AI assistant
ageas SA/NV — Earnings Release 2011
Feb 20, 2012
3905_er_2012-02-20_0dffedbb-60eb-4c0f-989f-696991106dc3.pdf
Earnings Release
Open in viewerOpens in your device viewer
PERSBERICHT
Brussel/Utrecht, 20 februari 2012 07:30 CET Gereglementeerde informatie - Jaarresultaten 2011
Verzekeringsresultaten beïnvloed door tegenvallende financiële markten Sterke operationele verbetering Niet-Leven
- Nettoresultaat Verzekeringen EUR 313 miljoen negatief (tegen EUR 391 miljoen positief in 2010), inclusief totale netto bijzondere waardevermindering van EUR 908 miljoen en deels gecompenseerd door gerealiseerde meerwaarden van EUR 167 miljoen
- Nettoresultaat Leven EUR 425 miljoen negatief (tegen EUR 377 miljoen positief in 2010), inclusief bijzondere waardevermindering van EUR 871 miljoen, deels gecompenseerd door netto gerealiseerde meerwaarden
- Nettoresultaat Niet-Leven gestegen naar EUR 82 miljoen (tegen EUR 2 miljoen in 2010) Operationele prestaties verbeterd; Combined ratio groep 101,1% tegen 107,3%
- Premie-inkomen groep EUR 17,2 miljard, -4%
- Premie-inkomen Leven met 13% gedaald naar EUR 12,3 miljard, stabiel marktaandeel;
- Premie inkomen Niet-Leven EUR 4,9 miljard, +31%, stijging in alle segmenten;
- Vermogen onder beheer op vergelijkbare basis stabiel op EUR 70,6 miljard
Netto groepsresultaat EUR 578 miljoen negatief
Nettoresultaat Algemene Rekening: EUR 265 miljoen negatief, waarvan EUR 215 miljoen met betrekking tot zaken uit het verleden
Stevige balans
- Eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders EUR 7,8 miljard ofwel EUR 3,23 per aandeel, -1%
- Solvabiliteit Verzekeringen 207%; Solvabiliteit groep 237%
Voorgesteld bruto cash dividend 8 eurocent per aandeel, stabiel tegenover 2010
CEO Bart De Smet:
2011 werd gekenmerkt door moeilijke financiële markten. Onze resultaten werden zwaar aangetast door de bijzondere waardevermindering op Griekse overheidsleningen, aandelen en op de goodwill van onze activiteiten in Hongkong. In het Verenigd Koninkrijk groeiden onze Niet-Leven activiteiten aanzienlijk. En onze operationele resultaten verbeterden behoorlijk, vooral in het VK. De combined ratio's verbeterden in alle segmenten, wat het belang onderstreept van onze strategische keuze voor een gebalanceerde activiteitenportefeuille. Het premie-inkomen Leven daalde in Europa, als gevolg van uitdagende marktomstandigheden en toenemende concurrentie. In Azië boekten we net als in 2010 een uitstekend premie-inkomen. Onze vermogenspositie en eigen vermogen per aandeel toewijsbaar aan aandeelhouders bleven stevig, ondanks de volatiliteit in de markt.
Het resultaat van de Algemene Rekening bleef volatiel als gevolg van de waardering van zaken uit het verleden, zoals de Tier 1 Obligatielening. De onlangs afgesloten transactie met BNP Paribas inzake de CASHES en de Tier 1 Obligatielening toont onze wil om zaken uit het verleden af te handelen en zal in de toekomst leiden tot een daling van de volatiliteit. Ingevolge de settlement, verwachten we een verdubbeling van onze nettokaspositie tot ongeveer EUR 1,3 miljard.
In augustus van vorig jaar lanceerde Ageas een inkoopprogramma van eigen aandelen voor een bedrag van EUR 250 miljoen dat begin 2012 werd afgerond. De Raad van Bestuur heeft besloten de goedkeuring van de aandeelhouders te vragen voor de uitkering van een bruto cash dividend over 2011 van 8 eurocent per aandeel. Dit dividendvoorstel weerspiegelt ons vertrouwen in de sterkte van ons bedrijf en in de onderliggende winstgevendheid van onze activiteiten.
| in miljoenen EUR | FY 11 | FY 10 | Mutatie | Q4 11 | Q4 10 | Mutatie | Q3 11 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Premie-inkomen (incl. niet-geconsolideerde partnerships) | 17.219,0 | 17.943,0 | - 4% | 4.334,7 | 4.207,5 | 3% | 3.891,3 |
| - waarvan premie-inkomen van niet geconsolideerde partnerships | 5.981,0 | 5.759,0 | 4% | 1.521,4 | 1.271,8 | 20% | 1.380,6 |
| Nettowinst verzekeringen voor minderheidsbelangen | - 407,0 | 533,5 | * | - 98,9 | 97,9 | * | - 445,9 |
| - België | - 429,8 | 355,0 | * | 6,6 | 78,4 | - 92% | - 470,2 |
| - Verenigd Koninkrijk | 89,5 | - 23,4 | * | 23,1 | - 35,6 | * | 36,2 |
| - Europa | - 2,6 | 108,4 | * | 7,6 | 47,7 | - 84% | - 30,3 |
| - Azië | - 64,1 | 93,5 | * | - 136,2 | 7,4 | * | 18,4 |
| Nettowinst verzekeringen toewijsbaar aan de aandeelhouders | - 313,1 | 391,3 | * | - 104,4 | 57,6 | * | - 319,6 |
| - België | - 327,0 | 263,5 | * | 4,0 | 58,2 | - 93% | - 354,1 |
| - Verenigd Koninkrijk | 86,0 | - 16,8 | * | 24,3 | - 32,3 | * | 31,3 |
| - Europa | - 8,0 | 51,1 | * | 3,5 | 24,3 | - 86% | - 15,2 |
| - Azië | - 64,1 | 93,5 | * | - 136,2 | 7,4 | * | 18,4 |
| Nettowinst Algemeen (incl. eliminaties) | - 265,1 | - 168,2 | 58% | 59,9 | - 480,1 | * | - 155,3 |
| - Nettowinst Algemeen excl. waarde calloptie | - 51,1 | 102,8 | * | 26,0 | - 253,1 | * | 177,6 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | - 578,2 | 223,1 | * | - 44,5 | - 422,5 | - 89% | - 474,9 |
| - Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders excl. waarde calloptie | - 364,2 | 494,1 | * | - 78,3 | - 195,5 | - 60% | - 142,1 |
| Beheerd vermogen (in miljarden EUR) | 70,6 | 71,0 | - 0% | 70,6 | 71,0 | - 0% | 70,2 |
| Operationele kosten Leven/beheerd vermogen Leven | 0,51% | 0,55% | 0,51% | 0,59% | 0,46% | ||
| Combined ratio | 101,1% | 107,3% | 100,9% | 115,3% | 101,4% | ||
| Totale solvabiliteitsratio Verzekeringen | 207% | 232% | 207% | 232% | 210% | ||
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen (in miljoenen) | 2.546 | 2.482 | 3% | 2.546 | 2.482 | 3% | 2.578 |
| Winst per aandeel (in EUR) | - 0,23 | 0,09 | * | - | |||
| - Winst per aandeel excl. waarde calloptie (in EUR) | - 0,14 | 0,20 | * | - | |||
| Eigen vermogen | 7.760 | 8.422 | - 8% | 7.760 | 8.422 | - 8% | 7.927 |
| - Eigen vermogen excl. waarde calloptie | 7.365 | 7.813 | - 6% | 7.365 | 7.813 | - 6% | 7.566 |
| Netto eigen vermogen per aandeel (in EUR) | 3,23 | 3,26 | (1%) | 3,23 | 3,19 | 1% | 3,15 |
| - Netto eigen vermogen per aandeel excl. waarde calloptie (in EUR) | 3,06 | 3,02 | 4% | 3,06 | 2,96 | 4% | 3,01 |
| Dividend per aandeel (in EUR) | - | 0,08 | - | - | - | - | - |
| Rendement op eigen vermogen * | - 7,2% | 2,5% | - | - | - | ||
| - Rendement op eigen vermogen excl. waarde calloptie | - 4,9% | 5,9% | - | - | - |
* Het rendement op het eigen vermogen is berekend op basis van twaalfmaandswinsten en een voortschrijdend gemiddeld nettovermogen van de vier
voorgaande kwartalen; Eerdere kwartaalresultaten berekend als voortschrijdend gemiddelde op basis van nettowinst over 3 maanden.
** Aangepast ingevolge de herclassificering van Ageas Deutschland als "Activa en verplichtingen aangehouden voor verkoop"
| PERSBERICHT | Inhoud | |
|---|---|---|
| 20 februari 2012 Resultaten 2011 Meer informatie: |
Hoofdpunten 3 Verzekeringen3 Algemene Rekening 6 Groep 7 |
|
| INVESTOR RELATIONS Frank Vandenborre +32 (0)2 557 57 33 [email protected] |
Details per bedrijfssegment 9 België 9 Verenigd Koninkrijk12 Continentaal Europa 15 Azië 18 |
|
| Koen Devos +32 (0)2 557 57 35 [email protected] |
Algemene Rekening 21 Beleggingsportefeuille en vermogenspositie28 Disclaimer 30 Bijlagen 31 |
|
| PERS Greet Poulmans +32 (0)2 557 57 37 +32 (0) 479 79 50 02 [email protected] |
Bijlage 1 : Geconsolideerde balans op 31 december 2011 31 Bijlage 2 : Resultatenrekening32 Bijlage 3 : Vergelijkbare premiegegevens33 Bijlage 4 : Premie-inkomen per regio 35 Bijlage 5 : Solvabiliteit per regio 36 Bijlage 6 : Overheidsobligatieportefeuille op 31 december 201137 |
Hoofdpunten
2011 werd gekenmerkt door aanhoudende negatieve ontwikkelingen op de financiële markten en een sterke concurrentie van bankproducten en staatsbons. Het premie-inkomen van Ageas bedroeg in 2011 EUR 17,2 miljard, een daling van 4% ten opzichte van 2010 met een daling in Leven, maar een stijging in Niet-Leven. Het premie-inkomen van de niet-geconsolideerde partnerships tegen 100% bedroeg EUR 6,0 miljard. In het VK kwam het premie-inkomen voor het eerst uit boven EUR 2 miljard, dankzij organische groei en een succesvol eerste operationeel jaar van Tesco Underwriting. Het premie-inkomen in Azië bleef op het niveau van 2010. Onze marktaandelen zijn over de hele lijn gelijk gebleven of toegenomen, vooral het marktaandeel in Niet-Leven.
De groep boekte een nettoverlies van EUR 578 miljoen, dat uiteenvalt in een nettoverlies van EUR 313 miljoen voor de Verzekeringsactiviteiten en een nettoverlies van EUR 265 miljoen in de Algemene Rekening. Het nettoresultaat Verzekeringen omvat een negatieve impact op de beleggingsportefeuille van EUR 809 miljoen, waarvan EUR 627 miljoen door de bijzondere waardevermindering op Griekse overheidsobligaties en EUR 182 miljoen op de aandelenportefeuille. Ageas heeft besloten eveneens een bijzondere waardevermindering van EUR 99 miljoen te boeken op een deel van de goodwill van AICA (Hongkong) vanwege de lage renteomgeving en de impact ervan op de financiële situatie van de locale activiteiten. De impact van de bijzondere waardeverminderingen buiten beschouwing latend, bedraagt het nettoresultaat van Verzekeringen dit jaar EUR 595 miljoen, ten opzichte van EUR 391 miljoen in 2010, dankzij hogere gerealiseerde meerwaarden (EUR 167 miljoen tegenover EUR 62 miljoen), voornamelijk in België.
Ageas boekte een netto kwartaalverlies van EUR 44 miljoen, dat uiteenvalt in een verlies van EUR 104 miljoen voor Verzekeringen en een winst van EUR 60 miljoen voor de Algemene Rekening. Het verlies van Verzekeringen is voornamelijk toe te schrijven aan de bijkomende bijzondere waardevermindering op de beleggingsportefeuille en op de goodwill in Hongkong. De nettowinst van de Algemene Rekening over het vierde kwartaal is merendeels toe te schrijven aan een fiscale schikking van EUR 56 miljoen en een positief resultaat met betrekking tot de effectieve interest op de Fortis Tier 1 Obligatielening.
Het geconsolideerde jaarverslag 2011 en het 'Embedded value report 2011' zullen op 14 maart 2012 worden gepubliceerd.
Verzekeringen
Bijzondere waardeverminderingen beïnvloeden resultaat Leven en Niet-Leven, betere operationele prestaties Niet-Leven
Ageas boekte in 2011 een nettoresultaat Verzekeringen na minderheidsbelangen van EUR 313 miljoen negatief, ten opzichte van een nettowinst van EUR 391 miljoen in 2010. Dit nettoverlies valt uiteen in een nettoverlies in België van EUR 327 miljoen en een nettoverlies van EUR 8 miljoen en EUR 64 miljoen in respectievelijk Continentaal Europa en Azië, deels gecompenseerd door een nettowinst van EUR 86 miljoen in het Verenigd Koninkrijk. Het nettoresultaat voor verzekeringen over het vierde kwartaal bedroeg EUR 104 miljoen negatief. Leven boekte een nettoverlies van EUR 425 miljoen (tegen EUR 377 miljoen positief in 2010) terwijl de nettowinst van Niet-Leven gestegen is naar EUR 82 miljoen (tegen EUR 2 miljoen in 2010). Het segment Overige verzekeringen, inclusief de distributieactiviteiten in het Verenigd Koninkrijk, boekte een nettowinst van EUR 30 miljoen (tegen EUR 12 miljoen in 2010).
De bijzondere waardevermindering op Griekse overheidsobligaties woog voor EUR 1,3 miljard bruto en EUR 627 miljoen netto, na winstdeling, belastingen en minderheidsbelangen op de resultaten van België en Continentaal Europa op basis van de reële waarde per 31 december 2011.
Als gevolg van de bijzondere waardevermindering, zijn de Griekse overheidsobligaties nu geboekt tegen gemiddeld 23% van de geamortiseerde kostprijs. De bijkomende netto bijzondere waardevermindering in het vierde kwartaal bedroeg EUR 125 miljoen.
De dalende aandelenmarkten leidden ook tot bijzondere waardeverminderingen op aandelenbeleggingen in de verschillende segmenten, met uitzondering van het VK, met een totale negatieve netto-impact van EUR 182 miljoen, waarvan EUR 69 miljoen over het vierde kwartaal. De netto bijzondere waardevermindering valt uiteen in EUR 103 miljoen in België, EUR 22 miljoen in Continentaal Europa en EUR 56 miljoen in Azië. De bijzondere waardevermindering in Azië is het gevolg van verder dalende financiële markten. De verkoop van vastrentende waarden,aandelen en vastgoed in België hebben geleid tot gerealiseerde meerwaarden van EUR 167 miljoen, waarvan EUR 144 miljoen positief in België, EUR 8 miljoen positief in het VK, EUR 8 miljoen negatief in Continentaal Europa en EUR 23 miljoen positief in Azië. Een deel van de gerealiseerde meerwaarde in Azië komt voort uit de verkoop van het belang van Ageas in Taiping Pension (EUR 20 miljoen waarvan EUR 13 miljoen geboekt in Asia Insurance en EUR 7 miljoen in de Algemene Rekening).
Ageas boekte een nettoverlies in Leven van EUR 425 miljoen, ten opzichte van EUR 377 miljoen positief in 2010, inclusief de negatieve impact van de eerder genoemde incidentele bijzondere waardevermindering op de beleggingsportefeuille (EUR 772 miljoen) en op de goodwill van AICA (Hongkong). Het nettoresultaat voor het vierde kwartaal bedroeg EUR 137 miljoen negatief. Daarnaast omvat het nettoresultaat in België een Belgische overheidsheffing op de verzekeringssector van EUR 20 miljoen voor het hele jaar. Het resultaat in het VK omvat een last van EUR 4 miljoen met betrekking tot een in het vierde kwartaal geboekte versnelde afschrijving van overlopende acquisitiekosten, als gevolg van hoger dan verwachte opzeggingen.
De resultaten voor Niet-Leven verbeterden aanzienlijk tegenover vorig jaar met een nettowinst van EUR 82 miljoen tegenover EUR 2 miljoen in 2010. Het nettoresultaat over het vierde kwartaal bedroeg EUR 25 miljoen. In 2011 boekte het VK weer winst (EUR 61 miljoen); Continentaal Europa en Azië droegen respectievelijk EUR 10 miljoen en EUR 8 miljoen bij. Het resultaat in Niet-Leven in België daalde naar EUR 3 miljoen door de bijzondere waardevermindering op Griekse overheidsobligaties (EUR 27 miljoen) en kosten als gevolg van ongunstige weeromstandigheden. De totale weergerelateerde kosten voor Niet-Leven bedroegen EUR 37 miljoen waarvan EUR 22 miljoen in België, EUR 11 miljoen in het VK en EUR 4 miljoen in Azië. De operationele resultaten verbeterden substantieel in alle productlijnen maar vooral in Autoverzekeringen dankzij tariefverhogingen en uitstekende bedrijfsvoering.
De combined ratio van de groep bedroeg 101,1% tegen 107,3% vorig jaar. De vrijval in schadereserves voor voorgaande jaren bedroeg 2,9% tegen 2,8% in 2010. De combined ratio bedroeg in het vierde kwartaal 100,9%. In het VK bedroeg de combined ratio 99,9% dankzij sterke verbeteringen in alle producten. De combined ratio in België daalde eveneens naar 103,3% (tegen 107,4%) ondanks weergerelateerde kosten in Brandverzekeringen. Exclusief arbeidsongevallen bedroeg de combined ratio 99,9%. In Continentaal Europa en Azië bedroeg de combined ratio respectievelijk 99,0% en 102,0%. De stijging van de combined ratio in Azië volgt op het uitzonderlijke regenseizoen in Thailand.
Het nettoresultaat van de Overige verzekeringen, waaronder de distributieactiviteiten in het Verenigd Koninkrijk, is sterk gestegen: van EUR 12 miljoen vorig jaar naar EUR 30 miljoen, dankzij de bijdrage van en de synergie met de recent overgenomen bedrijven KFFS en Castle Cover en resultaatsgebonden premies van partners.
Premie-inkomen gedaald in Leven, gestegen in Niet-Leven in alle segmenten
Het totale premie-inkomen bedroeg EUR 17,2 miljard, een daling van 4% ten opzichte van vorig jaar (EUR 17,9 miljard). Dit is met inbegrip van EUR 6,0 miljard (+4%) uit de niet-geconsolideerde partnerships tegen 100% in Azië en Continentaal Europa, met inbegrip van het in augustus 2011 verkregen Niet-Leven belang in AKSigorta in Turkije. Het bruto premie-inkomen bedroeg in het vierde kwartaal EUR 4,3 miljard tegen EUR 4,2 miljard vorig jaar (+3%), een stijging van 11% ten opzichte van het derde kwartaal. Het premie-inkomen in het Verenigd Koninkrijk steeg in 2011 aanzienlijk met bijna 70% dankzij het eerste volledige operationele jaar van Tesco Underwriting en organische groei. Ondanks de moeilijke start boekte Azië net als in 2010 een uitstekend premieinkomen. In België en Continentaal Europa daalde het premieinkomen in lijn met de algemene markttrends, vooral in Leven. Het premie-inkomen Niet-Leven steeg verder.
Het premie-inkomen Leven, met inbegrip van de nietgeconsolideerde partnerships tegen 100%, kwam uit op EUR 12,3 miljard, 13% lager dan vorig jaar. Het premie-inkomen bij de geconsolideerde entiteiten bedroeg EUR 7,1 miljard tegen EUR 9,0 miljard vorig jaar. 2011 werd gekenmerkt door een sterke competitie van bankproducten en spaarproducten van overheden, terwijl in Azië veranderingen in regelgeving en monetaire schaarste in meerdere markten gepaard gingen met een toenemende focus op kleinere volumes, maar hoogstaande, periodieke premieproducten. Het premie-inkomen in België en Continentaal Europa daalde met respectievelijk 12% en 36% ten opzichte van 2010 als gevolg van een lagere vraag naar zowel traditionele spaarproducten als naar unit-linked producten. In Azië hield het premie-inkomen stand, wat opmerkelijk is gezien de financiële onrust in de tweede helft van het jaar en de gewijzigde regelgeving in vele landen.
