Quarterly Report • Aug 7, 2019
Quarterly Report
Open in ViewerOpens in native device viewer

Verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag
Brussel, 7 augustus 2019


| Resultaten en ontwikkelingen 3 Resultaten en ontwikkelingen 4 |
||
|---|---|---|
| Geconsolideerd financieel verslag over de eerste zes maanden van 2019 5 | ||
| Geconsolideerde balans 6 | ||
| Geconsolideerde resultatenrekening 7 | ||
| Geconsolideerd overzicht van het comprehensive income 8 | ||
| Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen 9 | ||
| Geconsolideerd kasstroomoverzicht 10 | ||
| Algemene informatie 11 | ||
| 1 | Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving en consolidatie 12 | |
| 2 | Overnames en desinvesteringen 17 | |
| 3 | Uitstaande aandelen en winst per aandeel 18 | |
| 4 | Toezicht en solvabiliteit 21 | |
| 5 | Verbonden partijen 22 | |
| 6 | Informatie operationele segmenten 23 | |
| Toelichting op de geconsolideerde balans 29 | ||
| 7 | Financiële beleggingen 30 | |
| 8 | Vastgoedbeleggingen; materiële vaste activa 35 | |
| 9 | Leningen 36 | |
| 10 | Beleggingen in deelnemingen 37 | |
| 11 | Verzekeringsverplichtingen 38 | |
| 12 | Achtergestelde schulden 39 | |
| 13 | Leningen 40 | |
| 14 | RPN (I) 41 | |
| 15 | Voorzieningen 42 | |
| 16 | Derivaten 43 | |
| 17 | Toezeggingen 45 | |
| 18 | Reële waarde van financiële activa en financiële passiva 46 | |
| Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening 47 | ||
| 19 | Verzekeringspremies 48 | |
| 20 | Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten 49 | |
| 21 | Schadelasten en uitkeringen 50 | |
| 22 | Financieringslasten 51 | |
| Toelichting op de transacties niet opgenomen op de geconsolideerde balans 52 | ||
| 23 | Voorwaardelijke verplichtingen 53 | |
| 24 | Gebeurtenissen na balansdatum 58 | |
| Bericht van de Raad van Bestuur 59 | ||
| Beoordelingsverklaring 60 |
Alle bedragen in de cijferopstellingen van dit verkorte geconsolideerde tussentijdse financieel verslag luiden in miljoenen euro's, tenzij anders vermeld. Kleine verschillen vanwege afrondingen zijn mogelijk.
ontwikkelingen
Het nettoresultaat van de Groep over het eerste halfjaar bedroeg EUR 606 miljoen.
Het nettoresultaat steeg met 30% naar EUR 485 miljoen (tegenover EUR 373 miljoen), met sterke resultaten in alle segmenten, maar vooral een substantieel hogere bijdrage uit Azië van EUR 324 miljoen. Dit was vooral te danken aan China waar de nettowinst werd opgestuwd door de positieve evolutie van de rentevoeten en een gunstige retroactieve wijziging in het belastingstelsel met betrekking tot het boekjaar 2018.
Het nettoresultaat van de Niet-Leven-activiteiten bleef sterk met EUR 116 miljoen (ten opzichte van EUR 102 miljoen). Dit weerspiegelt de sterke prestaties in Portugal en de hoge bijdrage van Turkije, met als tegenwicht de ongunstige weergebeurtenissen in België. In het VK werd de positieve impact van de herziening van de Ogden-disconteringsvoet tenietgedaan door zware verliezen in Motor.
In het kader van de recent ingevoerde interne herverzekeringsovereenkomsten tussen ageas SA/NV en de operationele entiteiten in België, het VK en Portugal werd voor EUR 1,1 miljard aan premies van de operationele entiteiten binnen de Groep herverzekerd. Dit leverde een negatieve bijdrage van EUR 34 miljoen (tegenover EUR 2 miljoen) aan het nettoresultaat Niet-Leven (segment herverzekeringen).
Het resultaat van de Algemene Rekening bedroeg EUR 5 miljoen positief. Personeelskosten en overige operationele kosten bedroegen EUR 49 miljoen (tegenover EUR 39 miljoen). De RPN(I) verplichting daalde eind juni naar EUR 298 miljoen en droeg zo EUR 61 miljoen bij aan het nettoresultaat.
De totale liquide activa in de Algemene Rekening bedroegen EUR 1,7 miljard. De dividenden ontvangen van de operationele entiteiten hebben de cash-out voor het aandeleninkoopprogramma, de holdingkosten en het dividend van EUR 416 miljoen dat eind mei aan de aandeelhouders van Ageas werd uitgekeerd, meer dan afgedekt. Kapitaalbeheeracties hebben EUR 0,3 miljard toegevoegd aan de cashpositie van de Groep, waarvan EUR 0,6 miljard gereserveerd blijft voor de Fortisschikking.
Het beschikbare solvabiliteitsvermogen van de Groep bedroeg EUR 7,9 miljard, of EUR 4 miljard boven de SCR. Hierdoor kwam de Solvency IIageas ratio uit op een sterke 201%. Sinds eind 2018 daalde de solvabiliteitsratio met 14 procentpunten, voornamelijk door de aankoop van de Niet-Leven activiteit in Indië en de sterke en aanhoudende daling van de rentecurve die vooral de solvabiliteitratio in Continentaal Europa trof.
Brussel, 6 augustus 2019
De Raad van Bestuur
Geconsolideerd financieel verslag over de eerste zes maanden van 2019
005
| Noot | 30 juni 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|---|
| Activa | |||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 3.085,0 | 2.924,8 | |
| Financiële beleggingen | 7 | 64.066,5 | 61.442,6 |
| Vastgoedbeleggingen | 8 | 2.640,6 | 2.727,3 |
| Leningen | 9 | 10.227,7 | 9.788,5 |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 17.111,9 | 15.509,3 | |
| Beleggingen in deelnemingen | 10 | 3.824,4 | 3.071,0 |
| Herverzekering en overige vorderingen | 1.919,9 | 1.843,1 | |
| Actuele belastingvorderingen | 73,6 | 64,2 | |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 127,0 | 139,6 | |
| Overlopende rente en overige activa | 1.656,4 | 1.837,1 | |
| Materiële vaste activa | 8 | 1.716,3 | 1.234,6 |
| Goodwill en overige immateriële activa | 1.118,9 | 1.097,1 | |
| Activa aangehouden voor verkoop | 7,1 | ||
| Totaal activa | 107.568,2 | 101.686,3 | |
| Passiva | |||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven | 11.1 | 28.560,7 | 26.987,5 |
| Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven | 11.2 | 32.122,9 | 30.860,1 |
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 11.3 | 17.119,0 | 15.511,1 |
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven | 11.4 | 7.530,3 | 7.424,6 |
| Achtergestelde verplichtingen | 12 | 2.372,2 | 2.285,0 |
| Schulden | 13 | 2.560,3 | 2.184,2 |
| Actuele belastingverplichtingen | 46,3 | 35,7 | |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 1.176,2 | 1.039,6 | |
| RPN(I) | 14 | 297,6 | 358,9 |
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 2.696,2 | 2.586,0 | |
| Voorzieningen | 15 | 699,8 | 887,1 |
| Verplichtingen met betrekking tot vaste | |||
| activa aangehouden voor verkoop | 6,9 | ||
| Totaal verplichtingen | 95.181,5 | 90.166,7 | |
| Eigen vermogen | 3 | 10.225,0 | 9.411,4 |
| Minderheidsbelangen | 2.161,7 | 2.108,2 | |
| Totaal eigen vermogen | 12.386,7 | 11.519,6 | |
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 107.568,2 | 101.686,3 |
| Noot | Eerste halfjaar 2019 | Eerste halfjaar 2018 | |
|---|---|---|---|
| Baten | |||
| - Bruto premies | 4.976,8 4.976,8 |
4.335,4 4.335,4 |
|
| - Wijziging in niet-verdiende premies | - 130,9 - 130,9 |
- 92,4 - 92,4 |
|
| - Uitgaande herverzekeringspremies | - 180,4 - 180,4 |
- 122,2 - 122,2 |
|
| Netto verdiende premies | 19 | 4.665,5 4.665,5 |
4.120,8 4.120,8 |
| Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten | 20 | 1.313,4 1.313,5 |
1.354,3 1.354,3 |
| Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) | 61,3 61,3 |
8,6 8,6 |
|
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 114,9 114,9 |
153,8 153,8 |
|
| Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten | 1.248,9 1.248,9 |
- 31,9 - 31,9 |
|
| Aandeel in resultaat van deelnemingen | 10 | 376,4 376,4 |
207,2 207,2 |
| Commissiebaten | 183,5 183,5 |
162,0 162,0 |
|
| Overige baten | 147,9 147,9 |
108,2 108,2 |
|
| Totale baten | 8.111,9 8.111,9 |
6.083,0 6.083,0 |
|
| Kosten | |||
| - Schadelasten en uitkeringen, bruto | - 4.389,8 - 4.389,8 |
- 3.862,3 - 3.862,3 |
|
| - Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars | 62,6 62,6 |
33,0 33,0 |
|
| Schadelasten en uitkeringen, netto | 21 | - 4.327,2 - 4.327,2 |
- 3.829,3 - 3.829,3 |
| Lasten inzake unit-linked contracten | - 1.282,2 - 1.282,2 |
- 13,3 - 13,3 |
|
| Financieringslasten | 22 | - 65,2 - 65,2 |
- 58,7 - 58,7 |
| Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen | - 26,7 - 26,7 |
- 18,2 - 18,2 |
|
| Wijzigingen in voorzieningen | 15 | - 1,2 - 1,2 |
- 0,1 - 0,1 |
| Commissielasten | - 559,1 - 559,1 |
- 536,1 - 536,1 |
|
| Personeelslasten | - 420,2 - 420,2 |
- 408,0 - 408,0 |
|
| Overige lasten | - 638,0 - 638,0 |
- 566,5 - 566,4 |
|
| Totale lasten | - 7.319,9 - 7.319,8 |
- 5.430,1 - 5.430,1 |
|
| Resultaat voor belastingen | 792,0 792,1 |
652,9 652,9 |
|
| Belastingbaten (lasten) | - 106,5 - 106,5 |
- 111,3 - 111,3 |
|
| Nettoresultaat over de periode | 685,6 685,6 |
541,6 541,6 |
|
| Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | 79,6 79,6 |
100,4 100,4 |
|
| Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 606,0 606,0 |
441,2 441,2 |
|
| Gegevens per aandeel (EUR) | |||
| Gewoon resultaat per aandeel | 3 | 3,13 | 2,23 |
| Verwaterd resultaat per aandeel | 3 | 3,13 | 2,23 |
Het bruto premie-inkomen (som van bruto premies en premies uit beleggingscontracten zonder 'discretionaire winstdelingscomponent') kan als volgt worden gepresenteerd
| Noot | Eerste halfjaar 2019 | Eerste halfjaar 2018 | |
|---|---|---|---|
| Bruto premie-inkomen | 4.976,8 | 4.335,4 | |
| Premies inzake beleggingscontracten | 709,5 | 735,3 | |
| Bruto premies | 19 | 5.686,3 | 5.070,7 |
| Noot | Eerste halfjaar 2019 | Eerste halfjaar 2018 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| COMPREHENSIVE INCOME | |||||
| Onderdelen die niet naar de resultatenrekening zullen worden geherclassificeerd: | |||||
| De herberekening van de verplichting inzake de toegezegde pensioenregeling | - 96,4 | - 96,4 | 19,8 | 19,8 | |
| Gerelateerde belasting | 23,7 | 23,7 | - 1,2 | - 1,2 | |
| De herberekening van de verplichting inzake de toegezegde pensioenregeling | - 72,7 | - 72,7 | 18,6 | 18,6 | |
| Totaal van de onderdelen die niet naar de resultatenrekening | |||||
| zullen worden geclassificeerd: | - 72,7 | - 72,7 | 18,6 | 18,6 | |
| Onderdelen die (kunnen) worden geherclassificeerd naar de resultatenrekening: | |||||
| Wijzigingen in amortisatie van investeringen tot einde looptijd aangehouden | 3,8 | 3,8 | 5,4 | 5,4 | |
| Gerelateerde belasting | - 1,0 | - 1,0 | - 1,3 | - 1,3 | |
| Wijziging in beleggingen tot einde looptijd aangehouden | 7 | 2,8 | 2,8 | 4,1 | 4,1 |
| Wijzigingen in herwaardering van voor verkoop beschikbare beleggingen 1) | 789,9 | 789,9 | 73,8 | 73,8 | |
| Gerelateerde belasting | - 164,2 | - 164,2 | - 50,2 | - 50,2 | |
| Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop | 7 | 625,7 | 625,7 | 23,6 | 23,6 |
| Aandeel in overig comprehensive income van deelnemingen | 10 | 236,7 | 236,7 | - 27,1 | - 27,1 |
| Wijzigingen in omrekeningsverschillen, bruto | 40,5 | 40,5 | 19,8 | 19,8 | |
| Gerelateerde belasting | |||||
| Wijzigingen in omrekeningsverschillen | 40,5 | 40,5 | 19,8 | 19,8 | |
| Totaal van onderdelen die (kunnen) worden geherclassificeerd | |||||
| naar de resultatenrekening: | 905,7 | 905,7 | 20,4 | 20,4 | |
| Overig comprehensive income over de periode, na belastingen | 833,1 | 833,1 | 39,0 | 38,9 | |
| Nettoresultaat over de periode | 685,6 | 685,6 | 541,6 | 541,6 | |
| Totaal comprehensive income over de periode | 1.518,7 | 1.518,7 | 580,5 | 580,5 | |
| Nettoresultaat toewijsbaar aan minderheidsbelangen | 79,6 | 79,6 | 100,4 | 100,4 | |
| Overig comprehensive income toewijsbaar aan minderheidsbelangen | 122,4 | 122,4 | 15,4 | 15,4 | |
| Totaal comprehensive income over de periode, toewijsbaar aan | |||||
| minderheidsbelangen | 202,0 | 202,0 | 115,8 | 115,8 | |
| Totaal comprehensive income over de periode, toewijsbaar aan de aandeelhouders |
1.316,7 | 1.316,7 | 464,7 | 464,7 |
1) De wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop, zijn met inbegrip van kasstroomafdekkingen en na koersverschillen en shadow accounting.
| Koers | Nettoresultaat Ongerealiseerde | Eigen | Totaal | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aandelen | Uitgifte Overige | verschillen toewijsbaar aan | winsten en | vermogen Minderheids- | eigen | ||||
| kapitaal premies reserves | reserve aandeelhouders | verliezen aandeelhouders | belangen vermogen | ||||||
| Stand per 1 januari 2018 | 1.549,6 2.251,5 | 2.481,2 | - 84,2 | 623,2 | 2.789,6 | 9.610,9 | 551,3 | 10.162,2 | |
| Nettoresultaat over de periode | 441,2 | 441,2 | 100,4 | 541,6 | |||||
| Herwaardering van investeringen | - 11,6 | - 11,6 | 12,1 | 0,5 | |||||
| Herwaardering IAS 19 | 15,8 | 15,8 | 2,8 | 18,6 | |||||
| Wisselkoersverschillen | 19,3 | 19,3 | 0,5 | 19,8 | |||||
| Totaal verandering | |||||||||
| eigen vermogen niet-eigenaren | 15,8 | 19,3 | 441,2 | - 11,6 | 464,7 | 115,8 | 580,5 | ||
| Overdracht | 623,2 | - 623,2 | |||||||
| Dividend | - 403,2 | - 403,2 | - 200,1 | - 603,3 | |||||
| Wijziging in kapitaal | 13,5 | 13,5 | |||||||
| Eigen aandelen | - 98,2 | - 98,2 | - 98,2 | ||||||
| Intrekking van aandelen | - 47,2 | - 195,7 | 242,9 | ||||||
| Op aandelen gebaseerde beloning Impact geschreven putoptie |
- 4,5 | - 4,5 | - 4,5 | ||||||
| op minderheidsbelang 1) | - 253,4 | - 253,4 | 1.695,4 | 1.442,0 | |||||
| Overige veranderingen | |||||||||
| in het eigen vermogen 2) | - 7,2 | 1,3 | - 0,6 | - 6,5 | 41,8 | 35,3 | |||
| Stand per 30 juni 2018 | 1.502,4 2.051,3 | 2.601,1 | - 63,6 | 441,2 | 2.777,4 | 9.309,8 | 2.217,7 | 11.527,5 | |
| Stand per 1 januari 2019 | 1.502,4 2.059,3 | 2.502,9 | - 74,9 | 809,1 | 2.612,6 | 9.411,4 | 2.108,2 | 11.519,6 | |
| Nettoresultaat over de periode | 606,0 | 606,0 | 79,6 | 685,6 | |||||
| Herwaardering van investeringen | 724,5 | 724,5 | 140,8 | 865,3 | |||||
| Herwaardering IAS 19 | - 54,2 | - 54,2 | - 18,5 | - 72,7 | |||||
| Wisselkoersverschillen | 40,4 | 40,4 | 0,1 | 40,5 | |||||
| Totaal verandering | |||||||||
| eigen vermogen niet-eigenaren | - 54,2 | 40,4 | 606,0 | 724,5 | 1.316,7 | 202,0 | 1.518,7 | ||
| Overdracht | 809,1 | - 809,1 | |||||||
| Dividend | - 415,7 | - 415,7 | - 149,4 | - 565,1 | |||||
| Wijziging in kapitaal | 2,8 | 2,8 | |||||||
| Eigen aandelen | - 74,4 | - 74,4 | - 74,4 | ||||||
| Intrekking van aandelen | - 201,3 | 201,3 | |||||||
| Op aandelen gebaseerde beloning | 1,5 | 1,5 | 1,5 | ||||||
| Impact geschreven putoptie op minderheidsbelang 1) |
- 0,8 | - 0,8 | - 1,9 | - 2,7 | |||||
| Overige veranderingen | |||||||||
| in het eigen vermogen 2) | - 13,7 | - 13,7 | - 13,7 | ||||||
| Stand per 30 juni 2019 | 1.502,4 1.859,5 | 2.954,5 | - 34,5 | 606,0 | 3.337,1 | 10.225,0 | 2.161,7 | 12.386,7 |
Heeft betrekking op de putopties op aandelen AG Insurance in 2018 en de putoptie op aandelen Interparking.
