AI assistant
ageas SA/NV — Interim / Quarterly Report 2011
Aug 24, 2011
3905_rns_2011-08-24_9c9208a6-4c6e-47cc-8b2e-305566f4e13d.pdf
Interim / Quarterly Report
Open in viewerOpens in your device viewer
PERSBERICHT
Brussel/Utrecht, 24 augustus 2011 – 7u30
Gereglementeerde informatie - Halfjaarresultaten 2011
Solide prestaties Verzekeringen exclusief Griekse bijzondere waardevermindering
- Nettowinst Verzekeringen EUR 261 miljoen, + 44%; Inclusief Griekse bijzondere waardeverminderingen, nettowinst Verzekeringen EUR 111 miljoen, -39%
- 2e kwartaal bevestigt verbetering in Niet-Leven: Groep combined ratio 2e kwartaal 11 op 99,8%; H1 11 combined ratio gedaald naar 101,2% t.o.v. 105,8
- Premie-inkomen Leven EUR 6,5 miljard, -16%, in lijn met sectortrends; Vermogen onder beheer stabiel
- Premie inkomen Niet-Leven EUR 2,4 miljard, +30%, stijging in alle segmenten
Netto groepsresultaat EUR 59 miljoen negatief
Netto verlies Algemene Rekening EUR 170 miljoen, inclusief EUR 130 miljoen van zaken uit het verleden
Sterke solvabiliteit verzekeringen van 207%
- EIOPA solvency II stresstesten duidelijk boven sectorgemiddelden
- Eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders EUR 2,89 per aandeel, stabiel t.o.v. 1e kwartaal, ondanks volatiele financiële markten
- Netto positie in Zuid-Europese overheidsobligaties verminderd van EUR 6,0 miljard eind 2010 naar EUR 4,3 miljard1
Aandeelinkoopprogramma aangekondigd voor een totaalbedrag tot EUR 250 miljoen
CEO Bart De Smet:
"Ageas heeft een goede verzekeringsprestatie neergezet voor de eerste zes maanden van het jaar in vergelijking met de eerste zes maanden van vorig jaar. Het nettoresultaat is negatief beïnvloed door een bijzondere waardevermindering op de portefeuille Griekse overheidsobligaties, maar dit mag afbreuk doen aan de bemoedigende vooruitgang die we hebben geboekt. De bijzondere waardevermindering heeft geen impact gehad op onze solvabiliteitsratio's die even sterk zijn als in voorgaande kwartalen, aangezien onze solvabiliteitsmethodologie rekening houdt met de ongerealiseerde minwaarden op vastrentende waarden. Het kapitaal van de groep is ruimschoots boven het wettelijk vereist minimum gebleven. Bovendien hebben de belangrijkste Europese activiteiten van Ageas de EIOPA Solvency II stresstesten zeer goed doorstaan met gesimuleerde ratio's die in alle scenario's ruimschoots boven het gemiddelde van de Europese verzekeringssector bleven. Het eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders bleef stabiel ten opzichte van eind maart en houdt eveneens rekening met de impact van de volatiele financiële markten. Al deze indicatoren bevestigen onze soliditeit en ons vermogen om weerstand te bieden aan moeilijke en onzekere marktomstandigheden.
Niet-Leven doet het significant beter, hetgeen tot uiting komt in aanzienlijk betere combined ratio's en een sterke omzetgroei in alle segmenten. Ook de prestaties van Leven kunnen we bemoedigend noemen, gezien de moeilijke commerciële omstandigheden en de volatiele financiële markten.
Op basis van onze ervaringen gedurende het eerste halfjaar verwachten we voor 2011 het premie-inkomen van vorig jaar dicht te benaderen. De bijzondere waardevermindering op Griekse overheidsobligaties en andere belangrijke gebeurtenissen buiten onze invloed daargelaten, verwachten we dat de financiële prestaties van de verzekeringsactiviteiten dit jaar in lijn zullen zijn met 2010. Het resultaat van de Algemene Rekening blijft naar verwachting volatiel.
1 Per 19 augustus en tegen geamortiseerde kostprijs en na minderheidsbelangen
Your partner in Insurance
PERSBERICHT | Eerste halfjaar 2011 1
| in miljoenen EUR | H1 11 | H1 10 | Mutatie | Q2 11 | Q2 10 | Mutatie | Q1 11 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Premie-inkomen (incl. niet-geconsolideerde partnerships) | 8.993,0 | 9.636,0 | - 7% | 4.161,0 | 4.634,0 | - 10% | 4.832,0 |
| - waarvan premie-inkomen van niet-geconsolideerde partnerships | 3.079,0 | 3.223,0 | - 4% | 1.414,0 | 1.482,0 | - 5% | 1.665,0 |
| Nettowinst verzekeringen voor minderheidsbelangen | 137,8 | 231,8 | - 41% | - 41,8 | 102,4 | * | 179,6 |
| - België | 33,8 | 118,8 | - 72% | - 76,7 | 33,1 | * | 110,5 |
| - Verenigd Koninkrijk | 30,2 | 6,9 | * | 27,0 | 9,5 | * | 3,2 |
| - Europa | 20,1 | 39,0 | - 48% | - 15,6 | 13,2 | * | 35,7 |
| - Azië | 53,7 | 67,1 | - 20% | 23,5 | 46,6 | - 50% | 30,2 |
| Nettowinst verzekeringen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 110,9 | 180,5 | - 39% | - 23,6 | 86,9 | * | 134,5 |
| - België | 23,1 | 87,9 | - 74% | - 58,5 | 24,1 | * | 81,6 |
| - Verenigd Koninkrijk | 30,4 | 8,3 | * | 25,5 | 10,3 | * | 4,9 |
| - Europa | 3,7 | 17,2 | - 78% | - 14,1 | 5,9 | * | 17,8 |
| - Azië | 53,7 | 67,1 | - 20% | 23,5 | 46,6 | - 50% | 30,2 |
| Nettowinst Algemeen (incl. eliminaties) | - 169,7 | 274,5 | * | 118,4 | 569,2 | - 79% | - 288,1 |
| - Nettowinst Algemeen excl. waarde calloptie | - 254,7 | 395,5 | * | 35,4 | 470,2 | - 92% | - 290,1 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | - 58,8 | 455,0 | * | 94,8 | 656,1 | - 86% | - 153,6 |
| - Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders excl. waarde calloptie | - 143,8 | 576,0 | * | 11,8 | 557,1 | - 98% | - 155,6 |
| Beheerd vermogen (in miljarden EUR) | 70,8 | 68,9 | 3% | 70,8 | 68,9 | 3% | 70,6 |
| Operationele kosten Leven/beheerd vermogen Leven | 0,50% | 0,52% | 0,53% | 0,54% | 0,48% | ||
| Combined ratio | 101,2% | 105,8% | 99,8% | 101,4% | 102,6% | ||
| Totale solvabiliteitsratio Verzekeringen | 207% | 226% | 207% | 226% | 201% | ||
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen (in miljoenen) | 2.583 | 2.475 | 4% | 2.583 | 2.475 | 4% | 2.583 |
| Winst per aandeel (in EUR) | - 0,02 | 0,18 | * | - 0,06 | |||
| - Winst per aandeel excl. waarde calloptie (in EUR) | - 0,06 | 0,23 | * | - 0,06 | |||
| Eigen vermogen | 7.477 | 9.153 | - 18% | 7.477 | 9.153 | - 18% | 7.446 |
| - Eigen vermogen excl. waarde calloptie | 6.783 | 8.394 | - 19% | 6.783 | 8.394 | - 19% | 6.835 |
| Netto eigen vermogen per aandeel (in EUR) | 2,89 | 3,70 | - 22% | 2,89 | 3,70 | - 22% | 2,88 |
| - Netto eigen vermogen per aandeel excl. waarde calloptie (in EUR) | 2,63 | 3,39 | - 23% | 2,63 | 3,39 | - 23% | 2,65 |
| Dividend per aandeel (in EUR) | - | - | - | - | - | - | - |
| Rendement op eigen vermogen * | - 3,5% | 8,8% | - | - | 3,1% | ||
| - Rendement op eigen vermogen excl. waarde calloptie | - 2,9% | 9,8% | - | - | 4,9% |
* Het rendement op het eigen vermogen is berekend op basis van twaalfmaandsresultaten en een voortschrijdend gemiddeld nettovermogen over vier kwartalen. Eerdere kwartaalresultaten berekend als voortschrijdend gemiddelde op basis van nettowinst over 3 maanden**Aangepast voor de classificering van Fortis Luxembourg Vie als 'Activa en verplichtingen aangehouden voor verkoop'
| Inhoud | |
|---|---|
| Hoofdpunten 3 | |
| Verzekeringen 3 | |
| Algemene Rekening 5 | |
| Groep 6 | |
| Beschrijving van de bedrijfssegmenten 7 | |
| België 7 |
|
| Verenigd Koninkrijk 10 |
|
| Continentaal Europa 13 |
|
| Azië 16 |
|
| Algemene Rekening 19 |
|
| Beleggingsportefeuille en vermogenspositie 25 |
|
| Disclaimer 27 | |
| Bijlagen 28 | |
| Bijlage 1: Geconsolideerde balans op 30 juni 2011 28 | |
| Bijlage 2: Resultatenrekening 29 | |
| Bijlage 3: Vergelijkbare premiegegevens 30 | |
| Bijlage 4: Premie-inkomen per regio 32 | |
| Bijlage 5 : Solvabiliteit per regio 33 | |
| Bijlage 6: Overheidsobligatieportefeuille op 30 juni 2011 34 | |
PERSBERICHT
24 augustus 2011 Resultaten eerste halfjaar 2011
Meer informatie:
INVESTOR RELATIONS
Frank Vandenborre +32 (0)2 557 57 33 [email protected]
Koen Devos +32 (0)2 557 57 35 [email protected]
MEDIA
Kathleen Steel +32 (0)2 557 57 37 [email protected]
Hoofdpunten
Ageas boekte over het eerste halfjaar een nettoverlies van EUR 59 miljoen met een nettowinst van EUR 111 miljoen in het verzekeringsbedrijf, gecompenseerd door een nettoverlies van EUR 170 miljoen van de Algemene Rekening. De bijzondere waardevermindering op de positie in Griekse overheidsobligaties belast het verzekeringsresultaat voor EUR 150 miljoen. De bijzondere waardevermindering is berekend op basis van de reële waarde op 30 juni 2011 (gemiddeld 58%) voor de obligaties met een looptijd tot en met 2020. Deze last buiten beschouwing gelaten zou het verzekeringsresultaat EUR 261 miljoen hebben bedragen, hetgeen aanzienlijk hoger is dan vorig jaar en vooral toe te schrijven is aan een solide verbetering van Niet-Leven. Het nettoresultaat van de Algemene Rekening omvat een nettolast van EUR 130 miljoen met betrekking tot zaken uit het verleden. Hierin zit een last van EUR 40 miljoen met betrekking tot een voorziening voor de Fortis Tier 1 Obligatielening die Ageas op 26 september 2011 verplicht zal moeten overnemen als gevolg van het niet aflossen door Fortis Bank SA/NV en de toestemming die de Nationale Bank van België hiertoe heeft verleend op 18 augustus 2011.
Het nettoresultaat over het tweede kwartaal bedroeg EUR 95 miljoen en is substantieel beter dan het eerste kwartaal. Het goede nettoresultaat van EUR 118 miljoen van de Algemene Rekening wordt gedeeltelijke teniet gedaan door een nettoverlies van EUR 24 miljoen in de Verzekeringsactiviteiten, inclusief de eerder genoemde bijzondere waardevermindering op Griekse obligaties, die voornamelijk een impact heeft op het nettoresultaat Leven. Dankzij een sterk herstel in het Verenigd Koninkrijk blijven de prestaties van Niet-Leven activiteiten verbeteren. Hierdoor is de combined ratio van de totale groep tijdens het tweede kwartaal tot onder de 100% gedaald naar 99,8%.
Verzekeringen
Prestaties Niet-Leven verder verbeterd, resultaten Leven beïnvloed door bijzondere waardevermindering Ageas's nettoresultaat Verzekeringen na
minderheidsbelangen over het eerste half jaar bedroeg EUR 111 miljoen ten opzichte van EUR 181 miljoen vorig jaar, verdeeld over België (EUR 23 miljoen), het Verenigd Koninkrijk (30 miljoen), Continentaal Europa (4 miljoen) en Azië (54 miljoen). Dit resultaat omvat een bijzondere waardevermindering op Griekse overheidsobligaties van bruto EUR 328 miljoen en netto EUR 150 miljoen na winstdeling, belastingen en minderheidsbelangen. De impact kan worden opgesplitst in EUR 143 miljoen op het resultaat Leven en EUR 7 miljoen op het resultaat Niet-Leven en weegt vooral op België en Continentaal Europa. Het netto Verzekeringsresultaat exclusief deze bijzondere waardevermindering zou met EUR 261 miljoen 44% hoger zijn dan over dezelfde periode vorig jaar.
Het Levenbedrijf behaalde een nettoresultaat van EUR 52 miljoen, inclusief de eerder genoemde bijzondere waardevermindering,ten opzichte van EUR 178 miljoen vorig jaar. Azië bevestigde de goede resultaten van vorig jaar in alle entiteiten. Afgezien van de bijzondere waardevermindering op Griekse obligaties, realiseerde Continentaal Europa hogere winstmarges in Portugal en beïnvloedde het stroomlijnen van de verzekeringsportefeuille het resultaat positief. De Griekse bijzondere waardevermindering niet meegerekend, en
rekening houdende met de last van EUR 10 miljoen met betrekking tot de nieuwe heffing die de Belgische overheid de verzekeringsindustrie heeft opgelegd, verbeterde het nettoresultaat Leven in België tegenover vorig jaar.
De bijzondere waardevermindering op Griekse overheidswaarden buiten beschouwing gelaten, boekte Niet-Leven een positief nettoresultaat van EUR 48 miljoen ten opzichte van een nettoverlies van EUR 6 miljoen vorig jaar, met significant betere operationele prestaties in alle segmenten, vooral België en het Verenigd Koninkrijk, dankzij de verschillende maatregelen die in 2009 en 2010 zijn genomen. Beide segmenten boekten een nettowinst van respectievelijk EUR 16 miljoen en EUR 20 miljoen en keren de trend van een traditioneel minder goed eerste kwartaal als gevolg van weergerelateerde kosten van voorgaande jaren. De Niet-Leven activiteiten in Continentaal Europa en Azië waren goed voor een solide bijdrage van EUR 12 miljoen aan het nettoresultaat, ten opzichte van EUR 7 miljoen vorig jaar.
De combined ratio van de groep verbeterde zich dit jaar verder in het tweede kwartaal tot 101,2% tegen 105,8% in het eerste halfjaar vorig jaar, voortkomend uit de corrigerende maatregelen die in de voorgaande kwartalen zijn genomen. De combined ratio daalde in het tweede kwartaal tot onder de 100% en bedroeg 99,8%. In België verbeterde de combined ratio van 107,1% vorig jaar naar 102,2%, gedragen door de zeer sterke combined ratio van 96,7% in Autoverzekeringen. In het Verenigd Koninkrijk verbeterde de combined ratio met meer dan 5% van 106,5% tot 101,2%. Evenals in België presteerde
Autoverzekeringen goed met een combined ratio onder de 100%, namelijk 99,3%. Exclusief arbeidsongevallen bedroeg de combined ratio van de groep in het eerste halfjaar 99,4%, tegen 103,9% in het eerste halfjaar van 2010.
Het segment Overige verzekeringen, inclusief de distributieactiviteiten in het Verenigd Koninkrijk, droeg EUR 11 miljoen bij, een sterke stijging ten opzichte van vorig jaar (EUR 8 miljoen). De resultaten van het huidige jaar worden positief beïnvloed door recente overnames en zijn inclusief de kosten met betrekking tot de overname en financiering van Castle Cover die EUR 1 miljoen bedroegen.
Premie-inkomen gedaald in Leven, gestegen in Niet-Leven in alle segmenten
Het totale bruto premie-inkomen bedroeg in het eerste half jaar EUR 9,0 miljard, een daling van 7% ten opzichte van vorig jaar (EUR 9,6 miljard), waaronder EUR 3,1 miljard van de niet-geconsolideerde partnerships in Azië tegen 100%.
