AI assistant
ageas SA/NV — Earnings Release 2010
Mar 9, 2011
3905_er_2011-03-09_5f6e1a92-5409-48b4-9bed-1e673472bd54.pdf
Earnings Release
Open in viewerOpens in your device viewer
PERSBERICHT
Brussel/Utrecht, 9 maart 2011
Jaarresultaten 2010
Duurzame resultaten verzekeringsbedrijf in een volatiele omgeving
- Bruto premie-inkomen EUR 17,9 miljard, +14%
- Nettowinst verzekeringsbedrijf EUR 391 miljoen, -23% ingevolge een gewijzigde perimeter en een eenmalig belastingsvoordeel in 2009
- Vermogen onder beheer EUR 78,1 miljard, +7%
- Embedded Value EUR 4,8 miljard, -8%; VANB EUR 66 miljoen, -4%
Positief netto groepsresultaat van EUR 223 miljoen inclusief een MCSgerelateerde last
- Netto verlies van EUR 168 miljoen voor de Algmene Rekening; EUR 203 miljoen last met betrekking tot de MCS conversie en de juridische geschillen met de Nederlandse Staat, zonder impact op het eigen vermogen
- Eigen vermogen EUR 8,2 miljard oftewel EUR 3,19 per aandeel
- Totaal solvabiliteitsratio verzekeringsbedrijf 227%, 234% einde 2009
Dividendvoorstel 2010 onveranderd op 8 eurocent per aandeel
CEO Bart De Smet:
"In het eerste hele jaar als verzekeraar heeft Ageas verder gewerkt aan de realisatie van de strategische doelstellingen. We kenden een sterke commerciële prestatie in alle regio's maar voornamelijk in Azië en het Verenigd Koninkrijk. Hoewel de financiële resultaten van onze Verzekeringsactiviteiten veerkrachtig kunnen worden genoemd, bleven ze toch onder onze verwachtigen en financiële doelstellingen. In lijn met ons strategisch plan is goede voortgang geboekt met het stroomlijnen en versterken van de Verzekeringsportefeuille en het vereenvoudigen van onze juridische structuur. De financiële markten zaten nog met de nasleep van de financiële crisis: de blik was ditmaal gericht op bepaalde Europese landen. Tegen deze achtergrond hebben we een nieuw evenwicht aangebracht in onze beleggingsportefeuille: het concentratierisico is verlaagd terwijl wij op zoek zijn gegaan naar interessante rendementen en manieren om onze winstgevendheid in de toekomst veilig te stellen, maar we blijven toch blootgesteld aan de huidige onzekerheden. In Niet-Leven is actie ondernomen om de winstgevendheid te verhogen, maar deze inspanningen ondervonden ernstige hinder van de effecten van de extreme weersomstandigheden verspreid over het ganse jaar. Ageas verwacht in 2011 een commerciële prestatie op zijn minst op hetzelfde niveau als in 2010 en een verbeterd financieel resultaat onder voorbehoud van belangrijke gebeurtenissen buiten onze controle.
Ageas's netto groepsresultaat omvat een negatief niet-contante last met betrekking tot de juridische geschillen met de Nederlandse Staat, in het bijzonder de MCS. Op het niveau van het eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders neutraliseert een kapitaalsverhoging voor hetzelfde bedrag de geboekte kost. Tegelijkertijd hebben we de originele vordering op ABN Amro van EUR 2 miljard geboekt. In afwachting van verdere ontwikkelingen in het geschil hebben we gekozen voor een voorzichtige boekhoudkundige benadering en de vordering onmiddellijk terug afgeboekt. Ondertussen gaan we door met het krachtdadig verdedigen van het bedrijf in de diverse lopende zaken uit het verleden, zoals geïllustreerd in de recente Fresh uitspraak. Dit alles kan ons echter niet afleiden van onze kernactiviteiten en het verbeteren van onze bedrijfsresultaten. We hebben nog altijd een sterke kapitaalbasis en zijn als onderneming structureel solide wat ons in staat stelt om hevige schokken op te vangen. Met ons kapitaal blijven we echter gedisciplineerd omgaan zodat we ook op langere termijn waarde kunnen blijven creëren.
Ageas stelt een dividend van 8 eurocent per aandeel in contanten voor over 2010. Dit komt overeen met een uitkeringspercentage van 50% van het nettoresultaat van de verzekeringsactiviteiten. Het voorstel is in overeenstemming met het dividendbeleid dat eind 2009 is bekendgemaakt."
in miljoenen EUR
| 2010 | 2009** | H2 2010 | H2 2009 | H1 2010 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Nettowinst verzekeringen voor minderheidsbelangen | 533,5 | 626,1 | 301,7 | 331,0 | 231,8 |
| - België | 355,0 | 435,1 | 236,2 | 229,4 | 118,8 |
| - Verenigd Koninkrijk | - 23,4 | 13,2 | - 30,3 | - 7,6 | 6,9 |
| - Europa | 108,4 | 87,2 | 69,4 | 47,8 | 39,0 |
| - Azië | 93,5 | 90,6 | 26,4 | 61,4 | 67,1 |
| Nettowinst verzekeringen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 391,3 | 505,0 | 210,8 | 244,6 | 180,5 |
| - België | 263,5 | 366,4 | 175,6 | 171,0 | 87,9 |
| - Verenigd Koninkrijk | - 16,8 | 13,7 | - 25,1 | - 7,1 | 8,3 |
| - Europa | 51,1 | 34,3 | 33,9 | 19,3 | 17,2 |
| - Azië | 93,5 | 90,6 | 26,4 | 61,4 | 67,1 |
| Nettowinst Algemeen (incl. eliminaties) | - 168,2 | 704,8 | - 442,7 | 69,4 | 274,5 |
| - Nettowinst Algemeen excl. waarde calloptie | 102,8 | 123,8 | - 292,7 | - 29,6 | 395,5 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 223,1 | 1.209,8 | - 231,9 | 314,0 | 455,0 |
| - Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders excl. waarde calloptie | 494,1 | 628,8 | - 81,9 | 215,0 | 576,0 |
| - | - | - | - | - | |
| Beheerd vermogen (in miljarden EUR) | 78,1 | 73,0 | 78,1 | 73,0 | 76,0 |
| Operationele kosten Leven/beheerd vermogen Leven | 0,5% | 0,6% | 0,5% | 0,6% | 0,5% |
| Combined ratio | 107,3% | 103,8% | 108,7% | 104,3% | 105,8% |
| Totale solvabiliteitsratio Verzekeringen | 227% | 234% | 227% | 234% | 226% |
| - | - | - | - | - | |
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen (in miljoenen) | 2.482 | 2.475 | 2.502 | 2.475 | 2.475 |
| Winst per aandeel (in EUR) | 0,09 | 0,49 | - 0,09 | 0,13 | 0,18 |
| - Winst per aandeel excl. waarde calloptie (in EUR) | 0,20 | 0,24 | - 0,03 | 0,08 | 0,23 |
| Eigen vermogen | 8.247 | 8.431 | 8.247 | 8.431 | 9.153 |
| - Eigen vermogen excl. waarde calloptie | 7.638 | 7.850 | 7.638 | 7.850 | 8.394 |
| Netto eigen vermogen per aandeel (in EUR) | 3,19 | 3,41 | 3,19 | 3,41 | 3,70 |
| - Netto eigen vermogen per aandeel excl. waarde calloptie (in EUR) | 2,96 | 3,17 | 2,96 | 3,17 | 3,39 |
| Dividend per aandeel (in EUR) | 0,08 | 0,08 | - | - | - |
| Rendement op eigen vermogen * | 2,5% | 15,3% | 2,5% | 15,3% | 8,8% |
| - Rendement op eigen vermogen excl. waarde calloptie | 2,7% | 8,0% | 2,7% | 8,0% | 9,8% |
* Het rendement op het eigen vermogen is berekend op basis van twaalfmaandswinsten en een voortschrijdend gemiddeld nettovermogen van vier kwartalen. Eerdere zesmaandsperiodes berekend als voortschrijdend gemiddelde op basis van nettowinst over zes maanden - ** Resultaten 2009 herzien voor de introductie van de nieuwe rapporteringsstructuur van de groep en de wijziging van de boekhoudkundige principes in China.
| PERSBERICHT | Inhoud | |
|---|---|---|
| 9 maart 2011 | Hoofdpunten 3 | |
| Resultaten 2010 | Verzekeringen 3 | |
| Algemene Rekening 8 | ||
| Meer informatie: | Groep 10 | |
| INVESTOR RELATIONS Frank Vandenborre |
Beschrijving van de bedrijfssegmenten 11 België 12 |
|
| +32 (0)2 557 57 33 | Verenigd Koninkrijk 17 |
|
| Continentaal Europa 20 |
||
| [email protected] | Azië 24 |
|
| Embedded Value en Value Added New Business 27 |
||
| Koen Devos | Algemene Rekening 29 |
|
| +32 (0)2 557 57 35 | Beleggingsportefeuille en vermogenspositie 35 |
|
| [email protected] | Disclaimer 40 | |
| PERS | Bijlagen 41 | |
| Kathleen Steel | Bijlage 1: Geconsolideerde balans (jaareind) 41 | |
| +32 (0)2 557 57 37 | Bijlage 2: Resultatenrekening 42 | |
| [email protected] | Bijlage 3: Belangrijkste prestatieindicatoren 43 | |
| Bijlage 4: Jaarcijfers per segment 47 | ||
| Bijlage 5: Vergelijkende cijfers premie-inkomen 52 | ||
| Bijlage 6: Premie-inkomen per regio 54 |
INVESTOR RELATIONS
Hoofdpunten
De resultaten van Ageas over 2010 worden gekenmerkt door een stevige groei van het premie-inkomen vooral tijdens de eerste jaarhelft en een bemoedigend nettoresultaat van het verzekeringsbedrijf ondanks het turbulente economische klimaat en de ongunstige weersomstandigheden gedurende het gehele jaar. Door de veranderde perimeter en een eenmalig positief belastingeffect in 2009 kunnen deze resultaten moeilijk worden vergeleken met het nettoresultaat over 2009. Het netto groepsresultaat bedraagt EUR 223 miljoen bestaande uit een verzekeringsresultaat van EUR 391 miljoen en een negatief netto resultaat in de Algemene Rekening van EUR 168 miljoen. Dit laatste omvat een niet-contante nettolast van EUR 203 miljoen onder IFRS, betreffende de conversie van de "Mandatory Convertible Securities" (MCS) en de geschillen met de Nederlandse Staat. Het bedrag van de kost komt overeen met het aantal aandelen uitgegeven bij de conversie van de MCS, vermenigvuldigd met Ageas's openingskoers op datum van conversie (7 december 2010). Tegelijkertijd heeft Ageas de vordering van EUR 2 miljard op ABN Amro geboekt en vervolgens werd EUR 2,4 miljard afgeschreven in afwachting van verdere ontwikkelingen in de juridische geschillen met de Nederlandse Staat. De geschillen zijn ontstaan bij de verkoop van de Nederlandse bank- en verzekeringsactiviteiten aan de Nederlandse Staat en omvatten de vordering van Ageas op ABN AMRO Bank N.V. uit hoofde van de Mandatory Convertible Securities (MCS) en Fortis Capital Company (FCC) transactie die door de Nederlandse Staat en ABN Amro N.V. wordt betwist, alsmede over de zogezegde 'aandelengarantieclaim' van de Nederlandse Staat.
Op balansniveau is het negatieve resultaat volledig gecompenseerd door de kapitaalsverhoging voor eenzelfde bedrag als gevolg van de MVS conversie. Het totale eigen vermogen is enigszins gedaald ten opzichte van 2009. In het eigen vermogen per aandeel is het verwateringseffect begrepen van het hogere aantal uitstaande aandelen na de conversie van de MCS.
Ageas zal voorstellen over 2010 een brutodividend in contanten van EUR 8 eurocent per aandeel uit te keren. Dit komt overeen met een uitkeringspercentage van 50% van het nettoresultaat van de verzekeringsactiviteiten. Deze beslissing is in lijn met het dividendbeleid van Ageas om 40% tot 50% van het jaarlijkse nettoresultaat van het verzekeringsbedrijf als dividend uit te keren.
Verzekeringen
Krachtig resultaat Leven, Niet-Leven beïnvloed door weersomstandigheden
De nettowinst na minderheidsbelangen van het verzekeringsbedrijf van Ageas bedroeg EUR 391 miljoen vergeleken met EUR 505 miljoen in 2009. Als gevolg van de invoering van de nieuwe rapporteringsstructuur in 2010 en de implementatie van de nieuwe lokale boekhoudkundige principes in China is het nettoresultaat over 2009 van de Groep en van het verzekeringsbedrijf gecorrigeerd van respectievelijk EUR 1.192 miljoen en EUR 456 miljoen naar respectievelijk EUR 1.210 miljoen en EUR 505 miljoen. Het verschil bij de verzekeringsactiviteiten komt voort uit het positieve effect van EUR 18 miljoen na de wijziging van de boekhoudkundige principes in China en de toewijzing van regionale kosten van het verzekeringsbedrijf aan de Algemene Rekening (EUR 31 miljoen).
Het lagere nettoresultaat van de verzekeringsactiviteiten in 2010 is het gevolg van EUR 23 miljoen hogere minderheidsbelangen in België na het verwerven van een belang van 25% in AG Insurance door Fortis Bank in mei 2009 en van het eenmalige positieve belastingeffect van EUR 94 miljoen in 2009.
Beide factoren samen verklaren voor een groot deel het negatieve verschil tussen het nettoresultaat van 2010 en dat van 2009.
Het nettoresultaat van 2010 kan worden uitgesplitst in een nettowinst van EUR 264 miljoen in België, EUR 51 miljoen in Continentaal Europa en EUR 93 miljoen in Azië, terwijl de Britse activiteiten het jaar afsloten met een nettoverlies van EUR 17 miljoen. Het Levenbedrijf leverde een solide bijdrage van EUR 377 miljoen aan het nettoresultaat, terwijl het Niet-Levenbedrijf met EUR 2 miljoen het jaar bijna breakeven afsloot. Overige verzekeringen, in het bijzonder de Britse distributieactiviteiten, rapporteerden een nettowinst van EUR 12 miljoen. Het Niet-Levenresultaat had te lijden van de zware weersomstandigheden in het begin en op het einde van het jaar, met een totaal eenmalig negatief effect van EUR 74 miljoen, waarvan EUR 49 miljoen in het Verenigd Koninkrijk en EUR 25 miljoen in België. Al met al is het effect van de moeilijke financiële markten in 2010, zowel op de Leven- als op de Niet-Levenactiviteiten kleiner geweest dan in 2009, vooral dankzij een aantal compenserende herstructureringsmaatregelen die in de loop van het jaar zijn genomen.
Het nettoresultaat na minderheidsbelangen in de tweede jaarhelft bedroeg EUR 211 miljoen vergeleken met EUR 180 miljoen in het eerste halfjaar. Een hoger nettoresultaat in België en Continentaal Europa compenseerde ruimschoots de lagere positieve bijdrage uit Azië. In het Verenigd Koninkrijk werd het tweede halfjaar afgesloten met een negatief nettoresultaat van EUR 25 miljoen: naast de impact van weergerelateerde gebeurtenissen had het levensverzekeringsbedrijf te maken met een waardevermindering van EUR 5 miljoen op een vordering. De Belgische activiteiten profiteerden van een meerwaarde van EUR 55 miljoen in het derde kwartaal als gevolg van een verdere portefeuilleherschikking. In Continentaal Europa behaalde het Portugese samenwerkingsverband een aanzienlijk hoger resultaat aangezien het nettoresultaat in de eerste zes maanden was bezwaard door hogere verplichtingen. Het resultaat van de Aziatische activiteiten genoot in het eerste halfjaar van de positieve impact van een meerwaarde van EUR 35 miljoen op de verkoop van vastgoed, die deels werd tenietgedaan door een waardevermindering van EUR 14 miljoen in China door lagere aandelenmarkten. In het nettoresultaat over het tweede halfjaar was onder meer een extra eenmalige last van EUR 10 miljoen geboekt in verband met een reserveverhoging in Hongkong.
De totale nettowinst Leven in 2010 toonde zich veerkrachtig op EUR 377 miljoen in vergelijking met EUR 416 miljoen in 2009, toen werd genoten van de eerdergenoemde lagere minderheidsbelangen en een eenmalige belastingteruggave. Intrinsiek namen de operationele marge in het Levenbedrijf en de nettowinst voor belasting in 2010 toe, in het bijzonder in België, en dit dankzij een kleiner negatief effect van de financiële markten. In 2010 werd inderdaad geprofiteerd van verschillende maatregelen ter hestructurering van de beleggingsportefeuille ten belope van EUR 28 miljoen, terwijl het totale negatieve effect van de financiële markten EUR 67 miljoen bedroeg. Het totale effect in 2010 kan worden uitgesplitst in een minwaarde van EUR 29 miljoen op de omvangrijke verkoop van Zuid-Europese staatsobligaties in mei 2010, een meerwaarde van EUR 26 miljoen op de verkoop van vastgoed in juni en een meerwaarde van EUR 31 miljoen als gevolg van de verdere portefeuilleherschikking met betrekking tot staatsobligaties in het derde kwartaal. Meerwaarden werden eveneens gerealiseerd in Azië en Continentaal Europa, onder meer door de verkoop eind mei van het Fortis Centre in Hongkong (zie boven).
Het nettoresultaat Niet-Leven daalde naar EUR 2 miljoen ten opzichte van EUR 75 miljoen in 2009. De verslechtering van het nettoresultaat Niet-Leven in 2010 viel hoofdzakelijk toe te schrijven aan de buitengewoon zware weersomstandigheden waarvan de activiteiten in het Verenigd Koninkrijk en België het gehele jaar te lijden hadden en die een negatief effect van EUR 74 miljoen hadden op de nettowinst. De verschillende effecten van de herstructurering van de beleggingsportefeuille in België konden in de loop van het jaar tegen elkaar worden weggestreept: de minwaarden in het eerste halfjaar van EUR 23 miljoen werden vrijwel geheel gecompenseerd door meerwaarden van EUR 24 miljoen in het tweede halfjaar. Dit kwam tevens tot uiting in het nettoresultaat: EUR 6 miljoen negatief in het eerste halfjaar en EUR 8 miljoen positief in het tweede halfjaar.
De combined ratio van de groep verslechterde eind 2010 tot 107,3%, tegen 103,8% in 2009. In België verslechterde de combined ratio van 103,2% naar 107,4% in 2010, en in het Verenigd Koninkrijk van 108,1% naar 109,5% in 2010. Zonder bedrijfsongevallen bedroeg de combined ratio van Ageas eind 2010 105,7% ten opzichte van 103,4% eind 2009.
In beide markten hadden de zware weersomstandigheden een negatief effect op de operationele resultaten in Brand en Auto. De multi-line herverzekeringsdekking in België en de eerder genomen corrigerende maatregelen zoals tariefverhogingen konden dit niet volledig compenseren. In het Verenigd Koninkrijk werden voornamelijk brandverzekeringen getroffen door de weergerelateerde gebeurtenissen, terwijl de operationele resultaten in Auto sterk verbeterden onder invloed van de getroffen maatregelen en een positieve claims-ontwikkeling dit jaar. Verder had AG Insurance in België te maken met een toegenomen aantal schadegevallen met blijvende arbeidsonbekwaamheid bij arbeidsongevallen die vooral de resultaten in het eerste halfjaar drukten.
Het segment Overige verzekeringen, waaronder de retailactiviteiten in het Verenigd Koninkrijk, droeg EUR 12 miljoen bij (t.o.v. EUR 14 miljoen in 2009). De overgenomen activiteiten van Kwik Fit Insurance Services (KFIS) begonnen vanaf augustus bij te dragen aan het nettoresultaat en genereerden een nettowinst van EUR 3,5 miljoen, inclusief de afschrijving van immateriële activa van EUR 2,9 miljoen. Daarnaast wogen eenmalige overnamekosten voor EUR 5,0 miljoen.
Stabiele groei premie-inkomen in zowel Leven als Niet-Leven
Het totale bruto premie-inkomen, met inbegrip van EUR 5,7 miljard uit de niet-geconsolideerde partnerships in Azië op basis van 100% (+53%), kwam in 2010 uit op EUR 17,9 miljard, 14% hoger dan vorig jaar maar vrij stabiel in de geconsolideerde entiteiten. Tegen constante wisselkoersen zou het premie-inkomen met 11% zijn gestegen ten opzichte van vorig jaar. Het premie-inkomen Leven ging 11% omhoog naar EUR 14,2 miljard, terwijl de brutopremies in Niet-Leven met 23% stegen tot EUR 3,7 miljard. Het premie-inkomen van de geconsolideerde entiteiten bedroeg EUR 12,2 miljard, vrijwel stabiel ten opzichte van het vorige jaar.
Het inkomenniveau werd gekenmerkt door een aanzienlijke en solide groei in geheel Azië, met China en Maleisië als koplopers (respectievelijk +55% en +42%) alsmede in het Verenigd Koninkrijk (+32%). In België en Continentaal Europa bleef het inkomenniveau stabiel of was dit licht gedaald. In Continentaal Europa kwam dit met name door de moeilijke marktomstandigheden in Portugal. Al bij al was Ageas evenwel in staat haar marktpositie in alle segmenten te behouden of zelfs te versterken.
Het premie-inkomen in de tweede jaarhelft bedroeg EUR 8,3 miljard, tegen EUR 9,6 miljard in de eerste jaarhelft (-16%). De Britse activiteiten profiteerden van de start van Tesco Underwriting, terwijl het premie-inkomen in Continentaal Europa en Azië enigszins vertraagde. In Continentaal Europa gaat het vooral om Portugal, dat te maken had met een geringe interesse voor unit-linked producten en dat een bewuste strategie voerde om traditionele spaarproducten te verkopen. In Azië steeg het premie-inkomen volgens de verwachtingen. Ageas was er al van uitgegaan dat eenzelfde groei als in het eerste halfjaar niet zou worden voortgezet.
Het premie-inkomen Leven, met inbegrip van de nietgeconsolideerde partnerships op basis van 100%, kwam uit op EUR 14,2 miljard, 11% hoger dan vorig jaar. De groei is vooral gerealiseerd in Azië (+51%) uit de nietgeconsolideerde samenwerkingsverbanden. De groei is goed gespreid over de regio, met China als sterkste absolute groeimotor terwijl India het premie-inkomen in 2010 zelfs zag verdubbelen. In Continentaal Europa is het herstel van de Luxemburgse en Franse activiteiten ruimschoots tenietgedaan door de zwakkere resultaten in Portugal, vooral in het tweede halfjaar. In België daalde het premie-inkomen van AG Insurance met 5%, in lijn met de trend die in het eerste halfjaar is waargenomen.
Het lagere premie-inkomen in Leven via het bankkanaal werd niet geheel gecompenseerd door hogere volumes via het makelaarskanaal.
De verkoop van traditionele en spaarproducten, goed voor 72% van het totale premie-inkomen Leven, steeg in 2010 met 21%, terwijl de verkoop van unit-linked producten met 10% daalde. De groei van traditionele en spaarproducten komt voornamelijk voor rekening van Azië (+53%), dankzij de succesvolle verkoopcampagnes van koopsompolissen bij bankverzekeren. De daling bij unit-linked producten deed zich voor in Continentaal Europa (-16%) en is het gevolg van de marktomstandigheden.
In Niet-Leven bedroegen de bruto premies EUR 3,7 miljard, een stijging van 23% als gevolg van groei in alle segmenten. De activiteiten in zowel het Verenigd Koninkrijk als Continentaal Europa werden gestimuleerd door de start van nieuwe samenwerkingsverbanden of activiteiten in de loop van 2010. De Britse activiteiten groeiden met 31% tot EUR 1,2 miljard, doordat Tesco Underwriting medio oktober met succes van start ging. Verder bleven de bedrijfsverzekeringen in het Verenigd Koninkrijk het goed doen naast de particuliere verzekeringen. In Continentaal Europa steeg het totale premie-inkomen met 88% tot EUR 444 miljoen, met name dankzij de consolidatie van het inkomen uit het Italiaanse samenwerkingsverband (EUR 213 miljoen) sinds begin 2010. De groei in Azië deed zich voornamelijk voor in Maleisië (+38%). In België, tot slot, bedroeg het premie-inkomen EUR 1,6 miljard, een stijging van 5% ten opzichte van 2009.
Het totale vermogen onder beheer van de geconsolideerde entiteiten en met inbegrip van Niet-Leven, bedroeg EUR 78,1 miljard in vergelijking met EUR 73,0 miljard eind 2009. Het vermogen onder beheer Leven van de geconsolideerde entiteiten steeg tot EUR 72,7 miljard, een stijging van 6% ten opzichte van eind 2009 en 3% ten opzichte van juni 2010. Dit was het resultaat van de netto nieuwe productie en overlopende activa. Het vermogen onder beheer Leven van de niet-geconsolideerde samenwerkingsverbanden (Azië) toonde een stijging van ruim 50% naar EUR 15,5 miljard, inclusief het effect van de daling van de euro. Het vermogen onder beheer Niet-Leven steeg met 11%, van EUR 4,8 miljard eind 2009 tot EUR 5,4 miljard eind 2010.
Embedded Value beïnvloed door hogere spreads op staatsschulden
De Embedded Value bedroeg eind 2010 EUR 4,8 miljard, vergeleken met een gecorrigeerde Embedded Value van EUR 5,2 miljard in 2009. Het effect van de (Europese) overheidsschuldencrisis op de Embedded Value in 2010 bedraagt EUR 0,9 miljard. Deze daling wordt gedeeltelijk gecompenseerd door de effecten van de modelverbeteringen en de verdere aanscherping van de assumpties waarop de berekening is gebaseerd, voor een bedrag van EUR 0,5 miljard.
De contante waarde van de premies uit nieuwe productie (Present Value of New Business Premiums) is in 2010 licht gestegen ten opzichte van 2009, met name van EUR 5,5 miljard in 2009 tot EUR 5,6 miljard in 2010, vooral dankzij AG Insurance in België.