Overige wijzigingen in het eigen vermogen omvat een schadevergoeding betaald aan BNP Paribas voor de aangehouden aandelen Ageas met betrekking tot de CASHES-obligaties en de betaling aan houders van FRESH-obligaties.
| Noot | Eerste halfjaar 2019 | Eerste halfjaar 2018 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten per 1 januari | 2.924,8 | 2.924,8 | 2.552,3 | 2.552,3 | |
| Resultaat voor belastingen | 792,1 | 792,1 | 652,9 | 652,9 | |
| Aanpassingen om het resultaat te laten aansluiten | |||||
| op de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten: | |||||
| Herberekening RPN(I) | 14 | - 61,3 | - 61,3 | - 8,6 | - 8,6 |
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | - 114,9 | - 114,9 | - 153,8 | - 153,8 | |
| Aandeel in resultaat van deelnemingen | 10 | - 376,4 | - 376,4 | - 207,2 | - 207,2 |
| Afschrijvingen en oprenting | 397,9 | 397,9 | 330,8 | 330,8 | |
| Bijzondere waardeverminderingen | 26,7 | 26,7 | 18,2 | 18,2 | |
| Voorzieningen | 15 | - 3,8 | - 3,8 | - 0,4 | - 0,4 |
| Op aandelen gebaseerde beloningen | 3,8 | 3,8 | 5,7 | 5,7 | |
| Totaal aanpassingen om het resultaat te laten aansluiten op de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten |
- 127,9 | - 128,0 | - 15,3 | - 15,3 | |
| Wijzigingen in operationele activa en passiva: | |||||
| Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten (activa en passiva) | 16 | - 3,2 | - 3,2 | 26,5 | 26,5 |
| Vorderingen | 9 | - 440,5 | - 440,5 | - 156,1 | - 156,1 |
| Herverzekering en overige vorderingen | - 64,7 | - 64,7 | 37,5 | 37,5 | |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | - 1.602,6 | - 1.602,6 | - 198,5 | - 198,5 | |
| Schulden | 13 | - 142,3 | - 142,3 | 208,1 | 208,1 |
| Verplichtingen inzake verzekerings- en beleggingscontracten | 11.1 & 11.2 & 11.4 | 3.086,6 | 3.086,6 | - 365,7 | - 365,7 |
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 11,3 | 1.579,0 | 1.579,0 | 122,8 | 122,8 |
| Netto wijzigingen in alle overige operationele activa en passiva | - 2.632,6 | - 2.632,8 | 404,2 | 404,2 | |
| Dividend ontvangen van deelnemingen | 142,5 | 142,5 | 158,2 | 158,2 | |
| Betaalde winstbelastingen Totaal wijzigingen in operationele activa en passiva |
- 122,7 - 200,7 |
- 122,7 - 200,5 |
- 211,3 25,7 |
- 211,3 25,7 |
|
| Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 463,5 | 463,6 | 663,3 | 663,3 | |
| Aankoop van beleggingen | - 4.663,3 | - 4.663,3 | - 5.312,2 | - 5.312,2 | |
| Opbrengsten uit verkoop en aflossingen beleggingen | 5.163,5 | 5.163,5 | 5.267,7 | 5.267,7 | |
| Aankoop van vastgoedbeleggingen | - 31,7 | - 31,7 | - 76,4 | - 76,4 | |
| Opbrengsten uit verkoop van vastgoedbeleggingen | 63,7 | 63,7 | 8,4 | 8,4 | |
| Aankopen van materiële vaste activa | - 72,3 | - 72,3 | - 50,2 | - 50,2 | |
| Opbrengsten uit verkoop van materiële vaste activa | 0,6 | 0,6 | 0,2 | 0,2 | |
| Aankoop dochterondernemingen en deelnemingen | |||||
| (inclusief kapitaalverhogingen in deelnemingen) | 2 | - 201,3 | - 201,3 | - 114,1 | - 114,1 |
| Verkoop dochterondernemingen en deelnemingen | |||||
| (inclusief kapitaalterugbetalingen van deelnemingen) | 2 | 7,8 | 7,8 | 88,0 | 88,0 |
| Aankoop van immateriële vaste activa | - 13,9 | - 13,9 | - 16,6 | - 16,6 | |
| Opbrengsten uit verkoop van immateriële vaste activa | 0,2 | 0,2 | 0,1 | 0,1 | |
| Kasstroom uit beleggingsactiviteiten | 253,4 | 253,3 | - 205,1 | - 205,1 | |
| Opbrengsten uit uitgifte van achtergestelde schulden | 12 | 567,1 | 567,1 | ||
| Terugbetaling van achtergestelde schulden | 12 | - 484,2 | - 484,2 | ||
| Opbrengsten uit uitgifte van overige financieringen | 13 | 10,2 | 10,2 | ||
| Terugbetaling van overige financieringen | 13 | - 5,4 | - 5,4 | ||
| Aankoop van eigen aandelen | 3 | - 74,4 | - 74,4 | - 98,2 | - 98,2 |
| Dividenden uitgekeerd aan aandeelhouders | - 415,7 | - 415,7 | - 403,2 | - 403,2 | |
| Dividenden uitgekeerd aan minderheidsbelangen | - 149,4 | - 149,4 | - 200,1 | - 200,1 | |
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | - 556,6 | - 556,6 | - 696,7 | - 696,7 | |
| Effect van wisselkoersverschillen op | |||||
| geldmiddelen en kasequivalenten | - 0,1 | - 0,1 | 1,8 | 1,8 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten per 31 december | 3.085,0 | 3.085,0 | 2.315,6 | 2.315,6 | |
| Bijkomende toelichting inzake kasstromen uit bedrijfsactiviteiten | |||||
| Ontvangen rente | 20 | 1.235,3 | 1.235,3 | 1.313,6 | 1.313,6 |
| Ontvangen dividenden van beleggingen | 20 | 84,1 | 84,1 | 85,0 | 85,0 |
| Betaalde rente | 22 | - 78,8 | - 78,8 | - 66,5 | - 66,5 |

Algemene informatie
Het verkorte geconsolideerde tussentijdse financieel verslag van Ageas over de eerste zes maanden van 2019 wordt opgesteld volgens de regels van de International Accounting Standard IAS 34 'Tussentijdse financiële verslaggeving', zoals uitgegeven door de International Accounting Standards Board (IASB) en goedgekeurd door de Europese Unie (EU).
1
Dit verkorte geconsolideerde tussentijdse financieel verslag van Ageas bevat geactualiseerde informatie bij de laatste volledige geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2018 van Ageas en moet bijgevolg worden gelezen in samenhang met de geconsolideerde jaarrekening van Ageas voor 2018.
De voor de eerste zes maanden van 2019 toegepaste grondslagen zijn ongewijzigd ten opzichte van het boekjaar eindigend op 31 december 2018, behalve voor wat betreft nieuwe en gewijzigde IFRS-standaarden. Wijzigingen aan de boekhoudregels voor de nieuwe en goedgekeurde IFRS-normen die gelden per 1 januari 2019 zijn vermeld in onderstaand deel 2. De grondslagen zoals vermeld in de geconsolideerde jaarrekening van ageas voor 2018 zijn een samenvatting van de volledige grondslagen voor de verslaggeving die zijn te vinden op de volgende website: https://www.ageas.com/about/supervision-audit-and-accountingpolicies.
Het verkorte geconsolideerde tussentijdse financieel verslag van Ageas is opgemaakt op basis van het going concern-beginsel en luidt in euro's, de functionele valuta van de moedermaatschappij van Ageas.
Activa en passiva die zijn opgenomen in de balans van Ageas hebben gewoonlijk een looptijd van meer dan 12 maanden, met uitzondering van geldmiddelen en kasequivalenten, herverzekering en overige vorderingen, overlopende rente en overige activa, nietlevensverzekeringsverplichtingen, overlopende rente en overige verplichtingen en actuele belastingvorderingen en -schulden.
De belangrijkste toegepaste IFRS-normen voor de bepaling van de activa en verplichtingen zijn:
In 2019 werden de volgende nieuwe of herziene IFRS-standaarden, interpretaties en wijzigingen op IFRS-standaarden en interpretaties van kracht (zoals goedgekeurd door de EU).
In oktober 2017 vaardigde de IASB de wijziging van IFRS 9 'vooruitbetaling met negatieve compensatie' uit. In maart 2018 werden deze wijzigingen door de EU goedgekeurd en zij zijn van toepassing voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2019.
Door deze beperkte wijzigingen aan IAS 9 'financiële instrumenten' kunnen entiteiten bepaalde vooruit betaalbare financiële activa met negatieve compensatie tegen de geamortiseerde kostprijs opnemen. Zonder deze wijzigingen zouden deze financiële activa niet voldoen aan de SPPI-test (solely payments of principal and interest) waardoor deze financiële activa tegen de reële waarde zouden moeten worden opgenomen via de winst en verliesrekening (FVPL).
Ageas heeft besloten IFRS 9 'financiële instrumenten' niet vanaf 2018 toe te passen omdat Ageas in aanmerking komt voor een tijdelijke vrijstelling voor de toepassing van IFRS 9. Een gedetailleerde analyse die tot deze conclusie leidt, is opgenomen in toelichting 2 van de geconsolideerde jaarrekening 2018 van Ageas. Hoewel Ageas heeft besloten de tijdelijke vrijstelling voor IFRS 9 toe te passen, wordt rekening gehouden met deze wijzigingen van IFRS 9 bij de SPPI-test die Ageas uitvoert in het kader van de jaarlijkse verplichte meldingen over de wijzigingen van IFRS 4 ten aanzien van 'toepassing van IFRS 9 financiële instrumenten bij verzekeringscontracten volgens IFRS 4'. Deze melding is ook opgenomen in toelichting 2 in de geconsolideerde jaarrekening 2018 van Ageas.
In januari 2016 vaardigde de IASB IFRS 16 'Leases' uit. IFRS 16 werd in oktober 2017 goedgekeurd door de EU en is van toepassing voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2019. Zodoende heeft Ageas IFRS 16 vanaf 1 januari 2019 volledig geïmplementeerd.
IFRS 16 vervangt de eerdere normen IAS 17 'Leases', SIC-15 'operationele leases - incentives', SIC 27 'waardering van de substantie van transacties met de juridische vorm van een lease' en IFRIC 4 'vaststelling of een regeling een lease omvat'.
IFRS 16 stelt grondslagen vast voor de opname, waardering, presentatie van en informatieverschaffing over leaseovereenkomsten. De principes van IFRS 16 bieden richtlijnen voor zowel huurders als verhuurders. De belangrijkste wijziging van IFRS 16 vergeleken met IAS 17 heeft betrekking op de waardering en presentatie van leases als huurder. Teneinde de leases getrouw weer te geven in de financiële verslagen, moet een huurder een gebruiksrecht en een leaseverplichting opnemen. De leaseverplichting wordt verdisconteerd met het incrementele financieringstarief van de huurder en de rentekosten voor de leaseverplichtingen worden afzonderlijke vermeld van de afschrijvingskosten van het actief waarvoor het gebruiksrecht geldt.
Als uitzondering op het boven beschreven waarderingsmodel voor huurders, geeft IFRS 16 huurders de mogelijkheid om de leasebetalingen voor korte termijn leases (≤ 12 maanden) en voor leases waarvan het onderliggende actief van lage waarde is voor de entiteit lineair over de leasetermijn te verwerken als kosten. Ageas paste beide uitzonderingen toe op het huurder-waarderingsmodel van de leases die voldoen aan de respectievelijke voorwaarden.
Ageas paste IFRS 16 met terugwerkende kracht toe, met opname van het cumulatieve effect van de eerste toepassing van IFRS 16 voor alle leases als een aanpassing van het openingssaldo per 1 januari 2019, zonder de aanpassing van de vergelijkende informatie voor voorgaande rapportageperioden.
Als praktisch hulpmiddel voor de overschakeling vereist IFRS 16 niet dat een entiteit moet herbeoordelen of op de initiële opnamedatum van IFRS 16 een contract een lease vormt of omvat, als gedefinieerd onder IFRS 16. Zodoende paste AGEAS IFRS 16 toe op alle contracten met ingangsdatum voor 1 januari 2019 en die onder toepassing van IAS 17 en IFRIC 4 waren geïdentificeerd als leases.
Voor leases die onder toepassing van IAS 17 als operationele lease waren geclassificeerd, is op de initiële toepassingsdatum van IFRS 16 (d.w.z. 1 januari 2019) een gebruiksrechtactief opgenomen, tegen een bedrag gelijk aan de leaseverplichting op dezelfde datum. Voor leases die onder toepassing van IAS 17 als financiële lease waren geclassificeerd, is de boekwaarde van het gebruiksrechtactief en de leaseverplichting per 1 januari 2019 gelijk Bij de bepaling van de leaseverplichting per 1 januari 2019 van leases die voorheen onder toepassing van IAS 17 als operationele lease waren geclassificeerd, zijn de volgende praktische hulpmiddelen voorzien in IFRS 16 gebruikt:
Afgezien van de impact van de opname van het gebruiksrechtactief en de leaseverplichting voor de leases van vastgoed en bedrijfswagens voor medewerkers, die onder IAS 17 als operationele lease werden geclassificeerd, heeft de implementatie van IFRS 16 geen significante impact op het eigen vermogen, het other comprehensive income en het nettoresultaat. Een overzicht van deze impact is te raadplegen in toelichting 8 betreffende vastgoedbeleggingen en materiële vaste activa. Van het totale gebruiksrechtactief en de totale leaseverplichting die per 30 juni 2019 is opgenomen, heeft ongeveer 95% betrekking op vastgoed en 5% op bedrijfswagens voor medewerkers.
De overige wijzigingen in IFRS-normen, interpretaties en aanpassingen van IFRS-normen die na 1 januari 2019 van kracht werden en door de EU zijn goedgekeurd, hadden geen significante impact op de balans of de resultatenrekening van Ageas. Deze wijzigingen betreffen:
De volgende nieuwe of herziene IFRS-normen, interpretaties en aanpassingen van IFRS-normen en interpretaties zijn door de IASB uitgevaardigd en gaan in voor verslagperioden die beginnen op 1 januari 2020 of later.
In mei 2017 vaardigde de IASB IFRS 17 'Verzekeringscontracten' uit. IFRS 17 is een uitgebreide nieuwe boekhoudkundige norm voor verzekeringscontracten die opname, waardering, presentatie en melding omvat. Zodra deze is ingevoerd, zal IFRS 17 de in 2005 uitgevaardigde IFRS 4 Verzekeringscontracten vervangen.
In november 2018 stemde de IASB voor een uitstel van een jaar voor de ingangsdatum van IFRS 17, waardoor de toepassing van IFRS 17 ingaat voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2022. Samen met een uitstel van een jaar voor de ingangsdatum van IFRS 17 besloot de IASB ook de tijdelijke vrijstelling voor verzekeraars van de toepassing van IFRS 9 te verlengen tot 2022. Zo kunnen IFRS 9 en IFRS 17 tegelijkertijd worden toegepast. Tijdens zijn bestuursvergadering van april 2019 bevestigde de IASB dit besluit.
Gezien het besluit van de IASB om de ingangsdata van IFRS 9 en IFRS 17 op een lijn te brengen, is momenteel bij Ageas een gecombineerd implementatieproject voor IFRS 9 en IFRS 17 gaande. De toepassing van IFRS 9 en IFRS 17 zal significante veranderingen in de boekhouding en de presentatie van de jaarrekening volgens IFRS teweegbrengen, en ook de impact op het eigen vermogen, nettoresultaat en/of overig comprehensive income zal naar verwachting groot zijn.
De IASB neemt momenteel een aantal maatregelen om de implementatie van IFRS 17 te ondersteunen, onder meer met een Transition Resource Group (TRG). Tijdens de bestuursvergadering van de IASB in april 2019 gaf het bestuur toestemming aan de medewerkers van IASB voor het stemproces voor publicatie van een voorontwerp voor IFRS 17, inclusief een pakket van voorgestelde wijzigingen van IFRS 17. Dit voorontwerp is op 26 juni 2019 gepubliceerd en hier kan tot 25 september 2019 op worden gereageerd. Gezien deze ontwikkelingen en het feit dat naar aanleiding van de reacties op het voorontwerp van IFRS 17 de feitelijke vereisten nog veranderd kunnen worden, is het momenteel niet mogelijk een impactanalyse van IFRS 17 te geven.
IFRS 17 is nog niet goedgekeurd door de EU. In verband met deze goedkeuring heeft de EU de EFRAG verzocht om een goedkeuringsadvies inzake IFRS 17. Het tijdstip van dit goedkeuringsadvies is afhankelijk van de verwachte publicatie van het voorontwerp voor IFRS 17 en van de reacties van de stakeholders op dit voorontwerp.
IFRS 17 introduceert een op de actuele waarde gebaseerd boekhoudkundig model voor verzekeringscontracten. De IASB verwacht dat IFRS 17 een consistentere boekhoudkundige verantwoording van verzekeringscontracten zal introduceren vergeleken met IFRS 4, dat grotendeels gebaseerd is op de grandfathering van eerdere lokale boekhoudregels.
De belangrijkste kenmerken van het nieuwe boekhoudkundige model voor verzekeringscontracten zijn:
De overige komende wijzigingen in IFRS-normen, interpretaties en aanpassingen van IFRS-normen die na 1 januari 2020 van kracht worden, zullen naar verwachting geen significante impact op de balans of de resultatenrekening van Ageas hebben. Deze wijzigingen zijn nog niet allemaal door de EU goedgekeurd. Deze wijzigingen betreffen:
De opstelling van het verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag van Ageas overeenkomstig IFRS vereist een aantal schattingen aan het einde van de verslagperiode. Elke schatting brengt van nature een aanzienlijk risico op materiële aanpassingen (positief dan wel negatief) in de boekwaarde van activa en passiva in het komend boekjaar met zich mee.
De belangrijkste schattingen per de verslagdatum worden in de onderstaande tabel weergegeven.
| 30 juni 2019 | |
|---|---|
| Activa | Onzekerheid schatting |
| Voor verkoop beschikbare activa | |
| Financiële instrumenten | |
| - Niveau 2 | - Het waarderingsmodel |
| - Inactieve markten | |
| - Niveau 3 | - Het waarderingsmodel |
| - Gebruik niet-marktwaarneembare input | |
| - Inactieve markten | |
| Vastgoedbeleggingen | - Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde |
| Vorderingen | - Het waarderingsmodel |
| - Parameters als creditspread, looptijd en de rente | |
| Deelnemingen | - Van de beleggingsmix, de activiteiten en de marktontwikkelingen afhankelijke combinatie van onzekerheden |
| Goodwill | - Het gehanteerde waarderingsmodel |
| - Financiële en economische variabelen | |
| - Disconteringsvoet | |
| - De aan de entiteit inherente risicopremie | |
| Overige immateriële vaste activa | - Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde |
| Uitgestelde belastingvorderingen | - Interpretatie van belastingwetgeving |
| - Hoogte en tijdstip van toekomstig, belastbaar inkomen | |
| Passiva | |
| Verplichtingen verzekeringscontacten | |
| - Leven | - Actuariële aannames |
| - Gehanteerde rentecurve bij toereikendheidstoets (LAT-test) | |
| - Herbeleggingsprofiel van de beleggingsportefeuille, kredietrisicospread en looptijd, | |
| bij het bepalen van de shadow LAT aanpassing | |
| - Niet-Leven | - Voorzieningen voor voorgevallen maar niet-gerapporteerde schadeclaims |
| - Schadebehandelingskosten | |
| - Finale afhandeling van uitstaande schade claims | |
| Pensioenverplichtingen | - Actuariële aannames |
| - Disconteringsvoet | |
| - Inflatie/salarissen | |
| Voorzieningen | - De waarschijnlijkheid van een huidige verplichting als gevolg van gebeurtenissen in het verleden |
| - De berekening van het best geschatte bedrag | |
| Uitgestelde belastingschulden | - Interpretatie van belastingwetgeving |
| - Hoogte en tijdstip van toekomstig, belastbaar inkomen | |
De te rapporteren segmenten van Ageas zijn voornamelijk gebaseerd op geografische regio's. Die onderverdeling naar regio's is ingegeven door het feit dat de activiteiten in de bewuste regio's van vergelijkbare aard zijn en dezelfde economische kenmerken delen.
De operationele segmenten zijn:
Activiteiten die geen verband houden met verzekeren en eliminatieverschillen binnen de groep worden los van de verzekeringsactiviteiten gerapporteerd. Deze niet-verzekeringsactiviteiten worden gerapporteerd in het operationeel segment Algemene Rekening, dat activiteiten zoals groepsfinanciering en overige holdingactiviteiten omvat. Onder de Algemene Rekening vallen tevens de investering in Royal Park Investments en de verplichtingen uit hoofde van de CASHES/RPN(I).
Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme condities die ook beschikbaar zijn voor niet-gerelateerde derden. Eliminaties worden afzonderlijk gerapporteerd.
In het verkorte geconsolideerde tussentijds financieel verslag van Ageas is de jaarrekening van ageas SA/NV (de 'moedermaatschappij') en haar dochterondernemingen begrepen. Dochterondernemingen zijn die ondernemingen waarin Ageas, direct of indirect, het financiële en operationele beleid kan sturen teneinde voordelen uit deze activiteiten te verwerven ('zeggenschap'). Dochterondernemingen worden geconsolideerd vanaf de datum waarop de effectieve zeggenschap aan Ageas wordt overgedragen en worden van consolidatie uitgesloten vanaf de datum waarop een einde komt aan die zeggenschap. Dochterondernemingen die uitsluitend zijn overgenomen met de bedoeling te worden doorverkocht, worden verantwoord als 'vaste activa aangehouden voor verkoop'. Het resultaat op een deel van een belang in een dochteronderneming zonder verlies van zeggenschap wordt verantwoord in het eigen vermogen.
'Intercompany' transacties (saldi, winsten en verliezen uit transacties tussen ondernemingen van Ageas) worden geëlimineerd.
Bij het beoordelen of Ageas zeggenschap heeft over een andere onderneming worden het bestaan en effect van potentiële stemrechten die thans uitoefenbaar of converteerbaar zijn in aanmerking genomen.
Beleggingen in deelnemingen worden verantwoord op basis van de equity methode. Dit zijn beleggingen waarin Ageas invloed van betekenis heeft zonder overwegende zeggenschap. De belegging wordt verantwoord op basis van het aandeel van Ageas in de netto activa van de deelneming. De initiële verwerving wordt gewaardeerd tegen de kostprijs. Het aandeel van Ageas in het netto-inkomen van het jaar wordt verantwoord als aandeel in het resultaat van deelnemingen, en het aandeel in de rechtstreekse eigenvermogensmutaties na acquisitie wordt verantwoord in het eigen vermogen.
Winsten op transacties tussen Ageas en beleggingen gewaardeerd volgens de equity methode worden geëlimineerd naar rato van het aandeel van Ageas. Verliezen worden eveneens geëlimineerd, tenzij uit de transactie blijkt dat het overgedragen actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Verliezen worden verantwoord totdat de boekwaarde van de belegging nihil bedraagt. Verdere verliezen worden alleen verantwoord als Ageas een in rechte afdwingbare of een feitelijke verplichting heeft of betalingen heeft verricht namens deze deelneming.
