Skip to main content

AI assistant

Sign in to chat with this filing

The assistant answers questions, extracts KPIs, and summarises risk factors directly from the filing text.

ageas SA/NV Interim / Quarterly Report 2015

May 8, 2015

3905_10-q_2015-05-08_a75bd7eb-7bbe-436e-af68-360962df9bd2.pdf

Interim / Quarterly Report

Open in viewer

Opens in your device viewer

GECONSOLIDEERD TUSSENTIJDS FINANCIEEL VERSLAG VOOR DE EERSTE DRIE MAANDEN VAN 2015

Brussel 8 Mei 2015

Verslag van de raad van bestuur van Ageas 3
Resultaten en ontwikkelingen 4
Geconsolideerd tussentijds financieel verslag voor de eerste drie maanden van 2015 6
Geconsolideerde balans 7
Geconsolideerde resultatenrekening 8
Geconsolideerd overzicht van het comprehensive income 9
Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen 10
Geconsolideerd kasstroom overzicht 11
Algemene informatie 12
1 Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving en consolidatie 13
2 Overnames en desinvesteringen 16
3 Uitstaande aandelen en winst per aandeel 18
4 Toezicht en solvabiliteit 21
5 Verbonden partijen 23
6 Informatie operationele segmenten 24
Toelichting op de geconsolideerde balans 36
7 Geldmiddelen en kasequivalenten 37
8 Financiële beleggingen 38
9 Leningen 45
10 Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 46
11 Verzekeringsverplichtingen 47
12 Achtergestelde schulden 48
13 Leningen 50
14 Acute en uitgestelde belastingen 51
15 RPN(I) 52
16 Voorzieningen 53
17 Verplichtingen i.v.m. geschreven NCI-putopties 54
18 Derivaten 56
19 Toezeggingen 58
20 Reële waarde van financiële activa en verplichtingen 59
Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening 61
21 Verzekeringspremies 62
22 Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten 64
23 Resultaat op verkoop en herwaarderingen 65
24 Schadelasten en uitkeringen 66
25 Financieringslasten 67
26 Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen 68
Toelichting op de transacties niet opgenomen op de geconsolideerde balans 69
27 Voorwaardelijke verplichtingen 70
28 Gebeurtenissen na balansdatum 75
Bericht van de Raad van Bestuur 76
Verklaring van de onafhankelijke accountant 77

VERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR VAN AGEAS

Resultaten en ontwikkelingen

Ontwikkelingen

Op de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van ageas SA/NV hebben de aandeelhouders de volgende voorstellen die door de Raad van Bestuur zijn voorgelegd goedgekeurd:

  • de statutaire jaarrekening voor het boekjaar 2014;
  • de betaling van een brutocashdividend van EUR 1,55 per Ageas aandeel;
  • het remuneratieverslag;
  • de benoeming van de heren Christophe Boizard en Filip Coremans, beide lid van het executive committee van Ageas, als uitvoerend lid van de Raad van Bestuur, voor een periode van vier jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2019;
  • de herbenoeming voor een periode van vier jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2019 van:
  • de heer Jozef De Mey als onafhankelijk niet-uitvoerend lid van de Raad van Bestuur;
  • de heer Guy de Selliers de Moranville als onafhankelijk niet-uitvoerend lid van de Raad van Bestuur;
  • de heer Lionel Perl als onafhankelijk niet-uitvoerend lid van de Raad van Bestuur;
  • de heer Jan Zegering Hadders als onafhankelijk nietuitvoerend lid van de Raad van Bestuur.
  • de herbenoeming in de hoedanigheid van commissaris, van de vennootschap KPMG Bedrijfsrevisoren BV o.v.v. CVBA (KPMG) voor een periode van drie jaar voor de boekjaren 2015, 2016 en 2017;
  • de vernietiging van de in 2014 ingekochte aandelen;
  • de vernietiging van VVPR-strips.

De vergaderingen keurden ook de andere agendapunten goed inclusief de statutenwijzigingen.

Resultaten van Ageas

Het brutopremie-inkomen van Ageas werd in het eerste kwartaal van 2015 opnieuw gekenmerkt door verkopen die tegenover het voorgaande jaar met bijna 30% stegen. Dit was vooral toe te schrijven aan de aanhoudende volumegroei van Leven in Azië en in mindere mate Continentaal Europa, terwijl het premie-inkomen van Niet-leven in een lager tempo toenam. Het totale premieinkomen, inclusief de niet-geconsolideerde partnerships tegen 100%, kwam voor de eerste keer op bijna EUR 10 miljard uit en is inclusief een gunstige invloed van de wisselkoersen. Het totale nettoresultaat Verzekeringen steeg met 37% naar EUR 198 miljoen, met betere resultaten in alle segmenten en een hogere bijdrage van de niet-geconsolideerde activiteiten. Het nettoresultaat van de Algemene Rekening bedroeg EUR 44 miljoen positief na een neerwaartse bijstelling van de RPN(I)-verplichting.

Het totale eigen vermogen steeg van EUR 10,2 miljard of EUR 46,60 per aandeel eind 2014 naar EUR 12,0 miljard of EUR 55,04 per aandeel eind maart. Deze stijging was toe te schrijven aan de hogere ongerealiseerde meerwaarden op de obligatie- en aandelenportefeuille (EUR 0,8 miljard) en positieve wisselkoerseffecten (EUR 0,3 miljard). Daarnaast speelde het kwartaalresultaat van de Groep een rol en de herwaardering van de put-optie op AG Insurance, gedeeltelijk gecompenseerd door de aandelen die werden teruggekocht.

Leven, Niet-leven en andere verzekeringen

Het nettoresultaat steeg van EUR 129 miljoen naar EUR 148 miljoen dankzij solide operationele marges in alle activiteiten, een hogere bijdrage van de niet-geconsolideerde partnerships in Azië en Continentaal Europa en lagere belastingen.

Het nettoresultaat in België bedroeg EUR 72 miljoen tegenover EUR 75 miljoen vorig jaar. Als we eenmalige kosten verbonden aan een belangrijke kapitaalherstructureringstransactie in het eerste kwartaal buiten beschouwing laten, was het nettoresultaat vrijwel stabiel. De operationele marge op producten met een gegarandeerde rente bleef goed met 82 basispunten, terwijl die voor unit-linked producten bijna verdubbelde naar 47 basispunten.

In Continentaal Europa steeg het resultaat over het eerste kwartaal, mede dankzij sterke resultaten in Luxemburg, met EUR 2 miljoen naar EUR 21 miljoen. Het nettoresultaat in Azië was bijna 60% hoger en bedroeg EUR 55 miljoen, met een solide bijdrage van in het bijzonder China, Thailand en Hongkong en ook gesteund door gunstige wisselkoerseffecten.

Het nettoresultaat van de Niet-leven-activiteiten bedroeg EUR 53 miljoen (versus EUR 12 miljoen) dankzij de eerdergenoemde operationele verbeteringen en solide bijdragen uit alle segmenten. De impact van de stormen en overstromingen die het VK vorig jaar troffen, vertegenwoordigden een last van netto EUR 35 miljoen. In België steeg de bijdrage aan het nettoresultaat naar EUR 23 miljoen (versus EUR 12 miljoen), terwijl de nettowinst in het VK EUR 19 miljoen bedroeg (versus een nettoverlies van EUR 10 miljoen). In Continentaal Europa bedroeg de nettowinst EUR 7 miljoen (versus EUR 5 miljoen), met een positieve bijdrage van Portugal en Italië en Turkije dichtbij het break-evenpunt. Vanwege Maleisië kwam het nettoresultaat in Azië iets lager uit, op EUR 3 miljoen (versus EUR 4 miljoen).

Het nettoresultaat van Overige in het VK bedroeg EUR 3 miljoen negatief (versus EUR 5 miljoen positief). Het resultaat van vorig jaar omvatte de ontvangst vanuit een juridische schikking.

Algemene rekening

Het nettoresultaat van de Algemene Rekening bedroeg EUR 44 miljoen waarvan EUR 36 miljoen verband hield met een daling van de RPN(I)-verplichting. Per eind maart bedroeg deze verplichting EUR 431 miljoen, wat toe te schijven is aan een daling van de marktkoers van het gerelateerde CASHES-instrument en de hogere koers van het aandeel Ageas. De personeelskosten en overige bedrijfskosten stegen naar EUR 13 miljoen.

Solvabiliteit

Het totale beschikbare kapitaal van Ageas bedroeg per eind maart 2015 EUR 9,8 miljard, in vergelijking met EUR 8,8 miljard per eind 2014. Dit overstijgt de totale geconsolideerde wettelijke minimum kapitaalvereisten met EUR 5,5 miljard, waarvan EUR 5.3 miljard in verzekeringen. Het totale beschikbare kapitaal van de verzekeringsactiviteiten bedroeg EUR 9,6 miljard en de minimale solvabiliteitseisen bleven stabiel met EUR 4,3 miljard. Dit leidde tot een solvabiliteitsratio voor de wereldwijde verzekeringsactiviteiten van 222%. De solvabiliteitsratio per segment bleef sterk en bedroeg 205% in België, 235% in het Verenigd Koninkrijk, 158% in Continentaal Europa en 291% in Azië.

Nettokaspositie Algemene Rekening

De nettokaspositie van de Algemene Rekening bedroeg EUR 1,6 miljard en was relatief stabiel vergeleken met eind 2014. Ook het bedrag aan cash belegd in liquide activa met een looptijd van langer dan een jaar bleef vrijwel ongewijzigd op EUR 0,3 miljard.

Brussel, 7 mei 2015

Raad van Bestuur

GECONSOLIDEERD TUSSENTIJDS FINANCIEEL VERSLAG VOOR DE EERSTE DRIE MAANDEN VAN 2015

Geconsolideerde balans

(voor winstbestemming)

Noot 31 maart 2015 31 december 2014
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 7 2.847,5 2.516,3
Financiële beleggingen 8 70.786,6 68.174,8
Vastgoedbeleggingen 8 2.616,7 2.641,3
Leningen 9 6.831,1 6.068,3
Beleggingen inzake unit-linked contracten 15.940,7 14.758,9
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 10 2.607,3 2.221,3
Herverzekering en overige vorderingen 2.132,3 1.991,7
Actuele belastingvorderingen 14 11,9 11,8
Uitgestelde belastingvorderingen 14 104,0 106,4
Overlopende rente en overige activa 2.225,1 2.460,2
Materiële vaste activa 1.128,4 1.119,4
Goodwill en overige immateriële vaste activa 1.543,4 1.488,6
Totaal activa 108.775,0 103.559,0
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 11.1 30.248,6 29.419,7
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 11.2 30.913,8 30.569,7
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 11.3 15.961,4 14.829,0
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven 11.4 7.461,6 7.147,6
Schuldbewijzen 2,1 2,2
Achtergestelde schulden 12 2.385,5 2.086,3
Leningen 13 2.732,8 2.483,5
Actuele belastingschulden 14 138,6 84,8
Uitgestelde belastingschulden 14 1.777,2 1.463,6
RPN(I) 15 431,4 467,0
Overlopende rente en overige verplichtingen 2.571,2 2.436,9
Voorzieningen 16 172,2 171,4
Verplichtingen inzake geschreven putopties 17 1.313,5 1.485,8
Totaal verplichtingen 96.109,9 92.647,5
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 3 11.981,7 10.223,3
Minderheidsbelangen 683,4 688,2
Totaal eigen vermogen 12.665,1 10.911,5
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 108.775,0 103.559,0

Geconsolideerde resultatenrekening

Noot Eerste drie maanden 2015 Eerste drie maanden 2014
Baten
-
Bruto premies
2.486,1 2.346,3
-
Wijziging in niet-verdiende premies
- 107,9 - 139,4
-
Afgegeven herverzekeringspremies
- 81,0 - 90,3
Netto verdiende premies 21 2.297,2 2.116,6
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 22 733,3 716,0
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) 35,6 - 103,7
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 23 55,5 78,3
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 938,0 418,9
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 72,7 36,2
Commissiebaten 124,8 106,7
Overige baten 43,7 59,1
Totale baten 4.300,8 3.428,1
Lasten
-
Schadelasten en uitkeringen, bruto
- 2.211,6 - 2.128,8
-
Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars
28,4 47,1
Schadelasten en uitkeringen, netto 24 - 2.183,2 - 2.081,7
Lasten inzake unit-linked contracten - 958,6 - 429,9
Financieringslasten 25 - 41,0 - 39,6
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen 26 - 3,8 - 5,1
Wijzigingen in voorzieningen 16 0,4 - 0,6
Commissielasten - 330,8 - 329,2
Personeelskosten - 213,2 - 205,0
Overige lasten - 240,4 - 224,9
Totale lasten - 3.970,6 - 3.316,0
Resultaat voor belastingen 330,2 112,1
Belastingbaten (lasten) - 43,9 - 39,3
Nettoresultaat over de periode 286,3 72,8
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 44,9 42,7
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 241,4 30,1
Gegevens per aandeel (EUR)
Gewoon resultaat per aandeel 3 1,10 0,13
Verwaterd resultaat per aandeel 3 1,10 0,13

Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies uit beleggingscontracten zonder 'Discretionary Participation Features') kan als volgt worden berekend.

Noot Eerste drie maanden 2015 Eerste drie maanden 2014
2.486,1 2.346,3
406,5 443,3
21 2.892,6 2.789,6

Geconsolideerd overzicht van het comprehensive income

Noot Eerste drie maanden 2015 Eerste drie maanden 2014
Overig comprehensive income
Onderdelen die niet naar de resultatenrekening zullen worden geclassificeerd:
De herberekening van de verplichting inzake de toegezegde pensioenregeling - 24,0 - 66,5
Gerelateerde belasting 8,6 19,2
De herberekening van de verplichting inzake de toegezegde pensioenregeling - 16,3 - 47,3
Totaal van de onderdelen die niet naar de resultatenrekening zullen worden geclassificeerd: - 16,3 - 47,3
Onderdelen die (kunnen) worden geherclassificeerd naar de resultatenrekening:
Wijzigingen in amortisatie van investeringen tot einde looptijd aangehouden 6,0 7,8
Gerelateerde belasting - 1,5 - 2,0
Wijziging in beleggingen Tot einde looptijd aangehouden 8 4,5 5,8
Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop 1) 1.333,2 744,1
Gerelateerde belasting - 351,6 - 217,4
Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop 8 981,6 526,7
Aandeel in Overig comprehensive income van geassocieerde deelnemingen 10 17,4 26,9
Wijzigingen in omrekeningsverschillen 392,2 5,0
Totaal van de onderdelen die (kunnen) worden geherclassificeerd naar de resultatenrekening: 1.395,7 564,4
Overig comprehensive income over de periode, na belastingen 1.379,4 517,1
Nettoresultaat over de periode 286,3 72,8
Totaal Overig comprehensive income over de periode 1.665,7 589,9
Nettoresultaat toewijsbaar aan minderheidsbelangen 44,9 42,7
Overig comprehensive income toewijsbaar aan minderheidsbelangen 237,8 123,4
Totaal Overig comprehensive income toewijsbaar aan minderheidsbelangen 282,7 166,1
Totaal Overig comprehensive income over de periode, toewijsbaar
aan de aandeelhouders 1.383,0 423,8

1) De Wijzigingen in herwaardering van Investeringen beschikbaar voor verkoop, bruto, zijn met inbegrip van kasstroomafdekkingen en na koersverschillen en shadow accounting.

Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen

On- Eigen
Koers Netto
resultaat
gereal iseerde vermogen Minder- Totaal
verschil toewijsbaar toewijsba
Aandelen- Agio Overige len aan
aandeel
winsten en ar aan
aandeel
heids- eigen
kapitaal reserve reserves reserve houders verliezen houders belangen vermogen
Stand per 1 januari 2014 1.727,8 2.854,1 2.080,4 - 2,7 569,5 1.296,0 8.525,1 804,9 9.330,0
Netto resultaat over de periode 30,1 30,1 42,7 72,8
Herwaardering van investeringen 429,7 429,7 129,7 559,4
Herwaardering IAS 19 - 41,0 - 41,0 - 6,3 - 47,3
Omrekeningsverschillen 5,0 5,0 5,0
Totaal - 41,0 5,0 30,1 429,7 423,8 166,1 589,9
Overdracht 569,5 - 569,5
Dividend - 34,2 - 34,2
Eigen aandelen - 47,2 - 47,2 - 47,2
Op aandelen gebaseerde beloning 0,7 0,7 0,7
Impact geschreven putoptie op minderheidsbelang 93,4 93,4 - 112,4 - 19,0
Overige veranderingen in het eigen vermogen 4,9 - 4,5 0,4 0,3 0,7
Stand per 31 maart 2014 1.727,8 2.854,8 2.660,0 2,3 30,1 1.721,2 8.996,2 824,7 9.820,9
Stand per 1 januari 2015 1.709,4 2.796,1 2.320,0 325,9 475,6 2.596,3 10.223,3 688,2 10.911,5
Netto resultaat over de periode 241,4 241,4 44,9 286,3
Herwaardering van investeringen 764,0 764,0 239,5 1.003,5
Herwaardering IAS 19 - 12,1 - 12,1 - 4,2 - 16,3
Omrekeningsverschillen 389,7 389,7 2,5 392,2
Totaal van wijzigingen in eigen vermogen niet uit hoofde van
aandeelhouderschap
- 12,1 389,7 241,4 764,0 1.383,0 282,7 1.665,7
Overdracht 475,6 - 475,6
Dividend - 31,9 - 31,9
Eigen aandelen - 51,5 - 51,5 - 51,5
Op aandelen gebaseerde beloning 0,8 0,8 0,8
Impact geschreven putopties op minderheidsbelang 1) 427,7 427,7 - 254,7 173,0
Overige veranderingen in het eigen vermogen - 1,6 - 1,6 - 0,9 - 2,5
Stand per 31 maart 2015 1.709,4 2.796,9 3.158,1 715,6 241,4 3.360,3 11.981,7 683,4 12.665,1

1. Heeft betrekking op de putopties op AG insurance-aandelen en de putoptie op Interparking aandelen (alleen in 2015) (zie noot 17 Verplichten i.v.m. geschreven NCI-putopties).

Geconsolideerd kasstroom overzicht

Noot Eerste drie
maanden 2015
Eerste drie
maanden 2014
Geldmiddelen en kasequivalenten per 1 januari 7 2.516,3 2.156,6
Resultaat voor belastingen 330,2 112,1
Aanpassingen om het resultaat te laten aansluiten op de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten:
Herberekening RPN(I) 15 - 35,6 103,7
(On)gerealiseerde winsten (verliezen) 23 - 55,5 - 78,3
Baten van geassocieerde deelnemingen - 72,7 - 36,2
Afschrijvingen en oprenting 216,5 190,1
Bijzondere waardeverminderingen 26 3,8 5,1
Voorzieningen 16 0,3 0,6
Op aandelen gebaseerde beloningen 0,8 0,7
Totaal van de aanpassingen om het resultaat
te laten aansluiten op de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten
57,6 185,7
Wijzigingen in operationele activa en verplichtingen:
Activa en verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden 8 27,5 0,7
Leningen 9 - 743,7 320,3
Herverzekering en overige vorderingen - 91,6 - 94,7
Beleggingen inzake unit-linked contracten - 1.067,6 - 401,7
Schulden 13 192,2 41,2
Verplichtingen inzake verzekerings- en beleggingscontracten 11.1 & 11.2 61,1 942,7
Verplichtingen inzake unit-linked contracten
Netto wijzigingen in alle overige operationele activa en verplichtingen
11.3 1.024,5
105,0
407,5
- 417,4
Dividend ontvangen van geassocieerde deelnemingen 2,7 2,8
Betaalde winstbelastingen - 18,8 - 31,4
Totaal van de wijzigingen in operationele activa en verplichtingen - 508,7 770,0
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten - 120,9 1.067,8
Aankoop van beleggingen - 2.326,0 - 3.537,8
Opbrengsten uit verkoop en aflossingen beleggingen 2.692,8 3.372,8
Aankoop van vastgoedbeleggingen - 7,4 - 15,3
Opbrengsten uit verkoop van vastgoedbeleggingen 12,7 10,4
Aankopen van materiële vaste activa - 15,7 - 32,6
Opbrengsten uit verkoop van materiële vaste activa 0,6 2,1
Aankoop (kapitaalinjectie) van dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen
(inclusief kapitaalverhogingen van deelnemingen) 2 - 93,2 - 0,7
Desinvestering van dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen
(inclusief kapitaalterugbetalingen van deelnemingen) 2 2,0
Aankoop van immateriële vaste activa - 3,1 - 3,3
Opbrengsten uit verkoop van immateriële vaste activa 0,7 3,4
Kasstroom uit investeringsactiviteiten 263,4 - 201,0
Aflossing van schuldbewijzen 4 & 13 - 35,0
Opbrengsten uit uitgifte van achtergestelde schulden 12 395,0
Terugbetaling van achtergestelde schulden 12 - 154,9
Opbrengsten uit uitgifte van overige financieringen 13 10,0 1,4
Terugbetaling van overige financieringen - 10,0 - 2,5
Aankoop van eigen aandelen 3 & 4 - 51,5 - 47,2
Uitgekeerd dividend aan minderheidsbelangen 4 - 31,9 - 2,3
Kasstroom uit financieringsactiviteiten 156,7 - 85,6
Effect van omrekeningsverschillen van geldmiddelen en kasequivalenten 32,0 1,9
Geldmiddelen en kasequivalenten per 31 maart 7 2.847,5 2.939,7
Bijkomende toelichting inzake kasstromen uit bedrijfsactiviteiten
Ontvangen rente 22 1.017,5 991,7
Ontvangen dividenden van beleggingen 22 15,9 13,6
Betaalde rente 25 - 45,8 - 38,0

1 Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving en consolidatie

Het Geconsolideerd tussentijds financieel verslag voor de eerste drie maanden van 2015 van Ageas is opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) geldend per 1 januari 2015, zoals gepubliceerd door de International Accounting Standards Board (IASB) en zoals aanvaard binnen de Europese Unie (EU) per die datum.

1.1 Grondslagen voor financiële verslaggeving

De grondslagen zijn ongewijzigd ten opzichte van het boekjaar eindigend op 31 december 2014. Wijzigingen in IFRS die op 1 januari 2015 in werking zijn getreden en die van belang zijn voor Ageas (en zijn goedgekeurd door de EU) staan vermeld in paragraaf 1.2. De grondslagen zoals hier beschreven, zijn een samenvatting van de volledige grondslagen voor de verslaggeving die op https://www.ageas.com/nl/over-ageas/toezicht-audit-enboekhoudregels worden weergegeven.

Het Geconsolideerd tussentijds financieel verslag van Ageas is opgemaakt op basis van het going concern-beginsel. Het Geconsolideerd tussentijds financieel verslag van Ageas luidt in euro's, de functionele valuta van de moedermaatschappij van Ageas.

Activa en passiva die zijn opgenomen in de balans van Ageas hebben gewoonlijk een looptijd van meer dan 12 maanden, met uitzondering van Geldmiddelen en kasequivalenten, Herverzekering en overige vorderingen, Overlopende rente en overige activa, Overlopende rente en overige verplichtingen en Actuele belastingvorderingen en -schulden.

De belangrijkste door Ageas toegepaste IFRS voor de bepaling van de activa en verplichtingen zijn:

  • IAS 1 voor presentatie van de jaarrekening;
  • IAS 16 voor materiële vaste activa;
  • IAS 19 voor personeelsbeloningen;
  • IAS 23 voor leningen;
  • IAS 28 voor investeringen in geassocieerde deelnemingen;
  • IAS 32 voor geschreven putopties op minderheidsbelangen;
  • IAS 36 voor bijzondere waardeverminderingen van activa;
  • IAS 38 voor immateriële activa;
  • IAS 39 voor financiële instrumenten;
  • IAS 40 voor vastgoedbeleggingen;
  • IFRS 3 voor bedrijfscombinaties;
  • IFRS 4 voor waardering van verzekeringscontracten;

  • IFRS 7 voor informatieverschaffing over financiële instrumenten;

  • IFRS 8 voor operationele segmenten;
  • IFRS 10 voor geconsolideerde jaarrekeningen;
  • IFRS 12 voor rapportering van belangen in andere entiteiten;
  • IFRS 13 voor waardering tegen reële waarde.