De brutopremies Niet-Leven stegen in lijn met de groeistrategie voor dit segment verder naar EUR 4,9 miljard (+31%) vooral door de stijging van meer dan EUR 800 miljoen (+68%) in het Verenigd Koninkrijk dankzij de succesvolle lancering van Tesco Underwriting in oktober 2010 en groei in particuliere- en bedrijfsverzekeringen. In Continentaal Europa leverde het in augustus 2011 verworven belang in AKSigorta, de derde Niet-Leven verzekeraar in Turkije, een bijdrage van EUR 177 miljoen. In Azië presteerden de partnerships in Maleisië en Thailand in alle segmenten goed en boekten een stijging van respectievelijk 18% en 16%. De Belgische operaties vertoonden in 2011 een constante groei dankzij een combinatie van hogere tarieven en grotere volumes; Het marktaandeel steeg naar 15,7%. Net als in het Verenigd Koninkrijk, presteerden Auto- en Brandverzekeringen bijzonder goed.
Samenstelling beleggingsportefeuille tamelijk stabiel, ongerealiseerde meerwaarden gestegen.
Het totaal vermogen onder beheer van de geconsolideerde entiteiten, exclusief de voor verkoop aangehouden entiteiten (Ageas Deutschland) en inclusief Niet-Leven, daalde van EUR 78,1 miljard eind 2010 naar EUR 70,6 miljard eind 2011. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door het feit dat het vermogen onder beheer van de Leven activiteiten in Luxemburg, die eind vorig jaar zijn samengevoegd met Cardif Lux International, niet meer in de consolidatiescope worden opgenomen. Het vermogen onder beheer steeg enigszins, op vergelijkbare basis, vooral in België en Azië. Het vermogen onder beheer Leven van de geconsolideerde activiteiten bedroeg EUR 64,4 miljard. Het vermogen onder beheer Leven van de niet-geconsolideerde partnerships (Azië) steeg met 9% naar EUR 18,4 miljard. In lijn met de stijging van het premieinkomen steeg het vermogen onder beheer Niet-Leven naar EUR 6,2 miljard, een stijging van 16% ten opzichte van eind 2010. Deze stijging is grotendeels toe te schrijven aan de groei van de activiteiten in het Verenigd Koninkrijk.
De beleggingsportefeuille van Ageas bedroeg eind december EUR 59,3 miljard ten opzichte EUR 59,8 miljard eind 2010. Deze lichte daling kan grotendeels worden verklaard door wijzigingen in de consolidatiescope met betrekking tot Fortis Luxembourg Vie (fusie met Cardif Lux International) (EUR 0,5 miljard) en de herclassificering van Ageas Deutschland (verkoop aan Augur Capital) als "Activa aangehouden voor verkoop".
Ageas besloot in het vierde kwartaal de resterende positie in Griekse obligaties verder aan te passen aan de marktprijzen van eind 2011, wat geleid heeft tot een bruto bijzondere waardevermindering (d.w.z. vóór belastingen, winstdeling en minderheidsbelangen) van EUR 1,3 miljard over het jaar. De resterende Griekse obligaties werden per 31 december 2011 aangehouden tegen reële waarde die overeenkomt met gemiddeld 23% van hun historische/geamortiseerde kostprijs, ofwel EUR 354 miljoen (EUR 265 miljoen na minderheidsbelangen).
De aandelenportefeuille daalde van EUR 2,3 miljard eind 2010 naar EUR 1,8 miljard eind 2011. Dit wordt verklaard door desinvesteringen, bijzondere waardeverminderingen en de impact van een lagere reële waarde als gevolg van de wereldwijde daling op de financiële markten. Aandelen vormen nog steeds 3% van de beleggingsmix, wat stabiel is ten opzichte van eind 2010, en bijna 90% is belegd in vastrentende waarden. 95% van de obligatieportefeuille is 'investment grade' en bijna 90% heeft een Arating of hoger.
Eind december bedroegen de totale ongerealiseerde meer- en minwaarden van de totale beleggingsportefeuille EUR 1,8 miljard positief ten opzichte van EUR 1,0 miljard positief eind 2010, voornamelijk dankzij de waardestijging van vastgoed (EUR 0,2 miljard) en van vastrentende waarden (EUR 0,6 miljard). De stijging van vastrentende waarden kwam voornamelijk voort uit de positieve impact van de reeds genoemde bijzondere waardevermindering op Griekse obligaties (EUR 1,3 miljard).
Voortzetting stroomlijning en selectieve versterking verzekeringsactiviteiten
In 2011 heeft Ageas zich in lijn met de geplande strategie gericht op het verder stroomlijnen en versterken van de verzekeringsactiviteiten. Zo is in februari een belangrijke stap gezet richting de uitbreiding van de Niet-Leven activiteiten in Continentaal Europa door de overeenkomst met Haci Omer Sabanci Holding ("Sabanci") waarmee Ageas voor een totaalbedrag van EUR 153 miljoen een belang van 31% heeft verkregen in AKSigorta, de derde grootste Niet-Leven verzekeraar in Turkije. De transactie betrof ook een overeenkomst met AKBank voor exclusieve distributie met als doel gezamenlijk het bankverzekeringsmodel in Turkije uit te rollen. In november kondigden Ageas en Sabanci, de twee grootste aandeelhouders van AKSigorta, de intentie te hebben hun belang te vergroten door gezamenlijk 10% van het totaal aantal uitstaande aandelen AKSigorta te verwerven. Per 31 december 2011 hebben beide partijen hun belang al met 2% verhoogd naar 33% voor een aankoopprijs van EUR 4 miljoen elk.
Eind maart nam Ageas Castle Cover Limited over, een Britse tussenpersoon gespecialiseerd in verzekeringen voor 50-plussers, waarmee de tweede plaats van Ageas in dit snelgroeiende marktsegment wordt geconsolideerd. Ageas betaalde hiervoor een bedrag van EUR 63 miljoen.
In juni maakte Ageas nog twee andere transacties bekend. In Luxemburg hebben Ageas Insurance International en BGL BNP Paribas, beiden voor 50% aandeelhouder van Fortis Luxembourg Vie, een fusieovereenkomst getekend met Cardif Lux International om hun activiteiten te fuseren. Ageas, BGL BNP Paribas en BNP Paribas Cardif hebben een aandeel van respectievelijk 33.33%, 33.33% en 33.4% in de nieuwe entiteit. De transactie is eind 2011 afgerond en het positieve resultaat van EUR 30 miljoen is in de Algemene Rekening verantwoord. Ageas heeft ook de run-off business van Intreinco N.V., de vroegere herverzekeringscaptive van de Fortis Groep overgedragen aan Swiss Re. Met deze transactie, die eind 2011 is afgerond, is beoogd de organisatiestructuur verder te vereenvoudigen.
Tot slot, kondigde Ageas begin oktober een overeenkomst aan met Augur Capital over de verkoop van de Duitse Leven-activiteiten. De transactie wordt naar verwachting begin 2012 afgerond. Het verlies van EUR 14 miljoen is in het derde kwartaal van 2011 in de Algemene Rekening opgenomen.
Algemene Rekening
Het resultaat van de Algemene Rekening van EUR 265 miljoen negatief komt voornamelijk voort uit de waardebepaling van zaken uit het verleden. Behalve de per saldo negatieve impact van EUR 271 miljoen veroorzaakt door de vier zaken uit het verleden (RPN(I), Royal Park Investments, de call optie op BNP Paribas en de Fortis Tier 1 Obligatielening), boekte de Algemene Rekening ook een positief resultaat van EUR 56 miljoen als gevolg van een eenmalige fiscale schikking. Hierdoor bleef de negatieve impact van zaken uit het verleden beperkt tot EUR 215 miljoen.
Eind 2011 daalde de reële waarde van de RPN(I) verplichting naar EUR 190 miljoen (tegen EUR 465 miljoen eind 2010). De positieve impact van EUR 275 miljoen wordt voornamelijk verklaard door de daling van de marktwaarde van de CASHES van 50,2% naar 35,4%. In totaal is in 2011 EUR 15 miljoen aan rente betaald aan Fortis Bank en de Belgische overheid.
In vergelijking met eind 2010 is de waarde van de optie BNP Paribas gedaald met EUR 214 miljoen, voornamelijk als gevolg van een daling van de koers van het aandeel BNP Paribas van EUR 47,685 naar EUR 30,35 en de lagere tijdswaarde. Dit werd slechts gedeeltelijk tenietgedaan door een substantieel hogere volatiliteitassumptie van 33% tot 49%.
De nettowinst van Royal Park Investments tegen 100% en vóór de toetsing op waardevermindering van de goodwill bedroeg EUR 144 miljoen in 2011. Gebaseerd op een beoordeling van de te verwachten bedrijfsactiviteiten uitgevoerd in het tweede kwartaal, is een bedrijfswaarde berekend, hetgeen leidde tot een bijzondere waardevermindering op de goodwill van EUR 586 miljoen en tot een negatief IFRS resultaat van EUR 441 miljoen aan 100% (aandeel Ageas EUR 197 miljoen negatief). Eind 2011 bedroeg de hedgereserve inclusief de gerealiseerde meerwaarde op verkochte swaps EUR 190 miljoen na belastingen, een stijging van EUR 96 miljoen aan 100% ten opzichte van vorig jaar (aandeel Ageas EUR 43 miljoen). Beide factoren veroorzaakten een daling van de deelneming van Ageas in RPI met EUR 154 miljoen (EUR 197 miljoen, deels gecompenseerd door EUR 43 miljoen stijging in hedgereserves die direct in het eigen vermogen worden verantwoord), van EUR 933 miljoen eind 2010 tot EUR 779 miljoen eind 2011. Dit blijft boven de initiële investering van EUR 760 miljoen.
De waarde van de Fortis Bank Tier 1 obligatielening, verworven voor een bedrag van EUR 953 miljoen, bedroeg eind 2011 EUR 794 miljoen, inclusief de amortisatie van EUR 32 miljoen in het vierde kwartaal. Het nettoresultaat is tevens inclusief de eerste couponbetaling van EUR 10 miljoen en een uitgestelde belastingvordering van EUR 28 miljoen, wat resulteert in een negatieve impact op het resultaat van 2011 van EUR 121 miljoen. In het vierde kwartaal bedroeg het nettoresultaat van de Algemene Rekening EUR 60 miljoen. Dit heeft voornamelijk betrekking op de EUR 56 miljoen van de reeds genoemde fiscale schikking; de waardeveranderingen van de andere lopende zaken uit het verleden naar reële waarde compenseren elkaar nagenoeg.
Verplichting met betrekking tot de put optie op het belang van 25% + 1 aandeel AG Insurance, aangehouden door Fortis Bank
In de Geconsolideerde Jaarrekening van 2008, lichtte Ageas toe dat op 12 maart 2009 een overeenkomst was gesloten over de verkoop van 25% + 1 aandeel AG Insurance aan Fortis Bank voor een bedrag van EUR 1.375 miljoen. Als onderdeel van deze overeenkomst verleende Ageas aan Fortis Bank een put optie om het verworven belang in AG Insurance aan Ageas te verkopen tegen reële waarde gedurende de periode van zes maanden na 1 januari 2018.
In overleg met onze externe auditoren zijn de exacte voorwaarden met betrekking tot het uitoefenen van deze put optie onderworpen aan een herziening. Als gevolg hiervan en in overeenstemming met IAS 32 heeft Ageas daarom een financiële verplichting opgenomen ten belope van de contante waarde van de geschatte uitoefenprijs van de optie in 2018. Voor vergelijkingsdoeleinden zijn de cijfers van 2010 aangepast.
Op basis van deze parameters bedraagt de netto contante waarde van de verplichting per 31 december 2011 EUR 656 miljoen. De impact op het eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders is beperkt tot totaal EUR 138 miljoen positief, te splitsen in: de positieve impact van EUR 175 miljoen positief in 2010, deels tenietgedaan door een negatieve impact van EUR 36 miljoen in 2011.
Gebeurtenissen na balansdatum
Op 26 januari 2012 hebben Ageas en Fortis Bank een overeenkomst bereikt over de gedeeltelijke afwikkeling van de RPN(I) 1 en de volledige inkoop van de Tier 1 Obligatielening, uitgegeven door Fortis Bank en voor 95% gehouden door Ageas. De afwikkeling en aflossing vonden plaats onder de voorwaarde van een minimale acceptatiegraad van 50% op het bod in contanten op de CASHES dat BNP Paribas heeft gelanceerd. Op 30 januari 2012 kondigden BNP Paribas en Ageas aan dat dit bod een acceptatiegraad van 63% bereikte. Op 6 februari 2012 wisselde BNP Paribas 7.553 van de getenderde CASHES in tegen ongeveer 79 miljoen aandelen Ageas. De Tier 1 Obligatielening zal dientengevolge tegen nominale waarde worden afgelost door BNP Paribas op 26 maart 2012 waardoor Ageas EUR 953 miljoen zal ontvangen. Ageas verklaarde zich, in het kader van de overeenkomst, akkoord een schadevergoeding van EUR 287 miljoen te betalen aan BNP Paribas, gebaseerd op een referentiebedrag van EUR 456 miljoen bij een conversie van de CASHES voor 100%. Het totale effect op de netto cash positie van Ageas bedraagt EUR 666 miljoen.
De boekhoudkundige impact in het eerste kwartaal van 2012 zal EUR 147 miljoen negatief bedragen en kan als volgt worden opgedeeld:
- Positieve invloed door de aflossing van de Tier 1 obligatielening: EUR 131 miljoen door een hogere waarde van de Tier 1 obligatielening van EUR 159 miljoen ten opzichte van de geamortiseerde kostprijs ultimo 2011 en EUR 28 miljoen vanwege het vervallen van de uitgestelde belastingvordering
- Positieve invloed door pro rata vrijval van RPN(I): EUR 21 miljoen. Ageas heeft het 'niveau 3' waarderingsmodel van de RPN(I) herzien en besloten een minimum van EUR 169 miljoen in de waardering van de resterende RPN(I) op te nemen, ofwel 37,06% van de betaalde vergoeding. Per jaareinde bedroeg de RPN(I) EUR 190 miljoen, dus de RPN(I) vrijval bedraagt EUR 21 miljoen.
- Negatief effect door schadevergoedingen ten bedrage van EUR 299 miljoen
- EUR 287 miljoen betaalde vergoeding
- EUR 12 miljoen nettoverlies door kosten verbonden aan de transactie, inclusief de beste schatting van de reële waarde van de jaarlijkse vergoeding.
Voorwaardelijke verplichtingen
Voor het volledige overzicht van de 'Voorwaardelijke verplichtingen gerelateerd aan gerechtelijke procedures' wordt verwezen naar noot 53.1 van het Geconsolideerd Financieel Verslag per 31 december 2011. Het Geconsolideerd Financieel Verslag zal op 14 maart 2012 worden gepubliceerd. Sinds de publicatie van het 'Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag van Ageas over de eerste negen maanden van 2011' (zie noot 28.1) op 9 november 2011 heeft Ageas gerapporteerd over de publicatie van 18 november 2011 inzake de definitieve conclusies van de Belgische deskundigen, die waren aangesteld op verzoek van Deminor om de opsplitsing van de vroegere Fortis groep te onderzoeken. In februari 2012 werden 2 vonnissen uitgesproken: één door de Rechtbank in Rotterdam die de AFM beslissing bevestigde met betrekking tot de communicatie van Fortis aangaande haar subprime positie in september 2007 en één door de Rechtbank in Utrecht over de verspreiding van misleidende informatie in mei-juni 2008. Ageas gaat tegen beide uitspraken in beroep.
Groep
Eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders EUR 3,23 per aandeel
Het eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders bedroeg op 31 december 2011 EUR 7,8 miljard (EUR 3,23 per aandeel) in vergelijking met EUR 8,4 miljard (EUR 3,26 per aandeel) eind 2010. In verband met de hierboven genoemde waardeaanpassing van de verplichting met betrekking tot de put optie op het belang van 25% + 1 aandeel AG Insurance Belgium, aangehouden door Fortis Bank, is het eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders over 2010 aangepast.
Ten opzichte van 2010 is het eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders gedaald. Dit is voornamelijk het gevolg van het negatieve jaarresultaat, de dividenduitkering (EUR 0,2 miljard) en het inkoopprogramma van eigen aandelen (EUR 0,2 miljard), deels gecompenseerd door hogere ongerealiseerde meerwaarden (EUR 0,3 miljard) en hogere wisselkoersreserves (EUR 0,1 miljard).
Het eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders per aandeel is positief beïnvloed door het kleinere aantal uitstaande aandelen als gevolg van het uitgevoerde inkoopprogramma van eigen aandelen.
Sterke solvabiliteitsniveaus op basis van rekenmethodologie van toezichthouder
Met ingang van het derde kwartaal heeft Ageas besloten de berekening van de solvabiliteit te baseren op de visie van de toezichthouder. Dit impliceert met name het meetellen van de kapitaalpositie van de Algemene Rekening in de solvabiliteitsratio van de groep. Op 31 december 2011 bedroeg het totale beschikbaar wettelijk kapitaal onder IFRS EUR 8,6 miljard ten opzichte van EUR 9,9 miljard eind 2010, inclusief EUR 1,1 miljard binnen de Algemene Rekening.
Het solvabiliteitsoverschot bedroeg EUR 5,0 miljard, waardoor de solvabiliteitsratio van de groep uitkwam op 237%, tegen 282% eind 2010 en met inbegrip van een vermindering van 18% ingevolge de uitsluiting van de waarde van de putoptie op 25%+1 aandeel van AG Insurance, aangehouden door Fortis Bank. Het totale beschikbare kapitaal van het verzekeringsbedrijf bedroeg EUR 7,5 miljard met een wettelijk vereist solvabiliteitsminimum van EUR 3,6 miljard (+12%) en een solvabiliteitsratio Verzekeringen van 207% (232% eind 2010). De daling van de solvabiliteitsratio Verzekeringen volgt uit de combinatie van een lager beschikbaar kapitaal en een hoger wettelijk vereist kapitaal in alle segmenten als weerspiegeling van de groei van de bedrijfsactiviteiten. De IFRS solvabiliteitsratio's in de business segmenten blijven stevig: België 174%, het VK 234%, Continentaal Europa 172% en Azië 292%.
Met ingang van het derde kwartaal 2011 heeft Ageas besloten het discretionair kapitaal van de Algemene Rekening als indicator van de strategische flexibiliteit te verlaten ten voordele van de nettokaspositie . Deze nettokaspositie daalde van EUR 2,2 miljard eind 2010 naar EUR 0,6 miljard eind december 2011, uitgaande van een volledige aflossing van het European Medium Term Notes (EMTN) programma en inclusief EUR 600 miljoen kortlopende deposito's bij banken. Deze daling weerspiegelt voornamelijk de impact van de overname van de Fortis Bank Tier 1 Obligatielening (EUR 953 miljoen), de prijs die werd betaald voor de overnames van AKSigorta en Castle Cover, dividenduitkeringen en de impact van het inkoopprogramma van eigen aandelen sinds augustus 2011 (EUR 0,2 miljard). De nettokaspositie zal eind maart 2012 verbeteren als gevolg van de netto positieve impact van het aflossen van de Tier 1 Obligatielening door BNP Paribas (EUR 0,7 miljard).
Brutodividend van 8 eurocent in 2011, stabiel tegenover 2010
De Raad van Bestuur van Ageas zal aan de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 25 en 26 april 2012 een in contanten te betalen brutodividend van 8 eurocent per aandeel ter goedkeuring voorleggen. Ondanks de negatieve resultaten van Verzekeringen heeft de Raad van Bestuur besloten het dividend stabiel te houden ten opzichte van het over 2010 betaalde dividend als een teken van vertrouwen in de activiteiten en geloof in de onderliggende kwaliteit van de activa.
Ageas bezit 6,7% eigen aandelen op 31 december 2011 ingevolge het inkoopprogramma van eigen aandelen .