In de volgende tabel worden de koersen van de belangrijkste valuta voor Ageas weergegeven.
| Koersen per einde periode | Gemiddelde koersen | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| 1 euro = | 30 juni 2019 | 31 december 2018 | Eerste halfjaar 2019 | Eerste halfjaar 2018 | |
| Britse pond | 0,90 | 0,89 | 0,87 | 0,88 | |
| Amerikaanse dollar | 1,14 | 1,15 | 1,13 | 1,21 | |
| Hongkong dollar | 8,89 | 8,97 | 8,86 | 9,49 | |
| Turkse lira | 6,57 | 6,06 | 6,36 | 4,96 | |
| Chinese yuan renminbi | 7,82 | 7,88 | 7,67 | 7,71 | |
| Indiase roepie | 78,52 | 79,73 | 79,13 | 79,49 | |
| Maleisische ringgit | 4,71 | 4,73 | 4,65 | 4,77 | |
| Filipijnse peso | 58,34 | 60,11 | 58,98 | 62,94 | |
| Thaise baht | 34,90 | 37,05 | 35,71 | 38,42 | |
| Vietnamese dong | 26.316,00 | 26.316,00 | 26.236,00 | 27.778,00 |
De volgende significante overnames en desinvesteringen zijn gedaan in 2019 en 2018. Details over eventuele overnames en desinvesteringen na balansdatum zijn opgenomen in noot 24 Gebeurtenissen na balansdatum.
2
Op 22 februari 2019 maakte Ageas bekend dat alle noodzakelijke toestemmingen van de toezichthouders waren verkregen en bevestigde de afronding van de overname van 40% van het aandelenkapitaal in de Indiase Niet-Levens-verzekeraar Royal Sundaram General Insurance Co. Limited (RSGI). De netto overnamesom bedroeg EUR 191 miljoen, hetgeen een goodwill van EUR 136,2 miljoen tot gevolg had. RSIG wordt met ingang van het eerste kwartaal van 2019 door Ageas Groep opgenomen met toepassing van de equity methode.
Er waren in de eerste helft van 2019 geen belangrijke desinvesteringen.
Als onderdeel van de diversificatie van vastgoedbeleggingen en met ondersteuning van AG Real Estate voltooide Ocidental Vida, in een partnerschap met Sonae Sierra, een in winkelcentra gespecialiseerde internationale projectontwikkelaar en investeerder, de overname van het bedrijf '3Shoppings' voor een bedrag van EUR 43 miljoen. Deze onderneming bezit twee winkelcentra in twee steden in Noord-Portugal, Guimarães en Maia. Als onderdeel van de overeenkomst bleef Sonae Sierra aan als vermogens- en vastgoedbeheerder. Ocidental Vida heeft een belang van 80% en Sonae is eigenaar van de resterende 20%.
In april 2018 verwierf AG Insurance 65% van Salus, bestaande uit vijf exploitanten van bejaardentehuizen in Duitsland. De aankoopprijs bedroeg EUR 57 miljoen, gevolgd door een kapitaalverhoging van EUR 24 miljoen om externe leningen af te lossen.
In 2018 nam AG Real Estate diverse kleine ondernemingen over voor een totaalbedrag van ongeveer EUR 15 miljoen. Daarnaast heeft AG Insurance enkele andere overnames en kapitaalverhogingen in deelnemingen uitgevoerd voor een totaalbedrag van circa EUR 11 miljoen.
Ageas bevestigde op 21 december 2018 de verkoop van zijn belang van 33% in het aandelenkapitaal van Cardif Luxembourg Vie (CLV) aan BNP Paribas Cardif te hebben afgerond. De totale verkoopprijs in contanten bedroeg EUR 152 miljoen.
De verkoop van CLV leverde voor de Groep een netto meerwaarde van EUR 35 miljoen op. EUR 15 miljoen op het niveau van Verzekeringen in het segment Continentaal Europa en EUR 20 miljoen in de Algemene Rekening.
De totale nettowinst die Cardif Luxembourg Vie over de verslagperiode tot de verkoop bijdroeg, beliep bijna EUR 9 miljoen (zie noot 6 Informatie operationele segmenten).
De verkoop van de deelnemingen North Light en Pole Star door AG Real Estate werd in januari 2018 afgerond. De intrinsieke waarde van deze deelnemingen, EUR 41,8 miljoen, werd op 31 december 2017 reeds geherclassificeerd in voor verkoop aangehouden activa. Het belang van 40% in deze dochterondernemingen werd verkocht voor een bedrag van EUR 82 miljoen, hetgeen een meerwaarde van EUR 37,9 miljoen opleverde.
In het laatste kwartaal van 2018 verkocht AG Real Estate Agridec (onderdeel van het Woluwe Shopping Center) voor een bedrag van EUR 103 miljoen en realiseerde hiermee een meerwaarde van EUR 40 miljoen.
De onderstaande tabel toont het aantal uitstaande aandelen.
3
| Uitstaande |
|---|
| aandelen |
| 199.006 |
| - 4.645 |
| 194.361 |
| - 1.702 |
| 192.659 |
Met inachtneming van de bepalingen die met betrekking tot ageas SA/NV zijn vastgelegd, voor zover de wet daarin voorziet, en in het belang van de Vennootschap, heeft de Raad van Bestuur van Ageas de goedkeuring van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 16 mei 2018 ontvangen om gedurende een periode van drie jaar (2018-2020) het aandelenkapitaal voor algemene doeleinden met maximaal EUR 148.000.000 uit te breiden.
Uitgaande van een fractiewaarde van EUR 7,40 kan Ageas hiermee maximaal 20.000.000 aandelen uitgeven, wat neerkomt op circa 10% van het totale uitstaande aandelenkapitaal van de Vennootschap. Deze goedkeuring stelt de Vennootschap bovendien in staat om te voldoen aan de verplichtingen die zijn aangegaan in verband met de uitgifte van de financiële instrumenten. Tevens kunnen aandelen worden uitgegeven ten gevolge van de zogenaamde alternatieve coupon vereffeningsmethode (ACVM), geïntegreerd in bepaalde hybride financiële instrumenten (zie hiervoor noot 23 Voorwaardelijke verplichtingen).
Ageas heeft opties of instrumenten met kenmerken van opties uitgegeven die bij uitoefening kunnen leiden tot een toename van het aantal uitstaande aandelen.
De onderstaande tabel toont een overzicht van het aantal uitgegeven aandelen en het potentiële aantal nieuwe aandelen per 30 juni 2019, na de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
| in duizenden | |
|---|---|
| Stand per 30 juni 2019 | 198.374 |
| Aantal aandelen dat uitgegeven kan worden per Aandeelhoudersvergadering van 15 mei 2019 | 20.000 |
| In verband met optieplannen | |
| Totaal potentieel aantal aandelen per 30 juni 2019 | 218.374 |
Tot het aantal uitstaande aandelen behoren de aandelen die verband houden met het converteerbare instrument FRESH (4,0 miljoen aandelen). De FRESH is een financieel instrument dat in 2002 is uitgegeven door Ageasfinlux SA. Een van de kenmerken van dit instrument is dat de CASHES alleen kunnen worden afgelost door conversie naar 4,0 miljoen aandelen Ageas. Ageasfinlux SA heeft alle noodzakelijke aandelen Ageas verworven om de FRESH af te lossen (waardoor die aandelen ook deel uitmaken van het aantal uitstaande aandelen Ageas). Ageasfinlux SA en Ageas zijn echter overeengekomen dat deze aandelen niet stem- en dividendgerechtigd zijn zolang deze aan de FRESH gekoppeld zijn. Aangezien Ageasfinlux SA een onderdeel van de Ageas Groep is, worden de aandelen uit hoofde van de FRESH behandeld als ingekochte eigen aandelen (zie hieronder) en geëlimineerd tegen het eigen vermogen (zie noot 12 Achtergestelde schulden).
Eigen aandelen zijn uitgegeven gewone aandelen die door Ageas zijn teruggekocht. Deze aandelen worden afgetrokken van het eigen vermogen en worden verantwoord onder overige reserves.
Het totaal aantal eigen aandelen (5,7 miljoen) bestaat uit de FRESH (4,0 miljoen) en de resterende aandelen afkomstig uit het inkoopprogramma eigen aandelen (1,7 miljoen, zie hieronder). Nadere informatie over de FRESH is te vinden in noot 12 Achtergestelde schulden.
Ageas presenteerde op 8 augustus 2018 een nieuw inkoopprogramma van eigen aandelen voor EUR 200 miljoen dat start op 13 augustus 2018 en eindigt op 2 augustus 2019. Tussen 13 augustus 2018 en 30 juni 2019 heeft Ageas 3.645.187 aandelen ingekocht, overeenstemmend met 1,84 % van het totaal aantal uitstaande aandelen en met een totale waarde van EUR 158,7 miljoen.
Ageas presenteerde op 9 augustus 2017 een nieuw inkoopprogramma van eigen aandelen voor EUR 200 miljoen van 21 augustus 2017 tot 3 augustus 2018. Ageas rondde op 3 augustus 2018 het inkoopprogramma voor eigen aandelen af dat werd aangekondigd op 9 augustus 2017. Tussen 21 augustus 2017 en 3 augustus 2018 heeft Ageas 4.772.699 aandelen ingekocht, wat overeenkomt met 2,35% van de totale uitstaande aandelen en een totaalbedrag van EUR 200 miljoen.
De Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 15 mei 2019 van ageas SA/NV keurde de intrekking goed van 4.647.872 eigen aandelen. Als gevolg hiervan is het totale aantal uitgegeven aandelen gedaald naar 198.374.327.
De Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 16 mei 2018 keurde de intrekking goed van 6.377.750 eigen aandelen. Deze aandelen vertegenwoordigden de resterende 4.583.306 eigen aandelen van het aandelen terugkoopprogramma 2016 en de 1.924.024 aandelen die tot 31 december 2017 waren teruggekocht in het kader van het aandelen terugkoopprogramma 2017. 129.580 eigen aandelen werden gebruikt voor de toekenning van aandelenprogramma's.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de dividend- en stemgerechtigde aandelen.
| Aantal aandelen uitgegeven per 30 juni 2019 | 198.374 |
|---|---|
| Aandelen niet gerechtigd tot dividend en stemrecht: | |
| Aandelen aangehouden door ageas SA/NV | 1.702 |
| Aandelen gerelateerd aan FRESH (zie Noot 12) | 3.968 |
| Aandelen gerelateerd aan CASHES (zie Noot 23) | 3.959 |
| Aandelen gerechtigd tot dividend en stemrecht | 188.745 |
BNP Paribas Fortis SA/NV (voorheen Fortis Bank) heeft in 2007 een financieel instrument met de naam CASHES uitgegeven. Een van de kenmerken van dit instrument was dat de CASHES alleen konden worden afgelost door conversie naar 12,5 miljoen aandelen Ageas.
BNP Paribas Fortis SA/NV heeft alle noodzakelijke aandelen Ageas verworven om de CASHES te kunnen aflossen (die aandelen maken ook deel uit van het aantal uitstaande aandelen Ageas). De aandelen met betrekking tot de CASHES die BNP Paribas Fortis SA/NV heeft zijn niet stem- of dividendgerechtigd (zie noot 12 Achtergestelde schulden en noot 23 Voorwaardelijke verplichtingen).
In 2012 deed BNP Paribas een (deels succesvol) bod in contanten op de CASHES en op 6 februari 2012 converteerde BNP Paribas Fortis SA/NV 7.553 ingekochte CASHES van de 12.000 uitstaande CASHES (62,9%) in 7,9 miljoen aandelen Ageas.
Ageas en BNP Paribas hadden een overeenkomst gesloten over de inkoop van de nog uitstaande CASHES door BNP Paribas op voorwaarde dat deze worden geconverteerd in aandelen Ageas. In 2016 zijn 656 CASHES ingekocht en geconverteerd. De overeenkomst tussen Ageas en BNP Paribas liep eind 2016 af. Op dit moment heeft BNP Paribas Fortis SA/NV nog 4,0 miljoen aandelen Ageas verbonden aan de CASHES in bezit.
In de volgende tabel worden de uitgangspunten voor de bepaling van de winst per aandeel weergegeven.
| Eerste halfjaar 2019 | Eerste halfjaar 2018 | |
|---|---|---|
| Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 606,0 | 441,2 |
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen | ||
| voor basiswinst per aandeel (in duizenden) | 193.617 | 197.987 |
| Aanpassingen voor: | ||
| - aandelen onder voorwaarden (in duizenden) verwacht te worden toegekend | 83 | |
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen | ||
| voor verwaterd resultaat per aandeel (in duizenden) | 193.617 | 198.070 |
| Gewoon resultaat per aandeel (in euro's per aandeel) | 3,13 | 2,23 |
| Verwaterd resultaat per aandeel (in euro's per aandeel) | 3,13 | 2,23 |
In 2018 vervielen alle optieregelingen en er werden geen nieuwe optieregelingen gelanceerd.
Tijdens 2019 en 2018 waren 3,97 miljoen aandelen Ageas afkomstig van de FRESH uitgesloten van de berekening van de verwaterde winst per aandeel aangezien de rente per aandeel bespaard op deze effecten hoger lag dan de gewone winst per aandeel.
De aandelen die uit hoofde van de CASHES zijn uitgegeven, totaal 3,96 miljoen (31 december 2018: 3,96 miljoen), behoren tot de gewone aandelen (zie ook noot 23 Voorwaardelijke verplichtingen). Deze aandelen hebben geen recht op dividend en hebben ook geen stemrechten.
ageas SA/NV is de uiteindelijke moedermaatschappij van de Ageas Groep en heeft sinds juni 2018 een vergunning om alle leven en niet-leven activiteiten van ageas SA/NV uit te voeren. De NBB is de toezichthoudende instantie en ontvangt in die hoedanigheid specifieke rapporten die de basis vormen voor het prudentieel toezicht op het niveau van de groep. In zijn rol van toezichthoudende instantie voor de groep faciliteert de NBB groepstoezicht via een college van toezichthouders. Toezichthouders in de EER-lidstaten waarin Ageas actief is, zijn in dit college vertegenwoordigd. Het college werkt op basis van Europese richtlijnen, waarborgt dat de samenwerking, uitwisseling van informatie en gezamenlijk overleg tussen de toezichthoudende instanties plaatsvindt en bevordert de convergentie van toezichthoudende activiteiten. In juni 2018 verleende de NBB ageas SA/NV een vergunning voor de onderschrijving van herverzekeringsactiviteiten. In de tweede helft van 2018 begon Ageas SA/NV met de onderschrijving van herverzekeringsactiviteiten.
4
Sinds 1 januari 2016 is het toezicht op Ageas op geconsolideerd niveau onder het Solvency II-raamwerk. In plaats van de Standaardformule toe te passen gebruikt Ageas het Partieel Intern Model (PIM) voor de Pijler 1-rapportage waarbij het grootste deel van de schadeverzekeringsrisico's worden gemodelleerd aan de hand van Ageas-specifieke formules.
Voor volledig geconsolideerde entiteiten is de consolidatiescope voor Solvency II is vergelijkbaar met de IFRS consolidatiescope. De Europese belegging in deelnemingen Tesco Underwriting werd prorata opgenomen, zonder enige diversificatievoordelen. Alle niet-Europese deelnemingen (inclusief Turkije) werden uitgesloten van beschikbaar kapitaal en vereist kapitaal, aangezien de toepasselijke solvabiliteitsstelsels niet als gelijkwaardig aan Solvency II worden beschouwd.
In het Partieel Intern Model (PIM) past Ageas overgangsmaatregelen toe inzake de technische voorzieningen in Portugal en Frankrijk en de grandfathering van uitgegeven hybride schuld op het niveau van de Groep. Per 30 juni 2019 bedraagt het in aanmerking komend groepsvermogen Solvency II EUR 8.013,0 miljoen (31 december 2018: EUR 8.059,0 miljoen). Het Vereist Kapitaal voor de Groep onder het Partieel Intern Model (SCR) beloopt EUR 4.132,6 miljoen (31 december 2018: EUR 3.728,1 miljoen) en de Solvency-ratio is 193,9 % (31 december 2018: 216,2 %).
Ageas is van mening dat een sterke kapitaalbasis in de individuele verzekeringsactiviteiten een noodzaak is, enerzijds als een competitief voordeel en anderzijds omdat het nodig is om de geplande groei te financieren.
Voor zijn kapitaalbeheer hanteert Ageas een interne benadering gebaseerd op het Partieel Intern Model met een aangepast spreadrisico, waarbij een Intern Model wordt toegepast voor Vastgoed en overgangsmaatregelen worden verwijderd (met uitzondering van de grandfathering van uitgegeven hybride schuld). Onder deze aanpassing wordt het spreadrisico berekend op het fundamenteel gedeelte van het spreadrisico voor alle obligaties.
Dit betekent een SCR-last voor EU-overheidsobligaties en verlaagt het spreadrisico voor alle andere obligaties. De technische voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde met gebruik van een rentecurve zoals voorgeschreven door EIOPA. In plaats van de standaard volatiliteitsaanpassing passen de ondernemingen een bedrijfsspecifieke volatiliteitsaanpassing toe, of gebruiken een model voor verwachtverlies-model gebaseerd op de samenstelling van hun specifieke activaportefeuille. Deze SCR wordt SCRageas genoemd.
Kapitaalpositie Ageas per segment, gebaseerd op de SCRageas.
| 30 juni 2019 | 31 december 2018 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Eigen | Solvabiliteits- | Eigen | Solvabiliteits | |||
| vermogen | SCR | ratio | vermogen | SCR | ratio | |
| België | 6.348,3 | 2.851,3 | 222,6% | 6.446,4 | 2.747,3 | 234,6% |
| VK | 807,4 | 500,2 | 161,4% | 820,1 | 490,3 | 167,3% |
| Continentaal Europa | 1.031,9 | 646,6 | 159,6% | 1.036,3 | 581,3 | 178,3% |
| Herverzekering | 622,2 | 324,5 | 191,8% | 111,0 | 56,7 | 195,7% |
| Algemene Rekening inclusief eliminatie en diversificatie | 122,2 | 49,3 | 606,2 | 76,1 | ||
| Niet-overdraagbaar eigen vermogen / Diversificatie | - 986,7 | - 417,1 | - 1.021,8 | - 223,9 | ||
| Totaal Ageas | 7.945,2 | 3.954,8 | 200,9% | 7.998,2 | 3.727,8 | 214,6% |
De beoogde solvabiliteitsratio gebaseerd op SCRageas op het niveau van Ageas is bepaald op 175%.
Per 30 juni 2019 waren er geen uitstaande leningen, kredieten of bankgaranties verstrekt aan leden van de Raad van Bestuur en uitvoerende managers, aan naaste familieleden van leden van de Raad van Bestuur dan wel aan naaste familieleden van uitvoerende managers. Ten opzichte van het boekjaar eindigend op 31 december 2018 zijn er geen wijzigingen in de transacties met verbonden partijen.
022
De te rapporteren segmenten van Ageas zijn voornamelijk gebaseerd op geografische regio's, de resultaten zijn gebaseerd op IFRS. Die onderverdeling naar regio's is ingegeven door het feit dat de activiteiten in de bewuste regio's van vergelijkbare aard zijn en dezelfde economische kenmerken delen.
Ageas is georganiseerd in zes operationele segmenten:
België;
6
Activiteiten die geen verband houden met verzekeren en eliminatieverschillen binnen de Groep worden los van de verzekeringsactiviteiten gerapporteerd in het zesde operationele segment: Algemene Rekening.
In het eerste halfjaar van 2019 deden zich geen wijzigingen voor in de operationele segmenten.
