. In 2013 werd hij CEO van Allnex, de toonaangevende producent van coatingharsen die overgenomen werd door Advent International Private Equity en tot 2020 was hij een Advent Operating partner, zetelend in het Allnex’s Advisory Committee. Frank Aranzana trad toe tot de Raad van Bestuur in mei 2019. Hij werd verkozen tot Voorzitter van de Raad van Bestuur in augustus 2020.
Huidige mandaten
* Lid van de Raad van Bestuur van Anqore
(°1965 - Fransman) studeerde af aan de ESCP Business School in Parijs, Frankrijk. Hij heeft meer dan 30 jaar ervaring in de chemische en geavanceerde materialen- industrie. Pascal Juéry begon zijn carrière in financiën en al snel demonstreerde hij zijn vermogen om verscheidene wereldwijde activiteiten te leiden en om functionele sleutelposities te bekleden. De voorbije tien jaar was hij lid van de uitvoerende comités van eerst Rhodia en daarna Solvay. Bij Solvay speelde hij een actieve rol in de transformatie van de portfolio en de activiteiten van de groep. Pascal Juéry trad toe tot de Raad van Bestuur in 2020. Sedert 1 februari 2020 is hij CEO van Agfa-Gevaert.
Huidige mandaten
* Bestuurder bij Blue Industry & Science
* Bestuurder bij Desmet-Ballestra
(°1956 - Belgische) wordt algemeen erkend als een Belgische autoriteit inzake adviesverlening op het vlak van vennootschapsrecht. Tot 2014 combineerde zij haar werk als advocaat met een erg gewaardeerde academische carrière. Nadat ze een doctoraat behaalde in de rechten aan de KU Leuven (België), richtte zij het advocatenkantoor Laga (thans Deloitte Legal - Lawyers) op, dat zij leidde als managing partner en als hoofd van de corporate M&A-praktijk tot in 2013. Als professor aan de universiteit van Leuven, doceerde Hilde Laga vennootschapsrecht. Over dit onderwerp heeft zij talrijke nationale en internationale publicaties op haar naam. Zij is thans verbonden als bijzonder gasthoogleraar. Hilde Laga is lid van de Belgische Corporate Governance Commissie en ze was verscheidene jaren lid van de Raad van Toezicht van de FSMA. Hilde Laga trad toe tot de Raad van Bestuur van Agfa-Gevaert in 2015.
Huidige mandaten
* Voorzitter van de Raad van Bestuur van GIMV NV
* Lid van de Raad van Bestuur van Barco NV, Greenyard Foods NV, KU Leuven en haar universitair ziekenhuis
(°1964 - Belg) studeerde af als Licenciaat Rechtsgeleerdheid aan de UGent (België) en behaalde daarna een Master of Law aan het St. Catharine’s College van de Cambridge University. Hij startte zijn loopbaan in 1988 in Londen bij Lazard Brothers & Co, één van de vooraanstaande onafhankelijke global investment banks met hoofdkantoren in New York, Parijs en Londen. Tussen 1992 en 1996 was hij financieel directeur bij Interbuild NV en Rombouts NV. In 1996 werd hij CFO van Carestel NV (thans deel van de Autogrill Group). Tussen 2000 en 2004 keerde hij terug naar de internationale M&A business door opnieuw aan de slag te gaan bij Lazard Frères in Parijs met als doel het helpen oprichten van een M&A platform voor Lazard in de BeNeLux. In 2004 werd hij Partner en startte hij het Amsterdams kantoor dat de hele BeNeLux overzag. In 2008 kwam hij als CEO bij Leonardo & Co, een spin-off van Lazard, om er een netwerk uit te bouwen op het Europese vasteland en van september 2015 tot juli 2018 was hij Voorzitter van de investment banking divisie van Alantra Partners, een global investment banking en asset management-groep met beursnotering in Madrid. Mark Pensaert trad toe tot de Raad van Bestuur in 2018.
Huidige mandaten
* Lid van de Raad van Commissarissen van Rabobank
(°1954 - Fransman) is afgestudeerd aan de "Ecole de Physique et de Chimie Industrielles de Paris" en heeft een doctoraat van de Universiteit van Parijs (Frankrijk). Hij begon zijn loopbaan bij Alcatel. Tijdens zijn Alcatel-periode had hij de leiding over verschillende multimiljardactiviteiten wereldwijd en over internationale verkoop- en serviceorganisaties, waaronder de Cable Group van Alcatel (nu Nexans), de Submarine Networks Division en de hele Optics Group. Begin 2000 trad hij toe tot het Directiecomité van Alcatel als Executive Vice-President. Na de regio Azië-Pacific te hebben gemanaged, leidde hij het integratie- en overgangsproces in verband met de fusie van Alcatel en Lucent Technologies. In 2007 werd hij benoemd tot President Noord- en Oost-Europa van Alcatel-Lucent en trad hij toe tot de Raad van Bestuur van Alcatel-Lucent (België). Begin 2008 stapte Christian Reinaudo over naar Agfa-Gevaert om President van Agfa HealthCare te worden. Christian Reinaudo trad toe tot de Raad van Bestuur van Agfa-Gevaert in 2010. Van 1 mei 2010 tot 1 februari 2020 was hij CEO van Agfa-Gevaert.
Huidige mandaten
* Bestuurder Domo Chemicals Holding NV (sinds 18 oktober 2016)
* Voorzitter Biocartis Group NV (sinds 11 mei 2018)
(°1977 - Oostenrijker) behaalde een Master in Economie en Bedrijfskunde aan de Vienna University of Economics and Business Administration. In 2000 startte Klaus Röhrig zijn carrière bij Credit Suisse First Boston in Londen waar hij zich vooral toelegde op bedrijfsfinanciering en M&A voor technologiebedrijven. In 2006 trad hij in dienst bij Elliott Associates, waar hij verantwoordelijk was voor de investeringsfondsen in de Duitstalige landen, evenals voor geselecteerde beleggingen in schulden, aandelen en overheden. In 2015 richtte Klaus Röhrig Active Ownership Group op, een Luxemburgse investeringsgroep. Tijdens zijn hele loopbaan richtte hij zich op het identificeren van investeringsmogelijkheden, het structureren van investeringen en procesgestuurde waardecreatie. Klaus Röhrig (AOC) trad toe tot de Raad van Bestuur in 2018. Hij was Voorzitter van de Raad van Bestuur van mei 2019 tot en met augustus 2020.
Huidige mandaten
* Lid van de Raad van Toezicht van Formycon AG
* Lid van de Raad van Toezicht van Francotyp-Postalia Holding AG
(°1962 - Brits/Amerikaans) is een wereldwijde healthcare executive die zich vooral bezighoudt met het oplossen van complexe problemen die zich situeren op het snijvlak van innovatie en zakelijkheid. Ze behaalde een doctoraat in de fysica, met specialisatie in medische echografie, aan het University College Cardiff (VK). Tot 2017 had ze bij Philips diverse zakelijke en functionele rollen in de healthcare-tak, met vooral focus op producten, software en services. Zij was de General Manager van Philips Research in Noord-Amerika en General Manager van Philips Clinical Informatics business wereldwijd. Als Senior VP Strategy & Innovation leidde zij de ontwikkeling van de Innovation Strategie bij Royal Philips en was hoofd van het Integrated Solutions-team. Zij is een veel gevraagde keynote-speaker en is panellid voor zowel technische als zakelijke onderwerpen. Ze treedt ook op als raadgever voor zowel kleine als grote bedrijven en voor academische en medische organisaties in Europa en de Verenigde Staten. Helen Routh trad toe tot de Raad van Bestuur in mei 2019.
Huidige mandaten
* Voorzitter van de Raad van Bestuur van Ultromics
* Niet-uitvoerend bestuurder van Health Innovation Manchester
* Lid van de Medische Raad van Toezicht van Buoy Health
Het Auditcomité vervult de taken zoals omschreven in artikel 7:99 §4 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen en staat de Raad van Bestuur bij in het uitoefenen van zijn opdracht van controle in de ruimste betekenis van het woord. Zijn bevoegdheden en werking worden in extenso beschreven in hoofdstuk 5.1 van het Corporate Governance Charter.
Het Auditcomité bestaat sinds 14 mei 2019 uit drie niet-uitvoerende bestuurders: de heer M. Pensaert, Voorzitter, de heer K. Röhrig en mevrouw H. Routh. Twee ervan zijn onafhankelijke bestuurders. Al deze leden voldoen aan de vereisten van artikel 7:99§2 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen inzake deskundigheid op het gebied van boekhouding en audit.
Het Comité had vijf zittingen in 2021. Onder meer de volgende agendapunten werden behandeld: het nazicht van de jaarrekeningen van 2020, de kwartaalresultaten van 2021, de herbenoeming van de commissaris, de rapporten van de interne auditafdeling, de opvolging van belangrijke juridische zaken zoals het AgfaPhoto-dossier, QARA (Quality Assurance & Regulatory Affairs) en de evaluatie van het risicomanagement in de Groep.
Het Benoemings- en Remuneratiecomité werd door de Raad van Bestuur belast met verantwoordelijkheden inzake de voordracht voor benoeming, herbenoeming en ontslag van Bestuurders en leden van het Executive Management, het remuneratiebeleid en de individuele remuneratie van Bestuurders en leden van het Executive Management. De taken en werking van het Benoemings- en Remuneratiecomité worden in extenso beschreven in hoofdstuk 5.2 van het Corporate Governance Charter.
Het Benoemings- en Remuneratiecomité bestaat uitsluitend uit niet-uitvoerende bestuurders. Het Comité bestaat sinds mei 2020 uit de volgende drie niet-uitvoerende bestuurders: de heer C. Reinaudo, Voorzitter, mevrouw H. Laga en de heer F. Aranzana.# Twee ervan zijn onaankelijke bestuurders.
Het Comité had vier zittingen in 2021 en onder meer de volgende agendapunten werden behandeld: de samenstelling van de Raad van Bestuur en de Comités, de successieplanning, het remuneratiebeleid, de prestaties en de remuneratie van het Executive Management en Senior Executives en de opstelling van het Remuneratieverslag.
| Raad van Bestuur | AC | BRC |
|---|---|---|
| Dhr. Frank Aranzana | 8/8 | 4/4 |
| Dhr. Christian Reinaudo | 8/8 | 4/4 |
| Mevr. Helen Routh | 8/8 | 5/5 |
| Dhr. Pascal Juéry | 5/5 | |
| Mevr. Hilde Laga | 7/8 | 3/4 |
| Dhr. Mark Pensaert | 8/8 | 5/5 |
| Dhr. Klaus Röhrig | 8/8 | 5/5 |
269 AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021
Het uitvoerend management van de Vennootschap werd toevertrouwd aan een gedelegeerd bestuurder/CEO die wordt bijgestaan door een Exco. Samen vormen zij het Executive Management. De CEO is belast met de uitvoering van het ondernemingsbeleid en de strategie bepaald door de Raad van Bestuur. Hij ontving bijgevolg de meest uitgebreide bevoegdheden inzake dagelijks bestuur en een aantal specifieke bijzondere volmachten. Deze bevoegdheden zijn in extenso opgenomen in het Corporate Governance Charter. De CEO brengt regelmatig verslag uit over zijn werkzaamheden en over de evolutie van de dochtervennoot- schappen en van de deelnemingen, om de Raad van Bestuur de mogelijkheid te geven hierop controle uit te oefenen.
