AI Terminal

MODULE: AI_ANALYST
Interactive Q&A, Risk Assessment, Summarization
MODULE: DATA_EXTRACT
Excel Export, XBRL Parsing, Table Digitization
MODULE: PEER_COMP
Sector Benchmarking, Sentiment Analysis
SYSTEM ACCESS LOCKED
Authenticate / Register Log In

ageas SA/NV

Quarterly Report Aug 8, 2018

3905_ir_2018-08-08_fce3f71a-96db-4a19-b2ca-f1ba15753a57.pdf

Quarterly Report

Open in Viewer

Opens in native device viewer

Verkort geconsolideerd tussentijds financieel verslag

over de eerste zes maanden van 2018

Brussel, 8 augustus 2018

Resultaten en ontwikkelingen3
Resultaten en ontwikkelingen 4
Ageas Geconsolideerd financieel verslag over de eerste zes maanden van 20185
Geconsolideerde balans 6
Geconsolideerde resultatenrekening 7
Geconsolideerd overzicht van het comprehensive income 8
Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen 9
Geconsolideerd kasstroomoverzicht 10
Algemeen Toelichtingen 11
1 Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving en consolidatie12
2 Overnames en desinvesteringen17
3 Uitstaande aandelen en winst per aandeel 19
4 Toezicht en solvabiliteit 22
5 Verbonden partijen25
6 Informatie operationele segmenten25
Toelichting op de geconsolideerde balans30
7 Financiële beleggingen 31
8 Leningen36
9 Beleggingen in deelnemingen37
10 Verzekeringsverplichtingen 38
11 Achtergestelde schulden39
12 Leningen40
13 RPN(I) 41
14 Voorzieningen42
15 Verplichtingen i.v.m. geschreven NCI-putopties43
16 Derivaten 44
17 Toezeggingen46
18 Reële waarde van financiële activa en financiële passiva 47
Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening 48
19 Verzekeringspremies 49
20 Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten50
21 Schadelasten en uitkeringen 51
22 Financieringslasten 52
Toelichting op de transacties niet opgenomen op de geconsolideerde balans 53
23 Voorwaardelijke verplichtingen 54
24 Gebeurtenissen na balansdatum 59
Bericht van de Raad van Bestuur60
Beoordelingsverklaring 61

Resultaten en ontwikkelingen

Alle bedragen in de cijferopstellingen van dit verkorte geconsolideerde tussentijdse financieel verslag luiden in miljoenen euro's, tenzij anders vermeld.

Resultaten en ontwikkelingen

Resultaten Ageas

Het nettoresultaat van de Groep beliep in de eerste zes maanden EUR 441 miljoen. De nettowinst Verzekeringen van de eerste 6 maanden bedroeg EUR 475 miljoen ten opzichte van EUR 445 miljoen vorig jaar met aanzienlijk lagere meerwaarden in België en het VK en met waardeverminderingen op de aandelenportefeuille in Azië. Dankzij de bijdrage van China, die aanmerkelijk hoger was, realiseerde Leven een nettowinst van EUR 373 miljoen: een stijging van 20%. Het nettoresultaat van Niet-Leven bedroeg EUR 102 miljoen. Het resultaat daalde slechts EUR 31 miljoen jaar-op-jaar, waarbij de impact van de weersomstandigheden in België en het Verenigd Koninkrijk van EUR 62 miljoen voor een deel werd goedgemaakt door het aanhoudend sterke operationeel resultaat. In het resultaat van vorig jaar was een negatieve Ogden-impact van EUR 31 miljoen begrepen.

Leven

Het nettoresultaat steeg naar EUR 373 miljoen, met sterke resultaten in alle segmenten, maar vooral dankzij een substantieel hogere bijdrage uit Azië die EUR 164 miljoen beliep. Dit sterke resultaat kan grotendeels worden toegeschreven aan China, waar de nettowinst in het eerste kwartaal gesteund werd door de positieve renteontwikkelingen, die in het tweede kwartaal deels werden tenietgedaan door de waardevermindering in de aandelenportefeuille.

Niet-leven

Het nettoresultaat van Niet-leven bleef sterk met EUR 102 miljoen, ondanks een negatieve impact van EUR 62 miljoen door ongunstige weersomstandigheden in België en het VK. Het resultaat van vorig jaar omvatte een bijdrage van EUR 7 miljoen van Cargeas en een negatieve impact van EUR 31 miljoen in het kader van Ogden. De onderliggende verbetering van het nettoresultaat was afkomstig uit alle operationele segmenten.

De interne Niet-leven herverzekeraar Intreas herverzekerde EUR 29 miljoen aan premies van de operationele entiteiten binnen de Groep en droeg EUR 2 miljoen bij (vs. EUR 3 miljoen) aan het nettoresultaat van Niet-Leven.

Algemene Rekening

Het nettoresultaat van de Algemene Rekening ging in de eerste zes maanden EUR 34 miljoen negatief. Personeelskosten en andere operationele kosten bedroegen EUR 39 miljoen (tegenover EUR 35 miljoen). De RPN(I)-verplichting viel eind juni terug tot EUR 439 miljoen en droeg zo EUR 9 miljoen bij aan het nettoresultaat.

Nettokaspositie Algemene Rekening

De totale liquide activa in de Algemene Rekening bedroegen EUR 1,8 miljard, iets hoger dan eind 2017. Deze stijging kan grotendeels worden toegeschreven aan de EUR 599 miljoen aan uitgekeerde dividenden van de operationele entiteiten, die ruimschoots het dividend dat uitgekeerd werd aan de aandeelhouders en de holdingkosten dekten. Een bedrag van EUR 0,9 miljard blijft gereserveerd voor de Fortisschikking.

Solvabiliteit

Het eigen vermogen van de Groep bedroeg EUR 8,2 miljard, EUR 4,3 miljard boven de SCR. Dit leverde een sterke Solvency IIageas-ratio Groep van 211% op: 15 procentpunt hoger dan eind 2017 door het verlopen van de putoptie, de toegenomen fungibiliteit van het Eigen Vermogen gelinkt aan de verkregen licentie voor het uitoefenen van herverzekeringsactiviteiten, en de goede operationele prestaties van de verzekerkingsactiviteiten. De solvabiliteitsratio voor Verzekeringen verbeterde tot 202%, met stijgende solvabiliteitsratios in alle segmenten

Brussel, 7 augustus 2018

Raad van Bestuur

Ageas Geconsolideerd financieel verslag over de eerste zes maanden van 2018

Geconsolideerde balans

(voor winstbestemming)

30 juni 31 december
Noot 2018 2017
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 2.315,6 2.552,3
Financiële beleggingen 7 62.944,6 63.372,8
Vastgoedbeleggingen 7 2.882,8 2.649,1
Vorderingen 8 9.572,1 9.416,0
Beleggingen inzake unit-linked contracten 16.025,8 15.827,3
Beleggingen in deelnemingen 9 3.010,0 2.941,6
Herverzekerings- en overige vorderingen 2.138,0 2.185,9
Actuele belastingvorderingen 136,3 40,0
Uitgestelde belastingvorderingen 151,9 149,7
Overlopende rente en overige activa 1.577,6 1.857,8
Materiële vaste activa 1.235,6 1.183,9
Goodwill en overige immateriële vaste activa 1.122,8 1.122,6
Activa aangehouden voor verkoop 41,8
Totaal activa 103.113,1 103.340,8
Passiva
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 10,1 27.200,4 27.480,8
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 10,2 30.918,3 31.350,6
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 10,3 16.016,6 15.816,2
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven 10,4 7.713,1 7.575,0
Achtergestelde schulden 11 2.275,5 2.261,3
Schulden 12 2.269,1 1.969,3
Actuele belastingschulden 52,2 72,6
Uitgestelde belastingschulden 1.153,9 1.054,9
RPN(I) 13 439,4 448,0
Overlopende rente en overige verplichtingen 2.256,9 2.412,1
Voorzieningen 14 1.175,0 1.178,1
Verplichtingen inzake geschreven putopties op minderheidsbelang 15 115,2 1.559,7
Totaal verplichtingen 91.585,6 93.178,6
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 3 9.309,8 9.610,9
Minderheidsbelangen 2.217,7 551,3
Totaal eigen vermogen 11.527,5 10.162,2
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 103.113,1 103.340,8

Geconsolideerde resultatenrekening

Noot Eerste halfjaar 2018 erste halfjaar 2017
Baten
Bruto premies
-
4.335,4 4.271,1
Wijziging in niet-verdiende premies
-
- 92,4 - 117,7
Uitgaande herverzekeringspremies
-
- 122,2 - 125,1
Netto verdiende premies 19 4.120,8 4.028,3
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 20 1.354,3 1.400,6
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) 8,6 - 121,9
Resultaat op verkoop en waarderingen 153,8 147,9
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten - 31,9 400,5
Aandeel in het resultaat van deelnemingen 9 207,2 149,0
Commissiebaten 162,0 169,3
Overige baten 108,2 52,8
Totale baten 6.083,0 6.226,5
Kosten
Schadelasten en uitkeringen, bruto
-
- 3.862,3 - 3.938,9
Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars
-
33,0 254,9
Schadelasten en uitkeringen, netto 21 - 3.829,3 - 3.684,0
Lasten inzake unit-linked contracten - 13,3 - 427,5
Financieringslasten 22 - 58,7 - 59,3
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen - 18,2 - 7,0
Wijzigingen in voorzieningen 14 - 0,1 0,6
Commissielasten - 536,1 - 575,2
Personeelskosten - 408,0 - 410,0
Overige lasten - 566,4 - 516,4
Totale lasten - 5.430,1 - 5.678,8
Resultaat voor belastingen 652,9 547,7
Belastingbaten (lasten) - 111,3 - 145,8
Nettoresultaat over de periode 541,6 401,9
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 100,4 118,3
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 441,2 283,6
Gegevens per aandeel (EUR)
Gewoon resultaat per aandeel 3 2,23 1,40
Verwaterd resultaat per aandeel 3 2,23 1,39

Het brutopremie-inkomen (som van brutopremies en premies uit beleggingscontracten zonder 'discretionaire winstdelingscomponent' kan als volgt worden gepresenteerd.

Noot Eerste halfjaar 2018 Eerste halfjaar 2017
Bruto premies 4.335,4 4.271,1
Premies inzake beleggingscontracten 19 735,3 916,5
Bruto premie-inkomen 5.070,7 5.187,6

Geconsolideerd overzicht van het comprehensive income

Noot Eerste halfjaar 2018 Eerste halfjaar 2017
COMPREHENSIVE INCOME
Onderdelen die niet naar de resultatenrekening zullen worden geherclassificeerd:
De herberekening van de verplichting inzake de toegezegdpensioenregeling 19,8 33,5
Gerelateerde belasting - 1,2 - 12,1
De herberekening van de verplichting inzake de toegezegdpensioenregeling 18,6 21,4
Totaal van de onderdelen die niet naar de resultatenrekening zullen worden geherclassificeerd: 18,6 21,4
Onderdelen die (kunnen) worden geherclassificeerd naar de resultatenrekening:
Wijzigingen in amortisatie van investeringen tot einde looptijd aangehouden 5,4 8,4
Gerelateerde belasting - 1,3 - 2,1
Wijziging in beleggingen Tot einde looptijd aangehouden 7 4,1 6,3
Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop 1) 73,8 - 36,1
Gerelateerde belasting - 50,2 49,5
Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop 7 23,6 13,4
Aandeel in Overig comprehensive income van deelnemingen 9 - 27,1 - 36,8
Wijzigingen in omrekeningsverschillen 19,8 - 141,8
Totaal van onderdelen die (kunnen) worden geherclassificeerd naar de resultatenrekening: 20,4 - 158,9
Overig comprehensive income over de periode, na belastingen 38,9 - 137,5
Nettoresultaat over de periode 541,6 401,9
Totaal comprehensive income over de periode 580,5 264,4
Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen 100,4 118,3
Overig comprehensive income toewijsbaar aan minderheidsbelangen 15,4 17,1
Totaal comprehensive income toewijsbaar aan minderheidsbelangen 115,8 135,4
Totaal comprehensive income over de periode, toewijsbaar aan de aandeelhouders 464,7 129,0

1) De Wijzigingen in herwaardering van Investeringen beschikbaar voor verkoop, bruto, zijn met inbegrip van kasstroomafdekkingen en na koersverschillen en shadow accounting.

Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen

Aandeel Valutarisico Nettoresultaat Ongerealiseerd Aandeel Niet-
Aandeel agio Overige omrekening toewijsbaar aan winsten houders controlerend Totaal
kapitaal reserve reserves reserve aandeelhouders en verliezen eigen vermogen belangen eigen vermogen
Stand per 1 januari 2017 1.602,6 2.450,2 2.923,7 86,1 27,1 2.470,9 9.560,6 644,4 10.205,0
Nettoresultaat over de periode 283,6 283,6 118,3 401,9
Herwaardering van investeringen - 30,1 - 30,1 13,0 - 17,1
Herwaardering IAS 19 15,8 15,8 5,6 21,4
Valutaverschillen - 140,3 - 140,3 - 1,5 - 141,8
Totaal verandering eigen vermogen
niet-eigenaren 15,8 - 140,3 283,6 - 30,1 129,0 135,4 264,4
Overdracht 27,1 - 27,1
Dividend - 419,4 - 419,4 - 156,0 - 575,4
Toename kapitaal 3,5 3,5
Eigen aandelen - 148,7 - 148,7 - 148,7
Intrekking van aandelen - 53,0 - 191,2 244,2
Op aandelen gebaseerde beloning - 9,7 - 9,7 - 9,7
Impact geschreven putoptie
op minderheidsbelang 1) - 145,8 - 145,8 50,4 - 95,4
Overige veranderingen in
het eigen vermogen 2) 7,7 7,7 - 28,2 - 20,5
Stand per 30 juni 2017 1.549,6 2.249,3 2.504,6 - 54,2 283,6 2.440,8 8.973,7 649,5 9.623,2
Stand per 1 januari 2018 1.549,6 2.251,5 2.481,2 - 84,2 623,2 2.789,6 9.610,9 551,3 10.162,2
Nettoresultaat over de periode 441,2 441,2 100,4 541,6
Herwaardering van investeringen - 11,6 - 11,6 12,1 0,5
Herwaardering IAS 19 15,8 15,8 2,8 18,6
Valutaverschillen 19,3 19,3 0,5 19,8
Totaal verandering
eigen vermogen niet-eigenaren 15,8 19,3 441,2 - 11,6 464,7 115,8 580,5
Overdracht 623,2 - 623,2
Dividend - 403,2 - 403,2 - 200,1 - 603,3
Toename kapitaal 13,5 13,5
Eigen aandelen - 98,2 - 98,2 - 98,2
Intrekking van aandelen - 47,2 - 195,7 242,9
Op aandelen gebaseerde beloning - 4,5 - 4,5 - 4,5
Impact geschreven putopties op
minderheidsbelang 1) - 253,4 - 253,4 1.695,4 1.442,0
Overige veranderingen in het eigen vermogen 2) - 7,2 1,3 - 0,6 - 6,5 41,8 35,3
Stand per 30 juni 2018 1.502,4 2.051,3 2.601,1 - 63,6 441,2 2.777,4 9.309,8 2.217,7 11.527,5
  1. Heeft betrekking op de putoptie op AG Insurance aandelen en de putoptie op Interparking aandelen (zie noot 15 Verplichtingen i.v.m. geschreven NCI putopties). 2. Overige wijzigingen in het eigen vermogen omvat een schadevergoeding betaald aan BNP Paribas voor de aangehouden aandelen Ageas met betrekking tot de CASHES-

obligaties en de betaling aan houders van FRESH-obligaties.

Geconsolideerd kasstroomoverzicht

Noot Eerste halfjaar 2018 Eerste halfjaar 2017
Geldmiddelen en kasequivalenten per 1 januari 2.552,3 2.180,9
Resultaat voor belastingen 652,9 547,7
Aanpassingen om het resultaat te laten aansluiten op
de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten:
Herberekening RPN(I) 13 - 8,6 121,9
Resultaat op verkoop en waarderingen - 153,8 - 147,9
Aandeel in het resultaat van deelnemingen - 207,2 - 149,0
Afschrijvingen en oprenting 330,8 450,1
Bijzondere waardeverminderingen 18,2 7,0
Voorzieningen 14 - 0,4 - 0,6
Op aandelen gebaseerde beloningen 5,7 3,0
Totaal aanpassingen om het resultaat te laten aansluiten op
de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten - 15,3 284,5
Wijzigingen in operationele activa en verplichtingen:
Activa en verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden 16 26,5 - 121,5
Vorderingen 8 - 156,1 - 367,2
Herverzekerings- en overige vorderingen 37,5 - 6,2
Beleggingen inzake unit-linked contracten - 198,5 - 854,2
Schulden 12 208,1 - 186,2
Verplichtingen inzake verzekerings- en beleggingscontracten 10.1 & 10.2 & 10.4 - 365,7 - 50,6
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 10,3 122,8 659,5
Netto wijzigingen in alle overige operationele activa en verplichtingen 404,2 18,8
Dividend ontvangen van deelnemingen 158,2 117,8
Betaalde winstbelastingen - 211,3 - 162,7
Totaal wijzigingen in operationele activa en passiva 25,7 - 952,5
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten 663,3 - 120,3
Aankoop van beleggingen - 5.312,2 - 4.419,6
Opbrengsten uit verkoop en aflossingen beleggingen 5.267,7 5.390,6
Aankoop van vastgoedbeleggingen - 76,4 - 75,4
Opbrengsten uit verkoop van vastgoedbeleggingen 8,4 10,1
Aankopen van materiële vaste activa - 50,2 - 56,0
Opbrengsten uit verkoop van materiële vaste activa 0,2 8,6
Aankoop van dochterondernemingen en deelnemingen
(inclusief kapitaalverhogingen van deelnemingen) 2 - 114,1 - 176,4
Desinvestering van dochterondernemingen en deelnemingen
(inclusief kapitaalterugbetalingen van deelnemingen) 2 88,0 239,6
Aankoop van immateriële vaste activa - 16,6 - 6,3
Opbrengsten uit verkoop van immateriële vaste activa 0,1 11,0
Kasstroom uit investeringsactiviteiten - 205,1 926,2
Opbrengsten uit uitgifte van overige financieringen 12 10,2 3,1
Terugbetaling van overige financieringen 12 - 5,4 - 28,7
Aankoop van eigen aandelen 3 & 4 - 98,2 - 148,7
Dividenden uitgekeerd aan aandeelhouders - 403,2 - 419,4
Uitgekeerd dividend aan minderheidsbelangen
Kasstroom uit financieringsactiviteiten
- 200,1 - 696,7 - 156,0 - 749,7
Effect
van
omrekeningsverschillen
van
geldmiddelen
en
kasequivalenten 1,8 - 7,2
Geldmiddelen en kasequivalenten per 31 december 2.315,6 2.229,9
Bijkomende toelichting inzake kasstromen uit bedrijfsactiviteiten
Ontvangen rente 20 1.313,6 1.461,7
Ontvangen dividenden van beleggingen 20 85,0 85,6
Betaalde rente 22 - 66,5 - 70,6

Algemeen Toelichtingen

1 Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving en consolidatie

Het verkorte geconsolideerde tussentijdse financieel verslag van Ageas over de eerste zes maanden van 2018 wordt opgesteld volgens de regels van de International Accounting Standard (IAS) 34 'Tussentijdse financiële verslaggeving', zoals uitgegeven door de International Accounting Standards Board (IASB) en goedgekeurd door de Europese Unie (EU).

1 Grondslagen voor financiële verslaggeving

Het verkorte geconsolideerde tussentijdse financieel verslag van Ageas bevat geactualiseerde informatie bij de laatste volledige Jaarrekening per 31 december en moet bijgevolg worden gelezen in samenhang met het Ageas Jaarverslag 2017.

De voor de eerste zes maanden van 2018 toegepaste grondslagen zijn ongewijzigd ten opzichte van het boekjaar eindigend op 31 december 2017, behalve voor wat betreft nieuwe en gewijzigde IFRSstandaarden. Nieuwe en gewijzigde IFRS-standaarden die op 1 januari 2018 in werking zijn getreden en die van belang zijn voor Ageas (en zijn goedgekeurd door de EU) staan vermeld in paragraaf 2. De grondslagen zoals beschreven in ons Jaarverslag 2017 zijn een samenvatting van de volledige grondslagen voor de verslaggeving, die op

https://www.ageas.com/nl/about/toezicht-audit-en-boekhoudregels zijn te vinden.

Het verkorte geconsolideerde tussentijdse financieel verslag van Ageas is opgemaakt op basis van het going concern-beginsel en luidt in euro's, de functionele valuta van de moedermaatschappij van Ageas.

Activa en passiva die zijn opgenomen in de balans van Ageas hebben gewoonlijk een looptijd van meer dan 12 maanden, met uitzondering van geldmiddelen en kasequivalenten, herverzekering en overige vorderingen, overlopende rente en overige activa, overlopende rente en overige verplichtingen en actuele belastingvorderingen en schulden.

De belangrijkste door Ageas toegepaste IFRS-standaarden voor de bepaling van de activa en verplichtingen zijn:

  • IAS 1 voor presentatie van de jaarrekening;
  • IAS 16 voor materiële vaste activa;
  • IAS 19 voor personeelsvoordelen;
  • IAS 23 voor financieringskosten;
  • IAS 28 voor investeringen in deelnemingen en Joint Ventures;
  • IAS 32 voor presentatie van financiële instrumenten;
  • IAS 36 voor bijzondere waardeverminderingen van activa;
  • IAS 38 voor immateriële activa;
  • IAS 39 voor opname en waardering van financiële instrumenten;
  • IAS 40 voor vastgoedbeleggingen;
  • IFRS 3 voor bedrijfscombinaties;
  • IFRS 4 voor verzekeringscontracten;
  • IFRS 7 voor informatieverschaffing over financiële instrumenten;

  • IFRS 8 voor operationele segmenten;

  • IFRS 10 voor geconsolideerde jaarrekeningen;
  • IFRS 12 voor rapportering van belangen in andere entiteiten;
  • IFRS 13 voor waardering tegen reële waarde; en
  • IFRS 15 voor opbrengsten van contracten met klanten.