Brexit
Op het moment dat dit verslag werd opgesteld, waren er nog vele onzekerheden over de uitkomst van de Brexit-onderhandelingen. Ongeacht de uiteindelijke uitkomst, kan er worden gesteld dat:
| Continentaal | Azië | Her- | Eliminaties | Totaal Algemene Eliminaties | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Eerste halfjaar 2019 | België | VK | Europa | verzekering Verzekeringen Verzekering | Rekening | Groep | Totaal | |||
| Baten | ||||||||||
| - Bruto premies | 3.012,3 | 697,7 | 1.259,8 | 1.136,6 | - 1.129,0 | 4.977,4 | - 0,6 | 4.976,8 | ||
| - Wijziging in niet-verdiende premies | - 102,9 | - 6,5 | - 21,5 | - 265,9 | 265,9 | - 130,9 | - 130,9 | |||
| - Uitgaande herverzekeringspremies | - 278,5 - 576,7 | - 160,6 | - 25,6 | 861,0 | - 180,4 | - 180,4 | ||||
| Netto verdiende premies | 2.630,9 | 114,5 | 1.077,7 | 845,1 | - 2,1 | 4.666,1 | - 0,6 | 4.665,5 | ||
| Rentebaten, dividend en | ||||||||||
| overige beleggingsbaten | 1.185,6 | 19,7 | 102,2 | 6,0 | 1.313,5 | 16,1 | - 16,1 | 1.313,5 | ||
| Ongerealiseerde winst (verlies) RPN(I) | 61,3 | 61,3 | ||||||||
| Resultaat op verkoop en | ||||||||||
| herwaarderingen | 82,2 | 5,3 | 22,7 | 4,2 | 114,4 | 4,2 | - 3,7 | 114,9 | ||
| Baten uit beleggingen | ||||||||||
| inzake unit-linked contracten | 729,2 | 519,7 | 1.248,9 | 1.248,9 | ||||||
| Aandeel in resultaat van deelnemingen | 14,2 | 6,7 | 8,0 346,7 | 375,5 | 0,9 | 376,4 | ||||
| Commissiebaten | 180,8 | 88,6 | 86,1 | 1,9 | - 173,9 | 183,5 | 183,5 | |||
| Overige baten | 121,5 | 18,9 | 10,3 | 0,2 | - 0,1 | 150,9 | 2,4 | - 5,4 | 147,9 | |
| Totale baten | 4.944,4 | 253,7 | 1.826,7 346,7 | 857,4 | - 176,1 | 8.052,8 | 84,9 | - 25,8 | 8.111,9 | |
| Kosten | ||||||||||
| - Schadelasten en uitkeringen, bruto | - 2.923,9 - 375,8 | - 1.075,0 | - 796,7 | 780,9 | - 4.390,5 | 0,7 - 4.389,8 | ||||
| - Schadelasten en uitkeringen, | ||||||||||
| aandeel herverzekeraars | 176,6 | 556,3 | 106,4 | 2,4 | - 779,1 | 62,6 | 62,6 | |||
| Schadelasten en uitkeringen, netto | - 2.747,3 | 180,5 | - 968,6 | - 794,3 | 1,8 | - 4.327,9 | 0,7 - 4.327,2 | |||
| Lasten inzake unit-linked contracten | - 739,6 | - 542,5 | - 0,1 | - 1.282,2 | - 1.282,2 | |||||
| Financieringslasten | - 49,4 | - 5,1 | - 7,9 | - 0,1 | - 0,1 | - 62,6 | - 18,6 | 16,0 | - 65,2 | |
| Wijzigingen in bijzondere | ||||||||||
| waardeverminderingen | - 19,7 | - 4,5 | - 2,5 | - 26,7 | - 26,7 | |||||
| Wijzigingen in voorzieningen | 1,4 | 0,1 | 1,5 | - 2,6 | - 0,1 | - 1,2 | ||||
| Commissielasten | - 343,3 - 119,9 | - 91,4 | - 178,4 | 173,9 | - 559,1 | - 559,1 | ||||
| Personeelslasten | - 275,0 | - 77,6 | - 40,2 - 12,7 | - 405,5 | - 14,7 | - 420,2 | ||||
| Overige lasten | - 435,2 - 164,8 | - 88,9 | - 2,6 | 82,5 | 0,6 | - 608,4 | - 35,0 | 5,4 | - 638,0 | |
| Totale lasten | - 4.608,1 - 191,4 | - 1.742,0 - 15,3 | - 890,3 | 176,2 | - 7.270,9 | - 70,9 | 22,0 - 7.319,8 | |||
| Resultaat voor belastingen | 336,3 | 62,3 | 84,7 331,4 | - 32,9 | 0,1 | 781,9 | 14,0 | - 3,8 | 792,1 | |
| Belastingbaten (lasten) | - 69,4 | - 10,3 | - 20,5 | - 1,1 | - 0,1 | - 101,4 | - 5,2 | 0,1 | - 106,5 | |
| Nettoresultaat over de periode | 266,9 | 52,0 | 64,2 331,4 | - 34,0 | 680,5 | 8,8 | - 3,7 | 685,6 | ||
| Toewijsbaar aan de | ||||||||||
| minderheidsbelangen | 72,1 | 7,5 | 79,6 | 79,6 | ||||||
| Nettoresultaat toewijsbaar aan | ||||||||||
| de aandeelhouders | 194,8 | 52,0 | 56,7 331,4 | - 34,0 | 600,9 | 8,8 | - 3,7 | 606,0 | ||
| Totale baten van externe klanten | 5.059,0 | 725,3 | 1.923,0 346,7 | 8.054,0 | 57,9 | 8.111,9 | ||||
| Totale baten intern | - 114,6 - 471,6 | - 96,3 | 857,4 | - 176,1 | - 1,2 | 27,0 | - 25,8 | |||
| Totale baten Overige niet-geldelijke lasten |
4.944,4 | 253,7 | 1.826,7 346,7 | 857,4 | - 176,1 | 8.052,8 | 84,9 | - 25,8 | 8.111,9 | |
| (anders dan afschrijvingen) | - 2,6 | - 2,6 | ||||||||
Het bruto premie-inkomen (som van bruto premies en premies uit beleggingscontracten zonder 'discretionaire winstdelingscomponent') kan als volgt worden gepresenteerd.
| Continentaal | Azië | Her- | Eliminaties | Totaal Algemene Eliminaties | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Eerste halfjaar 2019 | België | VK | Europa | verzekering Verzekeringen Verzekering | Rekening | Groep | Totaal | |||
| Bruto premies | 3.012,3 | 697,7 | 1.259,8 | 1.136,6 | - 1.129,0 | 4.977,4 | - 0,6 | 4.976,8 | ||
| Premies inzake beleggingscontracten | 549,9 | 159,6 | 709,5 | 709,5 | ||||||
| Bruto premies | 3.562,2 | 697,7 | 1.419,4 | 1.136,6 | - 1.129,0 | 5.686,9 | - 0,6 | 5.686,3 |
| Continentaal | Her- | Eliminaties | Totaal Algemene Eliminaties | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Eerste halfjaar 2018 | België | VK | Europa | Azië verzekering Verzekeringen Verzekering | Rekening | Groep | Totaal | |||
| Baten | ||||||||||
| - Bruto premies | 2.648,8 | 722,0 | 965,2 | 29,3 | - 29,3 | 4.336,0 | - 0,6 | 4.335,4 | ||
| - Wijziging in niet-verdiende premies | - 92,2 | 19,1 | - 19,3 | - 92,4 | - 92,4 | |||||
| - Uitgaande herverzekeringspremies | - 32,1 | - 57,4 | - 47,8 | - 14,2 | 29,3 | - 122,2 | - 122,2 | |||
| Netto verdiende premies | 2.524,5 | 683,7 | 898,1 | 15,1 | 4.121,4 | - 0,6 | 4.120,8 | |||
| Rentebaten, dividend en | ||||||||||
| overige beleggingsbaten | 1.226,9 | 28,3 | 101,9 | 0,8 | 1.357,9 | 12,1 | - 15,7 | 1.354,3 | ||
| Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) | 8,6 | 8,6 | ||||||||
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 131,0 | 3,8 | 16,5 | 151,3 | 2,7 | - 0,2 | 153,8 | |||
| Baten uit beleggingen | ||||||||||
| inzake unit-linked contracten | - 71,2 | 39,3 | - 31,9 | - 31,9 | ||||||
| Aandeel in resultaat van deelnemingen | 8,9 | 4,5 | 10,9 183,0 | 207,3 | - 0,2 | 0,1 | 207,2 | |||
| Commissiebaten | 98,0 | 6,9 | 57,3 | 1,0 | - 1,2 | 162,0 | 162,0 | |||
| Overige baten | 78,1 | 26,0 | 8,9 | 0,4 | - 0,2 | 113,2 | 2,7 | - 7,7 | 108,2 | |
| Totale baten | 3.996,2 | 753,2 | 1.132,9 183,4 | 16,9 | - 1,4 | 6.081,2 | 25,9 | - 24,1 | 6.083,0 | |
| Kosten | ||||||||||
| - Schadelasten en uitkeringen, bruto | - 2.637,5 - 430,3 | - 793,4 | - 9,8 | 8,1 | - 3.862,9 | 0,6 - 3.862,3 | ||||
| - Schadelasten en uitkeringen, | ||||||||||
| aandeel herverzekeraars | 9,1 | 5,1 | 27,2 | - 0,3 | - 8,1 | 33,0 | 33,0 | |||
| Schadelasten en uitkeringen, netto | - 2.628,4 - 425,2 | - 766,2 | - 10,1 | - 3.829,9 | 0,6 - 3.829,3 | |||||
| Lasten inzake unit-linked contracten | 55,4 | - 68,7 | - 13,3 | - 13,3 | ||||||
| Financieringslasten | - 48,5 | - 7,9 | - 7,3 | - 63,7 | - 10,5 | 15,5 | - 58,7 | |||
| Wijzigingen in bijzondere | ||||||||||
| waardeverminderingen | - 14,6 | - 3,7 | - 18,3 | 0,1 | - 18,2 | |||||
| Wijzigingen in voorzieningen | 0,6 | - 0,5 | 0,1 | - 0,2 | - 0,1 | |||||
| Commissielasten | - 317,4 - 130,1 | - 86,3 | - 3,3 | 1,0 | - 536,1 | - 536,1 | ||||
| Personeelslasten | - 268,4 | - 76,2 | - 36,1 - 10,0 | - 390,7 | - 17,3 | - 408,0 | ||||
| Overige lasten | - 392,7 | - 77,0 | - 76,2 | - 3,4 | - 1,4 | 0,4 | - 550,3 | - 23,9 | 7,8 | - 566,4 |
| Totale lasten | - 3.614,0 - 716,4 | - 1.045,0 - 13,4 | - 14,8 | 1,4 | - 5.402,2 | - 51,9 | 24,0 - 5.430,1 | |||
| Resultaat voor belastingen | 382,2 | 36,8 | 87,9 170,0 | 2,1 | 679,0 | - 26,0 | - 0,1 | 652,9 | ||
| Belastingbaten (lasten) | - 77,4 | - 6,3 | - 19,5 | - 103,2 | - 8,1 | - 111,3 | ||||
| Nettoresultaat over de periode | 304,8 | 30,5 | 68,4 170,0 | 2,1 | 575,8 | - 34,1 | - 0,1 | 541,6 | ||
| Toewijsbaar aan de | ||||||||||
| minderheidsbelangen | 85,0 | 15,4 | 100,4 | 100,4 | ||||||
| Nettoresultaat toewijsbaar | ||||||||||
| aan de aandeelhouders | 219,8 | 30,5 | 53,0 170,0 | 2,1 | 475,4 | - 34,1 | - 0,1 | 441,2 | ||
| Totale baten van externe klanten | 4.002,4 | 762,0 | 1.136,9 183,3 | 6.084,6 | - 1,6 | 6.083,0 | ||||
| Totale baten intern | - 6,2 | - 8,8 | - 4,0 | 0,1 | 16,9 | - 1,4 | - 3,4 | 27,5 | - 24,1 | |
| Totale baten | 3.996,2 | 753,2 | 1.132,9 183,4 | 16,9 | - 1,4 | 6.081,2 | 25,9 | - 24,1 | 6.083,0 | |
| Overige niet-geldelijke lasten | ||||||||||
| (anders dan afschrijvingen) | - 119,2 | - 0,8 | - 120,0 | - 0,2 | - 120,2 |
Het bruto premie-inkomen (som van bruto premies en premies uit beleggingscontracten zonder 'discretionaire winstdelingscomponent') kan als volgt worden gepresenteerd.
| Continentaal | Her- | Eliminaties | Totaal Algemene Eliminaties | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Eerste halfjaar 2018 | België | VK | Europa | Azië verzekering Verzekeringen Verzekering | Rekening | Groep | Totaal | ||
| Bruto premies | 2.648,8 | 722,0 | 965,2 | 29,3 | - 29,3 | 4.336,0 | - 0,6 | 4.335,4 | |
| Premies inzake beleggingscontracten | 539,6 | 195,7 | 735,3 | 735,3 | |||||
| Bruto premies | 3.188,4 | 722,0 | 1.160,9 | 29,3 | - 29,3 | 5.071,3 | - 0,6 | 5.070,7 |
Voor de analyse van de verzekeringsresultaten maakt Ageas gebruik van het concept operationeel resultaat.
Het operationeel resultaat omvat de netto verdiende premies, commissies en gealloceerde beleggingsopbrengsten en gerealiseerde meer- of minderwaarden, na aftrek van netto schadelasten, uitkeringen en alle operationele lasten, inclusief de kosten voor schadeafhandeling, beleggingskosten, commissies en andere lasten, gealloceerd aan verzekerings- en/of beleggingscontracten. Het verschil tussen het operationele resultaat en de winst voor belastingen omvat alle opbrengsten en kosten die niet onder verzekerings- en/of beleggingscontracten worden verantwoord en derhalve ook niet in het operationele resultaat of resultaat van niet-geconsolideerde partnerships is verwerkt. De definities van de alternatieve prestatiemaatstaven worden onder de tabellen toegelicht.
Binnen de diverse verzekeringssegmenten worden de Leven- en Niet-Leven activiteiten afzonderlijk beheerd. Tot de Levenactiviteiten behoren onder meer verzekeringscontracten die risico's dekken gerelateerd aan leven en overlijden van personen. Het segment Leven omvat daarnaast beleggingscontracten met en zonder discretionaire winstdeling (DPF). Het segment Niet-leven bestaan uit vier onderdelen: Ongevallen- en Ziekteverzekeringen, Autoverzekeringen, Brandverzekeringen en Overige schade aan eigendommen (die het risico dekken van schade aan eigendommen dan wel verplichtingen inzake claims) en Overige verzekeringen.
Het operationele resultaat voor de verschillende segmenten en productlijnen en de reconciliatie met de winst voor belastingen wordt hieronder getoond.
| Continentaal | Her- | Eliminaties | Totaal Algemene Eliminaties | Totaal | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Eerste halfjaar 2019 | België | VK | Europa | Azië verzekering Verzekeringen Verzekering | Rekening | Groep | Ageas | |||
| Bruto premie-inkomen Leven | 2.436,5 | 1.046,5 | 3.483,0 | 3.483,0 | ||||||
| Bruto premie-inkomen Niet-leven | 1.125,7 | 697,7 | 372,9 | 1.136,6 | - 1.129,0 | 2.203,9 | - 0,6 | 2.203,3 | ||
| Operationele kosten | - 297,2 | - 120,3 | - 93,2 | - 0,7 | - 511,4 | - 511,4 | ||||
| - Gegarandeerde producten | 195,3 | 28,3 | 223,7 | 223,7 | ||||||
| - Unit-linked producten | 15,0 | 2,9 | 17,9 | 17,9 | ||||||
| Operationeel resultaat Leven | 210,3 | 31,2 | 241,6 | 241,6 | ||||||
| - Ongevallen en ziekte | 17,6 | - 1,2 | 19,8 | - 8,1 | 0,2 | 28,3 | 28,3 | |||
| - Auto | 26,4 | 54,6 | 10,5 | - 34,2 | 9,5 | 66,8 | 66,8 | |||
| - Brand en overige schade | ||||||||||
| aan eigendommen | 14,0 | 7,9 | 11,4 | 7,4 | 2,8 | 43,5 | 43,5 | |||
| - Overige | 27,9 | 11,7 | 3,6 | - 8,2 | - 13,7 | 21,2 | - 3,7 | 17,5 | ||
| Operationeel resultaat Niet-leven | 85,9 | 73,0 | 45,3 | - 43,1 | - 1,2 | 159,8 | - 3,7 | 156,1 | ||
| Operationeel resultaat | 296,2 | 73,0 | 76,5 | - 43,1 | - 1,2 | 401,4 | - 3,7 | 397,7 | ||
| Aandeel in resultaat van deelnemingen | ||||||||||
| (niet gealloceerd) | 6,7 | 8,1 346,7 | 361,5 | 0,9 | - 0,1 | 362,3 | ||||
| Overig niet-technisch resultaat, | ||||||||||
| inclusief brokerage | 40,1 | - 17,4 | 0,1 - 15,3 | 10,2 | 1,3 | 19,0 | 13,1 | 32,1 | ||
| Resultaat voor belastingen | 336,3 | 62,3 | 84,7 331,4 | - 32,9 | 0,1 | 781,9 | 14,0 | - 3,8 | 792,1 | |
| Key performance indicators Leven | ||||||||||
| Netto-onderschrijvingsmarge | - 0,09% | - 0,10% | - 0,09% | - 0,09% | ||||||
| Beleggingsmarge | 0,83% | 0,49% | 0,75% | 0,75% | ||||||
| Operationele marge | 0,74% | 0,39% | 0,66% | 0,66% | ||||||
| - Operationele marge Gegarandeerde | ||||||||||
| Producten | 0,82% | 0,66% | 0,79% | 0,79% | ||||||
| - Operationele marge | ||||||||||
| Unit-linked producten | 0,34% | 0,08% | 0,22% | 0,22% | ||||||
| Operationele kosten Leven in % van | ||||||||||
| technische verplichtingen Leven | ||||||||||
| (op jaarbasis) | 0,41% | 0,41% | 0,41% | 0,41% | ||||||
| Key performance indicators Niet-leven | ||||||||||
| Kostenratio | 37,0% | 214,0% | 34,8% | 11,1% | 36,0% | 36,0% | ||||
| Schaderatio | 57,3% - 157,6% | 48,8% | 94,0% | 59,7% | 59,7% | |||||
| Combined ratio | 94,3% | 56,4% | 83,6% | 105,1% | 95,7% | 95,7% | ||||
| Operationele marge | 11,5% | 63,8% | 22,0% | - 5,1% | 8,4% | 8,2% | ||||
| Technische voorzieningen | 64.583,9 | 2.503,5 | 18.228,5 | 936,9 | - 910,3 | 85.342,5 | - 9,6 85.332,9 |
| Continentaal | Her- | Eliminaties | Totaal Algemene Eliminaties | Totaal | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Eerste halfjaar 2018 | België | VK | Europa | Azië verzekering Verzekeringen Verzekering | Rekening | Groep | Ageas | |||
| Bruto premie-inkomen Leven | 2.109,7 | 817,0 | 2.926,7 | 2.926,7 | ||||||
| Bruto premie-inkomen Niet-leven | 1.078,7 | 722,0 | 343,9 | 29,3 | - 29,3 | 2.144,6 | - 0,6 | 2.144,0 | ||
| Operationele kosten | - 285,0 - 120,2 | - 84,6 | - 1,3 | - 491,1 | - 491,1 | |||||
| - Gegarandeerde producten | 257,7 | 48,5 | 306,2 | 306,2 | ||||||
| - Unit-linked producten | 17,6 | 4,7 | 22,3 | 22,3 | ||||||
| Operationeel resultaat Leven | 275,3 | 53,2 | 328,5 | 328,5 | ||||||
| - Ongevallen en ziekte | 0,8 | - 1,1 | 19,3 | 0,3 | 19,3 | 19,3 | ||||
| - Auto | 42,9 | 59,5 | 0,5 | 102,9 | 102,9 | |||||
| - Brand en overige schade | ||||||||||
| aan eigendommen | - 10,4 | - 22,6 | 6,8 | 0,3 | - 25,9 | - 25,9 | ||||
| - Overige | 31,2 | - 2,8 | 0,5 | 0,7 | 29,6 | 29,6 | ||||
| Operationeel resultaat Niet-leven | 64,5 | 33,0 | 27,1 | 1,3 | 125,9 | 125,9 | ||||
| Operationeel resultaat | 339,8 | 33,0 | 80,3 | 1,3 | 454,4 | 454,4 | ||||
| Aandeel in resultaat van deelnemingen, | ||||||||||
| (niet gealloceerd) | 4,5 | 10,9 183,0 | 198,4 | - 0,2 | 198,2 | |||||
| Overig niet-technisch resultaat, | ||||||||||
| inclusief brokerage | 42,4 | - 0,7 | - 3,3 - 13,0 | 0,8 | 26,2 | - 25,8 | - 0,1 | 0,3 | ||
| Resultaat voor belastingen | 382,2 | 36,8 | 87,9 170,0 | 2,1 | 679,0 | - 26,0 | - 0,1 | 652,9 | ||
| Key performance indicators Leven | ||||||||||
| Netto-onderschrijvingsmarge | 0,01% | 0,18% | 0,04% | 0,04% | ||||||
| Beleggingsmarge | 0,97% | 0,50% | 0,88% | 0,88% | ||||||
| Operationele marge | 0,98% | 0,68% | 0,92% | 0,92% | ||||||
| - Operationele marge Gegarandeerde | ||||||||||
| producten | 1,08% | 1,21% | 1,10% | 1,10% | ||||||
| - Operationele marge | ||||||||||
| Unit-linked producten | 0,43% | 0,12% | 0,28% | 0,28% | ||||||
| Operationele kosten Leven in % van | ||||||||||
| technische verplichtingen Leven | ||||||||||
| (op jaarbasis) | 0,40% | 0,37% | 0,40% | 0,40% | ||||||
| Key performance indicators Niet-leven | ||||||||||
| Kostenratio | 37,6% | 36,8% | 29,5% | 23,9% | 36,1% | 36,1% | ||||
| Schaderatio | 61,2% | 62,2% | 62,1% | 67,4% | 61,7% | 61,7% | ||||
| Combined ratio | 98,8% | 99,0% | 91,6% | 91,3% | 97,8% | 97,8% | ||||
| Operationele marge | 6,7% | 4,8% | 9,3% | 8,7% | 6,5% | 6,5% | ||||
| Technische voorzieningen | 62.041,3 2.732,4 | 17.073,5 | 27,6 | - 18,3 | 81.856,5 | - 8,1 81.848,4 |
de schade- en de lastenratio.