Het premie-inkomen Leven, met inbegrip van de nietgeconsolideerde partnerships tegen 100%, kwam uit op EUR 6,5 miljard, 16% lager dan vorig jaar. De terugval was in de meeste segmenten te wijten aan uiteenlopende externe marktgerelateerde factoren zoals een toenemende tendens van Europese en Aziatische banken naar groei van hun deposito's om meer liquiditeit aan te houden in de huidige onzekere marktomstandigheden. De Belgische activiteiten (-11%) ondervonden zowel in het bank- als het makelaarskanaal een lagere vraag naar spaarproducten in vooral het tweede kwartaal. Een toenemende concurrentie van bankproducten met hogere gegarandeerde rentes deed het positieve effect van een succesvolle campagne in het eerste kwartaal ruimschoots teniet. In Continentaal Europa volgde het premie-inkomen de trend van de tweede helft van 2010; een moeilijke macro-economische omgeving, vooral in Portugal (-38%) en het wegvallen van het recordinkomen dat Luxemburg in 2010 genereerde als gevolg van de implementatie van de Europese Spaarrichtlijn (-39%). Azië boekte wederom goede premieinkomsten met toenemende aandacht op de meer winstgevende periodieke premieproducten. Het uitzonderlijk hoge premie-inkomen uit koopsompolissen van vorig jaar werd niet herhaald. Het premie-inkomen bij de geconsolideerde entiteiten bedroeg EUR 3,8 miljard in het eerste half jaar tegen EUR 4,8 miljard vorig jaar.
In Niet-Leven namen de brutopremies toe met 30% tot EUR 2,4 miljard (tegen EUR 1,9 miljard vorig jaar), gestuurd door de activiteiten in het Verenigd Koninkrijk. De Britse activiteiten boekten een premie-inkomen van bijna EUR 1 miljard, +85%, inclusief EUR 358 miljoen van Tesco Underwriting dat medio oktober 2010 van start ging. Exclusief Tesco Underwriting groeiden de activiteiten in het Verenigd Koninkrijk met een solide 18%, dankzij hogere verkoopcijfers in woningverzekeringen en hogere premie-inkomsten in bedrijfsverzekeringen, in lijn met de strategie van Ageas UK om het productaanbod voor kleine en middelgrote bedrijven uit te breiden. In België stegen de premieinkomsten met 5%, als gevolg van een combinatie van grotere volumes en hogere tarieven, terwijl in Continentaal Europa de premie-inkomsten stabiel bleven. Ageas versterkte zijn positie verder in een stagnerende Portugese markt dankzij het sterke merk Médis. Het premie-inkomen in Italië bleef stabiel ondanks de forse maatregelen om de winstgevendheid bij Autoverzekeringen te verbeteren. Het premie-inkomen Niet-Leven groeide in Azië wederom met meer dan 20%.
Stabiele samenstelling beleggingsportefeuille, niet-gerealiseerde minwaarden op vastrentende waarden lijden onder toenemende spreads
Het totaal vermogen onder beheer Leven en Niet-Leven van de geconsolideerde entiteiten, exclusief de voor verkoop aangehouden entiteiten (EUR 8 miljard van Fortis Luxembourg Vie op 30 juni) bedroeg EUR 70,8 miljard, tegen EUR 70,4 miljard eind 2010, een geringe stijging doordat de aangroei met premie-inkomsten en overlopende activa gedeeltelijk teniet werden gedaan door lagere waarden in unit-linked en een concentratie van eindigende looptijden. Het vermogen onder beheer Leven van de geconsolideerde activiteiten bedroeg EUR 65,1 miljard. Het vermogen onder beheer Leven van de nietgeconsolideerde partnerships (Azië) bleef stabiel ten opzichte van eind 2010 en bedroeg EUR 15,5 miljard. In lijn met de stijging van de premie-inkomsten bedroeg het vermogen onder beheer Niet-Leven EUR 5,8 miljard, een stijging van 7% ten opzichte van december 2010 en toe te schrijven aan de groei van de activiteiten in het Verenigd Koninkrijk. Het totale vermogen onder beheer tegen 100%, inclusief Luxemburg en de niet-geconsolideerde Aziatische partnerships, bedroeg EUR 94,3 miljard in vergelijking met EUR 93,6 miljard eind juni 2010.
De beleggingsportefeuille van Ageas bedroeg eind juni EUR 58,7 miljard ten opzichte EUR 59,8 miljard eind 2010. Nieuwe inkomsten boden gedeeltelijk compensatie voor de daling van de reële waarde van de vastrentende waarden en de classificering van Fortis Luxembourg Vie als 'activa en verplichtingen aangehouden voor verkoop' (EUR 0,5 miljard). De daling van de reële waarde van de vastrentende waarden vond met name plaats in het eerste kwartaal en herstelde zich enigszins in het tweede kwartaal. In lijn met de locale marktpraktijk classificeerde Ageas in de loop van het tweede kwartaal EUR 499 miljoen (EUR 670 miljoen tegen geamortiseerde kostprijs) aan beleggingen (voornamelijk Portugese overheidsobligaties) als "Tot einde looptijd aangehouden".
De beleggingsmix bleef nagenoeg stabiel ten opzichte van eind 2010 met bijna 90% belegd in vastrentende waarden. Van de totale obligatieportefeuille valt 97% in de categorie 'investment grade' en heeft bijna 90% een rating A of hoger.
Eind juni bedroegen de ongerealiseerde meer- en minwaarden op de beleggingsportefeuille EUR 687 miljoen positief, een verbetering ten opzichte van de situatie eind maart en een gevolg van de herclassificering van de Portugese vastrentende waarden, de bijzondere waardevermindering op Griekse obligaties en de positieve ontwikkelingen in de waarden van vastgoed en overheidsen bedrijfsobligaties. De positieve evolutie van de waardering van Duitse, Franse, Belgische en Oostenrijkse obligaties meer dan compenseerde de lagere waarde van Griekse en Ierse overheidsobligaties in het tweede kwartaal.
De totale bruto-blootstelling aan Zuid-Europese overheidsobligaties, Beschikbaar voor verkoop en Tot einde looptijd aangehouden, tegen geamortiseerde kostprijs, daalde van EUR 8,9 miljard eind 2010 naar EUR 8,3 miljard eind juni2 . Op basis van reële waarde bedraagt de blootstelling EUR 7,0 miljard. Sinds eind juni en tot 19 augustus heeft Ageas bijkomende Italiaanse en Spaanse overheidsobligaties met een geamortiseerde kostprijs van EUR 1,2 miljard verkocht, waardoor de netto-blootstelling tegen geamortiseerde kostprijs, na minderheidsbelangen, verder naar beneden is gebracht naar EUR 4,3 miljard, inclusief het effect van de bijzondere waardevermindering op Griekse obligaties.
2 Zie bijlage 6
Voortzetting stroomlijning, selectieve expansie verzekeringsactiviteiten
In de eerste zes maanden van dit jaar heeft Ageas de verzekeringsactiviteiten verder gestroomlijnd en selectief uitgebreid. In februari maakte Ageas de overeenkomst met Haci Omer Sabanci Holding bekend om een aandeel van 31% in Aksigorta A.S, de vierde Niet-Leven verzekeraar in Turkije, te verwerven. De transactie werd eind juli afgerond. Ageas betaalde een totaalbedrag van EUR 1533 miljoen in contanten. Eind maart maakte Ageas de overname bekend van Castle Cover, een Britse tussenpersoon die zich heeft gespecialiseerd in verzekeringen voor 50-plussers, waarmee de tweede plaats van Ageas in dit snelgroeiende marktsegment wordt geconsolideerd. Ageas betaalde een totaalbedrag van EUR 63 miljoen.
Met het oog op het stroomlijnen en vereenvoudigen van de verzekeringsportfolio maakte Ageas in de loop van juni twee transacties bekend. In Luxemburg hebben Ageas Insurance International (Ageas) en BGL BNP Paribas (BGL BNPP), beiden voor 50% aandeelhouder van Fortis Luxembourg Vie, een fusieovereenkomst getekend met BNP Paribas Cardif, de moedermaatschappij van Cardif Lux International. Ageas, BGL BNP Paribas en BNP Paribas Cardif zullen een aandeel van respectievelijk 33.33%, 33.33% en 33.4% in de nieuwe entiteit hebben. Deze transactie moet worden goedgekeurd door de toezicht houdende instantie en zal naar verwachting eind 2011 worden afgerond. Ageas heeft ook een overeenkomst met Swiss Re getekend om de run-off business van Intreinco N.V., de vroegere herverzekeringscaptive van de Fortis Groep over te dragen. Het doel van deze transactie is de organisatiestructuur verder te vereenvoudigen. De afronding ervan wordt voor het einde van 2011 verwacht.
Algemene Rekening
Het netto resultaat van de Algemene Rekening voor het eerste half jaar bedroeg EUR 170 miljoen negatief door een negatief effect van EUR 130 miljoen voor zaken uit het verleden. De waarde van de calloptie op aandelen BNP Paribas steeg EUR 85 miljoen in waarde naar EUR 694 miljoen, voornamelijk dankzij de stijging van het aandeel BNP Paribas en de lagere verwachtingen met betrekking tot het dividendrendement. De reële waarde van de RPN(I) verplichting steeg met EUR 118 miljoen naar EUR 583 miljoen in het eerste halfjaar van 2011, voornamelijk toe te schrijven aan de stijgende marktwaarde van de CASHES. Daarnaast omvat de Algemene Rekening een last van EUR 40 miljoen met betrekking de Fortis Tier 1
3
Gebaseerd op de wisselkoers waarop de transactie was afgedekt
Obligatielening. Als gevolg van het niet aflossen door Fortis Bank SA/NV en de toestemming die de Nationale Bank van België heeft verleend op 18 augustus 2011 is Ageas verplicht de Obligatielening over te nemen tegen pari. De voorziening representeert het verschil tussen de reële waarde en de geamortiseerde kostprijs van de Fortis Tier 1 obligatielening. Het aandeel van Ageas in het nettoresultaat onder IFRS van Royal Park Investments (RPI) bedroeg EUR 57 miljoen negatief, veroorzaakt door lagere USD wisselkoersen en rentetarieven. De waarde van het aandeel in Royal Park Investments, met inbegrip van de wijzigingen in de reële waarde van de renteswaps, daalde van EUR 933 miljoen eind 2010 tot EUR 899 miljoen eind juni 2011.
Voorwaardelijke verplichtingen
Voor het volledige overzicht van de 'Voorwaardelijke verplichtingen' wordt verwezen naar pagina 23 van dit persbericht en naar noot 28 van het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag per 30 juni 2011.
Groep
Eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders EUR 2,89 per aandeel
Het eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders bedroeg op 30 juni 2011 EUR 7,5 miljard (EUR 2,89 per aandeel) in vergelijking met EUR 8,2 miljard (EUR 3,19 per aandeel) eind 2010. De daling van het eigen vermogen is het gevolg van de dividenduitkering van EUR 0,2 miljard en de daling van de niet-gerealiseerde min- en meerwaarden met EUR 0,3 miljard ten opzichte van eind 2010, de lagere wisselkoersreserve en de negatieve eerste halfjaarresultaten.
Zeer sterke solvabiliteitsniveau's
Het totale beschikbare kapitaal van Ageas onder IFRS, inclusief het beschikbare kapitaal van de Algemene Rekening (EUR 1,6 miljard) bedroeg EUR 8,0 miljard eind juni 2011 ten opzichte van EUR 8,6 miljard eind 2010. Dit bedrag ligt EUR 4,9 miljard4 hoger dan het wettelijk vereiste minimum voor de verzekeringsactiviteiten. Het totale beschikbare kapitaal van het verzekeringsbedrijf bedroeg EUR 6,4 miljard; het wettelijk vereiste minimum bleef stabiel op EUR 3,1 miljard wat leidt tot een
4 Volgens de interpretatie van de Belgische toezichthouder is het bedrag van hybride instrumenten en achtergestelde schulden in het totale vermogen met 50% van de vereiste solvabiliteit gedaald. Dit heeft volgens de Nationale Bank van België geleid tot een daling met EUR 0,5 miljoen van het totale beschikbare kapitaal van de Algemene Rekening.
solvabiliteitsratio voor de wereldwijde verzekeringsactiviteiten van 207%, een stijging ten opzichte van eind maart (201%) (227% eind 2010). De solvabiliteitsratio's in België (187%) en Continentaal Europa (194%) daalden enigszins vergeleken met eind vorig jaar als gevolg van lagere niet-gerealiseerde minwaarden op vastrentende waarden, maar kwamen weer uit op het niveau van eind maart. De daling van de solvabiliteitsratio in het Verenigd Koninkrijk (242%) volgt vooral uit de hogere solvabiliteitseisen in het kader van het uitrollen van Tesco Underwriting in de afgelopen kwartalen.
Bij de berekening van de solvabiliteit hanteert Ageas een methodologie waarbij netto ongerealiseerde minwaarden op de vastrentende portefeuille in mindering worden gebracht op het beschikbare kapitaal en netto ongerealiseerde meerwaarden niet worden meegenomen. In de solvabiliteitsratio per 30 juni 2011 is zodoende een ongerealiseerde minwaarde van EUR 0,5 miljard op de vastrentende portefeuille inbegrepen. Netto ongerealiseerde meerwaarden op aandelen (EUR 0,1 miljard) worden meegeteld in de solvabiliteitsratio, en ongerealiseerde meerwaarden op vastgoedbeleggingen worden voor maximaal 90%, na belastingen, opgenomen (EUR 0,7 miljard). De EIOPA solvency II stresstesten gaven Ageas een van de sterkste solvabiliteitsratio's voor de belangrijkste activiteiten in België en Portugal en duidelijk boven het sectorgemiddelde.
De nettokaspositie van de Algemene Rekening op 30 juni 2011, uitgaande van een volledige aflossing van het European Medium Term Notes (EMTN) programma en inclusief EUR 1,6 miljard kortlopende deposito's bij banken daalde van EUR 2,2 miljard eind 2010 tot EUR 2,0 miljard. De daling van de nettokaspositie volgt voornamelijk uit de dividenduitkering in 2010 en de financiering verleend aan de Verenigd Koninkrijk operaties voor de overname van Castle Cover. Ageas wordt geacht op 26 september 2011 de door Fortis Bank SA/NV niet opgevraagde Fortis Tier 1 obligatielening over te nemen voor EUR 1,0 miljard. Eind juli betaalde Ageas tevens een bedrag van EUR 153 miljoen voor de overname van 31% van de Turkse verzekeraar Aksigorta die in februari was aangekondigd en recentelijk werd afgerond.
Het discretionair kapitaal is gestegen van EUR 0,2 miljard eind maart 2011 naar EUR 1,0 miljard eind juni. Hierin is de reële waarde van de RPN(I)-verplichting opgenomen. Eind mei werd besloten deze verplichting als permanente funding aan te merken.