De Value Added by New Business (VANB) daalde naar EUR 66 miljoen vergeleken met EUR 69 miljoen op 31 december 2009. Deze daling is het resultaat van lagere marges op spaarproducten en traditionele producten.
Beleggingsportefeuille in loop van 2010 geherbalanceerd
De voor verkoop beschikbare beleggingsportefeuille van Ageas inclusief het tegen reële waarde gewaardeerd vastgoed is als gevolg van nieuwe productie gestegen van EUR 56,4 miljard eind 2009 tot EUR 59,8 miljard op 31 december 2010. De samenstelling per vermogenscategorie is licht gewijzigd ten opzichte van eind 2009, met een stijging van de aandelenbeleggingen van 3% tot 4%, zijnde van EUR 1,6 miljard eind 2009 tot EUR 2,3 miljard eind 2010. Ruim 90% blijft belegd in vastrentende waarden en 6% in vastgoed. Van de totale vastrentende portefeuille valt 97% in de categorie investment grade en heeft circa 92% een rating A of hoger.
Beleggingen in bedrijfsobligaties namen toe van EUR 16,7 miljard eind 2009 tot EUR 20,4 miljard1 eind 2010 (EUR 20,9 miljard tegen reële waarde) oftewel 38% van de totale vastrentende waarden. De post staatsobligaties bedroeg EUR 32,8 miljard in 2010 ten opzichte van EUR 32,6 miljard in 2009 tegen de geamortiseerde kostprijs, oftewel EUR 32,3 miljard ten opzichte van EUR 33,4 miljard tegen reële waarde eind 2009. In het licht van de onzekere Europese financiële markten heeft Ageas een aantal maatregelen genomen om het concentratierisico op Zuid-Europese staatsobligaties te verminderen door deze obligaties te verkopen en te herinvesteren in staatsobligaties van andere Europese
landen, bedrijfsobligaties en aandelen. Een deel van de activa werd op korte termijn belegd in afwachting van een definitieve beslissing. Dankzij een aantal aanvullende herschikkingstransacties met betrekking tot staatsobligaties en vastgoed later in het jaar was Ageas in staat het negatieve effect op het nettoresultaat in 2010 te beperken.
De bruto niet-gerealiseerde meerwaarden op de totale obligatieportefeuille daalden van EUR 1,5 miljard eind 2009 tot bijna EUR 49 miljoen negatief eind 2010. Ageas boekte een niet-gerealiseerde minwaarde van EUR 0,5 miljard op haar portefeuille staatsobligaties, in vergelijking met een nietgerealiseerde meerwaarde van EUR 0,9 miljard eind 2009. Deze daling is het gevolg van een stijging van de rentespreads, voornamelijk in het laatste deel van 2010, die een negatief effect had op de niet-gerealiseerde meerwaarden op staatsobligaties in bijna alle landen waar Ageas heeft belegd. Niet gerealiseerde meerwaarden op bedrijfsobligaties bedroegen eind 2010 EUR 0,5 miljard.
Op 31 december 2010 had Ageas een brutopositie in Zuid-Europese staatsobligaties van in totaal EUR 7,9 miljard op basis van reële waarde, oftewel EUR 8,9 miljard tegen de geamortiseerde kostprijs.
Dit bedrag kan als volgt worden uitgesplitst:
- Griekenland: EUR 1,2 miljard tegen reële waarde of EUR 1,8 miljard tegen de geamortiseerde kostprijs
- Portugal: EUR 1,5 miljard tegen reële waarde of EUR 1,7 miljard tegen de geamortiseerde kostprijs
- Italië: EUR 3,6 miljard tegen reële waarde of EUR 3,7 miljard tegen de geamortiseerde kostprijs
- Spanje: EUR 1,6 miljard tegen reële waarde of EUR 1,7 miljard tegen de geamortiseerde kostprijs
Daarnaast bedraagt de netto vordering op Ierland EUR 0,6 miljard tegen de geamortiseerde kostprijs.
De overgrote meerderheid van de Portugese staatsobligaties is in handen van Millenniumbcp Ageas. Rekening houdend met de minderheidsbelangen die de partners van Ageas, vooral in België en Portugal aanhouden, vermindert de blootstelling van Ageas in Zuid-Europese staatsschulden tot EUR 6,0 miljard.
1 Tegen de geamortiseerde kostprijs
Ageas heeft binnen haar portefeuille bedrijfsobligaties een brutopositie van EUR 8,8 miljard2 in banken en andere financiële instellingen, waarvan 99% in de categorie investment grade valt en bijna 90% een rating A of hoger heeft. Er is voor EUR 0,7 miljard belegd in hybride effecten, die allen in de categorie investment grade vallen terwijl circa 70% een Tier-2 status heeft. Per 31 december 2010 heeft Ageas geen vorderingen van meer dan EUR 0,5 miljard op één Europese financiële instelling in haar beleggingsportefeuille. Verder bevat de portefeuille bedrijfsobligaties voor EUR 7,4 miljard aan overheidsgerelateerde bedrijfsobligaties en bedrijfsobligaties die door supranationale instellingen zoals de Europese Investeringsbank zijn uitgegeven. In de loop van 2010 verrichtte Ageas een evaluatie van haar beleggingsmix. Deze oefening leidde tot het aanpassen van de toegestane percentages beleggingen in bedrijfsobligaties versus staatsobligaties. De nieuwe target beleggingsmix voorziet in hogere beleggingen in bedrijfsobligaties en lagere beleggingen in staatsobligaties of daarmee vergelijkbare instrumenten. Het aandeel vastrentende beleggingen ten opzichte van aandelen- en vastgoedbeleggingen blijft onveranderd. Minder dan 1% blijft belegd in alternatieve vermogenscategorieën.
De beleggingen in vastgoed namen eind 2010 toe met EUR 3,9 miljard (+ 6%) geboekt tegen de geamortiseerde kostprijs; dit is exclusief een bruto niet-gerealiseerde meerwaarde van EUR 1,0 miljard. Eind 2010 had Ageas Real Estate, 100% dochteronderneming van AG Insurance, in totaal EUR 5,3 miljard aan vermogen onder beheer, waaronder EUR 1,4 miljard onder beheer voor derden en EUR 1,0 miljard in effecten.
Algemene Rekening
Het segment Algemene Rekening rapporteerde in 2010 een nettoverlies van EUR 168 miljoen, met inbegrip van een nietcontante last van EUR 203 miljoen gebaseerd op IFRS3 , in het kader van de conversie van het Mandatory Convertible Securities (MCS) financieel instrument en de juridische geschillen met de Nederlandse Staat. De last komt overeen met de marktwaarde van de schuld betreffende de MCS, berekendals het contractueel voorzien uitgegeven aantal aandelen (106.723.569) vermenigvuldigd met de openingskoers van Ageas's aandeel van EUR 1.90 op datum van conversie, zijnde 7 december 2010. Tegelijkertijd werd de vordering van Ageas op ABN AMRO geboekt voor een bedrag van EUR 2 miljard, gebaseerd op de originele overeenkomst tussen alle uitgevende partijen van de MCS. En ten slotte werd een provisie van EUR 2,4 miljard geboekt om de juridische geschillen met de Nederlandse Staat af te dekken en werd de waardevermindering op de Fortis Capital Company (FCC) vordering teruggenomen. De provisie voorziet dekking voor de geschillen met de Nederlandse Staat inzake het eigendomsrecht van de MCS en de FCC vordering alsook de zogezegde 'aandelengarantieclaim'. De impact van de niet-contante kost op het eigen vermogen van de Algemene Rekening wordt geneutraliseerd door een kapitaalsverhoging voor eenzelfde bedrag volgende op de uitgifte van de 106,7 miljoen aandelen op conversiedatum.
Na de liquidatie van Brussels Liquidation Holding (voorheen Fortis Brussels sa/nv) heeft Ageas in de loop van 2010 uitgestelde belastingvorderingen van in totaal EUR 405 miljoen verantwoord, onder andere als compensatie voor de uitgestelde belastingverplichtingen die eerder waren opgenomen voor de waarde van de calloptie op aandelen BNP Paribas. De periodieke herwaardering van de calloptie op aandelen BNP Paribas leverde echter een waarde op van EUR 609 miljoen eind 2010, tegen EUR 880 miljoen eind 2009. Die daling is ingegeven door een lagere koers van het aandeel BNP Paribas en een hoger dividendrendement. Ageas heeft in de loop van het jaar besloten om over te gaan naar een strategie van geleidelijke uitoefening van de calloptie op basis van een gedisciplineerde methode. In verband hiermee is aanname van een disagio vanwege de volatiliteit bij de waardering van de calloptie losgelaten.
3 De kapitaalsverhoging volgend op conversie van het MCS financieel instrument in 106,7 miljoen Ageas aandelen is onder IFRS geboekt in de statutaire jaarrekening van ageas N.V. (EUR 101 miljoen) en de geconsolideerde rekening van Ageas (EUR 203 miljoen) op basis van de marktwaarde van de MCS op dat moment. In de statutaire rekening van ageas SA/NV is de conversie opgenomen onder B-GAAP op basis de originele overeenkomst (EUR 1,0 miljard).
De reële waarde van de RPN(I)-verplichting steeg van EUR 316 miljoen eind 2009 naar EUR 465 miljoen eind 2010, oftewel een negatief effect van EUR 149 miljoen. Dat effect is het saldo van (i) EUR 83 miljoen voor de toename van de netto contante waarde van de geschatte rentebetaling per kwartaal en (ii) een extra verplichting van EUR 66 miljoen uit hoofde van de garantie van de Belgische Staat. In verband met die laatste verplichting heeft Ageas in de loop van 2010 besloten het waarderingsmodel voor de RPN(I) te verfijnen en de geschatte netto contante waarde van de Belgische staatsgarantie mee te nemen in de berekening van de reële waarde van de RPN(I).
De nettowinst van Royal Park Investments (RPI) voor de toetsing op bijzondere waardevermindering van de goodwill en op basis van 100% bedroeg EUR 653 miljoen over 2010. De belangrijkste achterliggende reden was de positieve ontwikkeling van de naar marktwaarde gewaardeerde effectenportefeuille. Aan het einde van elk kwartaal voert RPI een test op bijzondere waardevermindering van de opgenomen goodwill uit. Omdat alle opbrengsten voor de aflossing van de financiering worden gebruikt en er geen nieuwe gelden worden gegenereerd zal gedurende de looptijd van de portefeuille een bijzondere waardevermindering van de goodwill worden verantwoord. Op basis van de periodieke test van de verwachte resultaatontwikkeling van de portefeuille zijn de verwachte kasstromen verlaagd, wat aanleiding was voor een bijzondere waardevermindering van de goodwill van EUR 359 miljoen. Het nettoresultaat op RPI voor 2010 bedroeg op basis van 100% en onder IFRS EUR 294 miljoen, waarvan het aandeel van Ageas (44,7%) uitkwam op EUR 131 miljoen. RPI heeft bovendien begin 2010 een aantal netto renteswaps gesloten waardoor variabele rente-inkomsten zijn omgezet naar vaste renteinkomsten. Ageas heeft besloten deze swaps boekhoudkundig te verwerken als kasstroomhedge. Mutaties in de reële waarde worden direct in het eigen vermogen verantwoord en hadden eind 2010 EUR 94 miljoen extra aan de waarde van het eigen vermogen toegevoegd (op basis van 100%). Het aandeel van Ageas hierin bedroeg EUR 42 miljoen. Als gevolg van deze twee factoren is de investering van Ageas in RPI gestegen van EUR 760 miljoen naar EUR 933 miljoen.
In het nettoresultaat van de Algemene Rekening was tevens een netto meerwaarde van EUR 7 miljoen verwerkt, die is gerealiseerd op de desinvesteringen in 2010 van de Niet-Leven activiteiten in Luxemburg en de Leven activiteiten in Oekraïne en Turkije.
De lopende elementen van de Algemene Rekening hebben voornamelijk te maken met het nettorenteresultaat op de nettokaspositie en langetermijnschuld, personeelslasten en overige operationele en administratieve lasten. Deze kosten kwamen in 2010 per saldo uit op EUR 74 miljoen in vergelijking met EUR 98 miljoen in 2009. Het nettorenteresultaat was in 2010 negatief vanwege de lagere gemiddelde nettokaspositie en lagere rendementen. De operationele kosten halveerden vrijwel op jaarbasis.
Voorwaardelijke verplichtingen
Verwezen wordt naar noot 52 van de Jaarrekeningen 2010 voor het volledige overzicht van de 'Voorwaardelijke verplichtingen'. De Jaarrekeningen worden op 17 maart 2011 op het internet gepubliceerd. In onderhavig persbericht wordt een samenvatting gegeven van de gebeurtenissen sinds de publicatie van de halfjaarcijfers op 25 augustus 2010.
In 2007 hebben Fortis Bank Nederland (Holding) N.V. (thans ABN AMRO Bank N.V.), Fortis Bank SA/NV, ageas SA/NV en ageas N.V. Mandatory Convertible Securities (MCS) uitgegeven, die op 7 december 2010 verplicht werden omgezet in Ageas aandelen. Naar aanleiding hiervan werden een aantal juridische procedures opgestart omdat (i) bepaalde MCS houders op een algemene vergadering van MCS houders eenzijdig besloten de vervaldatum van de MCS uit te stellen en derhalve de geldigheid van de conversie voor de rechtbank van Koophandel van Brussel aanvechten, (ii) Ageas zelf voor de rechtbank in Amsterdam een vordering heeft ingesteld tegen ABN AMRO Bank en ABN AMRO Groep en (iii) de Nederlandse Staat voornemens is deze procedures te vervoegen omdat Ageas door deze vordering tegen ABN AMRO Bank in te stellen volgens hen in strijd zou handelen met de Term Sheet aangegaan in het licht van de verkoop van Fortis Bank Nederland (Holding) N.V. aan de Nederlandse Staat op 3 oktober 2008. Het punt onder (iii) is gedekt onder een voorziening geboekt in 2010.
Op 19 januari is de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) bij de rechtbank van Amsterdam een procedure gestart die moet vaststellen of een aantal communicaties van Fortis in de periode september 2007 tot 3 oktober 2008 een overtreding van de wet inhouden door Fortis, door bepaalde voormalige bestuurders en senior executives van Fortis en door bepaalde financiële instellingen die optraden als globaal coördinator en lead manager in verband met de claimemissie van 2007. Ageas wijst de aantijgingen van de hand en zal zich daartegen verweren.
Mogelijke rechtsvervolging
Op 23 december 2010 heeft de Nederlandse Staat Ageas schriftelijk op de hoogte gesteld van twee vorderingen tegen Ageas ten bedrage van respectievelijke EUR 675 miljoen en EUR 210 miljoen waarnaar wordt verwezen als de zogenaamde 'aandelengarantieclaim'. De Nederlandse Staat baseert deze tegenvorderingen op de toepassing van bepaalde bepalingen die in de context van de verkoop van de Nederlandse bank- en verzekeringsactiviteiten op 3 oktober 2008 overeen zouden zijn gekomen door Fortis Insurance N.V., Fortis Insurance International N.V. en FBN(H) Preferred Investments B.V. Ageas zal, desnoods voor de rechtbank, de gronden van deze vorderingen betwisten.
Op 10 januari 2011 heeft een stichting naar Nederland recht, de Stichting Investor Claims against Fortis in een persbericht laten weten bij de rechtbank van Utrecht een rechtszaak tegen Ageas aan te spannen wegens vermeende misleiding door Fortis op diverse moment in de periode 2007-2008. Ageas wijst de aantijgingen van de hand en zal zich daartegen verweren.
Rechtszaak inzake FRESH effecten
Op 11 februari 2011 heeft de Rechtbank van Koophandel van Brussel de claim afgewezen van twee Luxemburgse beleggingsfondsen. Die fondsen wilden dat de FRESH effecten in hun bezit nietig zouden worden verklaard en dat zij de nominale waarde daarvan zouden terugkrijgen. De eisers hebben inmiddels aangegeven dat zij niet in beroep zullen gaan tegen de uitspraak van het hof.
Groep
Netto eigen vermogen EUR 3,19 per aandeel
Het netto eigen vermogen bedroeg op 31 december 2010 EUR 8,2 miljard (EUR 3,19 per aandeel) in vergelijking met EUR 8,4 miljard (EUR 3,41 per aandeel) eind december 2009. De stijging van het eigen vermogen volgend op de conversie van de MCS is gecompenseerd door de kost opgenomen in het nettoresultaat van de Algemene Rekening.
Het positieve netto verzekeringsresultaat van EUR 0,4 miljard, de positieve valutaherwaarderingen van de deelnemingen in Azië en het Verenigd Koninkrijk (EUR 0,2 miljard) boden bijna genoeg compensatie voor het negatieve verschil in de nietgerealiseerde winsten en verliezen op staatsobligaties (EUR 0,5 miljard negatief) en de dividenduitkering over 2009 die in juni 2010 is uitbetaald (EUR 0,2 miljard).
Het netto eigen vermogen is ten opzichte van juni 2010 aanzienlijk gedaald als gevolg van de daling van de nietgerealiseerde meerwaarden op staatsobligaties (minus EUR 0,7 miljard) en de lagere reserve
omrekeningsverschillen. Per aandeel kreeg het netto eigen vermogen bovendien te maken met het effect van een hoger aantal uitstaande aandelen na de conversie van de MCS.
Solvabiliteit blijft solide
Het totaal beschikbare kapitaal van Ageas bedroeg eind 2010 EUR 8,6 miljard in vergelijking met EUR 8,7 miljard eind 2009. Dit bedrag ligt EUR 5,6 miljard hoger dan het totale wettelijk vereiste minimum voor de verzekeringsactiviteiten, inclusief het beschikbare kapitaal op het niveau van de Algemene Rekening (EUR 1,8 miljard). Het totale beschikbare kapitaal van de verzekeringsactiviteiten bedroeg EUR 6,8 miljard; het wettelijk vereiste minimum lag door de groei van de activiteiten licht hoger op EUR 3,0 miljard. Dit heeft geleid tot een totale solvabiliteitsratio voor de wereldwijde verzekeringsactiviteiten van 227% in vergelijking met 234%4 eind vorig jaar. De nettokaspositie van de Algemene Rekening op 31 december 2010, uitgaande van een volledige aflossing van het European Medium Term Notes (EMTN) programma en inclusief kortlopende deposito's bij banken, bedroeg EUR 2,2 miljard (EUR 2,8 miljard eind 20095 ).
Die daling houdt voornamelijk verband met de dividenduitkering over 2009 in juni 2010 van EUR 0,2 miljard
- 4 231% op 10 maart 2010; verschil hangt samen met de herziening van jaarrekening over 2009
- 5 Gebaseerd op herziene cijfers 2009.
en de overdracht van EUR 0,3 miljard aan middelen die naar de activiteiten in het Verenigd Koninkrijk zijn gegaan ten bate van de financiering van het samenwerkingsverband met Tesco Bank en de overname van Kwik Fit Insurance Services.
Het niveau van het discretionair kapitaal daalde van EUR 1,3 miljard eind 2009 naar EUR 0,5 miljard eind 2010. Deze daling was hoofdzakelijk te wijten aan de fusie- en overnameactiviteit in Turkije en het Verenigd Koninkrijk, de herwaardering van RPN(I), de voorziening voor het voorgestelde dividend over 2010 en wijzigingen in de perimeter.
Brutodividend 2010 stabiel ten opzichte van 2009
De Raad van Bestuur van Ageas stelt voor een brutodividend uit te keren van 8 eurocent per aandeel onder voorbehoud van de goedkeuring door de aandeelhouders bij de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders op 27 en 28 april 2011. Het voorgestelde dividend is vergelijkbaar met het in 2009 uitgekeerde dividend en is gelijk aan een uitkeringspercentage van circa 50% van de nettowinst van het verzekeringsbedrijf.
Totaal bedrag uitstaande aandelen na conversie MCS
Na de conversie van de MCS in 106.723.569 aandelen nam het totale aantal uitstaande aandelen toe tot 2.623.380.817. Dit is inclusief de 164.995.823 aandelen die zijn uitgegeven in de context van de rechten en verplichtingen uit hoofde van de potentiële conversie van de achtergestelde hybride effecten FRESH en CASHES. Aan deze aandelen zijn tot de daadwerkelijke conversie geen dividend- of stemrechten verbonden. Het totale aantal dividend- en stemgerechtigde aandelen bedraagt daarmee 2.458.384.994.
FTE's
Op 31 december 2010 had Ageas 11.707 FTE's in vergelijking met 10.613 FTE's eind 2009. De stijging houdt vooral verband met de recente overname en het nieuwe samenwerkingsverband in het VK. Van die FTE's zijn er 5.705 werkzaam bij AG Insurance in België, 4.327 in het Verenigd Koninkrijk, 1.270 in Continentaal Europa en 320 in Azië. Tot die twee laatste segmenten horen ook de regionale medewerkers die als standplaats Brussel of Hongkong hebben. Onder de Algemene Rekening van Ageas, oftewel het Corporate Centre, vielen eind 2010 85 FTE's.
Beschrijving van de bedrijfssegmenten
De resultaten van Ageas weerspiegelen vanaf 2010 een nieuwe rapporteringsstructuur met vier bedrijfssegmenten voor verzekeringen: België, Verenigd Koninkrijk, Continentaal Europa en Azië. Hierna volgt een korte beschrijving van de nieuwe segmenten:
België
De Belgische verzekeringsactiviteiten, sinds juni 2009 onder de naam AG Insurance, hebben een lange bestaansgeschiedenis. Het totale bruto premie-inkomen in 2010 kwam uit op EUR 6,7 miljard en de onderneming heeft meer dan 2,5 miljoen klanten. 75 tot 80% van het totale premie-inkomen komt uit Leven en 20 tot 25% uit Niet-Leven. AG Insurance biedt een uitgebreid assortiment producten aan in Leven- en Niet-Leven, die zowel verkocht worden aan particulieren als aan kleine en middelgrote bedrijven. Zij voert een multi-channel-strategie met distributie via meer dan 3.000 onafhankelijke makelaars en via de bankkanalen van BNP Paribas Fortis Bank en dochterondernemingen. AG Employee Benefits is de entiteit die zich toespitst op de verkoop van collectieve en zorgverzekeringsproducten, voornamelijk aan grotere ondernemingen. Sinds mei 2009 is BNP Paribas Fortis Bank 25% eigenaar van AG Insurance.
Verenigd Koninkrijk
In het Verenigd Koninkrijk is Ageas marktleider in verzekeringsoplossingen Niet-Leven en in 2008 werden verwante nieuwe levensverzekeringsactiviteiten gelanceerd. Ageas is in het Verenigd Koninkrijk sterk vertegenwoordigd in particuliere verzekeringen en werkt aan de uitbreiding van de bedrijfsverzekeringen. (De onderverdeling is circa 82% particuliere verzekeringen, 16% bedrijfsverzekeringen en 2% Leven Bescherming.) De activiteiten in het Verenigd Koninkrijk zijn affinitypartner van een aantal sterke merknamen zoals Tesco Bank, John Lewis Partnership, Age UK en Toyota (GB) Limited. In het Verenigd Koninkrijk wordt een multi-kanaal-distributiestrategie gehanteerd met makelaars, affinity-partners en eigen distributie. Onder haar volledige dochterondernemingen bevinden zich RIAS, dat meer dan één miljoen klanten heeft in het groeiende marktsegment van 50+'ers en Ageas Insurance Solutions, dat "white label"-oplossingen biedt aan affinity-partners, alsook outsourcingdiensten en rechtstreeks via het internet producten promoot van het eigen merk en van Kwik Fit Insurance Services. De succesvolle start van Tesco Underwriting, het samenwerkingsverband met Tesco Bank en de integratie van de overgenomen activiteiten van Kwik Fit Insurance Services versterken de diverse marktposities van Ageas in het Verenigd Koninkrijk.
Teneinde een beter inzicht te verschaffen in de contributie van de verschillende segmenten, splitst de resultaten van het Verenigd Koninkrijk op in drie deelsegmenten: Leven, Niet-Leven en Overige Verzekeringen. Tot die laatste categorie behoren de resultaten uit de retailactiviteiten.
Continentaal Europa
Continentaal Europa bestaat uit de Europese verzekeringsactiviteiten van Ageas, met uitzondering van België en het Verenigd Koninkrijk. Het segment omvat vijf landen en is een mengeling van leidinggevende posities in volgroeide markten zoals Portugal en Luxemburg en kleinere posities in Frankrijk en Duitsland of het nieuwe samenwerkingsverband in Niet-Leven in Italië. In 2010 had ongeveer 89% van het totale inkomen betrekking op Leven, aangevuld met activiteiten Niet-Leven in Portugal en Italië. Als onderdeel van de strategische evaluatie in 2009 werden in het segment Continentaal Europa een aantal initiatieven genomen om de portefeuille te stroomlijnen. Dit heeft geleid tot de verkoop van de activiteiten Niet-Leven in Luxemburg, de Turkse en de Oekraïense activiteiten. Verder zijn de Russische activiteiten stopgezet.
Azië
Ageas is actief in vijf landen in Azië. Het regionale kantoor bevindt zich in Hongkong en de dochteronderneming in Hongkong is in volledige eigendom. De andere activiteiten zijn georganiseerd in de vorm van partnerships met leidende plaatselijke partners en financiële instellingen in China, Maleisië, Thailand en India. Ageas rapporteert op geconsolideerde basis met betrekking tot Hongkong, terwijl de andere ondernemingen als beleggingen worden verantwoord.