Sinds 1 september 2021, datum waarop Dhr. Gunther Koch het Exco heeft vervoegd, is het Exco samengesteld als volgt:
Gunther Koch (°1971 - Belg) is handelsingenieur en studeerde af aan de Solvay Business School. Hij begon zijn loopbaan bij PWC als financial auditor, vervoegde vervolgens Proximus als project consultant en stapte ver- volgens over naar Sabena om te werken aan de overgang naar Brussels Airlines. De voorbije 18 jaar bekleedde Gunther verschillende functies in HR voor GlaxoSmithKline, waar hij de voorbije 10 jaar senior VP HR was voor de wereldwijde GSK-vaccinatiedivisie. In september 2021 trad Gunther Koch toe tot de Agfa-Gevaert Groep als Chief Human Resources Ocer en lid van het Exco.
Agfa’s Executive Management is verantwoordelijk voor de interne controle- en risicobeheerssystemen van de Groep, inclusief die met betrekking tot financiële rapportering, zoals goedgekeurd door de Raad van Bestuur. De interne controle op de financiële rapportering behelst de beoordeling van de relevante risico’s en de identificatie van en het toezicht op kerncontroles en acties die genomen worden ter correctie van gebreken wanneer die geïdentificeerd worden. Het Auditcomité beoordeelt de effectiviteit van de systemen voor interne controle en risicobeheer.
Agfa’s controleomgeving bestond in 2021 uit centrale finance-functies zoals consolidatie en rapportering, belastingen, treasury en investor relations enerzijds en uit finance-functies op het niveau van de vier divisies anderzijds. Alle finance-functies rapporteren (on)rechtstreeks aan de Chief Financial Ocer. Alle Groepsentitei- ten volgen de uniforme centrale boekhoudkundige regels en rapporteringsvereisten die zijn beschreven in Agfa’s ‘Group Consolidation Accounting Manual’.
Gebaseerd op beoordelingsvergaderingen met de centrale functies en met het management van de business- groepen had het Executive Management in 2021 een proces in gebruik om op regelmatige basis de risico’s, inclusief de risico’s m.b.t. het financiële rapporteringsproces, te identificeren, beoordelen en op te volgen. Het rapporteert aan het Auditcomité over deze risico’s. Deze risico’s worden geëvalueerd door het Auditcomité, dat verdere acties kan definiëren voor het Executive Management.
270 Controleactiviteiten
Elke businessgroep was in 2021 verantwoordelijk voor het controleren van de financiële prestaties en verwach- tingen. Elke businessgroep rapporteerde aan het Executive Management. Het consolidatieproces, gebaseerd op meer uitgebreide rapportering, werd elk kwartaal uitgevoerd. Het wordt beoordeeld door het Executive Management en het Auditcomité, die acties kunnen definiëren voor de businessgroepen en de centrale functies.
Alle entiteiten gebruiken uniforme centrale rapporteringstools en rapporteren in overeenstemming met de instructies en de rapporteringsrichtlijnen opgesteld door de centrale rapporteringsafdeling. Financiële informa- tie (inclusief ‘key performance indicators’) werd op een consistente basis voorbereid voor elke businessgroep en op het geconsolideerde niveau. Ze werd gecontroleerd door de aangewezen verantwoordelijke. Het Executive Management rapporteert regelmatig aan het Auditcomité over alle ‘key risk factors’.
Een van de verantwoordelijkheden van de financiële afdelingen is de verbetering van de procedures die gebruikt worden voor de voorbereiding en verwerking van financiële informatie. Er worden regelmatig controles uitge- voerd op de belangrijkste controleprocedures in de voorbereiding van financiële informatie in de dochteronder- nemingen en op Groepsniveau om te verzekeren dat de instructies en richtlijnen over financiële rapportering correct worden toegepast. Interne Audit ziet toe op de controle van interne beleidslijnen, richtlijnen en con- troles m.b.t. financiële rapportering en operationele aspecten, zoals verkoop, productie en O&O. Interne Audit rapporteert aan het Auditcomité, dat toeziet op de doeltreffendheid. De Secretaris van de Vennootschap werd benoemd tot compliance ocer om de naleving te controleren van de beleidslijnen van de Vennootschap inzake de voorkoming van handel met voorwetenschap en marktmanipulatie door de Bestuurders en andere welbe- paalde personen.
Zoals elke onderneming wordt Agfa voortdurend geconfronteerd met markt- en concurrentierisico’s. In al zijn activiteiten wordt Agfa geconfronteerd met snelle veranderingen in de technologie. De Offset business wordt ook gekenmerkt door uitdagende marktomstandigheden en prijserosie. Agfa introduceert veel nieuwe techno- logieën, zoals industriële inkjet, directe radiografie en IT-systemen voor de gezondheidszorgmarkt. De markt voor IT-systemen in de gezondheidszorg is zeer competitief en onderhevig aan snelle veranderingen. Deze risico’s zijn bijzonder relevant voor het behoud van onze leidende marktpositie te behouden en zo het succes van de Groep op lange termijn veilig te stellen. Om deze uitdagingen aan te gaan en om een competitief aanbod aan onze klanten te verzekeren, blijft Agfa zijn technologisch aanbod verbeteren, investeert het in Onderzoek en Ontwikkeling voor voortdurende innovatie en in marktanalyse voor een relevante kijk op het aanbod van zijn concurrenten. Beslissingen over deze aspecten worden gewoonlijk op divisieniveau genomen, aangezien het managementteam van elke divisie het best geplaatst is om de evolutie van het concurrentielandschap en de evolutie van de trends te beoordelen.
Agfa doet een beroep op andere ondernemingen voor de levering van bepaalde basisgrondstoffen. De belang- rijkste grondstoffen, in termen van volume en prijsschommelingen, zijn aluminium en zilver. Wijzigingen in de grondstofprijzen en het niet tijdig ontvangen van de nodige grondstoffen zouden Agfa’s bedrijfsvoering, bedrijfs- resultaten en financiële toestand negatief kunnen beïnvloeden. Voorts kan Agfa ervoor opteren om een deel of het geheel van zijn aankelijkheid van de grondstofprijzen in te dekken, wanneer het dit opportuun acht.
271 AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021
De activiteiten van de Groep kunnen Agfa blootstellen aan vorderingen voor productaansprakelijkheid, aange- zien de Groep moet voldoen aan regelgevende systemen in veel verschillende landen en in een brede waaier van marktsegmenten, elk met zijn eigen wettelijke vereisten. Om de risico’s van productaansprakelijkheid te beper- ken, heeft Agfa een strikt product stewardship- en kwaliteitsbeleid geïmplementeerd dat wordt aangevuld met een voortdurende opvolging van ontwikkeling van de wetgeving en gestructureerde controles. De Groep heeft een gecombineerde aansprakelijkheidsverzekering afgesloten die alle activiteiten van Agfa dekt. Agfa heeft nooit aanzienlijke verliezen geleden met betrekking tot productaansprakelijkheid, maar er kan geen zekerheid bestaan dat dit in de toekomst niet zal gebeuren.
Agfa is in de verschillende landen waarin het actief is, onderworpen aan een groot aantal milieuvereisten, onder meer op het gebied van luchtemissies en afvalwaterlozing, gevaarlijke stoffen en het voorkomen en opruimen van lozingen. Aanzienlijke bedrijfs- en kapitaalinvesteringen worden gedaan om te voldoen aan de geldende normen. Er worden ook voorzieningen getroffen voor de huidige en de redelijkerwijs te voorziene nalevings- en saneringskosten. Agfa heeft in elke vestiging een strikt beleid uitgewerkt om de waarschijnlijkheid dat deze risico’s zich voordoen te voorkomen en de risicobeoordeling met betrekking tot de milieuaspecten moet minstens jaarlijks worden bijgewerkt door de verantwoordelijke afdelingen. Naast onze inspanningen om de impact van onze activiteiten op de planeet te beperken, zoals eerder besproken in het daaraan gewijde deel van dit verslag, heeft Agfa de mogelijke negatieve gevolgen van de klimaatverande- ring op zijn activiteiten geëvalueerd en volgt ze zijn activiteiten op om adequaat te kunnen reageren in het geval van een belangrijke gebeurtenis die Agfa’s activiteiten en zijn klanten kunnen treffen.# Naast andere gevolgen op lange(re) termijn veroorzaakt de klimaatverandering extreme natuurverschijnselen die een impact kunnen hebben op de continuïteit van de activiteiten in onze vestigingen of in onze bevoorradingsketen. In de eerste plaats vermindert onze wereldwijde distributie en spreiding van locaties onze blootstelling aan fysieke risico's. In 2021 voerde Agfa een beoordeling uit van zijn potentiële blootstelling aan natuurrampen, d.w.z. aardbevingen, vulkaanuitbarstingen, cyclonen, tornado's, overstromingen, blikseminslag, tropische storm, tsunami en thermische anomalieën. De beoordeling had betrekking op 322 locaties (eigen productielocaties, eigen of gehuurde opslagplaatsen en voorraden bij klanten), verspreid over 37 landen en zes continenten. Uit deze analyse bleek dat de blootstelling voor onze directe activiteiten relatief laag is.
Onder de sociale en personeelsgerelateerde risico's zijn het onvermogen om de relevante talenten aan te trekken en het potentieel om management en personeel op sleutelposities te verliezen van cruciaal belang om Agfa in staat te stellen zijn strategische ambitie waar te maken, verdere expertise op te bouwen en, bovenal, de andere risico's te beheren waarmee de organisatie geconfronteerd wordt.
In 2021 had de aanhoudende COVID-19- crisis een zware impact op onze mensen en op de samenleving in het algemeen. Wij bleven voorzorgsmaatregelen nemen om de veiligheid van onze teams te waarborgen. In alle gevallen waarin de pandemie gevolgen had voor het behoud van personeel, werden beslissingen genomen in overleg met vakbondsvertegenwoordigers en in volledige transparantie met de relevante belanghebbenden. We doen er ook alles aan om een marktconform beloningspakket aan te bieden en de mogelijkheid om binnen de organisatie te groeien en zich verder te ontwikkelen, zodat we talenten zo lang mogelijk aan ons kunnen binden. Meer details over het concrete beleid dat wordt gevoerd, zijn opgenomen in het hoofdstuk ‘Mensen’ van het jaarverslag.
Agfa bezit, heeft aanvragen in behandeling voor en heeft licenties voor tal van patenten die betrekking hebben op een veelheid van producten en softwaresystemen. De Vennootschap vertrouwt op een combinatie van octrooi-, auteurs- en merkenrecht en de wetten op handelsmerken en geheimen, vertrouwelijkheidsprocedures, handelsgeheimen, contractuele bepalingen en licentieregelingen om de eigendomsrechten vast te leggen en te beschermen. Anderzijds voert de Groep een beleid dat erop gericht is de intellectuele eigendomsrechten van derden strikt te respecteren. Hoewel Agfa er zich niet van bewust is dat er producten de intellectuele eigendomsrechten van anderen schenden, is het niet uitgesloten dat derden in de toekomst zulke inbreuken claimen.