Beschrijving van de bedrijfssegmenten
België
| Resultatenrekening - Leven | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| België – Leven - in miljoenen EUR | H1 11 | H1 10 | Mutatie | Q2 11 | Q2 10 | Mutatie | Q1 11 |
| Brutopremies | 2.172,3 | 2.271,1 | - 4% | 950,2 | 1.161,9 | - 18% | 1.222,1 |
| Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling | 188,9 | 379,8 | - 50% | 100,5 | 173,5 | - 42% | 88,4 |
| Bruto premie-inkomen Leven | 2.361,2 | 2.650,9 | - 11% | 1.050,7 | 1.335,4 | - 21% | 1.310,5 |
| Operationele kosten | - 91,3 | - 88,7 | 3% | - 45,8 | - 44,9 | 2% | - 45,5 |
| Technisch resultaat | 109,3 | 186,9 | - 42% | 44,3 | 95,2 | - 53% | 65,0 |
| Toegerekende meerwaarden | - 62,7 | - 59,0 | 6% | - 78,6 | - 71,3 | 10% | 15,9 |
| Operationele marge | 46,6 | 127,9 | - 64% | - 34,3 | 23,9 | * | 80,9 |
| Niet-toegerekende overige inkomsten en lasten | - 21,9 | 60,6 | * | - 59,4 | 35,8 | * | 37,5 |
| Winst voor belastingen | 24,7 | 188,5 | - 87% | - 93,7 | 59,7 | * | 118,4 |
| Winstbelastingen | - 12,3 | - 49,4 | - 75% | 15,8 | - 16,4 | * | - 28,1 |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | 5,1 | 35,8 | - 86% | - 18,6 | 12,0 | * | 23,7 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 7,3 | 103,3 | - 93% | - 59,3 | 31,3 | * | 66,6 |
| Resultatenrekening - Niet-leven | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| België – Niet-leven - in miljoenen EUR | H1 11 | H1 10 | Mutatie | Q2 11 | Q2 10 | Mutatie | Q1 11 |
| Bruto premie-inkomen Niet-leven | 898,1 | 851,7 | 5% | 387,0 | 368,7 | 5% | 511,1 |
| Operationele kosten | - 137,2 | - 131,5 | 4% | - 68,4 | - 65,4 | 5% | - 68,8 |
| Technisch resultaat | 37,2 | 4,8 | * | 14,0 | 27,6 | - 49% | 23,2 |
| Toegerekende meerwaarden | - 2,0 | - 45,5 | - 96% | - 3,3 | - 48,6 | - 93% | 1,3 |
| Operationele marge | 35,2 | - 40,7 | * | 10,7 | - 21,0 | * | 24,5 |
| Niet-toegerekende overige inkomsten en lasten | - 2,1 | 7,6 | * | - 6,7 | 4,5 | * | 4,6 |
| Winst voor belastingen | 33,1 | - 33,1 | * | 4,0 | - 16,5 | * | 29,1 |
| Winstbelastingen | - 11,7 | 12,8 | * | - 2,8 | 6,3 | * | - 8,9 |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | 5,6 | - 4,9 | * | 0,4 | - 3,0 | * | 5,2 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 15,8 | - 15,4 | * | 0,8 | - 7,2 | * | 15,0 |
| Resultatenrekening | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| België – in miljoenen EUR | H1 11 | H1 10 | Mutatie | Q2 11 | Q2 10 | Mutatie | Q1 11 |
| Bruto premie-inkomen | 3.259,3 | 3.502,6 | - 7% | 1.437,7 | 1.704,1 | - 16% | 1.821,6 |
| Operationele kosten | - 228,5 | - 220,2 | 4% | - 114,2 | - 110,3 | 4% | - 114,3 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 23,1 | 87,9 | - 74% | - 58,5 | 24,1 | * | 81,6 |
- Premie-inkomen EUR 3,3 miljard (t.o.v. EUR 3,5 miljard H1 2010)
- Premie-inkomen Leven daalde met 11% naar EUR 2,4 miljard door dalende verkoop particuliere spaarproducten en unit-linked producten
- Brutopremies Niet-Leven 5% omhoog naar EUR 0,9 miljard ingevolge tariefverhogingen en volumegroei
Nettowinst na minderheidsbelangen EUR 23 miljoen (EUR 88 miljoen in H1 2010)
- Bijzondere waardevermindering op Griekse obligaties van EUR 125 miljoen waarvan EUR 118 miljoen in Leven en EUR 7 miljoen in Niet-Leven
- Nettoresultaat Leven EUR 7 miljoen (t.o.v. EUR 103 miljoen), exclusief bijzondere waardevermindering beter dan vorig jaar
- Nettowinst Niet-Leven EUR 16 miljoen t.o.v. EUR 15 miljoen negatief in H1 2010, ondanks bijzondere waardevermindering en dankzij betere operationele resultaten
- Vermogen onder beheer Leven EUR 48,6 miljard (EUR 48.2 miljard eind 2010)
- Totale combined ratio 102,2% (107,1% in H1 2010)
- Combined ratio exclusief arbeidsongevallen onder 100%: 98,6% (103,1% in H1 2010)
- Verbeterde schaderatio, vooral in Autoverzekeringen
Het totale bruto premie-inkomen kwam het eerste halfjaar uit op EUR 3,3 miljard, 7% lager dan vorig jaar met een gemengd beeld tussen Leven en Niet-Leven. Een succesvolle spaarcampagne in het bankkanaal had een positief effect op het premie-inkomen Individueel Leven in het eerste kwartaal. Toenemende concurrentie van bankdeposito's in het tweede kwartaal leidde tot een dalend premie-inkomen in spaarproducten, zowel in het bank- als het makelaarskanaal. Bovendien kon de negatieve trend voor unit-linked producten niet worden gestopt. Premie-inkomen Groepsverzekeringen Leven bleef op hetzelfde niveau als vorig jaar. Het premieinkomen Niet-Leven steeg verder dankzij de combinatie van volumegroei en tariefverhogingen.
Nettowinst na minderheidsbelangen daalde 74% naar EUR 23 miljoen (EUR 88 miljoen in eerste half jaar 2010), als gevolg van een netto bijzondere waardevermindering van Griekse overheidsobligaties van EUR 125 miljoen. Afgezien van deze bijzondere waardevermindering, presteerde Leven goed dankzij positieve sterfteresultaten en hogere netto gerealiseerde meerwaarden die ten dele teniet werden gedaan door een lager beleggingsrendement. Het dividendseizoen had dan weer een gunstig effect op het beleggingsrendement in het tweede kwartaal. Het nettoresultaat wordt bovendien voor EUR 10 miljoen belast door een Belgische overheidsheffing op de verzekeringssector op spaarproducten (behalve de tweede pijler). Niet-Leven kende een sterk technisch resultaat, vooral in Auto- en Zorgverzekeringen.
De kostenratio Leven als percentage van het vermogen onder beheer daalde van 0,39% naar 0,38%. De kostenratio Niet-Leven daalde van 16,7% naar 16,6%. De operationele kosten vertoonden een stijging van 4% naar EUR 229 miljoen, deze stijging is deels toe te schrijven is aan het 'Solvency II' project en aan indexatie van personeelskosten.
Leven
Het premie-inkomen Leven lag 11% lager dan vorig jaar en bedroeg EUR 2,4 miljard door lagere inkomsten in het tweede kwartaal. Het premie-inkomen Individueel Leven bedroeg over de eerste zes maanden EUR 1,8 miljard (EUR 2,1 miljard in het eerste half jaar 2010) door een lagere verkoop van spaarproducten (-6%) en voortdurende verminderde vraag naar Unit-linked producten. Het premie-inkomen via het bankkanaal bedroeg EUR 1,5 miljard (EUR 1,7 miljard vorig jaar). Door de sterke concurrentie van banken in het tweede kwartaal, die hogere rentes boden, ging het effect van de succesvolle commerciële campagnes in het eerste kwartaal verloren. Om dezelfde reden daalde het premie-inkomen via het makelaarskanaal met 8% naar EUR 367 miljoen. Het premie-inkomen Groepsverzekeringen Leven bleef stabiel met EUR 515 miljoen.
Het vermogen onder beheer Leven steeg naar EUR 48,6 miljard, vergeleken met EUR 48,2 miljard eind vorig jaar. Het vermogen onder beheer van niet unit-linked steeg naar EUR 42,2 miljard eind juni (EUR 41,5 miljard vorig jaar), dat van unit-linked daalde met 3% tot EUR 6,4 miljard door een mindere verkoop en een lagere waardering van obligatiefondsen ingevolge de stijgende rente.
Ondanks solide risicomarges en toenemende volumes daalde het technisch resultaat van EUR 187 miljoen naar EUR 109 miljoen als gevolg van de bijzondere waardevermindering op Griekse obligaties, de nieuwe heffing op spaarproducten en lagere beleggingsrendementen, vooral in het eerste kwartaal. De heffing van 0,15% op het vermogen onder beheer op spaarproducten (behalve de tweede pijler) werd van kracht op 1 januari 2011 en had over de eerste zes maanden van het jaar een bruto effect van EUR 20 miljoen (EUR 10 miljoen na belastingen en na minderheidsbelangen). Het beleggingsrendement daalde in het eerste kwartaal door de veranderde beleggingsmix maar profiteerde in het tweede kwartaal van een gunstig dividendseizoen.
De nettowinst bedroeg EUR 7 miljoen, ten opzichte van EUR 103 miljoen vorig jaar. Zonder de bijzondere waardevermindering van EUR 118 miljoen zou het nettoresultaat 20% hoger ten opzichte van vorig jaar zijn geweest.
Niet-Leven
De brutopremies bedroegen EUR 898 miljoen, een toename van 5% vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. Het premie-inkomen steeg vooral in Auto- (+6%) en Brandverzekeringen (+8%) als gevolg van volumegroei en tariefverhogingen. Zowel het makelaars- als het bankkanaal presteerden goed met een premie-inkomen van respectievelijk EUR 644 miljoen (+6%) en EUR 132 miljoen (+ 10%). Het premie-inkomen in Health Care bedroeg EUR 122 miljoen (+1%). Een uitzonderlijke premie in arbeidsongeschiktheid vorig jaar werd opgevangen door volumegroei en tariefverhoging in lijn met de medische index.
Ondanks de bijzondere waardevermindering steeg het technisch resultaat sterk naar EUR 37 miljoen ten opzichte van EUR 5 miljoen vorig jaar, met name gedreven door Auto. De goede resultaten zijn het gevolg van tariefverhogingen in de voorgaande kwartalen, aangepaste producten en een daling van het aantal schadegevallen. Het resultaat van de Ziekteverzekeringen profiteerde van een lagere schadelast in arbeidsongeschiktheid en collectieve ziekteverzekeringen. Brand werd wederom geconfronteerd met en schadelast tengevolge van slechte weersomstandigheden, met name de zomerstorm eind juni en de uitloop van de strenge winter eind 2010 en begin 2011.
De totale combined ratio bedroeg 102,2%, vergeleken met 107,1% vorig jaar. Exclusief Arbeidsongevallen bleef de combined ratio met 98,6% onder de 100%, tegen 103,1% vorig jaar. Nieuwe productkenmerken verbeteren verder de operationele prestaties van Auto hetgeen tot uitdrukking komt in een combined ratio van 96,7% in het eerste halfjaar. In Brand bleef de combined ratio hoog op 107,2% als gevolg van weergerelateerde schadeclaims eind 2010-begin 2011 en eind juni en ondanks een verbetering in het tweede kwartaal (98,2%). De combined ratio Arbeidsongevallen verslechterde in het tweede kwartaal tot 130,5% als gevolg van een stijgend aantal sterfgevallen en schadegevallen met blijvende arbeidsongeschiktheid.
De prestaties van Niet-Leven worden nauwkeurig gevolgd en zo nodig worden verdere corrigerende maatregelen genomen. Zo worden de tarieven van de dekking Natuurrampen in september 2011 aangepast van 0,20bp naar 0,25bp wat neerkomt op een jaarlijkse premiestijging van 3% bovenop de ABEX op de gehele portefeuille Brandverzekeringen.
De nettowinst in het eerste halfjaar van 2011 bedroeg EUR 16 miljoen ten opzichte van EUR 15 miljoen negatief vorig jaar. De bijzondere waardevermindering op Griekse obligaties belast voor EUR 7 miljoen het resultaat van 2011, terwijl 2010 geraakt werd door een last door de herstructurering van de beleggingsportefeuille met EUR 23 miljoen. Bovendien bevat het resultaat over dit jaar een last met betrekking tot het slechte weer eind juni van EUR 6 miljoen.
Verenigd Koninkrijk
| Resultatenrekening - Leven | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verenigd Koninkrijk – Leven - in miljoenen EUR | H1 11 | H1 10 | Mutatie | Q2 11 | Q2 10 | Mutatie | Q1 11 |
| Brutopremies | 22,1 | 11,2 | 97% | 11,8 | 6,3 | 87% | 10,3 |
| Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling | * | * | |||||
| Bruto premie-inkomen Leven | 22,1 | 11,2 | 97% | 11,8 | 6,3 | 87% | 10,3 |
| Operationele kosten | - 11,9 | - 11,3 | 6% | - 5,0 | - 6,0 | - 17% | - 6,9 |
| Technisch resultaat | - 2,1 | - 3,2 | - 32% | - 0,7 | - 1,9 | - 63% | - 1,4 |
| Toegerekende meerwaarden | * | * | |||||
| Operationele marge | - 2,1 | - 3,2 | - 32% | - 0,7 | - 1,9 | - 63% | - 1,4 |
| Niet-toegerekende overige inkomsten en lasten | 0,8 | 0,8 | - 11% | 0,4 | 0,4 | - | 0,4 |
| Winst voor belastingen | - 1,3 | - 2,4 | - 46% | - 0,3 | - 1,5 | - 80% | - 1,0 |
| Winstbelastingen | 0,4 | 0,7 | - 49% | 0,1 | 0,4 | - 75% | 0,3 |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | * | * | |||||
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | - 0,9 | - 1,7 | - 45% | - 0,2 | - 1,1 | - 82% | - 0,7 |
| Resultatenrekening - Niet-leven | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verenigd Koninkrijk – Niet-leven - in miljoenen EUR | H1 11 | H1 10 | Mutatie | Q2 11 | Q2 10 | Mutatie | Q1 11 |
| Bruto premie-inkomen Niet-leven | 993,8 | 538,3 | 85% | 522,7 | 278,5 | 88% | 471,1 |
| Operationele kosten | - 64,2 | - 45,5 | 41% | - 33,3 | - 24,7 | 35% | - 30,9 |
| Technisch resultaat | 20,2 | - 3,5 | * | 23,7 | 6,2 | * | - 3,5 |
| Toegerekende meerwaarden | 1,1 | 2,1 | - 47% | 0,2 | 1,4 | - 86% | 0,9 |
| Operationele marge | 21,3 | - 1,4 | * | 23,9 | 7,6 | * | - 2,6 |
| Niet-toegerekende overige inkomsten en lasten | 5,6 | 2,4 | * | 3,1 | 1,0 | * | 2,5 |
| Winst voor belastingen | 26,9 | 1,0 | * | 27,0 | 8,6 | * | - 0,1 |
| Winstbelastingen | - 7,1 | - 0,3 | * | - 7,1 | - 2,4 | * | - |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | - 0,2 | - 1,4 | - 90% | 1,5 | - 0,8 | * | - 1,7 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 20,0 | 2,1 | * | 18,4 | 7,0 | * | 1,6 |
| Resultatenrekening - Overige verzekeringen | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verenigd Koninkrijk – Overige verzekeringen - in miljoenen EUR | H1 11 | H1 10 | Mutatie | Q2 11 | Q2 10 | Mutatie | Q1 11 | ||
| Commissiebaten | 84,2 | 59,4 | 42% | 44,4 | 30,4 | 46% | 39,8 | ||
| Andere baten | 47,9 | 2,3 | * | 25,0 | 1,8 | * | 22,9 | ||
| Personeelslasten | - 47,6 | - 24,2 | 97% | - 25,1 | - 12,5 | * | - 22,5 | ||
| Overige lasten | - 69,3 | - 26,5 | * | - 34,7 | - 13,6 | * | - 34,6 | ||
| Winst voor belastingen | 15,2 | 11,0 | 38% | 9,6 | 6,1 | 57% | 5,6 | ||
| Winstbelastingen | - 3,9 | - 3,1 | 24% | - 2,3 | - 1,7 | 35% | - 1,6 | ||
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | * | * | |||||||
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 11,3 | 7,9 | 44% | 7,3 | 4,4 | 66% | 4,0 |
| Resultatenrekening | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verenigd Koninkrijk – in miljoenen EUR | H1 11 | H1 10 | Mutatie | Q2 11 | Q2 10 | Mutatie | Q1 11 |
| Bruto premie-inkomen | 1.015,9 | 549,5 | 85% | 534,5 | 284,8 | 88% | 481,4 |
| Operationele kosten | - 76,1 | - 56,8 | 34% | - 38,3 | - 30,7 | 25% | - 37,8 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 30,4 | 8,3 | * | 25,5 | 10,3 | * | 4,9 |
Premie-inkomen EUR 1,0 miljard (EUR 550 miljoen H1 2010)
- Brutopremies Niet-Leven 85% omhoog door organische groei en opstarten Tesco Underwriting
- Premie-inkomen Leven bijna verdubbeld
- Inkomen distributieactiviteiten inclusief de integratie van recent overgenomen activiteiten 114% gestegen
Nettowinst EUR 30 miljoen (EUR 8 miljoen in H1 2010)
- Resultaten Niet-Leven significant gestegen naar EUR 20 miljoen dankzij een sterk tweede kwartaal
- Sterke bijdrage van EUR 11 miljoen van distributieactiviteiten
Combined ratio 101,2% (106,5% in H1 2010)
- Totale combined ratio sterk verbeterd in tweede kwartaal 2011: 97,2% (106,0% in eerste kwartaal 2011)
- Combined ratio Autoverzekeringen onder 100% in H1 2011: 99,3% t.o.v. 109,0%
- Sterk herstel Brandverzekeringen: 89.2% in tweede kwartaal 2011 t.o.v. 121.9% in eerste kwartaal 2011
Verdere implementatie multi-kanaal strategie
- Premie-inkomen Tesco Underwriting EUR 459 miljoen; meer dan 1 miljoen klanten sinds start mid oktober 2010
- Sterk groeiend makelaarskanaal
- Aankoop Castle Cover succesvol geïntegreerd in distributieactiviteiten
- Distributiecapaciteit Ageas Protect uitgebreid
Het premie-inkomen bedroeg in het eerste halfjaar van 2011 EUR 1.016 miljoen, een stijging van 85% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Het premie-inkomen Niet-Leven steeg met 85% terwijl de inkomsten van distributie-activiteiten met 114% stegen en het premie-inkomen Leven bijna verdubbelde ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Vergeleken met 2010 was er een positief valuta-effect van EUR 2,1 miljoen op het premie-inkomen.