In het kader van het op 24 augustus 2011 aangekondigde inkoopprogramma van eigen aandelen voor een totaalbedrag van EUR 250 miljoen, heeft Ageas op 31 december 175,2 miljoen aandelen teruggekocht voor een totaalbedrag van EUR 227,8 miljoen, ofwel 6,7% van het totaal aantal uitstaande aandelen. Deze aandelen zijn verantwoord als eigen aandelen. Op 25 januari 2012 maakte Ageas de afronding van het inkoopprogramma van eigen aandelen bekend. Ageas heeft 192.168.091 aandelen teruggekocht, ofwel 7,33% van het totaal aantal uitstaande aandelen. De Raad van Bestuur van Ageas zal de aandeelhouders tijdens de volgende vergaderingen van aandeelhouders op 25 en 26 april 2012 voorstellen deze aandelen te vernietigen.
Totaal aantal uitstaande aandelen
Het totaal aantal uitstaande aandelen ultimo 2011 bedraagt 2.623.380.817. In het kader van het eerder genoemde inkoopprogramma van eigen aandelen zijn in totaal 175.163.656 aandelen Ageas verkregen waarmee het totaal aantal eigen aandelen uitkomt op 217.090.936, inclusief de ongeveer 40 miljoen uitgegeven aandelen met betrekking tot de FRESH. Deze aandelen zijn niet dividend- of stemgerechtigd. De 125.313.283 aandelen die zijn uitgegeven in het kader van de rechten en plichten voortvloeiend uit het inwisselen van de CASHES zijn niet stem- of dividendgerechtigd en brengen het totaal aantal uitstaande dividend- en stemgerechtigde aandelen op 2.280.976.598. In het kader van de transactie met BNP Paribas, heeft laatstgenoemde 63% van de uitstaande CASHES ingewisseld voor 78.874.241 dividend- en stemgerechtigde aandelen Ageas. Het totaal aantal dividend- en stemgerechtigde aandelen bedraagt sinds de inwisseling 2.342.846.404 (te verminderen met de bijkomende ingekochte aandelen sinds 2012 (17.004.435)).
FTE's
Ageas telde 12.557 FTE's op 31 december 2011, ten opzichte van 11.707 FTE's eind 2010. Deze stijging is voornamelijk toe te schrijven aan de recente overnames en nieuwe partnerships in het VK. Dit aantal kan worden opgesplitst in: 5.806 FTE's bij AG Insurance en dochterondernemingen in België, 5.238 in het Verenigd Koninkrijk, 1.062 in Continentaal Europa (inclusief medewerkers in Brussel) en 352 in Azië (inclusief medewerkers in Hongkong). Het segment Algemene Rekening, in dit geval het Corporate Centre, telde 99 FTE's eind 2011.
Details per bedrijfssegment
België
| Resultatenrekening - Leven | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| België – Leven - in miljoenen EUR | FY 11 | FY 10 | Mutatie | Q4 11 | Q4 10 | Mutatie | Q3 11 |
| Brutopremies | 4.263,0 | 4.529,5 | - 6% | 1.182,5 | 1.194,6 | - 1% | 908,2 |
| Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling | 244,8 | 589,2 | - 58% | 20,2 | 99,9 | - 80% | 35,7 |
| Bruto premie-inkomen Leven | 4.507,8 | 5.118,7 | - 12% | 1.202,7 | 1.294,5 | - 7% | 943,9 |
| Operationele kosten | - 179,8 | - 176,6 | 2% | - 43,7 | - 44,0 | - 1% | - 44,8 |
| Technisch resultaat | 183,9 | 343,2 | - 46% | 29,2 | 81,8 | - 64% | 45,4 |
| Toegerekende meerwaarden | - 492,5 | - 43,1 | * | 51,5 | 14,2 | * | - 481,3 |
| Operationele marge | - 308,6 | 300,1 | * | 80,7 | 96,0 | - 16% | - 435,9 |
| Niet-toegerekende overige inkomsten en lasten | - 183,2 | 161,9 | * | - 66,5 | 23,4 | * | - 94,8 |
| Winst voor belastingen | - 491,8 | 462,0 | * | 14,2 | 119,4 | - 88% | - 530,7 |
| Winstbelastingen | 57,6 | - 122,5 | * | - 13,8 | - 30,8 | - 55% | 83,7 |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | - 104,4 | 87,3 | * | 1,0 | 22,7 | - 96% | - 110,5 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | - 329,8 | 252,2 | * | - 0,6 | 65,9 | * | - 336,5 |
| Resultatenrekening - Niet-leven | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| België – Niet-leven - in miljoenen EUR | FY 11 | FY 10 | Mutatie | Q4 11 | Q4 10 | Mutatie | Q3 11 |
| Bruto premie-inkomen Niet-leven | 1.670,9 | 1.590,7 | 5% | 377,8 | 359,5 | 5% | 395,0 |
| Operationele kosten | - 277,3 | - 263,3 | 5% | - 70,7 | - 66,8 | 6% | - 69,4 |
| Technisch resultaat | 55,8 | 0,7 | * | 12,1 | - 21,4 | * | 6,5 |
| Toegerekende meerwaarden | - 12,8 | - 1,6 | * | 5,5 | 1,6 | * | - 16,3 |
| Operationele marge | 43,0 | - 0,9 | * | 17,6 | - 19,8 | * | - 9,8 |
| Niet-toegerekende overige inkomsten en lasten | - 21,4 | 19,7 | * | - 7,5 | 3,4 | * | - 11,8 |
| Winst voor belastingen | 21,6 | 18,8 | 15% | 10,1 | - 16,4 | * | - 21,6 |
| Winstbelastingen | - 17,2 | - 3,3 | * | - 3,9 | 6,2 | * | - 1,6 |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | 1,6 | 4,2 | - 61% | 1,6 | - 2,5 | * | - 5,6 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 2,8 | 11,3 | - 76% | 4,6 | - 7,7 | * | - 17,6 |
| Resultatenrekening | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| België – in miljoenen EUR | FY 11 | FY 10 | Mutatie | Q4 11 | Q4 10 | Mutatie | Q3 11 |
| Bruto premie-inkomen | 6.178,7 | 6.709,4 | - 8% | 1.580,5 | 1.654,0 | - 4% | 1.338,9 |
| Operationele kosten | - 457,1 | - 439,9 | 4% | - 114,4 | - 110,8 | 3% | - 114,2 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | - 327,0 | 263,5 | * | 4,0 | 58,2 | - 93% | - 354,1 |
Premie-inkomen EUR 6,2 miljard (t.o.v. EUR 6,7 miljard in 2010) Premie-inkomen Leven daalde 12% t.o.v. 2010 naar EUR 4,5 miljard door dalende vraag naar Leven spaarproducten en unit-linked producten Brutopremies Niet-Leven EUR 1,7 miljard, een stijging van 5% t.o.v. 2010 door hogere tarieven en volumegroei Nettoresultaat na minderheidsbelangen EUR 327 miljoen negatief (t.o.v. EUR 264 miljoen positief in 2010) Financiële prestatie belemmerd door een netto bijzondere waardevermindering op de beleggingsportefeuille van EUR 687 miljoen. Exclusief netto bijzondere waardevermindering, nettowinst EUR 360 miljoen, deels dankzij gerealiseerde meerwaarden Operationele prestatie Niet-Leven sterk verbeterd; Combined ratio gedaald naar 103,3% (t.o.v. 107,4% in 2010). Combined ratio exclusief arbeidsongevallen 99,9% (104,3% in 2010)
- Sterke verbetering in Autoverzekeringen, combined ratio 94,2%. Verbetering in brandverzekeringen maar combined ratio nog op 109,9% door kosten gerelateerd aan ongunstige weersomstandigheden en hogere kosten voor grote schadeclaims.
- IFRS solvabiliteit stabiel op 174% (t.o.v. 198% in 2010), ondanks dalende financiële markten.
- Vermogen onder beheer Leven: EUR 49,1 miljard, + 2% t.o.v 2010 (EUR 48,2 miljard eind 2010)
Het totale bruto premie-inkomen in 2011 bedroeg EUR 6,2 miljard, een daling van 8% ten opzichte van vorig jaar met tegengestelde tendensen in Leven en Niet-Leven. Het premieinkomen bedroeg EUR 1,6 miljard in het vierde kwartaal, een daling van 4,4% t.o.v. vorig jaar maar 18% hoger dan in het voorgaande kwartaal. De goede commerciële prestatie in het vierde kwartaal komt voort uit de traditionele eindejaarsverkoop van aantrekkelijke pensioenspaarproducten. Individuele Leven producten hadden te maken met concurrentie van spaarproducten van banken, een succesvolle uitgifte aan particulieren van staatsbons en een dalende vraag naar unit-linked producten, wat leidde tot een lager premie-inkomen (-15%) ten opzichte van vorig jaar. Het premieinkomen Groepsverzekeringen Leven daalde licht (-2%) ten opzichte van vorig jaar voornamelijk te wijten aan de verschuiving van premie-inning over het jaareinde. Ondanks de moeilijke marktomstandigheden, steeg het vermogen onder beheer ten opzichte van vorig jaar en heeft het met een marktaandeel van 27,4% een marktleiderspositie.1 Het bruto premie-inkomen Niet-Leven vertoonde een constante groei in 2011, het marktaandeel steeg naar 15,7%.2 Het premie-inkomen steeg dankzij een combinatie van hogere tarieven en grotere volumes.
Het nettoresultaat na minderheidsbelangen bedroeg EUR 327 miljoen negatief ten opzichte van EUR 264 miljoen positief in 2010. Dit is voornamelijk toe te schrijven aan de bijzondere waardevermindering op Griekse overheidsobligaties en aandelen van respectievelijk EUR 584 miljoen en EUR 103 miljoen, naast een netto gerealiseerde meerwaarde van EUR 144 miljoen
gedurende het jaar op zowel vastrentende waarden, aandelen als vastgoed.
Het verbeterde technische resultaat van Autoverzekeringen heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de nettowinst van Niet-Leven. Het resultaat van Brandverzekeringen bleef negatief onder de grote schadeclaims voor slechte weersomstandigheden. De nettowinst van Leven had te lijden onder de turbulentie op de financiële markten en een netto negatieve impact van EUR 20 miljoen uit de overheidsheffing van 0,15% op het vermogen onder beheer Leven (exclusief de tweede pijler).
De beslissing van AG Insurance om haar resterende positie in Griekse overheidsobligaties aan te passen aan de marktprijzen van eind 2011 (ongeveer 23%) heeft geleid tot een bijkomende bijzondere waardevermindering van EUR 114 miljoen. Daarnaast werd een bijkomende bijzondere waardevermindering op aandelen geboekt (EUR 8 miljoen). Het kwartaalresultaat bedroeg EUR 4 miljoen. De IFRS solvabiliteit daalde eind 2011 ten opzichte van eind 2010 maar bleef sterk op 174% (vergeleken met 198%).
De kostenratio Leven als percentage van het vermogen onder beheer verbeterde licht van 0,38% naar 0,37% terwijl de kostenratio Niet-Leven (als percentage van het bruto premieinkomen) licht steeg van 16,5% naar 16,7%. De operationele kosten stegen met 4% tot EUR 457 miljoen, voornamelijk als gevolg van inflatie, maar ook van Solvency II gerelateerde kosten en investeringen in de divisie Ziektekostenverzekeringen.
- 1 Op basis van onderzoek Assuralia in het vierde kwartaal
- 2 Op basis van onderzoek Assuralia in het vierde kwartaal
Leven
Het premie-inkomen Leven bedroeg EUR 4,5 miljard, een daling van 12% ten opzichte van vorig jaar. Het premie-inkomen Individueel Leven bedroeg EUR 3,5 miljard (EUR 4,1 miljard in 2010). Het totale premie-inkomen in het vierde kwartaal bedroeg EUR 1,2 miljard en is gestegen ten opzichte van het voorgaande kwartaal (EUR 0,9 miljard) dankzij een succesvolle campagne voor de traditionele eindejaarsverkoop van pensioen spaarproducten. De vraag naar unit-linked producten Individueel Leven (EUR 344 miljoen, -59%) is sterk afgenomen. Over de hele lijn bleef de verkoop van spaarproducten Individueel Leven 8% achter ten opzichte van vorig jaar. De aantrekkelijke rente op bankproducten en de succesvolle uitgifte van staatsbons door de Belgische overheid in december 2011, leidden tot lagere premie-inkomsten via het bankkanaal ten opzichte van 2010 (EUR 2,7 miljard t.o.v. EUR 3,2 miljard) en deed het positieve effect van de succesvolle reclamecampagne in het eerste kwartaal teniet. Het premieinkomen via het makelaarskanaal bedroeg EUR 0,8 miljard, een daling van 6% ten opzichte van 2010, maar bleef op hetzelfde niveau als in 2009. Het premie-inkomen Groepsverzekeringen Leven bedroeg EUR 1,0 miljard (-2%), voornamelijk het gevolg van de verschuiving van premie-inning over het jaareinde.
Ondanks een lager premie-inkomen, steeg het vermogen onder beheer Leven eind 2011 tot EUR 49,1 miljard dankzij een laag verval en een groot aantal contractverlengingen. Niet unit-linked vermogen onder beheer steeg naar EUR 43,2 miljard (tegen EUR 41,5 miljard eind december 2010). Unit-linked vermogen onder beheer daalde met 11% tot EUR 5,9 miljard door een dalende verkoop en een lagere marktwaarde van onderliggende fondsen.
Het technisch resultaat daalde van EUR 343 miljoen eind 2010 tot EUR 184 miljoen eind 2011 en omvat het deel van de bijzondere waardevermindering op Griekse obligaties dat in de gekantonneerde fondsen valt (EUR 133 miljoen), evenals dalende beleggingsinkomsten. De overheidsheffing van 0,15% op spaarproducten van vermogen onder beheer Leven (behalve de tweede pijler) impacteerde het technisch resultaat met EUR 40 miljoen. De resterende netto impact van de bijzondere waardeverminderingen en gerealiseerde meerwaarden verklaren grotendeels de lagere operationele marge.
Leven boekte een nettoresultaat van EUR 330 miljoen negatief, nagenoeg breakeven in het vierde kwartaal, ten opzichte van een nettowinst van EUR 252 miljoen in 2010. De bijzondere waardeverminderingen van EUR 558 miljoen met betrekking tot Griekse overheidsobligaties en EUR 93 miljoen met betrekking tot aandelen verklaren het verschil.
Niet-Leven
Het bruto premie-inkomen bedroeg EUR 1,7 miljard in 2011, +5% ten opzichte van vorig jaar. Het premie-inkomen bedroeg in het vierde kwartaal EUR 378 miljoen, een toename van 5% ten opzichte van vorig jaar. Het premie-inkomen steeg in 2011 in alle segmenten, vooral in Auto- (+6%) en Brandverzekeringen (+8%). Het premie-inkomen in Ziekteverzekeringen bedroeg EUR 259 miljoen en is nagenoeg gelijk aan dat van vorig jaar. In 2010 werd het premie-inkomen gunstig beïnvloed door een uitzonderlijke invaliditeitspremie voor een specifiek contract. Over de hele lijn is de stijging toe te schrijven aan een combinatie van volumegroei en tariefverhogingen. Het premie-inkomen via het makelaarskanaal steeg 5% en bedroeg EUR 1.182 miljoen. Aanhoudende commerciële ondersteuning deden de verkopen via het bankkanaal stijgen in 2011 tot EUR 230 miljoen (+8%).
De stijging van het technisch resultaat naar EUR 56 miljoen ten opzichte van EUR 1 miljoen vorig jaar is toe te schrijven aan sterk verbeterde operationele resultaten, vooral van Autoverzekeringen. Het resultaat van de andere productlijnen verbeterde ook , ondanks de impact van slechte weersomstandigheden en hogere kosten voor grote schadeclaims in Brandverzekeringen en Arbeidsongeschiktheid. Ziekteverzekeringen profiteerde wederom van een goed schaderesultaat.
De totale combined ratio verbeterde aanzienlijk en bedroeg 103,3%, vergeleken met 107,4% vorig jaar. Exclusief arbeidsongevallen bedroeg de combined ratio 99,9%, tegen 104,3% vorig jaar. De vrijval van schadereserves voor voorgaande jaren bedroeg 5,9% tegen 5,2% in 2010. Autoverzekeringen presteerde goed over het hele jaar dankzij de impact van corrigerende maatregelen en van een betere schadefrequentie, wat leidde tot een combined ratio van 94,2%. De combined ratio van Brandverzekeringen verbeterde van 122,8% in 2010 naar 109,9%, mede dankzij de positieve impact van een tariefverhoging voor Natuurrampen. Dit leidde tot een stijging van 6% op jaarbasis van het premie-inkomen bij Brandverzekeringen. De combined ratio Arbeidsongevallen bleef hoog op 132,2%, als gevolg van een hoog aantal sterfgevallen en schadegevallen met blijvende arbeidsongeschiktheid. Corrigerende maatregelen, zoals het invoeren van een nieuwe tariefstructuur en selectieve acceptatie, worden doorgevoerd.
Het netto resultaat bedroeg EUR 3 miljoen ten opzichte van EUR 11 miljoen vorig jaar, met een nettowinst in het vierde kwartaal van EUR 5 miljoen (tegen een nettoverlies van EUR 8 miljoen in 2010) inclusief de bijzondere waardevermindering op Griekse overheidsobligaties en aandelen van respectievelijk EUR 26 miljoen en EUR 9 miljoen. Deze waardeverminderingen buiten beschouwing gelaten, bedraagt de nettowinst in 2011 EUR 39 miljoen ten opzichte van EUR 11 miljoen in 2010. Slechte weersomstandigheden hadden een negatieve impact van EUR 22 miljoen op het resultaat (in 2010 EUR 25 miljoen).