Agfa is momenteel niet betrokken in enig belangrijk geschil, met uitzondering van de geschillen in verband met de insolventie van AgfaPhoto. Deze geschillen worden in detail behandeld in toelichting 45.2 p. 225 bij de geconsolideerde jaarrekening.
Naast de hierboven opgesomde risico's zijn er nog een aantal andere risico's waarmee rekening moet worden gehouden omdat zij een negatieve invloed kunnen hebben op de Vennootschap en haar activiteiten. Voorbeelden zijn risico's met betrekking tot:
* continuïteit van de productie;
* risico's inzake cyberbeveiliging;
* uitzonderlijke waardevermindering van activa;
* corruptie en omkoping;
* pensioenverplichtingen;
* veranderingen in wisselkoersen en overnames.
Naast de risico's die in dit hoofdstuk worden beschreven, kan het niet voldoen aan onze verplichtingen tegenover autoriteiten en belanghebbenden voor een van de beschreven punten leiden tot reputatieschade die de toekomst van de Groep in gevaar kan brengen. Hoewel het moeilijk is de impact van dergelijke schade in te schatten, omdat die sterk zou afhangen van het soort kwestie dat zich voordoet, stellen wij alles in het werk om dit te voorkomen door een duidelijk en doeltreffend bestuur in te stellen voor het uitvoeren van al onze activiteiten.
De voornaamste elementen en kenmerken van het evaluatieproces voor de Raad van Bestuur en de Comités betroffen de beoordeling van de wijze waarop de Raad van Bestuur en de Comités werken, het nagaan of belangrijke onderwerpen grondig worden voorbereid en besproken, de beoordeling van de werkelijke bijdrage van elke bestuurder en zijn betrokkenheid bij de bespreking en besluitvorming. Het volledige evaluatieproces wordt in extenso uiteengezet in de hoofdstukken 3, 4 en 5 van het eerder vermelde Corporate Governance Charter. De laatste formele evaluatie vond plaats in 2021, waarbij er op initiatief van de Voorzitter van de Raad van Bestuur en in samenwerking met de Voorzitter van het Benoemings- en Remuneratiecomité een intern evaluatieproces werd opgestart. Hierbij werden er contacten gelegd met de leden van de Raad van Bestuur en van het Executive Management om enerzijds de werking van de Raad en het Executive Management (zowel als college als individueel) en anderzijds de samenwerking en de relatie tussen beide colleges te evalueren. De criteria die in overweging genomen werden tijdens de evaluatie betroffen zowel de omvang, de samenstelling en de performantie van de Raad van Bestuur en de Comités als de kwaliteit van de interactie tussen Raad van Bestuur en Executive Management. De resultaten werden enerzijds bepaald op basis van de antwoorden die gegeven werden op een vragenlijst (bestaande uit een zeventigtal vragen onderverdeeld in een tiental hoofdstukken), en anderzijds de feedback die gegeven werd tijdens individuele gesprekken. In de jaren dat er geen formele evaluatie plaatsvindt, informeert de Voorzitter van de Raad van Bestuur zich op regelmatige tijdstippen informeel bij de leden van de Raad van Bestuur en van het Executive Management over het functioneren van de verschillende organen.
Zie p. 65 e.v.
De voorstellen van de Raad van Bestuur aan de Algemene Aandeelhoudersvergadering met betrekking tot de besteding en verdeling van het resultaat houden rekening met verscheidene factoren, zoals de financiële situatie van de Vennootschap, de resultaten uit bedrijfsactiviteiten, de huidige en verwachte kasstromen en de expansieplannen.
Agfa-Gevaert stelde onmiddellijk na de beursgang in 1999, overeenkomstig haar principes en waarden, een Verhandelingscode (Code of Dealing) op. Die Code bevat de regels die door de bestuurders en het senior management moeten worden nageleefd in het geval zij financiële instrumenten van de Vennootschap willen verhandelen. De Code verbiedt voormelde personen o.m. om te handelen gedurende welomschreven periodes voor de bekendmaking van haar financiële resultaten en voor de bekendmaking van andere koersgevoelige informatie. Agfa-Gevaert heeft in het licht van de Verordening Marktmisbruik die van toepassing is geworden op 3 juli 2016, de voormelde Code aangepast om ze in overeenstemming te brengen met de huidige wettelijke reglementering terzake. De Verhandelingscode werd een laatste maal aangepast op 11 mei 2021. De aangepaste versie van de Code bevindt zich op de website en op het intranet van de Vennootschap als onderdeel van het Corporate Governance Charter.
Zie toelichting 47 p. 227-228.
Zie hoofdstuk Innovatie van p. 7 en van p. 90 tot p. 93.
Agfa-Gevaert NV heeft een bijhuis in het Verenigd Koninkrijk (Agfa Materials UK).
Om het risico van de wisselkoersen en de interestwijzigingen te minimaliseren, worden passende dekkingscontracten ingezet. Daartoe behoren voornamelijk termijnverrichtingen in vreemde munten, optiecontracten en interest-swaps. Het inzetten ervan gebeurt volgens uniforme richtlijnen, is onderworpen aan interne controles en blijft beperkt tot het indekken van de operationele activiteiten en de daarmee verbonden geldbeleggingen en financiële transacties. Meer informatie hierover is te vinden in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening.
Zie hoofdstuk Niet-financieel rapport van p. 17 tot p. 89.
De commissaris van Agfa-Gevaert NV is KPMG Bedrijfsrevisoren, vertegenwoordigd door de heer Harry Van Donink. De commissaris werd op de Jaarvergadering van 14 mei 2019 herbenoemd voor een periode van drie jaar. Zijn mandaat zal dan ook ten einde lopen onmiddellijk na de Jaarvergadering van 10 mei 2022. Aan de aandeelhouders zal op deze Jaarvergadering worden voorgesteld KPMG Bedrijfsrevisoren, vertegenwoordigd door de heer Frederic Poesen, als commissaris te herbenoemen voor een termijn van drie jaar.
Zie p. 293.
De Raad van Bestuur verklaart hierbij dat het Jaarverslag is opgesteld in overeenstemming met artikel 34 van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007.In verband hiermee licht de Raad van Bestuur het volgende toe:
· Een volledig overzicht van de kapitaalstructuur op datum van 22 maart 2022 is opgenomen in het Jaarlijks Financieel Verslag;
· Er zijn geen statutaire beperkingen, noch op de overdracht van effecten van de Vennootschap, noch op de uitoefening van het stemrecht;
· Er zijn geen speciale rechten verbonden aan de uitgegeven aandelen van de Vennootschap;
· De Vennootschap heeft bepaalde financiële overeenkomsten gesloten die effectief kunnen worden, kunnen worden gewijzigd en/of worden beëindigd door verandering in de zeggenschap over de Vennootschap door een openbaar overnamebod;
· Er zijn bij de Vennootschap geen aandeelhoudersovereenkomsten bekend die aanleiding kunnen geven tot beperking van de overdacht van effecten en/of van de uitoefening van het stemrecht;
· De regels voor de benoeming en vervanging van de leden van de Raad van Bestuur en voor de wijziging van de statuten van de Vennootschap zijn in extenso beschreven in de statuten en in het Corporate Governance Charter van de Vennootschap. Beide zijn te vinden op de Investors Relations-pagina van de website www.agfa.com;
· De bevoegdheden van de Raad van Bestuur inzake uitgifte en inkoop van aandelen zijn in extenso omschreven in artikel 12 van de statuten van de Vennootschap (versie van 28 december 2021);
· Alle belangrijke overeenkomsten afgesloten sinds de datum van bovenvermeld Koninklijk Besluit, waarbij de Vennootschap partij is en die een ‘change-of-control’-clausule bevatten, werden ter goedkeuring voorgelegd tijdens de respectieve jaarvergaderingen;
· De overeenkomsten met de leden van het Executive Management bevatten niet langer een ‘change-of-control’-clausule waarbij zij een vergoeding zouden ontvangen in geval zij hun overeenkomst met de Vennootschap zouden beëindigen ten gevolge van een wijziging van de controle over de Vennootschap.
Agfa-Gevaert NV (Ondernemingsnummer 0404.021.727, Rechtspersonenregister Antwerpen) is een beursgenoteerde onderneming naar Belgisch recht, opgericht op 10 juni 1964. De maatschappelijke zetel van de Vennootschap is gevestigd in de Septestraat 27, 2640 Mortsel, België. De volledige en becommentarieerde financiële gegevens zijn beschikbaar op de website, www.agfa.com, of verkrijgbaar bij de Vennootschap. Informatie met betrekking tot de milieuaspecten is terug te vinden in het Duurzaamheidsverslag van de Groep dat in dit jaarverslag is opgenomen.
De statuten van de Vennootschap liggen ter inzage bij de Griffie van de Rechtbank van Koophandel van Antwerpen (België) en op de maatschappelijke zetel. Ze zijn ook terug te vinden op de website, www.agfa.com. Het Corporate Governance Charter en de Verhandelingscode (Code of Dealing) kunnen worden geraadpleegd op de Investor Relationspagina’s van de website, www.agfa.com. De jaarrekeningen worden neergelegd bij de Nationale Bank van België. De jaarrekeningen worden elk jaar, samen met de bijbehorende verslagen, meegedeeld aan de aandeelhouders op naam en eenieder die erom verzoekt. Het jaarverslag, het remuneratiebeleid, de statutaire en geconsolideerde jaarrekening, inclusief het verslag van de commissaris, zijn consulteerbaar op de website www.agfa.com en kunnen worden ingezien op de maatschappelijke zetel. De oproeping voor de Algemene Aandeelhoudersvergadering wordt gepubliceerd in de financiële pers en is tevens beschikbaar op de website. Inzake financiële berichtgeving worden de financiële resultaten en de overige verplichte informatie gepubliceerd op de website van de Vennootschap, in overeenstemming met de richtlijnen van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA). De besluiten betreffende de benoeming en het ontslag van de leden van de Raad van Bestuur worden bekendgemaakt in de Bijlagen tot het Belgisch Staatsblad. Iedere geïnteresseerde kan zich gratis registreren op www.agfa.com om de persberichten en de verplichte financiële informatie per e-mail te ontvangen. Het jaarverslag is op de website, www.agfa.com, beschikbaar in het Nederlands en het Engels.