1.2 Wijzigingen in grondslagen voor financiële verslaggeving

De volgende nieuwe of herziene standaarden, interpretaties en wijzigingen op standaarden en interpretaties zijn met ingang van 1 januari 2015 van kracht (zoals goedgekeurd door de EU).

Wijzigingen van IAS 19 Toegezegdepensioenregelingen: werknemersbijdragen

De wijzigingen hebben betrekking op bijdragen van werknemers of derde partijen aan toegezegdepensioenregelingen. Het doel van de wijzigingen is om de verwerkingswijze van deze bijdragen te vereenvoudigen, voor zover deze onafhankelijk zijn van het aantal jaar dat de werknemer werkzaam is bij de entiteit, bijvoorbeeld bijdragen die zijn berekend op basis van een vast percentage van het salaris.

Verbeteringen in IFRSs (2010-2012 cyclus)

De onderwerpen waarop het verbeteringsproject 2010-2012 betrekking heeft zijn:

  • IFRS 2 Op aandelen gebaseerde beloningen: de definitie van voorwaarden voor onvoorwaardelijke toezeggingen;
  • IFRS 3 Bedrijfscombinaties: verwerking van voorwaardelijke vergoedingen in bedrijfscombinaties;
  • IFRS 8 Operationele segmenten: aggregatie van operationele segmenten en de aansluiting van het totaal van de gerapporteerde activa per segment en de totale activa van de entiteit;
  • IFRS 13 Waardering tegen reële waarde: kortetermijn vorderingen en schulden;
  • IAS 16 Materiële vaste activa: methode van herwaardering: proportionele aanpassing van cumulatieve afschrijvingen;
  • IAS 24 Verbonden partijen: key management personeel;
  • IAS 38 Immateriële vaste activa: methode van herwaardering: proportionele aanpassing van cumulatieve afschrijvingen.

De impact van bovenstaande wijzigingen op onze financiële verslaggeving is beperkt.

Verbeteringen in IFRSs (2011-2013 cyclus)

De onderwerpen waarop het verbeteringsproject 2011-2013 betrekking heeft zijn:

  • IFRS 1 Eerste toepassing IFRS: betekenis van 'effectieve IFRSs';
  • IFRS 3 Bedrijfscombinaties: scope-uitzondering voor joint ventures;
  • IFRS 13: Waardering tegen reële waarde: scope met betrekking tot de portfolio-uitzondering;
  • IAS 40 Vastgoedbeleggingen: nadere toelichting op de relatie tussen IFRS 3 en IAS 40 bij de classificatie van vastgoed als belegging of als vastgoed voor eigen gebruik.

De impact van bovenstaande wijzigingen op onze financiële verslaggeving is beperkt.

Verwachte wijzigingen in IFRS EU in 2016

Er zijn geen nieuwe standaarden die per 1 januari 2016 voor Ageas van kracht worden met een grote materiële impact op het eigen vermogen en/of het nettoresultaat.

1.3 Schattingen

De opstelling van het Geconsolideerd tussentijds financieel verslag op basis van IFRS vereist een aantal schattingen aan het einde van de verslagperiode. De gehanteerde schattingen en modellen zijn in het algemeen consistent sinds de introductie van IFRS in 2005. Elke schatting brengt van nature een aanzienlijk risico op materiële aanpassingen (positief dan wel negatief) in de boekwaarde van activa en passiva in het komend boekjaar met zich mee

De belangrijkste schattingen per de verslagdatum worden in de volgende tabel weergegeven.

31 maart 2015
Activa
Voor verkoop beschikbare activa
Gestructureerde kredietinstrumenten
Onzekerheid schatting
- Niveau 2 - Het waarderingsmodel
- Inactieve markten
- Niveau 3 - Het waarderingsmodel
- Gebruik niet-marktwaarneembare input
- Inactieve markten
Vastgoedbeleggingen - Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde
Leningen - Het waarderingsmodel
- Parameters als creditspread, looptijd en de rente
Geassocieerde deelnemingen - Van de beleggingsmix, de activiteiten en de marktontwikkelingen afhankelijke combinatie van
onzekerheden
Goodwill - Het gehanteerde waarderingsmodel
- Financiële en economische variabelen
- Disconteringsvoet
- De aan de inherente risicopremie van de entiteit
Overige immateriële vaste activa - Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde
Uitgestelde belastingvorderingen
Verplichtingen
Verplichtingen verzekeringscontacten
- Interpretatie van complexe belastingwetgeving
-
Hoogte en tijdstip van toekomstig, belastbaar inkomen
- Leven - Actuariële aannames
- Gehanteerde rentecurve bij toereikendheidstoets
- Niet-leven - Voorzieningen voor (voorgevallen maar niet-gerapporteerde) schadeclaims
- Schadebehandelingskosten
- Finale afhandeling van uitstaande schade claims
Pensioenverplichtingen - Actuariële aannames
- Disconteringsvoet
- Inflatie/salarissen
Voorzieningen - De waarschijnlijkheid van een huidige verplichting als gevolg van gebeurtenissen in het verleden
- De berekening van het best geschatte bedrag
Uitgestelde belastingschulden - Interpretatie van complexe belastingwetgeving
Geschreven putoptie op minderheidsbelang - Geschatte toekomstige reële waarde
- Disconteringsvoet

1.4 Segmentrapportering

Operationele segmenten

De te rapporteren segmenten van Ageas zijn gebaseerd op geografische regio's, de resultaten zijn gebaseerd op IFRS. Die onderverdeling naar regio's is ingegeven door het feit dat de activiteiten in de bewuste regio's van vergelijkbare aard zijn en dezelfde economische kenmerken delen.

De operationele segmenten zijn:

  • België;
  • Verenigd Koninkrijk (VK);
  • Continentaal Europa;
  • Azië;
  • Algemene Rekening.

Ageas heeft besloten dat de meest gepaste wijze van rapportering van de operationele segmenten onder IFRS gebaseerd is op de regio's waarin Ageas opereert: België, Verenigd Koninkrijk, Continentaal Europa en Azië.

Activiteiten die geen verband houden met verzekeren en eliminatieverschillen worden los van de verzekeringsactiviteiten gerapporteerd in het vijfde operationele segment: Algemene Rekening. De Algemene Rekening omvat activiteiten die niet gerelateerd zijn aan de kernverzekeringsactiviteiten, zoals groepsfinanciering en andere holding activiteiten. Onder de Algemene Rekening vallen tevens de investering in Royal Park Investments, de verplichtingen uit hoofde van de CASHES / RPN(I) en de geschreven putoptie op het minderheidsbelang, evenals de vorderingen en juridische procedures met betrekking tot de gebeurtenissen uit het verleden.

Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme condities die ook beschikbaar zijn voor niet-gerelateerde derden. Eliminaties worden afzonderlijk gerapporteerd.

1.5 Consolidatiegrondslagen

Dochterondernemingen

Het Geconsolideerd tussentijds financieel verslag omvat de financiële verslagen van ageas SA/NV (de 'Moedermaatschappij') en haar dochterondernemingen. Investeringen in geassocieerde deelnemingen waarin Ageas invloed van betekenis heeft zonder overwegende zeggenschap worden verantwoord volgens de 'equity'-methode.

1.6 Vreemde valuta

In de volgende tabel worden de koersen van de belangrijkste valuta voor Ageas weergegeven.

Koers per einde periode Gemiddelde koers
1 euro = 31 maart 2015 31 december 2014 Eerste drie maanden 2015 Eerste drie maanden 2014
Britse pond 0,73 0,78 0,74 0,83
Amerikaanse dollar 1,08 1,21 1,13 1,37
Hong Kong dollar 8,34 9,42 8,73 10,63
Turkse lira 2,81 2,83 2,77 3,04
Chinese yuan renminbi 6,67 7,54 7,02 8,36
Maleisische ringgit 3,99 4,25 4,08 4,52
Thaise baht 35,02 39,91 36,77 44,72

2 Overnames en desinvesteringen

De volgende significante overnames en desinvesteringen zijn gedaan in 2015 en 2014. Details over eventuele overnames en desinvesteringen na balansdatum zijn opgenomen in noot 28 Gebeurtenissen na balansdatum.

2.1 Overnames en Desinvesteringen in 2015

AG Insurance verwierf voor EUR 86,7 miljoen een belang van 36% in de geassocieerde deelneming Spitfire welke bestaat uit 23 retail warenhuizen in Duitsland. Daarnaast zijn er andere overnames voor een totaalbedrag van EUR 9 miljoen gedaan.

Er zijn gedurende de eerste drie maanden van 2015 geen significante desinvesteringen gedaan.

2.2 Overnames in 2014

UBI Assicurazioni

Op 5 augustus 2014 bereikten Ageas en BNP Paribas Cardif een akkoord met UBI Banca tot overname van de resterende 50% – 1 aandeel in het aandelenkapitaal van UBI Assicurazioni (UBIA), voor een totaalbedrag van EUR 75 miljoen en extra commissies onderworpen aan een afsluitingscorrectie.

UBIA is een van de toonaangevende bankverzekeraars in het nietlevensegment op de Italiaanse markt. Deze transactie vervolledigt de gezamenlijke aankoop van het meerderheidsbelang in UBIA in 2009.

Deze transactie werd eind 2014 afgerond. Ageas betaalde EUR 46 miljoen om het additioneel belang van 25% te verwerven. Aangezien Ageas reeds zeggenschap had over UBIA, resulteerde de aankoop niet in de boeking van een aankoop, echter, de aankoop resulteerde in een afname van het eigen vermogen van Ageas met EUR 40 miljoen, als gevolg van het feit dat de aankoopprijs, inclusief de reële waarde van de extra commissies, hoger was dan de nettowaarde van de activa.

BNP Paribas Cardif en Ageas bezitten samen 100% van UBIA, waarbij Ageas 50% + 1 aandeel heeft en BNP Paribas Cardif 50% - 1 aandeel. Beide aandeelhouders kwamen overeen om de activiteiten van UBIA in Italië uit te breiden, om de ontwikkeling van verzekeringsproducten en –diensten in het segment Nietleven, met inbegrip van auto- en woningverzekeringen, te vervolgen. Tegelijkertijd stemde UBI Banca in met een hernieuwing en uitbreiding van zijn overeenkomst tot langetermijndistributie met UBIA. UBI Assicurazioni kreeg de nieuwe naam Cargeas Assicurazioni.

Médis en Ocidental Seguros

MBCP Ageas, de joint venture met Banco Comercial Português (BCP) die voor 51% eigendom is van Ageas, heeft zijn aandelen in de niet-levenondernemingen als dividend uitgekeerd aan zijn twee aandeelhouders, samen met een kapitaalverdeling van EUR 225 miljoen. Ageas verwierf de volledige eigendom van deze Portugese niet-levenactiviteiten door de acquisitie van MBCP's 49%-belang op 30 juni 2014 voor een bedrag van EUR 126 miljoen. De transactie omvat een eenmalige prijsaanpassing na 4 jaar om feitelijke versus verwachte commerciële prestatie in het MBCP-netwerk te weerspiegelen.

Conform IFRS registreerde Ageas geen goodwill op deze transactie, aangezien het reeds zeggenschap had over deze bedrijven. Het verschil van EUR 72,4 miljoen tussen acquisitieprijs en boekwaarde van de activa en passiva werd in mindering gebracht op het eigen vermogen.

Andere acquisities

Op 2 april 2014 verwierf Ageas Frankrijk een additioneel belang van 16% in de geassocieerde deelneming Sicavonline. Als gevolg van deze acquisitie bereikte het Ageas-aandeel in Sicavonline 65% en verwierf Ageas zeggenschap over Sicavonline. Sinds deze datum wordt Sicavonline volledig geconsolideerd binnen het consolidatiebereik van Ageas. De bedragen betreffende deze transactie waren relatief klein. De totale geregistreerde goodwill bedroeg EUR 9,9 miljoen. Er werd een winst van EUR 1,1 miljoen geboekt op het niet langer opnemen van de geassocieerde deelneming toen de zeggenschap tot stand kwam en de entiteit volledig werd geconsolideerd.

Op 15 april 2014 verwierf AG Insurance Kievit, een groep van vastgoedmaatschappijen, voor een totaalbedrag van EUR 145,1 miljoen. In december 2014 verwierf AG Insurance Sofa Invest., een vastgoedmaatschappij, voor een totaalbedrag van EUR 48,7 miljoen.

2.3 Desinvesteringen in 2014

Interparking

Op 18 juli 2014 ondertekende AG Real Estate, de meerderheidsaandeelhouder (90%) van Interparking, een akkoord met CPP Investment Board European Holdings S.àr.l (CPPIBEH), een 100%-dochtermaatschappij van Canada Pension Plan Investment Board (CPPIB), om aan CPPIBEH een 39%-belang in Interparking te verkopen.

De partijen kwamen een aankoopprijs van EUR 380 miljoen overeen voor het 39%-belang, gebaseerd op een EBITDAwaarderingsveelvoud 2013 van ongeveer 13.

De transactie werd afgerond in november 2014. AG Insurance behield zeggenschap over Interparking. Vanwege deze zeggenschap werd de nettokapitaalwinst van EUR 138 miljoen, gerealiseerd op deze transactie, rechtstreeks in het eigen vermogen geboekt.

Tegelijkertijd verleende AG Real Estate een onvoorwaardelijke putoptie op zijn aandeel van 10,05% aan Parkimo, de huidige minderheidsaandeelhouder van Interparking. De putoptie werd gewaardeerd tegen de reële waarde van het verwachte vereffeningsbedrag (EUR 88 miljoen) en de resulterende verplichting werd geclassificeerd onder 'Verplichtingen verbonden aan geschreven putopties op NCI' in de balans. Als gevolg van deze herclassificering daalden de minderheidsbelangen met EUR 69 miljoen en verminderde het eigen vermogen met EUR 19 miljoen.

Ageas Protect

Op 31 december 2014 voltooide Ageas de verkoop van zijn 100% aandeel in Ageas Protect Limited (zijn levensverzekeringsonderneming in het VK) aan AIG voor een totaalprijs van GBP 197 miljoen (EUR 253 miljoen). De verkoop van de activiteiten leven in het VK genereert een nettowinst van EUR 33 miljoen, inclusief rente. Deze kapitaalwinst is in de resultatenrekening opgenomen op de regel Resultaat op verkoop en herwaarderingen.

De impact van de verkoop van Ageas Protect op de geconsolideerde jaarrekening van Ageas op de verkoopdatum was als volgt.

Activa Verplichtingen
Geldmiddelen en kasequivalenten 38 Verplichtingen uit hoofde van Leven verzekeringscontracten 394
Financiële beleggingen en leningen 114 Actuele en uitgestelde belastingschulden 11
Herverzekerings- en overige vorderingen 436 Overlopende rente en overige verplichtingen 166
Overlopende rente en overige activa 154
Totaal verplichtingen 571
Eigen vermogen 171
Totaal activa 742 Totaal verplichtingen en eigen vermogen 742

Louvresse development

Op 23 juli 2014 voltooide AG Real Estate de verkoop van zijn belang van 80% in Campus Cristal (Louvresse development) resulterend in een kapitaalwinst van EUR 77 miljoen (zie noot 23 Resultaat op verkoop en herwaarderingen). Het overige belang van 20% is verantwoord als geassocieerde deelneming.

3 Uitstaande aandelen en winst per aandeel

Het aantal uitstaande aandelen is als volgt.

Uitgegeven Eigen Uitstaande
in duizenden aandelen aandelen aandelen
Stand per 1 januari 2014 233.486 - 7.052 226.434
Intrekking van aandelen - 2.490 2.490
Netto gekocht/verkocht - 7.071 - 70.707
Stand per 31 december 2014 230.996 - 11.633 219.363
Netto gekocht/verkocht - 1.662 - 1.662
Stand per 31 maart 2015 230.996 - 13.295 217.701

3.1 Uitgegeven aandelen en potentieel aantal aandelen

Met inachtneming van de bepalingen die met betrekking tot ageas SA/NV zijn vastgelegd, voor zover de wet daarin voorziet, en in het belang van de Vennootschap, heeft de Raad van Bestuur van Ageas de goedkeuring van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 29 april 2015 ontvangen om gedurende een periode van drie jaar (2015-2017) het aandelenkapitaal voor algemene doeleinden met maximaal EUR 162.800.000 uit te breiden.

Uitgaande van een fractiewaarde van EUR 7,40 kan Ageas hiermee maximaal 22.000.000 aandelen uitgeven, wat neerkomt op circa 10% van het totale uitstaande aandelenkapitaal van de Vennootschap. Deze goedkeuring stelt de Vennootschap bovendien in staat om te voldoen aan de verplichtingen die zijn aangegaan in verband met de uitgifte van de financiële instrumenten. Tevens kunnen aandelen worden uitgegeven ten gevolge van de zogenaamde alternatieve coupon vereffeningsmethode (ACVM), geïntegreerd in bepaalde hybride financiële instrumenten (zie hiervoor noot 27 Voorwaardelijke verplichtingen).

Ageas heeft opties of instrumenten met kenmerken van opties uitgegeven die bij uitoefening kunnen leiden tot een toename van het aantal uitstaande aandelen. De onderstaande tabel toont het aantal uitgegeven aandelen en het potentiële aantal nieuwe aandelen per 29 april 2015, na de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.

in duizenden

Aantal aandelen uitgegeven per 31 maart 2015 230.996
Aantal ingetrokken aandelen per
Aandeelhoudersvergadering van 29 april 2015 - 7.218
Aantal aandelen dat uitgegeven kan worden per
Aandeelhoudersvergadering van 29 april 2015 22.000
In verband met optieplannen 1.730
Totaal potentieel aantal aandelen per 29 april 2015 247.508

Tot het aantal uitstaande aandelen behoren de aandelen die verband houden met het converteerbare instrument FRESH (4,0 miljoen aandelen). De FRESH is een financieel instrument dat in 2002 is uitgegeven door Ageasfinlux SA. Een van de kenmerken is dat het instrument alleen kan worden afgelost door conversie in 4,0 miljoen aandelen Ageas. Ageasfinlux SA heeft alle noodzakelijke aandelen Ageas verworven om de FRESH af te lossen (waardoor die aandelen ook deel uitmaken van het aantal uitstaande aandelen Ageas). Ageasfinlux SA en Ageas zijn echter overeengekomen dat deze aandelen niet stem- en dividendgerechtigd zijn zolang deze aan de FRESH gekoppeld zijn. Aangezien Ageasfinlux SA een onderdeel van de Ageasgroep is, worden de aandelen uit hoofde van de FRESH behandeld als ingekochte eigen aandelen (zie hieronder) en geëlimineerd tegen het eigen vermogen (zie noot 12 Achtergestelde schulden).

Eigen aandelen

Eigen aandelen, zijnde gewone aandelen die zijn teruggekocht door Ageas, worden in mindering gebracht op het Eigen vermogen en verantwoord onder Overige reserves.

Het totaal aantal eigen aandelen (13,3 miljoen) bestaat uit de FRESH (4,0 miljoen), het restricted share programma (0,4 miljoen) en de resterende aandelen afkomstig uit het inkoopprogramma eigen aandelen (8,9 miljoen, zie hieronder). Nadere informatie over de FRESH is te vinden in noot 12 Achtergestelde schulden.

Inkoopprogramma eigen aandelen 2014

Ageas presenteerde op 6 augustus 2014 een nieuw inkoopprogramma van eigen aandelen voor EUR 250 miljoen van 11 augustus 2014 tot 31 juli 2015.

Tussen 6 augustus 2014 en 31 maart 2015 heeft Ageas 4.856.667 eigen aandelen ingekocht voor een totaalbedrag van EUR 135,8 miljoen. Dit komt overeen met 2,10% van het totaal aantal uitstaande aandelen.

De Algemene Vergadering van Aandeelhouders heeft op 29 april 2015 de intrekking van 3.194.473 eigen aandelen, welke zijn teruggekocht tot 31 december 2014, goedgekeurd.

Inkoopprogramma eigen aandelen 2013

Ageas maakte op 2 augustus 2013 bekend dat, op basis van de goedkeuring verleend door de aandeelhouders eind april 2013, de Raad van Bestuur besloten heeft een inkoopprogramma van zijn uitstaande gewone aandelen te starten voor EUR 200 miljoen.

Op vrijdag 1 augustus 2014 voltooide Ageas het inkoopprogramma aangekondigd op 2 augustus 2013. Tussen 12 augustus 2013 en 1 augustus 2014 heeft Ageas 6.513.207 aandelen ingekocht voor een totaalbedrag van EUR 200 miljoen. Dit komt overeen met 2,82% van het totaal aantal uitstaande aandelen.

Op 30 april 2014 heeft de Algemene Vergadering van Aandeelhouders de intrekking van 2.489.921 eigen aandelen goedgekeurd. Op 29 april 2015 heeft de Algemene Vergadering van Aandeelhouders de intrekking van de resterende 4.023.286 eigen aandelen goedgekeurd.

3.2 Dividend- en stemgerechtigde aandelen

in duizenden

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de dividend- en stemgerechtigde aandelen per 31 maart 2015.

Aantal aandelen uitgegeven per 31 maart 2015 230.996
Aandelen niet gerechtigd tot dividend en stemrecht:
Aandelen aangehouden door ageas SA/NV 9.280
Aandelen gerelateerd aan de FRESH (zie Noot 12) 3.968
Aandelen gerelateerd aan CASHES (zie Noot 27) 4.644
Aandelen gerechtigd tot dividend en stemrecht 213.104

BNP Paribas Fortis SA/NV (voorheen Fortis Bank) heeft in 2007 een financieel instrument met de naam CASHES uitgegeven. Een van de kenmerken van dit instrument is dat de CASHES alleen kunnen worden afgelost door conversie naar 12,5 miljoen aandelen Ageas.

BNP Paribas Fortis SA/NV heeft alle noodzakelijke aandelen Ageas verworven om de CASHES te kunnen aflossen (waardoor die aandelen ook deel uitmaken van het aantal uitstaande aandelen Ageas). De aandelen met betrekking tot de CASHES die BNP Paribas Fortis SA/NV heeft zijn niet stem- of dividendgerechtigd (zie noot 12 Achtergestelde schulden en noot 27 Voorwaardelijke verplichtingen).

In 2012 deed BNP een (deels succesvol) bod in contanten op de CASHES. Op 6 februari 2012 converteerde BNP Paribas Fortis SA/NV 7.553 ingekochte aandelen van de 12.000 uitstaande CASHES (62,9%) in 7,9 miljoen aandelen Ageas. Op dit moment heeft BNP Paribas Fortis SA/NV nog 4,6 miljoen Ageas-aandelen verbonden aan de CASHES in bezit.

3.4 Rendement op eigen vermogen

Ageas berekent het Rendement op het eigen vermogen op basis van het nettoresultaat op jaarbasis over de laatste 12 maanden en het gemiddeld nettovermogen aan het begin en het einde van de periode.

Het rendement op het eigen vermogen voor de eerste drie maanden van 2015 en 2014 is als volgt.

Eerste drie maanden 2015 Eerste drie maanden 2014
Rendement op eigen vermogen Ageas groep 8,7% 1,4%
Rendement op eigen vermogen Verzekeringen 8,0% 7,4%

3.4 Winst per aandeel

In de volgende tabel worden de uitgangspunten weergegeven voor de bepaling van de winst per aandeel.