Verenigd Koninkrijk
| Resultatenrekening - Leven | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verenigd Koninkrijk – Leven - in miljoenen EUR | FY 11 | FY 10 | Mutatie | Q4 11 | Q4 10 | Mutatie | Q3 11 |
| Brutopremies | 51,3 | 27,5 | 87% | 15,5 | 8,8 | 76% | 13,7 |
| Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling | * | * | |||||
| Bruto premie-inkomen Leven | 51,3 | 27,5 | 87% | 15,5 | 8,8 | 76% | 13,7 |
| Operationele kosten | - 25,5 | - 30,6 | - 17% | - 7,2 | - 12,7 | - 43% | - 6,4 |
| Technisch resultaat | - 7,8 | - 13,4 | - 42% | - 4,6 | - 7,9 | - 42% | - 1,1 |
| Toegerekende meerwaarden | * | * | |||||
| Operationele marge | - 7,8 | - 13,4 | - 42% | - 4,6 | - 7,9 | - 42% | - 1,1 |
| Niet-toegerekende overige inkomsten en lasten | 1,8 | 1,5 | 20% | 0,4 | - 0,1 | * | 0,6 |
| Winst voor belastingen | - 6,0 | - 11,9 | - 49% | - 4,2 | - 8,0 | - 48% | - 0,5 |
| Winstbelastingen | 1,6 | 3,3 | - 53% | 1,1 | 2,2 | - 50% | 0,1 |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | * | * | |||||
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | - 4,4 | - 8,6 | - 48% | - 3,1 | - 5,8 | - 47% | - 0,4 |
| Resultatenrekening - Niet-leven | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verenigd Koninkrijk – Niet-leven - in miljoenen EUR | FY 11 | FY 10 | Mutatie | Q4 11 | Q4 10 | Mutatie | Q3 11 |
| Bruto premie-inkomen Niet-leven | 1.983,4 | 1.179,3 | 68% | 460,6 | 358,2 | 29% | 529,0 |
| Operationele kosten | - 141,5 | - 93,0 | 52% | - 41,0 | - 25,7 | 60% | - 36,3 |
| Technisch resultaat | 66,3 | - 43,1 | * | 20,3 | - 47,4 | * | 25,8 |
| Toegerekende meerwaarden | 7,8 | 2,9 | * | 3,1 | 0,1 | * | 3,6 |
| Operationele marge | 74,1 | - 40,2 | * | 23,4 | - 47,3 | * | 29,4 |
| Niet-toegerekende overige inkomsten en lasten | 13,4 | 2,7 | * | 3,4 | 1,7 | * | 4,4 |
| Winst voor belastingen | 87,5 | - 37,5 | * | 26,8 | - 45,6 | * | 33,8 |
| Winstbelastingen | - 23,4 | 10,2 | * | - 7,7 | 12,5 | * | - 8,6 |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | 3,5 | - 6,6 | * | - 1,2 | - 3,3 | - 64% | 4,9 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 60,6 | - 20,7 | * | 20,3 | - 29,8 | * | 20,3 |
| Resultatenrekening - Overige verzekeringen | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verenigd Koninkrijk – Overige verzekeringen - in miljoenen EUR | FY 11 | FY 10 | Mutatie | Q4 11 | Q4 10 | Mutatie | Q3 11 |
| Commissiebaten | 166,6 | 138,2 | 21% | 37,9 | 38,6 | - 2% | 44,5 |
| Andere baten | 105,2 | 42,1 | * | 27,2 | 21,0 | 30% | 30,1 |
| Personeelslasten | - 97,5 | - 64,7 | 51% | - 24,8 | - 21,6 | 15% | - 25,1 |
| Overige lasten | - 134,8 | - 95,1 | 42% | - 31,7 | - 32,6 | - 3% | - 33,8 |
| Winst voor belastingen | 39,4 | 20,5 | 93% | 8,5 | 5,4 | 57% | 15,7 |
| Winstbelastingen | - 9,6 | - 8,0 | 20% | - 1,4 | - 2,1 | - 33% | - 4,3 |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | * | * | |||||
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 29,8 | 12,5 | * | 7,1 | 3,3 | * | 11,4 |
| Resultatenrekening | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verenigd Koninkrijk – in miljoenen EUR | FY 11 | FY 10 | Mutatie | Q4 11 | Q4 10 | Mutatie | Q3 11 |
| Bruto premie-inkomen | 2.034,7 | 1.206,8 | 69% | 476,1 | 367,0 | 30% | 542,7 |
| Operationele kosten | - 167,0 | - 123,6 | 35% | - 48,2 | - 38,4 | 26% | - 42,7 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 86,0 | - 16,8 | * | 24,3 | - 32,3 | * | 31,3 |
- Premie-inkomen meer dan EUR 2 miljard (t.o.v. EUR 1,2 miljard in 2010, + 69%)
- Brutopremies Niet-Leven bijna EUR 2 miljard, een stijging van 68%
- Premie-inkomen Overige Verzekeringen 51% gestegen naar EUR 0,3 miljard
- Premie-inkomen Leven 87% gestegen
- Nettowinst EUR 86 miljoen (EUR 17 miljoen negatief in 2010)
- Resultaat Niet-Leven sterk verbeterd naar EUR 61 miljoen (EUR 21 miljoen negatief in 2010)
- Bijdrage Overige Verzekeringen gestegen naar EUR 30 miljoen, +32%
- Resultaat Leven EUR 4,4 miljoen negatief (tegen EUR 9 miljoen negatief in 2010) beïnvloed door afschrijving op de overlopende acquisitiekosten (DAC)
- Combined ratio 99,9% (109,5% in 2010)
- Uitstekende prestaties Auto- en Brandverzekeringen met combined ratios van resp. 98,7% en 96,7% (in 2010 resp. 106,2% en 115,6%)
- Consistente focus op multichannel strategie leidt tot record premie-inkomen en winstgevendheid in VK
- Tesco Underwriting volledig operationeel met verdere groeikansen; Premie-inkomen EUR 755 miljoen in 2011
- Voortzetting organische groei in Niet-Leven, premie-inkomen + 14%
- Sterkere marktpositie in retaildistributie door overnames Castle Cover, Ageas UK versterkt marktleiderspositie in snelgroeiend segment verzekeringen voor 50-plussers.
Premie-inkomen Niet-Leven bedroeg in 2011 EUR 1,98 miljard, een stijging van 68%, dankzij de sterke groei van particuliere en bedrijfsverzekeringen, met daarbovenop de succesvolle overname en lancering van Tesco Underwriting afgelopen jaar. De marktpositie Leven is verder verstevigd, terwijl het inkomen van de distributieactiviteiten (gerapporteerd onder Overige Verzekeringen) 51% is gestegen. Vergeleken met 2010 was er een licht negatief valuta-effect (EUR 24 miljoen). De kwartaalpremies bedroegen EUR 460 miljoen, of een stijging van 28% ten opzichte van het vierde kwartaal van 2010.
Het nettoresultaat verbeterde aanzienlijk in 2011 tot EUR 86 miljoen (tegen EUR 17 miljoen negatief in 2010). Niet-Leven boekte een nettowinst na minderheidsbelangen van EUR 61 miljoen, Overige Verzekeringen (inclusief retail distributie) droegen EUR 30 miljoen bij, terwijl Leven een nettoverlies boekte door een afschrijving van EUR 4 miljoen op overlopende acquisitiekosten (DAC). De totale winst in het vierde kwartaal van 2011 bedroeg EUR 24 miljoen.
Leven
Het bruto premie-inkomen bedroeg in 2011 EUR 51 miljoen, een stijging van 87% ten opzichte van 2010. Het aandeel van Ageas Protect op de markt van financieel onafhankelijke adviseurs (IFA's) is gestegen naar 8,1% in 2011 (in 2010 6,4%). Het bedrijf verleent nu dekking aan ruim 190.000 klanten, een stijging van meer dan 70.000 klanten vergeleken met vorig jaar.
In het kader van de bewuste strategie van Ageas Protect om de distributie te diversifiëren, sloot het bedrijf met succes distributieovereenkomsten met ASDA, een leidende supermarktketen in het VK, en met Budget Group Limited, één van de grootste makelaars in het VK. Beide ondernemingen bieden hun klanten Leven producten met gegarandeerde acceptatie.
In het vierde kwartaal van 2011 werd een verlies van EUR 4 miljoen geboekt voor overlopende acquisitiekosten, wat leidde tot een negatief jaarresultaat van EUR 4,4 miljoen.
Niet-Leven
Het bruto premie-inkomen groeide substantieel in 2011 tot EUR 1,98 miljard. De stijging van 68% ten opzichte van vorig jaar is toe te schrijven aan de groei van zowel de Particuliere als Bedrijfsverzekeringen binnen Ageas Insurance en de consolidatie van Tesco Underwriting, het samenwerkingsverband van Ageas met Tesco Bank. De premies in Brandverzekeringen stegen met 54% van EUR 295 miljoen naar EUR 455 miljoen, terwijl het premie-inkomen Autoverzekeringen bijna verdubbelde van EUR 656 miljoen naar EUR 1.280 miljoen.
Met een bruto premie-inkomen van EUR 755 miljoen in 2011, waarvan EUR 176 miljoen in het vierde kwartaal (tegen EUR 101 miljoen in het vierde kwartaal van 2010, het eerste kwartaal van het samenwerkingsverband) wordt de sterke prestatie van Tesco Underwriting bevestigd. Tesco's bestaande klanten werden succesvol overgedragen naar Tesco Underwriting en Tesco Underwriting biedt nu dekking aan meer dan 1,5 miljoen klanten.
Daarnaast droeg organische groei van Ageas Insurance bij aan de stijging van het premie-inkomen met 14% tot EUR 1.228 miljoen. Binnen Particuliere verzekeringen groeide de portefeuille Brandverzekeringen met 24% naar EUR 346 miljoen, terwijl Autoverzekeringen een stijging van het premie-inkomen van 11% naar EUR 635 miljoen noteerde, dankzij een aanhoudend sterke productie in het makelaarssegment. Reisverzekeringen steeg licht naar EUR 70 miljoen, Bedrijfsverzekeringen steeg met 10% naar EUR 178 miljoen.
Het nettoresultaat na minderheidsbelangen verbeterde substantieel tot EUR 61 miljoen ondanks EUR 12 miljoen schadekosten in verband met het slechte weer in het eerste kwartaal van 2011. In 2010 bedroeg het nettoresultaat EUR 21 miljoen negatief en omvatte EUR 49 miljoen weergerelateerde kosten. De resultaten zijn verbeterd dankzij consistente tariefverhogingen, een positieve bijdrage van Tesco Underwriting en efficiënte, lage operationele kosten.
De combined ratio met inbegrip van Tesco Underwriting bedroeg 99,9% in 2011, en is sterk verbeterd ten opzichte van 2010 (109,5%). Op vergelijkbare basis en exclusief Tesco Underwriting, was de combined ratio van Ageas Insurance van 98,8%, een verbetering van 10 punten ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar (108,8%). De schadereserve voor voorgaande jaren steeg in 2011 met 2,5% ten opzichte van een vrijval van 1,1% in 2010. De combined ratio van Autoverzekeringen verbeterde verder naar 95,4% (105,4% in 2010), evenals de combined ratio van Brandverzekeringen die 97,0% bedroeg (114,4% in 2010).
Overige verzekeringen
In maart 2011 versterkte Ageas de retailactiviteiten verder door de overname van Castle Cover. Eind 2011 bestond Ageas Retail uit vier entiteiten: RIAS, Kwik Fit Financial Services (KFFS), Ageas Insurance Solutions (UKAIS) en Castle Cover. Hiermee is Ageas UK nu de vierde makelaar in het VK en nummer twee in de snelgroeiende verzekeringsmarkt voor 50-plussers.
De groei van het inkomen uit vergoedingen, commissies en ander inkomen van EUR 272 miljoen (+51% ten opzichte van vorig jaar) kan worden toegeschreven aan de consolidatie van KFFS en Castle Cover, de synergie tussen Castle Cover en RIAS, de goede resultaten van affinity-partnerships en nieuwe productie.
De nettowinst steeg naar EUR 30 miljoen, ten opzichte van EUR 13 miljoen vorig jaar. De overgenomen entiteiten KFFS en Castle Cover droegen EUR 8 miljoen bij aan het nettoresultaat, na aftrek van EUR 5 miljoen voor de afschrijving op immateriële activa. Het nettoresultaat van 2011 omvat een last van EUR 1 miljoen voor acquisitiekosten en resultaatgebonden vergoedingen.
Continentaal Europa
| Resultatenrekening - Leven | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Continentaal Europa – Leven - in miljoenen EUR | FY 11 | FY 10 | Mutatie | Q4 11 | Q4 10 | Mutatie | Q3 11 |
| Brutopremies | 761,5 | 1.748,3 | - 56% | 170,8 | 320,1 | - 47% | 164,1 |
| Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling | 1.457,5 | 1.741,4 | - 16% | 356,9 | 379,1 | - 6% | 277,2 |
| Bruto premie-inkomen Leven | 2.219,0 | 3.489,7 | - 36% | 527,7 | 699,2 | - 25% | 441,3 |
| Operationele kosten | - 107,3 | - 124,6 | - 14% | - 26,2 | - 32,8 | - 20% | - 26,7 |
| Technisch resultaat | - 16,9 | 129,0 | * | 5,4 | 62,4 | - 91% | - 38,8 |
| Toegerekende meerwaarden | - 15,9 | * | 0,8 | - 3,0 | * | - 16,4 | |
| Operationele marge | - 32,8 | 129,0 | * | 6,2 | 59,4 | - 90% | - 55,2 |
| Niet-toegerekende overige inkomsten en lasten | 3,5 | 20,3 | - 82% | - 7,5 | 4,1 | * | 7,9 |
| Winst voor belastingen, geconsolideerde entiteiten | - 29,3 | 149,3 | * | - 1,3 | 63,5 | * | - 47,3 |
| Winst voor belastingen, geassocieerde deelnemingen | 6,0 | * | 6,0 | * | |||
| Winstbelastingen | - 0,5 | - 45,6 | - 99% | - 5,6 | - 11,6 | - 52% | 12,9 |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | - 5,1 | 55,5 | * | 0,5 | 25,6 | - 98% | - 17,1 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | - 18,7 | 48,2 | * | - 1,4 | 26,3 | * | - 17,3 |
| Resultatenrekening - Niet-leven | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Continentaal Europa – Niet-leven - in miljoenen EUR | FY 11 | FY 10 | Mutatie | Q4 11 | Q4 10 | Mutatie | Q3 11 |
| Bruto premie-inkomen Niet-leven | 453,1 | 443,5 | 2% | 124,5 | 118,0 | 6% | 97,2 |
| Operationele kosten | - 79,0 | - 81,7 | - 3% | - 20,1 | - 27,4 | - 27% | - 20,9 |
| Technisch resultaat | - | - | |||||
| Toegerekende meerwaarden | - 0,9 | 1,6 | * | 0,4 | - 1,1 | * | - 0,7 |
| Operationele marge | 26,6 | 7,4 | * | 9,4 | - 4,4 | * | 4,2 |
| Niet-toegerekende overige inkomsten en lasten | 0,1 | 0,5 | - 90% | - 0,1 | - 0,7 | - 86% | 0,1 |
| Winst voor belastingen, geconsolideerde entiteiten | 26,7 | 7,9 | * | 9,3 | - 5,1 | * | 4,3 |
| Winst voor belastingen, geassocieerde deelnemingen | 4,0 | * | 2,8 | * | 1,2 | ||
| Winstbelastingen | - 9,5 | - 3,2 | * | - 3,6 | 0,9 | * | - 1,4 |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | 10,5 | 1,8 | * | 3,6 | - 2,2 | * | 2,0 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 10,7 | 2,9 | * | 4,9 | - 2,0 | * | 2,1 |
| Resultatenrekening | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Continentaal Europa - in miljoenen EUR | FY 11 | FY 10 | Mutatie | Q4 11 | Q4 10 | Mutatie | Q3 11 |
| Bruto premie-inkomen | 2.672,1 | 3.933,2 | - 32% | 652,2 | 817,2 | - 20% | 538,5 |
| Operationele kosten | - 186,3 | - 206,3 | - 10% | - 46,3 | - 60,2 | - 23% | - 47,6 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | - 8,0 | 51,1 | * | 3,5 | 24,3 | - 86% | - 15,2 |
- Premie-inkomen gedaald naar EUR 2,8 miljard als gevolg van uitdagende omstandigheden op financiële markten
- Premie-inkomen Leven in lijn met markttrends 36% gedaald naar EUR 2,2 miljard
- Premie-inkomen Niet-Leven, inclusief minderheidsbelangen aan 100%, met 42% gestegen naar EUR 0,6 miljard door de consolidatie van de overgenomen Niet-Leven activiteiten in Turkije
- Nettowinst na minderheidsbelangen: EUR 8 miljoen negatief (EUR 51 miljoen positief in 2010)
- Turbulentie op de financiële markten en risicovermindering van de beleggingsportefeuille leidden tot bijzondere waardevermindering op Griekse overheidsobligaties (EUR 66 miljoen) en tot beperkte gerealiseerde minwaarden
- Solide prestatie Niet-Leven, combined ratio 96,8%
- Commercieel samenwerkingsverband met AKSigorta Turkije volgens plan
- Geconsolideerd sinds augustus 2011, premie-inkomen in 2011 EUR 177 miljoen
- Bijdrage nettowinst EUR 4 miljoen
- Gezamenlijke werkgroepen opgestart met actieve bijdrage van specialisten van Ageas
- Verdere stroomlijning van de verzekeringsportefeuille in 2011
- Fusie tussen Fortis Luxembourg Vie (FLV) en Cardif Lux International (CLI) eind 2011 afgerond
- Verkoop van de Duitse Leven-activiteiten aan Augur Capital, afronding transactie verwacht in het eerste kwartaal van 2012
Dankzij de gediversifieerde verzekeringsportefeuille was Continentaal Europa redelijk bestand tegen de financiële onrust in de Eurozone. Toch daalde het premie-inkomen met meer dan 30%, in lijn met algemene markttrends en de resultaten van concurrenten. Na de nettowinst van 2010 werd in 2011 een verlies geboekt als gevolg van de bijzondere waardeverminderingen door de financiële onrust. De bijdrage van Niet-Leven activiteiten verdrievoudigde, ondermeer door de consolidatie van het overgenomen belang in AKSigorta, Turkije.
Het totale bruto premie-inkomen van de geconsolideerde entiteiten daalde met 32%, vooral in Leven, als gevolg van de sterke concurrentie van banken en de moeilijke marktomstandigheden met vooral impact op de bankdistributie in de verschillende landen van Continentaal Europa. Het totale premie-inkomen in 2011, inclusief niet-geconsolideerde partnerships tegen 100% bedroeg EUR 2,8 miljard, een daling van 28% ten opzichte van vorig jaar. Het premie-inkomen Leven bedroeg EUR 2,2 miljard, een daling van 36% ten opzichte van vorig jaar en in lijn met de markttrends en trends ingezet vanaf eind 2010. Het premie-inkomen Niet-Leven van de geconsolideerde entiteiten steeg met 2%, ondanks een focus op winstgevendheid. Inclusief het niet-geconsolideerde partnership in Turkije tegen 100%, steeg het bruto premie-inkomen zelfs met 42% ten opzichte van vorig jaar.
De operationele kosten daalden met 10% naar EUR 186 miljoen. Op vergelijkbare basis daalden de kosten 3% dankzij de aanhoudende focus op kostenbeheersing.
Het nettoresultaat na minderheidsbelangen van EUR 8 miljoen negatief (tegen EUR 51 miljoen positief in 2010), leed onder een netto bijzondere waardevermindering op Griekse staatsobligaties en aandelen (na winstdeling, belastingen en minderheidsbelangen) van EUR 66 miljoen (EUR 43 miljoen op staatsobligaties en EUR 23 miljoen op aandelen), waarvan EUR 16 miljoen in het vierde kwartaal en met een impact op Leven activiteiten (EUR 19 miljoen negatief) in het bijzonder. Het nettoresultaat omvat eveneens een netto gerealiseerde afwaardering van EUR 8 miljoen ingevolge het verdere beperken van risico's op de beleggingsportefeuille. De nettowinst van de Niet-Leven activiteiten steeg naar EUR 11 miljoen, ondermeer tengevolge de consolidatie van het overgenomen belang in AKSigorta, Turkije. Ondanks de bijkomende bijzondere waardevermindering, boekte Niet-Leven in het vierde kwartaal een nettowinst van EUR 3,5 miljoen.
Leven
Het totale bruto premie-inkomen Leven daalde ten opzichte van vorig jaar met 36% tot EUR 2,2 miljard. Teleurstellende financiële markten hadden een negatief effect op de verkoop van spaar- en unit-linkedproducten. De unit-linked activiteiten blijven echter het grootste segment, vooral in Portugal en Luxemburg met een premie-inkomen van EUR 1,5 miljard. Als reactie op de volatiele financiële marktomstandigheden lag de nadruk meer op de verkoop van unit-linked en traditionele levensverzekeringsproducten waardoor de verkoop van traditionele spaarproducten daalde naar EUR 355 miljoen (-73%).
In Portugal bedroeg het premie-inkomen EUR 1,1 miljard (-38% t.o.v. 2010). In het vierde kwartaal lag het premie-inkomen enigszins hoger ten opzichte van het derde kwartaal (+1%).
Continentaal Europa | Persbericht 2011 Luxemburg noteerde een premie-inkomen van EUR 814 miljoen (- 37% t.o.v. 2010) in een markt die met ongeveer 50% kromp. Hoewel de vraag naar Freedom of Services (FOS) unit-linked producten beperkt bleef, steeg de verkoop ervan dit kwartaal ten opzichte van de voorgaande.
In Frankrijk daalde het premie-inkomen met 23% ten opzichte van 2010 tot EUR 289 miljoen als gevolg van het verdwijnen van het distributienetwerk van Fortis Banque France in combinatie met een verslechterde marktomgeving en onzekerheden over de fiscale regelgeving met betrekking tot Levenproducten.
Het Vermogen onder beheer Leven daalde op vergelijkbare basis van EUR 15,2 miljard tot EUR 13,7 miljard, tengevolge de impact van de dalende financiële markten en de hierboven genoemde focus op unit-linked producten waarbij minder nadruk werd gelegd op spaarproducten. In vergelijking met 2010 daalde het vermogen onder beheer van EUR 23,1 miljard als gevolg van de deconsolidatie van Fortis Luxembourg Vie door de fusie met Cardif Luxembourg International en in mindere mate vanwege de verkoop van de Duitse Leven activiteiten. Het vermogen onder beheer met betrekking tot unit-linked producten bedroeg EUR 6,0 miljard.
De operationele marge Leven bedroeg EUR 33 miljoen negatief in 2011, ondanks een positieve operationele marge dit kwartaal (EUR 6 miljoen). Dit negatieve resultaat is grotendeels toe te schrijven aan de eerder genoemde bijzondere waardevermindering op Griekse overheidsobligaties en aandelen (EUR 140 miljoen). Daarnaast daalden vergoedingen uit unit-linked activiteiten door dalende verkoopcijfers terwijl investeringsopbrengsten daalden als gevolg van maatregelen om het risico van de beleggingsportefeuille verder te beperken.