Het Benoemings- en Remuneratiecomité (BRC) komt minimum drie keer per jaar samen om onder meer voorstellen aan de Raad van Bestuur uit te werken over het remuneratiebeleid en -niveau voor Bestuurders en leden van het Executive Management. Het BRC had vier zittingen in 2021 en onder meer de volgende agendapunten werden behandeld: de samenstelling van de Raad van Bestuur en de Comités, de identificatie van kritische rollen en hun successieplanning, het remuneratiebeleid, de prestaties en de remuneratie van het Executive Management en Senior Executives en de opstelling van het Remuneratieverslag. Het BRC verwijst graag naar het Jaarlijks Financieel Verslag van de Groep voor een gedetailleerde beschrijving van de bedrijfsresultaten die van invloed zijn geweest op de resultaten van de verschillende divisies van de Groep, en bijgevolg op de remuneratie van het Executive Management. Er waren in de loop van het jaar 2021 verschillende wijzigingen in het Executive Management team. De heren Vincent Wille (als President Agfa Digital Print & Chemicals) en Gunther Koch (als Chief Human Resources Officer) hebben respectievelijk op 1 mei en op 1 september het Executive Comité vervoegd.
Het nieuwe remuneratiebeleid, dat goedgekeurd werd door de aandeelhouders tijdens de jaarvergadering gehouden op 11 mei 2021, is beschikbaar op de website van de Vennootschap: www.agfa.com/investorrelations. Dit remuneratiebeleid is aangepast aan de Richtlijn Aandeelhoudersrechten II, het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen en de Corporate Governance Code 2020.
Het huidige remuneratiebeleid voor Bestuurders en leden van de Comités werd vastgelegd tijdens de jaarvergadering gehouden in 2021 en varieert in functie van het aantal vergaderingen waaraan ze hebben deelgenomen. De remuneratie van de Voorzitter van de Raad van Bestuur is een alomvattende vergoeding. Verdere details over de vergoeding voor het boekjaar 2021 worden later in dit remuneratieverslag verschaft.
Het remuneratiepakket van de leden van het Executive Management bestaat uit (i) een basisloon, (ii) voordelen, (iii) een variabele vergoeding op korte en op lange termijn en (iv) pensioen gerelateerde vergoedingen. Deze verschillende componenten worden in detail beschreven in het remuneratiebeleid van de Vennootschap. De impact van het Global Bonus Plan op de verloning van het Executive Comité in het jaar 2021 wordt verder in dit Remuneratieverslag gespecificeerd.
De jaarvergadering gehouden op 11 mei 2021 heeft het vorige remuneratieverslag goedgekeurd met 57,4% van de stemmen. Bij het opstellen en herzien van zijn remuneratiebeleid houdt Agfa-Gevaert rekening met de stemmen en suggesties van haar aandeelhouders. Zo werd er in 2021 géén bijzondere vergoeding meer toegekend aan leden van het Executive Management naar aanleiding van de realisatie van exceptionele projecten. Er was enkel nog een uitbetaling in het kader van vroeger aangegane engagementen. Agfa-Gevaert nodigt haar aandeelhouders uit tot een open en transparante communicatie over haar remuneratiebeleid en andere Corporate Governance aspecten.
Zoals bepaald in het huidige beleid, ontvangen de niet-uitvoerende bestuurders een vaste vergoeding en eventueel een aanwezigheidsvergoeding. De niet-uitvoerende bestuurders ontvangen géén prestatiegebonden remuneratie die rechtstreeks verband houdt met de resultaten van de Vennootschap. De niet-uitvoerende bestuurders ontvingen voor het boekjaar 2021 eveneens géén deel van hun remuneratie in de vorm van aandelen van de Vennootschap. Overeenkomstig het beleid, krijgen niet-uitvoerende bestuurders geen vergoeding in aandelen zoals aanbevolen in bepaling 7.6 van de Corporate Governance Code 2020. Agfa past Principe 6 van de Code toe en meent dat een volledige vergoeding van niet-uitvoerende bestuurders in cash beter het vermijden van enig belangenconflict dient en hun volledige onafhankelijkheid van geest garandeert. Onkosten (bv. voor intercontinentale of internationale reizen) worden afzonderlijk vergoed. De CEO ontvangt enkel vergoedingen als lid van het Executive Management. Hij ontvangt geen afzonderlijke vergoeding voor zijn rol als uitvoerend bestuurder.
Het remuneratiebeleid werd herzien toen de heer Juéry het bedrijf vervoegde als CEO. Het nieuwe remuneratiebeleid dat ter goedkeuring werd voorgelegd aan de jaarvergadering gehouden in 2021 borduurt verder op de aanpak die gevolgd werd in de contractafspraken met de heer Juéry. Dit nieuwe beleid werd verder uitgerold naarmate nieuwe leden het Executive Comité vervoegden of telkens wanneer de huidige leden van het Executive Comité hun bestaande contractuele afspraken wensen aan te passen aan dergelijk nieuw beleid. Het BRC verifieert op regelmatige basis of de verloning van het Executive Management nog gepast is en doet voor zover nodig voorstellen tot wijziging aan de Raad van Bestuur. De verloning van de CEO bestaat uit een vaste vergoeding, een korte termijn variabele vergoeding en een lange termijn variabele vergoeding. De toekenning en het bedrag van de korte termijn variabele vergoeding is afhankelijk van de Groepsresultaten en van het behalen van persoonlijke doelstellingen die worden vastgelegd door de Raad van Bestuur. De lange termijn variabele vergoeding werd ingebed in een Stock Appreciation Rights Plan en kan leiden tot een bijkomende cash bonus.De belangrijkste elementen van dit Stock Appreciation Rights Plan zijn:
* De heer Juéry zal gedurende een periode van vijf jaar, die startte op 1 februari 2020, jaarlijks 200.000 Stock Appreciation Rights toegekend worden.
* De ‘strike price’ voor deze Stock Appreciation Rights werd voor het jaar 2020 vastgesteld op 4,75 euro (naar beneden aan te passen voor iedere dividenduitkering). Sinds 2021 wordt de uitoefenprijs vastgesteld op basis van de gemiddelde slotkoers van het Agfa-Gevaert aandeel in de 30 dagen voorafgaand aan de toekenning.
* De Stock Appreciation Rights worden voor 1/3 van iedere toekenning verworven op het einde van ieder kalenderjaar gedurende een periode van drie jaar.
* De Stock Appreciation Rights kunnen ten hoogste drie jaar na de toekenning uitgeoefend worden.
Daarnaast heeft de heer Juéry recht op de vergoeding van redelijke internationale reisonkosten en representatiekosten.
De verloning van de huidige leden van het Executive Comité bestaat uit een vaste vergoeding en een variabele vergoeding. Voor 2021 hadden alle nieuwe leden die toetraden tot het Executive Committee een korte termijn cash-component van 50% van hun basissalaris op basis van het behalen van doelstellingen van niet meer dan één jaar en een component op lange termijn via SAR's. De andere leden van het Directiecomité hadden een korte termijn cash-component gebaseerd op 50% van hun basissalaris op basis van de realisatie van doelstellingen op ten hoogste één jaar en 50% wordt uitgesteld naar jaren 2 en 3 op basis van meerjaarse doelstellingen. De variabele vergoeding kan eventueel gedeeltelijk omgezet worden in een pensioenpremie. Daarnaast hebben de leden van het Executive Comité recht op bepaalde voordelen in natura, zoals een bedrijfswagen, een representatievergoeding, maaltijdcheques en diverse verzekeringen.
280
Verworven vergoedingen voor het jaar 2021
Tabel 1 – Vergoeding van de bestuurders over het gerapporteerde boekjaar. De bestuurders ontvangen geen vergoeding vanwege andere vennootschappen van de Agfa-Gevaert Groep.
| EURO | Vaste remuneratie | Variabele remuneratie | Uitzonderlijke items | Pensioen | Totale remuneratie | Verhouding vaste en variabele remuneratie |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Eén-jaar variabel | Meer jaren variabel | |||||
| Frank Aranzana (1) | 55.000 | 0 | 0 | 0 | 55.000 | |
| Pascal Juéry (2) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Mark Pensaert (3) | 15.000 | 16.000 | 0 | 0 | 31.000 | 1:1 |
| Christian Reinaudo (4) | 15.000 | 12.000 | 0 | 0 | 27.000 | 1:1 |
| Klaus Röhrig (5) | 15.000 | 13.000 | 0 | 0 | 28.000 | 1:1 |
| Helen Routh (6) | 15.000 | 13.000 | 0 | 0 | 28.000 | 1:1 |
| Hilde Laga (7) | 10.000 | 12.000 | 0 | 0 | 22.000 | 1:1 |
| TOTAAL | 125.000 | 53.000 | 0 | 0 | 178.000 | |
| Variabel: 42,4% (1) Voorzitter van de Raad en lid van het Benoemings- en Remuneratiecomité. Vaste vertegenwoordiger van Vantage Consulting BV. (2) Uitvoerend bestuurder (CEO). Vaste vertegenwoordiger van PJY Management BV. (3) Niet-uitvoerend bestuurder en Voorzitter van het Auditcomité. Vaste vertegenwoordiger van MRP Consulting BV. (4) Niet-uitvoerend bestuurder en lid van het Benoemings- en Remuneratiecomité. (5) Niet-uitvoerend bestuurder en lid van het Auditcomité. (6) Niet-uitvoerend bestuurder en lid van het Auditcomité. (7) Niet-uitvoerend bestuurder en lid van het Benoemings- en Remuneratiecomité. |
Tabel 2 – Vergoeding van de CEO.
| EURO | Vaste remuneratie | Variabele remuneratie | Uitzonderlijke items | Pensioen | Totale remuneratie | Verhouding vaste en variabele remuneratie |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Eén-jaar variabel | Meer jaren variabel | |||||
| Pascal Juéry (1) (*) | 260.000 | 0 | 730.000 | 0 | 990.000 | Vast: 26,3% |
| TOTAAL | 260.000 | 0 | 730.000 | 0 | 990.000 | Variabel: 73,7% |
| (1) Uitvoerend bestuurder (CEO vanaf 1 februari, 2020). Vaste vertegenwoordiger van PJY Management BV. |
Tabel 3 – Vergoeding van het Executive Comité, zijnde de andere personen belast met de leiding van de Groep, in 2021
| EURO | Vaste remuneratie | Variabele remuneratie | Uitzonderlijke items | Pensioen | Totale remuneratie | Verhouding vaste en variabele remuneratie |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Eén-jaar variabel | Meer jaren variabel | |||||
| Executive Comité | 990.487 | 945.000 | 175.000 | 0 | 2.110.487 | Vast: 47,0% |
| TOTAAL | 990.487 | 945.000 | 175.000 | 0 | 2.110.487 | Variabel: 53,0% |
| (*) Uitzonderlijke items werden niet in overweging genomen voor de berekening van de verhouding tussen vaste en variabele remuneratie. |
Bijkomende toelichting bij de toegekende verloning van het Executive Management (tabellen 2 en 3): In de kolom ‘Uitzonderlijke items’ werd de laatste schijf uitbetaald van de uitzonderlijke bonus voor sommige leden van het Executive Management met betrekking tot de verkoop van een deel van de Agfa HealthCare-activiteiten aan Dedalus. Met deze uitzonderlijke items is geen rekening gehouden bij de berekening van de verhouding tussen vaste en variabele beloning.