2 Wijzigingen in grondslagen voor financiële verslaggeving

De volgende nieuwe of herziene standaarden, interpretaties en wijzigingen op standaarden en interpretaties werden met ingang van 1 januari 2018 van kracht (zoals goedgekeurd door de EU): De impact van deze standaarden en de nieuwe grondslagen voor financiële verslaggeving worden hieronder vermeld.

IFRS 15 Opbrengsten van contracten met klanten

IFRS 15 'Opbrengsten van contracten met klanten' is goedgekeurd door de EU en trad voor Ageas in werking op 1 januari 2018. IFRS 15 vervangt alle bestaande eisen voor opbrengst in de IFRS (IAS 11 Onderhanden projecten in opdracht van derden, IAS 18 Opbrengsten en verschillende IFRIC- en SIC-interpretaties) en is van toepassing op alle opbrengsten die ontstaan uit contracten met klanten, tenzij de contracten behoren tot het toepassingsgebied van andere standaarden, zoals verzekeringscontracten, leaseovereenkomsten of financiële instrumenten.

IFRS 15 beschrijft de grondslagen voor de waardering en opname van opbrengsten en de gerelateerde kasstromen. Het kernprincipe houdt in dat een entiteit opbrengsten moet opnemen tegen een bedrag dat de vergoeding weerspiegelt waarop de entiteit verwacht recht te hebben in ruil voor de overdracht van goederen of diensten aan een klant.

IFRS 15 biedt twee methoden voor de eerste toepassing: een volledige retroactieve benadering met bepaalde praktische middelen of een gewijzigde retroactieve benadering waarbij het cumulatieve effect van de eerste toepassing wordt opgenomen op de datum van de eerste toepassing, met bepaalde aanvullende informatie. Ageas heeft besloten de gewijzigde benadering toe te passen op de transitie.

Tenuitvoerlegging van de standaard, en van de wijziging ter verduidelijking, heeft geen materiële invloed op het eigen vermogen, netto resultaat en/of overig comprehensive income en de informatieverschaffing.

IFRS 9 'Financiële instrumenten'

IFRS 9 'Financiële instrumenten' werd uitgevaardigd door de IASB in juli 2014 en goedgekeurd door de EU in november 2016. De bepalingen van IFRS 9 zijn op 1 januari 2018 in werking getreden. Ageas heeft echter besloten gebruik te maken van de optionele tijdelijke vrijstelling van de toepassing van IFRS 9 tot 2021, waarin IFRS 4 voorziet (zie onder).

IFRS 9 vervangt het merendeel van de huidige IAS 39 'Financiële instrumenten: Opname en waardering', en omvat vereisten voor de classificatie en waardering van financiële activa en passiva, bijzondere waardevermindering van financiële activa en hedge accounting.

De classificatie en waardering van financiële activa onder IFRS 9 zal afhangen van zowel het businessmodel van de entiteit als de contractuele cashfloweigenschappen van het instrument. De classificatie van financiële verplichtingen blijft ongewijzigd. De opname en waardering van bijzondere waardevermindering onder IFRS 9 vindt plaats op basis van een verwachtverlies-model vergeleken met het huidige geledenverlies-model onder IAS 39. Als zodanig worden verliezen onder IFRS 9 eerder opgenomen. De vereisten inzake hedge accounting van IFRS 9 zijn erop gericht om de algemene hedge accounting te vereenvoudigen.

De IASB besprak in 2017 het voorgestelde projectplan om een dynamisch model voor de administratie van risicomanagement te ontwikkelen. De IASB besloot in het bijzonder:

  • om eerst te focussen op de ontwikkeling van een kernmodel voor de belangrijkste kwesties;
  • om feedback na te streven over de haalbaarheid van het kernmodel. De wijze waarop de feedback wordt verkregen, wordt op een latere datum bepaald;
  • om de niet-kernvraagstukken in een definitieve stap te behandelen.

Wijzigingen in IFRS 4, betreffende toepassing van IFRS 9 bij Verzekeringscontracten volgens IFRS 4:

Om te voorkomen dat verzekeringsondernemingen problemen ondervinden om IFRS 9 toe te passen voor de ingangsdatum van IFRS 17 'Verzekeringscontracten' (1 januari 2021), heeft de IASB in september 2016 Wijzigingen in IFRS 4: De toepassing van IFRS 9: Financiële instrumenten bij Verzekeringscontracten volgens IFRS 4' uitgevaardigd. De EU heeft deze wijzigingen goedgekeurd.

De wijzigingen in IFRS 4 bieden twee opties om het effect van verschillende ingangsdatums tot een minimum te beperken; toepassing van IFRS 9 volgens de 'overlay-benadering' of de tijdelijke vrijstelling van de toepassing van IFRS 9 uiterlijk voor verslagperioden die beginnen op of na 1 januari 2021.

De tijdelijke vrijstelling van de toepassing van IFRS 9 geldt alleen voor verzekeraars wier activiteiten voornamelijk betrekking hebben op de uitgifte van verzekeringscontracten die voldoen aan het toepassingsgebied van IFRS 4. Dit betekent dat de verhouding tussen de totale boekwaarde van de verzekeringsgerelateerde verplichtingen en de totale boekwaarde van alle verplichtingen van de verzekeraar meer dan 90 procent of tussen 80 procent en 90 procent bedraagt, op voorwaarde dat de verzekeraar geen wezenlijke activiteiten ontplooit die niet verzekeringsgerelateerd zijn. Ageas verrichte een dergelijke analyse op de referentiedatum, 31 december 2015, en concludeerde dat ze in aanmerking kwam voor de tijdelijke vrijstelling van de toepassing van IFRS 9. Dientengevolge besloot Ageas gebruik te maken van de tijdelijke vrijstelling van de toepassing van IFRS 9. De toepassing van IFRS 9 en de nieuwe verzekeringsstandaard IFRS 17 zijn op elkaar afgestemd in een gecombineerd implementatieproject.

Overige wijzigingen

Overige wijzigingen die met ingang van 1 januari 2016 van kracht zijn geworden (zoals goedgekeurd door de EU), hebben geen significante impact op of zijn niet relevant voor de jaarrekening van Ageas. Deze wijzigingen betreffen:

  • Wijzigingen in IAS 40: Overdracht van vastgoedbeleggingen;
  • Wijzigingen in IFRS 2: Classificatie en waardering van op aandelen gebaseerde betalingstransacties;
  • IFRIC 22: Valutatransacties en vooruitbetalingen; en
  • Verbeteringen aan IFRS-standaarden (cyclus van 2014-2016): IFRS 1 Eerste toepassing van International Financial Reporting Standards en IAS 28 Investeringen in Deelnemingen en Joint Ventures.

Impact van IFRS-standaarden, maar nog niet van kracht

IFRS 16 Leaseovereenkomsten

IFRS 16 'Leaseovereenkomsten' is uitgegeven op 13 januari 2016 en wordt van kracht per 1 januari 2019. De standaard is nog niet goedgekeurd door de EU.

IFRS 16 vervangt IAS 17 en stelt grondslagen vast voor de opname, waardering, presentatie en informatieverschaffing over leaseovereenkomsten. Bij de aanvang van een leaseovereenkomst neemt een lessee een actief op voor het recht om een actief te gebruiken, en een verplichting om leasebetalingen te doen, aanvankelijk gewaardeerd tegen de contante waarde van de verplichting uit hoofde van de leaseovereenkomst, plus enige initiële directe kosten die door de lessee worden gemaakt. Mogelijk zijn er aanpassingen vereist voor lease-incentives, betalingen bij of voor de aanvang en herstelverplichtingen of vergelijkbaar. Na de aanvang van de leaseovereenkomst dient een lessee het actief waarvoor hij recht heeft op het gebruik, te waarderen met behulp van een kostprijsmodel (er gelden enkele uitzonderingen).

De rentelasten op de verplichting uit hoofde van de leaseovereenkomst wordt gescheiden van de afschrijvingskosten van het actief waarvoor hij recht heeft op het gebruik en gerapporteerd als financieringsactiviteiten. De standaard omvat twee vrijstellingen voor opname voor lessees van activa van 'lage waarde' en kortlopende leaseovereenkomsten.

IFRS 16 heeft geen materiële invloed op het eigen vermogen, netto resultaat en/of overig comprehensive income. Aangezien de meeste langlopende leaseovereenkomsten in de balans moeten worden opgenomen, zal er een impact zijn op de totale activa en de totale verplichtingen.

Wijzigingen in IFRS 9: Vooruitbetaling met negatieve compensatie

Deze wijziging, die werd gepubliceerd in oktober 2017 en door de EU werd goedgekeurd in maart 2018, wordt op 1 januari 2019 van kracht. Deze wijziging betreft een beperkte vrijstelling waarmee instrumenten met symmetrische vooruitbetalingsopties tegen geamortiseerde kostprijs of reële waarde kunnen worden gewaardeerd in het overig comprehensive income, omdat deze producten anders niet zouden voldoen aan de SPPI-voorwaarde (uitsluitend betalingen van hoofdsom en interesten). De wijziging heeft naar verwachting geen materiële invloed op het eigen vermogen, netto resultaat en/of overig comprehensive income.

IFRS 17 Verzekeringscontracten

IFRS 17 'Leaseovereenkomsten' is uitgegeven op 18 mei 2017 en wordt van kracht per 1 januari 2021. De IASB neemt momenteel een aantal maatregelen om de implementatie van de norm te ondersteunen en heeft een Transition Resource Group (TRG) in het leven geroepen. IFRS 17 is nog niet goedgekeurd door de EU. In verband met deze goedkeuring heeft de EU de EFRAG verzocht om een goedkeuringsadvies inzake IFRS 17, dat naar verwachting eind 2018 zal worden gepubliceerd.

IFRS 17 is een uitgebreide nieuwe boekhoudkundige norm voor verzekeringscontracten die opname, waardering, presentatie en melding omvat. Zodra deze is ingevoerd, zal IFRS 17 de in 2005 uitgevaardigde IFRS 4 Verzekeringscontracten vervangen.

IFRS 17 introduceert een op de actuele waarde gebaseerd boekhoudkundig model voor verzekeringscontracten. De IASB verwacht dat IFRS 17 een consistentere boekhoudkundige verantwoording van verzekeringscontracten zal introduceren vergeleken met IFRS 4, dat grotendeels gebaseerd is op de grandfathering van eerdere lokale boekhoudregels.

De belangrijkste kenmerken van het nieuwe boekhoudkundige model voor verzekeringscontracten zijn:

  • de waardering van de contante waarde van toekomstige kasstromen, met een expliciete risicocorrectie, die elke rapportageperiode opnieuw wordt gewaardeerd (de fulfilmentkasstroom);
  • een Contractuele Service Marge (CSM) die elke dagwinst uitstelt in de fulfilment-kasstroom van een groep contacten, die de nog niet verdiende winstgevendheid vertegenwoordigen van de verzekeringscontracten die in de resultatenrekening over de looptijden (d.w.z. dekkingperiode) moet worden verantwoord;
  • bepaalde wijzigingen in de verwachte contante waarde van toekomstige kasstromen worden aangepast ten opzichte van de CSM en zodoende in de resultatenrekening verwerkt gedurende de resterende contractuele looptijd;

  • het effect van veranderingen in de disconteringsvoet wordt opgenomen in hetzij de verlies- en winstrekening of in overig comprehensive income, te bepalen naar aanleiding van een keuze voor een boekhoudregel;

  • een vereenvoudigde Premium Allocation Approach (PAA) kan worden toegepast voor contracten die voldoen aan specifieke voorwaarden;
  • voor verzekeringscontracten met directe participatie wordt het algemene waarderingsmodel gewijzigd in een Variable Fee Approach (VFA) door wijzigingen in financiële parameters voor de variabele vergoeding aan te passen ten opzichte van de CSM;
  • de presentatie van verzekeringsopbrengsten en verzekeringslasten in het overzicht van comprehensive income is gebaseerd op het concept van de in de periode geleverde diensten;
  • bedragen die de polishouder altijd ontvangt, ongeacht of er zich een verzekerde gebeurtenis voordoet (niet onderscheiden beleggingscompontenten) worden niet opgenomen in de resultatenrekening maar rechtstreeks in de balans verwerkt;
  • de resultaten op verzekeringsdiensten (verdiende opbrengsten minus geleden schadeverliezen) worden afzonderlijk getoond van de financiële verzekeringsopbrengsten of -lasten; en
  • uitgebreide verklaringen om informatie te verstrekken over de verwerkte bedragen vanuit verzekeringscontracten en de aard en omvang van de uit deze contracten voortvloeiende risico's.

Een gecombineerd implementatieproject voor IFRS 9 en IFRS is momenteel gaande. De toepassing van IFRS 9 en IFRS 17 zal grote veranderingen in de jaarrekening volgens IFRS teweegbrengen, en de financiële impact op het eigen vermogen, nettoresultaat en/of overig comprehensive income zal naar verwachting significant zijn. De toepassing van beide standaarden zal tevens van invloed zijn op de toelichtingen bij de jaarrekening volgens de IFRS.

Overige wijzigingen

Andere op handen zijnde wijzigingen, die nog niet zijn goedgekeurd door de EU, zullen naar verwachting geen significante impact hebben op of niet relevant zijn voor de jaarrekening van Ageas Deze wijzigingen betreffen:

  • IFRIC 23: Onzekerheid van inkomstenbelasting;
  • Wijzigingen in IAS 28: Langetermijnbelangen in deelnemingen en Joint Ventures;
  • Wijzigingen in IAS 19: Wijzigingen met betrekking tot de verwerking van een planwijziging, inperking of afwikkeling; en
  • jaarlijkse verbeteringen van IFRS-standaarden (cyclus van 2015- 2017): IFRS 3 Bedrijfscombinaties, IFRS 11 Gezamenlijke overeenkomsten, IAS 12 Inkomstenbelastingen, en IAS 23 Financieringskosten.

3 Schattingen

30 juni 2018

De opstelling van de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas op basis van IFRS vereist een aantal schattingen aan het einde van de verslagperiode. De gehanteerde schattingen en modellen zijn in het algemeen consistent sinds de introductie van IFRS in 2005. Elke schatting brengt van nature een aanzienlijk risico op materiële aanpassingen (positief dan wel negatief) in de boekwaarde van activa en passiva in het komend boekjaar met zich mee.

De belangrijkste schattingen per de verslagdatum worden in de onderstaande tabel weergegeven.

Activa
Voor verkoop beschikbare activa
Onzekerheid schatting
Financiële instrumenten
-
Niveau 2
-
Het waarderingsmodel
-
Inactieve markten
-
Niveau 3
-
Het waarderingsmodel
-
Gebruik niet-marktwaarneembare input
-
Inactieve markten
Vastgoedbeleggingen -
Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde
Vorderingen -
Het waarderingsmodel
-
Parameters als creditspread, looptijd en de rente
Deelnemingen -
Van de beleggingsmix, de activiteiten en de marktontwikkelingen afhankelijke combinatie van onzekerheden
Goodwill -
Het gehanteerde waarderingsmodel
-
Financiële en economische variabelen
-
Disconteringsvoet
-
De aan de entiteit inherente risicopremie
Overige immateriële vaste activa -
Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde
Uitgestelde belastingvorderingen -
Interpretatie van complexe belastingwetgeving
-
Hoogte en tijdstip van toekomstig, belastbaar inkomen
Passiva
Verplichtingen verzekeringscontacten
-
Leven
-
Actuariële aannames
-
Gehanteerde rentecurve bij toereikendheidstoets
-
Herbeleggingsprofiel van de beleggingsportefeuille, kredietrisicospread en looptijd,
bij het bepalen van de shadow LAT aanpassing
-
Niet-Leven
-
Voorzieningen voor voorgevallen maar niet-gerapporteerde schadeclaims
-
Schadebehandelingskosten
-
Finale afhandeling van uitstaande schade claims
Pensioenverplichtingen -
Actuariële aannames
-
Disconteringsvoet
-
Inflatie/salarissen
Voorzieningen -
De waarschijnlijkheid van een huidige verplichting als gevolg van gebeurtenissen in het verleden
-
De berekening van het best geschatte bedrag
Uitgestelde belastingschulden -
Interpretatie van complexe belastingwetgeving
Geschreven putoptie op minderheidsbelang -
Geschatte toekomstige reële waarde
-
Disconteringsvoet

4 Segmentrapportering

Operationele segmenten

De te rapporteren segmenten van Ageas zijn voornamelijk gebaseerd op geografische regio's. Die onderverdeling naar regio's is ingegeven door het feit dat de activiteiten in de bewuste regio's van vergelijkbare aard zijn en dezelfde economische kenmerken delen.

De operationele segmenten zijn:

  • België;
  • Verenigd Koninkrijk (VK);
  • Continentaal Europa;
  • Azië;
  • Herverzekering;
  • Algemene Rekening.

Activiteiten die geen verband houden met verzekeren en eliminatieverschillen binnen de Groep worden los van de verzekeringsactiviteiten gerapporteerd in het operationele segment: Algemene Rekening. De Algemene Rekening omvat activiteiten die geen verband houden met de kernactiviteit verzekeren, zoals groepsfinancieringen en andere activiteiten van de holding. Onder de Algemene Rekening vallen tevens de investering in Royal Park Investments, de verplichtingen uit hoofde van de RPN(I) en de geschreven putoptie op aandelen AG Insurance.

Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme condities die ook beschikbaar zijn voor niet-gerelateerde derden. Eliminaties worden afzonderlijk gerapporteerd.

5 Consolidatiegrondslagen

Dochterondernemingen

In het verkorte geconsolideerde tussentijds financieel verslag van Ageas is de jaarrekening van ageas SA/NV (de 'moedermaatschappij') en haar dochterondernemingen begrepen. Dochterondernemingen zijn die ondernemingen waarin Ageas, direct of indirect, het financiële en operationele beleid kan sturen teneinde voordelen uit deze activiteiten te verwerven ('zeggenschap'). Dochterondernemingen worden geconsolideerd vanaf de datum waarop de effectieve zeggenschap aan Ageas wordt overgedragen en worden van consolidatie uitgesloten vanaf de datum waarop een einde komt aan die zeggenschap. Dochterondernemingen die uitsluitend zijn overgenomen met de bedoeling te worden doorverkocht, worden verantwoord als 'vaste activa aangehouden voor verkoop'. Het resultaat op een deel van een belang in een dochteronderneming zonder verlies van zeggenschap wordt verantwoord in het eigen vermogen.

'Intercompany' transacties (saldi, winsten en verliezen uit transacties tussen ondernemingen van Ageas) worden geëlimineerd.

Bij het beoordelen of Ageas zeggenschap heeft over een andere onderneming worden het bestaan en effect van potentiële stemrechten die thans uitoefenbaar of converteerbaar zijn in aanmerking genomen.

Deelnemingen

Beleggingen in deelnemingen worden verantwoord op basis van de equitymethode. Dit zijn beleggingen waarin Ageas invloed van betekenis heeft zonder overwegende zeggenschap. De belegging wordt verantwoord op basis van het aandeel van Ageas in de netto activa van de deelneming. De initiële verwerving wordt gewaardeerd tegen de kostprijs. Het aandeel van Ageas in het netto-inkomen van het jaar wordt verantwoord als aandeel in het resultaat van deelnemingen, en het aandeel in de rechtstreekse eigenvermogensmutaties na acquisitie wordt verantwoord in het eigen vermogen.

Winsten op transacties tussen Ageas en beleggingen gewaardeerd volgens de equitymethode worden geëlimineerd naar rato van het aandeel van Ageas. Verliezen worden eveneens geëlimineerd, tenzij uit de transactie blijkt dat het overgedragen actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Verliezen worden verantwoord totdat de boekwaarde van de belegging nihil bedraagt. Verdere verliezen worden alleen verantwoord als Ageas een in rechte afdwingbare of een feitelijke verplichting heeft of betalingen heeft verricht namens deze deelneming.

6 Vreemde valuta

In de volgende tabel worden de koersen van de belangrijkste valuta voor Ageas weergegeven.

Koersen aan het einde van de periode Gemiddelde koers
1 euro = 30 juni 2018 31 december 2017 Eerste halfjaar 2018 Eerste halfjaar 2017
Britse pond 0,89 0,89 0,88 0,88
Amerikaanse dollar 1,17 1,20 1,21 1,13
Hongkong, dollar 9,15 9,37 9,49 8,80
Turkse lira 5,34 4,55 4,96 4,12
Chinese yuan renminbi 7,72 7,80 7,71 7,63
Maleisische ringgit 4,71 4,85 4,77 4,85
Filipijnse peso 62,17 59,79 62,94 56,97
Thaise baht 38,57 39,12 38,42 38,30
Vietnamese dong 26.316 27.027 27.778 25.641

2 Overnames en desinvesteringen

De volgende significante overnames en desinvesteringen zijn gedaan in 2018 en 2017. Details over eventuele overnames en desinvesteringen na balansdatum zijn opgenomen in noot 24 Gebeurtenissen na balansdatum.

2.1 Overnames in 2018

Ageas Portugal

In januari 2018 sloot Ocidental Vida, als onderdeel van de diversificatie van de beleggingen in vastgoed, en met de steun van AG Real Estate, in partnership met Sonae Sierra (een bekende en hoog aangeschreven vastgoedontwikkelaar en investeerder gespecialiseerd in shoppingcenters) the overname af van het bedrijf '3Shoppings' voor een bedrag van EUR 43 miljoen. Het bedrijf bezit twee shoppingcenters in twee steden in het noorden van Portugal, Guimarães en Maia. Als onderdeel van de aandeelhoudersovereenkomst bleef Sonae Sierra als de Asset en Property Manager. Ocidental Vida houdt een deelneming aan van 80% en Sonae de resterende 20%.

AG Insurance

In april 2018 verwierf AG Insurance 65% van Salus, de exploitant van vijf bejaardentehuizen in Duitsland. De aankoopprijs bedroeg EUR 57 miljoen, gevolgd door een kapitaalverhoging van EUR 23 miljoen om externe leningen af te lossen.