Eerste drie maanden 2015 Eerste drie maanden 2014
Netto resultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 241,4 30,1
Verkrijgingsprijs 'restricted shares' 0,8 0,7
Netto resultaat gebruikt om het verwaterd resultaat per aandeel te bepalen 242,2 30,8
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor gewoon
resultaat per aandeel (in duizenden) 218.471 225.765
Aanpassingen voor:
- aandelen onder voorwaarden (in duizenden) verwacht te worden toegekend 563 512
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor verwaterd
resultaat per aandeel (in duizenden) 219.034 226.277
Gewoon resultaat per aandeel (in euro's per aandeel) 1,10 0,13
Verwaterd resultaat per aandeel (in euro's per aandeel) 1,10 0,13

In de eerste drie maanden van 2015 zijn opties op een gewogen gemiddelde van 1.738.337 aandelen (eerste drie maanden van 2014: 2.064.018) met een gewogen gemiddelde uitoefenprijs van EUR 21,89 per aandeel (eerste drie maanden van 2014: EUR 20,75) buiten beschouwing gelaten bij de berekening van de verwaterde winst per aandeel, omdat de uitoefenprijs van de opties hoger was dan de gemiddelde beurskoers van de aandelen.

Gedurende 2015 en 2014 zijn 4,0 miljoen aandelen Ageas uit converteerbare effecten met betrekking tot de FRESH buiten beschouwing gelaten bij de berekening van de verwaterde winst per aandeel omdat de bespaarde rente bij deze aandelen hoger lag dan de gewone winst per aandeel.

De aandelen die uit hoofde van de CASHES zijn uitgegeven, totaal 4,64 miljoen (31 december 2014 totaal 4,64 miljoen), behoren tot de gewone aandelen (zie ook noot 27 Voorwaardelijke verplichtingen). Deze aandelen hebben geen recht op dividend en hebben ook geen stemrechten.

4 Toezicht en solvabiliteit

Op geconsolideerd niveau wordt het toezicht op Ageas uitgeoefend door de Nationale Bank van België (NBB). Op dochterondernemingen wordt toezicht uitgeoefend door de toezichthouders in de landen waar de dochterondernemingen zijn gevestigd, op basis van de eigen solvabiliteitsmaatstaven en de lokale grondslagen voor de financiële verslaggeving.

Op basis van de toepasselijke wet- en regelgeving voor verzekeringsmaatschappijen in België rapporteert Ageas op kwartaalbasis aan de NBB over het beschikbaar wettelijk kapitaal en de vereiste solvabiliteit. Uit hoofde van het prudentieel toezicht wordt op kwartaalbasis geverifieerd of Ageas op geconsolideerde basis nog aan de solvabiliteitseisen voldoet.

De aansluiting van het eigen vermogen en het beschikbaar wettelijk vereist kapitaal en de daarmee samenhangende solvabiliteitsratio's is als volgt.

31 maart 2015 31 december 2014
Aandelenkapitaal en reserves 8.380,0 7.151,4
Netto resultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 241,4 475,6
Ongerealiseerde winsten en verliezen 3.360,3 2.596,3
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 11.981,7 10.223,3
Minderheidsbelangen 683,4 688,2
Totaal eigen vermogen 12.665,1 10.911,5
Achtergestelde instrumenten 2.385,5 2.086,3
Prudentiële filters
Lokaal vereiste egalisatiereserve voor catastrofen - 245,2 - 240,7
Herwaarding van vastgoed, na belastingen (tegen 90%) 798,8 792,5
Aanpassing waardering van voor verkoop beschikbare beleggingen - 3.716,3 - 2.869,3
Kasstroomafdekking 34,0 - 20,9
Goodwill - 963,5 - 911,0
Overige immateriële vaste activa - 374,9 - 381,6
Voorgesteld dividend - 539,7 - 518,8
Vermindering achtergestelde schuld naar 50% van vereiste solvabiliteit - 214,6
Toetsingsvermogen toezichthouder 9.829,2 8.848,0
Solvabiliteitsratio's
Solvabiliteitsvereisten 4.341,8 4.218,3
Solvabiliteitsoverschot 5.487,4 4.629,7
Solvabiliteitsratio 226,4% 209,8%

Kapitaalbeheer Ageas

Ageas beschouwt een sterke kapitaalbasis in de afzonderlijke verzekeringsactiviteiten als noodzakelijk, enerzijds als concurrentievoordeel en anderzijds om de geplande groei te financieren.

Ageas streeft naar een minimum totale solvabiliteitsratio I van 200% van de minimale solvabiliteitsvereisten op het niveau van het totale verzekeringsbedrijf. Ageas is de kapitaaldoelstellingen voor zijn verzekeringsoperaties onder Solvency II aan het formuleren.

De Algemene Rekening omvat de groepsfuncties, financieringstransacties (on-lending niet inbegrepen) en nog lopende zaken uit het verleden. Op niveau van de Algemene Rekening neemt Ageas een negatieve kapitaalpositie in, aanduidend dat er een bepaalde leverage wordt toegepast. Deze leverage kan worden gecreëerd via het bestaan van RPN(I) en AG-putoptie. De RPN(I) vertegenwoordigt permanente financiering zonder terugbetalingsverbintenis, terwijl de AG-putoptie kenmerken van verliesabsorptie bezit (zie noot 17 Verplichtingen i.v.m. geschreven NCI-putopties).

Vermogenspositie Verzekeringen

Op 31 maart 2015 bedroeg het totaal vermogen van het Verzekeringsbedrijf EUR 9,6 miljard (31 december 2014: EUR 8,7 miljard): 222,1% van het wettelijk vereist minimum (31 december 2014: 205,5%).

Continentaal Consolidatie Totaal Algemeen Totaal
31 maart 2015 België VK Europa Azië correcties Verzekeringen (incl. elim) Ageas
Totaal beschikbaar vermogen 5.179,9 920,2 980,2 2.345,8 218,9 9.645,0 184,2 9.829,2
Minimale solvabiliteitsvereisten 2.522,4 391,3 620,5 807,6 4.341,8 4.341,8
Totaal kapitaal boven
minimum solvabiliteitsvereisten 2.657,5 528,9 359,7 1.538,2 218,9 5.303,2 184,2 5.487,4
Totaal vermogen solvabiliteitsratio 205,4% 235,2% 158,0% 290,5% 222,1% 226,4%
XXX
Continentaal Consolidatie Totaal Algemeen Totaal
31 december 2014 België VK Europa Azië correcties Verzekeringen (incl. elim) Ageas
Totaal beschikbaar vermogen 4.755,7 845,2 1.060,9 2.004,5 2,7 8.669,0 179,0 8.848,0
Minimale solvabiliteitsvereisten 2.515,8 365,4 603,9 733,2 4.218,3 4.218,3
Totaal kapitaal boven
minimum solvabiliteitsvereisten 2.239,9 479,8 457,0 1.271,3 2,7 4.450,7 179,0 4.629,7
Totaal vermogen solvabiliteitsratio 189,0% 231,3% 175,7% 273,4% 205,5% 209,8%

Bij het bepalen van de solvabiliteitsratio per 31 maart 2015 is rekening gehouden met de dividenden die geaccordeerd zijn door de Besturen voor de verslagdatum.

De grafische weergave van de solvabiliteitspositie per Verzekeringssegment en voor Verzekeringen als geheel is als volgt.

5 Verbonden partijen

Met Ageas verbonden partijen zijn geassocieerde deelnemingen, pensioenfondsen, bestuursleden (bestaande uit de nietuitvoerende en de uitvoerende leden van de Raad van Bestuur van Ageas), leden van het Executive Committee, naaste familieleden van de hiervoor genoemde personen, entiteiten waarover de hiervoor genoemde personen zeggenschap hebben of die substantieel door hen worden beïnvloed en eventuele overige verbonden entiteiten. Ageas gaat bij de bedrijfsvoering regelmatig transacties aan met verbonden partijen. De transacties hebben met name betrekking op leningen, deposito's en herverzekeringscontracten en vinden plaats onder dezelfde commerciële voorwaarden als transacties met niet-verbonden partijen. In principe zijn alle transacties met verbonden partijen marktconforme ('arm's length') transacties.

Groepsmaatschappijen van Ageas kunnen in het kader van de normale bedrijfsuitoefening kredieten, leningen of garanties verstrekken aan leden van de Raad van Bestuur, uitvoerende managers, naaste familieleden van leden van de Raad van Bestuur dan wel aan naaste familieleden van de uitvoerende managers.

Per 31 maart 2015 waren er geen uitstaande leningen, kredieten of bankgaranties verstrekt aan leden van de Raad van Bestuur en uitvoerende managers, aan naaste familieleden van leden van de Raad van Bestuur dan wel aan naaste familieleden van uitvoerende managers.

Behalve een gedeeltelijke terugbetaling van USD 23 miljoen op het overbruggingskrediet aan EBNB 70 Pine Development, zijn er geen wijzigingen in de transacties met verbonden partijen ten opzichte van het boekjaar eindigend op 31 december 2014.

6 Informatie operationele segmenten

6.1 Algemene informatie

Ageas heeft de organisatiestructuur gebaseerd op een Executive Committee (ExCo) en een Management Committee dat bestaat uit het ExCo, de Chief Operating Officer, de Chief Executive Officers van de vier geografische regio's en de Group Risk Officer.

Operationele segmenten

Ageas is georganiseerd in vijf operationele segmenten (zie verder voor meer details):

  • België;
  • Verenigd Koninkrijk (VK);
  • Continentaal Europa;
  • Azië;
  • Algemene Rekening.

Ageas is van mening dat de meest gepaste wijze van rapportering van de operationele segmenten onder IFRS gebaseerd is op de regio's waarin Ageas opereert: België, Verenigd Koninkrijk, Continentaal Europa en Azië. Verder rapporteert Ageas activiteiten die niet verband houden met kernverzekeringsactiviteiten zoals groepsfinanciering en andere holdingactiviteiten in de Algemene Rekening als een separaat operationeel segment.

De segmentrapportage van Ageas op basis van IFRS geeft de volledige economische bijdrage van de operationele segmenten van Ageas weer. Het doel van deze rapportage is het direct alloceren van alle balans- en resultatenrekeningposten aan die operationele segmenten die hiervoor de volledige managementverantwoordelijkheid dragen.

Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme condities.

Allocatieregels

In overeenstemming met het businessmodel van Ageas verantwoorden de verzekeringsmaatschappijen de ondersteunende activiteiten direct in de werkmaatschappij.

Het alloceren van balansposten aan operationele segmenten geschiedt op basis van een bottom-up aanpak, gebaseerd op aan externe klanten verkochte producten.

Voor de balansposten die niet gerelateerd zijn aan externe klanten verkochte producten wordt een op maat gemaakte methode gehanteerd, aangepast aan het specifieke businessmodel van elk gerapporteerd segment.

6.2 België

De Belgische verzekeringsactiviteiten, onder de naam AG Insurance, hebben een lange bestaansgeschiedenis. De onderneming heeft ongeveer 3,5 miljoen klanten met een premieinkomen van EUR 6 miljard in 2014. 68% van het premie-inkomen komt uit Leven, de rest uit Niet-leven. AG Insurance is ook 100% eigenaar van AG Real Estate dat is uitgegroeid tot de grootste vastgoedmaatschappij in België.

AG Insurance richt zich op particulieren en kleine, middelgrote en grote bedrijven. AG Insurance biedt een uitgebreid assortiment producten aan in Leven en Niet-leven, dat via verschillende kanalen wordt verkocht: via meer dan 3.500 onafhankelijke makelaars en via de bankkanalen van BNP Paribas Fortis SA/NV en dochterondernemingen. AG Employee Benefits is de entiteit die zich toespitst op de verkoop van collectieve en zorgverzekeringsproducten, voornamelijk aan grotere ondernemingen. Sinds mei 2009 is BNP Paribas Fortis SA/NV 25% eigenaar van AG Insurance.

6.3 Verenigd Koninkrijk (VK)

In het Verenigd Koninkrijk is Ageas marktleider in verzekeringsoplossingen Niet-leven. Ageas is in het Verenigd Koninkrijk sterk vertegenwoordigd in particuliere verzekeringen en werkt aan de uitbreiding van bedrijfsverzekeringen. De activiteiten in het Verenigd Koninkrijk zijn affinity-partner van een aantal sterke merknamen zoals Tesco Bank, John Lewis Partnership, Age UK en Toyota (GB) Limited. In het Verenigd Koninkrijk wordt een multichannel-distributiestrategie gehanteerd met makelaars, affinity-partners en eigen distributie. Onder haar volledige dochterondernemingen bevinden zich Ageas 50 (voorheen RIAS en Castle Cover), die meer dan een miljoen klanten heeft in het groeiende marktsegment van 50-plussers, en Ageas Insurance Solutions, die 'white label'-oplossingen biedt aan affinity-partners, outsourcingdiensten en rechtstreeks via het internet producten promoot van eigen merken.

Om inzicht te bieden in de bijdrage van de diverse segmenten, heeft Ageas besloten de resultaten van het Verenigd Koninkrijk op te splitsen in drie deelsegmenten: Leven, Niet-leven en Overige verzekeringen. Onder Overige verzekeringen vallen de resultaten uit de retailactiviteiten en kosten van de hoofdkantoren in het Verenigd Koninkrijk.

Als gevolg van de verkoop van de Leven activiteiten in het VK (Ageas Protect) per eind 2014 (zie ook noot 2 Overnames en desinvesteringen), rapporteert het VK vanaf 2015 niet meer in het Leven segment.

6.4 Continentaal Europa

Continentaal Europa bestaat uit de verzekeringsactiviteiten van Ageas in Europa, met uitzondering van België en het Verenigd Koninkrijk. Ageas is in dit segment actief in vijf landen: Portugal, Frankrijk, Italië, Luxemburg en sinds 2011 Turkije en biedt producten aan in Leven (in Portugal, Frankrijk en Luxemburg) en Niet-leven (Portugal, Italië en Turkije). Dankzij een aantal belangrijke partnerschappen met bedrijven met een aanzienlijke marktpositie zijn deze markten toegankelijker geworden.

In 2015 had circa 80% van het totale premie inkomen betrekking op Leven en 20% op Niet-leven.

6.5 Azië

Ageas is actief in een aantal landen in Azië. Het regionale kantoor en de 100% dochteronderneming bevinden zich in Hong Kong. De andere activiteiten zijn georganiseerd in de vorm van joint ventures met leidende plaatselijke partners en financiële instellingen in China (20-24,9% eigendom Ageas), Maleisië (30,95% eigendom Ageas), Thailand (15-31% eigendom Ageas) en India (26% eigendom Ageas). Ageas rapporteert op geconsolideerde basis over de dochteronderneming in Hong Kong, terwijl de andere ondernemingen als geassocieerde deelnemingen worden verantwoord.

6.6 Algemene Rekening

De Algemene Rekening omvat activiteiten die geen verband houden met de kernactiviteit verzekeren, zoals groepsfinancieringen en andere activiteiten van de holding. Onder de Algemene Rekening vallen tevens de investering in Royal Park Investments, de verplichtingen uit hoofde van de CASHES/RPN(I) en de geschreven putoptie op AG Insurance.

6.7 Balans per operationeel segment

Continentaal
31 maart 2015 België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 1.270,0 134,5 512,9 221,1 709,0 2.847,5
Financiële beleggingen 56.553,9 2.705,7 8.775,4 2.422,2 340,9 - 11,5 70.786,6
Vastgoedbeleggingen 2.582,2 15,0 19,5 2.616,7
Leningen 5.742,8 80,0 40,1 248,9 1.844,9 - 1.125,6 6.831,1
Beleggingen inzake unit-linked contracten 7.229,8 7.709,7 1.023,5 - 22,3 15.940,7
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 439,8 105,9 277,5 1.717,6 59,0 7,5 2.607,3
Herverzekering en overige vorderingen 821,4 932,8 252,0 91,3 39,1 - 4,3 2.132,3
Actuele belastingvorderingen 6,8 2,7 2,4 11,9
Uitgestelde belastingvorderingen 23,8 40,4 39,8 104,0
Overlopende rente en overige activa 1.109,4 307,1 212,2 580,9 156,2 - 140,7 2.225,1
Materiële vaste activa 1.046,4 68,8 6,3 6,1 0,8 1.128,4
Goodwill en overige immateriële vaste activa 375,3 289,1 426,7 452,3 1.543,4
Totaal activa 77.201,6 4.682,0 18.274,5 6.763,9 3.149,9 - 1.296,9 108.775,0
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 24.749,2 3.269,0 2.235,2 - 4,8 30.248,6
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 26.602,7 4.310,2 0,9 30.913,8
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 7.229,8 7.708,2 1.023,4 15.961,4
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven 3.862,3 2.845,2 754,1 7.461,6
Schuldbewijzen 2,1 2,1
Achtergestelde schulden 1.446,0 136,9 178,0 1.344,9 - 720,3 2.385,5
Leningen 2.140,6 197,3 27,3 600,0 195,2 - 427,6 2.732,8
Actuele belastingschulden 76,7 8,4 40,4 13,1 138,6
Uitgestelde belastingschulden 1.732,1 0,4 41,7 3,0 1.777,2
RPN(I) 431,4 431,4
Overlopende rente en overige verplichtingen 1.735,7 254,3 433,6 164,1 116,7 - 133,2 2.571,2
Voorzieningen 22,6 1,4 10,3 137,9 172,2
Verplichtingen inzake geschreven putopties 95,5 1.218,0 1.313,5
Totaal verplichtingen 69.693,2 3.443,9 16.772,8 4.036,7 3.449,2 - 1.285,9 96.109,9
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 5.452,1 1.238,1 1.073,3 2.727,2 1.502,0 - 11,0 11.981,7
Minderheidsbelangen 2.056,3 428,4 - 1.801,3 683,4
Totaal eigen vermogen 7.508,4 1.238,1 1.501,7 2.727,2 - 299,3 - 11,0 12.665,1
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 77.201,6 4.682,0 18.274,5 6.763,9 3.149,9 - 1.296,9 108.775,0
Aantal werknemers (FTE) 6.110 4.760 923 439 121 12.353
Continentaal
31 december 2014 België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 798,7 215,7 397,8 134,5 969,6 2.516,3
Financiële beleggingen 54.840,3 2.507,3 8.404,6 2.089,9 343,8 - 11,1 68.174,8
Vastgoedbeleggingen 2.607,6 14,2 19,5 2.641,3
Leningen 5.269,3 52,5 37,5 221,7 1.814,9 - 1.327,6 6.068,3
Beleggingen inzake unit-linked contracten 6.713,3 7.246,0 871,9 - 72,3 14.758,9
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 342,2 98,4 266,8 1.458,6 48,3 7,0 2.221,3
Herverzekering en overige vorderingen 789,1 849,1 271,1 85,7 3,7 - 7,0 1.991,7
Actuele belastingvorderingen 8,9 1,4 1,5 11,8
Uitgestelde belastingvorderingen 24,6 37,7 44,1 106,4
Overlopende rente en overige activa 1.445,2 287,3 229,2 483,9 150,8 - 136,2 2.460,2
Materiële vaste activa 1.040,4 65,9 6,3 6,0 0,8 1.119,4
Goodwill en overige immateriële vaste activa 382,3 270,0 431,5 404,8 1.488,6
Totaal activa 74.261,9 4.399,5 17.355,9 5.757,0 3.331,9 - 1.547,2 103.559,0
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 24.422,7 3.114,7 1.887,1 - 4,8 29.419,7
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 26.448,9 4.120,0 0,8 30.569,7
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 6.713,3 7.243,7 872,0 14.829,0
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven 3.710,1 2.691,4 746,1 7.147,6
Schuldbewijzen 2,2 2,2
Achtergestelde schulden 1.233,1 127,8 178,0 1.549,1 - 1.001,7 2.086,3
Leningen 1.978,1 201,4 23,1 506,1 172,9 - 398,1 2.483,5
Actuele belastingschulden 37,3 7,7 28,8 10,7 0,3 84,8
Uitgestelde belastingschulden 1.418,0 0,4 43,5 1,7 1.463,6
RPN(I) 467,0 467,0
Overlopende rente en overige verplichtingen 1.697,2 242,5 366,5 154,9 107,4 - 131,6 2.436,9
Voorzieningen 20,2 1,4 10,3 139,5 171,4
Verplichtingen inzake geschreven putopties 94,8 1.391,0 1.485,8
Totaal verplichtingen 67.773,7 3.272,6 15.874,7 3.431,6 3.831,1 - 1.536,2 92.647,5
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 4.688,1 1.126,9 1.046,6 2.325,4 1.047,3 - 11,0 10.223,3
Minderheidsbelangen 1.800,1 434,6 - 1.546,5 688,2
Totaal eigen vermogen 6.488,2 1.126,9 1.481,2 2.325,4 - 499,2 - 11,0 10.911,5
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 74.261,9 4.399,5 17.355,9 5.757,0 3.331,9 - 1.547,2 103.559,0
Aantal werknemers (FTE) 6.117 4.626 905 437 119 12.204

6.8 Resultatenrekening per operationeel segment

Continentaal
Eerste drie maanden 2015 België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Baten
-
Bruto premies
1.408,7 435,4 556,5 85,6 - 0,1 2.486,1
-
Wijziging in niet-verdiende premies
- 117,2 16,8 - 7,5 - 107,9
-
Afgegeven herverzekeringspremies
- 18,7 - 30,3 - 24,5 - 7,5 - 81,0
Netto verdiende premies 1.272,8 421,9 524,5 78,1 - 0,1 2.297,2
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 625,9 17,3 58,7 31,9 15,9 - 16,4 733,3
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) 35,6 35,6
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 37,4 2,3 9,1 0,4 6,3 55,5
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 527,2 380,9 29,9 938,0
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 0,5 2,0 6,8 47,5 15,9 72,7
Commissiebaten 41,9 31,0 29,7 22,2 124,8
Overige baten 21,9 24,1 0,5 0,3 1,6 - 4,7 43,7
Totale baten 2.527,6 498,6 1.010,2 210,3 75,3 - 21,2 4.300,8
Lasten
-
Schadelasten en uitkeringen, bruto
- 1.362,3 - 288,8 - 490,4 - 70,1 - 2.211,6
-
Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars
5,6 13,3 6,1 3,4 28,4
Schadelasten en uitkeringen, netto - 1.356,7 - 275,5 - 484,3 - 66,7 - 2.183,2
Lasten inzake unit-linked contracten - 531,4 - 395,6 - 31,6 - 958,6
Financieringslasten - 28,1 - 2,6 - 2,6 - 10,8 - 13,3 16,4 - 41,0
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen - 1,0 - 2,7 - 0,1 - 3,8
Wijzigingen in voorzieningen 0,1 - 0,4 0,2 0,5 0,4
Commissielasten - 177,5 - 90,2 - 37,5 - 25,6 - 330,8
Personeelskosten - 124,1 - 56,0 - 17,2 - 11,3 - 5,1 0,5 - 213,2
Overige lasten - 143,4 - 54,5 - 29,1 - 5,2 - 12,5 4,3 - 240,4
Totale lasten - 2.362,1 - 479,2 - 968,8 - 151,3 - 30,4 21,2 - 3.970,6
Resultaat voor belastingen 165,5 19,4 41,4 59,0 44,9 330,2
Belastingbaten (lasten) - 34,6 - 3,3 - 3,8 - 1,0 - 1,2 - 43,9
Nettoresultaat over de periode 130,9 16,1 37,6 58,0 43,7 286,3
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 35,9 9,0 44,9
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 95,0 16,1 28,6 58,0 43,7 241,4
Totale baten van externe klanten 2.524,2 488,1 1.010,2 208,3 70,0 4.300,8
Totale baten intern 3,4 10,5 2,0 5,3 - 21,2
Totale baten 2.527,6 498,6 1.010,2 210,3 75,3 - 21,2 4.300,8
Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen - 4,2 - 16,2 - 0,5 - 20,9

Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend.