Behalve de heer Pascal Juéry hebben alle nieuwe leden die het Executive Comité vervoegd hebben in 2021 recht op een aandelen-gerelateerde vergoeding als lange termijn variabele vergoeding.
Tabel 4 – Remuneratie in aandelen-gerelateerde plannen.
| EURO | Identificatie van het plan | Belangrijkste bepalingen van het plan | Informatie m.b.t. het financieel jaar waarover wordt gerapporteerd | Datum van toekenning | Datum van verwerving | Einde van de retentieperiode | Uitoefenperiode | Uitoefenprijs | Rechten bij het begin van het jaar a) | # Verworven rechten Rechten toegekend en niet verworven b) | Waarde onderliggende aandelen @ verwervings-datum a) | # Rechten toegekend b) | Waarde onderliggende aandelen @ datum toekenning c) | Waarde @ uitoefenprijs d) | Meerwaarde @ verwervings-datum |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Pascal Juéry (1) | SAR 1/1/2020 | 31/01/2020 | 31/01/2021 | 01/01/2023 | 31/01/2023 | 1/01/2023 | 4,75 | 100.000 | 100.000 | 55.700 | 100.000 | 47.500 | 0 | 55.700 | |
| SAR 1/1/2020 | 31/01/2021 | onbeperkt | |||||||||||||
| SAR 1/1/2020 | 31/01/2021 | 31/01/2022 | 01/01/2024 | 31/01/2024 | 1/01/2024 | 5,03 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| SAR 1/1/2021 | 25/01/2021 | 25/01/2022 | 01/01/2025 | 25/01/2025 | 1/01/2025 | 5,48 | 100.000 | 100.000 | 54.167 | 100.000 | 54.167 | 0 | 54.167 | ||
| SAR 1/1/2021 | 25/01/2022 | onbeperkt | |||||||||||||
| SAR 1/1/2021 | 25/01/2022 | 25/01/2023 | 01/01/2026 | 25/01/2026 | 1/01/2026 | 5,48 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| Executive Comité | SAR 1/1/2021 | 25/01/2021 | 25/01/2022 | 01/01/2025 | 25/01/2025 | 1/01/2025 | 5,48 | 200.000 | 200.000 | 108.333 | 200.000 | 108.333 | 0 | 108.333 | |
| SAR 1/1/2021 | 25/01/2022 | onbeperkt | |||||||||||||
| SAR 1/1/2021 | 25/01/2022 | 25/01/2023 | 01/01/2026 | 25/01/2026 | 1/01/2026 | 5,48 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| TOTAAL | |||||||||||||||
| (1) Uitvoerend bestuurder (CEO). Vaste vertegenwoordiger van PJY Management BV. |
Er werden in 2021 geen vertrekvergoedingen uitgekeerd aan leden van het Executive Management.
282
Tabel 5 geeft vergelijkende informatie met betrekking tot de jaarlijkse verandering in remuneraties en prestaties, evenals de ratio tussen de hoogste remuneratie van leden van het Executive Management en de laagste verloning (in voltijds equivalent) van de werknemers. Er is alleen rekening gehouden met bestuurders in functie. De evolutie van de vergoeding voor de CEO is een combinatie van de remuneratie gerelateerd aan de prestaties van de Onderneming en de verandering van CEO in 2020. Er werd geen rekening gehouden met buitengewone items om de vergelijking te vergemakkelijken. De evolutie in de geaggregeerde vergoeding voor de leden van het Executive Comité is een combinatie van remuneratie gerelateerd aan de prestaties van de Onderneming en enkele veranderingen in het Executive Management gedurende het jaar. Er is geen rekening gehouden met buitengewone items, noch met vertrekvergoedingen, om de vergelijking te vergemakkelijken. We rapporteren de gemiddelde verloning van de medewerkers op basis van een voltijds equivalent. Voor de gemiddelde verloning van de werknemers van de Vennootschap werden enkel werknemers in België in aanmerking genomen. De gemiddelde verloning van de medewerkers van de Groep houdt rekening met alle medewerkers wereldwijd.
Tabel 5 – Vergelijkende tabel over de remuneratie en prestaties van de Vennootschap gedurende de vijf laatst gerapporteerde boekjaren (RBJ).
| Informatie betreffende het RBJ | RBJ 2021/2020 | RBJ 2020 vs RBJ 2021 | RBJ 2019 vs RBJ 2020 | RBJ 2018 vs RBJ 2019 | RBJ 2017 vs RBJ 2018 |
|---|---|---|---|---|---|
| Remuneratie van bestuurders en Executive Comité | |||||
| Frank Aranzana (1) | 11,1% | -75% | |||
| Pascal Juéry (2) | |||||
| Mark Pensaert (3) | -12% | -7% | -4% | ||
| Christian Reinaudo (4) | 0% | 0% | -120% | -18% | -11% |
| Klaus Röhrig (5) | -15% | -17% | |||
| Helen Routh (6) | 15% | 0% | |||
| Hilde Laga (7) | 0% | 15% | -120% | -10% | -1% |
| CEO (excl. Agfa-Gevaert NV bestuurders fee) | -16% | 14% | -5% | -160% | -27% |
| Executive Comité | -11% | 18% | -1% | -175% | -12% |
| Prestaties van de Vennootschap | |||||
| Financiële metric A: inkomsten | -7% | -120% | -120% | -17% | 5% |
| Financiële metric B: EBITDA | -15% | -17% | -15% | -16% | 6% |
| Financiële metric C: Netto winst | -111% | -1115% | -130% | -117% | -123% |
| Niet-financiële metric C | |||||
| Gemiddelde remuneratie van de werknemers (op basis van voltijds equivalenten) | |||||
| Werknemers van de Vennootschap | 18.922 euro | 17.007 euro | |||
| Werknemers van de Groep | 15.189 euro | 15.735 euro | |||
| Ratio hoogste/laagste remuneratie | 13:6 | 18:1 | |||
| (1) Voorzitter van de Raad en lid van het Benoemings- en Remuneratiecomité. Vaste vertegenwoordiger van Vantage Consulting BV. (2) Uitvoerend bestuurder (CEO). Vaste vertegenwoordiger van PJY Management BV. (3) Niet-uitvoerend bestuurder en lid van het Auditcomité. Vaste vertegenwoordiger van MRP Consulting BV. (4) Niet-uitvoerend bestuurder en Voorzitter van het Benoemings- en Remuneratiecomité. Vaste vertegenwoordiger van CRBA Management BV tot eind januari 2021. Als natuurlijk persoon vanaf februari 2021. (5) Niet-uitvoerend bestuurder en lid van het Auditcomité. (6) Niet-uitvoerend bestuurder en lid van het Auditcomité. (7) Niet-uitvoerend bestuurder en lid van het Benoemings- en Remuneratiecomité. |
283
(*) n.v.t.# GRI Index
Jaarverslag p. 15
Jaarverslag p. 11-12, 15-16
Jaarverslag p. 11
Jaarverslag p. 11
Jaarverslag p. 15, 251
Jaarverslag p. 11, 15
Jaarverslag p. 7, 115-117
Jaarverslag p. 67, 120
Agfa Supplier Code of Conduct op www.agfa.com
n.v.t.
Jaarverslag p. 15 en 170-175
REACH, ISO
Jaarverslag p. 16-17
Jaarverslag p. 6
Jaarverslag p. 257-259
Code of Conduct op www.agfa.com
Jaarverslag p. 157-159
Corporate Governance Charter op www.agfa.com
Jaarverslag p. 17
Jaarverslag p. 17
Jaarverslag p. 27
Jaarverslag p. 17
Jaarverslag p. 18
Jaarverslag p. 17-18
Jaarverslag p. 115-117
Jaarverslag p. 21-22
Jaarverslag p. 20
n.v.t.
Jaarverslag p. 18-19
1 januari 2021 t/m 31 december 2021
April 2021
Jaarlijks
Investor Relations zie Jaarverslag p. 251
Jaarverslag p. 17
Jaarverslag p. 275-276
Jaarverslag p. 276
| GRI Indicator | Beschrijving | Kruisverwijzing |
|---|---|---|
| GRI 301 | Materialen | Jaarverslag p. 177-178 |
| GRI 302 | Energie | Jaarverslag p. 178-180 |
| GRI 302-3 | Energie-intensiteit | Jaarverslag p. 179 |
| GRI 302-5 | Vermindering van energieverbruik | Jaarverslag p. 179 |
| GRI 303 | Water | Jaarverslag p. 180-181 |
| GRI 304 | Biodiversiteit | Jaarverslag p. 181 |
| GRI 305 | Emissies | Jaarverslag p. 181-184 |
| GRI 305-1 | Directe (Scope 1) broeikasgasemissies | Jaarverslag p. 182 |
| GRI 305-2 | Indirecte energie (Scope 2) GHG-emissies | Jaarverslag p. 182 |
| GRI 305-3 | Andere indirecte (Scope 3) GHG-emissies | Jaarverslag p. 183 |
| GRI 305-4 | Intensiteit van broeikasgasemissies | Jaarverslag p. 183 |
| GRI 305-5 | Vermindering van broeikasgasemissies | Jaarverslag p. 183 |
| GRI 305-6 | Emissies van ozonafbrekende stoffen (ODS) | Jaarverslag p. 184 |
| GRI 305-7 | Stikstofoxiden (NOx), zwaveloxiden (SOx) en andere significante luchtemissies | Jaarverslag p. 184 |
| GRI 306 | Afval | Jaarverslag p. 184-186 |
| GRI 306-1 | Voortgebracht afval | Jaarverslag p. 185 |
| GRI 306-2 | Afval onttrokken aan verwijdering | Jaarverslag p. 185 |
| GRI 306-3 | Afval bestemd voor verwijdering | Jaarverslag p. 185 |
De EU-verordening inzake taxonomie, is in juli 2020 in werking getreden. Zij voorziet in een openbaarmakingsverplichting voor entiteiten in het toepassingsgebied. De Agfa Groep valt onder het toepassingsge-bied van de verordening als een ‘niet-financiële onderneming’ en is onderworpen aan de rapportageverplichtingen zoals die voor deze categorie gelden. Vanaf 2023 moeten niet-financiële ondernemingen bekendmaken welk deel van hun omzet aomstig is van producten of diensten die verband houden met op de taxonomie afgestemde economische activiteiten en het aandeel van hun investe- ringsuitgaven en bedrijfsuitgaven in verband met activa of processen die verband houden met op de taxonomie afgestem- de economische activiteiten. Deze informatie moet betrekking hebben op hetzelfde fiscale jaar dat in aanmerking wordt genomen voor de rest van het verslag.
In 2022, het eerste verslagjaar waarin de verordening van toepassing is, moeten niet-financiële ondernemingen alleen de bovengenoemde financiële KPI's voor de taxonomie in aanmerking komende activi- teiten bekendmaken, d.w.z. zonder de volledige beoordeling van de in aanmerking komende activiteiten t.o.v. de technische screeningscriteria. In 2021 zijn wij gestart met de uitvoering van de verordening door een eerste screening van onze activiteiten uit te voeren om te bepalen welke activiteiten in aanmerking komen voor de taxonomie. De screening is uitgevoerd aan de hand van zowel de NACE-codes die in de verordening zijn opgenomen, en op basis van de beschrijvingen van de activiteiten. Als resultaat van deze screening hebben wij de volgende omzetgenererende activiteiten geïdentificeerd als in aanmerking komend voor de taxonomie:
We hebben ook een lijst van activiteiten geïdentificeerd die mogelijk als ‘enabling’ kunnen worden geclassificeerd, bv. de bouw van ons zonnepark of de productie van warmte/koude met behulp van afvalwarmte (Warmtenet-project).