België
| Resultatenrekening - Leven | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| België – Leven - in miljoenen EUR | 2010 | 2009 | Mutatie | H2 2010 | H2 2009 | H1 2010 |
| Brutopremies | 4.529,5 | 4.768,7 | - 5% | 2.258,4 | 2.318,2 | 2.271,1 |
| Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling | 589,2 | 583,0 | 1% | 209,4 | 287,6 | 379,8 |
| Bruto premie-inkomen Leven | 5.118,7 | 5.351,7 | - 4% | 2.467,8 | 2.605,8 | 2.650,9 |
| Operationele kosten | - 176,6 | - 177,4 | - 0% | - 87,9 | - 93,8 | - 88,7 |
| Technisch resultaat | 343,2 | 385,3 | - 11% | 156,3 | 228,1 | 186,9 |
| Toegerekende meerwaarden | - 43,1 | - 71,7 | - 40% | 15,9 | - 26,1 | - 59,0 |
| Operationele marge | 300,1 | 313,6 | - 4% | 172,2 | 202,0 | 127,9 |
| Niet-toegerekende overige inkomsten en lasten | 161,9 | 90,2 | 79% | 101,3 | 50,7 | 60,6 |
| Winst voor belastingen | 462,0 | 403,8 | 14% | 273,5 | 252,7 | 188,5 |
| Winstbelastingen | - 122,5 | - 32,1 | * | - 73,1 | - 63,6 | - 49,4 |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | 87,3 | 55,6 | 57% | 51,5 | 46,8 | 35,8 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 252,2 | 316,1 | - 20% | 148,9 | 142,3 | 103,3 |
| Resultatenrekening - Niet-leven | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| België – Niet-leven - in miljoenen EUR | 2010 | 2009 | Mutatie | H2 2010 | H2 2009 | H1 2010 |
| Bruto premie-inkomen Niet-leven | 1.590,7 | 1.515,4 | 5% | 739,0 | 707,0 | 851,7 |
| Operationele kosten | - 263,3 | - 249,7 | 5% | - 131,8 | - 124,0 | - 131,5 |
| Technisch resultaat | 0,7 | 73,2 | - 99% | - 4,1 | 54,6 | 4,8 |
| Toegerekende meerwaarden | - 1,6 | - 9,3 | - 83% | 43,9 | - 4,2 | - 45,5 |
| Operationele marge | - 0,9 | 63,9 | * | 39,8 | 50,4 | - 40,7 |
| Niet-toegerekende overige inkomsten en lasten | 19,7 | 13,5 | 47% | 12,1 | 6,4 | 7,6 |
| Winst voor belastingen | 18,8 | 77,4 | - 76% | 51,9 | 56,8 | - 33,1 |
| Winstbelastingen | - 3,3 | - 14,0 | - 77% | - 16,1 | - 16,5 | 12,8 |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | 4,2 | 13,1 | - 68% | 9,1 | 11,6 | - 4,9 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 11,3 | 50,3 | - 78% | 26,7 | 28,7 | - 15,4 |
| Resultatenrekening | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| België – in miljoenen EUR | 2010 | 2009 | Mutatie | H2 2010 | H2 2009 | H1 2010 |
| Bruto premie-inkomen | 6.709,4 | 6.867,1 | - 2% | 3.206,8 | 3.312,8 | 3.502,6 |
| Operationele kosten | - 439,9 | - 427,1 | 3% | - 219,7 | - 217,8 | - 220,2 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 263,5 | 366,4 | - 28% | 175,6 | 171,0 | 87,9 |
- Premie-inkomen vrij stabiel op EUR 6,7 miljard (tegen EUR 6,9 miljard in 2009)
- Bruto premie-inkomen Leven EUR 5,1 miljard, 4% minder dan vorig jaar door een lagere instroom via het bankkanaal
- Brutopremies Niet-Leven 5% omhoog naar EUR 1,6 miljard
- Premie-inkomen tweede jaarhelft EUR 3,2 miljard tegen EUR 3,5 miljard in het eerste halfjaar
- Nettowinst na minderheidsbelangen EUR 264 miljoen (tegen EUR 366 miljoen in 2009)
- Minderheidsbelangen EUR 91 miljoen in vergelijking met EUR 69 miljoen in 2009; positieve eenmalige belastingteruggave van EUR 94 miljoen in 2009
- Netto meerwaarden van EUR 29 miljoen in verband met de herstructurering van de beleggingsportefeuille
- Netto negatief effect van EUR 25 miljoen in verband met schade door uitzonderlijke weersomstandigheden
- Vermogen onder beheer Leven EUR 48,2 miljard (tegen EUR 45,4 miljard eind 2009), oftewel +6%
- Stijging door nieuwe productie en een lager vervalpercentage
- Totale combined ratio 107,4%
- Combined ratio exclusief arbeidsongevallen 104,3% (t.o.v. 102,5% in 2009)
- Combined ratio tweede halfjaar 107,6%, vrijwel stabiel ten opzichte van het eerste halfjaar
Het totale bruto premie-inkomen in 2010 kwam uit op EUR 6,7 miljard, 2% onder het niveau van vorig jaar maar een sterke commerciële prestatie in een onzeker en moeilijk renteklimaat. Het premie-inkomen Leven daalde met 4% tot EUR 5,1 miljard. Sterke resultaten in het makelaarskanaal (+12%) en een stijgend premie-inkomen uit unit-linked en traditionele producten via het bankkanaal konden de dalende omzet in spaarproducten in het bankkanaal niet compenseren. Het premie-inkomen in het Employee Benefitskanaal liep met 6% terug, vooral omdat vorig jaar buitengewone premiebetalingen waren ontvangen die de onderfinanciering van bepaalde collectieve contracten moesten opvangen. De brutopremies Niet-Leven lieten een verdere stijging zien. In 2010 nam het premie-inkomen toe naar EUR 1,6 miljard, een stijging van 5% ten opzichte van 2009, waartoe alle productlijnen hebben bijgedragen maar in het bijzonder Auto- (+9%) en Zorgverzekeringen (+8%). Uit de groei in zorgverzekeringen blijkt de commerciële kracht van het unieke multi-kanaal distributiemodel van AG Insurance op de Belgische markt.
Het totale bruto premie-inkomen in de tweede jaarhelft van 2010 bedroeg EUR 3,2 miljard, tegen EUR 3,3 miljard in dezelfde periode vorig jaar. Het totale bruto premie-inkomen in de tweede jaarhelft van 2010 lag 8% lager dan in de eerste jaarhelft (EUR 3,5 miljard) als gevolg van minder koopsompolissen in Leven en de typische jaarspreiding in Niet-Leven, vooral in arbeidsongevallen en verzekeringen voor kleine en middelgrote ondernemingen.
De nettowinst na minderheidsbelangen bedroeg EUR 264 miljoen, tegen EUR 366 miljoen vorig jaar. De minderheidsbelangen namen toe van EUR 69 miljoen tot EUR 92 miljoen als gevolg van de verkoop van het minderheidsbelang van 25% in AG Insurance aan BNP Paribas Fortis Bank in mei 2009. Verder was het nettoresultaat over 2009 hoger uitgekomen door een eenmalige belastingteruggave van EUR 94 miljoen die gedeeltelijk werd tenietgedaan door de effecten van de financiële turbulentie. Het Niet-Levenbedrijf had te lijden van de impact van de zware weersomstandigheden, meer hoge schadeclaims, een hogere schadefrequentie in auto en een hoger aantal claims met blijvende arbeidsongeschiktheid in arbeidsongevallen. Het negatieve resultaat werd deels opgevangen door een overkoepelende multi-line herverzekeringsovereenkomst.
De herstructureringsmaatregelen met betrekking tot de beleggingsportefeuille resulteerden in een netto positief effect van EUR 29 miljoen (na belasting en minderheidsbelangen), dat als volgt kan worden uitgesplitst :
- Een nettoverlies van EUR 55 miljoen in de eerste jaarhelft van 2010 na de beslissing om het concentratierisico in bepaalde Zuid-Europese landen terug te brengen en de daaropvolgende verkoop van EUR 8,9 miljard (tegen historische kosten) aan staatsobligaties.
- Een netto meerwaarde van EUR 29 miljoen op de verkoop van vastgoed in de regio Brussel in het tweede kwartaal.
- Een meerwaarde van EUR 55 miljoen op de verkoop van EUR 1,2 miljard aan staatsobligaties in het derde kwartaal, als onderdeel van de strategie om de beleggingsportefeuille verder in evenwicht te brengen.
Ten slotte is het nettoresultaat in 2010 ook negatief beïnvloed door licht hogere operationele kosten en lagere beleggingsinkomsten.
Het nettoresultaat over de tweede jaarhelft nam toe ten opzichte van de eerste jaarhelft tot EUR 176 miljoen, hoofdzakelijk dankzij de bovengenoemde gerealiseerde meerwaarden op obligaties,tegenover de minwaarden als gevolg van de herbalancering van de beleggingsportefeuille in de eerste jaarhelft.
De operationele kosten namen in totaal met 3% toe tot EUR 440 miljoen, met inbegrip van eenmalige herpositioneringskosten in verband met de separatie van BNP Paribas Fortis en kosten gerelateerd aan de implementatie van 'Solvency II'. De operationele kosten in Niet-Leven werden beïnvloed door een stijging van het aantal FTE's bij zorgverzekeringen om de groei van nieuwe productie te ondersteunen. Ondanks de hogere operationele kosten bleven de voornaamste kostenratio's stabiel of namen deze zelfs af. De kostenratio in Leven als percentage van het vermogen onder beheer daalde van 0,41% naar 0,38% doordat de stijging van het vermogen onder beheer de hogere kosten ruimschoots compenseerde. De kostenratio in Nietleven bleef stabiel op 16,5%.
Het totale technisch resultaat bedroeg EUR 344 miljoen, tegen EUR 459 miljoen in 2009, en daalde zowel in Leven als in Niet-Leven. Het technisch resultaat over 2010 werd negatief beïnvloed door lagere beleggingsinkomsten en het weer in evenwicht brengen van de beleggingsportefeuille alsmede door het aanzienlijke effect van weergerelateerde gebeurtenissen in Niet-Leven. Het technisch resultaat Leven bedroeg in 2010 EUR 343 miljoen, tegen EUR 385 miljoen in 2009, omwille van lagere beleggingsinkomsten, die deels werden gecompenseerd door een positief volume-effect. Het technisch resultaat Niet-Leven was bijna breakeven op EUR 1 miljoen, tegen EUR 74 miljoen in 2009, vooral als gevolg van een hoger aantal claims met blijvende arbeidsongeschiktheid in arbeidsongevallen, gemiddeld hogere kosten van grote schadeclaims, een hogere schadefrequentie bij autoverzekeringen en het netto effect van ernstige weergerelateerde gebeurtenissen. Dit laatste effect werd evenwel getemperd door een overkoepelende multi-line herverzekeringsovereenkomst.
De combined ratio in 2010 bedroeg 107,4% in vergelijking met 103,2% vorig jaar. Zonder bedrijfsongevallen was er sprake van een stijging tot 104,3%, tegen 102,5% vorig jaar. De hoge combined ratio wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door brandverzekeringen, maar ook door autoverzekeringen, aansprakelijkheid en arbeidsongevallen. Zoals eerder bekendgemaakt heeft AG Insurance maatregelen genomen om de operationele resultaten te verbeteren. Deze bestaan onder meer uit tariefverhogingen bij Brand en Auto en
herziene formules inzake het eigen risico bij autoverzekeringen. De combined ratio van 107,1% in de eerste jaarhelft steeg verder tot 107,6% in de tweede jaarhelft.
Zonder bedrijfsongevallen bedroeg de combined ratio in de tweede jaarhelft 105,3%.
Het vermogen onder beheer steeg met 6% tot EUR 48,2 miljard. AG Insurance was hierdoor in staat haar marktleiderschap verder te versterken met een marktaandeel van 27,9%6 .
Leven
Het premie-inkomen Leven daalde met 4% ten opzichte van vorig jaar tot een niveau van EUR 5,1 miljard. Het inkomen Individueel Leven bedroeg EUR 4,1 miljard, een daling van 4%. Groepsverzekeringen Leven noteerden EUR 1,1 miljard, 6% minder dan vorig jaar. In de tweede jaarhelft daalde het premie-inkomen Leven met 7% tot EUR 2,5 miljard, tegen EUR 2,7 miljard in de eerste jaarhelft.
Het premie-inkomen Individueel Leven bedroeg EUR 4,1 miljard, tegen EUR 4,2 miljard eind 2009. De geringe daling is toe te schrijven aan lagere volumes bij spaarproducten als gevolg van de gedaalde gegarandeerde rente en de beslissing minder gerichte marketingcampagnes te voeren dan in 2009. Deze daling werd slechts gedeeltelijk gecompenseerd door een stijging van de verkoop van unitlinked producten via de distributiekanalen BNP Paribas Fortis en Bank van de Post. Een vermindering van de commerciële acties voor spaarproducten leidde tot een daling van 7% van het inkomen via het bankkanaal tot een niveau van EUR 3,2 miljard.
Het premie-inkomen via het makelaarskanaal steeg dankzij een sterke verkoop van spaarproducten met 12% tot EUR 0,8 miljoen. Dit bevestigt de positieve trend die in de tweede jaarhelft van 2009 werd ingezet.
De Groepsactiviteiten Leven, verdeeld via het Employee Benefits-kanaal, daalden met 6% tot EUR 1,1 miljard ten opzichte van vorig jaar, toen buitengewone premiebetalingen waren ontvangen die de onderfinanciering van bepaalde collectieve contracten moesten opvangen.
6 Gebaseerd op de uitkomst van een door Assuralia gehouden marktonderzoek aan het eind van 2010, uitgedrukt als percentage van het gemiddelde vermogen onder beheer.
Premie-equivalenten op jaarbasis (APE) stegen met 6% tot EUR 463 miljoen, tegen EUR 437 miljoen vorig jaar, dankzij een stijging bij de premiedragende verzekeringen in het spaarbedrijf en een verbeterde afzet van unit-linked producten.
Het vermogen onder beheer Leven steeg naar EUR 48,2 miljard (+ 6%) in vergelijking met EUR 45,4 miljard vorig jaar en lag 3% hoger dan eind juni 2010. Alle productlijnen droegen aan deze stijging bij via nieuwe productie en minder verval. Het vermogen onder beheer uit niet unit-linked activiteiten steeg met 7% tot EUR 41,5 miljard dankzij de spaaractiviteiten in zowel het bank- als het makelaarskanaal. Unit-linked vermogen onder beheer steeg met 2%, deels als gevolg van herwaardering van de beleggingen en extra inkomen uit nieuwe gestructureerde unit-linked tranches. Vergeleken met december 2009 steeg het vermogen onder beheer zowel in Employee Benefits als Individueel Leven met 6% tot respectievelijk EUR 12,0 miljard en EUR 36,2 miljard.
De nettowinst in 2010 bedroeg EUR 252 miljoen, een daling met 20% ten opzichte van de EUR 316 miljoen van 2009. Het technisch resultaat en de operationele marge bleven met respectievelijk EUR 343 miljoen en EUR 300 miljoen goed op peil in vergelijking met vorig jaar. Het lagere nettoresultaat wordt verklaard door een daling in rendement (EUR 46 miljoen negatief) en door hogere minderheidsbelangen, die EUR 87 miljoen bedroegen (tegen EUR 56 miljoen in 2009). De herstructurering van de beleggingsportefeuille had een positief netto effect van EUR 27 miljoen. Verder kwam het resultaat van het Levenbedrijf van AG Insurance in de eerste jaarhelft van 2009 hoger uit door een eenmalige belastingteruggave van EUR 86 miljoen, die deels werd tenietgedaan door een negatief effect van de financiële markten.
Niet-Leven
De brutopremies stegen in 2010 met 5% ten opzichte van 2009 tot een niveau van EUR 1.591 miljoen. Er was groei in alle productlijnen, maar vooral in auto- en zorgverzekeringen. Van de totale groei kwam 2% voor rekening van de tariefverhogingen bij Brand- en Autoverzekeringen, terwijl volumegroei voor de rest zorgde. De tarieven voor aansprakelijkheid auto en materiële schade stegen met 4,5%. Op basis van gegevens van september 2010 steeg het marktaandeel van Niet-Leven tot 15,4% en kwam daarmee in alle belangrijke productlijnen uit boven de algehele marktgroei7 .
De brutopremies via het makelaarskanaal gingen omhoog naar EUR 1.124 miljoen, een stijging met 5% ten opzichte van vorig jaar. Het premie-inkomen uit kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's) en uit grotere bedrijven bedroeg EUR 585 miljoen (+4%), terwijl het premie-inkomen individuele verzekeringen 5% steeg naar EUR 539 miljoen. De brutopremies via het bankkanaal bedroegen EUR 212 miljoen, een stijging van 4% ten opzichte van vorig jaar. Inkomen uit gezondheidszorgen, die via het Employee Benefits-kanaal binnenkomen, lagen 8% hoger dan in 2009, op een niveau van EUR 255 miljoen. De toename was vooral te danken aan nieuwe productie in de collectieve zorg en sectorregelingen.
In de tweede jaarhelft gingen de brutopremies omlaag naar EUR 0,7 miljard vergeleken met EUR 0,9 miljard in de eerste jaarhelft (- 3%). Dit kwam vooral door de typische jaarspreiding, vooral in arbeidsongevallen en KMO's in de tweede jaarhelft van het jaar.
Het technisch resultaat bedroeg EUR 1 miljoen (tegen EUR 73 miljoen in 2009). Net als in het Levenbedrijf had het Nietlevenbedrijf te lijden onder dalende beleggingsinkomsten. Zoals reeds vermeld leidden slechte weersomstandigheden, zoals het strenge winterweer , de zomerstormen en de overstromingen in de herfst tot schadeclaims voor belastingen en na tussenkomst van de overkoepelende multi-line herverzekeringsovereenkomst van EUR 50 miljoen (EUR 25 miljoen na belasting en minderheidsbelangen). Verder wordt het technisch resultaat gedrukt door een toenemend aantal grote schadeclaims en een hogere frequentie in autoschade en in ongevallen met blijvende arbeidsongeschiktheid in arbeidsongevallen. Deze elementen wegen ook op de operationele marge, die eind 2010 uitkwam op EUR 0,9 miljoen negatief, tegen EUR 63.9 miljoen positief vorig jaar.
7
Gebaseerd op marktonderzoek van Assuralia aan het einde van 2010.
De combined ratio inclusief bedrijfsongevallen bedroeg 107,4% ten opzichte van 103,2% vorig jaar. Zonder bedrijfsongevallen bedroeg de combined ratio in 2010 104,3%, tegen 102,5% vorig jaar. In de tweede jaarhelft steeg de combined ratio naar 107,7%, in vergelijking met 107,1% in de eerste jaarhelft en 100,8% in de tweede jaarhelft van vorig jaar. Dit is volledig toe te schrijven aan het extreme en uitzonderlijk hoge niveau van weergerelateerde gebeurtenissen in 2010. Zoals eerder bekendgemaakt is in 2010 in de meeste producten een reeks corrigerende maatregelen doorgevoerd waarvan een positief effect wordt verwacht in 2011.
De nettowinst bedroeg in 2010 EUR 11,3 miljoen, tegen EUR 50,3 miljoen in 2009. Het negatieve verschil is vooral toe te schrijven aan de zware weersomstandigheden, een hoger aantal claims met blijvende arbeidsongeschiktheid in arbeidsongevallen, gemiddeld hogere kosten van grote schadeclaims en een hogere schadefrequentie bij autoverzekeringen, gemiddeld hogere schadeclaims bij aansprakelijkheid en, tot slot, een lager investeringsrendement (EUR 7 miljoen negatief) . Deze negatieve factoren werden gedeeltelijk tenietgedaan door een overkoepelende multi-line herverzekeringsovereenkomst en een sterk resultaat bij gezondheiszorgen. En tot slot kwam het resultaat van het Niet-levenbedrijf van AG Insurance in 2009 hoger uit door een eenmalige belastingteruggave van EUR 8 miljoen in de eerste jaarhelft.
Verenigd Koninkrijk
| Resultatenrekening - Leven | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Verenigd Koninkrijk – Leven - in miljoenen EUR | 2010 | 2009 | Mutatie | H2 2010 | H2 2009 | H1 2010 |
| Brutopremies | 27,5 | 9,9 | * | 16,3 | 6,8 | 11,2 |
| Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling | * | |||||
| Bruto premie-inkomen Leven | 27,5 | 9,9 | * | 16,3 | 6,8 | 11,2 |
| Operationele kosten | - 30,6 | - 20,0 | 53% | - 19,3 | - 10,2 | - 11,3 |
| Technisch resultaat | - 13,4 | - 9,0 | 48% | - 10,2 | - 3,8 | - 3,2 |
| Toegerekende meerwaarden | * | |||||
| Operationele marge | - 13,4 | - 9,0 | 48% | - 10,2 | - 3,8 | - 3,2 |
| Niet-toegerekende overige inkomsten en lasten | 1,5 | 0,9 | 50% | 0,7 | 0,5 | 0,8 |
| Winst voor belastingen | - 11,9 | - 8,1 | 47% | - 9,5 | - 3,3 | - 2,4 |
| Winstbelastingen | 3,3 | 2,2 | 51% | 2,6 | 0,9 | 0,7 |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | * | |||||
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | - 8,6 | - 5,9 | 45% | - 6,9 | - 2,4 | - 1,7 |
| Resultatenrekening - Niet-leven | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Verenigd Koninkrijk – Niet-leven - in miljoenen EUR | 2010 | 2009 | Mutatie | H2 2010 | H2 2009 | H1 2010 |
| Bruto premie-inkomen Niet-leven | 1.179,3 | 903,3 | 31% | 641,0 | 454,2 | 538,3 |
| Operationele kosten | - 93,0 | - 75,5 | 23% | - 47,5 | - 35,1 | - 45,5 |
| Technisch resultaat | - 43,1 | - 18,0 | * | - 39,6 | - 23,3 | - 3,5 |
| Toegerekende meerwaarden | 2,9 | 9,9 | - 71% | 0,8 | 0,8 | 2,1 |
| Operationele marge | - 40,2 | - 8,1 | * | - 38,8 | - 22,5 | - 1,4 |
| Niet-toegerekende overige inkomsten en lasten | 2,7 | 15,0 | - 82% | 0,3 | 5,4 | 2,4 |
| Winst voor belastingen | - 37,5 | 6,9 | * | - 38,5 | - 17,1 | 1,0 |
| Winstbelastingen | 10,2 | - 2,2 | * | 10,5 | 4,5 | - 0,3 |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | - 6,6 | - 0,5 | * | - 5,2 | - 0,5 | - 1,4 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | - 20,7 | 5,2 | * | - 22,8 | - 12,1 | 2,1 |
| Resultatenrekening - Overige verzekeringen | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Verenigd Koninkrijk – Overige verzekeringen - in miljoenen EUR | 2010 | 2009 | Mutatie | H2 2010 | H2 2009 | H1 2010 |
| Commissiebaten | 138,2 | 111,2 | 24% | 78,8 | 57,2 | 59,4 |
| Andere baten | 42,1 | 0,4 | * | 39,8 | - 0,1 | 2,3 |
| Personeelslasten | - 64,7 | - 43,9 | 47% | - 40,5 | - 22,2 | - 24,2 |
| Overige lasten | - 95,1 | - 47,1 | * | - 68,6 | - 24,1 | - 26,5 |
| Winst voor belastingen | 20,5 | 20,6 | 0% | 9,5 | 10,8 | 11,0 |
| Winstbelastingen | - 8,0 | - 6,2 | 30% | - 4,9 | - 3,4 | - 3,1 |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | * | |||||
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 12,5 | 14,4 | - 13% | 4,6 | 7,4 | 7,9 |
| Resultatenrekening | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Verenigd Koninkrijk – in miljoenen EUR | 2010 | 2009 | Mutatie | H2 2010 | H2 2009 | H1 2010 |
| Bruto premie-inkomen | 1.206,8 | 913,2 | 32% | 657,3 | 461,0 | 549,5 |
| Operationele kosten | - 123,6 | - 95,5 | 29% | - 66,8 | - 45,3 | - 56,8 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | - 16,8 | 13,7 | * | - 25,1 | - 7,1 | 8,3 |
- Premie-inkomen in 2010 naar recordhoogte van EUR 1,207 miljoen, 32% omhoog (EUR 913 miljoen in 2009)
- Nettoverlies na minderheidsbelangen EUR 16,8 miljoen (tegen een nettowinst van EUR 13,7 miljoen in 2009)
- Zware weersomstandigheden resulteren in bijzondere kosten van EUR 49 miljoen netto
- Nettowinst Leven beïnvloed door eenmalige last voor bijzondere waardevermindering van EUR 5 miljoen
- Totale combined ratio 109,5% (108,1% in 2009)
- Combined ratio woningverzekeringen getroffen door ernstige weersomstandigheden
- Combined ratio Autoverzekeringen 106,2%, een verbetering met 5,5% ten opzichte van 2009
- Samenwerkingsverband met Tesco Bank gestart en goede voortgang geboekt
- Sinds start medio oktober al meer dan 200.000 klantenpolissen overgegaan naar Tesco Underwriting
- Sterke groei Particuliere distributie door overname Kwik Fit Insurance Services
- Integratie op schema
- Positieve bijdrage aan resultaat EUR 3,5 miljoen, exclusief eenmalige overnamekosten
Het premie-inkomen is in 2010 met 32% toegenomen tot EUR 1.207 miljoen dankzij een goede groei in het Niet-Levenbedrijf bij zowel particuliere verzekeringen (+29%) als bedrijfsverzekeringen (+38%). Vergeleken met 2009 bedroeg het valuta-effect op het premie-inkomen EUR 45 miljoen ofwel 4% van het inkomen. Het totale premie-inkomen van het segment Overige verzekeringen bedroeg EUR 180 miljoen, een stijging van meer dan 60% vergeleken met vorig jaar en voornamelijk toe te schrijven aan de overname van Kwik Fit Insurance Services medio 2010.
De operationele resultaten werden beïnvloed door uitzonderlijk slechte en ongebruikelijke weersomstandigheden in het eerste en laatste deel van het jaar, waardoor de combined ratio's stegen ten opzichte van 2009. Het slechte weer leidde tot een buitengewone last van EUR 49 miljoen door waterschadeclaims. Als gevolg daarvan steeg de combined ratio Niet-Leven in 2010 tot 109,5%, tegen 108,1% eind 2009 en 106,5% eind juni 2010. Dit was tevens te zien in een stijging van de combined ratio voor woningverzekeringen van 99,2% eind 2009 tot 115,6% in 2010 als gevolg van de stijgende schaderatiovan het lopende jaar van 64,4% tot 78,1%. De combined ratio bij autoverzekeringen in 2010 verbeterde evenwel tot 106,2%, vergeleken met 111,7% eind 2009, een cijfer dat ruim beneden het sectorgemiddelde van 122%8 ligt.