Het nettoresultaat na minderheidsbelangen bedroeg in 2011 EUR 19 miljoen negatief ten opzichte van EUR 48 miljoen positief in 2010. De impact van de bijzondere waardevermindering op Griekse overheidsobligaties en aandelen bedroeg EUR 65 miljoen.
Niet-Leven
Het bruto premie-inkomen Niet-Leven, inclusief het minderheidsbelang in Turkije aan 100%, bedroeg EUR 630 miljoen, een stijging van 42%. Op geconsolideerde basis steeg het bruto premie-inkomen 2% naar EUR 453 miljoen met een solide prestatie in Ongevallen- en Ziekteverzekeringen in alle segmenten. Met een premie-inkomen van 55% van het totaal bruto premie-inkomen blijft Ongevallen- en Ziekteverzekeringen de grootste productlijn, het premie-inkomen van Auto-, Brand- en Overige verzekeringen bedraagt respectievelijk 22%, 15% en 8%.
Met ingang van augustus 2011 is het bruto premie-inkomen van het verkregen Niet-Leven belang in AKSigorta, Turkije (EUR 177 miljoen) inbegrepen. Het premie-inkomen in Turkije valt uiteen in
Autoverzekeringen (56%), Ziekteverzekeringen (10%) en Brandverzekeringen (14%).
In Portugal steeg het bruto premie-inkomen met 3% tot EUR 237 miljoen, voornamelijk dankzij het segment Ziekteverzekeringen. De stijging is ondermeer toe te schrijven aan de toenemende focus van de locale business partner van Ageas, Millennium BCP, op Niet-Leven activiteiten als gevolg van de wijdverspreide financiële onrust.
Het bruto premie-inkomen in Italië bedroeg EUR 216 miljoen, iets meer dan vorig jaar. In 2011 is hard gewerkt om de winstgevendheid van de portefeuille te verhogen.
De operationele marge steeg substantieel van EUR 7 miljoen naar EUR 27 miljoen. Dit is het resultaat van een significant betere operationele prestatie die tot uiting komt in een substantiële daling van bijna 5% van de combined ratio: van 101,5% in 2010 tot 96,8%. De verbetering kan worden toegeschreven aan lagere schadelasten in alle landen, vooral in Italië, en een toenemende focus op kostenbeheersing.
De operationele kosten daalden naar EUR 79 miljoen (-3%) als gevolg van een voorziening voor vervroegd pensioen in Portugal in 2010.
De nettowinst na minderheidsbelangen steeg substantieel naar EUR 11 miljoen tegen EUR 3 miljoen in 2010, als gevolg van de consolidatie van AKSigorta (EUR 4 miljoen) en dankzij een beter technisch resultaat van zowel Portugal als Italië.
Met het verwerven van een belang van 31% in AKSigorta in februari 2011 nam Ageas Continentaal Europa een belangrijke stap om de Niet-Leven activiteiten verder uit te breiden. De transactie is in augustus afgerond en sindsdien geconsolideerd als minderheidsbelang. Samen met mede-aandeelhouder Haci Omer Sabanci Holding besloot Ageas in november nog eens 10% van het totaal aantal uitstaande aandelen AKSigorta te verwerven en gelijk te verdelen over beide aandeelhouders waarmee het belang van Ageas in AKSigorta kan stijgen tot 36%. Eind december bedroeg het belang 33%. AKSigorta presteerde uitstekend in 2011. Het bedrijf is gestegen van de vierde naar de derde plaats op de markt en liet een sterk technische resultaat zien met een verbeterde combined ratio van 99% (-4% t.o.v. 2010). Sinds de afronding van de transactie, heeft Ageas Continentaal Europa veel expertise onder de vorm van mensen en via kennisoverdracht in werkgroepen tussen de verschillende entiteiten van Ageas en AKSigorta zodat gezamenlijk plannen kunnen worden ontwikkeld voor de komende jaren. De werkgroepen houden zich in eerste instantie vooral bezig met winstoptimalisatie in het kantorennetwerk, het opzetten van het bankverzekeringsmodel en schadebeheer.
Azië
| Resultatenrekening - Leven | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Azië – Leven - in miljoenen EUR | FY 11 | FY 10 | Mutatie | Q4 11 | Q4 10 | Mutatie | Q3 11 | ||
| Brutopremies | 239,4 | 232,9 | 3% | 69,2 | 63,5 | 9% | 63,2 | ||
| Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling | 113,6 | 102,1 | 11% | 35,8 | 34,4 | 4% | 27,4 | ||
| Bruto premie-inkomen Leven | 353,0 | 335,0 | 5% | 105,0 | 97,9 | 7% | 90,6 | ||
| Operationele kosten | - 38,9 | - 37,7 | 3% | - 12,1 | - 10,2 | 19% | - 10,1 | ||
| Technisch resultaat | 15,9 | 8,7 | 82% | - 3,4 | - 7,7 | - 56% | 5,0 | ||
| Toegerekende meerwaarden | 2,6 | 40,9 | - 94% | 0,1 | 3,2 | - 97% | |||
| Operationele marge | 18,5 | 49,6 | - 63% | - 3,3 | - 4,5 | - 27% | 5,0 | ||
| Niet-toegerekende overige inkomsten en lasten | - 111,9 | - 8,1 | * | - 102,8 | - 2,4 | * | - 4,0 | ||
| Winst voor belastingen, geconsolideerde entiteiten | - 93,4 | 41,5 | * | - 106,1 | - 6,9 | * | 1,0 | ||
| Winst voor belastingen, geassocieerde deelnemingen | 23,7 | 45,1 | - 47% | - 24,8 | 14,9 | * | 13,9 | ||
| Winstbelastingen | - 2,6 | - 1,6 | 63% | - 0,7 | - 0,7 | 0% | - 0,7 | ||
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | * | * | |||||||
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | - 72,3 | 85,0 | * | - 131,6 | 7,3 | * | 14,2 |
| Resultatenrekening - Niet-leven | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Azië – Niet-leven -in miljoenen EUR | FY 11 | FY 10 | Mutatie | Q4 11 | Q4 10 | Mutatie | Q3 11 |
| Bruto premie-inkomen Niet-leven | - | - | * | - | - | * | - |
| Operationele kosten | - | - | * | - | - | * | - |
| Technisch resultaat | - | - | * | - | - | * | - |
| Toegerekende meerwaarden | - | - | * | - | - | * | - |
| Operationele marge | - | - | * | - | - | * | - |
| Niet-toegerekende overige inkomsten en lasten | - | - | * | - | - | * | - |
| Winst voor belastingen, geconsolideerde entiteiten | - | - | * | - | - | * | - |
| Winst voor belastingen, geassocieerde deelnemingen | 8,2 | 8,5 | - 4% | - 4,6 | 0,1 | * | 4,2 |
| Winstbelastingen | - | - | * | - | - | * | - |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | - | - | * | - | - | * | - |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 8,2 | 8,5 | - 4% | - 4,6 | 0,1 | * | 4,2 |
| Resultatenrekening | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Azië – in miljoenen EUR | FY 11 | FY 10 | Mutatie | Q4 11 | Q4 10 | Mutatie | Q3 11 |
| Bruto premie-inkomen | 353,0 | 335,0 | 5% | 105,0 | 97,9 | 7% | 90,6 |
| Operationele kosten | - 38,9 | - 37,7 | 3% | - 12,1 | - 10,2 | 19% | - 10,1 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | - 64,1 | 93,5 | * | - 136,2 | 7,4 | * | 18,4 |
- Premie-inkomen EUR 6.2 miljard, iets hoger dan recordniveau van vorig jaar (EUR 6.1 miljard in 2010)
- Premie-inkomen Leven EUR 5,6 miljard, met een toenemend premie-inkomen van periodieke premieproducten
- Brutopremies Niet-Leven kennen een stabiele groei naar EUR 0,6 miljard: +18%
- Nettoresultaat EUR 64 miljoen negatief (tegen EUR 94 miljoen positief in 2010), als gevolg van bijzondere waardevermindering
- Nettoresultaat na minderheidsbelangen Leven EUR 72 miljoen negatief, door bijzondere waardevermindering op aandelen en op goodwill van activiteiten in Hongkong (AICA)
- Nettowinst na minderheidsbelangen Niet-Leven enigszins gedaald naar EUR 8 miljoen (tegen EUR 9 miljoen in 2010) door overstromingen in Thailand
- Ageas vierde 10 jaar aanwezigheid in Maleisië en China
- Het partnership in Maleisië is uitgegroeid tot een volledig multikanaal distributieplatform met locale topposities in Leven en Niet-Leven en een wereldwijde marktleiderpositie op het gebied van Islamitische verzekeringen
- Taiping Life begon als een nieuwe activiteit, ontwikkelde een nationaal multikanaal distributieplatform en is nu de zevende grootste verzekeraar in China
Het totale bruto premie-inkomen in 2011, inclusief nietgeconsolideerde partnerships tegen 100%, herstelde zich in het laatste kwartaal en lag met EUR 6,2 miljard iets hoger dan vorig jaar. Rekening houdend met het uitzonderlijke succes van de campagnes voor koopsompolissen in 2010, tegen de achtergrond van de wereldwijde financiële onzekerheid en de gewijzigde regelgeving in deze regio was dit een bevredigende commerciële prestatie.
Het nettoresultaat na minderheidsbelangen bedroeg EUR 64 miljoen negatief, ten opzichte van EUR 94 miljoen positief in 2010. Het resultaat werd sterk beïnvloed door een bijzondere waardevermindering van EUR 155 miljoen waarvan EUR 56 miljoen op de aandelenportefeuille en EUR 99 miljoen op de goodwill van AICA (Hongkong). De bijzondere waardevermindering op de goodwill is een direct gevolg van de lage renteomgeving en de impact hiervan op de financiële situatie van de lokale activiteiten sinds de tweede helft van 2011. De nettowinst van 2011 omvat ook een eenmalige meerwaarde van EUR 13 miljoen uit de herstructurering van de activiteiten in China. De nettowinst van 2010 omvatte een bijzondere waardevermindering van EUR 15 miljoen op aandelen en een netto eenmalig resultaat van EUR 25 miljoen op de verkoop van het Fortis Centre en het versterken van reserves in Hongkong.
In maart 2011 vierde Ageas de 10e verjaardag van het samenwerkingsverband met Maybank Malaysia. De combinatie van Maybank als goede retailbank met uitstekende kennis van de locale markt en de expertise van Ageas als bankverzekeraar heeft geleid tot één van de meest succesvolle joint ventures in Azië. Door de jaren heen is het samenwerkingsverband uitgegroeid tot een volledig multikanaal distributieplatform, met agenten, makelaars en directe verkoop, met een toppositie in Leven en Niet-Leven in Maleisië en wereldwijde marktleiderspositie op het gebied van Islamitische verzekeringsproducten (Takaful).
In oktober vierde Ageas de 10e verjaardag van zijn tweede partnership in Azië, met China Taiping Group. Taiping Life begon in China als joint venture tussen China Taiping Group en Ageas en was een nieuwkomer op de markt. Nu is het bedrijf uitgegroeid tot de zevende verzekeraar met 11.800 medewerkers en een distributienetwerk dat bestaat uit 47.000 agenten en meer dan 20.000 kantoren van diverse partnerbanken, ondersteund door meer dan 800 filialen en verkooppunten.
Leven
Het totale bruto premie-inkomen Leven, inclusief nietgeconsolideerde partnerships tegen 100%, bleef stabiel ten opzichte van 2010 en bedroeg EUR 5,6 miljard. Het premieinkomen van 2010 werd gestuwd door zeer succesvolle verkoopcampagnes voor koopsompolissen in het bankkanaal in China en Maleisië, terwijl de focus in 2011 op periodieke premieproducten lag. De totale omzet van periodieke premieproducten - goed voor 71% van de totale bruto-omzet (t.o.v. 58% vorig jaar) – steeg naar EUR 4,0 miljard. Het premie-inkomen van contractverlengingen steeg 39% naar EUR 2,9 miljard dankzij de uitstekende productieniveaus in 2010 en de hoge persistentieratio in de gehele regio. Ondanks de financiële onrust in de tweede helft van het jaar, de gewijzigde regelgeving in verschillende Aziatische markten en de natuurramp in Thailand, bleef het bruto premie-inkomen in deze regio opmerkelijk sterk.
Het premie-inkomen van de geconsolideerde activiteiten in Hongkong kwam uit op EUR 353 miljoen, 5% meer dan vorig jaar. De hogere productiviteit binnen het agentennetwerk en toenemende volumes via het opkomende IFA-kanaal zorgden voor een sterk stijgende nieuwe productie (17%) .
In China daalde het bruto premie-inkomen met 4% ten opzichte van vorig jaar naar EUR 3,6 miljard. De groei van het partnership van Ageas met Taiping in China lag in 2010 het uitzonderlijk hoog Azië
dankzij een campagne voor koopsompolissen in het bankkanaal en een nieuw gelanceerd periodiek premieproduct via het agentschappennetwerk. Wijzigingen in de regelgeving vorig jaar in China hadden een impact hadden op het distributiemodel voor bankverzekeraars en deden de productie in dit kanaal dalen. Bovendien heeft de monetaire schaarste in combinatie met inflatoire druk ertoe geleid dat veel banken zich meer concentreren op hun eigen liquiditeit en balans en legde het bankkanaal meer focus op de verkoop van producten met een hogere marge. De productie van koopsompolissen is hierdoor met 42% gezakt naar EUR 988 miljoen. De goede prestaties van het agentschappennetwerk op het gebied van nieuwe productie en de uitstekende persistentieratio in beide kanalen leidden tot een sterke toename van 30% van het premie-inkomen uit periodieke premieproducten tot EUR 2,6 miljard. Dit is in lijn met de trend van voorgaande kwartalen.
In Thailand blijft het premie-inkomen sterk groeien, +27% tot EUR 907 miljoen, zowel uit nieuwe productie als uit contractverlengingen. Voortbouwend op de buitengewone groei van vorig jaar op het gebied van bankverzekeren, steeg de nieuwe productie van Kasikornbank opnieuw tot recordhoogte, +24% tot EUR 296 miljoen, vooral via koopsompolissen verbonden aan hypotheekleningen en consumentenkredieten. Het premie-inkomen uit nieuwe productie via het agentenkanaal is sterk toegenomen tot EUR 82 miljoen, een stijging van 41%. Ook contractverlengingen stegen sterk in Thailand tot EUR 510 miljoen, ofwel +29%. Het bedrijf was goed voorbereid op de hevige overstromingen in het laatste kwartaal van vorig jaar en daardoor bleef de impact van deze natuurramp op het premie-inkomen beperkt.
Het premie-inkomen in Maleisië daalde met 13% naar EUR 622 miljoen. Net als in China besteedden de banken dit jaar meer aandacht aan de groei van bankdeposito's. Hierdoor daalden eenmalige premies met 22% tot EUR 366 miljoen, ofwel 59% van het totale premie-inkomen (t.o.v. 66% in 2010). De periodieke premieproducten stegen met 4% tot EUR 256 miljoen.
IDBI Federal Life Insurance Company in India noteerde een bruto premie-inkomen van EUR 116 miljoen, 11% lager dan vorig jaar. De daling is volledig toe te schrijven aan lagere nieuwe productie (EUR 53 miljoen). De daling was in lijn met de markttrend die volgde op de gewijzigde regelgeving voor de verkoop van unitlinked en pensioenproducten. Opbrengsten uit verlengingen stegen met 23% tot EUR 63 miljoen.
Het vermogen onder beheer in de geconsolideerde activiteiten steeg met 12% naar EUR 1,6 miljard ten opzichte van eind 2010, inclusief de niet-geconsolideerde partnerships. Het vermogen onder beheer nam met 18% toe tot EUR 20,0 miljard. Het nettoresultaat na minderheidsbelangen bedroeg EUR 72 miljoen negatief, ten opzichte van EUR 85 miljoen positief in 2010. De geconsolideerde activiteiten in Hongkong boekten een nettoverlies van EUR 84 miljoen, tegenover EUR 50 miljoen positief in 2010. Het jaarresultaat over 2011 omvat de eerder genoemde bijzondere waardevermindering van EUR 99 miljoen, waar het resultaat van 2010 een uitzonderlijke meerwaarde van EUR 35 miljoen op de verkoop van het Fortis Centre in Hongkong bevatte, alsmede een uitzonderlijke last van EUR 9,5 miljoen ter versterking van de reserves. Druk op de marges door de hoge nieuwe productie en wisselkoerseffecten verklaren de daling van het onderliggende nettoresultaat.
De niet-geconsolideerde partnerships boekten een nettowinst van EUR 24 miljoen ten opzichte van EUR 45 miljoen vorig jaar (-47%). Net als bij de geconsolideerde activiteiten werd het resultaat beïnvloed door een aantal eenmalige factoren. Het nettoresultaat in 2011 omvat een netto meerwaarde van EUR 13 miljoen uit de herstructurering van de activiteiten in China. Zoals overeengekomen met onze partner China Taiping Group, heeft Ageas het belang in Taiping Pension afgestoten en tegelijkertijd het belang in Taiping Asset Management vergroot (van 8% naar 20%). Een bijkomende meerwaarde van EUR 7 miljoen uit deze transactie werd in de Algemene Rekening geboekt. De bijzondere waardevermindering op aandelen steeg in de tweede helft van het jaar naar EUR 56 miljoen, als gevolg van verder dalende financiële markten, tegenover een bijzondere waardevermindering van EUR 14 miljoen in 2010. Zonder het effect van de bijzondere waardeverminderingen verbeterden de onderliggende resultaten van de partnerships.
Overige kosten en inkomsten in de regio bedroegen EUR 12 miljoen negatief ten opzichte van EUR 10 miljoen negatief vorig jaar.
Niet-Leven
De brutopremies Niet-Leven (tegen 100% en volledig toewijsbaar aan de niet-geconsolideerde partnerships in Maleisië en Thailand) stegen sterk met 18% tot EUR 607 miljoen. Beide partnerships presteerden goed in alle segmenten. De brutopremies in Maleisië en Thailand bedroegen respectievelijk EUR 478 miljoen (+18%) en EUR 129 miljoen (+16%). Ook het Thais Niet-Leven bedrijf was goed voorbereid op de hevige overstromingen in het laatste kwartaal van vorig jaar en daardoor bleef de impact van deze natuurramp op het premie-inkomen en dienstverlening beperkt.
De nettowinst na minderheidsbelangen bedroeg EUR 8 miljoen, ten opzichte van EUR 9 miljoen vorig jaar. De geconsolideerde combined ratio steeg naar 102,0% (tegen 95,4% in 2010), voornamelijk vanwege de geschatte impact van de uitzonderlijke overstromingen in Thailand (EUR 3,5 miljoen). Het nettoresultaat in 2011 werd positief beïnvloed door een incidentele belastingteruggave in Maleisië (EUR 3 miljoen).