Continentaal
Eerste drie maanden 2015 België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Bruto premies 1.408,7 435,4 556,5 85,6 - 0,1 2.486,1
Premies inzake beleggingscontracten 136,5 229,6 40,4 406,5
Bruto premie-inkomen 1.545,2 435,4 786,1 126,0 - 0,1 2.892,6
Continentaal
Eerste drie maanden 2014 België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Baten
-
Bruto premies
1.523,1 454,1 306,3 62,9 - 0,1 2.346,3
-
Wijziging in niet-verdiende premies
- 121,3 - 8,5 - 9,6 - 139,4
-
Afgegeven herverzekeringspremies
- 19,3 - 40,1 - 25,4 - 5,5 - 90,3
Netto verdiende premies 1.382,5 405,5 271,3 57,4 - 0,1 2.116,6
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 607,7 16,8 65,5 25,1 15,3 - 14,4 716,0
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) - 103,7 - 103,7
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 69,9 1,4 5,6 2,0 - 0,6 78,3
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 126,1 300,5 - 7,7 418,9
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen - 0,5 - 5,0 5,9 35,9 - 0,1 36,2
Commissiebaten 34,7 26,4 29,3 16,3 106,7
Overige baten 27,7 32,4 0,4 1,6 0,9 - 3,9 59,1
Totale baten 2.248,1 477,5 678,5 130,6 - 88,2 - 18,4 3.428,1
Lasten
-
Schadelasten en uitkeringen, bruto
- 1.500,6 - 310,9 - 264,3 - 53,1 0,1 - 2.128,8
-
Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars
3,7 30,7 9,9 2,8 47,1
Schadelasten en uitkeringen, netto - 1.496,9 - 280,2 - 254,4 - 50,3 0,1 - 2.081,7
Lasten inzake unit-linked contracten - 135,6 - 300,2 5,9 - 429,9
Financieringslasten - 27,7 - 3,0 - 0,3 - 10,2 - 12,7 14,3 - 39,6
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen - 4,0 - 1,0 - 0,1 - 5,1
Wijzigingen in voorzieningen - 1,2 0,5 0,1 - 0,6
Commissielasten - 174,5 - 94,7 - 38,7 - 21,3 - 329,2
Personeelskosten - 120,8 - 54,1 - 17,1 - 8,3 - 4,7 - 205,0
Overige lasten - 136,0 - 51,9 - 24,9 - 6,9 - 9,2 4,0 - 224,9
Totale lasten - 2.096,7 - 483,9 - 636,1 - 91,2 - 26,5 18,4 - 3.316,0
Resultaat voor belastingen 151,4 - 6,4 42,4 39,4 - 114,7 112,1
Belastingbaten (lasten) - 33,8 0,9 - 5,5 - 0,9 - 39,3
Nettoresultaat over de periode 117,6 - 5,5 36,9 38,5 - 114,7 72,8
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 30,2 12,5 42,7
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 87,4 - 5,5 24,4 38,5 - 114,7 30,1
Totale baten van externe klanten 2.234,1 464,2 678,5 128,7 - 88,1 3.417,4
Totale baten intern 3,3 13,3 1,9 - 0,1 - 18,4
Totale baten 2.237,4 477,5 678,5 130,6 - 88,2 - 18,4 3.417,4
Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen - 8,3 - 13,0 - 7,9 - 29,2

Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies uit beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend.

Continentaal
Eerste drie maanden 2014 België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Bruto premies 1.523,1 454,1 306,3 62,9 - 0,1 2.346,3
Premies inzake beleggingscontracten 138,7 257,9 46,7 443,3
Bruto premie-inkomen 1.661,8 454,1 564,2 109,6 - 0,1 2.789,6

6.9 Balans gesplitst in Leven, Niet-leven en Overige verzekeringen

Overige
31 maart 2015 Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 1.593,7 441,4 103,4 709,0 2.847,5
Financiële beleggingen 62.999,4 7.457,6 0,2 340,9 - 11,5 70.786,6
Vastgoedbeleggingen 2.385,5 231,2 2.616,7
Leningen 5.460,3 576,9 129,6 1.844,9 - 1.180,6 6.831,1
Beleggingen inzake unit-linked contracten 15.963,0 - 22,3 15.940,7
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 2.116,7 424,1 59,0 7,5 2.607,3
Herverzekering en overige vorderingen 579,4 1.294,7 260,1 39,1 - 41,0 2.132,3
Actuele belastingvorderingen 7,3 2,0 2,6 11,9
Uitgestelde belastingvorderingen 34,6 63,4 6,0 104,0
Overlopende rente en overige activa 1.656,4 542,4 29,0 156,2 - 158,9 2.225,1
Materiële vaste activa 948,9 161,7 17,0 0,8 1.128,4
Goodwill en overige immateriële vaste activa 1.099,9 154,4 289,1 1.543,4
Totaal activa 94.845,1 11.349,8 837,0 3.149,9 - 1.406,8 108.775,0
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 30.253,4 - 4,8 30.248,6
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 30.913,8 30.913,8
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 15.961,4 15.961,4
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven 7.461,6 7.461,6
Schuldbewijzen 2,1 2,1
Achtergestelde schulden 1.431,9 247,1 136,9 1.344,9 - 775,3 2.385,5
Leningen 2.572,1 196,5 196,6 195,2 - 427,6 2.732,8
Actuele belastingschulden 94,7 42,1 1,8 138,6
Uitgestelde belastingschulden 1.493,6 280,6 3,0 1.777,2
RPN(I) 431,4 431,4
Overlopende rente en overige verplichtingen 1.767,8 716,7 158,1 116,7 - 188,1 2.571,2
Voorzieningen 20,9 13,4 137,9 172,2
Verplichtingen inzake geschreven putopties 83,0 12,5 1.218,0 1.313,5
Totaal verplichtingen 84.592,6 8.970,5 493,4 3.449,2 - 1.395,8 96.109,9
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 8.162,6 1.984,5 343,6 1.502,0 - 11,0 11.981,7
Minderheidsbelangen 2.089,9 394,8 - 1.801,3 683,4
Totaal eigen vermogen 10.252,5 2.379,3 343,6 - 299,3 - 11,0 12.665,1
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 94.845,1 11.349,8 837,0 3.149,9 - 1.406,8 108.775,0
Aantal werknemers (FTE) 4.185 5.515 2.532 121 12.353
Overige
31 december 2014 Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 1.024,5 393,2 129,0 969,6 2.516,3
Financiële beleggingen 60.724,9 7.116,9 0,3 343,8 - 11,1 68.174,8
Vastgoedbeleggingen 2.395,7 245,6 2.641,3
Leningen 5.057,3 479,8 95,3 1.814,9 - 1.379,0 6.068,3
Beleggingen inzake unit-linked contracten 14.831,2 - 72,3 14.758,9
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 1.771,6 394,4 48,3 7,0 2.221,3
Herverzekering en overige vorderingen 532,1 1.235,6 248,6 3,7 - 28,3 1.991,7
Actuele belastingvorderingen 8,3 2,2 1,3 11,8
Uitgestelde belastingvorderingen 37,6 63,2 5,6 106,4
Overlopende rente en overige activa 1.959,4 482,8 112,7 150,8 - 245,5 2.460,2
Materiële vaste activa 963,5 138,3 16,8 0,8 1.119,4
Goodwill en overige immateriële vaste activa 1.070,2 148,4 270,0 1.488,6
Totaal activa 90.376,3 10.700,4 879,6 3.331,9 - 1.729,2 103.559,0
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 29.424,5 - 4,8 29.419,7
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 30.569,7 30.569,7
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 14.829,0 14.829,0
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven 7.147,6 7.147,6
Schuldbewijzen 2,2 2,2
Achtergestelde schulden 1.249,4 213,1 127,8 1.549,1 - 1.053,1 2.086,3
Leningen 2.348,9 159,1 200,7 172,9 - 398,1 2.483,5
Actuele belastingschulden 59,2 23,4 1,9 0,3 84,8
Uitgestelde belastingschulden 1.206,8 255,1 1,7 1.463,6
RPN(I) 467,0 467,0
Overlopende rente en overige verplichtingen 1.661,9 704,1 225,7 107,4 - 262,2 2.436,9
Voorzieningen 19,4 12,5 139,5 171,4
Verplichtingen inzake geschreven putopties 82,6 12,2 1.391,0 1.485,8
Totaal verplichtingen 81.451,4 8.527,1 556,1 3.831,1 - 1.718,2 92.647,5
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 7.135,1 1.728,4 323,5 1.047,3 - 11,0 10.223,3
Minderheidsbelangen 1.789,8 444,9 - 1.546,5 688,2
Totaal eigen vermogen 8.924,9 2.173,3 323,5 - 499,2 - 11,0 10.911,5
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 90.376,3 10.700,4 879,6 3.331,9 - 1.729,2 103.559,0
Aantal werknemers (FTE) 4.192 5.431 2.462 119 12.204

6.10 Resultatenrekening gesplitst in Leven, Niet-leven en Overige verzekeringen

Overige
Eerste drie maanden 2015 Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Baten
-
Bruto premies
1.334,1 1.152,1 - 0,1 2.486,1
-
Wijziging in niet-verdiende premies
- 107,9 - 107,9
-
Afgegeven herverzekeringspremies
- 21,4 - 59,6 - 81,0
Netto verdiende premies 1.312,7 984,6 - 0,1 2.297,2
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 660,8 75,8 - 2,8 15,9 - 16,4 733,3
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) 35,6 35,6
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 48,9 0,3 6,3 55,5
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 938,0 938,0
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 51,3 5,5 15,9 72,7
Commissiebaten 88,6 6,1 41,1 - 11,0 124,8
Overige baten 14,4 14,4 26,1 1,6 - 12,8 43,7
Totale baten 3.114,7 1.086,4 64,7 75,3 - 40,3 4.300,8
Lasten
-
Schadelasten en uitkeringen, bruto
- 1.581,3 - 630,3 - 2.211,6
-
Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars
10,6 17,8 28,4
Schadelasten en uitkeringen, netto - 1.570,7 - 612,5 - 2.183,2
Lasten inzake unit-linked contracten - 958,6 - 958,6
Financieringslasten - 37,5 - 4,5 - 2,1 - 13,3 16,4 - 41,0
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen - 1,2 - 2,6 - 3,8
Wijzigingen in voorzieningen 0,2 - 0,3 0,5 0,4
Commissielasten - 113,5 - 219,5 - 8,8 11,0 - 330,8
Personeelskosten - 98,0 - 82,5 - 28,1 - 5,1 0,5 - 213,2
Overige lasten - 133,5 - 77,7 - 29,1 - 12,5 12,4 - 240,4
Totale lasten - 2.912,8 - 999,6 - 68,1 - 30,4 40,3 - 3.970,6
Resultaat voor belastingen 201,9 86,8 - 3,4 44,9 330,2
Belastingbaten (lasten) - 20,5 - 22,8 0,6 - 1,2 - 43,9
Nettoresultaat over de periode 181,4 64,0 - 2,8 43,7 286,3
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 33,9 11,0 44,9
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 147,5 53,0 - 2,8 43,7 241,4
Totale baten van externe klanten 3.106,0 1.084,4 40,4 70,0 4.300,8
Totale baten intern 8,7 2,0 24,3 5,3 - 40,3
Totale baten 3.114,7 1.086,4 64,7 75,3 - 40,3 4.300,8
Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen - 18,7 - 2,2 - 20,9

Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies uit beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend.

Overige
Eerste drie maanden 2015 Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Bruto premies 1.334,1 1.152,1 - 0,1 2.486,1
Premies inzake beleggingscontracten 406,5 406,5
Bruto premie-inkomen 1.740,6 1.152,1 - 0,1 2.892,6
Overige
Eerste drie maanden 2014 Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Baten
-
Bruto premies
1.214,4 1.132,0 - 0,1 2.346,3
-
Wijziging in niet-verdiende premies
- 139,4 - 139,4
-
Afgegeven herverzekeringspremies
- 29,3 - 61,0 - 90,3
Netto verdiende premies 1.185,1 931,6 - 0,1 2.116,6
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 651,0 68,3 - 3,1 15,3 - 15,5 716,0
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) - 103,7 - 103,7
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 71,6 7,3 - 0,6 78,3
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 418,9 418,9
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 33,4 2,9 - 0,1 36,2
Commissiebaten 74,9 6,5 36,1 - 10,8 106,7
Overige baten 20,1 15,2 31,6 0,9 - 8,7 59,1
Totale baten 2.455,0 1.031,8 64,6 - 88,2 - 35,1 3.428,1
Lasten
-
Schadelasten en uitkeringen, bruto
- 1.463,0 - 665,9 0,1 - 2.128,8
-
Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars
19,8 27,3 47,1
Schadelasten en uitkeringen, netto - 1.443,2 - 638,6 0,1 - 2.081,7
Lasten inzake unit-linked contracten - 429,9 - 429,9
Financieringslasten - 36,6 - 2,8 - 2,9 - 12,7 15,4 - 39,6
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen - 3,8 - 1,3 - 5,1
Wijzigingen in voorzieningen - 0,3 - 0,4 0,1 - 0,6
Commissielasten - 121,9 - 215,2 - 2,9 10,8 - 329,2
Personeelskosten - 95,6 - 79,2 - 25,5 - 4,7 - 205,0
Overige lasten - 131,2 - 63,9 - 29,4 - 9,2 8,8 - 224,9
Totale lasten - 2.262,5 - 1.001,4 - 60,7 - 26,5 35,1 - 3.316,0
Resultaat voor belastingen 192,5 30,4 3,9 - 114,7 112,1
Belastingbaten (lasten) - 29,3 - 10,6 0,6 - 39,3
Nettoresultaat over de periode 163,2 19,8 4,5 - 114,7 72,8
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 34,5 8,2 42,7
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 128,7 11,6 4,5 - 114,7 30,1
Totale baten van externe klanten 2.435,1 1.030,6 26,1 - 74,4 3.417,4
Totale baten intern 9,2 1,2 38,5 - 13,8 - 35,1
Totale baten 2.444,3 1.031,8 64,6 - 88,2 - 35,1 3.417,4
Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen - 27,6 - 1,6 - 29,2

Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies uit beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend.

Overige
Eerste drie maanden 2014 Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Bruto premies 1.214,4 1.132,0 - 0,1 2.346,3
Premies inzake beleggingscontracten 443,3 443,3
Bruto premie-inkomen 1.657,7 1.132,0 - 0,1 2.789,6

6.11 Operationeel resultaat Verzekeringen

Voor de analyse van de verzekeringsresultaten maakt Ageas gebruik van het concept operationeel resultaat.

Het operationeel resultaat omvat de premies, commissies en gealloceerde financiële opbrengsten, na aftrek van schadelasten, uitkeringen en operationele lasten. De gerealiseerde winsten en verliezen op beleggingen die bepaalde verzekeringsverplichtingen afdekken, zoals gesepareerde fondsen, maken deel uit van het gealloceerde financiële resultaat. Het beleggingsresultaat, na aftrek van de samenhangende beleggingskosten, wordt gealloceerd naar de diverse Leven en Niet-leven branches gebaseerd op de beleggingsportefeuilles die de verplichtingen van deze branches afdekken.

De afstemming van het operationele resultaat naar de winst voor belastingen omvat alle opbrengsten en kosten die niet onder de verzekerings- en beleggingscontracten worden verantwoord en derhalve ook niet in het operationele resultaat.

Binnen de diverse verzekeringssegmenten worden de leven- en niet-levenactiviteiten afzonderlijk beheerd. Tot de leven-activiteiten behoren onder meer verzekeringscontracten die risico's dekken gerelateerd aan leven en overlijden van personen. Daarnaast omvatten de levenactiviteiten beleggingscontracten met en zonder discretionaire winstdeling (DPF). De niet-levenactiviteiten bestaan uit vier onderdelen: Ongevallen- en Ziekteverzekeringen, Autoverzekeringen, Brandverzekeringen en Overige schade aan eigendommen (die het risico dekken van schade aan eigendommen dan wel verplichtingen inzake claims) en Overige verzekeringen.

Het operationele resultaat voor de verschillende segmenten en productlijnen en de reconciliatie met de winst voor belastingen wordt hieronder getoond.

Continentaal Totaal
Eerste drie maanden 2015 België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Ageas
Bruto premie-inkomen Leven 957,5 657,1 126,0 - 0,1 1.740,5
Bruto premie-inkomen Niet-Leven 587,7 435,4 129,0 1.152,1
Operationele kosten - 133,2 - 47,1 - 35,8 - 13,1 - 229,2
-
Gegarandeerde producten
97,9 21,1 12,1 131,1
-
Unit linked producten
7,1 0,4 5,4 12,9
Operationeel resultaat Leven 105,0 21,5 17,5 144,0
-
Ongevallen en ziekte
12,2 0,5 11,7 24,4
-
Auto
21,7 2,8 - 1,0 23,5
-
Brand en overige schade aan eigendommen
4,6 8,7 1,5 14,8
-
Overige
5,3 7,2 3,3 15,8
Operationeel resultaat Niet-Leven 43,8 19,2 15,5 78,5
Operationeel resultaat 148,8 19,2 37,0 17,5 222,5
Aandeel in het resultaat van geassocieerde
deelnemingen, niet gealloceerd 2,0 6,8 47,7 16,0 72,5
Overig niet-technisch resultaat, inclusief brokerage 16,7 - 1,8 - 2,4 - 6,2 28,9 35,2
Resultaat voor belastingen 165,5 19,4 41,4 59,0 44,9 330,2
Key performance indicators Leven
Netto onderschrijvingsmarge 0,03% 0,17% 2,56% 0,16%
Beleggingsmarge 0,75% 0,43% -0,01% 0,65%
Operationele marge 0,78% 0,60% 2,55% 0,81%
- Operationele marge Gegarandeerde producten 0,82% 1,05% 2,72% 0,91%
- Operationele marge Unit - linked producten 0,47% 0,02% 2,25% 0,39%
Operationele kosten Leven in % van het gemiddeld
beheerd vermogen Leven 0,39% 0,43% 1,91% 0,45%
Key performance indicators Niet-Leven
Lasten ratio 38,0% 34,1% 28,1% 35,3%
Schade ratio 57,8% 65,3% 60,0% 61,2%
Combined ratio 95,8% 99,4% 88,1% 96,5%
Operationele marge 9,6% 4,6% 14,2% 8,0%
Technische voorzieningen 62.444,0 2.845,2 16.041,5 3.259,5 - 4,8 84.585,4
Continentaal Totaal
Eerste drie maanden 2014 België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Ageas
Bruto premie-inkomen Leven 1.078,6 31,0 438,5 109,6 - 0,1 1.657,6
Bruto premie-inkomen Niet-Leven 583,2 423,1 125,7 1.132,0
Operationele kosten - 129,1 - 51,6 - 35,5 - 11,3 - 227,5
-
Gegarandeerde producten
107,4 0,1 20,0 9,0 136,5
-
Unit linked producten
3,6 3,9 - 1,5 6,0
Operationeel resultaat Leven 111,0 0,1 23,9 7,5 142,5
-
Ongevallen en ziekte
7,2 0,7 8,9 16,8
-
Auto
14,3 7,9 22,2
-
Brand en overige schade aan eigendommen
5,7 - 9,5 - 2,1 - 5,9
-
Overige
- 6,2 - 5,6 1,8 - 10,0
Operationeel resultaat Niet-Leven 21,0 - 6,5 8,6 23,1
Operationeel resultaat 132,0 - 6,4 32,5 7,5 165,6
Aandeel in het resultaat van geassocieerde
deelnemingen, niet gealloceerd - 5,0 6,0 36,4 - 0,1 37,3
Overig niet-technisch resultaat, inclusief brokerage 19,4 5,0 3,9 - 4,5 - 114,6 - 90,8
Resultaat voor belastingen 151,4 - 6,4 42,4 39,4 - 114,7 112,1
Key performance indicators Leven
Netto onderschrijvingsmarge 0,07% 0,25% 0,27% 1,40% 0,15%
Beleggingsmarge 0,78% 0,41% 0,10% 0,68%
Operationele marge 0,85% 0,25% 0,68% 1,50% 0,83%
- Operationele marge Gegarandeerde producten 0,92% 0,25% 1,05% 2,70% 0,97%
- Operationele marge Unit - linked producten 0,26% 0,24% -0,88% 0,19%
Operationele kosten Leven in % van het gemiddeld
beheerd vermogen Leven 0,38% 17,01% 0,43% 2,26% 0,48%
Key performance indicators Niet-Leven
Lasten ratio 37,5% 33,8% 29,6% 35,1%
Schade ratio 63,9% 72,3% 65,2% 67,5%
Combined ratio 101,4% 106,1% 94,8% 102,6%
Operationele marge 4,7% - 1,7% 8,6% 2,5%
Technische voorzieningen 57.643,5 2.748,1 14.989,6 2.015,5 - 4,0 77.392,7

Schaderatio : de kosten van schade, na herverzekering, exclusief interne schadeafhandelingskosten, als percentage van de netto verdiende premies.

Lastenratio : de lasten als percentage van de verdiende premies netto na herverzekering. De lasten zijn inclusief de interne schadeafhandelingskosten vermeerderd met nettocommissies ten laste van het boekjaar, minus interne beleggingskosten.

Combined ratio : de som van schade- en lastenratio.

TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE BALANS

7 Geldmiddelen en kasequivalenten

In Geldmiddelen en kasequivalenten zijn direct beschikbare kasgelden en andere financiële instrumenten met een looptijd van minder dan drie maanden begrepen, na de datum van verkrijging.

De Geldmiddelen en kasequivalenten per 31 maart bestaan uit.

31 maart 2015 31 december 2014
Geldmiddelen 2,3 2,4
Vorderingen op banken 2.574,2 2.295,2
Overige 271,0 218,7
Totaal geldmiddelen en kasequivalenten 2.847,5 2.516,3

8 Financiële beleggingen

De samenstelling van de Financiële beleggingen is als volgt.

31 maart 2015 31 december 2014
Financiële beleggingen
-
Tot einde looptijd aangehouden
4.882,3 4.887,0
-
Voor verkoop beschikbaar
65.847,9 63.294,2
-
Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening
187,2 139,8
-
Afgeleide financiële instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden (activa)
31,0 18,1
Totaal bruto 70.948,4 68.339,1
Bijzondere waardeverminderingen:
-
op voor verkoop beschikbare beleggingen
- 161,8 - 164,3
Totaal bijzondere waardeverminderingen - 161,8 - 164,3
Totaal 70.786,6 68.174,8

8.1 Beleggingen tot einde looptijd aangehouden

Overheids- Bedrijfs-
obligaties obligaties Totaal
Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 1 januari 2014 4.836,9 137,5 4.974,4
Einde looptijd - 52,6 - 40,0 - 92,6
Verkopen - 26,6 - 26,6
Amortisatie 17,0 3,0 20,0
Terugname bijzondere waardeverminderingen 11,8 11,8
Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 31 december 2014 4.801,3 85,7 4.887,0
Einde looptijd - 9,9 - 9,9
Amortisatie 4,6 0,6 5,2
Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 31 maart 2015 4.805,9 76,4 4.882,3
Reële waarde op 31 december 2014 7.028,6 92,7 7.121,3
Reële waarde op 31 maart 2015 7.744,8 83,2 7.828,0

De reële waarde van overheidsobligaties geclassificeerd als beleggingen aangehouden tot einde looptijd is gebaseerd op gequoteerde koersen op actieve markten (niveau 1) en de reële waarde van schuldeffecten van bedrijven geclassificeerd als Beleggingen aangehouden tot einde looptijd op niet-observeerbare inputs (tegenpartijquoteringen, niveau 3).

De overheidsobligaties aangemerkt als Beleggingen tot einde looptijd aangehouden naar land van uitgifte per 31 maart zijn als volgt.

Historische/
geamortiseerde Reële
31 maart 2015 kostprijs waarden
Belgische overheid 4.354,9 7.137,4
Portugese overheid 451,0 607,4
Totaal 4.805,9 7.744,8
Historische/
geamortiseerde Reële
31 december 2014 kostprijs waarden
Belgische overheid 4.355,7 6.443,5
Portugese overheid 445,6 585,1
Totaal 4.801,3 7.028,6

8.2 Voor verkoop beschikbare beleggingen

De reële waarde en geamortiseerde kostprijs alsmede de hieraan gerelateerde Ongerealiseerde winsten en verliezen en bijzondere waardeverminderingen op de Voor verkoop beschikbare beleggingen is als volgt.