| Netto-onderschrijvingsresultaat : | Het verschil tussen de netto verdiende premies en de som van de werkelijke schade-uitkeringen en de mutatie van de | |
|---|---|---|
| verzekeringsverplichtingen, beide gecorrigeerd voor herverzekering. Het resultaat wordt weergegeven onder aftrek van | ||
| schadeafhandelingskosten, algemene kosten, provisies en herverzekering. | ||
| Netto-onderschrijvingsmarge | : | Voor Leven het netto-onderschrijvingsresultaat op jaarbasis, gedeeld door de gemiddelde netto verzekeringsverplichtingen Leven |
| tijdens de verslagperiode. Voor Niet-Leven het netto-onderschrijvingsresultaat gedeeld door de netto verdiende premie. | ||
| Netto beleggingsresultaat | : | De som van beleggingsopbrengsten en gerealiseerde meer- of minderwaarden op activa die verzekeringsverplichtingen dekken, |
| na aftrek van de hieraan verbonden beleggingskosten. De beleggingsresultaten voor Leven worden daarnaast gecorrigeerd voor | ||
| het aan de polishouders als technische rente en winstdeling toegewezen bedrag. Het beleggingsresultaat voor Ongevallen & | ||
| Leven (onderdeel van niet-Leven) wordt ook gecorrigeerd voor de opgelopen technische rente van de verzekeringsverplichtingen. | ||
| Netto beleggingsmarge | : | Voor Leven het beleggingsresultaat op jaarbasis, gedeeld door de gemiddelde netto verzekeringsverplichtingen Leven tijdens de |
| verslagperiode. Voor Niet-Leven het netto beleggingsresultaat gedeeld door de netto verdiende premie. | ||
| Netto operationeel resultaat | : | De som van het netto-onderschrijvingsresultaat, beleggingsresultaat en overige aan de verzekerings- en/of beleggingscontracten |
| toegewezen resultaten. Het verschil tussen het operationele resultaat en de winst voor belastingen omvat alle opbrengsten en | ||
| kosten die niet onder de verzekerings- en/of beleggingscontracten worden verantwoord en derhalve ook niet in het operationele | ||
| resultaat of resultaat van niet-geconsolideerde partnerships is verwerkt. | ||
| Netto operationele marge | : | Voor leven het operationele resultaat op jaarbasis voor de periode, gedeeld door de gemiddelde netto verzekeringsverplichtingen |
| Leven. Voor Niet-Leven het operationele resultaat gedeeld door de netto verdiende premie. | ||
| Netto verdiende premies | : | De premies Niet-Leven die de risico's voor de huidige periode dekken, verrekend met de premies betaald aan herverzekeraars |
| en mutatie in reserves voor niet verdiende premies. | ||
| Lastenratio | : | De lasten als percentage van de netto verdiende premies. De lasten omvatten de interne kosten van |
| schadeafhandelingscommissies, onder aftrek van herverzekering. | ||
| Schaderatio | : | De kosten van claims, onder aftrek van herverzekering, als percentage van de netto verdiende premies. |
| Combined ratio | : | Een maatstaf voor de winstgevendheid in Niet-Leven, de verhouding tussen de totale kosten van de verzekeraar en de netto |
| verdiende premies. Dit zijn de totale lasten van de verzekeraar als percentage van de netto verdiende premies. Dit is de som van | ||
De samenstelling van de financiële beleggingen is als volgt.
7
| 30 juni 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Financiële beleggingen | ||
| - Tot einde looptijd aangehouden | 4.439,6 | 4.505,5 |
| - Voor verkoop beschikbaar | 59.625,7 | 56.861,8 |
| - Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening | 242,5 | 332,0 |
| - Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden | 11,4 | 9,9 |
| Totaal bruto | 64.319,2 | 61.709,2 |
| Bijzondere waardeverminderingen: | ||
| - op voor verkoop beschikbare beleggingen | - 252,7 | - 266,6 |
| Totaal bijzondere waardeverminderingen | - 252,7 | - 266,6 |
| Totaal | 64.066,5 | 61.442,6 |
Zie noot 16 Derivaten voor nadere informatie over voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten.
| Overheidsobligaties | Totaal | |
|---|---|---|
| Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 1 januari 2018 | 4.559,5 | 4.559,5 |
| Einde looptijd | - 49,7 | - 49,7 |
| Verkopen | - 5,9 | - 5,9 |
| Amortisatie | 1,6 | 1,6 |
| Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 31 december 2018 | 4.505,5 | 4.505,5 |
| Einde looptijd | - 65,9 | - 65,9 |
| Amortisatie | ||
| Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 30 juni 2019 | 4.439,6 | 4.439,6 |
| Reële waarde op 31 december 2018 | 6.455,3 | 6.455,3 |
| Reële waarde op 30 juni 2019 | 6.958,1 | 6.958,1 |
De reële waarde van overheidsobligaties aangemerkt als tot einde looptijd aangehouden beleggingen is gebaseerd op beurskoersen in actieve markten (niveau 1).
In de volgende tabel zijn de overheidsobligaties aangemerkt als tot einde looptijd aangehouden beleggingen uitgesplitst naar land van uitgifte.
| 30 juni 2019 | Historische / geamortiseerde kostprijs | Reële waarde |
|---|---|---|
| Belgische overheid | 4.324,5 | 6.776,4 |
| Portugese overheid | 115,1 | 181,7 |
| Totaal | 4.439,6 | 6.958,1 |
| 31 december 2018 | Historische / geamortiseerde kostprijs | Reële waarde |
| Belgische overheid | 4.328,3 | 6.223,1 |
| Portugese overheid | 177,2 | 232,2 |
| Totaal | 4.505,5 | 6.455,3 |
| Historische/ | Bruto | Bruto | Bijzondere | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| geamortiseerde ongerealiseerde ongerealiseerde | Totaal | Waarde- | Reële | |||
| 30 juni 2019 | kostprijs | winsten | verliezen | bruto | verminderingen | waarde |
| Overheidsobligaties | 27.580,5 | 6.695,8 | - 4,2 | 34.272,1 | 34.272,1 | |
| Bedrijfsobligaties | 19.239,4 | 1.615,3 | - 7,3 | 20.847,4 | - 20,2 | 20.827,2 |
| Gestructureerde schuldinstrumenten | 51,9 | 3,0 | - 0,4 | 54,5 | 54,5 | |
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties | 46.871,8 | 8.314,1 | - 11,9 | 55.174,0 | - 20,2 | 55.153,8 |
| Private equity en durfkapitaal | 62,1 | 17,3 | - 0,8 | 78,6 | 78,6 | |
| Aandelen | 3.802,1 | 610,7 | - 43,7 | 4.369,1 | - 232,3 | 4.136,8 |
| Overige beleggingen | 3,8 | 3,8 | 3,8 | |||
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in | ||||||
| aandelen en overige beleggingen | 3.868,0 | 628,0 | - 44,5 | 4.451,5 | - 232,3 | 4.219,2 |
| Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen | 50.739,8 | 8.942,1 | - 56,4 | 59.625,5 | - 252,5 | 59.373,0 |
| Historische/ | Bruto | Bruto | Bijzondere | |||
| geamortiseerde ongerealiseerde ongerealiseerde | Totaal | Waarde- | Reële | |||
| 31 december 2018 | kostprijs | winsten | verliezen | bruto | verminderingen | waarde |
| Overheidsobligaties | 27.794,4 | 4.694,7 | - 81,1 | 32.408,0 | 32.408,0 | |
| Bedrijfsobligaties | 18.749,8 | 1.050,3 | - 103,6 | 19.696,5 | - 20,3 | 19.676,2 |
| Gestructureerde schuldinstrumenten | 44,3 | 4,1 | 48,4 | 48,4 | ||
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties | 46.588,5 | 5.749,1 | - 184,7 | 52.152,9 | - 20,3 | 52.132,6 |
| Private equity en durfkapitaal | 66,6 | 16,0 | 82,6 | 82,6 | ||
| Aandelen | 4.282,2 | 440,5 | - 100,3 | 4.622,4 | - 246,3 | 4.376,1 |
| Overige beleggingen | 3,9 | 3,9 | 3,9 | |||
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in | ||||||
| aandelen en overige beleggingen | 4.352,7 | 456,5 | - 100,3 | 4.708,9 | - 246,3 | 4.462,6 |
| Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen | 50.941,2 | 6.205,6 | - 285,0 | 56.861,8 | - 266,6 | 56.595,2 |
Een bedrag van EUR 1.042,5 miljoen van de voor verkoop beschikbare beleggingen is aangehouden als onderpand (31 december 2018: EUR 1.229,6 miljoen) (zie ook noot 13 Leningen).
De waardering van Voor verkoop beschikbare beleggingen is gebaseerd op:
| 30 juni 2019 | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Overheidsobligaties | 33.969,1 | 303,0 | 34.272,1 | |
| Bedrijfsobligaties | 19.520,7 | 819,1 | 487,4 | 20.827,2 |
| Gestructureerde schuldinstrumenten | 29,4 | 18,1 | 7,0 | 54,5 |
| Aandelen, private equity en overige beleggingen | 2.291,9 | 1.203,5 | 723,8 | 4.219,3 |
| Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen | 55.811,1 | 2.343,7 | 1.218,2 | 59.373,0 |
| 31 december 2018 | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
| Overheidsobligaties | 32.376,3 | 31,7 | 32.408,0 | |
| Bedrijfsobligaties | 18.460,8 | 733,7 | 481,7 | 19.676,2 |
| Gestructureerde schuldinstrumenten | 33,1 | 5,9 | 9,4 | 48,4 |
| Aandelen, private equity en overige beleggingen | 2.248,3 | 1.483,9 | 730,4 | 4.462,6 |
| Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen | 53.118,5 | 2.255,2 | 1.221,5 | 56.595,2 |
De veranderingen in niveau 3-waarderingen zijn als volgt.
| 30 juni 2019 | 31 december 2018 | ||
|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 1.221,5 | 734,8 | |
| Einde looptijd/aflossing of terugbetaling over de periode | - 3,7 | - 7,6 | |
| Aankoop | 19,0 | 501,5 | |
| Opbrengst van verkopen | - 15,2 | - 8,5 | |
| Gerealiseerde winsten (verliezen) | 5,3 | ||
| Bijzondere waardeverminderingen | |||
| Ongerealiseerde winsten (verliezen) | - 3,4 | - 4,0 | |
| Overdracht tussen categorieën | |||
| Eindstand | 1.218,2 | 1.221,5 |
Niveau 3-waarderingen voor private equity en durfkapitaal maken gebruik van reële waarden die worden bekendgemaakt in het geauditeerde financieel verslag van de relevante deelnemingen. Niveau 3-waarderingen voor aandelen en asset-backed securities maken gebruik van de methode van de gedisconteerde kasstromen. Verwachte kasstromen houden rekening met de oorspronkelijke verzekeringstechnische criteria, de kenmerken van de leningnemer (zoals leeftijd en kredietscores), loan-to-value-ratio's, verwachte schommelingen in de huizenprijzen en verwachte vooruitbetalingsniveaus, enz. De verwachte kasstromen worden gedisconteerd tegen voor risico gecorrigeerde rentes. Marktdeelnemers maken vaak gebruik van dergelijke gedisconteerde kasstroomtechnieken om private equity en durfkapitaal te waarderen. Voor de waardering van deze instrumenten houden we tevens rekening met eventuele quotes. Deze technieken zijn onderhevig aan inherente beperkingen, zoals een schatting van de gepaste voor risico gecorrigeerde disconteringsvoet, en verschillende gegevens en veronderstellingen zouden verschillende resultaten opleveren.
De niveau 3-posities zijn met name gevoelig voor een verandering in het niveau van de verwachte toekomstige kasstromen, en dienovereenkomstig varieert hun reële waarde in verhouding tot de veranderingen in deze kasstromen. De veranderingen in de waarde van deze niveau 3-instrumenten worden verantwoord in het overige comprehensive income.
De volgende tabel toont de netto ongerealiseerde winsten en verliezen op Voor verkoop beschikbare beleggingen opgenomen in het eigen vermogen (inclusief obligaties, aandelen en overige beleggingen). Beleggingen in aandelen en overige beleggingen zijn inclusief private equity en durfkapitaal.
| 30 juni 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties | ||
| Boekwaarde | 55.153,8 | 52.132,6 |
| Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen | 8.302,2 | 5.564,4 |
| Gerelateerde belasting | - 2.111,9 | - 1.433,3 |
| Shadow accounting | - 3.742,7 | - 1.697,9 |
| Gerelateerde belasting | 965,5 | 447,8 |
| Netto ongerealiseerde winsten en verliezen | 3.413,1 | 2.881,0 |
| 30 juni 2019 | 31 december 2018 | |
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in aandelen en overige beleggingen: | ||
| Boekwaarde | 4.219,3 | 4.462,6 |
| Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen | 583,5 | 356,2 |
| - Gerelateerde belasting | - 56,7 | - 34,0 |
| Shadow accounting | - 209,5 | - 132,5 |
| - Gerelateerde belasting | 54,2 | 35,3 |
| Netto ongerealiseerde winsten en verliezen | 371,5 | 225,0 |
Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen
De samenstelling van de bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen is als volgt.
| 30 juni 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen: | ||
| - obligaties | - 20,2 | - 20,3 |
| - aandelen en overige beleggingen | - 232,3 | - 246,3 |
| Totaal bijzondere waardeverminderingen op voor | ||
| verkoop beschikbare beleggingen | - 252,5 | - 266,6 |
De wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen zijn.
| 30 juni 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | - 266,6 | - 204,3 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | ||
| Toename bijzondere waardeverminderingen | - 18,2 | - 90,6 |
| Terugname bij de verkoop/desinvestering | 31,2 | 28,9 |
| Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen | 1,1 | - 0,6 |
| Eindstand | - 252,5 | - 266,6 |
De volgende tabel geeft toelichting op beleggingen die tegen reële waarde worden gehouden, met verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen in de resultatenrekening.
| 30 juni 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Overheidsobligaties | 0,6 | 0,8 |
| Bedrijfsobligaties | 97,7 | 189,7 |
| Gestructureerde schuldinstrumenten | 7,8 | 6,0 |
| Obligaties | 106,1 | 196,5 |
| Overige beleggingen | 136,4 | 135,5 |
| Aandelen en overige beleggingen | 136,4 | 135,5 |
| Totaal beleggingen tegen reële waarde met | ||
| waardeveranderingen in de resultatenrekening | 242,5 | 332,0 |
Beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening betreffen voornamelijk beleggingen in verband met de verzekeringsverplichtingen waarvan de kasstromen contractueel of uit hoofde van discretionaire winstdeling zijn gekoppeld aan de resultaatontwikkeling van deze activa en waar in de waardering daarvan mede rekening wordt gehouden met actuele informatie. Hierdoor wordt de kans aanzienlijk verkleind dat er in de verslaglegging een 'mismatch' optreedt door het op verschillende grondslagen berekenen van activa en verplichtingen en de daarmee samenhangende winsten en verliezen.
De nominale waarde van schuldeffecten tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening bedroeg op 30 juni 2019 EUR 105,9 miljoen (31 december 2018: EUR 197,3 miljoen).
De waardering van beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening is gebaseerd op:
| 30 juni 2019 | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Overheidsobligaties | 0,6 | 0,6 | ||
| Bedrijfsobligaties | 0,5 | 97,2 | 97,7 | |
| Gestructureerde schuldinstrumenten | 7,8 | 7,8 | ||
| Overige beleggingen | 136,4 | 136,4 | ||
| Totaal beleggingen tegen reële waarde met | ||||
| waardeveranderingen in de resultatenrekening | 137,5 | 105,0 | 242,5 | |
| 31 december 2018 | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
| Overheidsobligaties | 0,8 | 0,8 | ||
| Bedrijfsobligaties | 0,1 | 189,6 | 189,7 | |
| Gestructureerde schuldinstrumenten | 6,0 | 6,0 | ||
| Overige beleggingen | 135,5 | 135,5 | ||
| Totaal beleggingen tegen reële waarde met | ||||
| waardeveranderingen in de resultatenrekening | 136,4 | 195,6 | 332,0 |
| 30 juni 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Reële waarde vastgoedbeleggingen | 4.003,2 | 4.035,0 |
| Boekwaarde eigen vastgoedbeleggingen | 2.633,6 | 2.727,3 |
| Netto gebruiksrechtactief geleasede vastgoedbeleggingen | 7,1 | |
| Leaseverplichting | 13,4 | |
| Totale boekwaarde vastgoedbeleggingen (inclusief leaseverplichting) | 2.627,2 | 2.727,3 |
| Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen | 1.376,0 | 1.307,7 |
| Belasting | - 344,2 | - 321,4 |
| Netto ongerealiseerd(e) winst/verlies | ||
| (niet opgenomen in eigen vermogen) | 1.031,8 | 986,3 |
| 30 juni 2019 | 31 december 2018 | |
| Reële waarde terreinen en gebouwen voor eigen gebruik | 1.679,6 | 1.604,7 |
| Boekwaarde terreinen en gebouwen voor eigen gebruik | 1.124,3 | 1.105,4 |
| Netto gebruiksrechtactief geleasede terreinen en gebouwen | ||
| voor eigen gebruik | 441,5 | |
| Leaseverplichting | 456,5 | |
| Totale boekwaarde terreinen en gebouwen | ||
| voor eigen gebruik (inclusief leaseverplichting) | 1.109,3 | 1.105,4 |
| Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen | 570,3 | 499,3 |
| Belasting | - 156,1 | - 139,9 |
| Netto ongerealiseerd(e) winst/verlies | ||
| (niet opgenomen in eigen vermogen) | 414,2 | 359,4 |
| 30 juni 2019 | 31 december 2018 | |
| Boekwaarde overige materiële vaste activa | 125,0 | 129,3 |
| Netto gebruiksrechtactief geleasede overige materiële vaste activa | 23,6 | |
| Leaseverplichting | 21,8 | |
| Totale boekwaarde overige materiële vaste activa | ||
| (inclusief leaseverplichting) | 126,8 | 129,3 |
De stijging van zowel het gebruiksrechtactief als de leaseverplichting is verbonden aan de implementatie van IFRS 16, de standaard die per 1 januari 2019 van kracht werd. Meer gegevens zijn te raadplegen in toelichting 1 "Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving".

| 30 juni 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Overheid en officiële instellingen | 4.718,9 | 4.648,4 |
| Commerciële leningen | 3.253,6 | 2.690,2 |
| Hypothecaire leningen | 1.170,7 | 1.178,0 |
| Polisbeleningen | 371,7 | 347,0 |
| Rentedragende deposito's | 220,0 | 420,0 |
| Leningen aan banken | 522,3 | 532,9 |
| Totaal | 10.257,1 | 9.816,5 |
| Verminderd met bijzondere waardeverminderingen | - 29,5 | - 28,0 |
| Totaal leningen | 10.227,7 | 9.788,5 |
De volgende tabel verschaft informatie over beleggingen in deelnemingen.
10
| Continentaal | Algemene | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Eerste halfjaar 2019 | België | VK | Europa | Azië | Rekening | Eliminaties | Totaal |
| Beleggingen in deelnemingen | 523,3 | 85,6 | 74,2 | 3.133,6 | 10,3 | - 2,4 | 3.824,4 |
| Aandeel in resultaat van deelnemingen | 14,2 | 6,7 | 8,0 | 346,7 | 0,9 | 376,4 | |
| Bruto premie-inkomen van deelnemingen | 182,8 | 337,1 | 14.819,0 | 15.338,9 | |||
| Bruto premie-inkomen van | |||||||
| deelnemingen @ Ageas Share | 91,6 | 121,4 | 3.821,0 | 4.034,0 | |||
| Continentaal | Algemene | ||||||
| Vorig jaar | België | VK | Europa | Azië | Rekening | Eliminaties | Totaal |
| Beleggingen in deelnemingen (per 31 december) | 528,5 | 92,7 | 84,0 | 2.357,0 | 10,3 | - 1,5 | 3.071,0 |
| Aandeel in resultaat van deelnemingen (6m) | 8,9 | 4,5 | 10,9 | 183,0 | - 0,2 | 0,1 | 207,2 |
| Bruto premie-inkomen van deelnemingen (6m) | 198,7 | 1.524,5 | 13.334,2 | 15.057,4 | |||
| Bruto premie-inkomen van | |||||||
| deelnemingen @ Ageas Share (6m) | 99,6 | 517,1 | 3.432,0 | 4.048,7 |
Deelnemingen zijn onderworpen aan de dividendbeperkingen uit hoofde van vereisten ten aanzien van minimumvermogen en solvabiliteit die worden gesteld door de lokale toezichthouders in de landen waar deze deelnemingen opereren. Dividendbetalingen van deelnemingen worden soms onderworpen aan afspraken met aandeelhouders met de partners in de onderneming. In sommige situaties is consensus tussen de aandeelhouders vereist voordat het dividend wordt aangekondigd.