Algemene Rekening
| Resultatenrekening | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Algemeen - in miljoenen EUR | FY 11 | FY 10 | Mutatie | Q4 11 | Q4 10 | Mutatie | Q3 11 | ||||
| Netto rentebaten | 26,3 | - 15,6 | * | 35,4 | - 5,2 | * | - 2,9 | ||||
| Netto commissiebaten | - 0,5 | - 1,1 | - 56% | 0,1 | - 1,0 | * | 0,2 | ||||
| Netto verdiende premies | - 1,4 | - 0,2 | * | - 0,2 | - 0,5 | - 60% | - 0,4 | ||||
| Dividenden uit beleggingen | 0,3 | 0,2 | 39% | * | |||||||
| Niet-gerealiseerde meer(min-)waarde op calloptie aandelen BNP Paribas | - 214,0 | - 271,0 | - 21% | 33,8 | - 227,0 | * | - 332,8 | ||||
| Niet-gerealiseerde meer(min-)waarde op RPN(I) | 275,0 | - 149,0 | * | - 45,0 | 31,0 | * | 438,0 | ||||
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | - 176,0 | 4,5 | * | 26,0 | 4,5 | * | - 201,7 | ||||
| Aandeel in resultaat van geassocieerde deelnemingen | - 196,2 | 127,3 | * | - 56,9 | - 56,1 | 1% | - 83,9 | ||||
| Overige baten | - 2,0 | 2,5 | * | 6,1 | 9,5 | - 36% | - 2,6 | ||||
| Totale baten | - 288,5 | - 302,3 | - 5% | - 0,7 | - 244,6 | - 100% | - 186,1 | ||||
| Wijzigingen in waardeverminderingen | - 9,5 | 0,6 | * | - 9,3 | 0,1 | * | 40,0 | ||||
| Nettobaten | - 298,0 | - 301,7 | - 1% | - 10,0 | - 244,5 | - 96% | - 146,1 | ||||
| - Schuld i.v.m. MCS conversie | - 202,8 | - | - 202,8 | - | |||||||
| - Vordering op ABN AMRO | 2.000,0 | - | 2.000,0 | - | |||||||
| - Terugname waardevermindering FCC vordering | 362,5 | - | 362,5 | - | |||||||
| - Provisie voor juridische geschillen met Nederlandse Staat | - 2.362,5 | - | - 2.362,5 | - | |||||||
| Totale impact MCS conversie/juridische geschillen Nederlandse staat | - 202,8 | - | - 202,8 | - | |||||||
| Personeelslasten | - 19,6 | - 20,9 | - 6% | - 4,2 | - 7,3 | - 42% | - 3,3 | ||||
| Schadelasten en uitkeringen, netto | 2,2 | 1,7 | 28% | 0,1 | - 0,2 | * | - 0,1 | ||||
| Afschrijvingen, amortisatie en overige lasten | - 2,8 | - 1,6 | 72% | - 0,5 | - 0,3 | 67% | - 1,9 | ||||
| Overige operationele en administratieve lasten | - 35,2 | - 37,7 | - 7% | - 13,3 | - 10,7 | 24% | - 3,8 | ||||
| Totale lasten | - 55,4 | - 261,3 | - 79% | - 17,9 | - 221,3 | - 92% | - 9,1 | ||||
| Winst voor belastingen | - 353,4 | - 563,0 | - 37% | - 27,9 | - 465,8 | - 94% | - 155,2 | ||||
| Winstbelastingen | 86,9 | 393,3 | - 78% | 87,1 | - 13,8 | * | - 0,2 | ||||
| Nettowinst over de periode | - 266,5 | - 169,7 | 57% | 59,2 | - 479,6 | * | - 155,4 | ||||
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | - 1,4 | - 1,5 | - 7% | - 0,7 | 0,5 | * | - 0,1 | ||||
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | - 265,1 | - 168,2 | 58% | 59,9 | - 480,1 | * | - 155,3 |
| Balans (belangrijkste posten) | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| In miljoenen EUR | 31 dec 11 | 31 dec 10 | Mutatie | 30 sep 11 | ||||
| RPN(I) | - 190,0 | - 465,0 | 59% | - 145,0 | ||||
| Calloptie op aandelen BNP Paribas | 395,0 | 609,0 | - 35% | 361,2 | ||||
| Royal Park Investments | 779,3 | 933,2 | - 16% | 849,7 | ||||
| Tier 1 Obligatielening | 793,5 | * | 762,3 |
- Verlies Algemene Rekening van EUR 265 miljoen, door netto impact van EUR 215 miljoen van lopende zaken uit het verleden
- Reële waarde van RPN(I)-verplichting EUR 190 miljoen, EUR 275 miljoen minder dan vorig jaar
- Waarde calloptie op aandelen BNP Paribas EUR 395 miljoen, EUR 214 miljoen lager dan vorig jaar
- Eigen vermogen Royal Park Investments per 31 december EUR 779 miljoen
- Fortis Tier 1 obligatielening verkregen voor EUR 953 miljoen, reële waarde per 31 december EUR 794 miljoen
Het verlies van de Algemene Rekening van EUR 265 miljoen is voornamelijk toe te schrijven aan de negatieve impact van EUR 271 miljoen veroorzaakt door de vier zaken uit het verleden (RPN(I), Royal Park Investments, de call optie op BNP Paribas en de Fortis Tier 1 obligatielening), naast een positieve impact van EUR 56 miljoen als gevolg van een eenmalige fiscale schikking. Hierdoor bleef de negatieve impact van lopende zaken uit het verleden beperkt tot EUR 215 miljoen.
De reële waarde van de RPN(I) verplichting daalde eind 2011 naar EUR 190 miljoen (tegen EUR 465 miljoen eind 2010). Het positieve effect van EUR 275 miljoen wordt voornamelijk verklaard door de daling van de marktwaarde van de CASHES van 50,2% naar 35,4%. In totaal is EUR 15 miljoen aan rente betaald aan Fortis Bank en de Belgische overheid.
In vergelijking met eind 2010 is de waarde van de BNP Paribas optie gedaald met EUR 214 miljoen, voornamelijk vanwege een daling van de koers van het aandeel BNP Paribas van EUR 47,685 naar EUR 30,35 en vanwege de lagere tijdswaarde. Dit werd slechts gedeeltelijk tenietgedaan door een substantieel hogere volatiliteitassumptie van 33% tot 49%.
De nettowinst van Royal Park Investments tegen 100% en vóór de toetsing op waardevermindering van de goodwill bedroeg EUR 144 miljoen in 2011. Gebaseerd op een beoordeling van de de te verwachten bedrijfsactiviteiten uitgevoerd in het tweede kwartaal, is een bedrijfswaarde berekend, hetgeen leidde tot een bijzondere waardevermindering op de goodwill van EUR 586 miljoen en tot een negatief IFRS resultaat van EUR 441 miljoen aan 100% (aandeel Ageas EUR 197 miljoen negatief). Eind 2011 bedroeg de hedgereserve inclusief de gerealiseerde meerwaarde op verkochte swaps EUR 190 miljoen na belastingen, een stijging van EUR 96 miljoen aan 100% ten opzichte van vorig jaar (aandeel Ageas EUR 43 miljoen). Beide factoren veroorzaakten een daling van de deelneming van Ageas in RPI met EUR 154 miljoen (EUR 197 miljoen, deels gecompenseerd door EUR 43 miljoen stijging in hedgereserves die direct in het eigen vermogen worden verantwoord), van EUR 933 miljoen eind 2010 tot EUR 779 miljoen.
De Fortis Bank 1 Obligatielening is verworven voor een bedrag van EUR 953 miljoen en in het derde kwartaal geboekt tegen EUR 762 miljoen (80%). In het vierde kwartaal is een terugname van de waardeverlaging ten bedrage van EUR 32 miljoen in geboekt als rente-inkomsten, waardoor de negatieve impact voor 2011 neerkomt op EUR 159 miljoen. Dit bedrag wordt deels gecompenseerd door de positieve impact van de eerste couponbetaling van EUR 10 miljoen en van een uitgestelde belastingvordering van EUR 28 miljoen, wat resulteert in een negatieve impact op het resultaat van 2011 van EUR 121 miljoen.
Het resultaat van het vierde kwartaal van de Algemene Rekening bedroeg EUR 60 miljoen positief, voornamelijk veroorzaakt door de EUR 56 miljoen van de hierboven genoemde eenmalige fiscale schikking. De waardeaanpassingen naar reële waarde van de zaken uit het verleden compenseerden elkaar nagenoeg.
Tot slot zal de overeenkomst van eind januari 2012 met Fortis Bank betreffende een oplossing voor de Tier 1 Obligatielening en de RPN(I) na een succesvol bod in contanten van BNP Paribas op de CASHES, een netto impact van EUR 666 miljoen hebben op de cash positie en een boekhoudkundige impact van EUR 147 miljoen negatief, bestaande uit een positieve herwaardering van EUR 131 miljoen met betrekking tot de Fortis Tier 1 Obligatielening, EUR 21 miljoen voor de pro rata vrijval van de RPN(I) passiva en een nettoverlies van EUR 299 miljoen voorde schadeloosstelling. De totale netto impact zal in het eerste kwartaal van 2012 worden geboekt.
RPN(I)
Reële waarde van RPN(I)
Voor de berekening van de reële waarde van de RPN(I) heeft Ageas een level3-waarderingsmodel gehanteerd, gebaseerd op de waarderingstechnieken van financiële derivaten die eind 2009 zijn geïntroduceerd. De reële waarde van de RPN(I) bedroeg 31 december 2011 EUR 190 miljoen (tegen EUR 465 miljoen eind 2010) waarvan EUR 164 miljoen is gerelateerd aan de RPN(I) en EUR 26 miljoen aan de garantieovereenkomst tussen Ageas, de Belgische Staat en Fortis Bank.
De vergelijking met de reële waarde eind september 2011 (EUR 145 miljoen) leidt tot een negatief kwartaalresultaat van EUR 45 miljoen, bestaande uit (i) EUR 37 miljoen voor de daling van de netto contante waarde van de geschatte rentebetaling per kwartaal onder het RPN(I) mechanisme en (ii) een bijkomende daling van de verplichting van EUR 8 miljoen in verband met de garantieovereenkomst.
De stijging van de reële waarde sinds september 2011 is toe te schrijven aan (1) een toename van het referentiebedrag, voornamelijk door een waardestijging van de CASHES van 33,2% naar 35,42% terwijl het aandeel Ageas daalde van EUR 1,31 naar EUR 1,20 (stijging van EUR 51 miljoen), (ii) hogere spreads (+72 basispunten voor Ageas spread) op eeuwigdurende schuldinstrumenten (daling van EUR 19 miljoen) en (iii) andere marktomstandigheden, waaronder wijzigingen van de rentecurve (stijging van EUR 13 miljoen).
Referentiewaarden
Per 31 december 2011 sloot de CASHES op 35,42 % en sloot de koers van Ageas op EUR 1,20. Dit heeft geleid tot een daling van de referentiewaarde (de 'Relative Performance Note' ofwel de RPN opgenomen in de balans bij Fortis Bank) naar een absolute waarde van EUR 262 miljoen negatief, van EUR 182 miljoen negatief op 30 september 2011.
Op 31 december 2011 stond de 3-maands EURIBOR op 1,36%. In totaal is in 2011 ongeveer EUR 10 miljoen aan rente betaald aan Fortis Bank. Het totale bedrag dat aan de Belgische Staat betaald is over dezelfde periode uit hoofde van de garantieovereenkomst tussen beide partijen bedroeg EUR 5 miljoen.
Assumpties en gevoeligheden
Zie het Geconsolideerd Financieel Verslag 2011.
Waarde van de calloptie op aandelen BNP Paribas zoals toegekend door SFPI/FPIM
Ageas past consistent een waarderingsmethode toe die is gebaseerd op het Black Scholes-model. Op 31 december 2011 was de geschatte waarde van de 121,2 miljoen opties op aandelen BNP Paribas EUR 395 miljoen, ten opzichte van EUR 609 miljoen eind 2010 en EUR 361 miljoen eind september.
In vergelijking met eind 2010 is de waarde van de calloptie met EUR 214 miljoen gedaald, voornamelijk vanwege een daling van de koers van het aandeel BNP Paribas van EUR 47,685 naar EUR 30,35 en vanwege de lagere tijdswaarde. Dit werd slechts
gedeeltelijk tenietgedaan door een substantieel hogere volatiliteitassumptie van 33% tot 49%.
In vergelijking met eind september steeg de waarde van de calloptie BNP Paribas met EUR 34 miljoen dankzij de lichte stijging van de aandelenprijs van EUR 30,05 naar EUR 30,35 en de lagere dividendassumptie (daling van 8,76% naar 5,98%).
De volgende tabel geeft een overzicht van de belangrijkste parameters voor de waardebepaling van de optie:
| 31 december 2011 | 30 september 2011 | 31 december 2010 | |
|---|---|---|---|
| Koers BNP Paribas | EUR 30,35 | EUR 30,05 | EUR 47.685 |
| Uitoefenprijs | EUR 66,672 | EUR 66,672 | EUR 66.672 |
| Volatiliteit | 49% | 49% | 33% |
| Dividendrendement | 5,98% | 8,76% | 5.29% |
| Koers per optie tot en met 10 oktober 2016 | EUR 4,660 | EUR 4,260 | EUR 7.180 |
| Theoretische waarde 121,2 miljoen opties | EUR 565 miljoen | EUR 516 miljoen | EUR 870 miljoen |
| Geschatte waarde, gecorrigeerd voor niet-standaardkenmerken (30%) | EUR 395 miljoen | EUR 361 miljoen | EUR 609 miljoen |
Gevoeligheden
Assumpties aangaande de volatiliteit en het dividendrendement hebben grote invloed op de waarde van de opties. Een daling van de impliciete volatiliteit met 5% leidt tot een waardedaling van de BNP Paribas optie met 23,6% terwijl een stijging van de impliciete volatiliteit met 5% tot een waardestijging van 24,5% leidt. Als de assumptie betreffende het dividendrendement met 1% naar beneden wordt bijgesteld, stijgt de waarde van de optie BNP Paribas met 2,8% terwijl een stijging van 1% tot een daling van 1,1% leidt.
Royal Park Investments (RPI)
De nettowinst van RPI tegen 100% en vóór de toetsing op bijzondere waardevermindering van de goodwill bedroeg in 2011 EUR 144 miljoen (tegen EUR 651 miljoen in 2010), toe te schrijven aan de daling van de marktwaarde van de beleggingsportefeuille en door dalend investeringsinkomen, voornamelijk in het vierde kwartaal, als gevolg van hogere financieringskosten op de moeilijke US dollar Commercial Paper markt.
Aan het einde van ieder kwartaal toetst RPI de waarde van de onder IFRS geboekte goodwill. Aangezien alle opbrengsten worden gebruikt voor de aflossing van de financiering en er geen nieuwe bedrijfsactiviteiten worden gegenereerd, dient een bijzondere waardevermindering op de goodwill te worden geboekt over de verwachte looptijd van de portefeuille. De waardebepaling van de totale bedrijfsactiviteiten op basis van de verwachte business in juni leidde tot een bijzondere waardevermindering op de goodwill van EUR 586 miljoen. De waardebepaling op basis van de verwachte business aan het einde van het jaar was hoger ten opzichte van 30 juni en 30 september 2011. Daarom is aan het einde van het jaar geen bijkomende bijzondere waardevermindering geboekt. Hierdoor kwam het nettoresultaat van RPI onder IFRS tegen 100%, inclusief de bijzondere waardevermindering op de goodwill, uit op EUR 441 miljoen negatief, waarvan het aandeel van Ageas EUR 197 miljoen negatief bedroeg.
Verder heeft RPI een aantal netto renteswaps gesloten waardoor variabele investeringsinkomsten zijn omgezet naar vastrentende inkomsten. Ageas heeft besloten deze swaps boekhoudkundig te verwerken als kasstroomhedge waarbij wijzigingen in de reële waarde direct in het eigen vermogen worden opgenomen. De gerealiseerde meerwaarde van EUR 193 miljoen in het vierde kwartaal uit de settlement van een aantal swaps blijft in de cash flow reserve en zal komende jaren van equity naar de resultatenrekening worden gereclassificeerd. Eind 2011 bedroeg de hedge reserve inclusief de gerealiseerde meerwaarden EUR 190 miljoen na belastingen, een stijging van EUR 96 miljoen aan 100% ten opzichte van vorig jaar (aandeel Ageas EUR 43 miljoen).
De deelneming van Ageas in RPI is als gevolg van beide factoren met EUR 154 miljoen gedaald (zijnde EUR 197 miljoen, deels gecompenseerd door EUR 43 miljoen stijging in hedge reserves die direct in het eigen vermogen worden opgenomen), van EUR 933 miljoen eind 2010 tot EUR 779 miljoen.
Hieronder volgt een balansoverzicht van RPI onder IFRS per 31 december 2011:
| IFRS | IFRS | |
|---|---|---|
| in EUR miljoen | 31 december 2011 | 31 december 2010 |
| Activa | ||
| Beleggingen | 6.043 | 7.005 |
| Uitgestelde belastingactiva | 712 | 681 |
| Goodwill | 782 | 1.367 |
| Overige Activa | 201 | 264 |
| Totale Activa | 7.738 | 9.317 |
| Verplichtingen en eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders | ||
| Verplichtingen | ||
| Overige verplichtingen | 35 | 86 |
| Commercieel papier | 4.792 | 4.585 |
| Financiering, super senior | 649 | 2.040 |
| Financiering, senior | 519 | 519 |
| Totale Verlichtingen | 5.995 | 7.230 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders | ||
| Aandelenkapitaal | 850 | 850 |
| Share premium (additional paid in capital) | 850 | 850 |
| Hedging reserve | 123 | |
| Kasstroomhedge reserve | 67 | 94 |
| Ingehouden winst | -148 | 294 |
| Totaal eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders | 1.743 | 2.087 |
| Totale verplichtingen en eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders | 7.738 | 9.317 |
Eind december 2011 daalde de reële waarde van de leningenportefeuille en de resterende openstaande schuld naar EUR 6,0 miljard. De totale nettorentebetalingen en hoofdsomontvangsten bedroegen in 2011 respectievelijk EUR 156 miljoen en EUR 1,2 miljard.
Voor meer informatie over RPI en haar activa wordt verwezen naar www.royalparkinvestments.com.
Fortis Bank Tier 1 Obligatielening
Na de beslissing van Fortis Bank om de Fortis Tier 1 Obligatielening niet af te lossen en de toestemming die de Nationale Bank van België heeft verleend, heeft Ageas de Fortis Bank Tier 1 Obligatielening verworven en in het derde kwartaal van 2011 geboekt als 'Leningen en vorderingen' tegen 80% van de nominale waarde. Het verschil tussen de oorspronkelijke overnameprijs (EUR 953 miljoen) en het bedrag van deze boeking (EUR 762 miljoen, ofwel 80%) is dat kwartaal opgenomen als een verlies onder 'Resultaat op verkoop en herwaarderingen'. Een deel van dit verschil is in het vierde kwartaal via de effectieve rentemethode teruggenomen en heeft een positieve impact op het netto renteinkomen van EUR 32 miljoen. Daarnaast zijn een uitgestelde belastingvordering van EUR 28 miljoen en een eerste couponbetaling van EUR 10 miljoen geboekt in het vierde kwartaal. De negatieve impact van de Fortis Tier 1 Obligatielening bedraagt dus EUR 121 miljoen over het hele jaar 2011. Conform de overeenkomst die met BNP Paribas eind januari 2012 is gesloten,
zal BNP Paribas de Tier 1 Obligatielening op 26 maart 2012 tegen nominale waarde (EUR 953 miljoen) aflossen.
Verplichting met betrekking tot geschreven put optie
In de Geconsolideerde Jaarrekening van 2008, lichtte Ageas toe dat op 12 maart 2009 een overeenkomst is gesloten over de verkoop van 25% + 1 aandeel AG Insurance Belgium aan Fortis Bank voor een bedrag van EUR 1.375 miljoen. Als onderdeel van deze overeenkomst verleende Ageas aan Fortis Bank een put optie om het verworven belang in AG Insurance België aan Ageas te verkopen tegen reële waarde gedurende de periode van zes maanden na 1 januari 2018.
In overleg met onze externe auditoren zijn de exacte voorwaarden met betrekking tot het uitoefenen van deze put optie onderworpen aan een herziening. Als gevolg hiervan en in overeenstemming met IAS 32 heeft Ageas daarom een financiële verplichting opgenomen ten belope van de contante waarde van de geschatte uitoefenprijs van de optie in 2018. Voor vergelijkingsdoeleinden zijn de cijfers van 2010 aangepast.
Waardebepaling
De verplichting is gewaardeerd tegen de reële waarde van het bedrag dat bij de settlement moet worden betaald. Dit is 25% van de reële waarde van AG Insurance in 2018. Aangezien geen marktindicatoren beschikbaar zijn, heeft Ageas een 'niveau 3' waarderingsmodel gehanteerd op basis van:
- huidige maatstaven voor verzekeringsbedrijven
- een waardegroei van 5% op basis van het verwachte rendement van 10%, en een dividenduitkering van 50%.
- een verdisconteringsvoet van 10%.
Op basis van deze parameters is de netto contante waarde van de verplichting per 31 december 2011 EUR 656 miljoen.
De tegenhanger van deze verplichting is een waardevermindering van het onderliggende minderheidsbelang van deze optie. Het positieve verschil tussen de waarde van het minderheidsbelang en de reële waarde van de verplichting wordt toegevoegd aan 'Overige reserves' die in het eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders zijn opgenomen.
De impact op het eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders blijft beperkt tot totaal EUR 138 miljoen positief. Dit bedrag wordt gesplitst in een positieve impact van EUR 175 miljoen in 2010 en een negatieve impact van EUR 36 miljoen in 2011.