Het nettoresultaat verbeterde aanzienlijk naar EUR 30 miljoen (EUR 8 miljoen eerste halfjaar 2010) en weerspiegelt een sterk tweede kwartaal. Eind juni bedroeg de combined ratio 101,2%, een verbetering van meer dan 5% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. De beleidsmaatregelen die de afgelopen 18 maanden in Auto werden getroffen, zorgden voor een verbetering van de portefeuille met bijna 10% in vergelijking met vorig jaar. Een onlangs door Deloitte gepubliceerd onderzoek bevestigde de voorsprong van Ageas UK op de concurrentie voor wat betreft de combined ratio's.5
De Niet-Levenactiviteiten droegen EUR 20 miljoen bij aan het nettoresultaat na minderheidsbelangen. Overige Verzekeringen (distributieactiviteiten) noteerde een nettowinst van 11 miljoen terwijl Leven een beperkt verlies leed (EUR 1 miljoen).
Leven
Het bruto premie-inkomen bedroeg EUR 22 miljoen, een stijging van 97% jaar-op-jaar. Drie jaar na de lancering, heeft Ageas Protect een marktaandeel van 7,3% onder onafhankelijke financiële adviseurs (IFA's). Het bedrijf verleent nu dekking aan meer dan 150.000 klanten, een toename van 63% ten opzicht van het eerste halfjaar van 2010.
Het recent aangekondigde Protection partnership met de BGL Groep, een van de grootste makelaars voor particuliere verzekeringsproducten in het Verenigd Koninkrijk, en ASDA, een leidende supermarktketen in het VK, vergroot de distributiecapaciteit van Ageas Protect in aanvulling op de toenemende aanwezigheid op de IFA markt. Het partnership diept tevens de bestaande relatie tussen Ageas en BGL in het Verenigd Koninkrijk verder uit.
Het nettoresultaat in het eerste halfjaar kwam uit op een verlies van EUR 0,9 miljoen, een significante verbetering ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar (EUR 1,7 miljoen negatief).
5 Deloitte research gepubliceerd in juni 2011 toont een marktgemiddelde voor de Motor Combined Ratio van 120,5% eind 2010
Niet-Leven
De brutopremies lieten in het eerste half jaar van 2011 een recordgroei zien van 85% tot EUR 994 miljoen, toe te schrijven aan een sterke groei bij particuliere en bedrijfsverzekeringen en aan de consolidatie van Tesco Underwriting, het samenwerkingsverband van Ageas met Tesco Bank dat midden oktober 2010 van start ging. De premies Brand namen toe met 73% van EUR 136 miljoen naar EUR 234 miljoen, terwijl het premie-inkomen Auto meer dan verdubbelde van EUR 296 miljoen naar EUR 635 miljoen.
Ageas Insurance noteerde een groei van 18%. De portefeuille brandverzekeringen is met 33% toegenomen naar EUR 180 miljoen dankzij een aanhoudende sterke productie in het makelaarssegment. Het premie-inkomen uit particuliere Autoen Reisverzekeringen vertoonde een lichte groei tot respectievelijk EUR 280 miljoen en EUR 35 miljoen. De strategie van Ageas UK met focus op het productaanbod voor kleine en middelgrote bedrijven leidde tot een groei in Bedrijfsverzekeringen met 33% tot EUR 122 miljoen.
In het eerste halfjaar van 2011 kwam het premie-inkomen van Tesco Underwriting uit op EUR 358 miljoen. Tesco Underwriting biedt nu dekking aan zowat 1 miljoen klanten en kent een cumulatief premie-inkomen van EUR 459 miljoen sinds de oprichting midden oktober 2010.
Het nettoresultaat na minderheidsbelangen bedroeg EUR 20 miljoen waarvan EUR 18 miljoen in het tweede kwartaal. De kosten voor waterschade in Brand ingevolge het slechte weer eind 2010 bedroegen bijna EUR 12 miljoen in het eerste kwartaal. Het nettoresultaat van Tesco Underwriting was volgens planning en nagenoeg break-even.
De combined ratio, inclusief Tesco Underwriting, bedroeg het eerste halfjaar van 2011 101,2%. Op vergelijkbare basis en exclusief Tesco Underwriting, verbeterde de combined ratio van 106,5% vorig jaar naar 100,5%.
Op kwartaalbasis verbeterde de combined ratio Niet-Leven van 106,0% in het eerste kwartaal naar 97,2% in het tweede kwartaal. De combined ratio Auto bleef onverminderd verbeteren tot 99,3% op halfjaarbasis. De combined ratio in Brandverzekeringen bedroeg 104,4% en werd veroorzaakt door uitzonderlijk hoge schadeclaims in het eerste kwartaal met betrekking tot eind 2010 en werd gedeeltelijk gecompenseerd door een substantieel beter tweede kwartaal met een combined ratio van 89,2%.
Overige verzekeringen
Het segment Overige verzekeringen in het Verenigd Koninkrijk, bestaande uit de distributieactiviteiten - RIAS, Kwik Fit Insurance Services (KFIS), Ageas Insurance Solutions (UKAIS) en sinds 24 maart 2011, Castle Cover - presteerde goed in het eerste kwartaal, met een stijging van het totale inkomen uit vergoedingen en commissies en ander inkomen tot EUR 132 miljoen (+114%). De groei kan worden toegeschreven aan de consolidatie van KFFS en Castle Cover, de goede resultaten van affinity-partnerships, een sterke klantenbinding en nieuwe productie. Op vergelijkbare basis groeide het totale inkomen van RIAS en UKAIS 8% (EUR 64 miljoen eerste halfjaar 2011 t.o.v. EUR 59 miljoen in het eerste halfjaar 2010).
De distributieactiviteiten in het Verenigd Koninkrijk zijn de voorbije 12 maanden sterk geëvolueerd, met de toevoeging van KFFS en, meer recent, Castle Cover. Dit heeft de totale distributie- en productiemix van Ageas UK versterkt met bijna 1 miljoen extra klanten in verschillende marktsegmenten. De integratie van Castle Cover in de distributieactiviteiten van Ageas verloopt volgens plan met onder meer de benoeming van een gecombineerd management team voor RIAS en Castle Cover.
Daarnaast werd onlangs een overeenkomst voor vijf jaar met General Motors bekend gemaakt waarbij Ageas Insurance Solutions eigen autoverzekeringsproducten zal leveren aan Vauxhall en Chevrolet klanten.
De nettowinst steeg naar EUR 11 miljoen, ten opzichte van EUR 8 miljoen vorig jaar. In dit resultaat zijn de overname- en financieringskosten van EUR 1,0 miljoen voor Castle Cover inbegrepen. KFFS en Castle Cover droegen EUR 3 miljoen bij aan het nettoresultaat, na aftrek van EUR 2,8 miljoen voor de afschrijving op immateriële activa.
Continentaal Europa
| Resultatenrekening - Leven | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Continentaal Europa – Leven - in miljoenen EUR | H1 11 | H1 10 | Mutatie | Q2 11 | Q2 10 | Mutatie | Q1 11 |
| Brutopremies | 426,6 | 1.106,7 | - 61% | 194,1 | 569,2 | - 66% | 232,5 |
| Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling | 823,4 | 873,8 | - 6% | 386,6 | 401,5 | - 4% | 436,8 |
| Bruto premie-inkomen Leven | 1.250,0 | 1.980,5 | - 37% | 580,7 | 970,7 | - 40% | 669,3 |
| Operationele kosten | - 54,4 | - 61,6 | - 12% | - 27,3 | - 30,9 | - 12% | - 27,1 |
| Technisch resultaat | 16,5 | 39,2 | - 58% | - 25,6 | 9,4 | * | 42,1 |
| Toegerekende meerwaarden | - 0,3 | 2,9 | * | - 0,3 | 1,9 | * | |
| Operationele marge | 16,2 | 42,1 | - 61% | - 25,9 | 11,3 | * | 42,1 |
| Niet-toegerekende overige inkomsten en lasten | 3,1 | 11,8 | - 74% | - 0,2 | 7,9 | * | 3,3 |
| Winst voor belastingen | 19,3 | 53,9 | - 64% | - 26,1 | 19,2 | * | 45,4 |
| Winstbelastingen | - 7,8 | - 19,7 | - 60% | 3,7 | - 9,2 | * | - 11,5 |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | 11,5 | 19,5 | - 41% | - 5,3 | 6,0 | * | 16,8 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 14,7 | * | - 17,1 | 4,0 | * | 17,1 |
| Resultatenrekening - Niet-leven | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Continentaal Europa – Niet-leven - in miljoenen EUR | H1 11 | H1 10 | Mutatie | Q2 11 | Q2 10 | Mutatie | Q1 11 |
| Bruto premie-inkomen Niet-leven | 231,4 | 228,9 | 1% | 111,9 | 109,5 | 2% | 119,5 |
| Operationele kosten | - 38,0 | - 36,4 | 4% | - 19,3 | - 18,6 | 4% | - 18,7 |
| Technisch resultaat | 13,6 | 7,0 | 92% | 10,6 | 5,8 | 83% | 3,0 |
| Toegerekende meerwaarden | - 0,6 | 1,5 | * | - 0,6 | 0,6 | * | - |
| Operationele marge | 13,0 | 8,5 | 51% | 10,0 | 6,4 | 56% | 3,0 |
| Niet-toegerekende overige inkomsten en lasten | 0,1 | - 1,2 | * | 0,1 | - 1,8 | * | |
| Winst voor belastingen | 13,1 | 7,3 | 78% | 10,1 | 4,6 | * | 3,0 |
| Winstbelastingen | - 4,5 | - 2,5 | 79% | - 3,3 | - 1,4 | * | - 1,2 |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | 4,9 | 2,3 | * | 3,8 | 1,3 | * | 1,1 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 3,7 | 2,5 | 47% | 3,0 | 1,9 | 58% | 0,7 |
| Resultatenrekening | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Continentaal Europa - in miljoenen EUR | H1 11 | H1 10 | Mutatie | Q2 11 | Q2 10 | Mutatie | Q1 11 |
| Bruto premie-inkomen | 1.481,4 | 2.209,4 | - 33% | 692,6 | 1.080,2 | - 36% | 788,8 |
| Operationele kosten | - 92,4 | - 98,0 | - 6% | - 46,6 | - 49,5 | - 6% | - 45,8 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 3,7 | 17,2 | - 79% | - 14,1 | 5,9 | * | 17,8 |
Premie-inkomen EUR 1,5 miljard (t.o.v. EUR 2,2 miljard H1 2010)
- Lager premie-inkomen in Portugal en Luxemburg in lijn met voorgaande kwartalen en markttrends
- Premie-inkomen EUR 1,3 miljard, -37% t.o.v. vorig jaar
- Premie-inkomen Niet-Leven EUR 231 miljoen, lichte stijging ten opzichte van vorig jaar
Nettowinst na minderheidsbelangen EUR 4 miljoen (EUR 17 miljoen in H1 2010)
- Netto bijzondere waardevermindering op Griekse overheidsobligaties van 25 miljoen, met vooral effect op Leven
- Aanhoudende solide prestaties in Leven, exclusief bijzondere waardevermindering
- Combined ratio Niet-Leven verder verbeterd naar 96,8%
- Vermogen onder beheer Leven EUR 15 miljard (EUR 22,5 miljard H1 2010)
- Fortis Luxembourg Vie (EUR 8 miljard) geclassificeerd als "activa en verplichtingen aangehouden voor verkoop" na aangekondigde fusie
- Verdere stappen genomen in stroomlijnen verzekeringsportefeuille naast selectieve expansie
- Acquisitie Niet-Leven in de vorm van een belang van 31% in Aksigorta (Turkije), afgerond op 27 juli 2011
- Afronding aangekondigde fusie met Cardif Lux International (Luxembourg) naar verwachting eind 2011
Het totale bruto premie-inkomen bedroeg EUR 1.481 miljoen, een daling van 33% in vergelijking met vorig jaar. Deze daling begon eind 2010 in de twee belangrijkste markten van Continentaal Europa, Portugal en Luxemburg, en zette zich in de eerste helft van dit jaar voort. De Leven activiteiten in Portugal hebben last van de moeilijke economische situatie terwijl in Luxemburg het positieve effect van de implementatie van de Europese Spaarrichtlijn in 2010 is uitgewerkt.
De meeste entiteiten in Continentaal Europa hielden echter goed stand ondanks de lastige marktomstandigheden; de daling in premie-inkomen Leven was minder sterk dan de marktdaling, het premie-inkomen Niet-Leven in Portugal nam toe in een stagnerende markt en de Italiaanse activiteiten bleven achter op de matige marktgroei omwille van de focus op winstgevende business.
De operationele kosten daalden met 6% in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar en kwamen uit op EUR 92 miljoen. Deze daling kwam voornamelijk voort uit de gewijzigde perimeter na het afstoten van de Turkse en Oekraïense Levenactiviteiten in 2010. Zonder deze desinvesteringen namen de operationele kosten met 3% toe.
De nettowinst na minderheidsbelangen bedroeg EUR 4 miljoen. Dit is inclusief de bijzondere waardevermindering op Griekse overheidsobligaties van EUR 25 miljoen en EUR 6 miljoen respectievelijk en voornamelijk impacterend het resultaat in Portugal en in mindere mate Frankrijk. Exclusief deze bijzondere waardeverminderingen verbeterde het resultaat dankzij hogere operationele marges in Portugal en het stroomlijnen van de verzekeringsportefeuille in 2010.
Ook de activiteiten in Luxemburg en Frankrijk behaalden betere intrinsieke resultaten. Ook in Luxemburg en Frankrijk verbeterde het netto resultaat, exclusief de lasten van de bijzondere waardevermindering.
Leven
Het bruto premie-inkomen Leven bedroeg EUR 1,3 miljard, een daling van 37% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.
De verkoop in Portugal stond onder druk door de locale economische situatie met als gevolg een premie-inkomen dat in de eerste zes maanden daalde naar EUR 659 miljoen t.o.v. EUR 1,057 miljoen in 2010 (-38%). Millenniumbcp Ageas blijft echter marktleider in vermogen onder beheer met een marktaandeel van 26%.
Het premie-inkomen in Luxemburg daalde met 39% naar EUR 400 miljoen, een gevolg van een lagere verkoop van FOS unit-linked producten die vorig jaar profiteerden van de Europese Spaarrichtlijn. In Frankrijk daalde het premieinkomen met 17% tot EUR 171 miljoen, volledig op rekening van de beëindigde distributieovereenkomst met Fortis Banque France vanaf het tweede kwartaal van 2010.
De unit-linked business blijft de grootste productlijn met een premie-inkomen van EUR 871 miljoen (-4% vorig jaar) verspreid over Portugal en Luxemburg. De omzet van spaarproducten daalde met 77% naar EUR 198 miljoen, deels als gevolg van een voorzichtige onderschrijvingsstrategie in een klimaat van lage winstgevendheid maar ook gedreven door de focus van banken op liquiditeiten, vooral in Portugal.
Vermogen onder beheer Leven daalde van EUR 23,1 miljard eind 2010 naar EUR 15 miljard. Dit is volledig toe te schrijven aan de classificering van het Vermogen onder beheer van Fortis Luxembourg Vie als "activa en verplichtingen aangehouden voor verkoop" na de aangekondigde fusie met Cardif Luxembourg International. Ageas zal een aandeel van 33,33% in de nieuw gevormde entiteit verkrijgen. Op vergelijkbare basis bleef het Vermogen onder beheer redelijk stabiel. Het Vermogen onder beheer met betrekking tot unitlinked producten bedroeg EUR 7,4 miljard.
De operationele marge Leven daalde met 61% naar EUR 16 miljoen. Zonder de bijzondere waardevermindering, verbeterde de marge ondermeer door hogere beleggingsmarges ingevolge betere obligatierendementen in spaarproducten in Portugal.