Het nettoresultaat na minderheidsbelangen bedroeg in 2010 EUR 16,8 miljoen negatief, ten opzichte van een nettowinst van EUR 13,7 miljoen vorig jaar. Gecorrigeerd voor de bovengenoemde weergerelateerde kosten, zou het nettoresultaat Niet-Leven aanzienlijk zijn verbeterd ten opzichte van het vorige jaar als gevolg van verbeterde
8 Sectorgemiddelde over 2009. operationele resultaten in de meeste bedrijfsonderdelen, met sterke rendementen uit de retailactiviteiten en een positieve bijdrage van de particuliere en de bedrijfsverzekeringen in Niet-Leven. Naast de weergerelateerde kosten (EUR 49 miljoen) omvat het nettoresultaat Niet-Leven tevens de opstartkosten voor het nieuwe samenwerkingsverband met Tesco (EUR 4 miljoen), de overnamekosten van Kwik Fit Insurance Services (EUR 5 miljoen) en lagere beleggingsinkomsten (EUR 6 miljoen). Het Levenbedrijf werd negatief beïnvloed door een eenmalige bijzondere waardevermindering van EUR 6 miljoen (voor belastingen).
Leven
Goede commerciële vooruitgang werd geboekt in het levensverzekeringsbedrijf, dat in juli 2008 van start is gegaan met een bruto premie-inkomen van EUR 28 miljoen, een aanzienlijke stijging ten opzichte van het vorige jaar (EUR 10 miljoen). Ageas behaalde de doelstelling voor 2010 om haar levensverzekeringsproducten beschikbaar te stellen aan de gehele markt van onafhankelijke financiële adviseurs (IFA's), waarin het nu een marktaandeel heeft van 6,4%. De onderneming biedt thans dekking aan ruim 120.000 klanten, een stijging van 90% ten opzichte van vorig jaar.
Het nettoresultaat werd helaas beïnvloed door een bijzondere waardevermindering van EUR 6 miljoen (EUR 5 miljoen na belastingen) op een vordering. Dit bracht het nettoresultaat Leven over het gehele jaar op EUR 8,6 miljoen negatief, vergeleken met een netto negatief resultaat van EUR 5,9 miljoen in 2009.
Niet-Leven
De totale bruto premies stegen in 2010 met 31% naar EUR 1.179 miljoen, een recordresultaat dankzij de verdere groei bij zowel de particuliere (+29%) als de bedrijfsverzekeringen (+42%).
Binnen de particuliere verzekeringen waren de autoverzekeringen goed voor een premie-inkomen van EUR 599 miljoen, een stijging van 29% ten opzichte van vorig jaar en grotendeels toe te schrijven aan tariefverhogingen en de consolidatie van het inkomen uit Tesco Underwriting (EUR 101 miljoen). Ook de woning- en reisverzekeringsportefeuilles bleven verder doorgroeien, tot respectievelijk EUR 295 miljoen (+26%) en EUR 67 miljoen (+23%). Bij woningverzekeringen was die toename te danken aan een incassogroei binnen de bestaande verkoopkanalen en bij reisverzekeringen aan het aanboren van nieuwe samenwerkingsverbanden. Bij de bedrijfsverzekeringen bedroeg het premie-inkomen in 2010 EUR 191 miljoen, een stijging van 38% vergeleken met vorig jaar. Deze snelle groei is het resultaat van het verder doorvoeren van de strategie gericht op uitbreiding van het productaanbod en capaciteit in de markt voor kleine en middelgrote ondernemingen, en op betere afstemming op de behoeften van de verzekeringsmakelaar.
Het Niet-Levenbedrijf had te maken met een moeilijk begin en einde van het jaar. Het nettoresultaat na minderheidsbelangen kwam uit op EUR 20,7 miljoen negatief, tegen EUR 5,2 miljoen positief in 2009.
Het negatieve verschil ten opzichte van vorig jaar kan worden toegeschreven aan weergerelateerde factoren die een sectorbreed effect hadden en de winsten van verzekeraars in de gehele Britse markt negatief beïnvloedden. Voor Ageas bedroegen deze kosten in 2010 EUR 48,9 miljoen, bestaande uit schadelasten in januari (EUR 9,4 miljoen) en december (EUR 39,5 miljoen). Daarnaast is het nettoresultaat beïnvloed door lagere gerealiseerde meerwaarden en lagere beleggingsinkomsten (EUR 8,4 miljoen). Verder kwamen de opstartkosten voor het nieuwe samenwerkingsverband met Tesco Bank voor het gehele jaar uit op EUR 3,6 miljoen.
De combined ratio Niet-Leven bedroeg eind 2010 109,5%, tegen 108,1% eind 2009. De ratio werd vooral negatief beïnvloed door het strenge winterweer. Het operationeel resultaat in individuele autoverzekeringen daarentegen, verbeterde, met een combined ratio van 106,2% (tegen 111,7% eind 2009) als gevolg van de genomen corrigerende maatregelen. Ook in 2011 zal het consistente beleid van prijsstelling met inachtneming van de onderliggende risico's
worden verdergezet en zullen in voorkomende gevallen tariefverhogingen worden doorgevoerd.
Tesco Underwriting, het samenwerkingsverband tussen Tesco Bank (49,9%) en Ageas (50,1%), ging midden oktober 2010 van start. Eind december waren reeds 220.000 klantenpolissen overgedragen, wat overeenkomt met een totaal premie-inkomen van EUR 101 miljoen. Het samenwerkingsverband op het gebied van woning- en autoverzekeringen zal naar verwachting dekking bieden aan ruim 1,5 miljoen klanten, terwijl het aantal auto's dat Ageas in het Verenigd Koninkrijk verzekert zal toenemen tot zowat 2,7 miljoen. Ageas wil daarmee haar positie als de op één na grootste autoverzekeraar in het Verenigd Koninkrijk bestendigen.
Overige verzekeringen
Het segment Overige verzekeringen, bestaande uit de retailactiviteiten, RIAS, Kwik Fit Insurance Services (KFIS) en Ageas Insurance Solutions, bleef goed presteren in een concurrerende omgeving, met een stijging van het inkomen uit vergoedingen en provisies naar EUR 180 miljoen (+62%). Deze toename is vooral te danken aan de integratie en consolidatie van Kwik Fit Insurance Services (KFIS), goed voor EUR 47,3 miljoen van de inkomsten, maar ook door een goede klantenbinding, nieuwe productie en groei van de inkomsten uit samenwerkingsverbanden.
De overname van KFIS in juli 2010 is een grote stap in de multi-kanaal distributiestrategie van het Britse bedrijf, dat streeft naar diversificatie. Met de overname worden 600.000 klanten en 1,2 miljoen polissen alsmede een sterk presterend merk aan de portefeuille toegevoegd. Het bevestigt Ageas als de op drie na grootste leverancier van particuliere verzekeringen voor het intermediair kanaal in het Verenigd Koninkrijk.
De nettowinst bedroeg EUR 12,5 miljoen, EUR 1,6 miljoen minder dan vorig jaar. Deze daling viel hoofdzakelijk toe te schrijven aan eenmalige kosten in verband met de overname van Kwik Fit Insurance Services (EUR 5 miljoen).
Kwik Fit Insurance Services droeg sinds de consolidatie vanaf augustus 2010 EUR 3,5 miljoen bij aan de nettowinst, inclusief de amortisatiekosten van immateriële activa van EUR 2,9 miljoen en exclusief de bovengenoemde eenmalige overnamekosten.
Continentaal Europa
| Resultatenrekening - Leven | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Continentaal Europa – Leven - in miljoenen EUR | 2010 | 2009 | Mutatie | H2 2010 | H2 2009 | H1 2010 |
| Brutopremies | 1.748,3 | 1.601,2 | 9% | 641,6 | 809,6 | 1.106,7 |
| Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling | 1.741,4 | 2.104,7 | - 17% | 867,6 | 1.249,0 | 873,8 |
| Bruto premie-inkomen Leven | 3.489,7 | 3.705,9 | - 6% | 1.509,2 | 2.058,6 | 1.980,5 |
| Operationele kosten | - 124,6 | - 128,9 | - 3% | - 63,0 | - 65,6 | - 61,6 |
| Technisch resultaat | 129,0 | 85,0 | 52% | 89,8 | 39,3 | 39,2 |
| Toegerekende meerwaarden | 0,4 | - 66% | - 2,9 | 0,1 | 2,9 | |
| Operationele marge | 129,0 | 85,4 | 51% | 86,9 | 39,4 | 42,1 |
| Niet-toegerekende overige inkomsten en lasten | 20,3 | 19,9 | 1% | 8,5 | 15,1 | 11,8 |
| Winst voor belastingen | 149,3 | 105,3 | 42% | 95,4 | 54,5 | 53,9 |
| Winstbelastingen | - 45,6 | - 33,3 | 37% | - 25,9 | - 15,9 | - 19,7 |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | 55,5 | 44,7 | 24% | 36,0 | 23,8 | 19,5 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 48,2 | 27,3 | 76% | 33,5 | 14,8 | 14,7 |
| Resultatenrekening - Niet-leven | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Continentaal Europa – Niet-leven - in miljoenen EUR | 2010 | 2009 | Mutatie | H2 2010 | H2 2009 | H1 2010 |
| Bruto premie-inkomen Niet-leven | 443,5 | 235,4 | 88% | 214,6 | 107,5 | 228,9 |
| Operationele kosten | - 81,7 | - 45,5 | 80% | - 45,3 | - 22,7 | - 36,4 |
| Technisch resultaat | 5,8 | 22,4 | - 74% | - 1,2 | 13,3 | 7,0 |
| Toegerekende meerwaarden | 1,6 | * | 0,1 | 1,5 | ||
| Operationele marge | 7,4 | 22,4 | - 67% | - 1,1 | 13,3 | 8,5 |
| Niet-toegerekende overige inkomsten en lasten | 0,5 | - 0,4 | * | 1,7 | 0,1 | - 1,2 |
| Winst voor belastingen | 7,9 | 22,0 | - 64% | 0,6 | 13,4 | 7,3 |
| Winstbelastingen | - 3,2 | - 6,8 | - 52% | - 0,7 | - 4,2 | - 2,5 |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | 1,8 | 8,2 | - 78% | - 0,5 | 4,7 | 2,3 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 2,9 | 7,0 | - 59% | 0,4 | 4,5 | 2,5 |
| H1 2010 |
|---|
| 2.209,4 |
| - 98,0 |
| 17,2 |
Premie-inkomen EUR 3,9 miljard, vrijwel stabiel ten opzichte van 2009
- Premie-inkomen Leven EUR 3,5 miljard, 6% lager dan vorig jaar
- Brutopremies Niet-leven EUR 444 miljoen, 88% hoger
Nettowinst na minderheidsbelangen EUR 51 miljoen (EUR 34 miljoen in 2009)
Nettowinst na minderheidsbelangen in tweede halfjaar EUR 34 miljoen
Verdere stroomlijning en selectieve uitbreiding verzekeringsportefeuille
- Verkoop Niet-Leven activiteiten Luxemburg aan La Bâloise in januari 2010 afgerond
- Verkoop Turkse pensioen- en Levenactiviteiten aan BNP Paribas Assurance
- Verkoop Oekraïense Levenactiviteiten aan Horizon Capital
- Betreden Turkse Niet-Leven markt via verwerving belang van 31% in Aksigorta
Voortgaande op het pad dat in de tweede jaarhelft van 2009 werd ingeslagen, heeft Continentaal Europa de verzekeringsportefeuille verder afgestemd op de strategische criteria die in september 2009 zijn vastgelegd en bekendgemaakt, rekening houdend met het veranderende economische landschap. In dat verband heeft Ageas in de loop van 2010 het Leven- en pensioenbedrijf in Turkije, het Levenbedrijf in de Oekraïne en het Niet-Levenbedrijf in Luxemburg afgestoten.
Tegelijkertijd ging de aandacht in Continentaal Europa uit naar het versterken van de portefeuille in lijn met de vastgestelde strategie, gebaseerd op selectieve investeringen in groeigebieden en in overeenstemming met de Ageas's investeringscriteria. In dit verband maakte Ageas op 18 februari 2011 bekend een lange termijn samenwerkingsverband te zijn aangegaan met Sabanci Holding via het nemen van een belang van 31% in Aksigorta, de op drie na grootste Niet-Levensverzekeraar in Turkije. Via dit samenwerkingsverband betreedt Ageas de Niet-Levensverzekeringsmarkt in Turkije, een veelbelovende opkomende markt waar Ageas met haar vaardigheden op het gebied van samenwerkingsverbanden en haar expertise op het gebied van bankverzekeren een bijdrage zal leveren.
Het totale bruto premie-inkomen over 2010 bedroeg EUR 3,9 miljard, bijna hetzelfde niveau als vorig jaar. Zowel Luxemburg (EUR 1,3 miljard) als Frankrijk (EUR 0,4 miljard) profiteerde van het herwonnen klantenvertrouwen, met een stijging van het premie-inkomen Leven van respectievelijk 15% en 12%. In Portugal, de grootste activiteit van Ageas in Continentaal Europa, liep het premie-inkomen met 18% terug tot EUR 2,0 miljard. Vooral in de tweede jaarhelft lag het premie-inkomen aanzienlijke lagerbij unit-linked producten. Bovendien was 2009 een zeer sterk jaar in termen van premie-inkomen uit unit-linked producten in vergelijking met voorgaande jaren.
Het Italiaanse samenwerkingsverband met BNP Paribas Assurance en UBI Banca ging in januari 2010 van start en leverde EUR 213 miljoen premie-inkomen.
Het premie-inkomen in de tweede jaarhelft bedroeg EUR 1,7 miljard, 22% beneden het niveau van de eerste jaarhelft. Deze ontwikkeling werd veroorzaakt door lagere premie-inkomens, vooral in Portugal en Frankrijk, dat hoofdzakelijk het gevolg was van een gematigd technisch resultaat en moeilijke financiële markten.
De operationele kosten kwamen uit op EUR 206 miljoen (+18%), dat geheel toekomt aan de consolidatie van de Italiaanse activiteiten sinds het begin van het jaar. De operationele kosten zouden slechts met 1,6% zijn gestegen als de kosten in verband met Italië, de kosten voor de afgestoten activiteiten en de voorziening voor vervroegde pensionering buiten beschouwing worden gelaten.
De nettowinst na minderheidsbelangen steeg naar EUR 51 miljoen, in vergelijking met EUR 34 miljoen vorig jaar. Dit resultaat is met name te danken aan betere prestaties in de tweede jaarhelft, met een solide technisch resultaat in Leven en inkomsten uit de stroomlijning van de verzekeringsportefeuille.
De nettowinst na minderheidsbelangen in de tweede jaarhelft bedroeg EUR 34 miljoen, tegen EUR 17 miljoen in de eerste zes maanden, toen het winstcijfer negatief werd beïnvloed door hogere verplichtingen in Portugal.
Leven
Het bruto premie-inkomen Leven daalde met 6% tot EUR 3,5 miljard. De aanzienlijke heropleving van de productie in Frankrijk en Luxemburg vertraagde enigszins in de tweede helft van 2010 en kon het lagere premie-inkomen in Portugal niet volledig opvangen.
Ofschoon het premie-inkomen met 20% is gedaald ten opzichte van het vorige jaar, blijft Portugal met een premieinkomen van EUR 1,7 miljard de grootste Levenactiviteit van Ageas in Continentaal Europa,. De daling van het inkomen, met name in de tweede jaarhelft, had diverse oorzaken, waaronder het moeilijke economische klimaat dat klanten ervan weerhield om te beleggen in unit-linked producten.
In Luxemburg bedroeg het premie-inkomen EUR 1,3 miljard, een stijging van 17% ten opzichte van vorig jaar. Deze stijging was het gevolg van een voortdurende interesse in FOS unitlinked producten (FOS staat voor Freedom of Services) en nieuw geïntroduceerde producten met een gegarandeerde rente.
In Frankrijk kwam het premie-inkomen uit op EUR 375 miljoen, een krachtige groei van 12%. Deze groei was te danken aan een sterke prestatie in het makelaarsnetwerk met een verhoging met meer dan 50% van het premie-inkomen waardoor het eerdere verlies aan productie via de agentschappen van BNP Paribas ruimschoots werd gecompenseerd.
Binnen Continentaal Europa en vooral in Luxemburg blijven de unit-linked producten de belangrijkste productlijn, met een premie-inkomen van EUR 1,8 miljard. Bij spaarproducten is het inkomen met 13% toegenomen tot EUR 1.3 miljard als gevolg van de voorkeur van klanten voor spaarproducten met een garantie-element.De rest betrof premie-inkomen uit traditionele en collectieve Levenactiviteiten.
Het vermogen onder beheer steeg ten opzichte van eind 2009 met 7% tot EUR 23 miljard. In Luxemburg en Portugal, die samen bijna 85% van het vermogen onder beheer in Continentaal Europa hebben, was sprake van een stijging met respectievelijk 16% en 4%. Deze stijging is veroorzaakt door premie-inkomen dat slechts gedeeltelijk is tenietgedaan door afkopen en aflopende contracten. Het niveau van de afkopen kwam overeen met dat van vorig jaar.
De operationele marge steeg van EUR 85 miljoen in 2009 tot EUR 129 miljoen in 2010. Deze verbetering is veroorzaakt door een betere beleggingsmarge in spaarproducten, een sterk technisch resultaat in de traditionele activiteiten en kostcontrole.
De operationele kosten namen af met 3%, vooral tengevolge van het stroomlijnen van de Levenportefeuille, zijnde het stopzetten van de activiteiten in Rusland en het afstoten van de Oekraïense en Turkse Levenactiviteiten vanaf de tweede jaarhelft.
De nettowinst na minderheidsbelangen bedroeg EUR 48 miljoen (tegen EUR 27 miljoen in 2009) dankzij een hogere operationele marge en het positieve effect van het stroomlijnen van de verzekeringsportefeuille. De Portugese activiteiten blijven de belangrijkste winstbijdrage leveren aan het Levenbedrijf, vooral dankzij traditionele producten en ondanks de moeilijke economische omstandigheden.
Niet-Leven
Sinds de verkoop van de Niet-Levenactiviteiten in Luxemburg in januari 2010 is het schadebedrijf in Continentaal Europa geconcentreerd in Portugal en Italië. In begin 2011 is het Niet-Levenbedrijf uitgebreid met het nemen van een belang van 31% in Aksigorta, de op drie na grootste Niet-Levensverzekeraar in Turkije. Deze transactie zal naar verwachting worden afgerond en geconsolideerd in het tweede kwartaal van 2011.
De brutopremies bedroegen EUR 444 miljoen, tegen EUR 235 miljoen in 2009. De stijging is vrijwel geheel toe te schrijven aan de consolidatie van de Italiaanse Nietlevenactiviteiten sinds begin 2010. In Portugal nam het premie-inkomen met circa 8% toe vergeleken met vorig jaar, gespreid over alle distributiekanalen en duidelijk beter dan de markt. Zorgverzekeringen, die worden verkocht via het sterke merk Médis, leveren de grootste bijdrage, gevolgd door brandverzekeringen.
Italië droeg EUR 213 miljoen bij aan de bruto premies, dankzij een sterke groei van 2% in een krimpende markt. autoverzekeringen zijn met 41% van de totale bruto premies de grootste activiteit, maar de groei is hoofdzakelijk te danken aan andere activiteiten zoals woningen, zorg en kredietbescherming. Deze activiteiten groeiden 31% in 2010 door de verkopen via het netwerk van UBI Banca.
De operationele marge bedroeg EUR 7 miljoen (tegen EUR 22 miljoen in 2009). Ondanks een zeer gezonde combined ratio van 96% leden de Portugese activiteiten onder hogere schadeclaims bij brandverzekeringen door de slechte weersomstandigheden, vooral in de tweede helft van het jaar, maar ook onder een voorziening voor vervroegde pensionering. Verder hadden, zoals eerder vermeld, de Italiaanse activiteiten te lijden onder zware schadeclaims bij autoverzekeringen, vooral in het zuiden van het land. In het derde kwartaal van 2010 werden belangrijke corrigerende maatregelen genomen waarvan de eerste effecten op de schadefrequentie in aansprakelijkheid Auto al te zien zijn.
De combined ratio stond eind 2010 op 101,5%, in vergelijking met 90,3% in 2009.
De operationele kosten stegen tot EUR 82 miljoen (een stijging van 80% ten opzichte van 2009) als gevolg van de consolidatie van de Italiaanse activiteiten. Verder werden de operationele kosten beïnvloed door de voorziening voor vervroegde pensionering in Portugal.
De nettowinst na minderheidsbelangen daalde van EUR 7 miljoen in 2009 tot EUR 3 miljoen in 2010, als gevolg van lagere resultaten in Portugal en Italië.
Azië
| Resultatenrekening - Leven | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Azië – Leven - in miljoenen EUR | 2010 | 2009 | Mutatie | H2 2010 | H2 2009 | H1 2010 |
| Brutopremies | 232,9 | 214,7 | 9% | 126,8 | 111,6 | 106,1 |
| Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling | 102,1 | 82,1 | 24% | 57,7 | 44,4 | 44,4 |
| Bruto premie-inkomen Leven | 335,0 | 296,8 | 13% | 184,5 | 156,0 | 150,5 |
| Operationele kosten | - 37,7 | - 32,1 | 18% | - 19,3 | - 13,3 | - 18,4 |
| Technisch resultaat | 8,7 | 11,6 | - 25% | - 2,4 | 6,6 | 11,1 |
| Toegerekende meerwaarden | 40,9 | 4,4 | * | 6,9 | 4,1 | 34,0 |
| Operationele marge | 49,6 | 16,0 | * | 4,5 | 10,7 | 45,1 |
| Niet-toegerekende overige inkomsten en lasten | - 8,1 | - 9,4 | - 13% | - 5,1 | - 4,6 | - 3,0 |
| Winst voor belastingen, geconsolideerde entiteiten | 41,5 | 6,6 | * | - 0,6 | 6,1 | 42,1 |
| Winst voor belastingen, geassocieerde deelnemingen | 45,1 | 73,8 | - 39% | 24,8 | 49,2 | 20,3 |
| Winstbelastingen | - 1,6 | - 2,1 | - 25% | - 1,4 | - 1,1 | - 0,2 |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | * | |||||
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 85,0 | 78,3 | 9% | 22,8 | 54,2 | 62,2 |
| Resultatenrekening - Niet-leven | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Azië – Niet-leven - in miljoenen EUR | 2010 | 2009 | Mutatie | H2 2010 | H2 2009 | H1 2010 |
| Bruto premie-inkomen Niet-leven | - | - | * | - | - | - |
| Operationele kosten | - | - | * | - | - | - |
| Technisch resultaat | - | - | * | - | - | - |
| Toegerekende meerwaarden | - | - | * | - | - | - |
| Operationele marge | - | - | * | - | - | - |
| Niet-toegerekende overige inkomsten en lasten | - | - | * | - | - | - |
| Winst voor belastingen, geconsolideerde entiteiten | - | - | * | - | - | - |
| Winst voor belastingen, geassocieerde deelnemingen | 8,5 | 12,3 | - 31% | 3,6 | 7,2 | 4,9 |
| Winstbelastingen | - | - | * | - | - | - |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | - | - | * | - | - | - |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 8,5 | 12,3 | - 31% | 3,6 | 7,2 | 4,9 |
| Resultatenrekening | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Azië – in miljoenen EUR | 2010 | 2009 | Mutatie | H2 2010 | H2 2009 | H1 2010 |
| Bruto premie-inkomen | 335,0 | 296,8 | 13% | 184,5 | 156,0 | 150,5 |
| Operationele kosten | - 37,7 | - 32,1 | 18% | - 19,3 | - 13,3 | - 18,4 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 93,5 | 90,6 | 3% | 26,4 | 61,4 | 67,1 |
Premie-inkomen EUR 6,1 miljard, 50% omhoog (EUR 4,1 miljard in 2009)
- Bruto premie-inkomen Leven 51% hoger op EUR 5,6 miljard
- Brutopremies Niet-leven 35% hoger naar EUR 0,5 miljard
Nettowinst EUR 94 miljoen (EUR 91 miljoen in 2009)
- Nettowinst na minderheidsbelangen Leven EUR 85 miljoen, +9%
- Nettowinst na minderheidsbelangen Niet-leven gedaald naar EUR 9 miljoen
- Combined ratio 95,4% (96,7% in 2009)
Het totale bruto premie-inkomen, inclusief nietgeconsolideerde partnerships op basis van 100%, bereikte in 2010 een niveau van EUR 6,1 miljard een sterke commerciële prestatie en 50% boven het niveau van vorig jaar. Het premieinkomen van de niet-geconsolideerde partnerships op basis van 100% kwam in 2010 uit op EUR 5,8 miljard. De groei was goed verdeeld over de hele regio, zowel in Leven als in Niet-Leven. Het premie-inkomen in het tweede halfjaar was weliswaar 40% hoger dan het jaar daarvoor, maar 19% lager dan in de eerste jaarhelft van 2010, die van oudsher wordt gekenmerkt door een sterk eerste kwartaal met daar bovenop dit keer ook nog uitzonderlijke premie-inkomsten in China en Maleisië uit zeer succesvolle verkoopcampagnes voor koopsompolissen.
De nettowinst na minderheidsbelangen is in 2010 gestegen naar EUR 94 miljoen, een stijging met 3% ten opzichte van vorig jaar (EUR 91 miljoen). De nettowinst over 2009 omvatte een buitengewoon resultaat van EUR 32 miljoen uit een reservevrijval in Maleisië. In de nettowinst over 2010 zaten eveneens een aantal belangrijke eenmalige posten: een netto meerwaarde van EUR 35 miljoen op de verkoop van het Fortis Centre in Hongkong in het eerste halfjaar en een negatief effect van EUR 10 miljoen ten gevolge van de versterking van de reserves in Hongkong vanwege de lagere rente in het tweede halfjaar. Het onderliggende resultaat verbeterde sterk en lag 15% hoger dan vorig jaar en dit ondanks bijzondere waardeverminderingen van EUR 14 miljoen in verband met een mindere aandelenmarkt in China.