2.2 Desinvesteringen in 2018

AG Insurance

De verkoop van de deelnemingen North Light en Pole Star binnen AG Real Estate, werd in januari 2018 afgerond. De intrinsieke waarde van deze deelnemingen, EUR 41,8 miljoen, werd op 31 december 2017 reeds geherclassificeerd in voor verkoop aangehouden activa. Het resterende belang van 40% in deze dochterondernemingen werd verkocht voor een bedrag van EUR 82 miljoen, hetgeen een kapitaalwinst van EUR 38,4 miljoen opleverde.

2.3 Overnames in 2017

AG Insurance

In 2017 namen AG Insurance en AG Real Estate diverse kleine ondernemingen over voor een totaalbedrag van ongeveer EUR 50 miljoen. Daarnaast heeft AG Insurance enkele andere overnames en kapitaalverhogingen in deelnemingen uitgevoerd voor een totaalbedrag van circa EUR 20 miljoen.

2.4 Desinvesteringen in 2017

Cargeas Assicurazioni

Ageas bevestigde op 28 december 2017 de verkoop van zijn 50% + 1 aandeel in het aandelenkapitaal van zijn Italiaanse Niet-Levenactiviteiten Cargeas Assicurazioni (Cargeas) aan BNP Paribas Cardif te hebben afgerond. De totale verkoopprijs in contanten bedroeg EUR 178 miljoen.

De verkoop van Cargeas leverde een netto meerwaarde van EUR 77 miljoen op het niveau van Verzekeringen in het segment Continentaal Europa op, evenals EUR 10 miljoen in de Algemene Rekening op Groepsniveau.

De totale nettowinst van Cargeas over de verslagperiode tot de verkoop bedraagt EUR 16,4 miljoen (zie noot 6 Informatie operationele segmenten).

De impact van de verkoop van Cargeas op de Geconsolideerde balans van Ageas op de datum van verkoop was de volgende:

Desinvestering van Cargeas Assicurazioni

Activa Passiva
Geldmiddelen en kasequivalenten 36 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten 551
Financiële beleggingen 515 Schulden 13
Herverzekerings- en overige vorderingen 132 Actuele en uitgestelde belastingen 13
Actuele en uitgestelde belastingvorderingen 17 Overlopende rente en overige verplichtingen 68
Goodwill en overige immateriële vaste activa 96
Overige activa 49 Totaal verplichtingen 645
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 100
Minderheidsbelangen 100
Totaal activa 845 Totaal verplichtingen en eigen vermogen 845

Overige desinvesteringen

In januari 2017 verkocht AG Real Estate 50% van de aandelen in BG1 (eigenaar van het PWC Lux-gebouw in Luxemburg) aan Sogecap voor EUR 71,5 miljoen. Omdat Ageas niet langer de zeggenschap heeft, wordt BG1 niet langer geconsolideerd en is een meerwaarde tegen 100% van EUR 73 miljoen verwerkt. Het overige belang van 50% is nu verantwoord als deelneming.

In januari 2017 verkocht Immo Nation, een dochtermaatschappij van AG Real Estate 100% van zijn aandelen in Fontenay SAS, een magazijn in Frankrijk. De totale verkoopprijs bedroeg EUR 38,4 miljoen waarvan EUR 15,8 miljoen voor de aandelen en EUR 22,6 miljoen voor de herfinanciering van een intragroepslening (verstrekt door Immo Nation) door de koper. Deze transactie leverde een meerwaarde van EUR 7,8 miljoen op.

3 Uitstaande aandelen en winst per aandeel

De onderstaande tabel toont het aantal uitstaande aandelen.

aandelen eigen aandelen
in duizenden uitgegeven aandelen uitstaande
Aantal aandelen per 1 januari 2017 216.570 - 11.232 205.338
Intrekking van aandelen - 7.171 7.171
Netto gekocht/verkocht - 6.507 - 6.507
Gebruikt voor aandelenplannen management 175 175
Aantal aandelen per 31 december 2017 209.400 - 10.394 199.006
Intrekking van aandelen - 6.378 6.378
Netto gekocht/verkocht - 2.284 - 2.284
Gebruikt voor aandelenplannen management 144 144
Aantal aandelen per 30 juni 2018 203.022 - 6.156 196.866

3.1 Uitgegeven aandelen en potentieel aantal aandelen

Met inachtneming van de bepalingen die met betrekking tot ageas SA/NV zijn vastgelegd, voor zover de wet daarin voorziet, en in het belang van de Vennootschap, heeft de Raad van Bestuur van Ageas de goedkeuring van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 16 mei 2018 ontvangen om gedurende een periode van drie jaar (2018-2020) het aandelenkapitaal voor algemene doeleinden met maximaal EUR 148.000.000 uit te breiden.

Uitgaande van een fractiewaarde van EUR 7,40 kan Ageas hiermee maximaal 20.000.000 aandelen uitgeven, wat neerkomt op circa 10% van het totale uitstaande aandelenkapitaal van de Vennootschap. Deze goedkeuring stelt de Vennootschap bovendien in staat om te voldoen

in duizenden

aan de verplichtingen die zijn aangegaan in verband met de uitgifte van de financiële instrumenten. Tevens kunnen aandelen worden uitgegeven ten gevolge van de zogenaamde alternatieve coupon vereffeningsmethode (ACVM), geïntegreerd in bepaalde hybride financiële instrumenten (zie hiervoor noot 23 Voorwaardelijke verplichtingen).

Ageas heeft opties of instrumenten met kenmerken van opties uitgegeven die bij uitoefening kunnen leiden tot een toename van het aantal uitstaande aandelen.

De onderstaande tabel toont het aantal uitgegeven aandelen en het potentiële aantal nieuwe aandelen per 30 juni 2018, na de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.

Aantal aandelen per 30 juni 2018 203.022
Aantal aandelen dat uitgegeven kan worden per Aandeelhoudersvergadering van 16 mei 2018 20.000
In verband met optieplannen
Totaal potentieel aantal aandelen per 30 juni 2018 223.022

Tot het aantal uitstaande aandelen behoren de aandelen die verband houden met het converteerbare instrument FRESH (4,0 miljoen aandelen). De FRESH is een financieel instrument dat in 2002 is uitgegeven door Ageasfinlux SA. Een van de kenmerken van dit instrument is dat de CASHES alleen kunnen worden afgelost door conversie naar 4,0 miljoen aandelen Ageas. Ageasfinlux SA heeft alle noodzakelijke aandelen Ageas verworven om de FRESH af te lossen (waardoor die aandelen ook deel uitmaken van het aantal uitstaande aandelen Ageas). Ageasfinlux SA en Ageas zijn echter overeengekomen dat deze aandelen niet stem- en dividendgerechtigd zijn zolang deze aan de FRESH gekoppeld zijn. Aangezien Ageasfinlux SA een onderdeel van de Ageas Groep is, worden de aandelen uit hoofde van de FRESH behandeld als ingekochte eigen aandelen (zie hieronder) en geëlimineerd tegen het eigen vermogen (zie noot 11 Achtergestelde schulden).

Eigen aandelen

Eigen aandelen zijn uitgegeven gewone aandelen die door Ageas zijn teruggekocht. Deze aandelen worden afgetrokken van het eigen vermogen en worden verantwoord onder overige reserves.

Het totaal aantal eigen aandelen (6,2 miljoen) bestaat uit voor de FRESH aangehouden aandelen (4,0 miljoen) en de overblijvende aandelen die resteren uit het aandeleninkoopprogramma (2,3 miljoen, zie onder), waarvan 0,1 miljoen worden gebruikt voor definitieve toekenningen in het kader van het 'restricted share programme'. Nadere informatie over de FRESH is te vinden in noot 11 Achtergestelde schulden.

Inkoopprogramma eigen aandelen 2017

Ageas presenteerde op 9 augustus 2017 een nieuw inkoopprogramma van eigen aandelen voor EUR 200 miljoen van 21 augustus 2017 tot 3 augustus 2018.

Tussen 21 augustus 2017 en 30 juni 2018 heeft Ageas 4.207.870 aandelen ingekocht, overeenstemmend met 2,07% van het totaal aantal uitstaande aandelen en met een totale waarde van EUR 175,3 miljoen.

Inkoopprogramma eigen aandelen 2016

Ageas kondigde op 10 augustus 2016 een inkoopprogramma van eigen aandelen aan van 15 augustus 2016 tot 4 augustus 2017 voor EUR 250 miljoen.

Op 4 augustus 2017 voltooide Ageas het op 10 augustus 2016 aangekondigde inkoopprogramma. Tussen 15 augustus 2016 en 4 augustus 2017 heeft Ageas 7.002.631 aandelen ingekocht, wat overeenkomt met 3,34% van de totale uitstaande aandelen en een totaalbedrag van EUR 250 miljoen.

De Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 17 mei 2017 keurde de intrekking goed van de resterende 4.751.194 eigen aandelen van het aandeleninkoopprogramma 2015 en de 2.419.328 eigen aandelen die tot 31 december 2016 waren ingekocht in het kader van het aandeleninkoopprogramma 2016.

De Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 16 mei 2018 keurde de intrekking goed van de resterende 4.583.303 eigen aandelen van het aandeleninkoopprogramma 2016 en de 1.924.024 eigen aandelen die tot 31 december 2017 waren ingekocht in het kader van het aandeleninkoopprogramma 2017. Een totaal aantal van 129.577 teruggekochte eigen aandelen worden aangehouden om 'restricted share' programma's voor het senior management af te dekken.

3.2 Dividend- en stemgerechtigde aandelen

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de dividend- en stemgerechtigde aandelen.

in duizenden

Aantal uitgegeven aandelen per 30 juni 2018
Aandelen niet gerechtigd tot dividend en stemrecht:
203.022
Aandelen aangehouden door ageas SA/NV 2.140
Aandelen gerelateerd aan de FRESH (zie Noot 11) 3.968
Aandelen gerelateerd aan CASHES (zie Noot 23) 3.959
Aandelen gerechtigd tot dividend en stemrecht 192.955

BNP Paribas Fortis SA/NV (voorheen Fortis Bank) heeft in 2007 een financieel instrument met de naam CASHES uitgegeven. Een van de kenmerken van dit instrument was dat de CASHES alleen konden worden afgelost door conversie naar 12,5 miljoen aandelen Ageas.

BNP Paribas Fortis SA/NV heeft alle noodzakelijke aandelen Ageas verworven om de CASHES te kunnen aflossen (die aandelen maken ook deel uit van het aantal uitstaande aandelen Ageas). De aandelen met betrekking tot de CASHES die BNP Paribas Fortis SA/NV heeft zijn niet stem- of dividendgerechtigd (zie noot 11 Achtergestelde schulden en noot 23 Voorwaardelijke verplichtingen).

In 2012 deed BNP Paribas een (deels succesvol) bod in contanten op de CASHES en op 6 februari 2012 converteerde BNP Paribas Fortis SA/NV 7.553 ingekochte CASHES van de 12.000 uitstaande CASHES (62,9%) in 7,9 miljoen aandelen Ageas.

Ageas en BNP Paribas hadden een overeenkomst gesloten over de inkoop van de nog uitstaande CASHES door BNP Paribas op voorwaarde dat deze worden geconverteerd in aandelen Ageas. In 2016 zijn 656 CASHES ingekocht en geconverteerd. De overeenkomst tussen Ageas en BNP Paribas liep eind 2016 af. Op dit moment heeft BNP Paribas Fortis SA/NV nog 4,0 miljoen aandelen Ageas verbonden aan de CASHES in bezit.

3.3 Winst per aandeel

In de volgende tabel worden de uitgangspunten voor de bepaling van de winst per aandeel weergegeven.

Eerste halfjaar 2018 Eerste halfjaar 2017
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 441,2 283,6
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor
gewoon resultaat per aandeel (in duizenden) 197.987 203.273
Aanpassingen voor:
- aandelen onder voorwaarden (in duizenden) verwacht te worden toegekend 83 231
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen
voor verwaterd resultaat per aandeel (in duizenden) 198.070 203.504
Gewoon resultaat per aandeel (in euro's per aandeel) 2,23 1,40
Verwaterd resultaat per aandeel (in euro's per aandeel) 2,23 1,39

In de eerste zes maanden van 2017 werden opties op een gewogen gemiddelde van 479.690 aandelen met een gewogen gemiddelde uitoefenprijs van EUR 154,32 per aandeel buiten beschouwing gelaten bij de berekening van de verwaterde winst per aandeel, omdat de uitoefenprijs van de opties aanzienlijk hoger was dan de gemiddelde beurskoers van de aandelen. Op 30 juni 2018 stonden er geen opties meer uit.

Tijdens 2018 en 2017 waren 3,97 miljoen aandelen Ageas afkomstig van de FRESH uitgesloten van de berekening van de verwaterde winst per aandeel aangezien de rente per aandeel bespaard op deze effecten hoger lag dan de gewone winst per aandeel.

De aandelen die uit hoofde van de CASHES zijn uitgegeven, totaal 3,96 miljoen (31 december 2017: 3,96 miljoen), behoren tot de gewone aandelen (zie ook noot 23 Voorwaardelijke verplichtingen). Deze aandelen hebben geen recht op dividend en hebben ook geen stemrechten.

4 Toezicht en solvabiliteit

De Nationale Bank van België (NBB) heeft ageas SA/NV aangemerkt als een Verzekeringsholding. De NBB is de toezichthoudende instantie en ontvangt in die hoedanigheid specifieke rapporten die de basis vormen voor het prudentieel toezicht op het niveau van de groep. In zijn rol van toezichthoudende instantie voor de groep faciliteert de NBB groepstoezicht via een college van toezichthouders. Toezichthouders in de EER-lidstaten waarin Ageas actief is, zijn in dit college vertegenwoordigd. Het college werkt op basis van Europese richtlijnen, waarborgt dat de samenwerking, uitwisseling van informatie en gezamenlijk overleg tussen de toezichthoudende instanties plaatsvindt en bevordert de convergentie van toezichthoudende activiteiten. In juni 2018 kende de NBB ageas SA/NV een licentie toe om herverzekeringsactiviteiten te ontwikkelen. Er zijn voor 30 juni 2018 nog geen herverzekeringsactiviteiten opgestart.

4.1 Vereist en beschikbaar kapitaal onder Solvency II - Partieel Intern Model (Pijler 1)

Sinds 1 januari 2016 is het toezicht op Ageas op geconsolideerd niveau onder het Solvency II-raamwerk. In plaats van de Standaardformule toe te passen gebruikt Ageas het Partieel Intern Model (PIM) voor de Pijler 1-rapportage waarbij het grootste deel van de schadeverzekeringsrisico's worden gemodelleerd aan de hand van Ageas-specifieke formules.

Voor volledig geconsolideerde entiteiten is de consolidatiescope voor Solvency II is vergelijkbaar met de IFRS consolidatiescope. De Europese beleggingen in deelnemingen werden pro-rata opgenomen, zonder enige diversificatievoordelen. Alle niet-Europese deelnemingen (inclusief Turkije) werden uitgesloten van beschikbaar kapitaal en vereist kapitaal, aangezien de toepasselijke solvabiliteitsstelsels niet als gelijkwaardig aan Solvency II worden beschouwd.

In het Partieel Intern Model (PIM) past Ageas overgangsmaatregelen toe inzake de technische voorzieningen in Portugal en Frankrijk, de grandfathering van uitgegeven hybride schuld en de verlenging van rapportagedeadlines op het niveau van de Groep.

De aansluiting van het IFRS eigen vermogen en eigen vermogen onder Solvency II en de resulterende solvabiliteitsratio onder het Partieel Intern Model is de volgende.

30 juni 2018 31 december 2017
IFRS eigen vermogen 11.527,5 10.162,2
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 9.309,8 9.610,9
Minderheidsbelangen 2.217,7 551,3
Achtergestelde verplichtingen die in aanmerking komen 2.275,4 2.261,3
Perimeter wijzigingen aan IFRS waarde - 2.804,8 - 2.781,2
Uitsluiting van verwachte dividenden - 300,5 - 407,4
Proportionele consolidatie - 278,6 - 232,4
Verwijdering uit de balans van beleggingen in deelnemingen - 2.225,7 - 2.141,4
Waarderingsverschillen - 1.418,7 - 1.239,5
Herwaardering van vastgoedinvesteringen 1.776,5 1.629,0
Verwijdering uit de balans van parking concessies - 438,0 - 429,9
Verwijdering uit de balans van goodwill - 604,3 - 604,0
Herwaardering van balansonderdelen gerelateerd aan de verzekeringsactiviteiten - 5.340,3 - 5.048,2
(Technische voorzieningen, bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten kunnen
worden verhaald, de waarde van verworven ondernemingen en uitgestelde overnamekosten)
Herwaardering van activa die onder IFRS 2.855,2 2.947,1
niet aan reëele waarde kunnen worden geboekt
(Obligaties aangehouden tot einde looptijd, leningen, hypotheken)
Belastingimpact op waarderingsverschillen 310,5 256,7
Overige 21,7 9,8
Totaal Solvency II eigen vermogen 9.579,4 8.402,8
Niet in aanmerking komend beschikbaar kapitaal verbonden aan diversificatievoordelen - 223,0
Overig niet in aanmerking komend beschikbaar kapitaal, met name verbonden aan belangen van derden - 1.336,4 - 435,7
Totaal eigen vermogen die in aanmerking komen onder Solvency II 8.243,0 7.744,1
Vereist Kapitaal voor de Groep onder het Partieel Intern Model (SCR) – (niet beoordeeld) 4.010,5 4.062,4
Kapitaalratio 205,5% 190,6%
30 juni 2018 31 december 2017
Totaal in aanmerking komend eigen vermogen
volgens Solvency II, waarvan: 8.243,0 7.744,1
Tier 1 5.789,4 5.315,0
Tier 1 beperkt 1.447,4 1.328,8
Tier 2 895,7 999,9
Tier 3 110,5 100,4

Per 30 juni 2018 is de berekening van het Solvency II In aanmerking komend groepsvermogen veranderd.

Niet in aanmerking komend beschikbaar kapitaal verbonden aan diversificatievoordelen

Tot en met het eerste kwartaal van 2018 bracht Ageas zijn niet in aanmerking komend beschikbaar kapitaal terug met een bedrag dat gelijk is aan het diversificatievoordeel dat voortvloeit uit consolidatie bij het berekenen van de SCR van de groep. Daarbij werd rekening gehouden met het feit dat het moeilijk zou zijn de voordelen van groepsdiversificatie van de geconsolideerde werkmaatschappijen door te laten stromen naar de groep als de lokale solvabiliteitsratio's hierdoor zouden dalen tot onder 100%.

Vanaf het tweede kwartaal van 2018 nam Ageas dit niet in aanmerking komende beschikbare kapitaal niet langer op; in juni 2018 werd aan ageas SA/NV een herverzekeringslicentie toegekend door de Nationale Bank van België. Met deze licentie zal de Groep interne herverzekeringstransacties kunnen afsluiten om lokale SCR's te beheren. Dientengevolge is Ageas in staat de fungibiliteit van lokaal eigen vermogen te beïnvloeden.

Overig niet in aanmerking komend beschikbaar kapitaal, met name verbonden aan belangen van derden

De geschreven putoptie op aandelen AG Insurance in bezit van BNP Paribas Fortis SA/NV verviel op 30 juni 2018, zonder te zijn uitgeoefend (zie Noot 15 Verplichtingen gerelateerd aan geschreven putopties NCI). De verplichting is onder Solvency II op groepsniveau vrijgevallen ten voordele van het in aanmerking komend eigen vermogen.

Zolang de putoptie werd opgenomen, heeft Ageas gerapporteerd alsof het 100% van AG Insurance bezat. Nu dat de verplichting aangaande de putopie werd vrijgegeven, is Ageas begonnen met het opnemen van het niet in aanmerking komende beschikbaar kapitaal verbonden aan het belang van derden aangehouden door BNP Paribas Fortis. Hierdoor steeg het niet-beschikbare bedrag.

De solvabiliteitskapitaalvereisten kunnen als volgt worden samengevat:

30 juni 2018 31 december 2017
Marktrisico 4.811,9 4.835,0
Tegenpartijrisico 313,6 333,8
Verzekeringstechnisch risico Leven 630,3 669,7
Ziekteverzekeringstechnisch risico 336,7 382,3
Niet-leven verzekeringstechnisch risico 702,1 697,3
Diversificatie tussen de hierboven vermelde risico's - 1.362,8 - 1.428,1
Niet-diversifieerbare risico's 662,0 658,8
Absorberend vermogen van technische voorzieningen om verliezen te compenseren - 1.206,6 - 1.188,7
Absorberend vermogen van uitgestelde belastingen om verliezen te compenseren
Vereist Kapitaal voor de Groep volgens het Partieel Intern Model (SCR) - (niet
- 876,7 - 897,7
beoordeeld) 4.010,5 4.062,4
Impact van Schade Intern Model op Niet-Leven Verzekeringstechnisch Risico 393,9 359,3
Impact van Schade Intern Model op Diversificatie tussen risico's - 217,8 - 209,3
Impact van Schade intern Model op correctie voor het vermogen via Uitgestelde Belastingen 8,9 8,3
Vereist kapitaal voor de Groep volgens de standaardformule van SII 4.195,5 4.220,7

4.2 Kapitaalbeheer Ageas onder Solvency II – SCR ageas (Pijler 2 – niet beoordeeld)

Ageas is van mening dat een sterke kapitaalbasis in de individuele verzekeringsactiviteiten een noodzaak is, enerzijds als een competitief voordeel en anderzijds omdat het nodig is om de geplande groei te financieren.

Voor zijn kapitaalbeheer hanteert Ageas een interne benadering gebaseerd op het Partieel Intern Model met een aangepast spreadrisico, waarbij een Intern Model wordt toegepast voor Vastgoed en overgangsmaatregelen worden verwijderd (met uitzondering van de grandfathering van uitgegeven hybride schuld en de verlenging van rapportagedeadlines). Onder deze aanpassing wordt het spreadrisico berekend op het fundamenteel gedeelte van het spreadrisico voor alle obligaties.