Daarnaast kunnen afspraken met aandeelhouders (gerelateerd aan partijen die een belang hebben in een onderneming waarin Ageas een minderheidsbelang heeft) onder andere zijn:
Na de verkoop van de activa en de afwikkeling van de verplichtingen, blijft de overblijvende activiteit van RPI voornamelijk beperkt tot de afwikkeling van rechtszaken tegen een aantal Amerikaanse financiële instellingen.

11
De volgende tabel geeft een overzicht van de verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven.
| 30 juni 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders | 25.939,2 | 25.755,4 |
| Verplichting voor winstdeling polishouders | 182,7 | 168,5 |
| Shadow accounting | 2.448,3 | 1.072,8 |
| Voor eliminaties | 28.570,3 | 26.996,7 |
| Eliminaties | - 9,5 | - 9,2 |
| Bruto | 28.560,7 | 26.987,5 |
| Herverzekering | - 22,2 | - 23,2 |
| Netto | 28.538,6 | 26.964,3 |
De volgende tabel geeft een overzicht van de verplichtingen inzake beleggingscontracten.
| 30 juni 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders | 30.449,8 | 29.876,6 |
| Verplichting voor winstdeling polishouders | 169,1 | 225,8 |
| Shadow accounting | 1.504,1 | 757,7 |
| Bruto | 32.122,9 | 30.860,1 |
| Herverzekering | ||
| Netto | 32.122,9 | 30.860,1 |
De verplichtingen inzake unit-linked contracten (voor rekening en risico van polishouders) gesplitst naar verzekerings- en beleggingscontracten kunnen als volgt worden weergegeven.
| 30 juni 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Verzekeringscontracten | 2.592,3 | 2.358,5 |
| Beleggingscontracten | 14.526,8 | 13.152,6 |
| Totaal | 17.119,0 | 15.511,1 |
De volgende tabel geeft een overzicht van de verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven.
| 30 juni 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Schadeverplichting | 6.747,5 | 6.206,5 |
| Niet-verdiende premies | 1.683,8 | 1.221,6 |
| Verplichting voor winstdeling polishouders | 9,2 | 21,0 |
| Voor eliminaties | 8.440,5 | 7.449,1 |
| Eliminaties | - 910,2 | - 24,5 |
| Bruto | 7.530,3 | 7.424,6 |
| Herverzekering | - 687,3 | - 636,6 |
| Netto | 6.843,0 | 6.788,0 |
De achtergestelde schulden zijn als volgt.
12
| 30 juni 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| FRESH | 1.250,0 | 1.250,0 |
| Fixed Rate Reset Perpetual Subordinated notes | 73,7 | 480,1 |
| Fixed to Floating Rate Callable Subordinated Notes uitgegeven door groepsholding | 493,4 | |
| Fixed to Floating Rate Callable Subordinated Notes | 99,7 | 99,7 |
| Fixed to Floating Rate Callable Subordinated Loan BCP Investments | 58,8 | 58,8 |
| Dated Fixed Rate Subordinated Notes | 396,6 | 396,4 |
| Totaal achtergestelde schulden | 2.372,2 | 2.285,0 |
De onderstaande tabel toont de wijzigingen in achtergestelde schulden.
| 30 juni 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 2.285,0 | 2.261,3 |
| Opbrengsten van uitgifte | 567,1 | |
| Aflossing | - 484,2 | |
| Wisselkoersverschillen | 4,1 | 21,8 |
| Afschrijvingen premies en kortingen | 0,2 | 1,9 |
| Eindstand | 2.372,2 | 2.285,0 |
AG Insurance heeft in maart 2019 de eeuwigdurende achtergestelde obligaties ('fixed rate reset perpetual subordinated notes') afgelost, die op 21 maart 2013 waren uitgegeven voor een bedrag van USD 550 miljoen en tegen een rente van 6,75%, halfjaarlijks betaalbaar. De USD 550 miljoen aan notes waren genoteerd aan de Beurs van Luxemburg en kwalificeerden als 'Grandfathered' Tier 1 kapitaal onder de Europese regelgeving voor verzekeraars voor zowel AG Insurance als Ageas Groep (Solvency II). Op 26 juni 2019 verstrekten Ageas en BNP Paribas Cardif aan AG Insurance een achtergestelde lening van EUR 300 miljoen (Ageas: EUR 225 miljoen, BNP Paribas Cardif: EUR 75 miljoen) als gedeeltelijke vervanging voor de USD 550 miljoen die in maart 2019 werden afgelost. Op groepsniveau wordt de intragroepslening tussen Ageas en AG Insurance geëlimineerd.
Ageas Groep heeft dit instrument op het niveau van de groepsholding, ageas SA/NV vervangen. Op 10 april 2019 gaf ageas SA/NV zijn eerste schuldeffecten uit in de vorm van Subordinated Fixed to Floating Rate Notes voor EUR 500 miljoen die in 2049 vervallen.
De notes hebben een vaste coupon van 3,25%, jaarlijks betaalbaar tot de eerste call-datum (2 juli 2029). Vanaf de eerste call-datum zal de coupon driemaandelijks betaalbaar zijn tegen een 3-maand Euribor variabele rente vermeerderd met een initiële kredietspread en een step-up van 100 basispunten.
De nieuw uitgegeven notes komen in aanmerking als Tier 2-kapitaal voor zowel Ageas Groep als ageas SA/NV krachtens de Europese regelgevende kapitaalvereisten voor verzekeraars (Solvency II) en hebben een rating BBB+ van Standard & Poor's en van Fitch. De note staat genoteerd aan de gereguleerde markt van de Luxemburgse effectenbeurs.
039

De volgende tabel toont de samenstelling van de leningen.
| 30 juni 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Terugkoopovereenkomsten | 1.044,1 | 1.262,9 |
| Vorderingen | 845,7 | 789,6 |
| Schulden aan banken | 1.889,8 | 2.052,5 |
| Depots van herverzekeraars | 108,0 | 84,8 |
| Leaseverplichtingen | 491,7 | 16,7 |
| Overige financieringen | 70,7 | 30,2 |
| Totaal schulden | 2.560,3 | 2.184,2 |
Terugkoopovereenkomsten zijn voornamelijk zekergestelde kortlopende leningen die worden gebruikt voor de afdekking van specifieke beleggingen met rentevoeten die opnieuw kunnen worden ingesteld en met het oog op kasbeheer.
Ageas heeft obligaties met een boekwaarde van EUR 1.042,5 miljoen (31 december 2018: EUR 1.229,6 miljoen) als zekerheid gesteld voor terugkoopovereenkomsten.
Daarnaast is vastgoed met een boekwaarde van EUR 181,3 miljoen als zekerheid gesteld voor leningen en overige (31 december 2018: EUR 184,3 miljoen).
De boekwaarde van de leningen is een redelijke benadering van de reële waarde doordat de looptijden van contracten minder dan een jaar bedragen (terugkoopovereenkomsten) en/of doordat contracten een variabele rente dragen (leningen van banken). De reële waarde is derhalve gebaseerd op waarneembare marktgegevens (niveau 2).
De onderstaande tabel toont de wijzigingen in leningen.
| 30 juni 2019 | |||
|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 2.184,2 | 1.969,3 | |
| Aankoop dochterondernemingen | 91,0 | ||
| Verkoop dochterondernemingen | - 13,9 | ||
| Opbrengsten van uitgifte | 175,6 | 193,8 | |
| Betalingen | - 317,9 | - 69,3 | |
| Wisselkoersverschillen | - 0,5 | ||
| Afschrijvingen premies en kortingen | 4,4 | ||
| Gerealiseerde winsten & verliezen | - 0,8 | ||
| Overige wijzigingen | 514,5 | 14,1 | |
| Eindstand | 2.560,3 | 2.184,2 |
De regel overige wijzigingen wordt verklaard door de leaseverplichting die verbonden is met de implementatie van IFRS 16 per 1 januari 2019.
De RPN(I) is een financieel instrument dat leidt tot kwartaalbetalingen gedaan door of ontvangen van BNP Paribas Fortis SA/NV.
BNP Paribas Fortis SA/NV heeft in 2007, met ageas SA/NV als mededebiteur, CASHES uitgegeven. CASHES zijn converteerbare effecten die in aandelen Ageas kunnen worden omgezet tegen een vooraf vastgestelde prijs van EUR 239,40 per aandeel. BNP Paribas Fortis SA/NV en ageas SA/NV, die op dat moment beide deel uitmaakten van de Fortis Groep, hebben een financieel instrument geïntroduceerd, de 'Relative Performance Note' (RPN), ter voorkoming van boekhoudkundige volatiliteit van de aandelen Ageas en van de in de boeken van BNP Paribas Fortis SA/NV tegen reële waarde geboekte CASHES. Bij de opsplitsing van Fortis in 2009 zijn BNP Paribas Fortis SA/NV en Ageas overeengekomen rente te betalen over een in deze RPN vermeld referentiebedrag. Deze rentebetaling per kwartaal wordt gewaardeerd als een financieel instrument en aangeduid als RPN(I).
Het referentiebedrag wordt als volgt berekend:
Ageas betaalt rente aan BNP Paribas Fortis SA/NV over het gemiddelde referentiebedrag in het kwartaal (als het resultaat hierboven negatief wordt, betaalt BNP Paribas Fortis SA/NV aan Ageas); de rente bedraagt 3-maands Euribor plus 90 basispunten. Ageas gaf 6,3% van de totaal uitstaande aandelen van AG Insurance in onderpand ten gunste van BNP Paribas Fortis SA/NV.
Ageas past een transferbegrip toe om de RPN(I)-verplichting tegen reële waarde te registreren. IFRS 13 definieert reële waarde als de prijs die ontvangen zou worden bij de verkoop van een actief of betaald zou moeten worden bij het overdragen van een verplichting in een ordelijke transactie tussen marktpartijen op de waarderingsdatum. De definitie van reële waarde gaat expliciet uit van een 'eindprijs', gelinkt aan de prijs 'die betaald moet worden bij het overdragen van een verplichting'. Als zulke prijzen niet beschikbaar zijn en de verplichting wordt door een andere entiteit als een actief gehouden, dan moet de verplichting worden gewaardeerd vanuit het perspectief van een marktpartij die het actief aanhoudt. Ageas waardeert zijn verplichting tegen het referentiebedrag.
Het RPN-referentiebedrag is gebaseerd op de prijs van de CASHES en de koers van het Ageas aandeel. Het referentiebedrag daalde van EUR 358,9 miljoen op 31 december 2018 naar EUR 297,6 miljoen op 30 juni 2019, voornamelijk als gevolg van de daling van de koers van de CASHES van 75,95% naar 72,16% over de eerste zes maanden van 2019, gecompenseerd door een koersstijging van het aandeel Ageas van EUR 39,30 naar EUR 45,71 over dezelfde periode.
Per 30 juni 2019 leidt een stijging van de prijs van de CASHES met 1%, uitgedrukt in een percentage van de fractiewaarde, tot een stijging van het referentiebedrag met EUR 9,5 miljoen, terwijl een stijging van EUR 1,00 van het Ageas aandeel, het referentiebedrag met EUR 4,0 miljoen doet dalen.
De voorzieningen hebben hoofdzakelijk betrekking op juridische geschillen en reorganisaties en zijn gebaseerd op de best mogelijke schattingen zoals beschikbaar aan het einde van de periode op basis van het oordeel van het management waarbij in de meeste gevallen rekening wordt gehouden met de adviezen van juridische adviseurs. Het tijdstip van de uitgaande kasstromen die samenhangen met deze voorzieningen is per definitie onzeker, gezien de onvoorspelbaarheid van de uitkomst van en de tijd die gemoeid is met het afwikkelen van processen/geschillen. De lopende gerechtelijke procedures worden beschreven in noot 46 Voorwaardelijke verplichtingen (jaarverslag 2018).
Op 14 maart 2016 kondigden Ageas en de claimantenorganisaties, Deminor, Stichting FortisEffect, Stichting Investor Claims Against Fortis (SICAF) en de VEB een voorstel aan voor schikking (de "Schikking") van alle burgerlijke rechtszaken over het voormalige Fortis voor gebeurtenissen van 2007 en 2008 voor een bedrag van EUR 1,2 miljard.
Daarnaast maakte Ageas op 14 maart 2016 bekend dat het ook tot overeenstemming was gekomen met de D&O verzekeraars (Directors & Officers) (de "Verzekeraars"), de bestuurders en functionarissen betrokken bij de lopende geschillen en BNP Paribas Fortis, om voor een bedrag van EUR 290 miljoen te schikken.
Op 24 maart 2017 hield het Gerechtshof te Amsterdam een openbare hoorzitting. Tijdens deze zitting hoorde het Hof het verzoek om het schikkingsakkoord bindend te verklaren, alsook de argumenten die ertegen werden ingebracht. Op 16 juni 2017 nam het Hof de tussentijdse beslissing om de schikking in de initiële vorm niet bindend te verklaren. Op 12 december 2017 dienden de aanvragers een gewijzigde en bijgewerkte schikking in bij het Gerechtshof te Amsterdam. Deze aangepaste schikking hield rekening met de voornaamste bezwaren van het Gerechtshof en het totale budget werd met EUR 100 miljoen opgetrokken naar EUR 1,3 miljard.
Op 13 juli 2018 verklaarde het Gerechtshof Amsterdam de schikking bindend voor in aanmerking komende aandeelhouders (d.w.z. personen die aandelen Fortis in bezit hadden op onverschillig welk tijdstip tussen het sluiten van de handel op 28 februari 2007 en het sluiten van de handel op 14 oktober 2008), overeenkomstig de Nederlandse Wet Collectieve afwikkeling Massaschade, "WCAM". Door de Schikking bindend te verklaren, meende het Gerechtshof dat de krachtens de schikking aangeboden vergoeding redelijk is en dat de claimantenorganisaties Deminor, SICAF en FortisEffect de belangen van de begunstigden van de Schikking naar behoren behartigen.
Op 21 december 2018 verschafte Ageas duidelijkheid door eerder dan op de uiterste datum af te zien van zijn beëindigingsrecht. Zodoende is de Schikking definitief.
De belangrijkste componenten van de voorziening per 30 juni 2019 van EUR 625,7 miljoen zijn:
Het restant van de voorschot betaling om de claims in het kader van de WCAM-schikking te voldoen die Ageas aan Stichting FORsettlement ('Stichting') betaalde, bedroeg per 30 juni 2019 EUR 7,6 miljoen.
De bedragen worden weergegeven op de regel 'voorzieningen' in de balans en op de regel 'wijzigingen in voorzieningen' in de resultatenrekening.
Het verloop van de voorzieningen gedurende het jaar is als volgt.
| 30 juni 2019 | 31 december 2018 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 887,1 | 1.178,1 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 0,4 | |
| Toename (Afname) voorziening | - 3,8 | 16,2 |
| Aanwendingen in de loop van het jaar | - 183,2 | - 307,5 |
| Wisselkoersverschillen | - 0,2 | - 0,1 |
| Eindstand | 699,8 | 887,1 |
Ageas gebruikt derivaten voornamelijk om zijn algemene rente-, aandelen- en valutarisico's af te dekken. Derivaten worden in principe verantwoord als handelsderivaten tenzij een afdekkingsrelatie met een open positie naar behoren wordt gedocumenteerd; in dat geval worden de derivaten verantwoord als hedging-derivaten.
Wijzigingen van de reële waarde van handelsderivaten worden verantwoord in de resultatenrekening. Wijzigingen van de reële waarde van hedging-derivaten worden verantwoord in overig comprehensive income samen met de wijziging van de reële waarde van de afgedekte positie.
Doordat de wijzigingen van de reële waarde van het derivaat en de afgedekte positie in bepaalde gevallen beide direct worden verantwoord in de resultatenrekening, wordt geen afdekkingsdocumentatie opgesteld en worden de derivaten verantwoord als handelsderivaten.
| 30 juni 2019 Reële waarde |
31 december 2018 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Reële waarde | |||||||
| Nominaal | Nominaal | ||||||
| Activa | Passiva | bedrag | Activa | Passiva | bedrag | ||
| Valutacontracten | |||||||
| Forwards en futures | 7,4 | 2,7 | 670,3 | 3,1 | 1,9 | 386,7 | |
| Swaps | 0,2 | 10,6 | 4,1 | 4,2 | 191,5 | ||
| Totaal | 7,6 | 2,7 | 680,9 | 7,2 | 6,1 | 578,2 | |
| Rentecontracten | |||||||
| Swaps | 2,8 | 10,5 | 263,5 | 2,0 | 8,7 | 305,5 | |
| Totaal | 2,8 | 10,5 | 263,5 | 2,0 | 8,7 | 305,5 | |
| Effecten/Index contracten | |||||||
| Opties en warrants | 0,2 | 0,2 | 0,2 | 0,2 | |||
| Totaal | 0,2 | 0,2 | 0,2 | 0,2 | |||
| Overige | 1,1 | 0,7 | |||||
| Totaal | 11,5 | 13,4 | 944,6 | 9,9 | 15,0 | 883,9 | |
| Reële waarden ondersteund door waarneembare marktgegevens | 0,7 | 4,1 | 6,0 | ||||
| Reële waarden op basis van een waarderingsmodel | 10,8 | 13,4 | 5,8 | 9,0 | |||
| Totaal | 11,5 | 13,4 | 9,9 | 15,0 | |||
| Over the counter (OTC) | 11,4 | 13,4 | 944,6 | 9,9 | 15,0 | 883,9 | |
| Totaal | 11,4 | 13,4 | 944,6 | 9,9 | 15,0 | 883,9 |
| 30 juni 2019 | 31 december 2018 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Reële waarde | Reële waarde | ||||||
| Nominaal | Nominaal | ||||||
| Activa | Passiva | bedrag | Activa | Passiva | bedrag | ||
| Rentecontracten | |||||||
| Swaps | 2,0 | 60,3 | 1.384,8 | 3,1 | 25,6 | 1.362,1 | |
| Totaal | 2,0 | 60,3 | 1.384,8 | 3,1 | 25,6 | 1.362,1 | |
| Effecten/Index contracten | |||||||
| Forwards en futures | 3,9 | 20,9 | 24,4 | 9,7 | 96,5 | ||
| Totaal | 3,9 | 20,9 | 24,4 | 9,7 | 96,5 | ||
| Totaal | 2,0 | 64,2 | 1.405,7 | 27,5 | 35,3 | 1.458,6 | |
| Reële waarden ondersteund door waarneembare marktgegevens | 52,5 | 19,5 | |||||
| Reële waarden op basis van een waarderingsmodel | 2,0 | 11,7 | 27,5 | 15,8 | |||
| Totaal | 2,0 | 64,2 | 27,5 | 35,3 | |||
| Over the counter (OTC) | 2,0 | 64,2 | 1.405,7 | 27,5 | 35,3 | 1.458,6 | |
| Totaal | 2,0 | 64,2 | 1.405,7 | 27,5 | 35,3 | 1.458,6 |
Derivaten worden gewaardeerd op niveau 2 (waarneembare marktgegevens in actieve markten).
Ontvangen en gedane toezeggingen waren als volgt.
| Verplichtingen | 30 juni 2019 | 31 december 2018 |
|---|---|---|
| Ontvangen verplichtingen | ||
| Kredietlijnen | 925,1 | 751,0 |
| Onderpand & garanties ontvangen | 5.192,0 | 4.986,0 |
| Overige niet in de balans gewaardeerde rechten | 5,7 | 5,7 |
| Totaal ontvangen | 6.122,7 | 5.742,7 |
| Verstrekte verplichtingen | ||
| Garanties, Financieel en Prestatie Gerelateerde Kredietbrieven | 239,1 | 116,5 |
| Kredietlijnen | 2.288,9 | 1.712,1 |
| Gebruikt | - 1.141,9 | - 631,9 |
| Beschikbaar | 1.147,1 | 1.080,2 |
| Onderpand & garanties verstrekt | 1.179,8 | 1.298,3 |
| In bewaring gegeven activa en vorderingen | 974,1 | 890,3 |
| Kapitaal rechten en verplichtingen | 175,8 | 166,2 |
| Overige niet in de balans gewaardeerde verplichtingen | 969,8 | 1.151,7 |
| Totaal verstrekt | 4.685,6 | 4.703,2 |
Het merendeel van de ontvangen toezeggingen bestaat uit ontvangen onderpand en garanties, vooral van klanten ontvangen onderpand op woninghypotheken en in mindere mate ook commerciële leningen en leningen aan polishouders.