Leven
Het totale bruto premie-inkomen Leven, inclusief nietgeconsolideerde partnerships op basis van 100%, bedroeg in 2010 EUR 5,6 miljard, een stijging met 51% ten opzichte van 2009 en inclusief een positief wisselkoerseffect van 11%. Het premie-inkomen kwam het tweede halfjaar uit op EUR 2,5 miljard, een toename met 39% ten opzichte van dezelfde periode in 2009 maar 20% lager dan in het eerste halfjaar. Het eerste kwartaal is traditioneel sterker en bovendien werd in die periode geprofiteerd van uitzonderlijke
instromen uit verkoopcampagnes voor koopsompolissen in China en Maleisië. Belangrijke wijzigingen in de regelgeving voor bankverzekeraars in China en in de Indiase markt voor unit-linked producten vertraagden in het vierde kwartaal de groei in deze markten.
Het bruto premie-inkomen van de geconsolideerde activiteiten in Hongkong bereikte een niveau van EUR 335 miljoen, 13% meer dan vorig jaar (8% hoger tegen constante wisselkoersen). De nieuwe productie (APE) groeide met 23% sterk naar EUR 66 miljoen dankzij een herstel van het agentennetwerk en een hogere productiviteit.
Het bruto premie-inkomen van de niet-geconsolideerde partnerships is indrukwekkend gegroeid tot EUR 5,2 miljard, 55% hoger dan in 2009 (43% exclusief het wisselkoerseffect). Alle entiteiten droegen bij aan de sterke groei van zowel het bruto premie-inkomen als het volume nieuwe productie.
De verdere uitbreiding van de distributiecapaciteit en de productinnovatie vormden opnieuw de motor achter het hogere premie-inkomen in China. Koopsompolissen via het bankkanaal en een nieuw product met periodieke betalingen in het agentenkanaal gaven een sterke impuls aan het bruto premie-inkomen, dat met 55% steeg naar EUR 3,7 miljard. De nieuwe productie koopsompolissen bedroeg EUR 1,7 miljard (+49%), die van periodieke premieproducten groeide met 35% naar EUR 763 miljoen. De groei van het premie-inkomen liep het tweede halfjaar wat terug ten opzichte van het eerste aangezien er in het bankkanaal geen campagne werd gevoerd voor koopsompolissen en de toezichthouder op de bankensector met gewijzigde regels kwam. Distributie via het agentkanaal groeide wederom sterk met 61% dankzij een uitbreiding van het verkoopnetwerk. In november was het marktaandeel in bruto premie-inkomen met ruim 10% gegroeid naar 3,1%.
In het eerste jaar na de verhoging van het belang van Kasikorn Bank in Muang Thai, het samenwerkingsverband met Ageas in Thailand, is het premie-inkomen met 57% omhoog geschoten in vergelijking met 2009, naar EUR 714 miljoen. Koopsompolissen waren goed voor EUR 121 miljoen (+93%); de nieuwe productie in periodieke premieproducten steeg met 49% naar EUR 198 miljoen. Contractverlengingen stegen eveneens fors: +52% naar EUR 395 miljoen. Met een marktaandeel van 14,3% van de nieuwe productie (eind november) positioneert het samenwerkingsverband zich als een sterke nummer twee in de markt.
eTiQa, het samenwerkingsverband met Maybank in Maleisië, bleef sterk groeien, vooral dankzij innovatieve koopsompolissen zonder winstdelingen en Takaful hypotheekgerelateerde levensverzekeringen via het bankkanaal van Maybank. Het bruto premie-inkomen steeg met 44% naar EUR 717 miljoen waarvan EUR 456 miljoen koopsompolissen (+57%). In de tweede jaarhelft van het jaar daalde het premie-inkomen met 34% ten opzichte van het eerste halfjaar (dat werd gekenmerkt door een zeer succesvolle verkoopcampagne voor koopsompolissen in het bankkanaal. De activiteiten in Maleisië zijn sneller gegroeid dan de markt, zowel in Leven als in Niet-Leven, en het marktaandeel nam daardoor toe. Het totale aandeel Leven (nieuwe productie) in zowel Takaful als conventionele verzekeringsproducten lag boven de 20%; en meer dan 11% in totale brutopremies Niet-Leven.
IDBI Federal Life Insurance Company in India noteerde een bruto premie-inkomen van EUR 131 miljoen, bijna een verdubbeling ten opzichte van vorig jaar (+95%). De groei wordt gedragen door de sterke merken van de distributiepartners en de evenwichtige uitbreiding van het agentschappennetwerk. Door de sterke nadruk op productinnovatie bij IDBI Federal kon er agressief worden ingespeeld op de gewijzigde regelgeving en is de productportefeuille omgegooid. Door vooruit te lopen op de nieuwe situatie kon de onderneming sterk blijven groeien en haar marktpositie versterken ondanks de onrust over de nieuwe regels bij unit-linked en pensioenproducten.
Het vermogen onder beheer van de geconsolideerde activiteiten groeide met 26% ten opzichte van 2009 naar EUR 1,4 miljard. Inclusief de niet-geconsolideerde partnerships ging het vermogen onder beheer met 47% omhoog van EUR 11,5 miljard eind 2009 naar EUR 16,9 miljard eind 2010. Van die toename kwam 29% voor rekening van de groei van de activiteiten en 18% van de sterkere lokale valuta's.
De nettowinst na minderheidsbelangen bedroeg in 2010 EUR 85,0 miljoen, tegen EUR 78,3 miljoen vorig jaar (+9%). De drie belangrijkste elementen van de nettowinst waren:
- De geconsolideerde activiteiten in Hongkong met een nettowinst van EUR 50,1 miljoen in vergelijking met EUR 12,9 miljoen vorig jaar. In dat bedrag is een eenmalige netto meerwaarde van EUR 34,9 miljoen begrepen op de verkoop van het Fortis Centre en een buitengewone last van EUR 9,5 miljoen voor de versterking van de reserves. Gecorrigeerd voor deze buitengewone posten is het nettoresultaat met 91% gestegen naar EUR 24,7 miljoen.
- De niet-geconsolideerde partnerships boekten een nettowinst van EUR 45,1 miljoen, in vergelijking met EUR 73,8 miljoen vorig jaar (-39%). Het nettowinstcijfer over 2009 genoot van een vrijval van reserves van EUR 32 miljoen in Maleisië; het nettoresultaat in 2010 omvatte daarentegen een bijzondere waardevermindering voor de lagere aandelenmarkten van EUR 14,1 miljoen in China.
- Overige kosten en inkomsten in de regio waren EUR 10,2 miljoen negatief, tegen EUR 8,4 miljoen negatief vorig jaar.
Niet-Leven
De brutopremies Niet-Leven (tegen 100% en volledig toewijsbaar aan de niet-geconsolideerde partnerships in Maleisië en Thailand) stegen in 2010 met 35% naar EUR 515 miljoen (+18% tegen constante wisselkoersen). Beide partnerships deden het goed, vooral dankzij de sterke groei van de particuliere niet-autoverzekeringen en de commerciële scheepvaart-, luchtvaart- en transportverzekeringen. De brutopremies in Maleisië en Thailand bedroegen respectievelijk EUR 404 miljoen (+38%) en EUR 111 miljoen (+25%).
De nettowinst na minderheidsbelangen bedroeg in 2010 EUR 8,5 miljoen (-31%). De operationele prestaties en het technisch resultaat bleven zeer sterk en leverden een combined ratio op van 95,4%; het nettoresultaat ondervond echter hinder van andere niet-technische lasten in Maleisië.
Embedded Value en Value Added New Business
Ageas berekent Embedded Value (EV) op basis van een marktconforme methodologie en houdt zich daarbij aan de Europese Embedded Value-grondslagen (EEV) die door het CFO Forum zijn ontwikkeld. Market Consistent Embedded Value betekent dat de gebruikte waarderingstechnieken (inclusief de toelating van risico) voor de activa en de passiva overeenkomen met hoe de markt ze zou waarderen. Hieronder vallen daarom ook de kosten van alle mogelijke financiële opties die we aan onze polishouders bieden.
De perimeter van Ageas bestond in 2010 uit AG Insurance, Continentaal Europa, Azië, Verenigd Koninkrijk en de Algemene Rekening. Voor de Embedded Valueverslaglegging worden Ageas UK, de Algemene Rekening en de investeringen in de samenwerkingsverbanden in Azië buiten beschouwing gelaten. Geconsolideerde activiteiten zijn opgenomen naar verhouding van het belang van Ageas daarin.
De aanpassingen in de openingswaarde houden rekening met de wijziging van de toegepaste disconteringsvoet op de verplichtingen van alle segmenten binnen de perimeter wat leidde tot een verhoging van EUR 167 miljoen. De veranderde verwachte winstdeling bij de activiteiten in Azië was eveneens goed voor een positieve correctie: EUR 145 miljoen. Na deze herzieningen bedroeg de embedded value voor 2009 EUR 5.236 miljoen.
Eind 2010 bedroeg de Embedded Value EUR 4.823 miljoen. De daling met EUR 413 miljoen wordt verklaard door de volgende elementen:
- Het verschil in beleggingsinkomsten van EUR 0,9 miljard negatief was vooral te wijten aan de toegenomen spreads op diverse staatsleningen.
- Het verwachte rendement en de Value Added New Business (VANB) ten bedrage van EUR 0,3 miljard.
- Veranderde assumpties ten aanzien van sterftetafels, vervalpercentages en de inflatie. Hierbovenop werd de beoogde assetmix en de toewijzing van vereist eigen vermogen tussen producten gewijzigd.
| Embedded Value | ||||
|---|---|---|---|---|
| in miljoenen EUR | Totaal | Continentaal | ||
| Verzekeringen | België | Europa | Azië | |
| Embedded Value eind 2009 | 4.898 | 3.638 | 852 | 408 |
| Desinvesteringen | 1 | - | 1 | - |
| Overige aanpassingen beginsaldo | 337 | 74 | 35 | 228 |
| Herziene EV eind 2009 | 5.236 | 3.712 | 888 | 636 |
| Verwacht rendement | 192 | 112 | 66 | 14 |
| Ervaringsaanpassingen en wijziging assumpties | 294 | 274 | 61 | - 41 |
| Value added New Business | 66 | 43 | 0 | 23 |
| Operationele winst EV | 552 | 429 | 127 | - 4 |
| Operationeel rendement op EV | 10,5 % | 11,6 % | 14,3 % | - 0,6% |
| Verschil beleggingsinkomsten | - 924 | - 742 | - 193 | 11 |
| Wijzigingen in rente en marktomstandigheden | - 41 | - 39 | - 8 | 6 |
| Embedded Value eind 2010 | 4.823 | 3.360 | 814 | 649 |
| Totaal rendement op EV | - 7,9% | - 9,5% | - 8,4% | 2,0 % |
De Value Added New Business (VANB) daalde van EUR 69 miljoen naar EUR 66 miljoen in 2010. De hogere VANB in Asia kon de lagere VANB-cijfers voor België en Continentaal Europa niet compenseren. De VANB wordt berekend op basis van assumpties per jaareind.
Bij AG Insurance lag de VANB licht onder het niveau van 2009. De lagere marges werden onvoldoende gecompenseerd door hogere volumes.
In Continentaal Europa had de VANB vooral te lijden van het ongunstige economische klimaat en de hogere spreads in Portugal, waardoor de marge op spaarproducten lager lag en het volume eveneens daalde.
De VANB voor Azië steeg mede dankzij een wijziging in de verwachte winstdeling.
| Value Added New Business | |||
|---|---|---|---|
| in miljoenen EUR | 2010 | 2009 | Mutatie |
| Totaal Verzekeringen | |||
| Value Added New Business | 66 | 69 | - 4,37% |
| Present value New business premiums | 5.676 | 5.471 | 3,74% |
| Marge | 1,2 % | 1,3 % | - |
| België | |||
| Value Added New Business | 43 | 49 | - 11,78% |
| Present value New business premiums | 3.470 | 3.249 | 6,80% |
| Marge | 1,3 % | 1,5 % | - |
| Continentaal Europa | |||
| Value Added New Business | 0 | 14 | - 97,33% |
| Present value New business premiums | 1.818 | 1.914 | - 5,01% |
| Marge | 0,0 % | 0,7 % | - |
| Asia | |||
| Value Added New Business | 23 | 6 | 281,62% |
| Present value New business premiums | 388 | 308 | 25,82% |
| Marge | 5,8 % | 1,9 % | - |
Ageas past een marktconforme waarderingsmethode toe. In 2010 heeft Ageas de referentierente voor de berekening veranderd overeenkomstig de aanbevelingen van het CFO/CRO Forum aan EIOPA, en past een liquiditeitspremie toe op de rentecurve, verminderd met 10 basispunten9 voor de creditspread . De liquiditeitspremie wordt geijkt op de spread tussen bedrijfsobligatie-indices enerzijds en staatsobligaties in de belangrijkste valuta's anderzijds. Vervolgens wordt de liquiditeitspremie gewogen volgens de liquiditeit van de passiva.10
Voor meer informatie over Embedded Value-resultaten en methodologie kan u terecht in het Embedded Value Rapport 2010, dat vanaf vandaag op www.ageas.com beschikbaar is.
- 9 Die 10 basispunten komt overeen met het historisch gemiddelde van interbancaire kredietspreads in de afgelopen tien jaar.
- 10 De gehanteerde methode voor de bepaling van de liquiditeitspremie is door EIOPA omschreven in de QIS5-oefening.
Algemene Rekening
| Resultatenrekening | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Algemeen - in miljoenen EUR | 2010 | 2009 | Mutatie | H2 2010 | H2 2009 | H1 2010 | |
| Nettorentebaten | - 15,6 | 0,8 | * | - 16,4 | - 21,9 | 0,8 | |
| Gerealiseerde winsten (verliezen) op beleggingen | 7,0 | 717,8 | - 99% | - 5,8 | 18,3 | 12,8 | |
| Overige meerwaarden | - 422,6 | 681,0 | * | - 283,9 | 173,3 | - 138,7 | |
| Aandeel in resultaat van geassocieerde deelnemingen | 127,3 | - 9,2 | * | 107,1 | - 1,0 | 20,2 | |
| Overige baten | 1,4 | - 14,2 | * | 2,6 | - 10,3 | - 1,2 | |
| Totale baten | - 302,5 | 1.376,2 | * | - 196,4 | 158,4 | - 106,1 | |
| Wijzigingen in waardeverminderingen | 0,6 | - 350,2 | * | 0,2 | 13,7 | 0,4 | |
| Nettobaten | - 301,9 | 1.026,0 | * | - 196,2 | 172,1 | - 105,7 | |
| - Schuld i.v.m. MCS conversie | - 202,8 | - 202,8 | |||||
| - Vordering op ABN AMRO | 2.000,0 | 2.000,0 | |||||
| - Terugname waardevermindering FCC vordering | 362,5 | 362,5 | |||||
| - Provisie voor juridische geschillen met Nederlandse Staat | - 2.362,5 | - 2.362,5 | |||||
| Totale impact MCS conversie/juridische geschillen Nederlandse staat | - 202,8 | - | - 202,8 | ||||
| Personeelslasten | - 20,9 | - 33,8 | - 38% | - 10,8 | - 14,0 | - 10,1 | |
| Overige operationele en administratieve lasten | - 37,4 | - 64,7 | - 42% | - 19,0 | - 32,0 | - 18,4 | |
| Totale lasten | - 261,1 | - 98,5 | * | - 232,6 | - 46,0 | - 28,5 | |
| Winst voor belastingen | - 562,9 | 927,5 | * | - 428,7 | 126,1 | - 134,2 | |
| Winstbelastingen | 393,3 | - 223,3 | * | - 13,9 | - 57,3 | 407,2 | |
| Nettowinst over de periode | - 169,7 | 704,2 | * | - 442,7 | 68,8 | 273,0 | |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | - 1,5 | - 0,6 | * | - 0,6 | - 1,5 | ||
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | - 168,2 | 704,8 | * | - 442,7 | 69,4 | 274,5 |
Nettoverlies 2010 EUR 168 miljoen (tegen een nettowinst van EUR 705 miljoen in 2009)
- Resultaat beïnvloed door een niet-contante last van EUR 203 miljoen in verband met de MCS conversie en juridische geschillen met de Nederlandse Staat en door de lagere waardering van de calloptie en de reële waarde van RPN(I)
- Personeels- en andere beheerskosten gehalveerd naar EUR 58 miljoen
- EUR 405 miljoen eenmalig positief effect voor de opname van uitgestelde belastingvorderingen
- Waarde calloptie op aandelen BNP Paribas EUR 609 miljoen, EUR 271 miljoen lager dan eind 2009
- Reële waarde van verplichting RPN(I) EUR 465 miljoen, EUR 149 miljoen meer dan eind 2009
- Positief effect op nettoresultaat in verband met Royal Park Investments EUR 131 miljoen
- Waarde investering hoger op EUR 933 miljoen
Het segment Algemene Rekening liet voor 2010 een netto negatief resultaat optekenen van EUR 168 miljoen met hierin een niet-contante last van EUR 203 miljoen onder IFRS in verband met de MCS conversie en juridische geschillen met de Nederlandse Staat. De last komt overeen met de marktwaarde van de schuld betreffende de MCS, berekend als het contractueel voorzien uitgegeven aantal aandelen (106.723.569) vermenigvuldigd met de openingskoers van Ageas's aandeel van EUR 1.90 op datum van conversie, zijnde 7 december 2010. Tegelijkertijd werd een vordering van Ageas op ABN AMROgeboekt voor een bedrag van EUR 2 miljard. Tenslotte werd een provisie geboekt ten belope van EUR 2,4 miljard om de juridische geschillen met de Nederlandse Staat de dekken, terwijl de waardevermindering van de vordering uit de Fortis Capital Company (FCC) is
teruggenomen. De provisie voorziet dekking voor de geschillen met de Nederlandse Staat inzake het eigendomsrecht van de MCS en de FCC vordering alsook de zogezegde 'aandelengarantieclaim'.De impact van de nietcontante kost op het eigen vermogen van de Algemene Rekening wordt geneutraliseerd door een kapitaalsverhoging voor eenzelfde bedrag volgende op de uitgifte van de 106,7 miljoen aandelen op conversiedatum.
Het resultaat omvat eveneens de positieve impact van een uitgestelde belastingsvordering van EUR 405 miljoen met betrekking tot het fiscale verlies van EUR 11,7 miljard op Brussels Liquidation Holding (voorheen Fortis Brussels), die door Ageas in 2010 werd vereffend als onderdeel van de vereenvoudiging van de Belgische juridische structuur. In de loop van het vierde kwartaal zijn er nadere stappen
ondernomen om de structuur nog verder te vereenvoudigen door het samenvoegen van verschillende ondernemingen in de Nederlandse holdingstructuur. Het positieve belastingeffect is echter meer dan tenietgedaan door de negatieve herwaardering van de calloptie op aandelen BNP Paribas (EUR 271 miljoen) en EUR 149 miljoen in verband met de reële waarde van de RPN(I). Ageas kon verder een positieve bijdrage van EUR 131 miljoen aan het nettoresultaat over 2010 noteren uit het belang in Royal Park Investments (RPI) (44,7%).
De verkoop van de Luxemburgse Niet-Levenactiviteiten (meerwaarde EUR 12 miljoen) en van de Turkse en Oekraïense Levenactiviteiten (respectievelijk een
meerwaarde van EUR 9 miljoen en een verlies van EUR 14 miljoen) leverden per saldo een netto gerealiseerde meerwaarde van EUR 7 miljoen op. Wat betreft de lopende elementen van de Algemene Rekening werden de stijgende rentekosten op de uitstaande hybride schulden slechts deels gecompenseerd door inkomsten op geldmiddelen en deposito's waardoor het nettorenteresultaat EUR 16 miljoen negatiefeindigde. Aan de kostenkant zijn de personeelskosten en overige beheerskosten aanzienlijk naar beneden gebracht, van EUR 99 miljoen in 2009 naar EUR 58 miljoen in 2010.
Reële waarde RPN(I)
De RPN(I) is een financieel instrument dat leidt tot kwartaalbetalingen gedaan door of ontvangen van Fortis Bank SA/NV. De omvang van elke betaling wordt bepaald als het gemiddelde van de rentebetalingen tegen een rente op jaarbasis van 3-maands EURIBOR plus 20 basispunten te betalen op een referentiebedrag (de zogenoemde RPN) dat op iedere handelsdag wordt berekend. Het referentiebedrag is gebaseerd op de evolutie van de marktwaarde van de CASHES en de aandelenkoers van Ageas in vergelijking met de oorspronkelijke waardering van beide financiële activa.
Voor de berekening van de reële waarde van RPN(I) hanteert Ageas een 'niveau 3' waardetechniek voor financiële derivaten, dat eind 2009 is geïntroduceerd. Eind 2010 bedroegen de totale kosten voor RPN(I) EUR 465 miljoen in vergelijking met EUR 316 miljoen eind december 2009, oftewel een negatief effect op het resultaat van EUR 149 miljoen.
De toename van de reële waarde van de voorziening valt aan twee factoren toe te schrijven: (i) EUR 66 miljoen van de verplichting uit hoofde van de garantieovereenkomst tussen Ageas, de Belgische Staat en BNP Paribas Fortis Bank en (ii) EUR 83 miljoen uit de ongunstige evolutie van de
aandelenkoers van Ageas (van EUR 2,62 naar EUR 1,71) en krappere spreads op instrumenten zonder vaste einddatum (verminderd met 95 basispunten op jaarbasis), deels gecompenseerd door een waardedaling van de CASHES (van 54,4% tot 50,2%).
Ageas heeft besloten de waarde van de toekomstige garantiebetalingen mee te nemen in de reële waarde van de RPN(I).
Referentiewaarden
Eind 2010 sloten de CASHES op 50,2% en bedroeg de koers van het aandeel Ageas EUR 1,71. De 3-maands EURIBOR bedroeg 1,0% op 31 december 2010. Dit levert een referentiewaarde op van EUR 642 miljoen eind 2010. De totale rentebetaling aan BNP Paribas Fortis Bank over 2010 bedraagt hiermee EUR 7.1 miljoen. Het totale bedrag aan de Belgische Staat voldaan uit hoofde van de garantieovereenkomst tussen beide partijen bedroeg EUR 5,0 miljoen.
Assumpties en gevoeligheden
Zie noot 33 van de Jaarrekening Ageas 2010.
Waarde van de calloptie op aandelen BNP Paribas zoals toegekend door de FPIM
Ageas past consequent een waarderingsmethode toe die is gebaseerd op een standaard Black Scholes-model. Eind 2010 was de geschatte waarde van de 121,2 miljoen opties op aandelen BNP Paribas EUR 609 miljoen, EUR 271 miljoen minder dan eind 2009 (EUR 880 miljoen). Deze waardering ligt tevens EUR 227 miljoen lager dan de waardering eind september 2010.
Het verschil in de waarde valt vooral toe te schrijven aan een 14,6% lagere koers van het aandeel BNP Paribas en een
verwacht dividendrendement BNP Paribas dat volgens de marktconsensus is gestegen van 3,57% naar 5,29% op jaarbasis. De volatiliteitsassumptie steeg slecht van 27% naar 33%.
In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste gehanteerde parameters bij de waardering van de optie, waaronder ook een vergelijking van de gebruikte assumpties op 31 december 2010 en op 31 december 2009.
| 31 December | 31 December | |
|---|---|---|
| 2010 | 2009 | |
| BNP Paribas aandelenkoers (EUR) | 47.685 | 55.85 |
| Uitoefenkoers (EUR) | 66.672 | 66.672 |
| Veronderstelde volatiliteit | 33% | 27% |
| Dividendrendement | 5.29% | 3.565% |
| Optieprijs (EUR) | 7.18 | 10.37 |
| Theoretischewaarde van 121,2 mio opties (EUR mio) | 870 | 1,257 |
| Haircut omwille van niet-standaard kenmerken calloptie | 30% | 30% |
| Geschatte waarde (EUR mio) | 609 | 880 |
Volatiliteit
Gezien het zeer grote aantal opties op aandelen BNP Paribas in het bezit van Ageas wordt aangenomen dat de uitoefening (of monetisatie) van die opties een effect heeft op de waarde van de verhandelde opties en daarmee ook op de volatiliteit. In de volatiliteit eind 2009 was dan ook rekening gehouden met een volumekorting van 7%. Eind juni 2010 heeft Ageas besloten om over te gaan op een strategie van geleidelijke uitoefening volgens een gedisciplineerde methode. Sinds 30 juni is de toegepaste volatiliteitsassumptie gebaseerd op extrapolatie van de impliciete volatilitiet waargenomen in de markt zonder korting. Was er wel rekening gehouden met de volumekorting van 7% dan zou de waarde van de optie op EUR 380 miljoen zijn uitgekomen. De strategie van geleidelijke uitoefening heeft geen invloed op het voornemen van Ageas om eventuele voordelen van die uitoefening ten goede te laten komen aan haar aandeelhouders.
Belastingen
Ageas heeft op 13 april 2010 bekendgemaakt de sub-holding Fortis Brussels SA/NV (omgedoopt tot Brussels Liquidation Holding) te willen vereffenen, een proces dat eind 2010 daadwerkelijk is afgerond. In verband hiermee kon Ageas uitgestelde belastingvorderingen van in totaal EUR 405 miljoen boeken voortkomende uit de verwachte overdraagbare fiscale verliezen van EUR 11,7 miljard uit
hoofde van de liquidatie van Brussels Liquidation Holding in België. Dit compenseerde onder meer de uitgestelde belastingverplichtingen in verband met de calloptie. Ageas heeft toegezegd eventuele gerealiseerde meerwaarde met betrekking tot de calloptie als dividend te zullen uitkeren. Gegeven de beschikbare overdraagbare fiscale verliezen zal een eventuele toekomstige uitkering altijd gelijk zijn aan de waarde van de calloptie voor belastingen.