Historische/ Bruto Bruto Aanpassingen Bijzondere
geamortiseerde ongerealiseerde ongerealiseerde Totaal door hedge waarde- Reële
31 maart 2015 kostprijs winsten verliezen bruto accounting verminderingen waarden
Kortlopend overheidspapier 10,0 10,0 10,0
Overheidsobligaties 26.441,1 7.742,9 - 1,4 34.182,6 31,2 34.213,8
Bedrijfsobligaties 24.363,7 2.727,1 - 35,4 27.055,4 - 20,4 27.035,0
Gestructureerde kredietinstrumenten 252,8 15,1 - 1,3 266,6 - 0,1 266,5
Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties 51.067,6 10.485,1 - 38,1 61.514,6 31,2 - 20,5 61.525,3
Private equity en durfkapitaal 69,1 6,1 - 0,8 74,4 - 0,1 74,3
Aandelen 3.388,6 848,1 - 11,8 4.224,9 - 141,2 4.083,7
Overige beleggingen 2,8 2,8 2,8
Voor verkoop beschikbare beleggingen
in aandelen en overige beleggingen 3.460,5 854,2 - 12,6 4.302,1 - 141,3 4.160,8
Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen 54.528,1 11.339,3 - 50,7 65.816,7 31,2 - 161,8 65.686,1
Historische/ Bruto Bruto Aanpassingen Bijzondere
geamortiseerde ongerealiseerde ongerealiseerde Totaal door hedge waarde- Reële
31 december 2014 kostprijs winsten verliezen bruto accounting verminderingen waarden
Kortlopend overheidspapier 50,0 50,0 50,0
Overheidsobligaties 26.595,9 6.137,3 - 0,2 32.733,0 15,9 32.748,9
Bedrijfsobligaties 23.966,7 2.403,8 - 39,7 26.330,8 - 22,1 26.308,7
Gestructureerde kredietinstrumenten 288,1 14,9 - 1,7 301,3 - 0,1 301,2
Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties 50.900,7 8.556,0 - 41,6 59.415,1 15,9 - 22,2 59.408,8
Private equity en durfkapitaal 62,0 3,0 - 0,5 64,5 - 0,2 64,3
Aandelen 3.292,0 538,5 - 34,5 3.796,0 - 141,9 3.654,1
Overige beleggingen 2,7 2,7 2,7
Voor verkoop beschikbare beleggingen
in aandelen en overige beleggingen 3.356,7 541,5 - 35,0 3.863,2 - 142,1 3.721,1
Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen 54.257,4 9.097,5 - 76,6 63.278,3 15,9 - 164,3 63.129,9

Een bedrag van EUR 989,3 miljoen van de Voor verkoop beschikbare beleggingen is in onderpand gegeven als zekerheid (31 december 2014: EUR 1.082,3 miljoen).

De waardering van Voor verkoop beschikbare beleggingen is gebaseerd op:

  • niveau 1: genoteerde prijzen in actieve markten;
  • niveau 2: waarneembare marktgegevens in actieve markten;
  • niveau 3: niet-waarneembare gegevens (prijzen van tegenpartijen).

De waarderingen zijn als volgt.

31 maart 2015 Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Kortlopend overheidspapier 10,0 10,0
Overheidsobligaties 34.187,5 26,3 34.213,8
Bedrijfsobligaties 25.954,2 1.080,8 27.035,0
Gestructureerde kredietinstrumenten 110,1 97,4 59,0 266,5
Aandelen, private equity en overige beleggingen 3.100,9 896,4 163,5 4.160,8
Totaal beleggingen 63.362,7 2.100,9 222,5 65.686,1
31 december 2014 Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Kortlopend overheidspapier 50,0 50,0
Overheidsobligaties 32.748,9 32.748,9
Bedrijfsobligaties 25.049,0 1.257,2 2,5 26.308,7
Gestructureerde kredietinstrumenten 125,3 101,7 74,2 301,2
Aandelen, private equity en overige beleggingen 2.688,6 883,8 148,7 3.721,1
Totaal beleggingen 60.661,8 2.242,7 225,4 63.129,9

De veranderingen in niveau 3 waarderingen zijn als volgt.

31 maart 2015 31 december 2014
Stand per 1 januari 225,4 237,2
Einde looptijd/aflossing of terugbetaling over de periode - 2,8 - 22,6
Aankoop 8,1 15,5
Opbrengst van verkopen - 48,5 - 6,4
Gerealiseerde winsten (verliezen) - 0,8
Terugname van bijzondere waardeverminderingen 2,3
Bijzondere waardevermindering - 0,3
Ongerealiseerde winsten (verliezen) 3,3 0,5
Overdracht tussen categorieën 37,0
Stand per einde periode 222,5 225,4

Overheidsobligaties naar land van uitgifte

De overheidsobligaties naar land van uitgifte per 31 maart zijn als volgt.

Historische/ Bruto Aanpassingen
geamortiseerde ongerealiseerde door hedge Reële
31 maart 2015 kostprijs winsten (verliezen) accounting waarden
Belgische overheid 11.705,2 3.473,7 31,2 15.210,1
Franse overheid 4.899,1 1.634,7 6.533,8
Oostenrijkse overheid 2.364,1 685,2 3.049,3
Italiaanse overheid 1.225,6 461,4 1.687,0
Portugese overheid 1.375,4 276,7 1.652,1
Duitse overheid 965,2 402,8 1.368,0
Spaanse overheid 556,7 128,7 685,4
Nederlandse overheid 550,6 116,8 667,4
Ierse overheid 553,2 100,3 653,5
Verenigde Staten van Amerika: overheid 346,0 112,1 458,1
Britse overheid 415,1 24,1 439,2
Slowaakse overheid 303,8 66,6 370,4
Poolse overheid 247,4 85,9 333,3
Finse overheid 202,3 39,6 241,9
Tsjechische overheid 198,1 35,7 233,8
Overige overheden 533,3 97,2 630,5
Totaal 26.441,1 7.741,5 31,2 34.213,8
Historische/ Bruto Aanpassingen
geamortiseerde ongerealiseerde door hedge Reële
31 december 2014 kostprijs winsten (verliezen) accounting waarden
Belgische overheid 12.011,7 2.810,9 15,9 14.838,5
Franse overheid 4.900,4 1.250,5 6.150,9
Oostenrijkse overheid 2.253,1 569,3 2.822,4
Italiaanse overheid 1.263,0 318,3 1.581,3
Portugese overheid 1.371,6 187,4 1.559,0
Duitse overheid 936,3 339,9 1.276,2
Spaanse overheid 566,7 91,1 657,8
Nederlandse overheid 465,7 96,5 562,2
Ierse overheid 553,1 94,1 647,2
Verenigde Staten van Amerika: overheid 306,7 91,3 398,0
Britse overheid 513,8 22,1 535,9
Slowaakse overheid 300,2 51,6 351,8
Poolse overheid 247,5 72,3 319,8
Finse overheid 202,9 35,3 238,2
Tsjechische overheid 198,1 36,5 234,6
Overige overheden 505,1 70,0 575,1
Totaal 26.595,9 6.137,1 15,9 32.748,9

Er waren geen bijzondere waardeverminderingen op overheidsobligaties in de eerste drie maanden van 2015 en in het hele jaar 2014.

De volgende tabel geeft de netto ongerealiseerde winsten en verliezen op Voor verkoop beschikbare beleggingen opgenomen in het eigen vermogen (inclusief obligaties, aandelen en overige beleggingen) weer. Beleggingen in aandelen en overige beleggingen zijn inclusief private equity en durfkapitaal.

31 maart 2015 31 december 2014
Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties:
Boekwaarde 61.525,3 59.408,8
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen 10.447,0 8.514,4
-
Belasting
- 3.271,4 - 2.695,7
Shadow accounting - 4.894,3 - 4.144,3
-
Belasting
1.428,9 1.222,0
Netto ongerealiseerde winsten en verliezen 3.710,2 2.896,4
31 maart 2015 31 december 2014
Voor verkoop beschikbare beleggingen in aandelen en overige beleggingen:
Boekwaarde 4.160,8 3.721,1
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen 841,6 506,5
-
Belasting
- 75,8 - 54,9
Shadow accounting - 353,6 - 237,4
-
Belasting
114,7 78,3
Netto ongerealiseerde winsten en verliezen 526,9 292,5

Bijzondere waardeverminderingen op Voor verkoop beschikbare beleggingen

De volgende tabel toont de bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen.

31 maart 2015 31 december 2014
Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen:
-
op obligaties
- 20,5 - 22,2
-
op aandelen en overige beleggingen
- 141,3 - 142,1
Totaal bijzondere waardeverminderingen
op voor verkoop beschikbare beleggingen - 161,8 - 164,3

De wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen zijn.

31 maart 2015 31 december 2014
Stand per 1 januari 164,3 182,3
Toename bijzondere waardeverminderingen 1,2 40,1
Terugname bij de verkoop/desinvestering - 3,6 - 58,0
Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen - 0,1 - 0,1
Stand per einde periode 161,8 164,3

8.3 Beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening

Een nadere toelichting op de Beleggingen die tegen reële waarde worden gehouden, met verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen in de resultatenrekening per 31 maart is als volgt.

31 maart 2015 31 december 2014
Bedrijfsobligaties 128,3 81,2
Obligaties 128,3 81,2
Aandelen 58,9 58,6
Aandelen en overige beleggingen 58,9 58,6
Totaal beleggingen tegen reële waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening
187,2 139,8

Beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening betreffen voornamelijk beleggingen in verband met de verzekeringsverplichtingen waarvan de kasstromen contractueel of uit hoofde van discretionaire winstdeling zijn gekoppeld aan de resultaatontwikkeling van deze activa en waar in de meting daarvan mede rekening wordt gehouden met actuele informatie. Hierdoor wordt de kans aanzienlijk verkleind dat er in de verslaglegging een 'mismatch' optreedt door het op verschillende grondslagen berekenen van activa en verplichtingen en de daarmee samenhangende winsten en verliezen.

De nominale waarde van schuldeffecten tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening bedroeg op 31 maart 2015 EUR 128,1 miljoen (31 december 2014: EUR 81,3 miljoen).

De waardering van beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening is gebaseerd op:

  • niveau 1: genoteerde prijzen in actieve markten;
  • niveau 2: waarneembare marktgegevens in actieve markten;
  • niveau 3: niet-waarneembare inputs (prijzen van tegenpartijen).

De waarderingen zijn als volgt.

31 maart 2015 Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Bedrijfsobligaties 5,1 123,2 128,3
Gestructureerde kredietinstrumenten
Aandelen 58,9 58,9
Totaal beleggingen aangehouden tegen reële waarde
met waardeveranderingen in de resultatenrekening 5,1 182,1 187,2
XXX
31 december 2014 Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Bedrijfsobligaties 5,0 76,2 81,2
Gestructureerde kredietinstrumenten
Aandelen 58,6 58,6
Totaal beleggingen aangehouden tegen reële waarde
met waardeveranderingen in de resultatenrekening 5,0 134,8 139,8

8.4 Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten (activa)

De samenstelling van de voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten (activa) is als volgt.

31 maart 2015 31 december 2014
Niet op een beurs verhandeld (OTC) 30,7 17,6
Op een beurs verhandeld 0,3 0,5
Totaal afgeleide financiële instrumenten 31,0 18,1

De Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten hebben voornamelijk betrekking op rente- en aandelenopties en renteswaps en zijn in 2015 en 2014 gewaardeerd op niveau 2 (waarneembare inputs in actieve markten, zie noot 18 Derivaten voor nadere informatie).

8.5 Vastgoedbeleggingen

De onderstaande tabel toont de reële waarde van het vastgoed.

Reële waarde: 31 maart 2015 31 december 2014
Vastgoedbeleggingen 3.616,6 3.618,2
Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik 1.351,2 1.355,1
Totaal reële waarde 4.967,8 4.973,3
Boekwaarde:
Vastgoedbeleggingen 2.616,7 2.641,3
Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik 980,0 971,7
Totale boekwaarde 3.596,7 3.613,0
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen 1.371,1 1.360,3
Belastingen - 456,1 - 452,4
Netto ongerealiseerd(e) winst/verlies (niet opgenomen in eigen vermogen) 915,0 907,9

9 Leningen

De Leningen zijn als volgt samengesteld.

31 maart 2015 31 december 2014
Overheid en officiële instellingen 2.586,8 2.443,4
Hypothecaire leningen 1.445,2 1.485,4
Leningen aan ondernemingen 991,2 757,5
Rentedragende deposito's 917,2 647,1
Leningen aan banken 569,8 471,1
Polisbeleningen 261,4 249,2
Bedrijfsleningen 86,7 39,9
Totaal 6.858,3 6.093,6
Verminderd met bijzondere waardeverminderingen - 27,2 - 25,3
Totaal leningen 6.831,1 6.068,3

9.1 Leningen aan ondernemingen

De Leningen aan ondernemingen zijn als volgt samengesteld.

31 maart 2015 31 december 2014
Leningen aan particulieren 15,1 14,9
Vastgoed 267,0 234,8
Infrastructuur 146,1 173,5
Overige 563,0 334,3
Leningen aan ondernemingen 991,2 757,5

Ageas heeft kredietlijnen verstrekt voor een totaalbedrag van EUR 629 miljoen (31 december 2014: EUR 412 miljoen).

9.2 Leningen aan banken

De Leningen aan banken bestaan uit.

31 maart 2015 31 december 2014
Leningen en voorschotten 456,6 467,9
Overige 113,2 3,2
Totaal 569,8 471,1

10 Beleggingen in geassocieerde deelnemingen

De belangrijkste beleggingen in geassocieerde deelnemingen bestaan uit ons aandeel in onze deelnemingen in Tai Ping Life Insurance, Mayban Ageas, Muang Thai Group, Cardif Lux Vie, Aksigorta, DTH Partners LLC, Royal Park Investments (RPI) en Tesco Insurance.

Royal Park Investments

De nettowinst van RPI bedroeg in de eerste drie maanden van 2015 EUR 24 miljoen (aandeel van Ageas EUR 11 miljoen) tegenover EUR 0 miljoen (aandeel van Ageas EUR 0 miljoen) in de eerste drie maanden van 2014.

Na de verkoop van de activa en de afwikkeling van de verplichtingen, blijft de activiteit van RPI voornamelijk beperkt tot de afwikkeling van rechtszaken inzake een aantal Amerikaanse activa.

11 Verzekeringsverplichtingen

11.1 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven

De volgende tabel geeft een overzicht van de Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven per 31 maart.

31 maart 2015 31 december 2014
Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders 26.713,7 26.449,5
Verplichting voor winstdeling polishouders 367,6 328,7
Shadow accounting 3.172,1 2.646,3
Voor eliminaties 30.253,4 29.424,5
Eliminaties - 4,8 - 4,8
Bruto 30.248,6 29.419,7
Herverzekering - 47,1 - 41,5
Netto 30.201,5 29.378,2

11.2 Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven

De volgende tabel geeft een overzicht van de Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven per 31 maart.

31 maart 2015 31 december 2014
Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders 28.689,3 28.638,1
Verplichting voor winstdeling polishouders 64,8 159,4
Shadow accounting 2.159,7 1.772,2
Bruto 30.913,8 30.569,7
Herverzekering
Netto 30.913,8 30.569,7

11.3 Verplichtingen inzake unit-linked contracten

De Verplichtingen inzake unit-linked contracten voor rekening en risico van polishouders gesplitst naar verzekerings- en beleggingscontracten kunnen als volgt worden weergegeven.

31 maart 2015 31 december 2014
Verzekeringscontracten 2.162,8 1.969,1
Beleggingscontracten 13.798,6 12.859,9
Totaal 15.961,4 14.829,0

11.4 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven

De volgende tabel geeft een overzicht van de Verplichtingen inzake Niet-leven verzekeringscontracten per 31 maart.

31 maart 2015 31 december 2014
Schadeverplichting 5.732,7 5.619,8
Niet-verdiende premies 1.682,7 1.512,2
Verplichting voor winstdeling polishouders 13,3 15,6
Shadow accounting 32,9
Bruto 7.461,6 7.147,6
Herverzekering - 557,1 - 562,7
Netto 6.904,5 6.584,9

12 Achtergestelde schulden

De achtergestelde schulden zijn per 31 maart als volgt.

31 maart 2015 31 december 2014
FRESH 1.250,0 1.250,0
Hybrone 72,6 226,8
Fixed to floating Rate Callable Subordinated Loan BCP Investments 58,8 58,8
Fixed Rate Reset Perpetual Subordinated Notes 506,5 448,1
Dated Fixed Rate Subordinated Notes 395,0
Fixed to Floating Rate Callable Subordinated Notes 99,6 99,6
Overige achtergestelde schulden 3,0 3,0
Totaal achtergestelde schulden 2.385,5 2.086,3

12.1 FRESH

Ageasfinlux S.A. heeft op 7 mei 2002 een Floating Rate Equitylinked Subordinated Hybrid obligatielening zonder afloopdatum (FRESH) uitgegeven ten bedrage van EUR 1.250 miljoen met een nominale waarde van EUR 250.000 per obligatie. De coupons zijn per kwartaal achteraf betaalbaar tegen een variabele rentevoet gelijk aan driemaands Euribor verhoogd met 135 basispunten.

De FRESH is uitgegeven door Ageasfinlux S.A., met ageas SA/NV als mededebiteur. Terugbetaling van de hoofdsom vindt niet in geld plaats. De houders van de FRESH kunnen ten opzichte van de mededebiteuren alleen recht doen gelden op 4,0 miljoen aandelen Ageas die Ageasfinlux S.A. ten gunste van de houders van de FRESH in onderpand heeft gegeven. In afwachting van het omruilen van de FRESH tegen aandelen Ageas hebben deze aandelen Ageas geen dividend- of stemrecht (het per 31 maart 2015 gerapporteerde aantal uitstaande aandelen Ageas is inclusief de 4,0 miljoen aandelen Ageas die zijn uitgegeven voor deze omruiltransactie).

In het geval dat geen dividend wordt betaald op aandelen Ageas, of dat het vast te stellen dividend met betrekking tot een boekjaar onder de drempel ligt (dividendrendement < 0,5%), of in bepaalde andere uitzonderlijke omstandigheden, zal de betaling van coupons plaatsvinden in overeenstemming met de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM). De ACSM houdt in dat nieuwe aandelen Ageas worden uitgegeven en geleverd aan de houders van de FRESH. Tot op heden zijn alle coupons contant betaald. Als de ACSM in werking treedt en het beschikbare maatschappelijke kapitaal ontoereikend is voor ageas SA/NV om de ACSM-verplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is. Vanwege deze kenmerken wordt de FRESH behandeld als onderdeel van het voor de toezichthouder kwalificerend vermogen.

De FRESH-obligaties kennen geen vervaldatum, maar kunnen naar keuze van de obligatiehouder worden omgezet in aandelen Ageas tegen een koers van EUR 315 per aandeel. De FRESH worden automatisch omgezet in aandelen Ageas indien de koers van het aandeel Ageas gedurende twintig achtereenvolgende handelsdagen gelijk is aan of hoger is dan EUR 472,50. De obligaties kwalificeren als beschikbare solvabiliteitsmarge onder het huidige Europese reglementair kapitaalregime voor verzekeraars (Solvency I) en als 'Grandfathered' Tier 1 kapitaal onder toekomstige Europese regelgeving voor verzekeraars (Solvency II).

12.2 Hybrone

In 2006 heeft Ageas een special purpose vehicle opgericht onder de naam Ageas Hybrid Financing SA (hierna 'AHF'), dat eeuwigdurende sterk achtergestelde en onder gelijke condities uitgegeven effecten uitgaf en de opbrengsten daarvan investeerde in instrumenten van (voormalige) werkmaatschappijen van Ageas. Deze instrumenten worden meegenomen in de berekening van de solvabiliteit voor deze entiteiten. De door AHF uitgegeven effecten vallen onder een zogenoemde 'support agreement' en een achtergestelde garantie afgegeven door ageas SA/NV.

Uit hoofde van de 'support agreement' is ageas SA/NV verplicht om zodanige middelen aan AHF te verstrekken als nodig om de couponverplichtingen te voldoen in ieder jaar dat Ageas een dividenduitkering vaststelt, ofwel om de coupon te betalen via de ACSM indien de entiteiten die de opbrengsten hebben ontvangen de coupons op de doorgeleende leningen niet in contanten voldoen ten gevolge van schending van de toepasselijke wettelijke minimale solvabiliteitseisen. In het geval dat Ageas beneden het wettelijk vereiste minimum solvabiliteitsniveau komt of de geconsolideerde activa kleiner zijn dan de verplichtingen exclusief schulden die niet beschouwd worden als 'Senior Debt' of in het geval dat AHF die keuze maakt, dan wordt de couponbetaling vervangen door een afrekening via de ACSM.

Op 31 december 2014 waren er voor een bedrag van EUR 226,8 miljoen Hybrone-obligaties uitgegeven tegen een coupon van 5,125%. Als gevolg van een succesvolle tender, gelanceerd in maart 2015, daalde de waarde van de uitstaande obligaties tot EUR 72,6 miljoen per 31 maart 2015. De obligaties hebben een eerste calldatum op 20 juni 2016. Indien de obligaties niet gecalld worden, zal de rentevoet daarna wijzigen in 3-maands Euribor + 200 basispunten. De obligaties kwalificeren als beschikbare solvabiliteitsmarge onder het huidige Europese reglementair kapitaalregime voor verzekeraars (Solvency I) en als 'Grandfathered' Tier 1 kapitaal onder toekomstige Europese regelgeving voor verzekeraars (Solvency II).

12.3 Fixed Rate Reset Perpetual Subordinated Notes

AG Insurance heeft op 21 maart 2013 eeuwigdurende achtergestelde obligaties uitgegeven voor een bedrag van USD 550 miljoen en tegen een rente van 6,75%. De obligaties betreffen directe, ongedekte en achtergestelde verplichtingen van AG Insurance. De obligaties zijn genoteerd aan de beurs van Luxemburg. De obligaties kunnen in hun geheel, maar niet gedeeltelijk op de eerste calldatum (maart 2019) worden afgelost of op willekeurig welke andere rentevervaldag daarna. De obligaties kwalificeren als beschikbare solvabiliteitsmarge onder het huidige Europese reglementair kapitaalregime voor verzekeraars (Solvency I) en als 'Grandfathered' Tier 1 kapitaal onder toekomstige Europese regelgeving voor verzekeraars (Solvency II).

12.4 Fixed-to-Floating Callable Subordinated Notes

Op 18 december 2013 plaatste AG Insurance voor een bedrag van EUR 450 miljoen Fixed-to-Floating Callable Subordinated Notes (achtergestelde obligaties met vaste naar variabele rente), met vervaldatum 2044.

De obligaties geven een coupon van 5,25%, jaarlijks betaalbaar, tot de eerste calldatum in juni 2024 en vanaf die eerste calldatum zullen ze rente genereren tegen een variabele voet van de 3 maands Euribor + 4,136% per jaar, per kwartaal betaalbaar.

De obligaties voorzien in een optionele call door AG Insurance per kwartaal vanaf juni 2024 en in een optioneel of verplicht uitstel van rente onder bepaalde omstandigheden. De obligaties kwalificeren als beschikbare solvabiliteitsmarge onder het huidige Europese reglementair kapitaalregime voor verzekeraars (Solvency I) en als Tier 2 kapitaal onder toekomstige Europese regelgeving voor verzekeraars (Solvency II).

De obligaties zijn onderschreven door ageas SA/NV (EUR 350 miljoen) en BNP Paribas Fortis SA/NV (EUR 100 miljoen) en zijn genoteerd aan de Beurs van Luxemburg.