Wij konden de analyse van de bijbehorende financiële KPI's niet afronden vanwege de moeilijkheid om onze transactie te koppelen aan NACE-codes in plaats van aan de divisies van de Groep. Deze waarden worden derhalve niet vermeld. Wij gaan na hoe dit probleem het best kan worden aangepakt om de gevraagde cijfers vanaf het volgende verslagjaar te kunnen verstrekken.
Wat de naleving van de minimumwaarborgen betreft, zijn wij van oordeel dat dit reeds deel uitmaakt van ons DNA en onze manier van werken. Dit verslag behandelt in verschillende hoofdstukken onze kernwaarden en de processen die zijn ingevoerd om deze uit te uit te rollen. Voor meer details verwijzen wij naar de Gedragscode van de Groep en naar de hoofdstukken in dit verslag.
AOX
De som van de organische halogeenverbindingen in water die onder gestandaardiseerde omstandig- heden kunnen geabsorbeerd worden door geactiveerde koolstof.
beeldverwerkingssoftware
Deze software analyseert digitale medische beelden en past automatisch beeldverbeteringstechnieken toe om alle details beter in beeld te brengen. Ze verbetert de workflow in de radiografie-afdelingen en ze geeft de radioloog de mogelijkheid om sneller en accura- ter te werken. Agfa HealthCare’s MUSICA-software wordt algemeen erkend als een norm in deze markt.
capacitieve sensor
Een capacitieve sensor detecteert alles wat geleidbaar is of wat een andere diëlektriciteit heeft dan lucht. Capacitieve sensoren vervangen mechanische drukknoppen.
chemievrije drukplaat
Een drukplaat die na de belichting geen extra chemische behandelingen nodig heeft.
CO2
Koolstofdioxide. Komt vrij bij de verbranding van organische brandstof.
computed radiography (CR)
Technologie waarbij röntgenbeelden gemaakt worden met conventionele röntgenapparatuur, maar waarbij de beelden vastgelegd worden op herbruikbare platen, in plaats van op röntgenfilm. De informatie op de pla- ten wordt gelezen door een digitizer, wat een digitaal beeld oplevert. Aangepaste beeldverwerkingssoft- ware (zoals Agfa HealthCare’s MUSICA) kan gebruikt worden om de kwaliteit van de beelden automatisch te optimaliseren voor het stellen van diagnoses. De digitale beelden kunnen ook aangevuld worden met manuele input (aantekeningen, afmetingen,…). Ze worden beheerd en gearchiveerd op een Picture Archiving and Communication System. zie ook direct radiography
computer-to-plate (CtP)
Een proces waarbij de pagina’s of de illustraties van drukwerk – bijvoorbeeld de pagina’s van kranten of magazines – rechtstreeks vanaf computerfiles digitaal belicht worden op drukplaten, zonder dat daarbij film nodig is.
CT (computertomografie of computed tomography)
Een CT-scanner gebruikt een reeks röntgenstralen om ‘beeldschijven’ van het lichaam te maken. Agfa’s product-portfolio bevat geen CT-scanners, maar zijn Picture Archiving and Communication Systems worden gebruikt voor het beheer en de 3D-visualisatie van de digitale beelden. Met Agfa’s hardcopyprinters kunnen hoogkwalitatieve afdrukken van de beelden gemaakt worden.
CtP
zie computer-to-plate
CZV
Chemisch zuurstofverbruik: de hoeveelheid zuurstof die nodig is voor de chemische oxidatie van in water aanwezige stoffen.
digitale radiografie
Een vorm van röntgenonderzoek waarbij digitale technologie gebruikt wordt in plaats van traditionele fotografische röntgenfilm. De meest gebruikelijke technologieën voor digitale radiografie zijn computed radiography en direct radiography.
direct radiography (DR)
Radiografische technologie die röntgenenergie omzet in digitale gegevens zonder als tussenstap gebruik te maken van film of platen voor het vastleggen van beelden. Deze digitale data genereren een diagnos- tisch beeld op een PC. Het feit dat het om digitale gegevens gaat, opent een hele reeks mogelijkheden op het gebied van beeldoptimalisering en -aanvulling en van archivering op Picture Archiving and Communica- tion Systems.# Glossary
DR-systemen worden meestal gebruikt in gecentraliseerde radiologieomgevingen. zie ook computed radiography drukplaat (voor computer-to-plate-technologie) Drukplaten die bestaan uit een hoogkwalitatief geruwd en geanodiseerd aluminiumsubstraat en een deklaag (uit zilver of fotopolymeer) die duizend keer gevoeliger is dan die van CtF-platen. De lasers die gebruikt worden voor het belichten van deze platen werken met thermische energie of zichtbaar licht. De deklaag reageert op de laserenergie waardoor chemisch/fysische veranderingen aan het oppervlak van de plaat ontstaan. Net als de CtF-platen worden de CtP-platen daarna ontwikkeld om een plaat te creëren waarmee gedrukt kan worden. Bij enkele technologieën is er geen ontwikkeling van de plaat meer nodig.
drukvoorbereiding (of prepress)
De voorbereiding en verwerking van beelden, tekst en documentgegevens voordat ze op drukplaten overgebracht worden, inclusief het scannen met hoge resolutie van beelden, de separatie van kleuren, de verschillende types van drukproeven, enz.
Electronic Health Record (EHR)
Wanneer het Electronic Patient Record van een persoon gekoppeld wordt aan zijn/haar niet-medische elektronische dossiers van organisaties als overheden en verzekeringsmaatschappijen, ontstaat een EHR.
Enterprise Imaging
Agfa HealthCare’s Enterprise Imaging-platform verenigt afdelingsgebonden PACS, RIS, geavanceerde 3D-functionaliteiten, spraakherkenning, archivering, viewer- en mobiele functionaliteiten. De oplossing verbetert en versnelt het nemen en terugvinden van 286 beelden, optimaliseert de efficiëntie en de performantie, verbetert de patiëntenzorg en maakt samenwerking mogelijk over afdelingen, ziekenhuizen en regio’s heen.
flexodruk
Druktechniek waarbij flexibele, rubberen of kunststof drukplaten bevestigd worden op drukrollen. De inkt wordt op de drukplaten aangebracht, die dan als een stempel tegen het papier of ander substraat gedrukt worden.
gedrukte schakeling (printed circuit board of PCB)
Een dunne plaat (ook bord genoemd) waarop chips en andere elektronische componenten bevestigd worden. Computers bevatten een of meer borden. Gedrukte schakelingen worden ook printplaten of printed circuit boards genoemd.
geleidende inkt
Geleidende inkten worden typisch gebruikt voor gedrukte elektronica-toepassingen zoals: gedrukte busbars en geleiders in membraan-toetsenborden en -schakelaars, RFID-antennes, aanraakscherm- panelen,... Agfa’s ORGACON nano-zilverinkten hebben een zeer hoog geleidingsvermogen met een lage zilverdepositie en ondersteunen patronen met een hoge resolutie. De voordelen van ORGACON zijn: patronen van micro-rasterelektroden door middel van zeefdruk, hooggeleidende sporen bij lage dikte en breedte, vervormbaarheid en flexibiliteit.
grootformaatprinter
Ook breedformaatprinter genoemd. Digitale printer die op vellen of rollen van 24 inch/60 cm of breder drukt.
hardcopy
Een hardcopy is de uitgeprinte versie van een digitaal beeld. De hardcopy-printers van Agfa HealthCare kunnen medische beelden printen die afkomstig zijn van verschillende bronnen: CT-scanners, MRI-scanners, systemen voor computed radiography (CR) en direct radiography (DR),... Agfa’s gamma bevat zowel zogenaamde ‘natte’ als ‘droge’ printers. Natte lasertechnologie maakt gebruik van waterige chemische oplossingen voor de ontwikkeling van het beeld. De milieuvriendelijke droge technologie print het beeld rechtstreeks van de computer op een speciale film door middel van thermische effecten.
inkjet (systeem)
Elke printer die extreem kleine inktdruppels op het papier aanbrengt om een beeld te creëren. Het kan gaan van kleine apparaten voor gebruik in kantoren, over middelgrote printers voor bijvoorbeeld het printen van posters tot grote systemen voor industriële toepassingen.
membraan
Een dunne, flexibele laag van een materiaal dat ontworpen is om componenten van een oplossing van elkaar te scheiden.
membraanschakelaar
Een membraanschakelaar is een elektrische schakelaar om een circuit aan of uit te schakelen. Membraan- schakelaars zijn interfaces tussen gebruiker en apparaat. Het kunnen zowel heel eenvoudige schakelaars zijn, zoals verlichtingsschakelaars, als heel complexe, zoals membraankeyboards en schakelpanelen voor computers.
modaliteiten
Hiermee worden in dit verslag de verschillende beeldvormingssystemen bedoeld, waaronder radiografieapparatuur, MRI-scanners en CT-scanners. Deze systemen kunnen worden aangesloten op een Picture Archiving and Communication System (PACS) van Agfa HealthCare.
MRI (Magnetic Resonance Imaging)
De MRI-scanner creëert een magnetisch veld rond de patiënt. Het systeem produceert beelden door radiogolven te pulseren, gericht op de te onderzoeken lichaamsdelen. Agfa HealthCare’s product-portfolio bevat geen MRI-scanners, maar haar Picture Archiving and Communication Systems (PACS) worden gebruikt om de digitale beelden te beheren en te visualiseren. Met Agfa HealthCare’s hardcopy-printers kunnen hoogkwalitatieve afdrukken van de beelden gemaakt worden.
N
Stikstof.
niet-destructief materiaalonderzoek
Bij deze onderzoeksmethode worden de structuur en de tolerantie van materialen gecheckt zonder ze te beschadigen of te vervormen.
NOx
Stikstofoxide. Komt bijvoorbeeld tot stand door verbranding met lucht.
offsetdruk
Druktechniek waarbij dunne aluminium drukplaten om een cilinder gebogen worden. Al roterend nemen de drukplaten op de juiste plaatsen respectievelijk inkt of water aan. De inkt wordt overgebracht op een rubberen doek dat op een tweede cilinder is bevestigd. Vervolgens wordt de inkt van het rubber op het te bedrukken oppervlak overgebracht.
OHSAS 18001
Internationale norm voor gezondheids- en veiligheidsbeheersystemen. OHSAS staat voor Occupational Health and Safety Assessment System.
287 Agfa-Gevaert – Jaarverslag 2021
P
Fosfor.