Sensitiviteiten
Assumpties aangaade de volatiliteit en het dividendrendement hebben grote invloed op de waarde van de opties. Een verandering in de volatiliteit van 5% veroorzaakt een wijziging van 27% in de theoretische waarde van de optie. Daalt het dividendrendement naar 4% (en blijven alle andere factoren hetzelfde), dan groeit de theoretische waarde van de opties met 16%; een toename van het dividendrendement naar 6% zorgt voor een afname met 9% van de theoretische waarde van de opties (als alle andere factoren hetzelfde blijven).
Royal Park Investments (RPI)
De nettowinst van Royal Park Investments (RPI) aan 100% in 2010 voor de toetsing op waardevermindering van de goodwill bedroeg EUR 651 miljoen vooral gedreven door de positieve ontwikkeling van de naar marktwaarde gewaardeerde effectenportefeuille ten gevolge van de dalende spread op deze effecten.
Aan het einde van elk kwartaal voert RPI een test uit op bijzondere waardevermindering van de opgenomen goodwill. Omdat alle opbrengsten voor de aflossing van de financiering worden gebruikt en er geen nieuwe business wordt gegenereerd dient een bijzondere waardevermindering van de goodwill te worden geboekt gedurende de looptijd van de portefeuille. Op basis van de periodieke test van de verwachte resultaatontwikkeling van de portefeuille zijn de verwachte kasstromen verlaagd, wat aanleiding was voor een bijzondere waardevermindering van de goodwill van EUR 359 miljoen. Het nettoresultaat op RPI voor 2010 bedroeg op basis van 100% en onder IFRS EUR 294 miljoen. In
overeenstemming met Ageas's belang van 44,7% in RPI, werd een positieve bijdrage van EUR 131 miljoen in het nettoresultaat opgenomen (EUR 0 miljoen in 2009), geboekt onder 'aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen'. RPI heeft bovendien begin 2010 een aantal netto renteswaps gesloten waardoor variabele renteinkomsten zijn omgezet naar vaste rente-inkomsten. Ageas heeft besloten deze swaps boekhoudkundig te verwerken als kasstroomhedge. Mutaties in de reële waarde worden direct in het eigen vermogen opgenomen en hadden hieraan eind 2010 EUR 94 miljoen toegevoegd (op basis van 100%). Het aandeel van Ageas hierin bedroeg EUR 42 miljoen. Als gevolg van deze twee factoren was de investering van Ageas in RPI eind 2010 gestegen van EUR 760 miljoen naar EUR 933 miljoen.
Een overzicht van de balans van RPI onder IFRS :
| IFRS in EUR | IFRS in EUR | |
|---|---|---|
| 31-12-10 | 31-12-09 | |
| Activa | ||
| Beleggingen | 7,005 | 7,204 |
| Uitgestelde belastingactiva | 681 | 943 |
| Goodwill | 1,367 | 1,724 |
| Overige activa | 264 | 281 |
| Totale activa | 9,317 | 10,152 |
| Verplichtingen en eigen vermogen | ||
| Verplichtingen | ||
| Overige verplichtingen | 86 | 237 |
| Commercieel papier | 4,585 | 1,431 |
| Financiering, super senior | 2,040 | 3,375 |
| Financiering, senior | 519 | 3,409 |
| Totale verplichtingen | 7,230 | 8,452 |
| Eigen vermogen | ||
| Aandelenkapitaal | 850 | 850 |
| Agioreserve | 850 | 850 |
| Kasstroomhedge reserve | 94 | |
| Ingehouden winst | 294 | |
| Totale eigen vermogen | 2,087 | 1,700 |
| Totale verplichtingen en eigen vermogen | 9,317 | 10,152 |
Eind 2010 bedroegen de reële waarde van de leningenportefeuille onder IFRS en de netto uitstaande schulden respectievelijk EUR 7,0 miljard en EUR 7,1 miljard, ten gevolge van een toename van de reële waarde van de activa. De nettorentebetalingen en hoofdsomontvangsten
bedroegen in 2010 in totaal respectievelijk EUR 169 miljoen en EUR 1,54 miljard11. Meer informatie over RPI en haar activa vindt u op www.royalparkinvestments.com.
11 Valutaomrekening op 31 december 2010
Overige posten Algemene Rekening
Het nettorenteresultaat bedroeg voor heel 2010 EUR 16 miljoen negatief, tegen een nettorenteopbrengst van EUR 0,8 miljoen vorig jaar. In 2009 konden de rentebaten nog leunen op de financieringsstructuur met Fortis Bank van EUR 5,7 miljard, waardoor er tot 30 juni 2009 sprake was van een positieve rentemarge. Bovendien is de rente gedaald, wat tot een lager rendement op cash heeft geleid. De gemiddelde 1-maands Euribor is gedaald van 0,971% in 2009 naar 0,567% in 2010. Tot slot was in het resultaat over 2009 ook een eenmalige opbrengst begrepen uit ontvangen rente op te veel betaalde belastingen in België (EUR 5,5 miljoen).
Dat de gerealiseerde meerwaarden in 2010 zijn gedaald in vergelijking met 2009 heeft vooral te maken met de verkoop van 25% van AG Insurance aan Fortis Bank in mei 2009. De verkoop van de Levenactiviteiten in Turkije (Fortis Emeklilik ve Hayat) in het vierde kwartaal leverde een beperkte meerwaarde op (van EUR 9 miljoen). De verkoop van de Oekraïense Levenactiviteiten aan Horizon Capital medio november 2010 ging gepaard met een minwaarde van EUR 14 miljoen. Begin januari 2010 was de afronding van de verkoop van de Niet-Levenactiviteiten in Luxemburg aan La Bâloise al aangekondigd. Samen brachten deze drie transacties in 2010 een gerealiseerde meerwaarde van EUR 7 miljoen op.
Het negatieve resultaat van EUR 423 miljoen bij 'Overige meerwaarden' komt hoofdzakelijk van:
- EUR 149 miljoen negatief in verband met het verschil in de reële waarde van de RPN(I)
- EUR 271 miljoen negatief in verband met de reële waarde van de calloptie op aandelen BNP Paribas
Het nettoresultaat onder IFRS in 2010 van Royal Park Investments (RPI) aan 100% na bijzondere waardevermindering van de goodwill bedroeg EUR 294 miljoen. Op basis van zijn aandeel in RPI, boekte Ageas EUR 131 miljoen onder de post 'aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen'.
Zoals voorzien, zijn de operationele en beheerskosten in 2010 aanzienlijk gedaald. De personeelskosten zijn gehalveerd naar EUR 21 miljoen, als gevolg van de verkleining van het Corporate Centre. Ook de andere kosten daalden flink (naar EUR 37 miljoen) maar bevatten nog altijd een aantal eenmalige posten in verband met de separatie, herstructurering en juridische kwesties.
Het resultaat werd positief beïnvloed door de uitgestelde belastingvorderingen van EUR 405 miljoen in verband met de fiscaal overdraagbare verliezen van EUR 11,7 miljard uit de vereffening van Brussels Liquidation Holding (voorheen Fortis Brussels). De vergadering van aandeelhouders van Brussels Liquidation Holding heeft op 10 december 2010 de afronding van het liquidatieproces goedgekeurd, wat betekent dat Brussels Liquidation Holding ophoudt te bestaan. Dit is een belangrijke eerste stap in de vereenvoudiging van de holdingstructuur van Ageas.
In de loop van het vierde kwartaal zijn er verdere stappen ondernomen om de structuur te vereenvoudigen door diverse ondernemingen samen te voegen. ageas Utrecht N.V. en ageas Insurance N.V. zijn per 1 december opgehouden te bestaan. Ageas Insurance International N.V. is nu de enige overgebleven Nederlandse holding.
Voorwaardelijke verplichtingen
Verwezen wordt naar noot 52 van de Jaarrekeningen 2010 voor het volledige overzicht van de 'Voorwaardelijke verplichtingen'. De jaarrekeningen worden op 17 maart 2011 op het internet gepubliceerd. Op bladzijde 9 van het persbericht heeft Ageas een samenvatting opgenomen van de belangrijkste gebeurtenissen die er sinds de publicatie van de halfjaarcijfers op 25 augustus 2010 hebben plaatsgevonden.
Nettokaspositie
De belangrijkste elementen van de balans voor de Algemene Rekening worden in onderstaande tabel samengevat:
| in miljoenen EUR | 31 dec 10 | 31 dec 09 |
|---|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 2.259,4 | 4.275,9 |
| Vorderingen op banken (kortlopend) | 500,0 | |
| Schulden aan banken (kortlopend) | - 547,3 | |
| Schuldbewijzen | - 548,9 | - 914,9 |
| Netto kaspositie | 2.210,0 | 2.814,0 |
| Vorderingen op klanten | 1.227,8 | 1.089,0 |
| Vorderingen op banken (langlopend) | 942,3 | 900,1 |
| Schulden aan banken (langlopend) | ||
| Achtergestelde schulden | - 2.961,2 | - 2.917,3 |
| Overige financieringen | - 99,6 | - 116,3 |
| Saldo van de vorderingen | - 891,0 | - 1.044,0 |
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 1.174,0 | 1.064,0 |
| Eigen vermogen Algemeen | 2.493,0 | 2.834,0 |
De nettokaspositie van de Algemene Rekening op 31 december 2010, uitgaande van een volledige aflossing van het European Medium Term Notes (EMTN) programma, daalde van EUR 2,8 miljard eind 2009 naar EUR 2,2 miljard op 31 december 2010, inclusief EUR 0,5 miljard in kortlopende deposito's bij banken.
De daling van de nettokaspositie houdt voornamelijk verband met de dividenduitkering over 2009 begin juni 2010 van EUR 0,2 miljard en de investeringen in Tesco Underwriting en Kwik Fit Insurance Services in het Verenigd Koninkrijk (EUR 0,3 miljard).
De lichte stijgingen van de achtergestelde verplichtingen van EUR 2,9 miljard naar EUR 3,0 miljard is vooral te verklaren door het effect van een aantrekkende waarde van NITSH I, een instrument dat aanvankelijk in USD werd uitgedrukt.
Het eigen vermogen van de Algemene Rekening daalde van EUR 2,8 miljard naar EUR 2,5 miljard. De EUR 203 miljoen kapitaalsverhoging ten gevolge van de conversie van de Mandatory Convertible Securities (MCS) op 7 december 2010 werd gecompenseerd door een identieke last in de Algemene Rekening. Bovendien daalde het eigen vermogen als gevolg van het in juni 2010 uitgekeerde dividend over 2009 en de investeringen in het Verenigd Koninkrijk.
Beleggingsportefeuille en vermogenspositie
Beleggingsportefeuille
De reële waarde van de beleggingsportefeuille van Ageas bedroeg EUR 59,8 miljard eind 2010 ten opzichte van EUR 56,4 miljard eind 2009, vooral dankzij nieuwe instromen. In het licht van de groeiende onzekerheid over de houdbaarheid van bepaalde Europese economieën en dan met name in het zuidelijk deel van Europa, is Ageas overgegaan tot een herschikking van sommige investeringen om zodoende het risicoprofiel van de portefeuille te verlagen. Eind 2010 was 90% van de beleggingsportefeuille belegd in vastrentende effecten, 4% in aandelen en de resterende 6% in vastgoed, waarvan een deel voor eigen gebruik bedoeld is. Binnen de categorie vastrentend vond een lichte verschuiving plaats richting bedrijfsobligaties, van 31% naar 35% van de totale beleggingsportefeuille. Staatsobligaties waren goed voor vrijwel alle resterende beleggingen, al is een klein deel in gestructureerde kredietproducten geïnvesteerd. Ruim 97% van de totale obligatieportefeuille is investment grade; 93% heeft een kredietbeoordeling van A of hoger.
In de loop van het tweede halfjaar van 2010 heeft Ageas besloten de beleggingsstrategie te herzien onder impuls van de aanhoudende onzekerheid op de financiële markten en de aanzienlijke herstructurering van de staatsschuldenportefeuille begin 2009, wat in de toekomst aanzienlijke rendementsverliezen zou opleveren.
Het algemene profiel van de beleggingsportefeuille en de manier waarop die portefeuille wordt beheerd, zijn niet fundamenteel veranderd en de portefeuille vormt nog altijd een afspiegeling van de langetermijnverplichtingen aan de polishouders. De overgrote meerderheid van de beleggingen zit in vastrentende waarden met een hoge rating en een relatief lange looptijd.
De vastrentende portefeuille en andere beleggingen worden beheerd op basis van een filosofie van 'kopen en aanhouden'. Vastgoedbeleggingen blijven belangrijk omdat deze zorgen voor een vaste stroom van inkomsten en een natuurlijke afdekking tegen inflatie. Aandelen maken eveneens deel uit van de beleggingsmix en leveren naar verwachting op de langere termijn extra rendement op dat zowel de aandeelhouders als de polishouders ten goede komt.
Voor wat betreft de beoogde asset mix heeft Ageas voornamelijk beslist tot een aanpassing van de toegestane percentages bedrijfsobligaties in verhouding tot staatsobligaties. In de nieuwe mix wordt gestreefd naar een groter aandeel in bedrijfsobligaties en een verlaging van het belang in staatsobligaties en vergelijkbare instrumenten. Het totale percentage in vastrentende waarden verandert als dusdanig niet ten opzichte van aandelen en vastgoed. Nog altijd wordt minder dan 1% belegd in alternatieve beleggingen. En de uitvoering is en blijft afhankelijk van de marktomstandigheden. Daarnaast heeft Ageas besloten om met het oog op de huidige onzekere economische omstandigheden nieuwe beleggingen in financiële ondernemingen tot nader order te beperken.
De totale niet-gerealiseerde meerwaarden op de beleggingsportefeuille daalden van EUR 2,1 miljard eind 2009 naar EUR 1,1 miljard eind 2010 als gevolg van de sterke daling van niet-gerealiseerde meerwaarden op staatsobligaties.
In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de 'voor verkoop beschikbare' beleggingsportefeuille en de vastgoedpositie van Ageas (reële waarde).
| Voor verkoop beschikbaar plus vastgoed tegen reële waarde | in miljarden EUR | in % | |||
|---|---|---|---|---|---|
| 31 dec 10 | 31 dec 09 | 31 dec 10 | 31 dec 09 | ||
| Vastrentende waarden | 53,6 | 51,2 | 90% | 91% | |
| - Overheidsobligaties | 32,3 | 33,5 | 54% | 59% | |
| - Bedrijfsobligaties | 20,9 | 17,3 | 35% | 31% | |
| - Gestructureerde kredietinstrumenten | 0,4 | 0,4 | 1% | 1% | |
| Aandelen | 2,3 | 1,6 | 4% | 3% | |
| Vastgoed beleggingen | 2,5 | 2,2 | 4% | 4% | |
| Vastgoed eigen gebruik | 1,4 | 1,4 | 2% | 2% | |
| Totaal | 59,8 | 56,4 | 100% | 100% |
Vastrentende portefeuille
Vastrentende waarden waren eind 2010 goed voor 90% van de beleggingsportefeuille en waren daarmee redelijk stabiel. Ten opzichte van het voorgaande jaar zijn de beleggingen in staatsobligaties afgenomen van 59% naar 54%, wat overeenkomt met een positie van EUR 32,3 miljard (reële waarde), terwijl het aandeel van bedrijfsobligaties in de portefeuille toenam van EUR 17,3 miljard naar EUR 20,9 miljard, oftewel van 31% naar 35% van de totale vastrentende portefeuille. De rest van de beleggingen zat in gestructureerde kredietproducten.
De netto niet-gerealiseerde meerwaarden op vastrentende waarden waren eind 2010 gedaald van EUR 1,5 miljard eind 2009 (staatsobligaties EUR 0,9 miljard, bedrijfsobligaties EUR 0,6 miljard) naar EUR 49 miljoen negatief, namelijk EUR 0,5 miljard in niet-gerealiseerde winsten op bedrijfsobligaties die bijna genoeg compensatie boden voor de niet-gerealiseerde minwaarden op staatsobligaties voor ongeveer hetzelfde bedrag. Dat de niet-gerealiseerde meerwaarden op staatsobligaties afnamen, werd veroorzaakt door de hogere spread op diverse staatsleningen in vergelijking met jaareind 2009. De rendementen en spreads ontwikkelden zich in 2010 tamelijk wisselvallig. De eerste negen maanden boden de lagere rendementen meer dan voldoende compensatie voor de gestegen spreads, waardoor de niet-gerealiseerde meerwaarden toenamen. In het laatste kwartaal werd de impact van de weer inlopende spreads op sommige
staatsleningen daarentegen meer dan tenietgedaan door het negatieve effect van de sterke rendementsstijging. Wijzigingen in niet-gerealiseerde meer- en minwaarden op obligaties als gevolg van rendementsveranderingen zijn voelbaar in het netto eigen vermogen. Bij de berekening van de solvabiliteit wordt hiermee echter geen rekening gehouden tenzij beleggingen worden verkocht of bijzondere waardeverminderingen worden geboekt.
Binnen de portefeuille staatsobligaties is de regiomix in de loop van 2010 in meerdere stappen aangepast naar aanleiding van het concentratierisico in een aantal landen in het zuiden van Europa. Eind mei heeft Ageas de verkoop aangekondigd van Portugese, Italiaanse, Griekse en Spaanse staatsobligaties voor een totaal bedrag van EUR 8,9 miljard tegen de geamortiseerde kostprijs. De beleggingen bevonden zich grotendeels in de Belgische beleggingsportefeuille; de opbrengst van de verkoop is hoofdzakelijk herbelegd in Belgische, Duitse, Franse, Nederlandse en Oostenrijkse staatsobligaties en ten dele ook in bedrijfsobligaties. De totale positie in staatsschulden zuidelijke Europese landen is hierdoor gedaald van EUR 17,8 miljard eind 2009 naar EUR 8,9 miljard eind 2010, oftewel 27% van de totale positie in staatsobligaties. De brutopositie in Ierland bedraagt EUR 0,6 miljard. Gecorrigeerd voor minderheidsbelangen bedraagt de nettopositie van Ageas in Zuid-Europa EUR 6,0 miljard; EUR 6,4 miljard als Ierland eveneens wordt meegerekend.
Van de totale beleggingsportefeuille is 97% investment grade, waarvan 93% een rating heeft van A of hoger en 73% AA of AAA.
In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de ontwikkeling van de staatsobligatieportefeuille naar land van herkomst, eind 2010 in vergelijking met eind 2009 (geconsolideerd):
| Historische kostprijs/ Amortisatiewaarde | Bruto ongerealiseerde winst (verlies) | |||
|---|---|---|---|---|
| in miljoenen EUR | 31 dec 10 | 31 dec 09 | 31 dec 10 | 31 dec 09 |
| België | 9.948,1 | 6.572,2 | 128,0 | 369,0 |
| Nederland | 1.288,2 | 663,6 | 48,0 | 17,6 |
| Duitsland | 2.628,8 | 1.632,3 | 149,9 | 42,9 |
| Italie | 3.683,4 | 8.598,0 | - 110,3 | 314,9 |
| Frankrijk | 4.069,6 | 1.638,5 | 92,4 | 80,2 |
| Verenigd Koninkrijk | 600,4 | 545,6 | 12,8 | 7,7 |
| Griekenland | 1.832,0 | 4.317,8 | - 624,1 | - 240,6 |
| Spanje | 1.730,0 | 1.943,9 | - 129,0 | 58,5 |
| Portugal | 1.654,2 | 2.962,8 | - 142,4 | 109,4 |
| Oostenrijk | 2.543,2 | 1.527,2 | 81,4 | 29,3 |
| Finland | 740,5 | 181,1 | 14,8 | 5,8 |
| Ierland | 599,1 | 580,2 | - 109,7 | 17,6 |
| Overige | 1.524,4 | 1.400,8 | 48,4 | 59,0 |
| Totaal | 32.841,9 | 32.564,0 | - 539,8 | 871,3 |
De reële waarde van de bedrijfsobligatieportefeuille groeide van EUR 17,3 miljard eind 2009 naar EUR 20,9 miljard eind 2010. Beleggingen in financiële of financieel-georiënteerde ondernemingen zijn licht toegenomen naar EUR 8,8 miljard; obligaties in agentschappen van overheden en supranationale instellingen, zoals door de Europese investeringsbank uitgegeven papier, gingen omhoog van EUR 6,5 miljard naar EUR 7,5 miljard; de rest zit in traditionele bedrijfsobligatieleningen. Binnen de financiële portefeuille is niet één belang groter dan EUR 0,5 miljard, terwijl er voor EUR 0,7 miljard is belegd in hybride effecten, waarvan zo'n 70% op Tier 2-niveau of van achtergestelde aard. Ruim 90% is investment grade. Op landenniveau is meer dan 85% van de bedrijfsobligatieportefeuille van Ageas belegd in België, Frankrijk, Duitsland, Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Oostenrijk en in Europese instellingen. In totaal is de kredietbeoordeling van 98% van de
bedrijfsobligatieportefeuille investment grade, waarvan 89% een rating A of hoger heeft en 63% AA of AAA.
Aandelenportefeuille
De aandelenbeleggingen zijn gestegen naar EUR 2,3 miljard eind 2010 (vgl. EUR 1,6 miljard eind 2009). Beleggingen in vastgoedfondsen, obligatiefondsen en geldmarktfondsen worden eveneens als aandelenbeleggingen beschouwd en waren eind 2010 goed voor EUR 0,6 miljard. Verdere beleggingen in de aandelenportefeuille werden in 2010 verhinderd door de volatiliteit van de aandelenmarkten; het beschermingsmechanisme van Ageas trad diverse malen in werking. De bruto niet-gerealiseerde meerwaarden bleven vrijwel stabiel op EUR 139 miljoen eind december.
Vastgoedportefeuille
De totale waarde van de vastgoedportefeuille van Ageas steeg van EUR 3,6 miljard naar EUR 3,9 miljard op basis van marktwaarde, waarvan EUR 2,5 miljard in
vastgoedbeleggingen en EUR 1,4 miljard in gebouwen voor eigen gebruik. Niet-gerealiseerde meerwaarden waren eind 2010 onveranderd op EUR 0,6 miljard. De niet-gerealiseerde meerwaarde is niet zichtbaar in het netto eigen vermogen; vastgoed wordt namelijk tegen de geamortiseerde kostprijs geboekt.
AG Real Estate, de 100%-dochteronderneming van AG Insurance, had eind 2010 een totaal vermogen onder beheer van EUR 3,9 miljard op basis van reële waarde, inclusief EUR 1,0 miljard aan effecten. AG Real Estate beheert daarnaast ook EUR 1,4 miljard aan vastgoed voor derden. Kantoren en parkeerterreinen en -garages (via Interparking) zijn goed voor zowat een derde van de portefeuille, de rest betreft winkels en opslag. In 2010 heeft Ageas voor circa EUR 0,6 miljard aan vastgoedbeleggingen bijgeworven met als doel de portefeuille zowel naar regio als naar activa verder te diversifiëren. Hiertoe behoorden onder andere parkeerbeleggingen; Interparking kon zo de positie als een van de belangrijkste Europese parkeerexploitanten versterken en breidde uit naar geselecteerde regionale markten.
Vermogenspositie
De huidige kapitaalniveaus12 weerspiegelen de specifieke kenmerken van de activiteiten en zijn bovendien gebaseerd op de kapitaalbehoefte in verband met de geplande lokale autonome groei en de lokale vereisten voor wat betreft ratings en solvabiliteit. Op basis van de uitkomsten van de strategische herziening in september 2009 heeft Ageas besloten voor de verzekeringsactiviteiten uit te gaan van een minimale totale solvabiliteitsratio van 200% van het wettelijke vereiste minimum. Een verdere evaluatie van de kapitaalbehoeften in elk van de afzonderlijk activiteiten kan in de toekomst tot een herziening van dit streefcijfer leiden.
Het discretionair kapitaal was eind 2010 gedaald naar EUR 0,5 miljard in vergelijking met EUR 1,3 miljard eind 2009. De belangrijkste redenen voor de daling waren de geplande overname in Turkije en de overname in het Verenigd Koninkrijk; wijzigingen in de scope, dat wil zeggen de overdracht van regiokosten en Ageas Re naar de Algemene Rekening (EUR 0,2 miljard); de reservering voor het voorgestelde dividend over 2010 en de herwaardering van RPN(I) (EUR 0,2 miljard).
12 De kapitaalspositie zoals hier beschreven gebaseerd op Ageas's berekeningswijze. Gebaseerd op berekeningen van de toezichthouder bedraagt het bechikbaar kapitaal kapitaal EUR 11,2 miljard en de minimale solvabiliteit EUR 3,3 miljard, met een solvency ratio van 343%.
Capital ratios
| Belangrijkste kapitaalindicatoren | ||
|---|---|---|
| in miljoenen EUR | 31 dec 10 | 31 dec 09 |
| België | ||
| Eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders | 2.632 | 2.859 |
| Totaal beschikbaar kapitaal | 4.276 | 4.120 |
| Minimale solvabiliteitseisen | 2.163 | 2.008 |
| Totaal kapitaal boven minimale solvabiliteitseisen | 2.113 | 2.112 |
| Totale solvabiliteitsratio | 197,7% | 205,2% |
| Verenigd Koninkrijk | ||
| Eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders | 776 | 513 |
| Totaal beschikbaar kapitaal | 745 | 472 |
| Minimale solvabiliteitseisen | 192 | 154 |
| Totaal kapitaal boven minimale solvabiliteitseisen | 553 | 318 |
| Totale solvabiliteitsratio | 388,5% | 307,2% |
| Continentaal Europa | ||
| Eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders | 893 | 1.003 |
| Totaal beschikbaar kapitaal | 1.189 | 1.326 |
| Minimale solvabiliteitseisen | 562 | 529 |
| Totaal kapitaal boven minimale solvabiliteitseisen | 627 | 797 |
| Totale solvabiliteitsratio | 211,4% | 250,3% |
| Azië | ||
| Eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders | 1.440 | 1.204 |
| Totaal beschikbaar kapitaal | 547 | 499 |
| Minimale solvabiliteitseisen | 56 | 52 |
| Totaal kapitaal boven minimale solvabiliteitseisen | 491 | 447 |
| Totale solvabiliteitsratio | 978,0%13 | 955,3% |
| Totaal Verzekeringen | ||
| Eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders | 5.741 | 5.579 |
| Totaal beschikbaar kapitaal | 6.757 | 6.417 |
| Minimale solvabiliteitseisen | 2.973 | 2.743 |
| Totaal kapitaal boven minimale solvabiliteitseisen | 3.784 | 3.674 |
| Totale solvabiliteitsratio | 227,3% | 233,9% |
| Algemeen (na eliminaties) | ||
| Eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders | 2.506 | 2.852 |
| Totaal beschikbaar kapitaal | 1.794 | 2.315 |
13 Onder lokale Aziatische solvency regelgeving worden afwijkende waarderingsregels toegepast die leiden tot een solvency ratio voor AICA van 492% op 31 december 2010.