Andere niet in de balans gewaardeerde toezeggingen op 30 juni 2019 omvatten voor EUR 118 miljoen uitstaande kredietaanbiedingen (31 december 2018: EUR 316 miljoen) en voor EUR 433 miljoen aan vastgoedtoezeggingen (31 december 2018: EUR 461 miljoen).
In de volgende tabel zijn de boekwaarde en de reële waarde weergegeven van de financiële activa en verplichtingen die in de geconsolideerde balans van Ageas niet tegen reële waarde zijn gewaardeerd. De verplichtingen worden tegen geamortiseerde kosten aangehouden.
| 30 juni 2019 | 31 december 2018 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Niveau | Boekwaarde | Reële waarde | Boekwaarde | Reële waarde | |
| Activa | |||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 2 | 3.085,0 | 3.085,0 | 2.924,8 | 2.924,8 |
| Tot einde looptijd gehouden financiële beleggingen | 1 / 3 | 4.439,6 | 6.958,1 | 4.505,5 | 6.455,3 |
| Vorderingen | 2 | 10.227,7 | 11.297,6 | 9.788,5 | 10.323,0 |
| Herverzekering en overige vorderingen | 2 | 1.919,9 | 1.919,8 | 1.843,1 | 1.843,1 |
| Totaal financiële activa | 19.672,1 | 23.260,5 | 19.061,9 | 21.546,2 | |
| Passiva | |||||
| Achtergestelde verplichtingen | 2 | 2.372,2 | 2.423,8 | 2.285,0 | 2.292,8 |
| Schulden | 2 | 2.560,3 | 2.560,1 | 2.184,2 | 2.182,9 |
| Totaal financiële verplichtingen | 4.932,5 | 4.983,9 | 4.469,2 | 4.475,7 |
De reële waarde is de waarde waartegen een actief kan worden verhandeld, een verplichting kan worden afgewikkeld of een eigenvermogensinstrument kan worden toegekend tussen ter zake goed geïnformeerde, tot markttransactie bereidwillige niet-gerelateerde partijen. Een gedetailleerde beschrijving van de gebruikte methodes voor de bepaling van de reële waarde van financiële instrumenten is te vinden in ons jaarverslag 2018. Er hebben zich ten opzichte van het jaarverslag 2018 geen materiële veranderingen voorgedaan in
18
de waarderingsmethoden die worden gebruikt om de reële waarde in de eerste zes maanden van 2019 te bepalen.
De berekening van de reële waarde van financiële instrumenten die niet actief worden verhandeld op financiële markten, kan als volgt worden samengevat.
| Type instrument | Producten Ageas | Reële waarde berekening |
|---|---|---|
| Instrumenten zonder vaste einde looptijd |
Zichtrekeningen, spaarrekeningen enz. |
Nominale waarde. |
| Instrumenten zonder optionele kenmerken |
Gewone leningen, deposito's enz. |
Methode van de gedisconteerde kasstromen; de gebruikte rentecurve voor de discontering is de swapcurve plus spread (activa) of de swapcurve min spread (verplichtingen); de spread is gebaseerd op de commerciële marge berekend op basis van het gemiddelde aan nieuwe polissen tijdens de laatste drie maanden. |
| Instrumenten met optionele kenmerken |
Hypotheekleningen en overige instrumenten met optie kenmerken |
Het product wordt gesplitst en de lineaire component (zonder optiekenmerk) wordt gewaardeerd met behulp van de methode van de gedisconteerde kasstromen en de optiecomponent wordt gewaardeerd op basis van een optiewaarderingsmodel. |
| Achtergestelde obligaties of vorderingen |
Achtergestelde activa | De waardering is gebaseerd op prijzen verkregen van brokers in een inactieve markt (niveau 3). |
| Private equity | Private equity en niet beursgenoteerde deelnemingen |
Doorgaans gebaseerd op de waarderingsrichtlijnen van de European Venture Capital Association. Vaak worden ratio's gebruikt zoals ondernemingswaarde/EBITDA, koers kasstroom en koers-winst, enz. |
| Preferente aandelen (niet beursgenoteerd) |
Preferente aandelen | Als het aandeel is geclassificeerd als vreemd vermogen wordt de contante waarde methode gebruikt. |
046
Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening
Verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag | eerste zes maanden 2019
047
Hieronder volgt een overzicht van de samenstelling van het bruto premie-inkomen en de netto verdiende premies van het verzekeringsbedrijf.
| Eerste halfjaar 2019 | Eerste halfjaar 2018 | |
|---|---|---|
| Bruto premie-inkomen Leven | 3.482,9 | 2.926,7 |
| Bruto premie-inkomen Niet-leven | 2.203,9 | 2.144,6 |
| Algemene rekening en eliminaties | - 0,6 | - 0,6 |
| Totaal bruto premie-inkomen | 5.686,2 | 5.070,7 |
| Eerste halfjaar 2019 | Eerste halfjaar 2018 | |
| Netto verdiende premies Leven | 2.754,1 | 2.172,8 |
| Netto verdiende premies Niet-leven | 1.912,0 | 1.948,6 |
| Algemene rekening en eliminaties | - 0,6 | - 0,6 |
| Totaal netto verdiende premies | 4.665,5 | 4.120,8 |
Het bruto premie-inkomen Leven bestaat uit de bruto ontvangen premies van de verzekeringsmaatschappijen voor uitgegeven verzekerings- en beleggingscontracten. Het premie-inkomen van verzekeringscontracten en van beleggingscontracten met DPF wordt verantwoord in de resultatenrekening. De premie-instroom van beleggingscontracten zonder DPF, met name unit-linked contracten, wordt - na aftrek van commissies - direct verantwoord als verplichting (deposit accounting). Vergoedingen worden in de resultatenrekening als baten opgenomen.
| Eerste halfjaar 2019 | Eerste halfjaar 2018 | |
|---|---|---|
| Bruto premies Leven | 2.773,4 | 2.191,4 |
| Uitgaande herverzekeringspremies | - 19,3 | - 18,6 |
| Netto verdiende premies Leven | 2.754,1 | 2.172,8 |
19
Hieronder wordt de opbouw van de netto verdiende premies Niet-leven weergegeven. De verzekeringspremies voor auto, brand en overige schade aan eigendommen zijn samengevoegd onder brand, schade en overige.
| Ongevallen & | Brand & | ||
|---|---|---|---|
| Eerste halfjaar 2019 | ziekte | schade en overige | Totaal |
| Bruto geboekte premies | 525,7 | 1.678,2 | 2.203,9 |
| Wijziging in niet-verdiende premies, bruto | - 55,2 | - 75,6 | - 130,8 |
| Bruto verdiende premies | 470,5 | 1.602,6 | 2.073,1 |
| Uitgaande herverzekeringspremies | - 23,7 | - 145,1 | - 168,8 |
| Aandeel herverzekeraars in niet-verdiende premies | 2,9 | 4,8 | 7,7 |
| Netto verdiende premies Niet-leven | 449,7 | 1.462,3 | 1.912,0 |
| Ongevallen & | Brand & | ||
|---|---|---|---|
| Eerste halfjaar 2018 | ziekte | schade en overige | Totaal |
| Bruto geboekte premies | 491,3 | 1.653,3 | 2.144,6 |
| Wijziging in niet-verdiende premies, bruto | - 52,8 | - 39,6 | - 92,4 |
| Bruto verdiende premies | 438,5 | 1.613,7 | 2.052,2 |
| Uitgaande herverzekeringspremies | - 14,2 | - 90,2 | - 104,4 |
| Aandeel herverzekeraars in niet-verdiende premies | 0,7 | 0,1 | 0,8 |
| Netto verdiende premies Niet-leven | 425,0 | 1.523,6 | 1.948,6 |

De onderstaande tabel bevat nadere informatie over rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten.
| Eerste halfjaar 2019 | Eerste halfjaar 2018 | |
|---|---|---|
| Rentebaten | ||
| Rentebaten op geldmiddelen en kasequivalenten | 2,1 | - 0,1 |
| Rentebaten op leningen aan banken | 9,3 | 9,8 |
| Rentebaten op beleggingen | 771,9 | 823,0 |
| Rentebaten op leningen aan klanten | 111,3 | 105,6 |
| Rentebaten uit derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden | 0,3 | - 1,0 |
| Overige rentebaten | 0,8 | 2,0 |
| Totaal rentebaten | 895,7 | 939,3 |
| Dividenden op aandelen | 84,1 | 85,0 |
| Huurbaten uit vastgoedbeleggingen | 109,1 | 112,1 |
| Opbrengsten parkeergarage | 211,6 | 207,9 |
| Overige beleggingsbaten | 13,0 | 10,0 |
| Totaal rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten | 1.313,5 | 1.354,3 |
De opbouw van de schadelasten en uitkeringen na herverzekering is als volgt.
21
| Eerste halfjaar 2019 | Eerste halfjaar 2018 | |
|---|---|---|
| Levensverzekeringen | 3.171,5 | 2.605,5 |
| Niet-levensverzekeringen | 1.156,4 | 1.224,4 |
| Algemene rekening en eliminaties | - 0,6 | - 0,6 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen, netto | 4.327,2 | 3.829,3 |
De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Leven, na herverzekering.
| Eerste halfjaar 2019 | Eerste halfjaar 2018 | |
|---|---|---|
| Uitkeringen en afkopen, bruto | 2.324,4 | 2.450,7 |
| Wijzigingen verplichtingen levensverzekering, bruto | 855,7 | 164,5 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, bruto | 3.180,1 | 2.615,2 |
| Aandeel herverzekeraars in schadelasten en uitkeringen | - 8,6 | - 9,7 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, netto | 3.171,5 | 2.605,5 |
De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Niet-leven, na herverzekering.
| Eerste halfjaar 2019 | Eerste halfjaar 2018 | |
|---|---|---|
| Schaden, bruto | 1.238,6 | 1.207,9 |
| Wijzigingen in verplichtingen inzake verzekeringscontracten, bruto | - 28,2 | 39,8 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, bruto | 1.210,3 | 1.247,7 |
| Aandeel herverzekeraars in betaalde schaden | - 46,3 | - 39,3 |
| Aandeel herverzekeraars in wijziging | ||
| in verplichtingen inzake verzekeringscontracten | - 7,7 | 16,0 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, netto | 1.156,3 | 1.224,4 |

De onderstaande tabel splitst de financieringslasten uit naar product.
| Eerste halfjaar 2019 | Eerste halfjaar 2018 | |
|---|---|---|
| Financieringslasten | ||
| Achtergestelde schulden | 29,1 | 33,6 |
| Schulden | 9,4 | 7,8 |
| Schulden - leaseverplichtingen | 8,7 | |
| Overige financieringen | 0,5 | 3,1 |
| Derivaten | 6,7 | 3,5 |
| Overige verplichtingen | 10,8 | 10,7 |
| Totaal financieringslasten | 65,2 | 58,7 |
De stijging van de leaseverplichting is verbonden aan de implementatie van IFRS 16, de standaard die per 1 januari 2019 van kracht werd. Meer gegevens zijn te raadplegen in toelichting 1 "Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving".
Toelichting op de transacties niet opgenomen op de geconsolideerde balans

23
De Ageas Groep is, zoals vele andere financiële groepen, gedaagde in een aantal vorderingen, geschillen en rechtszaken die een gevolg zijn van de normale bedrijfsvoering.
Bovendien, als gevolg van de gebeurtenissen en ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden met betrekking tot de voormalige Fortisgroep tussen mei 2007 en oktober 2008 (zoals acquisitie van delen van ABN AMRO en kapitaalverhoging in september/oktober 2007, aankondiging van het solvabiliteitsplan in juni 2008, desinvestering van de bankactiviteiten en de Nederlandse verzekeringsactiviteiten in september/oktober 2008) is Ageas betrokken of kan het worden betrokken bij een aantal gerechtelijke procedures en een strafrechtelijke procedure in België.
Op 14 maart 2016 kondigde Ageas een schikking aan met verscheidene claimantenorganisaties die aandeelhouders vertegenwoordigen in collectieve procedures voor de Belgische en Nederlandse rechtbanken. Op 23 mei 2016 verzochten de partijen bij de schikking, Ageas, Deminor, Stichting FortisEffect, Stichting Investor Claims Against Fortis, VEB en Stichting FORsettlement, het Gerechtshof Amsterdam de schikking bindend te verklaren voor alle in aanmerking komende Fortis aandeelhouders die niet binnen een bepaalde periode kiezen voor een opt-out, overeenkomstig de Nederlandse Wet voor Collectieve Afwikkeling Massaschade. Ageas heeft tevens een overeenkomst bereikt met de heer Arnauts en de heer Lenssens, twee advocaten die namens een aantal eisers juridische stappen hebben genomen tegen Ageas, en in 2017 met de in Luxemburg gevestigde onderneming Archand s.à.r.l. en hieraan verbonden personen, om de schikking te steunen.
Op 16 juni 2017 nam het Hof de tussentijdse beslissing om de schikking in de initiële vorm niet bindend te verklaren. Op 16 oktober 2017 besloot Ageas een ultieme bijkomende inspanning van EUR 100 miljoen te leveren.
Op 12 december 2017 dienden de partijen een aangevuld en gewijzigd schikkingsvoorstel in. Consumentenclaim, een tegenstander van de schikking in haar oorspronkelijke vorm van 2016, zegde haar steun toe aan het schikkingsvoorstel van 2017.
Op 13 juli 2018 verklaarde het Gerechtshof Amsterdam de schikking bindend voor in aanmerking komende aandeelhouders (d.w.z. personen die aandelen Fortis in bezit hadden op onverschillig welk tijdstip tussen het sluiten van de handel op 28 februari 2007 en het sluiten van de handel op 14 oktober 2008).
Dit betekent dat in aanmerking komende aandeelhouders recht hebben op vergoeding voor de gebeurtenissen van 2007-2008, met volledige vrijwaring van aansprakelijkheid voor deze gebeurtenissen, en conform de (overige) bepalingen van het schikkingsakkoord. Verder betekent het dat in aanmerking komende aandeelhouders die niet tijdig hebben gekozen voor een opt-out (uiterlijk op 31 december 2018), ongeacht of ze al dan niet tijdig een claim indienen, deze vrijwaring van aansprakelijkheid van rechtswege erkennen en afstand doen van eventuele rechten in verband met de gebeurtenissen.
De periode voor het indienen van vorderingen begon op 27 juli 2018 en eindigde op 28 juli 2019.
De schikking is nu definitief, aangezien (i) het Gerechtshof de schikking op 13 juli 2018 bindend verklaarde en (ii) Ageas op 21 december 2018 afzag van haar beëindigingsrecht.
Voor de schikking is een voorziening van EUR 1,1 miljard opgenomen (zie noot 15 Voorzieningen).
De partijen bij de schikking hebben zich ertoe verbonden hun procedures tegen Ageas te schorsen en hebben hun advocaten in die zin geïnstrueerd. Bovendien zijn vanaf de neerlegging van het verzoekschrift bij het Amsterdams Gerechtshof alle juridische procedures in Nederland over de gebeurtenissen van 2007-2008 van rechtswege geschorst. Nu de schikking definitief is geworden, hebben de partijen die de schikking steunen bevestigd hun juridische procedures te zullen beëindigen. De partijen die op tijd bekendmaakten voor een opt-out te kiezen, kunnen hun juridische procedures in Nederland hervatten, of in voorkomend geval, in België hervatten of voortzetten.
Op 19 januari 2011 heeft de VEB ("Vereniging van Effectenbezitters") een collectieve actie ingeleid voor de rechtbank van Amsterdam met het verzoek vast te stellen dat diverse mededelingen door Fortis tussen september 2007 en 3 oktober 2008 een schending van het recht vormden door Fortis, door financiële instellingen die betrokken waren bij de kapitaalverhoging in september/oktober 2007 en/of door sommige voormalige bestuurders en topmanagers van Fortis. Deze procedure is sinds begin 2019 daadwerkelijk beëindigd.
Stichting FortisEffect en een aantal personen, vertegenwoordigd door mr. De Gier, hebben voor het Gerechtshof van Amsterdam beroep aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank van Amsterdam van 18 mei 2011. Dit vonnis verwierp de collectieve actie van de Stichting tot het ongeldig verklaren van de besluiten van de Raad van Bestuur van Fortis in oktober 2008 en de nietigverklaring van de transacties, dan wel de betaling van schadevergoeding als alternatief. Op 29 juli 2014 besloot het Gerechtshof Amsterdam dat de verkoop van de Nederlandse Fortis-onderdelen in 2008 onaangetast blijft maar dat Ageas de schade die de betrokken aandeelhouders daardoor geleden hebben, moet vergoeden. De omvang van eventuele vergoedingen moet in aparte procedures worden bepaald. Ageas diende in oktober 2014 bij de Hoge Raad een cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof. Deze procedure is sinds begin 2019 daadwerkelijk beëindigd.
Op 7 juli 2011 heeft de Nederlandse 'Stichting Investor Claims Against Fortis' (SICAF) een procedure ingeleid voor de rechtbank van Utrecht op grond van vermeende misleidende communicatie door Fortis gedurende de periode 2007-2008. SICAF beweert onder meer (ten aanzien van Fortis en twee financiële instellingen) dat de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in het prospectus van september 2007 voor de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007, onjuist en onvolledig was.
Op 3 augustus 2012 heeft dezelfde Stichting, namens en samen met een aantal geïdentificeerde (voormalige) aandeelhouders, een tweede procedure voor de Rechtbank van Utrecht aangespannen tegen dezelfde partijen en bepaalde voormalige Fortis bestuurders en topmanagers, waarbij schadevergoeding wordt gevorderd. De aantijgingen in deze tweede procedure zijn grotendeels gelijk aan de eerste procedure. Aanvullend beweren de eisers dat Fortis in de periode 2007 en 2008 tekortgeschoten is in haar solvabiliteitsbeleid. Deze procedure is sinds begin 2019 daadwerkelijk beëindigd.
In een procedure die werd ingeleid door een aantal personen vertegenwoordigd door mr. Bos, oordeelde de rechtbank van Utrecht op 15 februari 2012 dat Fortis en twee medegedaagden (de voormalige CEO en de voormalige financiële topman) misleidende informatie hebben openbaar gemaakt in de periode tussen 22 mei en 26 juni 2008. De rechtbank vonniste verder dat in een afzonderlijke procedure moet worden beoordeeld of de eisers schade hebben geleden en in voorkomend geval, de hoogte ervan moet worden bepaald. Voor het Gerechtshof van Arnhem is beroep aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank van Utrecht. In de beroepsprocedure vordert mr. Bos schadevergoeding wegens vermeende misleidende communicatie over (i) Fortis' subprime blootstelling in 2007/2008, (ii) de solvabiliteit van Fortis in de periode januari – juni 2008, (iii) de voorwaarden die door de Europese Commissie waren opgelegd in het kader van de overname van ABN AMRO en (iv) de liquiditeits- en solvabiliteitspositie van Fortis op 26 september 2008. Deze procedure is nog gaande.
Sinds 1 augustus 2014 stelde mr. Meijer vijf afzonderlijke procedures in, elk namens een individuele eiser, bij de rechtbank van Utrecht, waarbij schadevergoeding werd gevorderd om het verlies te compenseren als gevolg van de vermeende miscommunicatie door Fortis in de periode september 2007 tot september 2008. Deze procedures zijn effectief beëindigd.
Op 23 september 2014 stelde een voormalige Fortis-aandeelhouder een gerechtelijke procedure in tegen Ageas bij de rechtbank van Utrecht, waarbij schadevergoeding werd gevorderd vanwege de misleidende communicatie door Fortis tussen 29 september 2008 en 1 oktober 2008 zoals vastgesteld in de uitspraak van 29 juli 2014 in de zaak FortisEffect. We verwachten dat deze procedure in de loop van 2019 zal worden beëindigd.
Op 11 mei 2015 stelde een voormalige Fortis-aandeelhouder een gerechtelijke procedure in tegen Ageas en een voormalig topmanager van Fortis bij de rechtbank van Amsterdam, waarbij schadevergoeding werd gevorderd vanwege misleidende communicatie over de financiële positie van Fortis. Deze procedure is sinds begin 2019 daadwerkelijk beëindigd.
Op 10 juni 2016 heeft de Stichting Fortisclaim tegen Ageas een collectieve procedure ingeleid voor de rechtbank van Utrecht met betrekking tot (i) Fortis' beleid inzake solvabiliteit na de overname van ABN Amro en (ii) diverse mededelingen gedaan door Fortis tussen 24 mei 2007 en 3 oktober 2008 inzake haar subprime blootstelling, solvabiliteit, liquiditeit en haar positie na het eerste reddingsweekend in september 2008. Deze procedure is sinds begin 2019 daadwerkelijk beëindigd.