De operationele kosten daalden met 12% tot EUR 54 miljoen als gevolg van het afstoten van de activiteiten in Oekraïne en Turkije in 2010. Op vergelijkbare basis stegen de operationele kosten 3%.
Nettowinst na minderheidsbelangen was break-even, door de bijzondere waardevermindering van EUR 25 miljoen op Griekse obligaties. De bijzondere waardevermindering buiten beschouwing gelaten, verbeterde het resultaat onder invloed van een betere operationele marge en het stroomlijnen van de portefeuille waaraan alle landen hebben bijgedragen.
Niet-Leven
Brutopremies Niet-Leven bedroegen EUR 231 miljoen, iets meer dan vorig jaar. Portugal droeg EUR 124 miljoen bij, een stijging van 2% ten opzichte van vorig jaar. De groei is te danken aan Ziekteverzekeringen, dankzij het sterke merk Médis in een over de hele linie stagnerende markt.
De brutopremies in Italië bleven stabiel op EUR 107 miljoen, een goed resultaat gezien de strikte maatregelen die werden getroffen om de winstgevendheid in Auto te herstellen. Verder werd de CPI (consumentenverzekeringen) business opnieuw vormgegeven en gelanceerd in juni.
Ongevallen- en Ziekteverzekeringen vormen met 55% van alle totale Niet-Leven activiteiten nog steeds het grootste segment. Autoverzekeringen daalden 7% naar EUR 50 miljoen, door een dalend premie-inkomen in Italië. Brandverzekeringen groeiden met 9% naar EUR 33 miljoen.
De operationele marge groeide 51% door betere technische resultaten, de weerspiegeling van betere combined ratio's en hogere beleggingsopbrengsten. De combined ratio verbeterde naar 96,8%, vergeleken met 99,1% in het eerste halfjaar 2010. De schaderatio verbeterde zowel in Italië als in Portugal en in het bijzonder in Ongevallen-, Ziekte- en Autoverzekeringen. De operationele kosten stegen 4% naar EUR 38 miljoen.
De nettowinst na minderheidsbelangen steeg naar EUR 4 miljoen dankzij een beter technisch resultaat van zowel Portugal als Italië.
Azië
| Resultatenrekening - Leven | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Azië – Leven - in miljoenen EUR | H1 11 | H1 10 | Mutatie | Q2 11 | Q2 10 | Mutatie | Q1 11 |
| Brutopremies | 107,0 | 106,1 | 1% | 55,8 | 58,6 | - 5% | 51,2 |
| Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling | 50,4 | 44,4 | 13% | 26,7 | 23,7 | 13% | 23,7 |
| Bruto premie-inkomen Leven | 157,4 | 150,5 | 5% | 82,5 | 82,3 | 0% | 74,9 |
| Operationele kosten | - 16,7 | - 18,4 | - 9% | - 8,5 | - 10,7 | - 21% | - 8,2 |
| Technisch resultaat | 14,3 | 11,1 | 29% | 6,0 | 6,3 | - 5% | 8,3 |
| Toegerekende meerwaarden | 2,5 | 34,0 | - 93% | 2,1 | 33,3 | - 94% | 0,4 |
| Operationele marge | 16,8 | 45,1 | - 63% | 8,1 | 39,6 | - 80% | 8,7 |
| Niet-toegerekende overige inkomsten en lasten | - 5,1 | - 3,0 | 66% | - 2,0 | - 0,3 | * | - 3,1 |
| Winst voor belastingen, geconsolideerde entiteiten | 11,7 | 42,1 | - 72% | 6,1 | 39,3 | - 84% | 5,6 |
| Winst voor belastingen, geassocieerde deelnemingen | 34,6 | 20,3 | 71% | 16,9 | 4,7 | * | 17,7 |
| Winstbelastingen | - 1,2 | - 0,2 | * | - 0,7 | 0,3 | * | - 0,5 |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | * | * | |||||
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 45,1 | 62,2 | - 27% | 22,3 | 44,3 | - 50% | 22,8 |
| Resultatenrekening - Niet-leven | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Azië – Niet-leven -in miljoenen EUR | H1 11 | H1 10 | Mutatie | Q2 11 | Q2 10 | Mutatie | Q1 11 |
| Bruto premie-inkomen Niet-leven | - | - | * | - | - | * | - |
| Operationele kosten | - | - | * | - | - | * | - |
| Technisch resultaat | - | - | * | - | - | * | - |
| Toegerekende meerwaarden | - | - | * | - | - | * | - |
| Operationele marge | - | - | * | - | - | * | - |
| Niet-toegerekende overige inkomsten en lasten | - | - | * | - | - | * | - |
| Winst voor belastingen, geconsolideerde entiteiten | - | - | * | - | - | * | - |
| Winst voor belastingen, geassocieerde deelnemingen | 8,6 | 4,9 | 72% | 1,2 | 2,3 | - 48% | 7,4 |
| Winstbelastingen | - | - | * | - | - | * | - |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | - | - | * | - | - | * | - |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 8,6 | 4,9 | 72% | 1,2 | 2,3 | - 48% | 7,4 |
| Resultatenrekening | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Azië – in miljoenen EUR | H1 11 | H1 10 | Mutatie | Q2 11 | Q2 10 | Mutatie | Q1 11 |
| Bruto premie-inkomen | 157,4 | 150,5 | 5% | 82,5 | 82,3 | 0% | 74,9 |
| Operationele kosten | - 16,7 | - 18,4 | - 9% | - 8,5 | - 10,7 | - 21% | - 8,2 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 53,7 | 67,1 | - 20% | 23,5 | 46,6 | - 50% | 30,2 |
- Premie-inkomen EUR 3,2 miljard, bijna in lijn met recordresultaat van vorig jaar (EUR 3,4 miljard in H1 2010)
- Bruto premie-inkomen Leven 6% lager op EUR 2,9 miljard als gevolg van focus op periodieke premieproducten
- Brutopremies Niet-Leven gestegen naar EUR 0,3 miljard, +21%
- Toenemende focus van banken in Azië op groei deposito's
Nettowinst EUR 54 miljoen, -20% (EUR 67 miljoen in H1 2010)
- Nettowinst 68% gestegen op vergelijkbare basis, gezien de eenmalige meerwaarde van EUR 35 miljoen op vastgoed in H1 2010
- Nettowinst na minderheidsbelangen Leven EUR 45 miljoen (t.o.v. EUR 62 miljoen in H1 2010 inclusief de gerealiseerde meerwaarde op vastgoed)
- Nettowinst na minderheidsbelangen Niet-Leven omhoog naar EUR 9 miljoen (EUR 5 miljoen in H1 2010)
Ageas vierde de 10e verjaardag van het samenwerkingsverband met Maybank Malaysia
Begonnen als een zeer succesvolle joint venture in bankverzekeren is het samenwerkingsverband in de loop van de tijd uitgegroeid naar een volwassen multi-kanaal platform
Het totale bruto premie-inkomen in het eerste halfjaar van 2011, inclusief de niet-geconsolideerde partnerships aan 100%, kwam uit op EUR 3,2 miljard, 4% lager dan vorig jaar. Rekening houdend met het uitzonderlijke succes van de campagnes voor koopsompolissen in 2010, was dit een goed commercieel resultaat in de eerste helft van dit jaar en een bevestiging van de hoge omzet van vorig jaar.
De nettowinst na minderheidsbelangen daalde naar EUR 54 miljoen, ten opzichte van EUR 67 miljoen vorig jaar (- 20%). De nettowinst van vorig jaar omvat echter een eenmalig gerealiseerde meerwaarde van EUR 35 miljoen door de verkoop van het Fortis Centre in Hong Kong. Afgezien hiervan groeide de nettowinst sterk met 68%, dankzij de goede prestaties in alle entiteiten met daarbovenop een lagere bijzondere waardevermindering op aandelen in China en een exceptionele belastingteruggave in Maleisië.
In maart van dit jaar vierde Ageas de 10e verjaardag van het samenwerkingsverband met Maybank Malaysia. De combinatie van Maybank als goede retailbank met uitstekende kennis van de locale markt en de expertise van Ageas als bankverzekeraar heeft geleid tot een van de meest succesvolle joint ventures in Azië. Door de jaren heen is het samenwerkingsverband uitgegroeid tot een volwassen multikanaal distributieplatform inclusief agenten, makelaars en directe verkoop. In oktober viert Ageas het tienjarige samenwerkingsverband met Taiping in China.
Leven
Het totale bruto premie-inkomen Leven, inclusief de nietgeconsolideerde partnerships tegen 100%, bedroeg EUR 2,9 miljard, 6% minder dan vorig jaar. Het premie-inkomen in het eerste halfjaar van vorig jaar werd in hoge mate gevoed door zeer succesvolle verkoopcampagnes voor koopsompolissen in het bankkanaal in China en Maleisië, terwijl de focus dit jaar op periodieke premieproducten lag. De totale omzet van periodieke premieproducten – goed voor 69% van de totale bruto-omzet (t.o.v. 53% vorig jaar) – steeg naar EUR 2,0 miljard (een stijging van 24%). Contractverlengingen waren goed voor een stijging van het premie-inkomen van 43% tot EUR 1.5 miljard; door de uitstekende productieniveaus van vorig jaar en de hoge persistentieratio in de gehele regio.
Het bruto premie-inkomen van de geconsolideerde activiteiten in Hong Kong kwam uit op EUR 157 miljoen, 5% meer dan vorig jaar. De nieuwe productie (APE) toonde een sterke stijging van 30% naar EUR 31 miljoen dankzij de hogere productiviteit binnen het agentennetwerk en toenemende volumes via het opkomende IFA-kanaal.
In China daalde het bruto premie-inkomen met 7% tot EUR 1,95 miljard. Vorig jaar realiseerde het samenwerkingsverband van Ageas met Taiping in China een uitzonderlijk hoge groei via een campagne voor koopsompolissen via het bankkanaal en een nieuw periodiek premieproduct dat via het agentschappenkanaal op de markt werd gebracht. Wijzigingen in de regelgeving voor banken in China eind vorig jaar deden de productie in dit kanaal dalen. Bovendien heeft de monetaire verkrapping door inflatoire druk ertoe geleid dat vele banken zich meer concentreren op hun liquiditeit en balans. De productie van koopsompolissen is hierdoor met 43% gezakt naar EUR 621 miljoen. De goede
prestaties van het agentschappenkanaal op het gebied van nieuwe productie en de uitstekende persistentieratio in beide kanalen leidden tot een sterke toename van 31% van het premie-inkomen uit periodieke premieproducten en bedroeg EUR 1,33 miljard.
In Thailand blijft het premie-inkomen sterk groeien, + 27% tot EUR 443 miljoen, zowel uit nieuwe productie als uit contractverlengingen. Het bankkanaal via Ageas's partner KASIKORNBANK heeft zijn nieuwe productie opnieuw sterk verhoogd, voortbouwend op de buitengewone groei van vorig jaar, + 30% tot EUR 142 miljoen, vooral via koopsompolissen verbonden aan hypotheekleningen en consumentenkredieten. Het premie-inkomen uit nieuwe productie via het agentenkanaal is sterk toegenomen tot EUR 30 miljoen, een stijging van 20%. Ook contractverlengingen stegen sterk in Thailand tot EUR 267 miljoen, ofwel + 30%.
Het premie-inkomen in Maleisië daalde met 32% naar EUR 293 miljoen. Net als in China besteedden de banken dit jaar meer aandacht aan de groei van bankendeposito's. Hierdoor daalden eenmalige premies met 47% tot EUR 165 miljoen, zijnde 56% van het totale premie-inkomen (t.o.v. 72% in het eerste halfjaar van 2010). De periodieke premieproducten stegen met 3% tot EUR 127 miljoen.
IDBI Federal Life Insurance Company in India noteerde een bruto premie-inkomen van EUR 64 miljoen, 2% meer dan vorig jaar. De groei kwam volledig voor rekening van contractverlengingen (EUR 34 miljoen, +49%). Het premieinkomen uit nieuwe productie is met 27% gedaald tot EUR 30 miljoen door de gewijzigde regelgeving voor de verkoop van unit-linked en pensioenproducten.
Het vermogen onder beheer van de geconsolideerde activiteiten bleef stabiel op EUR 1,4 miljard vergeleken met eind 2010. Inclusief de niet-geconsolideerde partnerships bleef vermogen onder beheer ook stabiel op EUR 16,9
miljard. Exclusief het valuta-effect zou het vermogen onder beheer met 7% zijn gestegen over het eerste halfjaar. De nettowinst na minderheidsbelangen bedroeg EUR 45 miljoen, ten opzichte van EUR 62 miljoen vorig jaar (-27%).
- De geconsolideerde activiteiten in Hongkong boekten een nettowinst van EUR 15 miljoen, tegenover EUR 47 miljoen vorig jaar. De nettowinst van vorig jaar omvat echter een eenmalige meerwaarde van EUR 35 miljoen door de verkoop van het Fortis Centre in Hong Kong. Op vergelijkbare basis steeg de nettowinst 26%, een sterke verbetering die voortkomt uit een verbeterd technisch resultaat en lagere operationele kosten.
- De niet-geconsolideerde partnerships boekten een zeer bevredigende nettowinst van EUR 35 miljoen ten opzichte van EUR 20 miljoen vorig jaar (+71%). De nettowinst van vorig jaar werd getemperd door een bijzondere waardevermindering op aandelen van EUR 12 miljoen in China, dit jaar bleef de bijzondere waardevermindering beperkt tot EUR 3 miljoen.
- Overige kosten en inkomsten in de regio bedroegen EUR 4,9 miljoen negatief ten opzichte van EUR 5,3 miljoen negatief vorig jaar.
Niet-Leven
De brutopremies Niet-Leven (tegen 100% en volledig toewijsbaar aan de niet-geconsolideerde partnerships in Maleisië en Thailand) stegen met 21% tot EUR 326 miljoen. Beide partnerships presteerden goed in alle segmenten. De brutopremies in Maleisië en Thailand bedroegen respectievelijk EUR 264 miljoen (+21%) en EUR 62 miljoen (+21%).
De nettowinst na minderheidsbelangen bedroeg EUR 9 miljoen ten opzichte van EUR 5 miljoen vorig jaar, waaronder EUR 3 miljoen van een exceptionele belastingteruggave in Maleisië. De intrinsieke operationele resultaten bleven in lijn met een combined ratio van 96,5%.