Dit betekent een SCR-last voor EU-overheidsobligaties en verlaagt het spreadrisico voor alle andere obligaties. De technische voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde met gebruik van een rentecurve zoals voorgeschreven door EIOPA. In plaats van de standaard volatiliteitsaanpassing passen de ondernemingen een bedrijfsspecifieke volatiliteitsaanpassing toe, of gebruiken een model voor verwachtverlies-model gebaseerd op de samenstelling van hun specifieke activaportefeuille. Deze SCR wordt SCRageas genoemd.

De aansluiting van het Partieel Intern Model SCR met de SCRageas is de volgende:

30 juni 2018 31 december 2017
Partieel Intern Model SCR Groep 4.010,5 4.062,4
Uitsluiting van Algemene Rekening - 77,0 - 74,3
Partieel Intern Model SCR Verzekeringsactiviteiten 3.933,5 3.988,1
Impact van Intern Model Vastgoed - 283,9 - 303,4
Bijkomend Spreadrisico 134,6 273,9
Min diversificatie 29,0 23,9
Min correctie technische voorziening - 24,9 - 104,6
Min Beperking correctie voor het vermogen van uitgesteld belastingverlies 46,2 56,2
SCR ageas 3.834,5 3.934,1
xxx
30 juni 2018 31 december 2017
In aanmerking komend groepsvermogen volgens
Solvency II gebaseerd op Partieel Intern Model 8.243,0 7.744,1
Uitsluiting van Algemene Rekening - 486,1 - 90,6
Herwaardering technische voorziening - 231,9 - 161,1
Opname van parkeerconcessies 217,4 212,4
Herberekening van niet in aanmerking komend beschikbaar kapitaal 15,4 8,4
Volgens Solvency II In aanmerking komend groepsvermogen
van verzekeringsactiviteiten onder Solvency II - SCRageas 7.757,8 7.713,2

Kapitaalpositie Ageas per segment, gebaseerd op de SCRageas.

30 juni 2018 31 december 2017
Eigen Solvabiliteit Eigen Solvabiliteit
vermogen SCR ratio vermogen SCR ratio
België 6.692,7 2.856,7 234,3% 6.858,7 2.890,3 237,3%
VK 768,0 499,2 153,8% 761,7 517,5 147,2%
Continentaal Europa 1.348,3 626,7 215,2% 1.393,2 673,7 206,8%
Herverzekering 113,1 41,7 271,3% 116,6 48,0 242,9%
Niet in aanmerking komend beschikbaar kapitaal/Diversificatie - 1.164,3 - 189,8 - 1.417,0 - 195,4
Totaal Verzekering 7.757,8 3.834,5 202,3% 7.713,2 3.934,1 196,1%
Impact van de opname van de Algemene Rekening 487,6 79,3 160,7 76,1
Totaal Ageas 8.245,4 3.913,8 210,7% 7.873,9 4.010,2 196,3%

De Target kapitaalratio gebaseerd op SCRageas op het volledige Verzekeringsniveau werd vastgelegd op 175%.

5 Verbonden partijen

Per 30 juni 2018 waren er geen uitstaande leningen, kredieten of bankgaranties verstrekt aan leden van de Raad van Bestuur en uitvoerende managers, aan naaste familieleden van leden van de Raad van Bestuur dan wel aan naaste familieleden van uitvoerende managers. Ten opzichte van het boekjaar eindigend op 31 december 2017 zijn er geen wijzigingen in de transacties met verbonden partijen.

6 Informatie operationele segmenten

6.1 Algemene informatie

De te rapporteren segmenten van Ageas zijn voornamelijk gebaseerd op geografische regio's, de resultaten zijn gebaseerd op IFRS. Die onderverdeling naar regio's is ingegeven door het feit dat de activiteiten in de bewuste regio's van vergelijkbare aard zijn en dezelfde economische kenmerken delen.

Operationele segmenten

Ageas is georganiseerd in zes operationele segmenten:

  • België;
  • Verenigd Koninkrijk (VK);
  • Continentaal Europa;
  • Azië;
  • Herverzekering;
  • Algemene Rekening.

Activiteiten die geen verband houden met verzekeren en eliminatieverschillen binnen de Groep worden los van de verzekeringsactiviteiten gerapporteerd in het zesde operationele segment: Algemene Rekening.

In het eerste halfjaar van 2018 deden zich geen wijzigingen voor in de operationele segmenten.

6.2 Resultatenrekening per operationeel segment

Ver- Totaal
Continentaal Her- zekeringen Ver- Algemene Groep
Eerste halfjaar 2018 België VK Europa Azië verzekering Eliminaties zekeringen Rekening Eliminaties Totaal
Baten
Bruto premies
-
2.648,8 722,0 965,2 29,3 - 29,3 4.336,0 - 0,6 4.335,4
Wijziging in niet-verdiende premies
-
- 92,2 19,1 - 19,3 - 92,4 - 92,4
Uitgaande herverzekeringspremies
-
- 32,1 - 57,4 - 47,8 - 14,2 29,3 - 122,2 - 122,2
Netto verdiende premies 2.524,5 683,7 898,1 15,1 4.121,4 - 0,6 4.120,8
Rentebaten, dividenden en
overige beleggingsbaten 1.226,9 28,3 101,9 0,8 1.357,9 12,1 - 15,7 1.354,3
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) 8,6 8,6
Resultaat op verkoop en waarderingen 131,0 3,8 16,5 151,3 2,7 - 0,2 153,8
Baten uit beleggingen inzake
unit-linked contracten - 71,2 39,3 - 31,9 - 31,9
Aandeel in het resultaat
van deelnemingen 8,9 4,5 10,9 183,0 207,3 - 0,2 0,1 207,2
Commissiebaten 98,0 6,9 57,3 1,0 - 1,2 162,0 162,0
Overige baten 78,1 26,0 8,9 0,4 - 0,2 113,2 2,7 - 7,7 108,2
Totale baten 3.996,2 753,2 1.132,9 183,4 16,9 - 1,4 6.081,2 25,9 - 24,1 6.083,0
Kosten
Schadelasten en uitkeringen, bruto
-
- 2.637,5 - 430,3 - 793,4 - 9,8 8,1 - 3.862,9 0,6 - 3.862,3
Schadelasten en uitkeringen,
-
aandeel herverzekeraars 9,1 5,1 27,2 - 0,3 - 8,1 33,0 33,0
Schadelasten en uitkeringen, netto - 2.628,4 - 425,2 - 766,2 - 10,1 - 3.829,9 0,6 - 3.829,3
Lasten inzake unit-linked contracten 55,4 - 68,7 - 13,3 - 13,3
Financieringslasten - 48,5 - 7,9 - 7,3 - 63,7 - 10,5 15,5 - 58,7
Wijzigingen in bijzondere
waardeverminderingen - 14,6 - 3,7 - 18,3 0,1 - 18,2
Wijzigingen in voorzieningen 0,6 - 0,5 0,1 - 0,2 - 0,1
Commissielasten - 317,4 - 130,1 - 86,3 - 3,3 1,0 - 536,1 - 536,1
Personeelskosten - 268,4 - 76,2 - 36,1 - 10,0 - 390,7 - 17,3 - 408,0
Overige lasten - 392,7 - 77,0 - 76,2 - 3,4 - 1,4 0,4 - 550,3 - 23,9 7,8 - 566,4
Totale lasten - 3.614,0 - 716,4 - 1.045,0 - 13,4 - 14,8 1,4 - 5.402,2 - 51,9 24,0 - 5.430,1
Resultaat voor belastingen 382,2 36,8 87,9 170,0 2,1 679,0 - 26,0 - 0,1 652,9
Belastingbaten (lasten) - 77,4 - 6,3 - 19,5 - 103,2 - 8,1 - 111,3
Nettoresultaat over de periode 304,8 30,5 68,4 170,0 2,1 575,8 - 34,1 - 0,1 541,6
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 85,0 15,4 100,4 100,4
Nettoresultaat toewijsbaar
aan de aandeelhouders 219,8 30,5 53,0 170,0 2,1 475,4 - 34,1 - 0,1 441,2
Totale baten van externe klanten 4.002,4 762,0 1.136,9 183,3 6.084,6 - 1,6 6.083,0
Totale baten intern - 6,2 - 8,8 - 4,0 0,1 16,9 - 1,4 - 3,4 27,5 - 24,1
Totale baten 3.996,2 753,2 1.132,9 183,4 16,9 - 1,4 6.081,2 25,9 - 24,1 6.083,0
Overige niet-geldelijke lasten
anders dan afschrijvingen - 119,2 - 0,8 - 120,0 - 0,2 - 120,2

Het brutopremie-inkomen (som van brutopremies en premies uit beleggingscontracten zonder 'discretionaire winstdelingscomponent' kan als volgt worden gepresenteerd.

Ver- Totaal
Continentaal Her- zekeringen 'ver- Algemene Groep
Eerste halfjaar 2018 België VK Europa Azië verzekering Eliminaties zekeringen Rekening Eliminaties Totaal
Bruto premies 2.648,8 722,0 965,2 29,3 - 29,3 4.336,0 - 0,6 4.335,4
Premies inzake beleggingscontracten 539,6 195,7 735,3 735,3
Brutopremie-inkomen 3.188,4 722,0 1.160,9 29,3 - 29,3 5.071,3 - 0,6 5.070,7
Ver- Totaal
Continentaal Her- zekeringen Ver- Algemene Groep
Eerste halfjaar 2017 België VK Europa Azië verzekering Eliminaties zekeringen Rekening Eliminaties Totaal
Baten
Bruto premies
-
2.508,1 830,9 932,7 24,2 - 24,2 4.271,7 - 0,6 4.271,1
Wijziging in niet-verdiende premies
-
- 83,7 - 16,5 - 17,5 - 117,7 - 117,7
Uitgaande herverzekeringspremies
-
- 31,5 - 51,7 - 52,9 - 13,2 24,2 - 125,1 - 125,1
Netto verdiende premies 2.392,9 762,7 862,3 11,0 4.028,9 - 0,6 4.028,3
Rentebaten, dividenden en
overige beleggingsbaten 1.254,1 30,8 117,0 0,7 1.402,6 13,6 - 15,6 1.400,6
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) - 121,9 - 121,9
Resultaat op verkoop en waarderingen 130,7 21,7 - 3,9 148,5 - 0,6 147,9
Baten uit beleggingen inzake
unit-linked contracten 152,5 248,0 400,5 400,5
Aandeel in het resultaat van
deelnemingen - 1,9 7,8 14,7 127,3 147,9 1,1 149,0
Commissiebaten 70,3 36,8 61,5 1,0 - 0,3 169,3 169,3
Overige baten 59,7 - 4,2 2,4 - 1,3 56,6 3,0 - 6,8 52,8
Totale baten 4.058,3 855,6 1.302,0 127,3 12,7 - 1,6 6.354,3 - 104,8 - 23,0 6.226,5
Kosten
Schadelasten en uitkeringen, bruto
-
- 2.430,4 - 771,5 - 722,1 - 14,9 - 0,6 - 3.939,5 0,6 - 3.938,9
Schadelasten en uitkeringen,
-
aandeel herverzekeraars 0,6 223,8 20,8 9,3 0,4 254,9 254,9
Schadelasten en uitkeringen, netto - 2.429,8 - 547,7 - 701,3 - 5,6 - 0,2 - 3.684,6 0,6 - 3.684,0
Lasten inzake unit-linked contracten - 166,0 - 261,5 - 427,5 - 427,5
Financieringslasten - 53,4 - 5,0 - 5,4 - 63,8 - 11,0 15,5 - 59,3
Wijzigingen in bijzondere
waardeverminderingen - 4,7 - 2,3 - 7,0 - 7,0
Wijzigingen in voorzieningen - 0,1 0,6 0,5 0,1 0,6
Commissielasten - 320,4 - 152,4 - 100,0 - 2,8 0,4 - 575,2 - 575,2
Personeelskosten - 255,3 - 83,9 - 45,3 - 11,9 - 396,4 - 13,6 - 410,0
Overige lasten - 363,7 - 55,1 - 78,5 - 2,3 - 1,2 1,4 - 499,4 - 23,8 6,8 - 516,4
Totale lasten - 3.593,4 - 844,1 - 1.193,7 - 14,2 - 9,6 1,6 - 5.653,4 - 48,3 22,9 - 5.678,8
Resultaat voor belastingen 464,9 11,5 108,3 113,1 3,1 700,9 - 153,1 - 0,1 547,7
Belastingbaten (lasten) - 109,2 - 0,3 - 28,4 - 137,9 - 7,9 - 145,8
Nettoresultaat over de periode 355,7 11,2 79,9 113,1 3,1 563,0 - 161,0 - 0,1 401,9
Toewijsbaar aan de
minderheidsbelangen 96,7 21,6 - 118,3 118,3
Nettoresultaat toewijsbaar aan
de aandeelhouders 259,0 11,2 58,3 113,1 3,1 444,7 - 161,0 - 0,1 283,6
Totale baten van externe klanten 4.063,5 862,7 1.304,9 127,3 6.358,4 - 143,0 6.215,4
Totale baten intern - 5,2 - 7,1 - 2,9 12,7 - 1,6 - 4,1 38,2 - 23,0 11,1
Totale baten 4.058,3 855,6 1.302,0 127,3 12,7 - 1,6 6.354,3 - 104,8 - 23,0 6.226,5
Overige niet-geldelijke lasten
anders dan afschrijvingen - 50,1 - 50,1 0,1 - 50,0

Het brutopremie-inkomen (som van brutopremies en premies uit beleggingscontracten zonder 'discretionaire winstdelingscomponent' kan als volgt worden gepresenteerd.

Ver- Totaal
Continentaal Her- zekeringen ver- Algemene Groep
Eerste halfjaar 2017 België VK Europa Azië verzekering Eliminaties zekeringen Rekening Eliminaties Totaal
Bruto premies 2.508,1 830,9 932,7 24,2 - 24,2 4.271,7 - 0,6 4.271,1
Premies inzake beleggingscontracten 415,5 501,0 916,5 916,5
Brutopremie-inkomen 2.923,6 830,9 1.433,7 24,2 - 24,2 5.188,2 - 0,6 5.187,6

6.3 Operationeel resultaat Verzekeringen

Voor de analyse van de verzekeringsresultaten maakt Ageas gebruik van het concept operationeel resultaat.

Het operationeel resultaat omvat de netto verdiende premies, commissies en gealloceerde beleggingsopbrengsten en gerealiseerde meer- of minderwaarden, na aftrek van nettoschadelasten, uitkeringen en alle operationele lasten, inclusief de kosten voor schadeafhandeling, beleggingskosten, commissies en andere lasten, gealloceerd aan verzekerings- en/of beleggingscontracten. Het verschil tussen het operationele resultaat en de winst voor belastingen omvat alle opbrengsten en kosten die niet onder verzekerings- en/of beleggingscontracten worden verantwoord en derhalve ook niet in het operationele resultaat of resultaat van niet-geconsolideerde partnerships is verwerkt. De definities van de alternatieve prestatiemaatstaven worden onder de tabellen toegelicht.

Binnen de diverse verzekeringssegmenten worden de Leven- en Niet-Levenactiviteiten afzonderlijk beheerd. Tot de Leven-activiteiten behoren onder meer verzekeringscontracten die risico's dekken gerelateerd aan leven en overlijden van personen. Het segment Leven omvat daarnaast beleggingscontracten met en zonder discretionaire winstdeling (DPF). Het segment Niet-leven bestaan uit vier onderdelen: Ongevallen- en Ziekteverzekeringen, Autoverzekeringen, Brandverzekeringen en Overige schade aan eigendommen (die het risico dekken van schade aan eigendommen dan wel verplichtingen inzake claims) en Overige verzekeringen.

Het operationele resultaat voor de verschillende segmenten en productlijnen en de reconciliatie met de winst voor belastingen wordt hieronder getoond.

Ver- Totaal
Continentaal Her- zekeringen Ver- Algemene Totaal
Eerste halfjaar 2018 België VK Europa Azië verzekering Eliminaties zekeringen Rekening Eliminaties Ageas
Brutopremie-inkomen Leven 2.109,7 817,0 2.926,7 2.926,7
Brutopremie-inkomen Niet-leven 1.078,7 722,0 343,9 29,3 - 29,3 2.144,6 - 0,6 2.144,0
Operationele kosten - 285,0 - 120,2 - 84,6 - 1,3 - 491,1 - 491,1
Gegarandeerde producten
-
257,7 48,5 306,2 306,2
Unit linked producten
-
17,6 4,7 22,3 22,3
Operationeel resultaat Leven 275,3 53,2 328,5 328,5
Ongevallen en ziekte
-
0,8 - 1,1 19,3 0,3 19,3 19,3
Auto
-
42,9 59,5 0,5 102,9 102,9
Brand en overige schade aan eigendommen
-
- 10,4 - 22,6 6,8 0,3 - 25,9 - 25,9
Overig
-
31,2 - 2,8 0,5 0,7 29,6 29,6
Operationeel resultaat Niet-leven 64,5 33,0 27,1 1,3 125,9 125,9
Operationeel resultaat 339,8 33,0 80,3 1,3 454,4 454,4
Aandeel in het resultaat
van deelnemingen, niet gealloceerd 4,5 10,9 183,0 198,4 - 0,2 198,2
Overig resultaat, inclusief brokerage 42,4 - 0,7 - 3,3 - 13,0 0,8 26,2 - 25,8 - 0,1 0,3
Resultaat voor belastingen 382,2 36,8 87,9 170,0 2,1 679,0 - 26,0 - 0,1 652,9
Key performance indicators Leven
Netto onderschrijvingsmarge 0,01% 0,18% 0,04% 0,04%
Beleggingsmarge 0,97% 0,50% 0,88% 0,88%
Operationele marge 0,98% 0,68% 0,92% 0,92%
Operationele marge
-
Gegarandeerde producten 1,08% 1,21% 1,10% 1,10%
Operationele marge
-
Unit linked producten 0,43% 0,12% 0,28% 0,28%
Operationele kosten Leven in % van
Technische verplichtingen Leven
(op jaarbasis) 0,40% 0,37% 0,40% 0,40%
Key performance indicators Niet-leven
Kostenratio 37,6% 36,8% 29,5% 23,9% 36,1% 36,1%
Schaderatio 61,2% 62,2% 62,1% 67,4% 61,7% 61,7%
Combined ratio 98,8% 99,0% 91,6% 91,3% 97,8% 97,8%
Operationele marge 6,7% 4,8% 9,3% 8,7% 6,5% 6,5%
Technische voorzieningen 62.041,3 2.732,4 17.073,5 27,6 - 18,3 81.856,5 - 8,1 81.848,4
Ver- Totaal
Continentaal Her- zekeringen Ver- Algemene Totaal
Eerste halfjaar 2017 België VK Europa Azië verzekering Eliminaties zekeringen Rekening Eliminaties Ageas
Brutopremie-inkomen Leven 1.891,1 1.002,9 2.894,0 2.894,0
Brutopremie-inkomen Niet-leven 1.032,5 830,9 430,8 24,2 - 24,2 2.294,2 - 0,6 2.293,6
Operationele kosten - 274,9 - 119,9 - 105,3 - 1,1 - 501,2 - 501,2
Gegarandeerde producten
-
265,5 52,6 318,1 318,1
Unit linked producten
-
11,2 7,5 18,7 18,7
Operationeel resultaat Leven 276,7 60,1 336,8 336,8
Ongevallen en ziekte
-
17,0 - 0,3 23,7 40,4 40,4
Auto
-
66,3 4,0 - 2,8 1,4 68,9 68,9
Brand en overige schade aan
-
eigendommen 49,1 6,3 12,3 0,7 68,4 68,4
Overig
-
13,7 - 6,3 9,1 0,3 16,8 16,8
Operationeel resultaat Niet-leven 146,1 3,7 42,3 2,4 194,5 194,5
Operationeel resultaat 422,8 3,7 102,4 2,4 531,3 531,3
Aandeel in het resultaat van deelnemingen,
niet gealloceerd 7,8 14,7 127,3 149,8 1,1 150,9
Overig resultaat, inclusief brokerage 42,1 - 8,8 - 14,2 0,7 19,8 - 154,2 - 0,1 - 134,5
Resultaat voor belastingen 464,9 11,5 108,3 113,1 3,1 700,9 - 153,1 - 0,1 547,7
Key performance indicators Leven
Netto onderschrijvingsmarge - 0,04% 0,28% 0,03% 0,03%
Beleggingsmarge 1,04% 0,51% 0,92% 0,92%
Operationele marge 1,00% 0,79% 0,95% 0,95%
Operationele marge
-
Gegarandeerde producten 1,10% 1,33% 1,14% 1,14%
Operationele marge Unit linked producten
-
0,30% 0,20% 0,25% 0,25%
Operationele kosten Leven in % van
Technische verplichtingen Leven
(op jaarbasis) 0,38% 0,40% 0,39% 0,39%
Key performance indicators Niet-leven
Kostenratio 38,3% 33,9% 28,8% 26,4% 34,9% 34,9%
Schaderatio 52,0% 71,8% 61,7% 51,3% 61,0% 61,0%
Combined ratio 90,3% 105,7% 90,5% 77,7% 95,9% 95,9%
Operationele marge 15,9% 0,5% 11,3% 22,3% 9,4% 9,4%
Technische voorzieningen 62.322,8 2.883,1 17.271,9 24,9 - 14,0 82.488,7 - 8,7 82.480,0

Definities van alternatieve resultaatmaatstaven in de tabellen:

verzekeringsverplichtingen, beide gecorrigeerd voor herverzekering. Het resultaat wordt weergegeven onder aftrek van
schadeafhandelingskosten, algemene kosten, provisies en herverzekering.
Netto-onderschrijvingsmarge : Voor Leven het netto-onderschrijvingsresultaat op jaarbasis, gedeeld door de gemiddelde nettoverzekeringsverplichtingen Leven tijdens
de verslagperiode. Voor Niet-leven het netto-onderschrijvingsresultaat gedeeld door de netto verdiende premie.
Nettobeleggingsresultaat : De som van beleggingsopbrengsten en gerealiseerde meer- of minderwaarden op activa die verzekeringsverplichtingen dekken, na aftrek
van de hieraan verbonden beleggingskosten. De beleggingsresultaten voor Leven worden daarnaast gecorrigeerd voor het aan de
polishouders als technische rente en winstdeling toegewezen bedrag. Het beleggingsresultaat voor Ongevallen & Leven (onderdeel van
Niet-leven) wordt ook gecorrigeerd voor de opgelopen technische rente van de verzekeringsverplichtingen.
Nettobeleggingsmarge : Voor Leven het beleggingsresultaat op jaarbasis, gedeeld door de gemiddelde nettoverzekeringsverplichtingen Leven tijdens de
verslagperiode. Voor Niet-leven het nettobeleggingsresultaat gedeeld door de netto verdiende premie.
Netto operationeel resultaat : De som van het netto-onderschrijvingsresultaat, beleggingsresultaat en overige aan de verzekerings- en/of beleggingscontracten
toegewezen resultaten. Het verschil tussen het operationele resultaat en de winst voor belastingen omvat alle opbrengsten en kosten die
niet onder de verzekerings- en/of beleggingscontracten worden verantwoord en derhalve ook niet in het operationele resultaat of resultaat
van niet-geconsolideerde partnerships is verwerkt.
Netto operationele marge : Voor leven het operationele resultaat op jaarbasis voor de periode, gedeeld door de gemiddelde nettoverzekeringsverplichtingen Leven.
Voor Niet-leven het operationele resultaat gedeeld door de netto verdiende premie.
Netto verdiende premies : De premies Niet-Leven die de risico's voor de huidige periode dekken, verrekend met de premies betaald aan herverzekeraars en mutatie
in reserves voor niet verdiende premies.
Lastenratio : De lasten als percentage van de netto verdiende premies. De lasten omvatten de interne kosten van schadeafhandelingscommissies,
onder aftrek van herverzekering.
Schaderatio : De kosten van claims, onder aftrek van herverzekering, als percentage van de netto verdiende premies.
Combined ratio : Een maatstaf voor de winstgevendheid in Niet-leven, de verhouding tussen de totale kosten van de verzekeraar en de netto verdiende
premies. Dit zijn de totale lasten van de verzekeraar als percentage van de netto verdiende premies. Dit is de som van de schade- en de
lastenratio.