PACS
zie Picture Archiving and Communication System
PET (polyethyleentereftalaat of polyester)
Polyethyleentereftalaat of polyester wordt geproduceerd op basis van ethyleenglycol en tereftaalzuur. Het is de basisgrondstof voor het substraat van fotografische film. Het wordt gecoat met verschillende types van chemische lagen voor, bijvoorbeeld, medische of grafische doeleinden.
Picture Archiving and Communication System (PACS)
PACS-systemen waren oorspronkelijk bedoeld om de diagnostische beelden van radiologieafdelingen efficiënt te archiveren en ter beschikking te stellen van de gebruikers. Dankzij specifieke softwareontwikkelingen zijn Agfa HealthCare’s systemen ook geschikt gemaakt voor gebruik in andere ziekenhuisafdelingen, zoals cardiologie, orthopedie en vrouwengeneeskunde. Uitgebreide PACS-systemen kunnen alle ziekenhuisafdelingen die intensief met beelden werken in een netwerk verbinden. Met Agfa HealthCare’s MUSICA-software kunnen beelden op het PACS-systeem bewerkt en geoptimaliseerd worden.
plaatbelichter
Een plaatbelichter ‘kopieert’ op een digitale manier gegevens van de computer op drukplaten, die dan ontwikkeld en op de drukpers geplaatst worden.
polymeer
Een polymeer is een grote molecule die is opgebouwd uit aan elkaar gekoppelde kleinere eenheden (monomeren). Er bestaan zowel natuurlijke (bv. eiwitten en rubber) als synthetische (bv. plastic, nylon) polymeren. Geleidende polymeren geleiden elektriciteit. ORGACON is de merknaam voor Agfa’s productlijn op basis van geleidende polymeren.
RFID-antenne
RFID staat voor Radio Frequency Identification, of identificatie met radiogolven. Het staat voor de techniek van automatische identificatie waarbij gebruik gemaakt wordt van radiosignalen om informatie uit te sturen vanuit zogenaamde tags die vastgehecht zijn aan voorwerpen of ingebouwd zijn in ID-kaarten. Er is geen fysiek contact nodig tussen de tag en het identificatieapparaat omdat de gegevens overgedragen worden via een antenne die eveneens in – bijvoorbeeld – de ID-kaart ingebed zit.
UV LED-inkt
UV LED-inkt (of UV LED curable ink) bestaat vooral uit acryl-monomeren. Na het drukken wordt de inkt door een hoge dosis UV LED-licht getransformeerd tot een harde gepolymeriseerde film. UV LED staat voor UltraViolet Light Emitting Diode (ultraviolette lichtgevende diode). UV LED-inkt droogt onmiddellijk, kan gedrukt worden op een grote verscheidenheid aan dragers en zorgt voor een heel duurzaam beeld. Hij bevat geen schadelijke bestanddelen zoals VOS (Vluchtige Organische Stoffen) of solventen en hij verdampt niet.
VAS
Vluchtige anorganische stoffen.
VOS
Vluchtige organische stoffen.
workflowsoftware
Software die operatoren in staat stelt het drukvoorbereidingsproces te controleren via een interface. Hij stroomlijnt de opdrachten door de individuele stappen in het drukvoorbereidingsproces te automatiseren, wat tijd bespaart en kosten reduceert.
288 289 Agfa-Gevaert – Jaarverslag 2021
Gedurende 2018 heeft de Groep het boekhoudkundig beleid dat ook in voorgaande jaren gold consequent toegepast, met uitzondering van de weergave van de winst- en verliesrekening en het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten. De weergave is gewijzigzigd ten gevolge van de toepassing van de nieuwe IFRS-standaard IFRS 9 ‘Financiële Instrumenten’. Volgens deze nieuwe standaard worden de waardeverminderingsverliezen op handels- en andere vorderingen nu als een aparte rubriek weergegeven in de winst- en verliesrekening. De Groep heeft IFRS 16 voor de eerste keer toegepast op 1 januari 2019, volgens de ‘modified retrospective approach’. Onder deze toepassing wordt vergelijkbare informatie over voorgaande perioden niet herwerkt. Bij de eerste toepassing van IFRS 16 was er geen effect op ingehouden winsten. Conform IFRS 5.33 licht de Onderneming in haar Geconsolideerde winst- en verliesrekening en Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, in één bedrag, het resultaat uit beëindigde bedrijfsactiviteiten toe.# Consolidated statement of profit or loss
This amount includes the profit from discontinued operations after tax and the profit from the sale of the total identified divested net assets. The Group divested its resale activities relating to ‘Digital Print & Chemicals’ in the United States in July 2019 and sold part of Agfa HealthCare’s IT activities in May 2020. Consequently, these disclosures for prior periods, namely 2019, have been reported differently than previously.
The footnote below refers to the Consolidated statement of financial position on p. 291. During 2018, the Group consistently applied the accounting policy of previous years, with the exception of the presentation of the consolidated statement of financial position, which has been modified due to the application of the new IFRS standard, IFRS 15 ‘Revenue from Contracts with Customers’. The Group applied the new standard IFRS 15 using the cumulative method, showing the effect of initial application on 1 January 2018. This means that the Group does not apply the new requirements of the standard to comparative annual periods presented. The new standard introduces the concept of contract assets and liabilities related to contracts with customers. On 31 December 2017, these assets and liabilities were included in other balance sheet items. On 1 January 2018, ‘Invoicing to be prepared’ (84 million euro), previously included in ‘Trade receivables’, was reclassified to ‘Contract assets related to contracts with customers’. Reclassifications from ‘Inventories’ to Contract assets related to contracts with customers amount to 11 million euro and mainly relate to work in progress. Reclassifications from Other Assets to Contractual assets related to contracts with customers amount to 10 million euro and concern contracts that the Group concluded with third-party suppliers for the supply of support services that enable the Group to fulfil maintenance contracts with its customers. On the liabilities side, ‘Contract liabilities related to customers’ on 1 January 2018 include ‘Deferred income and prepayments’ amounting to 128 million, previously presented separately in a distinct item of the consolidated statement of financial position, as well as bonuses and discounts payable to customers for goods and services sold during the period amounting to 17 million euro. These bonuses and discounts to customers were previously presented under revenue-related provisions.
| Dec. 2017 | Dec. 2018 | Dec. 2019 | Dec. 2020 | Dec. 2021 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Revenue | 1,995 | 1,911 | 1,845 | 1,796 | 1,754 |
| Cost of sales (860) | (860) | (817) | (775) | (746) | (717) |
| Gross profit | 1,135 | 1,094 | 1,070 | 1,050 | 1,037 |
| Selling expenses | (775) | (751) | (721) | (717) | (691) |
| General and admin. expenses | (420) | (413) | (367) | (377) | (366) |
| Research and development expenses | (377) | (371) | (359) | (260) | (260) |
| Impairment losses on trade and other receivables incl. contract assets related to contracts with customers | (1) | (6) | (6) | (1) | (1) |
| Other operating income | 15 | 16 | 17 | 20 | 17 |
| Other operating expenses | (25) | (25) | (185) | (183) | (126) |
| Operating income | 347 | 346 | 115 | 163 | 200 |
| Finance income (expenses) net | (10) | (6) | (6) | (9) | (1) |
| Other finance income (expenses) net | (29) | (31) | (16) | (17) | (7) |
| Net finance costs | (39) | (37) | (22) | (26) | (8) |
| Group's share of net income of associates (after tax) | (1) | (1) | 1 | 1 | 1 |
| Profit before tax | 307 | 308 | 94 | 138 | 193 |
| Income taxes | (69) | (77) | (19) | (16) | (16) |
| Profit (loss) from continuing operations | 238 | 231 | 75 | 122 | 177 |
| Profit (loss) from discontinued operations, net of tax | (27) | (7) | 27 | 108 | (27) |
| Profit (loss) for the period | 211 | 224 | 102 | 230 | 150 |
| Profit (loss) attributable to: | |||||
| Owners of the Parent Company | 199 | 200 | 96 | 210 | 140 |
| Non-controlling interests | 12 | 24 | 6 | 20 | 10 |
| Earnings per share (euro) | |||||
| Basic earnings per share (euro) | 2.03 | (1.70) | (1.57) | 1.79 | (1.77) |
| Diluted earnings per share (euro) | 2.03 | (1.70) | (1.57) | 1.79 | (1.77) |
290
AgfA-gevAert – AnnuAl RepoRt 2021
(1) During 2018, the Group modified the presentation of the consolidated cash flow statement by adding a separate presentation of the following non-cash expenses: write-downs of inventories, special impairment losses on trade receivables, additions to and reversals of provisions, and accrued period-allocated costs for employee benefits, defined benefit pension schemes and other employee plans. These other non-cash expenses were previously included in changes in other current assets and liabilities and changes in long-term and short-term provisions and employee benefits. Management believes that this modified presentation provides more relevant information to the reader of the consolidated financial statements. The Group has adjusted the comparative information of the prior financial year.
(2) During 2018, the Group consistently applied the accounting policy of previous years, with the exception of the presentation of the consolidated statement of financial position and the consolidated cash flow statement, both of which have been modified as a result of the implementation of IFRS 15 ‘Revenue from Contracts with Customers’. The Group applied this new standard using the cumulative method, showing the effect of initial application on 1 January 2018. This means that the Group does not apply the new requirements of the standard to comparative annual periods presented. As a result of the changes in the new standard IFRS 15, the cash flows from changes in other current assets and liabilities are not comparable with 2017 because the cash inflows and outflows from contract assets and liabilities related to contracts with customers for 2017 were included in changes in inventories, changes in trade receivables and changes in other current assets and liabilities. More information is provided in footnote 1 of the consolidated statement of financial position.