Het totale beschikbare kapitaal van Ageas bedroeg eind 2010 EUR 8,6 miljard en overtrof het totale geconsolideerde wettelijke minimumvereiste voor de verzekeringsactiviteiten met EUR 5,6 miljard, inclusief de Algemene Rekening. De totale solvabiliteitsratio kwam uit op 227%, in vergelijking met 234% eind 2009. De toename van het wettelijk vereiste minimum voor de verzekeringsactiviteiten hing samen met de ontwikkeling van het bedrijf en de nieuw verworven activiteiten.
De solvabiliteitsratio van de Belgische activiteiten is gedaald naar 198% door hogere immateriële vaste activa als gevolg van investeringen in de vastgoedportefeuille. De solvabiliteitsratio in het Verenigd Koninkrijk is gestegen naar 389%. Die hoge ratio heeft te maken met de start van Tesco Underwriting, dat volledig gekapitaliseerd was maar pas sinds medio oktober ook echt verzekeringen afsluit. In Continentaal Europa daalde de totale solvabiliteit naar 211%, met name vanwege de afnemende solvabiliteitsmarge in Portugal.
Het totale beschikbare kapitaal van de Algemene Rekening bedraagt EUR 1,8 miljard, tegen EUR 2,3 miljard eind 2009. De daling houdt verband met de kapitaaloverdracht naar de werkmaatschappijen, onder andere voor de financiering van de overname van Kwik Fit Insurance Services en de start van Tesco Underwriting.
Afstemming eigen vermogen op totaal kapitaal
De reconciliatie van het eigen vermogen van Ageas op het totale kapitaal eind 2010 wordt hieronder weergegeven.
| Kernvermogen Ageas | ||
|---|---|---|
| in miljoenen EUR | 31 dec 10 | 31 dec 09 |
| Aandelenkapitaal en reserves | 7.803 | 6.450 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 223 | 1.210 |
| Ongerealiseerde winsten en verliezen | 221 | 771 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders | 8.247 | 8.431 |
| Achtergestelde instrumenten | 2.062 | 2.020 |
| Minderheidsbelangen | 1.622 | 1.654 |
| Herwaardering vastgoed op basis van reële waarde | 564 | 559 |
| Herwaardering schuldbewijzen, na aftrek van belastingen en shadow accounting | - 152 | - 810 |
| Herwaardering van aandelen, na aftrek van belastingen en shadow accounting | - 10 | - 10 |
| Goodwill | - 820 | - 650 |
| Participatie Royal Park Investments | - 933 | - 760 |
| Verwacht dividend | - 197 | - 201 |
| Verwacht dividend (ivm calloptie aandelen BNP Optie) | - 609 | - 581 |
| Overige | - 649 | - 467 |
| Overige prudentiële filters en aftrekposten op totaal kapitaal | - 574 | - 453 |
| Totaal kapitaal | 8.551 | 8.732 |
Niet volledig geconsolideerde deelnemingen worden in mindering gebracht op het totale kapitaal. De door Ageas uitgegeven en aan Fortis Bank SA/NV doorgeleende kernkapitaalinstrumenten (NITSH I en een deel van NITSH II voor een totaal van EUR 942 miljoen) zijn niet opgenomen in de achtergestelde hybride instrumenten hierboven. Het eigen vermogen omvat 90% van de gerealiseerde meerwaarden na belastingen op vastgoed binnen AG Insurance en 100% van de meerwaarden op de rest van het vastgoed.
De waarde van de calloptie op aandelen BNP Paribas wordt beschouwd als verwacht dividend: Ageas is namelijk voornemens de eventuele opbrengsten uit te keren onder de vorm van een dividend. Om die reden is dit bedrag in mindering gebracht op het totale kapitaal.
De goodwill groeide van EUR 650 miljoen eind 2009 naar EUR 820 miljoen eind 2010 als gevolg van wisselkoerseffecten en de goodwill in verband met de overname van Kwik Fit Insurance Services in het Verenigd Koninkrijk.
Conference call voor analisten en beleggers
9 maart 2011 om 09.30 CET
Audiocast: www.ageas.com Inbelnummers (toegangscode 205289#): + 44 207 750 9926 (Verenigd Koninkrijk) + 32 2 400 25 25 (België) + 1 703 621 9123 (Verenigde Staten)
Opnieuw afspelen: beschikbaar tot 9 april 2011 (toegangscode: 338760#) + 32 2 401 89 89 (België)
Graag vijf à tien minuten van tevoren bellen: de lijnen gaan tien minuten voor de conferentie open.
Persconferentie
9 maart 2011 om 11.30 CET
Locatie:
Ageas Markiesstraat 1 1000 Brussel, België
Audiocast: www.ageas.com
Er is niet voorzien in belfaciliteiten.
Disclaimer
De informatie op basis waarvan de verklaringen in dit persbericht zijn opgesteld, is onderhevig aan veranderingen en dit persbericht bevat mogelijk ook schattingen en andere toekomstgerichte verklaringen met betrekking tot Ageas. Deze verklaringen zijn gebaseerd op de huidige verwachtingen van de directie van Ageas en zijn vanzelfsprekend onderhevig aan onzekerheden, veronderstellingen en eventuele wijzigingen in de omstandigheden. De financiële informatie in dit bericht is niet door een accountant gecontroleerd.
De verklaringen met betrekking tot de toekomst zijn geen garantie voor toekomstige prestaties en brengen risico's en onzekerheden met zich mee die tot gevolg kunnen hebben dat de eigenlijke resultaten aanzienlijk verschillen van deze uitgedrukt in de verklaringen met betrekking tot de toekomst. Veel van deze risico's en onzekerheden hebben te maken met factoren die buiten de controle van Ageas liggen of die Ageas niet precies kan inschatten, zoals toekomstige marktomstandigheden en het gedrag van andere marktpartijen. Andere niet bekende of onvoorspelbare factoren buiten de controle van Ageas kunnen eveneens voor een aanzienlijk verschil zorgen tussen de eigenlijke resultaten en deze in de verklaringen en zijn bijvoorbeeld (maar niet beperkt tot) het verkrijgen van toestemming van regelgevende of toezichthoudende autoriteiten en de uitkomst van de hangende en toekomstige rechtszaken waarbij Ageas betrokken is. Om die reden is het niet aanbevolen deze verklaringen blindelings te volgen. Ageas is niet verplicht of van plan deze verklaring bij te werken, al dan niet als gevolg van nieuwe informatie, toekomstige gebeurtenissen of anderzijds, behalve wanneer de wet dit vereist.
Bijlagen
Bijlage 1: Geconsolideerde balans (jaareind)
| in miljoenen EUR | 31 december 2010 | 31 december 2009 |
|---|---|---|
| Activa | ||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 3.258,3 | 5.635,7 |
| Financiële beleggingen | 56.232,5 | 53.070,1 |
| Vastgoedbeleggingen | 1.900,3 | 1.652,7 |
| Leningen | 4.528,2 | 4.132,3 |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 21.747,3 | 20.694,8 |
| Beleggingen in geassocieerde deelnemingen | 1.732,5 | 1.403,6 |
| Herverzekering en overige vorderingen | 3.828,5 | 1.263,7 |
| Actuele belastingvorderingen | 71,5 | 102,8 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 465,1 | 53,0 |
| Call optie op BNP Paribas aandelen | 609,0 | 880,0 |
| Overlopende rente en overige activa | 2.042,5 | 1.847,6 |
| Materiële vaste activa | 1.065,0 | 1.108,1 |
| Goodwill en overige immateriële vaste activa | 1.686,0 | 1.376,4 |
| Activa aangehouden voor verkoop | 103,2 | |
| Totaal activa | 99.166,7 | 93.324,0 |
| Verplichtingen | ||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven | 23.938,4 | 22.930,8 |
| Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven | 26.913,8 | 24.332,7 |
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 21.830,9 | 20.772,8 |
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven | 5.448,6 | 4.934,0 |
| Schuldbewijzen | 548,9 | 915,0 |
| Achtergestelde schulden | 2.926,9 | 2.850,3 |
| Leningen | 2.141,7 | 2.773,8 |
| Actuele belastingschulden | 46,4 | 106,2 |
| Uitgestelde belastingschulden | 682,3 | 1.024,5 |
| RPN(I) | 465,0 | 316,0 |
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 1.947,0 | 2.209,4 |
| Voorzieningen | 2.407,6 | 34,2 |
| Verplichtingen met betrekking tot vaste activa aangehouden voor verkoop | 39,3 | |
| Totaal verplichtingen | 89.297,5 | 83.239,0 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 8.247,1 | 8.431,0 |
| Minderheidsbelangen | 1.622,1 | 1.654,0 |
| Totaal eigen vermogen | 9.869,2 | 10.085,0 |
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 99.166,7 | 93.324,0 |
* 2009 rekeningen zijn herzien volgend op de nieuwe rapporteringsstructuur en gewijzigde boekhoudkundige principes in China
Bijlage 2: Resultatenrekening
| in miljoenen EUR | 2010 | 2009 | ||
|---|---|---|---|---|
| Baten | ||||
| - Bruto premie-inkomen 1) | 9.751,6 | 9.247,9 | ||
| - Wijziging in niet-verdiende premies | - 181,9 | - 32,4 | ||
| - Afgestane herverzekeringspremies | - 246,0 | - 192,4 | ||
| Netto verdiende premies | 9.323,7 | 9.023,1 | ||
| Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten | 3.005,3 | 3.123,4 | ||
| Niet-gerealiseerde winsten(verliezen) op calloptie BNP Paribas aandelen | - 271,0 | 880,0 | ||
| Niet-gerealiseerde winsten(verliezen) op RPN(I) | - 149,0 | - 316,0 | ||
| Gerealiseerde en ongerealiseerde winsten en verliezen | 87,8 | 952,6 | ||
| Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten | 788,0 | 2.307,1 | ||
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | 186,3 | 81,3 | ||
| Commissiebaten | 428,0 | 375,2 | ||
| Overige baten | 248,0 | 322,3 | ||
| Totale baten | 13.647,1 | 16.749,0 | ||
| Lasten | ||||
| - Schadelasten en uitkeringen, bruto | - 9.768,8 | - 9.290,4 | ||
| - Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars | 165,6 | 64,9 | ||
| Schadelasten en uitkeringen, netto | - 9.603,2 | - 9.225,5 | ||
| Lasten inzake unit-linked contracten | - 755,0 | - 2.324,6 | ||
| Financiële lasten | - 298,4 | - 497,8 | ||
| Wijzigingen in de waardeverminderingen | - 33,9 | - 467,4 | ||
| Wijzigingen in provisies | 0,8 | 42,0 | ||
| - Schuld i.v.m. MCS conversie | - 202,8 | |||
| - Vordering op ABN AMRO | 2.000,0 | |||
| - Terugname waardevermindering FCC vordering | 362,5 | |||
| - Provisie voor juridische geschillen met Nederlandse Staat | - 2.362,5 | |||
| Totale impact MCS conversie/juridische geschillen Nederlandse Staat | - 202,8 | |||
| Commissielasten | - 1.052,4 | - 972,0 | ||
| Personeelslasten | - 694,1 | - 640,4 | ||
| Overige lasten | - 866,9 | - 1.015,3 | ||
| Totale lasten | - 13.505,9 | - 15.101,0 | ||
| Winst voor belastingen | 141,2 | 1.648,0 | ||
| Belastingen op de winst | 222,6 | - 317,8 | ||
| Nettowinst over de periode | 363,8 | 1.330,2 | ||
| Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | 140,7 | 120,4 | ||
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 223,1 | 1.209,8 | ||
| Gegevens per aandeel (EUR) | ||||
| Gewone winst per aandeel | 0,09 | 0,49 | ||
| Verwaterde winst per aandeel | 0,09 | 0,49 |
Bijlage 3: Belangrijkste prestatieindicatoren
Belgium
| in miljoenen EUR | 2010 | 2009 | Mutatie | H2 2010 | H2 2009 | H1 2010 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Leven | ||||||
| Bruto premie-inkomen | 5.118,7 | 5.351,7 | - 4% | 2.467,8 | 2.605,8 | 2.650,9 |
| - Individueel koopsom | 3.368,9 | 3.558,0 | - 5% | 1.557,6 | 1.661,9 | 1.811,3 |
| - Individueel periodiek | 699,6 | 671,4 | 4% | 375,0 | 365,6 | 324,6 |
| - Collectief koopsom | 325,9 | 357,7 | - 9% | 168,6 | 206,4 | 157,3 |
| - Collectief periodiek | 724,3 | 764,6 | - 5% | 366,6 | 371,9 | 357,7 |
| Nieuwe productie Leven - APE | 463,5 | 437,2 | 6% | 216,1 | 214,4 | 247,4 |
| Niet-leven | ||||||
| Brutopremies (in miljoenen EUR) | 1.590,7 | 1.515,4 | 5% | 739,0 | 707,0 | 851,7 |
| - Ongevallen & Ziekte | 456,0 | 439,0 | 4% | 199,9 | 194,0 | 256,1 |
| - Auto | 512,9 | 472,0 | 9% | 241,8 | 222,9 | 271,1 |
| - Brand | 487,2 | 474,1 | 3% | 236,4 | 228,7 | 250,8 |
| - Overige | 134,6 | 130,3 | 3% | 60,9 | 61,4 | 73,7 |
| Technisch resultaat | 0,7 | 73,2 | - 99% | - 4,1 | 54,6 | 4,8 |
| - Ongevallen & Ziekte | 33,4 | 64,7 | - 48% | 22,4 | 35,5 | 11,0 |
| - Auto | - 6,4 | 4,8 | * | - 3,1 | 9,1 | - 3,3 |
| - Brand | - 92,1 | - 21,0 | * | - 88,4 | - 4,6 | - 3,7 |
| - Overige | 65,8 | 24,7 | * | 65,0 | 14,6 | 0,8 |
| Totaal Niet-leven | ||||||
| Schaderatio | 71,0% | 66,4% | 71,4% | 64,2% | 70,5% | |
| Kostenratio | 36,4% | 36,8% | 36,2% | 36,6% | 36,6% | |
| Combined ratio | 107,4% | 103,2% | 107,6% | 100,8% | 107,1% | |
| Schade | ||||||
| Schaderatio | 65,8% | 62,2% | 67,7% | 59,9% | 63,8% | |
| Kostenratio | 42,3% | 42,5% | 42,0% | 41,9% | 42,7% | |
| Combined ratio | 108,1% | 104,7% | 109,7% | 101,8% | 106,5% | |
| Ongevallen & Ziekte | ||||||
| Schaderatio | 83,6% | 76,7% | 80,9% | 75,1% | 86,2% | |
| Kostenratio | 21,9% | 22,6% | 21,8% | 22,9% | 22,1% | |
| Combined ratio | 105,5% | 99,3% | 102,7% | 98,0% | 108,3% |
| in miljoenen EUR | 2010 | 2009 | Mutatie | H2 2010 | H2 2009 | H1 2010 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aantal FTE's | 5.705 | 5.635 | 1% | 5.705 | 5.635 | 5.740 |
| Wettelijk vereiste minimummarge | 2.162,7 | 2.007,8 | 8% | 2.162,7 | 2.007,8 | 2.100,4 |
| Leven | ||||||
| Totaal Reserves - Leven | 48.198,9 | 45.377,3 | 6% | 48.198,9 | 45.377,3 | 46.925,5 |
| - Verzekerings- en beleggingscontracten | 41.511,7 | 38.807,8 | 7% | 41.511,7 | 38.807,8 | 40.335,4 |
| - Unit-linked contracten | 6.687,2 | 6.569,5 | 2% | 6.687,2 | 6.569,5 | 6.590,1 |
| - Operationele kosten Leven/Beheerd vermogen Leven (per jaar) | 0,38% | 0,41% | - 7% | 0,38% | 0,41% | 0,39% |
| Niet-leven | ||||||
| Totale reserves - Niet-leven | 3.141,4 | 2.973,3 | 6% | 3.141,4 | 2.973,3 | 3.082,6 |
| Reserves / Premies | 204% | 202% | 1% | 204% | 202% | 202% |
Verenigd Koninkrijk
| in miljoenen EUR | 2010 | 2009 | Mutatie | H2 2010 | H2 2009 | H1 2010 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Leven | ||||||
| Bruto premie-inkomen | 27,5 | 9,9 | * | 16,3 | 6,8 | 11,2 |
| - Individueel koopsom | * | - 3,1 | ||||
| - Individueel periodiek | 27,5 | 9,9 | * | 16,3 | 9,9 | 11,2 |
| - Collectief koopsom | * | |||||
| - Collectief periodiek | * | |||||
| Nieuwe productie Leven - APE | 26,4 | 16,7 | 58% | 14,2 | 13,6 | 12,2 |
| Niet-leven | ||||||
| Brutopremies | 1.179,3 | 903,3 | 31% | 641,0 | 454,2 | 538,3 |
| - Ongevallen & Ziekte | 67,0 | 54,4 | 23% | 34,8 | 29,0 | 32,2 |
| - Auto | 655,6 | 500,0 | 31% | 359,8 | 224,9 | 295,8 |
| - Brand | 294,9 | 233,9 | 26% | 159,3 | 130,6 | 135,6 |
| - Overige | 161,8 | 115,0 | 41% | 87,1 | 69,7 | 74,7 |
| Technisch resultaat | - 43,1 | - 18,0 | * | - 39,6 | - 23,3 | - 3,5 |
| - Ongevallen & Ziekte | - 11,7 | - 4,0 | * | - 5,6 | - 2,3 | - 6,1 |
| - Auto | 1,5 | - 24,9 | * | 6,8 | - 29,2 | - 5,3 |
| - Brand | - 31,6 | 7,2 | * | - 37,4 | 7,8 | 5,8 |
| - Overige | - 1,3 | 3,7 | * | - 3,4 | 0,4 | 2,1 |
| Totaal Niet-leven | ||||||
| Schaderatio | 81,5% | 80,4% | 86,0% | 84,7% | 76,4% | |
| Kostenratio | 28,0% | 27,7% | 26,2% | 27,1% | 30,1% | |
| Combined ratio | 109,5% | 108,1% | 112,2% | 111,8% | 106,5% | |
| Schade | ||||||
| Schaderatio | 80,4% | 80,2% | 85,2% | 84,6% | 75,0% | |
| Kostenratio | 28,3% | 27,8% | 26,6% | 27,2% | 30,2% | |
| Combined ratio | 108,7% | 108,0% | 111,8% | 111,8% | 105,2% | |
| Ongevallen & Ziekte | ||||||
| Schaderatio | 97,9% | 83,5% | 97,9% | 85,3% | 97,9% | |
| Kostenratio | 24,0% | 26,2% | 21,0% | 25,7% | 27,6% | |
| Combined ratio | 121,9% | 109,7% | 118,9% | 111,0% | 125,5% |
| in miljoenen EUR | 2010 | 2009 | Mutatie | H2 2010 | H2 2009 | H1 2010 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aantal FTE's | 4.327 | 2.827 | 53% | 4.327 | 2.827 | 3.013 |
| Wettelijk vereiste minimummarge | 191,7 | 153,8 | 25% | 191,7 | 153,8 | 186,3 |
| Niet-leven | ||||||
| Totale reserves - Niet-leven | 1.602,2 | 1.280,7 | 25% | 1.602,2 | 1.280,7 | 1.478,8 |
| Reserves / Premies | 169% | 154% | 10% | 169% | 154% | 166% |
Continentaal Europa
| in miljoenen EUR | 2010 | 2009 | Mutatie | H2 2010 | H2 2009 | H1 2010 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Leven | ||||||
| Bruto premie-inkomen | 3.489,7 | 3.705,9 | - 6% | 1.509,2 | 2.058,6 | 1.980,5 |
| - Individueel koopsom | 2.935,2 | 3.137,5 | - 6% | 1.253,0 | 1.791,4 | 1.682,2 |
| - Individueel periodiek | 438,0 | 447,8 | - 2% | 214,7 | 225,4 | 223,3 |
| - Collectief koopsom | 9,2 | 11,9 | - 22% | 5,1 | 6,2 | 4,1 |
| - Collectief periodiek | 107,3 | 108,7 | - 1% | 36,4 | 35,6 | 70,9 |
| Nieuwe productie Leven - APE | 349,9 | 415,7 | - 16% | 140,7 | 231,9 | 209,2 |
| Niet-leven | ||||||
| Brutopremies | 443,5 | 235,4 | 88% | 214,6 | 107,5 | 228,9 |
| - Ongevallen & Ziekte | 237,8 | 147,2 | 62% | 113,2 | 66,8 | 124,6 |
| - Auto | 103,2 | 22,5 | * | 49,4 | 11,1 | 53,8 |
| - Brand | 62,4 | 49,7 | 25% | 31,9 | 23,3 | 30,5 |
| - Overige | 40,1 | 16,0 | * | 20,1 | 6,3 | 20,0 |
| Technisch resultaat | 5,8 | 22,4 | - 74% | - 1,2 | 13,3 | 7,0 |
| - Ongevallen & Ziekte | 13,0 | 7,8 | 65% | 6,7 | 2,5 | 6,3 |
| - Auto | - 14,1 | * | - 9,0 | 1,1 | - 5,1 | |
| - Brand | 8,1 | 14,0 | - 42% | 4,3 | 9,1 | 3,8 |
| - Overige | - 1,2 | 0,6 | * | - 3,2 | 0,6 | 2,0 |
| Totaal Niet-leven | ||||||
| Schaderatio | 71,2% | 62,7% | 70,7% | 61,2% | 71,6% | |
| Kostenratio | 30,3% | 27,6% | 33,0% | 28,1% | 27,5% | |
| Combined ratio | 101,5% | 90,3% | 103,7% | 89,3% | 99,1% | |
| Schade | ||||||
| Schaderatio | 79,5% | 45,8% | 82,2% | 38,0% | 76,8% | |
| Kostenratio | 28,7% | 31,8% | 30,9% | 28,2% | 26,5% | |
| Combined ratio | 108,2% | 77,6% | 113,1% | 66,2% | 103,3% | |
| Ongevallen & Ziekte | ||||||
| Schaderatio | 64,5% | 70,6% | 61,7% | 71,8% | 67,4% | |
| Kostenratio | 31,5% | 25,7% | 34,6% | 28,0% | 28,3% | |
| Combined ratio | 96,0% | 96,3% | 96,3% | 99,8% | 95,7% |
| in miljoenen EUR | 2010 | 2009 | Mutatie | H2 2010 | H2 2009 | H1 2010 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aantal FTE's | 1.270 | 1.745 | - 27% | 1.270 | 1.745 | 1.443 |
| Wettelijk vereiste minimummarge | 562,4 | 529,5 | 6% | 562,4 | 529,5 | 555,3 |
| Leven | ||||||
| Totaal Reserves - Leven | 23.067,7 | 21.532,3 | 7% | 23.067,7 | 21.532,3 | 22.455,0 |
| - Verzekerings- en beleggingscontracten | 8.314,3 | 7.599,6 | 9% | 8.314,3 | 7.599,6 | 8.209,0 |
| - Unit-linked contracten | 14.753,4 | 13.932,7 | 6% | 14.753,4 | 13.932,7 | 14.246,0 |
| - Operationele kosten Leven/Beheerd vermogen Leven (per jaar) | 0,56% | 0,64% | - 13% | 0,56% | 0,64% | 0,56% |
| Niet-leven | ||||||
| Totale reserves - Niet-leven | 617,9 | 581,5 | 6% | 617,9 | 581,5 | 604,4 |
| Reserves / Premies | 167% | 299% | - 44% | 167% | 299% | 166% |
Asia
| in miljoenen EUR | 2010 | 2009 | Mutatie | H2 2010 | H2 2009 | H1 2010 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Leven | ||||||
| Bruto premie-inkomen | 335,0 | 296,8 | 13% | 184,5 | 156,0 | 150,5 |
| - Individueel koopsom | 29,0 | 21,7 | 34% | 19,2 | 16,0 | 9,8 |
| - Individueel periodiek | 302,7 | 271,3 | 12% | 163,8 | 138,5 | 138,9 |
| - Collectief koopsom | 0,1 | 0,3 | - 69% | 0,1 | 0,1 | |
| - Collectief periodiek | 3,2 | 3,5 | - 8% | 1,5 | 1,4 | 1,7 |
| Nieuwe productie Leven - APE | 65,5 | 53,3 | 23% | 41,9 | 29,4 | 23,6 |
| in miljoenen EUR | 2010 | 2009 | Mutatie | H2 2010 | H2 2009 | H1 2010 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aantal FTE's | 320 | 278 | 15% | 320 | 278 | 320 |
| Wettelijk vereiste minimummarge | 55,9 | 52,3 | 7% | 55,9 | 52,3 | 65,3 |
| Leven | ||||||
| Totaal Reserves - Leven | 1.419,1 | 1.130,2 | 26% | 1.419,1 | 1.130,2 | 1.371,3 |