Netto-onderschrijvingsresultaat: Het verschil tussen de netto verdiende premies en de som van de werkelijke schade-uitkeringen en de mutatie van de

Toelichting op de

geconsolideerde balans

7 Financiële beleggingen

De samenstelling van de financiële beleggingen is als volgt.

30 juni 2018 31 december 2017
Financiële beleggingen
-
Tot einde looptijd aangehouden
4.505,5 4.559,5
-
Voor verkoop beschikbaar
58.369,5 58.761,6
-
Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening
267,4 220,2
-
Afgeleide financiële instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden
7,3 35,8
Totaal bruto 63.149,7 63.577,1
Bijzondere waardeverminderingen:
-
op voor verkoop beschikbare beleggingen
- 205,1 - 204,3
Totaal bijzondere waardeverminderingen - 205,1 - 204,3
Totaal 62.944,6 63.372,8

Zie noot 16 Derivaten voor nadere informatie over voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten.

7.1 Beleggingen tot einde looptijd aangehouden

Staats- Bedrijfsschuldeffecten
obligaties Effecten Totaal
Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 1 januari 2017 4.641,4 73,9 4.715,3
Einde looptijd - 88,4 - 75,0 - 163,4
Amortisatie 6,5 1,1 7,6
Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 31 december 2017 4.559,5 4.559,5
Einde looptijd - 49,7 - 49,7
Verkopen - 5,9 - 5,9
Amortisatie 1,6 1,6
Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 30 juni 2018 4.505,5 4.505,5
Reële waarde op 31 december 2017 6.780,0 6.780,0
Reële waarde op 30 juni 2018 6.649,8 6.649,8

De reële waarde van overheidsobligaties geclassificeerd als beleggingen aangehouden tot einde looptijd is gebaseerd op genoteerde prijzen in actieve markten (niveau 1) en de reële waarde van schuldeffecten van bedrijven geclassificeerd als beleggingen aangehouden tot einde looptijd is gebaseerd op niet-observeerbare inputs (tegenpartij quotes, niveau 3).

In de volgende tabel worden de overheidsobligaties aangemerkt als beleggingen tot einde looptijd aangehouden uitgesplitst naar land van uitgifte.

Historische/ Reële
30 juni 2018 geamortiseerde kostprijs waarden
Belgische overheid 4.331,9 6.414,0
Portugese overheid 173,6 235,8
Totaal 4.505,5 6.649,8
31 december 2017
Belgische overheid 4.335,5 6.486,9
Portugese overheid 224,0 293,1

Totaal 4.559,5 6.780,0

7.2 Voor verkoop beschikbare beleggingen

De reële waarde en geamortiseerde kostprijs alsmede de hieraan gerelateerde ongerealiseerde winsten en verliezen en bijzondere waardeverminderingen op de voor verkoop beschikbare beleggingen is als volgt.

Historische/ Bruto Bruto Bijzondere
geamortiseerde ongerealiseerd ongerealiseerd Totaal waarde Reële
30 juni 2018 kostprijs winsten verliezen bruto verminderingen waarden
Overheidsobligaties 27.770,6 5.218,8 - 50,8 32.938,6 32.938,6
Bedrijfsobligaties 19.277,3 1.287,5 - 53,4 20.511,4 - 20,3 20.491,1
Gestructureerde kredietinstrumenten 49,0 4,5 53,5 - 0,1 53,4
Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties 47.096,9 6.510,8 - 104,2 53.503,5 - 20,4 53.483,1
Private equity en durfkapitaal 66,9 16,2 83,1 83,1
Aandelen 4.173,8 662,5 - 60,4 4.775,9 - 184,7 4.591,2
Overige beleggingen 7,0 7,0 7,0
Voor verkoop beschikbare beleggingen in
aandelen en overige beleggingen 4.247,7 678,7 - 60,4 4.866,0 - 184,7 4.681,3

Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen 51.344,6 7.189,5 - 164,6 58.369,5 - 205,1 58.164,4

Historische/
geamortiseerde
Bruto
ongerealiseerd
Bruto
ongerealiseerd
Totaal Bijzondere
waarde
Reële
31 december 2017 kostprijs winsten verliezen bruto verminderingen waarden
Overheidsobligaties 27.647,1 5.355,2 - 60,6 32.941,7 32.941,7
Bedrijfsobligaties 19.177,9 1.547,0 - 18,7 20.706,2 - 20,3 20.685,9
Gestructureerde kredietinstrumenten 58,5 13,9 - 0,1 72,3 - 0,1 72,2
Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties 46.883,5 6.916,1 - 79,4 53.720,2 - 20,4 53.699,8
Private equity en durfkapitaal 67,7 5,7 73,4 73,4
Aandelen 4.168,1 814,0 - 21,0 4.961,1 - 183,9 4.777,2
Overige beleggingen 6,9 6,9 6,9
Voor verkoop beschikbare beleggingen in
aandelen en overige beleggingen 4.242,7 819,7 - 21,0 5.041,4 - 183,9 4.857,5
Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen 51.126,2 7.735,8 - 100,4 58.761,6 - 204,3 58.557,3

Een bedrag van EUR 1.282,2 miljoen van de voor verkoop beschikbare beleggingen is aangehouden als onderpand (31 december 2017: EUR 1.044,8 miljoen) (zie ook noot 12 Leningen).

De waardering van Voor verkoop beschikbare beleggingen is gebaseerd op:

  • Niveau 1: genoteerde prijzen in actieve markten;
  • Niveau 2: waarneembare marktgegevens in actieve markten;
  • Niveau 3: niet-waarneembare gegevens (prijzen van tegenpartijen).

De waarderingen zijn als volgt.

30 juni 2018 Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Overheidsobligaties 32.906,6 32,0 32.938,6
Bedrijfsobligaties 19.221,8 792,3 477,0 20.491,1
Gestructureerde kredietinstrumenten 40,9 1,4 11,1 53,4
Aandelen, private equity en overige beleggingen 2.788,9 1.221,7 670,7 4.681,3
Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen 54.958,2 2.047,4 1.158,8 58.164,4
XXX
31 december 2017 Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Overheidsobligaties 32.893,7 48,0 32.941,7
Bedrijfsobligaties 19.784,1 826,4 75,4 20.685,9
Gestructureerde kredietinstrumenten 57,7 1,4 13,1 72,2
Aandelen, private equity en overige beleggingen 2.977,6 1.233,6 646,3 4.857,5
Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen 55.713,1 2.109,4 734,8 58.557,3

De veranderingen in niveau 3-waarderingen zijn als volgt.

30 juni 2018 31 december 2017
Stand per 1 januari 734,8 178,2
Einde looptijd/aflossing of terugbetaling over de periode - 3,0 - 14,0
Aankoop 415,9 136,0
Opbrengst van verkopen - 16,1 - 6,3
Gerealiseerde winsten (verliezen) 0,1 0,4
Bijzondere waardeverminderingen - 1,2
Ongerealiseerde winsten (verliezen) 18,9 3,3
Overdracht tussen categorieën 8,2 438,4
Eindstand 1.158,8 734,8

Niveau 3-waarderingen voor private equity en durfkapitaal maken gebruik van reële waarden die worden bekendgemaakt in het geauditeerde financieel verslag van de relevante deelnemingen. Niveau 3-waarderingen voor aandelen en asset-backed securities maken gebruik van de methode van de gedisconteerde kasstromen. Verwachte kasstromen houden rekening met de oorspronkelijke verzekeringstechnische criteria, de kenmerken van de leningnemer (zoals leeftijd en kredietscores), loan-to-value-ratio's, verwachte schommelingen in de huizenprijzen en verwachte vooruitbetalingsniveaus, enz. De verwachte kasstromen worden gedisconteerd tegen voor risico gecorrigeerde rentes. Marktdeelnemers maken vaak gebruik van dergelijke gedisconteerde kasstroomtechnieken om private equity en durfkapitaal te waarderen. Voor de waardering van deze instrumenten houden we tevens rekening met eventuele quotes. Deze technieken zijn onderhevig aan inherente beperkingen, zoals een schatting van de gepaste voor risico gecorrigeerde disconteringsvoet, en verschillende gegevens en veronderstellingen zouden verschillende resultaten opleveren.

De niveau 3-posities zijn met name gevoelig voor een verandering in het niveau van de verwachte toekomstige kasstromen, en dienovereenkomstig varieert hun reële waarde in verhouding tot de veranderingen in deze kasstromen. De veranderingen in de waarde van de niveau 3-instrumenten worden verantwoord in het overige comprehensive income.

Overheidsobligaties naar land van uitgifte

Het aandeel per land in de beleggingsportefeuille overheidsobligaties op basis van reële waarde kan als volgt worden weergegeven.

De volgende tabel toont de netto ongerealiseerde winsten en verliezen op Voor verkoop beschikbare beleggingen opgenomen in het eigen vermogen (inclusief obligaties, aandelen en overige beleggingen). Beleggingen in aandelen en overige beleggingen zijn inclusief private equity en durfkapitaal.

30 juni 2018 31 december 2017
Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties:
Boekwaarde 53.483,1 53.699,8
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen 6.406,6 6.836,7
-
Belasting
- 1.653,1 - 1.760,9
Shadow accounting - 2.217,3 - 2.797,4
-
Belasting
584,4 730,8
Netto ongerealiseerde winsten en verliezen 3.120,6 3.009,2
30 juni 2018 31 december 2017
Voor verkoop beschikbare beleggingen in aandelen en overige beleggingen:
Boekwaarde 4.681,3 4.857,5
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen 618,3 798,7
-
Belasting
- 54,6 - 63,7
Shadow accounting - 212,5 - 304,8
-
Belasting
56,6 78,1
Netto ongerealiseerde winsten en verliezen 407,8 508,3

Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen

De samenstelling van de bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen is als volgt.

30 juni 2018 31 december 2017
Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen:
-
op obligaties
- 20,4 - 20,4
-
op aandelen en overige beleggingen
- 184,7 - 183,9
Totaal bijzondere waardeverminderingen
op voor verkoop beschikbare beleggingen - 205,1 - 204,3

De wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen zijn.

30 juni 2018 31 december 2017
Stand per 1 januari - 204,3 - 219,9
Aan- en verkoop dochterondernemingen 0,1
Toename bijzondere waardeverminderingen - 15,3 - 14,3
Terugname bij de verkoop/desinvestering 14,5 27,5
Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen 2,3
Eindstand - 205,1 - 204,3

7.3 Beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening

De volgende tabel geeft toelichting op beleggingen die tegen reële waarde worden gehouden, met verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen in de resultatenrekening.

30 juni 2018 31 december 2017
Overheidsobligaties 1,1
Bedrijfsobligaties 146,2 107,8
Gestructureerde kredietinstrumenten 6,4 6,2
Obligaties 152,6 115,1
Overige beleggingen 114,8 105,1
Aandelen en overige beleggingen 114,8 105,1
Totaal beleggingen tegen reële waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening 267,4 220,2

Beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening betreffen voornamelijk beleggingen in verband met de verzekeringsverplichtingen waarvan de kasstromen contractueel of uit hoofde van discretionaire winstdeling zijn gekoppeld aan de resultaatontwikkeling van deze activa en waar in de waardering daarvan mede rekening wordt gehouden met actuele informatie. Hierdoor wordt de kans aanzienlijk verkleind dat er in de verslaglegging een 'mismatch' optreedt door het op verschillende grondslagen berekenen van activa en verplichtingen en de daarmee samenhangende winsten en verliezen.

De nominale waarde van schuldeffecten tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening bedroeg op 30 juni 2018 EUR 146,4 miljoen (31 december 2017: EUR 115,1 miljoen).

De waardering van beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening is gebaseerd op:

  • Niveau 1: genoteerde prijzen in actieve markten;
  • Niveau 2: waarneembare marktgegevens in actieve markten;
  • Niveau 3: niet-waarneembare gegevens (prijzen van tegenpartijen).

De waarderingen zijn als volgt.

30 juni 2018 Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Overheidsobligaties
Bedrijfsobligaties 117,5 28,7 146,2
Gestructureerde kredietinstrumenten 6,4 6,4
Overige beleggingen 114,8 114,8
Totaal beleggingen aangehouden tegen reële waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening 117,5 149,9 267,4
XXX
31 december 2017 Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Overheidsobligaties 1,1 1,1
Bedrijfsobligaties 107,5 0,3 107,8
Gestructureerde kredietinstrumenten 6,2 6,2
Overige beleggingen 105,1 105,1
Totaal beleggingen aangehouden tegen reële waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening 108,6 111,6 220,2

7.4 Vastgoed

De reële waarde van vastgoed, voor investeringsdoeleinden en voor eigen gebruik, is hieronder weergegeven.

Reële waarde: 30 juni 2018 31 december 2017
Vastgoedbeleggingen 4.192,2 3.798,6
Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik 1.575,1 1.505,7
Totale reële waarde 5.767,3 5.304,3
Boekwaarde:
Vastgoedbeleggingen 2.882,8 2.649,1
Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik 1.108,0 1.055,7
Totale boekwaarde 3.990,8 3.704,8
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen 1.776,5 1.599,5
Belasting - 453,7 - 409,4
Netto ongerealiseerd(e) winst/verlies (niet opgenomen in eigen vermogen) 1.322,8 1.190,1

8 Leningen

De leningen zijn als volgt samengesteld.

30 juni 2018 31 december 2017
Overheid en officiële instellingen 4.528,7 4.417,1
Commerciële leningen 2.356,3 2.172,8
Hypothecaire leningen 1.193,9 1.221,7
Polisbeleningen 321,8 303,9
Rentedragende deposito's 666,2 735,7
Leningen aan banken 515,2 575,6
Totaal 9.582,1 9.426,8
Verminderd met bijzondere waardeverminderingen - 10,0 - 10,8
Totaal leningen 9.572,1 9.416,0

9 Beleggingen in deelnemingen

De volgende tabel verschaft informatie over beleggingen in deelnemingen.

Continentaal Algemene
Eerste halfjaar 2018 België VK Europa Azië Rekening Eliminaties Totaal
Beleggingen in deelnemingen 545,7 91,7 224,0 2.136,8 8,0 3,8 3.010,0
Aandeel in het resultaat van deelnemingen 8,9 4,5 10,9 183,0 - 0,2 0,1 207,2
Brutopremie-inkomen van deelnemingen 198,7 1.524,5 13.334,2 15.057,4
Brutopremie-inkomen van deelnemingen tegen Ageas deel 99,6 517,1 3.432,0 4.048,7
Continentaal Algemene
Vorig jaar België VK Europa Azië Rekening Eliminaties Totaal
Beleggingen in deelnemingen (31 dec. 2017) 526,7 102,8 249,5 2.037,7 21,4 3,5 2.941,6
Aandeel in het resultaat van deelnemingen
(eerste 6 maanden 2017) - 1,9 7,8 14,7 127,3 1,1 149,0
Brutopremie-inkomen van deelnemingen
(eerste 6 maanden van 2017) 237,0 1.582,7 13.457,7 15.277,4
Brutopremie-inkomen van deelnemingen
tegen Ageas deel (eerste 6 maanden 2017) 118,7 535,1 3.467,2 4.121,0

Deelnemingen zijn onderworpen aan de dividendbeperkingen uit hoofde van vereisten ten aanzien van minimumvermogen en solvabiliteit die worden gesteld door de lokale toezichthouders in de landen waar deze deelnemingen opereren. Dividendbetalingen van deelnemingen worden soms onderworpen aan afspraken met aandeelhouders met de partners in de onderneming. In sommige situaties is consensus tussen de aandeelhouders vereist voordat het dividend wordt aangekondigd.

Daarnaast kunnen afspraken met aandeelhouders (gerelateerd aan partijen die een belang hebben in een onderneming waarin Ageas een minderheidsbelang heeft) onder andere zijn:

  • specifieke bepalingen over stemrechten of de uitkering van dividend;
  • gesloten periodes waarin alle partijen in het bezit van aandelen vóór een bepaalde periode geen aandelen mogen verkopen tenzij met toestemming van de andere betrokken partijen;

  • optie tot (door)verkoop aan de andere bij de overeenkomst betrokken partij(en), inclusief de onderliggende methode die voor de waardering van de aandelen wordt gehanteerd;

  • earn-out mechanismen waarbij de oorspronkelijke verkoper van de aandelen additionele opbrengsten ontvangt indien bepaalde doelstellingen zijn gerealiseerd;
  • exclusiviteitsbepalingen of niet-concurrentiebedingen in verband met de verkoop van verzekeringsproducten.

Royal Park Investments

Na de verkoop van de activa en de afwikkeling van de verplichtingen, blijft de overblijvende activiteit van RPI voornamelijk beperkt tot de afwikkeling van rechtszaken tegen een aantal Amerikaanse financiële instellingen.

10 Verzekeringsverplichtingen

10.1 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven

De volgende tabel geeft een overzicht van de verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven.

30 juni 2018 31 december 2017
Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders 25.668,7 25.602,5
Verplichting voor winstdeling polishouders 163,7 162,3
Shadow accounting 1.376,1 1.723,6
Voor eliminaties 27.208,5 27.488,4
Eliminaties - 8,1 - 7,6
Bruto 27.200,4 27.480,8
Herverzekering - 18,6 - 10,1
Netto 27.181,8 27.470,7

10.2 Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven

De volgende tabel geeft een overzicht van de verplichtingen inzake beleggingscontracten.

30 juni 2018 31 december 2017
Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders 29.735,0 29.801,5
Verplichting voor winstdeling polishouders 129,5 170,4
Shadow accounting 1.053,8 1.378,7
Bruto 30.918,3 31.350,6
Herverzekering
Netto 30.918,3 31.350,6

10.3 Verplichtingen inzake unit-linked contracten

De verplichtingen inzake unit-linked contracten (voor rekening en risico van polishouders) gesplitst naar verzekerings- en beleggingscontracten kunnen als volgt worden weergegeven.

30 juni 2018 31 december 2017
Verzekeringscontracten 2.530,1 2.538,0
Beleggingscontracten 13.486,5 13.278,2
Totaal 16.016,6 15.816,2

10.4 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven

De volgende tabel geeft een overzicht van de verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven.

30 juni 2018
31 december 2017
Schadeverplichting
6.345,3
6.293,0
Niet-verdiende premies
1.373,6
1.280,0
Verplichting voor winstdeling polishouders
12,5
22,9
Voor eliminaties
7.731,4
7.595,9
Eliminaties
- 18,3
- 20,9
Bruto
7.713,1
7.575,0
Herverzekering
- 693,3
- 703,8
Netto
7.019,8
6.871,2

11 Achtergestelde schulden

De achtergestelde schulden zijn als volgt.

30 juni 2018 31 december 2017
FRESH 1.250,0 1.250,0
Fixed Rate Reset Perpetual Subordinated Notes 470,8 456,8
Fixed to Floating Rate Callable Subordinated Notes 99,7 99,7
Fixed to Floating Rate Callable Subordinated Loan BCP Investments 58,8 58,8
Dated Fixed Rate Subordinated Notes 396,2 396,0
Totaal achtergestelde schulden 2.275,5 2.261,3

De onderstaande tabel toont de wijzigingen in achtergestelde schulden.

30 juni 2018 31 december 2017
Stand per 1 januari 2.261,3 2.322,7
Valutaverschillen 13,2 - 63,2
Afschrijvingen premies en kortingen 1,0 1,8
Eindstand 2.275,5 2.261,3

12 Leningen

De volgende tabel toont de samenstelling van de leningen.

30 juni 2018 31 december 2017
Terugkoopovereenkomsten 1.291,5 1.028,6
Vorderingen 838,7 794,1
Schulden aan banken 2.130,2 1.822,7
Depots van herverzekeraars 86,7 99,3
Financiële leaseverplichtingen 17,7 18,0
Overige financieringen 34,5 29,3
Totaal schulden 2.269,1 1.969,3

Terugkoopovereenkomsten zijn in wezen zekergestelde kortlopende leningen die worden gebruikt voor de afdekking van specifieke beleggingen met rentevoeten die opnieuw kunnen worden ingesteld en met het oog op kasbeheer.