Algemene Rekening
| Resultatenrekening | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Algemeen - in miljoenen EUR | H1 11 | H1 10 | Mutatie | Q2 11 | Q2 10 | Mutatie | Q1 11 |
| Netto rentebaten | - 6,2 | 0,8 | * | - 3,9 | 4,5 | * | - 2,3 |
| Netto commissiebaten | - 0,8 | * | - 0,4 | * | - 0,4 | ||
| Netto verdiende premies | - 0,8 | - 0,1 | * | - 0,1 | - 0,1 | - | - 0,7 |
| Dividenden uit beleggingen | 0,3 | 0,2 | 39% | * | 0,3 | ||
| Gerealiseerde winsten (verliezen) op beleggingen | 7,4 | 12,8 | - 42% | 2,1 | 0,3 | * | 5,3 |
| Overige meerwaarden | - 40,7 | - 138,7 | - 71% | 223,9 | 205,8 | 9% | - 264,6 |
| Aandeel in resultaat van geassocieerde deelnemingen | - 55,4 | 20,2 | * | - 43,5 | 20,3 | * | - 11,9 |
| Overige baten | - 5,5 | - 1,3 | * | - 2,5 | 4,1 | * | - 3,0 |
| Totale baten | - 101,7 | - 106,1 | - 4% | 175,6 | 234,9 | - 25% | - 277,3 |
| Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen en voorzieningen | - 40,2 | 0,4 | * | - 39,8 | 0,3 | * | - 0,4 |
| Nettobaten | - 141,9 | - 105,7 | 34% | 135,8 | 235,2 | - 42% | - 277,7 |
| Personeelslasten | - 12,1 | - 10,1 | 19% | - 8,1 | - 5,3 | 53% | - 4,0 |
| Schadelasten en uitkeringen, netto | 2,2 | 0,5 | * | 0,7 | 0,5 | 40% | 1,5 |
| Afschrijvingen, amortisatie en overige lasten | - 0,4 | - 0,4 | 7% | - 0,2 | - 0,3 | - 33% | - 0,2 |
| Overige operationele en administratieve lasten | - 18,1 | - 18,5 | - 2% | - 10,1 | - 9,6 | 5% | - 8,0 |
| Totale lasten | - 28,4 | - 28,5 | - 0% | - 17,7 | - 14,7 | 20% | - 10,7 |
| Winst voor belastingen | - 170,3 | - 134,2 | 27% | 118,1 | 220,5 | - 46% | - 288,4 |
| Winstbelastingen | - | 407,2 | * | 0,1 | 348,3 | * | - 0,1 |
| Nettowinst over de periode | - 170,3 | 273,0 | * | 118,2 | 568,8 | - 79% | - 288,5 |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | - 0,6 | - 1,5 | - 58% | - 0,2 | - 0,4 | - 50% | - 0,4 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | - 169,7 | 274,5 | * | 118,4 | 569,2 | - 79% | - 288,1 |
- Nettoverlies van EUR 170 miljoen door netto impact van EUR 130 miljoen van zaken uit het verleden Voorziening van EUR 40 miljoen met betrekking tot Fortis Bank Tier 1 obligatielening
- Reële waarde van RPN(I)-verplichting EUR 583 miljoen, EUR 118 miljoen meer dan eind 2010
- Waarde calloptie op aandelen BNP Paribas op EUR 694 miljoen, EUR 85 miljoen hoger dan eind 2010
- Nettoverlies Royal Park Investments EUR 57 miljoen
- Waarde deelneming op 30 juni 2011 EUR 899 miljoen
Het nettoresultaat van de Algemene Rekening bedroeg EUR 170 miljoen negatief voor het eerste half jaar van 2011 door een netto negatief effect van EUR 130 miljoen voor lopende zaken uit het verleden. Dit is voornamelijk toe te schrijven aan een stijging van de reële waarde van de RPN(I) verplichting met EUR 118 miljoen door een stijging van de marktwaarde van de CASHES op 30 juni 2011. Andere factoren waren het negatieve resultaat van Royal Park Investments van EUR 57 miljoen en een voorziening van EUR 40 miljoen met het oog op de verplichting de Fortis Bank Tier 1 Obligatielening tegen nominale waarde over te nemen. De waardering van de call optie op aandelen BNP Paribas steeg EUR 85 miljoen naar EUR 694 miljoen, voornamelijk gedreven door een hogere koers van het BNP Paribas aandeel en een lager verwacht dividendrendement op 30 juni
- Het resultaat over het tweede kwartaal was veel beter in vergelijking met het eerste kwartaal door een substantieel gunstigere waardering van de RPN(I) verplichting en de betere waardering van de call optie op aandelen BNP Paribas.
RPN(I)
Reële waarde RPN(I)
Voor de berekening van de reële waarde van de RPN(I) hanteert Ageas sinds eind 2009 een 'niveau 3' waarderingsmodel gebaseerd op waarderingstechnieken voor financiële derivaten. Op 30 juni 2011 bedroeg de reële waarde van RPN(I) EUR 583 miljoen, waarvan EUR 501 miljoen is gerelateerd aan de RPN(I)-verplichting zelf en EUR 82 miljoen aan de garantieovereenkomst tussen Ageas, de Belgische Staat en Fortis Bank.
Vergeleken met eind 2010 (EUR 465 miljoen) is dit een negatief effect op het resultaat van EUR 118 miljoen. Dit bedrag kan worden gesplitst in (i) EUR 102 miljoen voor de toename van de netto contante waarde van de geschatte rentebetaling per kwartaal onder het RPN(I) mechanisme en (ii) EUR 16 miljoen extra verplichting in verband met de garantieovereenkomst.
De toename van de reële waarde sinds het begin van het jaar is toe te schrijven aan (i) een toename van het referentiebedrag tussen eind 2010 en 30 juni 2011, voornamelijk door een waardestijging van de CASHES van 50% naar 57,8% (toename van EUR 91 miljoen), (ii) hogere spreads (+15 basispunten en inclusief een wijziging in de verdisconteringmethode die gebruik maakt van een constante spread in plaats van een forward spread boven BBB) op eeuwigdurende schuldinstrumenten (toename van EUR 34 miljoen) en (iii) andere marktomstandigheden inclusief een hogere rente (daling van EUR 7 miljoen).
In vergelijking met de waardering eind maart 2011 (EUR 722 miljoen) is er een positieve impact van EUR 139 miljoen op het resultaat voornamelijk omdat de marktprijs van de CASHES significant daalde sinds eind maart (62,8% t.o.v. 57,8% eind juni).
Referentiewaarden
Op 31 maart 2011 sloten de CASHES op 57,8% en bedroeg de koers van het aandeel Ageas EUR 1,87. Dit resulteerde in een stijging van de absolute waarde van het referentiebedrag (de zogeheten Relative Performance Note, ofwel RPN, vastgesteld door Fortis Bank) naar EUR 849 miljoen negatief, ten opzichte van EUR 642 miljoen negatief op 31 december 2010.
Op 3 juni 2011 stond de 3-maands EURIBOR op 1,55%. De totale rentebetaling aan Fortis Bank over het eerste halfjaar bedroeg EUR 6,5 miljoen. Het totale bedrag dat uit hoofde van de garantieovereenkomst tussen beide partijen aan de Belgische Staat is betaald, bedroeg EUR 3,1 miljoen.
Assumpties en gevoeligheden
Zie noot 19 van het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag over het eerste halfjaar van 2011.
Waarde van de calloptie op aandelen BNP Paribas zoals toegekend door SFPI/FPIM
Ageas past consequent een waarderingsmethode toe die is gebaseerd op een Black Scholes-model. Op 30 juni 2011 was de geschatte waarde van de 121,2 miljoen opties op aandelen BNP Paribas EUR 694 miljoen, ten opzichte van EUR 609 miljoen einde 2010.
De waarde van de optie BNP Paribas steeg met EUR 85 miljoen dankzij de stijging van het aandeel BNP Paribas met 12% (van EUR 47,685 eind 2010 naar EUR 53,23) en een lagere marktconsensus met betrekking tot het dividendrendement van BNP Paribas (van 5,29% naar 4,95%). Dit werd slechts gedeeltelijk teniet gedaan door een lichte daling van de volatiliteitaanname van 33% tot 30% en het verlies van tijdswaarde.
In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste gehanteerde parameters bij de waardering van de optie, evenals een vergelijking van de gebruikte assumpties op 31 december 2010.
| 30 juni 2011 | 31 december 2010 | |
|---|---|---|
| Koers BNP Paribas | EUR 53,23 | EUR 47,685 |
| Uitoefenprijs | EUR 66,672 | EUR 66,672 |
| Volatiliteit | 30% | 33% |
| Dividendrendement | 4,95% | 5,29% |
| Koers per optie tot en met 10 oktober 2016 | EUR 8,177 | EUR 7,180 |
| Theoretische waarde 121,2 miljoen opties | EUR 991 miljoen | EUR 870 miljoen |
| Geschatte waarde, gecorrigeerd voor niet-standaardkenmerken (30%) | EUR 694 miljoen | EUR 609 miljoen |
Gevoeligheden
Assumpties aangaande de volatiliteit en het dividendrendement hebben grote invloed op de waarde van de opties. Een daling van de impliciete volatiliteit met 5% leidt tot een waardedaling van de BNP Paribas optie met 26,3% terwijl een stijging van de impliciete volatiliteit met 5% tot een waardestijging van 26,7% leidt. Als assumptie betreffende het dividendrendement met 1% naar beneden wordt bijgesteld, stijgt de waarde van de optie BNP Paribas met 11,9% terwijl een stijging van 1% tot een daling van 10,4% leidt.
Royal Park Investments (RPI)
De nettowinst van Royal Park Investments (RPI) tegen 100% en vóór de toetsing op bijzondere waardevermindering van de goodwill bedroeg over het eerste halfjaar EUR 458 miljoen. Dit was voornamelijk toe te schrijven aan de stijging van de marktwaarde van de beleggingsportefeuille door de dalende interest spreads. Aan het einde van ieder kwartaal toetst RPI de waarde van de onder IFRS geboekte goodwill. Aangezien alle opbrengsten worden gebruikt voor de aflossing van de financiering en er geen nieuwe business wordt gegenereerd, dient een bijzondere waardevermindering van de goodwill te worden geboekt over de verwachte looptijd van de portefeuille. De periodieke toetsing van de toekomstige resultaatontwikkeling van de portefeuille gaf aan dat de verwachte kasstromen min of meer stabiel zijn gebleven maar werden geïmpacteerd door de lagere dollarkoers. Dit leidde tot een lagere waarde in gebruik
voor RPI vergeleken met 2010 en de beslissing om een bijzondere waardevermindering van EUR 586 miljoen op de goodwill te boeken. Hierdoor kwam het nettoresultaat van RPI onder IFRS tegen 100%, inclusief de bijzondere waardevermindering van de goodwill, uit op EUR 128 miljoen negatief, waarvan het aandeel van Ageas EUR 57 miljoen bedroeg. Verder heeft RPI begin 2010 een aantal renteswaps afgesloten waarbij de variabele rente-inkomsten zijn omgezet in vaste rente-inkomsten. Ageas heeft besloten deze swaps boekhoudkundig te verwerken als kasstroomhedge. Alle wijzigingen in de reële waarde worden direct in het eigen vermogen opgenomen met een stijging van EUR 52 miljoen van het eigen vermogen op 30 juni tegen 100% tot gevolg. Het aandeel van Ageas hierin bedroeg EUR 23 miljoen. Als gevolg van beide factoren is de deelneming van Ageas in RPI gedaald van EUR 933 miljoen eind 2010 tot EUR 899 miljoen.
Hieronder volgt een balansoverzicht van RPI onder IFRS.
| IFRS | IFRS | |
|---|---|---|
| in EUR miljoen | 30 juni 2011 | 31 december 2010 |
| Activa | ||
| Beleggingen | 6.566 | 7.005 |
| Uitgestelde belastingactiva | 448 | 681 |
| Goodwill | 781 | 1.367 |
| Overige Activa | 352 | 264 |
| Totale Activa | 8.147 | 9.317 |
| Verplichtingen en eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders | ||
| Verplichtingen | ||
| Overige verplichtingen | 29 | 86 |
| Commercieel papier | 4.288 | 4.585 |
| Financiering, super senior | 1.300 | 2.040 |
| Financiering, senior | 519 | 519 |
| Totale Verlichtingen | 6.136 | 7.230 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders | ||
| Aandelenkapitaal | 850 | 850 |
| Share premium (additional paid in capital) | 850 | 850 |
| Kasstroomhedge reserve | 145 | 94 |
| Ingehouden winst | 166 | 294 |
| Totaal eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders | 2.011 | 2.087 |
| Totale verplichtingen en eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders | 8.147 | 9.317 |
Eind juni 2011 was de reële waarde van de leningenportefeuille gedaald naar EUR 6.6 miljard terwijl de totale schuldpositie was gedaald naar EUR 6,1 miljard.
De totale nettorentebetalingen en hoofdsomontvangsten bedroegen in het eerste halfjaar van 2011 respectievelijk EUR 71 miljoen en EUR 581 miljoen.
Voor meer informatie over RPI en haar activa wordt verwezen naar www.royalparkinvestments.com.
Overige posten Algemene Rekening
Het renteresultaat bedroeg EUR 6 miljoen negatief. Het renteresultaat is het verschil tussen enerzijds de renteopbrengsten die op de deposito's, de bankrekeningen en de intra-groepsleningen worden ontvangen en anderzijds de rentebetalingen op de RPN(I), het EMTN programma en de FRESH. De daling van het renteresultaat vergeleken met het eerste halfjaar 2010 wordt verklaard door een hogere driemaands EURIBOR met als gevolg een negatief effect op de netto rente-inkomsten, een hogere rentebetaling voor RPN(I) en tot slot een eenmalige belastingteruggave van EUR 5 miljoen in België in 2010.
De gerealiseerde meerwaarden (minwaarden) op beleggingen zijn gedaald van EUR 13 miljoen vorig jaar tot EUR 7 miljoen. Het eerste halfjaarresultaat omvat een meerwaarde uit de geplande overdracht aan Swiss Re van de aflopende herverzekeringsportefeuille van Intreinco, de vroegere herverzekeringscaptive van de Fortis Groep. In het eerste halfjaar van 2010 werd een meerwaarde van EUR 12 miljoen geboekt op de verkoop van de Luxemburgse Niet-Levenactiviteiten aan La Bâloise.
Een voorziening van EUR 40 miljoen om het waarderingsrisico met betrekking tot de verplichte overname op 26 september 2011 van de Fortis Bank Tier 1 Obligatielening is opgenomen onder "Wijzigingen in voorzieningen". Deze verplichte overname vloeit voort uit het niet aflossen door Fortis Bank SA/NV en de toestemming die de Nationale Bank van België heeft verleend op 18 augustus 2011.
De totale kosten, inclusief "Personeel en andere operationele en administratieve kosten" bleven stabiel op EUR 28 miljoen.
De nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders van de Algemene Rekening bedroeg EUR 170 miljoen negatief ten opzichte van een winst van EUR 275 miljoen vorig jaar. Het goede resultaat van vorig jaar was toe te schrijven aan de erkenning van de uitgestelde belastingvorderingen van EUR 405 miljoen na de liquidatie van Brussels Liquidation Holding.
Discretionair kapitaal
Het discretionair kapitaal steeg van EUR 0,2 miljard eind maart naar EUR 1,0 miljard eind juni. Na de herziening van de aard van de RPN(I) verplichting, zoals aangekondigd op 27 mei 2011, heeft Ageas besloten de RPN(I) als permanente funding te beschouwen hetgeen resulteerde in een stijging van EUR 0,6 miljard per 30 juni. Andere elementen die een effect hadden op het discretionair kapitaal waren de overname van Castle Cover en het eerste halfjaarresultaat van de Algemene Rekening.
Voorwaardelijke verplichtingen
Voor het volledige overzicht van de 'Voorwaardelijke verplichtingen' wordt verwezen naar noot 28 van het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag per 30 juni 2011. Hieronder volgt een samenvatting van de belangrijkste gebeurtenissen.
Op 18 mei 2011 maakte Ageas de gunstige vonnissen bekend van de rechtbank van Amsterdam in de zaken FortisEffect en VEB/Deminor met betrekking tot de verkoop van Fortis entiteiten aan de Nederlandse staat in oktober 2008. De rechtbank oordeelde dat Fortis en de Nederlandse staat niet aansprakelijk kunnen worden gesteld in verband met de gebeurtenissen destijds en bevestigt dat Fortis in de toenmalige omstandigheden heeft gehandeld in overeenstemming met de toepasselijke juridische voorschriften. Op 9 augustus heeft FortisEffect beroep aangetekend. VEB/Deminor heeft aangekondigd dit niet te zullen doen.
In het tweede kwartaal werd Ageas gedagvaard door de Stichting Investor Claims Against Fortis (vermeende miscommunicatie door Fortis bij verscheidene gelegenheden in de periode 2007-2008) en door de Nederlandse Staat (betreffende de toepassing van bepalingen overeengekomen tussen Fortis Insurance N.V., Fortis Insurance International N.V. en Fortis FBN(H) Preferred Investments B.V. in het kader van de verkoop van de Nederlandse bank- en verzekeringsactiviteiten op 3 oktober 2008).
Deze procedures kwamen niet onverwacht en werden reeds aangekondigd in de 'voorwaardelijke verplichtingen' in het eerste kwartaal van 2011. Stichting Investor Claims Against Fortis publiceerde hierrond een persbericht op 10 januari 2011 terwijl de procedures van de Nederlandse staat al op 24 december werden aangekondigd. Zoals eerder aangekondigd zal Ageas de gegrondheid van deze claims aanvechten.