Overige posten Algemene Rekening
De netto rentebaten bedroegen EUR 26 miljoen positief ten opzichte van EUR 16 miljoen negatief vorig jaar. De netto rentebaten betreffen het verschil tussen enerzijds de renteopbrengsten die op de deposito's, de bankrekeningen, de intragroepsleningen en de Fortis Bank Tier 1 Obligatielening werden ontvangen en anderzijds de rentebetalingen op de RPN(I), het European Medium Term Notes ((EMTN ) programma en de FRESH. Het verminderen van het EMTN programma van EUR 549 miljoen vorig jaar tot EUR 257 miljoen eind 2011 heeft een positief effect gehad op de rente-uitgaven. De netto rentebaten van EUR 35 miljoen in het vierde kwartaal zijn ook positief beïnvloed door de rentebaten van EUR 42 miljoen van de Fortis Bank Tier 1 Obligatielening zoals reeds uitgelegd.
Het Resultaat op verkoop en herwaarderingen bedroeg EUR 176 miljoen negatief ten opzichte van breakeven in dezelfde periode vorig jaar. Het verlies had voornamelijk betrekking op het verlies van EUR 190 miljoen op de verkregen Fortis Bank Tier 1 Obligatielening, een verlies van EUR 14 miljoen op de verkoop van de Duitse Leven activiteiten aan Augur Capital en een meerwaarde uit de overdracht van de aflopende herverzekeringsportefeuille van Intreinco, de vroegere herverzekeringscaptive van de Fortis Groep ingevolge de overdracht van de activiteiten aan Swiss Re.
Het resultaat over het vierde kwartaal omvat een meerwaarde van EUR 30 miljoen op de in juni 2011 bekend gemaakte fusie tussen Fortis Luxembourg Vie en Cardif Lux International en een meerwaarde van EUR 7 miljoen als gevolg van de herstructurering van activiteiten in China. Zoals overeengekomen met medeaandeelhouder China Taiping Group, heeft Ageas het belang in Taiping Pension afgestoten en tegelijkertijd besloten het belang in Taiping Asset Management te vergroten (van 8% naar 20%).
Daarnaast zijn in het vierde kwartaal verdere maatregelen getroffen om de juridische structuur van Ageas te vereenvoudigen. Twee Luxemburgse entiteiten - Ageasinvestlux S.A. en FGF Lux S.A. zijn geliquideerd en de overblijvende activa en verplichtingen zijn overgedragen aan Ageas SA/NV.
De totale kosten daalden met EUR 221 miljoen naar EUR 55 miljoen, voornamelijk omwille van de niet-contante last van EUR 203 miljoen in het kader van de conversie van de Mandatory Convertible Securities (MCS) vorig jaar.
De belastinguitgaven in 2011 werden beïnvloed door een eenmalige fiscale schikking van EUR 56 miljoen en de uitgestelde belastingvordering van EUR 28 miljoen op de Fortis Bank Tier 1 Obligatielening. Het goede (fiscale) resultaat van vorig jaar was toe te schrijven aan de erkenning van de uitgestelde belastingvorderingen van EUR 403 miljoen na de liquidatie van Brussels Liquidation Holding.
De nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders van de Algemene Rekening bedroeg EUR 265 miljoen negatief ten opzichte van een winst van EUR 168 miljoen vorig jaar.
Voorwaardelijke verplichtingen
Voor het volledige overzicht van de 'Voorwaardelijke verplichtingen gerelateerd aan gerechtelijke procedures' wordt verwezen naar noot 53.1 van het Geconsolideerd Financieel Verslag per 31 december 2011. Het Geconsolideerd Financieel Verslag zal op 14 maart 2012 worden gepubliceerd. Sinds de publicatie van het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag van Ageas over de eerste negen maanden van 2011 (zie noot 28.1) op 9 november 2011 heeft Ageas gerapporteerd over de publicatie van 18 november 2011 inzake de definitieve conclusies van de Belgische deskundigen, die waren aangesteld op verzoek van Deminor om de opsplitsing van de vroegere Fortis groep te onderzoeken. In februari 2012 werden 2 vonnissen uitgesproken: één door de Rechtbank in Rotterdam die de AFM beslissing bevestigde met betrekking tot de communicatie van Fortis aangaande haar subprime positie in september 2007 en één door de Rechtbank in Utrecht over de verspreiding van misleidende informatie in mei-juni 2008. Ageas gaat tegen beide uitspraken in beroep.
Nettokaspositie
De nettokaspositie van de Algemene Rekening, inclusief EUR 600 miljoen in kortlopende deposito's bij banken en uitgaande van een volledige aflossing van het EMTN programma (EUR 257 miljoen), daalde van EUR 2,2 miljard eind 2010 tot EUR 0,7 miljard op 31 december 2011. De transactie met BNP Paribas die eind maart 2012 zal worden afgerond, zal een positieve impact hebben op de netto cash positie van EUR 0,7 miljard.
De daling van de nettokaspositie sinds het begin van het jaar volgt voornamelijk uit de contante betaling van EUR 953 miljoen voor de overname van de Fortis Bank Tier 1 Obligatielening, het verkregen belang in AKSigorta en Castle Cover, de uitvoering van het inkoopprogramma van eigen aandelen, gelanceerd in augustus 2011 (EUR 0,2 miljard) en de uitkering van dividend over 2010 in het eerste halfjaar.
| in miljoenen EUR | 31 dec 11 | 30 sept 11 | 31 dec 10 |
|---|---|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 345 | 337 | 2.259 |
| Vorderingen op banken (kortlopend) | 600 | 750 | 500 |
| Schulden aan banken (kortlopend) | - | ||
| Schuldbewijzen | - 257 | - 260 | - 549 |
| Netto kaspositie | 688 | 827 | 2.210 |
| Vorderingen op klanten | 1.136 | 1.139 | 1.228 |
| Vorderingen op banken (langlopend) | 1.754 | 1.699 | 942 |
| Schulden aan banken (langlopend) | - | ||
| Achtergestelde schulden | - 2.980 | - 2.957 | - 2.961 |
| Overige financieringen | - 79 | - 87 | - 100 |
| Saldo van de vorderingen | - 169 | - 206 | - 891 |
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 1.086 | 1.261 | 1.174 |
| Geschreven put optie | - 656 | - 740 | - 703 |
| Eigen vermogen Algemeen | 949 | 1.142 | 1.790 |
Beleggingsportefeuille en vermogenspositie
Beleggingsportefeuille
De beleggingsportefeuille van Ageas bedroeg eind december EUR 59,3 miljard ten opzichte EUR 59,8 miljard eind 2010. Deze lichte daling kan grotendeels worden verklaard door wijzigingen in de consolidatiescope met betrekking tot Fortis Luxembourg Vie (fusie met Cardif Lux International) (EUR 0,5 miljard) en de herclassificering van Ageas Deutschland als "Activa aangehouden voor verkoop" (verkoop aan Augur Capital) .
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de beleggingsportefeuille van Ageas. Alle activa worden gewaardeerd tegen reële waarde, behalve de "Tot einde looptijd aangehouden" beleggingen die tegen geamortiseerde kostprijs worden gewaardeerd. Deze laatste categorie bedroeg op 31 december 2011 EUR 5,1 miljard, waarvan EUR 0,7 miljard Portugese overheids- en bedrijfsobligaties en EUR 4,4 miljard Belgische overheidsobligaties, die in de loop van 2011 zijn geherclassificeerd.
| in miljarden EUR | in % | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Beleggingsportefeuille plus vastgoed tegen reële waarde | 31 dec 11 | 30 sept 11 | 31 dec 11 | 31 dec 11 | 30 sept 11 | 31 dec 11 |
| Vastrentende waarden | 53,2 | 53,5 | 53,6 | 90% | 90% | 90% |
| - Overheidsobligaties tot einde looptijd aangehouden | 4,9 | 0,5 | 8% | 1% | 0% | |
| - Overheidsobligaties voor verkoop beschikbaar | 26,6 | 32,5 | 32,3 | 45% | 54% | 54% |
| - Bedrijfsobligaties voor verkoop beschikbaar | 21,1 | 20,1 | 20,9 | 36% | 34% | 35% |
| - Gestructureerde kredietinstrumenten | 0,4 | 0,4 | 0,4 | 1% | 1% | 1% |
| Aandelen | 1,8 | 1,7 | 2,3 | 3% | 3% | 4% |
| Vastgoed beleggingen | 2,8 | 2,8 | 2,5 | 5% | 5% | 4% |
| Vastgoed eigen gebruik | 1,5 | 1,5 | 1,4 | 2% | 2% | 2% |
| Totaal | 59,3 | 59,5 | 59,8 | 100% | 100% | 100% |
Ageas besloot in het vierde kwartaal de waardering van de resterende positie in Griekse overheidsobligaties verder aan te passen aan de marktprijzen van eind 2011, wat leidde tot een bruto bijzondere waardevermindering van EUR 1,2 miljard (voor belastingen en winstdeling). De resterende Griekse overheidsobligaties zijn op 31 december 2011 verantwoord tegen een reële waarde van EUR 354 miljoen (EUR 265 miljoen na minderheidsbelangen), die overeenkomt met gemiddeld 23% van hun historische/geamortiseerde kostprijs.
De aandelenportefeuille daalde van EUR 2,3 miljard eind 2010 naar EUR 1,8 miljard eind 2011. Dit wordt verklaard door desinvesteringen, bijzondere waardeverminderingen en de impact van een lagere reële waarde als gevolg van de wereldwijde daling van de financiële markten. De beleggingsmix bleef stabiel ten opzichte van eind 2010 met bijna 90% belegd in vastrentende waarden. 95% van de obligatieportefeuille is 'investment grade' en bijna 90% heeft een rating A of hoger.
Eind december bedroegen de ongerealiseerde meer- en minwaarden van de totale beleggingsportefeuille EUR 1,8 miljard positief ten opzichte van EUR 1,0 miljard positief eind 2010, voornamelijk dankzij de waardestijging van vastgoed (EUR 0,2 miljard) en van vastrentende waarden (EUR 0,6 miljard), voornamelijk voortkomende uit de positieve impact van de hierboven genoemde bijzondere waardevermindering op Griekse overheidsobligaties (EUR 1,3 miljard).
Vastrentende portefeuille
Beleggingen in overheidsobligaties ("Voor verkoop beschikbaar" en "Tot einde looptijd aangehouden") tegen reële waarde daalden licht met EUR 0,7 miljard tot EUR 31,5 miljard ten opzichte van eind 2010. Desinvesteringen in Zuid-Europese en Duitse obligaties werden voornamelijk geherinvesteerd in Belgische obligaties en in mindere mate in Nederlandse en Franse obligaties. Beleggingen in Ierse obligaties daalden in 2011 met EUR 0,1 miljard naar EUR 0,4 miljard.
De totale bruto blootstelling aan Zuid-Europese overheidsobligaties ("Voor verkoop beschikbaar" en "Tot einde looptijd aangehouden") tegen de geamortiseerde kostprijs en inclusief bijzondere waardeverminderingen daalde van EUR 8,9 miljard eind 2010 tot EUR 4,5 miljard per 31 december 2011. Rekening houdend met de minderheidsbelangen en de bijzondere waardevermindering op Griekenland, bedroeg de totale netto blootstelling aan Zuid-Europese landen tegen geamortiseerde kostprijs EUR 3 miljard op 31 december 2011.
De totale niet-gerealiseerde meerwaarde op de 'voor verkoop beschikbare' obligatieportefeuille bedroeg EUR 600 miljoen, tegenover EUR 59 miljoen minwaarden eind 2010. De stijging kwam voornamelijk voort uit de positieve impact van de hierboven genoemde bijzondere waardevermindering op Griekse overheidsobligaties.
De niet-gerealiseerde meerwaarden op bedrijfsobligaties bedroegen EUR 432 miljoen en is relatief stabiel ten opzichte van de EUR 486 miljoen eind 2010. De kwaliteit van de bedrijfsobligatieportefeuille blijft zeer hoog: ruim 95% van de portefeuille is nog steeds investment grade en 83% heeft een A rating of hoger.
Aandelenportefeuille
De aandelenbeleggingen tegen reële waarde daalden van EUR 2,3 miljard eind 2010 naar EUR 1,8 miljard eind december. De bruto niet-gerealiseerde meerwaarden waren nagenoeg breakeven, een daling met EUR 140 miljoen ten opzichte van eind 2010. Aandelen maken 3% deel uit van de beleggingsportefeuille, 1% minder dan aan het begin van het jaar.
Vastgoedportefeuille
De vastgoedportefeuille tegen reële waarde steeg van EUR 3,9 miljard eind 2010 naar EUR 4,3 miljard inclusief niet-gerealiseerde meerwaarden en naar EUR 3,0 miljard aan geamortiseerde kostprijs, uitgesplitst in EUR 2,0 miljard vastgoedbeleggingen en in EUR 1,0 miljard gebouwen voor eigen gebruik. De bruto ongerealiseerde meerwaarden stegen met EUR 0,3 miljard tot EUR 1,2 miljard eind december door een aanpassing van de waarderingsmethode aan marktgebruiken. Aangezien vastgoed wordt geboekt tegen de geamortiseerde kostprijs, zijn deze meerwaarden niet zichtbaar in het netto eigen vermogen.
Vermogenspositie
Ageas heeft besloten met ingang van het derde kwartaal de solvabiliteitsberekening te baseren op de visie van de toezichthouder. Op 31 december 2011 bedroeg het totale beschikbaar wettelijk kapitaal onder IFRS EUR 8,6 miljard ten opzichte van EUR 9,9 miljard eind 2010 en EUR 9,2 miljard eind juni 2011. Het solvabiliteitsoverschot bedroeg EUR 4,9 miljard, waardoor de solvabiliteitsratio van de groep uitkwam op 237%, tegen 282% eind 2010 met inbegrip van een vermindering van 18% ingevolge de uitsluiting van de waarde van de putoptie op 25%+1 aandeel van AG Insurance Belgium, aangehouden door Fortis Bank. Het totale beschikbare kapitaal van het verzekeringsbedrijf daalde als gevolg van het negatieve resultaat Verzekeringen, inclusief bijzondere waardeverminderingen tot EUR 7,5 miljard; het wettelijk vereiste minimum steeg tot EUR 3,6 miljard en weerspiegelt de groei in alle segmenten van Niet-Leven en een gestegen vermogen onder beheer Leven in België. De solvabiliteit van Verzekeringen daalde van 232% naar 207% ten opzichte van eind december 2010. De solvabiliteitsratio's daalden enigszins in alle segmenten maar bleven solide op 174% in België 174%, 234% in het VK 234%, 172% in Continentaal Europa en 292% in Azië. Het beschikbaar wettelijk kapitaal van de groep omvat EUR 1,1 miljard kapitaal van de Algemene Rekening.
Voor meer bijzonderheden over de belangrijkste kapitaalratio's per segment wordt verwezen naar Bijlage 5 (blz 36).
Verslag van de commissaris over de geconsolideerde financiële informatie 2011
De commissarissen, KPMG Bedrijfsrevisoren – Réviseurs d'Entreprises, vertegenwoordigd door de heer Lange en KPMG Accountants N.N., vertegenwoordigd door W.G. Bakker, bevestigen dat de controlewerkzaamheden die zij op grondige wijze hebben uitgevoerd, geen aanleiding hebben gegeven tot materiële aanpassingen aan de boekhoudkundige gegevens zoals opgenomen in het jaarverslag van de onderneming.
Verklaring managementverantwoordelijkheid
De Raad van Bestuur verklaart dat, naar zijn beste weten, de Geconsolideerde financiële informatie, opgesteld conform de principes voor opname en waardering van de International Financial Reporting Standards, zoals aanvaard binnen de Europese Unie en die rechtstreeks voortvloeit uit het volledige IFRS geconsolideerd financieel verslag een getrouw en juist beeld geeft van de activa, verplichtingen, financiële positie en het resultaat van Ageas in 2011. Het commentaar op pagina 1 tot 29 biedt naar zijn mening een reële en evenwichtige kijk op de ontwikkeling en prestatie van de business en de positie van de groep.
Conference call voor analisten en institutionele investeerders 20 februari 2012 om 09.30u CET (08.30u UK tijd)
Audiocast: www.ageas.com Inbelnummers (toegangscode 467843#): + 44 207 750 9926 (Verenigd Koninkrijk) + 32 2 400 25 25 (België) + 1 914 885 0779 (US)
Opnieuw afspelen beschikbaar tot 20 maart 2012 (toegangscode: 383984#) + 32 2 401 89 89 (België)
Graag vijf tot tien minuten van tevoren bellen (de lijnen gaan tien minuten voor de conferentie open).
Er is een persconferentie voorzien om 12u CET
Disclaimer
De informatie op basis waarvan de verklaringen in dit persbericht zijn opgesteld, kan onderhevig zijn aan veranderingen en dit persbericht bevat mogelijk ook schattingen en andere toekomstgerichte verklaringen met betrekking tot Ageas. Deze verklaringen zijn gebaseerd op de huidige verwachtingen van de directie van Ageas en zijn vanzelfsprekend onderhevig aan onzekerheden, veronderstellingen en eventuele wijzigingen in de omstandigheden. De financiële informatie in dit bericht is niet door een accountant gecontroleerd.
De verklaringen met betrekking tot de toekomst zijn geen garantie voor toekomstige prestaties en brengen risico's en onzekerheden met zich mee die tot gevolg kunnen hebben dat de eigenlijke resultaten aanzienlijk verschillen van deze uitgedrukt in de verklaringen met betrekking tot de toekomst. Veel van deze risico's en onzekerheden hebben te maken met factoren die buiten de controle van Ageas liggen of die Ageas niet precies kan inschatten, zoals toekomstige marktomstandigheden en het gedrag van andere marktpartijen. Andere niet bekende of onvoorspelbare factoren buiten de controle van Ageas kunnen eveneens voor een aanzienlijk verschil zorgen tussen de eigenlijke resultaten en deze in de verklaringen en zijn bijvoorbeeld (maar niet beperkt tot) het verkrijgen van toestemming van regelgevende of toezichthoudende Autoriteiten en de uitkomst van de hangende en toekomstige rechtszaken waarbij Ageas betrokken is. Om die reden is het niet aanbevolen deze verklaringen blindelings te volgen. Ageas is niet verplicht of van plan deze verklaringen bij te werken, al dan niet als gevolg van nieuwe informatie, toekomstige gebeurtenissen of anderzijds, behalve wanneer de wet dit vereist.
Bijlagen
Gelieve te noteren dat historische informatie en de belangrijkste indicatoren per segment uit het persbericht zijn weggelaten. Deze zijn opgenomen in het Excel-werkboek met kwartaalresultaten dat kan worden gedownload via http://www.ageas.com/nl/Pages/kwartaalcijfers.aspx.