Ageas heeft obligaties met een boekwaarde van EUR 1.282,2 miljoen (31 december 2017: EUR 1.044,8 miljoen) als zekerheid gesteld voor terugkoopovereenkomsten.

Daarnaast is vastgoed met een boekwaarde van EUR 183,5 miljoen als zekerheid gesteld voor leningen en overige (31 december 2017: EUR 190,5 miljoen).

De boekwaarde van de leningen is een redelijke benadering van de reële waarde doordat de looptijden van contracten minder dan een jaar bedragen (terugkoopovereenkomsten) en/of doordat contracten een variabele rente dragen (leningen van banken). De reële waarde is derhalve gebaseerd op waarneembare marktgegevens (niveau 2).

De onderstaande tabel toont de wijzigingen in leningen.

30 juni 2018 31 december 2017
Stand per 1 januari 1.969,3 2.495,8
Aankoop dochterondernemingen 91,0 105,5
Verkoop dochterondernemingen - 162,6
Opbrengsten van uitgifte 215,6 22,1
Betalingen - 2,7 - 495,1
Valutaverschillen - 2,4
Gerealiseerde winsten & verliezen - 0,3 - 3,4
Overige wijzigingen - 3,8 9,4
Eindstand 2.269,1 1.969,3

13 RPN(I)

De RPN(I) is een financieel instrument dat leidt tot kwartaalbetalingen gedaan door of ontvangen van BNP Paribas Fortis SA/NV.

BNP Paribas Fortis SA/NV heeft in 2007, met ageas SA/NV als mededebiteur, CASHES uitgegeven. CASHES zijn converteerbare effecten die in aandelen Ageas kunnen worden omgezet tegen een vooraf vastgestelde prijs van EUR 239,40 per aandeel. BNP Paribas Fortis SA/NV en ageas SA/NV, die op dat moment beide deel uitmaakten van de Fortis Groep, hebben een financieel instrument geïntroduceerd, de 'Relative Performance Note' (RPN), ter voorkoming van boekhoudkundige volatiliteit van de aandelen Ageas en van de in de boeken van BNP Paribas Fortis SA/NV tegen reële waarde geboekte CASHES. Bij de opsplitsing van Fortis in 2009 zijn BNP Paribas Fortis SA/NV en Ageas overeengekomen rente te betalen over een in deze RPN vermeld referentiebedrag. Deze rentebetaling per kwartaal wordt gewaardeerd als een financieel instrument en aangeduid als RPN(I).

Referentiebedrag en rentebetalingen

Het referentiebedrag wordt als volgt berekend:

  • het verschil tussen EUR 2.350 miljoen en de marktwaarde van 12,53 miljoen aandelen Ageas waarin het instrument wordt geconverteerd, minus
  • het verschil tussen EUR 3.000 miljoen bij de uitgifte en de marktwaarde van de CASHES zoals genoteerd aan de beurs van Luxemburg, vermenigvuldigd met
  • het aantal uitstaande CASHES (3.791 op 30 juni 2018) gedeeld door het aantal CASHES effecten dat oorspronkelijk werd uitgegeven (12.000).

Ageas betaalt rente aan BNP Paribas Fortis SA/NV over het gemiddelde referentiebedrag in het kwartaal (als het resultaat hierboven negatief wordt, betaalt BNP Paribas Fortis SA/NV aan Ageas); de rente bedraagt 3-maands Euribor plus 90 basispunten. Ageas gaf 6,3% van de totaal uitstaande aandelen van AG Insurance in onderpand ten gunste van BNP Paribas Fortis SA/NV.

Waardering

Ageas past een transferbegrip toe om de RPN(I)-verplichting tegen reële waarde te registreren. IFRS 13 definieert reële waarde als de prijs die ontvangen zou worden bij de verkoop van een actief of betaald zou moeten worden bij het overdragen van een verplichting in een ordelijke transactie tussen marktpartijen op de waarderingsdatum. De definitie van reële waarde gaat expliciet uit van een 'eindprijs', gelinkt aan de prijs 'die betaald moet worden bij het overdragen van een verplichting'. Als zulke prijzen niet beschikbaar zijn en de verplichting wordt door een andere entiteit als een actief gehouden, dan moet de verplichting worden gewaardeerd vanuit het perspectief van een marktpartij die het actief aanhoudt. Ageas waardeert zijn verplichting tegen het referentiebedrag.

Het RPN-referentiebedrag is gebaseerd op de prijs van de CASHES en de koers van het Ageas aandeel. Het referentiebedrag steeg van EUR 448,0 miljoen op 31 december 2017 naar EUR 439,4 miljoen op 30 juni 2018, voornamelijk als gevolg van de lichte stijging van de prijs van CASHES van 85,94% naar 86,08% over de eerste zes maanden van 2018, gecompenseerd door een koersstijging van het aandeel Ageas van EUR 40,72 naar EUR 43,21 over dezelfde periode.

Gevoeligheid van de waarde van RPN(I)

Per 30 juni 2018 leidt een toename van de prijs van de CASHES met 1%, uitgedrukt in een percentage van de fractiewaarde, tot een stijging van het referentiebedrag met EUR 9,5 miljoen, terwijl een stijging van EUR 1,00 van het Ageas aandeel, het referentiebedrag met EUR 4,0 miljoen zal doen dalen.

14 Voorzieningen

De voorzieningen hebben hoofdzakelijk betrekking op juridische geschillen en reorganisaties en zijn gebaseerd op de best mogelijke schattingen zoals beschikbaar aan het einde van de periode op basis van het oordeel van het management waarbij in de meeste gevallen rekening wordt gehouden met de adviezen van juridische adviseurs. Het tijdstip van de uitgaande kasstromen die samenhangen met deze voorzieningen is per definitie onzeker, gezien de onvoorspelbaarheid van de uitkomst van en de tijd die gemoeid is met het afwikkelen van processen/geschillen. De lopende gerechtelijke procedures worden beschreven in noot 23 Voorwaardelijke verplichtingen.

Globale schikking gerelateerd aan de Fortis-gebeurtenissen van 2007 en 2008

Op 14 maart 2016 kondigden Ageas en de claimantenorganisaties Deminor, Stichting FortisEffect, Stichting Investor Claims Against Fortis (SICAF) en VEB een voorstel aan voor schikking (de 'Schikking') van alle burgerlijke rechtszaken over het voormalige Fortis voor gebeurtenissen van 2007 en 2008 voor een bedrag van EUR 1,2 miljard. Daarnaast maakte Ageas op 14 maart 2016 bekend dat het ook een overeenkomst sloot met de D&O verzekeraars (Directors & Officers) (de "Verzekeraars"), de bestuurders en functionarissen betrokken bij de lopende geschillen en BNP Paribas Fortis om te schikken voor een bedrag van EUR 290 miljoen.

Op 24 maart 2017 hield het Gerechtshof te Amsterdam een openbare hoorzitting. Tijdens deze zitting hoorde het Hof het verzoek om het schikkingsakkoord bindend te verklaren, alsook de argumenten die ertegen werden ingebracht. Op 16 juni 2017 nam het Hof de tussentijdse beslissing om de schikking in de initiële vorm niet bindend te verklaren. Op 12 december 2017 dienden de verzoekers een aangepaste schikking in bij het Gerechtshof te Amsterdam. Deze aangepaste schikking hield rekening met de voornaamste bezwaren van het Gerechtshof en het totale budget werd met EUR 100 miljoen opgetrokken naar EUR 1,3 miljard.

Op 13 juli 2018 verklaarde het Gerechtshof Amsterdam de Schikking bindend voor in aanmerking komende aandeelhouders (dit zijn personen die op enig moment tussen het sluiten van de handel op 28 februari 2007 en het sluiten van de handel op 14 oktober 2008 Fortis aandelen hielden) volgens de Nederlandse Wet voor Collectieve Afwikkeling Massaschade (WCAM). Door de schikking bindend te verklaren, was het Hof van mening dat de vergoeding die krachtens de Schikking wordt aangeboden redelijk is en dat de claimantenorganisaties Deminor, SICAF en FortisEffect voldoende representatief zijn voor de belangen van de begunstigden van de Schikking.

De Schikking wordt pas definitief als op het einde van de optoutperiode de overeengekomen opt-outdrempel niet is overschreden of als Ageas afstand heeft gedaan van haar recht de Schikking te beëindigen. De financiële impact van de schikking is verwerkt in de Geconsolideerde IFRS-jaarrekeningen over de boekjaren 2014-2017. De totale impact kan als volgt worden samengevat:

De totale impact van de voorgestelde schikking op het netto IFRSresultaat bedraagt EUR 1.126,4 miljoen, waarvan EUR 1.026,4 miljoen in aanmerking is genomen in de periode 2014-2016, en EUR 100 miljoen in 2017.

De belangrijkste componenten van de voorziening per 30 juni 2018 van EUR 1.109,5 miljoen zijn:

  • EUR 1.308,5 miljoen voor de WCAM schikkingsovereenkomst;
  • EUR 58,6 miljoen voor de kosten en uitgaven van de organisaties voor de vertegenwoordiging van de belangen van de investeerders en/of hun toekomstige rol in het schikkingsproces, minus de reeds betaalde EUR 21,3 miljoen;
  • EUR 53,7 miljoen voor het restrisico. Dit restrisico wordt geschat op 4% van het bedrag van de totale schikking;
  • minus het schikkingsbedrag van EUR 290 miljoen bij te dragen door Stichting FORclaims, die tijdelijk dit tussen Ageas en de Verzekeraars geschikte bedrag beheert.

In verband met de WCAM schikkingsovereenkomst werd een bedrag van EUR 241 miljoen betaald aan Stichting FORsettlement ('Stichting') als voorschotsbetaling om de claims te schikken. Aangezien er echter nog geen vergoedingen werden uitbetaald, werd deze betaling niet afgetrokken van de Schikkingsvoorziening, maar geboekt als vordering op de Stichting. De bedragen worden weergegeven op de regel 'voorzieningen' in de balans en op de regel 'wijzigingen in voorzieningen' in de resultatenrekening.

Het verloop van de voorzieningen gedurende het jaar is als volgt.

30 juni 2018 31 december 2017
Stand per 1 januari 1.178,1 1.067,2
Aan- en verkoop dochterondernemingen - 0,5
Toename (Afname) voorziening - 0,4 106,3
Aanwendingen in de loop van het jaar - 2,7 5,5
Valutaverschillen - 0,4
Eindstand 1.175,0 1.178,1

15 Verplichtingen i.v.m. geschreven NCI-putopties

15.1 Verplichting i.v.m. geschreven putoptie op door BNP Paribas Fortis SA/NV gehouden AG Insurance aandelen

Op 12 maart 2009 sloot Ageas een overeenkomst over de verkoop van 25% + 1 aandeel AG Insurance aan Fortis Bank (nu BNP Paribas Fortis SA/NV) voor een bedrag van EUR 1.375 miljoen. Deze overeenkomst is door de Vergaderingen van Aandeelhouders van Ageas in april 2009 goedgekeurd. Als onderdeel van deze overeenkomst verleende Ageas aan Fortis Bank een putoptie tot herverkoop van het verworven belang in AG Insurance aan Ageas binnen de zes maanden na 1 januari 2018.

BNP Paribas Fortis oefende de putoptie niet uit voor 30 juni 2018, het einde van de uitoefenperiode; derhalve blijft BNP Paribas Fortis aandeelhouder voor 25% + 1 aandeel in AG Insurance en is er geen impact op het nettoresultaat van Ageas. De bestaande distributieovereenkomst zal daarnaast van kracht blijven zonder expliciete einddatum, maar met een opzegtermijn van 3 jaar.

Verwerking van de optie

Ageas concludeerde dat het uitoefenen van de putoptie onvoorwaardelijk was. In overeenstemming met IAS 32 was Ageas daarom verplicht een financiële verplichting op te nemen voor de contante waarde van de geschatte uitoefenprijs van de putoptie in 2018. Deze financiële verplichting werd in een separate regel ('Verplichting met betrekking tot geschreven putoptie') in de Balans verantwoord. De verplichting werd ook in de Algemene Rekening verantwoord aangezien de verplichting betrekking heeft op Ageas Insurance International N.V. (de moedermaatschappij van AG Insurance). Ageas waardeerde de verplichting tegen het verwachte te betalen bedrag geactualiseerd tot op de rapporteringsdatum.

De tegenhanger van deze verplichting is een waardevermindering van het onderliggende minderheidsbelang. Het verschil tussen de waarde van het minderheidsbelang en de reële waarde van de verplichting wordt toegevoegd aan Overige reserves, die in het eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders zijn opgenomen. Volgende wijzigingen in de reële waarde van de verplichting met betrekking tot de geschreven putoptie worden verantwoord in Overige reserves.

Waardebepaling van de verplichting

Vanaf de jaarafsluiting 2017 hanteerde Ageas de koerswinstverhouding van een relevante groep van vergelijkbare bedrijven voor de waardering van de Leven-activiteiten en een gedisconteerd kasstroommodel voor de Niet-leven-activiteiten van AG Insurance voor de waardebepaling van de verplichting. Tot 2016 was de waarderingsmethode gebaseerd op de 'embedded value multiples' van levensverzekeringsmaatschappijen.

Voor de bepaling van het verwachte bedrag bij afwikkeling wordt een waarderingsmethode gebruikt die is gebaseerd op:

  • gewogen gemiddelde koers-winstverhoudingen voor levensverzekeringsmaatschappijen. De groep van vergelijkbare bedrijven bestaat uit uitsluitend in levensverzekeringen actieve bedrijven op het Europese vasteland;
  • een groeipercentage voor Niet-Leven van 1,2% (2016: 1,2%) en een pay-out ratio van 100% voor 2017, 2018 en 2019;
  • een discontovoet voor Niet-Leven van 7,0% (2016: 7,0%).

Op basis van deze parameters bedroeg de netto contante waarde van de verplichting per 31 december 2017 EUR 1.449 miljoen.

Impact van het aflopen van de optie

De optie liep af op 30 juni 2018 zonder uitgeoefend te zijn en de verplichting van EUR 1.449 miljoen werd rechtstreeks vrijgegeven aan het Eigen Vermogen. Tezelfdertijd werden de Minderheidsbelangen aangepast met een bedrag van EUR 1.669 miljoen, waardoor het Eigen Vermogen met hetzelfde bedrag werd gereduceerd. De netto negatieve impact van het aflopen op het Eigen Vermogen bedroeg EUR 250 miljoen.

15.2 Aan Parkimo verleende Putoptie AG Insurance

AG Insurance verleende een onvoorwaardelijke putoptie op haar aandeel van 10,05% aan Parkimo, de huidige minderheidsaandeelhouder van Interparking. De putoptie is gewaardeerd tegen de reële waarde van het verwachte schikkingsbedrag van EUR 107,3 miljoen (31 december 2017: 102,7 miljoen. AG Insurance verleende andere putopties voor een bedrag van EUR 7,9 miljoen (31 december 2017: EUR 7,9 miljoen)

16 Derivaten

Ageas gebruikt derivaten voornamelijk om zijn algemene rente-, aandelen- en valutarisico's af te dekken. Derivaten worden in principe verantwoord als handelsderivaten tenzij een afdekkingsrelatie met een open positie naar behoren wordt gedocumenteerd; in dat geval worden de derivaten verantwoord als hedging-derivaten.

Wijzigingen van de reële waarde van handelsderivaten worden verantwoord in de resultatenrekening. Wijzigingen van de reële waarde van hedging-derivaten worden verantwoord in overig comprehensive income samen met de wijziging van de reële waarde van de afgedekte positie.

Doordat de wijzigingen van de reële waarde van het derivaat en de afgedekte positie in bepaalde gevallen beide doorstromen naar de resultatenrekening, wordt geen afdekkingsdocumentatie opgesteld en worden de derivaten verantwoord als handelsderivaten.

Handelsderivaten

30 juni 2018 31 december 2017
Reële waarde Reële waarde
Nominale Nominale
Activa Passiva waarde Activa Passiva waarde
Vreemde-valutacontracten
Forwards en futures 0,9 0,9 591,1 27,6 0,5 1.286,2
Swaps 0,5 9,7 0,2 18,4
Totaal 0,9 1,4 600,8 27,8 0,5 1.304,6
Rentecontracten
Swaps 4,7 5,5 306,2 5,9 8,1 353,2
Opties 0,1 59,0
Totaal 4,7 5,5 306,2 6,0 8,1 412,2
Effecten/Indexcontracten
Opties en warrants 0,2 0,5
Totaal 0,2 0,5
Overige 1,7 2,0
Totaal 7,3 7,1 907,0 35,8 9,1 1.716,8
Reële waarden ondersteund door waarneembare marktgegevens 9,7 0,5
Reële waarden op basis van een waarderingsmodel 7,3 7,1 26,1 8,6
Totaal 7,3 7,1 35,8 9,1
Over the counter (OTC) 7,3 7,1 907,0 35,8 9,1 1.716,8
Totaal 7,3 7,1 907,0 35,8 9,1 1.716,8

Hedging-derivaten

30 juni 2018 31 december 2017
Reële waarde Reële waarde
Nominale Nominale
Activa Passiva waarde Activa Passiva waarde
Rentecontracten
Swaps 3,6 23,2 1.390,4 2,8 21,2 1.527,8
Opties
Totaal 3,6 23,2 1.390,4 2,8 21,2 1.527,8
Effecten/Indexcontracten
Forwards en futures 8,8 13,3 64,9 7,7 25,1 170,6
Totaal 8,8 13,3 64,9 7,7 25,1 170,6
Totaal 12,4 36,5 1.455,3 10,5 46,3 1.698,4
Reële waarden ondersteund door waarneembare marktgegevens 13,6 7,7 39,8
Reële waarden op basis van een waarderingsmodel 12,4 22,9 2,8 6,5
Totaal 12,4 36,5 10,5 46,3
Over the counter (OTC) 12,4 36,5 1.455,3 10,5 46,3 1.698,4
Totaal 12,4 36,5 1.455,3 10,5 46,3 1.698,4

Derivaten worden gewaardeerd op niveau 2 (waarneembare marktgegevens in actieve markten).

17 Toezeggingen

Ontvangen en gedane toezeggingen waren als volgt.

Verplichtingen 30 juni 2018 31 december 2017
Ontvangen verplichtingen
Kredietlijnen 671,3 646,7
Onderpand & garanties ontvangen 4.970,0 4.864,0
Totaal ontvangen 5.641,3 5.510,7
Verstrekte verplichtingen
Garanties, Financieel en Prestatiegerelateerde Kredietbrieven 130,8 126,9
Kredietlijnen 1.634,0 1.610,0
Gebruikt - 1.225,7 - 686,5
Beschikbaar 408,3 923,5
Onderpand & garanties verstrekt 1.371,1 1.059,6
In bewaring gegeven activa en vorderingen 917,7 726,3
Kapitaal rechten en verplichtingen 134,6 125,9
Overige niet in de balans gewaardeerde verplichtingen 768,1 792,4
Totaal verstrekt 3.730,6 3.754,6

Het merendeel van de ontvangen toezeggingen bestaat uit ontvangen onderpand en garanties, vooral van klanten ontvangen onderpand op woninghypotheken en in mindere mate ook commerciële leningen en leningen aan polishouders.

terugkoopovereenkomsten, toevertrouwde middelen en vorderingen (EUR 918 miljoen) en verstrekte kredietlijnen.

Gedane toezeggingen bestaan voor het overgrote deel uit gegeven onderpand en garanties (EUR 1.371 miljoen), in verband met Andere niet in de balans gewaardeerde toezeggingen op 30 juni 2018 omvatten voor EUR 211 miljoen uitstaande kredietaanbiedingen (31 december 2017: EUR 99 miljoen) en voor EUR 384 miljoen aan vastgoedtoezeggingen (31 december 2017: EUR 535 miljoen).

18 Reële waarde van financiële activa en financiële passiva

In de volgende tabel zijn de boekwaarde en de reële waarde weergegeven van de financiële activa en verplichtingen die in de geconsolideerde balans van Ageas niet tegen reële waarde zijn gewaardeerd. De verplichtingen worden tegen geamortiseerde kosten aangehouden.

30 juni 2018 31 december 2017
Niveau Boekwaarde Reële waarde Boekwaarde Reële waarde
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 2 2.315,6 2.315,6 2.552,3 2.552,3
Tot einde looptijd gehouden financiële beleggingen 1 / 3 4.505,5 6.649,8 4.559,5 6.780,0
Vorderingen 2 9.572,1 10.298,1 9.416,0 10.223,7
Herverzekerings- en overige vorderingen 2 2.138,0 2.138,0 2.185,9 2.185,9
Totaal financiële activa 18.531,2 21.401,5 18.713,7 21.741,9
Passiva
Achtergestelde schulden 2 2.275,5 2.291,4 2.261,3 2.364,3
Schulden 2 2.269,1 2.268,4 1.969,3 1.968,9
Totaal financiële verplichtingen 4.544,6 4.559,8 4.230,6 4.333,2

De reële waarde is de waarde waartegen een actief kan worden verhandeld, een verplichting kan worden afgewikkeld of een eigenvermogeninstrument kan worden toegekend tussen ter zake goed geïnformeerde, tot markttransactie bereidwillige partijen. Een gedetailleerde beschrijving van de gebruikte methodes voor de bepaling van de reële waarde van financiële instrumenten is te vinden in ons jaarverslag 2017. Er hebben zich ten opzichte van het jaarverslag 2017 geen materiële veranderingen voorgedaan in de waarderingsmethoden die worden gebruikt om de reële waarde in de eerste zes maanden van 2018 te bepalen.

De berekening van de reële waarde van financiële instrumenten die niet actief worden verhandeld op financiële markten, kan als volgt worden samengevat.