Nettokaspositie
De belangrijkste elementen van de balans van de Algemene Rekening worden in onderstaande tabel samengevat.
| in miljoenen EUR | 30 juni 11 | 31 dec 10 |
|---|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 776 | 2.259 |
| Vorderingen op banken (kortlopend) | 1.600 | 500 |
| Schulden aan banken (kortlopend) | ||
| Schuldbewijzen | - 341 | - 549 |
| Netto kaspositie | 2.035 | 2.210 |
| Vorderingen op klanten | 1.161 | 1.228 |
| Vorderingen op banken (langlopend) | 900 | 942 |
| Schulden aan banken (langlopend) | ||
| Achtergestelde schulden | - 2.919 | - 2.961 |
| Overige financieringen | - 82 | - 100 |
| Saldo van de vorderingen | - 940 | - 891 |
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 1.151 | 1.174 |
| Eigen vermogen Algemeen | 2.246 | 2.493 |
De nettokaspositie van de Algemene Rekening op 30 juni 2011, uitgaande van een volledige aflossing van het European Medium Term Notes (EMTN) programma, daalde van EUR 2,2 miljard eind 2010 tot EUR 2,0 miljard, inclusief EUR 1,6 miljard in kortlopende deposito's bij banken. De daling van de nettokaspositie volgt voornamelijk uit de dividenduitkering in 2010 en de financiering verleend aan de operaties in het Verenigd Koninkrijk voor de overname van Castle Cover. Het uitstaande nominale bedrag van de EMTN daalde van EUR 549 miljoen einde 2010 tot EUR 341 miljoen aan het einde van het eerste halfjaar. De netto kaspositie zal
in het derde kwartaal verder dalen als gevolg van de afronding van het verkrijgen van een belang van 33% in Aksigorta, Turkije en de daaruit voortvloeiende betaling, en de verplichting de Fortis Tier 1 Obligatielening te over te nemen. De verwachte kasuitstroom bedraagt EUR 1,153 miljoen.
Het eigen vermogen van de Algemene Rekening daalde van EUR 2,5 miljard naar EUR 2,2 miljard voornamelijk door de overdracht van kapitaal naar de Verenigd Koninkrijk operaties om de overname van Castle Cover te financieren en de resultaten van de voorgaande periode.
Beleggingsportefeuille en vermogenspositie
Beleggingsportefeuille
De beleggingsportefeuille van Ageas bedroeg eind juni EUR 58,7 miljard ten opzichte EUR 59,8 miljard eind 2010. Nieuwe beleggingen boden slechts gedeeltelijk compensatie voor de daling van de reële waarde van de vastrentende waarden en de classificering van Fortis Luxembourg Vie als 'activa en verplichtingen aangehouden voor verkoop'(EUR 0,5 miljard). De daling van de reële waarde van de vastrentende waarden vond voornamelijk in het eerste kwartaal plaats en herstelde zich enigszins in het tweede kwartaal. In het tweede kwartaal besloot Ageas met het oog op de verplichte toezichthoudersrapportering en conform de IFRS boekhoudkundige principes om bepaalde vastrentende waarden te herclassificeren. Deze "voor verkoop beschikbare" waarden werden, in lijn met de locale marktpraktijk, opgenomen als "tot einde looptijd aangehouden". Als gevolg hiervan transfereerde Ageas een totaalbedrag van EUR 499 miljoen, tegen reële waarde, voornamelijk Portugese overheidsobligaties (EUR 680 miljoen tegen nominale waarde), naar "Tot einde looptijd aangehouden". De discount van EUR 181 miljoen zal worden afgeschreven over de resterende looptijd van de beleggingen op basis van de effectieve interestmethode en zal in lijn met de IFRS boekhoudkundige grondslagen worden gecompenseerd door de afschrijving van ongerealiseerde minwaarden in het eigen vermogen.
De beleggingsmix bleef redelijk stabiel ten opzichte van eind 2010 met bijna 90% belegd in vastrentende waarden. 97% van de obligatieportefeuille is 'investment grade' en bijna 90% heeft een rating A of hoger.
Eind juni bedroegen de ongerealiseerde meer- en minwaarden EUR 687 miljoen positief, een verbetering ten opzichte van de breakeven situatie eind maart ten gevolge van de herclassificering van bepaalde Portugese vastrentende waarden als "Tot einde looptijd aangehouden", de bijzondere waardevermindering op Griekse obligaties (EUR 328 miljoen) en de waardestijging van vastgoed en van de portefeuille overheids- en bedrijfsobligaties. Een betere waardering van de Duitse, Franse, Belgische en Oostenrijkse obligaties compenseerden de lagere waarde van de Griekse, Portugese en Ierse overheidsobligaties in het tweede kwartaal.
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de beleggingsportefeuille van Ageas. Alle activa worden geboekt tegen reële waarde, behalve de "Tot einde looptijd aangehouden" beleggingen die tegen geamortiseerde kostprijs worden geboekt.
| in miljarden EUR | in % | |||
|---|---|---|---|---|
| Beleggingsportefeuille plus vastgoed tegen reële waarde | 30 juni 2011 | 31 dec 2010 | 30 juni 2011 | 31 dec 2010 |
| Vastrentende waarden | 52,0 | 53,6 | 89% | 90% |
| - Overheidsobligaties tot einde looptijd aangehouden | 0,5 | 1% | 0% | |
| - Overheidsobligaties voor verkoop beschikbaar | 31,3 | 32,3 | 53% | 54% |
| - Bedrijfsobligaties voor verkoop beschikbaar | 19,8 | 20,9 | 34% | 35% |
| - Gestructureerde kredietinstrumenten | 0,4 | 0,4 | 1% | 1% |
| Aandelen | 2,6 | 2,3 | 4% | 4% |
| Vastgoed beleggingen | 2,7 | 2,5 | 5% | 4% |
| Vastgoed eigen gebruik | 1,4 | 1,4 | 2% | 2% |
| Totaal | 58,7 | 59,8 | 100% | 100% |
Vastrentende portefeuille
De waarde van overheidsobligaties (Voor verkoop beschikbaar en Tot einde looptijd aangehouden) tegen de geamortiseerde kostprijs is EUR 0,4 miljard gestegen naar EUR 31,8 miljard eind juni ten opzichte van eind 2010 als per saldo resultaat van beleggingen in Belgische en Franse obligaties en desinvesteringen in Australische, Finse, Italiaanse en Griekse obligaties. Beleggingen in
bedrijfsobligaties aan geamortiseerde kostprijs daalden van EUR 20,4 miljard naar EUR 19,5 miljard.
De totale brutopositie in Zuid-Europese overheidsobligaties (Voor verkoop beschikbaar en tot einde looptijd aangehouden) tegen de geamortiseerde kostprijs daalde van EUR 8,9 miljard eind 2010 tot EUR 8,3 miljard op 30 juni. De positie in Ierland is ongewijzigd gebleven met EUR 0,6 miljard tegen de geamortiseerde kostprijs en EUR 0,4 miljard op basis van reële waarde. Rekening houdend met de
minderheidsbelangen in België en Portugal, bedroeg de totale nettopositie tegen geamortiseerde kostprijs van Ageas EUR 5,5 miljard op 30 juni 2011.
Sinds 30 juni en tot 19 augustus heeft Ageas haar exposure in Zuid-Europese overheidsobligaties verder verkleind voor een totaalbedrag van EUR 1.2 miljard tegen historische/geamortiseerde kostprijs, vooral in Italië voor (EUR 0,7 miljard) en Spanje (EUR 0,5 miljard). De netto blootstelling in Zuid-Europa bedroeg op 19 augustus nog EUR 4,3 miljard na minderheidsbelangen en tegen geamortiseerde kostprijs en met inbegrip van de bijzondere waardevermindering op Grieks overheidspapier.
De totale ongerealiseerde minwaarden op vastrentende waarden bedroegen EUR 0,6 miljard, een verbetering van EUR 0,3 miljard vergeleken met eind maart. Rekening houdend met de bijzondere waardevermindering van 0,3 miljard op Griekse overheidsobligaties en de classificering van Portugese obligaties als "Tot einde looptijd aangehouden", daalden de ongerealiseerde minwaarden op overheidsobligaties van EUR 1,4 miljard tot EUR 0,9 miljard. Ongerealiseerde meerwaarden op bedrijfsobligaties stegen tijdens het tweede kwartaal met EUR 160 miljoen en bedroegen EUR 270 miljoen eind juni. De kwaliteit van de bedrijfsobligatieportefeuille blijft zeer hoog: ruim 98% van de portefeuille is nog steeds investment grade, 86% heeft een rating A of hoger en 65% een rating AA of AAA.
Aandelenportefeuille
De waarde van de aandelenbeleggingen is enigszins gestegen van EUR 2,3 miljard eind 2010 naar EUR 2,6 miljard eind juni. Aandelen maken 4% deel uit van de beleggingsportefeuille. Bruto ongerealiseerde meerwaarden daalden enigszins tot EUR 109 miljoen vergeleken met eind 2010.
Vastgoedportefeuille
De vastgoedportefeuille van Ageas tegen marktwaarde steeg van EUR 3,9 miljard eind 2010 tot EUR 4,1 miljard, waarvan EUR 2,7 miljard in vastgoedbeleggingen en EUR 1,4 miljard in gebouwen voor eigen gebruik. De bruto niet-gerealiseerde meerwaarden zijn met EUR 0,2miljard gestegen tot EUR 1,2 miljard eind juni. Aangezien vastgoed wordt geboekt tegen de geamortiseerde kostprijs, zijn deze meerwaarden niet zichtbaar in het netto eigen vermogen.
Vermogenspositie
Het totale beschikbare kapitaal van Ageas onder IFRS (inclusief EUR 1,6 miljard in de Algemene Rekening) bedroeg EUR 8,0 miljard eind juni ten opzichte van EUR 8,6 miljard eind 2010. Het beschikbare kapitaal van het verzekeringsbedrijf bedroeg EUR 6,4 miljard; het wettelijk vereiste minimum bleef stabiel op EUR 3,1 miljard. Dit heeft geleid tot een totale IFRS solvabiliteitsratio voor de wereldwijde verzekeringsactiviteiten van 207%, vergeleken met 227% eind vorig jaar en 201% eind maart. De volatiliteit in ongerealiseerde minwaarden op vastrentende waarden maakte dat de solvabiliteitsratio's in België (187%) en Continentaal Europa (194%) daalden vergeleken met eind vorig jaar maar weer uitkwamen weer op het niveau van eind maart. In het Verenigd Koninkrijk nam de solvabiliteitsratio af tot 242%, deze daling werd volledig veroorzaakt door het opstarten van Tesco Underwriting in de afgelopen kwartalen en de organische groei.
De solvabiliteitsmethode van Ageas trekt op segmentniveau ongerealiseerde meerwaarden op vastrentende waarden af als deze per saldo positief zijn. Als het saldo van min- en meerwaarden op vastrentende waarden op segmentniveau negatief wordt, wordt dit afgetrokken. Op 30 juni 2011 werd zodoende bij de solvabiliteitsberekeningen een negatief bedrag van EUR 0,5 miljard afgetrokken inzake ongerealiseerde minwaarden op de obligatieportefeuille. Ongerealiseerde meerwaarden op vastgoedbeleggingen worden voor maximaal 90% na belastingen opgenomen (EUR 0,7 miljard) evenals netto ongerealiseerde meerwaarden op aandelen (EUR 0,1 miljard).
Met betrekking tot de EIOPA stress tests noteerde Ageas een van de sterkste solvabiliteitsratio's in de sector voor België en Portugal met ratio's die ruim boven het gemiddelde liggen van de Europese industrie in alle verschillende toegepaste stress test scenarios.
Voor meer bijzonderheden over de belangrijkste kapitaalratio's per segment wordt verwezen naar Bijlage 5 (blz. 33).
Conference call voor analisten en beleggers 24 August 2011 om 09.30 CET
Audiocast: www.ageas.com Inbelnummers (toegangscode 160624#) + 44 207 750 9926 (Verenigd Koninkrijk) + 32 2 400 25 25 (België) + 1 914 885 0779 (Verenigde Staten)
Opnieuw afspelen Beschikbaar tot 24 September 2011 (toegangscode: 373173#) + 32 2 401 89 89 (België)
Graag vijf a tien minuten van tevoren bellen: de lijnen gaan tien minuten voor de conferentie open.
Er is geen persconferentie voorzien
Disclaimer
De informatie op basis waarvan de verklaringen in dit persbericht zijn opgesteld, is onderhevig aan veranderingen en dit persbericht bevat mogelijk ook schattingen en andere toekomstgerichte verklaringen met betrekking tot Ageas. Deze verklaringen zijn gebaseerd op de huidige verwachtingen van de directie van Ageas en zijn vanzelfsprekend onderhevig aan onzekerheden, veronderstellingen en eventuele wijzigingen in de omstandigheden. De financiële informatie in dit bericht is niet door een accountant gecontroleerd.
De verklaringen met betrekking tot de toekomst zijn geen garantie voor toekomstige prestaties en brengen risico's en onzekerheden met zich mee die tot gevolg kunnen hebben dat de eigenlijke resultaten aanzienlijk verschillen van deze uitgedrukt in de verklaringen met betrekking tot de toekomst. Veel van deze risico's en onzekerheden hebben te maken met factoren die buiten de controle van Ageas liggen of die Ageas niet precies kan inschatten, zoals toekomstige marktomstandigheden en het gedrag van andere marktpartijen. Andere niet bekende of onvoorspelbare factoren buiten de controle van Ageas kunnen eveneens voor een aanzienlijk verschil zorgen tussen de eigenlijke resultaten en deze in de verklaringen en zijn bijvoorbeeld (maar niet beperkt tot) het verkrijgen van toestemming van regelgevende of toezichthoudende Autoriteiten en de uitkomst van de hangende en toekomstige rechtszaken waarbij Ageas betrokken is. Om die reden is het niet aanbevolen deze verklaringen blindelings te volgen. Ageas is niet verplicht of van plan deze verklaring bij te werken, al dan niet als gevolg van nieuwe informatie, toekomstige gebeurtenissen of anderzijds, behalve wanneer de wet dit vereist.
Bijlagen
Gelieve te noteren dat historische informatie en de belangrijkste indicatoren per segment uit het persbericht zijn weggelaten. Deze zijn opgenomen in het Excel-werkboek met kwartaalresultaten dat kan worden gedownload via http://www.ageas.com/nl/Pages/kwartaalcijfers.aspx.