12.5 Dated Fixed Rate Subordinated Notes

Op 31 maart 2015 heeft AG Insurance voor een bedrag van EUR 400 miljoen Fixed Rate Subordinated Notes (achtergestelde obligaties tegen vaste rente) uitgegeven met een interestvoet van 3,5% en een looptijd van 32 jaar. De obligaties betreffen directe, ongedekte en achtergestelde verplichtingen van AG Insurance. De obligaties zijn genoteerd aan de Beurs van Luxemburg. De obligaties mogen worden afgelost naar eigen keuze van AG Insurance, gedeeltelijk dan wel volledig, op de eerste calldatum op 30 juni 2027 of bij elke rentedatum hierna.

Indien de obligaties niet gecalld worden op de eerste calldatum en op ieder vijfde jubileum van de eerste calldatum, zal de interestvoet gelijk worden gesteld aan de vijfjaars euro mid-swap rentevoet verhoogd met 3,875%.

De obligaties kwalificeren als beschikbare solvabiliteitsmarge onder het huidige Europese reglementair kapitaalregime voor verzekeraars (Solvency I) en als Tier 2 kapitaal onder toekomstige Europese regelgeving voor verzekeraars (Solvency II).

12.6 Fixed-to-Floating Callable Subordinated Loan BCP Investments

Op 5 december 2014 hebben Ageas Insurance International N.V. (51%) en BCP Investments B.V. (49%) een achtergestelde lening van EUR 120 miljoen verstrekt aan Millenniumbcp Ageas tegen 4,75% per jaar tot de calldatum in december 2019 en 6-maands Euribor plus 475 basis punten per jaar daarna. De obligaties kwalificeren als beschikbare solvabiliteitsmarge onder het huidige Europese reglementair kapitaalregime voor verzekeraars (Solvency I) en als 'Grandfathered' Tier 1 kapitaal onder toekomstige Europese regelgeving voor verzekeraars (Solvency II).

13 Leningen

De volgende tabel toont de samenstelling van de Leningen per 31 maart.

31 maart 2015 31 december 2014
Terugkoopovereenkomsten 972,9 1.069,8
Leningen 1.356,3 1.043,9
Schulden aan banken 2.329,2 2.113,7
Depots van herverzekeraars 86,4 82,0
Financiële leaseverplichtingen 21,1 21,3
Overige schulden 296,1 266,5
Totaal schulden 2.732,8 2.483,5

Ageas heeft obligaties met een boekwaarde van EUR 989,3 miljoen (31 december 2014: EUR 1.082,3 miljoen) als zekerheid gesteld voor Terugkoopovereenkomsten. Daarnaast is vastgoed met een boekwaarde van EUR 391,5 miljoen (31 december 2014: EUR 391,5 miljoen) als zekerheid gesteld voor Leningen en overige.

De boekwaarde van de leningen is een redelijke benadering van de reële waarde doordat de looptijden van contracten minder dan een jaar bedragen (terugkoopovereenkomsten) en/of doordat contracten een variabele rente dragen (leningen van banken). De reële waarde is derhalve gebaseerd op waarneembare marktgegevens (niveau 2).

14 Acute en uitgestelde belastingen

Uitgestelde belastingen worden geboekt voor tijdelijke verschillen tussen de IFRS-boekwaarde en de belastingboekwaarden, alsook voor overgedragen belastingverliezen voor zover het waarschijnlijk is dat er voldoende toekomstige belastbare winst zal zijn tegenover welke het uitgestelde belastingactief kan worden gebruikt.

Een nadere detaillering van de Uitgestelde winstbelastingen is als volgt.

Resultatenrekening
Eerste drie Eerste drie
31 maart 2015 31 december 2014 maanden 2015 maanden 2014
Uitgestelde belastingvorderingen op:
Beleggingen (beschikbaar voor verkoop) - 28,6 6,9
Vastgoedbeleggingen 19,9 20,3 - 0,3 - 0,1
Materiële vaste activa 37,0 36,8
Immateriële vaste activa (exclusief goodwill) 3,9 4,7 - 0,8 0,1
Verzekeringspolis en claim reserves 1.658,1 1.440,8 2,4 - 4,1
Voorzieningen voor pensioenen en uitkeringen na uitdiensttreding 181,4 171,9 0,9 0,1
Overige voorzieningen 12,8 12,3 0,3 - 1,7
Overlopende kosten en vooruit ontvangen opbrengsten 0,2 0,2
Niet-aangewende compensabele verliezen 134,5 131,8 4,3 0,1
Overige 69,2 65,7 1,2 1,2
Bruto uitgestelde belastingvorderingen 2.088,4 1.884,5 8,0 2,5
Niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen - 50,1 - 57,9 5,4 6,5
Netto uitgestelde belastingvorderingen 2.038,3 1.826,6 13,4 9,0
Uitgestelde belastingverplichtingen op:
Afgeleide financiële instrumenten (activa) 0,2 0,1 - 0,1 - 0,3
Beleggingen (beschikbaar voor verkoop) 3.150,4 2.623,5 8,6 - 6,9
Unit-linked beleggingen - 1,4 - 3,4 - 2,0 0,6
Vastgoedbeleggingen 124,1 123,4 - 0,9 - 1,2
Leningen aan klanten 2,7 1,2 - 0,1
Materiële vaste activa 177,7 179,8 2,0 1,0
Immateriële vaste activa (exclusief goodwill) 107,4 109,4 2,1 1,7
Overige voorzieningen 14,3 13,4 1,4
Overlopende acquisitiekosten 31,4 31,3 - 0,1 2,8
Vooruitbetaalde lasten en overlopende baten 1,3 1,4
Belastingvrij gerealiseerde reserves 60,5 61,2 0,7 1,0
Overige 42,9 42,5 - 0,1 10,8
Totaal uitgestelde belastingverplichtingen 3.711,5 3.183,8 10,2 10,8
Uitgestelde belastingopbrengsten (lasten) 23,6 19,8
Netto uitgestelde belastingen - 1.673,2 - 1.357,2

Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd wanneer sprake is van een wettelijk afdwingbaar recht om acute belastingvorderingen te salderen met acute belastingverplichtingen en wanneer de uitgestelde belastingen betrekking hebben op dezelfde belastingautoriteit. Na saldering zijn de bedragen als volgt.

31 maart 2015 31 december 2014
Uitgestelde belastingvorderingen 104,0 106,4
Uitgestelde belastingverplichtingen 1.777,2 1.463,6
Netto uitgestelde belastingen - 1.673,2 - 1.357,2

15 RPN(I)

De RPN(I) is een financieel instrument dat leidt tot kwartaalbetalingen gedaan door of ontvangen van BNP Paribas Fortis SA/NV.

BNP Paribas Fortis SA/NV heeft in 2007, met ageas SA/NV als mededebiteur, CASHES effecten uitgegeven. CASHES zijn converteerbare effecten die in aandelen Ageas kunnen worden omgezet tegen een vooraf vastgestelde prijs van EUR 239,40 per aandeel. BNP Paribas Fortis SA/NV en ageas SA/NV, die op dat moment beide deel uitmaakten van de Fortis groep, introduceerden een financieel instrument, de 'Relative Performance Note' (RPN), ter voorkoming van boekhoudkundige volatiliteit van de aandelen Ageas en van de in de boeken van BNP Paribas Fortis SA/NV tegen reële waarde geboekte CASHES. Bij de opsplitsing van Fortis in 2009 zijn BNP Paribas Fortis SA/NV en Ageas overeengekomen rente te betalen over een in deze RPN vermeld referentiebedrag. Deze rentebetaling per kwartaal wordt gewaardeerd als een financieel instrument en aangeduid als RPN(I).

De RPN(I) bestaat zolang er uitstaande CASHES in de markt zijn. In 2007 zijn aanvankelijk 12.000 CASHES uitgegeven. Ageas en BNP Paribas hebben in februari 2012 een overeenkomst bereikt waarbij Ageas aan BNP Paribas een schadevergoeding heeft betaald van EUR 287 miljoen, nadat BNP Paribas een bod op de CASHES tegen een prijs van 47,5% had gelanceerd en de 7.553 aangeboden CASHES inwisselde tegen onderliggende aandelen Ageas, wat leidde tot de pro-rata vrijval van de RPN(I) verplichting. Na deze conversie resteren 4.447 uitstaande CASHES.

Referentiebedrag en rentebetalingen

Het referentiebedrag wordt als volgt berekend:

  • het verschil tussen EUR 2.350 miljoen en de marktwaarde van 12,53 miljoen aandelen Ageas waarin het instrument wordt geconverteerd, minus
  • het verschil tussen EUR 3.000 miljoen bij de uitgifte en de marktwaarde van de CASHES zoals genoteerd op de beurs van Luxemburg, vermenigvuldigd met
  • het aantal CASHES dat blijft uitstaan (4.447/12.000 = 37,06%).

Ageas betaalt rente aan BNP Paribas Fortis SA/NV over het gemiddelde referentiebedrag in het kwartaal (als het resultaat hierboven negatief wordt, betaald BNP Paribas Fortis SA/NV aan Ageas); de rente bedroeg 3-maands Euribor plus 20 basispunten tot 31 maart 2014 en 3-maands Euribor plus 90 basispunten daarna (zie volgende paragraaf).

Staatsgarantie en annulatie ervan

Tot 31 maart 2014 garandeerde de Belgische Staat de door Ageas aan BNP Paribas Fortis SA/NV betaalde rente. Ageas betaalde de Belgische Staat een vergoeding voor deze garantie ter hoogte van 70 basispunten per jaar over het referentiebedrag en gaf aan de Belgische Staat 14% van de aandelen AG Insurance in onderpand voor het geval dat Ageas zijn rentebetalingen niet zou nakomen.

Om de staatsgarantie te annuleren, wijzigden de betrokken partijen de overeenkomst op 1 april 2014. Het onderpand ten gunste van de Belgische Staat werd vervangen door een onderpand van AG Insurance-aandelen rechtstreeks ten gunste van BNP Paribas Fortis SA/NV, waarbij het aantal in onderpand gegeven aandelen werd gereduceerd van 14% tot 7,4% van het totale aantal uitstaande AG Insurance-aandelen; om het hogere kredietrisico te weerspiegelen, wijzigde de op het referentiebedrag toegepaste rentevoet van Euribor 3 maanden plus 20 basispunten in Euribor 3 maanden plus 90 basispunten; tegelijkertijd hield de vergoedingsverplichting van Ageas ten opzichte van de Belgische Staat op te bestaan.

Waardering

Ageas past een transferbegrip toe om de RPN(I)-verplichting tegen reële waarde te registreren. IFRS 13 definieert reële waarde als de prijs die ontvangen zou worden bij de verkoop van een actief of betaald zou moeten worden bij het overdragen van een verplichting in een ordelijke transactie tussen marktpartijen op de waarderingsdatum. De definitie van reële waarde gaat expliciet uit van een 'eindprijs', gelinkt aan de prijs 'die betaald moet worden bij het overdragen van een verplichting'. Als zulke prijzen niet beschikbaar zijn en de verplichting wordt door een andere entiteit als een actief gehouden, dan moet de verplichting worden gewaardeerd vanuit het perspectief van een marktpartij die het actief aanhoudt. Ageas waardeert zijn verplichting tegen het referentiebedrag.

Het RPN referentiebedrag is gevoelig voor waardeveranderingen van de CASHES en de koers van het Ageas aandeel: als de waarde van de CASHES, uitgedrukt in een percentage van de fractiewaarde, met 1% stijgt, stijgt het referentiebedrag met EUR 11 miljoen, terwijl een stijging van EUR 1,00 van het Ageas aandeel, het referentiebedrag met EUR 5 miljoen zal doen dalen. De daling van het referentiebedrag van EUR 467 miljoen eind 2014 tot EUR 431 miljoen op 31 maart 2015 werd veroorzaakt door de daling van de prijs van de CASHES van 76,04% tot 74,42% en de koersstijging van het Ageas-aandeel van EUR 29,51 naar EUR 33,41 in dezelfde periode.

16 Voorzieningen

De voorzieningen hebben hoofdzakelijk betrekking op juridische geschillen en reorganisaties en zijn gebaseerd op de best mogelijke schattingen zoals beschikbaar op jaareinde op basis van het oordeel van het management waarbij in de meeste gevallen rekening wordt gehouden met de adviezen van juridische adviseurs. Het tijdstip van de uitgaande kasstromen die samenhangen met deze voorzieningen is per definitie onzeker, gezien de onvoorspelbaarheid van de uitkomst van en de tijd die gemoeid is met het afwikkelen van processen/geschillen. De lopende gerechtelijke procedures worden beschreven in noot 27 Voorwaardelijke verplichtingen.

Op 29 juli 2014 besliste het Amsterdamse Hof van Beroep om de verkoop van de Nederlandse Fortis-entiteiten in 2008 ongemoeid te laten in antwoord op de aantekening van beroep door Stichting FortisEffect tegen het vonnis van het Amsterdamse Districtshof. Het Hof oordeelde echter ook dat Fortis misleidende en onvolledige informatie verschafte inzake de verkoop van zijn Nederlandse entiteiten tussen 29 september en 1 oktober 2008, en besliste dat Ageas de betrokken aandeelhouders moest vergoeden voor de schade die ze als gevolg daarvan hadden geleden.

Ageas besliste om tegen deze beslissing beroep aan te tekenen bij het Nederlandse Hooggerechtshof, maar concludeerde dat op basis van de vereisten van IAS 37 een provisie moet worden geboekt.

Hoewel er tot nu toe nog geen schadevergoedingen nodig waren, boekte Ageas een provisie van EUR 130 miljoen, gebaseerd op zijn evaluatie van de termen van de beslissing van het Hof alsook op methoden en veronderstellingen die gewoonlijk op de markt worden gehanteerd. Het definitieve bedrag en de timing van de betalingen zijn onzeker en hangen vooral af van (a) het feitelijke aantal eisers, (b) de methoden die het Hof zal gebruiken ter bepaling van de geldigheid van deze claims en het bedrag van de schadevergoedingen voor de vermeende overtreding, en (c) de einddatum van het verdere juridische verloop.

De bedragen worden weergegeven op de regel Provisies in de balans en op de regel Wijzigingen in provisies in de resultatenrekening.

Het verloop van de voorzieningen gedurende het jaar is als volgt.

31 maart 2015 31 december 2014
Stand per 1 januari 171,4 45,0
Aan- en verkoop dochterondernemingen 2,8 0,4
Toename (Afname) voorziening - 0,4 137,5
Aanwendingen in de loop van het jaar - 2,4 - 11,7
Aangroei van rente 0,7
Omrekeningsverschillen 0,1 0,2
Stand per einde periode 172,2 171,4

17 Verplichtingen i.v.m. geschreven NCI-putopties

17.1 Verplichting i.v.m. geschreven putoptie op door BNP Paribas Fortis SA/NV gehouden AG insurance aandelen

Op 12 maart 2009 sloot Ageas een overeenkomst over de verkoop van 25% + 1 aandeel AG Insurance aan Fortis Bank (nu BNP Paribas Fortis SA/NV) voor een bedrag van EUR 1.375 miljoen. Deze overeenkomst is door de Vergaderingen van Aandeelhouders van Ageas in april 2009 goedgekeurd. Als onderdeel van deze overeenkomst verleende Ageas aan Fortis Bank een putoptie tot herverkoop van het verworven belang in AG Insurance aan Ageas binnen de zes maanden na 1 januari 2018.

Ageas concludeerde dat het uitoefenen van de putoptie onvoorwaardelijk is. In overeenstemming met IAS 32 is Ageas daarom verplicht een financiële verplichting op te nemen voor de contante waarde van de geschatte uitoefenprijs van de putoptie in 2018. Deze financiële verplichting wordt in een separate regel (Verplichting met betrekking tot geschreven putoptie) in de Balans verantwoord. De verplichting wordt ook in de Algemene Rekening verantwoord aangezien de verplichting betrekking heeft op Ageas Insurance International N.V. (de moedermaatschappij van AG Insurance). Ageas waardeert de verplichting tegen het verwachte te betalen bedrag geactualiseerd tot op de rapporteringsdatum.

De tegenhanger van deze verplichting is een waardevermindering van het onderliggende minderheidsbelang. Het verschil tussen de waarde van het minderheidsbelang en de reële waarde van de verplichting wordt toegevoegd aan Overige reserves, die in het eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders zijn opgenomen.

Volgende wijzigingen in de reële waarde van de verplichting met betrekking tot de geschreven putoptie worden verantwoord in Overige reserves.

Als de optie in 2018 wordt uitgeoefend, zal de verplichting als een contante betaling van Ageas aan BNP Paribas Fortis SA/NV worden afgewikkeld en zal Ageas weer 25% + 1 aandeel AG Insurance verwerven. Als de optie echter afloopt zonder te zijn uitgeoefend, wordt de verplichting verantwoord ten laste van Minderheidsbelangen en Overige reserves.

Waardebepaling

Ageas hanteert 'embedded value' van de Leven activiteiten van AG Insurance en een verdisconteerd kasstroommodel voor de Niet-leven activiteiten voor de waardebepaling van de verplichting. Voor de bepaling van het verwachte bedrag bij afwikkeling wordt een waarderingsmethode gebruikt die is gebaseerd op:

  • huidige embedded value multiples voor levensverzekeringsmaatschappijen. Vanaf 2015 is de 'peer group' meer verfijnd door enkel echte levensverzekeringsmaatschappijen te selecteren en gemengde verzekeringsmaatschappijen buiten beschouwing te laten;
  • een groei van de waarde op basis van verwacht rendement van 11% op de embedded value en een dividend uitbetaling van 50% voor 2013 en 75% voor de jaren erna;
  • een disconteringsvoet van 10%.

Verwerking van de optie in de resultatenrekening

Zolang de optie niet is uitgeoefend, wordt het resultaat in de geconsolideerde resultatenrekening gelinkt aan minderheidsbelang (25% + 1 aandeel BNP), geboekt als minderheidsbelang.

Op basis van deze parameters is de netto contante waarde van de verplichting per 31 maart 2015 EUR 1.218 miljoen (31 december 2014: EUR 1.391 miljoen). De volgende gevoeligheden zijn berekend.

Waarde verplichting
1.188
1.249
Relatieve impact
-2,5%
2,5%
"Price to Embedded Value"
+10%
-10%
Waarde verplichting
1.313
1.124
Disconteringsvoet +1% punt - 1% punt
Relatieve impact
7,8%
-7,7%
Groei percentage
+1% punt
- 1% punt
Waarde verplichting
1.245
1.192
Relatieve impact
2,2%
-2,1%

De impact van de verplichting met betrekking tot de geschreven putoptie op het eigen vermogen is de volgende.

31 maart 2015 31 december 2014 Wijziging
1.218,0 1.391,0 - 173,0
- 1.817,6 - 1.562,9 - 254,7
427,7
599,6 171,9

17.2 Put optie AG Insurance verleend aan Parkimo

AG Insurance verleende een onvoorwaardelijke putoptie op haar aandeel van 10,05% aan Parkimo, de huidige minderheidsaandeelhouder van Interparking. De putoptie werd gewaardeerd tegen reële waarde (EUR 89 miljoen).

18 Derivaten

Ageas gebruikt derivaten voornamelijk om alle rente-, aandelenen valutarisico's te beheersen. Derivaten worden in principe verantwoord als handelsderivaten tenzij een afdekkingsrelatie met een open positie op de juiste wijze is gedocumenteerd. In dat geval worden derivaten verantwoord als hedging derivaten.

Wijzigingen in de reële waarde van handelsderivaten worden in de resultatenrekening verantwoord. Wijzigingen in de reële waarde van hedging derivaten worden verantwoord in het Overzicht van comprehensive income met de wijziging in de reële waarde van de afgedekte positie.

In bepaalde situaties worden de wijzigingen in de reële waarde van het derivaat en de afgedekte positie beide opgenomen in de resultatenrekening. In dat geval wordt geen afdekkingsdocumentatie opgesteld en worden de derivaten verwerkt als voor handelsdoeleinden aangehouden.

Handelsderivaten

31 maart 2015 31 december 2014
Reële waarde Reële waarde
Nominale Nominale
Activa Passiva waarde Activa Passiva waarde
Vreemde valuta contracten
Forwards en futures 1,5 81,2 1.524,5 0,0 41,3 1.262,9
Swaps 22,8 109,0 11,7 11,7
Totaal 24,3 81,2 1.633,5 11,7 41,3 1.274,6
Rentecontracten
Swaps 2,7 14,3 453,3 1,9 20,1 453,5
Opties 478,0 0,0 478,0
Totaal 2,7 14,3 931,3 1,9 20,1 931,5
Effecten/Index contracten
Opties en warrants 0,3 0,0
Totaal 0,3 0,0
Overige 3,7 11,4 4,5 0,0
Totaal 31,0 95,5 2.576,2 18,1 61,4 2.206,1
Reële waarden ondersteund door waarneembare marktgegevens 22,8 28,4 12,1 61,4
Reële waarden verkregen door gebruik van een waarderingsmodel 8,2 67,1 6,0
Totaal 31,0 95,5 18,1 61,4
Over the counter (OTC) 30,7 95,5 2.576,2 17,6 61,4 2.206,1
Exchange traded 0,3 0,5
Totaal 31,0 95,5 2.576,2 18,1 61,4 2.206,1

Hedging derivaten

31 maart 2015 31 december 2014
Reële waarde Reële waarde
Nominale Nominale
Activa Passiva waarde Activa Passiva waarde
Vreemde valuta contracten
Swaps 0,4 3,2 444,5 5,1 394,1
Totaal 0,4 3,2 444,5 5,1 394,1
Rentecontracten
Forwards en futures 120,0 32,5 731,4 82,5 16,9 656,2
Swaps 36,0 1.431,1 21,4 442,5
Opties 0,3 82,2 0,2 82,2
Totaal 120,3 68,5 2.244,7 82,7 38,3 1.180,9
Totaal 120,7 71,7 2.689,2 82,7 43,4 1.575,0
Reële waarden ondersteund door waarneembare marktgegevens 47,5 16,9
Reële waarden op basis van een waarderingsmodel 120,7 24,2 82,7 26,5
Totaal 120,7 71,7 82,7 43,4
Over the counter (OTC) 120,7 71,7 2.689,2 82,7 43,4 1.575,0
Totaal 120,7 71,7 2.689,2 82,7 43,4 1.575,0

Derivaten worden gewaardeerd op niveau 2 (waarneembare marktgegevens in actieve markten).

19 Toezeggingen

Ontvangen en gedane toezeggingen waren per 31 maart als volgt.

Toezeggingen 31 maart 2015 31 december 2014
Ontvangen toezeggingen
Kredietlijnen 431,5 431,5
Onderpand & garanties ontvangen 4.751,3 4.592,5
Overige niet in de balans gewaardeerde rechten 2,4 2,6
Totaal ontvangen 5.185,2 5.026,6
Verstrekte toezeggingen
Garanties, Financieel- en Prestatie Gerelateerde Kredietbrieven 73,7 78,5
Totaal kredietlijnen 809,2 612,7
Gebruikt -180,0 -200,5
Beschikbaar 629,2 412,2
Onderpand & garanties verstrekt 1.397,3 1.562,6
In bewaring gegeven activa en vorderingen 1.099,4 1.442,9
Kapitaal rechten en toezeggingen 108,3 121,5
Overige niet in de balans gewaardeerde toezeggingen 1.215,4 832,3
Totaal verstrekt 4.523,3 4.450,0

Het merendeel van de ontvangen toezeggingen bestaat uit ontvangen onderpand en garanties, vooral van klanten ontvangen onderpand op woninghypotheken en in mindere mate ook commerciële leningen en leningen aan polishouders.

Gedane toezeggingen bestaan voor het overgrote deel uit gegeven onderpand en garanties (EUR 1.397 miljoen), in verband met terugkoopovereenkomsten, toevertrouwde middelen en vorderingen (EUR 1.099 miljoen) en verstrekte kredietlijnen.