Type instrument Producten Ageas Berekening reële waarde
Instrumenten zonder vaste
einde looptijd
Zichtrekeningen
spaarrekeningen
enz.
Nominale waarde.
Instrumenten zonder optionele
kenmerken
Gewone leningen,
deposito's
enz.
Methode van de gedisconteerde kasstromen, de gebruikte
rentecurve voor de discontering is de swapcurve plus spread (activa)
of de swapcurve minus spread (passiva); de spread
is afgeleid van de commerciële marge berekend op basis
van het gemiddelde aan nieuwe polissen tijdens de laatste drie
maanden.
Instrumenten met optionele
kenmerken
Hypotheekleningen en overige
Instrumenten met optie-
kenmerken
Het product is gesplitst en lineaire (non-optionele)
Component wordt gewaardeerd met methode van
gedisconteerde kasstromen en optiecomponent wordt gewaardeerd op
basis van een optie-waarderingsmodel.
Achtergestelde obligaties of vorderingen Achtergestelde activa Waardering is gebaseerd op prijzen verkregen van brokers
in een inactieve markt (niveau 3).
Private equity Private equity en
beleggingen
Over het algemeen gebaseerd op de waarderingsrichtlijnen
niet-beursgenoteerde deelnemingen van de European Venture Capital Association, met gebruik van
enterprise value/EBITDA, koers/kasstroom,
koers/winst enz.
Preferente aandelen (niet beursgenoteerd) Preferente aandelen Als het aandeel wordt geclassificeerd als vreemd vermogen,
wordt een model voor gedisconteerde kasstromen gebruikt.

Toelichting op de geconsolideerde

resultatenrekening

19 Verzekeringspremies

Hieronder volgt een overzicht van de samenstelling van het brutopremie-inkomen en de netto verdiende premies van het verzekeringsbedrijf.

Eerste halfjaar 2018 Eerste halfjaar 2017
Brutopremie-inkomen Leven 2.926,7 2.894,0
Brutopremie-inkomen Niet-leven 2.144,6 2.294,2
Algemeen en eliminaties - 0,6 - 0,6
Totaal bruto premie-inkomen 5.070,7 5.187,6
XXX
Eerste halfjaar 2018 Eerste halfjaar 2017
Netto verdiende premies Leven 2.172,8 1.959,5
Netto verdiende premies Niet-leven 1.948,6 2.069,4
Algemeen en eliminaties - 0,6 - 0,6
Totaal netto verdiende premies 4.120,8 4.028,3

Het brutopremie-inkomen Leven bestaat uit de bruto ontvangen premies van de verzekeringsmaatschappijen voor uitgegeven verzekerings- en beleggingscontracten. Het premie-inkomen van verzekeringscontracten en van beleggingscontracten met DPF wordt verantwoord in de resultatenrekening. De premie-instroom van beleggingscontracten zonder DPF, met name unit-linked contracten, wordt - na aftrek van commissies direct verantwoord als verplichting (deposit accounting). Commissies worden in de resultatenrekening verantwoord als commissiebaten.

Eerste halfjaar 2018 Eerste halfjaar 2017
Bruto premies Leven 2.191,4 1.977,5
Uitgaande herverzekeringspremies - 18,6 - 18,0
Netto premies Leven 2.172,8 1.959,5

Niet-leven

Hieronder wordt de opbouw van de netto verdiende premies Niet-leven weergegeven. De verzekeringspremies voor auto, brand en overige schade aan eigendommen zijn samengevoegd onder overige Niet-leven.

Ongevallen en Eigendommen en
Eerste halfjaar 2018 Ziekte Niet-leven Totaal
Bruto geboekte premies 491,3 1.653,3 2.144,6
Wijziging in niet-verdiende premies, bruto - 52,8 - 39,6 - 92,4
Bruto verdiende premies 438,5 1.613,7 2.052,2
Uitgaande herverzekeringspremies - 14,2 - 90,2 - 104,4
Aandeel herverzekeraars in niet-verdiende premies 0,7 0,1 0,8
Netto verdiende premies Niet-leven 425,0 1.523,6 1.948,6
Ongevallen en Eigendommen en
Eerste halfjaar 2017 Ziekte Niet-leven Totaal
Bruto geboekte premies 493,2 1.801,0 2.294,2
Wijziging in niet-verdiende premies, bruto - 42,4 - 75,3 - 117,7
Bruto verdiende premies 450,8 1.725,7 2.176,5
Uitgaande herverzekeringspremies - 16,5 - 87,6 - 104,1
Aandeel herverzekeraars in niet-verdiende premies 2,5 - 5,5 - 3,0
Netto verdiende premies Niet-leven 436,8 1.632,6 2.069,4

20 Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten

De onderstaande tabel bevat nadere informatie over rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten.

Eerste halfjaar 2018 Eerste halfjaar 2017
Rentebaten
Rentebaten op geldmiddelen en kasequivalenten - 0,1 0,6
Rentebaten uit vorderingen op banken 9,8 10,2
Rentebaten op beleggingen 823,0 883,3
Rentebaten uit vorderingen op klanten 105,6 101,1
Rentebaten uit derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden - 1,0 - 0,1
Overige rentebaten 2,0 1,2
Totaal rentebaten 939,3 996,3
Dividenden op aandelen 85,0 85,6
Huurbaten uit vastgoedbelegging 112,1 113,0
Opbrengsten parkeergarage 207,9 196,9
Overige baten op beleggingen 10,0 8,8
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 1.354,3 1.400,6

21 Schadelasten en uitkeringen

De opbouw van de schadelasten en uitkeringen na herverzekering is als volgt.

Eerste halfjaar 2018 Eerste halfjaar 2017
Levensverzekeringen 2.605,5 2.399,0
Niet-levensverzekeringen 1.224,4 1.285,6
Algemene rekening en eliminaties - 0,6 - 0,6
Totaal schadelasten en uitkeringen, netto 3.829,3 3.684,0

De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Leven, na herverzekering.

Eerste halfjaar 2018 Eerste halfjaar 2017
Uitkeringen en afkopen, bruto 2.450,7 2.529,5
Wijzigingen in verplichtingen uit verzekerings- en beleggingscontracten, bruto 164,5 - 123,8
Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, bruto 2.615,2 2.405,7
Aandeel herverzekeraars in schadelasten en uitkeringen - 9,7 - 6,7
Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, netto 2.605,5 2.399,0

De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Niet-leven, na herverzekering.

Eerste halfjaar 2018 Eerste halfjaar 2017
Betaalde schaden, bruto 1.207,9 1.287,2
Wijzigingen in verplichtingen inzake verzekeringscontracten, bruto 39,8 246,6
Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, bruto 1.247,7 1.533,8
Aandeel herverzekeraars in betaalde schaden - 39,3 - 57,1
Aandeel herverzekeraars in wijziging in
verplichtingen inzake verzekeringscontracten 16,0 - 191,1
Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, netto 1.224,4 1.285,6

22 Financieringslasten

De onderstaande tabel splitst de financieringslasten uit naar product.

Eerste halfjaar 2018 Eerste halfjaar 2017
Financieringslasten
Achtergestelde schulden 33,6 35,5
Schulden 7,8 11,7
Overige financieringen 3,1 0,4
Derivaten 3,5 3,2
Overige schulden 10,7 8,5
Totaal financieringslasten 58,7 59,3

Toelichting op de transacties niet opgenomen op de geconsolideerde balans

23 Voorwaardelijke verplichtingen

23.1 Voorwaardelijke verplichtingen gerelateerd aan gerechtelijke procedures

De Ageas Groep is, zoals vele andere financiële groepen, gedaagde in een aantal vorderingen, geschillen en rechtszaken die een gevolg zijn van de normale bedrijfsvoering.

Bovendien, als gevolg van de gebeurtenissen en ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden met betrekking tot de voormalige Fortis-groep tussen mei 2007 en oktober 2008 (zoals acquisitie van delen van ABN AMRO en kapitaalverhoging in september/oktober 2007, aankondiging van het solvabiliteitsplan in juni 2008, desinvestering van de bankactiviteiten en de Nederlandse verzekeringsactiviteiten in september/oktober 2008) is Ageas betrokken of kan het worden betrokken bij een aantal gerechtelijke procedures en een strafrechtelijke procedure in België.

Ageas ontkent dat het foutief gehandeld zou hebben en zal elke aantijging voor de rechtbank betwisten. Als deze juridische acties succesvol zouden blijken, zouden zij een grote impact kunnen hebben op de financiële situatie van Ageas. Op dit moment zijn die gevolgen evenwel niet kwantificeerbaar.

Op 14 maart 2016 kondigde Ageas een schikking aan met verscheidene claimantenorganisaties die aandeelhouders vertegenwoordigen in collectieve procedures voor de Belgische en Nederlandse rechtbanken (de "Schikking"). Op 23 mei 2016 verzochten de partijen bij de Schikking, Ageas, Deminor, Stichting FortisEffect, Stichting Investor Claims Against Fortis, VEB en Stichting FORsettlement, het Gerechtshof Amsterdam de Schikking bindend te verklaren voor alle in aanmerking komende Fortis aandeelhouders die niet binnen een bepaalde periode opteren voor een opt-out, overeenkomstig de Nederlandse Wet voor Collectieve Afwikkeling Massaschade. Ageas heeft ondertussen tevens een overeenkomst bereikt met mr. Arnauts en mr. Lenssens, twee Brusselse advocaten die namens een aantal eisers juridische stappen hebben genomen tegen Ageas, en in 2017 met de in Luxemburg gevestigde onderneming Archand s.à.r.l. en hieraan verbonden personen, om de Schikking te steunen.

Op 24 maart 2017 hield het Gerechtshof te Amsterdam een openbare hoorzitting. Tijdens deze zitting hoorde het Hof het verzoek om het schikkingsakkoord bindend te verklaren, alsook de argumenten die ertegen werden ingebracht. Op 16 juni 2017 nam het Hof de tussentijdse beslissing om de schikking in de initiële vorm niet bindend te verklaren. De verzoekers konden uiterlijk 17 oktober 2017 een aangevuld en gewijzigd schikkingsvoorstel bij het Hof indienen. Op 16 oktober besloot Ageas een ultieme bijkomende inspanning van EUR 100 miljoen te doen en bevestigde dit voornemen in een persbericht.

Bij het Gerechtshof werd op 16 oktober 2017 een verlenging van de indieningsperiode met 8 weken aangevraagd. Het Gerechtshof willigde dit verzoek in. Op 12 december 2017 dienden de partijen een aangepaste schikkingsovereenkomst in bij het Gerechtshof. Consumentenclaim, een tegenstander van de schikking in haar oorspronkelijke vorm van 2016, zegde haar steun toe aan de schikking van 2017.

Op 16 maart 2018 werd een openbare zitting gehouden over de vergoedingen voor en de winstmodellen van de claimantenorganisaties, en op 27 maart 2018 werd een tweede openbare zitting gehouden die zich richtte op de redelijkheid van het schikkingsvoorstel. Na vragen van het hof tijdens de zitting van 27 maart, lichtten de partijen op 13 april 2018 in een tweede aangepaste schikkingsovereenkomst van 13 april 2018 het schikkingsbedrag van EUR 1,3 miljard toe.

Op 13 juli 2018 verklaarde het Gerechtshof Amsterdam de schikking bindend voor in aanmerking komende aandeelhouders (d.w.z. personen die aandelen Fortis hielden op enig moment tussen het sluiten van de handel op 28 februari 2007 en het sluiten van de handel op 14 oktober 2008). Door de Schikking bindend te verklaren, meende het hof dat de krachtens de Schikking aangeboden vergoeding redelijk is en dat de claimantenorganisaties Deminor, SICAF en FortisEffect voldoende representatief zijn ter zake van de belangen van de begunstigden van de Schikking.

Dit betekent dat in aanmerking komende aandeelhouders recht hebben op vergoeding voor de gebeurtenissen van 2007-2008, in ruil voor een volledige vrijwaring van aansprakelijkheid voor deze gebeurtenissen, en conform de (overige) bepalingen van de schikkingsovereenkomst. Verder betekent het dat in aanmerking komende aandeelhouders die niet tijdig een opt-outverklaring indienen (uiterlijk op 31 december 2018), ongeacht of ze al dan niet tijdig een claim indienen, van rechtswege worden geacht deze vrijwaring van aansprakelijkheid te geven en afstand te doen van eventuele rechten in verband met de gebeurtenissen.

De termijn voor het indienen van claims ging van start op 27 juli 2018 en zal eindigen op 28 juli 2019.

De Schikking is pas definitief als aan het einde van de opt-outperiode (31 december 2018) de overeengekomen opt-outdrempel niet wordt overschreden (behalve als Ageas afstand heeft gedaan van haar recht de Schikking te beëindigen).

I. Procedures gedekt door de Schikking

1. CIVIELE PROCEDURES INGESTELD DOOR AANDEELHOUDERS OF AANDEELHOUDERS-VERENIGINGEN

Een voorziening van EUR 1,1 miljard werd geboekt voor de Schikking, met inbegrip van een voorziening van EUR 53,7 miljoen voor het restrisico, geschat op 4% van het totale schikkingsbedrag (zie noot 14 Voorzieningen).

De partijen bij de Schikking hebben zich ertoe verbonden hun procedures tegen Ageas te schorsen en hebben hun advocaten in die zin geïnstrueerd. Bovendien zijn vanaf de neerlegging van het verzoekschrift bij het Amsterdams Gerechtshof alle procedures in Nederland hieronder vermeld in sectie 1.1 van rechtswege geschorst.

Voormelde partijen hebben zich er tevens toe verbonden hun procedures definitief te beëindigen als de schikking definitief wordt. Deminor zal zich inspannen om de procedure te beëindigen door de claimanten die zij vertegenwoordigt te verzoeken instructies in die zin te geven overeenkomstig art. 821 Gerechtelijk Wetboek.

Deze procedures in België en Nederland (i) beogen de betaling van een schadevergoeding wegens vermeende misleidende communicatie en/of marktmisbruik waaraan Fortis zich schuldig zou hebben gemaakt tussen mei 2007 en oktober 2008 en/of (ii) houden (in)direct verband met de transacties in september/oktober 2008.

1.1 In Nederland

1.1.1 VEB

Op 19 januari 2011 heeft de VEB ("Vereniging van Effectenbezitters") een collectieve actie ingeleid voor de rechtbank van Amsterdam met het verzoek vast te stellen dat diverse mededelingen door Fortis tussen september 2007 en 3 oktober 2008 een schending van het recht vormden door Fortis, door financiële instellingen die betrokken waren bij de kapitaalverhoging in september/oktober 2007 en/of door sommige voormalige bestuurders en topmanagers van Fortis. De VEB kwalificeert elk van deze overtredingen als een onrechtmatige daad van alle of van sommige verweerders en stelt dat deze verweerders bijgevolg aansprakelijk zijn voor de schade geleden door een ieder die aandelen kocht gedurende de relevante periode. Onder meer beweert VEB (ten aanzien van Fortis, sommige vroegere bestuurders en topmanagers en ten aanzien van de eerder genoemde financiële instellingen) dat de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in het prospectus van september 2007 voor de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007, onjuist en onvolledig was.

1.1.2 Stichting FortisEffect

Stichting FortisEffect en een aantal personen, vertegenwoordigd door mr. De Gier, hebben voor het Gerechtshof van Amsterdam beroep aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank van Amsterdam van 18 mei 2011. Dit vonnis verwierp de collectieve actie van de Stichting tot het ongeldig verklaren van de besluiten van de Raad van Bestuur van Fortis in oktober 2008 en de nietigverklaring van de transacties, dan wel de betaling van schadevergoeding als alternatief. Op 29 juli 2014 besloot het Gerechtshof Amsterdam dat de verkoop van de Nederlandse Fortis-onderdelen in 2008 onaangetast blijft. Het Hof oordeelde echter ook dat Fortis in de periode van 29 september tot en met 1 oktober 2008 misleidende en onvolledige informatie verstrekt heeft aan de markt. Het Hof concludeerde dat Ageas de schade die de betrokken aandeelhouders daardoor geleden hebben, moet vergoeden. De omvang van eventuele vergoedingen moet in aparte procedures worden bepaald. Ageas diende in oktober 2014 bij de Hoge Raad een cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof. Stichting FortisEffect heeft eveneens cassatieberoep aangetekend bij de Hoge Raad, onder meer omdat het Gerechtshof oordeelde dat de communicatie van de Nederlandse Staat niet misleidend was. Daar de procedure van FortisEffect tegen de Nederlandse Staat niet onder de Schikking valt, werd het cassatieberoep tegen de Nederlandse Staat niet geschorst. Op 30 september 2016 verwierp de Hoge Raad het beroep met betrekking tot de communicatie van de Nederlandse Staat.

1.1.3 Stichting Investor Claims Against Fortis (SICAF)

Op 7 juli 2011 heeft de Nederlandse 'Stichting Investor Claims Against Fortis' (SICAF) een procedure ingeleid voor de rechtbank van Utrecht op grond van vermeende misleidende communicatie door Fortis gedurende de periode 2007-2008. SICAF beweert onder meer (ten aanzien van Fortis en twee financiële instellingen) dat de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in het prospectus van september 2007 voor de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007, onjuist en onvolledig was.

Op 3 augustus 2012 heeft dezelfde Stichting, namens en samen met een aantal geïdentificeerde (voormalige) aandeelhouders, een tweede procedure voor de Rechtbank van Utrecht aangespannen tegen dezelfde partijen en bepaalde voormalige Fortis bestuurders en topmanagers, waarbij schadevergoeding wordt gevorderd. De aantijgingen in deze tweede procedure zijn grotendeels gelijk aan de eerste procedure. Aanvullend beweren de eisers dat Fortis in de periode 2007 en 2008 tekortgeschoten is in haar solvabiliteitsbeleid.

1.1.4 Vorderingen namens individuele aandeelhouders

In een procedure die werd ingeleid door een aantal personen vertegenwoordigd door mr. Bos, oordeelde de rechtbank van Utrecht op 15 februari 2012 dat Fortis en twee medegedaagden (de voormalige CEO en de voormalige financiële topman) misleidende informatie hebben openbaar gemaakt in de periode tussen 22 mei en 26 juni 2008. De rechtbank vonniste verder dat in een afzonderlijke procedure moet worden beoordeeld of de eisers schade hebben geleden en in voorkomend geval, de hoogte ervan moet worden bepaald. In deze context hebben sommige voormalige bestuurders en topmanagers van Fortis de rechter gevraagd de beweerde verplichting van Ageas te erkennen om die personen te vrijwaren tegen schade die zou voortvloeien uit, of verband zou houden met, de juridische procedures tegen hen uit hoofde van de functies die zij binnen de Fortis Groep uitoefenden. Voor het Gerechtshof van Arnhem is beroep aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank van Utrecht. In de beroepsprocedure vordert mr. Bos schadevergoeding wegens vermeende misleidende communicatie over (i) Fortis' subprime blootstelling in 2007/2008, (ii) de solvabiliteit van Fortis in de periode januari – juni 2008, (iii) de voorwaarden die door de Europese Commissie waren opgelegd in het kader van de overname van ABN AMRO en (iv) de liquiditeits- en solvabiliteitspositie van Fortis op 26 september 2008.

Sinds 1 augustus 2014 stelde mr. Meijer vijf afzonderlijke procedures in, elk namens een individuele eiser, bij de rechtbank van Utrecht, waarbij schadevergoeding werd gevorderd om het verlies te compenseren als gevolg van de vermeende miscommunicatie door Fortis in de periode september 2007 tot september 2008.

Op 23 september 2014 stelde een voormalige Fortis-aandeelhouder een gerechtelijke procedure in tegen Ageas bij de rechtbank van Utrecht, waarbij schadevergoeding werd gevorderd vanwege de misleidende communicatie door Fortis tussen 29 september 2008 en 1 oktober 2008 zoals vastgesteld in de uitspraak van 29 juli 2014 in de zaak FortisEffect. Op 1 april 2015 heeft de rechtbank besloten dat deze procedure zal worden samengevoegd met de eerste twee Meijer procedures.

Op 11 mei 2015 stelde een voormalige Fortis-aandeelhouder bij de rechtbank van Amsterdam een gerechtelijke procedure in tegen Ageas en een voormalig topmanager van Fortis, waarbij schadevergoeding werd gevorderd vanwege misleidende communicatie over de financiële positie van Fortis.

1.1.5 Stichting Fortisclaim

Op 10 juni 2016 heeft de Stichting Fortisclaim tegen Ageas een collectieve procedure ingeleid voor de rechtbank van Utrecht met betrekking tot (i) Fortis' beleid inzake solvabiliteit na de overname van ABN Amro en (ii) diverse mededelingen gedaan door Fortis tussen 24 mei 2007 en 3 oktober 2008 inzake haar subprime blootstelling, solvabiliteit, liquiditeit en haar positie na het eerste reddingsweekend in september 2008.

1.2 In België

1.2.1 Modrikamen

Een aantal aandeelhouders, vertegenwoordigd door mr. Modrikamen, heeft op 28 januari 2009 een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel waarbij oorspronkelijk de vernietiging van de verkoop van ASR aan de Nederlandse staat en de verkoop van Fortis Bank aan de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) (en vervolgens aan BNP Paribas) dan wel schadevergoeding werd gevraagd. Op 8 december 2009 besliste de rechtbank onder meer dat zij niet bevoegd is voor de vorderingen tegen de Nederlandse verweerders. Op 17 januari 2013 bevestigde het Hof van Beroep dit vonnis op dit punt. In juli 2014 tekende mr. Modrikamen hiertegen cassatieberoep aan. Op 23 oktober 2015 verwierp het Hof van Cassatie dit beroep. Tot op heden wordt de procedure ten gronde voor de Rechtbank van Koophandel voortgezet inzake de verkoop van Fortis Bank waarbij de betaling van een schadevergoeding door BNP Paribas aan Ageas alsmede door Ageas aan de eisers wordt nagestreefd. In een tussenvonnis op 4 november 2014 verklaarde de rechtbank de vordering van ongeveer 50 % van de eisers onontvankelijk. Op 29 april 2016 besloot de Rechtbank van Koophandel te Brussel de zaak te schorsen in afwachting van het resultaat van de strafprocedure.

1.2.2 Deminor

Een aantal personen rond Deminor International heeft op 13 januari 2010 (momenteel onder de naam DRS Belgium) een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij ze schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatieverstrekking door Fortis in de periode maart 2007 tot oktober 2008. Op 28 april 2014 verklaarde de rechtbank in een tussenvonnis de vordering van ongeveer 25 % van de eisers onontvankelijk.