Bijlage 1 : Geconsolideerde balans op 31 december 2011
| 31 december 2011 | 31 december 2010 | |
|---|---|---|
| Activa | ||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 2.701,5 | 3.258,3 |
| Financiële beleggingen | 55.231,4 | 56.232,5 |
| Vastgoedbeleggingen | 2.045,7 | 1.900,3 |
| Leningen | 5.683,4 | 4.528,2 |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 12.771,4 | 21.747,3 |
| Beleggingen in geassocieerde deelnemingen | 1.959,5 | 1.732,5 |
| Herverzekering en overige vorderingen | 4.111,1 | 3.828,5 |
| Actuele belastingvorderingen | 127,1 | 71,5 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 358,8 | 465,1 |
| Call optie op BNP Paribas aandelen | 395,0 | 609,0 |
| Overlopende rente en overige activa | 2.386,2 | 2.042,5 |
| Materiële vaste activa | 1.098,3 | 1.065,0 |
| Goodwill en overige immateriële vaste activa | 1.594,3 | 1.686,0 |
| Activa aangehouden voor verkoop | 138,5 | |
| Totaal activa | 90.602,2 | 99.166,7 |
| Verplichtingen | ||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven | 24.370,4 | 23.938,4 |
| Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven | 27.201,5 | 26.913,8 |
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 12.823,8 | 21.830,9 |
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven | 6.203,9 | 5.448,6 |
| Schuldbewijzen | 256,7 | 548,9 |
| Achtergestelde schulden | 2.973,6 | 2.926,9 |
| Leningen | 2.277,0 | 2.141,7 |
| Actuele belastingschulden | 59,2 | 46,4 |
| Uitgestelde belastingschulden | 614,6 | 682,3 |
| RPN(I) | 190,0 | 465,0 |
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 2.094,1 | 1.947,0 |
| Voorzieningen | 2.403,4 | 2.407,6 |
| Geschreven put optie | 655,8 | 703,2 |
| Verplichtingen met betrekking tot vaste activa aangehouden voor verkoop | 110,5 | |
| Totaal verplichtingen | 82.234,5 | 90.000,7 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 7.760,3 | 8.421,7 |
| Minderheidsbelangen | 607,4 | 744,3 |
| Totaal eigen vermogen | 8.367,7 | 9.166,0 |
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 90.602,2 | 99.166,7 |
Bijlage 2 : Resultatenrekening
| FY 11 | FY 10 | Mutatie | Q4 11 | Q4 10 | Mutatie | Q3 11 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Baten | |||||||
| - Bruto premie-inkomen 1) | 9.421,2 | 9.751,6 | - 3% | 2.400,8 | 2.422,5 | - 1% | 2.170,0 |
| - Wijziging in niet-verdiende premies | - 398,7 | - 181,9 | * | 55,1 | - 49,4 | * | - 58,7 |
| - Afgestane herverzekeringspremies | - 283,8 | - 246,0 | 15% | - 71,8 | - 63,0 | 14% | - 70,3 |
| Netto verdiende premies | 8.738,7 | 9.323,7 | - 6% | 2.384,1 | 2.310,1 | 3% | 2.041,0 |
| Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten | 3.093,3 | 3.005,3 | 3% | 801,9 | 759,1 | 6% | 754,8 |
| Niet-gerealiseerde winsten(verliezen) op calloptie BNP Paribas aandelen | - 214,0 | - 271,0 | - 21% | 33,8 | - 227,0 | * | - 332,8 |
| Niet-gerealiseerde winsten(verliezen) op RPN(I) | 275,0 | - 149,0 | * | - 45,0 | 31,0 | * | 438,0 |
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 135,6 | 87,8 | 54% | 202,6 | 42,2 | * | - 155,3 |
| Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten | - 581,5 | 788,0 | * | 477,6 | - 32,1 | * | - 1.131,2 |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | - 146,5 | 186,3 | * | - 75,8 | - 40,0 | 90% | - 62,6 |
| Commissiebaten | 427,1 | 428,0 | - 0% | 101,1 | 114,4 | - 12% | 105,1 |
| Overige baten | 277,1 | 248,0 | 12% | 77,6 | 82,0 | - 5% | 87,9 |
| Totale baten | 12.004,8 | 13.647,1 | - 12% | 3.957,9 | 3.039,7 | 30% | 1.744,9 |
| Lasten | |||||||
| - Schadelasten en uitkeringen, bruto | - 8.769,8 | - 9.768,8 | - 10% | - 2.462,2 | - 2.547,5 | - 3% | - 1.948,2 |
| - Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars | 155,2 | 165,6 | - 6% | 59,8 | 61,3 | - 2% | 22,7 |
| Schadelasten en uitkeringen, netto | - 8.614,6 | - 9.603,2 | - 10% | - 2.402,4 | - 2.486,2 | - 3% | - 1.925,5 |
| Lasten inzake unit-linked contracten | 642,8 | - 755,0 | * | - 438,6 | 50,9 | * | 1.148,1 |
| Financiële lasten | - 310,0 | - 298,4 | 4% | - 74,3 | - 75,4 | - 1% | - 79,3 |
| Wijzigingen in de waardeverminderingen | - 1.615,9 | 328,6 | * | - 360,3 | 388,4 | * | - 892,7 |
| Wijzigingen in voorzieningen | - 23,2 | - 564,5 | - 96% | - 23,6 | - 566,8 | - 96% | 40,6 |
| Commissielasten | - 1.163,4 | - 1.052,4 | 11% | - 287,8 | - 273,3 | 5% | - 282,8 |
| Personeelslasten | - 739,5 | - 694,1 | 7% | - 190,7 | - 180,3 | 6% | - 182,7 |
| Overige lasten | - 937,8 | - 866,9 | 8% | - 271,4 | - 241,5 | 12% | - 251,8 |
| Totale lasten | - 12.761,6 | - 13.505,9 | - 6% | - 4.049,1 | - 3.384,2 | 20% | - 2.426,1 |
| Winst voor belastingen | - 756,8 | 141,2 | * | - 91,2 | - 344,5 | ( 74 %) | - 681,2 |
| Belastingen op de winst | 83,3 | 222,6 | - 63% | 51,5 | - 37,2 | * | 79,9 |
| Nettowinst over de periode | - 673,5 | 363,8 | * | - 39,7 | - 381,7 | ( 90 %) | - 601,3 |
| Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | - 95,3 | 140,7 | * | 4,8 | 40,8 | ( 88 %) | - 126,4 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | - 578,2 | 223,1 | * | - 44,5 | - 422,5 | ( 89 %) | - 474,9 |
| Gegevens per aandeel (EUR) | |||||||
| Gewone winst per aandeel | - 0,23 | 0,09 | |||||
| Verwaterde winst per aandeel | - 0,23 | 0,09 |
Bijlage 3 : Vergelijkbare premiegegevens
| Per segment | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| in miljoenen EUR | FY 11 | FY 10 | % | Q4 11 | Q4 10 | % | Q3 11 |
| België | |||||||
| Brutopremies | 4.263 | 4.529 | - 6% | 1.183 | 1.194 | - 1% | 908 |
| Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling | 245 | 589 | - 58% | 20 | 100 | - 80% | 36 |
| Bruto premie-inkomen Leven | 4.508 | 5.119 | - 12% | 1.203 | 1.295 | - 7% | 944 |
| Brutopremies Niet-leven | 1.671 | 1.591 | 5% | 378 | 359 | 5% | 395 |
| Totaal premie-inkomen België | 6.179 | 6.709 | - 8% | 1.581 | 1.654 | - 4% | 1.339 |
| Verenigd Koninkrijk | |||||||
| Brutopremies | 51 | 27 | 87% | 15 | 8 | 88% | 14 |
| Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling | - | - | * | - | - | * | - |
| Bruto premie-inkomen Leven | 51 | 28 | 87% | 15 | 9 | 67% | 14 |
| Brutopremies Niet-leven | 1.983 | 1.179 | 68% | 460 | 358 | 28% | 529 |
| Totaal premie-inkomen Verenigd Koninkrijk | 2.034 | 1.207 | 69% | 475 | 367 | 29% | 543 |
| Contintaal Europa | |||||||
| Brutopremies | 761 | 1.748 | - 56% | 170 | 320 | - 47% | 164 |
| Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling | 1.458 | 1.741 | - 16% | 358 | 379 | - 6% | 277 |
| Bruto premie-inkomen Leven | 2.219 | 3.490 | - 36% | 528 | 699 | - 24% | 441 |
| Brutopremies Niet-leven | 453 | 443 | 2% | 124 | 118 | 5% | 98 |
| Totaal premie-inkomen geconsolideerde entiteiten | 2.672 | 3.933 | - 32% | 652 | 817 | - 20% | 539 |
| Niet-geconsolideerde JV's aan 100% | 177 | - | * | 111 | - | * | 66 |
| Totaal premie-inkomen Continentaal Europa | 2.849 | 3.933 | - 28% | 763 | 817 | - 7% | 605 |
| Azië | |||||||
| Brutopremies | 239 | 233 | 3% | 69 | 64 | 8% | 63 |
| Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling | 114 | 102 | 11% | 36 | 34 | 6% | 27 |
| Bruto premie-inkomen Leven | 353 | 335 | 5% | 105 | 98 | 7% | 90 |
| Brutopremies Niet-leven | - | - | * | - | - | * | - |
| Totaal premie-inkomen geconsolideerde entiteiten | 353 | 335 | 5% | 105 | 98 | 7% | 90 |
| Niet-geconsolideerde JV's aan 100% | 5.804 | 5.759 | 1% | 1.411 | 1.272 | 11% | 1.314 |
| Totaal premie-inkomen Azië | 6.157 | 6.094 | 1% | 1.516 | 1.370 | 11% | 1.404 |
| Totaal premie-inkomen | 17.219 | 17.943 | - 4% | 4.335 | 4.207 | 3% | 3.891 |
| Per type | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| in miljoenen EUR | FY 11 | FY 10 | % | Q4 11 | Q4 10 | % | Q3 11 |
| Leven | |||||||
| België | 4.508 | 5.119 | - 12% | 1.203 | 1.295 | - 7% | 944 |
| Verenigd Koninkrijk | 51 | 28 | 82% | 15 | 9 | 67% | 14 |
| Continentaal Europa | 2.219 | 3.490 | - 36% | 528 | 699 | - 24% | 441 |
| Volledig geconsolideerd | 2.219 | 3.490 | - 36% | 528 | 699 | - 24% | 441 |
| Niet-geconsolideerde JV's aan 100% | - | - | 0% | - | - | * | - |
| Azië | 5.550 | 5.578 | - 1% | 1.372 | 1.238 | 11% | 1.267 |
| Volledig geconsolideerd | 353 | 335 | 5% | 105 | 98 | 7% | 90 |
| Niet-geconsolideerde JV's aan 100% | 5.197 | 5.243 | - 1% | 1.267 | 1.140 | 11% | 1.177 |
| Totaal premie-inkomen Leven | 12.328 | 14.215 | - 13% | 3.118 | 3.241 | - 4% | 2.666 |
| Niet-leven | |||||||
| België | 1.671 | 1.591 | 5% | 378 | 359 | 5% | 395 |
| Verenigd Koninkrijk | 1.983 | 1.179 | 68% | 460 | 358 | 28% | 529 |
| Continentaal Europa | 630 | 443 | 42% | 235 | 118 | 99% | 164 |
| Volledig geconsolideerd | 453 | 443 | 2% | 124 | 118 | 5% | 98 |
| Niet-geconsolideerde JV's aan 100% | 177 | - | * | 111 | - | * | 66 |
| Azië | 607 | 516 | 18% | 144 | 131 | 10% | 137 |
| Volledig geconsolideerd | - | - | * | - | - | * | - |
| Niet-geconsolideerde JV's aan 100% | 607 | 516 | 18% | 144 | 131 | 10% | 137 |
| Totaal bruto-premies Niet-Leven | 4.891 | 3.729 | 31% | 1.217 | 966 | 26% | 1.225 |
| Totaal premie-inkomen | 17.219 | 17.944 | - 4% | 4.335 | 4.207 | 3% | 3.891 |
Bijlage 4 : Premie-inkomen per regio
| Belangrijkste cijfers per regio | |||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| in miljoenen EUR | Bruto-premie-inkomen Leven | Bruto-premies Niet-leven | Totaal | ||||||||||
| % eigendom |
FY 11 | FY 10 | Q4 11 | Q4 10 | FY 11 | FY 10 | Q4 11 Q4 10 | FY 11 | FY 10 | Q4 11 | Q4 10 | ||
| België | 75% | 4.508 | 5.118 | 1.203 | 1.295 | 1.671 | 1.591 | 378 | 359 | 6.179 | 6.709 | 1.581 | 1.654 |
| Verenigd Koninkrijk | 100% | 51 | 28 | 15 | 9 | 1.983 | 1.179 | 461 | 358 | 2.034 | 1.207 | 476 | 367 |
| Continentaal Europa | 2.219 | 3.490 | 528 | 699 | 630 | 443 | 235 | 118 | 2.849 | 3.933 | 762 | 817 | |
| Geconsolideerde entiteiten | 2.219 | 3.490 | 528 | 699 | 453 | 443 | 124 | 118 | 2.672 | 3.933 | 651 | 817 | |
| Portugal | 51% | 1.071 | 1.724 | 206 | 359 | 237 | 230 | 57 | 55 | 1.308 | 1.954 | 263 | 414 |
| Frankrijk | 100% | 290 | 375 | 61 | 85 | - | - | - | - | 290 | 375 | 61 | 85 |
| Luxemburg | 50% | 814 | 1.293 | 248 | 242 | - | - | - | - | 814 | 1.293 | 247 | 242 |
| Oekraïne | 100% | - | 2 | - | - | - | - | - | - | - | 2 | - | - |
| Duitsland | 100% | 44 | 45 | 13 | 13 | - | - | - | - | 44 | 45 | 13 | 13 |
| Turkije | 100% | - | 51 | - | - | - | - | - | - | - | 51 | - | - |
| Italië | 100% | - | - | - | - | 216 | 213 | 67 | 63 | 216 | 213 | 67 | 63 |
| Niet-geconsolideerde | |||||||||||||
| JV's aan 100% | |||||||||||||
| Turkije (Aksigorta) | 33% | - | - | - | - | 177 | - | 111 | - | 177 | - | 111 | - |
| Luxemburg (Cardif Lux Vie) | 33% | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Azië | 5.550 | 5.578 | 1.372 | 1.238 | 607 | 516 | 144 | 131 | 6.157 | 6.094 | 1.516 | 1.369 | |
| Geconsolideerde entiteiten | |||||||||||||
| Hongkong | 100% | 353 | 335 | 105 | 98 | - | - | - | - | 353 | 335 | 105 | 98 |
| Niet-geconsolideerde | |||||||||||||
| JV's aan 100% | |||||||||||||
| Maleisië | 31% | 622 | 717 | 188 | 140 | 478 | 405 | 110 | 102 | 1.100 | 1.122 | 298 | 242 |
| Thailand | 31%/15% | 907 | 714 | 205 | 185 | 129 | 111 | 34 | 29 | 1.036 | 825 | 239 | 214 |
| China | 25% | 3.552 | 3.681 | 852 | 784 | - | - | - | - | 3.552 | 3.681 | 852 | 784 |
| India | 26% | 116 | 131 | 22 | 31 | - | - | - | - | 116 | 131 | 22 | 31 |
| Totaal | 12.328 14.214 | 3.118 | 3.241 | 4.891 | 3.729 | 1.218 | 966 | 17.219 | 17.943 | 4.335 | 4.207 |
Bijlage 5 : Solvabiliteit per regio
| Belangrijkste kapitaalindicatoren | 31-12-2011 | 31-12-2010 |
|---|---|---|
| België | ||
| Eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders | 2.381 | 2.632 |
| Totaal beschikbaar kapitaal | 3.940 | 4.313 |
| Minimale solvabiliteitseisen | 2.263 | 2.163 |
| Totaal kapitaal boven minimale solvabiliteitseisen | 1.677 | 2.150 |
| Totale solvabiliteitsratio | 174% | 199% |
| Verenigd Koninkrijk | ||
| Eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders | 1.007 | 776 |
| Totaal beschikbaar kapitaal | 858 | 658 |
| Minimale solvabiliteitseisen | 367 | 192 |
| Totaal kapitaal boven minimale solvabiliteitseisen | 491 | 466 |
| Totale solvabiliteitsratio | 234% | 343% |
| Continentaal Europa | ||
| Eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders | 929 | 893 |
| Totaal beschikbaar kapitaal | 973 | 1.183 |
| Minimale solvabiliteitseisen | 565 | 562 |
| Totaal kapitaal boven minimale solvabiliteitseisen | 408 | 621 |
| Totale solvabiliteitsratio | 172% | 210% |
| Azië | ||
| Eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders | 1.687 | 1.440 |
| Totaal beschikbaar kapitaal | 1.291 | 1.131 |
| Minimale solvabiliteitseisen | 442 | 333 |
| Totaal kapitaal boven minimale solvabiliteitseisen | 849 | 798 |
| Totale solvabiliteitsratio | 292% | 340% |
| Consolodatie-aanpassing totaal beschikbaar kapitaal | 467 | 255 |
| Totaal Verzekeringen | ||
| Eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders | 6.004 | 5.741 |
| Totaal beschikbaar kapitaal | 7.529 | 7.540 |
| Minimale solvabiliteitseisen | 3.637 | 3.250 |
| Totaal kapitaal boven minimale solvabiliteitseisen | 3.892 | 4.290 |
| Totale solvabiliteitsratio | 207% | 232% |
| Algemeen (na eliminaties) | ||
| Eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders | 1.756 | 2.680 |
| Totaal beschikbaar kapitaal | 1.844 | 2.334 |
| Totale solvabiliteitsratio Ageas | 257% | 303% |
Bijlage 6 : Overheidsobligatieportefeuille op 31 december 2011
(geboekt onder 'Voor verkoop beschikbaar' en 'Tot einde looptijd aangehouden')
| Historische kostprijs/ | Bruto ongerealiseerde | Bijzondere | Reële | |
|---|---|---|---|---|
| (EUR mio) | Amortisatiewaarde | winst (verlies) | waardeverminderingen | waarden |
| 31 december 2011 | ||||
| België | 9.680,4 | 111,4 | 9.791,8 | |
| Nederland | 1.692,1 | 116,5 | 1.808,6 | |
| Duitsland | 1.402,8 | 216,3 | 1.619,1 | |
| Italie | 1.989,9 | - 369,8 | 1.620,1 | |
| Frankrijk | 4.365,7 | 186,6 | 4.552,3 | |
| Verenigd Koninkrijk | 660,9 | 43,6 | 704,5 | |
| Griekenland | 1.563,0 | - 0,1 | - 1.209,1 | 353,8 |
| Spanje | 1.015,7 | - 90,2 | 925,5 | |
| Portugal | 681,0 | - 208,3 | 472,7 | |
| Oostenrijk | 2.308,1 | 136,7 | 2.444,8 | |
| Finland | 282,9 | 24,7 | 307,6 | |
| Ierland | 443,1 | - 62,0 | 381,1 | |
| Overige | 1.607,9 | 53,3 | 1.661,2 | |
| Totaal beschikbaar voor verkoop | 27.693,5 | 158,7 | - 1.209,1 | 26.643,1 |
| België | 4.373,5 | 4.553,4 | ||
| Portugal | 493,6 | 403,6 | ||
| Totaal tot einde looptijd aangehouden | 4.867,1 | 4.957,0 | ||
| 30 september 2011 | ||||
| België | 13.540,1 | 461,6 | 14.001,7 | |
| Nederland | 1.493,5 | 108,2 | 1.601,7 | |
| Duitsland | 2.307,6 | 365,6 | 2.673,2 | |
| Italie | 2.380,7 | - 337,2 | 2.043,5 | |
| Frankrijk | 3.971,1 | 294,6 | 4.265,7 | |
| Verenigd Koninkrijk | 663,6 | 34,5 | 698,1 | |
| Griekenland | 1.684,6 | - 1.046,2 | 638,4 | |
| Spanje | 1.180,0 | - 107,4 | 1.072,6 | |
| Portugal | 719,4 | - 184,2 | 535,2 | |
| Oostenrijk | 2.284,9 | 193,8 | 2.478,7 | |
| Finland | 267,8 | 22,2 | 290,0 | |
| Ierland | 560,4 | - 55,1 | 505,3 | |
| Overige | 1.593,3 | 95,8 | 1.689,1 | |
| Totaal beschikbaar voor verkoop | 32.647,0 | 892,4 | - 1.046,2 | 32.493,2 |
| België | ||||
| Portugal | 488,3 | |||
| Totaal tot einde looptijd aangehouden | 488,3 | |||
| 31 december 2010 | ||||
| België | 9.948,1 | 128,0 | 10.076,1 | |
| Nederland | 1.288,2 | 48,0 | 1.336,2 | |
| Duitsland | 2.628,8 | 149,9 | 2.778,7 | |
| Italie | 3.683,4 | - 110,3 | 3.573,1 | |
| Frankrijk | 4.069,6 | 92,4 | 4.162,0 | |
| Verenigd Koninkrijk | 600,4 | 12,8 | 613,2 | |
| Griekenland | 1.832,0 | - 624,1 | 1.207,9 | |
| Spanje | 1.730,0 | - 129,0 | 1.601,0 | |
| Portugal | 1.654,2 | - 142,4 | 1.511,8 | |
| Oostenrijk | 2.543,2 | 81,4 | 2.624,6 | |
| Finland | 740,5 | 14,8 | 755,3 | |
| Ierland | 599,1 | - 109,7 | 489,4 | |
| Overige | 1.524,4 | 48,4 | 1.572,8 | |
| Totaal beschikbaar voor verkoop | 32.841,9 | - 539,8 | 32.302,1 | |
België
Portugal
Totaal tot einde looptijd aangehouden
37