Bijlage 1: Geconsolideerde balans op 30 juni 2011
| 30 juni 2011 | 31 december 2010 | |
|---|---|---|
| Activa | ||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 1.805,0 | 3.258,3 |
| Financiële beleggingen | 54.881,5 | 56.232,5 |
| Vastgoedbeleggingen | 1.972,2 | 1.900,3 |
| Leningen | 5.969,6 | 4.528,2 |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 14.091,7 | 21.747,3 |
| Beleggingen in geassocieerde deelnemingen | 1.731,5 | 1.732,5 |
| Herverzekering en overige vorderingen | 4.265,9 | 3.828,5 |
| Actuele belastingvorderingen | 85,1 | 71,5 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 631,2 | 465,1 |
| Call optie op BNP Paribas aandelen | 694,0 | 609,0 |
| Overlopende rente en overige activa | 2.176,7 | 2.042,5 |
| Materiële vaste activa | 1.093,6 | 1.065,0 |
| Goodwill en overige immateriële vaste activa | 1.664,0 | 1.686,0 |
| Activa aangehouden voor verkoop | 8.413,8 | |
| Totaal activa | 99.475,8 | 99.166,7 |
| Verplichtingen | ||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven | 23.957,7 | 23.938,4 |
| Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven | 26.925,3 | 26.913,8 |
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 14.170,3 | 21.830,9 |
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven | 5.761,2 | 5.448,6 |
| Schuldbewijzen | 340,7 | 548,9 |
| Achtergestelde schulden | 2.880,2 | 2.926,9 |
| Leningen | 2.307,9 | 2.141,7 |
| Actuele belastingschulden | 66,5 | 46,4 |
| Uitgestelde belastingschulden | 681,9 | 682,3 |
| RPN(I) | 583,0 | 465,0 |
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 2.263,8 | 1.947,0 |
| Voorzieningen | 2.448,2 | 2.407,6 |
| Verplichtingen met betrekking tot vaste activa aangehouden voor verkoop | 8.184,7 | |
| Totaal verplichtingen | 90.571,4 | 89.297,5 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 7.477,2 | 8.247,1 |
| Minderheidsbelangen | 1.427,2 | 1.622,1 |
| Totaal eigen vermogen | 8.904,4 | 9.869,2 |
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 99.475,8 | 99.166,7 |
Bijlage 2: Resultatenrekening
| H1 11 | H1 10 | Mutatie | Q2 11 | Q2 10 | Mutatie | Q1 11 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Baten | |||||||
| - Bruto premie-inkomen | 4.850,4 | 5.113,9 | ( 5 %) | 2.233,4 | 2.552,6 | ( 13 %) | 2.617,0 |
| - Wijziging in niet-verdiende premies | - 395,1 | - 144,3 | * | - 128,0 | - 2,2 | * | - 267,1 |
| - Afgegeven herverzekeringspremies | - 141,7 | - 122,9 | 15 % | - 61,5 | - 54,8 | 12 % | - 80,2 |
| Netto verdiende premies | 4.313,6 | 4.846,7 | ( 11 %) | 2.043,9 | 2.495,6 | ( 18 %) | 2.269,7 |
| Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten | 1.536,6 | 1.512,6 | 2 % | 786,0 | 775,7 | 1 % | 750,6 |
| Niet-gerealiseerde winsten(verliezen) op calloptie BNP Paribas aandelen | 85,0 | - 121,0 | * | 83,0 | 99,0 | ( 16 %) | 2,0 |
| Niet-gerealiseerde winsten(verliezen) op RPN(I) | - 118,0 | - 24,0 | * | 139,0 | 102,0 | 36 % | - 257,0 |
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 88,3 | - 51,6 | * | 27,7 | - 126,2 | * | 60,6 |
| Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten | 72,1 | 202,2 | ( 64 %) | - 46,5 | - 360,5 | ( 87 %) | 118,6 |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | - 8,1 | 48,3 | * | - 24,1 | 29,2 | * | 16,0 |
| Commissiebaten | 220,9 | 205,4 | 8 % | 107,3 | 106,2 | 1 % | 113,6 |
| Overige baten | 111,6 | 96,8 | 15 % | 61,3 | 55,5 | 10 % | 50,3 |
| Totale baten | 6.302,0 | 6.715,4 | ( 6 %) | 3.177,6 | 3.176,5 | 0 % | 3.124,4 |
| Lasten | |||||||
| - Schadelasten en uitkeringen, bruto | - 4.359,4 | - 5.022,6 | ( 13 %) | - 2.004,4 | - 2.492,7 | ( 20 %) | - 2.355,0 |
| - Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars | 72,7 | 55,0 | 32 % | 22,6 | 21,1 | 7 % | 50,1 |
| Schadelasten en uitkeringen, netto | - 4.286,7 | - 4.967,6 | ( 14 %) | - 1.981,8 | - 2.471,6 | ( 20 %) | - 2.304,9 |
| Lasten inzake unit-linked contracten | - 66,7 | - 171,8 | ( 61 %) | 50,5 | 373,6 | ( 86 %) | - 117,2 |
| Financiële lasten | - 156,4 | - 143,6 | 9 % | - 77,6 | - 73,5 | 6 % | - 78,8 |
| Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen | - 362,9 | - 24,0 | * | - 356,7 | - 20,7 | * | - 6,2 |
| Wijzigingen in voorzieningen | - 40,2 | 2,5 | * | - 40,6 | 0,6 | * | 0,4 |
| Commissielasten | - 592,8 | - 522,9 | 13 % | - 290,1 | - 258,9 | 12 % | - 302,7 |
| Personeelslasten | - 366,1 | - 334,9 | 9 % | - 186,1 | - 166,9 | 12 % | - 180,0 |
| Overige lasten | - 414,6 | - 393,8 | 5 % | - 222,3 | - 212,1 | 5 % | - 192,3 |
| Totale lasten | - 6.286,4 | - 6.556,1 | ( 4 %) | - 3.104,7 | - 2.829,5 | 10 % | - 3.181,7 |
| Winst voor belastingen | 15,6 | 159,3 | ( 90 %) | 72,9 | 347,0 | ( 79 %) | - 57,3 |
| Belastingen op de winst | - 48,1 | 345,5 | * | 3,5 | 324,2 | ( 99 %) | - 51,6 |
| Nettowinst over de periode | - 32,5 | 504,8 | * | 76,4 | 671,2 | ( 89 %) | - 108,9 |
| Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | 26,3 | 49,8 | ( 47 %) | - 18,4 | 15,1 | * | 44,7 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | - 58,8 | 455,0 | * | 94,8 | 656,1 | ( 86 %) | - 153,6 |
| Gegevens per aandeel (EUR) | |||||||
| Gewone winst per aandeel | - 0,02 | 0,18 | |||||
| Verwaterde winst per aandeel | - 0,02 | 0,18 |
Bijlage 3: Vergelijkbare premiegegevens
| Per segment | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| in miljoenen EUR | H1 11 | H1 10 | % | Q2 11 | Q2 10 | % | Q1 11 |
| België | |||||||
| Brutopremies | 2.172 | 2.271 | - 4% | 950 | 1.162 | - 18% | 1.222 |
| Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling | 189 | 380 | - 50% | 101 | 174 | - 42% | 88 |
| Bruto premie-inkomen Leven | 2.361 | 2.651 | - 11% | 1.050 | 1.335 | - 21% | 1.311 |
| Brutopremies Niet-leven | 898 | 852 | 5% | 387 | 369 | 5% | 511 |
| Totaal premie-inkomen België | 3.259 | 3.503 | - 7% | 1.437 | 1.704 | - 16% | 1.822 |
| Verenigd Koninkrijk | |||||||
| Brutopremies | 22 | 11 | 97% | 12 | 6 | * | 10 |
| Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling | - | - | * | - | - | * | - |
| Bruto premie-inkomen Leven | 22 | 11 | 97% | 12 | 6 | * | 10 |
| Brutopremies Niet-leven | 994 | 538 | 85% | 523 | 278 | 88% | 471 |
| Totaal premie-inkomen Verenigd Koninkrijk | 1.016 | 549 | 85% | 535 | 284 | 88% | 481 |
| Contintaal Europa | |||||||
| Brutopremies | 427 | 1.107 | - 61% | 195 | 569 | - 66% | 232 |
| Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling | 823 | 874 | - 6% | 386 | 402 | - 4% | 437 |
| Bruto premie-inkomen Leven | 1.250 | 1.981 | - 37% | 581 | 971 | - 40% | 669 |
| Brutopremies Niet-leven | 231 | 229 | 1% | 111 | 110 | 1% | 120 |
| Totaal premie-inkomen Continentaal Europa | 1.481 | 2.210 | - 33% | 692 | 1.081 | - 36% | 789 |
| Azië | |||||||
| Brutopremies | 107 | 106 | 1% | 56 | 59 | - 5% | 51 |
| Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling | 51 | 45 | 16% | 27 | 24 | 13% | 24 |
| Bruto premie-inkomen Leven | 158 | 151 | 5% | 83 | 83 | 0% | 75 |
| Brutopremies Niet-leven | - | - | * | - | - | * | - |
| Totaal premie-inkomen geconsolideerde entiteiten | 158 | 151 | 5% | 83 | 83 | 0% | 75 |
| Niet-geconsolideerde JV's tegen 100% | 3.079 | 3.223 | - 4% | 1.414 | 1.482 | - 5% | 1.665 |
| Totaal premie-inkomen Azië | 3.237 | 3.374 | - 4% | 1.497 | 1.565 | - 4% | 1.740 |
| Totaal premie-inkomen | 8.993 | 9.636 | - 7% | 4.161 | 4.634 | - 10% | 4.832 |
| Per type | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| in miljoenen EUR | H1 11 | H1 10 | % | Q2 11 | Q2 10 | % | Q1 11 |
| Leven | |||||||
| België | 2.361 | 2.651 | - 11% | 1.050 | 1.335 | - 21% | 1.311 |
| Verenigd Koninkrijk | 22 | 11 | * | 12 | 6 | * | 10 |
| Continentaal Europa | 1.250 | 1.981 | - 37% | 581 | 971 | - 40% | 669 |
| Azië | 2.911 | 3.104 | - 6% | 1.299 | 1.404 | - 7% | 1.612 |
| Volledig geconsolideerd | 157 | 151 | 5% | 83 | 83 | 0% | 75 |
| Niet-geconsolideerde JV's tegen 100% | 2.753 | 2.953 | - 7% | 1.216 | 1.321 | - 8% | 1.537 |
| Totaal premie-inkomen Leven | 6.544 | 7.747 | - 16% | 2.942 | 3.716 | - 21% | 3.602 |
| Niet-leven | |||||||
| België | 898 | 852 | 5% | 387 | 369 | 5% | 511 |
| Verenigd Koninkrijk | 994 | 538 | 85% | 523 | 278 | 88% | 471 |
| Continentaal Europa | 231 | 229 | 1% | 111 | 110 | 1% | 120 |
| Azië | 326 | 270 | 21% | 198 | 161 | 23% | 128 |
| Volledig geconsolideerd | - | - | * | - | - | * | - |
| Niet-geconsolideerde JV's tegen 100% | 326 | 270 | 21% | 198 | 161 | 23% | 128 |
| Totaal bruto-premies Niet-Leven | 2.449 | 1.889 | 30% | 1.219 | 918 | 33% | 1.230 |
| Totaal premie-inkomen | 8.993 | 9.636 | - 7% | 4.161 | 4.634 | - 10% | 4.832 |
Bijlage 4: Premie-inkomen per regio
| Belangrijkste cijfers per regio | |||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| in miljoenen EUR | Bruto-premie-inkomen Leven | Bruto-premies Niet-leven | Totaal | ||||||||||
| % | |||||||||||||
| eigendom | H1 11 | H1 10 | Q2 11 | Q2 10 | H1 11 | H1 10 Q2 11 Q2 10 | H1 11 | H1 10 | Q2 11 | Q2 10 | |||
| België | 75% | 2.361 | 2.651 | 1.050 | 1.335 | 898 | 852 | 387 | 369 | 3.259 | 3.503 | 1.437 | 1.704 |
| Verenigd Koninkrijk | 100% | 22 | 11 | 12 | 6 | 994 | 538 | 523 | 278 | 1.016 | 549 | 535 | 284 |
| Continentaal Europa | 1.250 | 1.981 | 581 | 971 | 231 | 229 | 111 | 110 | 1.481 | 2.210 | 692 | 1.081 | |
| Portugal | 51% | 659 | 1.057 | 291 | 503 | 124 | 121 | 56 | 55 | 783 | 1.178 | 347 | 558 |
| Frankrijk | 100% | 171 | 208 | 82 | 108 | - | - | - | - | 171 | 208 | 82 | 108 |
| Luxemburg | 50% | 400 | 657 | 198 | 330 | - | - | - | - | 400 | 657 | 198 | 330 |
| Oekraïne | 100% | - | 1 | - | 1 | - | - | - | - | - | 1 | - | 1 |
| Duitsland | 100% | 20 | 23 | 10 | 11 | - | - | - | - | 20 | 23 | 10 | 11 |
| Turkije | 100% | - | 35 | - | 19 | - | - | - | - | - | 35 | - | 19 |
| Italië | 25% | - | - | - | - | 107 | 108 | 55 | 54 | 107 | 108 | 55 | 54 |
| Azië | 2.911 | 3.104 | 1.299 | 1.404 | 326 | 270 | 198 | 161 | 3.237 | 3.374 | 1.497 | 1.565 | |
| Geconsolideerde entiteiten | |||||||||||||
| Hongkong | 100% | 158 | 151 | 83 | 83 | - | - | - | - | 158 | 151 | 83 | 83 |
| Niet-geconsolideerde | |||||||||||||
| JV's tegen 100% | |||||||||||||
| Maleisië | 31% | 293 | 432 | 153 | 247 | 264 | 219 | 168 | 136 | 557 | 651 | 321 | 383 |
| Thailand | 31%/13% | 443 | 349 | 231 | 193 | 62 | 51 | 30 | 25 | 505 | 400 | 261 | 218 |
| China | 25% | 1.953 | 2.109 | 813 | 859 | - | - | - | - | 1.953 | 2.109 | 813 | 859 |
| India | 26% | 64 | 63 | 19 | 22 | - | - | - | - | 64 | 63 | 19 | 22 |
| Totaal | 6.544 | 7.747 | 2.942 | 3.716 | 2.449 | 1.889 1.219 | 918 | 8.993 | 9.636 | 4.161 | 4.634 |
Bijlage 5 : Solvabiliteit per regio
| Belangrijkste kapitaalindicatoren | 30-06-2011 | 31-12-2010 |
|---|---|---|
| België | ||
| Eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders | 2.234 | 2.632 |
| Totaal beschikbaar kapitaal | 4.134 | 4.276 |
| Minimale solvabiliteitseisen | 2.210 | 2.163 |
| Totaal kapitaal boven minimale solvabiliteitseisen | 1.924 | 2.113 |
| Totale solvabiliteitsratio | 187% | 198% |
| Verenigd Koninkrijk | ||
| Eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders | 859 | 776 |
| Totaal beschikbaar kapitaal | 766 | 684 |
| Minimale solvabiliteitseisen | 316 | 192 |
| Totaal kapitaal boven minimale solvabiliteitseisen | 450 | 492 |
| Totale solvabiliteitsratio | 242% | 357% |
| Continentaal Europa | ||
| Eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders | 774 | 893 |
| Totaal beschikbaar kapitaal | 967 | 1.189 |
| Minimale solvabiliteitseisen | 499 | 562 |
| Totaal kapitaal boven minimale solvabiliteitseisen | 468 | 627 |
| Totale solvabiliteitsratio | 194% | 211% |
| Azië | ||
| Eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders | 1.398 | 1.440 |
| Totaal beschikbaar kapitaal | 478 | 498 |
| Minimale solvabiliteitseisen | 55 | 56 |
| Totaal kapitaal boven minimale solvabiliteitseisen | 423 | 442 |
| Totale solvabiliteitsratio | 868% | 891% |
| Consolodatie-aanpassing totaal beschikbaar kapitaal | 43 | 109 |
| Totaal Verzekeringen | ||
| Eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders | 5.265 | 5.741 |
| Totaal beschikbaar kapitaal | 6.388 | 6.756 |
| Minimale solvabiliteitseisen | 3.080 | 2.973 |
| Totaal kapitaal boven minimale solvabiliteitseisen | 3.308 | 3.784 |
| Totale solvabiliteitsratio | 207% | 227% |
| Algemeen (na eliminaties) | ||
| Eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders | 2.213 | 2.506 |
| Totaal beschikbaar kapitaal | 1.587 | 1.794 |
Bijlage 6: Overheidsobligatieportefeuille op 30 juni 2011
(geboekt onder 'Voor verkoop beschikbaar' en 'Tot einde looptijd aangehouden')
| Historische kostprijs/ | Bruto ongerealiseerde | Bijzondere | Reële | |
|---|---|---|---|---|
| (EUR mio) | Amortisatiewaarde | winst (verlies) | waardeverminderingen | waarden |
| 30 juni 2011 | ||||
| België | 11.134,4 | 3,6 | 11.138,0 | |
| Nederland | 1.182,5 | 24,7 | 1.207,2 | |
| Duitsland | 2.565,0 | 97,7 | 2.662,7 | |
| Italie | 3.571,6 | - 149,6 | 3.422,0 | |
| Frankrijk | 4.296,4 | 18,5 | 4.314,9 | |
| Verenigd Koninkrijk | 615,3 | 14,1 | 629,4 | |
| Griekenland | 1.741,8 | - 491,6 | - 322,2 | 928,0 |
| Spanje | 1.721,7 | - 126,4 | 1.595,3 | |
| Portugal | 758,3 | - 175,4 | 582,9 | |
| Oostenrijk | 2.232,5 | 42,4 | 2.274,9 | |
| Finland | 614,8 | 2,0 | 616,8 | |
| Ierland | 570,2 | - 178,6 | 391,6 | |
| Overige | 1.495,4 | 27,3 | 1.522,7 | |
| Totaal beschikbaar voor verkoop | 32.499,9 | - 891,3 | - 322,2 | 31.286,4 |
| Portugal | 482,9 | |||
| Totaal tot einde looptijd aangehouden | 482,9 | |||
| 31 december 2010 | ||||
| België | 9.948,1 | 128,0 | 10.076,1 | |
| Nederland | 1.288,2 | 48,0 | 1.336,2 | |
| Duitsland | 2.628,8 | 149,9 | 2.778,7 | |
| Italie | 3.683,4 | - 110,3 | 3.573,1 | |
| Frankrijk | 4.069,6 | 92,4 | 4.162,0 | |
| Verenigd Koninkrijk | 600,4 | 12,8 | 613,2 | |
| Griekenland | 1.832,0 | - 624,1 | 1.207,9 | |
| Spanje | 1.730,0 | - 129,0 | 1.601,0 | |
| Portugal | 1.654,2 | - 142,4 | 1.511,8 | |
| Oostenrijk | 2.543,2 | 81,4 | 2.624,6 | |
| Finland | 740,5 | 14,8 | 755,3 | |
| Ierland | 599,1 | - 109,7 | 489,4 | |
| Overige | 1.524,4 | 48,4 | 1.572,8 | |
| Totaal beschikbaar voor verkoop | 32.841,9 | - 539,8 | 32.302,1 | |
Portugal
Totaal tot einde looptijd aangehouden