1.2.3 Overige vorderingen namens individuele aandeelhouders

Op 12 september 2012 hebben Patripart, een (voormalige) Fortis aandeelhouder, en haar moedermaatschappij Patrinvest een procedure aangespannen voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij schadevergoeding wordt gevorderd op basis van het beweerde gebrek aan of misleidende informatie van Fortis in de context van de kapitaalverhoging in 2007. Op 1 februari 2016 verwierp de rechtbank de vordering over de hele lijn. Op 16 maart 2016 heeft Patrinvest beroep aangetekend bij het Brusselse Hof van Beroep.

Op 29 april 2013 hebben een aantal personen vertegenwoordigd door mr. Arnauts een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij ze schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatieverstrekking door Fortis in 2007 en 2008. Deze procedure is opgeschort in afwachting van de afloop van de strafprocedure.

Op 25 juni 2013 werd voor dezelfde rechtbank een gelijkaardige procedure gestart door twee aandeelhouders. Deze eisers verzoeken hun zaak met de zaak Deminor samen te voegen. Ondertussen hebben de eisers ingestemd met een opschorting van hun zaak tot een nog niet bepaalde datum.

Op 19 september 2013 werd voor de Rechtbank van Eerste Aanleg in Brussel een gelijkaardige burgerlijke procedure gestart door een aantal (voormalige) aandeelhouders van Fortis, vertegenwoordigd door mr. Lenssens. Deze procedure is opgeschort in afwachting van de uitkomst van de strafprocedure.

II Procedures die niet onder de Schikking vallen

2. ADMINISTRATIEVE PROCEDURE IN BELGIË

De Belgische Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) heeft een onderzoek ingesteld inzake Fortis' externe communicatie in het tweede kwartaal van 2008. Op 17 juni 2013 besliste de sanctiecommissie dat Fortis in de periode mei-juni 2008 te laat of onjuist gecommuniceerd heeft over de voorwaarden die haar door de Europese Commissie waren opgelegd in het kader van de overname van ABN AMRO, over haar in het vooruitzicht gestelde solvabiliteit na de volledige integratie van ABN AMRO en over het succes van de NITSH II uitgifte. Daarom legde de sanctiecommissie Ageas een boete op van EUR 500.000. Op 24 september 2015 oordeelde het Hof van beroep in Brussel over de beslissing van de sanctiecommissie en besliste Ageas een lagere boete van EUR 250.000 op te leggen voor het verspreiden van misleidende informatie op 12 juni 2008. Om procedurele redenen was er een Franstalige en een Nederlandstalige procedure. In elke procedure werd er op 24 september 2015 een besluit genomen door het Hof van beroep in Brussel. Ageas heeft op 24 augustus 2016 tegen de Franse uitspraak beroep aangetekend bij het Hof van Cassatie. Ageas heeft op 14 juni 2017 tegen de Nederlandse uitspraak beroep aangetekend bij het Hof van Cassatie.

3. STRAFPROCEDURE IN BELGIË

In België loopt sinds oktober 2008 een strafprocedure naar aanleiding van de gebeurtenissen vermeld in de inleiding van dit hoofdstuk. In februari 2013 heeft de procureur des Konings zijn vordering ingediend met volgende ten lasteleggingen: (i) foutieve jaarrekening 2007 door de overschatting van subprime-gerelateerde activa, (ii) aanzetting om in te tekenen op de kapitaalverhoging in 2007 op basis van verkeerde informatie en (iii) publicatie van in meerdere gevallen verkeerde of onvolledige informatie over de subprime blootstelling tussen augustus 2007 en april 2008. Daar verschillende betrokken partijen om aanvullend onderzoek hebben gevraagd en dit verzoek is gehonoreerd, is de hoorzitting voor de Raadkamer uitgesteld naar een nog niet bepaalde datum. In de huidige stand van het onderzoek vordert de procureur des Konings de verwijzing van Ageas naar de correctionele rechtbank niet.

4. 4 OVERIGE JURIDISCHE PROCEDURES

4.1 Procedure ingesteld door houders van Mandatory Convertible Securities (MCS)

De Mandatory Convertible Securities uitgegeven in 2007 door Fortis Bank Nederland (Holding) N.V. (nu ABN AMRO Bank N.V.), samen met Fortis Bank SA/NV (nu BNP Paribas Fortis SA/NV), Fortis SA/NV en Fortis N.V. (beide nu ageas SA/NV), werden verplicht geconverteerd op 7 december 2010 in 106.723.569 aandelen Ageas. Voor 7 december 2010 beslisten een aantal MCS houders eenzijdig op een algemene vergadering van MCS houders om de vervaldag van de MCS uit te stellen tot 7 december 2030. De gevolgen van deze beslissing werden evenwel opgeschort door de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Brussel op verzoek van Ageas. Na 7 december 2010 hebben de voormelde MCS houders de geldigheid van de conversie van de MCS aangevochten. Zij eisten de vernietiging van de conversie, dan wel een schadevergoeding voor een bedrag van EUR 1,75 miljard. Op 23 maart 2012 heeft de Rechtbank van Koophandel te Brussel Ageas in het gelijk gesteld en alle eisen van de voormalige MCS-

houders afgewezen. De omzetting van de MCS in door Ageas uitgegeven aandelen op 7 december 2010 blijft dus rechtsgeldig en er is geen schadevergoeding verschuldigd. Een aantal voormalige MCShouders heeft beroep aangetekend tegen dit vonnis, waarbij een voorlopige schadevergoeding van EUR 350 miljoen en de aanstelling van een expert wordt gevorderd. Op 29 maart 2018 zal een procedurele zitting plaatsvinden.

4.2 Procedures ingeleid door RBS

Op 1 april 2014 startte Royal Bank of Scotland (RBS) twee juridische procedures tegen Ageas en andere partijen: (i) een procedure voor de Rechtbank van Koophandel te Brussel waar RBS aanspraak maakt op een bedrag van EUR 75 miljoen op basis van een vermeende garantie die door Fortis zou zijn verstrekt in 2007 in het kader van een aandelentransactie tussen ABN AMRO Bank (nu RBS) en Mellon en (ii) een arbitrageprocedure voor het ICC in Parijs waar RBS aanvankelijk aanspraak maakte op een totaalbedrag van EUR 135 miljoen, te weten de vermeende garantie van EUR 75 miljoen vermeerderd met EUR 60 miljoen op basis van een "escrow" arrangement. In maart 2016 heeft RBS deze laatste vordering van EUR 60 miljoen laten vallen. Na de hoorzittingen in januari 2017 voor het ICC-arbitragehof heeft RBS ingestemd om de procedure voor de Rechtbank van Koophandel te Brussel in te trekken. Op 29 januari 2018 informeerde het ICC-tribunaal Ageas ten gunste van Ageas te hebben beslist. Alle claims van RBS zijn afgewezen.

5. Vrijwaringsbedingen

In 2008 heeft Fortis aan sommige voormalige topmanagers en bestuurders, bij hun vertrek, een contractuele vrijwaring verleend voor juridische kosten, en in sommige gevallen ook voor de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak in het geval dat tegen deze personen een rechtszaak zou worden aangespannen in verband met hun mandaat binnen de onderneming. Ageas betwist de geldigheid van deze contractuele vrijwaringsbedingen voor zover ze betrekking hebben op de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak.

Voorts heeft Ageas, zoals gebruikelijk bij dat soort transacties, overeenkomsten afgesloten met een aantal financiële instellingen die de plaatsing van Fortis aandelen faciliteerden tijdens de kapitaalverhogingen van 2007 en 2008. Deze overeenkomsten bevatten vrijwaringsbedingen die onder bepaalde voorwaarden voor Ageas verplichtingen tot schadeloosstelling impliceren. Sommige van die financiële instellingen zijn betrokken bij de in dit hoofdstuk beschreven juridische procedures.

In het kader van een schikking met de verzekeraars van de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering en van de prospectusaansprakelijkheidsverzekering, met betrekking tot de gebeurtenissen en ontwikkelingen rond de voormalige Fortis groep in 2007 en 2008, heeft Ageas een vrijwaring verleend aan de verzekeraars voor het totale dekkingsbedrag van de betrokken polissen. Daarnaast ging Ageas ook vrijwaringsverbintenissen aan ten gunste van enkele voormalige Fortis bestuurders en functionarissen en ten gunste van BNP Paribas Fortis met betrekking tot toekomstige verdedigingskosten, en ten gunste van de bestuurders van de twee Nederlandse stichtingen die in het kader van de Schikking zijn opgericht.

6. ALGEMENE OPMERKINGEN

Als de Schikking definitief wordt, zullen de civiele procedures vermeld in sectie 1 mogelijk geschikt worden, behalve voor de eisers die tijdig hebben meegedeeld dat ze niet wensen gebonden te zijn door de Schikking. Deze eisers kunnen de procedures tegen Ageas voortzetten of nieuwe starten. Zoals hierboven meegedeeld, werd voor de Schikking een voorziening geboekt van EUR 1,1 miljard, met inbegrip van EUR 53,7 miljoen voor het restrisico.

Als de Schikking niet zou worden ten uitvoer gebracht, kunnen de civiele procedures vermeld in sectie 1 worden voortgezet. In die hypothese, en zonder afbreuk te doen aan specifieke commentaren die hierboven werden gegeven en gezien de verschillende fases en het continu veranderende karakter alsook de inherente onzekerheden en complexiteit van de lopende procedures is het management op dit ogenblik niet in staat om hun gevolgen in te schatten en te bepalen, of de vorderingen tegen Ageas ongegrond zijn of succesvol kunnen worden verdedigd en of deze vorderingen al dan niet zullen resulteren in een significant verlies in de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas. Ageas zal voorzieningen boeken indien, en op het ogenblik dat, het naar de mening van het management en de Raad van Bestuur, in overleg met de juridische adviseurs, meer waarschijnlijk is dan niet dat Ageas in deze zaken een betaling zal moeten doen en er een betrouwbare schatting kan worden gemaakt van de hoogte van het bedrag.

Indien een van deze procedures negatieve gevolgen voor Ageas zou hebben of zou leiden tot de toekenning van een schadevergoeding aan de eisers in verband met miscommunicatie of wanbeheer van de kant van Fortis, dan kan dat belangrijke gevolgen hebben voor de financiële positie van Ageas. Op dit moment zijn die gevolgen evenwel niet kwantificeerbaar.

23.2 Voorwaardelijke verplichtingen inzake hybride instrumenten van voormalige dochterondernemingen

In 2007 heeft BNP Paribas Fortis SA/NV CASHES (Convertible And Subordinated Hybrid Equity-linked Securities) uitgegeven, waarbij ageas SA/NV als medeschuldenaar optrad (BNP Paribas Fortis SA/NV was op dat moment een dochteronderneming). Van de oorspronkelijk uitgegeven 12.000 effecten, blijven er 3.791 effecten uitstaan, die een totaal bedrag vertegenwoordigen van EUR 948 miljoen.

De obligaties hebben geen vervaldatum en kunnen niet in contanten worden uitbetaald, maar kunnen alleen worden ingewisseld tegen aandelen Ageas aan een koers van EUR 239,40 per aandeel. De CASHES worden automatisch omgezet in aandelen Ageas als de koers van het aandeel Ageas gedurende twintig achtereenvolgende beurswerkdagen gelijk is aan of hoger is dan EUR 359,10. BNP Paribas Fortis SA/NV bezit 3.958.859 aandelen Ageas met het oog op de mogelijke wissel.

De enige verhaalmogelijkheid van de houders van de CASHES tegen elk van de mededebiteuren met betrekking tot de hoofdsom zijn de aandelen Ageas die BNP Paribas Fortis SA/NV aanhoudt; deze aandelen zijn ten gunste van die houders verpand.

BNP Paribas Fortis SA/NV betaalt de coupon voor de CASHES per kwartaal tegen een variabele rente van 3-maands Euribor plus 200 basispunten, tot de omwisseling van de CASHES in aandelen Ageas plaatsvindt. Indien geen dividend wordt betaald op aandelen Ageas, of het vast te stellen dividend met betrekking tot een boekjaar onder de drempel ligt (dividendrendement < 0,5%), of in bepaalde andere omstandigheden, zal de betaling van coupons door ageas SA/NV verplicht plaatsvinden via de uitgifte van nieuwe aandelen in overeenstemming met de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM), terwijl BNP Paribas Fortis SA/NV dan aan Ageas instrumenten dient uit te geven die als hybride Tier 1 instrumenten kunnen worden aangemerkt als compensatie voor de coupons die werden betaald door ageas SA/NV. Als de ACSM in werking treedt en het beschikbare toegestane maatschappelijke kapitaal ontoereikend is om ageas SA/NV in staat te stellen de ACSM-verplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is.

In een akkoord gesloten in 2012, dat onder andere heeft geleid tot een tender en tevens conversie van de CASHES, heeft Ageas ingestemd BNP Paribas Fortis SA/NV een jaarlijkse vergoeding te betalen die overeenkomt met het brutodividend van de aandelen die BNP Paribas Fortis SA/NV nog aanhoudt.

23.3 Overige voorwaardelijke verplichtingen

Samen met BGL BNP Paribas heeft Ageas Insurance International N.V. een garantie verstrekt aan Cardif Lux Vie S.A. tot EUR 100 miljoen om uitstaande juridische vorderingen te dekken met betrekking tot Fortis Lux Vie S.A., een voormalige dochtermaatschappij van Ageas die eind 2011 fuseerde met Cardif Lux International S.A.

Voorts hebben een aantal particuliere klanten van Ageas Frankrijk, een 100% dochteronderneming van Ageas Insurance International, vorderingen tegen Ageas Frankrijk ingediend in verband met de vermeende eenzijdige wijziging van de voorwaarden van een unitlinked product door het doorrekenen van bepaalde transactiekosten. Eisers vroegen niet alleen de terugbetaling van deze kosten, maar beweerden ook benadeeld te zijn wegens verloren kansen om arbitrageverrichtingen uit te voeren tussen unit-linked fondsen en een gewaarborgd fonds door gebruik te maken van de laatst bekende valutadata, en eisten tevens een verbod op de doorrekening van de kosten. In november 2014 erkende het Parijse Hof van Beroep de beslissing in eerste aanleg om de vorderingen als gegrond te verklaren en stelde het experts aan om de omvang van de schadevergoeding vast te stellen. Nadat Ageas France hiertegen cassatieberoep had ingesteld bij het Franse Hof van Cassatie, heeft dit Hof van Cassatie op 8 september 2016 het arrest van het Hof van Beroep in Parijs grotendeels vernietigd in het voordeel van Ageas France en de zaak verwezen naar het Hof van Beroep in Versailles.

24 Gebeurtenissen na balansdatum

Fortis-schikking bindend verklaard

Op 13 juli 2018 heeft het Gerechtshof in Amsterdam de Fortis-schikking tussen Ageas, Stichting FORsettlement en de claimantenorganisaties (d.w.z. Vereniging van Effectenbezitters, Deminor, Stichting Investor Claims Against Fortis (SICAF) en Stichting FortisEffect) bindend verklaard.

Deze uitspraak betekent dat In aanmerking komende aandeelhouders (dat wil zeggen personen die Fortis-aandelen in bezit hadden op onverschillig welk tijdstip tussen het sluiten van de handel op 28 februari 2007 en het sluiten van de handel op 14 oktober 2008) recht hebben op compensatie voor de gebeurtenissen van 2007-2008, in ruil voor een volledige vrijwaring van aansprakelijkheid met betrekking tot deze gebeurtenissen en conform de (overige) bepalingen van het schikkingsakkoord.

Inkoopprogramma eigen aandelen 2017

Ageas rondde op vrijdag 3 augustus 2018 het inkoopprogramma voor eigen aandelen af dat werd aangekondigd op 9 augustus 2017. Tussen 21 augustus 2017 en 3 augustus 2018 heeft Ageas 4.772.699 aandelen teruggekocht, wat overeenstemt met 2,35% van het totale aantal uitstaande aandelen en met een totaalbedrag van EUR 200 miljoen.

Inkoopprogramma eigen aandelen 2018

Ageas maakte op 8 augustus 2018 een nieuw aandeleninkoopprogramma bekend dat zal worden geïntroduceerd op 13 augustus 2018 en loopt tot 2 augustus 2019 en een totale omvang van EUR 200 miljoen heeft.

Er hebben na de balansdatum geen materiële gebeurtenissen plaatsgevonden die noodzaken tot een bijstelling van het verkorte geconsolideerde tussentijdse financieel verslag van Ageas per 30 juni 2018.

Bericht van de Raad van Bestuur

De Raad van Bestuur van Ageas is verantwoordelijk voor het opstellen van het verkorte geconsolideerde tussentijdse financieel verslag van Ageas over de eerste zes maanden van 2018, in overeenstemming met International Financial Reporting Standards zoals aanvaard door de Europese Unie, en met de Europese Transparantierichtlijn (2004/109/EG).

De Raad van Bestuur verklaart dat, naar zijn beste weten, het verkorte geconsolideerde tussentijdse financieel verslag van Ageas over de eerste zes maanden van 2018 een getrouw en juist beeld geeft van de activa, verplichtingen, financiële positie en het resultaat van Ageas en van onzekerheden waarmee Ageas geconfronteerd wordt en dat de informatie die in dit verslag is opgenomen geen tekortkomingen bevat die het noodzakelijk maken om enige berichtgeving significant aan te passen.

De Raad van Bestuur heeft het verkorte geconsolideerde tussentijdse financieel verslag van Ageas over de eerste zes maanden van 2018 op 7 augustus 2018 beoordeeld en goedgekeurd voor publicatie.

Brussel, 7 augustus 2018

Raad van Bestuur

Voorzitter Jozef De Mey Chief Executive Officer Bart De Smet Chief Financial Officer Christophe Boizard Chief Risk Officer Filip Coremans Chief Operating Officer Antonio Cano

Vicevoorzitter Guy de Selliers de Moranville Bestuurders Sonali Chandmal (benoemd op 16 mei 2018) Richard Jackson Yvonne Lang Ketterer Jane Murphy Lionel Perl Lucrezia Reichlin Katleen Vandeweyer Jan Zegering Hadders

Beoordelingsverklaring

Verslag van de commissaris aan de raad van bestuur van ageas SA/NV omtrent de beoordeling van de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie over de periode van zes maanden afgesloten op 30 juni 2018.

Inleiding

We hebben een beoordeling uitgevoerd van de in bijlage opgenomen verkorte geconsolideerde balans van ageas SA/NV (de "Vennootschap") en haar dochtervennootschappen (samen "de Groep") op 30 juni 2018, alsmede van de verkorte geconsolideerde resultatenrekening, het verkorte geconsolideerde overzicht van het comprehensive income, het verkorte geconsolideerde overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen en het verkorte geconsolideerde kasstroomoverzicht over de periode van zes maanden afgesloten op die datum, omvattende een samenvatting van de grondslagen voor financiële verslaggeving en consolidatie en de toelichtingen (de "tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële staten"). De raad van bestuur is verantwoordelijk dat deze tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële staten zijn opgesteld en gepresenteerd in overeenstemming met IAS 34, zoals goedgekeurd door de Europese Unie. Het is onze verantwoordelijkheid om een besluit te formuleren over deze tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële staten op basis van onze beoordeling.

Omvang van de beoordeling

Wij hebben onze beoordeling uitgevoerd overeenkomstig ISRE 2410, "Beoordeling van tussentijdse financiële informatie, uitgevoerd door de onafhankelijke auditor van de entiteit". Een beoordeling van tussentijdse financiële informatie bestaat uit het verzoeken om inlichtingen aan hoofdzakelijk financiële en boekhoudkundige verantwoordelijken, en het toepassen van analytische en andere procedures van beoordeling. De reikwijdte van een beoordeling is substantieel kleiner dan een controle uitgevoerd volgens de Internationale Controlestandaarden en laat ons bijgevolg niet toe om met zekerheid te stellen dat we kennis hebben van alle belangrijke gegevens die zouden geïdentificeerd zijn indien we een volkomen controle zouden hebben uitgevoerd. Wij brengen dan ook geen controleoordeel tot uitdrukking.

Conclusie

Op basis van onze beoordeling is niets onder onze aandacht gekomen dat ons doet aannemen dat de in bijlage opgenomen tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële staten, in alle van materieel belang zijnde opzichten niet opgesteld zouden zijn in overeenstemming met IAS 34, zoals goedgekeurd door de Europese Unie.

Benadrukking van een bepaalde aangelegenheid

Zonder afbreuk te doen aan onze tot uitdrukking gebrachte conclusie, vestigen wij uw aandacht op toel ichting 14 Voorzieningen van de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie over de periode van zes maanden afgesloten op 30 juni 2018, waarin beschreven wordt dat de Groep een voorziening heeft aangelegd van EUR 1,1 miljard met betrekking tot de globale schikking gerelateerd met de Fortis gebeurtenissen van 2007 en 2008. De toelichting beschrijft dat de schikking pas definitief wordt als op het einde van de opt-out periode de overeengekomen opt-out drempel niet is overschreden of als de Vennootschap afstand heeft gedaan van haar recht de schikking te beëndigen.

Zonder afbreuk te doen aan de hierboven tot uitdrukking gebrachte conclusie, vestigen wij bovendien uw aandacht op toelichting 23 Voorwaardelijke verplichtingen van de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie over de periode afgesloten op 30 juni 2018 waarin beschreven is dat de Vennootschap betrokken is of kan betrokken worden bij een aantal gerechtelijke procedures en een hangende strafrechtelijke procedure in België als gevolg van de gebeurtenissen en ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden met betrekking tot de voormalige Fortisgroep tussen mei 2007 en oktober 2008. Als deze juridische acties succesvol zouden blijken, zouden zij een grote impact kunnen hebben op de financiële situatie van de Groep. Op dit moment zijn die gevolgen evenwel niet kwantificeerbaar.

Sint-Stevens-Woluwe, 7 augustus 2018

De commissaris PwC Bedrijfsrevisoren bcvba Vertegenwoordigd door

Yves Vandenplas Bedrijfsrevisor

Talk to a Data Expert

Have a question? We'll get back to you promptly.