20 Reële waarde van financiële activa en verplichtingen

In de volgende tabel zijn de boekwaarde en de reële waarde weergegeven van de financiële activa en verplichtingen die in de geconsolideerde balans van Ageas niet tegen reële waarde zijn gewaardeerd. De verplichtingen worden met uitzondering van een aantal schuldbewijzen tegen geamortiseerde kosten aangehouden.

De tabel beschrijft de gebruikte methodes voor de bepaling van de reële waarde van de financiële instrumenten.

31 maart 2015 31 december 2014
Boek Reële Boek Reële
Niveau waarde waarde waarde waarde
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 2 2.847,5 2.847,5 2.516,3 2.516,3
Financiële beleggingen tot einde looptijd aangehouden 1 / 3 4.882,3 7.828,0 4.887,0 7.121,3
Vorderingen 2 6.831,1 7.675,0 6.068,3 6.740,7
Herverzekering en overige vorderingen 2 2.132,3 2.132,3 1.991,7 1.991,7
Totaal financiële activa 16.693,2 20.482,8 15.463,3 18.370,0
Verplichtingen
Schuldbewijzen 2 2,1 2,1 2,2 2,2
Achtergestelde schulden 2 2.385,5 2.431,3 2.086,3 2.138,0
Schulden 2 2.425,0 2.424,5 2.205,5 2.205,2
Overige financieringen 2 307,7 308,0 278,0 274,7
Totaal financiële verplichtingen 5.120,3 5.165,9 4.572,0 4.620,1

De reële waarde is de waarde waartegen een actief kan worden verhandeld, een verplichting kan worden afgewikkeld of een eigen-vermogeninstrument kan worden toegekend tussen terzake goed geïnformeerde, tot markttransactie bereidwillige partijen.

Ageas hanteert de volgende methoden voor de bepaling van de reële waarde van financiële instrumenten:

  • genoteerde prijzen in een actieve markt;
  • waarderingsmethoden;
  • kostprijs.

Indien een financieel instrument wordt verhandeld in een actieve en liquide markt is de genoteerde prijs of waarde de beste indicator voor de reële waarde. Die reële waarde wordt niet gecorrigeerd voor een groot pakket aandelen, tenzij er een bindende afspraak is gemaakt om de aandelen te verkopen tegen een andere prijs dan de marktprijs. De meest geschikte marktprijs voor een actief in bezit of een uit te geven passief is de huidige biedprijs, en voor een aan te kopen actief of een passief in bezit, de laatprijs. Middenkoersen worden gebruikt als basis voor het bepalen van de reële waarde van activa en verplichtingen met tegengestelde marktrisico's.

Als er geen marktprijs op een actieve markt beschikbaar is, wordt de reële waarde berekend op basis van de contante waardemethode of andere waarderingsmethoden gebaseerd op de marktcondities per verslagdatum. Als er een waarderingsmethode gebruikelijk is in de markt om de prijs van een instrument te bepalen en van deze methode is aangetoond dat de bepaalde waardering een betrouwbare schatting oplevert van de prijs bij een daadwerkelijke markttransactie, dan gebruikt Ageas deze methode.

Algemeen aanvaarde methoden voor waardering in de financiële markt zijn recente markttransacties, het contante waardemodel en optiewaarderingsmodellen. Een geaccepteerde waarderingsmethode houdt rekening met alle factoren die marktpartijen voor de prijsvorming belangrijk achten. Deze methode dient tevens consistent te zijn met geaccepteerde economische modellen voor de waardering van financiële instrumenten.

De basisprincipes voor het bepalen van de reële waarde zijn:

  • het maximaliseren van marktinvloeden en het minimaliseren van interne schattingen en ramingen;
  • aanpassing van de schattingsmethode (waarderingsmethode) alleen als er een verbetering van de waardering kan worden aangetoond of als de verandering noodzakelijk is vanwege de beschikbaarheid van informatie.

De reële waarde die getoond wordt, is de 'clean fair value' - de totale reële waarde ('dirty' fair value) exclusief opgelopen rente). Opgelopen rente wordt apart verantwoord.

De gebruikte methoden en hypothesen om de reële waarde te bepalen, zijn grotendeels afhankelijk van het feit of het instrument verhandeld wordt op een financiële markt en welke informatie gebruikt kan worden in de waarderingsmodellen. Hierna wordt een samenvatting gegeven van de verschillende financiële instrumenten met de gehanteerde reële waarderingsmethode.

Genoteerde prijzen worden gebruikt voor financiële instrumenten die op een markt worden verhandeld met notering van prijzen.

Niet-beursgenoteerde financiële instrumenten worden vaak verhandeld op 'over-the-counter' (OTC) markten waar de marktprijzen verkrijgbaar zijn via handelaren of andere bemiddelaars.

Vanuit verschillende bronnen zijn beursnoteringen verkrijgbaar voor een aantal financiële instrumenten die geregeld worden verhandeld op een OTC-markt. De financiële pers, verschillende beurspublicaties en informatie van individuele marketmakers zijn voorbeelden van deze bronnen. Genoteerde marktprijzen zijn de meest betrouwbare reële waarden voor op de beurs verhandelbare derivaten.

Voor niet-beursgenoteerde derivaten is de reële waarde die waarde die gerealiseerd kan worden door beëindiging of afwikkeling van het derivaat. Gangbare methoden voor de waardering van een rente rate swap (IRS) hanteren een vergelijking van het rendement (de yield) van de swap met het huidige marktrendement. De swap yield curve wordt afgeleid van de genoteerde swaprendementen. Voor gangbare rente rate swaps zijn over het algemeen aan- en verkoopkoersen beschikbaar voor partijen waarvan de effecten 'investment grade' zijn.

Factoren die van invloed zijn op de waardering van de individuele derivaten zijn onder andere het kredietrisico van de tegenpartij en de complexiteit van het derivaat. Wanneer deze factoren afwijken van de basisfactoren zal overwogen worden of een aanpassing van de genoteerde prijs noodzakelijk is.

Omdat de FRESH niet vroegtijdig kan worden afgelost of worden gecalld en alleen kan worden afgelost door omzetting in aandelen, is de reële waarde van de FRESH gelijk aan de nominale waarde.

De berekening van de reële waarde van financiële instrumenten die niet actief worden verhandeld op financiële markten, kan als volgt worden samengevat.

Type instrument Producten Ageas Reële waarde berekening
Instrumenten zonder vaste
looptijd
Zichtrekeningen
(rekeningen-courant)
spaarrekeningen, etc.
Nominale waarde.
Instrumenten zonder
derivaatachtige
elementen
Lineaire kredieten,
deposito's, etc.
Contante waardeberekening; het disconteringspercentage is de swap yield curve
plus een marge (activa) of swap yield curve min een marge (passiva);
de marge is gebaseerd op de gerealiseerde commerciële marge berekend op basis
van het gemiddelde aan nieuwe productie van de laatste drie maanden.
Instrumenten met
derivaatachtige
elementen
Hypotheken en
andere instrumenten
met derivaatachtige
elementen
Het product wordt gesplitst in enerzijds een lineair (zonder derivaat)
deel dat gewaardeerd wordt middels de contante waardeberekening,
anderzijds wordt het derivaat gewaardeerd middels
een optie-waarderingsmethode.
Achtergestelde schulden en
gerelateerde vorderingen
Achtergestelde
schulden
Waardering is gebaseerd op noteringen van handelaren in
een inactieve markt (niveau 3).
Private equity Private equity en
niet-beursgenoteerde
deelnemingen
In het algemeen gebaseerd op de richtlijnen van de European Venture Capital Association,
gebruik makend van onder meer de ratio's bedrijfswaarde/EBITDA, koers/cashflow en koers/winst.
Preferente aandelen
(niet-genoteerd)
Preferente aandelen Als het aandeel wordt gekarakteriseerd als vreemd vermogen wordt de contantewaardemethode gebruikt.

Ageas heeft een beleid geformuleerd om de onzekerheden met betrekking tot de berekening van reële waarde door middel van waarderingsmethoden en interne modellen te kunnen kwantificeren en bewaken. Gerelateerde onzekerheden worden benoemd in het modelrisicoconcept.

Modelrisico ontstaat wanneer de productwaarderingsmethode die gehanteerd wordt nog niet is gestandaardiseerd, of wanneer gebruik wordt gemaakt van inputgegevens die niet rechtstreeks in de markt zichtbaar zijn, maar op aannames zijn gebaseerd.

De ontwikkeling van nieuwe, geavanceerde producten in de markt heeft geleid tot de ontwikkeling van wiskundige modellen waarmee deze producten kunnen worden gewaardeerd. Deze modellen repliceren het complexe patroon van de functie van een optie op basis van aannames over het stochastische gedrag van de onderliggende variabelen, numerieke algoritmen en andere theoretische benaderingen die nodig zijn om de complexiteit van het financiële instrument na te bootsen.

Voorts zijn de onderliggende hypothesen van een model afhankelijk van de algemene marktomstandigheden (specifieke rentestanden, volatiliteit etc.) op het moment van ontwikkeling van het model. Er bestaat geen garantie dat het model nog steeds de juiste resultaten weergeeft wanneer marktcondities radicaal veranderen. Eventuele modelonzekerheden worden zo precies mogelijk gekwantificeerd. Dit vormt de basis voor de aanpassing van de reële-waardeberekening door de waarderingsmethoden en interne modellen.

TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE RESULTATENREKENING

21 Verzekeringspremies

Hieronder volgt een overzicht van de samenstelling van de bruto en netto verdiende premies.

Eerste drie maanden 2015 Eerste drie maanden 2014
Bruto premie-inkomen Leven 1.740,6 1.657,7
Bruto premie-inkomen Niet-leven 1.152,1 1.132,0
Algemeen en eliminaties - 0,1 - 0,1
Totaal bruto premie-inkomen 2.892,6 2.789,6
Eerste drie maanden 2015 Eerste drie maanden 2014
Netto premies Leven 1.312,7 1.185,1
Netto premies Niet-leven 984,6 931,6
Algemeen en eliminaties - 0,1 - 0,1
Totaal netto premies 2.297,2 2.116,6

Leven

In de onderstaande tabel worden de bruto premie-inkomsten Leven weergegeven.

Eerste drie maanden 2015 Eerste drie maanden 2014
Unit-linked verzekeringscontracten
Geboekte eenmalige premies 33,2 20,6
Geboekte periodieke premies 20,2 29,2
Totaal unit-linked verzekeringscontracten 53,4 49,8
Niet unit-linked verzekeringscontracten
Geboekte eenmalige premies 63,2 58,8
Geboekte periodieke premies 231,9 214,3
Totaal collectief 295,1 273,1
Geboekte eenmalige premies 104,7 105,8
Geboekte periodieke premies 181,5 184,2
Totaal individueel 286,2 290,0
Totaal niet unit-linked verzekeringscontracten 581,3 563,1
Beleggingscontracten met DPF
Geboekte eenmalige premies 592,3 492,5
Geboekte periodieke premies 107,1 109,0
Totaal beleggingscontracten met DPF 699,4 601,5
Geboekte premies Leven 1.334,1 1.214,4
Geboekte eenmalige premies 368,5 411,4
Geboekte periodieke premies 38,0 31,9
Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF 406,5 443,3
Bruto premie-inkomen Leven 1.740,6 1.657,7

Het bruto premie-inkomen Leven bestaat uit de bruto ontvangen premies van de verzekeringsmaatschappijen voor uitgegeven verzekerings- en beleggingscontracten. Het premie-inkomen van verzekeringscontracten en van beleggingscontracten met DPF wordt verantwoord in de resultatenrekening. De premie-instroom van beleggingscontracten zonder DPF, met name unit-linked contracten, wordt - na aftrek van commissies - direct verantwoord als verplichting ('deposit accounting'). Commissies worden in de resultatenrekening verantwoord als commissiebaten.

Eerste drie maanden 2015 Eerste drie maanden 2014
Bruto premies Leven 1.334,1 1.214,4
Afgegeven herverzekeringspremies - 21,4 - 29,3
Netto premies Leven 1.312,7 1.185,1

Niet-leven

Hieronder wordt een overzicht gegeven van de opbouw van de nettopremies Niet-leven. De verzekeringspremies voor auto, brand en overige zijn samengevoegd onder Overige Niet-leven.

Ongevallen en Overige
Eerste drie maanden 2015 Ziekte Niet-leven Totaal
Bruto geboekte premies 257,6 894,5 1.152,1
Wijziging in niet-verdiende premies, bruto - 50,2 - 57,7 - 107,9
Bruto verdiende premies 207,4 836,8 1.044,2
Afgegeven herverzekeringspremies - 9,2 - 50,0 - 59,2
Aandeel herverzekeraars in niet-verdiende premies 1,5 - 1,9 - 0,4
Netto verdiende premies Niet-leven 199,7 784,9 984,6
Ongevallen en Overige
Eerste drie maanden 2014 Ziekte Niet-leven Totaal
Bruto geboekte premies 258,8 873,2 1.132,0
Wijziging in niet-verdiende premies, bruto - 53,3 - 86,1 - 139,4
Bruto verdiende premies 205,5 787,1 992,6
Afgegeven herverzekeringspremies - 10,3 - 54,3 - 64,6
Aandeel herverzekeraars in niet-verdiende premies 1,9 1,7 3,6
Netto verdiende premies Niet-leven 197,1 734,5 931,6

De verdeling van de ontvangen nettopremies Niet-leven per verzekeringssegment is als volgt.

Ongevallen en Overige
Eerste drie maanden 2015 Ziekte Niet-leven Totaal
België 122,3 332,1 454,4
VK 14,6 407,3 421,9
Continentaal Europa 62,8 45,5 108,3
Netto verdiende premies Niet-leven 199,7 784,9 984,6
Ongevallen en Overige
Eerste drie maanden 2014 Ziekte Niet-leven Totaal
België 121,6 323,6 445,2
VK 16,9 368,7 385,6
Continentaal Europa 58,6 42,2 100,8
Netto verdiende premies Niet-leven 197,1 734,5 931,6

22 Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten

De onderstaande tabel geeft een specificatie van de Rentebaten, dividend en de overige beleggingsbaten.

Eerste drie maanden 2015 Eerste drie maanden 2014
Rentebaten
Rentebaten op geldmiddelen en kasequivalenten 0,8 1,5
Rentebaten uit vorderingen op banken 3,6 5,6
Rentebaten op beleggingen 513,3 510,9
Rentebaten uit vorderingen op klanten 46,6 40,7
Rentebaten uit derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden 0,5 0,9
Overige rentebaten 6,3 6,2
Totaal rentebaten 571,1 565,8
Dividenden op aandelen 15,9 13,6
Huurbaten uit vastgoedbelegging 56,1 55,0
Opbrengsten parkeergarage 78,8 70,9
Overige baten op beleggingen 11,4 10,7
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 733,3 716,0

23 Resultaat op verkoop en herwaarderingen

De onderstaande tabel geeft een specificatie van het Resultaat op verkoop en herwaarderingen.

Eerste drie maanden 2015 Eerste drie maanden 2014
Obligaties aangehouden voor verkoop 9,3 35,0
Aandelen aangehouden voor verkoop 39,7 40,0
Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden 6,4 - 1,6
Vastgoedbeleggingen 1,5 5,3
Gerealiseerde winst op de verkoop van aandelen
van dochtermaatschappijen en geassocieerde deelnemingen - 1,1
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 0,2
Materiële vaste activa 0,1 0,1
Activa en verplichtingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening 0,5 0,3
Afdekkingsresultaten - 0,7 - 0,4
Overige - 1,5 0,7
Totaal Resultaat op verkoop en herwaarderingen 55,5 78,3

De initiële waardering van derivaten is de aanschafprijs van het financiële instrument, inclusief met de aanschaf gepaard gaande transactiekosten. Na de initiële waardering vindt waardering plaats tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening.

Alle wijzigingen in de reële waarde van activa en verplichtingen die worden gehouden tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening worden hierboven verantwoord. Inbegrepen zijn zowel ongerealiseerde winsten en verliezen door herwaardering als gerealiseerde winsten en verliezen bij het verkopen van activa of het voldoen van verplichtingen.

De resultaten van afdekking bevatten de wijzigingen in de reële waarde die kunnen worden toegewezen aan het afgedekte risico, in de meeste gevallen het renterisico, van afgedekte activa en verplichtingen en de wijziging in reële waarde van de afdekkingsinstrumenten.

24 Schadelasten en uitkeringen

De opbouw van de Schadelasten en uitkeringen, na herverzekering, is als volgt.

Eerste drie maanden 2015 Eerste drie maanden 2014
Levensverzekeringen 1.570,7 1.443,2
Niet-levensverzekeringen 612,5 638,6
Algemeen en eliminaties - 0,1
Totaal schadelasten en uitkeringen, netto 2.183,2 2.081,7

De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Leven, na herverzekering.

Eerste drie maanden 2015 Eerste drie maanden 2014
Uitkeringen en afkopen, bruto 1.454,0 1.396,2
Wijzigingen verplichtingen levensverzekering, bruto 127,3 66,8
Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, bruto 1.581,3 1.463,0
Aandeel herverzekeraars in schadelasten en uitkeringen - 10,6 - 19,8
Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, netto 1.570,7 1.443,2

Schadelasten en uitkeringen Leven zijn de uitkomst van de hogere betalingen betreffende verplichtingen Leven (zie noot 11 Verzekeringsverplichtingen, onderdeel 11.1, 11.2 en 11.3).

De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Niet-leven, na herverzekering.

Eerste drie maanden 2015 Eerste drie maanden 2014
Schaden, bruto 653,7 618,3
Wijzigingen in verplichtingen inzake verzekeringscontracten, bruto - 23,4 47,6
Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, bruto 630,3 665,9
Aandeel herverzekeraars in betaalde schaden - 40,1 - 24,2
Aandeel herverzekeraars in wijziging in verplichtingen inzake verzekeringscontracten 22,3 - 3,1
Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, netto 612,5 638,6

De schadelasten en uitkeringen Niet-leven zijn het saldo van hogere volumes (zie noot 6 Informatie operationele segmenten) gedeeltelijk gecompenseerd door een beter herverzekeringsresultaat.

25 Financieringslasten

De onderstaande tabel toont de Financieringslasten naar product.

Eerste drie maanden 2015 Eerste drie maanden 2014
Financieringslasten
Schuldbewijzen 0,5
Achtergestelde schulden 21,2 17,4
Leningen 5,5 6,5
Overige financieringen 3,3 3,9
Derivaten 0,9 1,5
Overige schulden 10,1 9,8
Totaal financieringslasten 41,0 39,6

26 Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen

De Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen kunnen als volgt worden gespecificeerd.

Eerste drie maanden 2015 Eerste drie maanden 2014
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen op:
Beleggingen in obligaties 0,2
Beleggingen in aandelen en overige beleggingen 1,0 2,7
Leningen 0,7 1,1
Herverzekering en overige vorderingen 1,9 1,3
Totaal wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen 3,8 5,1

TOELICHTING OP DE TRANSACTIES NIET OPGENOMEN OP DE GECONSOLIDEERDE BALANS

27 Voorwaardelijke verplichtingen

27.1 Voorwaardelijke verplichtingen gerelateerd aan gerechtelijke procedures

De Ageas groep is, zoals vele andere financiële groepen, gedaagde met betrekking tot een aantal vorderingen, geschillen en rechtszaken die een gevolg zijn van de normale bedrijfsuitoefening.

Bovendien, als gevolg van de gebeurtenissen en ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden met betrekking tot de voormalige Fortis-groep tussen mei 2007 en oktober 2008 (o.a. acquisitie van delen van ABN AMRO en kapitaalverhoging in september/oktober 2007, aankondiging van het solvabiliteitsplan in juni 2008, desinvestering van de bankactiviteiten en de Nederlandse verzekeringsactiviteiten in september/oktober 2008) is Ageas betrokken of kan het worden betrokken bij een aantal gerechtelijke procedures en een strafrechtelijke procedure in België.

Ageas ontkent dat het foutief gehandeld zou hebben en zal elke aantijging voor de rechtbank betwisten. Zoals in sectie 6 hieronder uitgelegd, kunnen dergelijke juridische acties tegen Ageas, indien succesvol, uiteindelijk echter een grote financiële impact op Ageas hebben. Op dit moment is het evenwel nauwelijks mogelijk om het resultaat van de acties waarnaar deze sectie voorwaardelijke verplichtingen verwijst, te voorspellen of om de toekomstige schadevergoedingen te kwantificeren die Ageas zou moeten betalen als deze acties succesvol zouden zijn. Vanzelfsprekend blijft Ageas bereid om in het belang van zijn aandeelhouders elke mogelijke optie te overwegen.

In deze sectie worden enkele juridische procedures beschreven (i) die op zichzelf rechtstreeks geen voorwaardelijke verbintenis inhouden (cf. Beëindigde procedures) of (ii) waarvoor een voorziening is genomen (cf. FSMA, FortisEffect), maar die onrechtstreeks een impact kunnen hebben op bestaande gerechtelijke procedures die in deze sectie worden vermeld.

I Beëindigde procedures

In Nederland zijn definitieve uitspraken gedaan (i) op 6 december 2013 met betrekking tot wanbeleid door Fortis N.V. op diverse tijdstippen in de periode 2007 – 2008 en (ii) op 4 maart 2014 met betrekking tot het handhaven van de door de AFM opgelegde boetes inzake misleidende communicatie over solvabiliteit gerelateerde zaken in juni 2008. Geen van deze rechtszaken leidde echter tot een beslissing over mogelijk financiële compensatie die het voorwerp van debat is in lopende procedures. Bijkomende AFM boetes inzake de communicatie over de subprime blootstelling van Fortis in september 2007 werden definitief op 14 februari 2014 vernietigd.

II Lopende procedures

1. Administratieve procedure in België

De Belgische Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) heeft een onderzoek ingesteld inzake Fortis' externe communicatie in het tweede kwartaal van 2008. Op 17 juni 2013 besliste de sanctiecommissie dat Fortis in de periode mei-juni 2008 te laat of onjuist gecommuniceerd heeft over de voorwaarden die haar door de Europese Commissie waren opgelegd in het kader van de overname van ABN AMRO, over haar in het vooruitzicht gestelde solvabiliteit na de volledige integratie van ABN AMRO en over het succes van de NITSH II uitgifte. Daarom legde de sanctiecommissie Ageas een boete op van EUR 500.000. Ageas tekende op 16 juli 2013 beroep aan tegen deze beslissing bij het Hof van Beroep in Brussel en partijen wisselen momenteel hun geschreven argumentatie uit. De hoorzittingen zijn gepland voor maart en april 2015.

2. Strafprocedure in België

In België loopt sinds oktober 2008 een strafprocedure naar aanleiding van de gebeurtenissen vermeld in de inleiding van dit hoofdstuk. In februari 2013 heeft de procureur des Konings de beschuldigde schriftelijk volgende strafbare feiten ten laste gelegd: (i) foutieve jaarrekening 2007 door de overschatting van subprimegerelateerde activa, (ii) verkeerde informatie om mensen te overtuigen, in te tekenen op de kapitaalverhoging in 2007 en (iii) publicatie van in meerdere gevallen verkeerde of onvolledige informatie over de subprime blootstelling tussen augustus 2007 en april 2008, waarvoor hij de Raadkamer heeft verzocht, een aantal personen te verwijzen naar de correctionele rechtbank. Daar verschillende betrokken partijen om aanvullend onderzoek hebben gevraagd en dit verzoek is gehonoreerd, is de hoorzitting voor de Raadkamer uitgesteld naar een nog niet bepaalde datum. In de huidige stand van het onderzoek vordert de procureur des Konings de verwijzing van Ageas naar de correctionele rechtbank niet.

Negatieve bevindingen in de administratieve procedure en/of de strafprocedure kunnen een impact hebben op bestaande gerechtelijke procedures en kunnen leiden tot nieuwe procedures tegen Ageas, met inbegrip van aanspraken op schadevergoeding.