(3) Negative bank balances are presented as a deduction from cash and cash equivalents and were previously included in receipts and repayments of loans (31 December 2017: 1 million euro / 31 December 2018: 5 million euro).
| As at Dec. 2017 | As at Dec. 2018 | As at Dec. 2019 | As at Dec. 2020 | As at Dec. 2021 | |
|---|---|---|---|---|---|
| ASSETS | |||||
| Non-current assets | 676 | 678 | 645 | 621 | 634 |
| Intangible assets and goodwill | 325 | 296 | 255 | 237 | 225 |
| Property, plant and equipment | 128 | 117 | 113 | 112 | 110 |
| Rights of use assets | 119 | 82 | 75 | ||
| Investments in associates | 6 | 7 | 7 | 1 | 1 |
| Other financial assets | 11 | 10 | 8 | 12 | 8 |
| Assets related to post-employment benefits | 176 | ||||
| Trade receivables | 17 | 15 | 12 | 16 | 13 |
| Receivables from lease agreements | 66 | 57 | 57 | 58 | 62 |
| Other assets | 5 | 13 | 13 | 11 | 11 |
| Deferred tax assets | 119 | 112 | 113 | 102 | 97 |
| Current assets | 1,533 | 1,706 | 1,835 | 1,742 | 1,688 |
| Inventories | 772 | 785 | 751 | 680 | 721 |
| Trade receivables | 249 | 270 | 275 | 198 | 216 |
| Contract assets related to contracts with customers | 196 | 199 | 157 | 175 | |
| Current tax receivables | 15 | 19 | 19 | 15 | 15 |
| Other tax receivables | 15 | 16 | 16 | 16 | 16 |
| Financial assets | 2 | 1 | |||
| Receivables from lease agreements | 17 | 17 | 17 | 16 | 17 |
| Other receivables | 13 | 13 | 13 | 10 | 7 |
| Other current assets | 17 | 17 | 13 | 12 | 12 |
| Derivatives | 14 | 1 | 1 | 10 | 1 |
| Cash and cash equivalents | 179 | 192 | 166 | 166 | 157 |
| Assets held for sale | 14 | 14 | 7 | 5 | |
| TOTAL ASSETS | 2,209 | 2,384 | 2,480 | 2,363 | 2,322 |
| EQUITY AND LIABILITIES | |||||
| Equity | 274 | 308 | 277 | 413 | 443 |
| Attributable to Owners of the Parent Company | 201 | 213 | 189 | 294 | 323 |
| Share capital | 127 | 127 | 127 | 127 | 127 |
| Share premium | 117 | 117 | 117 | 117 | 117 |
| Retained earnings | 65 | 67 | 62 | 130 | 151 |
| Other reserves | (26) | (25) | (17) | (15) | (1) |
| Currency translation differences | (7) | (7) | (6) | (17) | (16) |
| Liabilities for post-employment benefits: remeasurement of the net defined benefit liability | (275) | (267) | (158) | (114) | (134) |
| Attributable to non-controlling interests | 73 | 95 | 88 | 119 | 120 |
| Non-current liabilities | 782 | 807 | 797 | 705 | 637 |
| Liabilities for post-employment benefits and termination benefits | 150 | 144 | 157 | 125 | 117 |
| Other employee benefits | 14 | 14 | 13 | 14 | 11 |
| Interest-bearing liabilities | 127 | 130 | 136 | 137 | 135 |
| Provisions | 6 | 7 | 6 | 5 | 3 |
| Deferred tax liabilities | 12 | 13 | 10 | 7 | 5 |
| Trade payables | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 |
| Contractual liabilities related to contracts with customers | 1 | 1 | 1 | 1 | |
| Other non-current liabilities | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 |
| Current liabilities | 711 | 711 | 786 | 743 | 742 |
| Interest-bearing liabilities | 115 | 119 | 119 | 109 | 118 |
| Provisions | 15 | 15 | 15 | 15 | 15 |
| Trade payables | 137 | 131 | 135 | 107 | 135 |
| Contractual liabilities related to contracts with customers | 151 | 151 | 141 | 141 | |
| Deferred income and prepayments | 118 | ||||
| Current tax liabilities | 15 | 17 | 17 | 15 | 15 |
| Other tax liabilities | 17 | 16 | 17 | 17 | 17 |
| Other payables | 13 | 12 | 10 | 8 | 10 |
| Employee benefits | 117 | 117 | 119 | 87 | 107 |
| Other current liabilities | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 |
| Derivatives | 1 | 15 | 6 | 1 | 1 |
| TOTAL EQUITY AND LIABILITIES | 2,209 | 2,384 | 2,480 | 2,363 | 2,322 |
291# Aandeelhoudersstructuur (23 maart 2022)
Op grond van de informatie waarover de Vennootschap beschikt ingevolge transparantieverklaringen die overeenkomstig de wettelijke en statutaire bepalingen ter zake werden ontvangen, zijn de belangrijkste aandeelhouders momenteel:
| 2020-01-01 2020-12-31 | 2020-12-31 | 2021-01-01 2021-12-31 | 2021-12-31 | |
|---|---|---|---|---|
| Jaarlijkse Algemene Vergadering | ||||
| Resultaten eerste kwartaal | ||||
| Resultaten tweede kwartaal | ||||
| Resultaten derde kwartaal | ||||
| Euro | 2020 | 2019 | 2018 | 2017 |
| Winst per aandeel | 0.033 | (0.027) | (0.051) | 0.055 |
| Nettobedrijfskasstroom per aandeel | 0.057 | (0.045) | 0.088 | (0.071) |
| Brutodividend | ||||
| Beurskoers aan het einde van het jaar | 7.330 | 7.590 | 9.515 | 9.740 |
| Hoogste beurskoers van het jaar | 10.275 | 10.555 | 11.540 | 11.570 |
| Laagste beurskoers van het jaar | 6.125 | 5.675 | 6.315 | 5.240 |
| Gemiddelde volume verhandelde aandelen per dag | 156,047 | 176,931 | 132,170 | 183,176 |
| Gewogen gemiddelde aantal uitstaande gewone aandelen | 116,287,029 | 116,287,029 | 116,287,029 | 116,287,029 |
Afdeling Investor Relations
Septestraat 27, B-2640 Mortsel, België
Tel. +32-(0)3-444 7124
Fax +32-(0)3-444 4485
[email protected]
www.agfa.com/investorrelations
AgfA-gevAert – jAArverslAg 2021
Uitgegeven door Agfa-Gevaert NV
Corporate Communication
Septestraat 27
B-2640 Mortsel (België)
T +32 3 444 71 24
www.agfa.com
Agfa, de Agfa-rombus en andere vermelde Agfa-producten en -diensten zijn geregistreerde handelsmerken van de Agfa Groep. Ze kunnen in bepaalde jurisdicties geregistreerd zijn in naam van Agfa, België, of een van zijn filialen. Alle andere handelsmerken, productnamen en bedrijfsnamen of -logo’s die in dit verslag vermeld worden, zijn eigendom van hun respectieve eigenaars.
Vormgeving Mathildestudios (Belgium)
| 2020-01-01 2020-12-31 | 2020-12-31 | 2021-01-01 2021-12-31 | 2021-12-31 | |
|---|---|---|---|---|
| ifrs-full:IssuedCapitalMember | ||||
| ifrs-full:SharePremiumMember | ||||
| ifrs-full:RetainedEarningsMember | ||||
| ifrs-full:TreasurySharesMember | ||||
| ifrs-full:RevaluationSurplusMember | ||||
| ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember | ||||
| ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember | ||||
| ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember | ||||
| ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember | ||||
| ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember | ||||
| EUR | 2020 | 2019 | 2020 | 2019 |
| Winst (verlies) over de periode | (19) | (17) | 15 | (9) |
| Winstbelastingen | 7 | 18 | 5 | 16 |
| Aandeel van de Groep in het nettoresultaat van geassocieerde deelnemingen na winstbelastingen | 1 | 1 | 1 | 1 |
| Nettofinancieringslasten | 20 | 21 | 19 | 1 |
| Bedrijfsresultaat | 26 | 17 | 11 | 10 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen | 14 | 17 | 11 | 15 |
| Overige niet-kaskosten | 15 | 16 | (5) | 11 |
| Wijziging in de voorraden | (12) | 16 | 13 | (7) |
| Wijziging in de handelsvorderingen | (7) | 7 | 16 | 1 |
| Wijziging in de contractuele activa verbonden aan contracten met klanten | 7 | 20 | (10) | (7) |
| Wijziging in de werkkapitaalactiva | (1) | (15) | 15 | (6) |
| Wijziging in de handelsschulden | (7) | 20 | 3 | 75 |
| Wijziging in de uitgestelde opbrengsten en ontvangen vooruitbetalingen | ||||
| Wijziging in de contractuele verplichtingen verbonden aan contracten met klanten | 16 | (17) | 15 | 7 |
| Wijziging in de werkkapitaalverplichtingen | (1) | 17 | 4 | 19 |
| Wijziging in het werkkapitaal | (14) | 11 | 22 | (14) |
| Uitgaande kasstroom voor personeelsbeloningen | (140) | (135) | (145) | (125) |
| Uitgaande kasstroom voor voorzieningen | (15) | (5) | (12) | (10) |
| Veranderingen in de leaseportfolio | (11) | (0) | (1) | (1) |
| Veranderingen in ander werkkapitaal | (10) | 17 | 16 | 17 |
| Ontvangen kasstromen uit derivaten ter indekking van operationele activiteiten | 17 | (15) | (4) | 15 |
| Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten | (17) | 170 | (15) | (175) |
| Betaalde belastingen | (10) | (7) | (11) | (1) |
| Nettokasstromen uit bedrijfsactiviteiten | (17) | 163 | (16) | (176) |
| Investeringsuitgaven | (14) | (15) | (17) | (15) |
| Ontvangsten uit de verkoop van immateriële activa en materiële vaste activa | 5 | 12 | 10 | 18 |
| Overnames na aftrek verworven geldmiddelen | (15) | (1) | (1) | (1) |
| Ontvangsten uit de verkoop van beëindigde activiteiten na winstbelastingen | 15 | 10 | 16 | 10 |
| Ontvangsten uit de verkoop van andere investeringen | 1 | 1 | 20 | |
| Ontvangen rente | 7 | 7 | 13 | 7 |
| Nettokasstromen uit investeringsactiviteiten | (20) | 23 | 16 | 31 |
| Betaalde rente | (16) | (16) | (17) | (7) |
| Betaalde dividenden aan minderheidsbelangen | (1) | (5) | ||
| Inkoop van eigen aandelen | (16) | |||
| Ontvangsten van leningen | 117 | 116 | 120 | 15 |
| Terugbetalingen van leningen | (17) | (141) | (160) | (1) |
| Betalingen van leaseschulden | (1) | (7) | (15) | (7) |
| Ontvangsten uit/(betalingen) van derivaten | (1) | 7 | (10) | (1) |
| Andere financieringsinkomsten/(kosten) | (5) | 7 | ||
| Nettokasstromen uit financieringsactiviteiten | 116 | (26) | (115) | (10) |
| Nettowijziging in geldmiddelen en kasequivalenten | 70 | 160 | 16 | (135) |
| Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van de periode | 115 | 107 | 162 | 178 |
| Nettowijziging in geldmiddelen en kasequivalenten | 70 | 160 | 16 | (135) |
| Winst/(verlies) op kortlopende beleggingen | (1) | (1) | ||
| Impact van valutakoersverschillen op aangehouden geldmiddelen | (5) | (1) | (7) | (1) |
| Geldmiddelen en kasequivalenten op het einde van het boekjaar | 162 | 107 | 178 | 37 |
| 292 | ||||
| 293 |
Agfa-Gevaert NV - Jaarverslag 2021
Uitgegeven door Agfa-Gevaert NV
Corporate Communication
Septestraat 27
B-2640 Mortsel (België)
T +32 3 444 71 24
www.agfa.com
Agfa, de Agfa-rombus en andere vermelde Agfa-producten en -diensten zijn geregistreerde handelsmerken van de Agfa Groep. Ze kunnen in bepaalde jurisdicties geregistreerd zijn in naam van Agfa, België, of een van zijn filialen. Alle andere handelsmerken, productnamen en bedrijfsnamen of -logo’s die in dit verslag vermeld worden, zijn eigendom van hun respectieve eigenaars.
Vormgeving Mathildestudios (Belgium)
Building tools?
Free accounts include 100 API calls/year for testing.
Have a question? We'll get back to you promptly.