Een aantal aandeelhouders, vertegenwoordigd door mr. Modrikamen, heeft op 28 januari 2009 een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel waarbij oorspronkelijk de vernietiging van de verkoop van ASR aan de Nederlandse staat en de verkoop van Fortis Bank aan de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) (en vervolgens aan BNP Paribas) dan wel schadevergoeding werd gevraagd. Op 8 december 2009 besliste de rechtbank onder meer dat zij niet bevoegd is voor de vorderingen tegen de Nederlandse verweerders. Op 17 januari 2013 bevestigde het Hof van Beroep dit vonnis op dit punt. In juli 2014 tekende mr. Modrikamen hiertegen cassatieberoep aan. Op 23 oktober 2015 verwierp het Hof van Cassatie dit beroep. Tot op heden wordt de procedure ten gronde voor de Rechtbank van Koophandel voortgezet inzake de verkoop van Fortis Bank waarbij de betaling van een schadevergoeding door BNP Paribas aan Ageas alsmede door Ageas aan de eisers wordt nagestreefd. In een tussenvonnis op 4 november 2014 verklaarde de rechtbank de vordering van ongeveer 50 % van de eisers onontvankelijk. Op 29 april 2016 besloot de Rechtbank van Koophandel te Brussel de zaak te schorsen in afwachting van het resultaat van de strafprocedure.
Een aantal personen rond Deminor International heeft op 13 januari 2010 (momenteel onder de naam DRS Belgium) een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij ze schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatieverstrekking door Fortis in de periode maart 2007 tot oktober 2008. Op 28 april 2014 verklaarde de rechtbank in een tussenvonnis de vordering van ongeveer 25 % van de eisers onontvankelijk. We verwachten dat deze procedure in de loop van 2019 beëindigd zal worden.
Op 12 september 2012 hebben Patripart, een (voormalige) Fortis aandeelhouder, en haar moedermaatschappij Patrinvest een procedure aangespannen voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij schadevergoeding wordt gevorderd op basis van het beweerde gebrek aan of misleidende informatie van Fortis in de context van de kapitaalverhoging in 2007. Op 1 februari 2016 verwierp de rechtbank de vordering over de hele lijn. Op 16 maart 2016 heeft Patrinvest beroep aangetekend bij het Brusselse Hof van Beroep. De partijen hebben schriftelijke stukken uitgewisseld en wachten nu een pleitdatum en het besluit van het Hof af; hiervoor is nog geen datum vastgesteld.
Op 29 april 2013 hebben een aantal personen vertegenwoordigd door mr. Arnauts een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij ze schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatieverstrekking door Fortis in 2007 en 2008. Deze procedure is opgeschort in afwachting van de afloop van de strafprocedure. We verwachten dat deze procedure in de loop van 2019 beëindigd zal worden.
Op 25 juni 2013 werd voor dezelfde rechtbank een gelijkaardige procedure gestart door twee aandeelhouders. Deze eisers verzoeken hun zaak met de zaak Deminor samen te voegen. Ondertussen hebben de eisers ingestemd met een opschorting van hun zaak naar een nog niet bepaalde datum. We verwachten dat deze procedure in de loop van 2019 beëindigd zal worden.
Op 19 september 2013 werd een gelijkaardige burgerlijke procedure gestart voor de Rechtbank van Eerste Aanleg in Brussel door een aantal (voormalige) aandeelhouders van Fortis, vertegenwoordigd door mr. Lenssens. Deze procedure is opgeschort in afwachting van de afloop van de strafprocedure. We verwachten dat deze procedure in de loop van 2019 beëindigd zal worden.
In 2008 heeft Fortis aan sommige voormalige topmanagers en bestuurders, bij hun vertrek, een contractuele vrijwaring verleend voor juridische kosten, en in sommige gevallen ook voor de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak in het geval dat tegen deze personen een rechtszaak zou worden aangespannen in verband met hun mandaat binnen de onderneming. Ageas betwist de geldigheid van deze contractuele vrijwaringsbedingen voor zover ze betrekking hebben op de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak.
Voorts heeft Ageas, zoals gebruikelijk bij dat soort transacties, overeenkomsten afgesloten met een aantal financiële instellingen die de plaatsing van Fortis aandelen faciliteerden tijdens de kapitaalverhogingen van 2007 en 2008. Deze overeenkomsten bevatten vrijwaringsbedingen die onder bepaalde voorwaarden voor Ageas verplichtingen tot schadeloosstelling impliceren. Sommige van die financiële instellingen zijn betrokken bij de in dit hoofdstuk beschreven juridische procedures.
In het kader van een schikking met de verzekeraars van de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering en van de prospectusaansprakelijkheidsverzekering, met betrekking tot de gebeurtenissen en ontwikkelingen rond de voormalige Fortis groep in 2007 en 2008, heeft Ageas een vrijwaring verleend aan de verzekeraars voor het totale dekkingsbedrag van de betrokken polissen. Daarnaast ging Ageas ook vrijwaringsverbintenissen aan ten gunste van enkele voormalige Fortis bestuurders en functionarissen en ten gunste van BNP Paribas Fortis met betrekking tot toekomstige verdedigingskosten, en ten gunste van de bestuurders van de twee Nederlandse stichtingen die in het kader van de schikking zijn opgericht.
De Mandatory Convertible Securities uitgegeven in 2007 door Fortis Bank Nederland (Holding) N.V. (nu ABN AMRO Bank N.V.), samen met Fortis Bank SA/NV (nu BNP Paribas Fortis SA/NV), Fortis SA/NV en Fortis N.V. (beide nu ageas SA/NV), werden verplicht geconverteerd op 7 december 2010 in 106.723.569 aandelen Ageas. Voor 7 december 2010 beslisten een aantal MCS houders eenzijdig op een algemene vergadering van MCS houders om de vervaldag van de MCS uit te stellen tot 7 december 2030. De gevolgen van deze beslissing werden evenwel opgeschort door de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Brussel op verzoek van Ageas. Na 7 december 2010 hebben de voormelde MCS houders de geldigheid van de conversie van de MCS aangevochten. Zij eisten de vernietiging van de conversie, dan wel een schadevergoeding voor een bedrag van EUR 1,75 miljard. Op 23 maart 2012 heeft de Rechtbank van Koophandel te Brussel Ageas in het gelijk gesteld en alle eisen van de voormalige MCShouders afgewezen. De omzetting van de MCS in door Ageas uitgegeven aandelen op 7 december 2010 blijft dus rechtsgeldig en er is geen schadevergoeding verschuldigd. Een aantal voormalige MCS houders heeft beroep aangetekend tegen dit vonnis, waarbij een voorlopige schadevergoeding van EUR 350 miljoen en de aanstelling van een expert wordt gevorderd. Per 1 februari 2019 bevestigde het Brusselse Hof van Beroep het vonnis van de Rechtbank van Koophandel en wees alle vorderingen af. In juli 2019 hebben de hedgefondsen bij het Hof van Cassatie beroep aangetekend tegen alle oorspronkelijk betrokken gedaagden. De betrokken partijen zijn nu bezig met de voorbereiding van schriftelijke stukken, en de datum van de hoorzitting moet nog worden vastgesteld.
De Belgische Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) heeft een onderzoek ingesteld inzake Fortis' externe communicatie in het tweede kwartaal van 2008. Op 17 juni 2013 besliste de sanctiecommissie dat Fortis in de periode mei-juni 2008 te laat of onjuist gecommuniceerd heeft over de voorwaarden die haar door de Europese Commissie waren opgelegd in het kader van de overname van ABN AMRO, over haar in het vooruitzicht gestelde solvabiliteit na de volledige integratie van ABN AMRO en over het succes van de NITSH II uitgifte. Daarom legde de sanctiecommissie Ageas een boete op van EUR 500.000. Op 24 september 2015 oordeelde het Hof van Beroep in Brussel over de beslissing van de sanctiecommissie en besliste Ageas een lagere boete van EUR 250.000 op te leggen voor het verspreiden van misleidende informatie op 12 juni 2008. Om procedurele redenen was er een Franstalige en een Nederlandstalige procedure. In elke procedure werd er op 24 september 2015 een besluit genomen door het Hof van beroep in Brussel. Ageas heeft op 24 augustus 2016 tegen de Franse uitspraak beroep aangetekend bij het Hof van Cassatie. Ageas heeft op 14 juni 2017 tegen de Nederlandse uitspraak beroep aangetekend bij het Hof van Cassatie. Het Hof van Cassatie deed op 9 november 2018 uitspraak in de Nederlandstalige procedure en op 13 december 2018 in de Franstalige procedure. In beide gevallen bevestigde het Hof van Cassatie het vonnis van het Hof van Beroep van 24 september 2015, hetgeen betekent dat de in 2015 door Ageas betaalde boete nu definitief is.
In België loopt sinds oktober 2008 een strafprocedure naar aanleiding van de gebeurtenissen vermeld in de inleiding van dit hoofdstuk. In februari 2013 heeft de procureur des Konings zijn vordering ingediend met volgende ten lasteleggingen: (i) foutieve jaarrekening 2007 door de overschatting van subprime-gerelateerde activa, (ii) aanzetting om in te tekenen op de kapitaalverhoging in 2007 op basis van verkeerde informatie en (iii) publicatie van in meerdere gevallen verkeerde of onvolledige informatie over de subprime blootstelling tussen augustus 2007 en april 2008. In verband met deze feiten verzocht hij de Raadkamer een aantal personen naar de correctionele rechtbank te verwijzen. Daar verschillende betrokken partijen om aanvullend onderzoek hebben gevraagd en dit verzoek is gehonoreerd, is de hoorzitting voor de Raadkamer uitgesteld naar een nog niet bepaalde datum. De procureur des Konings heeft nooit de verwijzing van Ageas naar de correctionele rechtbank geëist en verklaarde op 20 december 2018 ook niet langer verwijzing van individuele personen naar de correctionele rechtbank te eisen. De Raadkamer heeft hierover echter nog geen beslissing genomen.
Het overgrote deel van de hierboven genoemde procedures worden naar verwachting in de loop van 2019 beëindigd omdat de schikking wordt ondersteund door het grootste deel van de hierboven vermelde partijen. Enkele van genoemde burgerlijke zaken kunnen echter worden voorgezet door claimanten die tijdig voor een opt-out uit de schikking hebben gekozen.
Indien een van deze procedures negatieve gevolgen voor Ageas zou hebben of zou leiden tot de toekenning van een schadevergoeding aan de eisers in verband met miscommunicatie of wanbeheer van de kant van Fortis, dan kan dat negatieve gevolgen hebben voor de financiële positie van Ageas. De schikking heeft de omvang van de mogelijke gevolgen van de gebeurtenissen van 2007-2008 substantieel verminderd. Hoewel wij niet verwachten dat de genoemde gevolgen een significante impact zullen hebben op de financiële positie of de resultaten van ageas SA/NV, kunnen dergelijke gevolgen in dit stadium niet exact worden ingeschat.
In 2007 heeft BNP Paribas Fortis SA/NV CASHES (Convertible And Subordinated Hybrid Equity-linked Securities) uitgegeven, waarbij ageas SA/NV als medeschuldenaar optrad (BNP Paribas Fortis SA/NV was op dat moment een dochteronderneming). Van de oorspronkelijk uitgegeven 12.000 effecten, blijven er 3.791 effecten uitstaan, die een totaal bedrag vertegenwoordigen van EUR 948 miljoen.
De obligaties hebben geen vervaldatum en kunnen niet in contanten worden afgelost, maar kunnen alleen worden ingewisseld tegen aandelen Ageas aan een koers van EUR 239,40 per aandeel. De CASHES worden automatisch omgezet in aandelen Ageas als de koers van het aandeel Ageas gedurende twintig achtereenvolgende beurswerkdagen gelijk is aan of hoger is dan EUR 359,10. BNP Paribas Fortis SA/NV bezit 3.958.859 aandelen Ageas met het oog op de mogelijke wissel.
De enige verhaalmogelijkheid van de houders van de CASHES tegen elk van de mededebiteuren met betrekking tot de hoofdsom zijn de aandelen Ageas die BNP Paribas Fortis SA/NV aanhoudt; deze aandelen zijn ten gunste van die houders verpand.
BNP Paribas Fortis SA/NV betaalt de coupon voor de CASHES per kwartaal tegen een variabele rente van 3-maands Euribor plus 200 basispunten, tot de omwisseling van de CASHES in aandelen Ageas plaatsvindt. Indien geen dividend wordt betaald op aandelen Ageas, of het vast te stellen dividend met betrekking tot een boekjaar onder de drempel ligt (dividendrendement < 0,5%), of in bepaalde andere omstandigheden, zal de betaling van coupons door ageas SA/NV verplicht plaatsvinden via de uitgifte van nieuwe aandelen in overeenstemming met de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM), terwijl BNP Paribas Fortis SA/NV dan aan Ageas instrumenten dient uit te geven die als hybride Tier 1 instrumenten kunnen worden aangemerkt als compensatie voor de coupons die werden betaald door ageas SA/NV. Als de ACSM in werking treedt en het beschikbare maatschappelijke kapitaal ontoereikend is voor ageas SA/NV om de ACSM verplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is.
In een akkoord gesloten in 2012, dat onder andere heeft geleid tot een tender en tevens conversie van de CASHES, heeft Ageas ingestemd BNP Paribas Fortis SA/NV een jaarlijkse vergoeding te betalen die overeenkomt met het bruto dividend van de aandelen die BNP Paribas Fortis SA/NV nog aanhoudt.
Samen met BGL BNP Paribas heeft Ageas Insurance International N.V. een garantie verstrekt aan Cardif Lux Vie S.A. tot EUR 100 miljoen om uitstaande juridische vorderingen te dekken met betrekking tot Fortis Lux Vie S.A., een voormalige dochtermaatschappij van Ageas die eind 2011 fuseerde met Cardif Lux International S.A. Er kunnen geen nieuwe vorderingen meer worden ingediend (de uiterste termijn van 31 december 2018).
Voorts hebben een aantal particuliere klanten van Ageas Frankrijk, een 100% dochteronderneming van Ageas Insurance International, vorderingen tegen Ageas Frankrijk ingediend in verband met de vermeende eenzijdige wijziging van de voorwaarden van een unitlinked product door het doorrekenen van bepaalde transactiekosten. Eisers vroegen niet alleen de terugbetaling van deze kosten, maar beweerden ook benadeeld te zijn wegens verloren kansen om arbitrageverrichtingen uit te voeren tussen unit-linked fondsen en een gewaarborgd fonds door gebruik te maken van de laatst bekende valutadata, en eisten tevens een verbod op de doorrekening van de kosten. In november 2014 erkende het Parijse Hof van Beroep de beslissing in eerste aanleg om de vorderingen als gegrond te verklaren en stelde het experts aan om de omvang van de schadevergoeding vast te stellen. Nadat Ageas France hiertegen cassatieberoep had ingesteld bij het Franse Hof van Cassatie, heeft dit Hof van Cassatie op 8 september 2016 het arrest van het Hof van Beroep in Parijs grotendeels vernietigd en de zaak verwezen naar het Hof van Beroep in Versailles. De procedure bij het Hof van Beroep is Versailles is stopgezet. Een procedure in eerste aanleg, die een aantal jaren was opgeschort in afwachting van het besluit van het Franse Hof van Cassatie, is door twee eisers gereactiveerd. Er is een zitting gepland voor de eerste helft van oktober 2019.

Er hebben na de balansdatum geen materiële gebeurtenissen plaatsgevonden die noodzaken tot een bijstelling van het verkorte geconsolideerde tussentijdse financieel verslag van Ageas per 30 juni 2019.
De Raad van Bestuur van Ageas is verantwoordelijk voor het opstellen van het verkorte geconsolideerde tussentijdse financieel verslag van Ageas over de eerste zes maanden van 2019, in overeenstemming met International Financial Reporting Standards zoals aanvaard door de Europese Unie, en met de Europese Transparantierichtlijn (2004/109/EG).
De Raad van Bestuur verklaart dat, naar zijn beste weten, het verkorte geconsolideerde tussentijdse financieel verslag van Ageas over de eerste zes maanden van 2019 een getrouw en juist beeld geeft van de activa, verplichtingen, financiële positie en het resultaat van Ageas en van onzekerheden waarmee Ageas geconfronteerd wordt en dat de informatie die in dit verslag is opgenomen geen tekortkomingen bevat die het noodzakelijk maken om enige berichtgeving significant aan te passen.
De Raad van Bestuur heeft het verkorte geconsolideerde tussentijdse financieel verslag van Ageas over de eerste zes maanden van 2019 op 6 augustus 2019 beoordeeld en goedgekeurd voor publicatie.
Brussel, 6 augustus 2019
Voorzitter Jozef De Mey Chief Executive Officer Bart De Smet Chief Financial Officer Christophe Boizard
Chief Operating Officer Antonio Cano Chief Development Officer Filip Coremans Bestuurders Sonali Chandmal
Vicevoorzitter Guy de Selliers de Moranville Chief Risk Officer Emmanuel Van Grimbergen (benoemd 15 mei 2019) Richard Jackson Yvonne Lang Ketterer Jane Murphy Lionel Perl Lucrezia Reichlin Katleen Vandeweyer Jan Zegering Hadders
VERSLAG VAN DE COMMISSARIS AAN DE RAAD VAN BESTUUR VAN AGEAS SA/NV OMTRENT DE BEOORDELING VAN HET VERKORT GECONSOLIDEERD TUSSENTIJDS FINANCIEEL VERSLAG OVER DE PERIODE VAN ZES MAANDEN AFGESLOTEN OP 30 JUNI 2019
We hebben een beoordeling uitgevoerd van de in bijlage opgenomen geconsolideerde balans van ageas SA/NV (de "Vennootschap") en haar dochtervennootschappen (samen "de Groep") op 30 juni 2019, alsmede van de geconsolideerde resultatenrekening, de geconsolideerde overzicht van het comprehensive income, de geconsolideerde overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen en de geconsolideerde kasstroomoverzicht over de periode van zes maanden afgesloten op die datum, omvattende een samenvatting van de grondslagen voor financiële verslaggeving en consolidatie en de toelichtingen (het "verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag"). De raad van bestuur is verantwoordelijk dat dit verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag is opgesteld en gepresenteerd in overeenstemming met IAS 34, zoals goedgekeurd door de Europese Unie. Het is onze verantwoordelijkheid om een besluit te formuleren over dit verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag op basis van onze beoordeling.
Wij hebben onze beoordeling uitgevoerd overeenkomstig ISRE 2410, "Beoordeling van tussentijdse financiële informatie, uitgevoerd door de onafhankelijke auditor van de entiteit". Een beoordeling van tussentijdse financiële informatie bestaat uit het verzoeken om inlichtingen aan hoofdzakelijk financiële en boekhoudkundige verantwoordelijken, en het toepassen van analytische en andere procedures van beoordeling. De reikwijdte van een beoordeling is substantieel kleiner dan een controle uitgevoerd volgens de Internationale Controlestandaarden en laat ons bijgevolg niet toe om met zekerheid te stellen dat we kennis hebben van alle belangrijke gegevens die zouden geïdentificeerd zijn indien we een volkomen controle zouden hebben uitgevoerd. Wij brengen dan ook geen controleoordeel tot uitdrukking.
Op basis van onze beoordeling is niets onder onze aandacht gekomen dat ons doet aannemen dat de in bijlage opgenomen verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag, in alle van materieel belang zijnde opzichten niet opgesteld zouden zijn in overeenstemming met IAS 34, zoals goedgekeurd door de Europese Unie.
Zonder afbreuk te doen aan de hierboven tot uitdrukking gebrachte conclusie, vestigen wij de aandacht op toelichting 23 Voorwaardelijke verplichtingen van het verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag waarin beschreven wordt dat, hoewel het aangevuld en gewijzigd voorstel voor schikking van alle burgerlijke rechtszaken over de voormalige Fortis-groep voor de gebeurtenissen van 2007 en 2008 (de "Schikking") nu definitief werd, de Vennootschap nog betrokken is bij een aantal gerechtelijke procedures in België als gevolg van de voorbenoemde gebeurtenissen. Toelichting 23 Voorwaardelijke verplichtingen van het verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag geeft aan dat, aangezien de Schikking nu definitief is, de risico's verbonden aan deze gerechtelijke procedures zijn afgenomen. Onverminderd het feit dat management niet verwacht dat deze overblijvende risico's een significante invloed hebben op de financiële positie van de Vennootschap, kunnen deze gevolgen, in deze fase, niet precies worden ingeschat. Wij gaan akkoord met de visie van het management. Aldus blijft de conclusie van onderhavig verslag een oordeel zonder voorbehoud.
Sint-Stevens-Woluwe, 6 augustus 2019
De commissaris PwC Bedrijfsrevisoren cvba Vertegenwoordigd door
Yves Vandenplas Bedrijfsrevisor

Ageas en ageas SA/NV Markiesstraat 1 1000 Brussel, België Tel: +32 (0) 2 557 57 11 Fax: +32 (0) 2 557 57 50 Internet: www.ageas.com E-mail: [email protected]
Building tools?
Free accounts include 100 API calls/year for testing.
Have a question? We'll get back to you promptly.