3. Civiele procedures ingesteld door aandeelhouders of aandeelhoudersverenigingen

Deze procedures in België en Nederland (i) beogen de betaling van een schadevergoeding wegens vermeende misleidende communicatie en/of marktmisbruik waaraan Fortis zich schuldig zou hebben gemaakt tussen mei 2007 en oktober 2008 en/of (ii) houden (in)direct verband met de transacties in september/oktober 2008.

3.1 In Nederland

3.1.1 VEB

Op 19 januari 2011 heeft de VEB ("Vereniging van Effectenbezitters") een collectieve actie ingeleid voor de rechtbank van Amsterdam met het verzoek vast te stellen dat diverse mededelingen door Fortis tussen september 2007 en 3 oktober 2008 een schending van het recht vormden door Fortis, door financiële instellingen die betrokken waren bij de kapitaalverhoging in september/oktober 2007 en/of door sommige voormalige bestuurders en topmanagers van Fortis. De VEB kwalificeert elk van deze overtredingen als een onrechtmatige daad van alle of van sommige verweerders en stelt dat deze verweerders bijgevolg aansprakelijk zijn voor de schade geleden door een ieder die aandelen kocht gedurende de relevante periode. Onder meer beweert VEB (ten aanzien van Fortis, sommige vroegere bestuurders en topmanagers en ten aanzien van de eerder genoemde financiële instellingen) dat de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in het prospectus van september 2007 voor de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007, onjuist en onvolledig was. Partijen hebben geschreven argumentatie uitgewisseld en hoorzittingen moeten worden gepland.

3.1.2 Stichting FortisEffect

Stichting FortisEffect en een aantal personen, vertegenwoordigd door mr. De Gier, hebben voor het Gerechtshof van Amsterdam beroep aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank van Amsterdam van 18 mei 2011. Dit vonnis verwierp de collectieve actie van de Stichting tot het ongeldig verklaren van de besluiten van de Raad van Bestuur van Fortis in oktober 2008 en de nietigverklaring van de transacties, dan wel de betaling van schadevergoeding als alternatief. Op 29 juli 2014, heeft het Gerechtshof Amsterdam beslist dat de verkoop van de Nederlandse Fortisonderdelen in 2008 onaangetast blijft. Het Hof oordeelde echter ook dat Fortis in de periode van 29 september tot en met 1 oktober 2008 misleidende en onvolledige informatie verstrekt heeft aan de markt. Het Hof concludeerde dat Ageas de schade die de betrokken aandeelhouders daardoor geleden hebben, moet vergoeden. De omvang van eventuele vergoedingen zal in aparte procedures worden bepaald. Hoewel tot op heden in de huidige procedures geen vaststelling van schade heeft plaatsgevonden, vindt Ageas het passend om een voorziening van EUR 130 miljoen (zie noot 16 – Voorzieningen) aan te leggen. Ageas heeft in oktober 2014 bij de Hoge Raad een cassatieberoep ingediend tegen het arrest van het Gerechtshof. FortisEffect heeft eveneens cassatieberoep aangetekend bij de Hoge Raad.

3.1.3 Stichting Investor Claims Against Fortis (SICAF)

Op 7 juli 2011 heeft de Nederlandse 'Stichting Investor Claims Against Fortis' (SICAF) een procedure ingeleid voor de rechtbank van Utrecht op grond van beweerde misleidende communicatie door Fortis gedurende de periode 2007-2008. Onder meer beweert de Stichting (ten aanzien van Fortis en twee financiële instellingen) dat de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in het prospectus van september 2007 voor de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007, onjuist en onvolledig was.

Op 3 augustus 2012 heeft dezelfde Stichting, namens en samen met een aantal geïdentificeerde (voormalige) aandeelhouders, een tweede procedure voor de Rechtbank van Utrecht aangespannen tegen dezelfde partijen en bepaalde voormalige Fortis bestuurders en topmanagers, waarbij schadevergoeding wordt gevorderd. De aantijgingen in deze tweede procedure zijn grotendeels gelijk aan de eerste procedure. Aanvullend beweren de eisers dat Fortis in de periode 2007 en 2008 tekortgeschoten is in haar solvabiliteitsbeleid. Momenteel is het onduidelijk of beide procedures zullen worden samengevoegd.

3.1.4 Vorderingen namens individuele aandeelhouders

In een procedure die werd ingeleid door een aantal personen vertegenwoordigd door mr. Bos, oordeelde de rechtbank van Utrecht op 15 februari 2012 dat Fortis en twee medegedaagden (de voormalige CEO en de voormalige financiële topman) misleidende informatie hebben openbaar gemaakt in de periode tussen 22 mei en 26 juni 2008. De rechtbank vonniste verder dat in een afzonderlijke procedure moet worden beoordeeld of de eisers schade hebben geleden en, in voorkomend geval, de hoogte ervan moet worden bepaald. In deze context hebben sommige voormalige bestuurders en topmanagers van Fortis de rechter gevraagd de beweerde verplichting van Ageas te erkennen om die personen te vrijwaren tegen schade die zou voortvloeien uit, of verband zou houden met, de juridische procedures tegen hen uit hoofde van de functies die zij binnen de Fortis groep uitoefenden. Voor het Gerechtshof van Arnhem is beroep aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank van Utrecht. In de beroepsprocedure vordert mr. Bos schadevergoeding wegens vermeende misleidende communicatie over (i) Fortis' subprime blootstelling in 2007/2008, (ii) de solvabiliteit van Fortis in de periode januari – juni 2008, (iii) de voorwaarden die door de Europese Commissie waren opgelegd in het kader van de overname van ABN AMRO en (iv) de liquiditeitsen solvabiliteitspositie van Fortis op 26 september 2008.

Op 1 augustus 2014 stelde mr. Meijer twee afzonderlijke procedures in, elk namens een individuele eiser, bij de rechtbank van Utrecht, waarbij schadevergoeding werd gevorderd om het verlies te compenseren als gevolg van de vermeende miscommunicatie door Fortis in de periode september 2007 tot september 2008.

Op 23 september 2014 stelde een voormalige Fortisaandeelhouder een gerechtelijke procedure in tegen Ageas bij de rechtbank van Utrecht, waarbij schadevergoeding werd gevorderd vanwege de misleidende communicatie door Fortis tussen 29 september 2008 en 1 oktober 2008 zoals vastgesteld in de uitspraak van 29 juli 2014 in de zaak FortisEffect. Op 1 april 2015 heeft de rechtbank besloten dat deze procedure zal worden samengevoegd met de Meijer procedures.

3.2 In België

3.2.1 Modrikamen

Een aantal aandeelhouders, vertegenwoordigd door mr. Modrikamen, heeft op 28 januari 2009 een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel waarbij oorspronkelijk de vernietiging van de verkoop van ASR aan de Nederlandse staat en de verkoop van Fortis Bank aan de FPIM (en vervolgens aan BNP Paribas) dan wel schadevergoeding werd gevraagd. Op 8 december 2009 besliste de rechtbank onder meer dat zij niet bevoegd is voor de vorderingen tegen de Nederlandse verweerders. Op 17 januari 2013 bevestigde het Hof van Beroep dit vonnis op dit punt. In juli 2014 tekende mr. Modrikamen hiertegen cassatieberoep aan. Tot dusver is het Hof van Cassatie hierover nog niet tot een uitspraak gekomen. Tot op heden wordt de procedure ten gronde voor de Rechtbank van Koophandel voortgezet inzake de verkoop van Fortis Bank waarbij de betaling van een schadevergoeding door BNP Paribas aan Ageas alsmede door Ageas aan de eisers wordt nagestreefd. In een tussenvonnis op 4 november 2014 verklaarde de rechtbank de vordering van ongeveer 50 % van de eisers onontvankelijk. De hoorzittingen zijn gepland voor oktober en november 2015.

3.2.2. Deminor

Een aantal personen rond Deminor International heeft op 13 januari 2010 (momenteel onder de naam DRS Belgium) een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij ze schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatieverstrekking door Fortis in de periode maart 2007 tot oktober 2008. Op 28 april 2014 verklaarde de rechtbank in een tussenvonnis de vordering van ongeveer 25 % van de eisers onontvankelijk. Partijen wisselen momenteel geschreven argumentatie uit. De hoorzittingen zijn gepland voor september en oktober 2016.

3.2.3 Overige vorderingen namens individuele aandeelhouders Op 12 september 2012 hebben een (voormalige) Fortis aandeelhouder en de moedermaatschappij ervan een procedure aangespannen voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij schadevergoeding wordt gevorderd op basis van het beweerde gebrek aan of misleidende informatie van Fortis in de context van de kapitaalverhoging in 2007. Partijen wisselen op dit moment geschreven argumentatie uit en de hoorzittingen zullen plaatsvinden in oktober 2015.

Op 29 april 2013 hebben een aantal personen vertegenwoordigd door mr. Arnauts een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij ze schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatieverstrekking door Fortis in 2007 en 2008. Deze procedure is opgeschort in afwachting van de afloop van de strafprocedure.

Op 25 juni 2013 werd een gelijkaardige procedure gestart voor dezelfde rechtbank door twee aandeelhouders. Deze eisers verzoeken hun zaak met de zaak Deminor samen te voegen. Ondertussen hebben de eisers ingestemd met een opschorting van hun zaak naar een nog niet bepaalde datum.

Op 19 september 2013 werd een gelijkaardige burgerlijke procedure gestart voor de Rechtbank van Eerste Aanleg in Brussel door een aantal (voormalige) aandeelhouders van Fortis, vertegenwoordigd door mr. Lenssens. Deze procedure is opgeschort in afwachting van de afloop van de strafprocedure.

4. Overige juridische procedures

4.1 Procedure ingesteld door houders van Mandatory Convertible Securities (MCS)

De MCS uitgegeven in 2007 door Fortis Bank Nederland (Holding) N.V. (nu ABN AMRO Bank N.V.), samen met Fortis Bank SA/NV (nu BNP Paribas Fortis SA/NV), Fortis SA/NV en Fortis N.V. (beide nu ageas SA/NV), werden verplicht geconverteerd op 7 december 2010 in 106.723.569 aandelen Ageas. Voor 7 december 2010 beslisten een aantal MCS houders eenzijdig op een algemene vergadering van MCS houders om de vervaldag van de MCS uit te stellen tot 7 december 2030. De gevolgen van deze beslissing werden evenwel opgeschort door de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Brussel op verzoek van Ageas. Na 7 december 2010 hebben de voormelde MCS houders de geldigheid van de conversie van de MCS aangevochten. Zij eisten de vernietiging van de conversie, dan wel een schadevergoeding voor een bedrag van EUR 1,75 miljard. Op 23 maart 2012 heeft de Rechtbank van Koophandel te Brussel Ageas in het gelijk gesteld en alle eisen van de voormalige MCShouders afgewezen. De omzetting van de MCS in door Ageas uitgegeven aandelen op 7 december 2010 blijft dus rechtsgeldig en er is geen schadevergoeding verschuldigd. Een aantal voormalige MCS houders heeft beroep aangetekend tegen dit vonnis, waarbij een voorlopige schadevergoeding van EUR 350 miljoen en de aanstelling van een expert wordt gevorderd. Er liggen nog geen datums vast voor de hoorzittingen.

4.2 Procedures geïnitieerd door RBS

Op 1 april 2014 heeft Royal Bank of Scotland (RBS) twee procedures tegen Ageas en andere partijen ingeleid: (i) een procedure voor de Rechtbank van Koophandel te Brussel waar RBS aanspraak maakt op een bedrag van EUR 75 miljoen op basis van een vermeende garantie die door Fortis zou zijn verstrekt in 2007 in het kader van een aandelentransactie tussen ABN AMRO Bank (nu RBS) en Mellon en (ii) een arbitrageprocedure voor het ICC in Parijs waar RBS aanspraak maakt op een totaalbedrag van EUR 135 miljoen, te weten de vermeende garantie van EUR 75 miljoen vermeerderd met EUR 60 miljoen op basis van een "escrow" arrangement.

5. Vrijwaringsbedingen

In 2008 heeft Fortis aan sommige voormalige topmanagers en bestuurders, bij hun vertrek, een contractuele vrijwaring verleend voor juridische kosten, en in sommige gevallen ook voor de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak in het geval dat tegen deze personen een rechtszaak zou worden aangespannen in verband met hun mandaat binnen de onderneming. Ageas betwist de geldigheid van deze contractuele vrijwaringsbedingen voor zover ze betrekking hebben op de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak.

Voorts heeft Ageas, zoals gebruikelijk bij dat soort transacties, overeenkomsten afgesloten met een aantal financiële instellingen die de plaatsing van Fortis aandelen faciliteerden tijdens de kapitaalverhogingen van 2007 en 2008. Deze overeenkomsten bevatten vrijwaringsbedingen die onder bepaalde voorwaarden voor Ageas verplichtingen tot schadeloosstelling impliceren. Sommige van die financiële instellingen zijn betrokken in de in dit hoofdstuk beschreven juridische procedures.

6. Algemene opmerkingen

Zonder afbreuk te doen aan specifieke commentaren die hierboven werden gegeven en gezien de verschillende fases en het continu veranderende karakter alsook de inherente onzekerheden en complexiteit van de lopende procedures is het management op dit ogenblik niet in staat om hun gevolgen in te schatten en te bepalen, of de vorderingen tegen Ageas ongegrond zijn of succesvol kunnen worden verdedigd en of deze vorderingen al dan niet zullen resulteren in een significant verlies in de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas. Om die reden worden er, met uitzondering van een voorziening betreffende het geschil met FortisEffect en een voorziening ten bedrage van de eerder genoemde boete van de FSMA, geen voorzieningen geboekt. Ageas zal andere voorzieningen boeken indien, en op het ogenblik dat, het naar de mening van het management en de Raad van Bestuur, in overleg met de juridische adviseurs, meer waarschijnlijk is dan niet dat Ageas in deze zaken een betaling zal moeten doen en er een betrouwbare schatting kan worden gemaakt van de hoogte van het bedrag.

Indien een van deze procedures negatieve gevolgen voor Ageas zou hebben of zou leiden tot de toekenning van een schadevergoeding aan de eisers in verband met miscommunicatie of wanbeheer van de kant van Fortis, dan kan dat belangrijke gevolgen hebben voor de financiële positie van Ageas. Die gevolgen zijn op dit moment niet kwantificeerbaar.

Op basis van de conclusies uit bepaalde in deze noot beschreven gerechtelijke uitspraken hebben de verzekeraars van de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering en van de prospectusaansprakelijkheidsverzekering, die de potentiële risico's verzekeren van Ageas en haar bestuurders en functionarissen uit hoofde van de aansprakelijkheidsclaims in de verschillende lopende procedures, laten weten dat deze conclusies zouden kunnen leiden tot een verlies aan verzekeringsdekking uit hoofde van deze polissen. Ageas is het oneens met deze mening die op dit moment onderwerp is van discussie met de verzekeraars.

27.2 Voorwaardelijke verplichtingen inzake hybride instrumenten van voormalige dochterondernemingen

BNP Paribas Fortis SA/NV heeft CASHES (Convertible And Subordinated Hybrid Equity-linked Securities) uitgegeven die 4.447 obligaties vertegenwoordigen voor een totaal nominaal bedrag van EUR 1.112 miljoen. BNP Paribas Fortis SA/NV is een voormalige dochteronderneming van ageas SA/NV, wat verklaart waarom ageas SA/NV als medeschuldenaar van deze obligaties fungeerde.

De obligaties hebben geen vervaldatum en kunnen niet in contanten worden uitbetaald, maar kunnen alleen worden ingewisseld tegen aandelen Ageas aan een koers van EUR 239,40 per aandeel. De CASHES worden automatisch omgezet in aandelen Ageas als de koers van het aandeel Ageas gedurende twintig achtereenvolgende beurswerkdagen gelijk is aan of hoger is dan EUR 359,10. BNP Paribas Fortis SA/NV bezit 4.643.904 aandelen Ageas met het oog op de mogelijke wissel.

De enige verhaalmogelijkheid van de houders van de CASHES tegen elk van de mededebiteuren met betrekking tot de hoofdsom zijn de Ageas aandelen die BNP Paribas Fortis SA/NV aanhoudt; deze aandelen zijn ten gunste van die houders verpand.

BNP Paribas Fortis SA/NV betaalt de coupon voor de CASHES per kwartaal tegen een variabele rente van driemaands Euribor + 2%, totdat de omwisseling van de CASHES in aandelen Ageas plaatsvindt. In het geval dat geen dividend wordt betaald op aandelen Ageas, of dat het vast te stellen dividend met betrekking tot een boekjaar onder de drempel ligt (dividendrendement < 0,5%), of in bepaalde andere omstandigheden, zal de betaling van coupons door ageas SA/NV verplicht plaatsvinden via de uitgifte van nieuwe aandelen in overeenstemming met de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM), terwijl BNP Paribas Fortis SA/NV dan aan Ageas instrumenten dient uit te geven die als hybride Tier 1 instrumenten kunnen worden aangemerkt als compensatie voor de coupons die werden betaald door ageas SA/NV. Als de ACSM in werking treedt en het beschikbare toegestane maatschappelijke kapitaal ontoereikend is om ageas SA/NV in staat te stellen de ACSM-verplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is.

27.3 Overige voorwaardelijke verplichtingen

Samen met BGL BNP Paribas heeft Ageas Insurance International N.V. een garantie verstrekt aan Cardif Lux Vie S.A. tot EUR 100 miljoen om uitstaande juridische vorderingen te dekken met betrekking tot Fortis Lux Vie S.A., een voormalige dochtermaatschappij van Ageas die eind 2011 is gefuseerd met Cardif Lux International S.A.

Voorts hebben een aantal particuliere klanten van Ageas Frankrijk, een 100% dochteronderneming van Ageas Insurance International, vorderingen tegen Ageas Frankrijk ingediend in verband met de vermeende eenzijdige wijziging van de voorwaarden van het product "Corbeille Sélection" door het in rekening brengen van bovenmatige transactiekosten. Eisers vroegen niet alleen de terugbetaling van deze kosten, maar beweerden ook benadeeld te zijn wegens verloren kansen, in het verleden en in de toekomst, om arbitrageverrichtingen uit te voeren tussen Unit-linked fondsen en een gewaarborgd fonds door gebruik te maken van de laatst bekende valutadata. In november 2014 erkende het Parijse Hof van Beroep de beslissing in eerste aanleg om de vorderingen als gegrond te verklaren en stelde het experts aan om de omvang van de schadevergoeding vast te stellen. Op 26 januari 2015 tekende Ageas beroep aan bij het Hof van Cassatie.

28 Gebeurtenissen na balansdatum

Er hebben na de balansdatum geen materiële gebeurtenissen plaatsgevonden die noodzaken tot een bijstelling van het Geconsolideerd tussentijds financieel verslag van Ageas per 31 maart 2015.

Bericht van de Raad van Bestuur

De Raad van Bestuur van Ageas is verantwoordelijk voor het opstellen van het Geconsolideerde tussentijds financieel verslag van Ageas voor de eerste drie maanden van 2015, in overeenstemming met International Financial Reporting Standards zoals aanvaard door de Europese Unie, met de Europese Transparantie Richtlijn (2004/109/EC).

De Raad van Bestuur van Ageas verklaart dat, naar zijn beste weten, het Geconsolideerde tussentijds financieel verslag van Ageas voor de eerste drie maanden van 2015 een getrouw en juist beeld geeft van de activa, verplichtingen, financiële positie en het resultaat van Ageas en dat de informatie die in dit tussentijds financieel verslag is opgenomen geen tekortkomingen bevat die het noodzakelijk maken om de reikwijdte van enige berichtgeving significant aan te passen.

De Raad van Bestuur heeft op 7 mei 2015 het Geconsolideerd tussentijds financieel verslag van Ageas voor de eerste drie maanden van 2015 beoordeeld en goedgekeurd voor publicatie.

Brussel, 7 mei 2015

Raad van Bestuur

Voorzitter Jozef De Mey Chief Executive Officer Bart De Smet Chief Financial Officer Christophe Boizard Chief Risk Officer Filip Coremans Bestuurders Roel Nieuwdorp

Vicevoorzitter Guy de Selliers de Moranville Lionel Perl Jan Zegering Hadders Jane Murphy Steve Broughton Lucrezia Reichlin Richard Jackson Davina Bruckner

Verklaring van de onafhankelijke accountant

Verslag van de commissaris aan de raad van bestuur van ageas SA/NV omtrent de beoordeling van de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie over de periode van drie maanden afgesloten op 31 maart 2015

Inleiding

Wij hebben de beoordeling uitgevoerd van de bijgevoegde tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie van Ageas, bestaande uit de geconsolideerde balans per 31 maart 2015, de geconsolideerde resultatenrekening, het geconsolideerd overzicht van het comprehensive income, het geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen en het geconsolideerde kasstroom overzicht over de periode van 3 maanden die op die datum is beëindigd, evenals van de toelichtingen ("de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie"). De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en het weergeven van de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie in overeenstemming met IAS 34 "Tussentijdse Financiële Verslaggeving" zoals goedgekeurd door de Europese Unie. Het is onze verantwoordelijkheid een conclusie te formuleren bij de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie op basis van onze beoordeling.

Reikwijdte van een beoordeling

We hebben onze beoordeling uitgevoerd overeenkomstig ISRE 2410, "Beoordeling van tussentijdse financiële informatie, uitgevoerd door de onafhankelijke auditor van de entiteit". Een beoordeling van tussentijdse financiële informatie bestaat uit het vragen van inlichtingen, hoofdzakelijk aan financiële en boekhoudkundige verantwoordelijken, en het uitvoeren van cijferanalyses en andere beoordelingsprocedures. De reikwijdte van een beoordeling is aanzienlijk geringer dan die van een controle uitgevoerd in overeenstemming met de Internationale Controlestandaarden (ISA). Om die reden stelt de beoordeling ons niet in staat de zekerheid te verkrijgen dat wij kennis hebben van alle aangelegenheden van materieel belang die naar aanleiding van een controle mogelijk worden geïdentificeerd. Bijgevolg brengen wij dan ook geen controle-oordeel tot uitdrukking.

Conclusie

Op basis van onze beoordeling is niets onder onze aandacht gekomen dat ons er toe aanzet van mening te zijn dat de bijgevoegde tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie op 31 maart 2015 en over de periode van drie maanden afgesloten op die datum niet in alle van materieel belang zijnde opzichten is opgesteld in overeenstemming met IAS 34 "Tussentijdse Financiële Verslaggeving" zoals goedgekeurd door de Europese Unie.

Benadrukking van een bepaalde aangelegenheid

Wij vestigen uw aandacht op toelichting 16 van de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie op 31 maart 2015 en over de periode van drie maanden afgesloten op die datum, waarin de onzekerheden worden beschreven over het bedrag en tijdstip van de uitstroom van de economische voordelen gerelateerd aan de voorziening opgenomen in het kader van bet beroep van de "Stichting Fortiseffect". Deze situatie doet geen afbreuk aan ons oordeel.

Wij vestigen eveneens de aandacht op toelichting 27 met betrekking tot de voorwaardelijke verplichtingen bij de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie op 31 maart 2015 en over de periode van drie maanden afgesloten op die datum waarin is beschreven dat Ageas als gedaagde is betrokken bij verschillende juridische procedures en een aantal administratieve en strafrechtelijke onderzoeken in verband met bepaalde gebeurtenissen en ontwikkelingen welke gedurende de periode mei 2007 tot en met oktober 2008 hebben plaatsgevonden en kunnen resulteren in financiële verplichtingen voor de vennootschap. Echter, de uiteindelijke uitkomst van deze zaken kan momenteel niet worden bepaald. Deze situatie doet geen afbreuk aan ons oordeel.

Brussel, 7 mei 2015

KPMG Bedrijfsrevisoren Commissaris vertegenwoordigd door

Karel Tanghe Bedrijfsrevisor