| - Verzekerings- en beleggingscontracten | 1.028,8 | 859,6 | 20% | 1.028,8 | 859,6 | 1.046,7 |
| - Unit-linked contracten | 390,3 | 270,6 | 44% | 390,3 | 270,6 | 324,6 |
| - Operationele kosten Leven/Beheerd vermogen Leven (per jaar) | 2,96% | 3,06% | - 3% | 2,96% | 3,06% | 2,95% |
Bijlage 4: Jaarcijfers per segment
Belgium
| Resultatenrekening - Leven | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| België – Leven - in miljoenen EUR | 2010 | H2 2010 | H1 2010 | 2009 | H2 2009 | H1 2009 |
| Brutopremies | 4.529,5 | 2.258,4 | 2.271,1 | 4.768,7 | 2.318,2 | 2.450,5 |
| Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling | 589,2 | 209,4 | 379,8 | 583,0 | 287,6 | 295,4 |
| Bruto premie-inkomen Leven | 5.118,7 | 2.467,8 | 2.650,9 | 5.351,7 | 2.605,8 | 2.745,9 |
| Operationele kosten | - 176,6 | - 87,9 | - 88,7 | - 177,4 | - 93,8 | - 83,6 |
| Technisch resultaat | 343,2 | 156,3 | 186,9 | 385,3 | 228,1 | 157,2 |
| Toegerekende meerwaarden | - 43,1 | 15,9 | - 59,0 | - 71,7 | - 26,1 | - 45,6 |
| Operationele marge | 300,1 | 172,2 | 127,9 | 313,6 | 202,0 | 111,6 |
| Niet-toegerekende overige inkomsten en lasten | 161,9 | 101,3 | 60,6 | 90,2 | 50,7 | 39,5 |
| Winst voor belastingen | 462,0 | 273,5 | 188,5 | 403,8 | 252,7 | 151,1 |
| Winstbelastingen | - 122,5 | - 73,1 | - 49,4 | - 32,1 | - 63,6 | 31,5 |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | 87,3 | 51,5 | 35,8 | 55,6 | 46,8 | 8,8 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 252,2 | 148,9 | 103,3 | 316,1 | 142,3 | 173,8 |
| Resultatenrekening - Niet-leven | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| België – Niet-leven - in miljoenen EUR | 2010 | H2 2010 | H1 2010 | 2009 | H2 2009 | H1 2009 |
| Bruto premie-inkomen Niet-leven | 1.590,7 | 739,0 | 851,7 | 1.515,4 | 707,0 | 808,4 |
| Operationele kosten | - 263,3 | - 131,8 | - 131,5 | - 249,7 | - 124,0 | - 125,7 |
| Technisch resultaat | 0,7 | - 4,1 | 4,8 | 73,2 | 54,6 | 18,6 |
| Toegerekende meerwaarden | - 1,6 | 43,9 | - 45,5 | - 9,3 | - 4,2 | - 5,1 |
| Operationele marge | - 0,9 | 39,8 | - 40,7 | 63,9 | 50,4 | 13,5 |
| Niet-toegerekende overige inkomsten en lasten | 19,7 | 12,1 | 7,6 | 13,5 | 6,4 | 7,1 |
| Winst voor belastingen | 18,8 | 51,9 | - 33,1 | 77,4 | 56,8 | 20,6 |
| Winstbelastingen | - 3,3 | - 16,1 | 12,8 | - 14,0 | - 16,5 | 2,5 |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | 4,2 | 9,1 | - 4,9 | 13,1 | 11,6 | 1,5 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 11,3 | 26,7 | - 15,4 | 50,3 | 28,7 | 21,6 |
| Resultatenrekening | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| België – in miljoenen EUR | 2010 | H2 2010 | H1 2010 | 2009 | H2 2009 | H1 2009 |
| Bruto premie-inkomen | 6.709,4 | 3.206,8 | 3.502,6 | 6.867,1 | 3.312,8 | 3.554,3 |
| Operationele kosten | - 439,9 | - 219,7 | - 220,2 | - 427,1 | - 217,8 | - 209,3 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 263,5 | 175,6 | 87,9 | 366,4 | 171,0 | 195,4 |
Verenigd Koninkrijk
| Resultatenrekening - Leven | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Verenigd Koninkrijk – Leven - in miljoenen EUR | 2010 | H2 2010 | H1 2010 | 2009 | H2 2009 | H1 2009 |
| Brutopremies | 27,5 | 16,3 | 11,2 | 9,9 | 6,8 | 3,1 |
| Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling | ||||||
| Bruto premie-inkomen Leven | 27,5 | 16,3 | 11,2 | 9,9 | 6,8 | 3,1 |
| Operationele kosten | - 30,6 | - 19,3 | - 11,3 | - 20,0 | - 10,2 | - 9,8 |
| Technisch resultaat | - 13,4 | - 10,2 | - 3,2 | - 9,0 | - 3,8 | - 5,2 |
| Toegerekende meerwaarden | ||||||
| Operationele marge | - 13,4 | - 10,2 | - 3,2 | - 9,0 | - 3,8 | - 5,2 |
| Niet-toegerekende overige inkomsten en lasten | 1,5 | 0,7 | 0,8 | 0,9 | 0,5 | 0,4 |
| Winst voor belastingen | - 11,9 | - 9,5 | - 2,4 | - 8,1 | - 3,3 | - 4,8 |
| Winstbelastingen | 3,3 | 2,6 | 0,7 | 2,2 | 0,9 | 1,3 |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | ||||||
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | - 8,6 | - 6,9 | - 1,7 | - 5,9 | - 2,4 | - 3,5 |
| Resultatenrekening - Niet-leven | ||||||
| Verenigd Koninkrijk – Niet-leven - in miljoenen EUR | 2010 | H2 2010 | H1 2010 | 2009 | H2 2009 | H1 2009 |
| Bruto premie-inkomen Niet-leven | 1.179,3 | 641,0 | 538,3 | 903,3 | 454,2 | 449,1 |
| Operationele kosten | - 93,0 | - 47,5 | - 45,5 | - 75,5 | - 35,1 | - 40,4 |
| Technisch resultaat | - 43,1 | - 39,6 | - 3,5 | - 18,0 | - 23,3 | 5,3 |
| Toegerekende meerwaarden | 2,9 | 0,8 | 2,1 | 9,9 | 0,8 | 9,1 |
| Operationele marge | - 40,2 | - 38,8 | - 1,4 | - 8,1 | - 22,5 | 14,4 |
| Niet-toegerekende overige inkomsten en lasten | 2,7 | 0,3 | 2,4 | 15,0 | 5,4 | 9,6 |
| Winst voor belastingen | - 37,5 | - 38,5 | 1,0 | 6,9 | - 17,1 | 24,0 |
| Winstbelastingen | 10,2 | 10,5 | - 0,3 | - 2,2 | 4,5 | - 6,7 |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | - 6,6 | - 5,2 | - 1,4 | - 0,5 | - 0,5 | |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | - 20,7 | - 22,8 | 2,1 | 5,2 | - 12,1 | 17,3 |
| Resultatenrekening - Overige verzekeringen | ||||||
| Verenigd Koninkrijk – Overige verzekeringen - in miljoenen EUR | 2010 | H2 2010 | H1 2010 | 2009 | H2 2009 | H1 2009 |
| Commissiebaten | 138,2 | 78,8 | 59,4 | 111,2 | 57,2 | 54,0 |
| Andere baten | 42,1 | 39,8 | 2,3 | 0,4 | - 0,1 | 0,5 |
| Personeelslasten | - 64,7 | - 40,5 | - 24,2 | - 43,9 | - 22,2 | - 21,7 |
| Overige lasten | - 95,1 | - 68,6 | - 26,5 | - 47,1 | - 24,1 | - 23,0 |
| Winst voor belastingen | 20,5 | 9,5 | 11,0 | 20,6 | 10,8 | 9,8 |
| Winstbelastingen | - 8,0 | - 4,9 | - 3,1 | - 6,2 | - 3,4 | - 2,8 |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | ||||||
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 12,5 | 4,6 | 7,9 | 14,4 | 7,4 | 7,0 |
| Resultatenrekening | ||||||
| Verenigd Koninkrijk – in miljoenen EUR | 2010 | H2 2010 | H1 2010 | 2009 | H2 2009 | H1 2009 |
| Bruto premie-inkomen | 1.206,8 | 657,3 | 549,5 | 913,2 | 461,0 | 452,2 |
| Bruto premie-inkomen | 1.206,8 | 657,3 | 549,5 | 913,2 | 461,0 | 452,2 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Operationele kosten | - 123,6 | - 66,8 | - 56,8 | - 95,5 | - 45,3 | - 50,2 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | - 16,8 | - 25,1 | 8,3 | 13,7 | - 7,1 | 20,8 |
Continentaal Europa
| Resultatenrekening - Leven | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Continentaal Europa – Leven - in miljoenen EUR | 2010 | H2 2010 | H1 2010 | 2009 | H2 2009 | H1 2009 |
| Brutopremies | 1.748,3 | 641,6 | 1.106,7 | 1.601,2 | 809,6 | 791,6 |
| Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling | 1.741,4 | 867,6 | 873,8 | 2.104,7 | 1.249,0 | 855,7 |
| Bruto premie-inkomen Leven | 3.489,7 | 1.509,2 | 1.980,5 | 3.705,9 | 2.058,6 | 1.647,3 |
| Operationele kosten | - 124,6 | - 63,0 | - 61,6 | - 128,9 | - 65,6 | - 63,3 |
| Technisch resultaat | 129,0 | 89,8 | 39,2 | 85,0 | 39,3 | 45,7 |
| Toegerekende meerwaarden | - 2,9 | 2,9 | 0,4 | 0,1 | 0,3 | |
| Operationele marge | 129,0 | 86,9 | 42,1 | 85,4 | 39,4 | 46,0 |
| Niet-toegerekende overige inkomsten en lasten | 20,3 | 8,5 | 11,8 | 19,9 | 15,1 | 4,8 |
| Winst voor belastingen | 149,3 | 95,4 | 53,9 | 105,3 | 54,5 | 50,8 |
| Winstbelastingen | - 45,6 | - 25,9 | - 19,7 | - 33,3 | - 15,9 | - 17,4 |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | 55,5 | 36,0 | 19,5 | 44,7 | 23,8 | 20,9 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 48,2 | 33,5 | 14,7 | 27,3 | 14,8 | 12,5 |
| Resultatenrekening - Niet-leven | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Continentaal Europa – Niet-leven - in miljoenen EUR | 2010 | H2 2010 | H1 2010 | 2009 | H2 2009 | H1 2009 |
| Bruto premie-inkomen Niet-leven | 443,5 | 214,6 | 228,9 | 235,4 | 107,5 | 127,9 |
| Operationele kosten | - 81,7 | - 45,3 | - 36,4 | - 45,5 | - 22,7 | - 22,8 |
| Technisch resultaat | 5,8 | - 1,2 | 7,0 | 22,4 | 13,3 | 9,1 |
| Toegerekende meerwaarden | 1,6 | 0,1 | 1,5 | - | ||
| Operationele marge | 7,4 | - 1,1 | 8,5 | 22,4 | 13,3 | 9,1 |
| Niet-toegerekende overige inkomsten en lasten | 0,5 | 1,7 | - 1,2 | - 0,4 | 0,1 | - 0,5 |
| Winst voor belastingen | 7,9 | 0,6 | 7,3 | 22,0 | 13,4 | 8,6 |
| Winstbelastingen | - 3,2 | - 0,7 | - 2,5 | - 6,8 | - 4,2 | - 2,6 |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | 1,8 | - 0,5 | 2,3 | 8,2 | 4,7 | 3,5 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 2,9 | 0,4 | 2,5 | 7,0 | 4,5 | 2,5 |
| Resultatenrekening | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Continentaal Europa - in miljoenen EUR | 2010 | H2 2010 | H1 2010 | 2009 | H2 2009 | H1 2009 |
| Bruto premie-inkomen | 3.933,2 | 1.723,8 | 2.209,4 | 3.941,3 | 2.166,1 | 1.775,2 |
| Operationele kosten | - 206,3 | - 108,3 | - 98,0 | - 174,4 | - 88,3 | - 86,1 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 51,1 | 33,9 | 17,2 | 34,3 | 19,3 | 15,0 |
Asia
| Resultatenrekening - Leven | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Azië – Leven - in miljoenen EUR | 2010 | H2 2010 | H1 2010 | 2009 | H2 2009 | H1 2009 |
| Brutopremies | 232,9 | 126,8 | 106,1 | 214,7 | 111,6 | 103,1 |
| Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling | 102,1 | 57,7 | 44,4 | 82,1 | 44,4 | 37,7 |
| Bruto premie-inkomen Leven | 335,0 | 184,5 | 150,5 | 296,8 | 156,0 | 140,8 |
| Operationele kosten | - 37,7 | - 19,3 | - 18,4 | - 32,1 | - 13,3 | - 18,8 |
| Technisch resultaat | 8,7 | - 2,4 | 11,1 | 11,6 | 6,6 | 5,0 |
| Toegerekende meerwaarden | 40,9 | 6,9 | 34,0 | 4,4 | 4,1 | 0,3 |
| Operationele marge | 49,6 | 4,5 | 45,1 | 16,0 | 10,7 | 5,3 |
| Niet-toegerekende overige inkomsten en lasten | - 8,1 | - 5,1 | - 3,0 | - 9,4 | - 4,6 | - 4,8 |
| Winst voor belastingen, geconsolideerde entiteiten | 41,5 | - 0,6 | 42,1 | 6,6 | 6,1 | 0,5 |
| Winst voor belastingen, geassocieerde deelnemingen | 45,1 | 24,8 | 20,3 | 73,8 | 49,2 | 24,6 |
| Winstbelastingen | - 1,6 | - 1,4 | - 0,2 | - 2,1 | - 1,1 | - 1,0 |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | ||||||
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 85,0 | 22,8 | 62,2 | 78,3 | 54,2 | 24,1 |
| Resultatenrekening - Niet-leven | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Azië – Niet-leven - in miljoenen EUR | 2010 | H2 2010 | H1 2010 | 2009 | H2 2009 | H1 2009 |
| Bruto premie-inkomen Niet-leven | ||||||
| Operationele kosten | ||||||
| Technisch resultaat | ||||||
| Toegerekende meerwaarden | ||||||
| Operationele marge | ||||||
| Niet-toegerekende overige inkomsten en lasten | ||||||
| Winst voor belastingen, geconsolideerde entiteiten | ||||||
| Winst voor belastingen, geassocieerde deelnemingen | 8,5 | 3,6 | 4,9 | 12,3 | 7,2 | 5,1 |
| Winstbelastingen | ||||||
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | ||||||
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 8,5 | 3,6 | 4,9 | 12,3 | 7,2 | 5,1 |
| Resultatenrekening | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Azië – in miljoenen EUR | 2010 | H2 2010 | H1 2010 | 2009 | H2 2009 | H1 2009 |
| Bruto premie-inkomen | 335,0 | 184,5 | 150,5 | 296,8 | 156,0 | 140,8 |
| Operationele kosten | - 37,7 | - 19,3 | - 18,4 | - 32,1 | - 13,3 | - 18,8 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 93,5 | 26,4 | 67,1 | 90,6 | 61,4 | 29,2 |
Algemene Rekening
| Resultatenrekening | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Algemeen - in miljoenen EUR | 2010 | H2 2010 | H1 2010 | 2009 | H2 2009 | H1 2009 | |
| Nettorentebaten | - 15,6 | - 16,4 | 0,8 | 0,8 | - 21,9 | 22,7 | |
| Gerealiseerde winsten (verliezen) op beleggingen | 7,0 | - 5,8 | 12,8 | 717,8 | 18,3 | 699,5 | |
| Overige meerwaarden | - 422,6 | - 283,9 | - 138,7 | 681,0 | 173,3 | 507,7 | |
| Aandeel in resultaat van geassocieerde deelnemingen | 127,3 | 107,1 | 20,2 | - 9,2 | - 1,0 | - 8,2 | |
| Overige baten | 1,4 | 2,6 | - 1,2 | - 14,2 | - 10,3 | - 3,9 | |
| Totale baten | - 302,5 | - 196,4 | - 106,1 | 1.376,2 | 158,4 | 1.217,8 | |
| Wijzigingen in waardeverminderingen | 0,6 | 0,2 | 0,4 | - 350,2 | 13,7 | - 363,9 | |
| Nettobaten | - 301,9 | - 196,2 | - 105,7 | 1.026,0 | 172,1 | 853,9 | |
| - Schuld i.v.m. MCS conversie | - 202,8 | - 202,8 | |||||
| - Vordering op ABN AMRO | 2.000,0 | 2.000,0 | |||||
| - Terugname waardevermindering FCC vordering | 362,5 | 362,5 | |||||
| - Provisie voor juridische geschillen met Nederlandse Staat | - 2.362,5 | - 2.362,5 | |||||
| Netto impact op resultatenrekening | - 202,8 | - 202,8 | |||||
| Personeelslasten | - 20,9 | - 10,8 | - 10,1 | - 33,8 | - 14,0 | - 19,8 | |
| Overige operationele en administratieve lasten | - 37,4 | - 19,0 | - 18,4 | - 64,7 | - 32,0 | - 32,7 | |
| Totale lasten | - 261,1 | - 232,6 | - 28,5 | - 98,5 | - 46,0 | - 52,5 | |
| Winst voor belastingen | - 562,9 | - 428,7 | - 134,2 | 927,5 | 126,1 | 801,4 | |
| Winstbelastingen | 393,3 | - 13,9 | 407,2 | - 223,3 | - 57,3 | - 166,0 | |
| Nettowinst over de periode | - 169,7 | - 442,7 | 273,0 | 704,2 | 68,8 | 635,4 | |
| Nettowinst toewijsbaar aan minderheidsbelangen | - 1,5 | - 1,5 | - 0,6 | - 0,6 | |||
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | - 168,2 | - 442,7 | 274,5 | 704,8 | 69,4 | 635,4 |
Bijlage 5 : Vergelijkende cijfers premie-inkomen
| Per segment | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| in miljoenen EUR | 2010 | 2009 | % | H2 2010 | H2 2009 | % | H1 2010 |
| België | |||||||
| Brutopremies | 4.529 | 4.769 | - 5% | 2.258 | 2.318 | - 3% | 2.271 |
| Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling | 589 | 583 | 1% | 209 | 288 | - 27% | 380 |
| Bruto premie-inkomen Leven | 5.118 | 5.352 | - 4% | 2.467 | 2.606 | - 5% | 2.651 |
| Brutopremies Niet-leven | 1.591 | 1.515 | 5% | 739 | 707 | 5% | 852 |
| Totaal premie-inkomen België | 6.709 | 6.867 | - 2% | 3.206 | 3.313 | - 3% | 3.503 |
| Verenigd Koninkrijk | |||||||
| Brutopremies | 28 | 10 | * | 17 | 7 | * | 11 |
| Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling | - | - | * | - | - | * | - |
| Bruto premie-inkomen Leven | 28 | 10 | * | 17 | 7 | * | 11 |
| Brutopremies Niet-leven | 1.179 | 903 | 31% | 641 | 454 | 41% | 538 |
| Totaal premie-inkomen Verenigd Koninkrijk | 1.207 | 913 | 32% | 658 | 461 | 43% | 549 |
| Contintaal Europa | |||||||
| Brutopremies | 1.749 | 1.601 | 9% | 642 | 810 | - 21% | 1.107 |
| Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling | 1.741 | 2.104 | - 17% | 867 | 1.249 | - 31% | 874 |
| Bruto premie-inkomen Leven | 3.490 | 3.705 | - 6% | 1.509 | 2.059 | - 27% | 1.981 |
| Brutopremies Niet-leven | 443 | 236 | 87% | 214 | 108 | 99% | 229 |
| Totaal premie-inkomen Continentaal Europa | 3.933 | 3.941 | - 0% | 1.723 | 2.167 | - 21% | 2.210 |
| Azië | |||||||
| Brutopremies | 233 | 215 | 8% | 127 | 112 | 14% | 106 |
| Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling | 102 | 82 | 24% | 57 | 44 | 28% | 45 |
| Bruto premie-inkomen Leven | 335 | 297 | 13% | 184 | 156 | 18% | 151 |
| Brutopremies Niet-leven | - | - | * | - | - | * | - |
| Totaal premie-inkomen geconsolideerde entiteiten | 335 | 297 | 13% | 184 | 156 | 18% | 151 |
| Niet-geconsolideerde JV's tegen 100% | 5.759 | 3.774 | 53% | 2.536 | 1.791 | 42% | 3.223 |
| Totaal premie-inkomen Azië | 6.094 | 4.071 | 50% | 2.720 | 1.947 | 40% | 3.374 |
| Totaal premie-inkomen | 17.943 | 15.792 | 14% | 8.307 | 7.888 | 5% | 9.636 |
| Per type | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| in miljoenen EUR | 2010 | 2009 | % | H2 2010 | H2 2009 | % | H1 2010 |
| Leven | |||||||
| België | 5.118 | 5.352 | - 4% | 2.467 | 2.606 | - 5% | 2.651 |
| Verenigd Koninkrijk | 28 | 10 | * | 17 | 7 | * | 11 |
| Continentaal Europa | 3.490 | 3.705 | - 6% | 1.509 | 2.059 | - 27% | 1.981 |
| Azië | 5.578 | 3.689 | 51% | 2.474 | 1.779 | 39% | 3.104 |
| Volledig geconsolideerd | 335 | 297 | 13% | 184 | 156 | 18% | 151 |
| Niet-geconsolideerde JV's tegen 100% | 5.243 | 3.392 | 55% | 2.290 | 1.623 | 41% | 2.953 |
| Totaal premie-inkomen Leven | 14.214 | 12.756 | 11% | 6.467 | 6.451 | 0% | 7.747 |
| Niet-leven | |||||||
| België | 1.591 | 1.515 | 5% | 739 | 707 | 5% | 852 |
| Verenigd Koninkrijk | 1.179 | 903 | 31% | 641 | 454 | 41% | 538 |
| Continentaal Europa | 443 | 236 | 88% | 214 | 108 | 98% | 229 |
| Azië | 516 | 382 | 35% | 246 | 168 | 46% | 270 |
| Volledig geconsolideerd | - | - | * | - | - | * | - |
| Niet-geconsolideerde JV's tegen 100% | 516 | 382 | 35% | 246 | 168 | 46% | 270 |
| Totaal bruto-premies Niet-Leven | 3.729 | 3.036 | 23% | 1.840 | 1.437 | 28% | 1.889 |
| Totaal premie-inkomen | 17.943 | 15.792 | 14% | 8.307 | 7.888 | 5% | 9.636 |
Bijlage 6: Premie-inkomen per regio
| Belangrijkste cijfers per regio | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| in miljoenen EUR | Bruto-premie-inkomen Leven | Bruto-premies Niet-leven | Totaal | |||||||||||||
| % eigendom |
2010 | 2009 H2 2010 H2 2009 H1 2010 | 2010 2009 H2 2010 H2 2009 H1 2010 | 2010 | 2009 H2 2010 H2 2009 H1 2010 | |||||||||||
| België | 75% | 5.118 5.352 | 2.467 | 2.606 | 2.651 1.591 1.515 | 739 | 707 | 852 | 6.709 6.867 | 3.206 | 3.313 | 3.503 | ||||
| Verenigd Koninkrijk | 100% | 28 | 10 | 17 | 7 | 11 1.179 | 903 | 641 | 454 | 538 | 1.207 | 913 | 658 | 461 | 549 | |
| Continentaal Europa | 3.490 3.705 | 1.509 | 2.059 | 1.981 | 443 | 236 | 214 | 108 | 229 | 3.933 3.941 | 1.723 | 2.167 | 2.210 | |||
| Portugal | 51% | 1.724 2.163 | 667 | 993 | 1.057 | 230 | 214 | 109 | 101 | 121 | 1.954 2.377 | 776 | 1.094 | 1.178 | ||
| Frankrijk | 100% | 375 | 335 | 167 | 182 | 208 | - | - | - | - | - | 375 | 335 | 167 | 182 | 208 |
| Luxemburg | 50%/100% | 1.293 1.102 | 636 | 830 | 657 | - | 22 | - | 7 | - | 1.293 1.124 | 636 | 837 | 657 | ||
| Oekraïne | 100% | 2 | 2 | 1 | 1 | 1 | - | - | - | - | - | 2 | 2 | 1 | 1 | 1 |
| Duitsland | 100% | 45 | 41 | 22 | 25 | 23 | - | - | - | - | - | 45 | 41 | 22 | 25 | 23 |
| Turkije | 100% | 51 | 62 | 16 | 28 | 35 | - | - | - | - | - | 51 | 62 | 16 | 28 | 35 |
| Italië | 25% | - | - | - | - | - | 213 | - | 105 | - | 108 | 213 | - | 105 | - | 108 |
| Rusland | 100% | - | 0 | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Azië | 5.578 3.689 | 2.474 | 1.779 | 3.104 | 516 | 382 | 246 | 168 | 270 | 6.094 4.071 | 2.720 | 1.947 | 3.374 | |||
| Geconsolideerde entiteiten | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | |
| Hongkong | 100% | 335 | 297 | 184 | 156 | 151 | - | - | - | - | - | 335 | 297 | 184 | 156 | 151 |
| Niet-geconsolideerde | ||||||||||||||||
| JV's tegen 100% | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | |
| Maleisië | 31% | 717 | 498 | 285 | 224 | 432 | 405 | 293 | 186 | 123 | 219 | 1.122 | 791 | 471 | 347 | 651 |
| Thailand | 31%/13% | 714 | 456 | 365 | 223 | 349 | 111 | 89 | 60 | 45 | 51 | 825 | 545 | 425 | 268 | 400 |
| China | 25% | 3.681 2.371 | 1.572 | 1.142 | 2.109 | - | - | - | - | - | 3.681 2.371 | 1.572 | 1.142 | 2.109 | ||
| India | 26% | 131 | 67 | 68 | 34 | 63 | - | - | - | - | - | 131 | 67 | 68 | 34 | 63 |
| Totaal | 14.214 12.756 | 6.467 | 6.451 | 7.747 3.729 3.036 | 1.840 | 1.437 | 1.889 17.943 15.792 | 8.307 | 7.888 | 9.636 |